Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Verb2
5.352a
1
null
Ik merk dat het me verveelt dat hij steeds dezelfde vraag stelt.
1
SoD-Verb2
5.352a'
0
*?
Ik merk dat dat hij steeds dezelfde vraag stelt me verveelt.
1
SoD-Verb2
5.352b'
0
*
Ik merk dat om steeds dezelfde vraag te stellen me verveelt.
1
SoD-Verb2
5.353a
1
null
Ik denk dat het vervelend gevonden wordt dat hij niet kan komen.
1
SoD-Verb2
5.353a'
0
*?
Ik denk dat dat hij niet kan komen vervelend gevonden wordt.
1
SoD-Verb2
5.353b
1
null
Ik denk dat het vervelend gevonden wordt niet te kunnen komen.
1
SoD-Verb2
5.354a
1
null
Ik denk dat het vervelend is dat hij niet kan komen.
1
SoD-Verb2
5.354a'
0
*?
Ik denk dat dat hij niet kan komen vervelend is.
1
SoD-Verb2
5.354b'
0
*
Ik denk dat niet te kunnen komen vervelend is.
1
SoD-Verb2
5.355a
1
null
Ik weet dat Jan ernaar verlangt dat hij weer thuis is.
1
SoD-Verb2
5.355a'
0
*?
Ik weet dat Jan naar dat hij weer thuis is verlangt.
1
SoD-Verb2
5.355b
1
null
Ik weet dat Jan ernaar verlangt om weer thuis te zijn.
1
SoD-Verb2
5.355b'
0
*
Ik weet dat Jan naar om weer thuis te zijn verlangt.
1
SoD-Verb2
5.356a
1
null
Zij vermoedt dat Jan er bang voor is dat hij te laat komt.
1
SoD-Verb2
5.356a'
0
*
Zij vermoedt dat Jan bang voor dat hij te laat komt is.
1
SoD-Verb2
5.356b
1
null
Jan is er bang voor om te laat te komen.
0
SoD-Verb2
5.356b'
0
*
Zij vermoedt dat Jan bang te laat te komen is.
1
SoD-Verb2
5.357a
1
null
Ik heb het verlangen om weer thuis te zijn.
1
SoD-Verb2
5.357b
0
*
Ik heb het verlangen ernaar om weer thuis te zijn.
1
SoD-Verb2
5.358a
1
null
Ik heb het verlangen ernaar.
1
SoD-Verb2
5.358a
1
null
Dat hij het boek zou kopen besloot hij snel.
0
SoD-Verb2
5.358b
0
*?
Om het boek te kopen besloot hij snel.
0
SoD-Verb2
5.359a
1
null
Dat hij het boek zou kopen, dat besloot hij snel.
0
SoD-Verb2
5.360a
1
null
Vaak verveelt het me dat hij steeds dezelfde vraag stelt.
0
SoD-Verb2
5.360a'
0
*?
Vaak verveelt dat hij steeds dezelfde vraag stelt me.
0
SoD-Verb2
5.360b'
0
*
Vaak verveelt om steeds dezelfde vraag te stellen me.
0
SoD-Verb2
5.361a
1
null
Dat hij steeds dezelfde vraag stelt verveelt me.
0
SoD-Verb2
5.361b
1
null
Steeds dezelfde vraag te moeten stellen verveelt me.
0
SoD-Verb2
5.362a
1
null
Dat hij hier zwemt is gevaarlijk.
0
SoD-Verb2
5.363a
1
null
Dat ik even moest wachten was niet zo vervelend.
0
SoD-Verb2
5.363b
1
null
Om even te moeten wachten was niet zo vervelend.
0
SoD-Verb2
5.364a
1
null
Steeds dezelfde vragen te stellen, dat verveelt me.
0
SoD-Verb2
5.364b
1
null
Hier te zwemmen, dat is gevaarlijk.
0
SoD-Verb2
5.364c
1
null
Om even te moeten wachten, dat was niet zo vervelend.
0
SoD-Verb2
5.365a
0
*
Dat hij weer thuis is verlangt Jan ernaar.
0
SoD-Verb2
5.365a'
1
null
Dat hij weer thuis is, daar verlangt Jan naar.
0
SoD-Verb2
5.365b
0
*
Weer thuis te zijn verlangt Jan.
0
SoD-Verb2
5.365b'
1
null
Weer thuis te zijn, daar verlangt Jan naar.
0
SoD-Verb2
5.366a
1
null
Na dat Jan de wedstrijd gewonnen had rustte hij uit.
0
SoD-Verb2
5.366b
0
*
Na om de wedstrijd gewonnen te hebben rustte Jan uit.
0
SoD-Verb2
5.366b
1
null
Na de wedstrijd gewonnen te hebben rustte Jan uit.
0
SoD-Verb2
5.367b
0
*
Jan beloofde om op tijd te komen en Marie beloofde erom ook.
0
SoD-Verb2
5.368a
1
null
Zij liet weten dat Jan weigert om dat boek te lezen.
1
SoD-Verb2
5.368a
0
*
Zij liet weten dat Jan dat boek weigert om te lezen.
1
SoD-Verb2
5.368b
1
null
Zij liet weten dat Jan weigert dat boek te lezen.
1
SoD-Verb2
5.369
1
null
Jan beweerde morgen te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.371a
1
null
Jan beloofde Peter dat hij niet zou lachen.
0
SoD-Verb2
5.371b
1
null
Jan beloofde Peter om niet te zullen lachen.
0
SoD-Verb2
5.371b
0
*
Jan beloofde Peter om hij niet te zullen lachen.
0
SoD-Verb2
5.372a
1
null
Jan beloofde Peter om niet te lachen.
0
SoD-Verb2
5.372b
1
null
Jan verzocht Peter niet te lachen.
0
SoD-Verb2
5.373a
1
null
Jan vermoedt dat Peter over zichzelf praat.
0
SoD-Verb2
5.373b
1
null
Jan vermoedt dat Peter over hem praat.
0
SoD-Verb2
5.375a
1
null
Jan beloofde Peter om over zichzelf te praten.
0
SoD-Verb2
5.375b
1
null
Jan beloofde Peter om over hem te praten.
0
SoD-Verb2
5.376b
1
null
Jan verzocht Peter om over hem te praten.
0
SoD-Verb2
5.379a
0
*
Jan stelt Peter aan elkaar voor.
0
SoD-Verb2
5.379b
1
null
Jan en Peter stellen zich aan elkaar voor.
0
SoD-Verb2
5.380a
1
null
Jan stelde Els voor om samen een boomhut te bouwen.
0
SoD-Verb2
5.380b
1
null
Jan stelde Els voor om elkaar te helpen.
0
SoD-Verb2
5.381a
1
null
Jan probeert te slapen.
0
SoD-Verb2
5.381b
1
null
Jan probeert Marie te helpen.
0
SoD-Verb2
5.381d
1
null
Jan probeert heb boek voor niets te krijgen.
0
SoD-Verb2
5.383a
1
null
De soldaten proberen zich te verspreiden.
0
SoD-Verb2
5.383b
1
null
De soldaten prober om het gebouw te omsingelen.
0
SoD-Verb2
5.384a
1
null
Marie werd gekozen tot voorzitter.
0
SoD-Verb2
5.384b
1
null
Marie probeerde gekozen te worden tot voorzitter.
0
SoD-Verb2
5.385a
1
null
Er werd gelachen in de zaal.
0
SoD-Verb2
5.385b
0
*
Marie probeerde om gelachen te worden.
0
SoD-Verb2
5.385c
0
*
Er werd geprobeerd om gelachen te worden.
0
SoD-Verb2
5.387a
1
null
Jan beloofde Els dat boek te lezen.
0
SoD-Verb2
5.387b
1
null
Jan verzocht Els dat boek te lezen.
0
SoD-Verb2
5.388a
1
null
Jan stelde Els voor om samen te werken.
0
SoD-Verb2
5.394a
1
null
Jan probeert het om Marie te bereiken.
0
SoD-Verb2
5.396a
1
null
Marie bood Peter aan om hem te helpen met zijn huiswerk.
0
SoD-Verb2
5.396b
1
null
Jan beloofde Els om de computer gebruiksklaar te maken.
0
SoD-Verb2
5.396b'
1
null
Er werd Els beloofd om de computer gebruiksklaar te maken.
0
SoD-Verb2
5.398a
1
null
Els streeft ernaar om volgende week klaar te zijn.
0
SoD-Verb2
5.398b
1
null
Er wordt naar gestreefd om volgende week klaar te zijn.
0
SoD-Verb2
5.399a
1
null
Marie dreigt Jan ermee om te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.399b
0
*
Jan wordt ermee gedreigd om te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.399b'
1
null
Er wordt mee gedreigd om te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.400a
1
null
Marie is erin geslaagd de computer te repareren.
0
SoD-Verb2
5.401a
1
null
De gemeente is ermee gestopt papier in te zamelen.
0
SoD-Verb2
5.403a
1
null
Jan veroorlooft zich om tweemaal op vakantie te gaan.
0
SoD-Verb2
5.403b
1
null
Jan geneert zich ervoor over seks te praten.
0
SoD-Verb2
5.405a
1
null
Jan raadde Marie af om in de rivier te zwemmen.
0
SoD-Verb2
5.405b
1
null
Er werd Marie aangeraden om dat boek te lezen.
0
SoD-Verb2
5.406a
1
null
Marie roept ons op naar het feest te komen.
0
SoD-Verb2
5.406b
1
null
We worden opgeroepen naar het feest te komen.
0
SoD-Verb2
5.408a
1
null
Het bevalt hem goed hier te wonen.
0
SoD-Verb2
5.408b
1
null
Het spreekt hem aan hier te wonen.
0
SoD-Verb2
5.409a
1
null
Het irriteert me om steeds verhalen te horen over haar hond.
0
SoD-Verb2
5.409a'
1
null
Het irriteert om steeds verhalen te horen over haar hond.
0
SoD-Verb2
5.409b
1
null
Het vertedert me om zoʼn jonge hond te zien spelen.
0
SoD-Verb2
5.409b'
1
null
Het vertedert om zoʼn jonge hond te zien spelen.
0
SoD-Verb2
5.411a
1
null
Els stelde Jan voor om hem te helpen.
0
SoD-Verb2
5.411c
1
null
Els stelde Jan voor om het samen te doen.
0
SoD-Verb2
5.412b
1
null
Zij, Els en Jan, dede het samen met haar.
0
SoD-Verb2
5.412c
1
null
Zij deden het samen.
0