title
large_stringlengths
4
252
text
large_stringlengths
2
432k
Het kasteel Westhoven in Zeeland/Hoofdstuk 3
<pages index="Bosboom-Toussaint, Een Leidsch student in 1593 enz (1888).pdf" from=479 fromsection=s2 to=492 tosection=s1 header=1 titel="Het kasteel Westhoven in Zeeland" />
Azan
Arabische tekst 4 x Allahoe Akbar 2 x Ashadoe ella ilaha illallah 2 x Ashadoe enna Moehammeden rasoel Allah 2 x Hayya al assalaah 2 x Hayya al al Falaah 2 x Allahoe Akbar 1 x La ilaha illallah Nederlandse vertaling 4 x Allah is de grootste 2 x Ik getuig dat er geen god is dan Allah 2 x Ik getuig dat Mohammed Allah's ge...
Het kasteel Westhoven in Zeeland/Hoofdstuk 4
<pages index="Bosboom-Toussaint, Een Leidsch student in 1593 enz (1888).pdf" from=492 fromsection=s2 to=528 tosection=s1 header=1 titel="Het kasteel Westhoven in Zeeland" />
Het kasteel Westhoven in Zeeland/Hoofdstuk 5
<pages index="Bosboom-Toussaint, Een Leidsch student in 1593 enz (1888).pdf" from=528 fromsection=s2 to=560 header=1 titel="Het kasteel Westhoven in Zeeland" next=""/>
Reis van Sint-Brandaan
Inhoud. Het verhaal van de Reis van Sint Brandaan is verdeeld in 2285 regels. Het hele werk is hier verdeeld in tien min of meer gelijke delen van telkens ongeveer 200 regels.
Reis van Sint-Brandaan/deel 1
Van Sente Brandane NU verneemt, hoe ouer lanc Een heere was in Yerlant, Die sach menich Gods teekijn. Wildi dies gheloeuende zijn, 5 So hoert wonder, ghi heeren. Die Heleghe Gheest moet mi leeren, Die, welke der ezelinnen Wijlen dede sprekens beghinnen - Daer vp dat reet Balaam 10 Dat was een heydin m...
Rotterdamsch welvaren 1550-1650/De Oostenrijksch-Spaansche tijd 1550-1572
<pages index="Bijlsma, Rotterdams welvaren 1550-1650 (1918).pdf" from=19 to=41 header=1 />
Klassiek-Barok-Modern
<pages index="Van Doesburg, Klassiek-barok-modern (1920).pdf" header=overzicht extra_info=""Klassiek-Barok-Modern"; twee lezingen, die Theo van Doesburg op 18 februari 1919 in Renkum en op 13 februari 1920 in Antwerpen hield. De uitgave werd in Nederland gedistribueerd door Em. Querido in Amsterdam en is herdrukt in...
De peren
Het lied werd in het eerste kwart van de 20e eeuw door Speenhoff en Pisuisse vertolkt. In 1964 bracht Paul Collin het in theater Tingeltangel ten gehore. De KRO-radio heeft, zo schrijft Wim Ibo, de uitvoering nog in 1964 verboden. Men noemt het lied ook wel "Jopie" maar dat is niet de titel waaronder Witte het publicee...
Reis van Sint-Brandaan/deel 2
DOe si te scepe quamen Ende orlof ghenamen An vrienden ende maghen mede Gode beualen sise ter stede; 265 Tseyl si an den mast keerden, Also hem die winde leerden; Haer riemers si hute stoten; Met ghemake datsi vloten. Ay, hoe scone dat tscip vloot! 270 Cort quamen si in groter noot Want een dier al te...
Reis van Sint-Brandaan/deel 3
Doe begonstese een wint driuen Van daer int oest hende Ieghen eene steenwende. Doe sach sente Brandaen 450 Eenen sconen monster staen. Dae woenden moonken inne, Die Gode dienden met zinne, Ende hadden ghedaen menich iaer. Snachts so bleef sijn kiel daer 455 Onder dien hoghen steene. Sente Brandaen all...
Rotterdamsch welvaren 1550-1650/De Opstand 1572-1588
<pages index="Bijlsma, Rotterdams welvaren 1550-1650 (1918).pdf" from=42 to=53 header=1 />
Reis van Sint-Brandaan/deel 4
Een euel stanc hem ane viel. 700 Doe keerdi danen sinen kiel Ende si quamen an een eylant. Daer ghinc die zorghe in hant Want arde doncker waest daer: Daer en waest niewers claer. 705 Maer die gront der zee was goudijn, Daer dat slijc soude zijn. Oec waren daer edele steene Om dien kiel al ghemeene; W...
Reis van Sint-Brandaan/deel 5
Doe si te schepe kwamen Ende orlof ghenamen 865 Van dier doncker zee ende lande, Een der moonken doe verkande, Dat die gront goudin was. Ay, hoe blide waren si das. Doe ghinghen si hute met spele 870 Ende droughens in den scepe vele, Elkerlijc in sine hande, Daer si zint mede in haren lande Eerden men...
Reis van Sint-Brandaan/deel 6
Doe Brandaen, die Gods deghen, Te rechte hadde al bescreuen Die twee scone paradise, 1140 Doe waende die goede wise, Die Gods dienare, Dat hi al quite ware Van des waters aerme scaren, Ende hi te lande soude varen. 1145 Doe bat die heere goede Met eenen neerensten moede Onsen eeweliken troest, Dien...
Reis van Sint-Brandaan/deel 7
Doe versach sente Brandaen Eenen naecten man saen, Al ru, sittende alleene Vp eenen heeten steene. 1325 Hi leet wel groete nozen. An deen zijde was hi vervrosen Dor vleesch ende beene, Vp dander zijde vanden steene Verbrande hi van hitten dan: 1330 Na sine werken hi loen ghewan. Voer hem hinc blayend...
Reis van Sint-Brandaan/deel 8
Doe dus die kiel ontran Entie moede scipman Van der heeter aermer scaren, 1600 Doe quamen si saen gheuaren Vp eene der bester eerden, Die oyt mochte gheweerden. Daer sach yemen selden; Daer wiessen vp die velden 1605 Beede coren, vruchten ende wijn Ende alle vruchten die moghen zijn, Sonder ackeren en...
Reis van Sint-Brandaan/deel 9
1815 Doe si te scepe waren ghegaen, So quam hem ghevolcht saen Een volc van wonderliker ghedane, Als ons de bouc doet te verstane. Si hadden wolues tande, 1820 Ende hieten Walscherande. Seere sie verbolghen waren, Datsi hem dus zijn ontvaren. Hoefde hadden si alse zwijn - Hoe mochten si wonderliker zij...
Reis van Sint-Brandaan/deel 10
Doe Brandaen orlof ghenam, Die bouc seit dat hi quam 2055 In den ellefsten morghen In harde groeter zorghen. Die wonderlike liede Riepen in haren bediede Na den heleghen Brandane, 2060 Den Gods onderdane, Ende boden hem scat ende spijse. Doe sprac die Gods wijse: "Huwe spijse, no huwen scat Die en b...
Oudnederlandse fragmenten
Hieronder staan enkele Oudnederlandse fragmenten. Onder de zinnen staat de Nieuwnederlandse vertaling en soms, ter vergelijking ook een Middelnederlandse. 6e eeuw. Uit de Salische wet: 8e eeuw. Uit de Utrechtse doopbelofte ("oudsaksische doopbelopfte, "): De gehele tekst is hier te lezen. 9e eeuw. Uit een "paarde- en w...
Karel ende Elegast
Die historie van coninck Karel ende van Elegast Karel ende Elegast is gheschreeven om 1250 ende van gheennaem. Jeegent den lengte, opghesplitsen als in deele. Karel ende Elegast is geschreven rond 1250 door een onbekende schrijver. Vanwege de lengte, is het verhaal opgesplitst.
Karel ende Elegast/Deel 1
Bequaemgroepe: Karel ende Elegast [fol. 2r] 1 Fraeye historie ende al waer Mach ic v tellen hoort naer Het was op enen auontstont Dat karel slapen begonde 5 Tengelem op den rijn Dlant was alle gader sijn. Hi was keyser ende coninc mede. Hoort hier wonder ende waerhede Wat den coninc daer gheuel 10 Dat weten n...
Karel ende Elegast/Deel 2
Bequaemgroepe: Karel ende Elegast 205 Hoer goet stelen ende rouen Nv mach ic hem wel ghelouen. Die leuen bider auontuer Si weten wel dat si verbueren. Lijf ende goet machmense vaen 210 Men doetse hangen ende thooft of slaen Of steruen arger doot Horen anxte is dicke groot Nemmermer en gheualt mi dat Dat ic ma...
Karel ende Elegast/Deel 3
Bequaemgroepe: Karel ende Elegast 400 Dien hi manlic voor hem hilt Dat hi in tween stucken vloech Oft ware een linden loof Die swarte sloech den coninc weder Die swerde ghingen op ende neder 405 Opten helme op die maelgien Datter menich moeste faelgien Daer en was halsberch gheen soe goet Daer en dranc dore da...
Karel ende Elegast/Deel 4
Bequaemgroepe: Karel ende Elegast 600 Dan sel ic deylen ende ghi sult kiesen Dies achter gaet moet riesen Elegast seide waer leit den scat. Lieue gheselle segt mi dat Ende in wat stede 605 Het mach daer sijn ic vare mede Ic wils wesen vroet: Eer ic v volghe eenen voet Doen seide karel die edel man. Ic selt v ...
Karel ende Elegast/Deel 5
Bequaemgroepe: Karel ende Elegast 800 Dat die coninc ware daer. Mer hi en wiste niet hoe naer: Gheselle wat die hane craeyt Ic wilde mijn kele winde waeyt Is die coninc niet hier bi 805 Doe seide karel het fy Gheselle sidi veruaert Ic waende dat ghi coender waert Doet dat ghi seyt laet ons gaen Al soudemen on...
Karel ende Elegast/Deel 6
Bequaemgroepe: Karel ende Elegast 1000 Eer ic vander buerch scheide. Gaet mi te lieue of te leyde Die coninc peynsde dits mijn vrient Al heb ics qualic op hem verdient Ic salt beteren mach ic leuen. 1005 Hi sal verwinnen al sijn sneuen. Gheselle ic sel v wisen bet. Hoe ghien brenghen selt int net Eggericke van...
Karel ende Elegast/Deel 7
Bequaemgroepe: Karel ende Elegast 1200 Ghi en segt waer ende niet el Hoe die auentuer geuel. Elegast seide gerne Mi en staets niet tontbeerne Ic ben seker wel te voren.[fol. 23v] 1205 Dat eggeric heeft v doot gesworen Ic hoordet hem seggen daer hi lach. Ende gaf sinen wiue enen slach. Dat sijt dorste anden ...
Die euangelien vanden Spinrocke
<Pages index="Die Euangelien Van den spinrocke (1520).pdf" from=1 to=50 header=1 />
Bredero/Angeniet
Angeniet: Voorwerk. Aen den Lesere.. Beminde Leser, alsoo ick noch bekomen hadde diversche spelen, ende andere gedichten van onsen Amsterdamschen Poët Garbrant Adriaensz. Bredero, die op weynich na door sijn eygen handt volmaeckt waren, heb ick tot mijn groote koste laten volmaken, van soodanigen Poët der welcker stijl...
Bredero/Angeniet/Præludium ofte voor-spel
PRÆLUDIUM OFTE VOOR-SPEL.. "De Gordynen op-gheschoven zijnde, sitten al de spelende Maats, die dit spel sullen uytvoeren, op het Tonneel stil. De Maaght In Liefd’ Bloeyende spreeckt in volghende wijse de neghen Musen aan." "L Bloy." — Hoe seer word nu verkleynt de grootheydt van de konst Die eertijdts Keyseren kon trec...
Bredero/Angeniet/Eerste bedrijf
HET EERSTE BEDRIJF. EERSTE UYT-KOMEN.. "Roosen-daal en Klaremondt." Ach Klaremont mijn vrou! mijn dunckt dat onse dagen Allengsjens ons ontgaan, en voorts ten grave jaghen: Helaas! de grijse Tijdt die loopt veel snelder hier Dan ’t swalpend’ water van de ruyschende Rivier, Dan stroomende met kracht komt schuymend afged...
Bredero/Angeniet/Tweede deel
HET TWEEDE DEEL.. EERSTE UYT-KOMEN.. "Angniet en Endimyon". Myn dunckt Endimyon, dat ghy hier zijt gekomen Alleen uyt boertens lust: doch ick hebt wel genomen, En houd u oock te goet al wat ghy hebt geseyt, Al ist geen waerheyt schoon, het is wel-spreckentheyt, Ghy zijtet toch gewent, ’t zijn u gewone koutjens: Maar to...
Bredero/Angeniet/Derde deel
HET DERDE DEEL.. EERSTE HANDELINGH.. "Jupiter, Mercurius, Pallas, Saturnus, Neptunus, Hercules." "Jupit. —" Blinckende Keysers groot! ghy almachige Goden, Ghy dwingelanden streng van Hemel en van aard, Die ’k met onsachlijckheyd heb schrickelijck ontboden Met donder en met vyer; mijn knechten wijd vermaart! d’Oorsaak, ...
Bredero/Angeniet/Vierde handelingh
VIERDE HANDELINGH.. EERSTE UYTKOMST.. "Kloridon." — Ach albesiende Goon, die door u mogentheden Onsichtbaarlijck bestierd de landen ende steden! In wiens verholen boeck geschilderd is’t geval Dat in dit losse rond den mensch bejeg’nen sal: Wat staat daarin van mijn en mijn geval beschreven? Of sal ick niet als ramp op ...
Bredero/Angeniet/Vijfde handelingh
VIJFDE HANDELINGH.. EERSTE UYTKOMST.. "Angeniete." — So dickwijls als ick denck om d’onverdiende smart, Die Kloridon nu lijd, knaecht my een worm het hart, So dickwijls als ick by mijnn selven overpeynse, Hoe goddeloos ick hem verblind heb door mijn veynsen, En hoe oprecht hy sich in sijne minnery Daer tegens heeft alt...
Bredero/Groot Lied-boeck
Groot Lied-boeck of „Geestich Liedt Boecxken” Inleiding
Rotterdamsch welvaren 1550-1650/Stadsbevolking en stadsuitbreiding
<pages index="Bijlsma, Rotterdams welvaren 1550-1650 (1918).pdf" from=54 to=65 header=1 />
Bredero/Groot Lied-boeck/Inleiding
VOOR-REDEN VAN G. A. BREDEROOS GEESTICH LIEDT-BOECXKEN, BY HEM SELVEN UYT-GHEGEVEN. Lustighe en vrolijck-moedighe Maagden en Jonghelingen, die u geneuchte en vermakinge in soete tijtkortinge neemt: ic offere u Lieden op myne Blygeestige Kindertjes, om te leeren en tot uwen dienst te ghebruycken, het sy in vrolijcke Maa...
De nieuwe beweging in de schilderkunst
Theo van Doesburgs "De nieuwe beweging in de schilderkunst" verscheen in 1917 bij J. Waltman in Delft en is een enigszins gewijzigde bundeling van zijn artikelenreeks 'De nieuwe beweging in de schilderkunst', die in 1916 verscheen in het tijdschrift "De Beweging". Het is herdrukt, in moderne spelling, in Theo van Doesb...
Bredero/Dick heb ick mijn Lief ghebeden
Liedeken. Op de Wijs: "Laetstmael met also blyden sinnen." Dick heb ick mijn Lief ghebeden, Menighmael om trou ghevraeght, Maer zij stelt my niet te vreden, Dus het God moet zijn gheclaeght. Ick heb haer veel deught ghedaen, Maer zy en wilt niet verstaen; Met haer loop ick achter straten Singhen, springhen, lacchen, pr...
Bredero/Ick moet met sangh vertalen
NIEUW LIEDEKEN. Stemme: "Daer ick lach en sliep in een prieel, &c." Ick moet met sangh vertalen, De Min myns jeughd afmalen, Die my treurigh deed dwalen Tot dat ick quam te praten By haer, wiens ooghen-stralen Mijn ziels krachten ontstalen, Myn levens lust onthalen, Sonder dat sy my haten: Want haar lieflijck ghemo...
Bredero/Getrou van zeeden
AMOUREUS LIEDEKEN. Op de voyse: "Galiarde tortellerie, ofte Reyn van manieren is den Echten Staat." Getrou van zeeden Is der minnen bant, Voel ick door u reeden In myn sinnen, want Die binnen brant Int hert oock so gevoelt, Dat syn verstant Inwendich leyt en woelt Door ’t soet begeeren swaar, Noch moet ontbeeren haar ’...
Bredero/Ach dach! wenschelijcke dach
LIEDT. Stemme: "Met een Minnelycke sin, Com ick u, &c." Ach dach! wenschelijcke dach, Vol schoon gheleghentheyt, Dat ick menschelijcke mach Met mijn gheneghentheyt Mijn Goddin doen bescheyt Op ’t gheendat sy my seyt Deur haar praat, of in daat, Hoe het gaat, in wat staat My ’t gheluck rechte voort leyt. Sijn dit wr...
Bredero/Var buyten ’t volck alleene
NIEUW LIEDT. Stemme: "Daer ick lach en sliep, in een prieel van bloemen, &c." Var buyten ’t volck alleene, Beweech ick, door myn weenen. De koude harde steenen Deur mijn liefs onghenade: Ay Goon ghy kent verleene Ons hulp eer wijt meene, Want myn is daer verscheene Een Maacht in groen ghewade, Bly-gheestich, schoon...
Bredero/Ick veracht
LIEDEKEN. Stemme: "Pasemede Cicillie. Wilt nu al, groot &c." Ick veracht Heel de nacht Doch ick doe ’t met rede: Want mijn gewoonlijckhede Was inde nacht, heel laet Te wand’len by der straet. Eens ’t gheslacht, Dat verkracht, ’tGhemoet in eenichede, Dat siddrich van lede My dese borst noch slaet, Als ’t hart dat de...
Bredero/Wech segh ick en vertreckt
LIEDEKEN. Stemme: "Wil Paris nu helaes verlaat &c." Wech segh ick en vertreckt, Haas op ghy Raaserije Die myn ’t vernuft bevleckt Met nieuwe sotternije, Die ’t eyghen komt ontvrije Met een lastich gebiet Van opperheerschappie. Dats min, die my dit hiet En of ick wil of niet Ick moet mijn willich vlyen In’t aengenae...
Bredero/Bedaart en toeft
AMOUREUS-LIEDT. Op de Stemme: "Psalm 23." Bedaart en toeft Mijn verbijsterde sinnen, Hoe wel ghy proeft Veel lijdens door dit Minnen, U wel besint, Weest verduldich int lyen. Aanstaan verwint, Soo ’t blijckt tot alle tyen, Dus weest te vreen, Wilt u tot hoope stellen, Laat sorghen gheen Noch pyne u meer quellen. U star...
Bredero/Een soete strijd
"Een soete strijd" "Tot kortingh van tijd," "Is om een Ruykertjen geresen," "Van een lief paar" "Die de Minne daer," "Bloems-gelijck tuyghden te wesen." "Jonghman." O leyder Minne! Ghy quelt mijn sinne: Want dien ick min, die gaet mijn hate, Hier tegen en baet mijn geen schoon prate, De liefd’is sonderlingh: ’t Is wel ...
Bredero/De lieve, waerde, soete Mey
LIEDEKEN. Stemme: "Poolsch Amanje &c." De lieve, waerde, soete Mey Die toont haer vruchten menigerley En pronckt haer op so hups en frey, In ’t lieflijck groen gekleed. Mijn ooghe dien ick vluchtigh drey, Sien uyt de hard’ en schrale cley Een grasigh, groeysaem, vette wey, Daar ’t hong’rich vee van eet. Het dorre B...
Bredero/Granida schoon
AMOUREUS-LIEDEKEN. Op de Wijse: "O Schepper fier, hoe lustich ist om wesen, &c." Granida schoon, Oorspronck van myn quellagie Zyt ghy, suyver imagie, Mijn Coninginne soet. Een slecht persoon Verwacht van u de gagie Dus u Slaaf en pagie Te meer u minnen moet. Toecomend’ lief doet my verblijen Dese druck of duldich l...
Bredero/O soete tyt
AMOUREUS-LIEDEKEN. Op de Wijse: "Maaghdeken jent, Princesken suyverlijck &c." Osoete tyt, Ay schoone Soomer vlaaghen, Hoe haast verkeert u blat? Want met jolyt Leefden ick een dry daaghen, Dt cik mijn lusten hadt, Doen ick by haar sadt, Maar laas, ’t is te beclaaghen, Ghy reeckent nu mijn dat Soet wel voor duysetn ...
Bredero/Weet, ghy Maachden arm en rijck
LIEDT. Stemme: "O ghy Nimphe hooch vermaart,&c." Weet, ghy Maachden arm en rijck Hoe dat ick ben verlieft Op een Jonghelinck mijns gelijck, En die my mint ondieft. Tis sijn hart Een groote smart, Als hy van myn scheyden moet, En een vreucht Voor ons jeucht, ’t Selschap valt ons beyde soet Siet wie daar ginder staat...
Bredero/Vraaght ghy, waerom sucht ghy so seer
LIEDEKEN. Stemme: "Nachtegael kleyn wilt vogelken, &c." Vraaght ghy, waerom sucht ghy so seer, Dat doet my wel nu. En ben ick u Lief, ick ben u niet veer? Ja Vriendinne, mijn sinnen, die minnen Alleenigh u. U by-zijn mishaeght my niet, ach! Noyt liever stond: Maer dat ick niet by u blyven mach Doet mijn suchten, ja...
Bredero/Een beklach-Liedt
EEN BEKLACH-LIEDT TER EEREN EEN WELBEKENDE, OVER ’T VERLIES VAN SIJN ALDERLIEFSTE. Stemme: "van de 5 Psalm." Reden om met recht te claghen Heb ick, eylaes! deur groot verdriet; Doch menich weet die oorspronck niet, Waerom ick ben dus seer verslaghen In dese daghen. Wullipsche Jeucht, vol dartel zeden. Waant niet dat gh...
Bredero/Requeste
REQUESTE. "Lief uytverkooren, Lief tryumphant." Mijns lyder smart Dees wetten hart Sijn veels te vart Van een goed Maacht befaamt. Dit claach ick Godt, Want treed’ ick tot, Het staale slot En grendels synder veur. O quamt, ick namt Van t’hart dat vlamt, Gheeft dat dit ampt, Maar voor my oopen staat. Tot alderstont Door...
Bredero/Seght my, seght my Vriendinne
LIEDT. Op de Wyse: "Al van een eerbaar vrou en haren Man." Seght my, seght my Vriendinne, Waarom verbercht ghy u? Om dat ick u beminne, Syt ghy daarom soo schuu? Het schijnt ghy crycht een gruu, Als ghy met siet aencoomen. Laat my toch weeten nu, Wat u voor my doet schroomen Heb ick buyten t’behooren Teghen u sin gheda...
Bredero/Een eerlijck vrijsters antwoordt-lied
EEN EERLIJCK VRIJSTERS ANTWOORT-LIED. Op de Wyse: "Al van een eerbaar vrou en haren Man." Nu hoort, mijn vrient gepresen, Na dien ghy hier vermaent Van mijn betreurt wesen En mijn verschrickt gedaent: Mijn wanghen nat betraent, Die moet ick eerst af drooghen, De anxst die ’t herte waant Maeckt beecken van mijn ooghen. ...
Bredero/Schoon. Eerbaer Maeght gepresen
LIEDEKEN. Stemme: "Lavagotte &c." Schoon. Eerbaer Maeght gepresen, Ick min u alsoo seer, In ’t hart zijt ghy geresen Boven al d’ander veer, Want u persoon Die spant de kroon Voorwaer op deught en eer. Altoos sal ick beminne U eerbaerheyd en deught, Op u soo staen mijn sinne Nu un mijn jonghe Jeught. U klaar aanschi...
Bredero/De Liefde doot
AMOUREUS-LIEDTJEN. Op de Voyse: "Schoon Liefjen jent, seer excellent, &c." De Liefde doot mijn schaemte root Door t’ fel bedwinghen Dwinght my de noot nu aen een twijffel groot, Merckt o Mondeken root Met een voordracht op mijn singhen. Mijn hart voorwaer dat sucht seer swaer, Met in wendich my claaghen.1 O lief ee...
Bredero/Lief weest ghegroet
AMOUREUS-LIEDT. Op de Stem: "Schoon Liefjen jent, seer excellent, &c." Lief weest ghegroet, ghy die mijn ghemoet Soo sachjes kunt streelen En lecker voet, met meer als Hemels goet En lieve lonckjes soet, Die u ooghjens my beveelen. Als ghyse slaat en lieflijck gaat Daer lodd’rend me speelen In mijn ghelaat, soo voe...
Bredero/Myn sinnen siet
LIEDT. "Soet Roosje. Of Jan sloot bier en broot, een pot vol." Myn sinnen siet, Die minnen hiet U overschoone Maacht, Met liefde vast, Als een trouw gast, Die reyne liefde draacht. U klaer aenschijn Verheuchtet harte mijn; Als u klaarheyt Inder waerheyt By my slech mach syn, Droefheede vlucht, De wreede sucht, Met al ’...
Bredero/Wat last is liefd
NIEUW LIEDEKEN. Stemme: "E Gielle mette." Wat last is liefd’, ja recht een sware last Voor myn ’tondiefd’ dit spreeckwoort gaet vast, Dat voel ick nuy wel in myn sin Want ick moetse nu draghen: Dus durf ick het claghen vry waghen Van dees vervloeckte min. O Raserny, ’t onrecht men u liefd’ noemt, U dwaeserny met schoon...
Bredero/Door jeuchdigh blinde
LIEDT. Stemme: "Tobias tot sterven genegen, &c." Door jeuchdigh blinde, domme sinnen, Begaf ick my oock tot het minnen, Dies ’t hert verwert Meest alle daghen Int treurich claghen. De Schoon die my dit spel bereyde, In d’oorsaeck dat icker uytscheyde, Deur ’t schijn ’t welck myn Dus had ghetoghen, Heeft my bedroghe...
Bredero/Avondt-Liedt
AVONDT-LIEDT. Op de Stemme: "Als ick laetst van Hollandt voer, Ick voer van Amsterdam." Ach proper dier waer wildy heen, Dus inde naer nacht? ’t Is sorghelijck te gaen alleen My to Convoyt verwacht.5 Hoe komt dat ghy so schichtich bent En vliedt van my dus vert? Geen vyand Lief is u omtrent, Waer toe dit loopen hert? V...
Bredero/Maar siet! sy sluyt
LIEDT. Stemme: "’S morghens voor daegh, in ’t velt al by den wege, &c." Maar siet! sy sluyt Ach lief, wilt soo niet sluyten, Siet eerst eens uit Wie sta ghy hier laet buyten U deurtjen gaen, Compt fleurtjen aan Aen ’t scheurtjen, Een eurtjen Aant deurtjen staen, Aenhoort mijn kleyn vermaen. Ach! wildy niet? En ist ...
Bredero/Wilt aenschouwen met medoogen
LIEDT. Stemme: "Si c’est pour mon Pucellage, &c." Wilt aenschouwen met medoogen, Naer u heuheyts aert bequaem ’t Gheen dat ick te clagen schaem: Laes, ghy siet de proef voor oogen Van ’t gheclach, daer ick van raem In ’t gedicht op uwen Naem. Ach, hoe licht is dit te mercken Aen myn quynende gelaet, De waerheyt van...
Bredero/Bevallijcke schoone maaght
LIEDT. Stemme: "Onder de linde groen daer ick laetst, &c." Bevallijcke schoone maaght, Hoe comt dat ghy dus vlied Voor u lief en dienaer trou? Daer ghy weet, o brave vrou? Dat hy u garen siet Daer ghy weet wat my behaeght En hoe seer het my verdriet, Als ick u of niet anschou7 Mocht ick u sien als ick wou, Soo sou ...
Bredero/Ghy weet mijn lief wie u bemint
NIEUW-LIEDEKEN. Stem: "Engelsch Schoenlappertjen." Ghy weet mijn lief wie u bemint Met waer en reyne minne, Ick ben lichtvaerdich noch verblint, Wispeltuurich van sinnen. Mijn liefde groot, sal totter doot, So ghy my wilt ghenadich sijn, Gestadich sijn, In vrechden en in noot. Geen winter kout, geen Somer hiet, Geen r...
Bredero/Na dien ick van mijn trouwe dienst
LIEDT. Stemme: "Als ick laest van Hollant voer, Ick voer, &c." Na dien ick van mijn trouwe dienst Het loon langh heb verwacht, So vind ick my op ’t onversienst Van u dus schots veracht. Is dit mijn hoop? is dit mijn danck? Is dit dan mijn waardy? Gingh ick hierom myn leven langh In straffe slaverny? Te spaed wert i...
Bredero/Hout u soo kost’lijck als ghy meucht
LIEDT. Stemme: "’t Schaep dat voer na Alleckmaer om te comen, &c." Hout u soo kost’lijck als ghy meucht, En glorieert me in u vreught, Joffrou ick macht wel velen: Ghy sult niet meer mijn blije jeucht Sijn soete vryheid stelen. De tochtighe lust van ’t wullips hart, Die door het oogh gheboren wert En ghevoedt door ...
Bredero/Toover-liedt
TOOVER-LIEDT. Stemme: "Ach ongheluckighen dach, &c." Odu Toversche kol, Wat karacters ghelol Laest ghy uyt een onsichber rol, Doen ghy mijn siel belaest, beswoert, Als sy mijn yligh wert ontvoert. Ach toomeloose tongh! Die mijn besnoert bedwongh, Ick twijffel wat u daer toe drongh, Dat ghy so met guychellery Mijn v...
Bredero/Ick wil Juffrouw
NIEU-LIEDEKEN. Stem: "Ach ongheluckighen dach, Die ’k wel beclagen mach." Ick wil Juffrouw (vertrout), Om al het Weerelts gouwt U prysen met geen logens stout: Want deed’ ick dat, het soude myn En u tot een beschamen sijn. Ick sal met valsche vondt Niet seggen ongegrondt, Als dat u lieve kleyne mondt So veel Parfuyms e...
Bredero/Om dat ick heb ghepresen
LIEDT. Stemme: "Pavane d’ Espagne, &c." Om dat ick heb ghepresen Mijn waerde, soete Beck, Moet ick daerom nu wesen Ghehouden voor een geck? Dit’s u grootste ghebreck, Die uwe faem verslimt, Dat ghy so licht vergrimt En bitter schelt en schimt. Doch twee ghewenste gaven Verleent u de natuur: Dat’s overvloet van have...
Bredero/Heb ick u niet geseyt
LIEDT. Stemme: "Cupido geeft mijn raet, &c." Heb ick u niet geseyt Dat ghy noch eens sout missen U rustighe schoonheyt Of u wackere frisschen, Blijde ghestaltenissen, Door sieckt of qualijck vaert? Segt my, segt nu, waer isse, Daer ghy soo trots me waert? Recht als een vaste Roots Sich niet en kreunt aen winden; So...
Bredero/Mijn tongh die moet nu boogen
AMOUREUS LIEDEKEN. Op de Wijse: "Adelijn, Bruynsmadelijn, ghy bent so hups en fijn." Mijn tongh die moet nu boogen Van ’t geen mijn hart behaacht, Want met bekoorde ooghen Heb ick ghesien een Maacht, Becnopt van dracht En rendelijcken, Niet met pracht Wtwendichlijcken, Ghelijck men ’t nu wel draacht. Sy weet haer wel t...
Bredero/Uyt Liefden com ick dagelijcx nu
AMOUREUS LIEDTJEN. Op de Voys: "Van Cloridon." Uyt Liefden com ick dagelijcx nu By u deur dus henghelen En soeck myn hartje met het u Heel in een te strenghelen, Want u ghestalt Myn schoon bevalt Van al de aartsche Enghelen. U levendighe Geest gheswind Munt uyt seer eel en waardich Ick sie dat ghy de deught bemint, Die...
Bredero/Al mijn begeerlijckheden
LIEDT. Stemme: "Pavane d’ Espagnien". Al mijn begeerlijckheden Gaen noch in liefde voort: Hoe wel dat mijn gebeden Of ’t alderminst woort Miet meughen zijn verhoort Van u, o mijn vriendin! Dien ick met hart en sin, Doch hopeloos bemin. Die mint ’t gheen hy moet derven, Sijn meerder off partuur, Die sterreft voor sijn s...
Bredero/Oon-eenighe sinnen
LIEDT. Stemme: "Van een soo loosen boerman, &c." O on-eenighe sinnen! O noyt ghehoord gheschil! Want ick en myn vriendinne Sijn seer verscheyden van wil. Onghelijck wy van zeden, Van wesen en van schijn En van gheneghentheden Wy over tweedrachtich zijn. Min ick haer uytermaten, Gelijck sy merckt en siet, Sy en mach...
Bredero/Voor-Sangh
VOOR-SANGH. Stem: "Hansje sneed dat kooren was, &c." Ick sieje wel, al gaeje snel U in het bosch vertrecken, O Maechtdeken! u klaar aenschijn En kundy niet bedecken Voor die u mint, myn Lief! ick bint, Ay! wetn u snelle voetjes! En ist u wil, so staet wal stil, Of gaet ten minsten soetjes! Laet mijn doch yet verwer...
Bredero/Deur myn verschalckte ooghen
LIEDEKEN. Stemme: "C’estoit une Fillie de noble coeur" Deur myn verschalckte ooghen Is aangenaam myn smert, Sou ick myn onwil dooghen, Syt myn verwonnen Hert. T’is een soet strengh ghebiedt Van myn Princes ghepreese, Die ick ghehoorsaem vreese; Waart anders, t’waar my liedt. Ick ben met Liefd ghevangen Met een bedeckte...
Bredero/Soo haest als ick u (lief) aen sach
AMOUREUS-LIEDT. Opde Voys: "Meester Clement, ghy vuyle vent, &c." Soo haest als ick u (lief) aen sach, Soo sloop ghy in mijn sinne, Daar ghy vermeught, wat ick vermach, Ghy syt mijn vreught en myn geclach, O wonderlijcke Minne. Het huys daar ghy vriendin in sat, k’Sach van boven tot onder, O dacht ick, dit vervalle...
Bredero/Snachts rusten meest de dieren
LIEDEKEN. Op de Wyse: "Wellustige jongelingen, dat eedele." Snachts rusten meest de dieren, Oock menschen goet en quaat En mijn Lief goedetieren Is in een stille staat; Maer ick moet eensaam swieren En cruysen hier de straat. Ick sie het swierich dryven, Ick sie de claare Maan Ick sie dat ick moet blyven Alleen mistroo...
Bredero/Den droevigen vryer
DEN DROEVIGEN VRYER. Stem: "Arent Pieter Gysen, met Miewes, Haep en Leen." Wat baat my den dranc daer ellick vreughd uyt suygd? En dit lief gheselschap dat nu dus singht en juyghd, Met bly en soet gelach? Als ’t oogh hier niet De liefste siet, Die ick so gaeren sach. Speelt ghy en danst vry de lieve lange nacht, Laet m...
Bredero/Als d’ ooghen schoon
NIEUW LIEDEKEN. Stem: "’t Eerste gebodt deer Adam wert, &c." Als d’ ooghen schoon Die myne siel besworen, Mijn steel-wijs noon Met anminnich bekoren, Soo moet ick doon11 Mijn wrevle moet, gheboren Wt spijt en hoon. Soo veel vermach De waerste Vrou der Vrouwen, Dien ick aensach Met al te groot betrouwen: O hart ghel...
Bredero/Aendachtigh Liedt
AENDACHTIGH LIEDT Stemme: "O roosjes root! o paerle gent:, &c." Vermaledyden Gelt honger snoot, Die nu dus byden Mensch is soo groot, Want d’eygen baet Blijft onversaet Altijt, Door ’t gierich begeeren die hun ’t hert verbijt, Nootdruft en maet Hy gantsch versmaet En mijdt, Tot hem de gierigheyd recht kas...
Bredero/Dochters Klach-dicht
DOCHTERS KLACH-DICHT. "Van de ongetrouwichheyt van een die sy bemint." Op de Wijse: "Alst begint." Mach ter werelt eenighe pijn Hier des menschen herten quellen? Macher eenighe droefheyt syn Die onst altijdt gaat versellen? Om onsen grooten ongheluck Te doen kennen door de druck. Soo de smarten ons nemen af En de mens...
Bredero/Waerom sijt ghy, o wreede schaemt
LIEDT. Op de Wijse: "’t Enghels Schoenlappertjen." Waerom sijt ghy, o wreede schaemt! Mijn minnaer nu dus tegen? Dat hy hier niet meer en versaemt, Maer soeckt de omme-wegen En vliet van my, die hy begheert, Om datmen soo niet mercken souw Syn wercken trouw, Als ghy hem dus turbeert? Ach! noch verandert my ’t ghelaat ...
Bredero/Hoe soet singht ons de Nachtegael
EEN LIEDEKEN. Op de Wijse: "Alst begint." Hoe soet singht ons de Nachtegael, Elck Vogeltje singt zijn eughen tael, Hoe sou ick my bedwinghen! Mocht ick met mijn schoonliefst smal Spanceren in het Roosendal, Spanceren! Lief ’t was mijn begeeren Haar Ooghens bruyn, haer mondetgen root, Haer Borsgens ronder dan een cloo...
Bredero/Die sich veynst, waent
LIEDEKEN. Stemme: "Amaril de decken sacht, vande nacht." Die sich veynst, waent Dat hy weet ’t Geen hy niet en weet te weten, Werd met recht van elck bespot, Ja een soot Of goed-dunckende gheheeten. Die alleen syn ooghen slaet Op ’t ghewaet, Sonder eens na deughd te kijcken, Machmen die door dit ghebreck, By een Ge...
Bredero/Mocht ick verwerven ’t geen ick wouw
LIEDEKEN. Stemme: "Nu spreyd u kapjen nedere," "Het is soo moyen wedere &c." Mocht ick verwerven ’t geen ick wouw, Of soo ’t na wensche gevil, Ick kreegh een schoone wyse Vrouw, Maer hoe-wel dat ick niet en trouw, ’t Schort my niet aende wil. De angst die in ’t verkiesen leyd, Beswaert mijn hart soo seer, Dat mijn...
Theo van Doesburg/Elke burger is een kleine Landru
De volgende vier aforismen zijn geciteerd van Theo van Doesburg en verschenen in het artikel 'Dada-Avond' in "Leidsch Dagblad" (15 februari 1923). Landru was een Franse seriemoordenaar die in 1922 geëxecuteerd werd. Het vierde aforisme is gedeeltelijk ontleend aan de Franse dadaïst Francis Picabia. Elke burger is een k...
I.K. Bonset/9 x B
9 × B
Bredero/Haarlemsche drooghe harten nu
NIEUW LIEDEKEN. Stemme: "Te Brug al binnen de Muren, &c." Haarlemsche drooghe harten nu, Komt toont heir wie ghy zijt, Wy Amsterdammers tarten u Te drincken eens om strijt; Ellick die drinckt een volle kan, Al wart de buyck geswollen dan, Soo loopt niet als een dolle man, Blijft by den dronck altijd. W’hebben soo v...
Bredero/Sondagh, Sondagh lest-leden
NIEUW LIEDEKEN. Stemme: "Als ’t begint." Sondagh, Sondagh lest-leden, Op eenen St. Jans-dach Ben ick buyten ghetreden, Daermen veel waghens sach, Met soo veul omme-slach, Het volck quam met hoopen Al by de voer-luy loopen, En maeckten daer verdrach. De Kneukels en de Boeren Die hadden ’t op ghestelt, Sy wilden niemand ...
Een Jaar aan Kaap Hoorn
"Door Doctor Hijades uit De Aarde en haar volken, jaargang 1886 (bladzijden 89 tot en met 104)" Op verschillende internationale bijeenkomsten, die het eerst in 1879 te Hamburg, vervolgens te Bern en te Sint-Petersburg werden gehouden, werd een programma besproken en vastgesteld voor eene reeks van waarnemingen en onder...
Pondichéry, hoofdstad van Fransch-Indië
"Naar het Fransch van G. Verschuur uit de 1906-editie van De Aarde en haar volken (bladzijden 41 tot en met 48)" Pondichéry, moeilijk te naderen over zee.—Witte stad en Indische stad.—Het Regeeringspaleis.—De hôtels in onze koloniën.—Engelsche enclaves.—De bevolking; de kinderen.—Bouwkunst en godsdienst.—Handel.—De toe...
Individualisme en Socialisme
<pages index="Wilde, Individualisme en Socialisme (vert. Boutens 1913).pdf" from=1 to=64 header=1 />.
Zendtijdbesluit
Tekst van het Zendtijdbesluit dat op 15 mei 1930 door minister Reymer van waterstaat werd uitgevaardigd. Deze regeling was samen met het Radio-reglement 1930 en het Radio-contrôle-reglement 1930 de eerste wettelijke regeling voor de omroep in Nederland. De tekst is ontleend aan het proefschrift van mr. dr. A.A.M. Enser...
Radio-contrôle-reglement 1930
Tekst van het Radio-contrôle-reglement 1930. Dit reglement vormde samen met het Radio-reglement 1930 en het Zendtijdbesluit de eerste wettelijke regeling voor de omroep in Nederland. De tekst is ontleend aan het proefschrift van mr. dr. A.A.M. Enserinck uit 1933 getiteld: "De Nederlandsche Radio-wetgeving geschiedkundi...