Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Noun2
5.312b
1
null
Jij en Peter zijn even oud.
0
SoD-Noun2
5.312c
1
null
Zij en jij zijn even oud.
0
SoD-Noun2
5.312a'
0
*
Peter en je zijn even oud.
0
SoD-Noun2
5.312b'
0
*
Je en Peter zijn even oud.
0
SoD-Noun2
5.313a
1
null
Jan sprak namens hem.
0
SoD-Noun2
5.313a
0
*
Jan sprak namens ’m.
0
SoD-Noun2
5.313b
1
null
Het is gelukt ondanks hem.
0
SoD-Noun2
5.313b
0
*
Het is gelukt ondanks ’m.
0
SoD-Noun2
5.313c
1
null
Het feest is ter ere van haar.
0
SoD-Noun2
5.314a
1
null
Jan zat naast ’m.
0
SoD-Noun2
5.314b
1
null
Jan wacht op me.
0
SoD-Noun2
5.314a'
1
null
Jan zat ernaast ’t.
0
SoD-Noun2
5.314b'
1
null
Jan wacht erop ’t.
0
SoD-Noun2
5.315a
1
null
Jan is groter dan zij.
0
SoD-Noun2
5.315b
1
null
Die jongens zijn sneller dan wij.
0
SoD-Noun2
5.315b
0
*
Die jongens zijn sneller dan we.
0
SoD-Noun2
5.316a
1
null
In de bus moet je oppassen voor zakkenrollers.
0
SoD-Noun2
5.317a
1
null
We zullen zien dat deze hypothese de feiten kan verklaren.
0
SoD-Noun2
5.317b
1
null
En nu gaan we allemaal rustig werken!
0
SoD-Noun2
5.318b
1
null
En nu beginnen we allemaal aan ons opstel!
0
SoD-Noun2
5.319a
1
null
Wie gaat er met me mee? Ikke!
0
SoD-Noun2
5.319b
1
null
Jij hebt mijn boek gestolen! Ikke!?
0
SoD-Noun2
5.320a
1
null
Hij bij de deur is mijn vader.
0
SoD-Noun2
5.320b
1
null
Hij daar is mijn vader.
0
SoD-Noun2
5.321
1
null
Hij die hier gisteren was is vandaag naar Rome vertrokken.
0
SoD-Noun2
5.321
1
null
Hij die hier gisteren was, is vandaag naar Rome vertrokken.
0
SoD-Noun2
5.321
1
null
Hij, die hier gisteren was is vandaag naar Rome vertrokken.
0
SoD-Noun2
5.322a
1
null
Hij die zich tijdig ingeschreven heeft ontvangt in me een brochure.
0
SoD-Noun2
5.322b
1
null
Wie zich tijdig ingeschreven heeft, ontvangt in me een brochure.
0
SoD-Noun2
5.323b
1
null
Jan kent mijn ware aard.
0
SoD-Noun2
5.324a
1
null
Wie heeft hem geslagen?
0
SoD-Noun2
5.324b
1
null
Wie heeft hij geslagen?
0
SoD-Noun2
5.324a'
1
null
Wat ligt daar?
0
SoD-Noun2
5.324b'
1
null
Wat heb je gekocht?
0
SoD-Noun2
5.325b'
1
null
Waar wacht je op?
0
SoD-Noun2
5.326a'
0
*
Wie vind je hem?
0
SoD-Noun2
5.326b'
0
??
Wat vind je hem, een dwaas of een genie?
0
SoD-Noun2
5.327a
1
null
Wat vind je van hem? Hij is aardig.
0
SoD-Noun2
5.327b
1
null
Wat weeg je? 65 kilo.
0
SoD-Noun2
5.328b
1
null
Ik zal de hond maar eens schoppen. Watte?
0
SoD-Noun2
5.329a
1
null
Wie heeft zijn auto voor de deur gezet?
0
SoD-Noun2
5.329b
1
null
Wat heeft Jan uit zijn doos gehaald?
0
SoD-Noun2
5.330a
1
null
Wie is er vertrokken?
0
SoD-Noun2
5.330a
1
null
Wie zijn er vertrokken?
0
SoD-Noun2
5.330b
1
null
Wat ligt er allemaal in de la?
0
SoD-Noun2
5.330b
1
null
Wat ligt er in de la?
0
SoD-Noun2
5.330b
0
*
Wat liggen er allemaal in de la?
0
SoD-Noun2
5.331a
1
null
Wie zijn er allemaal vertrokken?
0
SoD-Noun2
5.331a
0
??
Wie is er allemaal vertrokken?
0
SoD-Noun2
5.331a'
1
null
Wie komt er allemaal naar huis?
0
SoD-Noun2
5.331a'
1
null
Wie komen er allemaal naar huis?
0
SoD-Noun2
5.331b
1
null
Wie zijn er allemaal ziek?
0
SoD-Noun2
5.331b'
1
null
Wie is er allemaal lid?
0
SoD-Noun2
5.331b'
1
null
Wie zijn er allemaal lid?
0
SoD-Noun2
5.332a
0
*
Wie zijn vertrokken?
0
SoD-Noun2
5.333a
1
null
Dit kan door wie dan ook het even wie gedaan zijn.
0
SoD-Noun2
5.333a
1
null
Dit kan door wie dan om het even wie gedaan zijn.
0
SoD-Noun2
5.333b
1
null
Je kan hem om het even wat geven.
0
SoD-Noun2
5.334b
0
??
Wie die hier gisteren was is vandaag naar Rome vertrokken?
0
SoD-Noun2
5.335a
1
null
Er loopt iemand op straat.
0
SoD-Noun2
5.335b
1
null
Er zit iets in die doos.
0
SoD-Noun2
5.336a
1
null
Komt er vanavond iemand? Ja, Jan en Peter met hun partner.
0
SoD-Noun2
5.336b
1
null
Zit er nog iets in die doos? Ja, een paar boeken.
0
SoD-Noun2
5.337a
1
null
Iedereen loopt op straat.
0
SoD-Noun2
5.337b
1
null
Alles zit in de doos.
0
SoD-Noun2
5.338a
1
null
Er loopt niemand op straat.
0
SoD-Noun2
5.338b
1
null
Er zit niets in die doos.
0
SoD-Noun2
5.339a
1
null
Er heeft iemand zijn auto verkeerd geparkeerd.
0
SoD-Noun2
5.339a
0
*
Er hebben iemand zijn auto verkeerd geparkeerd.
0
SoD-Noun2
5.339b
1
null
Er heeft niemand zijn auto verkeerd geparkeerd.
0
SoD-Noun2
5.339c
1
null
Iedereen heeft zijn auto verkeerd geparkeerd.
0
SoD-Noun2
5.339c
0
*
Iedereen hebben zijn auto verkeerd geparkeerd.
0
SoD-Noun2
5.340a
1
null
Er ligt iets uit zijn doos.
0
SoD-Noun2
5.340a
0
*
Er liggen iets uit zijn doos.
0
SoD-Noun2
5.340b
1
null
Er ligt niets uit zijn doos.
0
SoD-Noun2
5.340c
1
null
Alles ligt in zijn doos.
0
SoD-Noun2
5.340c
0
*
Alles liggen in zijn doos.
0
SoD-Noun2
5.341a
1
null
Er heeft iemand gebeld.
0
SoD-Noun2
5.341b
1
null
Er is iets gevallen.
0
SoD-Noun2
5.342a
1
null
Er is wat gevallen.
0
SoD-Noun2
5.342b
0
*
Wat is gevallen.
0
SoD-Noun2
5.343a
1
null
Er heeft verschillende keren iemand gebeld.
0
SoD-Noun2
5.343b
1
null
Er is verschillende keren wat gevallen.
0
SoD-Noun2
5.344a
1
null
Er heeft iemand verschillende keren gebeld.
0
SoD-Noun2
5.344b
1
null
Er is iets verschillende keren gevallen.
0
SoD-Noun2
5.344b
0
*
Er is wat verschillende keren gevallen.
0
SoD-Noun2
5.345a
1
null
Er heeft gisteren iemand gebeld.
0
SoD-Noun2
5.345b
1
null
Er heeft iemand gisteren gebeld.
0
SoD-Noun2
5.346a
1
null
Een mens is sterfelijk.
0
SoD-Noun2
5.346b
0
*?
Iemand is sterfelijk.
0
SoD-Noun2
5.347a
1
null
Iemand is getrouwd of ongetrouwd.
0
SoD-Noun2
5.347b
1
null
Iets is waar of niet waar.
0
SoD-Noun2
5.348a
1
null
Er heeft niemand gebeld.
0
SoD-Noun2
5.348a'
1
null
Niemand heeft gebeld.
0
SoD-Noun2
5.348b
1
null
Er is niets gevallen.
0
SoD-Noun2
5.348b'
1
null
Niets is gevallen.
0
SoD-Noun2
5.349a
1
null
Er heeft iemand niet gebeld.
0
SoD-Noun2
5.349b
1
null
Er is iets niet gevallen.
0
SoD-Noun2
5.349b
0
*
Er is wat niet gevallen.
0
SoD-Noun2
5.350a
1
null
Niemand is onsterfelijk.
0