text
stringlengths
1
8.1k
path
stringclasses
465 values
source
stringclasses
2 values
Pefroen, met een Markt Emmer daar een Schaapshoofd in is.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
DE Duiker mogt zo langer leeven!
vinc001pefr02_01
gold
Is 't noch niet lang genoeg gekeeven?
vinc001pefr02_01
gold
Zeg, Varken, zal 't altyd zo gaan?
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Ga, breng dit Schaapshoofd hier van daan Weêr na de Slager, maak geen grillen.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen, met een schreijende stem.
vinc001pefr02_01
gold
Hy zal het niet weêr neemen willen.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
'k Loof jy me raazend maaken zouw?
vinc001pefr02_01
gold
Wel wie of hier van eeten wouw?
vinc001pefr02_01
gold
'k Stuur je om een jong, een lekker Lamshoofd, En jy brengt hier een hoornig Ramshoofd; Jou grooten Rekel, Ezel, Zót, Zie jy niet dat men met je spót?
vinc001pefr02_01
gold
Ga breng het weêr, of 'k zel je villen, Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Hy zal het niet weêr neemen willen.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
't Is oud, en 't stinkt: ruik.
vinc001pefr02_01
gold
ben je een kind?
vinc001pefr02_01
gold
't Stinkt zeven mylen in de wind; Ga heen; want ziet 'k wil geen bedillen.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Hy zal het niet weêr neemen willen.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Kryg ik een stok, jy raakt in klem.
vinc001pefr02_01
gold
Maar luister toch eens naar deez' stem: hem nabootzende.
vinc001pefr02_01
gold
Hy zal het niet weêr neemen willen.
vinc001pefr02_01
gold
Ik geef jou straks wat op de Billen.
vinc001pefr02_01
gold
De Gard die leid al in de pis.
vinc001pefr02_01
gold
Wel hoe of 't hier geschaapen is, Zeg, Haanrey?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ik wil graag belijen, Dat ik, toen ik jou eerst kwam vrijen, Wel docht, wat dat ik weezen zou.
vinc001pefr02_01
gold
Wat raad?
vinc001pefr02_01
gold
want Heintje Pik afschuuw'lyk, Die Koppelaar was van ons huuw'lyk, Die schynt wel heeft het zo verstaan; En 't is hem na zyn zin gegaan.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Je walgt me, en 'k zie je met afgryzen: Ga ik langs straat, de Buuren wyzen My stadig met een vinger naar.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
En aan my toond m'er wel een paar.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Wat was ik zot, dat ik ging trouwen Met zulk een Jakhals, zulk een Bouwen, Een die zo arm was als een Muis, Ja kaalder als een Beed'laars Luis: Ik die een eenig kind, mooi, proper Was van een ryke Beddekoper?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Dit 's de oorzaak moog'lyk, dat jouw eer Zo licht is, als een Ganzeveer.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Jou schort een praatje, Logge Leunis, Ga breng dit hoofd weêr straks aan Teunis, Of 'k breek jou licht een arm of been.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ai, sla me niet, ik ga straks heen: Maar het is tyd en moeiten spillen; Hy zal 't toch niet weêr neemen willen.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen, schreijende weg gaande, beluisterd zyn Wyf van verre.
vinc001pefr02_01
gold
Tiende tooneel.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
NOch meêr?
vinc001pefr02_01
gold
brus voort, je zult ik zweer't Dit weêr bezuuren als je keerd.
vinc001pefr02_01
gold
Ja wel kedaar, ik kan 't niet dulden!
vinc001pefr02_01
gold
Had ik zo menig duizend gulden Als ik berouwen heb gehad Van jou te trouwen, Vrind, in Stad Was niemand ryker: maar patientsy: Ik maak van alles juist geen mentsy; Het was myn' Ouders wil, en 'k most Om best wil doen zo ik best kost.
vinc001pefr02_01
gold
Was 't aârs, hy rook niet aan de Lever.
vinc001pefr02_01
gold
Deez' bloed was Knecht by onze Weever, En won een kroon, of om die streek, Met al zyn slooven in de week; Was 't niet om dapper op te teeren?
vinc001pefr02_01
gold
Het was een Vogel zonder veêren, Die niet een goed kleed had aan 't gat, Zo ik 't hem niet gegeeven had.
vinc001pefr02_01
gold
Deez' Luishond echter, met zyn grillen, Zou noch wel Meester speelen willen, Zo ik hem zulks niet had belet, En hem de kruin wat recht gezet.
vinc001pefr02_01
gold
Elfde tooneel.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen, haar beluisterd hebbende.
vinc001pefr02_01
gold
WEl, Feeks, zyn dit zo schoone zaaken, Om jou hier door beroemd te maaken?
vinc001pefr02_01
gold
Ben ik door jou geraakt in 't Gild, 't Waar best dat gy dit liet in 't stilt', En gingt jouw schand niet openbaaren.
vinc001pefr02_01
gold
Och!
vinc001pefr02_01
gold
wat 's men in zen jonge jaaren Gelukkig, als men, zonder Wyf, En zorg, niet zoekt als tydverdryf.
vinc001pefr02_01
gold
Men speelt met Knikkers, men gaat Hoepen, Men Koot, men Bikkeld in de Stoepen, Of wel in Huis, naar dat men wil; Men speeld Schuilhoekje, Gatjebil; Nou gaat men Kolven, dan eens Kaatzen; Men ryd in 't Sleedje, of wel op Schaatzen; Men zend de Vlieger na de lucht, En gaat uit zwemmen met genugt; Als 't weêr tot uitgaan niet bekwaam is, En dat men met de Meisjes t'saam is, Dan speeld men Bruidje, Handjeklap, Of Kraamvrouw geef het Kindje pap.
vinc001pefr02_01
gold
Knikknelishuis, Verkeerdereden, En duizend andre zoetigheden, Daar meê men zyn onnooz'le tyd Geneug'lyk, zonder ramp, verslyt; Zo dat men mag van Kinders zeggen, Dat zy een beter leeven leggen Als wy Getrouwden, die voor 't meest Nu zyn, 't geen zy nooit zyn geweest.
vinc001pefr02_01
gold
Myn Wyf die heeft 'et gaan vertrekken, Ik ben 't, en kan het niet bedekken; Doch, 'k troost my dat ik hier ter plaats Verscheid'ne voor myn Kameraads Mag groetten: maar recht uit te kallen, Ik ben d'ellendigst' wel van allen; Mits hy, die my doet dit affront, My noch komt slaan gelyk een hond.
vinc001pefr02_01
gold
Wie zou zulk leeven niet vervloeken?
vinc001pefr02_01
gold
Zy noemt hem, om my te bedoeken, Kozyn.
vinc001pefr02_01
gold
deez' Snoeshaan is gestaâg By haar, des nachts en over daag: Hy slaapt op 't beste bed by vlaagen; Ik onder in een Rollewagen; Myn Wyf in een schoon Ledekant.
vinc001pefr02_01
gold
Des avonds, om my vander hand Te hebben, is 't: snyd een stuk eeten, En loop na bed; als ik gegeeten, En klein bier toe gedronken heb, Dan kruip ik zachtjens in myn kreb: Maar zy zyn, foey!
vinc001pefr02_01
gold
ik moet 't my schaamen, Tot overmiddernacht te saamen.
vinc001pefr02_01
gold
Twaalfde tooneel.
vinc001pefr02_01
gold
Ritzaart, Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ritzaart.
vinc001pefr02_01
gold
IS ma Kouzine in huis?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ik mien Wel ja, Heer.
vinc001pefr02_01
gold
dit 's Kozyn; laat zien Of hy zal kloppen?
vinc001pefr02_01
gold
Ouwe leuren!
vinc001pefr02_01
gold
Zyn Sleutel opend alle deuren En Slooten van ons heele huis, Tot zelfs myn Wyfs trezoor, inkluis.
vinc001pefr02_01
gold
Daar koomtze, bloed, had ik gezweegen!
vinc001pefr02_01
gold
Dertiende tooneel.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje, met Ritzaarts schoenen, en een leege Wynflesch.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
STa jy hier noch?
vinc001pefr02_01
gold
Hoe is 't gelegen?
vinc001pefr02_01
gold
Spreek op, Schavuit, waar 's 't Schaapshoofd; hê Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ik breng hier nou een ander meê.
vinc001pefr02_01
gold
Dat hy varsch van een Schaap deed villen.
vinc001pefr02_01
gold
Dit gezegt hebbende, geeft hy haar de Emmer met het Schaapshoofd over.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold
Hy zal het niet weêr neemen willen.
vinc001pefr02_01
gold
Heeft hy 't nouw niet genomen, Zwyn?
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Wel ja.
vinc001pefr02_01
gold
Lysje, hem de leege Flesch, en Ritzaarts Schoenen geevende.
vinc001pefr02_01
gold
Voort, haal deez' Flesch vol wyn, En veeg die schoenen.
vinc001pefr02_01
gold
Pefroen.
vinc001pefr02_01
gold
Ritzaarts schoenen?
vinc001pefr02_01
gold
Lysje.
vinc001pefr02_01
gold