Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Verb1
2.117b
1
null
Ze vertelde dat de patiënt eindelijk weer wat smaakt.
1
SoD-Verb1
2.117b'
0
*
Ze vertelde dat wat de patiënt eindelijk weer smaakt.
1
SoD-Verb1
2.117c
1
null
Ze vertelde dat de meisjes wat aangeboden werd.
1
SoD-Verb1
2.117c'
0
*
Ze vertelde dat wat de meisjes aangeboden werd.
1
SoD-Verb1
2.118a
0
*
Ze vertelde dat het meisje ze overkomen zijn.
1
SoD-Verb1
2.118a'
1
null
Ze vertelde dat ze het meisje overkomen zijn.
1
SoD-Verb1
2.118b
0
*
Ze vertelde dat de gast ze gesmaakt hebben.
1
SoD-Verb1
2.118b'
1
null
Ze vertelde dat ze de gast gesmaakt hebben.
1
SoD-Verb1
2.118c
0
*
Ze vertelde dat het meisje ze aangeboden werden.
1
SoD-Verb1
2.118c'
1
null
Ze vertelde dat ze het meisje aangeboden werden.
1
SoD-Verb1
2.119c
1
null
Wat heeft hij Marie voor een boeken aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.120a
1
null
Wat worden er Marie voor een boeken aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.120a
1
null
Wat worden Marie voor een boeken aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.120b
0
*
Wat worden er voor een boeken Marie aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.120b
0
*
Wat worden voor een boeken Marie aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.121a
1
null
Wat zijn er het meisje voor een rampen overkomen?
0
SoD-Verb1
2.121a
1
null
Wat zijn het meisje voor een rampen overkomen?
0
SoD-Verb1
2.121b
0
*
Wat zijn er voor een rampen het meisje overkomen?
0
SoD-Verb1
2.121b
0
*
Wat zijn voor een rampen het meisje overkomen?
0
SoD-Verb1
2.122a
0
??
Wat hebben er de gasten voor een gerechten goed gesmaakt?
0
SoD-Verb1
2.122b
0
*
Wat hebben er voor een gerechten de gasten goed gesmaakt?
0
SoD-Verb1
2.122b
0
*
Wat hebben voor een gerechten de gasten goed gesmaakt?
0
SoD-Verb1
2.123b
0
??
Wat worden voor een meisje de boeken aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.123b
0
??
Wat worden voor meisje de boeken aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.123c
0
*
Wat worden de boeken voor een meisje aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.123c
0
*
Wat worden de boeken voor meisje aangeboden?
0
SoD-Verb1
2.124a
1
null
Hij zei dat Jan dan zeker Marie het boek zal aanbieden.
1
SoD-Verb1
2.124b
1
null
Hij zei dat Jan Marie dan zeker het boek zal aanbieden.
1
SoD-Verb1
2.124c
1
null
Hij zei dat Jan Marie het boek dan zeker zal aanbieden.
1
SoD-Verb1
2.124d
0
*
Hij zei dat Jan het boek dan zeker Marie zal aanbieden.
1
SoD-Verb1
2.125a
1
null
Hij zei dat dan zeker Marie het boek aangeboden zal worden.
1
SoD-Verb1
2.125b
1
null
Hij zei dat het boek Marie dan zeker aangeboden zal worden.
1
SoD-Verb1
2.126b
0
??
Wat zijn voor een meisje de ergste rampen overkomen?
0
SoD-Verb1
2.126b
0
??
Wat zijn voor meisje de ergste rampen overkomen?
0
SoD-Verb1
2.126c
0
*
Wat zijn de ergste rampen voor een meisje overkomen?
0
SoD-Verb1
2.126c
0
*
Wat zijn de ergste rampen voor meisje overkomen?
0
SoD-Verb1
2.127c
0
*
Wat hebben de voorgerechten voor een gasten gesmaakt?
0
SoD-Verb1
2.128a
1
null
Jan gaf Marie een boek.
0
SoD-Verb1
2.128b
1
null
Marie kreeg een boek van Jan.
0
SoD-Verb1
2.129a
1
null
De leraar gaf de leerlingen te veel huiswerk op.
0
SoD-Verb1
2.129b
1
null
De leerlingen kregen te veel huiswerk op.
0
SoD-Verb1
2.130a
0
*
Hij is de krijger van dit boek.
1
SoD-Verb1
2.130b
1
null
Hij is de ontvanger van dit boek.
1
SoD-Verb1
2.131a
1
null
Wij krijgen morgen gasten.
0
SoD-Verb1
2.131a
1
null
Wij ontvangen morgen gasten.
0
SoD-Verb1
2.131b
1
null
Ontvang ze gastvrij!
0
SoD-Verb1
2.131b
1
null
Ontvang ze!
0
SoD-Verb1
2.131b
0
*
Krijg ze!
0
SoD-Verb1
2.132b
1
null
Het boek werd door Marie ontvangen.
0
SoD-Verb1
2.132b
1
null
Het boek werd ontvangen.
0
SoD-Verb1
2.133a
1
null
De heks bezorgt Jan de koude rillingen.
0
SoD-Verb1
2.134b
1
null
Jan gaf Marie een tik op haar vingers.
0
SoD-Verb1
2.135a
0
??
Jan sloeg op de borst.
0
SoD-Verb1
2.137b
1
null
Marie kreeg een tik op haar vingers.
0
SoD-Verb1
2.138c
1
null
Marie kreeg het boek aangeboden.
0
SoD-Verb1
2.139b
1
null
Marie heeft het boek.
0
SoD-Verb1
2.139c
1
null
Marie houdt het boek.
0
SoD-Verb1
2.140a
0
*
Hij is een hebber van boeken.
1
SoD-Verb1
2.141a
0
*
Het boek werd door Marie gehad.
0
SoD-Verb1
2.141b
0
??
Het boek werd door Marie bezeten.
0
SoD-Verb1
2.141b
0
??
Het boek werd bezeten.
0
SoD-Verb1
2.142
0
??
Jan heeft de koude rillingen van de heks.
0
SoD-Verb1
2.142
1
null
Jan heeft de koude rillingen.
0
SoD-Verb1
2.143a
1
null
Jan stopt Peter een euro in de hand.
0
SoD-Verb1
2.143b
1
null
Peter heeft een euro in de hand.
0
SoD-Verb1
2.144a
1
null
Marie houdt de boeken.
0
SoD-Verb1
2.144b
0
*
Ze is een houder van boeken.
1
SoD-Verb1
2.144d
1
null
Mao hield een rood boekje in de hand.
0
SoD-Verb1
2.145a
0
*
Jan houdt een OV-jaarkaart van de NS.
0
SoD-Verb1
2.145b
1
null
Zij zijn houders van een OV-jaarkaart van de NS.
1
SoD-Verb1
2.146a
1
null
De politie hield de man in de gaten.
0
SoD-Verb1
2.146a'
1
null
De man werd door de politie in de gaten gehouden.
0
SoD-Verb1
2.146b
1
null
De politie kreeg de man in de gaten.
0
SoD-Verb1
2.146b'
0
*
De man werd door de politie in de gaten gekregen.
0
SoD-Verb1
2.147a
1
null
Jan houdt schapen.
0
SoD-Verb1
2.147a
0
*
Jan houdt een schaap.
0
SoD-Verb1
2.147b
1
null
Hij is een schapenhouder.
1
SoD-Verb1
2.147c
1
null
Er worden schapen gehouden.
0
SoD-Verb1
2.148a
1
null
Jan weet het antwoord.
0
SoD-Verb1
2.148a
1
null
Jan kent het antwoord.
0
SoD-Verb1
2.148b
0
*
Het antwoord wordt door Jan geweten.
0
SoD-Verb1
2.148b
0
*
Het antwoord wordt gekend.
0
SoD-Verb1
2.149a
0
*
Hij is de kenner van het antwoord.
1
SoD-Verb1
2.149a
1
null
Hij is de kenner.
1
SoD-Verb1
2.149b
0
*
Hij is de weter.
1
SoD-Verb1
2.149b'
0
*
Weet het antwoord!
0
SoD-Verb1
2.150a
1
null
Jan kent het gedicht uit het hoofd.
0
SoD-Verb1
2.150a
1
null
Jan kent het gedicht uit zijn hoofd.
0
SoD-Verb1
2.150b
1
null
Jan weet het uit het hoofd.
0
SoD-Verb1
2.150b
1
null
Jan weet het uit zijn hoofd.
0
SoD-Verb1
2.151a
1
null
De politieagent is de verdachte gevolgd.
0
SoD-Verb1
2.151b
1
null
De verdachte werd gevolgd door de politieagent.
0
SoD-Verb1
2.152a
1
null
Jan heeft zijn paraplu verloren.
0
SoD-Verb1
2.152b
1
null
Ik heb mijn paraplu vergeten.
0
SoD-Verb1
2.152b
1
null
Ik ben mijn paraplu vergeten.
0
SoD-Verb1
2.153
1
null
Ik ben mijn paraplu vergeten mee te nemen.
0
SoD-Verb1
2.154
1
null
Jan is zijn telefoonnummer vergeten.
0
SoD-Verb1
2.155a
1
null
De hond blaft.
0
SoD-Verb1
2.155a'
1
null
De hond blaft zijn baas wakker.
0
SoD-Verb1
2.156a
1
null
Jan slaat Peter.
0