sentence
stringlengths
2
208
version
stringclasses
10 values
Ik kan de slaap niet vatten.
2_0
Ben je bang van spinnen?
2_0
Een mooie armband heb je daar.
2_0
Ze zaten stevig in het zadel.
2_0
Wat is de gemiddelde lengte?
2_0
Het paarseizoen is volop bezig.
2_0
De keeper kon dat doelpunt onmogelijk vermijden.
2_0
Zet een timer voor tien seconden.
2_0
De sprint duurde nog een week.
2_0
Kasper voorspelde de uitkomst al.
2_0
Zij snoof cocaïne van een bankkaart.
2_0
Dat brengt ons dichter bij elkaar.
2_0
BASF is een groot chemiebedrijf in de haven van Antwerpen.
2_0
"Wij barbecueën graag 's avonds."
2_0
Wacht even, ik kom dadelijk wel.
2_0
Ze trok de splinter eruit met een pincet.
2_0
Wacht even!
2_0
Is een pizza hawaï een echte pizza?
2_0
De cijfers van dit jaar kunnen wel eens tegenvallen.
2_0
Een kompas duidt steeds het noorden aan.
2_0
Ben je klaar voor mijn tegenargument?
2_0
De beschuldigde heeft schuldig gepleit.
2_0
Gaat het regenen maandag?
2_0
Het was later dan ik had verwacht.
2_0
Langzaamaan duwde ik mijzelf door de massa mensen.
2_0
Het advies wat je op internet vindt moet je niet altijd geloven.
2_0
De vluchtelingen zaten achterin het ruim van de vrachtwagen.
2_0
Op dat eiland jaagden de mensen nog met pijl en boog.
2_0
De goederentrein denderde traag door het station.
2_0
De juf van groep drie heet Eva.
2_0
Het milieubeleid richt zich op een koolstofdioxide verlaging.
2_0
De agent sprak de bestuurder aan op het roekeloze gedrag.
2_0
Er is geen plaats meer in mijn kamer.
2_0
In Leiden kan je een studie volgen aan de universiteit.
2_0
Moet je nog niet in je bed liggen?
2_0
Ze zijn in het park gaan picknicken.
2_0
Nu de ruwbouw klaar is kunnen we beginnen met de ramen.
2_0
Door de vele vergaderingen was ik amper aan werken toegekomen.
2_0
Zij is directrice op die school.
2_0
Via stoom kan je warmte in mechanische energie omzetten.
2_0
De ambassade had een mooi pand in het midden van de stad.
2_0
De tabel staat op pagina zeven en de grafiek op pagina acht.
2_0
Leg jij je tand onder je kussen voor de tandenfee?
2_0
Anders kan je altijd voor Bing of Yahoo gaan.
2_0
Jelte weet hoe hij moet zwemmen, hij heeft een zwemdiploma.
2_0
De slaapziekte wordt overgedragen door de tseetseevlieg.
2_0
Ik schaakte altijd met mijn opa.
2_0
We hebben niet zo lang moeten wachten voor de achtbaan in het pretpark.
2_0
Arthur en Louis keken toe hoe de leerkracht de knoop ontwarde.
2_0
Gisteravond is op deze straat een ongeluk gebeurt.
2_0
Ik heb twee uur vastgezeten in de lift.
2_0
Als je een gebouw kraakt heb je bijna geen kosten.
2_0
Wie niet horen wil, moet voelen.
2_0
Machu Picchu is een oude stad in Peru.
2_0
Door het werkverkeer was er geluidsoverlast ontstaan.
2_0
Ik viel van mijn stoel van verbazing.
2_0
De ploeg staat er volledig.
2_0
Dat is maar het topje van de ijsberg.
2_0
Een vlinder wordt geboren als een rups.
2_0
Oh, ik hou van garnalen!
2_0
De whisky wordt gemaakt in een distilleerderij in Schotland.
2_0
Er zit een ketchupvlek op mijn bloes.
2_0
Het is de Q van Quinten.
2_0
Het materiaal was ontworpen om waterdicht te zijn.
2_0
De boer is gespecialiseerd in veeteelt.
2_0
Luisteren kinderen nog wel naar de radio?
2_0
De tolk vertaalde de woorden van het Engels naar het Duits.
2_0
Als je over die heuvel loopt zie je het paleis vanzelf.
2_0
De armleuning zat in de weg.
2_0
Over drie minuten begint het.
2_0
Naar verluidt worden er mensen gefolterd in Guantanamo, een Amerikaanse gevangenis op Cuba.
2_0
Zij was niet haar type.
2_0
Oppassen als je daarmee schoonmaakt, want het is een bijtend product.
2_0
De klok tikt.
2_0
De architect maakte de ontwerpen eerst met potlood.
2_0
Ze had het gezegd in een opwelling en had nu al spijt.
2_0
De vliegende schotel werd door iedereen gezien.
2_0
Hoeveel mensen wonen in Almere?
2_0
Pizza is een Italiaanse klassieker.
2_0
Heb je ook een Heineken?
2_0
Doel is een spookstad geworden.
2_0
Door middel van een webcam kon iedereen zien hoeveel koffie er nog was.
2_0
Scandinavië heeft een relatief lage bevolkingsdichtheid.
2_0
Één bol vanille en één bol stracciatella.
2_0
Kan je de flyers uitdelen aan de klanten?
2_0
Als voorbereiding ga ik joggen in het park.
2_0
De provincie wilde de belasting niet opheffen.
2_0
Je hebt slechts een paar millimeter marge.
2_0
Er stak een nagel uit aan de stoel en nu zat er een groot gapend gat in mijn broek.
2_0
De slager gaf het kind een stukje worst.
2_0
Ze verstopte zich in het struikgewas.
2_0
De stichting hield zich bezig met het verzamelen van geld voor Afrika.
2_0
De gulden werd door de euro vervangen.
2_0
Het licht gaat aan wanneer je binnenkomt.
2_0
Op het scorebord kan je zien dat de teams gelijk staan.
2_0
Ik kreeg een telefoontje van Anne.
2_0
Zijn die twee jongens even groot?
2_0
Wacht, ik zal je een diagram tekenen.
2_0
Ze had dat pikante detail nooit verteld.
2_0
Mijn fiets staat in de fietsenkelder.
2_0