Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Verb1
1.101a
1
null
Jan bloedt heftig.
0
SoD-Verb1
1.101a
1
null
De wond bloedt heftig.
0
SoD-Verb1
1.101b
1
null
Jan drijft op het water.
0
SoD-Verb1
1.101b
1
null
De band drijft op het water.
0
SoD-Verb1
1.103a
1
null
Hij vertelde dat die meisjes Peter direct opvielen.
1
SoD-Verb1
1.103a
1
null
Hij vertelde dat die meisjes hem direct opvielen.
1
SoD-Verb1
1.103b
1
null
Hij vertelde dat hem die meisjes direct opvielen.
1
SoD-Verb1
1.104a
1
null
Hij vertelde dat die meisjes Peter direct zijn opgevallen.
1
SoD-Verb1
1.104a
1
null
Hij vertelde dat die meisjes hem direct zijn opgevallen.
1
SoD-Verb1
1.104a
0
*
Hij vertelde dat die meisjes Peter direct hebben opgevallen.
1
SoD-Verb1
1.104a
0
*
Hij vertelde dat die meisjes hem direct hebben opgevallen.
1
SoD-Verb1
1.104b
1
null
Dat zijn de hem direct opgevallen meisjes.
1
SoD-Verb1
1.104c
0
*
Er werd peter direct opgevallen.
0
SoD-Verb1
1.104c
0
*
Er werd hem direct opgevallen.
0
SoD-Verb1
1.105a
1
null
Hij zei dat de broodjes Peter smaakten.
1
SoD-Verb1
1.105a
1
null
Hij zei dat de broodjes hem smaakten.
1
SoD-Verb1
1.105b
1
null
Hij zei dat Peter de broodjes smaakten.
1
SoD-Verb1
1.106a
1
null
Hij zei dat Peter de broodjes hebben gesmaakt.
1
SoD-Verb1
1.106a
1
null
Hij zei dat hem de broodjes hebben gesmaakt.
1
SoD-Verb1
1.106a
0
*
Hij zei dat Peter de broodjes zijn gesmaakt.
1
SoD-Verb1
1.106b
1
null
Dat zijn de hem gesmaakte broodjes.
1
SoD-Verb1
1.106c
0
*
Er werd Peter gesmaakt.
0
SoD-Verb1
1.106c
0
*
Er werd hem gesmaakt.
0
SoD-Verb1
1.107a
1
null
Jan heeft het boek.
0
SoD-Verb1
1.107b
1
null
Jan krijgt het boek.
0
SoD-Verb1
1.108a
1
null
Jan kent de fijne kneepjes van het vak.
0
SoD-Verb1
1.108b
1
null
Jan leert de fijne kneepjes van het vak.
0
SoD-Verb1
1.109a
1
null
Zijn succes gaf Peter een prettig gevoel.
0
SoD-Verb1
1.109b
1
null
Jan stuurde Peter een mooi boek.
0
SoD-Verb1
1.110a
1
null
Jan overlijdt morgen.
0
SoD-Verb1
1.110b
1
null
Jan vertrekt morgen.
0
SoD-Verb1
1.110b
1
null
Jan arriveert morgen.
0
SoD-Verb1
1.118a
1
null
Ondergetekende verklaart dat hij een diploma heeft.
1
SoD-Verb1
1.118b
1
null
Mijnheer heeft zich zeker weer verslapen?
0
SoD-Verb1
1.120a
1
null
Lief dagboek, ik ben weer erg dom geweest.
0
SoD-Verb1
1.120a
1
null
Lief dagboek, ben weer erg dom geweest.
0
SoD-Verb1
1.121a
1
null
Straks huil je.
0
SoD-Verb1
1.121a
0
*
Straks huilt je.
0
SoD-Verb1
1.121a'
1
null
Huil je?
0
SoD-Verb1
1.121a'
0
*
Huilt je?
0
SoD-Verb1
1.121b
1
null
Straks huilt u.
0
SoD-Verb1
1.121b
0
*
Straks huil u.
0
SoD-Verb1
1.124a
1
null
Ik rijd straks.
0
SoD-Verb1
1.124a
1
null
Ik rij straks.
0
SoD-Verb1
1.124a'
1
null
Straks rijd jij.
0
SoD-Verb1
1.124a'
1
null
Straks rij jij.
0
SoD-Verb1
1.124a''
1
null
Straks rijden wij.
0
SoD-Verb1
1.124a''
1
null
Straks rijen wij.
0
SoD-Verb1
1.124b
1
null
Ik houd het boek.
0
SoD-Verb1
1.124b
1
null
Ik hou het boek.
0
SoD-Verb1
1.124b'
1
null
Houd je het boek?
0
SoD-Verb1
1.124b'
1
null
Hou je het boek?
0
SoD-Verb1
1.124b''
1
null
We houden het boek.
0
SoD-Verb1
1.126a
1
null
Peter wil Jan kussen.
0
SoD-Verb1
1.126b
1
null
Peter heeft Jan gekust.
0
SoD-Verb1
1.126b'
1
null
Jan werd door Peter gekust.
0
SoD-Verb1
1.128b
1
null
Jan gaat dat boek lezen.
0
SoD-Verb1
1.128c
1
null
Jan schijnt dat boek te lezen.
0
SoD-Verb1
1.129a
1
null
Hij zei dat Jan Marie graag af wil halen.
1
SoD-Verb1
1.129a
1
null
Hij zei dat Jan Marie graag wil af halen.
1
SoD-Verb1
1.129b
1
null
Hij zei dat iedereen dat boek gelezen moet hebben.
1
SoD-Verb1
1.129b
1
null
Hij zei dat iedereen dat boek moet gelezen hebben.
1
SoD-Verb1
1.129b
1
null
Hij zei dat iedereen dat boek moet hebben gelezen.
1
SoD-Verb1
1.130a
1
null
Jan schijnt Marie graag af te halen.
0
SoD-Verb1
1.130a
0
*
Jan schijnt Marie graag te af halen.
0
SoD-Verb1
1.130b
1
null
Jan schijnt dat boek gelezen te hebben.
0
SoD-Verb1
1.130b
0
*
Jan schijnt dat boek te gelezen hebben.
0
SoD-Verb1
1.130b
1
null
Jan schijnt dat boek te hebben gelezen.
0
SoD-Verb1
1.131
1
null
Jan heeft Marie afgehaald.
0
SoD-Verb1
1.132a
1
null
Jan hoopt om in L.A. te leven en te sterven.
0
SoD-Verb1
1.132a'
0
*
Jan hoopt in L.A. te leven en in Amsterdam sterven.
0
SoD-Verb1
1.132b
1
null
Els gaat naar Deventer om boeken te kopen en te verkopen.
0
SoD-Verb1
1.132b'
1
null
Els gaat naar Deventer om boeken te kopen en CDs te verkopen.
0
SoD-Verb1
1.132b'
0
*
Els gaat naar Deventer om boeken te kopen en CDs verkopen.
0
SoD-Verb1
1.135a
1
null
Eet je bord leeg!
0
SoD-Verb1
1.135a'
1
null
Je bord leeg eten!
0
SoD-Verb1
1.135b
1
null
Vertrek vroeg!
0
SoD-Verb1
1.135b'
1
null
Vroeg vertrekken!
0
SoD-Verb1
1.136a
1
null
Jan is de polka aan het dansen.
0
SoD-Verb1
1.136c
0
*
Marie is het boek aan het willen lezen.
0
SoD-Verb1
1.136c
0
*
Marie is het boek aan het gaan lezen.
0
SoD-Verb1
1.137a'
1
null
Jan leest dat boek.
0
SoD-Verb1
1.138a
1
null
Boeken lezen is leuk.
0
SoD-Verb1
1.138b
1
null
Het lezen van boeken is leuk.
0
SoD-Verb1
1.139a
1
null
Dit is het te lezen boek.
1
SoD-Verb1
1.139b
1
null
Dit boek is gemakkelijk te lezen.
0
SoD-Verb1
1.141a'
1
null
Daar is de geschrobde vloer.
1
SoD-Verb1
1.141b
1
null
Hij is de gegroete man.
1
SoD-Verb1
1.141b'
1
null
Dit is de gebade baby.
1
SoD-Verb1
1.141c
1
null
De gelokte klant is blij.
1
SoD-Verb1
1.142a
1
null
Hij is de gestrafde jongen.
1
SoD-Verb1
1.142a'
1
null
Dit is de gekliefde schedel.
1
SoD-Verb1
1.142b
1
null
Daar loopt de gekuste hond.
1
SoD-Verb1
1.142b'
1
null
De geloosde olie is weg.
1
SoD-Verb1
1.143a'
0
*
Hij heeft dit land geontdekt.
1
SoD-Verb1
1.143b'
0
*
De vloer is gebedekt.
1
SoD-Verb1
1.143c'
1
null
Hij heeft het verdiend.
1
SoD-Verb1
1.143c'
0
*
Hij heeft het geverdiend.
1
SoD-Verb1
1.143d'
1
null
De zin wordt herhaald.
1
SoD-Verb1
1.143d'
0
*
De zin wordt geherhaald.
1