translation_id
stringclasses
1 value
translation
stringclasses
1 value
language
stringclasses
1 value
book_number
int32
1
66
book
stringclasses
66 values
book_abbr
stringclasses
66 values
chapter
int32
1
150
verse
stringclasses
176 values
verse_number
int32
1
176
verse_suffix
stringclasses
0 values
verse_id
stringlengths
6
11
text
stringlengths
1
451
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
1
1
null
Gen_1_1
In het begin schiep God hemel en aarde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
2
2
null
Gen_1_2
Maar de aarde was nog ongeordend en leeg, over de wereldzee heerste duisternis, en Gods Geest zweefde over de wateren.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
3
3
null
Gen_1_3
God sprak: “Daar zij licht.” En er was licht.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
4
4
null
Gen_1_4
En God zag, dat het licht goed was. Nu scheidde God het licht van de duisternis;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
5
5
null
Gen_1_5
het licht noemde Hij dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
6
6
null
Gen_1_6
God sprak: “Er zij een uitspansel tussen de wateren, om de wateren van elkander te scheiden.” Zo geschiedde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
7
7
null
Gen_1_7
God maakte het uitspansel, en scheidde het water onder het uitspansel van het water daarboven;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
8
8
null
Gen_1_8
het uitspansel noemde God hemel. Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
9
9
null
Gen_1_9
God sprak: “Het water onder de hemel moet samenvloeien naar één plaats, zodat het droge te voorschijn komt.” Zo geschiedde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
10
10
null
Gen_1_10
Het droge noemde God aarde, het saamgevloeide water noemde Hij zee. En God zag, dat het goed was.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
11
11
null
Gen_1_11
God sprak: “De aarde moet groene planten voortbrengen, zaaddragend gewas en vruchtbomen, die zaadvruchten dragen op aarde, elk naar zijn soort.” Zo geschiedde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
12
12
null
Gen_1_12
De aarde deed groene planten ontspruiten, zaaddragend gewas, en bomen, die zaadvruchten dragen, elk naar zijn soort. En God zag, dat het goed was.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
13
13
null
Gen_1_13
Weer werd het avond en morgen: de derde dag.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
14
14
null
Gen_1_14
God sprak: “Er moeten lichten komen aan het hemelgewelf, om de dag en de nacht van elkaar te scheiden; zij moeten ook tot tekenen dienen voor vaste tijden, dagen en jaren;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
15
15
null
Gen_1_15
en als lichten staan aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten.” Zo geschiedde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
16
16
null
Gen_1_16
God maakte de beide grote lichten: het grootste licht om de dag te beheersen, en het kleinste om heerschappij te voeren over de nacht; bovendien de sterren.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
17
17
null
Gen_1_17
God plaatste ze aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten,
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
18
18
null
Gen_1_18
om te heersen over de dag en de nacht, en om licht en duisternis van elkander te scheiden. En God zag, dat het goed was.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
19
19
null
Gen_1_19
Weer werd het avond en morgen: de vierde dag.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
20
20
null
Gen_1_20
God sprak: “Laat het water krioelen van levend gewemel, en over de aarde de vogels vliegen langs het hemelgewelf.”
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
21
21
null
Gen_1_21
Toen schiep God de grote zeegedrochten met al het levend gewemel, waarvan het water krioelt, elk naar zijn soort; en al de verschillende soorten van gevleugelde dieren. En God zag, dat het goed was.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
22
22
null
Gen_1_22
Toen zegende God ze, en sprak: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt het water der zee, en laat ook de vogels zich op aarde vermeerderen.”
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
23
23
null
Gen_1_23
Weer werd het avond en morgen: de vijfde dag.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
24
24
null
Gen_1_24
God sprak: “Laat de aarde levende wezens voortbrengen van allerlei soort; tamme dieren, kruipende dieren en beesten in het wild, elk naar zijn soort.” Zo geschiedde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
25
25
null
Gen_1_25
God maakte de verschillende soorten van wilde en tamme dieren met al wat over de aarde kruipt. En God zag, dat het goed was.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
26
26
null
Gen_1_26
God sprak: “Laat ons den mens maken als ons beeld, op ons gelijkend; hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt.”
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
27
27
null
Gen_1_27
En God schiep den mens als zijn beeld. Als het beeld van God schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
28
28
null
Gen_1_28
Toen zegende God ze, en sprak tot hen: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen der zee, de vogels in de lucht en over alle levende wezens, die zich op de aarde bewegen.”
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
29
29
null
Gen_1_29
God sprak: “Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de hele aarde, met alle bomen, die zaadvruchten dragen; die zullen u tot voedsel dienen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
30
30
null
Gen_1_30
Maar aan alle wilde beesten, aan alle vogels in de lucht, aan al wat beweegt en leeft op de aarde, geef Ik alle groene planten tot voedsel.” Zo geschiedde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
1
31
31
null
Gen_1_31
En God zag dat alles, wat Hij gemaakt had, zeer goed was. Weer werd het avond en morgen: de zesde dag.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
1
1
null
Gen_2_1
Zo werden hemel en aarde voltooid met heel hun heir.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
2
2
null
Gen_2_2
En toen God op de zevende dag het werk had voltooid, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij had gedaan.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
3
3
null
Gen_2_3
God zegende de zevende dag, en verklaarde die heilig, omdat God toen rustte van al het werk, dat Hij geschapen en tot stand had gebracht.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
4
4
null
Gen_2_4
Dit is de scheppingsgeschiedenis van hemel en aarde. Toen Jahweh God aarde en hemel gemaakt had,
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
5
5
null
Gen_2_5
groeide er op aarde nog geen enkele struik in het wild, en evenmin ontsproot er gras op de velden; want Jahweh God had het nog niet laten regenen op aarde, en er was nog geen mens, om het land te bewerken;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
6
6
null
Gen_2_6
maar een damp steeg op uit de aarde, die heel de aardbodem drenkte.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
7
7
null
Gen_2_7
Toen vormde Jahweh God den mens uit kleiaarde, en blies levensadem in zijn neus; zo werd de mens een levend wezen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
8
8
null
Gen_2_8
Nu plantte Jahweh God een tuin in Eden, in het oosten, en plaatste daarin den mens, dien Hij gemaakt had.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
9
9
null
Gen_2_9
Uit de bodem liet Jahweh God allerlei bomen opschieten, prachtig van vorm en met heerlijke vruchten; en midden in de tuin stond de levensboom, en de boom der kennis van goed en kwaad.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
10
10
null
Gen_2_10
In Eden ontsprong een rivier, die de tuin bevloeide, en zich verderop in vier takken splitste.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
11
11
null
Gen_2_11
De eerste heet de Pisjon; deze stroomt om het hele land Chawila heen, waar het goud wordt gevonden;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
12
12
null
Gen_2_12
het goud van dat land is voortreffelijk; men vindt daar ook balsemhars en robijnen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
13
13
null
Gen_2_13
De tweede stroom heet de Gichon, en deze omspoelt het hele land van Koesj.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
14
14
null
Gen_2_14
De derde stroom heet de Tigris, en loopt ten oosten van Assjoer. De vierde is de Eufraat.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
15
15
null
Gen_2_15
Daarop plaatste Jahweh God den mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te bewaken.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
16
16
null
Gen_2_16
En Jahweh God gaf den mens het volgend gebod: Van alle bomen uit de tuin moogt ge eten;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
17
17
null
Gen_2_17
maar van de boom der kennis van goed en kwaad moogt ge niet eten; want wanneer ge daarvan eet, zult ge sterven.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
18
18
null
Gen_2_18
En Jahweh God sprak: Het is niet goed voor den mens, dat hij alleen blijft. Ik zal dus een hulp voor hem maken, die hem past.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
19
19
null
Gen_2_19
Toen vormde Jahweh God uit de klei alle dieren op het land en alle vogels in de lucht, en voerde ze naar den mens, om te zien, hoe hij ze zou noemen; want zoals de mens elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
20
20
null
Gen_2_20
De mens gaf dan namen aan alle tamme dieren en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren in het wild, maar vond geen hulp, die hem paste.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
21
21
null
Gen_2_21
Nu bracht Jahweh God den mens in een diepe slaap; en terwijl hij sliep, nam Hij een van zijn ribben, en zette er vlees voor in de plaats.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
22
22
null
Gen_2_22
Dan bouwde Jahweh God een vrouw uit de rib, die Hij uit den mens had genomen, en leidde haar tot den mens.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
23
23
null
Gen_2_23
Toen sprak de mens: Deze is eindelijk been van mijn gebeente En vlees van mijn vlees. Mannin zal zij heten, Omdat zij van den man is genomen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
24
24
null
Gen_2_24
Daarom verlaat de man zijn vader en moeder, en hecht zich geheel aan zijn vrouw; en zij worden één vlees.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
2
25
25
null
Gen_2_25
De mens en zijn vrouw waren allebei naakt, maar zij schaamden zich niet voor elkander.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
1
1
null
Gen_3_1
De slang was het sluwste van alle dieren in het wild, die Jahweh God had gemaakt. Ze sprak tot de vrouw: Heeft God u dan werkelijk verboden, van de bomen in de tuin te eten?
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
2
2
null
Gen_3_2
De vrouw gaf de slang ten antwoord: We mogen de vruchten eten van al de bomen in de tuin;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
3
3
null
Gen_3_3
alleen heeft God gezegd: ge moogt niet de vruchten eten van de boom, die midden in de tuin staat, en die zelfs niet aanraken; anders zult ge sterven.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
4
4
null
Gen_3_4
Maar de slang sprak tot de vrouw: Ge zult volstrekt niet sterven.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
5
5
null
Gen_3_5
Maar God weet, dat uw ogen zullen opengaan, wanneer ge daarvan eet, en dat ge gelijk aan God zult worden door de kennis van goed en kwaad.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
6
6
null
Gen_3_6
Ook had de vrouw al bemerkt, hoe goed die boom was om van te eten; hoe hij een lust was voor de ogen, en hoe verleidelijk, wanneer men inzicht wil verkrijgen. Ze plukte dus van zijn vrucht en at; ze gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at er van.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
7
7
null
Gen_3_7
Nu gingen hun beiden de ogen open; ze merkten, dat ze naakt waren. Ze hechtten daarom vijgeblaren aaneen, en maakten er zich een schaamgordel van.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
8
8
null
Gen_3_8
En toen zij Jahweh God in de koelte van de middag in de tuin hoorden wandelen, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor Jahweh God tussen de bomen van de tuin.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
9
9
null
Gen_3_9
Maar Jahweh God riep den mens, en sprak tot hem: Waar zijt gij?
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
10
10
null
Gen_3_10
Hij antwoordde: Toen ik U in de tuin hoorde, werd ik bang, omdat ik naakt ben; en ik heb mij verborgen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
11
11
null
Gen_3_11
Maar Hij sprak: Wie heeft u verteld, dat ge naakt zijt? Hebt ge soms van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden heb te eten?
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
12
12
null
Gen_3_12
De mens antwoordde: De vrouw, die Gij mij tot gezellin hebt gegeven, gaf mij van de boom, en ik at.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
13
13
null
Gen_3_13
Nu sprak Jahweh God tot de vrouw: Wat hebt ge gedaan? De vrouw gaf ten antwoord: De slang heeft mij verleid, en ik heb gegeten.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
14
14
null
Gen_3_14
Toen sprak Jahweh God tot de slang: Omdat ge dit gedaan hebt, zijt ge vervloekt Onder alle tamme en wilde dieren; Op uw buik zult ge kruipen, Stof vreten uw leven lang.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
15
15
null
Gen_3_15
Ik zal vijandschap wekken tussen u en de vrouw, Tussen uw kroost en haar kroost; Dit zal u de kop verpletteren, Maar gij zult loeren naar zijn hiel.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
16
16
null
Gen_3_16
En tot de vrouw sprak Hij: De lasten uwer zwangerschap zal Ik verzwaren, In smarten zult ge kinderen baren; Toch zult ge naar uw man verlangen, En hij zal over u heersen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
17
17
null
Gen_3_17
En Hij sprak tot den mens: Omdat ge naar uw vrouw hebt geluisterd, En van de boom hebt gegeten, waarvan Ik u verbood te eten; Is om u de aardbodem vervloekt, Alleen door levenslang zwoegen zult ge er van eten.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
18
18
null
Gen_3_18
Distels en doornen zal hij u voortbrengen, Ofschoon gij u met veldgewas moet voeden;
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
19
19
null
Gen_3_19
In het zweet van uw aanschijn zult gij uw brood eten, Totdat ge terugkeert tot de grond, waaruit ge genomen zijt. Want ge zijt stof, En tot stof keert ge terug!
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
20
20
null
Gen_3_20
De mens noemde zijn vrouw nu Eva, omdat zij de moeder zou worden van al wat leeft.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
21
21
null
Gen_3_21
En Jahweh God maakte kleren van dierenhuiden voor den mens en zijn vrouw, en bekleedde hen daarmee.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
22
22
null
Gen_3_22
Toen sprak Jahweh God: Zie, door de kennis van goed en kwaad is de mens geworden als een van ons. Als hij nu zijn hand maar niet uitstrekt, om te plukken en te eten van de levensboom, zodat hij ook nog eeuwig blijft leven!
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
23
23
null
Gen_3_23
Daarom verdreef Jahweh God hem uit de tuin van Eden, om de grond te bebouwen, waaruit hij genomen was.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
3
24
24
null
Gen_3_24
Hij joeg den mens weg, en plaatste ten oosten van Edens tuin de cherubs met de vlam van het bliksemende zwaard, om de weg naar de levensboom te bewaken.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
1
1
null
Gen_4_1
De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw; zij werd zwanger, baarde Kaïn, en sprak: Met de hulp van Jahweh heb ik een mannelijk kind ter wereld gebracht.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
2
2
null
Gen_4_2
Daarna baarde zij nog zijn broer Abel. Abel werd schaapherder, en Kaïn landbouwer.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
3
3
null
Gen_4_3
Geruime tijd later droeg Kaïn eens aan Jahweh een offer op van de vruchten der aarde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
4
4
null
Gen_4_4
Ook Abel bracht een offer van de eerstgeborenen van zijn kudde, en wel van de vetste. En Jahweh zag genadig neer op Abel en zijn offer,
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
5
5
null
Gen_4_5
maar op Kaïn en zijn offer sloeg Jahweh geen acht. Daardoor ontstak Kaïn in heftige toorn, en zag somber voor zich uit.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
6
6
null
Gen_4_6
Jahweh vroeg toen aan Kaïn: Waarom zijt gij vertoornd, en waarom is uw gelaat zo somber?
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
7
7
null
Gen_4_7
Indien ge onberispelijk leeft, wordt üwoffer zeker aanvaard; zo niet, dan loert de zonde aan de deur, gaat naar u haar begeerte, en zult ge ze moeten overwinnen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
8
8
null
Gen_4_8
Maar Kaïn sprak tot Abel, zijn broer: Kom, laten we het veld ingaan. En toen zij op het veld waren, viel Kaïn zijn broer Abel aan en sloeg hem dood.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
9
9
null
Gen_4_9
Nu sprak Jahweh tot Kaïn: Waar is Abel uw broer? Hij zeide: Ik weet het niet; moet ik soms mijn broer nog bewaken?
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
10
10
null
Gen_4_10
Hij hernam: Wat hebt gij gedaan? Het bloed van uw broer roept luid tot Mij uit de grond.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
11
11
null
Gen_4_11
Wees dan vervloekt door de grond, die zijn muil heeft opengesperd, om het bloed van uw broer uit uw hand te ontvangen.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
12
12
null
Gen_4_12
Als gij de grond bebouwt, zal hij u geen oogst meer geven. Een zwerver en vluchteling zult ge zijn op de aarde.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
13
13
null
Gen_4_13
Toen sprak Kaïn tot Jahweh: Mijn schuld is te groot, om vergeven te worden.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
14
14
null
Gen_4_14
Zie, Gij jaagt mij thans van het akkerland weg, en ik zal mij voor uw aanschijn moeten verbergen; dan zal ik een zwerver en vluchteling zijn op de aarde, en iedereen die mij vindt, zal mij doden.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
15
15
null
Gen_4_15
Maar Jahweh sprak tot hem: Neen; ieder, die Kaïn doodt, zal het zevenmaal boeten. En Jahweh gaf Kaïn een teken, opdat niemand, die hem vinden zou, hem zou doden.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
16
16
null
Gen_4_16
Daarna verdween Kaïn voor het aanschijn van Jahweh, en vestigde zich in het land Nod, ten oosten van Eden.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
17
17
null
Gen_4_17
Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw; zij werd zwanger, en baarde Chanok. Hij bouwde later een stad, en noemde die stad naar Chanok, zijn zoon.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
18
18
null
Gen_4_18
Aan Chanok werd Irad geboren, en Irad verwekte Mechoejaël; Mechoejaël verwekte Metoesjaël, en Metoesjaël weer Lémek.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
19
19
null
Gen_4_19
Lémek nam twee vrouwen: de eerste heette Ada, de andere Silla.
dutch_canisius_nl
Petrus Canisius Dutch Bible
Dutch
1
Genesis
Gen
4
20
20
null
Gen_4_20
Ada baarde Jabal; deze werd de vader van de tentbewoners en veefokkers.