Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Verb3
10.9a
1
null
Ik zag dat Jan wandelde.
1
SoD-Verb3
10.9a'
1
null
Ik hoorde dat Jan graag in het park wandelde.
1
SoD-Verb3
10.9b
1
null
Jan wandelde.
0
SoD-Verb3
10.9b'
1
null
Jan wandelde graag in het park.
0
SoD-Verb3
10.10a
1
null
Hij wilde dat Jan het zout doorgaf.
1
SoD-Verb3
10.10a
0
*
Hij wilde dat Jan doorgaf het zout.
1
SoD-Verb3
10.10a'
1
null
Jan gaf door het zout.
0
SoD-Verb3
10.10a'
1
null
Jan gaf het zout door.
0
SoD-Verb3
10.10b
1
null
Ik zag dat Jan doorgaf dat Peter ziek was.
1
SoD-Verb3
10.10b
0
*
Ik zag dat Jan dat Peter ziek was doorgaf.
1
SoD-Verb3
10.10b'
1
null
Jan gaf door dat Peter ziek was.
0
SoD-Verb3
10.10b'
0
*
Jan gaf dat Peter ziek was door.
0
SoD-Verb3
10.11a
1
null
Marie zegt dat Jan gisteren dat boek heeft gekocht.
0
SoD-Verb3
10.11a'
1
null
Gisteren heeft Jan dat boek gekocht.
0
SoD-Verb3
10.11b
1
null
Jan vraagt of Jan gisteren dat boek heeft gekocht.
0
SoD-Verb3
10.11b'
1
null
Heeft Jan gisteren dat boek gekocht.
0
SoD-Verb3
10.13a
1
null
Zij moet mij helpen.
0
SoD-Verb3
10.13a
1
null
Ze moet mij helpen.
0
SoD-Verb3
10.13b
1
null
Haar moet ik helpen.
0
SoD-Verb3
10.13b
0
*
R moet ik helpen.
0
SoD-Verb3
10.13c
1
null
Op haar wil ik niet wachten.
0
SoD-Verb3
10.13c
0
*
Op 'r wil ik niet wachten.
0
SoD-Verb3
10.13c'
1
null
Daarop wil ik niet wachten.
0
SoD-Verb3
10.13c'
0
*
Erop wil ik niet wachten.
0
SoD-Verb3
10.15a
1
null
Je krijgt morgen een cadeautje.
0
SoD-Verb3
10.15b
1
null
Morgen krijg je een cadeautje.
0
SoD-Verb3
10.16a
1
null
Ik weet dat Jan dat boek gisteren heeft gekocht.
1
SoD-Verb3
10.16b
0
*
Ik weet dat Jan heeft dat boek gisteren gekocht.
1
SoD-Verb3
10.17a
1
null
Jan leest dit boek niet.
0
SoD-Verb3
10.17b
1
null
Jan heeft dit boek niet gelezen.
0
SoD-Verb3
10.17b'
1
null
Ik weet dat Jan dit boek niet gelezen heeft.
1
SoD-Verb3
10.24a
1
null
Jan zei dat hij nooit eerder zo'n goed artikel gelezen had.
0
SoD-Verb3
10.25a
1
null
Ik zie dat Peter op straat touwtje springt.
1
SoD-Verb3
10.25c
0
*
Peter touwtje springt op straat.
0
SoD-Verb3
10.26
1
null
Ik zie dat Peter touwtje aan het springen is.
1
SoD-Verb3
10.26
1
null
Ik zie dat Peter aan het touwtje springen is.
1
SoD-Verb3
10.27a
1
null
Dat zijn de buurmeisjes waarmee ik touwtje sprong of hinkelde.
1
SoD-Verb3
10.27b
1
null
Er waren een paar meisjes die touwtje sprongen.
0
SoD-Verb3
10.28a
1
null
Sylvia Goegebuur springt touwtje als de beste ter wereld.
0
SoD-Verb3
10.28b
1
null
Hij kruipt over de piano, trekt zijn hemd uit en springt touwtje met de microfoon.
0
SoD-Verb3
10.29a
1
null
Peter is aan het touwtje springen.
0
SoD-Verb3
10.29a
1
null
Peter was touwtje aan het springen.
0
SoD-Verb3
10.29a
1
null
Peter was aan het touwtje springen.
0
SoD-Verb3
10.29b
0
??
Peter springt touwtje.
0
SoD-Verb3
10.30a
1
null
Ze zag dat hij met zijn nichtje stijl danste.
1
SoD-Verb3
10.30b
0
??
Hij stijldanst met zijn nichtje.
0
SoD-Verb3
10.30b
0
??
Hij stijldanste met zijn nichtje.
0
SoD-Verb3
10.30c
0
*
Hij danst met zijn nichtje stijl.
0
SoD-Verb3
10.30c
0
*
Hij danste met zijn nichtje stijl.
0
SoD-Verb3
10.31a
1
null
Ongelofelijk dat hij die regel invoert.
0
SoD-Verb3
10.31a'
1
null
Ongelofelijk dat hij die regel herinvoert.
0
SoD-Verb3
10.31b
1
null
Hij voert die regel in.
0
SoD-Verb3
10.31c
0
*
Hij invoert die regel.
0
SoD-Verb3
10.31c'
0
*?
Hij herinvoert die regel.
0
SoD-Verb3
10.33a
1
null
Het is vervelend dat deze jongens voortdurend bek vechten.
1
SoD-Verb3
10.33a'
1
null
Deze jongens bekvechten voortdurend.
0
SoD-Verb3
10.33b
1
null
Ik zie dat de patiënt moeilijk adem haalt.
1
SoD-Verb3
10.33b'
0
*
De patiënt adem haalt moeilijk.
0
SoD-Verb3
10.35a
1
null
Ik wil dat Jan elke week stof zuigt.
1
SoD-Verb3
10.35b
1
null
Jan stof zuigt elke week.
0
SoD-Verb3
10.35b
1
null
Jan zuigt elke week stof.
0
SoD-Verb3
10.36b
0
*
Jan kijkt naar de televisie.
0
SoD-Verb3
10.37a
1
null
Ik vind dat Jan zijn hond vaak liefkoost.
1
SoD-Verb3
10.37a'
1
null
Jan liefkoost zijn hond vaak.
0
SoD-Verb3
10.37a'
0
*
Jan koost zijn hond vaak lief.
0
SoD-Verb3
10.37b
1
null
Ik denk dat Jan zijn besluit morgen bekend maakt.
1
SoD-Verb3
10.37b'
1
null
Jan maakt zijn beslissing morgen bekend.
0
SoD-Verb3
10.37b'
0
*
Jan bekend maakt zijn beslissing morgen.
0
SoD-Verb3
10.39a
1
null
Jan belde me op.
0
SoD-Verb3
10.39b
1
null
De emmer stroomde over.
0
SoD-Verb3
10.40a
1
null
Ik zie dat Jan voortdurend hoesteproest.
1
SoD-Verb3
10.40a'
1
null
Jan hoesteproest voortdurend.
0
SoD-Verb3
10.40b
1
null
Ik zag dat Jan de theepot liet vallen.
1
SoD-Verb3
10.40b'
1
null
Jan liet de theepot vallen.
0
SoD-Verb3
10.41a
1
null
De jongens hebben de hele dag gebekvecht.
0
SoD-Verb3
10.41a
0
*
De jongens hebben de hele dag bek gevecht.
0
SoD-Verb3
10.41a'
1
null
De jongens liepen de hele dag te bekvechten.
0
SoD-Verb3
10.41a'
0
*
De jongens liepen de hele dag bek te vechten.
0
SoD-Verb3
10.41b
1
null
Jan heeft twee keer diep adem gehaald.
0
SoD-Verb3
10.41b
0
*
Jan heeft twee keer diep geademhaald.
0
SoD-Verb3
10.41b'
1
null
Jan probeerde diep adem te halen.
0
SoD-Verb3
10.41b'
0
*
Jan probeerde diep te ademhalen.
0
SoD-Verb3
10.43a
1
null
Jan heeft gisteren stof gezogen.
0
SoD-Verb3
10.43a
0
*
Jan heeft gisteren stof gezuigd.
0
SoD-Verb3
10.43a'
1
null
Jan zoog gisteren stof.
0
SoD-Verb3
10.43b
0
*
Jan heeft gisteren gestofzogen.
0
SoD-Verb3
10.43b'
1
null
Jan stofzuigde gisteren.
0
SoD-Verb3
10.43b'
0
*
Jan stofzoog gisteren.
0
SoD-Verb3
10.44a
1
null
Ik zag dat Jan de kamer stofzuigt.
1
SoD-Verb3
10.44a
0
*
Ik zag dat Jan de kamer stof zoog.
1
SoD-Verb3
10.44b
1
null
Ik hoop dat Jan de kamer heeft gestofzuigd.
1
SoD-Verb3
10.45a
1
null
Jan heeft zijn hond de hele dag geliefkoosd.
0
SoD-Verb3
10.45a
0
*
Jan heeft zijn hond de hele dag liefgekoosd.
0
SoD-Verb3
10.45a'
1
null
Jan zit zijn hond de hele dag te liefkozen.
0
SoD-Verb3
10.45a'
0
*
Jan zit zijn hond de hele dag lief te kozen.
0
SoD-Verb3
10.45b
1
null
Jan heeft zijn beslissing bekend gemaakt.
0
SoD-Verb3
10.45b
0
*
Jan heeft zijn beslissing gebekendmaakt.
0
SoD-Verb3
10.45b'
1
null
Jan weigert zijn beslissing bekend te maken.
0
SoD-Verb3
10.45b'
0
*
Jan weigert zijn beslissing te bekend maken.
0
SoD-Verb3
10.46a
1
null
Ze hoopt dat Jan adem haalt.
1