Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Verb2
5.413a
1
null
Er werd voorgesteld om hem te helpen.
0
SoD-Verb2
5.413b
1
null
Er werd voorgesteld om het samen met haar te doen.
0
SoD-Verb2
5.413c
1
null
Er werd voorgesteld om het samen te doen.
0
SoD-Verb2
5.414a
1
null
Els stelde aan Jan voor om hem te helpen.
0
SoD-Verb2
5.414b
1
null
Els stelde aan Jan voor om het samen met haar te doen.
0
SoD-Verb2
5.414c
1
null
Els stelde aan Jan voor om het samen te doen.
0
SoD-Verb2
5.415a
1
null
Jan stelde de meisjes elkaar voor.
0
SoD-Verb2
5.415a'
1
null
Jan stelde de meisjes aan elkaar voor.
0
SoD-Verb2
5.415b'
1
null
Jan stelde iedereen aan zijn begeleider voor.
0
SoD-Verb2
5.416a
1
null
Jan en Marie spraken af om vroeg te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.416b
1
null
Jan sprak met Marie af om vroeg te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.417a
1
null
Er werd afgesproken om vroeg te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.417b
1
null
Er werd met Marie afgesporken om vroeg te vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.419a'
1
null
Het gaat in tegen het fatsoen om te vloeken.
0
SoD-Verb2
5.419b
1
null
De VN keurt het af om zomaar een land aan te vallen.
0
SoD-Verb2
5.419b'
1
null
De kerk veroordeelt het om te vloeken.
0
SoD-Verb2
5.422a
1
null
Het is verstandig van Peter om zijn fiets te smeren.
0
SoD-Verb2
5.422a'
1
null
Het is verstandig om je fiets te smeren.
0
SoD-Verb2
5.422b
1
null
Het is gemakkelijk voor Peter om die som te maken.
0
SoD-Verb2
5.424b
1
null
Het is voor iedereen gemakkelijk om die som te maken.
0
SoD-Verb2
5.425a
1
null
Wij denken dat het slim is elkaar te helpen.
0
SoD-Verb2
5.425b
1
null
Wij denken dat het slim van ze is elkaar te helpen.
0
SoD-Verb2
5.425c
0
??
Jan vindt het slim van Marie elkaar te helpen.
0
SoD-Verb2
5.427a
1
null
Het is schadelijk voor het milieu je met zeep te wassen.
0
SoD-Verb2
5.427b
1
null
Jan denkt dat het schadelijk is voor het milieu.
0
SoD-Verb2
5.428b
0
*?
Het is afkeurenswaardig van Jan om daar te laat te komen.
0
SoD-Verb2
5.430a'
1
null
Er werd ons door Marie beloofd om de auto te repareren.
0
SoD-Verb2
5.430a''
1
null
Er werd ons beloofd om de auto te repareren.
0
SoD-Verb2
5.430b'
1
null
Ik dacht aan de belofte van Marie aan ons om de auto te repareren.
1
SoD-Verb2
5.430b''
1
null
Ik dacht aan de belofte aan ons om de auto te repareren.
1
SoD-Verb2
5.431a
1
null
Wij adviseren hem veel fruit te eten.
0
SoD-Verb2
5.431a'
1
null
Wij adviseren om veel fruit te eten.
0
SoD-Verb2
5.431b'
1
null
Hij luisterde niet naar ons advies om veel fruit te eten.
1
SoD-Verb2
5.432a
1
null
Jan vroeg aan Peter om de boodschappen te doen.
0
SoD-Verb2
5.432b
0
*
Jan beval aan Peter om de boodschappen te doen.
0
SoD-Verb2
5.432c
1
null
Jan liet het aan Peter om de boodschappen te doen.
0
SoD-Verb2
5.432c
0
*
Jan liet het Peter om de boodschappen te doen.
0
SoD-Verb2
5.433a
1
null
Marie haalde Els ertoe over om te zingen.
0
SoD-Verb2
5.436a
1
null
De man beweerde gisteren dat hij een tovenaar is.
0
SoD-Verb2
5.436a'
1
null
De man beweerde dat gisteren.
0
SoD-Verb2
5.436b
1
null
Het bleek al snel dat de man een tovenaar is.
0
SoD-Verb2
5.436b'
1
null
Dat bleek al snel.
0
SoD-Verb2
5.437a
1
null
De man beweert een tovenaar te zijn.
0
SoD-Verb2
5.437b
1
null
De man schijnt een tovenaar te zijn.
0
SoD-Verb2
5.438a
1
null
Jan veronderstelt de beste leerling van de klas te zijn.
0
SoD-Verb2
5.438b
1
null
Jan wordt verondersteld de beste leerling van de klas te zijn.
0
SoD-Verb2
5.439a'
1
null
Ik zag dat Jan de tractor probeerde te repareren.
1
SoD-Verb2
5.440a
1
null
Ik weet dat Jan heeft beweerd dat hij dat boek gekocht heeft.
1
SoD-Verb2
5.440b
0
*
Ik weet dat Jan heeft beweerd om dat boek gekocht te hebben.
1
SoD-Verb2
5.440b
1
null
Ik weet dat Jan heeft beweerd dat boek gekocht te hebben.
1
SoD-Verb2
5.442a
1
null
Jan probeerde om dat boek te kopen.
0
SoD-Verb2
5.443a
1
null
Er wordt beweerd dat hij dat boek gekocht heeft.
0
SoD-Verb2
5.443b
0
*
Er wordt beweerd dat boek gekocht te hebben.
0
SoD-Verb2
5.445a
1
null
Jan geloofde dat boek gekocht te hebben.
0
SoD-Verb2
5.445b'
0
*
Er werd geloofd dat boek gekocht te hebben.
0
SoD-Verb2
5.446a
1
null
Jan garandeerde me me dat boek toe te sturen.
0
SoD-Verb2
5.446b
0
*
Er werd me door Jan gegarandeerd me dat boek toe te sturen.
0
SoD-Verb2
5.447a'
0
*
Er werd Jan geschreven hem dat boek toe te sturen.
0
SoD-Verb2
5.447b
1
null
Marie schreef Jan haar dat boek toe te sturen.
0
SoD-Verb2
5.447b'
1
null
Er werd Jan geschreven haar dat boek toe te sturen.
0
SoD-Verb2
4.448a
1
null
Jan heeft me verzekerd zich niet te hoeven haasten.
0
SoD-Verb2
5.448a'
0
*
Er is me door Jan verzekerd zich niet te hoeven haasten.
0
SoD-Verb2
5.448b
1
null
Jan heeft me verzekerd me niet te hoeven haasten.
0
SoD-Verb2
5.449a
1
null
Jan rekent erop dat hij binnenkort mag vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.449b
1
null
Jan rekent erop binnenkort te mogen vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.449b'
0
*?
Er wordt op gerekend binnenkort te mogen vertrekken.
0
SoD-Verb2
5.450a
1
null
Ik stond versteld van Jans bewering dat boek gelezen te hebben.
1
SoD-Verb2
5.452a
1
null
Jan verweet haar niets te doen.
0
SoD-Verb2
5.452a'
1
null
Er werd haar verweten lui te zijn.
0
SoD-Verb2
5.452b
1
null
De politie verdenkt Els ervan de bank overvallen te hebben.
0
SoD-Verb2
5.452b'
1
null
Zij wordt ervan verdacht de bank overvallen te hebben.
0
SoD-Verb2
5.453a
0
*
Jan verweet niets te doen.
0
SoD-Verb2
5.453b
1
null
Jan verweet haar dat zij niets deed.
0
SoD-Verb2
5.453b
0
*
Jan verweet dat zij niets deed.
0
SoD-Verb2
5.454a
1
null
Jan verweet haar niets te mogen doen.
0
SoD-Verb2
5.454b
0
*
Er werd haar verweten niets te mogen doen.
0
SoD-Verb2
5.455b
1
null
Ik was verbaasd door Jans verwijt aan haar niets te mogen doen.
1
SoD-Verb2
5.456a
1
null
Marie schreef Jan hem dat boek toe te sturen.
0
SoD-Verb2
5.456c
0
*
Marie schreef Jan elkaar die boeken toe te sturen.
0
SoD-Verb2
5.457c
0
*
Jan heeft me verzekerd ons niet te hoeven haasten.
0
SoD-Verb2
5.458c
0
*
Jan verweet haar niets voor elkaar te willen doen.
0
SoD-Verb2
5.458c'
0
*
Ik was verbaasd door Jans verwijt aan haar niets voor elkaar te willen doen.
1
SoD-Verb2
5.460a
1
null
De directeur zei morgen langs te komen.
0
SoD-Verb2
5.460b
0
*
Er werd door de directeur gezegd morgen langs te komen.
0
SoD-Verb2
5.461a
1
null
De directeur zei mij morgen langs te komen.
0
SoD-Verb2
5.461b
1
null
Er werd mij gezegd morgen langs te komen.
0
SoD-Verb2
5.462a'
1
null
De politie zei te wachten.
0
SoD-Verb2
5.462b'
1
null
Er werd gezegd te wachten.
0
SoD-Verb2
5.463a
1
null
Jan belooft dat boek nu te lezen.
0
SoD-Verb2
5.463b
1
null
Jan beweert dat boek nu te lezen.
0
SoD-Verb2
5.463b
0
*
Jan beweert om dat boek nu te lezen.
0
SoD-Verb2
5.463b'
1
null
Jan beweert dat boek al te lezen.
0
SoD-Verb2
5.463b'
0
*
Jani beweert om dat boek al te lezen.
0
SoD-Verb2
5.464a
0
*
Jan probeert om de wedstrijd te kunnen winnen.
0
SoD-Verb2
5.464a
0
*
Jan probeert om de wedstrijd te zullen winnen.
0
SoD-Verb2
5.464a'
0
*
Jan probeert dat hij de wedstrijd wint.
0
SoD-Verb2
5.464b
0
*
Jan beweert (*om) de wedstrijd te kunnen winnen.
0
SoD-Verb2
5.464b
0
*
Jan beweert (*om) de wedstrijd te zullen winnen.
0
SoD-Verb2
5.464b
1
null
Jan beweert de wedstrijd te kunnen winnen.
0
SoD-Verb2
5.464b
1
null
Jan beweert de wedstrijd te zullen winnen.
0