text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
een sedentaire leefstijl en slechts ##% van de patiënten met overgewicht, informatie over risicofactormanagement heeft ontvangen Ook <PERSOON> (###) onderstreept dat meer aandacht noodzakelijk is voor verbetering van de Het maatschappelijk belang van betere informatievoorziening wordt verder verduidelijkt in het onderzoek van <PERSOON>-Jen (###) De resultaten van dit onderzoek onderstrepen dat er vanuit de medische wereld nuance vereist is om het door de cosmetische industrie mentale en lichamelijke gezondheid van de populatie te beschermen zou de medische wereld een actievere educatieve rol moeten spelen De medische wereld zou een meer realistisch en gezond schoonheidsideaal neer moeten zetten en goede gebalanceerde gewichtsmanagementstrategieën als redelijk alternatief dienen te faciliteren Hierdoor kan een waardevolle bijdrage worden geleverd aan een verschuiving van de prioriteit van Concluderend kan worden gesteld dat er nog veel winst te behalen is met • overeenstemming in gezondheidsmodellen, opvattingen over oorzaken, consequenties en oplossingsstrategieën tussen patiënten en behandelaars; Stellen van realistische doelen, naar breder gezondheidsperspectief Het is van groot belang de patiënt te ondersteunen in het stellen van realistische doelen, die meer overeenkomen met de doelen die de behandelaars nastreven, met de stand van de wetenschap en met wat de ervaring aantoont Voor obese personen zijn psychische, sociale en cosmetische redenen en meestal niet de gezondheidsgevaren aanleiding om zich voor een behandeling aan te melden Er zal meer aandacht aan de patiënt moeten worden besteed om hem/haar ervan te overtuigen dat de persoonlijke doelen van een niet-operatieve behandeling niet op een gewichtsreductie tot onder een BMI van verbetering van de bloedlipidenwaarden, behoud van de vetvrije massa, een gezonder voedingspatroon en een verhoogd niveau van activiteiten Om het accent overtuigend te verleggen naar gezondheidsbevordering zal de behandelaar de slagingsparameters van de behandeling moeten bijstellen en de patiënt moeten leren het overgewicht te accepteren, een eerste stap naar het bijstellen van irreële verwachtingen en de verschuiving Wanneer gedragsverandering bij de patiënt wenselijk is, dient psychologische begeleiding in de behandeling te worden opgenomen Deze psychologische begeleiding kan de patiënt inzicht verschaffen in de rol van de psyche op het eetpatroon, het beweegpatroon, de leefstijl en het zelfbeeld Een behandeling gericht op gedragsverandering moet voldoende individueel en intensief vorm worden gegeven en de continuïteit moet gewaarborgd zijn Met behulp van cognitieve herstructurering en het aanleren van oplossingsstrategieën toegespitst op het type eter en overige persoonlijke kenmerken kan de psycholoog de patiënt leren hoe deze zelf en zelfverzekerd de omgeving kan controleren De psycholoog of psychiater kan de patiënt ook waardevolle ondersteuning geven om stoornissen zoals depressies, Binge Eating Disorder (BED), sociale isolatie, inhibitie en vijandigheid, die het slagen van een behandeling bemoeilijken of in de weg staan, te overwinnen Tevens kan de psycholoog helpen met het overwinnen van schaamtegevoelens en overige moeilijkheden bij het implementeren van de nieuwe leefstijl in het dagelijks bestaan, door te ondersteunen in de communicatie met de naaste omgeving, het geven van vertrouwen ten behoeve van het zelf beeld en het waarborgen van de motivatie, die na herhaalde vergeefse interventies niet vanzelfsprekend hoog kan zijn.
570
nvog
de bloedlipidenwaarden, behoud van de vetvrije massa, een gezonder voedingspatroon en een verhoogd niveau van activiteiten Om het accent overtuigend te verleggen naar gezondheidsbevordering zal de behandelaar de slagingsparameters van de behandeling moeten bijstellen en de patiënt moeten leren het overgewicht te accepteren, een eerste stap naar het bijstellen van irreële verwachtingen en de verschuiving Wanneer gedragsverandering bij de patiënt wenselijk is, dient psychologische begeleiding in de behandeling te worden opgenomen Deze psychologische begeleiding kan de patiënt inzicht verschaffen in de rol van de psyche op het eetpatroon, het beweegpatroon, de leefstijl en het zelfbeeld Een behandeling gericht op gedragsverandering moet voldoende individueel en intensief vorm worden gegeven en de continuïteit moet gewaarborgd zijn Met behulp van cognitieve herstructurering en het aanleren van oplossingsstrategieën toegespitst op het type eter en overige persoonlijke kenmerken kan de psycholoog de patiënt leren hoe deze zelf en zelfverzekerd de omgeving kan controleren De psycholoog of psychiater kan de patiënt ook waardevolle ondersteuning geven om stoornissen zoals depressies, Binge Eating Disorder (BED), sociale isolatie, inhibitie en vijandigheid, die het slagen van een behandeling bemoeilijken of in de weg staan, te overwinnen Tevens kan de psycholoog helpen met het overwinnen van schaamtegevoelens en overige moeilijkheden bij het implementeren van de nieuwe leefstijl in het dagelijks bestaan, door te ondersteunen in de communicatie met de naaste omgeving, het geven van vertrouwen ten behoeve van het zelf beeld en het waarborgen van de motivatie, die na herhaalde vergeefse interventies niet vanzelfsprekend hoog kan zijn behandelaars bovendien meer inzicht krijgen in het type obese patiënt en kunnen behandelingen verder worden getest om te kijken hoe obese patiënten het beste verder gecategoriseerd kunnen worden naar aanwezige psychopathologie en genetische ‘make-up’ om de individualiteit te waarborgen en uiteindelijk de effectiviteit van behandelingen te Het faciliteren van regelmatige contactmomenten met behandelaars en lotgenoten zou moeten worden opgenomen in het behandeltraject, zo ook in het nazorgtraject; dit gezien de toegevoegde waarde van nazorg en positieve ondersteuning van lotgenotencontact <PERSOON> communicatie tussen behandelaar en patiënt is nodig om overeenstemming te bereiken over oorzaken, gevolgen en gezondheidsbevorderende doelen die met gedeelde verantwoordelijkheid en consensus in gezondheidsmodellen moeten worden bereikt Het bestrijden van stigmatisering en geven van erkenning zijn hierbij van belang Een meer volledige en genuanceerde benadering over de multifactoriële en chronische aard van obesitas, waarin ook plaats is voor de visie van de patiënt, moet in de opleidingen tot behandelaar worden opgenomen Huisartsen bespreken dit onderwerp in meer dan de helft van de gevallen niet door gebrek aan tijd, kunde, voorlichtingsmateriaal of training en door twijfel aan het positieve gezondheidseffect bij de patiënt door een dergelijke discussie Om de behandelaars in de praktijk beter te laten communiceren met de patiënt is het waardevol hen bij te scholen, zodat zij met meer vertrouwen, inzicht, begrip en kunde de patiënt verder kunnen Naast de multifactoriële en chronische aard van obesitas, moeten behandelaars zich beter kunnen verplaatsen in het lastige parket waarin deze chronisch zieke patiënten zich bevinden.
556
nvog
inzicht krijgen in het type obese patiënt en kunnen behandelingen verder worden getest om te kijken hoe obese patiënten het beste verder gecategoriseerd kunnen worden naar aanwezige psychopathologie en genetische ‘make-up’ om de individualiteit te waarborgen en uiteindelijk de effectiviteit van behandelingen te Het faciliteren van regelmatige contactmomenten met behandelaars en lotgenoten zou moeten worden opgenomen in het behandeltraject, zo ook in het nazorgtraject; dit gezien de toegevoegde waarde van nazorg en positieve ondersteuning van lotgenotencontact <PERSOON> communicatie tussen behandelaar en patiënt is nodig om overeenstemming te bereiken over oorzaken, gevolgen en gezondheidsbevorderende doelen die met gedeelde verantwoordelijkheid en consensus in gezondheidsmodellen moeten worden bereikt Het bestrijden van stigmatisering en geven van erkenning zijn hierbij van belang Een meer volledige en genuanceerde benadering over de multifactoriële en chronische aard van obesitas, waarin ook plaats is voor de visie van de patiënt, moet in de opleidingen tot behandelaar worden opgenomen Huisartsen bespreken dit onderwerp in meer dan de helft van de gevallen niet door gebrek aan tijd, kunde, voorlichtingsmateriaal of training en door twijfel aan het positieve gezondheidseffect bij de patiënt door een dergelijke discussie Om de behandelaars in de praktijk beter te laten communiceren met de patiënt is het waardevol hen bij te scholen, zodat zij met meer vertrouwen, inzicht, begrip en kunde de patiënt verder kunnen Naast de multifactoriële en chronische aard van obesitas, moeten behandelaars zich beter kunnen verplaatsen in het lastige parket waarin deze chronisch zieke patiënten zich bevinden psychopathologische hindernissen die een behandeling door enkel een diëtist bemoeilijken, opdat in de toekomst de behandelaars zich beter realiseren hoe moeilijk het voor de patiënt is om obees te zijn Hiermee zullen adequate multidisciplinaire begeleiding en toereikende informatie over risicofactormanagement een stap dichterbij komen Behandelaars dienen bovenal voldoende voorlichting te geven en kennis te hebben over de gevaren van een behandeling en factoren die een bevredigend behandelresultaat op Bij operatieve ingrepen valt hierbij te denken aan complicaties tijdens en na operaties, risicofactormanagement en openheid over het aantal operaties dat per jaar plaatsvindt in Bij gedragsveranderende behandelingen valt te denken aan informatie over en kennis van gewichtsverlies, het energiegat en uiteindelijke gewichtshandhaving, informatie over het jojo- en jojo-plus-effect en informatie over de invloed van de genen die een bevredigend behandelresultaat kunnen verhinderen Een behandeling van obese patiënten resulteert maar zelden in het opheffen van de obese staat van patiënten Dit dient duidelijk te worden besproken met de patiënten en dit standpunt dient te worden uitgedragen naar Ziekenhuizen en overige zorginstellingen zullen meer aandacht moeten geven aan de vormgeving van interieur, faciliteiten en hulpmiddelen, opdat zorg ook toereikend zal zijn voor de steeds dikker wordende patiënten en negatieve ervaringen kunnen worden gereduceerd Het simpelweg aanschaffen van apparatuur is niet genoeg Er moet ook bereidheid zijn om deze voor de patiënt in te zetten zonder dat hij/zij daar om vraagt Het is belangrijk dat eventuele financiële blokkaden voor ziekenhuizen en overige zorginstellingen worden opgeheven door overheden en/of zorgverzekeraars als instellingen niet.
550
nvog
diëtist bemoeilijken, opdat in de toekomst de behandelaars zich beter realiseren hoe moeilijk het voor de patiënt is om obees te zijn Hiermee zullen adequate multidisciplinaire begeleiding en toereikende informatie over risicofactormanagement een stap dichterbij komen Behandelaars dienen bovenal voldoende voorlichting te geven en kennis te hebben over de gevaren van een behandeling en factoren die een bevredigend behandelresultaat op Bij operatieve ingrepen valt hierbij te denken aan complicaties tijdens en na operaties, risicofactormanagement en openheid over het aantal operaties dat per jaar plaatsvindt in Bij gedragsveranderende behandelingen valt te denken aan informatie over en kennis van gewichtsverlies, het energiegat en uiteindelijke gewichtshandhaving, informatie over het jojo- en jojo-plus-effect en informatie over de invloed van de genen die een bevredigend behandelresultaat kunnen verhinderen Een behandeling van obese patiënten resulteert maar zelden in het opheffen van de obese staat van patiënten Dit dient duidelijk te worden besproken met de patiënten en dit standpunt dient te worden uitgedragen naar Ziekenhuizen en overige zorginstellingen zullen meer aandacht moeten geven aan de vormgeving van interieur, faciliteiten en hulpmiddelen, opdat zorg ook toereikend zal zijn voor de steeds dikker wordende patiënten en negatieve ervaringen kunnen worden gereduceerd Het simpelweg aanschaffen van apparatuur is niet genoeg Er moet ook bereidheid zijn om deze voor de patiënt in te zetten zonder dat hij/zij daar om vraagt Het is belangrijk dat eventuele financiële blokkaden voor ziekenhuizen en overige zorginstellingen worden opgeheven door overheden en/of zorgverzekeraars als instellingen niet Verzekeraars en de politiek zullen hun terughoudende houding ten aanzien van vergoedingen in de basisverzekering moeten herzien, wil deze chronische aandoening als zodanig kunnen worden behandeld zonder dat de patiënt moet opdraaien voor de Gezien het positieve effect van een goede lichamelijke fitheid op gezondheidsrisico’s en het bewerkstelligen van gewichtshandhaving dient beweegtherapie te worden Gezien het chronische <INSTELLING> van obesitas en met het oog op de gewenste gedragsverandering dient vergoeding van voldoende intensieve psychologische begeleiding en lotgenotencontact te worden opgenomen in zowel de behandeling als het nazorgtraject Daarnaast is er de psychopathologie die ten gunste van de behandeleffectiviteit Ook medicamenteuze ondersteuning van een behandeling voor morbide obese patiënten door bijvoorbeeld sibutramine, orlistat en rimonabant dient nader te worden onderzocht <PERSOON> MPH Over gewicht en hart- en vaatziekten Den Haag Nederlandse Hartstichting, ### Blair S <PERSOON> obese individuals be fit and healthy? <PERSOON> GA, <PERSOON> DH Drug treatment of the overweight <PERSOON> largeness a significant women’s health issue <PERSOON> loss maintenance in severely obese adults after an <PERSOON>, weight and health reconceptualising research and policy <PERSOON> CJ, Palmieri <PERSOON> RP, et al <PERSOON-##> relationship of physical activity and body weight with all-cause mortality Results from the <PERSOON-##> KF, Lindgarde F.
531
nvog
ten aanzien van vergoedingen in de basisverzekering moeten herzien, wil deze chronische aandoening als zodanig kunnen worden behandeld zonder dat de patiënt moet opdraaien voor de Gezien het positieve effect van een goede lichamelijke fitheid op gezondheidsrisico’s en het bewerkstelligen van gewichtshandhaving dient beweegtherapie te worden Gezien het chronische <INSTELLING> van obesitas en met het oog op de gewenste gedragsverandering dient vergoeding van voldoende intensieve psychologische begeleiding en lotgenotencontact te worden opgenomen in zowel de behandeling als het nazorgtraject Daarnaast is er de psychopathologie die ten gunste van de behandeleffectiviteit Ook medicamenteuze ondersteuning van een behandeling voor morbide obese patiënten door bijvoorbeeld sibutramine, orlistat en rimonabant dient nader te worden onderzocht <PERSOON> MPH Over gewicht en hart- en vaatziekten Den Haag Nederlandse Hartstichting, ### Blair S <PERSOON> obese individuals be fit and healthy? <PERSOON> GA, <PERSOON> DH Drug treatment of the overweight <PERSOON> largeness a significant women’s health issue <PERSOON> loss maintenance in severely obese adults after an <PERSOON>, weight and health reconceptualising research and policy <PERSOON> CJ, Palmieri <PERSOON> RP, et al <PERSOON-##> relationship of physical activity and body weight with all-cause mortality Results from the <PERSOON-##> L, et al <PERSOON-##> relation of body mass index, cardiorespiratory fitness and all-cause mortality in <PERSOON-##> C, et al <PERSOON-##> relation of BMI, cardiorespiratory fitness, and all cause mortality in Foster GD, Wadden TA, Phelan S et al Obese patients’ perceptions of treatment outcomes and the factors that Goldstein DJ Beneficial health effects of modest weight loss <PERSOON-##> G,] et al Physical activity in the prevention and treatment of obesity and its comorbidities evidence report of independent panel to assess the role of physical activity in the treatment of obesity and its Hayward LM, Nixon C, <PERSOON-##> process of restructuring and the treatment of obesity in women <PERSOON-##> maintenance what’s missing? <PERSOON-##> GCM van, Leibbrandt AJ, Jakimowicz JJ, et al Bariatric surgery and bariatric psychology general overview <PERSOON-##> EJ Therapeutic fasting in morbid obesity <PERSOON-##> D A study of discrimination within the medical community as viewed by obese patients Knowler WC, Barrett-<PERSOON-##> SE, et al Diabetes prevention program research group Reduction in the Latner JD, Stunkard AJ, <PERSOON-##> GT, <PERSOON-##> perceived effectiveness of continuing care and group support incidence of type # diabetes with lifestyle intervention or metformin.
544
nvog
<PERSOON> L, et al <PERSOON> relation of body mass index, cardiorespiratory fitness and all-cause mortality in <PERSOON> C, et al <PERSOON> relation of BMI, cardiorespiratory fitness, and all cause mortality in Foster GD, Wadden TA, Phelan S et al Obese patients’ perceptions of treatment outcomes and the factors that Goldstein DJ Beneficial health effects of modest weight loss <PERSOON> G,] et al Physical activity in the prevention and treatment of obesity and its comorbidities evidence report of independent panel to assess the role of physical activity in the treatment of obesity and its Hayward LM, Nixon C, <PERSOON> process of restructuring and the treatment of obesity in women <PERSOON> maintenance what’s missing? <PERSOON> GCM van, Leibbrandt AJ, Jakimowicz JJ, et al Bariatric surgery and bariatric psychology general overview <PERSOON> EJ Therapeutic fasting in morbid obesity <PERSOON> D A study of discrimination within the medical community as viewed by obese patients Knowler WC, Barrett-<PERSOON-##> SE, et al Diabetes prevention program research group Reduction in the Latner JD, Stunkard AJ, <PERSOON-##> GT, <PERSOON-##> perceived effectiveness of continuing care and group support incidence of type # diabetes with lifestyle intervention or metformin ##<DATUM> in the long-term self-help treatment of obesity <PERSOON-##>) ###;##(#) ###-## <PERSOON-##> does not work, researchers report University of <PERSOON-##> in American Psychologist, April ### (WEBLINK) <PERSOON-##>’ attitudes toward obese persons and certain ethnic groups Percept Motor Skills NIH## Anonymous Clinical guidelines on the identification, evaluation and treatment of overweight and obesity in adults <PERSOON> evidence report <INSTELLING> National Institute of Health National Heart, Lung and <PERSOON-##> H, et al General practitioners’ and patients’ models of <PERSOON-##> management what patients want from their primary care physicians <PERSOON-##> to the affective consequences of the stigma of overweight <PERSOON-##> a resource for social scientists and practitioner – researchers <PERSOON-##> of change, psychological factors and awareness of physical activity levels <PERSOON-##> EH, Kirschenbaum <PERSOON-##> associated with weight control in older adults <PERSOON-##>-op-<PERSOON-##> EA de, <PERSOON-##> JW Contribution of nursing to.
549
nvog
in the long-term self-help treatment of obesity <PERSOON>) ###;##(#) ###-## <PERSOON> does not work, researchers report University of <PERSOON> in American Psychologist, April ### (WEBLINK) <PERSOON>’ attitudes toward obese persons and certain ethnic groups Percept Motor Skills NIH## Anonymous Clinical guidelines on the identification, evaluation and treatment of overweight and obesity in adults <PERSOON> evidence report <INSTELLING> National Institute of Health National Heart, Lung and <PERSOON> H, et al General practitioners’ and patients’ models of <PERSOON> management what patients want from their primary care physicians <PERSOON> to the affective consequences of the stigma of overweight <PERSOON> a resource for social scientists and practitioner – researchers <PERSOON-##> of change, psychological factors and awareness of physical activity levels <PERSOON-##> EH, Kirschenbaum <PERSOON-##> associated with weight control in older adults <PERSOON-##>-op-<PERSOON-##> EA de, <PERSOON-##> JW Contribution of nursing to <PERSOON-##> AD Improving the use of research evidence in guideline development ## Integrating values and consumer involvement <PERSOON-##> MB, O’<PERSOON-##> bias among health professionals specializing SIGN ## A guideline developers’ handbook <PERSOON-##> KR et al Fitness and fatness as predictors of mortality from all causes and from cardiovascular disease in men and women in the lipid research clinics study <PERSOON-##> effects of obesity, smoking and drinking on medical problems and costs Obesity outranks both smoking and drinking in its deleterious effects on health and health costs <PERSOON-##> JG Finnish diabetes prevention study group Prevention of type # diabetes <PERSOON-##> MM, Dekhuijzen PN, et al Patiëntenparticipatie in mellitus by changes in lifestyle among subjects with impaired glucose tolerance <PERSOON-##> J Med ###;###(##)###-## richtlijnontwikkeling In <LOCATIE> JJE van, et al (red) Evidence-based richtlijnontwikkeling Een leidraad voor de praktijk <LOCATIE> Bohn, Stafleu Van Loghum, ### ##-## Wadden TA, Brownell KD, Foster GD Obesity responding to the global epidemic <PERSOON-##> RL, Hunter GR, <PERSOON-##> RA, Byrne NM, Zuckerman Pa, <PERSOON-##> BE Free-living activity energy expenditure.
563
nvog
Improving the use of research evidence in guideline development ## Integrating values and consumer involvement <PERSOON> MB, O’<PERSOON> bias among health professionals specializing SIGN ## A guideline developers’ handbook <PERSOON> KR et al Fitness and fatness as predictors of mortality from all causes and from cardiovascular disease in men and women in the lipid research clinics study <PERSOON> effects of obesity, smoking and drinking on medical problems and costs Obesity outranks both smoking and drinking in its deleterious effects on health and health costs <PERSOON> JG Finnish diabetes prevention study group Prevention of type # diabetes <PERSOON> MM, Dekhuijzen PN, et al Patiëntenparticipatie in mellitus by changes in lifestyle among subjects with impaired glucose tolerance <PERSOON> J Med ###;###(##)###-## richtlijnontwikkeling In <LOCATIE> JJE van, et al (red) Evidence-based richtlijnontwikkeling Een leidraad voor de praktijk <LOCATIE> Bohn, Stafleu Van Loghum, ### ##-## Wadden TA, Brownell KD, Foster GD Obesity responding to the global epidemic <PERSOON> RL, Hunter GR, <PERSOON> RA, Byrne NM, Zuckerman Pa, <PERSOON-##> BE Free-living activity energy expenditure <PERSOON-##> KR Obesity and physical activity <PERSOON-##> MA, Masheb RM, Rothschild BS, et al Do patients’ unrealistic weight goals have prognostic significance <PERSOON-##> effect of obesity on medical students’ approach to patients with <PERSOON-##> RR, Greeno CG Behavioural and psychosocial aspects of obesity and its treatment Baillieres Clin Endocrin <PERSOON-##> KT, Ragain RM Effects of weight status on the recommendations of and adherence to lifestyle modifications <PERSOON-##>-Mei <PERSOON-##>-Jen S, Mei-<PERSOON-##> weight young adult women’s experiences of being Hoe kan de implementatie van deze richtlijn worden bevorderd? <LOCATIE> vooralsnog niet intensief onderzocht Onderzoek naar de implementatie van standaarden (voor huisartsen) is iets beter beschikbaar Uit deze onderzoeken kunnen conclusies worden getrokken die waarschijnlijk ook relevant zijn voor de implementatie In een onderzoeksrapport Effectieve implementatie theorieën en strategieën zijn belemmerende en bevorderende factoren voor de implementatie van standaarden en richtlijnen overzichtsartikelen met betrekking tot verschillende implementatiestrategieën becommentarieerd (<PERSOON-##> ###, <PERSOON-##> ###) Uit dit onderzoek blijkt dat richtlijnen die worden gemaakt en verspreid door erkende specialisten op dat gebied, die recht doen aan de gangbare praktijk en die ‘interactief’ worden verspreid, relatief succesvol zijn Uiteraard hebben ook vorm en inhoud van een richtlijn belangrijke invloed op de acceptatie van de richtlijn en – na acceptatie – op de Ideale richtlijnen zijn valide, betrouwbaar, reproduceerbaar, multidisciplinair, toepasbaar.
600
nvog
Clin Nutr ###;##(#) ##<DATUM> Westerterp KR Obesity and physical activity <PERSOON> MA, Masheb RM, Rothschild BS, et al Do patients’ unrealistic weight goals have prognostic significance <PERSOON> effect of obesity on medical students’ approach to patients with <PERSOON> RR, Greeno CG Behavioural and psychosocial aspects of obesity and its treatment Baillieres Clin Endocrin <PERSOON> KT, Ragain RM Effects of weight status on the recommendations of and adherence to lifestyle modifications <PERSOON>-Mei <PERSOON>-Jen S, Mei-<PERSOON> weight young adult women’s experiences of being Hoe kan de implementatie van deze richtlijn worden bevorderd? <LOCATIE> vooralsnog niet intensief onderzocht Onderzoek naar de implementatie van standaarden (voor huisartsen) is iets beter beschikbaar Uit deze onderzoeken kunnen conclusies worden getrokken die waarschijnlijk ook relevant zijn voor de implementatie In een onderzoeksrapport Effectieve implementatie theorieën en strategieën zijn belemmerende en bevorderende factoren voor de implementatie van standaarden en richtlijnen overzichtsartikelen met betrekking tot verschillende implementatiestrategieën becommentarieerd (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Uit dit onderzoek blijkt dat richtlijnen die worden gemaakt en verspreid door erkende specialisten op dat gebied, die recht doen aan de gangbare praktijk en die ‘interactief’ worden verspreid, relatief succesvol zijn Uiteraard hebben ook vorm en inhoud van een richtlijn belangrijke invloed op de acceptatie van de richtlijn en – na acceptatie – op de Ideale richtlijnen zijn valide, betrouwbaar, reproduceerbaar, multidisciplinair, toepasbaar Verder is bevorderlijk voor de kwaliteit van een richtlijn dat een testtraject voor implementatie wordt uitgezet, dat de uitvoering ervan evalueerbaar is en op basis daarvan aanpasbaar is Van belang is tevens dat in de richtlijn, waar relevant, behalve aan het zorgverlenerperspectief ook aandacht wordt geschonken aan het patiëntperspectief en aan het maatschappelijk perspectief (bijvoorbeeld kosten en organisatie van zorg) Ten slotte is het van belang dat de richtlijn na implementatie ook daadwerkelijk wordt geëvalueerd en, indien nodig, aangepast aan nieuwe inzichten Een instrument ter controle van deze items is beschikbaar (AGREE-instrument) De richtlijn Diagnostiek en behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen is zo veel mogelijk opgesteld aan de hand van deze AGREE-criteria De richtlijn is transparant in de argumentatie wat betreft de balans tussen wetenschappelijke overwegingen en overige overwegingen, zoals praktijkorganisatie, patiëntwensen en voorkeuren en maatschappijbelang Naast een intrinsiek optimaal opgestelde richtlijn kunnen diverse maatregelen de implementatie van de richtlijn bevorderen De belangrijkste conclusies ten aanzien van de effectiviteit van implementatiestrategieën van richtlijnen zijn (NHS ###, Bero ###, • Voor optimale implementatie van de richtlijn moet aandacht worden besteed aan factoren die naleving van de richtlijn kunnen bevorderen of belemmeren (per doelgroep of setting); een goede analyse van deze bevorderende en belemmerende • Er bestaat geen een-op-een-relatie tussen de theorieën over de implementatie en de • Het is onmogelijk om één optimale interventie (enkelvoudig of samengesteld) aan te bevelen voor het bevorderen van implementatie van vernieuwing of verandering Implementatie richtlijn Behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen.
610
nvog
kwaliteit van een richtlijn dat een testtraject voor implementatie wordt uitgezet, dat de uitvoering ervan evalueerbaar is en op basis daarvan aanpasbaar is Van belang is tevens dat in de richtlijn, waar relevant, behalve aan het zorgverlenerperspectief ook aandacht wordt geschonken aan het patiëntperspectief en aan het maatschappelijk perspectief (bijvoorbeeld kosten en organisatie van zorg) Ten slotte is het van belang dat de richtlijn na implementatie ook daadwerkelijk wordt geëvalueerd en, indien nodig, aangepast aan nieuwe inzichten Een instrument ter controle van deze items is beschikbaar (AGREE-instrument) De richtlijn Diagnostiek en behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen is zo veel mogelijk opgesteld aan de hand van deze AGREE-criteria De richtlijn is transparant in de argumentatie wat betreft de balans tussen wetenschappelijke overwegingen en overige overwegingen, zoals praktijkorganisatie, patiëntwensen en voorkeuren en maatschappijbelang Naast een intrinsiek optimaal opgestelde richtlijn kunnen diverse maatregelen de implementatie van de richtlijn bevorderen De belangrijkste conclusies ten aanzien van de effectiviteit van implementatiestrategieën van richtlijnen zijn (NHS ###, Bero ###, • Voor optimale implementatie van de richtlijn moet aandacht worden besteed aan factoren die naleving van de richtlijn kunnen bevorderen of belemmeren (per doelgroep of setting); een goede analyse van deze bevorderende en belemmerende • Er bestaat geen een-op-een-relatie tussen de theorieën over de implementatie en de • Het is onmogelijk om één optimale interventie (enkelvoudig of samengesteld) aan te bevelen voor het bevorderen van implementatie van vernieuwing of verandering Implementatie richtlijn Behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen moeten worden geïmplementeerd Wel wil zij in deze beknopte bijdrage een aantal voorstellen ter bevordering van de implementatie doen De volgende activiteiten zijn reeds ondernomen of in gang gezet ter bevordering van de • Het gebruik van de richtlijn wordt vergemakkelijkt door stroomdiagrammen voor diagnostiek en behandeling en een samenvatting van de richtlijn op te nemen in het begin van de publicatie Deze samenvatting en stroomdiagrammen zullen tevens • De richtlijn zal zo intensief mogelijk worden verspreid onder de leden van de verschillende beroepsverenigingen • Informatie over de richtlijn zal worden verstrekt in publicaties in het Nederlands • De Medisch Wetenschappelijke Raad van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO zal jaarlijks de inhoud van de richtlijn toetsen en beoordelen • De richtlijn komt integraal op het internet op de website van het CBO ((WEBLINK)) Waar mogelijk wordt de richtlijn gepubliceerd op de websites van de betrokken wetenschappelijke verenigingen De werkgroep stelt de volgende activiteiten voor ter bevordering van de implementatie • presentatie van de aanbevelingen van de richtlijn op wetenschappelijke bijeenkomsten van betrokken beroepsorganisaties; op eerstkomende wetenschappelijke jaarvergaderingen van de deelnemende verenigingen de bespreking van de richtlijn agenderen om ‘startproblemen’ met de richtlijn ontwikkeling en gebruik van hulpmiddelen voor de implementatie van de richtlijn in de werkgroep adviseert – waar relevant – delen van de richtlijn om te zetten in protocollen, rekening houdend met lokale omstandigheden; regelmatige evaluatie van de voortgang in implementatie en navolging van de.
568
nvog
Wel wil zij in deze beknopte bijdrage een aantal voorstellen ter bevordering van de implementatie doen De volgende activiteiten zijn reeds ondernomen of in gang gezet ter bevordering van de • Het gebruik van de richtlijn wordt vergemakkelijkt door stroomdiagrammen voor diagnostiek en behandeling en een samenvatting van de richtlijn op te nemen in het begin van de publicatie Deze samenvatting en stroomdiagrammen zullen tevens • De richtlijn zal zo intensief mogelijk worden verspreid onder de leden van de verschillende beroepsverenigingen • Informatie over de richtlijn zal worden verstrekt in publicaties in het Nederlands • De Medisch Wetenschappelijke Raad van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO zal jaarlijks de inhoud van de richtlijn toetsen en beoordelen • De richtlijn komt integraal op het internet op de website van het CBO ((WEBLINK)) Waar mogelijk wordt de richtlijn gepubliceerd op de websites van de betrokken wetenschappelijke verenigingen De werkgroep stelt de volgende activiteiten voor ter bevordering van de implementatie • presentatie van de aanbevelingen van de richtlijn op wetenschappelijke bijeenkomsten van betrokken beroepsorganisaties; op eerstkomende wetenschappelijke jaarvergaderingen van de deelnemende verenigingen de bespreking van de richtlijn agenderen om ‘startproblemen’ met de richtlijn ontwikkeling en gebruik van hulpmiddelen voor de implementatie van de richtlijn in de werkgroep adviseert – waar relevant – delen van de richtlijn om te zetten in protocollen, rekening houdend met lokale omstandigheden; regelmatige evaluatie van de voortgang in implementatie en navolging van de De werkgroep is van mening dat de uitvoering van de in dit hoofdstuk genoemde initiatieven en voorstellen zal bijdragen aan implementatie van deze richtlijn en daardoor aan een verbetering van de kwaliteit van zorg <PERSOON> JM, <PERSOON> AD, Thomson MA Closing the gap between research and practice an overview of systematic reviews of interventions to promote the implementation of research findings <PERSOON> Cochrane Effective Practice and Organization of Care Review Group BMJ ###;#<DATUM> # Gezondheidsraad Van Implementeren naar leren; het belang van tweerichtingsverkeer tussen praktijk en weten- <PERSOON> and validation of an international appraisal instrument for assessing the quality schap in de gezondheidszorg Den Haag Gezondheidsraad, ###, publicatie nr ###/## of clinical practice guidelines the AGREE project Quality Safety Health Care ###;##(#) ##-## (WEBLINK) <PERSOON> J, <PERSOON> of clinical guidelines that influence use of guidelines in general practice observational study <PERSOON> best evidence to best practice effective implementation of change in patients’ care <PERSOON> implementatie Theorieën en strategieën <LOCATIE> Werkgroep NHS centre for reviews and dissemination Getting evidence into practice Effect Health Care ### (feb) <PERSOON> and combined strategies for implementing changes in primary care.
546
nvog
<DATUM> (eerdere updates <DATUM> De werkgroep heeft de grootst mogelijke zorg besteed aan de inhoud van dit standpunt Desondanks accepteert zij geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden in dit document, voor enigerlei schade of voor andersoortige gevolgen die voortvloeien uit of hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enige andere manier, echter uitsluitend na voorafgaande toestemming van de uitgever Toestemming voor gebruik van <PERSOON>, AIOS, Erasmus MC, NVOG <PERSOON>, <INSTELLING>, NVOG <PERSOON> S <PERSOON>, medisch bioloog, senior beleidsadviseur infectieziekten, <INSTELLING> <PERSOON>, AIOS, Erasmus MC, NVOG <PERSOON>, deskundige Infectiepreventie, Spaarne Gasthuis, VHIG <PERSOON>, verloskundige, KNOV <PERSOON>, gynaecoloog, Erasmus MC, NVOG <PERSOON> J M (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, verloskundige, <LOCATIE> <INSTELLING>, KNOV <PERSOON-##>, gynaecoloog, <INSTELLING>, NVOG Sinds <DATUM> is in ons land begonnen met vaccinatie tegen COVID-## met het PfizerBioNtech mRNA-vaccin en het Moderna mRNA-vaccin Sinds <DATUM> is ook het AstraZeneca-vaccin beschikbaar en sinds <DATUM> het <PERSOON-##>-vaccin Onderstaande adviezen gelden alleen voor deze momenteel in <LOCATIE> gebruikte vaccins Bij introductie van andere vaccins zal dit standpunt worden gereviseerd De Amerikaanse en Engelse wetenschappelijke verenigingen van gynaecologen (American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG) en Royal College of Obstetricians and Gynaecologists (RCOG)) hebben bij het begin van de vaccinaties een advies gepubliceerd over de vaccinatie met deze vaccins tijdens en rondom de zwangerschap Waar de ACOG vanaf het begin van de vaccinaties het algemene advies gaf om alle zwangere vrouwen te vaccineren, omdat zwangerschap een relatief hoog risico vormt voor ernstige of kritische COVID-##, adviseerde de RCOG in eerste instantie om niet routinematig alle zwangere vrouwen te vaccineren maar dit te beperken tot kwetsbare zwangere vrouwen met onderliggende ernstige aandoeningen Per <DATUM> adviseert nu ook de RCOG om alle zwangere vrouwen te vaccineren met één van de mRNA-vaccins Dit is gebaseerd op het feit dat inmiddels in de Verenigde Staten ## ### zwangere vrouwen zijn gevaccineerd met deze Een tweede argument is de overtuiging dat zwangere vrouwen met COVID-## een groter risico hebben op het ontwikkelen van ernstige en kritieke COVID-## dan niet zwangere vrouwen, hoewel de absolute kans op het ontwikkelen van ernstige en kritieke COVID-## voor zwangere vrouwen nog steeds klein is Dit blijkt ook uit cijfers van de Nederlandse System (NethOSS)) Uit de NethOSS-gegevens volgt eveneens dat bepaalde zwangere vrouwen meer risico lijken te hebben op ernstige of kritische SARS-CoV-#-infectie, dit geldt voor vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar, met (morbide) obesitas, met ernstige onderliggende Een derde argument is meer bescherming van het kind door de passage van antistoffen over de placenta naar het kind na vaccinatie van de moeder.
578
nvog
Obstetricians and Gynecologists (ACOG) en Royal College of Obstetricians and Gynaecologists (RCOG)) hebben bij het begin van de vaccinaties een advies gepubliceerd over de vaccinatie met deze vaccins tijdens en rondom de zwangerschap Waar de ACOG vanaf het begin van de vaccinaties het algemene advies gaf om alle zwangere vrouwen te vaccineren, omdat zwangerschap een relatief hoog risico vormt voor ernstige of kritische COVID-##, adviseerde de RCOG in eerste instantie om niet routinematig alle zwangere vrouwen te vaccineren maar dit te beperken tot kwetsbare zwangere vrouwen met onderliggende ernstige aandoeningen Per <DATUM> adviseert nu ook de RCOG om alle zwangere vrouwen te vaccineren met één van de mRNA-vaccins Dit is gebaseerd op het feit dat inmiddels in de Verenigde Staten ## ### zwangere vrouwen zijn gevaccineerd met deze Een tweede argument is de overtuiging dat zwangere vrouwen met COVID-## een groter risico hebben op het ontwikkelen van ernstige en kritieke COVID-## dan niet zwangere vrouwen, hoewel de absolute kans op het ontwikkelen van ernstige en kritieke COVID-## voor zwangere vrouwen nog steeds klein is Dit blijkt ook uit cijfers van de Nederlandse System (NethOSS)) Uit de NethOSS-gegevens volgt eveneens dat bepaalde zwangere vrouwen meer risico lijken te hebben op ernstige of kritische SARS-CoV-#-infectie, dit geldt voor vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar, met (morbide) obesitas, met ernstige onderliggende Een derde argument is meer bescherming van het kind door de passage van antistoffen over de placenta naar het kind na vaccinatie van de moeder veilig in de zwangerschap toe te passen Het COVID-## vaccin van AstraZeneca en <PERSOON> lijkt op deze vaccins Van deze beide vaccins is op dit moment nog onvoldoende bekend over de veiligheid bij zwangere vrouwen De inmiddels bekende zeldzame bijwerkingen van trombose en trombocytopenie komen mogelijk vooral bij jonge vrouwen voor Het AstraZeneca-vaccin wordt sinds <DATUM> daarom alleen nog toegediend bij personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar vanwege de mogelijk ernstige bijwerkingen bij personen jonger dan <LEEFTIJD> jaar Dit vaccin is derhalve niet (meer) geschikt om tijdens de zwangerschap toe te passen Voor het vaccin van <PERSOON> is op dit moment nog onvoldoende duidelijk over deze risico’s De vaccins van Pfizer-BioNtech en Moderna tegen COVID-## zijn daarentegen mRNAvaccins, een nieuw type vaccin Op basis van het werkingsmechanisme en de inmiddels verkregen data over deze vaccins, bestaan er geen redenen om aan te nemen dat de vaccins tegen COVID-## schadelijk zouden zijn bij gebruik in de zwangerschap Omdat het aannemelijk is dat de vaccins, net zoals andere niet levende vaccins, niet in de borstvoeding terechtkomen, ziet de Gezondheidsraad geen bezwaren voor vaccinatie bij De werkgroep sluit zich bij de adviezen van de ACOG en RCOG aan en komt tot de volgende overweging nemende, de volgende adviezen geformuleerd over vaccinatie tegen COVID-## De werkgroep adviseert gezonde zwangere vrouwen routinematig te vaccineren wanneer ze volgens de landelijke vaccinatiestrategie daarvoor in aanmerking komen De werkgroep adviseert met nadruk aan vrouwen met onderliggende ernstige ziekten die volgens de landelijke vaccinatiestrategie voor vaccinatie in aanmerking komen,.
589
nvog
passen Het COVID-## vaccin van AstraZeneca en <PERSOON> lijkt op deze vaccins Van deze beide vaccins is op dit moment nog onvoldoende bekend over de veiligheid bij zwangere vrouwen De inmiddels bekende zeldzame bijwerkingen van trombose en trombocytopenie komen mogelijk vooral bij jonge vrouwen voor Het AstraZeneca-vaccin wordt sinds <DATUM> daarom alleen nog toegediend bij personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar vanwege de mogelijk ernstige bijwerkingen bij personen jonger dan <LEEFTIJD> jaar Dit vaccin is derhalve niet (meer) geschikt om tijdens de zwangerschap toe te passen Voor het vaccin van <PERSOON> is op dit moment nog onvoldoende duidelijk over deze risico’s De vaccins van Pfizer-BioNtech en Moderna tegen COVID-## zijn daarentegen mRNAvaccins, een nieuw type vaccin Op basis van het werkingsmechanisme en de inmiddels verkregen data over deze vaccins, bestaan er geen redenen om aan te nemen dat de vaccins tegen COVID-## schadelijk zouden zijn bij gebruik in de zwangerschap Omdat het aannemelijk is dat de vaccins, net zoals andere niet levende vaccins, niet in de borstvoeding terechtkomen, ziet de Gezondheidsraad geen bezwaren voor vaccinatie bij De werkgroep sluit zich bij de adviezen van de ACOG en RCOG aan en komt tot de volgende overweging nemende, de volgende adviezen geformuleerd over vaccinatie tegen COVID-## De werkgroep adviseert gezonde zwangere vrouwen routinematig te vaccineren wanneer ze volgens de landelijke vaccinatiestrategie daarvoor in aanmerking komen De werkgroep adviseert met nadruk aan vrouwen met onderliggende ernstige ziekten die volgens de landelijke vaccinatiestrategie voor vaccinatie in aanmerking komen, Vrouwen met chronische luchtweg- of longproblemen die onder behandeling van Chronische hartpatiënten die daardoor in aanmerking komen voor een griepprik; Vrouwen met diabetes die slecht ingesteld zijn en/of met complicaties; Vrouwen met een nierziekte die moeten dialyseren of wachten op een Vrouwen met een verminderde weerstand tegen infecties doordat zij medicijnen stamceltransplantatie hebben ondergaan Vrouwen die een bloedziekte hebben Vrouwen met een verminderde weerstand doordat ze weerstandverlagende medicijnen nemen Kankerpatiënten tijdens of binnen drie maanden na Bij vaccinatie van zwangere vrouwen wordt aanbevolen om hen te stimuleren tot deelname aan Moeders van Morgen ((WEBLINK)) van Bijwerkingencentrum Lareb Hierdoor wordt de ervaring met het Het is aan te bevelen dat een zwangere vrouw met een onderliggend lijden die volgens de landelijke vaccinatiestrategie in aanmerking komt voor vaccinatie hierover een besluit neemt na counseling en in samenspraak met de hoofdbehandelaar van het onderliggend lijden Het meest actuele overzicht van de risicogroepen wordt gepubliceerd op de website van het <INSTELLING> waarvoor zij behandeling nodig hebben van een arts Vrouwen die geen milt hebben, of een milt die niet functioneert, lopen geen extra risico op ernstige Zwangere vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar en/of met een migratie-achtergrond De werkgroep ziet geen bezwaar tegen vaccinatie van mannen of vrouwen in de Hoewel de werkgroep bij voorkeur vaccinatie na het #e trimester voorstaat, ziet zij vooralsnog geen bezwaar tegen vaccinatie in het #e trimester en neemt zij aan dat toediening in deze fase van de zwangerschap ook veilig is.
561
nvog
Van herhaalde miskraam (vroeger habituele abortus) wordt gesproken wanneer een vrouw met haar partner(s) twee of meer geobjectiveerde miskramen heeft doorgemaakt Deze miskramen hoeven niet obligaat opeenvolgend plaatsgevonden te hebben, terwijl een extra-uteriene, mola- en biochemische zwangerschap niet meetellen Deze richtlijn heeft betrekking op miskramen tot een zwangerschapsduur van ## weken (bewijskracht D) Bij een vroege miskraam zijn veelal embryonale factoren in het spel, terwijl bij de late miskraam de kans groter is dat maternale factoren een rol spelen Naar schatting maakt #% van de vrouwen drie klinisch herkenbare miskramen door Indien vrouwen met # miskramen in de definitie betrokken worden, betreft het ongeveer #% van de vrouwen met kinderwens# Bij ongeveer de helft van de paren met herhaalde miskraam speelt een onderliggende oorzaak of risicofactor Zonder twijfel is de maternale leeftijd de sterkste risicofactor voor het krijgen van een miskraam, waarbij deze kans ± #% bedraagt voor vrouwen tussen ## en <LEEFTIJD> jaar, maar oploopt tot )##% voor vrouwen van <LEEFTIJD> jaar en zelfs tot ##% voor <LEEFTIJD>-jarige vrouwen [#] De invloed van de leeftijdsgebonden voorafkans op het risico om meerdere miskramen door te maken dat hieruit volgt, is evident Het is dan ook redelijk om bij de vraag of aanvullend onderzoek gedaan moet worden bij een paar met herhaalde miskraam, de maternale leeftijd te In deze richtlijn zullen een aantal risicofactoren aan de orde komen die geassocieerd worden met herhaalde miskraam cytogenetische, endocriene en uteriene factoren, het antifosfolipidensyndroom en trombofilie, hyperhomocysteïnemie en leefgewoonten Ook zullen de mogelijke therapeutische maatregelen besproken Op basis van de gegevens die voorhanden zijn omtrent de diagnostische en therapeutische maatregelen Mogelijke risicofactoren waarvan nog onvoldoende duidelijk is of ze geassocieerd zijn met herhaalde miskraam en die geen consequenties hebben voor de dagelijkse praktijk, zoals bijvoorbeeld HLA-typering en Genoemde richtlijn staat sinds ### vertaald / samengevat op de site van de AHRQ National Guideline De prevalentie van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking in de algemene populatie is #,#% op paarniveau Na één, twee en drie miskramen stijgt de prevalentie naar respectievelijk #,#%, #,#% en #,#%<DATUM> In de vorige richtlijn uit ### werd geadviseerd karyotypering aan te bieden na twee miskramen Inmiddels is een meer gedifferentieerd beleid mogelijk waarbij afgezien wordt van karyotypering in een laagrisicogroep naast het aantal miskramen is de kans op dragerschap van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking mede afhankelijk van de maternale leeftijd waarop de tweede miskraam plaatsvond en het al dan niet optreden van twee of meer miskramen bij ouders, zussen en broers van het paar met herhaalde miskraam# (bewijskrachtniveau B) Het verdient aanbeveling karyotypering te verrichten aan de hand van tabel # Dit betekent dat aan alle vrouwen met een leeftijd tot <LEEFTIJD> jaar ten tijde van de tweede miskraam (dit geldt ook voor vrouwen met meer miskramen) karyotypering wordt aangeboden Bij vrouwen met een leeftijd van ## tot <LEEFTIJD> jaar ten tijde van de tweede miskraam dient karyotypering aangeboden te.
595
nvog
Ook zullen de mogelijke therapeutische maatregelen besproken Op basis van de gegevens die voorhanden zijn omtrent de diagnostische en therapeutische maatregelen Mogelijke risicofactoren waarvan nog onvoldoende duidelijk is of ze geassocieerd zijn met herhaalde miskraam en die geen consequenties hebben voor de dagelijkse praktijk, zoals bijvoorbeeld HLA-typering en Genoemde richtlijn staat sinds ### vertaald / samengevat op de site van de AHRQ National Guideline De prevalentie van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking in de algemene populatie is #,#% op paarniveau Na één, twee en drie miskramen stijgt de prevalentie naar respectievelijk #,#%, #,#% en #,#%<DATUM> In de vorige richtlijn uit ### werd geadviseerd karyotypering aan te bieden na twee miskramen Inmiddels is een meer gedifferentieerd beleid mogelijk waarbij afgezien wordt van karyotypering in een laagrisicogroep naast het aantal miskramen is de kans op dragerschap van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking mede afhankelijk van de maternale leeftijd waarop de tweede miskraam plaatsvond en het al dan niet optreden van twee of meer miskramen bij ouders, zussen en broers van het paar met herhaalde miskraam# (bewijskrachtniveau B) Het verdient aanbeveling karyotypering te verrichten aan de hand van tabel # Dit betekent dat aan alle vrouwen met een leeftijd tot <LEEFTIJD> jaar ten tijde van de tweede miskraam (dit geldt ook voor vrouwen met meer miskramen) karyotypering wordt aangeboden Bij vrouwen met een leeftijd van ## tot <LEEFTIJD> jaar ten tijde van de tweede miskraam dient karyotypering aangeboden te miskramen bij eerstegraads familieleden, dus ouders, broers en/of zussen (tabel #) Bij vrouwen met een leeftijd van <LEEFTIJD> jaar en ouder ten tijde van de tweede miskraam kan van karyotypering worden afgezien, Indien bij karyotypering dragerschap van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking wordt vastgesteld bij een of beide ouders, is er een indicatie voor verwijzing naar een klinisch geneticus# Tijdens het gesprek met de klinisch geneticus zullen individuele kansen aan de orde komen, en zal prenatale diagnostiek in een volgende zwangerschap worden aangeboden Bij vastgesteld dragerschap is de kans op een levendgeboren kind met een ongebalanceerde structurele chromosoomafwijking zeer klein Uit cohortstudies is gebleken dat bij zwangerschappen van dragers van een structurele chromosoomafwijking in slechts vijf gevallen een ongebalanceerd karyotype werd vastgesteld op een totaal van ### zwangerschappen (#,#%)<DATUM> # Alle paren met dragerschap van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking dienen geïnformeerd te worden over de relatief hoge kans op een gezond kind in een volgende zwangerschap de kans op een levendgeborene in de eerstvolgende zwangerschap bedraagt ##% en loopt op tot ##% bij meer Tabel # Kans op dragerschap van een structurele chromosoomafwijking bij paren met twee of meer Grijze arcering paren met een kans op dragerschap (<DATUM> incidentie (= incidentie van dragerschap onder paren met slechts één miskraam; karyotypering kan hierbij achterwege worden gelaten) HMbz =een voorgeschiedenis van ≥ # miskramen bij een broer of zus van een van de partners, HMouders = een voorgeschiedenis van ≥ # miskramen bij ouders van een van de partners, ≥ # miskr = een voorgeschiedenis.
608
nvog
Bij vrouwen met een leeftijd van <LEEFTIJD> jaar en ouder ten tijde van de tweede miskraam kan van karyotypering worden afgezien, Indien bij karyotypering dragerschap van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking wordt vastgesteld bij een of beide ouders, is er een indicatie voor verwijzing naar een klinisch geneticus# Tijdens het gesprek met de klinisch geneticus zullen individuele kansen aan de orde komen, en zal prenatale diagnostiek in een volgende zwangerschap worden aangeboden Bij vastgesteld dragerschap is de kans op een levendgeboren kind met een ongebalanceerde structurele chromosoomafwijking zeer klein Uit cohortstudies is gebleken dat bij zwangerschappen van dragers van een structurele chromosoomafwijking in slechts vijf gevallen een ongebalanceerd karyotype werd vastgesteld op een totaal van ### zwangerschappen (#,#%)<DATUM> # Alle paren met dragerschap van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking dienen geïnformeerd te worden over de relatief hoge kans op een gezond kind in een volgende zwangerschap de kans op een levendgeborene in de eerstvolgende zwangerschap bedraagt ##% en loopt op tot ##% bij meer Tabel # Kans op dragerschap van een structurele chromosoomafwijking bij paren met twee of meer Grijze arcering paren met een kans op dragerschap (<DATUM> incidentie (= incidentie van dragerschap onder paren met slechts één miskraam; karyotypering kan hierbij achterwege worden gelaten) HMbz =een voorgeschiedenis van ≥ # miskramen bij een broer of zus van een van de partners, HMouders = een voorgeschiedenis van ≥ # miskramen bij ouders van een van de partners, ≥ # miskr = een voorgeschiedenis ≥ # miskr = een voorgeschiedenis van ≥ # miskramen bij het paar IVF met PGD is een behandelmogelijkheid wanneer de man of vrouw drager is van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking## De patiënt dient hierover geïnformeerd te worden door de gynaecoloog of klinisch geneticus In <LOCATIE> wordt deze mogelijkheid geboden in het <INSTELLING>, en bestaat in het <INSTELLING> en het <INSTELLING> <LOCATIE> de mogelijkheid tot transport PGD in samenwerking met het <INSTELLING> Men dient zich bij paren met herhaalde miskraam te realiseren dat het voor PGD nodig is bij vruchtbare paren IVF toe te passen met de inherente fysieke en psychische belasting, en de relatief lage kans op zwangerschap na IVF## Bij paren waarvan een van beiden drager is van een translocatie rapporteerde het ESHRE-Consortium zwangerschapskansen tussen ##-##% per eicelpunctie## Deze relatief lage cijfers zijn deels te verklaren door het geringe aantal embryo's dat beschikbaar is voor terugplaatsing na toepassing van PGD bij deze indicatie Er zijn geen uitkomsten bekend van RCT's die de effectiviteit van PGD bij paren met herhaalde miskraam vaststellen Vooral dragerparen die al veel zwangerschappen in een miskraam hebben zien eindigen of een ongewenste subfertiliteit hebben zullen IVF-PGD overwegen Een mogelijke rol voor IVF in combinatie met PGS is in de afgelopen jaren geopperd bij paren met herhaalde miskraam Bij PGS worden embryo's onderzocht op een aantal chromosoomafwijkingen Anders dan bij.
585
nvog
# miskr = een voorgeschiedenis van ≥ # miskramen bij het paar IVF met PGD is een behandelmogelijkheid wanneer de man of vrouw drager is van een gebalanceerde structurele chromosoomafwijking## De patiënt dient hierover geïnformeerd te worden door de gynaecoloog of klinisch geneticus In <LOCATIE> wordt deze mogelijkheid geboden in het <INSTELLING>, en bestaat in het <INSTELLING> en het <INSTELLING> <LOCATIE> de mogelijkheid tot transport PGD in samenwerking met het <INSTELLING> Men dient zich bij paren met herhaalde miskraam te realiseren dat het voor PGD nodig is bij vruchtbare paren IVF toe te passen met de inherente fysieke en psychische belasting, en de relatief lage kans op zwangerschap na IVF## Bij paren waarvan een van beiden drager is van een translocatie rapporteerde het ESHRE-Consortium zwangerschapskansen tussen ##-##% per eicelpunctie## Deze relatief lage cijfers zijn deels te verklaren door het geringe aantal embryo's dat beschikbaar is voor terugplaatsing na toepassing van PGD bij deze indicatie Er zijn geen uitkomsten bekend van RCT's die de effectiviteit van PGD bij paren met herhaalde miskraam vaststellen Vooral dragerparen die al veel zwangerschappen in een miskraam hebben zien eindigen of een ongewenste subfertiliteit hebben zullen IVF-PGD overwegen Een mogelijke rol voor IVF in combinatie met PGS is in de afgelopen jaren geopperd bij paren met herhaalde miskraam Bij PGS worden embryo's onderzocht op een aantal chromosoomafwijkingen Anders dan bij Het toepassen van IVF-PGS zou de kans op implantatie van een chromosomaal normaal embryo verhogen IVF-PGS wordt in centra buiten <LOCATIE> toegepast bij paren met herhaalde miskraam, maar niet in <LOCATIE> IVF-PGS is een dure, invasieve techniek hetgeen men zich dient te realiseren bij toepassing bij vruchtbare paren, zoals paren met herhaalde miskraam Verder is de betrouwbaarheid beperkt door het Er zijn geen RCT's gepubliceerd die de kans op een doorgaande zwangerschap met en zonder IVF-PGS vergelijken bij paren met herhaalde miskraam## Momenteel zijn er weinig data beschikbaar over IVF-PGS vanwege herhaalde miskraam en de data die er zijn wijzen op betrekkelijk lage zwangerschapscijfers (##% per eicelpunctie / ##% per embryotransfer)## Indien IVF-PGS wordt toegepast bij jonge vrouwen met herhaalde miskraam, blijkt dat ##-##% van de embryo's aneuploïdie vertoont## ## ## Omdat vrouwen met herhaalde miskraam, afhankelijk van de leeftijd van de vrouw, een hoge kans hebben dat een volgende graviditeit een doorgaande zwangerschap betreft, biedt IVF-PGS momenteel geen toegevoegde waarde bij de Chromosoomafwijkingen van het zwangerschapsproduct kunnen worden vastgesteld bij ten minste de helft van de vroege miskramen# ## Het betreft vooral numerieke chromosoomafwijkingen (##%) zoals trisomie, polyploïdie en monosomie X, en daarnaast structurele chromosoomafwijkingen (#%) en andere afwijkingen De frequentie en onderverdeling van cytogenetisch afwijkend miskraamweefsel van paren met herhaalde miskraam verschilt niet van die van een ongeselecteerde populatie met een sporadische miskraam## geconstateerd worden na een miskraam geen verhoogd herhalingsrisico hebben, voegt het karyotyperen van het zwangerschapsproduct niets toe aan het achterhalen van onderliggende factoren van een miskraam en is.
608
nvog
embryo verhogen IVF-PGS wordt in centra buiten <LOCATIE> toegepast bij paren met herhaalde miskraam, maar niet in <LOCATIE> IVF-PGS is een dure, invasieve techniek hetgeen men zich dient te realiseren bij toepassing bij vruchtbare paren, zoals paren met herhaalde miskraam Verder is de betrouwbaarheid beperkt door het Er zijn geen RCT's gepubliceerd die de kans op een doorgaande zwangerschap met en zonder IVF-PGS vergelijken bij paren met herhaalde miskraam## Momenteel zijn er weinig data beschikbaar over IVF-PGS vanwege herhaalde miskraam en de data die er zijn wijzen op betrekkelijk lage zwangerschapscijfers (##% per eicelpunctie / ##% per embryotransfer)## Indien IVF-PGS wordt toegepast bij jonge vrouwen met herhaalde miskraam, blijkt dat ##-##% van de embryo's aneuploïdie vertoont## ## ## Omdat vrouwen met herhaalde miskraam, afhankelijk van de leeftijd van de vrouw, een hoge kans hebben dat een volgende graviditeit een doorgaande zwangerschap betreft, biedt IVF-PGS momenteel geen toegevoegde waarde bij de Chromosoomafwijkingen van het zwangerschapsproduct kunnen worden vastgesteld bij ten minste de helft van de vroege miskramen# ## Het betreft vooral numerieke chromosoomafwijkingen (##%) zoals trisomie, polyploïdie en monosomie X, en daarnaast structurele chromosoomafwijkingen (#%) en andere afwijkingen De frequentie en onderverdeling van cytogenetisch afwijkend miskraamweefsel van paren met herhaalde miskraam verschilt niet van die van een ongeselecteerde populatie met een sporadische miskraam## geconstateerd worden na een miskraam geen verhoogd herhalingsrisico hebben, voegt het karyotyperen van het zwangerschapsproduct niets toe aan het achterhalen van onderliggende factoren van een miskraam en is miskraam De lage progesteronwaarden die gevonden worden in zwangerschappen die eindigen in een miskraam zijn waarschijnlijk het gevolg van de al afwijkende zwangerschap, en niet de oorzaak ervan Er zijn aanwijzingen dat bij vrouwen met een herhaalde miskraam na toediening van progesteron minder miskramen optreden vergeleken met toediening van een placebo of geen behandeling (OR #,##, ##%-BI #,##-#,##) Deze trials zijn echter van onvoldoende omvang en stammen uit een tijd waarin niet volgens de huidige norm gerandomiseerd werd, zodat de bevindingen in grotere groepen vrouwen bevestigd dienen te worden## (bewijskrachtniveau B) Er is onderzoek verricht naar de vraag of bij vrouwen met een herhaalde miskraam na toediening van hCG het risico op een miskraam afneemt vergeleken met toediening van een placebo of geen behandeling Uit een analyse van vier gerandomiseerde trials leek hCG-toediening de kans op miskraam te verkleinen (OR #,##, ##%-BI #,##-#,##), maar deze conclusie is vooral gebaseerd op de resultaten van twee methodologisch zwakke studies## (bewijskrachtniveau B) De twee methodologisch betere studies toonden geen verschil in miskraamrisico Concluderend is er momenteel bij een zwangerschap na een herhaalde miskraam onvoldoende bewijs om behandeling met progesteron of hCG te rechtvaardigen De prevalentie van schildklierafwijkingen bij vrouwen met een herhaalde miskraam is laag (<DATUM> )## ## (bewijskrachtniveau C) Schildklierafwijkingen komen niet vaker voor bij vrouwen met een herhaalde miskraam dan in de algemene populatie## (bewijskrachtniveau C) Onderzoek naar de schildklierfunctie vanwege een In casecontrol-studies is een verhoogd risico op herhaalde miskraam gevonden bij vrouwen met.
637
nvog
die gevonden worden in zwangerschappen die eindigen in een miskraam zijn waarschijnlijk het gevolg van de al afwijkende zwangerschap, en niet de oorzaak ervan Er zijn aanwijzingen dat bij vrouwen met een herhaalde miskraam na toediening van progesteron minder miskramen optreden vergeleken met toediening van een placebo of geen behandeling (OR #,##, ##%-BI #,##-#,##) Deze trials zijn echter van onvoldoende omvang en stammen uit een tijd waarin niet volgens de huidige norm gerandomiseerd werd, zodat de bevindingen in grotere groepen vrouwen bevestigd dienen te worden## (bewijskrachtniveau B) Er is onderzoek verricht naar de vraag of bij vrouwen met een herhaalde miskraam na toediening van hCG het risico op een miskraam afneemt vergeleken met toediening van een placebo of geen behandeling Uit een analyse van vier gerandomiseerde trials leek hCG-toediening de kans op miskraam te verkleinen (OR #,##, ##%-BI #,##-#,##), maar deze conclusie is vooral gebaseerd op de resultaten van twee methodologisch zwakke studies## (bewijskrachtniveau B) De twee methodologisch betere studies toonden geen verschil in miskraamrisico Concluderend is er momenteel bij een zwangerschap na een herhaalde miskraam onvoldoende bewijs om behandeling met progesteron of hCG te rechtvaardigen De prevalentie van schildklierafwijkingen bij vrouwen met een herhaalde miskraam is laag (<DATUM> )## ## (bewijskrachtniveau C) Schildklierafwijkingen komen niet vaker voor bij vrouwen met een herhaalde miskraam dan in de algemene populatie## (bewijskrachtniveau C) Onderzoek naar de schildklierfunctie vanwege een In casecontrol-studies is een verhoogd risico op herhaalde miskraam gevonden bij vrouwen met Er zijn geen prospectief gerandomiseerde trials verricht waarin de waarde van behandeling met levothyroxine van vrouwen met autoantilichamen én herhaalde miskramen is aangetoond Bij bekende autoantilichamen zonder schildklierdysfunctie is behandeling met levothyroxine niet geïndiceerd De prevalentie van diabetes mellitus bij vrouwen met een herhaalde miskraam is laag ((#%)## ## (bewijskrachtniveau C) Het is aangetoond dat vrouwen met diabetes mellitus en hoge HbA#c-spiegels in het eerste trimester een verhoogd risico op miskramen hebben## ## (bewijskrachtniveau B), en dat het risico bij goed ingestelde patiënten niet verhoogd is## Screening voor diabetes mellitus bij asymptomatische vrouwen vanwege een herhaalde miskraam is niet geïndiceerd De rol van overgewicht wordt besproken in paragraaf De prevalentie van congenitale uterusanomalieën (zoals uterus septus, uterus bicornis en uterus arcuatus) in de algemene populatie is niet bekend Verschillen in gebruikte diagnostische methoden en in classificatie van afwijkingen leiden tot verschillende cijfers Vergelijkend onderzoek tussen vrouwen met een herhaalde miskraam en een controlegroep laat meer congenitale uterusanomalieën zien in de eerste groep## ## (bewijskrachtniveau B) Met name de uterus septus wordt geassocieerd met vroege miskramen## (bewijskrachtniveau B) Verondersteld wordt dat implantatie op een minder gevasculariseerde plaats zoals een septum vaker leidt tot een miskraam Er zijn geen gerandomiseerde studies met een niet-behandelde controlegroep die de waarde van chirurgische correctie van uterusanomalieën bij vrouwen met een herhaalde miskraam bewijzen Het wordt derhalve aanbevolen deze behandeling achterwege te laten Mogelijke complicaties van hysteroscopische chirurgie zijn perforatie van de uterus, intra-uteriene synechiae en een uterusruptuur in een volgende zwangerschap.
623
nvog
waarin de waarde van behandeling met levothyroxine van vrouwen met autoantilichamen én herhaalde miskramen is aangetoond Bij bekende autoantilichamen zonder schildklierdysfunctie is behandeling met levothyroxine niet geïndiceerd De prevalentie van diabetes mellitus bij vrouwen met een herhaalde miskraam is laag ((#%)## ## (bewijskrachtniveau C) Het is aangetoond dat vrouwen met diabetes mellitus en hoge HbA#c-spiegels in het eerste trimester een verhoogd risico op miskramen hebben## ## (bewijskrachtniveau B), en dat het risico bij goed ingestelde patiënten niet verhoogd is## Screening voor diabetes mellitus bij asymptomatische vrouwen vanwege een herhaalde miskraam is niet geïndiceerd De rol van overgewicht wordt besproken in paragraaf De prevalentie van congenitale uterusanomalieën (zoals uterus septus, uterus bicornis en uterus arcuatus) in de algemene populatie is niet bekend Verschillen in gebruikte diagnostische methoden en in classificatie van afwijkingen leiden tot verschillende cijfers Vergelijkend onderzoek tussen vrouwen met een herhaalde miskraam en een controlegroep laat meer congenitale uterusanomalieën zien in de eerste groep## ## (bewijskrachtniveau B) Met name de uterus septus wordt geassocieerd met vroege miskramen## (bewijskrachtniveau B) Verondersteld wordt dat implantatie op een minder gevasculariseerde plaats zoals een septum vaker leidt tot een miskraam Er zijn geen gerandomiseerde studies met een niet-behandelde controlegroep die de waarde van chirurgische correctie van uterusanomalieën bij vrouwen met een herhaalde miskraam bewijzen Het wordt derhalve aanbevolen deze behandeling achterwege te laten Mogelijke complicaties van hysteroscopische chirurgie zijn perforatie van de uterus, intra-uteriene synechiae en een uterusruptuur in een volgende zwangerschap De associatie tussen verworven uterusafwijkingen (zoals myomen) en herhaalde miskraam is onduidelijk Retrospectieve cohortstudies suggereren een verminderde implantatiekans en een verhoogd miskraamrisico bij IVF-patiënten met submucosale myomen## (bewijskrachtniveau C), maar er is geen associatie met een herhaalde miskraam aangetoond Er zijn geen gerandomiseerde studies over de invloed van myomectomie in De term trombofilie wordt gebruikt om een verhoogd risico op veneuze trombo-embolie door aanwezigheid van verworven of erfelijke risicofactoren in het bloed aan te duiden Het antifosfolipidensyndroom is een verworven stollingsafwijking Daarnaast bestaan er erfelijke trombofiliefactoren Bij beide bestaat een relatie Het antifosfolipidensyndroom wordt gekenmerkt door herhaalde miskraam, zwangerschapsgerelateerde aanwezigheid van lupusanticoagulans (LAC) of antistoffen tegen cardiolipine (ACA, IgG en IgM) Om de diagnose antifosfolipidensyndroom te stellen verdient het aanbeveling de eerste bepaling ten minste ## weken na het optreden van de laatste miskraam uit te voeren en de laboratoriumafwijkingen na ten minste ## weken te bevestigen## Deze periode van tweemaal ## weken wordt gehanteerd om kruisreactie met passagère antistoffen ten gevolge van zwangerschap en infectie te vermijden Bij vrouwen met herhaalde miskraam als gevolg van het antifosfolipidensyndroom heeft gerandomiseerd onderzoek aangetoond dat anticoagulante behandeling waarschijnlijk zinvol is Over de duur en het type behandeling bestaat nog onduidelijkheid De combinatie van een lage dosis aspirine met een lage dosis ongefractioneerde heparine tweemaal daags verbeterde de kans op een levend kind aanmerkelijk ten opzichte van behandeling met aspirine alleen Onderzoek toonde een verbetering van deze prognose van ##% naar.
577
nvog
uterusafwijkingen (zoals myomen) en herhaalde miskraam is onduidelijk Retrospectieve cohortstudies suggereren een verminderde implantatiekans en een verhoogd miskraamrisico bij IVF-patiënten met submucosale myomen## (bewijskrachtniveau C), maar er is geen associatie met een herhaalde miskraam aangetoond Er zijn geen gerandomiseerde studies over de invloed van myomectomie in De term trombofilie wordt gebruikt om een verhoogd risico op veneuze trombo-embolie door aanwezigheid van verworven of erfelijke risicofactoren in het bloed aan te duiden Het antifosfolipidensyndroom is een verworven stollingsafwijking Daarnaast bestaan er erfelijke trombofiliefactoren Bij beide bestaat een relatie Het antifosfolipidensyndroom wordt gekenmerkt door herhaalde miskraam, zwangerschapsgerelateerde aanwezigheid van lupusanticoagulans (LAC) of antistoffen tegen cardiolipine (ACA, IgG en IgM) Om de diagnose antifosfolipidensyndroom te stellen verdient het aanbeveling de eerste bepaling ten minste ## weken na het optreden van de laatste miskraam uit te voeren en de laboratoriumafwijkingen na ten minste ## weken te bevestigen## Deze periode van tweemaal ## weken wordt gehanteerd om kruisreactie met passagère antistoffen ten gevolge van zwangerschap en infectie te vermijden Bij vrouwen met herhaalde miskraam als gevolg van het antifosfolipidensyndroom heeft gerandomiseerd onderzoek aangetoond dat anticoagulante behandeling waarschijnlijk zinvol is Over de duur en het type behandeling bestaat nog onduidelijkheid De combinatie van een lage dosis aspirine met een lage dosis ongefractioneerde heparine tweemaal daags verbeterde de kans op een levend kind aanmerkelijk ten opzichte van behandeling met aspirine alleen Onderzoek toonde een verbetering van deze prognose van ##% naar (LMWH) werd gebruikt kon echter geen gunstig effect van de combinatie aspirine en LMWH worden aangetoond, en was de prognose zowel bij de combinatiebehandeling als in de aspirinearm goed voorgeschreven bleek in een studie met een beperkt aantal patiënten geen verschil te maken## (bewijskrachtniveau B) Meer placebogecontroleerd onderzoek, vooral naar de plaats van monotherapie met aspirine in de behandeling van het antifosfolipidensyndroom is gewenst## Een retrospectieve analyse toonde mogelijk voordeel van het reeds preconceptioneel starten van aspirine## We adviseren om bij vrouwen met herhaalde miskraam en antifosfolipidensyndroom het schema van Rai te volgen## , maar dan met LMWH in plaats van tweemaal daags heparine## Advies anticoagulantia bij paren met herhaalde miskraam en antifosfolipidensyndroom Aspirine ##-## mg #× dd start preconceptioneel tot ## weken amenorroeduur in combinatie met een profylactische dosis LMWH s c #× dd vanaf positieve hartactie bij een zo vroeg mogelijke termijn tot aan de bevalling lijkt zinvol Ten behoeve van classificatie en behandeling van het antifosfolipidensyndroom is overleg met een ter zake kundige internist aan te bevelen teneinde een goed lokaal protocol te verkrijgen Erfelijke trombofiliefactoren betreffen familiair voorkomende deficiënties van de natuurlijke stollingsremmende eiwitten, namelijk antitrombine III, C en S, APC-resistentie (meestal veroorzaakt door de factor V stollingsfactor VIII Vrouwen met erfelijke trombofilie hebben een hogere kans op miskramen dan vrouwelijke De beschikbare patiëntcontroleonderzoeken werden samengevat in een meta-analyse, die de relatie tussen miskramen en erfelijke trombofilie apart bekeek voor type trombofiliedefect, sporadische versus herhaalde miskraam, en intra-uteriene vruchtdood ## (bewijskrachtniveau B) Het relatieve risico op trombofilie lijkt toe te.
587
nvog
combinatie aspirine en LMWH worden aangetoond, en was de prognose zowel bij de combinatiebehandeling als in de aspirinearm goed voorgeschreven bleek in een studie met een beperkt aantal patiënten geen verschil te maken## (bewijskrachtniveau B) Meer placebogecontroleerd onderzoek, vooral naar de plaats van monotherapie met aspirine in de behandeling van het antifosfolipidensyndroom is gewenst## Een retrospectieve analyse toonde mogelijk voordeel van het reeds preconceptioneel starten van aspirine## We adviseren om bij vrouwen met herhaalde miskraam en antifosfolipidensyndroom het schema van Rai te volgen## , maar dan met LMWH in plaats van tweemaal daags heparine## Advies anticoagulantia bij paren met herhaalde miskraam en antifosfolipidensyndroom Aspirine ##-## mg #× dd start preconceptioneel tot ## weken amenorroeduur in combinatie met een profylactische dosis LMWH s c #× dd vanaf positieve hartactie bij een zo vroeg mogelijke termijn tot aan de bevalling lijkt zinvol Ten behoeve van classificatie en behandeling van het antifosfolipidensyndroom is overleg met een ter zake kundige internist aan te bevelen teneinde een goed lokaal protocol te verkrijgen Erfelijke trombofiliefactoren betreffen familiair voorkomende deficiënties van de natuurlijke stollingsremmende eiwitten, namelijk antitrombine III, C en S, APC-resistentie (meestal veroorzaakt door de factor V stollingsfactor VIII Vrouwen met erfelijke trombofilie hebben een hogere kans op miskramen dan vrouwelijke De beschikbare patiëntcontroleonderzoeken werden samengevat in een meta-analyse, die de relatie tussen miskramen en erfelijke trombofilie apart bekeek voor type trombofiliedefect, sporadische versus herhaalde miskraam, en intra-uteriene vruchtdood ## (bewijskrachtniveau B) Het relatieve risico op trombofilie lijkt toe te het risico is hoger bij herhaalde miskraam en intra-uteriene vruchtdood dan bij sporadische vroege miskramen## Routinematige bepaling van erfelijke trombofiliefactoren (antitrombine III, proteïne C, proteïne S, F V Leiden, factor II, factor VIII) alleen op de indicatie herhaalde miskraam heeft geen consequenties Er bestaat nog onvoldoende bewijs om anticoagulante behandeling bij erfelijke trombofiliefactoren te rechtvaardigen ter voorkoming van een nieuwe miskraam## Er zijn momenteel RCT's gaande die hierop antwoord kunnen geven Zowel aspirine als LMWH wordt als veilig beschouwd voor de foetus, maar het kan bij de vrouw bloedingen versterken, gastro-intestinale klachten geven (aspirine), allergische reacties op de injectieplaats (LMWH) en meer zeldzaam vrouwen met herhaalde miskraam die tevens een veneuze trombo-embolie in de voorgeschiedenis vrouwen met herhaalde miskraam met een eerstegraads familielid met trombofilie dat daadwerkelijk een Indien trombofilie wordt vastgesteld kunnen anticoagulantia in het kraambed gedurende # weken post partum worden overwogen We adviseren hierbij de NVOG-Richtlijn Diep veneuze trombose, longembolie en zwangerschap te volgen## en/of met een terzake kundige internist te overleggen Patiënten zonder herhaalde miskraam maar met andere indicaties voor anticoagulantia vallen niet onder deze richtlijn## Bepaling van erfelijke trombofiliefactoren (antitrombine III, proteïne C, proteïne S, F V Leiden, factor II, factor VIII) dient alleen plaats te vinden bij veneuze trombo-embolie in de voorgeschiedenis en/of bekend trombofiliedefect in eerstegraads familie in combinatie met veneuze trombo-embolie bij een van die dragers Er bestaat nog onvoldoende bewijs om anticoagulante behandeling te rechtvaardigen bij erfelijke.
594
nvog
het risico is hoger bij herhaalde miskraam en intra-uteriene vruchtdood dan bij sporadische vroege miskramen## Routinematige bepaling van erfelijke trombofiliefactoren (antitrombine III, proteïne C, proteïne S, F V Leiden, factor II, factor VIII) alleen op de indicatie herhaalde miskraam heeft geen consequenties Er bestaat nog onvoldoende bewijs om anticoagulante behandeling bij erfelijke trombofiliefactoren te rechtvaardigen ter voorkoming van een nieuwe miskraam## Er zijn momenteel RCT's gaande die hierop antwoord kunnen geven Zowel aspirine als LMWH wordt als veilig beschouwd voor de foetus, maar het kan bij de vrouw bloedingen versterken, gastro-intestinale klachten geven (aspirine), allergische reacties op de injectieplaats (LMWH) en meer zeldzaam vrouwen met herhaalde miskraam die tevens een veneuze trombo-embolie in de voorgeschiedenis vrouwen met herhaalde miskraam met een eerstegraads familielid met trombofilie dat daadwerkelijk een Indien trombofilie wordt vastgesteld kunnen anticoagulantia in het kraambed gedurende # weken post partum worden overwogen We adviseren hierbij de NVOG-Richtlijn Diep veneuze trombose, longembolie en zwangerschap te volgen## en/of met een terzake kundige internist te overleggen Patiënten zonder herhaalde miskraam maar met andere indicaties voor anticoagulantia vallen niet onder deze richtlijn## Bepaling van erfelijke trombofiliefactoren (antitrombine III, proteïne C, proteïne S, F V Leiden, factor II, factor VIII) dient alleen plaats te vinden bij veneuze trombo-embolie in de voorgeschiedenis en/of bekend trombofiliedefect in eerstegraads familie in combinatie met veneuze trombo-embolie bij een van die dragers Er bestaat nog onvoldoende bewijs om anticoagulante behandeling te rechtvaardigen bij erfelijke een <DATUM> verhoogd risico op herhaalde miskraam## ## Een verklaring hiervoor is dat een verhoogde homocysteïneconcentratie een verstoring geeft van de vaatontwikkeling van de placenta## De milde maternale hyperhomocysteïnemie wordt veelal veroorzaakt door een lage inname van het vitamine foliumzuur al dan niet in combinatie met de cofactor vitamine B### ## ## Ook is dragerschap van een functioneel polymorfisme in het foliumzuurenzym MTHFR C###T, dat bij <DATUM> van de Nederlandse bevolking voorkomt, een onafhankelijke maar geringe risicofactor op herhaalde miskraam Het feit dat niet in alle studies een significante associatie wordt aangetoond tussen een maternale hyperhomocysteïnemie en het voorkomen van herhaalde miskraam heeft te maken met de verschillen tussen de populaties die zijn bestudeerd, en de opzet Op basis van de literatuur wordt bij een voorgeschiedenis van herhaalde miskraam het volgende Bepalen van (niet-nuchter) totaal homocysteïnegehalte ten minste # maanden na de zwangerschap Bij een afwijkende waarde serumfoliumzuur, vitamine B#- en vitamine B##-concentraties bepalen Op basis van deze uitslagen vitaminesuppletie adviseren en na # weken suppletie totaal Bij afwijkende waarden vitaminesuppletie preconceptioneel en gedurende de gehele zwangerschap en Periconceptioneel foliumzuur #,#-#,# mg adviseren voor alle patiënten, conform landelijk advies## Enkele reviews schenken aandacht aan de rol van leefgewoonten in relatie tot miskramen## ## Alhoewel de rol bij herhaalde miskraam waarschijnlijk klein is, worden een aantal risicofactoren genoemd Zo lijkt de kans op een miskraam verhoogd bij obesitas, overmatig koffie- en alcoholgebruik en het gebruik van medicatie zoals NSAID's.
605
nvog
Een verklaring hiervoor is dat een verhoogde homocysteïneconcentratie een verstoring geeft van de vaatontwikkeling van de placenta## De milde maternale hyperhomocysteïnemie wordt veelal veroorzaakt door een lage inname van het vitamine foliumzuur al dan niet in combinatie met de cofactor vitamine B### ## ## Ook is dragerschap van een functioneel polymorfisme in het foliumzuurenzym MTHFR C###T, dat bij <DATUM> van de Nederlandse bevolking voorkomt, een onafhankelijke maar geringe risicofactor op herhaalde miskraam Het feit dat niet in alle studies een significante associatie wordt aangetoond tussen een maternale hyperhomocysteïnemie en het voorkomen van herhaalde miskraam heeft te maken met de verschillen tussen de populaties die zijn bestudeerd, en de opzet Op basis van de literatuur wordt bij een voorgeschiedenis van herhaalde miskraam het volgende Bepalen van (niet-nuchter) totaal homocysteïnegehalte ten minste # maanden na de zwangerschap Bij een afwijkende waarde serumfoliumzuur, vitamine B#- en vitamine B##-concentraties bepalen Op basis van deze uitslagen vitaminesuppletie adviseren en na # weken suppletie totaal Bij afwijkende waarden vitaminesuppletie preconceptioneel en gedurende de gehele zwangerschap en Periconceptioneel foliumzuur #,#-#,# mg adviseren voor alle patiënten, conform landelijk advies## Enkele reviews schenken aandacht aan de rol van leefgewoonten in relatie tot miskramen## ## Alhoewel de rol bij herhaalde miskraam waarschijnlijk klein is, worden een aantal risicofactoren genoemd Zo lijkt de kans op een miskraam verhoogd bij obesitas, overmatig koffie- en alcoholgebruik en het gebruik van medicatie zoals NSAID's vrouwen die veel fysieke of psychische stress ervaren Recent onderzoek toont de relatie aan tussen roken en miskraam, respectievelijk herhaalde miskraam Vergeleken met niet-roken is het risico op een miskraam (bewijskrachtniveau B) Vergeleken met niet-roken is ook het risico op herhaalde miskraam verhoogd bij actief roken (OR #,#; CI #,<DATUM> #) [##] Een verhoogde BMI (##-## kg/m#) heeft een relatie met (herhaalde) miskraam## ## (bewijskrachtniveau B) Van belang is dat leefstijlfactoren de gevoeligheid voor andere negatieve factoren kunnen verhogen Toxische stoffen vanuit de omgeving lijken voor een zeer klein gedeelte verantwoordelijk voor miskramen## Concluderend lijkt een gezonde leefstijl met een gezonde voeding tijdens de fase van conceptie en organogenese een goed advies Afvallen bij overgewicht is om meerdere redenen Een recente Cochrane-analyse toonde aan dat er geen effect is van het gebruik van (multi)vitaminen op het Bij ten minste de helft van de paren met herhaalde miskraam levert de diagnostiek geen onderliggende oorzaak op en luidt de uiteindelijke diagnose onverklaarde herhaalde miskraam, of herhaalde miskraam e c i ## Veelal wordt de behandelaar hierbij bekropen door het machteloze gevoel met lege handen te staan en niet te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de patiënt en haar partner Er zijn voor deze patiëntengroep geen bewezen effectieve behandelingen bekend vanuit gerandomiseerd onderzoek Als therapeutische maatregel rest slechts ‘tender loving care', waarmee in ##% een succesvolle afloop van de zwangerschap beschreven wordt## Geadviseerd wordt om nieuwe behandelingen bij deze patiëntengroep alleen in gerandomiseerd-onderzoeksverband uit te voeren## In het verleden zijn bij vrouwen met.
625
nvog
de relatie aan tussen roken en miskraam, respectievelijk herhaalde miskraam Vergeleken met niet-roken is het risico op een miskraam (bewijskrachtniveau B) Vergeleken met niet-roken is ook het risico op herhaalde miskraam verhoogd bij actief roken (OR #,#; CI #,<DATUM> #) [##] Een verhoogde BMI (##-## kg/m#) heeft een relatie met (herhaalde) miskraam## ## (bewijskrachtniveau B) Van belang is dat leefstijlfactoren de gevoeligheid voor andere negatieve factoren kunnen verhogen Toxische stoffen vanuit de omgeving lijken voor een zeer klein gedeelte verantwoordelijk voor miskramen## Concluderend lijkt een gezonde leefstijl met een gezonde voeding tijdens de fase van conceptie en organogenese een goed advies Afvallen bij overgewicht is om meerdere redenen Een recente Cochrane-analyse toonde aan dat er geen effect is van het gebruik van (multi)vitaminen op het Bij ten minste de helft van de paren met herhaalde miskraam levert de diagnostiek geen onderliggende oorzaak op en luidt de uiteindelijke diagnose onverklaarde herhaalde miskraam, of herhaalde miskraam e c i ## Veelal wordt de behandelaar hierbij bekropen door het machteloze gevoel met lege handen te staan en niet te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de patiënt en haar partner Er zijn voor deze patiëntengroep geen bewezen effectieve behandelingen bekend vanuit gerandomiseerd onderzoek Als therapeutische maatregel rest slechts ‘tender loving care', waarmee in ##% een succesvolle afloop van de zwangerschap beschreven wordt## Geadviseerd wordt om nieuwe behandelingen bij deze patiëntengroep alleen in gerandomiseerd-onderzoeksverband uit te voeren## In het verleden zijn bij vrouwen met verbeteren Van immunotherapie is inmiddels gebleken dat die de prognose niet verbetert## Ook bestaat er onvoldoende bewijs om behandeling met progesteron of hCG te rechtvaardigen## ## Hetzelfde geldt voor behandeling met lage doseringen insuline, terwijl evenmin voor toediening van aspirine een indicatie bestaat bij gebrek aan gedegen onderzoeksresultaten vanuit RCT's Veel verstandiger is het om de over het algemeen gunstige prognose met de patiënt te bespreken Gegevens uit een groot Engelse cohortonderzoek laten zien dat de kans op een doorgaande zwangerschap gemiddeld ##% bedraagt## Ook levert dit onderzoek inzicht in de succeskans op basis van maternale leeftijd en het aantal voorafgaande miskramen (tabel #) Het verdient aanbeveling om samen met de patiënt deze tabel te bekijken en een inschatting te maken van haar individuele kans op succes bij een volgende zwangerschap De psychosociale begeleiding verdient extra aandacht en verwijzing van het paar naar een Early Pregnancy Unit (EPU) of herhaalde miskraam spreekuur voor preconceptionele diagnostiek en advies en participatie in lopend onderzoek verdient aanbeveling Uit ervaringen in het Verenigd Koningrijk en Scandinavië blijkt dat na het opzetten van een EPU het aantal Tabel # Succeskans in de volgende zwangerschap naar maternale leeftijd en voorgeschiedenis## Indien een vrouw met voorafgaande miskramen opnieuw zwanger is, stijgt de kans op succes met het voortschrijden van deze nieuwe zwangerschap (tabel #) Het is daarom redelijk in het kader van zowel de.
588
nvog
verbeteren Van immunotherapie is inmiddels gebleken dat die de prognose niet verbetert## Ook bestaat er onvoldoende bewijs om behandeling met progesteron of hCG te rechtvaardigen## ## Hetzelfde geldt voor behandeling met lage doseringen insuline, terwijl evenmin voor toediening van aspirine een indicatie bestaat bij gebrek aan gedegen onderzoeksresultaten vanuit RCT's Veel verstandiger is het om de over het algemeen gunstige prognose met de patiënt te bespreken Gegevens uit een groot Engelse cohortonderzoek laten zien dat de kans op een doorgaande zwangerschap gemiddeld ##% bedraagt## Ook levert dit onderzoek inzicht in de succeskans op basis van maternale leeftijd en het aantal voorafgaande miskramen (tabel #) Het verdient aanbeveling om samen met de patiënt deze tabel te bekijken en een inschatting te maken van haar individuele kans op succes bij een volgende zwangerschap De psychosociale begeleiding verdient extra aandacht en verwijzing van het paar naar een Early Pregnancy Unit (EPU) of herhaalde miskraam spreekuur voor preconceptionele diagnostiek en advies en participatie in lopend onderzoek verdient aanbeveling Uit ervaringen in het Verenigd Koningrijk en Scandinavië blijkt dat na het opzetten van een EPU het aantal Tabel # Succeskans in de volgende zwangerschap naar maternale leeftijd en voorgeschiedenis## Indien een vrouw met voorafgaande miskramen opnieuw zwanger is, stijgt de kans op succes met het voortschrijden van deze nieuwe zwangerschap (tabel #) Het is daarom redelijk in het kader van zowel de echoscopisch onderzoek, bijvoorbeeld tweewekelijks, aan te bieden Tabel # Kans op succes en op miskraam naar zwangerschapsduur bij echoscopisch aangetoonde De eigentijdse vertaling van tender loving care bij de begeleiding van vrouwen met onverklaarde herhaalde miskraam zou kunnen bestaan uit de volgende adviezen stoppen met roken, extra aandacht in de vorm van vroege echoscopie, en preconceptioneel foliumzuurinname De psychosociale begeleiding verdient extra aandacht en verwijzing van het paar naar een Early Pregnancy Unit voor preconceptionele diagnostiek en • <INSTELLING>, <LOCATIE> (Early Pregnancy Unit), kontaktpersoon <PERSOON>, <LOCATIE>, H<DATUM> <LOCATIE>, tel nr <TELEFOONNUMMER> • <INSTELLING>, kontaktpersoon <PERSOON> ##, <LOCATIE> • <INSTELLING>, <LOCATIE>, kontaktpersoon <PERSOON> ###, <LOCATIE> • <INSTELLING>, kontaktpersoon <PERSOON> #, <LOCATIE> Leiden Werkadres voor patiënten <INSTELLING> H#, tel <TELEFOONNUMMER>, voor professionals tel <TELEFOONNUMMER> of <PERSOON>, afdeling Verloskunde <INSTELLING>, tel <TELEFOONNUMMER> • Universitair Medisch <INSTELLING> St <PERSOON> ##, <LOCATIE>, kontaktpersonen <PERSOON> of Prof <PERSOON> (beiden tel nr <TELEFOONNUMMER>) • Universitair Medisch <INSTELLING>, <LOCATIE> (Early Pregnancy Unit), kontaktpersoon <PERSOON>, <LOCATIE-##>, tel <TELEFOONNUMMER> Tabel # Advies diagnostiek bij paren met herhaalde miskraam Diagnostiek naar trombofiliefactoren dient wel plaats te vinden bij veneuze trombo-embolie in de voorgeschiedenis en een eerstegraads familielid met bekend trombofiliedefect én veneuze trombo-embolie Tabel # Advies therapie bij paren met herhaalde miskraam.
614
nvog
op miskraam naar zwangerschapsduur bij echoscopisch aangetoonde De eigentijdse vertaling van tender loving care bij de begeleiding van vrouwen met onverklaarde herhaalde miskraam zou kunnen bestaan uit de volgende adviezen stoppen met roken, extra aandacht in de vorm van vroege echoscopie, en preconceptioneel foliumzuurinname De psychosociale begeleiding verdient extra aandacht en verwijzing van het paar naar een Early Pregnancy Unit voor preconceptionele diagnostiek en • <INSTELLING>, <LOCATIE> (Early Pregnancy Unit), kontaktpersoon <PERSOON>, <LOCATIE>, H<DATUM> <LOCATIE>, tel nr <TELEFOONNUMMER> • <INSTELLING>, kontaktpersoon <PERSOON> ##, <LOCATIE> • <INSTELLING>, <LOCATIE>, kontaktpersoon <PERSOON> ###, <LOCATIE> • <INSTELLING>, kontaktpersoon <PERSOON> #, <LOCATIE> Leiden Werkadres voor patiënten <INSTELLING> H#, tel <TELEFOONNUMMER>, voor professionals tel <TELEFOONNUMMER> of <PERSOON>, afdeling Verloskunde <INSTELLING>, tel <TELEFOONNUMMER> • Universitair Medisch <INSTELLING> St <PERSOON> ##, <LOCATIE>, kontaktpersonen <PERSOON> of Prof <PERSOON> (beiden tel nr <TELEFOONNUMMER>) • Universitair Medisch <INSTELLING>, <LOCATIE> (Early Pregnancy Unit), kontaktpersoon <PERSOON>, <LOCATIE-##>, tel <TELEFOONNUMMER> Tabel # Advies diagnostiek bij paren met herhaalde miskraam Diagnostiek naar trombofiliefactoren dient wel plaats te vinden bij veneuze trombo-embolie in de voorgeschiedenis en een eerstegraads familielid met bekend trombofiliedefect én veneuze trombo-embolie Tabel # Advies therapie bij paren met herhaalde miskraam man of vrouw Het besluit tot PGD zal mede afhankelijk zijn van andere factoren, zoals het aantal doorgemaakte miskramen, het type chromosoomafwijking en bijkomende ongewenste subfertiliteit Overleg met het PGD-team in <LOCATIE-##> is mogelijk De medisch coördinator van de PGD werkgroep is <PERSOON-##> (###- ### ## ##) Schriftelijke aanmeldingen kunnen gericht worden aan • <PERSOON-##>, Afdeling Klinische Genetica, <INSTELLING>, Postbus Patiënten kunnen voor PGD ook verwezen worden naar de twee transportklinieken, <PERSOON-##> bij herhaalde miskraam dient plaats te vinden als er een aangetoond nut is van de verrichtte bepalingen, resulterend in behandeling of het kunnen vaststellen van een prognose in een volgende zwangerschap (tabel #) # Behandeling bij herhaalde miskraam dient alleen plaats te vinden als er een aangetoonde oorzaak is én de effectiviteit van # Als er geen oorzaak voor een herhaalde miskraam wordt gevonden is de kans op een succesvol verlopende zwangerschap gemiddeld ##%, en dient ‘behandeling' gericht te zijn op begeleiding in het eerste trimester van een volgende graviditeit Tender loving care geniet de voorkeur boven het toepassen van niet onderzochte of aangetoonde NHG Standaard Miskraam ### (#e herziening) <PERSOON-##> JAM Royal College of Obstetricians and <PERSOON-##> investigation and treatment of couples with recurrent miscarriage London American College of Obstetricians and Gynecologists Management of recurrent early pregnancy loss <PERSOON-##> N.
634
nvog
zijn van andere factoren, zoals het aantal doorgemaakte miskramen, het type chromosoomafwijking en bijkomende ongewenste subfertiliteit Overleg met het PGD-team in <LOCATIE> is mogelijk De medisch coördinator van de PGD werkgroep is <PERSOON> (###- ### ## ##) Schriftelijke aanmeldingen kunnen gericht worden aan • <PERSOON>, Afdeling Klinische Genetica, <INSTELLING>, Postbus Patiënten kunnen voor PGD ook verwezen worden naar de twee transportklinieken, <PERSOON> bij herhaalde miskraam dient plaats te vinden als er een aangetoond nut is van de verrichtte bepalingen, resulterend in behandeling of het kunnen vaststellen van een prognose in een volgende zwangerschap (tabel #) # Behandeling bij herhaalde miskraam dient alleen plaats te vinden als er een aangetoonde oorzaak is én de effectiviteit van # Als er geen oorzaak voor een herhaalde miskraam wordt gevonden is de kans op een succesvol verlopende zwangerschap gemiddeld ##%, en dient ‘behandeling' gericht te zijn op begeleiding in het eerste trimester van een volgende graviditeit Tender loving care geniet de voorkeur boven het toepassen van niet onderzochte of aangetoonde NHG Standaard Miskraam ### (#e herziening) <PERSOON> JAM Royal College of Obstetricians and <PERSOON> investigation and treatment of couples with recurrent miscarriage London American College of Obstetricians and Gynecologists Management of recurrent early pregnancy loss <PERSOON> voor Obstetrie en Gynaecologie Deze richtlijn, ontwikkeld door de Commissie Richtlijnen NVOG onder eindverantwoordelijkheid van het Bestuur van de NVOG, is vastgesteld in de ###ste ledenvergadering d d <DATUM> <PERSOON> Deze richtlijn is samengesteld door een werkgroep bestaande uit <PERSOON>, prof <PERSOON>, prof <PERSOON>, prof <PERSOON-##> en prof <PERSOON-##> onder noodzakelijk maken Dat kan onder meer het geval zijn wanneer een gynaecoloog tegemoet moet komen aan de objectieve noden en/of subjectieve behoeften van een individuele patiënt Beleid op instellingsniveau kan er incidenteel toe leiden dat (volledige) lokale toepassing van een richtlijn niet mogelijk is De geldigheid van een richtlijn eindigt uiterlijk vijf jaar na dagtekening Regan L, Rai R epidemiology and the medical causes of miscarriage <PERSOON-##> age and fetal loss population based register linkage study BMJ Hook EB, Healy NP, Willey AM How much difference does chromosome banding make? Adjustments in prevalence and mutation rates of human structural cytogenetic abnormalities <PERSOON-##> Hum Genet ###; ## ###-## De Braekeleer M, Dao TN Cytogenetic studies in couples experiencing repeated pregnancy losses.
523
nvog
Obstetrie en Gynaecologie Deze richtlijn, ontwikkeld door de Commissie Richtlijnen NVOG onder eindverantwoordelijkheid van het Bestuur van de NVOG, is vastgesteld in de ###ste ledenvergadering d d <DATUM> <PERSOON> Deze richtlijn is samengesteld door een werkgroep bestaande uit <PERSOON>, prof <PERSOON>, prof <PERSOON>, prof <PERSOON> en prof <PERSOON> onder noodzakelijk maken Dat kan onder meer het geval zijn wanneer een gynaecoloog tegemoet moet komen aan de objectieve noden en/of subjectieve behoeften van een individuele patiënt Beleid op instellingsniveau kan er incidenteel toe leiden dat (volledige) lokale toepassing van een richtlijn niet mogelijk is De geldigheid van een richtlijn eindigt uiterlijk vijf jaar na dagtekening Regan L, Rai R epidemiology and the medical causes of miscarriage <PERSOON> age and fetal loss population based register linkage study BMJ Hook EB, Healy NP, Willey AM How much difference does chromosome banding make? Adjustments in prevalence and mutation rates of human structural cytogenetic abnormalities <PERSOON> Hum Genet ###; ## ###-## De Braekeleer M, Dao TN Cytogenetic studies in couples experiencing repeated pregnancy losses ###-## <PERSOON> chromosome analysis in couples with two or more Overeenkomst Klinische Genetica in <LOCATIE> anno ###; indicaties en machtigingen Vereniging van <PERSOON-##> prognosis of recurrent aborters with either maternal or <PERSOON-##> karyotype and subsequent live births in recurrent miscarriage <PERSOON-##> outcome after chromosome analysis in couples with two or more miscarriages an index-control study BMJ ###; ### ###-## Thornhill AR, Die-<PERSOON-##> CE de, <PERSOON-##> practice guidelines for clinical preimplantation genetic diagnosis Die-<PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> JPM Resultaten van <LEEFTIJD> jaar preïmplantatiegenetische diagnostiek in <PERSOON-##> KD ESHRE PGD Consortium data collection <PERSOON-##> from January to December.
422
nvog
<PERSOON> chromosome analysis in couples with two or more Overeenkomst Klinische Genetica in <LOCATIE> anno ###; indicaties en machtigingen Vereniging van <PERSOON> prognosis of recurrent aborters with either maternal or <PERSOON> karyotype and subsequent live births in recurrent miscarriage <PERSOON> outcome after chromosome analysis in couples with two or more miscarriages an index-control study BMJ ###; ### ###-## Thornhill AR, Die-<PERSOON> CE de, <PERSOON> practice guidelines for clinical preimplantation genetic diagnosis Die-<PERSOON> JA, <PERSOON> JPM Resultaten van <LEEFTIJD> jaar preïmplantatiegenetische diagnostiek in <PERSOON> KD ESHRE PGD Consortium data collection <PERSOON-##> from January to December Preimplantation genetic screening reveals a high incidence of aneuploidy and mosaicism in embryos from young women undergoing <PERSOON-##> genetic screening for abnormal number of chromosomes (aneuploidies) in in-vitro fertilization or intracytoplasmic sperm injection <PERSOON-##> genetic diagnosis for aneuploidy screening in patients with unexplained recurrent miscarriages <PERSOON-##> NJ Genetic aspects of miscarriage <PERSOON-##> Res Clin Obstet Gynaecol ###; ## ###-## Stephenson MD, Awartani KA, Robinson WP Cytogenetic analysis of miscarriages from couples with recurrent miscarriage a <PERSOON-##> DM, Carrier JAK Progestogen for preventing miscarriage (Cochrane review) In <PERSOON-##> Cochrane Library, <PERSOON-##> chorionic gonadotrophin for recurrent miscarriage (Cochrane Review) In <PERSOON-##> Cochrane Library, issue <PERSOON-##> and endometrial factors in recurrent <PERSOON-##> L <PERSOON-##> informative protocol for the investigation of recurrent miscarriage preliminary experience <PERSOON-##> LA, <PERSOON-##> RT Increased prevalence of antithyroid antibodies identified in women with recurrent pregnancy loss but not in women undergoing assisted reproduction <PERSOON-##> D.
414
nvog
mosaicism in embryos from young women undergoing <PERSOON> genetic screening for abnormal number of chromosomes (aneuploidies) in in-vitro fertilization or intracytoplasmic sperm injection <PERSOON> genetic diagnosis for aneuploidy screening in patients with unexplained recurrent miscarriages <PERSOON> NJ Genetic aspects of miscarriage <PERSOON> Res Clin Obstet Gynaecol ###; ## ###-## Stephenson MD, Awartani KA, Robinson WP Cytogenetic analysis of miscarriages from couples with recurrent miscarriage a <PERSOON> DM, Carrier JAK Progestogen for preventing miscarriage (Cochrane review) In <PERSOON> Cochrane Library, <PERSOON> chorionic gonadotrophin for recurrent miscarriage (Cochrane Review) In <PERSOON> Cochrane Library, issue <PERSOON> and endometrial factors in recurrent <PERSOON> L <PERSOON-##> informative protocol for the investigation of recurrent miscarriage preliminary experience <PERSOON-##> LA, <PERSOON-##> RT Increased prevalence of antithyroid antibodies identified in women with recurrent pregnancy loss but not in women undergoing assisted reproduction <PERSOON-##> factors and subsequent reproductive performance in ### couples with a prior history <PERSOON-##> between haemoglobin A#c in early Type # (insulin-dependent) diabetic pregnancy and the occurrence of spontaneous abortion and fetal malformation in <PERSOON-##> JH, et al Incidence of spontaneous abortion among normal women and insulin-dependent diabetic women whose pregnancies were identified within ## days of conception <PERSOON-##> findings in ### women with recurrent <PERSOON-##> of three-dimension ultrasound diagnosis of congenital uterine Woelfer B, <PERSOON-##> outcomes in women with congenital uterine anomalies Bajekal N, <PERSOON-##> TC Fibroids, infertility and pregnancy wastage <PERSOON-##> MD, et al International consensus statement of an update of the classification criteria for definite <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> controlled trial of aspirin and aspirin plus heparin in pregnant women with recurrent miscarriage associated with phospholipid antibodies (or antiphospholipid antibodies) <PERSOON-##> syndrome in pregnancy a randomized, controlled trial of treatment.
441
nvog
###-## <PERSOON> factors and subsequent reproductive performance in ### couples with a prior history <PERSOON> between haemoglobin A#c in early Type # (insulin-dependent) diabetic pregnancy and the occurrence of spontaneous abortion and fetal malformation in <PERSOON> JH, et al Incidence of spontaneous abortion among normal women and insulin-dependent diabetic women whose pregnancies were identified within ## days of conception <PERSOON> findings in ### women with recurrent <PERSOON> of three-dimension ultrasound diagnosis of congenital uterine Woelfer B, <PERSOON> outcomes in women with congenital uterine anomalies Bajekal N, <PERSOON> TC Fibroids, infertility and pregnancy wastage <PERSOON> MD, et al International consensus statement of an update of the classification criteria for definite <PERSOON> H, <PERSOON-##> controlled trial of aspirin and aspirin plus heparin in pregnant women with recurrent miscarriage associated with phospholipid antibodies (or antiphospholipid antibodies) <PERSOON-##> syndrome in pregnancy a randomized, controlled trial of treatment Antiphospholipid antibodies associated with recurrent pregnancy loss prospective, multicenter, controlled pilot study comparing treatment with low-molecular-weight heparin versus unfractionated <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> JC, <PERSOON-##> JR Prevention of recurrent miscarriage for women with antiphospholipid antibody or lupus anticoagulant <PERSOON-##> Cochrane Database of <PERSOON-##> factors associated with fetal losses in <PERSOON-##> JS Use of antithrombotic agents during pregnancy <PERSOON-##> seventh ACCP conference on antithrombotic and thrombolytic therapy Chest ###; ### (Suppl) ###<PERSOON-##> antithrombin III deficiency causing thrombophilia <PERSOON-##> MV, Girolami, et al <PERSOON-##> risk of abortion and stillbirth in antithrombin-, <PERSOON-##> SR, <PERSOON-##> disorders and fetal loss a meta-analysis <PERSOON-##> miskramen en trombofilie <PERSOON-##> for the treatment of recurrent pregnancy loss in women without antiphospholipid NVOG-Richtlijn Diep veneuze trombose, longembolie en zwangerschap [##] <PERSOON-##> and recurrent spontaneous abortion or <PERSOON-##> HJ, Trijbels JMF, <PERSOON-##>.
475
nvog
associated with recurrent pregnancy loss prospective, multicenter, controlled pilot study comparing treatment with low-molecular-weight heparin versus unfractionated <PERSOON> M, <PERSOON> JC, <PERSOON> JR Prevention of recurrent miscarriage for women with antiphospholipid antibody or lupus anticoagulant <PERSOON> Cochrane Database of <PERSOON> factors associated with fetal losses in <PERSOON> JS Use of antithrombotic agents during pregnancy <PERSOON> seventh ACCP conference on antithrombotic and thrombolytic therapy Chest ###; ### (Suppl) ###<PERSOON> antithrombin III deficiency causing thrombophilia <PERSOON> MV, Girolami, et al <PERSOON> risk of abortion and stillbirth in antithrombin-, <PERSOON> SR, <PERSOON-##> disorders and fetal loss a meta-analysis <PERSOON-##> miskramen en trombofilie <PERSOON-##> for the treatment of recurrent pregnancy loss in women without antiphospholipid NVOG-Richtlijn Diep veneuze trombose, longembolie en zwangerschap [##] <PERSOON-##> and recurrent spontaneous abortion or <PERSOON-##> HJ, Trijbels JMF, <PERSOON-##> homocysteine and chorionic <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> and folate levels as risk factors <PERSOON-##> J Low vitamin B## level as a risk factor for very early recurrent abortion <PERSOON-##> WL, Steegers EAP Hyperhomocysteinemia, pregnancy complications, <PERSOON-##> J, et al Facts and recommendations about total homocysteine Voedingsnormen Vitamine B#, foliumzuur en vitamine <PERSOON-##> JR, Hill JA#rd Environmental toxins associated with recurrent pregnancy loss <PERSOON-##> E, <PERSOON-##> PJ, Hviid TV, Kutteh WH, Laird SM, <PERSOON-##>-based investigations and treatments of recurrent pregnancy loss Fertil Steril ###; ## ###-## <PERSOON-##> tobacco smoke and risk of spontaneous abortion <PERSOON-##> AL, <PERSOON-##> of repeated miscarriage <PERSOON-##> MJC, Hughes EG, Fauser BCJM Patient predictors for outcome of gonadotrophin ovulation induction in women with normogonadotrophic anovulatory infertility a meta-analysis <PERSOON-##> DW.
468
nvog
Opgesteld door de NVOG <LOCATIE> Werkgroep, versie ### Een betrouwbare meting van de bloeddruk bij een zwangere met (verdenking op) hypertensie is essentieel omdat de meting vele consequenties heeft, zoals, het vaststellen van de diagnose, wel of geen medicamenteuze behandeling, intensiteit van de maternale en foetale bewaking, wel of geen indicatie voor het nastreven van De vraag is welke methode tijdens de zwangerschap het meest geschikt is om een zo betrouwbaar mogelijke bloeddrukmeting te krijgen Bij het beantwoorden van deze vraag zullen de volgende aspecten meegenomen worden handmeting versus automatische bloeddruk meting, Korotkoff, aflezen aantal mm Hg maat manchet en hoe snel manchet laten leeg lopen, linker- of rechterarm, positie patiënte en positie arm, frequentie metingen, ambulante bloeddruk monitoring De uitgangsvraag beperkt zich tot de patiënte met (verdenking op) hypertensie in de zwangerschap De kwiksfygmomanometer wordt beschouwd als de gouden standaard voor het niet invasief meten van de bloeddruk Kwikbloeddrukmeters mogen echter sinds ### niet meer verhandeld worden# Indien reeds in bezit, dan mag de meter nog wel De aneroïde of veermanometer komt het best overeen met de kwiksfygmomanometer Nadeel van deze meter is dat de betrouwbaarheid achteruit gaat tijdens gebruik Het is gebruikelijk dat deze apparatuur elk jaar geijkt wordt Redenen waarom de handmeting minder betrouwbaar kan zijn inter- en intraobserver variatie door bijvoorbeeld gehoorafwijkingen, interpretatie van de Korotkofftonen, afrondingsfouten (neiging tot afronden op # en #), of onderzoeksbias (u Automatische bloeddruk meting elimineert de onderzoeksbias Trillingen in de vaatwand worden gemeten Het apparaat berekent de mean arterial pressure (MAP) en berekent aan de hand van de MAP de systole en diastole Er bestaat geen standaard algoritme voor deze berekening, iedere fabrikant gebruikt Bij zwangeren zijn bij een automatische bloeddrukmeting de systolische en diastolische bloeddruk meestal <DATUM> mHg lager dan bij een handmatige meting Bij preeclampsie kan de automatische bloeddrukmeter de bloeddruk met een gemiddelde van #mmHg voor de systole en diastole onderschatten, echter met grote spreiding# Weinig automatische bloedrukmeters voldoen aan de eis dat de bloeddrukmeting is minder geschikt voor de metingen bij hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap door de vaatverandering die bij die aandoening optreedt# Slechts enkele apparaten zijn gevalideerd voor gebruik in de zwangerschap en voor gebruik bij preeclampsie# De Society of Obstetricians and Gynaecologists of Canada (SOGC)# adviseert de bloeddruk gemeten met een nietgevalideerde automatische bloeddruk meting te vergelijken met een Tevens concludeert de SOGC# dat bloeddruk in de zwangerschap gemeten kan worden met zowel een kwiksfygmomanometer, een aneroïde of een automatische bloeddrukmeter, gevalideerd voor gebruik in de zwangerschap (level of evidence II#a) De waarneembaarheid en de reproduceerbaarheid van Korotkoff I en Korotkoff V zijn goed bij zwangeren Korotkoff V geeft een betrouwbare bepaling van de diastolische bloeddruk Korotkoff IV kan niet nauwkeurig genoeg waargenomen en gereproduceerd worden bij een aanzienlijk deel van de zwangeren# De vijfde, maar niet de vierde Korotkoff toon, is goed reproduceerdbaar bij zwangeren#,## De National Institute for Health and Care Excellence (NICE) guideline## en de SOGC#.
582
nvog
Het apparaat berekent de mean arterial pressure (MAP) en berekent aan de hand van de MAP de systole en diastole Er bestaat geen standaard algoritme voor deze berekening, iedere fabrikant gebruikt Bij zwangeren zijn bij een automatische bloeddrukmeting de systolische en diastolische bloeddruk meestal <DATUM> mHg lager dan bij een handmatige meting Bij preeclampsie kan de automatische bloeddrukmeter de bloeddruk met een gemiddelde van #mmHg voor de systole en diastole onderschatten, echter met grote spreiding# Weinig automatische bloedrukmeters voldoen aan de eis dat de bloeddrukmeting is minder geschikt voor de metingen bij hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap door de vaatverandering die bij die aandoening optreedt# Slechts enkele apparaten zijn gevalideerd voor gebruik in de zwangerschap en voor gebruik bij preeclampsie# De Society of Obstetricians and Gynaecologists of Canada (SOGC)# adviseert de bloeddruk gemeten met een nietgevalideerde automatische bloeddruk meting te vergelijken met een Tevens concludeert de SOGC# dat bloeddruk in de zwangerschap gemeten kan worden met zowel een kwiksfygmomanometer, een aneroïde of een automatische bloeddrukmeter, gevalideerd voor gebruik in de zwangerschap (level of evidence II#a) De waarneembaarheid en de reproduceerbaarheid van Korotkoff I en Korotkoff V zijn goed bij zwangeren Korotkoff V geeft een betrouwbare bepaling van de diastolische bloeddruk Korotkoff IV kan niet nauwkeurig genoeg waargenomen en gereproduceerd worden bij een aanzienlijk deel van de zwangeren# De vijfde, maar niet de vierde Korotkoff toon, is goed reproduceerdbaar bij zwangeren#,## De National Institute for Health and Care Excellence (NICE) guideline## en de SOGC# te leggen (level of evidence I-A) De enige reden om Korotkoff IV te gebruiken is De NICE guideline## adviseert de bloeddruk op #mm Hg nauwkeurig af te lezen Er is geen adequaat onderzoek gedaan waaruit blijkt dat op #mmHg nauwkeurig aflezen Een voor de armomtrek te kleine manchet kan de diastolische bloeddruk met ###mmHg en de systolische bloeddruk met #-##mmHg overschatten## Een voor de armomtrek te grote manchet kan zowel de diastolische als de systolische bloeddruk met #mmHg onderschatten## Op basis hiervan adviseert de SOGC# een juist aangemeten manchet (lengte van de manchet gelijk aan #,# keer de omtrek van de arm) te gebruiken (level of evidence II-#a) De manchet leeg laten lopen met een snelheid van  #mmHg per seconde geeft een nauwkeurige bepaling van de systolische en diastolische bloeddruk Te snel leeg laten lopen van de manchet leidt tot onderschatting van de systolische en overschatting van de diastolische Verschillende richtlijnen#,## adviseren om de manchet niet over kleding te plaatsen Er is echter geen literatuur beschikbaar omtrent het doen van een bloeddrukmeting Er kan een verschil in bloeddruk zijn tussen de linker- en rechterarm Een studie met ### zwangeren laat zien dat er een verschil tussen linker- en rechterarm kan zijn van )##mmHg in de systole bij <DATUM> en in diastole bij <DATUM> van de zwangeren Het gemeten verschil werd hoger naarmate de bloeddruk steeg Indien aan één arm gemeten wordt, zal bij ##% van de patiënten een te lage bloeddruk genoteerd worden##.
600
nvog
evidence I-A) De enige reden om Korotkoff IV te gebruiken is De NICE guideline## adviseert de bloeddruk op #mm Hg nauwkeurig af te lezen Er is geen adequaat onderzoek gedaan waaruit blijkt dat op #mmHg nauwkeurig aflezen Een voor de armomtrek te kleine manchet kan de diastolische bloeddruk met ###mmHg en de systolische bloeddruk met #-##mmHg overschatten## Een voor de armomtrek te grote manchet kan zowel de diastolische als de systolische bloeddruk met #mmHg onderschatten## Op basis hiervan adviseert de SOGC# een juist aangemeten manchet (lengte van de manchet gelijk aan #,# keer de omtrek van de arm) te gebruiken (level of evidence II-#a) De manchet leeg laten lopen met een snelheid van  #mmHg per seconde geeft een nauwkeurige bepaling van de systolische en diastolische bloeddruk Te snel leeg laten lopen van de manchet leidt tot onderschatting van de systolische en overschatting van de diastolische Verschillende richtlijnen#,## adviseren om de manchet niet over kleding te plaatsen Er is echter geen literatuur beschikbaar omtrent het doen van een bloeddrukmeting Er kan een verschil in bloeddruk zijn tussen de linker- en rechterarm Een studie met ### zwangeren laat zien dat er een verschil tussen linker- en rechterarm kan zijn van )##mmHg in de systole bij <DATUM> en in diastole bij <DATUM> van de zwangeren Het gemeten verschil werd hoger naarmate de bloeddruk steeg Indien aan één arm gemeten wordt, zal bij ##% van de patiënten een te lage bloeddruk genoteerd worden## een hogere bloeddruk gemeten wordt aan één arm die waarde genomen moet worden en alle metingen aan die arm gedaan moeten worden Hierbij dient in het dossier genoteerd te worden aan welke arm de bloeddruk gemeten moet worden Dit De positie van de zwangere heeft invloed op de gemeten bloeddruk Een meting bij een zwangere vrouw die staat, geeft een hogere bloeddruk dan bij een vrouw die zit Een meting bij een vrouw die ligt, geeft een lagere bloeddruk dan bij een vrouw die zit## Bij een zwangere vrouw in het #e trimester van de zwangerschap is de bloeddruk in linker zijligging ##-##mmHg lager dan in rugligging## Dit verschil wordt veroorzaakt doordat de rechterarm waaraan de bloeddruk wordt gemeten boven het niveau van het hart is Het meest beschreven advies in internationale richtlijnen #,## is de bloeddruk te meten bij de zwangere in een zittende positie met de arm waaraan gemeten wordt op dezelfde hoogte als het hart De SOGC# adviseert een rust periode van # minuten voor de bloeddrukmeting Pickering## noemen ook een periode van # minuten Er is geen adequaat onderzoek gedaan waaruit blijkt dat # minuten de meest optimale rustperiode is voor een identificeren Echter, ##-uurs monitoring is beperkt bruikbaar voor de individuele zwangere gezien de geringe negatief voorspellende waarde voor negatieve onderbouwing om ambulante ##-uurs bloeddruk monitoring aan te bevelen voor gebruik in de hypertensieve (of normotensieve) zwangerschap# Wel kan ambulante ##-uurs bloeddrukmeting bruikbaar zijn bij het detecteren van wittejashypertensie.
603
nvog
wordt aan één arm die waarde genomen moet worden en alle metingen aan die arm gedaan moeten worden Hierbij dient in het dossier genoteerd te worden aan welke arm de bloeddruk gemeten moet worden Dit De positie van de zwangere heeft invloed op de gemeten bloeddruk Een meting bij een zwangere vrouw die staat, geeft een hogere bloeddruk dan bij een vrouw die zit Een meting bij een vrouw die ligt, geeft een lagere bloeddruk dan bij een vrouw die zit## Bij een zwangere vrouw in het #e trimester van de zwangerschap is de bloeddruk in linker zijligging ##-##mmHg lager dan in rugligging## Dit verschil wordt veroorzaakt doordat de rechterarm waaraan de bloeddruk wordt gemeten boven het niveau van het hart is Het meest beschreven advies in internationale richtlijnen #,## is de bloeddruk te meten bij de zwangere in een zittende positie met de arm waaraan gemeten wordt op dezelfde hoogte als het hart De SOGC# adviseert een rust periode van # minuten voor de bloeddrukmeting Pickering## noemen ook een periode van # minuten Er is geen adequaat onderzoek gedaan waaruit blijkt dat # minuten de meest optimale rustperiode is voor een identificeren Echter, ##-uurs monitoring is beperkt bruikbaar voor de individuele zwangere gezien de geringe negatief voorspellende waarde voor negatieve onderbouwing om ambulante ##-uurs bloeddruk monitoring aan te bevelen voor gebruik in de hypertensieve (of normotensieve) zwangerschap# Wel kan ambulante ##-uurs bloeddrukmeting bruikbaar zijn bij het detecteren van wittejashypertensie Een juist aangemeten manchet (lengte van de manchet gelijk aan <DATUM> keer de omtrek van de arm) geeft de meest betrouwbare meting van de De manchet leeg laten lopen met een snelheid van  #mmHg per seconde geeft de meest nauwkeurige bepaling van de systolische en Er kan een verschil ()##mmHg) zijn in de bloeddruk gemeten aan de linker- of rechterarm Dit verschil neemt toe met het stijgen van de De gemeten bloeddruk is afhankelijk van de positie van de zwangere bloeddrukmonitoring aan te bevelen voor gebruik in de hypertensieve (of Op verloskundige afdelingen in <LOCATIE> zal een automatische bloeddrukmeter beschikbaar zijn en gebruikt worden, ook bij zwangeren met hypertensie Veelal zal die meter niet gevalideerd zijn of zal onbekend zijn of die meter gevalideerd is voor gebruik in de zwangerschap De kwiksfygomanometer zal verdwijnen De aneroïde of veermanometer zal overal beschikbaar zijn De werkgroep is van mening dat bij iedere zwangere met een (verdenking op) hypertensieve aandoening de bloeddruk gemeten moet worden met een aneroïde of veermanometer Dit geldt zowel voor het stellen van de diagnose als voor controle van de zwangere met hypertensie of voor het controleren van het effect van de therapie Alleen indien de automatische bloeddrukmeter is gevalideerd voor het meten van de bloeddruk in de zwangerschap gecompliceerd door hypertensie, kan de automatische bloeddrukmeter worden Op basis van bovenstaande conclusies is een advies opgesteld op welke manier de bloeddruk het meest betrouwbaar en reproduceerbaar met de hand gemeten kan worden Dit komt terug in de aanbevelingen.
572
nvog
(lengte van de manchet gelijk aan <DATUM> keer de omtrek van de arm) geeft de meest betrouwbare meting van de De manchet leeg laten lopen met een snelheid van  #mmHg per seconde geeft de meest nauwkeurige bepaling van de systolische en Er kan een verschil ()##mmHg) zijn in de bloeddruk gemeten aan de linker- of rechterarm Dit verschil neemt toe met het stijgen van de De gemeten bloeddruk is afhankelijk van de positie van de zwangere bloeddrukmonitoring aan te bevelen voor gebruik in de hypertensieve (of Op verloskundige afdelingen in <LOCATIE> zal een automatische bloeddrukmeter beschikbaar zijn en gebruikt worden, ook bij zwangeren met hypertensie Veelal zal die meter niet gevalideerd zijn of zal onbekend zijn of die meter gevalideerd is voor gebruik in de zwangerschap De kwiksfygomanometer zal verdwijnen De aneroïde of veermanometer zal overal beschikbaar zijn De werkgroep is van mening dat bij iedere zwangere met een (verdenking op) hypertensieve aandoening de bloeddruk gemeten moet worden met een aneroïde of veermanometer Dit geldt zowel voor het stellen van de diagnose als voor controle van de zwangere met hypertensie of voor het controleren van het effect van de therapie Alleen indien de automatische bloeddrukmeter is gevalideerd voor het meten van de bloeddruk in de zwangerschap gecompliceerd door hypertensie, kan de automatische bloeddrukmeter worden Op basis van bovenstaande conclusies is een advies opgesteld op welke manier de bloeddruk het meest betrouwbaar en reproduceerbaar met de hand gemeten kan worden Dit komt terug in de aanbevelingen geen wetenschappelijke onderbouwing, te weten nauwkeurigheid aflezen en rustperiode voor de meting De werkgroep adviseert om de bloeddruk op # mmHg nauwkeurig af te lezen Dit advies is conform het advies in de NICE-guideline Met betrekking tot de rustperiode adviseert de werkgroep om voorafgaand aan de bloeddrukmeting de zwangere # minuten te laten rusten Dit zal voor de meeste De bloeddruk in de zwangerschap met (verdenking op) hypertensie dient met een gevalideerd voor gebruik in de zwangerschap, gecompliceerd door hypertensie De bloeddruk gemeten met een niet gevalideerde automatische bloeddrukmeter moet vergeleken worden met een kwiksfygomanometer of een aneroïde of De diastolische bloeddruk dient te worden vastgesteld op basis van Korotkoff V De manchet dient de juiste afmeting te hebben (<DATUM> keer de armomtrek) Het verdient aanbeveling de manchet met een snelheid van (#mm/sec leeg te laten Het verdient aanbeveling om de bloeddruk af te lezen op #mmHg nauwkeurig Het verdient aanbeveling om voor de meting van de bloeddruk de zwangere # Het verdient aanbeveling om bij het eerste consult de bloeddruk zowel aan de linker Indien bij het eerste consult het verschil tussen beide armen )##mmHg is, meet dan alle volgende metingen aan de arm met de hoogste waarde Indien het verschil De bloeddruk kan het best gemeten worden bij de zwangere in een zittende positie met de arm waaraan gemeten wordt op dezelfde hoogte als het hart Ambulante bloeddrukmonitoring heeft geen plek bij de controle van een zwangere produktieverbod onvoldoende bekend Den Haag.
555
nvog
geen wetenschappelijke onderbouwing, te weten nauwkeurigheid aflezen en rustperiode voor de meting De werkgroep adviseert om de bloeddruk op # mmHg nauwkeurig af te lezen Dit advies is conform het advies in de NICE-guideline Met betrekking tot de rustperiode adviseert de werkgroep om voorafgaand aan de bloeddrukmeting de zwangere # minuten te laten rusten Dit zal voor de meeste De bloeddruk in de zwangerschap met (verdenking op) hypertensie dient met een gevalideerd voor gebruik in de zwangerschap, gecompliceerd door hypertensie De bloeddruk gemeten met een niet gevalideerde automatische bloeddrukmeter moet vergeleken worden met een kwiksfygomanometer of een aneroïde of De diastolische bloeddruk dient te worden vastgesteld op basis van Korotkoff V De manchet dient de juiste afmeting te hebben (<DATUM> keer de armomtrek) Het verdient aanbeveling de manchet met een snelheid van (#mm/sec leeg te laten Het verdient aanbeveling om de bloeddruk af te lezen op #mmHg nauwkeurig Het verdient aanbeveling om voor de meting van de bloeddruk de zwangere # Het verdient aanbeveling om bij het eerste consult de bloeddruk zowel aan de linker Indien bij het eerste consult het verschil tussen beide armen )##mmHg is, meet dan alle volgende metingen aan de arm met de hoogste waarde Indien het verschil De bloeddruk kan het best gemeten worden bij de zwangere in een zittende positie met de arm waaraan gemeten wordt op dezelfde hoogte als het hart Ambulante bloeddrukmonitoring heeft geen plek bij de controle van een zwangere produktieverbod onvoldoende bekend <PERSOON> u hoe uw bloeddrukmeter werkt? <PERSOON> and technical issues related to the diagnosis , screening, prevenetion and <PERSOON> HA Within subject variability of differences between conventional and automated blood pressure measurements in pregnancy <PERSOON> AH, <PERSOON> AW, de SM, <PERSOON> AH, de <PERSOON> blood pressure in pregnancy and preeclampsia In <PERSOON> M, eds Pre-eclampsia Etiology and clinical <PERSOON> for management of hypertension report of the third working party of the british <PERSOON-##>, evalution and management of the hypertensive disorders of pregnancy SOGC clinical practice guideline <PERSOON-##> IM, van der <PERSOON-##> JAM, van <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> DJ, de <PERSOON-##> of reproducibility in pregnancy of Korotkoff phase IV as measured by mercury NICE clinical guideline ## Antenatal care routine care for the healthy <PERSOON-##> trial of <PERSOON-##> influence of different positions and korotkoff sounds on the blood pressure measurements in pregnancy Acta.
502
nvog
<PERSOON> u hoe uw bloeddrukmeter werkt? <PERSOON> and technical issues related to the diagnosis , screening, prevenetion and <PERSOON> HA Within subject variability of differences between conventional and automated blood pressure measurements in pregnancy <PERSOON> AH, <PERSOON> AW, de SM, <PERSOON> AH, de <PERSOON> blood pressure in pregnancy and preeclampsia In <PERSOON> M, eds Pre-eclampsia Etiology and clinical <PERSOON> for management of hypertension report of the third working party of the british <PERSOON-##>, evalution and management of the hypertensive disorders of pregnancy SOGC clinical practice guideline <PERSOON-##> IM, van der <PERSOON-##> JAM, van <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> DJ, de <PERSOON-##> of reproducibility in pregnancy of Korotkoff phase IV as measured by mercury NICE clinical guideline ## Antenatal care routine care for the healthy <PERSOON-##> trial of <PERSOON-##> influence of different positions and korotkoff sounds on the blood pressure measurements in pregnancy Acta Cuff width influence on blood pressure <PERSOON-##> A, et al Time poor rushing decreases the accuracy and reliability of blood pressure <PERSOON-##> KH Inter arm blood Stryker T, <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> TW Accuracy of home blood pressure readings Sibai BM Pitfalls in diagnosis and management of preeclampsia <PERSOON-##> FA, <PERSOON-##> haemodynamic, renal excretory and hormonal changes induced by resting in the left lateral position in normal Pickering TG, <LOCATIE> JE, <PERSOON-##> for blood pressure measurement in humans and experimental animals Part # the Subcommittee of Professional and Public Education of the American Heart Association Council on <PERSOON-##> versus conventional methods for monitoring blood pressure during pregnancy <PERSOON-##> Cochrane Library ### In de huidige nationale en internationale richtlijnen wordt als grens voor significante proteïnurie tijdens de zwangerschap meer dan ###mg/##-uur aan gehouden Deze grens werd o a vastgelegd door de International Society for the Study of Hypertension in Pregnancy (ISSHP) gebaseerd op een consensusrapport van de Australasian Society for the Study of Hypertension in Pregnancy (ASSHP) en een voorstel van de National High Blood Pressure Education Program (NHBPEP) in de Verenigde Staten (VS) De grens van ###mg/##-uur is wijd verspreid bekend, maar.
516
nvog
on blood pressure <PERSOON> A, et al Time poor rushing decreases the accuracy and reliability of blood pressure <PERSOON> KH Inter arm blood Stryker T, <PERSOON> M, <PERSOON> TW Accuracy of home blood pressure readings Sibai BM Pitfalls in diagnosis and management of preeclampsia <PERSOON> FA, <PERSOON> haemodynamic, renal excretory and hormonal changes induced by resting in the left lateral position in normal Pickering TG, <LOCATIE> JE, <PERSOON> for blood pressure measurement in humans and experimental animals Part # the Subcommittee of Professional and Public Education of the American Heart Association Council on <PERSOON> versus conventional methods for monitoring blood pressure during pregnancy <PERSOON> Cochrane Library ### In de huidige nationale en internationale richtlijnen wordt als grens voor significante proteïnurie tijdens de zwangerschap meer dan ###mg/##-uur aan gehouden Deze grens werd o a vastgelegd door de International Society for the Study of Hypertension in Pregnancy (ISSHP) gebaseerd op een consensusrapport van de Australasian Society for the Study of Hypertension in Pregnancy (ASSHP) en een voorstel van de National High Blood Pressure Education Program (NHBPEP) in de Verenigde Staten (VS) De grens van ###mg/##-uur is wijd verspreid bekend, maar De te beantwoorden vraag is vanaf welke waarde is er sprake van significante proteïnurie Om deze vraag te kunnen beantwoorden zijn waarden nodig van proteïnurie in de normale zwangerschap bestaande uit een gemiddelde waarde en een standaarddeviatie Bij deze uitgangsvraag wordt uitgegaan van de situatie dat er geen pre-existente proteïnurie en/of pre-existente hypertensie is Tevens gaat het om Bij niet-zwangeren is er sprake van afwijkende proteïnurie bij eiwitverlies in de urine van )###mg/dag# Ten gevolge van zwangerschap neemt de eiwituitscheiding in de urine toe Dit wordt veroorzaakt door de combinatie van toename van de glomerulaire filtratie snelheid, een verhoogde permeabiliteit van de glomerulaire basale membraan en een verminderde terugresorptie van eiwit#,# Met betrekking tot de vraag vanaf welke waarde er sprake is van significante proteïnurie valt de beperking in de literatuur direct op de studies zijn inconsistent zwangerschap door middel van ##-uurs eiwitbepaling De drie belangrijkste zijn de studies van <PERSOON>#, Davison# en <PERSOON-##># (n=##) beschrijft een significante toename van proteïnurie in het #e trimester De studie van Davison# (n=##) beschrijft ###mg/##-uur) De eiwituitscheiding nam toe met het vorderen van de gemiddelde eiwituitscheiding aan van ###,#mg/##-uur (##% betrouwbaarheidsinterval ###,#mg/##-uur) De conclusie van deze studie is dat ###mg/##-uur aangehouden kan worden als de bovengrens van normaal in de zwangerschap De eiwituitscheiding nam toe met de duur van de zwangerschap (niet significant) Er is De belangrijkste conclusie van EKR-studies in de normale zwangerschap was dat de EKR stijgt met de toenemende zwangerschapsduur Literatuur met betrekking tot.
606
nvog
welke waarde is er sprake van significante proteïnurie Om deze vraag te kunnen beantwoorden zijn waarden nodig van proteïnurie in de normale zwangerschap bestaande uit een gemiddelde waarde en een standaarddeviatie Bij deze uitgangsvraag wordt uitgegaan van de situatie dat er geen pre-existente proteïnurie en/of pre-existente hypertensie is Tevens gaat het om Bij niet-zwangeren is er sprake van afwijkende proteïnurie bij eiwitverlies in de urine van )###mg/dag# Ten gevolge van zwangerschap neemt de eiwituitscheiding in de urine toe Dit wordt veroorzaakt door de combinatie van toename van de glomerulaire filtratie snelheid, een verhoogde permeabiliteit van de glomerulaire basale membraan en een verminderde terugresorptie van eiwit#,# Met betrekking tot de vraag vanaf welke waarde er sprake is van significante proteïnurie valt de beperking in de literatuur direct op de studies zijn inconsistent zwangerschap door middel van ##-uurs eiwitbepaling De drie belangrijkste zijn de studies van <PERSOON>#, Davison# en <PERSOON># (n=##) beschrijft een significante toename van proteïnurie in het #e trimester De studie van Davison# (n=##) beschrijft ###mg/##-uur) De eiwituitscheiding nam toe met het vorderen van de gemiddelde eiwituitscheiding aan van ###,#mg/##-uur (##% betrouwbaarheidsinterval ###,#mg/##-uur) De conclusie van deze studie is dat ###mg/##-uur aangehouden kan worden als de bovengrens van normaal in de zwangerschap De eiwituitscheiding nam toe met de duur van de zwangerschap (niet significant) Er is De belangrijkste conclusie van EKR-studies in de normale zwangerschap was dat de EKR stijgt met de toenemende zwangerschapsduur Literatuur met betrekking tot Het is aannemelijk dat de bovengrens van proteïnurie in de normale Het is aannemelijk dat de hoeveelheid proteïnurie toeneemt met het vorderen van de zwangerschap met een maximum in het # e trimester De werkgroep heeft er voor gekozen om de definitie van significante prote ïnurie zoals opgesteld door de ISSHP ()###mg/##-uur bepaald in ##-uurs urine) aan te houden Er is op basis van de (beperkte) beschikbare literatuur geen reden om van deze grens af te wijken De definitie opgesteld door de ISSHP is de enige waarover internationaal consensus is bereikt Er zijn onvoldoende argumenten om per Het verdient aanbeveling om als grens voor significante proteïnurie tijdens de zwangerschap meer dan ###mg/##uur aan te houden bepaald uit een ##-uurs urine proteïnurie te definiëren als )###mg/##-uur bepaald uit een ##-uurs urine <PERSOON> JM Renal haemodynamics and tubular function in human pregnancy Baillieres Clin Obstet Gynaecol ### <PERSOON>; <PERSOON> MD, Davison JM Altered glomerular permselectivity to neutral dextrans and heteroporous membrane modeling in human pregnancy <PERSOON> CW Urinary albumin <PERSOON> effect of pregnancy on kidney function in renal allograft <PERSOON> values of urinary albumin and total protein excretion during pregnancy <PERSOON> Het amendement is ontwikkeld door <PERSOON-##> werkgroep, opgesteld door <PERSOON-##> en <PERSOON-##> C.
630
nvog
© ### Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie (NVOG) De tekst uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enige andere manier, echter uitsluitend na voorafgaande toestemming van de uitgever Toestemming voor gebruik van tekst(gedeelten) kunt u schriftelijk of per Welke methode verdient de voorkeur bij inductie van de baring bij een onrijpe Welk beleid is aangewezen als ## uur na de start van de inductie nog niet Is er een plaats voor het poliklinisch plaatsen van een Foley-katheter? Welke methode verdient de voorkeur m b t inductie van de baring bij gebroken vliezen à Welke methode verdient de voorkeur bij inductie van de baring bij een rijpe cervix? Welk doseringsschema voor oxytocine bij inductie van de baring kan het beste Welke medicamenteuze methode verdient de voorkeur voor inductie van de baring bij intrauteriene vruchtdood in het tweede trimester? Hoofdstuk # Alternatieve methoden van inductie van de baring Welke alternatieve methoden van inleiding zijn effectief en veilig ten behoeve van inductie van Deze richtlijn is gebaseerd op de richtlijn Inductie van de baring van de NVOG uit ###, de richtlijn “Induction of Labour” van de RCOG uit ### (#) en de WHO “recommendations for induction of De aanbevelingen die worden gedaan in de richtlijn zijn zoveel mogelijk evidence based en zijn vaak Deze richtlijn is ontwikkeld ten behoeve van veilige en efficiënte uitvoering van inductie van de baring Deze richtlijn beschrijft de effectiviteit en risico’s van de verschillende methoden van inductie van de baring, maar niet de specifieke indicaties Hiervoor verwijzen we naar de verschillende specifieke Zwangeren die gaan bevallen in de tweede lijn van zowel een levend als overleden kind Voor de inductie van de baring bij zwangeren met een uteruslitteken wordt verwezen naar de NVOG-richtlijn De aanbevelingen die zijn gedaan in deze richtlijn betreffen à terme zwangerschappen Er werden nauwelijks studies gevonden die specifiek hebben gekeken naar de werkzaamheid van verschillende methoden voor inductie van de baring in de preterme periode Wel werden in meerdere studies vrouwen vanaf een zwangerschapsduur van ## of ## weken geïncludeerd, echter de vrouwen in de preterme periode werden niet apart geanalyseerd Naar verwachting zullen de meeste aanbevelingen voor inductie van de baring ook gelden in de preterme periode De definitie van inductie van de baring is het proces van artificieel stimuleren van de uterus om de baring op gang te brengen De laatste jaren is het aantal inleidingen toegenomen ongeveer één op de vier bevallingen in de westerse wereld wordt ingeleid In <LOCATIE> wordt inclusief de eerste lijn bij ##,#% van de partus de bevalling ingeleid (jaarverslag geboortezorg Perined ###) De laatste jaren is er voor verschillende indicaties het advies gekomen om in te leiden, waarbij het risico op het wachten tot spontane weeën voor moeder en/of kind groter lijkt dan bij het inleiden van de baring Om.
570
nvog
en risico’s van de verschillende methoden van inductie van de baring, maar niet de specifieke indicaties Hiervoor verwijzen we naar de verschillende specifieke Zwangeren die gaan bevallen in de tweede lijn van zowel een levend als overleden kind Voor de inductie van de baring bij zwangeren met een uteruslitteken wordt verwezen naar de NVOG-richtlijn De aanbevelingen die zijn gedaan in deze richtlijn betreffen à terme zwangerschappen Er werden nauwelijks studies gevonden die specifiek hebben gekeken naar de werkzaamheid van verschillende methoden voor inductie van de baring in de preterme periode Wel werden in meerdere studies vrouwen vanaf een zwangerschapsduur van ## of ## weken geïncludeerd, echter de vrouwen in de preterme periode werden niet apart geanalyseerd Naar verwachting zullen de meeste aanbevelingen voor inductie van de baring ook gelden in de preterme periode De definitie van inductie van de baring is het proces van artificieel stimuleren van de uterus om de baring op gang te brengen De laatste jaren is het aantal inleidingen toegenomen ongeveer één op de vier bevallingen in de westerse wereld wordt ingeleid In <LOCATIE> wordt inclusief de eerste lijn bij ##,#% van de partus de bevalling ingeleid (jaarverslag geboortezorg Perined ###) De laatste jaren is er voor verschillende indicaties het advies gekomen om in te leiden, waarbij het risico op het wachten tot spontane weeën voor moeder en/of kind groter lijkt dan bij het inleiden van de baring Om de inleiding de zwangere en de foetus zorgvuldig te bewaken Inleiding van de baring is een onderwerp waar iedere gynaecoloog veelvuldig mee te maken heeft Verschillende medicamenteuze en mechanische methoden zijn beschreven In deze richtlijn worden de voor- en nadelen van deze methoden besproken en de verschillende methoden met elkaar vergeleken Vanzelfsprekend is het van groot belang de voor- en nadelen van het inleiden van de baring, en de afweging van de verschillende methoden zorgvuldig met de patiënte en partner te bespreken De werkgroep stelde de volgende uitgangsvragen vast die achtereenvolgens zullen worden Gebruik bij medicamenteuze inductie van de baring bij onrijpe cervix misoprostol oraal (capsule ## microgram, elke # uur, of ## microgram elke # uur) Bij bezwaar tegen orale inname, of indien de tijdsduur een belangrijke factor is, kan gekozen worden voor vaginale toediening van misoprostol (### microgram elke # uur) Men dient het gebruik van mechanische methoden als veilig en effectief te beschouwen, waarbij de voorkeur uitgaat naar een Foley-katheter ingebracht door de cervix, gevuld met ## ml Men dient hierbij de mogelijke langere inductieduur af te wegen tegen het lagere risico op hyperstimulatie De werkgroep is van mening dat als twee dagen na start van de inductie de cervix nog niet voldoende gerijpt is om amniotomie te kunnen verrichten, het beleid heroverwogen dient te worden, waarbij de indicatie en de wens van de zwangere vrouw en haar partner nadrukkelijk dienen te worden betrokken in de besluitvorming Opties op dat moment zijn heroverwegen van de indicatie tot.
563
nvog
van de baring is een onderwerp waar iedere gynaecoloog veelvuldig mee te maken heeft Verschillende medicamenteuze en mechanische methoden zijn beschreven In deze richtlijn worden de voor- en nadelen van deze methoden besproken en de verschillende methoden met elkaar vergeleken Vanzelfsprekend is het van groot belang de voor- en nadelen van het inleiden van de baring, en de afweging van de verschillende methoden zorgvuldig met de patiënte en partner te bespreken De werkgroep stelde de volgende uitgangsvragen vast die achtereenvolgens zullen worden Gebruik bij medicamenteuze inductie van de baring bij onrijpe cervix misoprostol oraal (capsule ## microgram, elke # uur, of ## microgram elke # uur) Bij bezwaar tegen orale inname, of indien de tijdsduur een belangrijke factor is, kan gekozen worden voor vaginale toediening van misoprostol (### microgram elke # uur) Men dient het gebruik van mechanische methoden als veilig en effectief te beschouwen, waarbij de voorkeur uitgaat naar een Foley-katheter ingebracht door de cervix, gevuld met ## ml Men dient hierbij de mogelijke langere inductieduur af te wegen tegen het lagere risico op hyperstimulatie De werkgroep is van mening dat als twee dagen na start van de inductie de cervix nog niet voldoende gerijpt is om amniotomie te kunnen verrichten, het beleid heroverwogen dient te worden, waarbij de indicatie en de wens van de zwangere vrouw en haar partner nadrukkelijk dienen te worden betrokken in de besluitvorming Opties op dat moment zijn heroverwegen van de indicatie tot (medicamenteus naar mechanisch of oraal naar vaginaal en vice versa), twee verschillende methoden combineren of een sectio te verrichten Hierbij is adequate voorlichting vooraf over de Poliklinisch plaatsen van een Foley-katheter kan worden overwogen bij een laagrisicopopulatie Men kan bij inductie van de baring bij gebroken vliezen à terme gebruikmaken van zowel prostaglandines als oxytocine Bij een keuze voor prostaglandines heeft het gebruik van misoprostol de voorkeur, waarbij de orale toediening van misoprostol het meest veilig lijkt gezien het infectierisico Voor inductie van de baring bij een rijpe cervix kunnen amniotomie gevolgd door oxytocine intraveneus, PGE# vaginaal, misoprostol oraal of vaginaal gebruikt worden Gebruik geen hoge dosering oxytocine, maar één van de beschikbare lage doseringsprotocollen Overweeg oxytocine in een zo laag mogelijke dosering te gebruiken Overweeg discontinueren van de oxytocine vanaf # centimeter ontsluiting bij vrouwen die worden Voor inductie van de baring bij foetale sterfte kan misoprostol vaginaal gebruikt worden, dosering Overweeg mifepristone voorafgaand aan inductie bij foetale sterfte om een korter inductie-totbevallingsinterval te bewerkstellingen Overweeg strippen als alternatieve methode van inductie van de baring om het aantal formele inducties te verminderen Beveel geen andere alternatieve methoden voor inductie van de baring Hoofdstuk # Inductie van de baring bij onrijpe cervix Een onrijpe cervix wordt verschillend gedefinieerd Er is kozen voor de afkapwaarde een Bishop-score van # of minder, aangezien deze het meest wordt gebruikt en er geen evidence is dat een andere De effectiviteit van de inductie wordt meestal bepaald aan de hand van het inductie-bevallingsinterval.
558
nvog
vice versa), twee verschillende methoden combineren of een sectio te verrichten Hierbij is adequate voorlichting vooraf over de Poliklinisch plaatsen van een Foley-katheter kan worden overwogen bij een laagrisicopopulatie Men kan bij inductie van de baring bij gebroken vliezen à terme gebruikmaken van zowel prostaglandines als oxytocine Bij een keuze voor prostaglandines heeft het gebruik van misoprostol de voorkeur, waarbij de orale toediening van misoprostol het meest veilig lijkt gezien het infectierisico Voor inductie van de baring bij een rijpe cervix kunnen amniotomie gevolgd door oxytocine intraveneus, PGE# vaginaal, misoprostol oraal of vaginaal gebruikt worden Gebruik geen hoge dosering oxytocine, maar één van de beschikbare lage doseringsprotocollen Overweeg oxytocine in een zo laag mogelijke dosering te gebruiken Overweeg discontinueren van de oxytocine vanaf # centimeter ontsluiting bij vrouwen die worden Voor inductie van de baring bij foetale sterfte kan misoprostol vaginaal gebruikt worden, dosering Overweeg mifepristone voorafgaand aan inductie bij foetale sterfte om een korter inductie-totbevallingsinterval te bewerkstellingen Overweeg strippen als alternatieve methode van inductie van de baring om het aantal formele inducties te verminderen Beveel geen andere alternatieve methoden voor inductie van de baring Hoofdstuk # Inductie van de baring bij onrijpe cervix Een onrijpe cervix wordt verschillend gedefinieerd Er is kozen voor de afkapwaarde een Bishop-score van # of minder, aangezien deze het meest wordt gebruikt en er geen evidence is dat een andere De effectiviteit van de inductie wordt meestal bepaald aan de hand van het inductie-bevallingsinterval Overige uitkomstmaten zijn hyperstimulatie met of zonder CTG-afwijkingen, het aantal kunstverlossingen en het aantal sectio’s Soms worden neonatale uitkomstmaten gekozen, zoals <DATUM> Welke methode verdient de voorkeur bij inductie van de baring bij een onrijpe cervix? Er wordt onderscheid gemaakt tussen medicamenteuze en mechanische methoden voor inductie van de baring bij een onrijpe cervix In veel studies wordt er ook geen onderscheid gemaakt tussen rijpe en onrijpe cervix Medicamenteuze inductie vindt voornamelijk plaats met prostaglandines, waarvan meerdere soorten beschikbaar zijn, verschillende toedieningsroutes en diverse doseringsschema’s De belangrijkste methoden zullen hieronder worden besproken en met elkaar worden vergeleken Prostaglandines intracervicaal zijn effectief vergeleken met placebo, maar blijken in een review van ## trials minder effectief vergeleken met prostaglandines intravaginaal, met een relatief risico van #,## (##% CI #,<DATUM> ##) om niet binnen ## uur te bevallen (Boulvain, Cochrane Database SystRev ### Er is minimale bewijsvoering van lage kwaliteit dat geen statistisch verschil laat zien in effectiviteit tussen prostaglandine E# pessarium met gecontroleerde afgifte en andere prostaglandine E# preparaten (# studies, ### deelnemers) Alleen voor het pessarium met gereguleerde afgifte wordt een reductie in instrumentele vaginale partus gerapporteerd (#,# % versus ##,#%, RR #,##, ##% CI #,## - #,##) vergeleken met PGE# gel of tablet (Cochrane ### <PERSOON> AJ) In een Cochrane review uit ### wordt geconcludeerd dat PGE#-tabletten vaginaal, vaginale gel en pessarium (inclusief gereguleerde afgifte) even effectief lijken te zijn (<PERSOON> misoprostol in een dosering hoger dan ## microgram elke # uur blijkt effectiever dan andere.
626
nvog
hyperstimulatie met of zonder CTG-afwijkingen, het aantal kunstverlossingen en het aantal sectio’s Soms worden neonatale uitkomstmaten gekozen, zoals <DATUM> Welke methode verdient de voorkeur bij inductie van de baring bij een onrijpe cervix? Er wordt onderscheid gemaakt tussen medicamenteuze en mechanische methoden voor inductie van de baring bij een onrijpe cervix In veel studies wordt er ook geen onderscheid gemaakt tussen rijpe en onrijpe cervix Medicamenteuze inductie vindt voornamelijk plaats met prostaglandines, waarvan meerdere soorten beschikbaar zijn, verschillende toedieningsroutes en diverse doseringsschema’s De belangrijkste methoden zullen hieronder worden besproken en met elkaar worden vergeleken Prostaglandines intracervicaal zijn effectief vergeleken met placebo, maar blijken in een review van ## trials minder effectief vergeleken met prostaglandines intravaginaal, met een relatief risico van #,## (##% CI #,<DATUM> ##) om niet binnen ## uur te bevallen (Boulvain, Cochrane Database SystRev ### Er is minimale bewijsvoering van lage kwaliteit dat geen statistisch verschil laat zien in effectiviteit tussen prostaglandine E# pessarium met gecontroleerde afgifte en andere prostaglandine E# preparaten (# studies, ### deelnemers) Alleen voor het pessarium met gereguleerde afgifte wordt een reductie in instrumentele vaginale partus gerapporteerd (#,# % versus ##,#%, RR #,##, ##% CI #,## - #,##) vergeleken met PGE# gel of tablet (Cochrane ### <PERSOON> AJ) In een Cochrane review uit ### wordt geconcludeerd dat PGE#-tabletten vaginaal, vaginale gel en pessarium (inclusief gereguleerde afgifte) even effectief lijken te zijn (<PERSOON> misoprostol in een dosering hoger dan ## microgram elke # uur blijkt effectiever dan andere Lagere doseringen waren gelijkwaardig aan andere prostaglandines qua effectiviteit en risico De beschreven studies zijn niet groot genoeg om de mogelijkheid van verschil ten aanzien van zeldzame complicaties zoals uterusruptuur uit te sluiten, welke in case-reports bij vrouwen met of zonder sectiolitteken zijn beschreven (Cochrane ###, Vergeleken met hogere doseringen waren lagere doses vaginaal misoprostol (## microgram elke # uur) geassocieerd met een verlaagd risico van uteriene hyperstimulatie met CTG-veranderingen (## studies, <DATUM> deelnemers, RR #,##, ##% CI #,##–#,##) Het aantal partus dat niet binnen ## uur plaatsvond, was gelijk tussen hogere en lagere doseringen (##,#% versus ##,#%) (WHO, guideline In een netwerk meta-analyse uit ###, waarin ### gerandomiseerde klinische trials met betrekking tot inductie van de baring met prostaglandines werden geanalyseerd, bleek vaginale toediening van misoprostol () ##ug) het meest effectief om een vaginale baring binnen ## uur te realiseren (Alfirevic De vergelijkende studies tussen orale misoprostol en vaginale prostaglandines zijn in het voordeel van de orale misoprostol een lager risico op sectio caesarea (sectio) wordt aangetoond (## trials, <DATUM> deelnemers, RR #,##, ##% CI #,##–#,##) zonder een toegenomen risico in maternale en neonatale morbiditeit De meeste studies die orale misoprostol vergeleken met vaginaal misoprostol gebruikten orale doseringen van ##–## µg, elke # uur (WHO) Orale misoprostol lijkt minstens zo effectief te zijn als vaginale toediening van dinoproston Als misoprostol oraal wordt gegeven, is de aanbevolen Misoprostol oraal, tablet of oplossing, versus misoprostol vaginaal.
707
nvog
Lagere doseringen waren gelijkwaardig aan andere prostaglandines qua effectiviteit en risico De beschreven studies zijn niet groot genoeg om de mogelijkheid van verschil ten aanzien van zeldzame complicaties zoals uterusruptuur uit te sluiten, welke in case-reports bij vrouwen met of zonder sectiolitteken zijn beschreven (Cochrane ###, Vergeleken met hogere doseringen waren lagere doses vaginaal misoprostol (## microgram elke # uur) geassocieerd met een verlaagd risico van uteriene hyperstimulatie met CTG-veranderingen (## studies, <DATUM> deelnemers, RR #,##, ##% CI #,##–#,##) Het aantal partus dat niet binnen ## uur plaatsvond, was gelijk tussen hogere en lagere doseringen (##,#% versus ##,#%) (WHO, guideline In een netwerk meta-analyse uit ###, waarin ### gerandomiseerde klinische trials met betrekking tot inductie van de baring met prostaglandines werden geanalyseerd, bleek vaginale toediening van misoprostol () ##ug) het meest effectief om een vaginale baring binnen ## uur te realiseren (Alfirevic De vergelijkende studies tussen orale misoprostol en vaginale prostaglandines zijn in het voordeel van de orale misoprostol een lager risico op sectio caesarea (sectio) wordt aangetoond (## trials, <DATUM> deelnemers, RR #,##, ##% CI #,##–#,##) zonder een toegenomen risico in maternale en neonatale morbiditeit De meeste studies die orale misoprostol vergeleken met vaginaal misoprostol gebruikten orale doseringen van ##–## µg, elke # uur (WHO) Orale misoprostol lijkt minstens zo effectief te zijn als vaginale toediening van dinoproston Als misoprostol oraal wordt gegeven, is de aanbevolen Misoprostol oraal, tablet of oplossing, versus misoprostol vaginaal <DATUM> deelnemers Er werden geen verschillen in maternale of neonatale morbiditeit en mortaliteit gezien De resultaten ten aanzien van het aantal bevallingen binnen ## uur, de hyperstimulatie en het aantal sectio’s waren heterogeen, en afhankelijk van de gebruikte doseringen Er waren minder kinderen met een lage Apgar-score bij het gebruik van orale misoprostol en minder fluxus postpartum, echter in de orale misoprostol-groep werd meer meconiumhoudend vruchtwater gezien (Alfirevic, In een meta-analyse uit ### naar het gebruik van prostaglandines bij inductie van de baring, waarin totaal ### studies werden geïncludeerd, wordt onderscheid gemaakt tussen misoprostol oraal ((##ug) de laagste kans op een sectio geeft, terwijl vaginale misoprostol () ## ug) de grootste kans gaf om binnen ## uur vaginaal te bevallen Gezien de lage incidentie kon geen uitspraak worden Equivalente biologische activiteit wordt gezien wanneer de dosering van orale misoprostol het dubbele De orale misoprostol-oplossing kan gemaakt worden door een ###ug tablet op te lossen in ### ml water, verkregen oplossing misoprostol #ug/ml Aanbevolen dosering ##-## ml à # uur Bioasays suggereren dat misoprostol in deze vorm actief blijft voor ten minste ## uur Misoprostol sublinguaal/buccaal versus misoprostol oraal of vaginaal In studies waarin misoprostol sublinguaal werd vergeleken met misoprostol vaginaal, werden vergelijkbare resultaten gezien Er zijn te weinig data om er conclusies uit te kunnen trekken met betrekking tot misoprostol sublinguaal/buccaal versus misoprostol oraal (Alfirevic, Cochrane ###) Er werden ## studies gevonden naar het gebruik van mifepristone vergeleken met placebo of geen behandeling voor rijping van de cervix bij à terme vitale zwangerschappen, gevolgd door wisselende.
690
nvog
morbiditeit en mortaliteit gezien De resultaten ten aanzien van het aantal bevallingen binnen ## uur, de hyperstimulatie en het aantal sectio’s waren heterogeen, en afhankelijk van de gebruikte doseringen Er waren minder kinderen met een lage Apgar-score bij het gebruik van orale misoprostol en minder fluxus postpartum, echter in de orale misoprostol-groep werd meer meconiumhoudend vruchtwater gezien (Alfirevic, In een meta-analyse uit ### naar het gebruik van prostaglandines bij inductie van de baring, waarin totaal ### studies werden geïncludeerd, wordt onderscheid gemaakt tussen misoprostol oraal ((##ug) de laagste kans op een sectio geeft, terwijl vaginale misoprostol () ## ug) de grootste kans gaf om binnen ## uur vaginaal te bevallen Gezien de lage incidentie kon geen uitspraak worden Equivalente biologische activiteit wordt gezien wanneer de dosering van orale misoprostol het dubbele De orale misoprostol-oplossing kan gemaakt worden door een ###ug tablet op te lossen in ### ml water, verkregen oplossing misoprostol #ug/ml Aanbevolen dosering ##-## ml à # uur Bioasays suggereren dat misoprostol in deze vorm actief blijft voor ten minste ## uur Misoprostol sublinguaal/buccaal versus misoprostol oraal of vaginaal In studies waarin misoprostol sublinguaal werd vergeleken met misoprostol vaginaal, werden vergelijkbare resultaten gezien Er zijn te weinig data om er conclusies uit te kunnen trekken met betrekking tot misoprostol sublinguaal/buccaal versus misoprostol oraal (Alfirevic, Cochrane ###) Er werden ## studies gevonden naar het gebruik van mifepristone vergeleken met placebo of geen behandeling voor rijping van de cervix bij à terme vitale zwangerschappen, gevolgd door wisselende De studies laten zien dat met mifepristone een groter aantal vrouwen een rijpe cervix had (RR #,## ##% CI #,##-#,##) en suggereren dat mifepristone beter is dan placebo in het verminderen van de kans op een sectio voor failed induction (RR #,##, ##% CI #,##-#,##) Er is echter weinig bekend over de effecten op de neonaat (Hapangama, Cochrane ###) Concluderend zijn er aanwijzingen dat mifepristone werkzaam is voor het rijpen van de cervix, echter er is onvoldoende informatie beschikbaar omtrent de veiligheid om het gebruik van mifepristone aan te raden voor reguliere inductie van de baring bij een Het is aangetoond dat zowel orale als vaginale toediening van misoprostol effectief en veilig is voor Misoprostol oraal is sinds september ### in <LOCATIE> geregistreerd voor gebruik bij inductie van de baring in dosering ##ug a # uur met een maximum van ###ug per ## uur Vaginale misoprostol in een dosering van )## mg per dosis geeft de grootste kans om binnen ## uur vaginaal te bevallen, terwijl misoprostol oraal het laagste risico op een sectio geeft Aangezien in de meeste gevallen het risico op een sectio zwaarder zal wegen dan de kans om binnen ## uur te bevallen wordt in het algemeen de voorkeur gegeven aan orale toediening van misoprostol Diverse mechanische methoden voor het inleiden van de baring bij onrijpe cervix zijn beschikbaar, te.
618
nvog
studies laten zien dat met mifepristone een groter aantal vrouwen een rijpe cervix had (RR #,## ##% CI #,##-#,##) en suggereren dat mifepristone beter is dan placebo in het verminderen van de kans op een sectio voor failed induction (RR #,##, ##% CI #,##-#,##) Er is echter weinig bekend over de effecten op de neonaat (Hapangama, Cochrane ###) Concluderend zijn er aanwijzingen dat mifepristone werkzaam is voor het rijpen van de cervix, echter er is onvoldoende informatie beschikbaar omtrent de veiligheid om het gebruik van mifepristone aan te raden voor reguliere inductie van de baring bij een Het is aangetoond dat zowel orale als vaginale toediening van misoprostol effectief en veilig is voor Misoprostol oraal is sinds september ### in <LOCATIE> geregistreerd voor gebruik bij inductie van de baring in dosering ##ug a # uur met een maximum van ###ug per ## uur Vaginale misoprostol in een dosering van )## mg per dosis geeft de grootste kans om binnen ## uur vaginaal te bevallen, terwijl misoprostol oraal het laagste risico op een sectio geeft Aangezien in de meeste gevallen het risico op een sectio zwaarder zal wegen dan de kans om binnen ## uur te bevallen wordt in het algemeen de voorkeur gegeven aan orale toediening van misoprostol Diverse mechanische methoden voor het inleiden van de baring bij onrijpe cervix zijn beschikbaar, te cervix) of het gebruik van een katheter om vocht in de extra-amniotische ruimte in te brengen Mechanische methoden (vooral ballonkatheter) vergeleken met willekeurig elk prostaglandine of met intraveneus oxytocine, resulteerde in gelijke aantallen sectio’s bij een lager risico op hyperstimulatie Bij mechanische methoden is het totaal aantal vrouwen dat niet binnen ## uur bevallen is, niet toegenomen Echter, het aantal multipara dat niet vaginaal bevallen is na ## uur was hoger vergeleken met vaginaal PGE# Vergeleken met oxytocine is het aantal sectio’s bij gebruik van mechanische methoden lager Bij mechanische methoden was er een verlaagd risico op hyperstimulatie met CTG-veranderingen vergeleken met vaginaal PGE# (acht studies; <DATUM> vrouwen #,##; ##% CI #,## – #,##) Het risico op een sectio was vergelijkbaar tussen mechanische methoden en prostaglandines, terwijl vergeleken met oxytocine mechanische methoden het risico op een sectio zeldzaam en verschilden niet tussen de groepen (Cochrane, Jozwiak ###) In een Nederlandse multicenterstudie (PROBAAT) werden ### vrouwen gerandomiseerd voor inductie van de baring met ##mL Foley-katheter (n=###) of vaginaal prostaglandine E#- gel (n=###) Het uur versus ## uur in de PGE#-groep Het sectiopercentage was gelijkwaardig tussen de twee groepen (##% Foley versus ##% PGE#, risk ratio [RR] #·##, ##% CI #·#<DATUM> ##) In de Foley-groep vond significant vaker een sectio plaats op indicatie niet-vorderende ontsluiting vergeleken met de PGE#groep (##% versus #%, (RR #,## (#,<DATUM> ##)) In de Foley-kathetergroep vond wel minder vaak een operatieve bevalling plaats op indicatie foetale nood (#% versus #% (RR #,## (#,#<DATUM> ##)) Er werden in de Foley-kathetergroep minder neonaten opgenomen of de neonatologie afdeling (##% versus ##%.
723
nvog
intraveneus oxytocine, resulteerde in gelijke aantallen sectio’s bij een lager risico op hyperstimulatie Bij mechanische methoden is het totaal aantal vrouwen dat niet binnen ## uur bevallen is, niet toegenomen Echter, het aantal multipara dat niet vaginaal bevallen is na ## uur was hoger vergeleken met vaginaal PGE# Vergeleken met oxytocine is het aantal sectio’s bij gebruik van mechanische methoden lager Bij mechanische methoden was er een verlaagd risico op hyperstimulatie met CTG-veranderingen vergeleken met vaginaal PGE# (acht studies; <DATUM> vrouwen #,##; ##% CI #,## – #,##) Het risico op een sectio was vergelijkbaar tussen mechanische methoden en prostaglandines, terwijl vergeleken met oxytocine mechanische methoden het risico op een sectio zeldzaam en verschilden niet tussen de groepen (Cochrane, Jozwiak ###) In een Nederlandse multicenterstudie (PROBAAT) werden ### vrouwen gerandomiseerd voor inductie van de baring met ##mL Foley-katheter (n=###) of vaginaal prostaglandine E#- gel (n=###) Het uur versus ## uur in de PGE#-groep Het sectiopercentage was gelijkwaardig tussen de twee groepen (##% Foley versus ##% PGE#, risk ratio [RR] #·##, ##% CI #·#<DATUM> ##) In de Foley-groep vond significant vaker een sectio plaats op indicatie niet-vorderende ontsluiting vergeleken met de PGE#groep (##% versus #%, (RR #,## (#,<DATUM> ##)) In de Foley-kathetergroep vond wel minder vaak een operatieve bevalling plaats op indicatie foetale nood (#% versus #% (RR #,## (#,#<DATUM> ##)) Er werden in de Foley-kathetergroep minder neonaten opgenomen of de neonatologie afdeling (##% versus ##% #%) Ernstige maternale bijwerkingen werden gerapporteerd in twee gevallen, beide in de prostaglandine-groep een uterusperforatie en een uterusruptuur Het percentage fluxus postpartum was niet significant verschillend in de Foley-katheter- versus de PGE#-groep (#% versus #% (RR #,## In een Cochrane review zijn de resultaten van de Probaat-I-studie met twee andere studies opgenomen in een meta-analyse Hierbij werd bevestigd dat een Foley-katheter het aantal sectio’s niet vermindert Wel was er significant minder hyperstimulatie (#% versus #%, OR #,## (CI #,##-#,##) Tevens werd in de Foley-kathetergroep minder fluxus postpartum gezien (#% versus ##%, OR #,## Een studie waarin de efficiëntie van ## uur inductie met een Foley-katheter werd vergeleken met ## uur Foley-katheter en met PGE#, bij in totaal ### vrouwen, liet zien dat het korter in situ laten van de Foley-katheter geen invloed had op het aantal sectio’s, maar dat het wel de inductie-totbevallingsinterval verkort Het aantal vrouwen dat binnen ## uur beviel, was ##% in de ## uur Foleykathetergroep, ##% in de ## uur-groep en ##% in de PGE#-groep (p( ###) Concluderend lijkt amniotomie eerder dan na ## uur na het plaatsen van de Foley-katheter het inductie-totbevallingsinterval te verkorten (Cromy) en vaginaal misoprostol (##ug, N= ##) Het aantal sectio’s verschilde niet significant (##% Foley ##,##) De maternale en neonatale uitkomsten waren vergelijkbaar Het interval van inductie tot liet geen verschil zien in sectiopercentage, en een kleiner aantal instrumentele bevallingen en minder In een meta-analyse uit ### waarin negen studies werden geïncludeerd (<DATUM> patiënten) werden ± # ## uren korter voor misoprostol, P = #.
810
nvog
prostaglandine-groep een uterusperforatie en een uterusruptuur Het percentage fluxus postpartum was niet significant verschillend in de Foley-katheter- versus de PGE#-groep (#% versus #% (RR #,## In een Cochrane review zijn de resultaten van de Probaat-I-studie met twee andere studies opgenomen in een meta-analyse Hierbij werd bevestigd dat een Foley-katheter het aantal sectio’s niet vermindert Wel was er significant minder hyperstimulatie (#% versus #%, OR #,## (CI #,##-#,##) Tevens werd in de Foley-kathetergroep minder fluxus postpartum gezien (#% versus ##%, OR #,## Een studie waarin de efficiëntie van ## uur inductie met een Foley-katheter werd vergeleken met ## uur Foley-katheter en met PGE#, bij in totaal ### vrouwen, liet zien dat het korter in situ laten van de Foley-katheter geen invloed had op het aantal sectio’s, maar dat het wel de inductie-totbevallingsinterval verkort Het aantal vrouwen dat binnen ## uur beviel, was ##% in de ## uur Foleykathetergroep, ##% in de ## uur-groep en ##% in de PGE#-groep (p( ###) Concluderend lijkt amniotomie eerder dan na ## uur na het plaatsen van de Foley-katheter het inductie-totbevallingsinterval te verkorten (Cromy) en vaginaal misoprostol (##ug, N= ##) Het aantal sectio’s verschilde niet significant (##% Foley ##,##) De maternale en neonatale uitkomsten waren vergelijkbaar Het interval van inductie tot liet geen verschil zien in sectiopercentage, en een kleiner aantal instrumentele bevallingen en minder In een meta-analyse uit ### waarin negen studies werden geïncludeerd (<DATUM> patiënten) werden ± # ## uren korter voor misoprostol, P = # ###; ##% CI # ###, <DATUM> of in het aantal casus met chorioamnionitis (RR <DATUM> ##% CI # ###, # ###) tussen vrouwen die misoprostol kregen vergeleken met een transcervicaal Foley-katheter Patiënten die misoprostol kregen, hadden een significant hogere kans op hyperstimulatie zonder verschillen in uitkomst vergeleken met vrouwen die een transcervicale Foley-katheter kregen (RR # ##; ##% CI <DATUM> In de Probaat-II-studie, werd oraal misoprostol ##mg elke # uur vergeleken met een Foley-katheter (gevuld met ## ml) Er werden in totaal <DATUM> vrouwen gerandomiseerd De samengestelde primaire uitkomst, asfyxie (pH ≤#·## of #-min Apgar-score (#) of fluxus postpartum (≥### ml) vond plaats bij ### (##·#%) van de ### deelnemers in de misoprostol-groep versus ### (##·#%) van ### in de Foleykathetergroep Een sectio werd verricht bij ### (##·#%) vrouwen in de misoprostol-groep versus ### Het aantal hyperstimulaties was gelijk in beide groepen Een bevalling binnen ## uur kwam vaker voor ## uur vaker gebeurde in de Foley-kathetergroep ##,#% versus ##,#%) Concluderend heeft bij vrouwen met een onrijpe cervix inductie met oraal misoprostol en een Foley-katheter vergelijkbare De dubbele ballon zou van additionele waarde zijn bij een inleiding vanwege mechanische druk op zowel het ostium internum als externum Bij de dubbele ballon worden doorgaans beide ballonnen elk aan één kant van de cervix gevuld met ##ml steriel fysiologisch zout Een studie waarin de dubbele ballon werd vergeleken met een enkele ballon en PGE# liet zien dat bij.
786
nvog
##% CI # ###, <DATUM> of in het aantal casus met chorioamnionitis (RR <DATUM> ##% CI # ###, # ###) tussen vrouwen die misoprostol kregen vergeleken met een transcervicaal Foley-katheter Patiënten die misoprostol kregen, hadden een significant hogere kans op hyperstimulatie zonder verschillen in uitkomst vergeleken met vrouwen die een transcervicale Foley-katheter kregen (RR # ##; ##% CI <DATUM> In de Probaat-II-studie, werd oraal misoprostol ##mg elke # uur vergeleken met een Foley-katheter (gevuld met ## ml) Er werden in totaal <DATUM> vrouwen gerandomiseerd De samengestelde primaire uitkomst, asfyxie (pH ≤#·## of #-min Apgar-score (#) of fluxus postpartum (≥### ml) vond plaats bij ### (##·#%) van de ### deelnemers in de misoprostol-groep versus ### (##·#%) van ### in de Foleykathetergroep Een sectio werd verricht bij ### (##·#%) vrouwen in de misoprostol-groep versus ### Het aantal hyperstimulaties was gelijk in beide groepen Een bevalling binnen ## uur kwam vaker voor ## uur vaker gebeurde in de Foley-kathetergroep ##,#% versus ##,#%) Concluderend heeft bij vrouwen met een onrijpe cervix inductie met oraal misoprostol en een Foley-katheter vergelijkbare De dubbele ballon zou van additionele waarde zijn bij een inleiding vanwege mechanische druk op zowel het ostium internum als externum Bij de dubbele ballon worden doorgaans beide ballonnen elk aan één kant van de cervix gevuld met ##ml steriel fysiologisch zout Een studie waarin de dubbele ballon werd vergeleken met een enkele ballon en PGE# liet zien dat bij werd gerapporteerd (##% versus ##%) (Pennell CE, BJOG ###) Een andere kleine studie liet tevens een korter insertie-tot-bevallingsinterval zien van de Foley (met extra-amniotisch infusie) vergeleken Concluderend zijn er geen aanwijzingen voor een gunstigere werking van de dubbele ballon vergeleken met de Foley-katheter, er zijn wel aanwijzingen voor een hogere pijnscore in de dubbele ballongroep Mede ook vanwege het ongunstige kostenaspect van de dubbele ballon, heeft de Foleykatheter de voorkeur In een studie met in totaal ### vrouwen van Delaney et al , werd de Foley-katheter gevuld met ## ml vergeleken met ## ml Bij inductie met de ballon gevuld met ## ml was de kans groter op een bevalling binnen ## uur vergeleken met vulling met ## ml Er was geen verschil in het bevallen binnen ## uur, het aantal sectio’s, de bevallingscomplicaties of neonatale uitkomst (ref Delaney) In een andere studie werd een vulling van ## ml vergeleken met ## ml steriel fysiologisch zout in de Foleykatheter In de ## ml-groep was het aantal bevallingen binnen ## uur hoger vergeleken met de ## mlgroep (##,#% versus ##%), en was er minder vaak oxytocine nodig (<PERSOON> ###) Gu et al (PLosOne ###) vergelijkt een vulling van ## ml met ## ml bij in totaal ### vrouwen, waarbij geen korter inductie-tot-bevallingsinterval wordt gezien (vaginale partus ( ## uur bij ## uur rijpen met ballon ##% bij ## ml en ##% bij ## ml vulling) en ook het aantal sectio’s niet afneemt bij hogere vullingen.
747
nvog
BJOG ###) Een andere kleine studie liet tevens een korter insertie-tot-bevallingsinterval zien van de Foley (met extra-amniotisch infusie) vergeleken Concluderend zijn er geen aanwijzingen voor een gunstigere werking van de dubbele ballon vergeleken met de Foley-katheter, er zijn wel aanwijzingen voor een hogere pijnscore in de dubbele ballongroep Mede ook vanwege het ongunstige kostenaspect van de dubbele ballon, heeft de Foleykatheter de voorkeur In een studie met in totaal ### vrouwen van Delaney et al , werd de Foley-katheter gevuld met ## ml vergeleken met ## ml Bij inductie met de ballon gevuld met ## ml was de kans groter op een bevalling binnen ## uur vergeleken met vulling met ## ml Er was geen verschil in het bevallen binnen ## uur, het aantal sectio’s, de bevallingscomplicaties of neonatale uitkomst (ref Delaney) In een andere studie werd een vulling van ## ml vergeleken met ## ml steriel fysiologisch zout in de Foleykatheter In de ## ml-groep was het aantal bevallingen binnen ## uur hoger vergeleken met de ## mlgroep (##,#% versus ##%), en was er minder vaak oxytocine nodig (<PERSOON> ###) Gu et al (PLosOne ###) vergelijkt een vulling van ## ml met ## ml bij in totaal ### vrouwen, waarbij geen korter inductie-tot-bevallingsinterval wordt gezien (vaginale partus ( ## uur bij ## uur rijpen met ballon ##% bij ## ml en ##% bij ## ml vulling) en ook het aantal sectio’s niet afneemt bij hogere vullingen Vulling met een hoger Een extra-amniotische infusie lijkt de kans om niet binnen ## uur te bevallen en tevens het risico op een sectio te doen toenemen Tevens lijkt er geen afname te zijn in hyperstimulatie ten opzichte van prostaglandines De beschikbare informatie ondersteunt dan ook niet het gebruik van deze methode In een meta-analyse uit ### (<PERSOON> ### <PERSOON>;###(#) ##<DATUM> naar het gebruik van een Foley-katheter in combinatie met misoprostol versus misoprostol alleen, konden zeven studies met hoge kwaliteit worden geïncludeerd Het toevoegen van een ballonkatheter aan misoprostol deed de kans op een vaginale partus binnen ## uur toenemen, (mean difference -# ## uur) het aantal uteriene hyperstimulatie met CTG-veranderingen afnemen (RR # ##) en het risico van In een Randomized Controlled Trial (RCT) waarin de start van oxytocine na de uitdrijving van de ballon werd vergeleken met de start van oxytocine direct na het inbrengen van de ballon, werden ### patiënten geïncludeerd Patiënten die meteen met oxytocine startten bevielen significant eerder (## ## versus ## ## uren, P = ###) dan vrouwen in de sequentiële groep Er was geen verschil in het aantal sectio’s (##% (gelijktijdig) versus ## % (sequentieel, met respectievelijk ##% versus #% van de sectio’s indicatie verdenking foetale nood), bloedverlies, chorioamnionitis of een samengestelde <PERSOON> deed een netwerkanalyse waarbij naast prostaglandines ook de Foley-katheter werd geïncludeerd Daaruit werd geconcludeerd dat oraal mimisoprostol voor het inleiden van de baring veiliger is dan vaginaal misoprostol en dat oraal misoprostol tot het laagste aantal sectio’s leidt.
704
nvog
extra-amniotische infusie lijkt de kans om niet binnen ## uur te bevallen en tevens het risico op een sectio te doen toenemen Tevens lijkt er geen afname te zijn in hyperstimulatie ten opzichte van prostaglandines De beschikbare informatie ondersteunt dan ook niet het gebruik van deze methode In een meta-analyse uit ### (<PERSOON> ### <PERSOON>;###(#) ##<DATUM> naar het gebruik van een Foley-katheter in combinatie met misoprostol versus misoprostol alleen, konden zeven studies met hoge kwaliteit worden geïncludeerd Het toevoegen van een ballonkatheter aan misoprostol deed de kans op een vaginale partus binnen ## uur toenemen, (mean difference -# ## uur) het aantal uteriene hyperstimulatie met CTG-veranderingen afnemen (RR # ##) en het risico van In een Randomized Controlled Trial (RCT) waarin de start van oxytocine na de uitdrijving van de ballon werd vergeleken met de start van oxytocine direct na het inbrengen van de ballon, werden ### patiënten geïncludeerd Patiënten die meteen met oxytocine startten bevielen significant eerder (## ## versus ## ## uren, P = ###) dan vrouwen in de sequentiële groep Er was geen verschil in het aantal sectio’s (##% (gelijktijdig) versus ## % (sequentieel, met respectievelijk ##% versus #% van de sectio’s indicatie verdenking foetale nood), bloedverlies, chorioamnionitis of een samengestelde <PERSOON> deed een netwerkanalyse waarbij naast prostaglandines ook de Foley-katheter werd geïncludeerd Daaruit werd geconcludeerd dat oraal mimisoprostol voor het inleiden van de baring veiliger is dan vaginaal misoprostol en dat oraal misoprostol tot het laagste aantal sectio’s leidt Vaginaal misoprostol was het meest effectief om een vaginale bevalling te bereiken binnen ## uur, maar met de hoogste incidentie van hyperstimulatie met CTG-veranderingen Het gebruik van een Foley-katheter was geassocieerd met het laagste aantal hyperstimulaties met CTG-veranderingen Het is aangetoond dat inductie van de baring bij een onrijpe cervix met mechanische methoden resulteert in een gelijk aantal sectio’s, minder hyperstimulatie en minder kunstverlossingen Het is aannemelijk dat van de mechanische methoden de Foley-katheter het meest effectief en Het is aannemelijk dat het inductie-tot-bevallingsinterval langer is bij het gebruik van de Foleykatheter vergeleken met prostaglandines Bij het gebruik van Foley-katheter werd minder hyperstimulatie met CTG-afwijkingen gezien, en werden minder kunstverlossingen gedaan vergeleken met het gebruik van prostaglandines Andere mechanische methoden dan de Foley-katheter zijn niet effectiever, en hebben meer nadelige effecten zoals een hogere pijnscore Het inductie-tot-bevallingsinterval lijkt bij gebruik van de Foley-katheter langer te zijn vergeleken met het gebruik van prostaglandines Dit dient in de afweging over de keuze Bij een harde inleidingsindicatie waarbij verkorting van het inductie-tot-bevallingsinterval klinisch relevant is, lijkt het gebruik van prostaglandines aangewezen Het vullen van de ballon met meer dan ## ml geeft geen duidelijke betere uitkomsten, hoewel het mogelijk tot een korter inductie-totbevallingsinterval leidt Het meest effectieve tijdsinterval om de Foley-katheter te beoordelen en te verwijderen, is niet bekend, waarbij een kortere tijdsduur van in situ laten van de Foley-katheter Tabel # Overzicht van te gebruiken middelen ter inductie van de baring bij onrijpe cervix.
634
nvog
Vaginaal misoprostol was het meest effectief om een vaginale bevalling te bereiken binnen ## uur, maar met de hoogste incidentie van hyperstimulatie met CTG-veranderingen Het gebruik van een Foley-katheter was geassocieerd met het laagste aantal hyperstimulaties met CTG-veranderingen Het is aangetoond dat inductie van de baring bij een onrijpe cervix met mechanische methoden resulteert in een gelijk aantal sectio’s, minder hyperstimulatie en minder kunstverlossingen Het is aannemelijk dat van de mechanische methoden de Foley-katheter het meest effectief en Het is aannemelijk dat het inductie-tot-bevallingsinterval langer is bij het gebruik van de Foleykatheter vergeleken met prostaglandines Bij het gebruik van Foley-katheter werd minder hyperstimulatie met CTG-afwijkingen gezien, en werden minder kunstverlossingen gedaan vergeleken met het gebruik van prostaglandines Andere mechanische methoden dan de Foley-katheter zijn niet effectiever, en hebben meer nadelige effecten zoals een hogere pijnscore Het inductie-tot-bevallingsinterval lijkt bij gebruik van de Foley-katheter langer te zijn vergeleken met het gebruik van prostaglandines Dit dient in de afweging over de keuze Bij een harde inleidingsindicatie waarbij verkorting van het inductie-tot-bevallingsinterval klinisch relevant is, lijkt het gebruik van prostaglandines aangewezen Het vullen van de ballon met meer dan ## ml geeft geen duidelijke betere uitkomsten, hoewel het mogelijk tot een korter inductie-totbevallingsinterval leidt Het meest effectieve tijdsinterval om de Foley-katheter te beoordelen en te verwijderen, is niet bekend, waarbij een kortere tijdsduur van in situ laten van de Foley-katheter Tabel # Overzicht van te gebruiken middelen ter inductie van de baring bij onrijpe cervix Er werden geen onderzoeken gevonden waarin na twee dagen inductie een rustdag werd vergeleken Wel werd gevonden dat na ## uur inductie met misoprostol vaginaal à # uur, het gebruik van een Foley-katheter bij ##% resulteerde in een vaginale partus (Caliskan E) Er is onvoldoende literatuur beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over het aangewezen Is er een plaats voor poliklinisch plaatsen van een Foley-katheter? In een Cochrane review, waarin # studie met ### vrouwen met Foley-katheter, werd geconcludeerd dat de beschikbare data om de veiligheid en effectiviteit te evalueren beperkt zijn en het daarom (nog) niet mogelijk is om te bepalen of inductie van de bevalling effectief en veilig is in een poliklinische setting (Cochrane ###, <PERSOON> AJ) In die ene RCT, waarbij in een relatieve laag-risicogroep poliklinisch een Foley-katheter (N=##) werd vergeleken met in het ziekenhuis prostaglandines (N=##), werd geconcludeerd dat de Foley-groep uiteindelijk niet significant korter in het ziekenhuis verbleef (ref <PERSOON>) In een retrospectieve studie werden <DATUM> vrouwen met laag risico geanalyseerd of er in de periode van priming zich complicaties voorgedaan zouden hebben indien zij in die periode thuis zouden zijn geweest Hierin werden geen complicaties beschreven (Scissione, Am J perinat, ###) Een Finse studie laat geen verhoogd risico zien in een retrospectieve studie waarin ### vrouwen met een Foley-katheter naar huis gingen In een kleine Randomized Controlled Trial (RCT) met in totaal ### vrouwen werd geen verschil gezien in percentage vaginale partus tussen de groep die met een.
603
nvog
na twee dagen inductie een rustdag werd vergeleken Wel werd gevonden dat na ## uur inductie met misoprostol vaginaal à # uur, het gebruik van een Foley-katheter bij ##% resulteerde in een vaginale partus (Caliskan E) Er is onvoldoende literatuur beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over het aangewezen Is er een plaats voor poliklinisch plaatsen van een Foley-katheter? In een Cochrane review, waarin # studie met ### vrouwen met Foley-katheter, werd geconcludeerd dat de beschikbare data om de veiligheid en effectiviteit te evalueren beperkt zijn en het daarom (nog) niet mogelijk is om te bepalen of inductie van de bevalling effectief en veilig is in een poliklinische setting (Cochrane ###, <PERSOON> AJ) In die ene RCT, waarbij in een relatieve laag-risicogroep poliklinisch een Foley-katheter (N=##) werd vergeleken met in het ziekenhuis prostaglandines (N=##), werd geconcludeerd dat de Foley-groep uiteindelijk niet significant korter in het ziekenhuis verbleef (ref <PERSOON>) In een retrospectieve studie werden <DATUM> vrouwen met laag risico geanalyseerd of er in de periode van priming zich complicaties voorgedaan zouden hebben indien zij in die periode thuis zouden zijn geweest Hierin werden geen complicaties beschreven (Scissione, Am J perinat, ###) Een Finse studie laat geen verhoogd risico zien in een retrospectieve studie waarin ### vrouwen met een Foley-katheter naar huis gingen In een kleine Randomized Controlled Trial (RCT) met in totaal ### vrouwen werd geen verschil gezien in percentage vaginale partus tussen de groep die met een Er was een significant kortere opnameduur in de groep die naar huis ging (##,# uur versus ##,# uur) en er werd geen verschil gevonden in het aantal overige complicaties (ref Policiano) In een systematische review in ### werden in totaal ## studies geïncludeerd met in totaal <DATUM> vrouwen Deze studie concludeert dat priming met een Foley-katheter voldoende veilig lijkt om verder te evalueren (Ref Inductie van de baring met Foley-katheter in de poliklinische setting lijkt voldoende veilig om verder De beschikbare data ten aanzien van het gebruik van een Foley-katheter in de poliklinische setting laten zien dat dit bij laagrisicozwangeren zeer waarschijnlijk veilig is Twee studies beschrijven een niet-significant verlaagde duur van verblijf in het ziekenhuis In de beschreven studies werden slechts laagrisico-inducties geïncludeerd voor poliklinische behandeling, over vrouwen met een hoger risico is het nog niet mogelijk om een uitspraak te doen Welke methode verdient de voorkeur bij inductie van de baring bij gebroken vliezen à In een Cochrane review (Alfirevic Cochrane ###) werd oraal misoprostol vergeleken met placebo, vaginaal misoprostol, intraveneus oxytocine en vaginaal dinoprostone Hierbij werden ## trials geïncludeerd waarbij er bij een subgroep sprake was van gebroken vliezen zonder weeënactiviteit Primaire uitkomstmaten waren vaginale baring binnen ## uur, hyperstimulatie met CTG-afwijkingen, een sectio, neonatale mortaliteit en morbiditeit, maternale morbiditeit en mortaliteit Oraal misoprostol versus placebo significante toename in vrouwen met een partus binnen ## uur bij het gebruik van oraal misoprostol (RR #,##, ##% CI #,## – #,##) Geen verschil in primaire en Oraal misoprostol versus vaginaal dinoprostone.
647
nvog
groep die naar huis ging (##,# uur versus ##,# uur) en er werd geen verschil gevonden in het aantal overige complicaties (ref Policiano) In een systematische review in ### werden in totaal ## studies geïncludeerd met in totaal <DATUM> vrouwen Deze studie concludeert dat priming met een Foley-katheter voldoende veilig lijkt om verder te evalueren (Ref Inductie van de baring met Foley-katheter in de poliklinische setting lijkt voldoende veilig om verder De beschikbare data ten aanzien van het gebruik van een Foley-katheter in de poliklinische setting laten zien dat dit bij laagrisicozwangeren zeer waarschijnlijk veilig is Twee studies beschrijven een niet-significant verlaagde duur van verblijf in het ziekenhuis In de beschreven studies werden slechts laagrisico-inducties geïncludeerd voor poliklinische behandeling, over vrouwen met een hoger risico is het nog niet mogelijk om een uitspraak te doen Welke methode verdient de voorkeur bij inductie van de baring bij gebroken vliezen à In een Cochrane review (Alfirevic Cochrane ###) werd oraal misoprostol vergeleken met placebo, vaginaal misoprostol, intraveneus oxytocine en vaginaal dinoprostone Hierbij werden ## trials geïncludeerd waarbij er bij een subgroep sprake was van gebroken vliezen zonder weeënactiviteit Primaire uitkomstmaten waren vaginale baring binnen ## uur, hyperstimulatie met CTG-afwijkingen, een sectio, neonatale mortaliteit en morbiditeit, maternale morbiditeit en mortaliteit Oraal misoprostol versus placebo significante toename in vrouwen met een partus binnen ## uur bij het gebruik van oraal misoprostol (RR #,##, ##% CI #,## – #,##) Geen verschil in primaire en Oraal misoprostol versus vaginaal dinoprostone Oraal misoprostol versus intraveneus oxytocine meer meconiumhoudend vruchtwater in de misoprostol-groep zonder toename van neonatale morbiditeit of mortaliteit (RR # ##, ##% CI <DATUM> to Oraal misoprostol versus vaginaal misoprostol slechts twee studies, waarbij er geen verschil werd Er zijn enkele studies verricht waarbij een mechanische inleiding wordt vergeleken met Een retrospectieve studie uit ### (### vrouwen) laat een halvering zien van het interval tot bevalling Een RCT uit ### laat zien dat een Foley-katheter en oraal misoprostol even veilig en effectief zijn Een RCT uit ### laat geen toegevoegde waarde zien in het interval tot bevalling bij nullipara bij het toevoegen van een Foley-katheter aan oxytocine versus alleen oxytocine (<PERSOON> In een RCT uit ### werd gevonden dat toevoeging van Foley-katheter aan gebruik van alleen oxytocine bij een nullipara geen verbetering van de uitkomst danwel verkorting van het interval tot bevalling laat zien Wel is er mogelijk sprake van een toename van de incidentie van intra-uteriene Het is aangetoond dat zowel prostaglandines als oxytocine veilig en effectief zijn voor inductie van de baring bij vrouwen met gebroken vliezen à terme Er is geen significant verschil in maternale en neonatale uitkomst, interval tot bevalling en bijwerkingen Studies over het gebruik van een Foley-katheter bij inductie van gebroken vliezen zonder Gezien de vergelijkbare effectiviteit van orale en vaginale toediening van misoprostol en het verwachte lagere risico van opstijgende infectie, lijkt misoprostol oraal een goede optie bij inductie in geval van.
609
nvog
misoprostol versus intraveneus oxytocine meer meconiumhoudend vruchtwater in de misoprostol-groep zonder toename van neonatale morbiditeit of mortaliteit (RR # ##, ##% CI <DATUM> to Oraal misoprostol versus vaginaal misoprostol slechts twee studies, waarbij er geen verschil werd Er zijn enkele studies verricht waarbij een mechanische inleiding wordt vergeleken met Een retrospectieve studie uit ### (### vrouwen) laat een halvering zien van het interval tot bevalling Een RCT uit ### laat zien dat een Foley-katheter en oraal misoprostol even veilig en effectief zijn Een RCT uit ### laat geen toegevoegde waarde zien in het interval tot bevalling bij nullipara bij het toevoegen van een Foley-katheter aan oxytocine versus alleen oxytocine (<PERSOON> In een RCT uit ### werd gevonden dat toevoeging van Foley-katheter aan gebruik van alleen oxytocine bij een nullipara geen verbetering van de uitkomst danwel verkorting van het interval tot bevalling laat zien Wel is er mogelijk sprake van een toename van de incidentie van intra-uteriene Het is aangetoond dat zowel prostaglandines als oxytocine veilig en effectief zijn voor inductie van de baring bij vrouwen met gebroken vliezen à terme Er is geen significant verschil in maternale en neonatale uitkomst, interval tot bevalling en bijwerkingen Studies over het gebruik van een Foley-katheter bij inductie van gebroken vliezen zonder Gezien de vergelijkbare effectiviteit van orale en vaginale toediening van misoprostol en het verwachte lagere risico van opstijgende infectie, lijkt misoprostol oraal een goede optie bij inductie in geval van Gezien de beperkte hoeveelheid studies naar het gebruik van een Foley-katheter bij de inductie en mogelijk een hoger risico op intra-uteriene infectie, wordt een Foley-katheter voor inleiding bij gebroken vliezen vooralsnog niet aanbevolen Een rijpe cervix wordt gedefinieerd als een Bishop-score van meer dan zes, zie ook hoofdstuk # Bij inductie van de baring d m v prostaglandine-E#- en -E#-analogen wordt in de literatuur weinig onderscheid gemaakt m b t de rijpheid van de cervix De vergelijkingen zoals hierboven gemaakt bij onrijpe cervix lijken ook voor het inleiden bij een rijpe cervix op te gaan Bij een rijpe cervix kan aanvullend gebruik worden gemaakt van amniotomie al dan niet in combinatie met oxytocine intraveneus, middelen die bij onrijpe cervix niet of onvoldoende werkzaam zijn Studies waarbij laatstgenoemde methoden werden onderzocht, zullen hieronder worden beschreven Intraveneus oxytocine na amniotomie werd vergeleken met vaginaal toegediende prostaglandines in ## studies Deze studies lieten zien dat het aantal sectio’s gelijk was in beide groepen Andere kritische uitkomsten zoals perinatale sterfte, vaginale partus, vaginale geboorte bereikt binnen ## uur, maternale mortaliteit en ernstige morbiditeit en opname op een neonatale intensive care unit, werden in een klein aantal onderzoeken genoemd, met een zeer laag tot laag niveau van bewijs (WHO, tabel De inclusiecriteria en mate van rijp zijn van de cervix werden niet eenduidig aangegeven Amniotomie plus oxytocine was geassocieerd met meer fluxus postpartum vergeleken met vaginale In een studie met ### vrouwen waren meer vrouwen ontevreden met amniotomie en intraveneus.
573
nvog
van een Foley-katheter bij de inductie en mogelijk een hoger risico op intra-uteriene infectie, wordt een Foley-katheter voor inleiding bij gebroken vliezen vooralsnog niet aanbevolen Een rijpe cervix wordt gedefinieerd als een Bishop-score van meer dan zes, zie ook hoofdstuk # Bij inductie van de baring d m v prostaglandine-E#- en -E#-analogen wordt in de literatuur weinig onderscheid gemaakt m b t de rijpheid van de cervix De vergelijkingen zoals hierboven gemaakt bij onrijpe cervix lijken ook voor het inleiden bij een rijpe cervix op te gaan Bij een rijpe cervix kan aanvullend gebruik worden gemaakt van amniotomie al dan niet in combinatie met oxytocine intraveneus, middelen die bij onrijpe cervix niet of onvoldoende werkzaam zijn Studies waarbij laatstgenoemde methoden werden onderzocht, zullen hieronder worden beschreven Intraveneus oxytocine na amniotomie werd vergeleken met vaginaal toegediende prostaglandines in ## studies Deze studies lieten zien dat het aantal sectio’s gelijk was in beide groepen Andere kritische uitkomsten zoals perinatale sterfte, vaginale partus, vaginale geboorte bereikt binnen ## uur, maternale mortaliteit en ernstige morbiditeit en opname op een neonatale intensive care unit, werden in een klein aantal onderzoeken genoemd, met een zeer laag tot laag niveau van bewijs (WHO, tabel De inclusiecriteria en mate van rijp zijn van de cervix werden niet eenduidig aangegeven Amniotomie plus oxytocine was geassocieerd met meer fluxus postpartum vergeleken met vaginale In een studie met ### vrouwen waren meer vrouwen ontevreden met amniotomie en intraveneus intraveneus oxytocine resulteerden in meer fluxus postpartum dan vaginale prostaglandines (RR <DATUM> CI # ##-<DATUM> Significant meer vrouwen waren ontevreden met amniotomie en oxytocine vergeleken De vergelijking van oxytocine alleen met intravaginale of intracervicale PGE#-toediening laat zien dat de prostaglandines waarschijnlijk de kans op vaginale partus binnen ## uur vergroten Inductie met oxytocine vergroot mogelijk het aantal interventies Ook patiënten met gebroken vliezen werden in deze studies geïncludeerd, echter er werd niet eenduidig melding gemaakt van de mate van PROM en de Bishop-score (<PERSOON> ###) Er is onvoldoende informatie om een aanbeveling te doen Mogelijk is er een voordeel ten aanzien van prostaglandines Het gecombineerde gebruik van amniotomie plus intraveneus oxytocine werd ook vergeleken met amniotomie alleen in twee studies met in totaal ### deelnemers Het risico om niet te bevallen binnen ## uur was verminderd in de groep die oxytocine kreeg (<DATUM> versus <DATUM> RR #,##, ##% CI #,##– #,##) Amniotomie plus oxytocine resulteerde ook in minder kunstverlossingen vergeleken met amniotomie alleen (twee studies, ### deelnemers, #<DATUM> versus #<DATUM> RR #,## CI #,##-#,##) (Ref Een RCT waarin amniotomie met meteen start oxytocine werd vergeleken met uitgesteld oxytocine gebruik (# uur na amniotomie) voor inleiding in de à terme periode liet zien dat er significant meer vrouwen na # uur in partu waren, er een korter amniotomie-bevallingsinterval was en een grotere tevredenheid bij vroeg starten met oxytocine na amniotomie (Selo-Ojeme ###) Vergelijkingen tussen toediening van orale misoprostol en intraveneuze oxytocine (negen studies, #.
633
nvog
vaginale prostaglandines (RR <DATUM> CI # ##-<DATUM> Significant meer vrouwen waren ontevreden met amniotomie en oxytocine vergeleken De vergelijking van oxytocine alleen met intravaginale of intracervicale PGE#-toediening laat zien dat de prostaglandines waarschijnlijk de kans op vaginale partus binnen ## uur vergroten Inductie met oxytocine vergroot mogelijk het aantal interventies Ook patiënten met gebroken vliezen werden in deze studies geïncludeerd, echter er werd niet eenduidig melding gemaakt van de mate van PROM en de Bishop-score (<PERSOON> ###) Er is onvoldoende informatie om een aanbeveling te doen Mogelijk is er een voordeel ten aanzien van prostaglandines Het gecombineerde gebruik van amniotomie plus intraveneus oxytocine werd ook vergeleken met amniotomie alleen in twee studies met in totaal ### deelnemers Het risico om niet te bevallen binnen ## uur was verminderd in de groep die oxytocine kreeg (<DATUM> versus <DATUM> RR #,##, ##% CI #,##– #,##) Amniotomie plus oxytocine resulteerde ook in minder kunstverlossingen vergeleken met amniotomie alleen (twee studies, ### deelnemers, #<DATUM> versus #<DATUM> RR #,## CI #,##-#,##) (Ref Een RCT waarin amniotomie met meteen start oxytocine werd vergeleken met uitgesteld oxytocine gebruik (# uur na amniotomie) voor inleiding in de à terme periode liet zien dat er significant meer vrouwen na # uur in partu waren, er een korter amniotomie-bevallingsinterval was en een grotere tevredenheid bij vroeg starten met oxytocine na amniotomie (Selo-Ojeme ###) Vergelijkingen tussen toediening van orale misoprostol en intraveneuze oxytocine (negen studies, # misoprostol kregen (RR #,##, ##% CI #,##-#,##), maar er werd meer meconiumhoudend vruchtwater Het is aangetoond dat veilige en effectieve methoden voor inductie van de baring bij rijpe cervix zijn; amniotomie gevolgd door oxytocine intraveneus, PGE# vaginaal en misoprostol oraal of vaginaal Mogelijk is de kans op een sectio bij inleiding met misoprostol oraal geringer dan bij i v oxytocine, ondanks het vaker voorkomen van meconiumhoudend vruchtwater Het is aannemelijk dat er geen voordelen bestaan van een verlengd interval tussen In <LOCATIE> wordt bij een rijpe cervix in het algemeen amniotomie gevolgd door oxytocine toegepast Het uitstellen van de start van oxytocine na amniotomie leidt tot een langer inductie-totbevallingsinterval en tevens tot minder patiënttevredenheid (Selo-Ojeme ###) Amniotomie alleen is ongunstig ten aanzien van het inductie-tot-bevallingsinterval en leidt tot meer kunstverlossingen Het gebruik van prostaglandines is ook bij rijpe cervix veilig en effectief Aangezien in de verschillende studies niet altijd duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen rijpe of onrijpe cervix gelden bij rijpe cervix ten aanzien van prostaglandinegebruik dezelfde overwegingen als bij de onrijpe Het ideale doseringsschema voor oxytocine indien gebruikt voor inleiding na amniotomie is niet bekend Diverse schema’s worden gehanteerd met verschillende definities voor laag en hoog Startdoses variërend van # tot # mU/min, verhoogd met # tot # mU elke ## tot ## minuten In een recente Cochrane over dit onderwerp werden negen studies met in totaal <DATUM> vrouwen geïncludeerd die alle een matig tot hoog risico op bias hadden De lage dosering was gedefinieerd als minder dan.
658
nvog
CI #,##-#,##), maar er werd meer meconiumhoudend vruchtwater Het is aangetoond dat veilige en effectieve methoden voor inductie van de baring bij rijpe cervix zijn; amniotomie gevolgd door oxytocine intraveneus, PGE# vaginaal en misoprostol oraal of vaginaal Mogelijk is de kans op een sectio bij inleiding met misoprostol oraal geringer dan bij i v oxytocine, ondanks het vaker voorkomen van meconiumhoudend vruchtwater Het is aannemelijk dat er geen voordelen bestaan van een verlengd interval tussen In <LOCATIE> wordt bij een rijpe cervix in het algemeen amniotomie gevolgd door oxytocine toegepast Het uitstellen van de start van oxytocine na amniotomie leidt tot een langer inductie-totbevallingsinterval en tevens tot minder patiënttevredenheid (Selo-Ojeme ###) Amniotomie alleen is ongunstig ten aanzien van het inductie-tot-bevallingsinterval en leidt tot meer kunstverlossingen Het gebruik van prostaglandines is ook bij rijpe cervix veilig en effectief Aangezien in de verschillende studies niet altijd duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen rijpe of onrijpe cervix gelden bij rijpe cervix ten aanzien van prostaglandinegebruik dezelfde overwegingen als bij de onrijpe Het ideale doseringsschema voor oxytocine indien gebruikt voor inleiding na amniotomie is niet bekend Diverse schema’s worden gehanteerd met verschillende definities voor laag en hoog Startdoses variërend van # tot # mU/min, verhoogd met # tot # mU elke ## tot ## minuten In een recente Cochrane over dit onderwerp werden negen studies met in totaal <DATUM> vrouwen geïncludeerd die alle een matig tot hoog risico op bias hadden De lage dosering was gedefinieerd als minder dan Er waren geen significante verschillen in het aantal vaginale bevallingen binnen ## uur, aantal sectio’s, maternale en neonatale morbiditeit en mortaliteit, noch in diverse beoordeelde secundaire uitkomsten Na exclusie (MD -#,## uur ##% CI -#,## tot -#,## uur) Er was meer hyperstimulatie in de hoge-dosisgroep (RR Enkele studies hebben gekeken naar het stoppen van oxytocine in de actieve fase, gedefinieerd als ontsluiting van rond de # cm, waarvan een meta-analyse in ### (Saccone G), waarin negen studies met in totaal ### vrouwen geïncludeerd konden worden Alle negen onderzoeken includeerden alleen vrouwen die inductie van de baring ondergingen In de discontinueren-groep, werd als de ontsluiting niet vorderde, gewoonlijk gedefinieerd als geen verdere ontsluiting in # uur of inadequate contracties gedurende # uur, de oxytocine herstart Bij vrouwen in de controlegroep werd de oxytocine gecontinueerd, gewoonlijk op dezelfde dosering als op het moment dat de actieve fase werd bereikt Vrouwen die werden gerandomiseerd in de discontinueren-groep hadden een significant lager risico vergeleken met ##,#%; RR #,##, ##% CI #,##-#,##) vergeleken met de vrouwen die gerandomiseerd waren om de oxytocine te continueren tot aan de geboorte Discontinueren van de oxytocine was geassocieerd met een toename van de duur van de actieve fase (gemiddeld verschil ##,## minuten, Het is aangetoond dat hoge doseringen oxytocine resulteren in meer hyperstimulatie Mogelijk is bij de hogere dosering het inductie-tot-bevallingsinterval korter Bij zwangeren met een eenling in hoofdligging à terme die een inleiding met amniotomie en.
633
nvog
Er waren geen significante verschillen in het aantal vaginale bevallingen binnen ## uur, aantal sectio’s, maternale en neonatale morbiditeit en mortaliteit, noch in diverse beoordeelde secundaire uitkomsten Na exclusie (MD -#,## uur ##% CI -#,## tot -#,## uur) Er was meer hyperstimulatie in de hoge-dosisgroep (RR Enkele studies hebben gekeken naar het stoppen van oxytocine in de actieve fase, gedefinieerd als ontsluiting van rond de # cm, waarvan een meta-analyse in ### (Saccone G), waarin negen studies met in totaal ### vrouwen geïncludeerd konden worden Alle negen onderzoeken includeerden alleen vrouwen die inductie van de baring ondergingen In de discontinueren-groep, werd als de ontsluiting niet vorderde, gewoonlijk gedefinieerd als geen verdere ontsluiting in # uur of inadequate contracties gedurende # uur, de oxytocine herstart Bij vrouwen in de controlegroep werd de oxytocine gecontinueerd, gewoonlijk op dezelfde dosering als op het moment dat de actieve fase werd bereikt Vrouwen die werden gerandomiseerd in de discontinueren-groep hadden een significant lager risico vergeleken met ##,#%; RR #,##, ##% CI #,##-#,##) vergeleken met de vrouwen die gerandomiseerd waren om de oxytocine te continueren tot aan de geboorte Discontinueren van de oxytocine was geassocieerd met een toename van de duur van de actieve fase (gemiddeld verschil ##,## minuten, Het is aangetoond dat hoge doseringen oxytocine resulteren in meer hyperstimulatie Mogelijk is bij de hogere dosering het inductie-tot-bevallingsinterval korter Bij zwangeren met een eenling in hoofdligging à terme die een inleiding met amniotomie en het risico op een sectio en het risico op hyperstimulatie vergeleken met het continueren van Hogere doseringen oxytocine leiden niet evident tot een korter inductie-tot-bevallingsinterval, wel tot meer hyperstimulatie Er is dan ook geen reden om een hoge dosering te gebruiken De optimale doserings- en ophoogschema’s voor oxytocine zijn niet duidelijk Ook binnen het lage Het discontinueren van oxytocine, gestart in het kader van de inductie van de baring, vanaf # centimeter ontsluiting lijkt een gunstig effect te hebben op het aantal sectio’s en hyperstimulaties Ondanks het hoge percentage herstart van oxytocine in de discontinueren-groep kan het stoppen van de oxytocine bij inductie van de baring zeker overwogen worden Van belang is het dan alert te zijn of Bij intra-uteriene vruchtdood à terme gelden aanbevelingen zoals hierboven gedaan bij inductie van Voor inductie bij tweede trimester zwangerschapsafbreking wordt verwezen naar de NVOG-richtlijn <DATUM> Welke medicamenteuze methode verdient de voorkeur voor inductie van de baring bij intrauteriene vruchtdood in het tweede en derde trimester? In een Cochrane review in ### (Dodd, Crowther) werden ## studies naar inductie van de baring in het tweede en derde trimester bij intra-uteriene vruchtdood of foetale afwijkingen geïncludeerd Negen studies includeerden zwangerschappen na intra-uteriene vruchtdood, vijf studies includeerden zwangerschapsafbrekingen bij vitale zwangerschap met foetale afwijkingen en de rest (##) presenteerde gepoolde data Vergeleken met andere prostaglandines is vaginaal misoprostol even effectief in het bewerkstelligen van een vaginale geboorte binnen ## uur, met gelijke inductie-totbevallingsintervallen Vaginaal misoprostol is geassocieerd met een reductie in het voorkomen van.
629
nvog
op hyperstimulatie vergeleken met het continueren van Hogere doseringen oxytocine leiden niet evident tot een korter inductie-tot-bevallingsinterval, wel tot meer hyperstimulatie Er is dan ook geen reden om een hoge dosering te gebruiken De optimale doserings- en ophoogschema’s voor oxytocine zijn niet duidelijk Ook binnen het lage Het discontinueren van oxytocine, gestart in het kader van de inductie van de baring, vanaf # centimeter ontsluiting lijkt een gunstig effect te hebben op het aantal sectio’s en hyperstimulaties Ondanks het hoge percentage herstart van oxytocine in de discontinueren-groep kan het stoppen van de oxytocine bij inductie van de baring zeker overwogen worden Van belang is het dan alert te zijn of Bij intra-uteriene vruchtdood à terme gelden aanbevelingen zoals hierboven gedaan bij inductie van Voor inductie bij tweede trimester zwangerschapsafbreking wordt verwezen naar de NVOG-richtlijn <DATUM> Welke medicamenteuze methode verdient de voorkeur voor inductie van de baring bij intrauteriene vruchtdood in het tweede en derde trimester? In een Cochrane review in ### (Dodd, Crowther) werden ## studies naar inductie van de baring in het tweede en derde trimester bij intra-uteriene vruchtdood of foetale afwijkingen geïncludeerd Negen studies includeerden zwangerschappen na intra-uteriene vruchtdood, vijf studies includeerden zwangerschapsafbrekingen bij vitale zwangerschap met foetale afwijkingen en de rest (##) presenteerde gepoolde data Vergeleken met andere prostaglandines is vaginaal misoprostol even effectief in het bewerkstelligen van een vaginale geboorte binnen ## uur, met gelijke inductie-totbevallingsintervallen Vaginaal misoprostol is geassocieerd met een reductie in het voorkomen van andere preparaten Vaginaal prostaglandine is effectiever dan oraal misoprostol De informatie ten aanzien van zeldzame uitkomsten zoals uterusruptuur is beperkt De optimale dosering en frequentie van toediening is nog niet duidelijk en er worden in de literatuur verschillende schema’s gebruikt Enkele studies werden gedaan naar het gebruik van mifepristone voorafgaand aan inductie bij tweede trimester IUVD (Intra-uteriene vruchtdood) <PERSOON> deed een prospectieve studie waarbij tweemaal ## vrouwen werden vergeleken met een intra-uteriene vruchtdood na ## weken Groep één kreeg ### mg mifepristone ## uur voorafgaand aan de inductie met misoprostol, groep twee kreeg alleen misoprostol In groep één beviel ##% reeds voor toediening van misoprostol, en was het inductie-totbevallingsinterval significant korter dan in groep twee (#,## ± #,## uur versus ##,## ± #,## uur) In een case-serie van ## vrouwen met een IUVD in het tweede trimester werd mifepristone ### mg gegeven gevolgd na ##-## uur door misoprostol Dit bleek veilig en effectief ##,#% van de vrouwen beviel binnen ## uur (Wachaarachchi BJOG ###) In een retrospectieve studie met totaal ### vrouwen was er geen verschil in effectiviteit tussen wel of geen voorbehandeling met mifepristone, echter tussen ## en ## weken amenorroeduur was het inductie-tot-bevallingsinterval korter in de gecombineerde groep Het is aangetoond dat voor inductie van de baring bij foetale sterfte verschillende prostaglandines even effectief zijn, waarbij vaginaal misoprostol minder bijwerkingen geeft De optimale dosering en het optimale doseringsschema zijn niet bekend Er zijn aanwijzingen dat de toediening van.
624
nvog
effectiever dan oraal misoprostol De informatie ten aanzien van zeldzame uitkomsten zoals uterusruptuur is beperkt De optimale dosering en frequentie van toediening is nog niet duidelijk en er worden in de literatuur verschillende schema’s gebruikt Enkele studies werden gedaan naar het gebruik van mifepristone voorafgaand aan inductie bij tweede trimester IUVD (Intra-uteriene vruchtdood) <PERSOON> deed een prospectieve studie waarbij tweemaal ## vrouwen werden vergeleken met een intra-uteriene vruchtdood na ## weken Groep één kreeg ### mg mifepristone ## uur voorafgaand aan de inductie met misoprostol, groep twee kreeg alleen misoprostol In groep één beviel ##% reeds voor toediening van misoprostol, en was het inductie-totbevallingsinterval significant korter dan in groep twee (#,## ± #,## uur versus ##,## ± #,## uur) In een case-serie van ## vrouwen met een IUVD in het tweede trimester werd mifepristone ### mg gegeven gevolgd na ##-## uur door misoprostol Dit bleek veilig en effectief ##,#% van de vrouwen beviel binnen ## uur (Wachaarachchi BJOG ###) In een retrospectieve studie met totaal ### vrouwen was er geen verschil in effectiviteit tussen wel of geen voorbehandeling met mifepristone, echter tussen ## en ## weken amenorroeduur was het inductie-tot-bevallingsinterval korter in de gecombineerde groep Het is aangetoond dat voor inductie van de baring bij foetale sterfte verschillende prostaglandines even effectief zijn, waarbij vaginaal misoprostol minder bijwerkingen geeft De optimale dosering en het optimale doseringsschema zijn niet bekend Er zijn aanwijzingen dat de toediening van Er zijn verschillende schema’s voor dosering misoprostol beschikbaar en een duidelijke voorkeur bestaat er niet In het tweede trimester wordt misoprostol meestal als tablet voor vaginaal of oraal gebruik toegediend in een dosering die varieert tussen ### en ### microgram per ## uur, verdeeld over giften à # tot # uur gedurende # dagen Het wordt aanbevolen een lokaal protocol te gebruiken Mifepristone kan worden gegeven om de opnameduur in het ziekenhuis te bekorten, echter patiënten dienen gewaarschuwd te worden dat er een aanzienlijke kans is al voor de toediening van misoprostol Hoofdstuk # Alternatieve methoden van inductie van de baring Welke alternatieve methoden van inleiding zijn effectief ten behoeve van inductie van In deze richtlijn worden als formele methoden van inductie van de baring besproken het gebruik van oxytocine, misoprostol en andere prostaglandines en een ballonkatheter In deze context wordt strippen, het loswoelen van de onderste eipool, gezien als mogelijke interventie In een systematische review (Cochrane ###), waarin ## studies werden geïncludeerd met in totaal <DATUM> vrouwen uit hoog, midden en lage inkomens landen, wordt strippen als methode om de baring op gang te brengen, besproken De evidence volgens GRADE was laag In ## studies werd strippen vergeleken met geen behandeling of sham-behandeling Vrouwen die werden gestript kwamen vaker Er is waarschijnlijk weinig of geen verschil in aantal sectio’s, spontane vaginale partus, maternale sterfte of ernstige morbiditeit en neonatale sterfte of ernstige morbiditeit De data ten aanzien van strippen versus gebruik van prostaglandines was beperkt, en lieten geen evidente verschillen zien.
636
nvog
en een duidelijke voorkeur bestaat er niet In het tweede trimester wordt misoprostol meestal als tablet voor vaginaal of oraal gebruik toegediend in een dosering die varieert tussen ### en ### microgram per ## uur, verdeeld over giften à # tot # uur gedurende # dagen Het wordt aanbevolen een lokaal protocol te gebruiken Mifepristone kan worden gegeven om de opnameduur in het ziekenhuis te bekorten, echter patiënten dienen gewaarschuwd te worden dat er een aanzienlijke kans is al voor de toediening van misoprostol Hoofdstuk # Alternatieve methoden van inductie van de baring Welke alternatieve methoden van inleiding zijn effectief ten behoeve van inductie van In deze richtlijn worden als formele methoden van inductie van de baring besproken het gebruik van oxytocine, misoprostol en andere prostaglandines en een ballonkatheter In deze context wordt strippen, het loswoelen van de onderste eipool, gezien als mogelijke interventie In een systematische review (Cochrane ###), waarin ## studies werden geïncludeerd met in totaal <DATUM> vrouwen uit hoog, midden en lage inkomens landen, wordt strippen als methode om de baring op gang te brengen, besproken De evidence volgens GRADE was laag In ## studies werd strippen vergeleken met geen behandeling of sham-behandeling Vrouwen die werden gestript kwamen vaker Er is waarschijnlijk weinig of geen verschil in aantal sectio’s, spontane vaginale partus, maternale sterfte of ernstige morbiditeit en neonatale sterfte of ernstige morbiditeit De data ten aanzien van strippen versus gebruik van prostaglandines was beperkt, en lieten geen evidente verschillen zien optimale frequentie om serotiniteit te beperken is niet bekend Er is weinig bekend over de mening van Uit een grote Nederlandse studie kwam naar voren dat het bij herhaling strippen vanaf ## weken het #,##-#,##; number needed to treat [NNT] # [##% CI <DATUM> ) Het voordeel werd ook gezien in beide <DATUM> ) Bijwerkingen waren gelijk in beide groepen, behalve ongecompliceerde bloedingen, welke vaker werden gerapporteerd in de groep die werd gestript Overige obstetrische uitkomsten waren gelijk Echter, in de interventiegroep (strippen) vonden significant meer formele inducties voor een AD (amenorroeduur) van ## weken plaats (#% versus #%, RR # ## (CI #,##–#,##) (De <PERSOON> et al , Desondanks, rapporteerde ##% (n = ###) van de vrouwen dat ze opnieuw voor strippen zouden Strippen verhoogt waarschijnlijk de kans op spontaan in partu komen en verlaagt de kans op een Er zijn aanwijzingen dat strippen de kans op serotiniteit vermindert Er is geen verschil in het aantal sectio’s of spontane vaginale bevalling tussen strippen versus Er is een verhoogd risico op bloedverlies en discomfort bij strippen Er werden drie studies gevonden, waarin in totaal ### patiënten werden geïncludeerd Alle drie de studies gebruiken een enkele dosering wonderolie (oraal) De methodologische kwaliteit was matig Er werden geen verschillen gevonden in aantallen kunstverlossingen, meconiumhoudend vruchtwater, Apgar-score minder dan # bij # minuten Alle vrouwen die wonderolie gebruikten rapporteerden De werkgroep is van mening dat er onvoldoende bewijs is om een aanbeveling te doen over het.
635
nvog
frequentie om serotiniteit te beperken is niet bekend Er is weinig bekend over de mening van Uit een grote Nederlandse studie kwam naar voren dat het bij herhaling strippen vanaf ## weken het #,##-#,##; number needed to treat [NNT] # [##% CI <DATUM> ) Het voordeel werd ook gezien in beide <DATUM> ) Bijwerkingen waren gelijk in beide groepen, behalve ongecompliceerde bloedingen, welke vaker werden gerapporteerd in de groep die werd gestript Overige obstetrische uitkomsten waren gelijk Echter, in de interventiegroep (strippen) vonden significant meer formele inducties voor een AD (amenorroeduur) van ## weken plaats (#% versus #%, RR # ## (CI #,##–#,##) (De <PERSOON> et al , Desondanks, rapporteerde ##% (n = ###) van de vrouwen dat ze opnieuw voor strippen zouden Strippen verhoogt waarschijnlijk de kans op spontaan in partu komen en verlaagt de kans op een Er zijn aanwijzingen dat strippen de kans op serotiniteit vermindert Er is geen verschil in het aantal sectio’s of spontane vaginale bevalling tussen strippen versus Er is een verhoogd risico op bloedverlies en discomfort bij strippen Er werden drie studies gevonden, waarin in totaal ### patiënten werden geïncludeerd Alle drie de studies gebruiken een enkele dosering wonderolie (oraal) De methodologische kwaliteit was matig Er werden geen verschillen gevonden in aantallen kunstverlossingen, meconiumhoudend vruchtwater, Apgar-score minder dan # bij # minuten Alle vrouwen die wonderolie gebruikten rapporteerden De werkgroep is van mening dat er onvoldoende bewijs is om een aanbeveling te doen over het ### vrouwen werden geïncludeerd, waarbij acupunctuur of acupressuur werd vergeleken met normale zorg, strippen of een placebo Er werd geconcludeerd dat er geen duidelijke toegevoegde waarde was in het terugbrengen van het aantal sectio’s De kwaliteit van bewijs varieerde van laag tot hoog Weinig studies beschreven neonatale morbiditeit of maternale mortaliteit Acupunctuur liet een voordeel zien in het verbeteren van de cervicale rijping, echter meer goed opgezette studies zijn nodig, waarbij dan relevante uitkomsten Het is aangetoond dat er geen verschil is in effectiviteit tussen acupunctuur en placebo voor Er is een systematische review uit ### (Karavanagh, Cochrane); zes studies met ### vrouwen Er werd geen verschil gevonden in het aantal sectio’s, meconiumhoudend vruchtwater of hyperstimulatie Tepelstimulatie als methode voor inductie van de baring verminderde het aantal vrouwen die na ## uur niet in partu waren (vier studies, ###, ##<DATUM> versus #<DATUM> RR #,##, ##% CI #,##-#,##; NNT #) en was geassocieerd met minder fluxus postpartum (twee studies, ### vrouwen, <DATUM> versus <DATUM> RR #,##, ##% CI #,## – #,##; NNT ##) Er werd meer perinatale sterfte gevonden in de groep waarbij tepelstimulatie werd toegepast (<DATUM> versus #/###), waarbij alle sterfte in één studie plaatsvonden bij hoogrisicovrouwen in een ontwikkelingsland Twee studies vergeleken tepelstimulatie met oxytocine, waarbij tepelstimulatie minder effectief bleek Tepelstimulatie vermindert het aantal vrouwen niet in partu na ## uur vergeleken met geen behandeling, en is minder effectief vergeleken met oxytocine Er bestaat onduidelijkheid over de.
695
nvog
acupunctuur of acupressuur werd vergeleken met normale zorg, strippen of een placebo Er werd geconcludeerd dat er geen duidelijke toegevoegde waarde was in het terugbrengen van het aantal sectio’s De kwaliteit van bewijs varieerde van laag tot hoog Weinig studies beschreven neonatale morbiditeit of maternale mortaliteit Acupunctuur liet een voordeel zien in het verbeteren van de cervicale rijping, echter meer goed opgezette studies zijn nodig, waarbij dan relevante uitkomsten Het is aangetoond dat er geen verschil is in effectiviteit tussen acupunctuur en placebo voor Er is een systematische review uit ### (Karavanagh, Cochrane); zes studies met ### vrouwen Er werd geen verschil gevonden in het aantal sectio’s, meconiumhoudend vruchtwater of hyperstimulatie Tepelstimulatie als methode voor inductie van de baring verminderde het aantal vrouwen die na ## uur niet in partu waren (vier studies, ###, ##<DATUM> versus #<DATUM> RR #,##, ##% CI #,##-#,##; NNT #) en was geassocieerd met minder fluxus postpartum (twee studies, ### vrouwen, <DATUM> versus <DATUM> RR #,##, ##% CI #,## – #,##; NNT ##) Er werd meer perinatale sterfte gevonden in de groep waarbij tepelstimulatie werd toegepast (<DATUM> versus #/###), waarbij alle sterfte in één studie plaatsvonden bij hoogrisicovrouwen in een ontwikkelingsland Twee studies vergeleken tepelstimulatie met oxytocine, waarbij tepelstimulatie minder effectief bleek Tepelstimulatie vermindert het aantal vrouwen niet in partu na ## uur vergeleken met geen behandeling, en is minder effectief vergeleken met oxytocine Er bestaat onduidelijkheid over de vrouwen die werden geadviseerd drie dagen achter elkaar coïtus te hebben versus geen coïtus In een recente studie werd geen verschil gevonden tussen vrouwen aan wie werd verteld dat coïtus een veilige natuurlijke manier is de baring op gang te brengen en om een inleiding te voorkomen vergeleken met vrouwen aan wie alleen verteld werd dat coïtus à terme veilig is (<PERSOON> NS, BJOG Er zijn geen aanwijzingen dat coïtus de baring op gang brengt of het aantal inducties vermindert Er zijn geen gerandomiseerde studies naar de invloed van lichamelijke activiteit ten behoeve van het op gang brengen van de baring (ref birth ###) Er zijn alleen studies verricht naar fysieke activiteit gedurende de gehele zwangerschap, die laten zien dat er geen relatie is met vroeggeboorte (ref <PERSOON> epid) Een recente meta-analyse rapporteert een lager aantal sectio’s in de groep met fysieke activiteit, echter er wordt niet gekeken naar activiteit specifiek ten aanzien van het op gang brengen van de Er zijn geen aanwijzingen dat fysieke activiteit de baring op gang brengt Er is een systematische review uit ### waarin twee kleine studies werden opgenomen die geen verschillen lieten zien vergeleken met placebo voor relevante uitkomsten (<PERSOON> CA, Cochrane ###) Er werden geen recentere studies gevonden die een positief effect van homeopathie lieten zien Er zijn geen aanwijzingen dat homeopathie vergeleken met placebo effectief is voor inductie van Strippen leidt tot een verlaging van het aantal formele inducties Er is geen verschil in overige uitkomsten waargenomen.
638
nvog
coïtus In een recente studie werd geen verschil gevonden tussen vrouwen aan wie werd verteld dat coïtus een veilige natuurlijke manier is de baring op gang te brengen en om een inleiding te voorkomen vergeleken met vrouwen aan wie alleen verteld werd dat coïtus à terme veilig is (<PERSOON> NS, BJOG Er zijn geen aanwijzingen dat coïtus de baring op gang brengt of het aantal inducties vermindert Er zijn geen gerandomiseerde studies naar de invloed van lichamelijke activiteit ten behoeve van het op gang brengen van de baring (ref birth ###) Er zijn alleen studies verricht naar fysieke activiteit gedurende de gehele zwangerschap, die laten zien dat er geen relatie is met vroeggeboorte (ref <PERSOON> epid) Een recente meta-analyse rapporteert een lager aantal sectio’s in de groep met fysieke activiteit, echter er wordt niet gekeken naar activiteit specifiek ten aanzien van het op gang brengen van de Er zijn geen aanwijzingen dat fysieke activiteit de baring op gang brengt Er is een systematische review uit ### waarin twee kleine studies werden opgenomen die geen verschillen lieten zien vergeleken met placebo voor relevante uitkomsten (<PERSOON> CA, Cochrane ###) Er werden geen recentere studies gevonden die een positief effect van homeopathie lieten zien Er zijn geen aanwijzingen dat homeopathie vergeleken met placebo effectief is voor inductie van Strippen leidt tot een verlaging van het aantal formele inducties Er is geen verschil in overige uitkomsten waargenomen van de zwangere dan ook het uitgangspunt zijn Het moederlijk discomfort en het vaginaal bloedverlies geassocieerd met de procedure en het feit dat de uitkomst van de zwangerschap niet verbetert, moeten worden afgewogen tegen het geanticipeerde voordeel Tepelstimulatie vermindert ook het aantal formele inducties en tevens de incidentie van fluxus postpartum Echter, er werd meer perinatale sterfte waargenomen in de groep na tepelstimulatie Daarom wordt deze methode niet Van geen van de andere alternatieve methoden van inductie van de baring werd de werkzaamheid aangetoond Er is dan ook geen reden om deze methoden aan zwangeren aan te raden # Er is weinig bekend over de maternal satisfactie bij de verschillende methodes van inleiding van de # Er is weinig bekend over de effectiviteit en de veiligheid van het poliklinisch rijpen van de cervix # De optimale dosering, hoeveelheid en frequentie, van misoprostol is niet bekend <PERSOON>, gynaecoloog, UAMC, <LOCATIE> werkgroep <PERSOON> C v d Wilk, gynaecoloog, Erasmus MC, <LOCATIE> werkgroep kennisvalorisatie) hebben gehad De ingevulde belangenverklaring zijn beoordeeld door de onafhankelijke voorzitter Er is geen belemmering voor participatie in de werkgroep naar voren gekomen De verklaringen kunnen worden opgevraagd bij de NVOG NVOG-richtlijnmodules beschrijven een minimum van zorg te verlenen door een gynaecoloog in komen aan de objectieve noden en/of subjectieve behoeften van een individuele patiënt Beleid op instellingsniveau kan er incidenteel toe leiden dat (volledige) lokale toepassing van een richtlijn niet.
555
nvog
moederlijk discomfort en het vaginaal bloedverlies geassocieerd met de procedure en het feit dat de uitkomst van de zwangerschap niet verbetert, moeten worden afgewogen tegen het geanticipeerde voordeel Tepelstimulatie vermindert ook het aantal formele inducties en tevens de incidentie van fluxus postpartum Echter, er werd meer perinatale sterfte waargenomen in de groep na tepelstimulatie Daarom wordt deze methode niet Van geen van de andere alternatieve methoden van inductie van de baring werd de werkzaamheid aangetoond Er is dan ook geen reden om deze methoden aan zwangeren aan te raden # Er is weinig bekend over de maternal satisfactie bij de verschillende methodes van inleiding van de # Er is weinig bekend over de effectiviteit en de veiligheid van het poliklinisch rijpen van de cervix # De optimale dosering, hoeveelheid en frequentie, van misoprostol is niet bekend <PERSOON>, gynaecoloog, UAMC, <LOCATIE> werkgroep <PERSOON> C v d Wilk, gynaecoloog, Erasmus MC, <LOCATIE> werkgroep kennisvalorisatie) hebben gehad De ingevulde belangenverklaring zijn beoordeeld door de onafhankelijke voorzitter Er is geen belemmering voor participatie in de werkgroep naar voren gekomen De verklaringen kunnen worden opgevraagd bij de NVOG NVOG-richtlijnmodules beschrijven een minimum van zorg te verlenen door een gynaecoloog in komen aan de objectieve noden en/of subjectieve behoeften van een individuele patiënt Beleid op instellingsniveau kan er incidenteel toe leiden dat (volledige) lokale toepassing van een richtlijn niet of richtlijn(modules), standpunten, modelprotocollen, leidraden etc , alsmede voor de gevolgen die de toepassing hiervan in de patiëntenzorg mocht hebben De NVOG stelt zich daarentegen wel open voor attendering op (vermeende) fouten in de opmaak of inhoud van deze voorlichtingsfolders of richtlijnen Neemt u dan contact op met het Bureau van de NVOG (e-mail kwalitei(EMAIL)) <PERSOON> DM Labour induction with prostaglandins a systematic review and network meta-analysis <PERSOON> misoprostol for induction of labour Cochrane database ### <PERSOON> Z, <PERSOON> oxytocin alone for cervical ripening and induction of ACOG practive bulletin, clinical management guidelines for obstetricians-gynaecologists, number ###, <PERSOON> JA, <PERSOON> BW Internal versus external tocodynamometry during induced or augmented labour Boulvain M, <PERSOON> prostaglandins for induction of labour Cochrane Database Budden A, <PERSOON-##> LJ, <PERSOON-##>-dose versus low-dose oxytocin infusion regimens for induction of labour at term Cochrane Database systematic <PERSOON-##> induction in women with unfavourable cervical scores predictors and management <PERSOON-##> W, <PERSOON-##> MK, <PERSOON-##> Y A systematic review and network.
521
nvog
voor de gevolgen die de toepassing hiervan in de patiëntenzorg mocht hebben De NVOG stelt zich daarentegen wel open voor attendering op (vermeende) fouten in de opmaak of inhoud van deze voorlichtingsfolders of richtlijnen Neemt u dan contact op met het Bureau van de NVOG (e-mail kwalitei(EMAIL)) <PERSOON> DM Labour induction with prostaglandins a systematic review and network meta-analysis <PERSOON> misoprostol for induction of labour Cochrane database ### <PERSOON> Z, <PERSOON> oxytocin alone for cervical ripening and induction of ACOG practive bulletin, clinical management guidelines for obstetricians-gynaecologists, number ###, <PERSOON> JA, <PERSOON> BW Internal versus external tocodynamometry during induced or augmented labour Boulvain M, <PERSOON> prostaglandins for induction of labour Cochrane Database Budden A, <PERSOON> LJ, <PERSOON>-dose versus low-dose oxytocin infusion regimens for induction of labour at term Cochrane Database systematic <PERSOON-##> induction in women with unfavourable cervical scores predictors and management <PERSOON-##> W, <PERSOON-##> MK, <PERSOON-##> Y A systematic review and network ripening in the induction of labour <PERSOON-##> Z, Ben-<PERSOON-##> how long should oxytocin be continued during <PERSOON-##> BS, Miller <PERSOON-##> SH, Stone JL, Bianco AT A randomized trial of Foley balloon induction of labor trial in nulliparas (<PERSOON-##> P Is transcervical Foley catheter actually slower than prostaglandins in ripening the cervix? <PERSOON-##> of the balloon catheter for cervical ripening in outpatient care complications during the period from insertion to expulsion of a balloon catheter in the process of labour induction a systematic review <PERSOON-##> JM, Crowther CA Misoprostol for induction of labour to terminate pregnancy in the second or third trimester for women with a fetal anomaly or after intrauterine fetal death <PERSOON-##> Effect of physical activity during pregnancy on mode of delivery Am Ezebialu IU, <PERSOON-##> AC, Eleje GU, Nwachukwu CE Methods for assessing pre-induction cervical Finucane EM , Murphy DJ, Diesty LM, Gyte GMI, Cotter AM, <PERSOON-##> Rev ### Feb ##;#(#) Membrane Sweeping for Induction of <PERSOON-##> NS, Saltzman DH, <PERSOON-##> A.
496
nvog
of labour <PERSOON> Z, Ben-<PERSOON> how long should oxytocin be continued during <PERSOON> BS, Miller <PERSOON> SH, Stone JL, Bianco AT A randomized trial of Foley balloon induction of labor trial in nulliparas (<PERSOON> P Is transcervical Foley catheter actually slower than prostaglandins in ripening the cervix? <PERSOON> of the balloon catheter for cervical ripening in outpatient care complications during the period from insertion to expulsion of a balloon catheter in the process of labour induction a systematic review <PERSOON> JM, Crowther CA Misoprostol for induction of labour to terminate pregnancy in the second or third trimester for women with a fetal anomaly or after intrauterine fetal death <PERSOON> Effect of physical activity during pregnancy on mode of delivery Am Ezebialu IU, <PERSOON> AC, Eleje GU, Nwachukwu CE Methods for assessing pre-induction cervical Finucane EM , Murphy DJ, Diesty LM, Gyte GMI, Cotter AM, <PERSOON-##> Rev ### Feb ##;#(#) Membrane Sweeping for Induction of <PERSOON-##> NS, Saltzman DH, <PERSOON-##> A versus Foley catheter for labour induction a meta-analysis <PERSOON-##> KS, Waters TP, Bailit JL Maternal and neonatal outcomes in electively induced low-risk term <PERSOON-##> of oxytocin in the active <PERSOON-##> JP Mifepristone for induction of labour Cochrane Database Syst Rev ### Hofmeyr GJ, Gülmezoglu AM Vaginal misoprostol for cervical ripening and induction of labour <PERSOON-##> Rev ### Oct #;(##) Vaginal misoprostol for cervical ripening and induction of labour Howarth GR, Botha DJ Amniotomy plus intravenous oxytocin for induction of labour <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##>MA, Papatsonis DN, Perquin DA, Porath M, van der Post> JA, <PERSOON-##> RJ, de <PERSOON-##> JG, Bonsel GJ, Bleker OP, <PERSOON-##> FR Membrane sweeping and <PERSOON-##> HC, Spaanderman ME, van <PERSOON-##> BW, Bloemenkamp KW; PROBAAT Study Group Foley catheter versus vaginal prostaglandin E# gel for induction of labour at <PERSOON-##> KW, <PERSOON-##> methods for induction of labour <PERSOON-##> BW, Bloemenkamp K; on behalf of the PROBAAT Study Group Foley Catheter.
503
nvog
versus Foley catheter for labour induction a meta-analysis <PERSOON> KS, Waters TP, Bailit JL Maternal and neonatal outcomes in electively induced low-risk term <PERSOON> of oxytocin in the active <PERSOON> JP Mifepristone for induction of labour Cochrane Database Syst Rev ### Hofmeyr GJ, Gülmezoglu AM Vaginal misoprostol for cervical ripening and induction of labour <PERSOON> Rev ### Oct #;(##) Vaginal misoprostol for cervical ripening and induction of labour Howarth GR, Botha DJ Amniotomy plus intravenous oxytocin for induction of labour <PERSOON> ME, <PERSOON>MA, Papatsonis DN, Perquin DA, Porath M, van der Post> JA, <PERSOON> RJ, de <PERSOON> JG, Bonsel GJ, Bleker OP, <PERSOON> FR Membrane sweeping and <PERSOON-##> HC, Spaanderman ME, van <PERSOON-##> BW, Bloemenkamp KW; PROBAAT Study Group Foley catheter versus vaginal prostaglandin E# gel for induction of labour at <PERSOON-##> KW, <PERSOON-##> methods for induction of labour <PERSOON-##> BW, Bloemenkamp K; on behalf of the <PERSOON-##>) and Systematic Review and <PERSOON-##> of <PERSOON-##> ML, van <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> BW, BloemenkampKW Foleycatheter or prostaglandin E# insertsforinduction of labour at term an openlabel randomizedcontrolled trial (PROBAAT-P trial) andsystematic review of literature <PERSOON-##> catheter versus vaginal misoprostol randomized controlled trial (PROBAAT-M study) and systematic review and metaanalysis of literature <PERSOON-##>, ### Apr #;###(#) ###-## Physical exercise during pregnancy and the risk of preterm birth a study within <PERSOON-##> catheter versus intra-vaginal misoprostol for induction of labor in post-term gestations Arch Gynecol Obstet ### Aug <PERSOON-##> versus inpatient induction of labour for improving birth <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> prostaglandin (PGE# and PGF#a) for induction of labour at term Cochrane Database Syst Rev ### Oct <PERSOON-##> AJ, Kavanagh J, <PERSOON-##> oil, bath and/or enema for cervical priming and induction of.
496
nvog
<PERSOON>) and Systematic Review and <PERSOON> of <PERSOON> ML, van <PERSOON> JA, <PERSOON> BW, BloemenkampKW Foleycatheter or prostaglandin E# insertsforinduction of labour at term an openlabel randomizedcontrolled trial (PROBAAT-P trial) andsystematic review of literature <PERSOON> catheter versus vaginal misoprostol randomized controlled trial (PROBAAT-M study) and systematic review and metaanalysis of literature <PERSOON>, ### Apr #;###(#) ###-## Physical exercise during pregnancy and the risk of preterm birth a study within <PERSOON> catheter versus intra-vaginal misoprostol for induction of labor in post-term gestations Arch Gynecol Obstet ### Aug <PERSOON> versus inpatient induction of labour for improving birth <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> prostaglandin (PGE# and PGF#a) for induction of labour at term Cochrane Database Syst Rev ### Oct <PERSOON-##> AJ, Kavanagh J, <PERSOON-##> oil, bath and/or enema for cervical priming and induction of Hyaluronidase for cervical ripening and induction of labour Cochrane Kavanagh J, <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> stimulation for cervical ripening and induction of <PERSOON-##> catheter induction of labor as an outpatient procedure <PERSOON-##> AD Low-dose oral misoprostol for induction of labor a systematic <PERSOON-##> catheter vs prostaglandin as ripening agent in pregnant women with premature rupture of membranes <PERSOON-##> Assoc ### Mozurkewich EL, Chilimigras JL, Berman <PERSOON-##> UC, <PERSOON-##> VC, <PERSOON-##> VJ, Keeton KL Methods of induction of labour a systematic review BMC Pregnancy Childbirth ### Oct ##;## ## <PERSOON-##> NS#, <PERSOON-##> PC, <PERSOON-##> ES, <PERSOON-##> SZ Coitus to expedite the onset of labour a <PERSOON-##> versus inpatient cervix priming with Foley catheter A randomized trial <PERSOON-##> ### Mar;#<DATUM> # Doi <DATUM> j ejogrb ##<DATUM> ### <PERSOON-##> use during active labor too much of a good thing? <PERSOON-##> induction a review of current methods <PERSOON-##> ### Mar;##(#) ##-## Survey of folk beliefs about induction of labor.
550
nvog
Hyaluronidase for cervical ripening and induction of labour Cochrane Kavanagh J, <PERSOON> AJ, <PERSOON> stimulation for cervical ripening and induction of <PERSOON> catheter induction of labor as an outpatient procedure <PERSOON> AD Low-dose oral misoprostol for induction of labor a systematic <PERSOON> catheter vs prostaglandin as ripening agent in pregnant women with premature rupture of membranes <PERSOON> Assoc ### Mozurkewich EL, Chilimigras JL, Berman <PERSOON> UC, <PERSOON> VC, <PERSOON> VJ, Keeton KL Methods of induction of labour a systematic review BMC Pregnancy Childbirth ### Oct ##;## ## <PERSOON-##> NS#, <PERSOON-##> PC, <PERSOON-##> ES, <PERSOON-##> SZ Coitus to expedite the onset of labour a <PERSOON-##> versus inpatient cervix priming with Foley catheter A randomized trial <PERSOON-##> ### Mar;#<DATUM> # Doi <DATUM> j ejogrb ##<DATUM> ### <PERSOON-##> use during active labor too much of a good thing? <PERSOON-##> induction a review of current methods <PERSOON-##> ### Mar;##(#) ##-## Survey of folk beliefs about induction of labor <PERSOON-##> timing of adverse events with Foley catheter preinduction cervical ripening; implications for outpatient use <PERSOON-##> GH Transcervical Foley catheter for preinduction cervical ripening in an outpatient versus inpatient Selo-Ojeme et al Arch Gynecol Obstet ### <PERSOON-##>;###(#) ###-## A randomised controlled trial of amniotomy and immediate oxytocin infusion versus amniotomy and delayed oxytocin infusion for <PERSOON-##> SR, <PERSOON-##> of mifepristone combination with misoprostol and misoprostol alone in the management of intrauterine death condensation misoprostol and mifepristone combination is more effective than misoprostol alone in the management of intrauterine death <PERSOON-##> ### <PERSOON-##>;##(#) <PERSOON-##> JG, Merrill DC Oxytocin for induction of labor ClinObstet Gynecol ### <PERSOON-##>;##(#) ##<DATUM> <PERSOON-##> HG Acupuncture or acupressure for induction of labour <PERSOON-##> IM, van <PERSOON-##>MA, van Baaren GJ, Pernet PJ, Bax C, van Unnik GA, Martens G, Porath M, van Vliet H, Rijnders RJ, Feitsma AH, Roumen FJ, van Loon AJ, Versendaal H, Weinans MJ, Woiski M, van Beek E, Hermsen B, Mol> BW, Bloemenkamp KW Induction of labour at term with oral misoprostol versus a Foley catheter (PROBAAT-II) a multicentre randomised controlled non-inferiority trial <PERSOON-##> PC, Soe MZ, Sulaiman S, <PERSOON-##> SZ Immediate compared with delayed oxytocin after amniotomy.
640
nvog
ʠʠ postmenopauzaal bloedverlies bij gebruik van tamoxifen is een indicatie voor verwijzing voor aanvullende endometriumdiagnostiek Transvaginale echoscopie alleen is in dit geval onbetrouwbaar voor ʠʠ recidiverend abnormaal postmenopauzaal bloedverlies dat zes weken na een eerste episode en binnen een jaar opnieuw optreedt, is een indicatie voor verwijzing naar de gynaecoloog voor aanvullende ʠʠ beschouw postmenopauzaal bloedverlies dat na een jaar opnieuw optreedt als een nieuwe eerste episode ʠʠ Bij elke vorm van abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze, ongeacht de hoeveelheid, ʠʠ De huisarts verwijst vrouwen met vaginaal bloedverlies in de postmenopauze naar de gynaecoloog bij ͳͳ oestrogenen en progestagenen en onregelmatig, onverwacht bloedverlies ʠʠ De huisarts verwijst alle vrouwen met recidiverend of persisterend bloedverlies naar de gynaecoloog, De Landelijke transmurale afspraak (LTA) Vaginaal bloedverlies in de postmenopauze is in ### voor het eerst opgesteld door een werkgroep van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) De LTA beschrijft in het kort richtlijnen voor de diagnostiek en het beleid bij vaginaal bloedverlies in de postmenopauze en houdt daarbij rekening met een verschil in aanpak tussen huisartsen en gynaecologen Aanbevolen wordt om deze richtlijnen regionaal (door huisartsen en gynaecologen) nader in te vullen en hierover werkafspraken te maken De LTA benoemt de raakvlakken tussen eerste- en tweedelijns zorg en is gebaseerd op wetenschappelijke gegevens en consensusafspraken Voor de bespreking van de wetenschappelijke onderbouwing en de aanbevelingen wordt verwezen naar de volgende richtlijnen de NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies, de NHG-Praktijkhandleiding Baarmoederhalskanker, bevolkingsonderzoek en diagnostiek, de NVOG-richtlijnen Postmenopauzaal bloedverlies en Management rondom de menopauze [detail #] Daarnaast geeft de LTA richtlijnen om op het juiste tijdstip huisartsgeneeskundige of gynaecologische zorg te kunnen bieden, waarbij ook voor patiënten de continuïteit in beleid herkenbaar blijft Bovendien komen indicaties voor aanvullend onderzoek en (terug-)verwijzing aan de orde Tenslotte geeft de LTA enkele aanbevelingen voor gedeelde zorg ʠʠ Postmenopauzaal bloedverlies bloedverlies dat later dan één jaar na de laatste menstruatie (de menopauze) optreedt Vaginaal bloedverlies in de postmenopauze is alleen normaal als het optreedt als onttrekkingsbloeding door progestagenen in het kader van een behandeling met oestrogenen ʠʠ Abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze elk bloedverlies in de postmenopauze dat niet geduid kan worden als een bloeding bij gebruik van oestrogenen en progestagenen ʠʠ Recidiverend abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze bloedverlies dat zes weken na een eerste episode en binnen een jaar opnieuw optreedt [detail #] ʠʠ Persisterend abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze bloedverlies dat niet vanzelf stopt De incidentie van postmenopauzaal bloedverlies is het hoogst in de leeftijdsgroep van ## tot <LEEFTIJD> jaar (# per ### vrouwen per jaar in de huisartsenpraktijk) De kans op postmenopauzaal bloedverlies neemt af op hogere leeftijd, terwijl de kans op endometriumcarcinoom op hogere leeftijd toeneemt Uiteindelijk wordt na verwijzing naar de tweede lijn bij ongeveer ##% van de vrouwen met postmenopauzaal bloedverlies de diagnose ‘maligne neoplasma’ gesteld Dit zal meestal endometriumcarcinoom betreffen Bij minstens de helft.
586
nvog
de NVOG-richtlijnen Postmenopauzaal bloedverlies en Management rondom de menopauze [detail #] Daarnaast geeft de LTA richtlijnen om op het juiste tijdstip huisartsgeneeskundige of gynaecologische zorg te kunnen bieden, waarbij ook voor patiënten de continuïteit in beleid herkenbaar blijft Bovendien komen indicaties voor aanvullend onderzoek en (terug-)verwijzing aan de orde Tenslotte geeft de LTA enkele aanbevelingen voor gedeelde zorg ʠʠ Postmenopauzaal bloedverlies bloedverlies dat later dan één jaar na de laatste menstruatie (de menopauze) optreedt Vaginaal bloedverlies in de postmenopauze is alleen normaal als het optreedt als onttrekkingsbloeding door progestagenen in het kader van een behandeling met oestrogenen ʠʠ Abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze elk bloedverlies in de postmenopauze dat niet geduid kan worden als een bloeding bij gebruik van oestrogenen en progestagenen ʠʠ Recidiverend abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze bloedverlies dat zes weken na een eerste episode en binnen een jaar opnieuw optreedt [detail #] ʠʠ Persisterend abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze bloedverlies dat niet vanzelf stopt De incidentie van postmenopauzaal bloedverlies is het hoogst in de leeftijdsgroep van ## tot <LEEFTIJD> jaar (# per ### vrouwen per jaar in de huisartsenpraktijk) De kans op postmenopauzaal bloedverlies neemt af op hogere leeftijd, terwijl de kans op endometriumcarcinoom op hogere leeftijd toeneemt Uiteindelijk wordt na verwijzing naar de tweede lijn bij ongeveer ##% van de vrouwen met postmenopauzaal bloedverlies de diagnose ‘maligne neoplasma’ gesteld Dit zal meestal endometriumcarcinoom betreffen Bij minstens de helft bij #% van de verwezen groep wordt een endometriumcarcinoom gevonden Tijdige diagnose van endometriumcarcinoom is van belang, omdat de prognose van een stadium-# carcinoom op alle leeftijden gunstig is (gemiddelde vijfjaarsoverleving ##%) Indien curatieve behandeling niet meer mogelijk of ongewenst is, bijvoorbeeld door hoge leeftijd van de patiënte, kan een palliatieve behandeling zinvol zijn om ernstige bloedingen te voorkomen Een dergelijke palliatieve behandeling hoeft niet ingrijpend te zijn Het beleid bij een eerste episode van abnormaal bloedverlies in de postmenopauze bestaat in eerste instantie uit het uitsluiten van een maligniteit door middel van een transvaginale echoscopie en het uitsluiten van cervixpathologie door het maken van een cervixuitstrijk Een endometriumdikte van ≤ # mm - de dikte van het endometrium in twee lagen - gemeten bij transvaginale echoscopie verkleint het risico op endometriumcarcinoom naar ongeveer #%, vergelijkbaar met het risico bij postmenopauzale vrouwen zonder bloedverlies Een endometriumdikte van ) # mm is een afwijkende bevinding Het is dan van belang om endometriumcarcinoom aan te tonen, dan wel uit te sluiten Bij een endometriumdikte boven de afkapwaarde van # mm of wanneer de endometriumdikte niet goed vast te stellen is, dient verwezen te worden naar de gynaecoloog De gynaecoloog zal verder onderzoek verrichten via een endometriumaspiratie-biopt (Pipelle®), contrastechoscopie (SIS/GIS) en/of hysteroscopie De huisarts verwijst alle vrouwen met recidiverend of persisterend abnormaal bloedverlies in de postmenopauze naar de gynaecoloog Bij een endometriumdikte van ≤ # mm is de kans op een recidief van het bloedverlies #% tot ##% Het.
597
nvog
groep wordt een endometriumcarcinoom gevonden Tijdige diagnose van endometriumcarcinoom is van belang, omdat de prognose van een stadium-# carcinoom op alle leeftijden gunstig is (gemiddelde vijfjaarsoverleving ##%) Indien curatieve behandeling niet meer mogelijk of ongewenst is, bijvoorbeeld door hoge leeftijd van de patiënte, kan een palliatieve behandeling zinvol zijn om ernstige bloedingen te voorkomen Een dergelijke palliatieve behandeling hoeft niet ingrijpend te zijn Het beleid bij een eerste episode van abnormaal bloedverlies in de postmenopauze bestaat in eerste instantie uit het uitsluiten van een maligniteit door middel van een transvaginale echoscopie en het uitsluiten van cervixpathologie door het maken van een cervixuitstrijk Een endometriumdikte van ≤ # mm - de dikte van het endometrium in twee lagen - gemeten bij transvaginale echoscopie verkleint het risico op endometriumcarcinoom naar ongeveer #%, vergelijkbaar met het risico bij postmenopauzale vrouwen zonder bloedverlies Een endometriumdikte van ) # mm is een afwijkende bevinding Het is dan van belang om endometriumcarcinoom aan te tonen, dan wel uit te sluiten Bij een endometriumdikte boven de afkapwaarde van # mm of wanneer de endometriumdikte niet goed vast te stellen is, dient verwezen te worden naar de gynaecoloog De gynaecoloog zal verder onderzoek verrichten via een endometriumaspiratie-biopt (Pipelle®), contrastechoscopie (SIS/GIS) en/of hysteroscopie De huisarts verwijst alle vrouwen met recidiverend of persisterend abnormaal bloedverlies in de postmenopauze naar de gynaecoloog Bij een endometriumdikte van ≤ # mm is de kans op een recidief van het bloedverlies #% tot ##% Het Het risico op atypische endometriumcellen of endometriumcarcinoom is verhoogd en ligt waarschijnlijk tussen de # en #% De gynaecoloog zal aanvullend cavum Bij een vrouw met recidiverend of persisterend abnormaal bloedverlies in de postmenopauze met aanvankelijk een verdikt endometrium () # mm) zonder maligniteit, dient aanvullend onderzoek (hysteroscopie) te worden gedaan door de gynaecoloog De kans op een recidief van het bloedverlies is aanzienlijk, Als er na een jaar opnieuw abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze plaatsvindt, wordt dit beschouwd als een nieuwe episode en vindt er dus opnieuw onderzoek plaats, alsof het om een eerste Bij gebruik van oestrogenen en progestagenen in de postmenopauze en onregelmatig, onverwacht bloedverlies volgt verwijzing [detail #] Bij vrouwen met abnormaal vaginaal bloedverlies die tamoxifen gebruiken is transvaginale echoscopie onbetrouwbaar voor het uitsluiten van endometriumcarcinoom en is verwijzing voor een biopsie van het endometrium geïndiceerd Bij deze vrouwen is het risico op endometriumcarcinoom licht verhoogd [detail #] In beginsel dragen de huisarts en de gynaecoloog zorg voor een transvaginale echoscopie bij elke vrouw De taak van de huisarts omvat naast de anamnese en het lichamelijk onderzoek ook het maken van een cervixuitstrijk bij elke vorm van abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze De cervixuitstrijk wordt gemaakt om - naast afwijkingen van het cervixepitheel - mogelijk aanwezige atypische endometriumcellen op te sporen [detail #] De huisarts verricht een chlamydiatest, als de risicoschatting op soa daar aanleiding toe geeft (zie voor.
567
nvog
op atypische endometriumcellen of endometriumcarcinoom is verhoogd en ligt waarschijnlijk tussen de # en #% De gynaecoloog zal aanvullend cavum Bij een vrouw met recidiverend of persisterend abnormaal bloedverlies in de postmenopauze met aanvankelijk een verdikt endometrium () # mm) zonder maligniteit, dient aanvullend onderzoek (hysteroscopie) te worden gedaan door de gynaecoloog De kans op een recidief van het bloedverlies is aanzienlijk, Als er na een jaar opnieuw abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze plaatsvindt, wordt dit beschouwd als een nieuwe episode en vindt er dus opnieuw onderzoek plaats, alsof het om een eerste Bij gebruik van oestrogenen en progestagenen in de postmenopauze en onregelmatig, onverwacht bloedverlies volgt verwijzing [detail #] Bij vrouwen met abnormaal vaginaal bloedverlies die tamoxifen gebruiken is transvaginale echoscopie onbetrouwbaar voor het uitsluiten van endometriumcarcinoom en is verwijzing voor een biopsie van het endometrium geïndiceerd Bij deze vrouwen is het risico op endometriumcarcinoom licht verhoogd [detail #] In beginsel dragen de huisarts en de gynaecoloog zorg voor een transvaginale echoscopie bij elke vrouw De taak van de huisarts omvat naast de anamnese en het lichamelijk onderzoek ook het maken van een cervixuitstrijk bij elke vorm van abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze De cervixuitstrijk wordt gemaakt om - naast afwijkingen van het cervixepitheel - mogelijk aanwezige atypische endometriumcellen op te sporen [detail #] De huisarts verricht een chlamydiatest, als de risicoschatting op soa daar aanleiding toe geeft (zie voor Voor de uitvoering en interpretatie van de diagnostiek (anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek) wordt verwezen naar de NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies en de NVOG-richtlijn Postmenopauzaal bloedverlies begin, duur en beloop van de klachten, eventueel eerdere episode geneesmiddelengebruik, zoals tamoxifen, oestrogenen en progestagenen, anticoagulantia, misoprostol, corticosteroïden, SSRI’s In alle gevallen verricht de huisarts het volgende onderzoek ʠʠ inspectie van de vulva (let op afwijkingen, zoals lichen sclerosus; zie de betreffende NHG-Standaard) en ʠʠ speculumonderzoek vaginalaesie, fluor, cervixpoliep, ectropion, aanwijzingen voor een maligniteit van ʠʠ vaginaal toucher palpatie van de uterus en adnexen (grootte, pijnlijkheid) De huisarts maakt een cervixuitstrijk voor cytologisch onderzoek Het tijdstip en de uitslag van eerdere cervixuitstrijken zijn niet van invloed op deze aanbeveling Ook niet als voorafgaand in het kader van het bevolkingsonderzoek een cervixuitstrijk is gemaakt met een niet-afwijkende uitslag Het laboratorium Daarnaast wordt een transvaginale echoscopie gemaakt om de dikte van het endometriumslijmvlies te bepalen, ook bij een andere mogelijke verklaring zoals gebruik van pessarium bij prolaps of anticoagulantiagebruik ʠʠ de huisarts draagt zorg voor het maken van de cervixuitstrijk, voor een tijdige uitslag van de cervixuitstrijk en het bespreken van de uitslag met de patiënte ʠʠ bij elke vrouw met abnormaal bloedverlies in de postmenopauze dient een transvaginale echoscopie te worden gemaakt, conform regionaal gemaakte of te maken afspraken [detail #] ʠʠ de werkgroep heeft consensus bereikt over de termijn van drie weken, waarbinnen de transvaginale ʠʠ in alle gevallen geeft de huisarts informatie over de transvaginale echoscopie Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de informatie op Thuisarts nl https //(WEBLINK).
594
nvog
naar de NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies en de NVOG-richtlijn Postmenopauzaal bloedverlies begin, duur en beloop van de klachten, eventueel eerdere episode geneesmiddelengebruik, zoals tamoxifen, oestrogenen en progestagenen, anticoagulantia, misoprostol, corticosteroïden, SSRI’s In alle gevallen verricht de huisarts het volgende onderzoek ʠʠ inspectie van de vulva (let op afwijkingen, zoals lichen sclerosus; zie de betreffende NHG-Standaard) en ʠʠ speculumonderzoek vaginalaesie, fluor, cervixpoliep, ectropion, aanwijzingen voor een maligniteit van ʠʠ vaginaal toucher palpatie van de uterus en adnexen (grootte, pijnlijkheid) De huisarts maakt een cervixuitstrijk voor cytologisch onderzoek Het tijdstip en de uitslag van eerdere cervixuitstrijken zijn niet van invloed op deze aanbeveling Ook niet als voorafgaand in het kader van het bevolkingsonderzoek een cervixuitstrijk is gemaakt met een niet-afwijkende uitslag Het laboratorium Daarnaast wordt een transvaginale echoscopie gemaakt om de dikte van het endometriumslijmvlies te bepalen, ook bij een andere mogelijke verklaring zoals gebruik van pessarium bij prolaps of anticoagulantiagebruik ʠʠ de huisarts draagt zorg voor het maken van de cervixuitstrijk, voor een tijdige uitslag van de cervixuitstrijk en het bespreken van de uitslag met de patiënte ʠʠ bij elke vrouw met abnormaal bloedverlies in de postmenopauze dient een transvaginale echoscopie te worden gemaakt, conform regionaal gemaakte of te maken afspraken [detail #] ʠʠ de werkgroep heeft consensus bereikt over de termijn van drie weken, waarbinnen de transvaginale ʠʠ in alle gevallen geeft de huisarts informatie over de transvaginale echoscopie Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de informatie op Thuisarts nl https //(WEBLINK) Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een echoscopist met ʠʠ bij een endometriumdikte ≤ # mm en een niet afwijkende cervixuitstrijk wordt de vrouw gerustgesteld door de huisarts of gynaecoloog en krijgt de vrouw de instructie om contact op te nemen als het bloedverlies aanhoudt of terugkomt en wordt de kans op een recidief van het bloedverlies besproken ʠʠ bij een endometriumdikte ) #mm is verwijzing naar de gynaecoloog aangewezen Redenen voor een verwijzing naar een gynaecoloog bij abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze volgens regionale afspraken kunnen zijn ʠʠ een afwijkende uitslag van de cervixuitstrijk wijzend op afwijkingen van het cervixepitheel of afwijkende endometriumcellen ͳͳ <PERSOON> # (KOPAC-B P <DATUM> A #, C #) of <PERSOON> #a# (KOPAC-B C <DATUM> P #) met een positieve hrHPV-test; Naast de <PERSOON>-classificatie ziet de gynaecoloog ook graag de KOPAC-B code vermeld of een kopie van de uitslag Bij de vertaling van de KOPAC-B code naar de <PERSOON>-classificatie gaat een deel van de informatie verloren die voor gynaecologen van belang is voor het verdere beleid ʠʠ het gebruik van tamoxifen voor aanvullend onderzoek van het endometrium ʠʠ onregelmatig, onverwacht bloedverlies bij het gebruik van oestrogenen en progestagenen ʠʠ er is sprake van recidiverend of persisterend postmenopauzaal bloedverlies ongeacht de echoscopische endometriumdikte (ook ≤ # mm) voor aanvullend onderzoek (hysteroscopie) van het endometrium.
598
nvog
dient te worden uitgevoerd door een echoscopist met ʠʠ bij een endometriumdikte ≤ # mm en een niet afwijkende cervixuitstrijk wordt de vrouw gerustgesteld door de huisarts of gynaecoloog en krijgt de vrouw de instructie om contact op te nemen als het bloedverlies aanhoudt of terugkomt en wordt de kans op een recidief van het bloedverlies besproken ʠʠ bij een endometriumdikte ) #mm is verwijzing naar de gynaecoloog aangewezen Redenen voor een verwijzing naar een gynaecoloog bij abnormaal vaginaal bloedverlies in de postmenopauze volgens regionale afspraken kunnen zijn ʠʠ een afwijkende uitslag van de cervixuitstrijk wijzend op afwijkingen van het cervixepitheel of afwijkende endometriumcellen ͳͳ <PERSOON> # (KOPAC-B P <DATUM> A #, C #) of <PERSOON> #a# (KOPAC-B C <DATUM> P #) met een positieve hrHPV-test; Naast de <PERSOON>-classificatie ziet de gynaecoloog ook graag de KOPAC-B code vermeld of een kopie van de uitslag Bij de vertaling van de KOPAC-B code naar de <PERSOON>-classificatie gaat een deel van de informatie verloren die voor gynaecologen van belang is voor het verdere beleid ʠʠ het gebruik van tamoxifen voor aanvullend onderzoek van het endometrium ʠʠ onregelmatig, onverwacht bloedverlies bij het gebruik van oestrogenen en progestagenen ʠʠ er is sprake van recidiverend of persisterend postmenopauzaal bloedverlies ongeacht de echoscopische endometriumdikte (ook ≤ # mm) voor aanvullend onderzoek (hysteroscopie) van het endometrium ʠʠ Om een goede afstemming te bewerkstelligen tussen de huisarts en de gynaecoloog draagt de huisarts zorg voor een adequate verwijzing naar de gynaecoloog en bereidt hij de verwijzing in een gesprek met ʠʠ De huisarts vermeldt bij verwijzing naar de gynaecoloog in de verwijsbrief expliciet dat een cervixuitstrijk met cytologisch onderzoek is verricht en de uitslag daarvan, en indien bekend de uitslag van de hrHPV-test Naast de <PERSOON>-classificatie ziet de gynaecoloog ook graag de KOPAC-B code vermeld of een ʠʠ De gynaecoloog informeert de huisarts in elk geval na het eerste polikliniekbezoek, na afronding van de De eerste Landelijke transmurale afspraak Vaginaal bloedverlies in de postmenopauze is in ### door het NHG en de NVOG goedgekeurd In ### is er een addendum bijgevoegd In ### is door beide verenigingen aangegeven dat deze LTA nog bestaansrecht heeft en dat deze geactualiseerd dient te worden naar aanleiding van herziening van verschillende richtlijnen Vanuit het NHG, afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, zijn <PERSOON>, huisarts np en wetenschappelijke medewerker en <PERSOON>, huisarts en senior wetenschappelijk medewerker, bij deze herziening betrokken Vanuit de NVOG is <PERSOON>, gynaecoloog en voorzitter van de NVOG-werkgroep Postmenopauzaal bloedverlies, betrokken De LTA is ter becommentariëring voorgelegd aan de oud-werkgroepleden van de NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies, waaronder <PERSOON>, huisarts en verbonden aan de Federatie Medisch Coördinerende Centra en aan de NVOG-werkgroep Postmenopauzaal bloedverlies en de NVOG-Beroepsbelangen Commissie De LTA is ter goedkeuring voorgelegd aan het bestuur van het NHG en van de NVOG en wordt ʠʠ NVOG-richtlijn Management rondom de menopauze, ### https //(WEBLINK).
609
nvog
en bereidt hij de verwijzing in een gesprek met ʠʠ De huisarts vermeldt bij verwijzing naar de gynaecoloog in de verwijsbrief expliciet dat een cervixuitstrijk met cytologisch onderzoek is verricht en de uitslag daarvan, en indien bekend de uitslag van de hrHPV-test Naast de <PERSOON>-classificatie ziet de gynaecoloog ook graag de KOPAC-B code vermeld of een ʠʠ De gynaecoloog informeert de huisarts in elk geval na het eerste polikliniekbezoek, na afronding van de De eerste Landelijke transmurale afspraak Vaginaal bloedverlies in de postmenopauze is in ### door het NHG en de NVOG goedgekeurd In ### is er een addendum bijgevoegd In ### is door beide verenigingen aangegeven dat deze LTA nog bestaansrecht heeft en dat deze geactualiseerd dient te worden naar aanleiding van herziening van verschillende richtlijnen Vanuit het NHG, afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, zijn <PERSOON>, huisarts np en wetenschappelijke medewerker en <PERSOON>, huisarts en senior wetenschappelijk medewerker, bij deze herziening betrokken Vanuit de NVOG is <PERSOON>, gynaecoloog en voorzitter van de NVOG-werkgroep Postmenopauzaal bloedverlies, betrokken De LTA is ter becommentariëring voorgelegd aan de oud-werkgroepleden van de NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies, waaronder <PERSOON>, huisarts en verbonden aan de Federatie Medisch Coördinerende Centra en aan de NVOG-werkgroep Postmenopauzaal bloedverlies en de NVOG-Beroepsbelangen Commissie De LTA is ter goedkeuring voorgelegd aan het bestuur van het NHG en van de NVOG en wordt ʠʠ NVOG-richtlijn Management rondom de menopauze, ### https //(WEBLINK) Deze termijn is bij herziening van de NVOG-richtlijn Postmenopauzaal bloedverlies op basis van consensus gedefinieerd door de Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) Elke vorm van bloedverlies minimaal zes weken na een eerste episode van postmenopauzaal bloedverlies moet beschouwd worden als recidief, tenzij verklaard door cyclisch gebruik van hormonen, histologisch of hysteroscopisch Detail # Onregelmatig bloedverlies bij gebruik van oestrogenen en progestagenen Bij gebruik van oestrogenen en progestagenen in de postmenopauze wordt onregelmatig, onverwacht bloedverlies dat optreedt na, of langer aanhoudt dan drie maanden na de start van het gebruik als abnormaal vaginaal bloedverlies beschouwd De termijn van drie maanden voor verwijzing voor aanvullende diagnostiek is enigszins arbitrair Bij continue gecombineerde hormoontherapie wordt ook een termijn van drie tot zes maanden genoemd (NVOG-richtlijn Management rondom de menopauze ###) Het risico op endometriumcarcinoom bij gebruik van oestrogenen en progestagenen in de postmenopauze is niet verhoogd Het is echter de ervaring van gynaecologen dat bij gebruik van oestrogenen en progestagenen in de postmenopauze de endometriumdikte vaak ) # mm is, vergeleken met vrouwen zonder het gebruik Tamoxifengebruik verhoogt het risico op endometriumcarcinoom Daarnaast kan onder invloed van tamoxifengebruik het echobeeld van het endometrium veranderen Deze factoren maken dat echoscopie minder betrouwbaar is bij vrouwen met abnormaal vaginaal bloedverlies die tamoxifen gebruiken Biopsie van het endometrium is noodzakelijk om endometriumcarcinoom met voldoende zekerheid uit te sluiten De indicatieve cervixuitstrijken bij postmenopauzaal bloedverlies worden cytologisch beoordeeld door een regionaal laboratorium Dit kan een ander laboratorium zijn dan een van de vijf screeningslaboratoria.
570
nvog
Extractie met behulp van forceps of vacuüm, van een kind in hoofdligging, gaat incidenteel gepaard met schade aan het kind en/of de moeder Die schade kan berusten op een probleem met de tevoren bestaande Het doel van de richtlijn is het verschaffen van een duidelijke plaatsbepaling van de vaginale kunstverlossing in de hedendaagse verloskunde, alsmede het optimaliseren van indicatiestelling en uitvoering In deze richtlijn wordt het gebruik van het begrip ‘vaginale kunstverlossing' beperkt tot het uitoefenen van trekkracht op het foetale hoofd, door middel van forceps (verlostang) of vacuümapparaat, om de vrouw bij de bevalling van een levensvatbaar kind te helpen door de uitdrijvingsfase te bespoedigen In de loop van de tijd is de indicatiestelling voor vaginale kunstverlossing grotendeels verschoven van het voorkomen van moederlijke sterfte en grote morbiditeit als gevolg van niet-vorderende baring, naar het voorkomen van foetale sterfte en morbiditeit, als gevolg van verdenking op foetale nood op basis van cardiotocografische afwijkingen of langdurige uitdrijving In de moderne verloskundige uitvoeringspraktijk, met foetale monitoring en relatief veilige keizersneden, vereist het stellen van de indicatie tot vaginale kunstverlossing op foetale indicatie een zorgvuldige afweging van alternatieven, waaronder keizersnede, Bij de keuze van instrument en methode van kunstverlossing spelen behalve objectieve, medisch-inhoudelijke argumenten persoonlijke bekwaamheid en subjectieve voorkeur een rol In de loop van de tijd is het percentage forcipale extracties afgenomen en het percentage vacuümextracties toegenomen, in de LVR-# tussen ### en ### respectievelijk van #,# naar #,# en van ##,# naar ##,# Bij het opstellen van deze richtlijn is gebruikgemaakt van, en in hoofdlijnen aangesloten bij het Voor vaginale kunstverlossing worden de volgende (relatieve) indicaties algemeen erkend# # verdenking op foetale zuurstofnood (hetzij bestaand, hetzij dreigend); zie NVOG-richtlijn ##, Foetale # niet-vorderende uitdrijving, gedefinieerd als niet-vorderende indaling van de benige schedel gedurende c # uur bij parae (eerder vaginaal bevallen) zonder regionale anesthesie, # moederlijk onvermogen tot krachtig persen of de onwenselijkheid daarvan, zoals bij moederlijke uitputting In het verleden werd vaak aangehouden dat de uitdrijving niet langer dan twee uur mocht duren, in het belang van moeder en kind In de huidige tijd wordt het echter als een arbitraire beslissing gezien om, bij goede foetale toestand onder foetale bewaking, een vaginale kunstverlossing te verrichten na verloop van een tevoren vastgestelde tijd# De foetale toestand is dan immers goed en de maternale risico's van een verlengde uitdrijving, zoals bekkenbodemschade en post-partumbloeding, lijken eerder primair gerelateerd te zijn aan de kunstverlossing zelf dan aan de uitdrijvingsduur per se# Alvorens tot vaginale kunstverlossing wordt overgegaan, is het wenselijk dat aan de volgende voorwaarden is # De indicatie is gesteld door, of in overleg met, een arts bekwaam in het stellen van de indicatie tot een # De uitvoering wordt verricht door, of onder supervisie van, een arts bekwaam in het uitvoeren van een # Ten tijde van de kunstverlossing is de cervix volkomen ontsloten, zijn de vliezen gebroken, en is men geïnformeerd over de indaling en de stand van het hoofd #.
601
nvog
gebruikgemaakt van, en in hoofdlijnen aangesloten bij het Voor vaginale kunstverlossing worden de volgende (relatieve) indicaties algemeen erkend# # verdenking op foetale zuurstofnood (hetzij bestaand, hetzij dreigend); zie NVOG-richtlijn ##, Foetale # niet-vorderende uitdrijving, gedefinieerd als niet-vorderende indaling van de benige schedel gedurende c # uur bij parae (eerder vaginaal bevallen) zonder regionale anesthesie, # moederlijk onvermogen tot krachtig persen of de onwenselijkheid daarvan, zoals bij moederlijke uitputting In het verleden werd vaak aangehouden dat de uitdrijving niet langer dan twee uur mocht duren, in het belang van moeder en kind In de huidige tijd wordt het echter als een arbitraire beslissing gezien om, bij goede foetale toestand onder foetale bewaking, een vaginale kunstverlossing te verrichten na verloop van een tevoren vastgestelde tijd# De foetale toestand is dan immers goed en de maternale risico's van een verlengde uitdrijving, zoals bekkenbodemschade en post-partumbloeding, lijken eerder primair gerelateerd te zijn aan de kunstverlossing zelf dan aan de uitdrijvingsduur per se# Alvorens tot vaginale kunstverlossing wordt overgegaan, is het wenselijk dat aan de volgende voorwaarden is # De indicatie is gesteld door, of in overleg met, een arts bekwaam in het stellen van de indicatie tot een # De uitvoering wordt verricht door, of onder supervisie van, een arts bekwaam in het uitvoeren van een # Ten tijde van de kunstverlossing is de cervix volkomen ontsloten, zijn de vliezen gebroken, en is men geïnformeerd over de indaling en de stand van het hoofd # a de foetale schedelhuid zichtbaar is in de introitus zonder spreiden van de labia, of als de foetale b de sutura sagittalis minder dan ##° uit de middellijn staat, met de kleine fontanel hetzij voor, hetzij # Lage tang (of vacuüm*) - het aanleggen van de tang (of vacuüm) als de foetale schedel is ingedaald tot ten minste # cm onder de interspinale lijn, maar nog niet tot op de bekkenbodem Hierbij wordt a rotatie ( ##° (sutura sagittalis ( ##° uit de middellijn, kleine fontanel hetzij voor, hetzij achter), b rotatie ) ##° (sutura sagitalis ) ##° uit de middellijn, kleine fontanel hetzij voor, hetzij achter) # Middentang (of vacuüm*) - het aanleggen van de tang (of vacuüm) als het hoofd is ingedaald, dat wil zeggen als de grootste schedelomtrek de bekkeningang is gepasseerd, maar de foetale schedel nog # Hoge tang (of vacuüm*) - het aanleggen van de tang (of vacuüm) als het hoofd nog niet is ingedaald, dat wil zeggen als de grootste schedelomtrek de bekkeningang nog niet is gepasseerd Vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde frequentie van geboortetrauma Deze risico's zijn als percentages weergegeven in tabel # Bij gebrek aan gerandomiseerd onderzoek berust deze tabel op een retrospectieve studie# , waarbij de instrumentkeuze mede door de vooraf bestaande situatie en de De auteurs van deze studie concludeerden dat afwijkend baringsbeloop en niet de kunstverlossing per se de hoofdreden vormde voor de belangrijkste complicaties Naast de bovengenoemde traumata zijn ook.
618
nvog
a de foetale schedelhuid zichtbaar is in de introitus zonder spreiden van de labia, of als de foetale b de sutura sagittalis minder dan ##° uit de middellijn staat, met de kleine fontanel hetzij voor, hetzij # Lage tang (of vacuüm*) - het aanleggen van de tang (of vacuüm) als de foetale schedel is ingedaald tot ten minste # cm onder de interspinale lijn, maar nog niet tot op de bekkenbodem Hierbij wordt a rotatie ( ##° (sutura sagittalis ( ##° uit de middellijn, kleine fontanel hetzij voor, hetzij achter), b rotatie ) ##° (sutura sagitalis ) ##° uit de middellijn, kleine fontanel hetzij voor, hetzij achter) # Middentang (of vacuüm*) - het aanleggen van de tang (of vacuüm) als het hoofd is ingedaald, dat wil zeggen als de grootste schedelomtrek de bekkeningang is gepasseerd, maar de foetale schedel nog # Hoge tang (of vacuüm*) - het aanleggen van de tang (of vacuüm) als het hoofd nog niet is ingedaald, dat wil zeggen als de grootste schedelomtrek de bekkeningang nog niet is gepasseerd Vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde frequentie van geboortetrauma Deze risico's zijn als percentages weergegeven in tabel # Bij gebrek aan gerandomiseerd onderzoek berust deze tabel op een retrospectieve studie# , waarbij de instrumentkeuze mede door de vooraf bestaande situatie en de De auteurs van deze studie concludeerden dat afwijkend baringsbeloop en niet de kunstverlossing per se de hoofdreden vormde voor de belangrijkste complicaties Naast de bovengenoemde traumata zijn ook Retinabloedingen komen frequenter voor na vacuümextractie (##%) dan na forcipale extractie (##%), maar treden ook op bij primaire keizersnede (#%); zij verdwijnen restloos binnen een maand na de geboorte# In de volgende situaties is het raadzaam rekening te houden met een verhoogd risico van vaginale # Prematuriteit; zowel prematuriteit als vacuümextractie is geassocieerd met een verhoogd risico op hersenbloeding Er zijn aanwijzingen dat bij een amenorroeduur ( ## weken het risico op hersenbloeding kleiner is na forcipale extractie dan na vacuümextractie # Verdenking op foetomaternale disproportie; bij macrosomie (geboortegewicht ³ ### g) is het additionele risico op blijvende schade van het kind door vaginale kunstverlossing door middel van forceps verhoogd (RR ten opzichte van spontane bevalling #,#, ten opzichte van keizersnede #,#) Het absolute risico op restschade is echter gering (#,#%); om één geval van blijvende schade te voorkomen zouden er ### tot ### geplande keizersneden moeten worden verricht of, bij geen bereidheid tot vaginale kunstverlossing, ## tot ## keizersneden# Er is bovendien geen methode voorhanden om macrosomie voor de geboorte accuraat vast te stellen Mits aan de onder genoemde uitvoeringseisen is voldaan, is vaginale kunstverlossing ook bij een verwacht kindgewicht ³ ### g niet # Recent foetaal microbloedonderzoek; bij vacuümextractie na recent MBO is incidenteel excessief ♦ Voor de hoge tang geldt dat deze slechts bij hoge uitzondering in geval van acute ernstige foetale of maternale nood zal kunnen worden overwogen, terwijl tevens voorbereidingen voor keizersnede worden getroffen voor het geval de ingreep mislukt.
644
nvog
Retinabloedingen komen frequenter voor na vacuümextractie (##%) dan na forcipale extractie (##%), maar treden ook op bij primaire keizersnede (#%); zij verdwijnen restloos binnen een maand na de geboorte# In de volgende situaties is het raadzaam rekening te houden met een verhoogd risico van vaginale # Prematuriteit; zowel prematuriteit als vacuümextractie is geassocieerd met een verhoogd risico op hersenbloeding Er zijn aanwijzingen dat bij een amenorroeduur ( ## weken het risico op hersenbloeding kleiner is na forcipale extractie dan na vacuümextractie # Verdenking op foetomaternale disproportie; bij macrosomie (geboortegewicht ³ ### g) is het additionele risico op blijvende schade van het kind door vaginale kunstverlossing door middel van forceps verhoogd (RR ten opzichte van spontane bevalling #,#, ten opzichte van keizersnede #,#) Het absolute risico op restschade is echter gering (#,#%); om één geval van blijvende schade te voorkomen zouden er ### tot ### geplande keizersneden moeten worden verricht of, bij geen bereidheid tot vaginale kunstverlossing, ## tot ## keizersneden# Er is bovendien geen methode voorhanden om macrosomie voor de geboorte accuraat vast te stellen Mits aan de onder genoemde uitvoeringseisen is voldaan, is vaginale kunstverlossing ook bij een verwacht kindgewicht ³ ### g niet # Recent foetaal microbloedonderzoek; bij vacuümextractie na recent MBO is incidenteel excessief ♦ Voor de hoge tang geldt dat deze slechts bij hoge uitzondering in geval van acute ernstige foetale of maternale nood zal kunnen worden overwogen, terwijl tevens voorbereidingen voor keizersnede worden getroffen voor het geval de ingreep mislukt ♦ Voor de hoge vacuüm geldt dat de meningen in <LOCATIE> verschillen In ### werd op basis van casuïstiek gesteld dat de hoge vacuümextractie obsoleet zou zijn# In commentaar daarop gaven anderen als hun mening te kennen dat men weliswaar bij hoogstaand hoofd alert moet zijn op de mogelijkheid van mechanische baringsbelemmering door wanverhouding, maar dat - bij afwezigheid van andere aanwijzingen voor wanverhouding niet de geringe indaling per se maar de uitvoeringstechniek bepalend is voor het risico op # Vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde kans op bekkenbodemschade a Retrospectief onderzoek heeft aangetoond dat vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde frequentie van totaalrupturen, en dat dit sterker geldt voor de forceps dan voor de vacuüm Daarbij worden in de Amerikaanse literatuur percentages genoemd bij spontane baring #, vacuüm # en forceps ### Deze hoge percentages zijn waarschijnlijk mede afhankelijk van de uitvoeringspraktijk en de percentages lijken in <LOCATIE> aanzienlijk lager te zijn, namelijk bij spontane baring #,#, vacuüm #,# en forceps #,## Bij midden- en rotatieforceps is het risico het b De kans op totaalruptuur bij de bevalling is zonder episiotomie #,#%, met mediolaterale episiotomie #,#% en met mediane episiotomie #,#%# Hoewel het plaatsen van een episiotomie bij een kunstverlossing niet aangetoond effectief is, wordt in <LOCATIE> algemeen geadviseerd een episiotomie te verrichten bij forcipale extractie en het te overwegen bij vacuümextractie, in de hoop daarmee de kans op een totaalruptuur te beperken#.
629
nvog
♦ Voor de hoge vacuüm geldt dat de meningen in <LOCATIE> verschillen In ### werd op basis van casuïstiek gesteld dat de hoge vacuümextractie obsoleet zou zijn# In commentaar daarop gaven anderen als hun mening te kennen dat men weliswaar bij hoogstaand hoofd alert moet zijn op de mogelijkheid van mechanische baringsbelemmering door wanverhouding, maar dat - bij afwezigheid van andere aanwijzingen voor wanverhouding niet de geringe indaling per se maar de uitvoeringstechniek bepalend is voor het risico op # Vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde kans op bekkenbodemschade a Retrospectief onderzoek heeft aangetoond dat vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde frequentie van totaalrupturen, en dat dit sterker geldt voor de forceps dan voor de vacuüm Daarbij worden in de Amerikaanse literatuur percentages genoemd bij spontane baring #, vacuüm # en forceps ### Deze hoge percentages zijn waarschijnlijk mede afhankelijk van de uitvoeringspraktijk en de percentages lijken in <LOCATIE> aanzienlijk lager te zijn, namelijk bij spontane baring #,#, vacuüm #,# en forceps #,## Bij midden- en rotatieforceps is het risico het b De kans op totaalruptuur bij de bevalling is zonder episiotomie #,#%, met mediolaterale episiotomie #,#% en met mediane episiotomie #,#%# Hoewel het plaatsen van een episiotomie bij een kunstverlossing niet aangetoond effectief is, wordt in <LOCATIE> algemeen geadviseerd een episiotomie te verrichten bij forcipale extractie en het te overwegen bij vacuümextractie, in de hoop daarmee de kans op een totaalruptuur te beperken# langetermijnschade aan de bekkenbodem, met klachten van urine-incontinentie, fecale incontinentie en prolaps Hoewel vijfjaars follow-up onderzoek een tweemaal hogere frequentie van anale incontinentie toonde na forceps (##%) dan na vacuümextractie (##%), was het verschil bij gebrek aan power niet significant## Alle onderzoeken op dit gebied hebben dusdanige methodologische beperkingen dat de risico's van de verschillende methoden niet betrouwbaar d Gerandomiseerd onderzoek heeft aangetoond dat het fecale continentiepatroon veelal is veranderd na forcipale extractie (##%) en vacuümextractie (##%), echter zonder verschil in # Er zijn aanwijzingen dat vrouwen na een vaginale kunstverlossing of een keizersnede bij volkomen ontsluiting uit angst voor herhaling vaak (## respectievelijk ##%, niet significant verschillend) afzien van een volgende zwangerschap## <PERSOON> aandacht voor nazorg is in dergelijke situaties dan ook wenselijk Bij een volgende zwangerschap lijkt de kans op een vaginale bevalling significant groter na een voorgaande vaginale kunstverlossing dan na een voorgaande keizersnede bij volkomen Bij vaginale kunstverlossing wordt de keuze van het instrument, behalve de genoemde foetale en maternale risico's, in belangrijke mate bepaald door het niveau van training en ervaring van de arts met het betreffende # In vergelijking met de forceps is een vacuümcup gemakkelijker aan te brengen, wordt de schedeldiameter minder beïnvloed, en bij ongewenst hoge trekkracht of onjuiste trekrichting komt de cup los Toch is het daarmee de vacuümextractor niet automatisch het veiligere instrument (zie risico's # Soft cups veroorzaken minder schade aan de foetale hoofdhuid dan metalen cups (## vs ##%), maar de extractie mislukt vaker (## vs.
628
nvog
klachten van urine-incontinentie, fecale incontinentie en prolaps Hoewel vijfjaars follow-up onderzoek een tweemaal hogere frequentie van anale incontinentie toonde na forceps (##%) dan na vacuümextractie (##%), was het verschil bij gebrek aan power niet significant## Alle onderzoeken op dit gebied hebben dusdanige methodologische beperkingen dat de risico's van de verschillende methoden niet betrouwbaar d Gerandomiseerd onderzoek heeft aangetoond dat het fecale continentiepatroon veelal is veranderd na forcipale extractie (##%) en vacuümextractie (##%), echter zonder verschil in # Er zijn aanwijzingen dat vrouwen na een vaginale kunstverlossing of een keizersnede bij volkomen ontsluiting uit angst voor herhaling vaak (## respectievelijk ##%, niet significant verschillend) afzien van een volgende zwangerschap## <PERSOON> aandacht voor nazorg is in dergelijke situaties dan ook wenselijk Bij een volgende zwangerschap lijkt de kans op een vaginale bevalling significant groter na een voorgaande vaginale kunstverlossing dan na een voorgaande keizersnede bij volkomen Bij vaginale kunstverlossing wordt de keuze van het instrument, behalve de genoemde foetale en maternale risico's, in belangrijke mate bepaald door het niveau van training en ervaring van de arts met het betreffende # In vergelijking met de forceps is een vacuümcup gemakkelijker aan te brengen, wordt de schedeldiameter minder beïnvloed, en bij ongewenst hoge trekkracht of onjuiste trekrichting komt de cup los Toch is het daarmee de vacuümextractor niet automatisch het veiligere instrument (zie risico's # Soft cups veroorzaken minder schade aan de foetale hoofdhuid dan metalen cups (## vs ##%), maar de extractie mislukt vaker (## vs Soft cups lijken geschikt te zijn voor uitgangsvacuümextracties Voor lastiger extracties, beperkte indaling en/of afwijkende stand (achterhoofd achter of dwars) lijken metalen cups meer geëigend## # De Kiwi-cup is een wegwerpinstrument, waarvan de effectiviteit niet systematisch is onderzocht # De invloed van de maat cup op de succeskans van de extractie en de complicatiekans is niet # Het risico op beduidende maternale laesies is bij gebruik van de vacuüm lager dan bij de forceps (## vs ##%, OR #,##, CI #,##-#,##)## ; dat geldt in het bijzonder voor letsel aan de sfincter ani## Een uitvoerige beschrijving van de vele typen forceps die in omloop zijn, behoort niet tot de doelstellingen van deze richtlijn In het algemeen geldt dat een instrument bij voorkeur zo zal worden gekozen dat het qua maat en vorm (cefale en bekkenkromming) optimaal aangepast is aan het foetale hoofd (mate van moulage) en de mate van indaling in het maternale bekken Bij middentang is een forceps met schuifslot en zonder bekkenkromming, zoals de Kielland-forceps, het meest geschikt Bij gebrek aan systematische vergelijking van de diverse typen forceps is niet objectief met zekerheid aan te geven welke type forceps in welke situatie In de huidige uitvoeringspraktijk bestaat ruimte voor beide methoden, op voorwaarde dat de uitvoerende (of superviserende) arts bekwaam is in de indicatiestelling en uitvoering van die methode # De vacuümcup wordt bij voorkeur geplaatst op het flexiepunt, dat wil zeggen met het midden van de.
624
nvog
cups lijken geschikt te zijn voor uitgangsvacuümextracties Voor lastiger extracties, beperkte indaling en/of afwijkende stand (achterhoofd achter of dwars) lijken metalen cups meer geëigend## # De Kiwi-cup is een wegwerpinstrument, waarvan de effectiviteit niet systematisch is onderzocht # De invloed van de maat cup op de succeskans van de extractie en de complicatiekans is niet # Het risico op beduidende maternale laesies is bij gebruik van de vacuüm lager dan bij de forceps (## vs ##%, OR #,##, CI #,##-#,##)## ; dat geldt in het bijzonder voor letsel aan de sfincter ani## Een uitvoerige beschrijving van de vele typen forceps die in omloop zijn, behoort niet tot de doelstellingen van deze richtlijn In het algemeen geldt dat een instrument bij voorkeur zo zal worden gekozen dat het qua maat en vorm (cefale en bekkenkromming) optimaal aangepast is aan het foetale hoofd (mate van moulage) en de mate van indaling in het maternale bekken Bij middentang is een forceps met schuifslot en zonder bekkenkromming, zoals de Kielland-forceps, het meest geschikt Bij gebrek aan systematische vergelijking van de diverse typen forceps is niet objectief met zekerheid aan te geven welke type forceps in welke situatie In de huidige uitvoeringspraktijk bestaat ruimte voor beide methoden, op voorwaarde dat de uitvoerende (of superviserende) arts bekwaam is in de indicatiestelling en uitvoering van die methode # De vacuümcup wordt bij voorkeur geplaatst op het flexiepunt, dat wil zeggen met het midden van de Deze plaatsing bevordert optimale aanpassing van het foetale hoofd bij de indaling # Als maximale vacuümdruk wordt als regel #,# kg/cm# aangehouden; hogere druk vergroot mogelijk het risico op foetaal trauma Traditioneel werd de vacuümdruk in vier stappen opgehoogd; in de huidige praktijk wordt meestal direct #,# kg/cm# aangezogen Hierbij gaat men ervan uit dat de snelle drukverhoging de duur van de vacuümextractie verkort zonder beduidende toename van de complicatiekans Een klein gerandomiseerd onderzoek lijkt dit te ondersteunen## # De tractie wordt uitgeoefend in de richting van de baringsas, tijdens contracties en zo mogelijk tijdens # Systematisch onderzoek naar de maximale duur en het maximale aantal tracties is niet verricht; de ACOG-richtlijn spreekt zich niet uit over de duur en het aantal tracties waarbinnen de baring moet zijn beëindigd# De werkgroep die deze richtlijn voorbereidde is van mening dat men bedacht dient te zijn op het bestaan van een relatieve foetomaternale wanverhouding als de extractie niet binnen ## minuten of binnen # weeën tot een goed einde is te brengen In dat geval lijkt het raadzaam te overwegen te converteren naar keizersnede in plaats van te trachten de bevalling langs vaginale weg te forceren door een groter aantal tracties of meer tractiekracht # De hoge en middentang worden hier niet beschreven, omdat deze als regel niet meer worden # De lage of uitgangsforceps wordt zo aangelegd dat de lengteas van de bladen correspondeert met de.
586
nvog
optimale aanpassing van het foetale hoofd bij de indaling # Als maximale vacuümdruk wordt als regel #,# kg/cm# aangehouden; hogere druk vergroot mogelijk het risico op foetaal trauma Traditioneel werd de vacuümdruk in vier stappen opgehoogd; in de huidige praktijk wordt meestal direct #,# kg/cm# aangezogen Hierbij gaat men ervan uit dat de snelle drukverhoging de duur van de vacuümextractie verkort zonder beduidende toename van de complicatiekans Een klein gerandomiseerd onderzoek lijkt dit te ondersteunen## # De tractie wordt uitgeoefend in de richting van de baringsas, tijdens contracties en zo mogelijk tijdens # Systematisch onderzoek naar de maximale duur en het maximale aantal tracties is niet verricht; de ACOG-richtlijn spreekt zich niet uit over de duur en het aantal tracties waarbinnen de baring moet zijn beëindigd# De werkgroep die deze richtlijn voorbereidde is van mening dat men bedacht dient te zijn op het bestaan van een relatieve foetomaternale wanverhouding als de extractie niet binnen ## minuten of binnen # weeën tot een goed einde is te brengen In dat geval lijkt het raadzaam te overwegen te converteren naar keizersnede in plaats van te trachten de bevalling langs vaginale weg te forceren door een groter aantal tracties of meer tractiekracht # De hoge en middentang worden hier niet beschreven, omdat deze als regel niet meer worden # De lage of uitgangsforceps wordt zo aangelegd dat de lengteas van de bladen correspondeert met de Zowel bij het aanleggen van de forceps als tijdens de tractie wordt voorkomen dat angulaire kracht op het foetale hoofd wordt uitgeoefend of de dwarse diameter van het hoofd wordt verkleind # Het plaatsen van een mediolaterale episiotomie verdient overweging, omdat er aanwijzingen zijn dat daarmee de kans op totaalruptuur afneemt Dit geldt sterker bij forceps dan bij vacuümextractie, wegens de grotere omtrek van het vlak van doortreden Bij forcipale extractie valt daarbij te overwegen de episiotomie te plaatsen voordat de eerste (proef)tractie wordt verricht, omdat daarmee de kans op bekkenbodemschade wellicht verder wordt verkleind # Bij het aanleggen van het instrument wordt interpositie van maternaal weefsel vermeden # Tractie wordt uitgeoefend in de richting van de baringsas, tijdens contracties, en zo mogelijk tijdens # De kans van slagen van een vaginale kunstverlossing is altijd enigszins onzeker Desondanks verdient het aanbeveling voor aanvang telkens bewust een inschatting van de slagingskans te maken Het mislukken van een vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde kans op geboortetrauma, inclusief slechte start, subduraal hematoom, hersenbloeding, convulsies en zenuwletsel# Het risico lijkt toe te nemen met het aantal toegepaste methoden# , maar er zijn ook studies ## die dit verband ontkennen en die stellen dat de negatieve effecten van mislukte kunstverlossing uitblijven, als de keizersnede maar prompt wordt uitgevoerd Indien de succeskans van vaginale kunstverlossing wordt ingeschat als twijfelachtig, is de mogelijkheid tot het uitvoeren van een spoedkeizersnede gewenst Het valt dan te overwegen om de kunstverlossing uit te voeren op de.
564
nvog
tijdens de tractie wordt voorkomen dat angulaire kracht op het foetale hoofd wordt uitgeoefend of de dwarse diameter van het hoofd wordt verkleind # Het plaatsen van een mediolaterale episiotomie verdient overweging, omdat er aanwijzingen zijn dat daarmee de kans op totaalruptuur afneemt Dit geldt sterker bij forceps dan bij vacuümextractie, wegens de grotere omtrek van het vlak van doortreden Bij forcipale extractie valt daarbij te overwegen de episiotomie te plaatsen voordat de eerste (proef)tractie wordt verricht, omdat daarmee de kans op bekkenbodemschade wellicht verder wordt verkleind # Bij het aanleggen van het instrument wordt interpositie van maternaal weefsel vermeden # Tractie wordt uitgeoefend in de richting van de baringsas, tijdens contracties, en zo mogelijk tijdens # De kans van slagen van een vaginale kunstverlossing is altijd enigszins onzeker Desondanks verdient het aanbeveling voor aanvang telkens bewust een inschatting van de slagingskans te maken Het mislukken van een vaginale kunstverlossing is geassocieerd met een verhoogde kans op geboortetrauma, inclusief slechte start, subduraal hematoom, hersenbloeding, convulsies en zenuwletsel# Het risico lijkt toe te nemen met het aantal toegepaste methoden# , maar er zijn ook studies ## die dit verband ontkennen en die stellen dat de negatieve effecten van mislukte kunstverlossing uitblijven, als de keizersnede maar prompt wordt uitgevoerd Indien de succeskans van vaginale kunstverlossing wordt ingeschat als twijfelachtig, is de mogelijkheid tot het uitvoeren van een spoedkeizersnede gewenst Het valt dan te overwegen om de kunstverlossing uit te voeren <PERSOON> verslaglegging van elke kunstverlossing is wenselijk Als regel zullen worden vastgelegd de uitgangssituatie, indicatiestelling, instrumentkeuze, uitvoering en tijdsbeloop, foetale uitkomst (Apgar-scores, navelarterie pH en BE, locatie van oedeem, impressies, laesies) en maternale uitkomst # Het uitvoeren van een vaginale kunstverlossing binnen de tijd die traditioneel werd gesteld voor niet-vorderende uitdrijving, uitsluitend ter verkorting van de uitdrijvingsduur, wordt ontraden # In geval de vaginale kunstverlossing niet binnen ## minuten of binnen # weeën is beëindigd, lijkt het raadzaam te overwegen om te converteren naar keizersnede (bewijskracht niveau D) # Na forcipale extractie wordt, vaker dan na vacuümextractie, kortetermijn-bekkenbodemschade gezien; het is onzeker in hoeverre dit ook voor de lange termijn geldt (bewijskracht niveau B) # Er zijn aanwijzingen dat bij een amenorroeduur ( ## weken het risico op hersenbloeding kleiner is na # Bekwaamheid en ervaring van de arts met het instrument zijn in belangrijke mate bepalend voor de keuze voor vacuüm of forceps, alsmede voor de effectiviteit en de complicatiekans (bewijskracht Bestuur van de NVOG, is vastgesteld in de ###e ledenvergadering d d <DATUM> te <LOCATIE> Deze American College of Obstetricians and Gynecologists Operative vaginal delivery ACOG Practice Bulletin number ## Washington DC American College of Obstetricians and Gynecologists, ### Wegner EK, Bernstein IM Operative vaginal delivery <PERSOON> E, <PERSOON> WH Effect of mode of delivery in nulliparous women on neonatal intracranial injury.
580
nvog
<PERSOON> verslaglegging van elke kunstverlossing is wenselijk Als regel zullen worden vastgelegd de uitgangssituatie, indicatiestelling, instrumentkeuze, uitvoering en tijdsbeloop, foetale uitkomst (Apgar-scores, navelarterie pH en BE, locatie van oedeem, impressies, laesies) en maternale uitkomst # Het uitvoeren van een vaginale kunstverlossing binnen de tijd die traditioneel werd gesteld voor niet-vorderende uitdrijving, uitsluitend ter verkorting van de uitdrijvingsduur, wordt ontraden # In geval de vaginale kunstverlossing niet binnen ## minuten of binnen # weeën is beëindigd, lijkt het raadzaam te overwegen om te converteren naar keizersnede (bewijskracht niveau D) # Na forcipale extractie wordt, vaker dan na vacuümextractie, kortetermijn-bekkenbodemschade gezien; het is onzeker in hoeverre dit ook voor de lange termijn geldt (bewijskracht niveau B) # Er zijn aanwijzingen dat bij een amenorroeduur ( ## weken het risico op hersenbloeding kleiner is na # Bekwaamheid en ervaring van de arts met het instrument zijn in belangrijke mate bepalend voor de keuze voor vacuüm of forceps, alsmede voor de effectiviteit en de complicatiekans (bewijskracht Bestuur van de NVOG, is vastgesteld in de ###e ledenvergadering d d <DATUM> te <LOCATIE> Deze American College of Obstetricians and Gynecologists Operative vaginal delivery ACOG Practice Bulletin number ## Washington DC American College of Obstetricians and Gynecologists, ### Wegner EK, Bernstein IM Operative vaginal delivery <PERSOON> E, <PERSOON> WH Effect of mode of delivery in nulliparous women on neonatal intracranial injury ### <PERSOON> MV, Pieramici DJ, Stoessel KM, et al Incidence and rate of disappearance of retinal hemorrhage in <PERSOON> RK Jr, Musci TJ Incidence of persistent birth injury in macrosomic infants association <PERSOON> PE De hoge vacuümextractie terecht obsoleet gezien de risico's voor het kind <PERSOON> AJ, et al De hoge vacuümextractie terecht obsoleet gezien de risico's voor het kind (commentaar) <PERSOON> MJ Severe perineal lacerations during vaginal delivery the University of Miami experience <PERSOON> JW Anal sphincter injury at vaginal delivery risk factors and long-term clinical consequences <PERSOON-##> AH, Johanson RB, Carter JE Occult anal sphincter trauma following randomized forceps and vacuum <PERSOON-##> clinical trial to assess anal sphincter function following forceps of vacuum assistant vaginal delivery <PERSOON-##> DJ Outcome of subsequent pregnancy three years after previous operative delivery in the second stage of labour cohort study <PERSOON-##> versus rigid extractor cups for assisted vaginal delivery In <PERSOON-##> extraction versus forceps for assisted vaginal delivery In <PERSOON-##> Cochrane.
547
nvog
Urineweginfectie is een veelvoorkomende complicatie tijdens de zwangerschap Van een urineweginfectie wordt gesproken wanneer er klinische verschijnselen bestaan in combinatie met bacteriurie De diagnose bacteriurie wordt gesteld wanneer een urinemonster ³ ### van dezelfde bacteriesoort per ml bevat #,# Indien klinische verschijnselen ontbreken, spreekt men van asymptomatische bacteriurie Door de fysiologische veranderingen van het urinewegsysteem in de zwangerschap wordt een bacteriurie vaker symptomatisch, met als mogelijk gevolg een ernstiger beloop voor de moeder (pyelonefritis, sepsis en adult respiratory-distress syndrome) en het kind (intra-uteriene groeirestrictie) De ernst van deze gevolgen maakt het nodig aandacht te besteden aan de noodzaak tot diagnose en behandeling Deze richtlijn beschrijft cystitis en pyelonefritis en asymptomatische bacteriurie Symptomatische bacteriurie In de meeste gevallen blijft een urineweginfectie beperkt tot een oppervlakkige ontsteking van de mucosa van de blaas cystitis (prevalentie bij zwangeren <DATUM> ) # Kenmerkend hierbij is een pijnlijke aandrang (strangurie) in combinatie met een frequente mictie (pollakisurie); soms is er ook pijnlijke mictie (dysurie), pijn in de onderbuik of hematurie Indien de infectie zich uitbreidt naar het weefsel van de nier ontstaat een pyelonefritis (#%) # Deze infecties gaan gepaard met tekenen van weefselinvasie hoge koorts, koude rillingen, misselijkheid en pijn in een flank of het perineum, terwijl mictieklachten kunnen ontbreken Maternale complicaties van een pyelonefritis zijn urosepsis, adult respiratory-distress syndrome, De diagnose asymptomatische bacteriurie wordt gesteld wanneer een urinemonster ³ ### van dezelfde bacteriesoort per ml bevat zonder symptomen van een urineweginfectie Een asymptomatische bacteriurie leidt vaak tot een symptomatische urineweginfectie (##-##%) Indien een asymptomatische bacteriurie niet behandeld wordt, ontstaat bij ##% van de zwangeren een pyelonefritis in vergelijking met #% van de zwangeren zonder bacteriurie # In de Cochrane Database of Systematic Reviews wordt een afname van pyelonefritis (OR #,##; ##%-BI #,##-#,##; NNT #) beschreven na antibiotische behandeling van asymptomatische bacteriurie in ## gerandomiseerde studies in vergelijking met zwangeren zonder De associatie van asymptomatische bacteriurie en neonatale uitkomsten zoals laag geboortegewicht en vroeggeboorte is niet eenduidig In een systematische cochranereview (# studies) werd beschreven dat zwangeren behandeld voor een asymptomatische bacteriurie een verlaagde kans hebben op een kind met een laag geboortegewicht (RR #,##; ##%-BI #,##-#,##), maar geen significant gereduceerde kans hebben op vroeggeboorte (RR #,##; ##%-BI #,<DATUM> ##) ten opzichte van vrouwen zonder behandeling #,# Een andere prospectieve studie van meer dan ## ### zwangeren, gecorrigeerd voor confounders zoals sociale en demografische factoren, beschrijft ook geen associatie van asymptomatische bacteriurie met spontane vroeggeboorte (OR #,##; BI #,<DATUM> #) # De definities van pre- en dysmaturiteit zijn in de studies niet altijd duidelijk en echografische verificatie van de zwangerschapsduur ontbreekt Verder zijn de beschreven associaties mede afhankelijk van de incidentie van asymptomatische bacteriurie en de behandeling ervan # Urineweginfecties (symptomatische en asymptomatische bacteriurie) worden in hoofdzaak veroorzaakt door micro-organismen afkomstig uit de fecale flora die via het epitheel van de urinewegen de blaas koloniseren en van daaruit in het geval van een parenchymateuze infectie verder opstijgen Het betreft meestal een bacteriële infectie door een gramnegatief organisme.
662
nvog
urineweginfectie (##-##%) Indien een asymptomatische bacteriurie niet behandeld wordt, ontstaat bij ##% van de zwangeren een pyelonefritis in vergelijking met #% van de zwangeren zonder bacteriurie # In de Cochrane Database of Systematic Reviews wordt een afname van pyelonefritis (OR #,##; ##%-BI #,##-#,##; NNT #) beschreven na antibiotische behandeling van asymptomatische bacteriurie in ## gerandomiseerde studies in vergelijking met zwangeren zonder De associatie van asymptomatische bacteriurie en neonatale uitkomsten zoals laag geboortegewicht en vroeggeboorte is niet eenduidig In een systematische cochranereview (# studies) werd beschreven dat zwangeren behandeld voor een asymptomatische bacteriurie een verlaagde kans hebben op een kind met een laag geboortegewicht (RR #,##; ##%-BI #,##-#,##), maar geen significant gereduceerde kans hebben op vroeggeboorte (RR #,##; ##%-BI #,<DATUM> ##) ten opzichte van vrouwen zonder behandeling #,# Een andere prospectieve studie van meer dan ## ### zwangeren, gecorrigeerd voor confounders zoals sociale en demografische factoren, beschrijft ook geen associatie van asymptomatische bacteriurie met spontane vroeggeboorte (OR #,##; BI #,<DATUM> #) # De definities van pre- en dysmaturiteit zijn in de studies niet altijd duidelijk en echografische verificatie van de zwangerschapsduur ontbreekt Verder zijn de beschreven associaties mede afhankelijk van de incidentie van asymptomatische bacteriurie en de behandeling ervan # Urineweginfecties (symptomatische en asymptomatische bacteriurie) worden in hoofdzaak veroorzaakt door micro-organismen afkomstig uit de fecale flora die via het epitheel van de urinewegen de blaas koloniseren en van daaruit in het geval van een parenchymateuze infectie verder opstijgen Het betreft meestal een bacteriële infectie door een gramnegatief organisme minder frequent een grampositief organisme Enterococcus faecalis of groep B-streptokok Ook Chlamydia trachomatis en herpes genitalis kunnen pijnlijke mictieklachten geven <DATUM> Pathofysiologische veranderingen in de zwangerschap zijn de dilatatie van ureter en pyelum en de verminderde peristaltiek in ureters en blaas, die onder hormonale invloed reeds vanaf # weken zwangerschapsduur optreedt # Daarnaast zijn er ook mechanische factoren, zoals compressie en een toename in glomerulaire filtratie in de zwangerschap, met als gevolg glucosurie en aminoacidurie Beide bevorderen de bacteriële groei ## Predisponerende factoren zijn congenitale afwijkingen van de urinewegen, eerder doorgemaakte urineweginfecties en een specifieke medische voorgeschiedenis zoals diabetes mellitus, sikkelcelziekte, neurologische stoornissen van de blaas, blaas- of nierstenen en bij een verminderde weerstand (gebruik van immunosuppressiva) Bovendien blijkt dat een pyelonefritis vaker voorkomt bij een lagere socio-economische Diagnostiek van urineweginfecties (symptomatische bacteriurie) Cystitis De procedure ter vaststelling van een urineweginfectie# wordt als volgt geadviseerd (figuur #) Als eerste stap worden een nitriettest en urinekweek verricht Het onderzoek wordt uitgevoerd in middenstroomurine die is verkregen na het wassen van de genitalia externa Als de nitriettest positief is, wordt de diagnose bacteriële urineweginfectie gesteld (sensitiviteit ##%, specificiteit ##%## ##) en wordt de patiënte behandeld nadat een kweek is ingezet onder vermelding dat het urine van een zwangere betreft Als de nitriettest negatief is, wordt de diagnose bacteriële De exacte plaats van andere diagnostische middelen is niet duidelijk # Risicofactoren zijn congenitale afwijkingen van de urinewegen, eerder doorgemaakte (recidiverende) neurologische stoornissen van de blaas, blaas- of nierstenen en een verminderde weerstand Pyelonefritis.
673
nvog
Enterococcus faecalis of groep B-streptokok Ook Chlamydia trachomatis en herpes genitalis kunnen pijnlijke mictieklachten geven <DATUM> Pathofysiologische veranderingen in de zwangerschap zijn de dilatatie van ureter en pyelum en de verminderde peristaltiek in ureters en blaas, die onder hormonale invloed reeds vanaf # weken zwangerschapsduur optreedt # Daarnaast zijn er ook mechanische factoren, zoals compressie en een toename in glomerulaire filtratie in de zwangerschap, met als gevolg glucosurie en aminoacidurie Beide bevorderen de bacteriële groei ## Predisponerende factoren zijn congenitale afwijkingen van de urinewegen, eerder doorgemaakte urineweginfecties en een specifieke medische voorgeschiedenis zoals diabetes mellitus, sikkelcelziekte, neurologische stoornissen van de blaas, blaas- of nierstenen en bij een verminderde weerstand (gebruik van immunosuppressiva) Bovendien blijkt dat een pyelonefritis vaker voorkomt bij een lagere socio-economische Diagnostiek van urineweginfecties (symptomatische bacteriurie) Cystitis De procedure ter vaststelling van een urineweginfectie# wordt als volgt geadviseerd (figuur #) Als eerste stap worden een nitriettest en urinekweek verricht Het onderzoek wordt uitgevoerd in middenstroomurine die is verkregen na het wassen van de genitalia externa Als de nitriettest positief is, wordt de diagnose bacteriële urineweginfectie gesteld (sensitiviteit ##%, specificiteit ##%## ##) en wordt de patiënte behandeld nadat een kweek is ingezet onder vermelding dat het urine van een zwangere betreft Als de nitriettest negatief is, wordt de diagnose bacteriële De exacte plaats van andere diagnostische middelen is niet duidelijk # Risicofactoren zijn congenitale afwijkingen van de urinewegen, eerder doorgemaakte (recidiverende) neurologische stoornissen van de blaas, blaas- of nierstenen en een verminderde weerstand Pyelonefritis onderzocht met het volgende bloed- en urineonderzoek bloedbeeld; nierfunctie, hoeveelheid urineproductie en bloedkweek bij verdenking sepsis Tevens moeten de vitale functies gecontroleerd worden ter uitsluiting Uit onderzoek zijn er aanwijzingen dat bij zwangeren met pyelonefritis de routinematige echoscopische bevindingen van de nieren noch de behandeling noch de uitkomst veranderden ## Echoscopisch onderzoek van de nieren kan worden overwogen bij een langzame reactie op antibiotica of bij een recidiefinfectie In de meeste richtlijnen is screening op asymptomatische bacteriurie in de zwangerschap opgenomen ## De optimale tijd voor screening op asymptomatische bacteriurie is tussen de #de en ##de zwangerschapsweek # Routinematige screening op asymptomatische bacteriurie om een pyelonefritis te voorkomen werd beschreven als kosteneffectief bij een prevalentie van ) #% en mede afhankelijk van de kosten van screening ## Echter er zijn geen studies die de maternale en neonatale uitkomsten na screening beschrijven ## Omdat exacte prevalentiecijfers in <LOCATIE> ontbreken en de uitkomsten van screening (nog) niet voldoende bekend zijn, is men van mening dat er nu nog onvoldoende basis is om in <LOCATIE> routinematige screening te adviseren Screening middels een urinekweek wordt daarom (vooralsnog) aanbevolen voor de risicogroepen zoals beschreven in figuur # Indien gescreend wordt, is het raadzaam te vermelden dat het urine van een zwangere betreft omdat informatie over micro-organismen relevant kan zijn (bijvoorbeeld bij een GBS infectie wordt bij het aantal bacteriën van meer dan ##e# geadviseerd te behandelen als • Aanpassen op geleide van reactie op behandeling en uitslag kweek en resistentie Indien nitriettest.
596
nvog
onderzocht met het volgende bloed- en urineonderzoek bloedbeeld; nierfunctie, hoeveelheid urineproductie en bloedkweek bij verdenking sepsis Tevens moeten de vitale functies gecontroleerd worden ter uitsluiting Uit onderzoek zijn er aanwijzingen dat bij zwangeren met pyelonefritis de routinematige echoscopische bevindingen van de nieren noch de behandeling noch de uitkomst veranderden ## Echoscopisch onderzoek van de nieren kan worden overwogen bij een langzame reactie op antibiotica of bij een recidiefinfectie In de meeste richtlijnen is screening op asymptomatische bacteriurie in de zwangerschap opgenomen ## De optimale tijd voor screening op asymptomatische bacteriurie is tussen de #de en ##de zwangerschapsweek # Routinematige screening op asymptomatische bacteriurie om een pyelonefritis te voorkomen werd beschreven als kosteneffectief bij een prevalentie van ) #% en mede afhankelijk van de kosten van screening ## Echter er zijn geen studies die de maternale en neonatale uitkomsten na screening beschrijven ## Omdat exacte prevalentiecijfers in <LOCATIE> ontbreken en de uitkomsten van screening (nog) niet voldoende bekend zijn, is men van mening dat er nu nog onvoldoende basis is om in <LOCATIE> routinematige screening te adviseren Screening middels een urinekweek wordt daarom (vooralsnog) aanbevolen voor de risicogroepen zoals beschreven in figuur # Indien gescreend wordt, is het raadzaam te vermelden dat het urine van een zwangere betreft omdat informatie over micro-organismen relevant kan zijn (bijvoorbeeld bij een GBS infectie wordt bij het aantal bacteriën van meer dan ##e# geadviseerd te behandelen als • Aanpassen op geleide van reactie op behandeling en uitslag kweek en resistentie Indien nitriettest • Sediment/urinekweek eenmalig een week na het voltooien van de antibioticakuur (conform Ten aanzien van nitrofurantoïne moet men zich realiseren dat bij moeders met G#PD-deficiëntie hemolytische anemie als zeldzame bijwerking kan optreden, en moet men rekening houden met een - minder zeldzame polyneuropathie; bij voorkeur wordt het middel niet toegediend vanaf ## weken of bij dreigende preterme geboorte in verband met de langzame uitscheiding via de nier bij de neonatus en hemolytische anemie • Cefalosporine intraveneus (cefuroxim ### mg # dd of cefotaxim ### mg # dd of ceftriaxon ### mg # Na een koortsvrije periode van ##-## uur kan worden overgegaan op orale antibiotica Een totale duur van de kuur van ten minste ## dagen wordt geadviseerd <DATUM> Wanneer de koorts niet binnen ## uur is afgenomen, kan dit wijzen op bacteriële resistentie of urolithiasis, een perinefritisch abces of afwijkingen aan de urinewegen Overplaatsing naar de intensive care, waar gezamenlijk met internist, intensivist, medische microbioloog en laboratoriumstudies is aangetoond dat cranberrysap de hechting van E coli aan de blaaswand remt Recent werden de resultaten van # kwalitatief goede RCT's gepubliceerd ##,## Hierin werd de effectiviteit van Omdat optimale dosering en toedieningsvorm nog niet vaststaan, is slechts een voorzichtige aanbeveling opgenomen De effectiviteit van cranberryproducten bij de behandeling van een urineweginfectie is niet • Bij verdenking urineweginfectie wordt geadviseerd een nitriettest en urinekweek te verrichten Als de nitriettest positief is, wordt de diagnose bacteriële urineweginfectie gesteld en patiente behandeld.
595
nvog
eenmalig een week na het voltooien van de antibioticakuur (conform Ten aanzien van nitrofurantoïne moet men zich realiseren dat bij moeders met G#PD-deficiëntie hemolytische anemie als zeldzame bijwerking kan optreden, en moet men rekening houden met een - minder zeldzame polyneuropathie; bij voorkeur wordt het middel niet toegediend vanaf ## weken of bij dreigende preterme geboorte in verband met de langzame uitscheiding via de nier bij de neonatus en hemolytische anemie • Cefalosporine intraveneus (cefuroxim ### mg # dd of cefotaxim ### mg # dd of ceftriaxon ### mg # Na een koortsvrije periode van ##-## uur kan worden overgegaan op orale antibiotica Een totale duur van de kuur van ten minste ## dagen wordt geadviseerd <DATUM> Wanneer de koorts niet binnen ## uur is afgenomen, kan dit wijzen op bacteriële resistentie of urolithiasis, een perinefritisch abces of afwijkingen aan de urinewegen Overplaatsing naar de intensive care, waar gezamenlijk met internist, intensivist, medische microbioloog en laboratoriumstudies is aangetoond dat cranberrysap de hechting van E coli aan de blaaswand remt Recent werden de resultaten van # kwalitatief goede RCT's gepubliceerd ##,## Hierin werd de effectiviteit van Omdat optimale dosering en toedieningsvorm nog niet vaststaan, is slechts een voorzichtige aanbeveling opgenomen De effectiviteit van cranberryproducten bij de behandeling van een urineweginfectie is niet • Bij verdenking urineweginfectie wordt geadviseerd een nitriettest en urinekweek te verrichten Als de nitriettest positief is, wordt de diagnose bacteriële urineweginfectie gesteld en patiente behandeld # Het is aangetoond dat het behandelen van asymptomatische en symptomatische bacteriurie in de # Bij klinische verdenking op urineweginfectie wordt middenstroomurine met dipstick onderzocht op nitriet en urinekweek Indien de nitriettest positief is, wordt gehandeld als bij een urineweginfectie, # Er zijn aanwijzingen dat vrouwen met congenitale urinewegafwijkingen, eerder doorgemaakte urineweginfecties, diabetes mellitus, sikkelcelziekte of neurologische stoornissen en verminderde weerstand een verhoogde kans op een asymptomatische bacteriurie in de zwangerschap hebben (bewijskrachtniveau #) De werkgroep is van mening dat deze groep vrouwen in aanmerking komt voor een urinekweek in het eerste trimester van de zwangerschap om asymptomatische bacteriurie op # <PERSOON> HS, et al NHG-standaard Urineweginfecties (tweede herziening) <PERSOON> bacteriuria and symptomatic urinary tract infections in pregnancy # Hill JB, Sheffield JS, McIntire MD, <PERSOON> GD Acute pyelonephritis in pregnancy <PERSOON> of pregnancy <PERSOON> FM, Vazquez JC Antibiotics for asymptomatic bacteriuria in pregnancy <PERSOON> for symptomatic urinary tract infections during pregnancy [update of Cochrane Database Syst Rev ###;# CD###], Cochrane Database Syst Rev ###;# CD### # Mazor-Dray E, <PERSOON> urinary tract infection is it independently associated # <PERSOON> TJ, Wells HB, Sands RE, Coles EC, Johns KA Factors associated with preterm birth in Cardiff, Wales II.
585
nvog
symptomatische bacteriurie in de # Bij klinische verdenking op urineweginfectie wordt middenstroomurine met dipstick onderzocht op nitriet en urinekweek Indien de nitriettest positief is, wordt gehandeld als bij een urineweginfectie, # Er zijn aanwijzingen dat vrouwen met congenitale urinewegafwijkingen, eerder doorgemaakte urineweginfecties, diabetes mellitus, sikkelcelziekte of neurologische stoornissen en verminderde weerstand een verhoogde kans op een asymptomatische bacteriurie in de zwangerschap hebben (bewijskrachtniveau #) De werkgroep is van mening dat deze groep vrouwen in aanmerking komt voor een urinekweek in het eerste trimester van de zwangerschap om asymptomatische bacteriurie op # <PERSOON> HS, et al NHG-standaard Urineweginfecties (tweede herziening) <PERSOON> bacteriuria and symptomatic urinary tract infections in pregnancy # Hill JB, Sheffield JS, McIntire MD, <PERSOON> GD Acute pyelonephritis in pregnancy <PERSOON> of pregnancy <PERSOON> FM, Vazquez JC Antibiotics for asymptomatic bacteriuria in pregnancy <PERSOON> for symptomatic urinary tract infections during pregnancy [update of Cochrane Database Syst Rev ###;# CD###], Cochrane Database Syst Rev ###;# CD### # Mazor-Dray E, <PERSOON> urinary tract infection is it independently associated # <PERSOON> TJ, Wells HB, Sands RE, Coles EC, Johns KA Factors associated with preterm birth in Cardiff, Wales II Am J of Obstet Gynecol # Stamm WE, <PERSOON> KF, Amsel R, et al Causes of the urethral syndrome in women <PERSOON-##> AJ Asymptomatic bacteriuria and symptomatic urinary tract infections during ## Pastore LM, Savitz DA, Thorp JM, et al Predictors of symptomatic urinary tract infection after <DATUM> Seidman <PERSOON-##> M, et al Role of renal ultrasonography in the management of ## <PERSOON-##> for asymptomatic bacteriuria in adults <PERSOON-##> reaffirmation recommendation statement <PERSOON-##> Med ## Wadland WC, Plante DA Screening for asymptomatic bacteriuria in pregnancy A decision and cost ## <PERSOON-##> accuracy of nitrite dipstick testing for the detection of bacteriuria of pregnancy <PERSOON-##> bacteriuria in pregnancy <PERSOON-##> Pract Res Clin Obstet Gynecol ## Seidman <PERSOON-##> M, et al Role of renal ultrasonography in the management of © ### Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie Deze richtlijn, ontwikkeld door de Koepel Kwaliteit NVOG onder eindverantwoordelijkheid van het Bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, is vastgesteld in de ###e ledenvergadering d d <DATUM> <PERSOON-##> Deze richtlijn is een herziening van de richtlijn in ###.
561
nvog
Uitgangsvraag <DATUM> welke plaats hebben pH- en lactaatbepaling bij microbloedonderzoek bij de de baring Een CTG heeft echter een matige specificiteit voor het opsporen van foetale nood Het verrichten van microbloedonderzoek (MBO) is een veel gebruikte aanvullende methode bij een abnormaal CTG In foetaal bloed kan pH of lactaat bepaald worden Een lage pH weerspiegelt een combinatie van metabole en respiratoire acidose Vooral metabole acidose kan leiden tot neurologische schade Onvoldoende zuurstofvoorziening leidt tot anaerobe glycolyse en metabole acidose waarbij lactaat geproduceerd wordt Lactaat is daardoor op theoretische gronden een specifiekere maat voor metabole acidose dan pH Voor lactaatbepaling is ongeveer # µL foetaal bloed nodig versus ##-## µL bloed voor pHanalyse De pH en lactaat zijn dus parameters voor de evaluatie van intrapartum foetale nood In <LOCATIE> wordt tot op heden vaker de pH bepaald dan bepaling van lactaat Welke parameter heeft een betere voorspellende waarde voor foetale nood pH of lactaat, indien er foetus met verdenking foetale nood durante partu en een indicatie MBO Foetale nood werd gedefinieerd als een Apgar-score (# bij # minuten, een navelstreng pH (<DATUM> In de Pubmed en Cochrane databases is in juli ### met relevante zoektermen gezocht naar studies waarin de meting van pH vergeleken werd met de meting van lactaat in foetaal scalpbloed in verband met verdenking op foetale nood De zoekverantwoording is weergegeven in bijlage # Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden drie studies geëxcludeerd en zeven studies definitief geselecteerd Er zijn twee gerandomiseerde studies gevonden die de uitgangsvraag beantwoorden Deze De twee studies zijn gerandomiseerde studies waarin neonatale uitkomsten worden vergeleken tussen een groep waarbij bij foetale nood de pH in scalpbloed werd gemeten en een groep waarbij lactaat werd gemeten Beide studies zijn ook de enige studies die geïncludeerd zijn in de Cochrane review van East et al over deze vraagstelling die in ### werd gepubliceerd In onze search werden Ten tijde van de search was nog een lopende trial te vermelden de FLAMINGO trial ### (Fetal lactate measurement to reduce caesarean sections during labour a randomised trial Prospectively registered trial ACTRN<TELEFOONNUMMER>###) Dit onderzoek werd niet meegenomen bij het beantwoorden van de Bij beide studies werd bij het afnemen van een MBO bij verdenking op foetale nood gerandomiseerd tussen bepaling van pH danwel lactaat (Wiberg-Itzel uit ### met ### patiënten en Westgren uit Westgren gebruikte de Lactate card van KDK Corporation en hanteerde een afkapwaarde voor interventie van ) <DATUM> mmol/<PERSOON> pH-meting werd een bloedgasanalyse-apparaat van Radiometer gebruikt (ABL ###) De afkapwaarde voor pH was ( # ## In de studie van Wiberg-Itzel werd de Lactate Pro meter van Arkray gebruikt De afkapwaarde voor het termineren van de baring was ) <DATUM> mmol/L Voor pH werd een afkapwaarde ( # ## gehanteerd gemeten met verschillende.
578
nvog