Source
stringclasses
9 values
Original ID
stringlengths
1
9
Acceptability
int64
0
1
Original annotation
stringclasses
5 values
Sentence
stringlengths
4
152
Material added
int64
0
1
SoD-Noun2
5.350a'
0
*?
Er is niemand onsterfelijk.
0
SoD-Noun2
5.350b
1
null
Niets is tevergeefs.
0
SoD-Noun2
5.350b'
0
*?
Er is niets tevergeefs.
0
SoD-Noun2
5.351a
1
null
Er ligt iemand op mijn bed.
0
SoD-Noun2
5.351a
1
null
Er ligt iets op mijn bed.
0
SoD-Noun2
5.351b
1
null
Er ligt niemand op mijn bed.
0
SoD-Noun2
5.351b
1
null
Er ligt niets op mijn bed.
0
SoD-Noun2
5.351c
1
null
Iedereen ligt op mijn bed.
0
SoD-Noun2
5.351c
1
null
Alles ligt op mijn bed.
0
SoD-Noun2
5.352a
1
null
Jan heeft iemand weggebracht.
0
SoD-Noun2
5.352a
1
null
Jan heeft iets weggebracht.
0
SoD-Noun2
5.352b
1
null
Jan heeft niets weggebracht.
0
SoD-Noun2
5.352c
1
null
Jan heeft iedereen weggebracht.
0
SoD-Noun2
5.352c
1
null
Jan heeft alles weggebracht.
0
SoD-Noun2
5.353a
1
null
Jan wil op iemand wachten.
0
SoD-Noun2
5.353b
1
null
Jan wil op niemand wachten.
0
SoD-Noun2
5.353c
1
null
Jan wil op iedereen wachten.
0
SoD-Noun2
5.355a
1
null
Jan wil op iets wachten.
0
SoD-Noun2
5.355b
1
null
Jan wil ergens op wachten.
0
SoD-Noun2
5.356a
1
null
Jan wil op niets wachten.
0
SoD-Noun2
5.356b
1
null
Jan wil nergens op wachten.
0
SoD-Noun2
5.357a
1
null
Jan wil op alles wachten.
0
SoD-Noun2
5.357b
1
null
Jan wil overal op wachten.
0
SoD-Noun2
5.358a
1
null
Jan is iemand van mijn school.
0
SoD-Noun2
5.358a'
1
null
Die gewoonte is nog iets uit mijn schooltijd.
0
SoD-Noun2
5.358b
1
null
Jan is niemand.
0
SoD-Noun2
5.358b'
1
null
Dat probleem is niets.
0
SoD-Noun2
5.359a
1
null
Hij is iemand met wie je gemakkelijk kan praten.
0
SoD-Noun2
5.359a'
1
null
Hij is niet iemand met wie je gemakkelijk kan praten.
0
SoD-Noun2
5.359b
1
null
Dat is iets om rekening mee te houden.
0
SoD-Noun2
5.360a
1
null
Iemand uit de daar heeft een mes in zijn hand gestoken.
0
SoD-Noun2
5.360a'
1
null
Iemand die niet goed oplette, heeft een mes in zijn hand gestoken.
0
SoD-Noun2
5.360b
1
null
Iedereen op mijn werk is ziek.
0
SoD-Noun2
5.360b
1
null
Iedereen op mijn hier is ziek.
0
SoD-Noun2
5.360b'
1
null
Iedereen die goed oplet, zal het examen zeker halen.
0
SoD-Noun2
5.361a
1
null
Jan zoekt een keurig iemand.
0
SoD-Noun2
5.361a
1
null
Jan zoekt een aardig iemand.
0
SoD-Noun2
5.361b
0
*
Jan zoekt een leuk wat.
0
SoD-Noun2
5.362a
1
null
Jan zoekt iemand anders.
0
SoD-Noun2
5.362b
1
null
Jan zoekt iets anders.
0
SoD-Noun2
5.362b
1
null
Jan zoekt wat anders.
0
SoD-Noun2
5.363a
1
null
Ik ken ook zo iemand.
0
SoD-Noun2
5.363b
1
null
Ik heb onlangs ook zo iets gelezen.
0
SoD-Noun2
5.363b
0
*?
Ik heb onlangs ook zo wat gelezen.
0
SoD-Noun2
5.366a
1
null
Jan zoekt de jongen die hier gisteren was.
0
SoD-Noun2
5.366b
1
null
Jan zoekt het boek dat ik gisteren gekocht heb.
0
SoD-Noun2
5.366c
1
null
Jan zoekt het meisje dat ik het boek gegeven heb.
0
SoD-Noun2
5.366d
0
*
Jan zoekt de jongen over die ik spreek.
0
SoD-Noun2
5.367a
1
null
Wie dit zegt is gek.
0
SoD-Noun2
5.367b
1
null
Wie je daar ziet is Peter.
0
SoD-Noun2
5.367b'
1
null
Wat je daar zegt klopt niet.
0
SoD-Noun2
5.368a
1
null
De man op wie ik wacht is Peter.
0
SoD-Noun2
5.368b
1
null
De tekening naar wat ik kijk is erg mooi.
0
SoD-Noun2
5.369a
1
null
De man waar ik op wacht is Peter.
0
SoD-Noun2
5.369b
1
null
De tekening waar ik naar kijk is erg mooi.
0
SoD-Noun2
5.370a
1
null
U heeft u vergist.
0
SoD-Noun2
5.370a
1
null
U heeft zich vergist.
0
SoD-Noun2
5.370b
1
null
Ik denk dat u zich vergist heeft.
0
SoD-Noun2
5.370c
1
null
Waarschijnlijk heeft u zich vergist.
0
SoD-Noun2
5.370c
0
??
Waarschijnlijk heeft u u vergist.
0
SoD-Noun2
5.370d
1
null
Vergis u niet!
0
SoD-Noun2
5.370d
0
*
Vergis zich niet!
0
SoD-Noun2
5.371
1
null
De jongens stelden zichzelf voor.
0
SoD-Noun2
5.372a
1
null
Als je gezond wil blijven, dan moet men zich goed verzorgen.
0
SoD-Noun2
5.372a
1
null
Als men gezond wil blijven, dan moet men zich goed verzorgen.
0
SoD-Noun2
5.372b
1
null
Als men gezond wil blijven, dan moet je je goed verzorgen.
0
SoD-Noun2
5.373a
0
*
Ik bekeek een foto van zichzelf.
0
SoD-Noun2
5.373b
1
null
Jan bekeek een foto van zichzelfi.
0
SoD-Noun2
5.373b
1
null
Jan bekeek een foto van 'mzelfi.
0
SoD-Noun2
5.374a
1
null
Jij en ik beminnen elkaar.
0
SoD-Noun2
5.375a
1
null
Men moet elkaar helpen.
0
SoD-Noun2
5.375b
1
null
Je moet elkaar vertrouwen.
0
SoD-Noun2
5.376a
1
null
Het stel kuste elkaar.
0
SoD-Noun2
5.376b
0
*
De menigte kuste elkaar.
0
SoD-Noun2
5.377a
1
null
De menigte ging uit elkaar.
0
SoD-Noun2
5.377a
1
null
Het stel ging uit elkaar.
0
SoD-Noun2
5.377b
1
null
Het kaartenhuis viel in elkaar.
0
SoD-Noun2
5.378a
1
null
Jan en Marie zitten achter elkaar.
0
SoD-Noun2
5.378b
1
null
De jongens gingen na elkaar weg.
0
SoD-Noun2
5.378c
1
null
Ik stapel de dozen op elkaar.
0
SoD-Noun2
5.379b
0
??
Ik leg de dozen rechts van elkaar.
0
SoD-Noun2
5.380a
1
null
Ik denk dat Jan zichzelf bewondert.
0
SoD-Noun2
5.380b
1
null
Jan denkt dat ik hem bewonder.
0
SoD-Noun2
5.380b
0
*
Jan denkt dat ik zichzelf bewonder.
0
SoD-Noun2
5.383a
1
null
Jan en Marie bekeken zichzelf.
0
SoD-Noun2
5.383a
1
null
Jan en Marie bekeken elkaar.
0
SoD-Noun2
5.383b
1
null
Jan en Marie gaven zichzelf graag cadeautjes.
0
SoD-Noun2
5.383b
1
null
Jan en Marie gaven elkaar graag cadeautjes.
0
SoD-Noun2
5.383b'
1
null
Jan en Marie gaven een cadeautje aan zichzelf.
0
SoD-Noun2
5.383b'
1
null
Jan en Marie gaven een cadeautje aan elkaar.
0
SoD-Noun2
5.383c
1
null
Jan en Marie zorgen voor zichzelf.
0
SoD-Noun2
5.383c
1
null
Jan en Marie zorgen voor elkaar.
0
SoD-Noun2
5.383d
1
null
Jan en Marie spraken namens zichzelf.
0
SoD-Noun2
5.384a
0
*
Zichzelf zag hen.
0
SoD-Noun2
5.384a
0
*
Elkaar zag hen.
0
SoD-Noun2
5.384a
0
*
Zichzelf zagen hen.
0
SoD-Noun2
5.384a
0
*
Elkaar zagen hen.
0
SoD-Noun2
5.384b
1
null
Ik stelde de meisjes aan elkaar voor.
0
SoD-Noun2
5.384c
1
null
Hij speelde de meisjes tegen elkaar uit.
0
SoD-Noun2
5.384d
1
null
Ik waarschuwde de meisjes voor zichzelf.
0