Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Verb1
2.344b'
0
*
Dat is de bezweken onder de verleiding jongen.
1
SoD-Verb1
2.344b'
0
*
Dat is de bezweken jongen onder de verleiding.
1
SoD-Verb1
2.348a
0
*
Er werd ontkomen aan een ernstige ramp.
0
SoD-Verb1
2.348b
0
*
Er wordt door Jan vaak bezweken onder de verleiding.
0
SoD-Verb1
2.348b
0
*
Er wordt vaak bezweken onder de verleiding.
0
SoD-Verb1
2.353a
0
*
Hij is een barster van de honger.
1
SoD-Verb1
2.353a
0
*
Hij is een barster van de hoofdpijn.
1
SoD-Verb1
2.353b
0
*
Hij is een ruiker naar zeep.
1
SoD-Verb1
2.353c
0
*
Dat is een passer bij dit gerecht.
1
SoD-Verb1
2.353c
0
*
Hij is een passer in onze groep.
1
SoD-Verb1
2.354a
0
*
De stad is al die tijd gebarsten van de toeristen.
0
SoD-Verb1
2.354a'
0
*
Jan is al die tijd gebarsten van de honger.
0
SoD-Verb1
2.354b
0
*
Jan is al die tijd geroken naar zeep.
0
SoD-Verb1
2.354b
0
*
De kamer is al die tijd geroken naar zeep.
0
SoD-Verb1
2.354c
0
*
Deze wijn is altijd goed bij dit gerecht gepast.
0
SoD-Verb1
2.354c'
0
*
Jan is altijd goed in onze groep gepast.
0
SoD-Verb1
2.356a'
0
*
Dat is de van de hoofdpijn gebarsten jongen.
1
SoD-Verb1
2.356b
0
*
Dat is de naar zeep geroken jongen.
1
SoD-Verb1
2.359a
0
*
Er werd door Jan gebarsten van de honger.
0
SoD-Verb1
2.359a
0
*
Er werd door Jan gebarsten van de hoofdpijn.
0
SoD-Verb1
2.359a
0
*
Er werd gebarsten van de hoofdpijn.
0
SoD-Verb1
2.359b
0
*
Er werd naar zeep geroken.
0
SoD-Verb1
2.359c
0
*
Er wordt door Jan in de groep gepast.
0
SoD-Verb1
2.359c
0
*
Er wordt in de groep gepast.
0
SoD-Verb1
2.361a'
0
*
Dat is een beginner aan een nieuw project.
1
SoD-Verb1
2.361a'
0
*
Dat is een beginner met een nieuw project.
1
SoD-Verb1
2.361b'
0
*
Dat is een vooruitloper op deze plannen.
1
SoD-Verb1
2.363b
0
??
Dat is een op de plannen vooruitgelopen meisje.
1
SoD-Verb1
2.363c
0
*
Dat is een aan de details voorbijgegane jongen.
1
SoD-Verb1
2.364c
0
*
Dat is een aan de details voorbijgaande jongen.
1
SoD-Verb1
2.368a
0
*
Dat is een schieter van konijnen.
1
SoD-Verb1
2.368a'
0
*
Dat is een schieter op konijnen.
1
SoD-Verb1
2.368c
0
*
Dat is een gelover van Marie.
1
SoD-Verb1
2.368c'
0
*
Dat is een gelover in Marie.
1
SoD-Verb1
2.368d
0
*
Dat is een verlanger van broodjes.
1
SoD-Verb1
2.368d'
0
*
Dat is een verlanger naar broodjes.
1
SoD-Verb1
2.370a
0
*
Dat is de op de eend geschoten man.
1
SoD-Verb1
2.370b
0
*
Dat is de van zijn broodje gegeten man.
1
SoD-Verb1
2.370c
0
*
Dat is de in Marie geloofde man.
1
SoD-Verb1
2.370d
0
*
Dat is de naar een broodje verlangde man.
1
SoD-Verb1
2.373a
0
*
Jan vraagt Peter.
0
SoD-Verb1
2.374a
0
??
Zij zijn vragers om een koekje.
1
SoD-Verb1
2.374b
0
*?
Zij zijn vertellers over het probleem.
1
SoD-Verb1
2.375a
0
*
Jan is Peter om een koekje gevraagd.
0
SoD-Verb1
2.375a
0
*
Jan is Peter een koekje gevraagd.
0
SoD-Verb1
2.376b
0
??
Dat is de over het probleem vertelde jongen.
1
SoD-Verb1
2.376b
0
??
Dat is de het probleem vertelde jongen.
1
SoD-Noun2
5.436a
1
null
Men moet zichzelf goed verzorgen.
0
SoD-Noun2
5.436a
1
null
Men moet zich goed verzorgen.
0
SoD-Noun2
5.436b
0
*
Men is hier zeer gastvrij, zodat hij je graag zal ontvangen.
0
SoD-Noun2
5.437a
1
null
Er is iemand met zijn huiswerk bezig.
0
SoD-Noun2
5.437b
1
null
Iedereen is met zijn huiswerk bezig.
0
SoD-Noun2
5.438a
1
null
Iedereen moet zijn huiswerk maken.
0
SoD-Noun2
5.438b
0
*
Iedereen denkt dat hun leraar te veel huiswerk geeft.
0
SoD-Noun2
5.438c
0
*
Iedereen had een huisdier mee naar school genomen. Zijn leraar vertelde iets over elk dier.
0
SoD-Noun2
5.439b
1
null
Iedereen denkt dat hij te veel huiswerk heeft.
0
SoD-Noun2
5.439c
1
null
Iedereen had een huisdier mee naar school genomen. Zij lieten het allemaal aan de leraar zien.
0
SoD-Noun2
5.439c
0
*
Iedereen had een huisdier mee naar school genomen. Hij liet het allemaal aan de leraar zien.
0
SoD-Noun2
5.440a
1
null
Een leeuw jaagt 's nachts op zijn prooi.
0
SoD-Noun2
5.440b
1
null
Leeuwen jagen 's nachts op hun prooi.
0
SoD-Noun2
5.440c
1
null
De leeuw jaagt 's nachts op zijn prooi.
0
SoD-Noun2
5.441a
1
null
Een leeuw is een vervaarlijk jager. Zijn prooi is machteloos tegen zijn klauwen.
0
SoD-Noun2
5.441c
1
null
De leeuw is een vervaarlijk jager. Zijn prooi is machteloos tegen zijn klauwen.
0
SoD-Noun2
5.442a
1
null
Een leeuw is een vervaarlijk jager. Hij ligt in een hinderlaag en vangt zijn prooi.
1
SoD-Noun2
5.442b
1
null
Leeuwen zijn vervaarlijke jagers. Zij liggen in een hinderlaag en vangt zijn prooi.
1
SoD-Noun2
5.443a
1
null
Marie trok Jan een haar uit zijn baard.
0
SoD-Noun2
5.443b
0
*
Jan klapte enthousiast in zijn eigen handen.
0
SoD-Noun2
5.443b
1
null
Jan klapte enthousiast in zijn handen.
0
SoD-Noun2
5.443b
1
null
Jan deed zalf op zijn neus.
0
SoD-Noun2
5.444a
0
*
Ik klapte enthousiast in mijn eigen handen.
0
SoD-Noun2
5.444a
1
null
Ik klapte enthousiast in mijn handen.
0
SoD-Noun2
5.444b
1
null
Ik deed zalf op mijn neus.
0
SoD-Noun2
5.445a
1
null
Jan is zijn arts.
0
SoD-Noun2
5.445b
1
null
Jan is zijn eigen arts.
0
SoD-Noun2
5.446a
1
null
Dat is Jans boek.
1
SoD-Noun2
5.446a'
1
null
Dat is Jan z'n boek.
1
SoD-Noun2
5.446b
1
null
Dat is Maries boek.
1
SoD-Noun2
5.446b'
1
null
Dat is Marie d'r boek.
1
SoD-Noun2
5.446c
1
null
Dat is mijn ouders' boek.
1
SoD-Noun2
5.447a'
1
null
Dat is mijn zusters' boek.
1
SoD-Noun2
5.447b
1
null
Dat is mijn broers boek.
1
SoD-Noun2
5.447b'
1
null
Dat is mijn broers' boek.
1
SoD-Noun2
5.448a
1
null
Dat is het boek van mijn ouders.
1
SoD-Noun2
5.448b
1
null
Dat is het boek van mijn zuster.
1
SoD-Noun2
5.448b
1
null
Dat is het boek van mijn zusters.
1
SoD-Noun2
5.448c
1
null
Dat zijn de boeken van mijn broer.
1
SoD-Noun2
5.448c
1
null
Dat zijn de boeken van mijn broers.
1
SoD-Noun2
5.449a
1
null
Dat is mijn vriends boek.
1
SoD-Noun2
5.449b'
0
*
Dat is mijn kinderens kamer.
1
SoD-Noun2
5.450a'
1
null
Dat is mijn vader z'n boek.
1
SoD-Noun2
5.450b
0
??
Dat is de bakkers auto.
1
SoD-Noun2
5.450b'
1
null
Dat is de bakker z'n auto.
1
SoD-Noun2
5.450c'
1
null
Dat is de hond z'n voerbak.
1
SoD-Noun2
5.450d
0
*
Dat is de brommers wiel.
1
SoD-Noun2
5.450d'
0
*?
Dat is de brommer z'n wiel.
1
SoD-Noun2
5.451a
0
*
Dat is hij z'n boek.
1
SoD-Noun2
5.451a
0
*
Dat is hem z'n boek.
1
SoD-Noun2
5.451a'
1
null
Dat is zijn boek.
1
SoD-Noun2
5.451a'
1
null
Dat is z'n boek.
1
SoD-Noun2
5.451b
0
*
Dat is zij d'r boek.
1