text
stringlengths
4
22.7k
label
int64
-1
1
Ik kan eigenlijk weinig aan de recentie van Mischa toevoegen. Ik kan alleen zeggen dat ik het er helemaal mee eens ben. Het eerste deel beschrijft de selectie en de vorming van de nieuwe Delta Force-eenheid. Dit is ook het deel dat erg goed en interessant om te lezen is. Haney gaat daar erg op een aantal details in en beschrijft vooral zijn gevoel erg goed. Wat eigenlijk zo goed is aan het eerste deel mist het tweede deel van het boek. Daarin worden, eigenlijk in het kort, een aantal situaties beschreven die niet erg een verhaalvorm hebben. Het zijn ongedetaileerde en vrij snel vertelde gebeurtenissen die de echte spanning niet te weeg brengen. En dit terwijl Haney dit, gezien het eerste deel, wel in zich heeft.
-1
Mijn eerste kennismaking met Baldacci was zeer teleurstellend. Het verhaal vond ik niet echt spannend. Baldacci doet zijn best om de moorden schokkend over te laten komen zonder dat bij de lezer (bij mij in ieder geval niet) de rillingen over de rug lopen. Tel daarbij op dat er in de loop van het boek veel personen als hoofdverdachte in beeld komen en het verhaal hierdoor eigenlijk om de hete brij heen blijft draaien zodat je eigenlijk gaat hopen op een knallend eind. Ook hier laat Baldacci weer een steekje vallen. Aangezien dit niet zijn beste boek blijkt te zijn (afgaande op meer recensies) ben ik toch van plan een andere titel te proberen en Baldacci een tweede kans te gunnen.
-1
Ik vond het een goed plot, maar de schrijfstijl vond ik niet pakkend; erg hoekig en hier en daar zelfs bevreemdend.
-1
Zoals de titel Het stel van hiernaast doet vermoeden, moet de debuutthriller van Shari Lapena het hebben van een hoog identificatie-gehalte. Het gaat over gewone mensen, in een gewone straat, met een gewoon leven, die gewoon fouten maken die iedereen zou kunnen maken. Wat hen overkomt zou ook jou dus kunnen overkomen. Een uitgelezen kans om je in te leven en mee te gruwelen. Anne en Marco zijn bij een etentje voor de buren. De oppas is op het laatste moment verhinderd, de buuf houdt niet van kinderen en dus hebben ze hun zes maanden oude dochtertje Cora thuisgelaten met de babyfoon. Elk half uur checken ze om beurten of alles oké is. Maar kort na middernacht blijkt Cora verdwenen. Rasbach, de rechercheur die deze verdwijningszaak op zich neemt bijt zich meteen vast in twee feiten: Anne heeft last van een postnatale depressie en Marco’s zaken gaan slecht. Uiterst rechtlijnig, in onvoltooid toekomstige tijd, rolt Lapena haar verhaal uit. Na de eerste verdenking – mogelijk een ongeluk, waarbij de ouders het lijkje hebben weggemoffeld - blijkt dat het om een ontvoering gaat. Wie zit er achter? De vader zou het zelf kunnen hebben geënsceneerd. Terwijl Rasbach zich op verkeerde zaken lijkt te concentreren, lijden Anne en Marco onder alle verdenkingen en worstelen met hun verdriet, zichzelf en met elkaar. Gesteund door Annes rijke ouders, alhoewel Marco daar gemengde gevoelens bij heeft. De eerste helft van het boek werkt netjes de hele nasleep van de ontvoering af. Pas halverwege komen dieper liggende zaken naar boven en is er een minieme wending in de koers die het verhaal tot dan toe vaart. Alles glijdt gladjes voort, zonder echte verrassingen. Nergens raak je de weg kwijt of ervaar je een gevoel van mysterie, waarbij je je afvraagt 'Hoe zít dat?' Niet alleen de verteltrant is clichématig en voorspelbaar, ook het taalgebruik: Lapena schrijft extreem uitleggerig, alles moet worden benoemd. Op andere momenten blijven nodige verklaringen uit. En dan nog iets, zou een vader zijn grote angst zo verwoorden: Na de genoemde koersverandering van het plot wordt het verhaal iets minder voorspelbaar. Helaas gaat dat dan wel weer ten koste van de whodunit-factor. Rest Lapena niets anders dan haar verhaal netjes en tot in detail verder af te wikkelen. Met een einde dat moet choqueren, maar eigenlijk vooral een zure nasmaak bezorgt. Een domper, zeker wanneer de beoogde inleving geslaagd was. De meeste kans daarop zal bij jonge ouders als lezers (moeders én vaders, dat dan weer wel) zijn, met pasgeboren kinderen. Andere lezers haken misschien eerder af, om hun tijd beter te besteden. Dat gevestigde thrillerauteurs als Lee Child en Tess Gerritsen zich hebben laten strikken voor een positieve uitlating over het boek is verreweg het opvallendst aan deze totaal niet opzienbarende thriller.
-1
"Iedere vrouw is de heldin van haar eigen verhaal", is de gedachte achter het boek "In de voetsporen van de heldin, ontdek stap voor stap het verhaal van je eigen leven" van Edith de Wit (1971). Dit is voor de voormalige communicatiemanager, niet het eerste boek. Al eerder verscheen "Hoe blijf je blij en in balans; een survivalgids voor ren-je-rot vrouwen." Tevens geeft Edith de Wit regelmatig interactieve lezingen en workshops met als thema "Het verhaal van de Heldin." In "In de voetsporen van de heldin" word je in kleine stappen meegenomen. In 12 episodes wordt het verhaal van de heldin verteld en geillustreerd met voorbeelden uit sprookjes. Afgewisselt door verduidelijkende tekst, waargebeurde verhalen, interviews en vragen over je eigen leven. Daarnaast is er de mogelijkheid om met het gratis te downloaden bijbehorende werkboek, dieper in je eigen verhaal te duiken. Door de duidelijke , korte hoofdstukken is het goed mogelijk het boek in stappen te lezen. Elk hoofdstuk volgt een vast stramien en wordt afgesloten met een aantal vragen voor jezelf om zo je eigen verhaal te ontdekken. Zoals in veel zelfhulpboeken komt ook in dit boek veel verandertaal voor, maar door de storytelling is deze wel in een origineel jasje gestoken. Het zorgt er echter wel voor dat je met iets meer afstand naar je eigen verhaal kijkt en dat is nu eigenlijk wat er mist aan dit boek. Het raakt je niet echt. De waargebeurde verhalen in de hoofdstukken maken vaak net niet goed helder wat de schrijfster bedoeld en worden dan ook nog extra toegelicht. Ook de vragen voor jezelf aan het einde van elk hoofdstuk blijven wat oppervlakkig en algemeen. De slordige layout (spaties op rare plaatsen en alinea's zonder punten) en de vele lettertypes en inktdiktes maken dat het geheel onrustig leest. Hoewel de storytelling een orgineel uitgangspunt is en het door de vele voorbeelden over vrouwen goed bij de doelgroep past , word je niet direct verleid om op avontuur te gaan.
-1
Een klassieker die vakkundig naar het Nederlands is vertaald en vlot wegleest. Concept: 130 "fouten" worden voorzien van coaching tips. Je begint met een test, waaruit je kunt afleiden welke hoofdstukken voor jou relevant zijn. Herkenbaar en soms ook grappig. Wel volgens het stereotype: vrouw in de VS die voor een groot bedrijf werkt. Jammer ook dat er door deze opbouw geen ruimte is om dieper op sommige onderwerpen in te gaan. Daardoor wordt het wat eentonig als je er (ondanks de waarschuwing) voor kiest om alle hoofdstukken achter elkaar te lezen.
-1
Het verhaal van Salto begint met een mooie beeldspraak; over een spoor in de sneeuw die onderbroken wordt door een ander spoor. Na het lezen van de tekst op de achterkant waren mijn verwachtingen ook hoog. De auteur wil niet zomaar een verhaal schrijven, ze wil de lezer iets laten beleven. Ik kwam verder moeilijk in het verhaal, heb het meerdere keren geprobeerd maar het gevoel dat ik dit boek uit wilde lezen ontbrak helaas. Het wordt me niet echt duidelijk wie wie is en wat voor rol ze in het verhaal spelen. De nare situatie die op de cover wordt genoemd wordt vrij summier beschreven en is snel voorbij. Het is een verhaal waarin alle ingrediënten voor spanning en sensatie aanwezig zijn maar door de bijzondere schrijfstijl wordt het niet echt spannend, de taal doet wat ouderwets aan. En ik weet niet echt wat ik met het plot aan moet. Na het dichtslaan van het boek wat ik wel teleurgesteld. Het was niet echt aan mij besteedt.
-1
De deelstaat Northern Territory in Australië (38 x Nederland), ook bekend als de Outback, is een bijzonder gebied. Het is er onwaarschijnlijk uitgestrekt en leeg, en het is er ofwel heel droog ofwel heel nat. Het is het land van de Aboriginals, maar een belangrijk gedeelte ervan wordt in beslag genomen door enorme veehouderijen, waarvan de grootste de afmeting hebben van een ‘klein Europees land’. Dergelijke boerderijen worden ‘stations’ genoemd en lijken op Amerikaanse ranches. Het is op precies zo’n station dat Sophie Green haar roman De leesclub aan het einde van de wereld (grotendeels) laat plaatsvinden. Een boek dat lijkt te gaan over boeken, het Northern Territory als natuurgebied en de krachtige vriendschap tussen vijf vrouwen, maar zich veel meer dan dat richt op allerlei persoonlijke drama’s in de levens van de heldinnen. Sophie Green is een auteur en uitgever die zelf woont en werkt in metropool Sydney. Ze schreef al meerdere boeken, zowel luchtige fictie als non-fictie, maar De leesclub aan het einde van de wereld is haar doorbraak als auteur van een serieuzere roman. De Nederlandse vertaling is van Els Franci-Ekeler. Het jaar is 1978 en Sybil, vrouw des huizes op de immense veefarm Fairvale Station, besluit een leesclub te organiseren. Dit om haar kersverse Britse schoondochter Kate aan nieuwe vriendinnen te helpen. Het blijkt ook een kans voor de Amerikaanse Della, die sinds kort op het naburige station werkt, en de uit het naburige stadje afkomstige, vereenzaamde huisvrouw Sallyanne. Natuurlijk is ook Sybils beste vriendin Rita, werkzaam als Flying Nurse, van de partij. En zo ontmoeten we vijf vrouwen die in een indrukwekkende maar uitdagende wereld leven en elkaar hard nodig hebben om zich erdoor heen te slaan. Het uitgangspunt van deze roman is daarmee interessant en sympathiek, maar helaas is de uitwerking matig. In pragmatisch taalgebruik waar geen geur of smaak aan is, lepelt Green voornamelijk clichématige soapdrama’s op. Verloren zoon, check, vrouw die maar niet zwanger wordt, check, alcoholverslaafde echtegenoot, check, en ga zo maar door. Er zijn ook romantische en andere blije ontwikkelingen, maar het geheel is beduidend meer traan dan lach. Te meer omdat zaken als humor, relativerende zelfreflectie en milde spot ten aanzien van het gestuntel van de mensheid slecht bekend zijn bij de auteur. Met uitzondering van Rita nemen de dames zichzelf nogal serieus. Daar komt bij dat er vaak met zevenmijlslaarzen door de verwikkelingen heen wordt gebanjerd. Maar wat wil je ook. Dit boek beslaat uiteindelijk een periode van vier jaar, waarin vijf verschillende levens aan bod komen en dat in 366 pagina’s. Zo’n opzet kan alleen maar een fragmentarisch eindresultaat opleveren. Ondertussen zijn ook andere verhaalelementen maar karig uitgewerkt. Aan de bijeenkomsten van de leesclub worden bijvoorbeeld maar weinig pagina’s vuil gemaakt en er wordt nauwelijks ingegaan op de besproken boektitels. De jaren ‘78 t/m ‘81 krijgen eveneens nauwelijks invulling. Ondanks de afwezigheid van internet, smartphones en andere moderne voorzieningen, vergeet je vaak dat het verhaal zich in een andere tijd afspeelt. Ook de Outback komt er bekaaid vanaf. Green zou er veel hebben gereisd, maar daar merk je als lezer weinig van. Mooie, persoonlijk gekleurde observaties of originele beschrijvingen van de cultuur, natuur of geschiedenis zijn er niet. Je krijgt alleen wat basale informatie en soms vliegt er een kaketoe voorbij. Datgene dat wel goed wordt beschreven, is het leven van vrouwen op boerderijen als Fairvale Station. En van de Flying Doctors wordt een verrassend realistisch beeld geschetst. Verder laat Sophie Green echter iedere kans om dit verhaal bijzonder te maken aan zich voorbijgaan en leunt ze zwaar op de sympathiekheid van haar karakters. Waarschijnlijk geeft dat veel liefhebbers van het genre toch genoeg leesplezier. Maar voor die bewoners van kleine Europese landen, die op basis van de flaptekst hadden gehoopt op een avontuurlijk en enigszins cultureel onderlegd verhaal in een voor hen exotisch gebied, is De leesclub aan het einde van de wereld een tegenvaller.
-1
Ik heb verschillende boeken van Marion Pauw gelezen en met veel plezier, maar nadat ik een paar hoofdstukken van Hemelen had gelezen, ben ik er mee gestopt, niet zozeer om het verhaal, maar alleen om het vulgair, platvloerse taalgebruik. Vreemd genoeg lees ik daar niets over in de andere recensies. Misschien is dit soort taalgebruik inmiddels algemeen geaccepteerd, maar het stuit mij tegen de borst. Wat een mentaliteit. Ik las ergens dat Marion Pauw gestopt is met schrijven, nou als dit haar nieuwe schrijfstijl is ben ik daar zeker niet rouwig om.
-1
Als je dit boek hebt gekregen, gebruik het dan als wc papier. Twijfel je om dit boek te kopen? Besteedt je geld dan liever aan iets nuttigs, bijvoorbeeld zacht wc papier. Naar mijn idee was de flaptekst interessanter dan het boek. Niks in het verhaal heeft mij aan het denken gezet behalve het feit dat dit boek zo veel aandacht heeft kunnen krijgen. Halverwege het boek staat een moraal die ieder weldenkend individu had kunnen voorspellen, wat volgde bleef enkel een milde bevestiging waardoor ik me na het lezen van dit boek oprecht schaamde voor het plot.
-1
Een poos terug las ik van deze auteur 'Ijstweeling' en dat vond ik een bijzonder goed boek. Nu dan 'Vuurkind'. Het verhaal wordt verteld vanuit Rachel, in ik-perspectief en soms vanuit haar kersverse echtgenoot David, maar dan in de 3e persoon. Rachel en David zijn pasgetrouwd en Rachel is bij hem ingetrokken op zijn enorme, maar afgelegen landgoed Carnhallow House. Een landgoed dat al eeuwenlang in zijn familie is en dus een gigantische geschiedenis heeft. Op de achtergrond liggen de mijnen waarmee zijn familie een fortuin heeft gemaakt. David heeft een zoontje, Jamie. Jamies moeder Nina is een paar jaar eerder overleden door een val in een mijnschacht. Maar al snel heeft Rachel het idee dat er geheimen zijn binnen haar nieuwe gezin. Klopt het verhaal over Nina's dood wel? En waarom doet Jamie van die bijzondere uitspraken, waar ze de rillingen van krijgt? Kan ze David wel voor 100% vertrouwen? Bij het lezen van 'Ijstweeling' voelde ik continu de onderhuidse spanning, werd ik meegezogen in het verhaal. Helaas kreeg 'Vuurkind' dat niet voor elkaar. Zowel David als Rachel hebben hun geheimen, maar de helft daarvan hadden ze m.i. prima aan elkaar kunnen opbiechten. Je bent tenslotte niet getrouwd om elkaar vervolgens op afstand te houden. Maar goed, ieder mens is anders, en daar wil ik me dan nog wel overheen zetten. Maar het uiteindelijke plot hangt wel zó van toevalligheden aan elkaar, dat 'vergezocht' een understatement is. De schrijfstijl is prima, net als in 'Ijstweeling' is er veel aandacht voor het ruwe landschap, wat bijna een personage an sich wordt. Het is dan ook in beide boeken een belangrijk gegeven, en zorgt voor de benodigde sfeer. In dit boek komen daar dan nog de oude mijnen bij. En ondanks de beschrijvingen daarvan, vond ik het erg lastig om daar een goed beeld van te krijgen. Wat op zich wel 'nodig' was, aangezien ze een grote rol spelen in het verhaal. Ondanks dat we hoofdstukken te lezen krijgen vanuit beide echtgenoten, werd hun drijfveer me nergens echt duidelijk. Van Rachel wordt meerdere malen haar sterkte karakter genoemd, maar ik heb dat niet zo ervaren. Sterker nog, zowel David als Rachel vond ik absoluut geen memorabele personen. Jamie daarentegen vond ik wél goed neergezet, een klein mannetje met een sterke wil. Helaas dus, 'Vuurkind' staat echt in de schaduw van het eerdere 'Ijstweeling'. Slechts 2,5 duim geef ik het. http://www.watiknouvind.com/2019/02/wat-ik-nou-vind-van-vuurkind-van-sk.html
-1
een boeiend onderwerp, het grote geld. In het boek van Cristina Alger wordt het leven van drie dames door elkaar verweven in die financiële wereld. Helaas moeten we elke 5 pagina's weer lezen welke kledingcombinatie één van de drie vrouwen gekozen heeft, welke vervelende (dure!) lunches de hoofdpersonen weer te wachten staan (gaap) en wat voor een perfecte mannen er toch in die wereld leven. Als recensent (de 50 gepasseerd) word ik bijna jaloers van al die perfecte mannen c.q. minnaars die geld uitgeven als water. U voelt hem al aankomen: dit is het toch niet echt. Een realistischer kijk op de zaak vindt u toch bij Gregor Vincent "Bonus Time".
-1
Die inleiding had me meteen te pakken! Wat een liefde voor haar moeder en haar familie spreekt daaruit! Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik het boek nooit uit mezelf was gaan lezen. Maar ik ben blij dat ik het wel gedaan heb. Grappig om te lezen en te leren dat hoe Pampus is ontstaan, om op een ondiepte een fort te bouwen dat een versterking moet vormen voor Amsterdam. Dat op 19 januari 1883een kruitfabriek in Muiden ontploft is, en te moeten concluderen dat we er niets van geleerd hebben. getuige de vuurwerkramp zaterdag 13 mei 2000 in Enschede. Het is een leuk verhaal, maar soms wat heel veel details. En daar zat hem bij mij de kneep. Hoewel ik het een leuk en intressant boek vind en ik echt benieuwd naar de rest van het verhaal en de familie was, begonnen de vele details in deel 2 mij op te breken. Boek weggelegd en het meerdere malen opnieuw geprobeerd, maar ….. voor mij was het klaar. Jammer want het is een goed familieverhaal. Juul luisterde na een lange werkdag, die gevuld was geweest met besprekingen over bestek, roomstellen, vingerdoekringen, theezeven met lekbakjes, serviesringen met bijpassende dienbladen, sigarettentrommels, en vloeidrukkers. Van tin, van zilver.
-1
Ik heb nu bijna alle delen van Adler-Olssen’s Q-serie gelezen. Maar hoewel dit een van de dikste is - ruim 500 pagina’s - is het bepaald niet zijn beste. Het verhaal had wel wat compacter gekund. De hoofdpersonen – inspecteur Carl Morck en zijn wereldvreemde collega’s Assad en Rose – worden steeds meer karikaturen van zichzelf. De plot van het verhaal deugt op zich wel, maar op het einde zitten er een aantal vreemde wendingen in, die als je er goed over nadenkt eigenlijk niet kunnen. Jammer, want ik ben een groot fan. Er zijn inmiddels ook drie boeken verfilmd - De vrouw in de kooi, De Fazantenmoordenaars, Noodkreet uit een fles - en dat zijn absolute aanraders, super spannend.
-1
Na alle ophef over dit boek (én de film) had ik hooggespannen verwachtingen. Iedereen vond het een goed boek dus ik verheugde mij op enige uurtje leesplezier. De eerste paar hoofdstukken voldeden daaraan, maar daarna bleef de auteur de succesformule herhalen en herhalen totdat ik het uit verveling opzij heb gelegd. Te vergezocht, te absurd naar mijn smaak en het gevoel dat ik de formule al eerder voorbij heb zien komen: Adriaan en Olivier van Leonard Huizinga. Daar kwam ook geen einde aan...
-1
Zuiderzeeballade was het eerste boek dat ik las na mijn langdurige leesdip en of het nou aan de dip lag of aan het boek, maar ik vond het zeer chaotisch. Dan weer een hoofdstuk vanuit het verleden, dan weer vanuit het heden, de ene keer ging het over Mati, dan weer over Pi, dan over Hanna...Ik kon het allemaal niet aan elkaar koppelen. En zoals in bovenstaande beschrijving staat:" maar die uiteindelijk schittert in een ontroerend portret" daar kon ik me ook niet in vinden. Ik vond Hanna een sacherijnig mens, waarvoor ik geen enkele sympathie kon opbrengen.
-1
Boos en bedroefd, en vooral teleurgesteld dat haar vertrouwen was beschaamd, dat waren de woorden van JK Rowling toen was uitgelekt wie er achter het pseudoniem Robert Galbraith zat. Na het lezen van haar tweede boek zouden haar woorden moeten zijn dankbaar en blij. Of de boeken anders überhaupt in een vertaling waren verschenen is zeer de vraag. Niet dat de boeken nou verschrikkelijk slecht zijn, de hoofdpersonen zijn zelfs best aardige karakters, maar het prikkelt nergens, Eigenlijk hebben we het over een absoluut grijze muizig boek, zonder dat het maar enige vaart heeft., origineel is of wat spannend wordt. Ik denk dat het niet voor niks is, ondanks de verklaring en zelfs een rechtszaak dat er gewoon uitingen op het boek staan: J.K Rowling
-1
Een tijdje geleden viel het nieuwste boek van Johansen in mijn bus. Stijlvolle cover, vermelding van ‘New York Times bestseller’, korte inhoud waarvan het ‘weerloze vrouw – stoere man’-gehalte af spatte. Ik herinnerde mij meteen een recensie van collega Ine. Ze schreef dat Johansen een bepaald recept gebruikt voor boeken waar vooral dames af en toe van smullen. Ze schreef dat daar niks mis mee is en ook al gaf zij Johansen maar één ster, ik wreef me vergenoegd in de handen. Lekker romantisch wegzwijmelen op de bank, het idee alleen al deed me smachtend verlangen naar het moment waarop die dagdroom zou vervuld worden. Gevolg: ik las De vloed zo snel ik kon. Zodoende werd ik ongelooflijk snel verlost van mijn gedroom. Johansen schrijft zo hoekig, vlak, zonder enige nuance, zonder enige voeling met welke realiteit dan ook dat ik alleen maar kan concluderen dat dit echt mijn ding niet is. Desalniettemin verklaart dat mijn ene ster niet. In dit geval gaat een simpel regeltje op: één dimensie, één ster.
-1
Het begint spannend, maar na de eerste paar hoofdstukken wordt het allemaal erg ongeloofwaardig en valt het ene lijk na het andere. Het lijkt erop dat de schrijfster niet wist hoe ze het boek moest laten eindigen, waardoor het slot erg zwak en overdreven bloederig is. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat de schrijfster zelf ook een enigszins zieke geest moet hebben om zoiets op papier te krijgen.
-1
Dit vervolg op het Goddelijke monster zet het relaas van Katrien en de familie De decker verder in ware Lanoyestijl. De Pater familias zit in een fraudezaak verwikkeld en moet ‘verdwijnen’ (de link naar de ontvoering van minister VDB –Vanden Boeynants- in de jaren ’80 ligt voor de hand). Katrien is verdwenen achter de tralies en haar broer verdwijnt in het nachtleven. Haar moeder verdwijnt onder de pillen en haar tantes verdwijnen even van het toneel voor een cruise (om het verlies van hun zuster te verwerken). Zwarte tranen is eigenlijk de geschiedenis van een onzichtbaar wordende familie tegen de achtergrond van een wegdeemsterend België in volle Bende van Nijvel-tijdperk. In het verhaal belanden Katriens zoontje en haar schoonzus trouwens midden in een aanslag op De Panter (Delhaize ...). De parallellen met het België uit de jaren ’90 zijn trouwens legio: Katrien weet –net als Dutroux- uit de handen van het gerecht te vluchten en –net zoals bij het spaghettiarrest- wordt de onderzoeksrechter van haar zaak gehaald. Die doet in het boek zelfs een ‘Liekendaeltje’ ... Door dit alles is het boek nu wat gedateerd. Verder heeft heeft het verhaal –afgezien van de hierboven beschreven ‘farces’ ook weinig om het lijf. Alleen de schrijfstijl van Lanoye blijft boeien, al komt woordindigestie toch om het hoekje kijken. Waar Lanoye bij het schrijven van Zwarte tranen (1997) dan wel weer visionair was, is het gebruik van Engelse termen. Come and see for Part III ...
-1
Het "the Kills" project heeft met dit "Berens" zijn afsluiter gekregen. Het project is het werk van de Britse auteur, filmmaker en docent Richard House (1961) en bevat verder de delen, Sutler, Gunnersen en Marek.. De boeken gaan vergezeld van een multimedia toevoeging en werk als geheel project genomineerd voor de prestigieuze Literaire Man Booker prize wat voor thrillers een unicum is. Ruim 1400 bladzijden omvat dit project, waarvan dit laatste deel er ruim 300 voor zijn rekening neemt. De hele serie in ogenschouw genomen is het na de twee eerste delen die nog redelijk waren te begrijpen, het van kwaad tot erger geworden. Weinig samenhang, een bijna hallucinerende verhaallijn die maar niet duidelijk maakt waar je naar toe gaat en wat de uitkomst is. House heeft veel meer nog dan het zomaar schrijven van een boek, gepoogd een literair kunstwerk te creëren, en getuige z'n nominatie voor de hoog aangeschreven Booker prize is dit volgens deze vak critici goed gelukt, Voor mij is het echter een aantal stappen te ver en is mijn conclusie, Als het al kunst is dan wordt het door mij niet begrepen.
-1
Helaas, ik heb het boek dichtgeslagen (doe ik niet snel). Ik wilde het persé uitlezen maar vond het zonde van mijn tijd. Ik kwam er niet in en kon het ook niet volgen; dus door naar het volgende boek.
-1
Martin Mendes is een voormalig oorlogsjournalist die nog steeds geplaagd wordt door de oorlogservaringen die hij heeft opgedaan. Als zijn ex-vriendin bij een aanslag in Turkije om het leven komt, vermoedt hij dat er meer aan de hand is. Waarom vloog zij halsoverkop naar Turkije? En waarom verdween haar lichaam zo snel na de aanslag uit het ziekenhuis om naar Nederland te worden verzonden? De oorlogsverslaggever speelt in 2003 / 2004. Terroristische aanslagen hebben voor een anti-islamklimaat gezorgd. De lezer maakt kennis met een blonde ex-vvd’er die nu als eenmansfractie in de regering zit en zich sterk maakt om de islam een halt toe te roepen. Maar ook de regering zit niet stil. In het geheim besluiten enkele ministers een contraterreurgroep op te richten die een license to kill krijgt die preventief gebruikt mag worden. Zoiets kan natuurlijk alleen maar rampzalig aflopen. Van den Heuvel heeft De oorlogsverslaggever handig ingebed in de gebeurtenissen van 2003 / 2004, zoals het overlijden van prinses Juliana en de metroaanslag in Madrid, waardoor het haast leest als een sleutelroman. Dat de meeste politici naamloos blijven en steevast worden aangeduid met de minister-president of de minister van buitenlandse zaken draagt daar aan bij. De Hofstadgroep heet in De oorlogsverslaggever de Rivierengroep. Terzijde: Van de Heuvel heeft één fout gemaakt bij het beschrijven van Nederland in deze tijd. Sudoku’s waren in het voorjaar van 2004 nog onbekend; deze werden pas eind dat jaar geïntroduceerd waarna de grote rage begon. Van den Heuvel kan op een goede manier verhalen vertellen. Dat De oorlogsverslaggever niet drie sterren krijgt, ligt aan verhaal zelf dat maar niet interessant wil worden. Daarnaast heeft het boek last van knulligheden als een hoofdpersoon die enkele moordaanslagen overleeft en op een gegeven moment daadwerkelijk vermoord kan worden, maar dan om onbekende redenen slechts wordt vastgebonden door de beoogde moordenaar. Als een boek dat soort kunstgrepen nodig heeft, dan helpt het verder niet dat het boek prima is neergezet in het Nederland van een paar jaar geleden.
-1
Het eerste boek dat ik van Harlan Coben gelezen heb. Waarschijnlijk ook het laatste. Waarom? Vanwege de onwaarschijnlijk slechte dialogen en de flauwe humor, alsmede het gebrek aan goede one liners. het verhaal hangt met houtjes en touwtjes aan elkaar en is niet echt spannend. Alles bij elkaar een teleurstellende kennismaking met deze schrijver. Twee sterren is het hoogst haalbare.
-1
Er mankeerde van alles aan het ebook (de eerste tien pagina's waren amper te lezen en dat is toch jammer voor 9.99) en ook inhoudelijk valt er van alles op aan te merken, vooral omdat het een beetje (boel) aanvoelde als een 'vluggertje' en het echt slechts sporadisch het RTL Boulevard-niveau ontsteeg. Maar goed. Met dit boek van Charles Groenhuijsen krijg je wel een aardig beeld van Donald Trump, de verkiezingsstrijd en de kans die hij werkelijk maakt om in november zijn protserige appartement in de Trump Tower in Manhattan te verruilen voor het Witte Huis in Washington. Er zijn vast betere boeken te vinden over Trump, en anders komen ze er vast in 2016.
-1
Tja, het enige positieve wat ik eigenlijk over dit boek kan zeggen is dat ik 'm uit heb. De dieperliggende boodschap (als deze er al is) is mij volkomen ontgaan, doordat vooral in de eerste helft van het boek het seksleven van Erik (en Olga) wel héél erg uitgebreid én gedetailleerd aan bod kwam. Ik vond het allemaal een beetje too much. Aan het eind werd het wel iets beter, maar nee, voorlopig voor mij geen Jan Wolkers meer
-1
De (nieuwe) uitgever van Gauke Andriesse vond het een goed idee om aan die start een nieuwe naam te verbinden. Het pseudoniem Felix Weber was een feit en onder deze naam verscheen in 2016 Tot stof, dat een jaar later bekroond werd met de Gouden Strop, een prijs die hij in 2011 onder zijn eigen naam ook al won. In 2018 is de tweede thriller onder pseudoniem verschenen. Dat was Genadeschot en de Tweede Wereldoorlog is hierin opnieuw het thema. De Nederlander Eden Lumas was tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwilliger bij de Waffen-SS. Hij heeft gruwelijke verschikkingen doorgemaakt en zelf ook mensen omgebracht. Toch krijgt hij last van zijn geweten en wanneer ontdekt wordt dat hij een Joodse vrouw en haar baby wilde redden, wordt hij gemarteld en laat men hem voor dood achter. Hij vlucht, net als veel nazi’s, naar Argentinië, waar hij de invalide Sophie Denrée ontmoet en met haar een nieuwe start wil maken. Hij heeft echter ook een missie, de man vermoorden die hem heeft gemarteld. Maar eveneens raakt hij betrokken bij een strijd tussen ontsnapte nazi’s en Joden die gerechtigheid willen voor het leed dat hen is aangedaan. De definitie van een thriller is dat het een spannend verhaal is, waarbij de nadruk gelegd wordt op actie en gevaar. Genadeschot heeft geen van deze drie elementen. Het is vooral een persoonlijk verslag - van Eden Lumas - hoe het hem in de Tweede Wereldoorlog is vergaan, maar vooral over zijn naoorlogse tijd, waarin hij op zoek is naar wraak en vergelding, maar ook waarin hij een nieuw bestaan probeert op te bouwen. Een groot deel van dit relaas gaat traag voorbij en heeft geen enkele spanning. Dat wil echter niet zeggen dat het verhaal geen interessante frasen kent, die zijn er wel degelijk, maar ver in de minderheid. Dan wil het verhaal zelfs boeien, maar regelmatig is het ook wel eens vervelend en daardoor kabbelt het moeizaam voort. Vooral het begin van het verhaal zorgt nog wel eens voor problemen en verwarring. Het is dan niet meteen duidelijk wanneer en waar het zich afspeelt, er is namelijk geen enkele plaats- of tijdsaanduiding. Gedurende de plot blijft deze achterwege, maar de geschetste onduidelijkheid verdwijnt. Dat bevordert de leesbaarheid van het verhaal, wat natuurlijk een stuk aangenamer is. In het begin komt Genadeschot nogal klinisch over, maar naarmate het verhaal vordert komt daar wel wat verandering in, het wordt wat beeldender, waardoor de lezer zich goed in het verhaal kan inleven. Dat is vast en zeker mede te danken aan de grondige research die de auteur verricht zal hebben, veel van wat in het boek wordt aangehaald is ook werkelijk gebeurd en het is bekend dat Argentinië een soort vrijstaat voor oorlogsmisdadigers was. De uitwerking van het personage Lumas is zorgvuldig en uitgebreid, zodoende leert de lezer hem erg goed kennen en komt veel over hem te weten. Ook over Sophie wordt ruim voldoende verteld, zij heeft immers ook een belangrijke rol in het verhaal. Het verhaal maakt goed duidelijk dat de Tweede Wereldoorlog buitengewoon verschrikkelijk was en dat de gruwelijkheden mensonterend waren (geldt dat niet voor iedere oorlog?). Dat weet de auteur goed op de lezer over te brengen. Over het algemeen is Genadeschot door dit alles een redelijk geslaagd verhaal, maar waarom het als thriller wordt aangeduid blijft een groot raadsel. Het is vooral een oorlogsroman waarin het hoofdpersonage een eigen missie heeft. Daarin is het boek redelijk geslaagd, maar als thriller slaat het de plank dus volledig mis.
-1
Beneden alle peil. Oersaai en walgelijk. De schrijfster focust bijna uitsluitend op een wansmakelijke en ziekelijke weergave van weinig realistische psychopathische belevingen en kan er blijkbaar zelf niet genoeg van krijgen. Zonder de uitzonderlijke handige georchestreerde hype van de uitgevers zou dit schrijfsel allang ergens in de prullenmand verzeild zijn.
-1
Ik had Medeplichtig voor kerst gekregen, en hoewel ik eigenlijk alleen een paar van hun eerste boeken goed vond, en ik heb er nog een paar liggen, dus heb ik dit boek maar eens gepakt en gelezen. Het begint met Bonnie die in een appartement is, en daar ligt ook het lijk van (een van) haar vriend(en). Ze reageert niet zoals het zou moeten en in plaats de politie in te schakelen belt ze een vriendin om het lijk samen met haar te verbergen. Het boek bestaat uit twee verhaallijnen, de eerste is van na de moord en de andere begint een paar maanden eerder wanneer een vriendin van Bonnie aan haar vraagt met een band op te treden op haar bruiloft. Langzaam werkt deze verhaallijn ook naar de moord toe. Ik kan niet zeggen dat ik het verhaal erg geslaagd vind, het verhaal komt erg nep over en ik vond het af en toe behoorlijk langdradig. In mijn ogen hebben ze iets nieuws geprobeerd, maar dat is nog niet helemaal gelukt. Verder hebben hun boeken de laatste tijd erg veel overeenkomsten met elkaar, zo is er altijd een jonge vrouw (kan iets ouder niet ook een interesant personage zijn?) met een groep vrienden die altijd niet zo gelukkig blijken te zijn als eerst wordt beschreven. Het einde vond ik jammer, ik zelf zou het graag anders hebben gezien, en de plotwending rond pagina 200 had voor mij ook niet gehoeven. Misschien dat Nicci French toe is aan een sabbatical?
-1
Dit was absoluut geen boek voor mij, wat een nare schrijfstijl, het verhaal zelf had best wat kunnen worden, maar op deze manier vond ik er geen bal aan om te lezen. Het is dat ik al meerdere reacties had gelezen dat het eind zo geweldig zou zijn, anders had ik het boek allang aan de kant gelegd.
-1
In deze tweevoudige prijswinnaar - de Gouden strop en de Hercule Poirot prijs - onderzoeken de vrijgevochen, geëmancipeerde dorpsdokter Sara Sondervorst en de plaatselijke veldwachter Guy Van de Cauter de moord op een weinig geliefd dorpsgenoot, Julien de Wever. Tijdens hun zoektocht passeren de meest markante bewoners van dit, in het Hageland gesitueerde plaatsje de revue, en al snel blijkt dat de Eerste Wereldoorlog, die een jaar geleden eindigde, nog bij veel van de personages niet verteerd is. Vrijwel iedereen draagt nog de sporen ervan: van lichamelijke of psychische handicaps tot duistere geheimen van collaboratie, moord en verkrachting. Het boek, dat zeer vlot leest, is geschreven in een stijl die erg aanleunt bij deze van de typische Vlaamse boerenfilm van 20 jaar geleden. U kent ze wel: "Het gezin Van Paemel", "De witte van Zichem" en andere "Hard labeurs,: direct, met korte zinnen, weinig beschrijvend en met een onverbloemd taalgebruik. Wat ik ook markant vond, was het dubbele gebruik van de ik-vorm: sommige hoofdstukken zijn geschreven met Sarah als de ik-vorm, terwijl in andere hoofdstukken haar verloofde Alexander het ik-personage is. Dit draagt niet bij tot de inleving in het boek, omdat het soms pas na een halve tot een hele pagina duidelijk werd wie nu eigenlijk de "ik" was. Dit boek is ideaal voer om de eeuwige discussie van het predikaat "literaire thriller" draaiende te houden. En ik vind dat eigenlijk geen van beide woorden op de cover hadden mogen staan, want literair is het door zijn schrijfstijl absoluut niet, en veel spanning heb ik ook niet mogen ervaren. Het is een "whodunit", maar het gaat hoofdzakelijk niet, zoals je zou verwachten, over de moordenaar, maar meer over wie wie zwanger maakte. Als dit boek twee prijzen mag in ontvangst nemen, zijn er maar twee mogelijkheden: ofwel was 2005 een zeer zwak jaar voor het Nederlandstalige spannende boek; ofwel ken ik niets van deze materie. Voor het gemak zal ik, met het nodige voorbehoud, maar aannemen dat het het laatste is. Voor mij was dit boek een tegenvaller.
-1
Een boek van een Royaltyverslaggever, en zoals in eerdere boeken van deze auteur kom je veel fouten van leeftijden, feiten etc tegen. Misschien kleine dingen, maar een degelijk onderzoek vooraf of het laten controleren van de tekst door een historicus etc lijkt me niet verkeerd. Het boek leest wel vlot, maar het irriteert wel als je weer tegenstrijdigheden of foutjes tegenkomt. Jammer wat vooral de verhalen over de oudere koninginnen is best interessant en daar wordt (te) weinig overschreven, zoals Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van Koning Willem I.
-1
Lang getwijfeld om dit boek te lezen, maar door de vrij positieve recensies heb ik het toch een kans gegeven. Jammer, maar helaas, het kon mij niet bekoren. Het boek is een autobiografische vertelling over Rusland en de Revolutie van 1917. Ik hou wel van historiek in een boek, maar hier kwam het nogal ingewikkeld over. Het verhaal rond het hoofdpersonage, de auteur dus, beviel mij wel. Maar plots maakt hij dan weer de sprong naar de Revolutie en dan had ik het moeilijk om te volgen. Vooral ook het taalgebruik is heel beeldend en de auteur maakt regelmatig ook gebruik van héél lange zinnen. Ik lees enkel e-books, maar als één zin gespreid wordt over meerdere schermen, dan kon ik er mijn interesse toch maar moeilijk bijhouden. Vrees dat deze auteur niet echt iets voor mij is, jammer, want ik lees nochtans graag iets over voor mij onbekende landen en culturen.
-1
Om meteen maar met de deur in huis te vallen: Ik heb het boek niet uitgelezen, maar toch denk ik te kunnen beweren dat ik het absoluut geen goed boek vond. Ik was al een beetje bekend met de schrijfstijl enz. van Ludlum, omdat ik al twee andere boeken van hem gelezen had. Beide boeken vond ik wel heel erg goed. Maar dit werk van hem kon me niet bekoren. Maar wat misschien nog erger was is dat ik er gewoonweg niet doorheen kwam. De zinsbouw en de opzet van de hoofdstukken kwam heel erg vreemd op me over. Ik had steeds het gevoel dat ik niet meer wist wat er allemaal gebeurde, alsof ik om de bladzijde de draad volledig kwijt was. Heel vreemd, want dit heb ik nog nooit eerder gehad. Ludlum is voor mijn een schrijver waarvan je niet te veel achter elkaar moet lezen, omdat veel van zijn boeken dezelfde verhaal lijn volgen. Maar van dit boek vond ik het moeilijk om de aandacht erbij te houden en die verhaallijn uberhaupt te ontdekken. Vaak overkwam me het gevoel dat ik ook niet begreep wat hij met bepaalde delen wilde zeggen. Of als hij een ruimtebeschrijving gaf, ik me er helemaal niets bij voor kon stellen. Misschien moet ik er nog eens aan beginnen, misschien als ik er meer de tijd voor neem en alles heel erg rustig en aandachtig lees, ik dan meer begrijp van het parsifal mozaiek. Misschien is het gewoon echt geen goed boek. Ik weet het niet. Mij heeft het niet kunnen boeien. Jammer, aangezien andere werken van Ludlum dat absoluut wel deden...
-1
Recensie over: De macht van Naomi Alderman Gemiste kansen De titel verklaart de volledige inhoud van dit boek: alles draait om Macht. Wat doet macht met een mens? Wie heeft in deze wereld macht? Hoe komt men aan macht? Wat doet machteloosheid met iemand? In dit boek krijgen vrouwen (meer) macht dankzij een plotseling ontstane kracht. Zij kunnen met een kleine vingerbeweging een ander levend wezen verschrikkelijk veel pijn doen. Dit heeft grote gevolgen voor de wereld. De vrouwen in De macht worden neergezet als (seksueel) misbruikte en miskende tweederangs wezens die nu eindelijk ‘wraak’ kunnen nemen. Naomi vertelt haar verhaal via vier hoofdpersonen, drie vrouwen en 1 man, die zij zo weinig diepgang geeft dat deze mensen slechts stereotyperende karakters zijn die volledig in dienst van het verhaal staan. Alles wat zij doen of zeggen wordt bepaald door het verhaal dat Naomi ons wil vertellen. Daardoor komen hun handelingen zeer gekunsteld over en is het voor de lezer zeer moeilijk zich te identificeren met een van deze hoofdrolspelers. Daarnaast wil Naomi verschrikkelijk veel thema’s behandelen in 1 roman: de rol (en de macht) van het geloof, de macht (eigenlijk de onmacht) van God, de verhouding tussen mannen en vrouwen, mishandeling en misbruik, de grens tussen fictie en non-fictie. Helaas worden ook deze thema’s slechts oppervlakkig aangestipt. De macht is wel prettig geschreven. De stijl is snel en het boek heb je in een mum van tijd uit. En eenmaal gelezen biedt het boek voldoende stof en ideeën om te bespreken in een boekenclub. Kortom De macht Van Naomi Alderman snijdt interessante thema’s aan, leest lekker weg, maar mist elke vorm van diepgang. Door: Saskia Oomkes
-1
Het 740 pagina’s tellende boek van Svealena Kutschke wordt een wervelend familie-epos genoemd, waarbij wordt verwezen naar Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili. De overeenkomst met dat boek bestaat uit het feit dat het een aantal generaties van een familie volgt tijdens oorlog. Maar het grote verschil tussen deze boeken is dat Het achtste leven (voor Brilka) chronologisch wordt beschreven en dit boek niet. Dat maakte het voor mij heel verwarrend tijdens het lezen. Het boek beschrijft wel mooi hoe het leven van een kind (in dit geval waren het met name dochters) wordt beïnvloed door de (voor)ouders. De stad in dit boek is Lubeck, een Duitse stad aan de Trave. De meisjes in dit boek zijn Lucie, haar dochter Freya en de kleindochter Jessie. Lucie wordt geboren in 1908 onder vreemde omstandigheden en met de gave (lijkt mij meer een vloek) dat ze de duivel kan zien. De duivel keert dan ook regelmatig terug in het verhaal, maar zijn rol in het geheel is mij niet duidelijk geworden. Doordat het verhaal niet chronologisch verteld is, wekt het de indruk dat er wordt toegewerkt naar een ontknoping, maar het verhaal ging voor mijn gevoel uit als een nachtkaars. Er lijkt veel symboliek te zijn gebruikt, maar helaas met te diepe betekenis, want ik kon het niet doorgronden. Waarschijnlijk valt dit boek meer onder de noemer Literatuur en daar heb ik in het verleden wel meer de ervaring mee dat ik de bedoeling van de schrijver niet begrijp.
-1
Een zwaarmoedig verhaal waarin de liefde mechanisch is. Emoties in die zin ontbreken. Een eind dat het gevoel geeft ik weet niet hoe ik verder moet met dit boek.
-1
Heb om eerlijk te zijn het boek nog niet uitgelezen omdat er geen doorkomen aan is. Heb het e boek mogen lezen van hebban dank daarvoor. Maar het hielp ook niet echt dat er soms een pagina miste. Vond het verhaal langdradig. Niet echt mijn ding. Maar dit is persoonlijk.
-1
Vervolgd, het begin van het einde, speelt zich af na de Derde Wereldoorlog. Na deze oorlog is men ervan overtuigd dat oorlog het gevolg is van religie. Door alle religies en alles wat daarmee te maken heeft te verbieden, wil men de wereldvrede bewaren. Paul Stepola werkt voor de Nationale Vredesorganisatie die het verbod op godsdienst handhaaft. Hij spoort ondergrondse gelovigen op en ontmaskert ze. Dan doet hij een ontdekking die zijn wereld op zijn kop zet. Soms zie je een boek staan waarvan de achterflaptekst je enorm aanspreekt en waar je nieuwsgierig van wordt. Je koopt het boek en gaat met veel verwachting lezen en dan valt het erg tegen. Dit is zo'n boek. De grootste fout die gemaakt is, is dat niets goed uitgewerkt is. Hoe de wereld er na de derde Wereldoorlog eruit ziet wordt met een paar zinnen afgedaan, waardoor je er geen gevoel bij krijgt. Waarom het geloof wordt uitgebannen en hoe en de consequenties daarvan komt helemaal niet ten sprake. Er wordt geen beeld geschept van de wereld zoals die eruit zou zien. Er wordt gesproken over moderne communicatie die in je kiezen zijn geïmplanteerd en die je aan- en uitzet d.m.v. je pink tegen je duim aan te drukken, maar er zijn ook nog cd-spelers en cd's. Terwijl op het moment van uitgave van het boek een I-pod al drie jaar bestaat. In dit boek gaat alles heel makkelijk. Binnen een paar dagen is iemand bekeert en in 2 à 3 zinnen is iemand overtuigd dat hij een christen tegenover zich heeft, terwijl daar de doodstraf op staat. Het is gewoon niet goed uitgedacht en niet geloofwaardig. Er staan veel Bijbelcitaten in dit boek die niet worden uitgelegd, waardoor het lastig is voor een leek om het te begrijpen. De auteur, Jerry Jenkins, is een schrijver van christelijke boeken, en gaat er dan ook vanuit dat je een gedegen Bijbelkennis hebt. Het boek lijkt een poging tot evangelisatie, maar als dat het doel is dan is dit niet goed uitgevoerd. Was het boek subtieler geweest, dan had het veel meer effect gehad. Het idee van een wereld waar alle godsdiensten zijn verboden heeft heel veel in zich. Jammer dat dit boek niet goed is uitgewerkt en zorgt voor een teleurstelling.
-1
Hurricane (ook uitgebracht onder de titel Stormy weather) is inderdaad een gek boek. Zoals in de samenvatting wordt gesteld voert Carl Hiaasen een hele reeks mafkezen en psychopaten op. Onder invloed van de storm die Florida geselt wordt iedereen gek. Ze willen allemaal rijk worden en dat mondt natuurlijk uit in een enorme chaos. Allemaal prima en ook best komisch neergezet, maar tegelijk is het boek zo chaotisch geschreven - vind ik - dat ik geen moment in het verhaal kom. Nee, dit is het niet voor mij.
-1
Mr.Zombie is de debuutroman van Isaac Marion en ik vond het een bijzonder boek. Moet zeggen dat ik nooit eerder een boek heb gelezen waar een zombie de hoofdrol speelt. Mr.Zombie,kortweg R genaamd vertelt over het leven van de zombies,hun gewoonten Hij geeft me een dubbel gevoel,enerzijds is hij zombie,anderzijds is hij meer mens,zeker als jij Julie probeert te redden en daarna nog verliefd op haar wordt ook. Hij is nog in redelijke staat vergeleken bij zijn lotgenoten die al aardig beginnen weg te rotten. Ook laat hij een lekker stel hersenen aan hem voorbij gaan,dat is iets wat niet bij een zombie past,die zijn er juist erg gek op. Al met al was het niet echt mijn boek,wel een heel apart boek om te lezen.
-1
Dit was niet het boek wat ik verwachte. Dacht een boek over haar tijd op school. Hoe ze alles zichzelf heeft aan geleerd enz. Maar kreeg een boek over een disfunctioneel gezin. Begrijp me niet verkeerd; het is verschrikkelijk wat ze heeft mee gemaakt, maar ik ben niet van dat soort boeken en als je die wel leest terwijl je wat anders verwacht.... Tja dat komt niet ten goede aan mijn leesplezier En in haar boek gaat ze van de hak op de tak, las ook niet lekker. Zeker een aanrader voor mensen die van dit soort boeken houden. Maar niet mijn cup of tea...
-1
Ik ben een groot fan van Camilla Läckberg en heb de serie met Erika en Patrik met veel plezier gelezen. Ik hou van de verhaallijnen, van het verleden wat parallel loopt met het heden en van de karakters. En dan Gouden Kooi. Wat zal ik ervan zeggen.... Het eerste deel van het boek vind ik ronduit saai. Het is uiteraard nodig om de lijn uit te zetten. Maar ik vind de karakters erg ongeloofwaardig. Misschien ben ik te weinig thuis in de jetset maar ik was me alleen maar aan het ergeren. Toch heb ik doorgelezen en dat komt door de verhaallijn uit het verleden. Ik wilde toch weten wat er met Faye gebeurd is. Het tweede deel was spannender. Faye gaat wraak nemen. Maar ook dit vond ik ongeloofwaardig. Met als hoogtepunt dat ze haar 6-jarige dochter inzet om in de computer van haar vader in te breken. Toen ben ik bijna afgehaakt. En later nogmaals toen ze haar verdriet om Chris ineens snel een plek kon geven datvond ik ook totaal niet passend. Het einde is dan toch nog onverwacht verrassend. De karakters blijven in dit boek oppervlakkig, evenals de gebeurtenissen. Ik ben er toch niet helemaal achter gekomen wat er in het verlededn is gebeurd en ook niet wat er nou met de dochter van Faye is gebeurd. De hoeveelheid seks vind ik buitenproportioneel en gewoonweg vulgair. Seks schijnt tegenwoordig een prominente plaats in te moeten nemen maar hier voert het onderhand de boventoon. Faye doet het met alles en iedereen en vindt haar ex, die dat ook doet, een verachtelijk persoon.Dit spreekt elkaar tegen. Al met al vind ik dat Läckberg hier de plank behoorlijk misslaat en het is zeker geen thriller maar meer een 50 tinten grijs genre. Ik kreeg ook de indruk dat ze de opdracht had om iets anders te schrijven. Of dat er ghostwriters bij zitten. Ik vind het in ieder geval geen echte Läckberg. Voor mij geen deel 2. Ik geef toch 2 sterren omdat de schrijfstijl van Läckberg onverminderd vlot is. En omdat de afloop toch nog verrassend was.
-1
Lang geleden, toen de mensen zich niet vaak wasten, leefde er in een ommuurde stad een oude zonderling. Hij heette Archibald. Van zijn buren hield hij niet. Hij vond ze dom of slecht en ergerde zich aan hun lawaai. Samen met zijn geit woonde hij in een huisje van hout dat hij zelf had gebouwd. Niet ver van de kerk had Archibald een kraampje opgezet. Daar verkocht hij potten zalf, flessen kruidendrank en pilletjes tegen de pijn. (2 van 133) Informatie over het boek Titel: Mariken Schrijver: Peter van Gestel Bladzijden: 208 Uitgeverij: De Fontein 1997 (1e druk) Illustraties: Annemie Heymans Doelgroep: 10+ Prijs: Theo Thijssenprijs 2006, Zilveren Griffel 1998, Gouden Uil 1998 Een uitgebreide recensie vind je op mijn website Ikvindlezenleuk: http://www.ikvindlezenleuk.nl/2014/02/peter-van-gestel-mariken.html
-1
Ik weet het: het is niet eerlijk om een objectief oordeel te geven als je niet van dit soort boeken houdt, maar ik moet tóch even kwijt dat ik dit een heel onwaarschijnlijk verhaal vond. Ik ga geen voorbeelden geven, want dan ben ik bang om te veel van de inhoud te verraden. Als je veel van dit soort boeken leest, moet je het geloof in je medemens toch wel erg verliezen, lijkt me.
-1
De ecothriller is in opkomst en Janine Keijser is een van de weinige Nederlandse schrijvers die haar debuut binnen deze subcategorie heeft geschreven. De auteur lijkt een vurige passie te hebben voor dieren, die ze graag verkondigen wil en doet dat dan ook in haar allereerste boek Rauw. Opvallend aan Rauw is dat de hoofdpersoon geen naam heeft. We volgen een dame die een ongeluk heeft gehad en daardoor haar werk niet meer kan uitvoeren. Ze wordt elke dag gekweld door pijn, maar besluit zichzelf alsnog nuttig te maken en sluit zich aan bij een organisatie voor dierenrechten. Al gauw belandt ze in een project dat meer van haar vergt dan ze eigenlijk aankan. Toch zet ze door, met alle gevaarlijke gevolgen van dien. Rauw begint meteen middenin de ellende. Naast het feit dat het hoofdpersonage zich concentreert op dierenrechten, is ze ook nog steeds volledig in de rouw over haar vader. Dit zorgt voor innerlijke conflicten over persoonlijke relaties, maar ook haar plaats in de maatschappij. Prachtige thema’s waar menigeen zich in zal herkennen. Toch schort Rauw op veel vlakken. Naast het verhaal over dierenrechten, vinden we ook een zijsprong naar het accepteren van overlijden, en zit er zelfs een (hobbelig) liefdesverhaal in verwerkt. Rauw bulkt eigenlijk van het liefdesdrama. Pas in de laatste pagina’s komt de hoofdlijn tot zijn recht. Tot die tijd moet de lezer het doen met vriendinnenbijeenkomsten en een puberale relatie van het hoofdpersonage. Je verwacht als lezer enige volwassenheid van het hoofdpersonage, maar krijgt alleen een heleboel zelfmedelijden vanuit haar mee, omdat ze zichzelf vooral heel zielig blijft vinden.De lezer wil een inspirerende held zien, niet een vrouw die elke keer de mantel van ‘slachtoffer’ aantrekt, en zich daarin maar verschuilt. Niet alleen het sneue hoofdpersonage is vervelend om over te lezen, maar ook haar acties en gedachten zijn bijzonder te noemen. Zo sluipt het hoofdpersonage binnen, in de flat van de dader met de kans om ieder moment betrapt te worden. Toch pakt ze zijn laptop, en daarop volgt een bedroevend stukje schrijfwerk: Iets waar we ons natuurlijk allemaal mee bezig houden wanneer we geheime zaken uitvoeren en elk moment gepakt kunnen worden. Ook over de dialogen valt iets te zeggen. Keer op keer wordt de lezer geconfronteerd met een ‘schreeuwde hij woedend’’ of een ‘’zei ik fel’’. Het is onnodige informatie die de lezer uit de dialoog zelf al heeft kunnen opmerken. In Rauw worden we van liefdesrelatie in vriendschap gestort, alsof de lezer die een thriller uitzoekt daar op zit te wachten. Daarnaast wordt de lezer vermoeid met stellige beweringen over vleeseters en krijgt hij de ene sojachocolademelk na de ander voorgeschoteld. Rauw is een boek dat wil laten weten hoe belangrijk een vegetarische of veganistische levensstijl voor iedereen is. Dat is een mooie boodschap, maar omdat het zo vaak herhaald wordt in dit boek, zal zelfs een vegetariër op een gegeven moment genoeg krijgen van deze gospel. Waarschijnlijk zit er een autobiografisch element in Rauw. Iets wat Keijser belangrijk vond om te vertellen, maar het schiet zijn doel voorbij. Dat is jammer en daardoor ervaart de lezer weinig plezier. Rauw is een te ruwe versie van een verhaal dat wellicht binnen een ander genre beter tot zijn recht was gekomen. Deze Nederlandse ecothriller is niet de moeite waard, ondanks het harde werk van de auteur.
-1
Galgenveld is het eerste deel uit een vierluik, en werd spectaculair aangekondigd. Ik verwachtte daardoor een bloedstollend spannend boek, en die verwachting is niet waargemaakt. Het verhaal gaat over Kyra: een studente die forensische wetenschap wil gaan studeren, ingegeven door het vermist zijn van haar zus. Daarnaast is er Maud, een doorgewinterde rechercheur. Beide onderzoeken dezelfde moorden en zitten elkaar af en toe behoorlijk in de weg. Kyra is eigenwijs en onverstandig, Maud ook eigenwijs en soms onhandig. Er worden een aantal moorden gepleegd en beide zoeken de moordenaar. Een vlot geschreven, modern, actueel boek dat zich afspeelt in de omgeving van Amsterdam. Het boek wist mij niet voldoende te boeien, jammer maar helaas. Er blijft een open eind, waardoor ik echter niet uitsluit deel 2 te zullen lezen, om de serie een kans te geven.
-1
Toen ik 12 13 jaar was, was ik dol op de historische boeken van Thea Beckman minder op haar andere boeken. Nu ben ik een stukje ouder en be dol op de 'actuele' boeken van Minette Walters en minder op haar historische roman. De personnages zijn me net iets te zwart wit. Vooral de hoofdpersonnages zijn of goed of slecht daartussen is te weinig nuance. Jammer want Minette Walters bewijst in haar vroeger werk dat ze wel echte mensen kan neerzetten. Heeft Walters te hard haar best willen doe om een historisch correct boek af te leveren? Heeft ze daarom te weinig energie gestoken in het uitwerken van de hoofdrolspelers? Jammer voor het lange wachten, toch een beetje een ontgoocheling
-1
Sinds ik erachter ben gekomen, dat ik bij deze auteur in de wijk woon wilde ik echt een keer een boek van hem lezen. Als ik niet had geweten, dat Elvin Post een Nederlandse schrijver is dan had ik gezegd dat het hier om een Amerikaanse thrillerauteur gaat. Inmiddels is Roomservice het tweede boek dat ik van hem heb gelezen. Ik vond dit boek, dat zich voornamelijk in de porno-industrie afspeelt en daarmee interesse opwekt, plastisch en een beetje saai. Het verhaal kabbelde voort, was zeer voorspelbaar en het einde sloeg wat mij betreft nergens op. De hoofdpersonen waren niet echt uitgediept en het plot was niet spannend. Helaas!
-1
Het verhaal over een aantal moorden die naast de recherche ook onder de loep komt van mensen die het Ripper spel spelen, een spel die zich in dit geval concentreert op echte moorden, de onderzoeken leiden uiteindelijk naar misstanden in het verleden waar kinderen de dupe van werden. Ik vond het een erg matig boek, elke keer dat je denkt nou komt er schot in, gaat Allende heel uitgebreid en gedetailleerd achtergrondinformatie verstrekken, je denkt voortdurend: Ga toch eens verder met het kernverhaal, door het gebrei en gezeur komen de hoofdpersonages (althans bij mij) niet echt tot leven, kortom een zeer trage en daardoor veelal saaie thriller; net zoals elders beschreven, maakt het laatste kwart van het boek tot een boek dat nog enigszins de moeite waard is om te lezen, maar verder gewoon niet goed, zeer teleurstellend.
-1
Het boek heb ik diagonaal gelezen. Het bevat 120 pagina's met veel tussenruimte en alinea's. Daarmee zou het op 80 pagina's. ook gedrukt kunnen worden. Het zijn twee verschillende verhalen die zich op kerstavond afspelen tussen twee geburen. Een weduwe en een getrouwd koppel die wachtten op de ouders van de vrouw. Tussen de teksten zijn er voor mij irritante scheef gedrukte zinnen van songteksten te lezen die mijn inziens weinig extra waarde aan het verhaal geven. Op het eind kruisen beide levens elkaar op een spijtige manier. Het einde is wel verrassend. Er zijn mooiere teksten verschenen van de schrijver.
-1
Jeroen van Dillen (38) schreef al in de tweede klas zelfbedachte verhaaltjes over Pim en Pam. Het idee om een boek te schrijven heeft hij altijd gehad. In 2009 was het eindelijk zo ver. Hij zegde zijn baan op om te gaan schrijven. De opgedane kennis van de jarenlange interesse in de verbinding tussen geloof en wetenschap hielp hem bij het schrijven van zijn debuutroman De Osiris Opdracht. Nora wordt achtervolgd door Gerard die opdracht heeft gekregen haar te doden. Zijn poging moet hij echter zélf met de dood bekopen. Thomas, die een tijdje in New York woont, raakt in een soortgelijke situatie verwikkeld. Ook nu overleeft de huurmoordenaar het niet. Als bij toeval ontmoeten Nora en Thomas elkaar in een restaurantje in Griekenland; zij voelen meteen een onderlinge band. Wanneer zij spullen gaan ophalen in het hotel waar Nora verblijft, worden ze meegenomen door Lióna Lani en aan boord van een boot gebracht. Lióna vertelt aan Nora en Thomas dat zij de uitverkorene is om op te treden als tussenpersoon tussen de oude goden en de moderne wereldleiders. Ook vertelt zij dat zij degene is die achter de ongelukken heeft gezeten, omdat zij zich door Nora en Thomas bedreigd voelt. Uiteindelijk weten Nora en Thomas te ontsnappen en komen zij in Israël terecht. Aan iemand die niet geïnteresseerd is in het bovennatuurlijke, goden, godinnen, godsdienst en/of de Bijbel (in de breedste zin van het woord) of niet gelooft in een vorig leven of reïncarnatie, is dit boek niet besteed. Er wordt namelijk behoorlijk uitgebreid gediscussieerd en gefilosofeerd over al deze onderwerpen. Ook de zin van het leven, het ontstaan van de mensheid, kortom de hele ontwikkeling en oorsprong van het leven op aarde passeert de revue. Wat in het boek naar voren komt is dat alles met elkaar samenhangt, dat alle religies uit dezelfde bron komen en dezelfde waarheid vertellen. Bepaalde hoofdstukken zijn gewijd aan het verleden, aan de goden en godinnen die plannen hebben met Nora en Thomas en in hen wereldverbeteraars of –veranderaars zien. Deze hoofdstukken c.q. terugblikken zijn niet altijd logisch in het verhaal ingepast, wat tot gevolg heeft dat het verhaal er niet begrijpelijker op wordt; eigenlijk het verhaal soms onlogisch maken. Wat tevens opvalt, zijn de toch wel storende type- en taalfouten. En ja, de hoofdpersonen (Nora en Thomas) worden ontvoerd en er vallen hier en daar slachtoffers, maar de manier waarop dit alles beschreven is, doet in de verste verte niet aan een thriller(verhaal) denken. “Het boek is een menselijke ontdekkingstocht naar een hogere waarheid, verpakt als een spannende thriller”, vat de auteur zijn boek samen. Wat het eerste stukje betreft heeft hij zeker een punt, maar dat het boek verpakt is als een spannende thriller ben ik absoluut niet met hem eens. Dat geldt ook voor zijn uitspraak dat ‘het resultaat een luchtig verpakt verhaal is met achtervolgingen, humor, schietpartijen en seks. Buiten dit alles is het onderwerp nogal heikel. Er is al zoveel gezegd en geschreven over de link tussen geloof en wetenschap en er bestaan ongelooflijk veel theorieën hierover. Vraag is of datgene wat Jeroen van Dillen ons voorschotelt als ‘de waarheid’ met betrekking tot het ontstaan van de aarde beschouwd mag worden. Maar goed, dat is weer een heel andere discussie.
-1
De hoofdpersonen in het boek (Daniël, Merel, Johan en Marie Grazia) vertellen in de hoofdstukken, die hun naam dragen hun eigen verhaal over zaken die zij ondernemen of gadeslaan. Penitenza is de naam van een beroemd schilderij maar de betekenis van het woord is boetedoening en dat doen diverse mensen op eigen hun wijze in dit boek. Ook geeft het boek een beeld van culinair Italië en de maffia. De inhoud laat vermoeden dat ook kunst en architectuur een rol spelen. Deze twee zaken spelen echter een ondergeschikte rol in dit boek. Het boek leest prettig en is zeker een aanrader voor in de vakantiekoffer.
-1
Sterk begin, flauwe uitwerking zonder diepgang. Pretentieuze amateuristische onzin, kinderachtig geschreven.
-1
Ik heb dit boek gewonnen bij Libelle en was vol verwachting hiervan. In het begin heeft ze me ook echt meegenomen in haar verhaal, zodat ik op de hoogte was van de vele personage´s, echter werd het na een tijdje erg langdradig en kon ik me niet meer inleven en werd het te saai. Helaas heeft het me niet echt kunnen bekoren,halverwege heb ik het dichtgeslagen.
-1
Ik was niet ondersteboven van dit boek. Als Olga, de hoofdpersoon over haar verleden vertelde vond ik het wel spannend om te weten wat er met haar gebeurd was maar ik vond dat er te veel over het SM-gedeelte verteld werd. dit kon mij niet echt boeien. Ook snapte ik niet dat iemand zover kan gaan in deze wereld. Ben blij dat ik het uit heb.
-1
een feiten boek, opsomming van de Duitse geschiedenis.
-1
Ik spaar geen literaire juweeltjes, maar dit boekje wilde ik graag hebben, omdat het van Marion Pauw is. Een schrijfster die ik hoog heb staan, maar waarbij het nu niet gelukt is om me te boeien. Een slap verhaal wat ik gisteren- avond gelezen heb en nu eigenlijk alweer vergeten ben... Ik begrijp, dat het erg moeilijk is om in zo'n klein boekje een sterk verhaal te proppen, maar dat is de kunst van het schrijven! Buiten de verzamelaars denk ik, dat de literaire juweeltjes in eerste instantie uitgebracht worden om mensen kennis te laten maken met een schrijfster. Ik vind het dan ook van groot belang, dat juist in zo'n klein boekje een sterk verhaal moet zitten!
-1
Verhalen over de georganiseerde misdaad spreken altijd tot de verbeelding. De combinatie van een ‘maffia-verhaal’ met het Joodse geloof als achtergrond is wat minder vanzelfsprekend. Toch durft de Amerikaanse auteur Tod Goldberg, die zelf in een Joods gezin is opgegroeid, deze combinatie wel aan. En gezien de reacties lijkt de keuze in eerste instantie niet eens zo slecht geweest. De beroepsmoordenaar Sal Cupertine is vanzelfsprekend een gewetenloze killer die, in opdracht, zonder mededogen mensen om het leven brengt. Binnen en buiten ‘De Familie’, die in de onderwereld van Chicago heerst, moet er af en toe wel wat worden gezuiverd en iedere dreiging moet in de kiem gesmoord worden. Tijdens één van de missies gaat het verschrikkelijk fout. Sal doodt drie FBI-agenten maar denkt zelf vier personen omgebracht te hebben. Om zijn leven te redden, wordt openbaar verklaard dat Sal tijdens deze klus is overleden. Achter de schermen wordt zijn uiterlijk veranderd en gaat zijn leven als rabbijn David Cohen verder. Hij zet zijn leven voort in Las Vegas, waar hij op korte termijn de zittende rabbijn Kales zal opvolgen. Maar ook deze zittende rabbijn heeft een besmet verleden en bij Cohen is niet bekend dat de vierde FBI-man, Jeff Hopper, niet is gesneuveld maar op zoek is naar Sal Cupertine. Hopper kan niet geloven dat de huurmoordenaar is gesneuveld, ook al lijkt het dat de resten van het gevonden lichaam aan hem toebehoren... Gangsterland is niet alleen een maffia-verhaal. Wel speelt het zich tegen die achtergrond af en is de prijs van een mensenleven uiterst variabel en volledig afhankelijk aan welke kant van de lijn je staat. Goldberg, zelf van Joodse afkomst, besteedt vrij veel woorden en papier om uitgelegd te krijgen hoe de Joodse gemeenschap omgaat met hun overleden geloofsgenoten. Vanzelfsprekend zijn op die momenten maffia-avonturen niet zo eenvoudig te combineren dus zakt de spanning ook tot het nulpunt. De jacht van Jeff Hopper op Sal Cupertine, alias rabbijn David Cohen, zou dat kunnen keren maar het is pas in de laatste vijftig pagina’s dat ze bij elkaar in de buurt komen. En dan nog vliegen de spetters er niet van af. Het blijft een beetje in het midden wat het doel is dat de auteur heeft gehad met dit verhaal. Het herbergt weinig spanning, dus van een thriller of een spannende roman kan men niet echt spreken. Ook is het opvallend dat de moorden zuiver klinisch worden uitgevoerd en nauwelijks indruk maken. Het blijft allemaal emotioneel op grote afstand en roept daardoor weinig empathie op tussen lezers en slachtoffers. Personages blijven redelijk oppervlakkig en een schrijfstijl waarbij met regelmaat zinnen worden geschreven die uit meer dan zeventig woorden bestaan, dragen niet bij aan de duidelijkheid. Wel krijgen lezers een kijkje in de wat diffuse levenswijze van de joodse gemeenschap. Bij momenten is dat wel aardig om te lezen maar of de liefhebbers van het spannende boek daar ook zo over denken, valt te betwijfelen.
-1
Met een behoorlijke verwachting begonnen aan Mea Culpa van Claire Mackintosh, de recensies en kritieken zijn immers voornamelijk lovend. 382 pagina's verder is het boek uit en ben ik een illusie armer. Mackintosh heeft een boek geschreven wat rechtstreeks overgeschreven lijkt uit een zelfhulpboek hoe schrijf ik een thriller en werkt zich van cliché naar cliché. Op zich doet ze dat niet in een vervelende schrijfstijl maar dit weegt absoluut niet op tegen de voorspelbaarheid van het verhaal (in de lijn van Sleeping with the enemy).De voorspelbaarheid zorgt er ook voor dat de bedoelde spanning ontbreekt, niet omdat het niet opgeschreven is maar omdat je het gevoel hebt het al een keer gelezen te hebben en dus weet wat er komt. De enige grote verrassing is de twist aan het eind van deel 1 wat dan het begin is van deel 2. Daarnaast klopt met name in deel 1 de tijdlijn niet.. Kan me voorstellen dat als dit je eerste thriller is het veel heeft wat een boek goed maakt, maar voor mij was het 'm niet Totaal score 2 ** Spanning: 1* Plot: 3*** Leesplezier: 2 ** Schrijfstijl: 3 *** Originaliteit: 1 * Psychologie: 2**
-1
De cover en achterflap nodigden mij uit om dit boek te lenen bij de bieb. Maar vanaf pagina 1 stond het me tegen. Langdradig, 2 ik-personages die de vaart én spanning uit het verhaal halen. Veel herhalingen, herhalingen, herhalingen. Ik heb 125 blz geworsteld en toen, wat mij eigenlijk nooit gebeurt, toch weggelegd en terug gebracht. Aan mij is dit boek niet besteed.
-1
Een prachtige tekening siert de omslag van Weerbeer, het tweede boek in de trilogie Kukulkans Meesterplan van de Vlaamse schrijver Peter Varg (pseudoniem van Peter Adriaens). Het is het vervolg op Jaguarkrijger dat grotendeels in het Chili ten tijde van de dictator Pinochet speelt. In dit tweede deel gaan de hoofdpersonen Peter en Monica vanuit Chili naar België om te wachten op de geboorte van het Reddende Kind en hun strijd tegen de kwade machten voort te zetten. Helaas valt er na het bekijken van de mooie voorkant weinig meer te genieten. Het concept dat Peter Varg gebruikt bij Kukulkans Meesterplan en ook in Weerbeer is zeer bijzonder. De setting van zijn boek is hedendaags en daarin heeft hij veel mythologische zaken in verweven. Ook maakt hij in zijn boek veel gebruik van autobiografische elementen die, mits goed ingezet, het verhaal aan kracht zouden kunnen laten winnen. Het boek begint met een ware infodump. In de eerste hoofdstukken van het boek worden maar liefst 47 namen van personen, goden, mythologische figuren en andere zaken genoemd, waarvan de meeste niet ter zake doen in het verhaal. Het lijkt alsof Peter Varg wil laten zien dat hij een expert is op het gebied van mythologie en zelf een rijke fantasie heeft, hetgeen beide ongetwijfeld waar is, maar niet bijdraagt aan de leesbaarheid van Weerbeer. Bij belangrijke gebeurtenissen in het boek wordt nauwelijks uitgelegd hoe de vork in de steel zit. Zo zijn alle Weerberen immuun voor het Gruwelijke Gif nadat een druppeltje bloed, van een god die er aan is gestorven, is gedronken door de eerste Weerbeer. Daarna was het een kwestie van erfelijkheid. Of het probleem waar al miljoenen jaren over nagedacht wordt en dat heeft geleid tot vijf apocalypsen wordt opgelost doordat één van de vrouwelijke hoofdpersonen een rondje gaat wandelen en vervolgens kritische vragen afvuurt op de aanwezigen. Het doet meer denken aan een SCRUM-sessie dan aan de oplossing die in je in een goed fantasyboek wilt lezen. En daar waar bij deze voorbeelden nog een soort van uitleg wordt gegeven, ontbreekt deze op andere momenten zelfs volkomen. Zo spraken de meeste Aardlingen bij hun bezoek aan Arkann plotsklaps een woordje Alf. Je vraagt je af hoe ze dat doen zonder Google-translate. Naast het gebrek aan uitleg beschrijft Peter Varg in Weerbeer ook heftige gebeurtenissen. Deze worden echter zo afstandelijk en emotieloos gebracht, dat ze eerder vervreemdend dan intrigerend of spannend zijn. Zo wordt een hond doodgeschopt, omdat er een hoofdpersoon boos is, en zonder dat dit verdere repercussies heeft en is er een motorbende die een vrouw vermoordt “voor de sport”. Nog meer vervreemdend is de terloopse opmerking dat er in juni tien moordaanslagen waren, naast de opsomming hoe veel er waren in de maanden ervoor en erna. Of dat er in België kinderen werden vermoord omdat de kwade machten gefrustreerd waren dat ze niet bij Monica, die zwanger is van het Reddende Kind, konden komen. Bij het volgende voorbeeld zitten Peter en Monica in gesprek in de kroeg een biertje te drinken met Wim, een oude man. “Onverwacht stond hij recht, dronk zijn glas bier in één teug leeg, sprong voorwaarts en ving met zijn lichaam een slagersmes op dat uit het duister kwam aangevlogen en dat bedoeld was voor Monica. Op weg naar huis bleef Monica maar huilen.” Soms vinden er ook zaken plaats waarbij compleet niet duidelijk is op welke wijze deze in het verhaal passen. Een voorbeeld hiervan is de seriemoordenaar die na een incident niet meer terugkomt naar zijn yogaklas, tot frustratie van de yogaleraar die anders misschien wel een aantal seriemoorden had kunnen voorkomen. Al deze punten maken dat Weerbeer een verhaal is waar je als lezer maar nauwelijks bij betrokken raakt. Af en toe zijn beschrijft Varg wel zaken die de potentie hebben de lezer te intrigeren en te boeien. Een voorbeeld hiervan is het voorgenomen verraad van de Ondonatta, een fee-achtig volk, op Wodan. Als zij dit verraad zouden doorzetten, dan zou dat echt een probleem voor de machtige Wodan kunnen zijn. Helaas is vijftig pagina’s verder in een korte bijzin te lezen hoe dit afloopt. Ook de aankomst van Wodan en de zijnen op de planeet Arkann dreigt mis te gaan doordat de terugweg is afgesneden. Deze spannende opzet wordt volkomen teniet gedaan doordat ze aankomen in de Joeltijd in Arkann en ze het te druk hadden met de drank en seks, horend bij de Joeltijd, om zich zorgen te maken over het niet kunnen terugkeren. Peter Vargs schrijfstijl is zeer zakelijk. Er zijn veel personages in zijn verhaal, waarbij de hoofdpersonen niet bijzonder veel aan bod komen, het is vooral een beschrijving van opeenvolgende gebeurtenissen. Van karakterontwikkeling bij de hoofdpersonen is niet of nauwelijks sprake. Peter Varg probeert door het gebruiken van veel namen, plaatsen en volken een fantasierijke wereld te creëren. Door het redelijk beperkte aantal pagina’s van het boek ontstaat echter een onduidelijk verhaal waarin zaken niet of nauwelijks zijn uitgewerkt. Dit maakt Weerbeer tot een moeizaam te lezen boek waarbij het lastig is mee te leven met de hoofdpersonen en het verhaal. Het was beter geweest zuiniger, veel zuiniger, te zijn met de termen en meer te investeren in het uitwerken van de werelden en de verhaallijn en het uitdiepen van de personages. Dit had allicht een leuker boek en enige motivatie opgeleverd om nog in het derde deel van Kukulkans Meesterplan te beginnen. Dat is nu helaas niet het geval.
-1
Jammer het thema sprak mij aan maar ik heb er moeite voor moeten doen om het boek uit te lezen. Net even gezocht op het woord 'tranen', het komt nog nèt geen 100x voor in de tekst. Een aangrijpende waargebeurde situatie kan beter niet in deze vorm geschreven worden. Ik heb het beoordeeld met 1 * en ik ben niet de enige zag ik.
-1
De Voorspelling is het debuut van de dertien of veertienjarige Quinten Clement André Goethals. Het verhaal van Ginter, die samen met zijn zus in een plooi in de werkelijkheid terecht komt waarheen de sprookjesfiguren als elfen en kabouters zijn gegaan om de mens te ontvluchten. Ze komen daar via een bibliotheek, want ze zijn verzot op lezen. In die wereld blijkt al snel dat hun komst voorspeld is en dat ze, samen met een oom die er al eerder terecht is gekomen, een tovenaar, de dwergen en de elfen en uiteindelijk ook nog wat draken, een zwarte tovenaar moeten verslaan. De reacties op internet zijn positief. Bij Bol.com oordeelt een lezer “Geslaagd debuur fantasy van 13-jarige schrijver!” en op Hebban.nl oordeelt een andere lezer “Goed fantasy debuut van 13-jarige auteur” en geeft het drie sterren. De lezer heeft altijd gelijk, maar deze lezers lijken toch verblind door de zeer jonge leeftijd van de auteur. Wanneer je de leeftijd van de auteur buiten beschouwing laat en het boek objectief probeert te beoordelen in het totale scala van de fantasy die wordt aangeboden, zou dit boek niet meer dan één ster krijgen. Alles in het verhaal is overbekend, hetgeen op zich niet zo erg is, maar natuurlijk wel een compensatie van de auteur vereist: een eigen, opmerkelijke stijl of toon, afwijkende personages, iets… Je kunt het voorspellen, maar een zo jonge auteur als Quinten Clement André Goethals is niet in staat dat te bieden. Integendeel. Het verhaal toont in de compositie, de personages én de stijl vooral de onhandigheid en onervarenheid die bij zijn leeftijd past. Het doet denken aan Christopher Paolini, die op vijftienjarige leeftijd met zijn Eragon begon, ook niet de meest originele fantasy, maar dat boek maakte een jarenlange rijpingsperiode mee, eerst bij de uitgevrij van zijn ouders en later bij een grote uitgeverij. Beefcake Publishing, waar De Voorspelling verscheen, in ieder geval voor een deel met behulp van crowdfunding, is niet in staat geweest die rijping te bewerkstellingen. Dat is vooral jammer voor Quinten Clement André Goethals, die met zijn boek uiting geeft van een voor zijn leeftijd bewonderingswaardige gedrevenheid. Voor de fantasylezer in het algemeen geldt dat ze aan dit boek maar voorbij moeten gaan, maar wel de naam Quinten Clement André Goethals moeten noteren voor de toekomst. Paul van Leeuwenkamp
-1
De dood bedriegt in Napels speelt zich af in het Italie van de jaren 30. De geweldadige dood van een waarzegster bezorgt de politie kopzorgen om de dader te vinden. Het boek kent een zeer trage start. Waardoor soms de vraag komt of het wel interessant is om verder te lezen. Het plot kabbelt kalm verder zonder ergens echt spannend te worden. Van in het begin worden er redelijk wat personages geintroduceerd waardoor het soms redelijk moeilijk is om het verhaal volledig te blijven volgen. Er word wel verteld over het leven in de achterbuurten van Napels maar te weinig om te kunnen meevoelen met de personages. De ontknoping is volledig anders dan gedacht maar komt toch wat vergezocht over op de lezer. Het allerlaatste hoofdstukje heeft ook geen meerwaarde voor het boek. Conclusie: Een moeilijk te volgen verhaallijn die niet altijd de aandacht van de lezer kan vasthouden.
-1
Jesse Kellerman (Los Angeles, 1978) is de zoon van het schrijversechtpaar Faye en Jonathan Kellerman. Hij studeerde een jaar in Israel, waarna hij psychologie ging studeren op Harvard. Met zijn toneelstukken won hij al diverse prijzen, waaronder in 2003 de Princess Grace Award voor meest veelbelovende jonge toneelschrijver. Zijn thrillerdebuut, Verstoken, werd door critici in Amerika laaiend enthousiast ontvangen. Gloria Mendez (36), 3 jaar getrouwd geweest met Reggie, nu weer single, woont in LA en werkt al 10 jaar als secretaresse voor Carl Perreira. Op het moment dat Carl zijn vakantie (zoals elk jaar) in Mexico doorbrengt, vindt er in LA een aardbeving plaats. Gloria gaat naar kantoor om de schade te bekijken. Ze luistert het antwoordapparaat af en hoort een bericht van Carl dat hij een ongeluk heeft gehad. Gloria probeert meer informatie te achterhalen, belt met de politie in Mexico, maar wordt niet veel wijzer, integendeel. Uiteindelijk hoort ze van een agent in Aguas Vivas dat er een paar dagen eerder een ernstig auto-ongeluk is gebeurd waarbij een Amerikaan om het leven is gekomen. Dan besluit ze zelf naar Mexico te rijden en ter plaatse op onderzoek uit te gaan. Daar wordt het allemaal nog verwarrender. Dit thrillerdebuut van Jesse Kellerman werd in Amerika door critici laaiend enthousiast ontvangen. En dat is curieus te noemen want het verhaal komt langzaam en moeizaam op gang, terwijl het maar nauwelijks spannend wil worden. De dialogen zijn vaak vaag en irrelevant, in die zin dat ze niets toevoegen aan het verhaal. Het is derhalve moeilijk te begrijpen waarom de Amerikanen in Verstoken een topthriller zien. Het boek is totaal niet opwindend en ook de personages kunnen nauwelijks overtuigen. Een van de weinig positieve dingen aan het personage Gloria is de groei die zij in haar leven doormaakt en het feit dat ze, ondanks alles wat er gebeurt, volhardend naar Carl blijft zoeken. Hieruit blijkt dat ze een trouwe en loyale vrouw is. Daarnaast is ze echter ook naïef en goedgelovig waardoor ze zich vaker in de nesten werkt. Hier en daar zitten wel grappige fragmenten in het boek, maar daar is dan ook alles mee gezegd, want de plot is nogal vergezocht. Tussen de regels door zie je wel dat Jesse schrijverstalent heeft, maar het niveau van zijn beroemde schrijvende auteurs haalt hij bij lange na niet. Maar oefening baart kunst. Wie weet waar hij ons in de toekomst mee verrast.
-1
Op cover staat literaire thriller maar er is werkelijk niets literairs aan dit verhaal. Als thriller is het behoorlijk voorspelbaar. Verhaal wordt verder verziekt door onnodige en oeverloze beschrijvingen van de Zuid-Afrikaanse muziekscene. Als al die ballast er uit gesneden was dan was het boek nog wel door te komen geweest.
-1
De trein der traagheid. Saai en verwarrend. Bordkartonnen personages. Geen plot. Ik heb het niet uitgelezen. Geen aanwinst voor het Vlaamse thrillermilieu. Ontgoochelend debuut.
-1
Lode van den Bergh werd op 18 juni 1920 geboren in Rijkevorsel in de Antwerpse Kempen. Na zijn studies Germaanse filologie ging hij aan de slag als redacteur bij de krant De Standaard en werkte hij aan zijn doctoraat in de wijsbegeerte dat hem in 1946 verleend werd. Later verzeilde hij in het onderwijs wat hem in staat stelde een groot deel van de wereld te bereizen. Zijn eerste werken dateren al van tijdens zijn studies. Om te voorkomen dat zijn boeken in de lichtere genres een negatieve invloed zouden hebben op zijn meer serieuze werk, opteerde hij ervoor om zijn romans uit te geven onder het pseudoniem Aster Berkhof. Ongeveer een maand voor hij negentig kaarsjes mag uitblazen en na een loopbaan die bijna zes decennia overspant, verschijnt met Dodelijk papier zijn honderdeneerste boek. Maar omdat hij werken publiceerde in uiteenlopende genres is het “slechts” zijn drieëntwintigste roman die als misdaadliteratuur gecatalogeerd staat. Hierin maken we kennis met Babette Sanson, een sympathieke pretentieloze, maar steenrijke jongedame die haar dagen vult met het besturen van het florerende houtbedrijf dat ze van haar vader erfde. Als ze kennis maakt met de dromer Niels Sommer is het liefde op het eerste zicht en wat later stappen ze in het huwelijksbootje. Niels is een aanwinst voor het sociale leven in het dorp en de twee lijken een goed huwelijk te hebben. Tot op een dag het levenloze lichaam van Niels in een strop hangt aan de muren van de plaatselijke burchtruïne. Gevallen? Gesprongen? Geduwd? Met zijn dood komen ook de roddels op gang: was hij een gokverslaafde? Een speculant? Een vrouwengek? Op crime.nl staat bij deze auteur volgend citaat: “Het schrijven van een detectiveroman is een buitengewoon plezierig spelletje: je begint met het einde; je bent de enige die weet hoe het afloopt en het hele boek door doe je niets anders dan je lezers misleiden en op het verkeerde spoor zetten.” Zo beschouwd, lijkt het componeren van een misdaadverhaal wel een fluitje van een cent. En deze blauwdruk hanteerde de auteur blijkbaar ook bij het schrijven van Dodelijk papier, want ondanks alle mogelijke sporen die onderzocht worden, blijkt de dader opnieuw diegene te zijn die het meest op de achtergrond gehouden wordt. Toch is de auteur een belangrijk aspect van het schrijven van een spannend boek uit het oog verloren: het moet de lezer boeien. Een hier wringt de schoen een beetje, want hoewel de lezer massa’s zand in de ogen gestrooid wordt op weg naar de ontknoping, nodigt de gebezigde schrijfstijl niet uit om in het verhaal op te gaan. Wollig taalgebruik en de keuze om het verhaal grotendeels door middel van conversaties te vertellen, leiden tot langdradigheid en geven de indruk dat er het gehele boek door vijwel niets gebeurt. En als er dan tegen het einde eindelijk eens een beetje actie plaatsvindt, loopt het nog fout af. Als Aster Berkhof daarenboven zijn publiek en personages regelmatig behandelt als onwetende kinderen, die de dingen op eenvoudige wijze belerend voorgekauwd dienen te krijgen, voelt de lezer zich toch wel beledigd. Alsof de auteur het lang achterhaalde standpunt - dat hoger opgeleiden zich beperken tot literatuur en het spannende boek voorbehouden is voor het plebs – immer aanhangt. Dodelijk papier is dus niet meteen Aster Berkhofs beste werk. Maar mag men dat nog wel verwachten van een man op een leeftijd die de meesten onder ons niet zullen bereiken?
-1
De historisch aspect in dit verhaal zijn de Tempeliers en een geheim die ze beschermen. Een geheim die koste wat het kost niet bekend mag worden, of anders heeft het grote gevolgen voor de gehele mensheid. Dit geheim is verwerkt in een schilderij van Poussin. Janet, de zus van Langdon, kocht dit schilderij bij een antiekwinkeltje in Parijs en als gevolg daarvan wordt het huis waar ze verblijft opgeblazen. Langdon, een advocaat met een geheim verleden, krijgt dit schilderij in handen (omdat blijkbaar zijn zus het naar een galerij had gestuurd bij haar in de buurt). Langdon wordt gedurende de reis in de gaten gehouden en iedereen die iets te maken heeft met het schilderij wordt vermoord, pas nadat Langdon er geweest is. Langdons reis voert hem door west Europa (Italie, Engeland, Etc.) en op iedere plek ontdekt hij meer over het schilderij en de boodschap die het bezit. Vooral de Latijnse tekst op het schilderij houdt hem bezig en hij vermoed dat het de sleutel is tot het geheim. Na de negatieve recensies, was ik best benieuwd naar het waarom. Nu, na het uitlezen van het boek begrijp ik het waarom wel. Het is absoluut geen verhaal in lijn met Dan Brown, noch met andere soortgelijke verhalen. Het historisch aspect had met van alles vervangen kunnen worden. Heel veel momenten liggen voor de hand en er zijn zelfs momenten die eigenlijk te dom zijn voor woorden. Ik twijfelde zelfs of bepaalde momenten wel konden. De schrijver heeft nagelaten om wat meer de historische mystieke kant te pakken en het bij sporadische actie en lange dialogen te houden. Er zit niet veel vaart in en overbodige erotisch getinte uitspraken in, zoals haar sensuele borsten prikten in zijn rug. Leuk zal er een erotische scene is, maar niet als ze een ritje op de motor maken. De erotische scenes blijven echter uit en zijn beperkt tot het niveau van 'ze hadden een wilde nacht'. Conclusie is dat dit een overbodige opvulling is voor een boekenkast. Een verhaal dat niet blijft plakken en je na iedere pagina je er toe moet zetten ver te lezen. De uiteindelijke ontknoping, het geheim, is niet echt schokkend en misschien te voor de hand liggend. Halverwege had ik al een vermoede toen het schilderij werd uitgelegd. Ik heb het wel uitgelezen om te kijken of mijn vermoede klopte. Hopelijk is een ander boek van deze schrijver een stuk beter, deze geeft mij echter geen vertrouwen. Geen aanrader dus.
-1
Ben eerlijk gezegd teleurgesteld.
-1
Helaas vond ik het echt een flinke tegenvaller.Ik was blij dat ze eindelijk weer een boek schreef met waargebeurde feiten (zoals bij Haar naam was Sarah) maar dit boek is daar niet mee te vergelijken. Het is mooi beeldend geschreven, maar erg langdradig en slaapverwekkend.
-1
Peggy leeft samen met haar vader, James en haar moeder, Ute in Londen. Haar vader heeft veel vrienden die zogenaamde 'survivalisten' zijn en is ook heel erg ingenomen met dit idee: “wat moeten we doen om te overleven indien de wereld zou vergaan”. Peggy is acht jaar oud wanneer haar vader haar vertelt dat de wereld vergaan is en dat zij met hun tweetjes moeten overleven in een hutje ergens in de bossen van Europa. Negen jaar lang zijn Peggy en haar vader vermist… Dit verhaal – een debuutroman trouwens – vond ik een zeer origineel concept hebben en ik had bij het begin van het verhaal dan ook zeer grote verwachtingen. Helaas had ik deze beter niet gehad want ze werden niet ingelost. Ik vond dit een zeer lastig verhaal om in te komen, mede door de flashbacks, maar ook door de schrijfstijl van Claire Fuller. Ik had ook de indruk dat er geen vaart in het verhaal zat, het bleef wat oppervlakkig en langdradig voor me. Dit maakte het allemaal wat saai. Ik had ook verwacht dat er veel meer op het psychologische aspect zou ingegaan worden – een kind die in volle ontwikkeling plots negen jaar van haar leven (is langer dan ze oud was voor de 'ontvoerd' werd) in ongekende omstandigheden moet doorbrengen… Dit moet toch zó veel effect hebben, en dit kwam bijna niet aan bod in dit boek. Jammer vond ik! Het verhaal begon pas leuk/goed te worden bij de plot, de laatste 100 pagina's begonnen eindelijk de schwung te krijgen die ik reeds zo lang miste. Het einde van het verhaal maakt dit boek dan wel de moeite waard om te lezen, zelden heb ik zo'n verrassend/zwaar einde gelezen. Ik heb dit boek toch een goeie week moeten laten bezinken – toch even zelf een oordeel vellen door het boek te lezen zou ik zo zeggen! Laat je niet ontmoedigen door de eerste 100 pagina's...
-1
Auteurs Marianne Busser en Ron Schröder schrijven ieder apart al meer dan dertig jaar. Ze werkten onder meer voor Sesamstraat, Bobo en Okki. Begin jaren '90 verscheen hun eerste gezamenlijke boek bij uitgeverij Zwijsen: Een hele kist vol liedjes. Niet veel later was ook Koning Bobbel, hun eerste verhaal, een feit. Busser en Schröder zijn niet alleen een schrijversduo, maar ook een echtpaar. In Hoera, ik ben 5 staan allemaal verschillende versjes over kinderen die bijvoorbeeld op zwemles gaan, wel eens een keertje boos worden, een huisdier hebben of niet graag alleen spelen. Uiteraard begint het boek met jarig zijn en trakteren in de klas. Het boek bevat veel diverse rijmpjes die situaties beschrijven die elke 5-jarige bekend in de oren zouden moeten klinken. De tekeningen zijn gemaakt door Dagmar Stam. Ze zijn erg kleurrijk, wat het geheel een vrolijk tintje geeft en daarnaast zijn ze gedetailleerd, wat zorgt voor voldoende kijkplezier bij het voorlezen. Elk versje is voorzien van minstens één prent, maar vaak heeft Stam meerdere illustraties gemaakt bij de tekst. Elke tekening is een zwart omlijnde aquarel die hier en daar een tikje buiten de lijntjes is ingekleurd. De tekst in dit boek is voldoende groot gedrukt. De witruimte tussen de zinnen maakt het gemakkelijk om voor te lezen als er nog een gezichtje boven het boek hangt om de prenten te bekijken. De versjes zijn redelijk uitgebreid en vormen eigenlijk een soort miniverhaaltjes, maar ze bestaan uit korte, eenvoudige regels. Af en toe is er duidelijk erg hard gezocht naar een manier om het allemaal te doen rijmen, waardoor het geheel wat gekunsteld klinkt. Hoewel de lengte van de versjes behoorlijk is, komt mama of papa waarschijnlijk niet weg met het voorlezen van slechts één versje. Een 5-jarige wil natuurlijk meer. Het boek begint zoals het moet: met een versje over 5 worden en eentje over feest vieren in de klas. Exact wat je verwacht bij een titel als Hoera, ik ben 5. Daarna wordt het niet goed afgelijnd. Kleuters ontwikkelen zich snel, elk levensjaar gaat gepaard met een aantal specifieke kenmerken en bij elke fase horen een aantal even specifieke ervaringen. Hier rijst dan ook de vraag wat de bedoeling is van de auteurs. Is dit een boek dat verwachtingen moet scheppen over wat er allemaal gebeurt als je vijf wordt of is dit een boek dat terug wil kijken op wat de jarige tot nu toe allemaal heeft beleefd? Natuurlijk is het ene kind het andere niet, maar op een paar uitzonderingen na passen de meeste situaties in dit boek net zo goed in Hoera, ik ben 4 of Hoera, ik ben 3. Hier had wat meer aandacht aan kunnen worden besteed, zeker gezien het feit dat dit een boekje is uit een reeks. Dan is het jammer dat de verhaaltjes zo inwisselbaar zijn met de boekjes over een andere leeftijd.
-1
Helemaal blij was ik toen dit boek binnen kwam vallen in de brievenbus. Ik mocht meedoen met de leesclub en met een boek dat ik graag wilde lezen. Met de auteur was ik niet bekend en ik ging blanco het boek in. Wat mij al vrij snel opviel was dat het boek gebruik maakte van meerdere perspectieven. Hierdoor raakte ik wat in de war omdat ik soms niet meer doorhad door wiens ogen we aan het kijken waren. Er kwamen veel personages in het boek voor en ik moest af en toe even terugbladeren om te weten over wie we het hadden. Op de een of andere manier had ik me wat anders bij het boek voorgesteld. Ik verwachtte een boek vol liefde en vol avonturen die zich afspeelde in de zogenoemde lovebus. Van liefde was wel sprake, maar echt avonturen in de lovebus zelf heb ik niet veel voorbij zien komen. De spanning zat er in het begin van het boek nog wel in. Hoe verder ik kwam, hoe meer de spanning afnam. Dat vond ik best jammer. Achteraf gezien denk ik dat dit boek misschien voor lezers is bedoeld van 13/14 jaar. Voor deze doelgroep vind ik dit boek goed geschreven. Voor volwassenen is dit toch niet echt een boek dat ik aan zou raden. Ik vond het wel grappig dat er gebruik werd gemaakt van wat Gronings. Zeker omdat ik hier niet bekend mee ben.
-1
Ik had naar aanleiding van de preview aardig wat verwachtingen over dit boek. Maar eenmaal uit, zijn die niet waar gemaakt. Het concept is mooi. Mensen uit de omgeving van de plotseling overleden Mattias vertellen hoe ze hem hebben leren kennen en hoe de tijd na zijn dood hen is vergaan. Hoe gaan zij om met het verdriet? Opmerkelijk is dat ze het verdriet niet delen met de andere nabestaanden. Het spannende zit hem soms dat niet helemaal duidelijk is hoe de persoon Mattias kende, of later blijkt dat ze alleen de nabestaande kende en zien hoe deze persoon treurt. In sommige recensies lees je dat je er niet achter komt wat voor persoon Mattias was. Dat vind ik wel. Alleen wel door de ogen van iemand anders.
-1
Buiten dat ik op zekere hoogte in paranormale gaven geloof en hier nog wel enigszins in mee kon gaan, kloppen er dingen aan het verhaal niet. B.v. de woordenschat van de vrouwelijke hoofdpersoon en het feit dat ze kan lezen.... Daarnaast valt de schrijfster continue in herhaling... op een gegeven moment begon het me irriteren dat ik alweer het zelfde las en betrapte ik mezelf op het feit dat ik nog maar 3 woorden per pagina las, om te checken of er iets interessants gebeurde, om vanaf dat punt verder te lezen. Hierdoor heb ik de neiging om na deze 1e kennismaking met de schrijfster niet snel een ander boek van haar te gaan lezen.
-1
Dit was absoluut niet mijn boek, ik vond de schrijfstijl niet prettig en het onderwerp al helemaal niet. Ik heb de tweede heft van het boek heel snel doorgebladerd omdat ik wel het einde wilde weten.
-1
Sholes en Moore schreven een aardig Graal-boek. Een directe stijl met snelle korte zinnen. Dat staat garant voor prettig en gemakkelijk lezen. Het boek zit netjes in elkaar. Losse eindjes of aanrommelen is er niet bij. De Graal wordt gevonden en bevat DNA van Christus. En natuurlijk valt het in verkeerde handen. Dat lees je al op het omslag. Dat zorgt er ook voor dat het boek wat voorspelbaar is. Verrassende wendingen zijn er amper, of het moet de bovennatuurlijke twist zijn. Maar ook dat zie je al in het begin, wanneer de Nefilim ter sprake komen. Dat het goede wint snap je ook al na een paar bladzijden. Kortom: aardig, netjes, prettig, maar voorspelbaar. Dat de voorspelbaarheid ten koste gaat van de spanning zal duidelijk zijn. Een vlotte schrijfstijl helpt dan ook niet meer. Waardering: een goed min, of een redelijk plus. Dat is iets dat blijft steken tussen redelijk en goed. Heel veel meer valt er niet te vertellen.
-1
Het verhaal gaat over middelbare scholieren. De een verzint een verhaal en de anderen gaan erin mee. Daarmee vullen ze een heel boek, en uiteindelijk denk je echt... wat heb ik nu eigenlijk gelezen en wat is de clou. Ik raad hem niet aan
-1
Een leuk in eigen beheer uitgegeven relaas van het dagelijks leven van een bewogen raadslid, vrijwilligster bij vele vele organisaties. Leest lekker weg zonder literatuur te worden met een grote L. Een zeer verdienstelijk debuut. De thema’s zijnde huiselijke omgeving waarbij de huiskat een hoofdrol speelt. Daarnaast heerlijke fragmenten vanuit haar ervaring als vrijwilligster bij Veilig Verkeer Nederland. Vooral de anecdotes over onze zuiderburen zijn uitermate vermakelijk. Naast de vele anekdotische verhaaltjes worden we ook meegenomen in meer persoonlijke, emotionele momenten uit het bewogen leven van onze scribent. Zoals de relatie met haar papa, niet verlegen om een goede grap. Of zus een, twee of drie. Kortom het dagelijkse leven met een lach en een traan.
-1
De roeping heeft het voordeel dat het goed wordt verteld. Het hoofdpersonage, een eenenzestigjarige vrouwelijke adjudant van politie, is niet minder ver gezocht dan Agatha Christie’s Miss Marple. Dat ze door haar zevenentachtig jaar “oude maar best nog vinnige moeder” wordt betutteld ligt al moeilijker maar is van hetzelfde, waarschijnlijk humoristisch bedoelde gehalte. Daarmee houdt echter het humorgedeelte op. Van Agatha Christie zei men dat ze over “playfully and happy murders” schreef maar daar kan Wolfe niet van beschuldigd worden. In De roeping heeft hij het over een aaneenschakeling van wreedaardige, perverse, weerzinwekkende slachtpartijen die er uiteindelijk een occulte thriller van maken, een stijl die ten tijde van Edgar Alan Poe nog als "horror and fantasy" werd omschreven en die, veel later, door Stephen King werd “gekonsalikt”. Maar er is meer. De misdaden worden als recepten in een kookboek genoteerd en dan is de vergelijking met Hannibal Lector nooit ver weg. Behalve misschien dat die laatste zijn slachtoffers daadwerkelijk opat. Het verhaal is voor liefhebbers van de soort best spannend en leest vrij vlot. Hoe lang Wolfe’s fantasie (is zoiets wel fantasie?) om steeds maar nieuwe van die orgastische fantasmagorieën te bedenken nog zal werken, is de vraag die ik mij niet stel want voor mij houdt zijn (nou ja) oeuvre hier op. Ik voel mij voor het lezen van een volgend deel niet geroepen.
-1
Heel zelden komt het voor dat je een boek tegenkomt, dat je uit ergernis uit het raam zou willen smijten. Op het eerste oog zou je niet denken dat De lazarusbel in die categorie valt. Wat opvalt zijn de sfeervolle voorkant, de positieve quotes op de achterzijde en de belangstelling oproepende flaptekst. De quotes hebben overigens betrekking op Dunne's vorige boek dat ook al een zeer fraaie cover had. Patrick Dunne is een Ier die zijn boeken in zijn vaderland laat afspelen. Hoofdpersoon in De lazarusbel is archeologe Illaun Bowe die in de stad Castleboyne actief is. Ze doet opgravingen op een plek waar een leprozen- en een pestkerkhof uit de middeleeuwen zou zijn. Terwijl haar aanstaande schoonvader een ontbindend lijk in de rivier de Boyne vindt, haalt zij twee loden grafkisten boven de grond. Bij die graafwerkzaamheden scheurt een kist open en stroomt er een stinkende smurrie over Bowe's medewerker Terry Johnston. Deze wordt kort daarna ziek opgenomen met symptomen die op de pest lijken. Wat het begin kan worden van een spannende verslaggeving van de gebeurtenissen in Castleboyne, wordt al gauw oervervelend. Ikpersoon Bowe is eigenaar van een archeologisch bedrijfje en Johnston is haar medewerker. Terwijl ze weet dat er een risico is dat de kist openscheurt en ze eraan denkt dat Johnston eigenlijk beschermende kleding behoort te dragen, onderneemt ze niets. Hierdoor loopt het fout. Daarna trekt ze zich weinig van zijn lot aan. Illaun gaat dineren bij haar verloofde en de volgende dag picknicken met een vriendin. Als het ziekenhuis belt dat de gezondheid van haar medewerker achteruit gaat en dat het noodzakelijk is dat men met de familie in contact komt, is Illaun nog wel bereid de cv van Johnston erop na te slaan. Daarin vindt ze niet de gewenste informatie. Ze weet wel dat hij bevriend is met de nachtwaker die inmiddels een andere baan heeft. Zoekt ze meteen contact met de beste man? Nee, want de man zal wel naar zijn werk zijn en ze besluit het de volgende dag te proberen. Als dan blijkt dat de nachtwaker niet thuis is, stelt ze het nog een dag uit. Maar dan is het al te laat: Johnston is dood! Ondertussen speelt het uit de Boyne opgeviste lijk vrijwel geen rol in de eerste helft van het boek. Spanning blijft hierdoor ver te zoeken. Even lijkt het erop, als er nog een zieke wordt opgenomen. Illaun hoort dat deze persoon op de archeologische vindplaats is geweest en daar waarschijnlijk met dezelfde smurrie in aanraking kwam. Zelf ontdekt ze dan dat de nieuwe zieke niet de enige is die op de plek des onheils geweest is. Wat onderneemt Illaun vervolgens? Niets! Het is nota bene haar vindplaats, haar verantwoordelijkheid. Ze verpest vervolgens een radio-interview waardoor de zaak nog verder escaleert. Maar als zij zelf in gevaar komt, weet ze niet hoe snel ze in actie moet komen. Een aanslag op haar leven mislukt (helaas!). Daarnaast zijn de karakters niet altijd sterk. Dunne bedient zich van clichés: van de leugenachtige allochtoon tot de sensatiebeluste journalist. Afgezien van de cover is er weinig aan De lazarusbel dat kan bekoren. Zelfs de flaptekst haalt de volgorde van gebeurtenissen door elkaar. Je vraagt je af of diegene die deze tekst opstelde, het boek goed gelezen heeft.
-1
Met het boek Drie sterke vrouwen (2009) won de Franse Marie NDiaye, die al op 16-jarige leeftijd debuteerde met De jonge Z., de Prix Concourt en de Europese Literatuurprijs. In 2013 kwam haar boek Ladivine in het Frans uit en deze roman is onlangs naar het Nederlands vertaald. In deze dochter-moederroman lezen we het verhaal van Clarisse, die een groot geheim met zich meedraagt. Eigenlijk heet ze geen Clarisse maar Malinka, en ze bezoekt al jaren in het geheim haar moeder Ladivine, een zeer arme, negroïde schoonmaakster, terwijl Clarisse zelf vanwege haar Franse vader voor een ‘blanke’ kan doorgaan. Clarisse voelt zowel een intense liefde als ook een diepe schaamte voor haar moeder. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat ze haar geheim niet met haar man en dochter durft te delen. Op een gegeven moment wordt ze verlaten door haar man omdat hij het gevoel heeft haar nooit te hebben leren kennen, vanwege haar geheimzinnige gedoe. Clarisse’s dochter, net als haar oma Ladivine geheten, kiest vervolgens de kant van haar vader. Direct aan het begin van het boek valt het taalgebruik, helaas in negatieve zin, op. Of het nu aan een slechte vertaling ligt of aan het originele taalgebruik, de zinnen lopen helemaal niet. Men moet zich echt door de zinnen heen worstelen. Meteen al de tweede alinea van de eerste bladzijde bevat een zin van ruim tien regels, waar niet doorheen te komen is. Dit zorgt er niet voor dat je meteen lekker in het boek komt. Ook erg storend is het wollige en omslachtige taalgebruik, zoals: “ze hernam haar gezicht zoals je jezelf kunt hernemen” en “Het idee dat ze geslaagd was, werd echter ondermijnd door de steeds hinderlijker gedachte dat ze, door zichzelf doelbewust en voortdurend te vergeten, rondom haar persoon een dunne wand van ijs had opgetrokken en dat zowel haar dochter als haar man zich soms verbaasde, zonder het te zeggen en misschien zonder het echt te weten, over het feit dat ze niet konden doordringen tot de kern van haar gevoelens.” NDiaye gebruikt ontzettend veel woorden voor iets wat met veel minder woorden gezegd kan worden. Wellicht heeft ze hiermee geprobeerd een verfraaiing van de taal te creëren, maar het zorgt alleen maar voor irritatie. Continu lezen we uitroepen waardoor de lezer zou moeten worden aangesproken, zoals: “O, dat haar moeder zich stilzwijgend onderwierp aan iets waar ze diep verontwaardigd over had moeten worden” en “Wat was ze ’s ochtends ingenomen met haar gepoederde, ernstige, levenloze gezicht”, maar ook hierdoor wordt de lezer niet aangesproken. Verder zit er weinig actie in de roman en dialogen komen er nauwelijks in voor. Wel zijn er extreem lange beschrijvingen van de gedachten en gevoelens van Clarisse, die continu gebukt gaat onder een enorm schuldgevoel ten aanzien van het tegenover anderen negeren van het bestaan van haar moeder. De inhoud van Ladivine raakt door dit storende taalgebruik naar de achtergrond, en het verhaal komt hierdoor ook niet goed uit de verf. Halverwege het boek wordt de dochter van Clarisse, Ladivine, ineens het hoofdpersonage. Het boek verandert hierdoor, vooral qua taalgebruik. Het wordt minder omslachtig en de zinnen zijn korter, minder vol details over gemoedstoestanden en gedachten, waardoor het een compleet andere roman wordt. Er komt meer actie in. Het kwaad is dan echter al geschied. Jammer dat het eerste stuk zo verschilt van de tweede helft, het lijkt wel alsof de schrijfster eerst heel lang nodig had om op gang te komen. Was het boek vanaf het begin zoals het tweede gedeelte geweest, dan zullen vermoedelijk een stuk minder lezers afhaken.
-1
Eindeloze, oeverloze, puberale kletspraat, ‘onderbouwd’ met Wikipedia-feitjes. Ik heb het helemaal gelezen en dat is een knappe prestatie. Jan van Aken de Umberto Eco van de Lage Landen? Dat kun je toch niet serieus nemen?!
-1
Redelijk spannend, zoals we dat van Aspe mogen verwachten. Maar lang niet zo goed als Tango Mortale, het (bijna) gelijknamige boek van Stefaan van Laere die volgens mij véél meer over tango af weet. Bij dat boek zit trouwens een gratis tango-cd! Maar goed, Aspe heeft natuurlijk (voorlopig?) een grotere naam. Al wordt nu dus wel aan zijn troon geschud...
-1
Als grote fan van Baldacci heb ik zijn vorige boeken steeds met plezier gelezen. In dit boek heb ik het gevoel dat het verhaal Robbie en Reel wat wordt uitgemolken. Het verhaal blijft niet boeien en is ook niet spannend om te lezen. Het boek zit ook overvol van de typische Amerikaanse clichés. Ik heb het boek uitgelezen maar na het lezen van het meesterwerk "Ik ben pilgrim" was dit maar een flutverhaaltje.
-1
Titel: Dwaaleiland Auteur: Melissa De La Cruz Uitgeverij: Van Goor Jaar van uitgave: 2015 Aantal bladzijdes: 264 Meer dan tien jaar geleden is er verdeeldheid ontstaan op Dwaaleiland, het stukje land in zee waar alle slechteriken uit zowel bekende als minder bekende sprookjes naartoe zijn gestuurd. De verdeeldheid begon bij Mal, de dochter van Malafide, die toe moest kijken hoe Evie, de dochter van Sneeuwwitjes boze koningin, uitgebreid haar verjaardag vierde. Alle leeftijdgenootjes waren uitgenodigd, behalve Mal. Malafide wilde niet dat de geschiedenis zich herhaalde en kon zich niet inhouden. Sindsdien was het oorlog tussen Malafide en de boze koningin. Tot alles verandert en beide dochters bij elkaar op school komen. Ze zullen samen moeten werken om een hoog cijfer op een project te verdienen, rekening houdend met het in de smaak vallen bij hun moeders... Als je Dwaaleiland - dat inmiddels een begrip is geworden - overal ziet op het internet, kun je het niet laten je aangewakkerde nieuwsgierigheid gunstig te stemmen. Vol goede moed fiets je naar de dichtstbijzijnde bibliotheek en neem je het boek mee, om je vervolgens in dat ene knusse hoekje op de bank te nestelen. In datzelfde uur wakkert het nostalgische haardvuur aan. Cruella de Vil… Malafide... En Gaston, die zijn twee zoons Gaston Junior en Gaston de Derde heeft genoemd. Duimpje omhoog voor die fantasierijke krachtpatser! Dwaaleiland kwam, zoals hierboven gezegd, overal en nergens voorbij. In de etalages van boekwinkels en bij bol.com-reclames op Facebook. Zelfs young-adultbloggers of volwassenen waren lyrisch over De la Cruz. Helaas geeft dit de verkeerde hoge en kwalitatieve verwachtingen, met name als je verwacht dat Dwaaleiland van hetzelfde niveau is als de young adults waar diezelfde bloggers over schrijven. Zoals keurig voorin het boek vermeldt staat, is het boek geschikt voor kinderen vanaf dertien jaar. Echter is het geschreven alsof het voor tienjarigen bedoeld is. Voor tienjarigen is Dwaaleiland geschikt voor onverschrokken lezers die inzien dat niet alle hoofdpersonages in fictie een voorbeeldfunctie hebben. En al helemaal de Dwaaleilanders niet, waar liefde iets is dat zo ongeveer op de brandstapel thuishoort. Het fijne van De la Cruz is dat ze ervoor heeft gezorgd dat de kinderen van de slechteriken niet alleen zoons of dochters van die gemeneriken zijn, maar dat ze zichzelf zijn. Er is ruimte voor zelfontwikkeling, waar Evie, Mal, Jay (van Jafar, Aladdin) en Carlos (van de enige echte Cruella) gebruik van maken. Het is fijn om te zien dat de nakomelingen van slechteriken niet per se ook door en door slecht hoeven te zijn. Hoewel Dwaaleiland voor volwassenen niet dezelfde spanning meebrengt als hoe het op jong-adolescenten overkomt, is het lezen zeker geen verloren tijd. Het is heerlijk als Diablo aan komt vliegen of om de korte citaten die de hoofdstukken voorafgaan te herbeleven. Ook het lezen van de grom van Beest (de koning van het land Auradon, waar alle goede sprookjesmensen leven) bezorgt kippenvel, met name als je de dag erna Beauty and the Beast in de bioscoop kijkt en dat het menselijke Beest precies hetzelfde geluid laat horen. Echter wordt de lezer niet aangemoedigd het tweede deel te lezen: Terug naar Dwaaleiland. Het avontuur op Dwaaleiland is weliswaar afgeraffeld, maar af. Het enige vonkje zou nog het naar Auradon willen gaan zijn. Waarom je deel twee wel zou willen lezen, is vanwege het wisselende perspectief dat in deel één gebruikt wordt. Zo komen de vier Dwaaleiland-kinderen allemaal aan bod, met daarnaast niemand minder dan de zoon van het Beest en Belle; prins van Auradon. Prins Ben droomt over een meisje en zijn onderbuikgevoel vertelt dat dat meisje zich op Dwaaleiland bevindt…
-1
Lang gewacht tot er een Ebook uit was van 'In stukjes'. Nu ik eenmaal ben overgestapt op het lezen op mijn tablet, heb ik minder zin om papieren boeken te lezen. Dit boek was echter lang niet te krijgen als Ebook. Misschien worden je verwachtingen wel hoger, als je langer moet wachten en misschien dat het boek me daarom zo tegenvalt (?). Ik vond het niet mooi geschreven en de humor van Marc-Marie is niet helemaal de mijne. Ik vind hem erg leuk bij De wereld draait door, maar ik hoor hem toch liever praten dan dat ik een boek van hem lees.
-1
dit is het 5e Robert Langdon boek van Dan Brown. Ik heb zelf erg genoten van met name de eerste en de tweede boeken (Da Vinci Code en Angels and Demons, sorry ik ben de Nederlandse titel even kwijt). Mijn conclusie: de koek is op. Brown lijkt niet meer in staat om op dezelfde manier als in de eerste boeken verrassend uit de hoek te komen en de lezer mee te nemen in het mysterie dat de hoofdpersoon in de schoot geworpen wordt en het drama dat hem overkomt. Inmiddels mag je er van uitgaan dat in elke Langdon-roman niet iedereen is wat ie in eerste instantie lijkt (de "goeden" en de "slechten"), deze keer was de wending op dit vlak voor 1 persoon wel heel ongeloofwaardig/ uit de lucht gegrepen en voor een andere persoon zag ik het op de helft al aankomen.
-1
Mijn vriend had dit boek in het mandje gedaan, ook bij het Boekenfestijn, om zelf eens te lezen. Dit zou toch een verhaal moeten zijn die hij wel kon lezen, dachten we! Ik was hem voor en heb het boek in een paar uur tijd uitgelezen. Het begin was leuk. Het is wel grappig om te zien wat voor theorieën er allemaal bij die man naar boven komen en zelf werd ik ook nieuwsgierig: Waar is die sok? Maar na een tijdje wordt het langdradig en is het niet grappig meer. Er komen wat serieuze zaken bij kijken en dat in combinatie met een sok (dé sok) is niet prettig lezen. Daarmee is het ook niet meer geloofwaardig. Leuk verhaal om eens gelezen te hebben, maar zou het niet aanraden aan anderen. En zeker niet aan mijn vriend, daar is het boek te filosofisch voor. Als het iets korter was geweest, kon het wel een leuk verhaal zijn voor op een feestje.
-1
Poging 1: Een oneerlijke recensie, want ik heb het boek niet uit. Van de zeven boeken die ik deze week heb gelezen, is dit de eerste waarbij ik mijn aandacht er echt niet bij kan houden. Ik luister het boek via Storytel en blijf maar afdwalen. Ik ben nu 1 uur en 15 minuten onderweg en het lukt me niet om in het verhaal te komen. Dat vind ik jammer, want ik wil het heel graag een spannend boek vinden. Ik geef nog niet op! Ik ga de papieren versie van de bieb lenen. To be continued...
-1
Ik heb aleen aantal boeken van René Appel gelezen maar vond dit één van zijn slechtste boeken. Af en toe zelfs heel saai en heb ik stukken overgeslagen. Ook kan ik me niet voorstellen dat een moord op die manier opgelost kan worden. Geen aanrader dus.
-1
klassiek misdaadverhaal,De zevenenveertig jarige Rhoda Gradwyn, een beruchte roddeljournaliste, laat in de privékliniek van plastisch chirurg George Chandler-Powell, een ontsierend litteken weghalen. Die ingreep had ze beter achterwege kunnen laten. Tijdens haar verblijf in de kliniek – een voornaam landgoed in Dorset genaamd Cheverell Manor – wordt Rhoda vermoord. Daarmee verraad ik niets van het verhaal, want al in de eerste zin van het boek wordt de moord, inclusief de datum, aangekondigd. Voordat het zover is, maakt de lezer kennis de belangrijkste personages: Robert Boyton, een parvenuachtige jongere vriend van Rhoda; operatieassistent Marcus Westhall die familie van Robert is en wiens zus Candace in een cottage bij het landgoed woont; verpleegster Flavia Holland; algemeen beheerder Helen Cresett; het echtpaar Bostock dat de keuken bestiert; hulpje Sharon Bateman; klusjesman Mogworthy… het lijstje is nog langer. Wanneer hoofdinspecteur Adam Dalgliesh en zijn team worden opgeroepen om de moord op Rhoda Gradwyn te onderzoeken kunnen ze hun borst nat maken. Direct bewijs ontbreekt, maar daarvoor duizelt het van de speculaties en mogelijke motieven. Als roddeljournaliste heeft Rhoda een spoor van ‘slachtoffers’ achtergelaten. Onder het personeel van Cheverell Manor stuit Adam Dalgliesh op ingewikkelde familieverhoudingen, twijfelachtige erfenissen en onverwachte levensachtergronden. Wanneer de belangrijkste verdachte ook nog dood wordt aangetroffen (de tweede moord wordt op de achterflap vermeld), is het raadsel compleet en kan het grote puzzelen beginnen. P.D. James (geboren 1920 en al 66 jaar bij dezelfde uitgever) is de Grande Dame van de misdaad. Zeker nadat ze in 2008, in navolging van Sir Arthur Conan Doyle en Agatha Christie, is opgenomen in de International Crime Writing Hall of Fame. Eerder ontving P.D. James al de Grand Master Award van de Mystery Writers of America en de Diamond Dagger van de Brittish Crime Writers’ Association. De patiënte is haar 20e boek en precies wat je je bij een hoog gedecoreerde misdaad barones voorstelt: een klassiek misdaadverhaal en very very Brittish. Dat begint al met de setting: een landgoed in Dorset (waar zich op het terrein een Stone Henge achtige stenenformatie bevindt waar 350 jaar eerder een heks is verbrand), interieurs vol antieke meubels en kostbare schilderijen, borden vol vleespasteitjes en scones, en personages die allemaal hun eigen plek op de sociale ladder hebben waar ze nooit meer vanaf komen. Is het boek spannend? Merkwaardig genoeg vond ik het begin – ook al weet je wie er vermoord gaat worden – nog het spannendste. Als lezer zit je te wachten op het moment dat Rhoda Gradwyn wordt vermoord en daardoor zoek je in de hoofdstukken waarin alle personages uitgebreid beschreven worden alvast naar mogelijke motieven. Na de moord valt de spanning duidelijk weg. Het onderzoek van Dalgliesh bestaat uit een eindeloze reeks ondervragingen, beschreven vanuit de verschillende hoofdrolspelers, wat af en toe hinderlijke herhalingen oplevert. Het tempo is laag, bijna loom, hoewel het verhaal in de winter speelt. Na de tweede moord leeft het boek weer op en blijkt P.D. James heel goed in staat om niet alleen maar lange, geconstrueerde zinnen te schrijven. Na de oplossing van de misdaad – een nogal onwaarschijnlijke zelfmoord – volgen nog enkele hoofdstukken waarin het tempo wordt teruggenomen om even rustig te eindigen als alles begonnen is. Wie van nagelbijtende spanning en flitsende scènewisselingen houdt is bij P.D. James aan het verkeerde adres. Het tempo ligt laag en doordat het verhaal vanuit praktisch alle personages verteld wordt, krijgt de lezer geen enkele kans tot identificatie. Wie het prettig vindt om bij een kopje thee of glaasje Sherry een klassiek misdaadverhaal te lezen met scherpe karakterobservaties en zonder overbodig geweld komt volledig aan zijn trekken. De patiënte is degelijk misdaadamusement en zal ongetwijfeld binnenkort bij de BBC te bewonderen zijn.
-1
Geen van de personages maken het boek waard om het te gaan lezen. De personages zijn namelijk zo oppervlakkig en kort beschreven dat je met geen van allen echt een binding krijgt. Je voelt niet met ze mee. Dat komt, denk ik, omdat de schrijver ervoor gekozen heeft om het verhaal niet vanuit een van de hoofdpersonen te vertellen, je weet niet wat ze denken, je weet niet wat ze voelen. En dat is voor mij toch wel een vereiste als je een beetje een interessant personage wil creëren. De situaties zijn best leuk bedacht met al de vermommingen en misleidingen, alleen zo’n situatie werkt gewoon niet als je geen leuke personages hebt, waarmee je verbonden bent. Ook het verhaal is een beetje slapjes, het is voorspelbaar en een beetje vergezocht. Het verhaal had ook wat meer diepte kunnen krijgen, omdat het nu echt alleen maar om het stelen van die Gouden Boeddha gaat, wat zeer jammer is. Is er dan nog wel iets positiefs over dit boek? Ja, er zitten wel positieve dingen in het boek, maar die zijn zo klein dat ze overschaduwt worden door het negatieve. Clive Cussler had van dit boek heel wat kunnen maken, maar het is hem niet gelukt. Een van de grootste minpunten is dat dit boek gewoon niet kan boeien, je hebt die nieuwsgierigheid van ‘ik ben echt benieuwd hoe het afloopt’ gewoon niet. Ik weet zeker dat vele mensen dit boek na een tijdje aan de kant zullen leggen, gewoon omdat je het leest om het uit te lezen, niet omdat het nou zo ongelooflijk spannend of boeiend is. Dit is een grote tegenvaller, Clive Cussler kan zeker beter!!
-1
Dat dit boek in de jaren 80 veel ophef gaf, is niet verbazend. De schrijver wilde de Amerikaanse consumptiemaatschappij waarin sex, drugs, macht, uiterlijk vertoon in grote mate aanwezig was, op een cynische manier op de hak nemen. Dat uitgangspunt sprak mij wel aan. Toch krijgt dit boek slechts 1 ster. De sex passages die regelmatig overgaan in de meest bloedige en ranzige moordpartijen zijn TE extreem. De opsomming van de kledingnamen met merk, die bij allerlei uitgaansmomenten gegeven wordt, is leuk gevonden, maar omdat nu het hele boek door te blijven doen, is ook wat TE extreem doorgevoerd, waardoor het juist krachteloos en doorbladeren werd. Als de schrijver erop uit was om de lezer te laten walgen, dan is dit hem gelukt!
-1
2,5 sterren voor Stervensgelukkig. Het verhaal Ottila McGregor is 30 jaar, en wil met de hulp van haar verslavingstherapeut een goed mens zijn. En ze wil na alles wat ze nu heeft meegemaakt nu eens echt gelukkig zijn: Rete-, Kneiter-, en Stervensgelukkig. Momenteel maakt ze veel nare en zware dingen mee. Haar vader is 3 jaar geleden overleden aan kanker, hij was haar maatje. Zus Mina is depressief en heeft zelfmoordneigingen. Komt dit door Ottila? Dan is daar Andre, haar baas, waar ze een relatie mee heeft terwijl hij getrouwd is. Ze gaat vaak vreemd en heeft een drankprobleem. Voor wat afleiding gaat ze veel uit met haar vriendin Grace, maar dan gaat het vaak goed mis en de liters drank gaan er elke avond flink doorheen. Het is nu tijd om te veranderen en om hiermee te stoppen. Ze gaat een poging te gaan doen om gelukkig te worden: Stervensgelukkig. Dagboekverslagen, mailtjes en uitgebreide verhalen over haar eerdere relaties zijn elementen uit het boek. De cover is echt bijzonder, in verschillende tinten blauw wordt een zee uitgebeeld. Met in het midden een fles met een kurk. In deze fles zit een gebroken hart. Het hart drijft op de golven op zoek naar heling. De titel duidt op de zoektocht van Ottila en van de fles: de zoektocht naar geluk. In een dagboek-vorm vol e-mails, poststukken en dagboekverhalen lezen we over Ottila die nu 30 jaar is. Het is een bijzondere vorm van lezen, over de hoofdpersoon die zich ook "Rocket dog" laat noemen in de berichten aan haar vriendin. Deze vriendin Grace is nog steeds een grote "party-animal". Terwijl Ottila hier nu flink de rem op zet. Ottila is een bijzonder personage een soort mislukte Bridget Jones. Deze Bridget Jones had ook een dagboek met de nodige humor en zelfspot. Gezien deze Bridget een graag gezien gast is bij velen, viel het verhaal van Ottila hierbij in het niet. Het verhaal is met de nodige humor en zelfspot geschreven, maar het raakte mij niet. Wat irriteerde was met name de schrijfstijl en gebruikte woorden als "pleurde", en andere platvloerse variabelen. Het is puur een kwestie van smaak, maar de vele stukjes over seks, het al dan niet dragen van ondergoed en hoeveel partners ze wel of niet heeft gehad, maakte het verhaal niet boeiend. Het hoofdkarakter kreeg hierdoor een jongere uitstraling. Als lezer vroeg ik mij af: waar gaat het verhaal naar toe? Conclusie Anneliese MacKintosh schreef met Stervensgelukkig een stukje uit het leven van Ottila. Met hulp van de verslavingstherapeut probeert ze haar leven weer op te rails te krijgen. Door in haar dagboek de mails, verslagen van haar therapeut en ander leuks op te schrijven krijgt de lezer een "kijkje in de keuken" van het leven van Ottila. Met leuke stukjes, maar ook minder interessante passages. Ze zoektocht naar Happiness gaat voor Ottila niet over rozen. Maar in het 5e deel van het boek lijkt het toch de goed kant op te gaan. Stervensgelukkig, of te wel: "de zoektocht naar geluk" heeft mij niet gebracht, wat ik er van verwachtte. De cover is prachtig. Maar het gaat om het verhaal. Het verhaal van Ottila ging alle kanten op, zo ook haar personage, die hierdoor de leeftijd van 30 jaar niet haalde. Ze kwam veel jonger over. Halverwege kon het verhaal mij niet meer vasthouden. Het is de schrijfstijl die mij niet kon bekoren. Waardering 2,5 sterren.
-1
'De kus van een clown' is een rollercoaster door het leven van Rosa, meneer Steeghuizen en Harman Pekman, waarbij je als lezer van links naar rechts wordt geslingerd in hun zoektocht naar rust. Het verhaal is chaotisch, de schrijfstijl prettig en soms humoristisch. Ondanks dat is het een boek welke ik met moeite heb uitgelezen, terwijl het ook nog een redelijk dun boek is. Over veel zaken moet je toch wel even nadenken, wat de auteur hier nu precies mee bedoelt en bepaalde zaken zijn voor mijn gevoel ook niet voldoende uitgediept. Wellicht dat anderen het een fantastisch boek vinden, maar mijn genre is het niet.
-1
Drie graven vol is het debuut van de Amerikaanse schrijfster Jamie Mason. Het boek wordt aangekondigd als de ontdekking van 2013. De omschrijving en cover van het boek dragen bij aan de verwachtingen van een spannend en luguber boek. Grote verwachtingen dus, waarom begraaft iemand de lijken in zijn eigen tuin met de kans ontmaskerd te worden. Hoofdpersoon in het boek is Jason Getty, een weduwnaar, wie nu een huis woont ver van zijn verleden af. Hij is een laffe man, welke zeer makkelijk te beïnvloeden is. Hij is zeer op zichzelf en vaak in gedachten verzonken. Tijdens een fatale nacht gebeuren er dingen, welke hij voor zichzelf nooit voor ogen had gehouden. Hij raakt daardoor in de problemen en of het dan nog niet erg genoeg is, worden er tijdens werkzaamheden in zijn tuin twee lijken gevonden. De potentie van het verhaal is hoog, alleen lukt het Jamie Mason niet om de spanning op te drijven naar grote hoogte. De ellenlange zinnen maken het boek zeer langdradig en soms slecht te volgen. Velen zinnen heb ik meerdere keren moeten lezen om de clou te begrijpen en soms was het zelfs onbegrijpelijk. Ik heb het vermoeden dat de slordige vertaling naar het Nederlands hier ook aan heeft bijgedragen. Uitdrukken en beeldspraken worden soms letterlijk vertaald en zijn totaal nietszeggend. De laatste 80-100 bladzijden in het boek worden pas spannend en daar dragen de duidelijk kortere zinnen ook sterk aan bij. Het afloop van het boek is dan echter weer teleurstellend, Jamie Mason laat hier een kans liggen. Ik geef het boek dan ook 2 sterren.
-1
In De verborgen orchidee logeert een aantal kunstenaars op het landgoed Bosco, opgericht door Aurora Latham. Ellis Brooks, een schrijfster, is een van hen. Zij schrijft een roman over het mysterieuze leven van deze vrouw. Daarbij stuit ze op een aantal bovennatuurlijke zaken die in het verleden hebben plaatsgevonden. Omdat ze zelf ook over deze gave beschikt, hoort ze stemmen en ziet ze geestverschijningen. Langzaam maar zeker wordt daardoor duidelijk wat er destijds heeft plaatsgevonden. Carol Goodman heeft het boek zo geschreven dat de hoofdstukken zich afwisselend in het heden en het verleden afspelen. Dat is, zeker in het begin, nog wel eens verwarrend. Vooral de eerste hoofdstukken was het bij mij niet echt duidelijk wat nu precies de bedoeling was en wat het precieze verhaal was. Later werd het wel wat duidelijker. De verborgen orchidee is geen boek dat je zomaar even leest. Daarvoor is het toch te ingewikkeld. Ook vond ik het een nogal vervelend verhaal dat me niet bijzonder kon boeien. Dat ligt niet de rode draad van het boek: het bovennatuurlijke. Daarvoor sta ik zeker open, want ik denk dat er inderdaad meer is tussen hemel en aarde. Maar in dit boek vond ik het allemaal nogal overdone. Het boek heb ik uiteindelijk wel uitgelezen, maar wel met de gedachte dat ik blij zou zijn als ik het eenmaal uit had. De verborgen orchidee is me tegengevallen en wat mij betreft geen aanrader.
-1