sentence
stringlengths
2
208
version
stringclasses
10 values
Het irrigatie systeem moet binnen een week worden gemaakt.
1_0
De grafische kaart komt volgende maand in de winkel.
1_0
Het kabinet komt bijna elke dag samen.
1_0
De Mont Blanc is de hoogste berg in de Alpen.
1_0
Alle problemen zijn oplosbaar, als je maar genoeg geld hebt.
1_0
Dat prachtige landhuis staat eindelijk te koop.
1_0
De bende zorgde voor veel gestolen portemonnees.
1_0
De gitzwarte bolide scheurde vervaarlijk dicht langs de kinderwagen.
1_0
Playmobil is speelgoed voor jonge kinderen.
1_0
Michiel dronk van zijn drinkbus.
1_0
Oké, laten we even door het lab lopen.
1_0
Ik ben dol op verse cake met appeltjes.
1_0
De meeste goochelaars betrekken de toeschouwers in hun optreden.
1_0
De e-mail was per ongeluk naar iedereen gestuurd.
1_0
Er stond een kilometer lange file van zuid naar noord.
1_0
Door de koepel leek de ruimte nog groter.
1_0
Hij teelde al jarenlang dezelfde gewassen.
1_0
Jazz is zijn favoriete genre.
1_0
Op zondag verniste hij zijn meubels.
1_0
Die boom houdt het nog geen jaar uit.
1_0
Ik heb een rekening geopend bij ING.
1_0
Je moet het niet zo complex maken.
1_0
Spreken is zilver, zwijgen is goud.
1_0
Mijn bloedgroep is O plus.
1_0
Gelukkig hadden ze vierwielaandrijving.
1_0
Het is de T van Tesla of Toyota.
1_0
We hebben niet zo lang moeten wachten voor de achtbaan in het pretpark.
1_0
Mijn huis zit vol sensoren.
1_0
Onder andere België, Duitsland en Frankrijk behoren tot de achtentwintig Europese lidstaten.
1_0
Twee pintjes voor mij alstublieft.
1_0
Kan het zijn dat mijn grafische kaart het begeven heeft?
1_0
Ik heb de ramen net gewassen dus blijf er vanaf met je vettige vingers.
1_0
De conducteur passeerde om de kaartjes te controleren.
1_0
De timer staat op vier minuten.
1_0
Honderden toeschouwers moeten het gezien hebben.
1_0
Op de een of andere manier dansen de letters op de pagina.
1_0
De cijfers van dit jaar kunnen wel eens tegenvallen.
1_0
Hang je natte handdoek maar aan het rekje.
1_0
Je kan dat wel vinden op Wikipedia.
1_0
De aapjes aten ieder een tros bananen.
1_0
Waarom zou ik dat nou weer doen?
1_0
Mijn zakenreis naar Brussel was een ramp.
1_0
Hij kreeg last van hoogtevrees op de hangbrug.
1_0
Ik heb een gsm van het merk Nokia.
1_0
Bij het schrijven van een nieuwe wet moet je ook denken aan de controleerbaarheid.
1_0
De onderzeeër is al tijdens de eerste test gezonken.
1_0
Drie maal negen is zevenentwintig.
1_0
Autosnelwegen zijn wegen waar je snel kan rijden met je auto.
1_0
Het plan was nogal politiek controversieel.
1_0
Hoe hoger je klimt, hoe dunner de takken worden.
1_0
Kan je vanavond meegaan naar het concert?
1_0
De gedachte aan die lekkernijen deed hem watertanden.
1_0
De vlieg zit vast in het spinnenweb.
1_0
Er staat een ticketautomaat in het treinstation.
1_0
De minimumleeftijd voor de verkoop van sigaretten is achttien jaar.
1_0
Waar ligt de Rode Zee?
1_0
Kan je rustig aan doen?
1_0
Kan je opschieten?
1_0
Een vrouw in een rode jurk zingt op het podium, tezamen met drie mannen die instrumenten bespelen.
1_0
Miami ligt in Florida.
1_0
In Leiden kan je een studie volgen aan de universiteit.
1_0
We eten met mes en vork.
1_0
De controleur controleerde mijn ticket.
1_0
Er stak een nagel uit aan de stoel en nu zat er een groot gapend gat in mijn broek.
1_0
De bliksemschicht was te zien aan de horizon.
1_0
Zijn lievelingsgerecht is asperges op Vlaamse wijze.
1_0
Ken je nog cocktails?
1_0
Stroom, spanning en weerstand zijn begrippen rond elektrische netwerken.
1_0
Zelfs een servet in je zak stoppen is stelen.
1_0
De sfeerverlichting doet veel.
1_0
Er staan nog twee flessen in de kast.
1_0
Het meisje moest huilen want ze dacht dat haar vader weg was.
1_0
Het voorwerp was niet echt waardevol.
1_0
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
1_0
Die scene is luguber.
1_0
Oudere mensen hebben vaker last van eenzaamheid.
1_0
We vieren het grote sponsorcontract dat we vorige week binnengehaald hebben.
1_0
Het is de K van Kia.
1_0
De nummer twee van het toernooi is blij met haar medaille.
1_0
Eline weet dondersgoed hoe ze haar zus moet irriteren.
1_0
Wat zie jij in die wolk?
1_0
Ze hadden haar verdoofd met een paardenmiddel.
1_0
Louise is een gymnaste.
1_0
Wiezen bestaat in twee vormen: het gewone wiezen en kleurenwiezen.
1_0
Sinterklaas is een klassiek feest dat kinderen leuk vinden.
1_0
Een cel slaat energie op in de mitochondriën.
1_0
Een mannelijk rund is een stier terwijl een vrouwelijk rund een koe is.
1_0
Ik heb een nieuw moederbord gekocht voor in mijn computer.
1_0
Ik zoek een krik om mijn wiel te vervangen.
1_0
Er komt morgen iemand langs om ons huis te schatten.
1_0
Van sinaasappels kan je sinaasappelsap maken.
1_0
Over de wet is uiteindelijk gestemd na een lange zitting in het parlement.
1_0
Ze deed de waardevolle spullen in een doek om ze te beschermen.
1_0
Veeg je het gemorste appelsap even op met een vel van de keukenrol?
1_0
Het is tijd om naar bed te gaan.
1_0
Ik moet nog boodschappen doen vanavond.
1_0
Heb je last van plankenkoorts?
1_0
Iedereen was druk, dus ik ging alleen naar de film.
1_0
Deze melk is maar kort houdbaar.
1_0
Hout is geen goud.
1_0