Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Noun2
5.451b
0
*
Dat is haar d'r boek.
1
SoD-Noun2
5.451b'
1
null
Dat is haar boek.
1
SoD-Noun2
5.451c
0
*
Ze hebben elkaar z'n boek.
1
SoD-Noun2
5.451c
0
*
Ze hebben elkaar hun boek.
1
SoD-Noun2
5.451c'
1
null
Ze hebben elkaars boek.
1
SoD-Noun2
5.452a
1
null
Dat zijn die z'n boeken.
1
SoD-Noun2
5.452a
1
null
Dat zijn die d'r boeken.
1
SoD-Noun2
5.452b
1
null
Wie z'n boeken zijn dat?
1
SoD-Noun2
5.452b
1
null
Wie d'r boeken zijn dat?
1
SoD-Noun2
5.452b'
1
null
Wiens boeken zijn dat?
1
SoD-Noun2
5.453b
1
null
Ik heb iedereen z'n werk gelezen.
0
SoD-Noun2
5.454a
1
null
Jouw auto is mooi, maar de mijne is nog mooier.
0
SoD-Noun2
5.454b
1
null
Zijn paard is erg snel, maar het mijne is liever.
0
SoD-Noun2
5.455a
1
null
Jouw rode trui is mooi, maar mijn blauwe is nog mooier.
0
SoD-Noun2
5.455b
0
*
Jouw rode trui is mooi, maar de mijne blauwe is nog mooier.
0
SoD-Noun2
5.456a
1
null
Ik en de mijnen gaan op reis.
1
SoD-Noun2
5.456b
1
null
Luther en de zijnen gaan op reis.
1
SoD-Noun2
5.457a'
1
null
Dit is een mooie slaapkamer.
1
SoD-Noun2
5.457b
1
null
Dit is ons huis.
1
SoD-Noun2
5.457b'
1
null
Dit is een mooi huis.
1
SoD-Noun2
5.457c
1
null
Dit zijn onze huizen.
1
SoD-Noun2
5.457c'
1
null
Dit zijn mooie huizen.
1
SoD-Noun2
5.459a
1
null
Ik stuurde jouw Gerard Reve een brief.
1
SoD-Noun2
5.459b
1
null
Jan is altijd bezig met zijn astrologie.
0
SoD-Noun2
5.460a
1
null
Dat is je reinste onzin.
1
SoD-Noun2
5.460b
1
null
Dat is je ware.
0
SoD-Noun2
5.461b
1
null
We zijn op zijn vroegst om vijf uur thuis.
0
SoD-Noun2
5.462a
1
null
Ik kleed me vandaag op m'n zondags.
0
SoD-Noun2
5.462a'
1
null
Jij kleedt je vandaag op je zondags.
0
SoD-Noun2
5.462b
1
null
S Avonds ben ik op m'n best.
0
SoD-Noun2
5.462b'
1
null
S Avonds ben jij op je best.
0
SoD-Noun2
5.463a
1
null
We komen met z'n vieren.
0
SoD-Noun2
5.463a
1
null
We komen met ons vieren.
0
SoD-Noun2
5.463b
1
null
Ik heb de jongens met zijn allen naar de bioscoop gebracht.
0
SoD-Noun2
5.464a
1
null
Ik kom in mijn eentje.
0
SoD-Noun2
5.464a
0
*
Ik kom in zijn eentje.
0
SoD-Noun2
5.464b
0
*
Kom je in zijn eentje?
0
SoD-Noun2
5.465a
1
null
Dit is Jans boek.
1
SoD-Noun2
5.465a
1
null
Dit is zijn boek.
1
SoD-Noun2
5.465b
1
null
Dit is het boek van Jan.
1
SoD-Noun2
5.465b
1
null
Dit is het boek van hem.
1
SoD-Noun2
5.466b
0
*?
Van wie is dit boek? Jans.
0
SoD-Noun2
5.466b
0
*?
Van wie is dit boek? Zijn.
0
SoD-Noun2
5.466b'
1
null
Van wie is dit boek? Van hem.
0
SoD-Noun2
5.467a
0
??
Zij heeft zijn boek gelezen en hij haar.
0
SoD-Noun2
5.467a
0
??
Zij heeft zijn boek gelezen en hij Maries.
0
SoD-Noun2
5.467a
0
??
Zij heeft Jans boek gelezen en hij Maries.
0
SoD-Noun2
5.467b
1
null
Zij heeft het boek van hem gelezen en hij dat van haar.
0
SoD-Noun2
5.467b
1
null
Zij heeft het boek van hem gelezen en hij dat van Marie.
0
SoD-Noun2
5.467b
1
null
Zij heeft het boek van Jan gelezen en hij dat van haar.
0
SoD-Noun2
5.467b
1
null
Zij heeft het boek van Jan gelezen en hij dat van Marie.
0
SoD-Noun2
5.468a
1
null
Dit is mijn boek.
1
SoD-Noun2
5.468a
1
null
Dit is m'n boek.
1
SoD-Noun2
5.468b
1
null
Dit is het boek van mij.
1
SoD-Noun2
5.468b
0
??
Dit is het boek van me.
1
SoD-Noun2
5.469a
0
*?
Het boek is mijn.
0
SoD-Noun2
5.469a
0
*?
Het boek is Jans.
0
SoD-Noun2
5.469b
1
null
Het boek is van mij.
0
SoD-Noun2
5.469b
1
null
Het boek is van Jan.
0
SoD-Noun2
5.470a
0
??
Dat is jouw en haar boek.
1
SoD-Noun2
5.470a'
0
*
Dat is Peters en jouw boek.
1
SoD-Noun2
5.470b
1
null
Dat is het boek van jou en haar.
1
SoD-Noun2
5.470b'
1
null
Dat is het boek van Peter en jou.
1
SoD-Noun2
5.471a
1
null
Dit boek is spannend, maar dat boek is saai.
0
SoD-Noun2
5.471b
1
null
Dit is spannend, maar dat is saai.
0
SoD-Noun2
5.472a
0
*
Jan ziet de deze man.
1
SoD-Noun2
5.472a'
0
*
Jan ziet deze de man.
1
SoD-Noun2
5.472b
0
*
Jan ziet het dat kind.
1
SoD-Noun2
5.472b'
0
*
Jan ziet dat het kind.
1
SoD-Noun2
5.472c
0
*
Jan ziet de die kinderen.
1
SoD-Noun2
5.472c'
0
*
Jan ziet die de kinderen.
1
SoD-Noun2
5.473a
1
null
Dit boek over WO II hier is erg indrukwekkend.
0
SoD-Noun2
5.473a
0
*?
Dit boek over WO II daar is erg indrukwekkend.
0
SoD-Noun2
5.474a
1
null
De koningin gaat deze week nog naar Zeeland.
0
SoD-Noun2
5.474a
0
*?
De koningin ging deze week nog naar Zeeland.
0
SoD-Noun2
5.474b
1
null
De koningin ging die week nog naar Zeeland.
0
SoD-Noun2
5.475b
1
null
Wil je dit boek even bekijken?
0
SoD-Noun2
5.476a
1
null
Je moet niet dit maar dat boek lezen.
0
SoD-Noun2
5.476b
1
null
Je moet niet deze maar die boeken lezen.
0
SoD-Noun2
5.477a
1
null
Welke vrouw heeft er tegen die wet geprotesteerd?
0
SoD-Noun2
5.477a
1
null
Welke vrouw heeft tegen die wet geprotesteerd?
0
SoD-Noun2
5.477b
1
null
Welke kinderen zijn er nog niet ingeënt?
0
SoD-Noun2
5.477b
1
null
Welke kinderen zijn nog niet ingeënt?
0
SoD-Noun2
5.478b
1
null
Wat heb je gekocht? Ditte.
0
SoD-Noun2
5.478b
1
null
Wat heb je gekocht? Datte.
0
SoD-Noun2
5.478b
1
null
Wat heb je gekocht? Dit.
0
SoD-Noun2
5.478b
1
null
Wat heb je gekocht? Dat.
0
SoD-Noun2
5.479a
1
null
Deze grote is leuk.
0
SoD-Noun2
5.479a
1
null
Die grote is leuk.
0
SoD-Noun2
5.479b
1
null
Die grote zijn leuk.
0
SoD-Noun2
5.479c
0
*?
Dit grote is leuk.
0
SoD-Noun2
5.480a
1
null
Die is helemaal gek geworden.
0
SoD-Noun2
5.480b
1
null
Die komt mijn huis niet meer in!
0
SoD-Noun2
5.481a
1
null
Heb je Marie gezien? Nee, die is ziek.
0
SoD-Noun2
5.481b
1
null
Marie, die schijnt al weken ziek te zijn.
0
SoD-Noun2
5.482b
1
null
Zulke zijn het mooiste.
0
SoD-Noun2
5.483a
1
null
Welke is het lekkerste?
0
SoD-Noun2
5.483b
1
null
Welke zijn het lekkerste?
0
SoD-Noun2
5.484a
1
null
Wat voor een heeft hij er?
0
SoD-Noun2
5.484a
0
*?
Wat voor een heeft hij?
0