Dataset Viewer
Auto-converted to Parquet Duplicate
id
stringlengths
7
18
category
stringclasses
9 values
question
stringlengths
35
497
expected_refs
listlengths
0
5
gold_answer
stringlengths
196
1.1k
difficulty
stringclasses
3 values
style
stringclasses
2 values
verifiable
bool
1 class
WMO_001
WMO
Wat is de definitie van 'begeleiding' volgens de Wmo 2015?
[ "Artikel 1.1.1" ]
Volgens artikel 1.1.1 Wmo 2015 wordt onder 'begeleiding' verstaan: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven.
basic
formal
true
WMO_002
WMO
Cliënt wil een pgb, kan dat zomaar?
[ "Artikel 2.3.6" ]
Nee, niet zomaar. Op grond van artikel 2.3.6 lid 2 Wmo 2015 wordt een persoonsgebonden budget alleen verstrekt indien: a) de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk voldoende in staat is de aan een pgb verbonden taken verantwoord uit te voeren, b) de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb wenst, en c) naar het oordeel van het college de kwaliteit van de met het pgb in te kopen diensten gewaarborgd is.
basic
informal
true
WMO_003
WMO
Binnen welke termijn moet het college een onderzoek uitvoeren na een melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning?
[ "Artikel 2.3.2" ]
Op grond van artikel 2.3.2 lid 1 Wmo 2015 voert het college het onderzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de melding uit. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.
basic
formal
true
WMO_004
WMO
Wat is het verschil tussen een algemene voorziening en een maatwerkvoorziening?
[ "Artikel 1.1.1" ]
Volgens artikel 1.1.1 Wmo 2015 is een algemene voorziening een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en gericht is op maatschappelijke ondersteuning. Een maatwerkvoorziening daarentegen wordt pas verstrekt na onderzoek naar de individuele situatie van de cliënt (artikel 2.3.2) en is specifiek afgestemd op diens beperkingen.
basic
formal
true
WMO_005
WMO
Moet de gemeente cliëntondersteuning aanbieden?
[ "Artikel 2.2.4" ]
Ja, op grond van artikel 2.2.4 lid 1 Wmo 2015 draagt het college er in ieder geval zorg voor dat voor ingezetenen cliëntondersteuning beschikbaar is. Lid 2 bepaalt dat bij de cliëntondersteuning het belang van betrokkene uitgangspunt is.
basic
informal
true
WMO_006
WMO
Wat moet er minimaal in de gemeentelijke verordening worden geregeld met betrekking tot maatwerkvoorzieningen?
[ "Artikel 2.1.3" ]
Volgens artikel 2.1.3 lid 2 Wmo 2015 moet in de verordening in ieder geval worden bepaald: a) op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt, b) op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld (waarbij de hoogte toereikend moet zijn), c) welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen inclusief deskundigheid van beroepskrachten.
intermediate
formal
true
WMO_007
WMO
Iemand belt in paniek: vrouw met kinderen moet vanavond nog weg vanwege huiselijk geweld. Wat kan de gemeente doen?
[ "Artikel 2.3.3" ]
Op grond van artikel 2.3.3 Wmo 2015 beslist het college in spoedeisende gevallen, waaronder gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is in verband met risico's voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening. Dit gebeurt na een melding en in afwachting van de uitkomst van het reguliere onderzoek (artikel 2.3.2) en de aanvraag van de cliënt.
intermediate
informal
true
WMO_008
WMO
Wat is beschermd wonen volgens de Wmo 2015 en wie is verantwoordelijk voor de verstrekking?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1" ]
Volgens artikel 1.1.1 Wmo 2015 is beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie. Op grond van artikel 1.2.1 onderdeel b komt een ingezetene van Nederland in aanmerking voor beschermd wonen, te verstrekken door het college van de gemeente tot welke hij zich wendt, voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven.
intermediate
formal
true
WMO_009
WMO
Wanneer mag het college een beslissing over een maatwerkvoorziening herzien of intrekken?
[ "Artikel 2.3.10" ]
Op grond van artikel 2.3.10 lid 1 Wmo 2015 kan het college een beslissing herzien of intrekken indien: a) de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en juiste gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid, b) de cliënt niet langer op de voorziening is aangewezen, c) de voorziening niet meer toereikend is, d) de cliënt niet voldoet aan de verbonden voorwaarden, of e) de cliënt de voorziening niet of voor een ander doel gebruikt.
intermediate
formal
true
WMO_010
WMO
Hoe moet de gemeente omgaan met mantelzorgers? Moeten ze daar iets mee?
[ "Artikel 2.1.6", "Artikel 2.2.2" ]
Ja, de gemeente heeft meerdere verplichtingen. Op grond van artikel 2.1.6 Wmo 2015 moet bij verordening worden bepaald op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers. Daarnaast bepaalt artikel 2.2.2 lid 1 dat het college algemene maatregelen bevordert en treft ter bevordering van mantelzorg en ter ondersteuning van mantelzorgers. Lid 2 voegt toe dat het college algemene voorzieningen treft om mantelzorgers zoveel mogelijk in staat te stellen hun taken uit te voeren.
intermediate
informal
true
WMO_011
WMO
Aan welke kwaliteitseisen moet een aanbieder van Wmo-voorzieningen voldoen en wat moet er geregeld zijn voor klachten?
[ "Artikel 3.1", "Artikel 3.2" ]
Op grond van artikel 3.1 lid 1 en 2 Wmo 2015 draagt de aanbieder er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is. Een voorziening wordt in elk geval: a) veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt, b) afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en andere zorg die hij ontvangt, c) verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard, en d) verstrekt met respect voor de rechten van de cliënt. Artikel 3.2 lid 1 bepaalt dat de aanbieder een regeling moet treffen voor de afhandeling van klachten van cliënten én een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten.
advanced
formal
true
WMO_012
WMO
Een cliënt heeft een pgb gekregen maar we vermoeden fraude. Wat zijn de mogelijkheden om de geldswaarde terug te vorderen?
[ "Artikel 2.3.10", "Artikel 2.4.1" ]
Eerst kan het college op grond van artikel 2.3.10 lid 1 onderdeel a de beslissing intrekken indien de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. Vervolgens bepaalt artikel 2.4.1 lid 1 Wmo 2015 dat indien de verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, het college van de cliënt én van degene die daaraan opzettelijk medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde kan vorderen van het ten onrechte genoten pgb. Lid 2 bepaalt dat het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel kan invorderen.
advanced
informal
true
WMO_013
WMO
Hoe verhoudt de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen zich tot de rol van het CAK en welke uitzonderingen gelden er?
[ "Artikel 2.1.4a", "Artikel 2.1.4b" ]
Op grond van artikel 2.1.4a lid 1 Wmo 2015 kan bij verordening worden bepaald dat een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd is voor een maatwerkvoorziening of pgb. Artikel 2.1.4b lid 1 bepaalt dat de bijdragen worden vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het CAK. Een uitzondering geldt op grond van artikel 2.1.4b lid 2: bij verordening wordt bepaald door welke instantie de bijdrage voor opvang wordt vastgesteld en geïnd (dus niet door het CAK). Het college moet het CAK wel informeren over deze bijdragen, behalve bij personen die de thuissituatie hebben verlaten vanwege huiselijk geweld.
advanced
formal
true
WMO_014
WMO
Kan een woningaanpassing worden aangebracht zonder toestemming van de verhuurder en wat zijn de regels hieromtrent?
[ "Artikel 2.3.7" ]
Ja, op grond van artikel 2.3.7 lid 1 Wmo 2015 is het college of de cliënt bevoegd zonder toestemming van de eigenaar een woningaanpassing aan te brengen indien het college heeft beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing aan een woning waarvan de cliënt niet de eigenaar is. Wel moet op grond van lid 2 de eigenaar vooraf in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen. Lid 3 bepaalt dat het college of de cliënt niet gehouden is de woningaanpassing ongedaan te maken wanneer de cliënt niet langer gebruik maakt van de woning.
advanced
formal
true
WMO_015
WMO
Wat zijn de verplichtingen van een aanbieder bij een calamiteit of geweld bij de verstrekking van een voorziening?
[ "Artikel 3.4" ]
Op grond van artikel 3.4 lid 1 Wmo 2015 doet de aanbieder bij de toezichthoudende ambtenaar onverwijld melding van: a) iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden, en b) geweld bij de verstrekking van een voorziening. Lid 2 bepaalt dat de aanbieder en de beroepskrachten die voor hem werkzaam zijn, bij en naar aanleiding van een melding aan de toezichthoudende ambtenaar alle noodzakelijke gegevens verstrekken, inclusief persoonsgegevens, gegevens over gezondheid en andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens, voor zover noodzakelijk voor het onderzoek.
advanced
formal
true
JEUGD_016
JEUGD
Een jongere wordt binnenkort 18 jaar en ontvangt nu jeugdhulp. Welke wet is dan van toepassing en hoe verloopt de overgang?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.2" ]
Wanneer een jongere 18 jaar wordt, valt hij niet langer onder de Jeugdwet maar onder de Wmo 2015. Op grond van artikel 1.2.1 Wmo 2015 komt een ingezetene van Nederland in aanmerking voor een maatwerkvoorziening voor ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht voldoende zelfredzaam is. Het college moet conform artikel 2.3.2 Wmo 2015 een onderzoek uitvoeren naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Het is belangrijk dat gemeenten tijdig (vóór de 18e verjaardag) dit onderzoek starten om een warme overdracht te waarborgen.
intermediate
formal
true
JEUGD_017
JEUGD
Kan een jongere na zijn 18e nog jeugdhulp blijven ontvangen of moet hij direct overstappen naar de Wmo?
[ "Artikel 1.2.1", "Jeugdwet" ]
De Jeugdwet biedt de mogelijkheid van verlengde jeugdhulp tot maximaal 23 jaar in bepaalde gevallen (dit is geregeld in de Jeugdwet zelf). Echter, zodra de jeugdhulp eindigt, is de Wmo 2015 van toepassing. Artikel 1.2.1 Wmo 2015 bepaalt dat een ingezetene in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie wanneer hij vanwege beperkingen of psychische/psychosociale problemen niet op eigen kracht zelfredzaam is. De gemeente moet beoordelen welke wet het meest passend is voor de specifieke situatie van de jongvolwassene.
intermediate
informal
true
JEUGD_018
JEUGD
Wat is de rol van Veilig Thuis bij vermoedens van kindermishandeling en hoe verhoudt dit zich tot de Jeugdwet?
[ "Artikel 4.1.1" ]
Op grond van artikel 4.1.1 lid 2 Wmo 2015 heeft Veilig Thuis onder andere als taken: het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling (onderdeel a), het onderzoeken of daarvan daadwerkelijk sprake is naar aanleiding van een melding (onderdeel b), en het beoordelen tot welke stappen de melding aanleiding geeft (onderdeel c). Veilig Thuis kan vervolgens een instantie die passende professionele hulp kan verlenen in kennis stellen. Bij kindermishandeling zal dit vaak leiden tot inschakeling van jeugdhulp of jeugdbescherming onder de Jeugdwet.
basic
formal
true
JEUGD_019
JEUGD
Hoe verschilt het persoonsgebonden budget (PGB) onder de Wmo van het PGB onder de Jeugdwet?
[ "Artikel 2.3.6", "Artikel 2.6.2", "Jeugdwet" ]
Het PGB onder de Wmo 2015 is geregeld in artikel 2.3.6. Dit artikel bepaalt dat het college een PGB verstrekt indien de cliënt dit wenst, mits de cliënt naar het oordeel van het college voldoende in staat is de aan het PGB verbonden taken verantwoord uit te voeren (lid 2 onder a), zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de voorziening als PGB wenst (lid 2 onder b), en de kwaliteit gewaarborgd is (lid 2 onder c). De Sociale verzekeringsbank voert namens de colleges de betalingen uit (artikel 2.6.2). De Jeugdwet kent vergelijkbare PGB-bepalingen, maar deze zijn specifiek gericht op jeugdhulp. De voorwaarden zijn grotendeels vergelijkbaar, maar bij minderjarigen spelen ouders/verzorgers een rol bij het beheer.
advanced
formal
true
JEUGD_020
JEUGD
Een huisarts wil een kind van 16 doorverwijzen naar de GGZ. Loopt dit via de Wmo of via de Jeugdwet?
[ "Jeugdwet" ]
Voor kinderen tot 18 jaar geldt de Jeugdwet. De huisarts heeft op grond van de Jeugdwet een wettelijk verwijsrecht naar jeugd-GGZ. Dit betekent dat de huisarts rechtstreeks kan doorverwijzen zonder tussenkomst van de gemeente. De Wmo 2015 is hier niet van toepassing omdat het een minderjarige betreft. Pas wanneer de jongere 18 wordt en nog steeds GGZ-hulp nodig heeft, kan de Wmo 2015 van toepassing worden voor de ondersteuningscomponent, terwijl de behandeling dan onder de Zorgverzekeringswet valt.
basic
informal
true
JEUGD_021
JEUGD
Een pleegkind wordt 18 jaar. Welke ondersteuning kan het pleegkind dan krijgen onder de Wmo?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5", "Jeugdwet" ]
Wanneer een pleegkind 18 jaar wordt, eindigt in principe de pleegzorg onder de Jeugdwet (tenzij verlengde jeugdhulp wordt toegekend). Voor ondersteuning na het 18e jaar is de Wmo 2015 van toepassing. Op grond van artikel 1.2.1 Wmo 2015 kan de jongvolwassene in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid en participatie indien hij vanwege beperkingen of psychosociale problemen niet op eigen kracht zelfredzaam is. Het college beslist hierover conform artikel 2.3.5. Dit kan bijvoorbeeld begeleiding omvatten om zelfstandig te leren wonen en participeren in de maatschappij.
intermediate
formal
true
JEUGD_022
JEUGD
Kan een gezin met een kind met een beperking tegelijkertijd voorzieningen ontvangen uit zowel de Jeugdwet als de Wmo?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.2", "Jeugdwet" ]
Ja, samenloop van Jeugdwet en Wmo 2015 voorzieningen is mogelijk. De Jeugdwet richt zich op hulp aan het kind (tot 18 jaar), terwijl de Wmo 2015 zich richt op ondersteuning van volwassenen. Zo kan een kind jeugdhulp ontvangen onder de Jeugdwet, terwijl een ouder met een eigen beperking een maatwerkvoorziening ontvangt onder artikel 1.2.1 Wmo 2015. Ook kan de Wmo 2015 voorzien in huishoudelijke hulp of woningaanpassingen voor het gezin. Het college moet conform artikel 2.3.2 Wmo 2015 onderzoek doen naar de totale situatie van het huishouden om passende ondersteuning te bieden.
advanced
informal
true
JEUGD_023
JEUGD
Klopt het dat Veilig Thuis onder de Jeugdwet valt en niet onder de Wmo?
[ "Artikel 4.1.1", "Artikel 4.2.1" ]
Nee, dit is onjuist. Veilig Thuis is geregeld in de Wmo 2015, niet in de Jeugdwet. Artikel 4.1.1 Wmo 2015 bepaalt dat het college zorg draagt voor de inrichting van een Veilig Thuis-organisatie. De taken van Veilig Thuis omvatten zowel huiselijk geweld als kindermishandeling (artikel 4.1.1 lid 2). Veilig Thuis fungeert dus als meldpunt voor beide doelgroepen. De kwaliteitseisen voor Veilig Thuis zijn vastgelegd in artikel 4.2.1 Wmo 2015. Wel werkt Veilig Thuis nauw samen met jeugdbeschermingsorganisaties die onder de Jeugdwet opereren.
intermediate
formal
true
JEUGD_024
JEUGD
Binnen welke termijn moet de gemeente beslissen op een Wmo-aanvraag van een jongere die net 18 is geworden en voorheen jeugdhulp ontving?
[ "Artikel 2.3.2", "Artikel 2.3.5" ]
Op grond van artikel 2.3.2 lid 1 Wmo 2015 moet het college na een melding van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uitvoeren. Vervolgens bepaalt artikel 2.3.5 lid 2 dat het college de beschikking geeft binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag. Voor jongeren die de overgang maken van Jeugdwet naar Wmo is het van belang dat de gemeente tijdig (vóór de 18e verjaardag) begint met het onderzoek om een naadloze overgang te waarborgen en te voorkomen dat er een gat in de ondersteuning ontstaat.
basic
formal
true
JEUGD_025
JEUGD
Een 17-jarige met psychische problemen heeft beschermd wonen nodig. Valt dit onder de Jeugdwet of de Wmo?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Jeugdwet" ]
Voor een 17-jarige geldt in principe de Jeugdwet voor alle vormen van jeugdhulp, inclusief verblijf. Echter, beschermd wonen zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 Wmo 2015 ('wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie') is een Wmo-voorziening die primair bedoeld is voor volwassenen. Artikel 1.2.1 Wmo 2015 spreekt over 'ingezetenen van Nederland' zonder leeftijdsgrens voor beschermd wonen. In de praktijk zal voor een 17-jarige meestal eerst gekeken worden naar mogelijkheden onder de Jeugdwet, en wordt beschermd wonen onder de Wmo relevant bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd.
advanced
informal
true
PARTICIPATIE_026
PARTICIPATIE
Een cliënt ontvangt een bijstandsuitkering en heeft ook een Wmo-maatwerkvoorziening voor begeleiding. Nu gaat zijn volwassen zoon bij hem inwonen. Heeft dit gevolgen voor zowel de bijstand als de Wmo-voorziening?
[ "Artikel 1.1.2 Wmo 2015", "Participatiewet (kostendelersnorm)" ]
Voor de bijstandsuitkering geldt de kostendelersnorm uit de Participatiewet: wanneer meer volwassenen op hetzelfde adres wonen, wordt de bijstandsnorm per persoon lager. Voor de Wmo-maatwerkvoorziening is artikel 1.1.2 Wmo 2015 relevant: dit artikel bepaalt wanneer sprake is van een gezamenlijke huishouding (lid 3: hoofdverblijf in dezelfde woning én blijk geven zorg te dragen voor elkaar door bijdrage in kosten). Het inwonen van een volwassen zoon heeft geen directe invloed op de Wmo-indicatie zelf, maar kan wel relevant zijn voor de eigen bijdrage indien de zoon als echtgenoot/partner zou worden aangemerkt. Een bloedverwant in de eerste graad (zoals een zoon) wordt echter uitgezonderd van de gelijkstelling met gehuwden (artikel 1.1.2 lid 2 onder a Wmo 2015).
intermediate
formal
true
PARTICIPATIE_027
PARTICIPATIE
Iemand vraagt bijstand aan maar heeft al een Wmo-indicatie voor dagbesteding. Moet ik de dagbesteding zien als voorliggende voorziening die bijstand uitsluit?
[ "Artikel 2.3.5 Wmo 2015", "Participatiewet" ]
Nee, Wmo-dagbesteding is geen voorliggende voorziening die bijstand uitsluit. De Participatiewet voorziet in levensonderhoud (inkomen), terwijl de Wmo 2015 volgens artikel 2.3.5 voorziet in maatwerkvoorzieningen ter compensatie van beperkingen in zelfredzaamheid of participatie. Dit zijn twee verschillende doelen: dagbesteding vanuit de Wmo is gericht op maatschappelijke participatie en structuur (artikel 1.1.1 Wmo 2015 definieert begeleiding als activiteiten gericht op bevorderen van zelfredzaamheid en participatie), niet op het voorzien in inkomen. Beide voorzieningen kunnen naast elkaar bestaan.
basic
informal
true
PARTICIPATIE_028
PARTICIPATIE
Een bijstandsgerechtigde heeft €15.000 spaargeld. Dit is boven de vermogensgrens voor de Participatiewet. Heeft dit ook gevolgen voor zijn Wmo-maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp?
[ "Artikel 2.1.4a Wmo 2015", "Artikel 2.3.5 Wmo 2015", "Participatiewet" ]
De vermogenstoets uit de Participatiewet geldt niet voor de Wmo 2015. Voor de bijstand betekent vermogen boven de grens dat geen recht op bijstand bestaat. Voor de Wmo geldt echter een ander systeem: volgens artikel 2.3.5 Wmo 2015 beslist het college over maatwerkvoorzieningen op basis van beperkingen in zelfredzaamheid, niet op basis van vermogen. Wel kan volgens artikel 2.1.4a Wmo 2015 bij verordening worden bepaald dat een bijdrage in de kosten verschuldigd is. Het vermogen kan dus wel invloed hebben op de hoogte van de eigen bijdrage (via het abonnementstarief-systeem), maar niet op het recht op de voorziening zelf.
intermediate
formal
true
PARTICIPATIE_029
PARTICIPATIE
Kan ik iemand met een bijstandsuitkering verplichten om deel te nemen aan dagbesteding via de Wmo als onderdeel van zijn re-integratietraject?
[ "Artikel 2.3.2 Wmo 2015", "Artikel 2.3.5 Wmo 2015", "Participatiewet" ]
Dit zijn twee gescheiden trajecten met eigen wettelijke kaders. Vanuit de Participatiewet kan een gemeente arbeidsverplichtingen opleggen, waaronder deelname aan re-integratieactiviteiten. Wmo-dagbesteding is echter een maatwerkvoorziening waarvoor volgens artikel 2.3.2 Wmo 2015 eerst een melding en onderzoek nodig is, en volgens artikel 2.3.5 lid 3 moet het college vaststellen dat de cliënt beperkingen in zelfredzaamheid of participatie ondervindt. De cliënt moet zelf een aanvraag doen (artikel 2.3.5 lid 1). U kunt dus niet eenzijdig vanuit de Participatiewet een Wmo-voorziening opleggen. Wel kunt u in het kader van integrale dienstverlening de cliënt wijzen op de mogelijkheid en stimuleren een melding te doen.
advanced
formal
true
PARTICIPATIE_030
PARTICIPATIE
Wat is het verschil tussen IOAW en bijstand, en maakt het voor Wmo-voorzieningen uit welke uitkering iemand heeft?
[ "Artikel 2.3.5 Wmo 2015", "Artikel 1.2.1 Wmo 2015" ]
IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) en bijstand (Participatiewet) zijn beide inkomensvoorzieningen, maar IOAW kent geen vermogenstoets en is bedoeld voor oudere werklozen. Voor Wmo-voorzieningen maakt het type uitkering geen verschil: volgens artikel 1.2.1 Wmo 2015 komt een ingezetene van Nederland in aanmerking voor een maatwerkvoorziening indien hij in verband met een beperking niet voldoende zelfredzaam is. Artikel 2.3.5 Wmo 2015 bepaalt dat het college beslist op basis van beperkingen, niet op basis van inkomensbron. Het type uitkering is dus niet relevant voor het recht op Wmo-ondersteuning.
intermediate
informal
true
PARTICIPATIE_031
PARTICIPATIE
Een cliënt met schulden vraagt zowel schuldhulpverlening als Wmo-begeleiding aan. Hoe verhouden deze zich tot elkaar en welke wet gaat voor?
[ "Artikel 2.3.2 Wmo 2015", "Artikel 2.3.5 Wmo 2015" ]
Schuldhulpverlening valt onder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), niet onder de Wmo of Participatiewet. Er is geen sprake van 'voorgaan' - beide kunnen naast elkaar bestaan. Wmo-begeleiding volgens artikel 1.1.1 Wmo 2015 is gericht op bevorderen van zelfredzaamheid en participatie. Bij het onderzoek volgens artikel 2.3.2 Wmo 2015 wordt gekeken naar de totale situatie van de cliënt, inclusief financiële problemen. Begeleiding vanuit de Wmo kan ondersteunend zijn bij het op orde krijgen van de administratie als onderdeel van zelfredzaamheid, maar vervangt niet de schuldhulpverlening. Het college moet volgens artikel 2.3.2 lid 4 onderzoeken welke problemen spelen en welke ondersteuning passend is.
intermediate
formal
true
PARTICIPATIE_032
PARTICIPATIE
Klopt het dat de Participatiewet in Balans ervoor zorgt dat Wmo-voorzieningen automatisch meetellen als inkomen voor de bijstandsberekening?
[ "Artikel 2.3.6 Wmo 2015", "Participatiewet" ]
Nee, dit klopt niet. Wmo-voorzieningen, inclusief persoonsgebonden budgetten (artikel 2.3.6 Wmo 2015), worden niet als inkomen aangemerkt voor de bijstandsberekening. Een pgb is doelgebonden: het is bedoeld om diensten, hulpmiddelen of woningaanpassingen te betrekken (artikel 2.3.6 lid 1 Wmo 2015) en mag niet voor andere doelen worden gebruikt. De Participatiewet in Balans (wetswijziging) richt zich op vereenvoudiging van de Participatiewet, maar verandert niets aan de scheiding tussen Wmo-voorzieningen en inkomen voor bijstand. Wmo-voorzieningen zijn geen middelen van bestaan.
advanced
informal
true
PARTICIPATIE_033
PARTICIPATIE
Een alleenstaande moeder met bijstand vraagt een Wmo-woningaanpassing aan voor haar gehandicapte kind. Wie is de bijdrage verschuldigd?
[ "Artikel 2.1.5 Wmo 2015", "Artikel 2.1.4a Wmo 2015" ]
Volgens artikel 2.1.5 lid 1 Wmo 2015 kan bij verordening worden bepaald dat bij een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt de bijdrage verschuldigd is door de onderhoudsplichtige ouders. Artikel 2.1.5 lid 2 bepaalt dat als ouders gescheiden wonen, de ouder die recht heeft op kinderbijslag de bijdrage verschuldigd is. De alleenstaande moeder is dus in principe bijdrageplichtig. Dat zij bijstand ontvangt, is relevant voor de hoogte van de bijdrage: volgens artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 wordt de hoogte van de bijdrage bepaald met inachtneming van de financiële draagkracht. Bij een laag inkomen (bijstandsniveau) zal de bijdrage beperkt zijn.
advanced
formal
true
PARTICIPATIE_034
PARTICIPATIE
Moet het college bij een bijstandsaanvraag ook automatisch onderzoeken of iemand Wmo-ondersteuning nodig heeft?
[ "Artikel 2.3.2 Wmo 2015", "Artikel 2.1.2 Wmo 2015" ]
Er is geen wettelijke verplichting om bij elke bijstandsaanvraag automatisch Wmo-onderzoek te doen. Wel bepaalt artikel 2.1.2 lid 2 onder c Wmo 2015 dat het gemeentelijk beleidsplan beschrijft hoe vroegtijdig wordt vastgesteld of ingezetenen maatschappelijke ondersteuning behoeven. Het Wmo-onderzoek volgens artikel 2.3.2 start pas na een melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning (lid 1). In de praktijk werken veel gemeenten met integrale intake waarbij signalen voor Wmo-ondersteuning worden opgepakt, maar dit is beleidskeuze, geen wettelijke plicht. De cliënt of iemand namens hem moet een melding doen om het Wmo-proces te starten.
intermediate
informal
true
PARTICIPATIE_035
PARTICIPATIE
Een statushouder met een bijstandsuitkering vraagt Wmo-begeleiding aan. Gelden er speciale regels voor vreemdelingen bij de Wmo?
[ "Artikel 1.2.2 Wmo 2015", "Artikel 1.2.1 Wmo 2015" ]
Ja, artikel 1.2.2 lid 1 Wmo 2015 bepaalt dat een vreemdeling alleen in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening indien hij rechtmatig verblijf houdt in de zin van de Vreemdelingenwet 2000. Een statushouder (erkende vluchteling) heeft rechtmatig verblijf en komt dus in aanmerking. Volgens artikel 1.2.1 Wmo 2015 komt een ingezetene van Nederland in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als hij door beperkingen niet voldoende zelfredzaam is. Voor statushouders gelden dezelfde criteria als voor andere ingezetenen, mits zij rechtmatig verblijf hebben. Het feit dat iemand bijstand ontvangt, bevestigt overigens meestal al het rechtmatig verblijf.
intermediate
formal
true
CROSS_DOMAIN_036
CROSS_DOMAIN
Een gezin bestaat uit twee ouders en drie kinderen. De vader heeft een chronische psychische aandoening en heeft begeleiding nodig om zelfstandig te kunnen blijven wonen. De moeder is mantelzorger voor haar man maar raakt overbelast. Het oudste kind (15 jaar) vertoont gedragsproblemen op school en thuis. De ouders hebben door ziekte van de vader schulden opgebouwd en ontvangen een bijstandsuitkering. Welke wettelijke kaders zijn van toepassing en hoe moet het wijkteam dit integraal benaderen?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.1.2", "Artikel 2.2.2", "Artikel 2.3.2", "Artikel 2.3.5" ]
Dit gezin valt onder meerdere wettelijke kaders die integraal benaderd moeten worden. Voor de vader geldt de Wmo 2015: op grond van artikel 1.2.1 komt hij als ingezetene in aanmerking voor een maatwerkvoorziening voor ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, aangezien hij door chronische psychische problemen niet op eigen kracht voldoende zelfredzaam is. Het college moet conform artikel 2.3.2 een onderzoek uitvoeren waarbij ook de mantelzorger wordt betrokken. Voor de moeder als mantelzorger moet het college op grond van artikel 2.2.2 algemene maatregelen treffen ter ondersteuning van mantelzorgers, en het beleidsplan moet volgens artikel 2.1.2 lid 2 sub b beschrijven hoe mantelzorgers zoveel mogelijk in staat worden gesteld hun taken uit te voeren. Voor het oudste kind met gedragsproblemen is de Jeugdwet van toepassing. Voor de schuldenproblematiek en bijstandsuitkering geldt de Participatiewet, waarbij schuldhulpverlening onder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening valt. Het wijkteam moet één gezin, één plan, één regisseur hanteren en de ondersteuning integraal afstemmen.
advanced
formal
true
CROSS_DOMAIN_037
CROSS_DOMAIN
Een alleenstaande moeder met een licht verstandelijke beperking heeft moeite met de opvoeding van haar twee jonge kinderen. Ze ontvangt een bijstandsuitkering maar kan door haar beperking niet voldoen aan de arbeidsverplichtingen. De kinderen dreigen uit huis geplaatst te worden. Welke ondersteuning kan vanuit welke wetten worden ingezet?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5", "Artikel 2.3.6" ]
Voor deze moeder zijn meerdere wetten relevant. Vanuit de Wmo 2015 kan zij op grond van artikel 1.2.1 in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, omdat zij door haar beperking niet op eigen kracht voldoende zelfredzaam is. Begeleiding zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 - activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie zodat zij zo lang mogelijk in haar eigen leefomgeving kan blijven - kan worden ingezet. Op grond van artikel 2.3.5 beslist het college op de aanvraag, en conform artikel 2.3.6 kan zij desgewenst een persoonsgebonden budget ontvangen. Voor de kinderen is de Jeugdwet van toepassing voor eventuele opvoedondersteuning of jeugdhulp. Vanuit de Participatiewet kan de gemeente de arbeidsverplichting aanpassen gezien haar beperking. De ondersteuning moet integraal worden afgestemd om uithuisplaatsing te voorkomen.
advanced
formal
true
CROSS_DOMAIN_038
CROSS_DOMAIN
Ik werk bij het wijkteam en heb een casus van een statushouder die net zijn verblijfsvergunning heeft gekregen. Hij heeft PTSS door oorlogstrauma, spreekt nauwelijks Nederlands, en heeft een minderjarig kind dat ook getraumatiseerd is. Ze wonen in een AZC maar moeten binnenkort verhuizen naar onze gemeente. Waar moet ik allemaal rekening mee houden qua wetgeving?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 1.2.2", "Artikel 2.2.4", "Artikel 2.3.2" ]
Voor deze statushouder gelden meerdere wettelijke kaders. Op grond van artikel 1.2.2 lid 1 Wmo 2015 komt een vreemdeling voor een maatwerkvoorziening slechts in aanmerking indien hij rechtmatig verblijf houdt - met een verblijfsvergunning is hieraan voldaan. Conform artikel 1.2.1 kan hij als ingezetene in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie vanwege zijn psychische problemen. Het college moet op grond van artikel 2.2.4 zorgen dat cliëntondersteuning beschikbaar is, waarbij het belang van betrokkene uitgangspunt is - dit is extra relevant gezien de taalbarrière. Bij het onderzoek conform artikel 2.3.2 moet rekening worden gehouden met zijn specifieke situatie. Voor het getraumatiseerde kind is de Jeugdwet van toepassing voor traumabehandeling. Vanuit de Participatiewet heeft hij recht op bijstand en geldt de inburgeringsplicht onder de Wet inburgering. De gemeente moet zorgen voor huisvesting conform de taakstelling.
advanced
informal
true
CROSS_DOMAIN_039
CROSS_DOMAIN
Een 62-jarige man woont in een beschermd wonen voorziening vanwege langdurige psychiatrische problematiek. Hij wil graag weer aan het werk, al is het maar vrijwilligerswerk. Tegelijkertijd heeft hij schulden die hij wil aflossen. Hoe verhouden de Wmo, Participatiewet en schuldhulpverlening zich tot elkaar in deze casus?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.1.2", "Artikel 2.3.5" ]
Voor deze cliënt zijn meerdere wettelijke kaders van toepassing. Beschermd wonen valt onder de Wmo 2015 en wordt gedefinieerd in artikel 1.1.1 als wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie. Op grond van artikel 1.2.1 sub b komt hij voor beschermd wonen in aanmerking bij het college van de gemeente tot welke hij zich wendt. Het gemeentelijk beleidsplan moet conform artikel 2.1.2 lid 2 sub d beschrijven hoe ingezetenen worden ondersteund richting participatie, inclusief arbeidsparticipatie. Voor zijn wens om te werken is de Participatiewet relevant, waarbij de gemeente kan ondersteunen bij re-integratie of vrijwilligerswerk als opstap. De schuldenproblematiek valt onder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Het is belangrijk dat deze trajecten op elkaar worden afgestemd, zodat bijvoorbeeld een schuldenregeling niet wordt doorkruist door inkomsten uit werk.
advanced
formal
true
CROSS_DOMAIN_040
CROSS_DOMAIN
Een vrouw is gevlucht uit een situatie van huiselijk geweld met haar drie kinderen. Ze verblijft nu in de maatschappelijke opvang. Ze heeft geen inkomen, de kinderen zijn getraumatiseerd en het jongste kind heeft een lichamelijke beperking waarvoor aanpassingen nodig zijn. Welke wetten bieden welke ondersteuning?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 1.2.2", "Artikel 2.3.3", "Artikel 4.1.1" ]
Deze complexe casus raakt aan meerdere wetten. De opvang valt onder de Wmo 2015: op grond van artikel 1.2.1 sub c komt zij in aanmerking voor opvang te verstrekken door het college van de gemeente tot welke zij zich wendt, voor personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico's voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. Artikel 2.3.3 bepaalt dat in spoedeisende gevallen, waaronder gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is in verband met risico's voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, het college onverwijld beslist tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening. Artikel 1.2.2 lid 2 bepaalt dat ook voor vreemdelingen opvang mogelijk is in verband met risico's voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. Veilig Thuis heeft op grond van artikel 4.1.1 een rol bij huiselijk geweld. Voor de getraumatiseerde kinderen is de Jeugdwet van toepassing. Voor het kind met een lichamelijke beperking kunnen voorzieningen uit de Wmo of Jeugdwet nodig zijn. Vanuit de Participatiewet heeft zij recht op bijstand.
advanced
formal
true
CROSS_DOMAIN_041
CROSS_DOMAIN
Mijn buurvrouw zorgt al jaren voor haar dementerende moeder die bij haar inwoont. Nu krijgt de buurvrouw zelf kanker en kan ze de zorg niet meer aan. Ze heeft ook een kleinkind van 8 dat regelmatig bij haar logeert omdat de ouders in een vechtscheiding zitten. Hoe kunnen we dit gezin helpen vanuit de verschillende wetten?
[ "Artikel 1.1.2", "Artikel 2.1.6", "Artikel 2.2.2", "Artikel 2.3.2" ]
Dit is een complexe situatie met meerdere hulpbehoevenden. Voor de dementerende moeder geldt de Wmo 2015: zij kan op grond van artikel 1.2.1 in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening. Artikel 1.1.2 lid 3 is relevant voor de vraag of sprake is van een gezamenlijke huishouding. De buurvrouw als mantelzorger valt onder artikel 2.2.2, waarbij het college maatregelen moet treffen ter ondersteuning van mantelzorgers. Op grond van artikel 2.1.6 moet de gemeente bij verordening bepalen hoe zij jaarlijks blijk geeft van waardering voor mantelzorgers. Nu de buurvrouw zelf ziek wordt, moet conform artikel 2.3.2 een onderzoek plaatsvinden naar haar eigen ondersteuningsbehoefte, waarbij ook de mantelzorgsituatie wordt meegenomen. Voor het kleinkind in de vechtscheidingssituatie is de Jeugdwet van toepassing - mogelijk is jeugdhulp of een kinderbeschermingsmaatregel nodig. De ondersteuning moet integraal worden afgestemd om te voorkomen dat de zorg voor de moeder wegvalt.
advanced
informal
true
CROSS_DOMAIN_042
CROSS_DOMAIN
Een jongere van 17 jaar met autisme woont nog thuis maar de situatie escaleert regelmatig. Over een jaar wordt hij 18. De ouders hebben een bijstandsuitkering en kunnen geen eigen bijdrage betalen. Hoe verloopt de overgang van Jeugdwet naar Wmo en wat betekent dit voor de eigen bijdrage?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.1.4a", "Artikel 2.3.2", "Artikel 2.3.5" ]
De overgang van 18-min naar 18-plus is een belangrijk transitiemoment. Tot 18 jaar valt de jongere onder de Jeugdwet, daarna onder de Wmo 2015 voor ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie. Op grond van artikel 1.2.1 Wmo komt hij als ingezetene in aanmerking voor een maatwerkvoorziening voor ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, aangezien hij door zijn autisme niet op eigen kracht voldoende zelfredzaam is. Het college moet ruim voor de 18e verjaardag conform artikel 2.3.2 een onderzoek starten naar de ondersteuningsbehoefte. Op grond van artikel 2.3.5 beslist het college op de aanvraag. Wat betreft de eigen bijdrage: artikel 2.1.4a bepaalt dat bij verordening kan worden bepaald dat een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd is voor een maatwerkvoorziening. De hoogte wordt vastgesteld rekening houdend met de financiële situatie. De bijstandsuitkering van de ouders is na zijn 18e niet meer relevant - dan telt zijn eigen inkomen. Hij kan zelf bijstand aanvragen onder de Participatiewet.
advanced
formal
true
CROSS_DOMAIN_043
CROSS_DOMAIN
Wij hebben als wijkteam een gezin in beeld waar de vader verslaafd is aan alcohol, de moeder een angststoornis heeft, en er drie kinderen zijn waarvan één met ADHD. Er is sprake van verwaarlozing en er is een melding bij Veilig Thuis gedaan. Hoe werken de Wmo, Jeugdwet en de rol van Veilig Thuis hier samen?
[ "Artikel 2.3.2", "Artikel 4.1.1", "Artikel 4.2.1" ]
In deze casus komen meerdere wettelijke kaders samen. Veilig Thuis heeft op grond van artikel 4.1.1 lid 2 de taak om te fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van kindermishandeling (waaronder verwaarlozing), het onderzoeken of daarvan sprake is, en het beoordelen tot welke stappen de melding aanleiding geeft. Conform artikel 4.2.1 moet Veilig Thuis zorgen dat de uitvoering van goede kwaliteit is. Voor de ouders kan de Wmo 2015 ondersteuning bieden: de vader kan behandeling voor verslaving nodig hebben (vaak Zvw) en begeleiding (Wmo), de moeder kan voor haar angststoornis behandeling en begeleiding krijgen. Conform artikel 2.3.2 moet het college onderzoek doen naar de ondersteuningsbehoefte. Voor de kinderen is de Jeugdwet van toepassing: het kind met ADHD kan jeugdhulp krijgen, en voor alle kinderen kan gezinshulp worden ingezet. Bij verwaarlozing kan de Raad voor de Kinderbescherming worden ingeschakeld voor eventuele kinderbeschermingsmaatregelen. Het wijkteam moet samenwerken met Veilig Thuis en zorgen voor een integraal gezinsplan.
advanced
informal
true
CROSS_DOMAIN_044
CROSS_DOMAIN
Een 55-jarige alleenstaande man met schizofrenie woont zelfstandig met ambulante begeleiding vanuit de Wmo. Hij heeft een uitkering via de Participatiewet maar voldoet niet aan de verplichtingen. De woningcorporatie dreigt met huisuitzetting wegens huurachterstand. Hoe kunnen de verschillende wettelijke kaders worden ingezet om dakloosheid te voorkomen?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.8", "Artikel 2.3.9" ]
Om dakloosheid te voorkomen moeten meerdere wettelijke kaders worden ingezet. De ambulante begeleiding valt onder de Wmo 2015: begeleiding wordt in artikel 1.1.1 gedefinieerd als activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie zodat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. Op grond van artikel 2.3.9 moet het college periodiek onderzoeken of er aanleiding is de beslissing te heroverwegen - mogelijk is intensievere begeleiding nodig. Artikel 2.3.8 bepaalt dat de cliënt verplicht is mededeling te doen van feiten die aanleiding kunnen zijn tot heroverweging. De begeleider kan helpen bij het nakomen van verplichtingen uit de Participatiewet en bij het aanvragen van schuldhulpverlening onder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. De gemeente kan vanuit de Participatiewet de verplichtingen aanpassen gezien zijn psychiatrische aandoening. Vroegtijdige signalering van huurachterstanden en samenwerking met de woningcorporatie is essentieel. Bij dreigende dakloosheid kan opvang onder artikel 1.2.1 sub c aan de orde komen.
advanced
formal
true
CROSS_DOMAIN_045
CROSS_DOMAIN
Een echtpaar, beiden rond de 80, woont zelfstandig. De man heeft dementie en de vrouw is zijn mantelzorger maar heeft zelf ook mobiliteitsproblemen. Ze hebben een kleinzoon van 16 die veel bij hen is omdat zijn ouders zijn overleden. De kleinzoon heeft schoolproblemen en mogelijk een depressie. Hoe benaderen we dit integraal?
[ "Artikel 1.1.2", "Artikel 2.1.6", "Artikel 2.2.2", "Artikel 2.2.4", "Artikel 2.3.2" ]
Dit is een multigenerationele casus die integrale aanpak vereist. Voor het echtpaar geldt de Wmo 2015. De man met dementie kan op grond van artikel 1.2.1 in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening. Artikel 1.1.2 lid 2 en 3 zijn relevant voor de beoordeling als echtpaar met gezamenlijke huishouding. De vrouw als mantelzorger valt onder artikel 2.2.2 - het college moet maatregelen treffen ter ondersteuning van mantelzorgers. Op grond van artikel 2.1.6 moet de gemeente jaarlijks blijk geven van waardering voor mantelzorgers. Voor haar eigen mobiliteitsproblemen kan zij ook een maatwerkvoorziening aanvragen. Conform artikel 2.2.4 moet cliëntondersteuning beschikbaar zijn. Het onderzoek volgens artikel 2.3.2 moet de situatie van beiden in samenhang bezien. Voor de kleinzoon van 16 is de Jeugdwet van toepassing: hij kan jeugdhulp krijgen voor zijn depressie en schoolproblemen. Mogelijk is ook ondersteuning nodig vanuit passend onderwijs. De vraag is ook of de kleinzoon niet te veel mantelzorgtaken op zich neemt (jonge mantelzorger).
advanced
formal
true
GRENSGEVALLEN_046
GRENSGEVALLEN
Een cliënt met ernstige psychische problemen woont nu nog zelfstandig met ambulante begeleiding vanuit de Wmo. De begeleiding wordt steeds intensiever en de cliënt heeft inmiddels 24-uurs toezicht nodig. Blijft dit onder de Wmo of moet er een overstap naar de Wlz plaatsvinden?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5" ]
Op grond van artikel 1.1.1 Wmo 2015 is 'beschermd wonen' gedefinieerd als 'wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie'. Artikel 1.2.1 Wmo 2015 bepaalt dat een ingezetene in aanmerking komt voor beschermd wonen 'voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving'. De grens met de Wlz ligt bij de vraag of sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid. Zolang de ondersteuning gericht is op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie en er geen sprake is van een Wlz-indicatie voor blijvende zorgbehoefte, valt de cliënt onder de Wmo. Bij 24-uurs toezichtbehoefte moet beoordeeld worden of een Wlz-indicatie passender is.
advanced
formal
true
GRENSGEVALLEN_047
GRENSGEVALLEN
Een jongere wordt volgende maand 18 jaar en ontvangt nu jeugdhulp. De gemeente zegt dat de Wmo automatisch overneemt. Klopt dit en wat zijn de voorwaarden?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.2", "Artikel 2.3.5" ]
Dit klopt niet automatisch. Op grond van artikel 1.2.1 Wmo 2015 komt een ingezetene in aanmerking voor een maatwerkvoorziening 'voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie'. Bij de overgang van 18- naar 18+ moet conform artikel 2.3.2 Wmo 2015 een nieuw onderzoek plaatsvinden naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Het college moet onderzoeken of de jongvolwassene voldoet aan de criteria van artikel 2.3.5 Wmo 2015. Er is dus geen automatische overname; er moet een melding worden gedaan en een onderzoek plaatsvinden om te bepalen of Wmo-ondersteuning nodig en passend is.
intermediate
informal
true
GRENSGEVALLEN_048
GRENSGEVALLEN
Wanneer valt huishoudelijke hulp onder de Wmo en wanneer onder de Zorgverzekeringswet? Een cliënt met COPD vraagt huishoudelijke ondersteuning aan.
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5" ]
Op grond van artikel 1.1.1 Wmo 2015 valt onder maatschappelijke ondersteuning het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of chronische problemen. Artikel 1.2.1 bepaalt dat een ingezetene in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening 'voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht voldoende zelfredzaam is'. Huishoudelijke hulp als compensatie voor beperkingen in zelfredzaamheid valt onder de Wmo 2015. De Zorgverzekeringswet dekt alleen huishoudelijke hulp als deze onderdeel is van wijkverpleging (persoonlijke verzorging) en direct samenhangt met de verpleegkundige zorg. Voor een COPD-patiënt die hulp nodig heeft bij het huishouden vanwege fysieke beperkingen, is de Wmo de aangewezen wet, tenzij de huishoudelijke taken onlosmakelijk verbonden zijn met verpleegkundige zorg.
intermediate
formal
true
GRENSGEVALLEN_049
GRENSGEVALLEN
Mijn moeder heeft dementie en woont nog thuis. Ze heeft begeleiding nodig bij dagelijkse activiteiten. Valt dit onder de Wmo of moet ze naar de Wlz?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5" ]
Volgens artikel 1.1.1 Wmo 2015 is 'begeleiding' gedefinieerd als 'activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven'. Op grond van artikel 1.2.1 Wmo 2015 komt iemand in aanmerking voor een maatwerkvoorziening voor zover diegene 'in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht voldoende zelfredzaam is'. Begeleiding bij dagelijkse activiteiten voor iemand met dementie die nog thuis woont, valt in principe onder de Wmo 2015. De overstap naar de Wlz is aan de orde wanneer sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid. Zolang de begeleiding gericht is op zo lang mogelijk thuis blijven wonen en er geen Wlz-indicatie is, is de Wmo van toepassing.
intermediate
informal
true
GRENSGEVALLEN_050
GRENSGEVALLEN
Een cliënt met een verstandelijke beperking doet dagbesteding. De gemeente wil dit onder de Participatiewet brengen omdat het 'arbeidsmatige dagbesteding' is. Is dit correct?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5" ]
Dit hangt af van het doel van de dagbesteding. Volgens artikel 1.1.1 Wmo 2015 valt onder maatschappelijke ondersteuning het bevorderen van 'participatie', gedefinieerd als deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Artikel 1.2.1 Wmo 2015 bepaalt dat ondersteuning van participatie onder de Wmo valt voor zover iemand door beperkingen niet op eigen kracht kan participeren. Dagbesteding die primair gericht is op zinvolle dagstructuur, sociale contacten en het voorkomen van isolement valt onder de Wmo 2015. De Participatiewet is van toepassing wanneer het doel is om toe te werken naar regulier werk of beschut werk. Het enkele feit dat activiteiten 'arbeidsmatig' zijn, maakt niet dat de Participatiewet van toepassing is. Het primaire doel is bepalend: participatie in de samenleving (Wmo) of toeleiding naar arbeid (Participatiewet).
advanced
formal
true
GRENSGEVALLEN_051
GRENSGEVALLEN
Kan de gemeente een Wmo-aanvraag voor begeleiding weigeren omdat de zorgverzekeraar wijkverpleging vergoedt? Wat is een 'voorliggende voorziening'?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5" ]
Ja, dit kan onder bepaalde voorwaarden. Artikel 2.3.5, derde lid, Wmo 2015 bepaalt dat het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening 'voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen'. Een voorliggende voorziening is een voorziening uit een andere wet (zoals de Zvw) die passend en toereikend is voor de hulpvraag. Echter, wijkverpleging (Zvw) en begeleiding (Wmo) hebben verschillende doelen: wijkverpleging is gericht op verpleegkundige zorg en persoonlijke verzorging, begeleiding op zelfredzaamheid en participatie. Alleen als de wijkverpleging de ondersteuningsbehoefte volledig dekt, kan de Wmo-aanvraag worden afgewezen.
advanced
formal
true
GRENSGEVALLEN_052
GRENSGEVALLEN
Iemand met een psychiatrische aandoening vraagt beschermd wonen aan. De gemeente zegt dat dit sinds 2021 onder de Wlz valt. Klopt dit?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1" ]
Dit klopt niet volledig. Volgens artikel 1.1.1 Wmo 2015 is beschermd wonen gedefinieerd als 'wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie'. Artikel 1.2.1, onderdeel b, Wmo 2015 bepaalt dat beschermd wonen wordt verstrekt door het college 'voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving'. Beschermd wonen valt nog steeds onder de Wmo 2015. Wel is er een doordecentralisatie gaande waarbij de GGZ-cliënten met een blijvende behoefte aan beschermd wonen kunnen overgaan naar de Wlz. De Wmo blijft echter van toepassing voor cliënten bij wie herstel en uitstroom naar zelfstandig wonen het perspectief is.
advanced
informal
true
GRENSGEVALLEN_053
GRENSGEVALLEN
Een cliënt heeft zowel een lichamelijke beperking als psychische problemen. Wie bepaalt of de Wmo of de Wlz van toepassing is?
[ "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.2", "Artikel 2.3.5" ]
De gemeente beoordeelt in eerste instantie of de Wmo van toepassing is. Artikel 2.3.2 Wmo 2015 bepaalt dat het college bij een melding een onderzoek uitvoert naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Artikel 1.2.1 Wmo 2015 stelt dat iemand in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor zover diegene 'in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht voldoende zelfredzaam is'. Het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) beoordeelt of iemand toegang heeft tot de Wlz. De Wlz is van toepassing bij een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid. Conform artikel 2.3.5 Wmo 2015 verstrekt het college een maatwerkvoorziening tenzij een andere voorziening (zoals Wlz) passender is. Bij complexe gevallen is afstemming tussen gemeente en CIZ noodzakelijk.
advanced
formal
true
GRENSGEVALLEN_054
GRENSGEVALLEN
Mijn zoon is 17 en heeft autisme. Hij krijgt nu jeugdhulp maar de gemeente zegt dat we alvast een Wmo-melding moeten doen. Hoe werkt deze overgang?
[ "Artikel 2.3.2", "Artikel 2.3.5" ]
De gemeente adviseert terecht om tijdig een melding te doen. Artikel 2.3.2, eerste lid, Wmo 2015 bepaalt dat bij een melding van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning het college 'zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken' een onderzoek uitvoert. Het is verstandig om ruim voor de 18e verjaardag een melding te doen zodat het onderzoek tijdig kan plaatsvinden. Tijdens dit onderzoek wordt conform artikel 2.3.2, vierde lid, onder meer gekeken naar de behoeften, beperkingen en mogelijkheden van de cliënt. Na het onderzoek kan een aanvraag worden ingediend waarop het college conform artikel 2.3.5, tweede lid, binnen twee weken beslist. Door tijdig te melden wordt voorkomen dat er een gat ontstaat tussen het eindigen van de jeugdhulp en het starten van Wmo-ondersteuning.
intermediate
informal
true
GRENSGEVALLEN_055
GRENSGEVALLEN
Een cliënt met NAH (niet-aangeboren hersenletsel) heeft persoonlijke verzorging nodig. De gemeente zegt dat dit onder de Zvw valt, maar de zorgverzekeraar verwijst naar de Wmo. Wie heeft gelijk?
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 1.2.1", "Artikel 2.3.5" ]
Persoonlijke verzorging kan onder beide wetten vallen, afhankelijk van de context. Artikel 1.1.1 Wmo 2015 definieert maatschappelijke ondersteuning als gericht op zelfredzaamheid en participatie. Artikel 1.2.1 Wmo 2015 bepaalt dat ondersteuning onder de Wmo valt voor zover iemand door beperkingen niet op eigen kracht zelfredzaam is. Persoonlijke verzorging valt onder de Zvw (wijkverpleging) wanneer deze samenhangt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, en wordt geleverd door of onder verantwoordelijkheid van een wijkverpleegkundige. Persoonlijke verzorging die primair gericht is op het compenseren van beperkingen in zelfredzaamheid zonder directe link met verpleegkundige zorg, kan onder de Wmo vallen. Bij NAH moet worden beoordeeld of de verzorgingsbehoefte samenhangt met medische/verpleegkundige zorg (Zvw) of met algemene zelfredzaamheid (Wmo).
advanced
formal
true
PROCESFLOW_056
PROCESFLOW
Binnen welke termijn moet de gemeente het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte afronden na een melding?
[ "Artikel 2.3.2" ]
Op grond van artikel 2.3.2 lid 1 Wmo 2015 moet het college het onderzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de melding uitvoeren. Dit onderzoek vindt plaats in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger(s).
basic
formal
true
PROCESFLOW_057
PROCESFLOW
Ik heb een Wmo-aanvraag ingediend. Hoe lang mag de gemeente erover doen om te beslissen?
[ "Artikel 2.3.5" ]
Volgens artikel 2.3.5 lid 2 Wmo 2015 moet het college de beschikking geven binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag. Let op: dit is de termijn na de formele aanvraag, niet na de melding. Het onderzoek (maximaal 6 weken) gaat hieraan vooraf.
basic
informal
true
PROCESFLOW_058
PROCESFLOW
Een vrouw meldt zich bij het Wmo-loket omdat ze door huiselijk geweld direct opvang nodig heeft. Moet de gemeente eerst het volledige onderzoek van zes weken doorlopen?
[ "Artikel 2.3.3" ]
Nee. Op grond van artikel 2.3.3 Wmo 2015 beslist het college in spoedeisende gevallen, waaronder gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is (al dan niet in verband met risico's voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld), onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening. Dit gebeurt in afwachting van de uitkomst van het reguliere onderzoek en de aanvraag.
intermediate
formal
true
PROCESFLOW_059
PROCESFLOW
Wat moet een cliënt doen als hij een persoonsgebonden budget wil in plaats van zorg in natura?
[ "Artikel 2.3.6" ]
Op grond van artikel 2.3.6 lid 2 onder b Wmo 2015 moet de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen. Daarnaast moet de cliënt volgens lid 2 onder a naar het oordeel van het college voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger in staat zijn de aan een PGB verbonden taken verantwoord uit te voeren.
intermediate
formal
true
PROCESFLOW_060
PROCESFLOW
Kan ik als cliënt voorafgaand aan het keukentafelgesprek zelf een plan indienen waarin ik beschrijf welke ondersteuning ik nodig heb?
[ "Artikel 2.3.2" ]
Ja, dat kan. Volgens artikel 2.3.2 lid 2 Wmo 2015 kan de cliënt, voordat het onderzoek van start gaat, het college een persoonlijk plan overhandigen. Hierin beschrijft de cliënt zijn omstandigheden en geeft hij aan welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. Het college is verplicht de cliënt van deze mogelijkheid op de hoogte te brengen.
intermediate
informal
true
PROCESFLOW_061
PROCESFLOW
Hoe vaak moet de gemeente controleren of een toegekende maatwerkvoorziening nog passend is?
[ "Artikel 2.3.9" ]
Op grond van artikel 2.3.9 lid 1 Wmo 2015 onderzoekt het college periodiek of er aanleiding is een beslissing over een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget te heroverwegen. De wet schrijft geen vaste frequentie voor, maar spreekt van 'periodiek'. Bij dit heronderzoek zijn volgens lid 2 de onderzoeksbepalingen van artikel 2.3.2 van overeenkomstige toepassing.
intermediate
formal
true
PROCESFLOW_062
PROCESFLOW
Mijn situatie is veranderd waardoor ik minder zorg nodig heb. Ben ik verplicht dit aan de gemeente te melden?
[ "Artikel 2.3.8" ]
Ja. Op grond van artikel 2.3.8 lid 1 Wmo 2015 doet de cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van de beslissing over de maatwerkvoorziening of het PGB. Volgens lid 3 is de cliënt ook verplicht de gevraagde medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet.
basic
informal
true
PROCESFLOW_063
PROCESFLOW
In welke gevallen kan het college een eerder toegekende maatwerkvoorziening intrekken?
[ "Artikel 2.3.10" ]
Volgens artikel 2.3.10 lid 1 Wmo 2015 kan het college een beslissing herzien of intrekken indien: a) de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en juiste gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid, b) de cliënt niet langer op de voorziening is aangewezen, c) de voorziening niet meer toereikend is, d) de cliënt niet voldoet aan de verbonden voorwaarden, of e) de cliënt de voorziening niet of voor een ander doel gebruikt.
advanced
formal
true
PROCESFLOW_064
PROCESFLOW
Kan de gemeente geld terugvorderen als blijkt dat iemand opzettelijk verkeerde informatie heeft gegeven om een Wmo-voorziening te krijgen?
[ "Artikel 2.4.1", "Artikel 2.3.10" ]
Ja. Op grond van artikel 2.4.1 lid 1 Wmo 2015 kan het college, indien een beslissing met toepassing van artikel 2.3.10 onderdeel a is ingetrokken én de verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, van de cliënt geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten PGB. Volgens lid 2 kan het college dit bedrag bij dwangbevel invorderen.
advanced
formal
true
PROCESFLOW_065
PROCESFLOW
Moet de gemeente de identiteit van een cliënt controleren tijdens het Wmo-onderzoek?
[ "Artikel 2.3.4" ]
Ja. Op grond van artikel 2.3.4 lid 1 Wmo 2015 stelt het college bij het onderzoek de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht. Volgens lid 2 verstrekt de cliënt die een aanvraag doet desgevraagd terstond een dergelijk document ter inzage.
basic
formal
true
PROCESFLOW_066
PROCESFLOW
Een zorgaanbieder constateert dat een cliënt ernstig gewond is geraakt tijdens de zorgverlening. Wat moet de aanbieder doen?
[ "Artikel 3.4" ]
Op grond van artikel 3.4 lid 1 Wmo 2015 doet de aanbieder bij de toezichthoudende ambtenaar onverwijld melding van iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden, alsmede van geweld bij de verstrekking van een voorziening. Volgens lid 2 verstrekken de aanbieder en zijn beroepskrachten bij en naar aanleiding van deze melding de gegevens die voor het onderzoek noodzakelijk zijn, inclusief persoonsgegevens en gegevens over gezondheid.
intermediate
formal
true
PROCESFLOW_067
PROCESFLOW
Welke kwaliteitseisen stelt de Wmo aan zorgaanbieders?
[ "Artikel 3.1", "Artikel 3.2" ]
Volgens artikel 3.1 lid 1 Wmo 2015 draagt de aanbieder er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is. Lid 2 specificeert dat een voorziening in elk geval: a) veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt, b) wordt afgestemd op de reële behoefte en andere zorgvormen, c) wordt verstrekt conform de professionele standaard, en d) met respect voor de rechten van de cliënt. Artikel 3.2 verplicht aanbieders daarnaast tot het treffen van een klachtenregeling en een medezeggenschapsregeling.
intermediate
formal
true
PROCESFLOW_068
PROCESFLOW
Ik heb een klacht over Veilig Thuis. Hoe wordt mijn klacht behandeld?
[ "Artikel 4.2.7" ]
Op grond van artikel 4.2.7 lid 1 Wmo 2015 moet Veilig Thuis een klachtenregeling hebben. Volgens lid 2 moet deze regeling voorzien in behandeling door een klachtencommissie van ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor Veilig Thuis. De regeling waarborgt dat niemand deelneemt aan de behandeling wiens gedraging de klacht betreft, en dat de commissie binnen een vastgelegde termijn een oordeel geeft.
intermediate
informal
true
PROCESFLOW_069
PROCESFLOW
Wie houdt toezicht op de naleving van de Wmo door zorgaanbieders?
[ "Artikel 6.1", "Artikel 6.2" ]
Op grond van artikel 6.1 lid 1 Wmo 2015 wijst het college personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de wet. Deze toezichthouders hebben volgens lid 2 ook toegang tot dossiers. Artikel 6.2 bepaalt dat ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd de gemeentelijke toezichthouders desgevraagd van advies dienen en jaarlijks aan de Minister rapporteren over de uitvoering van het toezicht.
basic
formal
true
PROCESFLOW_070
PROCESFLOW
Klopt het dat de gemeente verplicht is om binnen 4 weken na een melding een keukentafelgesprek te voeren?
[ "Artikel 2.3.2" ]
Nee, dit klopt niet. De Wmo 2015 noemt geen termijn van 4 weken voor het keukentafelgesprek. Artikel 2.3.2 lid 1 bepaalt dat het college het onderzoek (waarvan het keukentafelgesprek onderdeel is) zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de melding moet uitvoeren. De wet schrijft geen specifieke termijn voor het gesprek zelf voor, alleen voor het volledige onderzoek.
intermediate
formal
true
JURISPRUDENTIE_071
JURISPRUDENTIE
Een cliënt dient een aanvraag in voor huishoudelijke ondersteuning. Het college wijst de aanvraag af met als enige motivering: 'U kunt dit zelf regelen.' Is deze beschikking juridisch houdbaar?
[ "Artikel 2.3.5", "Artikel 2.3.2" ]
Nee, deze beschikking is juridisch niet houdbaar. Op grond van artikel 2.3.5 lid 3 moet het college beoordelen of de cliënt beperkingen in zelfredzaamheid of participatie niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp uit het sociale netwerk kan compenseren. Het college moet dit oordeel motiveren. Daarnaast vereist artikel 2.3.2 dat voorafgaand aan een beslissing een onderzoek wordt uitgevoerd naar onder meer de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de cliënt. Een enkele stelling zonder onderbouwing voldoet niet aan de motiveringsplicht en zorgvuldigheidseis.
intermediate
formal
true
JURISPRUDENTIE_072
JURISPRUDENTIE
Wat houdt het compensatiebeginsel in de Wmo 2015 in en in welk artikel is dit verankerd?
[ "Artikel 2.3.5" ]
Het compensatiebeginsel is verankerd in artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015. Dit artikel bepaalt dat het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. Het college moet dus compenseren wat de cliënt zelf niet kan.
basic
formal
true
JURISPRUDENTIE_073
JURISPRUDENTIE
Een gemeente hanteert in haar verordening de regel dat huishoudelijke hulp standaard wordt toegekend voor maximaal 3 uur per week, ongeacht de individuele situatie. Is dit juridisch toegestaan?
[ "Artikel 2.3.2", "Artikel 2.3.5", "Artikel 2.1.3" ]
Nee, dit is juridisch niet toegestaan. Artikel 2.3.2 lid 4 schrijft voor dat het college onderzoek doet naar de specifieke situatie van de cliënt, waaronder de behoeften, beperkingen en mogelijkheden. Artikel 2.3.5 lid 3 vereist dat de maatwerkvoorziening de beperkingen van de individuele cliënt compenseert. Een standaardnorm zonder individuele beoordeling is strijdig met het maatwerk-karakter van de wet. De verordening (artikel 2.1.3) moet criteria bevatten voor de beoordeling, maar mag geen generieke maxima stellen die individueel onderzoek uitsluiten.
advanced
formal
true
JURISPRUDENTIE_074
JURISPRUDENTIE
Binnen welke termijn moet het college een onderzoek afronden na een melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, en wat zijn de verplichte onderdelen van dit onderzoek?
[ "Artikel 2.3.2" ]
Op grond van artikel 2.3.2 lid 1 moet het college het onderzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de melding uitvoeren. Het onderzoek moet volgens lid 4 onder meer betrekking hebben op: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt, de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp de zelfredzaamheid te verbeteren, de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van het sociale netwerk te komen tot verbetering, en de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger. Het college moet de cliënt ook wijzen op de mogelijkheid een persoonlijk plan te overhandigen (lid 2).
intermediate
formal
true
JURISPRUDENTIE_075
JURISPRUDENTIE
Mijn collega zegt dat de gemeente verplicht is om bij elk Wmo-onderzoek de identiteit van de cliënt vast te stellen aan de hand van een identiteitsdocument. Klopt dit?
[ "Artikel 2.3.4" ]
Ja, dit klopt. Artikel 2.3.4 lid 1 bepaalt dat het college bij het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 de identiteit van de cliënt vaststelt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Lid 2 voegt toe dat de cliënt die een aanvraag doet voor een maatwerkvoorziening, desgevraagd terstond een dergelijk document ter inzage moet verstrekken. Dit is een wettelijke verplichting.
basic
informal
true
JURISPRUDENTIE_076
JURISPRUDENTIE
Een cliënt vraagt een persoonsgebonden budget aan. Het college twijfelt of de cliënt in staat is de taken die bij een pgb horen verantwoord uit te voeren. Welke wettelijke criteria gelden voor de toekenning van een pgb?
[ "Artikel 2.3.6" ]
Artikel 2.3.6 lid 2 bevat de criteria voor verstrekking van een persoonsgebonden budget. Een pgb wordt verstrekt indien: a) de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b) de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb wenst; en c) naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.
intermediate
formal
true
JURISPRUDENTIE_077
JURISPRUDENTIE
Het college wil een eerder toegekende maatwerkvoorziening intrekken omdat de cliënt onjuiste gegevens heeft verstrekt. Welke wettelijke grondslag heeft het college hiervoor en welke voorwaarden gelden?
[ "Artikel 2.3.10", "Artikel 2.4.1" ]
De wettelijke grondslag voor intrekking is artikel 2.3.10 lid 1 onder a. Het college kan een beslissing herzien of intrekken indien het vaststelt dat de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt én de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. Volgens lid 2 bepaalt het college in de beslissing het tijdstip waarop deze ingaat. Indien de verstrekking van onjuiste gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college op grond van artikel 2.4.1 lid 1 bovendien de geldswaarde van de ten onrechte genoten voorziening terugvorderen van de cliënt.
advanced
formal
true
JURISPRUDENTIE_078
JURISPRUDENTIE
Is het college verplicht om onafhankelijke cliëntondersteuning beschikbaar te stellen, en zo ja, wat houdt deze verplichting in?
[ "Artikel 2.2.4" ]
Ja, het college is hiertoe verplicht op grond van artikel 2.2.4. Lid 1 bepaalt dat het college er in ieder geval zorg voor draagt dat voor ingezetenen cliëntondersteuning beschikbaar is. Lid 2 bepaalt dat het college er zorg voor draagt dat bij de cliëntondersteuning het belang van betrokkene uitgangspunt is. Dit betekent dat de cliëntondersteuning onafhankelijk moet zijn en gericht op het belang van de cliënt, niet op het belang van de gemeente of aanbieder.
basic
formal
true
JURISPRUDENTIE_079
JURISPRUDENTIE
Een collega beweert dat de Wmo 2015 een hardheidsclausule bevat waarmee het college in individuele gevallen kan afwijken van de verordening. Staat er inderdaad een algemene hardheidsclausule in de Wmo 2015?
[ "Artikel 2.1.3" ]
Nee, de Wmo 2015 bevat geen algemene hardheidsclausule. De wet schrijft in artikel 2.1.3 voor dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt voor de uitvoering van het beleidsplan en de te nemen besluiten. Een hardheidsclausule kan wel in de gemeentelijke verordening zelf worden opgenomen, maar dit is geen wettelijke verplichting vanuit de Wmo 2015. Het college moet bij de uitvoering wel altijd het compensatiebeginsel (artikel 2.3.5) en de zorgvuldigheidseis (artikel 2.3.2) in acht nemen, wat ruimte biedt voor maatwerk in individuele gevallen.
advanced
informal
true
JURISPRUDENTIE_080
JURISPRUDENTIE
Wat is de verhouding tussen de gemeentelijke verordening en de Wmo 2015? Mag de verordening strengere eisen stellen dan de wet?
[ "Artikel 2.1.3", "Artikel 2.3.5" ]
De gemeenteraad stelt op grond van artikel 2.1.3 lid 1 bij verordening de regels vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beleidsplan en de door het college te nemen besluiten. De verordening moet binnen de kaders van de wet blijven. Lid 2 somt op welke onderwerpen in ieder geval in de verordening moeten worden geregeld, zoals criteria voor maatwerkvoorzieningen en kwaliteitseisen. De verordening mag de toegang tot voorzieningen niet beperken op een wijze die strijdig is met het compensatiebeginsel van artikel 2.3.5 lid 3. Strengere eisen die ertoe leiden dat cliënten geen adequate compensatie krijgen voor hun beperkingen, zijn dus niet toegestaan.
advanced
formal
true
SANCTIES_081
SANCTIES
Een cliënt heeft opzettelijk onjuiste informatie verstrekt over zijn woonsituatie waardoor hij ten onrechte een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp heeft ontvangen. Welke mogelijkheden heeft de gemeente om de kosten terug te vorderen?
[ "Artikel 2.4.1", "Artikel 2.3.10" ]
Op grond van artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, kan het college de beslissing tot verstrekking van het persoonsgebonden budget herzien of intrekken indien de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. Vervolgens kan het college op grond van artikel 2.4.1, eerste lid, indien de verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. Dit geldt ook voor degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend. Op grond van artikel 2.4.1, tweede lid, kan het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.
intermediate
formal
true
SANCTIES_082
SANCTIES
Ik heb een maatwerkvoorziening (scootmobiel) maar gebruik die eigenlijk nooit meer. Kan de gemeente die zomaar afpakken?
[ "Artikel 2.3.10" ]
Ja, de gemeente kan de maatwerkvoorziening intrekken, maar niet 'zomaar'. Op grond van artikel 2.3.10, eerste lid, kan het college een beslissing tot verstrekking van een maatwerkvoorziening herzien of intrekken in specifieke gevallen. Relevant voor uw situatie zijn onderdeel b (u bent niet langer op de maatwerkvoorziening aangewezen) en onderdeel e (u gebruikt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel). Het college moet wel eerst vaststellen dat één van deze gronden van toepassing is. Op grond van artikel 2.3.10, tweede lid, bepaalt het college in de beslissing het tijdstip waarop de beslissing ingaat. U kunt tegen een dergelijk besluit bezwaar maken.
basic
informal
true
SANCTIES_083
SANCTIES
Een cliënt weigert mee te werken aan een heronderzoek naar zijn maatwerkvoorziening. Hij stelt dat hij al eerder alle informatie heeft gegeven. Wat zijn de juridische gevolgen van deze weigering?
[ "Artikel 2.3.8", "Artikel 2.3.9", "Artikel 2.3.10" ]
Op grond van artikel 2.3.8, derde lid, is de cliënt verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wmo 2015. Daarnaast bepaalt artikel 2.3.8, eerste lid, dat de cliënt op verzoek of uit eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing. Het college onderzoekt op grond van artikel 2.3.9, eerste lid, periodiek of er aanleiding is een beslissing te heroverwegen. Bij weigering van medewerking kan het college op grond van artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel d, de maatwerkvoorziening herzien of intrekken omdat de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden.
intermediate
formal
true
SANCTIES_084
SANCTIES
Bij een zorgaanbieder heeft zich een ernstig incident voorgedaan waarbij een cliënt gewond is geraakt. Moet de aanbieder dit melden en zo ja, aan wie en binnen welke termijn?
[ "Artikel 3.4", "Artikel 6.1" ]
Ja, de aanbieder heeft een wettelijke meldingsplicht. Op grond van artikel 3.4, eerste lid, doet de aanbieder bij de toezichthoudende ambtenaar onverwijld melding van (a) iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden, en (b) geweld bij de verstrekking van een voorziening. De toezichthoudende ambtenaar is op grond van artikel 6.1, eerste lid, een persoon die door het college is aangewezen en belast is met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmo 2015. Op grond van artikel 3.4, tweede lid, verstrekken de aanbieder en de beroepskrachten die voor hem werkzaam zijn, bij en naar aanleiding van de melding aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens die voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn, inclusief persoonsgegevens en gegevens over gezondheid.
intermediate
formal
true
SANCTIES_085
SANCTIES
De gemeente wil een aanbesteding doen voor huishoudelijke hulp en overweegt om alleen op de laagste prijs te gunnen. Mag dat?
[ "Artikel 2.6.4" ]
Nee, dat is niet toegestaan. Op grond van artikel 2.6.4, eerste lid, onderdeel b, mag bij aanbesteding van werkzaamheden in het kader van de Wmo 2015 niet louter op de laagste prijs worden gegund. Daarnaast moet volgens onderdeel a in de aanbestedingsprocedure rekening worden gehouden met de te leveren kwaliteit van de werkzaamheden. Ook indien de Europese aanbestedingsrichtlijn van toepassing is, bepaalt artikel 2.6.4, tweede lid, dat geen gebruik mag worden gemaakt van de bevoegdheid om te gunnen op basis van de laagste prijs. De gemeente moet dus altijd kwaliteitsaspecten meewegen in de gunningsbeslissing.
basic
formal
true
SANCTIES_086
SANCTIES
Ik werk als toezichthouder bij de gemeente. Een zorgaanbieder beroept zich op zijn beroepsgeheim en weigert mij inzage te geven in cliëntdossiers. Heeft hij daar recht op?
[ "Artikel 6.1" ]
Nee, de aanbieder kan zich niet op zijn beroepsgeheim beroepen tegenover u als toezichthoudende ambtenaar. Op grond van artikel 6.1, tweede lid, hebben de aan toezichthoudende ambtenaren toekomende bevoegdheden mede betrekking op dossiers. Artikel 6.1, derde lid, bepaalt expliciet dat voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, de beroepsbeoefenaar deze verplichting niet kan inroepen tegenover de toezichthoudende ambtenaren. Wel rust op u als toezichthoudende ambtenaar dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken beroepsbeoefenaar.
intermediate
informal
true
SANCTIES_087
SANCTIES
Een Veilig Thuis-organisatie heeft nagelaten een calamiteit te melden aan de toezichthouder. Welke sancties kunnen worden opgelegd?
[ "Artikel 4.2.5", "Artikel 4.3.4" ]
Er kunnen zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke sancties worden opgelegd. Op grond van artikel 4.2.5, eerste lid, moet Veilig Thuis onverwijld melding doen van iedere calamiteit aan de met toezicht belaste ambtenaren. Bij overtreding van deze meldingsplicht kunnen Onze Minister en Onze Minister voor Rechtsbescherming op grond van artikel 4.3.4, tweede lid, beiden een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 33.500,-. Daarnaast bepaalt artikel 4.3.4, derde lid, dat een gedraging in strijd met artikel 4.2.5 een strafbaar feit is. Op grond van artikel 4.3.4, vierde lid, wordt dit bestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete.
advanced
formal
true
SANCTIES_088
SANCTIES
Mijn buurman heeft me geholpen bij het invullen van de PGB-aanvraag en daarbij bewust verkeerde informatie ingevuld waardoor ik meer geld kreeg. Nu wil de gemeente ook bij hem geld terugvorderen. Kan dat?
[ "Artikel 2.4.1" ]
Ja, dat kan. Op grond van artikel 2.4.1, eerste lid, kan het college, indien de beslissing tot verstrekking van een persoonsgebonden budget is ingetrokken wegens opzettelijke verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens, niet alleen van de cliënt maar ook van degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. Uw buurman heeft opzettelijk medewerking verleend aan het verstrekken van onjuiste informatie, waardoor de gemeente ook bij hem kan terugvorderen. Op grond van artikel 2.4.1, tweede lid, kan het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.
intermediate
informal
true
SANCTIES_089
SANCTIES
Een zorgaanbieder levert structureel ondermaatse kwaliteit. De gemeente wil handhavend optreden. Aan welke kwaliteitseisen moet een aanbieder voldoen en welke handhavingsinstrumenten heeft de gemeente?
[ "Artikel 3.1", "Artikel 6.1", "Artikel 2.6.6" ]
Op grond van artikel 3.1, eerste lid, draagt de aanbieder er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is. Artikel 3.1, tweede lid, bepaalt dat een voorziening in elk geval (a) veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt, (b) wordt afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en andere zorg die de cliënt ontvangt, (c) wordt verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard, en (d) wordt verstrekt met respect voor de rechten van de cliënt. Het college wijst op grond van artikel 6.1, eerste lid, toezichthoudende ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving. Daarnaast moet de gemeente op grond van artikel 2.6.6, eerste lid, bij verordening regels stellen ter waarborging van een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit, en de continuïteit van de maatschappelijke ondersteuning.
advanced
formal
true
SANCTIES_090
SANCTIES
Ik heb gehoord dat de gemeente mijn scootmobiel kan verkopen als ik mijn eigen bijdrage niet betaal. Klopt dat?
[ "Artikel 2.4.2" ]
Nee, dat klopt niet. Op grond van artikel 2.4.2 zijn roerende zaken die aan de cliënt in gebruik zijn verstrekt als onderdeel van een maatwerkvoorziening, dan wel zijn aangeschaft met een persoonsgebonden budget, niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening of beslag, gedurende de periode waarvoor de beslissing tot verstrekking geldt. Dit betekent dat de scootmobiel niet verkocht (vervreemd) kan worden en er ook geen beslag op gelegd kan worden zolang de maatwerkvoorziening loopt. De gemeente kan wel andere maatregelen nemen bij het niet betalen van de eigen bijdrage, maar het in beslag nemen of verkopen van de scootmobiel behoort daar niet toe.
basic
informal
true
HALLUCINATION_091
HALLUCINATION
Wat staat er precies in artikel 2.3.15 van de Wmo 2015 over de maximale duur van een maatwerkvoorziening?
[]
Artikel 2.3.15 bestaat niet in de Wmo 2015. De Wmo 2015 kent geen artikel met dit nummer. De relevante artikelen over maatwerkvoorzieningen zijn te vinden in paragraaf 3 van hoofdstuk 2, met name artikel 2.3.1 tot en met artikel 2.3.10. Deze artikelen bevatten geen bepaling over een maximale duur van maatwerkvoorzieningen. Wel bepaalt artikel 2.3.9 dat het college periodiek onderzoekt of er aanleiding is een beslissing over een maatwerkvoorziening te heroverwegen.
intermediate
formal
true
HALLUCINATION_092
HALLUCINATION
Mijn buurvrouw zegt dat ze via de Wmo gratis kinderopvang krijgt omdat ze een beperking heeft. Kan ik daar ook aanspraak op maken?
[ "Artikel 1.1.1" ]
Kinderopvang valt niet onder de Wmo 2015. De Wmo 2015 richt zich op maatschappelijke ondersteuning, waaronder volgens artikel 1.1.1 wordt verstaan: begeleiding, beschermd wonen, opvang, en voorzieningen gericht op zelfredzaamheid en participatie. Kinderopvang is geregeld in de Wet kinderopvang en valt onder de verantwoordelijkheid van het Rijk, niet de gemeente. Voor kinderopvangtoeslag kunt u terecht bij de Belastingdienst/Toeslagen.
basic
informal
true
HALLUCINATION_093
HALLUCINATION
Volgens artikel 2.3.6 Wmo heeft iedereen die dat wil automatisch recht op een persoonsgebonden budget. Klopt dat?
[ "Artikel 2.3.6" ]
Nee, dit klopt niet. Artikel 2.3.6 Wmo 2015 stelt juist voorwaarden aan de verstrekking van een persoonsgebonden budget. Volgens lid 2 wordt een PGB alleen verstrekt indien: (a) de cliënt naar het oordeel van het college voldoende in staat is de aan een PGB verbonden taken verantwoord uit te voeren, (b) de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als PGB wenst, en (c) naar het oordeel van het college de kwaliteit van de met het PGB in te kopen diensten gewaarborgd is. Er is dus geen automatisch recht; het college beoordeelt of aan deze voorwaarden is voldaan.
intermediate
formal
true
HALLUCINATION_094
HALLUCINATION
Ik heb gehoord dat de gemeente verplicht is om binnen 24 uur te beslissen op een Wmo-aanvraag. In welk artikel staat dat?
[ "Artikel 2.3.5", "Artikel 2.3.2" ]
Een dergelijke 24-uurstermijn bestaat niet in de Wmo 2015. Volgens artikel 2.3.2 lid 1 moet het college na een melding uiterlijk binnen zes weken een onderzoek uitvoeren. Vervolgens bepaalt artikel 2.3.5 lid 2 dat het college de beschikking geeft binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag. Alleen in spoedeisende gevallen beslist het college volgens artikel 2.3.3 onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening, maar ook dit is geen 24-uurstermijn.
intermediate
informal
true
HALLUCINATION_095
HALLUCINATION
Moet de gemeente mijn WIA-uitkering betalen als ik arbeidsongeschikt ben? Ik dacht dat dit onder de Wmo viel.
[]
Nee, de WIA-uitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) valt niet onder de Wmo 2015 en wordt niet door de gemeente betaald. De WIA is een werknemersverzekering die wordt uitgevoerd door het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen). De Wmo 2015 richt zich op maatschappelijke ondersteuning zoals hulp bij zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang. Voor vragen over uw WIA-uitkering dient u contact op te nemen met het UWV.
basic
informal
true
HALLUCINATION_096
HALLUCINATION
In artikel 2.7.3 Wmo staat toch dat gemeenten verplicht zijn een Wmo-loket te hebben met minimaal 40 uur per week openingstijd?
[]
Artikel 2.7.3 bestaat niet in de Wmo 2015. De Wmo 2015 bevat geen bepalingen over verplichte openingstijden van gemeentelijke loketten. Wel bepaalt artikel 2.2.4 dat het college er zorg voor draagt dat voor ingezetenen cliëntondersteuning beschikbaar is, maar dit artikel schrijft geen specifieke openingstijden voor. De inrichting van de gemeentelijke dienstverlening is aan de gemeente zelf.
advanced
formal
true
HALLUCINATION_097
HALLUCINATION
Kan ik via de Wmo een vergoeding krijgen voor mijn zorgverzekeringspremie? Ik heb namelijk een laag inkomen.
[ "Artikel 1.1.1", "Artikel 2.1.7" ]
Nee, de zorgverzekeringspremie valt niet onder de Wmo 2015. De Wmo richt zich op maatschappelijke ondersteuning zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1, niet op zorgverzekeringskosten. Voor mensen met een laag inkomen bestaat de zorgtoeslag, die wordt verstrekt door de Belastingdienst/Toeslagen. Wel kan de gemeente volgens artikel 2.1.7 Wmo bij verordening bepalen dat een tegemoetkoming wordt verstrekt aan personen met een beperking voor aannemelijke meerkosten die verband houden met hun beperking, maar dit betreft geen zorgverzekeringspremie.
intermediate
informal
true
HALLUCINATION_098
HALLUCINATION
Volgens de Wmo heeft een cliënt recht op minimaal 10 uur huishoudelijke hulp per week. Waar kan ik dit terugvinden?
[ "Artikel 2.3.5", "Artikel 2.1.3" ]
Een dergelijk wettelijk minimum van 10 uur huishoudelijke hulp per week bestaat niet in de Wmo 2015. De wet schrijft geen vaste urenaantallen voor. Volgens artikel 2.3.5 lid 3 beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van beperkingen, waarbij de omvang wordt bepaald op basis van individueel onderzoek naar wat de cliënt nodig heeft. Artikel 2.1.3 bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de criteria voor maatwerkvoorzieningen. De omvang van de hulp wordt dus per situatie bepaald, niet wettelijk gefixeerd.
intermediate
formal
true
HALLUCINATION_099
HALLUCINATION
Mijn werkgever wil mij ontslaan vanwege mijn chronische ziekte. Kan ik me beroepen op de Wmo om dit te voorkomen?
[]
Nee, ontslagbescherming valt niet onder de Wmo 2015. De Wmo richt zich op maatschappelijke ondersteuning door gemeenten, niet op arbeidsrechtelijke kwesties. Ontslagbescherming bij ziekte is geregeld in het Burgerlijk Wetboek (met name Boek 7, titel 10) en de Wet werk en zekerheid. Tijdens de eerste twee jaar van ziekte geldt in principe een opzegverbod. Voor vragen over ontslag kunt u terecht bij het UWV, een juridisch adviseur of een vakbond.
basic
informal
true
HALLUCINATION_100
HALLUCINATION
Ik las dat artikel 2.4.5 Wmo bepaalt dat de gemeente alle kosten van een maatwerkvoorziening moet terugbetalen als de cliënt ontevreden is. Kunt u dit bevestigen?
[ "Artikel 2.4.1", "Artikel 2.4.2", "Artikel 2.4.3", "Artikel 2.4.4" ]
Artikel 2.4.5 bestaat niet in de Wmo 2015. Paragraaf 4 van hoofdstuk 2 bevat de artikelen 2.4.1 tot en met 2.4.4, die gaan over terugvordering en verhaal. Artikel 2.4.1 regelt terugvordering bij opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens door de cliënt. Er bestaat geen bepaling die de gemeente verplicht kosten terug te betalen bij ontevredenheid van de cliënt. Wel kan een cliënt die het niet eens is met een beslissing bezwaar maken volgens de Algemene wet bestuursrecht.
advanced
formal
true

DutchGovBench v0.1

Evaluation benchmark for Dutch government AI systems. 100 questions across 9 categories, testing knowledge of Dutch law and public administration.

What is this?

DutchGovBench tests whether AI models can accurately answer questions about Dutch government topics: social support law (Wmo 2015), youth law (Jeugdwet), participation law (Participatiewet), administrative law (Awb), municipal policy, objection procedures, privacy/GDPR, administrative oversight, and subsidies.

Each question includes expected legal references and a verified answer.

Dataset structure

{
  "id": "wmo_001",
  "category": "Wmo 2015",
  "question": "Wat is het doel van de Wmo 2015?",
  "expected_refs": ["art. 1.1.1 Wmo 2015"],
  "gold_answer": "De Wmo 2015 regelt...",
  "difficulty": "easy",
  "style": "factual",
  "verifiable": true
}

Fields:

  • id: Unique question identifier
  • category: One of 9 topic categories
  • question: Question in Dutch
  • expected_refs: Expected legal article references
  • gold_answer: Verified reference answer
  • difficulty: easy / medium / hard
  • style: factual / applied / analytical
  • verifiable: Whether answer can be checked against source text

Baseline results

Model Avg Score (-2 to +2) Hallucination Rate
EuroLLM-9B-Instruct -0.82 32%
EuroLLM-22B-Instruct -0.93 55%

License

Apache 2.0

Author

CiviQs B.V. (info@civiqs.nl)

Downloads last month
15