sentence
stringlengths
2
208
version
stringclasses
10 values
Kijk je soms Flikken op de televisie?
2_0
"Ik zit 's avonds ook eens graag lui in mijn stoel."
2_0
Het land is niet groot, de huizen zijn dus wat kleiner.
2_0
De golven van de zee hebben hun zandkasteel vernield.
2_0
De raketmotoren leverden stuwkracht door de chemische energie van de oxidatie van waterstof te gebruiken om de reactieproducten weg te stuwen in de tegenovergestelde richting.
2_0
Het account was verwijderd.
2_0
De stoel heeft krassen gemaakt op de vloer.
2_0
Valt Kerstmis altijd op de vijfentwintigste?
2_0
Na tien jaar hebben ze eindelijk een schoolreünie georganiseerd.
2_0
Het was een adembenemend uitzicht over de vallei.
2_0
Ze adviseerde hem om meteen terug te komen.
2_0
Als straf werd hij opgehangen met een strop.
2_0
Er hangt reclame aan de bushalte.
2_0
Ik vindt het vervelend dat je verblijf in ons hostel niet naar wens was.
2_0
Het paard was te oud geworden om bereden te worden.
2_0
De controleur controleerde mijn ticket.
2_0
Achter het tankstation is het de derde afrit.
2_0
Het is belangrijk dat we er nu snel bij zijn.
2_0
Je kan van me aannemen dat de vakantie erg geslaagd was.
2_0
Doe haar de groeten.
2_0
De stroom was in heel de stad was voor een uur uitgevallen.
2_0
Antibiotica werkt niet tegen virussen.
2_0
Kan je jouw glas even neerzetten voordat je de borden afruimt?
2_0
Sociologie is een studie die je kan volgen op de hogeschool.
2_0
In Frankrijk is kraanwater gratis in de restaurants.
2_0
De dokter vroeg hem om zich even uit te kleden.
2_0
Die wegwerkzaamheden zijn aangeduid met pionnen.
2_0
Kan je met de trein van Krakau naar Warschau?
2_0
Het is de S van Saab, Seat of Skoda.
2_0
Snel schakelde hij de zwaailichten aan en begon de achtervolging.
2_0
Voor haar katten was dit een waar paradijs.
2_0
Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten.
2_0
Wil je me elke week opbellen met de laatste stand van zaken?
2_0
We hebben onze parket laten vernissen.
2_0
Ik heb het gepauzeerd.
2_0
Heb je er echt goed over nagedacht?
2_0
In de Koude Oorlog hadden mensen schrik van een aanval met een atoombom.
2_0
Over een uurtje gaan we doorgaan.
2_0
Er had zich al een groep ramptoeristen verzameld rond het ongeluk.
2_0
Koolstofdioxide is een belangrijk broeikasgas en draagt bij aan de opwarming van de aarde.
2_0
Dat prachtige landhuis staat eindelijk te koop.
2_0
Heb je Marie gezien?
2_0
Ze hebben hun organisatie totaal getransformeerd.
2_0
Als je hartslag te hoog is kan je een hartstilstand krijgen.
2_0
Eigen haard is goud waard.
2_0
Lid worden van de vereniging was heel makkelijk.
2_0
Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.
2_0
Ik neem de trein naar Oostende.
2_0
In het Mandarijn, de officiële taal van China, gebruiken ze geen letters maar karakters.
2_0
Daar moet je niet langer over twijfelen.
2_0
Ze las de roman in een week uit.
2_0
De politie werd opgeschrikt door een tweede bommelding.
2_0
Het beekje stroomde door de vallei.
2_0
Je mag de bon uit het boekje scheuren.
2_0
Belofte maakt schuld.
2_0
Niemand gaat sporten bij deze temperaturen.
2_0
Als laatste besprenkelde Marieke de garnaalkroketten met de citroen.
2_0
Op maandag moet iedereen weer aan de slag, maar ik ben vrij.
2_0
De bom ging ontploffen.
2_0
De verpleegster keek bezorgd naar de patiënt.
2_0
Ze toverde een glimlach op haar gezicht.
2_0
Frietjes maak je in een friteuse.
2_0
Maïs kan tot meer dan twee meter hoog groeien.
2_0
De menigte liet haar niet uitspreken.
2_0
We hebben lang geleden samen op de kleuterschool gezeten.
2_0
Heeft u het liefst een spiegelei, een omelet of een zachtgekookt ei?
2_0
Het recht op vrije meningsuiting is belangrijk voor onze maatschappij.
2_0
Zij doet een opleiding tot ingenieur.
2_0
Twee pintjes en een cola alsjeblieft.
2_0
Eline speelt graag videospelletjes.
2_0
Blijf op het voetpad en steek enkel over via een zebrapad.
2_0
Je kan een cursus volgen om te leren vliegen met een helikopter.
2_0
De groeicijfers gaan in een stijgende lijn.
2_0
Zij werkt met veel liefde voor haar vak.
2_0
Is het wel slim om de koffie onder de wasbak te bewaren?
2_0
Ze gaf hem een briefje van vijfhonderd euro.
2_0
Ze verkopen daar hoofdzakelijk duurzame producten.
2_0
Ik heb wel graag een glaasje pastis.
2_0
Op zondag deden de buren altijd niks, zelfs niet de tuin sproeien.
2_0
In het buitenland kan je gemakkelijk betalen met een kredietkaart.
2_0
Kan je die tafel nog even schoonmaken?
2_0
Gele ogen zijn een symptoom van leverfalen.
2_0
Hij las de eerste alinea en begon meteen te schelden.
2_0
Hoeveel winst hebben we dit jaar gemaakt?
2_0
Er plakte een kauwgom onder de stoel.
2_0
De wetenschapper had zijn eerste onderzoek gepubliceerd.
2_0
Haar mondhoek krulde omhoog.
2_0
Welke data zouden jullie kunnen?
2_0
Die architecte heeft al vijftien architectuurprijzen gewonnen.
2_0
Ik studeer op kot tijdens de examens.
2_0
In de klas kon ik mij nooit concentreren.
2_0
Spreken is zilver, zwijgen is oud.
2_0
Pas op als je de deur van de kelder opendoen want onze hond kan daarlangs ontsnappen.
2_0
Er staat nog melk in het rek in de voorraadkamer.
2_0
Zijn sjaal zat vast in de roltrap.
2_0
Zinnen begin je met een hoofdletter.
2_0
Om een omelet te maken moet je eieren breken.
2_0
Deze test moet je goed voorbereiden.
2_0
Tibet bestrijkt het grootste deel van de Himalaya.
2_0
Zij heeft een publicatie in dat wetenschappelijk tijdschrift.
2_0