text
stringlengths
181
1.69M
label
stringclasses
11 values
num_pages
float64
1
502
split
stringclasses
4 values
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2016 Afdeling 1 Nummer 959 Publicatiedatum 5 augustus 2016 Ingekomen op 13 juli 2016 Ingekomen onder AH Behandeld op 13 juli 2016 Uitslag Ingetrokken Onderwerp Motie van het lid Van Lammeren inzake het investerings- en kredietbesluit voor vervanging ondergrondse containers en aanschaf en plaatsing containers als gevolg van optimalisatie en areaaluitbreiding in 2016 (perscontainers veilig voor mens en dier). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het investerings- en kredietbesluit voor vervanging ondergrondse containers en aanschaf en plaatsing containers als gevolg van optimalisatie en areaaluitbreiding in 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 817). Overwegende dat: — er onlangs in de gemeente Heemstede een jongetje vast is komen te zitten in een perscontainer en ternauwernood ontsnapt is aan de pletmachine die in de ondergrondse container zit; — erna dit incident onderzoek gedaan wordt naar een nieuwe manier van beveiligen van de perscontainers en in afwachting hiervan alle containers met een pletmachine in Heemstede buiten werking zijn gesteld. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: De uitkomsten n het onderzoek naar de veiligheid van perscontainers voor mens en dier af te wachten en tot die tijd geen perscontainers te plaatsen. Het lid van de gemeenteraad J.F.W. van Lammeren 1
Motie
1
train
x Gemeente Amsterdam Gemeenteraad x Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 1028 Datum indiening 17 juni 2020 Datum akkoord 8 september 2020 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Vroege inzake de fietscultuur in Amsterdam Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: Fietsen is gezond, duurzaam en goedkoop. Hoewel Amsterdam de reputatie van fietsstad heeft, wordt de fietscultuur niet onder alle Amsterdammers even breed gedeeld. Naar aanleiding van een eerdere motie van de fractie van D66 blijkt dat maar liefst een kwart van de Amsterdamse kinderen niet kan fietsen. * Uit een reportage van het Parool van 16 juni 2020 blijkt verder dat er ook duidelijke culturele verschillen zitten ten aanzien van de waardering van de fiets.* Het is wat de fractie van D66 betreft noodzakelijk om fietsen onder Amsterdamse jongeren zoveel mogelijk te stimuleren en daarbij ook culturele verschillen mee te nemen. Gezien het vorenstaande heeft het lid Vroege, namens de fractie van D66, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Heeft het college kennisgenomen van het artikel van 16 juni in het Parool, waarin nader ingegaan wordt op de culturele verschillen ten aanzien van de waardering van de fiets? Antwoord: Ja, het college heeft kennisgenomen van het artikel in het Parool van 16 juni jl. 2. Ziet het college mogelijkheden om deze kennis te gebruiken om de fietscultuur in onder andere Nieuw-West en Zuidoost — waar slechts een derde van de bewoners fietst — te stimuleren? Antwoord: Ja, het college ziet diverse mogelijkheden en komt hier inhoudelijk op terug bij de uitwerking van de motie ‘Fietscultuur Amsterdamse gezinnen’. Het is bekend dat het fietsgebruik in Nieuw-West en Zuidoost achterblijft bij de https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/8418562/1#search=%22vroege%20fietscultuur®%22 2 https://www.parool.nl/amsterdam/kwart-amsterdamse-kinderen-kan-niet-fietsen-b248b945/ 3 https://www.parool.nl/cs-b49e70ed 1 R Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeli 1 Gemeenteblad NEimm 1028 Schriftelijke vragen, woensdag 17 juni 2020 Datum Sgspiember andere stadsdelen. De ervaring die we de afgelopen jaren hebben opgedaan, zoals met Verkeersplein Amsterdam, gaan we gebruiken om steeds meer kinderen de vaardigheden, verkeerservaring en autonomie te geven om met plezier te kunnen fietsen. De focus zal liggen op de stadsdelen Noord, Nieuw- West en Zuidoost. De beantwoording van de motie is onderdeel van de Tussentijdse Evaluatie van het Meerjarenplan Fiets 2017-2022 en het fietsbeleid (november 2020). De huidige situatie is dat er in Nieuw-West, Zuidoost en Noord verschillende kleinschalige initiatieven zijn om het fietsgebruik stimuleren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om fietsles voor vrouwen en kinderen en fietsreparatieworkshops. De focus ligt vooralsnog op de infrastructuur, bijvoorbeeld door veilige en aantrekkelijke routes naar school of goede fietsparkeergelegenheid te realiseren. We besteden hier aandacht aan het fietsparkeren, zodat fietsers hun fiets gemakkelijk en veilig dicht bij woningen kwijt kunnen. 3. Is het college het eens met de stelling dat ingrepen in de openbare ruimte, zoals de plek waar een geldautomaat geplaatst wordt (zie voorbeeld in artikel) een positieve impact kunnen hebben op het gebruik van de fiets? Ziet het college mogelijkheden om dit soort ‘nudging’ op meer plekken in de openbare ruimte toe te passen, met name in gebieden waar ten aanzien van fietsgebruik nog veel winst te boeken valt? Antwoord: Ja, het college is het met de stelling eens. Nudging zal één van de instrumenten zijn die we in gaan zetten bij het stimuleren van een fietscultuur. Ook hierop zal teruggekomen worden bij de beantwoording van de motie omtrent fietscultuur, op te nemen in de Tussentijdse Evaluatie van het Meerjarenplan Fiets 2017-2022 (november 2020). De ontwikkeling van een nog compactere stad (zoals met Havenstad) helpt hierbij op de lange termijn. De stedenbouwkundige structuur van de stad, waarbij pinautomaten een mooi voorbeeld zijn van de voorzieningendichtheid, is sterk bepalend voor de mobiliteitskeuze van veel mensen“. In de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord is de afstand tot voorzieningen gemiddeld ook groter dan in andere delen van de stad. Op buurtniveau is ook het relatieve gemak van belang waarmee met auto dan wel fiets (of een andere modaliteit) de bestemming bereikt kan worden. Hierop komen we in het komende jaar terug bij de beloofde evaluatie van de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter. ‘ Meerjarenplan Fiets 2017-2022, Gemeente Amsterdam (2017). p. 58 2 R Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeli 1 Gemeenteblad NEimm 1028 Schriftelijke vragen, woensdag 17 juni 2020 Datum Sgspiember 4. Is het college het met de fractie van D66 eens dat ook in het licht van de coronacrisis fietsen een wenselijk alternatief is ten opzichte van de auto en het openbaar vervoer, omdat het minder beslag legt op de openbare ruimte ên in de buitenlucht plaatsvindt, beide bevorderlijk voor het tegengaan van besmetting. Hoe zorgt het college ervoor dat fietsen in dit kader van gezondheid nog verder gestimuleerd wordt onder Amsterdammers in alle stadsdelen? Antwoord: Het college is het ermee eens dat fietsen een wenselijk alternatief is voor het openbaar vervoer en de auto, ook tijdens de coronacrisis. In het licht van de coronacrisis is geconstateerd dat de onderlinge afstand tussen fietsers bij verkeerslichten klein is. Dit kunnen we niet op korte termijn overal oplossen, maar op 33 kruisingen in de stad is de groentijd voor fietsers verruimd. Dit kan een stimulans zijn voor mensen om meer te gaan fietsen. Daarnaast wordt op scholen communicatie ingezet om ouders en kinderen op te roepen zo mogelijk lopend of met de fiets naar school te komen. Voor kinderen zonder fiets is er in het voorjaar van 2020 een aanbod gedaan met gratis leasefietsen. Ook wordt er meer ruimte gemaakt op straat. Zo zijn er bijvoorbeeld autoparkeerplekken opgeheven op de Haarlemmerdijk ten gunste van meer fietsparkeervakken. Een ander voorbeeld is de Museumbrug, waar voor automobilisten tijdelijk eenrichtingsverkeer is ingesteld zodat fietsers met meer ruimte op de rijbaan kunnen fietsen. Ook op de lange termijn zorgt het college ervoor dat fietsen in het kader van gezondheid nog verder wordt gestimuleerd. In het Meerjarenplan Fiets 2017- 2022 wordt er volop ingezet op fietsen als alternatief voor de auto. Amsterdam kiest voor vervoerswijzen die weinig ruimte innemen: per fiets en te voet om zo een betere doorstroming te creëren voor het meest gebruikte vervoermiddel. Fietsers maken een goede keuze voor hun eigen gezondheid én dragen bij aan de gezondheid van de stad. Fietsen past bij een gezonde levensstijl in een bewegende stad. Fietsers zijn immers gemiddeld minder vaak ziek, gezonder en productiever. 5. Stadsdeel Zuidoost stelt fietsen ter beschikking aan basisscholen. Op hoeveel basisscholen gebeurt dit? Gebeurt dit ook op basisscholen in andere stadsdelen? Antwoord: Rond de praktische verkeersexamens en het initiatief ‘Fietsen naar het VO’ stelt Verkeersplein Amsterdam kinderfietsen ter beschikking aan basisscholieren. Dit gebeurt in alle stadsdelen, waaronder Zuidoost. In 2020 zouden er 4/7 groepen 8 meedoen, waarbij aan honderden kinderen tijdelijk een fiets beschikbaar wordt gesteld. Helaas is dit programma uitgesteld vanwege de COVID-19-maatregelen. 3 R Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeli 1 Gemeenteblad NEimm 1028 Schriftelijke vragen, woensdag 17 juni 2020 Datum Sgspiember 6. Iser volgens het college een relatie tussen laag fietsgebruik en gratis autoparkeren? Kan het college toelichten waarom wel of waarom niet? Antwoord: Ja, het college constateert dat deze relatie beschreven ís in de literatuur en dat er veel praktijkvoorbeelden zijn (waaronder in Amsterdam zelf), waaruit dit blijkt. Er zijn veel factoren die het gebruik van de fiets beïnvloeden, een belangrijke factor is het relatieve verschil in kosten tussen het gebruik van de fiets en het gebruik van de auto. Studies hebben aangetoond dat er een correlatie bestaat tussen de invoering van parkeerkosten en fietsgebruik.* Een praktijkvoorbeeld is de stad Gent, waar in 2016 het betaald parkeren significant is uitgebreid en waar binnen de stadsring garages alleen nog via ‘inprikkers’ te bereiken zijn. Hier is het fietsgebruik, dat al hoger lag dan in sommige delen van Amsterdam, in vier jaar tijd met 37% gestegen. “Burgemeester en wethouders van Amsterdam Femke Halsema, burgemeester Peter Teesink, secretaris 4
Schriftelijke Vraag
4
train
> < gemeente Raadsinformatiebrief | msterdam Afdoening motie Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 24 mei 2022 Portefeuille(s) Verkeer en Vervoer Portefeuillehouder(s): Egbert J. de Vries Behandeld door V&OR, autoluw@amsterdam.nl Onderwerp Afdoening motie 86.20 (Gezinskorting bij GVB) van het lid Yilmaz Geachte leden van de gemeenteraad, Op 23 januari 2020 heeft u bij de vaststelling van de Agenda Amsterdam Autoluw motie 86.20 (Gezinskorting bij GVB) van raadslid Yilmaz aangenomen. Met de motie wordt het college verzocht om ‘gratis OV voor kinderen medio 2021 tussentijds te evalveren en dan te bezien of deze regeling in het kader van familiekorting verbreed, verdiept dan wel aangepast moet worden’. Eris vop 22 april 2020 toegezegd dat alternatieve vormen van OV-korting voor gezinnen onderzocht worden en dat gesprekken met GVB hierover gevoerd worden. Tijdens de coronapandemie was het advies vanuit de rijksoverheid om thuis te blijven. Daarom was het niet wenselijk om een actie op te starten om het OV-gebruik te stimuleren. Inmiddels hebben gesprekken plaatsgevonden met GVB. Verschillende mogelijkheden zijn besproken en afgewogen. GVB start binnenkort met het aanbieden van een voordelig groepsticket voor alle reizigers. Met het groepsticket kunnen gezinnen met korting reizen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de motie en beschouwt het college deze als afgedaan. We blijven samenwerken met GVB bij de ontwikkelingen op het gebied van groepstickets en eventuele andere kortingsmogelijkheden. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Egbert J. de Vries Wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit
Motie
1
discard
virz022-022669 N% Gemeente Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare M OW Verkeer en . Openbare Ruimte % Amsterdam Ruimte en Groen, Water Voordracht voor de Commissie MOW van 12 oktober 2022 Ter kennisneming Portefeuille Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit Agendapunt 4 Datum besluit n.v.t. Onderwerp Raadsbrief Oranje Loper De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van bijgevoegde raadsbrief over de voortgang van het programma Oranje Loper. Wettelijke grondslag Bestuurlijke achtergrond Programma Oranje Loper vernieuwt de Nieuwezijds Voorburgwal en 9 bruggen en de straten vanaf de Raadhuisstraat tot Mercatorplein. In december jl. heeft de gemeenteraad ingestemd met het Uitvoerings- en kredietbesluit Oranje Loper. Met deze raadsbrief wordt de raad geïnformeerd over wijzigingen in de planning. De raadsbrief is op 7 juli 2022 per dagmail verspreid. Reden bespreking n.v.t. Uitkomsten extern advies n.v.t. Geheimhouding n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies n.v.t. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Nvt. Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.10 1 VN2022-022669 % Gemeente Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare Verkeer en % Amsterdam Ruimte en Groen, Water Openbare Ruimte vite ! Voordracht voor de Commissie MOW van 12 oktober 2022 Ter kennisneming AD2022-084810 22020707 Raadsbrief Oranje Loper def_.pdf (pdf) AD2022-069710 Commissie MOW Voordracht (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Verkeer en Openbare ruimte, Jeroen van straten, ambtelijk opdrachtgever, 06-51420050, jvan.straten@amsterdam.nl Gegenereerd: vl.10 2
Voordracht
2
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 De burgemeester van Amsterdam nodigt de leden van de gemeenteraad uit voor de raadsvergadering. Datum en tijd woensdag 22 januari 2014 13.00 uur en 19.30 uur Locatie Raadzaal Algemeen 1 Mededelingen. 2 Notulen van de raadsvergadering op 18 en 19 december 2013. 3 Vaststelling van de agenda. 4 Mededeling van de ingekomen stukken. 5 Mondelingevragenuur. Economische Zaken 6 _Initiatiefvoorstel van het raadslid de heer Capel van 17 juli 2013, getiteld: ‘Amsterdamse ambachtseconomie biedt kansen op banen’, en kennisnemen van de bestuurlijke reactie. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 7) 7 _Iníitiatiefvoorstel van het raadslid mevrouw Ruigrok van 12 augustus 2013, getiteld: ‘Amsterdams vakmanschap verdient een keurmerk’, en kennisnemen van de bestuurlijke reactie. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 8) Deelnemingen 8 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot instemmen met het addendum, getiteld: ‘Kaderstelling Verbonden Partijen’, bij de beleidsnotitie ‘Doelgericht op Afstand Il (DOA 2) en met het behoud van de huidige bijzondere commissie voor het Amsterdams 4 en 5 mei comité. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 9) 1 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 Bedrijfsvoering en Inkoop 9 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot kennisnemen van Businesscase III - Gemeentelijke Huisvesting en instemmen met toekennen van een voorbereidingskrediet. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 10) Openbare Ruimte en Groen 10 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 3 december 2013 tot instemmen met de voedselvisie, getiteld: Voedsel en Amsterdam, een visie en een agenda voor de inzet van voedsel’. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 11) Volkshuisvesting 11 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2013 tot vaststellen van de notitie, getiteld: ‘Ruimte voor Woningdelers’. (Gemeenteblad 2013, afd. 1, nr. 1132) 12 Voordracht van het presidium van 6 januari 2014 tot kennisnemen van de rekenkamerbrief van 13 november 2013, getiteld: Verkenning Bouwen aan de Stad Il’, en het college van burgemeester en wethouders te verzoeken aandacht te schenken aan de punten die in genoemde rekenkamerbrief worden genoemd. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 12) 13 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot vaststellen van de 1° Herziening Vernieuwingsplan Centrum Nieuw-West (VNP) in Osdorp. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 13) Armoede 14 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 1 oktober 2013 tot instemmen met de actualisatie voor 2014 van het Meerjarenbeleidsplan Inkomen en Armoedebestrijding 2012-2015 en met het verdeelvoorstel Armoedemiddelen 2014. (Gemeenteblad 2013, afd. 1, nr. 1096) Educatie 15 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 17 december 2013 tot vaststellen van de Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzalen en voorschoolse educatie. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 14) Financiën 16 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2013 tot vaststellen van de Verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 15) 2 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 17 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot vaststellen van de beleidsnota, getiteld: ‘Ramen en Bekostigen’. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 16) 18 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2013 tot intrekken van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2013 en vaststellen van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2014. (Gemeenteblad 2013, afd. 1, nr. 1099) Personeel en Organisatie 19 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot beschikbaar stellen van € 155.000 uit de reserve Taal en Werk (volgnummer 6110415) in 2014 om meer mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen in de gemeentelijke organisatie. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 17) Sport en Recreatie 20 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 3 december 2013 tot kennisnemen van het besluit van het college van burgemeester en wethouders inzake verlengen van de subsidierelatie met de Stichting Jaap Eden IJscomplex. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 18) Werk, Inkomen en Participatie 21 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2013 tot kennisnemen van de 3° kwartaalrapportage over 2013 van de Dienst Werk en Inkomen. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 19) Klimaat en Energie 22 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 15 oktober 2013 tot kennisnemen van de door het college van burgemeester en wethouders op 5 november 2013 vastgestelde Routekaart Gemeentelijke organisatie CO‚-neutraal, van het besluit van het college tot inrichting van het werkproces voor een COs-neutrale organisatie en van de aanbiedingsbrief bij de Routekaart Gemeentelijke organisatie COs-neutraal, waarin de gekozen aanpak nader wordt toegelicht. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 20) Ruimtelijke Ordening 23 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot vaststellen van het aanvullend toetsingskader op de Structuurvisie Amsterdam 2040 ten behoeve van het verbreden van de Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit, inclusief het Afwegingskader verkeersstromen in relatie tot de gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 21) 3 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 24 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2013 tot kennisnemen van de afdoening van de motie Van Lammeren, Schimmelpennink, Evans-Knaup en Alberts, nr. 150 van 2013, inzake de wegonttrekking van het fietspad voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling conform Uitvoeringsbesluit Beethoven (olifantenpaadje voor fietsers). (Gemeenteblad afd. 1, nr. 22) NB. De stukken worden nagestuurd met de supplementagenda. 25 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot vaststellen van de overdracht van bestemmingsplanbevoegdheden van het grootstedelijk project Noord/Zuidlijn (Sixhaven) aan stadsdeel Noord. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 23) Grondzaken 26 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 17 december 2013 tot instellen van spelregels voor het beheer van het Vereveningsfonds. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 24) 27 Voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013 tot vaststellen van de Grondprijzenbrief 2014. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 25) Verkeer, Vervoer en Infrastructuur 28 Initiatiefvoorstel ter instemming van het raadslid de heer Molenaar van 30 september 2013, getiteld: ‘Groene Lopers voor de fiets!’ en kennisnemen van de bestuurlijke reactie. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 26) 4 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 Ingekomen stukken 1 Brief van de heer F. Ossel, wethouder Wonen en Wijken, van 25 november 2013 inzake de beantwoording van motie nr. 473 van 12 juni 2013 van de raadsleden de heer Hoek, de heer Poorter, de heer Paternotte en de heer Winsemius over de Amsterdamse Buurtwet. Voorgesteld wordt, met deze brief de motie als uitgevoerd te beschouwen. De raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Bouwen en Wonen, Grondzaken, Klimaat en Energie, Openbare Ruimte en Groen, Zeehaven en Westpoort, Volkshuisvesting, Wijkaanpak en Stedenbeleid heeft op 8 januari 2014 kennisgenomen van de uitvoering van de motie. 2 Brief van de heer M. van Poelgeest, wethouder Klimaat en Energie, van 12 december 2013 inzake de bestuurlijke reactie op motie nr. 503 van 12 juni 2013 van mevrouw Combrink over de zonvisie Amsterdam - gemeentelijke daken voor zonne-coöperaties van burgers. Voorgesteld wordt, met deze brief de motie als uitgevoerd te beschouwen. De raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Bouwen en Wonen, Grondzaken, Klimaat en Energie, Openbare Ruimte en Groen, Zeehaven en Westpoort, Volkshuisvesting, Wijkaanpak en Stedenbeleid heeft op 8 januari 2014 kennisgenomen van de uitvoering van de motie. 3 Brief van de heer M. van Poelgeest, wethouder Klimaat en Energie, van 11 december 2013 inzake de bestuurlijke reactie op motie nr. 508 van 12 juni 2013 van het raadslid de heer Van Drooge over de zonvisie Amsterdam — PV-privé-project voor gemeenteambtenaren. Voorgesteld wordt, met deze brief de motie als uitgevoerd te beschouwen. De raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Bouwen en Wonen, Grondzaken, Klimaat en Energie, Openbare Ruimte en Groen, Zeehaven en Westpoort, Volkshuisvesting, Wijkaanpak en Stedenbeleid heeft op 8 januari 2014 kennisgenomen van de uitvoering van de motie. 4 Brief van de heer F. Ossel, wethouder Zeehaven en Westpoort, en de heer M. van Poelgeest, wethouder Ruimtelijke Ordening, van 17 december 2013 inzake de bestuurlijke reactie op de motie nr. 595 van 4 juli 2013 van de raadsleden de heer Jager, de heer Hoek en mevrouw Visser over de transformatiestrategie Haven-Stad. Voorgesteld wordt, de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Bouwen en Wonen, Grondzaken, Klimaat en Energie, Openbare Ruimte en Groen, Zeehaven en Westpoort, Volkshuisvesting, Wijkaanpak en Stedenbeleid kennis te laten nemen van de uitvoering van deze motie en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen. 5 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 5 Brief van de heer P.F.C. Hilhorst, wethouder Financiën, van 23 december 2013 inzake de stand van zaken over het herstel van de foutief uitgekeerde woonkostenbijdrage naar aanleiding van de in raadsvergadering van 18 december 2013 gedane toezegging. Deze brief is betrokken bij de behandeling van agendapunt 19, Foutieve uitbetaling woonkostenbijdrage (WKB) 2013 Dienst Belastingen gemeente Amsterdam, in de vergadering van de raadscommissie voor Jeugdzaken, ICT, Educatie en Financiën op 15 januari 2014. 6 Ledenbrief VNG van 11 december 2013 inzake de NSW-status voor landgoederen voor de Wet WOZ en OZB. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 7 _Ledenbrief VNG van 13 december 2013 inzake actualiteiten betreffende de gemeentefinanciën. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 8 Ledenbrief VNG van 16 december 2013 inzake het koepelrapport van de Benchmark Rioleringszorg 2013. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 9 Ledenbrief VNG van 17 december 2013 inzake het overlegresultaat van de decentralisatie voor langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 10 Ledenbrief VNG van 18 december 2013 inzake drie publicaties van ‘Bouwstenen voor Sociaal’. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 11 Ledenbrief VNG van 20 december 2013 inzake de toekomst van de functies van Bureaus Jeugdzorg. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 6 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 12 Ledenbrief VNG van 8 januari 2014 inzake de wijziging van de Modelverordening leerlingenvervoer. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 13 Ledenbrief VNG van 8 januari 2014 inzake het verzoek tot het invullen van het het Transitievolgsysteem Wmo. Voorgesteld wordt, deze brief in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening. 14 Brief van de Rekenkamer Amsterdam van 18 december 2013 inzake de aanbieding van het Onderzoeksprogramma 2014. Voorgesteld wordt, dit programma voor kennisgeving aan te nemen. 15 Brief van de heer M. van Poelgeest, wethouder Ruimtelijke Ordening en Grondzaken, van 13 december 2013 inzake het besluit van het college van burgemeester en wethouders tot gunning voor de uitvoering van de Spaarndammertunnel. Voorgesteld wordt, deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 16 Raadsadres van BelangenOverleg Niet-Justitiegebonden Organisaties, gericht aan wethouder Ossel, van 4 december 2013 inzake het probleem met de huisvesting van ex-gedetineerden in Amsterdam. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Sport en Recreatie, Zorg en Welzijn, Monumenten en Lokale Media. 17 Raadsadres van het College van Bestuur HvA-UvA, het College van Bestuur VU en het College van Bestuur Hogeschool Inholland, van 6 december 2013 inzake de studentenhuisvesting in de periode 2014-2018. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Bouwen en Wonen, Grondzaken, Klimaat en Energie, Openbare Ruimte en Groen, Zeehaven en Westpoort, Volkshuisvesting, Wijkaanpak en Stedenbeleid. 18 Raadsadres van een burger van 13 december 2013 inzake het verdwijnen van de papieren parkeerboete. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Infrastructuur (inclusief Noord/Zuidlijn en Luchtkwaliteit). 7 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 19 Raadsadres van een burger van 14 december 2013 inzake de benoeming van een straat of stukje Amsterdam naar Mandela. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Bestuurlijk Stelsel, Project 1012, Regelgeving en Handhaving, Raadsaangelegenheden en Communicatie. 20 Raadsadres van een burger van 12 december 2013 inzake het weren van scooters van het fietspad. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen teneinde het te betrekken bij de door hen in te dienen voorstellen ter zake. 21 Raadsadres van de Werkgroep Buitenreclame van 19 december 2013 inzake het beleid betreffende commerciële reclame voor de openbare ruimte. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Economische Zaken, Bedrijfsvoering en Inkoop, Bedrijven en Deelnemingen, Personeel en Organisatie, Dienstverlening, Luchthaven, Dierenwelzijn en Waterbeheer. 22 Brief van PSP92 van 31 december 2013, gericht aan wethouder Van Es, inzake vrijwillige dwangarbeid in Amsterdam naar aanleiding van het artikel in de Volkskrant, getiteld: Vernederende' klusjes voor Amsterdammers in de bijstand’. Voorgesteld wordt, deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 23 Raadsadres van een burger van 23 december 2013 inzake het parkeerbeleid in Amsterdam. Voorgesteld wordt, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen. 24 Brief van het bestuur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied van 31 december 2013 inzake de aanbieding van de begroting 2014 van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied. Voorgesteld wordt, deze begroting voor kennisgeving aan te nemen. 25 Raadsadres van een burger van 6 januari 2014 inzake de respectering van het Verdrag van Parijs met betrekking tot het openbaar-vervoerbeleid van het GVB. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Infrastructuur (inclusief Noord/Zuidlijn en Luchtkwaliteit). 8 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 22 januari 2014 26 Raadsadres van een burger van 6 januari 2014 inzake de ontwikkeling van de omgeving van het IJplein. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Bouwen en Wonen, Grondzaken, Klimaat en Energie, Openbare Ruimte en Groen, Zeehaven en Westpoort, Volkshuisvesting, Wijkaanpak en Stedenbeleid. 27 Raadsadres van Cliëntenbelang Amsterdam van 19 december 2013 inzake het Plan van Aanpak Toegankelijkheid. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afdoening en een afschrift van het antwoord te zenden aan de leden van de raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Sport en Recreatie, Zorg en Welzijn, Monumenten en Lokale Media. 28 Raadsadres van een burger van 7 januari 2014 inzake het parkeerbeleid in stadsdeel Oost met betrekking tot het hanteren van een kiss- en ridezone bij scholen. Voorgesteld wordt, dit raadsadres door te geleiden naar stadsdeel Oost ter afhandeling. 29 Raadsadressen van burgers van 19 december 2013 e.v. inzake de sluiting van het Skatepark Amsterdam op het NDSM-terrein in Noord. Voorgesteld wordt, deze raadsadressen voor kennisgeving aan te nemen. 9
Agenda
9
discard
x Gemeente Amsterdam % Stadsdeel Oost Termijnagenda 2011 commissie Wonen Soort: (Wonen, Grote Projecten, Stedelijke Vernieuwing, Wijkaanpak, Wonen op het water) 1 = Advies raadscie tbv raadsbesluit 01-02-2011 2 = Beantwoording raadsadres 3 = Bespreekpunt 4 = Ter Kennisname Commissie | Raad | Aanlevering | Onderwerp Soort | Pfh. | Ambt Opmerkingen datum datum | griffie Bestemmingsplan TR | Chris vd Velde Middenmeer | en Il (vaststelling) Keuzenotitie IJburg TR | Wim 1ste fase Runderkamp II 14-02-2011 | 15-03- | 24-01-2011 | Nieuw NO | Pieter Klapwijk 11 Buurtuitvoeringsplan Transvaal 14-02-2011 | 15-03- | 24-01-2011 | Nieuw NO | Conny Valkhoff 2011 Buurtuitvoeringsplan Indische Buurt 28-03-2011 | nvt. | 07-03-2011 Informatie Aanbieding | 4 TR | Sander Siegmann Corporaties (per buurt uitgewerkt & toetsen op Woonvisie) 28-03-2011 | nvt. [07-03-2011 | Overzicht van alle 4 TR | Jaap Ruiijgers / Koppeling met Informatie Aanbieding Corporaties (per buurt uitgewerkt & projecten per Paul van Rossum | toetsen op Woonvisie) corporatie 28-03-2011 07-03-2011 | Actief aanpak EE Naar aanleiding van raadsvergadering 24 november 2010. onderhoud 28-03-2011 Woonvisie TR | Jaap Ruiijgers/ Wordt verschoven naar 14 juni 2011. (samenvoegen van Esther Banen de bestaande van de twee samengevoegde stadsdelen) 28-03-2011 Vaststellen TR |L. Schoon Voorgesteld wordt om dit agendapunt te verschuiven naar 14-06-2011 Voorontwerp Fase 1 omdat het VO de inspraak ingaat op 16feb11 en dat het buurtbeheer en 2 Verdubbeling Oosterparkbuurt en Dapperbuurt gevraagd wordt advies uit te brengen. Oosterpark 28-03-2011 07-03-2011 | SvZ Jeruzalem TR | André Bolwidt Dit nav de toezegging uit cie WGP 29-11-10: PH Reuten zal de cie beging 2011 nader informeren over stavaza project Jeruzalem en stelt voor om in de cie van maart hierover van gedachten te wisselen 28-03-2011 07-03-2011 | Evaluatie Actief TR |M. Tilburg Toezegging aan de PvdA. Verschoven van 29-11-2010. Aanschrijven Voorstel voor commissie: afvoeren want brief vrijdag 04-02-2011 bij griffienieuws verstuurd en voor 31-01-2011 gestart. 28-03-2011 | 19- 08-03-2011 | Vervolg TR |{ Wibaut@Amstel | Komt van PM lijst. Toezegging Reuten: brief aan raad over vervolg 04- Parooldriehoek Parooldriehoek. 2011 28-03-2011 | 19- 08-03-2011 | Startnotitie Project TR | Jaap Have Door de startnotitie vast te stellen krijgt de stadsdeelorganisatie de 04- Insulinde opdracht om zich actief bezig te houden met de begeleiding van het 2011 project Insulinde. Tevens wordt gevraagd om de stedenbouwkundige uitgangspunten van het project vast te stellen. | 28-03-2011 |n.vt. | 08-03-2011 |Tijdelijke Verhuur |3 |TR |D.Konings | Brede discussie. Toezegging pfh Reuten, Cie Wonen 10-01-2011 | | 09-05-2011 Tugelawegblokken TR OE Voot VO | pamomhgot | [PO 09-05-2011 Ontwerp TR | Chris vd Velde bestemmingsplan Oosterparkbuurt 09-05-2011 Ontwerp TR | Chris vd Velde bestemmingsplan Transvaalbuurt 09-05-2011 | 31-05- | 11-04-2011 | Wibaut a/s Amstel, 4 TR | Wibaut@Amstel Vaststellen uitwerkingsplan is bevoegdheid van DB. Ter kennisname naar 2011 kopprojecten de raad. Grensstraat Zuid (Matrix) 09-05- 31-05- | 11-04-2011 | Wibaut a/d Amstel, 4 TR | Wibaut@Amstel Vaststellen uitwerkingsplan is bevoegdheid van DB. Ter kennisname naar 2011 2011 kopprojecten de raad. Miquellocatie 09-05-2011 | 31-05- | 11-04-2011 | Wibaut aan de 4 TR | Wibaut@Amstel Vaststellen uitwerkingsplan is bevoegdheid van DB. Ter kennisname naar 2011 Amstel, Kopprojecten, de raad. grensstraat Noord [Chom | 14-06-2011 | 07-07- Vaststelen NO | Lidy Schoon Verschoven van 28 maart 2011. 2011 Voorlopig Ontwerp / Met uitnodiging aan de cie ORF. De reden van de nieuwe datum is dat het Inrichtingsplan TR VO de inspraak ingaat op 16feb11 en dat het buurtbeheer Oosterparkbuurt Verdubbeling en Dapperbuurt gevraagd wordt advies uit te brengen Oosterpark Fase 1 en 2 uitwerken in DO 14-06-2011 | 07-07- Woonvisie TR | Jaap Ruiijgers/ Verschoven van 28 maart 2011 2011 (samenvoegen van Esther Banen de bestaande van de twee samengevoegde stadsdelen) 14-06-2011 | 05-07- Amstelstation, TR | Wibaut@Amstel | Verplaatst van april 2011. Vanaf half maart ter visie. Voor de zomer 2011 bestemmingsplan vaststelling bestemmingsplan in DB, na de zomer in de raad. nn ee EE eme 2011 Oost Voorstel van Pfh. Stond eerst op PM-lijst. 14-06-2011 | 05-07- Ontwerp TR | Sara van Vliet 2011 bestemmingsplan Amsteldorp 14-06-2011 | 05-07- Vaststelling TR | Chris vd Velde 2011 doorstartnotitie bestemmingsplan Betondorp LL datum datum | griffie leder 1°,2°,3 Pilot actief aanschrijven TR leder kwartaal Informatie voor de raad over de resultaten van de pilot kwartaal “en 4° actief aanschrijven. Dit n.a.v. de aangenomen motie actief kw aanschrijven op de raadsvergadering van 14-12-2010 EL Ee EL bestemmingsplan l Ontwerp TR | Wim bestemmingsplan Runderkamp Groene Staart 3° kw Resultaat TR | Wibaut@Amstel | Uit deelraad 19okt10 onderhandelingen evenals resultaten parkeersouterrain Kohnstammhof 3e of Keuzenotitie TR | Wim 4e kw bestemmingsplan Runderkamp 2011 Nieuwe Diep 3e of Keuzenotitie TR | Rogier vd 4e kw bestemmingsplan Camp 2011 Oostelijk Havengebied Noord 3e of Keuzenotitie TR | Rogier vd 4e kw bestemmingsplan Camp 2011 Cruquius 3e of Keuzenotitie TR | Chris vd Velde 4e kw bestemmingsplan 2011 Weesperzijde 3e of Keuzenotitie TR | Robbert 4e kw bestemmingsplan Leenstra 2011 Omval 4e kw bestemmingsplan De 2011 Meer 3e of Ontwerp TR | Wim 4e kw bestemmingsplan Runderkamp 2011 Rangeerterrein en A10 ee bestemmingsplan l EE URE bestemmingsplan El (SEL bestemmingsplan EL (EN SL Amstelkwartier 2e fase l a Camp A Camp PM Middenmeer Noord 1 TR | Paul van Afhankelijk van de planning van Gemeente Amsterdam; verder nog niets Rossum bekend. Voorstel: verplaatsen. verdere planning is afhankelijk van derden dus graag pro memori op de termijnagenda zetten zonder datum. PM Jeruzalem, 4 TR | André Bolwidt Opstellen na vaststellen bouwenveloppen. uitvoeringsovereenkomst Voorstel: verplaatsen, verdere planning is afhankelijk van derden dus graag vaststellen pro memori op de termijnagenda zetten zonder datum PM Project Verdubbeling 1 TR | Lidy Schoon Mede i.v.m. de onderhandelingen tussen Arena en het stadsdeel is er nog Oosterpark: geen bouwaanvraag van Arena; deze is nodig om een projectbesluit in het Projectbesluit Arena kader van de WRO te kunnen nemen. Voorstel: afvoeren, reden is bouwaanvraag en bestemmingplanwijziging worden nog voorgelegd aan de Raad maar datum is nog onbekend Voorstel voor Commissie: afvoeren, reden is bouwaanvraag en bestemmingplanwijziging worden nog voorgelegd aan de Raad maar datum is nog onbekend PM Cruquius 4 TR | Marije van Wordt meegenomen in de lijst Prio's Projecten. Is gekoppeld aan de Mierlo begroting. Voorstel: naar achteren verschuiven pro memori PM Woonbotenbeleid in Oost | 1 TR | Sander Meijer Plan van Aanpak wordt opgesteld. A B rn PM Projectbesluit 4 TR | Jaap Have Is afhankelijk van de planning van de corporatie. Kraaipanschool in kader Mede door een afkeuring van de Commissie van Welstand is het project Wro vertraagd. PM Projectbesluit 1 TR | Paul van Is (door Stadtgenoot) in voorbereiding genomen. nieuwbouwplan o21. Rossum Wordt waarschijnlijk verschoven, info volgt Oosterparkstraat
Agenda
5
discard
> Gemeente Amsterdam Actualitert voor de raadsvergadering van 16 maart 2023 Van Moeskops Datum g maart 2023 Portefeuille MOW Agendapunt 2a Onderwerp Laat de kans niet voorbij waaien: zonne-energie vit Noord voor 1500 huishoudens Aan de gemeenteraad De geluidsschermen aan de Ring Azo Noord zijn na een storm stuk gewaaid en heel veel bewoners van Noord ervaren hierdoor (ernstige) hinder. Afgelopen week heeft Rijks Waterstaat (RWS) een tijdelijke ontheffing gekregen waardoor ze eindelijk tussentijdse maatregelen zoals geluidsreduce- rend asfalt gaan nemen. Nu drukt RWS ineens het gaspedaal langs de Azo in: ze adviseren om de geluidsschermen al in 2024 te vervangen en hebben tevens een ontwerp voor de geluidsschermen klaarliggen. Dit terwijl er alleen in december, voordat er duidelijk was wat de tijdelijke maatrege- len waren, een moment is geweest waar de bewoners van Noord zich over het ontwerp konden laten informeren. Middels deze actualiteit op de raadsagenda te zetten, willen we de mogelijkheid creëren om het plan mét zonnepanelen aan de bewoners voor te kunnen leggen. Dit zou 1000 tot 1500 huishou- dens aan duurzame energie kunnen gaan voorzien (een schatting van 5 megawatt per jaar) en le- vert daarnaast ook nog eens winst op voor de luchtkwaliteit langs de ring. Reden van spoedeisendheid De bewonersavond, waar Rijkswaterstaat voornemens is het definitief ontwerp aan de bewoners te communiceren, valt echter nog vóór de volgende commissievergadering. Tegelijkertijd is op 8 maart in het de stadsdeelcommissie Noord unaniem het advies om de nieuwe geluidsschermen van zonnepanelen te voorzien vnaniem aangenomen. Als de Raad het stadsdeeladvies omtrent de zonnepanelen serieus wil kunnen behandelen, is het dus van belang dat dit onderwerp de aanko- mende Raad met het college besproken kan worden.
Actualiteit
1
train
x Gemeente Amsterdam WP A % Raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen % Agenda, donderdag 3 maart 2011 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen Tijd 10.30 tot 12.30 uur Locatie 0239 IN VERBAND MET EEN WERKBEZOEK VAN DE COMMISSIE AAN DE DIENST WERK EN INKOMEN (DWI) BEGINT DE VERGADERING OM 10.30 uur. Algemeen 1 Opening 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4 _Inspreekhalfuur publiek 5 Actualiteiten 6A Conceptverslag van de openbare vergadering van de commissie Werk, Participatie en Armoede van 03.02.2011 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieWPA@raadsgriffie. amsterdam.nl 6B Conceptverslag van de openbare vergadering van de commissie Werk, Participatie en Armoede van 13.01.2011 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieWPA@raadsgriffie. amsterdam.nl Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten zijn te ontlenen. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen zijn openbaar en hiervan worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden via internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info@raadsgriffie. amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, WPA Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen Agenda, donderdag 3 maart 2011 7 Openstaande toezeggingen 8 Termijnagenda 9 Openstaande Schriftelijke vragen 10 Rondvraag - Tkn lijst Armoede 11 Herontwerp en heroverweging schuldhulpverlening Nr. BD2011-001214 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid mevrouw Van der Pligt (SP). e Was TKN 8 in de vergadering van 03.02.2011, Werk, Inkomen en Participatie 12 Rapportage DWI, 3e kwartaal 2010 Nr. BD2011-001212 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid de heer Hoek (GrLi). e Was TKN 1 in de vergadering van 03.02.2011, 13 Divers Ouder Worden, advies van de Adviesraad Diversiteit en Integratie Nr. BD2011-001525 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid mevrouw Akel (PvdA). 2
Agenda
2
discard
VN2022-020321 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Directie Openbare x Gemeente Jee 9 TAR Orde en Veiligheid X Amsterdam Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 30 juni 2022 Ter bespreking en ter kennisneming Portefeuille Openbare Orde en Veiligheid Agendapunt 53 Datum besluit n.v.t. Onderwerp Brief van de burgemeester namens de driehoek aan de gemeenteraad d.d. 24 juni 2022 met een bestuurlijke reactie op voorstellen naar aanleiding van de raadsbrief van 11 april 2022 over plannen voor beheersbare cannabismarkt en de aanpak straatdealen De commissie wordt gevraagd a.Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief van de burgemeester namens de driehoek met een bestuurlijke reactie op voorstellen naar aanleiding de plannen voor een beheersbare cannabismarkt en de aanpak straatdealen die in de raadsbrief van 21 april 2022 nader zijn toegelicht. De brief gaat vergezeld van zeven bijlagen: « BaiBrief d.d. 29-11-2021 van coffeeshopondernemers Prix d'Amis, Barneys, De Kuil e B2l&O Research, i.o.v. de BCD, november 2021, Redenen voor toerisme in Amsterdam e B3Raadsadres d.d. 13-04-2022 van cannabisondernemers Barneys, Sensi Seeds en Best Friends e B4 Raadsadres d.d. 17-05-22 van de Bond van Cannabisdetaillisten * Bo Brief Hogeschool van Amsterdam over aanbod aanpak cannabisproblematiek « B6 Raadsadres d.d. 18-05-22 van een burger mede namens de coffeeshops Betty Boop, Bij, Boerejongens West en Boerejongens Centrum e B7 Geheim Notitie Coffeeshops d.d. 14-06-2022 2. Kennis te nemen van de geheimhouding die op grond van artikel 25, tweede lid van de Gemeentewet op bijlage 7 is opgelegd. Dit in verband met de belangen genoemd in artikel 5.2, lid 2 onder c en d van de Wet open overheid. De geheimhouding wordt opgelegd tot 24 juni 2025. 3. Kennis te nemen van het verzoek om de opgelegde geheimhouding op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet tijdens de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na aanlevering bij de raadsgriffie te bekrachtigen Wettelijke grondslag Artikel 169 van de Gemeentewet Bestuurlijke achtergrond De burgemeester beschrijft in de raadsbrief van 11 april 2022 de contouren van het plan van aanpak beheersbare cannabismarkt, mede op basis van de bevindingen uit het onderzoeksrapport over de effecten van de invoering van het I-criterium, waarop de driehoek ook een reactie geeft. De brief geeft daarnaast op grond van onderzoeken een visie op de straatdealerproblematiek, beschrijft de stand van uitvoering van de eerder aangekondigde korte termijn maatregelen (vanaf zomer ‘21) tegen straatdealen en van de extra maatregelen die vanaf dit voorjaar in het Wallengebied worden uitgevoerd naar aanleiding van de brandbrief en schetst tot slot de contouren van de te ontwikkelen maatregelen voor de middellange termijn. Daarop is een aantal reacties Gegenereerd: vl.14 1 VN2022-020321 % Gemeente Tijdelijke Algemene Raadscommissie Directie Openbare 9 Amsterdam Je 9 TAR Orde en Veiligheid € Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 30 juni 2022 Ter bespreking en ter kennisneming binnengekomen. Met bijgaande brief van 24 juni 2022 wordt ingegaan op de reacties en wordt een nadere onderbouwing gegeven van de noodzaak tot het ingrijpen op de cannabismarkt. Reden bespreking n.v.t. Uitkomsten extern advies n.v.t. Geheimhouding Op bijlage 7 rust geheimhouding Uitgenodigde andere raadscommissies n.v.t. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? nee Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.14 2 VN2022-020321 % Gemeente Tijdelijke Algemene Raadscommissie TA R Directie Openbare 9 Amsterdam Orde en Veiligheid € Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 30 juni 2022 Ter bespreking en ter kennisneming AD2022-063851 20220624 Raadsbrief Cannabismarkt en alternatieven.pdf (pdf) Ba Brief d.d. 29-11-2021 van coffeeshopondernemers Prix d'Amis, Barneys, AD2022-063852 ‚ . De Kuil_Geredigeerd.pdf (pdf) B2 I&O Research, i.o.v. de BCD, november 2021, Redenen voor toerisme in AD2022-063853 ‚ Amsterdam _Geredigeerd.pdf (pdf) B3 Raadsadres d.d. 13-04-2022 van cannabisondernemers Barneys, Sensi AD2022-063854 ‚ . Seeds en Best Friends _Geredigeerd.pdf (pdf) B4 Raadsadres d.d. 17-05-22 van de Bond van AD2022-063855 ‚ on . Cannabisdetaillisten_Geredigeerd.pdf (pdf) B5 Brief Hogeschool van Amsterdam over aanbod aanpak AD2022-063856 ‚ ‚ ‚ cannabisproblematiek_Geredigeerd.pdf (pdf) B6 Raadsadres d.d. 18-05-22 van een burger mede namens de coffeeshops AD2022-063857 Betty Boop, Bij, Boerejongens West en Boerejongens_Geredigeerd.pdf (pdf) AD2022-063850 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Voordracht (pdf) Ba Brief d.d. 29-11-2021 van coffeeshopondernemers Prix d'Amis, Barneys, AD2022-063858 ‚ De Kuil .pdf (pdf) B2 I&O Research, i.o.v. de BCD, november 2021, Redenen voor toerisme in AD2022-063859 Amsterdam.pdf (pdf) B3 Raadsadres d.d. 13-04-2022 van cannabisondernemers Barneys, Sensi AD2022-063860 ‚ Seeds en Best Friends. pdf (pdf) AD2022-063861 B4 Raadsadres d.d. 17-05-22 van de Bond van Cannabisdetaillisten. pdf (pdf) B5 Brief Hogeschool van Amsterdam over aanbod aanpak AD2022-063862 ‚ ‚ cannabisproblematiek.pdf (pdf) B6 Raadsadres d.d. 18-05-22 van een burger mede namens de coffeeshops AD2022-063863 8 ‚ ‚ Betty Boop, Bij, Boerejongens West en Boerejongens.pdf (pdf) AD2022-063864 GEHEIM - GEHEIM B7 Notitie coffeeshops. pdf (pdf) Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Directie OOV, Y. van Groenigen. y.van.groenigen@amsterdam.nl en R. Flos, r.flos@®amsterdam.nl en DJZ, R. Nomden, r.nomden@&amsterdam.nl Gegenereerd: vl.14 3
Voordracht
3
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 965 Datum akkoord 6 november 2014 Publicatiedatum 7 november 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid de heer W.L. Toonk van 14 oktober 2014 inzake de bereikbaarheid van het Centraal Station per auto. Aan de gemeenteraad inleiding door vragensteller. Voor de VVD Amsterdam is een bereikbare stad van groot belang. Zowel voor toeristen die via Schiphol de stad aandoen, als bezoekers die per auto komen, als voor treinreizigers. Al deze vormen van mobiliteit horen bij een stad als Amsterdam evenals een combinatie van deze vormen van mobiliteit, zoals reizigers die vanaf Schiphol de trein pakken, maar ook mensen die per auto van het station gehaald worden of juist naar het station gebracht worden en juist voor deze laatste categorie moet er rond het Centraal Station nog een hoop verbeterd worden. De fractie van de VVD heeft geconstateerd dat het ophalen of wegbrengen van treinreizigers van of naar Centraal Station op dit moment praktisch onmogelijk is en zou graag zien dat er door het college actie ondernomen wordt om de bereikbaarheid per auto en de mogelijkheid om passagiers in en uit te laten stappen bij het Centraal Station verbeterd wordt. Gezien het vorenstaande heeft vragensteller op 14 oktober 2014, namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Is het college op de hoogte van de erbarmelijke situatie als het gaat over het per auto brengen en ophalen van reizigers op het Centraal Station? Antwoord: Ja, er zijn direct naast het Centraal Station beperkte mogelijkheden om reizigers per auto op te halen of af te zetten. 2. Deelt het college de mening dat het praktisch onmogelijk is om treinreizigers per auto te halen of te brengen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee. Oorspronkelijk was er in de directe omgeving van het Centraal Station (CS) geen gelegenheid voor het ophalen en afzetten van reizigers. Na het gereed komen van de uitbreiding van de kade ten noorden van CS (in 2006) zijn vier laad- en losplekken gerealiseerd aan de De Ruijterkade direct achter CS. Laad- en losplekken mogen tevens gebruikt worden voor het ophalen en afzetten (Kiss & Ride) van reizigers. 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Demmer 20% ember 2014 Schriftelijke vragen, dinsdag 14 oktober 2014 Vanwege de werkzaamheden aan de IJhal door NS was het noodzakelijk deze laad- en losplekken op te heffen. Ter compensatie hiervan zijn vóór het Ibis hotel twee K&R-plekken en een invalidenplek voor algemeen gebruik gerealiseerd. Deze plekken zijn bereikbaar via de oostbuis van de Westertoegang. De mogelijkheden voor het afzetten en ophalen van reizigers direct naast het Centraal Station zijn daarmee tijdelijk afgenomen. Wel bevindt zich iets verder verwijderd van het station in de Oosterdoksstraat (achter het Hiltonhotel) een ruime hoeveelheid laad- en losplekken. 3. Deelt het college de mening van de VVD dat Amsterdam Centraal ook per auto goed bereikbaar zou moeten zijn voor het wegbrengen of ophalen van treinreizigers? Antwoord: Ja. 4. Welke acties gaat het college op korte termijn ondernemen om het per auto halen en brengen van treinreizigers per ommegaande te verbeteren, zowel wat betreft de bereikbaarheid als het legaal kunnen stoppen om mensen veilig in en uit te laten stappen zonder overlast te veroorzaken? Antwoord: Het college gaat met stadsdeel Centrum in overleg over aanpassing van de bebording voor de tijdelijke situatie, zodat de bestaande K&R-plekken beter vindbaar zijn. Tevens zullen wij op de website www.amsterdam.nl aangeven welke mogelijkheden voor K&R er zijn en hoe deze bereikbaar zijn. 5. Op welke manier wil het college de mogelijkheid om op goede wijze per auto treinreizigers bij Amsterdam Centraal te brengen of te halen waarborgen? Antwoord: Project IJsei realiseert in de definitieve situatie totaal 32 K&R-plekken in de directe omgeving van CS, namelijk aan de westzijde van CS 17 K&R-plekken en aan de oostzijde van CS 15 plekken. Gebruikers van de K&R-plekken lopen via de IJhal aan de IJzijde direct het Centraal Station in. Hiermee is een goede autobereikbaarheid van CS geborgd. De K&R-plekken aan de westzijde van CS zijn naar verwachting in het vierde kwartaal van 2015 gereed. De K&R-plekken aan de oostzijde volgen later. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 2
Schriftelijke Vraag
2
discard
N Gemeente Amsterdam Gemeenteraad “ Amendement Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 1374 Behandeld op 16 en 17 december 2020 Status Verworpen bij schriftelijke stemming op 18 december 2020 Onderwerp Amendement van het lid Veldhuyzen inzake de Begroting 2021 (Meer Cultuur, Minder Multinationals - Reddingsplan Kunst & Cultuur). “Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2021 (Meer Cultuur, Minder Multinationals - Reddingsplan Kunst & Cultuur). Constaterende dat: - De culturele sector zwaar wordt geraakt door de corona-crisis; -__ Het college een aantal budget wijzigingen heeft doorgevoerd die verschillende delen van de culturele sector hard raken; -__Eríin het afgelopen decennium al flink is bezuinigd op de culturele sector; - Er onomkeerbare gevolgen plaatsvinden in de culturele sector als het college de huidige plannen in onveranderde vorm voortzet. Overwegende dat: -__ Het wenselijk is zoveel mogelijk van de culturele infrastructuur te behouden; - Er al meer dan genoeg multinationals in Amsterdam zijn gevestigd; - De komst van meer multinationals de huizenprijzen in stad verder opdrijft. Besluit: - Het budget van de nieuwe regeling Ontwikkeling van het AFK jaarlijks aan te vullen met een bedrag van €650.000; - Het budget voor projectsubsidies van het AFK voor professionele kunst jaarlijks aan te vullen met een bedrag van €650.000; -__ Hiervoor dekking te vinden door alle activiteiten op het gebied van ‘het bevorderen van de internationale verbondenheid van de Amsterdamse economie’ te staken; - Bovenstaande wijzigingen door te voeren in de Begroting 2021. Het lid van de gemeenteraad J.A. Veldhuyzen 1
Motie
1
train
> Gemeente Amsterdam Motie Datum raadsvergadering 17 februari 2022 Ingekomen onder nummer 176 Status Status Onderwerp Motie van de leden La Rose, Blom, Vroege, Flentge en Kuiper inzake Museale Voorziening Slavernijverleden Onderwerp Waarborgen continuiteit totstandkoming Museale Voorziening Slavernijverleden Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over de totstandkoming van de Museale Voorziening Slavernijverleden Constaterende dat — Het in deze college periode gelukt is om de start van deze voorziening concreet vorm te ge- ven; — Dit hogelijk, door grote delen van onze gemeenschap, wordt gewaardeerd en positief heeft bijgedragen aan het imago van Amsterdam Overwegende dat: — De basis voor de toekomst van de museale voorziening slavernijverleden nu zo concreet als mogelijk moet worden gewaarborgd; — Garanties worden gewenst door de samenleving zodat over de continuïteit geen twijfels kun- nen opkomen; — _De Museale Voorziening Slavernijverleden nu reeds bezig is een belangrijk bestanddeel van de sociaal/maatschappelijke infrastructuur van onze gemeenschap te worden. De Raad spreekt uit: Dat de volgende Raad zich blijvend zal uitspreken dat het realisatieproces wordt geborgd en dat ambtelijke capaciteit, de betrokkenheid van deskundigheid vit de samenleving en voldoende pro- cesmiddelen beschikbaar blijven. Gemeente Amsterdam Status Pagina 2 van 2 Indieners N.V.M. la Rose S.R.H. Blom J.S.A. Vroege E.A. Flentge T. Kuiper
Motie
2
discard
€ Gemeente Amsterdam Centrum Peblicaties Stadsdeelbestuur 2015 Algemeen bestuur van de bestuurscommissie Centrum Besluiten > 4 13 Januari 2015 — 4d Besluit over De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument van het object Suikerbakkerssteeg 12 Toelichting te vinden in Publicaties Stadsdeelbestuur 2015, Bestuurskalender, besluitvormende AB-vergadering 13 januari 2015, bij agendapunt 4 De bestuurscommissie Centrum heeft het volgende besluit genomen: De bestuurscommissie, Besluit: In te stemmen met de aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument van het object Suikerbakkersteeg 12, kadastraal bekend als Gemeente Amsterdam, ASDo4 F 07804 G oooo, zoals verder omschreven in de gemeentelijke monumentenbeschrijving (bijlage) van het object. Wettelijke bepalingen Artikel 3 van de Erfgoedverordening stadsdeel Centrum, datum inwerkingtreding 26 april 2013 Suze Duinkerke secretaris Boudewijn Oranje voorzitter Verschenen op 15 januari 2015
Besluit
1
train
2 september 2020 Aan wethouder Wonen en Bouwen, de heer L. Ivens Aan commissie Wonen en Bouwen Cc Db stadsdeel Zuidoost Geachte heer Ivens, geachte leden van de commissie Wonen Op ons raadsadres van 3 mei inzake ongewenste verkamering in onze woonwijk Geerdinkhof (onderdeel EGK-buurt in Bijlmer-Oost) stuurde u ons op 30 juni een reactie. Wij danken u daarvoor. In de aanloop naar de behandeling van ons raadsadres door de commissie Wonen en Bouwen op 2 september (TKN4}) brengen wij graag in antwoord op uw reactie nog enkele argumenten in. Het respijt dat woningverhuurders zonder vergunning hebben gekregen om aan de illegale situatie (die dus vaak al jarenlang bestond) een eind te maken werd al in de eerste helft van 2019 bekendgemaakt. Deze illegale verhuurders hadden dus maandenlang de gelegenheid om te legaliseren. Kennelijk hebben velen daarvan geen gebruik gemaakt, als gevolg waarvan u als gemeente nogmaals een periode van drie maanden hebt opengesteld om te legaliseren. Dit terwijl de regels van de nieuwe HVV al golden. Het kwalijke in dezen was dat hierbij geen onderscheid is gemaakt tussen gevallen van legalisering en nieuwe gevallen. Deze nieuwe gevallen hadden na 1 januari gewoon aan de voorwaarden moeten voldoen. En wel in het bijzonder aan de quotabepalingen. Het is onbegrijpelijk dat met name nieuwe verhuurders hun gang konden gaan in de wetenschap dat de quota toch pas na 1 april zouden ingaan. Hiermee heeft u bewust het risico genomen dat quota overschreden zouden kunnen worden. Blijkens de Monitor Verkamering van juni jl. is dat in een aantal wijken inmiddels het geval voor de wijkquota. Wij vinden daarmee dat de gemeente de bedoeling van de zelf opgestelde quota niet serieus genoeg heeft genomen en neemt. In het geval van een door ons ingediend bezwaar is door de voorzieningenrechter d.d. 16 juni geoordeeld dat een op 3 april jl. verleende omzettingsvergunning niet verleend had mogen worden binnen de EGK-buurt, omdat u als gemeente onvoldoende had aangetoond dat het wijkquotum voor deze buurt dit toeliet. De vergunning is geschorst en dat is nog steeds het geval. De gemeente heeft (nadien) in de eerste Monitor Verkamering voor alle buurten het aantal verleende vergunningen gepubliceerd en deze vergeleken met de per buurt vastgestelde quota. Daarbij werd echter geheel voorbijgegaan aan de vraag hoeveel illegale verhuursituaties er op dat moment nog waren. Telt men de laatst bekende gegevens over illegaal verkamerde panden (gepubliceerd in de raadsvoordracht voor de HVV 2020} op bij de verleende vergunningen, dan is in ieder geval voor ons stadsdeel (en dus EGK-buurt) de maat al vol en had een vergunning per 3 april nooit meer verleend mogen worden. Bij het hanteren van quota gaat het dus niet om het aantal verleende vergunningen, maar om het feitelijke aantal gevallen van verkamering. Immers, het mag duidelijk zijn dat de negatieve effecten op woningvoorraad en leefbaarheid zowel gelden voor illegale als voor legale situaties. Voor de beschermende werking van de quota dient men die beide categorieën dus bij elkaar op te tellen, anders worden de quota domweg niet serieus gehanteerd, men kan het zelfs naïef noemen. Kijken we naar de ingestelde pandquota, dan blijkt dat in het onderhavige voorbeeld zelfs niet eens is getoetst aan het (veel simpeler te hanteren) pandquotum. In een rijtje van 6 eengezinswoningen wordt op 3 april een vergunning verleend voor een tweede pand, terwijl er al een pand in dit rijtje mét gemeentelijke vergunning wordt verhuurd. Dan zitten we al ver boven de 25% van het pandquotum. Het betreft hier bovendien een nieuwe verhuuraanbieder, niet een te legaliseren geval. Wat de pandquota betreft: deze bleven zonder opgaaf van reden geheel buiten beschouwing in de genoemde Monitor, terwijl daarmee nu juist met name concentraties van verkameringen moeten worden tegengegaan. De conclusie moet zijn dat het commerciële verkameraars veel te gemakkelijk wordt gemaakt door het gemeentelijk beleid. Daar waar een eigenaar-bewoner die zich in een huis vestigt doorgaans tevens een relatie aangaat met zijn/haar directe omgeving en sociaal ingebed raakt, is de verkameraar uitsluitend bezig geld uit het pand te pompen zonder enige sociale inbedding. Van de huurders kan dit evenmin verwacht worden: hun omstandigheden zijn daar niet naar en iedereen begrijpt dat. Ondertussen loopt de leefbaarheid terug. Met name geldt dat in een wijk als de onze met uitsluitend grondgebonden eengezinswoningen (het woord zegt het al). Het is daarom kwalijk te noemen dat de gemeente heeft bepaald dat een omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur in principe automatisch kan worden verstrekt indien en nadat een omzettingsvergunning is verleend. Die bestemmingsplannen die voorschrijven dat woningen door één huishouden dienen te worden bewoond zijn hiermee overruled. En daarmee vervalt ook het belangrijke toetsingskader van de Wet Ruimtelijke Ordening. Het argument dat de bestemmingsplannen binnen de gemeente Amsterdam op dit punt gelijkgetrokken moesten worden is niet overtuigend. Bestemmingsplannen verschillen van elkaar omdat de gebieden waarop ze betrekking hebben nu eenmaal ook van elkaar verschillen en daar doen ze dus recht aan! Tot slot: de aannames waarop de gemeentelijke quota berusten klinken op papier misschien niet onredelijk, maar voor een bewoner van een eengezinswoning in een rustige buitenwijk, die de naastgelegen woning ziet veranderen in een doorgangshuis met 6 jonge huurders die nagenoeg 24/7 geluid en lawaai in huis en tuin produceren is de maat met één verleende vergunning al meer dan vol! Met vriendelijke groet, Het bestuur van Groot Geerdinkhof, Antoine Heideveld, voorzitter, Marian Schmid, penningmeester Yolanda Grift, algemeen lid André Koster, algemeen lid Wouter van Rennes, algemeen lid, Marja van Santen, secretaris Hiele secretaris @geerdinkhof.nl Telefoon 0634797069
Raadsadres
2
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Raadsnotulen Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 december 2020 Publicatiedatum 13 januari 2021 OPENBARE VERGADERING OP WOENSDAG 16 DECEMBER 2020 Aanwezig: de leden mevrouw Bakker (PvdD), de heer Bakker (SP), de heer Biemond (PvdA), mevrouw Bloemberg-lssa (PvdD), de heer Blom (GroenLinks), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Bosman (D66), de heer Boutkan (PvdA), de heer Ceder (CU), de heer Van Dantzig (D66), de heer Ernsting (GroenLinks), de heer Flentge (SP), mevrouw De Fockert (GroenLinks), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), de heer Groen (GroenLinks), mevrouw Grooten (GroenLinks), de heer Hammelburg (D66), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw De Jong (GroenLinks), mevrouw Kat (D66), mevrouw Kilie (DENK), de heer Köhler (Onafhankelijke Raadsfractie), de heer Kreuger (Onafhankelijke Raadsfractie), mevrouw El Ksaihi (D66), de heer Van Lammeren (Partij voor de Dieren), mevrouw Martens (VVD), mevrouw Marttin (VVD), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Nadif (GroenLinks), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Roosma (GroenLinks), mevrouw La Rose (PvdA), de heer Van Schijndel (Forum voor Democratie), de heer Schreuders (SP), mevrouw Van Soest (Partij van de Ouderen), de heer Taimounti (DENK), mevrouw Timman (D66) de heer Torn (VVD), de heer Veldhuyzen (BIJ 1), de heer Vroege (D66) en de heer Yilmaz (DENK) Afwezig: de heer Van Lammeren (Partij voor de Dieren) burgemeester mevrouw Halsema (Openbare Orde en Veiligheid, Algemene Zaken, Integraal _Veiligheidsbeleid, Juridische Zaken, Internationale Samenwerking, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken, Communicatie), de wethouders mevrouw Van Doorninck (Duurzaamheid en Circulaire Economie, Ruimtelijke Ordening, Grondzaken en Energietransitie), de heer Everhardt (Financiën, Economische Zaken, Lucht- en Zeevaart, Deelnemingen, Zuidas en Marineterrein en Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit), de heer Groot Wassink (Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel), Coördinatie Bedrijfsvoering, Inkoop, Sociale Zaken, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden), de heer Ivens (Bouwen en Wonen, Openbare Ruimte en Groen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn en Reiniging), mevrouw Kukenheim (Zorg, Jeugd(zorg), Mbo-agenda, Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Preventie Jeugdcriminaliteit, Sport en Recreatie, Ouderen), mevrouw Meliani (Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie en Gemeentelijk Vastgoed), mevrouw Moorman (Onderwijs, Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse voorzieningen, Armoede en Schuldhulpverlening en Water) Afwezig: - 1 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Middagzitting op woensdag 16 december 2020 Voorzitter: mevrouw F. Halsema, burgemeester Plaatsvervangend voorzitter: het raadslid de heer Torn Raadsgriffier. mevrouw Houtman Verslaglegging: mevrouw Van de Belt (Notuleerservice Nederland) De VOORZITTER opent de vergadering om 13.00 uur. 1. Opening en mededelingen VOORZITTER: Ik kan deze gemeenteraad van Amsterdam nog niet openen, want we moeten eerst vaststellen dat het quorum er is. Dat gaan we doen door alle namen op te lezen. Ik wil u verzoeken de microfoons allemaal uit te zetten en op het moment dat ik uw naam voorlees, aan te zetten, te bevestigen dat u aanwezig bent en direct daarna weer uit te zetten. Dan begin ik met het voorlezen van de namen. Mevrouw A.L. Bakker — aanwezig De heer N.T. Bakker — aanwezig de heer Biemond — aanwezig mevrouw Bloemberg-lssa — aanwezig de heer Blom — aanwezig de heer Boomsma — aanwezig mevrouw Bosman — aanwezig de heer Boutkan — aanwezig de heer Ceder — aanwezig de heer Van Dantzig — aanwezig de heer Ernsting - aanwezig de heer Flentge — aanwezig mevrouw De Fockert — aanwezig mevrouw De Grave-Verkerk — aanwezig de heer Groen — aanwezig mevrouw Grooten — aanwezig de heer Hammelburg — aanwezig mevrouw Heinhuis — aanwezig mevrouw De Jong — aanwezig mevrouw Kat — aanwezig mevrouw Kilig — aanwezig de heer Köhler — aanwezig de heer Kreuger — aanwezig mevrouw El Ksaihi — aanwezig de heer Van Lammeren — afwezig mevrouw Martens — aanwezig mevrouw Marttin — aanwezig de heer Mbarki — aanwezig mevrouw Nadif — aanwezig mevrouw Naoum — aanwezig mevrouw Poot — aanwezig 2 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen mevrouw Van Pijpen (GroenLinks) — aanwezig mevrouw Van Renssen — aanwezig mevrouw Rooderkerk — aanwezig mevrouw Roosma — aanwezig mevrouw La Rose — aanwezig de heer Van Schijndel — aanwezig de heer Schreuders — aanwezig mevrouw Van Soest — aanwezig de heer Taimounti — aanwezig mevrouw Timman — aanwezig de heer Torn — aanwezig de heer Veldhuyzen — aanwezig de heer Vroege — aanwezig de heer Yilmaz — aanwezig Dan constateer ik dat het quorum aanwezig is en dan open ik de gemeenteraad van Amsterdam. Ik heet u allemaal van harte welkom bij deze beraadslagende vergadering die uit vier dagdelen zal bestaan. En dan begin ik met een aantal mededelingen. De leden Kreuger en Köhler hebben aangegeven dat ze verder gaan onder de fractienaam Onafhankelijke Raadsfractie. Het lid Van Schijndel heeft aangegeven dat hij verder gaat onder de fractienaam Forum voor Democratie. Wethouder Groot Wassink is een deel van de middag afwezig in verband met de VNG-bespreking met staatssecretaris Van ’t Wout. Wethouder Moorman is vanavond tot 20.30 uur niet aanwezig in verband met tv-opnames bij de voedselbank en ze is morgenochtend tot 10.30 uur niet aanwezig in verband met een alliantiebijeenkomst Zuidoost. Zelf ben ik morgenochtend afwezig in verband met dezelfde alliantiebijeenkomst in Zuidoost. Vandaag, morgenochtend en -middag zullen we in digitale vorm vergaderen. Ik wil nog even opmerken dat het gebruik van de chatfunctie alleen is bedoeld om aan te geven dat u het woord wenst te voeren. Morgenavond zullen we een besluitvormende vergadering hebben en tijdens deze vergadering besluiten we welke agendapunten kunnen worden gehamerd en bij welke agendapunten een stemming dient plaats te vinden. De stemmingen over de voordrachten, amendementen en moties zullen zoals aangekondigd schriftelijk plaatsvinden. 2. Vaststellen van de agenda De VOORZITTER: Ik ga ervanuit dat u akkoord kunt gaan met deze agenda waarbij wij de volgorde hanteren van de tentatieve vergaderorde zoals u die heeft ontvangen. Bent u daarmee akkoord”? Conform besloten. Ik stel voor het volgende agendapunt af te voeren en dat is agendapunt 38, het vaststellen van de uitvoeringsstrategie volkstuinenbeleid. Bent u daarmee akkoord”? Conform besloten. 3 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Ik stel voor dat de volgende stukken bij de agendapunten geen inhoudelijke behandeling nodig hebben en dat deze punten in ieder geval morgenavond kunnen worden gehamerd. Achtereenvolgens: 14. Vaststellen van 10 biz-verordeningen en het intrekken van een biz-verordening (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1596) 17. Kennisnemen van de pilot Nieuwe Sanitatie Buiksloterham en verlenen van aanvullend krediet voor meerkosten en aanleg van vacuümriool voor Cityplot Buiksloterham (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1554) 18. Beschikbaar stellen van een krediet inzake uitvoering van de vervanging en uitbreiding van de drinkwaterdistributie in 2021 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1550) 19. Beschikbaar stellen van een renovatie riolering krediet voor de vervanging van de riolering in 2021 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1551) 20. Wijzigen van de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2020 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1552) 22. Vaststellen van de verordening op de rioolheffing 2021 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1555) 23. Wijzigen van de subsidieverordening sloop en schoon alternatief vervoer Amsterdam (verlenging looptijd) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1564) 25. Beschikbaar stellen van een investeringskrediet voor Programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam — overkoepelende programmadeel — tranche 2 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1558) 26. Beschikbaar stellen van een investeringskrediet voor afronding voorbereidingsfase project Vernieuwing Verkeerscentrale Amsterdam en realisatie ‘Proof of Concept’ — tranche 2 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1557) 27. Beschikbaar stellen van een investeringskrediet voor de voorbereiding en realisatie van het project Renovatie Amsterdam Arenatunnel - tranche 2 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1559) 4 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen 29. Instemmen met een aanvullend voorbereidingskrediet voor de uitwerking van het ontwerp van de Nieuwe Zijde Noord (herinrichting Nieuwezijds Voorburgwal noordkant) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1561) 30. Instemmen met een uitvoeringskrediet voor de bijbestelling Oostertoegang om deze centrale onderdoorgang breder, hoger en aantrekkelijker te maken (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1562) 31. Instemmen met aanvullend krediet voor de maatregelen aan de ingang fietsenstalling Prins Hendrikkade en meerkosten voor PFAS en indexering voor project De Entrée (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1563) 35. Uiten van wensen en bedenkingen over de verlenging achtervang Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1537) 43. Vaststellen van het gewijzigd kader van het Duurzaamheidsfonds (aanpassen voorwaarden voor leningen) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1541) 45. Kennisnemen van het Onderwijshuisvestingsprogramma 2021 PO, VO en (V)SO en instemmen met het beschikbaar stellen van de hiervoor benodigde middelen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1533) 46. Wijzigen van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 (toevoegen Voorziening pilot omgaan met het lerarentekort) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1532) 49. Wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening (toevoeging verbod carbidschieten) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1595) 50. Vaststellen van het programma van eisen voor de accountantscontrole 2021 inclusief het normenkader rechtmatigheid 2021 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1573) 53. Besluiten om de bezwaren gericht tegen het besluit van de raad om een voorkeursrecht te vestigen op een deel van het bedrijventerrein Sloterdijk Il Noord ongegrond te verklaren (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1571) 54, 5 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Wijzigen van de Verordening geldelijke voorzieningen externe commissieleden (toevoeging Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1543) 56. Instemmen met verdeling van extra kosten bij realisatie van maatschappelijke voorzieningen als gevolg van generieke beleidsambities en project specifieke eisen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1546) 57. Wijzigen van de Verordening maatschappelijk ondersteuning 2015 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1535) 58. Vaststellen van het voorschot op de fractieondersteuning 2021 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1572) Ik zie dat er behoefte is aan interrupties. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger. De heer KREUGER: Ik wil graag een amendement indienen bij het binnenhavengeld; dat is uit m'n hoofd agendapunt 20. Dus dat punt moet dan wel worden besproken. De VOORZITTER: Dat is inderdaad agendapunt 20; dan voegen we die toe aan de agenda. En dan is er een opmerking van de heer Van Schijndel. Die wil bij agendapunt 58 een stemverklaring kunnen geven. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel voor een stemverklaring. De heer VAN SCHIJNDEL (stemverklaring): Ik word geacht te hebben tegengestemd omdat de verdeling tussen de fracties van het voorschot onevenredig is en die verkort de rechten van individuele raadsleden. De VOORZITTER: Waarvan akte. Dat wordt dan verder toegevoegd aan de hamerpunten. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Naoum Néhmé voor een stemverklaring. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ (stemverklaring): U heeft zojuist agendapunt 35 gehamerd; dat is de verlening achtervang waarborgfonds sociale woningbouw. Ik wil namens de VVD hebben opgemerkt dat wij het heel vreemd vinden dat de Amsterdamse belastingbetaler eventueel zal worden aangeslagen voor derivatenschandalen bij niet- Amsterdamse corporaties. De VOORZITTER: Waarvan akte en daarmee toegevoegd aan de hamerpunten. 6 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Conform besloten. 3. Afscheid van wethouder Dijksma. De VOORZITTER: Dan gaan wij nu naar agendapunt 3, het afscheid van wethouder Dijksma die hier op veilige afstand weliswaar naast mij heeft plaatsgenomen. Mevrouw Dijksma, wethouder Dijksma mag ik vanmiddag nog zeggen, beste Sharon, vandaag nemen we afscheid van je en dat valt ons allemaal zwaar. Eerlijk is eerlijk, we gunnen je deze stap in je loopbaan van harte maar we hadden je liever nog even bij ons gehad. Als een beeld mij is bijgebleven in de afgelopen tweeënhalf jaar dan is het wel het beeld van wethouder Dijksma die hoogzwanger achter het spreekgestoelte staat om het uiterst ingewikkelde en gevoelige dossier van het Afval Energiebedrijf toe te lichten. Dat was een imponerende vertoning, al moet ik er wel bij zeggen, dat ik ook een beetje bezorgd was en ontroerd door zoveel betrokkenheid. Je hebt je sinds de start van dit college bewezen als een krachtige bestuurder die niet voor niets bekend staat als de fixer. En sommigen noemen Sharon ook wel de stille bulldozer die haar werk met grote ambitie, energie en vastberadenheid doet. De coronacrisis legt een grote druk op de gezondheidszorg en op het sociale en economische fundament van onze stad. Daar ging vanzelfsprekend dit jaar bijna al onze aandacht naar uit. En hoe fijn was het wel niet dat Sharon zich ondertussen ontfermde over het fysieke fundament van de stad. Daarmee was het, zacht gezegd, niet geweldig gesteld. Jarenlange verwaarlozing van bruggen en kades vergden direct en grondig ingrijpen. Een kolfje naar de hand van Sharon. Met de steun van college en raad in de rug maar desondanks een ingewikkelde klus met veel hoofdbrekens. Dat was natuurlijk lang niet de hele sizzle. De stad moest autoluw, de lucht moest schoner, het ov en de taxi's anders geregeld, tunnels hersteld, nieuwe fietsparkeergarages, scooters naar de rijbaan, birò’s van de stoep en ga zo maar door. De lijst in lang en indrukwekkend. Sharon, je zette je Haagse ervaring en connecties volop in voor de stad. Het viel je natuurlijk meteen op dat in de Stopera dingen soms iets anders gaan dan in Den Haag. Met een zekere Amsterdamse zelfverzekerdheid — ik mag wel zeggen eigenwijsheid — maar daardoor misschien soms, althans dat hopen we, maar ik durf er geen vergif op in te nemen, ook wat minder stroperig. Dat past je. Al snel kwam je op stoom schakend op veel borden tegelijkertijd en altijd scherp en goed geïnformeerd. Niet van 09.00 tot 17.00 uur maar 24/7 en dat verwacht je ook van de mensen om je heen, de diensten en je team. Toch heeft eigenlijk nooit iemand van je team geklaagd. Voor je collega's en ambtenaren ben je prettig in de omgang, bijzonder attent, je ervaring en besluitvaardigheid hebben rust gebracht en je maakte altijd tijd voor lunch, een borreltje, een etentje met je team, die je bijna als familie beschouwde. Ze kregen van je mee hoe het thuis ging, ze werden uitgenodigd en getrakteerd op eigen baksels. Overigens hebben wij als college dat voorrecht nooit mogen genieten. Ik weet niet of we daar blij of verdrietig van moeten zijn. We zijn ook allemaal getrakteerd op de saillante verhalen uit je loopbaan en ook die zullen we missen. Soms heb je pijnlijke boodschappen moeten brengen bijvoorbeeld over het varen of over het parkeren. Maar die heb je eigenlijk altijd zo weten te brengen dat de ander altijd direct begrijpt dat het je zuiver om de inhoud gaat en nooit om de persoon. Hard op de inhoud, zacht op mensen. En wie in deze zaal of daarbuiten ook met plannen kwam, je keek alleen of het een goed idee was en nooit naar politieke kleur of andere randzaken. En zo hoort het. Je wilde recht doen aan iedereen en uit je overwegingen en besluiten bleek ook altijd een hele grote betrokkenheid bij ons Amsterdammers. Die kwam 7 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen je helaas in je werkzaamheden niet dagelijks tegen. Dus dan zei je, ik word verdorie helemaal opgeslokt door intern overleg. Ik wil naar buiten, Amsterdammers ontmoeten. En daar ging je. Bijvoorbeeld naar de IJpont, naar een innovatieve fietsenbouwer of met helm en fluoriserend hesje, en dat zullen we niet snel vergeten, naar een bouwput, een tunnel of een ingestorte kademuur. Gelukkig hebben we de foto’s en die koesteren we. Lieve Sharon, in die tweeënhalf jaar heb je ongelooflijk veel in gang gezet en tussen de bedrijven door heb je ook nog een nieuwe Amsterdammer op de wereld gezet. Dat ze opgroeit in Utrecht, in de Domstad, dat vinden wij natuurlijk minder leuk en dat doet ons een beetje pijn, maar ze blijft altijd heel erg welkom bij ons en dat geldt ook voor jou. Dank je wel. Enorm veel succes en plezier in onze mooie buurstad. Dag lieve Sharon. Ik meld voor de notulen even dat er zowel hier in de zaal door de wethouders als digitaal door de raadsleden wordt geklapt. Dan is het woord aan wethouder Dijksma. Wethouder DIJKSMA: Lieve burgemeester, beste Femke of beste burgemeester, lieve Femke, dat is misschien wel beter, ontzettend veel dank voor de mooie woorden. Als er een ding heel bijzonder is aan mijn overstap naar Utrecht, dan is het dat wij in ieder geval wel blijven samenwerken in wat steeds minder een mannenbolwerk wordt. Ik verheug me daar zeer op, wil ik alvast maar zeggen. So, we ‘Il meet again. Ik denk dat het goed is van de gelegenheid gebruik te maken om allereerst mijn dank uit te spreken aan de leden van de raad. Het is heel jammer dat ik jullie nu niet allemaal fysiek kan zien maar dat is nu eenmaal wat deze tijd van ons vraagt. Ik hecht eraan daarmee te beginnen omdat een hele hoop van de dingen die de burgemeester net heeft opgesomd, natuurlijk mede dankzij de steun vanuit de raad tot stand is gekomen. En ja, daarover hebben we stevige debatten gevoerd en we zijn het ook niet op elk onderwerp altijd eens, maar ik vond het stuk voor stuk wel heel inhoudelijke debatten, hele mooie debatten, ook op het scherpst van de snede. Ik dank ook de oppositieleden voor hun mooie tegenspel. Dat is goed en dat houdt ons allemaal scherp. Ik heb daarvan echt genoten. Dus ik wil in die zin mijn waardering daarvoor uitspreken. Het feit dat onze raadscommissie MLW uiteindelijk gewoon zelfstandig werd omdat er zo ongelooflijk veel te bespreken viel dat we dat niet meer redden in de combinatie met andere, dat vond ik eigenlijk zelf nog wel het allermooiste omdat dat aangaf dat we gewoon een eigen commissie verdienden met al die onderwerpen waarmee we bezig zijn. Het was en is een hele prettige raadscommissie. Ook hier weer scherpe discussies maar altijd op de bal en zelden op de man. Dat is toch wel iets wat we met elkaar moeten koesteren. Daaraan heeft iedereen heel erg goed zijn bijdrage geleverd. Mijn collega's van het college zitten hier. Dat kunt u niet zien, maar ze zitten hier op totaal gepaste afstand in de zaal. Ik wil hen zeer danken voor alle goede samenwerking. Een hoop van de dingen die net werden opgesomd, is dankzij hun steun tot stand gekomen doordat ze me bijvoorbeeld de ruimte hebben gegeven om dingen soms net een beetje op mijn manier te doen, hier en daar stiekem nog wat te sleutelen aan het coalitieakkoord als ik dacht dat het nog net een stapje beter kon in de uitvoering. Dat is altijd vol vertrouwen gedaan en ook met hulp. We hebben ook dingen samen gedaan. Zeker de collega’s, en ik kijk even naar Marieke en Lourens in de fysieke hoek, en dat is echt heel goed bevallen. Dus dat collegiaal bestuur zoals dat hier in Amsterdam geldt, dat is een heel groot goed. Ik denk eerlijk gezegd dat dat ook een voorbeeld kan zijn van hoe je met elkaar moet samenwerken. En dat heb ik zeer gewaardeerd. Specifiek zou ik iets tegen Marjolein willen zeggen. Marjolein heeft mij naar Amsterdam gelokt en dat is heel goed gelukt. Jij en mijn eigen partij, de Partij van de Arbeid, hebben mij natuurlijk de ruimt gegeven om hier aan de 8 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen slag te gaan en dat is ongelooflijk goed bevallen. Ik kom daar zo nog op terug. Dat is altijd in groot vertrouwen geweest en in grote teamspirit. We hebben echt wel hele mooie dingen met elkaar meegemaakt. Dus ik wil je daar ook persoonlijk zeer voor danken. Ik ben heel trots op je als ik zie wat je allemaal doet. Dat wilde ik ook nog even zeggen. Dan de inhoud. De burgemeester heeft er al zoveel van opgesomd dat ik eigenlijk het idee heb dat het niet meer hoeft om daarover nog heel veel te zeggen. Ik heb inderdaad en daarover is veel gezegd, het is te kort en ik heb inderdaad gezegd dat het een enigszins beroerde timing is om weg te gaan, maar die tweeënhalf jaar die voelden voor mij wel als een volle periode. Ik denk dat de dingen die we daarin hebben neergezet met elkaar, het wel waard zijn om als het ware als een volle periode te gelden. De kades en de bruggen werden genoemd, het programma Autoluw, maar ook de komst van de twee metrolijnen waar we natuurlijk met elkaar voor gaan en de burgemeester gaat er ook van alles voor doen dus dat komt echt goed. Dat is neergezet en dat is ook niet meer iets wat van die agenda afgaat. Wat dat betreft denk ik dat er een hoop is gebeurd. Dat is ook het mooie van het lokale bestuur. Het is nabij en je kunt heel veel dingen eigenlijk betrekkelijk snel veranderen. Maar dat kan alleen maar als je een geweldige ambtelijke ondersteuning hebt. Ik moest inderdaad even wennen toen ik kwam en daarin heeft de burgemeester helemaal gelijk, want wethouder Groot Wassink en ik hebben het daar wel eens grappend gehad over strakke lijnsturing vanuit Den Haag. In Amsterdam, de republiek, is natuurlijk een hele andere manier van werken. Dat heb ik niet alleen heel erg leren waarderen, de eigenwijsheid van de mensen en de eigenzinnigheid, maar ook hun scherpte en hun loyaliteit en hun vermogen om heel pragmatisch dingen snel neer te zetten. Dat is heel knap en je ziet het ook in de crisissituatie nu hoe flexibel, wendbaar en ongelooflijk goed ons ambtelijk apparaat opereert. Dat verdient zo veel meer waardering dan we er in het debat met elkaar vaak aan geven. Dus het is echt vanuit de grond van mijn hart om mijn mensen daarin te bedanken, niet alleen de diensten die met mij hebben samengewerkt. Ik ben inderdaad heel veeleisend. Dat is volstrekt waar. Ik eis ook veel van mezelf dus dan vind ik dat dat mag. Maar ze hebben daarover nooit geklaagd. Sterker nog, je ziet door de hele organisatie heen hoeveel power daar zit. Dat moeten we echt met elkaar koesteren en daar moeten we heel erg trots op zijn. Dan mijn team, dat werd ook al genoemd. Dat is inderdaad een soort van familie. Wij delen lief en leed met elkaar en we kunnen alleen maar zo hard en goed met elkaar werken omdat er niet alleen 100 procent vertrouwen is, maar ook een heel grote saamhorigheid zoals dat bij families hoort. Ik ga hen ongelooflijk missen want ze zijn me allemaal heel na aan het hart. Ik weet zeker dat ze met degene die mij gaat opvolgen, ook weer goed aan de slag gaan. Ze hebben stuk voor stuk, of het nu de jongens van de woordvoering waren of mijn politiek assistent of de bestuursadviseurs of mijn watchdog vanuit DMC die ook fantastisch werk heeft gedaan — ook voor mij, sorry Victor — maar dat is wel echt een fantastisch team. Dus dank jullie wel. Ik zie de bodes hier zitten en de chauffeurs. Ik zie die niet zitten maar ik weet zeker dat ze dit volgen zoals ze veel meer debatten volgen dan jullie allemaal denken, dus let daar een beetje op, zou ik willen zeggen. Ook hen wil ik bedanken, want niet alleen is de koffie hier grandioos, fantastisch en ik heb een soort cafeïne-infuus nodig want anders komt die energiedrain, maar ook hun menselijkheid en het altijd goed voor iedereen zorgen, dat maakt ook gewoon dat iedereen z'n werk zo goed kan doen. Het is ook nog eens heel gezellig met elkaar geweest. Dus ook daarvoor wil ik jullie zeer, zeer bedanken. Ik weet dat jullie een keer op werkbezoek komen in Utrecht, dus dat staat bij dezen. Dan wil ik eigenlijk afsluiten met Amsterdam. Heel veel mensen hebben mijn stap naar Utrecht gezien als iets wat je zou kunnen uitleggen als een keuze niet voor 9 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Amsterdam. Dat is onterecht, want Amsterdam is een fantastische stad, echt een fantastische stad. Het is een rauwe stad. Mokum is magisch genoemd en dat vind ik ook echt. Ik heb er nu gewoond en ik weet dat dat waar is. Het is zo. Het is een stad met een ongekende schoonheid. Als je in de ochtend heel vroeg bent en de zon komt op en je loopt langs de grachten en je ziet al die huizen weerspiegeld in het water … schitterend. Maar ook de diversiteit. Het verschil tussen aan de ene kant booming Zuidas en aan de andere kant het oude Noorden waar een heel eigen cultuur is. Ik heb dat echt heel mooi gevonden. Het gogme van Amsterdam, de branie die er is, dat is natuurlijk ook heel erg mooi. Daarvan heb ik wel iets overgenomen, want daar kun je maar beter een beetje van meenemen. Dat heb je in je leven altijd wel weer nodig. Het is een fantastische stad om te mogen besturen. Ik wil vooral niet dat mijn vertrek op de een of andere manier zou worden uitgelegd als iets wat daar het tegendeel van bewijst. Dat is echt niet waar. Dan rest mij eigenlijk nog maar een ding en dat is iets wat ik inderdaad op mijn pad kreeg en waarvan ik niet had gedacht dat het zou gebeuren, namelijk het cultureel erfgoed, het Werelderfgoed, het Unesco erfgoed, de kades en de bruggen. Die zijn inderdaad in slechte staat en we doen er alles aan. Ik zou jullie allemaal willen vragen, alsjeblieft, zorg goed voor onze kades en bruggen. Als je niet voor je eigen erfgoed zorgt, dan ben je echt met elkaar te weinig waard. Ik weet zeker dat jullie dat met elkaar gaan doen. Er was grote steun voor. Ik reken erop. Als het niet zo is, nou dan kom ik toch wel even langs. Dank je wel. [applaus] De VOORZITTER: Dat beschouw ik als een belofte, die laatste uitspraak. De bloemen worden thuisbezorgd. Vanavond wordt mevrouw Dijksma geïnstalleerd als burgemeester in Utrecht. Dat is via een live verbinding te volgen. Helaas mogen we daar vanwege de corona niet bij aanwezig zijn. Dus mij rest alleen maar alle goeds vanavond en daarna toe te wensen. Dan gaan wij door met onze vergadering. 4. Verzoeken tot het stellen van mondelinge vragen. De VOORZITTER: Er is een groot aantal mondelinge vragen ingediend. In totaal twaalf. Daarvoor is een uur gereserveerd en dat betekent dat er van u veel onderlinge solidariteit wordt verwacht als u wilt dat alle mondelinge vragen aan bod komen. Alleen vraag nummer 10 van het lid Rooderkerk is niet doorgelaten. Ik zou de heer Torn willen vragen het voorzitterschap van mij over te nemen omdat een groot aantal vragen aan mij is gesteld. Moment dus. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. Voorzitter: de heer Torn 10 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER: We wachten nog heel even totdat de wethouders ook zijn ingelogd. We wachten nog even op wethouder Moorman die ieder moment ook ingelogd kan zijn want die was net nog in de zaal. En dan gaan we zo verder. Het is nu 13.40 uur en dat betekent dat het mondelingevragenuur uiterlijk om 14.40 uur zal worden afgerond als we dan nog niet klaar zijn. In eerste instantie waren de vragen van de heer Yilmaz aan de orde aan wethouder Moorman maar ik heb het idee dat wethouder Moorman nog aan het inloggen is. Dus dan is mijn voorstel dat we eerst de vragen daarna behandelen en dat betreft de vragen van het lid Ceder aan de burgemeester. Vragen van het lid Ceder inzake steunmaatregelen voor sekswerkers De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. De heer Ceder zou het woord hebben maar die is er volgens mij niet. Dan stel ik voor dat we doorgaan met de volgende vragen en dat zijn de vragen van de heer Boutkan aan de burgemeester. Vragen van het lid Boutkan inzake het sluiten van een hotel in Nieuw-West vanwege illegale prostitutie De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boutkan. De heer BOUTKAN: Ik heb inderdaad vragen aan de burgemeester, want het afgelopen weekend is er een hotel in Nieuw-West gesloten vanwege illegale prostitutie. Helaas is illegale prostitutie in hotels niet een heel onbekend fenomeen. Medewerkers van hotels hebben zelfs een training gekregen op signalen van illegale prostitutie. Waar wij hier van schrokken, is dat dit blijkbaar een grote zaak is waarbij ook het hotel per direct voor minimaal drie maanden is gesloten. De vragen die ik heb zijn de volgende. Op basis van welke signalen is het nu tot deze actie gekomen en is er sprake van een organisatie achter de individuele sekswerkers of zijn het individuele sekswerkers? Verder begrijp ik dat de sekswerkers zijn doorverwezen naar het prostitutie- en gezondheidscentrum. Kan de burgemeester iets zeggen over hoe de sekswerkers er op dit moment aan toe zijn? En tot slot, kan de burgemeester ook iets zeggen over de betrokkenheid van het hotel en op welke wijze dit is gefaciliteerd”? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: Er is inderdaad een grote actie geweest tegen het betreffende hotel. Dat kunnen we een geslaagde actie noemen en direct daarna is het hotel gesloten. De signalen die wij hadden, zijn de volgende. Eind oktober/begin november zijn er meldingen bij de politie binnengekomen over illegale prostitutie en daarop heeft het bestuurlijk team prostitutie onderzoek ingesteld en via sekswebsites geconstateerd dat sekswerkers vanuit het hotel werken. Een van de benaderde sekswerkers gaf aan dat dit hotel bij hen bekend was als een hotel waar ze ongestoord klanten konden ontvangen. Vervolgens is er een actie gepland door toezichthouders van de gemeente en de politie op 4 december waarbij inderdaad omvangrijke prostitutie is aangetroffen. Daarop is zoals u bekend is, tot handhaving over gegaan. Bij de controles is alle daar aanwezige sekswerkers bericht dat ze terecht konden bij PNG 292 voor vragen en opvang. Daar heeft men ervoor 11 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen gezorgd dat er opvangplekken waren als dat nodig was. Geen enkele sekswerker heeft zich daarvoor echter gemeld. Nu moet ik bekennen, dat ik de derde vraag niet heb onthouden. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boutkan voor een vervolgvraag. De heer BOUTKAN: Laat ik die derde vraag maar even herhalen. Die gaat erover wat nu precies de betrokkenheid van dat hotel is, van het hotelmanagement. Gaat het hier om laat ik zeggen een individuele portier die af en toe iets toestaat of hebben we hier ook te maken met managementdirectie die dit heeft gefaciliteerd? Dat lijkt mij toch wel belangrijke informatie. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Laat ik in algemene zin zeggen dat het management van het hotel in formele zin verantwoordelijk is. Dus of men op de hoogte is of niet, dat maakt daarvoor eigenlijk minder verschil, maar er wordt op dit moment natuurlijk onderzoek gedaan en vanwege dat onderzoek moet ik zeer terughoudend zijn in mijn antwoorden. Ik hoop dat u daarvoor begrip heeft. We willen natuurlijk de zaak goed afmaken. De VOORZITTER: Dan zijn we volgens mij hiermee aan het einde gekomen van de vragen van de heer Boutkan. Als er nog andere leden zijn met een aanvullende vraag, dan kunnen zij dat via de chat aangeven. Dat is niet het geval. Inmiddels is wethouder Moorman ook ingelogd en ik zou graag het woord willen geven aan de heer Yilmaz voor zijn vragen aan wethouder Moorman. Het lid Yilmaz inzake protocollen op scholen in verband met coronabesmettingen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz. De heer YILMAZ: Wij zitten nu in een lockdown en we zien dagelijks dat er duizenden mensen worden besmet. Over de invloed van de scholen op het aantal besmettingen bestaat veel onduidelijkheid. Dat is eigenlijk gelijk de kern van het probleem. Ik heb schoolleiders, leerkrachten en ouders gesproken. Onduidelijkheid zorgt voor veel onrust. Internationaal werd al eerder geroepen dat scholen een besmettingshaard zijn. Ouders en leraren hebben dat gevoel nu ook een beetje. Er bestaan protocollen om dat tegen te gaan maar elke school gaat daar anders mee om. Ze weten eigenlijk niet hoe ze er invulling aan moeten geven. Dat baart mij zorgen. Ik wil even OSVO-voorzitter Rob Oudkerk citeren die heeft gezegd, dat de ervaring ons helaas leert dat grote steden vaak voorop gaan in coronatrends. Er zijn geen duidelijke regels bij hoeveel besmette leerlingen een middelbare school moet overstappen op online onderwijs. Dus mijn vraag is hoe het college hiermee omgaat. Hoe gaan we de onduidelijkheid en onrust wegnemen bij alle betrokkenen? Er is een aantal middelbare scholen die voor de loekdown op online onderwijs zijn overgegaan. Ik ben benieuwd of dat op voorspraak van de GGD Amsterdam was. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman voor de beantwoording van de vragen. 12 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Wethouder MOORMAN: Ik denk dat het in deze lastige tijd met deze heftige pandemie belangrijk is vooral uit te gaan van feiten en niet van gevoel. Ik snap wel heel goed dat mensen onzeker zijn en angstig zijn en daarom is het belangrijk dat wij ze zo goed mogelijk ondersteunen. Dat is ook exact wat de GGD doet. Ik heb echt ontzettend veel bewondering voor de wijze waarop onze GGD-medewerkers in deze lastige tijd iedereen zo goed mogelijk bijstaat maar zeker ook de scholen. Er is een speciaal nummer voor scholen ingericht; er wordt heel veel informatie verstrekt aan scholen; er worden Webinars georganiseerd juist om ervoor te zorgen dat scholen zo goed mogelijk worden ondersteund. Ik wil daarbij wel opmerken dat de GGD adviseert en informeert, maar de GGD is niet zelf degene die de maatregelen implementeert. Dat is echt aan de scholen zelf. Dus de keuze om uiteindelijk een school te sluiten en op afstand les te geven, dat is nu landelijk de regel maar hiervoor was het zo dat de scholen dat elke keer zelf besloten maar uiteraard wel in goed overleg met de GGD. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz voor een vervolgvraag. De heer YILMAZ: Dat is eigenlijk het probleem dat scholen zelf kunnen beslissen. Dat zorgt voor heel veel onrust. Veel leerlingen nemen het probleem mee naar huis. Ik bedoel, mijn eigen vrouw is waarschijnlijk besmet door mijn kind dat het op school heeft opgelopen. Scholen zijn gewoon brandhaarden. Ik ben ook geen voorstander van het sluiten van scholen, het is een groot probleem. Kansenongelijkheid wordt vergroot, dat begrijp ik. Maar hoe gaat de wethouder hiermee om als dit zo blijft doorgaan dus als scholen toch brandhaarden blijken te zijn? De wethouder kan dat misschien niet zelf oplossen, maar hoe bespreekt zij dat met schoolleiders of met besturen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Het is niet zo dat iedereen maar wat doet. Er zijn wel degelijk protocollen. Er is een protocol van de PO-raad en van de VO-raad en we hebben ook ons eigen toegepaste protocol in Amsterdam. We bespreken het heel regelmatig met de scholen. Zodra scholen zelf besmettingen constateren, hebben ze daarover contact met de GGD. Ik heb ook wekelijks contact met alle schoolbesturen om dat met elkaar heel goed door te spreken. De tweede formulering van u was wat voorzichtiger. Als het brandhaarden blijken te zijn- Dat is nog niet op die manier aangetoond. Zeker in het PO en de GGD heeft u dat ook laten zien en gemeld, daar zijn besmettingen van leraren door kinderen nog niet geconstateerd. We hebben wel bij een VO-school die recent was gesloten, geconstateerd dat daar inderdaad besmettingen tussen leerlingen onderling waren, maar die zijn waarschijnlijk ontstaan door een slaapfeestje. Het is soms lastig om te traceren waar het precies vandaan komt, maar ik denk dat we voorzichtig moeten zijn in onze formuleringen daarbij. U kunt er gerust op zijn dat we ons natuurlijk ook zorgen maken en er altijd bovenop zitten. Nogmaals, de GGD werkt daar snoeihard voor. De VOORZITTER: Ik ga even kijken of er ander leden zijn van de raad die nog aanvullende vragen zouden willen stellen. Die kunnen dat via de chat aangeven. Dat is niet het geval. Dan zijn de vragen hiermee afgerond. De VOORZITTER: Dan komen we bij het volgende blokje mondelingevragen van de heer Ceder. Vragen van het lid Ceder inzake steunmaatregelen voor sekswerkers 13 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. Het is wel de tweede keer voor de heer Ceder. Ik zag hem net wel in beeld. Het is de laatste keer wat mij betreft. Dan zijn deze vragen vervallen en dan gaan we over naar de vierde set vragen van het lid Kreuger. Vragen van het lid Kreuger inzake huurders gemeentelijk vastgoed niet blij met huurbaas De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger. De heer KREUGER: Met verbazing heeft de Onafhankelijke Raadsfractie afgelopen week via AT5 kennisgenomen van het feit dat het handelen van een van de grootste pandjesbazen van de stad nogal te wensen overlaat tijdens deze coronacrisis en dat terwijl er vanuit de overheid en ook vanuit het college toch meerdere keren is opgeroepen vooral samen dingen op te lossen en dus vooral met elkaar in gesprek te gaan over eventuele betalingsregelingen, over kortingen. Ik vind het dan ook bijzonder en ook heel jammer dat uitgerekend een van de grootste pandjesbazen van deze stad zo weinig meegeeft richting zijn huurders ondanks dat het college erop heeft aangedrongen dat deze pandjesbazen onderdeel moeten zijn van de oplossing. Goed. Dan mijn vragen. Wat vindt de wethouder van de houding van een van de grootste pandjesbazen in deze stad tijdens deze coronacrisis? Wat vindt de wethouder ervan dat het college zelf pandjesbazen heeft opgeroepen om met huurders in gesprek te gaan en tot een oplossing te komen en dat uitgerekend deze allergrootste pandjesbaas van de stad daaraan geen gehoor geeft? Waarom is het voor ondernemers überhaupt zo moeilijk om in gesprek te komen met de betreffende pandjesbaas. Even voor de duidelijkheid, dit gaat dus over de pandjesbaas uit het artikel van AT5 op 12 december. Ik hoor het graag van de wethouder, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani voor de beantwoording van de vragen. Wethouder MELIANI: Goed dat we hierover even kunnen praten want dan kan ik even uitleggen hoe het zit met de maatwerkregeling die we in het leven hebben geroepen voor onze huurders. Wij houden voortdurend de vinger aan de pols bij onze huurders om te kijken of de maatwerkregeling toereikend is. We hebben een coulanceregeling in die zin dat we afspraken hebben met huurders dat ze bijvoorbeeld een renteloze betalingsregeling kunnen treffen voor twee jaar. Er is een aantal huurders dat bijvoorbeeld kwijtschelding wil. Dat gaat om 27 van het totaal aantal huurders. Er is tot op heden nog geen kwijtschelding gehonoreerd. Wel zijn er 50 verzoeken voor een betalingsregeling ontvangen die ze ook allemaal hebben ontvangen. De maatwerkregeling zoals die nu in elkaar zit, is dat we niet willen dat deze huurders failliet gaan. Mocht het toch zo zijn, dan hebben we wel middelen van rond de 2 miljoen euro gereserveerd voor die huurders die tegen een faillissement aanlopen. Dat is absoluut niet wat we willen. Zoals de heer Kreuger zegt als hij refereert aan een aantal huurders, dan zijn dat volgens mij twee huurders die de media hebben opgezocht. Wij vinden het heel treurig, zeker door de corona, dat huurders nu een derde klap te verwerken krijgen en daarom kijken we ook of die maatwerkregeling echt werkt. Wat ik weet, is dat een van de huurders ook gebruik kan maken van de rijksmaatregeling namelijk een TVL. Die was eerst gemaximeerd op 50.000 euro. Dat zijn de vaste lasten. 14 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Dat wordt door het rijk nu opgehoogd naar 90.000 euro. Wij zijn met hen in gesprek en we kijken hoe we nog meer voor hen kunnen doen. Wij gaan pas kwijtschelden als iemand echt tegen een faillissement aanloopt. Daarnaast is er nog een andere huurder, een onderhuurder. De hoofdhuurder heeft geen kwijtschelding aangevraagd en ook geen uitstel van betaling. Maar dat wil niet zeggen dat wij geen contact hebben. We houden hierover nauw contact en we kijken of die maatwerkregeling werkt. Als dat niet zo is, dan gaan we dit aanpassen. Maar dat heeft wel financiële consequenties. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger voor een vervolgvraag. De heer KREUGER: De gemeente gaat mensen pas helpen als ze bijna failliet gaan. Dat snap ik natuurlijk want anders moet je zelf zo meteen een nieuwe huurder zoeken. Dus het doet mij goed dat ook linkse mensen toch een beetje denken aan hun eigen belang. Het gaat er hier om dat er eigenlijk commerciële partijen eerder korting geven dan de gemeente. Die zijn coulanter. Wat ook een ding is, is dat het voor mensen bijna onmogelijk is om met de gemeente in contact te komen om afspraken te maken. Ik heb die mensen gesproken. Ze hebben nu zeven maanden huurachterstand maar er wordt geen incassobureau op hen afgestuurd. Ze willen afspraken maken; ze willen weten waar ze aan toe zijn. Er wordt gewoon niet opgenomen. Kan de wethouder daarop refereren? De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani. Wethouder MELIANI: Ik ben benieuwd om welke huurder dat gaat. Als de heer Kreuger refereert aan de twee huurders die zich via de media hebben gemeld, dan is daarmee nauw contact. Eentje is de hoofdhuurder, de andere is de onderhuurder. Een onderhuurder heeft natuurlijk geen contract met ons. De hoofdhuurder heeft zich niet gemeld. Ik ben wel bereid ervoor te zorgen dat de relatie tussen de hoofdhuurder met de onderhuurder goed is. Ook de onderhuurder moet straks geen problemen hebben. Zeker, wij hebben als gemeente een enorme verantwoordelijkheid. Als u weet dat er nu al een betalingsachterstand is van 12 miljoen euro bij de gemeente Amsterdam, dan hebben we toch gezegd dat we ervoor gaan zorgen dat we coulant zijn en dat die ondernemers straks niet failliet gaan. Wij zorgen er in ieder geval voor dat er wel financiële ruimte is voor die huurders die het echt nodig hebben. De VOORZITTER: Ik kijk even via de chat of er andere leden van de raad zijn die een vervolgvraag willen stellen over dit onderwerp. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Martens voor een aanvullende vraag. Mevrouw MARTENS: In navolging op het betoog van de heer Kreuger komen er vanuit veel ondernemers op dit moment steeds meer positieve geluiden over de samenwerking met hun huurbaas. Veel van de hier veelal verketterde grootkapitaaleigenaren en vastgoedverhuurders zetten hun huren on hold voor lage huurprijzen. Maar over de vastgoedbaas Amsterdam komen steeds minder positieve geluiden. Die is slecht bereikbaar, er zijn geen huuraanpassingen mogelijk en op dit moment verhoogt de gemeente zelfs de grondprijzen. De wethouder Vastgoed heeft in haar reactie bij AT5 op het bericht over de teleurgestelde ondernemers aangegeven dat ze publieke middelen wil inzetten waar deze het hardst nodig zijn. Ik wil graag dat de 15 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen wethouder aangeeft waar deze middelen dan harder nodig zouden zijn dan voor het overeind houden van ondernemers die failliet dreigen te gaan met werkloosheid tot gevolg. Ik sluit af. De gemeente rekent conforme huur aan ondernemers die gemeentelijk vastgoed huren, maar de situatie in de stad is totaal veranderd. De meeste winkels zijn gesloten en ook toen de winkels nog open waren, was er al veel minder klandizie. Vooral in de binnenstad was het stiller door het wegblijven van toeristen. Is de wethouder het met de VVD eens dat marktomstandigheden voor veel verhuurders en huurders totaal zijn veranderd? Zo ja, wil de gemeente de marktconforme huurprijzen hierin herzien? Misschien kan de wethouder erop reageren als dat niet het geval zou zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani. Wethouder MELIANI: Er is in ieder geval heel goed nagedacht over het huidige pakket. Wij denken dat uitstel van betaling en de rentevrije betalingsregeling voor huurders helpen om de crisis te overleven. Volgens mij is dat ook het doel dat we ervoor zorgen dat we straks geen huurders hebben die hun deuren moeten sluiten. Daarbij heeft de gemeente zeker geen belang. We hebben bij alle huurders zogenaamde assetmanagers. Dat zijn managers die rechtstreeks contact hebben met al onze huurders. Ik kan u zeggen dat de situatie bij sommigen zo is dat ze het er niet mee eens zijn. Ze hebben bijvoorbeeld meerdere pandjes die ze huren van andere eigenaren waarin wij geen inzicht krijgen. Dat zijn bijvoorbeeld afspraken die ze met andere huurders wel maken waarbij wij helemaal geen inzicht krijgen in die afspraken. Wij vinden het belangrijk dat onze huurders straks niet failliet gaan. De middelen die wij als gemeente hebben, zijn beperkt en wij maken kwijtschelding wel mogelijk voor diegenen die straks echt een enorm probleem hebben. Dat doen we niet standaard. We gaan dat niet allemaal vrij spelen. Dat zou betekenen dat we een gat hebben van miljoenen euro's die we niet beschikbaar hebben. Het kan ook zijn op het moment dat de regeling is afgelopen, dat we het straks niet meer terugbetaald krijgen. Ik wil alleen maar zeggen dat we meedenken. De situatie van de huurders die zich nu hebben gemeld, daarover zullen we contact opnemen. Vooralsnog kunnen we niet meer doen dan datgene wat we hebben aangeboden, die coulance. De VOORZITTER: Ik zie op de chat dat mevrouw Martens nog een vraag wil stellen, maar dat kan helemaal niet dus dat kan ik helaas niet toestaan. Zijn er nog andere leden met een aanvullende vraag”? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge voor een aanvullende vraag. De heer FLENTGE: Ondernemers hebben het zwaar in heel Nederland maar zeker ook in Amsterdam. Ik snap heel goed dat het ingewikkeld is, juridisch ingewikkeld en om een heleboel andere redenen ingewikkeld. Maar de vraag aan de wethouder is wel of zij het met mij eens is, of het college het met mij eens is, dat juist in tijden van crisis de gemeente misschien wel een betere verhuurder zou moeten zijn dan commerciële partijen en dat dat het streven moet zijn bij de zoektocht straks naar een compensatie. Ik zie uw pogingen, daarover geen misverstand, maar moeten we niet per definitie altijd zeggen dat de gemeente dat beter zou moeten doen dan commerciële partijen”? De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani. 16 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Wethouder MELIANI: Ik ben het helemaal eens met wat de heer Flentge zegt maar ook met de andere raadsleden. Daarom hebben we ook die maatwerkregeling in het leven geroepen. Dat betekent dat we ook een kwijtschelding mogelijk achten als dat nodig is en dat betekent ook dat we coulant zijn met terugbetalen. Dat betekent ook dat we een betalingsregeling van twee jaar rentevrij aanbieden. Wij houden de vinger aan de pols. We kijken wat nodig is. We weten ook dat we niet alles kunnen doen, maar we moeten zeker een goede verhuurder zijn. Daarom deze maatwerkregeling. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma voor een vervolgvraag. De heer BOOMSMA: Mooi dat de wethouder het eens is met de heer Flentge dat de gemeente zich beter moet gedragen dan commerciële verhuurders. De wethouder zei net, we kunnen niet meer doen want dat zou een gat slaan in de begroting. Is dat nu wat het beleid dicteert? Dat lijkt mij toch de verkeerde volgorde. We zouden eerst moeten kijken naar wat echt nodig is. Wat is er nu belangrijker dan te voorkomen dat die bedrijven omvallen? Er is geen duidelijk antwoord gegeven op de vraag van mevrouw Martens of de marktcondities niet gewoon zijn veranderd en of er op die gronden niet een andere huur zou moeten worden gerekend. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani. Wethouder MELIANI: Ik ben het eigenlijk ook wel eens met de andere raadsleden. Dat zei ik net ook. De vraag van mevrouw Martens ging erover of we niet meer konden ingaan op de huidige situatie. We hebben nu die maatwerkregeling waarbij we in ieder geval zien dat er niemand failliet gaat. We willen het ook niet zo ver laten komen, zeker niet door de tweede coronagolf waarin we nu zitten die nog meer een gat gaat slaan. Dus daarom wil ik hier echt naar gaan kijken. Ik wil er nog wel op terugkomen welke mogelijkheden er wel zijn. Het zou inderdaad niet de prioriteit moeten zijn dat het niet alleen om de financiën gaat. We moeten echt al onze huurders ondersteunen. Dus ik ben ook bereid hiernaar te kijken, wat de situatie is en welke mogelijkheden er zijn. De VOORZITTER: Dan kijk ik of er nog meer vragen zijn van de zijde van de raad, maar dat is niet het geval. Dan gaan we door naar de volgende set mondelingevragen van de heer Boomsma. Vragen van het lid Boomsma inzake het bericht "Vaders zijn straatroven zat: Leven volledig op zijn kop voor paar tientjes” en de opgerichte website htfps://www. veiligeroutes.nl De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Naar aanleiding van een serie straatroven in Amsterdam- Noord heeft een groep vaders, de zogenaamde Noordmannen, de handen in elkaar geslagen om een website te bouwen met alle incidenten met als doel dat mensen de meest veilige fietsroute kunnen kiezen om hun kinderen te brengen. Dat mensen een initiatief nemen is natuurlijk prijzenswaardig maar het is wel verschrikkelijk dat het nodig is. Er is natuurlijk ook weinig wat de veiligheid zo aantast als mee te maken dat je eigen kind op deze manier wordt bedreigd met een pistool maar vervolgens wel dezelfde route moet blijven fietsen naar sport of school. Daarom toch een aantal vragen. Heeft de burgemeester zicht op de problematiek hier en in hoeverre is er sprake van een toename van dit type straatroven waarvan kinderen het slachtoffer worden en 17 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen waarbij ook vuurwapens worden gebruikt? Op de kaart zie je meteen een aantal hotspots. Kan de burgemeester ervoor zorgen dat er extra maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld extra toezicht en dat de politie daar wat vaker langsrijdt en controleert? Het lijkt mij aanleiding om daar wapencontroles te houden. Dus hoe ziet de burgemeester dat? Kunnen en gaan gemeente en politie gebruik maken van deze kaart? Ik neem aan dat er contact is gelegd met de initiatiefnemers. Hoe verloopt dat contact? Is die kaart nu compleet of kan de politie die misschien aanvullen? Als er inzicht wordt geboden in veilige routes, dan moet dat wel een compleet inzicht zijn. Zijn er nog andere maatregelen die de burgemeester of de politie kan nemen om de veiligheid hier te verbeteren? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: Ik snap de bezorgdheid die uit de vragen van de heer Boomsma spreekt, want het is natuurlijk niet goed wanneer jongeren die op weg naar sport of school worden beroofd en zeker niet als daarbij ook nog sprake is van het gebruik van wapens. We zijn bekend met het initiatief van de vaders. Stadsdeel Noord zal ook met de vaders om de tafel gaan zitten om na te gaan op welke manier er kan worden samengewerkt. De politie heeft mij laten weten achter de lancering van de website te staan, maar wijst er ook op dat het initiatief voor onrust kan zorgen omdat het kiezen van een andere route geen garantie geeft dat daar geen straatroof zal plaatsvinden. Daarbij moet worden opgemerkt dat het aantal straatroven in Noord het afgelopen jaar niet is toegenomen. Er is geen sprake van een stijging. Extra toezicht op de plekken die door de vaders zijn aangegeven is mogelijk. Er is op dit moment extra toezicht in de omgeving van het Vikingpad bij de betreffende sportverenigingen. Daar is de straatverlichting opgeschroefd en er is in dit gebied sprake van verhoogd toezicht zodra het donker wordt en er wordt getraind. Maar nogmaals, het is wel goed om te benadrukken dat straatroven zich niet enkel in het directe gebied van sportverenigingen voordoen en dat er dus niet een vals gevoel van veiligheid moet ontstaan door die kaart. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma voor een vervolgvraag. De heer BOOMSMA: Dank aan de burgemeester voor de beantwoording. Heel goed dat er extra toezicht is en extra straatverlichting is aangelegd. De burgemeester zei dat er geen sprake is van een stijging, maar is er ook geen sprake van een stijging van het aantal incidenten waarbij die kinderen het slachtoffer zijn en waarbij ook vuurwapens worden gebruikt? Die kaart wordt nu door vaders gemaakt. Kan die worden aangevuld met informatie van de politie? Het is natuurlijk niet goed als er een kaart wordt gemaakt die vervolgens onvolledig is. Dus hoe is de samenwerking in die zin? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Of er een verschuiving plaatsvindt in de straatroven naar jongere kinderen waarbij ook wapens worden gebruikt, dat weet ik op dit moment niet, maar daarover kan ik u schriftelijk zo spoedig mogelijk meer informatie geven. Volgens mij heeft de politie geen plannen om zelf medewerking aan deze particuliere site van vaders te geven. Er is wel overleg tussen het stadsdeel en de vaders. Ik zal de vraag die u stelt of de politie de site zou kunnen aanvullen, doorgeleiden naar de politie en dan zorg ik dat u daarover schriftelijk antwoord krijgt. 18 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER: Dan kijk ik of er nog andere leden zijn die over dit onderwerp een aanvullende vraag willen stellen. Dat is niet het geval. Dan gaan we naar de volgende set mondelingevragen van mevrouw Bosman. Vragen van het lid Bosman inzake de voorbereiding, handhaving en communicatie rondom de jaarwisseling De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Bosman. Mevrouw BOSMAN: Oudejaarsavond is voor politie en handhaving de drukste dag van het jaar en de komende jaarwisseling zal compleet anders verlopen dan voorheen want de horeca is gesloten, huisbezoek is zwaar beperkt en vuurwerk is verboden. Eerder heeft de burgemeester de raad al geschreven en dit was nog voor de landelijke lockdown en het vuurwerkverbod dat handhaving lastig zou zijn. De fractie van D66 wil nu weten wat er is voorbereid om de jaarwisseling rustig te laten verlopen nu deze met nog meer onzekerheid is omgeven. Misschien kan de burgemeester ingaan op wat de handhavingsstrategie is, wat de prioriteiten zijn en wat er is voorbereid op het gebied van communicatie. Kan de burgemeester daarbij ook ingaan op hoe we in het bijzonder jonge mensen voorbereiden? Het kan toch niet alleen maar handhaving zijn, zou ik willen zeggen. Dat waren mijn vragen. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: Al geruime tijd zijn de gemeente en de driehoek bezig met de voorbereiding van Oud en Nieuw. Door de nieuwe Covidmaatregelen verandert de situatie natuurlijk weer — ook met Oud en Nieuw. Allerlei activiteiten die de gemeente had voorbereid voor jongeren worden nu opnieuw beoordeeld op de mate waarin ze in overeenstemming zijn met de Covidmaatregelen en niet. Er zijn bijvoorbeeld activiteiten voor jongeren voorbereid in sporthallen en vanwege de nieuwe Covidmaatregelen kunnen die waarschijnlijk in de sporthallen geen doorgang vinden en wordt nagegaan of er een aangepast programma kan zijn of niet. Wat betreft de inzet op Oud en Nieuw zelf gaan wij uit van een dubbele inzet ten opzichte van vorig jaar. Dat geldt voor de politie maar ook voor andere partijen zoals toezichthouders en handhaving en we proberen zo veel mogelijk jeugd- en jongerenwerkers, vaders, betrokken burgers in te zetten om ervoor te zorgen dat de atmosfeer op straat vredig is en men rekening houdt met de Covidmaatregelen. Eerder heb ik u laten weten dat de volgorde en de prioriteiten tijdens Oud en Nieuw de volgende zal zijn: eerst openbare orde, vervolgens coronamaatregelen en daarna handhaving op vuurwerk. Volgens mij heb ik daarmee uw vragen beantwoord. De VOORZITTER: Ik zie mevrouw Bosman knikken. Is er nog behoefte aan het stellen van een aanvullende vraag? Dat is niet het geval. Dan kijk ik of er andere leden van de raad zijn die over dit onderwerp een aanvullende vraag willen stellen. Dat is niet het geval. Dan gaan we door naar de volgende set mondelinge vragen van het lid Hammelburg. Vragen van het lid Hammelburg inzake signalen dat potentiële telers voor het experiment met gereguleerde wietteelt een negatief advies krijgen en daarom niet kunnen deelnemen aan het experiment 19 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Hammelburg. De heer HAMMELBURG: Het experiment Gesloten coffeeshopketen heeft door corona natuurlijk wat vertraging opgelopen, maar de voorbereiding van de telers gaat natuurlijk onverminderd door. Uw raad heeft een motie aangenomen waarin in mijn woorden samengevat, wordt gezegd help Amsterdamse telers nu om alles mogelijk te maken voor een aanvraag. Nu krijgen wij signalen dat telers weliswaar goed worden ondersteund, maar vervolgens een negatief advies krijgen van de burgemeester. Zo komt dat telen natuurlijk ook niet echt van de grond in Amsterdam. Daarom een viertal vragen. Heeft de burgemeester inderdaad een negatief advies gegeven voor potentiële telers in Amsterdam? Op welke grond krijgen Amsterdamse telers te horen dat hun aanvraag wordt afgewezen? Is het überhaupt mogelijk onder de huidige omstandigheden om je vanuit Amsterdam als teler voor het experiment Gesloten coffeeshopketen kansrijk aan te melden? Wat doet de burgemeester zoals de motie dat vroeg voor Amsterdamse telers om deelname aan het experiment mogelijk te maken? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: Het klopt. Ik ben mij ten volle bewust van de motie die door de raad is aanvaard. Wij handelen ook in de geest van die motie. We brengen advies aan de minister uit over telers die zich aanmelden en wij moeten daarbij de wens van de raad afzetten tegen de risico’s die de aanmelding kan opleveren voor openbare orde en veiligheid. We onderzoeken daartoe de telers en daartoe behoort onder andere een antecedentenonderzoek. Om privacy-technische redenen kan ik er verder niet op ingaan waarom het in deze twee gevallen niet is doorgegaan. Ik kan u wel zeggen dat wij de minister adviseren en de minister neemt een eigen besluit. In deze situaties heeft hij overeenkomstig mijn advies gehandeld. De inzet is om telers ruimte te geven. Nogmaals, dat moet ook in overeenstemming zijn met de openbare orde en veiligheid. De VOORZITTER: Zijn er nog andere leden van de raad die behoefte hebben aan een aanvullende vraag? Dat is niet het geval. Dan gaan we naar de volgende set mondelinge vragen van het lid Veldhuyzen. Vragen van het lid Veldhuyzen inzake de toenemende menstruatiearmoede ten gevolge van de coronacrisis De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: BIJ krijgt signalen van verschillende situaties en van verschillende instanties dat menstruatiearmoede in onze stad toeneemt terwijl het aanbod aan menstruatieproducten afneemt. Bij voedselbanken worden deze producten weinig en onregelmatig gedoneerd en bij de sociaal kruidenier moeten mensen alsnog 30 procent van de kostprijs betalen — geld dat steeds minder mensen hebben. Ook niet iedereen heeft toegang tot deze instanties. Mensen schamen zich en ervaren hierdoor ontzettend veel stress. Menstruatiearmoede heeft een enorme impact op het welzijn en de gezondheid van mensen die hierdoor worden geraakt. Het kan zelfs leiden tot sterfte. Daarom wil ik het college vragen met het oog op de nieuwe lockdown wat het plan is om de verspreiding en toegang tot essentiële hygiënische producten en in het bijzonder 20 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen menstruatieproducten op korte termijn te garanderen voor de mensen die dit echt nodig hebben. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman voor de beantwoording van de vragen. Wethouder MOORMAN: Eerder is hiervoor al een keer aandacht gevraagd door het lid De Fockert die daarover schriftelijke vragen heeft gesteld die we begin dit jaar hebben beantwoord. Daarin hebben we de verschillende initiatieven naar voren gebracht die helpen om vrouwen juist in deze periode van de maand die hoge kosten met zich meebrengt, daar goed doorheen te helpen. Dat is onder andere de sociale kruidenier die u net noemde. Overigens heeft de voedselbank vorig jaar een grote donatie gekregen van het feministisch platform De Bovengrondse en kon daardoor ook hulp bieden. Naar aanleiding daarvan is opnieuw gekeken of er nog andere fondsen zijn want het liep tot oktober. Het armoedefonds heeft inmiddels aangegeven daar ook een pilot te willen ondersteunen. Dus in die zin loopt er van alles in de stad. Ik wil wel opmerken en dat hebben we nagevraagd of er door corona signalen zijn dat de vraag naar menstruatieproducten is toegenomen van mensen die dat niet kunnen betalen en dat lijkt niet zo te zijn. Gelukkig maar, wil ik daarbij opmerken. Uiteraard zullen we dat goed blijven volgen en zijn we erg blij met alle initiatieven die er in de stad zijn om mensen zo goed mogelijk te ondersteunen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen voor een aanvullende vraag. De heer VELDHUYZEN: De signalen die ik krijg, komen voornamelijk van organisaties die zich bezig houden met ongedocumenteerde vrouwen. Dus ik zou de wethouder toch willen vragen daarnaar specifiek te kijken. Dank voor de toelichting; ik kom hier later sowieso op terug. De VOORZITTER: Het is wel de bedoeling hier concrete vragen te stellen. Ik kijk even naar wethouder Moorman of zij hierop toch antwoord kan geven. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Misschien niet een concrete vraag, maar die heb ik wel aan het lid Veldhuyzen. Als hij concrete signalen heeft, of hij die vooral aan ons wil doorgeven. Dan kunnen we er wat mee doen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Fockert voor een aanvullende vraag. Mevrouw DE FOCKERT: Dank aan collega Veldhuyzen voor het aanstippen van dit belangrijke probleem. De wethouder refereerde al aan de schriftelijke vragen die ik meer dan een jaar geleden hierover heb gesteld. In de beantwoording van die vragen zei de wethouder met een aantal organisaties in gesprek te gaan waaronder De Bovengrondse en daarover eventueel terug te koppelen. Die terugkoppeling hebben we nooit gehad. Ik vroeg me af of we al dan niet schriftelijk nog eens een terugkoppeling kunnen krijgen over wat er uit dat gesprek is gekomen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. 21 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Wethouder MOORMAN: Ik denk dat het antwoord net ietsje anders was. We hebben namelijk aangegeven mochten de gesprekken leiden tot beleidsmatige aanpassingen, dat dat zal worden gerapporteerd. Zoals ik net aan het lid Veldhuyzen heb aangegeven, zijn er nu op dit moment bij ons geen signalen bekend dat er meer vraag zou zijn. Dus in die zin geen beleidsmatige aanpassingen. Maar we blijven zeker in contact om dat goed te checken. Zoals ik al aangaf, is er nu opnieuw een pilot gestart met financiën van het Armoedefonds bij de voedselbank om ervoor te zorgen dat mensen zo goed mogelijk worden ondersteund. Mochten naar aanleiding daarvan nieuwe inzichten of nieuwe beleidswijzigingen volgen, dan zal ik u dat laten weten. De VOORZITTER: Ik kijk even of er nog andere raadsleden zijn die een aanvullende vraag willen stellen. Dat is niet het geval. Dan gaan we door naar de volgende set mondelingevragen en dat betreft eveneens vragen van de heer Veldhuyzen. Vragen van het lid Veldhuyzen inzake de uitspraken van de politie na de dood van Sammy Baker De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Ik hoop dat u het mij vergeeft dat ik even een hele korte persoonlijke noot/inleiding op mijn vraag houd. Ik heb namelijk één keer 112 gebeld in mijn leven omdat ik mij zorgen maakte om de gezondheid van iemand van wie ik zielsveel houd. Ik vroeg om hulp en advies, maar ik kreeg geen hulp of advies. Nee, de politie kwam onaangekondigd in groten getale aangestormd en de persoon die ik eigenlijk wilde helpen, werd door mijn toedoen geconfronteerd met politiegeweld, belaagd door zo’n acht tot tien agenten die hun wapens trokken en pepperspray gebruikten. Dit was een patiënt, geen verdachte. Dat zei advocaat Korver over de zaak van Sammy Bakker ook bekend als Samuel Seewald. Ik heb eigenlijk een aantal vragen over de discrepantie tussen wat de politie zegt aangaande de lengte van het mes en de dreiging die Sammy zou hebben gevormd. Aangezien daarop nu toch geen antwoord gaat komen vanwege het onderzoek van de rijksrecherche omdat die zaak nog loopt, wil ik de burgemeester vragen of zij contact heeft gezocht met de familie van Sammy na zijn verschrikkelijke dood en zo niet, of de burgemeester nog wel van plan is dit te doen. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: Laat ik als eerste in uw richting zeggen dat uw persoonlijk verhaal natuurlijk echt heel akelig is. Als het heel recent is geweest en in Amsterdam heeft gespeeld, dan hoop ik dat u mij daarover persoonlijk nog eens wat meer informatie wilt geven. Dan dank ik u dat u respecteert dat ik op dit moment geen uitspraken over de zaak kan doen omdat deze voorwerp is van rijksrechercheonderzoek. Wat betreft uw laatste vraag is er na het incident onmiddellijk contact geweest met de moeder van Sammy Seewald door de politie. Ik ben zelf nu in afwachting van de uitkomst van het rijksrechercheonderzoek en ik heb me voorgenomen daarna contact met de familie op te nemen. 22 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen voor een vervolgvraag. De heer VELDHUYZEN: Dank aan de burgemeester dat zij contact wil opnemen met de familie. Wat mij betreft mag dat eerder, maar als dat na het onderzoek is, nou ja, als het maar gebeurt. Ik zou de burgemeester willen vragen of ze wellicht een update heeft over de toezegging die ze eerder heeft gedaan op 17 september in de raadscommissie AZ waarin ze naar aanleiding van mijn vragen zei dat ze in gesprek zou gaan met de psychiatrie om te kijken wat er mogelijk is om de situatie te verbeteren in de toekomst. Als daarover nog geen update is, dan zou ik de burgemeester willen vragen of ze hier echt haast achter kan zetten. Dit gaat letterlijk om een kwestie van levensbelang. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: De reden dat ik wacht met contact zoeken met de familie is dat ik geen rechter in deze zaak wil spelen en ik begrijp ook dat de familie van Sammy Seewald behoefte heeft aan antwoorden, antwoorden die ik op dit moment niet kan geven. Ik wil niet de valse schijn wekken door contact te zoeken dat ik wel antwoorden heb. Dan wat betreft uw verwijzing naar de toezegging van 17 september, daar ga ik even achteraan en dat laat ik u schriftelijk weten. Ik zou de raad meteen willen voorstellen dat ik verschillende toezeggingen die ik nu schriftelijk wil afhandelen, verzamel in een veegbrief die ik u zo snel mogelijk doe toekomen. De VOORZITTER: Ik kijk nog even of er aanvullende vragen zijn bij andere leden van de raad. Dat is niet het geval. Dan waren de vragen van mevrouw Rooderkerk ingetrokken. Dan gaan we naar de vragen van het lid N.T. Bakker. Vragen van het lid N.T. Bakker heeft te willen stellen inzake ongezonde en onveilige arbeidsomstandigheden op luchthaven Schiphol De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Bakker. De heer N.T. BAKKER: Afgelopen maandag demonstreerden de werkers van Schiphol tegen onveilige en ongezonde werkomstandigheden op en rond Schiphol. Ik was daar ook. Het viel me op dat we wel zien dat de concurrentie voor winsten in de zakken van aandeelhouders zorgt, maar werknemers en reizigers betalen op dit moment de prijs. Onveilig werk, ongezond werk, slechte arbeidsvoorwaarden, lagere lonen. De FNV komt in actie en roept ook op tot een beter salaris van minimaal 14 euro per uur. De SP steunt dit natuurlijk en daarom drie vragen. Is het college het met ons eens dat veilig en gezond werk altijd moet worden nagestreefd ook als daarmee het verdienmodel van de aandeelhouders iets minder wordt? Is het college bereid als aandeelhouder, als activistische aandeelhouder bij de bazen van Schiphol druk te zetten op veiligere en gezondere arbeidsvoorwaarden voor de beveiligers, voor de schoonmakers, voor de afhandelaars en voor de platformmedewerkers? En ten slotte, deelt het college de mening dat Schiphol hier ook zelf aan zet is en dat de verantwoordelijkheid niet kan worden afgeschoven naar de bedrijfjes die allemaal worden ingevlogen die zo goedkoop mogelijk willen werken om de winsten veilig te stellen? Dat gaat namelijk ten koste van de veiligheid van het personeel en de reizigers en daarmee de arbeidsvoorwaarden van werkers aantast. Tot zover. 23 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Everhardt voor de beantwoording van de vragen. Wethouder EVERHARDT: ledereen heeft natuurlijk recht op een veilige werkomgeving ongeacht de plek waar je werkt of bij wie je in dienst bent. De Inspectie SZW gaat daarover, ook op Schiphol. En iedere werknemer kan daar terecht met meldingen of klachten over de werkomstandigheden. De mensen over wie de enquête gaat, zijn niet in dienst bij Schiphol Group maar bij de betreffende afhandelaar of het betreffende grondbedrijf. Dat maakt het wel iets ingewikkelder. De Tweede Kamer heeft afgelopen zomer een motie aangenomen dat er een onderzoek moet komen naar de sociale vestigingseis op Schiphol. Dit onderzoek is nog niet afgerond en Schiphol werkt hieraan uiteraard mee. Ik kan u garanderen dat het college zijn aandeelhouderschap benut om het maatschappelijk front bij deelnemingen natuurlijk te bevorderen. Hoewel werkgeverschap geen directe bevoegdheid is van de aandeelhouder, wijzen we daar elke keer wel op. De VOORZITTER: Ik kijk een of er behoefte is aan aanvullende vragen over dit onderwerp. Dat is niet het geval. Dan gaan we naar de volgende set mondelingevragen van het lid Ceder. Vragen van het lid Ceder inzake een apart nummer voor gemeentelijke hulp aan gedupeerden van de toeslagenaffaire. De VOORZITTER: Het presidium heeft deze vragen doorgelaten maar heeft de heer Ceder er al wel op gewezen dat de toeslagenaffaire in algemene zin op 14 december reeds schriftelijke vragen zijn gesteld en dat de mondelingevragen dus specifiek over dat nummer moeten gaan en niet over de toeslagenaffaire in het algemeen. Met die opmerking geef ik het woord aan de heer Ceder. De heer CEDER: De gemeente heeft recent een hulppagina ingericht voor de gedupeerden van de toeslagenaffaire en als ChristenUnie zijn wij hartstikke blij dat dit wordt geboden. De gemeente biedt namens de gemeente maatschappelijke dienstverleners hulp aan gedupeerden bij schulden of een luisterend oor. Dat is mooi. De afgelopen dagen krijgen we wel meermalen te horen dat het nummer dat is geboden het algemeen nummer is van Dienst Werk en Inkomen. Veel gedupeerden hadden dat nummer al. In de praktijk zorgt dit nu al voor onbedoelde onduidelijkheid over het doel van het nummer en de mogelijkheden die gedupeerden hebben als ze zo’n persoon aan de andere kant van de lijn hebben. We willen daarom vragen ook omdat we het kerstreces ingaan, of het college ruimte ziet om een apart nummer alsnog te faciliteren waardoor DWl-medewerkers die de telefoon opnemen al voorafgaand aan het contact weten waarover het gaat en ook door middel van een callsheet of op een andere wijze beter zijn toegerust om de mogelijke vragen van gedupeerden te kunnen beantwoorden. Ik hoop dat we dit nog voor de feestdagen kunnen repareren en ik hoor graag hoe de wethouder daarnaar kijkt. Tot zover. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman voor de beantwoording van de vragen. Of is het wethouder Groot Wassink? Wethouder MOORMAN: Voorzitter, u lijkt steeds zo verbaasd als er vragen voor mij zijn. 24 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER: Nee, helemaal niet. Ik zal het u eerlijk zeggen, wij hadden in het presidium gezien dat wethouder Moorman hierop stond en toen zeiden meerdere leden, volgens mij moet het gewoon zo zijn. Maar ik geef u graag het woord. Ga u gang. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman voor de beantwoording van de vragen. Wethouder MOORMAN: Ik zal de vraag heel specifiek alleen op het nummer beantwoorden zoals u heeft verzocht. Het klopt dat er een telefoonnummer is geopend voor gedupeerden van de toeslagenaffaire om ze zo goed mogelijk bij te staan. Ik wil iedereen die gedupeerd is en die behoefte heeft aan hulp oproepen zich te melden omdat wij als gemeente weliswaar niet de compensatie kunnen doen, maar wel kunnen helpen bij bijvoorbeeld schuldhulpverlening of andere problematiek die is ontstaan doordat de schulden zijn opgestapeld door de toeslagenaffaire. Het klopt ook dat het niet een specifiek nummer is. Het is het nummer van WP! voor hulp bij geldproblemen. Daarvoor hebben we gekozen omdat we er dan van verzekerd zijn dat er altijd een goede bereikbaarheid is. Uiteindelijk maakt het natuurlijk niet uit welk nummer het is, maar vooral wie de telefoon opneemt. Dat zijn mensen die echt zijn gespecialiseerd in het helpen bij geldproblemen en die dus ook echt geïnstrueerd zijn als het gaat om specifieke problematiek rondom de toeslagenaffaire om die zo goed mogelijk af te handelen. Het kan natuurlijk altijd zijn dat iemand bijvoorbeeld een juridische vraag heeft die daar niet precies kan worden beantwoord of dat iemand echt wil weten wanneer de compensatie komt. Dat is echt iets wat bij de rijksbelastingdienst ligt. Alle vragen die de hulp van de gemeente betreffen, daarnaar wordt zo goed mogelijk doorverwezen. De VOORZITTER: Ik kijk of er behoefte is aan aanvullende vragen. Helaas, de heer Ceder probeert via de chatfunctie alsnog zijn mondelingevragen te stellen die hij eerder heeft gemist, maar daarin kan ik echt niet meegaan temeer daar we zo goed als door het uur heen zijn. Ik zou de vergadering heel even willen schorsen en dan gaan we daarna door met het volgende agendapunt, de actualiteit van de heer Van Schijndel. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. 5. Verzoeken tot het houden van interpellaties en actualiteiten 5A. Actualiteit van het lid Van Schijndel betreffende recente ontwikkelingen rond Covid- 19, in het bijzonder de komende vaccinatiecampagne en de seizoensgebondenheid van de verspreiding van het virus De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: Mijn verhaal bestaat uit drie delen. Het eerste is de wetenschappelijke lijn, het tweede uit wat concrete vragen en ik sluit af met het alternatief voor het huidige beleid. We zitten nu negen maanden in deze afschuwelijke coronacrisis. Het kabinet heeft een draconische lockdown afgekondigd met desastreuze gevolgen voor mens en samenleving en voor de economie. Onze rijksoverheid lijkt ziende blind. Ze mist 25 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen namelijk de analyse van hoe het virus zich verspreidt en legt maatregelen op die niet of amper zullen helpen. Anders dan in andere hoogontwikkelde landen komt de coronakunde van het RIVM neer op anderhalvemeter afstand bewaren en veel handen wassen en hygiënemaatregelen. Maar het is volkomen duidelijk dat in binnenruimtes waar we in de winter verblijven, de virusdeeltjes lang rondzweven. De Japanse Jaap van Dissel wees daar in maart al op. Christiaan Droste, de adviseur van Merkel, schat dat de rondzwevende virusdeeltjes minstens 50 procent van de besmettingen veroorzaken. De Wereldgezondheidsorganisatie maar ook Robbert Dijkgraaf of Roel Coutinho of professor Bonn van het UMC wezen hier al op. Onzinnige ministeriële regelingen dalen nu op ons neer, maar niets staat ons in de weg om als Amsterdam slim aanvullend beleid te voeren. Op grond van de Wet publieke gezondheid is het college dat simpelweg ook verplicht. Ik heb hierbij een paar vragen. Ten eerste, het is de bedoeling dat in het eerste kwartaal van het nieuwe jaar 3,5 miljoen ouderen en kwetsbaren zullen worden gevaccineerd. Gezonde 60-minners komen pas in augustus in beeld. Waarom moet dit zo lang duren? Het tweede punt. De vaccinatiecampagne is een majeure organisatorische opgave. Het RIVM en de GGD's worden belast met de organisatie daarvan. Deze taakstelling ligt niet voor de hand aangezien het RIVM en de GGD's maandenlang hun test- en traceerbeleid niet op orde wisten te krijgen. Let wel, in Duitsland zijn ze in november al begonnen met grootscheepse logistieke voorbereidingen. Hoe staat het ermee in Amsterdam? De seizoensafhankelijkheid van de verspreiding van het virus staat zo vast als een huis. Voor het coronabeleid betekent dit dat moet worden uitgegaan van een derde golf die pas in april, mei voorbij zal zijn. Deelt het college deze visie? En waarom neemt het college niet het initiatief tot een forse opschaling van de coronazorg, de eenvoudige coronazorg door middel van een speciaal coronaziekenhuis? Het is nog niet te laat daarvoor. Supermarkten kunnen bij onvoldoende luchtverversing superspreading plekken worden. Het denken bij de grootgrutters komt neer op efficiënteritus dus op het drukken van de energiekosten. Hoe staat het met het overleg met de supermarktketens? Een ander punt. De regering en VNO-NCW hebben de honderdduizenden ondernemingen in Nederland niet aan een touwtje. Hoe staat het met het overleg met het Amsterdamse bedrijfsleven? De luchtverversingssystemen moeten zo worden ingesteld dat het hercirculeren van lucht wordt voorkomen. Laatste luik, derde luik. De komende drie maanden worden cruciaal. Het kan zo maar gebeuren dat het kabinet zich genoopt ziet het over een heel andere boeg te gooien. Dat is waarvoor ik al eerder pleitte namelijk een omgekeerde isolatie voor zeg 70-plussers en kwetsbaren. We moeten die mensen daarbij helpen, ze daartoe in staat stellen. Meer snel testen bij bezoek aan verpleegtehuizen; de winkeluren in de supermarkten; het ontvangen van bezoek van kinderen op een bankje in het park. Heleen Dupuis pleitte hier ook voor in een heel mooi interview in het NRC Handelsblad ook omdat het praktisch gezien gemakkelijker te verdragen valt dan een lockdown die naar het zich laat aanzien op 19 januari nog lang niet voorbij zal zijn. Het virus is nu eenmaal seizoensgebonden. Tot zover mijn bijdrage. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Poot. Mevrouw POOT: Om heel eerlijk te zijn vond ik de boodschap van afgelopen maandag zwaar. Ik denk dat heel veel mensen die zwaar vonden zeker met de naderende feestdagen. Volgens mij snakt iedereen ondertussen naar meer contact met familie, vrienden en bekenden. Maar helaas zit dat er niet in. Ik kan alleen maar zeggen, houd je 26 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen alsjeblieft aan de maatregelen, hoe ingewikkeld ook. Hoe ingewikkeld voor de jeugd, voor ouderen, voor ondernemers die weer dicht moeten en net met kerst de omzet een beetje goed hoopten te maken. Ik denk ook net als onze minister-president dat we hier doorheen komen en dat we hier weer bovenop komen. Die veerkracht heeft Amsterdam en die hebben de Amsterdammers. Dat neemt niet weg dat ik ook wel zorg heb en die zit ‘m met name bij de kerstvakantie volgende week en bij Oud en Nieuw. Over Oud en Nieuw hebben we het net al even gehad. Je ziet hoe moeilijk mensen het vinden om zich aan de regels te houden. Je ziet hoe gemakkelijk de vlam toch in de pan kan slaan. We zagen het een tijdje geleden al bij de rellen die ontstonden in met name andere steden. Je weet dat er ergens nog wel vuurwerk is, dus dat kan een recept voor ellende zijn. Dus ik heb de volgende vragen. Ik hoor graag van de burgemeester of er ook voor de kerstvakantie extra handhavende maatregelen zijn genomen en zo ja, welke dat zijn. Ik hoor ook graag van de wethouder of er binnen de loekdownmaatregelen toch nog activiteiten zijn die worden georganiseerd voor jongeren of misschien ook wel voor ouderen. Daar was natuurlijk sprake van maar de maatregelen zijn nu natuurlijk heel erg aangescherpt. Ik hoor ook heel graag hoe de communicatie daarover plaatsvindt. (De heer KREUGER: Ik zie op Twitter heel veel applaus van VVD'ers voor dit kabinetsbeleid. Dan ben ik benieuwd naar hoe de vrije jongens van de Amsterdamse VVD naar het feit kijken dat dit kabinet ervoor kiest om toch eerder kinderen van school naar huis te sturen dan dat we tegen bijvoorbeeld christenen zeggen dat ze thuis moeten bidden. Wat vindt de Amsterdamse VVD daarvan?) Kijk, ik zal daar twee dingen over zeggen. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat ik niet de expert op dit gebied ben met als gevolg dat ik zeg, laten we gewoon luisteren naar de mensen die hierop wel expert zijn en laten we dus ook niet de maatregelen ter discussie gaan stellen. Ik ben het dan ook niet met de heer Van Schijndel eens om hier alle maatregelen ter discussie te stellen. Wij zeggen, het beste wat je kunt doen, is je aan de maatregelen houden. Ik hoor u ook en volgens mij heb ik net ook langs zien komen dat ook kerken zeggen, joh, blijf zo veel mogelijk thuis en volg alles online. Dat vind ik heel verstandig. (De heer VAN SCHIJNDEL: Mevrouw Poot is organisatieadviseur voor het bedrijfsleven. Kijk, het is toch gewoon zo dat in al die honderd duizenden ondernemingen in den lande nu niet meer dezelfde mate van thuiswerken plaatsvindt als dat het geval was in maart en april. Daaraan valt van overheidswege ook weinig te doen. Ziet u dat ook dat het onwaarschijnlijk is dat deze nieuwe maatregelen die vooral winkeliers treffen, weinig effect zullen sorteren?) (De VOORZITTER: Voor de volgende interrupties wil ik de leden van de raad er wel op wijzen dat die echt wat korter moeten in de vorm van korte, krachtige vragen.) Ik ben het zeer zeker niet met de heer Van Schijndel eens. Ik denk namelijk dat de toespraak van afgelopen maandag de noodzakelijkheid om thuis te werken heel erg hard heeft benadrukt. Ik moet u heel eerlijk zeggen, hoe moeilijk ook, ik hoop en denk dat iedereen zich daaraan gaat houden. (De heer VAN SCHIJNDEL: Maar in het bedrijfsleven en dat bent u toch met mij eens, hebben de ondernemingen te maken met competative pressures? Ze moeten wel blijven functioneren anders gaan ze ten onder. Dat betekent ook minder thuiswerken dan het geval was in maart en april.) Zoals ik al zei, ik ben het in dezen absoluut niet met de heer Van Schijndel eens. 27 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Dantzig. De heer VAN DANTZIG: Goed dat we dit vandaag aan de orde stellen want het is natuurlijk echt heel verdrietig dat het zo ver heeft moeten komen. Ik leef als ondernemer die zelf al maanden met zijn bedrijf dicht is, mee met al die ondernemers die deze week op stel en sprong hun deuren hebben moeten sluiten en ook hun onderneming opnieuw hebben moeten uitvinden. Je ziet ook, en dat vind ik frustrerend, dat er een aantal in mijn ogen asociale ketens zijn die meteen de mazen van de wet opzoeken terwijl de kleine winkel op de hoek gewoon zijn verantwoordelijkheid pakt en dicht gaat. Tegelijkertijd leef ik enorm mee met de kwetsbaren voor wie het een hele donkere kerst zal worden. We moeten denk ik ook eerlijk zijn. De komende vijf weken worden echt heel zwaar. Maar het zwaarst wordt het misschien wel voor kinderen en jongeren en dan vooral voor die kinderen die als enkelband voor hun ouders worden ingezet. Ik vind dat echt bijzonder frustrerend. Ik vind dat daarover niet goed is nagedacht. Laten we eerlijk zijn. Wat doe je als je moet doorwerken en er is geen kinderopvang of school beschikbaar? Dan breng je je kinderen naar opa en oma en dat lijkt me nu verreweg het allerslechtste idee. Ik vind ook echt dat wij als hoofdstad een verantwoordelijkheid hebben om er bij het kabinet op aan te dringen dat dit anders moet en dat dit korter moet. De sluiting van het VO, daarbij kan ik me van alles voorstellen. Het gaat hier ook om kinderen die zichzelf nog wel even kunnen vermaken en die makkelijker online les kunnen krijgen. Maar de sluiting van de kinderdagverblijven en het PO, dat is echt een verkeerde beweging. Maar laten we ons nu even richten op de problemen die we hier misschien kunnen oplossen en dan gaat het toch vooral over kwetsbare kinderen op school. Vooral die kwetsbare kinderen die echt in een heel ingewikkelde thuissituatie zitten. Ik roem overigens het werk van wethouder Moorman en wethouder Kukenheim in de vorige loekdown op dit punt. Maar ik zie wel weer een paar knelpunten aankomen. De eerste is bijvoorbeeld de toegang tot internet, een iPad of een computer. Die hebben we natuurlijk in de vorige lockdown fantastisch snel uitgedeeld maar ik hoor dat die bijna allemaal weer zijn ingeleverd. Kan de wethouder mij geruststellen dat die communicatiemiddelen zo snel mogelijk weer ter beschikking worden gesteld aan de leerlingen zodat ze echt kunnen doorwerken? Een andere vraag die ik heb, is hoe we ervoor zorgen dat in wijken met veel kwetsbare leerlingen de scholen goed worden ondersteund om deze kwetsbare leerlingen op te vangen. Hebben we daar als gemeente nog een rol in? Hebben we dat in beeld? Wat kunnen we extra doen? En dan misschien nog een ander punt. Ik wil deze oproep wel even stevig neerzetten. Het zou denk ik bijzonder helpen als de gemeente Amsterdam ervoor gaat pleiten dat aan het einde van de kerstvakantie alle scholen met veel kwetsbare leerlingen gewoon open kunnen. Ik denk dat het essentieel is dat we deze kinderen zo veel mogelijk naar school brengen. Wat mij betreft doen we dan ook de oproep dat ouders van niet kwetsbare kinderen hun kinderen thuis houden, maar we moeten die kinderen die veilige omgeving bieden. Achter deze voordeuren gebeurt allemaal ellende. Laten we eerlijk zijn, het is heel onevenredig verdeeld over de stad en dat betekent dat we na weken thuisonderwijs soms zelfs met vijf kinderen op één iPadje de echte toekomst van kinderen in de modder laten draaien. Dat is onacceptabel ondanks dat ik me terdege realiseer dat we aan de vooravond staan van echt een hele donkere en ingewikkelde periode. We hebben ook met elkaar gezegd, de scholen gaan nooit meer dicht. Het doet me echt pijn dat we dat hebben geschonden. Dan de jongeren. Dat is een ingewikkeld verhaal zeker als die vijf weken thuis moeten zitten met dingen als Oud en Nieuw in aantocht. Nu is er een lichtpuntje en dat is dat jongeren nog wel met elkaar mogen sporten. Er staan heel veel sportvelden leeg. Er zijn ook allemaal initiatieven toe gedaan. Ik wil de wethouder Jeugd vragen die toevallig ook 28 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen wethouder Sport is, wat we nu snel kunnen doen om een programma op te starten om ervoor te zorgen dat er toch wat te doen is in die kerstvakantie, dat je naar buiten kunt, dat je niet thuis zit. Ik hoop daar zeer op creatieve ideeën. En dan als laatste toch een lans voor de ondernemers. Wat heb je nodig als ondernemer zeg ik dan ook maar even uit eigen ervaring? Perspectief. Ik denk dat we als Amsterdammers allemaal trots waren op wat we deze zomer hebben gerealiseerd. We hebben echt veel ruimte geboden aan ondernemers. Ik snap dat het nu te vroeg is om te zeggen wat we precies gaan doen om deze ruimte te bieden, maar ik wil het college vragen snel na het reces werk te maken van ruimte geven aan ondernemers deze zomer. Natuurlijk voor het MKB, voor de horeca, en als het even kan ook nadenken of we snel weer evenementen kunnen opstarten. We hebben dat echt nodig. Ik ga nu niet om een plan vragen, maar ik hoor wel graag de toezegging dat alles in het werk wordt gezet om zo dicht mogelijk bij al die verruimingen te komen van deze zomer. (Mevrouw POOT: Als eerste wil ik het pleidooi van de heer Van Dantzig om echt goed naar ondernemers te kijken en naar perspectief voor ondernemers ondersteunen. Maar de vraag die ik heb, is hoe dat nu matcht met zijn voornemen, het voornemen van D66 en deze coalitie om de lasten voor deze ondernemers stevig te gaan verhogen. Dan heb ik het over de OZB van honderden euro's, dan heb ik het over de afvalstoffenheffing en noem maar op. Dus hoe matcht dat nu, mijnheer Van Dantzig?) Dat is natuurlijk wel een vraag die je ziet aankomen, maar tegelijkertijd vind ik het ook wel wat goedkoop om nu deze vraag te stellen bij zo’n toch tamelijk ingewikkeld onderwerp dat zoveel mensen raakt. We gaan hierna de begroting behandelen en volgens mij kunnen we dit dan nog uitgebreid met elkaar uitdiscussiëren. We hebben nu toch even een debat over de stand van de stad, over iets wat verschrikkelijk veel pijn gaat doen. En om dan politiekje te gaan bedrijven over iets wat op pagina 30 van De Telegraaf stond, ik vind het een beetje goedkoop. Maar ik ga u zeggen dat wij lastenverlichting hebben afgekondigd. Tegelijkertijd hebben we de OZB verhoogd. Dat is genoegzaam bekend. Verder wil ik niet op deze vraag ingaan. (De VOORZITTER: Ik wil de leden van de raad er wel op wijzen dat we zo dadelijk de begroting nog gaan bespreken als ook een aantal verordeningen omtrent de gemeentelijke belastingen. Dat onderwerp is daar wat beter op Z'n plek dan bij deze actualiteit.) (Mevrouw POOT: Om heel eerlijk te zijn vind ik het antwoord een beetje jammer. Nogmaals, wij steunen enorm het betoog rondom ondernemers, maar de heer Van Dantzig kan ook wat doen en dat kan hij nu doen. Dat kan hij hier in Amsterdam doen. Dus ik vraag het u nog een keer. Sterker nog, ik zal het daarna niet meer doen want dan gaan we het er bij de begroting over hebben. Maar u kunt er hier voor zorgen dat die ondernemers niet honderden euro's meer aan OZB gaan betalen, niet honderden euro's meer aan afvalstoffenheffing gaan betalen. Daarvoor kunt u vandaag zorgen. Doet u dat dan ook.) Weet u, volgens mij bestuurt de VVD dit land en de pakketten ter compensatie van ondernemers die al maanden zijn gesloten, zijn echt niet voldoende om alle kosten te dekken. Ik denk dat ondernemers liever hebben dat dat wordt opgeheven door de VVD dan een euro’tje of 30, 60 aan OZB zeg ik dan maar even als ondernemer. (Mevrouw POOT: Omdat ik de heer Van Dantzig graag eventjes op Amsterdam wil vastpinnen. Het gaat overigens niet om tientallen euro's; het gaat echt om honderden euro’s als het gaat over ondernemers. Ik pin u hier 29 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen even op Amsterdam vast. Dit kunt u vandaag doen. Waarom doet u dat niet voor ons?) We zitten aan de vooravond van de donkerste periode van de coronacrisis, een periode waarin je moet samenwerken, waarin je elkaar ook een beetje hoop moet bieden. Een vertegenwoordiger van de grootste partij van het land presteert het dan hier om een beetje politiekje te gaan bedrijven zonder zelf ook maar een suggestie te geven over al die kwetsbaren, over al die jongeren. Niets is er gezegd over die schoolsluiting. Sorry hoor, maar ik vind dit echt bespottelijk. Dat gezegd hebbende wil ik vooral door met een woord van hoop. De vaccins zijn in aantocht. Het gaat gebeuren. Met een beetje geluk wordt het maandag al vastgesteld. En laten we hopen dat het kabinet het voor elkaar krijgt om rond kerst de eerste prikken in de armen te zetten. Dat zou echt helpen. Tot die tijd realiseer ik me dat de gemeente door een donkere periode gaat. Niet alleen haar inwoners, maar ook al die ambtenaren, al die GGD-medewerkers, die politieagenten en die handhavers die aan de lat staan om Oudejaarsavond een beetje normaal te laten verlopen. Ik wil hun heel veel sterkte wensen en ook de Amsterdammers een enorm groot hart onder de riem steken. We komen hier doorheen. Het vaccin komt eraan. Hou vol. (De heer VAN SCHIJNDEL: Wellicht kan de heer Van Dantzig erop reflecteren dat voor de 60-minners pas na de zomer een vaccinatie aan de orde is. Dat is geen mooi perspectief voor ondernemers, denk ik.) Dat ben ik met u eens. Het gaat zo snel als het gaat. Ik denk dat je gaandeweg het komende jaar wel met elkaar de discussie gaat voeren over of je jongeren niet eerder moet inenten. Dat is denk ik essentieel om de verspreiding van het virus te wenden. Ja, dan kan ik mij voorstellen dat je gevaccineerde jongeren meer mogelijkheden geeft. Maar laten we eerlijk zijn, pas als iedereen of in ieder geval 70% tot 80% van de bevolking is gevaccineerd, wordt het leven weer normaal. Maar in maart wisten we niet of het ooit nog normaal zou worden. Nu weten we dat het gaat gebeuren maar we moeten ons er nog maanden doorheen trekken. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik ben heel benieuwd naar wat de heer Van Dantzig vindt van de suggestie van oud-D66lid en oud-VVDsenator Heleen Dupuis om te kiezen voor de omgekeerde isolatie, dus de kwetsbaren en de ouderen die zichzelf beschermen en daarbij worden geholpen.) Ik heb eerder al betoogd dat het mij niet zou verbazen als we terugkijken op deze crisis dat dat wellicht een betere strategie zou zijn, maar tegelijkertijd stel ik me ook wat terughoudend op. Ik denk dat het heel verstandig is voor ouderen en kwetsbaren om zichzelf op dit moment zo veel mogelijk te isoleren totdat ze gevaccineerd zijn. Tegelijkertijd ben ik ook realistisch en zie ik niet dat dit nu nog het grote beleid gaat worden dat in Europa wordt opgezet. Ik denk ook niet dat we dat voor elkaar gaan Krijgen voordat er zo veel mensen zijn gevaccineerd. Dus ja, eens, maar ik denk op dit moment niet meer heel relevant. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Die nieuwe lockdown is natuurlijk echt weer een mokerslag voor de Nederlandse en Amsterdamse economie en samenleving met name voor mensen die geen vast inkomen hebben en die nu opnieuw hun inkomen kwijt zijn of hun baan. Het is gruwelijk, die woede en de frustratie die dit veroorzaakt. Winkels, kappers maar ook theaters en concertzalen die nog net 30 kaartjes hadden verkocht maar er nu ook mee te maken krijgen dat ze ook nog dit verlies moeten dragen, dat is een drama. Dit raakt tal van brede organisaties in de stad opnieuw die het al heel zwaar hadden. Komt het college met een extra inventarisatie van de gevolgen en de impact hiervan? En heeft het college er zicht 30 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen op waar de grootste klappen zullen vallen en welke mogelijkheden er dan zijn om dat op te vangen? Natuurlijk is dat in de eerste plaats aan de landelijke regering in Den Haag om aanvullende steun te bieden. Dat gebeurt voor een deel ook. Maar de gemeente moet wel de vinger aan de pols houden en er zicht op houden. Wat doet dit met sportclubs die nu dicht moeten? Noopt dit volgens het college tot nieuwe en aanvullende steun voor kunstinstellingen? Ik zou wel die volgende vijf weken gebruiken om ervoor te zorgen dat alle scholen beschikken over goede ventilatiesystemen en dus niet de systemen die de lucht hercirculeren. Gaat dat lukken? Ik deel zeker de zorgen van de heer Van Dantzig ten aanzien van wat dit doet met kwetsbare jongeren en kinderen. Die nieuwe schoolsluiting dreigt toch weer nieuwe achterstanden te veroorzaken. Dus kan de wethouder daarop ingaan? Hoe gaat de gemeente proberen te voorkomen dat die meest zwakke leerlingen daarvan de dupe worden? Ik lees net snel in de brief die is verstuurd dat er wel allerlei extra activiteiten worden georganiseerd, extra sport en spel. Dat lijkt me heel goed. Er staat ook: wellicht extra jeugdwerk. Dus misschien kan de wethouder dat woordje wellicht nog toelichten. Dat lijkt mij heel belangrijk. Je zult alternatieve activiteiten moeten organiseren. Tot zover. De VOORZITTER: Mij is via de chat terecht gevraagd de sprekerslijst of de resterende sprekerslijst nog even met u te delen. Die is als volgt. Zo dadelijk zou ik als eerste het woord willen geven aan de heer Ernsting, daarna aan de heer Veldhuyzen, dan de heer Mbarki en dan de heer Flentge. Mocht ik nog mensen hebben gemist, dan kunnen zij zich melden via de chat en dan worden ze alsnog op de sprekerslijst worden vermeld. En ik moet melden dat de heer Kreuger zich ook nog heeft aangemeld. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ernsting. De heer ERNSTING: In de zomer zei ik hier bij een debat over corona, de aanleiding was toen een kickstart van de bezoekerseconomie, dat we behoedzaam moesten zijn want een nieuwe lockdown zou een ramp betekenen en we zaten al in een ramp. We moesten een nieuwe lockdown zien te voorkomen. Dus laten we ons aan de beperkingen houden. Wees voorzichtig, was mijn boodschap. Daarmee wil ik niet zeggen dat dat de oorzaak is. Ik ben er niet op uit om te gaan vingerwijzen, maar het is voor mijn fractie een zeer bittere pil dat we nu inderdaad in een nieuwe lockdown zitten. Dat is in de eerste plaats vreselijk voor mensen die ziek worden, voor mensen in de zorg die voor hen moeten zorgen en weer zo hard moeten werken en veel leed zien. Het is bitter voor ondernemers en dan denk ik met name aan kleine ondernemers. Het is bitter voor ouderen, voor eenzamen. Het is bitter voor kinderen en jongeren die niet meer naar school kunnen. En het is bitter voor iedereen die wordt geraakt door het virus en door de lockdown. Het hakt erin. Dat kunnen we niet onderschatten en dat voelen we allemaal. We doen het allemaal, die loekdown, om te voorkomen dat het virus om zich heen grijpt. Dat mensen ziek worden, komen te overlijden, en we doen het om onze zorg te beschermen zodat we ook nu en in de toekomst de zorg kunnen krijgen die nodig is en dat moet voorop blijven staan. We hebben een aantal brieven gekregen in de mailbox waarvoor dank, maar ik heb ook nog een aantal vragen aan het college. De eerste is denk ik toch de belangrijkste namelijk aan de voorzitter van de Veiligheidsregio of zij ons een beetje kan meenemen in de redenering achter de nieuwe lockdown vanuit het perspectief van het Veiligheidsberaad en hoe de handhaving gaat plaatsvinden en wat de gevolgen zijn voor onze boa's. Een tweede vraag. Er is gisteren in de Tweede Kamer veel discussie geweest over het sluiten van het basisonderwijs. Die discussie hoeven we misschien niet over te doen alhoewel ik daarover allerlei gevoelens heb zeker nadat minister De Jonge aangaf de 31 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen basisschoolsluiting ook in te zetten om ouders te disciplineren. Maar daar gaat het nu even niet om. De wethouder Onderwijs waarschuwde terecht in Het Parool voor mogelijk ernstige gevolgen voor kwetsbare kinderen. Het rijk zegt tegelijkertijd dat kwetsbare kinderen wel naar school kunnen. Hoe zit dit nu precies en hoe wordt dit toegepast? Ik hoop dat de wethouder Onderwijs daarover iets kan vertellen. De derde vraag. In het voorjaar bij de vorige lockdown zijn er diverse programma’s en ondersteuning geweest vanuit welzijnswerk en activiteiten. Zijn die nu ook weer volop operationeel? Zijn de zaken anders dan bij de vorige lockdown? Ik vraag daarbij ook inderdaad en daarvoor is aandacht in de brief die we vanmiddag hebben gekregen naar activiteiten voor jongeren. Die hebben het zwaar. De heer Van Dantzig zei dat ook al. Vierde vraag. Wij hebben een aantal weken geleden, half oktober, als GroenLinks schriftelijke vragen gesteld over quarantainehotels voor mensen die zich moeten afzonderen omdat ze besmet zijn maar dat vanwege kleine behuizing niet kunnen en daarbij dus gewoon te dicht bij hun huisgenoten komen. Hoe zit het met de beantwoording an die schriftelijke vragen”? Vijfde vraag. Ook financieel heeft dit natuurlijk weer gevolgen. In de brief over de fysieke kwetsbaarheid lees ik wel iets over de mindere parkeeropbrengsten die we zullen gaan krijgen. Maar is er al een inschatting te maken wat dit voor de gemeentefinanciën gaat betekenen zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenkant? Tot slot zou ik graag horen en dat was eigenlijk de aanleiding voor het aanvragen van deze actualiteit voor afkondiging van de tweede lockdown, hoe het gaat met de voorbereidingen van het vaccinatieprogramma. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik ben enorm geïnteresseerd in de visie van GroenLinks op de wetenschappelijke lijn. Hoe zit het nu in uw ogen met die andere verspreidingswijzen namelijk via de kleine druppeltjes die rondzweven? Moet daarmee iets gebeuren in het beleid?) De aerosolendiscussie komt elke maand via de heer Van Schijndel terug in deze raad. Elke keer is het antwoord: ik ben geen wetenschapper en ik vertrouw op wat het RIVM en de GGD ons daarover vertellen. Ik denk dat het ook belangrijk is om de specialisten daarvoor in die positie te zetten en dat niet automatisch te wantrouwen met verhalen over filmpjes van Youtube of Facebook. (De heer VAN SCHIJNDEL: Uitermate jammer dat een grote linkse partij zelf niet op zoek gaat naar wat nu de waarheid is. Dus gewoon die Nederlandse coronawaarheid. Dat is het dan. De rest van de wereld ziet het echt anders. Ja, dan vertrouwt u maar op die experts van het RIVM. Die zullen het wel weten. Dat is toch niet wetenschappelijk. Dat kan toch niet.) Nou ja, ik weet dat hierover ook in de landelijke politiek wordt gesproken en dat er ook mensen van de andere kant, zo zal ik het maar zeggen, aan het woord komen in Kamercommissies. Telkens is de conclusie dat het RIVM het toch wel bij het rechte eind zal hebben. Ik denk niet dat het aan de Amsterdamse gemeenteraad is om dat dan op een andere manier weer in twijfel te gaan trekken. Laten we ons bij de lokale politiek houden. (De VOORZITTER: Ik wil u laten weten dat ook de heer Ceder op de sprekerslijst is gezet.) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Allereerst wil ik alle Amsterdammers heel veel sterkte wensen tijdens de komende lockdown. Deze lockdown gaat voor enorme schade zorgen zowel als het gaat om het welzijn en de bestaanszekerheid van mensen als de economie als geheel. Ik denk dat deze harde lockdown zoals die op dit moment plaatsvindt, had 32 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen kunnen worden voorkomen als het kabinet ander en beter crisisbeleid had gevoerd. Eerder heb ik meerdere pogingen gedaan om vanuit de Veiligheidsregio Amsterdam een ander, veiliger crisisbeleid te laten hanteren of in ieder geval het kabinet daartoe op te roepen. Dat was tevergeefs want de burgemeester moet en wil de aanwijzingen van de minister opvolgen en ondanks dat ik dat moeilijk te verteren vind, begrijp ik dat wel. Ik zou graag een andere crisisaanpak willen zien waarbij ik vooral kijk naar de perspectieven en ideeën van het RED Team en Containment Nu, dus inzetten op het aantal besmettingen zo veel mogelijk terug te dringen in plaats van te sturen op de capaciteit van ziekenhuizen. Daar kan ik vrij weinig aan doen. Het moet hier ook worden benoemd dat het echt een regelrechte schande is dat dit kabinet miljarden geeft aan multinationals terwijl de massale winsten die zij de afgelopen jaren hebben gemaakt, zijn verdwenen in de zakken van rijke aandeelhouders. Dit kabinet kiest ervoor om die diepe zakken van de allerrijksten nog verder op te vullen in plaats van in te zetten op het beschermen van de bestaanszekerheid van alle mensen in Nederland. Wat wij in Amsterdam kunnen doen, is beperkt, maar we kunnen wel solidariteit organiseren met de mensen die het hardst worden geraakt. Daarom wil ik het college vragen welke nieuwe maatregelen het gaat nemen om Amsterdammers te helpen om door deze lockdown te komen en in het bijzonder als het gaat om mensen in de zorg die een burnout hebben of die daar tegenaan zitten, voor onze ouderen en andere Amsterdammers die behoren tot de risicogroepen, voor leerlingen die een leerachterstand hebben of die nu dreigen op te lopen, voor mensen die in de schulden terecht komen of dakloos dreigen te raken, voor grote gezinnen die noodgedwongen in veel te kleine woningen leven, voor slachtoffers van huiselijk geweld en eigenlijk voor alle Amsterdammers voor wie deze loekdown een ongekende harde tegenslag is, een tegenslag die voor veel mensen de druppel zal vormen die de emmer doet overlopen. Afsluitend wil ik de burgemeester vragen of zij een strategie heeft inzake de beweging die zich verzet tegen de coronamaatregelen. Ik lees namelijk net dat er in de afgelopen periode ruiten zijn ingegooid bij twee testlocaties van de GGD in Amsterdam. Die acties zijn echt onderdeel van een breder patroon waarin mensen die hun stinkende best doen om het virus te bestrijden, worden bedreigd en aangevallen. En als er nog geen plan ligt, dan roep ik de burgemeester op om met een plan te komen om GGD-medewerkers en iedereen die in de zorg werkt, te beschermen tegen het bedreigende geweld van mensen die denken dat corona slechts een griepje betreft. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Mbarki. De heer MBARKI: We gaan een moeilijke fase tegemoet. Dat hebben voorgaande sprekers ook al gezegd. We hopen natuurlijk allemaal dat dit de laatste keer is dat we in zo’n lockdown moeten en dat we vervolgens heel snel met elkaar het virus onder controle gaan krijgen. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook zaak om alle professionals in de zorg en op andere plekken heel dankbaar te zijn en de komende tijd te blijven steunen. Daarom verbaast het me om te horen dat er ramen zijn gesneuveld bij twee testlocaties in de stad. Ik ben heel benieuwd of de burgemeester hierover wat meer kan vertellen met betrekking tot de daders en eventuele extra maatregelen die moeten worden getroffen om onze mensen die keihard aan het werk zijn, te beschermen. Het besluit is gevallen. We zitten inmiddels met elkaar in een lockdown. Toch hoor ik graag nog iets van de burgemeester over het proces rondom dit besluit en wat bijvoorbeeld het advies was van de Veiligheidsregio aan het kabinet en op welke manier de burgemeester voorafgaand contact heeft gehad met het kabinet en welk advies zij daarin heeft gegeven namens de Veiligheidsregio. 33 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen In de vorige lockdown hebben we al kunnen zien dat niet alle Amsterdammers in de gelegenheid zijn om bijvoorbeeld in thuisquarantaire te gaan bij een besmetting terwijl dat wel heel belangrijk is. De reden daarvoor is dat ze bijvoorbeeld een baan hebben die niet digitaal vanuit huis kan worden gedaan of dat ze geen vast inkomen hebben, te klein wonen, met meerdere personen en soms zelfs met meerdere gezinnen in een te klein huis. Daarom ben ik benieuwd of de burgemeester dit ook ziet en hoe we als stad deze mensen kunnen faciliteren wanneer ze in thuisquarantaine moeten gaan. Eerder hebben wij als PvdA en ook GroenLinks voorgesteld te bezien hoe we de lege hotelkamers in de stad hiervoor zouden kunnen inzetten. Uiteindelijk zullen we er alles aan moeten doen om de besmettingen tegen te gaan. Voor wat betreft de jeugd en de jongeren heeft onderwijssocioloog Iliass El Hadioui heel veel gezegd de afgelopen dagen. Hij zegt namelijk dit is een soort zomervakantie midden in het schooljaar voor heel veel kinderen. Dat betekent dus ook dat ze na deze loekdown veel tijd nodig hebben om er weer in te komen. Dat betekent weer dat er veel verschillen zullen ontstaan tussen kinderen onderling. Dat betekent dus ook dat de kansengelijkheid of de kansenongelijkheid eigenlijk nog groter gaat worden. Dus ik ben heel erg benieuwd of de wethouder dit nader zou kunnen beschouwen. Het is net al gevraagd, maar ook ik ben benieuwd naar wat we nog extra kunnen doen. Tijdens de eerste lockdown was er door docenten heel veel extra materiaal ingezet. Je merkt wel als je ouders sprak, dat men toch de behoefte had aan meer contactmomenten met school, bijvoorbeeld digitaal. Kunnen we het onderwijs daarbij faciliteren? Traditiegetrouw worden er in de kerstvakantie veel activiteiten voor jongeren georganiseerd. Dit jaar was de insteek wellicht om dat nog meer te doen. Omdat jongeren zelf ook moesten nadenken over alternatieven, er lopen allemaal prijsvragen, ben ik blij om te horen dat er in ieder geval activiteiten in deze ‘zomervakantie’ doorgaan, maar ik ben ook benieuwd naar de aangekondigde activiteiten die zijn voortgekomen uit het zelf nadenken over activiteiten rondom Oud en Nieuw, of die ook doorgang vinden en of die misschien zelfs worden geïntensiveerd. Voor nu houd ik het hierbij. (De heer VAN SCHIJNDEL: Even over de scholen. Op advies van het RIVM is er 400 miljoen euro beschikbaar voor betere luchtverversing in de schoolgebouwen. Dat geeft toch aan dat ook in de visie van de PvdA denk ik het punt van luchtverversing in kantoren en in supermarkten super belangrijk is. Zie ik dat goed?) Volgens mij moeten we er alles aan doen om het virus onder controle te hebben. Ik begrijp dat daarbij ook hoort dat ruimtes voldoende geventileerd moeten worden. Als dat uw vraag aan mij is, dan zeg ik ja. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge. De heer FLENTGE: Ik zag de beelden van Schiphol met samendringende reizigers; ik zag de beelden van Black Friday met zo veel mensen, te veel mensen op een kluit in de winkelstraten. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de zaken op Schiphol die niet geregeld zijn en het doorslaan bij het inkopen doen op Black Friday uiteindelijk hebben geresulteerd in een nieuwe lockdown. Dat is misschien kort door de bocht. Er zijn meer oorzaken maar ik kan me niet aan die indruk onttrekken. Dat betekent dat ondernemers, zeker de horecaondernemers nu de klappen opvangen. De jongeren die vaak op flexcontracten zitten, dat geldt alle mensen die op flexcontracten zitten, die doorgeslagen flexibilisering in onze samenleving, die vangen de klappen op. Mensen die in de problemen zitten, mentale problemen. Zeker ook de leerlingen straks vangen de klappen op. Scholen die dicht gaan en zeker het PO, dat wekt natuurlijk wel de verbazing. Nu weet ik dat er een 34 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen uitzonderingspositie is gemaakt door het kabinet voor die leerlingen die kwetsbaar zijn. Praktijkonderwijs. De vraag aan de wethouder van Onderwijs luidt of zij bereid is bij het MBO, het praktijkonderwijs, bij het speciaal basisschoolonderwijs en bij het voortgezet speciaal onderwijs echt nadrukkelijk op te roepen die ruimte ook te benutten. Ik zit zelf in zo’n situatie. Ik mag in januari les geven maar ik denk dat het goed is dat alle scholen die die kans hebben, daartoe nadrukkelijk worden uitgenodigd. Je leerlingen zien is een hele andere manier zeker bij kwetsbare leerlingen, als op een gedeelde iPad met een scheur of een kras erin die met de hele familie wordt gedeeld. Dus ik hoop dat de wethouder Onderwijs en dat verwacht ik ook wel, daarmee aan de slag gaat. Dan een paar vragen aan de wethouder Zorg. Hoe staat het eigenlijk met het bron- en contactonderzoek de komende periode? Is die nu op orde of komen we er straks toch achter in januari dat we daarmee niet volledig aan de slag zijn gegaan. En het testbeleid, is dat volledig op orde. Staan we er nu goed voor en wanneer kunnen we die sneltest op verschillende plekken in de stad afnemen? De vraag is ook waarom we op het Mbo, het Hbo of op de universiteit niet ook een testlocatie inrichten als daartoe mogelijkheden zijn. De vraag is of de wethouder dat wil onderzoeken. Ten slotte eindig ik met Slotervaart. Ik heb een motie ingediend bij de Algemene politieke beschouwingen. Laat het Sloteraart weer een noodhospitaal zijn. Dat bedoel ik niet voor de IC's; dan bedoel ik het voor de lichte zorg. In de beantwoording van mijn motie die negatief werd gepreadviseerd, stond daadwerkelijk dat de wethouder geen personeel kon onttrekken en dan naar het Slotervaartnoodhospitaal kon brengen. Maar mijn verhaal bij de Algemene politieke beschouwing was nadrukkelijk een ander. Het ging mij niet om de bedden. Het ging mij nadrukkelijk juist om het ontzorgen van andere ziekenhuizen. Dan heb je een plek met veel bedden en privacy, schone plekken zoals die bijvoorbeeld in het Slotervaartziekenhuis kunnen worden ingericht, die met een relatief klein team van artsen en verpleegkundigen heel veel werk kunnen verzetten en tegelijkertijd kunnen worden aangevuld met huisartsen en studenten in opleiding. Die kunnen allerlei zaken doen bijvoorbeeld rond de uitleg van de zuurstofmaskers en met betrekking tot de saturatiemeters. Dat zijn zaken die niet per se hoeven te worden gedaan door hoogopgeleide verpleegkundigen. Daarmee ontzorg je dus juist het ziekenhuispersoneel. Dat was de essentie van mijn plan. Ik merk wel op dat er een soort politieke kramp bestaat rondom het Slotervaartziekenhuis. Het gebouw staat daar grotendeels leeg. Ik vind het heel prettig en goed om te weten dat bijvoorbeeld stichting Blije Buren daar zit en nog andere organisaties. Maar het staat nog steeds grotendeels leeg. Het staat symbool voor een falend zorgsysteem. Geen Amsterdammer die het snapt dat middenin coronatijd een ziekenhuis grotendeels leeg staat en dat wij steeds bij elk plan, elk voorstel terughoudend reageren. Dus ik hoop dat de wethouder daarover toch wil nadenken. Dat verzoek doe ik hierbij nogmaals. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik ben het helemaal eens over dat Slotervaart of de RAI of waar dan ook. Een ander punt: de winkeliers, non-food, kledingzaken. Er wordt geroepen dat het heel gevaarlijk is in de stad als het te druk wordt. Vermijd de drukte! Maar dat is toch in de buitenlucht? De contactmomenten waarop het aankomt, die zijn in de winkel. Dat valt te ondervangen door een verstandige looproute en een mondkapjesbeleid of wat dan ook. Bent u het daarmee eens?) (De VOORZITTER: Mijnheer Van Schijndel, ik ga hier toch eens even wat van zeggen, want het idee van een interruptie is dat wanneer een collegaraadslid, een wethouder of de burgemeester iets zegt, dat u daarop bij interruptie reageert, maar u gaat een heel ander onderwerp aankaarten. 35 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De heer Flentge had het daar helemaal niet over. Dus ik vind dat toch wat ingewikkeld. Ik zou deze interruptie zonder gevolg willen laten.) (De heer VAN SCHIJNDEL: De heer Flentge heeft er wel degelijk op gewezen dat het veel te druk werd in de winkelstraten. Ja, dat heb ik wel gehoord.) (De VOORZITTER: Dat klopt, dat heeft hij in het begin van zijn betoog gezegd en dan is het ’'t moment om te interrumperen.} Blijkbaar verkeert de heer Van Schijndel in de veronderstelling als tienduizend mensen in een winkelstraat lopen, dat ze dan geen winkel binnengaan. Ik acht dat een beetje onwaarschijnlijk. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik vind het een beetje flauw, want het was nu juist zo gemakkelijk te ondervangen door op een verstandige manier zaken in de winkel te organiseren. In ieder geval hoop ik dat de heer Flentge het met mij eens is, dat er in de open lucht minimaal gevaar is voor besmetting — zie de Damdemonstratie.} Daarin heeft de heer Van Schijndel volledig gelijk. In de buitenlucht is er veel minder kans op besmetting. Het is wel een open deur. ledereen weet dat inmiddels. Dus ik weet niet waarom de heer Van Schijndel daarbij zo lang wil stilstaan. Maar als er tienduizenden in de winkelstraten lopen, is het waarschijnlijk dat die mensen gaan samenkomen in de winkels en dan ben je erg afhankelijk van de vraag of het in alle winkels wel goed gaat. Dat is het lastige voor winkelpersoneel en voor ondernemers. Als ik zeg dat Black Friday wel degelijk een oorzaak is geweest van de extra stijgingen, het was immers opvallend dat het vrij vlak daarna gebeurde, dan heeft dat zeker meegespeeld. Ik zou het niet te veel ontkennen als ik u was, mijnheer Van Schijndel. (De heer VAN SCHIJNDEL: Maar we zien in de stad al die gele borden met de woorden Houd afstand anderhalvemeter in de buitenlucht. Daartoe wordt opgeroepen. Bent u het ermee eens dat we die borden dan beter kunnen weghalen?) Het lijkt wel of de heer Van Schijndel eigenlijk bepleit dat iedereen op een kluitje in de stad probeert te zijn, boven op elkaar zou moeten springen en dat het zonder enig gevolg zou zijn. Ik denk dat de heer Van Schijndel van zijn kant de gevaren die dat oplevert volledig onderschat. Buitenlucht is veel minder gevaarlijk dan de lucht binnen, maar dat betekent niet dat je tegen de mensen moet zeggen, laat maar varen. Het komt allemaal goed. Ook omdat het gevolgen heeft voor allerlei andere plekken als je dat doet. Het lijkt mij erg onverstandig, mijnheer Van Schijndel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger. De heer KREUGER: Een actualiteit over corona, wat zullen we er eens over zeggen? Maandag heeft het kabinet gekozen voor een harde lockdown. Winkels dicht. Personeel naar huis. Allemaal kunnen ze een tijdje gaan wachten gedurende de kerst of hun bedrijf of hun baan straks nog wel bestaat. Laat er geen misverstand over bestaan: de Onafhankelijke Raadsfractie snapt dat er iets moet gebeuren gelet op het groeiende aantal besmettingen en de capaciteit in onze ziekenhuizen. Maar waarvan wij niet zo veel snappen, is het zwalkende beleid in de aanloop naar deze tweede lockdown. Het draait uiteindelijk allemaal om ons gedrag. We moeten ons allemaal aan heldere regels houden. Regels die door iedereen worden begrepen en die ook op een breed draagvlak kunnen rekenen. Die coronaregels waren niet alleen voortdurend onnavolgbaar maar die werden tevens als het gaat om het draagvlak, meermaals ondermijnd door de keuzes en het gedrag van onze eigen bestuurders. Zo koos onze eigen burgemeester ervoor om op 1 juni 2020 36 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen een demonstratie toe te staan waar Black Lives Matterdemonstranten op grote schaal een experiment deden met niet-bestaande groepsimmuniteit over de rug van de horeca, kwetsbare ouderen en zorgpersoneel. Minister Grapperhaus die mensen die coronaregels overtreden, aso’s noemde om vervolgens zelf op zijn bruiloft een loopje te nemen met diezelfde coronaregels. De mensen snappen er niets meer van als de regels onnavolgbaar zijn, als de regels inconsequent worden ingezet en als ze ook nog eens een keertje niet worden nageleefd door hun eigen bestuurders. De mensen snappen er helemaal niets meer van en dat is slecht voor het draagvlak. Als het dan gaat om de keuzes die nu bij deze loekdown worden genomen, dan zitten er ook weer zaken bij waar mensen niets van snappen. Hoe kan het in godsnaam zo zijn dat wij in een seculier land eerder kinderen van school naar huis sturen dan dat we tegen christenen, moslims en joden zeggen dat ze thuis moeten bidden. Ik vind dat echt onbegrijpelijk. Waarvan ook niemand iets snapt, is dat we aan het begin hebben gezien deze zomer dat de eerste grote uitbraken plaatsvonden in kwetsbare buurten waar mensen de taal slecht spreken. En als je daar vervolgens wat van zegt, als je een motie indient om taal bij te spijkeren, dan zitten partijen als GroenLinks, D66, de PvdA en de SP je een beetje stom aan te kijken terwijl dat juist nodig is om ervoor te zorgen dat we bij de volgende pandemie over een jaartje of twintig wel op tijd zijn en dat mensen het wel snappen. Goed, dan nog een paar vragen. Rekent het college zichzelf iets aan waar het gaat om het onder controle krijgen van het coronavirus? Wat gaat het college eraan doen om het draagvlak voor de coronaregels te vergroten? Is er enige vorm van causaliteit tussen enerzijds de afgekondigde maatregelen en anderzijds het aantal besmettingen of de druk op de zorg? Welke actie gaat het college ondernemen om slachtoffers zowel qua zorg als economisch te helpen en wat blijft er na deze tweede lockdown over van de begroting 2021 waarop we zo meteen met Z'n allen een klap gaan geven. Tot slot nog twee vragen over de komende weken. Dat gaat in het bijzonder over kerst en Oud en Nieuw. Om met kerst te beginnen: drie gasten maximaal in huis. Maar ik denk dat veel Amsterdammers willen weten hoe hierop wordt gehandhaafd. Krijgen mensen bijvoorbeeld agenten langs de deur of gaan we net zoals België drones inzetten? Wat mij betreft uiteraard liever niet. Of doen we een beroep op de verantwoordelijkheid van Amsterdammers zelf. En dan met betrekking tot Oud en Nieuw: de hoofdcommissaris zet twee keer zo veel agenten is als normaal. Het zou een zware nacht kunnen worden voor onze agenten, kan ik me zo voorstellen. Welke instructies krijgen de agenten mee van de korpsleiding, hoe is het beeld, verwacht de politie ongeregeldheden, relletjes of nog erger? Ik hoor het graag. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. De heer CEDER: Er is al heel veel gezegd. Het worden een aantal zware weken, een tijd waarin we vooral naar elkaar horen om te kijken. Ik weet dat de neiging er is om te verzinken in wat ons overkomt en de blik op onszelf te richten. Toch zou ik vooral willen meegeven aan de raad en aan alle Amsterdammers die kijken, kijk vooral ook naar elkaar om. Juist in deze tijden zijn er veel mensen die niet worden gezien en die het misschien nog zwaarder hebben. Ik zal me beperken tot een paar korte vragen. Allereerst maak ik mij zorgen over de jongeren die nu eerder vakantie hebben, geen vuurwerk kunnen afsteken en ik vraag me af wat de burgemeester inschat qua risico’s in het licht van het aantal incidenten dat we de vorige keer hebben gezien. Ik vraag dit ook in het licht van het wapengeweld dat we het afgelopen jaar in de stad hebben gezien en ook het verbod op vuurwerk. Dus ik vraag me af of de burgemeester daarover een analyse kan geven, maar vooral ook wat zij van plan 37 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen is om de komende weken extra te doen om ervoor te zorgen dat we omtrent jongerenwerk ook de veiligheid kunnen waarborgen. Dan heb ik een vraag over kwetsbare kinderen. Tijdens de vorige lockdown waren wij het er unaniem over eens dat sommige kinderen kwetsbaarder thuis zijn dan op school. Als dat toen niet goed was, dan denk ik dat de situatie nu ook voor juist die kwetsbare groep ook niet goed is. Dus ik vroeg mij af als de scholen niet open gaan, wat de gemeente zou kunnen doen om wat verlichting te kunnen bieden specifiek voor deze groep waarvan we al eerder hebben aangegeven dat het soms onveilig thuis kan zijn vooral als je al deze weken thuis samen moet zijn. Ik maak mij ook zorgen over het toenemende vandalisme. Er zijn ruiten ingegooid bij teststraten in de Amsterdamse RAI en ook in Zuidoost zo heb ik vanochtend begrepen. Het blijft kennelijk niet alleen bij argumenten of opvattingen, maar dat lijkt zich te vertalen naar frustratie die zich uit in vandalisme. Ik vroeg me af of er nog extra maatregelen worden genomen de komende weken om teststraten of andere locaties te beschermen. Ik wil afronden met een oproep. Hoewel het kerstdagen zijn zoals anders en het in heel veel opzichten toch ook donkere dagen zijn, wil ik iedereen bemoedigen met de centrale boodschap van ook juist deze kerstdagen namelijk dat wanneer alles duister is en donker lijkt te zijn, dat we toch een klein licht mogen verwachten en daarmee mogen we hoop blijven houden. En ik hoop ook dat dat ons motiveert om deze crisis, deze lockdown samen met elkaar door te komen. Tot zover. De VOORZITTER: Dan zijn we volgens mij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. We zijn nu ongeveer een uur bezig met deze actualiteit en dat lijkt mij een mooi moment voor een korte schorsing. Ik schors de vergadering tot 15.50 en dan gaan we door met de eerste termijn van de zijde van het college. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Het is zoals mevrouw Poot inderdaad zei, een zware boodschap die door de premier afgelopen maandag werd meegedeeld. Overigens wat het een Rutte-ervaring die u had terwijl er naast u thuis werd geboord. Ik vond dat u zich daar net zo manhaftig/vrouwhaftig doorheen sloeg. Maar het was een hele akelige boodschap die de premier bracht voor alle Nederlanders en zeker ook voor de Amsterdammers die het moeten doen in een dichtbevolkte stad dicht op elkaar, dikwijls klein behuisd. Het was een zware klap voor onze ondernemers en dan met name de horecaondernemers, clubeigenaren die al op verschrikkelijke maanden kunnen terugkijken en het moeilijk hebben. Daar komt nu de detailhandel bij die ook een moeilijke tijd tegemoet gaat nu alleen nog maar essentiële winkels open mogen blijven. Zoals u weet en zoals ik ook gisteren in een boodschap aan de Amsterdammers heb gemeld, zijn wij ons zeer bewust van wat het lijden van de Amsterdamse bevolking op dit moment is. Dat geldt voor ondernemers maar dat geldt ook voor mensen die kwetsbaar zijn, die al heel lang thuis zitten of in verpleeghuizen verblijven, mensen die ziek zijn geworden en die zich grote zorgen maken over hun gezondheid. Het is ook een hele moeilijke periode voor jongeren en kinderen. Ik weet uit eigen ervaring van mijn eigen kinderen dat de tijd veel langzamer gaat als je jong bent. Dus een jaar thuis zijn of een jaar minder naar school kunnen, minder activiteiten 38 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen hebben duurt veel langer dan wanneer je de vijftig bent gepasseerd. Het is dus zwaar voor jongeren. Wij steunen de maatregelen die het kabinet heeft genomen. Wel ben ik het met veel van de raadsleden eens dat het met name voor de kinderen in het onderwijs, in het primair onderwijs en de kleintjes op de kinderopvang heel erg zwaar is. Ik hoop dan ook dat direct na de kerstvakantie het primair onderwijs en de kinderopvang weer open kunnen. In die zin zal ik me ook tot het kabinet verstaan, maar daar teken ik direct bij aan dat wij de inschattingen volgen zoals die door het RIVM en het OMT worden gemaakt. Ik geloof dat het de heer Ernsting was die mij vroeg even stil te staan hoe dan de discussie verloopt in het Veiligheidsberaad. Wij zijn afgelopen maandagochtend op de hoogte gebracht van de uitkomsten uit het Catshuisberaad en de ministeriële commissie Crisisbestrijding. Daar is ons uitgelegd wat de noodzaak is van de extra maatregelen. Daarbij aanwezig was onder andere de heer Ernst Kuipers en de uitleg is vooral dat niet alleen het aantal besmettingen op een veel te hoog niveau blijft en ook weer stijgt — en dat zien we ook in Amsterdam terug — maar dat vertraagd daarmee de verwachting is dat het aantal ziekenhuisopnames in de kerstvakantie fors gaat toenemen en een niveau kan bereiken dat echt buitengewoon zorgelijk is. Dat geldt ook voor het aantal opnames op de Intensive Care. Dat maakt de maatregelen noodzakelijk. De maatregelen hebben bij elkaar opgeteld vooral ten doel om het aantal contactmomenten tussen mensen zo veel mogelijk terug te dringen. We weten allemaal dat de meeste besmettingen thuis plaatsvinden, op school en op het werk en daarom is het van groot belang dat mensen zo veel mogelijk thuis werken en dat onderwijs de komende tijd niet plaatsvindt. En als mensen thuis zijn, moeten ze er rekening mee houden en heel weinig mensen thuis uitnodigen. Als regel geldt dat er thuis twee mensen mogen worden ontvangen met uitzondering van de kerstdagen, de 24s®, de 25ste en de 26ste, dan mogen er drie mensen thuis worden ontvangen. Het is van groot belang dat mensen zich daaraan houden. Dat is namelijk de enige manier waarop wij zo snel mogelijk naar een nieuwe fase toe kunnen waarin de stad toch weer meer opengesteld kan worden, de detailhandel zijn zaken kan hervatten, de horeca geleidelijk kan worden opengesteld en mensen hun sociale leven kunnen hervatten. Daar snakken we natuurlijk allemaal naar. Ik ga zo de specifieke vragen van de raadsleden na lopen. Zowel wethouder Kukenheim als wethouder Moorman hebben meegeluisterd en zullen specifieke vragen op hun terrein beantwoorden. (De heer VAN SCHIJNDEL: Is het niet zo dat Amsterdam er toch wat anders in staat doordat we een grote stad zijn en ook doordat de economie veel harder dan de rest van Nederland wordt geraakt? Is er eigenlijk wel ruimte om de maatregelen van het kabinet niet te steunen vanuit Amsterdam?) Wij worden als stad en als regio heel hard geraakt. Er is landelijk sprake van een krimp van 5 procent en voor Groot Amsterdam, voor de Amsterdamse regio geldt dat de Krimp inmiddels 6 procent tot 7 procent is. Onze economie is heel sterk afhankelijk van bezoekers, van horeca, van cultuur, van onderlinge ontmoetingen. Dat zie je ook gewoon terug in de economische neergang die de stad op dit moment doormaakt. Dus ja, wij hebben grote zorgen. Tegelijkertijd is de stad ook heel erg kwetsbaar voor volksgezondheidsrisico’s omdat we zo dichtbevolkt zijn. Dat betekent dat we omwille van de economie niet lichtzinnig mogen omgaan met de volksgezondheidsrisico’s die onze bevolking teisteren. Dat betekent hoe erg de economische neergang op dit moment ook wordt gevoeld, er voor ons geen reden kan zijn om lichtzinnig om te gaan met de beperkingen die worden opgelegd aan het verkeer tussen mensen omwille van de volksgezondheid. (De heer VAN SCHIJNDEL: Als het nu zo is dat het midden januari niet is gelukt om die ziekenhuiscapaciteit weer te sparen, dan kan er een moment komen dat het toch verstandig is om om te zien naar een totaal ander 39 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen beleid. Drie maanden in deze lockdown blijven, dat is niet aanvaardbaar voor de stad. Kan de burgemeester daar in komen?) Ik kan alleen maar van harte hopen dat op 19 januari de besmettingscijfers zo zijn gedaald dat de R weer onder de 1 is en dan ook echt fors onder de 1, dat die op 0,8 zit waardoor wij onze stad wat kunnen gaan openstellen. Zoals u weet, is er de tijdelijke wet Covid. Daarin is bij wet vastgelegd wat de verantwoordelijkheden zijn van de gemeente. Daaronder hangen ministeriële regelingen waarin de maatregelen worden vastgesteld al naar gelang het besmettingsniveau. Op het moment dat wij ons als stad daarvan zouden losmaken, zijn we in overtreding van de wet en ik denk niet dat de heer Van Schijndel dat zou willen. (De heer VAN SCHIJNDEL: Laat ik het zo zeggen, als het er niet van komt midden januari dat de cijfers bevredigend zijn geweest, kan het college dan niet beter omzien naar ander wetenschappelijk advies, alternatief wetenschappelijk advies, eventueel in te winnen in het buitenland. Zoals het nu gaat, telkens twee weken vooruit beleid, dat is de maximale beleidshorizon, dan kan gewoon niet meer werken.) Anders dan de heer Van Schijndel heb ik wel vertrouwen in de wetenschappers die zijn verzameld in het OMT. Het is ook niet zo dat daar maar een stroming of een wetenschappelijke opvatting is vertegenwoordigd. Het is een breed spectrum aan wetenschappers die ook een wetenschappelijk debat met elkaar voeren en die aansluiting hebben op wetenschappers in het buitenland. Anders dan u suggereert, zie ik ook geen grote afwijking in de Nederlandse wetenschappelijke opvattingen zoals die door het OMT naar buiten worden gebracht en bijvoorbeeld de opvattingen in Duitsland, Frankrijk, België, Engeland of bijvoorbeeld in weerwil van de opvattingen van nu nog president Trump door vooraanstaand arts Fauci naar buiten worden gebracht. Dus ik ga er eigenlijk vanuit dat Nederland deel uitmaakt van een internationale wetenschappelijke gemeenschap waarin een levendig debat plaatsvindt en waar een redelijke consensus bestaat over de te voeren lijn. Ik zou nog een opmerking willen maken voordat ik de verdere vragen beantwoord. Er werden verschillende vragen gesteld over wat de gemeente nu doet in reactie op de coronacrisis. Dan breng ik kortheidshalve even in herinnering dat de gemeente onmiddellijk na de eerste lockdown een noodkas van 50 miljoen euro heeft opengesteld waaruit zowel noodlijdende ondernemers in extreme omstandigheden geld hebben kunnen krijgen maar ook bijvoorbeeld sportclubs. Er is 18 miljoen euro gereserveerd voor de culturele sector en er is per keer gekeken waar extra geld naartoe moet. Daarnaast is bij de begroting 2021 heel nadrukkelijk rekening gehouden met de effecten van de coronacrisis. Niet alleen is als gevolg van de coronacrisis een groot tekort ontstaan op de gemeentelijke middelen van 300 miljoen euro dat moet worden ingelopen, maar tegelijkertijd heeft het college nog een investering gedaan van om en nabij de 250 miljoen euro die in belangrijke mate ten goede moet komen aan het scheppen van werkgelegenheid en aan een groot aantal sociale investeringen die noodzakelijk zijn om het ergste coronaleed te repareren. Zal dat voldoende zijn? Dat zal natuurlijk te bezien zijn al naar gelang de ontwikkeling van corona en de snelheid waarmee het vaccin ook in Nederland kan worden geïmplementeerd. Ik ga er op het moment vanuit dat mocht blijken en we zullen allemaal hopen dat dat niet het geval is, er ook na 19 januari nieuwe lockdowns zullen zijn, dat er dan een open gesprek met de raad zal zijn over extra maatregelen die eventueel zouden moeten worden getroffen om de ergste pijn te ledigen. Dan zou ik willen ingaan op een aantal vragen. Als eerste de vragen van de heer Van Schijndel. Die vroeg om slim aanvullend beleid. Zoals ik u al aangaf, heeft de gemeente een groot aantal extra maatregelen genomen om de pijn te verminderen van de coronacrisis 40 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen op zowel onze lokale regionale economie als op het sociale leed dat dat veroorzaakt. Ten aanzien van de vaccinatie is het zo dat die plaatsvindt onder rijksregie. Daarover is zeer uitgebreid overleg. Dat neemt niet weg dat onze eigen GGD grote voorbereidingen treft om de vaccinatie zo snel mogelijk hier te kunnen starten. U zei dat het niet logisch was om die taakstelling te beleggen bij de GGD. Dat ben ik met u oneens. De GGD heeft grote ervaring met vaccinprogramma’s die de afgelopen jaren in Amsterdam zijn voltrokken en ze kan ook grootschalige vaccinprogramma’s voorbereiden. Die is daarmee nu al druk bezig. U stelde de vraag waarom gezonde 60'ers pas later aan de beurt komen. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van vaccins en de opbouw van het vaccinatieprogramma zoals dat landelijk is afgesproken. U vroeg opnieuw naar het coronaziekenhuis. Daar vroeg ook de heer Flentge naar. Ik neem aan dat de wethouder daar uitgebreid op zal ingaan. Laat ik alleen zeggen dat ik het buitengewoon verstandig vind met het oog op de schaarste die er is in personeel — er is geen schaarste in bedden maar wel een schaarste in personeel — dat er vanuit de GGD’ s en de ROASregio met name wordt ingezet op samenwerking met huisartsenpraktijken waardoor mensen vaker thuis kunnen worden behandeld. Dat lijkt mij een heel verstandige omgang met de personele schaarste die er is. Dat is volgens mij een extra ziekenhuis op dit moment niet. Maar daarop zal de wethouder uitgebreid ingaan. (De heer FLENTGE: De burgemeester stelt dit onderwerp nadrukkelijk ter discussie en daarom voel ik mij verplicht te reageren. Hier weer, wederom, ondanks mijn vaak gegeven uitleg, wordt het argument gebruikt alsof het gaat om de bedden. Maar het gaat mij juist om het ontzorgen van het ziekenhuispersoneel. Het gaat mij nu juist om het ontzorgen van de verpleegkundigen en de artsen. Juist op een plek waar je meerdere bedden in een voormalig ziekenhuis hebt, is dat veel gemakkelijker te organiseren, veel efficiënter dan via de huisartsen. Dan moet je van huisbezoek naar huisbezoek en naar huisbezoek. Dat is nu juist de essentie. Dus ik zou de burgemeester willen vragen niet steeds het argument voor meer bedden te gebruiken, omdat ik juist nadrukkelijk zeg dat het mij gaat om het ontzorgen van ziekenhuispersoneel} Normaals, de wethouder zal daar uitgebreider op ingaan. Laat ik u wel zeggen dat de opvatting die u bij herhaling geeft over de bijdrage van het Slotervaartziekenhuis niet door de experts wordt gedeeld. Dat lijkt mij wel een belangrijke boodschap. Ik zou u willen vragen om deze discussie uitgebreider te voeren met de wethouder. (De heer FLENTGE: Dit laat ik mij niet aanleunen, zeg ik tegen de burgemeester. Ik spreek experts, mevrouw de burgemeester, ik spreek hen juist en juist van hen krijg ik het verhaal te horen. Ik check dat soort zaken. Dan kan het zijn dat u wellicht andere experts beluistert en hoort, dat zou kunnen, maar ik laat me natuurlijk niet aanleunen dat ik hier ergens in een kamertje een plannetje zit te verzinnen. Het is nadrukkelijk bedoeld om het ziekenhuispersoneel te ontzorgen en het is nadrukkelijk afgestemd met juist mensen die op de IC werken, IC-artsen. Ik hoop toch dat die ruimte daartoe open blijft. Ik ga straks wel de discussie aan met de wethouder Zorg.) (De VOORZITTER: Graag spreken via de voorzitter en interrupties graag kort en bondig.) Het was zeker niet mijn bedoeling te suggereren dat u plannetjes op een achterkamertje maakt. Daar lijkt u mij helemaal de persoon niet naar. Ik zou de discussie verder graag aan de wethouder willen laten. Dan vroeg de heer Van Schijndel mij of er overleg plaatsvindt met de supermarktketens. Dat overleg wordt landelijk op dit moment gevoerd. Vanuit het ministerie 41 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen van EZ is er overleg met de branches en de grote ketens. U heeft natuurlijk ook gemerkt dat er enige onduidelijkheid was vandaag over de omschrijving van essentiële winkels, wat non-food is, wat food is, wat open mag, wat wel open mag. Inmiddels is er vanuit het ministerie van Justitie meer duidelijkheid geschapen waardoor ook wij duidelijkheid in de handhaving hebben. (De heer VAN SCHIJNDEL: Het onderwerp dat zojuist bij de heer Flentge werd behandeld, dus de politieke keuze voor een groot hospitaal. We weten dat na tien jaar marktwerking in de zorg heel veel zorgmedewerkers zijn vertrokken. Die zijn andere dingen gaan doen. Je zou heel veel mensen die nu stil zitten en een goede bijdrage kunnen leveren, een sign-on fee kunnen geven. 10.000 euro, kom daar werken. Je hebt zo de handen aan het bed bij elkaar als je daar wat geld voor over hebt. Dat is iets wat bij de landelijke overheid kan worden neergelegd?) (De VOORZITTER: Mijnheer Van Schijndel, ik heb een beetje moeite met deze interruptie omdat die gewoon een heel nieuw plan op tafel legt. Dat mag op zich maar het idee is dat sprekers in eerste termijn een bijdrage houden en daar kunnen ze zeggen wat ze te melden hebben. Vervolgens wordt daarop door het college gereageerd. En vervolgens kunt u naar aanleiding van die reactie concreet interrumperen. Dit is nogal een algemeen, nieuw betoog waar ik als voorzitter vanuit het ordeperspectief wat moeite heb. Ik zou de burgemeester eigenlijk willen vragen verder te gaan met de beantwoording en vervolgens te kijken of de twee wethouders ook nog het woord zouden willen voeren. We moeten wel echt op een ordelijke wijze met elkaar vergaderen. Ik geef het woord aan de burgemeester} Ik was gebleven bij mevrouw Poot en die vroeg of er met het oog op de nieuwe loekdown extra maatregelen nodig zijn. Zoals u weet, hebben we veel handhaving ingezet de afgelopen maanden op het tegengaan van besmettingen. We gaan er eigenlijk vanuit dat er met de nieuwe lockdown geen extra inspanningen nodig zouden zijn, want als het goed gaat, zou dit moeten betekenen dat er minder mensen op straat zijn. Omdat veel winkels dicht zijn, omdat de horeca dicht is, zou dat juist moeten leiden tot minder overtredingen op straat. Wij weten tegelijkertijd dat veel van de overtredingen plaatsvinden in huiselijke sfeer. Dat onttrekt zich aan onze overheidsbevoegdheden. Daar kunnen we niet op handelen behalve als er sprake is van illegale feesten bijvoorbeeld. Daarop zijn we zeer alert en we hebben meerdere keren gevraagd om via de overlastmeldingen dat bij ons aan te geven zodat we daarop kunnen handelen. Dan vroeg u of er extra initiatieven waren. Ik ben ervan overtuigd dat zowel wethouder Kukenheim als wethouder Moorman daarover graag iets willen zeggen. Wij hadden inderdaad voor de kerstvakantie een groot aantal initiatieven voorbereid met name gericht op jongeren en kinderen bijvoorbeeld op sport en ook andere initiatieven zoals Midwinter Mokum. De nieuwe lockdown beperkt de mogelijkheden om activiteiten te organiseren; binnen mag er veel minder. Dat wordt dus allemaal opnieuw beoordeeld. Tegelijkertijd heeft het kabinet gelukkig een uitzondering gemaakt voor kwetsbare groepen en daaronder vallen ook kwetsbare jongeren en daaronder valt ook de mogelijkheid om dagbesteding te organiseren voor diegenen die kwetsbaar zijn. Daarover zal wethouder Kukenheim het een en ander zeggen. Dan de heer Van Dantzig. Die maakte zich grote zorgen wat dit opnieuw betekent voor ondernemers, voor mensen die heel kwetsbaar zijn en voor kinderen en jongeren. Ik deel volledig in die zorg. Ik denk dat het er voor de komend tijd ook op aankomt dat wij als gezonde Amsterdammers, Amsterdammers die zich krachtig en sterk voelen, zo veel mogelijk inzetten voor onze mede-Amsterdammers die het moeilijk hebben. Ik heb gisteren 42 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen ook een oproep gedaan aan iedereen om ook via het platform Wij Amsterdam.nl zo veel mogelijk hulp te zoeken als je die nodig hebt en je aan te melden op het moment dat je misschien eens boodschappen voor iemand anders kunt doen of iemand kunt bijstaan. En let alsjeblieft ook eens op vrienden die schulden aan het opbouwen zijn. We zullen elkaar echt een beetje door deze crisis heen moeten helpen en dat zal voor een deel op de schouders van de gemeente terecht komen, maar dat is ook heel erg een medeverantwoordelijkheid van ons allemaal om vanuit het maatschappelijk middenveld, vanuit de kerken, de moskeeën, vanuit sportorganisaties en andere zo veel mogelijk voor elkaar te zorgen. Dan stelde u nog een aantal specifieke vragen over de kinderdagverblijven en de lagere scholen. Daarop heb ik u inmiddels antwoord gegeven. Ik deel eigenlijk ook wel uw opvatting daarover. De heer Boomsma. Die vroeg om een extra inventarisatie van de effecten van deze lockdown. Laat ik daarop zeggen dat het kabinet natuurlijk al heeft aangegeven dat de maatregelen die zijn genomen, moeten mee-ademen met deze lockdown en dat betekent dat er extra ruimte zou moeten zijn op het moment dat er negatieve effecten zijn van deze loekdown op de detailhandel, op ondernemers, in de horeca en op andere. Maar wij blijven natuurlijk ook inventariseren wat de effecten zijn. Tegelijkertijd moeten we daarbij wel aangeven dat anders dan bijvoorbeeld voor de rijksbegroting voor de gemeentebegroting natuurlijk geldt dat wij veel minder in de min mogen schieten dan het rijk dat kan. Dat betekent dat we ook beperkt zijn in de extra uitgaven die wij kunnen doen daar waar de nood het hoogst is. Het college hoopt natuurlijk dat met de investeringen die worden gedaan in de begroting 2021 er ook tegemoetgekomen wordt aan diegenen die het op dit moment het moeilijkst hebben. (De heer VAN DANTZIG: Met excuses dat ik wat te laat was. Het ging mij nog even om de ondernemers. Ik was op zoek naar een toezegging van het college dat er in februari of anders in de loop van het eerste kwartaal een voorstel wordt gedaan voor welke vrijheden we ondernemers kunnen geven vergelijkbaar met afgelopen zomer.) Wat ik van heel groot belang vind, ik denk in de eerste plaats voor de horecaondernemers omdat die het echt verschrikkelijk zwaar hebben maar ook bijvoorbeeld voor de clubs, dat is dat op het moment dat we weer mogen openstellen, die openstellingen duurzaam zijn en dat het niet betekent twee weken open en dan weer dicht. Met name voor horecaondernemers betekent dat ook voor de voorraden die ze aanleggen en bij de aanstelling van personeel dat juist die variatie en die onzekerheid heel moeilijk te dragen is. Wij zijn met Koninklijke Horeca Nederland in gesprek. Het zijn overigens ook landelijke gesprekken die de Koninklijke Horeca Nederland voert om na te gaan hoe je een geleidelijke openstelling kunt doen waarbij je bijvoorbeeld eerst de ‘droge’ horeca, de restaurants en vervolgens de cafés een perspectief kunt geven dat duurzaam is. Dat geldt ook voor de clubs. De clubs maken ook deel uit van de zogenaamde Field Lab-overleggen waarbij we kijken of de sneltesten hen behulpzaam kunnen zijn in snelle openstellingen. We hebben ook gesprekken gevoerd met culturele instellingen om met hen na te gaan of we een model kunnen maken en dat model ligt er inmiddels hoe we langzaam maar zeker de bezoekersaantallen kunnen opbouwen zodat ze daarmee rekening kunnen houden en ook in hun programmering wat meer zekerheden kunnen krijgen voor het komend jaar. Het is, en dat voorbehoud moet natuurlijk wel altijd worden gemaakt, afhankelijk van de besmettingen; het is afhankelijk van de ontwikkeling van de sneltesten en het is afhankelijk van de snelheid waarmee we vaccinatie programma’s kunnen gaan uitvoeren. (De heer VAN DANTZIG: Ik vind het een heel fijn antwoord van de burgemeester, maar ik denk dat veel ondernemers ook op zoek zijn naar wat ze in de openbare ruimte kunnen doen. Hebben ze bijvoorbeeld meer 43 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen ruimte om hun terras weer op te stellen zoals in de zomer en wat gaan we mogelijk maken voor evenementen als dat weer veilig kan? Ik ga u nu niet om een uitspraak vragen, maar ik zou het fijn vinden als dat snel wordt betrokken in de plannen. Dan kunnen ondernemers daar een beetje op plannen.) U weet dat de regeling die we nu hebben ten aanzien van de uitgebreide terrassen tot 1 maart loopt. Wij zullen zelf moeten nagaan wat we daarna zullen doen. We zullen ook moeten waken voor precedentwerking en de klachten van bewoners want die zijn er namelijk ook. U heeft in Parijs gezien waar de tijdelijke regeling voor de uitgebreide terrassen zo’n precedentwerking had dat men niet meer bereid was terug te gaan. Dus we zullen daarnaar even zorgvuldig moeten kijken omdat we te maken hebben met krappe openbare ruimte waar behalve mensen die op terrasjes willen zitten, ook mensen die er langs willen lopen en inwoners die naar hun deur willen komen, vrijelijk gebruik van moeten maken. Als tweede zijn we als college bezig met het nadenken over hoe wij in de tussenliggende periode, dus de lockdown en hele strenge maatregelen en weer een echt vrije samenleving onze openbare ruimte zo effectief mogelijk kunnen gebruiken. Ik heb samen met de wetenschapper Daniël de Niese nu een groep gevormd van wetenschappers waaraan ook architecten deelnemen, om na te denken over een creatieve invulling van de openbare ruimte in het voorjaar maar ook bijvoorbeeld over het gebruik van leegstaande gebouwen zodat we die voor studenten of anderen toegankelijk zouden kunnen maken waardoor we de krappe openbare ruimte die we in de stad hebben, zo veel mogelijk toegankelijk kunnen maken en beschikbaar kunnen maken voor ontmoetingen van onze inwoners op anderhalvemeter afstand zolang dat noodzakelijk is. De heer Boomsma stelde mij ook nog vragen over kunst- en cultuurinstellingen in de stad. Die hebben het echt afschuwelijk moeilijk. U zei dat ze weer open mochten voor dertig mensen en nu moeten ze weer dicht. Eerlijkheidshalve geldt met name voor de grotere instellingen dat ze ook niets opleverden en dat ze dat meer deden om enige continuïteit in de programmering te hebben en te laten merken dat ze er nog steeds zijn. Maar voor hun financiële zekerheid leverde dat heel weinig op. We hebben 18 miljoen euro beschikbaar gesteld. Daarvan is een deel al uitgegeven zoals u weet, maar wethouder Meliani heeft rekening gehouden met de problemen die er ook dit jaar zullen zijn. Daarover heeft zij u per brief geïnformeerd en dat betekent dat de wethouder met de culturele instellingen in overleg is om te kijken op welke manier de gemeente voor het resterende bedrag ook dit jaar zo veel mogelijk kan bijspringen. Dan vroeg u nog naar extra jeugdwerk in de kerstvakantie. Wij hebben een beroep gedaan op het jeugd- en jongerenwerk ook met het oog op Oud en Nieuw om te kijken of ze zo veel mogelijk op straat kunnen zijn. Daarbij moet worden aangetekend dat ze natuurlijk niet verantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid op straat en dat ook niet in hun functieomschrijving hebben staan. Met name op het moment dat het moeilijker op straat wordt, mogen we niet te veel van hen vragen. Daar komt bij dat het jeugd- en jongerenwerk het afgelopen jaar in full swing is geweest om zo veel mogelijk jongeren op te vangen. Wij zullen moeten kijken hoe dat met verloven en vakantiedagen bij hen zit. Laat ik wel van de gelegenheid gebruik maken dat ik er heel blij om was dat het kabinet heel nadrukkelijk zei dat er een uitzondering zou worden gemaakt voor alle paramedische beroepen waarbij heel nadrukkelijk hoort psychologen, specialistische jeugdhulp en anderen. Het lijkt mij heel erg belangrijk dat ook in de kerstvakantie en de komende weken mensen aan het werk zijn en beschikbaar blijven voor bijvoorbeeld kwetsbare gezinnen, kwetsbare jongeren en kinderen die hulp nodig hebben en in nood kunnen raken. Dan de heer Ernsting. Overwegingen vanuit het Veiligheidsberaad heb ik gegeven. Hij stelde vragen over de quarantaine. Er liggen schriftelijke vragen van mevrouw Van 44 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Pijpen en aanvullende schriftelijke vragen van de heer Mbarki. De beantwoording is gereed en kan volgens mij uitgaan. Andere vragen zullen door de wethouder worden beantwoord. Vragen over vaccinatie heb ik al beantwoord. Dan sprak de heer Veldhuyzen van BIJ zijn grote zorgen uit over de effecten van de crisis op met name de meest kwetsbare inwoners van de stad. Daarover zal ook de wethouder het een en ander zeggen. Wij hebben wel onmiddellijk bij de nieuwe lockdown de nachtopvang in kleine groepen weer opengesteld. De heer Veldhuyzen stelde vragen over het geweld tegen de GGD. Er is sprake geweest van ruiten die werden ingegooid bij de locatie Zuidoost enkele weken geleden. Dit is ’s nachts gebeurd. Dat heeft niet geleid tot onrust bij het personeel of tot gevoelens van onveiligheid. Het onderzoek daarnaar loopt volop maar op dit moment hebben we geen concrete aanwijzingen wie daarvoor verantwoordelijk kan zijn. Laat ik daarbij wel opmerken dat de veiligheid van diegenen die zich voor ons inzetten, het GGD-personeel voorop maar ook zorgpersoneel en ambulancemedewerkers, onze volle aandacht heeft. Op de GGD-testlocaties is overdag bewaking aanwezig waardoor daar enige veiligheid wordt geboden. En zoals u misschien heeft meegekregen zijn we vorige week een campagne gestart gericht op het eren van de helden van onze stad en dat gaat natuurlijk over de handhavers, politie, ambulancepersoneel, brandweer, zorgpersoneel onder het motto Elke held verdient een speld, eer je helden waarbij wij aandacht vragen voor diegenen die de publieke taken voor ons onder de moeilijkste omstandigheden uitoefenen. Ik zou zeggen, spread the word, geef aandacht aan deze actie en zorg dat de mensen die publieke taken uitoefenen door ons met respect worden behandeld. De heer Flentge ging uitgebreid in op de relatie tussen Black Friday en nieuwe besmettingen. Laat ik als eerste zeggen dat het ook in Amsterdam te druk was op Black Friday en andere dagen, maar dat we er wel redelijk in zijn geslaagd die drukte te spreiden over de stad en dat met crowd control redelijk beheersbaar te houden. De relatie die u legt met besmettingen is volgens de experts onduidelijk. Men weet niet precies wat de oorzaak op dit moment is van de nieuwe stijgingen. Black Friday kan daarin een rol hebben gespeeld maar dat ligt niet heel erg voor de hand omdat het meestal toch buiten is en mensen elkaar vluchtig in winkels ontmoeten. Tegelijkertijd kan het niet worden uitgesloten en dat is de reden waarom de winkels nu worden gesloten met uitzondering van een aantal winkels. De grootste besmettingen liggen op dit moment in de thuissfeer, op school en op werk. We weten dat de meeste besmettingen in winkels onder het personeel in winkels zitten. De opmerkingen die u maakte over het noodhospitaal zullen verder door de wethouder worden beantwoord. De heer Kreuger stelde de vraag waarom demonstaties worden toegestaan. Zoals u weet, gaat dat om een grondwettelijk recht en dat betekent dat wij onder voorwaarden demonstraties in Amsterdam toestaan. Dat doen we al sinds de corona is losgebarsten en daarvan hebben er inmiddels honderden plaatsgevonden. Vervolgens stelde u de vraag naar de godsdienstvrijheid en de aanwezigheid van te grote groepen mensen in kerken, moskeeën en synagogen. Wij zijn daarover in contact met de kerkgemeenschap, moskeeën en synagogen en we doen een beroep op hen om zo veel mogelijk thuis te blijven en afstand te houden. Zoals u weet, is dit net als bij de demonstratievrijneid grondwettelijk vastgesteld en dat stelt beperkingen aan het vermogen om daarop te handhaven. Dan vroeg u nog wat het college doet om de ellende te repareren. Ik denk dat ik daarop net heel uitgebreid ben ingegaan met de noodkas die we hebben opengesteld van 50 miljoen euro, de investeringen van 250 miljoen euro die worden gedaan om zowel de economische als de sociale schade te repareren. Tot slot vroeg u nog hoe wij naar Oud en Nieuw kijken. Wij bereiden Oud en Nieuw buitengewoon grondig voor. Inmiddels heeft u ook gezien dat de commissaris daarover publiekelijk uitspraken heeft gedaan. Wij gaan uit van een dubbele 45 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen inzet van politie dit jaar. Tegelijkertijd vragen we bijvoorbeeld aan moskeeën en ouders om op straat te zijn om ervoor te zorgen dat jongeren zich zo veel mogelijk gedragen. We hopen op een zo groot mogelijke inzet van jeugd- en jongerenwerk en van handhaving. (De heer VAN SCHIJNDEL: Even over de kerkgebouwen. In Zuidoost heeft een kwart van de Ghanese gemeenschap inmiddels antistoffen. Het is bekend dat er op sommige plekken door evangelische christenen gewoon aan geen enkele luchtverversing wordt gedaan of de hand wordt gehouden aan de anderhalvemetermaatregel. Hoe bereikt de burgemeester deze kerkelijke gemeenschappen?) Direct na het bekend worden van het onderzoek over de besmettingsrisico’s bij verschillende groepen in Amsterdam waaruit inderdaad bleek dat het besmettingsrisico bij de Ghanese gemeenschap sterk afweek van het gemiddelde, en opliep tot ik meen bijna 25 procent, dus buitengewoon ernstig, heb ik een digitale ontmoeting gehad met zo’n dertig vertegenwoordigers van de Ghanese gemeenschap. Daarbij waren veel kerkelijke vertegenwoordigers aanwezig. Er is uitgebreid gesproken over de risico’s en ook over het onbegrip dat er in de Ghanese gemeenschap bij een deel van de mensen is omdat men de taal niet goed verstaat, daardoor slecht op de hoogte is. De GGD richt sindsdien een aantal extra inspanningen op de Ghanese gemeenschap. Dat doet ze in samenspraak met vertegenwoordigers en leiders uit de Ghanese gemeenschap. Daarbij wordt ook in de eigen taal gecommuniceerd en wordt er zo veel mogelijk voorlichting gegeven. Wij verstaan ons ook met de kerken, de Ghanese kerken in Zuidoost. Ze zijn ervan op de hoogte hoe groot onze zorgen zijn. Wij hebben er bij hen sterk op aangedrongen de kerkdiensten te beperken en zo veel mogelijk digitaal te doen en rekening te houden met de afstand die moet worden gehouden. De heer Ceder stelde ook nog vragen ten aanzien van Oud en Nieuw en volgens mij heb ik die inmiddels beantwoord en daarmee ben ik aan het einde van de vragen gekomen. (De heer KREUGER: Ik weet niet of het het goede loket is, maar ik hoorde de burgemeester iets zeggen over het spreken van de taal en het daarmee samenhangende aantal besmettingen. Begrijp ik hieruit dat het college zo meteen de motie over de extra taalles alsnog positief gaat preadviseren?) Zoals u weet, praat u nu met de burgemeester. Ik weet niet wat de afweging is geweest in het politieke overleg van het college om daar positief of negatief op te zijn. Daarvoor moet u bij de verantwoordelijke wethouder zijn. De VOORZITTER: Ik zie dat de burgemeester aan het einde is gekomen van haar eerste termijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. Wethouder KUKENHEIM: Dank voor de inbreng van de raadsleden, want het is echt wel een hele grote heftigheid. Dat heeft iedereen wel gezegd. Je merkt gewoon dat de Amsterdammers het geduld en de mentale staat uit hun tenen moeten halen om aankomende weken door te gaan en tegelijkertijd zie je dat in de zorgsector de mensen de moed in de schoenen zakt. Je ziet de aantallen mensen die worden besmet, oplopen maar ook wat serieuze zorg nodig heeft. Om daarmee te beginnen wil ik in de eerste plaats met name de leden Flentge en Van Schijndel danken om nog een keer te spreken over de opschaling van de coronamaatregelen. Waarover we het natuurlijk helemaal eens zijn met elkaar, is dat het belangrijk is dat op een goede manier te doen. Dus ik snap heel goed waarom u die vragen stelt en ik ben het ook met u eens dat je moet proberen het zo in te 46 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen richten dat ziekenhuizen worden ontlast op het moment dat ze serieuze zorg, operatiezorg met name, moeten afschalen. Daarmee zijn we het ook heel erg eens. Dan is de vaag hoe we dat op Z'n slimst doen. Dan moet u zich voorstellen dat er een bepaald type patiënten is dat niet in dat ziekenhuis hoeft te liggen. Dat zijn de mensen die wel ziek zijn en aandacht nodig hebben, maar niet per se in een kliniek hoeven liggen en dat zijn mensen die thuis kunnen blijven maar wel onder supervisie van een huisarts of een wijkverpleegkundige. Dat is nu heel erg goed ingeregeld. Ik ben bij de wijkverpleegkundigen langs geweest en die zijn echt blij met de wijze waarop ze nu de overdracht vanuit de ziekenhuizen krijgen en de contacten met de huisartsen kunnen voeren. De werkdruk is hoog maar het is een systeem dat goed werkt. Dus dat is voor een aantal patiënten natuurlijk hartstikke fijn. Uiteindelijk wil je het liefst thuis zijn als dat veilig kan. Dat is goed voor je. Maar er is ook een groep patiënten die te goed is voor het ziekenhuis maar te slecht om het thuis helemaal alleen te doen. Die wil je dus in een kliniek hebben. De vraag is dan waar die mensen heen gaan. Daarvoor hebben we in de stad klinieken. Dat zijn revalidatieklinieken of klinieken die nu zijn ondergebracht in de VVT-sector. Dat zijn de verpleegtehuizen, de verzorgingstehuizen. Die zijn traditioneel voor precies die groepen ingericht en die kunnen we opschalen omdat er genoeg ruimte is. Maar daar ontbreekt het personeel. Dus op de vraag of we meer coronakliniekzorg kunnen creëren door in aparte ruimten iets nieuws te maken, is eigenlijk het antwoord vanuit dat veld, nee, gebruik daarvoor die leegstaande bedden in de VVT- en revalidatiesector voor want daar lopen al verpleegkundigen en artsen rond. Als we meer personeel hebben, willen we die graag daar erbij hebben want dan maken we veel efficiënter gebruik van dat personeel. Als we dat op een andere plek zouden moeten doen, zou je toch echt die mensen wegtrekken uit die VVT-sector waarvoor we nu al een nieuwe vraag aan Defensie moeten stellen om bij te springen vanwege de personeelstekorten. Dus het creëren van extra klinieken om de ziekenhuizen te ontlasten, daarmee ben ik het echt eens. Maar met de ROAS, de zorgprofessionals samen - en daarin zit ook de vertegenwoordiging van diezelfde IC-medewerkers waarnaar de heer Flentge verwees — zeggen dat je dat beter kunt doen met de VVT-sector en de revalidatiesector samen. Als je mensen extra kunt hebben, kun je ze beter daarheen sturen. Daar is nog ruimte om te groeien. Daar zijn bedden leeg. Dat is beter dan een hele aparte ruimte inrichten — of dat nu in het gebouw van het voormalige Slotervaartziekenhuis is of in de RAI. Daar kiest men dus niet voor. Ik vind dat een heel navolgbaar verhaal. Dus ik denk dat het heel slim is daar geen personeel te onttrekken maar vooral daar te groeien in coronazorg zoveel we kunnen en mensen te interesseren om daar weer te gaan werken, in die VVT- en verpleegsector. We kunnen proberen mensen te verleiden grotere contracten te nemen. We zien natuurlijk mooie samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld de horeca zodat ook daar mensen ontlast worden en er heel gericht zorg kan worden gegeven. We blijven dat gesprek met de ROAS constant voeren. Morgen zitten we weer aan tafel om er echt voor te zorgen dat dit soort zaken goed worden benut. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik ben het helemaal eens met de wethouder. Eerst de VVT-sector en de verpleegsector benutten, dat is het meest efficiënt. Natuurlijk. Maar waar moeten we in het beleid nu vanuit gaan? Dat is toch dat de crisis drie maanden of misschien nog wel langer duurt. Er zal uiteindelijk toch veel meer eenvoudige extra coronazorg nodig zijn. Dat moet dan op een grootschalige locatie. ls de wethouder bereid hiermee ten minste rekening te houden?) Als je in een situatie zou komen, en dan hebben we het echt over een als, dan- situatie en dat is nu niet het geval, dat de VVT-sector genoeg personeel heeft en helemaal geoptimaliseerd is en je hebt nog steeds klinieken nodig, natuurlijk kun je dan kijken of we nieuwe klinieken kunnen oprichten. Dat is vanzelfsprekend. Maar dat is nu niet aan de orde. 47 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen (De heer VAN SCHIJNDEL: En dat ben ik helemaal niet met de wethouder eens. Het is nu juist wel aan de orde want er moet in de overheidsplanning worden uitgegaan van de mogelijkheid dat het minder goed loopt dan je zou mogen verwachten. Dan ben je dus te laat als er over twee maanden opeens een nieuw, groot coronahospitaal moet worden ingericht. Dat kost immers twee maanden tijd. ls de wethouder dat met mij eens?) Ik vind dat je dit constant in de gaten moet houden en dat je niet in een keer zegt, zo is het nu eenmaal en we gaan nu blind de toekomst in. Daarom zitten we met alle partijen te kijken wat er elke keer weer gebeurt, dus met de ROAS, de organisatie waar al die partijen samenkomen, de GGD, de VVT-sector, de ziekenhuizen van de hele regio. Maar moet je op dit moment een oud ziekenhuisgebouw of de RAI gaan inrichten met bedden, met personeel dat vervolgens niets te doen heeft terwijl we wel dat personeel nodig hebben in de VVT-sector om daar te optimaliseren — en ik zeg u net dat we wederom Defensie daarvoor een vraag gaan sturen — dan vind ik dat onverstandig. (De heer VAN SCHIJNDEL: Mensen werken zelfs in de overheidssector met scenarioplanning. Dus u kunt nu toch al voorbereidingen treffen, administratief en bestuurlijk, zodat er daadwerkelijk een ziekenhuis wordt opgericht als we over een maand die nieuwe fase ingaan. Dat kunt u nu toch al gaan doen. Dat is eigenlijk gewoon uw plicht.) Er wordt zeker met scenario’s gewerkt, maar de realiteit is dat we over een maand niet opeens een verveelvoudiging van zorgpersoneel hebben. Was het maar zo. Dus in de scenario’s waarmee we werken, moeten we ook realistische scenario's maken. Dat zijn scenario’s waarbij je beseft dat er een tekort is aan zorgpersoneel. Vandaar dat er vormen worden gevonden om de mensen die we hebben, zo efficiënt mogelijk in te zetten en zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat doen we dus door mensen thuis te verzorgen voor wie dat veilig is, mensen binnen de VVT-sector op te vangen en daar kan nog worden gegroeid als we maar genoeg mensen hebben. En dat doen we door andere mensen dan die uit de WVVT-sector ondersteuning te laten bieden zodat de medisch geschoolde mensen hun handen vrij hebben voor de medische handelingen en anderen, bijvoorbeeld mensen uit de hospitality of de luchtvaart, juist andere zaken uit hun handen nemen. Dat is een hele goede ontwikkeling. Daarnaast werken wij natuurlijk heel erg met een agenda om ervoor te zorgen dat dat zorgpersoneel robuuster van omvang is. Daarvoor is het actieplan Tekorten in de zorg heel erg belangrijk. Daar zitten we zelfs nu al veelvuldig met onderwijs vanuit de werkkant en met de werkgevers van zorginstellingen aan tafel om te kijken wat we op de korte, de middellange en langetermijn kunnen doen om ervoor te zorgen dat er genoeg personeel is. (De heer VAN SCHIJNDEL: Een interruptie op een ander punt en dat is het gebrek aan zorgpersoneel. Dat is dat plan dat de afgelopen tien jaar tienduizenden zorgmedewerkers zijn vertrokken en dat je ze laat herintreden met een financiële vergoeding van zeg maar 10.000 of 15.000 euro. Dat zou je bij het rijk kunnen bepleiten} Er zijn twee dingen waarop je kunt sturen. De heer Van Schijndel pleit heel erg voor een soort bonus. De eerlijkheid is dat de bonussen in de praktijk tot nu toe — we hebben dat ook bij het onderwijs geprobeerd — niet heel goed werken. De vraag is of dat het meest efficiënt is op het moment dat het een te grote bonus wordt. Wat wel heel goed zou werken en waarvan ik een groot voorstander zou zijn, is domweg de mensen in de zorg beter betalen. Ik denk dat u het daarmee eens bent en ik denk dat de heer Flentge het daar in ieder geval mee eens is. We moeten deze mensen gewoon beter betalen, zeker de mensen die dit werk doen in de grote steden waar het gewoon duurder is om te wonen. U weet dat het college daarom voorrangsregels heeft gemaakt voor zorgpersoneel en ook voor andere 48 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen publieke beroepen. We hebben in de afgelopen periode heel ruimhartig parkeervergunningen weggegeven en we zijn op alle flanken die randvoorwaarden die binnen onze macht liggen, aan het verbeteren. Zeker aan de arbeidsvoorwaardenkant, en dat ligt bij het rijk en bij de werkgevers en werknemers, moet veel worden verbeterd. Dat geef ik u meteen. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de klok. Het is 16.45 uur en er zijn ook nog vragen gesteld aan andere wethouders. Ik zou de actualiteit vanmiddag willen afronden zodat we vanavond kunnen beginnen aan de begroting, toch ook niet een onbelangrijk onderwerp. Ik zou daarom willen voorstellen dat wethouder Kukenheim haar eventuele termijn afmaakt en dat we dan naar de volgende wethouder gaan. Of bent u al zo ver? Wethouder KUKENHEIM: Dit was het stukje opschaling coronazorg. Dan nog de vragen over de sneltesten. Ik denk dat het in de toekomst heel goed is. Op dit moment doen we dat bijvoorbeeld al met een bus en daar komt binnenkort een tweede bus bij, een bus van de GGD om eigenlijk de locatie te gaan testen. We hebben dat in Noord vrij succesvol gedaan. Maar dat zijn nog wel altijd mensen die komen testen naar aanleiding van klachten. Zeker als je denkt, kunnen we niet bij scholen staan, dan is dat helemaal niet wijs om te doen als dat op basis van klachten is. Sneltesten zonder symptomen, dus asymptomatisch sneltesten, daar zijn de validaties van de testen en ook de materialen die je daarvoor nodig hebt, nog niet geschikt om dat kleinschaliger en mobieler te doen. Zodra dit zo is, is dat natuurlijk helemaal geen gek idee en dan gaan we daarmee zeker aan de slag. Op dit moment doen we het dus al in Noord en binnenkort ook in Zuidoost met een bus — naast het feit dat we sneltesten al wel gebruiken in de grote testlocaties. We hebben net van de week weer een nieuwe geopend, een grote testlocatie in Noord. Gevraagd is naar jongerenwerk en sport en voor beide geldt dat we zeker voor deze periode een programma hebben gemaakt. Dat hadden we al gemaakt, Midwinter Mokum. Nu bouwen we dat programma om zodat het is gericht op kwetsbare jongeren want daar hebben we de mogelijkheid om binnen de regels veel te organiseren. Gelukkig is het zo dat je met sport voor de jeugd onder de 18 jaar buiten heel veel mag. Je mag gewoon in groepen blijven trainen. We kunnen de Cruijffcourts goed blijven gebruiken de Krayicekvelden etc. Zeker voor die kwetsbare groepen kunnen we ook binnenactiviteiten organiseren als dat op een veilige manier gebeurt en dat zullen we zeker doen. Per stadsdeel zijn daar hele lijsten van en op dit moment wordt dat helemaal doorgenomen hoe we dat zo goed mogelijk voor de kwetsbare jeugd beschikbaar krijgen. Daarnaast is het zo en daarover heeft de burgemeester ook al wat gezegd, dat alle activiteiten en zorg in het kader van de Wmo, en dan moet u denken aan dagbesteding en de Jeugdwet, gewoon kunnen doorgaan. Als daarvoor hulp nodig is om dat extra te doen, omdat er bijvoorbeeld plekken sluiten, dan gaan we daar samen met aanbieders naar kijken. Dat is echt heel erg belangrijk want je hebt gezien dat de les van de eerste lockdown is dat met name mensen die afhankelijk waren voor hun dagritme van de dagbesteding en de GGZ-hulp, het echt zwaar hadden toen dat stopte. Dus dat willen we heel graag laten doorgaan. De heer Boomsma en de heer Van Dantzig hebben aandacht gevraagd voor de kwetsbaarheid van de clubs en verenigingen zelf, van sportaanbieders nu er veel minder mag. Dat is absoluut het geval. Het goede is dat we aan het begin vlak voor de zomer met de noodkas een flink bedrag hebben vrijgemaakt voor sportinstellingen. Dat kunnen ook sportaanbieders zijn. Dat hebben we in een aantal tranches gedaan. Omdat we net de derde tranche hebben gehad, kunnen veel aanbieders nog varen op het geld dat toen is vrijgekomen. We houden heel goed in de gaten wat er in dat veld gebeurt en we voeren dat 49 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen gesprek met name ook met het rijk om over de brug te komen voor deze groepen en instellingen. Ik zou nog iets willen zeggen over thuisquarantaine. Dat is het laatste en dat is een heel specifieke vraag geweest aan mijn adres. Heel kort. De raadsleden die daarover schriftelijke vragen hebben gesteld, krijgen nog voor het reces hun antwoord. We zorgen ervoor dat dat netjes is uitgewerkt. We hebben onderzocht of dat een oplossing is voor mensen die het thuis zwaar hebben, maar ik moet er eerlijk over zeggen dat het weghalen van mensen uit een huishouden op het moment dat ze zijn besmet, voor de gezondheid maar een hele kleine meerwaarde heeft omdat vaak, zo leert de ervaring, hun huishouden ook besmet is. Als je mensen dan in een hotel gaat onderbrengen, dan zie je dat er extra risico wordt gelopen omdat er sprake is van verplaatsing. Het thuisfront moet sowieso ook in quarantaine. Dat is vaak al wel besmet. Je zou hotelpersoneel helemaal moeten omscholen, want je moet anders met deze mensen omgaan. Dus het ligt niet voor de hand om dit als een soort grootschalige oplossing te gaan invoeren. Wat we wel doen, is dat we de BCO-mensen hebben gekoppeld aan Voor elkaar en aan het Rode Kruis zodat de BCO’ers als ze mensen informeren over het feit dat ze positief zijn getest, meteen kunnen vragen of ze dat gaan redden in quarantaine en wat heeft u daarvoor nodig. Als u dat niet kunt oplossen in uw eigen netwerk, hoe kunnen we u gaan koppelen aan mensen die u daarbij kunnen helpen? Dat werkt hartstikke goed. Dat vind ik leuk om te melden en dat is ook echt iets wat we moeten uitbouwen om juist kwetsbare mensen die in quarantaine moeten te gaan stutten en steunen. Tot zover. (De heer VAN SCHIJNDEL: De vraag die ik had gesteld over het georganiseerde bedrijfsleven. Dus al die honderdduizenden ondernemingen heb je niet aan een touwtje maar toch is het wel belangrijk om met het georganiseerde bedrijfsleven in Amsterdam te praten over de kantoren en de luchtverversing daar die op orde moet worden gemaakt. De efficiënteritus moet worden tegengegaan. Wat gaat de wethouder op dit vlak doen?) De gemeente is op verschillende manieren in gesprek met het georganiseerde bedrijfsleven. De burgemeester heeft daarover al iets gezegd. Wethouder Everhardt is daarover intensief in gesprek. Wat ik vanuit de publieke gezondheid kan zeggen, is dat de GGD hygiëneadviezen geeft en adviezen geeft en Webinars kan organiseren over hoe je omgaat met momenten waarop het niet anders kan dan bij elkaar te komen en wat is dan een veilige manier om te werken. Wat doe je qua afstand houden en wat doe je met luchtverversing. Dus die informatie wordt door de GGD gegeven bijvoorbeeld in de horeca. Op het moment dat we zien dat ergens veel besmettingen zijn, komen we langs. En dan niet met het geheven vingertje van wat doen jullie nou, maar vooral met de vraag, hoe kunnen we jullie helpen om het hier veiliger te maken voor je klanten, voor je personeel. Dus daarin is veel mogelijk. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Veel vragen over het onderwijs wat heel begrijpelijk is. Ik denk dat iedereen er door is overvallen dat ook het onderwijs in Z'n geheel sloot en vijf weken dicht blijft. Terecht zijn daarover veel zorgen geuit. Ik heb ze even in vier categorieën gezet met daarin wat verschillende elementen en ik probeer ze allemaal af te lopen. De eerste is kwetsbaarheid, dan de laptops, de ventilatiesystemen en ik eindig met hoe we achterstanden gaan herstellen. De vragen over kwetsbaarheid. Er wordt heel expliciet door het rijk aangegeven dat er uitzonderingen mogen worden gemaakt voor kwetsbare leerlingen die naar school 50 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen mogen gaan. Er wordt vervolgens bij aangegeven dat het aan de scholen is om te bepalen wat kwetsbaar dan is. Ik denk dat leraren en scholen in de afgelopen periode een heel goed beeld hebben gekregen van welke leerlingen in een kwetsbare thuissituatie zitten wat hun mentale gezondheid maar ook hun leerprestaties enorm in de weg kan zitten. Ik heb in de vorige lockdown gemerkt dat de scholen uitstekend in staat zijn om die leerlingen naar school te laten gaan en ze de begeleiding te bieden die ze daarin nodig hebben. Er is ook een aantal specifieke groepen waarbij extra zorgen zijn bijvoorbeeld de groep-8-leerlingen die natuurlijk straks vlak na de lockdown in een Citotoetsronde komen op basis waarvan een schooladvies wordt gegeven. We weten uit het onderzoek dat is gedaan dat de eerste lockdown al een enorme impact heeft gehad op schoolresultaten en dat zal dus nogmaals gebeuren. Ook daar is door de scholen gevraagd of we de leerlingen in die groep 8 die we als kwetsbaar kunnen aanmerken, dus dat is specifiek maatwerk, binnen de gegeven richtlijnen kunnen opvangen. Ik denk dat het heel goed is dat ze dat doen. Ik wilde ook nog specifiek aangeven dat dit natuurlijk allemaal geldt voor het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs. Terecht vraagt de heer Flentge daarvoor aandacht want ook daar zitten natuurlijk veel kwetsbare leerlingen die een goede begeleiding nodig hebben. Dan kom ik bij de laptops. We hebben in de vorige ronde als gemeente Amsterdam heel veel laptops uitgereikt, uit m'n hoofd meer dan 6700 en ook nog wat internetverbindingen. Daarvan is een evaluatie gemaakt. Die heeft u of net ontvangen of die is naar u onderweg. Dat heeft heel goed gewerkt. We hebben die laptops in beheer gegeven van de scholen. Veel van die laptops zijn ook weer ingeleverd bij de scholen. Dat is goed nieuws want die kunnen nu dus ook weer worden uitgedeeld door de scholen. Dat gebeurt nu in ruime mate. Uiteraard hebben we ook een inventarisatie uitstaan of dit voldoende is of dat er meer moet worden geboden. Er is ook een rijksregeling waarvan gebruik gemaakt kan worden. Helaas is het wel zo dat die laptops pas 19 januari worden uitgereikt. Dat is wel wat laat want dan zijn we hopelijk al weer uit de lockdown. We hebben ook gevraagd aan stichting Leergeld of zij nog kan bijspringen en we zullen dat financieel ondersteunen. Dan ga ik graag naar de ventilatiesystemen. U heeft eerder meermaals informatie ontvangen over hoe het staat met de ventilatiesystemen in Amsterdam. Gelukkig staan we er door ons programma Gezonde schoolgebouwen beter voor dan veel andere gemeenten. Daarin is de afgelopen jaren dan ook fors geïnvesteerd: 40 miljoen euro. Het is nog niet in alle scholen op orde. Dat is ook waar. Ik ben bang dat het niet gaat lukken om dat in vijf weken allemaal op orde te krijgen. Daarvoor is het echt te complex. Er wordt wel heel goed naar gekeken en u krijgt in het eerste kwartaal een goede update van hoe het ervoor staat met de ventilatie en daarin worden scholen goed ondersteund. Een specificatie daarvan nog. De heer Boomsma had het over de luchtcirculatie. Er wordt geadviseerd om dat uit te zetten, dus dezelfde lucht wordt niet steeds ververst. Dat is een soort besparingsmaatregel die je op de meeste ventilatiesystemen ook kunt uitschakelen. Dan wordt het iets duurder, maar het is wel gezonder. Dat is in dezen verstandig, denk ik. Tot slot zijn er verschillende vragen gesteld over hoe het nu moet met de achterstand die leerlingen oplopen. We kunnen er vanuit gaan dat die ook echt wordt opgelopen. Ik denk dat het belangrijk is ons dat te realiseren. Dat is een hele nare en vervelende boodschap maar de staat van het primair onderwijs heeft dat heel duidelijk aangetoond. De heer Mbarki verwees ook nog naar |liass El Hadioui die daarop heeft gewezen. Dat heet in wetenschappelijke termen learning loss, dus dat je vaak ziet tijdens een zomervakantie dat kinderen stil staan of zelfs achteruitgaan in hun leerprestaties. Nou ja, dat zien we nu eigenlijk drie keer binnen een jaar gebeuren. Dus kinderen hebben de zomervakantie gehad maar ook de lockdown daarvoor en nu deze periode weer. Dus we kunnen er echt vanuit gaan dat dat een forse impact zal hebben zowel cognitief als ook 51 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen sociaal-emotioneel en er zal echt wel wat moeten gebeuren om dat te herstellen. Zoals u weet heb ik gepleit voor een nationale aanpak van kansenongelijkheid en ik hoop ook echt dat dat ervan komt op verschillende aspecten. Daarover heb ik natuurlijk overleg met het ministerie maar ook met mijn collega-wethouders in de andere grote steden. Ondertussen doen we wat we kunnen. Wethouder Kukenheim verwees net al naar het programma Midwinter Mokum. Dat zullen we helaas iets moeten aanpassen, maar dat zullen we daar waar mogelijk laten doorgaan voor de meest kwetsbare leerlingen. Zoals ik al zei, ook noodopvang wordt geboden daar waar het echt heel hard nodig is. Ik hoop met deze vier categorieën alle vragen te hebben beantwoord en ik wil heel graag de oproep van de burgemeester ondersteunen dat ik hoop dat het lukt om de scholen als het kan met alle maatregelen die daarvoor moeten worden genomen, weer wat eerder open te laten gaan. (De heer KREUGER: Ik was net bij de burgemeester bij het verkeerde loket, maar misschien zit ik hier wel goed. Ik had een vraag gesteld over extra geld voor taallessen. De burgemeester haalde net aan dat het niet spreken van de taal een negatief effect heeft op de verspreiding van het virus. De wethouder Zorg heeft dat ook een keer gezegd. Toch hebben de Onafhankelijke Raadsfractie en de VVD een negatief preadvies gekregen op extra geld voor taallessen. Dus hoe verhoudt zich dat nu tot elkaar?) De heer Kreuger weet waarschijnlijk dat we fors veel extra investeren in taallessen. Wij krijgen 5,4 miljoen euro vanuit de webmiddelen van het rijk. Dat is echt veel te weinig. Dus als gemeente hebben we daar nog eens een keer 7 miljoen euro bovenop gedaan juist omdat ik het heel erg met u eens ben dat taal een heel belangrijke sleutel is om zo goed mogelijk mee te doen. We bieden dat zo goed mogelijk waar dat kan. Dus ja, we doen daarvoor ons best. (De heer KREUGER: Dat is dus 7,5 miljoen euro extra voor het volgens deze wethouder allerbelangrijkste onderwerp dat er maar is. Ik hoor in elke zin altijd kansengelijkheid, kansengelijkheid, kansengelijkheid. Dan is er iets waarmee je de kansen gelijk kunt trekken. We hebben het over 150.000 laaggeletterden in Amsterdam. En dan komt deze sociaaldemocratische wethouder met 7,5 miljoen euro extra. Ik vind het een lachertje.) Laten we wel wezen, ik zou het heel fijn vinden als er meer rijksmiddelen zouden komen en als we dus ons budget dat we er extra bovenop doen, vergelijken met wat we krijgen met het rijksbudget, dan hebben we dat meer dan verdubbeld. Er is geen andere gemeente die dat doet. We zijn dus juist heel erg ruim in de investeringen die we daarin willen doen. Maar ik ben het heel erg met u eens dat er vanuit het rijk meer middelen voor beschikbaar moeten komen. Kijk, uiteindelijk is het rijk degene die meer geld kan verdienen en daarmee het geld kan besteden daar waar het nodig is. Ik denk dat het heel fijn zou zijn als u ook daarvoor een stevig pleidooi zou houden bij het rijk dat het heel mooi zou zijn als daarvoor meer middelen komen. (De heer KREUGER: We gaan weer naar boven wijzen. Dit ligt natuurlijk niet alleen aan het rijk want het rijk geeft op dit moment ook hartstikke veel geld uit. De gemeente Amsterdam verdient zelf ook hartstikke veel geld met toeristenbelasting en betaald parkeren. Dat wordt allemaal verkeerd geïnvesteerd in een energietransitie die het gat tussen mensen alleen maar vergroot ten aanzien van energiearmoede. En dan hier een beetje beknibbelen en zeggen dat je met 7,5 miljoen euro heel ruimhartig bent naar mensen die de taal niet spreken. Nogmaals, ik vind het echt een lachertje voor een wethouder van de PvdA.) 92 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen Het staat elk raadslid vrij te beoordelen zoals die dat zelf wil. Ik wil nogmaals benadrukken dat we nergens beknibbelen. Sterker nog, juist Amsterdam heeft ervoor gekozen de rijksmiddelen die we krijgen meer dan te verdubbelen. Daarop ben ik trots. Of ik zou willen dat het meer zou zijn, ik ben altijd een voorstander van meer geld naar onderwijs. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Everhardt. Wethouder EVERHARDT: Ook vanuit mijn kant, vanuit het economisch perspectief is dit een enorme dreun die ondernemers krijgen. Ook vanuit mijn kant kunt u ervan uitgaan dat ik in mijn overleg met het georganiseerde bedrijfsleven — ik heb deze week nog met hen aan tafel gezeten — meer dan de vinger aan de pols houd over de impact die dit heeft. U weet dat het rijk aan zet is om hier stappen te zetten. Er zitten ook weer uitvoeringen vanuit onze kant aan en daaraan zullen wij uitvoering geven. We gaan dat nauwgezet volgen. Belangrijke vragen aan mij in mijn hoedanigheid als wethouder Financiën. De GroenLinks-fractie vroeg naar de impact op onze begroting op dit moment. Ik kan dat nog niet helemaal overzien. De lockdown is net ingegaan. Dat het impact heeft, dat is duidelijk. Wat ik u ook kan aangeven is dat we de afspraak hebben met het rijk dat gederfde inkomsten reëel worden gecompenseerd. Dat geldt voor dit jaar en ik kan u melden dat de brief as we speak richting de Tweede Kamer is gegaan dat die worden doorgetrokken naar het eerste kwartaal van 2021. Ik ben daarbij nauw betrokken geweest in mijn rol als VNG- voorzitter van de commissie Financiën. We hebben de afspraak gemaakt dat we tijdig om de tafel gaan zitten mocht dit nog langer doorgaan. We hopen en we vertrouwen erop dat het vaccin de oplossing gaat bieden. Ook die afspraak staat. Nogmaals, daarmee gaan we het aanpakken. De Onafhankelijke Raadsfractie heeft die vraag gesteld. U weet, we hebben een begroting opgesteld en we gaan daarover bij het volgende agendapunt met elkaar verder spreken. We hebben een begroting vastgesteld die dat middenscenario betrof. Daarmee, dus dat gecombineerd met de compensatie die we krijgen, vind ik dat we nog steeds een reëel beeld neerleggen — de afrekening moet nog plaatsvinden, we kunnen er nog niet op vooruitlopen hoeveel geld we terugkrijgen over 2020 bij de eindrekening vanuit het rijk, maar we zien voor 2021 voor het eerste kwartaal eenzelfde afspraak. Daarmee kunt u ervan uitgaan dat ik in mijn rol samen met mijn collega’s en samen met de burgemeester, het georganiseerde bedrijfsleven en Koninklijke Horeca Nederland om de tafel blijf zitten en blijf kijken naar oplossingen en bijdragen. De VOORZITTER: Daarmee zijn we volgens mij aan het einde gekomen van deze eerste termijn van de zijde van het college. Mijn idee is wel dat de actualiteit voldoende behandeld is en dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Ik zal dat bij de raad verifiëren. We zullen zo ook nog even de spreektijden met u delen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: Ik weet niet waar ik het precies zou moeten zeggen. Een tweede termijn is misschien wat veel. De VOORZITTER: Ik onderbreek u even, want de heer Kreuger heeft behoefte aan een korte tweede termijn en dat is het goed recht van de raad. Dat gaan we dan doen. Dan zou ik iedereen die nog weer het woord wil voeren in tweede termijn, willen vragen dat in de chat aan te geven. Daarbij heb ik staan de heer Kreuger, de heer Veldhuyzen en ik zet de heer Van Schijndel daar dan ook bij. 53 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 Gemeenteraad R Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger voor de tweede termijn. De heer KREUGER: Heel kort even. Ik heb het net ook al gezegd. Het gaat niet alleen om de afgekondigde maatregelen, maar het gaat ook om gedrag en het draagvlak dat er is bij mensen om bepaald gedrag na te leven. Waarnaar ik ook verwees, is dat er heel veel inconsequent beleid is dat uiteindelijk afbreuk doet aan het draagvlak bij mensen om bepaalde regels na te leven. Daarom noemde ik al die kerken die mogen open blijven. Het is niet zo dat ik daarmee zeg dat de kerken per se niet open mogen blijven, maar heel veel mensen snappen gewoon echt niet waarom een kerk mag open blijven en een school niet. Dan denken mensen vanzelf al oh, dan mag ik ook bepaalde dingen. Dat was ook al zo bij de mondkapjesplicht. Hoe kan het nu zo zijn dat je bij de Albert Cuyp in de open lucht een mondkapje op moet maar vervolgens bij de Albert Heyn binnen niet? Dus dat is mijn vraag aan het college. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat het beleid dat uit Den Haag komt, consequenter wordt toegepast, dat het logischer is voor mensen en dat we zo draagvlak houden voor bepaalde regels zoals die zijn gesteld. (De heer FLENTGE: Excuses, voorzitter, ik had nog een interruptie op het college en niet op de heer Kreuger.) (De VOORZITTER: Dan moet u dat gewoon meenemen in uw tweede termijn, mocht u dat willen.) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Even heel kort nog een vraagje aan wethouder Kukenheim omdat ik nog wat signalen krijg dat de momenten waarop mensen zich kunnen registreren voor de coronanoodopvang slechts twee uur per dag is en alleen bij de Jan van Galenstraat kan. Dat schijnt een nogal hoge drempel te zijn waardoor mensen er toch voor kiezen op straat te slapen. Dus dit wil ik ter overweging meegeven. Wellicht dat de wethouder daar een verbetering kan aanbrengen in de toekomst. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: We hebben hierover nu lang met elkaar gesproken. Ik vind het toch teleurstellend dat de wil tot weten bij het college en eigenlijk ook bij veel raadsleden er niet echt is. Als je die wil wel hebt om te weten hoe het zit, dan kom je tot de conclusie dat dit middel van de absolute lockdown veel erger is dan de kwaal. De nevenschade die te duchten is mentaal, economisch, en zorgt voor allerlei psychologische nadelen door de inzakkende economie. Dit is gewoon niet vol te houden drie of vier maanden lang zolang als het seizoen met zich meebrengt dat corona zich verspreidt. Dus ik zou het college willen oproepen in zijn boezem toch te gaan werken aan een scenarioplanning waarbij wordt gekeken of het mogelijk is om de samenleving vrij te laten en alleen de echt kwetsbaren en ouderen, zeg van boven de 70, te helpen om voor zichzelf te zorgen. Dus die scenarioplanning, daar zie ik echt naar uit. Ik hoop dat het college dat wil doen rekening houdend met het feit dat we naar alle waarschijnlijkheid ook na 19 januari in loekdown zullen blijven als dit beleid zo doorgaat. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge. De heer FLENTGE: Ik heb slechts een aanvullende vraag aan de wethouder Onderwijs. Gaat het erom dat een aantal leerlingen nu weer naar school kan als het gaat 94 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen om het speciaal onderwijs, SPO, VSO en praktijkonderwijs of gaat het wat de wethouder betreft om de oproep aan die scholen om ze helemaal open te zetten wellicht als het kan volgens het rijksbeleid? De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: De heer Kreuger vroeg mij naar inconsequent beleid. Ik kan het met hem eens zijn dat er af en toe inconsequenties in het beleid zijn die niet helpen bij de geloofwaardigheid van het beleid. Dat speelt als er grondwettelijke vrijheden zoals de godsdienstvrijheid in het geding zijn of als er bijvoorbeeld internationale, economische en andere afspraken zijn zoals bij het vliegverkeer waardoor er ook onduidelijkheid ontstaat. Dat is vervelend en ik ben het met u eens dat dat zo veel mogelijk moet worden teruggedrongen. Dan de heer Van Schijndel. Ik was het eigenlijk volledig met u eens. De wil tot weten kan niet groot genoeg zijn. Ik beken dan ook dat ik eigenlijk alles lees wat los en vast zit over corona, alleen leidt dat bij mij en volgens mij bij de meeste mensen en ook bij de meeste raadsleden tot een andere vaststelling over de risico’s en over de grootste gevaren ten aanzien van corona. Dus ik denk dat we verschillende informatie tot ons nemen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. Wethouder KUKENHEIM: Ik had nog een korte vraag van het lid Veldhuyzen met een signaal uit de operatie van de noodopvang. Dat signaal neem ik gewoon mee. Dank daarvoor. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Ik zie dat wethouder Moorman nog wel online is maar dat er wellicht iets met de verbinding is. Ik begrijp dat de burgemeester de vraag misschien kan beantwoorden. Burgemeester HALSEMA: Laat ik zo vrij zijn. Ik heb de vraag van de heer Flentge goed gehoord. Ik zorg ervoor dat u daarop zo snel mogelijk antwoord krijgt. De VOORZITTER: Goed, dan hebben we dat volgens mij naar tevredenheid kunnen oplossen. Dan waren alle vragen beantwoord en dan zou ik deze tweede termijn willen afronden. Daarmee zijn we wat mij betreft wel degelijk gekomen aan het einde van deze actualiteit. Het is inmiddels 17.15 uur en ik zou zo dadelijk willen schorsen voor de avondpauze. We gaan om 19.30 uur door met de behandeling van zowel de begroting als een aantal gevoegde onderwerpen. Ik schors de vergadering tot 19.30 uur en dan zal de burgemeester het voorzitterschap weer overnemen. De vergadering is geschorst. 59 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 Gemeenteraad Vergaderdatum 16 dec. 2020 Raadsnotulen INDEX 56
Raadsnotulen
56
test
4 Gemeente Amsterdam R % Gemeenteraad % Motie Jaar 2021 Nummer 225 Behandeld op 1 april 2021 Status Verworpen bij schriftelijke stemming op 6 april 2021 “Onderwerp Motie van de leden Bloemberg-lssa, Boomsma, Kuiper, Kilic, Veldhuyzen en Van Soest inzake de afsprakenbrief met de volkstuinen in De Nieuwe Kern (omstreden passages uit afsprakenbrief schrappen) “Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de afsprakenbrief met de volkstuinen in De Nieuwe Kern. Constaterende dat: - de Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid in december 2020 vanwege de vele reacties en beroering door de wethouder is ingetrokken en wordt aangepast; - in de afsprakenbrief met de volkstuinen in De Nieuwe Kern echter valt te lezen dat de Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid “het vertrekpunt [is] geweest voor de gesprekken c.q. onderhandelingen met de huurders van de gemeente Amsterdam in het volkstuinengebied in De Nieuwe Kern”; - in de afsprakenbrief staat dat volkstuinparken vanuit de stadsbrede Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid een ontwikkelperspectief meekrijgen en dat voor de Nieuwe Kern “dit ontwikkelperspectief is vertaald in deze afsprakenbrief en bijbehorende kaderkaarten”, waarmee invulling wordt gegeven aan de Uitvoeringsstrategie volkstuinenbeleid; - omstreden onderdelen uit de Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid gepresenteerd zijn als vaststaand beleid en door middel van de afsprakenbrief toch al zijn vastgelegd. Overwegende dat: - het onwenselijk is dat de controversiële Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid is gepresenteerd als vaststaand beleid terwijl dit beleid nog niet is vastgesteld; -__ tuinders zich op deze manier niet gehoord en begrepen voelen. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - alle aan de Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid gerelateerde passages te verwijderen uit de afsprakenbrief. Bijvoorbeeld: ® “Conform de concept-Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid mei 2020 van de gemeente Amsterdam moet 20 procent van het totale oppervlak in het volkstuinengebied in De Nieuwe Kern openbaar toegankelijk worden gemaakt. Dit gebeurt door een openbare zone door het volkstuinengebied aan te leggen.” - onderstaande onder punt 9 genoemde onderdelen, niet als gegeven kaders te beschouwen, maar juist WEL aan de orde te laten komen in de co-creatie bijeenkomsten om de besturen van volkstuinen en tuinders in de Nieuwe Kern als volwaardige partners te betrekken bij het opstellen van de toekomstplannen voor de volkstuinen in De Nieuwe Kern: ® |l. De aanleg van een doorgaande openbare zone met een minimale profielbreedte door het volkstuinencluster, en de als gevolg daarvan te verhuizen volkstuinen. ® !V. In- en uitgang van langzame verkeersroute door het volkscomplex. ® Vl. Dát er verlichting moet komen langs de langzaam verkeersroute staat vast en is verder onbespreekbaar. ® Vil. De grootte van nieuwe volkstuinen na de verplaatsing is onbespreekbaar. De nieuwe tuinen worden in De Nieuwe Kern maximaal 130 vierkante meter en deze maximale grootte staat vast. ® Vi. De inhoud van de ‘kaderkaarten’ die worden gebruikt door de gemeente Amsterdam conform de vijf thema’s die in het werkateliers aan bod komen. “De leden van de gemeenteraad J.F. Bloemberg-lssa D.T. Boomsma T. Kuiper A. Kilic JA. Veldhuyzen W. van Soest 2 3
Motie
3
discard
> Gemeente Amsterdam Motie Datum raadsvergadering 8 november 2023 Ingekomen onder nummer 606 Status Ingetrokken Onderwerp Motie van het lid Havelaar inzake begroting 2024 Onderwerp Maak duurzaamheid rendabel voor bedrijven Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over begroting 2024 Constaterende dat -_Erop diverse plekken schaarste is. Denk aan fysieke ruimte, energie aansluitingen, net- congestie, schaarste in vergunningen, etc. Overwegende dat -_In deze economisch onzekere tijden de betalingsbereidheid voor duurzaamheid in het economisch verkeer afneemt; -_Het de verduurzaming van het Amsterdamse bedrijfsleven kan versnellen wanneer er een positieve businesscase voor duurzaamheid is; Verzoekt het college van burgemeester en wethouders -_ Te onderzoeken op welke plekken de gemeente Amsterdam wellicht mogelijkheden heeft om duurzame bedrijven een voordeel te geven op minder-duurzame bedrijven. Denk bij- voorbeeld (indicatief) aan het toekennen van schaarse vestigingsruimte exclusief aan be- drijven die BREEAM gecertificeerde gebouwen neerzetten of een bepaalde score op SBTi, CDP of Beorp certificeringen hebben; het toekennen van extra duurzaamheidspunten bij het vergeven van evenementenvergunningen aan die organisatoren die het meest duur- zame voorstel hebben, bij (inkoop) tenders voorrang te verlenen aan bedrijven die hoge certificering op duurzaamheid hebben, etc. Gemeente Amsterdam Status Ingetrokken Pagina 2 van 2 Indiener(s), R.B. Havelaar
Motie
2
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1722 Ingekomen op 6 november 2019 Ingekomen onder 1639’ Behandeld op 7 november 2019 Status Verworpen Onderwerp Motie van het lid Bloemberg-Issa inzake de Begroting 2020 (Lint van schooltuinen) Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2020. Constaterende dat: — de gemeente Amsterdam dertien schooltuincomplexen heeft waarop jaarlijks duizenden leerlingen uit groep 6/7 tuinieren; — de gemeenteraad een motie (motie 298.19 van Bloemberg-lssa, aangenomen in raadsvergadering van 14 maart 2019) voor extra schooltuinen in de buurt van scholen aangenomen; — ereen extra tuin op IJburg zal komen in een nieuw te ontwikkelen gebied. Overwegende dat — er komende jaren nog meer gebieden ontwikkeld zullen worden, zoals Strandeiland en Buiteneiland; — dit nieuwe kansen biedt voor schooltuinen bij basisscholen. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Bij nieuw te ontwikkelen gebieden, zoals Strandeiland en Buiteneiland, mogelijkheden te schetsen om de schooltuinen te realiseren bij of in de buurt van de basisscholen. Het lid van de gemeenteraad J.F. Bloemberg-Issa 4
Motie
1
test
% An Agenda vergadering Stadsdeelcommissie X Nieuw-West Plein 40-45, nr. 1 X 15 december 2020 Start om 19.30 uur Vergadering Stadsdeelcommissie Digitaal Voorzitter SDC: Sarah Biddle Secretaris SDC: Ilse Plasmeijer 1. Opening 2. Actualiteiten rondom Corona 3. Mededeling 4. Vaststelling besluitenlijst SDC van 8 december 2020 5. Ingekomen stukkenlijst 6. Insprekers 7. Mondelinge vragen 8. Investeringsnota Sloterdijk-Centrum 9. Adviesaanvraag wijziging artikel 8 in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria 10. Gevolgen Corona 11. Ongevraagd advies: Amsterdam NW wil meer openbaar toegankelijke toiletten 12. Ongevraagd advies: Verlichting van de fietspaden langs Lelylaan en rond Sloterplas 13. Sluiting Mocht u willen inspreken dan kunt u zich tot maandag 12.00 vur aanmelden via stadsdeelcommissie.nieuw-west@amsterdam.nl Dit is een conceptagenda. De agenda kan wijzigen. De meest actuele versie kunt u vinden op: https://nieuw-west.notubiz.nl/
Agenda
1
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 434 Datum indiening 8 maart 2018 Datum akkoord college van b&w van 8 mei 2018 Publicatiedatum 8 mei 2018 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Guldemond inzake de beloning van de bestuursvoorzitter van ING, de huisbank van de gemeente Amsterdam. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: Op 8 maart 2018 werd bekend dat de Raad van Commissarissen van de ING heeft besloten de beloning voor de Raad van Bestuur te verhogen. Zo wordt het vergoeding van de CEO Ralph Hamers met 50 procent te verhoogd naar meer dan 3 miljoen euro per jaar. President-commissaris Jeroen van der Veer zegt daarover in het Financiële Dagblad: “We hebben het telkens uitgesteld, maar nu besloten door te pakken en een grote stap te maken. Ralph Hamers is Eredivisie maar werd Jupiler League betaald.” Van der Veer ‘hoopt op begrip’ van het cao-personeel van ING. Dat krijgt zelf per 1 september 2018 een loonsverhoging van 1,7%. Hamers gaat straks ruim dertig keer zoveel verdienen als de gemiddelde ING-medewerker. ‘Ik kan me de emotionele reactie zeker voorstellen. Maar als je kampioen van Europa wil worden moet je dit wel doen.’ Het artikel is hier te vinden: https://{d.nl/ondernemen/1244914/ing-verhoogt-beloning- topman-hamers-met-50 De ING is huisbankier van de gemeente Amsterdam. Gezien het vorenstaande heeft het lid Guldemond, namens de fractie van D66, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Heeft college kennisgenomen van het artikel in het Financiële Dagblad”? Antwoord: Ja. 1 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam Neng haa Gemeenteblad R Datum 8 mei 2018 Schriftelijke vragen, donderdag 8 maart 2018 2. Deelt het college de mening van de fractie van D66 dat het beloningsbeleid van de ING voor de leden van de Raad van Bestuur niet passend is voor een zakelijke relatie van de gemeente Amsterdam? Antwoord: Het college vindt het een wijs en verstandig besluit dat ING inmiddels het voorstel tot salarisverhoging voor de CEO Ralph Hamers heeft ingetrokken. Het college kon zich niet vinden in de voorgestelde salarisverhoging en heeft dus ook begrip voor de ontstane maatschappelijke situatie. Toelichting door vragensteller: {n een brief van 23 januari 2018 aan de gemeenteraad geeft de wethouder Financiën aan dat de selectie van een nieuwe huisbank via een aanbestedingsprocedure moet verlopen, waarna er in 2019 een nieuwe huisbank gekozen kan worden. 3. Is het college bereid om in die aanbesteding voor een nieuwe huisbankier ook te selecteren op het gehanteerde beloningsbeleid? Antwoord: De Aanbestedingswet staat het niet toe om het beloningsbeleid mee te laten wegens als selectie- of gunningscriterium bij een aanbesteding. Het stellen van eisen aan het beloningsbeleid van een onderneming, staat niet in een redelijke verhouding tot het voorwerp van de opdracht, namelijk het vervullen van de functie van huisbankier. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de publicatie van het ministerie van Binnenlandse zaken ‘Factsheet topinkomensnormering bij subsidies en aanbestedingem’ van 21 februari 201 8. 4. Is het in juridische en praktische opzicht ook mogelijk om nog op kortere termijn dan 2019 afscheid te nemen van de ING als huisbank? Antwoord: Nee. Afscheid nemen kan alleen wanneer er een nieuwe huisbank is geselecteerd. Hiervoor moet een aanbesteding worden doorgelopen met de daar bijbehorende doorlooptijd. De doorlooptijd is afhankelijk van de uitkomst. Indien ING de aanbesteding gegund krijgt is de verwachte doorlooptijd ruim een half jaar. Indien de aanbesteding aan een andere bank wordt gegund is de verwachte doorlooptijd snel anderhalf jaar voordat alle systemen van de gemeente gekoppeld zijn aan de systemen van de nieuwe huisbank en alle burgers en belanghebbende geïnformeerd zijn over de nieuwe bankrekeningnummers en deze ook daadwerkelijk gebruiken. Pas dan kunnen de bankrekeningen van ING worden gesloten. ! www.topinkomens.nl. Zoekterm: ‘Factsheet’. Direct link: https://www.topinkomens.nl/documenten/publicaties/201 8/02/21 /factsheet-topinkomensnormering- bij-subsidies-en-aanbestedingen 2 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Nummer Es 2018 Schriftelijke vragen, donderdag 8 maart 2018 5. Is het college bereid om in de aanbesteding gezamenlijk op te trekken met andere gemeenten en/of de gemeentelijke deelnemingen om op die manier een sterker te staan bij het afdwingen van maatschappelijk gewenst beloningsbeleid en beleggingsbeleid bij potentiële huisbankiers? Antwoord: In het beleid Samen Inkopen is het afwegingskader neergelegd op basis waarvan de gemeentelijke lead buyers besluiten al dan niet gezamenlijk in te kopen. Nu het aanbestedingsrechtelijk evenwel niet is toegestaan om het beloningsbeleid als criterium mee te laten wegen bij een aanbesteding, is er ook geen aanleiding om samen met andere gemeenten gezamenlijk het betalingsverkeer aan te besteden. 6. Eerder is gebleken dat de meest duurzame banken te klein zijn om als huisbank van de gemeente te kunnen fungeren. Welke van de banken die wel voldoende geëquipeerd zijn om de gemeente Amsterdam in haar volle omvang te kunnen bedienen, hebben een beloningsbeleid dat aansluit bij wat de gemeente Amsterdam passend vindt voor zakelijke relaties? Antwoord: Het is de verwachting dat de Nederlandse banken ABN Amro, BNG Bank, ING Bank en Rabobank voldoende geëquipeerd kunnen zijn om ons betalingsverkeer te kunnen uitvoeren. Het beloningsbeleid van deze banken mag bij een aanbesteding niet worden meegewogen. Zie hierover ook het antwoord op vraag 3. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris J.J. van Aartsen, waarnemend burgemeester 3
Schriftelijke Vraag
3
discard
Aan: Stadsdeelraad Centrum Amstel 1 1011 PN Amsterdam Afzenders: Amsterdams Grafisch Atelier Amsterdams Marionetten Theater Pianola Museum (mede namens Multatuli Museum; zie bijlage) AAN DE LEDEN VAN DE DEELRAAD GENTRUM Onderwerp: huurbeleid culturele instellingen Amsterdam, 21 april 2008 Geachte leden van de raad, De afgelopen maanden is er veel gesproken over het nieuwe huurbeleid van Stadsdeel Centrum en de grote consequenties die dit beleid heeft voor het voortbestaan van een aantal kleinere culturele instellingen in de binnenstad. De stand van zaken op dit moment: er zijn diverse moties aangenomen die nog niet zijn uitgevoerd, er staan afspraken op stapel met oa. de verantwoordelijke ambtenaren, en er wordt in de Commissie Bouwen en Wonen en in de Stadsdeelraad nog volop discussie gevoerd over dit thema. De recente notitie van het raadslid Fernandez waarin het huurbeleid aan de orde wordt gesteld en mogelijke oplossingen worden aangedragen is nog niet besproken in de deelraad of de betrokken Commissies. Voor de komende vergadering (24 april) staat het huurbeleid ook op de agenda, in relatie tot de diverse moties. (agendapunt 4). Tegelijkertijd zijn er concrete plannen om nog dit kalenderjaar een aantal gebouwen van culturele instellingen over te hevelen naar de centrale stad, waarmee de huurdersrelatie van deze instellingen met het Stadsdeel beëindigd zou worden. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat op 1 januari 2009 het nieuwe Kunstenplan in werking treedt, dat van groot belang is voor de situatie van de betrokken instellingen. Ondanks al deze relevante ontwikkelingen ontvingen enkele van de betrokken instellingen al een ontruimingsbevel; andere wordt opgedragen het nieuw aangeboden contract binnen 14 dagen te ondertekenen. Daarmee komt het voortbestaan van de instellingen direct in gevaar. Het lijkt ons niet correct dat de instellingen op dit moment gedwongen worden tot het tekenen van een nieuw 5-jarig contract, of dat gebouwen zelfs al ontruimd worden, terwijl de politieke discussie nog volop gaande is, moties nog niet zijn uitgevoerd etc. Wij stellen daarom het volgende voor: De huidige huurrelaties te bevriezen dwz. huurovereenkomsten voor bepaalde tijd aangegaan stilzwijgend te verlengen en vooralsnog geen nieuwe huurovereenkomsten te sluiten, aangezegde ontruimingen in te trekken en de huurprijzen te handhaven op het huidige niveau (enkel verhoogd volgens cpi-index) In afwachting van: 1.De resultaten van de politieke discussie over het huurbeleid die op dit moment in de Raad wordt gevoerd 2 Daadwerkelijk inhoudelijk overleg met alle betrokken culturele instellingen over [aanpassing van] het huurbeleid, waarbij ook wordt gesproken over de daadwerkelijke kosten en opbrengsten van het betreffende gebouw en de gebruikswaarde van het gebouw in relatie tot de huurprijs. Cijfers tonen nl. aan dat juist de kleine culturele instellingen veelal op dit moment al een huur betalen die kostendekkend is, zodat de noodzaak tot een huurverhoging ontbreekt. In dit verband zou ook de drastische huurverhoging van het Pianola Museum die al in 2003 is doorgevoerd opnieuw moeten worden getoetst. 3. De overdracht van panden naar de centrale stad 4. Het nieuwe Kunstenplan dat op 1 januari in werking treedt. Wij hopen dat u aan ons verzoek gehoor kunt geven om te voorkomen dat de betrokken instellingen, al tientallen jaren gevestigd in de binnenstad, in ernstige financiële problemen geraken en/of hun huisvesting in de binnenstad op korte termijn moeten verlaten. Met vriendelijke groet, De betrokken instellingen, Amsterdams Grafisch Atelier Erik Luermans, coördinator tel. 020-6252186 / amsterdams.grafisch.atelier @ planet.nl Amsterdams Marionetten Theater Frederieke Cannegieter, artistieke organisatie tel. 020-6208027 / info @marionettentheater.nl Pianola Museum Kasper Janse, conservator tel. 020-6279624 / info @ pianola.nl Bijlage: Aan het Amsterdams Marionetten Theater, het Pianola Museum en het Amsterdams Grafisch Atelier Amsterdam, 20 april 2008 Betreft: huurbeleid stadsdeel Centrum en huisvesting culturele instellingen Geachte mevrouw Cannegieter en geachte heren Janse en Luermans, Het bestuur van Vereniging Multatuli Genootschap heeft deelgenomen aan overleg dat ten grondslag ligt aan het Raadsadres dat door uw instellingen zal worden ingediend inzake het huurbeleid van het Stadsdeel Centrum en de huisvesting van culturele instellingen in de gemeente Amsterdam in het algemeen [bijlage |. Ons Genootschap heeft reeds een eigen Raadsadressen terzake ingediend [bij Stadsdeelraad en gemeenteraad]. Wij onderschrijven echter het door u gekozen uitgangspunt volledig en scharen ons geheel aan uw zijde. Onze ervaring is dat het Stadsdeel overleg uit de weg gaat en de instellingen eenvoudigweg confronteert. Met het thans voorliggende Raadsadres wordt beoogd om alsnog een inhoudelijke dialoog op gang te brengen, waartoe ons inziens alle aanleiding bestaat. Er valt niet in te zien wat er onder de huidige omstandigheden tegen zou zijn om éérst bezadigd overleg te plegen alvorens zijn toevlucht te nemen tot nadien niet meer of bezwaarlijk nog terug te draaien maatregelen. Daarbij komt dat beginselen van behoorlijk bestuur bij een onderwerp als het onderhavige [cultureel beleid en vastgoed, huur, huisvesting, subsidies, onderhoud etcetra] bij uitstek doorwerken in de privaatrechtelijke rechtsverhouding die bestaat tussen het overheidslichaam als verhuurder en de huurder. Tot zulke beginselen behoren het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, het verbod van détournement de pouvoir. Bij het handelen in het privaatrechtelijke verkeer kan het verhuurdend overheidslichaam mede aan het nakomen van die beginselen gehouden worden. Wij spreken de hoop uit dat onze gezamenlijke Raadsadressen ertoe bijdragen dat de Stadsdeelraad het dagelijks bestuur van het Stadsdeel op haar verantwoordelijkheden in deze wijst en dat er een kentering teweeg gebracht wordt, waarbij aan iedereen recht wordt gedaan. Met vriendelijke groet, Vereniging Multatuli Genootschap
Raadsadres
3
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 782 Datum akkoord college van b&w van 18 augustus 2015 Publicatiedatum 19 augustus 2015 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M.C.G. Poot van 4 augustus 2015 inzake de verschillen tussen gemeenten in het bestraffen van uitkeringsfraude. Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstelster. Uit een recent rapport van het Landelijk Contact Sociaal Rechercheurs (LCSR), en een bericht op nu.nl, blijkt dat er grote verschillen bestaan in de manier waarop gemeenten uitvoering geven aan de Fraudewet.! Dit vertaalt zich, onder meer, in de mate waarin een gemeente uitkeringsfraude beboet. Zo blijkt de gemeente Rotterdam van de vier grootste steden vijf keer zoveel boetes op te leggen als de gemeente Utrecht, 2678 tegen 429. In Rotterdam werden vorig jaar bijna 37.000 bijstandsuitkeringen verstrekt, tegen 39.000 in Amsterdam. In Amsterdam werden 467 boetes opgelegd, in Rotterdam 2678. Dat betekent dat Rotterdam bijna zes keer zoveel boetes oplegt dan Amsterdam. Het LCSR trekt de conclusie dat er sprake is van onwenselijke verschillen in de uitvoering van de vernieuwde Fraudewet door gemeenten. De VVD vindt het onacceptabel als uitkeringsfraude onbestraft blijft, zoals de grote verschillen in de cijfers lijken te suggereren. De VVD kan het zich bovendien niet voorstellen dat er in Rotterdam dermate meer wordt gefraudeerd om de hogere aantallen boetes ten opzichte van Amsterdam te rechtvaardigen. Op 4 augustus 2015 gaf wethouder Vliegenthart in dagblad Trouw aan bewust minder boetes op te leggen en onderscheid te maken tussen fraude en nalatigheid. Het LCSR voorziet verhuizingen van fraudeurs naar gemeenten die op te lichten zijn. In juli 2013 heeft de VVD het college gevraagd of er kan worden geleerd van ander beleid in de grote steden, waaronder Rotterdam. In de beantwoording daarvan is gezegd dat Amsterdam, net als Rotterdam, de mogelijkheden van de Verzamelwet SZW 2013, waaronder opschorting en intrekking van de uitkering indien een oproep in verband met arbeidsinschakeling wordt genegeerd, volop zal gaan gebruiken.” ' http://www .nu.nl/geldzaken/4095939/aanpak-uitkeringsfraude-verschilt-sterk-per-stad.html 2 http://zoeken.amsterdam.raadsinformatie.nl/cgi- bin/showdoc.cgi/action=view/id=211303/Mevr. Poot en dhr. Van der Ree VVD over Rotterda mse aanpak op vlak van bijstandsfraude.pdf 1 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Demmer 9 augustus 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 4 augustus 2015 Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 4 augustus 2015, namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Kan het college aangeven of het aantal opgelegde boetes in het kader van de Fraudewet klopt? Antwoord: In de periode 1 januari 2013 tot en met 23 november 2014 zijn er in Amsterdam 467 boetes opgelegd in het kader van de Fraudewet. 2. Hoe verklaart het college de verschillen tussen de vier grote gemeenten in het aantal opgelegde boetes voor uitkeringsfraude”? Antwoord: Er zijn diverse factoren die van invloed zijn op het aantal opgelegde boetes per gemeente. Er is niet één element te noemen dat op zichzelf aan de verschillen ten grondslag ligt. Per gemeente wordt invulling gegeven aan de wijze waarop de dienstverlening aan de klant, en dus ook de handhaving, is ingericht. Een andere klantbenadering kan er toe leiden dat er meer sancties worden opgelegd. 3. In welke gevallen van te veel uitbetaalde bijstand wordt er wel een boete opgelegd en welke gevallen niet? Welke kaders worden hiervoor gehanteerd. Antwoord: Bij de beantwoording van deze vraag is het belangrijk twee situaties te onderscheiden. In de eerste plaats de situatie van voor de uitspraak van de Centrale Raad van beroep (CRvB) van 24 november 2014 en die van erna. In de periode voor de uitspraak van de CRvB betreft het gevallen waar verstrekte uitkeringen achteraf ten onrechte bleken en die uitkeringen teruggevorderd werden. Waar duidelijk sprake is van verwijtbaarheid, is een boete opgelegd; waar sprake is van onbedoelde fouten en onoplettendheid niet. In de periode na de uitspraak van de CRvB wordt de richtlijn zoals aangegeven door de CRvB en vermeld in de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer d.d. 16 december 2014 toegepast. Die richtlijnen houden de volgende gradaties van sanctie-ernst in: Opzet 100% boete Zware schuld 75% boete Verwijtbaar 50% boete Licht verwijtbaar 25% boete Geen verwijtbaarheid geen boete 2 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Neeing 82 Gemeenteblad Datum 19 augustus 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 4 augustus 2015 4. Welke maatregelen gaat het college nemen om de door de LCSR voorziene verhuizing van bijstandsfraudeur naar Amsterdam te voorkomen Antwoord: De Rijksoverheid heeft er voor gekozen de uitvoering van de Fraudewet bij de gemeenten te beleggen. Er zijn op dit moment geen feiten of omstandigheden die er op wijzen dat de toepassing van het boetebeleid, leidt tot verhuisbewegingen naar de gemeente Amsterdam en een toename van het bijstandsbestand. Het college wijst er op dat alertheid op het voorkomen van onterechte uitkeringen in Amsterdam vanaf het aanvraagproces een rol speelt. Bij twijfel wordt een aanvullende gesprek met de klant gevoerd of een huisbezoek afgelegd. 5. Is het college het met de VVD eens dat het lijkt alsof Amsterdam minder werk maakt van het bestraffen van uitkeringsfraude, omdat het aantal opgelegde boetes in Amsterdam zoveel lager is dan in andere grote steden? Is het college het bovendien met de VVD eens dat, op basis van het inwoneraantal en de grootte van het bijstandsbestand van Amsterdam, het aantal boetes hoger zou moeten zijn? Antwoord: Het college kan het beeld niet bevestigen dat Amsterdam minder aandacht besteedt aan het opsporen van uitkeringsfraude. Amsterdam voert op jaarbasis ca. 6500 onderzoeken uit waarbij onderzocht wordt of er sprake is van fraude. Het gaat daarbij onder andere om een huisbezoek (of een gesprek) met de aanvrager van een uitkering als er twijfel bestaat over het recht op uitkering (in het kader van preventie). Het gaat ook om verwerking van signalen vanuit diverse (overheids)bestanden en opvolging van ontvangen individuele signalen over mogelijk onterechte uitkeringsverstrekking. Daarnaast wordt stedelijk samengewerkt onder andere in onderzoeken die zich ook richten op woonfraude (zoeklicht) en wordt samengewerkt met politie en justitie o.a. bij meldingen van ongebruikelijke transacties. Het opleggen van boetes beschouwt het college niet als een doel op zich. Sancties zijn als ultimum remedium onderdeel van de aanpak van fraudebestrijding die er op gericht is om rechtmatig gebruik van de uitkering te bevorderen. Ook preventie, voorlichting en terugvordering zijn onderdelen van die aanpak. Het gegeven dat de uitvoering van de Fraudewet door de Rijksoverheid bij de gemeenten is belegd, biedt een zekere ruimte om de afweging om een boete op te leggen anders te maken dan elders. Dat verklaart ook waarom de grootte van het bijstandsbestand niet per definitie bepalend is voor het aantal opgelegde boetes. 3 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Demmer 9 augustus 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 4 augustus 2015 6. Hanteert het college een bepaalde doelstelling ten aanzien van uitkeringsfraude en, specifiek het aantal opgelegde boetes? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zoals gesteld in antwoord op vraag 5 acht het college het opleggen van boetes geen doel op zich. Het opleggen van een boete is immers, in tegenstelling tot het bestrijden van fraude, geen doel maar een gevolg. Het uitgangspunt is dat het opleggen van bestuurlijke boetes consequent, consistent en rechtmatig gebeurt. Om uitkeringsfraude te voorkomen wordt handhaving daar ingezet waar de kans op onrechtmatigheid relatief hoog is. Dit is verwoord in de doelstelling dat 40 procent van handhavingsinzet bij aanvragen leidt tot een afwijzing. Ook bij controle van de lopende uitkeringen wordt de aanpak zo ingericht dat in 40 procent van de gevallen het onderzoek leidt tot een beëindiging of aanpassing van de uitkering. 7. Kan het college de overeenkomsten en verschillen in het fraudebestrijdingsbeleid tussen de G4 steden aangeven? Antwoord: De belangrijkste overeenkomst in het fraudebeleid van de G4 is het uitgangspunt dat fraude niet mag lonen en dat op normschendende gedragingen een gepaste interventie volgt die tot doel heeft het gedrag en de rechtmatigheid van de uitkering te corrigeren. De wijze waarop lokaal invulling wordt gegeven aan de bevoegdheid die het college heeft het recht op bijstand te controleren (artikel 53a Participatiewet) en de wijze waarop de bijstandsverstrekking in het algemeen in de individuele gemeente is georganiseerd, draagt bij aan verschil in accenten en benadering van uitkeringsgerechtigden. In Amsterdam is al door het vorige college de keuze gemaakt om te interveniëren wanneer dit nodig is maar om bij de vraag of en hoe te sanctioneren oog te houden voor de individuele omstandigheden van de betrokken burger. 8. Kan het college in overleg treden met de gemeente Rotterdam en op basis van dit overleg een sluitende verklaring aan de gemeenteraad leveren voor de verschillen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Er vinden periodiek overleggen plaats tussen de hoofden Handhaving van de G4. Tijdens deze overleggen worden ook de doelstellingen, werkwijzen en resultaten besproken. Nog in 2015 zal de boeteoplegging in dit overleg worden geagendeerd. 4 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Demmer 9 augustus 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 4 augustus 2015 9. Kan het college voorts mededelen welke verschillen en overeenkomsten er bestaan inzake het beleid van uitkeringsfraudebestrijding in de gemeenten Amsterdam en Rotterdam? Zijn er bijvoorbeeld ‘best practices’ die ook in Amsterdam toepasbaar zijn? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Met betrekking tot het opleggen van bestuurlijke boetes is er eind 2014 een bezoek geweest van Amsterdam aan Rotterdam. Tijdens dat bezoek zijn de bevindingen van een eerder bezoek aan de gemeente Groningen, gedeeld en gewogen. Dit heeft niet geleid tot inzichten die hebben doen besluiten om het huidige beleid, waarbij een afweging leidt tot het al dan niet opleggen van een boete, te wijzigen. Wel hebben deze contacten nuttige aanbevelingen opgeleverd over de organisatie van het proces van boeteoplegging die in de komende maanden worden geïmplementeerd 10. In antwoord op eerdere vragen is gezegd dat Amsterdam, net als Rotterdam, de mogelijkheden van de Verzamelwet 2013, waaronder opschorting en intrekking van de uitkering indien een oproep in verband met arbeidsinschakeling wordt genegeerd, volop zal gaan gebruiken. In Rotterdam worden eveneens huisbezoeken afgelegd bij bijstandsgerechtigden, ter motivering en controle. In hoeverre wordt deze mogelijkheid nu gebruikt in het Amsterdamse beleid om fraude op te sporen? Antwoord: De mogelijkheid, geboden in de bedoelde Verzamelwet, om de uitkering op te schorten en te beëindigen van bijstandsgerechtigden die (herhaalde) oproepen in het kader van de arbeidsinschakeling negeren, is door de rechter ingeperkt. In plaats daarvan wordt nu allereerst een fraudeonderzoek gestart als wordt vermoed dat dit het gevolg is van onrechtmatige gedragingen. Gezien de impact op de privacy dienen huisbezoeken zorgvuldig te worden ingezet alleen daar waar gerede twijfel over de juistheid van de woonsituatie bestaat. Waar nodig worden deze huisbezoeken ook ingezet bij de beoordeling van bijstandsaanvragen als daar gerede twijfel bestaat. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 5
Schriftelijke Vraag
5
train
2 Gemeente Gemeenteraad RAAD % Amsterdam Amendement Datum raadsvergadering g november 2022 Ingekomen onder nummer 464 Status Verworpen Onderwerp Amendement van de leden Kreuger, Martens, en Boomsma inzake de begroting 2023 Amsterdam - vrijstelling van leges voor evenementen met maximaal bezoekersaantal van 500 Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De Raad, gehoord de beraadslaging over de begroting 2023, constaterende dat: -__de leges voor kleine evenementen aankomend jaar gaan stijgen van €1011,- naar €1046,-; -_ het college eerder al de wens heeft uitgesproken om de vergunning voor kleine evenementen in zijn geheel af te schaffen, inclusief de leges; Overwegende dat: -_ het wenselijk is dat het organiseren van kleine evenementen zo laagdrempelig mogelijk is; -_ het niet uit te leggen is, dat dergelijke kosten niet alleen per 1 januari 2023 nog niet afgeschaft zijn, maar zelfs verhoogd worden; Besluit: 1 Detekst van de begroting op pagina 287-288 “Wel vervallen er activiteiten waarvoor de gemeente leges mag heffen. Voor een deel van de bouwactiviteiten wordt de bouwtechnische toets overgedragen van de gemeente Amsterdam naar private kwaliteitsborgers. Hierdoor vallen zowel de kosten als desbetreffende legesbaten weg binnen de gemeente.” te vervangen door: “Wel vervallen er activiteiten waarvoor de gemeente leges mag heffen. Voor een deel van de bouwactiviteiten wordt de bouwtechnische toets overgedragen van de gemeente Amsterdam naar private kwaliteitsborgers. Hierdoor vallen zowel de kosten als desbetreffende legesbaten weg binnen de gemeente. Ongeacht de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zal er voor evenementen met een bezoekersaantal onder de 5oo, per 1 janvari 2023 een vrijstelling ingesteld worden van alle leges.” 2 Deleges voor Evenementen voor minder dan 5oo bezoekers vermeld onder 6.5.1.1 in de legestabel behorende bij de Legesverordening 2023 te laten vervallen. Indiener(s), K.M. Kreuger C. Martens D.T. Boomsma
Motie
2
discard
Gemee nte Bezoekadres A d Amstel 1 mster am 1011 PN Amsterdam > < Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 > amsterdam.nl Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam eerd BlZ'en en bewoners- en buurtorganisaties van de Burgwallen brief per-email Datum 26 maart 2021 Behandeld door Robert Flos, directie Openbare Orde en Veiligheid Bijlage(n) - Brief Cie AZ straatdealers en i-criterium - Bijlage 1 bij brief: Overzicht onderzoeken - Bijlage 2 bij brief: Factsheets straatdealers in de Amsterdamse binnenstad Onderwerp Beantwoording van uw raadsadres van 7 oktober 2020 Geacht Op 7 oktober 2020 heeft v namens diverse BlZ'en en bewoners- en buurtorganisaties van de Burgwallen een raadsadres over de straatdealer problematiek gestuurd aan de gemeenteraad van Amsterdam. Vervolgens hebt v op 19 november 2020 het bericht ontvangen dat uw raadsadres ontvangen is en met mij besproken zal worden. Omdat we met onze partners een goed inhoudelijk antwoord wilden voorbereiden en de problematiek als gevolg van de coronamaatregelen de afgelopen tijd nagenoeg afwezig was, heeft de beantwoording even geduurd. Naast uw raadsadres hebben we diverse andere berichten ontvangen van bewoners en ondernemers over de problematiek van straatdealers van (nep)drugs in de binnenstad. Ik neem de door v aangesneden problemen zeer serieus. Daarom is het (tegengaan van) straatdealen in de binnenstad ook een van de thema’s in mijn programma ‘Weerbare Mensen Weerbare Wijken’, dat als doel heeft de drugshandel in Amsterdam tegen te gaan. Meer informatie aan over dit programma treft u hier aan: https://www.amsterdam.nl/bestuur- organisatie/organisatie/overige/acvz/programma-weerbare-mensen-wijken/ Het straatdealen van drugs in de Binnenstad is een criminele handeling en zorgt voor overlast, bedreigingen en gevoelens van onveiligheid, zowel bij bezoekers als bij bewoners, ondernemers en sekswerkers in de binnenstad. In de Amsterdamse Driehoek, waarin ik overleg met de politiechef van de eenheid Amsterdam en de hoofdofficier van Justitie over veiligheidszaken, hebben wij besloten een aantal maatregelen te treffen die vóór de zomer tot vitvoering komen en de met het straatdealen samenhangende overlast en openbare Een routebeschrijving vindt v op www.amsterdam.nl Gemeente Amsterdam Datum Kenmerk Pagina 2 van 2 problemen moeten tegengaan. Daarnaast zullen wij in de tweede helft van dit jaar met een brede, integrale vernieuwing van de aanpak van straatdealers komen. Bijgaand treft u de brief aan de gemeenteraad aan waarin ik deze maatregelen en een nadere toelichting op het vervolgtraject toelicht. De Amsterdamse driehoek is vastbesloten is de problematiek van straatdealers in de binnenstad terug te dringen en hoopt met de maatregelen en aanpak in bijgaande brief bij te dragen aan een prettig en veilig woon- en werkklimaat in de Binnenstad. Met vriendelijke groet, £ , Ee ve nn Femke Halsema Burgemeester Een routebeschrijving vindt v op www.amsterdam.nl
Raadsadres
2
val
Gemeente Amsterdam LHV-bureau Noordwest-Nederland T.a.v. wethouder de heer E. van der Burg Hoogte Kadijk 143 C Amstel 1 Postbus 206 1011 PN AMSTERDAM 1000 AE Amsterdam (020) 34 45 988 huisartsenkringamsterdam @ Ihv.nl http://amsterdam.Ihv.nl Datum 29 mei 2017 Ons kenmerk _ISM/AvD Betreft Rookalarm Amsterdam / Amsterdam rookvrije gemeente Geachte heer Van den Burg, Amsterdam was bij het opstellen van het tabaksontmoedigingsbeleid koploper. Inmiddels volgen andere gemeentes, met Groningen en Utrecht als best practices. Maar ook dichter bij de stadsgrenzen is er actie op dit gebied, zo is in Amstelveen de overkapping bij Bibliotheek Amstelland en boekhandel Libris Venstra aangewezen als rookvrije zone. Als Rookalarm Amsterdam willen wij graag met u om tafel om te bespreken hoe Amsterdam in navolging van Groningen en Utrecht ook een rookvrije gemeente kan worden. Uitbreiden rookvrije ruimtes In uw nota benoemt u twee speerpunten: het voorkómen dat jongeren gaan roken en het stimuleren dat mensen stoppen met roken. In uw beleid ten aanzien van het voorkomen dat jongeren gaan roken is het aanwijzen van rookvrije gebieden een belangrijk onderdeel. Zolang wij roken normaal vinden, vinden onze kinderen dat ook. U richt zich op schoolpleinen, sportvelden en speelplaatsen. Wij pleiten er voor om ook de directe ruimte rondom medische voorzieningen zoals GGZ-instellingen en dokterspraktijken rookvrij te maken, evenals ingangen van bibliotheken. Stimuleren stoppen met roken Wij willen daarnaast pleiten voor extra inzet om bepaalde groepen rokers te stimuleren om te stoppen, zoals zwangere vrouwen, families waarin veel (binnen) wordt gerookt, en mensen met brede verslavingsproblemen en of psychiatrische klachten. Deze groepen lopen onevenredig achter, zij kennen hoge rookprevalenties en daardoor grote sociaal economische gezondheidsverschillen. Gluv Jellinek Ee Huisartsenkri Ke : Amalenlamik ese iste Lijn Amsterdam Rookalarm Amsterdam Sinds 2016 zetten lokale zorgverleners zich in het kader van ‘Rookalarm Amsterdam’ in voor een rookvrij Amsterdam. Dit is een initiatief van de huisartsenkring Amsterdam, Jellinek, 1ste Lijn Amsterdam en GGD Amsterdam in navolging van de beweging ‘Op weg naar een rookvrije generatie’. In 2016 hebben wij een aantal publiciteitsacties gedaan: e Juni: Poster aangeboden aan Amsterdamse huisartsenpraktijken e Juli: Brief aan politieke partijen inzake verkiezingsprogramma e September: Brief aan basis onderwijs Amsterdam inzake rookvrij schoolplein e September: Brief aan voortgezet onderwijs Amsterdam inzake rookvrij schoolplein e September: Brief aan Amsterdamse sportverenigingen inzake rookvrij sportterrein & flyer Hartstichting Op 31 mei organiseert het KNMG het symposium ‘Maak de zorg rookvrij (https://www.knmg.nl/agenda/evenement/symposium-maak-de-zorg-rookvrij.htm) waar wij naar toe gaan. Wij verzoeken u om na 31 mei, bij voorkeur voor de zomer, met elkaar in gesprek te gaan over de mogelijkheden van Amsterdam Rookvrij. Met vriendelijke groet, Huisartsenkring Amsterdam/Almere, Jellinek, 1ste Lijn Amsterdam Kopie: Gemeenteraad GLnv Jelinek _—__—- ke Hui kri en : bnstendamik nere iste Lijn Amsterdam 2/2
Raadsadres
2
train
A'dam 5áä mentaal gezond Pr Wat is Thrive? 4 DEEL 1 Mentale gezondheid 2020 vs 2016 6 Input Thrive: Inzet Thrive per pijler 8 Input Thrive: Doelgroepen 9 Een greep uit de resultaten van Thrive 10 Projecten uitgelicht: UpTalk 1 Projecten uitgelicht: Inzet stadsdeel Zuidoost 12 Projecten uitgelicht: Inzet gericht op studenten 13 Projecten uitgelicht: Digitale middelen 14 DEEL 2 Outcome Thrive 16 Lessons learned: Sociale beweging 17 Lessons learned: Communicatie 18 Lessons learned: Organisatie en werkwijze 19 Aandachtspunten en de blik vooruit 20 Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 2 Ey 7 ì er Ws Zar s „ Wen 4 pen ‘ || Î t ES À P . En Fn oa E 4 heki Ed dd’ en, maaike: Ed a zer ER rr de Bas Oe mn EE R ed / : Ed … mn E À d re ad s Û bk 5 En es Be ä ds - s re Ea a Ee 5 ee Ee En “ _ 3 a dr en & j ee WE ee s. Er ee, en he Via deze beweging komen Amsterdammers en organisaties, In onze stad stijgt de vraag naar uus ih Acer psychische hulp. De cijfers van dish den) mendjemel. zelf gerapporteerde psychische ls lr Cms En hike NEET EDEN verslhshn initiatieven en DEET DEGENEN organisaties en doen onderzoek. impact van mentale problemen wed: SLEEN hdd eh dd is groot. Voor jou persoonlijk, in TENEN BONE) It said bi PREUTSE werken aan een veerkrachtige Daarom startte in 2019 de sociale dl nde Eenes Sen oil beweging: Thrive - Amsterdam THEE DENS 17 ohh es Mentaal Gezond (hierna: Thrive) AERO Lunges BUEN enn op school, werk of in de maatschappij als gevolg van mentale problemen. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 4 Mentale gezondheid is niet een thema van In 2019 hebben we, in samenwerking met talloze iemand of één organisatie. Het raakt de stakeholders, ons plan van aanpak vastgesteld. . Om meer impact te kunnen maken onderscheiden samenleving als geheel en hangt samen en oe d we hierin drie groepen waar specifieke aandacht met de manier waarop we (samen )leven. voor is: jongvolwassenen, Amsterdammers met Mede daarom is Thrive een sociale beweging een migratieachtergrond en werkgevers en waar één ieder zich bij aan kan sluiten: ondernemers. Daarnaast wordt bij de uitvoering bestuurders en beleidsmakers, scholen, van de activiteiten van Thrive gehandeld naar drie . e . . … centrale principes: jongeren- en cliëntorganisaties en natuurlijk Hendels . g en zet preventie voorop; betrokken Amsterdammers. b Werk samen met bewoners/ communities en ervaringsdeskundigen:; be Bundel kennis, gebruik data. De gemeente Amsterdam en vervullen een cruciale aanjagende en verbindende rol in de uitvoering. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 5 Sinds de Coronacrisis is onder diverse groepen het mentale welbevinden 61.000 Amsterdammers ervaart afgenomen. In 2020 heeft 9% van de Nae lete psychische klachten Amsterdammers (61.000 inwoners) ernstige psychische klachten en bijna de helft (45%) van de inwoners geeft aan matige psychische klachten te hebben. Ernstige psychische klachten komen in Amsterdam 505.000 Amsterdammers ervaart vaker voor dan landelijk, maar even vaak als matige psychische klachten in andere grote steden. In 2020 voelt ruim één op de vier Amsterdammers zich angstiger (26%) of eenzamer (26%) dan in 2016. Dit geldt nog sterker voor 18 t/m 34-jarige inwoners; van hen voelt een derde zich in 26% van de Amsterdammers deze periode meer angstig, depressief en/of voelt zich angstiger Pele eenzaam. De hoogste cijfers van psychische klachten en (ernstige) eenzaamheid blijven echter, net als voor de uitbraak van Corona, bij inwoners met een praktische opleiding, een minimuminkomen, alleenwonenden en/ en 26% van de Amsterdammers of een niet-westerse migratieachtergrond. voelt zich eenzamer dan in 2016 Overigens is er ook een kleine groep inwoners (4 tot 6%) die zich juist beter voelt sinds de uitbraak van Corona. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 6 | In 2019 waren de meeste activiteiten gericht op het uitbouwen van het netwerk. In 2020, is het meest ingezet op projecten die direct invloed hebben op de mentale gezondheid van Amsterdammers. In de loop van 2020 is het Thrive team uitgebreid en kwam er meer ruimte voor activiteiten op alle vier de pijlers. Ongeveer de helft van de activiteiten die, mede onder de vlag van Thrive, worden uitgevoerd In 2021 ís er een uitvoerige inventarisatie gedaan van de zijn langdurig/structureel karakter en aangehaakt bij andere activiteiten uitgevoerd door, of in opdracht van, Thrive. organisaties en programma's. Bij zo'n 40% van de activiteiten was De activiteiten zijn verdeeld over de vier pijlers mentale Thrive projectleider en (mede) financier. Bij de overige activiteiten gezondheid, netwerkvorming, beleid en onderzoek. had Thrive de rol van adviseur (33%) of aanjager en verbinder (25%). mn es” 4 IT () nl Mentale gezondheid Netwerk Beleid Onderzoek Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 8 At ot |T Î Omdat met de start van de Coronapandemie al snel signalen kwamen dat de mentale gezondheid van jongvolwassenen achteruitging kwamen er extra middelen vrij vanuit het Ministerie van VWS. Mede daardoor is bijna de helft van de activiteiten van Thrive gericht op jongvolwassenen. Behalve voor jongvolwassenen vonden er in het afgelopen jaar veel activiteiten plaats die gericht waren op alle Amsterdammers (algemene populatie), zoals campagnes die bijdragen aan de destigmatisering van ® Jongeren _@ Bewoners met een migratieachtergrond mentale gezondheid en het herkennen en bespreekbaar ® Ondernemers/werkgever _ ® Algemene populatie maken van mentale problematiek. Daarvoor is ook gebruik gemaakt van de publieke ruimte zoals bij de tentoonstelling OPEN over depressiviteit op pleinen en in parken in verschillende stadsdelen. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 9 EEN GREEP UIT DE RESULTATEN VAN THRIVE Mm 1.500 studenten ‘Studyroomservice! Mm 5x fototentoonstelling MB 50 deelnemers Miracles Music ‘OPEN over depressiviteit’ Academy Mm 1.4 miljoen personen bereikt B 2 routekaarten mentale gezondheid campagne UpTalk + training B Thriveamsterdam.nl vanaf okt B 4 locaties @Ease 2019: 42.000 bezoekers Mm 1.800x wandeling Rondje Mentaal M 10x cursus Mental Health First Aid Gezond gedownload in 2021, 25x in 2022 MB 15 webinars mentale gezondheid Mm Bankpraatsessies: 8 afleveringen Mm 550 abonnees nieuwsbrief B Anti-stigma campagne ‘Op het Mm =>200 hulpvragen UpTalk eerste gezicht”: 12 verhalen, Mm >550 volgers social media, >500.000 views ruim 150 berichten Mm 25 vertrouwenspersonen B Mentale gezondheid opgenomen in de studentenverenigingen getraind Amsterdam Nota Gezondheidsbeleid 2021-2025 Op de volgende pagina's worden enkele projecten uitgelicht Ka Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 10 UPTALK: SPECIAAL VOOR AMSTERDAMSE JONGEREN IN CORONATIJD U > Professionele coaches behandelen Ta Uk hulpvragen, gratis, iedere dag van de week. UpTalk ís ontwikkeld in samenwerking met Mindmasters (whatsapp), Jouw GGD (chat) ff down bent en @Ease (chat & walk-in). Via social media campagnes, school, jongerenwerkers en Dede ad billboards worden jongeren attent gemaakt erva ringsdeskundigen van op UpTalk. UpTalk geven aan dat ze veel De hulpvragen zijn divers. Geregeld zijn er mensen kunnen helpen en ook jongeren met vrij zware problematiek. positieve reacties krijgen. De laatste online campagne UpTalk heeft 1,4 miljoen unieke views (inter)nationaal opgeleverd. De online en abri-campagnes van UpTalk zorgen iedere keer voor een significante toename in het aantal hulpvragen, zowel online als fysiek in de vier walk-in locaties. In december 2021 is er 153 keer geklikt op de walk-in button en zijn er 103 whatsapp- en 101 chatgesprekken gestart. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 11 INZET STADSDEEL ZUIDOOST Fototentoonstelling OPEN a over depressiviteit | el (Stichting Open Mind) TE ! 5) _ B is in 2021 in meerdere RN | RET A cos ‚ ‚ ‚ stadsdelen, maar het a BN Nn KK Stadsdeel Zuidoost is een van de gebieden van Amsterdam waar meest in Zuidoost (2x NET gen | Se mentale problematiek het grootst is en gebruik van zorgaanbod buiten, 2x binnen) TE ie Sn dc pe het laagst. In dit stadsdeel zijn verschillende initiatieven getoond. 30 jongeren Aass EE he ontwikkeld, onder meer: van 18 t/m 55 jaar W ä Alke ze vertellen open over hoe Me ES het met ze gaat en wat EE ks en ee hun helpt om overeind AE . . te blijven. Bij de opening ER Eee O8 4 | ij E= Mental Health First Aid worden lokale (zorg) | | il Een internationaal instellingen en bewoners De Jongerenpunt Infobus e iT =. erkende cursus. Samen uitgenodigd en er zijn (ism het Jongerenpunt) ED met een aantal bewoners sprekers zoals wethouder stond in december 2021 in CM in ee is het aanbod aangepast Simone Kukenheim, Zuidoost. Onder het genot zodat het beter aansluit Stadsdeelvoorzitter van een hapje en drankje bij de belevingswereld Tanja Jadnanansing en en muziek gedraaid van mensen met een ervaringsdeskundigen. door een dj is op een Buurttafels Zuidoost migratieachtergrond. De tentoonstelling is vrij laagdrempelige manier Meerdere malen is Door de aanpassingen toegankelijk en worden het gesprek over mentale mentale gezondheid wilde 2/5e van de veel bezocht, onder meer gezondheid aangegaan. onderwerp van gesprek respondenten de cursus door schoolklassen. Er waren professionals geweest. In oktober volgen en de meerderheid en 3 vrijwilligers van 2021 was de Buurttafel gaf aan dat het hun het Jongerenpunt ZO! Lekker in je vel kennis over mentale men aanwezig en er is met als doel samen klachten had vergroot en PN informatiemateriaal van met bewoners, lokale het stigma verminderd. | AS Ah A onder andere UpTalk organisaties en GGZ Met de resultaten _ MEAN uitgedeeld. Zeker 25 professionals mentale van het onderzoek is | ARD dd Jongeren uit de buurt gezondheid bespreekbaar de Signaleringswijzer MOPDODARA hebben die middag hun te maken en activiteiten psychosociale TOON | g_ interesse in het onder- rondom zelfzorg en problematiek 18+ Ans werp getoond en zijn het preventie te organiseren. aangepast, gesprek aangegaan. me | Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 12 INZET GERICHT OP STUDENTEN Caring Universities (CU) ‘Vandaag heb ik Zoals gezegd heeft Thrive zich mede door de Coronacrisis in grote biedt gratis online gebruik gemaakt van mate op studenten gericht, onderdeel van deze aanpak was: (zelfhulp) services om het mentaal welzijn van de optie voor een studenten te verbeteren. e ë ] <= Te De VU, Universiteit Leiden, studiekamer in het oes K . Universiteit Utrecht en Ê Ar pe | Eon Universiteit Maastricht en eden le ste ile 8 T WO pn lessen over mentale Oo voor mij door LUL Bl N ed Ì Ì E D DS b ee ee mede onderzoek gedaan onder thuissituatie.” ‚ | _ GGD, het OKT en het ROC Ne de hi - Student HvA (23) Ed u van Amsterdam. Thrive PEES WEEEn , verzorgd de eerste les goed gewaardeerd, 80% s om in gesprek te goa En over mentale gezondheid c Jh. Je 9 . en en biedt praktische orond geert een Studyroomservice handvatten die daarbij slaa) vern E6 Ssi in mei 2021 konden kunnen helpen. Al zo'n aan zich slechter te studenten van de dertig ROC's vroegen een kunnen concentreren HvA gratis studeren les aan. en dat ze eenzamer en in een hotelkamer. somberder zijn. Thrive De aanmeldsite had mn dr denkt mee over de opzet 20.000 bezoekers, 1.500 En B Of van CU en motiveert studenten hebben zich EE. ie onderwijsinstellingen deel aangemeld en 50% van de Ber A te nemen. Inmiddels zijn, studenten deed dit samen mede door de inzet van met een medestudent. an de studenten-ambtenaar Alle respondenten (n=192) ns En (een van de teamleden van de evaluatie willen de ate van Thrive) de UVA, Studyroomservice vaker aen nd Inholland en HvA ook gebruiken. a aangehaakt bij CU. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 13 DIGITALE MIDDELEN mentaal gezond Upralk Kominactie ondernemers alle verhalen updates kalender Om ondanks de Coronarestricties zoveel mogelijk me Voor een mentaal | wanden ee 5 Amsterdammers te bereiken is er in 2020 en 2021 veel Khin ee ingezet op online content, onder andere: Sdk: vs 1Al an 8 vig f En “Thrive Amsterdam Mentaal wi een sociale beweging Websites Hulplijn en website EI ne Ale www.thriveamsterdam.nl www.thriveamsterdam. en www.corona. nl/ondernemers voor thriveamsterdam.nl maken ondernemers die gebruik oee nt integraal onderdeel uit van de maken van de TOZO regeling sociale beweging. Op de sites (ism Arkin, GGZ inGeest en zijn onder andere tips & trics, WPI). In juli 2021 startte de preventief, laagdrempelig gratis gesprekslijn speciaal zelfhulpaanbod en verhalen voor ondernemers in van ervaringsdeskundigen Amsterdam. Ondernemers die 8 8 toegankelijk gemaakt. De last hebben van bijvoorbeeld Dagelijks odd ALL LE eb od Sd Ad LA Ae Corona site is veelvuldig stress, slapeloosheid, ú r gebruikt. Tijdens de zwaarste schuldgevoelens of angst Instagram, Wabe As loekdown, gedurende kunnen bij de lijn terecht voor 550 volgers. de UpTalk campagnes een luisterend oor. Ze krijgen had https://corona. professionele hulpverleners thriveamsterdam.nl zo'n 400 aan de lijn van. Onder meer unieke bezoekers per dag. In de klantmanagers van totaal heeft de site in 2021 afdeling WPI de gemeente 4.500 unieke bezoekers op Amsterdam verwijzen Op de nieuwsbrief zijn zo'n 550 mensen 5.700 sessies gehad. De site ondernemers naar de hulplijn oe ne door. geabonneerd. Er wordt tweemaandelijks sn 2041 vanaf zon 44009 een nieuwsbrief verstuurd. unieke IP-adressen bezocht. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 14 Om te realiseren dat daadwerkelijk minder Amsterdammers uitvallen als gevolg van mentale problemen ís er in veel gevallen naast een normverandering ook een gedragsverandering nodig. Voorbeelden hiervan zijn het stellen van een hulpvraag, het (anders) bieden van steun, het veranderen van (zorg)beleid, het onderkennen van een ongezonde bedrijfscultuur et cetera. Om het effect van de interventies van Thrive die zijn gericht op gedragsverandering vast te stellen, zijn ze gescoord aan de hand van het Gedragsveranderingswiel. Het wiel gaat zowel in op de inhoud (wie, wat, waar), als op de vorm (hoe). Alle Thrive-interventies met een specifiek doelgedrag (n=52) zijn langs het Gedragsveranderingswiel gelegd. Na de analyse blijkt dat er in veel gevallen een combinatie van de volgende interventiefuncties is gebruikt: bP Voorlichting (over factoren van mentale gezondheid, het effect ervan op het individu en de omgeving), bP Overtuiging (van eigen kunnen, wegnemen van taboe) bp Facilitering (zelfhulp/ zorgaanbod). Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 15 | SOCIALE BEWEGING B Het thema mentale gezondheid is een kwetsbaar en menselijk thema. Het raakt De wijze waarop Thrive is opgezet, de manier van werken Rea ede Ad Ade he en de positionering binnen de gemeentelijke organisatie Vraagt om eigen positionering in beeld en wijkt af van de meeste afdelingen en programma's in taal. Dichtbij mensen, door mensen. het sociaal domein. De flexibiliteit en het snel in kunnen B Het gaat de gehele maatschappij aan, we springen op vragen uit de praktijk hebben bijgedragen zijn allemaal eigenaar. Daarom kan alleen aan de ontwikkeling van Thrive en daarmee aan de een top down (vanuit overheid en GGZ houding (van bewoners, professionals en beleidsmakers) teens in TSR TND ten opzichte van mentale gezondheid. Ee B Thriveis een initiatief van meerdere Het is noodzakelijk dat Thrive deze unieke positie blijft Ae ele aes de behouden. Ten behoeve daarvan zijn de volgende vertegenwoordigd voelen en interacteren. geleerde lessen opgesteld met betrekking tot de sociale B Het functioneren onder de vlag van beweging, communicatie, organisatie en werkwijze en iedere organisatie (GGZ, verzekeraar, samenwerking. We sluiten af met aandachtspunten en Gemeente Amsterdam, of GGD) brengt ontwikkelingen en een blik vooruit. labels en vooroordelen met zich mee. Door de eigenstandige positionering van Thrive (in navolging van internationale good practices) wordt er aan een nieuwe basis en een nieuw concept van preventief denken gebouwd. Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 17 COMMUNICATIE Mm De eigen stijl met frisse look & feel B Communicatie over mentale gezondheid krijgt positieve feedback van zowel voor diverse groepen met een Amsterdammers als organisaties. Thrive migratieachtergrond vraagt inzet van blijkt een aanstekelijk en aantrekkelijk sleutelpersonen uit deze doelgroep en merk waar men zich graag bij aansluit. vraagt om andere communicatieframes. B Het eigen taalveld incl. kleur en beeld B Thrive Amsterdam wordt veelal als goed versterkt de boodschap en onze inzet voorbeeld gezien en kan als concept in op preventie zonder labels. We spreken andere plaatsen in Nederland worden over mentale struggles, somberte en uitgerold. Dit vergroot de kennis over angsten, niet over depressie of stoornis. mentale gezondheid en helpt het taboe te De communicatie slaat aan als we het doorbreken. hebben over stress, een dip, niet lekker in B Een open gesprek van mens tot mens, je vel zitten etc. heeft veel power en effect. Dat begint B Thrive fungeert als onafhankelijke met zelf open en kwetsbaar te zijn. Het boodschapper waardoor alle betrokkenen gesprek zelf heeft direct invloed op de communicatie-uitingen makkelijk door mentale gezondheid van gesprekspartners. kunnen zetten zonder concurrentie of Het kan vervolgens leiden tot vergaande belangenverstrengeling. Initiatieven zoals samenwerkingsverbanden en duurzame UpTalk zijn een goed voorbeeld waarin verbindingen. Thrive fungeert als verbinder en afzender. Ko Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 18 ‘Als stagiair toegepaste psychologie en iemand die zelf ervaring heeft gehad met mentale gezondheid, is het een verademing om te werken in een team dat zo gepassioneerd is om Amsterdammers lekkerder in hun vel te laten voelen.’ - Vanessa, stagiaire Thrive Ke Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 19 Door Corona zijn bepaalde initiatieven en ideeën minder b Mentale gezondheid is, zeker in tijden van een van de grond gekomen: de verbinding met professionals pandemie, an eme wee ven gandaeht naar uit . . gaat. Er ontstaan daardoor steeds meer initiatieven, en het delen van kennis, zoals Club Thrive en het ‚ platforms, ideeën en tools. Dat kan verwarring en ambassadeursschap. Deze bieden kansen om de beweging versnippering geven. Dit vraagt om continue aandacht nog meer verdieping en verbreding te geven. voor de rol die Thrive moet vervullen als expert, facilitator, raadgever of verbinder. Qua agendasetting positioneren we mentale gezondheid b Mentale gezondheid is nog niet overal preventie. Juist als apart thema. Qua toepassing en communicatie vraagt op het gebied van preventieve is extra onderzoek, het gaandeweg steeds meer om een combinatie met uitwisseling en ontwikkeling nodig. Zeker zolang de andere thema's zoals gezond leven, gezond opgroeien, wachtiijsproniematief niet verbetert en qe impact van sport, spiritualiteit en om gezamenlijk afzenderschap. eh dn b Het doorbreken van het taboe en veranderen van de norm is in gang gezet maar vraagt om een brede benadering (Health in all policies) en een lange adem. P Thrive dient hiertoe nog meer te verbreden in de samenwerking met onder meer onderwijs- en culturele instellingen, het sociaal domein, werkgevers en zowel publieke als commerciële organisaties. bP Dit vraagt ook om een bredere (overheids)financiering in alle fases en leefgebieden (school, thuis, werk). Kn Amsterdam Mentaal Gezond | 2019 t/m 2021 PAGINA 20 Thrive - Amsterdam Mentaal Gezond thriveamsterdam@ggd.amsterdam.nl Nieuwe Achtergracht 100 1018 WT Amsterdam Kerngroepleden Thrive Amsterdam r i | Ee H ingeest en DKT LITTIN KT a ea OT Ta Ea EEE a QUER oen  Clientenbelang Sal
Onderzoeksrapport
21
train
ANNE tn - NN EE Ee AN ente — nn | Te : ORK RR zn ANNEE Delmee Se mi ITU IKOr= sam on on an _& | 2% | E el Ü Pr 2% Ü rn al "dd F An | DP dl | an | È Ô Û [it Ì fl Í IJ : l | mr ep | f | | Em | E as | pr tt l 5 E lid 4 ' | EN ij …e | Ì hi A r Í | an Fi | „ | x, | | j ee î | ij: / | | ij ALA RA PK | Onderzoek, Informatie en Statistiek OB Se Rene CR ME Ot Ne Et al er Lj ne, mi En B B En en ss ed 7 Eels LL En fg zp zi EE ne ak ee TE SE tete ed eee en e Pe 5 a De Ee a De br” De 7 . En c ie ee 5 De sn, lk Hr je DN de ie. É … Pl en en en ele B ee en Te en nd ke ee EE ie: = ed eee, nn Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima In opdracht van: rve Inkomen Projectnummer: 16204 Laure Michon Laura de Graaff Lisa Goudsblom Josca Boers Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300 Telefoon 020 251 0402 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam Www.ois.amsterdam.nl Lmichon@amsterdam.nl Amsterdam, november 2016 Foto voorzijde: fotograaf Nienke Laan (2014) 2 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima Inhoud Inleiding 4 1 Methode en respons 5 2 Enquête-uitkomsten 7 2.1 Bijna iedereen tevreden over het abonnement 7 2.2 40% tevreden omdat het gratis is 7 2.3 Gratis OV ook om andere redenen positief 8 2.4 Abonnement wordt veel gebruikt 9 3 Interviews 10 3.1 Diverse groep geïnterviewden 10 3.2 Geïnterviewden vinden aanvraag makkelijk 10 3.3 Abonnement vaak gebruikt 11 3.4 Doel van het gebruik veelzijdig 11 3.5 Impact van het abonnement 13 3.6 Opmerkingen en aanbevelingen van geïnterviewden 14 Conclusies 15 Bijlage Open antwoorden enquête 16 3 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima Inleiding In september 2013 is de gemeente Amsterdam gestart met het aanbieden van gratis openbaar vervoer voor oudere minima in de stad. Deze voorziening bestaat uit een abonnement op een persoonlijke OV-chipkaart. Met dit abonnement kunnen oudere minima op elk moment gratis met het openbaar vervoer van het GVB reizen. Het aantal verstrekkingen van het gratis OV voor oudere minima is sinds de start snel opgelopen, van ruim 7.000 abonnementen in 2013 naar bijna 13.000 eind 2015. In totaal hebben de abonnementhouders ruim drie miljoen ritten gemaakt in heel 2015. In 2013 maakte 37% van de doelgroep gebruik van gratis OV voor oudere minima. Op basis van de raming van het aantal huishoudens met een laag inkomen in Amsterdam en van de ontwikkeling van het aantal toekenningen is het bereik van het gratis OV naar schatting gestegen naar ongeveer 53% in 2015 (Amsterdamse Armoedemonitor 2015). De evaluatie van dit instrument in het voorjaar van 2014" heeft aangetoond dat abonnementhouders het gratis OV-abonnement veelvuldig gebruiken, en daarmee vaker de deur uitgaan en meer sociale contacten hebben dan oudere minima zonder abonnement. In opdracht van de rve Inkomen heeft OIS de meeste recent beschikbare enquêtegegevens over de tevredenheid van abonnementhouders gebruikt, en aanvullend zijn tien kwalitatieve interviews gedaan met abonnementhouders. Over de vitkomsten van de enquête en van de interviews rapporteren wij hier om de ervaringen met het gratis OV in kaart te brengen. 1_oIs. 2014. Gratis OV voor minimaouderen, 2° meting. 4 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima 1 Methode en respons Uit de Amsterdamse Armoedemonitor 2015 blijkt dat 12.890 personen eind 2015 een lopend abonnement voor het gratis OV hadden. Van 3.066 abonnementhouders was het telefoonnummer bekend. Deze personen heeft OIS benaderd met het verzoek een korte vragenlijst in te vullen. In totaal hebben 521 oudere minima meegewerkt aan de telefonische enquête; een respons van 17%. Bij het benaderen van de respondenten is gelet op de spreiding over de stad: in elk stadsdeel zijn tussen 50 en 98 personen bereikt. Tabel 1.1 Respons per stadsdeel Centrum 63 12 West 98 19 Nieuw-West 71 15 Zuid 93 18 Oost 71 15 Noord 51 10 Zuidoost 60 11 onbekend 2 0 Totaal 521 100 De verdeling van respondenten over de stadsdelen komt redelijk overeen met de verdeling van alle abonnementhouders. Wel zijn abonnementhouders in Centrum en Zuid iets oververtegenwoordigd in de respondentengroep, en abonnementhouders in Nieuw-West iets ondervertegenwoordigd. De achtergrondkenmerken van de respondenten zijn weergegeven in onderstaande figuur, naast die van de totale groep respondenten. Van de respondenten is twee derde vrouw, relatief veel vergeleken met de totale groep abonnementhouders. Daarnaast is 70% alleenstaand. Daarmee zijn alleenstaanden oververtegenwoordigd in de respondentengroep. Verder is bijna de helft is van Nederlandse herkomst en 40% is van niet-westerse herkomst. Vergeleken met de totale groep abonnementhouders zijn ouderen van Nederlandse herkomst hiermee oververtegenwoordigd, en ouderen van niet-westerse herkomst ondervertegenwoordigd. Gelet op de eenduidige uitkomsten die in de volgende hoofdstukken worden gepresenteerd, hebben deze verschillen echter geen invloed op de uitkomsten. 5 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima Figuur 1.2 Achtergrondkenmerken van respondenten en van alle abonnementhouders abonnementhouders (n=12.890) respondenten (n=521) geslacht geslacht man vrouw onbekend man vrouw huishoudsamenstelling huishoudsamenstelling alleenstaand paar overig alleenstaand paar overig herkomst Herkomst onbekend onbekend Q 2% autochtonen 3% 31% niet-westerse autochtonen allochtonen 46% 40% niet-westerse allochtonen westerse allochtonen 56% % 11% westerse allochtonen 11% bron: Armoedemonitor/ OIS 6 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima A u 2 Enquête-uitkomsten 2.1 Bijna iedereen tevreden over het abonnement Op de vraag in welk mate men tevreden is over het abonnement geven acht van de tien ouderen 98% aan zeer tevreden te zijn. Een dergelijk hoog aandeel komt in enquêtes zelden voor. Verder is 17% tevreden. Dat betekent dat in totaal 98% van de respondenten tevreden is met het abonnement. Figuur 2.1 Tevredenheid over het GVB-abonnement (n=521, procenten) ontevreden weet niet, geen 0 antwoord tevreden 1,3% 17,3% zeer tevreden 81,0% Slechts twee personen zijn ontevreden. Een van hen legt vit dat de reden hiervoor is dat er niet met Connexxion gereisd kan worden. Overigens kaarten ook abonnementhouders die wel tevreden zijn over het gratis OV dat het jammer is dat zij niet gratis kunnen reizen met andere vervoerders. De andere respondent die ontevreden is heeft kritiek op kosten en procedures: De kosten voor het aanmaken van een nieuwe kaart bij verlies zijn te hoog (11 euro) en het duurt lang voordat het geld dat op de oude kaart stond teruggestort wordt. 2.2 40% tevreden omdat het gratis is Niet alleen de twee ontevreden respondenten hebben zelf een toelichting gegeven op de vraag over de tevredenheid, bijna alle respondenten hebben dit gedaan. Deze reacties zijn in z'n geheel terug te lezen in de bijlage. Verreweg de meest genoemde reden voor tevredenheid is dat het gratis is. Van de 481 respondenten die hun oordeel toelichten, geven er 209 aan dat ze tevreden zijn omdat het kosteloos dan wel gratis is, of dat het hen geld bespaart. Oftewel: dit is voor 40% van de respondenten de reden om tevreden te zijn over het abonnement. Respondenten verwoorden dit op veel verschillende manieren. Het woord ‘gratis’ wordt het meest genoemd, maar mensen zeggen ook dat het abonnement hen geld bespaart of dat het 7 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima scheelt in de kosten. De meest genoemde manieren om het financiële voordeel te verwoorden zijn in onderstaande figuur samengevat. Figuur 2.2 Meest genoemde termen voor het financiële voordeel van het abonnement (n=209) ú 5 r Ik hoef niet te betalen ‘Gratis reizen is fijn’ ‘Geen zorgen over opwaarderen’ ‘Het kost anders teveel geld’ J ú ® t Het scheelt als je een AOW hebt : t ‘Het bespaard mij kosten ‘Het is financieel voordelig’ 2.3 Gratis OV ook om andere redenen positief Het financiële voordeel van het abonnement wordt het meest aangehaald door de respondenten, maar zij zijn ook vaak om andere redenen tevreden over de kaart. De toegenomen mobiliteit, en de mogelijkheid om aan activiteiten deel te nemen wordt ook vaak genoemd. De toelichting op de tevredenheid is in onderstaande figuur onder een aantal thema's geordend, met enkele voorbeelden van wat respondenten aangeven, en hoe vaak het thema is aangekaart door respondenten. Tabel 2.3 Thema’s in antwoorden van respondenten die tevreden zijn met het gratis OV voor oudere minima gratis (209 keer genoemd) | shet bespaart geld, het is kosteloos/ gratis | meer mobiliteit (107 keer genoemd) | evervoer gaat sneller, soms enige optie voor mobiliteit, bereikbaarheid is vergroot. | meer activiteiten (84 keer) genoemd | evaker de deur vit, makkelijker voor afspraken | gemakkelijk en gebruiksvriendelijk (56 keer genoemd) | shet werkt goed, het is gemakkelijk, handig en eenvoudig | svaker familie en vrienden bezoeken, minder eenzaamheid en minder verveling dankbaar/ blij (17 keer genoemd) | shet is een prachtige gunst van de gemeente | 8 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima 2.4 Abonnement wordt veel gebruikt Vijfentachtig procent van de respondenten gebruikt het GVB-abonnement minstens één keer per week: 46% doet dat (bijna) dagelijks, 39% één tot drie keer per week. Zeven procent gebruikt het abonnement één keer per maand of minder vaak, 2% heeft geen antwoord op deze vraag. Figuur 2.4 Gebruik GVB-abonnement (n=521, procenten) 3% 4% „2% 6% ___ 24% _ melke dag 9% m4 tot 6 keer per week = 2 tot 3 keer per week 1keer per week 1keer in de twee weken . 22% ma keer per maand 30% B minder vaak weet niet, geen antwoord Ook in het onderzoek dat in 2014 onder de doelgroep is uitgevoerd gaf 85% van de abonnementhouders aan het gratis abonnement dagelijks tot wekelijks te gebruiken. Daarmee is het frequente gebruik van het abonnement stabiel. 9 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima 3 Interviews Aanvullend op de enquête zijn in september en oktober 2016 negen gesprekken gevoerd met tien oudere minima die een gratis GVB-abonnement hebben. OIS heeft een willekeurige steekproef ontvangen van 100 abonnementhouders van wie het telefoonnummer bekend is van de rve Inkomen. Vrijwel alle 100 nummers zijn gebeld, maar veel mensen waren onbereikbaar. Aan de mensen die bereid waren om mee te werken aan een gesprek werd aangeboden om bij hen langs te komen, of het gesprek telefonisch te doen. Vijf gesprekken zijn direct telefonisch gevoerd, vier gesprekken zijn aan huis gedaan, waarvan een met beide partners, allebei abonnementhouders. De gesprekken duurden tussen 10 en 30 minuten. Voor hun medewerking hebben wij de geïnterviewden een vergoeding aangeboden van € 25. 3.1 Diverse groep geïnterviewden De gesprekken zijn gevoerd met evenveel vrouwen als mannen, en zowel met alleenstaanden (vijf respondenten) als met personen met partner. Twee geïnterviewden hebben ook inwonende minderjarige kinderen. De leeftijd van de geïnterviewden varieert van 65 jaar tot 79 jaar. Vier geïnterviewden zijn van Nederlandse herkomst, de anderen van niet-westerse herkomst. Er is gesproken met inwoners van alle stadsdelen behalve Centrum. De groep geïnterviewden verschilt ook in hoe lang zij het abonnement hebben. Drie personen hebben het abonnement in 2016 ontvangen, twee in 2015, twee in 2014, een in 2013. Twee geïnterviewden wisten niet meer precies wanneer zij het abonnement hadden ontvangen. 3.2 Geïnterviewden vinden aanvraag makkelijk Vijf personen geven aan dat zij een brief hebben ontvangen van de gemeente om het gratis OV aan te vragen. Zij zijn allen tevreden over de procedure, die ze vaak makkelijk en duidelijk noemen. De citaten hiernaast illustreren dit. Een van de geïnterviewden geeft aan dat hij en zijn vrouw geholpen zijn door hun dochter in het contact met de gemeente, maar dat alles goed ging. Ook drie andere respondenten die de aanvraag zelf hebben gedaan zeggen dat het allemaal makkelijk was. Zo legt een geïnterviewde uit hoe hij de aanvraag heeft gedaan: ‘gewoon online. Met een paar documenten, en het lukte. Ik was de kaart één keer kwijt, toen heb ik het weer online aangevraagd’. 10 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima Twee geïnterviewden zijn niet door de gemeente gewezen op het bestaan van de regeling en vinden dat jammer. Zo kwam de partner van een geïnterviewde er in een nieuwsbericht achter dat haar man recht had op het gratis OV. Zij vertelt: ‘Als ik het niet gezien had, zou mijn man nog steeds betalen voor het OV. Toen ik het heb gezien heb ik gebeld naar de gemeente en ik snel de formulieren opgestuurd en ging het wel heel gemakkelijk.” 3.3 Abonnement vaak gebruikt Alle geïnterviewden zijn tevreden over het abonnement. Een paar citaten in het kader rechts illustreren hoe zij dit verwoorden. Een geïnterviewde gebruikte het abonnement nooit. Hij licht het toe: * Nee joh want ik fiets! Ik wil hem wel binnenkort gaan gebruiken want ik wil stadsverkenningen gaan doen. Ik dacht er toevallig laatst aan’. Hij wil het abonnement dan gebruiken voor afstanden die te lang zijn voor hem om te fietsen, of plekken waar hij liever niet fietst omdat het te druk of gevaarlijk is. Alle andere geïnterviewden gebruiken het abonnement minstens een keer per week. Een van hen gebruikt het elke dag. 3.4 Doel van het gebruik veelzijdig De geïnterviewden gebruiken het gratis OV voor allerlei activiteiten. Bezoek aan familie en vrienden worden vaak genoemd, maar ook het doen van boodschappen, afspraken, bijvoorbeeld bij het ziekenhuis, maar ook sociale activiteiten en de stad in gaan. In het onderstaande kader staat een citaat uit elk interview met betrekking tot de activiteiten die mensen ondernemen met het gratis GVB-abonnement met vitzondering van het interview met de respondent die het abonnement nooit gebruikt. 11 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima ‘Ik vind het leuk om er gebruik van te maken, vaak ga ik boodschappen doen en even eruit. Een beetje naar de stad of als ik ver van huis moet, het is dan makkelijk om met het openbaar vervoer te gaan.” ‘Hier in Noord gebruik ik de kaart wel twee tot drie keer per week om boodschappen te doen 's winters, zomers niet want dan loop ik. ‘Ik ga meestal richting Centrum of met vriendinnen ergens wat boodschapjes doen. Als ik in het Centrum ben ga ik een beetje rondlopen en een kopje koffie drinken.” ‘Mijn man gaat elke zondag naar de kerk, bij Centraal Station. Verder gebruiken wij de kaart als wij naar de dokter moeten of naar familie. Onze dochter woont in Purmerend, dus dan moeten we de helft zelf betalen.’ ‘Altijd als ik controle heb bij de dokter of in het ziekenhuis, gebruik ik de kaart. Maar als ik verder ga dan moet ik aanvullen voor de trein.’ ‘Niet te dichtbij, maar winkels die op afstand zitten. Andere soorten winkels, dan kan ik andere producten kopen dan in mijn buurt. Ik ga ook wel eens naar het Centrum, een beetje winkelen, lopen, kijken, want ik moet van de dokter elke dag een half vur lopen.” ‘Voor boodschappen, bibliotheek, sport, koor, familie, kleinkinderen. Ik zing in een koor bij het Spui, in de kerk. Dan ga ik hij ook met het OV.’ ‘Ik ga naar de stad, ik ga vrienden bezoeken, soms naar Oost, soms naar Sloten, ook naar het Centrum.” Bijna alle geïnterviewden hebben een Stadspas, maar drie van hen gebruiken het nooit. Een van hen is slechtziend, zij neemt daarom niet meer deel aan sociale en culturele activiteiten: ‘dan moet ik toch een ander lastigvallen’. Een andere geïnterviewden gebruikt de Stadspas niet, maar zijn Museumjaarkaart wel: ‘in Amsterdam ga ik niet naar musea, er zijn te veel toeristen.’ Van het stel waarmee een gesprek is gevoerd hebben beide partners een Stadspas. Sinds zij het gratis GVB-abonnement hebben maken ze vaker gebruik van de Stadspas. Ze zijn bij Madame Tussauds geweest, bij Paleis op de Dam en het Rijksmuseum. Maar ze vinden de activiteiten vaak nog te duur, aangezien de Stadspas alleen korting geeft. De andere geïnterviewden geven aan dat ze de Stadspas een paar keer per jaar gebruiken, in combinatie met het abonnement. Zo is een respondent wel eens naar een museum geweest en naar Artis. Een ander vertelt dat ze recent in het Tropenmuseum is geweest. 12 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima 3.5 Impact van het abonnement Tijdens de interviews is gesproken over de verschillen tussen de situatie voordat de geïnterviewden een gratis GVB-abonnement hadden en nu. In de gesprekken deden zich twee type situaties voor: een groep respondenten is vaker gaan reizen, een andere groep niet. Beide groepen geven bovendien voorbeelden van manieren waarop de gratis OV-kaart invloed heeft op sociale contacten, het activiteitenpatroon en de financiële situatie. De eerste groep, die vaker is gaan reizen, bestaat uit vier oudere minima. Drie van hen geven aan dat zij door vaker te reizen ook meer sociale contacten hebben. Een alleenstaande vrouw geeft aan dat ze vaker in de stad komt en hierdoor nieuwe mensen leert kennen. Een andere vrouw zegt dat zij haar kinderen en familie nu vaker ziet. Zonder het abonnement zou ze minder vaak naar haar familie toe gaan. De derde geïnterviewde, ook een alleenstaande vrouw, vertelt: ‘Ik kan vaker op familiebezoek, voordien niet, want dan moest ik weer iemand vragen om mee te gaan, want ik ben niet zo flink ter been. Ik loop niet zo veel, want ik heb rugpijn, ik kan wel een afstandje lopen maar niet ver, en nu hoef ik niet op familie te wachten om me op te halen.” Ook zegt zij dat zij vaker de deur uit gaat: ‘Ja, het is nu makkelijker toch? Vanmorgen ben ik zelf even naar een winkelcentrum gegaan, dan ga ik met de bus. Ik moet veel lopen van de dokter dus probeer ik het stukje terug te lopen naar de metro en kom ik weer thuis.’ Zij zegt tot slot dat zij door het gratis abonnement meer kan doen: ‘Anders zat ik steeds thuis.” Verder is er een respondent die aangeeft dat hij vaker reist met het OV, maar dat het abonnement geen effect heeft gehad op zijn sociale contacten. Wel is hij dankzij het abonnement actiever: ‘Ik zit een stuk minder thuis’. Een tweede groep van drie geïnterviewden geeft aan dat zij niet vaker met het OV reizen dan voordat zij het abonnement hadden. Toch zeggen twee van hen dat zij wel een verbetering ervaren. Zo legt een alleenstaande vrouw uit: ‘Mijn vriendinnen heb ik al die jaren al en dat is niet minder geworden, maar het is natuurlijk wel prettig dat ik dit soort dingen kan doen omdat de tram gratis is. Anders zou ik bijvoorbeeld geen kopje koffie kunnen drinken, omdat ik dat geld anders kwijt zou zijn aan de tram.” Een oudere man met partner en twee minderjarige kinderen reist ook niet per se vaker met het OV dankzij het abonnement, maar hij heeft minder zorgen. Hij vond het veel gedoe daarvóór: 13 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima met in- en uitchecken, met het verliezen van de OV-chipkaart, en opnieuw aanvragen, ‘het was betalen, betalen, betalen.’ In onderstaand schema staan de opmerkingen uit de interviews over de effecten van het gratis GVB-abonnement op het dagelijks leven samengevat. Het gaat hierbij allen om de uitkomsten uit de negen kwalitatieve gesprekken waarin diverse situaties zijn beschreven. Figuur 3.1 Effecten van gratis GVB-abonnement op dagelijks leven reisfrequentie stijgt reisfrequentie gelijk wisselend effect op sociale effect op financiële situatie contacten e minder geldzorgen eevenveel sociale contacten * minder zorgen als kaart kwijt is intensivering bestaande sociale e geld voor andere dingen contacten e nieuwe sociale contacten effect op activiteiten e meer bewegen * meer ondernemen 3.6 Opmerkingen en aanbevelingen van geïnterviewden In de interviews is gevraagd naar mogelijke verbeterpunten of tips aan de gemeente. Vijf respondenten geven aan dat zij niets aan te merken hebben. Hun korte maar krachtige uitspraken zijn in het kader hiernaast opgenomen. Drie geïnterviewden zouden het waarderen als het vervoer met andere aanbieders ook gratis zou zijn. Zo legt een geïnterviewde uit: ‘als je een keer met de trein weg moet, dan moet je toch wat geld uitgeven. Dan ga ik er niet naar toe.’ Verder zijn er twee respondenten die vooral opmerkingen hebben over het GVB. Zo kaart een vrouw aan dat sommige haltes en lijnen worden opgeheven. Een andere vindt het personeel van het OV soms erg onbeleefd. 14 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima Conclusies Sinds 2013 biedt de gemeente Amsterdam oudere minima een gratis GVB-abonnement aan. Om de tevredenheid van de gebruikers te meten is een enquête gehouden en zijn kwalitatieve interviews gedaan. De enquête onder oudere minima met een gratis GVB-abonnement heeft een eenduidige vitkomst: zij zijn zeer tevreden over deze regeling. Het komt in enquêtes niet vaak voor dat op een totaal van 521 respondenten 80% zich zeer positief uitlaat over een regeling. Abonnementhouders zijn in de eerste plaats tevreden over de regeling omdat het gratis is of hen kosten bespaart. Maar zij noemen ook andere redenen wanneer zij toelichten waarom zij tevreden zijn over het gratis OV-abonnement. Zo geven zij aan dat het leidt tot meer mobiliteit en meer activiteiten, en dat het gemakkelijk is in het gebruik. Bovendien wordt het abonnement veel gebruikt: 85% gebruikt het minstens een keer per week. Aangezien dit ook bleek uit de eerdere evaluatie van het gratis OV voor oudere minima in 2014 is dit veelvuldige gebruik met andere woorden stabiel. Om de enquête te verrijken zijn kwalitatieve interviews gevoerd met tien abonnementhouders. De gesprekken met deze diverse groep oudere minima illustreren waarvoor mensen het abonnement gebruiken: voor sociale contacten, om boodschappen te doen, om naar afspraken te gaan. Zij gebruiken het gratis abonnement in iets mindere mate om deel te nemen aan sociale activiteiten of Stadspas-activiteiten. De interviews tonen verder dat de abonnementhouders zich bewust zijn van de impact van het abonnement op hun dagelijks leven. Dit geldt zowel voor de respondenten die aangeven dat zij dankzij het abonnement vaker zijn gaan reizen met het OV, als voor de personen die zeggen dat zij niet vaker zijn gaan reizen. Alsnog kan het abonnement effect hebben, omdat het door de besparing van een OV-abonnement andere dingen mogelijk maakt. De geïnterviewden dragen geen verbeterpunten aan voor het abonnement. Zij vinden de aanvraagprocedure duidelijk en makkelijk, zij gebruiken de kaart vaak en zijn er dankbaar voor. Een paar mensen geven aan dat zij ook met andere vervoerders gratis zouden willen reizen. Dat komt ook naar voren in de enquête. Toch is de conclusie van de tevredenheidsmeting vooral dat gebruikers zeer enthousiast zijn over deze minimaregeling. Het is daarom belangrijk om aandacht te hebben voor het bereik van de regeling. Naar schatting zou ruim de helft van de oudere minima een gratis GVB-abonnement hebben. Bij het berekenen van het bereik kan helaas geen rekening worden gehouden met eventuele beperkingen die het oudere minima onmogelijk maken om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Desondanks is de kans zeer groot dat een substantiële groep oudere minima in aanmerking komt voor het gratis GVB- abonnement en er gebaat bij zou zijn. Gelet op de tevredenheid van de abonnementhouders is het streven naar een hoger bereik daarom zinvol, hoe moeilijk het ook is om mensen die niet in beeld zijn bij de gemeente maar wel recht hebben op minimaregelingen te bereiken. 15 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima nn A Bijlage Open antwoorden enquête Toelichting bij vraag: hoe tevreden bent u over het gratis GVB-abonnement? = Alleen hetis wel een probleem als je het verliest. Dan duurt het maanden voordat je het terug kan krijgen. = Alles is al is zo duur en als je met een AOW'tje moet rondkomen is de tram dan duur en ben blij dat ik er niet voor hoef te betalen. = Alles wat gratis is is fantastisch, scheelt een hoop geld = Alles werkt en stagneert niet. =_Als het even uitkomt kan ik even snel de tram of metro pakken, ivm leeftijd gaat makkelijker = Als het niet zou bestaan, zou je iedere keer moeten zorgen dat er geld op je rekening staat om het erop te storten, en aangezien ik een AOW heb ben ik er wel blij mee. = _Alshet regent kan je lekker met de bus, tram, metro. Mooi meegenomen, financieel. = Als het vreselijk weer is kan ik met de tram. "Als ikergens heen moet gaan, dan spring ik op de tram. =_Als ik het niet zou hebben zou ik minder uit huis komen en minder naar mijn kinderen. =_Als ik met de strippenkaartje met mijn kleindochter ben, wat dat allemaal kost, dan is dat heel duur. Maar ik heb wel een hele tijd geleden, elke keer als ik met de metro of tram ga, ik doe altijd 1,50 in het potje. Verleden had ik 280 euro verzameld. =_Als ik mij verveel kan ik gebruik maken van de ov om weg te gaan. = Als je weinig hebt is openbaar vervoer duur. "Ander kom je met een AOW nooit de deur uit. Fantastisch = Ander zou het bijvoorbeeld als het slecht weer is, niet weg gaan. En dan hebben we ook nog de stadspas. = Anders kan niet reizen. Ik heb alleen AOW. = Anders kom ik nooit naar buiten. =_ Anders kost het me veel geld. = Anders zou ik meer thuis blijven. "AOW en klein pensioentje dus voordelig dat het gratis is. = Beperkt. Hij kan niet te lang rijden, dus gaat met de GVB = Bespaart mij heel veel geld. Ik ga hierdoor er vaker op uit. Ga vaak naar musea met de stadspas. Ik leef er van op. = Bespaart mij kosten en stimuleert mij om de deur uit te gaan. = Blij dat ik me daar verder geen zorgen over kan maken, over kosten. = Dat het niets kost en het is makkelijk. = _Datis alleen maar perfect voor mensen met een laag inkomen. = Dat kan ik vaker reizen anders moet ik iedere keer betalen. = Dat scheelt een heleboel geld. =De kosten voor het aanmaken van een nieuwe kaart bij verlies zijn te hoog (11 euro) en het duur lang voordat het geld wat op de oude kaart terug gestort wordt. =De mogelijkheid om te bewegen en ergens naartoe gaan. n _Dit is me enige optie 16 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima = _Dooreen laag inkomen en moeilijkheden met lopen wordt hij door het ov abonnement niet beperkt in zijn doen. = _Dooreen laag inkomen kan ik weinig geld besteden en door de ov kan ik alsnog de deur uit. = Door een ongeluk maak ik meer gebruik van het openbaar vervoer dus het is fijn dat de GVB gratis is. "Door mijn leeftijd zou ik zonder het abonnement niet de deur uit zijn gegaan. Ook voor korte afstanden. En ik doe vrijwilligerswerk, heel prettig. = _Eenlaag inkomen, dus het komt goed vit. Ik kom hierdoor vaker de deur vit, zodat ik niet eenzaam thuis blijf. = Een prachtige gunst van de Gemeente Amsterdam. Een prachtig gebaar naar ouderen toe. Het is ook heel kostbaar. = Energiebesparend = Ergfijn, met klein pensioentje = Fantastische service. Ik ben arm, maar nu gelukkig mobiel. = Fijn dat gratis met bus kan = Fijn dat het gratis, met een laag inkomen, ga je toch meer de deur uit = Financieel voordelig = Financieel voordelig, minder geïsoleerd = Ga daardoor veel vaker de deur uit. "Geen auto en ikben minima, verder kan ik niet fietsen. " Geenidee, ik maak er geen gebruik van. Dat de gemeente zo aardig is om hem te geven. " Gemakkelijk "Goede hulp van de gemeente "Goedkoop reizen, en minder geïsoleerd voor mensen met hoge leeftijd en niet op arbeidsmarkt of weinig geld. OV is duur "Goedkoop, zo kan ik naar buiten. "Goeie zet van de gemeente " Gratis "Gratis en scheelt voor de AOW "Gratis is financieel voordelig "Gratis is heel prettig, geen parkeerproblemen meer "Gratis kan reizen "Gratis reizen "Gratis reizen "Gratis reizen door de gemeente "Gratis reizen is fijn en niet altijd zin om fiets te pakken. "Gratis reizen is top " _Gratisrijden "Gratis vervoer, financieel voordelig = Handig voor ouderen. = Heb de kaart nog nooit gebruikt. =_Heb minimumloon. Ik kan op pad. = Heb weinig inkomen en ben patiënt en moet elke dag naar buiten gaan = Heb weinig inkomen en heb geen fiets, het is makkelijk en financieel helpt het mij. " Heeft weer contact met de stad, kan naar dokter etc, allemaal door abonnement. Is een groot cadeau 17 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima = Heelerg blij mee. Kom er veel meer uit nu, was nog wat duur, nu erg blij dat ik wat vaker de straat op kan = Heel fijn dat het gratis is. Geen omkijk, het werkt altijd. = Heel makkelijk voor mij. = Heeltevreden = Heerlijk dat het zo kan = Helpt mij bij mijn hernia. = Het bespaart mij kosten. = Het bespaart haar kosten. = Het bespaart heel wat centjes = Het bespaart me geld. = Het bespaart mij kosten = Het bespaart mij kosten en daarnaast vind ik het een prettige regeling. = Het bespaart mij kosten en het is makkelijk om ermee te reizen. Door de OV kunt v ondanks uw minimum inkomen toch dingen doen. "Het bespaart mij kosten en ik kan naar ziekenhuis afspraken. = Het bespaart mij kosten en stimuleert mij om de deur vit te gaan. = Het bespaart mij veel geld en ik ben een zieke vrouw met last van mijn knieen. Ik zou zonder ov niet de deur vit kunnen. = Het bespaart mij veel kosten door mijn lage inkomen. = Het bespaart mij veel kosten om mijn vrienden en familie te bezoeken. En anders reis ik met de fiets. sn Het bespaart veel kosten ivm. afspraken (Ziekenhuis) = Het bied mij de mogelijkheid om de deur uit te gaan. = Het doet heel veel voor mij. Ik heb soms weinig motivatie om er op uit te gaan. Maar dit helpt mij. Ik kom in beweging en ontmoet mensen. = Hetgeeft je ruimte om weg te gaan. = _Hetgeeft mij vrijheid om te gaan waar ik naartoe wil. = Hetgemak, en lekker goedkoop "Het heeft mijn leven veranderd, het heeft een nieuwe dimensie in mij geopend. Ik ging niet vaak weg in Amsterdam en nu ik de ov heb kan ik Amsterdam ontdekken en vaker de deur uit. Dit zou ik niet doen als ik geen gratis ov had. Het is een voordeel om te reizen met de tram ik leer nieuwe mensen kennen en de mensen in de tram zijn vriendelijk. = Het helpt me heel erg. "Het helpt mij met mijn financiën. = _Hethelpt ouderen heel goed = Hetis gratis en goed vervoer. = Het is een fantastisch initiatief. Ik ga vaak naar de kleinkinderen. " Hetiseen goed alternatief zodat ze zelf kan reizen. = Hetiseen goed instelling, zeker voor ouderen die niet zoveel geld hebben. = Hetiseen heel makkelijk systeem = Het is een mooie aanvulling. = Het is een mooie zaak. Maar ik ben invalide en kan gebruik hiervan maken. = Hetiseen uitkomst omdat ik van het minimum moet leven. = Hetiseen vitkomst, anders zou ik vele dingen niet kunnen doen. Het is noodzakelijk voor mij. = Hetiseen uitkomst. Ik heb een laag inkomen. = Het is eenvoudig. 18 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima = Hetis erg handig. = Het is erg makkelijk om van het openbaar vervoer gebruik te maken, ik heb geen auto en fiets nodig. Met de gratis kaart hoef ik niet te lopen. = _Hetis fijn dat gratis is. = Het is gemakkelijk, drempel is laag. = Het is gewoon heel makkelijk. = _Hetis goed voor mij. Ik ben oud geworden zo. Dan maak ik gebruik van de OV-chipkaar.t = Het is goedkoop, maar mijn vrouw heeft geen kaart. " Het is gratis " Het is gratis = Het is gratis en hoef niet over na te denken of ik genoeg geld heb om ergens naartoe te gaan. = _Hetis gratis en ik ga makkelijker de stad in bijvoorbeeld = Het is gratis en ik hoef geen rekening meer te houden met vervoer wan ik kan zelf gaan en staan. =_Hetis gratis en ik hoef niet meer op te laden, want ik vergeet dat soms. = Hetis gratis we zijn de gemeente erg dankbaar. = _Hetis gratis, het scheelt heel veel. = Het is gratis, ik heb alleen AOW. Ik kan moeilijk rondkomen. Geweldig! = Hetis gratis, ik reis nu veel meer. " Het is gratis. " Het is gratis. = Hetis gratis. Heb weinig geld dus dat helpt. = Hetis gratis. Ik ben arm. = _Hetis gratis. Ik heb een slechte rug dus het is voor mij een uitkomst. = _Hetis gratis. Ik heb een versleten heup, ik moet vaak openbaar vervoer gebruiken. = Hetis gratis. Ik kan het anders niet betalen. = _Hetis gratis. Normaal is vervoer duur. = _Hetis gratis. Scheelt geld. =_Hetis heel fijn dat ik er niet voor hoef te betalen. En met onverwachtse uitjes heel makkelijk. Het vergroot ook je sociale netwerk. = _Hetis heel prettig om dat achter de hand te hebben in geval van slecht weer of moeilijk parkeren. = Hetis heel simpel. = Het is heerlijk dat het niet zoveel geld kost. = Hetis heerlijk dat je gratis de hele stad door kan. = _Hetis heerlijk dat je zo op de bus kan stappen. = Het is jammer dat het alleen in Amsterdam geldig is. = _Hetis lekker makkelijk = Het is makkelijk = _Hetis makkelijk en gratis. Heb meer sociale contacten daardoor. = Het is makkelijk en je hoeft er niet naar om te kijken. = Het is makkelijk en niet duur. = Het is makkelijk voor mij om overal heen te gaan. = Het is makkelijk voor mij. Ik ga alle kanten op. Sightseeing! = Het is makkelijk. = Het is makkelijke overstappen. Als het binnen het GVB gebied blijft. = Het is makkelijker voor mij om te reizen en het kost me geen geld dus kan vaker de deur uit. 19 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima = Het is makkelijker voor ons en het is goedkoper en ik vind het prettig dat ik naar familie toe kan = Het is minder veilig op de fiets, dus het wel een vitkomst dat ik de tram ook kan gebruiken. = Het is mooi dat het nog kan met al die bezuinigingen! = _Hetis nogal prijzig en omdat je minder goed ter been bent, kan je makkelijker wat verder weg gaan in de stad. = Het is nu veel gemakkelijker. = _Hetis ontzettend fijn dat mensen met een kleine uitkering kunnen reizen in de tram/metro, een cadeau is het. = Hetis prettig om niet te hoeven betalen voor het reizen. = Het is voor mij makkelijker en gratis. Waardoor ik niets hoef te betalen om de deur uit te gaan. = _Hetis voor ons heel handig dat je in de bus kan stappen en nog ergens heen kan. = Het is zo duur als je het moet betalen. = Het komt heel mooi uit, het scheelt heel erg. = Het kost anders teveel geld en ik zou minder actief zijn. = Het kost mij niets. = Het kost weinig. = Het kosteloos reizen bevordert het vaker naar buiten kunnen gaan. = Het maakt alles zo makkelijk voor mij. = Het maakt het voor mij gemakkelijker om te reizen. = Het opladen is niet nodig, rede om vaker de stad in te gaan. = Het OV is duur, de chipkaart helpt daarbij. = _Hetscheelt me een hoop geld. = _Hetscheelt als je een AOW hebt = _Hetscheelt een hoop gedoe. Weinig geld. =_Hetscheelt een hoop geld. = _Hetscheelt geld als je een AOW hebt. = _Hetscheelt geld en oplaadtijd = _Hetscheelt geld, man is nog niet 65 jaar en dan merk je gewoon hoe duur het is. Je gaat eerder weg. = _Hetscheelt geld. = _Hetscheelt in de kosten, en je gaat wat eerder met de tram. = _Hetscheelt me een hoop geld in de maand, alleen maar mn AOW, als je dna gratis kan reizen is dat heerlijk. = _Hetscheelt me een hoop geld. = _Hetscheelt me een hoop in geld en ik kom nog eens ergens = _Hetscheelt me geld = _Hetscheelt mij een aantal kosten per maand = _Hetscheelt mij een hoop geld in de maand = _Hetscheelt mij geld en ik kom nu vaker buiten. = Hetscheelt mij geld. Ik heb AOW. Nu heb ik iets extra's over. = _Hetscheelt mij veel geld, ik kan mij hierdoor beter verplaatsen want ik heb ook last van mijn been. = _Hetscheelt mij veel kosten en kan naar plaatsen gaan. = _Hetscheelt ontzettend veel geld. = _Hetscheelt veel geld in deze crisis. 20 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima = Het schept verlichting. =_Het verlicht mij financieel. Geeft mij een rustig gevoel. = Het werkt goed. = Het werkt goed. Ouderen kunnen daarmee in combinatie met de stadspas veel leuke dingen doen. = Het wordt financieel makkelijker voor mij. = Het zou een probleem zijn als ik een OV-kaart zou hebben dat ik elke keer moest opladen. Ik kan gaan waar ik naartoe wil. = Hij hoeft niette betalen voor het openbaar vervoer. = Hij is ouden het is gemakkelijker = Hij maakt er veel gebruik van "Hij reist veel en maakt er ook veel gebruik van. 1 Hoeft niet op te waarderen = [have never had any problems. " Ikben 72 jaar, dus lopen is dan soms te ver en als het dan wat verder is dan is het makkelijk met de tram om te gaan. "Ik ben dankbaar voor de gemeente om mij gratis te laten reizen! =_Ikben echt blij! Ik heb geen ander vervoer. "_Ikbeneen man op leeftijd, en wandelen is niet handig als je ergens heen moet wat ver weg is. Dan kan ik het openbaar vervoer pakken en dan is het fijn dat ik gebruik kan maken van een gratis ov-abonnement. =_Ikbener blij mee omdat ik 7Ojaar ben en ik word gauw moe, last van rug, dus tram is uitkomst. = _Ikbenerg ziek. Hartoperatie. =_Ikben gewoon blij dat ik er gebruik van kan maken. =_Ikben minder mobiel door operatie. Ik kan op pad. =_Ikben ouden kan nu gerust de tram nemen als ik weg wil gaan. "_Ikbenslecht ter been. Maar in de toekomst moet het beter gaan. Ga ik de kaart zeker gebruiken. Ik vind het een heel goed initiatief! =_Ikben ziek en dus maak er niet veel gebruik van maar als ik het nodig heb is het altijd wel handig om te hebben. "Ik doe vrijwilligerswerk, ik moet veel reizen dus het komt goed uit. =_Ikfiets, maar soms kan ik niet fietsen. En zo kom ik weer eens in het centrum. =_Ikga nu veel meer naar buiten toe. Ik geniet ervan. =_Ikga wat makkelijker weg =_Ik gebruik ook de fiets veel =_Ikheb alleen AOW, ik hou weinig over, dus een gratis ov kaart is ideaal. =_Ikheb alleen AOW! =_Ikheb alleen AOW. Als ik weg wil, dan kan dat. Die zekerheid heb ik. =_Ikheb alleen AOW. Ik ga daardoor meer naar buiten. =_Ikheb alleen een AOW en de tram is dan gewoon te duur. = _Ikheb artrose en veel rugklachten maar het is heerlijk dat dit mogelijk is. =_Ikheb de mogelijkheid om op pad te gaan, ik heb een kleine AOW. =_Ikhebde vrijheid om overal heen te gaan. = Ik heb een AOW uitkering en dan is reizen toch wel heel prijzig. Dus dat geeft me de mogelijkheid om me daarin vrij te voelen. 21 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima =_Ikheb een invalide ex-man in de RAI waar ik altijd naartoe moet, ik kom er anders niet en ik heb minimum inkomen dus het is anders erg duur voor me. =_Ikhebeen laag inkomen. Met mijn oude dag kom ik nog ergens. =_Ikhebeen lage inkomen en kan weinig kwijt en door de ov kan ik niet beperkt worden om het huis uit te gaan. =_Ikhebeenstel vriendinnen in Osdorp. Nu ga je vaker naartoe. Je maakt er vaker gebruik van. =_Ikhebergeen problemen mee. =_Ikheb geen geld en ben er heel blij mee. Ik kan ook niet fietsen. =_Ikheb hem al vijf jaar. Ik gebruik het heel veel. Moet vaak naar de andere kant van Amsterdam. Het is makkelijk. =_Ik heb hem sinds twee weken. Het is gratis. Ik kan makkelijker naar mijn familie toe. Openbaar vervoer is zo duur. =_Ikheb nergens problemen. = _Ikheb niet veel geld dus het komt mij goed uit. = _Ikheb niet veel geld en het bespaart mij veel geld, en voel mij niet beperkt door de mogelijkheden die deze ov-abonnement mij biedt. Het bied mij ruimte om dingen te doen die ik zonder de ov niet zou kunnen. =_Ik heb problemen gehad met de kaart, soms wordt wel geld afgeschreven terwijl ik denk dat het gratis is. =_Ikheb veel lichamelijke klachten dus ik ben blij dat ik gratis kan reizen. = Ikhebver = Ik heb weinig geld. Elke meevaller is meegenomen. =_Ik heb weinig geld. En nu kan ik rondreizen in de stad. = _Ikhoef er niet voor te betalen =_Ikhoef er niks voor te betalen, heb al niet veel uit te geven. Het komt heel goed uit. = Ikhoef het niette betalen en kan dus gaan waar ik naar toe wil gaan en mijn sociale contacten behouden en eventuele afspraken bij de medische bijwonen. = Ik hoef niet betalen. Ik heb een AOW'tje. Nu kan ik reizen naar familie en naar fysiotherapie 1 _Ikhoef niet extra ervoor te betalen en niet OV op te laden. Wanneer ik wil, kan ik de deur uit. "Ik hoef niet op de centjes te letten bij het chippen. = Ik hoef niet op te laden. Ik hoef me geen zorgen te maken. =_Ikhoef niet te betalen en dat vind ik heel leuk. "Ik kan alle metro's, trams bussen gebruiken. =_Ik kan boodschappen doen. = Ik kan daardoor naar mij dochter toe. =_Ikkan dan makkelijker vit huis gaan omdat hij toch gratis kan reizen en daardoor kan ik makkelijker weg. = Ik kan door heel Amsterdam gratis reizen = Ikkaner alles mee doen. =_Ikkaner altijd mee reizen, door weer en wind. =_Ikkaner op uit. Zie mijn kinderen, kan boodschappen doen, ga ergens wandelen. = Ik kan gratis reizen = Ik kan gratis reizen door heel Amsterdam! =_Ikkan hierdoor op bezoek en naar vrienden en bespaart mij kosten. =_Ikkan lekker met mijn leven de deur vit. Zonder beperkt te worden. =_Ikkan lekker op weg zonder kosten =_Ikkan mijn familie bezoeken en de markt op gaan. 22 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima =_Ikkan naar de dokter en de tandarts. =_Ikkan niet meer fietsen door mijn knieën en de ov bespaart mij veel geld en moeite. =_Ikkan niet met Connexxion =_Ik kan nu makkelijker weg. =_Ikkan nu meer reizen. =_Ikkan nu niet meer veel lopen en de ov zorgt ervoor dat ik nog steeds vaak de deur uit kan. =_Ikkan nu niet zo goed lopen dus komt goed uit. =_Ikkan nu reizen. =_Ikkanop de tram, en moet niet met de fiets. Ik kan niet meer veer lopen. = Ik kan overal gratis heen en dat vind ik leuk. = Ik kan overal heen. Anders heb ik daar geen geld voor. = Ik kan overal naartoe gaan. Met mijn pensioentje kan ik het niet betalen. = Ik kan overal naartoe in Amsterdam. = Ik kan overal naartoe reizen en iedereen en alles bezoeken. = Ik kan overal naartoe, ik ben onafhankelijk =_Ikkan overall naartoe. = _Ikkanvop pad, bijvoorbeeld boodschappen doen. Anders kan ik het niet betalen. Nu kan ik naar buiten. "Ik kan vaker de deur vit gaan zonder dat het mij veel kost. = Ik kan vaker de deur vit komen. =_Ikkan vaker op een dag de deur vit en bespaart mij hoge kosten. =_Ik kwam notabene maandag. Ben ik even met de metro naar Ikea, via van der Madeweg. Maar toen werden we eruit gezet, want er was storing. En toen ben ik in een rode bus gestopt, en dan moet je gewoon betalen. En die 2 haltes waren alweer 70 eurocent. " Ikleef alleen van mijn AOW. Alles wat gratis is, is mooi meegenomen. " Ikleef vaneen AOW, dus het is gunstig = _Ikmaaker elke dag gebruik van. = Ik maaker veel gebruik van en met een laag inkomen zou ik dat niet kunnen redden. = Ik maaker veel gebruik van, handig om boodschappen te halen etc. = Ik maggaanen staan waar ik wil. "Ik pak gewoon de tram als ik hem nu nodig heb. =_Ikreis veel meer. = Ikreis veel. =_Ikrijs gratis, heerlijk, geen gedoe met opwaarderen. = _Ikvergeet hem nooit =_Ik vind het fijn dat ik ermee kan reizen en dat ik niet hoef te betalen, scheelt heel veel in de portemonnee, ik ben met pensioen dus het is altijd mooi meegenomen. =_Ik vind een mooi gebaar naar de ouderen. "Ik vind heteen goed idee, ik heb weinig vermogen. =_Ik vind het fantastisch. Vermindert eenzaamheid. =_Ik vind het heel erg fijn dat ik met alle vervoersmiddelen kan, behalve met de trein maar daar ga ik niet zoveel mee. =_Ikvind het heerlijk, voor als het regent. "Ik vind het ideaal om zo in de bus en de metro te stappen gezien mijn inkomen. =_Ikvind het lekker om gratis te kunnen reizen. Zo kom ik de deur uit. =_Ik vind het leuk dat ik als oudere persoon mij toch kan verplaatsen ondanks een laag inkomen. =_Ikvind het makkelijk 23 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima =_Ikvind het prettig dat ik niet elke keer moet opladen. Het scheelt in de kosten. =_Ik vind het ramp als ik hem niet zou hebben. Ik heb geen auto. = Ikwaseen beetje krap en het was ideaal om zo'n gratis abonnement aangeboden te krijgen. Daarmee kan ik onder andere gratis reizen naar de tandarts. = Ik was kankerpatiënt en ik woon alleen, met gratis ov ka nik makkelijk naar de dokter/ziekenhuis en boodschappen doen en naar vriendinnen, overal. =_Ik werk vrijwillig en ga naar yoga en vroeger moest ik daarvoor betalen, en met weinig AOW is het fijn dat het gratis is. =_Ik woon buiten het centrum. Makkelijk voor boodschappen doen. =_Ik zit ook krap, dus het is mooi meegenomen = Ik zou anders niet veel de deur vit kunnen gaan wat ik nu wel kaan. "In het begin was de kaart geblokkeerd, nu opgelost "Is gratis. = Is heelerg duur als je een klein beetje verder weg moet, heel erg blij mee. = Ja ikbeneenzaam en ga nu heel vaak de deur uit. = Je bent buiten. Je ontmoet mensen. Je gaat je dingen doen. = Je bent onafhankelijk. = Je gaat meer op pad. Geen last van parkeren en het scheelt een hoop geld. Kan makkelijk naar het ziekenhuis. "Je gaat ontspannen weg en vlugger naartoe en je hoeft niet iedere keer over de prijs te denken = Je hebt geen zorgen. Al heb je geen geld, kan je toch met het openbaar vervoer. " Je hoeft nergens aan te denken. Het is fijn omdat ik altijd AOW heb. = Je hoeft niet te betalen = Je hoeft niet te betalen, en het zou zo duur zijn als je een kaartje moest kopen. Dan ga je ook niet meer weg als je zoveel zou moeten betalen. " Je hoeft nooit meer bij te chippen en geld op te laden. "Je kan makkelijk even naar de markt of de stad gaan. = Je kan naar buiten gaan = Je kunt gewoon instappen en je hoeft alleen maar in te checken, kost verder niets. Als er kosten tegenover zouden staan, zou ik het ook doen. Het is niet zo dat de kosten mij weerhouden om met het openbaar vervoer te gaan. Maar je hoeft niet meer om de kosten te bekommeren. n Je reist gratis, wat kan ik klagen? Ik gebruik hem heel vaak dus het is voor mij ideaal. = Je voelt je niet afgesloten, ik kan de kinderen bv naar school brengen. Ik kan alles doen. Ik heb de mogelijkheid om meer in de maatschappij deel te nemen. Het geeft me de mogelijkheid om toch naar buiten te gaan en tussen mensen te zijn. Het geeft een goed gevoel. = Kan geen dure vervoer betalen. = Kan gratis reizen. = Kan niet beter, ben er zo blij mee. Heb twee jaar binnen gezeten sinds vrouw is overleden (zit in schuldsanering), sinds gratis OV kom ik weer op straat. = Kan niet overal heen lopend dus maakt gebruik van het ov. = Kan overal naar toe. Ben niet zo mobiel. = Kan snel naarde stad en het is een goede verbinding. = Kan zichzelf vervoeren = Klein inkomen, dus mooi meegenomen = Klein pensioen, makkelijk naar plekken toe, sproten, markt, OBA. 24 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima "Kosteloos en scheelt financieel = Laag inkomen, dus heel mooi meegenomen. = Lekkergoedkoop. = Maakt het leven beter, makkelijk te vervoeren = Maakt niet uit hoeveel geld ik heb, ik kan overal naartoe gaan. Of het met vrienden afspreken is, of naar de winkel, of naar het ziekenhuis. = Makkelijk maar moet wel bij betalen = Makkelijk = Makkelijk bij slecht weer. = Makkelijk om boodschappen te doen = Makkelijk. = Makkelijk. Het kost geen geld. = Makkelijk. Kan ik lekker overal naartoe. = Meneer is ziek en kan met wind en regen niet fietsen. Daarom is het heel handig = Mensen met een laag inkomen hebben er veel aan. = Meteen laag inkomen kan ik alsnog vrij reizen. = Methet weer en mijn ziekte is het zeer handig dat ik overal naartoe (naar familie en vrienden) kan en ook gratis. = Met minima loon helpt de kaart goed financieel = Mevrouw doet vrijwilligerswerk. 1 Mevrouw heeft loop problemen = Mevrouw kan gratis reizen. Heeft het niet breed en is blij dat ze gratis kan reizen. » Mevrouw mag gratis reizen = Mijn actieradius wordt vergroot. Ik kan mijn oudere zus vaker bezoeken en ik zie mijn vrienden vaker aan de andere kant van de stad. En ik ben niet afhankelijk van het weer (fietsen). = Minder terughoudend om naar buiten te gaan, kost allemaal geld. = Niet een hoog inkomen, nu kunnen we makkelijker dingen doen, reizen. = Nooit problemen gehad met het openbaarvervoer. = Normaal doe ik alles op de fiets. Nu komt het beter uit dat ik met het openbaar vervoer kan. "Omdat als ik ergens heen wil, ik vrij ben om te gaan. Ik ben onafhankelijk, het is makkelijk en het scheelt mij veel geld. "Omdat als je buiten de zone bent en soms ook met een korte ritje, het tikt natuurlijk behoorlijk aan. Je moet het steeds bijvullen. " Omdat heel makkelijk " Omdat het een goede mogelijkheid is = Omdat het een hoop geld scheelt "Omdat het een middel geeft om te komen waar meneer moet komen "Omdat het geen cent kost * Omdat het gratis = Omdat het gratis is = Omdat het gratis is, mevrouw zou het anders niet kunnen betalen. = Omdat het gratis is. "Omdat het gratis is. En de GVB is duur en hoeft niet met de auto. "Omdat het gratis is. Ik kom hierdoor vaker buiten "Omdat het gratis is. Zo kom ik vaker de deur uit. "Omdat het lekker gratis 25 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima "Omdat het makkelijk is, en gratis "Omdat het mij goed uitkomt met geld. "Omdat het mij veel geld scheelt. * Omdat het regent en waait kan mevrouw lekker het ov pakken (gratis) "Omdat het vervoer erg duur is. Wij krijgen uitkering. "Omdat ik alleen maar AOW heb en anders teveel geld eraan betaal. "Omdat ik altijd fietste. Voelde me niet meer veilig op de fiets. Maar met abonnement dit blijf ik mobiel. "Omdat ik een heel klein budget heb, AOW, dus dat is toch wel erg prettig dat je die kosten dan kwijt bent. "Omdat ik een oudere persoon ben en ik heb het niet breed dus goede uitkomst. " _Omdatikeen pensioentje heb. En als ik er niet voor hoef te betalen, is het mooi meegenomen. En het is gewoon makkelijk. En voor mijn vrouw ook. " Omdat ik een uitkering heb en het kost toch 10 euro per week om het te betalen. " Omdat ik een zeer laag inkomen heb en veel gebruik moet maken van het GVB. Die kaart is dus zeer welkom. "Omdat ik er niks voor hoef te betalen. Ik ga nu meer naar buiten. "Omdat ik er zelf niet voor hoef te betalen. "Omdat ik gratis kan reizen. "Omdat ik gratis met het openbaar vervoer kan gaan. "Omdat ik het anders niet had kunnen bekostigen. Dan ben je van anderen afhankelijk om boodschappen mee te nemen. " Omdat ik het anders te duur vind. " _Omdatiklast heb met lopen. Kan nu overal naar toe. "Omdat ik lopend niet ver kan komen, ik ben slecht te been. Bespaart mij kosten. "Omdat ik niet zoveel geld heb om normaal te reizen "Omdat ik nu vaker ergens naar toe kan gaan "Omdat ik regelmatig met de bus reis. En het doet me wel deugd dat ik gratis reis. " Omdat ik vaak met de tram reis is het handig. = Omdat ik vaak wegga met mijn dochter. "Omdat ik voor niks mag reizen. "Omdat ik zie bij mijn vrienden dat zij heel blij zijn. * Omdat meneer overal naar toe kan "Omdat mevrouw daar lekker mee kan reizen "Omdat mevrouw door haar leeftijd gratis kan reizen. "Omdat mevrouw een slecht inkomen heeft. "Omdat mevrouw helemaal niet zou reizen = Openbaar vervoer is duur. Ik moet heel zuinig leven. = OV is duur, nu is het gratis. Altijd mooi meegenomen, goed voor mij, krijg weinig geld van de sociale dienst. "OV niet per se heel enthousiast over, maar gratis reizen is toch wel heel fijn = Prettig als je weinig inkomsten. s Reizen is duur, normaal kan ik dat niet doen = Scheelt geld = Scheelt hoop geld, gaat vlugger met OV = Scheelt kosten 26 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Tevredenheid gratis OV voor oudere minima = Sommige plekken kan hij niet bereiken met auto, dus dan is het ideaal om met ov te reizen dat gratis is. "Soms kan ik niet parkeren ergens dus dan ga ik met de tram. = Tevreden dat ik iets gratis krijg en dat ik het goed kan gebruiken. = Tevreden omdat het gratis is. = _Tramis niet zo goedkoop, dus het is mooi meegenomen. Scheelt veel geld. = Vanwege de mogelijkheid om te kunnen reizen met het openbaar vervoer. = Vanwege de ouderdom dus het gemak. Kan met het openbaar vervoer beter overal heen dan met de fiets bijvoorbeeld. = Vanwege hoge leeftijd wordt makkelijker "Vanwege mijn leeftijd fijn om met OV te gaan "Voorheen ging ze kortere afstanden ging ze lopen; last van benen, nu kan ze ongelimiteerd gebruik maken van het OV, gezien haar leeftijd en klachten is dit heel fijn. "Vroeger werd mijn dochter met de bus naar school gebracht. = Want het scheelt mij een hoop geld. = We hebben een lage inkomen en de ov bespaart ons veel geld. = We hebben een minimum inkomen, en de ov bied mogelijkheid om desondanks de deur uit te kunnen. = Wezijn AOW'ers en als wij gebruik maken van het gratis rijden, dan is het voor ons gunstig. = Weinig inkomen, dus ideaal. = Wij ouderen kunnen ons nu verplaatsen met het openbaar vervoer. = Woont alleen, en niet veel winkels in de buurt, om boodschappen te doen = Ze hadden het wel stopgezet, ik heb het nu weer aangevraagd en het is weer goed. " Zeis door de ov veel mobieler geworden en vooral doordat dit haar geen kosten oplevert. = Ze is mobieler geworden = Ze kan overal naar toe. " Zeer gemakkelijk en bespaart geld. = Zij kan nu vaak de deur uit = Zo kan ik vaker naar buiten. = Zou het niet zijn zou het ook niet vitmaken, maar ben tevreden voor iedereen die het heeft. 27 Bezoekadres: & Ld Oudezijds Voorburgwal 300 1012 GL Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek il Il Postbus 658 LTN Verne eu) wwwois.amsterdam.nl
Onderzoeksrapport
28
train
En fd Halfjaarsrapportage AMSTERDAM- AMSTELLAND Ek m Pr ve " 8 U e 16 ll EX Af nm / | | sf  Id SS mi Se —__ » dk _ EE —N ee se Es : 4 AS A ” en E EE CE WA eeN OE GE ú | Ee - mn Dee Je Ì % Lenen k | | | OO : En k re E: oe ke 3 AN 4 Inleiding Dit is de halfjaarsrapportage van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland. De rapportage gaat over de ontwikkelingen in de periode 1 juli - 31 december 2020. Wie zijn wij? Onze werkwijze Veilig Thuis is er voor iedereen die te maken heeft met Veilig Thuis bekijkt bij alle binnengekomen meldingen De doelen van de dienst Voorwaarden & Vervolg zijn: huiselijk geweld en kindermishandeling. Voor kinderen, of er sprake is van acute onveiligheid. Vervolgens stellen jongeren, volwassenen en ouderen. Veilig Thuis geeft we vast of het gaat om structurele onveiligheid. In deze e Directe veiligheid organiseren voor alle advies, neemt meldingen aan, draagt over of doet fase, de veiligheidsbeoordeling, wordt gesproken met directbetrokkenen via het opstellen van zelf onderzoek en stelt voorwaarden bij onveilige de directbetrokkenen. veiligheidsvoorwaarden; thuissíituaties. Is er een crisis dan komt Veilig Thuis e Het inzetten van vervolghulp gericht op stabiele direct in actie. Na de veiligheidsbeoordeling kunnen wij een melding veiligheid en herstel van de door directbetrokkenen overdragen naar een lokaal team, lopende hulpverlening opgelopen schade. Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland maakt deel uit of de directbetrokkenen en hun netwerk (het cliënt- van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke systeem). Ook kunnen wij de melding afsluiten omdat er De doelen van de dienst Onderzoek zijn: Gezondheidsdienst Amsterdam-Amstelland. geen sprake (meer) is van onveiligheid of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. « Het bevestigen of weerleggen van de gemelde De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, vermoedens van huiselijk geweld en/of Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn zijn de In sommige gevallen is het noodzakelijk dat Veilig Thuis kindermishandeling; opdrachtgevers. verantwoordelijk blijft en zicht houdt op de veiligheid. e het zo nodig vaststellen van veiligheidsvoorwaarden; Wij zetten dan zelf een dienst in. Veilig Thuis kent twee e het inzetten van vervolghulp gericht op stabiele diensten: de dienst Voorwaarden & Vervolg en de dienst veiligheid en herstel van de door directbetrokkenen Onderzoek. opgelopen schade. 2 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2020/2 Inhoud Instroom adviesvragen Veiligheids- Wettelijke . en meldingen beoordeling termijnen Uitstroom Belangrijkste resultaten Ook voor Veilig Thuis stond 2020 in het De doorlooptijd van zowel de veiligheids- In de tweede helft van 2020 werden er teken van Corona. Ondanks de maatregelen beoordeling als de dienst Voorwaarden & 5.097 meldingen gedaan bij Veilig Thuis hebben wij onze dienstverlening geconti- Vervolg en de dienst Onderzoek is in de Amsterdam-Amstelland. Het totaal van nueerd. In situaties van acute onveiligheid tweede helft van 2020 verbeterd. 2020 komt zo uit op 11.037 meldingen. hebben wij altijd direct gehandeld. Dat is iets minder dan het record aan- In de periode 1 juli - 31 december 2020 tal meldingen in 2019: 11.556. Het aantal In de eerste helft van 2020 is veel ervaring heeft Veilig Thuis gemiddeld 9 dagen meldingen lijkt in 2020 te stabiliseren. opgedaan met het uitvoeren van onze werk- nodig voor de veiligheidsbeoordeling. In zaamheden in Corona-tijd. Daarom hebben de eerste helft van 2020 was dit nog 12 In de tweede helft van 2020 zijn er 1.000 we ons in het najaar weer snel kunnen aanpas- dagen. Tweederde van de gestarte diensten meldingen minder gedaan dan in de eerste sen aan de aangescherpte maatregelen. Denk (dienst Voorwaarden & Vervolg en de dienst helft van het jaar. Dit is voor een groot deel hierbij aan nieuwe mogelijkheden om zicht Onderzoek) wordt binnen de wettelijke toe te schrijven aan een afname van het op veiligheid te organiseren. Ook zijn we voor termijn van 10 weken afgerond. Eerder was aantal politiemeldingen. Verklaringen voor advies beter bereikbaar met de chatfunctie dat nog 5O%. deze afname zijn: organisatorische ontwik- op onze website. kelingen en een algemeen capaciteitstekort bij de politie, en een aanpassing in de werk- wijze tussen Veilig Thuis en de politie. 3 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2020/2 1 Instroom adviesvragen en meldingen per gemeente Meldingen en adviesvragen Meldingen per 1.000 huishoudens 4.285 1.124 9,0 a . . AMSTERDAM AMSTERDAM 163 ( : ) 26 10,4 DIEMEN (Oo Ca) AMSTELVEEN 58 © 5 6,0 . 7,2 OUDER- OUDER-AMSTEL AMSTEL 95 (©) 18 AALSMEER Z) @) *  22 A MELDINGEN ADVIESVRAGEN MELDINGEN UITHOORN In de periode 1 juli - 51 december 2020 zijn er 5.097 meldingen gedaan bij Veilig Thuis. Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland ontving 25 meldingen over directbetrokkenen die wonen of verblijven in een andere regio. Bij 40 meldingen is de regio onbekend of niet geregistreerd. In de tweede helft van 2020 werden 2.132 adviesvragen geregistreerd. In 127 gevallen kwam de adviesvraag uit een andere regio. In 721 gevallen is de regio onbekend of niet geregistreerd. Er is sprake van een lichte stijging van het aantal adviesvragen. Vanaf het Een melding bij Veilig Thuis gaat over een huishouden. Relatief, per 1.000 huishoudens, najaar van 2020 registreert Veilig Thuis in principe alle adviesvragen, waar dit vanaf 1 januari zijn de meeste meldingen afkomstig uit Uithoorn. Dit is ook terug te zien in eerdere 2019 enkel werd gedaan bij cliëntgerelateerde adviesvragen. rapportages. 4 _ HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND — 2020/2 L (2) (3) (4) 1 Meldingen van huishoudens met of zonder kinderen Meldingen per gemeente Meldingen per stadsdeel 3177 1106 515 165 . AMSTERDAM 477 165 NOORD 683 259 168 96 116 47 WEST © CENTRUM 468 176 DIEMEN 230 67 NIEUW-WEST OOST 3529 : : 95 AMSTELVEEN ZUID 28 ® 10 OUDER-AMSTEL 559 170 68 ( : - 27 AALSMEER ZUIDOOST 128 ( ) 28 0 a) ) HUISHOUDENS HUISHOUDENS HUISHOUDENS HUISHOUDENS MET ZONDER MET ZONDER KINDEREN KINDEREN KINDEREN KINDEREN Vanaf 2020 rapporteert Veilig Thuis ook over de meldingen in de verschillende stadsdelen van In het eerste halfjaar van 2020 zijn 3.799 meldingen gedaan over huishoudens met Amsterdam. In de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West wordt vaak een melding gedaan van kinderen, en 1.298 over huishoudens zonder kinderen. De verhouding tussen meldingen over (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit zijn tevens de stadsdelen huishoudens met en over huishoudens zonder kinderen is gelijk aan voorgaande jaren. met de meeste inwoners. 5 _ HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND — 2020/2 L (2) (3) (4) 1 Meldingen over huishoudens met kinderen Wie melden er bij Veilig Thuis? Welk type geweld wordt gemeld bij Veilig Thuis?” Overige professionals Politie Burgers Kinder 5 - AE mishandeling 8 Lieh (Ex-) partnergeweld 72% 7 lb Geweld tegen ouders (<65 jr.) door hun kinderen (tot 23 jr.) HE Huiselijk geweld overig EN e/ 4% NA Andere problematiek dan huiselijk geweld of kindermishandeling mmm 2% Nog niet geregistreerd IGE, Burgers Overige professionals 9 AN AN 0% 10% 20% 30% 40% 50% Ba 2,9% „40 17% 2,1% 2,1% 14% De helft van het aantal meldingen van huishoudens met kinderen betreft (een vermoeden ’ 05% de van) kindermishandeling. Hierbij kan gedacht worden aan fysiek of psychisch geweld, fysieke EN | pee EN of psychische verwaarlozing, seksueel misbruik of getuige zijn van (de gevolgen van) geweld in het gezin. Er komen ook veel meldingen binnen van (een vermoeden van) partnergeweld. Onderwijs Ziekenhuis Lokaal Ambulance Buren Familie- beteren Het beeld komt overeen met voorgaande jaren. Er is geen verschuiving zichtbaar als gevolg van de Corona-maatregelen. Onder de categorie ‘huiselijk geweld overig’ vallen alle vormen van huiselijk geweld die niet onder de andere categorieën te scharen zijn. Te denken valt aan mishandeling en misbruik tussen meerderjarige broers en zussen. In de tweede helft van 2020 ontving Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland minder meldingen Bij een deel van de meldingen is het type geweld nog niet geregistreerd. Het gaat hier om van de politie, zowel in absolute als in relatieve zin. Vanaf 1 januari 2019 zien we bovendien werk dat onder handen is. een toename van het aantal meldingen afkomstig van andere professionals. Deze ontwikkeling zet door in 2020. “Het totaal telt op tot 100+ omdat er meerdere typen geweld kunnen worden gemeld. 6 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2020/2 L (2) (3) (4) 1 Meldingen over huishoudens zonder kinderen Wie melden er bij Veilig Thuis? Welk type geweld wordt gemeld bij Veilig Thuis?” Overige professionals Politie Burgers (Ex-) (4 partner- geweld Xx A Ouderenmishandeling (>65ir.) m: 90% A Geweld tegen ouders (<65 jr.) door hun kinderen Ctot 23 jr.) PA Huiselijk geweld overig 8% 20 2% (sh Andere problematiek dan huiselijk geweld of kindermishandeling Nn me _ 1% Nog niet geregistreerd Top 4 Overige professionals AN 0% 10% 20% 30% 10% 50% 1,4% k 12% 1,0% 0,4% . Nn Meldingen over huishoudens zonder kinderen betreffen vaak (een vermoeden van) partnergeweld. Het algehele beeld over het type geweld dat bij Veilig Thuis wordt gemeld Ambulance Ziekenhuis ek Go eteing komt overeen met voorgaande jaren. Onder de categorie ‘huiselijk geweld overig’ vallen alle vormen van huiselijk geweld die niet in 90% van de meldingen over huishoudens zonder kinderen zijn afkomstig van de politie. de andere categorieën worden ondergebracht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om mishandeling Overige professionals melden in 2020 steeds vaker, ook over huishoudens zonder kinderen. of verwaarlozing van meerderjarige personen met een fysieke beperking door een familielid Er is hierbij geen beroepsgroep die eruit springt. De professionele melders anders dan of mantelzorger. politie zijn zeer divers, Bij een deel van de meldingen is het type geweld nog niet geregistreerd. Het gaat hier om Veilig Thuis ontvangt weinig meldingen van burgers over huishoudens zonder kinderen. werk dat onder handen is. Slechts 2% van het aantal meldingen over huishoudens zonder kinderen wordt gedaan door buren, familieleden of directbetrokkenen zelf. In de tweede helft van 2019 was dit 1%. “Het totaal telt op tot 100+ omdat er meerdere typen geweld kunnen worden gemeld. 7 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2020/2 L (2) (3) (4) 2 Veiligheidsbeoordeling Hoe wordt de veiligheid beoordeeld? (Vermoeden van) o | | | | | | | | acute onveiligheid 4% | | | | | (Vermoeden van) structurele 70% | onveiligheid | Eenmalige | | | | | | | onveilige situatie 5%; il | | | | | | Problemen op andere | | | leefdomeinen 13% : | | | | | | Geen zorgen over 5 | | | | veiligheid 7% il | | | | | | 0% 10% 20% 50% 40% 50% 60% 70% 80% Bij alle meldingen wordt de mate van onveiligheid beoordeeld. Met de veiligheidsbeoordeling wil Veilig Thuis zicht krijgen op de veiligheid van directbetrokkenen. Vervolgens wordt een besluit genomen over bij welke instelling of professional de verantwoordelijkheid wordt belegd voor het nemen van vervolgstappen. Veilig Thuis baseert het besluit op de inhoud van de melding, de beschikbare informatie uit het eigen systeem en aanvullende informatie van onze ketenpartners. 8 _HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2020/2 (1) e (3) (4) 35 Wettelijke termijnen Doorlooptijd van de veiligheidsbeoordeling Doorlooptijd van de dienst Voorwaarden & Vervolg en de dienst Onderzoek Gemiddeld aantal werkdagen tot de veiligheidsbeoordeling Gemiddeld aantal weken vanaf de veiligheidsbeoordeling tot het afsluiten van de dienst 15 15 12,1 10 = 10 WETTELIJKE TERMIJN (10 WEKEN) _ —3 9,6 10,3 5 WETTELIJKE TERMIJN (5 WERKDAGEN) 5 6,3 71 0 0 juli augustus september oktober november december juli augustus september oktober november december Percentage veiligheidsbeoordeling binnen de wettelijke termijn (5 werkdagen) Percentage afgesloten diensten binnen de wettelijke termijn (IO weken) 75 75 GEMIDDELD 50 nennen Es zeen ed 50 GEMIDDELD 42% rev Ee lov kohoy VA 74% 71% 66% 74% aA aA 25 juli augustus september oktober november december oe juli augustus september oktober november december In de tweede helft van 2020 is gemiddeld 9 dagen nodig voor de veiligheidsbeoordeling. Dat is een verbetering ten opzichte van het eerste halfjaar, toen waren er gemiddeld 12 dagen nodig voor het afronden van de veiligheidsbeoordeling. Deze verbetering is het gevolg van een lagere instroom en meer capaciteit op de werkvloer. Ook zijn medewerkers in de front office in de loop van 2020 steeds beter begeleid in hun werk. De wettelijke termijn van de dienst Voorwaarden & Vervolg en de dienst Onderzoek is 10 weken vanaf de veiligheidsbeoordeling tot het afronden van de dienst. Gemiddeld Gemiddeld wordt 47% van de veiligheidsbeoordelingen afgerond binnen de wettelijke wordt iets meer dan tweederde van de ingezette diensten binnen de wettelijke termijn termijn van 5 werkdagen. Dit is een verbetering ten opzichte van de eerste helft van 2020, afgerond. In de eerste helft van 2020 was dit de helft. Ook hier is dus een verbetering toen werd 40% van de beoordelingen binnen de wettelijke termijn gedaan. zichtbaar. 9 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2020/2 (1) (2) E (4) 4 Ui itstroom Vervolgtraject/overdracht Veilig Thuis heeft in de tweede helft van 2020 4.120 casussen overgedragen dan wel afgesloten. Een casus kan bestaan uit meerdere meldingen. Veilig Thuis kan op verschillende momenten het besluit DO DJ WAARVAN nemen om een casus over te dragen. Dit kan na afronding L L 1 350 Ge 575 van de veiligheidsbeoordeling, na de dienst Voorwaarden & " SAMENDOEN 265 Vervolg en na de dienst Onderzoek, Er wordt overgedragen | EIER STICHTING 5 aan: pn LEGER DES HEILS 19 ANDERS Gl* 2 , Eén of meerdere professionals of instellingen: regiehou- AMSTERDAM dende partijen zoals de Gecertificeerde Instellingen of de lokale teams of niet-regiehoudende hulpverlening. WAARVAN * _Directbetrokkenen zelf en/of hun eigen netwerk: het Nn ER 72 Meeden 8 cliëntsysteem 185 SOCIAAL TEAM AMSTELVEEN 5 . JEUGDBESCHERMING 8 25 JEUGDBESCHERMING 215 Ga DIEMEN WILLIAM SCHRIKKER STICHTING _ 4 Bij 50% van de overdrachten wordt casusregie van een 2 __ WILLIAM SCHRIKKER STICHTING mi LEGER DES HEILS 4 Gecertificeerde Instelling of lokaal team toegewezen aan 3 LEGER DES HEILS * het gezin of huishouden. De casusregisseur houdt het zicht AMSTELVEEN op veiligheid, voert het veiligheidsplan uit en werkt aan een hulpverlenings- en herstelplan. WAARVAN n . KERNTEAM OUDERAMSTEL 26 Bij 19% van de casussen wordt de melding overgedragen aan 7 EUGEN S 4 andere hulpverlening, zoals Blijf Groep, GGZ, verslavingszorg OUDER-AMSTEL eenen nn of de huisarts. WAARVAN 55 En 5O SOCIAAL TEAM AALSMEER BE Bij 532% van de casussen is het gezin in staat de veiligheid 5 JEUGDBESCHERMING AALSMEER waard zelf te waarborgen of blijkt er geen sprake van huiselijk ER 55 SAN pn geweld of kindermishandeling. e JEVEDEESEMERMING ee UITHOORN WILLIAM SCHRIKKER STICHTING 3 Bij 80% van de overdrachten naar het lokaal team of een Gecertificeerde Instelling gaat het om een overdracht direct na veiligheidsbeoordeling. Bij de overdrachten naar het lokale team is bijna 4 op de 10 gezinnen, 40%, reeds bij hen bekend. *Bij ‘Anders Gl’ gaat het om Nidos of een Gecertificeerde Instelling in een andere regio. 10 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2020/2
Onderzoeksrapport
10
train
RAADSADRES Mensen, dit is het failliet van Amsterdam. Ik woon bijna in het centrum, ik kan met de auto niet meer door het centrum, want er is iets absurds uitgevonden door een of andere malloot achter een dichte deur, even op zijn Amsterdams... Shared Space, IN HET ENGELS!!! What the F*ck??? Wat is de juridische status, wat wil men bereiken? Als automobilist heb ik al een aantal pure treitersessies achter de rug, waaronder 2 fietsende meiden naast elkaar die naast elkaar bleven rijden onder het motto van die vreselijke lelijke gele grote vieze stempel die de toerist juist volkomen op het verkeerde been zet. Nu was ik als automobilist het haasje, mijn doorgaans vreselijk irritant kalme partner die ALLES relativeert ging keihard schelden en ik heb hem nog NOOIT betrapt op het opsteken van zijn middelvinger. Die 2 meiden bleven 300/400 meter of meer gewoon naast elkaar doorrijden, zelfs na een bescheiden toetertje, nog een toetertje en een groot toetertje, het was gewoon getreiter, mag het ook tegen het verkeer in dat naast elkaar rijden? Want dat mag in Amsterdam op de gracht als fietser! Dan staat een auto voor 2 fietsers die niet willen wijken!!! Levensgevaarlijk, want je ergert je ook, let minder op andere mensen en ik probeer er dan op een kruispunt langs te komen wat ze gewoon actief wilden beletten!!! Nou, we waren woest en gelukkig is het zonder schade en letsel afgelopen, maar ik vervloek degene die dit heeft bedacht! De stad is al geen stad meer! Er hoort ook van alles wat een beetje te rijden, dat hoort bij een stad, in Amsterdam was het al minimaal. Ook dat afsluiten van de doorgang van Oost naar West en andersom in het centrum levert enkel meer file op aan de randwegen, in het bijzonder bij de Haarlemmerpoort is een ramp, de Nassaukade en de Stadhouderskade, rampzalig, de economie is nu echt die van Venetië aan het worden: enkel toerisme, diep, dieptriest. Ook in de omliggende wijken is het nu drukker met horeca, lawaai van mensen en verkeer. 10 keer meer motoren en brommers, brommers op een levensgevaarlijk fietspad op de Nassaukade, grote gaten en tegels rond bomen midden op het fietspad, het is wachten op meer ongelukken. Ook dat brommers niet meer over het Leidseplein, Max Euweplein en onder het Rijksmuseum niet meer door mogen zorgt voor overlast elders. Overlast ook omdat uitgaanspubliek nu niet of nauwelijks nog in het centrum kan parkeren of er na 22 uur nauwelijks nog in of juist uit kunnen door paaltjes her en der, totaal onlogisch geplaatst. gek wordt je!!! Maar dan het ergste: als fietser moet ik laveren over een brede gracht met mensen 5 op een rij, tringelen, schreeuwen, remmen, vloekend tussen al de toeristen door, die wanen zich op een voetpad met zo weinig verkeer en die domme stempel met een vreselijk onduidelijke mededeling: Shared Space, wat betekent dat denken ze zelf ook! 122??? zie overigens ook het Parool: https://www.parool.nl/nieuws/voetgangers-zijn-nu-de-baas-in-de-negen- straatjes-en-dat-is-wennen—be5790bd/?referer=https%3A%2F %2 Fwww.google.com%2F Airbnb wil men terugdringen, en het toerisme, maar in mijn wijkje 2e Helmersbuurt zijn er nu al 30 vergunningen voor een B&B tot 2028 afgegeven in een maand tijd!!! zie Nextdoor op https://nextdoor.nl/news feed/? post=17592195098986&is=npe&mar=false&ct=D2tZrxKlrl|- _hRPAXds479pgF65 Cki9sM OKpiYvap29p61G6HuMrWolU2ilfej&ec=iD9EVfBFg z GipY9l9G7ig==&token=yb6o3CUIISIZZA2GvVM7TMDXy-130G4yt0OBN28tm2geVr- ganljENsP3u0-1gagMrKxkEtuy leaxhwEzzVUt4Kwvpoxij- e6U3O00vTjRaEyNO%3D&auto token=ZFbc- eA229SjoQUFG3YZEhHmEvmXsE5A2lUaa- KixlbcPDhgFmkfai3tyGnw6wXpdPOv |ioZMBwOjVvNIzkUey6RzBkvE3y391VTdAl 5j8%3D oh, wat is de juridische status van een mondkapje die je gebruikt volgens de naam, dus enkel als kapje voor de mond, zoals de koning van België. Femke Halsema is van de PSP en PPR: nu staat ze achter de grove schendingen van veel van mijn grondrechten!? Met een maatregel die de wetenschap als onzinnig verklaart!!! Je stikt zelfs in je eigen koolmonoxide!!! Drukke wallen? Ja, omdat die PvdA'er voor haar alles hebben ingeperkt tot 4 straatjes!!! OOOOHHHHHHH wat erger ik me aan dit walgelijke Amsterdam, ik zou dolgraag verhuizen, van centrum met tuin naar iets rustigs, maar dan betaal ik 3 keer meer en het is niet beschikbaar. Alle sociale woningen komen na vertrek laatste sociale huurder automatisch in de vrije sector door koppeling aan een voor 50% gesubsidieerde WOZ waarde, en als huurder betaal ik sinds 1 juli dit jaar 30 euro extra huurboete. Er zijn mensen die hun water al niet kunnen betalen: 12 euro per maand. BAAAAAHHHHH
Raadsadres
2
train
Stadsdeelcommissie Agenda Datum 19-01-2021 Aanvang 20:00 Locatie via MS Teams 1. Opening, vaststellen besluitenlijst * Vaststelling concept-besluitenlijst van 2. Sessie over democratisering (20:00 - 22:00) De flap en bijlage 3 zijn per 19 januari jl. nagezonden. 3. Het woord aan bewoners en ondernemers * Voor informatie over inspraak en aanmelding om in te spreken zie onderaan de agenda. 4. Afdoening ingekomen stukken * Kijk voor de ingekomen stukken onderaan de agenda 5. Mededelingen dagelijks bestuur 6. Permanente schoolstraat OBS de Burght Dit punt zal als ‘hamerpunt' behandeld worden. 7. Ontwerp Hoogte Kadijk 145-B Bijlage 8 t/m 10 zijn per 14 januari jl. nagezonden. Bijlage 11 t/m 14 zijn per 18 januari jl. nagezonden. Bijlagen 15 t/m 17 zijn per 19 januari nagezonden. 8. Stedelijk kader buurtbudgetten (VERVALLEN) Dit punt schuift door naar de stadsdeelcommissievergadering van 2 februari a.s. 9. Rapport evaluatie bestuurlijk stelsel Bijlage 6 is per 19 januari j. nagezonden 10. Corona update 11. Rondvraag en sluiting INGEKOMEN STUKKEN À. Termijnagenda De geactualiseerde termijnagenda is per 18 januari jl. nagezonden. B. Adviesaanvraag beleidskader 7,5t-zone CG. Overzicht subsidies bewonersinitiatieven 2020 D. Adviesaanvraag herinrichting Oostertoegang, Prins Hendrikkade Oost en Kattenburgerstraat E. Gebiedsplannen 2021 en gebiedsverslagen 2020 Stukken zijn nagezonden per 13 januari jl. INFORMATIE Locatie en beeldopnamen Deze overlegvergadering van de stadsdeelceommissie Centrum vindt digitaal plaats via een videoverbinding. De vergaderingen zijn openbaar en digitaal te volgen; van de vergaderingen worden beeldopnamen gemaakt. De vergaderingen zijn ook achteraf terug te bekijken via deze pagina. Aanmelden om in te spreken Inspreken is mogelijk bij het desbetreffende agendapunt, of, als het onderwerp niet op de agenda staat, aan het begin van de vergadering. Ook de inspraak is digitaal. Mensen die hierover meer informatie willen, of die zich aan willen melden als inspreker kunnen zich per e-mail richten tot de afdeling bestuursondersteuning: bestuursondersteuning.sde@amsterdam.nl. Aanmelden om in te spreken kan tot uiterlijk de maandag voor de vergadering tot 14:00 uur.
Agenda
2
discard
Gemee nte Bezoekadres A d Amstel 1 mste raam 1011 PN Amsterdam x Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 2x amsterdam.nl Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam Datum 29 mei 2018 Ons kenmerk _V&OR/UIT/2018004892 Uw kenmerk Behandeld door H. Vonk, V&OR - Kennis en Kaders, o20 556 5430, Heleen. Vonk@amsterdam.nl Kopie aan Bijlage(n) Onderwerp Beantwoorden motie 306 (Vroege) over fietsparkeernorm bestaande bouw Zeer geachte leden van de gemeenteraad, Bij de behandeling van de nota Parkeernormen Fiets en Scooter in de raadsvergadering van 14 maart 2018 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen van raadslid Vroege met betrekking tot fietsparkeren bestaande bouw. Met deze brief willen we u informeren over de uitvoering van de motie. Hiermee beschouwt het college de motie als afgehandeld. Motie "Fietsparkeren bestaande bouw" Constaterend dat - in veel woonstraten schaarste aan fietsparkeerplaatsen is, waardoor er vaak hinderlijk op stoep wordt gestald - veel woningen niet beschikken over eigen fietsparkeergelegenheid - het aantal fietsparkeerplekken vrij willekeurig wordt bepaald op basis van beschikbare ruimte verzoekt Raadslid Vroege het college van Burgemeester en Wethouders een fietsparkeernorm te ontwikkelen waarmee op basis van aantal bewoners en type woning er per straat berekend kan worden hoeveel fietsparkeerplaatsen er nodig zijn. Huidig fietsparkeerbeleid Het college herkent deels de geschetste problematiek bij bestaande bouw. Dit is de aanleiding geweest voor het opstellen van het Kader Fietsparkeren (vastgesteld in 2015). Dit kader is de leidraad om snel, kosteneffectief en eenduidig te zorgen voor voldoende (beschikbare) fietsparkeerplekken in Amsterdam. Centrale redeneerlijn is de bestaande fietsparkeervoorzieningen eerst beter te benutten en dan bij te bouwen waar nodig. Bij nieuwbouw en functiewijziging gelden de normen uit de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter, waarbij fietsparkeren wordt opgelost op eigen terrein. Een routebeschrijving vindt v op www.amsterdam.nl Gemeente Amsterdam Datum 29 mei 2018 Kenmerk V&OR/UIT/2018004892 Pagina 2 van 3 85%-bezettingsgraad de norm In het Kader Fietsparkeren heeft uw raad gekozen voor een bezettingsgraad van maximaal 85% als norm. Dat betekent: als de bezettingsgraad van rekken na handhaving hoger is dan 85% worden er rekken bijgeplaatst, mits dit niet ten koste gaat van ruimte voor voetgangers. De handhaving is vooral gericht op de volgende beter benutten-maatregelen die de afgelopen jaren geïntroduceerd en uitgevoerd zijn: Fietsen met gebreken (verwaarloosde fietsen en wrakken) worden verwijderd; Er is een maximale fietsparkeerduur (6 en 2 weken) ingesteld. Ongebruikte fietsen worden verwijderd (15% meer plek in het rek); Er wordt gehandhaafd op ongebruikte fietsen buiten de rekken bij treinstations en in het gebied binnen de ring Azo (zonder Noord). Bezettingsgraad als norm In de geest van de motie wordt, door de bezettingsgraad als norm te gebruiken, de invloed van het aantal bewoners, type woningen, fietsinfra en dergelijke meegewogen. Deze zaken worden namelijk weerspiegeld in het aantal geparkeerde fietsen op straat. De bestaande norm is dus toegesneden op iedere straat, ook wanneer factoren die van invloed zijn (zoals aantallen en soorten bewoners) veranderen. Daarbij is natuurlijk de bestaande ruimte maatgevend voor het maximale aantal fietsparkeervoorzieningen. Monitoren parkeerdruk In de monitoring van de doelstellingen uit het kader fietsparkeren wordt naast de bezettingsgraad ook gekeken naar de parkeerdruk. Dit doen we door periodiek het aantal geparkeerde fietsen in de openbare ruimte te tellen. In 2016 zijn voor het eerst alle fietsen en fietsparkeervoorzieningen binnen de ring Azo geteld. In de eerste helft van 2018 doen we dit in de hele stad. De komende jaren zullen we dit periodiek herhalen. Deze data levert goed inzicht in de (woon)gebieden en straten met een tekort aan fietsparkeerplekken. Op basis daarvan kan gericht actie ondernomen worden zoals handhaving, bijplaatsen en zo nodig herinrichting. In het meerjarenplan fiets 2017- 2022 zijn de 24 grootste fietsparkeerknelpunten benoemd als hotspot, deze locaties worden de komende jaren met prioriteit aangepakt. Norm per straat lost het probleem niet op. Het stellen van een fietsparkeernorm per straat, zoals voorgesteld in de motie, draagt niet automatisch bij aan de oplossing van het probleem van onvoldoende fietsparkeergelegenheid in straten met bestaande bouw . Er is mogelijk niet voldoende ruimte op straat voor het aantal fietsparkeerplekken volgens zo'n vastgestelde norm. Temeer omdat erook voldoende ruimte moet zijn voor bijvoorbeeld voetgangers. Norm per straat erg kostenintensief Om per straat een fietsparkeerbehoefte te berekenen gebaseerd op het aantal bewoners en type woning is een intensieve en zeer kostbare opgave. De variëteit aan typen woningen in Amsterdam is enorm. Het aantal bewoners wijzigt in de tijd regelmatig. Daarnaast zijn er ook andere factoren die het aantal fietsen en de soort fietsen in een Een routebeschrijving vindt v op www.amsterdam.nl Gemeente Amsterdam Datum 29 mei 2018 Kenmerk V&OR/UIT/2018004892 Pagina 3 van 3 buurt beïnvloeden . Denk daarbij bijvoorbeeld aan de leeftijd van de bewoners, de gezinssamenstelling, het inkomen van de bewoners, de fietsvriendelijkheid van de buurt, het aantal en soort voorzieningen in de buurt en de fietsveiligheid van de buurt. Dergelijke invloeden zouden ook meegenomen moeten worden om te komen tot een realistische norm. Er is op dit moment onvoldoende onderzoek gedaan naar de invloed van al deze factoren om een realistische norm te bepalen. Het zou zeer kostenintensief zijn om de aanvullende onderzoeken te doen om de norm op realistische manier te kunnen vaststellen per straat. Conclusie Door de bestaande norm van 85%-bezettingsgraad toe te passen en actuele gegevens op basis van periodieke monitoring te gebruiken bij herinrichting en de aanpak van hotspots is het mogelijk het in de motie geschetste probleem op te lossen, zonder dat er een investering nodig is in allerlei aanvullende onderzoeken. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Met de meeste hoogachting, [he college van ester en wethouders van Amasterdam, en / EN W U IMAA DA |) \ | el Ü vl Kie VA Jd. van Aartsen \ A.H.P. vän Gils waarnemend burgemekster gemeentgesecretari LA / N | / / if \ Een routebeschrijving vindt v op www.amsterdam.nl
Motie
3
discard
€ Gemeente Amsterdam % % Meedoen Werkt Voortgangsrapportage en werkplan © _ „eae Kk BEA In Amsterdam willen we dat iedereen De afspraken vonden plaats op andere locaties meedoet en ertoe doet. Voor de meeste dan een gemeentelijk kantoor waardoor Amsterdammers is dat het geval; zij zijn actief, een meer laagdrempelige, vertrouwde en hebben sociale contacten, werk of opleiding gelijkwaardige setting ontstond. En er is een en voelen zich onderdeel van de samenleving. _ nieuwe samenwerking met maatschappelijke Maar sommigen lukt dat (even) niet. Het instellingen in de stad. College investeert in de participatie van deze Amsterdammers. We willen recht doen aan Maar uiteindelijk gaat het om hoe de burger mensen en vinden dat iedereen volwaardig het ervaart en wat het hem brengt. Ik ben dan en betekenisvol mee moet kunnen doen in ook vooral gelukkig met de eerste reacties de stad. Niet meedoen heeft veel negatieve van Amsterdammers op de nieuwe werkwijze. effecten. In de eerste plaats voor de mensen Zoals Akosa die overdonderd door alle warme zelf maar ook voor de stad als geheel. Als aandacht zich voorneemt om zelf ook iets een groot aantal mensen niet mee doet, voor anderen te gaan doen, of Tom die het geïsoleerd leeft en niet uit de problemen gevoel heeft dat hij zich weer nuttig maakt komt, verslechtert dat de sociale samenhang in plaats van enkel deel te nemen aan een in de stad en kunnen problemen escaleren dagbesteding. Dat is precies hoe dit college met een stijging van maatschappelijke en de ondersteuning aan mensen voor ogen financiële kosten als gevolg. heeft. Met het programma Meedoen Werkt We gaan daarom door op deze weg want we ondersteunen we Amsterdammers die niet op _ zijn er nog niet. Er staan nog veel mensen aan eigen kracht participeren bij het vinden van de kant en het doorvoeren van een nieuwe een plek in de samenleving. In dit plan leest u werkwijze vergt tijd. Maar ik heb er vertrouwen over de activiteiten die in 2016 zijn uitgevoerd in dat we de juiste koers te pakken hebben om en wat we in 201/ willen gaan doen. De alle Amsterdammers weer mee te laten doen. resultaten zijn na een moeizame start in 2015 meer dan bemoedigend. De aantallen die we - ‚ ee ons voor 2016 hadden gesteld, zijn al behaald. _ =# in KE nf en Ei Er zijn meer mensen gesproken, meer extra hen DN AC dl participatieplekken en —trajecten gecreëerd en : \  PS an meer mensen naar een plek of traject begeleid Need ij a HL dan we hadden verwacht. De experimenten Kd ej E Fa zijn pas rond de zomer gestart. Bij de een gaat 8 P | ue FE & het wat voorspoediger dan bij de ander, wat OT LN en jn ( M 4 inherent is aan experimenten. L Ü 1 Belangrijker dan de cijfers is wat er achter En Hed schuil gaat. Er is een begin gemaakt met een i \ En andere dienstverlening aan Amsterdammers en er met een bijstandsuitkering. Er is Wethouder Arjan Vliegenthart geëxperimenteerd met nieuwe werkwijzen waarin niet de wet voorop staat maar de mens. Er zijn andere brieven verstuurd, met een uitnodigende toon. Er zijn andere gesprekken gevoerd, met aandacht voor het welzijn van de persoon. 2 Meedoen Werkt Gemeente Amsterdam 3 Inhoud Voorwoord 3 4. Actielijn 3 Matchen van mensen op plekken en activiteiten 29 1. Inleiding 7 4.1 Participatieservicepunten 29 1.1 Achtergrond 7 4.2 Focusexperimenten actielijn 3 30 1.2 Waar staan we? 8 1.3 Wat hebben we daarvoor gedaan en wat 5. Actielijn 4 Effectiever hebben we geleerd? 8 werken door onderzoeken, leren en monitoren 32 1.4 Inzet en uitdagingen in 2017 9 5.1 Leercirkel Meedoen Werkt 32 1.5 Overige ontwikkelingen 10 5.2 Leerprogramma klantmanagers en 1.6 Hoe borgen we de resultaten 13 cultuurontwikkeling 33 1./ Leeswijzer 13 5.3 Onderzoek naar het effect van interventies 33 5.4 Maatschappelijke Kosten Baten Analyse 34 2. Actielijn 1 Bereiken van meer Amsterdammers en 5.5 Onderzoek naar Clientervaringen 34 hun vraag in beeld brengen 14 5.6 Nieuw: onderzoek naar het versterken van het 2.1 Nieuwe benadering van Amsterdammers sociaal kapitaal 35 in de bijstand 14 5./ Nieuw: inzet van ervaringsdeskundigen 35 2.2 Stap naar werk via re-integratietraject 5.8 Focus Experiment de Groene Golf 35 niet gelukt, dan naar andere passende plek 15 2.3 Nieuw: Weegtearn W&R/ 6. Tot slot 38 Activering 18 2.4 Begeleiding van kandidaten met een indicatie Bijlage 1. Financiële voortgangsrapportage 2016 39 banenafspraak 18 Bijlage 2. Financiën 2017 40 2.5 Verkenning samenwerking met UWV voor Bijlage 3: Definities Bereik, Plekken, Matchen 42 herbeoordeling Wajongers 18 Bijlage 4: Activiteiten Stadsdelen Meedoen Werkt 2016 43 2.6 Focus-experimenten actielijn 1 19 Bijlage 5: Nieuwe brief klantbenadering 45 Bijlage 6: Resultaten vitamine Alandacht) Pilot Zuid 46 Een menselijk gesprek 21 3. Actielijn 2 Realiseren van meer plekken, zodat meer mensen kunnen participeren 22 3.1 Empowerment en participatiediagnose bij Pantar 22 3.2 Wijkzorg, dagbesteding en ambulante ondersteuning in het kader van de Wmo 23 3.3 Trajecten gericht op empowerment en participatie-diagnose bij Pantar 24 34 IPS 24 3.5 Wmo doorstroomtrajecten 25 3.6 Focusexperimenten actielijn 2 25 \ O an Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(:) 1. (Hassan 54 jaar) 1.1 Doel 2016: we creëren 1200 extra ! participatieplekken in de stad, waarvan Het Programma Meedoen Werkt is in 2015 1000 door de stadsdelen en 200 door van start gegaan. Met het programma maatschappelijke partners in de stad. investeert het college in de participatie van 3 Matchen: zorg ervoor dat vraag en Amsterdammers met een grote afstand tot aanbod op het gebied van participatie de arbeidsmarkt. In het coalitieakkoord is €8 beter bij elkaar komen waardoor mensen miljoen per jaar extra beschikbaar voor de op een passende plek terecht komen. periode 2015-2018 en €5 miljoen incidenteel Doel 2016: we creëren / participatiecentra extra voor de gehele collegeperiode. in de stadsdelen en zorgen ervoor dat er 2015 was een opbouwjaar waarin de ambities 1000 mensen méér gaan participeren dan hoog waren maar de resultaten achterbleven. gemiddeld. Het ontwikkelen van nieuwe plekken, trajecten 4 Monitoren, onderzoeken en leren: en werkwijzen had een langere aanlooptijd we onderzoeken het effect van de dan verwacht. En het weer laten meedoen verschillende interventies en trekken daar van mensen die al langere tijd aan de kant lessen uit voor het vervolg. We sturen staan, was weerbarstiger dan voorzien. Van de strak op de voortgang van de uitvoering ervaringen in 2015 hebben we geleerd. Het van het programma. Programmaplan Meedoen Werkt 2016-2018, ‘Een stad waar niemand aan de kant staat’, dat Binnen deze vier actielijnen worden diverse op 19 april 2016 door het College van B&W is innovatieve interventies uitgevoerd. Het vastgesteld, is gebaseerd op die lessen. gaat deels om interventies die doorlopen uit 1 Bereik: investeer in het goede gespreken 2015 (impulstrajecten) en deels om nieuwe onderling vertrouwen. experimenten die partijen in de stad samen Om ervoor te zorgen dat met de gemeente hebben ontwikkeld. Maar Amsterdammers weer mee gaan doen, is _ het gaat ook om vernieuwing van het reguliere het van belang hun situatie en behoeften werkproces van de gemeente. te kennen. Een standaard gesprek vanuit de rechten en plichten van de uitkering Bereik Plekken Matchen is dan niet genoeg. Het betekent investeren in het intensieve gesprek met 6000 2000 3500 aandacht voor de mens. Amsterdammers hebben soms lang geen contact gehad 5000 3000 met de gemeente, hebben vaak weinig 1500 vertrouwen in de overheid en voelen een „oog 2500 drempel om een stap vooruit te zetten. Doel 2016: we spreken 4500 mensen 2000 méér dan we normaal doen en we geven 2000 1000 intensieve aandacht. 1500 2 __ Plekken: creëer aanbod dat aansluit bij de 2000 vraag. 500 1000 Participatie is alleen zinvol als het 1000 aanbod aansluit bij de vraag en als het 200 meer voor mensen betekent dan enkel een daginvulling. Het moet gaan om 0 0 0 activiteiten die mensen het gevoel geven Doel Bereikt Doel Bereikt Doel Bereikt ertoe te doen. Stand per 1-9-2016 6 Meedoen Werkt Gemeente Amsterdam 7 1.2 Waar staan we? - Monitoren, onderzoeken en leren: meer dan 10.000 Amsterdammers? met Tabel 1: Amsterdammers met een bijstandsuitkering en een grote afstand onderzoek naar de werkzame een uitkering en een grote afstand tot de tot de arbeidsmarkt naar mate van zelfredzaamheid op het gebied van Om de doelen voor 2016 te kunnen halen is bestanddelen van de verschillende arbeidsmarkt een scherp klantbeeld gemaakt. maatschappelijke participatie en het hebben van een sociaal netwerk (op in mei, na vaststelling van het Programmaplan interventies is in volle gang. In mei j.l. Klantmanagers Activering hebben samen met _ basis van > 10.000 ZRM) door het college, een start gemaakt met de is het onderzoek van het Centrum voor de klant een ZelfRedzaamheidsMatrix (ZRM) implementatie van de verschillende actielijnen. Cliëntervaringen opgeleverd dat een ingevuld waarbij op 11 leefdomeinen wordt Minimale score van klant op leefgebied Maatschappelijke De uitvoering ligt stevig op koers. September scherp zicht geeft in de manier waarop aangegeven of iemand zichzelf kan redden. Participatie en Sociaal Netwerk - Activering 2016 zien we per actielijn de volgende stand: Amsterdammers in een kwetsbare - Bereik: we hebben circa 5.100 mensen! situatie het beste kunnen worden Op basis van de ingevulde ZRM's zien we dat B ens 30 méér bereikt en hebben daarmee het ondersteund. De aanbevelingen uit ruim een kwart van de uitkeringsgerechtigden B onvoldoende (2548) gestelde doel van 4500 al gehaald. De het onderzoek worden verwerkt in de met een grote afstand tot de arbeidsmarkt Beperkt (5044) nieuwe gespreksvoering met warme Leidraad Participatie die najaar 2016 prima zelf in staat is om tot een betekenisvolle B voldoende (2953) aandacht wordt gewaardeerd door wordt opgesteld. De bevindingen van de daginvulling te komen en/of sociale contacten B volledig (632) de mensen die zijn gesproken. Dat onderzoeken naar de effectiviteit van de te onderhouden. Bijna driekwart lukt dat gebeurt steeds vaker in de wijk en in interventies komen eind 2016 en begin niet op eigen kracht. Juist deze groep wil de een minder bureaucratische setting. 2017 beschikbaar. gemeente helpen bij het vinden van een plek Werk & Re-integratie is aan de slag om die bij hen past. mensen direct door te geleiden naar een Door een scherper beeld te hebben van de passende participatieplaats in de wijk. 1.3 Wat hebben we daarvoor situatie van onze klanten, kunnen we een meer _ de inrichting van de Participatieservicepunten De aanpak van Meedoen Werkt, strookt gedaan en wat hebben we gerichte ondersteuning bieden. Op basis van door stadsdelen. Zij maken verschillende met ontwikkelingen bij het UWV om geleerd? de inzichten tot nu toe kunnen we grofweg keuzes in de vorm en uitstraling van de centra. Amsterdammers met een UWV-uitkering een onderscheid maken in mensen die meer te gaan ondersteunen richting Het realiseren van bovengenoemde resultaten intensieve en extensieve ondersteuning nodig Experimenten zijn nog te kort bezig om participatie. We zijn in overleg over is een proces van vallen en opstaan. In de hebben. Ook kunnen we een onderscheid al van te leren nauwere samenwerking. volgende hoofdstukken gaan we daar per maken in mensen die het beste door de De experimenten zijn halverwege 2016 - Plekken: De doelstelling van 1000 actielijn nader op in. Op hoofdlijnen hebben gemeente (de klantmanager WPI) kunnen gestart, later dan aanvankelijk beoogd als extra plekken is ruimschoots gehaald. we het volgende geleerd. worden begeleid en mensen die gebaat zijn gevolg van het proces van besluitvorming en De stadsdelen hebben ambitieuze bij ondersteuning door andere instellingen van zorgvuldige contractering®. De meeste plannen ingediend om daar bovenop Veranderen kost tijd, is taai en precair (zorg/welzijn) in de stad. experimenten konden daardoor pas vlak voor nog eens 600 extra plekken en trajecten De mens centraal stellen in plaats van de wet de zomer starten. Dat is geen goede periode te realiseren. Vanaf december 2015 is een cultuuromslag. De intensieve aandacht Effectief matchen is complex om deelnemers te werven. Het gevolg is, dat zijn er 13/ mensen met een ernstige voor de burger waarbij de nadruk ligt op zijn Hoewel we succesvol zijn in het bereiken de experimenten pas na de zomer op stoom psychiatrische aandoening gestart welzijn in plaats van zijn verplichtingen, is van mensen en we van een grote groep zijn gekomen met de concrete vulling met met IPS. Daarvan hebben 25 mensen wennen voor iedereen. Voor de medewerkers mensen een goed klantbeeld hebben, deelnemers. Eind dit jaar beoordelen we inmiddels een betaalde baan, zijn van de gemeente, voor partijen met wie we blijkt het lastig om concrete selecties te de voortgang van de experimenten. In dit er 7 proefplaatsingen en hebben samenwerken én voor de Amsterdammers. Het maken om Amsterdammers te matchen op werkplan gaan we er vooralsnog vanuit dat 5 mensen een leerwerkstage. Er is vraagt van de medewerkers van de gemeente geschikte plekken, trajecten of activiteiten. veel experimenten doorlopen. €4 miljoen overgeheveld naar zorg inlevingsvermogen, medeleven en het loslaten Vele honderden contacten zijn nodig om om zo te zorgen voor voldoende van vertrouwde werkpatronen. Voor de mensen enkele tientallen gemotiveerd te laten starten. ondersteuningsmogelijkheden bij en partijen in de stad vraagt het vertrouwen en Er is hard gewerkt om te kijken wat voor 1.4 Inzet en uitdagingen in 2017 maatschappelijke participatie. loslaten van oude beelden over de rol van de potentiële deelnemers het aantrekkelijkst - Matchen: De participatieservicepunten gemeente. Dat is een taai Én precair proces. is: brede bijeenkomsten op wat grotere Gezien de behaalde resultaten en positieve zijn in nagenoeg alle stadsdelen in Oude beelden zijn snel weer bevestigd. schaal; gerichte bijeenkomsten op kleine ontvangst van de nieuwe werkwijze, zetten opbouw en veelal eind dit jaar in Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Het schaal; intensieve selectie vooraf; vriendelijke we de koers van het programma voort. bedrijf. De extra plekken en trajecten is mensenwerk dat alleen kan slagen door veel schriftelijke of telefonische uitnodigingen; Dit werkplan beschrijft de voorgenomen in de stadsdelen worden ‘gevuld!’ energie te stoppen in het verkrijgen van een zo een herinnerinstelefoontje vlak voor de interventies per actielijn. Samenvattend is de met deelnemers. De innovatieve breed mogelijk draagvlak. bijeenkomst. Er zijn nog heel wat stappen te inzet op de drie hoofdlijnen als volgt. experimenten zoals bijvoorbeeld met het zetten om het aanbod voor Amsterdammers op tredeloos werken, zijn allemaal gestart. De Met een beter klantbeeld kunnen we een moderne en aantrekkelijke manier “in de 3 In het Programmaplan Meedoen Werkt 2016-2018 is een teller voor matching staat op ruim 3000, betere dienstverlening bieden etalage” te krijgen. Die worsteling zien we bij begroting voor 2016 opgenomen waarin is geanticipeerd op bijna het dubbelde van wat was beoogd. Onderdeel van Meedoen Werkt is het een latere start van de experimenten. De te realiseren aan- krijgen van een scherper beeld van de 2 Naast de ‘extra’ gesprekken die in het kader van Meedoen _ tallen zijn in het Programmaplan niet navenant aangepast. 1 Zie bijlage 2 voor de definities van Bereik, Plekken Amsterdammer met een grote afstand Werkt worden gevoerd, zijn dit ook de reguliere klantge- Dit is hersteld in de contracten. In deze rapportage hante- en Matchen. tot de arbeidsmarkt. In 2016 is al voor sprekken van de klantmanagers van de afdeling Activering. ren we de aantallen zoals opgenomen in de contracten. Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(;) Actielijn Interventies en beoogd resultaat aantallen € We De ‚ ET EIK EEE EERE GD ERA Koersbesluit Re-integratie de ervaringen van Meedoen Werkt zal een Bereik m Gesprekken met intensieve aandacht voor 2500 € 927.500 , . . on Amsterdammers in de bijstand In de gemeenteraad is de nieuwe koers van voorstel worden ontwikkeld voor herijking = Begeleiden van Amsterdammers op het snijvlak 41850 het college voor re-integratie vastgesteld. van de caseload dat begin 2017 aan de Activering/W&R Het merendeel van de uitgangspunten is Gemeenteraad wordt voorgelegd. m Ondersteuning van Amsterdammers met een ook van toepassing op de uitvoering van het bijstandsuitkering door maatschappelijke partners 875 Programma Meedoen Werkt en bevestigt de Koersbesluit Thuis in de Wijk in de stad (experimenten) koers van het programma. Het primaire doel 14 september jl. heeft de gemeenteraad het Plekken m extra plekken en trajecten in de stadsdelen 1500 € 3.470.000 van het re-integratiebeleid is niet langer de Koersbesluit Thuis in de Wijk vastgesteld. m extra plekken en begeleiding door maatschappelijke uitstroom naar werk op de korte termijn maar Met dit besluit zet de gemeente erop in partners in de stad (experimenten) 178 het behalen van maatschappelijk rendement dat Amsterdammers zo min mogelijk een Matchen Participatieservicepunten in bedrijf in alle stadsdelen 7 € 320.000 op de langere termijn en het aansluiten beroep hoeven doen op de maatschappelijke Matchen door maatschappelijke partners in de stad bij kansen en mogelijkheden van mensen. Opvang of Beschermd Wonen (MO/ permen) Dat betekent dat de gemeente investeert BW). Het gaat om Amsterdammers in een in Amsterdammers voor wie de uitstroom kwetsbare situatie die vaak verminderd De resultaten in 2016 suggereren wellicht dat de uitvoering inmiddels probleemloos verloopt. naar werk (nog) niet mogelijk is, door hen te zelfredzaam zijn. Participatie, meedoen, en Dat is niet het geval. Op veel plekken is sprake van een worsteling en flinke complexiteit die de helpen om tot een zinvolle daginvulling te het hebben van een ondersteunend netwerk resultaten voor 2017 negatief kunnen beïnvloeden. Voor 2017 zien we de volgende uitdagingen. komen en hun zelfredzaamheid te vergroten. zijn van belang voor de stabiliteit in de Het Programma Meedoen werkt richt zich op leefsituatie van deze Amsterdammers. Een Privacybescherming zijn beste beentje te willen voorzetten, het zijn deze groep Amsterdammers. Het Koersbesluit deel van deze mensen krijgt specialistische In het programma Meedoen Werkt wordt de vooralsnog verschillende werelden. Waar in de Re-Integratie onderstreept de koers van het ondersteuning bij hun participatie vanuit de situatie van de betrokken Amsterdammer op ene wereld de gemeente zelf de uitvoering ter Programma Meedoen Werkt. centraal stedelijke keten (afdeling Budget- en meerdere leefgebieden in beeld gebracht om hand neemt, werkt in de andere wereld een Inkomensbeheer Bijzondere Doelgroepen en zicht te krijgen op wat de burger belemmert in _ variëteit aan instellingen met gespecialiseerde Leidraad Participatie de zorginstellingen). Het doel is dat mensen het participeren en om een zo goed mogelijk professionals, met eigen tradities en daarmee Het merendeel van de uitgangspunten van een zo regulier mogelijk bestaan hebben, participatieaanbod te kunnen doen. Soms verbonden visies op de gewenste aanpak, met het Koersbesluit Re-integratie is ook van met reguliere ondersteuning in de wijk. moeten eerst schulden worden aangepakt een eigen wettelijk geborgd instrumentarium, toepassing op participatie. Daarnaast staan we Dat betekent dat tussen de specialistische, of gezondheidsproblemen worden opgelost ict systemen etc. Op dat niveau moeten nog op het gebied van Participatie voor specifieke centraal stedelijke partijen en de reguliere voordat iemand weer actief kan worden. In heel wat meters worden gemaakt om iedereen dilemma's en uitdagingen waar aanvullende partijen in de wijk goed geschakeld moet dat kader wordt ook nauw samengewerkt met op de gewenste manier te laten schakelen om richtinggevende kaders van het bestuur voor worden over de ondersteuning van de klant. andere partijen binnen de gemeente en in het belang van individuele Amsterdammers te nodig zijn. Die worden momenteel opgesteld in Met name Activering is een belangrijke speler de stad. De Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) is kunnen dienen. de vorm van een Leidraad Participatie en begin _ in de preventieve pijler van het koersbesluit daarbij het ondersteunende instrument. 201/ ter besluitvorming aan de gemeenteraad (voorkomen dat mensen instromen in de Het beschermen van de privacy van de Basisvoorzieningen in de Stadsdelen voorgelegd. Het moet helpen om de maatschappelijke opvang en beschermd individuele burger versus het bieden van Het participatie-aanbod dat wordt ontwikkeld handelingsverlegenheid van medewerkers op wonen). Participatie is immers een belangrijke brede, integrale ondersteuning kan op vanuit het Programma Meedoen Werkt is essentiële momenten weg te nemen. preventieve functie voor escalatie van gespannen voet met elkaar staan. een aanvulling op de basisvoorzieningen in ee Problematiek. De Participatiewet lijkt voldoende juridische de stadsdelen. De basisvoorzieningen staan Motie Caseload basis te bieden voor de werkwijze van financieel onder druk. Veranderingen in het Bij de behandeling van het Koersbesluit Re- WMO-Aansluiten Activering bij Wijkzorg Meedoen Werkt. De Commissie Persoons- basisaanbod heeft direct consequenties voor integratie is door de Gemeenteraad een Per 1 januari 2017 sluiten de klantmanagers gegevens Amsterdam onderzoekt momenteel het kunnen matchen van Amsterdammers op motie aangenomen om te onderzoeken op (participatiecoaches) vanuit Participatie en de privacy-dilemma's in het sociaal een participatieplek of +raject, en daarmee op welke manier de caseload van klantmanagers bijzondere doelgroepen stapsgewijs aan bij domein. De uitkomst daarvan zou kunnen de doelstellingen van Meedoen Werkt. kan worden teruggedrongen en om op de Wijkzorgnetwerken. Deze functionarissen leiden tot een verdere verbetering van de basis van het onderzoek met concrete hebben dan een positie in de toegang tot het gegevensverwerking in het sociaal domein en oplossingen te komen, bijvoorbeeld in de brede aanbod van WMO voorzieningen dat binnen het programma Meedoen Werkt. 1.5 Overige ontwikkelingen vorm van een pilot. Binnen Meedoen Werkt is gericht op versterking van zelfredzaamheid wordt geëxperimenteerd met verschillende en maatschappelijke participatie: ambulante De raakvlakken met zorg en met Naast bovengenoemde aandachtspunten, nieuwe werkvormen die zowel gericht zijn ondersteuning, dagbesteding, hulp bij re-integratie spelen er nog veel andere zaken in het sociaal op het ontlasten van de caseload van de het huishouden en maatschappelijke Het college wil een vloeiend continuüm op domein van de gemeente Amsterdam die klantmanager als op het verbeteren van de dienstverlening. Dit biedt kansen voor de het gebied van participatie. Dat betekent direct of indirect invloed hebben op het ondersteuning van de klant. Een voorbeeld klantmanagers Activering om voor klanten ontkokering, goede aansluitingen, soepele Programma en de betrokken lijnorganisaties. is het project Welzijn aan Kop, waar niet de voor wie dat nodig is, een meer brede, overdrachten en makkelijke doorstroom van We schetsen hieronder de belangrijkste klantmanager maar de medewerker van de integrale ondersteuning te bieden. mensen in de hele keten van zorg naar werk. ontwikkelingen en het raakvlak met het welzijnsorganisatie verantwoordelijk is voor Daar zijn we nog niet. Ook al blijkt iedereen Programma Meedoen Werkt. de activering van de klant. Op basis van Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —() Volwasseneneducatie Beschut Werk Resumerend: naar een nieuwe inrich- 1./ Leeswijzer De Afdeling Educatie & Inburgering wordt Met de komst van de Participatiewet per Î ting van de dienstverlening afgebouwd en onderdelen worden elders januari 2015 is de Wsw afgesloten voor nieuwe De uitgangspunten van het college op Dit werkplan geeft een terugblik op wat tot binnen de gemeente gepositioneerd. Taken instroom. Gemeenten hebben de opdracht het gebied van Participatie krijgen vorm. nu toe is gedaan en beschrijft de voortzetting op het gebied van volwasseneneducatie gekregen zelf beschut werk als voorziening Daarnaast gebeurt er veel in het sociaal van het Programma in 2017. In de volgende voor uitkeringsgerechtigde Amsterdammers te regelen voor een deel van de voormalige domein op het gebied van participatie. paragrafen worden per actielijn de interventies komen naar de Afdeling Activering. Het doel doelgroep van de sociale werkvoorziening. De Samen met de lessen die we leren in het beschreven, de huidige stand van zaken (per 1 van Volwasseneneducatie, zoals vastgelegd gemeente Amsterdam heeft aanbieders van kader van Meedoen Werkt zal dat leiden tot september 2016) en de inzet voor 2017. in het Programma Taal om te Leren, is dat arbeidsmatige dagbesteding/sociale firma's een nieuwe inrichting van de dienstverlening iedere deelnemer minimaal een taalniveau gevraagd om ‘werkgever-beschut’ te worden, aan Amsterdammers met een grote afstand behaalt waarbij de capaciteiten maximaal bijvoorbeeld van Amsterdammers die nu bij tot de arbeidsmarkt. De hoofdlijn daarvoor "Ik wilde altijd al graag iets met dieren doen. worden benut en de persoonlijke ambities hen in arbeidsmatige dagbesteding zitten. Die wordt opgetekend in de Leidraad Participatie. Miin klant ; t mii d f Oe ijn klantmanager is met mij meegegaan naar de gerealiseerd kunnen worden. Dit betekent kunnen dan de stap naar ‘werknemer’ maken. De uitvoering wordt in het najaar van 2016 . a . dat het ondersteuningsaanbod van de Naast loonwaardesubsidie ter compensatie op kleine schaal beproefd. De bevindingen kinderboerderij. Daar help ik nu twee keer per week klantmanagers Activering en Meedoen Werkt van de verminderde productiviteit worden vastgelegd in een implementatieplan om de dieren te verzorgen “_ (Sharon, 39 jaar) wordt verbreed met ondersteuning naar ontvangt de werkgever een vergoeding voor de nieuwe inrichting van de taalontwikkeling. voor werkplekaanpassing, begeleiding en dienstverlening. Dat is een proces dat niet van dergelijke. Het aanbieden van een beschutte vandaag op morgen zal zijn afgerond maar Statushouders werkplek wordt vooraf gegaan door een een meerjarige investering vraagt. Voor de statushouders die vanaf 2016 in adviesaanvraag bij UWV om vast te stellen of Amsterdam verblijven gaat de gemeente extra iemand tot de doelgroep beschut behoort. inzetten op begeleiding naar participatie en 1.6 Hoe borgen we de taal. In deze groep zit veel talent/kwaliteit, Werkbrigade resultaten maar ook een verborgen zorgbehoefte. Die In het najaar van 2016 is de gemeente taak ligt bij de klantmanagers van Activering. Amsterdam van start gegaan met een impuls De werkzame bestanddelen van het Noor de openbare ruimte. Met de inzet programma Meedoen Werkt worden vanuit Amsterdams offensief eenzaamheid van de Werkbrigade wil het stadsbestuur de programmaorganisatie overgedragen aan Vanuit Meedoen Werkt kunnen we mensen met een grotere afstand tot de de lijnorganisatie. Een deel van de nieuwe bijdragen leveren aan de het onlangs arbeidsmarkt gedurende twee jaar inzetten inzichten is werkende weg ingebed in het door het college gestarte offensief tegen bij het opknappen en schoonhouden van reguliere werk, zoals bijvoorbeeld de nieuwe eenzaamheid. Door een groter bereik en het de stad. Mensen die worden ingezet bij de gespreksvoering en de aangepaste, meer verbeteren van het klantbeeld zijn we in staat Werkbrigade zijn in principe twee jaar aan klantvriendelijke brief. eenzaamheid en isolement te signaleren het werk. Ze kunnen hun CV opplussen met Andere vernieuwing, zoals de differentiatie en klanten toe te leiden naar activiteiten en werkervaring, vaardigheden en kennis, terwijl in intensieve en extensieve dienstverlening, vrijwilligersorganisaties. ze de stad opknappen. In het hernieuwde vereist een nieuwe taakverdeling binnen coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen teams en een doorontwikkeling van de Armoedebestrijding en Schuldhuloverle- om gedurende 2 jaar in totaal 500 mensen Afdeling Activering. Daar wordt dit najaar mee ning in de Activeringsteams met een afstand tot de arbeidsmarkt werk geëxperimenteerd ten behoeve van een op Onder de Amsterdammers met een grote te bieden tegen een volwaardig loon. te stellen implementatieplan bij de Leidraad afstand tot de arbeidsmarkt doet armoede- en _ Ook bij Meedoen Werkt wordt gekeken of Participatie (zie hierboven). schuldenproblematiek zich vaker voor dan er mensen kunnen worden toegeleid naar Het borgen van de experimenten gebeurt gemiddeld. De gemeente biedt hulp aan de Werkbrigade. afhankelijk van de resultaten van de effect- mensen met inkomensproblemen. Die worden onderzoeken die worden uitgevoerd. niet altijd (volledig) gebruikt; omdat men de weg niet weet te vinden of zich schaamt voor de inkomensproblemen. De klantmanager heeft een belangrijke taak om problemen te signaleren, bespreekbaar te maken en ondersteunend aanbod in gang te zetten. (@)— Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(») ) Ä ti | ee 1 B ° k gesprek in de wijk, bij de klant in de buurt van Werk en Re-integratie (W&R) naar een . C l e IJ n e re l e n Va n in plaats van op kantoor. Primaire inzet activeringsplek (in de wijk) en pas als dat goed van het gesprek is te horen hoe het gaat loopt wordt overgedragen aan Activering. Dit mM e e r Am ste r da mM mM e rs e n en te informeren of de gemeente nog betekent dat de ze Amsterdammer met een e ondersteuning kan bieden. klantmanager die zijn situatie al kent, de stap h u n vraa l n bee | d b re n e n Resultaat is een hoge opkomst. In de pilot in naar activering kan zetten. stadsdeel Zuid zijn van de 251 geselecteerde ee klanten, 200 mensen daadwerkelijk Wat hebben we in 2016 gedaan Bereik 2016 2016 2017 Begroting gesproken, waarvan 180 in een Huis in de In 2016 worden er tussen de 1.400 en 1.700 beoogd Stand 1-9 207 Wijk en 20 mensen zijn op hun verzoek mensen benaderd door de klantmanager van thuis opgezocht. Klanten geven aan deze W&R om hen te begeleiden naar een activiteit Interventies ; . . … . EEE EEE benadering als zeer prettig (en onverwacht van _ in de wijk. Het gaat om mensen die anders 2.1 Nieuwe benadering van Amsterdammers 2.500 1.546 2.500 € 400.000 . 8 . . , LI de gemeente…) te ervaren. Ook zien we dat zouden zijn terug gemeld naar de afdeling in de bijstand - Vitamine A , , . ermm vmma het voeren van gesprekken ‘op locatie’ een Activering en om mensen die al waren terug 2.2 Stap naar werk via re-integratietraject niet 1.000” 1.100 1.200 € 195.000 . 0 vloeiende overdracht aan de daar eveneens gemeld maar nog geen aanbod hadden gelukt, dan naar passende particpatieplek „ 23 Nieuw: Weeateam WERIACHVERS edes werkzame partners van de Wijkzorgnetwerken gekregen van de klantrmanager Activering. „> Meuw: Weeg'eam cuvering . e ers makkelijker maakt. Van de 200 gesproken De verwachting was om 2./00 mensen te gefinancierd** … . en EE mensen zijn er 94 begeleid naar een activiteit. benaderen maar een groot deel van de 2.4 W&R Begeleiden van mensen met 120-150 127 120-150 € 65.000 D . . … So Dn e overige mensen waren al op de een of klanten die waren terug gemeld bij Activering indicatie . . . 5 So: banenafspraak andere manier actief of al in beeld bij een was inmiddels door een klantmanager van 25 Verkenning samenwerking met UVW voor 7 7 7 € 65.000 zorg- of welzijnsinstelling. Activering in begeleiding genomen. Medio herbeoordeling Wajongers . september zijn 1.100 mensen gesproken. DENN Wat gaan we in 2017 doen Daarvan zijn er 300 mensen zelf actief op een ZS Foeusexperimenten In 2017 d Vitamine A icipatieplek en zijn er 300 d Ontdubbelen intern: een regisseur 500 36 500 elders n 2017 gaan we door met Vitamine A. participatieplek en zijn er mensen door gefinancierd We willen in 2017 weer 2500 mensen op de klantmanager W&R begeleid naar een “Ontdubbelen extern: welzijn aan kop 250 250 250 €112500 deze manier spreken en zo nodig van een passende participatieplek. Circa 500 mensen EEE EEE EEE EGA AAN ondersteuningsaanbod voorzien. hebben geen behoefte aan ondersteuning en Leren en participeren in de community 15 1 15 € 90.000 , 8 , N ; , , EEE Uit deze werkwijze komt een aantal cruciale zijn stabiel op de verschillende leefgebieden. “TOTAAL € 927.500. werkprincipes naar voren die mn 2017 . TZ geleidelijk binnen de reguliere dienstverlening Wat gaan we in 2017 doen “Aanvankelijk werd uitgegaan van 2.700 mensen die nog geen aanbod voor participatie hadden gehad. Dat aantal is van de gemeente/Activering dienen te worden Op basis van de ervaring tot nu toe nu zullen bijgesteld omdat een groot deel had inmiddels een aanbod had gekregen. opgenomen. Dit wordt opgenomen in de er in 2017 circa 1.200 mensen vanuit W&R een “Uitvoering vindt plaats binnen de Begroting van de Afdelingen Activering en W&R Leidraad Participatie. ondersteuningsaanbod krijgen bij het vinden van een passende participatieplek. Dat is een We willen meer Amsterdammers met een benaderen en te bereiken, is in mei 2016 een lager aantal dan in 2016 omdat we verwachten grote afstand tot de arbeidsmarkt bereiken speciaal tear gestart waar klantmanagers 2.2 Stap naar werk via re-inte- minder terugmeldingen te hoeven doen. Dat en een goed beeld krijgen van hun situatie uit de 7 reguliere activeringsteams van WPI gratietraject niet gelukt, dan heeft meerdere redenen. In de eerste plaats en behoeften op het gebied van participatie. in zijn afgevaardigd. Zij zijn ‘het Be team’ en naar andere passende plek is er voortschrijdend inzicht. De medewerkers Het gaat om mensen die niet op nauwelijks zij zijn de kwartiermakers die experimenteren van de afdeling Intake en Activering hebben participeren. We gaan met hen in gesprek, met een werkwijze met de naam Vitamine een beter klantbeeld en melden alleen de horen hoe het met ze gaat en bespreken Aandacht). Het gaat om Amsterdammers met Voor een deel van de Amsterdammers die kansrijke mensen voor re-integratie aan. In samen wat op dit moment een goede stap is een bijstandsuitkering die al lang niet door de worden begeleid door de afdeling Werk en Re- de tweede plaats worden de instroomeisen om (weer) mee te doen in de stad of richting gemeente zijn gesproken. integratie blijkt een re-integratietrajecttoch te voor re-integratie aangepast en groeien de werk. Hieronder beschrijven we de interventies Warme aandacht voor de mens en een hoog gegrepen. Een ander deel komt na inzet _ uitstroommogelijkheden voor mensen met die het afgelopen jaar in gang zijn gezet, de pro-actieve houding van de klantmanager van het re-integratieinstrumentarium toch niet een beperking. We verwachten daardoor dat voorlopige bevindingen en hoe we in 2017 kenmerken de nieuwe werkwijze. De aan het werk. Voorheen werden klanten dan er meer mensen kunnen worden gematcht op verder gaan. benadering bestaat als eerste uit een ‘terug‘gemeld naar Activering waar de klant de arbeidsmarkt. telefonische contact om uit te leggen dat we door een nieuwe klantmanager werd begeleid _ W&R zal het doorgeleiden van deze de klant graag weer eens willen spreken, het naar een passende vervolgstap. Nieuw is dat deelnemers naar activering in de wijk vast 2.1 Nieuwe benadering van versturen van een aangepaste, “vriendelijke” de klant wordt begeleid door de klantmanager onderdeel laten worden van het W&R-aanbod. Amsterdammers in de bijstand uitnodigingsbrief®, en het voeren van een Daarmee laten we dit deel van actielijn 1 indalen in de reguliere organisatie. Wat hebben we in 2016 gedaan 5 De resultaten van de pilot zijn als bijlage in dit werkplan Om meer mensen op een andere manier te 4 De nieuwe brief is als bijlage in dit werkplan opgenomen opgenomen Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(s) u c c en u 8 8 De aandacht die ik krijg van de klantmanager Het aanleren van vaardigheden staat in 8 c en c Hi c c H inspireert mij om iets voor een ander te gaan doen dit traject centraal. Liliën: “Akosua, een dame van Tijdens het gesprek vertelt ze dat zij terug te doen voor de gemeenschap. Een van de programma's in Oost en Alinus Kool, klantmanager je denken aan schulden, beperkt Ghanese afkomst die al jaren door kanker een borst is kwijtgeraakt Zij weet nu nog niet wat bij haar stadsdeel Oost richt zich op de Activering. of eenzijdig netwerk, onvoldoende medische en psychische klachten en hulp heeft in de huishouding van past, maar zij zou wel als vrijwilliger oriëntatie van deelnemers op zicht op mogelijkheden in de wijk, heeft, meldt zich voor een gesprek de kerkgemeenschap. Zij woont aan de slag willen. Ik wijs haar op participatiemogelijkheden in de Demet: “Doel van het project is om time management, en dergelijke. Het met mij. Tijdens het wachten hoort samen met haar 12-jarig zoontje. Haar de activiteiten in het buurthuis. Ze is wijk. De deelnemers zijn bewoners de zelfredzaamheid van bewoners te aanleren van vaardigheden staat in dit ze dat er een dubbele afspraak is zus helpt haar ook met de opvoeding daar gaan kijken en ze heeft zich daar uit Indische buurt met een vergroten, gericht op activering en traject centraal”. gemaakt op het tijdstip waarop ze een van haar kind. Ik geef haar aan wat aangemeld voor de activiteit “gezond participatiewet uitkering en grote (duurzame) participatie. We besteden Het bijzondere aan dit project is gesprek heeft. Ze raakt geïrriteerd de reden van het gesprek is en stel koken in het buurthuis” afstand tot de arbeidsmarkt. De veel aandacht aan de groeikansen van dat deelnemers zich door elkaar omdat ze vroeg uit haar bed moest haar op haar gemak. Door de open groep staat gedurende het gehele de deelnemers. Daarnaast werken we _en door andere vrijwilligers in de voor deze afspraak en nu nog langer toon van het gesprek, de locatie Akosua: “Ik vond het echt een heel traject onder leiding van een duo, gezamenlijk aan het oplossen van de wijk laten inspireren, uiteraard moet wachten. In de hal ben ik en de vrijblijvendheid, voelt ze zich prettig gesprek. Ik heb het gevoel dat bestaande uit Demet Akpinar, belemmeringen die deze groei in de onder begeleiding van zeer ervaren naast haar gaan zitten en heb haar steeds meer op haar gemak en vertelt _ ik eindelijk als mens wordt gezien. Ik participatiemedewerker van Post weg staan.” Alinus: “Daarbij moet trajectcoaches. voorgesteld om een andere dag ook uitgebreid over de Bijbelstudie word een beetje emotioneel van de langs te komen of even te wachten. die zij thuis volgt. Ze geeft aan dat aandacht die ik nu krijg. Dit inspireert Mevrouw gaf aan dat zij medicatie slikt _ zij het prettig vindt, dat zij eindelijk mij nog meer om ook iets voor een en toch al uit haar ritme is en nuliever ook persoonlijke aandacht krijgt. Ze ander te doen.” | _ ë blijft wachten. zegt dat het nu tijd wordt om ook iets nn = 1 II Extra aandacht werkt! N : Carl: “Je kunt mensen wèl over de of wanneer je inlevingsvermogen fysiek dichter bij iemand staat heeft ' streep trekken om te participeren als toont. Er ontstaat een band met de een positieve uitwerking op de klant”. nr i, In je bijvoorbeeld ook aanwezig bent bij klant. Extra aandacht, het gevoel p \ | 7 L een bijeenkomst voor vrijwilligerswerk geven dat je ook betrokken bent en | ze zl î hl \ Î 8 Û Ah FE Z kaj VES E u c vof} _ o 8 Het leuke van werken in de wijk is dat je de mensen ep JR | HI Om leert kennen bi Ivar: “Je kunt mensen ontvangen je meer te weten over wat er zoal was, maar het gaat pas echt leven en 7 E id in hun eigen buurt. Ik heb het is. Hier tegenover zit bijvoorbeeld werken als je kennis gaat maken met hl 1 \ gevoel dat de klanten het zelf ook de buurtwerkkamer coöperatie. Als de mensen daar.” gees As > je als prettig ervaren. Daarnaast kom klantmanager wist ik wel dat hij er Î se “Later heb ik een nieuwe coach gekregen, hij is jonger dan ik, hij is fantastisch. We zijn iets dieper op de problemen ingegaan: hoe ben ik in deze situatie beland en zo lang al. Ik heb hoge opleiding. Van de gesprekken heb ik heel veel energie gekregen.” (Lilian, 47 jaar) Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —() 2.3 Nieuw: Weegteam W&R/ 2.5 Verkenning samenwerking 2.6 Focus-experimenten actielijn 1 _ Sooz heeft 20 mensen opgeleid tot participatie- Activering met UWV voor herbeoorde- coach. Van de 266 zijn er 86 gekoppeld aan ling Wajongers Ontdubbelen intern: één regisseur een participatiecoach. In dit experiment Voor Amsterdammers die zelfredzaam zijn Het Focusexperiment ontdubbelen, is gebaseerd _ spelen er twee dilemma's. De eerste is de en volop participeren, willen we de stap Wat hebben we in 2016 gedaan op de gedachte dat de regie over de activering _ telefonische bereikbaarheid van mensen. naar re-integratie soepeler maken. Mensen Op 21 juni heeft een eerste verkenning van een Amsterdammer, niet noodzakelijkerwijs Dit probeert men te ondervangen door moeten nu bij de start 4 dagdelen aan een van de samenwerking met UWV over bij de klantmanager hoeft te liggen, maar wellicht nieuwe benaderwijzen met bijvoorbeeld een re-integratietraject kunnen deelnemen. Voor de ondersteuning activering voor de beter vervuld kan worden door een ketenpartner _ persoonlijke ansichtkaart en huisbezoeken. In velen is die stap te groot. Men is onzeker Amsterdammers die UWV begeleidt waar de klant actief is. Dé uitdaging, en onzekere de tweede plaats wordt gesignaleerd dat de of ze het wel kunnen of vinden het lastig te plaatsgevonden. Er zijn de volgende afspraken factor bij het “ontdubbelen”, is het bereiken ZRM meer scholing en begeleiding van de combineren met bijvoorbeeld mantelzorg of gemaakt: van een nieuwe vorm van samenwerking met participatiecoaches vraagt dan aanvankelijk het vrijwilligerswerk waar ze vertrouwd mee zijn. 1. voor Wajongeren die op basis van de externe participatiepartners. gedacht werd. De coaches ontvangen een extra Om makkelijker te schakelen tussen activering herbeoordeling UWV duurzaam geen arbeid gespreksvaardighedentraining om op een goede en re-integratie gaan we experimenteren met kunnen verrichten maar geen daginvulling 2016: Met “Ontdubbelen” wordt manier met de ZRM aan de slag te kunnen. een hybride dienstverlening. We starten het hebben zullen we de verbinding maken met geëxperimenteerd in de gebieden Noord weegteam waarin klantmanagers W&R en de adviseurs participatie van de gemeente. Oost (stadsdeel Noord), IJburg (Stadsdeel 2017: Wanneer de aanpak succesvol is dan Activering samen met een klant de wensen, Het gaat dan vooral om Wajongeren met Oost) en Slotervaart (stadsdeel Nieuw- kunnen 250 extra klanten worden bereikt en kansen en mogelijkheden van de klant zware fysieke beperkingen, Wajongeren in West). Klantmanagers spreken mensen mogelijk geactiveerd. bespreken. Daar passen we ook het aanbod het autismespectrum en GGZ-zorgmijders. uit deze gebieden conform de Vitamine op aan: we bieden re-integratietrajecten De omvang van deze groep is beperkt. De A-benadering. Indien de klant al elders Leren en participeren in de community van 1,2 of 3 dagdelen in combinatie met gemeente zal daarbij onderzoeken of er actief is/participeert, wordt de ketenpartner 2016: Er zijn 1/ mensen in beeld om te of in het verlengde van bijvoorbeeld het binnen het huidige activeringsaanbod voor verzocht de ‘hoofdbegeleider! van de klant te participeren in hun buurtcommunity. Daarvan vrijwilligerswerk dat iemand al doet. De deze Wajongeren het juiste instrumentarium zijn en kan de klantmanager als “backoffice” zijner 11 concreet gestart. Het blijkt een overstap is daardoor vertrouwder en minder aanwezig is. In november zal het UWV gaan fungeren. In 2016 brengen we voor 600 uitdaging om snel voldoende deelnemers te ingrijpend. een kleine groep Wajongeren wijkgericht mensen in kaart of de hoofdbegeleiding elders _ vinden die via het WPI worden aangemeld. benaderen om die te attenderen op het kan liggen. De teller staat per september op Mensen die door de gemeente (WPI) zijn gemeentelijk aanbod. De gemeente staat 364. In 16 gevallen is het klantmanagement doorverwezen, verschijnen vaak niet. We 24 Begeleiding van kandidaten klaar met een adviseur die thuis is in het daadwerkelijk overgeheveld. onderzoeken de reden daarvan. De huidige met een indicatie banenaf- gemeentelijk aanbod om samen met de 1/ potentiele deelnemers komen gedeeltelijk spraak Amsterdammer en zijn of haar netwerk 2017: We voeren met 600 mensen gesprekken _ uit het eigen netwerk in de buurt en deels te verkennen of er voorzieningen zijn om eventuele dubbelingen in beeld te krijgen. door verwijzing van GGZ-instellingen. Het W&R benadert iedereen die een indicatie op het gebied van Activering, WMO en gaat daarbij om mensen met langdurige banenafspraak krijgt van het UWV actief Armoedebeleid waar gebruik van kan Ontdubbelen extern: welzijn aan kop psychiatrische beperkingen en/of een licht om een aanbod op ondersteuning te doen. worden gemaakt. In dit experiment onderzoeken we of het verstandelijke beperking die door hun Afhankelijk van de mogelijkheden is dat 2. het UWV onderneemt in 2016 en 2017 begeleiden van mensen naar participatie beter beperking geïsoleerd leven en die geen begeleiding naar werk, activering of een activeringsactiviteiten ten behoeve van door een welzijnspartij dan door de gemeente of nauwelijks contacten hebben buiten de andere vorm van participatie. WIA-klanten. Deze activiteiten lopen kan worden gedaan. Welzijnsinstelling gaan professionele zorg. parallel met de activeringsactiviteiten van mensen actief benaderen zonder tussenkomst Wat hebben we in 2016 gedaan de gemeente. We kunnen leren van elkaars van de klantmanager. Onderdeel van het 2017: het experiment loopt door tot In 2016 heeft UWV tot nu toe 170 aanpak en bevindingen. Afspraak is om experiment is ook dat enkele deelnemers wordt november 2017. Doel is dat 15 deelnemers Amsterdammers gemeld bij W&R die een elkaar te informeren over aanpak en kennis getraind als participatiecoach om anderen te een netwerk van mensen om zich heen aanvraag indicatie banenafspraak hebben van de activeringsmogelijkheden . In het begeleiden. De coaches zijn zelf mensen met hebben opgebouwd dat hen steunt bij gedaan. Daarvan hebben 127 Amsterdammers algemeen geldt dat de gemeente het een uitkering. Gebruik wordt gemaakt van de problemen en vragen en bij het realiseren daadwerkelijk de indicatie banenafspraak activeringsaanbod ruim openstelt en dat peer to peer methodiek. van persoonlijke ambities. Er wordt met de gekregen. En 89 Amsterdammers zijn al in Amsterdammers met een (gedeeltelijke) deelnemers gewerkt aan duurzame contacten begeleiding bij de gemeente. W&R biedt waar UW-inkomen daar ook voor in aanmerking 2016: Er zijn 266 mensen van activeringsteam met bewoners in de locale community. De nodig ondersteuning aan. komen. Van de 1.175 Amsterdammers die dat Zuid overgedragen naar welzijnsorganisatie contacten die mensen in dit netwerk opdoen, betreft zijn er in 2016 172 bereikt en actief. Sooz. Zij worden daar begeleid naar activering moet hen helpen uit hun isolement komen. Wat gaan we in 2017 doen zonder tussenkomst van een klantmanager. W&R zal deze dienstverlening de komende Wat gaan we in 2017 doen Ervaringen tot nu toe met deze aanpak zijn Ik wil graag mensen helpen als coach. Ik weet wat het is jaren blijvend aanbieden, het gaat hierbij om Doel is om op basis van de uitkomsten van het positief. De deelnemende klanten ervaren de : : … . … 120 . Rane om jarenlang in de bijstand te zitten. Ik heb mij aange- tot 150 klanten per jaar. MKBA-onderzoek en het evaluatieonderzoek gelijkwaardigheid tussen klant en coach als . van de focusexperimenten verdere positief. Het geeft ontspanning en openheid in meld voor de opleiding tot participatiecoach en dat geeft samenwerkingsmogelijkheden te verkennen. de gesprekken. me veel energie! “ (Heleen, 51 jaar) Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam . “Ruimte voor creativiteit” Een menselijk gesprek Carl: “Een mevrouw van 65 jaar was Financiële problemen staan Belastingdienst. Ik heb toen contact ‘Wat een lastige situatie zeg, ik mogelijk? Is meneer bereid om buiten _ ‘Hoe heeft u het gesprek ervaren tot 1 september 2016 ontheven van participatie in de weg gezocht met de Belastingdienst probeer met u mee te denken’, sprak Amsterdam te wonen? En dat alles meneer?’ vroeg ik de klant nadat de sollicitatieplicht. In het kader van Carl:” En dan nog een mevrouw die en wonder boven wonder kon de klantmanager tegen zijn klant. Een met het gevoel van de klant centraal. klantmanager de ruimte had verlaten. Vitamine A is zij toch uitgenodigd. Zij ontheven was van sollicitatieplicht. de regeling worden herstart. Zo lastige situatie is het zeker: Meneer Zo vraagt de klantmanager: ‘kunt u Hij keek me aan en zei: ‘Dit is het was blij met de afspraak. Ze leefde Mevrouw had financiële problemen kon een beslag op haar uitkering woont in het huis van zijn moeder, aangeven wat het met u doet?’ en ‘ik beste gesprek dat ik ooit gehad op en heeft aangegeven al langere vanwege zeer hoge termijnaflossingen worden voorkomen. Ik heb haar maar die is dit jaar overleden. Vanaf 16 kan mij voorstellen dat het veel met heb’. Wat maakte dit het beste tijd vrijwilligerswerk te willen doen als die ze had afgesproken met meteen doorverwezen naar de november staat hij op straat. Daarbij u doet’. Dan misschien toch buiten gesprek ooit?” ‘Het gesprek was gastvrouw bij een bejaardenhuis. In schuldeisers. Doordat we haar al enige _schuldhulpverlener”. heeft hij slaapapneu en pinnen in Amsterdam een woning zoeken? heel persoonlijk. De klantmanager team 8 heb ik meer ruimte om creatief _ tijd niet hadden gesproken wisten we zijn rug. Wat zijn de mogelijkheden Meneer dacht dat hij gebonden zat had echt interesse in mij. Ook al te zijn, dus heb ik een bezoekje dat niet en eerder heeft ze dit ook Nancy: “lk was heel erg opgelucht voor deze meneer? Zijn er überhaupt aan Amsterdam door zijn uitkering, heeft de klantmanager niet direct gebracht aan het Sarphati huis en daar niet ter sprake durven brengen. Toen dat de betalingsregeling kon worden mogelijkheden die geboden kunnen maar de klantmanager vertelt hem een oplossing, hij heeft wel met mij de contactpersoon voor vrijwilligers ik haar sprak vertelde ze me over herstart. Er viel een grote last van mijn worden vanuit de Gemeente dat hij in heel Nederland recht heeft meegedacht. Dat voelt heel erg gesproken. Zij gaat nu contact haar financiële problemen. Omdat schouders. Ik sta open voor verdere Amsterdam? op een uitkering. ‘Dat geeft wat goed.’ Meneer noemt het gesprek opnemen met mevrouw.” ze niet binnen 5 dagen kon betalen, regelingen en wil graag weer iets lucht’, geeft de klantmanager aan’. menselijk. Veel menselijker dan hoe kwam ze niet meer in aanmerking gaan ondernemen in de buurt.” De klantmanager was hier niet zo ‘Ik ben blij dat u bereid bent om te hij voorheen behandeld is. ‘Bedankt voor een betalingsregeling van de zeker van en sprak: ‘Ik kan helaas kijken naar andere woonplaatsen’. meneer voor uw tijd en heel veel niks voor u betekenen’. De klant Klantmanager en klant bespreken sterkte’. knikte bevestigend. Dat dacht hij al. nog de wensen van meneer voor Toch blijven klantmanager en klant in de toekomst. ‘Als uw situatie Eva Groot, stagiaire team 8 aanwezig sparren over mogelijke oplossingen. gestabiliseerd is, dan kunnen we bij een klantgesprek. Welke sociale contacten heeft opzoek gaan naar (vrijwilligers)werk.' meneer? Is een urgentieverklaring ‘Heel graag’, zegt de klant. Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 —() 3 Ä hd | ee 2 R | hd 3.2 Wijkzorg, dagbesteding en mogelijkheden in de wijk, het aanbod van . ct I e IJ n ed ise re n Va n ambulante ondersteuning in informele partijen en weten zij beter waar en hoe zij formele of informele (ondersteuning meer plekken, zodat meer het kader van de Wmo bij) participatie kunnen regelen. Zover is e © ‚ het nu nog niet. We gaan daar in 201/ mee mensen kunnen pa rtici peren Wat hebben we in 2016 gedaan experimenteren om ervaring op te doen Er is €4 miljoen besteed aan ambulante hoe we dit stapsgewijs het beste structureel ee ondersteuning en dagbesteding in het kader kunnen beleggen in de lijn. Plekken en trajecten 2016 2016 2017 Begroting van de WMO. beoogd Stand 2017 1-9 € Wat gaan we in 2017 doen 3.3 Empowerment en PE Nen Ook in 201/ zal de gemeente in het kader van participatie-diagnose : barticivatieserviceounten uurt : : : Zo Meedoen Werkt € 3,5 miljoen beschikbaar bij Pantar __ EN stellen aan Wmo voorzieningen Ambulante 3.2 Wijkzorg, dagbesteding en ambulante nvt nvt nvt elders ondersteuning en dagbesteding. Sommige mensen zijn ondanks een ondersteuning WMO gefinancierd” Er verandert echter ook het een en ander. In grote afstand tot de arbeidsmarkt enorm 3.5 Pantar - Empowerment en diagnosetrajecten 50 38 100 € 250.000 2017 sluiten medewerkers van de afdeling gemotiveerd om aan het werk te gaan. s41PS 150 87 50 € 375.000 Activering immers stapsgewijs aan bij de Door middel van diagnosetrajecten bij Pantar 3.5 WMO Doorstroomtrajecten 100 169 _ uitloop € 100.000 Wijkzorgnetwerken. Zij kunnen dan formeel proberen we een realistisch beeld te krijgen 5,6 Focusexperimenten toeleiden naar Wro- voorzieningen gericht van de kansen van betrokkene, het vergroten Makersnetwerk, bewondernemers 20 u 40 € 210.000 op het versterken van zelfredzaamheid en van eigenwaarde en van zelfredzaamheid. Move your world 44 u 48 € 110.000 maatschappelijke participatie. Daarnaast biedt Op vrijwillige basis ontwikkelen deelnemers Upeycle 10 7 60 € 80.000 het wijkzorgnetwerk onder meer: hun werknemersvaardigheden binnen Van mantelzorg naar mantelwerk 30/3"* | 30 € 95.000 m _Kennisdelen over en toegankelijk maken de veilige werkomgeving van de Pantar- voor professionals van het informele organisatie en oriënteren zij zich op werk. Ook TOTAAL € 3.470.000 en formele aanbod in het gebied, wordt gekeken of iemand tot de doelgroep *Het Programma Zorg, Welzijn en Sport netwerkbijeenkomsten voor alle relevante _ van beschut werkt hoort. Als (beschut) werk **ipv 30 potentiele werkgevers organiseren we 3 netwerkbijeenkomsten om potentiele werkgevers te werven. partijen. geen optie blij kt te zijn, worden mensen m _ Casuïstiekbesprekingen, niet begeleid naar een andere volgende stap. 3.1 Plekken en trajecten en par- in aanvulling op de basisvoorzieningen in de alleen op het niveau van brede ticipatieservicepunten in de stadsdelen. Op basis van de plannen van 2016 netwerkbijeenkomsten maar ook op Wat hebben we in 2016 gedaan stadsdelen (zie ook 4.1.) kan de conclusie getrokken worden dat er direct uitvoerend niveau (triage in geval Het doel voor 2016 is om 50 mensen te laten een flinke efficiencyslag is geboekt aangezien van complexe situaties) deelnemen aan een traject. Er zijn per 1 Om Amsterdammers de gelegenheid de ophoging voor relatief lage extra kosten m Specifieke kennis: alle ten behoeve september 2016 104 mensen aangemeld voor te bieden om te participeren in de stad, mogelijk was. Het ‘vullen’ van de plekken van de uitvoering van de Wmo een empowermenttraject waarvan er 38 zijn creëren we extra plekken. Extra wil zeggen met participanten is onderdeel van Actielijn 3 gecontracteerde partijen zijn gestart met een traject. Dat niet alle 104 mensen dat dit trajecten en plekken zijn bovenop Matchené. verantwoordelijk voor het peil brengen daadwerkelijk zijn gestart heeft meerdere de participatiemogelijkheden die de en houden van vaardigheden en redenen. Een deel van de mensen heeft niet basisvoorzieningen te bieden hebben (met Wat gaan we in 2017 doen kennis van de professionals in de doorgezet vanwege gezondheidsklachten, name de basisvoorzieningen op gebied van Uiterlijk 15 november 2016 leveren de wijkzorgnetwerken. Het betreft hier onder sommigen stapten over naar een ander traject, “participatie en activering” en “ondersteuning _ stadsdelen hun voorstellen aan voor 2017. meer deskundigheid rondom vroeg- en anderen kiezen bij nader inzien liever voor vrijwillige inzet”). De extra plekken en trajecten Gezien de positieve resultaten van 2016 tot signalering van beperkingen, kennis een andere vorm van participatie. Zij krijgen staan open voor alle Amsterdammers voor nu toe gaan we met stadsdelen in gesprek over herkennen van lichte verstandelijke daarbij ondersteuning. wie dit nodig is. Ook mensen die geen om te kijken of de doelstelling binnen het beperkingen, dementie, psychiatrische Om de 104 mensen in beeld te krijgen is bijstandsuitkering hebben en afhankelijk van beschikbare budget van 1.000 naar 1.500 of sociaal psychische problematiek, zeer breed geworven: ruim 650 mensen zijn de persoonlijke wensen en mogelijkheden van _ plekken verhoogd kan worden. Voor 2016 niet aangeboren hersenletsel, maar benaderd in stadsdeel Noord en Nieuw deze Amsterdammers. Voorop staat de wens geldt dat nu de uitvoering goed loopt, er ook deskundigheid rondom het voeren West. Eris ook uitgebreid geëxperimenteerd van de intrinsiek gemotiveerde participant. meer plekken te realiseren lijken voor een van het goede gesprek met de cliënt met verschillende vormen van het bereiken lager bedrag dan aanvankelijk ingeschat. en zijn omgeving, actuele kennis van van mensen. Niet alleen qua bejegening Wat hebben we in 2016 gedaan mogelijkheden in de wijk enzovoorts. en benadering, ook de vormgeving van De doelstelling van 1000 extra plekken in de bijeenkomsten varieerde sterk in schaal, stadsdelen in 2016 is ruimschoots gehaald. Eind _ 6 Wat betreft financiering van de extra plekken en trajecten Door nauw samen te werken met de andere opzet en uitstraling. Naast de trajecten van van dit jaar zullen door de stadsdelen circa 1600 _ volgen we de financieringssysternatiek van de basisvoor- formele en informele wijkzorgpartijen hebben Pantar kregen de benaderde mensen ook extra plekken en trajecten zijn gerealiseerd, zieningen. klantmanagers een completer beeld van de informatie over andere mogelijkheden om E@)— Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(e) actief te worden. Op dit moment evalueren we _ Van de 82 mensen die tot nu toe zijn gestart uitgebreid verwachten de GGZ organisaties 2016: van de beoogde 20 deelnemers nemen het effect. met een traject hebben 25 mensen betaald dat de instroom van Klanten in 201/ meer per september 2016 11 participanten deel aan werk gekregen met contract voor meer dan 12 geleidelijk zal plaatsvinden dan in 2016.Naar een van de twee netwerken. In dit experiment Wat gaan we in 2017 doen uur, zijn er 7 proefplaatsingen, 5 mensen zitten verwachting zullen eind 2017 de eerste IPS wordt in de praktijk onderzocht hoe het Met Pantar is afgesproken dat voor 1 op een werkervaringsplaats en 35 mensen zijn trajecten worden afgesloten. stimuleren van activering via kleinschalige december een evaluatie plaatsvindt van nog in bemiddeling. 4 Mensen zijn uitgevallen. klussen in de buurt zich verhoudt tot de de resultaten. Onder voorbehoud van een wettelijke verplichtingen in het kader van de positieve evaluatie is afgesproken voor 2017 In juni 2016 is in opdracht van het ministerie 3.5 Wmo doorstroomtrajecten Participatiewet. 100 trajecten te realiseren. Een traject duurt van Sociale zaken en Werkgelegenheid een gemiddeld een half jaar. Dat wil zeggen dater rapportage verschenen waarin verschillende Na een moeizame start in 2015 zijn per 2017: 40 nieuwe participanten. gedurende een jaar een continue bezetting is werkwijzen in Nederland, gericht op september 2016 in totaal 169 Amsterdammers van 50 Amsterdammers. arbeidstoeleiding van mensen met grote aangemeld voor een doorstroom traject. Dit Focus experiment: Move your World afstand tot de arbeidsmarkt, werden zijn Amsterdammers die zijn doorgestroomd ‘Move your World’ is een driejarig programma gemonitord. IPS, uitgevoerd door het VIP vanuit reguliere Wmo dagbesteding. Het zijn van sociaal ondernemen op het gebied 34 IPS team in Amsterdam kwam daarbij naar voren ook Amsterdammers die een periode van van beheer en onderhoud. Het experiment als succesvolste project. Cliënten van VIP reguliere dagbesteding achter de rug hebben kent een eerste fase van 12 maanden. De In 2015 is er vanuit Meedoen Werkt gestart Amsterdam hebben een bijna twee keer zo die niet goed bleek aan te sluiten bij hun inzet is naast een aantoonbaar economisch met Individual Placement en Support (IPS). Dit _ grote kans om te starten met betaald werk in mogelijkheden. Waar deze mensen anders rendement ook een maatschappelijk is een innovatief model voor de begeleiding vergelijking met reguliere begeleiding. naar een Wmo-dagbestedingsplek zouden rendement te realiseren. Het gaat hierbij om naar werk van mensen met ernstige psychische gaan, proberen zij een doorstroomtraject. het bieden van plekken voor mensen om stoornissen. De doelgroep bestaat uit mensen _ In mei 2016 is de Taskforce EPA (Ernstig Deze laatste groep is aanzienlijk groter ‘op krachten te komen’ (herstelplek} of het met een ernstige psychische aandoening psychiatrische aandoeningen) Amsterdam dan van tevoren gedacht. Door de bieden van plekken voor mensen met een die zelf aangeven tijdens de behandeling een opgericht. In deze taskforce bundelen de inkoopprocedure Wmo 2018-2020 is het arbeidsbeperking, in de vorm van plaatsen stap te willen zetten om (weer) betaald aan gemeente Amsterdam en Zilveren Kruis mogelijk voor dagbestedingsaanbieders deze waar mensen kunnen participeren. de slag te gaan. Het snel vinden van regulier (tevens opdrachtgevers) met de GGZ, trajecten te verduurzamen in hun reguliere betaald werk, integratie van begeleiding naar huisartsen en cliëntorganisaties hun krachten dagbestedingsprogramma's. Zij zijn daarmee 2016: 11 van de beoogde 44 participanten zijn werk en behandeling en zorg vanuit de GGZ rond de thema's: herstellen van een ernstige niet meer apart gelabeld als “meedoen gestart. Move Your World heeft veel plekken staan hierin voorop. Resultaat van IPS wordt psychiatrische aandoening en participeren werkt-trajecten”. In 2017 financieren we gerealiseerd door samenwerkingsverbanden niet alleen bepaald door duurzaam aan in de samenleving. De Taskforce zal een jaar de uitloop van de trajecten die in 2016 zijn aan te gaan met partijen, zoals bijvoorbeeld het werk maar ook in termen van herstel en actief zijn. Een van haar doelstellingen is 30% gestart. het Calvijncollege in Nieuw West. De stabilisatie. Jobcoaching vindt plaats vanuit meer herstel voor mensen met een EPA. De uitdaging is om mensen te vinden die integrale GGZ-behandelteams. In vrijwel alle inzet van IPS draagt bij aan deze doelstelling. matchen op de plekken. ‘Fact’ (Flexible Assertive CommunityTreatment) Om die reden maken we het mogelijk dat 3.6 Focusexperimenten actielijn 2 en 'VIP' teams (Vroegtijdig Interventieteam ook in 201/ 50 nieuwe Amsterdammers met 2017: in 2017 willen we 48 mensen laten Psychoses) in Amsterdam is de IPS werkwijze EPA en een bijstandsuitkering of NUG kunnen In september 2016 -december 2016 zijn de deelnemen aan Move your World-trajecten. inmiddels geïmplementeerd. starten met IPS. In mei 2017 zal de taskforce onderstaande Focusexperimenten gestart. ra __ ‚ De dienstverlening wordt ook geboden aan gevraagd worden op basis van de resultaten Een groot aantal van deze trajecten lopen ie % El | mensen die een UWV-uitkering ontvangen. van IPS in Amsterdam te adviseren over de door in 2017 onder voorbehoud van een | | | „Jr f: Î Zodat het in Amsterdam niet meer uitmaakt wenselijkheid van structurele inzet van IPS. positieve tussenrapportage. 2016 is vooral | f Í | Ì of je een uitkering van de gemeente of van gericht op het inrichten van de projecten en ON e: het UWV ontvangt om in aanmerking te Vanuit Meedoen Werkt is een de experimentomgeving (randvoorwaarden). Î kunnen komen voor IPS. De zorgverzekeraar Maatschappelijke Kosten Baten Analyse Het aantal deelnemers dat feitelijk al kon e \ Ì pn © | P financiert de eerste fase van IPS. Daarna volgt opgesteld naar IPS in Amsterdam. Uit starten is om die reden in 2016 nog laag. In N Ki in maximaal twee jaar een door de gemeente de voorlopige resultaten blijkt dat de 2017 is ruimte voor nieuwe instroom. iN pd î in. P gefinancierde fase. maatschappelijke baten aanzienlijk hoger | ir, Ì ‚ k ps liggen dan de kosten van IPS. Dat geldt voor Makersnetwerk, bewondernemers KE ME As if Wat hebben we in 2016 gedaan zowel jongeren met EPA (VIP) als volwassenen In twee buurten in Amsterdam (de Pijp en de pe Kh | } 4 In december 2015 zijn 50 mensen gestart op Wildemanbuurt) wordt een Makersnetwerk lei. | ee een [PS-traject. In 2016 zijn er nog 32 mensen Wat gaan we in 2017 doen ingericht. Dit is een netwerk van sh sd ed op een traject gestart. De prognose is dat er We vervolgen de inzet op IPS. Prognose is buurtbewoners en lokale bedrijven voor allerlei Es men ee in 2016 in totaal 8/ mensen op een IPS traject dat erop 31 december 2017 13/ mensen klusjes en bezigheden in de buurt. Ze worden ze \ ke zitten. Het gaat om tweejarige trajecten. Over _ zijn gestart aan een IPS-traject. Omdat in ondersteund door professionele makers uit Di h, de hele periode van 2015 tot en met 201/ zijn het derde en vierde kwartaal van 2016 het het netwerk. h ee. er 13/ op traject. aantal IPS trajectcoaches bij de Factteams is ‚ Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(s) / . Ere à s cr € Î ä De methode gaat uit van het normale. Mensen komen är mel A PE U . . . ee . H ie k hier niet in een patiëntenrol. Ze willen werk. Er me î Î s w ij 1 „ E d | p k hs-2 Î P. H E Snel naar betaald werk bekijken we welke klanten geschikt Positieve ervaringen met IPS 4 e 1 _ “Ons primaire doel is om mensen zijn voor deze aanpak”, legt Lia uit. De tot nu toe opgedane ervaring met le k “| snel naar betaald werk toe te leiden”, “Met iemand die werk wil, gaan we IPS is zonder meer positief te noemen. Pl sn pl zegt Lia Kloes, teamleider trajectteam actief aan de slag om werk te vinden. Beppechien:’ Er is intussen gebleken a Ee el IPS bij Roads. “Dat doen we onder De motivatie van de gemiddelde dat IPS leidt tot sneller herstel van ET. E % . 2 meer door het eigen netwerk van de cliënt is in de regel echter enorm. 60 een cliënt. Het hebben van werk | cliënt actief in te zetten. Coaching is tot /0% van de doelgroep wil echt draagt daaraan bij. Misschien zijn we en ook een belangrijk deel van de IPS- heel graag werken. Werken betekent: in het verleden wel iets te voorzichtig d EE kh aanpak. Het fijne van deze methode is _ Er weer bij horen. geweest met onze doelgroep. IPS hd ER \ han em dat het uitgaat van het normale”, legt maakt gelijkwaardiger omgaan met | ! . ze uit. Mensen komen hier nietin een Samenwerking GGZ en WSP de cliënt mogelijk. Ook de grote lj > 1 . a = patiëntenrol. Ze willen werk. Dat is de Voor de medewerkers van het WSP zorgverzekeraars zijn positief. Sneller Î É belangrijkste vraag.” is het samenwerken met de IPS herstel betekent in de regel: lagere - trajectbegeleiders nog vrij nieuw. kosten. Amsterdam heeft als een van | és é ' Goede samenwerking met Werk _ Het is mooi om te zien hoe snel de eerste gemeenten in Nederland ms. Ì ' Ee en Re-integratie (W&R) zij elkaar hebben gevonden. De haar nek uitgestoken. Ik heb echt veel m ki M Er is nauwe samenwerking met de trajectbegeleiders sluiten wekelijks waardering voor de collega’s van het \ ld afdeling W&R van de gemeente aan bij de dagstarts van het WSP. WSP. Zij doen enorm hun best in de di d Amsterdam. Veel moeilijk Zowel ingangen bij bedrijven, samenwerking met de GGZ met als P bemiddelbare klanten worden vanuit vacatures als potentiële kandidaten doel: het beste voor de cliënt. â Á de GGZ behandelteams naar IPS worden over en weer met elkaar = B / trajecten geleid. “Samen met W&R uitgewisseld. be ie ' Stanley: “Lange tijd zat ik thuis, Youri:“Ik begeleid 15 mensen met maar nu heb ik weer een doel. Ik voel een leer-werk traject bij Héman. Als mij goed, heb plezier in mijn werk begeleider kijk ik niet naar de collega en met mijn collega's. Ik voel mij in functie, maar naar de mens: Hier gewaardeerd”. komt maatwerk bij kijken. We kijken naar wat iemand kan, niet naar wat men niet kan”. “De begeleiders hebben heel veel kennis die aanraakt aan je situatie. Via hun heb ik een vrijwilligerswerk gedaan. Ik heb nu school in Leerwerkstage J 9 ‚ 9 . . Stanley heeft lange tijd niet meegedaan aan de arbeidsmarkt door ziekte. Hij is door WPI begeleid naar een leerwerkstage de ochtend en in de middag heb ik werk, dus ik bij Héman horecaverhuur. Hij zet goederen klaar voor de verhuur, controleert de spullen die terugkomen en maakt deze hoef geen stage te lopen. “ (Yoa, 39 jaar) schoon. Hij voelt zich gewaardeerd door zijn collega's en in het werk wat hij doet. Na een succesvolle stage kreeg hij een tijdelijk contract aangeboden. Inmiddels is hij niet meer weg te denken bij Héman, ze laten hem niet meer gaan. Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —() Upeycle Van mantelzorg naar mantelwerk: ‘Werk 8 ee in earder experimenten met doorstroom- is dichterbij dan je denkt’ Á . Act l e | IJ n 3 M atch e n Va n m e n se n trajecten keken dagbestedingsaanbieders Dit project draait om inzet van . e samen met hun klanten naar doorstroom naastbetrokkenen (bijv. familieleden van OO Pp Pp | e kke n e n d ct vite ite n of zelfs uitstroom uit de dagbesteding (een mensen met een psychische beperking). In zogenaamde ‘push’). Het Upcycle experiment __ bijeenkomsten met deze naastbetrokkenen draait het om en creëert een ‘pull’ waarbij en door aan te sluiten bij bestaande groepen, de plekken uiteindelijk regulier betaald wordt uitleg gegeven over en gezocht werk worden in de circulaire economie. naar werkplekken in het eigen netwerk. De Matchen 2016 2016 2017 Begroting Hiervoor worden deelnemers bij onder meer naastbetrokkenen leggen het eerste contact beoogd Stand 1-9 2017 dagbestedingsaanbieders gezocht. De inzet en vragen de werkgevers of er een coach ee E . . . … . 41 Particpatieservicepunten 7 _Zie tabel 7 Zie Actielijn 2 is om sociale werkgelegenheid te creëren langs mag komen om uitleg te geven over het Den binnen Westpoort Werkt, een publiek-private project en kandidaten die zij kunnen leveren 2 Foeusexperimenten - . … … Team Dwars 200 Selectie 400 € 100.000 samenwerking tussen gemeente, bedrijfsleven aan bedrijven. De gevonden werkplekken gestart en Milieuwerk. Amsterdammers worden worden niet per definitie ingezet voor de Bondgenoten A 5010 €90000 begeleid naar en opgeleid voor nieuwe bewuste persoon uit dat netwerk, maar Er === 7 , , Participatiewinkel 100 150 € 130.000 duurzame banen waarbij de nadruk ligt op kunnen ook voor iemand anders worden eee hergebruik en upeyeling van Amsterdamse ingezet als dat een betere match oplevert. TOTAAL 320000 reststromen zoals de duizenden wrakfietsen uit Als het gaat om een betaalde baan, wordt de stad. Dit experiment is succesvol wanneer samengewerkt met het Werkgeverservicepunt deelnemers een betaalde baan hebben Groot Amsterdam (WSP) of UWV. De inzet Arnsterdammers die willen participeren, 4.1 Participatieservicepunten gekregen in de reguliere economie. en steun van en samenwerking met de proberen we een zo passend mogelijk aanbod naastbetrokkenen vergroot de kans op het te doen. Dat kan een plek- of traject zijn De ontwikkeling van participatieservicepunten 2016: Er zijn onder het contract van Meedoen _ vinden van werkervaringsplaatsen en banen. binnen de basisvoorzieningen in stadsdelen, is meegenomen in de plannen van stadsdelen Werkt / mensen gestart bij Upcycle. Het Aanname is dat deze plaatsen een duurzaam zoals een activiteit in een buurthuis of een in actielijn 2. In principe is er eind 2016 experiment richt zich op mensen die nu nog karakter hebben omdat ze uit het netwerk zelf vrijwilligersplek. Het kan ook een plek of per stadsdeel tenminste 1 ingericht op begeleid worden bij hun participatie door voortkomen. traject zijn uit het extra aanbod dat stadsdelen _ uiteenlopende wijze: van fysieke locaties en dagbesteding en/of andere zorgorganisaties. realiseren in het kader van Meedoen Werkt. In participatiemarkten tot participatieconsulenten Upeycle heeft veel tijd en energie gestoken 2016: Er zullen drie netwerkbijeenkomsten alle gevallen is het belangrijk dat professionals _ die een informeel netwerk aan zich gaan in het opbouwen van relaties om deze plaatsvinden om potentiële werkgevers die Amsterdammers met een participatiewens _ binden. Een deel van de stadsdelen beraadt deelnemers te werven. In de eerste fase zijn in beeld te brengen. Er heeft 1 spreken, weten welk aanbod er is. zich momenteel nog op de gewenste invulling daarom mensen met een minder zwaar profiel ___netwerkbijeenkomst plaatsgevonden. Amsterdammers die zelf op zoek gaan naar en schaalniveau van het servicepunt. De ingestroomd. Opbrengst is 10 mogelijke werkgevers. mogelijkheden om te participeren moeten plannen van de stadsdelen voor 2017 worden Het kost vervolgens veel tijd orn met de ook op een makkelijke, laagdrempelige medio november ingediend. Het jaar 2017 zal 2017: Aantal nieuwe trajecten naar werkgever, de jobcoach en de kandidaat manier zicht op het aanbod krijgen. Om in het teken staan van ervaring opdoen. Daarbij betaald werk: 60. De primaire doelgroep tot een werkbare match te komen. De dit mogelijk te maken richten stadsdelen zal zich zeker ook de discussie voordoen over in 2017 bestaat uit mensen die nu nog doelgroep heeft vaak werkervaring en is (al participatieservicepunten in waar vraag en schaal en reikwijdte. Dit zou ertoe kunnen worden begeleid in hun participatie door dan niet tijdelijk) op afstand komen te staan aanbod bij elkaar komen. leiden om beproefde concepten op lager dagbesteding en/of andere zorgorganisaties. door psychische problemen. Men is daarom Er zijn in 2016 tot nu toe ongeveer 3000 schaalniveau toe te passen. De uitbreiding Mogelijkerwijs wordt ook gekeken naar de vaak niet op zoek naar leerwerkplekken of matches tot stand gebracht. Gezien de van het aantal bezoekers beschouwen wij als doelgroep voor een Beschut werk traject. stages maar naar ‘echt werk’. Om de match ontwikkelingen met betrekking tot de onderdeel van actielijn 2 (bereik). naar betaald werk beter te kunnen maken, basisvoorzieningen in de stadsdelen is het wordt nauwere samenwerking met het WSP streven voor 2017 om minstens hetzelfde overwogen. aantal te halen. 2017: 30 gevulde werk, leerwerk of stageplekken. “Er hangt een goede sfeer, de kok in het buurthuis is streng, maar rechtvaardig. Lange tijd heb ik niet gewerkt. Hierdoor verloor ik mijn professionele kookvaardigheden een beetje . Ik merk dat ik het weer in de vingers krijg”. Vincent, 46 jaar) Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam Tabel Resultaten 2016 zoek naar zijn eigen wensen op het gebied 2016: De winkel opent begin november. Er ee van vrijwilligerswerk, opleiding, stage of een is een multidisciplinair team samengesteld Stand van zaken 1-7-2016 betaalde baan. De ervaringsdeskundige en de noodzakelijke aanpassingen van het Oee lenten Lat AAE ai Aa At luistert en denkt mee. Hij ondersteunt de klant pand staan gepland. Het doel was om door Centrum De klantmanagers van het Activeringsteam in Centrum zijn aanwezig in de n 8 , . drie Huizen van de Buurt (Claverhuis, Boomspijkeren Witte Boei) om daar de en bondgenoot bij hun eerste stappen en blijft middel van het begeleiden van 100 mensen (meeste) gesprekken met klanten te voeren zodat er direct korte lijntjes zijn voor langere tijd hun aanspreekpunt. de experimentele werkwijze te onderzoeken. met het welzijns- en vrijwilligersaanbod aldaar. In de praktijk betekent dit dat Daar kan in november mee worden begonnen, er al sprake is van een (virtueel) participatieservicepunt; de klant kan, op de 2016: 11 deelnemers van de beoogde weliswaar met minder mensen dan voor dit locatie, warm overgedragen worden en deelnemen aan activiteiten 25. De werving van deelnemers voorloopt jaar was beoogd. Zuid Het stadsdeel stelt per 1 september een programmamanager aan die een voorspoedig. Het vastleggen van alle acties … Oe . Programma van eisen opstelt welke voor 1 november gereed is in de formele systemen wordt als een 2017: bij succes van de Participatieservice- belemmering ervaren. In het experiment wordt _puntenHet onderzoeken van de experimentele Oost Post Oost is reeds operationeel: hier vinden aanvullend Inloopmiddagen en daarnaast het dilemma voelbaar wie regie werkwijze van de participatiewinkel door Oost actiefmarkten plaats voert over de activering van de deelnemer: middel van het begeleiden van circa 150 Noord Er is een verkenning gaande van de verschillende mogelijkheden door het de klantmanager of de bondgenoot. Er wordt mensen. stadsdeel en partners Civic Amsterdam, Stichting Dock en Doras gewerkt aan duidelijker communicatie over EE gemaakte afspraken. West Er wordt gekeken of aansluiting bij de wijkwerkplaatsen een geschikte vorm kan zijn: in deze wel informele als professionele netwerken actief. Activerin en welzijn, organiseren samen in sle buurthuizen Dartieipstiebijeenkomsten 2017: 50 deelnemers en 10 ee ervaringsdeskundigen Nieuw West Gebiedsparticipatiemarkten en uitbreiding van de bestaande matchingstafel tot een participatiematchingstafel Participatiewinkel Oost Zuidoost In aanvulling op halfjaarlijkse participatiemarkten zullen er in september- De Participatiewinkel Oost is een fysieke oktober 4-6 kleinschalige informatiebijeenkomsten voor geïnteresseerde winkel waar het aanbod voor participatie op kandidaten worden georganiseerd een aantrekkelijke en toegankelijke manier OO wordt gepresenteerd, klanten vriendelijk worden bediend en waar mensen geen 42 Focusexperimenten actielijn 3 dwars door bestaande processen, conventies dwang ervaren. De Participatiewinkel is een en structuren. uitbreiding van het huidige PostOost en een Uit het Programma MW, actielijn 3 resteren in variant op het Participatieservicepunt. In de verband met het bovenstaand alleen nog de 2016: Voor de zomer is Team Dwars particpatiewinkel wordt een nieuwe werkwijze focusexperimenten. samengesteld met medewerkers vanuit de beproefd. Een ervaringsdeskundige leidt verschillende disciplines en organisaties en is bezoekers naar activiteiten in de buurt of Team Dwars gewerkt aan het inrichten van de (technische) vrijwilligerswerk. Indien gewenst kan hij een Uitgangspunt van dit experiment: de werkomgeving, bijvoorbeeld het doorvoeren klant verwijzen naar een participatiecoach. kwetsbare Amsterdammer is geen trede, van aanpassingen in de registratiesystemen. Klanten hebben enige mate van keuzevrijheid de kwetsbare Amsterdammer is een mens Het team is na de zomer gestart met het in de persoon die als participatiecoach — met wie het soms goed gaat en soms bespreken van casuïstiek. In 2016 worden 100 wordt ingezet. De participatiecoach is de minder goed. In het huidige systeem van de bijstandsgerechtigden door hen begeleid. enige contactpersoon en regelt samen gemeente valt hij hierdoor afwisselend in de met de klant alle zaken aan de ‘voorkant’. ene of de andere trede van de Amsterdamse 2017: dit jaar gaat Team Dwars opschalen en Hij organiseert vervolgens de formele participatieladder. Dit zorgt bij elke wisseling 400 mensen begeleiden. zaken met collega professionals aan de voor nieuwe trajecten, nieuwe regels en ‘achterkant’ in een multidisciplinair team. nieuwe contactpersonen, terwijl de persoon Bondgenoten Dit team bestaat uit medewerkers van in deze situatie juist veel behoefte heeft aan In dit project gaat een ervaringsdeskundige in welzijnsorganisaties, vrijwilligersuitzendbureau, stabiliteit en continuiteit. Team Dwars laat gesprek met de klant. Samen (her)ontdekken dagbestedingsorganisaties, klantmanagers de trede-indeling los en kijkt wat voor de ze de kwaliteiten en talenten van de klant, van de gemeente en het UWV. Het team individuele klant op dit moment de geëigende waardoor die beter kan bijdragen aan zijn staat in verbinding met andere partijen zoals stap is. Het team bestaat uit medewerkers eigen zelfredzaamheid en participatie. de maatschappelijke dienstverlening en de vanuit de verschillende disciplines en Vervolgens zoeken ervaringsdeskundige en andere organisaties die de wijkzorgnetwerken organisaties, maar medewerkers zijn allemaal klant naar een geschikte bondgenoot. Dat vormgeven. in staat om breed te kijken en kennis te delen. kan een familielid zijn, een buurvrouw, een Zij nemen samen de verantwoordelijkheid: professionele hulpverlener of een verre vriend. ‘geen treden maar samensmeden’, zo nodig Samen met de bondgenoot gaat de klant op Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(») ® | ee Á Ef ® - We organiseren werkbezoeken om een gericht zijn op het trainen en oefenen 5 . Act l e IJ n e cti eve r kijkje in elkaars keuken te nemen. van motiverende gesprekstechnieken, op -__ We informeren de betrokken organisaties _ talent- en professionele ontwikkeling en op we rke n d OO r OÓ n d e rzoe ke n via een digitale nieuwsbrief waarin de verbreding en verdieping van vakkennis. e we periodiek enkele experimenten, Tegelijkertijd zullen we doorgaan met het | e re n e n mM Oo n to re n organisaties of cases uitlichten. bestendigen van de lerende organisatie. -__ We voeren voortgangsgesprekken met Het inslijten van een leercultuur vraagt de uitvoerders van de experimenten actieve begeleiding en facilitering bij intervisie, casusreflecties, (morele) dilemma Onderzoeken, leren, monitoren 2016 2016 2017 € besprekingen, collegiale feedback en beoogd Stand 1-9 5.2 Leerprogramma klantmana- teamsessies. In dit verband zal tevens gers en cultuurontwikkeling geoefend worden met nieuwe vormen van Interventies leren, zoals e-learning en training on the 5.1 Leercirkel Meedoen Werkt 2 labs 1 lab € 25.000 De medewerker van de afdeling Activering job. De eerste stappen van bovenstaande 5.1 Leerprogramma klantmanagers Doorlopend nvt speelt een cruciale rol in de ondersteuning activiteiten zijn in 2016 gezet en 2017 staat in 5.3 Onderzoek effectiviteit interventies In uitvoering € 150.000 van Amsterdammers bij hun participatie. het teken van het versnellen en versterken van >.4 MKBA Concept € In de interactie tussen de professional en deze ontwikkelingen. rapportage de burger gebeurt het. We kunnen nog opgeleverd Vs: . zoveel participatieaanbod in de achterzak >.> Onderzoek naar Clientervaringen Afgerond €- hebben, als het contact niet lekker loopt, zal 5.3 Onderzoek naar het effect 5.6 Nieuw: Onderzoek versterken sociaal kapitaal - - € 10.000 het veel lastiger zijn om voor iedereen tot van interventies 5./ Nieuw: inzet ervaringsdeskundigen - - €- betekenisvolle participatie te komen. 5.8 Focusexperimenten De Afdeling Activering is jong en volop in De experimenten worden onderzocht door Groene Golf In uitvoering € 285.000 ontwikkeling om de nieuwe rol in de wijk de GGD en OIS op hun effectiviteit. Er wordt en de nieuwe werkwijzen vanuit Meedoen op basis van de afgenomen ZRM's en de TOTAAL € 470.000 Werkt, goed vorm te geven. Veranderen kost gegevens in RAAK een kwantitatieve analyse tijd en moeite en raakt aan de cultuur van gemaakt van de situatie van mensen met een Het Programma Meedoen Werkt kenmerkt 5.1 Leercirkel Meedoen Werkt de organisatie. Om de medewerkers daar grote afstand tot de arbeidsmarkt (trede 1,2). zich door innovatie. We voeren innovatieve zo goed mogelijk in te begeleiden is een Daarnaast wordt aan de hand van interviews interventies uit en onderzoeken wat wel en Wat hebben we in 2016 gedaan leerprogramma ontwikkeld. met deelnemers en professionals een niet werkt. We willen weten wat de effectieve De experimenten in het Programma kwalitatief beeld verkregen van de werkzame bestanddelen van interventies zijn, maar we Meedoen Werkt zijn tot stand gekomen in Wat hebben we in 2016 gedaan bestanddelen van de interventies. Het gaat willen ook weten welke interventies in breder zogenaamde Participatielabs. In de labs vindt Het eerste 'leerseizoen’ stond in het teken van om twee onderzoeken. Het eerste is naar de maatschappelijk perspectief en op langere uitwisseling, intervisie, nadere kennismaking teambuilding en talentontwikkeling. Daarnaast _ effectiviteit van de Impulstrajecten en WMO- termijn het meest efficiënt zijn. Rond de en samenwerking plaats tussen allerlei is gekeken waar de leer- en ontwikkelbehoefte _ doorstroomtrajecten die al in 2015 zijn gestart. uitvoering van de experimenten is daarom organisaties op het gebied van participatie. In per team en per medewerker ligt met het Het tweede is naar de effectiviteit van de een stevig programma voor monitoren, juni, rond de start van de experimenten, zijn oog op de nieuwe werkwijze bij activering Focus-experimenten. onderzoeken, leren en trainen opgezet. de betrokkenen bij elkaar gekomen om de (in de wijk, op locatie, warme aandacht). Dit In het programmaplan MW 2016-2018 is kritische succesfactoren in kaart te brengen leverde een gezamenlijk beeld op van de Wat hebben we in 2016 gedaan gesteld dat 2015 en 2016 leerjaren zijn en we om eventuele obstakels vroegtijdig uit de weg leerambities en de benodigde acties om de De onderzoeken zijn in 2016 gestart en lopen in 2017 en 2018 uitvoeren wat werkt. Daarmee _ te ruimen. Eind 2016 komt men weer bij elkaar veranderingen in het werk te bereiken (zoals door tot in 2017. is niet gezegd dat het leren in 201/ stopt. Net om de eerste ervaringen met elkaar te delen, gesprekstechnieken, intervisie, individuele zo min als de innovatie in 2017 stopt. Sommige elkaar te adviseren en zo mogelijk de eerste coaching). In 2016 heeft ook een apart Wat gaan we in 2017 doen experimenten lopen door. In 2017 zal lessen te trekken. trainingsprogramma gedraaid over het Het onderzoek naar de Impuls- en bovendien de leidraad Participatie in praktijk gebruik van de Zelfredzaamheid matrix (ZRM). __doorstroomtrajecten wordt in januari 2017 worden gebracht. Dat betekent een nieuwe Wat gaan we in 2017 doen Onder de titel de (on) zin van de ZRM vond opgeleverd, het onderzoek naar de focus- organisatie van de dienstverlening. Ook daar In 2017 organiseren we twee labs. Daarin bij alle / activeringsteams plaats een training experimenten is in juni 2016 gestart en wordt willen we al doende leren en is monitoring en reflecteren we op de uitvoering van de plaats over de achtergrond, het doel en het medio 201/ opgeleverd. onderzoek van belang. experimenten, we wisselen uit wat goed gebruik van de ZRM. De resultaten van het onderzoek zullen worden gaat en wat niet, en trekken lessen voor de voorgelegd en getoetst met betrokkenen toekomst. Maar ook gaandeweg de uitvoering Wat gaan we in 2017 doen van de uitvoering en de deelnemers. Daarna van de experimenten willen we de onderlinge In 2017 zal de ingezette lijn van het organiseren we een grotere bijeenkomst met samenwerking versterken en de voortgang leerprogramma voortgezet worden. meer deelnemers om de vertaling te maken monitoren. We doen het volgende: Inspanningen zullen onder andere naar een toekomstige werkwijze. E@)— Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(») MEAN INN WA — En li / L rl WI CA 5.5 Onderzoek naar Client- - Versterk de sociale relaties en sociale een programma om de ervaringen van klanten ' | EE a ervaringen vaardigheden zodat mensen een netwerkop _ te betrekken in de dienstverlening. en L | P\  KOH î kunnen bouwen. Het programma bestaat uit drie modules: ij id he ik es Het Centrum voor Clientervaringen heeft in - Maak meedoen niet verplicht en maak de -__ Spiegelgesprekken tussen klant en LR Ei  # en p opdracht van het Programma Meedoen Werkt activiteiten passend bij de behoeften en klantmanager, waarin klanten (in een kn | sia TN onderzoek gedaan naar de ervaringen van ambities van de persoon. veilige setting) hun ervaringen delen met ee a A L Amsterdammers die niet meedoen of onlangs - Stimuleer werkgevers om banen met een klantmanagers. L Pa. ze 5 ‚ | niet meededen. In juni is rapport opgeleverd daadwerkelijk perspectief te creëren en help __ - _ Training van 12 klanten in ervaringsdes- Ì z| ' dat een indringende inkijk geeft in het leven van mensen pro-actief bij het vinden van de kundigheid waarin zij leren hun ervaringen le Een Amsterdammers die niet meedoen, gebaseerd geschikte plek. om te zetten in ervaringskennis en — Wethouder Vliegenthart met de onderzoeksgroep op diepte-interviews met 24 mensen.” - Creëer ruimte voor medewerkers om deskundigheid. Dat betekent dat zij hun Het onderzoek laat zien dat er bij deze maatwerk te kunnen leveren en zorg voor ervaringen analyseren, erop reflecteren 5.4 Maatschappelijke Kosten Amsterdammers behoefte is aan participatie continuïteit. en on the job met professionals delen. Baten Analyse maar dat mensen daar zelf niet altijd toe kommen. - Zet ervaringsdeskundigen in bij het - Inzet van de getrainde ervaringsdeskundigen Alle deelnemers aan het onderzoek hadden helpen van anderen maar ook bij de in het leerprogramma van klantmanagers Een geheel ander onderzoek naar de effecten een helpende hand nodig, soms slechts een beleidsontwikkeling (5.2), m.n. bij het leren van motiverende van experimenten, is de maatschappelijke klein zetje in de rug. De onderzoekers, deels De aanbevelingen liggen geheel in lijn met gesprekstechnieken. kostenbatenanalyse die dit jaar is uitgevoerd ervaringsdeskundigen, doen aanbevelingen de experimenten die door het Programma Bij de inzet van ervaringsdeskundigheid zullen naar drie type interventies die in 2015 zijn enerzijds over de aard van de ondersteuning en Meedoen Werkt worden uitgevoerd. we zoeken naar de goede balans tussen gestart. Het gaat om trajecten voor jongeren, anderzijds over het aanbod. Ze worden verwerkt in de Leidraad Participatie enerzijds betrokken zijn bij de gemeentelijke trajecten gericht op doorstroom van de GGZ- Ondersteuning: Om mensen te motiveren tot en in het implementatieplan voor de dienstverlening en anderzijds het behouden doelgroep en om activeringstrajecten. In het participatie is volgens de onderzoekers het doorontwikkeling van de afdeling Activering. van de objectieve onafhankelijkheid van de MKBA-onderzoek worden de kosten afgezet volgende van belang. ervaringsdeskundigen. tegen de brede maatschappelijke baten - Echt luisteren: oprechte aandacht, begrip en op langere termijn. Op die manier wordt betrokkenheid. 5.6 Nieuw: onderzoek naar het inzicht verkregen in de (maatschappelijke) - Outreachend werken: ga naar de mensen versterken van het sociaal 5.8 Focus Experiment de meerwaarde van de verschillende interventies. toe als ze niet naar jou toe komen, spreek kapitaal Groene Golf mensen in een veilige of vertrouwde Wat hebben we in 2016 gedaan omgeving, en werk samen met andere Het Programma Meedoen Werkt neemt deel De Groene Golf is een actie-onderzoek naar Het onderzoek is uitgevoerd en wordt eind organisaties. in onderzoek dat door de gemeente (GGD, de beren op de weg naar participatie. In het oktober afgerond. De voorlopige resultaten - Verantwoordelijkheid nemen: zorg ervoor OJZ, Meedoen Werkt) wordt uitgevoerd naar onderzoek wordt al doende in beeld gebracht laten zien dat de belangrijkste sleutels tot succes dat iets echt gebeurt, kom afspraken na en de participatie van alleenstaande mannen met _ welke hindernissen Amsterdammers die graag (het meeste maatschappelijk rendement) zijn koppel tussentijds terug. een bijstandsuitkering en een grote afstand willen participeren, op hun weg tegenkomen. het leveren van individueel maatwerk, het laten - Bied stabiliteit en continuiteit. tot de arbeidsmarkt. Het is een vervolg op Het gaat erom de gevonden belemmeringen opdoen van werkervaring bij ‘echte! (reguliere) - lemand bij de hand nemen: zo nodig samen onderzoek dat circa 5 jaar geleden is gedaan. uitgebreid te beschrijven, weg te nemen en als werkgevers, betrokken en gemotiveerde met iemand ergens heen gaan. Belangrijkste conclusie van dat onderzoek dat niet kan, te agenderen bij de bestuurders. begeleiders en investeren in doelgroepen met - De ander leren weer hulp te (durven) was dat participatie de ontbrekende schakel Het doel van de Groene Golf is te komen tot hoge potentiele baten zoals schooluitvallers, accepteren. in het leven van deze mannen was om toteen __ structurele oplossingen voor mensen die nu criminele jongeren, dak- en thuislozen. stabiele leefsituatie te komen. Het gaat mis bij _ staan te wachten voor rood licht. Aanbod: meedoen slaagt volgens de het bouwen en onderhouden van een sociaal Wat gaan we in 2017 doen onderzoekers niet als het louter om deelname netwerk. Het onderzoek naar Clientervaringen 2016: Het onderzoek is medio 2016 gestart. De MKBA wordt gemaakt op basis van aan activiteiten gaat. Het werkt wel als men concludeert eveneens dat mensen die al lange Aan de hand van een beperkt aantal cases aannames over de effecten van interventies. kan meedoen aan activiteiten waarbij mensen tijd niet participeren daartoe de vaardigheden wordt de eerste periode gebruikt om de De GGD en OIS onderzoeken de resultaten het gevoel krijgen er (weer) toe te doen, erbij missen. Het onderzoek moet inzicht bieden haalbaarheid van de onderzoeksopzet te van de interventies. Die onderzoeksresultaten te horen, gewaardeerd te worden en zich in wat werkt en niet-werkt bij het versterken toetsen.Er heeft een kickoff bijeenkomst verschijnen begin 2017. Op basis van die weer trots kunnen voelen. De onderzoekers van het ‘sociaal kapitaal (sociale contacten en plaatsgevonden waar diverse instellingen resultaten zal de MKBA nogmaals worden doen de volgende aanbevelingen over het vaardigheden)’ van deze groep. inbreng hebben geleverd over de doorgerekend. Daarnaast gaan we de ondersteuningsaanbod. belemmeringen die mensen tegenkomen. resultaten betrekken bij het implementatieplan _ - Focus op ‘ertoe doen’ en op het versterken voor differentiatie van de dienstverlening. van veerkracht en niet op louter tijdverdrijf. 5./ Nieuw: inzet van ervarings- 2017: de inzet is om in 2017 50 cases te Immers met beter zicht op welke inzet het deskundigen volgen. Rond maart 2017 zal een eerste meeste maatschappelijk rendement geeft, 7 Het onderzoeksrapport en de bestuurlijke reactie van het overzicht worden gegeven van de gevonden kunnen we onze aandacht en middelen college, is 31 augustus 2016 aangeboden aan de leden van Naar aanleiding van de resultaten van het belemmeringen. gerichter inzetten. de Raadscommissie Werk en Economie onderzoek naar cliëntervaringen starten we Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(s) 1 : 11 TE 2 o : In We brengen onze levenservaring mee en kunnen De slotbijeenkomst in Nieuw-West was fantastisch! o HI het verschil maken. Ellis, projectleider: “De gemeente wil de slag om de andere mensen uit bij de groep en de juiste motivatie om Sery: “We hebben bijeenkomsten een volgende stap te zetten. Er zijn contacten gelegd. Klanten wisselen onderzoeken of welzijnsorganisaties deze groep te helpen met het vinden dit te gaan doen”. georganiseerd voor klanten om ze veel rechtstreekse aanmeldingen speciaal gemaakte visitekaartjes met Amsterdammers met een afstand van een zinvolle dagbesteding. Het te empoweren en te informeren over gedaan bij onder andere taal, elkaar uit en gebruiken deze ook als tot de arbeidsmarkt direct kunnen mooie is dat ze vertrouwd zijn met de Jan Marc, deelnemer: “Ik zit in een wat participatie is. Verschillende naailes, sport en vrijwilligerswerk. De aanmeldingskaartje. Er staat op: zullen begeleiden naar een passende plek. doelgroep en zich kunnen inleven in uitkeringssituatie en ik wil graag aanbieders hebben klanten op de slotbijeenkomst in Nieuw-West was we het samen doen?” Voor ons project “Welzijn aan kop” hun situatie. Ze krijgen een opleiding leren coachen. Ik wil iemand weer bijeenkomsten geïnformeerd over fantastisch! We hebben gelachen, heeft de gemeente 250 klanten met die ze afsluiten met een certificaat meer onder de mensen krijgen. de mogelijkheden. Doel was om een spelletje gedaan en er zijn grote afstand tot de arbeidsmarkt aan op mbo-niveau. Het leer-werktraject Bijvoorbeeld door aan te sluiten ons overgedragen. Wij willen zoveel duurt 10 maanden. Na een eerste bij een koffieochtend in het huis mogelijk mensen begeleiden naar maand training gaan de coaches van de wijk, deel te nemen aan 4 | KE welzijnsactiviteiten, en als dat mogelijk zelf aan de slag. Gedurende het jaar sportactiviteiten of wellicht door nn Dn k ns an is naar vrijwilligerswerk. krijgen de vrijwillige coaches training vrijwilligerswerk te gaan doen. Daarbij en Lá En en werkbegeleiding. Inmiddels zijn is het belangrijk om goed te luisteren ú nn man Mensen uit deze groep die interesse we bezig met het opleiden van een naar wat een klant wil. We kunnen at hebben in vrijwilligerswerk kunnen tweede groep bestaande uit 10 ons goed inleven in zijn situatie. We opgeleid worden tot coaches ‘Meefr) mensen. lk word heel blij van deze brengen onze levenservaring mee en EEEN , re doen in Zuid’. Als coach gaan zij aan groep. Ik zie een sterke gedrevenheid kunnen het verschil maken.” En Ne E El | Ef RR Ds „d e | ie iN = m | } Gl dg ; N ks dt ; LS TMA s Ml 4 iN a pe oF TT\M ne Ei, ee W 8 E Î el , ï 1 NI 7 ij n__— KAA ô A | | Ï A ; AN PA 1 | Ba 55 / Î n ze fi , Nij / ET î : É, F en A E n ed $ wd f en he _ 8 S ue, Ne en, F | he di. en ij en = = k He A - n zij Í } pe ú el Sl ed Î 4 Ax té ij t f pam n R \ | me ei en / L ke ni Ee | De, r ST ; Dans mn Rt : Me & Oe n n° B | ak : Be me, / | en Rn B k BE hak er i à Î Ì d ee Bn f Tr „ nj : Pe . k En. À Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam —(») .. . . ee 6. Tot slot Bijlage 1. Financiële voortgangs- rapportage 2016 Programmaorganisatie gereed te hebben zodat stadsdelen voor het Actielijn Begroot Jaareinde verwachting Verschil Meedoen Werkt wordt aangestuurd door een eind van 2016 een besluit tegemoet kunnen Bereik € 1.350.000 € 1.175.000 € 175.000 programma-organisatie voor: zien omtrent de middelen en afspraken voor Plekken € 3.170.000 € 3.500.000 € 330.000- -__Aanjagen van focusexperimenten 2017. Zo valt er geen gat en kan de uitvoering Matchen € 130.000 € 210.000 € 80.000. -__Aamjagen en regisseur het proces voor de op volle kracht verder in 2017. Leren € 500.000 € 700.000 € 200.000- plannen van stadsdelen en participatie Programma € 350.000 € 460.000 € 110.000- servicepunten Afstemming met het veld Oe -__Aamjagen van onderzoek, leren en In 2015 is met het veld afgestemd in de Totaal € 5.500.000 € 6.045.000 € 545.000- monitoren. vorm van een expertgroep. Het werkplan - Laten landen van positieve werkwijzen in 2015 is op 18 maart j.l. besproken met de lijn dagbestedingsaanbieders, UWV, Pantar Het verschil tussen begroting en de verwachting van De focusexperimenten zijn begroot op in totaal €700.000 -__ Adviseren op de doorontwikkeling van de Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, besteedde lasten voor 2016 van €545.000 is meegenomen en zijn eveneens voor €700.000 opgenomen in de afdeling Activering sociale firma's. als begrotingswijziging. Omdat nog geen formele jaareindeverwachting. Echter, als gevolg van verschuiving Het is van groot belang met de besluitvorming heeft plaatsgevonden is de oorspronkelijke _ van enkele focusexperimenten tussen de actielijnen, In 2017 zal er worden geoogst en zal de maatschappelijke partners in gesprek te begroting vermeld. verschuiven de lasten ook mee. doorontwikkeling van de dienstverlening blijven en te werken aan optimalisering van op het gebied van participatie vorm de samenwerkingsprocessen. Om invulling moeten krijgen. De extra versterking en te geven aan de ketensamenwerking buitenboordmotor in de vorm van de met maatschappelijke partners wordt de programmaorganisatie is daarom ook in 2017 expertgroep meedoen werkt omgebouwd tot nodig, weliswaar in een sterk afgeslankte het Platform Meedoen Werkt. vorm. Daklozenkrant Samenwerking met de stadsdelen Gedurende de jaren 2016, 2017 en 2018 De uitvoering in stadsdelen is goed op stoom, _ verstrekt de gemeente een incidentele zo goed dat over de maanden september tot financiële bijdrage aan de Daklozenkrant ten en met december van 2016 600 extra plekken behoeve van het voortbestaan van de krant. worden gerealiseerd, bovenop de eerder Het doel is een financieel onafhankelijke krant. afgesproken 1.000 extra plekken voor 2016. De Regenboog neemt de Daklozenkrant over. Deze energie willen we graag vasthouden. Om de overname mogelijk te maken en tot Vanaf medio september 2016 wordt dan ook een financieel onafhankelijk krant te komnen, is extra inzet gepleegd op het begeleiden van voor de periode 2016, 2017, 2018 een subsidie het proces voor de plannen van stadsdelen van 120.000 euro beschikbaar, waarbij OJZ, voor 2017. Het streven is om voor half WPI en HvO Querido de kosten delen. november de definitieve plannen voor 2017 “Ik wilde me weer nuttig maken. Niet zomaar een dagbesteding, maar één waar iemand ook iets aan heeft. Ik heb ook sloopijzer geschuurd waarna vaak na het schuren alsnog werd besloten het weg te gooien. Dat voelde dus echt alleen als dagbesteding maar verder nutteloos.” (Tom, 48 jaar) Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam B Ô | a e ) Fi n a n Ci e n 2 0 1 / Actielijn 2: realiseren van meer participatieplekken zodat mensen kunnen participeren ) 9 fplekken Bedragen Plekken, trajecten en participatieservicepunten in de stadsdelen 1.500 € 2.250.000* Kosten Wijkzorg, Dagbesteding en ambulante ondersteuning in het kader - € elders** van de Wmo Actielijn 1 Bereiken van meer Amsterdammers en hun vraag scherper in € 927.500 Trajecten gericht op empowerment en participatie-diagnose bij 100 € 250.000 beeld brengen Pantar Actielijn 2 Realiseren van meer participatieplekken zodat mensen kunnen € 3.470.000 Individual Placement and Support (IPS) lopende trajecten 50 € 375.000 participeren 2015/2016 Actielijn 3 Matchen van mensen op plekken en activiteiten € 320.000 WMO Doorstroomtrajecten Uitloop € 100.000 Actielijn 4 Effectiever werken door onderzoeken, leren en monitoren € 470.000 lopende Organisatiekosten programma € 480.000 trajecten Totaal € 5.667.500 Focusexperiment Makersnetwerk, bewondernemers Pijp en 40 € 210.000 Wildemanbuurt Dekking Focusexperiment Move your world 48 € 110.000 De middelen voor het programma Meedoen Werkt 2017 zijn ter beschikking gesteld aan: Focusexperiment Upcycle 60 € 80.000 m de Rve's WPI in samenwerking met de stadsdelen, programmaonderdeel Participatie, Focusexperiment van mantelzorg naar mantelwerk: ‘werk is 30 € 95.000 product 164. Toegekend budget £ 5,25 min; dichterbij dan je denkt’ m de Rve OJZ, programmaonderdeel Maatschappelijke ondersteuning, product 300. Totaal € 3.470.000 Toegekend budget € 3,5 mln. Het totaal beschikbare budget 2017 is € 8,/5 min. *voornemen voor reservering van dit bedrag voor 2017 en 2018 is onderdeel van het BW besluit van 19 april 2016. “voorgenomen begrotingswijziging bij de voorjaarsnota is onderdeel van het BW besluit van 19 april 2016. Voor 2018 is De in het werkplan 2017 opgenomen lasten voor de actielijnen en organisatiekosten het voornemen € 3 miljoen over te hevelen. worden voor € 5,3 mln betaald uit programmaonderdeel Participatie en voor € 0,4 mln uit Maatschappelijke ondersteuning. Actielijn 3: matchen van mensen op plekken en activiteiten Bestedingsprogramma 2017 #Mensen Bedragen Actielijn 1: Bereiken van meer Amsterdammers en hun vraag in beeld brengen Focusexperiment Team Dwars 400 € 100.000 Focusexperiment Bondgenoten 50+10 € 90.000 #Mensen Bedragen Participatiewinkel (bezoekers) 1.200 € 130.000 Nieuwe benadering van Amsterdammers in de bijstand 2.500 € 400.000 Totaal € 320.000 Stap naar werk niet gelukt, dan naar passende participatieplek 1.200 € 195.000 Weegteam 1.000 € elders Actielijn 4: effectiever werken door onderzoeken, leren en monitoren Begeleiden van mensen met indicatie banenafspraak 120-150 € 65.000 Verkenning samenwerking met UWV voor herbeoordeelde € 65.000 #Mensen Bedragen Wajongers Leercirkel labsessies (2x) nvt € 25.000 Focusexperiment Ontdubbelen intern: één regisseur 600 € elders Onderzoek GGD & OIS nvt € 150.000 Focusexperiment Ontdubbelen extern Welzijn aan Kop 250 € 112.500 Onderzoek versterken sociaal kapitaal nvt € 10.000 Focusexperiment Leren participeren 15 € 90.000 Inzet ervaringsdeskundigen nvt € elders Totaal € 927.500 Focusexperiment Groene Golf nvt € 285.000 Totaal € 470.000 Programmakosten Programmamanager € 100.000 Secretaris of secretariële ondersteuning € 20.000 Actlijnhouders € 75.000 Projectcontroller € 10.000 Communicatie € 125.000 Monitor/gegevensanalist € 70.000 Overig o.a. Webredactie, Daklozenkrant € 80.000 Totaal € 480.000 Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam e e ., e Dn . e Bij 20e 3: Definities Bereik, Bijlage 4: Activiteiten Stads- Plekken, Matchen delen Meedoen Werkt 2016 Bereik Matching Stadsdeel Activiteiten Bij bereik gaat het om de extra inspanningen Er is sprake van een match als een West m Kans op Werk: activeringsprogramma: brede intake (3-gesprek, ZRM), groepstraining door de Activeringsteams van WPI om Amsterdammer start met een activiteit (aangevuld met modules financiële redzaamheid en omgaan met psychische ‚ bijstandsgerechtigden te spreken en scherper _ waardoor hij ofwel direct gaat participeren Ae van persoonlijk doel: doorgeleiding in beeld te krijgen. Bereik kwantificeren ofwel indirect een stap richting participatie … . Ì … we aan de hand van het aantal afgenomen zet, i.c. nieuwe activiteiten ondermoorst " Vedel lon Oez erook oel & team Ed zelfredzaamheidsmatrixen (ZRM). Om te om belemmeringen tot participatie weg m Vrouwen vooruit: traject voor alleenstaande moeders in Westerpark bepalen wat extra inspanningen zijn, is op 1 te nemen. Bijvoorbeeld het starten met m Activering alleenstaande oudere mannen: groepsbijeenkomsten januari 2016 een nul situatie vastgesteld (ie. schuldhulpverlening, een taaltraject of m Samen kappen: gratis knipbeurt voor wederdienst gemiddeld aantal ZRM per week). De extra een andere activiteit die in ons systeem m Een stap vooruit: vervolg op inburgering voor kwetsbare bewoners: oa. inspanningen worden bepaald door het totaal _ is vastgelegd als een activiteit richting computervaardigheden, taal & doorgeleiding naar participatie aantal afgenomen ZRM per week vast te participatie. Wanneer een klant al op eigen m Ed-plaats: lotgenotencontact olv ervaringsdeskundige: op zoek naar eigen talenten, stellen en daar de nul situatie van af te halen. kracht actief is, dan is dat geen match. Aan mogelijkheden en vaardigheden. Ongeacht of iemand wel of niet is geactiveerd een match gaat altijd een handeling van m Anders kijken anders doen: bij vermoeden beperking GGZ of LVB: tussentraject om richting een traject/activiteit/plek. Het gaat de klantmanager vooraf. Het gaat om het de richting voor een vervolg te bepalen: dagbesteding, basisaanbod in de wijk of hier om het aantal extra afgenomen ZRM's aantal unieke klanten dat sinds 1 januari . Gn mee in West: oriëntatieprogramrma Vrouwen Academie West sinds 1 januari 2016. De stand van 5.100 is als 2016 is aangemeld op de contracten van: (samenwerkingsverband 13 organisaties) volgt opgebouwd: 4.000 extra gesprekken met _ Plekken en trajecten in de buurt, IPS, m Toeleidingsmaatje & Talentcoach Regenbooggroep: maatje zorgt voor warme een afgenomen ZRM's door de klantmanagers _Doorstroomtrajecten, Schuldhulpverlening, aankomst bij aanbod in geval van drempelvrees, coach voor begeleiding naar Activering en 1.100 extra gesprekken door Samen DOEN, een aantal trajecten van E&I en participatie de klantmanagers W&R. Van de 5.100 extra arbeidsmatige dagbesteding. Voor dit aantal ‘Zuid me Bewegen naar Werk: empowermenttraject van 16 weken: groepstraining voor gesproken mensen, zijn er na afname van de wordt naar meer activiteiten/trajecten gekeken vergroten van vaardigheden, netwerk en zelfredzaamheid in combinatie met sport. ZRM 880 uit de uitkering gestroomd. dan voor de thermometer Plekken; het aantal Dit traject wordt aangeboden aan drie verschillende doelgroepen: kan daardoor hoger zijn. Alleenstaande moeders Plekken Mannen Dit zijn extra plekken die door de stadsdelen Gemengde groep zijn gecreëerd bovenop het bestaande n Stagecoach: combinatie van intensieve begeleiding met ervaringsplek als voorbereiding op leerstage bij W&R. aanbod. Onder een plek verstaan we alle 7 Renn . De. , = Themabijeenkomsten Voel je Rijk: in samenwerking met lokale partners: soorten actmiteiten die Amsterdammers de mogelijkheden inkomensondersteuning, wat is er in je buurt te doen etc. mogelijkheid geven om op een betekenisvolle Zuidoost ___« Paricipatiemarkten: bewoners kennis laten maken met datgene wat er te doen sin manier in de buurt actief te zijn, zich te hun buurt amen ontwaken onvol nj conae met m Groepsbijeenkomsten: wensen en mogelijkheden verder in beeld: matchen op anderen te zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van vervolaaanbod buurtactiviteiten (gericht op bijvoorbeeld = Modulair activeringsaanbod: ontmoeting, verbeteren van de leefbaarheid Groepsaanbod: bewegen & gezondheid / vrijwilligerswerk of bewegen) of vrijwilligerswerk. Het gaat Individueel aanbod: verschillende activiteiten in de wijk met als focus: om duurzame plekken. Dat wil zeggen dat bewegen, gezondheid, taal, omgaan met geld, opvoeden, vrijwilligerswerk de duur minimaal zes maanden is of zoveel m Buurtwerkkamers: activering kwetsbare bewoners in coöperatie langer als de deelnemer wil. In de plannen Centrum m Voornamelijk inzet extra klantmanagement in huizen van de wijk om Amsterdammers geven stadsdelen aan hoeveel extra plaatsen deel te laten nemen aan aanbod basisvoorzieningen. Onderstaand aanbod pas vanaf . : … september via financiering Meedoen Werkt: (trajecten/activiteiten/plekken) gecreëerd 0 nan . m Ergo control: combinatie activering en bewegen worden. Na goedkeuring van de plannen m Shine +: therapeutische gespreksgroepen bewegen sept-dec. Meedoen van de sracsdelen worden de aantallen m Regenbooggroep: individuele begeleiding bewegen meegenomen in de thermometer. Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam Nieuw West m Kom Verder: groepsbijeenkomsten: kennismaking aanbod in de buurt ee . e ° ° = Individuele doorlopende leerlijn: activeringsprogramma 3 groepsmodules: B IJ | d ©, e B . N I e uwe b ri ef kl d ntbe n d d e ri n g Empowerment Actief in de wijk Brug naar re-integratie (Richting W&R) = Individuele begeleiding/coaching m Betrokken buren: opzoeken van mensen thuis om te kijken wat zij nodig hebben: in x Gemeente Bezoekadres contact brengen met andere bewoners: fijnmazig netwerk creëren Amsterda m Jan van Galenstraat 323 = BMO: bewoners organiseren onder begeleiding met elkaar activiteiten voor & in de 1056 CH Amsterdam eigen buurt: vergroten sociale cohesie& stimuleren eigen ontwikkeling € Telefoon 06 23338745 Noord m Civic: modulair activeringsaanbod: Ma-vrij 8.30-17.00 uur Individuele coaching amsterdam.nl/werk-inkomen Werken aan persoonlijke ontwikkelingsplannen x Collectief aanbod empowermenttraining Extra trainingsmodules (sport, taal, financiële zelfredzaamheid, Retouradres: Jan van Galenstraat 323, 1056 CH Amsterdam sollicitatietraining, timemanagement, computerlessen, alleenstaande ouders met onder andere ontmoeting en informatieverstrekking) Naam Matching werkervaringsplek (indien mogelijk) inclusief Adres coachingsgesprekken op de werkvloer. Plaats Uitstroomgesprekken (uitstroom naar W&R of ander passend aanbod) m Regenbooggroep: werk aan je toekomst: Op eigen kracht training Talentcoach: begeleiding naar participatie m Roads: individuele begeleiding richting duurzame participatie voor mensen met een psychische beperking Datum 16 september 2016 . Kenmerk A04-10380723 (partner 10380710) — PSlooo1 m Enpowermenttraject voor Alleenstaande Ouders door klantmanager Activeringsteam Behandeld door Anita Berenos, Planner Oost m Oost actief: activeringstraject Civic & Dynamo: T: 06 1090 4699 Brede intake (ZRM) E: planners.activering@amsterdam.nl Groepstraining: oa opstellen POP Aan de slag in de wijk: bv. taalles, computerles, budgetcursus, Onderwerp Hoe gaat het met u? vrijwilligerswerk Geachte … Afsluiting: nameting ZRM = Happy in Oost: variant Oost-actief voor mannen met lichte GGZ-problematiek: U ontvangt een uitkering van de Gemeente Amsterdam. vroeg-signalering van angst en depressie, preventie door inzet op participatie, De Gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat het goed gaat met haar inwoners. doorgeleiding naar aanbod oa. Punt-P. Wij hebben u lang niet gesproken. Daarom nodig ik u vit voor een gesprek op: = Buurtactivering op IJburg: alleenstaande moeders versterken elkaar en organiseren activiteiten in de buurt Datum: donderdag 29 september 2016 = Onderzoek naar factoren van invloed op duurzame participatie; voormalig Tijd: 14.30 vur deelnemers (2015) bevraagd & eventueel vervolgaanbod gedaan. Locatie: DE KLINKER, Borgerstraat 45, 1053 PB Amsterdam Waar gaat het gesprek over? Ik hoor graag van u zelf hoe het met u gaat. Wat doet u? Wat zou u willen doen? Zijn er dingen die u moeilijk vindt? Komt deze afspraak u niet uit? Komt deze afspraak v echt niet uit? Belt u dan even met mijn collega voor het maken van een nieuwe afspraak. Haar telefoonnummer vindt v bovenaan deze brief. Ik verheug mij op ons gesprek. Met vriendelijke groet, Andries Reinhart Klantmanager T: 06 22952974 E: a.reinhart@amsterdam.nl Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam Bijlage esultaten vitamine ijlage 6: Resultat t Alandacht) Pilot Zuid 251 Klanten geselecteerd: Andere benadering, andere toon! 200 Klanten gesproken. > Op basis van vrijwilligheid, vertrouwen 180 In de Huizen van de Wijk. en wederzijds respect. 20 Klanten thuis bezocht. > Vriendelijk, geïnteresseerd, dienstverlenend. 96 Klanten geactiveerd/overgedragen. > Op locaties met een open en uitnodigend 51 Klanten niet weten te bereiken. karakter (huis van de wijk). > Positief én effectief! (door directe overdracht) Afsluit resultaat/beëindiging reden: Reeds actief Geactiveerd Totaal Aanmelding interventie overig activering* 29 29 Aanmelding WMO dagbesteding 1 1 Aanmelding Schuldhulpverlening 2 2 Actief met Doen en Ontmoeten 63 28 91 Actief met Vrijwillige inzet 8 7 15 Doorstroom afdeling ondersteuning Ondernemers 1 1 Geen directie actie/interventie nodig** 28 28 Toeleiding i.v.m. zorg (wijkzorgnetwerk) 5 28 33 Totaal 104 96 200 Het prettigste gesprek bij DWI ooit! Maatschappelijke Dienstverlening Puur Zuid à 28 Begeleiding naar passende activiteit AMSTA D 4 Begeleiding naar passende activiteit Regenboog 5 2 Begeleiding GGZ InGeest 8 20 Welzijn (Combiwel, SOOZ) ä 12 Vervolgactie/actie op termijn klantmanager 2 27 Overig | 3 Voldoende zelfredzaam/actief/zorg geregeld 86 Geen activeringswens 18 Meedoen Werkt Voortgangsrapportage 2016 Werkplan 2017 Gemeente Amsterdam dd
Onderzoeksrapport
25
train
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 1197 Publicatiedatum 18 november 2015 Ingekomen op 4 november 2015 Ingekomen onder Vv Behandeld op 5 november 2015 Uitslag Verworpen Onderwerp Motie van het raadslid Van Lammeren inzake de Begroting 2016 (EU-voorzitterschapsgeld naar instandhouding van het AGO-zwembad). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2016; Constaterende dat: — Amsterdam gastheer zal zijn van het EU Voorzitterschap en dit hoge kosten met zich meebrengt, namelijk meer dan € 1 miljoen in 2015 en € 1 miljoen in 2016; — er ondertussen bezuinigd wordt op waardevolle organisaties, zoals het AGO- zwembad met vele voorzieningen speciaal voor mensen met een beperking en ouderen; Overwegende dat: — het AGO-zwembad voor vele Amsterdammers van onschatbare waarde is en het nog maar de vraag is welke baten het EU-voorzitterschap oplevert voor de Amsterdammers. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: de stelpost Voorzitterschap NL EU van € 250.000 ten goede te laten komen aan de instandhouding van het AGO-zwembad, en daarnaast de € 1 miljoen voor het EU- voorzitterschap in 2016 te verlagen zodat de geplande beëindiging van de subsidie voor het AGO-zwembad in 2017 ongedaan gemaakt wordt. Het lid van de gemeenteraad, J.F.W. van Lammeren 1
Motie
1
discard
De voorzitter van de Stadsdeelraad Zuidoost roept de leden van de Stadsdeelraad op tot bijwoning van de stadsdeelraadsvergadering op dinsdag 22 april om 20.00 uur in het stadsdeelkantoor om te beraadslagen en te besluiten over de hieronder vermelde punten. Amsterdam Zuidoost, 17 april 2008 De voorzitter van de Stadsdeelraad N.B. De stukken liggen ter inzage in de leeszaal, en voor publiek bij het Informatiecentrum Amsterdam Zuidoost en in de openbare bibliotheek. 1. Opening en Mededelingen 1a. Vaststelling van de agenda 2. Verslag van de vergadering d.d. 18 maart 2008 2a. Ingekomen stukken (Gengevuld) Voordrachten uit categorie A: BESPREEKPUNTEN 3. Cultuurnota 2008-2010 SDR220408 Cult/14 bijgaand 4, Protocol toezicht op Stichting Sirius (aangepast nav cie 8/4) SDR220408 0/15 5. Integraal WMO-programma 2008-2010 SDR220408 W/16 6. Gedragscodes raadsleden en Db-leden SDR220408 Vz/17 7. Financieel meerjarig perspectief 2009 (geannuleerd nav cie 10/4) SDR220408 Fin/18 8. Benoeming lid Groengebied Amstelland SDR220408 Sp&R/19 g, MAAZO werkplan 2008 SDR220408 Part/20 Voordrachten uit categorie B: HAMERPUNTEN 10. Benoeming lid Commissie voor beroep en bezwaar SDR220408 Cs/21 bijgaand 11. Verordening peuterspeelzaalwerk (aangepaste vdr nav cie 8/4) SDR220408 W/22
Agenda
1
train
Stadsdeelcommissie Agenda Datum 18-07-2023 Aanvang 19:00 Locatie 1e verdieping stadsdeelkantoor Anton de Komplein 150 Secretaris Peter Vrieler Voorzitter Neumine Marshall 1. Openen en vaststellen agenda 2. Bewoners aan het woord 3. Mededelingen 4. Vaststellen (concept) Besluitenlijst 4 juli 2023 5. a. Mondelinge vragen b. Moties 6. Ingekomen stukken BESPREEKPUNTEN Gevraagde adviezen 7. Projectnota Holterbergdistrict Amstel III (vaststellen) 8. Actualisatie Beleidskader Puccinimethode (bespreken) 8. Voorlopig ontwerp Openbare Ruimte E-buurt Oost (bespreken) 10 Gebiedsopgaven Zuidoost 2023-2024 (bespreken) 11. Rondvraag en sluiting Stukken ter kennisname
Agenda
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 1004 Publicatiedatum 19 november 2014 Ingekomen op 5 november 2014 Ingekomen onder 798’ Behandeld op 6 november 2014 Status Verworpen Onderwerp Motie van de raadsleden mevrouw Moorman en de heer Groot Wassink inzake de begroting voor 2015 (matchen motie Monasch). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de begroting voor 2015; Overwegende dat: — het coalitieakkoord, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 18 juni 2014, in de paragraaf wonen op pagina 6 aangeeft: “We verzekeren dat er op termijn voldoende woningen zijn voor Amsterdammers die een sociale huurwoning nodig hebben. Er moeten daartoe voldoende woningen zijn voor huishoudens met een inkomen onder de sociale huurgrens van 34.700 euro. Op dit moment zijn dat 187.000 huishoudens; — het inkomen voor aanspraak op een woning, gezien de in de Tweede Kamer aangenomen motie Monasch, zal worden opgetrokken naar € 38.000 (prijspeil 2012); — het aantal van minimaal 187.000 sociale huurwoningen voor huishoudens met een inkomen onder de sociale huurgrens niet meer overeenkomt met het aantal huishoudens dat recht heeft op een sociale huurwoning; — een jaarlijks huishoudinkomen tussen € 34.000 en € 38.000 een nettohuishoud- inkomen betekent tussen € 1980 en € 2250 per maand. Voor deze huishoudens markthuren boven € 699 een te hoge huurquote oplevert, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: de absolute ondergrens aan sociale huurwoningen van 187.000 sociale huurwoningen, thans passend bij de sociale huurgrens van € 34.700, aan te passen aan het aantal huishoudens met een inkomen van € 38.000 (prijspeil 2012). De leden van de gemeenteraad, M. Moorman BR. Groot Wassink 1
Motie
1
discard
he ie he, l di Sj | ij é ek f WN EO IE NE Pr ij 5 ES B 2 0 E SN Ne Er GON en Re 6! k se ER \ ES kk AN 1/ 5 nk E EN ee ee ho A E We en NS kn ERE Ea Ee U En ef AN SSN WEE À Ea PN eG en SAP Ren Ee Hd rn RE il SIENA Bas ANNA SEE ee > E É- Srl ed B a " Ki Ee f P ac 5 Ù en ER. hed En LN 3 N EI î en a D AE ES ke EN \ WTA NE | he r NN ES in ji el er Er / 8 jn en. Rs ey TN 8 eN ne en ES à SG k ke RO VOEDSELCONCURRENTIE TUSSEN HONINGBIJEN EN WILDE BIJEN IN AMSTERDAM eoentrum … & Vg, @® 5 hee s VOEDSELCONCURRENTIE TUSSEN HONINGBIJEN EN WILDE BIJEN IN AMSTERDAM april 2022 TEKST Menno Reemer & Theo Zeegers PRODUCTIE EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden RAPPORTNUMMER EIS2022-05 OPDRACHTGEVER Gemeente Amsterdam CONTACTPERSOON OPDRACHTGEVER Florinda Nieuwenhuis & Geert Timmermans, afdeling Ruimte en Duurzaamheid CONTACTPERSOON EIS Menno Reemer FOTO'S VOORPAGINA Hoofdfoto: mannetje tuinhommel Bombus hortorum Inzet: werkster honingbij Apis mellifera FOTO ACHTERKANT Mannetje roodzwarte dubbeltand Nomada fabriciana Foto's Menno Reemer. xsoenfriu 7 SS 9 “EIS @ © > 8 ZN & wapen” INHOUDSOPGAVE Samenvatting eee 2 Inleiding eee 4 Honingbijen in Amsterdam . ee 6 Literatuuronderzoek . . .… . …. eee 1O Belangrijke gebieden voor wilde bijen in Amsterdam ............. 14 Discussie en aanbevelingen... eee 19 Literatuur. eee 22 Bijlage 1: Toelichting statistiek. .. .. . ee 24 Bijlage 2: Concurrentiegevoeligheid. .. .. 26 sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN SAMENVATTING De door imkers gehouden honingbijen gebruiken dezelfde voedselbronnen als wilde bijen en andere bloembezoekende insecten, namelijk stuifmeel en nectar. Deze voed- selbronnen zijn niet in onbeperkte mate beschikbaar en daarom kan voedselconcur- rentie optreden. Afhankelijk van de mate waarin deze concurrentie optreedt, kan dit nadelige effecten hebben voor de wilde bijenfauna, zoals verminderd foerageersucces en lager reproductiesucces, leidend tot sterke afnames in populatiegrootte. Dit kan vervolgens leiden tot verminderde bestuiving en lager reproductiesucces van bepaalde plantensoorten. In steeds meer gebieden in Nederland is het aantal honingbijenkasten toegenomen, als gevolg van zowel de populariteit van imkerij als hobby als van commerciële ho- ningteelt. Ook in Amsterdam is het aantal bijenvolken in recente jaren gegroeid. De Gemeente Amsterdam vraagt zich af in hoeverre dit een bedreiging vormt voor de wilde bijenfauna binnen de stadsgrenzen, met name in de ecologische gebieden. In dit verband verzocht de Gemeente aan EIS Kenniscentrum Insecten om het opstellen van een onderbouwd advies over hoe om te gaan met honingbijen in de stad. Teneinde dit advies te kunnen geven, is in deze adviesrapportage beschikbare informa- tie uit verschillende bronnen op een rij gezet over: * _de aanwezigheid van bijenvolken in Amsterdam; «de relatie tussen dichtheden van gehouden honingbijen en de mate waarin concur- rentie met wilde bestuivers optreedt of verwacht mag worden. Precieze actuele gegevens over de locaties en aantallen honingbijenvolken zijn niet bekend. Op basis van beschikbare informatie en eigen inschattingen wordt er in deze rapportage van uitgegaan dat er in Amsterdam sprake is van een minimale dichtheid van 6 à 7 honingbijenvolken per km2. De honingbij is in Amsterdam veruit de talrijkste van de 114 bijensoorten die er zijn aangetroffen. Op basis van tellingen uitgevoerd in 38 Amsterdamse gebieden in de jaren 2019-2021 blijkt dat honingbijen gemiddeld 37 % uitmaken van het totale aantal getelde bijen, met 12 en 77 % als onder- en bovengrens. In gebieden met veel honingbijen blijken ook de aantallen wilde bijen hoger. Dit kan de indruk wekken dat er geen sprake is van concurrentie. Het verband tussen deze aantallen is echter niet lineair: naarmate het aantal honingbijen toeneemt, neemt het aantal wilde bijen steeds langzamer toe. Dit kan twee oorzaken hebben: ofwel de bloemvoorkeuren van honingbijen en wilde bijen zijn verschillend, ofwel er is sprake van concurrentie. Om het gevonden patroon te verklaren op basis van verschillen in bloemvoorkeur, zou er in de gebieden met een combinatie van hoge dichtheden van honingbijen en lage dichtheden van wilde bijen sprake moeten zijn van een voedselaanbod dat vooral voor honingbijen aantrekkelijk is en niet voor wilde bijen. Over het bloemaanbod in de gebieden zijn geen kwantitatieve gege- vens verzameld, dus het is niet mogelijk om deze hypothese te toetsen. Literatuuronderzoek wijst uit dat sterke nadelige effecten van concurrentie met honingbijen op wilde bestuivers zijn gevonden bij dichtheden vanaf 4 volken per km2. Deze effecten treden bij dergelijke dichtheden op in uiteenlopende landschaps- typen, ook in natuurterreinen waar grote aaneengsloten oppervlakten bloeiend gewas aanwezig zijn. Van een dergelijk groot voedselaanbod is in Amsterdam vrijwel nergens 2 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam sprake, behalve misschien op enkele plekken waar in het voorjaar grote oppervlakten wilgen bloeien of in de zomer veel lindebloesem aanwezig is. In elk geval zijn er geen onderzoeken bekend waaruit blijkt dat er bij dichtheden zoals die in Amsterdam géén sprake is van een nadelige situatie voor wilde bijen en andere bloembezoekende insec- tem. Uitgaande van de resultaten van het literatuuronderzoek en wat er bekend is over de dichtheid van honingbijenvolken in Amsterdam, mag verwacht worden dat de wilde bestuiversfauna in de stad sterk nadeel ondervindt van de huidige dicht- heden aan honingbijenvolken. Alle conclusies en overwegingen in deze rapportage leiden tot de volgende aanbe- velingen. 1. Registratiesysteem honingbijenvolken en onderzoek vergunningplicht Om de dichtheden van honingbijenvolken te kunnen reguleren, is beter inzicht nodig in de aanwezigheid van deze volken in Amsterdam, zowel wat de locaties als de aantallen volken betreft. Hiertoe is het aan te bevelen om een registratiesys- teem op te zetten. Om de aantallen in Amsterdam als geheel of in bepaalde deel- gebieden niet te hoog te laten oplopen, kan een vergunningplicht worden overwo- gen. De bestuurlijke mogelijkheden hiertoe zouden onderzocht moeten worden. De vastlegging van deze regels kan uiteindelijk wellicht geregeld worden via de Algemeen Plaatselijke Verordening. 2. Maximaal 3 honingbijenvolken per km2 als algemene maat Als algemeen maximum zou 3 volken per km2 kunnen gelden voor Amsterdam als geheel. Deze dichtheid is gebaseerd op literatuuronderzoek en de overwegingen in de discussie. 3. Aangepaste dichtheid bij grote aaneengesloten oppervlakten bloeiend gewas Bij grote oppervlakten bloeiend gewas, zoals wilgen of linden, kunnen de dicht- heden van honingbijenvolken worden aangepast. Hierbij kunnen de volgende vuistregels gebruikt worden: 25 bijenvolk per km2 voor bloeiende wilgen, 15 bijen- volk per km2 voor overige rijk bloeiende planten. Voor alle gevallen geldt dat de bijenkasten buiten de bloeitijd van de betreffende planten weer verwijderd dienen te worden. Bij plantensoorten die van groot belang zijn voor bedreigde wilde bijen- soorten, zou beter de algemene maat van 3 volken per km2 kunnen worden aange- houden. Dit geldt vooral voor klavers en andere vlinderbloemen, waarvan diverse bedreigde wilde bijen in hoge mate afhankelijk zijn. 4. Speciale aandacht voor belangrijke gebieden voor wilde bijen Op basis van onderzoek in 38 gebieden in 2019-2021 komen de volgende 10 ge- bieden in aanmerking voor het predikaat ‘belangrijk gebied voor wilde bijen’: Die- merpark, Gaasperpark, Gijsbrecht van Aemstelpark, Huis te Vraag / Schinkelzone, Noordelijke Oeverlanden, Noorder IJ-plas, Science Park, Volgermeerpolder en Westerpark. Stel rond deze gebieden een bufferzone in van tenminste 1 km breed. Binnen deze zone zou de maximum dichtheid van 3 volken per km? zonder uitzondering moe- ten gelden en goed gehandhaafd moeten worden. Voor de Volgermeerpolder zou een geheel verbod op honingbijenvolken binnen de bufferzone overwogen moeten worden, gezien de daar aanwezige populatie van de bedreigde en concurrentiege- voelige moshommel. Le sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN INLEIDING De Nederlandse wilde bijenfauna staat onder druk. Meer dan de helft van de Neder- landse bijensoorten staat op de Rode Lijst omdat zij in meer of mindere mate als bedreigd worden beschouwd of zelfs al geheel uit Nederland verdwenen zijn (Reemer 2018). Hier zijn verschillende oorzaken voor, waarvan intensief landgebruik, stikstof- depositie en landbouwgif enkele belangrijke zijn. Plaatselijk kan ook concurrentiedruk met honingbijen een grote rol spelen. De door imkers gehouden honingbijen gebruiken dezelfde voedselbronnen als wilde bijen en andere bloembezoekende insecten, namelijk stuifmeel en nectar. Deze voed- selbronnen zijn niet in onbeperkte mate beschikbaar en daarom kan voedselconcur- rentie optreden. Afhankelijk van de mate waarin deze concurrentie optreedt, kan dit nadelige effecten hebben voor de wilde bijenfauna. Die effecten kunnen bestaan uit veranderingen in bloembezoekgedrag en verminderde aanwezigheid van wilde bijen op bloemen (Angelella et al. 2021, Forup & Mammott 2005, Hudewenz & Klein 2013, 2015, Lindström et al. 2016, Ropars et al. 2019, Henry & Rodet 2018, 2020, Smit et al. 2021, Valido et al. 2019, Walther-Hellwig et al. 2005}, verminderd foerageersucces en lager reproductiesucces van wilde bijen (Goulson & Sparrow 2009, Hudewenz & Klein 2015, Meeus et al. 2021, Wojcik et al. 2018), leidend tot afnames in populatiegrootte (Valido et al. 2019) tot zelfs gehele afwezigheid van wilde bijen (Lindström et al. 2006). Bovendien kan dit leiden tot verminderde bestuiving en lager reproductiesucces van bepaalde plantensoorten (Mallinger et al. 2017, Valido et al. 2019). Een overzicht van gepubliceerde onderzoeken samenvattingen en adviezen over dit onderwerp is te vinden op www.bestuivers.nl/concurrentie. Ook Mallinger et al. (2017) geven een over- zicht van tot dan toe gepubliceerde onderzoeksresultaten. In steeds meer gebieden in Nederland is het aantal honingbijenkasten toegenomen, als gevolg van zowel de populariteit van imkerij als hobby als van commerciële ho- ningteelt. Flagrant voorbeeld is Natura 2000-gebied de Biesbosch, waar commerciële * Figuur 1 Imkerij is in Neder- LE land in recente jaren toegeno- men in popularit. Foto Menno Reemer. mj * El H \ Ee dk +] REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam honingtelers vlak buiten de gebiedsgrenzen honderden bijenkasten plaatsen om zo te profiteren van het voedselaanbod in het natuurgebied. Ook beleidsmakers signaleren deze trend en vragen vaker om adviezen ten aanzien van de plaatsing van bijenkas- ten. Voorbeelden zijn recent gepubliceerde adviezen over de Biesbosch (Reemer et al. 2021} en heideterreinen van Defensie (Smit et al. 2021). Meer adviezen zijn te vinden op www.bestuivers.nl/bedreiging/concurrentie-honingbij/adviezen-concurrentie. Ook in Amsterdam is het aantal bijenvolken in recente jaren gegroeid (bron: website Amsterdamse Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt). De Gemeente Amster- dam vraagt zich af in hoeverre dit een bedreiging vormt voor de wilde bijenfauna bin- nen de stadsgrenzen, met name in de ecologische gebieden. In dit verband verzocht de Gemeente aan EIS Kenniscentrum Insecten om het opstellen van een onderbouwd advies over hoe om te gaan met honingbijen in de stad. In dit kader werden de vol- gende vragen gesteld: 1. Is het nodig om bijenkasten te weren in ecologische gebieden? 2. Is een maximaal aantal kasten in of in de nabijheid van deze ecologische gebieden aan te raden? 3. Wat is een veilige afstand ten opzichte van een ecologisch gebied? Vanuit het oogpunt van bescherming van wilde bijenpopulaties zou het wenselijk kun- nen zijn om in en om bepaalde gebieden beperkingen in te voeren ten aanzien van de plaatsing van honingbijenvolken. Dit is het geval wanneer te verwachten is dat de plaatselijke wilde bijen- en andere insectenfauna nadeel ondervindt van de aanwezig- heid van de volken. Om te bepalen of dit in Amsterdamse gebieden het geval is, is informatie nodig over: * _de aanwezigheid van bijenvolken in Amsterdam; «de relatie tussen dichtheden van gehouden honingbijen en de mate waarin concur- rentie met wilde bestuivers optreedt, specifiek voor stedelijke gebieden. Over deze zaken wordt informatie uit relevante literatuur en andere informatiebron- nen in deze adviesrapportage op een rijtje gezet. Ook voor de vragen met betrekking tot de maximale wenselijke aantallen kasten en veilige afstand ten opzichte van de ecologische gebieden wordt naar antwoorden gezocht met behulp van informatie uit relevante literatuur. Voor het stellen van prioriteiten kan het wenselijk zijn om gebieden in Amsterdam aan te wijzen met een speciaal belang voor de Amsterdamse bijenfauna. Dit wordt in deze rapportage gedaan op basis van de onderzoeken die EIS Kenniscentrum Insecten in 2019-2021 heeft uitgevoerd in 38 Amsterdamse gebieden (Reemer et al. 2019, 2020, Van ‘t Bosch & Reemer 2021). Per gebied worden de totale soortenrijkdom, de aan- wezigheid van Rode-Lijstsoorten en de aanwezigheid van concurrentiegevoelige wilde bijensoorten gebruikt als maten om het belang van het gebied te bepalen. Ls sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN AANTALLEN EN DICHTHEDEN VAN BIJENVOLKEN Op het dataportaal van de Gemeente Amsterdam (maps.amsterdam.nl} zijn gege- vens te vinden over locaties en aantallen van bijenvolken. Volgens deze gegevens * Het Amsterdamse Bos is is sprake van 102 locaties en 721 volken*. Deze gegevens stammen echter uit het hierbij niet meegerekend. jaar 2015 en waren toen vermoedelijk al onvolledig. Inmiddels is het aantal imkers Koster & Teepe (2019) gaven en het aantal bijenvolken in Amsterdam bovendien sterk gegroeid. De pagina aan dat hier 30 volken met van de Amsterdamse Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt (ABVV) op de toestemming aanwezig waren website van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV) (20 december 2021) op drie locaties. Daarnaast vermeldt: “Het aantal bijenvolken in Amsterdam is de laatste jaren gegroeid”. schatten zij dat er tientallen Precieze gegevens over het totale aantal volken ontbreken. Aannemelijk is dat dit tot mogelijk 100 volken zonder aantal aanzienlijk hoger ligt dan de hierboven vermelde 721 volken, maar hoeveel toestemming zijn geplaatst. hoger is onbekend. De gemeente Amsterdam heeft een oppervlakte van circa 219 km2 (bron: Wikipe- dia). Uitgaande van de gegevens over bijenvolken in Amsterdam zoals vermeld op maps.amsterdam.nl (721 volken) zou de gemiddelde dichtheid in de hele gemeen- te minimaal 3,3 bijenvolk per km? bedragen. Uitgaande van een gemiddelde volk- grootte van 30.000 werksters (schattingen lopen uiteen van, 20-30.000 volgens Van der Steen 2015 tot 40-50.000 volgens Andriessen 2011) zou het in totaal om circa 21 miljoen honingbijen gaan. Volgens een artikel in dagblad Het Parool van 2500 E Honingbijen B Wilde bijen 2000 1500 1000 | | | | | ml | | | ZEE ERELDEELEEEEEREEPEELS EEE E DELE SERRES aRSRaSDREeSRRESESEERe EES E Es Sein ZEsgSessrssbeLOess GeyS5EEvsSEesEgar sd EES SLnEsbsssSesoesSsEEse EE <EZESSSZEE sE Sns zet S EEE tndgrstSsSE SOES “<8 EsEOS8Ez LEZE SS Ee 3 82 SEE A5 LS SÈR & zb 2 2 68 E£ # > S S e= = 8 E 2 A 8 Z 3 5 2 LT Figuur 2 Aantallen honingbijen en wilde bijen per onderzocht gebied in Amsterdam, zoals geteld tijdens inventarisa- ties in de jaren 2019-2021 (Reemer et al. 2019, 2020, Van ‘t Bosch & Reemer 2021). 6 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam 17 december 2021 vliegen er 33 miljoen honingbijen rond in Amsterdam. Een arti- kel in de Volkskrant van 21 juli 2021 meldt het vergelijkbare aantal van 30 miljoen. Beide teksten laten de bron van deze aantallen echter onvermeld. De locaties met bijenvolken zijn niet gelijkmatig over de gemeente verdeeld. Bovendien variëren de aantallen volken sterk per locatie. Bijgevolg zijn op som- mige plekken veel hogere dichtheden honingbijen aanwezig dan in andere. Dit varieert ook in de tijd, afhankelijk van voedselaanbod en vanwege verplaatsingen van kasten door imkers. Al met al bestaat dus een zeer onvolledig en bovendien verouderd beeld van de aanwezigheid van honingbijenvolken in Amsterdam. De beschikbare gegevens mogen dan ook gerust als een flinke onderschatting van de werkelijke dichtheden worden gezien. Als de inschatting van Koster & Teepe (2019) met betrekking tot het Amsterdamse Bos ook geldt voor de rest van Am- sterdam, dan is een dichtheid van 6 à 7 honingbijenvolken per km? een veilige schatting. AANTALLEN EN DICHTHEDEN VAN BIJENINDIVIDUEN Aanvullende aanwijzingen voor de mate van aanwezigheid van honingbijen kun- nen afgeleid worden uit de inventarisatiegegevens in de rapporten over bijen in Amsterdamse groengebieden, zoals opgesteld door EIS Kenniscentrum Insecten in de jaren 2019-2021 (Reemer et al. 2019, 2020, Van ‘t Bosch & Reemer 2021). In deze jaren zijn in 38 gebieden tellingen uitgevoerd van zowel wilde bijen als ho- ningbijen. De getelde aantallen zijn weergegeven in Figuur 2. Het gemiddelde percentage honingbijen op het totale aantal getelde bijen per ge- bied bedraagt 37 %, met 12 en 77 % als onder- en bovengrens (Figuur 2). Door de aantallen per gebied te delen door de lengte van de teltransecten worden maten voor de dichtheden van honingbijen en wilde bijen verkregen (Figuur 5). De dichtheid van bijen in het veld hangt sterk af van het bloemaanbod. Onder aanname(!) dat honingbijen en wilde bijen dezelfde bloemen bezoeken en er geen concurrentie bestaat, mag verwacht worden dat zowel honingbijen als wilde bijen naar de ‘beste! bloemen gaan. Als gevolg hiervan verwacht men in dit theoretische scenario een sterk positieve correlatie tussen de aantallen honingbijen en wilde Figuur 3 Waargenomen aan- 1D tallen honingbijen (x-as) en Er wilde bijen (y-as) in de 38 on- In e derzochte gebieden. Rode lijn: ii regressie. 5 1200 Ee LOO a = soo - z e ze EN . . 7 ed & e AK e Ë e ® ® . . 20 e e 8 - = L LOD 200 HOO 400 500 6OO TOO BOO # honngbIjen ® Waarneming wil We bij mmm [ON SE 7 sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN ZJ , . . ä Figuur 4 Verhouding tussen wilde en honingbijen in 38 7 . onderzochte Amsterdamse gebieden als functie van de 6 dichtheid honingbijen (aantal 5 ks per meter). . e . : ä se Blauwe punten: verhouding . . E aantal wilde bijen / honing- - s - 8 3 % . bijen op basis van waarnemin- Ke . î … gen. ä … ie ì a * e ö s Rode punten: voorspelde waar- î Be el, e… ê ê e FE e e den (op grond van de regres- DE se: [° . . eo: pr: © sielijn uit Figuur ##). ü 0 0,05 01 0,15 0,2 0,25 0,3 ® vilde / honingbij @ regressie bijen. Een beter bloemaanbod leidt tot meer bijen, maar de verhouding tussen wilde en honingbijen zou constant moeten zijn. In de praktijk zien we een iets afwijkende relatie (Figuur 3}. Weliswaar is het aantal wilde bijen gemiddeld hoger wanneer het aantal honingbijen hoger is, maar die toename is minder dan lineair en dus minder dan verwacht zou mogen worden onder de aannames van gelijke bloemvoorkeur en afwezigheid van concurrentie. Het beste model (toelichting in Bijlage 1) vindt een machtsverband met een expo- nent van 0,7 (significant kleiner dan 1: p < o,o1}. Dit is een duidelijke aanwijziging 0,3 0,25 0,2 0,15 0,1 0,05 o OErnnnan.. ZELETE EUA E Eee SEEEEeSeRtEEeeOS 85E EeS a 5 aoPtoenseSsegaeseesseraaseTees3VELSLr Ees 2 5235 sse»EErneertEss5osurEEEHOo8esLdYgGEYO zeen ESSEebEgeEElsGegEeXsEEsDubergsEsTess EL 6 a e8LEuveEdiEvsEEessSssaseEEES BE tuAEts es 2e gves ss voEseycsss Ee vaas sse E 6 © à 2 EW osES8T EA < 5 8 Le z v 5 CE vzseË Ö v 5 Ve U La uv S zZ © A Sh a c 55 ca Xx A ee 20 8 A u tE © E el == o © > ec ze - ao o 2 T s 25 Vv 5 2 @ 5E e= u 2 & = E eG u z es £ > ce &® ac Ö u w VV Oo zZz > 8 D, T Figuur 5 Dichtheid van individuele honingbijen per meter in de 38 onderzochte Amsterdamse gebieden, aflopend gesorteerd. Het ‘omslagpunt’ van o,o5 (zie tekst) is met een rode lijn aangeduid. | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam dat één van de twee aannames onjuist is: ofwel de bloemvoorkeuren van honing: bijen en wilde bijen zijn verschillend, ofwel er is sprake van concurrentie. Verschillen in bloemvoorkeur tussen honingbijen en wilde bijen zijn er zeker. Ho- ningbijen zijn sterke generalisten die bovendien het liefst vliegen op planten die in grote hoeveelheid bloeien (‘massadracht'). Dit kunnen ook exotische sierplanten zijn. De bloemvoorkeuren van wilde bijen verschillen sterk per soort en variëren van sterke specialisatie op één of enkele plantensoorten tot sterke generalisatie. Veel exotische soorten worden door de meeste wilde bijensoorten gemeden. Om het patroon in Figuur 3 te verklaren op basis van verschillen in bloemvoor- keur, zou er in de gebieden met een combinatie van hoge dichtheden van honing: bijen en lage dichtheden van wilde bijen sprake moeten zijn van een voedselaan- bod dat vooral voor honingbijen aantrekkelijk is en niet voor wilde bijen. Over het bloemaanbod in de gebieden zijn geen kwantitatieve gegevens verzameld, dus het is niet mogelijk om deze hypothese te toetsen. Figuur 4 geeft de verhouding weer tussen wilde bijen en honingbijen in de 38 on- derzochte gebieden, ten opzichte van de dichtheid van honingbijen. Hierin is te zien dat het grootste aandeel wilde bijen voorkomt bij gemiddeld bij lagere dicht- heden van honingbijen. In de Amsterdamse situatie lijkt er een soort omslag te zijn rond o,o5 honingbijen per meter. Bij lagere dichtheden verwachten we in de meerderheid van de gevallen (8 van de 13) minstens tweemaal zo veel wilde bijen als honingbijen. Bij hogere dichtheden honingbijen zijn dergelijke hoge verhoudin- gen van wilde / honingbij uitzonderlijk (2 van de 25). Met een flinke slag om de arm (de patronen kunnen immers ook door verschillen tussen de gebieden in bloemaanbod verklaard worden) zou de waarde van o,05 of meer honingbijen per meter in Amsterdam als indicatie kunnen gelden van een situatie die voor wilde bijen onwenselijk is. In Figuur 5 is te zien dat in circa twee derde van de gebieden sprake is van een hogere dichthed dan o,o5. Momenteel is niet duidelijk hoe deze dichtheid van individuele honingbijen zich verhoudt tot de dichtheid aan bijenvolken in de omgeving. Het is dus moeilijk om aan de hand van deze gegevens een beleidsrichtlijn op te stellen. Ls sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN LITERATUURONDERZOEK DICHTHEDEN VAN BIJENVOLKEN In Tabel 1 zijn enkele gepubliceerde onderzoeksgegevens op een rij gezet met betrek- king tot de relatie tussen dichtheden van honingbijenvolken en gemeten effecten op wilde bijen en andere bloembezoekende insecten. Elk onderzoek vond onder sterk verschillende omstandigheden plaats en geen van deze omstandigheden lijkt sterk op de situatie in Amsterdam. Toch geven deze resultaten een eerste indruk van de effec- ten die verschillende dichtheden en afstanden van honingbijenvolken kunnen hebben op wilde bestuivers in uiteenlopende situaties. Interessant is bijvoorbeeld om te zien dat bij Steffan-Dewenter & Tscharntke (2000) bij dichtheden van vijf volken per km? of lager geen effect vonden in kalkgraslanden, terwijl Smit et al. (2021) wel duidelijke effecten vonden bij vier volken per km2 op hei- deterreinen. Ook zijn duidelijke effecten gevonden in zowel stedelijk als natuurgebied bij dichtheden van 7 à 8 volken per km2. Bij nog hogere dichtheden werd altijd een effect gemeten en deze effecten waren bovendien in alle gevallen behoorlijk sterk te noemen, waarvan een afname in wilde bestuivers met 32 % het minst sterke is. Natuurlijk hangt de mate waarin honingbijen effect hebben op de wilde bijen sterk af van het voedselaanbod, evenals van diverse andere factoren. De in Tabel 1 gepresen- teerde gegevens laten echter wel zien dat er uit geen enkel gepubliceerd onderzoek blijkt dat er bij meer dan vijf honingbijenvolken per km2 géén nadelig effect op de wilde bestuiversfauna is. Bij dichtheden vanaf vier volken per km2 in uiteenlopende landschapstypen zijn sterke negatieve effecten op de wilde bestuiversfauna gevonden. Het aantal onderzoeken is zeer beperkt, dus het is niet mogelijk om een idee te krijgen van de mate waarin deze effecten optreden bij lagere dichtheden. Tabel 1 Overzicht van gepubliceerde onderzoeksgegevens met betrekking tot de relatie tussen dichtheden van ho- ningbijenvolken (gesorteerd van laag naar hoog) en effecten op wilde bijen en andere bloembezoekende insecten. Dichtheid Afstand (volken per significant Bron Habitat km2 effect (m Effect McCune et al. 2019 | Stedelijk geen Smit et al. 2021 Natuur sterk verminderde dichtheid wilde Steffan-Dewenter | Natuur geen 8 ehm 2oco Meeus et al. 2021 indian | se 2 | verminderde ontwikkeling hormmelnesten landbouw 7,6 P (gewicht nesten gem. 100 gram lager) (Vlaanderen) Valido et al. 2019 Natur (lenefe) |__ 8 | >| afname diversiteit wilde bestuivers, planten lager reproductiesucces Henry & Rodet Landbouw afname dichtheid foeragerende wilde Slikboer et al. 2019 | Natuur afname wilde bestuivers met 32 % Roparsetal. 2019 | Stedelijk (Parijs) afname bloembezoek wilde bestuivers 45- OR | Os | ee 5% Roparsetal. 2019 | Stedelijk (Parijs) afname bloembezoek wilde bestuivers 43- A EEE Lindstrom et al. Landbouw 200 5 volledige afwezigheid solitaire bijen, 2016 (koolzaadvelden) ' lagere dichtheid hommels | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam AFSTANDEN / INVLOEDSSFEER Tabel 1 vermeld naast dichtheden van honingbijenvolken ook enkele afstanden tot deze volken waarbij effecten op wilde bestuivers zijn gemeten. In de meeste onderzoe- ken zijn dit de maximale afstanden waarop men heeft gemeten, dus deze zeggen niets over de effecten op grotere afstand van de honingbijenvolken. Wel is duidelijk dat de ‘invloedssfeer’ van honingbijenvolken afneemt naarmate de afstand toeneemt en dit verband is niet-lineair (Meeus et al. 2021, Smit et al. 2021). Sterke negatieve effecten op de wilde bestuiversfauna treden echter in verschillende gevallen op tot op minstens 1000 meter afstand, dus dit is ook een minimale afstand die gehanteerd zou moeten worden om belangrijke en kwetsbare wilde bijenpopulaties te beschermen. Smit et al. (2021) toonden aan dat de invloedssfeer van honingbijenvolken niet alleen afhangt van de afstand, maar ook van het aantal volken per locatie. Hoe meer volken er op een locatie staan, hoe groter de invloedssfeer wordt. In de in Tabel 1 genoemde onderzoeken was sprake van een tot vele tientallen volken per locatie en ook het aan- tal locaties varieerde sterk tussen de onderzoeken. Smit et al. (2021) ontwikkelden een rekenmodule speciaal voor heideterreinen waarin met deze en andere variabelen reke- ning wordt gehouden (zie ook onderstaande paragraaf Adviezen elders). NATUURLIJKE DICHTHEDEN HONINGBIJENVOLKEN Hoewel in het wild levende honingbijen vrijwel niet meer voorkomen in Nederland, heeft de honingbij ooit vermoedelijk wel tot de van nature inheemse fauna behoord. Aangezien de soort bij voorkeur nestelt in holten, zoals in grotten en holle bomen, wa- ren de natuurlijke dichtheden vermoedelijk echter vele malen lager dan de dichtheden waarin honingbijen momenteel voorkomen als gevolg van de imkerij. Een aanwijzing hiervoor vormen de dichtheden van wilde honingbijenvolken in Duitse beukenbossen, die geschat wordt op 0,11-0,14 per km2 (Kohl & Rutschmann 2018). Onder natuurlijke omstandigheden tellen honingbijenvolken doorgaans minder werksters dan in bijenkasten van imkers. In Noord-Amerika wordt de omvang van wilde volken geschat op 12.000-20.000 individuen (Seeley 1985), flink minder dan de 20.000-50.000 volgens Andriessen (2011) en Van der Steen (2015). ADVIEZEN ELDERS Hieronder volgt een overzicht van adviezen met betrekking tot honingbijen in andere gebieden. Deze kunnen bruikbare inzichten geven voor aanbevelingen in het huidige rapport. Voor alle onderstaande adviezen geldt dat de situaties waarop deze betrek- king hebben in allerlei opzichten verschillen van de situatie in Amsterdam. Geen van deze adviezen kan dus zonder meer toegepast worden op de Amsterdamse situatie. Amsterdamse Bos Koster & Teepe (2019) inventariseerden wilde bijen in het Amsterdamse Bos en ad- viseerden over de plaatsing van honingbijenvolken. Het Amsterdamse Bos heeft een oppervlakte van 1000 hectare (1o km2). In het bos zijn flinke oppervlakten aanwe- zig van goede voedselplanten voor zowel honingbijen als wilde bijen, zoals wilgen, Prunus-soorten, Acer-soorten (esdoorn, spaanse aak), lindes en meidoorns. Koster & Teepe (2019) geven aan dat bestaande rekenmethoden met betrekking tot maximale aantallen toegestane aantallen bijenvolken per oppervlakte-eenheid zijn gebaseerd op maximale honingopbrengst, en niet op de noodzaak dat er voldoende voedsel moet overblijven voor wilde bloembezoekende insecten. Ook wordt er vaak geen rekening gehouden met bijenvolken die in de omgeving zijn geplaatst. Om tot goede advisering te komen is het nodig om over goede gegevens over aantallen en locaties van bijenvol- ken te beschikken. Totdat deze beschikbaar zijn, adviseren Koster & Teepe (2019) om | 11 sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN het maximum te stellen op 30 honingbijenvolken verspreid over de huidige aangewe- zen locaties in het Amsterdamse Bos, uitsluitend tijdens de hoofdbloei van massaal voorkomende drachtplanten. In jaren met beperkte bloei (bijvoorbeeld door droogte) zou dit aantal naar beneden aangepast moeten worden. Biesbosch In de rapportage van Reemer et al. (2021) worden de volgende adviezen gegeven: « Breng het aantal honingbijenvolken in de ruime omgeving van de Biesbosch terug tot 4 per km? bloeiend gewas, dat wil zeggen maximaal 120 volken voor reuzenbalse- mien. Met ruime omgeving wordt bedoeld de Biesbosch inclusief een bufferzone van ten minste 3 kilometer en idealiter 5 kilometer. « Plaats de honingbijenvolken op een beperkt aantal locaties die alle ten minste 3 kilometer verwijderd zijn van de meest kwetsbare habitats. Duitse natuurgebieden Steffan-Dewenter & Tscharntke (2000) raadden aan om in natuurgebieden ten hoog- ste 3 bijenvolken per km2 te plaatsen. Heideterreinen Defensie Op basis van eigen onderzoek komen Smit et al. (2021) voor grote heideterreinen op een maximale dichtheid van 19 honingbijenvolken per km? bloeiende heide. In dit scenario is er nog steeds in een kwart van het gebied sprake van negatief effect op de wilde bestuivers door honingbijen. De situatie die zij onderzochten wijkt op be- langrijke punten af van die in Amsterdam. Het aantal van 19 volken geldt voor een oppervlakte van 1 km2 die geheel met bloeiende heide bedekt is, wat natuurlijk in Am- sterdam nergens voorkomt. In Amsterdam zal een veel kleiner deel van de oppervlakte bedekt zijn met bloeiend gewas. Bovendien gaan zij uit van een concentratie van bij- envolken op één locatie, terwijl de volken in Amsterdam veel meer verspreid zijn. Uit het onderzoek van Smit et al. (2021) blijkt dat de invloedssfeer van honingbijenvolken groter wordt naarmate de volken op meer locaties staan (dus minder geconcentreerd). Op basis van hun bevindingen hebben Smit et al. (2021) een rekenmodule (te vinden op www.bestuivers.nl/bijenkasten-op-heideterreinen) ontwikkeld voor het bepalen van een maximum aantal volken op heideterreinen, op basis van gegevens over totale op- pervlakte, oppervlakte bloeiend gewas en aantal locaties met bijenvolken. Deze mo- dule is niet zonder meer toe te passen op de Amsterdamse situatie, aangezien geen inzicht bestaat in de oppervlakte bloeiend gewas, en ook het aantal locaties met bijen- volken is niet goed bekend. Wanneer deze gegevens bekend zouden zijn, dan zou de module misschien een eerste indruk kunnen geven van een maximaal aanvaardbaar bijenvolken in Amsterdam. Dit zou dan moeten gebeuren onder de aanname dat de nectar- en stuifmeelproductie van in Amsterdam bloeiende planten zich laten vergelij- ken met die van bloeiende heide. Imkers Ook imkers zelf ondervinden negatieve gevolgen van de plaatsing van te veel honing: bijenvolken. De bijenvolken onderling maken immers ook gebruik van dezelfde voedingsstoffen en daarbij vindt, zoals onderkend door imkers, concurrentie plaats (zie bijvoorbeeld Koster 1998). Velthuizen (in Kuypers 1997), zelf imker, berekende op basis van de beschikbare hoeveelheid nectar in rijk bloeiende planten een optimum en maximum van honingbijenvolken per hectare (oppervlakte bloeiend gewas). Bij zo'n 2,4 volken per hectare (= 240 per km2) is de honingopbrengst optimaal, bij meer dan vier volken komt de opbrengst in gevaar. Maar let op: in deze rekensom werd slechts 9 % van de beschikbare nectar voor wilde 12 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam insecten gereserveerd. Wanneer men een groter aandeel van het beschikbare voedsel voor wilde insecten wil reserveren, zal het aantal honingbijenvolken navenant ver- kleind moeten worden. Rozemarijnvelden Henry & Rodet (2018, 2020) vonden vooral een nadelig effect van honingbijenvolken op wilde bestuivers op afstanden tussen 600 en 1100 meter. Op basis hiervan raden zij aan om honingbijenvolkenbeleid te baseren op minimale afstanden van ca. 1000 meter (van de voor wilde bijen te reserveren gebieden) tot bijenvolken in plaats van op maximale aantallen volken per oppervlakte-eenheid. Dit onderzoek vond plaats in Franse rozemarijnvelden, waar de verdeling van dracht- planten over de oppervlakte dichter en meer uniform is dan in Amsterdam. In Am- sterdam mag verwacht worden dat honingbijen - afhankelijk van de locaties waar de volken geplaatst zijn - grotere afstanden afleggen, aangezien de foerageergebieden minder homogeen over het gebied verdeeld zijn. Staatsbosbeheer Staatsbosbeheer voert al diverse jaren een beleid ten aanzien van bijenkasten. Van der Spek (2012) adviseert hierover het volgende per km2 bloeiend gewas: 75 volk/km2 bij linde en wilg, 5o volk/km2 bij struikhei, 25 volk/km2 bij gewone dophei en bosbes, en 2,5 volk/km?2 bij wilgenroosje. Voor andere plantensoorten zoals lamsoor en zeeaster zou volgens Van der Spek (2012) uitgegaan kunnen worden van de aantallen voor struikhei. Deze richtlijnen worden in SBB-terreinen toegepast. Slikboer & Smit (2019) geven op basis van nieuwe inzichten het voorlopige advies om de genoemde waarden van Van der Spek (2012) met een factor 3 te verkleinen. Het vervolgonderzoek van Smit et al. (2021) geeft nieuwe informatie met betrekking tot heideterreinen en hun rekenmodule (zie kopje Heideterreinen Defensie hierboven) mag als verfijning gelden van de adviezen van zowel Van der Spek (2012) als Slikboer & Smit (2019). Deze rekenmodule geldt alleen voor heideterreinen. Voor de overige bloeiende planten uit het advies van Van der Spek (2012) gelden de adviezen van Slik- boer & Smit (2019) vooralsnog als de meest recente. Het is belangrijk om te beseffen dat bovengenoemde adviezen rekenen met de op- pervlakte bloeiend gewas. In heidevelden betreft dat bijvoorbeeld vaak grote aaneen- gesloten oppervlakten, terwijl dit in stedelijke gebieden zoals Amsterdam veelal gaat om kleine, meer geïsoleerde snippers. In zulke situaties zonder massaal bloeiende planten adviseert Van der Spek (2012) om het advies van het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Adriaens & Laget 2008) in acht te nemen. Zij adviseren om een bufferzone van twee tot drie kilometer in acht te nemen voor het plaatsen van bijenkasten rondom natuurreservaten en gebieden waar zeldzame wilde bijen leven. Staatsbosbeheer heeft gekozen voor het niet plaatsen van honingbijenvolkenvolken binnen 1,5 km van plaatsen waar populaties van zeldzame en bedreigde bijensoorten voorkomen. Wanneer deze relictpopulaties ontbreken, zouden maximaal drie bijen- volken per km2 geplaatst kunnen worden, een richtlijn gebaseerd op het onderzoek in Duitse natuurgebieden door Steffan-Dewenter & Tscharntke (2000) (zie boven). De sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN BELANGRIJ KE GEBIEDEN VOOR WILDE BIJEN IN AMSTERDAM Het belang van afzonderlijke Amsterdamse gebieden voor wilde bijen wordt in de volgende paragrafen op drie manieren bepaald: 1. de aanwezigheid van Rode-Lijstsoor- ten; 2. de totale soortenrijkdom; 3. de aanwezigheid van concurrentiegevoelige wilde bijensoorten. In de paragraaf Combinatie worden deze criteria gecombineerd om tot een lijst van meest belangrijke gebieden te komen. RODE-LIJSTSOORTEN In de jaren 2019-2021 is van 38 Amsterdamse gebieden de bijenfauna onderzocht (Reemer et al. 2019, 2020, Van't Bosch & Reemer 2021). Hierbij zijn in totaal 114 soorten bijen aangetroffen. Hiervan staan er 15 op de Rode Lijst en de aanwezigheid van deze soorten kan als indicatie gelden voor de waarde van een gebied voor wilde bijen. Tabel 2 geeft een overzicht van de totale aantallen soorten en de aantallen Rode- Lijstsoorten per gebied. In het grootste deel van de onderzochte gebieden is ten minste één Rode-Lijstsoort aangetroffen (alleen in de gebieden Jachthavengebied, Nieuwe Gouw en Somerlust zijn geen Rode-Lijstsoorten gevonden). In veel gevallen gaat het hierbij om de grote koekoekshommel en regelmatig ook om de roodsprietwespbij (beide categorie Kwets- baar), soorten die weliswaar op de Rode Lijst staan maar toch vrij veel voorkomen. In zes gebieden is sprake van drie of vier Rode-Lijstsoorten, waaronder in drie gevallen ook soorten uit de ‘zware’ Rode-Lijstcategorie Bedreigd. Vooral deze zes gebieden kunnen van groot belang worden geacht: Diemerpark, Gaasperpark, Gijsbrecht van Aemstelpark, Huis te Vraag / Schinkelzone, Science Park en Volgermeerpolder. SOORTENRIJKDOM Naast de aanwezigheid van Rode-Lijstsoorten kan ook de totale soortenrijkdom (Tabel 2} als indicatie gelden voor de waarde van een gebied voor wilde bijen. In de volgende zes gebieden zijn 5o of meer bijensoorten aangetroffen: Bijlmerweide, Diemerpark, Gijsbrecht van Aemstelpark, Noorder IJ-plas, Science Park en Westerpark. Deze ge- biedenselectie overlapt deels met bovengenoemde gebieden waarin drie of vier Rode- Lijstsoorten zijn gevonden. In totaal zouden volgens deze twee criteria negen van de 38 onderzochte gebieden in aanmerking komen als speciaal waardevol voor wilde bijen. CONCURRENTIEGEVOELIGE BIJENPOPULATIES De gevoeligheid van afzonderlijke bijensoorten voor concurrentie met de honingbij wordt in deze rapportage gebruikt om gebieden aan te wijzen met wilde bijenpopulaties van speciaal belang voor Amsterdam (naast totale soor- tenrijkdom en de aanwezigheid van Rode-Lijstsoorten). Voor de inschatting van de concurrentiegevoeligheid is gebruikgemaakt van de volgende indeling, op basis van Raemakers & Faasen (2017): 3 (zeer gevoelig) - soorten die voor stuifmeel gespecialiseerd zijn op één of enkele plantensoorten die ook graag door honingbijen worden bezocht. Voor- beelden zijn alle op vlinderbloemen, klokjes of wilg gespecialiseerde soorten. 14 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam Tabel 2 Totaal aantal aangetroffen bijensoorten en aantal Rode-Lijstsoorten per in 2019-2021 onderzocht gebied. De kolommen BE en KW geven het aantal soorten in de Rode-Lijstcategorieën Bedreigd (BE) en Kwetsbaar (KW). Bronnen: Reemer et al. (2019, 2020), Van ‘t Bosch & Reemer (2021). Aantal zeer concurrentiegevoelige Gebied Aantal bijensoorten Aantal RL-soorten BE KW soorten Amsteldijk 28 1 1 Amstelpark 42 2 2 Beatrixpark 46 1 1 Bijlmerweide 50 1 1 3 Bilderdijkpark 24 1 1 Boechorststraat 37 1 1 1 Christoffel Planteijnpad 45 1 1 Diemerpark 52 3 2 Diemerzeedijk 42 En 2 Erasmuspark 16 1 1 Flevopark 29 1 1 1 Frankendael 30 1 1 Gaasperpark 42 3 1 Gijsbrecht van Aemstelpark 53 3 Huis te Vraag / Schinkelzone 46 1 3 1 Jachthavengebied 17 o Martin Luther King park 35 2 2 Nelson Mandelapark 26 1 1 Nieuwe Gouw 6 o Noordelijke Oeverlanden 48 1 1 3 Noorder IJ-plas 52 1 1 2 Noorderpark 35 1 1 Oosterpark 30 2 2 Oude Haagse Weg 25 1 1 1 Rembrandtpark 37 1 1 Rietland Nieuwendam 38 2 2 2 Sarphatipark 20 1 1 Schellingwoude 35 2 1 Science Park 62 En 1 2 1 Sloterpark 40 1 1 Somerlust 5 o t Kleine Loopveld 44 2 2 2 Verbindingszonde Ringdijk 44 2 2 Vliegenbos 33 1 1 Volgermeerpolder 32 1 3 3 Vondelpark 39 1 Westerpark 55 2 Zwarte Gouw 24 1 1 1 En sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN 2 (gevoelig) - soorten die stuifmeel hoofdzakelijk verzamelen op planten die ook graag door honingbijen worden bezocht, maar door hun relatief brede voedselspectrum iets meer mogelijkheden hebben om honingbijen te ontwij- ken. Zij kunnen in sommige situaties bloemen bezoeken die bij honingbijen (altijd of alleen op bepaalde momenten) niet populair zijn. 1 (minder gevoelig) - soorten die generalistisch zijn ten aanzien van hun stuif- meelbronnen. Zo kunnen zij bloemen bezoeken die bij honingbijen (altijd of alleen op bepaalde momenten) niet populair zijn. o (ongevoelig) - soorten die voor stuifmeel gespecialiseerd zijn op bloemen die niet door honingbijen worden bezocht. Correcties voor lichaamsgrootte - Op bovenstaande indeling is een correctie toegepast op basis van lichaamsgrootte. De gevoeligheidsklasse van kleine bijensoorten (maximale lichaamslengte <10 mm) is een klasse verlaagd, om- dat deze vermoedelijk minder last hebben van concurrentie met honingbijen dan grotere bijen (Lindström et al. 2016, Ropars et al. 2019, Wignall et al. 2020}. Een overzicht van de inschatting van de concurrentiegevoeligheid per in Am- sterdam aangetroffen bijensoort is te vinden in Bijlage 2. Hieruit blijkt dat er in totaal negen bijensoorten uit Amsterdam bekend zijn die als ‘zeer gevoelig’ gelden voor concurrentie met honingbijen. Dit zijn: lichte wilgenzandbij, vroege zandbij, grijze zandbij, moshommel, grote zijdebij, roodharige wespbij, borstelwespbij en grote bloedbij. In Tabel 2 is per gebied aangegeven hoeveel van deze negen soorten er gevonden zijn. Sommige van deze soorten zijn vrij algemeen en hebben geen speciale aandacht nodig. De volgende soorten zouden echter baat kunnen hebben bij maatregelen ten aanzien van honingbijen in en om de gebieden waar ze voorkomen: 1. Zeer concurrentiegevoelige soorten met een Rode-Lijststatus. In de Amsterdamse parken betreft dit de moshommel (Volgermeerpolder), de geelstaartklaverzandbij (Volgermeerpolder, Huis te Vraag / Schinkelzone} en de borstelwespbij (Oude Haagse Weg). Hiervan zou de populatie van de moshommel in de Volgermeerpolder als zwaarste moeten wegen, gezien de bedreigde status van deze soort. Deze soort heeft weliswaar een breed stuifmeeldieet, maar foerageert in de Volgermeerpolder vooral op vogelwikke, een plant die ook veel door honingbijen wordt bezocht. In hetzelfde ge- bied foerageert de geelstaartklaverzandbij vooral op rolklaver, ook een bij honingbijen geliefde voedselplant. Van de de borstelwespbij is slechts één exemplaar aangetroffen op de Oude Haagse Weg. Gezien het ontbreken van vondsten van de gasheer van deze koekoeksbij (de donkere klaverzandbij), is het de vraag of de borstelwespbij hier een populatie heeft of dat het gaat om een zwervend exemplaar van elders. Derhalve lijkt het momenteel niet nodig om dit gebied wegens deze vondst als van bijzonder belang te beschouwen. 2. Zeer concurrentiegevoelige soorten die zeldzaam zijn (z of zz in Peeters et al. 2012). Dit betreft de moshommel (Volgermeerpolder) en de borstelwespbij (Oude Haagse Weg). Voor opmerkingen zie 1. 3. Concurrentiegevoelige soorten die als Bedreigd of Ernstig bedreigd op de Rode Lijst staan. Dit betreft de gebandeerde dwergzandbij in het Science Park en de variabele zandbij in Huis te Vraag / Schinkelzone. De gebandeerde dwergzandbij is afhankelijk van het stuifmeel van kruisbloemen (met 16 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam name koolzaad, raapzaad, herik en zwarte mosterd}, die ook bij honingbijen in trek zijn. 4. Concurrentiegevoelige soorten die zeldzaam zijn (z of zz in Peeters et al. 2012}. In de Amsterdamse parken betreft dit alleen de slanke kegelbij (Gijsbrecht van Aemstelpark, Rietland Nieuwendam en Westerpark). Dit is een koe- koeksbij die bij verschillende algemene gastheren parasiteert, zoals de tuinbladsnijder en de grote bladsnijder. Kegelbijen komen vaak in lage dichtheden voor en leiden een zwervend bestaan op zoek naar nesten van de gastheren. Aangezien de gastheren van deze soort ook in Amsterdam algemeen voorkomen, is het niet zinvol om speciaal vanwege deze waarschijnlijk toevallige vondsten deze vindplaatsen te beschermen. 5. Zeer concurrentiegevoelige soorten op plekken met grote nestellocaties. In Amsterdam zou dit gaan om de grijze zandbij in de Noorder IJ-plas en de Noordelijke Oeverlanden (op laatstgenoemde locatie samen met de roodharige wespbij), de grote zijdebij in het Diemerpark en de Bijlmerweide (op laatst- genoemde locatie samen met de grote bloedbij). Op basis van bovenstaande overwegingen komen de volgende gebieden mogelijk in aanmerking voor een aangescherpt honingbijenbeleid: * Volgermeerpolder (populaties concurrentiegevoelige Rode-Lijstsoorten: moshom- mel, geelstaartklaverzandbij}; e Huis te Vraag / Schinkelzone (vondsten concurrentiegevoelige Rode-Lijstsoorten: geelstaartklaverzandbij, variabele zandbij); + Noordelijke Oeverlanden (nestaggregatie grijze zandbij met roodharige wespbijen); * Bijlmerweide (nestaggregaties grote zijdebij met grote bloedbij); Diemerpark (grote aantallen grote zijdebijen, nestaggregatie niet bekend); + Noorder IJ-plas (nestaggregatie grijze zandbij). COMBINATIE Combinatie van de in de voorgaande twee paragrafen geselecteerde gebieden levert de lijst in Tabel 3 op. Dit is een selectie van gebieden die op basis van bovengenoemde criteria als eerste in aanmerking zouden kunnen komen voor een aangescherpt beleid ten aanzien van honingbijenkasten. Bij deze exercitie moet opgemerkt worden dat de gebruikte aantalsgrenzen vrij wil- lekeurig zijn. Aangezien de uitgevoerde inventarisaties momentopnamen zijn, is het waarschijnlijk dat er bij herhaalde bezoeken aan de terreinen aanvullende soorten gevonden worden, zodat een herhaling van deze exercitie een andere gebiedenselectie op zou kunnen leveren. Deze selectie betekent dus zeker niet dat de andere terreinen geen waarde hebben voor wilde bijen. Het kan echter een hulpmiddel zijn bij het bepa- len van prioriteiten. 7 sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN Tabel 3 Selectie van belangrijke RL-soorten Soortenrijkdom Concurrentiegevoelige gebieden voor wilde bijen in _ populaties . Bijlmerweide + + Amsterdam, op basis van de Di Hans On iemerpark + + + criteria zoals toegelicht in de Gaasperpark + tekst. Gijsbrecht van Aemstelpark + + RL-soorten: 3 of meer Rode Huis te Vraag / Schinkelzone + + Liist 4 Noordelijke Oeverlanden + s „soor en. Noorder IJ-plas + + Soortenrijkdom: 5o of meer Science Park + + bijensoorten. Volgermeerpolder + + Concurrentiegevoelige popu- Westerpark + laties: belangrijke populaties van zeer concurrentiegevoelige soorten aanwezig. | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam DISCUSSIE EN AANBEVELINGEN HONINGBIJEN IN AMSTERDAM Helaas zijn er geen actuele en volledige gegevens beschikbaar over aantallen en locaties van honingbijenvolken in Amsterdam. De best mogelijk schatting op basis van beschikbare gegevens uit 2015 geeft aan dat er sprake is van een gemiddelde dichtheid van ten minste 3,3 bijenvolk per km2. Er zijn echter aanwijzingen dat dit een flinke onderschatting is. Zo gaven Koster & Teepe (2019) aan dat er naast de 30 met toestemming in het Amsterdamse Bos geplaatste volken nog tientallen tot mogelijk 100 volken zonder toestemming waren geplaatst. Het is onduidelijk of in andere delen van Amsterdam ook van een dergelijke verhouding sprake is, maar het lijkt aannemelijk dat de werkelijke dichtheden het dubbele kunnen zijn van die op basis van de in 2015 geregistreerde gegevens berekend kunnen worden, en dus rond de 6 à 7 volken per km?2 liggen. Het zou echter goed zijn om beter zicht te krijgen op de werkelijke aantallen en locaties. In elk geval is duidelijk dat de honingbij in Amsterdam veruit de meest talrijke bijensoort is. In 38 onderzochte gebieden bleek de honingbij 37 % uit te maken van het totale aantal individuen van alle 114 bijensoorten die in deze gebieden zijn gevonden. ONDERVINDEN WILDE BESTUIVERS IN AMSTERDAM NADEEL VAN HONINGBIJEN? Op basis van de in 38 Amsterdamse gebieden verzamelde gegevens is niet hard te maken dat de wilde bijen in deze gebieden nadeel ondervinden van de aanwezig- heid van honingbijen. Het verband dat deze gegevens laten zien tussen de dicht- heden van honingbijen en wilde bijen is weliswaar consistent met de hypothese dat er concurrentie optreedt, maar een alternatieve verklaring kan gezocht wor- den in het bloemaanbod. In gebieden met hoge dichtheden honingbijen en lage dichtheden wilde bijen zou sprake kunnen zijn van een bloemaanbod dat gunstig is voor honingbijen, maar niet voor wilde bijen (bijvoorbeeld bij een beplanting die grotendeels uit exoten bestaat). Welke van de twee mogelijke verklaringen het beste de waargenomen patronen verklaart, is onduidelijk. Literatuuronderzoek wijst uit dat sterke nadelige effecten van concurrentie met honingbijen op wilde bestuivers zijn gevonden bij dichtheden vanaf 4 volken per km2. Deze effecten treden bij dergelijke dichtheden op in uiteenlopende landschaps- typen, ook in natuurterreinen waar grote aaneengsloten oppervlakten bloeiend gewas aanwezig zijn. Van een dergelijk groot voedselaanbod is in Amsterdam vrijwel nergens sprake, behalve misschien op enkele plekken waar in het voorjaar grote oppervlakten wilgen bloeien of in de zomer veel lindebloesem aanwezig is. In elk geval zijn er geen onderzoeken bekend waaruit blijkt dat er bij dichtheden zoals die in Amsterdam géén sprake is van een nadelige situatie voor wilde bijen en andere bloembezoekende in- sectem. Met de huidige dichtheden van honingbijenvolken in Amsterdam is dus aan- nemelijk dat wilde bestuivers er nadeel van ondervinden. Sterke negatieve effecten op de wilde bestuiversfauna treden op bij afstanden tot min- stens 1000 meter van de honingbijenvolken en zijn sterker naarmate er meer volken per locatie staan, en naarmate de volken op meer locaties aanwezig zijn. Ds sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN Uitgaande van de resultaten van het literatuuronderzoek en wat er bekend is over de dichtheid van honingbijenvolken in Amsterdam, mag verwacht worden dat de wilde bestuiversfauna in de stad sterk nadeel ondervindt van de huidige dichthe- den aan honingbijenvolken. OVERWEGINGEN Adviezen die deskundigen voor andere gebieden hebben opgesteld voor maximale dichtheden aan honingbijenvolken variëren sterk en deze variatie hangt in hoge mate samen met de aanwezige oppervlakte bloeiend gewas. Bij grote aaneenge- sloten oppervlakten bloeiend gewas kunnen meer volken geplaatst worden dan bij kleinere en meer geïsoleerde gebieden, waar bovendien vaak meer variatie (in ruimte en tijd) in voedselplanten aanwezig is. Voor de Amsterdamse situatie lijkt het gepaster om aan te sluiten bij adviezen die niet uitgaan van grote oppervlakten bloeiend gewas. Dit geldt voor het advies van Steffan-Dewenter & Tscharntke (2000) en daarvan afge- leide adviezen zoals die van Van der Spek (2012): maximaal 3 volken per km2. Dit zou in Amsterdam een algemene maat kunnen zijn, waar alleen van afgeweken wordt in situaties waar de oppervlakte bloeiend gewas gekwantificeerd wordt en deze voldoen- de blijkt te zijn om de dichtheid (binnen de bloeiperiode van het betreffende gewas) te kunnen verhogen. Als uitgangspunt hierbij kunnen de vuistregels van Slikboer & Smit (2019) gebruikt worden, die de richtlijnen van Van der Spek (2012) voor verschillende soorten gewassen met een factor 3 hebben verkleind op basis van recentere inzichten. Verschillende Amsterdamse gebieden hebben een bijzondere wilde bijenfauna met een hoog aantal soorten en/of populaties van bedreigde soorten. De 10 belang:- rijkste zijn aangegeven in Tabel 3. Deze gebieden zouden het eerste in aanmerking komen voor een aangescherpt beleid rond de plaatsing van honingbijenvolken. Niet alleen zou hier een maximale dichtheid moeten worden aangehouden, deze dichtheid zou bovendien ook moeten gelden binnen een bufferzone rond het ge- bied. Deze bufferzone zou minstens een kilometer breed moeten zijn om de groot- ste nadelige effecten op belangrijke populaties uit te kunnen sluiten. AANBEVELINGEN Samenvattend leiden alle overwegingen tot de volgende aanbevelingen. 1. Registratiesysteem en onderzoek vergunningplicht Om de dichtheden van honingbijenvolken te kunnen reguleren, is er een beter inzicht nodig in de aanwezigheid van deze volken in Amsterdam, zowel wat de locaties als de aantallen volken betreft. Hiertoe is het aan te bevelen om een regis- tratiesysteem op te zetten en te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om een registratieplicht te stellen. Om de aantallen in Amsterdam als geheel of in bepaal- de deelgebieden niet te hoog te laten oplopen, kan een vergunningplicht worden overwogen. De bestuurlijke mogelijkheden hiertoe zouden onderzocht moeten worden. De vastlegging van deze regels kan uiteindelijk wellicht geregeld worden via de Algemeen Plaatselijke Verordening. 2. Maximaal 3 honingbijenvolken per km2 als algemene maat Als algemeen maximum zou 3 volken per km2 kunnen gelden voor Amsterdam als geheel. Deze dichtheid is gebaseerd op de overwegingen in bovenstaande discus- sie. 20 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam Een mogelijk betere maat kan afgeleid worden uit de rekenmodule van Smit et al. (2021) zoals te vinden op www.bestuivers.nl/bijenkasten-op-heideterreinen. Om deze te gebruiken is informatie nodig over de oppervlakte bloeiende planten en het aantal locaties met honingbijenkasten. Deze berekening zou dan moeten plaats vinden onder de twijfelachtige aanname dat de in Amsterdam bloeiende planten vergelijkbaar zijn met bloeiende heidestruiken. 3. Aangepaste dichtheid bij grote aaneengesloten oppervlakten bloeiend gewas Bij grote oppervlakten bloeiend gewas, zoals wilgen of linden, kunnen de dicht- heden van honingbijenvolken worden aangepast. Hierbij kunnen de volgende vuistregels gebruikt worden (gebaseerd op Slikboer & Smit 2019): 25 bijenvolk per km2 voor bloeiende wilgen, 15 bijenvolk per km2 voor overige rijk bloeiende plan- ten (plantensoorten die voor Amsterdam niet relevant zijn, zoals struikheide en bosbes, zijn hier weggelaten). Voor alle gevallen geldt dat de bijenkasten buiten de bloeitijd van de betreffende planten weer verwijderd dienen te worden. Bij plantensoorten die van groot belang zijn voor bedreigde wilde bijensoorten, zou beter de algemene maat van 3 volken per km2 kunnen worden aangehouden. Dit geldt vooral voor klavers en andere vlinderbloemen, waarvan diverse bedreigde wilde bijen in hoge mate afhankelijk zijn. 4. Speciale aandacht voor belangrijke gebieden voor wilde bijen Zoals in het hoofdstuk Belangrijke gebieden voor wilde bijen in Amsterdam is aange- duid, komen met name de volgende 10 gebieden in aanmerking voor het predikaat ‘belangrijk gebied voor wilde bijen’: Diemerpark Gaasperpark Gijsbrecht van Aemstelpark Huis te Vraag / Schinkelzone Noordelijke Oeverlanden Noorder IJ-plas Science Park Volgermeerpolder Westerpark Mogelijk is het voor de prioritering bij de invoer van maatregelen of bij de handha- ving hiervan werkbaarder om de pijlen eerst op deze 10 gebieden te richten. Stel rond deze gebieden een bufferzone in van tenminste 1 km breed. Binnen deze zone zou de maximum dichtheid van 3 volken per km? zonder uitzondering moe- ten gelden en goed gehandhaafd moeten worden. Voor de Volgermeerpolder zou een geheel verbod op honingbijenvolken binnen de bufferzone overwogen moeten worden, gezien de daar aanwezige populatie van de bedreigde en concurrentiege- voelige moshommel. | 21 sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN LITERATUUR Adriaens, T. & D. Laget 2008. To bee or not to bee. Mogelijkheden voor het houden van bijenvol- ken in natuurgebieden: een inschatting. — Instituut voor natuur- en bosonderzoek, Brussel. Agresti, A. 2007. An introduction to categorical data analysis. Second edition. —Wiley series. Andriessen, L. 2011. Hoe groot wordt een bijenvolk? — De Vlaamse Imker 15(9): 7-29. Angelella, G.M., C.T. McCullough & M.E. O'Rourke 2021. Honey bee hives decrease wild bee abundance, species richness, and fruit count on farms regardless of wildflower strips. — Sci- entific Reports 11, 3202. https://doi.org/10.1038/541598-021-81967-1 Bosch, J. van ‘t & M. Reemer 2021. Bijen in 13 Amsterdamse groengebieden. — EIS Kenniscen- trum Insecten, Leiden. Forup, M.L. & J. Mammoth 2005. The relationship between the abundances of bumblebees and honeybees in a native habitat. — Ecological Entomology 30: 47-57. Goulson, D. & K.R. Sparrow 2008. Evidence for competition between honeybees and bumble- bees; effects on bumblebee worker size. — Journal of Insect Conservation 13: 177-181. Henry, M. & G. Rodet 2018. Controlling the impact of the managed honeybee on wild bees in protected areas. — Scientific Reports 8: 9308. https://doi.org/10.1038/s41598-018-27591-y Henry, M. & G. Rodet 2020. The apiary influence range: a new paradigm for managing the co- habitation of honey bees and wild bee communities. — Acta Oecologica 105, 103555. https:// : 51 Hudewenz, A. & A.-M. Klein 2013. Competition between honey bees and wild bees and the role of nesting resources in a nature reserve. — Journal of Insect Conservation 17: 1275-1283. Hudewenz, A. & A.-M. Klein 2015. Red mason bees cannot compete with honey bees for floral resources in a cage experiment. — Ecology & Evolution 5: 5049-5056. Jaffé, R., V. Dietemann, M.H. Allsopp, C. Cost Kohl, P.L. & B. Rutschmann 2018. The neglected bee trees: European beech forests as a home for feral honey bee colonies. — Peer] 6: e4602 https://doi org/10.7717/peerj.4602 Koster, A. 1998. Honingbijen en wilde bijen zijn concurrenten. — Bijen 7: 265-269. Koster, A. & A. Teepe 2019. Wilde bijen in het Amsterdamse Bos in relatie tot honingbijen. — Privé-uitgave. Kuypers, A. 1997. Druk op drachtgebieden. — Bijen 6: 3-4. Lindström, S.A.M., L. Herbertsson, M. Rundlöf, R. Bommarco & H.G. Smith 2016. Experimen- talevidence that honeybees depress wild insect densities in a flowering crop. — Proceedings ofthe Royal Society B 283: 20161641. http://dx.doiorg/10.1098/rspb 20161641 Mallinger, R.E., H.R. Gaines-Day & C. Gratton 2017. Do managed bees have negative effects on wild bees? A systematic review of the literature. — PLOS One 12(12): e0189268. https://doi. org/10.1371/journal.pone.o189268 McCune, F., E‚. Normandin, M.J. Mazerolle & M.J.V. Fournier 2019. Reaction of wild bee commu- nities to beekeeping, urbanization, and flower ability. — Urban Ecosystems 23: 39-54. Meeus, |, L. Parmentier, M. Pisman et al. 2021. Reduced nest development of reared Bombus terrestris within apiary dense human-modified landscapes. — Scientific Reports 11. https:// Peeters, T.M.J., H. Nieuwenhuijsen, J. Smit, F. van der Meer, I.P. Raemakers, W.R.B. Heitmans, K. van Achterberg, M. Kwak, A.J. Loonstra, J. de Rond, M. Roos & M. Reemer 2012. De Ne- derlandse bijen (Hymenoptera: Apidae s.l.}. — Natuur van Nederland 11: 1-544. [PDF beschik- baar via www.bestuivers.nl] Raemakers, |. & T. Faasen 2017. Zonering gevoelige bijen Eindhoven. — Ecologica, Maarheeze. Reemer, M. 2018. Basisrapport voor de Rode Lijst Bijen. — EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. [PDF beschikbaar via www.bestuivers.nl/rodelijst] Reemer, M., M. Kos, T. Fernhout & L. Slikboer 2019. Bijen in elf Amsterdamse stadsparken. — EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Reemer, M., T. Fernhout & F. Rhebergen 2020. Bijen in Amsterdamse stadsparken en andere ecologisch beheerde gebieden. — EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Reemer, M., S. Klumpers & T. Zeegers 2021. Bijen en balsemien: concurrentie tussen honingbij- en en wilde bestuivers in de Biesbosch. — Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Ropars, L., |. Dajoz, C. Fontaine, A. Muratet, B. Geslin 2019. Wild pollinator activity negatively re- lated to honey bee colony densities in urban context. — PLoS ONE 14(9): eo222316. https:// doiorg/10.1371/journal.pone.0222316 Seeley, T.D. 1985. Honeybee ecology: a study of adaptation in social life. — Princeton University Press, New Jersey. Slikboer, L. & J.T. Smit 2019. Voorlopige richtlijn plaatsing bijenkasten op defensieterreinen. — EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. 22 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam Slikboer, L., J.T. Smit & T. Zeegers 2019. Honingbijen & wilde bestuivers in defensieterreinen deel 1: Doornspijkse Hei. — EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Smit, J.T. T. Zeegers & L. Slikboer 2021. Richtlijn plaatsing honingbijenkasten op heideterreinen van Defensie. — EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Spek, E. van der. 2012. Effecten van honingbijen, Apis mellifera, op insecten in natuurterreinen. — Entomologische Berichten 72: 103-110. Steen, J. van der 2015. Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen (deel I). — Plant Research International, Wageningen University, rapport 606: 1-37. Steffan-Dewenter, |. & T. Tscharntke 2000. Resource overlap and possible competition between honey bees and wild bees in central Europe. — Oecologia 122: 288-296. Valido, A, M.C. Rodríguez-Rodríguez & P. Jordano 2019. Honeybees disrupt the structure and functionality of plant-pollinator networks. — Scientific Reports 9, 4711. https://doi. Walther-Hellwig, K., G. Fokul, R. Frankl, R. Buechler, K. Eckschmitt & V. Wolters 2006. Increased density of honeybee colonies affects foraging bumblebees. — Apidologie 37: 517-532. Wignall, V.R., M. Brolly, C. Uthoff et al. 2020. Exploitative competition and displacement medi- ated by eusocial bees: experimental evidence in a wild pollinator community. — Behavioral Ecology and Sociobiology 74, 152. https://doi.org/10.1007/s00265-020-02924-y Wojcik, V.A., L.A. Morandin, L. Davies Adams & K.E. Rourke 2018. Floral resource competition between honey bees and wild Bees: is there clear evidence and can we guide management and conservation? — Environmental Entomology 47 (4): 822-833. doi: 10.1093/ee/nvyo77 2 sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN BIJLAGE 1: TOELICHTING STATISTIEK In Figuur 3 wordt het volgende machtsverband verondersteld tussen de aantallen honingbijen en wilde bijen: W = B.HE Gj) Waarin W het aantal waargenomen wilde bijen is (op een locatie) en H het aan- tal honingbijen. Is de exponent a dan (statistisch significant) gelijk aan 1, dan is sprake van een lineair verband. In dat geval zou geen sprake zijn van concurrentie tussen honingbijen en wilde bijen. Wanneer exponent a significant van 1 verschilt, zou sprake kunnen zijn van concurrentie. Om de analyse te kunnen doen, vertalen we bovenstaande relatie door de loga- ritme te nemen. Dit heeft twee redenen: -1} het verband tussen de aantallen wordt lineair In(w) =a.In(H) + B (2) -2} Aantallen zijn niet normaal verdeeld. Daarom mag men niet zo maar normale technieken als kleinste kwadraten toepassen. Beter is het eerst de logaritme te nemen (Agresti 2007). Voor het log-lineaire verband (2) vinden we de regressie weergegeven in Figuur 6. Het verband heeft een behoorlijk goede fit (R2 = 0,54). Voor de richtingscoëfficiënt a vinden we a =0,7 + 0,11 Figuur 6 Lineair verband tus- Ey =0,703042,1202 sen de logaritme van het aan- R*=0,5392 x tal waargenomen wilde bijen / (Y-as) en honingbijen (X-as). . - Eet. . . . a be ® 5 Voor toelichting zie tekst Me- = & k , ge . thode en hoofdstuk Honing- z e. EN ms bijen in Amsterdam. pe en “_e e e ez & zer @ EL peet ® E 4 © ON e d 4 À 5 6 d In{# hor ingbij} 24 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam De verhouding van het aantal wilde : honingbijen W/H wordt op grond van (1) gemodelleerd als w _ G) — = B.He@D H Voor waarden van de exponent a kleiner dan 1, zien we dat de verhouding van wil- de bij : honingbij daalt bij hogere aantallen honingbijen. Dat is wat we terugvinden in de observaties in Amsterdam (Figuur 4). Licht complicerende factor hierbij is dat de lengte van transecten van locatie naar locatie varieert. [s_ sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN BijLAGE 2: CONCURRENTIEGEVOELIGHEID Inschatting van de gevoeligheid voor concurrentie met de honingbij voor 114 uit Amsterdam bekende bijensoorten (Reemer et al. 2019, 2020, Van ‘t Bosch & Reemer 2021). CG = concurrentiegevoeligheid (voor toelichting zie hoofdstuk Be- langrijke gebieden voor wilde bijen in Amsterdam). CG Bron 1 _geriemde zandbij Andrena angustior 2 Raemakers & Faasen (2017) 2 witbaardzandbij Andrena barbilabris 2 Raemakers & Faasen (2017) 3 tweekleurige zandbij Andrena bicolor 1 Raemakers & Faasen (2017) 4 goudpootzandbij Andrena chrysosceles 1 Raemakers & Faasen (2017) 5 wimperflankzandbij Andrena dorsata 1 Raemakers & Faasen (2017) 6 grasbij Andrena flavipes 2 Raemakers & Faasen (2017) 7 gewone rozenzandbij Andrena fucata 2 Raemakers & Faasen (2017) 8 vosje Andrena fulva 2 Raemakers & Faasen (2017) g weidebij Andrena gravida 2 Reemer et al. (2020) 10 roodgatje Andrena haernorrhoa 2 Raemakers & Faasen (2017) 11 valse rozenzandbij Andrena helvola 2 Raemakers & Faasen (2017) 12 ereprijszandbij Andrena labíata 1 Reemer et al. (2020) 13 gewone dwergzandbij Andrena minutula 1 Raemakers & Faasen (2017) 14 lichte wilgenzandbij Andrena mitis 3 Raemakers & Faasen (2017) 15 zwartbronzen zandbij Andrena nigroaenea 2 Raemakers & Faasen (2017) 16 viltvlekzandbij Andrena nitida 2 Raemakers & Faasen (2017) 17 gebandeerde dwergzandbij Andrena níveata 2 huidige rapportage 18 vroege zandbij Andrena praecox 3 Raemakers & Faasen (2017) 19 fluitenkruidbij Andrena proxima 1 Reemer et al. (2020) 20 meidoornzandbij Andrena scotica 2 Raemakers & Faasen (2017) 21 witkopdwergzandbij Andrena subopaca 1 Raemakers & Faasen (2017) 22 breedrandzandbij Andrena synadelpha 2 Raemakers & Faasen (2017) 23 grijze rimpelrug Andrena tibialis 2 Raemakers & Faasen (2017) 24 grijze zandbij Andrena vaga 3 Raemakers & Faasen (2017) 25 variabele zandbij Andrena varians 2 Raemakers & Faasen (2017) 26 roodbuikje Andrena ventralis 2 Raemakers & Faasen (2017) 27 geelstaartklaverzandbij Andrena wilkella 3 Raemakers & Faasen (2017) 28 grote wolbij Anthidium manicatum 2 Raemakers & Faasen (2017) 29 andoornbij Anthophora furcata 2 Raemakers & Faasen (2017) 30 gewone sachembij Anthophora plumipes 2 Raemakers & Faasen (2017) 31 honingbij Apis mellifera 32 gewone koekoekshommel Bombus campestris 2 Raemakers & Faasen (2017) 33 tuinhommel Bombus hortorum 2 Raemakers & Faasen (2017) 34 boomhommel Bombus hypnorum 2 Raemakers & Faasen (2017) 35 steenhommel Bombus lapidarius 2 Raemakers & Faasen (2017) 36 veldhommel Bombus lucorum 2 Raemakers & Faasen (2017) 37 moshommel Bombus muscorum 3 huidige rapportage 38 akkerhommel Bombus pascuorum 2 Raemakers & Faasen (2017) 39 weidehommel Bombus pratorum 2 Raemakers & Faasen (2017) 40 vierkleurige koekoekshommel Bombus sylvestris 2 Raemakers & Faasen (2017) 41 _aardhommel Bombus terrestris 2 Raemakers & Faasen (2017) 42 grote koekoekshommel Bombus vestalis 2 Raemakers & Faasen (2017) 43 grote klokjesbij Chelostoma rapunculí 2 Raemakers & Faasen (2017) 44 slanke kegelbij Coelioxys elongata 2 Raemakers & Faasen (2017) 45 gewone kegelbij Coelioxys inermis 2 Reemer et al. (2020) 46 grote zijdebij Colletes cunicularius 3 Raemakers & Faasen (2017) 26 | REEMER & ZEEGERS 2022 Voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam 47 wormkruidbij Colletes daviesanus 2 Raemakers & Faasen (2017) 48 duinzijdebij Colletes fodiens 2 Raemakers & Faasen (2017) 49 donkere zijdebij Colletes marginatus 2 huidige rapportage 5o zuidelijke zijdebij Colletes similis 2 Raemakers & Faasen (2017) 51 _pluimvoetbij Dasypoda hirtipes 2 Raemakers & Faasen (2017) 52 gewone viltbij Epeolus variegatus 2 Reemer et al. (2020) 53 roodpotige groefbij Halictus rubicundus 2 Raemakers & Faasen (2017) 54 parkbronsgroefbij Halictus tumulorum 1 Raemakers & Faasen (2017) 55 tronkenbij Heriades truncorum 1 Raemakers & Faasen (2017) 56 zwartgespoorde houtmetselbij Hop/itis leucomelana 1 Raemakers & Faasen (2017) 57 kortsprietmaskerbij Hylaeus brevicornis 1 Raemakers & Faasen (2017) 58 gewone maskerbij Hylaeus communis 1 Raemakers & Faasen (2017) 59 poldermaskerbij Hylaeus confusus 1 Raemakers & Faasen (2017) 6o kortsprietmaskerbij Hylaeus gredleri 1 Raemakers & Faasen (2017) 61 tuinmaskerbij Hylaeus hyalinatus 1 Raemakers & Faasen (2017) 62 weidemaskerbij Hylaeus incongruus 1 Raemakers & Faasen (2017) 63 rietmaskerbij Hylaeus pectoralis 1 Raemakers & Faasen (2017) 64 kleine tuinmaskerbij Hylaeus pictipes 1 Raemakers & Faasen (2017) 65 resedamaskerbij Hylaeus signatus 1 Reemer et al. (2020) 66 berijpte geurgroefbij Lasioglossum albipes 1 Raemakers & Faasen (2017) 67 gewone geurgroefbij Lasioglossum calceatum 1 Raemakers & Faasen (2017) 68 gewone smaragdgroefbij Lasioglossum leucopus 1 Raemakers & Faasen (2017) 69 matte bandgroefbij Lasioglossum leucozonium 1 Raemakers & Faasen (2017) 7o glanzende groefbij Lasioglossum lucidulum 1 Raemakers & Faasen (2017) 71 ingesnoerde groefbij Lasioglossum minutissimum 1 Raemakers & Faasen (2017) 72 langkopsmaragdgroefbij Lasioglossum morio 1 Raemakers & Faasen (2017) 73 kleigroefbij Lasioglossum pauxillum 1 Raemakers & Faasen (2017) 74 fijngestippelde groefbij Lasioglossum punctatissimum 1 Raemakers & Faasen (2017) 75 halfglanzende groefbij Lasioglossum semilucens 1 Raemakers & Faasen (2017) 76 gewone franjegroefbij Lasioglossum sexstrigatum 1 Raemakers & Faasen (2017) 77 biggenkruidgroefbij Lasioglossum villosulum 1 Raemakers & Faasen (2017) 78 glanzende bandgroefbij Lasioglossum zonulum 1 Raemakers & Faasen (2017) 79 gewone slobkousbij Macropis europaea o Raemakers & Faasen (2017) 80 tuinbladsnijder Megachile centuncularis 2 Raemakers & Faasen (2017) 81 grote bladsnijder Megachile willughbiefla 2 Raemakers & Faasen (2017) 82 bruine rouwbij Melecta albifrons 2 Raemakers & Faasen (2017) 83 bleekvlekwespbij Nomada alboguttata 1 Raemakers & Faasen (2017) 84 langsprietwespbij Nomada conjungens 1 huidige rapportage 85 roodzwarte dubbeltand Nomada fabriciana 1 Raemakers & Faasen (2017) 86 geelschouderwespbij Nomada ferruginata 2 Raemakers & Faasen (2017) 87 gewone wespbij Nomada flava 2 Raemakers & Faasen (2017) 88 gewone kleine wespbij Nomada flavoguttata 1 Raemakers & Faasen (2017) 89 kortsprietwespbij Nomada fucata 2 Raemakers & Faasen (2017) go roodsprietwespbij Nomada fulvicornis 2 Raemakers & Faasen (2017) 91 _smalbandwespbij Nomada goodeniana 2 Raemakers & Faasen (2017) 92 roodharige wespbij Nomada lathburiana 3 Raemakers & Faasen (2017) 93 donkere wespbij Nomada marshamella 2 Raemakers & Faasen (2017) 94 sierlijke wespbij Nomada panzeri 2 Raemakers & Faasen (2017) 95 gewone dubbeltand Nomada ruficornis 1 Raemakers & Faasen (2017) 96 geeltipje Nomada sheppardana 1 Raemakers & Faasen (2017) 97 borstelwespbij Nomada stigma 3 Reemer et al. (2020) 98 variabele wespbij Nomada zonata 1 Raemakers & Faasen (2017) 99 rosse metselbij Osmia bicornis 2 Raemakers & Faasen (2017) 100 blauwe metselbij Osmia caerulescens 1 Raemakers & Faasen (2017) 101 gehoornde metselbij Osmia cornuta 2 Raemakers & Faasen (2017) 102 grote bloedbij Sphecodes albilabris 3 Raemakers & Faasen (2017) 103 brede dwergbloedbij Sphecodes crassus 1 Raemakers & Faasen (2017) 104 glanzende dwergbloedbij Sphecodes geoffrellus 1 Raemakers & Faasen (2017) El sE RAPPORT: EIS KENNISCENTRUM INSECTEN 105 pantserbloedbij Sphecodes gibbus 2 Raemakers & Faasen (2017) 106 kleine spitstandbloedbij Sphecodes flongulus 1 Raemakers & Faasen (2017) 107 verscholen dwergbloedbij Sphecodes marginatus 1 Reemer et al. (2020) 108 gewone dwergbloedbij Sphecodes miniatus 1 Raemakers & Faasen (2017) 109 dikkopbloedbij Sphecodes monilicornis 1 Raemakers & Faasen (2017) 110 schoffelbloedbij Sphecodes pellucidus 1 Raemakers & Faasen (2017) 111 grote spitstandbloedbij Sphecodes puncticeps 1 Raemakers & Faasen (2017) 112 rimpelkruinbloedbij Sphecodes reticulatus 1 Raemakers & Faasen (2017) 113 gewone tubebij Stelis breviuscula 1 Raemakers & Faasen (2017) 114 geelgerande tubebij Stelis punctulatissima 1 Raemakers & Faasen (2017) 28 | k Ee Eg : é 5 K_ Dd 6 6d rl 4 hi E en < Ge ce dd AE , 4 E à SK k Da Ë BE 4 EIS KENNISCENTRUM INSECTEN EN ANDERE ONGEWERVELDEN Stichting EIS is het kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelden. De stichting doet onderzoek en geeft adviezen over beleid en beheer. Daar- naast houden we ons bezig met voorlichting en educatie. We hebben een brede kennis over de ecologie, verspreiding en bescherming van ongewer- velden. Het bureau werkt samen met ruim 1400 vrijwilligers verdeeld over meer dan 5o werkgroepen, elk gericht op een specifieke diergroep. Door dit netwerk van specialisten en vrijwilligers hebben we naast goede kennis over populaire groepen zoals libellen en sprinkhanen ook ruime expertise met be- trekking tot andere insecten en ongewervelden. EIS Kenniscentrum Insecten is daardoor in staat om projecten uit te voeren met betrekking tot een grote diversiteit aan diergroepen.
Onderzoeksrapport
32
train
Vervoerregio AGENDA Amsterdam Datum dinsdag 20 februari 2018 Tijd 20:45 uur Locatie Raadszaal van het stadhuis van Amsterdam AGENDA REGIORAAD — 20 februari 2018 Deze geannoteerde agenda bevat per agendapunt informatie over het voorstel en het vervolg van het proces, inclusief de adviezen van de portefeuillehouders op voorstellen. REGIORAAD - 20 februari 2018 — Aanvang 20:45 Voorzitter: D. Bijl 14. Opening 15. Vaststellen agenda regioraad 16. Mededelingen 17. Notulen regioraad 12 december 2017 TER BESLUITVORMING — voorbereid in de voorsessie 18. Kadernota 2019-2022 Een eerste concept tekstversie van de Kadernota 2019-2022 heeft de functie om op hoofdlijnen de beleidsmatige en financiële kaders voor de komende vier jaar te formuleren. Het beschrijft thema’s de komende jaren gaan spelen en beslag gaan leggen op de financiële ruimte en/of vragen om afwegingen omtrent de rol van en de financiering vanuit de Vervoerregio. Het karakter van voorliggende kadernota is, met de gemeenteraadverkiezingen in het vooruitzicht, vooral informerend en in mindere mate kader stellend. Het is namelijk aan het nieuwe bestuur om de koers uit te zetten voor de komende jaren. Besluitvormingsproces: PHO: 18/1 DB: 25/1 RR: 20/2 Advies PHO: Conform voorstel pagina 1 van 3 Vervoerregio AGENDA Amsterdam 19. Beleidsregel Deelfiets Deze beleidsregel heeft als doel om zowel het aanbieden van fietsen, e-bikes, als e-scooters en dergelijke als deeloplossing in regionale samenhang te beschouwen en waar nodig in acties te vertalen. In de Regioraad van 12 december is de Beleidsregel Deelfiets voor de eerste maal besproken en positief ontvangen. Een aantal punten zijn verduidelijkt in dit definitieve voorstel. Besluitvormingsproces: PHO: 18/1 DB: 25/1 RR: 20/2 Advies PHO: Conform voorstel, met dien verstande dat: er aandacht moet blijven voor de verschillen tussen de gemeenten. 20. HOV Westtangent, Ringvaartbrug, Samenwerkingsovereenkomst Tussen station Sloterdijk en Schiphol Plaza gaat vanaf begin 2019 de Westtangent rijden, een hoogwaardige en hoogfrequente busverbinding via een aantal belangrijke bestemmingen in Nieuw-West (Amsterdam) en Schiphol-Noord (Haarlemmermeer). Hiervoor wordt op de route een aantal aanpassingen doorgevoerd waardoor de bus beter en comfortabeler door kan rijden. Eén van die onderdelen is de vervanging van de huidige Ringvaartbrug door een nieuwe brug. De Regioraad wordt gevraagd in te stemmen met de concept Samenwerkingsovereenkomst Ringvaartbrug en het DB te mandateren om tot een definitieve overeenkomst te komen en ondertekening door alle partijen te organiseren. Er is nog geen dekking van de mogelijke beheer en onderhoud kosten geregeld in de begroting van de Vervoerregio. Het DB zal in het kader van de Planning&Control Cyclus van de Vervoerregio zoeken naar een oplossing voor de financiering van de Beheer en Onderhoudskosten. Besluitvormingsproces: PHO: - DB: 25/1 RR: 20/2 Advies PHO: - 21. Aanvraag formatie-uitbreiding i.v.m. reorganisatie De Vervoerregio wil als een effectieve organisatie optimaal in staat zijn om te voldoen aan de complexe mobiliteitsopgaven in de Amsterdamse regio, het dagelijks bestuur en de regioraad te adviseren en faciliteren en te zorgen voor een goede financiële verantwoording. Ten gevolge van de voorgenomen reorganisatie van de vervoerregio-organisatie ontstaat er een aantal nieuwe functies die nu nog niet in de formatie zijn opgenomen. Om de formatieve ruimte tijdig mogelijk te maken en mee te laten lopen in het reorganisatieproces wordt een voorstel tot uitbreiding van de formatie en het verhogen van de personeelsbegroting middels een begrotingswijziging voorgelegd aan de regioraad op 20 februari 2018. De formatie-uitbreiding komt in de plaats van bestaande inhuur en is budgetneutraal te realiseren. Besluitvormingsproces: PHO: NVT DB: 25/1 RR: 20/2 Advies PHO: - pagina 2 van 3 Vervoerregio AGENDA Amsterdam OVERIGE 22. Rondvraag 23. Sluiting — aansluitend borrel Bestuursinformatie De vergaderstukken en een concept-verslag van deze vergadering treft u (binnenkort) hier online. Tevens treft u op de website de vergaderstukken en (concept-verslagen) van andere vergaderingen van de vervoerregio Aanmelden voor de nieuwsbrief Bestuursinformatie Vervoerregio kan online pagina 3 van 3
Agenda
3
val
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 1240 Datum akkoord 10 november 2015 Publicatiedatum 11 november 2015 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw R. Alberts van 27 oktober 2015 inzake de drukte bij de pont vanwege wegwerkzaamheden. Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstelster. Sinds twee weken is een groot deel van de aanlandplek van het Buiksloterwegveer en het NDSM-veer bij het Centraal Station afgezet met hekken omdat er wegwerkzaamheden zijn. De pontreizigers moeten door een smalle opening tussen de hekken om van de pont op het fietspad of bij het Centraal Station te komen, of andersom. Vooral in de spits leidt dit tot extreme drukte en staan fietsers en voetgangers lang te wachten voor ze hun reis kunnen vervolgen. In de week van 19 oktober 2015 werden extra maatregelen aangekondigd, maar die blijken niet voldoende. Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 27 oktober 2015, namens de fractie van de SP, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Hoe komt het dat deze situatie zo ontstaan is? Wat is de mening van het stadsbestuur over de extreme drukte bij de aanlandplek van de ponten? En was de extreme drukte niet van tevoren te verwachten? Antwoord: De situatie is ontstaan als gevolg van de werkzaamheden aan het maaiveld aan de IJ-zijde. Er wordt bij de pontaanlanding gewerkt aan de riolering en nieuwe bestrating, Om die werkzaamheden uit te kunnen voeren zijn bouwhekken geplaatst. Het BLVC (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) uitvoeringsplan ten behoeve van de werkzaamheden is volgens de geldende procedures besproken en goedgekeurd o.a. na bespreking in Werkgroep Werk in Uitvoering waar brandweer en politie vertegenwoordigd zijn. Tevens is bij aanvang van het werk geschouwd tijdens de ochtendspits. Het was toen druk en de verkeersafwikkeling verliep goed . Ook is er geschouwd voorafgaand aan het Amsterdam Dance Event (ADE). Naar aanleiding van deze schouw is vanwege ADE in Amsterdam Noord de toegang tussen de bouwhekken tijdelijk breder gemaakt. Na dat weekend, op 19 oktober 2015, zijn de bouwhekken weer op de oude posities teruggeplaatst om het rioleringswerk uit te kunnen voeren. 1 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Neeing ao Gemeenteblad Datum 41 november 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 27 oktober 2015 De verstoring op maandag 19 oktober 2015 was een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarbij tijdens de avondspits het uitvallen van een pont tot extra drukte leidde op het pontplein. De dag daarna is de doorgang beperkt verbreed vanwege het nog lopende werk aan het riool. Er zijn toen extra verkeersregelaars ingezet tijdens de avondspits. De situatie was daarmee niet optimaal, maar met de extra inzet van verkeersregelaars wel veilig. Het college is er mee bekend dat het druk is bij de aanlandplek van de ponten. Die drukte is nog meer merkbaar vanwege de lopende werkzaamheden. Hierin is in de uitvoeringsplannen rekening gehouden. Toen bleek dat dit niet voldoende zijn eerder genoemde maatregelen genomen, en is de situatie daarna in de gaten gehouden. Het gaat hier om een tijdelijke situatie: eind november zijn de werkzaamheden bij de pontaanlanding klaar. Het werk aan het riool is 28 oktober afgerond, waardoor de toegang tussen de bouwhekken verbreed kon worden en tijdelijke bestrating is geplaatst 2. Waarom zijn bij de aanlandingen van de veren hekken geplaatst (die zorgen voor een fuik) terwijl achter die hekken weinig activiteiten zichtbaar zijn? Wat is de planning van de werkzaamheden achter de hekken, wanneer zijn de geplande werkzaamheden gereed? Antwoord: Er wordt dagelijks gewerkt bij de aanlandplek van de ponten, waarbij de tijdelijke bouwhekken bij de aanlandingen nodig zijn omdat eerst rioleringsbuizen aangelegd moesten worden en daarna nieuwe (tijdelijke) bestrating. Inmiddels is meer ruimte vrijgemaakt (doorgang is ongeveer 10 meter breder gemaakt) omdat de rioleringswerkzaamheden zijn afgerond. Alle werkzaamheden zijn conform huidige planning eind november gereed. Dat is het moment dat de Langzaamverkeerpassage opengesteld wordt en de Kiss&Ride-strook gereed is voor gebruik. 3. Welke maatregelen heeft het stadsbestuur nu al genomen om de drukte in goede banen te geleiden en vindt het stadsbestuur deze maatregelen nog steeds voldoende? Antwoord: Er zijn extra verkeersregelaars ingezet tijdens de avondspits. Daarnaast is de doorgang tussen de bouwhekken breder gemaakt. Deze maatregelen zijn voldoende. Hier wordt dagelijks op toegezien. Na deze extra maatregelen, de verdere verbreding en de bevestiging uit schouwen dat het weer naar behoren verloopt, worden de extra verkeersregelaars tijdens de avondspits niet meer ingezet. 4. Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om de vertraging, overlast en onveiligheid te verminderen? Antwoord: Naast de getroffen maatregelen zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Enige overlast tijdens de werkzaamheden aan de IJ-zijde is echter onvermijdelijk. 2 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Neng ao Gemeenteblad ummer = su . Datum 41 november 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 27 oktober 2015 5. Zouden de werkzaamheden sneller verricht en afgerond kunnen worden dan (tot nu toe) de bedoeling is? Graag toelichten. De werkzaamheden kunnen niet sneller verricht worden zonder extra schaarse ruimte in beslag te nemen. In de beschikbare beperkte ruimte worden verschillende werkzaamheden tegelijkertijd uitgevoerd (zoals rioleringswerk, grondwerk, straatwerk en werk aan de kademuren). 6. Is het college bereid, deze vragen zo snel mogelijk te beantwoorden, aangezien de problemen nu elke dag blijven voortduren”? Antwoord: Ja. Bij deze. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 3
Schriftelijke Vraag
3
discard
Geachte raadsleden Komende woensdag behandelt U de brief van de cliëntenraden van Walborg en de Schuitenhuisstraat. Het verzoek 1s duidelijk en er hoeft niets aan toegevoegd te worden. Ik hoop dat U hierin aanleiding ziet om te komen tot een stadspas voor ongedocumenteerden waarmee ze in Amsterdam vrijwilligerswerk mogen doen, stage mogen lopen en onderwijs genieten daar waar instellingen dat mogelijk maken. Daarnaast wordt het ook hoog tijd afscheid te nemen van dit voor allen mensonterende BBB model. Over de BBB werd tijdens het Breed Stedelijk Overleg nog wel wat meer gezegd ( zie bijlage). De uitspraken liegen er niet om. “De BBB is onwenselijk voor getraumatiseerde ongedocumenteerden omdat zij dan met psychische problemen overdag op straat rondzwerven.” “De BBB is de slechtste vorm van opvang voor mensen onder behandeling” ( Samrad Ghane Equator)“Een deel van de mensen in de BBB hoort daar niet thuis, zij zijn te kwetsbaar en/ of ziek, sommigen hebben persoonlijkheidsstoornissen en verslavingen”. Hoe zit dit dan, we hebben toch 24/7 opvang voor kwetsbaren? Een simpele rekensom laat zien hoeveel mensen onder behandeling niet in aanmerking kwamen voor 24 uurs opvang. Equator heeft 180 mensen onder behandeling. 42 kwetsbaren zitten in Daalburgh ( niet 70 zoals toegezegd), 30 mensen bij het MOO en 20 mensen in de ASK V huizen. Dat betekent dus dat er 88 mensen onder behandeling aangewezen zijn op de BBB ! Blijkbaar wordt dus het grootste deel van de kwetsbaren afgewezen voor de opvang voor kwetsbaren. Het grootste deel omdat er daarnaast nog een onbekend maar groot aantal kwetsbaren is die geen behandeling volgen. Maar er is nog meer wat hier misloopt voor de mensen waar de aard van de (zware) problematiek dusdanig is dat zij niet kunnen functioneren in een grote groep, dus ook niet in Daalburgh. De gemeente schorst na incidenten naar beneden toe, d.w.z. van 24/7 naar BBB, van BBB naar de straat. Ook in de BBB’s vinden we een hoog schorsingspercentage ( Walborg 10%). Door het ontbreken van initieel maatwerk eindigen de mensen met de zwaarste problematiek op straat. Ook de medewerker van detentie Over Amstel is hier niet erg blij mee, uiteindelijk komt het probleem bij hun terecht en ook zij zijn niet ingericht op mensen met zware problematiek. Dit hulverleningsgat zal ongetwijfeld ook gelden voor de daklozen. Het Programma Vreemdelingen geeft kwetsbare mensen maximaal een jaar 24/7 opvang. Op dit moment al en de komende twee maanden zullen 26 van hen weer op straat gezet worden. Niet dat ze niet langer kwetsbaar zijn, integendeel, ze kwamen ook niet voor niets door de zware ziekenboeg criteria heen. Zo zien we nu hoe een vrouw die bestraald moet worden voor haar kanker gewoon naar de BBB of Ter Apel gestuurd wordt. In het licht hiervan wil ik U ook wijzen op de meest recente ontwikkelingen op juridisch gebied. Zoals U weet oordeelde de Hoge Raad en de CRVB dat voorwaarden aan opvang mogen worden gesteld en daarom met een simpele verwijzing naar een VBL kan worden volstaan. Daarmee is de kous echter niet af. Het Europese Hof heeft recent besloten de kwestie met spoed te gaan beoordelen ( zie bijlage). Omdat er nog nooit eerder een Nederlands verzoek prioriteit kreeg, kunnen we wel stellen dat het Hof deze kwestie zeer serieus neemt. Een uitspraak zal waarschijnlijk nog dit jaar volgen. Natuurlijk kan niemand voorspellen wat deze uitspraak zal zijn, maar zeker is dat de eerdere uitspraken van de Hoge Raad en de CRVB hiermee komen te vervallen. In dit verband is het ook goed kennis te nemen van de repliek van de VN Mensenrechtenraad op de verdediging van de regering van haar beleid ( zie bijlage). Daar wordt in niet mis te verstane taal uitgelegd hoe Nederland meerdere verdragen schendt en deze misinterpreteert in haar reactie op de uitspraak van het ECSR, de Commissie van Europese Ministers en met haar uitspraken van de Hoge Raad en de CRVB . Ook lezen we dat dit asielgat vaak niet de schuld is van de vluchteling maar dat het probleem ligt bij de landen van herkomst en de inspanningen van Nederland en dat van aanzuigende werking geen sprake is omdat de omringende landen op een humanere manier met deze vluchtelingen omgaan.Boeiende kost om eens geheel door te lezen. Het lijkt me dus dat gezien deze positieve ontwikkelingen om de mensenrechten in Nederland weer gerespecteerd te krijgen, het beste gekozen kan worden het Programma Vreemdelingen minimaal voort te zetten en een forse uitbreiding voor te bereiden voor alle rechthebbenden. Mocht ook het Europese Hof besluiten dat opvang zonder voorwaarden gegeven moet worden, zoals de Europese Commissie eerder stelde, dan zal het ook afgelopen moeten zijn met de rol van DT&V hierin. Nu al stelt Equator dat gesprekken met DT&V zoveel stress opleveren dat behandeling onmogelijk wordt. Dan vervalt ook meteen de legitimiteit van de reden om de BBB onaantrekkelijk te maken om terugkeer te bevorderen en hierom mensen overdag op straat te zetten. En dan kunnen we eindelijk overgaan tot het bieden van menswaardige opvang voor deze mensen die niet als tweederangs mensen van de door ons getekende verdragen uitgesloten zouden mogen worden. Vriendelijke groet
Raadsadres
3
train
. ’ . { Stadsdeel Amsterdam Centrum SO T.a.v. raad : Postbus 202 E . 1000 AE Amsterdam _ En Amsterdam, 19-11-2009 Geachte Mevrouw, Mijnheer, Betreft: Voorgenomen plannen nieuwbouw binnenterrein achter Rozenstraat 183 Bij deze willen wij het volgende dringend onder uw aandacht brengen. Het betreft bouwplannen die een projectontwikkelaar van plan is te realiseren in het perceel dat 7 direct aan onze achtertuinen en onze binnentuin grenst. Tussen Rozenstraat en Laurierstraat bevinden zich twee binnentuinen: het schone weespad en het vuile weespad. Wij wonen aan het vuile weespad. Sinds de sloop van de laatste bebouwing midden jaren negentig is de binnentuin ook daadwerkelijk een tuin, die door de bewoners onderhouden wordt en waar zij dan ook van kunnen genieten. Vlak naast de binnentuin begint het perceel van Rozenstraat 183 (zie bijlage 1: kadastrale tekening). De projectontwikkelaar heeft plannen met het monument dat op Rozenstraat 183 staat én met het perceel daarachter, waar nu een loods staat (hoogte: 2,30 m). Het monument op nr. 183 zou moeten worden gerestaureerd en in de ruimte die vrijkomt na sloop van de loods zou dan een appartementencomplex moeten worden gerealiseerd van 9 meter hoog, zo'n 5 meter breed en zo'n 12 meter diep (zie bijlage 2: zijaanzicht nieuwbouw achterbebouwing). Nu is het beleid van de gemeente Amsterdam dat er in binnengebieden (dus de gebieden tussen twee woningen) niet hoger gebouwd zou mogen worden dan wat er op dit moment aan bebouwing aanwezig is. ” In 1999 is er echter voor dit gebied een bestemmingsplan aangenomen en door een fout is de rooitijn waarachter niet gebouwd mag worden, voor dit ene pand . (Rozenstraat 183 dus), niet getrokken pal achter het pand, zoals dat in 99% vd huizen het geval is, maar 12 meter verder achteraan het perceel. _ De projectontwikkelaar heeft met een architect een tekening gemaakt en in Juli jl. een bouwvergunning aangevraagd. Sindsdien zijn de bouwplannen al weer ingrijpend gewijzigd, mede onder druk van de welstandscommissie, die moet toetsen of het geen gebouwd gaat worden wel historisch verantwoord is. U begrijpt dat wij in het geheel niet blij zijn met deze bouwplannen, hoe deze er ook uit gaan zien. Eén en ander zal betekenen dat er aan de rand van de binnentuin een enorm pand zal verrijzen, waar absoluut niemand baat bij heeft, behalve de projectontwikkelaar. - De bezwaren van de bewoners tegen dit plan zijn legio. Wij noemen u de voornaamste: OO e Grote hinder van de geplande bebouwing, met name wat betreft zon- en lichtinval voor meerdere bewoners. 5 e Verregaande aantasting van het karakter van de binnentuin. e Ernstige ‘horizonvervuiling’. De bouw van dit pand zou betekenen dat een groot aantal bewoners pal tegenover hun woning óf een blinde muur krijgen óf tegen de ramen/ balkons van nieuwe bewoners aan zitten te kijken. e Inbreuk op de privacy (balkons en ramen die bij bewoners naar binnen ‘kijken’). Het pand is nooit meer dan enkele meters van de overige bebouwing. e Aanzienlijke waardedaling van huizen. e Schade aan huizen vanwege de bouwwerkzaamheden (verzakkingen etc.). Wij hopen van harte dat het bestuur van het stadsdeel zich wil inspannen om deze bouwplannen geen doorgang te laten vinden. ' … Wij danken u daarvoor bij voorbaat ! Oe . Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 Sector Bouwen en Wonen 1000 AE Amsterdam Afdeling Regie en Beleid Telefoon 14 020 Fax 020 552 4433 www.centrum.amsterdam.nl Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam Datum Ons kenmerk Uw kenmerk Behandeld door mevr. H. Rampen Rechtstreekse nummer 0205524748 Faxnummer 0205524595 Bijlage geen Onderwerp Voorgenomen bouwplan binnenterrein achter Rozenstraat 183 Geachte meneer In reactie op uw brief van 19 november 2009 en de daarin genoemde bezwaren tegen het bouwplan voor Rozenstraat 183-187 kunnen wij u het volgende mededelen. Ten eerste wil het dagelijks bestuur haar begrip voor uw standpunt kenbaar maken. Het volume op nummer 185-187 wordt aanzienlijk vergroot en dat heeft gevolgen voor de omgeving. Echter, het bouwplan past geheel binnen de grenzen van het bestemmingsplan Jordaan. De initiatiefnemer heeft daarmee een bouwrecht en publiekrechtelijk kan het stadsdeel niet anders dan de bouwvergunning verlenen. Publiekrechtelijk kan het stadsdeel het bouwplan niet tegenhouden. Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groeten, Het dagelijks bestuur, Anneke Eurelings Els Iping secretaris voorzitter Stadsdeel Centrum is bereikbaar per tram lijnen 9 en 14 of metro lijnen 51, 53 en 54 halte Waterlooplein.
Raadsadres
3
train
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2016 Afdeling 1 Nummer 611 Publicatiedatum 29 juli 2016 Ingekomen op 16 juni 2016 Ingekomen in raadscommissie FIN Behandeld op 14 juli 2016 Uitslag Aangenomen Onderwerp Motie van het lid Flentge inzake de Voorjaarsnota 2016 (passende huurprijs). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Voorjaarsnota 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 449). Constaterende dat: — door de regels van het passend toewijzen, mensen met een inkomen onder de huurtoeslaggrens alleen nog een huis mogen huren met een huur onder de aftoppingsgrens; — corporaties woningen te huur aan bieden met een vooraf bepaalde huurprijs, waardoor er in de praktijk een wachtlijst ontstaat voor huizen met een huur onder de aftoppingsgrens, en een wachtlijst voor huizen met een huur boven de aftoppingsgrens. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: — afspraken te maken met de corporaties met als doel om ‘dubbele wachtlijsten’ niet meer te laten voorkomen (boven dan wel onder de aftoppingsgrens) en sociale huurwoningen met een flexibele huurprijs aan te bieden zodat de huurprijs passend wordt gemaakt aan de bewoner (in plaats van andersom); — de resultaten voor het najaar 2016 te rapporteren aan de gemeenteraad. Het lid van de gemeenteraad E.A. Flentge 1
Motie
1
discard
x Gemeente Amsterdam AZ % Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, x Juridische Zaken en Communicatie Agenda, donderdag 12 juni 2008 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie Tijd 13.30 tot 17.30 uur Locatie Boekmanzaal Algemeen 1 Opening 2 Mededelingen 3 Vaststelling agenda 4 _Inspreekhalfuur Publiek 5 Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie AZ d.d. 22 mei 2008 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieAZ @raadsgriffie. amsterdam.nl 6 Openstaande Toezeggingen Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten zijn te ontlenen. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen zijn openbaar en hiervan worden geluids-en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden via internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info @raadsgriffie.amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam AZ Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie Agenda, donderdag 12 juni 2008 7 Termijnagenda 8 Actualiteiten Burgemeester 9 Rondvraag / TKN-lijst Openbare Orde en Veiligheid 10 Veiligheidsrisicogebied Groot Oost e Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 11 Begroting 2009 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (datum gemeenteraad: onbekend). 12 Voorjaarsnota 2008 - commissie AZ e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (datum gemeenteraad 25 juni 2008) e _ Kabinetbijlage ligt alleen voor commissieleden ter inzage bij de Raadsgriffie Algemene zaken 13 Presentatie: Wij Amsterdammers Communicatie 14 Burger- en Sociaal jaarverslag 2007 e Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 2
Agenda
2
discard
Gemeente pe BER 5 BE ij 4 BAAL! NA El | ke | | B 1 ER F EN! Ì Û 7 Pe | | : Î ij Sass a Ä s == ke | { a 4 6 Ad EN ke ed Re Os Fb A RL ® Á ' n & Î Î ES NR E ï | E, pe Za N ' x f nt ee ee k Ke Ë ZR N en Ot | k CAI : _ & p £ bi ij B Pe & en elk | | f 5 k en e _ ke Ee | : | = * Ea | | Î 4 í AN \ \ Lf Art nn í es NS s as Ì TA RT | K sE Nd Î 1 SEN | es h H | PAK: B Í | MA EN Ë SEEN | EN | | S U ee | | N | ’ me Se a \ EN En AEN pn A EEA a | ib EERS N | N oop og edolte on ie 1 ‚ 5000 Po Vbo Wp Sogo UE Pp Bo Sto Ooo teg MD Log eon do TN Se if : / bop do Poi P Bo Lo oro tok ER. € Ë Gleog o opo MN % Po eo Poel Cn d Doo tog to Ao © ho LALPo, to oo, Ni Pé OLENN af Boo “Oo “Oo og o Ok On Oo ©, al Oo' rk ais 6 a ro, LL / </ SEOn Cbr og Co o DD 0509 Po Po 5 DES OO SE j Od, i / 2e Noo Jog Poos ooo Po Oo Ape 1 OC £ 5 pr 67 Po Sp og do og OS OD Ap A Oo Co op fn 5 Cad, Ok do, 0, % WEL, Op oo o Ona og ° (O0 of 0 don 0 Ogre Bh eo Oo So SoL droo 0 is k Oes am? os ERO Oo Oo Op ooesorres Lo Le © Oc 100 on és À Ml ok ho, A eter Po o LEERLO MLO 5 oe ie 00 ole a ig. Oog ORS o AR Ly oe Oo 06 MKO BL o Soa S 90 / j / Moso Pe Milo os eee See O5 zb TENS B to 9 4 9 0 0 Q Ó € es LG Ke) ee e IN, © IL 8 À vl, te #, + ä BRcoo CROP DN PLEET LORE I et Goro, Od EARN ego BSA 0 DOELD Co CVSO LIS Mme 5 # Aes LON VN O0 So Se U0LEON LS se BO oa 0 ie ‚ SAS © en En ASSR iPoRde SES He So oo S STER AEN 0 A oaren R Reeteas es PoroeePOT î ce CRE ( ooft a ° es Seer ee goor É A ooo d DO 5 ke GD ä B. da P oan È “ À à et Ao 3 : > B En oee a Ge O0 OO OVOM ” Î kh B à Oss S y ” c rem 2.9 0 OS 5 Le ho N BEES, NS et Boe SQL „ Ope, Md o* ono SQo SP ARS 0 oû oek | aê ROOS KO OS In NO a oa9 Ge Le) Ä ú 4 vk > a, € Mh 1 Samenvatting 3 2 Inleiding 5 3 De doelen van de MBO-Agenda 7 En Gezamenlijke investering bedrijfsleven en onderwijs in opleiden en begeleiden 9 2. | Toeleiding naar het mbo 12 Aantrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs 15 ra Extra inzet via het Plusprogramma 18 A Duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Ontwikkelen 20 A Werkwijze van de MBO-Agenda 2023-2027 22 5 Financiën 25 6 Wat doet de gemeente naast de MBO-Agenda nog meer voor mbo-studenten? 28 MBO-scholen in Amsterdam 31 coverbeeld: Mick Health & Sport ROC TOP , em | É ze 5 jj nan DR H | Ii d Se Í | ij B LLC) TN | ZD  E Fi U Nl 4 fj 8 E S Hf | C Ad aan " 4 E î WZ en a A : | | Econ ME SE eene Fi n ern Me A eN Ee [EKO] ri a IT \ meever van be Li n: GR aard aak: | LA {LL F7 E En 9 Kk à Cam ee | Ze | | | Ì BS À „. Ni Mi ij archi verten koe | Ed ó { E as in a EEN, | | / k | Í á sl Re 4 enen \ Pb a B | I | WW _K 5 IN en En 4 OR AE e a El Al R Dit is een conc 4 LU werk. In een ho mn ai E heb gekregen oi N es \ \ Aan de rechterz > Interactief en be he op dezelfde foto J | AN : n el ze S & Af N r A 8 Ö Ò é S AE RS í kb L NSS N EK Í ge! TN 4 { An DR k id ke d 5 fi ON Sj dn ii \ Kd NINE a. an " ee IN || EN 5 MBO-Agenda 2023-2027 Gezamenlijke investering Meer toeleiding Aantrekkelijk en 4 bedrijfsleven en onderwijs naar het mbo hoogwaardig = in opleiden en begeleiden mbo-onderwijs Extra inzet via het Duurzame inzetbaarheid Plusprogramma en Leven Lang Ontwikkelen ’ En is sô Ea erp ROC van Amsterdam ROC TOP qe: ve nn ® afg Hout- en Mediacollege Samenwerkingsverband meubilerings- Amsterdam Vo Amsterdam-Diemen college ’ 3 focusthema’s e t, ea En h a de E Ì Voorrangsregelingen Stimuleren en financieren Extra inzet in de gebieden studenten niveau 1 en 2 van innovatieve projecten Nieuw-West, Noord en Zuidoost 4 MBO-Agenda 2023-2027 Samenvatting = Ï " ns p WD K Ik ei a AN 4 A A B E Ke a il Í 1 Ó Bad Gn p Ed Lb | \ > H ed he B Ii pn: a NN En Mij f ee 0, „ Kd il J ij Tr BM, ú ON EAN NM ie Nn Ns NA U QN ZN Jà IN NN it Sh, Á rd NN be NI RD \ DO Sd IE nd N \ Í Ì 4 N / | P ‚p 4 | a Je ij er | B a en Î | ee al àl ’ A Ne ” JH | Ki Pe mn WE k q ‚ e mand weer E-commerte design Pe ( Media College Amsterdam i Ch | 5 \ Inleiding Het mbo is een krachtige speler in de stad als het gaat om beroeps- gericht onderwijs en toekomstperspectief voor jongeren en volwassenen. Daarmee levert het mbo-onderwijs een belangrijke bijdrage aan de brede welvaartseconomie. Zonder goed opgeleide vakmensen kan onze samenleving niet draaien. Naast een vakopleiding biedt het mbo ook ruimte om Het college kiest ervoor ongelijk te investeren voor je als persoon en als burger te ontwikkelen. De MBO- gelijke kansen. Subsidieaanvragen voor studenten Agenda 2023-2027 investeert in allebei. Met deze die onderwijs op niveau 1 en niveau 2 volgen, krijgen MBO-Agenda wil de gemeente, in nauwe samen- voorrang. Zij verdienen onze extra inzet om meer werking met ROC van Amsterdam-Flevoland, ROC TOP, perspectief en wendbaarheid voor hen te creëren Mediacollege Amsterdam, Hout- en Meubilerings- in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Ook college en het Samenwerkingsverband vo Amsterdam- verbinden we deze agenda aan de extra inzet van Diemen, bijdragen aan het vergroten van kansen- het college in de gebieden Nieuw-West, Noord en gelijkheid en het bestrijden van de krapte op de Zuidoost, door initiatieven die bijdragen aan de arbeidsmarkt. Ook dragen we bij aan de herwaar- ontwikkeling van — en jongeren uit — deze gebieden dering van het mbo. voorrang te geven. Nieuw beleid Er zijn geen aparte uitvoeringsagenda’s meer zoals tot De MBO-Agenda 2023-2027 bouwt voort op de nu toe wel het geval was. Er is één integrale agenda intensieve en constructieve samenwerking en mooie waarmee we als gemeente verkokering willen tegen- innovaties die met de voorgaande agenda's zijn gaan. De afdelingen Economische Zaken en Onderwijs neergezet. Innovatieve projecten zullen we blijven werken daarbij nauw met elkaar samen. We werken stimuleren en financieren. Tegelijk gaan we ook een sector-overstijgend samen met onze partners in de aantal dingen anders doen. Met deze agenda brengen stad en verbinden het mbo zowel met het voortgezet we focus in onze inzet aan. De nieuwe MBO-Agenda onderwijs als met het hbo en het wo. Met als doel: stimuleert het creëren van perspectief en wendbaar- perspectief en wendbaarheid door krachtig beroeps- heid voor mbo-studenten en werkenden. Betere en gericht onderwijs in onze stad! intensievere samenwerking tussen het bedrijfsleven en het mbo moet leiden tot hoogwaardige, aantrekke- lijke opleidingen met goede stagemogelijkheden en baanperspectief. De gelijkwaardigheid van het mbo ten opzichte van andere vervolgopleidingen in het hbo en wo, staat daarbij voorop. Het Amsterdamse mbo is rijk en divers zowel in aanbod als in studenten. Vakinstellingen Mediacollege Amsterdam en het Hout- en Meubileringscollege bieden aan Amsterdamse jongeren en jongeren van buiten de stad beroepsopleidingen in specifieke sectoren. Docenten zijn vaak ook parttime professionals in het werkveld waar zij les in geven. ROC TOP en ROC van Amsterdam - Flevoland zijn brede mbo-instellingen met een diversiteit aan beroepsopleidingen van niveau 1 tot en met niveau 4. Elke instelling en elk college of campus kent daarbij zijn eigen opleidingen en bijbehorende netwerken met werkgevers. 6 MBO-Agenda 2023-2027 Inleiding = ë - p Na ROUTE osje -— | ld Bel U J& en N ï s gscollege Di | nr GN \, } ER 4 A 8 NE al cdi AO iP A MASER MER ' | | Ne 5 zm ( Ae \ ANS il =| ps Es ke 2 hm 4 EN | À Dn ds oi 4 De je ED) Le A , Wal if % \ NS Se S E sit 5 Em CA vate Je Ef s DN | LGR A Zi eni B On \ | Nd p E ï Er SE En Vn ‘ ie TPE zee cn knn je DN 5 AR — Zea ER ENEN r PNG zUR H ie nn NI EN Schenk tb ra NN / | DR B B He 4 he ES NINE Ee | u in MR Ne Be PTA PT SE Á a nn | en A £ al B, DE zn p dad 4 | TAN \ =r Pad é) d EUTRIR fi lg KI / bLEAd AL kik De agenda kent vijf doelen: Gezamenlijke investering bedrijfsleven en onderwijs in opleiden en begeleiden PA Meer toeleiding naar het mbo EN Aantrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs EA Extra inzet via het Plusprogramma EN Duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Ontwikkelen Hieronder gaan we uitgebreider op ieder doel in. stadsbrede, schooloverstijgende inzet wordt. Ten Per doel beschrijven we waarom we aandacht aan derde geven we aan hoe de gemeente bijdraagt dit onderwerp besteden. We vertellen wat we gaan aan de publiek-private samenwerkingen (PPS-en) doen om het doel te bereiken. We beschrijven wat om het mbo versterken. Tot slot geven we aan wat voor subsidieprojecten de mbo-instellingen kunnen de gewenste resultaten zijn. uitvoeren. Ook beschrijven we per doel wat onze De MBO-Agenda is nauw verbonden met het Economisch Arbeidsmarktbeleid van de gemeente. In het Economisch Arbeidsmarktbeleid staat wat de gemeente doet voor een arbeidsmarkt met perspectief voor iedereen. Het Economisch Arbeidsmarktbeleid is opgebouwd vanuit de constatering dat de economische groei van de afgelopen decennia onevenwichtig verdeeld is. Op de arbeidsmarkt zien we dat niet iedereen evenveel profiteert van de economische ontwikkeling. Tegelijkertijd hebben bedrijven die bijdragen aan cruciale maatschappelijke opgaven een tekort aan voldoende goed opgeleid personeel. Dat past niet in het streven naar een brede welvaartseconomie, waarin alle Amsterdammers mee kunnen blijven doen op de telkens veranderende arbeidsmarkt. En waarin we bedrijven ondersteunen die werken aan een duurzame, sociale en inclusieve economie. Gekozen is daarom voor een tweeledige benadering. Enerzijds een benadering die kansen van individuen bevordert en hen ondersteunt om zich te ontwikkelen. Parallel daaraan een aanpak waarin goed werkgeverschap en de vraag naar voldoende goed geschoold personeel van werkgevers, actief in cruciale sectoren, centraal staan. Het uitgangspunt is dat deze twee benaderingen met elkaar in lijn werken. Zo zetten we onze economische instrumenten in om kansengelijkheid te bevorderen en brede welvaart te bevorderen. Dat dient een maatschappelijk nut, maar is tegelijkertijd een economische noodzaak voor bedrijven. 8 Mao Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda = Gezamenlijke investering Ook kunnen mbo-instellingen subsidie aanvragen om bedrijfsleven en onderwijs in stagebegeleiding anders te organiseren in de tekort- opleiden en begeleiden sectoren. Dat kan bijvoorbeeld door stagebegeleiding vanuit school op de werkvloer uit te voeren of door Een goede aansluiting tussen onderwijs en de groepsbegeleiding aan te bieden. arbeidsmarkt is van sociaal en economisch belang. Samenwerking en gezamenlijk opleiden zorgt ervoor De gemeente zelf gaat zich als werkgever ook dat jongeren goed toegerust de arbeidsmarkt op inzetten voor meer kwalitatief goede stages. Als gaan. Hoe eerder het bedrijfsleven hier structureel gemeente hebben we daarin een voorbeeldrol voor aan bijdraagt, hoe beter: mbo-studenten zijn hun anderen. In dat kader hanteren we een minimale werknemers van de toekomst. Hier profiteert niet stagenorm van 300 mbo-stageplekken, waarvan alleen de student van doordat het onderwijs beter 50 stageplekken voor niveau 1 en 2 studenten. aansluit op wat het bedrijfsleven vraagt, maar ook het Daarvan zijn er 50 plekken voor niveau 1 en 2 bedrijfsleven doordat de afgestudeerde mbo-student studenten bedoeld. We starten daarnaast met een meer ervaring en vaardigheden heeft opgedaan die hybride leerwerktraject ‘handhaving’ binnen de nodig zijn in de praktijk. gemeente in samenwerking met het ROC van Amsterdam - Flevoland (ROCvA/F) en ROC TOP. Ook gaan we, op verzoek van studenten zelf, jaarlijks een Wat gaan we doen? stagemarkt organiseren samen met werkgevers en mbo-instellingen. Naast oriëntatie op werkgevers 1. Meer kwalitatief goede stages en kunnen studenten hier terecht voor informatie over stagebegeleiding. rechten en plichten van stagiairs. Tot slot hebben we Goede vakmensen leren hun vaardigheden in de regel ervoor gezorgd dat de stagevergoeding voor mbo- voor een groot deel in de praktijk. Stages zijn daarom studenten bij de gemeente hetzelfde is als die voor een essentieel onderdeel van een mbo-opleiding. studenten uit andere onderwijssectoren. Hiermee onderscheidt het mbo zich krachtig ten opzichte van andere onderwijsvormen. We zien echter 2. Het tegengaan van stagediscriminatie. dat de kwaliteit van stages en specifiek de stage- Iedere student moet dezelfde kansen krijgen op een begeleiding door het leerbedrijf onder druk staat, kwalitatief goede stage. Maar dat is op dit moment bijvoorbeeld omdat de druk in een (tekort)sector nog lang niet altijd het geval. Nog te vaak worden hoog is, of omdat er bij het leerbedrijf na corona meer studenten benadeeld op grond van hun geslacht, thuis gewerkt wordt. Dit vraagt om het anders seksuele voorkeur, beperking, leeftijd, gender- organiseren van stages of het anders begeleiden van identiteit, afkomst of geloofsovertuiging. Het vraagt studenten tijdens hun stages. Alleen dan kan de om extra inspanningen van zowel de gemeente, het student zich volop ontwikkelen tot vakmens. bedrijfsleven als het mbo om dit actief tegen te gaan. Onderwijs en bedrijfsleven moeten er samen voor zorgen dat de student te allen tijde stage kan lopen. Mbo-instellingen en onderwijsprofessionals zijn niet altijd voldoende toegerust om stagediscriminatie te Via de subsidieregeling MBO-Agenda 2023-2027 signaleren en adequaat te handelen. Hier is scholing biedt de gemeente mbo-instellingen de mogelijkheid voor nodig. Mbo-instellingen kunnen daarom subsidie om de beroepspraktijkvorming anders te organiseren aanvragen voor professionalisering op het gebied van op alle mbo-niveaus.t Samenwerking met het bedrijfsl- stagebegeleiding en het leren omgaan met stage- even is daarbij essentieel. Denk bijvoorbeeld aan: discriminatie. = het vormgeven van hybride leeromgevingen; = opleidingen waar leren op de werkvloer centraal Het Rijk heeft 30 miljoen gereserveerd voor de staat; totstandkoming van een stagepact. Belangrijke = challenge based learning opdrachten, waarbij onderwerpen hierin zijn: stagevergoeding, betere studenten in opdracht van een bedrijf een project begeleiding, voldoende stageplaatsen, leerbanen en uitvoeren. uitbanning van stagediscriminatie. Als gemeente 1 Voorde ontwikkeling van deze arrangementen voor niveau 1 en 2, worden mbo-instellingen gevraagd na te denken hoe de opbrengsten van het publiek private samenwerking Talentontwikkeling hierin kunnen worden meegenomen. 9 MBO Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda = faciliteren wij graag het proces om een regionaal 5. Stimuleren en verder ontwikkelen Publiek stagepact vorm te geven. We zijn hierover in gesprek Private Samenwerkingen met het onderwijsveld. Daarnaast werken we aan In een Publiek Private Samenwerking (PPS) leggen bewustwording over stagediscriminatie binnen onze bedrijfsleven en onderwijs hun meerjarige samen- eigen organisatie. Dat doen we onder andere met werking vast. Deze is niet vrijblijvend. In een context- behulp van een videoreeks. Medewerkers die rijke omgeving krijgen studenten, onderwijsprofes- betrokken zijn bij de werving en selectie van stagiairs sionals en werknemers de nieuwste technieken krijgen de mogelijkheid om zich verder te professio- aangeleerd. Ook nieuwe vormen van stagebegelei- naliseren hierop. ding komen hierin terug. Studenten krijgen daardoor een beter beeld van het werkveld, het beroep en de 3. Beter benutten kans op werk na stage taakinhoud. Tegelijk werken we aan innovatie en aan voor jongeren niveau 1 en 2. het oplossen van grotere vraagstukken voor het Als studenten van niveau 1 en 2 stagelopen aan het bedrijfsleven en de regio. einde van hun opleiding, biedt dat mogelijkheden om een vaste baan bij deze werkgever te krijgen. In de periode 2023-2027 werken we aan nieuwe We willen nog meer stimuleren dat studenten deze PPS-en die passen bij de opgaven van de stad. Denk kansen op een baan benutten. De stagebegeleiders daarbij onder meer aan de energietransitie. Graag op school en bij het Jongerenpunt kunnen hierin een gaan we ook een PPS aan met sectoren en werkgevers rol spelen. Zij kunnen jongeren die dit nodig hebben, die kansen bieden voor studenten van de Plusscholen extra begeleiding bieden richting werk. Het Werk- en mbo niveau 1 en 2 studenten. Bij al lopende PPS-en geversservicepunt vragen we om hun netwerk van zetten we in op verduurzaming en opschaling. werkgevers nog meer in te zetten om stages voor Innovatie van onderwijs en beroepspraktijk blijft niveau 1 en 2 te realiseren. Dit vergroot op die manier daarbij de kern van de samenwerking. Cross-over ook het netwerk van de school. opleidingen en modulair onderwijs zijn hier goede voorbeelden van. Tot slot is versterking van de rol van A. Vergroten kansen bij deelcertificering. de werkgevers in de PPS-en een belangrijk doel. Het lukt niet iedere mbo-student om in één keer een volledig diploma te halen. Voor de vakken die zij wel beheersen, kunnen ze een deelcertificaat of mbo- verklaring krijgen — een vorm van erkenning voor hun In Amsterdam zijn in de collegeperiode 2019- vakmanschap. In de praktijk wordt deelcertificering 2023 de volgende publiek-private samen- weinig gebruikt omdat deze mogelijkheid onder werkingen opgericht, verduurzaamd en of studenten, onderwijsprofessionals en werkgevers niet versterkt met het doel om de aansluiting bekend is. We willen ervoor zorgen dat jongeren via onderwijs en arbeidsmarkt te versterken. deelcertificering meer kansen krijgen op de arbeids- Hieronder de PPS-en waar een mbo-instelling markt. Het kan ook een stimulans zijn om voor een penvoerder van is en waarbij de gemeente een compleet mbo-diploma te gaan. aanjagende en/of faciliterende rol heeft: = Amsterdams Centrum Tech Talent (ACTT) Om dit te bevorderen is er onder andere subsidie = BouwAcademie Amsterdam (BAA) beschikbaar gericht op het trainen van intakers, = House of Digital (HoD) docenten en examencommissies. Dit helpt hen te = House of Hospitality herkennen dat bij sommige jongeren een traject = _NexTechnician (NT) richting een mbo-certificaat (inclusief praktijkleren) = Vakschool Technische Installaties (VTi beter past. Deze training is gericht op begeleiding Amsterdam) van mbo-studenten op alle niveaus. Alle mogelijke = Centrum voor Innovatief Vakmanschap NDSM uitvallers kunnen op die manier werken aan (CIV NDSM) deelcertificering. Het doel is dat studenten zonder = Talentontwikkeling volledig diploma aan werkgevers kunnen laten zien = Luchtvaart Community Schiphol dat zij over specifieke kennis en vaardigheden = Fieldlab Wijkzorg in de in de 21e eeuw beschikken. Als gemeente zullen we, samen met de = Urban Sport Trainer mbo-instellingen, verkennen hoe we bredere bekendheid van deelcertificering kunnen genereren. Werkgevers zijn hierbij een belangrijke doelgroep. 10 mso Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda = Wat levert het op? = Innovatieve stage-mogelijkheden, onder andere = Een regionaal stagepact. Hierin hebben onderwijs voor niveau 1 en 2. en bedrijfsleven afspraken gemaakt over kwalitatief = Meer stageplekken in de tekortsectoren: inzet op goede stages en het tegengaan van stagediscri- het anders vormgeven van stage(begeleiding), minatie. Alle partijen houden zich aan gemaakte bijvoorbeeld door simulatieleren. afspraken. = Er zijn meer mbo-professionals die geschoold zijn = Meer kans op een baan voor jongeren op niveau 1 in het geven van kwalitatief goede stagebegelei- en 2. ding en het tegengaan van stagediscriminatie. = Jongeren die zonder diploma het mbo verlaten = Minimaal 300 mbo-stageplekken per jaar binnen hebben een beter arbeidsmarktperspectief door de gemeente. het verkrijgen van een certificaat of = Minimaal 50 stageplekken per jaar binnen de praktijkverklaring. gemeente op niveaus 1 en 2. = Nieuwe, opgeschaalde en verduurzaamde PPS-en. = Een jaarlijkse stagemarkt, waar bedrijven en = Een PPS ontwikkeld in samenwerking met de studenten elkaar vinden. Plusscholen. 11 meo Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda = FN Toeleiding naar het mbo 2. Beroepsgerichte onderwijsroutes vo-mbo-hbo. In de stad zijn er verschillende initiatieven gericht op Landelijk verwachten we dat het aantal mbo- beroepsgericht onderwijs en doorlopende leerroutes. studenten de komende jaren daalt. De vraag naar mbo Bestaande initiatieven zijn echter te versnipperd. Ze opgeleide professionals is echter groot en blijft zijn ook vaak sterk afhankelijk van de inzet van een toenemen. Op dit moment kennen we als stad grote individu en het bijbehorende netwerk. Wat nog mist, tekorten in de sectoren bouw, zorg, onderwijs, is een breed gedragen visie op doorlopend leren in klimaat- en energie, veiligheid en kinderopvang. Het de beroepskolom voor de hele stad. Daarom willen is daarom belangrijk dat voldoende Amsterdamse we samen met bestuurders vanuit het vo, mbo en hbo jongeren ervoor (blijven) kiezen om naar het mbo te tot een convenant doorlopend leren komen. Zo'n gaan en de opleiding kiezen die het best bij ze past. convenant kan ook bijdragen aan een positieve Zonder vakmanschap komen we er als stad niet. We waardering voor vakmanschap. Als gemeente pakken willen de beroepsroute, van vo, via mbo tot en met we daarbij een aanjagende rol in de ketensamen- hbo, als een krachtige en volwaardige doorlopende werking: samenwerking tussen sectoren komt nu beroepsgerichte leerroute in de stad neerzetten. We eenmaal niet altijd vanzelf tot stand. willen stimuleren dat jongeren kiezen voor een opleiding met duurzaam arbeidsmarktperspectief. We stellen daarnaast subsidie beschikbaar voor de Goed voor hun toekomst, en goed voor de stad. Voor realisatie van doorlopende leerroutes, doorlopende een krachtige beroepsgerichte onderwijsroute is niet loopbaanoriëntatie en beroepskeuze (lob)-program- alleen het mbo zelf verantwoordelijk. Interesse voor ma’s en dubbel kwalificerende keuzedelen. Hiermee vakmanschap start al op het vo en zelfs het po. Dit willen we de samenwerking aanjagen en verbeteren, vraagt om samenwerking met alle onderwijssectoren. met als doel: meer initiatieven rondom doorlopend In dat kader hebben alle Amsterdamse onderwijs- leren. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor sectoren Onderwijs Ambities Amsterdam 2023-2027 een ‘praktijkgerichte-bonus’ voor doorlopende vastgesteld. Hierin wordt de gedeelde overkoepe- leerroutes binnen de beroepskolom (vo-mbo-hbo). lende onderwijsvisie beschreven. De MBO-Agenda is Dat geldt ook voor leerroutes die zich richten op het een uitwerking van deze ambities. opleiden van vakmensen in de tekortsectoren. Veel mbo-studenten twijfelen of ze hbo aankunnen, Wat gaan we doen? en die twijfel veroorzaakt kansenongelijkheid. Keuzedelen mbo-hbo en andere kennisuitwisselings- 1. Imago en gelijkwaardigheid van het mbo. programma’s kunnen uitkomst bieden. Dergelijke Maatschappelijke waardering en gelijke waardering programma’s zorgen ervoor dat mbo-studenten op van het mbo én van de mbo-student ten opzichte van een laagdrempelige manier kennis kunnen maken met (studenten) van andere vervolgopleidingen is hierbij het hbo. Dat maakt in veel gevallen de overstap een noodzakelijk. Alleen dan zullen jongeren het mbo als stuk makkelijker. Voor sommige mbo-studenten duurt aantrekkelijk en positieve studiekeuze zien, met volop een hbo-bachelor traject te lang en vaak is het ook te kansen en mogelijkheden. Bij alle inzet die we doen theoretisch. Associate Degree- opleidingen (AD's’) vanuit de MBO-Agenda krijgt dit punt onze volle bieden hiervoor een oplossing: ze duren twee jaar en aandacht. We gaan ons ervoor inzetten dat mbo- zijn meer op de praktijk gericht dan een bachelor studenten studentenkorting krijgen waar hbo- en traject. AD's maken het ook aantrekkelijker om voor wo=studenten dit ook krijgen. We zorgen ervoor dat de beroepsroute te kiezen (via mbo naar het hbo in het mbo in de stad positieve aandacht krijgt. Als plaats van via de havo). We gaan samen met de mbo- gemeente organiseren we samen met de MBO Raad instellingen en vo-scholen na hoe we de ontwikkeling, en de Amsterdamse mbo-instellingen de nationale bekendheid en civiele meerwaarde van AD's kunnen opening van het mbo-studiejaar 2023/2024 in bevorderen. Amsterdam. Ook speelt het Amsterdams mbo een rol bij de viering van Amsterdam 750 jaar. We onder- A. Begeleiding leerlingen van het praktijkonderwijs zoeken met de mbo-instellingen de mogelijkheid om en voortgezet (speciaal) middelbaar beroeps- een campagne te starten om rolmodellen meer onderwijs (basisberoepsgerichte leerweg), zichtbaar te maken voor studenten, in het bijzonder naar het mbo voor niveau 1 en 2. Tot slot zetten we er ons voor in Voor veel leerlingen, ouders en decanen van het dat bij de gemeente de hoger- en lager terminologie praktijkonderwijs en het voortgezet (speciaal) niet meer voorkomt. middelbaar beroepsonderwijs (basisberoepsgerichte 12 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = leerweg) zijn de mogelijkheden voor on the job leren kennismakelaars “kansrijke beroepen’ in. Zij bezoeken via een mbo-opleiding of via praktijkleren niet vo-scholen om vo-leerlingen en vo-docenten (vmbo bekend. Maar juist voor deze jongeren past leren op én havo) te informeren over alle mogelijkheden die de werkvloer vaak beter dan leren in de school- het mbo biedt. Specifiek voor de richting techniek banken. Leren in de praktijk voorkomt in veel gevallen komen we met een gezamenlijk loopbaan oriëntatie- voortijdige uitval, faalervaringen en motivatie- aanbod voor jongeren in het vo. Dit gebeurt in nauwe problemen. Ook bieden on the job-opleidingen vaak samenwerking met werkgevers in de technische een beter arbeidsmarktperspectief dan reguliere sector. Rolmodellen spelen daarin een belangrijke rol. bol-opleidingen. Er is op dit moment al een PrO-ROC route? voor jongeren uit het praktijkonderwijs. Er zijn Voor lob-programma’s die vo en mbo gezamenlijk echter nog veel leerlingen die zich buiten deze route ontwikkelen, is subsidie beschikbaar. Denk bijvoor- om zelf melden bij het mbo voor een opleiding of niet beeld aan gastlessen, bedrijfsbezoeken, praktijk- tot de doelgroep van de PrO-ROC route behoren. opdrachten, stages, of gesprekken tussen ouders en docenten. De extra middelen kunnen ook ingezet We willen graag meer bekendheid geven aan de worden om leerlingen te laten reflecteren op eigen mogelijkheid om over te stappen naar leren op de talenten en interesses. Ook het organiseren van korte werkvloer. Daarom is er subsidie voor het vo en mbo meeloopstages voor vo-leerlingen om alvast kennis te beschikbaar om overstap naar zulke arrangementen te maken met het mbo behoort tot de mogelijkheden. stimuleren. Deze subsidie is aanvullend op de We stimuleren daarbij ook de samenwerking met het middelen die beschikbaar zijn voor de ontwikkeling primair onderwijs. van dergelijke leerwerkarrangementen vanuit programmalijn 1. Ook willen we als gemeente met het Ook is er subsidie beschikbaar voor initiatieven die Samenwerkingsverband vo Amsterdam-Diemen bijdragen aan het mogelijk maken van switchen van (SWV-VO), vmbo-, pro- en vso- scholen en het mbo studierichting. Want meer tijd nemen om een goede bekijken hoe we de begeleiding vanuit het pro, vso studierichting te kiezen is prima. Het geeft studenten en vmbo-b naar het mbo structureel kunnen inrichten meer mogelijkheden om zich beter te oriënteren op en financieren. (kansrijke) beroepen. Tot slot willen we met deze subsidie initiatieven stimuleren die zich richten op 5. Voorlichting, oriëntatie en beroepskeuze vmbo- en havoleerlingen. Zij kunnen rekenen op Jongeren (én hun ouders) moeten al op jonge leeftijd ondersteuning bij de overstap van het vo naar het een goed beeld krijgen van beroepsgericht onder- mbo wanneer dat nodig is. Het is belangrijk dat zij wijs, wat het mbo is en welke (kansrijke) opleidings- zich goed kunnen verdiepen in alle opleidings- en beroepsmogelijkheden het biedt. Net als een hbo, mogelijkheden. - of wo-opleiding zorgt een mbo-opleiding voor een goed arbeidsmarktperspectief. Een goed (aansluitend Stadsbreed organiseren we een gezamenlijke of sectoroverstijgend) lob-programma op het primair Amsterdamse open dag voor het mbo. We bekijken of voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs is hierbij we dit samen kunnen laten gaan met een oriëntatie- essentieel. dag voor vo-leerlingen. De bestaande gezamenlijke website over de mogelijkheden op het Amsterdamse Binnen de brede voorlichting en oriëntatie hebben we mbo gaan we versterken, zodat we permanent speciale aandacht zijn voor opleidingen met een informatie bieden over beroepsgericht onderwijs, duurzaam arbeidsperspectief, bijvoorbeeld in de kansrijke beroepen/studierichtingen en AD-mogelijk- techniek en de zorg. Vanuit de gemeente zetten we heden. 2 In de PrO-ROC-opleidingen volgen jongeren een éénjarig onderwijstraject waarin pro/vso en de entree-opleidingen nauw samenwerken. In de praktijk betekent dit dat leerlingen elke week 1 dag onderwijs volgen op de mbo-instelling, 3 dagen stagelopen bij een erkend leerbedrijf en 1 dag onderwijs volgen op de eigen pro/vso-school 13 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = Wat levert het op? = Meer zichtbaarheid in de stad van het mbo. Het = Meer jongeren uit het praktijkonderwijs, voortgezet mbo is aanwezig op toonaangevende evenementen speciaal onderwijs en het vmbo-basis behalen een (zoals Amsterdam 750, nationale opening mbo in mbo-diploma of mbo-certificaat (praktijkleren). Amsterdam, Skills the Finals). We laten de inzet, = Op alle vo-scholen (vmbo en havo) wordt studie- prestaties en meerwaarde van mbo-studenten nog keuzevoorlichting gegeven over alle mogelijk- meer zien in de stad — en daarbuiten. heden die het mbo biedt. Specifieke aandacht is er = In alle communicatie vanuit de gemeente gebruiken daarbij voor (kansrijk en duurzaam) arbeidsmarkt- we niet langer de hoger-, en lager-terminologie. perspectief. We maken hierbij gebruik van kennis- = We maken bestuurlijk afspraken met het vo, mbo makelaars ‘kansrijke beroepen’. en hbo over beroepsgericht doorlopend leren in = Meer aandacht voor lob-programma’s op po, - en Amsterdam. We stellen een minimumaantal door- vo-scholen en mbo-instellingen heeft ertoe geleid lopende leerroutes vast die we tot 2027 gaan dat jongeren een beter beeld hebben van ontwikkelen in de stad. We geven daarbij ook aan beroepsgericht onderwijs en kansrijke beroepen. waar die routes moeten gaan komen, en op welke = Mbo-studenten weten de website over het vakgebieden. Amsterdamse mbo te vinden. De student kan er = We stimuleren projecten met als doel bevordering actuele informatie over (kansrijke) studie- en van de aansluiting tussen het mbo en hbo, waar- beroepsmogelijkheden vinden. onder ontwikkeling en bekendheid van AD's in Amsterdam. 14 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = EN Aantrekkelijk en hoogwaardig Hiervoor wordt budget vanuit de MBO-Agenda mbo-onderwijs beschikbaar gesteld. Speciale aandacht hebben we hierbij voor de sectoren en vakken waar de tekorten Aantrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs zorgt het grootst zijn. ervoor dat studenten bewust kiezen voor een mbo- opleiding. Het motiveert studenten om hun opleiding Via de MBO-Agenda is daarnaast subsidie beschikbaar af te maken. Hoogwaardig onderwijs biedt studenten voor het beter verbinden van de onderwijsprofessionals de mogelijkheid om het beste uit zichzelf te halen. met het bedrijfsleven. Bijvoorbeeld door het lopen Zo maken zij een goede start op de arbeidsmarkt. van stage in het werkveld. Daarnaast zetten we vanuit Voor hoogwaardig onderwijs is ruimte voor innovatie, de MBO-Agenda subsidie in om het mentorschap onderzoek en goed gekwalificeerd onderwijs- versterken. Want de mentor speelt een cruciale rol in personeel nodig. Onderwijspersoneel moet brede het leertraject van een jongere. Mentoren kunnen het ondersteuning krijgen om aantrekkelijk en relevant sociale netwerk van studenten versterken en daarmee onderwijs te kunnen geven. Daarnaast moeten ze bijdragen aan hun studiesucces. Door een veelheid voldoende tijd en ruimte krijgen om studenten te aan oorzaken kunnen mentoren deze rol vaak niet begeleiden. goed invullen. Met deze subsidie kunnen mentoren zich bijscholen. Voor deskundigheidsbevordering van mbo-professionals op het gebied van schoolveiligheid Wat gaan we doen? sluiten we aan bij de stedelijke schoolveiligheids- aanpak. 1. Instroom, scholing en behoud van onderwijsprofessionals in het mbo. Vanuit de gemeente zetten we ons ook stadsbreed in Goed onderwijspersoneel kan het verschil maken in om het voor mbo-professionals aantrekkelijk te maken de onderwijsloopbaan van een student. Maar onder- om in de stad te werken. We organiseren verschil- zoek onder de Amsterdamse mbo-instellingen laat lende evenementen als blijk van waardering voor de zien dat het personeelstekort in het mbo steeds inzet van Amsterdamse mbo-professionals — denk groter wordt. Het personeelstekort is het grootst in de bijvoorbeeld aan het mbo-diner en de docenten- krapte-sectoren (techniek en ICT) en de avo-vakken conferentie. We zetten in op een campagne om de (Nederlands en Rekenen). Maar ook Zorg en Welzijn veelzijdigheid van het beroep van docent in het mbo krijgt de komende jaren te maken met een perso- onder de aandacht te brengen bij aspirant-docenten. neelstekort. Daarom is het belangrijk dat het voor Meer open communicatie en aandacht voor docent- mbo-professionals aantrekkelijk blijft om in Amster- schap in het mbo kan ervoor zorgen dat mensen dam te werken. Zij moeten zich te allen tijde gewaar- sneller kiezen voor het vak. Tot slot ontwikkelen we deerd voelen. We vervolgen in de nieuwe MBO- voor alle mbo-professionals een online platform Agenda en de Lerarenagenda de ingezette waarop de opbrengsten van MBO-Agenda projecten maatregelen om het tekort tegen te gaan. De maat- zichtbaar zijn. De professionals kunnen hier kennis en regelen richten zich op het aantrekken van nieuwe ervaring delen, en van elkaar leren. mbo-onderwijsprofessionals, het behoud van huidige mbo-onderwijsprofessionals en het omgaan met 2. Meer ruimte voor aanvullende begeleiding. huidige tekorten. Studenten die het — om welke reden dan ook — moeilijk hebben, verdienen de beste begeleiding van De inzet gericht op mbo-onderwijsprofessionals wordt het beste onderwijspersoneel. Voor betere aan- in nauwe samenhang met de Lerarenagenda? van de vullende begeleiding door docenten en mentoren op gemeente Amsterdam en het onderwijs uitgevoerd niveau 3 en 4 stellen we € 1,2 miljoen per jaar (zie ook hoofdstuk 6). Denk hierbij aan de inzet voor beschikbaar. Op niveau 1 en 2 hebben docenten die zij-instromers. Binnen Lerarenagenda werkten we de tijd en extra ruimte al door een hogere bekostiging afgelopen jaren met een voortraject voor zij- vanuit het Rijk. De klassen zijn op die niveaus instromers voor po. Deze groep krijgt intensieve bijvoorbeeld kleiner. Op niveau 3 en 4 is dit vaak niet begeleiding. Dit willen we vanuit de Lerarenagenda mogelijk, terwijl ook daar studenten zijn die extra ook mogelijk maken voor de mbo-professionals. ondersteuning nodig hebben om onderwijs te kunnen 3 Metde lerarenagenda werkt de gemeente samen met het onderwijs aan het terugdringen van het lerarentekort. Dat doen we met maatregelen gericht op werving en behoud van leraren voor de stad. 15 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = volgen en stage te lopen. Dit gaat zowel om studenten 4. Studentparticipatie & talentontwikkeling niveau 2 die doorstromen naar niveau 3 en 4, als om Bij aantrekkelijk en hoogwaardig onderwijs hoort studenten die direct vanuit het vmbo doorstromen aandacht voor de student zelf. Mbo-studenten kunnen naar niveau 3 en 4. De subsidie is beschikbaar voor uit eigen ervaring aangeven wat er goed gaat en wat training van docenten/mentoren“/zorgcoördinatoren beter kan in het bestaande onderwijsaanbod. We en om meer tijd vrij te maken voor de professional om willen luisteren naar de stem van de studenten. de begeleiding te bieden.” Projecten die hieraan bijdragen kunnen subsidie krijgen via de MBO-Agenda. Programma's die mbo- 3. Mbo-instellingen als volwaardige studenten de mogelijkheid geven om extracurriculaire kennisinstellingen vaardigheden op te laten doen, kunnen ook rekenen Mbo-instellingen zijn volwaardige kennisinstellingen op subsidie. Het stelt studenten in staat meer inzicht in onze samenleving. Daarom participeren zij in de te krijgen in hun passies en talenten. Het kan hierbij onderzoeks- en innovatieprojecten in de stad. We gaan om trainingen of activiteiten die buiten het stellen subsidie beschikbaar om deze participatie reguliere onderwijsaanbod vallen en een bijdrage verder te stimuleren. We ontwikkelen stadsbrede leveren aan de brede ontwikkeling van mbo- practoraten waarin de Amsterdamse mbo-instellingen studenten. We stimuleren ontmoeting tussen samenwerken. Een practoraat doet onderzoek en studenten van verschillende niveaus, opleidingen en ontwikkelt kennis die bijdraagt aan een hoogwaardig sectoren. onderwijsaanbod. Het draagt ook bij aan innovaties voor het mbo-onderwijs die inspelen op de continue We zorgen er ook voor dat mbo-studenten aan veranderende vraag op de arbeidsmarkt. Amsterdamse mbo-instellingen mee kunnen doen aan stadsbrede talentontwikkelprogramma’s. Binnen die Voor de aanpak van grootstedelijke vraagstukken programma’s is veel aandacht voor vaardigheden is diversiteit in onderzoek en de verbinding met zoals presenteren en netwerken. We gaan daarom vakmanschap noodzakelijk. In alle grote transities is verder met de al bestaande programma’s Madeby020 de mbo'er immers onmisbaar. De veranderende vraag en de MBO Denktank. Via Madeby020 2.0 krijgen naar vakmanschap heeft invloed op wat er in het hbo studenten de mogelijkheid om te werken aan hun en wo wordt onderzocht. Het heeft ook invloed op werknemersvaardigheden, aan hun creatieve het beleid vanuit de gemeente. Het Amsterdamse vaardigheden en aan zelfredzaamheid. Het mbo- platform open research hanteert een brede definitie studentendebat is hier onderdeel van en biedt van onderzoek, beleid en ontwerp en is hiervoor een mbo'ers ervaring met debatteren en de mogelijkheid geschikte centrale plek waar alle inzichten kunnen hun politieke participatie te vergroten. Via de MBO- samenkomen. We stimuleren dat het mbo een Denktank vragen we studenten om mee te denken volwaardig onderdeel wordt van deze kennis- over gemeentelijk beleid en vraagstukken van twee infrastructuur. Ook zetten we ons ervoor dat het mbo externe opdrachtgevers. Tot slot starten we in partner wordt van de Amsterdamse City Deal Kennis september 2023 met het mbo-traineeship bij de Maken. Bovendien starten we een onderzoek naar gemeente Amsterdam voor net afgestudeerde gecombineerde practoraten-lectoraten in de techniek mbo’ers. en technologie. Daarbij maken we onder meer gebruik van de netwerken van PPS-en. Tot slot zorgen ervoor dat mbo-instellingen, net als hogescholen en universiteiten, aangesloten worden bij de ontwikkeling van innovatiedistricten in de stad. We verbinden de bestaande en nog te ontwikkelen practoraten hieraan. 4 Ook wel Studieloopbaanbegeleider (slb-er) of -coach genoemd 5 Door bijvoorbeeld kleinere klassen of om bij klassen waar dat nodig is, een extra onderwijsassistent in de klas te zetten voor extra begeleiding en aandacht voor studenten in de klas 16 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = Wat levert het op? = Zij-instromers, startende docenten en instructeurs = Mbo-instellingen nemen actief deel aan de krijgen een begeleidingstraject en blijven hierdoor innovatiedistricten in de stad. langer werkzaam in het Amsterdamse mbo. = Mbor-instellingen ontwikkelen nieuwe innovatieve = Mbo-onderwijsprofessionals zijn nog beter practoraten. verbonden met het bedrijfsleven. = Minimaal 100 mbo-studenten nemen jaarlijks deel = Een deel van de mentoren in het mbo heeft zich aan talentontwikkelingsprogramma’s, zoals de geschoold. MBO-Denktank en Madeby020. = Het mbo-diner en de docentenconferentie hebben = Het mbo-traineeship binnen de gemeente succesvol plaatsgevonden en worden positief Amsterdam is in september 2023 succesvol gestart beoordeeld door mbo-professionals. en wordt doorontwikkeld. = Eris aanvullende begeleiding voor studenten op niveau 3 en 4 die dit nodig hebben. 17 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = ra Extra inzet via het Plusprogramma = We spannen ons gezamenlijk in om interessante bedrijven aan de Plusscholen te binden. Dat maakt Er is een groep overbelaste jongeren die tijdelijk of dat jongeren relevante stages kunnen lopen met langdurig(er) geen aansluiting vindt in het reguliere uitzicht op een mooie baan. mbo. Dat heeft vaak als oorzaak dat zij te maken = We maken afspraken over hoe we studenten hebben met complexe, meervoudige, gestapelde kunnen helpen nog succesvoller te zijn in het problematiek. Zij hebben kleinschalig onderwijs met onderwijs en bij hun stage. Dit doen we door de intensieve begeleiding nodig om hun talenten te goede samenwerking tussen de gemeentelijke ontdekken en te laten bloeien. Daarnaast geven ondersteuning voor studenten (MBO Jeugdteam, professionals urgente signalen af dat groepen Leerplicht, Jongerenpunt, budgetcoach) en de Amsterdamse jongeren steeds jonger in aanraking professionals op de scholen voort te zetten en te komen met criminaliteit. Hierdoor onderbreken zij verbeteren. vaak hun onderwijsloopbaan. Dit beperkt hun kansen = We maken afspraken over welke eisen we stellen op een succesvolle schoolloopbaan. Juist deze groep aan de basiskwaliteit en de monitoring van het heeft een aantrekkelijk perspectief met onderwijs, onderwijs op de Plusscholen. stages en werk hard nodig. = Tot slot maken we afspraken over hoe de Plus- scholen onderling beter kunnen samenwerken. De zes Plusscholen in de stad hebben elk hun eigen Wat gaan we doen? expertise. Door samen te werken, onder andere op gebied van intake, komen studenten op de school 1. De beste scholen voor deze doelgroep. die het beste bij ze past. Sinds 2009 is er subsidie vanuit de gemeente = We hebben oog voor de kansen en mogelijkheden Amsterdam voor overbelaste jongeren. Zij kunnen voor deze jongeren om door te studeren. De kleinschalig onderwijs met extra begeleiding volgen jongeren die in staat zijn om door te stromen naar op de Plusscholen ROC op Maat (ROCVA/F) en de niveau 3 en 4, hebben voorrang op de aanvul- Amsterdamse Plus (ROC TOP). Deze voorzieningen lende ondersteuning voor studenten niveau 3 en 4. noemen we voortaan het Plusprogramma. Het Plus- Dit beschrijven we in programmalijn 3. programma richt zich op diplomering, maar ook op brede competentieontwikkeling. De Plusscholen Deze afspraken tussen gemeente en mbo-instellingen bieden opleidingen aan op mbo niveau 1 en niveau 2. werken we uit in het Samenwerkingsdocument Per jaar is er plek voor ongeveer 600 jongeren. De Plusscholen Amsterdam 2023-2027. subsidie aan de Plusscholen zetten we voort. We maken daarbij afspraken met de mbo-instellingen 2. School als aantrekkelijk alternatief. om van de Plusscholen de allerbeste scholen van Professionals geven urgente signalen dat groepen Amsterdam te maken. Onze ambitie is om deze Amsterdamse jongeren steeds jonger in aanraking scholen alles te bieden wat de jongere nodig heeft komen met (steeds zwaardere) criminaliteit. Hierop om vooruit te komen en een plek binnen de samen- zetten we in vanuit de Amsterdamse aanpak school- leving te verwerven. Daar zijn mooie schoolgebouwen veiligheid. Daarnaast willen we de jongeren om wie op inspirerende locaties voor nodig, goede het gaat, ervan overtuigen dat school een beter professionals en samenwerking met interessante alternatief is voor thuiszitten of criminaliteit. We bedrijven. Hier moeten we ongelijk investeren om onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om te gelijke kansen te bieden. We helpen de Plusschool- voorkomen dat jongeren die in aanraking zijn docenten en andere professionals om deze jongeren gekomen met criminaliteit hun onderwijsloopbaan nog aantrekkelijker onderwijs te bieden door: (moeten) onderbreken. Bijvoorbeeld door te voor- = We ondersteunen docenten van de Plusscholen komen dat studenten worden uitgeschreven als zij in door trainingen en studiedagen. detentie zitten. 6 Dit betreft ongeveer 11% van de plusschool studenten, +/- 60 jongeren per jaar, bron: SEO, 2020 18 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = Wat levert het op? = Circa 600 jongeren per jaar kunnen onderwijs in = Voor jongeren die in aanraking (dreigen te) komen een lager tempo en in kleinere klassen volgen (via met criminaliteit biedt het mbo-onderwijs een Plusscholen). duurzaam perspectief. = Studenten krijgen onderwijs op de mooiste scholen en de beste plekken: de Plusscholen bieden aantrekkelijk onderwijs, stage, - en werkmogelijk- heden door verbinding met interessante bedrijven o.a. via publiek private samenwerking. Er zijn goede faciliteiten en studenten krijgen de onder- steuning die zij nodig hebben. 19 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = B Duurzame inzetbaarheid en Wat gaan we doen? Leven Lang Ontwikkelen 1. Flexibilisering en modulair aanbod Aandacht voor een leven lang ontwikkelen (llo) bij We willen jongeren, zij-instromers en werkenden die werkgevers, werknemers en studenten draagt bij aan zich verder willen scholen de mogelijkheid geven om duurzame inzetbaarheid en aan wendbaarheid en op het mbo één of meerdere modules te volgen om weerbaarheid. Dat is nodig om te kunnen blijven een certificaat of andere erkenning te behalen. Mbo- meedoen op een conjunctuurgevoelige arbeidsmarkt instellingen kunnen in dat kader subsidie aanvragen die steeds sneller verandert. voor het ontwikkelen van modulair aanbod. Dit kan gaan om het vrijroosteren van onderwijsprofessionals, Op dit moment zien we dat mbo-geschoolden zich inhuren van expertise, of het bieden van financiële minder dan andere werknemers laten bijscholen. Hier ruimte voor een pilotperiode als er weinig studenten is een belangrijke taak voor het mbo weggelegd: zij zijn. kunnen modulair aanbod hiervoor ontwikkelen en voor alle doelgroepen aanbieden. Dat maakt ook dat Juist jongeren, zijinstromers en werkenden met een jongeren nut en noodzaak zien om zich ook na hun opleidingsachtergrond mbo niveau 1 en 2 moeten afstuderen te blijven ontwikkelen. Op dit moment gebruik kunnen maken van de mogelijkheden voor hebben mbo-instellingen een beperkt aanbod van een leven lang ontwikkelen. Die afspraak willen wij als maatwerkopleidingen en flexibele instroom. Veel gemeente met de mbo-instellingen maken. Daarvoor private (en vaak dure) opleidingen springen in dit gat, is het nodig dat de doelgroep kan instromen in maat- terwijl publieke opleidingen voor iedereen werktrajecten die aansluiten bij hun behoefte. De toegankelijk en betaalbaar zijn. Vooral voor jongeren gemeente begeleidt vanuit de inzet op participatie die op jonge leeftijd zijn gaan werken en graag nog veel inwoners met een opleidingsachtergrond op een opleiding willen volgen maar geen vier jaar meer mbo niveau 1 en 2. We bekijken hoe we de warme in de schoolbanken willen, is er meer aanbod nodig. overdracht vanuit de begeleiding van de gemeente naar een (maatwerk)opleiding kunnen verbeteren. Amsterdam streeft naar een arbeidsmarkt waarin het Specifiek voor jongeren tot en met 27 jaar die vanzelfsprekend is dat je blijft leren en jezelf blijft begeleid worden door de gemeente inventariseert ontwikkelen. Dat betekent dat mbo-instellingen het Jongerenpunt welke onderwijsachtergrond, - en ruimte moeten bieden aan werkenden om modulair behoefte zij hebben. onderwijs te volgen of certificaten te behalen. Mbo- instellingen zouden daarbij een intensief alumnibeleid Daarnaast gaan we als gemeente met een aantal moeten voeren. Oud-studenten blijven het dan opleidingen van verschillende mbo-instellingen vanzelfsprekend vinden om af en toe terug naar onderzoeken of het mogelijk is voor studenten om school te gaan voor bijscholing. Werkgevers kunnen vakken/modules te volgen bij een andere mbo- bijdragen aan die leercultuur door hun medewerkers instelling dan waar ze hun hoofdopleiding volgen. tijd en/of middelen te geven om bij te scholen. Op hogescholen en universiteiten is dit al langere tijd gebruikelijk. Gezamenlijk zetten we ons in voor een De inzet op deze programmalijn sluit nauw aan op de steviger positie van het mbo in het netwerk van het inzet uit programmalijn 1 gericht op de samenwerking Regionaal Werkcentrum en het Regionaal mobiliteits- onderwijs en bedrijfsleven. Het stimuleren van team. duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen vraagt inzet en betrokkenheid van werkgevers. Waar 2. Skills en werknemersvaardigheden. in programmalijn 1 de nadruk meer ligt op mbo- We zetten in op skills en werknemersvaardigheden, studenten, kent programmalijn 5 een stevigere focus zodat studenten goed zijn voorbereid op hun stage op werkenden en mbo-alumni. en baan. Daarnaast is het belangrijk dat studenten al tijdens hun opleiding het belang zien van een leven lang leren — ook na hun opleiding. Mbo-instellingen kunnen subsidie aanvragen voor projecten waarbij mbo-studenten leren om zich voor te bereiden op hun stap naar de arbeidsmarkt. Daarbij kunnen bijvoor- beeld onderwerpen als ondernemersvaardigheden en netwerken aan de orde komen. 20 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = 3. Loopbaanpaden Wat levert het op? Als mensen bereid zijn om een switch naar een andere baan (en sector) te maken, is om- en bijscholing = Eris meer modulair beroepsonderwijsaanbod voor nodig. Vaak hebben ze echter nog geen compleet zowel studenten als voor werkenden en werk- beeld van de opleidingsmogelijkheden en banen in zoekenden. Zo wordt het combineren van werken die sector. Hiervoor zijn loopbaanpaden ontwikkeld. en leren eenvoudiger, met name in het publiek Geïnteresseerden kunnen via een loopbaandpad domein. oriënteren welke baan bij hen past, en daarna (korte) = Meer jongeren, zij-instromers en werkenden met opleidingstrajecten volgen om zich om te scholen. We opleidingsachtergrond mbo niveau 1 en 2 maken zorgen voor (door)ontwikkeling van loopbaanpaden gebruik van de mogelijkheden voor LLO op de in de sectoren bouw & techniek, zorg & welzijn, ICT en mbo-instellingen. logistiek. We gaan daarbij gerichte communicatie = Een steviger positie van het mbo in het netwerk van inzetten om mogelijk geïnteresseerden te wijzen op het RWC en het Regionaal mobiliteitsteam (RMT). de mogelijkheden. = Voorde sectoren bouw & techniek, zorg & welzijn, ICT en logistiek zijn loopbaanpaden ontwikkeld 4. Publiek Private Samenwerkingen waar zij-instromers gebruik van maken. De PPS-en zijn een belangrijk instrument om leven = Met name mbo-geschoolden en werkenden in lang ontwikkelen te bevorderen. De samenwerking beroepen met weinig toekomstperspectief maken tussen werkgevers en publieke en private opleiders optimaal gebruik van (financierings)mogelijkheden maakt dat er relatief snel passend aanbod ontwikkeld voor om, - en bijscholing. wordt. Werkgevers en scholingsaanbieders = Ontwikkeling van ondernemersvaardigheden informeren elkaar daarbij over wat nodig en mogelijk tijdens en na de opleiding voor (toekomstige) is. We stimuleren de ontwikkeling van zij-instroom zelfstandige ondernemers via het programma trajecten in zowel het mbo als hbo. Ook stimuleren we Oplus. modulair mbo-onderwijs met extra focus op techniek onderwijs. Vanuit het Nationaal Groeifonds wordt een regionale ontwikkelcoalitie LLO opgestart. Gemeente en mbo-instellingen zijn daarin partners. In deze ontwikkelcoalitie vragen we aandacht voor het inzichtelijk maken van skills en het meer promoten van vraaggericht aanbod op leven lang ontwikkelen. Mbo-studenten, werkenden en hun werkgevers kunnen rekenen op onze ondersteuning bij leven lang ontwikkelen. Dit kan bijvoorbeeld door scholings- middelen makkelijker toegankelijk te maken. Tot slot hebben we met het programma Oplus extra aandacht voor om, - en bijscholing van kwetsbare werkenden, zoals flexwerkers.” 7 Oplus is een samenwerking tussen onderwijs, gemeente en bedrijfsleven. Binnen Oplus faciliteren we de ontwikkeling van ondernemers, werknemers, werkzoekenden en studenten tot ‘wendbare professionals’. 21 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda = Michael Meubelmaken Hout- en Meubileringsco Dn _ p es d ) 4 4 Á ij Î Ì 4 { _« . SP p El NE 8 rd Po dn ( enn KN WI ij Er | p/s Ea si hel | NI TR B GE Ì k - 3 hi . k | \ Ne a | N Ne EN à / í ned \ \ NEN Í Ly \ Ì 1 ' pe f CR | DE B PE =ân \ fc B en bel | ZN Ee A | Ee u | Nl (Ek / hp ee Ee __ | É vr (Eed 5 k BE | : € rf É ì ( Ë ii 4 Aal / Í Jij Î /A 4 eg u) i } B 4 Ï Dn, (Ta / | pe Pin ET jl 8 ON Ken En V à 2 nf 4 ‚ a 0 Nn pr il 5 Ee De De rt BN Mn SS UN en ( Oe  Pi ” he SSS CI / 0007 if Rs BTS \ IN | Me TEN O7 zi af: 4 WS SO an  ld OE em d DE ha É 8 ij a ’ Ö N En. 5 EN a j _ ES N Dn. A D eni Ee. De gemeente heeft samen met de mbo-instellingen en andere stake- holders de belangrijkste opgaven voor het mbo voor de komende vier jaar geformuleerd: kansengelijkheid, arbeidsmarktkrapte en gelijk- waardigheid van het mbo en de mbo-student. Om aan deze opgaven te werken zijn er vijf doelen voor het Amsterdamse mbo geformuleerd. Elk doel heeft een eigen programmalijn. Met de vijf doelen en bijbehorende programmalijnen Overleg MBO. De dagelijkse gang van zaken wordt kiezen we voor een nieuwe structuur. Hierdoor willen aangestuurd door de afdelingen Onderwijs en we meer focus aanbrengen in onze inzet. Daarbij Economische Zaken van de gemeente. Zij werken kunnen we beter monitoren of de inzet van gemeente intensief samen met beleidsmedewerkers van de en mbo-instellingen bijdraagt aan onze gezamenlijke mbo-instellingen en het SWV-VO. De onderwijs- doelen. Tegelijkertijd behouden we de laagdrempe- professionals van de mbo-instellingen voeren zelf lige subsidiestructuur waarbij op de werkvloer, door de subsidieprojecten uit. onderwijsprofessionals (bottom up), wordt bepaald wat er concreet nodig is om de doelen van de MBO- Uiteraard betrekken we met nadruk de mbo-studenten Agenda te bereiken. Bovendien gaan we meerjarige zelf. Mbo-studenten hebben via rondetafelgesprekken projecten stimuleren om meer (en langdurige) impact meegedacht over de doelen van de MBO-Agenda. De te genereren. Hiermee kiezen we voor minder, maar MBO-Agenda is daarnaast besproken met de studenten- kwalitatief betere projecten. Halverwege de looptijd raden van de Amsterdamse mbo-instellingen. De zullen we een midterm review laten uitvoeren. Aan de komende vier jaar vragen we mbo-studenten om mee hand van die bevindingen kunnen we onze plannen te denken over de gemeentelijke inzet voor mbo- bijstellen, waar nodig. studenten, via de mbo-denktank. Ook vragen we mbo-studenten om input te geven voor de midterm De gemeente wil ongelijk investeren voor gelijke review van de MBO-Agenda. kansen. Dit betekent voor de MBO-Agenda dat we projecten en inzet stimuleren voor jongeren die de extra inzet het hardst nodig hebben. Projecten die Instrumenten zich inzetten voor studenten op niveau 1 en 2 en/of een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling Mbor-instellingen en gemeenten zetten de volgende van - en jongeren uit - de stadsdelen Nieuw-West, instrumenten in om de doelen van de programma- Noord en Zuidoost financieren we met voorrang. Ook lijnen te bereiken. bij de stadsbrede, schooloverstijgende inzet van de gemeente zetten we ons specifiek in voor studenten 1. Subsidies voor: (meerjarige) projecten, Plus- niveau 1 en 2 en de stadsdelen Nieuw-West, Noord en programma en aanvullende begeleiding studenten Zuidoost. Tot slot blijven we — net als in de vorige De projectsubsidies ondersteunen de opgaven en de MBO-Agenda’s — innovatie stimuleren door projecten programmadoelen van de MBO-Agenda. De speci- met voorrang te financieren die een duidelijk fieke subsidie voor het Plusprogramma (programma- innovatief karakter hebben. lijn 4) is gericht op het voortzetten van de Plusscholen: zes kleinschalige locaties van ROCVA/F en ROC TOP voor de meest kwetsbare jongeren op niveau 1 en 2. Aansturing De specifieke subsidie voor aanvullende begeleiding studenten (onderdeel programmalijn 3) is gericht op De wethouder MBO en Economische Zaken stuurt studenten niveau 3 en 4 die begeleiding nodig samen met de bestuurders van de Amsterdamse hebben om succesvol school en stage te doorlopen. mbo-instellingen en het SWV-VO op het bereiken van De subsidieaanvragen vanuit de mborinstellingen en de doelen van de programmalijnen via het Bestuurlijk het SWV-VO beoordelen we via het bestaande peer- 23 MBO-Agenda 2023-2027 Werkwijze van de MBO-Agenda 2023-2027 = review proces. Dit betekent dat de afdelingen beroepsgericht onderwijs, door samenwerking tussen Onderwijs en Economische Zaken van de gemeente, het voortgezet onderwijs, het mbo en het hbo in samen met de beleidsmedewerkers van de mbo- Amsterdam verder te verduurzamen. We organiseren instellingen en het SWV-VO, de subsidieaanvragen nieuwe beroepsgerichte doorlopende leerroutes en beoordelen. Bij elk voorstel toetsen we of deze begeleiding bij overstap. voldoet aan de subsidiecriteria. Hieruit volgt een advies namens het Bestuurlijk Overleg MBO? aan het A. Kennisdeling, onderzoek, monitoring en midterm college van B&W. Het college neemt vervolgens een review besluit over de subsidietoekenning. Deze manier van gezamenlijk beoordelen van de Kennisdeling subsidieaanvragen sluit aan bij de nauwe samen- We faciliteren dat de Amsterdamse mbo-instellingen werking die is ontstaan tussen de mbo-instellingen, van elkaar kunnen leren, kennis kunnen uitwisselen en het SWV-VO en de gemeente. als partners nog intensiever kunnen samenwerken. In april 2020 is daarom het project ‘Duurzaam innoveren 2. Publiek Private Samenwerkingen mbo, overheid en kenniscirculatie’ gestart. We zetten dit kennis- en bedrijfsleven circulatieproject de komende jaren voort. In verschillende PPS-en werken gemeente, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen intensief samen De deelnemers binnen een programmalijn komen om innovaties in leren en werken te realiseren. In veel minimaal drie keer per schooljaar bij elkaar. Deze van deze PPS-en is het mbo partner. Innovaties op de bijeenkomsten geven de deelnemers de mogelijkheid werkvloer worden op die manier adequaat vertaald in om onderling kennis te delen en te netwerken op een opleidingsprogramma’s. Deze samenwerking draagt onderwerp waar ze zelf actief bij betrokken zijn. eraan bij dat studenten betere beroepskwalificaties Bovendien bekijken we hoe we de verbinding met het ontwikkelen. Het maakt het daarmee ook eenvoudiger bedrijfsleven kunnen versterken door werkgevers bij om stages, opleidingsplekken en uiteindelijk werk te onze bijeenkomsten uit te nodigen. vinden. In deze agenda gaan we bestaande samen- werkingen verder versterken en doorontwikkelen. We Onderzoek starten nieuwe samenwerkingen op, gericht op de We monitoren de ontwikkeling van de schoolloop- opgaven kansenongelijkheid en arbeidsmarktkrapte. banen van mbo-studenten en hun overstap naar de Dat doen we met investeringen in geld (subsidies) en arbeidsmarkt. Waar nodig passen we ons beleid menskracht. Voor de opschaling van de PPS-en sluiten hierop aan. Dit geldt specifiek voor onze inzet op de we aan bij het Nationaal Groeifonds. jongeren die extra ondersteuning nodig hebben en op de ontwikkelingen in de tekortsectoren. Wanneer 3. Stadsbrede schooloverstijgende inzet voor aanvullend onderzoek nodig is, zetten wij hier extra het Amsterdamse mbo middelen voor in. Binnen elke programmalijn zet de gemeente zich in om voor alle mbo-studenten en mbo-docenten activi- Monitoring en midterm review teiten te organiseren. Zo zetten we in op studenten- Monitoring van de opbrengsten is een belangrijk participatie & talentontwikkeling en op een regionaal aandachtspunt binnen de nieuwe MBO-Agenda. stageconvenant. Daarnaast organiseren we bijvoor- De wethouder MBO en Economische Zaken zal de beeld het mbo-traineeship en bijeenkomsten gericht gemeenteraad elk jaar per programmalijn informeren op het tegengaan van stagediscriminatie. Ook zetten over de voortgang en opbrengsten van de MBO- de mbo-instellingen en de gemeente zich in om Agenda. Halverwege de looptijd van de MBO-Agenda mbo-instellingen nadrukkelijker te betrekken bij de voeren we een midterm review uit om te bepalen of innovatiedistricten in de stad. We werken gezamenlijk de opgaven, programmadoelen en werkwijze nog aan het imago van het mbo, bijvoorbeeld door de actueel zijn. Waar nodig passen we voor de resterende nationale opening van het mbo-jaar in Amsterdam te looptijd de MBO-Agenda aan. Ook hier informeren we organiseren. En in onze communicatie-uitingen de gemeenteraad over. Specifiek voor het Plus- spreken we niet meer over laag-, en hoogopgeleid. programma voeren we halverwege de looptijd een Tot slot zetten we ons sectoroverstijgend in voor maatschappelijke kosten- en batenanalyse uit. 8 Het bestuurlijk overleg MBO bestaat uit de wethouder MBO en Economische Zaken en de bestuurders van de Amsterdamse mbo-instellingen en het SWV-VO. 24 MBO-Agenda 2023-2027 Werkwijze van de MBO-Agenda 2023-2027 = en Mie En a a en elen in ae Re. n DEINE NN i And 1 B Á ek, $ ES N N an ae dn ONGAPEN NS en : ANNM eee it MAN B Sef a mi md . A NO es en RAR SRS 44 vl ER ER STOOM MR j BDR ES AAN > p AOR EK EEN L Ten pj Ad Gi ERO á i OAN CT INR AE E Ae TRS BEE INR Se 4 Rr ï 5 LIE EN dp AK KE ns 8 En Weds re > A HE ORE ij EN RLN 4 à ENEN di 8 È ‘ 8 N > NRD 7i / Me ON P RED 4 A En s Î me ze k B j ld ne A AEEA be Á | î RP, RE zl OET 8 Ds Ae 3 ‘ 5 . T 4 D EE: IA ea \ : GRA E ‘ SAR had" JA, - ì a dt N APN \ de Ji 5 GEE E] ä al Á pn 4 ' EDE ane Ì ZN | Kn ae 8 EM Sd 4 j de Ô î En Tk, on : SA A X I à in an ad fi j je al . en Ne rl k A8 e 3 Ee 7 4 Draad ae / WE] à gn } We dE À ‚ <A ä GN i zo E ij EA 8 ij 9 Ta d B ij 4 gi d ml „- F Î | Î LM 8 ° Î HA \ OD l En p mmnadnd Ef za É u DA n Ï N dl Dn id ì : 5 | B gif wr B: RE 4 j VN ene mt 4 SN f vn D. KS ld á Ki F NVN ze AR Ni il 9 jg Ke WA Nek và - SNN AAA Jk > Ms KN Ae ed “A8 ki DE CEN i Pa CEG hd No NN REN GN u ZN Ei k Tkn GNN BE E ! Ú HEE FAM doeent Zorg enWelzijn Ë ZN hd Lik ROC TOP De S XK Zi d Het college investeert de komende vier jaar in totaal €34.160.000,- in de MBO-Agenda 2023-2027. Met deze integrale begroting brengen we de budgetten uit de (eerdere) programma’s van Economische Zaken en Cultuur inzake de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en van Onderwijs inzake het generieke mbo-beleid en de inzet voor jongeren in een kwetsbare onderwijspositie, samen voor het mbo. Zoals in hoofdstuk 4 genoemd, valt de inzet van het college uiteen in verschillende onderdelen: augustus) met juli) Subsidie voor mbo-instellingen €1.250.000,- _ €3.000.000,- _€3.000.000,- _ €3.000.000,- _€1.750.000,- € 12.000.000,- voor de 5 programmalijnen Subsidie voor studenten met een €500.000,- _ €1.200.000,- _€1.200.000,- _ €1.200.000,- €700.000,- € 4.800.000, aanvullende begeleidingsbehoefte (programmalijn 3) Plusprogramma (programmalijn 4) €1.125.000,- _ €2.700.000,- _€2.700.000,- _ €2.700.000,- _€1.575.000,- €10.800.000,- Bijdrage aan publiek-private ntb ntb ntb ntb ntb ntb samenwerkingen Stadsbrede schooloverstijgende €450.000,- __€1.100.000,- _€1.100.000,- _ €1.100.000,- €640.000,- _ €4.400.000,- inzet voor het Amsterdamse mbo Onderzoek en kennisdeling €110.000,- €270.000,- €270.000,- €270.000,- €160.000,- _ €1.080.000,- Deskundigheidsbevordering €50.000,— €50.000,— €50.000,— €50.000,— €200.000,- schoolveiligheid Onvoorzien €90.000,- €220.000,— €220.000,- €220.000,- €130.000,— €880.000,— Totaal €3.555.000,- €8.540.000,- €8.540.000,- €8.540.000,- €4.985.000,- €34.160.000,- 1. Subsidies voor de mbo-instellingen en het SWV-VO. groter wordt. Binnen de subsidieregeling stimuleren Het grootste deel van het budget reserveren we voor we daarnaast projecten uit de stadsdelen Nieuw-West, subsidies aan de mbo-instellingen en het SWV-VO. Noord, en Zuidoost. Dit kan zowel gaan om projecten De projecten/activiteiten van de mbo-instellingen die zich (voor het merendeel) inzetten voor jongeren moeten bijdragen aan een of meerdere doelen van de uit één van de drie stadsdelen en/of projecten die MBO-Agenda. De gedetailleerde voorwaarden voor zich inzetten voor of samenwerken met (maatschap- aanvragen en toekennen van subsidies zijn uitgewerkt pelijke) partners uit de stadsdelen. in de subsidieregeling MBO-Agenda 2023-2027.9 Tot slot stimuleren we innovatie: projecten met een We investeren ongelijk voor gelijke kansen. Binnen duidelijk innovatief karakter krijgen ook voorrang bij de subsidieregeling stimuleren we daarom initiatieven de verdeling van de subsidiemiddelen aan mbo- voor niveau 1 en 2 studenten. Projecten gericht op instellingen. Innovatie is in dit kader ‘het doelbewust niveau 1 en 2 studenten krijgen bij de verdeling van introduceren en toepassen van ideeën, processen, het subsidiebudget voorrang. Het budget wordt producten of procedures die nieuw zijn voor het team ingezet om deze jongeren vaardiger en weerbaarder of de organisatie en die bedoeld zijn om de organi- te maken zodat hun kans op een succesvolle toekomst satie of de samenleving ten goede te komen. 9 Deze subsidieregeling wordt gepubliceerd op de website van de gemeente Amsterdam. 26 MBo-Agenda 2023-2027 Financiën = 2. Subsidie voor studenten met een aanvullende De besteding van deze middelen verschilt van de begeleidingsbehoefte hiervoor genoemde instrumenten omdat er een harde Specifiek voor betere aanvullende begeleiding van eis van cofinanciering vanuit private partijen voor studenten door hun docenten en mentoren op geldt. Ook hoeft de aanvrager niet per definitie een niveau 3 en 4 is € 1,2 miljoen per jaar beschikbaar. mbo-instelling te zijn. Dit kan ook een PPS zijn met De gedetailleerde voorwaarden voor deze subsidie een aparte juridische status. Het is wel een vereiste staan in de subsidieregeling MBO-Agenda 2023-2027. dat de effecten van de projecten van de PPS (ook) landen bij één of meerdere mbo-instellingen. 3. Subsidie voor het Plusprogramma Voor de Plusscholen is € 2,7 miljoen per jaar beschik- 5. Stadsbrede schooloverstijgende inzet voor baar. De gemeente, ROC TOP en ROCVA/F leggen in het Amsterdamse mbo een samenwerkingsdocument vast welke resultaten Een doel van de MBO-Agenda is om samenwerking de Plusscholen willen bereiken de komende vier jaar en uitwisseling tussen mbo-instellingen onderling en hoe de verantwoording eruit komt te zien. en samenwerking met andere onderwijssectoren te stimuleren. Door samenwerking kunnen de opgaven A. Bijdrage aan Publiek Private Samenwerkingen waar we voor staan beter aangepakt worden. De We reserveren middelen (geld en capaciteit) voor opbrengsten van de projecten via subsidies komen bestaande en nieuwe PPS-en die vanuit hun organi- vooral ten goede aan de individuele mbo-instellingen. satie, netwerk en projecten bijdragen aan een Daarom is een deel van het budget van de MBO- aanvullende impuls van de doelen van de programma- Agenda gereserveerd voor inzet, activiteiten, lijnen. Alle gezamenlijke initiatieven vanuit het projecten en evenementen die zich richten op het bedrijfsleven en het onderwijs gericht op onder hele mbo in de stad Amsterdam. andere innovatie van het onderwijs, betere bege- leiding van studenten, meer en betere stages, meer 6. Kennisdeling, onderzoek, monitoring en midterm instroom in kansrijke opleidingen en sectoren die niet review vanzelfsprekend tot stand komen, kunnen aanspraak We reserveren budget om de opbrengsten van de maken op deze middelen. We zetten in op initiatieven projecten die gerealiseerd worden met subsidie van die structureel van aard zijn. de MBO-Agenda te delen. Dit doen we via bijeen- komsten en investering in kenniscirculatie. Daarnaast Vanwege de aard van PPS-en, met verschillende reserveren we budget voor onderzoek naar het behoeftes en ontwikkelpaden, kiezen we voor onder- Amsterdamse mbo, zoals onderzoek naar school- steuning en financiering op maat: loopbanen van mbo-studenten. We zullen ook budget = Subsidie: De subsidieregeling Stimulering inzetten om de resultaten van de MBO-Agenda te Economische Structuur en Arbeidsmarktversterking monitoren en een midterm review uit te laten voeren. (SESA) wordt ingezet om de ontwikkeling van nieuwe PPS-en te cofinancieren, de organisatie op 7. Deskundigheidsbevordering schoolveiligheid te zetten, projecten en interventies te ontwikkelen Onderdeel van het gemeentelijke schoolveiligheids- en uit te rollen of PPS-en te verduurzamen. beleid is deskundigheidsbevordering. Voor v(s) = Opdrachten gericht op één specifiek (deel) o-scholen is dit geregeld via een aparte subsidie- resultaat. Bijvoorbeeld het aanstellen van kwartier- regeling. Mbo-instellingen konden hier via de makers om partijen samen te brengen en de subsidieregeling teambeurzen uit de MBO-Agenda ontwikkeling van een PPS in gang te zetten. Als 2019-2023 voor subsidie aanvragen. De aparte we zien dat de markt zelf niet in beweging komt, subsidieregeling voor teambeurzen komt te vervallen kunnen we ervoor kiezen om proactief de totstand- inde MBO-Agenda 2023-2027. Daarom stellen we de koming van een PPS te stimuleren. door gemeente ingekochte trainingen voor het voort- = In kind inzet: Beleidsadviseurs vanuit de gemeente gezet (speciaal) onderwijs ook beschikbaar voor het nemen deel aan de stuurgroep en/of werkgroep mbo en gebruiken hiervoor budget vanuit de MBO- van een PPS (in ontwikkeling) en dragen door Agenda 2023-2027. middel van hun inzet, ervaring en netwerk bij aan de ontwikkeling en verduurzaming hiervan. Begeleiding en informatievoorziening over andere subsidiemogelijkheden (zoals EFRO Kansen voor WEST) behoren hier ook toe. 27 MBO-Agenda 2023-2027 Financiën = K Ee 4 Bs Ean en u . FE ‚ en p ï B De 4 Emme 2 U df 4 ln, ì 4 EN | Event producer Pi En : ROC van Amsterdam p Ei Te AT Ld aan! n NN d | PT pe Ke On Mii | A Ll n EE Pe Ed sk ge NN a ii” il nn En WEN NN El EN Set 4 fes 5 B En DN jg Nene En eN NN Edie / We Ne NS hai a fi Sn KAN ER 2 En EE a POORE 5 Ne ee EE eN RB EEEN ES SN == en EE SS AE wg Sn ER Sn 5 On EE NR OPE SS 5 nn ee Be B nn Aers en 8 Oe oe PS ae He Ee al EIS: Ee FE Re eN RE SN Si BEE en od A EE: |W k ER mm 5 ES OENE p AAN zl ER SSN | Sn È hd 4 _N id af vh: S i en, * A p ji naast de M BO-Agenda nog meer voor mbo-studenten , Ld De inzet vanuit de MBO-Agenda is lang niet het enige wat de gemeente doet voor en met mbo-instellingen en mbo-studenten. In dit hoofdstuk wordt kort weergegeven wat de verdere gemeentelijke inzet voor het mbo is en hoe de MBO-Agenda 2023-2027 hierop aansluit. De gemeente zet zich samen met de mbo-instellingen middelen vrij (jaarlijks €50.000,-) voor deskundig- en het SWV-VO in om voortijdig schooluitval te heidsbevordering schoolveiligheid op het mbo. De voorkomen en uitgevallen jongeren terug naar school uitwerking hiervan nemen we mee bij de door- of naar werk of andere dagbesteding te begeleiden. ontwikkeling van het schoolveiligheidsbeleid. Ook Via een vierjarig programma zet de gemeente samen extra inzet voor het mbo maakt hier onderdeel van uit. met de mbo-instellingen en het SWV-VO in op presentie (voorkomen verzuim), uitvalvoorzieningen, De gemeente werkt bij het laaggeletterdheidsbeleid studiekeuze en verbeteren van de overstap vo-mbo, waar mogelijk samen met mbo-instellingen om laag- overgang naar werk en begeleiding van jongeren geletterdheid te voorkomen. Ook voor de uitvoering terug naar school en mentale gezondheid en signalen van de inburgeringstaak wordt samengewerkt met van angst en depressie. Het Rijk stelt hiervoor mbo-instellingen. In opdracht van de gemeente zijn middelen ter beschikking aan de mbo-instellingen, er taalschakeltrajecten ontwikkeld om jonge inburge- vo-scholen en aan gemeenten. Vanuit die middelen raars klaar te stomen om voor een mbo (of hbo of wo) verleent de gemeente € 640.000,-- subsidie per jaar opleiding. aan de mbo-instellingen en het SWv-Vvo.t? Daarnaast zet het college, onder andere via het Daarnaast zet de gemeente circa € 1,4 miljoen per Regionaal Werkcentrum, in op een goede toeleiding jaar in om verzuimende mbo-studenten te motiveren naar werk, op bevordering van zij-instroom en om, - weer naar school te gaan in kader van de Regionale en bijscholing. Sinds enkele jaren zijn de mbo- Meld- en Coördinatiefunctie. Leerplichtambtenaren instellingen bovendien vertegenwoordigd in onze gaan hiervoor in gesprek met de jongeren. Ook zijn Arbeidsmarktregio. Ook belangrijk in dit kader is de vanuit dit budget jongerenadviseurs van het inzet vanuit het programma Duurzame Stad Duurzame Jongerenpunt van de gemeente op elke mbo-locatie Banen. In nauwe samenwerking met publieke en fysiek aanwezig om jongeren te helpen die dreigen private onderwijspartners werken we aan het bevor- uit te vallen en aan het werk gaan of willen. Het deren van zij-instroom voor duurzame banen. Dit komt Jongerenpunt helpt daarnaast samen met het bovenop de inzet van het college voor het bevorderen Werkgeverservicepunt van de gemeente, mbo- van het techniekonderwijs, onder andere in het kader instellingen met het voorbereiden en begeleiden van van Sterk Techniek Onderwijs Amsterdam. studenten naar en tijdens stage. Ook helpt het Jongerenpunt uitgevallen jongeren terug naar school Vanuit armoedebeleid financieren we budgetcoaches of aan het werk. op mbo-instellingen die studenten helpen met armoede- en schuldenproblematiek. Daarnaast wordt Het college zet sinds eind 2020 in op het onder- vanuit jeugdbeleid € 1,83 miljoen per jaar ingezet steunen van scholen bij ernstige veiligheidsproble- voor het MBO Jeugdteam: een team van jeugd- matiek, ook op het mbo. Dit doen we onder andere psychologen, jeugdartsen, jeugdadviseurs en door het versterken van lokale jeugd, - en veiligheids- jeugdverpleegkundigen die op elke mbo-locatie in netwerken rond scholen en via ondersteuning vanuit Amsterdam jongeren ondersteunen. De mbo- het Operationeel Team Schoolveiligheid. Binnen de instellingen betalen hier ook aan mee vanuit hun begroting van de MBO-Agenda maken we extra budget voor passend onderwijs. 10 Zie ook raadsinformatiebrief voortijdig schoolverlaten, november 2021. 29 MBO-Agenda 2023-2027 Wat doet de gemeente naast de MBO-Agenda nog meer voor mbo-studenten? = Via de Lerarenagenda werkt de gemeente samen met mbo-studenten uit de stadsdelen Nieuw-West, Noord het onderwijs aan het terugdringen van het leraren- en Zuidoost. Er zal nauw worden samengewerkt tussen tekort. Dat doen we met maatregelen gericht op de verschillende afdelingen van de gemeente en werving en behoud van leraren voor de stad. De mbo-instellingen om ervoor te zorgen dat projecten MBO-Agenda verbinden we hieraan door bestuurlijk niet overlappen en ontwikkelingen binnen de MBO- vanuit het mbo hieraan deel te nemen en ambtelijk Agenda ten goede komen aan of geborgd worden in samen te werken in de uitvoering. We gebruiken en het verdere beleid voor mbo-studenten. bouwen voort op wat er ontwikkeld is bij de Leraren- agenda om de doelen van de MBO-Agenda te halen Onderwijs Ambities Amsterdam en Landelijke inzake voldoende gekwalificeerde mbo-onderwijs- werkagenda mbo 2023-2027 professionals. De gemeente Amsterdam, heeft samen met de De stadsdelen investeren op verschillende manieren sectoren kinderopvang, po, vo en mbo vastgelegd aan het verbeteren van de leefbaarheid, de veiligheid wat de gezamenlijke maatschappelijke opgave en en het sociale weefsel. Een van de manieren waarop ambities zijn voor het onderwijs in Amsterdam. dit wordt gedaan is middels de Sociale Basis. Binnen Dit wordt beschreven in de Onderwijs Ambities de Sociale Basis wordt onder andere geïnvesteerd in Amsterdam 2023-2027. De MBO-Agenda 2023-2027 talentontwikkeling en zelfredzaamheid van de jeugd, is een uitwerking van de opgaven en ambities voor te denken aan mentoraten, huiswerkbegeleiding, wat betreft het mbo. (sportjongerenwerk, thematische bijeenkomsten. Een deel van de jongeren die gebruik maakt van aanbod Het ministerie van OCW heeft daarnaast met alle binnen de Sociale Basis gaat naar het MBO. mbo-instellingen een landelijke mbo-werkagenda opgesteld.tt De mbo-instellingen krijgen vanuit het De inzet van de MBO-Agenda is aanvullend op al dit Rijk financiering voor de uitvoering van deze werk- reeds bestaande beleid van het college. De MBO- agenda via de Regeling Kwaliteitsafspraken. De Agenda richt zich op het creëren van perspectief en gemeente heeft met de Amsterdamse mbo-instellingen wendbaarheid en focust daarbij op drie opgaven voor afgesproken dat de inzet van de Amsterdamse MBO- onze stad: kansengelijkheid, arbeidsmarktkrapte en Agenda aanvullend is op de landelijke werkagenda de gelijkwaardigheid van het mbo. Daarbij focust het en op de kwaliteitsafspraken. Er kunnen worden college extra op die jongeren die extra inzet het bijvoorbeeld geen subsidies aangevraagd voor inzet meest nodig hebben: studenten mbo niveau 1 en 2 én die via de werkagenda gefinancierd wordt. 11 Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/02/14/werkagenda-mbo 30 meo-agenda 2023-2027 Wat doet de gemeente naast de MBO-Agenda nog meer voor mbo-studenten? = ® ® ® Mbo-inste ingen In Amsterdam 9 | a m 2 | me ta ra a 1. ROCvVA MBO-College Centrum, Da Costastraat 60-64 (hoofdgebouw) 17. ROCTOP Business, Vlaardingenlaan 15 2. ROCvVA MBO-College Centrum, Da Costastraat 36-38 18. ROCTOP Events & Hospitality, NDSM-straat 1 3. ROCvVA MBO-College Centrum, Elandsstraat 175 19. ROCTOP Events & Hospitality, Fietstechniek, Strekkerweg 51 A. ROCvA MBO-College Noord, Gare du Nord 13 (hoofdgebouw) 20. ROCTOP Health and Sport, De Klenck 4 5. ROCvVA MBO-College Noord, Volmerstraat 22 21. ROCTOP START, Wibautstraat 135-139 6. ROCvVA MBO-College West, Laan van Spartaan 2 (hoofdgebouw) 22. ROCTOP Health & Sport: Sportacademie, Burgerweeshuispad 54 7. ROCvVA MBO-College West, Naaldwijkstraat 45 8. ROCvVA MBO-College Westpoort, Tempelhofstraat 80 (hoofdgebouw) Amsterdamse PLUS locaties: 9. ROCvVA MBO-College Westpoort, Kabelweg 88 23. Amsterdamse PLUS Bos & Lommer, Bos en Lommerplein 154 10. ROCvA MBO-College Zuid, Europaboulevard 13 (hoofdgebouw) 24 Amsterdamse PLUS De Eendracht, Bok de Korverweg 4 11. ROCvA MBO-College Zuid, Postjesweg 1 25. Amsterdamse PLUS Javaplantsoen, Javaplantsoen 19 12. ROCvA MBO-College Zuid, Ruysdaelstraat 67 26. Amsterdamse PLUS Plus Noord, NDSM-straat 1 13. ROCvA MBO-College Zuidoost, Fraijlemaborg 135 (hoofdgebouw) 14. ROCvA MBO-College Zuidoost, Bijlmerdreef 1289 27. HMC Hout en Meubileringscollege, Arlandaweg 173 ROC op Maat Plusscholen: 28. Yuverta Jan van Zuthpenstraat 60 15. ROC op Maat West Erik de Roodestraat 18 16. ROC op Maat Zuidoost Bijlmerdreef 1289 29. Mediacollege Contactweg 36 31 MBO-Agenda 2023-2027 MBO-scholen in Amsterdam _—_ he Ì E | | EK - Ze | ’ 8 é A 5 5, En IK 1 ANS Í [ ) g SS | : I BP ed ge 5 AN Re 4 ZR | di ee 7 B | En 7 7 din 3 | On í ! B È [end le Aid Ë É BaN om n N | a / e É Ee 4 ú jj 8 Li ê x | Á A DE hu i l | di in IVE \ | ii’ we == (lk. BSE RE ' | 0 SER \ | ES Î ke = | Ld AR ge É \ | AN wf an EAN ie CEE Pam (ÍN | _ Lj , | WENS Td! | mn: 5 MU \ p le) He Di | nik 4 Wier. dj Î Z R NR 7 NP N BNA | EA EAN er de, BE OINK i NN OT el ii ij ij - IN NE IEP 4 di - AN Mt Íi RA Î | Ï Ns là di Iik I IN «A í ZN TN Un Ab / Hr HR k \ AA: A jen ARN KANN oma | 4 A ENNE | 4 A AAN Haf (IN MND AIN il / HU AAN i jn, BNN 7 AN LANDS ZA AAD, TIN ij EN | AN POORE TND A ND. \ ERE LN Bf VENLO ROND ij Hi Hi) ) 4 vl / Pl | HO UC HOPPA NI IEN NTS & Hi OVA E DSPITALITY ii) PE, ds E dd (hd , bi Í / | Ó De D bie Zil $ BN SR Sn “ 8 Af ee SS \ Ee AN PN zl E Nt De SR | id Op een NN sn TN En ee AN Se), Sen B ON Gee a ae D LAT GN jn A EN % B 70 te NN EN PO At a EN | PO 7 even A Rae RA B ra a NP | VE 0d 4 50 Ne dE EE: B 11100 [ 2 A00 vin KONNEN PO , B IT He ve Weg Se Bs IT Oi vr eN , Toten 40 A Be} En Cn ELL Ze MEE (Ti OE OO f Pe le AE id od JT Te a | Vl en a Ha 2 É VEEN Nú ke Ha f A Ka e E Á NEON KOR Wi U Dn d ‚ re dn KE Bn! Hi, n D en , ê e FE ree Li EN U dl fe Î E nt Dn Ee ne DR heh É En Wet if HN p\ é Án (7, HR) rn \ IN Oe IA dn ri \ Beveiliging Se B Ú 1 Î eN | Nt SE Î WE Hen NROC TOP \ En SA ir, L if ef WOAR \ N EL
Onderzoeksrapport
32
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 939 Publicatiedatum 15 november 2013 Ingekomen op 6 november 2013 Ingekomen onder 892’ Behandeld op 7 november 2013 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het raadslid mevrouw Van der Pligt inzake de begroting voor 2014 (stageloket). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de begroting voor 2014; Overwegende dat: — in Nederland bijna 3000 studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo- studenten) de afgelopen 4 maanden geen geschikte stageplek konden vinden, waardoor zij mogelijk niet kunnen afstuderen, aldus het meldpunt van de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB); — _ook in Amsterdam leerlingen hun studie moeten beëindigen omdat zij geen geschikte stageplek kunnen vinden; — _de mbo-instellingen verantwoordelijk zijn voor het vinden van geschikte stageplekken, maar soms geen echte stageplek kunnen vinden voor de studenten; — _ Amsterdam bij de bestrijding van de jeugdwerkloosheid juist ook inzet op scholing om de kansen op de arbeidsmarkt voor jongeren te vergroten, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: een stageloket in te richten bij het Stedelijk Bureau Social Return waar scholen eventueel terecht kunnen voor hulp bij het vinden van potentiële stagebedrijven voor hun leerlingen. Het lid van de gemeenteraad, M.M. van der Pligt 1
Motie
1
discard
2m Beste leden van de gemeenteraad, | Al enige tijd maak ik me zorgen om de verloedering van de Jordaan, Wie door de | Jordaan loopt, ziet veel achterstallig onderhoud en excessen van verloedering. | Het gaat hier met name om een grote mate van graffiti op muren en huizen. ' Daarnaast zie je vooral in het stratenpatroon paaltjes, zogenoemde ; ‘amsterdammertje’, wegroesten en er ‘verloren’ bijstaan. De Jordaan is een belangrijk stadsgedeelte in Amsterdam. Dit is een plek waar veel toeristen komen ì en bovendien is het een gedeelte waar de stad Amsterdam zich mee profileert (met name vanwege de schoonheid). Deze schoonheid botst enorm met de aandacht die de wijk krijgt. Ook de fietsenoverlast is een groot probleem, maar | een probleem dat waarschijnlijk niet zomaar is opgelost. Ik denk daar persoonlijk anders over met het onderhouden en schoonmaken van het stadsdeel. Ik vraag me af waarom de paaltjes bijvoorbeeld niet op veel plaatsen een schilderbeurt krijgen en/of worden rechtgezet. Dit zou al een behoorlijk verschil betekenen. Ik weet dat in de toekomst deze paaltjes worden : geweerd en weggehaald, maar veel paaltjes zullen er nog een lange tijd staan. En í in die tijd komen er duizenden toeristen naar de Jordaan. Door de gemeente is onlangs besloten om de paaltjes in het deel tussen Elandsgracht en E 5 Passeerdersgracht op te knappen op verzoek van bewoners. Nu is dat een erg goed initiatief, maar op veel andere plekken in de stad verdient onderhoud nog veel meer aandacht. i Als tweede vraag ik me af waarom er niet een gedegen graffiti-aanpak voor de à Jordaan wordt nagestreefd. Dit is onlangs ook in het stadsdeel Oud West gedaan: je ziet hier behoorlijk weinig graffiti en dus een schonere buurt. De gemeente zou bijvoorbeeld eigenaren aansprakelijk kunnen stellen of kunnen tegemoetkomen. Er zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in graffiti-aanpak en waar aantrekkelijke | contracten mee kunnen worden afgesloten. Het doet mij zeer als ik zie hoeveel aandacht bijvoorbeeld het centrum van Parijs krijgt. Deze binnenstad ziet er op alle fronten schoon uit, omdat het voor | Frankrijk een in het oog spingend deel is met A-status. Net zoals de Jordaan voor Nederland. Ik hoop dat u als gemeenteraadslid deze discussie wil voeren. Inmiddels is een groot aantal bewoners van de Jordaan tegen deze verloedering en wordt de weerstand alsmaar groter. Het enige dat bewoners willen is een enigszins opgeknapte leefomgeving. Met vriendelijke groet, Dn za mn a Bezoekadres € Gemeente Amsterdam Amstel 1 dt EN nderdam Stadsdeel Centrum Postbus 202 2% Sector Openbare Ruimte 1000 AE Amsterdam Afdeling Rayonmanagement Telefoon 14 020 Fax 020 552 4433 NE C Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam 21 DEC. 2011 Datum Ons kenmerk Uw kenmerk Raadsadres van 1 juli 2011, aangevuld met een raadsadres van 22 oktober 2011 Behandeld door Th.W. IJzereef Rechtstreekse nummer 020 552 4733 Faxnummer 020 552 4333 Bijlage Onderwerp Raadadres van 1 juli 2011 over achterstallig onderhoud Jordaan Geachte heer Ì Op 1 juli heeft u een raadsadres gestuurd aan de gemeenteraad van Amsterdam. Daarin uit u uw zorgen over de verloedering van de Jordaan. U noemt specifiek de graffiti op de panden en de slechte staat van onderhoud van de Amsterdammertjes. De gemeenteraad heeft in de vergadering van 13/14 juli besloten uw raadsadres door te geleiden naar stadsdeel Centrum voor verdere afhandeling. De raadsgriffie van de gemeente Amsterdam heeft u dit op 19 juli per mail laten weten. Uw raadsadres is vervolgens op 25 juli bij stadsdeel Centrum binnengekomen. Gezien het zomerreces heeft de stadsdeelraadsvergadering pas op 27 september een besluit kunnen nemen over de wijze van afdoening van uw raadsadres. Wij hebben u dat met een tussenbericht laten weten. Op 27 september is besloten uw raadsadres in handen van het dagelijks bestuur te stellen ter afdoening na behandeling van het concept-antwoord in de commissie Openbare Ruimte. Dit is op 6 december gebeurd. De commissie is akkoord gegaan. De beantwoording heeft daarom nogal lang geduurd, waarvoor onze welgemeende excuses, Op 22 oktober 2011 stuurde u opnieuw een mail naar de raadsleden van stadsdeel Centrum. U vraagt dit als raadsadres te behandelen. Dat gebeurt ook, maar wij nemen de vrijheid deze mail bij onderstaand antwoord mee te nemen. U vraagt immers nogmaals aandacht voor de staat van onderhoud van de Amsterdammertjes. Stadsdeel Centrum is bereikbaar per tram lijnen 9 en 14 of metro lijnen 51, 53 en 54 halte Waterlooplein. Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum Pagina 2 van 3 Dan nu naar de inhoud van uw raadsadres. U geeft aan dat u zich zorgen maakt over de verloedering van de Jordaan, dat toch zo'n mooi gebied zou moeten zijn, en u noemt met name de onderhoudsstaat van de ‘amsterdammertjes' en de graffiti op de panden. Het doet ons goed te horen, dat u de binnenstad, en meer specifiek de Jordaan, een warm hart toedraagt. Wat het onderhoud aan de ‘amsterdammertjes' betreft kunnen wij u het volgende vertellen. Het is juist wat u schrijft: bij herprofileringen worden de ‘amsterda mmertjes' verwijderd, maar het duurt nog wel even tot al deze paaltjes weg zijn. Gezien de beschikbare middelen worden ze alleen hersteld en geschilderd bij herstraten. Waar mogelijk worden ze dan ook uitgedund. De niet meer bruikbare worden verwijderd. ‘Amsterdammertjes' die omver gereden worden en gevaar opleveren, worden hersteld of vervangen. Wat de graffiti betreft kunnen wij u het volgende toelichten. Het laten verwijderen ervan is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de pandeigenaar. Als stadsdeel mogen wij ook niet zomaar particulier bezit gaan schoonmaken, met alle risico's van beschadiging. Het stadsdeel stimuleert het schoonmaken/-houden wel al een aantal jaren. Eigenaren kunnen een contract Anti-plak en —Klad afsluiten bij onze afdeling Reiniging (informatie staat op de website van het stadsdeel Www.centrum amsterdam.nl). De O-beurt wordt gratis door het stadsdeel gedaan. Voor het daarna schoonhouden betaalt de eigenaar vervolgens € 65 per 6 meter pandbreedte per jaar. Maar het staat een eigenaar ook vrij om bij een particulier schoonmaakbedrijf een contract af te sluiten. Verder proberen we ook proefsgewijs eigenaren te stimuleren. In de Warmoesstraat heeft het stadsdeel alle panden een jaar lang schoongehouden, waarna een aanta! eigenaren het verdere schoonhouden zelf heeft opgepakt. Bij niet welwillende eigenaren wordt door handhaving (aanschrijving op basis van welstandseisen uit de Woningwet) getracht deze ook tot schoonhouden aan te zetten. Verder heeft het stadsdeel besloten subsidie te verlenen aan pandeigenaars, die gezamenlijk tot schoonmaken/-houden van hun straat besluiten. Deze krijgen de O-beurt gesubsidieerd, ook al sluiten ze daarna een contract met een particulier schoonmaak- bedrijf. Wij proberen op deze wijze, rekening houdend met de beschikbare financiële middelen, steeds meer panden graffitivrij te maken en te houden. Vanzelfsprekend proberen we ook de daders te laten achterhalen, en waar mogelijk, dezen voor de schade aansprakelijk te stellen. Dit lukt echter helaas slechts op beperkte schaal. Ten aanzien van het onderhoud van de openbare ruimte in de Jordaan in het algemeen kunnen we u nog het volgende meegeven. Op dit moment wordt onderzocht of er een inhaalslag gemaakt kan worden. Er staat een aantal herprofileringen op de rit, zoals die van de Elandsgracht en de Lauriergracht even zijde. Daarnaast kijken we of we een aantal straten, zonder ingrijpende herinrichting met lange voorbereidingstrajecten, versneld kunnen opknappen (oud materiaal er uit, nieuw er in), eea. onder voorbehoud van de beschikbare financiële middelen. 2 A IE NE NE Bn ian erk Eeen en nn in AI ore nf dirid vr Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum Pagina 3 van 3 Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum, | pe, /) OG Anneke Eurelings deanine van Pinxteren secretaris voorzitter mmm
Raadsadres
4
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 861 Publicatiedatum 16 oktober 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid de heer ST. Capel van 12 september 2013 inzake het stage lopen van Amsterdamse jongeren bij zzp'ers. Amsterdam, 7 oktober 2013 Aan de gemeenteraad inleiding door vragensteller: Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) neemt in Amsterdam de afgelopen jaren sterk toe. De stad telde medio 2012 al ruim 47.000 zzp'ers. Dat is ongeveer de helft van de bedrijven in de stad en 10% van de totale werkgelegenheid.! Zij spelen een cruciale rol. Met hun flexibiliteit en specifieke kennis en kunde zijn zij heel belangrijk als Amsterdam een flexibele stedelijke economie wil hebben. Amsterdam heeft een groot aantal werklozen. De jeugdwerkloosheid is opgelopen tot maar liefst 20%. Het is van groot belang om Amsterdamse jongeren goed klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Zij zijn na het behalen van een diploma lang niet altijd klaar voor een baan. Het is voor hen belangrijk om relevante werkervaring op te doen, bijvoorbeeld via een stage. Bij veel studies en opleidingen kun je stage lopen bij een (groot) bedrijf, maar stage lopen bij zzp'ers lijkt nauwelijks voor te komen. Wat D66 betreft zou het goed zijn voor jongeren om werkervaring op te kunnen doen via een stage bij een zzp'er. Zo kunnen zij ook ervaring opdoen met het werk als zelfstandige. lets wat hen heel goed van pas kan komen in een veranderende arbeidsmarkt. De fractie van D66 wil weten of er belemmeringen zijn voor stage lopen bij zzp'ers, bijvoorbeeld ten aanzien van kosten van verzekeringen van werkgevers en het worden erkend als officieel leer/werkbedrijf. En of de gemeente eventueel een rol kan spelen om deze belemmeringen weg te nemen. Gezien het vorenstaande heeft vragensteller op 12 september 2013, namens de fractie van D66, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: ' http:/www.os.amsterdam.nl/pdf/2012 factsheet zzp.pdf 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing det Gemeenteblad Datum 46 oktober 2013 Schriftelijke vragen, donderdag 12 september 2013 1. a. Heeft het college inzicht in hoeverre het mogelijk is om stage te lopen bij zzp'ers in Amsterdam? Antwoord: In maart 2013 heeft het landelijke KvK-ondernemerspanel onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor stageplekken bij zzp'ers of in het kleinbedrijf tot vijf werknemers. Uit dit onderzoek blijkt dat bijna tweederde van alle zzp'ers en kleinbedrijven met 2 tot 5 werkplekken positief staat tegenover de inzet van stagiairs. b. En in hoeverre dit gebeurt? Antwoord: De Amsterdamse ROC's geven aan dat het erg tijdsintensief is om één op één relaties op te bouwen met ZZP'ers. ZZP'ers hebben namelijk een lage organisatiegraad. Het is voor scholen aantrekkelijker om zaken te doen met bedrijven waar meerdere stagiairs kunnen stagelopen. Daarnaast schrijft huidige regelgeving in veel sectoren voor dat een erkend leerbedrijf alle werkprocessen voor een bepaalde (MBO-)kwalificatie moet kunnen uitvoeren. Kleinbedrijf en zzp'ers voldoen daar vaak niet aan. Daarbij moet een bedrijf een getrainde begeleider ter beschikking stellen. Tenslotte is het voor zzp'ers lastig voldoende tijd vrij te maken voor begeleiding op de werkplek, of past een stagiair simpelweg niet in de bedrijfsvoering. In Amsterdam wordt om deze redenen relatief weinig gebruik gemaakt van ZZP'ers als leerbedrijf of HBO stageplek. c. En indien het inzicht er niet is, is het college bereid hier onderzoek naar te doen? Antwoord: Het College geeft op dit moment uitvoering aan de motie “leerwerkbedrijven”, waarin wordt opgeroepen uit te zoeken welke belemmeringen MKB-bedrijven ervaren om leerwerkbedrijf te worden en blijven. ZZP-ers zijn ook MKB-ers, en deze groep zal daarom expliciet bij het onderzoek betrokken worden. Dit zal een het huidige beeld van bestaande belemmeringen verder specificeren. 2. Is het college het eens met D66 dat stage lopen bij zzp'ers nuttig kan zijn voor jongeren in het beroepsonderwijs omdat dit hen in een veranderende arbeidsmarkt goed van pas zou kunnen komen? Antwoord: Het College is het er mee eens dat jongeren zich zo goed mogelijk moeten voorbereiden op de veranderende arbeidsmarkt, waarin nieuwe vormen van werknemerschap en ondernemen de klassieke arbeidsrelatie vervangen. De veranderende arbeidsmarkt maakt dat stagelopen bij ZZP'ers nuttig kan zijn voor jongeren om zich te oriënteren op de arbeidsmarkt en een beeld te krijgen van het zelfstandig ondernemerschap. 2 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neng í Gemeenteblad Datum ee ktober 2013 Schriftelijke vragen, donderdag 12 september 2013 3. Kan het college inzichtelijk maken wat de belemmeringen zijn om stage te lopen bij een zzp'er? Antwoord: Zoals eerder genoemd (zie ook 1C), voert het College op dit moment een onderzoek uit naar mogelijke belemmeringen die MKB-bedrijven ervaren om leerwerkbedrijf te zijn. 4. Kan het college aangeven in hoeverre de gemeente een rol zou kunnen spelen om deze belemmeringen weg te nemen? Antwoord: Het onderzoek ‘leerwerkbedrijven’ zal meer zicht geven op de belemmeringen die ZZP'ers ervaren. Op basis van het onderzoek kan gekeken worden hoe ZZP'ers beter betrokken kunnen worden bij het onderwijs. Echter mag het wegnemen van belemmeringen niet leiden tot afname van de kwaliteit van stageplekken. Bedrijven worden geacht te investeren om goede stages aan te kunnen bieden. Laagdrempelige erkenning van leerbedrijven, waarbij een bedrijf niet hoeft te voldoen aan een minimuminvestering van tijd en geld heeft in het verleden geleid tot stageplekken van onvoldoende kwaliteit. Mogelijk is het voor leerlingen interessanter om bij zzp'ers kortere snuffelstages te lopen, zodat zij ervaring op kunnen doen met deze manier van ondernemen. In het ondernemerstraject dat de gemeente in het kader van de aanpak jeugdwerkloosheid opzet, zal ook aandacht zijn voor zzp-schap, bijvoorbeeld doordat zzp'ers aan jongeren vertellen over hun praktijk. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 3
Schriftelijke Vraag
3
train
> < Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 3 november 2021 Portefeuille(s) Kunst en Cultuur Portefeuillehouder(s): _ Touria Meliani Behandeld door Kunst en Cultuur, info.kunstencultuur@amsterdam.nl Onderwerp Uitbreiding steunplan kunst en cultuur 2021-2022 Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur met onder meer nieuwe noodsteunregelingen en over de verruiming van het financieel kader. In de raadsbrief van 1 oktober jl., waarin de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur is aangekondigd, heeft het college u geïnformeerd over de aanhoudende nijpende situatie in de cultuursector en nieuwe uitdagingen die zijn ontstaan. Hoewel de economie in Nederland in het algemeen zich weer (snel) herstelt, bevindt de cultuursector zich nog steeds in een crisissituatie. De Amsterdamse cultuursector is door de geldende coronamaatregelen nog steeds niet volledig open, de aantallen bezoekers (uit binnen- en buitenland) blijven sterk achter, personeel is niet meer te vinden en de reserves zijn verdampt. De nieuwe coronamaatregelen die ingaan per 6 november a.s. kunnen de verliezen in de sector verder doen oplopen. De landelijke Taskforce culturele en creatieve sector heeft grote zorgen uitgesproken over de gevolgen van de beëindiging van algemene economische steunmaatregelen van het Rijk per 2 oktober 2021. De kans bestaat dat de culturele en creatieve sector — in 2019 nog een van de snelst groeiende sectoren in de Nederlandse economie — alsnog volledig onderuit worden gehaald. Het gemis aan publieksinkomsten wordt door de Taskforce landelijk geraamd op 1 miljard euro voor de tweede helft van dit jaar. Amsterdam — met de grootste cultuursector van het land — wordt en blijft onevenredig hard geraakt. De gemeente heeft waar mogelijk extra hulp geboden. De eerste noodsteunregelingen zijn in 2020 uitgevoerd, in maart 2021 hebben we vervolgens een breed steunpakket ingericht inclusief nieuwe noodsteunregelingen voor de eerste helft van 2021. Nu heeft de cultuursector in Amsterdam opnieuw hulp nodig, in aanvulling op de maatregelen in het steunplan kunst en cultuur dat het college op 30 maart 2021 heeft vastgesteld. Doel van de uitbreiding van het steunplan is: -_het opnieuw verlenen van (nood)steun aan kunst- en cultuurinstellingen; -__ het stimuleren van het weer opstarten en het toekomstbestendig maken van de cultuursector; -_ het extra ondersteunen van projecten van zelfstandig werkende kunstenaars/makers en van kleine initiatieven via het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 3 november 2021 Pagina 2 van8 Voor de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur, inclusief de vitvoeringkosten voor de nieuwe regelingen, stellen we in 2021 een bedrag beschikbaar van € 12,15 miljoen (via uitbreiding en herbestemming van middelen). Daarnaast is de verwachting dat over 2022 een aanvullend bedrag nodig is van € 1,85 miljoen, waarmee het totale budget voor de uitbreiding van het steunplan op € 14 miljoen komt. Over het resterende deel besluiten we later, als meer bekend is over de besteding van de budgetten in 2021. Dit steunplan kunst en cultuur bestaat concreet uit: * Een nieuwe subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen (gericht op de tweede helft van 2021) De noodsteun is nodig voor de onderdelen van de culturele infrastructuur in Amsterdam die geen (structurele) subsidie ontvangen, waaronder buurtpodia, gezelschappen en (kleine) presentatie- instellingen en voor de Kunstenplaninstellingen. Doel van deze nieuwe noodsteunregeling is wederom het overeind houden van een cruciaal en fundamenteel onderdeel van de Amsterdamse culturele infrastructuur dat als gevolg van de aanhoudende coronacrisis ernstig wordt bedreigd in zijn voortbestaan met zeer ingrijpende maatschappelijke en economische gevolgen voor de stad. Het college kan een eenmalige subsidie verlenen als gedeeltelijke compensatie van de verliezen die instellingen lijden als gevolg van de coronamaatregelen in de periode van 1 juli 2021 tot 1 janvari 2022. Evenals de vorige noodsteunregeling (voor de eerste helft 2021) richten we ons ook nu op gesubsidieerde en niet gesubsidieerde instellingen. We definiëren deze doelgroepen als volgt: -__groep 1: culturele instellingen die een vierjarige subsidie ontvangen van de gemeente of het AFK in het kader van het Kunstenplan 2021 2024; -_groep 2: culturele instellingen die geen vierjarige subsidie ontvangen in het kader van het Kunstenplan 2021 2024, in Amsterdam zijn gevestigd, gericht zijn op het algemeen nut en die op basis van statuten hun kernactiviteiten ontlenen aan één of meer kunst en cultuurdisciplines, en artistiek inhoudelijke (met inbegrip van cultuur-educatieve ) publieksactiviteiten organiseren. Uitgangspunt is en blijft dat de extra financiële steun daar terecht komt waar het het hardst nodig is. Dit betekent dat we kijken naar de omvang van de verliezen, de mate waarin een instelling gebruik heeft gemaakt van generieke en specifieke Rijksmaatregelen (in het derde kwartaal van 2021), en de mate waarin een instelling zelf in staat is de verliezen op te vangen (door inzet van eigen reserves), dan wel met hulp van gelieerde partijen (b.v. een steunfonds). Het maken van een inschatting van het benodigde bedrag voor de tweede helft 2021 is zeer complex. Op basis van de financiële gegevens die we van de instellingen hebben ontvangen in het kader van de noodsteunregeling voor de eerste helft 2021, zien we dat de instellingen die een aanvraag bij de gemeente hebben ingediend ruim € 6,7 miljoen aan NOW-bijdragen en circa € 4 miljoen aan TVL-bijdragen verwachtten in de eerste helft van 2021. De mogelijkheid voor deze Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 3 november 2021 Pagina 3 van8 bijdragen (NOW, TVL) is per 1 oktober 2021 komen te vervallen. Dit betekent een hoger verlies. Tegelijkertijd zijn de beperkingen versoepeld wat grote gevolgen heeft voor zowel de uitgaven als de inkomsten van de instellingen. Voor de noodsteunregeling voor de eerste helft 2021 hebben we aan 66 culturele instellingen in totaal een bedrag van € 9,7 miljoen verleend. Voor de tweede helft 2021 is de inschatting dat een vergelijkbaar bedrag nodig is. Daarom is het subsidieplafond voor deze noodsteunregeling vastgesteld op €9 miljoen. Evenals bij alle vorige noodsteunregelingen zullen we ook nu bij de vaststelling van de subsidie het teveel uitbetaalde bedrag terugvorderen als blijkt dat de noodsteunsubsidie niet of niet volledig nodig was. e Een nieuwe subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronacrisis (gericht op de tweede helft van 2021) Ook de broedplaatsen worden nog steeds flink geraakt door de crisis. Huurders en bewoners in broedplaatsen blijven in onzekerheid over de komende periode. Broedplaatsen hebben slechts beperkt een beroep kunnen doen op de Rijksregelingen. Veelal zijn het kleine en (deels) onbetaalde organisaties. Dat betekent ook dat er weinig kan worden bezuinigd op dit punt. De subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronacrisis - zoals vitgevoerd in de eerste helft van 2021 - wordt daarom opnieuw uitgevoerd voor de tweede helft van dit jaar. De regeling werkt aanvullend op de generieke economische Rijksmaatregelen (tot 1 oktober 2021), de specifieke Rijksmaatregelen voor de cultuursector en de subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen 2021. Doelstelling is het overeind houden van broedplaatsen, een cruciaal en fundamenteel onderdeel van de Amsterdamse kunst- en cultuurinfrastructuur, die als gevolg van de coronacrisis ernstig worden bedreigd in hun voortbestaan. De broedplaatsen kunnen het beste beoordelen waar de subsidie het hardst nodig is om de om de broedplaats overeind te houden, met als uitgangspunt dat de middelen zoveel mogelijk bij de individuele huurders terecht komt. In de eerste helft van 2021 is voor de uitvoering van deze regeling € 0,3 miljoen vitgegeven. Voor de tweede helft van 2021 is de inschatting dat eenzelfde bedrag nodig is. Daarom is het subsidieplafond voor deze noodsteunregeling vastgesteld op € 0,3 miljoen. Evenals bij alle vorige noodsteunregelingen zullen we ook nu bij de vaststelling van de subsidie het teveel uitbetaalde bedrag terugvorderen als blijkt dat de noodsteunsubsidie niet of niet volledig nodig was. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 3 november 2021 Pagina 4 van 8 e Een eenmalige ophoging van het budget voor projectsubsidies en het budget voor Cultuurleningen van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) ten behoeve van onafhankelijk werkende makers en kleinere (waaronder buurtgerichte) initiatieven Zelfstandig werkende kunstenaars en makers in de cultuursector hebben zwaar te lijden onder de coronacrisis. Volgens onderzoek! is de vraag naar dienstverlening en producten van zelfstandigen in creatieve en beroepen afgenomen met ruim 73%. Vooral in de beginfase van de coronacrisis konden makers weinig beroep doen op steunmaatregelen van het Rijk, terwijl zij als zzp'er en onafhankelijk werkend van instellingen vaak als eerste zonder werk kwamen. Daarbij komt dat onafhankelijk werkende makers ook pas als laatsten weer ingeschakeld worden door culturele instellingen zodra daar ruimte voor is. Dit maakt dat zij sinds maart 2020 zwaar hebben ingeteerd op toch al kleine reserves en dat hun beroepspraktijk in gevaar is. Ook kleine kunst-en cultuurinitiatieven en beginnende culturele instellingen hebben extra steun nodig om te overleven en om weer op te kunnen starten. Voor de eerste helft van 2021 is het budget van het AFK in het kader van het steunplan kunst en cultuur eenmalig opgehoogd met € 2 miljoen. Dit bedrag is inmiddels volledig besteed en een deel van de positief beoordeelde aanvragen kon niet gehonoreerd worden. Daarom is opnieuw extra budget nodig om voor zelfstandig werkende makers, voor kleine initiatieven en jonge organisaties. Deze groepen kunnen extra geholpen worden via de regelingen projectsubsidies professionele kunst en cultuurmakers en de regeling ontwikkeling van het AFK. Om deze doelgroep met het oog op herstel extra te ondersteunen is daarnaast een extra budget nodig voor de Amsterdamse Cultuurlening, een project van het AFK en Cultuur+Ondernemen. Deze faciliteit biedt Amsterdamse kunstenaars en culturele organisaties de mogelijkheid om te investeren in hun beroepspraktijk. Het betreft een revolverend fonds waarvan het budget vanwege de crisis nu niet wordt aangevuld. In het kader van de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur worden eenmalig de volgende bedragen ter beschikking gesteld aan het AFK: | 201} 2022 | Ophoging projectsubsidies AFKtoteind2023 | eogmh| (aanvragen starten in 2021) nn (behandeling eind 2021 t.b.v. 2022) _Ophoging budget Amsterdamse Cultuurlening | eozmh} | * CBS en TNO, d.d. 7 juli 2021. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 3 november 2021 Pagina 5 van8 * Bijdrage aan het Kickstart Cultuurfonds ten behoeve van Amsterdamse instellingen en makers De gemeente Amsterdam sluit zich aan bij de doorstart van het Kickstart Cultuurfonds, een gezamenlijk initiatief van de VriendenLoterij, VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds en de VandenEnde Foundation en met betrokkenheid van onder andere het ministerie van OCW, Stichting Droom en Daad, Ammodo, Fonds 21, Zadelhoff Fonds/Zadelhoff Cultuur Fonds/Fonds Neven en diverse kleinere private cultuurfondsen. Uitgangspunt bij de doorstart is een nieuw privaat-publiek fonds, gericht op stimulering van toepassing van digitale technologie door culturele instellingen met als doel de relatie met het publiek te versterken en de organisaties weerbaarder te maken. De samenwerkende fondsen en partners stimuleren theaters, muziekpodia, podiumkunstenfestivals, musea en producenten van professionele podiumkunsten met het fonds om zich op dit vlak te ontwikkelen. Enerzijds via financiering, anderzijds via actieve kennisdeling — want nog niet alle (voornamelijk middelgrote en kleine) instellingen zijn zich al volledig bewust van de kansen van digitale innovatie. De gemeente levert in 2021 een bijdrage van € 0,25 miljoen aan het Kickstart Cultuurfonds. Dit budget wordt — aangevuld met financiële middelen van de andere partners binnen het Kickstart Cultuurfonds — specifiek voor Amsterdamse instellingen aangewend. De start is gepland voor het eerste kwartaal van 2022. Over de geplande tweede bijdrage in 2022 van € 0,25 miljoen wordt later besloten, als meer bekend is over de besteding van de budgetten in 2021. e _ Aansluiting op subsidieprogramma van de Europese Unie ten behoeve van herstel van de cultuursector Bij de vaststelling van het steunplan kunst en cultuur kondigde het college in maart 2021 dit jaar aan dat er ook actief gekeken wordt naar de mogelijkheden die de Europese Unie biedt om het herstel van de Amsterdamse culturele en creatieve sector te bevorderen. Daarom doet de gemeente Amsterdam mee aan een Europees consortium voor een subsidieaanvraag bij het European Institute of Innovation & Technology (EIT) voor een nieuwe Knowledge and Innovation Community (KIC), gericht op cultuur en creatieve industrie. Voor het consortium waarvan de aanvraag wordt gehonoreerd, is een bedrag van € 150 miljoen beschikbaar. Als de aanvraag van Amsterdam wordt gehonoreerd, betekent dit onder andere meer mogelijkheden voor instellingen, bedrijven en kennisinstellingen in de creatieve en culturele sector om deel te nemen aan de programma’s binnen de KIC en Europese financiering hiervoor. En denk bijvoorbeeld ook aan de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen voor een veerkrachtige creatieve en culturele sector. De bijdrage vanuit de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur — voor de vereiste co- financiering voor deelname aan het consortium — is een reservering van € o,1 miljoen. Dit bedrag wordt aangevuld met middelen (€ 0,35 miljoen) vit de regeling Subsidie Economische Structuur en Arbeidsmarktversterking. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 3 november 2021 Pagina 6 van 8 Uitbreiding financieel kader steunplan kunst en cultuur Het totale bedrag dat nodig is voor de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur, inclusief de vitvoeringkosten voor de nieuwe regelingen (€ 0,4 miljoen) voor 2021 en 2022 is € 14 miljoen. Dit wordt al volgt verdeeld: 0 subsidieregeling eenmalige noodsteun g min voor culturele instellingen die in zwaar zm 0 coronamaatregelen (tweede helft 2021) subsidieregeling voor broedplaatsen die 0,3 min BE 7 de coronacrisis (tweede helft 2021) ophoging budget voor projectsubsidies 2,2 min mn Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) reservering aanvraag voor een nieuw te 0,1 min vormen Knowledge and Innovation | creatieve industrie gemeente en AFK) 2022 - onder voorbehoud eng ophoging budget voor projectsubsidies 1,5 min ge 05 AFK Cultuurfonds 2022 (door AFK) Het voor 2021 benodigde bedrag wordt gedekt vit de volgende budgetten: goedgekeurd steunpakket Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 3 november 2021 Pagina 7 van8 Omdat dit bedrag nu niet volledig beschikbaar is, kiezen we ervoor het grootste deel van de uitbreiding van het steunplan in 2021 uit te voeren en het resterende deel in 2022 zodra de aanvullende middelen beschikbaar zijn. Bij de Najaarsnota 2021 heeft het college besloten om van de onderuitputting op de noodsteunregeling voor de cultuursector eerste helft 2021 en de terugvordering noodsteun 2020 van in totaal € 10,5 een bedrag van € 8,8 miljoen te reserveren voor de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur. Bij de uitvoering van de noodsteunregeling voor de cultuursector in de eerst helft 2021 is, mede door aanpassing en ophoging van steunmaatregelen door het Rijk, een onderschrijding van de subsidieplafonds ontstaan van in totaal € 6,5 miljoen. Daarnaast zullen we van de noodsteunsubsidies die de gemeente heeft verleend in 2020 op basis van de verantwoordingen een bedrag terugvorderen van naar verwachting € 4 miljoen. € 2,3 miljoen hiervan wordt ingezet voor de verruiming van de dekking van de uitbreiding van het steunplan. De terugvordering van naar verwachting in totaal € 4, miljoen komt voort uit de inrichting van de noodsteunregelingen waarbij de extra subsidie uitsluitend ingezet kan worden voor het compenseren van de aantoonbaar geleden verliezen. Bij de aanvraag hebben de instellingen vorig jaar vooraf een inschatting moeten maken van de verliezen die ze zouden lijden in 2020. Voor de dekking van de uitbreiding van het steunplan is ook de inzet nodig van nog te verwachten corona compensatiemiddelen van OCW ten behoeve van de lokale cultuursector in het derde kwartaal van 2021. Deze middelen voor lokale cultuur worden ontvangen via het Gemeentefonds via het ministerie van BZK. Het betreft voor de gemeente Amsterdam naar verwachting een bedrag van € 2,45 miljoen. Indien deze middelen niet (geheel) nodig blijken voor 2021 worden deze middelen ingezet voor compensatie van het bedrag van 17 miljoen dat eerder vooruitlopend op de rijkscompensatie uit de noodkas beschikbaar is gesteld voor de noodsteunmaatregelen. Het college heeft besloten om het bedrag van € o,9 miljoen dat op basis van het op maart 2021 door het college vastgestelde steunpakket kunst en cultuur bestemd is voor het niet of gedeeltelijk in rekening brengen van leges voor festivals en evenementen, nu te bestemmen voor de uitbreiding van het steunplan kunst en cultuur. Vanwege de aanhoudende coronamaatregelen gericht op festivals en diverse aanvullende steunmaatregelen van het Rijk voor deze branche (waaronder de ATE regeling en de suppletieregeling via het Fonds Podiumkunsten), is de steun door de gemeente via niet of gedeeltelijke leges niet effectief en nu minder acuut. In 2022 dient opnieuw bekeken te worden of er extra maatregelen nodig zijn om de opstart van festivals en evenementen te stimuleren. De dekking van €1,85 miljoen in 2022 voor ophoging van het budget voor projectsubsidies van het Amsterdams Fonds voor de Kunst wordt opgebouwd uit: -_Extra terugvorderingen van noodsteunsubsidies 2020 (fase 1 en 2} bovenop de verwachte € 4 miljoen (in de Najaarsnota2021 is rekening gehouden met € 4 miljoen). -__De eventuele extra terugvorderingen noodsteunsubsidies fase 3 (eerste helft 2021) en fase 4 (tweede helft 2021). Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 3 november 2021 Pagina 8 van 8 -__ Eventuele nieuwe aanvullende steunpakketten van het ministerie van OCW voor de lokale cultuursector. Vervolg Met de uitbreiding van het steunplan hoopt het college een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan het overeind houden van de Amsterdamse cultuursector die cruciaal is voor de toekomst van de stad. Zoals velen hopen we dat we binnen afzienbare tijd weer kunnen gaan bouwen aan een solide toekomst van de stad met een weerbare cultuursector. Juist nu moeten we voorkomen dat er in de kunst- en cultuursector van onze stad een nog grotere crisis ontstaat. Uiteraard blijven we hierover ook in gesprek met het Rijk. Over de stand van zaken van de andere onderdelen van het steunplan kunst en cultuur, waaronder de bijdragen aan de nachtcultuur, ontvangt u in november meer informatie. In januari 2022 kunnen wij v berichten over de uitvoering van de nieuwe regelingen. Met vriendelijke groet, be burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Touria Meliani Wethouder Kunst en Cultuur Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Brief
8
test
x Gemeente Amsterdam KSZ % Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Sport en Recreatie, Zorg en Welzijn, Monumenten en Lokale Media % Agenda, woensdag 15 januari 2014 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Sport en Recreatie, Zorg en Welzijn, Monumenten en Lokale Media Tijd 9.00 uur tot 12.30 uur en zo nodig vanaf 19.30 uur tot 22.30 uur Locatie De Rooszaal, 0239, stadhuis Algemeen Procedureel gedeelte van 9.00 uur tot 9.15 uur 1 __ Opening procedureel gedeelte 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4A Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie KSZ d.d. 11 december 2013 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieKSZ@raadsgriffie. amsterdam.nl Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken, kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen en de verslaglegging daarvan zijn openbaar. Van deze vergaderingen worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden op internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info@gemeenteraad.amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam K SZ Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Sport en Recreatie, Zorg en Welzijn, Monumenten en Lokale Media agenda, woensdag 15 januari 2014 4B Conceptverslag van de besloten vergadering van de Raadscommissie KSZ d.d. 11 december 2013 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieKSZ@raadsgriffie. amsterdam.nl 5 Termijnagenda, per portefeuille e Termijnagenda per portefeuille niet bijgevoegd. U ontvangt op de vrijdag voorafgaande aan de vergadering per mail bijgewerkte exemplaren. 6 _Tkn-lijst Inhoudelijk gedeelte vanaf 9.15 uur 7 Opening inhoudelijke gedeelte 8 _Inspreekhalfuur Publiek 9 Actualiteiten en mededelingen e Actualiteit van het raadslid lvens{SP) inzake Tzorg. e Actualiteit van het raadslid Van der Pligt (SP) inzake de situatie van thuiszorgorganisatie Avicen. 10 Rondvraag Kunst en Cultuur 11 Evaluatie Kunstenplan 2013-2016 Nr. BD2013-014295 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e _ Uitgesteld in de Commissievergadering KSZ van 11 december 2013. 2 Gemeente Amsterdam K SZ Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Sport en Recreatie, Zorg en Welzijn, Monumenten en Lokale Media agenda, woensdag 15 januari 2014 12 Advies Amsterdamse Kunstraad getiteld; “Heel de stad!" Nr. BD2013-014317 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van de voorzitter. Sport en Recreatie 13 Bestuurlijke reactie op initiatiefvoorstel VVD ‘Zwemmen zonder Zorgen’ Nr. BD2013-013937 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid Benjamin (VVD). Jeugdzaken 14 Algemene Amsterdamse regeling voor het persoonsgebonden budget (PGB) Nr. BD2013-014294 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van raadslid Evans-Knaup (RA). e Was TKN 5 in de Commissievergadering KSZ van 20 november 2013. e _ Uitgesteld in de Commissievergadering KSZ van 11 december 2013. Zorg en Welzijn 15 Onderzoek onopgemerkte overledenen Nr. BD2013-014293 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid Poorter (PvdA). e Deleden van de Raadscommissie voor Werk, Participatie en Armoede zijn hierbij uitgenodigd. e _ Uitgesteld in Commissievergaderingen KSZ van 20 november en van 11 december 2013. 3 Gemeente Amsterdam K SZ Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Sport en Recreatie, Zorg en Welzijn, Monumenten en Lokale Media agenda, woensdag 15 januari 2014 16 Hulp bij Huishouding, brief wethouder Van der Burg Nr. BD2013-014296 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van raadslid Van der Pligt (SP). e _ Uitgesteld in de Commissievergadering KSZ van 11 december 2013. 4
Agenda
4
test
VN2022-00778 idelij issi Directie Midden X Gemeente Tijdelijke Algemene Raadscommissie TAR en Control N Amsterdam Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van o7 april 2022 Ter kennisneming Portefeuille Deelnemingen Duurzaamheid en Circulaire Economie (29) Agendapunt 71 Datum besluit 8 maart 2022, College van B&W Onderwerp Afdoen toezegging ter inzage leggen contracten leveranciers biomassa aan AEB De commissie wordt gevraagd 1. kennis te nemen van de bijgevoegde brief met vertrouwelijke bijlagen, waarin de raad wordt geïnformeerd over het afdoen van de toezegging om de raad zo snel mogelijk inzage te geven in de contracten die AEB heeft afgesloten met leveranciers voor biomassa. 2. kennis te nemen van de geheimhouding die het college heeft opgelegd op de twee contracten in de bijlage, “Overeenkomst levering houtsnippers en A-hout” tussen AEB Bio — Energiecentrale B.V. en Environmental Consultancy Group B.V. en de “Overeenkomst levering Houtsnippers en houtshreds”, tussen AEB Bio-Energiecentrale B.V. en Den Ouden Groenrecycling B.V. Dit op grond van artikel 25, tweede lid van de Gemeentewet. Dit in verband met de belangen genoemd in art. 10 lid a sub cen lid 2 sub ben q van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De geheimhouding wordt opgelegd tot 31 december 2033. 3. kennis te nemen van het verzoek om de opgelegde geheimhouding op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet tijdens de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na aanlevering van de stukken bij de raadsgriffie te bekrachtigen Wettelijke grondslag Artikel 25 tweede lid van de GemeentewetArtikel 10, eerste lid, onder sub cen lid 2 sub ben q van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) Op 10 februari 2022 heeft het college de raad geïnformeerd over de brief van AEB over ontwikkelingen met betrekking tot de biomassacentrale. In de brief heeft AEB aangegeven zich geconfronteerd te zien met een situatie waarin ze zich niet heeft kunnen houden aan de afspraken met de gemeente uit 2018 om alleen biomassa te gebruiken die van binnen 15okm afstand is aangevoerd. AEB heeft in dezelfde brief aangegeven daarover de gemeente eerder te hebben moeten informeren, zich daarvoor te verontschuldigen en het besluit om biomassa te gebruiken die niet voldoet aan de afspraak van 150 kilometer te heroverwegen.Op 10 februari is deze brief aan de orde gekomen in de commissie FED en tijdens de raadsvergadering 16 en 17 februari jl. heeft een interpellatiedebat plaatsgevonden. Reden bespreking Niet van toepassing Uitkomsten extern advies Gegenereerd: vl.9 1 VN2022-007783 % Gemeente Tijdelijke Algemene Raadscommissie Directie Middelen _ 9 Amsterdam Je TAR en Control % Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van o7 april 2022 Ter kennisneming Niet van toepassing Geheimhouding Geheimhouding wordt opgelegd op de twee contracten in verband met de belangen genoemd in art. 10 lid 1 sub cen art. 41 lid 2 sub ben q van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De contracten bevatten bedrijfsgevoelige gegevens van AEB en de leveranciers bevat die de belangen van deze partijen en van de gemeente als aandeelhouder van AEB kunnen schaden. Deze informatie dient in ieder geval geheim te blijven zolang de biomassacentrale draait, dit is naar verwachting maximaal tot en met 31 december 2033. Uitgenodigde andere raadscommissies Niet van toepassing Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? De wethouder Deelnemingen heeft toegezegd om de betreffende contracten vertrouwelijk ter inzage te laten leggen wanneer deze van AEB zijn ontvangen. Er is geen toezeggingennummer aan verbonden. Welke stukken treft v aan? Meegestuurd Registratienr. Naam AD2022-026921 | GEHEIM TER INZAGE contracten biomassaleveranciers BEC.pdf (pdf) | AD2022-026901 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Voordracht (pdf) Ter Inzage | Registratienr. Naam | Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) DMC-Deelnemingen, Wouter Schut, 0630639962, w.schut@amsterdam.nl Gegenereerd: vl.9 2
Voordracht
2
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 892 Publicatiedatum 11 oktober 2013 Ingekomen op 10 oktober 2013 Ingekomen in raadscommissie WPA Te behandelen op 6/7 november 2013 Onderwerp Motie van het raadslid mevrouw Van der Pligt inzake de begroting voor 2014 (schakelpunt MBO-stages). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de begroting voor 2014; Overwegende dat: — in Nederland bijna 3000 MBO-studenten de afgelopen 4 maanden geen geschikte stageplek konden vinden, waardoor zij mogelijk niet kunnen afstuderen, aldus het meldpunt van de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB); — _ook in Amsterdam leerlingen hun studie moeten beëindigen omdat zij geen geschikte stageplek kunnen vinden; — de MBO-instellingen soms echt geen stageplek kunnen vinden voor de studenten; — _ Amsterdam bij de bestrijding van de jeugdwerkloosheid juist ook inzet op scholing om de kansen op de arbeidsmarkt voor jongeren te vergroten; — de Vacature Service Amsterdam speciale jobfinders heeft om vacatures te vinden in de stad; — de Vacature Service Amsterdam bij vele bedrijven in de stad en de regio over de vloer komt, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: bij de Vacature Service Amsterdam (VSA) van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) een schakelpunt MBO-stages in het leven te roepen waar MBO-leerlingen zonder stage zich kunnen melden en potentiële stagebedrijven kunnen worden geworven door de jobfinders of zich zelf kunnen melden en waar deze partijen vervolgens aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Het lid van de gemeenteraad, M.M. van der Pligt 1
Motie
1
discard
x Gemeente Amsterdam % Actualiteit voor de raadscommissie Zorg en Welzijn, Ouderen en Sport en Recreatie Jaar 2017 Datum indiening 20 februari 2017 Datum behandeling 9 maart 2017 Onderwerp Actualiteit van het raadslid Roosma (GroenLinks) inzake de noodopvang na huiselijk geweld Aan de commissie Inleiding: In de nacht van 18 op 19 februari j.l. meldde zich een vrouw met twee jonge kinderen bij de politie om aangifte te doen van huiselijk geweld en met een verzoek om hulp en opvang voor de nacht. De politie en de GGD concluderen op basis van een vragenlijst dat zij geen recht heeft op opvang omdat het geweld niet recent genoeg zou zijn, en dat er dus geen grond is om een noodbed aan te bieden. De vrouw wordt verteld dat zij en haar kinderen terug moeten gaan naar huis te gaan. Alleen als er sprake is van acuut geweld kan zij contact opnemen. De vrouw heeft geen sociaal netwerk waar ze terecht kan en wil en durft echt niet terug naar de onveilige situatie (die zij nog onveiliger acht na haar besluit om weg te gaan). Zij kan de beslissing om haar geen opvang te verlenen niet op papier krijgen (er wordt geen beschikking afgegeven). Uiteindelijk wordt er via vrijwilligers via twitter een oproep gedaan en wordt er opvang gevonden bij een particulier daar verblijven zij en haar kinderen nu al enkele nachten. Een aantal weken geleden meldde zich een vrouw voor opvang die op dat moment in het ziekenhuis lag als gevolg van huiselijk geweld. Ook daar concludeerde de GGD dat zij geen recht zou hebben op opvang. De vrouw krijgt na lang aandringen een intakegesprek bij de BlijfGroep. Die concludeert dat wel degelijk noodzaak is tot opvang en dat er zelf sprake is van code rood. De situatie is zo gevaarlijk dat de vrouw elders in het land wordt opgevangen. Over deze casus heeft de fractie van GroenLinks in de afgelopen commissie Zorg een vraag gesteld, waarop de wethouder heeft aangegeven uit te zoeken wat hier is misgegaan. Reden bespreking: Beide casussen geven de fractie van GroenLinks grote reden tot zorg. We begrijpen dat er zorgvuldig wordt gekeken of opvang noodzakelijk is, omdat het ingrijpend (speciaal voor kinderen) is om in de opvang te verblijven (hetzelfde geldt voor het opleggen van een huisverbod), maar beide casussen roepen veel vragen op: Waarom worden vrouwen teruggestuurd naar huis als het geweld niet recent is maar de dreiging wel reëel is, terwijl zij aangeven geen alternatief te hebben en absoluut niet terug te durven nadat ze de stap hebben gezet om weg te gaan? Wordt er meegewogen dat er kinderen bij betrokken zijn? Zijn de beoordelingscriteria voor het recht op toegang tot een noodbed niet te streng wanneer deze casussen door de ‘checklist heen komen? Waarom wordt er in deze gevallen niet het zekere voor het onzekere genomen en opvang geboden? 1 Jaar 2017 Gemeente Amsterdam R Commissieactualiteit Waarom wordt er geen beschikking afgegeven bij het weigeren tot opvang? In hoeverre speelt capaciteit van de opvang en de beschikbaarheid van noodbedden een rol? Waarom loopt de noodbeddenprocedure via het crisisteam van de GGD en niet via de Blijf Groep en/of VeiligT huis? Reden spoedeisendheid: De twee recente casussen hebben kort na elkaar plaatsgevonden. Het is van belang om op korte termijn te bespreken of er wijzigingen nodig zijn in het bepalen van de toegang tot de noodbedden via de GGD. Het lid van de commissie, F. Roosma 2
Actualiteit
2
val
> < Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 16 november 2023 Portefeuille(s) Grond & Ontwikkeling Portefeuillehouder(s): _R. van Dantzig Behandeld door Grond & Ontwikkeling Onderwerp Energiesysteem Hamerkwartier Geachte leden van de gemeenteraad, 16 Februari 2022 heeft de gemeenteraad het investeringsbesluit Hamerkwartier vastgesteld waarin voor de gebiedsontwikkeling van het gehele Hamerkwartier de keuze is gemaakt voor individuele warmtekoudeopslagsystemen (WKO's) in combinatie met een collectief TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) -systeem. Tevens is hierbij besloten het TEO-systeem aan te besteden. Ik wil u hierbij infomeren dat deze aanbesteding geen inschrijvers heeft opgeleverd. Zo is recentelijk gebleken. Er wordt voor het Hamerkwartier niet een nieuwe aanbesteding voor een gebiedsbreed collectief energiesysteem in de markt gezet. Gezien de huidige marktsituatie, hoge bouwkosten en rente, de hoge voorinvesteringen, het vollooprisico binnen Hamerkwartier, in beweging zijnde wet- en regelgeving et cetera, is het risico op nog een onsuccesvolle aanbesteding te groot. Wel gaat de gemeente ontwikkelaars die een eigen TEO-systeem willen realiseren desgevraagd hierin faciliteren. In deze raadsinformatiebrief blikken we terug op de keuze voor een collectief TEO-systeem, de overwegingen van aanbieders om niet in te schrijven op de aanbesteding, de impact hiervan en de vervolgstappen die we als gemeente nemen om alsnog tot een passende duurzame energievoorziening te komen. Achtergrond keuze TEO-systeem Hamerkwartier investeringsbesluit Hamerkwartier Het investeringsbesluit Hamerkwartier omvat onder meer ‘het Energieplan Hamerkwartier’ waarin de ambitie van een (bijna) energieneutrale gebiedsontwikkeling als volgt wordt uiteengezet: ‘De ambitie is haalbaar door te kiezen voor een systeem van Thermische Energie vit Oppervlaktewater (TEO)'…'Door warmte uit het oppervlaktewater van het IJ te gebruiken kan de genoemde onbalans (van de WKO-systemen) ín de bodem opgeheven worden en zijn geen droge koelers meer nodig. Temperatuurverschillen van het oppervlaktewater uit 't IJ kunnen gedurende de seizoenen worden ingezet voor het herstellen van de onbalans in de ondergrond. In de zomer kan warmte uit het oppervlaktewater worden gebruikt om ondergrond weer in balans te brengen. In de winter kan koude geladen worden. In het tussenseizoen kan zowel warmte als koude gebruikt worden. Hierdoor kunnen de WKO-systemen van gebouwen efficiënter blijven verwarmen en koelen.” Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 16 november 2023 Pagina 2 van 5 Zonder TEO-systeem zou de toenmalige Amsterdamse BENG (energieprestatie-eisen) moeilijker te behalen zijn geweest. Om te voorkomen dat enkel ontwikkelaars met kavels gelegen direct aan het IJ hun WKO-bronnen duurzaam kunnen regenereren, is ervoor gekozen om een collectief TEO- systeem te ontwikkelen. Bodemenergieplan Hamerkwartier In het Energieplan Hamerkwartier, onderdeel van het investeringsbesluit Hamerkwartier, wordt de keuze voor het TEO-systeem verder onderbouwd: ‘Gezien de lang verwachte fasering van de transformatie ligt een grootschalig collectief (bodem)energiesysteem hierbij niet direct voor de hand. Warmtebedrijven adviseren de gemeente dan ook dit niet te doen. Bovendien is de ruimte in de ondergrond beperkt. Daarom heeft de gemeente gekozen voor een andere strategie; het organiseren van de ondergrond via het Bodemenergieplan Hamerkwartier dat individuele bodemenergiesystemen ordent. Met dit plan worden alle eigenaren in staat gesteld om hun eigen bodemenergiesystemen te realiseren’. Warmteplan en reservering onrendabele top Om zoveel als mogelijk te voorkomen dat ontwikkelaars niet aansluiten op het TEO-systeem heeft de gemeenteraad tegelijkertijd met het investeringsbesluit een warmteplan met aansluitverplichting vastgesteld en voor de onrendabele top een reservering opgenomen in de grondexploitatie van maximaal 1,8 miljoen euro ten behoeve van de toekomstige concessiehouder. Nadat de gemeenteraad op 30 november 2022 het bezwaar van Albemarle op het warmteplan ongegrond had verklaard, startte de aanbesteding met tot doel het contracteren van een concessiehouder. Overwegingen om niet in te schrijven op concessieaanbesteding De selectiefase van de aanbesteding kende relatief veel gegadigden waaruit een goede belangstelling van de markt is geconcludeerd. Na de selectieprocedure van de aanbesteding is de gemeente in maart 2023 de dialoog gestart met drie potentiële inschrijvers. Een van deze partijen zag al vrij snel af van inschrijving, waarna gedurende enkele maanden constructieve dialooggesprekken zijn gevoerd met de overige twee potentiële inschrijvers. Op 22 september 2023 bleek dat deze partijen uiteindelijk toch niet hebben ingeschreven. Potentiële inschrijvers noemen de volgende overwegingen om (toch) niet in te schrijven: e De investeringskosten zijn hoger dan verwacht; o Vanwege de sterke bouwkostenstijging in 2022 is voor de aanbesteding is het technisch ontwerp van het TEO-systeem vereenvoudigd waardoor de kosten ruimschoots acceptabel werden. Na intensieve dialoogrondes bleek echter dat inschrijvers te hoge bedrijfsrisico's zagen in het vereenvoudigde ontwerp en dat zij alleen het oorspronkelijke, duurdere, ontwerp konden aanbieden. o De bouwkosten zijn ook in 2023 sterk gestegen. Op basis van detailoffertes werd last-minute duidelijk dat er geen sluitende business case meer was te behalen. e Het volloop- en aansluitrisico: o _Hamerkwartier is een transformatiegebied met een onzekere planning, terwijl de contractduur van de te sluiten concessieovereenkomst wettelijk vaststaat en er geen verrekening plaatsvindt van gederfde (verwachte) winst. De onzekerheid Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 16 november 2023 Pagina 3 van 5 over de precieze oplevering van vastgoed een aansluiting daarvan op het TEO- systeem is relatief groot, aangezien in het transformatiegebied het initiatief voor herontwikkeling bij de eigenaren ligt en gemeente faciliterend optreedt. Daarnaast drukken de algehele marktsituatie van hoge bouwkosten en rente, de beoogde regulering van middenhuuret cetera op de haalbaarheid en de voortgang van de bouwplanontwikkelingen in het gebied. Hierdoor ontstaat onzekerheid voor energiebedrijven bij de planning voor het aansluiten en afname van warmte van het TEO-systeem. Daarmee wordt het vollooprisico te groot en trekken exploitanten zich terug. o Het aansluitrisico wordt gemitigeerd door het vastgestelde warmteplan. Niet aansluiten op het collectieve systeem is op grond van het warmteplan enkel mogelijk als eenzelfde energieprestatie wordt behaald. De oude Amsterdamse BENG-eisen maakten dat het voor ontwikkelaars die individuele energiesystemen wilden toepassen, lastiger was deze eisen te behalen zonder significante en kostbare bouwkundige maatregelen te treffen. Aansluiting op het collectieve TEO- systeem zou dit kunnen voorkomen, waardoor de aansluitkans hoog was. Doordat de Amsterdamse BENG-eisen zijn weggevallen, zijn de genoemde kostbare bouwkundige maatregelen minder nodig en moet het TEO-systeem concurreren met minder duurzame technieken zoals de drycooler (waar normaal gesproken de bronnen mee geregenereerd worden). De prijsstelling en onrendabele top bijdrage was hierop gebaseerd om het risico van het wegvallen van Amsterdamse BENG- eisen te mitigeren. Maar door de hogere investeringskosten (en onder meer de huidige rentestijgingen) was het niet meer mogelijk om het TEO-systeem concurrerend aan te bieden. Het aansluitrisico is daarmee onbeheersbaar geworden. e De opbrengsten zijn moeilijk in te schatten omdat de regeneratiebehoefte moeilijker op voorhand te bepalen is dan gedacht. Hierdoor is moeilijker te bepalen hoeveel gebruikt wordt gemaakt van het TEO-systeem. e De komst van nieuwe wet- en regelgeving; de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) die publiek eigenaarschap verplicht. De conceptwetsteksten van juni 2023 geven minder ruimte voor private warmtebedrijven dan voorheen voorzien. e Het Amsterdamse vergunningenproces ten behoeve van het realiseren van leidingen en technische ruimte is volgens inschrijvers tijdrovend en lastig te managen. Impact wegvallen collectief gebiedsbreed TEO-systeem Belangrijke drijfveer voor de keuze van een TEO-systeem was onder meer de hogere energieambitie voor Hamerkwartier. Het collectieve TEO-systeem ondersteunde deze duurzame ambities en bracht deze binnen handbereik voor alle ontwikkelaars, dus niet enkel de ontwikkelaars aan het IJ. De nu vigerende landelijke energieprestatie-eisen zijn eenvoudiger te behalen voor laagbouw (1-9 bouwlagen) woongebouwen wanneer conform het Bodemenergieplan gebruik wordt gemaakt van bodemenergiesystemen in combinatie met drycoolers voor regeneratie in plaats van. met het collectieve TEO-systeem. Voor de middelhoog en hoogbouwkavels (15+ bouwlagen) langs het IJ lijkt een TEO-systeem nog steeds interessant en is het aannemelijk dat ontwikkelaars van deze kavels nog steeds een TEO-systeem wensen. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 16 november 2023 Pagina 4 van 5 Vervolgstappen Hoewel een collectief TEO-systeem voor Hamerkwartier niet meer aan de orde is, is het goed denkbaar en ligt het in de lijn der verwachting dat ontwikkelaars, met name dus degenen met middelhoog en hoogbouw kavels aan het IJ, zelf de voorkeur geven aan een eigen TEO-systeem. Indien dat gewenst is en de ontwikkelaars dit vragen aan de gemeente, dan zal de gemeente hen hierin faciliteren. Denk hierbij aan het overdragen van de door de gemeente verkregen lozingsvergunning en het beschikbaar stellen van de openbare ruimte ten behoeve van de benodigde leidingen. Een financiële onrendabele topvergoeding zoals die beschikbaar was in het kader van de aanbesteding van het TEO-systeem, is niet meer aan de orde. Het gereserveerde budget hiervoor in de grondexploitatie ter grootte van € 2,1 miljoen (de genoemde € 1,8 miljoen plus indexatie), minus de gemaakte voorbereidingskosten voor de aanbesteding ter grootte van ca. € 0,5 miljoen, valt vrij. Dit levert per saldo een verbetering van de grondexploitatie op voor een bedrag van € 1,6 miljoen. Tot slot blijft het Bodemenergieplan, vitgaand van individuele WKO's en WKO's per cluster van kavels, dat het gebruik van de ondergrond ordent, in stand. Ontwikkelaars zullen dus per bouwontwikkeling in het Hamerkwartier hun eigen energievoorziening middels een WKO-systeem, al dan niet met gebruikmaking van TEO, realiseren. De gemeente gaat voor het Hamerkwartier niet een nieuwe aanbesteding voor een gebiedsbreed collectief energiesysteem in de markt zetten. Het risico op nog een onsuccesvolle aanbesteding te groot, gezien de huidige marktsituatie, hoge bouwkosten en rente, de hoge voorinvesteringen, het vollooprisico binnen Hamerkwartier, in beweging zijnde wet- en regelgeving et cetera zoals onder meer hiervoor benoemd. De gemeente monitort en evalueert doorlopend de aanbestedingen van energiesystemen met als doel de resultaten te verbeteren. De ontbonden concessieovereenkomst Strandeiland en onsuccesvolle aanbesteding Hamerkwartier hebben richting gegeven om in toekomstige projecten met name het aansluit- en vollooprisico beter te beheersen. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 16 november 2023 Pagina 5 van 5 Vanuit het Collectieve Warmte Amsterdam programma, onderdeel van Energie voor de Stad, is kennisuitwisseling met de G4-gemeenten en een continue stadsbrede marktdialoog georganiseerd. Met deze input wordt een modelconcessieovereenkomst ontwikkeld waarin alle lessen van de G4,- gemeenten verankerd zijn. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Brief
5
test
x Gemeente Amsterdam AZ % Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Bestuurlijk Stelsel, Project 1012,Regelgeving en Handhaving, x Raadsaangelegenheden en Communicatie Gewijzigde agenda, donderdag 22 maart 2012 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Bestuurlijk Stelsel, Project 1012,Regelgeving en Handhaving, Raadsaangelegenheden en Communicatie Tijd 13.30 tot 17.30 uur en zonodig vanaf 19.30 uur tot 22.30 uur Locatie Boekmanzaal, stadhuis Procedureel gedeelte van 13.30 uur tot 13.45 uur 1 __ Opening procedureel gedeelte 2 Mededelingen 3 Vaststelling agenda 4A Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie AZ d.d. 23 februari 2012 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieAZ@raadsgriffie. amsterdam.nl 4B Conceptverslag van de besloten vergadering van de Raadscommissie AZ d.d. 23 februari 2012 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieAZ@raadsgriffie. amsterdam.nl Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten zijn te ontlenen. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen zijn openbaar en hiervan worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden via internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info@raadsgriffie.amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam A Z Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Bestuurlijk Stelsel, Project 1012,Regelgeving en Handhaving, Raadsaangelegenheden en Communicatie Gewijzigde agenda, donderdag 22 maart 2012 5 Termijnagenda, per portefeuille e Termijnagenda per portefeuille niet bijgevoegd. U ontvangt op de vrijdag voorafgaande aan de vergadering per mail en in hardcopy een bijgewerkt exemplaar. 6 _Tkn-lijst Inhoudelijk gedeelte vanaf 13.45 uur 7 Opening inhoudelijke gedeelte 8 _Inspreekhalfuur Publiek 9 Actualiteiten Burgemeester 10 Rondvraag Openbare Orde en Veiligheid 11 jaarrapportage aanpak overvallen 2011 Nr. BD2012-002271 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid Van Drooge (CDA). e Was TKN 8 in de Commissievergadering AZ van 23 februari 2012, e De driehoek zal hierbij aanwezig zijn. 2 Gemeente Amsterdam A Z Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Bestuurlijk Stelsel, Project 1012,Regelgeving en Handhaving, Raadsaangelegenheden en Communicatie Gewijzigde agenda, donderdag 22 maart 2012 12 Kwartaalmonitor Top600 tot en met december 2011 Nr. BD2012-002272 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e _Deleden van de Raadscommissie voor Jeugdzaken, ICT en Financiën en de leden van de Raadscommissie voor Kunst, Sport en Zorg zijn hierbij uitgenodigd. e _ Uitgesteld in de commissievergadering van 23 februari 2012, e Voorgesteld wordt gevoegd te behandelen met agendapunt 13. e _ Stukken reeds in bezit. 13 Top 600 zorg pijler 2 Nr. BD2012-002203 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e _Deleden van de Raadscommissie voor Jeugdzaken, ICT en Financiën en de leden van de Raadscommissie voor Kunst, Sport en Zorg zijn hierbij uitgenodigd. e Voorgesteld wordt gevoegd te behandelen met agendapunt 12, 14 Bestuurlijk ophouden in relatie tot tijdelijk verplaatsen Nr. BD2012-001474 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 15 Evaluatie Straatcoaches en Gezinsbezoekers Nr. BD2012-002131 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 16 Evaluatie preventief fouilleren: aanwijzen veiligheidsrisicogebieden 2012 Nr. BD2012-001836 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 3 Gemeente Amsterdam A Z Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Bestuurlijk Stelsel, Project 1012,Regelgeving en Handhaving, Raadsaangelegenheden en Communicatie Gewijzigde agenda, donderdag 22 maart 2012 17 _Horecadashboardnotitie | Nr. BD2012-002273 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid Van Velzen (PvdA). e Was TKN 11 in de Commissievergadering AZ van 23 februari 2012. 18 Eindrapportage pilot verwarmde terrassen Nr. BD2012-000520 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Deleden van de Raadscommissie voor Bouwen Wonen en Klimaat zijn hierbij uitgenodigd. Communicatie 19 Nieuwe balans tussen evenementen en veiligheid Nr. BD2012-002205 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 4
Agenda
4
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 191 Publicatiedatum 17 april Ingekomen onder A Ingekomen op woensdag 3 april 2013 Behandeld op woensdag 3 april 2013 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de raadsleden de heer Ivens, mevrouw Van Doorninck, mevrouw Moorman, de heer Paternotte, de heer Evans-Knaup en de heer Van Lammeren inzake uitgeprocedeerde asielzoekers in de Vluchtkerk. Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de actualiteit van de raadsleden de heer Ivens, mevrouw Van Doorninck, mevrouw Moorman, de heer Paternotte, de heer Evans-Knaup en mevrouw Van der Velde van 27 maart 2013 inzake uitgeprocedeerde asielzoekers in de Vluchtkerk (Gemeenteblad afd. 1, nr. 184); Constaterende dat: — ereen groep is van uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kan worden uitgezet waarvoor geen opvang is; — _ een aantal van hen zich hebben verenigd en actie voeren tegen het Nederlandse asielbeleid, voorheen in een tentenkamp aan de Notweg en nu in de Vluchtkerk aan de Erik de Roodestraat; — _ het contract tussen de vluchtelingen en de eigenaar van de kerk op 5 april 2013 afloopt en er daardoor een grote groep mensen op straat dreigt te belanden; — _hetrijk eerst verantwoordelijke overheid is voor een goede en humane uitvoering van het vreemdelingenbeleid maar daar in tot op heden ernstig in tekort schiet, waardoor steeds meer (kwetsbare) mensen op straat komen staan — lokale overheden hierdoor belast zijn met de zorgplicht; Overwegende dat: — _ het zowel voor de mensen zelf als voor de stad Amsterdam het onwenselijk is dat een grote groep uitgeprocedeerde asielzoekers op straat terechtkomt; — 70% van de Amsterdammers van mening is dat de gemeente de vluchtelingen hulp moet bieden, 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam Afdeling 1 Gemeenteraad R Nummer 191 Motie Datum 17 april 2013 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: — bij de landelijke politiek aan te dringen op een effectief en humaan terugkeerbeleid en voor een oplossing voor de uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen worden uitgezet, bijvoorbeeld door middel van het verruimen van het buitenschuld-criterium en het organiseren van humane opvang voor mensen die anders op straat dreigen te belanden; — tot de tijd dat dit geregeld is, opvang en begeleiding mogelijk te maken voor uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen worden uitgezet; — in het geval van een hulpverzoek van de bewoners van de Vluchtkerk, samen met de stadsdelen te zoeken naar een oplossing voor (tijdelijke) opvang; — bewoners van de Vluchtkerk die kampen met ernstige psychische klachten hulpverlening en opvang te bieden in een reguliere GGZ-instelling, zo zij dat willen. De leden van de gemeenteraad, LGF. vens G.A.M. van Doorninck M. Moorman J.M. Paternotte LR. Evans-Knaup J.F.W. van Lammeren 2
Motie
2
discard
xX Gemeente Amsterdam Stadsdeel Oost Xx Algemeen Bestuur ) Besluit voor de vergadering van 27 maart 2014 Jaar 2014 Afdeling registratienummer Onderwerp Mandatering secretaris verlening subsidie fractieondersteuning Het Algemeen Bestuur van de bestuurscommissie van Stadsdeel Oost Gelet op de Bijzondere subsidieverordening fractieondersteuning bestuurscommissies Besluit: Mandaat te verlenen aan de stadsdeelsecretaris tot het verlenen van de jaarlijkse subsidie voor de fractieondersteuning conform het bepaalde in de Bijzondere subsidieverordening fractieondersteuning bestuurscommissies 2014, alsook het ondertekenen van alle documenten ter voorbereiding c.q. uitvoering van op grond van deze verordening te nemen c.q. genomen besluiten. Het Algemeen Bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Oost Liane Pielanen, secretaris voorzitter 4
Besluit
1
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Amendement Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1895 Ingekomen onder Bl Ingekomen op donderdag 7 november 2019 Behandeld op donderdag 7 november 2019 Status Verworpen Onderwerp Amendement van het lid Bloemberg-Issa inzake het bestemmingsplan Oud West 2019 (Onderkeldering) Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het bestemmingsplan Oud West 2018 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1827). Constaterende dat: — _grondwaterstromen in Oud West complexe materie betreft; — in het bestemmingsplan Oud West 2018 onderkeldering mogelijk blijft wanneer grondwaterstromingen en standen behouden blijven, waarbij ‘geen sprake van verstoring’ betekent dat het peil van het grondwater gelijk blijft. Overwegende dat: — _grondwaterstromen ook verstoord kunnen worden wanneer het waterpeil in een nieuwe situatie op hetzelfde niveau blijft; — niette overzien is hoe toezicht op grondwaterverstoringen gehouden kan worden; — en niet te overzien is hoe verstoringen in grondwaterstromen gerepareerd kunnen worden. Besluit: artikel 6.2.6 van de regels van het bestemmingsplan Oud West 2018 te wijzigen, op de na volgende manier: — de huidige tekst: “Voor de bouw of uitbreiding van een kelder of souterrain gelden de volgende regels: a. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding “milieuzone - grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel 27 Algemene aanduidingsregels van deze regels; b. voor gronden die niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding “milieuzone - grondwateraandachtsgebied" geldt dat een kelder of souterrain alleen mag worden gebouwd of uitgebreid indien e onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatre gel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 10 m2/dag en maximaal 20 m2/dag; de grondwatermaatregel eivoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan 1 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Nummer 1895 A d t Datum 7 november 2019 “Mendemen de voor- en achterzijde met elkaar in contact staat; e de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; , de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. c. grotere en diepere kelders en souterrains als genoemd onder b. zijn uitsluitend toegestaan indien met een geohydrologisch rapport is aangetoond dat de aanleg van de kelder of het souterrain grondwatemeutraal is en geen substantiële belemmering voor de stroom van het grondwater oplevert”. - te wijzigen in: “Voor de bouw of uitbreiding van een kelder of souterrain geldt dat dit alleen mogelijk is wanneer er onder of langs de kelder of het souterrain geen grondwaterstromen worden aangetroffen". - en het, door het gewijzigde artikel 6.2.6 overbodig geworden, artikel 27.1 van de regels van bestemmingsplan Oud West 2018, te schrappen. Het lid van de gemeenteraad, J.F. Bloemberg-lssa 2
Motie
2
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 1180 Publicatiedatum 8 januari 2014 Ingekomen onder Ss Ingekomen op donderdag 19 december 2013 Behandeld op donderdag 19 december 2013 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het raadslid mevrouw Van Doorninck inzake de inkoopstrategie en de procesinrichting voor kwaliteitsborging van het project ZuidasDok (Parnassuspassage). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 5 november 2013 tot instemmen met de inkoopstrategie en de procesinrichting voor kwaliteitsborging van het project ZuidasDok en het besluitvormingsproces van de gemeente Amsterdam inzake het project ZuidasDok (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1114); Constaterende dat: — _ Station Zuid nu al na Amsterdam Centraal Station de meeste reizigers aantrekt; — _ het aantal reizigers dat gebruik maakt van Station Zuid de komende jaren, mede door de komst van de Noord-Zuidlijn, nog verder zal toenemen; — _ het project ZuidasDok gepaard gaat met grote investeringen, waaronder in Station Zuid; Overwegende dat: — _ Station Zuid, ondanks de investeringen, knelpunten zal kennen en al rond 2030 aan top van de capaciteit zal zitten; — een tweede onderdoorgang in Station Zuid (Parnassuspassage) deze problemem kan opvangen doordat het zorgt voor een betere doorstroming van reizigers en een compactere overstap van trein en metro kan creëren; — een tweede onderdoorgang in Station Zuid (Parnassuspassage) er bovendien voor zorgt dat de reizigers zich tijdens de verbouwing van het station sneller kunnen verplaatsen; — het aanbesteden volgens de concurrentie gerichte dialoog, waarvoor is gekozen de mogelijkheid biedt voor optimalisering binnen de vastgestelde scope, 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteraad Nummer 1180 Moti Datum _ 8 januari 2014 otie Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: zich in te spannen om de Parnassuspassage een plek te geven in de aanbestedings- leidraad voor het ZuidasDok. Het lid van de gemeenteraad, G.A.M. van Doorninck 2
Motie
2
discard
x Gemeente Amsterdam R % Gemeenteraad Gemeenteblad % Motie Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 1395 Publicatiedatum 28 december 2018 Ingekomen onder K Ingekomen op woensdag 19 december 2018 Behandeld op woensdag 19 december 2018 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Van Renssen, N.T. Bakker, De Heer en Timman inzake het behoud van de Lutkemeerpolder (fasering) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de bestuurlijke reactie op motie nr. 2018-316 van de voormalige raadsleden Nuijens en Geenen inzake het uitwerken van meerdere scenario’s voor het behoud van (zoveel mogelijk van) de functie van zorgboerderij de Boterbloem (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1330). Constaterende dat: — In hoger beroep is bevestigd dat De Boterbloem de gronden van de Lutkemeerpolder moet ontruimen; — In 2009 een samenwerkingsovereenkomst is getekend en een grondexploitatiemaatschappij is opgericht ten behoeve van de ontwikkeling van de Lutkemeerpolder; — In 2013 het bestemmingsplan Lutkemeerpolder is vastgesteld door de raad waarin de gronden de bestemming ‘bedrijf’ hebben gekregen; — Naar aanleiding van de motie 2018-316 van Nuijens en Geenen verschillende scenario's zijn onderzocht voor het behoud van delen van de zorgboerderij De Boterbloem vanwege de maatschappelijke meerwaarde; — Inde brief van 30 oktober 2018 het college aangeeft dat 3 hectare van gronden gelegen in de Lutkemeerpolder beschikbaar kunnen komen voor pacht c.q. huur voor een functie met stadslandbouw en een zorgboerderij, zoals De Boterbloem, hiervoor dient het bestemmingsplan te worden aangepast; — Hette realiseren bedrijventerrein energieleverend en natuur-inclusief ontwikkeld wordt met een circulaire inrichting van de openbare ruimte. Overwegende dat: — Erenige tijd gemoeid zal zijn met de ontwikkeling en het voorbereiden van de uitgifte van de kavels; — Zoveel en zolang mogelijk behoud van open akkers relevant is voor klimaatadaptie en biodiversiteit; — Verharding niet gewenst is, zolang de nieuwe gebruikers van het bedrijventerrein (erfpachters c.q. huurders) nog niet bekend zijn. 1 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteraad Nummer 1395 Motie Datum 28 december 2018 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. De GEM dringend te verzoeken de ontwikkeling gefaseerd ter hand te nemen zodat zoveel mogelijk van de Lutkemeerpolder, aan open landschap en onverharde grond, zolang mogelijk kan worden behouden; 2. Geen gronden te verharden c.q. bouwrijp te maken, voordat de nieuwe gebruikers bekend zijn, de reserveringsovereenkomsten en de ontwikkeling van die kavels definitief zijn. De leden van de gemeenteraad N.A. van Renssen N.T. Bakker A.C. de Heer D. Timman 2
Motie
2
train
AMSTERDAM- LLAND If AMSTE _ elite eld Was’ TDT (fn TR 0 Ps ER Ö a Ne TR EE ST » 2019 EEE EE ib it fj ef d An Fa ee IE A de ne KEE á 4 , En Te TA AP : En eene ee î EAN PRN Ge S Len eert Ln - Pd BES a En ae ven TA 1 in BRR eeu ord RS vj Vi DE _ en eN A k BE fi Í Ld k À ,, A " hu 5 arn Ennn ae ee ih h 4 el 5 ese : A MN * - * | jl 1 mn a En s FS 8 ip EA ne re We We pst) A Ans Ei EET Ee Lt Land | EEN TET ETAT WOU VOV UV Wer Û EK gj ; | , E LS En KETEN PONNE BIN ef ’ A es Ee ital ï | AN kN rt RAS ft TN | MN x AJ « id FT, ee HE | UID AA AARS OEE NSNSN AI, de e Seed in ii hid LekEREIFKREeR ORNE ES 0 Á | EEE fi EI hal il Í el a EN le: e / A En Ee IA | U | NR Re 5 Á SN Rp î N ij UD TE (PBP 4 | Tin Nm ì ONIN KLA nb 0 dn PSA / À B Ai | | Hr | fi | |L ' | ij f ggn pj - Be 18) Uy EN B Ì - / Bl EN kn OOR TR A0 6 da Î Gene Zal Nr | , en, E _ EEn | ML EEN If JA he P 4 - KE f Ee Á Ke iN GIN | Hok f ) ot ed B EE k SA B | ES 1 h/ \ Eer À 5, Ï AR E HRe ij U RLA Ik | | Li o | Pi \ En a . Ze 0 7 | UL AE IKL eN | bj AE IA OO Ke ; | KN ! | iT P- Ds | Í ke NN | Oa N En. SD ee Bef Ù | sd |I his En Ec : TE | É A Ed WZ Al : anp iS 8 ee a! fl NS En (NN ok É k fe eN ES zi TIENER 5, d ES \ Ì | A 5 48 d | \ Ank: 2 FE) | no EE RE Ei | Se / Dian ON | RN (OR nd tn nn 9 á en ' AS OK rn Ë s 4 V EN ME zz k [KOELE EO ET enememn en gj u RR per AAD ES É \ TR SMER > NEN A Rn en - AE 7 Dn _j Sdk kf re Ras % OR DS Er 5 nf En St á - EE | JN WE p CA Es Er Zn e KN A Ge Sn EN 5 KN re A ES (dln er Ie he B en gr Ed 1 ns Oe EE ee en 8 4 5 [Nen EE URL OE OD AR ON 4 Ten hed ii ie MS Dee A We 4 4 Nrs na eh je RR es Ä FI 5 À 5 eel } Beef Naar } * EAN ECE en GA k B Gr a NEE BN : je LE lik PA ME Le Ee RE 0 A p: } : à je en B En Td ER OEE KS ik RE me f Ne CN | AA Wd Na AN ! Re A Rn EEN de Me Re NE VON 8 En \ Ee ee En Rd NN ie re” EE eN En KE en RS 9 A He AS IIA 5 ile Em d dE Ss nn zr, U O3 hen 8 ed EN ted B = PEN Te Ee Ee ed en ee gg Is ND), kn maf ek 5 One EE OS jé PEN KE es Ende ES KR One AN Ny Si Es À EN Es MA KR Pe EEN p in al AEN en se) S SS A G E B | IRS: =S Ee 5 l el nn ne DN es BR Be, 5 Ni EE d KE Ze % Nt _ a S Ees ©. ì Í 8 Fe al rm ef REEN KAS en Sr En NRK RS | Bd Se IK a ( 5 Ù Pe hd SE 8 | LE HUT es En \ A 3 PR Eu En A! EN hd 8 jk ane 6 B In o A | BSE Os A EE Ee er OEE ER A Se AT LE DES ° ke TNS Ben & ER A 3 de NE Ee Ee À Î ex \ ne 5 On Pe p N E dn VE 8 é Eh ki A ee DE EREN ER he j En dl Ae AA REN AE ° Sn TR EE EN SSR d pdf A Ee AN En Nah Ë 3 Ar Ae km eN 5 k EE Ee en A Ke en PS PG ned AN Ten EN nn Re Rd Pe a zak CE NN LE À TR SN | lr | Ei DPS Ee SN q Ie 5 A GEN SISA NM B OIB en Dd Ad \ SN ee p “Sp |M: en ES YE PSE D Si ® : SRE Vi En N AD 48 7 ZES SS SR A EN { Ne eN IN en EN Nd ee / WES a EN ee A AC E 5 é 3 e En REN KERRIE RAN S A en 5 / (lag Zn NM ke N en : ED ME En Ne 5 5 Ze EE 7 5 CR 0 A Een Ee A N id BE — ” 4 Ee Se a wi 5 ER een en EE N Sn 8 el Á eN Cs lade EE EN RC 4 Ap ' E A ke 5 N ee Ee En mn a En En ES : Ee en Ee Ee An Et ee 5 S en EE En ANN 5 Ee 5 TREE CE EL Nebel EC ES Ag EE eN GNS RN NN ER EE a 3 ee ED NC Ener APRA Av RE Re EER ne EEEN EN A EE Rd Ee RE RN Reet KE EV ERE ES En Ee Ee Ee ERR B EE ER EE en en Rn nn EE en Oe ee en EEEN Inleiding Dit is de halfjaarsrapportage van Veilig Thuis De verbeterde Meldcode In sommige gevallen is het noodzakelijk dat Veilig Amsterdam-Amstelland. De rapportage gaat over de Thuis verantwoordelijk blijft. Veilig Thuis zet dan zelf ontwikkelingen in de tweede helft van 2019. Vanaf 1 januari 2019 is de verbeterde Meldcode van een dienst in. Vanaf begin 2019 kent Veilig Thuis twee kracht. Professionals zijn bij vermoedens van acute of diensten: de dienst Voorwaarden en Vervolg en de structurele onveiligheid verplicht een melding te doen dienst Onderzoek. Wie zijn wij? bij Veilig Thuis. De Meldcode geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren: gezondheidszorg, Veilig Thuis is er voor iedereen die te maken heeft met onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke onder- De doelen van de dienst Voorwaarden en Vervolg zijn: huiselijk geweld en kindermishandeling. Voor kinderen, steuning, jeugdhulp en justitie. jongeren, volwassenen en ouderen. Veilig Thuis geeft e Directe veiligheid organiseren voor alle direct- advies, neemt meldingen aan, draagt over of doet betrokkenen via het opstellen van veiligheids- zelf onderzoek en stelt voorwaarden bij onveilige Nieuwe werkwijze voorwaarden; thuissíituaties. Is er crisis dan komt Veilig Thuis direct e Het inzetten van vervolghulp gericht op stabiele in actie. Sinds 1 januari 2019 werkt Veilig Thuis met een nieuw veiligheid en herstel van de door directbetrokkenen Handelingsprotocol. Met dit protocol is de beoordeling opgelopen schade. Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland maakt deel uit van een melding anders dan voorheen. Allereerst wordt van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke getoetst of er sprake is van acute onveiligheid, om Gezondheidsdienst Amsterdam-Amstelland. vervolgens vast te stellen of het gaat om structurele De doelen van de dienst Onderzoek zijn: onveiligheid. In deze nieuwe veiligheidsbeoordeling De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, wordt gesproken met directbetrokkenen. Dit is intensief « Het bevestigen of weerleggen van de gemelde Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn zijn de en kost meer tijd dan voorheen. vermoedens van huiselijk geweld en/of opdrachtgevers. kindermishandeling; Na de veiligheidsbeoordeling kan Veilig Thuis een e Het zo nodig vaststellen van veiligheidsvoorwaarden; melding overdragen aan een lokaal team, lopende e Het inzetten van vervolghulp gericht op stabiele hulpverlening of de directbetrokkenen (cliëntsysteem). veiligheid en herstel van de door directbetrokkenen Ook kan een melding worden afgesloten omdat er geen opgelopen schade. sprake (meer) is van onveiligheid of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. 2 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2 Inhoud Instroom adviesvragen Veiligheids- Wettelijke en meldingen beoordeling termijnen Overdracht Belangrijkste resultaten van de tweede helft van 2019 In de tweede helft van 2019 ontving Professionals, anders dan politie, melden De wettelijke termijnen van zowel de Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland 5.824 in 2019 vaker bij Veilig Thuis. Het aantal veiligheidsbeoordeling (5 werkdagen) meldingen. In de eerste helft van 2019 meldingen afkomstig van de politie blijft als de dienst Voorwaarden en Vervolg en werd er 5.738 keer een melding gedaan. nagenoeg gelijk. de dienst Onderzoek (10 weken) worden Het totaal aantal meldingen in 2019 komt in minder dan de helft van de gevallen op 11.556. Dat is een stijging van een kleine Het aantal meldingen van de politie blijft gehaald. 20% ten opzichte van 2018. ongeveer op hetzelfde niveau als in 2018. De politie is ook in 2019 de grootste In de tweede helft van 2019 zijn de Vanaf de start van Veilig Thuis in 2015 is melder. Het totaal aantal meldingen van doorlooptijden van zowel de veiligheids- het aantal meldingen elk jaar toegenomen. professionals anders dan politie is in 2019 beoordeling als de diensten gestegen. In 2015 was het totaal aantal meldingen verdubbeld ten opzichte van 2018. Dit is De oorzaken hiervan zijn: de toename van 5.400. Steeds meer professionals en mogelijk een effect van de verbeterde het aantal meldingen, de invoering van burgers weten Veilig Thuis te vinden. Meldcode en het nieuwe afwegingskader de nieuwe werkwijze, onvoldoende dat de verschillende beroepsgroepen per (opgeleid) personeel en de problematiek in 1januari 2019 hanteren. de gehele keten van organisaties die zich bezig houden met huiselijk geweld en kindermishandeling. 3 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND — 2019/2 1 Instroom adviesvragen en meldingen per gemeente Meldingen en adviesvragen tweede halfjaar 2019 Meldingen per 1.000 huishoudens tweede halfjaar 2019 4.965 1.457 10,6 e e AMSTERDAM AMSTERDAM ze 9,8 © DIEMEN 349 5 | 74 CO8 AMSTELVEEN AMSTELVEEN 58 @ 4 . 9,3 OUDER-AMSTEL OUDER-AMSTEI 119 (©) 12 9,1 AALSMEER 4 “ @ * A 2 Á UITHOORN MELDINGEN ADVIESVRAGEN MELDINGEN In de periode 1 juli - 51 december 2019 zijn er 5.824 meldingen gedaan bij Veilig Thuis. Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland ontving 24 meldingen over directbetrokkenen die wonen of verblijven in een andere regio. Bij 59 meldingen is de regio onbekend. In de tweede helft van 2019 werden 1.609 adviesvragen geregistreerd. In 41 gevallen kwam Een melding bij Veilig Thuis gaat over een huishouden. Relatief, per 1.000 huishoudens, de adviesvraag uit een andere regio. In werkelijkheid werd Veilig Thuis vaker benaderd voor zijn de meeste meldingen afkomstig uit Amsterdam. Dit verschilt met de eerste helft van advies. In verband met de toegenomen werkdruk is begin 2019 besloten alleen nog cliënt 2019, Toen sprongen Uithoorn en Diemen eruit met respectievelijk 15 en 11,5 meldingen per gerelateerde adviesvragen te registreren. 1.000 huishoudens. 4 _ HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2 L (2) (3) (4) 1 Meldingen over huishoudens met of zonder kinderen per gemeente Meldingen tweede halfjaar 2019 Meldingen per 1.000 huishoudens tweede halfjaar 2019 5.612 1.555 31,6 e ; @ 5,8 TEE AMSTERDAM 110 34 24,9 © 5,3 DIEMEN 269 (© 80 18,7 © 2,8 AMSTELVEEN 45 5 20,0 3,2 © OUDER-AMSTEL 102 17 18,7 2,2 © © OUDER-AMSTEL 5 6) fi) 104 22 HUISHOUDENS HUISHOUDENS 20 6 © 2,8 HUISHOUDENS HUISHOUDENS MET ZONDER MET ZONDER UITHOORN KINDEREN KINDEREN KINDEREN KINDEREN In het tweede halfjaar van 2019 zijn 4.290 meldingen gedaan over huishoudens met kinderen. Amsterdam kent het hoogste aantal meldingen per 1.000 huishoudens met kinderen, Bij 1.534 meldingen zijn geen kinderen betrokken. Dit beeld is vergelijkbaar met het halfjaar gevolgd door Diemen. Het beeld van huishoudens zonder kinderen ligt in de gehele regio ervoor. dichter bij elkaar. 5 _HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2 L (2) (3) (4) 1 Meldingen over huishoudens met kinderen Wie melden er bij Veilig Thuis? Welk type geweld wordt gemeld bij Veilig Thuis?” Overige professionals Politie Burgers SD Kinder- mishandeling 8 KN (EX-) partnergeweld 7 74% 5 lv Geweld tegen ouders (<65 jr.) door hun kinderen (tot 23 ir) vS Huiselijk geweld overig 22% EN 4% [4/4 Andere problematiek dan huiselijk geweld of kindermishandeling 4 Nog niet geregistreerd IGE, Burgers Overige professionals 9 ZON AN 0% 10% 20% 50% 40% 50% 4% o 0 0 Bij de helft van het aantal meldingen van huishoudens met kinderen betreft het een Onderwijs Ziekenhuis Lokaal Ambulance Buren Familie- persee vermoeden van kindermishandeling. Hierbij kan gedacht worden aan fysiek of psychisch geweld, fysieke of psychische verwaarlozing, seksueel misbruik of getuige zijn van (de gevolgen van) geweld in het gezin. Er komen ook veel meldingen binnen van (een vermoeden van) partnergeweld. Het beeld komt overeen met voorgaande jaren. 74% van de meldingen over huishoudens met kinderen zijn afkomstig van de politie. Overige professionals melden in 2019 steeds vaker, 22% van het totaal aantal meldingen. Onder de categorie ‘huiselijk geweld overig’ vallen alle vormen van huiselijk geweld die niet onder de andere categorieën te scharen zijn. Te denken valt aan mishandeling en 4% van de meldingen is afkomstig van burgers. Buren melden daarbij vaker dan een direct- misbruik tussen meerderjarige broers en zussen. Bij een deel van de meldingen is het type betrokkene zelf of familieleden van directbetrokkenen. Het aandeel burgers dat een melding geweld nog niet geregistreerd. Het gaat hier om werk dat onder handen is. doet bij Veilig Thuis is waarschijnlijk zo laag omdat zij eerder de politie inschakelen dan een melding doen bij Veilig Thuis. “Het totaal telt op tot +100% omdat er per melding meerdere typen geweld kunnen worden gemeld. 6 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2 L (2) (3) (4) 1 Meldingen over huishoudens zonder kinderen Wie melden er bij Veilig Thuis? Welk type geweld wordt gemeld bij Veilig Thuis?” Overige professionals Politie Burgers (Ex-) ly: partner- geweld Xx (sh Ouderenmishandeling (>65jr.) ° 92% ZW Geweld tegen ouders (<65 jr.) door hun kinderen (tot 23 jr.) A yEe/4 Huiselijk geweld overig 7% 28 1% VAS Andere problematiek dan huiselijk geweld of kindermishandeling nn nn vLel/4 Nog niet geregistreerd Top 4 Overige professionals AN 0% 10% 20% 50% 40% 50% 1,5% o 12% 07% 0,6% | mn nn Meldingen over huishoudens zonder kinderen betreffen vaak (een vermoeden van) partner- geweld. Het algehele beeld over het type geweld dat bij Veilig Thuis wordt gemeld komt Ambulance Ziekenhuis ek Go eteing overeen met voorgaande jaren. Onder de categorie ‘huiselijk geweld overig’ vallen alle vormen van huiselijk geweld die niet onder de andere categorieën te scharen zijn. Te denken valt aan mishandeling of 92% van de meldingen over huishoudens zonder kinderen zijn afkomstig van de politie. verwaarlozing van meerderjarige personen met een fysieke beperking door een familielid of Overige professionals melden in 2019 steeds vaker. Er is hierbij geen beroepsgroep die er mantelzorger waarvan hij of zij afhankelijk van is voor zorg. echt uit springt, de professionele melders anders dan politie zijn zeer divers. Bij een deel van de meldingen is het type geweld nog niet geregistreerd. Het gaat hier om Veilig Thuis ontvangt zeer weinig meldingen van burgers over huishoudens zonder kinderen. werk dat onder handen is. Slechts 1% van het aantal meldingen over huishoudens zonder kinderen wordt gedaan door buren, familieleden of directbetrokkenen zelf. “Het totaal telt op tot +100% omdat er per melding meerdere typen geweld kunnen worden gemeld. 7 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2 L (2) (3) (4) 2 Veiligheidsbeoordeling Hoe wordt de veiligheid beoordeeld? (Vermoeden van) o | | | | | | | | acute onveiligheid 4% | | | | | (Vermoeden van) structurele 69% | onveiligheid | | Eenmalige | onveilige situatie 7% il | | | | | | Problemen op andere | | | leefdomeinen 10% | | | | | | Geen zorgen over o | | | | veiligheid 10% il | | | | | | 0% 10% 20% 50% 40% 50% 60% 70% 80% Bij alle meldingen wordt de mate van onveiligheid beoordeeld. Met de veiligheidsbeoordeling wil Veilig Thuis zicht krijgen op de veiligheid van directbetrokkenen. Vervolgens wordt een besluit genomen over bij welke instelling of professional de verantwoordelijkheid wordt belegd voor het nemen van de vervolgstappen. Veilig Thuis baseert deze besluiten op de inhoud van de melding, op de beschikbare informatie uit eigen systemen en eventuele verkregen informatie vanuit andere bronnen zoals contact met directbetrokkenen. 8 _HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2 (1) e (3) (4) 35 Wettelijke termijnen Doorlooptijd van de veiligheidsbeoordeling Doorlooptijd van de dienst Voorwaarden en Vervolg en de dienst Onderzoek Gemiddeld aantal werkdagen tot de veiligheidsbeoordeling Gemiddeld aantal weken vanaf de veiligheidsbeoordeling tot het afsluiten van de dienst 15 15 TTE NELLE 1" 12 GEMIDDELD 2 2 5 15 _ Ss DT 10 10 mm ee ETTELIJKE TERMIJN (10 WEKEN) mmm GEMIDDELD 8 5 WETTELIJKE TERMIJN (5 WERKDAGEN) mmm 5 0 0 juli augustus september oktober november december juli augustus september oktober november december Percentage veiligheidsbeoordeling binnen de wettelijke termijn (5 werkdagen) Percentage afgesloten diensten binnen de wettelijke termijn (IO weken) /5 /5 50 50 © GEMIDDELD © ole [SSS rb je ey je 40% 37% VIA 40% kid kid semobeLD 8 ij 8 ij 8 ij 25 25 juli augustus september oktober november december juli augustus september oktober november december Het aantal werkdagen tot de veiligheidsbeoordeling is in de tweede helft van 2019 gemiddeld 14 dagen. In de eerste helft van 2019 was de gemiddelde doorlooptijd van de veiligheidsbeoordeling 9 dagen. De wettelijke termijn van de dienst Voorwaarden en Vervolg en de dienst Onderzoek is 10 weken vanaf de veiligheidsbeoordeling tot de afronding van de dienst. Gemiddeld Gemiddeld wordt 539% van de veiligheidsbeoordelingen genomen binnen de wettelijke wordt de helft van de ingezette diensten binnen de wettelijke termijn afgerond. In de termijn van vijf werkdagen. In de eerste helft van 2019 was dit 48%. maanden augustus en november is het percentage hoger. 9 HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2 (1) (2) E (4) 4 Overdracht Vervolgtraject tweede halfjaar 2019 Veilig Thuis heeft in het tweede halfjaar van 2019 4.668 casussen overgedragen dan wel afgesloten. Een casus kan bestaan uit meerdere meldingen. Veilig Thuis kan op verschillende momenten het besluit nemen DO DJ WAARVEN om een casus over te dragen. Dit kan na afronding van de L L 1 452 Ge 452 veiligheidsbeoordeling, na de dienst Voorwaarden en Vervolg " SAMENDOEN 557 en na de dienst Onderzoek. Er wordt overgedragen aan: | eo ne ‚ . . . . pn WILLIAM SCHRIKKER GROEP _ 108 ° Eén of meerdere professionals of instellingen: regiehoudende ANDERS Gl* 4 partijen zoals de Gecertificeerde Instellingen of de lokale AMSTERDAM teams of niet-regiehoudende hulpverlening. e Directbetrokkenen zelf of hun eigen netwerk: het Ee WAARVAN cliëntsysteem Nn ER 74 BREDE HOED 3 _ . 156 SOCIAAL TEAM AMSTELVEEN DIEMEN JEUGDBESCHERMING 25 Bij 40% van de overdrachten wordt de casusregie van een 24 JEUGDBESCHERMING 189 Ea LEGER DES HEILS 3 Gecertificeerde Instelling of lokaal team toegewezen aan 6 WILLIAM SCHRIKKER GROEP mi WILLIAM SCHRIKKER GROEP 2 het gezin of huishouden. De casusregisseur houdt het zicht 3 ANDERS Gl* AMSTE VEEN hd Ü op veiligheid, voert het veiligheidsplan uit en werkt aan een hulpverlenings- en herstelplan. Bij ruim 20% van de casussen wordt de melding El 38 en arne en overgedragen aan andere hulpverlening, zoals Blijf Groep, 7 EUGEN S 8 GGZ, verslavingszorg of de huisarts. WAARVAN 29 OUDER-AMSTEL a In 4 op de 10 gevallen is het gezin in staat de veiligheid 2 ene zelf te waarborgen of blijkt er geen sprake van huiselijk , ANDERS Gr AALSMEER WAA geweld of kindermishandeling. ER 68 AAE . JEUGDBESCHERMING 13 Bij ruim 80% van de overdrachten naar het lokaal ANDERS Gl* ï team of een Gecertificeerde Instelling gaat het om HITHOORN een overdracht direct na veiligheidsbeoordeling. Bij de overdrachten naar het lokale team is iets minder dan de helft, 43%, reeds bij hen bekend. *Bij ‘Anders GI’ gaat het om Nidos of een Gecertificeerde Instelling in een andere regio. 10 _HALFJAARRAPPORTAGE VEILIG THUIS AMSTERDAM-AMSTELLAND - 2019/2
Onderzoeksrapport
10
train
Ongevraagd advies aan de Gemeenteraad inzake: aanbesteding dak van de Ru Paré Community Stadsdeel: Nieuw-West De Ru Paré Community heeft een belangrijke plek in onze wijk en probeert middels de ondersteuning van de bewonersenergiecoöperatie Westerlicht het voortouw te nemen in de sociale verduurzaming van Slotervaart. Daarom waren wij verbaasd over de aankondiging van de Ru Paré Community betreffende de aanbesteding van hun dak aan een derde partij*. Het eigen initiatief van de Ru Paré Community lijkt ons geheel in lijn met de agenda democratisering en verduurzaming, en wij zijn van mening dat we het getoonde initiatief zouden moeten koesteren en stimuleren. Maar er lijkt iets mis te gaan, en daarom vinden wij als stadsdeelcommissie dat we dit middels onze ogen en oren functie op de agenda moeten zetten. Het dak van de Ru Paré Community is in een grotere gemeentelijke aanbesteding vergeven aan een derde partij, zonder dat de Community hier tijdig bij betrokken is geweest. Dit ondanks het feit dat de Ru Paré Community als sinds 2016 bezig is met plannen voor het plaatsen van zonnepanelen. De precieze status van en gang van zake omtrent deze aanbesteding is ons op het moment van schrijven nog onbekend?. Echter zijn wij van mening dat de Ru Paré Community en de bewonerscoöperatie Westerlicht veel kan betekenen voor de sociale verduurzaming van Slotervaart, en een voortrekkersrol kan spelen in de energietransitie in onze wijk. Het initiatief van de Ru Pare Community lijkt een perfect voorbeeld van een initiatief dat we in onze versie van het aangekondigde lokale klimaatakkoord zouden moeten willen opnemen. Daarom adviseert de stadsdeelcommissie Nieuw-West de gemeenteraad van Amsterdam: 1) In overleg met alle betrokken partijen onderzoek te doen naar de status van en gang van zaken omtrent deze aanbesteding 2) En de mogelijkheden te onderzoeken om de Ru Paré Community alsnog de verduurzaming van hun dak in eigen beheer te geven 1 https://www.facebook.com/1502942673323235/posts/2351589758458518/ 2 Het dak lijkt vergeven in een grotere aanbesteding, zie: https://www.zuiderlicht.nu/daken gemeente amsterdam/
Actualiteit
1
train
X Gemeente Amsterdam % Stadsdeel Oost Commissie Wonen Agenda datum 10 januari 2011 aanvang 20:00 plaats stadsdeelkantoor Oranje-Vrijstaatplein 2, raadzaal voorzitter Ardine Nicolaï (GroenLinks) griffier Cindy Heusingveld 1. Opening / vaststelling agenda 2. Insprekers 3. Commissieweergave 29-11-2010 4, Bestuurlijke jaar-termijnagenda | Ter advies aan de raad 5. Bestemmingsplan Tuindorp Frankendael (Jeruzalem) (45 min) 6. Keuzenotitie Bestemmingsplan Don Bosco en Park Frankendael (45 min) Il Bespreekpunten 7. Cruguiusgebied (memo VVD) (20 min) 8. Jachthaven Entrepot (memo VVD) (20 min) 9. Conceptmotie Beschermingswaardige panden (Méérbelangen) (20 min) 10. Actualiteit: Situatie aan de Platanenweg (SP) (NIEUW) (20 min) 11. Sluiting Commissie Wonen versie 29-12-2010
Agenda
1
train
Aan de Gemeenteraad Stadhuis per site-mail 19-7-2020 Betreft: bezwaarbehandeling, transparantie en privacy; verzoek om interventie wegens regel-onduidelijkheid en verzuim Geachte Raad, De vergunningverlening speelt zich veelal af in driehoeks-verhoudingen tussen gemeente, vergunning-aanvragers en buurtbewoners / bezwaarindieners, waarbij het gemeentelijk doen & laten evident onpartijdig en transparant moet zijn, met inachtneming van de privacy van partijen. Met de onpartijdigheid, transparantie en privacy gaat het bij enkele stadsdelen niet goed, waarschijnlijk hetzelfde bij andere stadsdelen want het ambtelijk apparaat is uniform en stadsbreed georganiseerd. Over West bracht de Ombudsman al in 2018 rapport uit (2428/zv ), sinds december in NwWest en in juni / juli in West een reeks van nieuwe negatieve bewoners-ervaringen, specificatie in paragraaf B en C hieronder; in C-3 zelfs de smoes dat de privacy-regels de gemeente zouden dwingen tot het tegenover bewoners achterhouden van cruciale gegevens en stukken, daarbij ook nog eens aansturend op WOB-verzoeken en bezwaarschriften terwijl die nu juist moeten worden voorkomen. Via de Functionaris Gegevensbescherming 1), de Bezwaarcommissie van het stedelijke Juridisch Bureau en het DB-NwWest dat eveneens onder B&W valt heb ik sinds december geprobeerd tot oplossing te komen; vergeefs, ze reageerden ontwijkend of helemaal niet en gaan op oude voet door, kennelijk niet bereid tot onpartijdigheid, transparantie, privacy-bescherming en het overleg van de Regeling Bezwaar & Beroep. 4) Zelfs de betrekkelijk eenvoudig te beantwoorden vraag waar de spelregels zijn te vinden is na een half jaar nog niet beantwoord; het ziet er naar uit dat de benodigde regels er deels niet zijn en voor zover ze er wel zijn intern en extern niet goed worden gecommuniceerd en niet worden nageleefd. Bovendien lijken bijgaand memo dd. 14-5 en de “eigen werkinstructie “ van de administratie van het Juridisch Bureau waarop het memo zegt te zijn gebaseerd ongegrond, onjuist en onkenbaar. En ironisch genoeg is het memo anoniem terwijl de auteur pleit tegen anonimiteit van bewoners. Om deze redenen graag uw inzet & zorg dat de onpartijdigheid, transparantie en privacy en de communicatie daarvan alsnog op orde komen, hieronder in paragraaf A een concreet uitgewerkte voorzet daarvoor. Nadere toelichting geef ik desgewenst graag. Met vriendelijke groet, Bijlagen: - vraag dd. 30-12-2019 en vergeefs emailverkeer daarna - VTH-memo dd. 14-5-2020 A. Voorzet voor onpartijdigheid, transparantie en bescherming privacy bij bezwaar De privacy van de ambtenaren is voor zo ver ik overzie voldoende geregeld. Om anoniem beslissen op vergunning-aanvragen te voorkomen moet B&W de leidinggevenden en in mandaat beslissende ambtenaren alleen nog even aanspreken op naleving van het Algemeen Bevoegdhedenbesluit 6), uitgewerkt in paragraaf C-2 hierna. Vergelijkbaar aanspreken op anonieme memo's als VTH bijgaand. Niet goed geregeld zijn de gemeentelijke onpartijdigheid en transparantie en de privacy van bewoners bij bezwaar, uitgewerkte bewoners-ervaringen in paragraaf B en C hieronder. Het falen is eenvoudig op te lossen door B&W te vragen om de volgende spelregels en werk- instructies te geven aan het Juridisch Bureau, de Functionaris Gegevensbescherming 1) en de ambtelijke diensten die bij de verschillende vergunning-processen zijn betrokken, onder regie van de in mei bij de 7 stadsdelen aangestelde toegevoegd portefeuillehouder vergunningen. Spelregels 1. na indiening van bezwaar onderhoudt niet langer de ambtelijke vergunningverlener cs maar alleen de ( secretaris van de) Bezwaarcommissie alsmede de toezichthouder het contact met de vergunninghouder, de bewoners en de eventuele derden; 2. evenals de bezwaarschriften en alle voorafgaande stukken neemt de Bezwaarcommissie ook alle correspondentie na bezwaar op in het bezwaardossier; 2) 3. de vergunninghouder krijgt geen andere informatie dan die in het bezwaardossier en wel tegelijk met de bewoners; in omgekeerde formulering: alle informatie die de gemeente gevraagd en ongevraagd geeft aan de vergunninghouder geeft de gemeente tegelijk aan de bewoners die bezwaar hebben ingediend zodat partijen over gelijke informatie beschikken. 4. de (secretaris van de ) Bezwaarcommissie ziet er op toe dat de stukken naar behoren anoniem zijn gemaakt. Werkinstructies 1. aan het item bezwaarindienen op de gemeente-site 3) worden 2 links toegevoegd: a. naar de Regeling Bezwaar & Beroep 4) met als addendum de bovenstaande spelregels 1 t/m 4; b. naar de privacy-verklaringen & -regels die in bezwaar relevant zijn; 2. de privacy-verklaringen & -regels op de gemeente-site 5) worden herzien en aangevuld, mede aan de hand van de onderstaande annotaties 1, 2 en 3. Enkele aspecten van privacy 1. Voorop staat dat bij bezwaar het overleg met partijen 4) en het hoor & wederhoor niet anoniem zijn. Echter, niet goed valt in te zien waartoe en op grond van welke bepaling de gemeente daarnaast ook nog eens persoonsgegevens van de bewoners aan de vergunninghouders zou moeten toesturen. Bijgaand VTH-memo dd. 14-5 en de interne “eigen werkinstructie “ van de administratie van het Juridisch Bureau waarop het memo zegt te zijn gebaseerd lijken op dit punt ongegrond, onjuist en onkenbaar. 2. Over wat de gemeente wel en niet doet met de persoonsgegevens van de vergunning-aanvrager en de bewoners is de gemeente onvolledig en in tegenspraak met zich zelf, daarover staat in de privacy-verklaringen 5) iets anders dan in het VTH-memo zodat vergunning-aanvragers, bewoners én ambtelijk apparaat alleen al daarom niet naar behoren worden geïnformeerd. Eneen eigen werkinstructie van de administratie van het Juridisch Bureau voldoet al helemaal niet aan de vereisten van motivering, transparantie en kenbaarheid. 3. Bovendien gaat het VTH-memo over een recht van de vergunninghouder op informatie over de bewoners maar zegt het niks over het recht van de bewoners op informatie over de vergunning- aanvraag, de vergunninghouder en de correspondentie tussen de gemeente en de aanvrager; die keerzijde van de medaille is niet opgenomen in de vraagstelling voor het memo maar blijkt een minstens even groot probleem, uitgewerkt in paragraaf B en C hieronder. B. Gang van zaken rond vergunningen DB-NwWest sinds december 2019 1. Eind 2019 hebben buurtbewoners bezwaar ingediend tegen vergunningen die de gemeente in strijd met het bestemmingsplan en in strijd met de desbetreffende verordening heeft verleend. Prompt stonden de vergunninghouders rond de kerstdagen bij de bewoners op de stoep om verhaal te halen. 2. De bezwaren zijn evident niet gericht tegen de vergunninghouders maar tegen de gemeente want het is de gemeente die de vergunningen wel of niet verleent. Maar in plaats de ambtelijke vergunningverleners, de bewoners en eventueel de vergunninghouders uit te nodigen voor een oplossing in overleg - voorgeschreven in de Regeling Bezwaar & Beroep (art4.1) - 4) heeft de Bezwaarcommissie de bezwaren meteen doorgestuurd naar de vergunninghouders, daarmee duikend voor zijn taak & verantwoordelijkheid en de ambtelijke vergunningverleners prettig collegiaal uit de wind houdend. 3. En dat is niet voor het eerst, eerder heeft de Rechtbank gesproken in termen redelijk geschokt te zijn door vergelijkbaar tegen elkaar uitspelen van vergunninghouder en bezwaarde. 4, Bovendien heeft de Bezwaarcommissie de bewoners niet gelijktijdig geïnformeerd over de bezwaren en doorzenden daarvan aan de vergunninghouders, ook nog eens met hun naam + adres. 5. De Bezwaarcommissie heb ik gevraagd om een kopie van de correspondentie van de Bezwaarcommissie of de ambtelijke vergunningverleners met de vergunninghouders maar daarop volgde geen antwoord, tot op de dag van vandaag niet, een half jaar later. Met die weigering wekt de gemeente te meer de indruk met de vergunninghouders samen te spannen om de vergunning in bezwaar overeind te houden, wat evident onrechtmatig is te achten. 6. Eén & ander betekent bovendien dat alleen de gemeente en de vergunninghouders overzicht hebben van alle ingediende bezwaren, de bewoners hebben dat overzicht niet. Erger nog, we zijn nu een half jaar verder en de bewoners weten niet eens of de vergunninghouders zelf bezwaar hebben ingediend en zo ja welk. De Bezwaarcommissie heeft aldus niet alleen de bewoners-privacy geschaad maar ook nog eens de vergunninghouders bij hun onaangename huisbezoek willens & wetens op informatie-voorsprong ten opzichte van de bewoners gezet, hetgeen te meer getuigt van gemeentelijke partijdigheid. 7. Op de gemeente-site kon ik hierover niks vinden, niet bij de items over bezwaar indienen en niet bij de items over privacy. Daarop heb ik de gemeente op 30-12-2019 even om toelichting gevraagd. Echter, hoe evident en betrekkelijk eenvoudig te beantwoorden deze vraag ook is, slechts ontwijkende emailtjes van de Functionaris Gegevensbescherming volgenden 4) en inhoudelijk antwoord van de Directie Juridische Zaken of van wie dan ook bleef uit, tot op de dag van vandaag. Dat op zich is al niet naar behoren. De vraag van december en het emailverkeer van januari en februari is bijgevoegd. 8. Om de gebleken onduidelijkheid en manco's te herstellen en herhaling van het verzuim te voorkomen heb ik ingesproken bij de Stadsdeelcommissie NwWest en het DB-NwWest met email dd. 24-5 gevraagd om invoering van enkele regels. Ook daarop kwam geen reactie, zelfs geen ontvangstbevestiging, tot op de dag van vandaag niet, in strijd met de gemeentelijke Servicecode. 9. Bij de eerstvolgende nieuwe vergunning waartegen de bewoners om dezelfde redenen bezwaar indienden begon het liedje van voren af aan, inbegrepen de informatie-achterstelling van de bewoners. Kortom, kennelijk zijn het Juridisch Bureau waar de ambtelijke bezwaarcommissies onder vallen en DB-NwWest dat eveneens onder B&W valt niet bereid tot onpartijdigheid, transparantie, privacy-bescherming en het overleg van de Regeling Bezwaar & Beroep. 4) C. Gang van zaken rond vergunningen DB-West juni / juli 2020 1. In juni / juli 2020 hebben verschillende bewoners om inzage gevraagd in de stukken van een vergunning-besluit. Enkele stukken werden toegestuurd maar die bleken op cruciale onderdelen onvolledig. En dat ook nog eens zonder er bij te zeggen dat willens & wetens gegevens zijn achter gehouden. 2. De onvolledigheid betreft tevens het ontbreken van de naam + functie van de ambtenaar die de beslissing in mandaat heeft genomen. Nu zijn er regels die de privacy van ambtenaren beschermen maar niet goed voorstelbaar is dat die regels zo ver gaan dat de beslissende ambtenaar haar of zijn naam + functie mag verhullen en zich anoniem kan houden. Immers, transparantie, verantwoording nemen en aanspreekbaar zijn op ambtelijk en bestuurlijk doen & laten zijn gemeentelijke kernwaarden. Bovendien wijst ervaring uit dat organisaties waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden niet goed zijn geregeld of niet worden nageleefd het vereiste kwaliteitsniveau niet halen; waar een team als geheel verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk. De opgevraagde stukken laten zien wat de gevolgen daarvan zijn. Mede daarom schrijft het Algemeen Bevoegdhedenbesluit dan ook voor met de strekking dat de beslissende ambtenaar haar of zijn naam + functie in het besluit dient te vermelden. 6) Dat sommige besluiten digitaal worden genomen en daarom niet handmatig worden ondertekend geeft geen vrijstelling van het ondertekenings-voorschrift. Ook tal van andere ambtelijke besluiten voldoen niet aan deze ondertekenings-voorschriften. Kortom, om duistere redenen, kennelijk met beroep op privacy-regels die niet bestaan, houden in mandaat beslissende ambtenaren zich anoniem. Vergelijkbaar in bijgaand VTH-memo dd. 14-5 met ontkenning van bewoners-privacy. 3. Na rappel volgde een nieuwe zending van de stukken maar die was wederom onvolledig, nu met beroep op / smoes van de privacy van de vergunning-aanvrager: “ U heeft gevraagd om u de plattegronden en aanvraagformulier toe te sturen van vergunninsstukken. Helaas mogen wij deze in verband met de privacywet niet toe sturen. Deze mogen pas verstrekt worden als er een officieel bezwaar tegen de Bed and Breakfast vergunning of als er een WOB verzoek is ingediend. Dit kunt u doen bij de afdeling Juridisch bureau via onderstaande link: https://formulieren.amsterdam.nl/TripleForms/DirectRegelen/formulier/nl-NL/evAmsterdam/BezwaarenBeroep.aspx/fBBInleiding * 4, Per omgaande heb ik bezwaar annex WOB-verzoeken ingediend en daarnaast de directeur Juridische Zaken om interventie gevraagd. Vervolgens zijn de stukken alsnog toegezonden. 5. In de uiteindelijk alsnog ontvangen stukken dook naast het eerdere beroep op niet-bestaande privacyregels ook nog eens een omgekeerde variant op: het evident schenden van de privacy- regels door de persoonsgegevens van de vergunning-aanvrager en een bij de aanvraag betrokken derde nu juist niet onkenbaar te maken, inbegrepen woonadres, email en 06. Dit in tegenstelling tot eerder de ambtelijke persoonsgegevens; kennelijk is het motto ambtelijke privacy eerst. 6. Daarop heb ik nógmaals gevraagd om de stukken naar behoren toe zenden. Vervolgens werd alleen het besluit met persoonsgegevens onleesbaar toegezonden, maar niet de aanvraag. 7. Kortom, de ambtelijke organisatie misbruikt privacy-regels om eigen doen & laten te verhullen en stukken voor de bewoners achter te houden en schendt ook nog eens de privacy van de aanvrager en derden, zelfs na rappel. Te meer daardoor kunnen ook bewoners die bezwaar indienen niet zonder meer vertrouwen dat hun persoonsgegevens bij de gemeente goede handen zijn. 19-7-2020 1) gemeentelijke Functionaris Gegevensbescherming ( 18-7-2020 }: https://www.amsterdam.nl/privacy/functionaris/ 2) Awb, art 7:4 lid 2: Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage. https://wetten.overheid.nl/BWBROO005537/2020-07-01/#Hoofdstuk7 Afdeling7.2 Artikel7:4 3) instructies voor indiening van bezwaar ( 18-7-2020 }: https://www.amsterdam.nl/veelgevraagd/? productid=%7BACAFDS5CE-6924-4861-8F3C-6E2C24EE5898%7D 4) Regeling Bezwaar & Beroep, art 4.1: De bezwaarschriftencommissie onderzoekt of door middel van een informele aanpak een oplossing kan worden gevonden, alvorens een formele bezwaarschriftenprocedure wordt gestart. De commissie verricht daartoe de nodige handelingen. https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Amsterdam/432412/CVDR432412 1.html 5) algemene privacy-verklaring ( 18-7-2020 }: https://www.amsterdam.nl/privacy/privacyverklaring/ specifieke privacy-verklaring wonen & omgeving ( 18-7-2020 }: https://www.amsterdam.nl/privacy/specifieke/privacyverklaringen-wonen/omgevingsvergunning/ 6) Algemeen Bevoegdhedenbesluit, art 14 lid 3: https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/Xhtmloutput/Historie/Amsterdam/377469/CVDR377469 20.html
Raadsadres
6
train
> < Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum x Publicaties Stadsdeelbestuur 2014 stadsdeelraad 2x Besluiten 28 januari 2014-9 Besluit over Project Sarphatistraat 102-104, Spinozastraat 51-53 (voorm. Emma Kinderziekenhuis) Toelichting te vinden in Publicaties Stadsdeelbestuur 2014, Bestuurskalender, Vergadering 28 januari in raadsvoordracht bij agendapunt 9 De raad heeft op 28 januari 2014 het volgende besluit genomen: De stadsdeelraad, Besluit: In te stemmen met het project voor de locatie Sarphatistraat 102-104, Spinozastraat 51-53, met het doel om na sloop van de aanwezige bebouwing, met behoud van enkele onderdelen, een hotel met ondergrondse parkeergarage op te richten, waarbij het project afwijkt van het bestemmingsplan voor wat betreft (1) de functie ondergrondse parkeergarage, (2) de situering van de laad- en loszone en de overkapte toegang tot de ondergrondse parkeergarage en (3) de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte. Yellie Alkema Voorzitter van de stadsdeelraad Rietje Dujardin-van Hove Griffier Verschenen op 4 februari 2014 1
Besluit
1
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 520 Publicatiedatum 26 juni 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer M.F. Poorter en de heer R. Winsemius van 21 maart 2013 inzake de luchtkwaliteit in scholen langs de ring A10. Amsterdam, 19 juni 2013 Aan de gemeenteraad inleiding van vragenstellers. In Amsterdam staan vier scholen op een afstand van minder dan 100 meter van de ring A10 West: basisschool Amstelmeer, de Sint Jan de Doperschool, de 7° Montessorischool en het lederslandcollege. De kinderen op deze scholen en hun leraren worden dagelijks geconfronteerd met slechte lucht, zowel op het schoolplein als binnen in de school. De binnenluchtkwaliteit is op veel Amsterdamse scholen een probleem. Daarom heeft Amsterdam het project ‘frisse scholen’ waarmee de klimaatsystemen op scholen worden verbeterd. Bij scholen die in een zwaar vervuilde omgeving staan, heeft het weinig Zin om frisse lucht van buiten naar binnen te halen; de lucht buiten is dan immers nog slechter dan de COv-rijke lucht binnen de school. Aan de ventilatie- systemen op de scholen aan de ring worden hogere eisen gesteld en zijn dus duurder. Wettelijk is vastgelegd dat nieuw te bouwen scholen niet in de nabijheid mogen liggen van een snelweg. De PvdA heeft meerdere malen gewezen op het belang van het verbeteren van de luchtkwaliteit in scholen. Niet voor niets heeft de raad vorig jaar een PvdA- amendement aangenomen om in de begroting van 2012 en 2013 in totaal 4 miljoen euro extra te reserveren voor binnenluchtkwaliteit. Gezien het vorenstaande hebben vragenstellers op 21 maart 2013, namens de fractie van de PvdA, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Welke informatie heeft het college over de binnenluchtkwaliteit in de genoemde vier scholen langs de A10? Antwoord: De 7e Montessorischool is in 2010 geïnspecteerd op luchtkwaliteit en thermisch binnenmilieu. Deze informatie is samengevat in een zogenaamd Energie & Binnenmilieu Advies (EBA). Voor de overige scholen zijn geen metingen beschikbaar. 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing Zo Gemeenteblad Datum 26 juni 2013 Schriftelijke vragen, donderdag 21 maart 2013 2. In hoeverre is de binnenluchtkwaliteit op de vier genoemde scholen acceptabel met oog op de gezondheid van kinderen en medewerkers op de scholen? Wat zijn de gehanteerde normen en hoeveel wijken deze scholen van deze normen af? Antwoord: Geconstateerd is dat de CO2 waarden in de 7e Montessorischool boven de norm van 1000ppm (PartsPerMillion) liggen en dat aanwezigheid en het gebruik van de huidige ventilatievoorzieningen onvoldoende is om een acceptabele luchtkwaliteit te genereren. Van de andere gebouwen zijn geen CO2 gegevens beschikbaar. Voor fijnstof en NO2 bestaan geen (Europese) normen voor schoolgebouwen. De huidige Amsterdamse norm voor nieuwbouw is dat een school niet binnen 300 m van een snelweg of binnen 50 m van een binnenstedelijke weg met meer dan 10.000 voertuigen per etmaal gerealiseerd mag worden. 3. In hoeverre is het technisch mogelijk om de binnenluchtkwaliteit op deze scholen te verbeteren gezien de hoge concentraties van fijnstof en CO» in de buitenlucht? Wat zijn de extra kosten van deze maatregelen in vergelijk met de maatregelen op scholen die in gebieden met een gemiddelde vervuiling van de buitenlucht? Antwoord: Het is technisch mogelijk om de lucht in de school schoner te krijgen. Het beste is de school goed te isoleren en mechanische balansventilatie aan te brengen met daarin goede filters. Het Programma van eisen voor de uitvoering van Energieke Scholen schrijft in de ringzone een speciaal soort filter voor (F9 filter). De aanschaf en vervanging van de duurdere F9 filters zijn de meerkosten ten opzichte van scholen die liggen in gebieden met een gemiddelde vervuiling van de buitenlucht. Deze meerkosten zijn afhankelijk van de omvang van de school en het te kiezen ventilatiesysteem. 4. Als de scholen willen meedoen aan het project ‘frisse scholen’ wordt van de schoolbesturen een flinke eigen bijdrage verlangd. In hoeverre is de hoge eigen bijdrage een reden voor deze scholen om niet mee te doen aan het project ‘frisse scholen’ en welke oplossing ziet het college hiervoor? Antwoord: ‘Energieke scholen Il’, de tweede fase van het project ter verbetering van het binnenluchtklimaat en energiebesparing op bestaande basisscholen gaat uit van cofinanciering van drie partijen: centrale stad voor de binnenluchtmaatregelen, de stadsdelen voor (energiebesparende) maatregelen aan de buitenkant van het gebouw en de schoolbesturen voor de maatregelen aan de binnenkant van het gebouw (verwarming en verlichting). Deze verdeling is gebaseerd op een financieringsmodel waarbij de partijen vanuit hun huidige verantwoordelijkheden bijdragen. De hoogte van de bijdrage van de schoolbesturen is afhankelijk van de te nemen maatregelen in het gebouw. De schoolbesturen worden verplicht te investeren in verwarmings- en verlichtingsmaatregelen waarbij de terugverdientijd 10 jaar of korter is. In 2013-2014 kunnen 27 scholen (van tien besturen) worden aangepakt. Vooralsnog heeft één schoolbestuur besloten niet mee te doen aan Energieke 2 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Demmer 26 fun 2013 Schriftelijke vragen, donderdag 21 maart 2013 scholen in verband met de eigen bijdrage. Als een schoolbestuur niet meedoet cq bijdraagt, wordt een volgende school van de lijst aangepakt. 5. De gemeente is eigenaar van de schoolgebouwen. Zijn de vier genoemde schoolgebouwen op deze locaties handhaafbaar in de toekomst en, zo nee, welke oplossing wordt er anders gezocht? Antwoord: Van de vier genoemde scholen liggen er drie binnen 100 meter van de ring A10 West: de Sint Jan de Doperschool, de 7e Montessorischool en het lederslandcollege. De basisschool Amstelmeer ligt in Amsterdam-Noord, binnen 100 meter van de ring A10. De Sint Jan de Doperschool is tijdelijk in gebruik door de Tobiasschool uit stadsdeel Zuid, de onderwijsbestemming is van het gebouw af. Voor het lederslandcollege wordt op dit moment een andere locatie gezocht en de Amstelmeerschool verlaat in februari 2014 het pand. Deze panden worden vervolgens niet meer gebruikt voor andere scholen. Alleen de 7e Montessorischool blijft gehandhaafd op de huidige locatie. Deze school wordt op 2013/2014 aangepast volgens de normen van het project ‘Energieke scholen Il’. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 3
Schriftelijke Vraag
3
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 732 Publicatiedatum 20 september 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw R. Alberts van 11 september 2013 inzake Stadgenoot die huurders wil verplichten een HR-ketel te laten installeren en deze huurders daarvoor een hogere huurprijs wil laten betalen. Amsterdam, 18 september 2013 Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstelster: Kortgeleden werd bekend dat Stadgenoot in zijn woningen HR-ketels gaat plaatsen. Het is heel goed dat daarmee de kans op koolmonoxide-ongelukken aangepakt wordt. Er zijn echter wel vraagtekens te plaatsen bij het bedrag wat aan de huurders wordt doorberekend en het feit dat Stadgenoot het plaatsen van de ketels bij weigerende huurders via de rechter wil afdwingen. Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 11 september 2013, namens de fractie van de SP, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. De ketels zullen worden geplaatst in oud bezit van Stadgenoot waar jarenlang niets aan is gedaan, ook aan de geisers niet. Is het college het met de SP eens dat het verhelpen van achterstallig onderhoud niet eenzijdig door de huurder moet worden betaald? Antwoord: De ketels worden geplaatst in alle woningen waarin nog geisers aanwezig zijn, ongeacht de staat van onderhoud. De geisers die in het bezit waren van Stadgenoot hebben jaarlijks een onderhoudsbeurt gehad, dus daarbij is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het vervangen van geisers en gaskachels is bedoeld om onveilige situaties, met name het gevaar van koolmonoxide- vergiftiging, te voorkomen. Daarnaast betaalt Stadgenoot de helft van de kosten om deze onveilige situaties tegen te gaan. 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing on Gemeenteblad Datum 20 september 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 11 september 2013 2. Het kabinet heeft tot een verhuurdersheffing besloten, die door de corporaties moet worden betaald, maar welke wordt doorberekend aan de huurders via de huurverhoging bovenop de inflatiecorrectie. In het Energieakkoord is afgesproken dat £ 400 miljoen uit de verhuurdersheffing terugvbeit naar de corporaties om verbetering van het woningbestand op gebied van energiebesparende maatregelen aan te brengen. Ook Stadgenoot kan daar aanspraak op maken. Is het college het met de SP eens dat het voor de huurders van Stadgenoot extra wrang is dat zij eerst huurverhoging kregen als gevolg van de verhuurdersheffing en nu extra huurverhoging krijgen om een energiebesparende maatregel in hun woning toe te staan? Antwoord: Het Amsterdams gemeentebestuur heeft zich steeds verzet tegen de verhuurdersheffing en blijft zich inzetten voor de betaalbaarheid van de woningen. Het aanbod van Stadgenoot is in de eerste plaats erop gericht om onveilige situaties te voorkomen, en doet daarbij zelf ook een duidelijke investering. Een positief bijeffect is de energiebesparing in de woning als gevolg van het veel hogere rendement van de HR-ketel in vergelijking met de geiser en de gashaard. Stadgenoot neemt ongeveer de helft van de installatiekosten voor eigen rekening en doet de huurders een financieel aantrekkelijk aanbod. Tegenover de huurverhoging van € 20 per maand staan besparingen op huur/afschrijving en onderhoud van geiser en gaskachel (alleen al het huren en onderhouden van een geiser kost circa € 10 per maand). Afhankelijk van de huurprijs, maar de meeste bewoners met Huurtoeslag kunnen 65% van de hogere huur vergoed krijgen door hogere toeslag. Bovendien krijgt de huurder een veiliger woning (koolmonoxide, rookgasafvoer en brandgevaar), een gezonder binnenklimaat (geen onttrekking zuurstof en — zeker bij geisers zonder afvoer — geen verbrandingslucht meer in de woning); meer comfort (o.a. sterkere douchestraal en gelijkmatiger verwarming) en lagere stookkosten (door hoger rendement HR-ketel t.o.v. geiser en gaskachel). 3. De meeste woningen waar de HR-ketel zullen worden geplaatst zijn buitengewoon slecht geïsoleerd. Is het college het met de SP eens dat de huurders dus gewoon duurder uit zullen zijn, zonder dat zij ook maar iets aan hun energierekening zullen merken? Antwoord: De isolatie van woningen waarin de HR-ketel wordt geplaatst is zeer verschillend. In veel woningen is in het verleden al dubbel glas geplaatst. Maar zowel in een goed geïsoleerde als in een slecht geïsoleerde woning leidt het hogere rendement van de HR-ketel tot een lager energiegebruik. In woningen met een hoog energiegebruik zal de besparing in absolute zin juist groter zijn. 2 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing on Gemeenteblad Datum 20 september 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 11 september 2013 4. Is het college het met de SP eens dat een huurverhoging van € 20 tot € 40 bovenop die van 1 juli 2013 wel heel veel van huurders vraagt, zeker nu de huurtoeslag afgebroken wordt? Bovendien werkt een dergelijke huurverhoging jarenlang door, die is niet eenmalig. Voorziet het college dat dit huurders in financiële problemen zal brengen? En hoe is het college van plan om dat op te vangen? Antwoord: Het antwoord op vraag 2 laat zien dat tegenover de verplichte huurverhoging van € 20 een besparing van circa € 10 geiserhuur/onderfoud en lagere energielasten staan. De totale woonkosten (huur plus energierekening) kunnen voor bewoners met huurtoeslag zelfs in hun voordeel uitpakken. Daarnaast kunnen bewoners er zelf voor kiezen om voor € 5 een extra ruimte te verwarmen. Hiervoor krijgt de huurder meer comfort en — in het geval dat er meerdere kachels aanwezig waren — ook weer het voordeel van een hoger rendement en minder kosten voor huur/afschrijving en onderhoud. Ook over deze huurverhoging is uiteraard huurtoeslag mogelijk. Het argument dat de huurverhoging jarenlang doorwerkt geldt evenzeer voor de lagere energierekening; de verwachting is dat voor woningen waar niet bespaard wordt op energie de energierekening in de komende jaren sterk gaat stijgen. Het college verwacht niet dat huurders hierdoor in financiële problemen gebracht worden en ziet dan ook geen redenen om bijzondere maatregelen te treffen om dat op te vangen. 5. Is het college het met de SP eens dat het niet terecht is dat Stadgenoot — gezien de financiële gevolgen voor huurders, gezien het niet geïsoleerd zijn van de woningen waar de ketels geplaatst zullen worden, gezien het slecht onderhouden van deze woningen — het plaatsen van HR-ketels via de rechter wil afdwingen? Graag een toelichting. Antwoord: Het college onderschrijft niet dat de aanpak van Stadsgenoot financiële problemen veroorzaakt en ziet geen directe relatie met isolatie en staat van onderhoud van de woningen. De aanpak van Stadgenoot is erop gericht om onveilige situaties te voorkomen en koolmonoxidevergiftiging in de stad een halt toe te roepen. Recente gevallen — waarbij een aantal met tragische afloop — laten zien dat daar alle aanleiding voor is. Daarom heeft het gemeentebestuur ook zelf het initiatief genomen om met corporaties tot afspraken te komen over het uiterlijk in 2015 vervangen van geisers en organiseert de gemeente samen met andere betrokken partijen dit najaar een voorlichtingscampagne voor bewoners. Het is goed dat Stadgenoot geheel in lijn met het gemeentebeleid krachtdadig de bron van koolmonoxidevergiftiging aanpakt. Stadgenoot doet bovendien een financieel aantrekkelijk aanbod aan de bewoners en het college hoopt dat Stadgenoot er in zal slagen om hun huurders ervan te overtuigen dat het in alle opzichten in hun belang is daaraan mee te doen. Indien bewoners uiteindelijk niet instemmen, vindt het college het redelijk dat Stadgenoot bij bloksgewijze aanpak en bij duidelijk (voor het huishouden en/of de omgeving) onveilige situaties, de rechter zal vragen zich hierover uit te spreken. 3 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing on Gemeenteblad Datum 20 september 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 11 september 2013 6. Watis de reden van Stadgenoot om nu opeens die ketels te willen plaatsen, als er ook volstaan kan worden met een goed servicecontract voor onderhoud aan de geisers en het plaatsen van CO-melders? Antwoord: Stadgenoot is al jarenlang bezig met het vervangen van geisers en gashaarden door HR-ketels. Zij doet dat bij renovaties en bij mutatie en heeft zich al enige tijd geleden ten doel gesteld om uiterlijk in 2015 alle geisers en gashaarden te vervangen. Stadgenoot heeft de bewoners daarvoor al eerder aanbiedingen gedaan en veel bewoners hebben positief daarop gereageerd. Op dit moment zijn er nog in circa 3500 woningen van Stadgenoot geisers en gashaarden aanwezig. 1000 daarvan worden binnenkort gerenoveerd, de overige bewoners worden nu met het nieuwe aanbod benaderd. De directe aanleiding om dit proces steviger in te zetten, zijn de recente ongelukken met dodelijke afloop, onder meer in een woning van Stadgenoot in de Ten Katestraat. Uit gesprekken met GGD en Brandweer is gebleken dat goed onderhoud en het plaatsen van koolmonoxidemelders — hoewel noodzakelijk daar waar open verbrandingstoestellen aanwezig Zijn — niet afdoende zijn om ongelukken te voorkomen. Goed onderhoud is vanzelfsprekend nodig, maar het komt regelmatig voor dat een bewoner daar niet optimaal aan meewerkt. En ook bij goed jaarlijks onderhoud kan er altijd tussentijds iets stuk gaan aan het toestel, kan een afvoerkanaal verstopt raken of kan een bewoner ramen en ventilatieroosters afsluiten, waardoor er sprake is van onvoldoende toevoer van verbrandingslucht. Een koolmonoxidemelder is niet meer dan een tijdelijke noodvoorziening om in een risicosituatie het gevaar van ongelukken te beperken. Een melder voorkomt niet het ontstaan van gevaarlijke situaties, maar waarschuwt de bewoner als het mis dreigt te gaan. Als bewoners teveel vertrouwen op de koolmonoxidemelder kunnen er juist gevaarlijke situaties ontstaan. Zo kan een melder stuk gaan, de chemische detectiecel kan beschadigd zijn (en moet na vijf jaar sowieso worden vervangen) en de bewoner moet de batterij op tijd vervangen. Bovendien gaan sommige bewoners er van uit dat bijvoorbeeld een goede luchttoevoer niet nodig is zolang de melder niet afgaat. In dit soort situaties leidt een koolmonoxidemelder tot schijnveiligheid en kunnen ernstige gezondheidsklachten optreden. Met andere woorden: een koolmonoxidemelder is een nuttige noodvoorziening, maar zeker niet de oplossing van het probleem. Het beleid van de gemeente is gericht op het verwijderen van de risicobron: de open verbrandingstoestellen. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 4
Schriftelijke Vraag
4
train
> Gemeente Amsterdam D Motie Datum raadsvergadering 9 november 2022 Ingekomen onder nummer 407accent Status Ingetrokken Onderwerp Motie van het lid Krom inzake Begroting 2023 Onderwerp middelen vrijmaken voor huisdierhulp aan stadspashouders Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2023 Constaterende dat: -__ erenergiearmoede optreedt bij steeds meer Amsterdamse huishoudens; -_Amsterdammers met een stadspas het financieel nog zwaarder krijgen deze winter. Overwegende dat: -__de gemeente een uitgebreid pakket aan hulpmaatregelen voor Amsterdamse minima heeft aangekondigd; -__er ook veel Amsterdamse minima zijn die extra (financiële) hulp nodig gaan hebben deze winter bij de zorg voor hun huisdier(en); -_de gemeente wil voorkomen dat Amsterdammers afstand moeten doen van den huis- dier(en) waar zij zorg voor dragen uit financiële nood, zowel vanuit menselijk als vanuit dierlijk oogpunt; -_ het de gemeente bovendien veel geld kost als Amsterdammers die het financieel moeilijk krijgen noodgedwongen afstand doen van de huisdieren waar zij zorg voor dragen; -__ opvangcentra in onze stad te maken kunnen krijgen met een té grote instroom van dieren die niet langer bij hun baasje kunnen blijven met alle problemen van dien voor de centra; -__er € 1,5 miljoen is vrijgemaakt voor het verwerven, ondersteunen en organiseren (top- sportevenementen die beter ingezet kan worden voor het voorkomen van mensen- en dierenleed. * Begroting 2023 p. 115. Gemeente Amsterdam Status Ingetrokken Pagina 2 van 2 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders Uit de € 1,5 miljoen die in de begroting bestemd is voor het verwerven, ondersteunen en organise- ren van (topsportjevenementen, € 100.000 te bestemmen voor hulp aan Amsterdammers met een stadspas die zorg dragen voor een huisdier/huisdieren en die het deze winter financieel moeilijk gaan krijgen. Indiener, J.M. Krom (Partij voor de Dieren)
Motie
2
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1453 Datum indiening 29 juli 2019 Datum akkoord 13 september 2019 Publicatiedatum 16 september 2019 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Ceder inzake een verbod op recreatief gebruik van lachgas. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: Al meerdere malen heeft de fractie van de ChristenUnie om maatregelen gevraagd om het recreatief gebruik van lachgas tegen te gaan. Naast dat de uitstoot die erdoor veroorzaakt wordt als zeer schadelijk voor het milieu aangemerkt kan worden, vervuilen de gebruikte ballonnen en ampullen de openbare ruimte. Afgelopen weekend bleek dit opnieuw uit een reportage van AT5', uitgaansplekken zijn bezaaid met lachgasballonnen. Vandaag meldt Het Parool® dat het college zint op maatregelen en onderzoekt hoe een lokaal verbod via de APV ingesteld kan worden. Het recreatief gebruik vervuilt niet alleen de openbare ruimte maar de gevolgen voor de gezondheid zijn momentreel ook nog onduidelijk, hoewel bekend is dat veel gebruik in ieder geval schadelijk is. Daarnaast zijn er al verschillende verkeersslachtoffers gevallen als gevolg van lachgasgebruik. De fractie van de ChristenUnie ziet graag dat een verbod op het recreatief gebruik van lachgas wordt ingesteld in Amsterdam. Daarnaast wil de fractie van de ChristenUnie dat het college met evenementen- en festivalorganisatoren in gesprek gaat om bij (grootschalige) evenementen en festivals het gebruik ook te verbieden. Een motie® van o.a. de fractie van de ChristenUnie hierover werd eerder ontraden door het college maar aangezien de gemeente zelf lachgas verbood op het terrein van de huldiging van Ajax lijkt het college daar ten goede gekeerd. Gezien het vorenstaande heeft het lid Ceder, namens de fractie van de ChristenUnie, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1 https://www.at5.nl/artikelen/195786/uitgaansplekken-bezaaid-met-lachgasballonnen-het- is-een-teringzooi https://www.parool.nl/amsterdam/halsema-maatregelen-tegen-lachgas-uit-de- bakfiets-bfddbb43/ https://amsterdam.raadsinformatie.nl/modules/6/moties/512996 1 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Neng Lisa Gemeenteblad R Datum 16 september 2019 Schriftelijke vragen, maandag 29 juli 2019 1. Is het college het met de fractie van de ChristenUnie eens dat recreatief gebruik van lachgas zo veel mogelijk ontraden zou moeten worden? Antwoord: Het college is het gedeeltelijk met de fractie van de ChristenUnie eens. Recreatief gebruik door jongeren moet in ieder geval zo veel mogelijk worden ontraden zolang niet bekend is of dit schade met zich meebrengt. De gemeente onderneemt daarom diverse activiteiten gericht op jonge gebruikers en hun ouders. Onderzoek van het Trimbos wijst uit dat van recreatief gebruik door volwassenen (maximaal 10 ballonnen per keer en niet vaker dan 1 keer per maand) geen effecten op de gezondheid worden verwacht. Op dit moment wordt aanvullend onderzoek gedaan door het Coördinatiepunt Assesment en Monitoring Drugs. Zij maken een (landelijke) risicoanalyse van de kwantitatieve en kwalitatieve effecten van lachgas op de volksgezondheid, openbare orde en maatschappij wordt gemaakt. Dit rapport wordt in november verwacht. Mocht de uitkomst van dit rapport daartoe aanleiding geven dan zullen wij aanvullende preventieve maatregelen instellen. Mocht het CAM-rapport of ander onderzoek aanleiding geven tot extra maatregelen in het kader van de (volks)gezondheid, dan zou ons inziens een landelijk verbod of regulering meer in de lijn der verwachtingen liggen. 2. Is het college het met de fractie van de ChristenUnie eens dat recreatief gebruik van lachgas in Amsterdam verboden zou moeten worden? Graag een toelichting. Antwoord: Nee, het college ziet geen aanleiding om het gebruik te verbieden (zie antwoord vraag 1). De aanpak richt zich op het reguleren van lachgas, door aanpak van de (straat)handel. 3. In het artikel van Het Parool wordt geschreven dat burgemeester Halsema momenteel zou laten onderzoeken of een plaatselijk verbod op recreatief gebruik van lachgas via de APV mogelijk zou zijn maar dat dit alleen kan wanneer het gebruik aantoonbaar voor overlast moet zorgen. Is het college het met de ChristenUnie eens dat de grote mate van vervuiling van de openbare ruimte alleen al een voldoende mate van aantoonbare overlast is om via de APV een verbod in te stellen? Antwoord: Zoals in de raadsbrief d.d. 3 september ’19 is aangegeven, is verkoop zonder vergunning in de openbare ruimte verboden op grond van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten. Ook als de bestelling en de geldtransactie online plaatsvindt, valt dit onder het ventverbod dan wel verbod op het innemen van een staanplaats. De handhaving hierop is geïntensiveerd. Bij openbare orde verstoringen kan daarnaast worden opgetreden op grond van artikel 2.2. van de APV. Voor wat betreft de ballonnen op straat kunnen de vervuilers worden aangepakt op grond van artikel 4.17 APV. Dit gebeurt incidenteel als een overtreding kan worden geconstateerd. De verwachting is dat met de aanpak van de verkoop ook de vervuiling wordt teruggedrongen. De reiniging zet verder in op het schoonhouden van de stad. 2 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Neng Lisa Gemeenteblad R Datum 16 september 2019 Schriftelijke vragen, maandag 29 juli 2019 Pas als blijkt dat inzet van het reguliere instrumentarium onvoldoende effectief is en er sprake is van een situatie met ernstige overlast en/of openbare orde problematiek, dan kan het opnemen van een nieuwe verbodsbepaling in de APV worden overwogen als een van de vervolgstappen. De vervuiling van de openbare ruimte op zich is onvoldoende aanleiding voor het opnemen van een verbod op lachgas in de APV. 4. Voor de huldiging van Ajax op het Museumplein communiceerde de gemeente via verschillende kanalen dat het gebruik van lachgas verboden was op het terrein, terwijl eerder was aangegeven, o.a. na vragen van de fractie van de ChristenUnie dat het college vond dat er meer onderzoek nodig was naar de schadelijkheid van lachgas, voordat men dergelijke maatregelen zou willen nemen. Waarom verbood het college op haar eigen evenement lachgas, terwijl volgens het college de schadelijkheid en, als dat er al zou zijn, de mate ervan, nog niet duidelijk was en de gemeente daarom ook niet wenste te handhaven? Antwoord: Bij de huldiging van Ajax hebben de organisatoren (gemeente Amsterdam en Ajax) een verbod op lachgas opgenomen in de huisregels van het evenement. Dit had onder meer te maken met het crowdmanagement, Het was volgens de organisatoren onwenselijk dat er in de menigte lachgas zou worden verkocht (net als de verkoop van andere waren). Daarnaast levert het meevoeren van grote objecten (zoals lachgascilinders) risico’s op in een dergelijke mensenmassa. 5. Herkent het college het beeld zoals geschetst in de reportage van AT5 dat lachgasballonnen en ampullen in grote mate (uitgaans)gebieden vervuilen? Zo ja, wat doet het college tegen deze specifieke vorm van vervuiling? Is de gemeentelijke dienst hier ondertussen voldoende voor uitgerust? Antwoord: Zoals eerder is aangegeven bij de beantwoording van uw schriftelijke vragen volgnummer 342 (27 november 2018), herkent het college de vervuiling in de openbare ruimte. De reiniging neemt deze vervuiling mee in de reguliere schoonmaakrondes en is hier voldoende voor toegerust. 6. Voor de huldiging van Ajax op het Museumplein communiceerde de gemeente via verschillende kanalen dat het gebruik van lachgas verboden was op het terrein. Is het college van plan dit bij alle evenementen te verbieden waarbij de gemeente zelf (één van de) organisator(en) is? Antwoord: Zoals in de brief van 3 september aangegeven en besproken in de raadscommissie van 5 september zal bij evenementen in de vergunning expliciet worden opgenomen dat lachgas niet mag worden aangeboden. Dit sluit aan bij het feit dat vanuit duurzaamheid het oplaten en uitdelen van ballonnen bij evenementen al niet is toegestaan en ook het gebruik van single use plastic wordt tegengegaan 3 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R weing Lisa Gemeenteblad ummer - =: or: Datum 16 september 2019 Schriftelijke vragen, maandag 29 juli 2019 7. Voor de huldiging van Ajax op het Museumplein communiceerde de gemeente via verschillende kanalen dat het gebruik van lachgas verboden was op het terrein. Betekent dit ook dat het college zou wensen dat bij commerciële evenementen en festivals het recreatief gebruik van lachgas verboden zou moeten worden? Zo nee, hoe verhoudt zich dit dan tot de antwoorden op de vragen 1 en 2. Antwoord: Zie beantwoording vraag 6. 8. Zoja, gaat het college met evenementen- en festivalorganisatoren in gesprek om het gebruik daadwerkelijk bij (grootschalige) evenementen en festivals te verbieden? Is het college daarbij ook bereid om de organisaties te ondersteunen in de handhaving? Antwoord: Zie beantwoording vraag 6. Toezicht en handhaving op het evenemententerrein is primair een zaak voor de organisator. Burgemeester en wethouders van Amsterdam Femke Halsema, burgemeester Peter Teesink, secretaris 4
Schriftelijke Vraag
4
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 371 Datum indiening 20 februari 2018 Datum akkoord 3 april 2018 Publicatiedatum 4 april 2018 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het toenmalige lid Boldewijn inzake de zorgen van bewoners over de toegankelijkheid van het dak van de A9. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: In augustus 2015 is gestart met de “ondertunneling” van de A9-tunnel. Op deze tunnel wordt een park aangelegd en in 2021 volgen de fietspaden die de verbinding vormen tussen de wijken in Gaasperdam en de Bijlmer. Omdat de onderdoorgangen bij de A9 komen te vervallen komen deze fietspaden over het dak van de A9 te lopen De bovenkant van de tunnelbak ligt aan de noordkant (Bijlmer) op ongeveer 4 meter en aan de zuidkant (Gaasperdam) ongeveer 2,50 meter boven het maaiveld. Boven op het dak komt nog een aardelaag van één meter. Op de fiets- en wandelpaden komt er nog een extra verhoging van 30 cm bij. Het vervallen van de onderdoorgangen bij de A9 “ondertunneling” kan vooral voor de bewoners van Amsterdam Zuidoost gevolgen hebben. De verwachting van bewoners is dat mensen met fysieke problemen en ouderen moeite zullen hebben om deze hoogte te voet of op de fiets te nemen. Ook maken zij zich zorgen over de toegankelijkheid van het dak/het park. De fractie van de PvdA deelt de zorgen van de bewoners en vindt dat het college er alles aan moet doen om deze zorgen weg te nemen. Gezien het vorenstaande heeft het toenmalige lid Boldewijn, namens de fractie van de PvdA, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Is het college bekend met de zorgen van de bewoners? Antwoord: Ja. 2. Deelt het college de zorgen van de fractie van de PvdA en de bewoners”? Antwoord: Het college streeft naar toegankelijke, comfortabele en sociaal veilige voet- en fietspaden. Zie verder de antwoorden onder 3 en 4. 1 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam R Neng In Gemeenteblad Datum 4 april 2018 Schriftelijke vragen, dinsdag 20 februari 2018 3. Welke maatregelen heeft het college genomen en/of gaat het college nemen om ervoor te zorgen dat de nieuw aan te leggen fiets- en voetpaden over het dak van de A9 ook toegankelijk zijn voor mensen met fysieke beperkingen en ouderen? Antwoord: In het kader van het rijksproject Schiphol — Amsterdam — Almere wordt de capaciteit van de A9 Gaasperdammerweg uitgebreid. Oplevering staat gepland voor 2021. Met de realisatie van de half verdiepte tunnel A9 Gaasperdammerweg ontstaat een nieuw, parkachtig gebied van ruim twee en een halve kilometer lang en circa 65 meter breed. Voor een goede ruimtelijke inpassing hebben Rijkswaterstaat en de gemeente Amsterdam afspraken vastgelegd in een Bestuurs- en uitvoeringsovereenkomst (2013). Ter voorbereiding op deze Bestuurs- en uitvoeringsovereenkomst is gestudeerd op de inrichting van het tunneldak, inclusief de tracés en hellingspercentages van de fiets- en voetpaden. De voet- en fietspaden moeten ingepast worden in de naastgelegen, bestaande woongebieden en goed aansluiten op de bestaande kunstwerken en infrastructuur. Dit heeft geleid tot de afspraak in de overeenkomst dat Rijkswaterstaat de voet- en fietspaden realiseert met een maximumhellingspercentage van 4%. Ondanks dat zullen we bekijken of er mogelijkheden zijn voor optimalisatie. De verwachting is dat wij u in juni 2018 over de resultaten kunnen informeren. 4. Welke maatregelen heeft het college genomen en/of gaat het college nemen om de sociale veiligheid op de nieuw aan te leggen fiets- en voetpaden over het dak van de A9 te bevorderen? Antwoord: Over het algemeen worden fietstunneltjes niet als sociaal veilig beoordeeld (bron: Ontwerpwijzer fietsverkeer, CROW). Met de ondertunneling van de A9 worden de tunneltjes vervangen door fietsverbindingen over het tunneldak. In het Groeninrichtingsplan en het Esthetisch Programma van Eisen, behorende bij de Bestuurs- en uitvoeringsovereenkomst (2013), is sociale veiligheid een van de uitgangspunten geweest. Alle paden zijn goed verlicht en in het beplantingsplan zijn geen grote bosschages of struiken direct langs de fiets- en voetpaden opgenomen. Wij zien dan ook geen aanleiding om extra maatregelen te nemen. Direct naast de tunnel zullen in de toekomst (na 2021) woningen ontwikkeld worden, waardoor ook meer zicht op de paden zal komen. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris J.J. van Aartsen, waarnemend burgemeester 2
Schriftelijke Vraag
2
discard
VN2023-018393 N% Gemeente Raadscommissie voor MBO-agenda, Jongerenwerk, Sport en Recreatie, S E D Sport en Bos % Amsterdam Economische Zaken, Sociale Zaken, Opvang, Gemeentelijk Vastgoed, Volwasseneneducatie, Democratisering Voordracht voor de Commissie SED van 13 september 2023 Ter kennisneming Portefeuille Sport en Bewegen Agendapunt 8 Datum besluit 22 aUgUstUs 2023 Onderwerp Afdoening toezegging inzake bestuurlijke reactie op het rapport van het Register voor Verenigingsbestuurders (RVVB) De commissie wordt gevraagd 1. Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van wethouder Sport en bewegen op (de aanbevelingen vit) het rapport van het Register voor Verenigingsbestuurders (RVVB). Hiermee is de toezegging TA2023-000701 uit de commissievergadering SED van 21 juni jl. afgedaan. Wettelijke grondslag Artikel 160, eerste lid, onder a Gemeentewet : Het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. Art 169 Gemeentewet: Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de Gemeenteraad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur (lid 2). Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (lid 2). Bestuurlijke achtergrond Het Register voor Verenigingsbestuurders (“RVVB”) heeft eind maart 2023 een nationaal onderzoek naar de toekomstbestendigheid van sportclubs gepresenteerd in een rapport genaamd Verdiepend onderzoek: “Toekomstbestendigheid sportverenigingen”. Het rapport van de RVVB is reeds gedeeld met de gemeenteraad en was als vergaderstuk op verzoek van raadslid Belkasmi gevoegd aan de vergadering van de raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering (SED) op 21 juni jl. De bevindingen uit het rapport zijn ook kort besproken tijdens de raadscommissie SED. JUNI | g pp Ì Pp ij Reden bespreking Nvt. Uitkomsten extern advies nvt Geheimhouding nvt Uitgenodigde andere raadscommissies Gegenereerd: vl.l1 1 VN2023-018393 % Gemeente Raadscommissie voor MBO-agenda, Jongerenwerk, Sport en Recreatie, S EF D msterdam Sport en Bos % Economische Zaken, Sociale Zaken, Opvang, Gemeentelijk Vastgoed, Volwasseneneducatie, Democratisering Voordracht voor de Commissie SED van 13 september 2023 Ter kennisneming nvt Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Afdoening toezegging TA2023-000701 uit de commissievergadering SED van 21 juni jl. In de raadscommissievergadering SED van 21 juni jl. heeft wethouder Mbarki de raadsleden Belkasmi en Boomsma toegezegd te reageren op de aanbevelingen vit het rapport van het Register voor Verenigingsbestuurders (“RVVB*). Hierbij ontvangen de raadsleden de reactie van de wethouder Sport en Bewegen. Hiermee is de toezegging (TA2023-000701) afgedaan. Welke stukken treft v aan? Meegestuurd Registratienr. Naam AD2023-062112 | Afdoening toezegging rapport RVVB DEF 13 juli 2023 1.pdf (pdf) | AD2023-062111 Commissie SED Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. Naam | Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Sport en Bos, Lucinda Schuurman, 0646334413, l.schuurman@amsterdam.nl Gertjan Dol, 0641482920, g.dol@&amsterdam.nl Gegenereerd: vl.l1 2
Voordracht
2
train
VN2022-025550 ‘eet : : : GGD X Gemeente ° e aen ene Oden eene 29 en OZA aatschappelijke UNtWIKKEING, JEU zorg), Vnaderwijs en Armoede en % Amsterdam PRE se eng 209 | ° Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van 07 september 2022 Ter kennisneming Portefeuille Publieke Gezondheid en Preventie Agendapunt 11 Datum besluit Niet van toepassing Onderwerp afhandelen WOB/ WOO verzoek breathomix validatie ademtest De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de afhandeling van het WOB/WOO verzoek van Breathomix over stukken van de GGD rond de validatie van de ademtest Wettelijke grondslag Art. 169 gemeentewet Bestuurlijke achtergrond De gemeenteraad is via beantwoording van schriftelijke vragen en mondelinge toelichtingen in de commissie en gemeenteraad geïnformeerd over de validatie van de ademtest voor het opsporen van covid-19. De validatie is vitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS en betrof een product van de firma Breathomix. Uiteindelijk heeft het ministerie van VWS besloten op basis van de uitgevoerde validatie geen gebruik te maken van de diensten van de firma Breathomix. Breathomix heeft bij de gemeente Amsterdam op 24 december 2021 een WOB verzoek ingediend om alle relevante documentatie te mogen ontvangen over deze validatie. Bijgevoegde brief geeft uitleg over de uitvoering van dit WOB verzoek. Alle documenten zijn inmiddels gepubliceerd en hier te vinden: https: //wob.amsterdam.nl/2021/juli/jwoo-besluit-inzake-breathomix-14-07-2022/ Reden bespreking Niet van toepassing Uitkomsten extern advies Niet van toepassing. Geheimhouding Niet van toepassing Uitgenodigde andere raadscommissies Niet van toepassing Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Niet van toepassing Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.10 1 VN2022-025550 % Gemeente De raadscommissie voor Publieke Gezondheid en Preventie, Zorg en GGD % Amsterdam N ‚ ‚ 3 % Maatschappelijke Ontwikkeling, Jeugd(zorg), Onderwijs en Armoede en Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van 07 september 2022 Ter kennisneming AD2022-075401 Commissie OZA Voordracht (pdf) AD2022-075402 brief_afhandelen wob verzoek ademtest breathomix ondertekend.pdf (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) GGD Amsterdam, Tom van Benthem, tvbenthem@ggd.amsterdam.nl Gegenereerd: vl.10 2
Voordracht
2
train
D Gemeente Amsterdam W l J % Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Sociale Infrastructuur, Educatie, Jeugdzaken, Diversiteit en Grotestedenbeleid % Agenda, donderdag 6 december 2007 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Sociale Infrastructuur, Educatie, Jeugdzaken, Diversiteit en Grotestedenbeleid Tijd 09.00 tot 12.30 uur en van 19.30 — 22.30 uur Locatie 0239 Algemeen 1 Opening 2 Mededelingen 3 Vaststelling agenda 4 Vragenhalfuur publiek 5 Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WIJ d.d. 8 november 2007 (openbare deel) e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissiewij @raadsgriffie. amsterdam.nl 6 Openstaande toezeggingen Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de Raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten zijn te ontlenen. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “vragenhalfuur”geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden via internet: www.amsterdam.nl/gemeenteraad. Voor algemene informatie: info @raadsgriffie.amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam WIJ Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Sociale Infrastructuur, Educatie, Jeugdzaken, Diversiteit en Grotestedenbeleid agenda, donderdag 6 december 2007 7 Termijnagenda 8 Actualiteiten 9 Rondvraag 10 Resultaatgebiedsgewijze bespreking van de ontwerpbegroting 2008. Portefeuilles Werk en Inkomen, Sociale Infrastructuur, Educatie, Jeugdzaken, Diversiteit en Grotestedenbeleid. e Tweede termijn; e Bespreking preadviezen; e _Preadviezen worden separaat aan alle (duo)raadsleden gezonden, overige stukken reeds in uw bezit; e Zie ook TKN 6 Rekenkamerrapport Meetbaarheid Gemeten e _ (zie commissieagenda van 8.11.2007; bespreking in 1° termijn). Educatie 11 "De categorale MAVO terug in Amsterdam", initiatiefvoorstel De Wit (VVD). Nr. BD2007-007561 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 12 Vaststelling onderwijshuisvestingsprogramma en -overzicht 2008 Nr. BD2007- 005018 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. 13 Uitvoeringsplan Programma Beroepsonderwijs Amsterdam 2006-2010 Nr. BD2007-005842 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 2 Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Sociale Infrastructuur, Educatie, Jeugdzaken, WIJ Diversiteit en Grotestedenbeleid agenda, donderdag 6 december 2007 14 Stand van zaken Inburgering Nr. BD2007-007355 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Werk en Inkomen 15 Rapporten Gemeentelijke Ombudsman DWI tweede kwartaal 2007 en Jaarverslag 2006 Nr. BD2007-007216 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e De heer Van de Pol, ombudsman, is uitgenodigd. 16 Rapporten Gemeentelijke Ombudsman DWI derde kwartaal 2007 Nr. BD2007- 007217 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e De heer Van de Pol, ombudsman, is uitgenodigd. 17 Reactie Gemeentelijke Ombudsman op aanbevelingen onderzoeksrapport doorwerking van de aanbeveling van de Gemeentelijke Ombudsman van Sophie Overbosch Nr. BD2007-007218 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e De heer Van de Pol, ombudsman, is uitgenodigd. AVONDVERGADERING Diversiteit 18 Vaststelling notitie Vrouwenemancipatie Amsterdam Nr. BD2007-007348 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. 19 Brief van wethouder Diversiteit over aanpak van geweld tegen homo's. Nr. BD2007-007064 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Deleden van de Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Integraal Veiligheidsbeleid, Bestuurlijk Stelsel, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken en Communicatie zijn hiervoor ook uitgenodigd 3 Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Sociale Infrastructuur, Educatie, Jeugdzaken, WIJ Diversiteit en Grotestedenbeleid agenda, donderdag 6 december 2007 20 Benoeming Adviesraad Diversiteit en Integratie Nr. BD2007-006994 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. e De kabinetbijlage ligt ter visie bij de raadsgriffie. Werk en Inkomen 21 Pre-advies op de PvdA notitie “Schuldpreventie Jongeren” van leden Mahrach en Kaplan Nr. BD2007-007327 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. e Raadslid Kaplan (PvdA) is uitgenodigd. 22 Pre-advies met betrekking tot initiatiefvoorstel Unver bestandskoppeling 65+ Nr. BD2007-006622 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. 23 Meerjarenbeleidsplan Werk en Inkomen Nr. BD2007-006662 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. e Zie tevens IKN 5 (2e Voortgangsrapportage Voedselbanken) 24 Amsterdamse Armoedemonitor 10 Nr. BD2007-006666 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Zie tevens IKN 5 (2e Voortgangsrapportage Voedselbanken) 25 Re-integratie door DWI Nr. BD2007-007205 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid Paquay (SP). 26 Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid dhr. H.G. Verweij van 19 juni 2007 inzake huisbezoeken bij DWI-cliënten Nr. BD2007-007204 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid Paquay (SP). 4
Agenda
4
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 157 Publicatiedatum 28 februari 2014 Ingekomen onder Y Ingekomen op woensdag 12 februari 2014 Behandeld op woensdag 12 februari 2014 Status Verworpen Onderwerp Motie van het raadslid de heer Capel inzake de notitie, getiteld: ‘Ruimte voor Woningdelers’ (extra ruimte voor handhaving). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2013 tot vaststellen van de notitie, getiteld: ‘Ruimte voor Woningdelers’ (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1132); Overwegende dat: — woningdelen, vakantieverhuur en short stay bij een internationale en flexibele stad als Amsterdam passen; — deze vormen van gebruik de druk op de woningmarkt en op de leefbaarheid groter maken; — goede handhaving van cruciaal belang is om overlast te beperken; — daarmee het draagvlak voor deze vormen van gebruik van woningen wordt vergroot; — het daarom wenselijk is om het budget voor handhaving te verhogen; — volgens het college handhaving binnen het bestaande budget en met de bestaande capaciteit kan, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: — voor de jaren 2014 en 2015 voor ieder jaar 250.000 euro extra te bestemmen voor handhaving bij woningdelen, vakantieverhuur en short stay; — ditte dekken binnen de begroting van de Dienst Wonen Zorg en Samenleven. Het lid van de gemeenteraad, S.T. Capel 1
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R x% Gemeenteblad % Motie Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 334 Ingekomen onder AD Ingekomen op woensdag 12 maart 2020 Behandeld op woensdag 12 maart 2020 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Grooten, El Ksaihi, N.T. Bakker, La Rose, Ceder, Kilig en Bloemberg-lssa inzake stedelijke visie dagbesteding Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning Wmo 2021-2027 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 270). Constaterende dat — Met het hoofdlijnenbesluit is besloten om de inloop dagbesteding buurtgericht en in samenhang met de sociale basis te organiseren; — De functie van Inloop dagbesteding (950 personen /£2,5 min) aan moet gaan sluiten bij de functie van de sociale basis van de stadsdelen om laagdrempelige activiteiten te organiseren voor een zinvolle dag invulling en sociale contacten; — Deze transitie in twee jaar gefaseerd aangepakt zal worden en hierdoor de capaciteit van de inlooplocaties gehandhaafd moet blijven, financiële risico's voorkomen moeten worden en moet worden gewaarborgd dat de kennis van de huidige maatwerkaanbieders behouden blijft; — Met betrokken organisaties een ontwikkelplan opgesteld wordt met aandacht voor onder andere het aantal locaties dat nodig is, de verdeling over de stadsdelen, de duurzaamheid en het aantal aanbieders per stadsdeel; — Na het tweede contractjaar wordt beoordeeld of de opdrachtverlening en financiering van de inloopdagbesteding overgaat naar de sociale basis. Overwegende dat — Inloop van dagbesteding een specialisme is en bepaalde doelgroepen eigen aanpakken vereisen; — Amsterdam een rijke structuur heeft van dagbestedingsorganisaties met eigen expertise; — Het niet duidelijk is waarop wordt beoordeeld of de opdrachtverlening en financiering van inloop dagbesteding overgaat naar de sociale basis of niet. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. Meteen stedelijke visie te komen op de inloop van dagbesteding. Daarin naast bovenstaande punten uit het ontwikkelplan vooral in te zoomen op het waarom van deze mogelijke overgang en welke expertises nodig en voorhanden zijn; 2. In deze stedelijke visie beroepsmatige ervaringsdeskundigen te betrekken; 1 3. Daarnaast criteria op te stellen waarop beoordeeld wordt of deze overgang wel of niet doorgaat; 4. Deze stedelijke visie en criteria voor te leggen aan de raadscommissie ZJS. De leden van de gemeenteraad L. Grooten Y. el Ksaihi N.T. Bakker N.V.M. La Rose D.G.M. Ceder À. Kilig J.F. Bloemberg-lssa 2
Motie
2
discard
VN2021-015678 Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Participatie x Gemeente " ‘ Dr ‘ 7 WIO Onderwijs, Voorschool Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, % Amsterdam Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering Voordracht voor de Commissie WIO van 23 juni 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Portefeuille Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering Agendapunt 8 Datum besluit 11 mei 2021, College B&W 11 mei 2021 Onderwerp Kennisnemen van de Jaarrapportage Taaloffensief 2020 De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief Jaarrapportage Taaloffensief 2020 waarin de wethouder u informeert over de resultaten van de taaltrajecten en andere educatieve activiteiten. Wettelijke grondslag Gemeentewet artikel 160, uitvoering door college van door de raad vastgesteld beleid; Gemeentewet artikel 169, actieve informatieplicht college naar gemeenteraad. Bestuurlijke achtergrond Bij de vaststelling van het beleidskader Taaloffensief 2019-2023 in december 2018 en het uitvoeringsplan Taaloffensief 2019-2023 in september 2019 is toegezegd de raad jaarlijks te informeren over de resultaten. De coronapandemie heeft ook invloed gehad op volwasseneneducatie. Het professionele taalaanbod is zoveel als mogelijk online doorgegaan, maar dat heeft zijn beperkingen. Niet alle doelgroepen kunnen of willen online les volgen. Daarom is de mogelijkheid gecreëerd om voor fysieke- en online taallessen in kleinere groepen te werken bij Taal en Ouderbetrokkenheid en voor de doelgroepen analfabeten, laagopgeleiden en NTa-ers. Ookis er een traject opgezet waarbij deelnemers in kleine groepjes voldoende digitaal vaardig worden gemaakt om online les te kunnen volgen. Deze maatregelen zijn erop gericht om de meest kwetsbare Amsterdammers toch te blijven bereiken. Voor 2021 staan er veel potentiele deelnemers op de wachtlijst; zij willen uitsluitend fysieke taallessen volgen. Ook zijn er in het eerste kwartaal 2021 ruim 1200 deelnemers weer gestart met onlinelessen. Daarnaast zetten we dit jaar, in samenwerking met de stadsdelen, vol in op de werving en bereik van de kwetsbare Amsterdammers. In de Jaarrapportage Taaloffensief wordt verslag gedaan van de resultaten en voortgang van de activiteiten van het Taaloffensief 2020. Het eerste jaar Taaloffensief viel vrijwel gelijk aan het eerste jaar van de coronapandemie. De cursussen Taaloffensief startten in februari fysiek maar moesten half maart 2020 zoveel mogelijk online doorgaan. Van de 4750 beoogde deelnemers in 2020, zijn er 4373 deelnemers gestart aan een cursus Taaloffensief, waarvan 493 deelnemers aan de cursus Taal en Ouderbetrokkenheid. Resultaten deelnemers Van 1312 deelnemers die hun cursus in 2020 hebben afgerond, heeft 4,8% het basaal taalniveau A2 behaald en 26% het niveau geletterd (B1/2F). 24% van de deelnemers is vooralsnog minder succesvol. Zij hebben het basale taalniveau nog niet behaald. Het is niet realistisch dat deelnemers die bij de start nauwelijks Nederlands spreken of schrijven het basale taalniveau in een cursus van zes maanden halen. Zij krijgen een vervolgcursus aangeboden. Taal en Ouderbetrokkenheid Gegenereerd: vl.2 1 VN2021-015678 % Gemeente Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Participatie % Amsterdam „ . En WI % Onderwijs, Voorschool Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering Voordracht voor de Commissie WIO van 23 juni 2021 Ter bespreking en ter kennisneming De coronacrisis heeft grote gevolgen voor het (primaire) onderwijs en daarmee ook voor TOB. Vijftien van de 51 cursusgroepen TOB zijn door de coronamaatregelen niet gestart. Ouders wilden of konden de cursus niet online volgen. De overige 36 groepen zijn online doorgezet. Helaas heeft niet iedereen het kunnen volhouden en zijn er veel kleine groepjes van 4 tot 6 ouders overgebleven. Voor groepjes van vier ouders was het mogelijk via WhatsApp onlinelessen te verzorgen. Ook het starten van nieuwe groepen was niet eenvoudig doordat volwassenen niet langer welkom waren op de scholen. Ouders die niet in staat waren door te stromen naar ander online taalaanbod van het Taaloffensief, konden TOB blijven volgen zolang de coronamaatregelen van kracht waren en zijn. Dankzij de creatieve en flexibele inzet van de taalaanbieders hebben er dit jaar desalniettemin 493 ouders deelgenomen aan TOB-lessen die in het algemeen online werden verzorgd. Kwalitatieve bevindingen We zijn erg tevreden over de wijze waarop de taalaanbieders de omslag hebben gemaakt naar online onderwijs. In deze omslag hebben aanbieders en gemeente nauw samengewerkt. De coronapandemie heeft naast het aantal deelnemers ook invloed op de inhoud van de taaltrajecten van het Taaloffensief, met name op de competentiemeting, het competentiegericht leren, het portfolio en de praktijkopdrachten. Hierdoor én door de extra inzet van de taalaanbieders, onder andere aan het ondersteunen van de docenten bij de omzetting naar onlinelessen, heeft de gemeente de meting sociale inclusie uitgesteld naar 2021. Amsterdams Taalakkoord Het netwerk van het Amsterdams Taalakkoord is in drie jaar tijd gegroeid naar ruim 60 organisaties. Eris in 2020 gestart met de volgende accenten voor deze tweede fase van het Amsterdams Taalakkoord: samenwerking met schulden- en armoederegelingen, gerichte vitbreiding van het netwerk, stimuleren van onderlinge samenwerking en verkenning regionale samenwerking. Andere educatieve activiteiten In het kader van digitale inclusie zijn er verschillende activiteiten georganiseerd, zoals de module digitale vaardigheden om mensen in staat te stellen online lessen te volgen, Digimaatje en digitale vaardigheden op de TOB scholen en de Digi Challenge. Daarnaast hebben we actief deelgenomen aan de laptopactie ledereen Verbonden. Ook waren 64,2 taalcoaches actief en zijn vanuit het programma Leef en Leer! informele aanbieders en vrijwilligers gefaciliteerd met trainingen, oefenmateriaal, informatie over corona in verschillende talen, vitleg en ondersteuning bij digitaal lesgeven voor vrijwilligers. Over de doelen en uitvoering van de middelen voor laaggeletterdheid in de Sociale Basis 2020 is contact met de stadsdelen. De ervaringen in 2020 laten zien dat het van belang is dat de taalnetwerken goed ingebed zijn in de Sociale Basis. Per 2021 zijn de middelen; versterken taalnetwerken, Taalcoaches en project geïsoleerde vrouwen, structureel overgeheveld naar de Sociale Basis. Reden bespreking o.v.v. het lid De Fockert (GL). Uitkomsten extern advies Gegenereerd: vl.2 2 VN2021-015678 % Gemeente Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, WI Participatie % Amsterdam - % Onderwijs, Voorschool Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering Voordracht voor de Commissie WIO van 23 juni 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Nvt. Geheimhouding Nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies Nvt. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Nvt. Welke stukken treft v aan? AD2021-057706 2. Samenvatting SER rapport.pdf (pdf) AD2021-057707 3. Pamflet Stichting Lezen en Schrijven.pdf (pdf) 4. Unesco Adviesrapport - Noodzaak van volwasseneneducatie voor AD2021-057708 ‚ iedereen _DEF.pdf (pdf) Brief Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering (21) 20210430 AD2021-057704 R.pdf (pdf) AD2021-057709 Commissie WIO (1) Voordracht (pdf) AD2021-059048 Jaarrapportage Taaloffensief 2020.pdf (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Ans Roest, a.roest@amsterdam.nl 06 53686945 Gegenereerd: vl.2 3
Voordracht
3
train
Wehkamp, Martijn | Van: | Verzonden: vrijdag 4 augustus 2017 21:5/ | Aan: Info gemeenteraad | Onderwerp: GOED NIEUWS !!! Weesp gaat Zwarte Piet niet aanpassen Waarde leden van de Gemeenteraad, | Vandaag las ik het onderstaande verheugende nieuws | Ik hoop dat ook onze hoofdstad hier een voorbeeld aanneemt. | | Met vriendelijke groet, | (oud-onderwijzer van de Gemeente 's-Gravenhage ) | Den Haag | Van | Verzonden: vrijdag 4 augustus 2017 16:22 | Aan: info @weesp.nl | Onderwerp: GOED NIEUWS !!! Weesp gaat Zwarte Piet niet aanpassen | WEESP - Als Sinterklaas komende november weer naar Weesp komt, komen er gewoon Zwarte Pieten mee. Er | zullen geen aanpassingen gedaan worden aan het uiterlijk van de pieten, zo laat de gemeente weten na | gesprekken met alle betrokkenen. | Weesp heeft de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met zowel voor- als tegenstanders van Zwarte Piet en | met het organiserend Comité Sinterklaasintochten Weesp. Aanleiding voor de gesprekken waren de klachten, opmerkingen en de voortdurende maatschappelijke discussie over het uiterlijk van Zwarte Piet. Er werden losse gesprekken gevoerd, maar ook met alle partijen tegelijkertijd. "De belangrijkste conclusie in het gesprek die alle deelnemers onderschreven was dat het Sinterklaasfeest vooral een kinderfeest moet zijn waar alle kinderen van moeten kunnen blijven genieten”, zo laat het gemeentebestuur aan de gemeenteraad weten. Sinterklaas-comité wil niet tegemoet komen aan bezwaren | De partijen hebben na de gesprekken afgesproken dat het Sinterklaas-comité zich zou beraden of ze | mogelijkheden zien om tegemoet te komen aan de argumenten van de tegenstanders van Zwarte Piet. Het | comité laat nu weten op dit moment niet tegemoet te willen komen aan te bezwaren. Wel geven ze aan de | maatschappelijke discussie nauwlettend te blijven volgen. GOED NIEUWS |!!! | Den Haag ‚ |
Raadsadres
1
test
> < Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 26 februari 2021 Portefeuille(s) Portefeuille Grondzaken Portefeuillehouder(s): Marieke van Doorninck Behandeld door Grond & Onwikkeling, Bestuurszaken.GO@&amsterdam.nl Onderwerp Beantwoording aanvullende vragen van de leden Leenders en Van Renssen inzake het onderwerp projectbesluit Entreegebied Gulden Winckel Geachte leden van de gemeenteraad, Bij de behandeling van het projectbesluit Entreegebied Gulden Winckel in de vergadering van de raadscommissie RO van 3 februari 2021 heeft het lid Leenders (PvdA) een vraag gesteld waar ik nog op terug zou komen en zijn er door het lid Van Renssen (GroenLinks) na afloop per mail nog enkele aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van dit dossier. Hieronder treft v de beantwoording van deze vragen aan. 1) Dhr. Leenders heeft in de commissie RO van 3 februari gevraagd naar de financiën rond het monument en of aangetoond kan worden waarom de hal niet behouden kan blijven als onderdeel van het monument Wereldbibliotheek? Antwoord van het college De hal aan de achterzijde van de Wereldbibliotheek kan niet behouden blijven, omdat deze zich in het hart van de te ontwikkelen plot van Eigen Haard bevindt. Het uitgangspunt bij de start van de planontwikkeling was om deze te vervangen voor nieuwbouw. Nadat in overleg met Monumentenzorg bleek dat hier geen onoverkomelijke bezwaren tegen waren, mits de nieuwbouw op de juiste manier zou worden ingepast, is de planontwikkeling ter hand genomen en uitgewerkt in een stedenbouwkundige visie. Een meer uitgebreide toelichting is opgenomen in bijgevoegde beschrijving van Eigen Haard (Bijlage 1). Daarnaast wil ik graag het volgende toelichten. In onderstaande tekening ziet u de hal (roze) gearceerd weergegeven aan de achterzijde van het monument, op dezelfde locatie als waar de nieuwbouw geprojecteerd is (in lichtblauw). Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 26 februari 2021 Pagina 2 van 5 \N En LN Sedan | X en BEN Sn af Je f | Á PO oe 7 Indien de hal (zijnde 1.000 m2) behouden zou blijven zijn de consequenties voor het plan dat er circa 2000 m2 minder volume kan worden toegevoegd, zijnde 24, woningen (van ca. 83 m2 BVO) én dat er geen ondergrondse parkeergarage meer mogelijk is om het huidige parkeren op straat te ontlasten en het bezoekersparkeren voor onder andere de nieuwe woningen op te vangen. De ruimte die dan overblijft is daarvoor namelijk niet groot genoeg. Behoud van de bedrijfshal is nooit vitgangspunt in de planvorming geweest, aangezien uit de gesprekken met Monumentenzorg bleek dat hier geen onoverkomelijke bezwaren waren en behoud niet opweegt tegen de meerwaarde van sloop. De mogelijkheid om hier woningen (plus bergingen) te maken met eventueel een klein aandeel bedrijfsruimte en een ondergrondse parkeergarage heeft altijd een veel grotere toegevoegde waarde gehad dan het behoud van de (zich in niet al te beste staat bevindende) hal. Indien we de bedrijfshal zouden willen behouden dient er een nieuwe stedenbouwkundige visie te komen met gewijzigde vitgangspunten m.b.t. verkeer, openbare ruimte en parkeren. Daarbij is het zeer de vraag of de beoogde gebiedsontwikkeling als geheel dan nog wel mogelijk is, zowel fysiek als financieel. Omdat het behoud van de bedrijfshal al geen optie was binnen het eerder genomen principebesluit (d.d. 12 februari 2019), is dit scenario niet nader onderzocht, daar is dus niet aan gerekend of aan getekend. De financiële consequenties van behoud zijn momenteel dus niet in een getal vit te drukken, maar het is wel duidelijk dat dit een gigantische ingreep zou betekenen in het proces en de planvorming. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 26 februari 2021 Pagina 3 van 5 2) Mw. Van Renssen: Wat zegt de aanwijzing tot monument over de hal? En wat staat er in het advies van M&A, kan dit worden gedeeld? De wethouder zegde dit toe in de commissie, graag ontvangen we deze stukken. Antwoord van het college In de beschrijving van Eigen Haard is opgenomen wat er over de hal is gezegd in de monumentenbeschrijving (bijlage 1). Bijgevoegd ontvangt u ook de brief van M&A (voorheen BMA) uit 2011, die is opgesteld bij aanvang van de planvorming door Eigen Haard (destijds vertegenwoordigd door Entree West BV). De sloop van de hal is de basis geweest voor de planvorming op deze plot en altijd het vitgangspunt geweest om verder op te kunnen ontwikkelen. Dit is ook verwerkt in de stedenbouwkundige visie. In de contacten met M&A is dit ook altijd het vitgangspunt geweest. Dit standpunt is niet veranderd (Bijlage 2). 3) Mw. Van Renssen: Graag ontvang ik inzicht in de financiële onderbouwing van de ondergrens en de geraamde stichtingskosten en bouwkosten voor het programma van de corporaties Reactie De corporaties hebben aangegeven dat de ondergrens ligt bij een volume-toevoeging van tussen de 27.500 — 33.000 m2. Het volume is ingegeven door een opstelsom van wat er minimaal per corporatie noodzakelijk is om de opgave haalbaar te maken. Naast de financiële haalbaarheid voor de corporaties geldt dat dit project ook voor de gemeente financieel haalbaar moet zijn. Enerzijds zijn er de door de gemeente gehanteerde referentiegrondwaarden, die de corporaties moeten hanteren bij het opstellen van hun stichtingskosten. Anderzijds stelt de gemeente ook kwalitatieve eisen. Het opknappen en restaureren van de monumenten brengt ook extra kosten met zich mee. Daarbij geldt vervolgens dat er een limiet is aan de totale hoogte van de stichtingskosten om de huren binnen de bestuurlijk afgesproken grenzen te houden (40-40-20). Deze aspecten dienen dus in hun onderlinge samenhang te worden bezien en zijn in feite communicerende vaten. In de volgende fase ( investeringsnota) zullen genoemde aspecten over en weer gewogen worden om te kunnen bepalen of er zowel voor de corporaties als voor de gemeente sprake is van een financieel haalbaar plan. Op basis van de (ook door ons als gemeente) gehanteerde kengetallen is er geen aanleiding om op dit moment te twijfelen aan de juistheid van de stellingname van de corporaties. 4) Mw. Van Renssen: Zijn er al overeenkomsten gesloten met Eigen Haard, Rochdale en Stadgenoot? Graag ontvang ik daarvan (kabinet) een afschrift. In het antwoord wordt gesteld dat er geen overeenkomsten zijn gesloten. Is er dan ook geen intentieovereenkomst met de corporatie gesloten? Graag ontvang ik een afschrift van de intentieovereenkomst of verklaring. Als er geen enkele overeenkomst ís gesloten, betekent dat dat het de gemeente vrij staat de FSl en bouwvolume nog te wijzigen? Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 26 februari 2021 Pagina 4 van 5 Reactie Bij de totstandkoming van de Stedenbouwkundige Visie zijn de drie corporaties nadrukkelijk betrokken geweest. Zo heeft een extern stedenbouwkundig bureau (MUST) in opdracht van de corporaties de basis ontworpen van het integrale stedenbouwkundige model en is de participatie gezamenlijk met de corporaties georganiseerd. De corporaties hebben hun commitment op de plannen duidelijk onderschreven. Er zijn in deze fase echter nog geen overeenkomsten afgesloten, wij zullen de afspraken in de volgende fase vastleggen via een afsprakenbrief om uiteindelijk te komen tot een gewijzigde erfpachtovereenkomst. Indien de gemeenteraad instemt met het investeringsbesluit zullen de huidige erfpachtovereenkomsten worden gewijzigd en zal er aanvullend met Eigen Haard een anterieure overeenkomst worden afgesloten omdat zij grotendeels op eigen grond ontwikkelen. Deze overeenkomsten zijn privaatrechtelijk van aard. De wijze van totstandkoming van de stedenbouwkundige visie, het vitgesproken commitment van de corporaties en het projectbesluit daarop betekent dan ook dat de gemeente niet zonder meer vrij is om de fsi en bouwvolume die als kader zijn gehanteerd te wijzigen. Reeds bij aanvang van de projectbesluitfase waren de uitgangspunten van het principebesluit (vastgesteld door B&W op 12 februari 2019) bekend, waarin is aangegeven dat de ontwikkelruimte zich bevindt in de strook langs de Azo, rond de huidige plots van de corporaties, waarbij wordt uitgegaan van een maximum van ongeveer een verdubbeling van het huidige volume. Dit is ook altijd aan de buurt gecommuniceerd. De gezamenlijk gedragen visie geeft de kaders weer om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken en een investeringsbesluit te kunnen voorbereiden. Voor de goede orde moet nog worden vermeld dat de corporaties de intentie hebben uitgesproken om niet uit te gaan van het maximum bouwvolume die in de stedenbouwkundige visie is opgenomen. 5) Mw. Van Renssen: Van de portefeuillehouder in West heb ik begrepen dat de evaluatie van de participatie eind februari wordt verwacht. Kan dit aan de commissie worden gestuurd? Reactie Ja, dat kan en dat is toegezegd. Het evalvatie-onderzoek wordt eind maart verwacht. Nadat het onderzoek is afgerond zal dit worden gedeeld. In dat kader: is het evaluatierapport Klaprozenbuurt al gedeeld via de Dagmail, zoals eerder toegezegd? Mogelijk heb ik dat gemist? Reactie Dit rapport is nog niet gedeeld via de dagmail; het wordt binnenkort langs reguliere weg voor de commissie aangeleverd. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 26 februari 2021 Pagina 5 van 5 6) Mw. Van Renssen: Is het mogelijk dat de verordening op de CRK ten aanzien van de openbaarmaking van adviezen, eerder wordt aangepast dan de inwerkingtreding van de Omgevingswet? Reactie Ja, dat is mogelijk door gebruik te maken van de bestaande mogelijkheden die de verordening op de CRK biedt en het Huishoudelijk Reglement op de commissie aan te passen. Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Ee / dj ie Nad Ben Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Bijlagen: 1. Brief BMA Wereldbibliotheek 2. Nadere toelichting fabriekshal Lindenbaum - Eigen Haard Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Brief
5
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad x% Gemeenteblad % Motie Jaar 2016 Afdeling 1 Nummer 115 Publicatiedatum 17 februari 2016 Ingekomen onder C Ingekomen op woensdag 10 februari 2016 Behandeld op woensdag 10 februari 2016 Status Ingetrokken Onderwerp Motie van de leden Moorman en Nuijens inzake de inzet van Stimuleringsfondsgelden voor de aanpak van achterstallig onderhoud van Jeruzalem, Indische Buurt en de transformatie van De Boeg. Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de inzet van Stimuleringsfondsgelden voor de aanpak van achterstallig onderhoud van Jeruzalem, Indische Buurt en de transformatie van De Boeg (Gemeenteblad afd. 1, nr. 71). Overwegende dat: — met middelen uit het Stimuleringsfonds woningen worden gerenoveerd in de Indische Buurt; — woningcorporatie Eigen Haard, mede door de inzet van stimuleringsfondsgelden afziet van verkoop van 784 woningen; — het wenselijk is dat bij inzet van volkshuisvestelijk kapitaal uit het Stimuleringsfonds, de woningen die daarmee zijn gerenoveerd, langdurig, in ieder geval minimaal 15 jaar, beschikbaar blijven in de sociale voorraad. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: met woningcorporatie Eigen Haard overeen te komen dat de 784 woningen die nu minder verkocht worden, ook langdurig, in ieder geval langer dan 15 jaar, onderdeel blijven van de sociale huurvoorraad. De leden van de gemeenteraad M. Moorman J.W. Nuijens 1
Motie
1
train
VN2021-012549 N Gemeente Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, F E D Economie Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie % Amsterdam Voordracht voor de Commissie FED van 20 mei 2021 Ter kennisneming Portefeuille Lucht-en Zeehaven Agendapunt 14 Datum besluit 20 april 2021 Onderwerp Kennisnemen van de raadsinformatiebrief met daarin de reactie op het amendement en de moties ingediend op 17 december 2020 bij de behandeling van de Strategie 2021-2025 van het Havenbedrijf NV en de gemeentelijke Visie Haven 2020-2040. De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief met daarin de reactie van het college ter afhandeling van het amendement en de moties ingediend op 17 december 2020 bij de behandeling van de Strategie 2021-2025 van het Havenbedrijf NV en de gemeentelijke Visie Haven 2020-2040. Wettelijke grondslag * Reglement van Orde voor de raad van Amsterdam, artikel 80. * Gemeentewet, artikel 169: het college van burgemeester en wethouders en elk vanzijn leden afzonderlijk zijn aan de Gemeenteraad verantwoording schuldig over hetdoor het college gevoerde bestuur (lid 2); zij geven de raad alle inlichtingen die deraad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (lid 2). Bestuurlijke achtergrond In de vergadering van de gemeenteraad van 17 december 2020 heeft de gemeenteraad bij de gevoegde behandeling van de punten 15 (Uiten van wensen en bedenkingen inzake Strategie 2021-2025 van het Havenbedrijf NV) en 16 (Vaststellen van de gemeentelijke VisieHaven 2020-2040) één amendement en tien moties aangenomen. Reden bespreking nvt. Uitkomsten extern advies nvt. Geheimhouding nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies nvt. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.l 1 VN2021-012549 % Gemeente Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Economie % Amsterdam ‚ ‚ ‚ ‚ % Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie Voordracht voor de Commissie FED van 20 mei 2021 Ter kennisneming AD2021-044915 o. Raadsinformatie afoening moties GVH en SPH.pdf (pdf) AD2021-044926 1.1631.20.Motie Kat c.s. walstroom voor Amsterdamse haven.docx (msw12) 10. 1675.20.Motie Boutkan c.s. stimuleer goed werkgeverschap en eerlijk AD2021-044901 ‚ werk in de Haven.docx (msw12) 11 1677.20.Motie Boomsma Havenvisie versterk banden tussen Haven en AD2021-044904 Stad.docx (msw12) AD2021-044925 2.1632.20.Motie Kat c.s. Uitvoeringsagenda Haven. docx (msw22) AD2021-044908 3. 1633.20.Motie Kat c.s. onderzoek beschikbaarheid ruimte.docx (msw22) AD2021-044905 4. 1635.20. Motie Groen Kairos in de Haven.docx (msw12) AD2021-044907 5. 1637.20.Motie Groen c.s. zon op de Haven.docx (mswa2) AD2021-044900 6. 1642.20.Motie Martens werkgelegenheid haven.docx (msw12) AD2021-044906 7. 1646.20.Motie N.T.Bakker regelluwe zone haven.docx (msw22) 8. 1670.20.Motie N.T.Bakker c.s. ActieplanArbeidenkennisindehaven.docx AD2021-044902 (msw12) 9. 1674.20. Amendement Boutkan c.s. GHV 2020-2040 Inzet op schonere AD2021-044903 ‚ zeecruiseschepen.docx (mswa2) AD2021-044883 Commissie FED Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. | Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Directie Economische Zaken, Annelies Soede,06-12991698, a.soede Qamsterdam.nl. Gegenereerd: vl.l 2
Voordracht
2
discard
VN2021-015679 N% Gemeente Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, WI O Participatie Onderwijs, Voorschool Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, % Amsterdam Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering Voordracht voor de Commissie WIO van 23 juni 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Portefeuille Armoede en Schuldhulpverlening Agendapunt 10 Datum besluit 30 april 2021 Onderwerp Reactie op het ongevraagd advies stadsdeelcommissie Noord inzake de hoge OV kosten van klanten van de Voedselbank De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de reactie op het ongevraagd advies stadsdeelcommissie Noord inzake de hoge OV kosten van klanten van de Voedselbank Wettelijke grondslag * Gemeente wet Artikel 169 * Artikel 55, lid 3 Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bestuurlijke achtergrond Door commissielid Ras (D66) van stadsdeelcommissie Noord heeft op 6 mei 2020 een ongevraagd advies ingediend over klanten van de Voedselbank die reizen met het openbaar vervoer (Nr. BD 2020-001559). Wethouder Moorman heeft tijdens deze commissie toegezegd het vraagstuk nader te zullen bekijken en geeft via deze reactiebrief antwoord op het ongevraagd advies. 1. Eriseen analyse uitgevoerd van het vraagstuk welke drempels klanten kunnen ervaren bij hun reis naar een voedseluitgiftepunt. Er is een enquête gehouden en er is een dashboard gebouwd waarin de fysieke afstanden en reistijden geanonimiseerd staan aangeven. 84% van de huidige klanten woont op een afstand van maximaal 3 kilometer en heeft maximaal 30 minuten reistijd. Voor een beperkte groep, met name ouderen en mensen met een fysieke beperking, kan een afstand van meer dan 3 kilometer een drempel vormen voor een reis naar een voedseluitgiftepunt. 2. Erzijngesprekken geweest met de Voedselbank, het stadsdeel en het voedseluitgiftepunt (Leefkringhuis). Tijdens deze gesprekken kwam naar voren dat de drempels die klanten kunnen ervaren zeer divers zijn en het daarom belangrijk is om een oplossing op maat te kunnen aanbieden. Het vitgangspunt blijft dat klanten zoveel mogelijk zelfstandig hun pakket komen halen. Voor een beperkte groep klanten is dat (tijdelijk) niet mogelijk vanwege fysieke beperkingen. Daarom richten wij ons op deze groep met een gerichte oplossing. 3. Op basis van deze gesprekken starten we een pilot voor klanten voor wie het door fysieke beperkingen tijdelijk niet mogelijk is om het pakket zelf op te halen bestaat er een mogelijkheid om de pakketten een aantal keer thuisbezorgd te krijgen. Een aanvraag hiervoor kunnen zij indienen bij de coördinator van het voedseluvitgiftepunt in Noord. De coördinator beoordeelt de aanvraag en kijkt vervolgens wat de hulpvraag is. Mocht het zo zijn dat het ophalen van een pakket ook op de lange termijn een drempel is, kan de coördinator samen met de klant zoeken naar een gerichte oplossing. Op basis van de resultaten van deze pilot bekijken wij of we deze pilot voortzetten en eventueel uitbreiden. Reden bespreking O.v.v. het lid De Graaff (D66). Gegenereerd: vl.l 1 VN2021-015679 % Gemeente Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Participatie % Amsterdam _ a % Onderwijs, Voorschool Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering Voordracht voor de Commissie WIO van 23 juni 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Het ongevraagde advies van stadsdeelcommissie Noord inzake Openbaar Vervoer Voedselbank stond op de agenda van WIO d.d. 2 juni 2021 (agendapunt 1q). Dit agendapunt kan betrokken worden bij de bespreking van dit stuk op 23 juni. Uitkomsten extern advies Nvt. Geheimhouding Nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies Nvt. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Nvt. Welke stukken treft v aan? Meegestuurd Registratienr. Naam AD2021-057710 Antwoordbrief Wethouder Moorman aan SC Noord.pdf (pdf) |ADzoa-os7a | Commissie WIO (1) Voordracht (pdf) Ter Inzage | Registratienr. Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) WPI, Armoedebestrijding, Edward Lee Meeuw Kjoe, 06 14 82 50 43, e.leemeeuwkjoeQamsterdam.nl Gegenereerd: vl.l 2
Voordracht
2
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2016 Afdeling 1 Nummer 1504 Publicatiedatum 18 november 2016 Ingekomen op 9 november 2016 Ingekomen onder 1241’ Behandeld op 10 november 2016 Uitslag Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Boomsma en Poorter inzake de Begroting 2017 (stedelijk aanbod ondersteuning mantelzorg) . Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2017. Overwegende dat: — hetlaatste onderzoek naar de effectiviteit van de inzet van middelen voor Mantelzorg dateert uit 2014; — er bij veel mantelzorgers behoefte bestaat aan goede ondersteuning, in de vorm van meer en betere informatie, meer opvang, betere samenwerking, afstemming met professionals en soms ook in de vorm van een financiële tegemoetkoming; — het aanbod van ondersteuning in de verschillende stadsdelen verschilt; — de ondersteuning van de mantelzorger allereerst voor de mantelzorger is bedoeld en daarna voor de zorgbehoevende; — het aanbod van mantelzorgondersteuning bij veel Amsterdammers onbekend is en naar schatting maar 10% van de mantelzorgers er gebruik van maakt. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. een overzicht op te stellen van de mantelzorgerondersteuning in Amsterdam en dit in 2017 onder andere via een digitaal platform of de te ontwikkelen digitale buurtgids breder bekend te maken bij Amsterdammers; 2. de HVA of een andere instelling te verzoeken om een vervolgonderzoek in te stellen naar het ondersteuningsaanbod van mantelzorgers, waarbij zo mogelijk ook de effectiviteit en het rendement van de verschillende projecten in de stadsdelen wordt onderzocht; 3. de resultaten van het onderzoek voor te leggen aan de raad en bestuurscommissies. De leden van de gemeenteraad D.T. Boomsma M.F. Poorter 1
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Amendement Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 933 Publicatiedatum 15 november 2013 Ingekomen op 6 november 2013 Ingekomen onder 878’ Behandeld op 7 november 2013 Status Aangenomen Onderwerp Amendement van de raadsleden de heer Van der Ree van de heer Mulder inzake de begroting voor 2014 (gemeentelijk vastgoedbezit). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de begroting voor 2014; Constaterende dat: — de gemeente Amsterdam circa 2300 verhuurbare vastgoedeenheden in bezit heeft met een totale WOZ-waarde van ruim 2 miljard euro; — de wethouder in het vierde kwartaal van 2013 met een concept-vastgoed- strategie naar de raad komt; Overwegende dat: — de raad al sinds begin 2011 aandringt op een vastgoedstrategie en het afstoten van gemeentelijk vastgoed; — de vastgoedstrategie al in 2014 tot resultaten zoals het afstoten van gemeentelijk vastgoed moet leiden, Besluit: de tekst in de begroting 2014 op blz. 36 onder maatregel 18, Vastgoedstrategie als volgt te herschrijven: “De maatregelen 19 Facturatie- en Incasso en 21 Huisvesting stadsdelen leveren geen besparing in 2014. Deze (nog niet aan de lijn overgedragen) maatregelen wordt uitgewerkt onder de verantwoordelijkheid van het programma Organisatieontwikkeling. Maatregel 18 Vastgoedstrategie is gericht op hoe om te gaan met de vastgoedportefeuille van de gemeente Amsterdam. Eind september wordt door de trekker gerapporteerd over mogelijke besparingscenario’s en dan wordt er een taakstelling aan verbonden. In 2014 wordt gestart met de verkoop van gemeentelijk vastgoed dat de gemeente op de markt wil brengen” De leden van de gemeenteraad, D.A. van der Ree M. Mulder 1
Motie
1
discard
4 iis », 1 VIP MA d pe Ó d È NAA OY IA AIDA GN d 5 ESET AS) LR ON PON | PE MUI MENS PE ND AAS teg GD te OORDEN ie Niek LS De À NR, n KAD ete EES TER Ee Sri, Ab, EDO NTA Ko PN EA BONNEN Eri eel Si EAA RE UE SN RAR ZE ORS ES Là EERE ee dn EN ak 07 SE A RK OER NE NS EE Mk SMT ECSR NS, ERS EO FEM GT Adige PAD RE INN PIK DES IPS NL ESL KA ANS A EN, zen MAL! EE ORN vas SN PNUNIDA REE BREE eee! 7 A he ERNI EN ik EN LVS MN KAAN A LANA N Ke We Beas We BR BES MKS Rr RN NAT O8 Ui ORE nr EE ERE ee AN En 4 En EN DNR en Pe ERA On pt BES SE AN B SSS ICE ES nm DG Opi ARE Ui NE Er OAD PADS Sn nn MANNES PE KERN DA SE ER SL en ED SE IN) (A zet ei Sn 7 SN Nd ee En F4 NRN Ee A Rn SD EN IN Pe B EER EE eN AO Nen Ee Ek: BLZ as ORG AT PELL EK on Rn OGA KAN ee ae, en es Pen ee En ed EN Ea Nae Er PN NO TP SPA VADEREN RS Ea Arde N GO Res RS ee FEAE TSN A Ea IT PE PRA NE Ne EA AN td (ne EERS SA ED RE ANN W/E A NN EAR NS ER EEK E07 B heen VdS ARS SDP BE ad Sie rg, ek Kin WN NONA OE A RN A KR he ee BV CN AR EN Kei NA “Ute de GEEN Ne Ein ed en dre eet OKE EI LN NE AEN zE EE Ee MEE" OE a er ERD PI Ne Por pa EE NN Fi EE Nt EEE Ren OR GS Ke ÍN K RE Dn TR RN DRE A SEN A EE en Sale 5 a dS mm eN DN EN OV OK SN VE ie ; 5 SRD esi En EA UA SN RS KU CE AEL EEK Kep Er BR N „Ee hk 5 hb » j 9 CE OE 6 NN En OREN KERN ef B PRC) mi Sr Sn, EN NRE ROR 5% El ER 4 ij ä Ee EINE RN ES EREN Rn enn er Ki Ee DES BA A MS ee race Ee Ee 4 EN RE 23 ie Eeen Re B keten se EE ETR Ere Ae RE EN Pm END RR OA LEE KZOD BRON Ae KAR N EE EEN KAK) A er wer Pi Set Ra KE EE EREA DSN Ae) Ean ERS we NR en BALDO FN D En EN en VS Rel Ee BE | te en KA EEA É ANT EE Eeen ROE EE , ed Ee Pe rea di GE ERR BEONE id ERS Rn of EE £ 5 k VW SRA Gm MN, DE Rd ee AEN ne . VA A AA Af are Westen Ne EREN TE Be One Kad A he aen GE ed DN RE HS pe ef, EN Less. EED 5 e ee NE EE NE ED 0 8 EE REN Sl TE HEN Re Se! Ae EEEN 4 8 ee 7 AEN Ye We TSN El lin ELP Dt : ELV EN SEE Es zn En KE RIS ä EE NV Af ie \ De REA AIN ERNIE rn ME RE B ER PK Se at gd REN Een ENE ne a B Pp Ze Ee IN en $ 8 5 Le REN RENS n = B b EO EE 8 k a 8 oes, A 4 ln En Ee LN DES en EE he k EE nt Ed, EE EE et EAT MENE Nea ek EN AKE Ber se See a Kd BN Ek tt Enten EA ee A Ven Rn ane Rn: SN ON ER KEA KEE 5 AD TA ER vS Ei DR ed B 4 A Je Se, RE we …® iS EE EN Nad PR NR RN RE Rek ENA, En pn EVORE LE on DE Ee Eh TE er RR DD NS Pl Laine ie EN Aire PRE ONE EN NEN ij en Ene A KEN a Kaes ER AN We AAE EZ ON si NBA Nad . Sh Ee ren Bs 02 REN OE Ee RE A WEE 4 vive STe B De MN ED Ne RS Ee EN Ed A MPSD SD DE ENNE BT Et Ee EN ER beth ED ie EE nr STEE ns Pages AS 0 PR ENA BE Nd RE es. EN vr Oda RENEE EC A Be AN 5) CRN 7 OA KES EEN EE an Gn EN Mee U en A A EEEN Vi ORN: EES EAN De MO AD ERE ES BT NOR Se j RST AN ML) NRE VELLEN XE Een id se a DRE KSA LEL Á ON VANNER EON SEN NOUD VEALIN BON WI se APT 1D WEN NÀ MAAN EEN) AN des B REN Te TER i® IN AVS WD f 7 ERIBA A al % NON N A4 RN 4 BEN ae NN SRD NN U IAJ (AANEEN SSEB. Ne Y Ber EE OT ENE ARRA Nr ADR 45 ER IAN Shan TA Lid ò LN DEORE KON AN Re De Er A bn | N EER DN Sp) Ee LN Ee BAAK IND B NRA Pek A mk sk PETS 8} SMN / Ek Ee be ER EBA NN Sg Wes ere TARN Ten, DE SS EEN Ae CAAS e EB Nd ARD j DN ONNA DEE Di EAS IE BR Í IANA RIS Sr na AEN Be IMD er. RS At EN A En SO the IKN BEK br ene PLD SN Nh AG VN mt DL) EEN EE u Nn CUD HI Hi Nij Dj TS AR SSN DEN Ban IM Al Zi A Pen SA ME () HARTEN SV ENE A // SN ON VI rz ANSA EME ON Add HESSEN NSS) hr Ne, ret Me DN eN EN VN VIN SN $ / RT BN ON ROA ee SEL) NRE NDR he Ln SN EAN AD Are el IA APT, Ni Je EN SL, DENON LEN EM et OO NN el EREN DMACIENN EN NS, W) Zi HAN Surt Use ik RNL Ln SEN NN EK iran Reed A Wibe @' Du ene Ae 7 „/ À | Ml BBEN Ni A s. e EON LLN RET EROS | Net A VED € NS DD 5 DA N Nie haet e NDR ODT SL JÁ f ANA 8 \ JD Á | NNS 5 EC ET NS Oner Nlet Z Á f LL EAN NE Gp Nn AN Rn £ a Nee V/ 5 j/ ) \ Ne NS SUD, ARE 4} ( A Des N Jl ED NDR \ VNA A DD Nl | GN ij) À ki 4 a ON Bs WE LG IS / A Ik E\ NN \ Is Sie © On RI CORSE RA / Á q / ! DD; é % df Á if Ì eK N, / | es SON PSE Aj TD / Ie Er RSL Re OAN 9 DOS Be LZ Vi) LAS B NN en KO eN ps, EDEN RE) j A) ®s Nt ON Ker { PE ZA AN 2 A O Bi e” f AN Ee ek /- Bi Ni SL Mi \7 5 2) LÀ RL PON O N nn |I \/ Pl t RAND ANSO e IN Od S| EN Na ‘ O-_ZÖ IN AN W/ dik AN Ä A NN Fr Iy/ bi Ì U / IJ UV | | ) Ae, © SA, ON B Re © O Henk Ferwerda el | © Ivo Hölzken O O Linda Kroese DN Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Misdaadcarriëres Van analyse van het netwerk naar aanpak PA A N AVAN SS N Kek, Ms EZIOD te SAND Henk Ferwerda pd Nicole Brouwer IN Ivo Hölzken Linda Kroese Beke Ee NN 5, Colofon In opdracht van Het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) Amsterdam-Amstelland Vormgeving en opmaak Marcel Grotens, Bureau Beke Henk Ferwerda, Nicole Brouwer, lvo Hölzken en Linda Kroese . ex Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Van analyse van het netwerk naar aanpak ISBN 978-94-92255-48-8 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderzoek berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de gemeente Amsterdam. © 2021, Bureau Beke en Politie Eenheid Amsterdam. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print or other means without written permission from the authors Voorwoord 7 1 Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 9 11 Waarom een onderzoek in de Wildemanbuurt? 9 1.2 De probleem- en vraagstelling 10 1.3 Een actieonderzoek met ambities 10 14 Methoden van onderzoek 1 1.5 Leeswijzer 15 2 De context 16 2.1 Jeugd- en jongerencriminaliteit: ontwikkelingen en carrières 16 21.1 Stoppen of doorgaan met criminaliteit 17 21.2 Doorgroeiers in de criminaliteit 19 2.2 De Wildemanbuurt 21 3 De netwerkanalyse 25 3.1 Over carrières, rekrutering, categorieën plegers en clusters 25 3.2 Het netwerk: een eerste beschrijving 28 3.3 Het netwerk en de categorieën 35 3.4 De clusters binnen het netwerk 38 3.5 De huidige en toekomstige aanpak 51 4 De balans opgemaakt 55 4.1 Systeem- en straatinformatie 55 4.2 Bijzondere samenwerking leidt tot meerdere producten 55 4,3 Multibronnenonderzoek 56 4,4 De context van het onderzoek 56 4,5 Kenmerken van het Wildemannetwerk 58 4.6 De aanpak: veel kansen en één zorg 60 Geraadpleegde bronnen 62 Bijlagen Bijlage 1 — Deelnemers aan het onderzoek 68 Bijlage 2 — Delictscategorieën, subcategorieën, aantallen en percentages 70 Bijlage 3 — Antecedenten en achtergrondkenmerken 75 Voorwoord Binnen het Amsterdamse programma ‘Weerbare mensen, weerbare wijken’ wordt breed ingezet op het terugdringen van de drugshandel in de stad. Een van de onderdelen binnen dit programma is het uitvoeren van een verdiepend onderzoek naar de invloed van bovenlokale criminele netwerken op de jeugdi- ge bewoners in de Wildemanbuurt. Op basis van een netwerkanalyse wordt — in dit rapport - inzichtelijk gemaakt hoe overlast c.q. jeugderiminaliteit in deze wijk verbonden is met ernstige vormen van criminaliteit. De analyse geeft naast inzicht in een systeem dat zich bezighoudt met het plegen van strafbare feiten ook handvatten voor het voorkomen en doorbreken van misdaadcarrières. Dit onderzoek is vanwege de samenwerking tussen analisten van de poli- tie Eenheid Amsterdam en onderzoekers van Bureau Beke bijzonder. Naast dit geanonimiseerde onderzoeksrapport is namelijk ook een methodiek uitgeleerd die ook in andere stadsdelen kan worden toegepast én is operationele infor- matie — in beheer bij de politie - beschikbaar over het netwerk en de personen daarbinnen. Voor het onderzoek dat we in opdracht van de gemeente Amsterdam en haar veiligheids- en zorgpartners uitvoerden, gebruikten we diverse bronnen. Zo werd bestaande politie-informatie met een nieuwe analysetechniek geanalyseerd, wer- den open bronnen en literatuur geraadpleegd en werden 55 Amsterdamse pro- fessionals bij het onderzoek betrokken. Dat was erg nuttig, verhelderend en ook leuk. We zijn hen zeer erkentelijk voor hun inbreng en danken hen daarvoor. Ze staan per organisatie en functie weergegeven in bijlage 1. Een speciaal woord van dank gaat in de eerste plaats uit naar Eddy Klein Hofmeijer, analist in de Politie Eenheid Oost-Nederland, voor het collegiaal uit- leren van de analysemethodiek. Verder zijn we Martin Nanninga van de Politie Eenheid Amsterdam en Annerieke Coenraads, Widad Chrifou en Justin van der Voorwoord 7 Meij van de gemeente Amsterdam veel dank verschuldigd voor het meedenken en organiseren van de verschillende bijeenkomsten met professionals. Tot slot bedanken wij de leden van de leescommissie voor hun feedback op het manuscript. Het betreft Carla van Aert, Karin van Baarle, Annerieke Coenraads, Bart de Graaf, Flora de Groot, Carolien Köppen, Nienke Laan en Nadia Najibi. Henk Ferwerda, Nicole Brouwer, Ivo Hölzken en Linda Kroese Arnhem, augustus 2021 8 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken í Een onderzoek in een Amsterdamse wijk “Weerbare mensen, weerbare wijken’ is de naam van het Amsterdamse program- ma voor het terugdringen van drugshandel in de stad. Een van de onderdelen binnen dit programma is het uitvoeren van een verdiepend onderzoek naar de invloed van bovenlokale criminele netwerken op de (jeugdige) bewoners van de Wildemanbuurt. Het betreft een buurt — zie hoofdstuk 2 — die criminogeen kwetsbaar is. In dit hoofdstuk gaan we in op de achtergronden bij en de vraag- stelling en ambities van dit onderzoek. Ook staan we stil bij de analysemethode. 1.1 Waarom een onderzoek in de Wildemanbuurt? De Wildemanbuurt in Amsterdam Nieuw-West is een buurt waar al ruim 20 jaar sprake is van ernstige jeugdproblematiek. Naast de bestaande aanpak van de actuele jeugdproblematiek op straat en het inzetten op de nieuwe aanwas wil men in Amsterdam ook inzichtelijk gemaakt hebben welke negatieve invloed er uit gaat van personen die onderdeel zijn van bovenlokale criminele fluïde net- werken. Het gaat dan om de onzichtbare invloed op het gedrag en de criminele carrièreontwikkeling van jongeren in de wijk? Zicht krijgen op ‘dat wat we niet weten’ c.q. de sluimerende risico’s is voor de gemeente en haar veiligheids- en zorgpartners, inclusief de driehoek, in het kader van beleid en aanpak van belang. Het in beeld brengen van deze netwerken, hun invloed en de verschillende clusters van personen daarbinnen zou de basis kunnen zijn voor een structurele en effectieve aanpak. Er wordt namelijk — anders dan nu het geval is — op basis van een analyse een beeld geschetst van een systeem dat zich bezighoudt met het plegen van (ernstig) crimineel gedrag waarbinnen diverse personen — van jong tot ouder — een rol spelen of gaan spelen. Voor diverse jongeren die opgroeien in deze wijk is een carrière in de drugscriminaliteit namelijk een reëel perspectief. Als er geen oog is voor de bovenlokale netwerken die hen aantrekken, is van de Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 9 aanpak in de wijk minder succes te verwachten? Anders gezegd, maakt zicht op het systeem gefundeerde keuzes in de aanpak mogelijk. 1.2 De probleem- en vraagstelling Voor het onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd: Op welke wijze zijn bovenlokale criminele fluïde netwerken in relatie tot de Wildemanbuurt georganiseerd, met welke vormen van criminaliteit houden ze zich bezig, wat is hun werkwijze, welke invloed hebben ze op de jongeren in de Wildemanbuurt en wat betekent dit voor de preventieve, proactieve en repressieve aanpak? Uit deze probleemstelling zijn de volgende concrete onderzoeksvragen afgeleid: 1. Hoe ziet het bovenlokale criminele fluïde netwerk eruit dat invloed heeft op de Wildemanbuurt? 2. Welke te onderscheiden categorieën jongeren en ouderen zitten er in het netwerk, wat is hiervan de omvang, wat zijn hun kenmerken en aan welke vormen van criminaliteit maken ze zich schuldig. Bij categorieën gaat het om harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas en facilitators. 3. Welke clusters zijn er binnen het netwerk te onderscheiden en wat zijn hun kenmerken en criminaliteitspatronen? 4. Is er sprake van een rol van criminele families binnen het totale netwerk, en zo ja om hoeveel en welke families gaat het? 5. Wat betekent voorgaande voor de aanpak van de harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas, facilitators en criminele families? 1.3 Een actieonderzoek met ambities Naast inzicht in wat er aan de hand is in en om de Wildemanbuurt en handvat- ten voor de aanpak levert dit onderzoek ook een blauwdruk voor (politie)analyses gericht op bovenlokale netwerken in andere wijken en buurten. Onderzoekers van Bureau Beke hebben in dit onderzoek nauw samengewerkt met Amsterdamse professionals en daarom spreken we van een actieonderzoek. Er is samenge- werkt met analisten van de politie waarbij er ook aandacht is geweest voor de overdracht van de analysemethode“. Verder zijn de onderzoekers ook betrokken geweest bij het vertalen van de opbrengsten van de analyse richting de eerste contouren van een aanpak. 10 Misdaadcarriëres voorkomen en doorbreken De opbrengsten van dit onderzoek zijn dan ook tweeledig. Allereerst is er een analyse op naamsniveau in beheer bij de politie die binnen de geldende conve- nanten gebruikt kan worden voor de aanpak. Daarnaast is voor de gemeente en haar veiligheids- en zorgpartners, inclusief de driehoek, en andere geïnteresseer- den deze geanonimiseerde rapportage opgesteld. 1.4 Methoden van onderzoek Het onderzoek kende verschillende fasen die hierna worden toegelicht. 0 Deskresearch Om dit onderzoek en de onderzoeksgroep in een context te plaatsen, analy- seerden we open bronnen en literatuur. We geven op basis van deze bronnen een beeld van ontwikkelingen en carrières in de jeugd- en jongerencriminali- teit enerzijds en typeren de Wildemanbuurt - de buurt waar de personen in dit onderzoek een band mee hebben — anderzijds. 1 Samenstellen basislijst kopstukken Voor de analyse is gestart met het samenstellen van een primaire namenlijst (basislijst). Om tot een dergelijke lijst te komen is in een bijeenkomst de infor- matie en kennis van ‘streetlevelfunctionarissen’ uit de Wildemanbuurt bij elkaar gebracht Daarbij is het goed om aan te gegeven dat de professionals in het stads- deel beschikten over veel informatie vanuit hun rol van het signaleren en tegen- gaan van overlast en lichte criminaliteit. De basislijst van in totaal 33 personen is samengesteld uit twee groepen: =_Straatprinsen of kopstukken. Dit zijn de op dit moment crimineel actieve jongeren behorend tot de problematische Wildemangroep die veel (criminele) contacten hebben, die te beschouwen zijn als informele of formele leiders die zichtbaar of op de achtergrond de touwtjes in handen hebben, die invloed hebben op het gedrag van de jongeren op straat en die te zien zijn als de spinnen in het web. =_Straatprinsen of kopstukken van toen. Dit is een aantal twintigers/ dertigers met hetzelfde profiel als hierboven maar die uit beeld zijn en volgens professionals op de achtergrond nog steeds een rol spelen. 2 Netwerkanalyse Om de netwerkanalyse te kunnen uitvoeren, maar ook te borgen, zijn er vanaf het begin twee analisten aan het project gekoppeld. Omdat er door de politie in Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 11 Oost-Nederland ervaring is opgedaan met het uitvoeren van bovenlokale net- werkanalyses is de methodiek door de onderzoekers samen met een analist uit de politieregio Oost-Nederland uitgeleerd aan de Amsterdamse analisten. In het kort is de analyse door hen als volgt uitgevoerd. De basislijst van in totaal 33 personen — die tot stand is gekomen op basis van een bijeenkomst met professionals uit het stadsdeel — is als cluster ingevoerd in iBase en voor deze per- sonen zijn tevens de politieregistraties uit de afgelopen 3 jaar via Blueview geëx- porteerd en geïmporteerd in iBase. Hierin komen naast BVH registraties en de inhoud daarvan ook de Summ-it journaals en documenten mee, die middels de ‘tentative import specificatie’ relaties legt tussen gekoppelde entiteiten. Extended netwerk Voorgaande analyse geeft zicht op een uitgebreid of extended netwerk — zoals in figuur 1.1 weergegeven — van 1.066 personen met 8.812 onderlinge relaties. Voor het extended netwerk is statistisch bepaald wie de kopstukken zijn: het gaat daarbij om de personen die veel directe criminele relaties onderhouden’. Deze analyse geeft zicht op vier personen die niet op de basislijst van de professionals stonden, maar wel uit het extended netwerk als kopstuk naar voren komen. Deze vier personen zijn aan de basislijst toegevoegd. Naar een Limited netwerk Om het netwerk van 1.066 personen op inhoud in te perken en te komen tot een limited netwerk zijn de volgende afbakeningscriteria toegepast: = Alle veronderstelde linken die zijn gebaseerd op één veronderstelde relatie zijn verwijderd. Hiervoor is gekozen, omdat de veronderstelde relaties worden gelegd tussen personen die samen voorkomen in een mutatie. Het is niet per se noodzakelijk dat de betrokkenen elkaar ken- nen. Echter wanneer betrokkenen twee keer of vaker samen in een mutatie voorkomen, is de redenering dat hier geen sprake meer kan zijn van toeval. Dan blijft de link dus staan. mn De tweede afbakeningsregel is de geografische verbondenheid met het gebied. De Wildemanbuurtgroep is bestempeld als een hardnekkige overlastgevende en criminele jeugdgroep. Vele daarvan zijn de groep inmiddels ontstegen, maar het trekt ook weer nieuwe ‘jonge aanwas’ aan. Kenmerkend is dat dit gebeurt in de gebieden waar zij ook woon- achtig zijn. Het idee is dat bovenlokale criminele netwerken alleen invloed kunnen uitoefenen op deze jeugdgroep als zij ook daadwerke- lijk in het gebied bewegen. Er is daarom gekozen om alleen die perso- 12 Misdaadcarriëres voorkomen en doorbreken nen in het netwerk te houden die een relatie hebben met het gebied. Dit is ruim genomen: postcodegebied 1060-1069. Het limited netwerk — weergegeven in figuur 1.2 — dat is ontstaan vormt de basis voor een verdiepende analyse. Allereerst zijn de volgende stappen gezet: =Alle dubbele entiteiten zijn samengevoegd tot één; =Alle NN personen zijn verwijderds; =Alle overleden personen zijn verwijderd. Figuur 1.1 - Extended netwerk 3 \ / À Dr 1 (A5 Ne AZ NÀ UR At (OS | Ok A VNL MDI Jl Aerdt Een HI ) 8 AES IT Vm DD 5 3 CN EE ESSE LPS in, VOL (SS A IC EES. AEN EER EEN DA NP Sik NR N NÀ SE | LANG 5 Figuur 1.2 -limited netwerk / =) Sd B dS rt , Ó/ | N NS ND K ve : Kd x ‚5 NE NADA Os EN rn PARRNNSS Zi AAN d RUI d oe EA Ad ON Dn / 7 Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 13 Dit levert een limited netwerk op dat bestaat uit 156 personen met 2.389 onder- linge relaties. Voor deze personen zijn op basis van bestaande cognos-rapporta- ges die binnen de politie gebruikt worden de volgende gegevens aan de personen in het netwerk toegevoegd: n= _Rapport 3777 relaties uit Summ-it; = Rapport 4311 antecedenten en na vertaling ook criminele markten®; n= _Rapport 3658 toegekende rollen binnen de criminele markten; = Door middel van de tool DataDetective zijn kenmerken van personen uit de bronsystemen van de politie ontsloten, zoals aanpak, leeftijd, datum eerste feit. = _Rapport 2134 de actieradius van de door hen gepleegde strafbare feiten. De 156 personen in het limited netwerk vormen de basis van de beschrijving van het totale netwerk, de categorieën personen binnen het netwerk en de te onder- scheiden subnetwerken c.q. clusters. In hoofdstuk 3 wordt dit nader beschreven en geduid. 3 Verdieping in de veldfase In drie sessies met frontlineprofessionals en in een sessie met direct betrokkenen uit het stadsdeel op tactisch niveau zijn de resultaten van de analyse doorgeno- men en zijn personen en clusters uit de analyse nader besproken? De systeemin- formatie is in deze stap verrijkt met straatinformatie van professionals. Dergelijke straatkennis is niet of slechts fragmentarisch in de (politie) registratiesystemen terug te vinden. Dit soort informatie ‘kleurt’ echter de achtergrond en toont bij- voorbeeld de wijze waarop dergelijke criminele (sub)netwerken opereren. Naast politieinformatie (systeeminformatie) speelt informatie van professionals uit het stadsdeel (straatinformatie) een belangrijke rol in de samenstelling en duiding van het netwerk. In een sessie van een dag met de stakeholders van alle relevante aanpakken op stedelijk en stadsdeel niveau is de analyse teruggekoppeld en besproken”. Voor categorieën van personen en subnetwerken c.q. clusters is nagegaan welke aan- pak hierop ingezet zou kunnen worden. Denk daarbij aan deelaanpakken zoals die van ondermijning, doorgroeiers, kwetsbare meiden of de groepsaanpak. De onderzoekers voerden buiten de netwerkanalyse om op de personen in het netwerk een open bronnenonderzoek uit om na te gaan of deze personen vind- baar en actief zijn op sociale media en zo ja, op welke manier. Zo is er gezocht naar informatie over sociale onderwerpen zoals werk, sport en scholing, maar ook naar informatie over gepleegde delicten. De search is uitgevoerd via Google 14 Misdaadcarriëres voorkomen en doorbreken waarbij per naam is gezocht. Hierbij is in eerste instantie een periode van de afgelopen drie jaar aangehouden, maar omdat dit weinig opleverde is deze tijds- beperking verwijderd en is er zonder afgebakende periode gezocht. De analyse is uitgevoerd voor een representatieve steekproef van 80 personen uit dit netwerk. De resultaten van deze analyse zijn weergegeven in een box in hoofdstuk 3. In deze fase is - tot slot - ook onderzocht of de gemeente aanvullende informa- tie over de 156 personen uit de politieanalyse zou kunnen toevoegen. Met derge- lijke informatie - te denken valt aan gegevens over werk en inkomen of leerplicht — zouden de personen in het netwerk nader kunnen worden geduid. Helaas is voor deze onderzoekshandeling - vanwege het ontbreken van een juridische titel om deze informatie te delen - geen toestemming verleend. Het is de verwachting dat indien de analyse gebruikt gaat worden voor de aanpak deze gegevens wel worden verstrekt onder de voor de betreffende aanpak geldende afspraken over informatiedeling. 1.5 Leeswijzer In het vervolg van dit rapport gaan we in hoofdstuk 2 in op de context van dit onderzoek. We gaan kort in op algemene ontwikkelingen in de jeugd- en jonge- rencriminaliteit en criminele carrières en geven een beeld van de Wildemanbuurt. Dit is de context waar de 156 personen uit de analyse die in hoofdstuk 3 wordt besproken, wonen en actief zijn. In het afsluitende hoofdstuk 4 maken we de balans op en reflecteren we op de analyse en opbrengsten. Eindnoten 1. Gemeente Amsterdam, 2019. 2. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. 3. _ Zie de literatuurverkenning in hoofdstuk 2. 4. _ Voor deze onderzoeksactiviteit is toestemming door het College van Procureurs Generaal verleend. 5. _ Dit is gedaan in een bijeenkomst met in totaal 12 medewerkers van de politie, gemeente en open- baar ministerie (zie bijlage 1). 6. Freeman, 1977 noemt dat ‘Degrees — centrality. 7. Nomen nescio c.q. ‘naam onbekend’. 8. Het rapport genereert alleen de antecedenten en niet de criminele markten. Vanuit de anteceden- ten is een vertaalslag gemaakt naar criminele markten op basis van de Hyperion-methodiek. Bij politieinformatie gaat het over landelijke informatie. g. _ Aan deze sessies werd meegewerkt door 30 medewerkers van politie, gemeente en OM (bijlage 1). Io. Aan deze bijeenkomst werd deelgenomen door 25 vertegenwoordigers van het openbaar ministe- rie, politiefunctionarissen en vertegenwoordigers van de gemeente (zie bijlage 1). Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 15 De context In dit hoofdstuk staan we stil bij de context van dit onderzoek. Allereerst gaan we in op het onderwerp jeugd- en jongerencriminaliteit waarbij ontwik- kelingen en carrières centraal staan. Daarna geven we een beschrijving van de Wildemanbuurt. Dit is namelijk de context waarin de 156 personen uit dit onder- zoek een binding mee hebben. 2.1 Jeugd-en jongerencriminaliteit: ontwikkelingen en carrières Sinds de eeuwwisseling is er sprake van een sterke daling (halvering) van de cri- minaliteit gepleegd door jongeren en jongvolwassenen: en van een daling van het aantal problematische jeugdgroepen?. Deze daling heeft overigens vooral betrekking op de offline criminaliteit. Gedigitaliseerde vormen van jeugd- en jongerencriminaliteit en cybercrime zullen naar alle waarschijnlijkheid namelijk toenemen. Uit diverse onderzoeken? komt naar voren dat de daling in de jeugd- en jon- gerencriminaliteit ons in de eerste plaats overkomen is in de vorm van de ‘Crime drop’ als autonome ontwikkeling in de westerse wereld. Daarnaast zijn er ‘Out of the box’ verklaringen, zoals de afname van het loodgehalte in ons milieu. Dit zou invloed hebben op een afname van afwijkend gedrag van mensen. Ook dient de toename van het smartphonegebruik door jongeren genoemd te worden waar- door het rondhangen op straat (met bijbehorend gedrag) voor een deel vervangen is door digitaal rondhangen’. Er zijn ook afgedwongen verklaringen voor de daling van de jeugd- en jonge- rencriminaliteit die ook opgeld doen voor ons land. Dit zijn onder andere: = Stedelijke vernieuwing = Vroegsignalering en de aanpak van risicojeugd en -gezinnen 16 Misdaadcarriëres voorkomen en doorbreken n= _Ketensamenwerking n= Gelegenheidbeperkende en technopreventieve maatregelen = Focused policing Focused policing lichten we er even uit, want deze categorie afgedwongen ver- klaringen is zeer relevant voor onderhavig onderzoek. Oorspronkelijk verwees ‘policing’ bij deze categorie naar activiteiten en interventies door de politie’, Inmiddels betreft het hier daarnaast ook activiteiten en interventies die door de politie met anderen worden uitgevoerd waarbij de politie niet noodzakelijker- wijze zelf de initiatiefnemer of regisseur is. Kortom, het begrip ‘policing’ is van strikt politiewerk langzamerhand verschoven naar gezamenlijke handhaving. Hoe het ook zij, de grote gemene deler bij ‘focused policing’ is focus, samenwer- king, persoons-, doelgroep- en gebiedsgericht. Vanuit onderzoek is bekend dat het aanbrengen van gezamenlijke focus in analyse en een gerichte integrale aan- pak op hot times, hot spots, hot groups en hot shots zin hebben in het terug- dringen van criminaliteit en overlast®. In het kader van de aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit zijn de Top X-aanpakken zoals de Top6oo in Amsterdam (hot shots) en de aanpak van jeugdgroepen (hot groups) voorbeelden binnen deze categorie. Dit zijn aanpakken waar de politie samen met haar ketenpartners de afgelopen jaren sterk op heeft ingezet. Onderzoekers? constateren bijvoorbeeld dat in meer dan de helft (60%) van de door hen bekeken criminele jeugdgroepen sprake is geweest van een integrale aanpak, waarbij duidelijke stappen zijn gezet in de onderlinge samenwerking met positieve resultaten. 2.1.1 Stoppen of doorgaan met criminaliteit In de internationale criminologie bestaan theorieën waarin een relatie wordt gelegd tussen de levensloop van jongeren en hun betrokkenheid bij criminaliteit. Met name Sampson & Laub? hebben veel onderzoek gedaan naar dit fenomeen en ook invloed gehad op Nederlands onderzoek?. Bekend is het onderscheid tus- sen het zogeheten opgroeigedrag en signaalgedrag. En het daarmee verband hou- dende onderscheid tussen desistance (stoppen) en persistance (doorgaan). We lichten een en ander hierna toe. Stoppen Veruit het leeuwendeel van de jeugderiminaliteit kan onder opgroeigedrag wor- den geschaard en neemt af met het ouder worden”. Naarmate de jaren vorde- ren, veranderen de sociale bindingen van jonge mensen ten faveure van een conventionele maatschappelijke carrière. Jongerenwerkers geven bijvoorbeeld De context 17 vaak aan dat ‘woning, ‘wijf’, ‘werk’ — en tegenwoordig ‘wift’ - factoren zijn die invloed hebben op het uiteindelijk stoppen met criminaliteit. Onder invloed van de levensloopcriminologie is er tevens aandacht voor deze desistance en de ver- klarende factoren die daarbij een rol spelen". Bij desistance staat het proces van stoppen met crimineel gedrag en het opbouwen van een nieuwe, niet-criminele identiteit centraal”. Copp‚ Giordano & Longmore® concluderen in een recent artikel dat naast gebeurtenissen in de levensloop zoals trouwen en kinderen krij- gen, ook cognitieve processen een rol spelen. Zij duiden met name op de zich rijpende identiteit van de jongere crimineel die eveneens een rol speelt bij het stoppen. Het belang van een ontwikkelende identiteit kan moeilijk los worden gezien van tamelijk recente bevindingen in de neurologie. Ook in de neurolo- gie wordt bevestiging gevonden in het patroon van een afnemende criminaliteit met het vorderen der levensjaren. Alleen komt deze met een biologische verkla- ring, namelijk de rijping van de hersenen"“. Het puberbrein maakt dat jongeren de gevolgen van hun handelen niet altijd adequaat kunnen inschatten en dat zou mede het opgroeigedrag veroorzaken. Uit recent onderzoek van Weijers”, blijkt dat jonge veelplegers lang afwegen of ze zullen doorgaan of stoppen met criminaliteit. Deze uitkomst weerspreekt de tot nu toe dominante theorie uit de criminologie dat jongeren ongemerkt stoppen met criminaliteit. Degenen die willen stoppen, ervaren volgens Weijers dat het oude leven niet meer bij hen past, dat de inkomsten tegenvallen en dat de lol eraf is. Ze zijn de stress zat, zien geen toekomst meer in hun oude levensstijl en voelen zich er te oud voor. Interessant zijn ook de interventies waarin ex-gedetineerden en/of personen die hun criminele carrière vaarwel hebben gezegd (desisters) een belangrijke rol kunnen spelen om actieve daders er toe te bewegen hun criminele carrière vaarwel te zeggen. Er worden hiervoor ook wel termen gebruikt als ‘positive role models’, ‘peer support’ en ‘mentoring projects’®, Naast de reeds genoemde verklaringen voor het stoppen met criminaliteit, noemt Geenen” in het rapport ‘Stoppen is afzien’ de betekenis van professionals bij desistance. Net als Rovers"® gaat zij ervan uit dat de kwaliteit van de relatie van professionals en cliënten effect heeft op de resultaten van interventies. 18 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Resisters In Nederland heeft met name Adjiembaks (2018) met haar dissertatie (On)gemerkt bijzonder: levensverhalen van resisters en de betekenis van het uitblijven van een criminele carrière’, aandacht geschonken aan resistentie. Het gaat hierbij om het verschijnsel dat personen in een criminele omgeving en blootstaan aan risicofac- toren lang niet altijd zelf crimineel worden. Een categorie weet de verleidingen te weerstaan. Doorgaan Een klein deel van de jongeren en jongvolwassenen gaat door met hun criminele levenswandel, ook als de jaren vorderen. Ouder worden, veranderende bindingen, een rijpende identiteit en het volwassen worden van de hersenen lijken minder of geen effect te hebben op deze categorie. Vaak betreft het hier het aandeel perso- nen dat al tijdens de jonge jaren signaalgedrag liet zien in de vorm van vroege voorspellers van een (aanhoudende) criminele carrière. Voorbeelden daarvan zijn onder andere spijbelgedrag, pestgedrag en het afkomstig zijn uit een zwak sociaal gezin'®. Ook deelname aan een criminele jeugdgroep is een krachtige voorspeller voor een latere criminele carrière. De jeugdgroep is niet zelden een ‘kraamka- mer’ voor de georganiseerde criminaliteit”. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat doorgaan bepaald niet hetzelfde is als doorgroeien. Net als in dit onderzoek hebben we ook in eerder onderzoek onderscheid gemaakt tussen de zogeheten criminele locals en de harde kern”. Bij eerstgenoemde categorie gaat het bij uit- stek om vaak oudere, lokale veelplegers die ooit instroomden als jeugdcrimineel. Dat zijn niet bepaald de succesvolle criminelen. Vaak gaat het dan om personen die het op meerdere vlakken maar niet lukt om een conventionele carrière op de bouwen. Denk aan verslaafde veelplegers of personen die het om diverse redenen maar niet lukt om afscheid te nemen van de criminele levensstijl. Succesvol in crimineel opzicht is wel de harde kern: beroepscriminelen die vaak in georgani- seerd verband en bovenlokaal actief zijn. Daarover gaat de volgende paragraaf. 2.1.2 Doorgroeiers in de criminaliteit We beginnen deze paragraaf met een fragment uit een recent onderzoek naar de impact van illegale vuurwapens”. De context 19 Mocro Maffia De ‘Mocro Maffia’ vindt haar oorsprong in een jeugdgroep die aan het begin van deze eeuw actief was in de Diamantbuurt in De Pijp in Amsterdam. De groep die zich in haar beginjaren bezighoudt met overlast en intimidatie groeit door rich- ting bedreigingen, overvallen, inbraken en de handel in coke. Door een ruzie in 2012 over een partij van 200 kilo coke die verdween uit de haven van Antwerpen valt de groep uit elkaar en ontstaan er twee groepen. De eerste onder leiding van Gwenette Martha en bij de andere stonden Houssine Ait Soussan (alias Hoes of de burgemeester) en Benaouf Adoui aan het roer. Sinds 2012 zijn er over en weer meer dan twintig liquidaties gepleegd die telkens over drugs gaan. Inmiddels zijn er meerdere groepen bij de drugsoorlog van de ‘Mocro Maffia’ betrokken. Moorden leiden tot nieuwe vetes waar broers, neven en (voormalige) vrienden in verwikkeld raken. Semi-automatische en automatische vuurwapens en PGP-Blackberry's (Pret- ty Good Privacy) zijn onderdeel van de bedrijfsuitrusting van deze gewelddadige drugscriminelen. De term ‘Mocro Maffia’ is overigens vreemd omdat er niet alleen mannen van Ma- rokkaanse komaf bij betrokken zijn en ze met de aanduiding ‘maffia’ teveel status krijgen. Topcrimineel Gwenette Martha kwam in 2014 om het leven en had maar liefst 80 ‘schotwonden’. Benaouf Adoui is veroordeeld voor een liquidatie in Antwerpen en zou in 2020 voorwaardelijk in vrijheid komen. Zou, want hij blijft langer vast, omdat men hem linkt aan een verijdelde bevrijdingspoging met een helikopter uit de gevangenis in Roermond, waarna hij is overgeplaatst naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Hij geldt al jaren als een sleutelfiguur in de aanhoudende oorlog in de onderwereld. Houssine Ait Soussan is op vrije voeten en zit in Marokko en behoort samen met Ridouan Taghi (alias Kleine) en Richard Riquelme (alias Rico de Chileen) tot de belangrijkste erfgenamen. Voorgaand fragment illustreert hoe de — hoogstwaarschijnlijk - zwaarste crimi- nelen van dit moment zijn doorgegroeid vanuit groepen jongeren die zich eerst schuldig maakten aan overlast en intimidatie op straat richting de drugscrimina- liteit. Het fragment is heftig, maar gelukkig ook uitzonderlijk. Slechts een kleine groep jongeren — vaak met specifieke kenmerken en opgroeiend in bepaalde con- texten - blijkt door te groeien richting High Impact Crimes en richting zware en soms zelfs georganiseerde criminaliteit, zo blijkt uit diverse onderzoeken”. 20 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken In een recent artikel?* wordt nader ingegaan op deze groep (potentiële) door- groeiers. Het betreft de jongeren die, soms al heel jong — 14/15 jaar — standaard met echte en/of nepwapens, buurtbewoners bedreigen, medepassagiers aanval- len in het openbaar vervoer of een overval (proberen te) plegen, op straat, op een benzinestation of een winkel. Deze jongens zijn vaak al enige tijd actief op straat, op typische ‘hotspots’, met overlast, bedreiging en geweld. Daarnaast vertonen ze wangedrag, spijbelen ze en worden ze weggestuurd van school. Vaak zijn er problemen in de thuissituatie en wordt handel in drugs in het milieu als een voor de hand liggende bron van inkomsten beschouwd. Doorgegroeide crimi- nelen die deel uitmaken van de ‘Mocro Maffia’ zijn hun (negatieve) rolmodellen. De doorgroeiers of rising stars lopen vanwege hun meestal opvallend gebrek aan empathie en besef van de afschuwelijke gevolgen van hun gedrag ernstig risico om snel door te groeien richting criminaliteit als routine, met name richting routineuze gewelddadige misdrijven in het kader van betrokkenheid bij drugs- criminaliteit. Daarmee dreigen ze overigens voor zichzelf ook de toegang tot een aangepast, niet crimineel leven verder te blokkeren. Potentiële doorgroeiers zijn enerzijds ‘te groot voor de wijkagent’ en anderzijds ‘te klein voor de recherche’. Vanuit zorgen om verharding van de jeugderiminaliteit wordt deze categorie van potentiële doorgroeiers als zeer zorgelijke gezien. Juist hun ‘tussenstatus’ — min- der zichtbaar in de wijk en op weg richting de georganiseerde drugscriminali- teit — betekent dat ze door professionals gemakkelijk uit het oog verloren kunnen worden. De politie signaleert deze jongens minder in de wijk omdat hun actie- radius groter wordt. Ze plegen hun strafbare feiten namelijk meer regionaal en bovenregionaal. Ooit begonnen met overlast in de wijk en onderdeel uitmakend van een jeugdgroep, maken ze in de luwte carrière in de zwaardere criminaliteit. In die zin zijn overlastgevende en criminele jeugdgroepen te beschouwen als de ‘kraamkamer van de georganiseerde misdaad’. 2.2 De Wildemanbuurt Omdat de Wildemanbuurt de context is waar de jongeren in ons onderzoek opgroeien of een binding mee hebben, geven we een korte schets van de buurt. De Wildemanbuurt bevindt zich binnen de wijk Osdorp-Oost in Amsterdam Nieuw-West. Het is opvallend dat de naam ‘Wildemanbuurt’ vooral onder poli- tieagenten en beleidsmedewerkers lijkt te bestaan. Buurtbewoners vinden de namen ‘Osdorp’, ‘Amsterdam-West’ of de postcode van Osdorp namelijk belang- rijkere concepten en ook jongeren identificeren zich minder met de naam “Wildemanbuurt®. De Wildemanbuurt staat al meer dan twintig jaar bekend De context 21 als een aandachtsbuurt. Zo werd de buurt in 2007 bijvoorbeeld aangemerkt als prachtwijk op de lijst van minister Vogelaar, maar volgens sommigen is er tot op heden weinig resultaat geboekt”. Een van de drukste en belangrijkste punten in de buurt is de straat de Osdorper Ban, ook wel de Ban genoemd. De Osdorper Ban is een drukke winkel- straat met veel verschillende winkels zoals supermarkten, bakkers, een snackbar en een paar cafés. Veel mensen uit de buurt doen hier boodschappen en ook ’s avonds is het druk op de Ban vanwege een aantal horecagelegenheden die tot laat in de avond geopend zijn”. Demografie In de Wildemanbuurt wonen ca. 5.000 mensen. Van de huizen die in deze buurt staan, is 80% in het bezit van een huur-coöperatie. Slechts 9% van de huizen zijn koopwoningen en de overige 11% bestaat uit overige huur. In de buurt staan vrij- wel alleen meergezinswoningen (98%), eengezinswoningen zijn er amper (2%)®®. De gemiddelde WOZ-waarde in 2019 van woningen in de Wildemanbuurt is €180.000. Dit ligt onder zowel het landelijk gemiddelde (€192.000) als onder het gemiddelde van de gemeente Amsterdam (€378.000)®. Het gemiddelde bruto jaarinkomen in de Wildemanbuurt is laag en ook de gemiddelde sociaaleconomi- sche status van de Wildemanbuurt is een van laagste van de stad Amsterdam? De samenstelling van de buurt is erg divers. Er wonen veel gezinnen met kin- deren, maar er zijn ook veel oudere mensen die zelfstandig wonen in een van de speciaal daarvoor bestemde seniorenflats. Veel mensen die in Osdorp-Oost en de Wildemanbuurt wonen, hebben een migratieachtergrond. Zo heeft bijvoor- beeld 64% van de bewoners een niet-westerse migratieachtergrond, het meren- deel hiervan is Marokkaans®. Criminaliteit en onveiligheidsgevoelens Door de jarenlange opeenstapeling van veel verschillende problematieken, is de Wildemanbuurt een voedingsbodem geworden voor allerlei soorten criminali- teit?” Veel van de criminaliteit lijkt aan drugs gerelateerd te zijn. Daarnaast zijn er regelmatig diefstallen, inbraken en berovingen van bijvoorbeeld bezoekers en ondernemers van de winkels op de Osdorper Ban. De verschillende incidenten gaan gepaard met veel geweld. Ook worden toeristen vaak het slachtoffer van auto-inbraken en zakkenrollers of wordt hen drugs aangeboden wanneer zij op straat lopen”. Tegelijkertijd is de meldings- en aangiftebereidheid in de buurt erg laag en heerst er een groot gevoel van onveiligheid. De score op de onveiligheids- index is voor Osdorp-Oost dan ook een van de hoogste van Amsterdam?*. Om 22 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken deze redenen is door de gemeente Amsterdam ín 2018 cameratoezicht ingezet in het grootste deel van de Wildemanbuurt. Dit cameratoezicht is nog een keer ver- lengd tot en met 31 december 2020%. Zowel de Wildemanbuurt specifiek als ook de wijk Osdorp-Oost in het alge- meen zijn de laatste jaren regelmatig negatief in het nieuws gekomen. Zo wordt bijvoorbeeld in de periode 2016-2019 een aantal keer bericht over grote drugs- vondsten en/of wapenvondsten die gedaan zijn in verschillende appartementen- complexen. Ook zeer recent, op 31 augustus 2020, kopt Het Parool bijvoorbeeld: “Tot 8,5 jaar cel voor zes leden drugsbende uit West”. De appartementen in deze wijk lijken daarnaast kwetsbaar voor malafide woningbemiddelaars die voorna- melijk buitenlandse criminelen huisvesten in de wijk”. Overlast en verloedering Door de bewoners van de wijk wordt vooral overlast ervaren van de zogenaamde hangjongeren in de buurt. Veel jongeren zijn grote delen van de dag op straat. Dit komt onder andere omdat er geen plek voor ze is om samen te komen, maar ook omdat de thuissituatie bij veel van de jongeren niet ideaal is waardoor ze de straat op worden gedreven? Door de buurtbewoners wordt het hangen van deze jongeren al snel gezien als overlastgevend en ook zijn er veel aannames dat deze jongeren zich bezighouden met drugsgebruik en drugshandel. De overlast van de jongeren wordt als een van de grootste (sociale) problemen van de buurt gezien, waarbij een sterk gevoel van ‘wij-zij’ lijkt te overheersen. Het gaat hier om de jongeren versus de andere bewoners van de buurt die zich onveilig voelen. In de Wildemanbuurt zijn dan ook relatief veel spanningen tussen buurtbewoners en de politie of tussen buurtbewoners onderling”. In de buurt heerst ook een sfeer van verloedering. Er is veel afval op straat zichtbaar, er is veel achterstallig onderhoud en ook de winkels op de Osdorper Ban hebben ondanks de drukte een verloederd uiterlijk*®. De huizen van de bewoners zijn vaak in slechte staat. Zo zijn muren van sommige woningen beschimmeld, een gegeven waar de SP in maart 2018 zelfs Kamervragen over heeft gesteld*. Ook zijn veel woningen te klein voor het hele gezin en delen veel jongeren bijvoorbeeld een slaapkamer met een broertje of zusje*”. Eindnoten 1. _ Van der Laan, Beerthuizen & Goudriaan, 2017; Van der Laan & Beerhuizen, 2018; De Waard, Van der Laan & Scheepmaker, 2017 en Van der Laan, Pleysier & Weerman, 2020. 2. Ferwerda & Van Ham, 2017. De context 23 3. _ Berkeley & Van Uden, 2009; Vollaard, Versteegh & Van den Brakel, 2009; Bervoets, Ferwerda, Bremmers, Keijzer & Appelman, 2013; Van der Laan, et. al, 2018; Ferwerda, 2019; De Waard, 2019. 4. Weerman, 2017. 5. _ Skogan & Frydl, 2004. 6. _ Versteegh, Van der Plas & Nieuwstraten, 2011; Braga & Weisburd, 2012. 7. _ Van Burik, Hoogeveen, De Jong & Vogelvang, 2013. 8. 1995 en 2017. g. Onder andere Geenen, 2010; Weijers, 2018; Blokland & De Kruijff, 2020 Io. Sampson & Laub, 1995. in. Bersani & Eggleston Doherty, 2018; Giordano & Longmore, 2019. 12. Maruna 2001; McNeill 2006. 13. 2019. 14. Crone, 2018. 15. 2018. 16. Lenkens, van Lenthe, Schenk, Magnée, Sentse, Severiens, Engbersen & Nagelhout, 2019. 17. 2010. 18. 2008. 19. Ferwerda, Jakobs & Beke, 1996; Beerthuizen, Leijsen & Van der Laan, 2019. 20. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013. 21. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. 22. Ferwerda, Wolsink & Van Leiden, 2020. 23. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013; Weijers & Van Drie, 2014; Bervoets & van Wijk, 2016; Van Grins- ven & Verwest, 2017; Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017; Van Koppen, Van der Geest & Kleemans, 2017; Weijers, 2019; Fuller, Morgan & Brown, 2019; Campedelli, Calderoni, Comunale & Meneg- hini, 2020. 24. Weijers, Ferwerda & Robby Roks, 2021. 25. Jeursen & Achleitner, 2019. 26. Trouw, 2018. 27. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018. 28. CBS, 2019a; OIS, 2019a. 29. CBS, 20o1gb. 30. OIS, 2019ga. 31. CBS, 2019a. 32. Jeursen & Achleitner, 2019. 33. AT5, 2018. 34. OIS, zorgb. 35. AT5, 2018; Gemeente Amsterdam, 2019 36. Het Parool, 2020. 37. Blikop Nieuws, 2020; Parool, 2018. 38. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018; Jeursen & Achleitner, 2019. 39. Jeursen & Achleitner, 2019. 40. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018; Trouw, 2018 41. Trouw, 2018. 42. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018. 24 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken De netwerkanalyse In dit hoofdstuk staan de resultaten van de netwerkanalyse centraal. Vanzelfsprekend worden deze resultaten in geanonimiseerde vorm beschreven. We starten met een korte introductie waarin de gehanteerde categorieën ple- gers die in de analyse worden gebruikt worden geïntroduceerd. Daarna bespre- ken we het beeld zoals dat uit de analyse van het netwerk in de Wildemanbuurt naar voren komt. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de huidige aanpak van de personen in het netwerk. 3.1 Over carrières, rekrutering, categorieën plegers en clusters Het werven van nieuwe aanwas is onderdeel van het zogeheten doorcriminalise- ren van criminele jeugd’. Daarmee wordt een criminele carrière bedoeld die van kwaad tot erger gaat. Bijvoorbeeld van drugsrunner naar spil in een dealernet- werk. Op basis van een empirisch onderzoek in een aantal gemeenten worden vijf typen plegers binnen criminele netwerken onderscheiden: de criminele locals, de jonge aanwas, de rising stars, de harde kern en de facilitators*. Datzelfde onder- scheid hanteren we voor de analyse in de Wildemanbuurt. Om te bepalen wie wat is, zijn de leeftijd en de actieradius doorslaggevend’. De antecedenten en de positie in het netwerk kleuren de typen nader in. De locals (de naam zegt het al) hebben een beperkte actieradius, en zijn vaak oudere, lokale veelplegers. Niet bepaald de succesvolle criminelen. Succesvol is wel de harde kern: beroepscriminelen met een stevige verzameling antecedenten én een grote actieradius. Zij zijn vaak bovenlokaal (en zelfs internationaal) actief. Vanuit lokaal en regionaal veiligheidsperspectief zijn de rising stars — of zoals Amsterdam ze noemt, de doorgroeiers - mogelijk het meest interessant. Het gaat daarbij, kort gezegd, om het lokale aanstormende criminele talent. De kans lijkt De netwerkanalyse 25 groot dat de leden van deze groep zich zullen doorontwikkelen richting de har- de kern. Deze groep is nog redelijk tot steeds minder zichtbaar in het publieke domein. Dan de jonge aanwas: dat zijn jongeren die door professionals worden gezien als risicogroep en zich veelal schuldig maken aan overlast maar ook inci- denteel aan ernstige delicten, zoals bedreigingen, intimidatie, woninginbraak, straatroof en overvallen. Het betreft daarbij onder meer ‘territoriaal geweld”. Deze jongens - want dat zijn het vooral - claimen een straat of buurt als ‘domein’, voelen zich heer en meester in de wijk en intimideren of bedreigen bewoners die zich hierbij niet neer wensen te leggen. Een wat aparte categorie zijn de ‘facilita- tors’. Zij verlenen hand- en spandiensten aan personen uit het criminele circuit, zoals helers, vaders uit criminele families en katvangers. Vaak gaat het daarbij — dus — al lang niet meer om jeugdige criminelen. Hoe dan ook spelen netwerken een cruciale rol bij het doorcriminalise- ren. Overigens wordt strikt genomen in de onderzoeksliteratuur onderscheid gemaakt tussen netwerken en samenwerkingsverbanden’. Samenwerkings- verbanden -— wij noemen dat subnetwerken of clusters -— worden gezien als het meest concrete niveau van netwerken. Een netwerk kan strikt genomen uit meerdere clusters bestaan die niet altijd van elkaar weten dat zij opereren in het- zelfde (overkoepelende) netwerk®. Dat komt ook omdat het etiket netwerk vaak door een criminoloog of politieanalist van buitenaf op een groep samenplegers wordt geplakt?. De personen in kwestie kunnen hun verband en ook de grootte van hun netwerk heel anders inschatten. Het gaat hoe dan ook om sociale en criminele verbanden die bestaan uit personen en relaties tussen personen®. In dit onderzoek gebruiken we de termen jonge aanwas, criminele locals, harde kern, rising stars, facilitators, criminele families, het netwerk en de clusters. Het netwerk en de clusters In hoofdstuk 1 is aangegeven hoe in een aantal analysestappen het limited net- werk van 156 personen tot stand is gekomen. Dit totale netwerk in en om de Wildemanbuurt bestaat uit diverse subnetwerken die we clusters noemen. Om tot clusters te komen is gebruik gemaakt van ‘Modularity Class’®. Modulariteit is een methode om de structuur van netwerken te bepalen. Het is ontworpen om de sterkte van de opdeling van een netwerk in clusters te meten. Netwerken met een hoge modulariteit hebben dichte verbindingen tussen de knooppunten bin- nen clusters, maar schaarse verbindingen tussen knooppunten uit verschillende clusters. Modulariteit wordt vaak gebruikt in optimalisatiemethoden voor het detecteren van gemeenschapsstructuren in netwerken. De methode bestaat uit twee fasen. Ten eerste zoekt het naar “kleine” gemeenschappen door de modu- 26 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken lariteit op een lokale manier te optimaliseren. Vervolgens verzamelt het knoop- punten van dezelfde gemeenschap en bouwt het een nieuw netwerk op waarvan de knooppunten de gemeenschappen zijn. Deze stappen worden iteratief her- haald totdat een maximale modulariteit is bereikt. Van jonge aanwas tot criminele familie Voor de criminele classificatie — jonge aanwas, rising stars, criminele locals, har- de kern en facilitators — gebruiken we de actieradius per persoon en de leeftijd!®. Dat gaat als volgt: = Per strafbaar feit wordt op basis van de berekende afstand tussen woon- en pleegplaats de actieradius bepaald. De actieradius kent drie categorieën: lokaal, regionaal en landelijk. Indien de afstand tus- sen woon- en pleegplaats 0-3,5 km betreft dan krijgt het de categorie lokaal. Is de afstand tussen de 3,5 en de 20 km dan krijgt het de cate- gorie regionaal. Is de afstand groter of gelijk aan 20 km krijgt het de categorie landelijk. = Naast dat per strafbaar feit de actieradius wordt berekend, wordt deze ook per persoon bepaald. Per persoon wordt bepaald hoeveel procent van alle, door de persoon gepleegde strafbare feiten lokaal, regionaal of landelijk hebben plaats gevonden. Daarnaast kan het ook voorkomen dat de woon- of pleegplaats onbekend is. Indien 70% of meer van alle strafbare feiten lokaal zijn gepleegd krijgt de persoon het label ‘lokaal’. Bij 70% of meer regionaal krijgt de persoon het label ‘regionaal’. Bij 70% of meer landelijk krijgt de persoon het label ‘landelijk’. Bij 70% of meer onbekend krijgt de persoon het label ‘onbekend’. Vervolgens ontstaat er ook een overige categorie, namelijk wanneer geen van bovenstaande logica opgaat. Indien bijvoorbeeld een persoon een verhouding heeft van 60% lokaal, 20% regionaal en 20% landelijk heeft of meer evenre- dig verdeeld in 33/33/34 dan krijgt de persoon het label ‘diffuus’. = Aan de hand van de actieradius per persoon en de leeftijd wordt de criminele classificatie per persoon bepaald. Dat wordt gedaan op basis van systeeminformatie bij de politie. De classificatie vindt plaats vol- gens onderstaande matrix. De netwerkanalyse 27 Tabel 3.1 — Criminele classificatie op basis van leeftijd en actieradius Actieradius Leeftijd Lokaal Regionaal Landelijk Diffuus Onbekend t/m 17 Jonge Rising Harde X X aanwas stars kern 18 t/m 21 Rising Rising Harde Rising X stars stars kern stars 22 t/m 29 Criminele Harde Harde Harde X ‘locals’ Kern kern kern 30 t/m 39 Criminele Criminele Harde Criminele X ‘locals’ ‘locals’ Kern ‘locals’ 40 en ouder Facilitator Facilitator Harde Criminele X Kern ‘locals’ Het kan voorkomen dat er op basis van de beschikbare informatie in systemen bij de politie geen duidelijke classificatie gemaakt kan worden. Deze worden in de matrix aangegeven met een ‘X’. Voor deze personen (‘de X-en’) zijn aparte sessies met frontlineprofessionals georganiseerd om deze per individu te bespreken en hen op basis van straatinformatie alsnog een classificatie te geven. In sommige gevallen — zo zullen we later zien — lukt dat niet waardoor we naast genoemde classificaties ook de classificatie X hebben. Tot slot de definitie van criminele families. De criminele familie bestaat uit ten minste drie generaties (het oorspronkelijke basisgezin, de kinderen met even- tuele partners en de kleinkinderen van het oorspronkelijke basisgezin), waarbij het leeuwendeel van de gezinnen in de betreffende gemeente woont. Binnen de verschillende gezinnen van de familie is sprake van ten minste twee kinderen tussen de o en 18 jaar. Ten minste twee meerderjarige leden van de familie maken zich (vermoedelijk) schuldig aan ernstige strafbare feiten. Denk hierbij aan vor- men van criminaliteit met een mate van georganiseerdheid, een geweldscompo- nent of een ondermijnend karakter”. 3.2 Het netwerk: een eerste beschrijving In het totale netwerk van de Wildemanbuurt -— zie figuur 3.1 — zitten in totaal 156 personen. Het netwerk bestaat voor 94% uit mannen (147) met een Marokkaanse of Turkse (migratie) achtergrond”. De 9 vrouwen zijn in figuur 3.1 in het rood aangegeven. De gemiddelde leeftijd van de leden van het netwerk is 28 jaar. De 28 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken leeftijden van de personen in het netwerk lopen van 16 tot 52 jaar. Wanneer naar het netwerk in zijn geheel gekeken wordt, valt een aantal zaken op die we hierna aan de orde stellen. Figuur 3.1 — het totale netwerk van de Wildemanbuurt Ct De Ar) SIC MN Es le VZS OT BNS TES 6e) ) | \) at DJ /) | (SN KN Ls Criminaliteit In de afgelopen 3 jaar zijn de leden van het netwerk betrokken geweest bij 2.955 door de politie geregistreerde incidenten. Dat is gemiddeld bijna 19 incidenten per persoon. 90% van de leden van het netwerk heeft antecedenten c.q. is als verdachte betrokken geweest bij het plegen van een strafbaar feit. In totaal gaat het om 1.810 antecedenten wat betekent dat de leden van het netwerk gemiddeld bijna 12 antecedenten hebben. In tabel 3.2 staat een overzicht van de aard en omvang van de antecedenten. De netwerkanalyse 29 Tabel 3.2 — Aard en omvang van de antecedenten van de leden van het Wildemannetwerk In de tabel 3.2 is te zien dat: 1 Overige vermogensmisdrijven komen met 47% het meest voor; mn geweldsmisdrijven (16%) waaronder bedreigingen en ontvoeringen, maar ook liquidaties en moord- en doodslag staan op twee. Geweld binnen het netwerk is veelal instrumenteel; = binnen de categorie overige misdrijven (11%) vallen zaken als brand- stichting, vernieling en wederspannigheid; = binnen het netwerk is het aandeel van voertuigcriminaliteit (9%) ook relatief groot. Te denken valt aan de diefstal van motoren en scooters. = misdrijven in het kader van de opiumwet (5%) bestaan o.a. uit handel in verdovende middelen, maar er is ook handel in lachgas en nepdope; " overtredingen en misdrijven in het kader van de wegenverkeerswet (4%) misdrijven in het kader van de wet wapens en munitie (2%) en zedenmisdrijven, witwassen komen minder of in het geval van cyber- crime zeer incidenteel voor. 30 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Gesloten netwerk Het netwerk is hecht, gesloten en door de sterke onderlinge - deels familie - rela- ties ook efficiënt. Binnen het netwerk zijn middelen (denk aan voertuigen, geld en vuurwapens), personen (in verschillende categorieën) en (criminele) kennis aanwezig om strafbare feiten te plegen. Derden worden niet snel toegelaten tot het netwerk en het is voor buitenstaanders (zoals de politie) dan ook moeilijk om kennis over personen in het netwerk binnen te halen. In het centrum van het netwerk zitten de groepen jongeren die actief zijn in de Wildemanbuurt met als kern de Wildemangroep waarvan de leden bij het stadsdeel goed in beeld zijn en al jaren aandacht krijgen. Aan de randen van het netwerk zit een aantal brokers. Dit zijn poortwachters die de link tussen het netwerk en de ‘buitenwereld’ zijn. Ook de liquidaties of pogingen daartoe worden gepleegd door een aantal perso- nen die aan de randen van het netwerk terug te vinden zijn. Familierelaties Veel personen in het netwerk zijn familie van elkaar. Het gaat vooral om broers en neven, maar er zijn ook enkele zussen en nichten in het netwerk zichtbaar. Daarnaast bestaan er onderlinge connecties via schoonfamilies, waarbij een zoon uit de ene familie bijvoorbeeld een relatie heeft met een dochter uit een andere familie. Vanwege al deze familiebanden is het niet verrassend dat hier sprake is van een hecht netwerk en van een aantal personen uit verschillende criminele gezinnen of families. De criminele leefstijl is bij wijze van spreken met de pap- lepel ingegoten en criminaliteit wordt van generatie op generatie doorgegeven. Verbinders Het valt op dat er in het netwerk op basis van dezelfde leeftijd veel horizontale contacten tussen jongeren onderling zijn, maar dat er ook een aantal verbinders in het netwerk zichtbaar zijn die zorgen voor verticale verbindingen. Rondom deze personen hebben zich subnetwerken c.q. clusters gevormd en de verbinders staan vervolgens weer in contact met andere clusters. Binnen een cluster heb- ben deze verbinders vaak een leidinggevende rol en hierdoor beïnvloeden ze de andere personen in de groep op een negatieve manier. Dit gebeurt onder andere doordat jongeren door deze personen worden aangezet tot bijvoorbeeld wonin- ginbraak of drugscriminaliteit. Omdat de situatie in de Wildemanbuurt in het algemeen al erg kansarm is waardoor de jongeren in de buurt al vatbaarder zijn voor criminaliteit, is de invloed van deze verbinders extra zorgelijk. Zij vormen namelijk de schakels om jongeren die nog tamelijk onschuldig actief zijn in de criminaliteit in contact te brengen met zware jongens en zwaardere vormen van De netwerkanalyse 31 criminaliteit. Te denken valt aan ernstige vermogensmisdrijven, geweldsmisdrij- ven maar ook de drugs- en ondermijnende criminaliteit. De rol van de vrouwen Hoewel het netwerk voornamelijk bestaat uit mannen zijn er ook 9 vrouwen in het netwerk aanwezig. Deze vrouwen zijn allemaal partners of familie (zus, moeder of tante) van andere personen in het netwerk. Ook onderling schijnt een aantal van de vrouwen bevriend te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid worden de vrouwen in het netwerk op verschillende manieren gebruikt door hun broers, neven of partners. Ze hebben bijvoorbeeld als katvangers of facilitators auto’s en scooters op naam staan die ze uitlenen, ze betalen boetes of zorgen voor de bood- schappen. Daarnaast zijn er vermoedens dat deze vrouwen mogelijk faciliteren door pakketjes weg te brengen. De vraag die hier speelt is of en in hoeverre dit vrijwillig gebeurt. Het is namelijk niet altijd zeker of deze vrouwen het slachtof: fer zijn in deze situatie of dat ze juist compleet op de hoogte zijn en zelfs profite- ren van de criminaliteit van hun mannelijke familieleden. Een deel van de vrouwen wordt omschreven als kwetsbaar met een bre- dere problematiek. Ook schijnt een deel van de vrouwen erg materialistisch te zijn. Zij dragen dure kleding, hebben dure spullen en rijden in dure auto’s rond ondanks dat hun eigen inkomen hier ogenschijnlijk niet toereikend genoeg voor is. Mede hierdoor zijn vermoedens van betrokkenheid bij criminaliteit ontstaan. Daarnaast zijn er vermoedens dat een deel van deze vrouwen zich prostitueert in ruil voor geld en spullen. Er is geen sprake van pooiers, de vrouwen werken als het ware als zzp'er waarbij dit waarschijnlijk wordt gecoördineerd door twee zus- sen uit een familie waarvan de broers in het netwerk zitten. Bedrijven en zzp-ers In het netwerk komt een aantal bedrijven in of in de directe omgeving van Amsterdam Nieuw-West naar voren als ‘interessant’. Het zijn ontmoetingsplek- ken of locaties die faciliteren. Ook zijn er diverse verbindingen tussen het net- werk en de automotive sector (vooral voor het huren van auto’s) in andere delen van het land. Criminelen maken frequent gebruik van huurvoertuigen bleek uit het onderzoek ‘criminelen achter het stuur’®. De voertuigen bieden criminelen een vervoersmiddel, de gelegenheid om anoniem te rijden en relatieve onaan- tastbaarheid, omdat een gehuurd voertuig niet persoonlijk afgepakt kan worden. De huurvoertuigen worden gebruikt voor het uitvoeren van criminelen activi- teiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om witwassen, druggerelateerde criminaliteit, transport en handel van illegale goederen, voertuigdiefstal, inbraken, ram- en 32 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken plofkraken, liquidaties en terroristische acties. Huurvoertuigen komen dan ook veelvuldig in politie-informatie en opsporingsonderzoeken naar misdrijven voor. Criminelen maken gebruik van huurvoertuigen van zowel bonafide als malafide bedrijven. Autoverhuurbedrijven faciliteren daarmee onbewust of bewust cri- minelen en criminele activiteiten. Daarmee vormt de autoverhuurbranche een belangrijke schakel tussen de onder- en bovenwereld. Tot slot zijn diverse mannen in het netwerk als zzp-er in de Amsterdamse taxibranche actief. Vanuit een recent uitgevoerd fenomeenonderzoek'® naar deze branche is bekend dat relatief veel taxichauffeurs (meer dan de helft in de afgelopen drie jaar) bekenden van de politie zijn, maar dan vooral als verdachte of betrokkene bij verkeers-, gewelds en vermogensmisdrijven. Hun bewuste of onbewuste aandeel bij ondermijnende criminaliteit is er zeker. De diverse bron- nen die werden geraadpleegd, wijzen er op dat de taxibranche een interessante spil in een web van criminele netwerken kan zijn. Het betreft netwerken die zich vooral bezighouden met drugs en wapens. Daarbij zijn chauffeurs faciliterend en taxi's de perfecte dekmantel om drugs, wapens maar ook criminelen te vervoe- ren. Op deze wijze zijn onder- en bovenwereld aan elkaar verbonden. Open bronnen geraadpleegd Zoals aangegeven, werd er een open bronnenonderzoek uitgevoerd op een repre- sentatieve steekproef van 80 personen uit het totale netwerk”. Zijn ze vindbaar en zo ja, welke informatie komt naar voren was de vraag. Het is opvallend dat er van deze 80 personen erg weinig online informatie te vinden is. Zo zijn er weinig tot geen sociale media accounts te vinden, worden de personen vrijwel nergens vermeld en blijken de vermeldingen die er dan wél zijn gedateerd te zijn. Dit gegeven kan er op wijzen dat deze personen bewust onder de radar proberen te blijven. Van 23 personen is online wel informatie op sociaal of crimineel gebied gevonden. Zo valt bijvoorbeeld van drie personen op een Facebookpagina te lezen op welke middelbare school dan wel hogere school zij hebben gezeten en heeft een van de personen in 2015 meegewerkt aan een interview over haar middelbare school. Wat betreft werk duikt er een taxibedrijf op met een adres in de Wildemanbuurt die op naam gekoppeld kan worden aan twee personen uit het netwerk. Het is echter niet af te leiden of dit taxibedrijf daadwerkelijk op naam van een van deze twee staat, maar mogelijk hebben zij hier werk in. Een ander persoon is recentelijk (2020) gestart als bestuurder van een logistiek bedrijf dat goederen vervoert. Over dit be- drijf is echter geen verdere online informatie te vinden, zo is er bijvoorbeeld geen De netwerkanalyse 33 website en is het verder opvallend dat deze persoon met 21 jaar wellicht relatief jong is om zo'n functie te bekleden. Een andere wat oudere man lijkt een of meerdere bedrijven op naam te hebben staan, maar het wordt niet duidelijk wat voor soort be- drijven dit precies zijn. Weer een ander persoon geeft op Facebook aan sinds maart 2020 als ‘handelaar’ te werken. Wat betreft sport worden de namen van zeven personen genoemd in combinatie met voetbal. Op websites van amateur voetbalclubs in de omgeving van de stad waarbij teamindelingen bekend zijn gemaakt komen vijf personen terug. Deze team- indelingen zijn echter afkomstig uit de periode 2012-2013 of 2015-2016 en dus niet recent. Van twee van de zeven personen is te vinden dat zij in het verleden op redelijk niveau hebben gevoetbald. Van een van deze zeven personen is bekend dat hij mo- menteel (2021) nog steeds voetbalt bij een amateurclub. Een andere jongeman staat bekend als kickbokstalent en wordt gesponsord door een sportschool. Overige vermeldingen betreffen vermeldingen over een persoon die een scooter- rijbewijs heeft behaald in 2016 en twee personen die wat actievere sociale media pagina’s zoals Facebook en Instagram hebben. Wat betreft crimineel gedrag komt bij een persoon naar voren dat hij in 2015 een dwangbevel heeft gekregen zodat een deurwaarder zijn executie kon uitvoeren. Dit is terug te vinden via een openbaar exploot. Een andere jongeman komt in augustus 2020 naar voren als verdachte van een schietpartij en weer een andere man is in 2020 neergeschoten tijdens een incident bij zijn winkel. Tevens is van een man bekend dat hij in 2016 een gebiedsverbod heeft gekregen omdat er vermoedens waren dat hij geliquideerd zou worden vanwege betrokkenheid bij drugscriminaliteit en op deze manier de kans op onschuldige slachtoffers verminderd zou worden. Van de overige personen komt in open bronnen geen criminele informatie boven. 34 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken 3.3 Het netwerk en de categorieën Om het netwerken beter te kunnen begrijpen en als input voor de aanpak, hebben we de 156 personen met behulp van de systeem- en straatinformatie getypeerd op basis van de aard en het stadium van hun criminele activiteiten. Bepalend voor toewijzing aan één van de zes typen zijn leeftijd, actieradius (lokaal, regionaal of landelijk actief) en criminaliteitsprofiel. Allereerst wordt een overzichtstabel gepresenteerd om de typen binnen het Wildemannetwerk daarna te duiden. Tabel 3.3 — Categorieën in het Wildemannetwerk naar aantal en percentage Categorie Aantal Percentage Harde kern 62 39,8 Rising stars 35 22,4 Criminele locals 23 14,7 Facilitators 14 9,0 Jonge aanwas 8 51 X-subjecten 14 9,0 Totaal 156 100 Zwaar netwerk In vergelijking met dit type analyses in andere gemeenten in het land is het Wildemannetwerk zwaar. Er zitten relatief veel harde kenners, facilitators en rising stars in het netwerk terwijl het aandeel van de jonge aanwas klein is. Gekoppeld aan het voorafgaande is de actieradius van veel netwerkleden groot en de door hen gepleegde criminaliteit stevig. Vooral de ernstige vermogensmis- drijven, het instrumentele geweld, de beschikbaarheid van wapens? en de link naar liquidaties maakt dit netwerk bijzonder en onderscheidend van andere net- werken in het land en wellicht ook in Amsterdam. De rest van deze paragaaf staat in het teken van de duiding van de catego- rieën. In figuur 3.2 zijn de categorieën in het Wildemannetwerk weergegeven. De netwerkanalyse 35 Figuur 3.2 — categorieën in het Wildemannetwerk o © \ Harde kern et @. Rising star Tj o @ Criminal local $ o \ | Se; a Q. Facilitator © ° Ai Ò og ke @ Jonge aanwas RE Nes AS o df 7) _Â AE NADERE g 8 TL ON en À Ee /) | ó 54 » \ en of © Harde kern Van de personen in het netwerk behoren er 62 tot de zogenoemde harde kern. Ze zijn vooral regionaal en landelijk crimineel actief. De gemiddelde leeftijd van deze personen is 26 jaar en in deze groep zitten alleen mannen. In de afgelopen 3 jaar zijn ze betrokken bij 1.314 door de politie geregistreerde incidenten en dat is een gemiddelde van 22 incidenten per persoon. De harde kern heeft gemid- deld ruim 17 antecedenten en dat is het hoogste van alle categorieën plegers. Hun antecedenten® bestaan vooral uit vermogensmisdrijven waaronder voertuig- criminalitiet en ram- en plofkraken, geweldsmisdrijven waaronder afpersingen en betrokkenheid bij liquidaties, drugscriminaliteit en wapenbezit en -gebruik. Ze opereren professioneel: criminele acties worden gepland en voorbereid. Ook maken ze maximaal gebruik van de kennis, personen en middelen die binnen het netwerk aanwezig zijn. Betrokkenen geven aan dat deze personen lokaal steeds minder in beeld zijn omdat ze veelal elders hun strafbare feiten plegen en in de wijk low-profile proberen te zijn”. Rising stars In de categorie rising stars bevinden zich 35 personen, wederom allemaal man. De gemiddelde leeftijd van deze groep is 20 jaar. Dit is illustratief voor de beschrij- 36 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken ving die deze groep typeert, namelijk die van aanstormend crimineel talent. Deze jongens zijn carrière aan het maken in de misdaad en hebben aansluiting bij de harde kern. De leden van deze groep bevinden zich vaak in een overgangs- fase. Aan de ene kant zijn ze (als groep) nog zichtbaar op straat en veroorzaken de nodige overlast — vaak in de rol van regisseur. Dat strategische gedrag is aan de andere kant een teken van een omslag, want hun criminele activiteiten wor- den belangrijker en professioneler. Aandacht van de politie is niet gewenst en dat is een reden om uit het publieke domein te verdwijnen en ‘ondergronds’ c.q. ‘bovenlokaal’ te gaan. Ze zijn vanwege hun gedrag en rijzende positie te typeren als negatieve rolmodellen voor de jonge aanwas en de daarop volgende generatie. Vanuit lokaal en regionaal veiligheidsperspectief zijn de rising stars dan ook zeer interessant, maar tot nu toe vaak nog een vergeten groep. Ze zijn te ‘groot voor de wijk(agent) en nog te klein voor de recherche’. Het criminaliteitspatroon van onze rising stars typeert zich door vermogensmisdrijven en een opvallend grote betrokkenheid bij voertuigcriminaliteit. Ze hebben gemiddeld bijna 8 anteceden- ten als verdachte en gezien het feit dat ze per persoon in de afgelopen 3 jaar bij gemiddeld 19 incidenten betrokken zijn geweest, wijst er op dat ze als verdachte redelijk goed uit handen van politie en justitie weten te blijven. Criminele locals De derde categorie personen in het netwerk betreft die van de criminele locals. Dit zijn de minder ‘succesvolle’ criminelen uit het netwerk, die vooral lokaal opereren en die niet de stap hebben gezet naar regionale en bovenlokale mis- daadpraktijken. In deze groep bevinden zich 23 personen (21 mannen en twee vrouwen). De gemiddelde leeftijd van de groep is 27 jaar. Ze houden zich vooral bezig met lokale drugscriminaliteit en het plegen van vermogensmisdrijven en voertuigcriminaliteit. Ze waren per persoon in de afgelopen 3 jaar gemiddeld betrokken bij 17 door de politie geregistreerde incidenten en hebben gemiddeld ro antecedenten. Binnen de clusters waar ze deel van uitmaken, zijn ze te typeren als uitvoerders of meelopers. Ze pikken als het ware een ‘crimineel graantje’ mee. Jonge aanwas In het Wildemannetwerk bestaat de categorie jonge aanwas uit acht personen tussen de 16 en 19 jaar (gemiddelde leeftijd 17 jaar) die omschreven kunnen wor- den als risicogroep voor het starten van een criminele carrière. Ook de jonge aanwas bestaat volledig uit mannen. Ze claimen een plek of plekken in de buurt als ‘domein’ en voelen zich de baas. Ze intimideren of bedreigen bewoners die zich hierbij niet neerleggen en dat is terug te zien in hun criminaliteitspatroon. De netwerkanalyse 37 Ook maakt deze risicogroep zich regelmatig schuldig aan vermogensdelicten, zoals inbraken en diefstallen. In de afgelopen 3 jaar zijn ze betrokken bij 211 door de politie geregistreerde incidenten en dat is een gemiddelde van 26 incidenten per persoon. Ook deze jongeren hebben in vergelijking met de hoge betrokken- heid bij incidenten een laag gemiddeld aantal antecedenten van bijna 10. Facilitators De categorie facilitators betreft personen die hand- en spandiensten verlenen aan de personen in het criminele netwerk. Het gaat hier om 14 personen (13 man- nen en 1 vrouw) die bijvoorbeeld katvanger zijn, vervoer of een locatie (stash) regelen of wiens onderneming gebruikt wordt voor drugshandel. De gemiddelde leeftijd van deze groep is relatief hoog, namelijk 38 jaar. In de afgelopen 3 jaar zijn ze gemiddeld per persoon betrokken geweest bij 17 incidenten. Hun gemiddelde van 8 antecedenten betreft vooral misdrijven die passen bij hun rol: opiumwetge- ving, fraude, vervalsingen en oplichting, wegenverkeerswetgeving en betrokken- heid bij liquidaties. X-subjecten De laatste categorie personen zijn de X-subjecten. Dit zijn personen die zich wel in het criminele netwerk bevinden, maar niet aan een van de bovengenoemde categorieën gekoppeld kunnen worden. In het Wildemannetwerk gaat het om 14 personen (8 mannen en 6 vrouwen) met een gemiddelde leeftijd van 24 jaar. De jongste persoon in deze restgroep is 17 jaar en de oudste 52 jaar. Dit is de groep die in de afgelopen 3 jaar in vergelijking met de andere groepen weinig betrokken is geweest bij door de politie geregistreerde incidenten. Gemiddeld gaat het om 1o incidenten per persoon. Daaraan gekoppeld hebben ze gemiddeld ook slechts 3 antecedenten, waarbij ze in vergelijking met de andere categorieën plegers hoog scoren op geweld, bedreiging en ontvoering en overtredingen en misdrijven in het kader van de wegenverkeerswet. In deze groep zitten relatief veel vrouwen die we eerder — op basis van interviews - hebben getypeerd als kwetsbaar dan wel als actief in de prostitutie. 3.4 De clusters binnen het netwerk In het Wildemannetwerk onderscheiden we op basis van de analyse 11 verschil- lende clusters die zoals eerder aangegeven via verbinders weer aan elkaar gelinkt zijn. In figuur 3.3 zijn de 1 clusters in verschillende kleuren binnen het totale netwerk weergegeven. 38 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Figuur 3.3 — 11 clusters binnen het Wildemannetwerk @ duster 1 \N @® auster2 Wi 1 @ duster3 A / D austera SN AAR Sn S A ' Mj 4 Cluster 6 Mer En ND TZ C OIC Pr OQ dusters (\ tn ds Sr LZ 5 ch 10 SONOR QQ Custer 11 be) ON A a E) / 24 ö \ © \\ Ds Oo In totaal maken 153 personen deel uit van één van die clusters. Drie personen zitten niet in een cluster maar hangen wel aan het netwerk. Het gaat om drie (oudere) mannen van 54, 69 en 34 jaar. Twee zijn facilitators. Zo verhuren ze auto’s die anderen gebruiken om delicten mee te plegen en is een van de man- nen verhuurder van een loods, waarbij hij een oogje toe lijkt te knijpen over wat zich daar afspeelt. Deze mannen lijken echter niet exclusief activiteiten van het Wildemannetwerk te faciliteren. De derde man — een harde kerner - houdt zich bezig met verdovende middelen handel en heeft een aantal antecedenten voor geweldsdelicten. Verder heeft deze man veel contacten met personen uit de Turkse onderwereld. Hij was een contact van een reeds geliquideerd persoon die veel contacten had binnen het Wildemannetwerk en derhalve kan hij met het netwerk verbonden worden. In de rest van deze paragraaf worden de clusters nader geduid. Cluster 1 — diffuus cluster In dit cluster zitten 24 personen, 22 mannen en 2 vrouwen. Cluster 1 is het op één na grootste cluster en is met een gemiddelde leeftijd van 28 jaar een van de oudere clusters binnen het netwerk. De netwerkanalyse 39 Figuur 3.4 — cluster 1 A Ongeveer de helft van de personen uit dit cluster kan gerekend worden tot de harde kern en ongeveer 20% is te classificeren als criminele local. Er zitten rela- tief veel facilitators in dit cluster en er zijn drie rising stars (doorgroeiers) in het cluster aanwezig. Jonge aanwas ontbreekt in het cluster®. De mensen in het clus- ter kennen elkaar en worden met elkaar op straat gezien, maar plegen niet per se altijd strafbare feiten met elkaar. Een aantal personen is familie van elkaar. Dit cluster is niet gespecialiseerd in een bepaald type criminaliteit want het criminaliteitspatroon binnen dit cluster is vrij breed”. Zo zijn onder andere ver- mogensdelicten, handel in verdovende middelen, overvallen, (woning)inbraken en ram- en plofkraken en geweldsmisdrijven in deze groep vertegenwoordigd. Ook incidenten met lachgas en het verhandelen van (nep)dope in andere delen van de stad komen voor. Veel van de personen worden gezien als veelplegers, iets wat ook het grote aantal harde kerners en criminele locals (al dan niet verslaafd) verklaard. Wat betreft antecedenten scoren ze in vergelijking met de andere clus- ters hoog met een gemiddelde van bijna 17 per persoon”. Op basis van gesprek- ken met frontliners komt naar voren dat een aantal mannen in dit netwerk de afgelopen tijd minder vaak voorkomen in de politieregistraties. Ze lijken het rus- tiger aan te doen en minder betrokken te zijn bij de criminaliteit waar ze zich eerder nog schuldig aan maakten. Dit lijkt vooral te maken hebben met het feit dat deze mannen een vrouw of vriendin hebben en een gezin zijn begonnen. De maatschappelijke carrière lijkt voor deze mannen belangrijker te zijn geworden. Echter, dat wil niet zeggen dat ze hun criminele carrière volledig hebben opgege- 40 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken ven. De meeste van de mannen vervullen waarschijnlijk nog een rol als facilitator of broker in het netwerk en hebben mogelijk op de achtergrond nog altijd een negatieve invloed op de jongeren in de Wildemanbuurt. Binnen dit cluster wordt veelvuldig gebruik gemaakt van auto’s en scooters. Veel van de personen hebben zelf een voertuig op naam staan of gebruiken een voertuig van familie of vrienden. Daarnaast valt het op dat er veel auto’s wor- den gehuurd, ondanks het feit dat de meeste personen in bezit zijn van een eigen voertuig. Ook blijkt dat niet iedereen die een voertuig op naam heeft staan ook daadwerkelijk een rijbewijs heeft. Verder valt op dat een aantal van de personen eigenaar is van een eenmansbedrijf. Het is echter onduidelijk of het hier gaat om bonafide bedrijven. Er bestaan namelijk vermoedens dat één van de bedrijven bij- voorbeeld wordt gebruikt voor oplichtingspraktijken door onder andere veel te veel geld te vragen voor de aangeboden diensten. Daarnaast worden de bedrijven in verband gebracht met verzoeken tot het plaatsen van ex-gedetineerden bij dat betreffende bedrijf. De ex-gedetineerden waar het hier om gaat, blijken personen die afkomstig zijn uit het Wildemannetwerk. Cluster 2 - motorendiefstal op bestelling Het tweede cluster bestaat uit elf mannen met een gemiddelde leeftijd van 24 jaar. In het cluster zitten 5 rising stars, 2 harde kerners, 2 criminele locals en een facilitator. Jonge aanwas ontbreekt ook in dit cluster. Figuur 3.5 — cluster 2 En De netwerkanalyse 41 De personen van dit cluster worden veel met elkaar gezien op de bekende hang- plekken in de buurt. In dit cluster zitten ook familierelaties. De personen in dit cluster houden zich vooral bezig met de diefstal van moto- ren en ze doen dit in samenwerking met een aantal personen uit cluster 8. Dit gebeurt in wisselende samenstellingen. De motoren worden ‘besteld’ en afge- nomen door andere criminelen en dit vindt op grote schaal plaats. De kans is aannemelijk dat deze motoren dan vervolgens worden ingezet bij andere zware misdrijven zoals liquidaties en plofkraken. Daarnaast worden de motoren ook geëxporteerd naar het buitenland. Over modus operandi “locaties waar bepaalde motoren staan geparkeerd, wordt telefonisch doorge- geven, waarbij tevens wordt aangegeven op welke wijze deze zijn afgesloten. De gestolen motor wordt over het algemeen ergens in de omgeving neergezet, ken- nelijk om deze later op te halen met behulp van een busje. In sommige gevallen was de weggezette motor afgeschermd met een motorhoes.… Naast motordiefstal op bestelling zijn leden uit dit cluster betrokken bij andere vermogensdelicten en drugscriminaliteit. Een ander opvallend gegeven van dit cluster is dat een van de personen uit het cluster mede-eigenaar is van een lokale onderneming die veelvuldig in verband wordt gebracht met criminele activitei- ten. Personen uit het netwerk die bovenlokaal opereren en invloed hebben op het netwerk gebruiken deze onderneming als ontmoetingsplaats. Cluster 3 - doorgroeiers Cluster drie bestaat uit vijf mannen. De gemiddelde leeftijd van het cluster is 22 jaar en de groep bestaat uit twee personen van de harde kern, twee rising stars en een criminele local. Facilitators of jonge aanwas zijn niet in dit cluster aanwezig. Kenmerkend voor dit cluster is dat het een groepje is dat lijkt te zijn gevormd rondom één jongeman die een leidende rol op zich neemt. Deze persoon schijnt tot de Wildemangroep te behoren maar komt opvallend genoeg niet op de basis- lijst voor. De personen in dit cluster hebben veel contacten en connecties in de Wildemanbuurt, maar lijken als zelfstandige groep te opereren. De leden van de groep houden zich vooral bezig met woninginbraken en andere vermogensdelicten, maar ook zwaardere delicten zoals plofkraken zijn 42 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken hen niet vreemd. Daarnaast wordt er door deze personen relatief veel geweld gebruikt. Een van de jongens is in het buitenland opgepakt voor het slikken van bolletjes en is vermoedelijk een dealer. Er bestaan vermoedens dat een deel van deze jongens betrokken is geweest bij verschillende liquidaties en beschietingen en het lijkt erop dat dit cluster aan het doorgroeien is in de zware criminaliteit. Figuur 3.6 — cluster 3 Cluster 4 - west Dit cluster bestaat uit 12 mannen met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar. Het cluster bestaat voor het grootste gedeelte uit personen — waaronder broers - met een classificatie van harde kern en rising star. Daarnaast is er een criminele local en een facilitator aan dit cluster verbonden. Zoals de verdeling rising star en harde kern al laat zien, kan er in dit cluster een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen personen die nog gerekend worden tot potentiële doorgroeiers en de reeds doorgegroeide personen die al carrière maken in het zware criminele circuit. Een groot deel van dit cluster behoort tot een criminele jeugdgroep die afkomstig is uit een andere wijk in Amsterdam. Ze hebben echter contact met de personen in de Wildemanbuurt, plegen gezamenlijk delicten en zijn om die reden verbonden aan het Wildemannetwerk. De leden van deze groep zijn betrokken bij straatroven, online oplichting, voertuigendiefstal, bedrijfsinbraken en drugscri- minaliteit. Opvallend is dat de personen uit dit cluster een aantal keer in verband worden gebracht met het inspecteren van woningen aan de andere kant van het De netwerkanalyse 43 land, vermoedelijk als voorbereiding voor woninginbraak. Recentere registraties laten zien dat er een verschuiving plaatsvindt in het soort delicten dat gepleegd wordt door deze personen. Ze lijken namelijk door te groeien naar zwaardere cri- minaliteit en betrokken te zijn bij plofkraken, vuurwapenhandel en vuurwapen- bezit. Dit gaat vaak gepaard met excessief geweld. Ze houden zich ook bezig met afpersing en zijn mogelijk als uitvoerders betrokken bij liquidaties. Figuur 3.7 — cluster 4 Binnen dit cluster lijken, aan de hand van het aantal registraties, vijf personen het meest crimineel actief te zijn. Ook in dit cluster is een duidelijke leider aan- wezig. Door de professionals op straat wordt aangegeven dat deze jongeman een leidersrol op zich neemt waarbij hij de andere personen in dit cluster aan- stuurt. Deze persoon houdt zich bezig met zware criminaliteit en is bijvoor- beeld verdachte van een recent schietincident. Tegelijkertijd wordt hij veel op straat gezien en gecontroleerd. Hij fungeert als een soort poortwachter naar de Wildemanbuurt omdat hij in contact staat met een aantal criminele jongeman- nen uit de andere clusters. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze jongeman een zeer negatieve invloed heeft op de jongeren in de wijk. Cluster 5 - criminele families Tien personen maken deel uit van cluster 5, negen mannen en een vrouw. Dit cluster bestaat vooral uit leden van twee criminele families en de personen zijn dan ook broers of neven van elkaar. De enige vrouw in het cluster is een zus uit 44 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken een van de families. De gemiddelde leeftijd van de personen is 34 jaar en het clus- ter bestaat voor de helft uit personen met een harde kern classificatie. Opvallend is dat één personen in dit cluster — een facilitator - maar liefst vier verschillende voertuigen op naam heeft staan. Daarnaast is er ook een vrouw die 2 auto’s en 2 scooters op haar naam heeft staan maar gekwalificeerd is als X-subject. Andere personen in het cluster rijden dan weer in auto’s die niet van hen zijn, maar van andere (jonge) personen uit het Wildemannetwerk. Figuur 3.8 — cluster 5 Het cluster kan worden omgeschreven als een zwaar crimineel cluster. Ze hou- den zich bezig of hebben zich bezig gehouden met zware georganiseerde mis- drijven zoals verdovende middelenhandel, afpersing en vuurwapenhandel. De registraties in het politiesysteem over deze personen zijn echter gedateerd. De meeste registraties komen uit de periode 2009-2014 en recentere registraties zijn schaarser. Het is bij dit cluster dus de vraag in hoeverre zij nog actief zijn in de criminaliteit. Mogelijk zijn ze gestopt met hun criminele carrière, maar wellicht is het tegenovergestelde aan de hand. Namelijk dat ze niet gestopt zijn met cri- minaliteit maar inmiddels goed onder de radar van de politie weten te blijven. Er zijn sterke vermoedens dat een reeks incidenten gericht op ondernemingen van de familie gerelateerd zijn aan bedreiging en afpersingen in de onderwereld. Naar één persoon in dit cluster gaat in het bijzonder de aandacht uit. Deze persoon heeft veel antecedenten voor onder andere vuurwapenbezit en handel, afpersing, chantage, verdovende middelen handel en doodslag. Daarnaast lijkt De netwerkanalyse 45 hij als mogelijke organisator of facilitator betrokken te zijn geweest bij verschil- lende liquidaties. Hoewel hij op het moment van schrijven van deze rapportage vast zit, is hij voorheen regelmatig gezien met verschillende jongeren in de buurt. Vanwege deze ernstige antecedenten is het zorgelijk dat deze man in contact staat met de jongeren uit de buurt. Vanuit dit cluster dat bovenlokaal lijkt te opereren, gaat een zeer negatieve invloed uit op andere clusters in het Wildemannetwerk. Cluster 6 — liquidaties Dit cluster is een ouder cluster met een gemiddelde leeftijd van 36 jaar en bestaat uit drie mannen. Alle drie de mannen zijn zwaar crimineel — gemiddeld 28 ante- cedenten - en dan ook geclassificeerd als harde kern of criminele local. Een van hen staat aan het hoofd van een grote criminele organisatie. Deze man staat bekend als moordmakelaar en is zelf in het verleden betrokken geweest bij de uitvoering van liquidaties. Inmiddels is hij vooral de organisator van de import van verdovende middelen. Figuur 3.9 — cluster 6 Ook de andere twee personen in dit cluster zijn crimineel en houden zich bezig met vermogensdelicten en inbraken. Daarnaast worden ze omschreven als mogelijke gewelds- en incassomannen voor de criminele organisatie waarvoor ze werken. Deze criminele organisatie staat via personen uit de andere clusters in contact met de jongeren jongvolwassenen uit de Wildeman. Naar alle waar- schijnlijkheid worden er via deze route jongeren geronseld voor de “klusjes” voor deze criminele organisatie. 46 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Dit cluster dat bovenlokaal opereert heeft een zeer negatieve invloed op het Wildemannetwerk omdat zij doorgroei in de criminaliteit mogelijk maken. Cluster 7 — de solist Cluster zeven bestaat uit slechts één persoon. Het gaat om een man van 29 jaar met een harde kern classificatie. Hij staat bekend als een notoire woninginbreker en heeft hier dan ook voornamelijk antecedenten voor. Tevens zijn er vermoe- dens dat hij samen met een broer in de drugshandel zou zitten. Deze persoon vormt in zijn eentje een cluster vanwege het feit dat hij veel verbindingen heeft met personen uit andere clusters maar tegelijkertijd wel een relatief onafhanke- lijke positie in het netwerk inneemt. Figuur 3.10 — cluster 7 Cluster 8 — deel van de Wildemangroep Het achtste cluster uit dit netwerk bestaat uit 23 personen, waaronder drie vrou- wen. De gemiddelde leeftijd van dit cluster is 23 jaar en 13 personen hebben de classificatie rising star. Dit cluster is dus te omschrijven als een groep doorgroei- ers die criminele carrière aan het maken is. Daarnaast is dit het eerste cluster waar naast harde kern, criminele locals en facilitators ook jonge aanwas in terug te zien is. Dat laatste is in het kader van negatieve invloeden fnuikend. Dit cluster vormt samen met de clusters 1 en 11 de Wildemangroep die vanuit het stadsdeel al jaren aandacht krijgt. Zoals al eerder genoemd werkt het groot- De netwerkanalyse 47 ste gedeelte van dit cluster in wisselende samenstelling samen met personen uit cluster 2 als het gaat om de diefstal van motoren. Deze motoren worden op grote schaal ‘besteld’ en vervolgens naar het buitenland geëxporteerd of gebruikt bij plofkraken of liquidaties. Figuur 3.11 — cluster 8 ee Binnen dit cluster lijken twee broers een belangrijke positie te bekleden waarbij zij een leidende rol hebben. De broers zijn in beeld als uitvoerders van de motor- diefstallen maar zijn ook in beeld vanwege handel in verdovende middelen. Cluster 9 — next generation Cluster negen bestaat uit 15 personen waaronder één vrouw en is het jongste cluster van het netwerk met een gemiddelde leeftijd van bijna 20 jaar. Het is dan ook niet verassend dat dit cluster voor meer dan de helft bestaat uit personen met een rising star (3) of jonge aanwas (6) classificatie. Het is daarmee het enige cluster waarin veel jonge aanwas voorkomt. Dit cluster heeft veel connecties met de oudere personen in het netwerk, voornamelijk via familiebanden. Deze groep kan omschreven worden als de zogenaamde ‘next generation’. Het gaat vooral om de nog jonge jongens die nu voornamelijk vermogensdelicten ple- gen en hier en daar wat andere antecedenten hebben. Zo maken ze zich schuldig aan winkeldiefstal, veroorzaken ze overlast in de buurt of komen ze in beeld van- wege hun gedrag in het verkeer. Onder invloed van andere criminele personen 48 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken in het totale netwerk waar zij deel van uitmaken, bestaat echter een grote kans dat ook zij doorgroeien naar zwaardere criminaliteit. Tegelijkertijd zouden deze personen met weinig tot geen antecedenten ook als positieve rolmodellen in de groep kunnen fungeren op het moment dat zij hun leven op de rit krijgen met bijvoorbeeld een (bij)baan. Figuur 3.12 — cluster 9 Cluster 10 — drillrapgroep Cluster tien bestaat uit drie mannen met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar. Deze personen zijn geclassificeerd als harde kern en rising star en zijn allen gekoppeld aan een drillrapgroep uit een ander deel van Amsterdam. Daarmee leggen zij de verbinding met criminele netwerken in andere delen van Amsterdam. Van leden van deze drillrapgroep is bekend dat zij regelmatig misdrijven plegen en dat geldt dan ook voor de personen in dit cluster. Ze plegen vermogensdelicten, straatro- ven, voertuigcriminaliteit en handelen in (nep)dope. Dit gaat vaak gepaard met veel geweld. Twee van de drie personen zijn vuurwapengevaarlijk. Hoewel deze drillrapgroep een aparte groep is aan de rand van het Wildemannetwerk, staan deze leden wel in contact met personen uit de buurt. Er lijkt dus sprake te zijn van een link naar een bovenlokaal crimineel netwerk. De netwerkanalyse 49 Figuur 3.13 — cluster 10 Cluster 11 — kern Wildemangroep Het laatste cluster in het netwerk betreft cluster 11. Dit is het grootste cluster van het netwerk met maar liefst 46 personen. De gemiddelde leeftijd van de per- sonen is bijna 25 jaar en het gaat om 43 mannen en drie vrouwen. Dit cluster vormt de harde kern van de Wildemangroep wat terug te zien is aan de 27 harde kern classificaties in dit cluster. Ook in dit cluster zijn veel personen afkomstig uit criminele families. Dit cluster zit als een spin in het web in het totale netwerk en er zijn dan ook veel relaties met andere clusters. Relatief veel van de personen in dit cluster houden zich bezig met plofkraken die voornamelijk plaatsvinden in andere delen van het land en mogelijk zelfs in het buitenland. Daarnaast maakt men zich ook schuldig aan andere vormen van criminaliteit zoals de handel in verdovende middelen, inbraken, vermogensdelicten en straatroven. Het is vol- gens professionals niet uitgesloten dat leden uit deze groep ook faciliterend zijn aan liquidaties. Kenmerkend voor dit cluster is dat ze rondhangen op de bekende hotspots in de buurt. Een aantal wat jongere personen in dit cluster wordt regelmatig gezien met de personen van de harde kern, maar ze lijken toch nog niet volledig bij de groep te horen. Dit zijn vooral de jongere broertjes van personen die al wel door zijn gegroeid in de criminaliteit. Ze hebben nog weinig antecedenten, maar staan mogelijk onder druk c.q. slechte invloed van hun omgeving. Daarnaast zijn er enkele personen die duidelijk niet zo succesvol zijn in hun criminele carrière. Dit komt bijvoorbeeld doordat ze gedragsproblemen (agressie, opstandigheid) heb- 50 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken ben of psychisch niet sterk zijn en daardoor niet doorgroeien in de groep, maar de rol van meeloper hebben. Figuur 3.14 — cluster 11 k Y \ 5 ki ve ° OO OO 7 Se “E se NN NE MERA ANN 5 Bastian 3.5 De huidige en toekomstige aanpak We besluiten dit hoofdstuk met de aanpak van de leden van het netwerk. Allereerst geven we een beeld van de mate waarin de leden van het netwerk actu- eel in een aanpak zitten om vervolgens een aantal bespiegelingen te maken over een toekomstige aanpak. Huidige aanpak De huidige aanpak van de leden van het netwerk is weergegeven in tabel 3.4. Tabel 3.4 — huidige aanpak leden van het Wildemannetwerk in percentages Type aanpak Percentage Aanpak Wildemangroep 12 Uitstroom Top 600/400 12 Top 600 (in huidige aanpak) 7 Top 400 (in huidige aanpak) 6 De netwerkanalyse 51 Type aanpak Percentage Justitiële voorwaarden 4 GGP aanpak ander stadsdeel 3 Aanpak jeugdgroep ander stadsdeel 3 Ondermijning 1 Kwetsbare meiden West 1 Zit niet in een aanpak 51 Totaal 100 Het overzicht van aanpakken in tabel 3.4 is natuurlijk een momentopname. Daaruit blijkt dat 12% van de leden van het netwerk is uitgestroomd uit de Top6oo/400 en 51% niet in een aanpak zit. 37% van de leden van het netwerk is dus ergens in een stadsdeel of de stad onderdeel is van een aanpak en 63% niet. De meeste leden van het netwerk zitten in de Wildemangroepaanpak, de Top 400 of boo of zijn uitgestroomd uit de Top 6oo/400 (Top 1ooo monitor), zoals ook te zien is in onderstaande figuur. Figuur 3.15 — Netwerk naar aanpak © © Ö Ö @ Ap Jeugd -District West Wildeman groep 5 \N @ ADHCTop 1000 monitor - Top 1000 effectmonitor Pi « @ ADToPX-Top 600 ® AA | (O ADTOPX-Top 400 Ne ° NL Re f NM iof 9 Mo o o NW IOS oe Ae 0 Sn el A SZò ö WL OON ST Neree 2 o LEONINA En: / be Ö o 0 Ö o o No o® EEN © © 52 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Toekomstige aanpak In het kader van de toekomstige aanpak is een sessie van een dag bijgewoond waarin de uitkomsten van de netwerkanalyse werden gedeeld met diverse Amsterdamse professionals. Het betreft professionals die betrokken zijn bij de aanpak op stadsdeel en stedelijk niveau. Zij houden zich bezig met aanpakken variërend van de aanpak van jeugdgroepen, aanpak doorgroeiers, kwetsbare mei- den, top-aanpakken, strafrechtelijke aanpak en de aanpak van ondermijning. Vanuit die dag — die veel enthousiaste reacties en ideeën opleverde - zijn er veel kansen maar zien wij als onderzoekers ook een zorg. Kansen liggen op het vlak van het aanpakken van onderdelen van het netwerk zoals: ns _De selectie van een aantal rising stars voor de Amsterdamse doorgroei- ers-aanpak; =De aanpak van facilitators in het netwerk; n= De focus en aanpak op een aantal bedrijven die uit de analyse naar voren komen; n= De inzet op de jonge aanwas om doorgroei te voorkomen; = Het onttrekken van wapens aan het netwerk door recherchematig in te zoomen op die personen die daar betrokkenheid bij hebben; n= De aanpak van de Wildemangroep in de context van de netwerkana- lyse; =De focus op en aanpak van de (kwetsbare) vrouwen; = De integrale aanpak van criminele families; n _De focus op en aanpak van verbinders en brokers in het netwerk. Op zich zijn dit één voor één mooie en nuttige initiatieven, maar er is ook een zorg. Het unieke is dat er nu voor de eerste keer een uitgebreide netwerkanalyse is gemaakt van de criminaliteit in een Amsterdamse buurt en van de mate van beïnvloeding en samenwerking tussen personen en clusters binnen een netwerk. Een dergelijke netwerkanalyse heeft vooral meerwaarde als er in een stadsdeel gedurende een groot aantal jaren sprake is van massieve en weerbarstige jeugd- problematiek, doorgroei in de criminaliteit en criminele families. Er ligt nu een systeemanalyse die ook vraagt om een systeemaanpak. Het prettige in Amsterdam is dat de gereedschapskist met aanpakken goed gevuld is. Het risico is evenwel dat iedereen vanuit zijn of haar eigen opdracht aan de slag gaat met een problematiek of deelprobleem zonder te kijken wat er vanuit de systeemanalyse het meest voor de hand ligt. Als iedereen voor zich aan de slag gaat, wordt de netwerkanalyse niet opti- maal benut en wordt er eigenlijk op dezelfde manier gewerkt als in het verleden. De netwerkanalyse 53 Daarvan weten we in ieder geval dat er al tientallen jaren sprake is van een mas- sieve jeugdproblematiek in de Wildemanbuurt, waarbij de huidige aanpak niet het gewenste resultaat heeft gebracht, namelijk het voorkomen en doorbreken van misdaadcarrières. Eindnoten 1. _ Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013. 2. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. 3. _ Dit wordt nader toegelicht verderop in deze paragraaf onder ‘Van jonge aanwas tot criminele familie’. 4. _ Beke, Ferwerda, van der Torre & Bervoets, 2013. 5. _ Spapens, 2012. 6. Weerman, & Kleemans, 2002. 7. _ Klerks, 2oo1. 8. _ Bruinsma & Bernasco, 2002. g. _ Blondel, Guillaume, Lambiotte & Lefebvre, 2008; Lambiotte, Delvenne & Barahona, 2009. 10. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017 11. Eerwerda, de Graaf, Lesscher & Saadat, 2018. 12. Omdat er nauwelijks leden met een andere migratieachtergrond in het netwerk voorkomen en familierelaties een belangrijke rol in het hechte netwerk spelen, hechten we er waarde aan de migratieachtergrond expliciet te noemen. 13. Zie bijlage 2 voor een toelichting op de categorieën en de aantallen antecedenten per subcategorie. 14. Nepdope wordt vooral in het centrum aan toeristen aangeboden. 15. Van Leiden, Wolsink & Ferwerda, 2019. 16. Eerwerda, De Boer, Van Leiden & Wolsink, 2021. 17. Het betreft 28 harde kerners, 12 criminele locals, 18 rising stars, 9 facilitators, 6 jonge aanwas en 7 X-subjecten. 18. Dit wordt door respondenten aangegeven want het percentage wapenantecedenten is relatief laag. 19. Zie bijlage 3 — tabel r - voor overzicht van aard en omvang van antecedenten per categorie pleger. 20. De analyse op geregistreerde incidenten en antecedenten heeft betrekking op landelijke politiedata. 21. Zie bijlage 3 — tabel 2 - voor kenmerken per cluster. 22. Zie bijlage 3 — tabel 3 - voor overzicht van aard en omvang van antecedenten per cluster. 23. Zie bijlage 3 — tabel 3 - voor gemiddelde aantallen antecedenten. 54 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken De balans opgemaakt In dit hoofdstuk maken we de balans op van een verdiepend onderzoek naar de invloed van bovenlokale criminele netwerken op de (jeugdige) bewoners van de Wildemanbuurt in Amsterdam Nieuw-West. Dit onderzoek is onderdeel van het Amsterdamse programma ‘Weerbare mensen, weerbare wijken’ en is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam. In dit hoofdstuk — dat te lezen is als een samenvatting — staan we stil bij de vraagstelling, de onderzoeksmethoden en de belangrijkste resultaten. Ook wordt ingegaan en gereflecteerd op de aanpak. A1 Systeem- en straatinformatie Dit onderzoek heeft tot doel om inzichtelijk te maken op welke wijze de crimi- naliteit gepleegd door jongeren in de Wildemanbuurt in relatie staat tot en beïn- vloed wordt door bovenlokale fluïde criminele netwerken. Daartoe is op basis van straatinformatie van professionals uit het stadsdeel en systeeminformatie van de politie een analyse uitgevoerd met als resultaat een netwerk van 156 perso- nen die met elkaar zijn verbonden. In het netwerk onderscheiden we de volgende criminele classificaties: harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas, facilitators en X-subjecten. Ook blijkt dat het totale netwerk onderverdeeld is in mn subnetwerken c.q. clusters waarbinnen ook criminele families een rol spelen. Deze categorieën en clusters zijn geanalyseerd op aantallen, kenmerken, crimi- naliteitspatronen en onderlinge relaties en beïnvloeding. 4.2 Bijzondere samenwerking leidt tot meerdere producten In dit onderzoek is samengewerkt tussen analisten van de politie en onderzoe- kers van Bureau Beke. Naast inzicht levert dit onderzoek ook een methodiek c.q. De balans opgemaakt 55 analysemethode die is overgedragen en nu door de politie ook in andere stadsde- len kan worden toegepast. Belangrijk om op te merken, is dat een dergelijke ana- lyse vooral meerwaarde heeft als er in een stadsdeel gedurende een groot aantal jaren sprake is van massieve en weerbarstige jeugdproblematiek, doorgroei in de criminaliteit en criminele families. Verder is het van belang om te vermelden dat er naast onderhavig — geanoni- miseerd — rapport ook een analyse op naamsniveau van het Wildemannetwerk in beheer bij de politie is. Deze analyse kan telkens geactualiseerd worden en bin- nen de geldende convenanten gebruikt worden voor de aanpak. 4.3 Multibronnenonderzoek Om het netwerk in beeld te kunnen brengen, zijn diverse onderzoeks- en analy- seactiviteiten uitgevoerd. Er is gesproken met ruim so verschillende professionals afkomstig van de politie, gemeente, openbaar ministerie en medewerkers van de aanpak overlast. Een deel van de respondenten benaderden we voor hun kennis van de straat in het stadsdeel en een ander deel voor hun betrokkenheid bij de diverse aanpakken die Amsterdam kent. De kern van het onderzoek bestaat uit de netwerkanalyse op basis van politieinformatie aangevuld met straatinforma- tie van professionals. Daarnaast is literatuuronderzoek en open bronnenonder- zoek uitgevoerd. Het was niet mogelijk om de analyse te verrijken — en daarmee het netwerk nader te duiden — met informatie over werk, inkomen en leerplicht omdat daar- voor de juridische titel niet aanwezig was. Het is de verwachting dat indien de analyse operationeel gebruikt gaat worden voor de aanpak deze gegevens wel worden verstrekt onder de voor de betreffende aanpak geldende afspraken over informatiedeling. 4.4 De context van het onderzoek Twee thema's zijn voor de context van het onderzoek van belang. Het gaat aller- eerst om wat er bekend is in de wetenschappelijke literatuur over de ontwik- kelingen en carrières binnen en aanpak van de jeugd- en jongerencriminaliteit. Anderzijds gaat het om het geven van een typering van de Wildemanbuurt. De buurt waar de 156 personen uit dit onderzoek een binding mee hebben. 56 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Kraamkamer van de misdaad Op basis van de kennis over stoppen en doorgaan in de criminaliteit is het van belang om vast te stellen dat - anders dan de meeste jongeren — een klein deel van de jongeren en jongvolwassenen doorgaat met hun criminele levenswandel, ook als de jaren vorderen. Meestal gaat het om jongeren die in hun jonge jaren signaalgedrag lieten zien in de vorm van vroege voorspellers van een (aanhou- dende) criminele carrière. Voorbeelden daarvan zijn onder andere spijbelgedrag, pestgedrag, afkomstig zijn uit een zwak sociaal gezin of deelname aan een cri- minele jeugdgroep. Daarbij moet wel aangegeven worden dat doorgaan bepaald niet hetzelfde is als doorgroeien. Doorgaan past bij criminele locals. Dit zijn vaak oudere, lokale veelplegers die niet bepaald als succesvolle criminelen te typeren zijn en die het om diverse redenen maar niet lukt om afscheid te nemen van de criminele levensstijl. Succesvol in crimineel opzicht is wel de harde kern: beroepscriminelen die vaak in georganiseerd verband en bovenlokaal actief zijn. Daartussen zitten de doorgroeiers of rising stars. Het betreft meestal jongens die vanaf jonge leeftijd met echte en/of nep-wapens, buurtbewoners bedreigen of een overval (proberen te) plegen. De jongens zijn vaak al enige tijd actief op straat, op typische ‘hotspots’, met overlast, bedreiging en geweld, en wangedrag, spijbe- len en wegsturen van school. Vaak zijn er problemen in de thuissituatie en wordt handel in drugs in het milieu als een voor de hand liggende bron van inkomsten beschouwd. De harde kerners in hun netwerk zijn hun (negatieve) rolmodellen. De doorgroeiers of rising stars hebben een ernstig risico om snel door te groeien richting met name routineuze gewelddadige drugscriminaliteit. Ooit begonnen met overlast in de wijk en onderdeel uitmakend van een jeugdgroep, maken ze in de luwte carrière in de zwaardere criminaliteit. In die zin zijn dergelijke jeugd- groepen te beschouwen als de ‘kraamkamer van de georganiseerde misdaad’. Wat werkt in de aanpak? Voor de succesvolle aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit is een aantal ingrediënten van belang, zo leert de literatuur. Dit zijn onder andere vroegsig- nalering en de aanpak van risicojeugd en -gezinnen, ketensamenwerking en focused policing: focus, samenwerking, persoonsgericht, doelgroepgericht en gebiedsgericht. Vanuit onderzoek is bekend dat het aanbrengen van gezamenlijke focus in analyse en een gerichte integrale aanpak op hot times, hot spots, hot groups en hot shots zin hebben in het terugdringen van criminaliteit en over- last. In het kader van de aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit zijn de Top X-aanpakken, zoals de Top6oo in Amsterdam (hot shots) en de aanpak van pro- blematische jeugdgroepen (hot groups), voorbeelden binnen deze categorie. De balans opgemaakt 57 Een kwetsbare buurt De Wildemanbuurt is al decennia sociaal economisch gezien de meest kwets- bare buurt in Amsterdam met een even lange historie van massieve, hardnek- kige en ernstige jeugdproblematiek. De buurt telt ongeveer 5.000 bewoners en die wonen 9 van de 1o keer in een (sociale) huurwoning. In de buurt heeft 64% van de bewoners een niet-westerse migratieachtergrond, het merendeel hiervan is Marokkaanse-Nederlander. De wijk is een voedingsbodem voor een breed palet aan criminaliteitsvormen waarbij er vaak een relatie is met drugscriminaliteit. Verder valt op dat — in ver- gelijking met andere buurten en wijken in Amsterdam — de onveiligheidsgevoe- lens onder bewoners hoog zijn en de aangifte en meldingsbereidheid richting de politie laag is. Tot slot wordt er veel overlast door de bewoners ervaren door groe- pen jongeren en is er sprake van een sfeer van verloedering: afval en achterstallig onderhoud. 4.5 Kenmerken van het Wildemannetwerk De kern van dit rapport gaat over het Wildemannetwerk van 147 mannen en 9 vrouwen in de leeftijd van 16 tot 52 jaar (gemiddeld 28 jaar). We behandelen stapsgewijs een aantal belangrijke kenmerken van het netwerk, de categorieën personen en de clusters. Actief en zwaar netwerk De leden van het netwerk zijn in de afgelopen 3 jaar betrokken geweest bij 2.955 door de politie geregistreerde incidenten. Dat is gemiddeld bijna 19 incidenten per persoon. Van hen heeft 90% (gemiddeld 12) antecedenten c.q. is als verdachte betrokken geweest bij het plegen van een strafbaar feit. Het criminaliteitspa- troon van de verdachten is breed en loopt van vermogensmisdrijven tot misdrij- ven in het kader van de opiumwet. Opvallend is het instrumentele geweld binnen het netwerk, de toegang tot wapens en de betrokkenheid bij liquidaties. In vergelijking met dit type analyses in andere gemeenten in het land is het Wildemannetwerk zwaar. Er zitten relatief veel harde kenners, facilitators en rising stars in het netwerk terwijl het aandeel van de jonge aanwas klein is. De jonge mannen die in het netwerk zitten, staan via een aantal connecties binnen hetzelfde netwerk wel in verband met keiharde criminelen en de wereld van de georganiseerde en gewelddadige (drugs)misdaad. In combinatie met de kwets- bare context en het gebrek aan maatschappelijk perspectief verhoogt dit de kans op misdaadcarrières. 58 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Gesloten en efficiënt netwerk Het Wildemannetwerk is hecht, gesloten en door de sterke onderlinge rela- ties ook efficiënt. Er zitten veel familierelaties in het netwerk (broers, neven en een aantal zussen en nichten) en ook de rol van een aantal criminele families is opvallend. Het netwerk beschikt over middelen (denk aan voertuigen, geld en vuurwapens), personen (in verschillende categorieën, waaronder facilitators) en (criminele) kennis om succesvol te zijn in de criminaliteit. Dit maakt dat derden moeilijk binnenkomen en het verzamelen van informatie over personen in het netwerk (door bijvoorbeeld de politie) lastig is. Op basis van het open bronnenon- derzoek valt op dat er over de personen in het netwerk weinig online informatie te vinden is. Zo zijn er weinig tot geen sociale media accounts te vinden, worden de personen vrijwel nergens vermeld en blijken de vermeldingen die er dan wél zijn gedateerd te zijn. Ook dit past bij een gesloten netwerk en kan er op wijzen dat deze personen bewust onder de radar proberen te blijven. Het kan ook zijn dat er door deze personen op sociale media vooral gebruik gemaakt van ‘nickna- mes’ om niet gevonden te worden door de politie en andere instanties. Aan de randen van het netwerk bevindt zich een aantal poortwachters die de link tussen het netwerk en de ‘buitenwereld’ zijn. Ook liquidaties of pogingen daartoe worden gepleegd door een aantal personen die aan de randen van het netwerk terug te vinden zijn. Het stadsdeel is al jaren actief met de aanpak van de Wildemangroep en deze groep jongeren zitten als drie afzonderlijke clusters in het centrum van het netwerk. Kwetsbare vrouwen en facilitators De negen vrouwen in het netwerk zijn allemaal partners of familie (zus, moeder of tante) van andere personen in het netwerk. Een deel van de vrouwen is kwets- baar met een bredere problematiek, sommigen werken als zzp'er in de prostitu- tie. Andere vrouwen die wel familie zijn van leden in het netwerk maar er zelf geen onderdeel van uitmaken, lijken coördinerend als het gaat om prostitutie of te fungeren als katvanger of facilitator - auto’s en scooters op naam — voor de mannen in het netwerk. Niet alleen vrouwen zijn soms faciliterend binnen het netwerk. In totaal zit- ten er 14 facilitators in het netwerk die bemiddelen in ruimten, locaties, opslag, voertuigen, transport of wapens. De balans opgemaakt 59 Clusters en verbinders Het netwerk is op basis van onderlinge hechtheid onder te verdelen in 11 clusters met elk eigen kenmerken. Zo zijn er clusters (relatief jong) die zichtbaar zijn op de hotspots en de kern van de Wildemangroep vormen, maar we onderscheiden ook gespecialiseerde clusters (voertuigcriminalitiet, liquidatie), doorgroeiers, cri- minele families en the next generation. Verder liggen er — via drillrap of samen- plegen — ook verbindingen naar netwerken in andere stadsdelen van Amsterdam. Naast onderlinge contacten op basis van dezelfde leeftijd zijn er ook diverse verbinders in het netwerk zichtbaar die zorgen voor verticale verbindingen tus- sen clusters. De verbinders hebben veelal een leidinggevende rol en hierdoor beïnvloeden ze de andere personen in de groep op een negatieve manier. Ze zetten jongeren aan tot het plegen van strafbare feiten, maar zij vormen ook de schakels om jongeren die nog tamelijk onschuldig actief zijn in de criminaliteit in contact te brengen met zware jongens en zwaardere vormen van criminaliteit. Rol van bedrijven In het netwerk komt een aantal bedrijven in of in de directe omgeving van Amsterdam Nieuw-West naar voren als ‘interessant’. Het zijn enerzijds bedrij- ven die fungeren als ontmoetingsplekken of locaties die faciliteren. Verder vallen autoverhuurbedrijven uit andere delen van het land op die verbonden zijn met het Wildemannetwerk. Dergelijke voertuigen bieden het netwerk een vervoers- middel, de gelegenheid om anoniem te rijden en relatieve onaantastbaarheid, omdat een gehuurd voertuig niet persoonlijk afgepakt kan worden. Ook zijn er diverse mannen in het netwerk actief als zzp-er in de Amsterdamse taxibranche. Recent onderzoek leert dat de taxibranche een interessante spil in een web van criminele netwerken kan zijn. Het betreft netwerken die zich vooral bezighouden met drugs en wapens. Chauffeurs zijn faciliterend en taxi’s de per- fecte dekmantel om drugs, wapens maar ook criminelen te vervoeren. 4.6 De aanpak: veel kansen en één zorg Uit een analyse van de aanpak komt naar voren dat 37% van de leden van het net- werk ergens in een stadsdeel of de stad onderdeel is van een aanpak en 63% niet. De meeste leden van het netwerk zitten in de Wildemangroepaanpak of zitten in de Top 400 of 6oo. De huidige analyse geeft veel input om te beoordelen of daar bijstelling of intensivering op zou moeten komen. Er zijn op basis van de analyse en de bespreking van de netwerkanalyse met professionals veel kansen maar er is 60 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken ook een zorg. Kansen liggen op het vlak van het aanpakken van onderdelen van het netwerk zoals: ns _De selectie van een aantal rising stars voor de Amsterdamse doorgroei- ers-aanpak; =De aanpak van facilitators in het netwerk; n= De focus en aanpak op een aantal bedrijven die uit de analyse naar voren komen; n= De inzet op de jonge aanwas om doorgroei te voorkomen; = Het onttrekken van wapens aan het netwerk door recherchematig in te zoomen op die personen die daar betrokkenheid bij hebben; n= De aanpak van de Wildemangroep in de context van de netwerkana- lyse; =De focus op en aanpak van de (kwetsbare) vrouwen; = De integrale aanpak van criminele families; n _De focus op en aanpak van verbinders en brokers in het netwerk. Buiten de aanpak van dit netwerk dient ook vroegsignalering op basis van risi- cofactoren genoemd te worden. Het gaat er dan om te voorkomen dat opgroei- ende en kwetsbare kinderen in de basisschoolleeftijd überhaupt gaan toetreden tot een problematisch jeugdnetwerk in de Wildemanbuurt. Het is van belang om aan te geven dat het instrumentarium van het stadsdeel Nieuw-West gericht is op vroegsignalering en het tegengaan van overlast en lichte criminaliteit. Van systeemanalyse naar systeemaanpak Het is uniek dat er voor de eerste keer op basis van straat- en systeeminfor- matie een uitgebreide netwerkanalyse is gemaakt van de criminaliteit in een Amsterdamse buurt en van de mate van beïnvloeding en samenwerking tussen personen en clusters binnen een netwerk. Deze systeemanalyse vraagt om een systeemaanpak. Een en ander is te vergelijken met een goede pizza: de ingrediënten (een breed Amsterdams pallet van aanpakken) zijn er en met de netwerkanalyse (een ope- rationeel product naast dit onderzoeksrapport) is er ook een bodem. De pizza laat zich het beste smaken als deze met beleid (visie) gegeten gaat worden. Kleine goed gekozen happen verdienen daarbij de voorkeur boven het snel verorberen van de pizza. Er is ook één zorg. Als ieder voor zich aan de slag gaat wordt er eigenlijk op dezelfde manier gewerkt als in het verleden. Van die aanpak weten we dat het voor veel jongeren niet gelukt is om misdaadcarrières te voorkomen of doorbreken. De balans opgemaakt 61 Geraadpleegde bronnen Literatuur Adjiembaks, S. (2018). (On)gemerkt bijzonder. Levensverhalen van resisters en de bete- kenis van resistance to crime. Den Haag: Boom Criminologie. Beerthuizen, M., E. Leijsen & A. Van der Laan (2019). Risico- en beschermende facto- ren in de kindertijd en vroege adolescentie voor high impact crime in de latere adoles- centie en jongvolwassenheid. Cahiers 2019-15, WODC: Den Haag. Beke, B, H. Ferwerda, E. van der Torre & E. Bervoets (2013). Jeugdgroepen en geweld. Van signalering naar aanpak. Onderzoeksreeks Politieacademie, Boom, Lemma. Bersani, B. & E. Eggleston Doherty (2018). Desistance from Offending in the Twenty-First Century. Annual Review in Criminology, vol. 1, 311-334. Berkeley, E. & A. Van Uden (2009). Risicojongeren: een bundeling van inzichten uit onderzoek, beleid en praktijk over effectieve aanpak. Den Haag, Nicis Institute. Bervoets, E., Ferwerda, H., Bremmers, B., Keijzer, D., & T. Appelman (2013). Daling jeugdige verdachten Amsterdam. Op zoek naar mogelijke verklaringen. Rotterdam/ Arnhem: Lokale Zaken/Bureau Beke. Bervoets, E. & A. van Wijk (2016). Drie drugsnetwerken in een kleine stad. Tijd- schrift voor Criminologie 58(3):3-19. Blokland, A. & L. de Kruijff (2020). Desistance bij seksuele daders in criminologisch perspectief. In: K. Goethals, M. De Boeck, T. Dilliën, W. Huys & A. Nuyts (red), Handboek behandeling van seksueel afwijkend gedrag, 101 — 145, Blondel, V. J.-L. Guillaume, R. Lambiotte & E. Lefebvre (2008). Fast unfolding of communities in large networks, Journal of Statistical Mechanics: Theory and Experiment (ro), Prooo. 62 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Braga, A. & D. Weisburd (2012). ‘The effects of “pulling levers” focused deterrence strategies on crime’, Campbell Systematic Reviews 2012, afl. 6, 1-90. Bruinsma, G. & W. Bernasco (2002). Dadergroepen en transnationale illegale markten. Tijdschrift voor Criminologie, 44 (2),128-140. Burik, A. van, Hoogeveen, C., De Jong, B., & Vogelvang, B. (2013). Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen. Den Haag: WODC. Campedelli, G., F. Calderoni, T. Comunale & C. Meneghini (2020). Life-Course Criminal Trajectories of Mafia Members. Crime & Delinquency. DOI: 10.1177/ OOIII28719860834. Can, E., F. Patan, D. Smith, D. Sudarmanto & L. Bakker (Ed.) (2018). Portretten uit de Wildemanbuurt: Een onderzoek naar de wensen en behoeften van verschillende bewonersgroepen. Amsterdam: Gemeente Amsterdam. Copp‚ J., P. Giordano & M. Longmore (2019). Desistance from Crime during the Transition to Adulthood: The Influence of Parents, Peers, and Shifts in Identity. Journal of Research in Crime and Delinguency. Crone, E. (2018). Het puberende brein: over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. Amsterdam: Promotheus. Ferwerda, H. (2005). De Diamantgroep. De aanpak gebundeld. Arnhem, Bureau Beke. Ferwerda, H., J. Jakobs & B. Beke (1996). Signalen voor toekomstig crimineel gedrag. Een onderzoek naar de signaalwaarde van kinderdelinquentie en probleemgedrag op basis van casestudies van ernstig criminele jongeren. Den Haag: Stafbureau Informatie, Voorlichting en Publiciteit. Dienst Preventie, Jeugdbescherming en Reclassering. Ministerie van Justitie. Ferwerda, H., B. Beke & E. Bervoets, (2013). Jeugdgroepen van toen. Een casus on- derzoek naar de leden van drie criminele jeugdgroepen uit het einde van de vorige eeuw. Politie & Wetenschap, Apeldoorn. Ferwerda, H. & T. van Ham (2017). Lessen uit de aanpak van jeugdgroepen. Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A. Donker, R. Roks, B. Ro- vers, M. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, pp. 112-126) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Ferwerda, H., B. Beke & E. Bervoets (2017). De onzichtbare invloed van bovenlokale criminele netwerken op de wijk. Tijdschrift voor de Politie, 79, 9/10, 2017, 6-11. Geraadpleegde bronnen 63 Ferwerda, H. B. de Graaf, H. Lesscher & N. Saadat (2018). Het Dalton-effect voor- komen. Nut, noodzaak en lessen voor de aanpak van criminele families. Tijdschrift voor de Politie, jaargang 80, nr. 8/9, 2018, 44-48. Ferwerda, H. (2019). Gooi het kind niet met het badwater weg. Cahiers Politiestu- dies, jaargang 2019-I, nr. 5O, 141-144. Ferwerda, H., J. Wolsink & 1. van Leiden (2020). De lading van vuurwapens. Een onderzoek naar de impact van illegale vuurwapens in Nederland. Politie & Wetenschap, Den Haag; Bureau Beke, Arnhem Ferwerda, H., H. de Boer, 1. van Leiden & J. Wolsink (2021). Taxi! Malafide acti- viteiten en (ondermijnende) criminaliteit in de Amsterdamse taxibranche. Bekereeks, Bureau Beke, Arnhem. Freeman, C. (1977). A Set of Measures of Centrality. Based on Betweenness. Sociometry, L, 35-41. Fuller, G. A. Morgan & R. Brown (2019). Criminal histories of Australian organised crime offenders. Trends & issues in crime and criminal justice, 567. Geenen, M. (2010), Stoppen is afzien: welke betekenis geven jongeren aan professionals in het proces van stoppen met criminaliteit? ‘s-Hertogenbosch: Avans Hogeschool, Expertisecentrum Veiligheid. Gemeente Amsterdam (2019). Weerbare mensen, weerbare wijken. Programma Te- rugdringen Drugshandel. Grinsven, S. van & A. Verwest (2017). Vijf jaar aanpak Top 6oo, waar staan we nu? Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A.G. Donker, R.A. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit &E. Snel, 127-141) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Hoogerwerf, A. (2003). Beleid, processen en effecten. A. Hoogerwerf en M. Herweijer, Overheidsbeleid. Een inleiding in de beleidswetenschap. Alphen aan den Rijn: Kluwer. Jeursen, T & M. Achleitner (2019). Drugscriminaliteit in Amsterdam-West: een contextuele benadering. Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Klerks, P. (2oo1). The network paradigm applied to criminal organisations: theore- tical nit-picking or a relevant doctrine for investigators? Recent developments in the Netherlands. Connections, 24 (3), 53-65. 64 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Koppen, M. van, V. Van der Geest & E. Kleemans (2017). Doorgroeiers in de misdaad. De criminele carrières en achtergrondkenmerken van jonge daders van een zwaar delict. VU, Politie & Wetenschap, Apeldoorn. Laan, van der, A. & M. Beerhuizen (2018). Monitor Jeugdcriminaliteit 2017: Ontwik- kelingen in de registreerde jeugderiminaliteit in de jaren 2000 tot 2017. Cahier 2018-1. Den Haag: Ministerie van Justitie en Veiligheid. Laan, van der, A, M. Beerthuizen & H. Goudriaan (2017). Ontwikkelingen in de jeugderiminaliteit, 1997 tot 2015. Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A.G. Donker, RA. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, 28-49) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Laan, van der A, S. Pleysier & F. Weerman (2020). Hedendaagse jeugderiminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling. Tijdschrift voor Criminologie, 62(2-3), 115-129 Lambiotte, R., J.-C. Delvenne & M. Barahona (2009). Laplacian Dynamics and Multiscale Modular Structure in Networks. Leiden, 1. van, J. Wolsink & H. Ferwerda (2019). Criminelen achter het stuur. De aard en omvang van het gebruik van huurmotorvoertuigen voor criminele activiteiten. Bekereeks, Bureau Beke, Arnhem. Lenkens, M., F. van Lenthe, L. Schenk, T. Magnée, M. Sentse, S. Severiens, G. Engbersen & G. Nagelhout (2019). Experiential peer support and its effects on de- sistance from delinquent behavior: Protocol paper for a systematic realist litera- ture review. Systematic Reviews, vol. 8, no. 119, 1-14. Maruna, S. (2oo1). Making good; How ex-convicts reform and rebuild their lives. Washington DC: APA-Books. McNeill, F. (2006). A desistance paradigm for offender management. Criminology and Criminal Justice, (1), 39-62. Rovers, B. (2008) Ze deugen nergens voor: het Belief effect in justitiële jeugd- interventies. H. Moors en B. Rovers: Geloven in veiligheid. Avans Hogeschool: ’s Hertogenbosch. Sampson, R. & J. Laub (1995). Crime in the making: Pathways and turning points through life. Harvard University Press. Sampson, R. & J. Laub (2017). A general age-graded theory of crime: Lessons learned and the future of life-course criminology, Farrington, Integrated Develop- mental and Life-course Theories of Offending, 165 — 187. Geraadpleegde bronnen 65 Skogan, W. & K. Frydl (eds.) (2004). Fairness and Effectiveness in Policing: The Evidence. Washngton: Te national Academy’s Press. Spapens, T. (2012). Netwerken op niveau: criminele micro-, meso- en macronetwerken (oratie). Tilburg: Tilburg University. Versteegh, P., T. van der Plas & H. Nieuwstraten (2011). The best of three worlds. Effectiever politiewerk door een probleemgerichte aanpak van hot crimes, hot spots, hot shots en hot groups, Apeldoorn: Politieacademie. Vollaard, B., P. Versteegh & J. van den Brakel (2009). Veelbelovende verklaringen voor de daling van de criminaliteit na 2002. Apeldoorn: Politie & Wetenschap. Waard, de, J., A. Van der Laan & M. Scheepmaker (2017). Inleiding. Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A.G. Donker, R.A. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, 5-9) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Waard, De, J. (2019). Wat Werkt? Een systematisch overzicht van recent verschenen meta evaluaties / synthesestudies binnen de kennisdomeinen situationele crimina- liteitspreventie, politiezorg, en strafrechtelijke interventies, 1997 — 2019. Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Weerman, FE. & E. Kleemans (2002). Criminele groepen en samenwerkingsverban- den. Tijdschrift voor Criminologie, 44 (2), 114-127. Weerman, EF. (2017). Sociale media en smartphones als verklaring voor de daling in jeugdcriminaliteit? Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A.G. Donker, RA. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, 71-87) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Weijers, L. & D. van Drie (2014). Stoppen of volharden. Portretten van jonge veel- plegers. SWO, Amsterdam. Weijers, 1. (2019). Veelplegers aanpakken. 81 jonge veelplegers 15 jaar gevolgd. SWP, Amsterdam. Weijers, 1. H. Ferwerda & R. Roks (2021). Verharding van de jeugdcriminaliteit. Nederlands Juristenblad, 8 januari 2021, aflevering 1, 14-20. Websites AT5. (2018). Cameratoezicht in Wildemanbuurt: “Veiligheid op straat onder grote druk”. ATs5. https://www.ats.nl/artikelen/181091/cameratoezicht-in-wildeman- buurt-veiligheid-op-straat-onder-grote-druk 66 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Blik op Nieuws. (2020). Grote hoeveelheid drugs bij controle spookbewoning Osdorper Ban. https://www.blikopnieuws.nl/nieuws/280172/grote-hoeveelheid- drugs-bij-controle-spookbewoning-osdorper-ban.html Centraal Bureau voor de Statistiek. (2019a). Kerncijfers wijken en buurten 2019 https://opendata.chbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84583 NED/table?ts= 1598539540294 Centraal Bureau voor de Statistiek. (2o19b). WOZ-waarde naar record, hoogste stijging sinds jaren. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/37/woz-waarde-naar- record-hoogste-stijging-sinds-jaren#:%7E:text=De%20ogemiddelde%20 WOZ%2Dwaarde%2osteeg,378%20duizend%20oeuro%2oper%2owoning Gemeente Amsterdam. (2019). Verlening plaatsingsduur cameratoezicht Wilde- manbuurt/Osdorperban. Gemeenteblad nr. 316531 https://www.officielebekend- makingen.nl/gmb-2019-316531.pdf Het Parool (2018) Criminelen wonen anoniem in Osdorp. Het Parool. https:// www.parool.nl/nieuws/criminelen-wonen-anoniem-in-osdorp=bgag998c/?referr er=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F Het Parool (2020). Tot 8,5 jaar cel voor zes leden drugsbende uit West. https:// www.parool.nl/amsterdam/tot-8-5-jaar-cel-voor-zes-leden-drugsbende-uit- west--bb868179/ OIS. (2019a). Cijfers Wildemanbuurt. https://data.amsterdam.nl/data/gebieden/ buurt/ido3630000000443/ OIS. (2o19b). Dashbord Veiligheid. https://data.amsterdam.nl/specials/dashboard/ dashboard-veiligheid/d6o06969-9d2a-413d-80a4-308932ed36f8/ Trouw. (2018) De hardnekkige achterstand van Amsterdam-Osdorp. https:// www.trouw.nl/nieuws/de-hardnekkige-achterstand-van-amsterdam- osdorp“b8ooogzec/Zreferrer= https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F Geraadpleegde bronnen 67 Bijlage 1 — Deelnemers aan het onderzoek Aan het onderzoek werkten in totaal 55 professionals mee. Hun organisatie en functies staan hierna weergegeven. Politie Districtsrecherche West Interventiepleger IPGA NWN Operationeel Specialist A jeugd districtsrecherche West (2) Operationeel Specialist A GGP Operationeel Specialist A ondermijning Operationeel Specialist B districtsrecherche West Operationeel Specialist B doelgroepen districtsrecherche West Operationeel Specialist B analyse en onderzoek Operationeel specialist B Basisteam Operationeel Specialist E district West Senior GGP taakaccenthouders jeugd (2) Senior Tactische Opsporing Basisteam (2) Senior Tactische Opsporing recherche West Senior team analyse en onderzoek Thematisch Wijkagent jeugd Thematisch wijkagent ondermijning Teamchef (2) Wijkagent (2) Wijkagent en toegevoegd aan teamleiding Gemeente Adviseur ACVZ Adviseur doorgroeiers ACVZ Afdeling Jeugd, OJZ Beleidsmedewerker OOV Gebiedsmanager Nieuw West Projectleider Jeugd en Veiligheid (3) Senior adviseur sociale basis Senior projectleider Jeugd en Veiligheid Senior Projectleider Veiligheid 68 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Senior procesregisseur ACVZ Strategisch adviseur (2) Strategisch adviseur kennis en ontwikkeling & senior procesregisseur ACVZ Teamleider THOR/Stadsdeel Nieuw-West (2) Veiligheidsmanager Verbindingsfunctionaris ACVZ Openbaar Ministerie Beleidsadviseur (2) Beleidsmedewerker (4) SAOA Algemeen directeur Coördinator straatcoaches Straatcoach (3) Teamleider straatcoaches Bijlagen 69 Bijlage 2 — Delictscategorieën, subcategorieën, aantallen en percentages Totaal Afpersing / Incasso 20 1,2% Afpersing / Incasso 20 Totaal Cybercrime 1 0% Cybercrime 1 Totaal Fraude / Vervalsing / Oplichting 42 2,3% Fraude 2 Fraude Met Betaalproducten 6 Fraude Met Online Handel 5 ldentiteitsfraude 3 le-Fraude/Namaakgoederen 4 Oplichting 11 Overige Horizontale Fraude 4 Overige Verticale Fraude 0 Vals Geld Aanmaken 0 Vals Geld Uitgeven 3 Valsheid In Zegels En Merken 2 Vervalsen Paspoort/ldentiteitskaart/Reisdocument 2 Totaal Geweld / Bedreiging / Ontvoering 270 14,9% Bedreiging 79 Eenvoudige Mishandeling 76 Gijzeling/Ontvoering 6 Openlijke Geweldpleging Tegen Personen 78 Overige Misdrijven Tegen De Persoonlijke Vrijheid 2 Zware Mishandeling 29 70 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Totaal Liquidatie / Moord / Doodslag 19 1,0% Doodslag/Moord 19 Totaal Overige Misdrijven 199 11,0% Belediging 66 Brandstichting 2 Discriminatie 1 Huisvredebreuk 2 Lokaalvredebreuk 2 Misdrijven Anders 8 Misdrijven Wet Op De Kansspelen 1 Niet Voldoen Aan Bevel/Vordering 23 Openlijke Geweldpleging Tegen Goederen 15 Overige Delicten Openbare Orde 3 Overige Misdrijven 4 Overige Misdrijven Tegen Het Openbaar Gezag 1 Telecommunicatiewet 1 Transport Gevaarlijke Stoffen Over De Weg 0 Valse Aangifte 2 Vernieling 14 Vernieling Overige Objecten 24 Vernieling Van/Aan Auto 6 Vernieling Van/Aan Openbaar Gebouw 0 Vernieling Van/Aan Openbaar Vervoer/Abri 1 Vreemdelingenwet 0 Wederspannigheid (Verzet) 23 Totaal Overige Vermogensdelicten 854 47,2% Diefstal door middel van Braak 8 Diefstal In Vereniging 16 Diefstal In/Uit Bedrijf/Kantoor 0 Bijlagen 71 Diefstal In/Uit Bedrijf/Kantoor (Niet Gekwalificeerd) 13 Diefstal In/Uit Box/Garage/Schuur/Erf (Niet Gekwalificeerd) 1 Diefstal In/Uit School (Niet Gekwalificeerd) 1 Diefstal In/Uit Sportcomplex (Niet Gekwalificeerd) 2 Diefstal In/Uit Woning (Niet Gekwalificeerd) 6 Diefstal Met Geweld 14 Diefstal Met Geweld In/Uit Woning (Niet Gekwalificeerd) 1 Diefstal Met Geweld Uit/Vanaf Personenauto 3 Diefstal Uit/Vanaf Andere Vervoermiddelen 15 Diefstal Uit/Vanaf Personenauto 55 Diefstal Uit/Vanaf Vaartuig 1 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit Andere Gebouwen 5 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit Bedrijf/Kantoor 41 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit Box/Garage/Schuur 12 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit Hotel/Pension 1 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit School 6 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit Sportcomplex 1 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit Winkel 21 Gekwalificeerde Diefstal In/Uit Woning 238 Gekwalificeerde Diefstal Met Geweld In/Uit Andere Gebouwen 1 Gekwalificeerde Diefstal Met Geweld In/Uit Bedrijf/Kantoor 3 Gekwalificeerde Diefstal Met Geweld In/Uit Winkel 8 Gekwalificeerde Diefstal Met Geweld In/Uit Woning 1 Heling 167 Overige (Eenvoudige) Diefstal 47 Overige Diefstallen Met Geweld 4 Overige Gekwalificeerde Diefstal 8 Straatroof 83 Verduistering (Evt. In Dienstbetrekking) 9 72 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Winkeldiefstal 52 Winkeldiefstal Met Geweld 1 Zakkenrollerij/Tassenrollerij 9 Totaal Overvallen / Ram- En Plofkraken 28 1,8% Overval 5 Overval In Woning 8 Overval Op Geld- En Waardetransport 1 Overval Op Overige Objecten 14 Totaal Opiumwetgeving 93 5,1% Bezit Harddrugs (Lijst I) 27 Bezit Softdrugs (Lijst li) 18 Handel E.D. Harddrugs (Lijst I) 29 Handel E.D. Softdrugs (Lijst li) 15 Overige Drugsdelicten 1 Ripdeal 0 Vervaardigen Softdrugs (Lijst li) 3 Totaal Wegenverkeerswet 68 3,8% Aanrijding 1 Joyriding 1 Kentekenplaat Onzichtbaar Maken 1 Overig Verkeersmisdrijf 1 Rijden Met Ongeldig Verklaard Rijbewijs 6 Rijden Onder Invloed 8 Rijden Onder Invloed (Uitsluitend Alcohol) 14 Rijden Onder Invloed Drugs/Geneesmiddel al dan niet in com- 5 binatie met Alcohol Rijden Terwijl Rijbewijs Is Ingevorderd 2 Rijden Tijdens Ontzegging Rijbevoegdheid 1 Rijden Tijdens Rijverbod 0 Verkeersongeval Met Letsel 5 Bijlagen 73 Verlaten Plaats Na Verkeersongeval 19 Weigeren Ademanalyse 3 Weigeren Bloedproef 1 Totaal Voertuigcriminaliteit 162 9,0% Diefstal Bromfiets/Snorfiets 66 Diefstal Fiets 24 Diefstal Met Geweld Bromfiets/Snorfiets 2 Diefstal Met Geweld Motor 1 Diefstal Met Geweld Personenauto 1 Diefstal Motor 42 Diefstal Personenauto 23 Diefstal Vrachtauto/Bestelauto 0 Vals Kenteken / Valse Kentekenplaten 3 Totaal Wet Wapens en Munitie 39 2,2% Bezit Overige Wapens 13 Bezit Vuurwapens 25 Handel Vuurwapens 1 Totaal Witwassen / (Crimineel) Vermogen 7 0,4% Witwassen 7 Totaal Zedenmisdrijven 8 0,4% Aanranding 8 Eindtotaal 1.810 100% Eindtotaal 1.810 74 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Bijlage 3 — Antecedenten en achtergrondkenmerken Tabel 1 — antecedenten naar aard en categorie pleger in percentages x Er “ 5 5 y EE 2 8 5 8 EE OE 8 EÈ 4% 5 5 Categorie Tabel 2 — achtergrondkenmerken per cluster Bijlagen 75 Oe Tabel 2 (vervolg) — achtergrondkenmerken per cluster | Tabel 3 - antecedenten naar aard en cluster in percentages 76 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Tabel 3 (vervolg) - antecedenten naar aard en cluster in percentages Bijlagen 77 2008 Kwetsbaar beroep de: Een onderzoek naar de prostitutiebranche in Ambtscriminaliteit aangegeven? . Amsterdam Een onderzoek naar het opvolgen van en kennis over de wettelijke verplichting tot aangifte van Cameratoezicht in beweging artikel 162 Sv misdrijven Ervaringen met nieuwe vormen van cameratoezicht bij de Nederlandse politie Verborgen problemen Een onderzoek naar (de aanpak van) criminaliteit 2011 onder Antillianen in Nederland Los van drank Bont en Blauw Procesevaluatie Haltafdoening Alcohol Een onderzoek naar de strafrechtelijke behandeling van geweldszaken tegen Lastige verhalen politieambtenaren en de bejegening van Een exploratief onderzoek naar valse aangiften van slachtoffers daarvan door de politie en het zedenmisdrijven door meisjes van 12-18 jaar openbaar ministerie Wapenfeiten Uitstel van behandeling? Een onderzoek naar overvallen en overvallers in Een verkennend onderzoek naar TBS-gestelden Nijmegen met en zonder een combinatievonnis en de . 8 ’ Snelle jongens mogelijke effecten van detentie Een onderzoek naar drugsrunners en daaraan gerelateerde problematiek in Limburg-Zuid 2009 Huwelijksdwang: Een verbintenis voor het 2012 ? vend kenni d d k De schade hersteld? en VErKERAINS van e aar en aanpak van Een onderzoek naar herstelbemiddeling bij gedwongen huwelijken in Nederland . . . . jeugdige delinquenten in Vlaanderen Inpakken niet nodig Onder Controle? Een profiel van straatroven en straatrovers in . . . Een procesevaluatie van de gedragsinterventie Almere à ser: Korte Leefstijltraining voor verslaafde Back on Track? justitiabelen’ Een evaluatieonderzoek naar de onthemende . . . 7 7 , Planmatig en flexibel projecten van de Bijzondere Jeugdbijstand in . . . Procesevaluatie gedragsinterventie CoVa+ Vlaanderen cov lan? Oosterse Teelt ora vo'gens p'an: _ Vietnamezen in de hennepteelt Een vooronderzoek naar de mogelijkheden en reikwijdte van een effectonderzoek van de Dierenwelzijn in het vizier cognitieve vaardigheidstraining De aard en omvang van dierenwelzijnszaken en de stand van zaken van de handhaving van de Achter de schermen . so: regelgeving op dat gebied in Nederland Een verkennend onderzoek naar downloaders van kinderporno p 2013 2010 Over leven na de moord Tot de dood heidt De gevolgen van moord en doodslag voor Ee e en HN se he k k de nabestaanden van de slachtoffers en de en onderzoek naar dé omvang en emmer en ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland van moord en doodslag in huiselijke kring Met scherp schieten 2016 Een onderzoek naar een aantal veiligheidsrisico’s . met betrekking tot de schietsport in Nederland Dieren Verboden De toepassing van het houdverbod als bijzondere Georganiseerde voertuigcriminaliteit in voorwaarde bij een voorwaardelijke straf Nederland … ‚ Dn Een beeld van de omvang, kenmerken, werkwijzen Kijk op jeugderiminaliteit en aanpak anno 2013 Handvatten voor het opstellen van een periodieke trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit en Het warme bad en de koude douche een overzicht van veelbelovende aanpakken Een onderzoek naar misstanden in nieuwe . . . religieuze bewegingen en de toereikendheid van Stijging meldingen verwarde personen in de regio het instrumentarium voor recht en zorg Rotterdam Een onderzoek naar mogelijke verklaringen en 2014 wenselijke oplossingen . tate? Portretten van notoire ordeverstoorders Missen we iets? ‚ . Een gebiedsanalyse in Rotterdam naar de omvang en Kenmerken en achtergronden van notoire k de ieuederiminalitei le ‘wi ordeverstoorders binnen het voetbal aanpak van de jeugdcriminaliteit en eventuele witte vlekken’ in dat beeld Gelegenheidsordeverstoorders? . De draad weer oppakken Analyse van rondom grootschalige rellen Een follow-up onderzoek onder nabestaanden van aangehouden verdachten . slachtoffers van levensdelicten Ondergaan of ondernemen Hoe | de h 5 Ontwikkelingen in de aard en aanpak van oe open de azen: . 8 De stand van zeken in de aanpak van afpersing van het bedrijfsleven . 7 ’ , dierenmishandeling en dierenverwaarlozing Raak geschoten? n heli Een onderzoek naar de werking van maatregelen ocus op heIng ‚ Een onderzoek naar het functioneren van de tegen geweld en overlast rondom het betaald , , helingmarkt, het beleid tegen en de gevolgen van voetbal heling Doordringen of doordrinken van cif , , Effectevaluatie Halt-straf Alcohol en din kaate ikkeli Prostitutie in Nederlandse gemeenten en ul ing van € wantitatieve ontwikkelingen van . de jeugderiminaliteit Een onderzoek naar aard en omvang, beleid, toezicht en handhaving in 2014 Wie is het slachtoffer? Kenmerken van de doelgroep van het Schadefonds 2015 Geweldsmisdrijven en strategieën voor een beter . doelgroepbereik Aangifte onder nummer oergroepbere Implementatie, toepassing en eerste resultaten van Radicalisering in de gemeente Arnhem de nieuwe regeling ‘Aangifte onder nummer’ Resultaten van onderzoek onder mentoren, . orb: lzijnswerkers en jongeren Papier en werkelijkheid WE Zjnswerkers En JONSEre Een hypothesevormend onderzoek naar de invloed 2017 van registratie-effecten op de omvang van de geregistreerde jeugdcriminaliteit Duiding van problematisch jeugdgroepengedrag Grensoverschrijdend slachtofferschap Een theoretische verkenning en een praktische . ser handreiking voor het veld Een inventarisatie van aard, omvang en aandachtspunten in verband met de effectuering Prostitutie in beeld gebracht van slachtofferrechten Een onderzoek naar aard en omvang van zichtbare en onzichtbare prostitutie in Arnhem De achterblijvers Criminelen achter het stuur Een evaluatie van het maatwerk voor achterblijvers Aard en omvang van het gebruik van van vermiste personen huurmotorvoertuigen voor criminele activiteiten 2018 Asielzoekers in het gareel? Plan-, proces en effectevaluatie werking extra Realiteit of registratie-effect? begeleiding- en toezichtlocaties De invloed van registratie-effecten op de daling van de geregistreerde jeugderiminaliteit 2020 Links-extremisme in beeld Afspraak is afspraak? Een verkennend onderzoek naar links- Evaluatie van de eenduidige landelijke afspraken extremistische groeperingen in Nederland rondom opsporing en vervolging van geweld tegen werknemers met een publieke taak Na het beslag Een onderzoek naar door RVO inbeslaggenomen Panden met een luchtje voorwerpen onderdeel Natuur en de afhandeling Een inventarisatie van aanpakken om verhuur van daarvan panden voor criminele doeleinden tegen te gaan Slachtoffers zoeken en vinden Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol Een onderzoek naar het werk van de kinderpornorechercheurs Black Box? Een onderzoek naar opslagboxen in relatie tot Straatprostitutie in Nijmegen criminaliteit: fenomeen en aanpak Een evaluatie van de tippelzone en huiskamer aan de Nieuwe Marktsrtaat in Nijmegen Fietsdiefstal in Nederland Van fenomeen naar aanpak Opschakelen Onderzoek naar ongewenste gedragingen in de Sterk spul wielersport Aard, omvang en ernst van de dopinghandel in Nederland Betonrot Een kwalitatief onderzoek naar het fenomeen Voor de verandering ondermijnende criminaliteit in Brabant- Een exploratief onderzoek naar pogingen tot Zeeland, de effecten van en richtingen voor de het veranderen van seksuele gerichtheid en overheidsaanpak genderidentiteit in Nederland 2019 2021 Hoog-risico honden, een bijtend probleem? Werken aan werk Een fenomeenonderzoek naar bijtincidenten en Een evaluatie van penitentiare arbeid hondengevechten Medische missers De politieaanpak van etnisch profileren in De gevolgen en nasleep van medische incidenten Amsterdam en ervaringen met de ondersteuning van de Een onderzoek naar effecten, criteria en meetbare gedupeerden door het Casemanagement Medische indicatoren Incidenten Zo ziek als een hond? Misdrijven in kinderschoenen Gezondheids- en socialisatieproblemen bij puppy's Een onderzoek naar de aanpak van 12- en 13-jarige in Nederland in relatie tot de herkomst misdrijfverdachten binnen en buiten het strafrecht Minderjarige slachtoffers van Taxi zedenmisdrijven gehoord Malafide activiteiten en (ondermijnende) Een kwalitatief onderzoek naar de verhoorpraktijk criminaliteit in de Amsterdamse taxibranche Downloaders van kinderporno; een literatuuronderzoek Voor meer informatie over uitgaven in deze reeks: bureaubeke.nl. À OO | 1 4 £ | LZS | ZI Ser | AO : A | V | / | N/A Binnen het Amsterdamse programma ‘Weerbare mensen, weerbare wijken’ | HON wordt breed ingezet op het terugdringen van de drugshandel in Amsterdam. | DS Dit rapport doet verslag van een onderzoek dat daar deel van uitmaakt. Er | _Ö wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de overlast en criminaliteit gepleegd | door jongeren in een buurt in Amsterdam Nieuw-West in relatie staan tot en | beïnvloed worden door bovenlokale criminele (drugs)netwerken. | Op basis van straatinformatie van professionals en systeeminformatie van Ne) de politie is een netwerk in beeld gebracht van 156 personen. Het betreft jongeren, jongvolwassenen en volwassenen die met elkaar zijn verbonden. In het netwerk wordt op basis van delictgedrag, leeftijd en pleegplaatsen een onderscheid gemaakt in de volgende categorieën delictplegers: jonge aanwas, rising stars, criminele locals, harde kern en facilitators. Nadere analyse leert dat het totale netwerk onderverdeeld is in 11 clusters waarbinnen ook criminele families een rol spelen. De categorieën en clusters zijn geanalyseerd [> op aantallen, kenmerken, modus operandi, criminaliteitspatronen, onderlinge 5 relaties en beïnvloeding. Wat dit onderzoek uniek maakt, is dat er op basis van straat- én systeem- informatie een uitgebreide netwerkanalyse is gemaakt van de criminaliteit in een Amsterdamse buurt en van de mate van beïnvloeding en samenwerking | tussen personen en clusters hierbinnen. De vele ervaringen die er in Amsterdam zijn met integraal werken en kijken St ni H werpen vruchten af, maar hebben nog niet voor een fundamentele kentering MI gezorgd in deze buurt. Deze analyse en een mogelijke systeemaanpak op het gehele netwerk biedt kansen om misdaadcarrières te voorkomen of | Í 5 doorbreken. | Il De OA | 4 | Pe A | LT | TA B WIARN | IN EN _à ISBN 978-94-92255-48-8 MN IRA _ B en [al54lel V SN z Ni B NS > Elit 9 "789492255488 > bureaubeke.nl
Onderzoeksrapport
81
val
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 350 Publicatiedatum 11 april 2014 Ingekomen onder F Ingekomen op woensdag 2 april 2014 Behandeld op woensdag 2 april 2014 Status Verworpen Onderwerp Motie van het raadslid de heer Ivens inzake het opleidingsbudget voor raadsleden (declaratie van cursus- en congresbezoeken). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de voordracht van het voorlopig presidium van 27 maart 2014 inzake het opleidingsbudget voor raadsleden (Gemeenteblad afd. 1, nr. 339); Overwegende dat: — raadsleden per jaar tot 1000 euro aan kosten voor cursussen en congresbezoeken mogen declareren; — raadsleden bovenop hun vaste raadsvergoeding ook al 520 euro per maand aan onkostenvergoeding krijgen; — deze onkostenvergoeding kan prima gebruikt worden voor het bezoek van cursussen en congressen, Verzoekt het presidium van de gemeenteraad: in de nieuw op te stellen rechtspositieregeling voor raads- en commissieleden de vergoeding voor de opleiding van raadsleden te schrappen en op die manier de komende vier jaar 180.000 euro te besparen. Het lid van de gemeenteraad, L.G.F. Ivens 1
Motie
1
discard
> < Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 30 augustus 2022 Portefeuille Woningbouw Portefeuillehouder: Reinier van Dantzig Behandeld door Grond en Ontwikkeling (f.bonfrer@amsterdam.nl) Onderwerp 2° kwartaalrapportage woningbouw 2022 Geachte leden van de gemeenteraad, Eris een enorm tekort aan woningen in onze stad. Het college zet dan ook in op het bouwen van zoveel mogelijk (betaalbare) woningen. Het streven is om elk jaar 7.500 woningen in aanbouw te nemen. De gemeente voert regie en werkt intensief samen met marktpartijen, corporaties, zelfbouwers en coöperatieven om projecten tot uitvoering te brengen. Hierbij ontvangt v de 2° kwartaalrapportage woningbouw over 2022 met de stand van zaken per 30 juni 2022. De rapportage schetst kort de voortgang, waarbij in lijn met de vorige rapportages aandacht wordt besteed aan de bouw van middeldure huurwoningen en sociale huurwoningen door woningcorporaties. De 2° kwartaalrapportage bevat de volgende kerncijfers: 1. Inhettweede kwartaal van 2022 zijn 2.756 woningen in aanbouw genomen. Samen met de woningen uit het eerste kwartaal gaat het halverwege het jaar om 4.018 woningen, waarvan 2.218 in de sociale en middeldure huur. 2. De planvoorraad voor de periode juli-december 2022 omvat 7.245 woningen, waarvan 5.001 in de sociale en middeldure huur. 3. De planvoorraad voor de periode tot 2025 is met 38.591 woningen goed op niveau gebleven. Het was een bijzonder goed tweede kwartaal. Het aantal in aanbouw genomen woningen ligt hoger dan de afgelopen drie jaar. Of het aantal van 7.500 woningen in 2022 wordt gehaald is onzeker. Veel projecten liggen op schema maar voor sommige projecten zijn de vereiste vergunningen nog niet verleend (of onherroepelijk) en voor anderen hebben partijen de aanbesteding nog niet rond. Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 30 augustus 2022 Pagina 2 van 2 Het bouwen vindt plaats in onzekere economische omstandigheden. Het is voor alle betrokkenen een vitdaging om over voldoende personeel te beschikken om alle processen op tijd te kunnen doorlopen. De sterk gestegen bouwkosten en de schaarste aan grondstoffen zorgen ervoor dat het voor ontwikkelaars heel lastig is om een aanbesteding tijdig en succesvol af te ronden. Rentestijging heeft een direct effect op vraag en aanbod en prijzen van koopwoningen. Institutionele beleggers maken zich zorgen over de uitbreiding en aanscherping van de huurregulering door het Rijk. Er is sprake van forse inflatie en dalende koopkracht. Een economische recessie is niet uitgesloten. Het is voor de stad van belang om de productie zoveel mogelijk op niveau te houden. De gemeente volgt de marktontwikkelingen op de voet en voert overleg met corporaties, marktpartijen, MRA en Rijk. Parallel werkt het college aan een nieuw woningbouwplan. Doelen en voornemens van het coalitieakkoord 2022-2026 worden hierin uitgewerkt. Het idee is twee keer per jaar te rapporteren over de voortgang. Na elk kalenderjaar integraal en uitgebreid en halverwege het jaar over de start bouw en ontwikkeling van de planvoorraad. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling Bijlage 2° kwartaalrapportage woningbouw 2022. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Brief
2
train
x Gemeente Amsterdam OZ K % Raadscommissie voor Onderwijs, Jeugdzaken, Zorg en Welzijn, Sport en Recreatie, Kunst en Cultuur, Monumenten en Lokale Media % Agenda, woensdag 15 juni 2011 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Onderwijs, Jeugdzaken, Zorg en Welzijn, Sport en Recreatie, Kunst en Cultuur, Monumenten en Lokale Media Tijd 09.00 tot 12.30 uur en zonodig vanaf 19.30 uur tot 22.30 uur Locatie Boekmanzaal, Stadhuis Algemeen 1 Opening 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4 _Inspreekhalfuur Publiek 5 Actualiteiten 6A Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie OZK d.d. 25 mei 2011 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieOZK@raadsgriffie.amsterdam.nl Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten zijn te ontlenen. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen zijn openbaar en hiervan worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden via internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info@raadsgriffie. amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam OZ K Raadscommissie voor Onderwijs, Jeugdzaken, Zorg en Welzijn, Sport en Recreatie, Kunst en Cultuur, Monumenten en Lokale Media Agenda, woensdag 15 juni 2011 6B Conceptverslag van de gecombineerde openbare vergadering van de Raadscommissies OZK/AZF d.d. 11 mei 2011 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieOZK@raadsgriffie.amsterdam.nl 7 Openstaande toezeggingen _Toezeggingenlijst niet bijgevoegd. U ontvangt op de vrijdag voorafgaande aan de vergadering per mail en in hardcopy een bijgewerkt exemplaar. 8 Termijnagenda e Termijnagenda niet bijgevoegd. U ontvangt op de vrijdag voorafgaande aan de vergadering per mail en in hardcopy een bijgewerkt exemplaar. 9 Openstaande Schriftelijke vragen 10 Rondvraag - Tkn lijst Financiën 11 ACAM rapporten Bijgevoegd: de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven, de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, de Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam. e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e _ACAM-rapporten gevoegd behandelen met agendapunt 12. 2 Gemeente Amsterdam OZ K Raadscommissie voor Onderwijs, Jeugdzaken, Zorg en Welzijn, Sport en Recreatie, Kunst en Cultuur, Monumenten en Lokale Media Agenda, woensdag 15 juni 2011 12 Jaarrekening 2010 Gemeente Amsterdam Nr. BD2011-003139 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (gemeenteraad d.d. 22 juni 2011). e _Verslag/rekening 2010 is reeds aan u toegezonden. e De jaarverslagen van de diensten en bedrijven liggen ter inzage (voor zover aangeleverd). e De raadsvoordracht wordt nagezonden. e _Verslag/rekening gevoegd behandelen met agendaput 11 ACAM rapporten. Kunst en Cultuur 13 Initiatiefvoorstel van het raadslid Ruigrok (VVD) inzake Centraal Beheer Collectie Amsterdam Nr. BD2011-005768 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met het initiatiefvoorstel (gemeenteraad d.d. onbekend). e _ Uitgesteld in de Commissievergadering 25 mei 2011. e Voorgesteld wordt gevoegd te behandelen met agendapunt 14. e _ Stukken reeds in bezit. 14 reactie van het college op het initiatiefvoorstel Ruigrok inzake centraal beheer collectie Amsterdam Nr. BD2011-005769 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Voorgesteld wordt gevoegd te behandelen met agendapunt 13. e _ Stukken reeds in bezit. 15 Overzicht voorbereidingskosten Danshuis Amsterdam Nr. BD2011-004391 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van raadslid Van der Pligt (SP). e Was TKN 7 in de Commissievergadering OZK van 20 april 2011. 3 Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Jeugdzaken, Zorg en Welzijn, Sport en Recreatie, Kunst OZ K en Cultuur, Monumenten en Lokale Media Agenda, woensdag 15 juni 2011 Zorg en Welzijn 16 Vaststellen Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk 2012, intrekken subsidieverordening 2008, wijziging verordening op de stadsdelen en vaststellen speerpunten Nr. BD2011-003792 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (gemeenteraad d.d. 22 juni 2011). Sport en Recreatie 17 Olympische studiereis raadsleden Nr. BD2011-004912 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Lokale Media 18 Toekomst lokale media Amsterdam: belangstellingsregistratie, governancestructuur en toekomstplan en subsidiering AT5 Nr. BD2011-005841 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Behandeling vindt plaats vanaf 19.30 uur. BESLOTEN DEEL 4
Agenda
4
train
Overzicht: Commissie EZP "Wethouder Gehrels" ( 9-9-2010 ) - Termijnagendapunten Page 1 of 2 Stadhuis Amstel 1 X Gemeenteraad Amsterdam 1011 PN Amsterdam Commissie EZP . Postbus 202 ee Stand van zaken op: 9-9-2010 1000 AE Amsterdam ï „u n 1 Overzicht: “Wethouder Gehrels", Termijnagendapunten Datum Onderwerp Termijnagendapunt Raadslid van Einddatum Portefeuille Organisatie Stand van zaken indienen Marktverordening Leden willen evaluatie van nieuwe Mulder Niet 14-1-2010 Economische Dienst Dit punt wordt betrokken bij het (TA2009-000813) marktverordening. ingevuld Zaken economische termijnagendapunt "Project zaken Markten” HR AEB- rekenen tot Kwartaalrapportage/ presentatie in de Gehrels Niet 30-9-2010 Bedrijven directie financien risicovol project commissie door de wethouder en het AEB. ingevuld (TA2010-000212) De laatste vond plaats op 04.02.2010. Initiatiefvoorstel Mulder 8-3-2010 19-4-2010 Economische Dienst Voorstel is om dit investeren in de economie Zaken economische initiatiefvoorstel te gebruiken van de toekomst (PvdA) zaken bij het opstellen van de (TA2010-000252) begroting 2011 en als zodanig niet apart een beantwoording te behandelen. Aanlegovereenkomsten Weth. Van Poelgeest zegt in de cie toe van Niet 30-6-2010 Waterbeheer Dienst woonboten begin 2010 met de Poelgeest ingevuld binnenwaterbeheer (TA2010-000275) aanlegovereenkomsten te komen. Giro d'Italia, Effectenrapportage Giro d'Italia is begin Wethouder 30-6-2010 1-9-2010 Economische Dienst Is besproken op de effectenrapportage juli rondgezonden. Wethouder heeft Gehrels Zaken economische commissievergadering van O1- (TA2010-000471) toegezegd om deze effectenrapportage zaken 09 te agenderen voor bespreking in de eerste commissievergadering na het reces. Filmcoördinator, evaluatie Wethouder Gehrels zegt toe om Capel 30-6-2010 1-9-2010 Economische Dienst (TA2010-000472) evaluatie filmcoördinator na het Zaken economische zomerreces te agenderen. zaken Project Markten Wethouder zegt toe om de evaluatie van Capel 30-6-2010 13-10-2010 Economische Dienst economische (TA2010-000477) het project Markten in de Zaken zaken commissievergadering van oktober te agenderen voor bespreking. Regionale economie, In het kader van de regionale economie de Goede 30-6-2010 13-10-2010 Economische Dienst economische gemeenschappelijke heeft wethouder overleg gevoerd met Zaken zaken Gemaakt met gegevens uit Andreas file://C:\Documents and Settings\pol005\Documentum\Viewed\TA Gehrels Termijnagendapunten EZP.htm 9-9-2010 Overzicht: Commissie EZP "Wethouder Gehrels" ( 9-9-2010 ) - Termijnagendapunten Page 2 of 2 Datum Onderwerp Termijnagendapunt Raadslid van Einddatum Portefeuille Organisatie Stand van zaken indienen agenda regio wethouders EZ om te bekijken hoe (TA2010-000480) een gemeenschappelijke agenda kan worden opgesteld. Zij zegt toe om de gezamenlijke inzichten die daar uit zijn gekomen, te delen met de commissie Gemaakt met gegevens uit Andreas file://C:\Documents and Settings\pol005\Documentum\Viewed\TA Gehrels Termijnagendapunten EZP.htm 9-9-2010
Agenda
2
discard
Groen gearceerd is nieuw toegevoegd op de termijnagenda Overzicht agendapunten per vergadering: Datum __ [onderwerp [Trekker | 12-dec|-Gebiedsagenda (advies vaststellen) Op on onderwijs en sport 2019 16-jan|-Presentatie woningbouw en bevolking Noord (staat van [Ingrid van Zelm Noord) -Bestedingsvoorstel sociale basis 30-jan|-Kader sociale basis En EN feb _13-mrt|vergadering op externe locatie ivm verkiezingen | | Ut pf PL 5m | Pml Er jn gu sep Er kf | 6 el | 20 4de) | Bd) Nog niet ingeplande onderwerpen: Jaar ____|Datum _|Onderwerp [Trekker 19-dec 19-dec|Ongevraagd advies evaluatie invoering nieuw Gebiedsvertegen- Nd n.n.b. n.n.b. Ongevraagd advies evaluatie invoering nieuwe Dennis Overweg/ Peter A EE n.n.b. n.n.b. Groenvoorziening Wijbe Langeveld, Fatin n.n.b. n.n.b. Participatie Nicoline van der Torre, nn n.n.b. n.n.b. Ombuigen van negatief naar positief gedrag van jongeren [Elijah Alvares WN Overweg n.n.b. n.n.b. Bereikbaarheid Frans Rein Jurrema, Canan Uyar, Nicoline van der Torre, Fatin Bouali beperking Overweg _2018}04 [Presentatie Omgevingswet [BO En informatieavonden ETL 1-r4eT LCR Jaar [Datum |onderwerp [reke | nnb. [nnb [OnyFriends jj nnb onb. [omheen A | | | | | | | | | | vergadering 14 november 2018 Na bespreking monitor, najaar 2018; de heer Theo van Gestel (tvangestel@tele2.nl) wordt graag op de hoogte gehouden over de planning. Bewoner die hierbij betrokken wil worden: Camiel Ledderhof en Rebecca Kloosterman camiel.ledderhof@gmail.com Voorgesteld in SDC 14 nov 2018 Verzoek gedaan op eerste technische sessie Javabrug Bijzonderheden Locatie is Schoolhuis in Holysloot Voorlopig uitgesteld Verzoek gedaan op technische informatiesessie
Agenda
10
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 58 Datum akkoord 5 februari 2015 Publicatiedatum 6 februari 2015 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M. ten Bruggencate van 9 december 2014 inzake de wachtlijsten voor pleegzorg. Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstelster. Vanaf 1 januari 2015 wordt de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg en daarmee ook voor de pleegzorg. Pleegzorg is nodig voor kinderen die door opvoedproblemen niet meer thuis kunnen wonen. Dat kan voor korte of langere tijd zijn. Daarnaast schreef Het Parool van 2 december 2014 over het experiment om forensische pleegzorg uit te breiden, mede als oplossing voor de sluiting van de jeugdinrichting Amsterbaken. Met pleegzorg kunnen deze jongeren beter resocialiseren en kunnen zij naar school blijven gaan. Voor pleegzorg zijn pleegouders nodig en die zijn moeilijk te vinden. In Amsterdam misschien nog wel moeilijker dan in andere regio's. Op dit moment is er een wachtlijst van ongeveer 100 kinderen. Dat is veel, omdat de kinderen, voor wie een pleeggezin een oplossing zou Zijn, hierdoor niet geholpen kunnen worden. Ook afgelopen jaren Zijn er meermaals oproepen geweest over het schrijnend tekort aan (crisis) pleeggezinnen. Wanneer kinderen niet in een pleeggezin in Amsterdam terecht kunnen worden zij in de regio ondergebracht waardoor ze verder van hun sociale omgeving terechtkomen. Ook komen ze vaak op een wachtlijst te staan, blijven onverantwoord bij ouders of familie wonen of komen in een instelling op groepsbasis terecht in plaats van in een warm gezin. Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 9 december 2014, namens de fractie van D66, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Kan het college een inschatting geven van de lengte van de wachtlijst voor pleegzorg? Antwoord: De gemeente heeft samen met 15 regiogemeenten verschillende vormen van pleegzorg ingekocht bij meerdere aanbieders. De belangrijkste vormen zijn langdurige pleegzorg (opvoedingsvariant), kortdurende of hulpverleningsvariant, weekendpleegzorg ter ontlasting van de (pleeg)ouders, therapeutische pleegzorg, crisispleegzorg, pleegzorg voor kinderen met een beperking. Spirit is de grootste pleegzorgaanbieder. Zij hebben dan ook de grootste wachtlijst. 1 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Neeing Je Gemeenteblad Datum 6 februari 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 9 december 2014 Hieronder een overzicht van de omvang van de wachtlijsten per aanbieder. De situatie op 8 januari 2015 is als volgt: Totaal wachtenden 124 in 16 regiogemeenten: | Totaal__[>9weken | | Bascule (therapeutische pleegzorg) | 11 | 8 WSP (kinderen meteen beperking) | 4 | 0 | 2. Erzijn allerlei redenen te bedenken waardoor er wachtlijsten zijn bij het vinden van pleegouders, kan het college aangeven waardoor de wachtlijsten in Amsterdam zo lang zijn? Antwoord: De nu beschikbare informatie geeft het volgende beeld over het ontstaan van de wachtlijst: a. de gehanteerde definitie; b. het aantal beschikbare pleeggezinnen; c. onvoldoende beschikbare capaciteit. Toelichting: Ad 1: In de bovenstaande tabel tellen alle kinderen die zijn aangemeld en waarvoor de pleegzorg nog niet is gestart mee als wachtlijst. Het regelen van een goede pleegzorgplek voor een kind vraagt om een zorgvuldige voorbereiding waarin uitgezocht wordt wat een kind voor plek nodig heeft en welke pleegouders daar het beste bij passen. Het zou beter zijn om alleen de kinderen voor wie geen pleeggezin gevonden kan worden of waarvoor onvoldoende capaciteit is ingekocht om tot start van de plaatsing over te gaan, te benoemen als wachtlijst. Ad 2: Bij plaatsing in een bestandspleeggezin is matching de belangrijkste factor. Het is van cruciaal belang voor de kans op een succesvolle plaatsing dat er tussen pleegkind en pleeggezin een goede match is. Soms heeft de pleegzorgorganisatie beschikbare pleegouders in haar bestand, soms moeten er pleegouders geworven en geselecteerd worden. Deze voorbereiding neemt enige tijd in beslag. Bedacht moet worden dat om tot een goede matching te kunnen komen er gemiddeld per aangemeld kind drie kandidaat pleeggezinnen nodig zijn. De wachtlijst van Spirit (109) bestaat in 89 gevallen uit kinderen die wachten op plaatsing in een bestandspleeggezin (dit is een pleeggezin dat niet uit het eigen netwerk van het kind komt). In 58 van deze gevallen is er nog geen pleeggezin in beeld. De andere 40 kinderen worden binnenkort geplaatst. Ad 3: De gemeente hanteert bij de inkoop van pleegzorg een budgetplafond op basis waarvan een afgesproken aantal pleeggezinnen betaald en begeleid kunnen worden. Indien het aantal kinderen dat wordt aangemeld groter is dan verwacht kan er een moment zijn dat de ingekochte capaciteit niet voldoende is. 2 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam Neeing Je Gemeenteblad R Datum 6 februari 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 9 december 2014 Maandelijks wordt gemonitord op productie en kosten, waarbij de budgetuitputting op basis van prognoses tot einde van het jaar wordt weergegeven. Driemaal per jaar wordt op basis hiervan een bestuurlijke rapportage opgesteld ten behoeve van het college en de raad. Maatregelen zijn in principe tijdig mogelijk doordat:: — in de contracten is opgenomen dat de gemeente halverwege het jaar op basis van de zorgvolumes de budgetplafonds kan bijstellen en kan schuiven tussen de instellingen als daar aanleiding toe is; — eventueel compensatie kan plaatsvinden tussen zorgcategorieën. De 4-maandsrapportage kan hiervoor geanalyseerd worden en leiden tot voorstellen van het college aan de raad; — de gemeente in de loop van het jaar een budgetstop kan instellen voor bepaalde vormen van zorg; — de gemeente extra zorg kan inkopen. Of het geschetste beeld (124 wachtenden waarvan 54 langer dan 9 weken) afwijkt van de situatie elders in het land valt op dit moment niet te zeggen, daarover is geen informatie beschikbaar. 3. Per 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg, voelt het college deze verantwoordelijkheid ook voor pleegzorg? Antwoord: De verantwoordelijkheid van het college voor zorg voor jeugd en dus ook pleegzorg wordt in de wet expliciet benoemd. Het college handelt ook vanuit deze verantwoordelijkheid. De regiegemeenten hebben als gevolg van de Transitie Arrangementen pleegzorg ingekocht bij instellingen die dat ook in voorgaande jaren deden. Hiermee is zorgcontinuïteit gewaarborgd. Dat betekent zowel dat de kinderen die in 2014 pleegzorg ontvingen dat ook in 2015 kunnen krijgen, maar bovendien blijft de kennis en ervaring van deze instellingen hiermee behouden en kan er ook in 2015 kwalitatief goede pleegzorg worden geboden. Er wordt vanuit gegaan dat er voldoende pleegzorg is ingekocht en dat als gevolg daarvan geen wachtlijsten hoeven te ontstaan. Dit wordt uiteraard wel nauwlettend gevolgd want een wachtlijst, zeker voor pleegzorg, is niet wenselijk. Uw raad zal direct geïnformeerd worden als blijkt dat er aanvullende maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat een pleegzorgplaatsting vanwege capaciteitsgebrek (een tekort aan middelen) niet kan starten. Het college acht zich niet alleen verantwoordelijkheid voor de inkoop van pleegzorg maar ook voor de veiligheid van kinderen die wachten op pleegzorg. Dat is in het stelsel als volgt geregeld: In de meeste gevallen gaat het om kinderen en gezinnen waarbij al een of andere vorm van gespecialiseerde zorg is betrokken. In al die gevallen heeft de hulpverlenende instantie de verantwoordelijkheid om zicht te houden op de veiligheid. In die situaties waarin sprake is van een rechtstreekse verwijzing vanuit een Ouder- en Kindteam, een Samen DOEN team of de Gecertificeerde Instelling valt het zicht houden op de veiligheid onder de regie-verantwoordelijkheid van de verwijzer. 3 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam Neeing Je Gemeenteblad R Datum 6 februari 2015 Schriftelijke vragen, dinsdag 9 december 2014 4. Welke acties heeft het college ondernomen om de wachtlijsten voor pleeggezinnen te verminderen? En gaat het college nog specifieke acties ondernemen om de wachtlijsten te verminderen? Antwoord: Het college heeft haar adviseurs gevraagd de situatie ten aanzien van het wachten op start pleegzorg nader te analyseren. Hieruit blijkt een genuanceerd beeld waarin naar voren komt dat wachten op pleegzorg niet altijd het gevolg is van een capaciteitstekort. De ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd want wachtlijsten bij pleegzorg zijn niet wenselijk. Zoals u bekend is pleegzorg samen met de regiogemeenten ingekocht. Afgesproken is om in het voorjaar een eerste balans op te maken. Indien zich dan een tekort op pleegzorg aandient, zal gekeken worden of dit door middel van schuiven binnen contracten met instellingen is op te vangen. In het stelsel wordt er van uitgegaan dat de professionals die naar gespecialiseerde zorg verwijzen het beste kunnen beoordelen of dit ook werkelijk nodig is. De omvang van de ingekochte zorg is afgestemd op verwachtingen daaromtrent. Of dit voldoende is wordt gemonitord. Daar waar er opmerkelijke verschillen tussen Ouder- en Kindteams zijn met betrekking tot verwijzen naar pleegzorg, wordt dit in de aansturing meegenomen. In de in uw commissie op 4 december 2014 besproken notitie Sturen op resultaat, kwaliteit en budget in het nieuwe jeugdstelsel, is aangekondigd dat in 2015 nadere voorstellen worden gedaan ten aanzien van wachtlijsten. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 4
Schriftelijke Vraag
4
train
O Beweeglogica In Gebouwen _ ® ® e ___Beweeglogica in Gebouwen ! PROLOOG 6 À INLEIDING 13 : Á / 8 GEBOUW EN BEWEGING 21 , | ke 7 Mn mm LOGICA 35 Pe RET nl Routes 44 \ pr Te I Doelen 58 | …N | Beweegprogramma 68 mn | Gebouw en Omgeving 72 NS: rn | | 4 ij | Pe | LOGICA IN GEBOUWTYPEN 79 / ar EA Ei ed | Hoogbouw 86 Lb _ Dh, Gesloten Bouwblok 102 hie Te Fe ik | School 118 if ie Ë za EN Kantoor 134 | kl ir EL 1 vn Ls 1 Keel AREN EET E | BIJLAGEN 149 LA „k lt en Ad DN, . BET Eel ge een nterviews 150 en Ee | Bronnen 156 ES e Da ni Ï | . | COLOFON 164 ! Beste lezer, 5 In Amsterdam willen we dat iedereen, jong en oud, voldoende ae beweegt. Maar lang niet alle Amsterdammers lukt dat nu. Dat proberen we te stimuleren met de Bewegende Stad, En waarmee we de openbare ruimte zo inrichten dat iedereen 2 a\ wordt aangemoedigd om meer te bewegen. Denk aan autoluwe a A buurten, bredere stoepen om te spelen, meer open zwemwater, F en re i voorzieningen voor outdoor sporters zoals ononderbroken i pn Ee hardlooproutes, een urban sports zone en alternatieve fietsroutes. ie: Maar een groot deel van de Amsterdammers brengt de dag 2 ke binnen door, op kantoor of thuis. En juist daar is op het gebied Ee I van bewegen nog enorm veel winst te behalen. Zorg bijvoorbeeld E ar i _ dat de trap beter bereikbaar is dan de lift. Of door veel gebruikte a Win I functies bewust op loopafstand te plaatsen. Andere manieren ” zijn het plaatsen van de entree op de eerste verdieping, of het openbaar maken van het dak waar je alleen met de trap kunt komen. | Deze, maar nog tientallen andere inspirerende voorbeelden treft | u in dit boekwerk aan. Ik nodig iedereen die aan gebouwen in | Amsterdam werkt, de ruimte zo in te richten dat deze uitnodigt PF _ tot bewegen. Pp Ea | Ik wens u veel leesplezier en inspiratie. # A | | Eric van der Burg, | Wethouder Ruimtelijke Ordening, Sport, Zorg en Welzijn Gemeente Amsterdam | nn a Î En d k TT ik | | [ n ‘bh | ' Ek ns zi r Ie | R a}: d 1 -— NE si a MIE e î _ en rk En | ij id I | . . . | 1 IN En Voor u ligt een onderzoek naar hoe fysieke beweging van de mens | U kk IE NM ne a | | gestimuleerd kan worden door middel van gebouwontwerp. Het o lak er È ee ramt k -- sj onderzoek is onderdeel van ‘De Bewegende Stad’, een programma Ï E rn A ' nl E MR EL - L van de Gemeente Amsterdam. F en MN Mm u EEN De Bewegende Stad gaat over het snijvlak tussen bewegen en | SO à nm 5 Ee IJ de ruimtelijke inrichting van de stad. Het combineren van de | gn zi pn, En expertise op het gebied van gedragsverandering en de ruimtelijke as Ie Ald ee red ei inrichting van de stad is hierbij een grote uitdaging. De opgave PIE Pd is om vanuit het fysieke domein de randvoorwaarden te creëren / Bas st. Denen die ertoe bijdragen dat bewegen een duurzaam en intrinsiek | bek heal 4 ien’ Er 5 A onderdeel is van het leven van zowel bewoners, werkenden als ee EN ikken bezoekers in Amsterdam. / à / rn 7 en L F Ì ‘ nl E- | ! PA, e d ee nf - Í en = en Le EE df Eren en en En ES \ ee Pe TS Ed CER ; 1 nn Ke 4 sE 1 EA s : me | Eat kh lake dtas el % ES 5 | FT Ke ee Es Di ee LE Ë a, ie ; F eh - EA. def in . ij ee ne tar r7 Ì - Ei, dT EE kr „ h i ee [ = zt al en : nn - Dn en F h > # 3 eee ER el. HL gr | nnn Bn en Kk hd : / rd ì Kij Ë RE Be ri Ean e ie i kn “dns i sl ef ; _ : Eis Eh is Eat en 5 B his an ai EE Der Kk EN En ; # en eÂ, eg NJ BA Je á Î ei ders p 4 1 E ' 7 Wk 4 | E " ke E Eli ie Nl al P k ï BE El. 1 „Proloog dte == TEATRE ECE PROLOOG 7 ! Ll - | : ii I E | n kj : ne za SL 8 - js i : n , | « | _ ee KE as En 0 Li | 7 | 5 = Ee AL F, es dE dr Re pe id 4 ME Oe Ir le | BEAP A RATP Ld p ms | or Be en nn ht dt 0 GE MEE PNR Me hd A ENOR E dn \ | cr A Heid: | | BOAT LA dl AEN Ted , | HANKA GS En ak PE NEROION EA E Ket à ne | de 5 et nt ie ke AF ae ie sh NY - | NA / vel 4 | DLL LAD dd rd | AE ORR MP B BENT HD Ne | | LL RRA Gadet et al. concludeerden in 2919 met ‘Bewegen moet ss ie H beloond worden! dat een stad met een hoge dichtheid, nnn | fijnmazige functiemix en, logische en aantrekkelijke routes voor j NS 1 langzaam verkeer, een stad is waar men loopt en fietst. (1) Een ; Ad De 8 internationaal onderzoek in twaalf landen laat zien dat fysieke | Dd rbe hv R omgevingsfactoren overal ter wereld een belangrijke rol vervullen P 4 Ü E | bij het al dan niet bewegen van mensen. (2) Dd a er, sn De Bewegende Stad gaat over alle schaalniveaus en onderdelen | ha EA eni van de ruimtelijke inrichting van de stad. Op de schaal van de EE TA. stad zijn netwerken, dichtheid en de locatie van voorzieningen hd Ar ded gn | van belang. In de buurten hebben bijvoorbeeld het stratenpatroon | RA khan he en de aanwezigheid van groen invloed op het beweeggedrag van | kh” rd DAN Md bewoners. Bij de inrichting van de straat moet de stoep breed E PE an genoeg zijn om te kunnen spelen en maken bankjes het voor | nl ee heh ouderen mogelijk om een korte wandeling te maken. AN Fn er AAT lam Et Te | Tenslotte bepaalt ook het ontwerp van gebouwen of en hoeveel k Ne he hbe f mensen bewegen. Over dat laatste gaat dit boekwerk. Dit biedt aanknopingspunten voor het maken van beweegvriendelijke gebouwen en nodigt daarmee ontwikkelaars en architecten uit om dit aspect mee te nemen in de ontwikkeling van woon-, werk- en leergebouwen. I 8 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | PROLOOG 9 Leeswijzer Verwijzingen Het doel van het boekwerk is meerledig. Allereerst tracht het de Verschillende kruisverwijzingen worden In de doorlopende test wordt gebruik thematiek van beweging Te gebouwen te introduceren aan de door het boekwerk heen gebruikt om gemaakt van een tweetal soorten : text te bied ele) k dering: hand van een literatuur- en precedentenonderzoek. Daarnaast A AN ES ERK Logica ontwikkeld, die als doel heeft ontwerpers, telkens aangegeven met een herkenbare (#) Oplopende nummers tussen ontwikkelaars en beleidsmakers te inspireren om aan de slag te led eld haakjes. Een verwijzing naar B een bron uit de bibliografie in de gaan met dit thema. In de eerste twee hoofdstukken wordt Teen ne verwezen naar externe literatuurbronnen Het boekwerk omvat een vijftal hoofdstukken: of naar de vier experts waarmee de (X) _ Letters A, B, C, D tussen haakjes. auteurs gesproken hebben. In het Een verwijzing naar één van hoofdstuk ‘Logica’ wordt ofwel verwezen de vier experts waarmee de me ï naar eerdere inleidende teksten, ofwel auteurs gesproken hebben. (n In de Inleiding wordt het directe verband aangetoond tussen naar literatuurbronnen of interviews. Samenvattingen van de interviews lichamelijke beweging, geluk en gezondheid. Diverse bronnen LARA AE ebde rds zn mn Se bile sen ke vinelan d h ld om het belang van fvsiek NEE: in Gebouwtypen’ wordt uitsluitend ASL ASALA SKL ALS Ke AL LOS et DEIANG VAN TYSIEKE AC Ae, verwezen naar de Logica. onderstrepen. 2. Inhet tweede hoofdstuk Gebouw en Beweging wordt de relatie tussen fysieke activiteit en gebouwen uitgediept. Na een analyse van de vraag waarom gebouwen in veel gevallen beweging juist ontmoedigen, wordt een aanpak voorgesteld om fysieke activiteit weer onderdeel te maken Ô Hs 3. Logica Ke ie IJ 5. Bijlagen fi 5 (jeje 10 =d eHouUwtTypen van architectuur. Bomcelne 3. Inhet derde hoofdstuk, de zogenaamde Logica, wordt deze aanpak vertaald naar principes die toegepast kunnen worden in gebouwen. In de Logica worden beweegvriendelijke principes afzonderlijk beschouwd en langs verschillende lijnen gecategoriseerd. 4. In het vierde hoofdstuk Beweging in Gebouwtypen worden 7 on = de principes uit de Logica vertaald naar ingrepen in een Ee A 5 A A viertal verschillende gebouwtypen. Langs dezelfde structuur he net eet Rn van de Logica wordt fysieke activiteit beschreven in de Ston, Ptbovanorron gnoe” gebouwtypen Hoogbouw, Gesloten Bouwblok, School en seren, ese ne een 5. Het vijfde hoofdstuk omvat de Bijlagen die in het onderzoek van belang zijn geweest. Naast een bronnenlijst bevat dit hoofdstuk samenvattingen van gevoerde interviews met enkele specialisten. (2) BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN PROLOOG (kj Ung mn == hj ke EE A Ee: Bamm E - pn - = andes ml BE ni, of Ee 1 Ke 0 Wat 5 Je - b 3 ne Bf e Ted 4 A vd wad Knel [ EE ei ek he Ee @ ‚A w ln | Í ï pn WE EK | ef T L ' Ï | | 5 — Un Ì | | Ì : Ï d en As we | | _ U ! ï g bk Sn | | ii GM ek Di Kad nl | B È a 1 / nn. = | É } OV A EE, Sal il En k En | | | 1 | Ee } we hk Wer : in LN te Un a gg" ’ 5 Ld LS tE | Ji D. IJ 3 [ 8 EE Ni ee we” | ä d Egg ie er 0E : N ED 6 En. Gr A mk TE f ! Een lang, gelukkig en gezond leven, wie wil dat nou niet? Lichamelijke beweging is een bewezen voorwaarde om deze doelstelling te bereiken. Talloze onderzoeken wijzen uit hoe fysieke activiteit bijdraagt aan een gevoel van geluk en vitaliteit. Bewegen leidt tot de verlenging van het aantal gezonde jaren dat we leven: meer levenskwaliteit op onze oude dag dus. En ook: minder kans op obesitas, minder schooluitval, hogere toetsresultaten op school, lagere zorgkosten, en minder ziekteverzuim op werk. Regelmatig sporten en buitenspelen zorgen in het bijzonder | voor een verbeterde gezondheid. Zowel lichamelijk als geestelijk. | Onderzoek wijst uit dat jongeren door te sporten een beter zelfbeeld hebben, betere sociale contacten onderhouden en | INFECTOEAE VS CHRONISCHE GEZONDE LAVENDVERACHTING minder risico hebben op geestelijke problemen zoals depressieve gevoelens, angst of agressief gedrag. (3) | 424% ì 81,6 jaar | nn 77,0 jaar 78/1 jaar n= VAN BESMETTELIJKE NAAR CHRONISCHE ZIEKTEN me De afgelopen 159 jaar heeft de mens grote vooruitgang | 225% geboekt in het gezonder inrichten van zijn omgeving. Waar | ee besmettelijke ziekten in 189@ nog de oorzaak waren van 19,1% | on Dm Zen van alle sterfgevallen in Amsterdam (4), daalde dit cijfer in | ni 1937 tot 6,9%. (5) Naast de aanzienlijke vooruitgang in de | me medische behandelmethodiek, is deze daling toe te schrijven | me aan regelgeving als de Woningwet (1901). Daarin werden | me regels opgenomen om misstanden in de huisvesting, zoals EN TT EE overbewoning, weersbestendigheid, luchtverversing, watertoevoer | en afvoer van ontlasting, op te lossen. (6) | ERS Oe 1890 1937 2015 1990 2000 2014 Anno 2@16 zijn chronische ziekten de grootste doodsoorzaak in Nederland. Uit cijfers van het CBS blijkt bovendien dat onze levensverwachting stijgt, maar dat de gezonde jaren — ook in absolute zin — juist dalen. Gemiddeld leeft een Nederlander in 2016 bijna 38 jaar met een chronische aandoening. (7) De consequenties van deze ontwikkeling zijn aanzienlijk. De | Harvard School of Public Health voorspelt dat het jaarlijkse | verlies aan bruto nationaal product (BNP) door chronische ziekten | exponentieel zal stijgen van $3 biljoen in 2015 tot $47 biljoen in __ Als peroentage van het aantal sterfgevallen perjaar De 2030. (8) Koppel de toenemende zorgkosten en de afnemende | dik = chronische ziekte: Vs eg vaatziekten, diabetes dik = jaren waarin doening met een chronische beroepsbevolking aan deze cijfers en geleidelijk begint het beeld | dun = infecteuze ziekte: mazelen, roodvonk, pokken, typhus, dun = gezonde levensverwachting bij geboorte te ontstaan van een onwenselijke situatie; vanuit humaan én | coup, diphtheritis, \dnkchoent, Proet tuberehlose, dysinterie, economisch perspectief. (B) | (bron: Gemeente Amsterdam, Dienst OIS) (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Statfine) 14 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | INLEIDING 15 ! Het Westerse zorgapparaat is voor de behandeling van chronische ziekten vooral ingericht op symptoombestrijding. Dure ziekenhuisopnames en behandelingen zijn aan de orde van de dag, terwijl veel chronische ziekten te voorkomen zijn door aanpassingen in leefgewoontes. (B) Onderzoek wijst uit dat het incorporeren van meer fysieke activiteit in ons dagelijks leven een significante bijdrage levert aan het reduceren van chronische ziekten. CHRONISCHE ZIEKTEN EN OVERGEWICHT CHRONISCHE ZIEKTEN EN BEWEGING Veel chronische aandoeningen zijn — direct of indirect — het 34,5% gevolg van onze economie. Modern comfort, gecombineerd met == passieve arbeid, stress en slechte eet- en drinkgewoontes dragen 26,4 % == bij aan het ongezonde bestaan van de gemiddelde Nederlander. == 204% EE We bewegen te weinig, in ieder geval minder dan de 3@ minuten 6e DE 52% matig-intensieve lichaamsbeweging die wordt geadviseerd es es 13,3% == door de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). (9) ur nn zn EL Onvoldoende bewegen veroorzaakt in Nederland circa 8.990 ee mm = sterfgevallen per jaar (ofwel 6% van het totaal aan sterfgevallen). EET == Onderzoek van het CBS wijst uit dat onvoldoende bewegen direct gewrichtsslijtage hoge bloeddruk diabetes type 2 mentaal ongezond | het risico verhoogt op chronische aa ndoeningen. (1 0) | Al dan niet als gevolg van fysieke inactiviteit, is obesitas een bewezen oorzaak van chronische klachten. Mensen met obesitas hebben vijfenhalf keer zo vaak diabetes type 2 als mensen zonder overgewicht, drie keer vaker een hoge bloeddruk en twee keer vaker gewrichtsslijtage en hart- en vaatziekten. Psychische gezondheidsklachten nemen ook toe naarmate de Body Mass Index (BMI) stijgt. Erg alarmerend is dat een ziekte als diabetes type 2 voorheen alleen bij ouderen voorkwam, maar dat het nu als gevolg van overgewicht ook geregeld voorkomt bij kinderen. (11) dun = geen overgewicht, BMI < 25,9 kg/m2 | dik = matig overgewicht, 25,9kgm2 < BMI < 39,9 kg/m2 | extra dik= ernstig overgewicht (obesitas), BMI > 30,0 kg/m2 (bron: Centraaf Bureau voor de Statistiek, Statline) 16 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | INLEIDING 17 ! | AEHIE ii är 2 Be AS DE MENSELIJKE NATUUR | 4 ke EN Als statistieken zo duidelijk aantonen dat er een direct verband Hed SN bestaat tussen (geestelijke) gezondheid en beweging, waarom / | me zijn we dan alsnog zo inactief? De mens Korn van alle Ars [ we, primaten de meeste metabolische energie (27% meer dan Nn md chimpansees), welke hoofdzakelijk ingezet wordt om ons Ì en. | BAD PLANNING grotere brein te voeden. (12) Om het brein van energie te kunnen | PA ond | MEAN S voorzien heeft het menselijke lichaam talloze energiebesparende til A | maatregelen evolutionair ontwikkeld. Zo heeft het een efficiënte | MLF LONG JOURNEYS loop ontwikkeld (13) en wordt energie als vet opgeslagen voor I ATA be % j 1% tijden van schaarste. (12) Het besparen van energie, ook door IR ad st Cr ANN inactiviteit, is dus evolutionair bepaald. @ f | A # Ol # D heef : wen | Î 1 | 7 4 Pi tn e mens heeft nog nooit zoveel calorieën ingenomen als vandaag i 4e de dag. Tegelijk is fysieke activiteit, eens onderdeel van ons | ri Ee” E77 ES dagelijks bestaan, geheel uit ons leven ontworpen. Zittend fi Âr br À TA FS zf of gerobotiseerd werk heeft fysieke arbeid vervangen, auto’s | | Rr RA 8 Ë hebben fietsen of lopen verdrongen, traplopen is overgenomen | wl ZA Lr a Fi nf door mechanische systemen en buitenspelen is verruild voor | mee IER TE ER en en elektronisch vermaak. (14) We brengen negen uur per dag zittend ed ERK 5 he, door, waarmee Nederlanders het passiefst zijn van heel Europa. en Fo ON il il (15) De risico’s van zitten worden steeds algemener geaccepteerd: ef Pl es ‘Zitten is het nieuwe roken’ is inmiddels een gevleugelde Bnn Clin OE uitspraak. | mf / Pr td | Te : : il | al IJ , - in, | DAGELIJKSE ROUTINE EN BEWEGING 5 fj AA 4 | EF nn, Í De oorzaak van het gebrek aan fysieke beweging is | (4 cht | IQ F veelomvattend. Tegelijk zijn de oplossingen die beweging PLANNING 8 ik el Sel f) í stimuleren veelzijdig in aard en omvang. Wekelijks sporten zou al | S A V EF S F: es: RN veel goedmaken, maar helaas is de benodigde discipline niet voor | MRE iedereen weggelegd. Kansen voor beweging schuilen gelukkig in FAT G VE ERLE de kleinste dagelijkse acties. Door deze kansen te identificeren, WE 4 Ar te versterken en de frequentie ervan te verhogen kan fysieke Ed F AET activiteit aanmerkelijk worden gestimuleerd. El BEAT ARL eh Pd de 7 | SL 1E _COOKER | Ll ft GD ORESSER | THESE_TWO_ KITCHEN Ll à STORE : MRE erk SAME ak ic T TABLE I 18 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | INLEIDING 19 en _ es EN ee digd £ me en | rede nd es mn, 7 EER ef pmen | | ri Î SA | ie f Aa Á ed ek mer IN AN | Nn | 5 # / | Rs R en (A Ks s, Ô e PD / NN NN a | El / B 4 / Á Á / / Kl if ij k 5 } 8 | 7 1 he B ma a” 4D AM MORENO ! Gebouwen zijn kansrijke omgevingen om fysieke activiteit te stimuleren: hier brengen we immers 90% van onze tijd door. Toch laat het ontwerp van gebouwen — gemiddeld genomen — vaak veel te wensen over. De nadruk ligt vaker bij het efficiënte gebruik van bronnen als materiaal, geld en tijd dan bij wat goed zou zijn voor : de gebruikers. Wi it ik Its MM U Om de mens aan te zetten tot fysieke activiteit is het belangrijk | Mi om de biologische en psychologische behoeftes van de mens te | begrijpen en deze weer centraal stellen. (C) Een hernieuwd begrip | van deze behoeftes en de daaropvolgende keuzevorming stelt | A iN a ons tevens in staat gedrag te beïnvloeden door het ontwerp van | L p Ak Á Í gebouwen. Deze beïnvloeding kan enerzijds door sedentair en | nemen passief gedrag te ontmoedigen; anderzijds door het aantrekkelijk | Ni maken van de gezonde keuzes. | iN Ni I : MODERNITEIT EN BEWEGING Pus kil D isch- | | Ko _—__ e afgelopen eeuw heeft ons veel technisch-economisch gedreven innovaties gebracht die ons comfort weliswaar | 4 | verhoogd hebben, maar die in veel gevallen fysieke activiteit overbodig maken. In 1854 werd de veilige personenlift uitgevonden door Elisha Otis, welke de weg vrij zou maken voor Í, Î NE En’ / l steeds hoger wordende bouwwerken. Daaropvolgende nieuwe pl Ì Ì Hi verdienmodellen in het vastgoed vroegen om meer renderende meters in hogere dichtheden. Liften, roltrappen, buizenpost, | Î airconditioning, maar ook het staalskelet en gewapend beton ht Í ì waren de technische antwoorden die daarop volgden. (16) | k | 1 , | Í N Î 'f I illustratie uit een OTIS Elevator Co. brochure (1949) (bron: Harvard Design Guide to Shopping) 22 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | GEBOUW EN BEWEGING 23 ! | Tegenwoordig zijn automatisering en communicatietechnologie | voorbeelden van factoren die beweging kunnen tegengaan. De | Hoge Heren in Rotterdam, ontworpen door Wiel Arets, werd | al in het jaar 200@ opgeleverd met het destijds geavanceerde | Integrated Residential Services systeem. Daarmee konden | bewoners vanuit hun appartement boodschappen bestellen en op | de begane grond ophalen in speciaal daarvoor bestemde lockers. | (17) Deze luxe, waarmee de reguliere gang naar de supermarkt | overbodig werd, is met bezorgservices als AH.nl, Foodora | en Hello-Fresh inmiddels gemeengoed geworden. Recente | ontwikkelingen in huisautomatisering (domotica, smarthomes) | en (mobiele) communicatie in het algemeen stellen ons in staat | allerlei (gebouw-)functies vanuit onze luie stoel in te roepen. Beweegvriendelijk Ontwerp Deze innovaties faciliteren een comfortabel leven of dragen en bij aan betere voeding. Ze zorgen voor meer vrije tijd die en 0 ingezet zou kunnen worden voor meer lichaamsbeweging. In IJ elk geval besteden we hierdoor veel dagelijkse routines uit aan nnn I mechanische en elektronische innovaties met onder andere een I toenemende uitstoot van broeikasgassen tot gevolg. GE | Het stimuleren van beweging is dus ook synergetisch met andere 5 eN | doelstellingen in de ruimtelijke ordening, zoals het streven O5 EEN & | naar duurzaam en toegankelijk bouwen. Het bevorderen van KON PEER eS I trap- boven liftgebruik, het verkiezen van de fiets boven de %o AK £ I auto, actieve recreatie in plaats van televisie kijken zijn allen Ve, Kd maatregelen die niet alleen de gezondheid bevorderen maar ook % & ons energieverbruik en CO2-uitstoot verminderen. Bredere, luiere trappen nodigen daarnaast niet alleen uit tot fysieke activiteit, ze zijn ook beter te belopen door mensen met kleine beperkingen. | (14) | Duurzaam bouwen heeft aan relevantie gewonnen toen aangetoond kon worden wat de menselijke én economische voordelen waren van dergelijke ontwerpstrategieën. In de toepassing van bewegen in gebouwen zijn initiële investeringen af te zetten tegen voordelen als een betere toegankelijkheid, energiebesparing, verhoogde productiviteit, verbeterde ontruiming bij calamiteiten, verminderd ziekteverzuim en natuurlijk een gezondere samenleving. Het is daarom de hoogste tijd voor een kritische blik op bewegen in gebouwen. (bron: Active Design Guidelines New York) 24 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | GEBOUW EN BEWEGING 25 ! E LN " k I LJ ed in Î 1; | Re ; NT - | KN r de En AR % - 5 | l d A EN En ï i ZN ke Ps zh la 5 Tin B F À | ol L : kee | ® # ri X En le d | ii Re là 4 Ne I e Ee F EE | H | s où | L e Ï Ll | iN En , q | 1 :; | | hik hi NR hd \ NI Nater. ke ; pr ri | rs | EEN RIJKERE ARCHITECTUUR BEWEEGVRIENDELIJKE ARCHITECTUUR Mensen kunnen niet worden opgedragen om meer te bewegen; Een architectuur die fysieke activiteit van de mens in het wel kunnen we proberen hen te verleiden tot meer fysieke | ontwerpproces incorporeert kan gezien worden als een voorbeeld activiteit door dit voor hen aantrekkelijker te maken. Dat begint bij | van wat Whitney omschrijft. Zowel het doel als de middelen voor het besef dat onze omgeving ons impulsen geeft die ons gedrag | deze architectuur zijn immers beredeneerd vanuit de mens en beïnvloeden. Patrick Whitney, decaan aan het Illinois Institute of | zijn behoeftes. Het aanmoedigen van beweging begint bij het Technology, propageert ‘human centered design’ als werkwijze: | begrijpen waarom (on-)bewuste keuzes worden gemaakt, wat | think that if architects limit the core of their discipline aantrekkelijk gevonden wordt en waar men afkeer van ondervindt. to the aesthetic form of buildings, architecture will be De aanpak die tot beweegvriendelijke gebouwen leidt kan marginalized 27 a en However, if architects take grofweg langs twee lijnen worden verdeeld: a broader view | … | then they will develop deeper I / Het ontmoedi - . erst , . de. . gen van passief gedrag; het (on-)bewust Pane ve ritecture will be healthy if it has lots of | onaantrekkelijk of onvoordelig maken van de passieve keuze; ne: 2. Het aanmoedigen van actief gedrag; het (on-)bewust Whitney bekritiseert een door esthetiek gedomineerde | ” : er architectuur ten gunste van een bredere aanpak die de | aantrekkelijk of voordelig maken de actieve keuze. veelzijdigheid van de mens centraal stelt. Hij schrijft geenszins Deze tweeledige aanpak wordt eerst toegelicht. In de dat het esthetisch voorkomen van architectuur niet belangrijk daaropvolgende Logica wordt de aanpak vertaald naar principes is, integendeel: esthetiek is volgens Whitney een van de primaire die toegepast kunnen worden in gebouwen. succesfactoren van een ontwerp. Hij benoemt alleen een breder palet voor een rijkere architectuur. 26 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | GEBOUW EN BEWEGING 27 ! . . MUTT EE TNT ‚Passief gedrag ontmoedigen Bhat dede hdt di Er | Padt an Í EEEEHEEEERSEE rn E na SSH | In de inleiding hebben we kunnen lezen hoe de menselijke ETET | ee PEEEEEIT ETT MD | natuur erop gericht is om energie te besparen, onder andere Te | ‚STOP JE erg mn door inactiviteit. Om beweging in gebouwen te stimuleren is Rd - Hes weten kt rd | het opwerpen van barrières tegen passief gedrag dan ook een FLENS CL deel | belangrijke pijler. en ee mn en À U ki em Ti De binnenstad werpt door de schaarste van ruimte onbedoeld = _ en EN nmameeen: bres een barriere op tegen autobezit. Bewoners van de binnenstad ° or Aen 3 i rj leggen hierdoor meer vervoersbewegingen af te voet of met de rf a xm LS , fiets dan bewoners van de periferie. Autobezit heeft in deze 8 ai ‚ne 4 l context dan ook minder met liftestyle te maken (dan soms wordt ae gedacht). Eerder is het een gevolg van opportunities / constraints ' e : en 2 afwegingen: krijg ik mijn auto wel in de buurt van de winkel rit brek geparkeerd, of is mijn parkeerplek voor de deur bij terugkomst nog BAM $ : | wel vrij? (1) ia he B | | Op gebouwniveau is de lift een innovatie die veel dagelijkse | fysieke activiteit overbodig maakt. Deze passiviteit kan | ontmoedigd worden door de positie van de lift letterlijk en | figuurlijk ter discussie te stellen. Door deze in het ontwerp minder | prominentie te geven, wordt de kans groter wordt dat men de trap i neemt. ke : Mensen maken constant afwegingen tussen inspanning en bf rj I rendement; het onpraktisch maken van de passieve keuze kan Î SAT el ook leiden tot meer beweging. Zo kan men in hoogbouw het | | 7 ai a Ka merendeel van de liften om de vier verdiepingen laten stoppen. Ì | Bt in Gebruikers moeten hierdoor de afweging maken tussen passief KN Ee À E a 5 zijn en lang wachten, of actief en sneller op de bestemming zijn. mmm Le 4 | Door noodzakelijke gebouwfuncties strategisch te verspreiden Ks Em, rem door een gebouw zijn gebruikers genoodzaakt de actieve keuze | FT Ke, kn Arme: \____te maken. In woongebouwen kunnen centrale postkasten of e_ |P | % EE ! es AA k LEE wasruimtes beweging afdwingen, in een kantoorgebouw kunnen ke, Ted nt 5 AE | | van elkaar verwijderde print- of vergaderruimtes beweging nodig En T eg nn 5 maken. Li he | à En 28 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | GEBOUW EN BEWEGING 29 ! Actief gedrag aanmoedigen | Het ontmoedigen van passief gedrag kan effectief zijn in het mt / bevorderen van beweging, maar tegelijk kan men dit ervaren als niiet 1 / En pesterij. Het aanmoedigen van actief gedrag is interessant voor . EE ed Fr L architectuur, omdat ingrepen die beweging stimuleren vrijwel en RT altijd gepaard gaan met de toevoeging van een zekere mate van ee nr (ruimtelijke) kwaliteit. Ee en De mens handelt op rationele én instinctieve gronden. Om die | ee fs Ze E mn, reden wordt in dit deel stilgestaan bij de bewuste en onbewuste | eN EEn keuzevorming die tot beweging leidt. | pe i ee E BEWUSTE KEUZEVORMING I + AN Een omgeving kan een impuls bieden en de mens voor een | En bewuste keuzemogelijkheid stellen. Zo kan eenvoudige En en bewegwijzering mensen informeren over bestemmingen in een En mi ee nn ge gebouw of beweging uitlokken door het stellen van doelen. he Ea De mens maakt in dit geval middels het cognitieve systeem | En En mn een bewuste keuze om wel of niet op de uitnodiging van de | S ge hee bewegwijzering in te gaan. | Aantrekkelijke bestemmingen in een gebouw zoals het fraaie uitzicht vanaf een dakterras, een aangename gemeenschappelijke ruimte of plekken voor concentratie of rust, fungeren als aantrekkelijke bestemmingen om naartoe te 5 ir Ef a an bewegen. Ook kunnen ruimtes voor fysieke inspanning (fitness- en ES F EF ze doucheruimtes of een fietsenstallino) tot een bewuste keuze voor 5 2 Ze eN beweging leiden. ei EE Ne I En ee mis Es | = —Ì En Le Ek = | EE A) Sn ss | | 1 mer Î | Ein | an ENE TNT 30 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | GEBOUW EN BEWEGING 31 ! ONBEWUSTE KEUZEVORMING N ik REE MEET T | De mens maakt ook beslissingen op andere gronden: NS . n | waarnemingen van verschillende zintuigen worden in het brein Bn” q re > | gecombineerd en kunnen tot een (onbewust bekwame) handeling Ee | leiden. Architectuur is bij uitstek in staat verschillende zintuigen mi | tegelijk aan te spreken en indien zorgvuldig gecomponeerd, EE | kan het sturend zijn in het gedrag van mensen. (A) In zijn B: Eer | standaardwerk Architecture as Space, omschrijft Bruno Zevi de EE Î | complexiteit van de waardering van ruimte: [hack ae n 7 We cannot lay down fixed proportions of space as En Of 5 EN We pn architecturally right. Space value in architecture [….] is li Li EN nn affected by a hundred considerations, such as lighting, Ke: Î D ee shadow, color and vertical / horizontal emphasis. (19) k | „4 | Een zorgvuldige combinatie van de kleinste zintuiglijke prikkels | er Dl | kan een onbewuste reactie ontlokken. In de neuro-marketing wa ela fl worden deze mechanismes al decennia onderzocht om omzetten | pe | fe | in winkelstraten te verhogen of veiligere stationsgebieden te NR | | creëren. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat ritmische muziek le Eg | ervoor zorgt dat mensen sneller gaan lopen, of dat sterke Ee | verlichting aantrekkend werkt. Ook wordt in deze onderzoeken | | EF | benadrukt dat een samenhang tussen zintuiglijke prikkels ' | | noodzakelijk is om een effect te bereiken. Een naar chocolade ” | Edel E Od ruikende bloemenwinkel zal tot verwarring leiden ondanks het feit | ok ten PB | dat chocolade een aangename geur is. (20)(A) pd d f p ES ME ed I De wijze waarop onbewuste waarneming een rol speelt in het í Rl Re Ms hel B I succes van (openbare) ruimtes, wordt op een fraaie wijze duidelijk EM OM el ek nt 3 4 gemaakt in de documentaire “The Social Life of Small Urban p he Ë - En E bh Ben ot “ I Spaces’ van William Whyte. Uit daarin getoonde experimenten EE EE — in 5 : blijkt bijvoorbeeld dat mensen een collectief gevoel hebben voor ai en 4 e EE de maximale (personen) capaciteit van een ruimte. Ook blijkt dat p Nek ai de auditieve toevoeging van een waterpartij met fontein in Paley 5 NE kú Park dit collectieve capaciteitsgevoel kan transformeren. (21) : En * I Hieruit blijkt dat onbewuste keuzevorming wel degelijk te sturen EE A I is, al verdient dit natuurlijk enige inspanning van de ontwerper. \ d A | nd 32 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | GEBOUW EN BEWEGING 33 gn Dn ge en eN En CC 7 G ij : - & 1e ES 43 ! | a BE ER l | k= ‘ ‘ | pee _ WELL In de voorgaande hoofdstukken is ‘bewegen in gebouwen’ ade BUILDING STANDARD? als thema uiteengezet. Om fysieke activiteit in gebouwen te à & He = stimuleren wordt een tweeledige, gecombineerde aanpak zN “| We. A voorgesteld: enerzijds het ontmoedigen van passiviteit, anderzijds , ils B En nn. het aanmoedigen van activiteit. e= 8 en and men Lbr In dit deel wordt de voorgestelde aanpak vertaald naar een | elen Bed Logica: een verzameling concrete principes die gehanteerd er he — kunnen worden in het ontwerp van gebouwen om beweging | a" - te stimuleren. De principes zijn onderverdeeld langs de vier | Nl Ser domeinen die beweging stimuleren: 1) Routes, 2) Doelen, 3) | Beweegprogramma, en 4) Gebouw en Omgeving. De principes | zijn verder geclassificeerd aan de hand van hun prestaties op het | gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid en toegankelijkheid. | De inhoud van de Logica leunt sterk op enkele precedenten. Zo Gebruik van de Logica heeft de stad New York een vergelijkbaar (maar veel omvangrijker) | De Logica is bedoeld ter inspiratie; beweegvriendelijke principes onderzoek laten uitvoeren. De „etive Design Guidelines” | worden afzonderlijk beschouwd en langs verschillende lijnen stedenbouwkundia én Sbouwinivegu Eer ander precedent gecategoriseerd. Het spreekt voor zich dat alle voorstellen niet is de “WELL Build Sandard” WELL is een relatief nieuwe gelijktijdig in een project toegepast kunnen worden. Toch is het Ea 9 : zinvol alles een keer door te nemen om een indruk te krijgen van certificeringslabel, vergelijkbaar met LEED AF en BREEAM-NL, de mogelijkheden. Het is daarnaast belangrijk om op te merken maar dan op het gebied van gezondheid in gebouwen. dat de Logica niet is opgesteld als waarderingsinstrument. Ook is kennis opgedaan door gesprekken te voeren met Hoewel de Logica wellicht een eerste aanzet is tot een bruikbare verschillende experts, o.a. op het gebied van regelgeving. beoordelingsrichtlijn, is een aanvullende inspanning nodig Aangevuld met de eigen ervaring van de auteurs is hieruit van experts uit verschillende disciplines voor een dergelijke een Logica ontstaan die meer op de Nederlandse situatie is vertaalslag. toegespitst. | 36 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN | LOGICA 37 DE 4 DOMEINEN VAN BEWEGING Principes die fysieke activiteit stimuleren zijn verdeeld over vier domeinen die op momenten enige overlap met elkaar hebben. De meeste aandacht gaat uit naar de domeinen Routes en Doelen omdat hier niet alleen de meeste beweging wordt gerealiseerd, het zijn ook de domeinen die de grootste invloed op de gebouwstructuur hebben. DW ielUN =S ®& DOELEN @ BEWEEGPROGRAMMA YE GEBOUW EN OMGEVING Routes zijn de lijnen waarlangs Doelen zijn de functies of Met het Beweegprogramma worden Een gebouw oefent invloed uit op men beweegt en verbinden de geprogrammeerde ruimtes in een gebouwfuncties bedoeld die een directe zijn directe omgeving door zijn vorm, geprogrammeerde ruimtes in een gebouw waar men verblijft en naar toe relatie hebben met een verhoogde materialen, mate van transparantie gebouw. Routes bestaan uit trappen, beweegt. Door (aantrekkelijke) doelen fysieke activiteit. Voorbeelden zijn en programmering. Hinderlijke gangen, liften, hellingbanen en andere strategisch te plaatsen in een gebouw fitnessruimtes, fietsenbergingen en luchtstromen en monotone plinten zijn ontsluitingselementen. Fysieke kan beweging ertussen worden uitgelokt. actief kantoormeubilair. Deze elementen voorbeelden van hoe een gebouw de beweging en trapgebruik in het De belangrijkste uitgangspunten voor moedigen fysieke activiteit aan door het beweegvriendelijkheid van de omgeving bijzonder worden bevorderd door een doelen zijn als volgt: bieden van faciliteiten en/of comfort in negatief kan beïnvloeden. Anderzijds strategische configuratie en zorgvuldige , relatie tot sportactiviteiten. dragen een gevarieerde programmering, uitwerking van routes. De belangrijkste Ee MUSE hekel meervoudige entrees en een prettige uitgangspunten voor routes zijn als volgt: el SLAA Lal Kraag Kaa menselijke schaal juist bij aan fysieke KAR ehehe ad dee lakead activiteit in de openbare ruimte. Ook > Leg de focus op de trap in plaats Net IKN ba dl ACAD zorgt een ruimtelijk kwalitatieve van de lift voor het primaire Plaats deze functies zodanig dat verbinding tussen gebouw en omgeving verticale verkeer: zorg dat er een (aangename) loopafstand ervoor dat beweging tussen beiden wordt eventuele liften en roltrappen een ontstaat. gestimuleerd. ondergeschikte ruimtelijke positie Ee Zorg dat gebruikers op de hoogte innemen ten opzichte van de trap. zijn van bestemmingen in en om e Mosa het eeen van de trap het gebouw: maak ze zichtbaar of bruik b ijzering. aan door informatieverstrekkende Kben en motiverende bewegwijzering Ee Zet buitenruimtes in als doelen aan te brengen op plekken waar in het ontwerp. Vooral groene gebruikers moeten kiezen tussen buitenruimtes worden doorgaans de trap en de lift. hoog gewaardeerd. Er Zorg dat routes de zintuigen Ee Overweeg de configuratie en prikkelen: speel met plaatsing van verschillende materialisering, transparantie, gebouwtfuncties opnieuw te (dag-)licht, ruimtelijke en overdenken. De (de-)centralisatie programmatische differentiatie van sommige functies kan sociaal om het (trap-)lopen te belonen. contact en beweging stimuleren. Er Beperk roltrappen en meervoudige liften tot plekken met grote publieksstromen. 38 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA 39 S/M/L PRINCIPES UITLEG PRINCIPE ‘KAARTJES® Soms zijn beweegvriendelijke principes eenvoudig te toe te Elk principe welke bevorderlijk is voor beweging wordt als een passen, ook nog in de beheerfase van een gebouw. Andere ‘kaartje’ omschreven en doorloopt een vast stramien. principes zijn lastiger te hanteren vanwege hun grote invloed op de gebouwstructuur. Die zullen dan ook vanaf de eerste schets NT, meegenomen moeten worden. Zodoende is er een onderscheid BEN gemaakt tussen vergaande en minder vergaande voorbeelden. SO Dit heeft tot doel een Logica te creëren die geschikt is voor verschillende ambitieniveaus, voor nieuw- én bestaande bouw. e Middels een Syme onvord: 5 ATR Be: B he bineipee a | bh Ob hd Ob Hbaufeed We onderscheiden drie categorieën: (M) MEDIUM Ô b3 8 ® Smal 8 Ae Small, Medium fa [Mee 1=P Belangrijk R outes ma R KAK corresponderend om op te merken is dat de gradatie Met de toepassing van een ‘medium? : ‚eon date uitsluitend de consequenties omschrijft principe wordt de ruimtelijke structuur b f n f f voor de gebouwstructuur en uitdrukkelijk beperkt aangepast om beweging te Ë Ka wd Mi Ae m Er niet het effect van een toegepast principe. stimuleren. Vaak heeft het te maken ; E Gee De LEE a 5 AR 5 R N 5 ijker ter been zijn. Een ‘small? principe kan, ondanks de met het uitlokken van beweging door 8 S Beweegprogramma Lj) TT PN GAAR Le relatief beperkte consequenties voor horizontaal of verticaal reliëf of het 8 s Cohen : Hd a 5 hoogteverschillen eenvoudiger een gebouwstructuur, alsnog een groot strategisch ordenen van programma. 8 5 2 ___maken. effect hebben op fysieke activiteit. Bij de Ze resulteren vaak in een minimale R vE Galsaumven Omngatne E 0 Bissen vet EA Fa Ri ar : gebruikt bij twee omvangrijkste domeinen, Routes wijziging van de gebouwstructuur, of de : 8 R EN aiaiesdie NKT en Doelen, wordt hier aanvullend bij detaillering daarvan. 5 : : 2 een stilesteen. Ode: Rane PE E 7 7 9 zijn hier ook baat bij hebben. SG sMaLL ® Larce OG R R R : REE, Objectieve principes hebben Een ‘small’ principe houdt géén verband Het hanteren van een ‘large’ principe EE: 2 TE met de structuur van een gebouw. Veelal heeft een grote invloed op de 8 8 5 à : hb ahh resulteert het in een ingreep op kleur, gebouwstructuur. Het gaat hierbij om o o S ECN EE EM materiaal, inrichting of (dag-)licht. Het principes die vanaf de eerste schets mEtlhetSenme symiseel, zijn principes die ondanks hun vaak lage door de architect meegenomen moeten Ü ve veneenbenesntentneenn kosten toch een groot effect kunnen worden. Ze zijn bepalend voor de HHH 4 © à X J 8 hebben op beweegvriendelijkheid. Vaak ruimtelijke organisatie van het gebouw. mmm e kunnen deze nog in de beheerfase van Denk hierbij aan de configuratie van Vd KA dd pn De mm la synergetisch [an keis een bouwwerk gehanteerd worden. ontsluitingssystemen, het creëren el duurzaamheid aangezien van doorzichten in een gebouw of het el een ni A gie combineren van Routes en Doelen. mm verbruiken. Toch hebben mm sommige ingrepen een nog SM Eeen de enhed N 8 Logica en Ten Bouwbesluit 3 RS jie vree principe. LARA LAK LEL LA Het Nederlandse Bouwbesluit bepaalt in hoge mate hoe gebouwen geconfigureerd PA NEL kunnen worden. In de Logica wordt daarom bij de domeinen Routes en Doelen Ee stilgestaan bij veiligheidsaspecten daar deze een direct verband houden met het vluchten uit een gebouw. De vermelde punten dienen enkel als aanvullende toelichting op relevante artikelen uit het Bouwbesluit. 0) BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA | 6 Ki N RS H Cà EN 3 EN Index Logica Se es SS fs so 5 RE se 5 Rn ENE EEE EN ES, EEE KE: OE OO: ESS RE: OE: OE: ESES B Ni PEKKA EN 4D) FEARS AVKL EK 4D) 1.01 zintuigen vragen om geprikkeld te worden j- (Ss) 2.05 houd afstanden redelijk en praktisch KO (Ss) 1.02 maak trappen gelijkwaardig aan j- (Ss) 2.06 collectieve ruimtes trekken aan KO (M) aangrenzende ruimtes 1.03 hoogwaardig materiaal gaat langer mee 2 (Ss) DJ 2.07 gegroepeerde nevenfuncties creëren sociaal KO (M) contact (REN veilige trappen worden door p- (Ss) î Dj 2.08 verspreide nevenfuncties creëren beweging KO (M) DD meer mensen gebruikt 1.05 verlichte trapomgevingen zijn fijner en veiliger p- (Ss) î Dj 209 bijzondere gebouwfuncties lokken beweging KO (M) X Ijs URS) bewegwijzering moedigt fysieke activiteit aan p (Ss) 210 collectieve buitenruimte vormt een KO (M) X bestemming 1.07 zichtbare bewegwijzering heeft effect p (Ss) 2.1 entreefuncties op verschillende bouwlagen KO L) X 1.08 een programmeerde lift maakt traplopen p (Ss) Ü _ Dj VA combineer doelen en -routes KO ® voordeliger G 1.09 natuurlijke ventilatie p (M) 213 plaats veelgebruikte functies op afstand KO (LL) X is een prettige afwisseling MKZ] nieuwsgierigheid lokt beweging uit p (M) 214 combineer buitenruimtes en routes ®& (LL) 11 daglicht trekt aan p (M) 3.01 activerend meubilair stimuleert de gezondheid ® (SS) Dj (NPA zichtbare trapomgevingen stimuleren gebruik p (M) dà ERVA bewegingstoestellen lokken beweging uit @ (S) X MES} verborgen liften worden minder gebruikt p= (M) _ Dj ERK] bewegingstoestellen lokken beweging uit @ (LL) DD MES brede trappen zijn prettiger p (M) dà X CRD zichtbare activiteitenruitmes ® (M) worden meer gebruikt 115 luie trappen zijn beter te belopen DS (M) dà X CRI) activiteitenruitmes met uitzicht ® (LL) worden meer gebruikt LAKS horizontaal reliëf verhoogt de DS ® Ü KN] brede activiteitenruimtes IC (M) belevingswaarde e worden meer gebruikt 117 de combinatie van routes en doelen DS ® ERNA kleed- en doucheruimtes 4 (LL) X zorgt voor beleving moedigen sporten aan 118 door- en uitzichten werken belonend DS ® 3.08 stallingsruimte ondersteunt sportactiviteiten CS ® d Vd Dj 119 trappen dichtbij de entree worden eerder DS Lj} Vd > ERZ variëteit en continuiteit stimuleren beweging KA: (M) gebruikt 1.29 trappen dichtbij de lift worden eerder gebruikt p ® Vd DD ERVA meervoudige entrees en transparantie KA: LL) î activeren de openbare ruimte 1.21 trappen in hoofdroutes worden eerder p ® Vd > ERK goed ingepaste entrees zorgen voor beweging KA: (M) gebruikt tussen binnen en buiten (4 unieke trapconfiguraties p ® ERS luifels en schermen bieden beschutting KA: X nodigen uit tot gebruik (M) 2.01 verschillende stemmingen lokken beweging uit KO S) ERI) voorkom dat negatieve effecten KA: ® X de leefbaarheid beïnvloeden 2.02 sociale plekken trekken aan KO (S) 4,06 trappen en hellingbanen dienen KA: (M) Ü DD als buffer tussen privé en openbaar e 2.03 drinkfonteintjes voor korte pauzemomenten KO (S) Vd > ERNA doelen in de openbare ruimte KA: (S) bevorderen beweging VRDS centralisatie is goed voor beweging en milieu KO S) Vd DD Pe in: ; BE id FE Tr Ì Ed he en | Routes zijn de lijnen waarlangs men beweegt en vormen samen á dt nt 5 Ee. het ontsluitingssysteem van een gebouw. Geprogrammeerde E ET Es Ee FFS ruimtes worden aan elkaar geregen door een systeem van 4 me Sf 3 - FE . nn . k 0 rn Oe Ea: RES entrees, gangen, trappen, en liften. Langs deze lijnen vindt al A\ ERN A à Wi er rn beweging plaats, dus principes op dit vlak zijn er vooral op gericht hert E Me om fysieke activiteit en gebruiksintensiteit te verhogen. Het KR er eva ere ontsluitingssysteem is gericht op lopen, de meest voorkomende Vi ne fysieke activiteit. Met (ntegrale) toegankelijkheid in het rd er achterhoofd kunnen luie trappen en/of hellingbanen ook leiden tot 4 4 \ e men / een verhoging van fysieke activiteit bij mensen die minder goed | ian ter been zijn. ie | ne Het ontwerp van individuele gebouwelementen zoals trappen 3 a en gangen kan fysieke activiteit bevorderen afhankelijk van de ï : En ruimtelijke en esthetische kwaliteit, bereikbaarheid, veiligheid p 4 en comfort. Daartegenover kan de nadruk op roltrappen, liften, en maar ook barrières als gesloten deuren beweging juist tegengaan. er a A Aantrekkelijke routes leiden tot zowel een hogere frequentie als ane, Ì a En een langere duur van gebruik. äi ee. Sk AR , Lj | ed d = “ A ke EE 3 Á EE nj ie Je en, 5 | 3 ame! Et l Ü ed | s f ] t E k L ” | É | _É u r 8 EE pn enal E27 | ORR Bl TE 8 ES, En CM 4 di e mn nn a vre £ Ì n Be \ ids | NC d Ee : | == | . Kel LOGICA: ROUTES 45 ee eN Fi | ! | had mmm | | De |: | | een | F Ë | Tm | Í we | i E 5 mn: IS Bl | OE md | PE Ù ‚1.01 4 5 | Ed | ZINTUIGEN VRAGEN OM | _ GEPRIKKELD TE WORDEN á 5 | EE | De kans op zintuiglijke prikkels trekt ne a 8 | gebruik aan. Prikkel de zintuigen in routes ee Pr | EES nie F zh d, | door kleur, aangename materialisering, ne ä i | Res | kunstobjecten, muziek en beplanting 2 - E _ toe te passen. Let op dat objecten in ne, zi | vluchttrappenhuizen vrijwel onbrandbaar he | moeten zijn en niet in de vluchtweg zi 5 E Ek. mogen staan. (14) (18) (A) (C) (D) Routes Small | 1.02 4 © De interieurafwerking van een gebouw is de eerste lijn om een MAAK TRAPPEN GELIJKWAARDIG gebouwgebruiker van zintuiglijke impulsen te voorzien. Het biedt | am: AAN AANGRENZENDE RUIMTES de mogelijkheid om op eenvoudige wijze de gebruiker aan te I jd Zorg voor continuïteit in de beleving zetten tot beweging. Small principes in routes zijn zaken die bij t Eussen trappen en aangrenzende ruimtes voorkeur mee worden genomen met het ontwerp van het gebouw S vloer- en trapafwerkingen en verlichting. om zodoende een zekere mate van consistentie in de beleving ee Hierdoor worden trapomgevingen door het hele gebouw te bewaren. Toch kunnen veel toepassingen | ad hiërarchisch gelijkwaardig(er) in de beheerfase ook worden toegepast omdat deze geen directe 7 Verblijfsruimtes en zullen daardoor eerder invloed op de gebouwstructuur hebben. z gebruikt worden. Gebruik bijvoorbeeld Le ET een warme materialisering of frisse, el activerende kleuren om gebruik uit te | nodigen. (14) (22) 46 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: ROUTES 47 I | | . n HOOGWAARDIG MATERIAAL GAAT VERLICHTE TRAPOMGEVINGEN ZIJN I ZICHTBARE BEWEGWIJZERING HEEFT | |t | ii El LANGER MEE FIJNER EN VEILIGER EFFECT Lj EC diel A Trapomgevingen worden gedurende de Mensen worden aangetrokken tot I Zorg dat motiverende borden worden beheerfase van een gebouw vaak niet licht. Zorg dat trapomgevingen een | aangebracht op zichtbare plekken B verder opgewaardeerd. Gebruik dan ook lichtniveau hebben van minimaal 75% nabij de lift om het keuzegedrag van materialen van goede kwaliteit die lang van de omliggende ruimtes en dat het | de gebruikers te beïnvloeden. Deze mee gaan, eenvoudig schoon te maken lichtniveau minimaal 10 lux is. Ter I kunnen bestaan uit muur- of plafond zijn en bestand zijn tegen vandalisme. vergelijking: het Bouwbesluit eist ten | gemonteerde borden of aangebrachte Hierdoor zijn trapomgevingen beter behoeve van veilig vluchten minimaal 1 voetstappen die gebruikers van de lift beheersbaar en prettiger om te gebruiken. lux op de tredevlakken. (14) (22) (C) | naar de trap begeleiden. (14) (A) 14 I | ® | . 1.04 26) tú 1.06 4 6 ‚1.08 264 VEILIGE TRAPPEN WORDEN DOOR BEWEGWIZERING MOEDIGT FYSIEKE | EEN GEPROGRAMMEERDE LIFT MEER MENSEN GEBRUIKT ACTIVITEIT AAN | MAAKT TRAPLOPEN VOORDELIGER Zorg dat tredevlakken voorzien zijn Plaats bewegwijzering die duidt op | Het programmeren van liften kan ervoor Take Te Stairs! van antislip voorzieningen en pas de voordelen van trappenlopen zodat | zorgen dat mensen alsnog de trap Ar k - 4 kleurcontrasten toe op de trapneuzen. gebruikers eerder de trap boven de lift I verkiezen boven de lift doordat langere aren re earl an this berber alena Het verminderen van de kans op zullen verkiezen. Bied informatie over wachttijden niet opwegen tegen het meededen valpartijen zal het gebruik van de trap looproutes en voorzieningen in en om het traplopen. Stel de liften in zodat deze aanmoedigen voor mensen die moeilijker gebouw. Plaats afstandsmarkeringen | niet automatisch terugkeren naar de ter been zijn. (14) zodat gebruikers doelen voor zichzelf | begane grond en/of daar in open positie kunnen bepalen en kunnen schatten | verkeren. Vertraag de sluitingstijd van de hoeveel fysieke activiteit zij in hun liftdeuren, dit bevordert ook de integrale | dagelijkse routine hebben volbracht. Pas | toegankelijkheid. (14) | de berichtgeving aan op de culturele I | en taalkundige achtergrond van de | | a gebruikers. (14) (22) vS ee 1e gn | Land — 5 u rm Eelen 7 an DE) | Tribune « Zonnebanken re EE EN en ei En I 8 n = I nnn. ie ke _ E [ vanen eesesearerereneeesearene renee aranea evene reren eee earns reseveren reren eee deere re renee eeen ere renee eeen nee | E _Routes Small en het Bouwbesluit ì _ | > Let vooral bij trappenhuizen en vluchtroutes op dat er eisen zijn aan de (on- Ei Me brandbaarheid van materialen. : e | > Ook moet gelet worden op het plaatsen van objecten in of nabij vluchtroutes = daar deze de vluchtcapaciteit kunnen beïnvloeden. en e , ad l > De eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van verlichting in vluchtroutes zijn zeer +à en, Ren I minimaal en laten te wensen over ten aanzien van gebruikscomfort en ruimtelijke ir : kwaliteit. | 48 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: ROUTES 49 | ! | | - zen i ZTM Routes Medium | DN - - A j . Na het ‘aankleden’ van een route is de volgende, diepere vorm EN | om de configuratie van de route in te zetten. Medium principes 4 KIR houden verband met de vormgeving en oriëntatie van gangen, ge li trapomgevingen, hallen en liften. Ô | kb Es | A & p | Pm. Ss nk an | led 1.1 4 0 me LN ge NI Bani has DAGLICHT TREKT AAN N EE Er kn | 1E Mensen zijn buitendieren en houden van | s eni daglicht. Configureer routes zodat deze he É | n JD van en naar punten met daglicht lopen. ï ke d ba a ! f ' Dit zijn tevens punten waar vaak iets te : he Er : zi zien is en bieden hierdoor een beloning f he S | : „75 Cee} voor het bewegen. (C) 5 k | " di | NATUURLIJKE VENTILATIE IS EEN E 7 | PRETTIGE AFWISSELING / : In trappenhuizen kan natuurlijke 3 7 zi | ventilatie tot een gedifferentieerd en : , EE | aangenaam ervaren binnenklimaat leiden E Ì en daarmee de aantrekkingskracht van ee een trapomgeving verhogen. Ook kan | natuurlijke ventilatie tot een prettige a „ | afwisseling in ervaren geluidsniveaus en Í luchtkwaliteit leiden in gebouwen met di ike al : mechanische ventilatie. (22) Í : ; ge | Î i ‚110 <2 0 is ke: eek EE ek} ml NIEUWSGIERIGHEID LOKT BEWEGING Ei Eer: nd I en mad UIT ed f ae ie E adh | | Mensen zijn nieuwsgierig. Configureer ej es mk | routes zodat nieuwsgierigheid gewekt ki k | wordt, ook in dagelijks bezochte routes. ï Dit kan bereikt worden door iets te tonen of juist aan het zicht te onttrekken. | Horizontaal en verticaal reliëf zorgen | voor een steeds veranderende zintuiglijke ervaring, wat stimulerend werkt op de TR gebruiker. (21) (19) | 50 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: ROUTES 51 | ! | | 112 20 áû 114 20) á | ZICHTBARE TRAPOMGEVINGEN BREDE TRAPPEN ZIJN PRETTIGER I STIMULEREN GEBRUIK . 8 Onderzoek toont aan dat bredere trappen ne Vooral vluchttrappenhuizen zijn vaak een hogere gebruiksfrequentie hebben. | niet zichtbaar van buitenaf doordat Trappen breder dan 120 cm maken | deze zijn omsloten door ondoorzichtig verkeer in twee richtingen mogelijk. brandwerend materiaal. Transparante Bredere trappen maken het ook mogelijk | materialisering zoals brandwerend glas om naast elkaar te lopen, waardoor de | maakt een trapomgeving zichtbaar trapomgeving ook een plek wordt voor en kan het gebruik van de trap sociale interactie. (14) (23) / aanmoedigen. Ook kunnen open trappen | Í tussen enkele verdiepingen (binnen één | brandeompartiment) een middel zijn om | het gebruik van een trapomgeving te Tl verhogen. (14) | | wi . | - 113 20) 1.15 20) á | JN ee VERBORGEN LIFTEN WORDEN MINDER LUIE TRAPPEN ZIJN BETER TE BELOPEN | 1 i a on pen” | GEBRUIKT | en gr . . Luie trappen zijn niet alleen prettiger | i Maak liften ondergeschikt aan de trap. om te belopen, ze zijn ook veiliger en ke Zorg dat de lift niet direct zichtbaar is toegankelijker. Onderzoek wijst uit dat vanaf de entree van het gebouw door de ideale verhouding voor trappen ca. 30 | de liftentree bijvoorbeeld een kwartslag graden is. Met een optrede van ca. 17 cm Ne te draaien. Gebruik daarentegen wel en een aantrede van circa 29 cm wordt hal bewegwijzering om minder valide 10 cal/mkg verbrand. Biedt regelmatig kn k gebruikers naar de aanwezige lift te tussenbordessen aan zodat mensen die | begeleiden. (14) (22) iets moeilijker ter been zijn even kunnen | ha uitrusten. (14) (23) | kn | Á . . | an Routes Medium en het Bouwbesluit me — > Het bouwbesluit stelt minimale eisen aan trapafmetingen, op- en aantreden en | mn en bordessen. Deze eisen vertegenwoordigen de ondergrens wat betreft veiligheid | in en zijn ergonomisch niet optimaal. | bnn OE > Ingrepen waardoor trappen breder, minder steil worden of waardoor meer bordessen worden toegevoegd kunnen de vluchtcapaciteit en de toegankelijkheid | mn van een gebouw bevorderen. | Te > Het zichtbaar maken van trappenhuizen bevordert gebruik. Hierdoor worden | 7 - 8 gebruikers eerder bekend met de (meerdere) vluchtroutes in een gebouw. Hoewel | e niet meetbaar in het Bouwbesluit zijn veelgebruikte trappenhuizen gunstig voor | de vluchtveiligheid. 6 k men > Omwille van het weren van rook staan in sommige gevallen vluchttrappenhuizen | en op overdruk ten opzichte van de omliggende ruimtes. In dat geval zullen er bijzondere eisen aan de trappenhuizen gesteld worden en kunnen deze niet “ natuurlijk geventileerd worden. | ; e Î Kc e | 52 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: ROUTES 53 | ! | | | | | 1.18 4 ® a | ee A , | DOOR- EN UITZICHTEN WERKEN an ks B | BELONEND … ie Pe | nd Voeg interessante uitzichten toe langs … in : al | d de route die de gebruiker belonen en . AR # | daarmee beweging uitlokken. Dit kunnen | : ie Î ee | m interne doorzichten zijn, uitzichten i is me 4 zj naar gebouwen of natuur in de directe u d ik | omgeving, of het zicht op sociale rk Ns RT I activiteit. (1) (19) en nn bin aman | EN | |J 149 4@0Ye L | ENT a dd Er , „eenen INN | mn TRAPPEN DICHTBIJ DE ENTREE k Î | E WORDEN EERDER GEBRUIKT î : hid Diek. Le EEE | — Onderzoek wijst uit dat trappen eerder : | F1 gebruikt worden als deze binnen 7,5 ‚ : meter vanaf de entree liggen. (14) (22) ze hare MA T E el Wi | _ Routes Large | Het hanteren van een Large principe op een Route heeft een impact op de gebouwstructuur en wordt doorgaans meegenomen I iN == vanaf de eerste schets. Het zijn vaak principes die een rijke I ervaring toevoegen aan een route en daarmee sterk belonend I | F ] 1 _ werken. Vanwege het veelal fundamentele karakter van deze : FP En principes zullen zij in hoge mate de architectuur van het gebouw | u ‘ | var” bepalen. Ate PL k il | A lee | D MIN HORIZONTAAL RELIËF VERHOOGT DE DE COMBINATIE VAN ROUTES EN | } a | | k he BELEVINGSWAARDE DOELEN ZORGT VOOR BELEVING E AE Lange, rechte gangen nodigen minder Een route die voert langs verschillende | |. - KI MJ uit tot beweging dan routes met bestemmingen in een gebouw zal eerder aangrenzende ruimtelijke differentiatie. gebruikt worden vanwege de verhoogde Es rar En EE Zorg dat horizontale routes voorzien zijn belevingswaarde. De differentiatie en | En PEER eel | bd Eed van horizontaal reliëf. (1) (19) afwisseling in programma, activiteit en/ I ee ! Ur nd : of verblijfsplekken verhoogt bovendien de el Ln h kans op menselijke interactie. riten pn | 54 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: ROUTES 55 | ! | | 1.20 a®)e 1.21 28) | 1.22 2 ® TRAPPEN DICHTBIJ DE LIFT WORDEN TRAPPEN IN HOOFDROUTES WORDEN I UNIEKE TRAPCONFIGURATIES EERDER GEBRUIKT EERDER GEBRUIKT NODIGEN UIT TOT GEBRUIK Gebruikers die wachten op de lift kunnen Zorg dat trappartijen een integraal I Gebruik uitgesproken trapconfiguraties besluiten dat het nemen van de trap onderdeel vormen van de hoofdontsluiting | om trapgebruik uit te lokken. Denk hierbij een voordeligere keuze is. De visuele van het gebouw. Zorg dat trappen in aan grootse, sculpturale trappartijen en fysieke nabijheid van de trap maakt het verlengde liggen van veelgebruikte | in bijvoorbeeld een centraal atrium. het nemen van de trap in dat geval ruimtes als entrees en overlopen. | In gebieden met minder ruimte kan eenvoudiger. (14) Trappartijen die aansprekend en goed | traplopen uitgelokt worden door de zichtbaar zijn vanaf liftwachtplekken, liefdevolle detaillering van een trappartij. entrees en veelgebruikte horizontale | (14) ontsluitingsroutes worden eerder | dagelijks gebruikt. (14) | er = Fr ì RE im | Fe _ ke 7 | Î | ‚| en Î ai l mmm Ll | Er Ei L mn, B ma Cas | el | 5 Li | e- Ü | | í | 5 n FE Ee A | el Í R ai K en | | \ n = EF / | ° | Ä if || | el E | | ZIN | | sn PF e= RK er lr ie MEN _ a E | E, en , jh 3 “ ef mr p Le [ Ee | Re == 8 EK: - | Ï | geler. N\ 1 8 Î ierk \ ed er | Bede er | Nj En Kk F EE E EER I mmm ’ : pre mmm E ERN 4 | > Bij het laden van Routes met programma moet erop gelet worden dat de Ì EE 4 | | vluchtweg niet wordt belemmerd. | | > Bij uitzonderlijk brede trappen moet men rekening houden met aanvullende ' Á ge Dn en Ra: REE Tet En | leuningpartijen. F ed Er, EN nie etn” BEE Ki > Tot een vloerhoogte van 8 meter boven maaiveld gelden lagere eisen met En £ HRE WAT en! he oes e , E: | betrekking tot een vluchtroute. Vanaf 8 meter vloerniveau gelden zwaardere Ee se ee 5 eisen. À L Bt Bd A are, } EB # za Ë en En is H A0 nen Dn ee > Vanwege rookafvoer is het vaak gunstig om (vlucht-)routes door de buitenlucht E Fail} ot TE in ik ele if ee 1 KS | te voeren. f Ee Be AE , zt | 56 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: ROUTES 57 | ! pmm | ps Bm k I I me EE = | B ri IJ K nnn gd rr | eh en. k j Î Doelen zijn aantrekkelijke of nuttige gebouwfuncties waar 1 he Ef gebruikers naar toe willen (of moeten) bewegen. Het kunnen dar ANN | zowel hoofdfuncties als dienende functies omvatten. In een a =— kantoorgebouw kan het zowel een wc als een werkplek behelzen, en. \ | in een woongebouw zowel het appartement als de binnentuin. In | | een school kan het de gymzaal of de gang met kluisjes zijn. 1 1 Door doelen strategisch door een gebouw te verdelen wordt En eeen beweging verhoogd doordat gebruikers dagelijks vaker EE E korte afstanden afleggen. Het is belangrijk dat het lopen als _ we zn I aantrekkelijk wordt ervaren: de afstand mag niet te lang zijn, En EE TIES non tf ook moet de route waardoor men beweegt als belonend worden ee Ez | ervaren. ne r a 1 ] En ie al = E o mg” Ì Pd E IJ an es d 3 a EF Î | | 5 Ee ee | en E DE Ta en af R k dl - _ NE Ec —_ 1 f | É L Î | Pril per: E - - De, d - T \ Big, Ml de. …t en je q F ee, a” k - | We — Ek ll id B | in. dq EN P rd | En En Dern en En — Jak E Ee Een rus ke, en E F 5 | nm Es EI mmm eN i Î rf f | d pe ue Nn E en zn Ri) II Er Ë- ! fi Pai" ner 7 ‘ | _ B EE ITT d | . P a RE mn | entente en: ï FEA B | i Î ad Le Tk Er _E 8 ú == nj and á ie e md EE Es Î d | fi ke | ml we ee ee ad Biel | _ _— = | IJ í En ee PE 5 _ se nb ER zn 8 en Es ne D Ld ne U Î an, Ea / EE En B 5 Denen. me = a Named al LOGICA: DOELEN 59 ! | | | 2.01 ® © 2.04 ® 6 Xi I VERSCHILLENDE STEMMINGEN CENTRALISATIE IS GOED VOOR LOKKEN BEWEGING UIT BEWEGING EN MILIEU I De mens houdt van afwisseling en zoekt Overweeg sommige functies te | op een dag verschillende stemmingen centraliseren. Denk hierbij aan een op. Door een variatie aan activiteiten en centrale geventileerde reproruimte in | omgevingen te bieden in een gebouw plaats van printers op elk bureau. Dit | kan beweging worden uitgelokt. Ook bevordert niet alleen beweging naar | verschillende kleur- of lichtstemmingen de reproruimte, het vermindert het (natuurlijk / artificieel, warm / koud, printgedrag en biedt de mogelijkheid de | sterk / zwak, activerend / rustgevend) geproduceerde (soms schadelijke) gassen I creëren differentiatie. De afwisseling af te zuigen. Ook kan gedacht worden | tussen inspanning, ontspanning, aan een centraal recycle station in plaats individuele of gezamenlijke activiteiten van afvalmandjes onder elk bureau. | stimuleert beweging. () Naast het uitlokken van beweging is het | een aanleiding om afval te scheiden en Doelen Sma II | 9 Q2 ® ® bewustwording te stimuleren. De toepassing van een Small principe op doelen is doorgaans ' omkeerbaar en eenvoudig aan te brengen, ook in de SOCIALE PLEKKEN TREKKEN AAN 2 Q5 ® © beheerfase van een gebouw. Los én vast meubilair, kleur en/ De mens is sociaal en wordt ' of materiaalgebruik kunnen in grote mate de sfeer van een plek aangetrokken tot plekken waar er een HOUD AFSTANDEN definiëren en daarmee gebruik aantrekken. Een variëteit aan mogelijkheid bestaat tot een sociale BEDELIJK EN PRAKTISCH stemmingen en/of bestemmingen maakt het aantrekkelijk om uitwisseling. Vaak zijn dit informele Dienende doelen kunnen verspreid meer beweging in de dagelijkse routine te incorporeren. De restee Worden door een gebouw en daarmee Richt ruimtes dan ook zodanig in dat de kan beweging worden uitgelokt. De mens _ ee _ _ I persoonlijke interactie tussen gebruikers is echter pragmatisch: de inspanning EEE EE. k wordt bevorderd boven het gebruik van moet wel in relatie staan tot het doel. Als e _ E _ smartphones of andere elektronische men te ver moet lopen om een klokhuis = apparaten. (14) in een recycle station te deponeren zal | men binnen de kortste keren weer een ei | afvalmandje onder het bureau hebben rn. ‚2.03 ®& @ Y # staan = ERE IT SE __Ì____DRINKFONTEINTJES VOOR KORTE Ee 4 | PAUZEMOMENTEN On | Drinken is een basisbehoefte. Over het | algemeen drinken mensen echter te | weinig water, vooral op het werk. Door drinkfonteintjes of watervulstations door een gebouw te plaatsen ontstaan doelen A = | voor korte pauzemomenten. (14) (22) Ap Na ls me “== ‚ Doelen Small en het Bouwbesluit nd | > Zodra ruimtes worden bedacht waarin een hoge bezettingsgraad voorzien is, Nm | zullen de eisen aan deze ruimte en de aangrenzende vluchtwegen zwaarder EARN worden. r | T # ka | - 1 > De vluchtlengte door een nader in te richten ruimte (nog of vrij in te delen) moet Ee, | | met 1,5 vermenigvuldigd worden. k 1 I | 60 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: DOELEN 61 | ! | | Doelen Medium _ 2.08 © OD X 2.10 ® OD X Met de toepassing van een Medium principe worden strategische VERSPREIDE NEVENFUNCTIES COLLECTIEVE BUITENRUIMTE wijzigingen aangebracht in de indeling van het gebouw. Het CREËREN BEWEGING VORMT EEN BESTEMMING verspreiden van doelen door een gebouw creëert loopafstand I Nevenfuncties kunnen daarentegen ook Collectieve buitenruimtes als daken tussen dagelijkse bestemmingen. Aandacht moet besteed worden | uit elkaar getrokken worden om zodoende en binnenterreinen zijn maar al te : beweging te creëren. Het strategisch vaak afgesloten van de rest van een aan de routes tussen de doelen zodat deze als prettig en belonend | positioneren van WC's, cafetaria, repro-, gebouwsysteem. Door vrij eenvoudige worden ervaren. De afstand mag niet zodanig lang zijn dat het post- en wasruimtes op (aangename) ingrepen kunnen deze ruimtes een frustrerend werkt: gebruikers zullen in een dergelijk geval andere aîstanden vanaf de woon. leer- ot : gantrekkelijke bestemming worden. Zorg + : : werkplek bieden kansen voor een korte at gebruikers op de hoogte zijn van manieren verzinnen om hun doelen te bereiken. | wandeling. (14) deze doelen door ze zichtbaar te maken | en/of aan te kondigen door middel van en, bewegwijzering. | ‚2.09 © OD XY ns & eN Eer | BIJZONDERE GEBOUWFUNCTIES ne en, en i P EI | LOKKEN BEWEGING UIT ä dl Mn Overweeg om ruimte te bestemmen voor En nn EL ä mT J | bijzondere functies als kiosken, kleine li" kh E | Es nat dd Í | winkels met gezond eten, en andere eee El Ei ' functies die een aanleiding kunnen ge T NE EAN ne sd if vormen om naar toe te bewegen. (14) ki ril e a ME ns Tat Mi N= ed A I bie Alin ' f Ee LP tn I 3 | an a, m Ë Te ER | lis dl 8 r Ll ba er EE | PE Ü 8 | ú jo TN me” Ee | u d br | Un - Ee Ek En, ER Ep í emma. Ë W A ! BE e tl } k i, Ee f | be En _ EE | 1 Ee # Es ú Ì B A AR NN mar 41 Î EL en rf 1 kh An Om PNT ed ia ge e | E r ed pe Ei ee a : er | PEEN Ms Ee | Es ie | ih Ee | | er | l 1 en r — il À | : 206 ©O 207 ©O Cr rn | me, f COLLECTIEVE RUIMTES TREKKEN AAN GEGROEPEERDE NEVENFUNCTIES | „er E _ CREEREN SOCIAAL CONTACT - nn Overweeg collectieve functies in een ‘ : Benensensenssenvensenrveneensensensensvensenserverdserneenseen sense nnen endsenverdernerensen senen sen resereven gebouw te introduceren. In bijvoorbeeld Het an leid veelgebruikte functies | Hi vormt een aanleiding om een pauze . . Eee eeu or ertoen in te lassen met collega’s, buren of | Doelen Med rum en het Bouwbeslu It aantrekkelijke bestemming vormen. klasgenoten. Hier vindt immers sociaal | Naast het creëren van een doel kan het contact plaats: een belangrijke trekker | > Functies die in verschillende brandcompartimenten liggen hebben een een toevoeging zijn voor het sociale om naar toe te bewegen. brandscheiding ertussen. Wanneer bepaalde functies een belangrijke relatie contact én het voorzieningenniveau in met elkaar hebben, is het aan te raden om deze in hetzelfde compartiment te een gebouw. (14) plaatsen. | 62 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: DOELEN 63 | ! E _=. I 4 5 en & | E | | | Pl, 3 | | El ie ee pe Ki î | NE Men Ë: tg an ú L: ee: el er Í | fr La od ik: zien K | 2 ®@® Y 212 & D Í ee } A : Ee ad ik | il BEERS ik Ei] , ii RE EO — Ii | ENTREEFUNCTIES OP VERSCHILLENDE __COMBINEER DOELEN EN -ROUTES RR 8 r Ee: Dd at BOUWLAGEN LOKKEN BEWEGING UIT Û E_ en 5 nn | ï Er . Aantrekkelijke doelen zullen eerder in MD Dj EE ie | Overweeg primaire entreefuncties onder gebruikt worden als deze door Á ú INS en ER! NE E brengen op een alternatieve verdieping. kwalitatieve routes worden ontsloten. De __ AE Je e org aat deze Verdieping EEN dIFECLE combinatie van routes en doelen tot één EEK RAKEN KE RR RKK ruimtelijke relatie heeft met de entree en ruimtelijk systeem verhoogt de ruimtelijke s : ‚ p fi | eenvoudig te bereiken is door middel van belevingswaarde van een gebouw en de En een royaie trap en een minaer prominente i i ie. ie sees eee . | lift. Hierdoor kan ruimte nabij de entree kans op menselijke interactie | vrijgemaakt worden voor andere functies I en/of activiteiten. (14) Doelen Large | SIN Met de toepassing van een Large principe op doelen K iN wordt in hoge mate nagedacht over hoe de plaatsing van ki h 1 gebouwprogramma bijdraagt aan fysieke activiteit. Grote I Ne de PEEP! publiekstrekkers worden in uiteenlopende hoeken geplaatst, ook I # eN B wordt geprobeerd om doelen en routes met elkaar te combineren. Ei î Deze combinatie leidt tot een rijke beleving door het hele gebouw : in: en stimuleert de gebruiker om zich erdoorheen te bewegen. ê nm Jer TNS _ | d We Te | 3 3 Ì es TT d n el ER Dg I Ì ' et Ee In } ant [ | =S EE. en | El 2 5 Vk ER aa NAT 4 ak ie ma il ie en PE or el | en Pd Ie I 8 L | ae inn — _— | ES . mn -- ch 64 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: DOELEN 65 I | | WE EL > Kr hk - | En, WE D rr: Ï Ll Tm | | ’ ken r d ENEN TET ven eend | Ee in zh — —= F- | d . E ee d I : RN Mike. il h En | 4 EE | I Mn 9 de À AN, à | 3 ! | Ek NS U | ï L : p : in eg | fl 4 | n vn 4 Arie if | mn Te De | “ “ $ EN KL nin | hi dl | ZIN IN ” | ARE el - ml üú 3 UP ! TR ee | js Der IT Ei, FP, d en ns TD Es pe ú ke al | 1 | | Pi zi EN | , 1 N | Vi. ir: TE | Deen “ | + Í | | Ti iN A en Î | eN sd FH. I kn ee Ek Í Bt | En K en 213 ®@® Yr | a Dn m 1 me = | m L PLAATS VEELGEBRUIKTE FUNCTIES OP | Ì | en AFSTAND | Overweeg veelgebruikte, niet vervangbare | Ä e E em functies op grotere loopafstand van | in E ir verblijfsplekken in het gebouw te Ù p plaatsen. Denk hier bijvoorbeeld aan | ae k Dn gymzalen of vergaderplekken. | en | 2.14 ® @ | ï 7 COMBINEER BUITENRUIMTES EN | ROUTES | Gemeenschappelijke buitenruimtes zijn | mogelijke doelen om naar toe te bewegen. | Zorg dat deze ruimtes direct aan routes ansnnnnenenenenenenverseererseeneere eere vevenverdnseneneneeeneen oneness ennen eenen enen nevens ereneenen: grenzen en probeer deze prettig in te | epianung voorbeelden zitpleken/of Doelen Large en het Bouwbesluit | > Het Bouwbesluit regelt ook de toegang voor minder validen. Zorg dat zoveel mogelijk doelen ook bereikbaar zijn voor rolstoelgebruikers of mensen die moeilijk ter been zijn. | 66 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: DOELEN 67 | Ì | | . - Begweegprogramma is de verzamelnaam voor ruimtes of inrichting die direct bijdragen aan een verhoogde fysieke de en activiteit. Hierbij moet gedacht worden aan fitnessruimtes, 2 h ES Se „7 4 : zwembaden, gymzalen, multifunctionele ruimtes, maar ook eK , PE k Ä fietsenstallingen en doucheruimtes. Activerend meubilair, zoals HIE rn Er ú N A PF’, | EN in hoogte verstelbare bureaus, stimuleert ook beweging, levert A ed | f. , een afwisseling in houding op en draagt bij aan de geestelijke IK ’ % 48 gezondheid. (22) — KW 5 iK En | KEA | "Ce / | | | ERN! a 8 | Í ! | 5 | ker Oe 5 Med Wa sm , RE Je , | Í EN AOR DS bo ee ef 8 f ë P Nn En ed SA EE Tr ; 2 ne Ì mn k k o | Ie ad ze . Kl | E ' Er 4 | sjed 1 d \ 9 | | Ct l dl pr dâ en | Fer. ij 3 “ k N lk ne | 3.01 CSD enen EN han” EN LE} 5 pen ine | Tr} kn Ë dS : _ En Wig ACTIVEREND MEUBILAIR Pi ks nn Wij Ea STIMULEERT DE GEZONDHEID Lj La re nn il # ad Hi EEF, / rd; # SN | Hoewel bewezen is dat langdurig zitten ‚| ú | ee \ p Ff / ne | ongezond is, is het nog altijd de houding " det d Kk OM die we het meest aannemen tijdens dl É Ì ar ij A "e : | onze dagelijkse bezigheden. Als we ' EN el ’ eh / Ee WU | met vrienden thuis praten, zitten we El RE En À E —_ A | vaak op stoelen, terwijl we net zo goed Ek : ij FE nn 8 ed aan het aanrecht kunnen staan. In de ’ P | — Ee RE 7 | werkomgeving kan gedacht worden " e Ko hl Emmen. | aan niet enkel bureaustoelen maar ook ij sa / oe Y Ea HE | sta-bureaus met ergonomische krukken. ZN ZA Xs Pt A Ï Í In het algemeen zorgt differentiatie in Wi AAE p N N © 2 EN | meubilair voor meer beweging. (14) (22) Nn E \ \ e Í k RON OW [ Ì oleigoleo note dees | À ie mn ade _ | mi | LOGICA: BEWEEGPROGRAMMA 69 | ! | | | 302 ©e@Y 3.04 ©O Dm | tT BEWEGINGSTOESTELLEN ZICHTBARE ACTIVITEITENRUITMES I l mn, Benen en Ang A ë ë LOKKEN BEWEGING UIT WORDEN MEER GEBRUIKT | LT d Î An, fj ä L le ‚A Fitness toestellen of klimrekken nodigen Zorg dat activiteitenruimtes zichtbaar | ie RS „… kk. E 7 k # k Te jong en oud uit om aan fysieke inspanning zijn vanaf centrale plekken of routes in en | Ee tn L R-_ Î : d te doen. Neem dergelijke elementen mee om een gebouw. Het bewustzijn van de 4 EL ee — OA as Ro ij erin ' in het ontwerp van collectieve (buiten-) aanwezigheid van deze ruimtes vergroot | a ta ie En El | a ruimtes. (14) 122) de kans dat deze gebruikt worden. | 7 E ef ' 4 PRE 8 5 Ld Fa Centrale informatievoorziening over ly Li d Kai, in pl … d (de beschikbaarheid van) faciliteiten en Ie E Dl nn Eed => = 3.03 © ® X groepsactiviteiten kan motiverend werken | ans dt | ir mn B en gebruikers aanmoedigen om deel te | RE Le | : wi mn ACTIVITEITENRUIMTES ZETTEN AAN nemen. (14) (22) | 8 Er A0 al, - TOT BEWEGING , Ee Ir De aanwezigheid van I Er ha gemeenschappelijke ruimtes specifiek 3.05 ® ® | Î al oaeen eel en Si oRituctionele ACTIMITEITENRUITMES MET UITZICHT recreatieruimtes — vergroot de kans WORDEN MEER GEBRUIKT | dat gebruikers van publieke, werk- en Onderzoek heeft uitgewezen dat sporten woongebouwen gaan sporten. Vooral als prettig wordt ervaren als het gebeurt lagere inkomensgroepen hebben minder in ruimtes met uitzicht op de natuur of 3 6 @ OD toegang tot privé activiteitenruimtes andere menselijke activiteiten. (14) I . en juist deze groep heeft vaak last van inactiviteit en overgewicht. (7) (14) BREDE ACTIVITEITENRUIMTES WORDEN MEER GEBRUIKT - he TE | Activiteitenruimtes die geschikt zijn voor el = / | verschillende doelgroepen verhogen Ge -: | de kans dat deze gebruikt worden. Zo ee | is het raadzaam ook kleine kinderen En mee te nemen in het ontwerp van EE: | activiteitenruimtes. Door een speelruimte ar En | te plaatsen naast een sportruimte kunnen F p= ouders sporten terwijl zij zicht hebben op = hun (actief) spelende kinderen. (14) rt ik Nek NE nd __ | . | ij LIN A B Ú + kj] N IJ is | ki E bh a es Se | 3.07 © @® XY 3.08 © @ Xx î _ iu ee Rha sj £ = AN Ken am ij Ì | KLEED- EN DOUCHERUIMTES STALLINGSRUIMTE ONDERSTEUNT _ 5 ea = fk Jk Ep MOEDIGEN SPORTEN AAN SPORTACTIVITEITEN er E fr F le | De aanwezigheid van douche- en Veilige en toegankelijke fietsenstallingen A | t sr kleedruimtes moedigt fysieke activiteit nabij de begane grond moedigen de Ee en Ze aan. Mensen zullen hierdoor eerder dagelijkse forens aan om met de fiets a en De \ | fietsen, lopen of rennen, van- en naar te komen. In woongebouwen zorgt het ef se en | werk, of in een pauze tussendoor. Deze aanbieden van aanvullende bergruimte ee er gn ruimtes kunnen geïntegreerd worden met ervoor dat omvangrijkere sportuitrusting Zn k E activiteitenruimtes in een gebouw of met zoals kajaks of surfboards eenvoudig te / DE | een toiletgroep op de begane grond. (14) bereiken en gebruiken zijn. In gebouwen F I (22) met oudere gebruikers is het raadzaam in ne, aansluitingen voor E-bikes in de fietskelder aan te brengen. (14) (22) | 7@ BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: BEWEEGPROGRAMMA 71 | mn Ze BEN Ny AED TT ee ar | RET ed Ne . AP f ii 8 : ” EE | Gebouwen hebben invloed op hun directe omgeving, onder U 4 Emm EEEN an El | | andere door het type gebruik, materialiteit, volumetrie en VE — IR — IN | schaduwwerking. Het exterieur van een gebouw en de toepassing / Pr Sn Hi Mm en | | | van de menselijke maat kunnen direct en indirect bijdragen aan EAA mm E-- B 1Ä | de beloopbaarheid van de openbare ruimte. A El AD k a # k | Zo wijst onderzoek uit dat variaties in activiteit in het gevelvlak LA IJ men Ben me Mr: NS bijdragen aan een veilig gevoel. Door de toepassing van luifels Es 1 ee oi mr __ ME en trappen kan het exterieur van een gebouw ook een directe 1 Sr Ed II mr bijdrage leveren aan fysieke activiteit in de openbare ruimte en de Et EN ES nn | BE EN toegankelijkheid van het gebouw. (14) (21) st _ 8 E Miete me _ H Ln he k (EEE Sim on aman nn Nl | J „fi ame | Hi | É Tr ï A el le za iin. | 4.01 EB O aa! BPR me en _ £ Ee me EE TI n VABIËTEIT EN CONTINUITEIT | nn ï p er a —: AAE | : STIMULEREN BEWEGING Í . ns ie n Dl E: di ll AE ler msnen ar di De programmering en detaillering van ai | S ; TU aas lj di LE | E ; de onderste twee bouwlagen zijn van etri) Er Ee En ne EE roo trekkelijk E Ki U groot belang voor aen aantrekeljk, f d 5 r he heh 4 ke ‘eyes on the street’ voor een gevoel van = mi DES En ie ie tn A ek veiligheid in de openbare ruimte. (1) (14) Gebouwen= LOGICA: GEBOUW EN OMGEVING 73 ! | je | nn Ee MN | eN Dek S | rt k I in ï On | B, | = n | ai ‚| | JN rar: | i 4 i ik I LE en - = | 5 f EB et | _ | 7 re k at u | L kar E Fn : =| | | de ' _ f E nk. | k . L ä F | AE Ì 5 zi È a den | ee * | Se Ah ee MN Be | en ma ad. E Fi , I L # | IE se. dn 402 © t 403 AO | 1 | de MEERVOUDIGE ENTREES EN GOED INGEPASTE ENTREES ZORGEN | Ê Í TRANSPARANTIE ACTIVEREN DE VOOR BEWEGING TUSSEN BINNEN EN Ë ur ï OPENBARE RUIMTE BUITEN î ile Een geactiveerde openbare ruimte is Oriënteer toegangen en openingen zodat | ed ut & | p ef 5 P prettiger om doorheen te bewegen. het contact met het omliggende stedelijk E Bt | | n De toepassing van meerdere entrees weefsel optimaal is. Een goede verbinding ES e P mi ä activeert het straatniveau en draagt tussen binnen en buiten zal ook de | en q = ha F Eh bij aan toegankelijkheid en de ervaring beweging ertussen stimuleren. (21) | 3 mn E en: U van de menselijke schaal. In lagere 1 eN =s Î dichtheden kunnen terrassen aan de weg, ; Ede d eit El 5 ï veranda's, en brede stoepen bijdragen 404 WED X | Eid edel hel LEE ane 4 En il aan sociale uitwisseling en een gevoel van | ders Er aman ee veiligheid. Dit zijn ook elementen die sterk LUIFELS EN SCHERMEN BIEDEN | hi ha s bijdragen aan het karakter van een wijk of BESCHUTTING nr straat. (14) | rdf nik Luifels en schermen moedigen fysieke | a Hij Li Tamas Ev 2 activiteit aan doordat deze beschutting wer te tE fj = 5 h. bieden tegen regen of de zon. Daarbij lg de Pf der JA Î Kh En en biedt een overdekte buitenruimte | f : dd Â) Le - _N vn et IR beschutting tijdens een kort oponthoud | met , ee . a nn op straat, een wandeling om het gebouw £ ï ì et À he ee, of tegen valwinden bij hoge gebouwen. Ka i eit! ee el UE en Kie q 4) | m Í f — 3 A 4 k N | En | 74 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: GEBOUW EN OMGEVING 75 | ! | | | | | | | | | | | | | 4.05 E@® X 4.06 EO Xá 4.07 EG X VOORKOM DAT NEGATIEVE EFFECTEN I TRAPPEN EN HELLINGBANEN DIENEN DOELEN IN DE OPENBABE RUIMTE DE LEEFBAARHEID BEÏNVLOEDEN | ALS BUFFER TUSSEN PRIVE EN BEVORDEREN BEWEGING Het is niet fijn om in de schaduw | OPENBAAR Voeg externe doelen toe indien een te lopen of om weg geblazen te | In woongebouwen bieden buitentrappen deel van het perceel onbebouwd blijft. worden door plotselinge windvlagen. en korte hellingbanen een welkome Denk hierbij aan een bankje, een cluster Probeer hinderlijke effecten van grote | scheiding tussen privé en openbaar van eenvoudig te verplaatsten tafels bouwmassa’s zoals schaduw en I gebied. Hellingbanen dragen ook bij aan en stoelen of een drinkfonteintje. Ook luchtstromen te voorkomen of mee te de toegankelijkheid van gebouwen voor elementen als een waterpartij, een tuin nemen in het ontwerp. (14) (21) minder validen. (14) (21) of kunst trekken aan en dragen daarmee | bij aan fysieke activiteit in de openbare | ruimte. (14) (21) (22) . - | E Ek Le Eed Sl AU RN | Ze, 1 | REE Le k n | Ee 5 Ln | : | L we RO Pi n A | | RE en. | PF I l | ee | Kk | „ PE pa | Ë a pe Pd had End verd hk 4 ï | AFELTT ee E me ak | 1 = | 76 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA: GEBOUW EN OMGEVING 71 | Rn | Ie ij EEN LB | WE | Lt ti | nIJ hd ol HEt Hi pn Br pt ee en jee BE a Hilla oe eg ve LAN „mer LL! Bij PJ vR iel | 1 SS Ei Fi os) : ni: | | ma ri He " | nen | mn ie IE | men i IE | aid dn wia Ki $ en | | ak St Me) ® Ë « C ij ’ À ê | ‚ ij RT eelt und geken DD amd UITLEG INGREEP ‘KAARTJES® In de Logica zijn aan de hand van de vier domeinen van beweging De Gebouwtypen worden behandeld op een manier die afzonderlijke principes behandeld die fysieke activiteit stimuleren. vergelijkbaar is met de Logica. Langs de vier domeinen van Ter inspiratie zijn de principes uit de Logica toegepast op een beweging worden individuele ingrepen behandeld. Om de context viertal verschillende gebouwtypen. te vergroten wordt terugverwezen naar relevante principes uit Deze toepassing resulteert in een (niet-uitputtende) lijst van OENE hdd aba eed concrete ingrepen die in een gebouwtype mogelijk zijn. Het p : spreekt voor zich dat alle principes uit de Logica onverminderd relevant blijven, om die reden wordt bij elke ingreep ook naar de Logica verwezen. In dit hoofdstuk worden vooral de gebouwtype- mmm specifieke uitwerkingen behandeld. ARRA mmm Eeste en ' : be en en an on Gd | Jr Een REL —_ _ tonen ann a | EN | Bd, Met it hl eee —_ 05: sh ren dr zl ok B zh Mi n mk ER ri mn FE | ! | Í NE LIE f SS d EE jj Band honden Gebouwtypen en het Bouwbesluit Bij elk gebouwtype wordt kortstondig stilgestaan bij het Bouwbesluit. Het is natuurlijk onmogelijk om alle facetten van regelgeving in dit boekwerk samen te vatten, daarom . ' Á zijn alleen de allerbelangrijkste zaken benoemd die een grote impact (kunnen) hebben We op het toepassen van beweegvriendelijke ingrepen in gebouwtypen. mi ge en n _= iS me Ie nl En nn en, ri d ii med ee 8 er AS ‚ og : „Em mite, ls ii rie er pm Ie E emme [SYel aleYe)| Kantoor 512) BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA IN GEBOUWTYPEN Index Hoogbouw Index Gesloten Bouwblok ROUTES HOOGBOUW ROUTES GESLOTEN BOUWBLOK Er ontsluit eerste bouwlagen met een royale trap Ee zorg dat entrees verbinden en transparant zijn Er zet liften strategisch in Ee maak bijzondere trappartijen met liefdevolle detaillering Er maak trappenhuizen aangenaam en zichtbaar Ee zorg dat trappenhuizen een gevoel van buiten hebben Er verbind gerelateerde bouwlagen met elkaar Ee maak souterrains aantrekkelijk Er ontsluit het dakvlak Ee combineer trappenhuizen en tussendoelen Er maak routes divers in configuratie en beleving Ee zorg dat galerijontsluitingen bijdragen aan kwaliteit Er vermijd brandgangen op de begane grond DOELEN GESLOTEN BOUWBLOK edel khehons de Ed maak het dak toegankelijk met aantrekkelijk programma Er concentreer gebouwfuncties Ee introduceer tussendoelen Er plaats entreefuncties op de eerste verdieping Ee maak het souterrain aantrekkelijk Er introduceer nieuwe of elders ondergebrachte functies Ee maak het binnenterrein aantrekkelijk Er introduceer doelen in verdiepingsclusters Ed maak het dakvlak aantrekkelijk BEWEEGPROGRAMMA GESLOTEN BOUWBLOK BEWEEGPROGRAMMA HOOGBOUW Ed maak eeutenkenimiss eetnirekkolijk En zichtbaar Er zorg voor zichtbare informatievoorzieningen Er maak activiteitenruimtes aantrekkelijk en zichtbaar Ee maak activiteitenruimtes voor verschillende doelgroepen Er zorg voor zichtbare informatievoorzieningen Ee maak bergingen en (e-bike) fietsenstallingen Er maak activiteitenruimtes voor verschillende doelgroepen Ee zet het binnenterrein in als activiteitenruimte Er maak bergingen en fietsenstallingen GEBOUW EN OMGEVING GESLOTEN BOUWBLOK GEBOUW EN OMGEVING HOOGBOUW f f Er stem het aantal entrees af op de omliggende ruimte Er verbijzonder de plint Ee verbijzonder de detaillering van de plintzone Er orienteer het gebouw op de omgeving Ee de) ge Aiolel ik -N(cIS ROT a OTR Er bied beschutting door luifels en overkappingen Ee maak het binnenterrein semi-publiek Ee maak entrees talrijk en transparant Ee introduceer aantrekkelijke stedelijke functies Er richt het omliggende gebied beweegvriendelijk in Ee introduceer aantrekkelijke stedelijke functies pa BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA IN GEBOUWTYPEN se Index School Index Kantoor ROUTES SCHOOL ROUTES KANTOOR Er maak routes aantrekkelijk voor de zintuigen Ee maak trappenhuizen transparant en aantrekke lijk Er zet de ontsluiting in als gedifferentieerde ruimte Ee voeg zintuiglijke beleving toe aan routes Er zorg voor meervoudig gebruik in ontsluitingsruimtes Ee zorg voor (zicht-)relaties tussen verdiepingen Er zet de ontsluiting in ter bevordering van contact Ee combineer verticale en horizontale routes Ed laad routes met dienende functies DOELEN SCHOOL Er plaats doelen strategisch door het gebouw ded h a hl heead, Er zet het dak in als bijzondere bestemming Ee laat werknemers mobiel werken Er zorg dat de ontsluiting ook als doel fungeert Ee introduceer verschillende sferen in de werkomgeving Er zorg dat doelen aangenaam zijn om in de verblijven Ee bied rustplekken aan Er plaats dienende functies strategisch uit elkaar Ee leg gemeenschappelijke functies uit elkaar Er zorg dat dienende functies omgeven zijn van kwaliteit Ee combineer functies tot sociale plekken Er plaats onvervangbare doelen op afstand Ee centraliseer functies Er voeg bijzonder gedeeld programma toe BEWEEGPROGRAMMA SCHOOL f f f BEWEEGPROGRAMMA KANTOOR Er stimuleer actief spelende kinderen Er maak de gymzaal prominent aanwezig Ee stimuleer de actieve houding Er zorg voor veilige fietsenstallingen Ee combineer werken met bewegen Er breng belijning aan op pleintjes Ee zorg dat werknemers fietsend komen Er zorg voor aanvullende bergruimte Ee zorg dat werknemers kunnen douchen Ee maak activiteitenruimtes aantrekkelijk en zichtbaar GEBOUW EN OMGEVING SCHOOL Ed zorg voor zichtbare informatievoorzieningen Er sil de school epen voor de SNr ï GEBOUW EN OMGEVING KANTOOR Er richt de omgeving in voor verschillende leeftijden Er stem gebouw en omgeving op elkaar af Ee vermijd lege vlaktes buiten kantooruren Er maak fietsenstallingen zichtbaar Ee maak entrees talrijk en transparant Ee introduceer aantrekkelijke stedelijke functies Sjk BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN LOGICA IN GEBOUWTYPEN 85 B MW | a me ' i Meten IN Nl eerst ier NN In EL Corse A N // in Tr r5 ee r r „ F E mn rn nt N bi | | We hebben eerder kunnen lezen hoe de veilige personenlift FS r mi pn m5 _— ge EN kh / hoogbouw mogelijk heeft gemaakt. Hoewel het gebruik van een N ä m Fr mn — r IJ hes Rie personenlift op gespannen voet staat met juist méér lichamelijke OD r ne F r _ El 5 a Ken beweging, betekent dit geenszins dat hoge gebouwen niet En EE = sE =P r - ee es N A beweegvriendelijk kunnen zijn. i en ij . at . Fi m F 5 ep EN ” k i/ De kansen voor hoogbouw liggen niet in de eerste plaats in het kj - el es n B = RE _ - FS Eg ACR / proberen te verplaatsen van het dagelijkse verticale verkeer | Ee en E E - r | E ef ed he naar de trap. In hoogbouw zullen merendeel van de gebruikers " & | | = IT = r F | kk Y altijd een voorkeur hebben voor de lift voor het dagelijkse B | „ | ig KE Fe EN Me verticale verkeer. De potentie voor beweeglijkheid ligt vooral in ar <q pi lij ES FN ï de frequentie van personenbewegingen door de toevoeging van iT nd | —_ _ Ri beweegdoelen binnenin het gebouw. U | Ì | SE re 5 Ni Zo kan men rekening houden met de zogenaamde “klimgrens’ | Ì | 1 EN ha (ca. 3-4 verdiepingen) en aan de hand daarvan strategisch Ml ek beweegdoelen plaatsen. Er kan gedacht worden aan verschillende k ML ' Hes UM 7 MAA: verdiepingsclusters waarbinnen zich een beloopbaar beweegdoel Ee in ‚ f . rn EN tld En | i De in Ed . .…. … - $ ki hc RE" ge | | We me rt Plinten hebben bij hoogbouw doorgaans een bijzondere lading Me ay | | | _E 5 Nr vanwege het feit dat vrijwel elke gebruiker via één voorruimte en EE TLT Pie MET TT | zl En. E entree het gebouw betreedt. Hetzelfde geldt voor de dakzone van IE AD Bk Í E E 4 Kk T _ | mln hoogbouw: deze plekken verdienen bijzondere aandacht. oee VA Al RT lenie Hoogbouw en het Bouwbesluit ï ved E z É 7 ra si | | zit A > In het algemeen geldt: hoe hoger het gebouw en hoe meer mensen aangewezen hard Korat Í ii Ì : Ei mt kh re worden op een vluchtroute, hoe hoger de eisen worden. Re MARS IK dr ek > Bij hoogbouw (vanaf 22m) gelden extra eisen aan de vluchtwegen ten opzichte in Ht lea 4 van lagere gebouwen. Vanaf 7@m hoogte gelden extra zware maatregelen en zijn © @) ® En Ee Avav Tel er verschijende vluchteoncepten mogelijk, Meer informatie hierover is terug te i À KS Ô Eee vinaen In ae anareliking voor HOOgbBouw'. EN eee Ee eN = Ee zi E ke 8) mrien mln f ri ! | | ‚__Routes Hoogbouw | hl =_ ú | Es rd I he Er _ P I E = _ Pr di IE en en | Tm Pi OTN NT | Í í nn K ï | WE EI | \ d | kde Ì | 3 | ir of Sen | Í el == at . nent PM De EJ , B Ï IN d Pand Ts - al ge bn eekeben ATL ; p Eine Se pm af D DD Qi | len b RAS D NA | e ‘ Vlad b ld B Ama RON | N Bh ONTSLUIT EERSTE BOUWLAGEN MET ZET LIFTEN STRATEGISCH IN DE HE | EEN ROYALE TRAP Kin | - Maak naast een enkele lift die op elke EN Maak in de eerste paar bouwlagen verdieping stopt, gebruik van snellere ed Dn gebruik van een over-gedimensioneerde, liften die elke 4 verdiepingen stoppen. Op VN | open trapontsluiting en plaats de trap deze manier worden gebouwgebruikers Dy: N binnen 7 - 8 meter vanaf de hoofdingang. gestimuleerd om de trap te nemen 2 À | zonder dat ingeboet hoeft te worden LN (en 2 ®& © <E op toegankelijkheid. Het is mogelijk dat > nt | 112 205 303 hierdoor ook minder liften nodig zijn OA ; , , SS PR | | 113 21 waarmee de kern compacter wordt. Á de iid 212 eel 122 42 © © # Vn 128 A MAAK TRAPPENHUIZEN AANGENAAM 1108 EEE | EN ZICHTBAAR 128 | Maak de toegangsdeur van | trappenhuizen zichtbaar door kleur, | transparantie of bewegwijzering. Maak trappenhuizen aangenaam door kleur, licht en mogelijk doorzichten naar de | verkeersroutes of andere functies te | geven. | __ à2 © © # 121 2.03 | 1.02 2.08 1.04 213 | 112 212 121 | | 88 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: HOOGBOUW 89 | ! | | VERBIND GERELATEERDE MAAK ROUTES DIVERS IN | BOUWLAGEN MET ELKAAR CONFIGURATIE EN BELEVING Gebruik open trappen tussen Verleg verticale routes om variatie en I verdiepingen die een programmatische kwaliteit te creëren: leg ze bijvoorbeeld | relatie hebben. aan de gevel of voer ze door de 4 ®& © «B buitenruimte. | | 121 206 _ 3.04 4 ® © B | 114 1.01 2.01 3.05 I ‚ ee _ 7 : i I Ein 122 in 304 Pr | f EE B 112 210 P se Ne en 118 213 I N Í Î em ef VERMIJD BRANDGANGEN OP DE I > A d Í Een 0 l) BEGANE GROND ONTSLUIT HET DAKVLAK | Rd | | po a Í Overweeg de uitgang van de . dal f Í RR Ì en vluchtgangen naar het souterrain te Laat trappenhuizen doorlopen tot inr | IJ } il | hi NE eN verplaatsen (în plaats van de begane aan het dakvlak om doelen daarte Ee | | | À | EIER hd jr grond). Door deze gesloten route ontsluiten. Probeer daglicht van boven in I En É Pp Eil | ondergronds te houden en buiten het te zetten om de belevingswaarde in het | De : | pe | ad gebouw naar het maaiveldniveau te trappenhuis te verhogen. s Pr al voeren, blijft de begane grond vrij voor PN E alternatief gebruik. 2 © © ® | P | | de / 19 29 305 P | De à ® © vE 11 2.06 I NS = 112 4.02 15 518 A 5 i |E 1e 403 ’ ’ | dl BE Ld | d T i | PARE | ‘ dE ee , f ED. | IE ET ls ER X F rn Ee - a | d W E ik OH Ï | A 5 RA (Regt E | ‚ 4 ats | el | dj | | | a | ME AR” AAE | : | IN de il P £ ad Er „5 r 5 mt Ö | Vn ONO ad mn | NEK m7 ij 8 En nn 5 | B j gt en ah, D= | er hs en il Fi ZE ge | EE zen 5 AD On mT a | _ I Lr zel ET 0: et | | _- k Û [EE LS eid es Ì hen E Ì jd} Pel | £ F nt Pin dn | | El el ERS 0 r a el oe 5 eN Rr eee | We Ee me , Hd EE | | & | | d | | 4 | d | IE Ì I EE dn An | | E I | 90 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: HOOGBOUW 91 | ! | | ‚_Doelen Hoogbouw | | | ma | | Ul Den 4 B 5 | ; bi ee l % on l « el | | N Es 5 h | 5, Be Ùs | 8 s ld TN | | ze ASD | | | RO d 1 DN | vak in, 4 in P u = . e an END NC ven aa Med ke ij | d = ï N 8 ht ie | í = A ä ] a E j Ee ä le en I Meld Ei ha | A N I CONCENTREER GEBOUWFUNCTIES INTRODUCEER NIEUWE OF ELDERS k | ONDERGEBRACHTE FUNCTIES A Concentreer veelgebruikte Introd biizondere functi | gebowfncteszodspostaken Arde elere wasruimtes of afvalverzamelplekken obouworo Jamma Denk hierbn aan een | op enkele bouwlagen (in plaats van Centrale wasruimte ‘een biljart- Ktness- | elke verdieping) tin en die manier korte of pingpongruimte ‘een zwembad of een DD wancengen te Smueren. sauna. Dit bevordert niet alleen beweging Gn naar deze doelen, het verhoogt ook het Cs S | & ® © (B voorzieningenniveau van een gebouw. fi: Sp | 117 2.02 3.03 Sn ZS  | 2.06 à ® © {B NS 2.07 ì | 2.08 202 202 4.07 | 2.08 3.07 | PLAATS ENTREEFUNCTIES OP DE 2.09 | EERSTE VERDIEPING | Overweeg om entreefuncties op de eerste verdieping te plaatsen en maak deze toegankelijk vanaf de begane grond | met een open, royale trapverbinding. Op | die manier worden korte wandelingen gestimuleerd. | __ à2 © © # 112 202 304 403 | 119 2.06 3.07 4,04 2.07 | 2.08 / | 92 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: HOOGBOUW 93 | I | | | | | | : | Pen: | Ì | Ek | | …\ | Er Ve - rte EL ak KR a | ek He | pies lo} INTRODUCEER DOELEN IN MAAK HET DAKVLAK AANTREKKELIJK É Et | VERDIEPINGSCLUSTERS | ° F En | 1 … Gebruik de bovenste bouwlaag en/of | Kk Ì hE ij Plaats gemeenschappelijk programma dakterras als aantrekkelijk beweegdoel. Í L # { verdeeld door het gebouwin Overweeg gemeenschappelijk ral Ak verdiepingsafstanden van maximaal 6 programma daar in te zetten en gebruik I ‚ Tea Der sf, 5 { verdiepingen. Op die manier heeft elke de mogelijkheden van daglicht, verse pe rn eel A verdieping een beweegdoel binnen een lucht en uitzicht. EER n tiel + | beloopbare afstand (1 - 3 verdiepingen) | c " en 200 | fer) AP a © © # | REL ij 108 201 3.05 alla an 5 B OW Oi se | EN AN 114 209 _ 307 213 I r T-l EE Bir 120 210 3.08 ï = 121 | ' Td. mr ls = A ‘ El AS = | | _ blad EE a de U än, a nd Me AT GE el | | EER HS 7 8 _ | Es hi Ln F Et , Pl À 1e Nn rh lik | | | ER E A Lt n PF Net RLS et NN ì I ï Ge ie a Eet 1 LT ok aid Ln emt Lee en 3 mr inie Er K aj = EE ä die ke en 4 | | rn REDEN ME ee Mn RD) : :, Kaars te 5 Tell HR LIL k 5 [= Kaf E ef ht | Wi 4 dE 8 Kk. Ù mk ee ì ed kee Eagle ee | - kn LI i belt Pl R, L ke id =h, \ | 94 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: HOOGBOUW 95 | ! | | _ Beweegprogramma Hoogbouw | I MAAK ACTIVITEITENRUIMTES MAAK ACTIVITEITENRUIMTES VOOR AANTREKKELIJK EN ZICHTBAAR VERSCHILLENDE DOELGROEPEN | Plaats fitness- of activiteitenruimtes Denk bij de activiteiten (-ruimtes) aan de | op zichtbare plekken zoals de eerste verschillende doelgroepen die zich in het verdieping of begane grond en bied gebouw bevinden. Het breed inzetten van | daarin uitzicht naar de omgeving. activiteitenruimtes bevordert gebruik. | Hierdoor zijn gebruikers op de hoogte van de aanwezigheid vande ruimtesenwordt 2 &®& ©@ 4E het sporten bovendien als aangenaam „06 zor 502 zo | ervaren. 120 282 24 : 5 ‚42u 5 <t - | | 209 506 4x MAAK BERGINGEN EN | 213 4x FIETSENSTALLINGEN | - nn . - | ZORG VOOR ZICHTBARE Bied een veilige, overdekte fietsenstalling nabij de begane grond. Zorg het aantal | INFORMATIEVOORZIENINGEN E-bike aansluitingen afgestemd is op Verzorg centrale of digitale de beoogde gebruikers in het gebouw. informatieverschaffing over Denk ook aan bergruimte voor grotere beschikbaarheid van sportruimtes en sportuitrustingen. Deze faciliteiten | mogelijke activiteitenprogramma’s om verhogen het comfort voor forenzen en zodoende gebruikers aan te moedigen tot sporters. beweging. | RE: & ® © E 204 302 402 jl DE | an 206 302 205 Se 4e4 BEES Ì PD | 1.06 2.09 3.03 4,05 He Un Sd 1.07 3.04 SS 0 „ A En se ge & | | Î | \ PN 5 ee : | r | =  > B RE Pr ten [r-A Le _ md Ze z E S nà I L ze er Lon a —_ " | EO | 96 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: HOOGBOUW 97 | Í | | '_Gebouw en Omgeving Hoogbouw | 8 A | EM Kb NS } | | ; ad : ! EL | SCT | en: | Li d I | ï É , Ie gd f , Î pe | | |: LN E Î ee Jt | Ke al ej _ zE har en E | ” h : r hid ear: „| aL E | : | Ll | IR | Il ' : | Nl | — | en = | Sn I VERBIJZONDER DE PLINT ORIENTEER HET GEBOUW OP DE Ee Sa OMGEVING en Te. Besteed extra aandacht aan het . eel -L Ee en | exterieur- en interieurontwerp van Heageer met de bouwmassa, plaatsing ne EE Ne ne | de plintzone en hoofdentree. De, omliggende barken, pleinen, stoepen Sl el) 5 j ed | Entreena Wor gebrui oor are . en open ruimtes Zorg dat deze elkaar CES Dr EE gebouwgebruikers en bepaalt de relatie terk d B dl a __van het gebouw met de omgeving. beweegvriendelijke openbare ruimte’ NL ast en dmt 7 i © © & ta jke op Sl on Ge Ie en ee Dd Ny | 121 210 304 49 à ® © vE EN Ne I ’ 4.03 116 210 305 402 A 4.04 118 2 308 403 LZ | 4.05 1 404 5 | 1.22 417 \ | | | | | | | | | | 98 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: HOOGBOUW 99 | ! | | Ee ' % Î ej FM hi U N |l | MAAK ENTREES TALRIJK EN BIED BESCHUTTING DOOR LUIFELS EN B b Le Ps uk TRANSPARANT OVERKAPPINGEN ; pi \ Ms Fl: P] I Creëer meerdere, transparante Zorg dat een overdekte entree als dE * | entrees in de plint ter beleving van het bescherming fungeert voor voetgangers Ei Ë voetgangersgebied van binnenuit, en de egen regen en valwinden. Zorg dat he ts t bied bi it d t lwinden. Zorg dat het Er ee | entreehal van buitenaf. Dit bevordert de een prettige plek is om het gebouw te L et, p d f I toegangsstromen rondom het gebouw. betreden maar ook om te verblijven. EN | Ì Ln LE B E fel 3 | à ®& © YE à ® © vH hl te p Ë | 101 4.02 101 212 308 4.02 e rn Pe IJ | Lo2 4.03 103 214 403 eik Ee AL ë I 11 4.05 ML PL Ti 119 zak: | rl ï ke | N ah n Let ii” à elf aft ed ad 1 dT | E ek EE Ee | ed - BT 25 El KR Ti rn s [ erpen e 1 mn | n Ee et | k if Í | » ERN EN en en | | : | Kh | En n | Í hd La — = = ei Rn 7 N | Ï en NN ERA RICHT HET OMLIGGENDE GEBIED INTRODUCEER AANTREKKELIJKE | Nee DE. Re EN ie Î | BEWEEGVRIENDELIJK IN STEDELIJKE FUNCTIES 5 MER HA torn Mier f KA Ì Activeer de het plein voor het gebouw Overweeg publiek programma op de | en | E | door middel van (verplaatsbaar) begane grond toe te passen zoals een Î ER zitmeubilair, een waterpartij, kunst of kiosk, een voedselwarenwinkel of een il een groenvoorziening. Deze elementen kinderdagverblijf. Hiermee worden | : vormen doelen om naar toe te bewegen, beweegdoelen in de directe omgeving | Kk EEN | maar bieden ook een zintuiglijke prikkel gecreëerd en ontstaat een stedelijke Î ' 18 om langs te lopen. variëteit binnen het gebouw. Kk / : í i 2 © © # 2 © © | | Nl \ 121 202 301 4.05 110 2.01 303 401 | 5 | 103 203 303 406 202 306 402 Ì | Î 116 204 307 407 209 308 4.03 | | Ih 206 308 213 4.07 ! 207 | “ Ï | ht 8 : | AT en AAE Là | et ek heen. ” [ Ld Pe iz | ke mer EE rd 2 IN | IE Baja Mi IN re s nn Ee nn n Om k | 100 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: HOOGBOUW 101 | Ee n | | | | | In ih NN | ol E | EN = TEFT:i mn El BTN NK alat EAN U U ij ed ch alt E ande | af, E al MB) Er Et , Le Het gesloten bouwblok is met een hoogte van 4-8 verdiepingen mn _ kansrijk voor beweging via de trap, zelfs voor de bovenste LL | pe ue d E ak Ri EAR In verdiepingen. In tegenstelling tot hoogbouw heeft het gesloten á me Tum d bouwblok in de meeste gevallen meerdere kleine, vaak TTI aiE EE Wi hiërarchisch gelijke entreehallen. Een belangrijke eigenschap van — fi TE sE TEK deze entrees is dat de volgende elementen met elkaar verbinden | | | WT UL | ane Í | | | | 1 op loopafstand van elkaar: het trottoir, het binnenterrein, het souterrain, het dakterras en de tussenliggende woningen. 5 Het gesloten bouwblok heeft een sociaal en gemeenschappelijk | karakter. De woningen hebben uitzicht op elkaar en zijn gelegen Ea | rondom een al dan niet collectief binnenterrein. Het dak van een er gesloten bouwblok bevindt zich op korte loopafstand en binnen B het gezichtsveld van alle woningen in het blok. | DE Ens Gesloten Bouwblok en het Bouwbesluit : ej ER ej en ee k - > Een gesloten bouwblok kan door zijn verhoudingen een veelheid aan Pe n 1! ontsluitingstypes en woningtypen bevatten. Nog meer dan bij hoogbouw kan Nen :] Ek gevarieerd worden met ontsluitings- en vluchtconcepten doordat bijvoorbeeld de Pr en en | Ù ' nabijheid van de buitenlucht alom aanwezig is. rr - Ï Í hk > Indien horizontale vluchtroutes tevens als verblijfsplek worden ingezet, houd ì El rekening dat objecten de vluchtrichting niet mogen belemmeren. : | (ht > Een open ontsluiting tot 8 meter hoogte is mogelijk, mits er een tweede E el kl vluchtrichting voor hoger gelegen functies aanwezig is, bijvoorbeeld via het : 2 Î ni ie A binnenhof of naar een aangrenzend gebouw of trappenhuis. : E ki > Vluchten naar het dakvlak voelt onnatuurlijk in een vluchtsituatie en is daarom ed ij minder wenselijk. Een | kad GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 103 ee ! | | ‚__Routes Gesloten Bouwblok | mn | ; | Le | E Nl As ge B Dn ij i _ | 4 Ô u | Hw | f Ì En | ak: ! KS Cen | Î dk : Ln Dg Up | | | mr EEE NW En | PE: | Oe EEEN kj Kn | 5) N Hr | il ' | rl HEEL Í 4 TS US | En: PETE | CL | B et EEEN eeh | Ee L: i AN en Y EEn 4E “ E ® EE US EC ' Ì Ws il Ks di he | ef rl Td | id BS Jen SA DO …_Û | af ar Rai me. | EE NA Ni | | B: nr RE Ml Fil VA Dn Ben Ö | | N k 1 Î Vn eN I ' zt EN vi , | MAAK BIJZONDERE TRAPPARTIJEN MET ZORG DAT TRAPPENHUIZEN EEN LIEFDEVOLLE DETAILLERING GEVOEL VAN BUITEN HEBBEN | Ontwerp trappartijen op die manier dat Maak trapomgevingen bijzonder door het gebruik ervan aangemoedigd wordt: daglicht van boven in te zetten. Door besteed aandacht aan de vormgeving, de het plaatsen van een trappenhuis aan | gebruikte materialisatie, en toegepaste de geven ontstaat de mogelijkheid om | verlichting en kleuren. Voor dagelijks daglicht en uitzicht naar de directe verticaal verkeer heeft de trap heeft in dit omgeving in te zetten. gebouwtype duidelijk de voorkeur boven | de lift. a © © WH | ‚ à2®©©O ® NE 1 | 121 2.01 4.1 11 103 4.06 112 | 119 114 | 122 | | | | 104 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 105 | ! | | | | | | EEN TN Sr TT EE | 8 nm TE "RE he SFEE TN TWNE TEE Tr | ZORG DAT GALERIJONTSLUITINGEN COMBINEER TRAPPENHUIZEN EN Î TE > | BIJDRAGEN AAN KWALITEIT TUSSENDOELEN MR TE Galerijontsluitingen zijn efficiënt maar Probeer de belevingswaarde van verticale in. Ì | 4 | hebben als risico dat ze louter als routes te verhogen. Overweeg verticale KS Ì en | verkeersruimte dienen en daardoor routes te laden met aangrenzende ee i | een arme uitstraling hebben. Probeer gemeenschappelijke functies. galerij- of splitlevel ontsluitingen met lan x I= | zorg te ontwerpen. Overweeg deze te 2 © © (E m5, Ws ad ' HA over-dimensioneren om aanvullend ï Ì : gebruik mogelijk te maken. Probeer de 122 20 325 er } Tk t architectuur bij te laten dragen aan de 11 208 3.06 5 ri ed si = | ruimtelijke kwaliteit van het binnenterrein. 2 2% - Pe 5 ‚ à © © e mn ; Een I 1.02 210 4.01 103 212 4.05 n sl I 112 214 HE me mf 1 a nn | 1 | ZORG DAT ENTREES VERBINDEN EN MAAK SOUTERRAINS AANTREKKELIJK | TRANSPARANT ZIJN | e . … . Maak de route naar het souterrain er De entree is een belangrijk kruispunt van aangenaam en probeer daglicht | re verschillende routes en kan beweging daarbij in te zetten. Het souterrain is : se stimuleren door goede verbindingen te in dit gebouwtype immers vaak een el pe leggen. Hier worden immers de straat veelbezochte bestemming omdat hier | PO met het binnenterrein en het dak met het vaak bergingen, fietskelders en andere | OO souterrain met elkaar verbonden. Maak ondersteunende functies zijn gelegen. PO de entreehal dan ook transparant en EO open, zowel horizontaal als verticaal. a ® ® YE | EE 4 ® © E 105 _ 201 3.05 | ì 1.06 2.02 | 1.07 2.07 Í 1.06 204 308 402 11 2.08 | {ih 112 210 304 403 2.09 ll | | 113 21 4.04 | | EE 5 BN h El DS | 1 EP Fan HEK F1 KE hi | | | Hi | T, L be | À | | HEEN(N Leed Ee | Í Ee | Ie | | | 106 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 107 | ! | | __Doelen Gesloten Bouwblok | | | | | | | TIE mk : | nf HEE een Ke nn | e Ik El kee | mt TT RNC hid U | EET ' | | an a he OEE | ms nn, Ee en | ir > REE (Da GN | | IN oe I nr eN PS Ô ze we an en PZ A | ne, en % edn | De G = | | MAAK HET DAK TOEGANKELIJK MET INTRODUCEER TUSSENDOELEN De | AANTREKKELIJK PROGRAMMA 8 Probeer tussendoelen in het hart van het | Het dak kan een aantrekkelijk doel gebouw toe te voegen. Voorbeelden zijn van het gebouw zijn omdat het zich op een gemeenschappelijke leeshoek, een loopafstand bevindt van elk deel van pingpongruimte of een tuin. | het gebouw. Maak het dak toegankelijk | of laad deze met gemeenschappelijk programma. à ® ® tE 121 2.01 3.03 a © © # (7 26e Sos | 118 2.09 121 2.01 3.03 214 | 1.09 2.04 3.05 110 206 306 | 11 2.09 118 210 | | | | | | | | | | 108 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 109 | ! | | | | Pr me | E es I Be | È | | E: en = JN EK -] A " d - Ë ol ke 5 î Uh > | Eh Ten | [ En. | zac iN lj ij | had UN me TN 5 Bi er hel | LE TE E mm S nn 1 ret: | | L | „ee kn Temalk zel . È Eh | à „ La NE i Ë Î | I MAAK HET BINNENTERREIN MAAK HET SOUTERRAIN | | | NN Í 1 | AANTREKKELIJK AANTREKKELIJK k 3 | - _- | 1 | 8 Te | Maak een doel van het binnenterrein door Probeer het eventuele souterrain tot een ä IE | L | Ï | IJ het algemeen toegankelijk te maken. aangenaam beweegdoel om te vormen B | Ee IS z | Ì Plaats (verplaatsbare) zitmeubels, door er o.a. daglicht naartoe te brengen. —- == en Mmm | schaduw biedende objecten als Het souterrain is vaak direct bereikbaar mm I bomen, drinkfonteintjes en mogelijke vanuit de entreehal en is daarmee ideaal | | | sporttoestellen om een veelheid aan voor gemeenschappelijke functies. E AN E E Pi-Aak 5 gebruik aan te moedigen. Overweeg 3 Î | | BAE 0 ech | het binnenterrein niet alleen vanaf de 2 ®© © H i ì Í ä han | begane grond maar ook vanuit andere Lenes | Cl 1 | RT | mn $ Ln tn NE pee LE verdiepingen toegankelijk te maken door rt Ì : trappen en/of hellingbanen. 1.21 209 3.08 | Ee É ER a © © # 2 REENER # zele al lj Ee rel e % E ' 210 305 407 Th Ee Er Ti r | 214 3.08 ie á 1 J Ù | hes A A ok hi [0 | A a hs 1 rj E L Br E eerd e te he | Ee - Ml - ir | EN dln 7 Tan | Ì ji | = En FL id | = ì | | 118 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 11 | ! | | __ Beweegprogramma Gesloten Bouwblok | MAAK ACTIVITEITENRUIMTES MAAK BERGINGEN EN (E-BIKE) | AANTREKKELIJK EN ZICHTBAAR FIETSENSTALLINGEN | Plaats fitness- of activiteitenruimtes Bied een veilige, overdekte fietsenstalling | op zichtbare plekken zoals de eerste nabij de begane grond. Zorg het aantal | verdieping of begane grond met uitzicht E-bike aansluitingen afgestemd is op | naar het binnenterrein en de straat. de beoogde gebruikers in het gebouw. Hierdoor zijn gebruikers op de hoogte van Denk ook aan bergruimte voor grotere | de aanwezigheid van de ruimtes en wordt sportuitrustingen. Deze faciliteiten | het sporten bovendien als aangenaam verhogen het comfort voor forenzen en | ervaren. sporters. | 42 © © # 2 © © | 121 206 303 402 3.07 I 110 3.04 3.08 3.05 | | ZIP Ge _ zonevoonzeran Zenna mAls He \ INFORMATIEVOORZIENINGEN 8 z . Gebruik het binnenterrein en/ 7 ES | | verzorg erehof over of het dakterras voor (al dan niet ú Sd a | beschikbaarheid van sportruimtes en georganiseerde) beweegactiviteiten ede. mogelijke activiteitenprogramma’s om ee 46 I zodoende gebruikers aan te moedigen tot a ®& © <E $ Y 7 5 . Sin Ga |__ beweging 291 SE Gard 42° 5 De od ef Sf Ó | 3.06 De Ss je 1.06 3.09 Te : ES ij | 107 ETR a | S | | MAAK ACTIVITEITENRUIMTES VOOR | VERSCHILLENDE DOELGROEPEN el | Denk bij de activiteitenruimtes aan de De: | verschillende doelgroepen die zich in het Ea ile | gebouw bevinden. Het breed inzetten van Pd 2 ri activiteitenruimtes bevordert gebruik. | E el Pi an 1 © © & a n … ee) t in | on Ln 0 ï | 8 4 É E | E | | | | | 112 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 113 | I | | \__Gebouw en Omgeving Gesloten Bouwblok | | Ar : AAP Ain: | ! B Ne n- ì at em Lak” le, | =S | l Tg Pl gie | 14e Mo nm rl ed ] ; fl Kin. ï \ zi hs L | ken D a LT en 5 Ü, EN n r | | | =, N ON Lj | LN ì Li == | | je, 7 | > : a iN | | ad | BNL E mik + ï ti N i LD | pe: en nn F e BEL Eee sl Ì 1 L helhedde LT I in T Ie | ka pe | s MK L | a | Ki ] E ee gn MP Ta: | a Í | r Fi 1 MT | Nn PT N= rn venne ee he Ee , er LN ds | Dn OS PP pe ef LON dS AOP | Ed a en A A Re Áo | Gr Kn AN eee A ee | VERBIJZONDER DE DETAILLERING VAN ZORG VOOR ‘EYES ON THE STREET? oee KT, a EDA DE PLINTZONE inn ee En ED | . . ‘Eyes on the Street”: De plint van EN 05 | Probeer de omliggende openbare ruimte een gebouw kan het gevoel van te ND ze en <t” belevingswaarde te geven. Gebruik veiligheid in de openbare ruimte EN ll De een consistente, op de menselijke verhogen en daarmee bijdragen aan Nn ki schaal ontworpen en hoogwaardige de beweegvriendelijkheid. Probeer en RS op | materialisering. Een consistente gesloten (of niet geprogrammeerde) en SS > ee ter eat vlakken in de eerste twee bouwlagen EE ee : dan ook spaarzaam toe te passen. Maak r | eee Alg langs de entreehallen transparant en voorzie deze : van luifels of overkappingen. Probeer | verticale routes en het binnenterrein van à ® ® É buitenaf zichtbaar te maken. 101 401 6 EE FRE: ' 105 4.02 | 1 4.03 11e 4.04 | 4.05 | | | | | | | 14 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 115 | | ! | | | | | | | | | | STEM HET AANTAL ENTREES AF OP DE | MAAK HET BINNENTERREIN SEMI- INTRODUCEER AANTREKKELIJKE OMLIGGENDE RUIMTE | PUBLIEK STEDELIJKE FUNCTIES Probeer het uitnodigende karakter en | Maak het binnenterrein toegankelijk voor Overweeg ondersteunend (publiek) de toegankelijkheid van het gebouw te | andere stedelingen zodat het ook een programma in de plintzone toe te passen vergroten. Zorg dat meerdere entrees | doel of onderdeel van een secundaire zoals een kiosk, een voedselwarenwinkel in de plint op een aangename afstand | stedelijke route wordt. Hierdoor kan of een kinderdagverblijf. Hiermee worden van elkaar liggen en maximaliseer de de levendigheid van het binnenterrein beweegdoelen in de directe omgeving transparantie naar het omliggende | worden opgewaardeerd. Met het oog gecreëerd en ontstaat een stedelijke gebied. | op beheersbaarheid kan ne ervoor variëteit binnen het gebouw. kiezen om op gezette tijden (bijv. na & ® © <E | zonsondergang) de toegang te sluiten. 4 ® C2 E 119 405 | a © © # 209 506 402 121 4.05 208 308 404 4.06 I 2.02 4.05 2 2.06 4.06 I 210 4.07 214 | Ù EEK Î EI mee | mn A | jm mn KE Ri E En 5 d pf 5 en MEE 1 al Ee EU I ER De ÍN arie Id IS Nn | | | | B kl ú ER 5 me | | | IES | NK NT Ü | pr : MA Ariea er EL | th OR | Û Ei U RL | | KRNNE IJ | _ L 5 di ERIN TME Î B | INTE NN | vg | sal rk en - zl mm : Ki: kr | En en | | EE | iN | | RR Lt | | | ie = ze IN Te El Er | 0 in EE ik! En nl - mid 2, | dien in | - i en Dd ain : 1 en Ser - | ee” ° En BE en JE EE | Te | en = S = : EE | rn eeen En. = in = | ral. | 116 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: GESLOTEN BOUWBLOK 117 | [| Sp rh (Nji | | He | | Eb ie Î 1d all | | deeledddd aad inns TE ET KT Je ij An B ij il F Ja | a fj Ee LI De school is een plek waar kinderen naast Engels en wiskunde, ook leren wat het betekent om door ruimte te bewegen. De nj ruimtelijke indrukken die de grote hallen, schoollokalen, brede | IE Alb, : JEN k | Ï | E gangen en trappen achterlaten bij kinderen heeft een blijvend Ï We mel" annanmk ree e TTI effect op het ruimtebewustzijn van kinderen. | | Pil dl Í | pe ef Anr | Over het algemeen heeft een school 3-4 verdiepingen. Vanwege 8) in y 1 de geringe hoogte van scholen is trapverkeer via open trappen 0e df | vaak mogelijk. De gangen en trappen worden meerdere df rh | keren per dag gelijktijdig en zeer intensief gebruikt door alle 5, F HE AE HAL gebouwgebruikers en zijn daardoor ruim gedimensioneerd. Naast + d | | Hi ee ruime routes die mogelijkheden bieden voor beweegvriendelijke El 1 ERR APT Ê principes, zijn de ontsluitingsruimtes van een school vaak AL | A | | AS Ne dd Re A LAND multifunctioneel inzetbaar. Ee : k | | RL en ONE, d ú De ruimtelijke relatie van de hoofdontsluiting met het schoolplein | | | k Ik ie pe rie verdient extra aandacht. De transparantie van de gebouwschil 1 } Alm + Kd en gelijkvloerse toegankelijkheid kunnen de ruimtelijke relatie el a | \ versterken en daarmee beweging tussenbeide stimuleren. Ook | ARE ‘ | grotere programma onderdelen zoals de aula of de gymzaal | 4 " verdienen op riante wijze verbonden te worden met het | | | Í « | ontsluitingssysteem en de buitenruimte. Je . lll | School en het Bouwbesluit | | Ü | ke > Bij meervoudig gebruik van de ontsluitingsruimte moet rekening gehouden Zl worden met de inzet van meubilair. Deze kunnen de gerekende vluchtbreedte of fi ed | | | nn eten brandlast beïnvloeden. | Pe ï | > Met vloeren tot 8 meter boven maaiveld kan volstaan worden met een / Ap gecombineerd ontsluitings -/ ontvluchtingssysteem. lj 4 | @ ® @ > Hoger gelegen functies verlangen een aanvullende vluchtroute Pi ij ST nn GEBOUWTYPEN: SCHOOL 119 ! | | ___Routes School | | hm mn. eg mn | 5 zl mr | WS inn er ed ee ri al \ ……} ä khan ee TR: JN [ | Te Pam f en | Lee ae ' F k VE — me Î | ] Se Pe , == e Î | hk Pi =: Denen I al de D _ df KN . SE ii: : Sn | ef a MS | Ee B CO Ei hd nt > | Ee vennen ZN Í I A ei: / 4 EN, bp | Fil et a SQ | Er Sn : 1 De | Er en Ne bn Í e A Ne en MAAK ROUTES AANTREKKELIJK VOOR ZORG VOOR MEERVOUDIG GEBRUIK IN N OA eben eeb en | DE ZINTUIGEN ONTSLUITINGSRUIMTES CEE Door routes te laden met een variatie Overweeg op welke manier VE in kleur, materiaal, daglicht en gangen vervangen kunnen worden VE ruimtelijke kenmerken worden de door ontsluitingsruimtes die een ee | zintuigen geprikkeld en wordt beweging verblijfskwaliteit hebben of meervoudig En I gestimuleerd. gebruikt kunnen worden. KE: a © © 103 2.01 3.01 1.02 2.01 3.01 | 11 205 304 110 2.02 112 2.09 112 2.03 | 116 212 118 2.06 1.22 214 1.22 | | | | | | | | | | | 120 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: SCHOOL 121 | ! | | | / | | Em | e | Ë e dl | a | 5 | p de | ZET DE ONTSLUITING IN ALS ZET DE ONTSLUITING IN TER 4 . nd | GEDIFFERENTIEERDE RUIMTE BEVORDERING VAN CONTACT nl Ee he! I Zet de ontsluiting, die ruim Probeer de ontsluiting in te zetten Ï | gedimensioneerd is, in als om contact door het hele gebouw te j gedifferentieerde gebruiksruimte. Dit bewerkstellingen. Probeer tot 8 meter / | kan door meubilair (concentratie nissen, vloerhoogte een zo open mogelijke | leertafels, lockers, etc.) in te zetten, ontsluiting toe te passen. Probeer ai | of door de trap zo te configureren dat hoger gelegen functies een kwalitatieve il een auditorium of beweeglandschap verbinding met de rest van het gebouw Te | ontstaat. en/of buitenruimte te geven. Î | . | NO 42 © © # 2 © © # Fi Î I 117 2.01 3.01 202 201 3.01 -… ei le) 1.22 2.02 110 202 306 nn I 2.06 112 2.06 . s ol 7 ZE mn . | \ E , - / fie | BEE) rj tall he | RG a mr Î rr re | en Lahn 4, an ‚ | Ne de re _ä- 3 rn LENT | | WEI T Ii | il | ERLE ln | nn n Ï ne ef TT Ti = | tet | kP DTT bels 1 _ | IN MN ersten Tdeke nen | Er Ll | Ne i n nn | ' E kj at hi RL el a, ld I IJ EF: Ri in 7 | i- ik NE n ee n nr in Ì ten ad IJ ' | KAF Li ALAN E er ed l DJ | pi | a Ee Ei an | d F LE hall d 1 … mk Be | l WE de E : kk __ | et IE Î tf 3 hk ” dee 8 k | EE df | 4 8 Le ien | en ml en ie ib | 122 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: SCHOOL 123 | ! | | ___Doelen School | I PLAATS DOELEN STRATEGISCH DOOR ZORG DAT DE ONTSLUITING OOK ALS HET GEBOUW DOEL FUNGEERT | De aula, gymzaal, lokalen en De hoofdontsluiting zelf kan ook | toiletgroepen zijn beweegdoelen een beweegdoel zijn. Wanneer deze waartussen veel bewogen wordt in een zorgvuldig wordt vormgegeven kan dit | dagcyclus. Het strategisch plaatsen van een aantrekkelijk gebouwelement zijn | deze verschillende programmaonderdelen waar de afwisseling tussen bewegen en | kan beweging bevorderen. verblijven het centrale thema is. dÂN | a © © # 2 © © AEEA Em | 102 206 303 407 103 201 301 ALAN I 196 207 306 116 2.02 ENNE 1e 208 17 208 Ee ENEN | 117 2.09 122 2,07 De GOK SEE Ì ‚ OK IT DE | Ë te Ne | E dad Nn. . | - de | En \ ST es 4 B | en B he bp 8 | 4 DO ma Pp Dan OON Ld EDEN an | granen” PP O& | hdd ii EEEN | ì mn eeens : aten B OE 3 P LAN : tr | a at nn ec 7 | | | ZORG DAT DOELEN AANGENAAM ZIJN | OM IN DE VERBLIJVEN I Doelen als het schoolplein, de aula en de gangen worden intensiever gebruikt als deze een aangename verblijfskwaliteit | bezitten. Aandacht voor vormgeving, I oriëntatie, verschillen in stemmingen stimuleren gebruik. 2 © # 121 2.01 3.01 4.05 | 1.02 2.02 3.05 4.07 103 2.06 | 117 2.07 2.08 | 124 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: SCHOOL 125 | ! | | | B | dd ál | zé | rn pr | we _ dl | Î En î N OE | E e Re | Rn mr ae | Kn is / Kee | a = TC | ek T N | | | tE En Sep A ct EA hoe % ì 5 | | Hf Dn r u vak Ee! ” I LE À 7 nd et Ln” 5 jg | -: > A Len bl han F: | fl | É e Ke he A DE ke JE 5 oi ke | ki > TN ee ' eN 4 N Es Pa ET zi ' L ee el Ee | n Ä elk eet RE | ie z ze Eer —d > pe er tE. Ig : | il ml = el 5 en En | | PLAATS ONVERVANGBARE DOELEN OP ZET HET DAK IN ALS BIJZONDERE | ZORG DAT DIENENDE FUNCTIES PLAATS DIENENDE FUNCTIES AFSTAND BESTEMMING | OMGEVEN ZIJN VAN KWALITEIT STRATEGISCH UIT ELKAAR Functies als aula's en gymzalen worden Gebruik het dak van de school als | Het toevoegen van daglicht en andere Het stimuleren van korte wandelingen op een regelmatige basis bezocht. mogelijke bestemming. Een speelveld ruimtelijke kwaliteiten in de buurt van tussen de lesuren door kan worden Beweging wordt gestimuleerd door deze bovenop het gebouw is een bijzondere veelgebruikte dienende functies als bereikt door veelgebruikte functies zoals functies op enige afstand van de reguliere plek en heeft een aantrekkende werking | We’s, kluisjes en waterfonteintjes maakt We’s, waterfonteintjes op een aangename verblijfsplekken te plaatsen. op kinderen die daar kunnen spelen of | deze plekken tot aantrekkelijke plekken loopafstand van elkaar te plaatsen. sporten. om kort te verblijven en waar sociale à ® © vE < ® © E interactie plaatsvindt. à ®& © vE ei wr ‚ â © © # WO 112 2.06 109 2.01 303 405 113 203 308 113 2.09 112 209 304 407 | 105 2.01 3.05 117 2.08 117 213 116 210 3.05 11 2.02 212 117 213 3.06 | 116 2.07 1.22 214 3.07 117 212 | 214 | | | | | | | | | | 126 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: SCHOOL 127 | ! | | Beweegprogramma School | | | | í | Î | | 1 Ll an 7 ‚ I arl err fe STIMULEER ACTIEF SPELENDE A Nm | Î | KINDEBEN ZN Am RRS Eert Maak van zoveel mogelijk ruimtes SNN tar ‚ Een spannende ruimtelijke omgeving nn | | / stimuleert kinderen tot spelen en | dn | Ds 20 a SZ EM | Ee 110 2.01 302 407 IN SEN I 11 202 303 > NN , 112 219 304 et De GS { I 116 211 Le EN on AU 1.22 214 NSO | On SA De ZORG VOOR VEILIGE BRENG BELIJNING AAN OP PLEINTJES 7 | FIETSENSTALLINGEN | Zorg dat sporten tijdens pauzes LS Zorg voor voldoende veilige gestimuleerd wordt door sportbelijning op | fietsenstallingen. Zorg dat deze stallingen het schoolplein aan te brengen. 5 | goed zichtbaar zijn vanuit de omgeving. < ® @ 4 ZD LL 2 © © # | 3.01 4.05 103 205 301 4.05 3.02 | 3.08 4.07 3.03 3.04 | 3.06 | | MAAK DE GYMZAAL PROMINENT ZORG VOOR AANVULLENDE | AANWEZIG BERGRUIMTE | Maak de gymzaal zichtbaar en Zorg voor voldoende bergruimte voor | prominent aanwezig in het ontwerp speelartikelen in de nabijheid van het | zodat het gebruik van buiten aantrekt. schoolplein. Probeer ook voldoende Zorg voor voldoende transparantie en bergruimte te bieden voor omvangrijkere een royale daglichttoetreding. Maak naschoolse sportuitrusting zoals | de gymzaal toegankelijk voor sport- en hockeysticks en tennisrackets. | spelactiviteiten, ook buiten de lesuren. ECE: 2998 | 11 206 302 300 | 117 2.09 3.03 3.08 213 3.04 | 3.05 3.06 | 128 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: SCHOOL 129 | I | | _Gebouw en Omgeving School nl kh. EN Ul Dh, | Í | r | | kh h a E | fl ern Im (a I | ij : mms | | ij dl [ IN St mi Mi | | de mus Sr ken | Nen T ee ' ei | an I | | la 4, | E se e, k er | | - " | TN ber"! i Dl Ì a ] ER Wik. ú HUL Ene Iams EN op IJ! < : …, ek RE WM, nin | Da / Rn Re bs brie ee \ - | Sn EN = hiel bs Lw P De dll I 4 Af t mel „ : mn Nn | _ Een 5 Fe Dn ef Ln En Pr El ete j' a | En ul de a S | STEL DE SCHOOL OPEN VOOR DE STEM GEBOUW EN OMGEVING OP PERREN S BUURT ELKAAR AF Er, oben \5 mk I Overweeg voorzieningen van de school Ontwerp de overgang van school KE EDELEN De DD Ge open te stellen voor de buurt. Een naar schoolplein met een consistente Rn e schoolplein of gymzaal kan ook buiten materialisering en rijke detaillering op gn DSD | de lesuren om gebruikt worden als menselijke schaal. Dit draagt bij aan de 2 Rn Ds | buurtspeelplaats. Overweeg het beheer te ruimtelijke relatie tussen het interieur van e 2 EN DE. ss organiseren met leerlingen of gebruikers de ontsluiting, de gebouwtoegang en het ee Sn uit de directe omgeving. De school kan schoolplein. DE EEN daarmee een belangrijke aanvullende nee Cn schakel in een buurt zijn. à © © # a ®© © # (16 269 307 403 | 117 210 3.08 4,04 202 301 4.01 119 21 4.05 | 210 302 405 214 4.06 303 406 | 3.07 4.07 3.08 | | | | | | | | | 130 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: SCHOOL 131 | ! | | | | | | | | | | | si | er Ì [ 1 | RICHT DE OMGEVING IN VOOR MAAK FIETSENSTALLINGEN | Ier : | VERSCHILLENDE LEEFTIDEN ZICHTBAAR nf | IN | Overweeg de inrichting van het Zorg dat fietsenstallingen aangenaam "| É | schoolplein te voorzien van verschillende blijven. Geef ze bijvoorbeeld een directe FEDETN | toestellen en speelvelden, passend bij relatie met het schoolplein zodat de Ì | de verschillende leeftijden. Een divers sociale controle wordt bevorderd. aanbod stimuleert gevarieerd gebruik | en bevordert daarmee tevens de sociale 2 © © B 5 | controle. zoe 102 \ a en a © © # 404 ' he ' I == | 207 301 401 40 | Sn 5 e I 210 302 4.02 | he a ET 303 405 | . Ì EEN I 306 4.07 ' ke = I | hand ml / e | , | E | | 3 3 E mn TI En, En Ke | a ‚| ai | hl Ae it ä 4 | EN EE Nidi Ï 1 _ Kai 5 " Î KE ae | _ nd a = - 4 5 LE | fl 5 Le F B I dt p U 4 id | 5 | Er ed S de , Ne NF ER HI E fi / | = k EEA il HAN | de & RE 2 - rd Í ÍE | i = ii gn mn TEN AEL P AR Een E Dee Per td Hd à k ze Pe he A | E ' eere as E Sg teië” eh … = A | en E Ee | a ne f | : _ pee e ne. Ë } Pp Eer Ed e dn er e fe „5 lee or == q Í & fo Á ED / OoOOommmmd | 132 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: SCHOOL 133 | / Í / en WE ME h pe | : mn Bi ej iS N rn A ! Le . . . : d | Het zitten achter een bureau, uren achter elkaar is de —_ Den. nn Tr Terr dagelijkse realiteit voor veel mensen. Concepten als het gen ie Ee 5 EE en | Nieuwe Werken, mobiele technologie, maar ook de indeling van Sn K EE em kh kantooromgevingen bieden kansen om diversiteit in houding en “ lk rn Gt nj fysieke activiteit te verhogen. ei RE . … tak Ti u RE» t Kantoorruimtes zijn vaak groot van schaal en kunnen meerdere T he MIE: 5 RE | iel verdiepingen omvatten. Omwille van flexibiliteit zijn het vaak open . zn il vloervlakken die zich eenvoudig laten laden met gedifferentieerd | | ak et an sin programma zoals concentratie nissen, koffiehoeken, en | a dd BE 5 Î ä verschillende schaal vergaderruimtes en (groeps-)werkplekken. kh i Phn Vl - … … … . _— APM ep Dn 4 a Te = Afhankelijk van de bedrijfsstructuur en -grootte zijn verschillende nt — zn Re EE 3 verdelingen van programma door een gebouw mogelijk en/of ! el En BA eem se tt : is man B: tk wenselijk. Wanneer meerdere bedrijven een gebouw huren, is : en a het interessant om te overwegen welke functies gedeeld kunnen Fee =| p= RUNE worden. Op die manier ontstaan (aangename) loopafstanden zi Ans F Be en E tussen doelen en wordt sociale interactie bevorderd. Gedurende Bn n î if Î " ï u | de (korte en langere) pauzes delen werknemers hun tijd zelf in en Ene Tse | ook daar schuilen kansen voor beweging. s = Ë, Í rr | NI oen ij de er d = rn Kantoor en het Bouwbesluit : a ll 7 msn > Bij vrij-indeelbare (of nader in te delen) vloervlakken geldt voor de vluchtafstand 3 een vermenigvuldigingsfactor van 1,5 maal de lineaire loopafstand. Dit E at En ere à kan invloed hebben op de brandcompartimentering en/of de positie van a trappenhuizen. Pz NS 5 E a ie JI > Bij functionele transformaties zijn veel Bouwbesluit eisen lichter dan bij ze Es | er é ' | nieuwbouw en zal met de instanties gekeken moeten worden naar de veiligheid | & AAS | van de aangedragen oplossingen. _ a, GEBOUWTYPEN: KANTOOR 135 : | Ì | | __Routes Kantoor | | | El men | | | Ns _K ER | wt | ae La or Free f ZORG VOOR (ZICHT-)RELATIES TUSSEN | EPN EI VERDIEPINGEN SD | Ee le il Verticale doorzichten tussen CS en Sr | F Dm … verdiepingen werken prikkelend. Probeer Ne is EP 5 > | ’ it Een Pe open verbindingen te maken tussen D= Ei Cd E Nd / verdiepingen die een functionele relatie Ni an Den A ZO A. met elkaar (kunnen) hebben. N AL 5 VN | NS ge ன© Et SS oe li ES 5 5) 102 201 304 Le en er | De m7 | Ge 118 2.09 | RE | 121 2 et | MAAK TRAPPENHUIZEN TRANSPARANT EN AANTREKKELIJK ä | Maak trappenhuizen transparant eg k Ke en aantrekkelijk om gebruik aan te pn moedigen. Gebruik kleur, licht, materiaal ie | en doorzichten om de trapomgeving nn Á | aangenaam te maken. 1 © O @ u 101 2.08 3 ii (os 21 El # zi =S B Nn | | | | | | | | | 136 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: KANTOOR 137 | I | | | | zi | | | ef | : : | ri E mere zi û | | | gn ne ' | | ne Fr es | 1 ! | EK | m p VOEG ZINTUIGLIJKE BELEVING TOE COMBINEER VERTICALE EN F í F . ee AAN ROUTES HORIZONTALE ROUTES | Er e i el! | Probeer een rijke zintuiglijke beleving te Probeer routes te combineren tot rijke | gn En bieden die als beloning fungeert voor het en belonende ervaringen. Verbind | h bewegen. Pas horizontaal reliëf toe in de horizontale en verticale routes visueel en | ke = e looproutes: dit levert vloeiende ruimtes op fysiek met elkaar. | nr 5 E N en wisselende doorzichten. 3 eN E 2 © © @ | , Ee s 2 © © # | df r a 8 102 21 304 da Hie 121 2.01 110 212 I EN / / / Ee 2 | Ef 97, | E j | | LAAD ROUTES MET DIENENDE | FUNCTIES | Zorg dat routes geladen worden met dienende functies om korte pauzes en en Ee : Def | ern wandelingen aan te moedigen. Voer a] pen | routes langs pantry’s, koffiehoekjes, a mi I zithoeken, concentratie nissen, We’s of Ds zn md ennn andere ondersteunende ruimtes. N e | Ll | 7 1.01 201 301 ä | 112 2.02 3.04 | H 116 2.07 3.07 EE 1 Pen I 117 2.08 3.08 ei . 121 212 | | en. | | | man Le ae Pl 5 | k en Ek — be ne ie Ke mn | n | | 138 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: KANTOOR 139 | ! | | Doelen Kantoor | | | | | | | | LAAT WERKNEMERS MOBIEL WERKEN BIED RUSTPLEKKEN AAN I Probeer diversiteit in houding aan te Bied ruimtes aan voor persoonlijke rust en | moedigen. Geef werknemers bijvoorbeeld ontspanning die tevens als doel fungeren. een laptop in plaats van een vaste De productiviteit kan bevorderd worden > , | werkplek. Hierdoor krijgt men meer wanneer werknemers naast werkplekken p B. id ed | vrijheid in het opzoeken van geschikte ook een rustige plek kunnen opzoeken a ip es | werkomgevingen en/of -houdingen. waar zaken als een rustige akoestiek, 8 fijn daglicht, groen en frisse lucht PN 7 Js | 2 ® ® KA: ruimschoots aanwezig zijn. AS e ee | 108 2.01 3.01 4.07 4 ® @ vl DN PF & I 11 202 302 3 … S Gel e 115 204 306 Eis SS en Re, I 120 208 _ 307 1.09 2.01 3.04 bie OE 7D 4 214 3.08 Ï 203 306 a D+ vs : 7 EN CAA SS | le Ze Ie” | Sn : B En Ee 8 ie Ee k | LS TW on IN I ps no mn ï A PEN | 7 ZE Pa : A | nn li PT hi nn — „reren : nd ms = | ma) Es ei ee . 5 NE Ie Te SE | EEn ar der Ie EIN a Mk re | nr | nr LMA TNI es at …k- el = ER! En Ph mn | EE - E s NE F Tm DN 5 r zr ed | 3 s | ie EP Be 8 | es a - Er i. F | smd df | PE wel f ‚ " . Ee dé _ ee 5 ie Pi P E | ; | 140 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: KANTOOR 141 | ! | - > ee - n > | E “2 | | INTRODUCEER VERSCHILLENDE CENTRALISEER FUNCTIES 4 ks ON | SFEREN IN DE WERKOMGEVING . fi : Ö ige functies t 3 u er ae & be, =, nne er I Probeer verschillende sferen te creëren centraliseren. Denk hierbij aan een js tE nt Î Ea in een werkomgeving. De mens heeft centrale geventileerde reproruimte En id a gedurende de dag behoefteaan in plaats van printers op elk bureau- le te ni ‚ verschillende stemmingen (veel / weinig eiland. Ook kan gedacht worden aan A e I licht, veel / weinig mensen). Door deze een centraal recycle station in plaats - gE diversiteit aan te bieden kunnen korte van afvalmandjes onder elk bureau. - = il wandelingen worden uitgelokt. Naast het uitlokken van beweging is het | ml — een aanleiding om afval te scheiden en rn A e | & ® ® E bewustwording te stimuleren. ed I 121 2.01 3.01 4.07 Î E à Zu 119 2.02 3.06 2 ®& @ mnl en Ee | DO À | | I 118 213 1.96 202 304 ee es _ 11 2.04 B y En 3 nl | 147 2.08 il | PN ear f rde ri id I LEG GEMEENSCHAPPELIJKE FUNCTIES 213 kk. Pa ed UIT ELKAAR a E en pa | Leg gemeenschappelijke functies van VOEG BIJZONDER GEDEELD se ra FN 7 | verschillende bedrijven of afdelingen PROGRAMMA TOE Ke J zoals spreekkamers, concentratie nissen … 7 | of koffieruimtes op een aangename Voeg bijzondere (gedeelde) in Ì loopafstand van elkaar en van de programmaonderdelen toe zoals een la werkruimtes. boardroom, een projectiekamer of een | informele vergaderplek in een tuinkamer. | Naast het creëren van meerwaarde voor à © ® tE huurders fungeren deze functies als doel 126 2.02 204 om naar toe te bewegen. it a 20 2 ®©® © # : 5 Ì | 12 221 303 5 |T | EE 3 Le maa me dt en, | COMBINEER FUNCTIES TOT SOCIALE ° ° En ie E 1 PLEKKEN Een ii ee Ë d | Het combineren van dienende functies FE: 4 zoals Wc's, pantry’s printers kan ook een Zen A plek opleveren voor sociale interactie en Ean | daarmee een beweegdoel opleveren. ' en. En ‚ a © © # | 110 2.01 117 2.02 | 116 2.07 213 | | | | | | | | | | 142 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: KANTOOR 143 | ! | | Beweegprogramma Kantoor | I STIMULEER DE ACTIEVE HOUDING ZORG DAT WERKNEMERS FIETSEND . . . KOMEN I Bicht het kantoor in met Perren Bied een veilige, overdekte fietsenstalling verstelbare bureaus, activerende nabij de begane grond, Zorg het aantal zitmeubels zoals hoge krukken aan E-bike aansluitingen afgestemd is op de hoge tafels zijn voorbeelden van beoogde gebruikers in het gebouw. | inrichting die een actieve werkhouding | en de afwisseling in lichamelijke houding 2 ® © El | stimuleren. 296 423 | & ® @ YE 3.08 4.05 | 2.01 3.01 | 4% . | En | AR SE <q I COMBINEER WERKEN MET BEWEGEN ZORG DAT WERKNEMERS KUNNEN O6 Ca | DOUCHEN > : dT Experimenteer door fitnessapparatuur . . 2 Sr > | te combineren met werkplekken. Denk Bied kleed- en doucheruimtes aan om 2 N Z nde hierbij aan een mobiele pedaalmachine op die manier de actieve forens aan Ú NE onder het bureau. te moedigen. Deze ruimtes maken het Ì eeN | sporten gedurende de lunchpauze ook TR comfortabel. S Hd a © © # UN Ee 5 ns 7 | 302 4x & ® © YE y > af S | 303 4x PÜnSd Le | ee 48 30 & q D= „/ 7 „| Nd 55 | me | | MAAK ACTIVITEITENRUIMTES ZORG VOOR ZICHTBARE | AANTREKKELIJK EN ZICHTBAAR INFORMATIEVOORZIENINGEN | Plaats fitness- of activiteitenruimtes Verzorg centrale of digitale | op zichtbare plekken zoals de eerste informatieverschaffing over | verdieping of begane grond met uitzicht beschikbaarheid van sportruimtes en naar de omgeving. De fitnessruimte mogelijke activiteitenprogramma'’s om kan buiten kantooruren mogelijk ook zodoende gebruikers aan te moedigen tot | voor publiek uit de directe omgeving beweging. | toegankelijk zijn. ECE: 299 & | 1.06 2.06 3.03 212 304 4,01 107 209 306 | 3.05 | | | | | | 144 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: KANTOOR 145 | ! | | '_Gebouw en Omgeving Kantoor | | t | |t J | | | | em | aM dn I tale == | i nn men 5 | Melt Te rn | _ in rd 1 É wenn, | B in nt | pr nn Dn 5 ee Se ee | MAAK ENTREES TALRIJK EN VERMIJD LEGE VLAKTES BUITEN Er Dal Si Dn TRANSPARANT KANTOORUREN NN De RD On A Creëer meerdere, duidelijke en veilige, Buiten kantooruren zijn stallingsplekken SR Sr RR eer A On 7 transparante entrees in de plint ter voor auto’s en fietsen niet in gebruik. Br And 8 SEE Te À “ beleving van het voetgangersgebied en de Deze lege vlaktes kunnen de CR EL KT | Sf \ En | entreehal zelf. Dit stimuleert niet alleen beweegvriendelijkheid van de omgeving EEE A en Tap Á zn | de beweging tussen binnen en buiten, het negatief beïnvloeden. Overweeg deze nie Ld Dn, > ope no | bevordert ook de sociale controle in de ruimtes daarom op te waarderen door Er. D NX en openbare ruimte. middel van looproutes, (verplaatsbaar) Gl ZO zitmeubilair, waterpartijen, kunst in de kn U 7 | à © © E openbare ruimte en begroeiing. GN Le 1% 4 © © @ | 0 203 421 | 4.02 4.05 | 4.07 | INTRODUCEER AANTREKKELIJKE | STEDELIJKE FUNCTIES | Overweeg publiek programma zoals een kantine of een lunchroom toe te voegen in de plint. Hiermee kan een aangename | stedelijke diversiteit ontstaan welke naast | een beweegdoel ook sociale meerwaarde voor de omgeving oplevert. EKE: 2.01 303 401 | 2.09 3.06 / | | 146 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN GEBOUWTYPEN: KANTOOR 147 | EE hi NT el Ii: ene me | Enk zis elle A: Henri Snel En Henri Snel is architect, onderzoeker en opleidingshoofd Inter- Î FA Architecture aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam. r NW ; Henri werd geconfronteerd met de ziekte van Alzheimer toen zijn moeder begin jaren 2990 met deze ziekte werd gediagnostiseerd. \ Kd Sindsdien is hij actief met een voortdurend, interdisciplinair F Pe / onderzoek naar de samenhang tussen Alzheimer, cognitieve EA i systemen en architectuur. jd LS L il n | Ll . . LJ m. . Pi Ke Henri is bij het project betrokken vanwege zijn expertise op het rde | Le, Dn A\ en gebied van zintuiglijkheid en architectuur. Hij heeft inhoudelijk rm | bijgedragen aan het onderzoek door middel van het voeren van AN A verschillende gesprekken met de auteurs, het aandragen van ON = 4 Ld \ & relevante literatuur en het inzetten van zijn netwerk. A dà mm = Nn eN ï in E if : nn 8 eh NEN | ee bk , Pan kl ht enn \ . : VN Ar A SA B: Adnan Mirza eri Mr, | Ne Da: gak 25 en ON er ke Adnan Mirza is geboren in Pakistan en heeft op zes verschillende Nh er in Ne dl continenten gewerkt aan een gezondere wereld. Adnan heeft een „Ee En mn Ey verleden als competitief zweefvlieg piloot. Inmiddels is hij is CEO iN me Ee md 5 van Heartbeat Ventures, een consultancy in Amsterdam op het : ed in ae. ed gebied van de preventie van zorg. « Tm km nne ol WE LEVEN LANGER EN ONGEZONDER E S B en. DE zr Nien n De levensverwachting van de mens stijgt, echter daalt de gezonde levensverwachting k— Ee een (ook in absolute jaren). Deze daling heeft vooral te maken met de toenemende nn n= zn : ongezonde levensstijl en chronische ziektes die daaruit voortkomen. _ kt VEERKRACHT VAN HET LICHAAM fe : Veel mensen misbruiken (ongewild) hun lichaam met chronische ziektes als gevolg. en Ongezonde voeding, onvoldoende beweging, weinig rust en stress zijn belangrijke oorzaken van chronische aandoeningen. Het lichaam kan 20 tot 30 jaar prima functioneren voordat het tekenen gaat geven van disfunctioneren. Na deze periode zal Ge slijtage inslaan en zullen lichamelijke functies het gaan laten afweten. Het menselijke he ne lichaam is dus eigenlijk ontzettend veerkrachtig. U ONGEZONDE KEUZES ke Chronische ziektes zijn het gevolg van persoonlijke keuzes, wat overigens niet betekent kt dat het persoonlijke verantwoordelijkheden zijn. Dit soort kwesties worden beïnvloed door sociale relaties, de maatschappij, de gebouwde omgeving en natuurlijk ook de | Ô eigen persoonlijkheid. Vind jij dat gezondheid iets is dat je overkomt? Of is het een | | resultante van beheersing en bekwaamheid? Hoeveel bewustzijn, verantwoordelijkheid 8 5 AVA | e Va vÂs | en discipline kun je opbrengen om gezond te blijven? pr BIJLAGEN: INTERVIEWS 151 | ! | | BEHANDELING VERSUS PREVENTIE | BIOLOGISCH LICHT Adnan legt uit dat we als maatschappij vooral investeren in het behandelen van | In theorie zorgt het verhogen van de lichtintensiteit voor een betere concentratie en chronische ziekte en het onderdrukken van symptomen. We investeren pas als het | productiviteit van de mens. Er zijn echter momenten op de dag waarbij er een behoefte kwaad al is geschied. Adnan maakt de vergelijking met zijn verleden als vlieger. Hoewel I is aan een lager lichtniveau om te kunnen rusten. In zuidelijke landen is het gebruikelijk piloten worden opgeleid om in crash situaties hun superieure vliegkunsten in te zetten, | om een siësta te nemen, wat aangeeft dat de mens niet constant kan functioneren in worden deze kunsten in de eerste plaats ingezet om te voorkomen dat dergelijke een zeer lichte omgeving. Mensen nemen een siësta, onder andere om contrast op te situaties ooit ontstaan. Adnan meent dat de zorg momenteel uitsluitend ingericht is op | zoeken. de crashsituatie en veel te weinig op het voorkomen daarvan. | FUNCTIONEEL LICHT INVESTEREN IN PREVENTIE | Biologisch heeft de mens behoefte aan verschillende lichtintensiteiten gedurende We hoeven niet van verzekeringsmaatschappijen te verwachten dat zij de omwenteling een dag. Maar we brengen lange periodes door achter schermen die om een statisch naar investering in preventie gaan inzetten. Het is immers lastig om harde cijfers functioneel lichtniveau vragen. Het komt regelmatig voor op een dag dat ereen te produceren waarin de impact van preventie wordt aangetoond. Het vereist een discrepantie ontstaat tussen de biologische behoefte en de visuele functionaliteit. bescheiden ontregeling om veranderingen teweeg te brengen. Trekkers van een I Meestal geven we de visuele functionaliteit voorrang: de statische lichtsituaties die dergelijke omwenteling zijn bedrijven als Nike die heilig geloven in beweging en | daarmee gepaard gaan zijn vaak niet goed voor onze concentratie én ons welzijn. gezondheid. Je hebt ‘believers’ nodig. | SOORTEN LICHT BEÏNVLOEDEN VAN GEDRAG | Lichtintensiteit en -kleur hebben een grote invloed op hoe de mens zich voelt in een Niet iedereen wil gezond zijn, dus er zullen altijd winnaars en verliezers zijn op | situatie. Rood en blauwkleurig licht kunnen gebruikt worden om de prestaties van de zorggebied. Het is dan ook zaak om realistisch met de situatie om te gaan en vooral | mens te beïnvloeden om bijvoorbeeld het dag- en nachtritme te verschuiven. Oudere energie te steken in mensen die gewillig zijn om gezonder te gaan leven. De focus moet mensen hebben vaak last van vergeling op de lens. In seniorenwoningen wordt vaak met liggen bij bedrijven als Nike, niet bij mensen die het minst bewegen. Daarin geldt: ‘Make variaties van blauw licht gespeeld om situaties te creêren die aansluiten bij de oudere the easy choice the healthy choice’, biologische klok. DAGLICHT BINNEN | We zijn door de 24 uurs economie volledig ontregeld van onze originele daglicht conditie. De beste manier om weer te gaan luisteren naar onze biologie is door zoveel C T . S h + mogelijk authentiek daglicht in onze gebouwen te gebruiken. . TOINE SCNOUTeENS | Dat is echter niet altijd mogelijk en soms moeten we artificieel licht inzetten. Door Toine Schoutens is lichttherapiespecialist op het gebied van | middel van Human Centric Lighting kan de buitensituatie worden nagebootst, inclusief : : : : ee wisselingen in lichtintensiteit en -kleur. O-LED is daarin de ‘biologische’ variant van prestatieverbetering in de topsport, luchtvaart (ietlag), welzijn | LED verlichting. Hiermee kunnen (in plaats van een buntlichtbron) lichtvlakken gemaakt en arbeidsomstandigheden. Hij is verbonden aan het Coronel worden. Hiermee wordt de lichtintensiteit hoger, de helderheid lager en past het beter Instituut voor Arbeid en Gezondheid (AMC) en aan de SOLG in bij de biologie van de mens. Eindhoven. Ook is hij adviseur van het NOC*NSF en van diverse I sportploegen. Toine Schoutens is geïnterviewd om meer inzicht te krijgen in hoe licht ons dagelijks beïnvloedt. Deze kennis is bruikbaar in het ontwerp van ruimtes die op het gebied van licht een onbewuste aantrekkingskracht in zich hebben. | | DE MENS EN DAGLICHT | De mens is een dag- en buitendier: we zijn evolutionair aangepast aan het buitenleven. | We zijn ingesteld om langdurig blootgesteld te worden aan daglicht maar sinds de | industriële revolutie brengt de mens lange periodes binnen door, onder andere vanwege | de uitvinding van kunstlicht. De mens is echter (nog) niet ingericht op deze wijziging in ritme en kan dit als biologisch ontregelend worden ervaren. | | | 152 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN BIJLAGEN: INTERVIEWS 153 | ! | | . ï ALARMEREN IN GEVAL VAN CALAMITEIT D: Erik Platvoet | . . . : . : Het duurt altijd even voordat de brandweer ter plaatse is. Tot die tijd moeten Erik Platvoet is opgeleid als architect en heeft als projectleider | gebouwgebruikers zo snel mogelijk gealarmeerd worden over de situatie en het gebouw bij bureaus als ADP diverse grote projecten uitgewerkt uit begeleid worden. Er zijn onderzoeken bekend waaruit blijkt dat slow-whoops of voor architecten als Álvaro Siza, Josep Lluís Mateo en Juan andere technische ee tr te ontruimen. Mensen Navarro Baldeweg. Inmiddels is hij adviseur brandpreventie en 9 P P P woordvoerder bij de Brandweer Amsterdam-Amstelland. Erik is | De Brandweer experimenteert momenteel met concepten waarbij senioren worden geïnterviewd om de combinatie van beweging en veiligheid in gelinkt met (in de buurt of gebouw wonende) studenten. Het idee hierachter is dat in bouwen te bespreken geval van calamiteit, de studenten de senioren helpen vluchten totdat de brandweer ter gepou p . | plaatse is. Het mengen van verschillende soorten gebruikers kan op die manier dus ook | bijdragen aan veiligheid. | ALGEMEEN: HET BOUWBESLUIT I VLUCHTROUTES . 8 . I De essentie van vluchten bij brand is dat er vanuit het subbrandcompartiment door Het Bouwbesluit omschrijft de ondergrens van veiligheid in gebouwen en wordt een brand- en rookvrije vluchtroute een veilige plaats bereikt kan worden. Hoe meer door de Brandweer gebruikt om gebouwontwerpen te toetsen. Het is belangrijk om opties er zijn om de veilige plaats te bereiken, hoe lager de eisen die aan de vluchtroutes als ontwerper de basisprincipes van brandveiligheid te begrijpen. De wetgever gaat | gesteld worden. Meerdere ontsluitingssystemen dragen aldus bij aan de veiligheid. ervan uit dat er nooit tegelijk een autonome brand kan zijn in twee afzonderlijke | brandcompartimenten. Naast deze randvoorwaarde zijn er twee grondbeginselen die Bij grotere gebouwen zijn trappen vaak belemmerende factoren in de aan de basis liggen voor alle artikelen in het Bouwbesluit: | vluchtcapaciteit van een gebouw. Door een gebouw op te delen in verschillende . . | subbrandcompartimenten kunnen zogenaamde opvangcompartimenten gecreëerd 1. Je buurman mag geen last hebben van de brand in jouw brandeompartiment worden. Vluchtende mensen kunnen hier voor een bepaalde tijd wachten voordat zij hun d ili laat Igen. 2. Je moet veilig kunnen vluchten vanuit jouw subbrandcompartiment | weg naar de verige p'aats vervorgen VLUCHTLENGTES Als een ontwerp voldoet aan deze voorwaarden is het veilig. Het Bouwbesluit moet | gezien worden als een hulpmiddel om deze complexe materie meetbaar en werkbaar te Vluchtlengtes kunnen specifiek of forfaitair berekend worden. Vluchtlengtes in ruimtes houden voor verschillende gebouwtypen. | die nader in te delen zijn worden met 1,5 vermenigvuldigd. Kanttekening is dat bij het | berekenen van een vluchtlengte ook rekening gehouden moet worden met de situatie AFWIJKEN VAN HET BOUWBESLUIT in geval van brand. Een vluchtlengte van 38 meter in een lege loods is uiteraard veiliger d Ifde lengte i labyrint. Het Bouwbesluit is erg zwart-wit en wordt door meeste architecten erg plichtmatig | am eenzertde engte 1 Sen “ABM opgevolgd. Hoewel het Bouwbesluit in meeste gevallen erg geschikt is om alle facetten VLUCHTROUTES DOOR DE BUITENLUCHT van brand- en vluchtveiligheid van een gebouw te beoordelen, kunnen alternatieven worden aangedragen. De Brandweer kan in gesprek gaan over alternatieve concepten, Vluchtroutes die door de buitenruimte voeren zijn gunstig omdat men hier geen last zolang de basisprincipes van het Bouwbesluit in acht worden houden. Zo kunnen | meer heeft van rook. Buitenruimte kan aldus ingezet worden om een vluchtroute op Required Safety Eggress Time berekeningen meer ruimte bieden om wat realistischer te delen en om de eisen aan de vluchtroute naar beneden bij te stellen. Dergelijke naar een specifieke situatie te kijken. vluchtroutes kunnen gecombineerd worden met verblijfsgebieden zoals tuinen of andere h lijke functies. Wel t rekeni houd d t het k Afhankelijk van specifieke condities kunnen goedgekeurde situaties alsnog onveilig zijn | Van obstakels in de vluchtrichting. moet rekening gehouden worden mer net Voorkomen en andersom. Bedachte vluchtconcepten kunnen anders uitpakken doordat mensen vaak eerder instinctief dan rationeel handelen tijdens calamiteiten. VLUCHTVEILIGHEID EN BEWEGING | Het is belangrijk om te vermelden dat zowel het Bouwbesluit als de repressie van de brandweer uit gaan van zelfredzaamheid van gebouwgebruikers. De brandweer betreedt niet automatisch een brandend gebouw en is daar in eerste instantie om het | uitbreiden van de brand te voorkomen. | Moderne comfortabele innovaties als scootmobiels, domotica, en | communicatieapparatuur zorgen voor minder beweging en daarmee indirect ook | voor een verminderde zelfredzaamheid, vooral bij ouderen. Inspanningen die gedaan worden om bijvoorbeeld ouderen actief en fit te houden dragen dus automatisch bij aan veiligheid. | | | 154 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN BIJLAGEN: INTERVIEWS 155 | Literatuur 1. Gadet, J. et al. Bewegen moet beloond worden! Amsterdam : Gemeente Ed ME Amsterdam, Dienst Ruimtelijke Ordening, 2018. _ Ï & 2. International study of perceived neighbourhood environmental attributes and Body Mass Index. De Bourdeaufhuij et al. sl : International Journal of Behavioral Li Nutrition and Physical Activity, 2015. ge 3. Possible Mechanisms Explaining the Association Between Physical Activity and En Mental Health. Monshouwer, K., et al. Utrecht : Trimbos Institute, 2012. 4. Gemeente Amsterdam. Statistisch Jaarboek. Amsterdam : Het Bureau van Statistiek der Gemeente, 1899. 5. Gemeente Amsterdam. Statistisch Jaarboek. Amsterdam : Het Bureau van Statistiek der Gemeente, 1939. 6. Woningwet (1901). [Online] Wikipedia, 2016. https://nl.wikipedia.org/wiki/ Woningwet. 7. Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline. [Online] Centraal Bureau voor de = Statistiek, 2016. http://statline.cbs.nl/Statweb/. 8. Bloom, D.E. et al. The Global Burden of Non-communicable Diseases. Geneva : World Economic Forum, Harvard School of Public Health, 2611. 9. 3Q minuten Bewegen. 30 Minuten Bewegen. [Online] 2016. http:// vwww.3@minutenbewegen.nl/. De ì 16. Nationaal Kompas Volksgezondheid. [Online] Rijksinstituut voor Volksgezondheid n en Milieu, 2016. http://vwww.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/ mt q leefstijl/lichamelijke-activiteit/wat-zijn-de-mogelijke-gezondheidsgevolgen-van- == lichamelijke-activiteit/. nn 1. Obesitas gaat vaak samen met chronische aandoeningen. [Online] Centraal _— el Bureau voor de Statistiek, 2014. https://vwww.chbs.nl/nl-nl/nieuws/2014/05/ Ee obesitas-gaat-vaak-samen-met-chronische-aandoeningen. 12. Humans are the highest energy apes, making us smarter — but also fatter. Gibbons, A. sl : Science Magazine, 2016. 13. Passive Energy-Saving Mechanisms in Human Locomotion. Zelik, K. E. sl: d University of Michigan, 2012. 14. City Of New York. Active Design Guidelines: Promoting Physical Activity and Health in Design. sl : The Mayor of New York, 2010. pp. 6-17; 68-91; 110-122. 15. Nederlanders zitten veel, jongeren het meest. [Online] Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2016. http://vwuw.rivm.nl/Documenten_en_ publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2016/Nederlanders_zitten_ veel_jongeren_het_meest. ì 16. Koolhaas, R., et al. Guide to Shopping. Cambridge, Massachusetts : Harvard E Graduate School of Design, 2001. 17. De Hoge Heren, Gedempte Zalmhaven 47-749. [Online] Rotterdam Woont, 2016. en, http://vwuw.rotterdamwoont.nl/items/view/150/. : 18. Haptic Architecture Becomes Architectural Hap, Herssens, J., Heylighen, A. } . Leuven : Katholieke Universiteit Leuven, Dept. of Architecture, Urbanism & Planning, 2007. KR AE SAGEN BRONNEN 2 Í | | 19. Zevi, B. Architecture as Space. 1948. | Beeld colofo n 20. Multisensory Safety: zintuigbeïnvloeding in de veiligheidszorg. Eysing Smeets, M. | et al. sl : Hogeschool InHolland, Politieacademie, Centrum Criminaliteitspreventie | Veiligheid, 2012. I p2 water toren, Norwood, Ohio (VS), CC Wikipedia 21. Whyte, William H. The Social Life of Small Urban Spaces. 1980. | p4 wethouder Eric van der Burg, CC Miranda Phernambucq / Gemeente Amsterdam 22. International Well Building Institute. The Well Building Standard v1. sl : I p6 speelplaats, Amsterdam (NL), Aldo van Eyck, © Stadsarchief Amsterdam International Well Building Institute, May 2016. (NL) . … , . . pr The Couch, Amsterdam (NL), MVRDV, 23. Haak, prof. ir. AJ.H. De Menselijke Maat. Delft : Delft University Press, 2005. I © Daria Scagliola & Stijn Brakkee / MVRDV 24. Sensing Spaces: Architecture Reimagined. Gregory, R. London : Royal Academy | p8 daklandschap van Unité d’'Habitation, Marseille (FR), Le Corbusier, of Arts, 2014. | © René Burri / Hollandse Hoogte 25. Holl, S. Preface to “The Eyes of the Skin” by Juhani Pallasmaa. Chichester : | po BBVA Bancomer Tower, Mexico City (MX), LegoRogers, © Roland Halbe Wiley-Academy , 2905. | [ p12 Playtime, Jacques Tati, © Les Films de Mon Oncle / Flickr | p19 two concepts for kitchen design, Ernö Goldfinger, | © Royal Institute of British Architects | p2@ De Walvis, Amsterdam (NL), Frits van Dongen, © Studio de Nooyer | p23 illustratie uit verkoopbrochure Otis Elevator Co. (1949), © Otis Historical Archives | p26 Solomon B. Guggeheim Museum, New York City (VS), Frank Lloyd Wright, | CC Graham Nadig | p28 Grand Central Station, New York City (VS), C. van der Bilt, J.B. Snook, AT. | Fellheimer & J.Wellborn Root, CC Raw Beta, Nicolai Berntsen | p28 roltrappen in winkelcentrum, Nederland, CC Henri Snel | p31 Maritime Youth House, Kopenhagen (DK), PLOT (JDS/BIG), © JDS / BIG | p31 _ treinstation Nijojo, Kyoto (JP), fotograaf onbekend I p32 Broad Street Station (1919), Richmond, Virginia (VS), John Russel Pope, G.E. Kidder Smith / Architecture in America, American Heritage Publishing Co. Inc. New York 1976 | p34 installatie “The End of Sitting”, Amsterdam (NL), RAAAF en Barbara Visser, © Jan Kempenaers I p44 Museo di Castelvecchio, Verona (IT), Carlo Scarpa, © Klaus Frahm | p45 kantoor Deltares, Delft (NL), Jeanne Dekkers Architectuur, | © Jeanne Dekkers Architectuur | p46 Bonneville Dam visitor center, Bonneville, Oregon (VS), fotograaf onbekend | p47 transformatie Habsburgstrasse, Zürich (CH), EM2N, © Roger Frei | p47 _seniorengebouw Spirgarten, Zürich (CH), Miller & Maranta Architekturbüro, | © Ruedi Walti | p48 luie trap met trapneuzen, vww.csi-precast.com | | 158 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN BIJLAGEN: BRONNEN 159 | Í | | p49 Burn Calories Not Electricity - bord, vwww.smartsign.com I p/3 Piraeus woongebouw, Amsterdam (NL), | Hans Kollhoff Architekten + Christian Rapp, © Brian Rose 49 b ijzering - bord, www.vugts. . er jn … . p ewegwijzering = bor vugts.nu | pr4 woongebouw Kalkbreite, Zürich, Zürich (CH), Müller Sigrist Architekten, pP5@ Gruenenhof, Zürich (CH), Stücheli Architekten, © Reinhard Zimmermann | © Martin Stollenwerk 75 8H ‚Ke h DK), BIG, fot f onbekend p51 Shibaura House, Tokyo (JP), Kazuyo Sejima, CC Naoya Fujii | p ouse, Kopenhagen (DK) otograaf onbeken 76 S Buildi | ‚ New York City (VS), Ludwig Mi der Rohe, pal Holzfachschule, Biel (CH), Marcel Meili, Markus Peter mit Zeno Vogel, | p © Richard Pare © p'aza, New vork el y( ) Lu wig wies van der Hone © office haratori (CH) . 77 _Hohes Haus Weststrasse, Zürich (CH), Loeliger Strub Architektur, pP52 Tate Modern, London (GB), Herzog & de Meuron, © Sally Wakelin I p © Loeliger Strub Architektur 9 p54 8 House, Kopenhagen (DK), BIG, © Julien Lanoo | p/8 Funen Park, Amsterdam (NL), NL Architects, © Raoul Kramer / NL Architects p55 Nederlandse Ambassade, Berlijn (DE), OMA, © Christian Richters | P86 _Hochhaus Zölly, Zürich (CH), Meili Peter / office WINHOV / office haratori, © Georg Aerni 55 Kraft k2,Z h (CH), Ad St h Architekten, © Michael Egloff . an . . . p rantwer rich (CH) rian Streich Architekten, © Michael Eglo [ p89 Balgrist campus, Zürich (CH), NW Architekten, © Ruedi Walti p56 Kantonsschule Heerbrugg, Luzern (CH), huggenbergerfries, © Kuster Frey | pag Spaces Vijzelstraat, Amsterdam (ND, Baumschlager-Eberle / Sevil Peach, p57 _Mathilde-Escher-Haus, Zürich (CH), Darlington Meier Architekten, | © Jansje Klazinga Fotografie © Lucas Peters | P91 _ woongebouw Mirador, Madrid (ES), MVRDV, © Rob’t Hart / MVRDV p58 Shibaura House, Tokyo (JP), Kazuyo Sejima, CC Naoya Fujii 93 Shibaura House, Tokyo UP), Kazuyo Sejima, © lwan Baan p59 kantoor MVRDV, Rotterdam (NL), MVRDV, © Ossip van Duijvenbode | 94 woongebouw Mirador, Madrid (ES), MVRDV, © Rob't Hart / MVRDV 60 fisch atelier, Amsterd NL), M3H Architecten, © K H | . . p gratisch ateter, /\mster am (NL) rchitecten, © Kees Humme | po4 BBVA Bancomer Tower, Mexico City (MX), LegoRogers, p62 Mercado de Torrent, Torrent Valencia (ES), © Mark Gorton / Rogers Stirk Harbour + Partners Guillermo Vázquez Consuegra Arquitecto, © Mariela Apollonio | p95 schets van Shibaura House, Tokyo (JP), Kazuyo Sejima, © Kazuyo Sejima 63 S Vijzelstraat, Amsterd NL), B hl -Eberle / Sevil Peach, . p © Jansje Klazinga Fotografie (NL), Baumschlager-Eberle / Sevil Peac | pP97 New Orleans, Rotterdam (NL), Alvaro Siza, © Hugo Thomassen / Vesteda p64 Kunsthal Auditorium, Rotterdam (NL), OMA, © Jeroen Musch l p99 Europaallee, Zürich (CH), Caruso St John Architects, © Georg Aerni p65 co-housing R50, Berlijn (DE), ifau und Jesko Fezer + Heide & Von Beckrath, | p10@ Piramides, Amsterdam (NL), PPHP, Pleasant Places Happy People, © Noshe | © PPHP, Pleasant Places Happy People p66G Brede School De Matrix, Hardenberg (NL), | p10Q Hochhaus Weststrasse, Zürich (CH), Loeliger Strub Architektur, Marlies Rohmer Architects & Urbanists, © Marlies Rohmer | fotograaf onbekend P66 _Wohnuberbauung Klee, Zürich (CH), Knapkiewicz Fickert Architekten, | p1@1 Europaallee, Zürich (CH), Caruso St John Architects, © Knapkiewicz Fickert | © Hannes Henz Architekturfotograf p67 Nederlandse Ambassade, Berlijn (DE), OMA, © Rick Jannack Photography | p102 woongebouw de Makroon, Amsterdam (NL), Pi de Bruin / Architecten Cie., | © Maarten Noordijk Photography 68 SteadyRack- fiet k, © SteadyRack . jn . . . p eadynac etsenrek, © SteadyRac | p105 woongebouw Uetliberstrasse, Zürich (CH), Darlington Meier Architekten, p69 Vitra Hack - modulaire verstelbare werkplek, Konstantin Grcic voor Vitra, © Vitra © Lucas Peters b7O fitnessruimte Gothia Towers Hotel, Göteborg (SE), © UIf Celander p106 woongebouw Kameleon, Amsterdam (NL), NL Architects, © Marcel van der Burg 107 t huis, D tadt (DE), J him Gottstein Architekt, pri fitnessruimte moeders met kinderen, Seattle (VS), FITA4AMOM, © Heleyna Holmes | p trappenhuis, Darmstadt (DB), oaehim laotsteln /ENte P72 _Hohes Haus Weststrasse, Zürich (CH), Loeliger Strub Architektur, l p109 woongebouw Klee, Zürich (CH), Knapkiewicz & Fickert Architekten, © Andrea Helbling | © Ruedi Walti | | 160 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN BIJLAGEN: BRONNEN 161 | Í | | p11Q gedeelde keuken in woongebouw, Zürich (CH), Flux-Architekten, © BGZ2/Flux I p142 Spaces Vijzelstraat, Amsterdam (NL), Baumschlager-Eberle / Sevil Peach, ©® Jansje Klazinga Fotografie 111 - tive h ing Coin Street, Lond GB), H th Te kins Architects, … . p © Morley von Sternberg reet, London (GB), Hawor ompXns Arenitects | p142 Spaces Vijzelstraat, Amsterdam (NL), Baumschlager-Eberle / Sevil Peach, ©® Jansje Klazinga Fotografie 113 fiet talling R traat, Amsterd NL), AD/Desirée Schi 5 oe: . . . p © AD/Desirée Schippers msterdam (NL) esiree SEhIppers | p147 The Seagram Building, New York City (VS), Ludwig Mies van der Rohe, | fotograaf onbekend 115 b La Grande Cour, Amsterd NL), MVSA Architects, - . jn . p fotograaf onbekend e Cour, Amsterdam (NL) renteets | p148 Pädagogischen Hochschule, Zürich (CH), Max Dudler Architekt, (NL) © Max Dudler Architekt p116 woongebouw de Makroon, Amsterdam (NL), Pi de Bruin / Architecten Cie. / . … Hosper landschapsarchitectuur en stedebouw, © DG Groep / Hosper | p159 Reichstag, Berlijn (DE), Norman Foster, CC Auguste van Oppen p17 woongebouw Klee, Zürich (CH), Knapkiewicz & Fickert Architekten, © Ruedi Walti | p156 Zeche Zollverein, Essen (DE), OMA, CC Auguste van Oppen p118 Laterna Magica school, Amsterdam (NL), Jeanne Dekkers Architectuur, | p164 Installatie Sensing Spaces, Londen (GB), Pezo von Ellrichshausen, © Jeanne Dekkers Architectuur © James Harris / Royal Academy of Arts p121 Swiss International School, Zürich (CH), AGPS Architecture, I © Tagesanzeiger/Reto Oeschger | p122 Montessori school, Amsterdam (NL), Herman Hertzberger, © Pepijn Bakker | p123 Auhof school, Zürich (CH), Patrik Linggi Architekten, © Andrea Helbling | p125 School Steigereiland, Amsterdam (NL), VMX Architects, © Jeroen Musch | p126 Brede School De Matrix, Hardenberg (NL), Marlies Rohmer Architects & | Urbanists, © Marlies Rohmer Architects & Urbanists | p127 School Steigereiland, Amsterdam (NL), VMX Architects, © Jeroen Musch | p129 Leutschenbach School, Zürich (CH), Christian Kerez, © Stadt Zuerich I p131 Im Birch School, Zürich (CH), Peter Maerkli, © Stefan Beyer | p132 Im Birch School, Zürich (CH), Peter Maerkli, I © Edelaar Mosayebi Inderbitzin Architekten p132 Dorus Rijkerschool, Amsterdam (NL), Moke Architects, I © Thijs Wolzak / Moke Architects p133 School Steigereiland, Amsterdam (NL), VMX Architects, © Jeroen Musch | p134 interieur Copper8, Amsterdam (NL), BETA, © Chris van Koeverden | p137 Aufbau Haus 84, Berlijn, (DE), Barkow Leibinger Architekten, | © Ina Reinecke/Barkow Leibinger p137 interieur Juniper Networks, Sunnyvale, California (VS), l RMW Architecture & Interiors, © RMW Architecture & Interiors p138 Spaces Vijzelstraat, Amsterdam (NL), Baumschlager-Eberle / Sevil Peach, I ©® Jansje Klazinga Fotografie p139 interieur kantoorgebouw, Berlijn (DE), TKEZ architecture & design, | © Benjamin A. Monn / TKEZ | p141 kantoorgebouw, Amsterdam (NL), Paul de Ruiter Architects, © Pieter Kers I p142 interieur, Bora Architects, © Jon Jensen | | 162 BEWEEGLOGICA IN GEBOUWEN BIJLAGEN: BRONNEN 163 | ra F a | Ee ij - . SA Ì pn ee / AR . | X Pe Ì ne | ai F a A Dank d Colof en | ankwoor oloton al | : f il en Ï . . Pe i =k Hs | Deze pocket is, zittend achter een bureau, In opdracht van Gemeente Amsterdam; samengesteld in de zomer van 2016. afdeling Ruimte & Duurzaamheid neh anee Dit project was niet mogelijk geweest GGD Amsterdam ee ertinmnnl . 2 Ì A . personen Tekst, schema's, beeldredactie, opmaak, | redactie vertaling: BETA Henri Snel . | Erik Platvoet Engelse vertaling: VU Talencentrum el Toine Schouten . ETE = Adnan Mirza Drukwerk: Pantheon Drukkers, Velsen L L n a 1 1 ee 8 . … ús, ì ie Elvira Vreeswijk on: 1 Ne ie JI J Letter: Favorit, Dinamo Typefaces he i ä it Fe . . . : ke k \ á e Ee Onze dank gaat ook uit naar diegenen De auteursrechten van gebruikt zin he Ei si die zich hebben ingespannen voor het fotomateriaal berusten bij de er verarmd aak ee beeldmateriaal in deze publicatie: respectievelijke fotografen. Deze Pr A e beelden mogen niet zonder toestemming á ee en MVRDV, JDS Architects, BIG, RAAAF en Barbara Visser, worden vermenigvuldigd. BETA heeft Ì 5 EEE Ee nf Jeanne Dekkers, EM2N, Miller & Maranta, Stücheli ij pn de grootst mogelijke zorg besteed om ú Ee Architekten, SANAA (Kazuyo Sejima), Meili Peter toestemming te krijgen voor het gebruik 7-3 Er nis An he U wr Architekten, office WINHOV, office haratori, OMA, Adrian van beeldmateriaal in dit boekwerk. } n af Ë ; ne nn \ ee k Streich Architekten, huggenbergerfries, Darlington Meier Ingeval een maker niet erkend is in zijn/ Yr Sn de EA LT Arm EE Je ij fen | Architekten, M3H Architecten, Marlies Rohmer Architects & haar werk wordt hij/zij verzocht contact \ Kk En en n en AN A Ö e et FAA \ | Urbanists, Knapkiewicz Fickert Architekten, Loeliger Strub op te nemen met BETA. H IJ EE Ï AVI ot MN EE Architektur, Müller Sigrist Architekten, NL Architects, NW ke _ . [ms er = _ Architekten, Rogers Stirk Harbour + Partners, Caruso St John ' 1 l | 5 BETA ne 3 È PF RT mi BN Ur 7 ï Tr ni T: EE Architects, PPHP - Pleasant Places Happy People, Joachim Ì Í kl | | | nk F Is In A | Gottstein Architekt, Haworth Tompkins Architects, Hosper Auguste van Oppen | ä Î ! |. u Ie | El Fail Landschapsarchitectuur en Stedebouw, VMX Architects, Evert Klinkenberg EH Jen ï En den GPL Edelaar Mosayebi Inderbitzin Architekten, Moke Architects, Ï Ï 5 TEER Î | : Ij Eldrich Piqué TL Le k ann Tee T- F dt . . : In D | | [ Î Ï 1 | LJ Í E ij 4 Barkow Leibinger Architekten, RMW Architecture & Interiors, | ij Ii | t Í Tj TI Í | JE, ff , | 1 EK: | ij Sevil Peach, TKEZ architecture & design, Paul de Ruiter GEMEENTE AMSTERDAM | f EN | Hi NR je al IJ | | | [ Í | | |, Architects, Max Dudler Architekt | Í Î | Flora Nycolaas EN LE | | Il | | ' ME | Daria Scagliola & Stijn Brakkee, Hollandse Hoogte (René Ti Hi Î : im Ruijs F— L | | | al (| [e= | | EE JI ui | | | Burri), Roland Halbe, Les Films de Mon Oncle, Otis Elevator Tom van der Eng L d | | Company, Jan Kempenaers, Klaus Frahm, Roger Frei, Ruedi Í | Í Ï ál | | Walti, Reinhard Zimmermann, Sally Wakelin, Julien Lanoo, 4 | | Christian Richters, Michael Egloff, Kuster Frey, Lucas Peters, | I Ossip van Duivenbode, Kees Hummel, Mariela Apollonio, De BETA office for architecture and the city Kunsthal, Jansje Klazinga, Jeroen Musch, Noshe, Andreas | Gehrke (Noshe), Alexander van der Meer, Rick Jannack, VITRA, 2016 some rights reserved | Ulf Celander, Heleyna Holmes, Andrea Helbling, Brian Rose, (cc by-nc-sa 3.0) : | Martin Stollenwerk, Richard Pare, Raoul Kramer, Georg Aerni, Rob *t Hart, wan Baan, Vesteda, Hannes Henz, Maarten Aan dit document kunnen geen rechten k | Noordijk, Marcel van der Burg, AD/Desirée Schippers, DG worden ontleend. ed Ì Groep, TA/Reto Oeschger, Pepijn Bakker, Stadt Zuerich, Ee : | Stefan Beyer, Thijs Wolzak, Chris van Koeverden, Ina Reinecke, n | Benjamin A. Monn, Pieter Kers, Jon Jensen, James Harris, Royal _ = Ke Academy of Arts > U « ee en! XX Gemeente # le nn, PNT \ | Amsterdam nalianaTan See en x ed lr E À | Sns 8 s An < JN | sr À . | ar rt ad r di s En a ‚f n han > Dre, r EL = Pim, SE PT, 5 Ee oen De E Trap pr en E E. a ee d Ï é a hehe ms en 8 Í | | UJ | FT] | | > | | | vwww.beta-office.com | à © X E Het verband tussen fysieke activiteit, geluk en een goede gezondheid is dóor de wetenschap bewezen. Dit project onderzoekt hoe architectuur ons gedrag kan beïnvloeden. Het komt met ideeën om beweging weer onderdeel te maken van ons leven in gebouwen. in opdracht van % gemeente Gemeente Amsterdam % GGD Amsterdam %
Onderzoeksrapport
86
train
Team Onderzoek Stadsdelen % Inhoudsopgave x Inhoud Pagina Inleiding > < Toelichti Met het verschijnen van de Armoedemonitor 2021 oerichting 3 en de daarbij behorende tabellenrapportage voor de stadsdelen van Onderzoeken Statistiek (O&S), Deel 1: Minimahuishoudens 4 kan er weer een nieuwe stand van zaken gegeven worden van de omvang van de armoede en het Definities 5 bereik van de armoedevoorzieningen. Minimahuishoudens per stadsdeel, gebied, wijk en buurt 6 Team Onderzoek Stadsdelen heeft voor alle . ae stadsdelen en stadsgebied Weesp een analyse Langdurige minima 9 gemaakt van de gegevens uit de Minimahuishoudens naar inkomstenbron 10 tabellenrapportage. Hiermee wordt voorzien in de behoefte binnen de stadsdelen om een beeld te Minimahuishoudens naar huishoudtype 11 krijgen van de armoedeproblematiek in de gebieden, wijken en buurten van een stadsdeel. Minima naar leeftijdsgroep 12 Deze factsheet bestaat uit twee delen. Het eerste Minimajongeren 13 deel gaat over de minima. Hoe groot is die groep . en wat zijn de kenmerken van deze groep? Deel 2: Bereik armoedevoorzieningen 14 a: . Deel twee gaat over het bereik van de Toelichting armoedevoorzieningen 15 Ran DO armoedevoorzieningen. Welke voorzieningen Bereik armoedevoorzieningen per stadsdeel, wijk en buurt 16 zijn er voor de minima en hoe ís het bereik daarvan? Methode om minima te bereiken per voorziening 19 % Toelichting | Alle cijfers over armoede in dit document zijn afkomstig van de Armoedemonitor van Amsterdam 2021%. De Armoedemonitor is gebaseerd op het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het CBS. De cijfers van de Armoedemonitor gaan over het jaar 2020. Dat is het meest recente jaar dat het CBS levert. De bereikcijfers van de armoedevoorzieningen gaan over 2021 en zijn afkomstig van het WPI. In de Armoedemonitor wordt gekeken naar de huishoudens met een laag inkomen. Een huishouden is een minimahuishouden wanneer er naast een laag inkomen ook weinig vermogen is. Door de energiecrisis zullen er ook huishoudens zijn die niet onder de doelgroep van de minima vallen, maar toch in de problemen komen door te hoge energielasten. Omdat de cijfers vit 2020 komen, is deze groep (nog) niet zichtbaar in deze cijfers. Doelpopulatie Armoedemonitor De gegevens in de Armoedemonitor gaan over Amsterdamse huishoudens van wie het inkomen over het betreffende jaar bekend is. Huishoudens die exclusief vit studenten of instituutbewoners bestaan worden buiten beschouwing gelaten. Vanwege onthullingsrisico zijn bij buurten en wijken met weinig minima niet alle gegevens beschikbaar. Het gaat dan om minder dan zo huishoudens of personen. Weesp is meegenomen in de cijfers over 2020, behalve in de bereikcijfers. Per 2 janvari 2022 is de (registratie van) toekenning van voorzieningen aan Weespers volledig samengevoegd met die aan Amsterdammers. Vanaf de Armoedemonitor 2022 (verwacht in 2023) zal worden gerapporteerd over het voorzieningenbereik inclusief Weesp. NB: In de Armoedemonitor 2021 zijn de cijfers nog gepubliceerd in de oude gebiedsindeling van 2015. *Het rapport is te vinden via https://onderzoek.amsterdam.nl{/publicatie/armoedemonitor-2022 % hd x Minimahuishoudens Armoedegrens = 120% van het wettelijk minimum loon en weinig vermogen* Normbedragen belastbaar jaarloon 2020 van de lage inkomensgrens Tot de grens voor de bijstand. gemeente Amsterdam, naar leeftijd en type huishouden, voor recht op minimaregelingen in 2021 (€) Op 1 janvari 2021 is het maximaal toegestane vermogen € 6.295 Voor een alleenstaande en € 12.590 voor paren gezin (met of zonder kinderen) 26.128 26.481 en alleenstaande ouders. eenoudergezin 25.688 24.311 Daarnaast mag de overwaarde van een eigen woning alleenstaande 20.551 19,294 maximaal € 53.100 zijn. bron: WPI * Definities komen uit de Amsterdamse Armoedemonitor 2021: https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/armoedemonitor-2022 > < % minimahuishoudens (2020) 1e Van alle stadsdelen heeft Zuidoost het grootste q Pd aandeel minimahuishoudens van de stad, Pl gevolgd door Noord en Nieuw-West. | In aantallen gezien hebben de stadsdelen West A L en Nieuw-West de meeste minimahuishoudens. Ke k fer EN In Oost behoort 15% van alle huishoudens tot de DOO Od \ minima en dat ligt rond het gemiddelde van ee Amsterdam (16%). In totaal zijn dat 10.015 A'dam huishoudens in 2020 en dat is de afgelopen jaren ade niet veel veranderd. rs ET Rt: bron: CBS/ bewerking O&S \ = Aantal minimahuishoudens (2011-2020) 16.000 me 12.000 2.171 10.015 8.531 8.000 en 6.000 eN ee 4.000 2.000 727 ö el 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 mmmmmCentrum omm est mmm Nieuw-West mmm omm Ot mmm Nord mmm ZOO mmm NEESP > < % minimahuishoudens (2020) Van de 4 gebieden in Oost heeft Oud-Oost het grootste aandeel (19%) en aantal minimahuishoudens (3.582). Ne In aantallen verschilt IB/OHG bijna niet van Oud-Oost met 3.258 ° minimahuishoudens in 2020. Daar is het aantal licht gedaald t.o.v. 2018 en 2019. Een lichte toename van het aantal minimahuishoudens is zichtbaar in de nn: Watergraafsmeer en op IJburg/ZBE. Pi / PF ij 10,5 L 5 À / Í e 3 Er me brân: CBS/Bewerking O&S Aantal minimahuishoudens 2018-2020 3.607 3.582 3.392 Indische Buurt/Oostelijk Havengebied A 3.343 3.258 2.003 2.013 1.116 IUburg/Zeeburgereiland mn 1.126 1.162 2018 m 2019 m2020 > < % Minimahuishoudens per wijk en buurt (2020) x% % minimahuishoudens wijken (2020) % minimahuishoudens buurten (2020) a i he tg Sb rd Td er te gn ij Tek / a bron: CBS/ bewerking O&S OEENDA OEEN A Op wijkniveau gaat het vooral om de Indische Buurt-Oost (25%), Transvaalbuurt (22%), Indische Buurt-West (21%), Dapperbuurt (20%) en de Oosterparkbuurt (20%) met een hoog aandeel minimahuishoudens. Op buurtniveau zijn het de Ambonpleinbuurt (28%), Makassarpleinbuurt (27%) en Oosterparkbuurt-Zuidwest (26%) met een hoog aandeel minimahuishoudens. Er springt een aantal buurten uit dat qua aandeel hoog is, maar waar het gaat om een klein aantal huishoudens. Dit geldt voor Science Park-Zuid (57%), Tuindorp Amstelstation (33%), Zeeburgereiland- Zuidoost (=Baaibuurt-Oost, 32%) en het Oosterpark (31%). 2x Aantal personen dat langdurig minima is Aantal langdurige minima in leeftijdsgroepen (2020) Het aantal personen in een minimahuishouden dat > < langer dan 3 jaar tot de minima behoort is langdurig B minima. Van de stadsdelen heeft Nieuw-West de 3.164 meeste personen die langdurig minima zijn (in totaal 2.819 2.247 en 14.092). 7.263 7.231 2.456 4.985 4.899 er In Oost gaat het om 10.305 personen. In de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord is de groep 0-17 jarigen ! | 380 mapje :10 groter dan de groep 66+. Van de gebieden in Oost heeft Nieuw-West West Oost Zuidoost Noord Zuid Centrum Weesp Oud-Oost het grootste aandeel langdurige minima. m0-17 m18-65 =6Gt % langdurige minima per gebied (2020) Aantal personen dat langdurig minima is per gebied (2020) Sd Bed = af ' 8 | | | N 8 k ER 1288 ze ed el LR OERS x inimahuishoudens naar inkomstenbron (2020 M huishoud komstenbron ( ) > < Aantal minimahuishoudens naar inkomstenbron per gebied Het aantal minimahuishoudens met de bijstand A als inkomstenbron is in alle vier de gebieden in > < an 661 Oost het grootst. Daarna de groep o En gepensioneerden. In aandeel ligt dat het 2.000 _ hoogst in de wijk Indische Buurt-West. Daar 1.500 behoort 51% van de gepensioneerden tot de 1.000 am 204 minima (Amsterdam 25%). In de >00 a ss Watergraafsmeer is de groep werkenden ° mn nn _ eeN minima (loondienst) bijna even groot als de Oud-Oost Indische Buurt/Oostelijk Watergraafsmeer Uburg/Zeeburgereiland Havengebied minima die een uitkering anders dan bijstand mloondienst wmeigen bedrijf mbijstand wm pensioen anders (a nders) als inkomstenbron heeft. % Verdeling minimahuishoudens naar inkomstenbron, per wijk (2020) Inde verdeling van de minimahuishoudens naar inkomstenbron vallen de wijken 100% T Zeeburgereiland (23%) en Omval/Overamstel 0% B WW B 1 B 1 19 23 aa he B m0 15 18 30% (54%) op met een veel groter aandeel minima ns 5 die als inkomstenbron loondienst hebben zin (Amsterdam 11%). Op het totaal aantal dis huishoudens dat loondienst heeft is het 20% aandeel minima echter klein (4%). In de & 9 | a H a Dapperbuurt (35%), Indische Buurt-Oost (35%) Ss s Ki S s se ë sf & Z € RK ì & & en Betondorp (35%) ligt het aandeel FASE S © SS © e e minimahuishoudens dat pensioen als 5 DE © Pi Pi al inkomstenbron heeft hoger dan gemiddeld in 2 Amsterdam (29%). In de Dapperbuurt is die groep ook even groot als de bron: CBS/ bewerking O&S _Mioondienst Selgenbedrjf B bijstand mpensoen anders minimahuishoudens met bijstand als inkomstenbron. 26 Minimahuishoud huishoudtype (2020) > < Aantal minimahuishoudens naar huishoudtype per gebied (2020) D t En huishoud … e meeste minimahuishoudens zijn 4.000 J Ee _ alleenstaanden. In Oud-Oost, IB-OHG en > < 000 EE 9 Watergraafsmeer zijn er meer stellen zonder sean _ 398 kinderen die tot de minima behoren dan > 000 — 52 stellen mét kinderen en eenoudergezinnen. dn En zo Dat is op IJburg andersom, daar zijn meer 1.000 2.165 stellen met kinderen die onder de minima 1.579 PE . 500 vallen (112) en de eenoudergezinnen (231) o vormen na de alleenstaanden op IJburg de Oud-Oost Indische Buurt/Oostelijk Wat f: Ib Zeeb iland : - u os n NE ej atergraatsmeer urg/ eeburgereitan grootste groep. In aandeel ligt dat in Oud- 0 alleenstaande m@ paar zonder kinderen m& paar met kinderen m eenoudergezin overig Oost het hoogst. 36 % van de eenoudergezinnen daar valt onder de minima. (Amsterdam 32%). Op IJburg is dat % Verdeling minimahuishoudens naar huishoudtype, per wijk (2020) aandeel 22% 109 4 4 6 4 5 5 5 g . en . 7 É d In de verdeling van de minimahuishoudens El 0 ri o 5 Kd Rn naar huishoudtype op wijkniveau vallen de zl ke 9 le B / mn wijken op IJburg dus op met een groter 60 Kz aandeel minimahuishoudens dat een 0 eenoudergezin is. Op IJburg-Zuid is 24% van 40 Pr U de minima een eenoudergezin (Amsterdam 4 A c7 Mez Des Li 30 Le 11%). In de Indische Buurt-Oost (14%), 20 Indische Buurt-West (13%), de 10 Transvaalbuurt (13%) en de Dapperbuurt ö (12%) is er een groter aandeel gezinnen met N Ò Ò 2 Ò . ZS sE £ 4 S e 2 kinderen onder de minima (Amsterdam 9%). £ E £ & & Rn ® S É Ra ss “ & s E Ka © SS OS st £ gs & Se of © & S © 5 & Nen F alleenstaande B paar zonder kinderen Wpaarmetkinderen Meenoudergezin overig bron: CBS/ bewerking O&S u u un > < Aantal en aandeel minima* naar leeftijdsgroep (2020) é Aantal minima naar leeftijdsgroep per gebied (2020) Van de gebieden heeft Oud-Oost in aantal de meeste 66 plussers die onder de 868 Oud-Oost 3.190 minima vallen (1.277). In aandeel vallen de Er wijken Indische Buurt-West (44%), 1.084 i - 9 Indische Buurt/Oostelijk Havengebied mn 3.109 Indische Buurt-Oost (43 /) En 1.154 Transvaalbuurt (42%) op. Daar behoort 399 ruim 40% van de 66 plussers tot de Watergraaf 5 ini siersraalsmeen mn 1696 minima (Amsterdam 21%). IB-OHG heeft | 681 in aantal de grootste groep 0-17 jarigen IJburg/Zeeburgereiland gr 1.284 (1.084). Het aandeel 0-17 jarigen dat tot de minima behoort ligt in de Indische 0-17 m1865 moot Buurt-Oost veel hoger dan gemiddeld. Daar groeit 27% van de 0-17 jarigen op in - _ een minimahuishouden (Amsterdam % verdeling minima personen naar leeftijd, per wijk (2020) 16%). Op IJburg zijn er, als enig gebied in " 1 Oost, meer minimajongeren dan 00% minimaouderen. a Gj MM OE ED 5) 80% di nt In de verdeling van de minima naar 0 leeftijd op wijkniveau is het aandeel 30% minima dat 66+ is hoger in Betondorp 0% a 5 B B mn A B B À B - 2 (28%) en de Dapperbuurt (27%). In de 0% 0% ii - Q - Í EE EE 8 8 B 8E PP EE 5 wijken IJburg-West (31%) en burg, Zuid PE NE EE Ed ELSA # (34%) is er een groter aandeel 0-17 jarigen EE ° © onder de minima dan gemiddeld in A: ee S ! ‘ Ò 9 Ss ® Ë Y ce Amsterdam (22%). N C & 4 Ë bron: CBS/ bewerking O&S 0-17jaar WI365jaar MGG jaar of ouder * Bij de leeftijdsgroepen gaat het om personen i.p.v. huishoudens. x Aantal minimajongeren naar huishouden per gebied (2020) Kinderen in eenoudergezinnen behoren in Amsterdam 700 bijna vier keer zo vaak (37%) tot de minima dan kinderen 600 die in een tweeoudergezin of anders (overig) opgroeien. 500 575 De wijken Indische Buurt-Oost (44%) en Transvaalbuurt 400 (43%) liggen daar boven. 300 387 200 0 ä zee In aantallen heeft het gebied 1B-OHG de meeste n Gen minimajongeren, waarbij de kinderen die opgroeien in een Oud-Oost Indische Buurt/Oostelijk Watergraafsmeer Iburg/Zeeburgereiland tweeoudergezin of anders iets groter is. Inde andere drie Havengebied gebieden is de groep minimajongeren dat opgroeit in een meenoudergezin = overig eenoudergezin juist groter. % Minimajongeren in eenoudergezin per wijk (2020) % Minimajongeren in overig huishoudtype per wijk (2020) Cd hi An nn El , Po B gt -J , ie ed z 8 JN LA E : (Ae ie Ti - | Ne f j & on JN E Z An ki: Ken \4 On : 5 ° d R KS id en / bron: CBS/ bewerking O&S ZN END [ 2 Ls AN % Amsterdam % SIT armoedevoorzieningen > < Toelichting armoedevoorzieningen Stadspas Collectieve zorgverzekering KET he OA 4 Tes Tal (orn WNA '/ Totaalbereik* Scholierenvergoeding Nt eden alhe “Aandeel doelgroephuishoudens met één of meer van de volgende minimavoorzieningen: Stadspas, Collectieve Zorgverzekering, MIST DTT kindvoorzieningen, TAOV/Gratis OV 65+, tegemoetkoming OV voor kindvoorzieningen minima mantelzorgers (TOVM). Het bereik van de armoedevoorzieningen wordt berekend door het aantal huishoudens dat een voorziening kreeg toegekend, te delen door het aantal rechthebbende huishoudens (de doelgroep). De Stadspas is voor alle Amsterdamse minima. Sinds 2020 wordt het Kindtegoed op de Stadspas gezet voor kinderen van 0-14 jaar. Hiermee kunnen ouders o.a. kleding, schoenen, een tas en schoolspullen kopen voor hun kind. De Collectieve zorgverzekering is voor alle Amsterdamse minima vanaf 18 jaar. De Scholierenvergoeding is voor alle Amsterdamse minimahuishoudens met schoolgaande kinderen tot 18 jaar. Gratis OV en/of Tegemoetkoming Aanvullend Openbaar Vervoer (TAOV) is voor Amsterdamse minima met de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor TAOV is er een pas voor aanvullend vervoer nodig. In het Verzamelbereik kindvoorzieningen zit het aandeel doelgroephuishoudens met kinderen van 4 t/m 17 jaar met één of meer van de volgende kindregelingen: Stadspas, Scholierenvergoeding voor kinderen in basis- of voortgezet onderwijs en/of een PC-regeling. Over de Tegemoetkoming OV voor minima mantelzorgers zijn geen cijfers opgenomen in de stadsdeelrapportage van de Armoedemonitor. Meer informatie over wat de gemeente doet om de minima te bereiken met de voorzieningen is te vinden op pagina 19 van deze factsheet. > < Bereik armoedevoorzieningen (2021) % totaalbereik armoedevoorzieningen per stadsdeel (2021) > < In de stadsdelen Noord (77%), Zuidoost, West en Oost (alle 2 drie 76%) worden de minimahuishoudens het best bereikt. Pe Stadsdeel Centrum heeft een laag bereik van de El armoedevoorzieningen onder de minimahuishoudens (63%). i In alle stadsdelen geldt dat het bereik van de \ kindvoorzieningen het hoogst is. Voor Oost is dat BN bereikpercentage 90% (Amsterdam 89%). 6 EN Van gratis OV voor 65 plussers en/of de Tegemoetkoming Aanvullend Openbaar Vervoer (TAOV) ligt het LS bereikpercentage in Oost het hoogst met 77% van de Amsterdamse minima met de AOW leeftijd (Amsterdam bron: CBS, WPI/ bewerking OIS Ee 72%). Tas Ì Pe % bereik armoedevoorzieningen naar voorziening per stadsdeel (2021) Collectieve Gratis OV65+ Scholierenvergoeding (basis- AE lane ROT EIS Stadspas Zorgverzekering en/of TOAV en middelbare school) kindvoorzieningen* __Totaalbereik** Centrum Nieuw-West 74 55 74 89 75 Zuid Oost 74 55 76 90 76 Noord 75 55 81 92 71 Zuidoost 75 53 79 92 76 Amsterdam 73 53 72 76 89 74 2x Bereik armoedevoorzieningen wijken > < % bereik armoedevoorzieningen naar voorziening per wijk (2021) Scholierenvergoed ing (basis- en Collectieve Gratis OV 65+ middelbare verzamelbereik Stadspas Zorgverzekering en/of TOAV school) kindvoorzieningen _ totaalbereik** Weesperzijde 5 Oosterparkbuurt 76 59 76 90 78 Dapperbuurt 78 61 8181 79 Transvaalbuurt 71 59 79 92 79 Indische Buurt-West 76 59 A 91 71 Indische Buurt-Oost 80 61 80 82 81 Oostelijk Havengebied 74 Zeeburgereiland/Nieuwe diep IJburg-Zuid 79 57 82| 79) 90 80 Frankendael 73 Middenmeer Betondorp 76 8 Omval/Overamstel | On | Amsterdam De tabel laat zien dat in een aantal wijken het bereik lager is dan gemiddeld in Amsterdam (blauw gearceerd). Met name Middenmeer, Frankendael en het Oostelijk Havengebied hebben op meerdere armoedevoorzieningen een lager bereik dan gemiddeld. Van de voorzieningen heeft de scholierenvergoeding in de meeste wijken een lager bereik (7 wijken). % Bereik armoedevoorzieningen buurten D í % totaalbereik armoedevoorzieningen per buurt in Oost (2021) == Se Het totaalbereik van de SN sn voorzieningen op buurtniveau (kaart) laat zien dat de wijken In DCT waar veel minima wonen het bereikpercentage hoog is. Buurten in de Vd Watergraafsmeer (de | Eenhoorn (36%), as B, Amstelkwartier Noord (41%) Fn en een paar in het Oostelijk Y bh ai Se Havengebied (Java-eiland Ô, ei (52%), Sporenburg (61%)) 5 / e hebben een laag totaalbereik, : SS veel lager dan gemiddeld in Ee amdann. Amsterdam (74%). % Methode om minima te bereiken per voorziening D Armoedevoorziening | Methode om minima te bereiken De Stadspas wordt jaarlijks automatisch verstrekt aan alle bij WPI bekende minimahuishoudens (inkomen bekend bij WPI). Huidige Stadspashouders van wie het inkomen niet bij WPI bekend is kunnen de Stadspas jaarlijks opnieuw Stadspas aanvragen. Zij krijgen een verkort aanvraagformulier toegestuurd dat ze kunnen ondertekenen en kosteloos naar de gemeente terugsturen. Nieuwe gebruikers kunnen de Stadspas aanvragen via een online formulier of papieren aanvraagformulier. Advertenties voor de Stadspas worden onder andere geplaatst in lokale kranten, de krant van Amsterdam, ATs5 en sociale media om zo de bekendheid te vergroten. Collectieve zorgverzekering Mailing naar alle klanten van Werk, Participatie en Inkomen (WPI) en bekende minimahuishoudens. Daarnaast worden in een jaarlijkse campagne nieuwe klanten geworven. Gratis OV 65+ en/of TAOV Rechthebbenden worden zoveel mogelijk aangeschreven door Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Wie niet is aangeschreven, kan zelf een aanvraag indienen. Voor TAOV voert WPI een ambtshalve toekenningsronde uit onder rechthebbenden die bij de gemeente bekend zijn. Wie niet is aangeschreven, kan zelf een aanvraag indienen via een papieren of online aanvraagformulier. Scholierenvergoeding Rechthebbenden die bij WPI bekend zijn ontvangen automatisch bericht van Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Wie niet is aangeschreven, maar wel in aanmerking denkt te komen, kan zelf een aanvraag indienen. bron: Armoedemonitor 2021 dt de En | ‚ ae rte Hr IES an Een 8 AOR EN Ì ee INN Le 0
Factsheet
20
test
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 533 Datum akkoord 13 augustus 2014 Publicatiedatum 15 augustus 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer J.W. Nuijens en de heer N.T. Bakker van 10 juli 2014 inzake het zo lang mogelijk behouden van de ‘Almatuin’, een zeldzame groene oase op de Zuidas. Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstellers. Achtergrond: Aan de Gustav Mahlerlaan ligt, middenin de stenige Zuidas, tussen snelwegen, ontsluitingswegen, universiteit, ziekenhuis en kantoortorens, een idyllisch stuk groene rust: de Almatuin. Van oudsher had dit stuk grond de bestemming schooltuinen. Daar leende het zich goed voor, want het stuk grond is (tot 1 oktober 2014) gemeentelijk eigendom en het is het enige onbebouwde stuk niet vervuilde grond in de wijde omgeving. Sinds duidelijk is dat er gebouwd zal gaan worden op het betreffende stuk grond, zijn de schooltuinen weg, en is de bestemming gewijzigd in onderwijsgebouwen. Sindsdien is — met de nadrukkelijke afspraak van tijdelijk gebruik — op dit stuk grond de Almatuin gevestigd. De Almatuin is een project van Amsterdammers die verschillende zeldzame functies op het terrein herbergen: een tijdelijk volkstuinencomplex voor buurtbewoners, een plek voor ‘stoere kinderfeestjes’ in de omliggende bebossing, een groen rustpunt in de kleinschalige theetuin, betaalbare lunch, groene vergader- en conferentieruimte voor Amsterdammers, studenten, en mensen die werken op en rond de Zuidas. Verschillende, juist in dat gebied zeldzame, diensten en functies worden aangeboden. Doel: Op 1 oktober 2014 draagt Bureau Zuidas het eigendom van de grond over aan de VU. Dit kan op of rond die tijd ook het einde van de Almatuin betekenen. Dat lijkt — voorlopig — onnodig, omdat de VU pas in 2018 verwacht om het betreffende stuk grond te gaan bebouwen. De fracties van GroenLinks en SP vinden het belangrijk dat dit soort kwetsbare, zeldzame functies, die synergie brengt tussen verschillende groepen belanghebbenden op en rond de Zuidas, zo lang mogelijk behouden blijft. Om te kijken wat de mogelijkheden zijn om de Almatuin zo lang mogelijk als groene oase te behouden voor studenten, buurtkinderen, tuinders, de VU en mensen die op de Zuidas werken, maar met inachtneming van alle gemaakte afspraken en de zekerheid dat het hier gaat om het onderzoeken van tijdelijke voortzetting, omdat bebouwing van het terrein door de VU uiteindelijk onvermijdelijk is, hebben de fracties van GroenLinks en SP de volgende vragen aan het college gesteld. 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing Taa Gemeenteblad Datum 15 augustus 2014 Schriftelijke vragen, donderdag 10 juli 2014 Gezien het vorenstaande hebben vragenstellers op 10 juli 2014, respectievelijk namens de fracties van Groenlinks en de SP, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Klopt het dat het betreffende stuk grond tot 1 oktober 2014 eigendom is van de gemeente en daarna wordt overgedragen aan de VU, die er in 2018 onderwijsgebouwen neer wenst te zetten? Antwoord: De VU en de gemeente hebben in 2009 een samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten. Doel van de samenwerking is dat de VU haar campus kan vernieuwen. Onderdeel van deze SOK is een grondruil waarbij de gemeente de kavel van het voormalige schooltuincomplex aan de VU levert, zodat de VU daar een deel van haar nieuwe campus kan realiseren. Op een later moment (tussen 2020 en 2023) levert de VU vervolgens een kavel aan de Gemeente, ter verplaatsing van SC Buitenveldert, om vervolgens tot verdere ontwikkeling van de Zuidas over te gaan. Een en ander conform Uitvoeringsbesluit Kenniskwartier dat in 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. In 2012 is met VU overeengekomen dat de levering uiterlijk op 31 december 2014 zal gebeuren. De VU is in afstemming met de Dienst Zuidas een stedenbouwkundig plan aan het ontwikkelen. De voorbereidingen voor de programmering en realisatie van de bouwplannen zijn gestart. De start van de bouw is volgens de huidige planning van de VU op zijn vroegst vanaf de tweede helft van 2017. Als eerste wordt een deel van de huidige wis- en natuurkunde faculteit naar deze locatie verplaatst om, conform de bepaling hierover in de SOK de grond onder het huidige gebouw van de wis- en natuurkundefaculteit tijdig aan de gemeente te kunnen leveren. 2. Klopt het dat de VU, ondanks het feit dat de start van de bouw pas in 2018 verwacht wordt, van Amsterdam zal vragen om alle bomen al rond 1 oktober 2014 te kappen, en de tuinen en gebouwtjes te verwijderen, omdat dan officieel is voldaan aan de definitie van ‘bouwrijp’ opleveren? Antwoord: De VU verwacht te starten met de bouw van een nieuw universiteitsgebouw in de tweede helft van 2017. De VU en de gemeente hebben in de SOK vastgelegd dat het Schoolwerktuinen- kavel uiterlijk op 31 december 2014 bouwrijp aan de VU geleverd wordt. De gemeente wil aan haar afspraken voldoen en het terrein op 31 december 2014 aan de VU leveren. De VU en de gemeente zijn nog in gesprek over de precieze staat waarin de grond aan de VU wordt overgedragen. Daarbij spelen diverse (niet alleen fiscale) belangen, zowel gemeentelijk, als van de VU. 2 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing Taa Gemeenteblad Datum 15 augustus 2014 Schriftelijke vragen, donderdag 10 juli 2014 3. Klopt het dat de VU zich genoodzaakt zou kunnen zien om het vorenstaande te vragen, omdat voor niet bouwrijpe grond 6% overdrachtsbelasting betaald moet worden, ondanks de facilitaire, recreatieve en educatieve meerwaarde die het (tijdelijk) behoud van de Almatuin kan hebben voor de VU, en kan houden voor de buurt? Antwoord: Wanneer de VU niet bouwrijpe grond geleverd krijgt, dan zou ze hierover 6% overdrachtsbelasting betalen in plaats van 21% BTW bij bouwrijpe grond. 4. Is het college het met vragenstellers eens dat de Almatuin maatschappelijke meerwaarde heeft, en dat de daarop nu gevestigde functies niet snel in de nabije omgeving een andere plek zullen vinden? Antwoord: De oorspronkelijke gebruiker van de Almatuin (de schoolwerktuinen) zijn in 2013 verplaatst naar een nieuwe locatie bij de Kalfjeslaan (langs de Amstel). Omdat de gemeente tijdelijke initiatieven wil faciliteren is meegewerkt aan het huidige initiatief: de Almatuin. Vanaf het begin is duidelijk geweest dat het om een tijdelijke functie gaat. De initiatiefnemers hebben met de gemeente een gebruiksovereenkomst gesloten voor de duur van negen maanden. Dit contract loopt af op 1 oktober 2014, zodat de gemeente haar verplichting ten opzichte van de VU kan nakomen om de grond aan de VU over te dragen, zodat deze kavel ontwikkeld kan worden tot onderdeel van de nieuwe universiteitscampus. Met de VU wordt gesproken over het realiseren van een goede tijdelijke invulling van de kavel totdat de ontwikkeling van nieuwe gebouwen op de kavel aanvangt. Of behoud van (een deel van) de huidige tijdelijke invulling mogelijk en wenselijk is wordt daarin meegenomen. 5. Is het college het met vragenstellers eens dat, gezien het feit dat er slechts enkele houten gebouwtjes en wat bomen en tuintjes op het terrein zijn, er de facto nagenoeg sprake is van bouwrijpe grond, hoewel dit in strikte zin niet zo zou kunnen zijn? Antwoord: Zie de beantwoording van de vragen 2 en 3. Op dit moment is het terrein niet bouwrijp conform de daarvoor in de SOK opgenomen definitie. Dienst Zuidas en VU zijn nog in gesprek over de exacte leveringscondities van het terrein. De intentie is om uiterlijk eind september duidelijkheid te hebben. Het is overigens niet noodzakelijk om bomen te kappen om te voldoen aan de fiscale definitie van een “bouwrijp” gemaakt terrein. 3 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing Taa Gemeenteblad Datum 15 augustus 2014 Schriftelijke vragen, donderdag 10 juli 2014 6. Is het college, gezien vorenstaande inleiding en vragen, bereid om, in nauw overleg met de VU, te overleggen met het rijk in hoeverre het mogelijk is dat de VU de Almatuin zo lang mogelijk laat voortbestaan, totdat in 2018 de start van de bouw feitelijk zal aanvangen, zonder dat dit voor de VU nadelige fiscale gevolgen zou hebben? Antwoord: De gemeente wil haar afspraken nakomen en het terrein uiterlijk op 31 december 2014 leveren. Op dit moment zijn de VU en de Dienst Zuidas nog in gesprek over de leveringscondities van het terrein. Zoals eerder gemeld, is fiscaliteit niet het enige belang dat hier speelt. De gemeente vindt zo lang mogelijk behoud van het groen en een goed tijdelijk gebruik belangrijk en dringt hierop aan bij de VU. 7. Is het bijvoorbeeld mogelijk dat het college met het rijk overeenkomt dat voor de VU fiscaal wordt uitgegaan van bouwrijpe grond, op voorwaarde dat de gemeente subiet overgaat tot het kappen van de bomen en het verwijderen van de houten gebouwtjes en tuintjes, op het moment dat er daadwerkelijk gebouwd gaat worden? Antwoord: Zie de beantwoording van de vragen 2 en 6. 8. Klopt het dat de tweede aanleiding voor de VU, om onnodig vroeg over te gaan tot het sluiten van de Almatuin, zou kunnen zijn, dat de VU meent te moeten voldoen aan een gemeentelijke parkeernorm en het terrein daarvoor tijdelijk zou willen inzetten? Antwoord: Nee, dat klopt niet. De VU heeft aangegeven dat zij op een deel van de kavel een tijdelijke parkeervoorziening wil realiseren. Deze wens komt niet voort uit het moeten voldoen aan een gemeentelijke parkeernorm, maar uit het verdwijnen van parkeerplaatsen op de huidige campus als gevolg van bouwactiviteiten. De VU is al enkele jaren bezig met het vernieuwen van een groot deel van de campus. Naast de vernieuwing van bestaande gebouwen wordt ook nieuwbouw gerealiseerd. Om deze nieuwbouw met ondergrondse parkeergarages te realiseren moeten de parkeerplaatsen op het maaiveld worden verplaatst. Daarmee is er in de tussenliggende periode een tekort aan parkeerplaatsen. Vandaar dat de VU een deel van het Schoolwerktuinenkavel wil inrichten als tijdelijk parkeerterrein. De OV-mobiliteit is hoog bij VU, echter de intensiteit van het gebruik van een universiteits- en ziekenhuiscomplex brengt ook de vraag naar parkeerplaatsen met zich mee. 9. Gezien het hoge percentage VU-medewerkers dat met het openbaar vervoer reist en de relatief goede ontsluiting van het gebied door verschillende OV- aanbieders en fietsroutes, is het heel wel mogelijk dat de VU op dit moment niet te maken heeft met een feitelijk parkeerprobleem, maar slechts probeert te voldoen aan een gemeentelijke norm. Is het college bereid om na te vragen in hoeverre de VU een daadwerkelijk parkeertekort heeft? Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording van de voorgaande vraag. 4 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Demmer ie augustus 2014 Schriftelijke vragen, donderdag 10 juli 2014 10. Is het college, afhankelijk van het antwoord op vraag 9, bereid, indien geen sprake is van een parkeertekort, met de VU afspraken te maken over het tijdelijk opschorten van de gemeentelijke parkeernorm, zolang geen sprake is van een daadwerkelijk parkeerprobleem, opdat ook de VU en haar studenten kunnen blijven genieten van de Almatuin en haar facilitaire en educatieve kansen? Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording van vraag 8. 11. Is het college, indien wel sprake is van een daadwerkelijk parkeertekort, al dan niet tot aan de norm, bereid om met de VU te spreken over het mogelijk tijdelijk in gebruik nemen van het al een decennium leegstaande Goldstarterrein even verderop? Antwoord: Het Goldstarterrein is in ieder geval tot medio 2016 geen eigendom van de gemeente en kan daarom niet als alternatief ter beschikking worden gesteld (tijdelijke parkeergarage is op kortere termijn nodig). Er is door de VU en de gemeente al gekeken naar andere mogelijkheden. Binnen het Kenniskwartier zijn geen oplossingen gevonden. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 5
Schriftelijke Vraag
5
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1736 Ingekomen op 29 oktober 2019 Ingekomen in raadscommissie KDD Ingekomen onder 1701’ Behandeld op 7 november 2019 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het lid Boomsma inzake de Begroting 2020 (Actualiseer waarderingskaart 19°-eeuwse ring). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2020. Overwegende dat: — Amsterdam een schitterende stedenbouwkundige traditie heeft met historische wijken van een ongeëvenaarde schoonheid en kwaliteit; — dat zeker ook geldt voor de 19°-eeuwse gordel van de stad met onder andere de Concertgebouwbuurt en de Vondelbuurt; — deze wijken en de panden die daar staan maar beperkte monumentenbescherming, genieten en daardoor relatief kwetsbaar zijn; — veel panden zelfs alleen orde 3 of zelfs basisorde-bescherming genieten; — de huidige ordewaarderingskaarten stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de 19°-eeuwse ring al twintig, bijna dertig jaar geleden zijn gemaakt en, mede in het licht van de huidige bouwwoede, aan herwaardering toe zijn, om te bezien of de toegekende waarderingen nog voldoende zijn om het stadsbeeld te behouden. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: In samenwerking met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit te onderzoeken of en in hoeverre het noodzakelijk is om de waarderingskaart van de 19°-eeuwse ring te herwaarderen om te evalueren of de voorheen toegekende waarderingen voldoende zijn om het stadsbeeld te behouden, en wat de kosten van een dergelijke operatie zouden bedragen. Het lid van de gemeenteraad D.T. Boomsma 4
Motie
1
discard
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Amendement Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 460 Publicatiedatum 19 juni 2015 Ingekomen op 17 juni 2015 Ingekomen in raadscommissie WE Te behandelen op 1/2 juli 2015 Onderwerp Amendement van het raadslid mevrouw Roosma inzake de Voorjaarsnota 2015 (kostenbesparing is geen doel van zorg). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Voorjaarsnota 2015 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 379); Overwegende dat: — kosten reductie in plaats van kwaliteitsverbetering centraal lijkt te staan bij de bezuinigingen in het sociaal domein; — het begrip “eigen kracht’ steeds vaker wordt ingezet om kosten reductie mee te verantwoorden; — het juist van belang is dat Amsterdammers meer eigen regie over hun zorg vraag kunnen voeren door gebruik te maken van persoonsgebonden budgeten en onafhankelijke cliëntondersteuning; Voorts overwegende dat — participatie vaak het beste medicijn is; — Amsterdammers toegang moeten hebben tot begeleiding en dagbesteding en dat de wachtlijsten daarvoor minimaal zijn; — voor dagbesteding en begeleiding professionele ondersteuning is, en het dus niet wenselijk is te streven naar een afname daarvan. Concluderende dat: — het dus wenselijk is dat Amsterdam gaat sturen op het vergroten van eigen regie en participatie in plaats van kosten reductie. Besluit: op pagina 180 doel toe te voegen: — 6.2.1 Amsterdammers worden in staat gesteld eigen regie over hun zorgvraag te voeren. op pagina 180 indicator toe te voegen: — Het percentage Amsterdammers dat gebruikt maakt van een persoonsgebonden budget. — Het college op te dragen een voorstel te doen voor een oplopende reeks aan percentages. 1 Jaar 2015 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Nummer 460 A d é Datum _ 19 juni 2015 mendemen pp pagina 180 als indicator toe te voegen onder het doel 6.2.2: — wachtlijsten voor dagbesteding; — waarin als maximale wachttijd wordt genoemd 4 weken, afnemend tot maximaal 2 weken in 2018. op pagina 180 doel toe te verwijderen: — 6.2.3 De kosten beheersten door de eigen kracht van Amsterdammers aan te spreken op pagina 180 als indicator te verwijderen: — Percentage afname professionele hulp (ambulante hulp en dagbesteding) Het lid van de gemeenteraad, F. Roosma 2
Motie
2
discard
x Gemeente Amsterdam FI N % Raadscommissie voor Financiën, Coördinatie Aanpak Subsidies, Aanpak Belastingen, Waterbeheer, Vastgoed, Inkoop en Personeel en Organisatie % Agenda, donderdag 24 november 2016 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Financiën, Coördinatie Aanpak Subsidies, Aanpak Belastingen, Waterbeheer, Vastgoed, Inkoop en Personeel en Organisatie Tijd 13:30 tot 17:00 uur Locatie De Rooszaal Algemeen 1 Opening procedureel gedeelte 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4 Conceptverslagen van de openbare vergadering van de brede commissie Begroting van 02.11.2016 en de commissie Financiën (FIN) 03.11.2016. e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieFIN @raadsgriffie.amsterdam.nl 5 Termijnagenda, per portefeuille 6 _TKN-lijst 7 _ Opening inhoudelijk gedeelte 8 _Inspreekhalfuur Publiek 9 Actualiteiten en mededelingen 10 Rondvraag Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken, kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen en de verslaglegging daarvan zijn openbaar. Van deze vergaderingen worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden op internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info @gemeenteraad.amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam Fl N Raadscommissie voor Financiën, Coördinatie Aanpak Subsidies, Aanpak Belastingen, Waterbeheer, Vastgoed, Inkoop en Personeel en Organisatie Agenda, donderdag 24 november 2016 Verkeer en Vervoer 11 Voorstel voor financiering van het programma Doelgroepenvervoer in 2017-2018 Nr. BD2016-016153 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van het lid Van Soest (PvdO). Inkoop 12 Vergroenen van het stroomcontract Nr. BD2016-016154 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van het lid Groen (GL). Financiën 13 Najaarsnota 2016 Nr. BD2016-015438 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (Gemeenteraad d.d. 30.11.2016). e De Najaarsnota is separaat aan alle (duo)raadsleden gezonden, d.d. 7 november 2016. 14 Wijzigen van de Verordening op de heffing en inning van onroerendezaakbelasting 2007 Nr. BD2016-014131 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (Gemeenteraad d.d. 30.11.2016). 15 Wijzigen van de Verordening op de heffing en de invordering van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2007 Nr. BD2016-014135 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (Gemeenteraad d.d. 30.11.2016). 2
Agenda
2
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1751 Ingekomen op 6 november 2019 Ingekomen onder Ww Behandeld op 7 november 2019 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Boomsma en De Grave-Verkerk inzake de Begroting 2020 (Betere informatie diagnosecategorieën specialistische jeugdhulp) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2020. Constaterende dat: — De wethouder voor Zorg, Jeugdzorg en Sport in haar brief van 1 november 2019 aangeeft dat er in de Najaarsnota 2019 opnieuw een tekort op het terrein van de specialistische jeugdhulp wordt aangekondigd. — Het college op 17 oktober 2019 in zijn antwoord op schriftelijke vragen van 24 juni 2019 aangeeft dat gegevens over diagnosegroepen niet beschikbaar zijn omdat specialistische jeugdhulp in Amsterdam niet naar diagnosecategorieën wordt ingekocht en gefinancierd (nr. 1791.19). — Uit diezelfde brief blijkt dat over 2018 de kosten niet op SPIC-niveau inzichtelijk gemaakt kunnen worden omdat de afrekening in dat jaar uiteindelijk plaatsvond op basis van de ‘werkelijke kosten' per aan bieder zoals achteraf vastgesteld met behulp van een accountant — Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen van 24 juni 2019 blijkt dat op dit moment geen betrouwbare gegevens over behandelde diagnosecategorieën beschikbaar zijn. — Het hierdoor onduidelijk is waardoor de steeds verder oplopende tekorten binnen de specialistische jeugdhulp in Amsterdam veroorzaakt worden; — Voor goede besluitvorming en beheersing van het steeds verder oplopende tekort betrouwbare gegevens over behandelde diagnosecategorieën noodzakelijk zijn. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Bij de bespreking van de Jaarrekening 2019, en ieder geval bij de Voorjaarsnota 2020 betrouwbare gegevens over behandelde diagnosecategorieën aan de raad beschikbaar te stellen, dan wel de raad te informeren over het traject dat gevolgd zal worden om deze gegevens alsnog op korte termijn ter beschikking te stellen. 4 De leden van de gemeenteraad D.T. Boomsma D.G.M. de Grave-Verkerk 2
Motie
2
train
> Gemeente Amsterdam Motie > raadsvergadering _ 10 november 2022 Ingekomen onder nummer 429 Status Verworpen Onderwerp Motie van de leden Boomsma en Von Gerhardt inzake de Begroting 2023 Onderwerp Ga flexibeler om met vitgangspunt Woningbouwprogrammering 40/40/20 Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2023 Overwegende dat, -__Door de hoge inflatie, rentestijging, de snel stijgende bouwkosten en vitnamen voor andere doeleinden de positie van het vereveningsfonds dramatisch is verslechterd, waardoor de vereveningsruimte is afgenomen met meer dan go miljoen euro en verwacht wordt dat deze nog verder zal afnemen en op korte termijn negatief dreigt te worden; -_ Dit tot gevolg heeft dat er geen of nauwelijks ruimte is om nieuwe plannen vast te stellen met een financieel tekort, hetgeen veel plannen voor woningbouw betreft; -__Tal van projecten voor woningbouw hiermee in de knel dreigen te komen en volgens huidige ramingen een tekort van circa 85 miljoen is ontstaan en de bouw van 14.000 woningen onder druk komt te staan; -_Amsterdam kampt met een wooncrisis en het van groot belang is dat de woningbouwambities niet in de knel komen; -_Amsterdam verschillende ambities hanteert die de grondopbrengsten drukken, maar duidelijk is geworden dat niet alles kan en dus keuzes noodzakelijk zijn, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders -_Indachtig de verslechtering van de stand van het vereveningsfonds, meer flexibiliteit te betrachten ten aanzien van het uitgangspunt van de Woonagenda voor woningbouwprogrammering volgens de verhouding 40/40/20 om te voorkomen dat bouwprojecten vertragen en ambities in de knel komen Indiener(s), D.T. Boomsma M.S. von Gerhardt
Motie
1
discard
VN2022-007486 Tijdelijke Algemene Raadscommissie CTO Innovatieteam x Gemeente Je TAR % Amsterdam Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van o7 april 2022 Ter kennisneming Portefeuille Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) Agendapunt 81 Datum besluit 25 januari 2022 Onderwerp Kennisnemen van de gebiedsplannen 2022 De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief over de gebiedsplannen 2022 en de bijbehorende bijlagen met daarin als belangrijkste onderdelen: e de gebiedsplannen 2022. e in aansluiting op motie 600.20 wordt het overzicht met adviezen van de stadsdeelcommissie en wijze van verwerking meegezonden. * de zichtbare verbeterstap die is gezet in het kader van de bestuursopdracht voor verbetering van gebiedsgericht werken. Wettelijke grondslag Gemeentewet, 169 lid 2. Verordening Lokaal Bestuur Amsterdam, artikel 21. Bestuurlijke achtergrond Het college van B en W heeft op 14 april 2020 besluiten genomen over verbetering van gebiedsgericht werken. In de totstandkoming van de gebiedsplannen 2022 zijn de verbeterpunten meegenomen. Als onderdeel van de bestuursopdracht gebiedsgericht werken wordt voor de komende bestuursperiode de gebiedscyclus vernieuwd. Doel van de vernieuwing is om de gebiedsopgaven te koppelen aan de begrotingscyclus en om meerjarige afspraken te maken over de realisatie van de doelstellingen van deze opgaven. Daarmee wordt het proces vereenvoudigd en meer gericht op uitvoering. Het nieuwe proces en de implementatie wordt begin 2022 verder uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd. Reden bespreking Niet van toepassing. Uitkomsten extern advies Niet van toepassing. Geheimhouding Niet van toepassing. Uitgenodigde andere raadscommissies Niet van toepassing. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Gegenereerd: vl.l1 1 VN2022-007486 9 Gemeente Tijdelijke Algemene Raadscommissie TA R CTO Innovatieteam € Amsterdam % Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van o7 april 2022 Ter kennisneming Niet van toepassing. Welke stukken treft v aan? AD2022-026164 Bijlage 1. Bundel gebiedsplannen 2022.pdf (pdf) AD2022-026165 Bijlage 2. Bundel adviezen SDC's gebiedsplannen 2022.pdf (pdf) AD2022-026170 Raadsinformatiebrief Gebiedsplannen 2022. pdf (pdf) AD2022-026154 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Voordracht (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Arjan Spit, 06 1328 0120, a.spit@®amsterdam.nl Gegenereerd: vl.l1 2
Voordracht
2
discard
Notitie Betreft Datum Locatiestudie gemaal 16 oktober 2017 Aan Contactpersoon Omgevingsloket / Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid Team Vergunningen Bouw W.J.G. Koning wilko.koning @ waternet.nl Kopie aan De Haan Consult Doorkiesnummer 020-608 23 81 Binnen Waternet is in het kader van de opstart van assetbeheer een systeem-stelsel- Onderwerp. objectbeoordeling gemaakt van het functioneren van de waterstromen in de Rivierenbuurt gamenena ling , En … en emaal Rivierenbuurt (“Strategie Waterstromen Rivierenbuurt”: 9-10-2013: T. Tijms). Aanleiding was een ge- (Rooseveltlaan) plande investering in de toevoerleiding naar het bestaande rioolgemaal Dopperkade. In de studie komt het team assetbeheer van Waternet tot de conclusie, dat voor een goed toekomstig functioneren van het stelsel van de Rivierenbuurt het gemaal het beste kan worden verplaatst. Aangezien de geplande investering in het toevoerende gemaal onge- veer net zo duur uit zou vallen als een nieuw te bouwen gemaal, de riolen in de Rivieren- buurt voor een groot deel aan vervanging toe zijn en er maatregelen gewenst zijn voor het rainproof maken van de straten (“naar een bestendige stedelijke waterbalans”: april 2013 Deltares: M. Hoogvliet et al.) Besloten is om de conclusies van het assessment te volgen en een nieuw gemaal te bou- wen in de Rivierenbuurt. Voor de locatiebepaling van het gemaal werd figuur 16 opge- steld. rd en a eel Wi | \ B Ni & KS ej pen nn enne Lo l Ee Tea E Ee \a Kg á SA SEL A SEENRG NIS zz IN GT mn ee TAN De CE wE 3 te! ER CNE NIN En AUSEE on El oml | Rn KN Elen mf ) . ER, Mn ENNE NET een EA OS hl NSE KN el ME EN hi n 1E Ri Il SN CA SA | IA ma ik \ ö LN | IS ä h Ps Ke | \ D EE) AA NE IE \ PL ein MEAN SL Ji Ii RENEE IN AIA NNS nr eel db warn: HEI NON KS lr NS ae et 5 fe LID lada alc / zn (VERE IJ ESP? Ean rie Nan ENT Figuur 16. Cirkel om zwaartepunt van gebied alwaar gemaal gewenst is. Groot deel van bestaande structuur SAW deelgebied 1a, past binnen nieuw plan, (Afbeelding A uit Systeem-stelsel-Object beoordeling Strategie Waterstromen Rivierenbuurt: 9-10- 2013: T.Tijms) In vervolg op de stelselstudie is een locatie-studie voor het gemaal opgezet, waarbij een 9-tal locaties zijn onderzocht. (zie afbeelding B) & waternet Korte Ouderkerkerdijk 7 Postbus 94370 T 0900 93 94 waternet.nl waterschap amstel gooi en vecht Amsterdam 1090 GJ Amsterdam KvK 41216593 gemeente amsterdam Notitie —e Ee Re vrt ar ie AN Se A eed Datum Tl ke en n He 16 oktober 2017 OE PN NS HEt Ee rs EEND en IE: En Ee eN al SEMEEEEEN AE ee EN AEN) A | en He AN Ne NN An ee HIE A AE NE EE rn bel JL Eeeh MEDE ER TIN ien ij Et en Ne mi NO ee in Ì Ü N Hf did nk Ei EH dl OE Eg PE El. EE ig eN Er Ee fn A Gee EEE Nn Ted nee ee sn a | ul) EEn LE Hi er MN mmm Reeds Afbeelding B onderzochte locaties. Tevens is geïnventariseerd welke projecten in dit gebied al waren gepland en of deze in te passen waren in een afvoerplan voor de riolering in dit gebied. De al geplande omge- vingsprojecten waren: De Jekerstraat (stadsdeel), De Rooseveltlaan (dienst Metro En Tram) en kruispunt Rooseveltlaan en Waalstraat. Gebruik makend van deze al geplande projecten werd een hoofdrioleringssysteem ontworpen voor de Rivierenbuurt (afbeelding B in rood) welke zo goed mogelijk aansloot op het bestaande hoofdrioleringssysteem (af- beelding B in groen). Omdat het wenselijk is dat het gemaal langs het toekomstig hoofdriolering-systeem ligt en het liefst zoveel mogelijk naar het middelpunt van dit hoofdrioolsysteem vielen de locaties 2,3, 5, 7, 8 en 9 af, deze liggen niet langs het nog te realiseren hoofdrioleringssysteem. Van locaties1, 4 en 6 ligt enkel locatie 1 binnen het zwaartepunt van figuur 16 (afbeelding A). Deze locatie voldoet dan ook het beste aan beide voorwaarden. Vervolgens is gekeken naar de Rooseveltlaan (Locatie 1), hierbij is voor de noordelijke ventweg (tussen de Maas- en Waalstraat) nog werk aan de riolering gepland, de zuidelijke is vrij recent opgeknapt. Omdat ingeval van incidenten een goede bereikbaarheid en vol- doende opstelruimte en keermogelijkheid gewenst is, is het middendeel van de Roosevelt- laan afgevallen. Ook staan in het middendeel grote zuilbomen, waar waarschijnlijk meer- dere bomen zouden moeten wijken indien het gemaal daar zou komen. De koppen van de stroken tussen hoofdrijbaan en de ventweg waren verder gelijkwaardig, enkel bij de Maasstraat zou het gemaal beduidend dieper moeten worden uitgevoerd als bij de hoek Waalstraat, daarom is voor de hoek Waalstraat met de Rooseveltlaan gekozen. Notitie _ Datum ERF ME 2 ie en EN 16 oktober 2017 DD Ei OAN Pe RE hd ge ae 5 Pagina en Eide RE. el de BE 3 van 5 EA ele EE dn DR 3 Md Te KE ik af ii | si EO | Te) En Bs” zt à 1 gE | Lic dE OT, Et ä lek a en Er Afbeelding Rooseveltlaan — Waalstraat (noordzijde) "TR Bk rn E 5 zE Lal Et Dn see WE 5 ennn De nt Tk hi nn ed En d í meneer Ed EEE IE 58 EN ON =| kN oant BN Oe gn NEN eN > za ij ne | LL en A CRC) De r me re EEn rl # Bn od es He Pd Eis bn cd En ET li E je je P es gd Dae ST pe jn En gen 5 : Kd gg re 5 Ten dd de Re An RE AN ek BE den en end Afbeelding Rooseveltlaan — Waalstraat (noordzijde) De locatie van het gemaal is vervolgens voorgesteld aan het stadsdeel en samen met het stadsdeel is het gemaal vervolgens ingepast in de openbare ruimte. Daarbij is vooral opgelet dat de groenstructuur zoals door Berlage is ontworpen in stand kon worden gehouden. (Zie afbeelding D en E) In het ontwerpproces is vervolgens gebleken dat vanwege: eisen aansluiting drinkwater, eisen aansluiting Liander-elektra en aanscherpen ARBO-regels een opbouw op het ge- maal is gewenst. Een nadere controle op architecturale en stedenbouwkundige waarden gaf aan dat het gehele zoekgebied stedenbouwkundige waarde A heeft. De architectoni- sche kwaliteit geeft echter voor de zuidzijde en omgeving Merwedeplein en Waalstraat een architectonische waarde 1 aan. Het middendeel van de Rooseveltlaan tussen de Waal en Maasstraat geeft architectonische waarde 2 aan en waarde 3 voor de hoeken Maasstraat/Rooseveltlaan en Waalstraat/Rooseveltlaan. Notitie Datum Gebouwen en bruggen BESS Et eea Jee eel rn eZ 16 oktober 2017 ee stel ble Mie Mm Al Orde2 Ene à Lienen 6 es a des! - NZ orde: | zi: kins «nn - 5 Pagina TJ 4 Basisorde EEE s 3 …& ji je P| 4 van 5 El &l Nader te bepalen f a El : ii E A een pe: Gl en Vee zie se an mj Ml Filter op Gebied/Periode Ì Ei on 5 we ee .… Ne s n „. Poma a* .* . Ml Centrum | .s, es 8 4 En 4 el Ml De 19de-eeuwse Ring 7 . e ee * 6 # Ke . e A s Reet El Gordel 1920-1940 k e : RAe 5 en ae Ml AUP (Algemeen Uitbreidings Plan) A A} Ne ee or 5 \ : “enen Ml Nader te bepalen ries ze ie se ë Ao.t A ln al le zb hd { EE enten ee Euh . . . md md Wl Stedenbouwkundige Zones 3 pe ke ie . je |] ; ils: in zeen WZ Zone A Ae Sh Bij (al À 5 oi 7 Nl mann W Zone B ER . 3 BN (al HEN | ai AT meen 7] Zone C : „ Wiene 5 k Èi q e ri E | ver Ml Basiszone e e Is . fe El er Afbeelding C Architectonische en stedenbouwkundige waarden Rivierenbuurt. m_ geplande locatie gemaal Om vervolgens een goed inpasbare opbouw te kunnen realiseren is met het stadsdeel samen de selectieprocedure opgestart voor een geschikte architect. Uiteindelijk is Bureau Van Eig met architecte Marjolein van Eig geselecteerd. Op basis van de technische eisen vanuit Waternet is een ontwerp gemaakt voor de opbouw. - et ‚ we nn > 5 \, - - amen ‚ ar ee DE, dj \ \ LIEHTMAST 5 et De LE RAE: k \ 5 A. a ZZAN ne Ar B en k \ L d © f se Na 0 Ee \ Az eN & KAPPEN BODM et) 5 7 ; : Ns x ee z NN Te” Rail in Ln eN ij a ZL . A see 5 oe 5 VERPLAATSEN EEL Me NA } Ke 8 % ONDERGRONDSE- — ° Ze as „ee Ne eZ NO) AFVALBAKKEN SE Ze C A ee EK zg 5 4 ed sf ee À D SND Sen NE ZeON 0 \$ A NDS we ANNEN ER Ne Ne Nba 2E ' 8 MEN A À @ on \ Nn 5 À Ze Ee es Sl Ptn Pl \ Nt , ‚_ A NR ze Ass et 27 An AN 4 AT we CN Pam NSesas LICHTMAST BOOM \ Kr a et ie { Mi 5 we ke u , Ber ‚ ari A2 Sheen en At 7 PERSLEIDING -Ì Nen Ek ion rn - VARIAKT 1 tT Pan ee „A7 BOOM 4 e 5 À Afbeelding D oorspronkelijke inpassing gemaal Notitie Datum 7 Da mf ” KUN Dn TE EE OEREN SEN % 16 oktober 2017 er es er (RL KEN 5 % ‚ 3 EES , ik B NEEN on wia À \e . A Pagina … Ee SE BS ed a VER ATIEKDEER \, \ ‚ 5 van 5 in onee Ee SSS Me \ A Ela À ZE or GEE N IN k EEL vere, el En BN Dga A AS) Mommen ZEG men bk NT ID Kx a EEn Ta, Ar Tm, wi Ted ie Sn SON NC (A7 DN eÌ HE NAPeD JEF > Di Eee a „IE PAATJES OP WERKER „nr me n En u 5 C\ À 7 re gp Ja WAPSO JD oe À GE Nt Se Ch EE NIDEK on € n „ee Se - ek ae 4 5 on "e 8 e Ë mr Za AN * Ne EP « et \ K \ Ben ZO IE A ze u À er Nek TA \ De LD Ee 7 \ 5 pe ES SS < 6 as PS At ee ZE LA \\, NEN BN 7 ee HEN EF 5 IE Nart SERT GE B SS Er > A fl Sp e AE) % 5 A \ sn wi „i 7 en Nin ACT ® Ze Pa PA n ZA ai pl " ZE \S A DL \% ID 7 _® A Kl in „iN ZGamus Dn Bes Dn \ ) er ef “ ZE PER SLEDING \ ° L a A Bo rl La A ZE Í at Le KNN ; GR 5 & el SL F K „06 > me eN A 7 Á 2 SE Da d Ps Afbeelding E: Inpassing met sparen boomstructuur Let wel, voor de uitvoering van de diverse rioleringswerkzaamheden en het gemaal zal een beperkt aantal bomen gekapt dienen te worden. Deze bomen zullen echter wel weer herplant worden binnen de oorspronkelijke groenstructuur.
Schriftelijke Vraag
5
discard
ki en Ee ADM arnel ret pd Sn Ne ane TEN rr PA En ee an Vi aus a J ediln NRE f E. TE Un ehh Eer A ee Mee TRT Sat Ee Coöperatie Agrobosbouw NL Aan het gemeentebestuur van Amsterdam De belangstelling voor agrobosbouw stijgt wereldwijd al jaren, in Europa mede dankzij EU onderzoeksprojecten als het bijna afgeronde AGFORWARD (ARroFORestry that Will Advance Rural Development). De reden waarom wij u daarop willen attenderen, is dat een moderne toekomstgerichte en toekomstbestendige agrobosbouw om te beginnen een interessante optie is voor boeren als het om hun inkomen c.q. hun inkomenszekerheid gaat. Maar ook dat agrobosbouw een interessante optie is voor ons allemaal: deze agro-ecologische vorm van landbouw levert daarnaast namelijk natuur c.q. biodiversiteit op, (biologisch) voedsel, inlands hout, een aantrekkelijk(er) landschap, recreatiemogelijkheden, etc. En het is een op zijn minst ook interessante optie bij onze pogingen om te gaan voldoen aan datgene waarvoor we hebben getekend in het Klimaatakkoord van Parijs: een sterke reductie van onze CO‚-uitstoot. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties hanteert deze definitie voor agrobosbouw: “Agrobosbouw is de collectieve naam voor landgebruikssystemen en -technologieën waarbij houtige en vaste planten (bomen, struiken, kruiden, etc.) weloverwogen worden gebruikt op dezelfde percelen als landbouwkun- dige gewassen en/of dieren, in een bepaalde ruimtelijke indeling of in een bepaalde volgorde in tijd. In agrobos- bouw systemen vinden er zowel ecologische als economische interacties plaats tussen de verschillende onder- delen.” Zie voor aanvullende informatie de bijlagen. Agrobosbouw is overigens niet nieuw. Europa kent nog ruim 15 miljoen hectare agrobosbouw, ongeveer 6,5% uitmakend van alle voor landbouw in Europa in gebruik zijnde grond. Bij de WUR (en andere onderzoeks- en onderwijsinstellingen) neemt de belangstelling voor agrobosbouw de laatste tijd sterk toe: “We willen de komende jaren als WUR stevig op dit thema inzetten. We noemen het een investeringsthema waar je echt kennis en kunde voor gaat verzamelen en in de praktijk gaat beproeven. Agrobosbouw is positief voor de biodiversiteit, gunstig voor de opslag van koolstof, goed voor de bodemvruchtbaarheid en het helpt op een natuurlijke manier bij plaagbestrijding.” (Marcel Vijn, WUR, in Nieuwe Oogst van 30 september). In dat kader start er in de serie ‘Wageningen Dialogues’ bijvoorbeeld nog voor het einde van dit jaar de ‘agrobosbouwdialoog’ en hebben Praktijkonderzoek Akkerbouw, Groene ruimte & Vollegrondsgroenten en Praktijkonderzoek Bollen, Bomen & Fruit van de WUR onlangs al een eerste inspiratiebijeenkomst georganiseerd die vooral was gericht op de vraag hoe met proefvelden de potentie van agrobosbouw in de praktijk nader kan worden onderzocht. En de belangstelling voor agrobosbouw bij agrariërs neemt ook toe. Zo leverde een oproep onlangs bijvoorbeeld enkele tientallen reacties op van boeren (van akkerbouwers en tuinbouwers tot rundvee-, varkens- en pluimvee- houders), overheden, landgoed- en andere grondeigenaren verspreid over het hele land die op de een of andere manier medewerking willen gaan verlenen aan het realiseren van pilots op het gebied van agrobosbouw waarin gedurende langere tijd praktijkervaring kan worden opgedaan met de uitbouw van de gehele agrobosbouwketen. Mede met het oog op de doelstellingen van het Klimaatverbond waarvan uw gemeente lid is, hebben we de volgende vragen voor u: beschikt u over grond die in aanmerking zou kunnen komen voor (een pilot op het gebied van) agrobosbouw? Of bestaat er bij u belangstelling voor (de toepassing van) agrobosbouw in uw gemeente, bijvoorbeeld in het kader van uw klimaatbeleid; van uw landbouwbeleid; bij projecten in de ruimtelijke ordening sfeer zoals bij wijk- en landschapsinrichting; of rondom het betrekken van uw inwoners bij ons voedsel en onze voedselproductie? Laat ons dat dan weten via info@agrobosbouw.nl! Altijd openstaand voor uw vragen verblijven we, met vriendelijke groet, René van Druenen en Esther Schippers Coöperatie Agrobosbouw NL
Raadsadres
1
val