Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Verb2
5.464b'
1
null
Jan beweert dat hij de wedstrijd zal winnen.
0
SoD-Verb2
5.466a
1
null
Jan zei morgen te zullen komen.
0
SoD-Verb2
5.466a
0
*
Jan zei om morgen te zullen komen.
0
SoD-Verb2
5.466a'
0
*
Er werd door Jan gezegd morgen te zullen komen.
0
SoD-Verb2
5.466a''
0
*
Er werd gezegd morgen te zullen komen.
0
SoD-Verb2
5.466b
1
null
Jan zei mij morgen te komen.
0
SoD-Verb2
5.466b'
1
null
Er werd mij gezegd om morgen te komen.
0
SoD-Verb2
5.467a
1
null
Jan zei me wat te doen.
0
SoD-Verb2
5.471b
0
*
Marie bleek dat Jan een auto gekocht had.
0
SoD-Verb2
5.472a
1
null
Jan bleek een auto gekocht te hebben.
0
SoD-Verb2
5.472a'
1
null
Dat bleek.
0
SoD-Verb2
5.472a'
0
*
Jan bleek dat.
0
SoD-Verb2
5.473b
1
null
Jan probeert dat.
0
SoD-Verb2
5.473b
0
*
Dat probeert Jan.
0
SoD-Verb2
5.475b
1
null
Jan lijkt mij goed in onze groep te passen.
0
SoD-Verb2
5.476a
1
null
Jan bleek erg aardig.
0
SoD-Verb2
5.476a'
1
null
Jan scheen erg aardig.
0
SoD-Verb2
5.476b'
1
null
Jan scheen een goede vriend.
0
SoD-Verb2
5.477a
1
null
Jan bleek erg aardig te zijn.
0
SoD-Verb2
5.477a'
1
null
Jan scheen erg aardig te zijn.
0
SoD-Verb2
5.477b
1
null
Jan leek een goede vriend te zijn.
0
SoD-Verb2
5.477b'
1
null
Jan scheen een goede vriend te zijn.
0
SoD-Verb2
5.478b
0
*
Jan schijnt om de boeken gestolen te hebben.
0
SoD-Verb2
5.478c
0
*
Het schijnt om de boeken gestolen te hebben.
0
SoD-Verb2
5.479a
1
null
Jan lijkt me de boeken gestolen te hebben.
0
SoD-Verb2
5.479b
0
*
Jan lijkt me om de boeken gestolen te hebben.
0
SoD-Verb2
5.480b
0
*
Ik hoorde dat Jan schijnt de boeken naar Groningen te sturen.
1
SoD-Verb2
5.483a
1
null
Jan heeft me altijd aardig geleken.
0
SoD-Verb2
5.483b
0
*
Jan is altijd aardig geschenen.
0
SoD-Verb2
5.484a
1
null
Het lijkt me dat Jan morgen komt.
0
SoD-Verb2
5.484a'
0
*
Er wordt me geleken dat Jan morgen komt.
0
SoD-Verb2
5.484b
1
null
Jan lijkt me morgen te komen.
0
SoD-Verb2
5.484c
1
null
Jan lijkt me geschikt voor die baan.
0
SoD-Verb2
5.484c'
0
*
Er wordt me geschikt geleken voor die baan.
0
SoD-Verb2
5.485a
1
null
Het lijkt me dat Jan de auto repareert.
0
SoD-Verb2
5.485b'
1
null
De auto lijkt me gerepareerd te worden.
0
SoD-Verb2
5.486a
1
null
Het schijnt dat Jan en Marie de strijdbijl hebben begraven.
0
SoD-Verb2
5.486b
1
null
Het schijnt dat de strijdbijl begraven is.
0
SoD-Verb2
5.486b'
1
null
De strijdbijl schijnt begraven te zijn.
0
SoD-Verb2
5.487a'
1
null
Die opmerking wekte de schijn dat Jan ziek is.
1
SoD-Verb2
5.488a
1
null
Uit zijn verklaring blijkt dat Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.488b
1
null
Het lijkt mij dat Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.488c
1
null
Het schijnt dat Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.489b
1
null
Jan blijkt de dader te zijn.
0
SoD-Verb2
5.489b
0
*
Jan blijkt uit zijn verklaring de dader te zijn.
0
SoD-Verb2
5.489c
1
null
Jan blijkt de dader.
0
SoD-Verb2
5.489c
0
*
Jan blijkt uit zijn verklaring de dader.
0
SoD-Verb2
5.490a
1
null
Er is ons gebleken dat Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.490b
1
null
Jan bleek de dader te zijn.
0
SoD-Verb2
5.490b
0
*
Jan bleek ons de dader te zijn.
0
SoD-Verb2
5.490c
1
null
Jan bleek de dader.
0
SoD-Verb2
5.490c
0
*
Jan bleek ons de dader.
0
SoD-Verb2
5.491b
1
null
Jan lijkt mij de dader te zijn.
0
SoD-Verb2
5.491c
1
null
Jan lijkt mij de dader.
0
SoD-Verb2
5.492a
1
null
Het lijkt alsof Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.492b
0
*
Het blijkt alsof Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.493a
1
null
Jan lijkt op zijn vader.
0
SoD-Verb2
5.493b
1
null
Het lijkt erop alsof Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.494a
1
null
Het lijkt mij alsof Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.494b
0
*
Het lijkt mij erop alsof Jan de dader is.
0
SoD-Verb2
5.495a
1
null
Jan schijnt de dader te zijn.
0
SoD-Verb2
5.495b
1
null
Jan schijnt de dader.
0
SoD-Verb2
5.495b
0
*
Jan schijnt mij de dader.
0
SoD-Verb2
5.495b
0
*
Jan schijnt haar de dader.
0
SoD-Verb2
5.496a
1
null
Dat blijkt later wel.
0
SoD-Verb2
5.496b
1
null
Dat lijkt me wel.
0
SoD-Verb2
5.496c
0
*
Dat schijnt later wel.
0
SoD-Verb2
5.497a
1
null
Naar het blijkt gaan ze naar de dierentuin.
0
SoD-Verb2
5.497b
1
null
Naar het lijkt gaat het lukken.
0
SoD-Verb2
5.497c
1
null
Naar het schijnt was ze elke dag dronken.
0
SoD-Verb2
5.498b
1
null
Ik hoorde dat Jan Marie heeft beloofd dat hij morgen zou komen.
1
SoD-Verb2
5.498c
1
null
Ik hoorde dat Jan Marie heeft beloofd om morgen te komen.
1
SoD-Verb2
5.499a
1
null
Ik hoorde dat de directeur met collectief ontslag heeft gedreigd.
1
SoD-Verb2
5.499b
1
null
Ik hoorde dat de directeur ermee heeft gedreigd dat hij iedereen zal ontslaan.
1
SoD-Verb2
5.499c
1
null
Ik hoorde dat de directeur ermee heeft gedreigd om iedereen te ontslaan.
1
SoD-Verb2
5.500a
1
null
Het boek belooft een succes te worden.
0
SoD-Verb2
5.500b
1
null
Het boek dreigt op de vloer te vallen.
1
SoD-Verb2
5.501a
0
*
Het boek belooft het.
0
SoD-Verb2
5.502a
0
*
Het boek belooft om een succes te worden.
0
SoD-Verb2
5.502b
0
*
Het boek dreigt om op de vloer te vallen.
0
SoD-Verb2
5.504b
1
null
Marie beloofde een groot schrijver te worden.
0
SoD-Verb2
5.669a
0
*
Marie keek dat de zon opkwam.
0
SoD-Verb2
5.670a
0
*
Marie keek de zon opkomen.
0
SoD-Verb2
5.670b
0
*
Jan luisterde de deur klapperen.
0
SoD-Verb2
5.672a'
0
??
Ik proef het snoepje van smaak veranderen.
0
SoD-Verb2
5.675a
0
*
Marie vindt Peter veel weten.
0
SoD-Verb2
5.675b
0
*
Marie vindt Peter aardig zijn.
0
SoD-Verb2
5.680b'
0
*
Het kinderen dieren verzorgen is erg educatief.
0
SoD-Verb2
5.680c'
0
*
Het bladeren vallen gebeurt in de herfst.
0
SoD-Verb2
5.683a
0
*
Jan heeft de kinderen gezien lachen.
0
SoD-Verb2
5.683a'
0
*
Jan heeft de kinderen lachen zien.
0
SoD-Verb2
5.683b
0
*
Jan heeft de kinderen de dieren gezien verzorgen.
0
SoD-Verb2
5.683b'
0
*
Jan heeft de kinderen de dieren verzorgen gezien.
0
SoD-Verb2
5.683c
0
*
Jan heeft de bladeren gezien vallen.
0
SoD-Verb2
5.683c'
0
*
Jan heeft de bladeren vallen gezien.
0
SoD-Verb2
5.684a
0
*
Ik hoorde dat Jan de kinderen geen lachen zag.
1
SoD-Verb2
5.684b
0
*
Ik hoorde dat Jan de kinderen de dieren geen verzorgen zag.
1
SoD-Verb2
5.684c
0
*
Ik hoorde dat Jan de bladeren geen vallen zag.
1
SoD-Verb2
5.685a
0
*
Wij dachten dat Jan de kinderen lachen graag zag.
1
SoD-Verb2
5.686b
0
??
Ik hoorde slapen.
0