sentence1
large_stringlengths
3
297
sentence2
large_stringlengths
3
315
similarity_score
float32
0
5
lang
large_stringclasses
10 values
De man praat.
Een man loopt de trap af.
0.4
nl
Een man probeert een muis aan een slang te voeren.
Een man plaagt een slang met een muis.
3.2
nl
Er speelt een man op de drums.
Een vrouw is wat bladeren aan het snijden.
0
nl
Een man speelt een ukelele.
Een man zit en bespeelt een kleine gitaar.
2.2
nl
Een kitten drinkt melk uit een kom.
Een klein kind drinkt water uit een beker.
0.8
nl
Een man breekt sintelblokken op een andere man.
Een vrouw breekt een ei in een pan.
0.8
nl
Een man slaat een jongen met een bloemenvaas.
Een man snijdt een mat.
0.3
nl
De man mengt slagroom.
De man houdt een stinkdier vast.
0
nl
Een man roert sap.
Een man is een ui aan het schillen.
0.75
nl
Iemand snijdt twee ongekookte rekken ribben uit elkaar.
Iemand is een stuk vlees aan het snijden.
2.333
nl
Een man schopt tegen potten water.
Een man is voedsel aan het omdraaien.
1.333
nl
Twee kleine meisjes praten aan de telefoon.
Twee stellen zijn met elkaar aan het praten.
1.2
nl
Een kat komt vast te zitten op een bewegende plafondventilator.
Een kat zwaait op een ventilator.
4.2
nl
De kat drinkt melk.
Een witte kat likt en drinkt melk op een bord.
3.8
nl
Rocky en Apollo Creed lopen over het strand.
De mannen zijn aan het joggen op het strand.
3
nl
Een man zingt terwijl hij gitaar speelt.
Een man vult zich vol met voedsel.
0.5
nl
Er vaart een boot over het water.
De man speelt gitaar.
0
nl
Een okapi eet uit een boom.
Een eland drinkt uit een sprinkler.
0.333
nl
Verschillende kinderen springen op en neer op een trampoline.
Een man doet terug flippen op een trampoline.
1.5
nl
Een vrouw gooit het ei in een koekenpan.
Een man aait twee honden.
0.167
nl
Een vrouw bakt gemalen vlees.
Een man snijdt een boomstam met een bijl.
0.5
nl
Drie jongens in karatekostuums zijn aan het vechten.
Drie mannen oefenen karatebewegingen in een veld.
1.25
nl
Zwemmers racen in een meer.
Vrouwenzwemmers duiken in vanaf het startplatform.
1.6
nl
Iemand kookt noedels.
Een kat likt een fles.
0
nl
Iemand is wat uien aan het snijden.
Een vrouw is kruiden aan het hakken.
1
nl
Een man spoelt in een vis.
Een vrouw giet olie in een kom.
0
nl
Een vrouw snijdt een ui.
Er staat een paard.
0
nl
Een dame mengde een vleesmengsel in een kom.
Een vrouw roert vlees in een kom.
4
nl
Een meisje brengt make-up aan op haar gezicht.
Een vrouw doet make-up op.
2.75
nl
Een vrouw doet make-up op.
Een vrouw doet oogschaduw op.
3.333
nl
Een kat speelt in zijn water.
De kat viste een rietje uit zijn waterbakje.
3.5
nl
Iemand voegt eten toe in een pan.
Een man danst op straat.
0.188
nl
Een man rookt.
Een baby zuigt op een fopspeen.
0
nl
Iemand doet geraspte kaas in een pot.
Een hamster eet wat zaden.
0.25
nl
Een man is een krijtbord aan het wissen.
Een vrouw danst en zingt.
0.364
nl
De man oefent.
Een man doet aan pull-ups.
3.2
nl
Een chimpansee schopt een doelwit.
Een vrouw doet olie in een koekenpan.
0
nl
Een man is aan het oefenen.
Een baby lacht.
0
nl
Het meisje draagt een baby.
Een man eet een voedsel.
0
nl
Verschillende zwemmers springen in het water.
Zwemmers racen in een meer.
1.75
nl
Een man draait op een surfplank.
Een man doet barbecuesaus op kip.
0
nl
Een jongeman rijdt op een skateboard en springt op een stoep en gaat er dan weer vandoor op een andere stoep.
Een man rijdt op een skateboard.
2.75
nl
Iemand dobbelt een sinaasappelpeper in blokjes.
De kok snijdt paprika's.
1.8
nl
Twee mannen dansen samen.
Een vrouw opent een kast.
0
nl
Een man leest een e-mail.
Iemand die een banaan opent.
0
nl
De nieuwsgierige jongens kijken in de schuur.
Twee kleine jongens in een bosrijke omgeving die naar een schuurtje kijken.
2.8
nl
Een bromfiets voor trappen van ruïnes.
Een brommer voor de ruïnes.
4.4
nl
Een man slaapt met een baby op schoot.
Een man die slaapt in een stoel met een baby.
4
nl
Twee katten kijken naar een raam.
Een witte kat die uit een raam kijkt.
2.6
nl
Een persoon met een helm rijdt op een fiets in de buurt van een witte structuur.
Een meisje met een zwarte korte broek en zwarte laarzen staat naast een blauwe motor.
1.2
nl
Een man met een fiets bij een koffiehuis.
Mannen die op de fiets naar het terras van een coffeeshop lopen.
3.2
nl
Een zwart-witte kat staat hoog op boomtakken.
Zwart-wit lamsvlees met tag in het rechteroor.
0.8
nl
Een jong blond meisje met een helm zit met een rode fiets achter haar.
Een jong meisje met een fietshelm op de achtergrond.
3.4
nl
Blauwe bank en twin bed in een woonkamer.
Blauwe bank in de kamer met binnen schijnende zon.
2
nl
De kudde schapen ligt verspreid in het veld.
Een witte kat staat op de vloer.
0
nl
Twee honden en een kat op de bank.
Twee honden en een kat op een bank.
4.6
nl
Een fiets wordt geparkeerd bij een winkel.
Een fiets wordt buiten een boekwinkel geparkeerd.
4
nl
Een oranje en witte kat die op een deken in een zwarte leren stoel ligt.
Een gember en witte kat opgekruld en slapend op een leren stoel.
3.8
nl
Jong stel dat op een zwarte bank zit.
Jong stel dat op de bank zit.
4
nl
Een groep zwarte mensen voor een gebouw met een brommer.
Een groep mensen staat buiten een vervallen gebouw.
2.8
nl
Oudere vrouw, zittend op een bank met een rood patroon en met haar arm om de jongere vrouw heen.
Twee vrouwen die op de bank zitten te poseren voor de camera.
3.6
nl
Een man die op de rug van een oranje SUV rijdt.
een Afrikaanse man die aan de achterkant van een zeer volgegele bestelwagen hangt.
1.8
nl
Rood-witte bus rijdt de weg af.
Een bus rijdt over een drukke weg.
3.6
nl
Een kat die op een rood kussen ligt en naar de camera kijkt.
Een bruine hond die op een moggie bed ligt en naar de camera kijkt.
1.2
nl
Twee groene en witte treinen die op de sporen zitten.
Twee groene en witte treinen zitten op het spoor.
5
nl
Een grijze kat die op een houten tafel ligt.
Een grijze kat die op een eettafel ligt.
4
nl
Een man die in een achtertuin zit en op de gitaar speelt.
Een man die op de rug van een oranje SUV rijdt.
0
nl
Een vader die in een stoel slaapt met een baby op zijn schoot.
Man met roze overhemd die op een stoel met baby slaapt.
3.4
nl
een close-up hoofd van een struisvogel.
Een close-up van een struisvogelgezicht.
4.4
nl
Groene en witte vogel op een boomtak.
Vogel met een groene kop en witte borst op een boomtak.
4.2
nl
Een man met een hoge hoed rijdt op een wit paard.
Een man met een hoge hoed op een wit paard.
5
nl
Een vrouw die op een bruin paard rijdt.
Een vrouw die haar eigen foto van bovenaf maakt.
0.2
nl
Twee mannen die in het gras staan te staren naar een auto.
Een vrouw in een roze topje poseert met bier.
0.2
nl
Twee Indiase vrouwen met twee Indiase meisjes bij het water.
Twee Indiase vrouwen staan met twee Indiase meisjes op een strand.
4
nl
Er wordt een tafel gedekt met wijn en gerechten voor twee personen.
Een houten tafel is gedekt met kaarsen, wijn en een paarse plastic schaal.
2.6
nl
Een brommer voor de ruïnes.
Witte bus geparkeerd in gras voor het gebouw.
0.6
nl
Een persoon die een karretje bestuurt dat door een fiets wordt getrokken.
Een man met een stofmasker op een driewielige fiets.
1.2
nl
Een hond die aan de onderkant van een deur snuffelt.
Een zwart-witte hond die aan een gesloten deur snuffelt.
3.8
nl
een klein vogeltje dat in de winter op een tak zit.
Een klein vogeltje op een ijskoude tak.
4.2
nl
Een gele vogel eet fruit op een draadrooster.
Een gele vogel die fruit eet op een vogelvoederbak.
2.8
nl
Een bruine eend en een witte eend staan op het gras.
Bruine en witte eenden die op groen gras lopen.
4.2
nl
Een zwart-witte kat en hond op een gestreepte bank.
Een zwart-witte kat die voor een raam staat.
2.4
nl
Een man met een zwarte formele outfit en een zwarte hoge hoed rijdt op een wit showpaard.
Een man met een hoge hoed op een wit paard.
3.6
nl
Een kleine bruine vogel eet aan een vogelvoederhuisje dat aan een boom hangt.
Een klein vogeltje zit op de vogelvoederbak die aan de boom hangt.
3.8
nl
Dit is een beeld van het platteland met een grote stad op de achtergrond.
Er zijn wat zwarte runderen in een grasvlakte met een grote boom op de achtergrond.
0.6
nl
Blauw en rood vliegtuig in de lucht.
een blauw en rood vliegtuig tijdens de vlucht.
4.8
nl
Drie mannen die in een tent poseren.
Drie mannen die in een keuken eten.
1.2
nl
Een close-up van een grijze kat met groene ogen.
Een close-up van een kat op een crèmekleurige bank.
2.4
nl
Een trein staat op een station.
De trein zit op het station.
4.2
nl
De trein rijdt over de sporen en langs de heg.
een hond op de vloer van een patio kijkt naar een kat op het hek.
0
nl
een klein meisje lacht om de camera.
Een witte koe met grote oren die in de camera kijkt.
0.2
nl
Drie jonge vrouwen die samen in een kamer staan.
Drie donkerharige jonge vrouwen in witte, rode en zwarte truien.
3.4
nl
Een witte vogel met lange oranje poten die bij een meer staat.
Grote witte vogel met lange oranje snavel die aan de kustlijn staat.
3
nl
Een rode trein die door een besneeuwde stad rijdt.
De trein rijdt op de sporen in de sneeuw.
3.2
nl
Drie fietsers die een brug in een stad oversteken.
De fietsers steken in de regen een brug over.
3
nl
Een rood-witte bus rijdt door een straat in Engeland.
Een rood-witte Engeland bus rijdt door de straat.
4.4
nl
De vogels zwemmen in het water.
Vogels vliegen laag over water.
1.8
nl
Een zwarte hond die naar de camera kijkt.
De zwart-witte stier kijkt naar de camera.
2
nl
Een groep paarden die in een weiland grazen.
Groep paarden die in het grasland grazen.
4.8
nl
Verschillende mensen op motorfietsen op een marktplein.
Mensen op motoren in een stadsstraat.
4
nl