Datasets:

file name
stringlengths
12
12
text
stringlengths
1
33k
wc
listlengths
0
5.17k
ppn
stringlengths
9
12
language
stringlengths
2
2
language_confidence
float64
0.12
1
publisher
stringlengths
2
88
place
stringlengths
3
27
date
stringlengths
4
4
title
stringlengths
1
975
aut
stringlengths
2
54
00000276.xml
%- - - I .-'^s MJL : • i*j#§g *'~X
[ 0.5, 0.6200000048, 0.6100000143, 0.1899999976, 0.65200001, 0.1199999973, 0.009999999776, 0.2399999946, 0.2033333331, 0.3100000024 ]
683505866
he
0.965107
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000175.xml
EEN CONCERTAVOND IN DEN DIERENTUIN. 125 „Neen, zelden. Liefst blijft hij ’s avonds in de achtergalerij zitten en geeft niet tehuis.” „En dan wordt er gelezen?” „Meer gepraat. Hij ondervraagt mij veel over mijne familie, waarover ik natuurlijk gaarne spreek. Onlangs toen ik een mailbrief gereed maakte, heelt hij mij zelfs verzocht zijne groeten aan mijne moeder over te brengen.” „Welnu, dan zijt gij in de beste termen met elkaar. En heeft hij u al over het honorarium gesproken?” „Nog niet, maar reeds een paar malen werd ik verrast door geschenken, die door de meid op last van mijnheer naar mijn kamer werden gebracht. De eerste maal een zijden kleed, en gisteren een paar diamanten oorknoppen.” „Wel, wel!” „Dit laatste cadeau maakt mij waarlijk verlegen; het is veel te mooi, ik heb het nog niet verdiend en had het liever niet gekregen. Ik verbeeld mij Hier hield Ernestine op met spreken. „Gij verbeeldt u?” vroeg Van Berkenstein. „Dat het beter was, wanneer mijnheer Krip zich bepaalde om mij geregeld het honorarium uit te betalen. In mijne betrekking zal ik toch geen diamanten dragen, en dan Van Berkenstein sloeg haar aandachtig gade. Zij voerde inwendig strijd, dat was hem duidelijk. Na eenige oogenblikken aarzelens hief zij het hoold op, zag Van Berkenstein in het gelaat, en vervolgde: „Ik geloof nooit dat ik lang bij mijnheer Krip zal kunnen blijven. Zijn gedrag ver ontrust mij. ’s Avonds kan hij een uur met een boek voor zich zitten zonder te lezen; want telkens als ik de oogen opsla, ontmoet ik de zijnen. Werk ik vlijtig door, nadat ik vruchteloos beproefd heb over het een of ander onderwerp een gesprek te beginnen, dan voel ik toch dat zijne blikken onafgewend op mij gevestigd blijven.” Ernestine sprak snel, gejaagd, als werd zij door een onweerstaanbare macht gedreven om haar hart lucht te geven. „Dat is ernstig,” antwoordde Van Berkenstein. „Misschien handel ik onberaden, u dit mede te deelen. Maar u dank ik mijne plaatsing; g ij hebt mij niets dan vriendschap bewezen; aan u ben ik dus rekenschap schuldig van al mijne daden. Mocht het den weg uitgaan dien ik vrees, dan wil ik althans dat gij mij niet verkeerd beoordeelt.” Ernestine was onbewust dat zij, in het vuur harer rede, den arm van haar geleider krampachtig drukte. „Zou mijnheer Krip geen goed echtgenoot zijn voor zijn tweede vrouw? Weet gij 32
[ 0.6499999762, 0.5208333135, 0.8299999833, 0.5433333516, 0.7263636589, 0.6533333063, 0.6949999928, 0.7042857409, 0.6116666794, 0.5450000167, 0.7066666484, 0.6600000262, 0.4433333278, 0.7950000167, 0.9599999785, 0.5976923108, 0.8933333158, 0.9250000119, 0.7699999809, 0.7900000215...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000266.xml
196 DE MILITAIRE SCHOOL. „Op de Algemeene Secretarie gaat men nu ook aan het zoeken naar stukken, die licht kunnen werpen over den toestand van het eiland Floris en zijne bevolking; doch ook daar levert het archief niets op. „De regeering is verplicht die vragen ól zeer onvolledig te beantwoorden öf te erkennen dat zij er eigenlijk niets van weet. De generaal besluit nu maar op goed geluk een paar kompagnieën derwaarts te zenden en af te wachten wat die kunnen uitvoeren. Blijkt het dat de tegenstand te groot is en de expeditie slaag krijgt, dan zal hij daarna een grootere afdeeling zenden. „Bijna ieder legerhoofd heeft op zijn beurt het onaangename ondervonden van oorlog te moeten voeren in een nagenoeg onbekend land; onaangenaam omdat de verantwoor delijkheid voor het leven zijner soldaten op hem rust, en omdat de publieke opinie het in de eerste plaats aan hem wijt, als de expeditie door gebrek aan de noodige strijd krachten mislukt. „Toen nn ook in 1873 te Atjeh hetzelfde weer plaats vond; toen men zonder kennis van land en volk een krijgsmacht derwaarts zond, slechts weinige weken voordat de regen moesson zou invallen, die militaire operatiën altijd lastig maken, een krijgsmacht notabene met de opdracht om een eeuwenoud sultansrijk aan te tasten en te dwingen onze bevelen te volgen; toen die macht het hoofd stootte tegen steenen forten die met leeuwenmoed verdedigd werden, en zij met de kous over het hoofd — zooals men zegt — terugkwam, toen kwam men eindelijk tot het begrip dat men voortaan beter beslagen op het ijs moest komen; toen werd er een bureau voor krijgsverrichtingen opgericht, wier taak o. a. zou bestaan in het verzamelen van gegevens over landen en volken die nog niet onder ons bestuur staan.” „Uwe grieven zijn van een anderen aard dan ik verwachtte,” merkte Van Berkenstein op. „Wat dacht gij dan te hooren?” „Wel! klachten over slechte promotie, over te weinig traktement, over achterstelling van officieren bij civiele ambtenaren en dergelijken.” Kapitein Keremans haalde de schouders op, zeggende: „ Och! daarover heb ik indertijd genoeg geprutteld; maar hoewel die klachten zeer gegrond zijn, beteekenen zij betrekkelijk weinig, omdat ze op het algemeen belang geen invloed hebben. Als de officieren langer bij hetzelfde bataljon bleven, als er „esprit de corps bestond, gehechtheid aan het korps waarvan men een deel uitmaakt, zou het verlangen naar promotie ook minder groot zijn; want de overplaatsing naar een ander bataljon, die doorgaans het gevolg van promotie is, zou de vreugde van te promoveeren zeer temperen. En wat de mindere bezoldiging betreft in vergelijking der civiele ambtenaren, och! daarin
[ 0.8066666722, 0.3600000143, 0.5244444609, 0.6328571439, 0.25, 0.4600000083, 0.573333323, 0.6690000296, 0.4600000083, 0.6233333349, 0.3350000083, 0.5899999738, 0.7566666603, 0.4333333373, 0.728333354, 0.8199999928, 0.7637500167, 0.8033333421, 0.6620000005, 0.5950000286, 0.7333...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000080.xml
52 GESCHIEDKUNDIGE HERINNERINGEN. „Hoe heet ’l hier?” viel Van Berkenstein hem in de rede om den stroom van nieuwe confidenties te stuiten. „Dit is nog passar Baroe. Zoodra wij de brug over zijn, krijgen we rechts Goenong Saharie of Sarie, en links Pintoe Besie. — Die karpeer haast zich ook niet om plaats te maken.” „Wat noemt, ge toch karpeer? Ik hoor dien naam gedurig.” „Dat lichte wagentje vóór ons is een karpeer. Het is de inlandsche uitspraak van kar op veeren; en de Europeanen spreken het den inlander voor ’t gemak weer na. Voor heen gebruikte men algemeen bendy’s, maar sedert de karpeers en dogcars in gebruik zijn gekomen, ziet men bijna geen bendy meer.” Bij Pintoe Besie gekomen, liet Krip den wagen stapvoets rijden. „Hierachter,” zeide hij, „beginnen nu de Chineesche graven. Als het niet zoo hard geregend had, zou ik u voorstellen hier uit te stijgen en even de Chineesche kerk te be zoeken. Gij krijgt van den weg af evenwel genoeg te zien, om u een denkbeeld te maken van de wijze waarop de Chineezen gewoon zijn hunne dooden te begraven. Elke heuvel is een graf. Die deserteurs uit het hemelsche rijk hebben nogal zorg voor hunne dooden, dat moet gezegd worden; zij trouwen liefst niet, vóórdat zij zich een doodkist hebben aan- geschaft, en vermits die uit China aangevoerd worden zijn ze nogal kostbaar. In het Chineesche kamp zal ik u laten zien, dat er in de voorgalerij van menig huis een kist staat, waarop overdag de kinderen spelen en ’s avonds de eigenaar zijn pijpje zit te rooken. Zulk een doodkist wordt vervaardigd van een stuk geschilden boomstam, dat aan den onder kant alleen plat gemaakt en verder net afgewerkt is. Een gedeelte dat tot deksel moet dienen, wordt er over de lengte afgezaagd, en dit, nadat de stam genoegzaam uitgehold is om een lijk te bevatten, er weer opgelegd, zoodat het dan bijna hermetisch sluit. Daarom wordt er ook volstrekt geen haast gemaakt om een doode naar het santiong of kerkhof te brengen. Soms blijft de doodkist nog maanden op haar oude plaats staan en dient bij voor- during tot speel- of rustbank der huisgenooten. Op het kerkhof wordt inmiddels een graf in orde gemaakt niet onder, maar op den grond, en over het metselwerk aarde aangebracht; vandaar het heuvelachtig terrein dat een sentiong aanbiedt. Meestal is de voorzijde van het graf aan de oostzijde. Evenals de Catholieken hebben de Chineezen de gewoonte eenmaal ’sjaars gezamenlijk de dooden te gedenken; op zoo’n dag is het hier bijzonder levendig, want dan komen de betrekkingen de graven bezoeken. Ieder brengt dan wat reukstokjes en een vracht papiertjes mede, waarop stukjes bladgoud geplakt zijn, om te verbranden ter eere van de Godheid waaraan geofferd wordt. Tegenwoordig wordt hier niet meer begraven, maar verderop te Kramat. „Voor een paar honderd jaar zag het er hier anders uit,” vervolgde Krip op een
[ 0.6800000072, 0.4586666524, 0.5321428776, 0.7375000119, 0.7649999857, 0.9100000262, 0.6999999881, 0.4900000095, 0.3000000119, 0.6572727561, 0.7833333611, 0.8949999809, 0.6999999881, 0.5274999738, 0.6750000119, 0.7466666698, 0.4300000072, 0.2366666645, 0.8600000143, 0.8058333397...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000110.xml
76 EETÏ RECEPTIE BIJ DEN LEGERKOMMANDANT. Mevrouw Tornton scheen met minder vrijmoedigheid over de kas van haar echt genoot te beschikken. Zij gaf althans te kennen dat zij ook gaarne iets zoude geven, doch eerst haar man op de hoogte van de zaak wilde brengen. „Mijn compagnon zal nu zeker niet in gebreke blijven bij hare talrijke kennissen rond te gaan,” zeide Yan Berkenstein zich andermaal tot mevrouw De Graaf wendende. „Van mijne zijde zal ik geen tijd verliezen om hetzelfde te doen.” Daarna afscheid nemende, reed hij naar het Koningsplein en liet zich aandienen bij mevrouw Neerbosch. Ook bij deze dame liet de ontvangst niets te wenschen over. Omtrent het doel van zijn bezoek ingelicht en vernemende dat mijnheer Yan Berkenstein reeds bij de Tornton’s was geweest, vroeg mevrouw dadelijk hoeveel deze hadden bijgedragen. „Mevrouw Tornton wilde het later, in overeenstemming met haar echtgenoot, be palen,” antwoordde Van Berkenstein. „Mevrouw De Graaf heeft mij echter vijfhonderd gulden toegezegd.” „Zooveel zullen de Tornton’s niet geven,” sprak mevrouw binnensmonds. Daarop naar hare kamer gaande, kwam zij met drie bankbiljetten van honderd gulden terug die zij haar bezoeker overhandigde. „Als mevrouw Tornton soms meer mocht geven,” voegde zij er bij, „moet gij ’t mij zeggen, hoor!” „Die gilt dank ik meer aan de zucht om niet minder dan een ander te willen zijn dan aan een medelijdend hart,” dacht Van Berkenstein, de biljetten in zijn portefeuille leg gende; „maar het doet er weinig toe om welke reden men geld geeft, als ik het maar krijg.” „Mejuffrouw Ernestine....” begon Van Berkenstein. „Die is in hare kamer,” viel mevrouw in op een toon, die duidelijk aangaf dat zij liever niet over haar sprak. Geen reden meer hebbende om zijn bezoek langer te maken, bedankte Van Ber kenstein nogmaals en reed naar Meester Cornelis waar de familie De Valk logeerde. Daar kostte het hem weinig moeite de beurzen te openen. Herhaalde uitroepen van „kassian getuigden van de algemeene deelneming door zijn verhaal opgewekt; want ook de vrouw des huizes — een bruin gekleurde dame, wie de goedheid uit de oogen straalde — was bij het onderhoud tegenwoordig. Mijnheer moest blijven rijst eten; het was twaalf uren en veel te warm om dadelijk terug te rijden, meende zij. Van Berkenstein nam de gulle uitnoodiging gaarne aan en erkende spoedig dat hij nog nooit smakelijker toespijzen had genuttigd. „Die mevrouw Wallis, ik ken haar niet,” zeide mevrouw De Valk onder het eten.
[ 0.3400000036, 0.3274999857, 0.6899999976, 0.7433333397, 0.226666674, 0.4925000072, 0.5885714293, 0.6814285517, 0.7066666484, 0.9499999881, 0.5199999809, 0.6014285684, 0.8450000286, 0.9800000191, 0.5266666412, 0.7233333588, 0.9075000286, 0.7825000286, 0.6416666508, 0.8349999785,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000024.xml
6 EEN KOUDE DECEMBERDAG. heb. dat ik door te reizen iets uit mijn hoofd tracht te verdrijven wat er maar al te vast in zit en voor iemand van mijn leeftijd niet meer te pas komt. Ik spoor Florence voorbij. Laat mij te Napels poste restante een paar woorden vin den, al behelzen die ook geen ander nieuws dan dat ’t U en uwe Carlotta wel gaat. Uw vriend Van Berkenstein. ’s Anderen daags waren een tiental heeren in de gezellige eetkamer van Van Berken- stein om de groote eikenhouten tafel vereenigcl. Als Van Berkenstein zoo terloops iemand vroeg „kom je van middag familiaar bij me eten,” dan wist men dat „dat familaar” alleen doelde op het toilet, niet op de menu en de wijnen. Ook nu had de kok De Greef zich weer overtroffen in het toebereiden van de bestelde schotels; ook nu lieten de verlichting, de verwarming en de bediening niets te wenschen over; terwijl de opgewektheid van den gastheer, die voor de levendigheid van het gesprek zorg droeg en er telkens een aangename wending aan wist te geven, het noodige bijbracht om de vroolijke stemming te verhoogen. Aan hel dessert kon Jonkheer Leeghancker, wiens verhoogde roode tint getuigde van het genoegen dal hij smaakte, niet nalaten de uitnemende wijze ie roemen waarop Van Berkenstein zijne gasten onthaalde. Hij wilde geen formeelen toost drinken; maar ook zonder getik op het glas of vergunning te vragen om het woord alleen te mogen hebben, was het toch een soort van toost, waarbij hij met eenige verlegenheid en half stotterend hulde bracht aan den gastheer. Hoe goed hij het ook meende, sprak hij echter zoo zacht, dat het onderhoud zijner buren er niet eens door afgebroken werd. Van Berkenstein be dankte hem met zijn glas op te heffen en hem onder het ledigen vriendelijk toe te knikken, er bijvoegende: „Ik zal vooreerst het genoegen niet meer hebben de vrienden bij mij te kunnen ontvangen, daar ik van plan ben overmorgen op reis te gaan.” «Op reis? riepen verscheidene stemmen, „waar heen?” „Naar Batavia.” „Naar Batavia!?” „Wat zegt ge?” „Hoor ik goed?” „’t Is immers niet waar?” „Wat wilt ge daar uitvoeren?” Met al die vragen bestormd, beantwoordde Van Berkenstein alleen de laatste, doch
[ 0.4699999988, 0.4833333194, 0.5759999752, 0.4516666532, 0.5550000072, 0.3966666758, 0.6050000191, 0.5674999952, 0.4799999893, 0.7166666389, 0.8500000238, 0.7933333516, 0.8224999905, 0.7680000067, 0.5400000215, 0.7250000238, 0.5680000186, 0.7699999809, 0.7699999809, 0.8949999809...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000237.xml
CONCERT OP HET PLEIN. 173 44 moeder en kind het leven kostten. De regeering vond het niets aangenaam dat het zielental stationair bleef. I mm ers hoe meer zielen, des te meer handen om koffieboomen te planten en koffieboonen te plukken, en des te meer pikols koffie om naar de markt te Amsterdam in veiling te brengen. Zij leende dus een gewillig oor naar de voorstellen van dokter Bleeker (middels zijn chef natuurlijk) om scholen voor Javaansche dokters of dokter-djawa en tot vorming van inlandsche vroedvrouwen op te richten. Dokter Bleeker kwam aan het hoofd te staan en leidde de studiën gedurende de eerste jaren. „De school voor Javaansche dokters bevat twee afdeelingen. Voor de eerste afdee- ling, bestemd tot voorbereidende studiën, hebben de kweekelingen twee jaren noodig; voor de tweede afdeeling, waarin de eigenlijke geneeskunde beoefend wordt, moet men vijf jaren studeeren. Behalve een toelage ter bestrijding der kosten voor voeding en kleeding, genieten de kweekelingen vrije huisvesting en kosteloos onderwijs; daarenboven ontvangen zij de noodige leermiddelen en schrijfbehoeften gratis. Zij die het diploma van dokter-djawa be haald hebben, worden naar de plaats teruggezonden waar zij tehuis behooren en genieten dan een traktement van vijftig gulden ’s maands, met vier verhoogingen van tien gulden elke vijf jaren — indien zij namelijk bewijzen van ijver voor het vak hebben gegeven.” „Waar is die school?” „Bij het groot militair hospitaal. Als gij die soms gaat zien, vergeet dan niet daar ook de verloskundige school tot opleiding van inlandsche vroedvrouwen een bezoek te brengen.” „Het gouvernement heeft dus ook vroedvrouwen in zijn dienst?” „In zeker opzicht ja, maar zonder vaste bezoldiging. Eenmaal in het bezit van het diploma, krijgt de vroedvrouw een kistje met verloskundige instrumenten en geneesmiddelen gratis mede naar huis; soms ontvangt zij een onderstand om armen te helpen verlossen. Overigens moeten de patiënten zelven hare hulp betalen. „En is het nu al gebleken dat die inrichtingen goede vruchten dragen?” „Ik geloof het wel. Althans het bevolkingscijfer is aanmerkelijk grooter geworden en van acht tot ruim dertien millioen geklommen. Het blijft trouwens nog de vraag of dat te danken is aan de dokters-djawa en aan de inlandsche vroedvrouwen, dan wel aan een nauwkeuriger volkstelling. Toen de dames in de achtergalerij kwamen, stond Krip op. Hij moest tehuis eens gaan zien of vrouw en kind wèl waren, en daarna de receptie bij den resident bij wonen. De kapitein vroeg vergunning zich in zijn studeerkamer op te sluiten. Wilde hij morgen Van Berkenstein naar Meester Cornelis vergezellen, dan moesten er heden nog een aantal stukken worden afgemaakt.
[ 0.6157143116, 0.3000000119, 0.4900000095, 0.5133333206, 0.4666666687, 0.1800000072, 0.5466666818, 0.6399999857, 0.7900000215, 0.7599999905, 0.574000001, 0.8575000167, 0.7200000286, 0.7344444394, 0.6750000119, 0.7166666389, 0.8339999914, 0.6611111164, 1, 0.7200000286, 0.755555...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000100.xml
68 BEZOEK IN KAMPONG KEMAJORAN. Die werkzaamheden in het afgelegen gedeelte van kampong Kemajoran schenen de aandacht te trekken. De bewoners der naburige huizen althans namen er levendig deel aan en zaten neergehurkt den arbeid met belangstelling gade te slaan, sirih kauwende en pra tende als gold het een bijzondere gebeurtenis; kinderen speelden en liepen om en door het werkvolk en vermaakten zich met de splinters en den afval te verzamelen. Inlandsche koop lieden, die gewoonlijk op den grooten weg bleven, gingen nu op het geluid af den kampong in, en voegden zich hij de toeschouwers; een toekang ajam (kippenverkooper) onder anderen, een paar dozijn levende kippen aan zijn pikolan (draagstok) over den schouder dragende, voer er wel bij, want de njonja merkte hem op en wenkte hem nader te komen. De njonja had hare kinderen in de schaduw van een paar hoornen op een balei-balei gelegerd en toevertrouwd aan de zorg van een veertienjarig meisje, dat Wongso (Van Ber- kenstein’s bediende) haar voorgesteld had als de dochter van het kamponghoofd, zich aan biedende als noodhulp. De njonja, de handen nu vrijer hebbende, was er dadelijk op bedacht geweest om zelve weer ecns eten te bereiden. Zij had zich reeds brandhout, en — van den toekang arang — een vracht houtskool verschaft, en de rijst stond al op de vuurtest, De toekang ajam aangeroepen, naderde nu de njonja, legde zijn vracht voor haar op den grond en vertoonde en roemde zijn waar. Na eenig loven en bieden kocht de njonja hem een halt dozijn kippen af, liet er dadelijk een paar slachten en bestemde die om straks te worden geroosterd (panggang). Den mandor, eenige kippen met vastgebonden poolen ziende liggen, gaf dit weer aanleiding een kippenhok van bamboe te laten aanmaken, 11a eerst eenige woorden met Wongso te hebben gewisseld. Wongso zelf verrichtte den huise- lijken arbeid alsol hij geheel in dienst van mevrouw Wallis was. Zonder iets te zeggen, begon bij de gedoode kippen te plukken en schoon te maken. Hij vulde meermalen den aarden waterkruik (gendi), en telkens als hij bemerkte dat er eenig voorwerp ontbrak, ver wijderde hij zich ongemerkt, en kwam eenige oogenblikken later terug, nu eens met een koperen pot (prijok), dan met een rijstmand (bakoel nasi), een kom (mangkok), of iets dergelijks. Op den middag, tijdens het rustuur, keerde de kalmte weer terug. De arbeiders, het werk stakende, gingen tot verpozing naar de warong aan den grooten weg om te eten, te drinken en te babbelen. Zij waren opgeruimd, en lieten het zich aan niets ontbreken; want de mandor had hun een goed dagloon vooruit betaald en bovendien een presèn (gratificatie) beloofd, als het werk voor den avond gereed zou zijn. Zij waren spraakzaam die koelies, want het was hun duidelijk dat er een rijke blanda achter de schermen zat, die met onbe krompen hand hier het geld liet uitgeven; die netgekleede huisjongen, die de njonja zoo onderdanig bediende en alles kocht, gal er het bewijs van. Het kamponghoofd, dat ook aan den warong kwam zitten, wist te vertellen dat de njonja een officiers weduwe was, die
[ 0.7400000095, 0.3700000048, 0.6399999857, 0.462857157, 0.6050000191, 0.5166666508, 0.6623076797, 0.3549999893, 0.6366666555, 0.6366666555, 0.5699999928, 0.7466666698, 0.7814285755, 0.7099999785, 0.75, 0.7699999809, 0.9112499952, 1, 0.8525000215, 0.6200000048, 0.7287499905, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000246.xml
180 CONCERT OP HET WATER. een ongeluk dat haar had getroffen, las men toch uit haar diep melancholiek gelaat zooveel lijden, dat een kunstenaar, die een somber landschap uit het hooge bergland wilde schilderen en een onderwerp zocht om zijn voorgrond te stoffeeren, onmogelijk iets beters kon vinden dan deze twee toonbeelden van ellende en droefheid. Ik ging de dame begroeten. Zij sprong verschrikt op. „Gij zult mij waarschijnlijk niet meer herkennen ” „O zeker wel!” antwoordde zij gejaagd, mij de hand toestekende. „De koude schijnt u niet te hinderen, miss Alice! Toch zou ik u raden, u niet langer aan de avondlucht bloot te stellen.” „De kinderen zijn in de rust,” zeide ze snel. „Welnu?” „Maar hij wacht, en ik wil niet met hem alleen zijn,” riep ze op angstigen toon. Zonder te antwoorden, aanschouwde ik dat zachte gelaat, waarop zooveel deernis stond geschreven. „Logeert gij in dit hotel?” vroeg zij. „Ik zal hier een kamer vragen.” „Goddank! Mijn angst wordt eiken dag grooter. O! Laat mij niet alleen! De gansche omgeving heeft iets dreigends. Hoort gij de raven krassen? Hoe vaak bad ik God dat de lawinen, die ik boven mijn hoofd hoorde neerstorten en met een doffen knal in het ravijn neerploffen, mij kon bereiken en verpletteren. Het komt mij voor, dat zulk een einde een zegen zou zijn, in vergelijking van het gevaar dat mij boven het hoofd hangt.” „Ga naar binnen, mejuffrouw! Gij hebt de koorts. Laat u goed verplegen, dan zullen die treurige gedachten, opgewekt door het zwaarmoedig karakter van dit oord, van zelven verdwijnen.” „De koorts? Die duurt al zoo lang als ik in betrekking ben O moeder!” riep ze opeens en sloeg de armen uit. Dat meisje is waanzinnig, dacht ik. „Ik zal haar nooit weerzien,” snikte ze. Toen deed zij een inspanning en fluisterde: „Ik logeer op n°. 22; daarnaast hij, daarover de kinderen. Tracht in de buurt te komen en sta mij hij. God zal het u vergelden.” Daarna ging zij snel naar binnen. Een uur later luidde de bel voor het avondeten. De eetzaal binnenkomende, zag ik Mr. Webster met zijne gouvernante aan een der voorste tafeltjes zitten. Met een uitroep van blijdschap werd ik verwelkomd en uitgenoodigd plaats te nemen.
[ 0.4933333397, 0.7642857432, 0.5799999833, 0.6433333158, 0.5833333135, 0.6366666555, 0.7642857432, 0.8199999928, 0.5975000262, 1, 0.8399999738, 0.6299999952, 0.7333333492, 0.6050000191, 0.7200000286, 1, 0.8399999738, 0.7950000167, 0.9183333516, 0.7128571272, 0.6242856979, 1,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000191.xml
UIT HET KAMPOVGSLEVEV. 137 35 Ontmoedigd door de vruchtelooze pogingen om het verblijf van Julietta op te sporen, verliet ik Europa, voorgevende onze kolonie te willen leeren kennen. Ik dacht niet meer aan Julietta dan op de wijze waarop men zich nu en dan een schoonen droom herinnert. Om goed te vergeten, stak ik den Oceaan over, bezocht een ander werelddeel, een vreemde maatschappij, een nieuw menschenras. Ik meende met het verledene gebroken te hebben, een nieuw leven te beginnen. Maar zie! daar treedt het toeval tusschen beiden. Even wreed als onverwacht schudt het mij wakker en plaatst mij tegenover mijn vroeger ideaal. Waar? en hoe? Op het kerkhof, Luigi! Nog voel ik een rilling door mijn leden gaan, als ik denk aan het ontzettend oogenblik waarop het toeval mij bij het graf van Julietta bracht. De vergulde letters waarmede haar naam in het marmer was gegrift, straalden scherpe lichtspitsen uit, die mijn hart doorboorden, mijn gezicht benevelden, mijn bloed deden stilstaan. Julietta hier! Julietta dood! Waarlijk, er zijn oogenblikken in het leven van den mensch, waarin zijn gemoed door onbeschrijfelijke aandoeningen wordt overweldigd. Gij kunt u de mijnen voorstellen. Hoe lang ik aan Julietta s graf gestaan heb, weet ik niet. Wat er toen in mijn binnenste omging, ik zou het evenmin kunnen zeggen. De droom was uit. Ik ondervond de gewaarwording van iemand die uit een nacht merrie ontwaakte; ik voelde iets kouds, huiverigs, een verlangen om dadelijk weer in te slapen en nimmer weer te ontwaken. De donkere wolken die in den morgen van dien heilloozen dag boven liet kerkhof hingen, toen ik het bezocht om een afgestorvene naar zijn laatste rustplaats te begeleiden, waren verdwenen toen ik van Julietta’s graf opzag. De zon brandde mij op het hoofd. Voor het eerst las ik toen den datum van haar dood. Reeds een jaar rustte zij daar! Hoe kwam Julietta op Java? Waar kon ik ingelicht worden? De beheerder van het kerkhof tot wien ik mij wendde, wist niets mede te deelen dan hetgeen zijn register bevatte. Hij herinnerde zich dat een eenig heer haar lijk naar de groeve begeleidde, dezelfde persoon die de zerk bestelde. Die heer had veel haast, omdat hij dienzelfden dag nog vertrekken moest. Waarheen? ja, dat wist hij niet. Naar zijn uiterlijk en houding te oordeelen, scheen hij een militair te zijn. Hij had een som geld achtergelaten ruim voldoende om de kosten goed te maken, doch zonder daarvoor een kwitantie te vragen. Ik wist vooreerst genoeg, al bleven de bijzonderheden van haar leven en sterven nog in het duister. De marmeren steen was maar al te welsprekend. Julietta was ongehuwd gebleven, en niettemin voor mij verloren.
[ 0.5633333325, 0.5433333516, 0.3864285648, 0.4499999881, 0.5500000119, 0.5970000029, 0.6524999738, 0.9549999833, 0.6233333349, 0.6675000191, 0.6050000191, 0.7799999714, 0.462500006, 0.8266666532, 0.8212500215, 0.4550000131, 0.8500000238, 0.6842857003, 0.5528571606, 0.8650000095,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000104.xml
72 EEN RECEPTIE BIJ DEN LEGERKOMMANDANÏ. Deze vraag was gericht aan den luitenant-adjudant. „Weer een vrouwen-perkara (zaak), majoor! De fuselier Sidin III van de < 2 de kom- pagnie heeft zich beklaagd, dat de korporaal Kariman van de 5 de kompagnic zijn vrouw heeft genomen.” „Zijn die menschen hier?” „Ja, majoor!” „Laat ze dan vóórkomen.” Twee inlandsche soldaten, behoorlijk gekleed in tenue, maar blootsvoets, traden op een wenk van den luitenant-adjudant het bureau binnen, salueerden en hieven toen in de voorgeschreven houding onbeweeglijk staan. „Korporaal Kariman!” vroeg nu de majoor in het Maleisch, „is het waar dat gij de vrouw van Sidin III tot de uwe hebt gemaakt?” „Ik heb Biedja uit den kampong gehaald, majoor! Vroeger is zij de vrouw van anderen geweest; maar toen ik haar nam, was zij vrij.” „Hebt gij Biedja vrijgegeven, fuselier?” „Zij deed haar werk niet, liep altijd rechts en links, en was mij ontrouw.” „Geef bepaald antwoord: hebt gij haar vrijgegeven?” „Ik heb haar weggejaagd, majoor!” „Dan hebt gij ook geen aanspraak meer op haar. Tracht een betere vrouw te vinden en denk niet meer aan Biedja. Ik wil er niet meer van hooren. Gij kunt gaan.” Sidin 111 draalde een oogenblik en scheen nog iets in het midden te willen brengen. Toch gehoorzaamde hij, salueerde, maakte rechtsomkeert en verwijderde zich. „Hij moet zich uitgelaten hebben, dat hij die vrouw zal vermoorden, als zij bij den korporaal Kariman blijft,” zeide de luitenant-adjudant in het Hollandsch. „Korporaal Kariman!” sprak de majoor, „die vrouw kan niet in het kampement blijven. Zij heeft zich vroeger bij de 2 de kompagnie misdragen. Wilt gij haar in den kampong onderhouden, dat moet gij weten ; maar ik raad u aan, haar liever te ontslaan. Hebt ge mij begrepen? ’t Is goed, korporaal!” Korporaal Kariman knikte toestemmend, salueerde, maakte rechtsomkeert en ging heen. „Nog wat?” vroeg de majoor. „De flankeur Van Doren komt zich melden als ontslagen uit den provoost.” Op een teeken van den adjudant trad flankeur Van Doren binnen. Hij was in dage- lijksche tenue gekleed en zag er onberispelijk uit. Majoor Van Galen zag hem eenige seconden strak in de oogen. „Waar moet dat heen, flankeur!” sprak hij toen op ernstigen toon, „moet je een
[ 0.3350000083, 0.6000000238, 0.5375000238, 0.4366666675, 0.1766666621, 0.6037499905, 0.6625000238, 0.6359999776, 0.7766666412, 0.6942856908, 0.4099999964, 0.8199999928, 0.7478947639, 0.7659999728, 0.6666666865, 0.7860000134, 0.7557142973, 0.7214285731, 0.5600000024, 0.5662500262...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000253.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000179.xml
OP DEN DOODENAKKER. 129 33 Waarom mocht die jongeling onder gindschen struik zijn moeder niet meer zien. die arme moeder voor wier onderhoud hij het land verliet? Waarom rukte de dood die jeugdige vrouw weg, toen zij eindelijk het toppunt harer wen- schen bereikte en met hem, dien zij over den grooten oceaan was gevolgd, zou vereenigd worden? En de onschuldige lievelingen, die onder bloeiende rozen en oleanders sliepen, waarom werden zij hun ouders ontrukt? — De bloemen groeiden tierig en vervulden de lucht met hunne geuren; maar de lievelingen ontwaakten niet meer. En die jeugdige held, wiens marmeren grafzerk spreekt van een kortstondig maar roem rijk leven, waarom moest hij na een smartelijk lijden bezwijken, ver van zijne betrekkingen? Waarom? Ook hier sprak de harde, onmeedoogende stem van het noodlot weer even luid als elders. Ook hier moest Van Berkenstein hel hoofd huigen voor het onoplosbaar geheim der schepping. Ook hier drong geen enkele lichtstraal in den donkeren nacht waarin de Almacht zich hult. Daar kwam een lijkstoet het kerkhof binnen. Van Berkenstein spoedde zich derwaarts en plaatste zich in de rij der volgers. Van wien was het stoffelijk overschot onder het zwarte rouwkleed, dat langzaam naar den geopenden kelder werd gedragen? Van hem, die eergisteravond nog in den Dierentuin naar de schoone melodieën van het stafmuziekkorps zat te luisteren; die na een goed besteden dag opgewekt met zijne vrienden zat te praten; van den algemeen geacht en, eerlijken koopman; van den trouwen echtgenoot, den heer Neerbosch. Geen etmaal was er noodig geweest om den geest aan dat krachtig en gezond lichaam te ontnemen. Geen etmaal duldde het klimaat om zijn lijk boven aarde te houden. En nu lag het daar op die baar te schommelen bij eiken tred zijner dragers. Toen de kist was bijgezet door eenige Inlanders, gelijkvormig gekleed met lange zwarte kielen (toro), witte pantalons en zwarte hoofddoeken; toen een van Neerbosch’s vrienden hem een laatst vaarwel had toegeroepen, haastte ieder zich naar zijn rijtuig om niet te laat op het kantoor te komen. Krip Junior alleen maakte een uitzondering; hij voegde zich bij Van Berkenstein, die zijn wandeling wenschte te vervolgen. „Goed,” zeide Krip, „dan blijf ik ook, om u den weg te wijzen.” Ofschoon Van Berkenstein liever alleen was gebleven, wilde hij den vriendelijken mijnheer Krip niet voor het hoofd stooten door zijn geleide af te wijzen. „Hebt gij wel gelet op de hoeden en rokken van Neerhosch’s vrienden? Niet! dat is jammer; 't was een mooie collectie. Er waren hoeden bij van meer dan twintig jaren dienst, van allerlei vorm, en daarenboven krom en scheef getrokken. Gij weet dat men hier
[ 0.2649999857, 0.4833333194, 0.3383333385, 0.676666677, 0.2099999934, 0.625, 0.5419999957, 0.5099999905, 0.6266666651, 0.7200000286, 0.5611110926, 0.5366666913, 0.7649999857, 0.7933333516, 0.6999999881, 0.7425000072, 0.6639999747, 0.4900000095, 0.9474999905, 0.8433333039, 0.62...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000183.xml
OP DEN DOODENAKKER. 131 En toen Van Berkenstein het stilzwijgen bewaarde, liet hij er op volgen: „Onder ons gezegd, geloof ik dat mijn broer haar spoedig zal trouwen. Ik, of liever mijn vrouw heeft het duidelijk opgemerkt. Gij moet dit echter voor u houden.” Van Berkenstein antwoordde niet, doch liep sneller door, totdat Krip zijn aandacht vestigde op een paar Inlandsche vrouwen die bloemen op een graf legden en weenend de aarde van onkruid zuiverden. „Ik meende dat hier geen Inlanders werden begraven?” sprak Van Berkenstein. „Dat is ook zoo. Dit zijn vrouwen van Europeesche soldaten, ruw volkje dat geen fijne manieren in de kazerne heeft gekregen, dat leerde vloeken en van tijd tot tijd afge ranseld wordt als het lakki (echtvriend) dronken tehuis komt, maar dat niettemin diep bedroefd is als manlief in het hospitaal den laatsten adem uitblaast, Hebben zij een paar dagen getreurd, dan verbinden zij zich weer met een ander.” „Dat ijzeren monument vóór ons,” vervolgde Krip, „versiert het graf van generaal Kohier, u zeker wel bekend. Hij was soldaat tot in zijn nieren en stond in hooge achting bij het leger. Te Atjeh stierf hij den heldendood; een vijandelijk projectiel trof hem vóór den kraton. Zijn lijk werd herwaarts gebracht en met militaire eerbewijzen begraven. Dat was een prachtige begrafenis! Het geheele garnizoen vergezelde hem naar het kerkhof, eenige duizenden; een paar batterijen volgden zelfs den stoet! Een bataljon infanterie met geladen geweren bleef aan den ingang staan, en loste een salvo toen de kist opgenomen werd, een tweede toen ze in de groeve daalde. Ik verzeker u dat zoo’n salvo iemand door merg en been gaat. En dan de stafmuziek die den doodenmarsch van Ghopin speelt! dat is zoo aan doénlijk dat er een koude rilling over uw rug gaat. De troepen blijven buiten, uitgezonderd het bataljon dat vuurt, Voor het laatst worden de geweren gepresenteerd. De officieren treden voor, en werpen ieder op hun beurt een paar schoppen aarde op de kist, — ’t is zeer indrukwekkend! „Maar zie eens, hier, dien kleinen witmarmeren steen! Daaronder ligt een twintigjarig jonkman, bij wiens begrafenis ik ook tegenwoordig was; een tweede luitenant die insgelijks militaire honneurs ontving, natuurlijk alleen van het bataljon waarbij hij gediend had. „Vraagt gij mij welke plechtigheid ik treffender vond, de begrafenis van den generaal of den tweeden luitenant, dan zeg ik van den laatsten. Achter zijn lijk reden meer dan honderd vijftig rijtuigen; bij zijn graf stond niemand met droge oogen. Er werden geen sierlijke redevoeringen uitgesproken, vooruit bedacht of van buiten geleerd; neen, integendeel, men stond daar te weenen. Verscheidene vrienden, die een woord wilden zeggen om den geliefden makker een laatst vaarwel toe te roepen, bleven in hunne tranen steken. „De geschiedenis van dien tweeden luitenant was overigens zeer eenvoudig. Vol ijver
[ 0.4950000048, 0.2533333302, 0.3975000083, 0.603333354, 0.5749999881, 0.5849999785, 0.4699999988, 0.5545454621, 0.8433333039, 0.5354545712, 0.7266666889, 0.8224999905, 0.6433333158, 0.6299999952, 0.4600000083, 0.5985714197, 0.6449999809, 0.7466666698, 0.6557142735, 0.8416666389,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000119.xml
NEGENDE HOOFDSTUK H et geheele kampement is met een rasterwerk omgeven, zeide majoor Van Galen, vergezeld van zijn adjudant en Van Berkenstein de barrière doorgaande en het saluut van den schildwacht beantwoordende. „Vroeger, toen het kampement nog openlag, was het onmogelijk de drankverkoopers uit de kazerne te houden. We hadden er veel last van; want de liefhebbers van een borrel wisten zich jenever te verschaffen tot zelfs in de politiekamer. Nu is dat uit. Het is een vooroordeel dat soldaten drinkebroers zijn; de meesten drinken uit navolging. Nieuwelingen zoeken de vergetelheid in den sterken drank. In den beginne lijden wij allen meer of min aan heimwee. Die kwaal openbaart zich in lichter of heviger graad, naarmate de toestand waarin men bij aankomst in Indië verkeert, gunstiger of ongunstiger is. Hij die hier familie of betrekkingen aantreft, of die dadelijk tot een werkzame betrek king wordt geroepen, gevoelt slechts een lichte aandoening van verlangen naar zijn ge boorteland ; maar de soldaat, die zich God weet welke illusiën heeft gemaakt — illusiën even overdreven als zijn kennis en ontwikkeling gering zijn — de soldaat die, nadat zijn dienst is afgeloopen, niets vindt wat hem belang inboezemt, lijdt gewoonlijk het meest aan heimwee. Hij treurt niet, schaamt zich althans zijn zielstoestand te toonen, maar voelt niettemin een groote leegte in zijn hart, een leegte die gedurig pijnlijker wordt. Dan steekt hij gretig de hand uit naar het glas dat hem wordt voorgehouden; hij de eerste teug voelt hij het bloed sneller door de aderen stroomen, hij het tweede glas komt hij reeds in een opgewekte stemming, en hij het derde vergeet hij zijn leed geheel. Zoo ontstaan de dronk aards, en daarom wordt ook alles aangewend om het lot van den soldaat te verbeteren. Gij zult er zelf over kunnen oordeelen.” Onder hoorngeschal rukte een gewapende troep het kampement binnen. „Laat ons dien troep eerst laten voorbijgaan. Zij komt van het schijfschietterrein.”
[ 0.4528571367, 0.4788888991, 0.3100000024, 0.6999999881, 0.6214285493, 0.8166666627, 0.400000006, 0.8366666436, 0.5600000024, 0.7369999886, 0.6725000143, 0.8100000024, 0.698333323, 0.5133333206, 0.5799999833, 0.8188889027, 1, 0.7850000262, 0.7950000167, 0.8349999785, 0.4833333...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000169.xml
EEK CONCERTAVOND IN DEN DIERENTUIN. 121 31 poging aanwendde om te behagen, ja dat zij volkomen onbewust was van de macht die haar innemend uiterlijk haar gaf. De frissche kleur, die hij aankomst in Indië hare wangen verfde, was vervangen door eene met het tropisch klimaat meer harmoniëerende bleeke tint, die de liefelijke uitdrukking harer zachte oogen niet schaadde en zelfs heter deed uit komen. In het glanzend donkere haar, eenvoudig opgemaakt, prijkte een enkele roos, als eenig sieraad waarmede zij zich tooide; het slanke lichaam was gehuld in een eenvoudig kleed van lichte elfen stof. Toch bezat zij meer aantrekkelijks dan een tal van dames, ver sierd met diamanten aan ooren, hals en handen en met toiletten van de kostbaarste stoffen. Van Berkenstein moest erkennen dat het meisje, van wie hij aan boord alleen den beschaafden toon en de goede manieren had opgemerkt, inderdaad aanspraak op schoonheid kon maken. Vroeger had hij daarop niet gelet. Vonden andere menschen ook dat zij schoon was, of was het nieuwsgierigheid, die hen naar mijnheer Krip’s tafeltje voerde? Het viel hem althans op, dat er telkens nieuwe kennissen bij hem een praatje kwamen maken. Insgelijks meende hij op te merken, dat mijnheer Krip met al die bezoeken niet zeer inge nomen scheen en niemand aanmoedigde het gesprek voort te zetten, vooral niet de jongelui die mejuffrouw Van Rosendal hun compliment kwamen maken. Althans van een paar officieren en ambtenaren, kennissen van boord zeker, maakte hij zich met een stijve buiging af. Minder gemakkelijk ging dit met mijnheer en mevrouw Neerboseb en met mevrouw De Graaf, die begeleid door een Tornton, familiaar kwamen aanzitten, „om eens op hun gemak met Ernestine te kunnen praten.” Na die inleiding gehoord te hebben, begreep mijnheer Krip dat er vooreerst weinig kans was om rustig „naar de muziek te kunnen luisteren”, en stelde hij Van Berkenstein voor om eens op te wandelen. Zonder acht te geven op de menschen die hij tegenkwam of voorbijging, zonder een woord te spreken, en zonder te letten op de muziek waarvan hij zich trouwens met eiken tred meer verwijderde, liep de weduwnaar in gedachten verdiept aan de zijde van Van Berkenstein. Op eenmaal begon hij te spreken over het onderwerp dat hem scheen bezig te houden. „Ik was er wel hang voor. Op die manier heeft men er weinig aan; ik blijf veel liever tehuis.” Van Berkenstein zag hem vragend aan. „Het schijnt dat men plezier heeft ons te komen storen,” vervolgde Krip, tot zich zelf sprekend. „Vindt gij het niet hartelijk van uwe kennissen, dat zij zich verheugen over uwe tegenwoordigheid alhier en u dat doen blijken?” „Och wat hartelijk! Zij komen niet voor mij.”
[ 0.4333333373, 0.3716666698, 0.5849999785, 0.7400000095, 0.7454545498, 0.7400000095, 0.2800000012, 0.3816666603, 0.8177777529, 0.7799999714, 0.8600000143, 0.5799999833, 0.6549999714, 0.8033333421, 0.5766666532, 0.5037500262, 0.4987500012, 0.9399999976, 0.7566666603, 0.8600000143...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000177.xml
DERTIENDE HOOFDSTUK. H et was een sombere morgen. De donkere wolken smolten meer en meer samen en vormden een onafgebroken, ondoordringbaar dek, dat al dichter en dichter bij de oppervlakte der aarde scheen te naderen. Dikke nevels werden met kracht in oostelijke richting voortgezwiept, terwijl in de lagere luchtlagen geen beweging hoegenaamd was op te merken. Er heerschte een doodsche stilte, Onder het dichte groen der schoone tjemaraboomen hielden de gevederde bewoners zich schuil, in afwachting van den regen die dreigde los te barsten of van de schokken die wellicht de aardkorst zouden doen trillen. Ook in de kerkhoflaan werd het groene gewelf, door de takken der kanarieboomen gevormd, door geen enkelen lichtstraal opgehelderd; en toch was het reeds halfzeven in den ochtend en dus sedert anderhalf uur dag. Aan den ingang van het kerkhof, omgeven door een wit bepleisterden muur die ter halverhoogte met langwerpige openingen voorzien was, stapte Van Berkenstein uit het rijtuig en trad een op zijde open, doch van boven overdekt voorportaal binnen, waarvan de vloer uit gebeeldhouwde grafzerken bestond. Terwijl hij de familiewapens bekeek en eenige namen trachtte te ontcijferen, kwam een heer — blijkbaar in Indië geboren — van het kerkhof terug, groette beleefd en zeide uit eigene beweging, dat die zerken, vroeger op de graven gelegen der meest aanzienlijke familiën van Batavia, bij den aanleg van dit kerkhof uit de kerken herwaarts waren overgebracht. Die heer deelde verder mede, dat hij het heden druk had, omdat er twee begra fenissen van menschen van stand waren, de minderen nog niet medegerekend. Eindelijk zeide hij, dat hij De Ficquelmont heette en het beheer over het kerkhof had. Toen hij zich daarna verwijderde, ging Van Berkenstein de hoofdpoort door en trad den doodenakker binnen. Een doodenakker?
[ 0.6066666842, 0.3860000074, 0.4699999988, 0.5299999714, 0.6200000048, 0.573333323, 0.6257143021, 0.6414285898, 0.5749999881, 0.8399999738, 0.7250000238, 0.8657143116, 0.8725000024, 1, 0.9125000238, 0.8519999981, 1, 0.6442857385, 0.5133333206, 0.7238461375, 0.7306666374, 0.9...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000128.xml
' Y
[ 0.6200000048, 0.1199999973 ]
683505866
en
0.169462
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000146.xml
104 DE ASSISTEM'-RESIDENT TAN POLITIE. woordig zijn al de voordeelen aan de zijde der bedienden; het vragen van piendjaman (voorschot) is adat gebleven en zoo algemeen, dat men het weigerende geen bediende houdt; geeft men het, en gaat de bediende daarna weg, dan is men zijn geld kwijt. In het dage- lijksch leven, hier op een hoofdplaats, is dit een rechtmatige grief van de Europeanen; maar bij een industriëele of landelijke onderneming in het binnenland, bijv. op een suiker fabriek, kan het den ondergang van den planter ten gevolge hebben. Deze krijgt toch geen werkvolk zonder voorschot te geven om buffels en karren te koopen tot transport van het riet, en hij heeft geen enkel dwangmiddel om te zorgen dat het voorschot verrekend wordt; hij kan een civiele actie tegen hen instellen, doch wie zal dat doen tegen menschen die niets bezitten? De arbeider daarentegen kan straffeloos wegblijven, als hij lust heeft het voorschot luierende op te maken. — Maar ’t is waar, riep mijnheer Krip opspringende, „ik zou u naar het inlandschc hospitaal en de gevangenis brengen. Willen wij eens der waarts gaan?” „Gaarne! het was het doel mijner komst. — Dat hospitaal moet veel te wenschen overlaten, naar ik hoor.” Mijnheer Krip glimlachte en antwoordde eerst toen hij in den wagen zat. „Die inrichting heeft geen gunstige reputatie, dat is zeker. Er is althans nooit een gouverneur-generaal uit Holland gekomen die zich niet had voorgenomen dat hospitaal „waaraan zooveel ontbrak”, eens.goed in orde te laten brengen. Maar er is ook nooit een gouverneur-generaal geweest die, na het hospitaal bezocht te hebben, zijne veiwondering verbloemd heeft over den toestand waarin hij het vond, zoo geheel anders dan hij het ver wachtte. — Doch laat ons hier even uitstijgen. Dat is ook een kolossale veibeteiing, die in den laatsten tijd tot stand is gekomen en wel de moeite waard om niet onopgemerkt voorbij te gaan.” Mijnheer Krip, die zijn assistent-residentschap op dit oogenblik vergat en weer geheel als gids optrad, bracht Van Berkenstein voor een ijzeren kolom van de nieuwe waterleiding. „Dit is nu één van de honderd twintig hydranten, die langs de groote wegen en in de voornaamste kampongs van Batavia geplaatst zijn ten gerieve der bevolking. Gij ziet, ze zijn ingericht om, door een enkelen druk, water af te tappen in emmers en vaten, terwijl er hoven nog een kraan is om de waterkarren te vullen. De geheele lengte van het bui zennet tusschen den Boom tot aan Meester Gornelis bedraagt 90,000 meter; geen kleinigheid! Die buizen worden gevoed door het water van negen artesische putten, op velschillende plaatsen geboord. De put op Salemba o. a. geeft meer dan twee kubiek metei water per minuut, en die in den dierentuin heeft een stijghoogte van 47 2 meter. Daarvan heeft men gebruik gemaakt om een kunstrots met watervallen en vijvers met fonteinen aan te leggen.
[ 0.5433333516, 0.2949999869, 0.545555532, 0.1633333266, 0.4862500131, 0.5971428752, 0.5299999714, 0.5350000262, 0.5849999785, 0.8190000057, 0.3066666722, 0.8349999785, 0.6819999814, 0.7066666484, 0.7289999723, 0.573333323, 0.2816666663, 0.5199999809, 0.7440000176, 0.6127272844, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000013.xml
NEDERLANDSCH-INDIE. BATAVIA. INHOUD. EERSTE HOOFDSTUK. Bta , b Een koude Decemberdag 1 • TWEEDE HOOFDSTUK. Van boord naar wal 9. DERDE HOOFDSTUK. Per tram naar het hotel 2U VIERDE HOOFDSTUK. De eerste dag te Batavia 31. VIJFDE HOOFDSTUK. Een nachtelijk avontuur 42. ZESDE HOOFDSTUK. Geschiedkundige herinneringen 51. ZEVENDE HOOFDSTUK. Bezoek in kampong Kamajoran 92.
[ 0.4405263066, 0.5287500024, 0.4542857111, 0.328333348, 0.4779999852, 0.5933333039, 0.6200000048, 0.2399999946, 0.5466666818, 0.7699999809, 0.6372727156, 0.5699999928, 0.3899999857, 0.4866666794, 0.4009999931, 0.2733333409, 0.7120000124, 0.7149999738, 0.5033333302, 0.6899999976,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000050.xml
28 PER TRAM NAAR HET HOTEL. staande water van den Molenvliet, een open wagen met in ’t wil geldeede dames, het aanslaan der toetsen van een piano, dit alles sprak van een zuiver Europeeschen toestand. Maar de reusachtige hoornen met ondoordringbaar loof en neergebogen takken, of met rechtopgaande naakte stammen en pluimen van langgetande ritselende bladeren, de met vreemde geuren bezwangerde lucht, liet gefonkel vau onbekende sterren der eerste grootte, en het schitterend heldere maanlicht dat van den nacht een dag maakte, dat alles was daarmede in volkomen strijd. Iets van den weg af verhieven zich de groene wallen van een fort (Prins Frederik). Onder een brug stortte het bruisende water zich met geweld door een half geopende sluis deur. Daarachter, onder het lommer van een paar groote hoornen, stond weder een wacht huisje verscholen, door inlandschc militairen bewoond. Dan kwamen er nieuwe villa’s in het gezicht, totdat zich aan de linkerhand een groot vierkant plein vertoonde, omgeven door hooge en lage op zich zelf staande of door één dak verbonden gebouwen; een uitge strekt effen plein, op de zijden met heggen en hoornen beplant, met een hooge naald in het midden, en bovendien hier met een monument, ginds met een standbeeld versierd. Hoornsignalen verraadden op een afstand de plaats waar de kazernes zich moesten bevinden; in die richting gingen ook met versnelden pas de soldaten die zich huiswaarts spoedden. Dat was dus het Walcrloo-plein, het schoone exercitieveld met zijn eeuwig groen tapijt, en al die huizen daaromheen werden door officieren bewoond; dat was dus het militair kampement Weltevreden! — Weltevreden? misschien was de benaming juist; doch, vreemd genoeg, ook hier ontbrak de eigenaardige drukte die gewoonlijk in de nabijheid van kazernen is waar te nemen, ’t Was waar, de kazernen lagen daarvoor wellicht nog te ver af, maar de droomerige kalmte die aan den Rijswijkschen weg heerschte, vertoonde zich ook bij de bewoners der militaire wijk. Waar levende wezens hij elkaar zaten, ontbrak de levendigheid. Van opgewektheid, laat staan van vroolijkheid, was geen sprake. Na een wijle op een lagen steenen paal aan den rijweg gezeten te hebben, deels in beschouwing van het kampement, deels in mijmeringen verzonken, die door den algc- meenen indruk opgewekt werden, keerde Van Berkenstein op zijne schreden terug. Aan de andere zijde der sluisbrug sloeg hij evenwel den breeden weg in, die rechts van het kanaal liep en naar het zeggen van een inlander dien hij aansprak, Norbek (Noordwijk) heette. Dien weg volgende, zou hij recht op het Marine-hotel aanloopen; daarom sloeg hij de eerste straat aan zijn rechterhand in (gang Petjanongan), waar de laatste tonen van een romance, door een vrij zuivere vrouwenstem gezongen, tot hem kwamen. In het huis waar muziek ge maakt was, scheen het concert juist te zijn afgeloopen; want de gaspitten werden één voor één uitgedraaid en de raamdeuren gesloten. Begaven de bewoners zich nu ter ruste of werd het nachttoilet gemaakt, en bracht men het laatste gedeelte van den dag in de achtergalerij door?
[ 0.7049999833, 0.2833333313, 0.337500006, 0.5174999833, 0.6066666842, 0.6183333397, 0.5285714269, 0.7319999933, 0.4966666698, 0.8266666532, 0.7209091187, 0.8566666842, 0.6650000215, 0.7220000029, 0.7833333611, 0.8100000024, 0.7699999809, 0.4866666794, 0.8374999762, 0.8783333302,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000040.xml
DERDE HOOFDSTUK. K om," zei mijnheer Krip, „daar komt juist de tram aan. Als de heeren anders nog tot het Ghineesche kamp willen wandelen, ben ik bereid hen te geleiden; het is wel de moeite waard; maar ik denk dat de warmte wat groot zal zijn.” Leeghancker verwaardigde zich niet eens te antwoorden en haastte zich in den tram wagen te stappen. Van Berkenstein bedankte echter beleefd voor het aanbod. Had mijnheer Krip hem aan boord vaak verveeld door zijn praatzucht, hij kon niet ontkennen dat van het oogenblik waai op hij aan wal was gestapt zijne mededeelingen liem niet onwelkom waren. De aandacht die hij mijnheer Krip schonk, had dezen dan ook niet weinig gevleid en geheel op zijn gemak gezet, zoodat hij nu zonder eenige terughouding doorpraatte. „U ziet, mijnheer Van Berkenstein! dat de tram op alle andere trams gelijkt; alleen zijn de wagens grooter, de paarden kleiner en wat afgereden, koetsier en conducteur Ma- leiers; maar de maatschappij maakt ook geen zaken.” „Wordt er zoo weinig van dit vervoermiddel gebruik gemaakt? „Dat niet; maar de paarden kunnen het niet volhouden, en dan heeft het inlandsch element spoedig de overhand gekregen, en daarom maken de blanken er slechts noocle ge bruik van. In den beginne was dat anders; toen wilde ieder met den tram gaan, en zag men de wagens altijd vol. Doch toen heerschte ook de tramkoorts.” „Tramkoorts! is dat een tropische ziekte?” vroeg Leeghancker met zekere bezorgd heid, terwijl hij zich oprichtte uit de half-liggende houding die hij had aangenomen. „In zekeren zin ja, mijnheer!” „Maar laat ons dan liever een gewonen wagen nemen. Ik weet ook niet wat wij op dien tram doen.” „O! mijnheer behoeft niet hang te zijn voor zijn gezondheid. Door de tramkoorts hebben alleen de beurzen der aangetasten geleden; verscheidene zijn er geheel van uitge-
[ 0.400000006, 0.474999994, 0.3799999952, 0.6424999833, 0.9466666579, 0.6424999833, 0.5440000296, 0.4480000138, 0.6524999738, 0.3980000019, 0.6499999762, 1, 0.8625000119, 0.5, 0.7950000167, 0.7966666818, 0.8266666532, 0.7233333588, 0.9800000191, 0.7566666603, 0.8019999862, 0....
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000070.xml
44 EEN NACHTELI.TK AVONTUUR. „Het doet mij leed, aan uw verzoek niet te kunnen voldoen. Mijn schoonzuster ziet in eiken ambtenaar van de Secretarie een gouverneur-generaal. Maar,” liet liij er op volgen om een wending aan het gesprek te geven, „welke is de indruk die de heeren van Batavia hebben?” „Wat mij betreft,” antwoordde Van Berkenstein, „ik ben met de plaats zeer inge nomen, maar nog meer met bet Indisch publiek.” „Dat is zeer vleiend,” zei mevrouw Krip. „Zulk compliment had ik nu eerder van u verwacht, mijnheer Leegliancker!” voegde zij er schalksch bij. „Het is geen compliment, mevrouw!” hernam Van Berkenstein. „Nergens heb ik de menschen zoo ongedwongen, zoo natuurlijk gevonden dan hier. Ieder spreekt zooals hij denkt, zonder terughouding, openhartig. Men ontvangt u zonder plichtplegingen en is gastvrij in hooge mate, al heet het ook dat de Indische gastvrijheid niet meer bestaat.” „Wij zijn al driemaal te logeeren gevraagd,” zei Leegliancker. „Het spreekt van zelf,” vervolgde Van Berkenstein, „dat er uitzonderingen zijn en hier en daar de parvenu voor den dag komt; maar waar vindt men dat niet? Hoe geheel anders is de maatschappij in Nederland, vooral in Den Haag! Daar zijn coterieën, om niet te zeggen standen, die uit de hoogte op elkander neerzien en een scherpe afscheiding bewaren; hier belmoren alle fatsoenlijke menschen tot één stand. In Holland begint men met te vragen naar iemands afkomst en godsdienst, hier beoordeelt men de individu en het karakter.’ „Uwe beoordeelii|| is zeer juist,” bracht de heer des huizes in het midden; „en toch heeft deze maatschappij ook hare gebreken, gij zult dat later erkennen — gebreken die het natuurlijk gevolg zijn van haar eigenaardigen toestand.” „Bevalt het u hier ook zoo goed?” vroeg mevrouw Krip. „Hm!” antwoordde Leegliancker, „ja wel mevrouw! ’t is hier heel interessant, maar al die insecten zijn vervelend. De menschen zijn vriendelijk genoeg, maar ze hebben nooit tijd om te praten dan ’s avonds. Overdag heeft ieder het druk en weet ik met mijn tijd geen raad! In de sociëteit komt bijna niemand. Dat is in Den Haag anders; daar vindt men altijd kennissen die lust hebben in een partij biljart, een toer te paard of een wan deling door de drukke straten. Bezoek ik hier iemand op zijn bureau, clan kijkt hij ter nauwernood van zijn werk op en vraagt of ik liever ’s avonds bij hem aan huis wil komen. Er zijn altijd stukken waar haast hij is en waarop gewacht wordt. Ik heb dat in Den Haag nooit zoo gezien. — Nu, de liefhebberij in het rijden beteckent hier ook niet veel. De paardjes zijn slecht of in het geheel niet gedresseerd en dadelijk moei. Gisteren heb ik voor ’t eerst een loer gemaakt met den jongen Tornton. Hij wil mij een rijpaard verkoopen voor vijfhonderd gulden, maar ik weet niet hoelang we hier nog zullen blijven.”
[ 0.5249999762, 0.4499999881, 0.7118181586, 0.4333333373, 0.5124999881, 0.6850000024, 0.7966666818, 0.7659999728, 0.349999994, 0.3600000143, 0.5171428323, 0.8075000048, 0.9150000215, 0.6716666818, 0.6012499928, 0.6100000143, 0.5325000286, 0.75, 0.4799999893, 0.6620000005, 0.707...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000123.xml
HET MILITAIRE KAMPEMENT. 87 „Gij zult mij zeer verplichten.” „Welnu! dan zal ik hem eens hij mij laten komen. Wil hij zich aangrijpen, dan kan hij spoedig korporaal en onderofficier worden, en daarna te Meester op den cursus komen.” „Dank! — Kan hij morgen mijn gast zijn?” „Wel zeker! — Wilt u ’t noteeren, mijnheer?” zeide hij tot den adjudant. „Nu gij gezien hebt hoe de soldaat gevoed wordt, zal ik u toonen hoe hij logeert. Alleen dient gij nog te weten dat hij van zijn zakgeld allerlei versnaperingen in de kantine kan krijgen nagenoeg tegen inkoopsprijs. Het hoofclvoedsel: brood, rijst, vleesch, peper, zout, enz. wordt hem in natura verstrekt; de menagemeester ontvangt dit voor de geheele kompagnie, en koopt, altijd vergezeld van twee soldaten, bovendien nog in wat er meer noodig is.” Toen men de kazerne van een inlandsche kompagnie binnenkwam, stonden de man schappen in de galerij in het gelid en ondergingen een inspectie. Binnentredende, hoorde Van Berkenstein twee inlandsche soldaten, ieder met een bezem (sapoe) aan een stok gewapend en rechts en links van de deur geplaatst, „ohdè” roepen. „Dat zijn de kamerwachts,” zei de majoor, „die „in order” moeten roepen zoodra er een officier binnenkomt. Ieder die zich dan in het lokaal bevindt, is verplicht voor zijn slaapplaats te gaan staan en zijn mond te honden.” Inderdaad stond hier en daar ook een man, die wegens ongesteldheid of om een andere reden vrij van appèl was. De binnenruimte van de groote zaal bevatte langs de lange zijden een op het eerste gezicht schijnbaar doorloopende brits. Bij nader onderzoek bleek het dat die brits bestond uit een aaneenschakeling van houten slaaplafels op schragen, hier en daar met eenige tus- schenruimte. Aan het hoofdeinde van elke tafel lag een langwerpig hoofdkussen met kapok gevuld in een opgerold slaapmatje, dat ’s avonds ontrold werd als de eigenaar zich ter ruste begaf. Op een paar richels op schragen aan den wand was een ransel en een kleeding- tasch geplaatst, terwijl boven elk nachtleger de naam, de graad, het stamboek- en wapen nummer van den man was aangewezen. De geweren en het ledergoed, ook voorzien van de namen en nummers der gebruikers, stonden in de wapenrakken langs de korte zijden, de eettafels in het midden der zaal en daarboven de broodplanken. Er viel overigens een groote netheid op te merken. Alles was op dezelfde wijs ge plaatst, en de zindelijkheid grensde bijna aan het overdrevene. Zoo wees de majoor op eenige slaaplafels die blonken alsof ze gepolitoerd waren. „De manschappen die zooveel zorg aan hun slaaplafels besteden,” zeide hij, „maken er doorgaans geen gebruik van, ofschoon het eigenlijk niet gepermitteerd is in het belang der gezondheid. Ze rollen ’s avonds hun matjes onder de tafel uit. Zijn ze gehuwd, dan,
[ 0.7166666389, 0.621111095, 0.5320000052, 0.3449999988, 0.5299999714, 0.3199999928, 0.7366666794, 0.7925000191, 0.6369230747, 0.791428566, 0.9533333182, 0.3966666758, 0.8199999928, 0.5366666913, 0.7250000238, 0.7866666913, 0.6566666961, 0.7720000148, 0.8916666508, 0.5966666937, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000008.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000087.xml
mr KgSS^.-
[ 0.02500000037, 0.3257142901 ]
683505866
en
0.169462
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000248.xml
182 CONCERT or HET WATER. de corridors vulden, ijlde ik omlaag naar de voordeur die helaas al te goed gesloten was. Een onbeschrijfelijke angst had zich van mij meester gemaakt. Om de voordeur geopend te krijgen, zou er te veel tijd verloopen. Het aangrenzende vertrek binnenstuivende, opende ik het venster, sprong er uit, en liep het huis om. Er heerschte een tastbare duisternis; het gejammer had opgehouden of werd overstemd door het gehuil van den stormwind. Met moeite, half kruipende om niet door een windvlaag omvergeworpen te worden, kwam ik een tiental schreden vooruit, toen ik struikelde over een voorwerp dat in den weg lag. Ik stak mijne handen uit, en voelde menschelijke vormen. Wie kon het anders zijn als miss Alice? Ik nam haar op en droeg haar naar binnen — men had de hoofddeur inmiddels geopend; en toen ik mijn last voorzichtig op een bed lag, verbeeldde ik mij een zucht te hooren, ik geloof den laatsten. Een der gasten, die als dokter optrad, begon met de nieuws gierigen het vertrek te laten ontruimen, en kwam spoedig berichten dat de laatste levensvonk der ongelukkige was uitgedoofd. Het was ongeveer drie uur na middernacht. Niemand dacht meer aan slapen. Menschen die elkaar geheel vreemd waren, bespraken de ontzettende gebeurtenis en wisselden vrijelijk van gedachten over de vermoedelijke oorzaak. De een had stappen gehoord op den corridor; de andere was wakker geworden door het tikken op de deur van een naburige kamer; een derde had duidelijk het gerammel van sleutels opgemerkt waarmede men een slot poogde open te maken; terwijl aan velen de zonderlinge houding der jonge dame niet ontgaan was, toen deze hij het vallen van den avond in den tuin zat. Door praten en weer praten, door de verschillende opmerkingen aan één te voegen, ontstond er spoedig een lezing die eenigen schijn van waarheid had. Althans toen de hotelhouder, tevens magistraat, een uur in de kamer van Mr. Webster had vertoefd om een voorloopig onderzoek in te stellen, had men een geschiedenis gereed waar mede de vertrekkenden tevreden konden zijn. Die geschiedenis kwam hierop neer. „De Engelschman vervolgde miss Alice reeds lang met in het oog vallende beleefd heden ; — in Lucerne was dat al opgemerkt. „De jeugdige gouvernante wees alle aanbiedingen met verontwaardiging af; — te Zurich bleek dit duidelijk. „Het meisje verlangde niets liever dan ontslagen te worden van hare betrekking en zou stellig naar Engeland zijn teruggekeerd, als haar de middelen niet ontbroken hadden om de reis te betalen; — zij droeg altijd hetzelfde kostuum, en men had haar te Genève voor een magazijn zien staan, waar een pak was uitgestald waarop zij begeerige blikken wierp, zonder het te koopen. „Mr. Webster had ’s avonds twee flesschen champagne leeg gedronken, blijkbaar met plan om zich voor te bereiden op het plegen van een slechte daad.
[ 0.8266666532, 0.5928571224, 0.2599999905, 0.5466666818, 0.5466666818, 0.5799999833, 0.4377777874, 0.6185714006, 0.7760000229, 0.7400000095, 0.6283333302, 0.6800000072, 1, 0.7412499785, 0.7099999785, 0.8299999833, 0.3849999905, 0.5299999714, 0.7074999809, 0.6449999809, 0.75999...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000086.xml
58 GESCHIEDKUNDIGE HERINNERINGEN. „De brug waar wij nu aankomen, heel de Jassenbrug, zoo genoemd naar een zekeren ouden kapitein Jas, die daar indertijd woonde. Daar de clooden die bij de buitenkerk werden begraven, altijd deze brug moesten passeeren, is de spreekwijze in de wereld gekomen om van iemand die gestorven is te zeggen: hij is naar kapitein Jas gegaan, of hij is naar vader Jas verhuisd. „Hier zijn wij nu aan het Stadhuis. Zooals gij ziet, is het van echt Hollandschen bouwtrant. Eertijds was het de trots der bewoners van Batavia. Als wij de vijf trappen opgaan, kunt ge in het portaal lezen dat het in 1710 gebouwd werd. Er is hier nog een kamer met foltertuigen uit dien tijd. Wilt ge die ook zien?’ Mijnheer Van Berkenstein was hier niet nieuwsgierig naar. In de Gevangenpoort te ’s-Gravenhage, waar zich tegenwoordig een verzameling bevindt van al de foltertuigen uit geheel Nederland, had hij die genoeg gezien. „Nu, clan gaan we maar weer in den wagen en rijden eens naar een toko. In dezen vleugel van het stadhuis bevindt zich thans een postkantoor. „Een toko? Maar ik heb op het oogenblik niets nooclig.” „O! dat komt er niet op aan; u behoeft er niet te koopcn. — Dit is nu een van de beroemde grachten van oucl-Batavia. U ziet hoe weinig er van is overgebleven. Enkele huizen dragen nog de kenmerken hunner vroegere grootheid, maar thans zijn ze allen mge- rieht voor kantoren en winkels. Ook de breede trottoirs zijn er gedeeltelijk nog, althans de roocle tegels waarmede zij geplaveid waren. De rijweg is nooit bestraat geweest. Ziezoo! hier zijn wij aan de zoogenaamde roocle toko.” Een groot huis in oud-Hollandschen stijl binnen tredende, werd Krip door den chef, een heer in een luchtig kantoorpak, als een oude kennis verwelkomd en gevraagd hoe hij liet tijdens zijn verblijf in Holland had gemaakt. Voordat hij daarop antwoordde, stelde mijnheer Krip zijn reisgenoot voor. Van Berkenstein zag eenigszins vreemd op; nog nooit had hij de eer genoten in een winkel aan clen winkelier voorgesteld te worden. Trouwens, het uiterlijk en de manieren Aan clen toko-houder waren anders clan clie van den gewonen Hollandschen winkelier, en ook het magazijn miste ten eenenmale het karakter van hetgeen in den regel een winkel genoemd wordt. In de vertrekken die tot toko waren ingericht zag men althans in de orootste verscheidenheid allerlei denkbare voorwerpen uitgestald; rijk omlijste platen en Westfaalsche hammen, nieuwerwetsche rijtuigen en verduurzaamde groenten in blik, aarden waschtoestellen en diamanten broches, Parijsche meubelen van clen laatsten smaak en Neu- renburger kinderspeelgoed, kortom de toko was een Manusje-van-alles op groote schaal. Een pond suiker bijv. of een hall dozijn sigaren was ei niet te koop claaivooi moest
[ 0.5899999738, 0.499333322, 0.5407142639, 0.7599999905, 0.4925000072, 0.4250000119, 0.426666677, 0.5749999881, 0.8188889027, 0.7549999952, 0.4550000131, 0.698181808, 0.646666646, 0.8257142901, 0.6675000191, 0.4966666698, 0.6657142639, 0.6660000086, 0.7300000191, 0.4699999988, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000056.xml
34 DE EERSTE DAG TE BATAVIA. om haar mond lag iets bepaald onaangenaams, in den regelmatigen vorm van den neus iets scherps, en in de uitdrukking der oogen iets ontevredens. Ernestine vond mevrouw in de achtergalerij aan de ontbijttafel bezig om koffie te be reiden. Bezig, dat wilde zeggen, zij gaf orders aan een oude inlandsche vrouwelijke bediende, en zag toe dat die uit gevoerd werden. In een hoek op den grond stond een pannetje melk op een spiritusvlam, en bij dat pannetje hurkte de meid telkens weer neder, als zij de njonja iets had aangegeven. Den vorigen avond was mevrouw Neerboseb werkelijk heel lief geweest en had daardoor een gunstigen indruk op Ernestine gemaakt. Het gesprek had toen hoofdzakelijk over Holland geloopen, in het bijzonder over de plaats waar Neerbosch zijn jeugd had door gebracht en over de gebeurtenissen daar voorgevallen sedert zijn vertrek. Natuurlijk nam mevrouw daaraan weinig deel; doch toen het uur van slapen was gekomen, had zij haar logée naar de kamer geleid om zelve nog eens rond te zien of er iets ontbrak. Des te opvallender was het dus, dat Ernestines hartelijke morgengroet zeer koel werd beantwoord. Ook de houding van mevrouw Neerbosch was stijf, de vriendelijkheid verdwenen, terwijl hare woorden afgemeten waren. Mocht die spoedige verandering den heer Neerbosch al niet bevreemden, hij kon er toch de oorzaak niet dadelijk van gissen. Toen hij echter zijn wederhelft bij herhaling de oogen zag werpen op de roos die Ernestine naast zich had neergelegd, ging er licht voor hem op en zeide hij op natuurlijken toon: „Ernestine is opgetogen over onzen tuin, vrouwlief! Zelfs Djojo heeft het opgemerkt en haar een roos aangeboden.” Die weinige woorden waren genoeg om het gelaat op te helderen van de vrouw des huizes, die nu ook vriendelijk vroeg of Ernestine veel van bloemen hield. „O! heel veel, maar ’t is alsof ik er nooit zooveel van hield als thans. Misschien is het gemis van bloemen aan boord gedurende zoo vele weken er wel de schuld van. „Was het anders goed aan boord?” „Heel goed, wat het materiëele leven betreft. En toch merk ik nu weer hoeveel heter het hier is. Deze kop koffie bijvoorbeeld is overheerlijk!” „Vindt gij?” vroeg mevrouw, nu weer geheel in goeden luim. „Wilt gij nog een p 0 pj e ? — Ma! lagi satoe mangkop sama nonna!” „Gij zegt: wat het materiëele betreft,” merkte mijnheer op. „Liet de verstandhou ding der passagiers onderling te wenschen over? „Och! dat ging nogal,” antwoordde Ernestine ontwijkend. „Wie waren er alzoo aan boord?” vroeg mevrouw. „Ook Indische dames?”
[ 0.75, 0.3700000048, 0.6000000238, 0.2300000042, 0.4900000095, 0.7225000262, 0.7149999738, 0.6324999928, 0.5899999738, 0.3933333457, 0.5325000286, 0.7128571272, 0.6630769372, 0.7200000286, 1, 0.5866666436, 0.5199999809, 0.5833333135, 0.8666666746, 0.6524999738, 0.5174999833, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000227.xml
UIT HET LEVEN VAN NONNA ANT.TIE. 165 42 Ik had die vrouw slechts eenmaal gesproken; dit was echter genoeg om haar nooit te vergeten. — Welnu! sedert een jaar rust zij hier op het kerkhof. Daar vond ik haar terug.’ Twee groote tranen blonken in Ernestines oogen; zij begreep alles. Toen stond zij op en drukte Van Berkenstein deelnemend de hand. „En hoe maakt gij het?” vroeg hij na eenige stilte. „Ik verneem dat mevrouw Neerbosch u heeft aangeboden haar naar Europa te vergezellen, maar dat gij haar aanbod hebt afgeslagen. Het kwam mij toch wel aannemelijk voor.” Ernestine schudde het hoofd. „Gebrek aan sympathie?” „Dat niet; zij was allerliefst voor mij. Ook na het overlijden van haar echtgenoot gaf zij mij voortdurend bewijzen van warme vriendschap.” Op verdere verklaring meende Van Berkenstein niet te mogen aandringen. Daarom vroeg hij: „Is uwe verhouding tot mijnheer Krip verbeterd?” „Helaas neen! daarmede gaat het van kwaad tot erger. Ik ben tot mijn leedwezen verplicht zijn huis vaarwel te zeggen.” „Heeft hij zijn aanzoek nog herhaald?” „Neen! althans niet met woorden; maar zijn gedrag is zoo zonderling en toch voor mij zoo duidelijk, dat ik al voor een paar dagen wilde weggaan, en slechts op zijn dringende bede beloofd heb bij zijne kinderen te blijven tot zijne terugkomst.” „Zonderling, zegt ge?” „Teruggetrokken, dagen lang geen woord spreken, opvliegend, norsch en onbillijk tegenover zijne kinderen en bedienden, hartstochtelijk in hooge mate. Ik behoef u alleen te zeggen, dat hij op de knieën viel om mij te vragen nog niet weg te gaan. Gij voelt dat ik weg moet.” „En waarheen dan?” „Mevrouw Keremans heeft mij haar huis aangeboden. Ik zal daarvan gebruik maken om mijne studiën ongestoord te kunnen vervolgen en over twee maanden het examen voor onderwijzeres af te leggen. Krijg ik het diploma, dan treed ik in dienst van het gouverne ment, tenzij zich een buitengewone gelegenheid voordoet om als gouvernante bij een bekende familie te komen. Doch genoeg over mij. Mag men nu vragen, zonder onbescheiden te zijn, in welk gedeelte van Java mijnheer Van Berkenstein gereisd heeft ?” „Ik heb niet gereisd, maar mij in een kampong opgehouden, weinige palen van hier.” En nu vertelde hij het een en ander van het kampongsleven. Van Berkenstein rekte zijn bezoek veel langer dan hij van plan was geweest; doch
[ 0.4966666698, 0.3533333242, 0.4539999962, 0.2533333302, 0.8740000129, 0.7549999952, 0.5466666818, 0.3950000107, 0.8399999738, 0.646666646, 0.400000006, 0.5260000229, 0.4557142854, 0.7757142782, 0.675999999, 0.9133333564, 0.5699999928, 0.7083333135, 0.7799999714, 0.7099999785, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000035.xml
VAW BOORD NAAR WAL. 17 door een aantal personen die hunne betrekkingen en vrienden begroetten en naar de stads herberg geleidden, een gebouw op weinige schreden van daar, onder bewaking van twee leelijke steenen leeuwen, voor de gaanden en komenden openstaande. Daarop volgde de visitatie der koffers, gejoel en geschreeuw van kinderen, vermengd met gepraat van Maleische beambten en koelies in een taal die vreemd in de ooren der nieuwelingen klonk. Een der eersten clie stadwaarts reed, was de heer Neerbosch. Toen mejuffouw Ernestine Van Rosendal, opgetogen van blijdschap over het einde dier „aansluiting” aan de familie De Graaf, de coupé-elarence van haar gastheer met een gelukkig gezicht besteeg; toen de inlandsche koetsier in livrei, met een glimmenden hoed op den hoofddoek, de zweep over de groote Sidnypaarden legde, had het gelaat van mevrouw De Graaf een onaangenamen plooi gekregen. Reeds ontstemd, omdat zij inkomende rechten moest betalen voor goederen die zij zelve uit Java had medegenomen, had zij haar echt genoot laten beloven dat hij bij den ontvanger, en, als dat niet hielp, bij den directeur en desnoods bij den gouverneiir-generaal zou gaan reclameeren; bovendien overstelpte zij hem met verwijten over de vuile huurwagens die hij had genomen, met paarden die het nooit tot het hotel konden brengen; en daarop was Ernestine vriendelijk komen bedanken voor haar geleide, alsof er niets gebeurd ware. Was het dus wonder, dat zij van ergernis geen woord kon uitbrengen en de mooie equipage met een kwaad gezicht nastaarde! Het amu seerde meerdere passagiers, ook Van Rerkenstein, die reeds voor de jonge officiersweduwe een rijtuig had ontboden en behulpzaam was geweest met eenige kinderen er in te plaatsen, in afwachting der moeder die voor haar bagage zorg droeg. „Laat ons nu opwandelen naar het station van den tram,” zei hij tot zijn reisgenoot. „Dat moet hier in de huurt zijn. Gij hebt immers afscheid genomen van mevrouw Krip?” Leeghancker, die last van de hitte begon te krijgen en wien die plagerij niet scheen te bevallen, bromde: „Mevrouw Krip kan me niets schelen. Ik begrijp niet, waarom wij ook niet een wagen hebben genomen; ’t is stikkend warm.” „Wel, neem een wagen als gij wilt. Ik heb zoon haast niet, en wil wel wat zien zonder lastig gevallen te worden door....” „De heeren loopen te hard voor dit klimaat,” riep mijnheer Krip, de wandelaars met versnelden stap inhalende. „Mijn broer zal mijne vrouw naar zijn huis brengen en onderweg uwe valiezen afgeven, Nu kan ik u op den tram vergezellen. — Daar vóór u, mijnheeren, ziet gij de oude poort van Batavia, vermoedelijk die van het vroegere kasteel dat niet meer bestaat. — Och! hoe jammer!” viel mijnheer Krip zich zelven in de rede, „daar zie ik dat men de muren aan beide kanten der poort heeft weggebroken! Zij
[ 0.7099999785, 0.3700000048, 0.2649999857, 0.6875, 0.6050000191, 0.6499999762, 0.573333323, 0.7033333182, 0.6225000024, 0.6499999762, 0.7120000124, 0.6225000024, 0.5749999881, 0.5062500238, 0.6930000186, 0.5550000072, 0.8075000048, 0.9449999928, 0.5279999971, 0.4271428585, 0.8...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000233.xml
f M. iispisi ” ' -r " ' ’ •”
[ 0.5099999905, 0.3449999988, 0.241428569, 1, 0.5400000215, 0.5600000024, 0.2700000107, 1, 1, 0.6399999857 ]
683505866
he
0.995412
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000245.xml
CONCERT OP HET WATER. 179 In weerwil van zijn goede manieren die den man van stand aantoonden, had die Engelschman, Mr. Webster, iets in zijn wezen dat mij onaangenaam aandeed; daarentegen trok de jonge dame, die de rol van gouvernante scheen te vervullen en zich stelselmatig buiten het gesprek hield, mij aan door de diepe melancholie die uit hare schoone oogen sprak. Daar ik den volgenden dag een moeielijken tocht over de gletschers ondernam, werd onze kennismaking niet verder voortgezet. Ik had trouwens geen enkele reden om daarnaar te verlangen. Drie weken later het Berner Hoogland bezoekende, kwam ik tegen den avond te Grindelwald aan. De zon was den ganschen dag bedekt geweest door donkere wolken, die uit alle terreinplooien, gleuven en spleten opdoemden, zich boven de valleien samenpakten en in wilde vaart over de gletschers wegvlogen. Een vochtige, gure wind blies huilend door de groepen magere sparren die hier en daar de rotswanden bedekten, deed de broze takken kraken, en smakte enkele losstaande stammen in den afgrond. Een somber waas lag over het ge- heele landschap uitgespreid; mensch en dier gevoelden er de uitwerking van. Het anders zoo kalme, zangrijke geluid der bellen luidde nu als een treurlied, geaccompagneerd door de klagende tonen van loeiende koeien en blarende geiten, die elkaar hun nood klaagden. Rei zigers te voet en te paard in shawls en plaids gewikkeld spoedden zich zwijgend langs het breede bergpad; en zelfs den gidsen, die, elkaar tegenkomende, altijd wat te vertellen hebben, ontbrak het aan lust om een minuut te blijven staan en een woord te wisselen, nog minder om eenige passen van den weg af te wijken en alpenrozen voor hun gezelschap te plukken. Aan den ingang van het dorp Grindelwald stond een houten logement dat er noch bevallig, noch vroolijk of gezellig uitzag. Niettegenstaande mijn geleider verzekerde dat ik hier alle gemakken zou vinden, dacht ik er aan eerst de andere hotels te gaan zien, toen mijn oog viel op iemand, die, in spijt van het gure weer, de avondlucht in den tuin voor het hotel genoot, op twee stoelen rustende, het lichaam in plaids en de beenen in wollen dekens gewikkeld. „Dat is de heer,” fluisterde de gids, „die vier en twintig uren op den Wetterhorn in de sneeuw heeft gelegen. Hij is er nog levend van af gekomen, maar zal toch geen bergen meer bestijgen, want zijne beenen zijn bevroren. Twee van de drie gidsen kwamen om; hunne weduwen zijn meer te beklagen dan die heer, die zonder beenen toch niet van honger zal sterven.” Op eenigen afstand zat nog iemand buiten, ongevoelig voor de ramp die den onge- lükkigen reiziger had getroffen, ongevoelig voor den killen, doordringenden wind die van de gletschers over het dorp woei. In dien persoon herkende ik de gouvernante van den Engelschman, wiens kind bij Zermatt bijna in den afgrond was gestort. Zonder eenig zichtbaar teeken van
[ 0.6014285684, 0.3300000131, 0.3766666651, 0.5, 0.7566666603, 0.8199999928, 0.8028571606, 0.6266666651, 0.8424999714, 0.5920000076, 0.8399999738, 0.3633333445, 0.9066666961, 0.6499999762, 0.5133333206, 0.8500000238, 0.9118182063, 0.7799999714, 0.8700000048, 0.5874999762, 0.949...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000279.xml
J ANDSCH-INDIE. BATAVIA DOOK W. A. VAN REES. Teekening*en door dhr. d. C. LEIDEN. - A. W. SIJTHOFF. 1881 .
[ 0, 0.389230758, 0.4971428514, 0.4499999881, 0.4350000024, 0.6800000072, 0.6166666746, 0.5799999833, 0.3975000083, 0.5500000119, 0.3474999964, 0.3400000036, 0.4799999893, 0.4714285731, 0.5500000119, 0.8399999738, 0.4950000048, 0.5766666532, 0.3449999988, 0.8299999833 ]
683505866
nl
0.999999
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000102.xml
70 BEZOEK IN KAMPONG KEMA.TORAN. die zijne takken over een gedeelte van den kampong uitbreidde, zat een zwerm glatiks (rijstdieljes) te zingen en te tjilpen, vroolijk neerziende op de veelbelovende aren in de naastbij gelegen sawah. — Wat was het leven goed in kampong Kemajoran! Op den laten avond van dienzelfden dag, toen Wongso een omstandig verslag had gegeven van hetgeen hij had verricht en doen verrichten, gevoelde Van Berkenstein zich meer tevreden dan ooit te voren. En toen op hetzelfde uur mevrouw Wallis, voor de halei-balei geknield, hare sla pende kinderen den nachtkus op de kleine wangen drukte, steeg uit de diepte van haar hart een dankgebed naar boven, voor de onverwachte hulp die de Voorzienigheid haal bad toegezonden.
[ 0.3050000072, 0.4233333468, 0.5749999881, 0.2685714364, 0.5272727013, 0.6533333063, 0.8180000186, 0.7516666651, 0.4799999893, 0.9900000095, 0.6362500191, 0.4166666567, 0.823333323, 0.6614285707, 0.6954545379, 0.7933333516, 0.9666666389, 0.6600000262, 0.832857132, 0.5950000286, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000063.xml
I)E EERSTE RAG TE R1TAYIA. 39 met volle teugen. Telkens ontmoette men equipages met heeren en dames, waarmede een groet werd gewisseld. In de nabijheid van het kampement zag men veel wandelaars, de meesten militairen en officieren in burgerkleeren. Tot tweemaal toe ontving Ernestine een groet, en telkenreize zag mevrouw Neerbosch dan haar logée uitvorschend aan, die daarop den naam van een harer mede-passagiers noemde. Aan liet Waterlooplein komende, liet mijnheer de paarden stappen, en gaf toen op verzoek van Ernestine uitlegging van de bestemming der verschillende gebouwen. Die lage steenen woningen dienden den jongsten officieren tot huisvesting; in de groote huizen ginds woonden de hoofd-officieren. De groote zuil waarop een steenen leeuw stond, in het midden van het veld, gaf den naam aan het exercitieplein. Het gebouw met pilaren, daar, was de militaire sociëteit Concordia; daarnaast het „groote huis”, inderdaad het grootste van Batavia. Daar bevonden zich de bureaux van de verschillende departementen van algemeen bestuur, over dag dus zeer bezocht, maar op dit uur door ieder verlaten. — Dat standbeeld bij de hoofdwacht was onlangs opgericht ter herinnering aan den gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Koen. Nu volgde het Hooggerechtshof, en sloeg men rechts in, dan kwam men aan de gevangenis. Maar de koetsier wendde linksom, volgde de zijde van het plein, waar weder officiers-paviljoens stonden en verder de roomsche kerk en de bisschopswoning. Om het monument voor den generaal Michiels in oogenschouw te nemen, hield het rijtuig even stil; en toen mijnheer Neerbosch in weinig woorden vertelde wie de generaal Michiels geweest was — een dapper officier die met weinig middelen Sumatra’s Westkust had onderworpen en in 1849 te Bali sneuvelde — trad een heer op het rijtuig toe, groette beleefd, en zeide verheugd te zijn mejuffrouw Van Bosendal terug te zien. „Mijnheer Van Berkenstein,” zeide Ernestine verrast, hem aan het gezelschap voor stellende. „Mevrouw en mijnheer Neerbosch.” Mijnheer Neerbosch heette den nieuweling welkom en noodigde hem uit, zijn logée spoedig te komen opzoeken. Had hij ook lust om in te stappen en familiaar mede te eten? Dat zou hem aangenaam zijn. Maar mijnheer Van Berkenstein wees op een tweeden heer, die besluiteloos op eenige passen afstands was blijven staan, en excuseerde zich omdat hij met een vriend op het pad was. Hij zou echter niet in gebreke blijven de familie spoedig zijn opwachting te komen maken. Tehuis gekomen, begaf ieder zich naar zijn kamer en volgde spoedig de oproeping om te dineeren. Aan tafel bedankte Ernestine nog eens hartelijk voor den heerlijken rit. „Dus valt Batavia u niet tegen?” vroeg mijnheer tevreden. „Integendeel, ik vind de plaats verrukkelijk mooi. Een stad geheel uit villa’s, pleinen
[ 0.2199999988, 0.5466666818, 0.223333329, 0.5149999857, 0.46875, 0.3899999857, 0.6899999976, 0.5279999971, 0.5971428752, 0.71714288, 0.7300000191, 1, 0.6511111259, 1, 0.6083333492, 0.5849999785, 0.6966666579, 0.7487499714, 1, 0.6480000019, 0.7549999952, 0.7329999804, 0.395...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000249.xml
CONCERT OP HET WATER. 183 „Hij had een poging gedaan bij miss Alice te komen, doch haar kamerdeur ge sloten gevonden. „Toen zij hem den toegang weigerde, had hij beproefd met een anderen sleutel de deur te openen. „De gouvernante, vreezende dat hem dit zou gelukken, had in doodsangst het raam geopend en de rest liet zich gissen.” „En is die zaak niet opgehelderd geworden?” vroeg mevrouw Keremans met belang stelling, toen Van Berkenstein ophield met spreken. „Ik heb alle reden dat te betwijfelen,” luidde het antwoord. „Wat vertelde Mr. Webster zelf?” „Ik heb hem niet meer gesproken. Hij was onder dokters handen en ontving niemand. Na de begravenis van miss Alice heb ik de kinderen naar het kerkhof gebracht om hen daar te laten uitweenen. In de schrijfnecessaire van het slachtoffer werd een gesloten brief gevonden aan het adres van Alice’s moeder. Bij dien brief voegde ik een relaas van het gebeurde voor zoover ik daarbij betrokken was geweest. — Mr. Webster heeft zijn gou vernante niet lang overleefd. Te Lugano vernam ik, dat hij acht dagen later zich een kogel door het hoofd joeg. Men vond zijn verminkt overschot in een bijna ontoegankelijk ravijn. Waarschijnlijk heeft hij zich aan den rand van den afgrond geplaatst om, in de diepte stortende, zijn lijk aan alle nasporingen te onttrekken.” „Welk een tragische geschiedenis!” zei mevrouw Keremans. „Ik had iets heel anders verwacht.” „Wat dan?” vroeg Van Berkenstein. „Ja! dat kan ik moeielijk zeggen; een ontmoeting met een mooi meisje bijv., een liefdesgeschiedenis met hindernissen, of iets dergelijks.” „Ik ben nimmer heel ontvlambaar geweest,” zeide Van Berkenstein met een glimlach. „Dat zal wel de rede zijn, dat mij zoo zelden romantische avonturen te beurt vielen. Met jongelui, die verliefd worden op elk meisje dat er goed uitziet, is dat een ander geval. „Zoo zelden?” sprak Ernestine zacht. „Geheel vreemd zijn die soort van avonturen u dus niet?” „Neen, niet geheel vreemd,” antwoordde Van Berkenstein, terwijl er een ernstige plooi op zijn gelaat kwam. Ernestine durfde niet meer aan te dringen, naar het scheen; want zij nam haar werk weer op en hervatte den arbeid. „Gij zoudt ons iets van Italië vertellen?” zei mevrouw Keremans. „Van Italië? heb ik dat gezegd?”
[ 0.7071428299, 0.625, 0.5299999714, 0.4816666543, 0.6966666579, 0.3899999857, 0.6200000048, 0.6366666555, 0.5316666961, 0.676666677, 0.75, 0.6875, 0.5500000119, 0.6700000167, 0.8033333421, 0.7300000191, 0.8999999762, 0.9011111259, 0.7049999833, 0.7166666389, 0.7722222209, 0....
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000228.xml
166 UIT HET LEVEN" VAN NONNA ANTJIE. in Ernestines gezelschap vlogen de uren voorbij. Het was middernacht, toen hij mijmerend naar huis wandelde. De nacht was onbegrijpelijk schoon. Kwistig wierp de maan haar zilveren schijnsel over den eenzamen weg, over de glanzende bladen van pisang- en palmboomen, en over de spiegelgladde oppervlakte van de Tjiliwong. Eenige uren later, toen de schaduwen zich onduidelijker afteekenden en alleen de morgenster aan het uitspansel fonkelde, zat van Berkenstein nóg te mijmeren.
[ 0.6666666865, 0.7366666794, 0.5833333135, 0.3783333302, 0.1666666716, 0.6840000153, 0.7200000286, 0.8799999952, 0.6660000086, 0.6290000081, 0.5849999785, 0.8700000048, 0.4724999964, 0.5812500119, 0.5033333302, 0.5866666436, 0.7816666961, 0.7024999857, 0.5833333135, 0.74777776, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000037.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000172.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000212.xml
152 AMAT EN SEDIA. Sedia zweeg. „Zij die te Batavia komen en niet weer naar hun negrie terugkeeren, staan in geen goeden reuk bij hun eigene landslieden.” „Dat is zeker het geval met Ardie,” sprak Sedia. „Komt Ardie nog dagelijks bij uw vader?” vroeg Amat na een wijle. „Neen! ik hoop dat hij zich nooit weer op het erf mijner ouders zal vertoonen.” „Weet gij wel, Sedia! dat ik meer dan ooit hem verdenk van plannen ” „Van welk gebruik der Javanen wildet gij spreken?” viel Sedia hem in de rede. Het scheen dat buitengewoon dikke halmen Amat uitlokten een stap dichter bij Sedia te komen. Toen zeide hij zacht: „Bij den rijstoogst bijv. biedt de jonkman het meisje dat hij liefheeft een ikal (bosje) padie aan. Weigert zij het te ontvangen, dan is dat een teeken dat zijn hulde haar onaangenaam is; neemt zij het daarentegen aan, dan staat dit gelijk met een verloving. „Wel aardig,” zeide Sedia, zich een weinig afwendende en ijverig voortgaande met snijden. „Ik heb dit meer gehoord.” „Sedia!” begon Amat een oogenblik later op nog zachter toon. „Sedia! de oude djoeroe-toelis is gisteren gestorven.” „Kassian!” „Sedia ! de kommandant heeft mij verzekerd dat hij mij zal voordragen tot zijn opvolger.” „Sedia!” herhaalde Amat, toen zij bleef zwijgen, „ik heb mijn ouders gezegd dat ik wenseh te trouwen.” Amat stond nu bijna rakelings naast Sedia, die zich meer voorover boog dan noodig was voor haar arbeid. „Zie eens, Sedia! welke schoone halmen ik hier verzameld heb.” „Wil Amat de Javaansche gebruiken hier invoeren?” vroeg zij lachend. „Doe dat niet.” „Ik zou u willen toonen dat ik u liefheb, omdat ik het niet durf uit te spreken,” zei Amat, terwijl hij haar het bosje padie voorhield. Schuchter zag Sedia om en haastte zich te zeggen: „Wees op uw hoede! Ardie staat aan den rand van den kampong en loert op ons als een tijger op zijn prooi. Leg de ikat padie op den galangan, snel!” Amat gehoorzaamde, voegde zich daarna weder bij Sedia en vroeg: „Mag mijn vader tot Selima gaan om over ons huwelijk te spreken?” „Laat uw vader komen, Amat! maar blijf nu niet zoo dicht bij mij staan.” Ai snijdende verwijderde Amat zich onmerkbaar van Sedia, en mengde zich in het gesprek der andere kampongiieden.
[ 0.6000000238, 0.6349999905, 0.3799999952, 0.6399999857, 0.7620000243, 0.6533333063, 0.6349999905, 1, 0.8650000095, 0.8385714293, 0.4740000069, 0.4950000048, 0.5375000238, 0.5899999738, 0.7124999762, 0.8199999928, 0.6783333421, 0.7983333468, 0.6880000234, 0.6899999976, 0.52249...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000167.xml
EEN CONCERTAVOND IN DEN DIERENTUIN. 119 krijg maar een kleur, mijnheer Leeghancker! Ik heb u wel gezien in de stad; ik weet nog veel meer, nakal tau! (ondeugend, hoor!) Jij moet eens komen vertellen.” Hoewel hel gesprek op zachter toon werd vervolgd, gevoelde Leeghancker zich niets op zijn gemak. Het verbaasde hem evenzeer dat mevrouw De Valk. die hij honderd uren verwijderd dacht, zoo goed op de hoogte was van al zijn doen en laten, als dat zij zoo openlijk sprak over zijne relaties met een nonna uit de stad. „Het gaat hier als in Den Haag,” dacht hij, „waar de dames doorgaans de abonnées van den tweeden rang hij naam kennen. Op het punt van nieuwsgierigheid zijn de vrouwen toch overal gelijk.” En om een einde aan zijn minder aangenamen toestand te maken, beloofde hij haar spoedig te komen bezoeken. Van Berkenstein had inmiddels van kapitein Keremans vernomen, dat hij bij het militair departement was geplaatst. Toen hij hem daarmede gelukwenschte, omdat Batavia als garnizoen ook mevrouw wel het meest zou bevallen, zeide deze: „De plaatsing hij het departement is voor Keremans niet te verwerpen, daar zij niet dan gunstig op zijn carrière kan werken; doch in het algemeen is Batavia als garnizoens plaats niet te verkiezen. De traktementen zijn te klein om veel deel te nemen aan de publieke amusementen; de omgang der officieren onderling laat ook te wenschen over en wordt be lemmerd door de hoog opgedreven weelde. Ja, mijnheer Van Berkenstein! het woord weelde klinkt zeker vreemd in den mond van een ofliciersvrouw; maar ik vraag u, of het geen weelde is zooveel geld aan meubilair te besteden dat men verplicht is zijn uitgaven op al het andere te besnoeien. Vroeger was een gehuwd officier tevreden met een eenvoudige inrichting, waarvoor tegenwoordig een ongehuwde zich zou schamen. Het is mode, dus een behoefte geworden. Men klaagt, doch in stede van te oeconomiseeren waar dit kan geschieden, tracht men elkaar veeleer den loef af te steken. Keremans is het geheel met mij eens, en beklaagt zich niet over het gemis van gecapitonneerde stoelen, maar daarentegen durft hij altijd een vriend mede aan tafel te brengen, als deze het eenvoudige voor hef wil nemen.” „Mag ik van die gelegenheid ook eens gebruik maken?” zei Van Berkenstein. „Ik wil bovendien de woningen der heeren sub-alterne officieren gaarne eens zien.” „Het zal ons altijd genoegen doen u te ontvangen,” luidde het vriendelijk antwoord. Zijn jeugdigen vriend in druk gesprek met de dames achterlatende, wandelde Van Berkenstein langzaam verder, wisselde hier en daar een groet, en wilde zich juist naar het tafeltje begeven waar de familie Van Galen zal, toen iemand hem aan den arm vatte, en hij omziende Krip Junior herkende. „Mijn broer zit zoo achteraf,” zeide hij, „dat ik u niet gezien zou hebben, als mejuffrouw Van Rosendal mij niet had gewaarschuwd dat gij met uw vriend hier waart.”
[ 0.3966666758, 0.3683333397, 0.7749999762, 0.603333354, 0.5918181539, 0.896666646, 0.6140000224, 0.3350000083, 0.4466666579, 0.7133333087, 0.6600000262, 0.6524999738, 0.8949999809, 0.5333333611, 0.3400000036, 0.646666646, 0.5083333254, 0.4350000024, 0.4250000119, 0.7760000229, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000195.xml
UIT HET KAMFONGSLEVEV. 139 paar man, een ruime kamer aan zijn huis bijgebouwd, voorzien van veranda of galerij met atappen dak. Daarna werd gedurig een of ander meubel aangeschaft; want dan zag ik een ronde geverfde tafel staan, dan werd een kast binnengedragen, een paar stoelen, en zelfs een bamboezen voltaire met uitslaande latten om de beenen op te laten rusten. Op die manier is mijn vrijwillige ballingschap zeer draaglijk. Weinige Europeanen kennen uit eigene aanschouwing het onbezorgde leven van den kampongbewoner. Hoe verschilt dat met het onze! Terwijl wij voortdurend streven om een hooger standpunt te bereiken, geniet de Inlander van het tegenwoordige en is in den regel tevreden met zijn lot; terwijl wij over filosofie praten en die theoretisch beoefenen, brengt hij die in praktijk. Zijn behoeften zijn gering, en de middelen om er in te voorzien, liggen binnen zijn bereik. Met een weinig inspanning verdient hij genoeg om zich dagen lang te kunnen voeden. Een dak van nipabladeren beschut hem even goed tegen den regen als tegen de verzengende zonnestralen, en een naakte baleh-baleh van geplette bamboe strekt hem tot slaapkoets waarop hij koel en aangenaam rust. Heeft de kampongbewoner na verrichten arbeid zijn sober, maar gezond en smakelijk maal gebruikt, dan strekt hij zijne ledematen o! zoo behaaglijk uit op de rustbank vóór of in zijn hut. Dan gevoelt bij zich rijk en gelukkig. Dan geniet hij volop — alleen door zijn zintuigen te laten werken — van al de schatten die de natuur hem aanbiedt. Zijn oogen rusten zacht op het groen dat in honderd schakeeringen zijn woning omgeeft ol over- schaduwd. Die reusachtige namnam, zoo rijk met vruchten beladen, kent hij reeds van zijn prilste jeugd; zijn vader plantte dien lang voor zijn geboorte. — En daarnaast die mangga, en die nederige nangka met zijn donkergroen blad, is er één tak waarop hij zijne voeten niet zette, waarom hij zijne handen niet klemde, als het oogenblik daar was om het rijpe ooft te plukken? — Van den al te weelderigen mangistan zal hij morgen een der zwaarste takken afhakken, om den anderen meer lucht te geven. — Ook gindsche ramboetan begint zijne armen te wijd uit te spreiden; hij belet den palmboom in zijn groei en doet de tjabé- struiken gevaar loopen om minder vrucht te zetten dan waartoe zij in staat zijn. Hij denkt hardop. Eigenlijk neuriet of zingt hij zijne gedachten op eentonige wijs. Of iemand naar hem luistert, wat komt dat er op aan? Hij neuriet voor zich, evenals zijn huurman het doet. Langzamerhand smelten de groene tinten ineen, verliezen de zware stammen en gespierde takken hunne scherp afgeteekende vormen. De oogleden van den zanger vallen half toe; zijn improvisatie wordt minder duidelijk. Thans onderscheidt hij beter de geuren van elk gewas; en als de oogleden geheel gesloten zijn, ontgaat hem geen toon van het uit zoo oneindig veel geluiden saamgesteld orkest, dal zich in en om den „stillen ’ kampong doet hooren.
[ 0.5066666603, 0.4099999964, 0.4392857254, 0.5899999738, 0.3849999905, 0.8399999738, 0.6700000167, 0.6100000143, 0.90200001, 0.5933333039, 0.6499999762, 0.6725000143, 0.6318181753, 0.6362500191, 0.4399999976, 0.7771428823, 0.5799999833, 0.6571428776, 0.8466666937, 0.4799999893, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000243.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000058.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000122.xml
86 HET MILITAIRE KAMPEMENT. Bechter aarzelde de hand aan te nemen, daar de zijne nog vochtig was van het soepvleesch dat hij juist had gesneden. „Hoe zou ’t gaan! Ik ben hier dadelijk ziek geworden, en bracht de eerste drie maanden in het hospitaal door; toen werd ik naar Kampong Makassar gestuurd om weer tot krachten te komen. Thans hen ik geacclimateerd en doe dienst sedert acht dagen.” „’t Is toch uw plan om vooruit te komen? gij zult de zes jaren die gij verplicht zijt te dienen, niet altijd gewoon soldaat willen blijven !” „Wat zal ik je zeggen,” antwoordde Bechter de schouders ophalende; „die ziekte heeft mijne goede plannen gedwarsboomd. Toen ik Den Haag verliet, was ik voornemens een nieuw leven te beginnen en hoopte in weinige jaren den officiersrang te verwerven. Tegenwoordig is ’t mij tamelijk onverschillig hoe ’t met mij gaat, — maar de majoor staat te wachten.” „We spreken elkaar spoedig nader, Bechter!” Ik zal verlof voor u vragen; dan kom ik u morgen afhalen en brengen we den dag samen door. Tot ziens!” En hem de hand drukkende, voegde Van Berkenstein zich weer bij de heeren. „Een oude kennis gevonden?” vroeg de majoor. „Ja! iemand, die verleden jaar nog tot de „jeunesse dorée” van de residentie be hoorde, die lid van „de Plaats” was en zijn eigen caricle reed. Zeer gezien bij de dames, goed musicus, kortom een jongmensch naar de mode.” „En?” „En? — een slecht administrateur, een liefhebber van écarté en van vrouwen. Bovendien geen andere titel dan die van Baron, geen betrekking, geen studie, geen kennis, alles negatief — zooals dit trouwens het geval is met veel jongelui van bemiddelde ouders. Bechter is nog een tijdlang student geweest, maar zonder te studeeren. Toen zijn geld op was, bleef hem niet anders over dan soldaat te worden. Hij verdween uit Den Haag, en al wat ik nog over hem hoorde spreken, was dat zijn liefje, een vrouw van geen twijfel achtige reputatie, de eenige was geweest die hem naar Harderwijk begeleidde. „Van dat soort van menschen heb ik er al veel hier zien komen,” merkte de majoor op. „Ze zijn de kosten van overvoeren niet waard, want zelden groeit er een goed soldaat uit. Doorgaans gaan die heeren spoedig ter ziele, omdat ze een ondermijnd gestel mede brengen en alle energie missen.” „Ik zou het toch jammer vinden als Bechter dienzelfden weg moest opgaan. Hij heeft een goed karakter en is van plan zich voor den officiersrang te bekwamen. Ik geloof echter dat het noodig is hem te steunen.” „Als gij er prijs op stelt en hij het verdient, wil ik wel het oog op hem houden.”
[ 1, 0.3833333254, 0.4022222161, 0.5989999771, 0.6628571153, 0.7237499952, 0.5749999881, 0.5749999881, 0.7333333492, 0.3799999952, 0.8333333135, 0.8824999928, 0.8100000024, 0.5460000038, 0.7066666484, 0.4099999964, 0.6633333564, 0.6633333564, 0.8299999833, 0.7518181801, 1, 0....
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000174.xml
124 EEN CONCERTAVOND IN DEN DIERENTUIN. „Dat die mijnheer Van Berkenstein nog zoo spoedig niet naar Holland teruggaat.” „Hij is ook van plan de geheele kolonie te bezoeken.” „Nu ja, dat weet ik wel, maar ik meen dat hij niet alleen lerugkeert. Gij zult zien dat hij hier nog trouwt.” Krip Senior draaide zich onrustig op zijn stoel om. „Bah!” riep zijn broeder. „Van Berkenstein is een geïncarneerde celibatair, die wel weerstand heeft geboden aan de verleiding der Haagsche schoonen.” „Nu, let maar eens op. Wij vrouwen hebben daarover veel beter oordeel en ver gissen ons zelden.” Was de wandeling van Van Berkenstein met den weduwnaar, die liet terrein van den Dierentuin met zekere gejaagdheid doorliep, in weinige minuten afgeloopen, nu hij met Ernestine ging en zich naar haar bedaarden tred regelde, duurde de wandeling langer. In den beginne werd er geen woord gewisseld. Men kwam Leeghancker tegen, die zich infor meerde naar de plaats waar Ernestines gezelschap zich bevond en zich derwaarts begaf: toen wandelde men verder. „ Sedert verscheidene weken heb ik niet het genoegen had u te ontmoeten, mejuffrouw Van Bosendal!” sprak haar geleider. „Gij zijt nu reeds lang genoeg hij den heer Krip, om mij te kunnen zeggen hoe de betrekking u bevalt.” „O! heel goed, mijnheer Van Berkenstein.” „Heel goed! dat gezegde is mij wel wat algemeen. Het is toch voor het eerst dat gij in betrekking zijt. Aan boord waart gij passagier, hij de familie Neerbosch logée; maar bij mijnheer Krip zijt gij gouvernante, dat wil zeggen dienstbaar.” „Dat heeft hij mij nog niet laten voelen.” „Zoo! dat is reeds veel.” „Hij heeft mij de leiding van alles overgelaten, en nog geen enkele aanmerking gemaakt.” „Het komt mij voor, dat zijn neerslachtigheid veel verminderd is, zooal niet geheel heeft opgehouden. Zijn tegenwoordigheid alhier strekt daarvoor tot bewijs. Is hij tehuis wat spraakzam er geworden V' „Over zijn stilzwijgendheid heb ik mij niet te beklagen. In het begin sprak hij veel over zijn overleden vrouw.” „En thans?” „Thans roert hij dat onderwerp niet aan. Hij schijnt het integendeel liever te ver mijden en het minder aangenaam te vinden als ik somtijds vraag hoe mevrouw oewoon was het een of ander te doen.” „Ontvangt hij veel menschen?”
[ 0.7133333087, 0.3466666639, 0.4741666615, 0.8799999952, 0.3300000131, 0.6336363554, 0.4050000012, 0.7599999905, 0.6175000072, 0.3199999928, 0.8254545331, 0.6399999857, 0.6066666842, 0.5814285874, 0.5074999928, 0.5924999714, 0.7314285636, 0.7772727013, 0.6025000215, 0.4550000131...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000136.xml
96 HET MILITAIRE KAMPEMENT. HE FOURÏER (iCT zijdè). De man is krankzinnig! ( Luid ). Zeker, mijnheer! Ziezoo, dit recept zal u bedaren; om het half uur een lepel. — Victor! Victor! waar zit ge? VOLGEND TOONEEL. de soldaat ( binnenkomende ). Wat verlangt mijnheer? DE FOERIER. Breng dit recept dadelijk naar de apotheek. DE KORPORAAL. Wat is dat! Ik ruik een vrouw. — Dokter! een vrouw! de foerier ( angstig ). Ónmogelijk, mijnheertje! DE KORPORAAL (vat den fourier bij de schouders , ziet hem woest aan , schopt hem, en danst met de kluchtigste sprongen met hem door de kamer , roepende:) Een vrouw, een vrouw! dokter, gij bedriegt mij. Uw laats ten droppel bloed om de beleediging te wreken! een vrouw! RE FOERIER. O wee! de St.-Vitusdans van de ergste soort! en hij laat mij niet los! De korporaal springt met zijn slachtoffer als een bezetene rond en eindigt met den fourier op den grond te werpen en op hem te vallen. „Bravo!” applaudiseerde de majoor Van Galen. „Dat belooft een vroolijke representatie. Wanneer zal de uitvoering plaats hebben?” Nadat de spelers zich weer opgericht hadden, antwoordde de fourier, eerbiedig de hand aan de verwarde haren brengende: „ Overmorgen, majoor!’' „Zoo! ik zal met mijn vrouw komen; zij zal zich stellig goed amuseeren. Als er iets voor het damestoilet mocht ontbreken, kan zij u wel helpen.”
[ 0.7099999785, 0.8333333135, 0.5899999738, 0.5870000124, 0.6100000143, 0.4842857122, 0.287499994, 0.7142857313, 0.5699999928, 0.3866666555, 0.6499999762, 0.8349999785, 0.3100000024, 1, 0.7549999952, 0.7216666937, 0.8766666651, 0.8199999928, 0.7933333516, 0.7400000095, 0.606666...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000193.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000160.xml
114 BATAVIA SC HE VOLK SEEESTEN. die onder het dragen trilde, heen en weer zwiepte en elk oogenblik dreigde le breken, waardoor het kind op den weg zou neerploffen. De stengel had het goed uitgehouden, zei ze, maar het kind was niettemin bezweken.” „Waaraan? door de vermoeienis?” vroeg Van Berkenstein. „Neen! nonna Antjie denkt dat liet gestikt is in den walm der toortsen en vetpotten, die bij zoon gelegenheid in grooten getale aan lange stokken medegevoerd worden om de groepen behoorlijk te verlichten. Ten minste toen bet kindje, dat gemakkelijk scheen te z itten — het hoofdje alleen buiten de kelk, maar altijd in ééne richting — van zijn ver heven standpunt werd genomen, was het dood. „Kassian!” zei nonna Antjie met vochtige oogen „betoel satoe engeltje, kassian!” — Dit jaar hebben de rijke Chineezen veel geld verdiend en belooft de optocht schitterend te zijn.” „Welk verband bestaat er tusschen de verdiensten der rijken en den optocht?” „Het nauwste verband, zegt Van Hal, en die weet het wel. „Ik heb allen eerbied voor de kennis van mijnheer Van Hal, mijn waarde! maar wat is dan dat verband ?” „Van Hal zegt dat, als een Chinees de eene of andere belangrijke onderneming op touw zet waarbij hij veel winnen, maar ook veel verliezen kan, hij vaak een gelofte doet dat bij welslagen hij één of twee tjinggé’s (vertooningen) voor den optocht der aan staande Tjap-gómee zal bekostigen. Dat is geen kleinigheid, zegt Van Hal, want er gaan duizenden guldens met den aanmaak alleen weg, en dan nog al het geld voor de dragers, voor belasting, enz. Hoe kunstig en mooi ook, vindt Van Hal dat er te veel geld aan ver knoeid wordt en dat het beter besteed zou zijn aan de ambtenaren op wachtgeld. „Misschien zou mijnheer Van Hal het nog beter vinden dat hij het alleen kreeg. „Dat is wel mogelijk. — Maar ik vergat u nog te vertellen dat Doosje ons de Dangsoe of Dansoe heeft laten zien, toen wij de hondenbruiloft bijwoonden. „De Dansoe?” „Ja. Toen de muziek van de Dansoe zich in de buurt liet hooren, zond Doosje er iemand heen om ze te halen. „Met een paar gulden zijt gij er af,” zeide hij, „en een wetenschappelijk man zooals mijnheer Leeghancker die onze kolonie met een bezoek vereert, moet toch met de Dansoe kennis maken. „De dames waren opgetogen toen zij hoorden dat de Dansoe besteld was, want zij zien het elk jaar met hetzelfde plezier. „Begeleid door een aantal nieuwsgierigen en toortsdragers, kwam een troep Inlandsche muzikanten het erf op en stelde zich zijdelings op, om plaats te maken voor eenige als heeren en dames verkleede Inlanders, die zich in ouderwetsche kostumes, liefst anderhalf of twee
[ 0.7233333588, 0.2428571433, 0.6800000072, 0.3050000072, 0.5475000143, 0.3755555451, 0.5333333611, 0.6140000224, 0.5366666913, 0.6516666412, 0.7614285946, 0.6399999857, 0.3000000119, 0.8725000024, 0.604285717, 0.9049999714, 0.6266666651, 0.7188888788, 0.7414285541, 0.5600000024,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000004.xml
*.
[ 0.3899999857 ]
683505866
en
0.169462
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000277.xml
-ff 1 I* x V-%.' •*'*'v** ^ ■ IK m mm. mm ■' ' ff f fff ifflk " 4 . */ ■'• t 4 * 4* 1 * *.;v- <*?&?* ' • •* fe£ M * * > * ' ’ ‘ m * •« 4 ‘ Wff ■' ff r , 4 •4 " < > * + ■*' - * ff»,, - - jf* *„ * * *** -ni ff v> V \* .■■ 4 - 4 * , -r i,ff - > - ■ ff.. ' » - ' : * , - * " *, : *:i*'* 4 > aSV ' 4 '*“' 4 ' *.* * ■-:, ': ,$if , ' ■ * 4 V V - i J ‘& .»■ * 'V .*, %■' > ,. ,. .-> "". - ■ 'v .'■■'■■.,l- Jj r üs, , • * : - ,; 4 ff ; -i,; ; i. 1 ,-. ‘* m 4 ' 4 , ff I; y." 4* > ■ .; :, + t * ' V • '&*+.■» ■ .«r ..... V v .* ' ' s 'f » -«fftffff :> ‘ff : 1 ' 4' ... . . **•.. V- : v.&i2i~ • :• J* t. -. 4 ' ‘ff ... 4 >- - - • '■ p ■ * ■ ■ 1 t .-'^ 'Mff-e fff, ffif.cr 1 ■*: -'■ , «.* -. ■ ',. v 4 i*,.'-ff 4 . ■- ■'.'■ ■ ■; .-ff/ff ff.»:.' 1 ■’■*’■ ■ t •■- sr-yi- .. . ™ >v ,-*■ ■> , ' ?'■ ' ’» ( y i ff.'ff-' ^Jt ff * f -P *■ .-- ,. ■ff;. ' t ;i t' ' [$*%■*■* f* * \ ■ I k , "' .-.. « ■ -W-.. ' ' ■ * -■ *\ : * ■ ^ ^ ff- ffff ; 4 ff,ffffff%.' .*«4-fff «fff; ,• ■l * V*.* 'v * : - > J . ' .. »■ ' • .■ 7*4 ; . ■ ■. * ff ff f: <■. ■■ -.. ■- - •. ï 4 :f' r ^'C^- .. ' •*; . ' '.C. V,. ; X ^ ^ •* i .-^ ‘•ff Mt-*C ;4 : , *: .< » ; . .- - *■ 1 , 1 |; fff ^ ■ ■i.. .' J ' i 'ff- E «(■ ■ s. * « % ffff -ff-Ssff. ff*/- Ê 9 ÉS 1 ^ ••* ;v 4 .' 4 r-
[ 0.4699999988, 0.2300000042, 0.2450000048, 0, 0.5680000186, 0.2962499857, 1, 0.2800000012, 0.4250000119, 0.009999999776, 0.09333333373, 0.01499999966, 1, 0.3100000024, 0.6800000072, 0, 0.400000006, 0.6100000143, 0.2099999934, 0, 0.6499999762, 0.1850000024, 0.5266666412, ...
683505866
vi
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000036.xml
18 YAW BOORD WAAR WAL. vormden met hunne getraliede openingen zulk een mooi geheel. U ziet wel, de tramweg loopt er nu rechts en links langs; voordat ik met verlof ging, had men tot dat einde al een gedeelte van den muur opgeruimd, maar nu bestaat er niets meer van,” zuchtte hij.— „Nu,” ging mijnheer Krip voort, zich zijn eigen opmerking verwijtende, „over die zwarte heelden in de nissen zijn de geleerden het niet eens. Men heeft al beweerd, dat zij Mars en Mercurius moeten voorstellen. Maar die heeren droegen toch geen leeren stevels. Ik voor mij houd het er voor, dat het soldaten van den tijd der Compagnie verbeelden, de een met zijn lans zoogoed als de andere met zijn hellebaard, en dat het dezelfde beelden zijn die volgens Valentijn in de poort stonden van de woning van den Gouverneur-Generaal. — Maar wat is dat? de mooie laan van de poort naar de stad ook al weg!” Na dien uitroep hervatte hij: „Nu zou ik het belangrijkste nog vergeten, doch daarvoor moet ik de heeren verzoeken een honderd pas terug te gaan.” „Teruggaan!” zeide Leeghancker, de droppels van zijn voorhoofd vegende, „dat doe ik niet.” „'t Is toch wel de moeite waard, mijnheer! Geen vreemdeling zal ooit verzuimen het heilige kanon te bezichtigen; en de inlanders komen van heinde en ver om hier te offeren, vooral de vrouwen. Er bestaat een legende omtrent dat kanon. „En die is?” vroeg Van Berkenstein met eenige belangstelling. „Die kan ik niet vertellen vóórdat gij het kanon hebt gezien.” Toen mijnheer Krip zijne toehoorders nog zag weifelen, voegde hij er met een schalkschen glimlach bij : „ 't Is iets heel curieus! Ik ben zeker dat de heeren nooit jonge vrouwtjes een stuk oeschut hebben zien omhelzen.” o „Een stuk geschut omhelzen! waarom doen zij dat?” „Dat zal ik u zeggen als wij er bij zijn.” Hij had nu de nieuwsgierigheid genoegzaam geprikkeld om zeker te zijn dat het gezelschap hem zou volgen. Rechtsomkeert makende, geleidde hij liet ook zonder moeite naar de plaats waar een groot oud Portugeesch kanon op den grond lag, versierd met ver welkte bloemen en miniatuur pajongs, terwijl het verschroeide en platgetrapte gras daarom heen de sporen droeg van herhaalde wierook-verbranding. „De heeren moeten weten, dat er te Bantam een ander kanon ligt van denzelfden maker en volkomen gelijk aan dit. Bij den inlander heerscht het geloof, dat op den dag waarop deze twee stukken bij elkaar komen, het met de heerschappij der Hollanders op Java gedaan is. Daar het niet te verwachten is dat de Hollanders dat kanon naar Bantam of dat van Bantam herwaarts zullen brengen uit loutere liefhebberij om het bijgeloof te
[ 0.8000000119, 0.4399999976, 0.3819999993, 0.1199999973, 0.7225000262, 0.4328571558, 0.853333354, 0.5299999714, 0.6340000033, 0.7088888884, 0.6274999976, 0.6433333158, 0.6175000072, 0.7942857146, 0.2399999946, 0.7024999857, 0.5299999714, 0.8000000119, 0.8471428752, 0.5019999743,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000138.xml
TIENDE HOOFDSTUK D e ruime vestibule van het stadhuis te Batavia was gedurende den voormiddag bijzonder bezocht geweest. Een aantal Maleiers, Chineezen, Arabieren en zelfs eenige Europeanen hadden daar hun beurt afgewacht om binnengelaten te worden in de deur links, waarvoor een Inlandsche politie-agent of oppasser — bij verbastering „oepas” of „ oppas’' genoemd — op post stond. Geknevelde en ongeknevelde arrestanten onder bewaking van politie-dienaren, schouten of Europeesche distriktshoofden, kommandanten en adjudanten of Inlandsche distriktshoofden, waren af en toe aangekomen, de steenen trappen opgegaan, en na eenigen tijd gewacht te hebben, of ook onaangediend, de deur links binnengegaan. Omstreeks één uur nadenmiddag bleven er nog slechts enkele personen over, toen de heer Yan Berkenstein de vestibule binnentrad, zich tot den dienstdoenden oppas wendde, en — na zijn naam genoemd te hebben — onmiddellijk werd binnengelaten door dezelfde deur links. Het vertrek waar die deur toegang tot verleende, bestond uit een groote kamer, met geplaveiden vloer, witte muren en bruingeverfden plankenzolder, die ondersteund werd door balken van dezelfde kleur. Langs de wanden stonden djattiehouten banken, terwijl op een verhooging van den vloer die tegenover de deur een gedeelte van het vertrek besloeg, een tafel in het oog viel, bedekt met een groen kleed. Kenmerkte zoowel het inwendige der kamer als het meubilair zich door eenvoud, men kon niet ontkennen dat het geheel een ernstige tint droeg. Op een ouderwetscben armstoel toch zat achter genoemde tafel in al zijn waardig heid de heer Krip Junior, assistent-resident van politie. Bij de estrade stond een schout, in blauwe jas met zilveren knoopen, naast een net gekleed Inlander die de politierol voorlas. Op de houten banken langs de wanden zaten eenige deftige Inlanders, — waarvan een enkele een tulband in plaats van een hoofddoek droeg, — die aandachtig luisterden naar
[ 0.5583333373, 0.3677777648, 0.2599999905, 0.4900000095, 0.8159999847, 0.6777777672, 0.3799999952, 0.6800000072, 0.6512500048, 0.5450000167, 0.8614285588, 0.6399999857, 0.5922222137, 0.7300000191, 0.7129999995, 0.8722222447, 0.6214285493, 0.6374999881, 1, 0.8283333182, 0.80222...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000002.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000201.xml
VIJFTIENDE HOOFDSTUK. 20 Mei. H oe langer ik het kampongsleven geniet en mij onder de bedaarde kampongbewoners beweeg, des te meer kom ik tot het besef dat ook hier — evenals overal waar menschen zijn — dezelfde driften werken. Dat ik mij in den aanvang in mijne beoordeeling vergiste, is niet te verwonderen. Wie toch zou vermoeden, dat onder de gladde oppervlakte der kalme zee voortdurend strijd wordt gevoerd, dat zelfs op verschillende diepten krachtige stroomen zich in tegengestelde richtingen bewegen ? Het eentonige, gelijkmatige bedrijf van den kampongbewoner, de groote kalmte in al zijn doen en laten, doet bij een vluchtige aanschouwing aan een idyllischen toestand Relooven. Geeft ge u echter den tijd tot nauwkeurige waarneming, dan ontwaart ge dat ook hier de schijn bedriegt. Al heeft de Oosterling een eigenaardige wijze van zich voor te doen, in zijn binnenste sluimeren dezelfde gewaarwordingen en gemoedsbewegingen die in het hart van den Westerling omgaan. En even als door één stormwind de kalme zee plot seling van gedaante verandert en met onweerstaanbaar geweld alles vernielt wat haar in den weg staat, wordt ook de kampongbewoner onherkenbaar, als zijn lang bedwongen driften aan het zieden gaan. Hoewel ik zulk een uitbarsting nog niet zag, en er ook niet naar verlang, omdat die nooit zonder gevaar is, ondervond ik toch al dat de kalmte van den inlander slechts een aangeboren masker is, waarachter hij zijne menschelijke aandoeningen meesterlijk weet te verbergen. Toen ik bij Aliman mijn intrek nam, ontbrak mij alle lust tot praten. Ik was te veel vervuld met het verledene, om behoefte te gevoelen met wien ook in eenige aanraking te komen. Indien het mij te doen geweest ware om het vertrouwen bij mijne nieuwe om geving op te wekken, ik had geen betere houding kunnen aannemen. De eerste die het ijs 37
[ 0.5929999948, 0.4460000098, 0.3650000095, 0.8125, 0.5299999714, 0.7049999833, 0.573333323, 0.8299999833, 0.6433333158, 0.716923058, 0.7433333397, 0.9549999833, 0.5333333611, 0.7459999919, 0.75, 0.8824999928, 0.7906666398, 0.8485714197, 0.6833333373, 0.9900000095, 0.8525000215...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000166.xml
118 EEN CONCERTAVOND IN DEN DIERENTUIN. hoe ook — zelden was er zulk een talrijk gezelschap in den Dierentuin vereenigd als juist dezen avond. Men wist, dat bij gelegenheid der bloemententoonstelling, het programma iets uitgebreider zou zijn en de meest populaire muziekstukken bevatten; de een had den ander overgehaald om tegenwoordig te zijn, en zoo was het gekomen dat half Batavia hier samentrof. Een rijtuig met twee heeren reed stapvoets — door de menigte leege rijtuigen die men ontmoette — langs den weg naar Mataraman, liet dien naar de brug van Parapattan voerende links liggen, en draaide iets verder — lusschen twee hooge gaslantaarns, die rechts en links van het wijdgeopende ijzeren hek stonden — het terrein van den Dierentuin binnen. Op een verbreeding van den weg, waar reeds een vijftigtal rijtuigen stonden, liet Van Berkenstein halt houden, stapte met Leeghancker uit, en wandelde langs het hoofdge bouw en den muziektempel naar de plaats, waar, onder het lommer van prachtige karet- en ficusboomen, het publiek aan tafeltjes zat in het volle licht van een groot aantal gasvlammen. „Het heeft er veel van of wij in Holland een park of publieken tuin binnenkomen,” merkte Leeghancker op. „Ik heb meermalen hooren zeggen,” antwoordde zijn makker, „dat men hier in den Dierentuin, zich vaak in Holland verplaatst gevoelt. De inrichting is waarlijk geheel Euro- peesch; alleen die schoone boomen vindt men bij ons niet.” „En de Maleische bedienden evenmin. Toch zie ik dezen liever dan de ongedres seerde Haagsche zwartrokken uit den Zoölogischen Tuin bijvoorbeeld.’ „Wie groet gij daar?” „Mevrouw Keremans, de vrouw van den kapitein die het detachement troepen aan boord kommandeerde.” „Ja wel, ik herken haar. Ik wil haar wel eens goedendag zeggen; wij zijn toch hier gekomen om onze kennissen op te zoeken.” Kapitein Keremans, die in burgerkleeding zijne vrouw vergezelde en daarom niet dadelijk door de heeren was opgemerkt, liet een paar stoelen bijzetten. Het gezelschap bestond uit verscheidene dames, van welke er eene Leeghancker toesprak. „Djiess! mijnheer Leeghancker, u kent mij niet meer?” Leeghancker maakte zijne excusen. Hij had mevrouw De Valk niet gezien, en dacht dat zij reeds lang te Grissée bij haar man zat. „Mijn man, hij wil mij niet (bij zich) hebben,” zeide zij lachend. „De Valk logeert zelf bij den secretaris. De residentiehuis wordt heel nieuw opgetrokken, en nu ik nog altijd te Meester Cornelis. — De Valk hij schrijft, zoo vervelend zonder mij. — Ik zeg, wel eens goed hij ondervindt hoe vervelend zonder vrouw. — En hoe maakt het nonna Antjie? Ja,
[ 0.853333354, 0.3700000048, 0.3316666782, 1, 0.7099999785, 0.6381818056, 0.5299999714, 0.5933333039, 1, 0.5249999762, 0.3000000119, 0.7900000215, 0.7124999762, 0.9466666579, 0.6842857003, 0.5929999948, 0.6850000024, 0.4933333397, 0.6340000033, 0.7200000286, 0.7733333111, 0.3...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000074.xml
48 EEN WACHTELf.TK AVONTUUR. Licht brandde nergens, noch in de galerij waar de vlijtige nonna, ’s avonds zat te werken, noch in een der naburige huizen. Tastende vond Leeghancker den ingang; de deur stond aan, maar bij de eerste poging om die te openen, knarste en kraakte zij in hare ontwrichte bamboezen scharnieren. Gelukkig werd dat verraderlijke geluid gesmoord door het gekletter van den regen op de groote pisangbladeren, en op den gladden, klei- achtigen bodem. Bij den tweeden ruk week de deur voldoende om den doorgang te ver- leenen aan Jonkheer Leeghancker en zijn parapluie. Vier schreden verder stond het nederige bamboe-huisje van de nonna. Op een afstand lag een hongerige kamponghond op de jam- merlijkste wijze te huilen. Een oogenhlik weifelde Leeghancker, omdat hij er zich een gewetenszaak van maakte de rust van het lieve kind te storen. Hij herinnerde zich evenwel dat Raksa het geval voorzien en hem van tikken aan het venster gesproken had. De regen viel bovendien met stroomen neder, en daarom naderde hij onverschrokken liet eerste vensterluik links, dat ook van bamboe was gemaakt, en tikte. Een minuut later likte hij nog eens, doch toen met meer kracht. Er ontstond beweging binnenshuis. Men stak een lampje aan, want een flauwe licht straal schoot door den doorluchtigen wand. De nonna maakte zich zeker gereed om hem binnen te laten. Juist wilde Leeghanker zich naar de deur begeven, toen het vensterluik half open ging en een poezelige arm zich naar hem uitstrekte ? neen!.... een stuk hout of zware bamboe uitgestoken werd en zoo onzacht op zijn parapluie neerkwam, dat deze, aan flarden geslagen, aan zijn hand ontzonk. Gelijktijdig riep een mannenstem luidkeels om hulp; de stok verhief zich andermaal, en zou op het hoofd van Leeghancker neergekomen zijn, als deze niet ijlings teruggesprongen was. Blijkbaar had hij zich in de woning vergist; misschien was hij verkeerd door Raksa ingelicht. Hoe het zij, hij besloot rechtsomkeert te maken, te meer omdat het geschreeuw aanhield en er zich reeds stemmen lieten hooren in de aangrenzende woningen. Door te veel haast te maken, gleed liij uit en viel in een waterplas; en nog voordat het hem gelukte den grooten weg te bereiken, was de geheele kampong Ketapang in rep en roer, en kwamen van alle kanten menschen aanloopen, met stokken, obors (flambouwen) of lan taarns gewapend. Had Leeghancker nu maar zijne kalmte bewaard, het zou hem niet moeilijk zijn gevallen zich van zijne vervolgers te ontslaan. Alles hing af van de houding die hij aannam. Doch door het rumoer het hoofd verliezende, zette hij het op een loopen en versterkte daardoor de meening der kampongbewoners dat hij een dief was. „Grijpt den dief,” riep
[ 1, 0.3899999857, 0.6145454645, 0.3222222328, 0.6660000086, 0.7157142758, 0.5874999762, 0.7124999762, 1, 0.8050000072, 0.6542857289, 0.6399999857, 0.9499999881, 0.6962500215, 0.8916666508, 0.7049999833, 0.6633333564, 1, 0.8700000048, 0.7471428514, 0.6850000024, 0.5849999785,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000023.xml
EEN KOUDE DECEMBERDAG. 5 hij zich op een der fauteuils die in een halven kring om den haard waren geplaatst, en gat zich nu ongestoord over aan de gedachten die hem bezig hielden. „Waarom niet naar de Oost?” Die woorden, losweg door Yan Warnsveld gezegd, herhaalde Van Berkenstein hier. „Wat belet mij naar de Oost te gaan?” sprak hij halfluid. „Hetgeen ik hier uitvoer, heeft zoo weinig te beteekenen dat ik mij begin te schamen over de onbeduidendheid van mijn leven. Vertegenwoordiger van het distrikt A, bah! Mijne illusiën om als zoodanig mijn land nuttig te zijn, zijn vervlogen; de kiezers zullen om mij niet treuren en spoedig iemand vinden, die beter dan ik voor „hun” belangen pleit. Die partij politiek stuit mij reeds lang te°en de borst, en in den gemeenteraad zullen velen nnjnei geachte collega s blij zyn als ik voor het lidmaatschaap bedank; een wijsneus minder, zullen ze zeggen, die onze hande lingen persifleert en altijd met nieuwigheden aankomt. — Voor de rest, vervolgde hij met een zucht, ik vind haar toch niet terug. Geruimen tijd bleef hij met een ernstige plooi in het gelaat strak in het vuur staren; toen sprong hij op, schoof de zware portière weg die voor de achterkamer hing, zette zich daar aan het bureau en schreef gedurende een paar uren een aantal brieven, die alle betrekking hadden op liet pas genomen besluit. Een dier brieven was van den vol genden inhoud: Waarde Luigi! Over eenige dagen kom ik weder in uw heerlijk vaderland, maar niet om er mij op te houden. De dagen van hoop en illusie zijn voorbij: ik verwacht niets meer van het grillige noodlot. De geestkracht ontbreekt mij, om mijne nasporingen opnieuw te beginnen of te vervolgen. Ik geloof niet meer aan een ontdekking, waarvoor ik vijf jaren lang al het mogelijke deed en waarbij gij mij zoo trouw ter zijde stond; ik geloof alleen dat een ont dekking tot een nieuwe teleurstelling zou leiden. Thans ga ik naar Indië, naar onze koloniën. Een Nederlander die nimmer in Indië was, is tegenwoordig maar een halve Nederlander. Onze maatschappij, althans de kring waarin wij ons bewegen, bestaat voor een groot deel uit Oosterlingen; onze belangen zijn zoo nauw verbonden met die onzer koloniën, dat velen zich geen Nederland meer kunnen denken zonder koloniën. Kortom, iemand die niet gevaar wil loopen telkens met den mond vol tanden te staan, is wel verplicht zelf eens in Indië een kijkje te gaan nemen. Dit moet U wel vreemd in de ooren klinken, die niets liever verlangt dan altijd uw donkerblauwen hemel te zien; toch is ’t zoo. Onder dit voorwendsel ga ik dus op reis. Gij alleen weet dat ik nog een nevendoel
[ 0.646666646, 0.4720000029, 0.4458333254, 1, 0.5033333302, 0.5975000262, 0.5049999952, 0.4433333278, 0.7266666889, 0.676666677, 0.5799999833, 0.7450000048, 0.7166666389, 0.4883333445, 0.55400002, 0.8899999857, 0.6800000072, 0.8820000291, 0.4860000014, 0.7979999781, 0.444999992...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000132.xml
94 HET MILITAIRE KAMPEMENT. he soldaat (beschaamd zich afwendende). Mijn oom en voogd heeft mij gedwongen dit mannenpak aan te doen. Wat hij daarmede voorheeft, begrijp ik niet. Hij houdt stelselmatig iederen heer uit zijne — of eigenlijk uit mijne woning (want dit huis behoort mij) uit vrees dat iemand mij ten huwelijk zal vragen. Die akelige man herhaalt mij dag aan dag het verzoek om zijn vrouw te worden. De oude vrek wil het vermogen, dat hij sedert den dood mijner ouders bestiert, voor zichzelf houden; en alleen de hooge som, die gij hem aanboodt om hier gedurende het badseizoen in te wonen, heeft hem bewogen u in huis te nemen. DE KORPORAAL. Dat niet alleen. Ik heb hem wijsgemaakt dat ik een zonderlinge ziekte heb. DE SOLDAAT. Dat is gewaagd, want oom is dertig jaren lang baddokter geweest en dus niet gemakkelijk te misleiden. de korporaal. Ik heb hem verteld dat ik een ontembare vrouwenhater ben, en hevige zenuwtoe vallen krijg als ik slechts even met een vrouw in aanraking kom. Nadat hij mij eenige vragen had gedaan, zeide hij dat dit een interressant geval was en ik aan den Sint-Vitusdans leed. — Juist, antwoordde ik, dat is mijn kwaal. Waar ik kom mijnheer! overal ontmoet ik die verfoeilijke wezens; ik heb de wereld rondgereisd om een plekje te vinden waar geen vrouwen zijn, maar tevergeefs! altijd stoot ik op die plaag der menschheid. Ik wil een millioen, ja mijn geheele vermogen vermaken aan hem, die mij de zoo vurig ver langde rust weet te bezorgen. — Toen bood uw voogd zijn huis aan, zeggende: ik woon alleen, in de grootste afzondering, met een jong mensch, een neef, die mij bedient en die u ook zou kunnen bedienen, indien gij onder mijn nederig dak zoudt willen huizen. — Als dat zoo is, antwoordde ik, dan wordt ik van stonde aan uw huisgenoot. Wees zoo goed morgen een notaris te ontbieden om mijn testament te maken. DE SOLDAAT ( lachend ). O! nu begrijp ik die gril van mijn voogd. Maar stil, ik hoor hem komen. DE KORPORAAL. Blijf hij de hand, mijn engel! {Hij drukt den soldaat nog een zoen op de
[ 0.7350000143, 0.4833333194, 0.5155555606, 0.5860000253, 0.625, 0.5771428347, 0.5120000243, 0.7450000048, 0.5833333135, 0.4575000107, 0.6666666865, 0.4850000143, 0.6299999952, 0.7379999757, 0.7599999905, 0.5911111236, 1, 0.7022222281, 0.6666666865, 0.6299999952, 0.7940000296, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000239.xml
CONCERT OP HET PLEIN. 175 niet zonder in één adem de gezelligheid der woning te roemen waarin gij zoo gastvrij zijt opgenomen.” „Ik heb toch altijd hooren zeggen dat de natuur hier eenig schoon is,” zeide Ernestine. „Onvergelijkelijk schoon, dat bevestig ik; maar ook ongelooflijk eentonig. De weel derigste plantengroei zonder afwisseling verveelt gauw. Toujours des perdreaux! altijd groene bosschen, om het even of gij naar de diepste valleien dan naar de hoogste bergen kijkt; het bebouwde land is even groen als de wildernis; van de dorpen ziet gij niets dan het groen der hoornen waarin zij verscholen zijn. Alleen in de hoogere regioenen, waar de bazalt of graniet zich door de aardlaag naar boven heeft gewerkt, krijgt gij een anderen tint te zien; maar vroolijk is ’t daarom nog niet. Hoe geheel anders moet dat zijn in de berglanden van Europa, waar de schoonste plekken door kerken met spitse torens, door villa’s, dorpen, kloosters en fabrieken versierd worden; waar de groene wijnstok aan den voet van een kristal helderen gletscher wast, waar men onder den damp van locomotieven, spoortreinen tegen de steilste berghellingen ziet opklimmen, waar op een schijnbaar onge naakbaar punt een paleis staat, om u te herbergen en bij het ontwaken een zonsopgang te doen aanschouwen zooals gij dien nergens zaagt.” „Van de toppen der tienduizend voeten hooge bergen die men op Java vindt zal een zonsopgang toch ook wel een prachtig gezicht opleveren,” meende Van Berkenstein. „Toch niet! Wij hebben het althans een paar malen beproefd, toen de gelegenheid zich daartoe aanbood; wij hebben er kou en gebrek voor geleden, omdat er in een onher bergzaam oord overnacht, en voor dag en dauw langs ongebaande wegen den top bestegen moest worden. Maar zelfs bij helder weer is de lucht doorgaans te veel met dampen be zwaard om doorschijnend genoeg te blijven.” „Uwe beschrijving, mevrouw! van het reizen op Java is niet zeer opwekkend. Het is mij echter dikwijls gebeurd dat ik geheel gedesillusioneerd opreis ging en toch voldaan terugkeerde. „Het zou mij leed doen wanneer ik u eenige illusie benam; dat lag niet in mijn plan. Wat mij persoonlijk tegenviel, kan door een ander des te meer gewaardeerd worden. Reisindrukken hangen veel af van omstandigheden en van individueele opvatting. Gij zult mij toegeven, dat het genoegen van reizen veel afhangt van onverwachte ontmoetingen, van kennissen die men maakt, van avonturen die men heeft. Nu, van dat alles is op Java geen kwestie. Gij weet vooruit, bij wien gij ’s avonds zult aanlanden; gij ontmoet niemand die uwe nieuwsgierigheid opwekt, want als gij elkander niet kent, komt gij er toch dadelijk achter. Het eenige avontuur dat zich kan voordoen, is dat een as of een wiel van uw wagen breekt, of dat de ongedresseerde postpaarden in alle richtingen loopen behalve in de goede ”
[ 0.6585714221, 0.3100000024, 0.5500000119, 0.6449999809, 0.7066666484, 0.7174999714, 0.6750000119, 0.9700000286, 0.5199999809, 0.5950000286, 1, 0.6850000024, 0.6299999952, 0.7933333516, 0.8399999738, 0.9166666865, 0.6899999976, 0.5433333516, 0.8466666937, 0.7699999809, 0.81499...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000029.xml
VAN BOORD NAAR WAL. 11 onderwerp van karakterstudie uitgemaakt. Als zij de baboe afsnauwde en uitschold, of de kinderen ruw en hardvochtig behandelde, zag hij een ongevoelige meesteres en ontaarde moeder in mevrouw De Valk. Pronkte zij in morgengewaad reeds met groote diamanten en sprak zij in tegenwoordigheid van personen, die misdeeld waren van aardsche goederen, van de soesah welke haar twaalf bedienden haar veroorzaakten, van het vierspan waarmede zij gewoon was te rijden en van de achthonderd baboe s grond die haar vader met suiker riet beplant had, dan hield Van Berkenstein haar voor een onverstandige, ijdele, onbe schaafde vrouw. Merkte hij evenwel op, dat diezelfde dame hij vlagen de grootste goed hartigheid aan den dag legde, bewijzen gaf van de meest overdreven gulheid, dat zij na eiken driftbui de baboe met geschenken overlaadde, de kinderen door zwakke toegevend heid bedierf, dat zij geen leed kon zien, ja zelfs over geen leed kon hooren zonder bewo gen te worden en met een „kassian” klaar te staan te helpen, waar hulp leeniging kon aanbrengen, dan verklaarde hij zicb die tegenstrijdigheid in hetzelfde individu niet. „Ja, mijnheer Van Berkenstein, nou u zult zien, in Batavia beter als in den Haag. Nou tempo mangis, ik zal u van middag laten proeven, lekker ja! anders als appels van Lensing, flauwe kost, — Hier, monjet! (aap) riep ze in het maleisch een kind toe, dat van de baboe wegliep. Als je niet beter oppast, baboe! houd ik je een maand loon af. — Ik ben nieuwsgierig, vervolgde ze weer op haar gewonen toon, of De Valk al tot resident benoemd is; hoop maar te Grissee. U komt dan bij ons logeeren, ja! mijnheer Berkenstein.” Maar voor dat deze tijd had te antwoorden, richtte zij het woord tot de vrouw van den kapitein die liet detachement soldaten aan hoorei kommandeerde: „Tobat! mevrouw Keremans! is dat al jou barang-barang (bagaadje) kassian! alleen dat kleine valies?” Mevrouw Keremans, hoe gewoon ook aan de onbescheiden, soms kwetsende ge zegden van mevrouw De Valk, voelde toch dat een lichte blos over haar gelaat ging, maar antwoordde kalm: „Keremans heeft onze koffers naar voren doen brengen om met de goederen van het detachement verzonden te worden. „Hoeveel koffers heb jij? Ik heb dertien, en dan een meubilair van Horrix, dat afzonderlijk met een zeilschip is verzonden. Mijnheer Van Berkenstein weet wel, Horrix in Den Haag. Tobat, Horrix mooie meubels! — De Valk zegt: ja, peperduur. Ik zeg, komt niet op aan; als wij later vendutie, krijg soms meer geld voor terug. — Gaat mevrouw ook met de soldaten?’ „Ik blijf bij mijn man, antwoordde mevrouw Keremans, en die verlaat de boot niet, -vóór dat de Tjiliwong terugkomt om de troepen af te halen.”
[ 0.1533333361, 0.200000003, 0.2549999952, 0.6875, 0.9100000262, 0.5400000215, 0.6833333373, 0.6399999857, 0.7763636112, 0.3466666639, 0.5833333135, 0.8149999976, 0.5320000052, 0.425555557, 0.5249999762, 0.5749999881, 0.6899999976, 0.8799999952, 0.8262500167, 0.7633333206, 0.37...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000226.xml
164 UIT HET LEVEN VAN NONNA ANT.TIE. Dit scheen meer de belangstelling van Van Berkenstein te trekken, want hij zag Krip vragend aan. „Ja,” vervolgde deze, „ik begrijp hare weigering niet; want mevrouw Neerhosch wilde haar ook het maandgeld laten behouden dat zij bij mijn broer verdient, en bovendien schijnt zij niet tevreden in hare tegenwoordige betrekking.” „Niet tevreden?” „Alles behalve! Om u de waarheid te zeggen, doet hel mij ook daarom genoegen dat gij weer hier zijl Het gaal hij mijn broer niet goed. Wat er is, weel ik niet; maai er hapert iets aan. Mijn broer is nog meer gedrukt en in zich zelf gekeerd dan na het overlijden zijner vrouw; hij vermagert bij den dag, terwijl Ernestine er uitziet of zij haar plezier wel op kan. Mijne vrouw maakt allerlei veronderstellingen en beweert dat gij de eenige zijl die het raadsel zoudt kunnen oplossen.” Van Berkenstein verloor geen woord van het gesprokene, ofschoon hij strak voor zich bleef zien en niets zeide. „Wal dunkt u,” vervolgde Krip, „als gij nog van avond eens naar de Secretarie- laan gingt? Mijn broer bevindt zich sedert een paar dagen te Buitenzorg, omdat de gou- verneur-generaal hem elk oogenblik op het paleis ontbieden kan om over de zaken te spreken die aan de order zijn. Gij vindt dus Ernestine naar alle waarschijnlijkheid alleen. Wil ik u er heen rijden? het ligt toch op mijn weg.” „Met genoegen,” antwoordde Van Berkenstein ópstaande. „Het was toch mijn plan uw broer en Ernestine morgen een bezoek te brengen.” Mejuffrouw Van Bosendal deed geen poging om hare vreugde te verbergen, toen Van Berkenstein de achtergalerij binnentrad. „Uwe afwezigheid duurde zoo lang,” zeide zij met een blijden glimlach hem te gemoet gaande, „dat wij aan uw terugkomst begonnen te wanhopen.” „Ik had een tijd van volkomen afzondering noodig,” luidde het antwoord, „om te herstellen van een schok die mij op het onverwachtst trof.” „En heeft de eenzaamheid het gewenschte gevolg gehad?” vroeg Ernestine. „Ja! ik ben genezen. Had de gelegenheid zich aangeboden, ik zou u reeds eerder toevertrouwd hebben wat nog slechts een enkel persoon bekend was. Jaren lang joeg ik een hersenschim na, een schim die verdween als ik haar nabijkwam, een schim in de ge daante eener vrouw.” Een oogenblik hield Van Berkenstein op. De oogen onafgebroken op hem gevestigd, luisterde Ernestine met gespannen aandacht naar hetgeen volgen zou. „Ik zal kort zijn,” ging hij voort; „later zult ge meer bijzonderheden vernemen. —
[ 0.7799999714, 0.7433333397, 0.5966666937, 0.3639999926, 0.2466666698, 0.6499999762, 0.5950000286, 0.5600000024, 0.5966666937, 0.5500000119, 0.7400000095, 0.6407142878, 0.4066666663, 0.7833333611, 0.6227272749, 0.4600000083, 0.7212499976, 0.9649999738, 0.6433333158, 0.676666677,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000173.xml
EEN CONCERTAVOND IN DEN DIERENTUIN. 123 en roemt en recommandeert gij het meisje, en nu tracht gij haar in een ongunstig licht te stellen.” „Volstrekt niet,” hernam Van Berkenstein. „Ik heb u indertijd mejuffrouw Van Ro- sendal aanbevolen, omdat zij op mij een gunstigen indruk had gemaakt. Wat ik nu zeg, is de opinie van een ander over haar. Ik mag u die niet verzwijgen.” „Kom, kom! dat beteekent niets. Mevrouw De Graaf kan niet in de schaduw staan van Ernestine. Hel oordeel van vrouwen over elkaar is doorgaans zoo hardvochtig en onbillijk mogelijk. Ernestine is schoon, en dat is genoeg om ” „Zoo! vindt gij haar schoon?” „Ja, meer dan dat, innemend in de hoogste mate,” riep de weduwnaar opnieuw in geestdrift ontgloeiend. „Nu, des te beter voor u,” antwoordde Van Berkenstein op luchtigen toon. „Het is prettiger tegenover een lief gezichtje te zitten, dan altijd op een zure tronie te moeten staren.” Toen de heeren zich weder bij hun gezelschap voegden, ontging het Van Berkenstein niet, dat de referendaris zich dadelijk meester maakte van de plaats naast zijn gouvernante, welke plaats toevallig beschikbaar werd door het vertrek van een bezoeker. Van Berkenstein haastte zich niet, doch vernemende dat de pauze juist was begonnen, stelde hij Ernestine voor een wandeling te maken. Toen deze een oogenblik aarzelde, was de tusschenkomst van mevrouw Neerbosch noodig om haar te doen opstaan. „Ja! Ernestine! ga eens wat beweging nemen; wij zullen mijnheer Krip wel gezel schap houden,” zeide mevrouw Neerbosch. Mijnheer Krip sprak geen woord, doch volgde zijn gouvernante met de oogen, toen deze zich aan den arm van Van Berkenstein langzaam verwijderde. „Een knap paar,” merkte mevrouw De Graaf op. „Ik moet erkennen dat ik Ernestine aan boord verkeerd heb beoordeeld; wat ik voor coquetterie hield, was niets anders dan natuurlijke innemendheid, — dat blijkt mij nu duidelijk.” „Ik wil even openhartig zijn,” antwoordde mevrouw Neerbosch. „Door u ingelicht, zag ik in Ernestines omgang met Neerbosch een fijn berekende behaagzucht, die mijne jaloezie dikwijls in hooge mate opwekte; ik geloofde niets aan dat gevoel van erkentelijk heid voor Ernestines vader, waarvan Neerbosch altijd den mond vol had.” Mijnheer Neerbosch glimlachte met zekere genoegdoening. „Ja,” vervolgde zijn echtgenoote, „gij mannen zijt niet te vertrouwen. Met Ernestine maakt het een uitzondering.” „Weet gij wat ik denk?” vroeg mevrouw De Graaf. „Wat dan?”
[ 0.4300000072, 0.5091666579, 0.5, 0.4099999964, 0.6609091163, 0.4099999964, 0.3950000107, 0.5440000296, 0.5849999785, 0.733846128, 0.6633333564, 0.6333333254, 0.7985714078, 0.3449999988, 0.3300000131, 0.8333333135, 0.7633333206, 0.8450000286, 0.4799999893, 0.926666677, 0.61333...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000263.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000001.xml
uniniimi)
[ 0.3333333433 ]
683505866
en
0.169462
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000054.xml
32 DE EERSTE DAG TE BATAYIA. muiltjes, die daar geplaatst waren, maar die zij niet kon nalaten even van nabij te be wonderen. Op hetzelfde oogenblik ging de kamerdeur, door een rood damast schutsel aan het oog onttrokken, zacht open en liet zich een vrouwenstem hooren, die fluisterde: „Slamat pagei, nonna!” (Goeden morgen, mejuffrouw!) „Wie is daar?” vroeg Ernestine. „Saja, nonna! Apa boleh masokh?” (Ik ben het, juffrouw; mag ik binnenkomen?) „O! Redja! zijt gij het, kom maar binnen.” Nadat de deur weer even zacht gesloten was, kwam achter het schutsel een aan vallig vijftienjarig inlandsch meisje te voorschijn, gekleed in een eenvoudigen sarong en kabaai, met bloote voeten en het rijke zwarte haar met een wrong op het achterhoofd bijeengebonden, vriendelijk vragende of de nonna goed gerust had en ook een bad wilde nemen. Meteen opende zij de zonneblinden en plaatste de met rood damast bekleede houten ramen in de vensters, om het inzien te beletten. Ernestine had wel lust in een bad, dat begreep Redja wel; want zij droeg reeds een schoonen sarong over den arm bij bet binnentreden. Na de noodige toiletzaken van de marmeren wasclitafel genomen te hebben, ging zij de nonna voor naar de badkamer in de bijgebouwen. Toen Ernestine geheel verfrisclit en opgewekt weer buitenkwam, kon zij geen weer stand bieden aan de verzoeking om een oog over den bloementuin te laten gaan. Wat was dat eerste uur van den dag verrukkelijk! Hoe genotvol moest het leven zijn van iemand die dit iederen morgen kon genieten. Bloemen had zij altijd liefgehad; zij kenden ze alle, meende zij, maar hier was bijna elke bloem haar vreemd. Sommige bloemen sloten zich, als een enkele straal van de snel rijzende zon er op viel; andere openden zich dan eerst en spreidden de schoonste mengeling van kleuren ten toon. Eenvoudige witte bloemtjes (melattie) straalden om strijd met schoone witte leliën (sedap malam) bedwelmende geuren uit; doch niets overtrof — in hare oogen althans — de - pracht van gindsche reusachtige oleander- en rozenstruiken. Misschien bracht de herinnering aan hare troetelkinderen tehuis er veel toe bij, om met innig welgevallen te blijven staren op die Perzische rozen Aan dubbele grootte, en om lang de fijne lucht in te ademen die den geheelen struik omgaf. Eindelijk wilde zij verder gaan, toen een inlander die daar arbeidde naderde en eenige woorden tot haar sprak welke zij niet begreep doch met een vriendelijken hoofdknik beant woordde. Deze haalde daarop achter uit zijn buikband een rond mes te voorschijn, sneed de grootste roos af en bood haar die aan. o „Wat zegt gij van de galanterie van mijn tuinman?” zeide mijnheer Neerbosch, lachend toetredende om zijn logéc te begroeten.
[ 0.4600000083, 0.3000000119, 0.5616666675, 0.2300000042, 0.6899999976, 0.3787499964, 0.6666666865, 0.7533333302, 0.5649999976, 0.6588888764, 0.7450000048, 0.6349999905, 0.6499999762, 0.6266666651, 0.7850000262, 0.8399999738, 0.8528571725, 0.6700000167, 0.7533333302, 0.7879999876...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000220.xml
158 UIT IIET LEVEN VAN NONNA ANT.TIE. zeven gulden gehuurde zijden bruidspak, met een diadeem op het hoofd waaraan snoeren kralen hingen, die haar gelaat bijna geheel bedekten; alles even prachtig! althans in de oogen der inlanders. Toen ik Sedia als bruid kwam begroeten, vond ik haar gruwelijk leelijk, bijna onherkenbaar. Zij zat met een prop sirihbladeren in de hand voor zich te kijken, alsof zij geen tien kon tellen. Tevergeefs wachtte ik op eenig antwoord. De adat bracht mede dat zij niet sprak, niet zag, misschien niet hoorde. Den ganschen avond werd zij tentoongesteld en moest zij zich gedragen als een pop uit het wassenbeeldenspeel. Nu, zij speelde die rol goed en waardig, dat kan ik getuigen. Wat werd er feest gevierd in kampong Kolot! De lucht weergalmde van de gam- melangs-tonen, van de gillen der ronggengs (dansmeisjes) en van de vreugdekreten der kinderen. Want ook voor hen was gezorgd en werd de poppenkast vertoond (wajang koelit) — een Indische wel te verstaan, een horizontaal geplaatste pisangstam, waarop een aantal poppen naast elkander werden gestoken die armen en beenen bewogen en door den mond van den vertooner met elkaar spraken. Tot afwisseling lieten de inlandsche muzikanten zich nu en dan hooren en speelden walsen en kontradansen met schelle piepende klarinetten, valsche hoorns en heel veel Turksche tromslagen. Wat werd er veel verorberd in die feestdagen! Hoeveel bakkol’s rijst werden er opgedischt, en hoeveel soorten van sajor-sajoran (groenten) en vleeschspijzen in den vorm van prikkadel (gehakt), satej, dingding, enz. En dan nog allerlei kwee-kwee (gebakken) en zelfs manissan (geconfïjle vruchten). Het was een waar luilekkerland. En de optocht dan, wat was die mooi! Twee verkleede barongan’s (voorrijders) aan het hoofd, stralende zonnen van klatergoud gedragen op lange staken, omringd door mannen, vrouwen en kinderen die in een staat van verrukking verkeerden; het inlandsch muziekkorps altijd doorspelende en slaande; de bruidegom met geel geverfd gelaat, een lang rood baadje, een rooden tulband met gouden kembang gojang versierd, ook in de rol van een wassenbeeldenpop stokstijf gezeten op een paard, getooid met rood chabrak met ver schoten goud galon, een paard dat in de laatste jaren nooit uit den stap kwam, maar toch door twee man werd vastgehouden; de bruid in een poadé (open draagstoel), rood en ver guld, met een katoenen dak waarop een witte papieren vogel zat met uitgespreide vlerken. Alles in een woord zoo rijk en prachtig mogelijk. Eerst den derden dag was Amat heer en meester van Sedia.
[ 0.8899999857, 0.296666652, 0.4575000107, 0.3319999874, 0.349999994, 0.3899999857, 0.6775000095, 0.5479999781, 0.6966666579, 0.625, 0.7533333302, 0.5720000267, 0.5400000215, 0.6433333158, 0.9428571463, 0.5450000167, 0.7466666698, 0.84799999, 0.7985714078, 0.6657142639, 0.80166...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000098.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000130.xml
92 HET MILITAIRE KAMPEMENT. damespersoneel zou anders nog grooter zijn, en met de ingeschrevenen hebben we toch al last genoeg. Nu houden ze zich stil, omdat wij hier staan ; maar somtijds heeft de kor- poraal-planton genoeg te doen om er orde onder te houden. Liet men de dames haar gang gaan, de loods zou gauw een speelhol zijn; want de neiging tot het spel is vrij algemeen en dikwijls weten ze nog in een afgelegen hoekje de gelegenheid te vinden om te dobbelen.” „Veel schoons levert de verzameling niet op,” zeide Van Berkenstein. „Ik zie slechts •een paar jonge vrouwen die er goed uitzien.” „Bij voorbeeld die juffer daar, met de hand onder het hoofd, die zich slapende houdt. Ja, die coquetteert met haar mooie armen en hals. Maar de meeste jonge vrouwen hebben hij onze komst zich omgedraaid of zijn in een hoek gekropen. Vertoon van zedig heid behoort evengoed tot het fatsoen van de Inlandsche als van de Europeesche vrouwen; ik ga verder en durf beweren dat een publieke Inlandsche vrouw zich altijd nog 80 % fatsoenlijker gedraagt dan de niet-publieke vrouw van de laagste klasse onzer Hollandsche maatschappij, ’t Is een zeldzaamheid dat een Inlandsche vrouw in het openbaar de eerbaar heid uit het oog zal verliezen.” „En al die vrouwen en kinderen worden op kosten van het gouvernement onderhouden?” „Gevoed, althans, doch niet geheel op kosten van het land, De soldaat, die verlangt dat zijn gezin in de menage komt, wordt twee cent per dag voor zijn vrouw en drie-vijfde cent per dag voor elk kind van zijn soldij gekort. Daarvoor krijgen deze volop rijst en DA ons vleesch. Goedkooper kan het al niet. Enkele vrouwen die handel in eetwaren voeren of andere bronnen van bestaan hebben, koken hun eigen potje.” Men bezocht nog de badplaats voor de soldaten en die voor de onderofficieren, een eetzaal voor onderofficieren waar een gedekte tafel stond, de scherm- en danszaal, en zelfs een paar strafkamers. „Nu zult gij wel naar huis verlangen, mijnheer Yan Berkenstein! want het is mooi warm geworden; maar ik laat u nog niet los, en wel om twee redenen. Vooreerst rekent mevrouw er op dat gij komt rijsteten, en ten tweede sta ik er op dat gij de kantine bezoekt; want die is het de moeite waard te bezichtigen. De kantine staat eigenlijk buiten de rasters, maar toch in de onmiddellijke nabijheid van het kampement. Wij gaan het hier uit en volgen den grooten weg. — Daar is onze sociëteit de Concordia, die ge wel zult bezocht hebben. — ln dit gebouw wonen de stafmuzikanten. — E 11 dat is nog een kledingmagazijn; daarop volgt de kantine.” „In menig garnizoen zouden de officieren zich gelukkig achten met zulk een kantine tot sociëteit te bezitten. De inrichting is van dien aard, dat ieder er zich tehuis gevoelt. Een gewoon soldaat zit er als een heer, beter als hij het ooit gehad heeft; en hij die o
[ 0.4850000143, 0.4099999964, 0.646666646, 0.6610000134, 0.6585714221, 0.5366666913, 0.6966666579, 0.5933333039, 0.8057143092, 0.7519999743, 0.474999994, 0.4766666591, 0.7350000143, 0.6750000119, 0.6966666579, 0.4350000024, 0.5149999857, 0.8249999881, 0.7425000072, 0.9557142854, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000265.xml
DE MILITAIRE SCHOOL. 195 aan de Oost-Indische Kompagnie; daarop is er twist ontstaan, beide partijen hebben de handen aan de wapenen geslagen en de inboorlingen het onderspit gedolven. Daarop heelt het hoold zich onderworpen, het Nederlandsch gezag erkend, en alles onderteekend wat men hem voorlag. Sedert dien tijd beschouwt de Indische regeering niet alleen dat staatje, maar het heele eiland Floris, wellicht nog bewoond door tien andere, geheel van elkander onaf hankelijke volken, als haar eigendom, en op de scholen in Nederland wordt den kinderen geleerd het eiland Floris op te nemen op de lange lijst van eilanden die tot onze Indische bezittingen behooren. Wat gebeurt er nu ? Op een goeden dag komt aan de z u i dkust \ an Floris een koopvaardijschip aan lager wal en wordt afgeloopen door de kustbevolking. Een Inlandsch matroos die aan de slachting ontkomt, brengt het bericht dier schrikkelijke ge beurtenis bij den postkommandant op de noordkust, en deze brieft het over naar Java. De regeering herinnert zich dat Floris een Nederlandsche bezitting is, acht het haar plicht de bevolking te tuchtigen, en draagt den legerkommandant op, onmiddellijk een militaire expe ditie uit te rusten en derwaarts te zenden, ten einde de snoode bevolking de verdiende straf te doen ondergaan. „Floris?” zegt de legerkommandant, „de zuidkust van Floris? Die is mij onbekend. Op de noordkust hebben wij een post, maar van de zuidkust weet ik niets.” „De chef van den stal krijgt order te onderzoeken welke gegevens er bij het militair Departement te vinden zijn omtrent Floris. Het archief wordt geraadpleegd; men brengt twee dagen door met zoeken en komt den derden dag rapporteeren dat er bij het Depar tement geen enkel stuk bestaat omtrent de zuidkust van Floris. „Ten einde aan de aanschrijving te voldoen, dient de legerkommandant toch te weten overeenkomstig welke eischen hij de expeditie moet samenstellen. Zal een kompagnie genoeg zijn, of moet er een half bataljon heen gezonden worden? Hij wendt zich tot de regeering met de volgende vragen: „Hoe sterk is de wederspannige bevolking van Floris’ zuidkust? „Is zij van oorlogzuchtigen aard? „Welke regeeringsvorm bestaat er? „Kent men er het gebruik van vuurwapens en geschut? „Biedt de zuidkust gelegenheid aan tot landing van troepen, of moet er aan de noordkust ontscheept en het eiland van noord tot zuid doorgetrokken worden? „Is het terrein geschikt voor gebruik van kavalerie en artillerie? „Bestaan er wegen en in welken staat verkeeren die? „Wat brengt het land op? en nog een tal van dergelijke vragen.
[ 0.224999994, 0.5266666412, 0.6157143116, 0.7900000215, 0.8399999738, 0.7599999905, 0.6800000072, 0.6909999847, 0.7116666436, 0.5400000215, 0.5049999952, 0.5680000186, 0.7588889003, 0.6600000262, 0.7799999714, 0.6083333492, 0.8799999952, 0.7016666532, 0.7699999809, 0.875, 0.63...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000039.xml
VAN BOORD NAAR WAL. 19 trotseeren — men weet wel dat de priesters in staat zouden zijn een opstand te preeken, alléén om de legende tot waarheid te maken — en daar het nog onwaarschijnlijker is dat de stukken geschut op eigen gelegenheid elkaar zullen opzoeken, behoeven wij vooreerst nog niet bevreesd te zijn van hier verjaagd te worden.” „Maar waarom omhelzen de jonge vrouwen '?” vroeg Leeghancker. „Zie eens even naar den kulas. Gewoonlijk heeft deze den vorm van een bol, hier heeft de maker hem de gedaante van een toegeknepen menschenhand gegeven. Dit schijnt een diepen indruk op de bijgeloovige verbeelding van den inlander gemaakt te hebben; hij ziet in die hand een lioogere macht; dat stuk is een mensch geweest die een gedaantever wisseling onderging en eenmaal weer een mensch zal worden, maar dan een liooger wezen, een heilige. „Daarom bezit dit kanon verborgen krachten. De onvruchtbare vrouw bijv. die hier op het stuk gaat zitten, die bovendien den priester eenig geld geeft en bloemen of wierook offert, zal weldra het geluk smaken van moeder te worden. De man die hier een gelofte doet, zal zijn wenschen vervuld zien; en een misdadiger komt spoedig lol bekentenis, als de rechter hem bedreigt hij dit kanon zijn onschuld met eede te doen bevestigen.”
[ 0.1833333373, 0.3319999874, 0.2549999952, 0.6600000262, 0.9499999881, 0.5759999752, 1, 0.75, 0.8000000119, 0.6399999857, 0.453333348, 0.7749999762, 0.6688888669, 0.7649999857, 0.5019999743, 0.75, 0.7275000215, 0.7666666508, 0.7557142973, 1, 0.9637500048, 0.7300000191, 0.8...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000163.xml
BATAVIASCHE VOLKSFEESTEN. 115 eeuwen oud, uitgedost hadden en er allerzotst uitzagen. Vier mannen, elk een lange bamboe dragende, vormden een afgesloten vierkant, waarbinnen bet Dansoe-gezelschap zich bewoog. Met rolpruiken, korte broeken met kuitgespen, chabots, keurslijven, hoepel- en sleeprokken werd een soort van menuet gedanst en diepe buigingen gemaakt; daarop een quadrille uit gevoerd, en eindelijk allerlei kunsten nageaapt die men in voorstellingen van blanke kunsten makers had gezien. Op het eerste gezicht deden de leden van het Dansoe-gezelschap aan een troep aangekleede apen denken, te meer daar ze zich half in de duisternis en half in den walm van stinkende toortsen bewogen. Van Hal beweerde dat die Dansoe-grappen dateerden van den tijd dal er nog veel Portugeesche afstammelingen te Batavia woonden, en dat vroeger de Dansoe uitsluitend door Portugeesche sinjo’s werd uitgevoerd ter herin nering aan hunne voorouders. Daarentegen meende Doosje dat het altijd de strekking had gehad om de Europeesche zeden en gewoonten belachelijk te maken. De discussie over dat onderwerp werd nogal warm en verveelde mij gauw; daarom heb ik er niet langer naar geluisterd. Zooveel is zeker, dat de Dansoe tegenwoordig veel gelijkt op een kermistroep, die met trom en klarinetten, door maskarade en kunsten, de aandacht van het publiek trekt en voor geld vertooningen geeft. „Bij het hoofd der Arabieren,” vervolgde Leeghancker, „heb ik ook al eens een partij bijgewoond.” „Wel, wel.' was het daar amusant?” „Niet erg. Het huis is ook op zijn Europeesch ingericht, maar slecht onderhouden, een vuile boel. Het feest was over het algemeen op veel kleiner schaal dan bij den majoor- Chinees. V erbeeld u! omdat de woning te klein was om alle menschen te bevatten, werd er gedeeltelijk op straat ontvangen. De dames vonden dit zeer onaangenaam en gingen spoedig heen.” „Uit al hetgeen gij mij vertelt,” sprak Van Berkenstein, „merk ik wel dat er nog veel te zien is op een terrein waar ik nog geheel vreemdeling ben en gij u tamelijk tehuis schijnt te gevoelen. Ik zal u daarom gaarne eens stadwaarts vergezellen, en persoonlijk kennis maken met al die genoegens. Gij van uw kant moet echter uwe kennissen van boord en in het algemeen den omgang met vrouwen van onzen stand niet verwaarloozen. Hoe vroolijk en aantrekkelijk die nonna’s ook zijn mogen, mij dunkt dat ze u op den duur toch zullen vervelen. Doch hoe dat zij, hedenavond is er concert van het korps stafmu zikanten in den dierentuin, en ik stel u voor samen derwaarts te gaan.”
[ 0.5854545236, 0.508461535, 0.8999999762, 0.7350000143, 0.6349999905, 0.5799999833, 0.6966666579, 0.3899999857, 0.6299999952, 0.753000021, 0.6588888764, 0.4650000036, 0.5228571296, 0.5866666436, 0.5766666532, 0.6819999814, 0.5383333564, 0.8733333349, 0.6814285517, 0.6566666961, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000206.xml
148 AMAT EN SEDIA. over een enkelen bamboe loopt, om het even ol' clie over een bruisenden stroom of over een diep ravijn ligt. Hij klemt er zijne tonen als vingers om, en weet niet wat duizelig worden is. Uit die beek haalt men, bij gebrek van een eigen put, het water voor drinken en eten bereiden benoodigd; men brengt er zijn waschgoed heen en reinigt het, en eindelijk maakt men voornamelijk de Chinees — er gebruik van om een rijstmolen in beweging te brengen. De rijstmolen bestaat uit een gebouw van steen of bamboe, met pannen gedekt. De waterleiding van stevige planken gemaakt, loopt doorgaans in het gebouw, en kan door een houten schuif met de hand geopend en gesloten worden. Het water brengt een wiel in beweging, waarvan de as nagenoeg gelijk met den grond loopt, en dit wiel weder — door middel van een handrad — een verticale as, waaraan twee of vier loopers bevestigd zijn. De assen dier loopers — doorgaans van hout — hebben door schuiven de noodige speling om op en neer te gaan, als de padie niet glad genoeg uitgespreid is en de loopers hier of daar te veel weerstand ontmoeten. Naast eiken looper bevindt zich een bezem van padie- stroo, welke de padie, die door de bewerking uit de sleuf is geraakt, weer op haar plaats onder den looper brengt. De geheele inrichting van den molen, hoe eenvoudig ook, draagt niettemin het kenmerk van Europeeschen oorsprong. Ik kan althans moeielijk aannemen, dat de inlander vóór onze komst op Java tandraderen en wielen gebruikte. Toen ik mijne verwondering te kennen gaf, dat men zich van houten loopers bediende, daar de bewerking met steenen veel minder tijd zou kosten, antwoordde men mij: „Ja, toewan! dat is zoo; maar houten loopers hebben het voordeel dat zij de rijst korrels minder beschadigen.’' Door de eerste bewerking wordt de padie tot gaba herleid, dat is, de rijstkorrels van de stengels gescheiden. De rontok (het padiestroo) wordt ter zijde gelegd, en daarna gaat de gaba weer in den molen en wordt tot bras gemalen; en eerst nadat de bras gewand is, kan de rijst in heet water of in den damp van het water tot nassie gekookt worden. Gisteren merkte ik Norina op, dat zij vergeten had een rijstpot te ledigen waarvan de inhoud reeds in een staat van ontbinding verkeerde en gruwelijk stonk. Lachend antwoordde zij „dat zij opzettelijk die rijst liet bederven.” „Waarom?” „ Wel! als de rijst begint te reuken, dan giet ik het water er af. Het bezinksel dat op den bodem blijft liggen, wasch ik . een paar malen met schoon water en voeg er wat welriekende bloemen bij. Op die manier krijg ik bedak.” Beclak is hetzelfde wat onze dames „poudre de riz” noemen. De inlandsche vrouwen gebruiken het dagelijks om de koelheid der huid te bevorderen.
[ 0.5366666913, 0.6050000191, 0.2349999994, 0.5783333182, 0.5024999976, 0.5933333039, 0.6385714412, 0.4900000095, 0.4766666591, 0.3899999857, 0.8899999857, 0.5525000095, 0.3433333337, 0.4699999988, 0.4025000036, 0.7733333111, 0.6110000014, 0.7183333039, 0.6700000167, 0.7049999833...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000006.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000176.xml
126 EEN CONCERTAVOND IN DEN DIERENTUIN. wel, dat hij schitterende vooruitzichten heeft en het publiek hem aanwijst als de aanstaande directeur, of als Algemeen Gouvernements-Secretaris?” „Licht mogelijk,” antwoordde Ernestine kalm, „ik wensch hem allen voorspoed, maar ding niet naar de eer om zijn vrouw te worden.” „Laat ons dan hopen, dat uwe houding mijnheer Krip in toom houdt. Misschien ziet hij nog bijtijds in, dat hij verstandiger handelt zijne blikken elders te werpen.”
[ 0.7266666889, 0.5466666818, 0.4799999893, 0.9100000262, 0.1833333373, 0.5054545403, 0.5525000095, 0.6333333254, 0.3733333349, 0.7799999714, 0.7749999762, 0.8920000196, 0.5550000072, 1, 0.6142857075, 1, 0.4212499857, 0.5533333421, 1, 0.9049999714, 0.8619999886, 0.9599999785,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000260.xml
192 DE MILITAIRE SCHOOL. is geworden. — Onmiddellijk neemt men van een vierde bataljon het noodige aantal manschappen, om de Sumatrasche expeditie aan te vullen. „Van de Borneosche expeditie luidt het eerste rapport, dat de landing bloed heeft gestort, doch gelukt is; dat wel is waar het garnizoen ontzet is, doch een groot aantal nieuw opgerichte versterkingen getuigen van het voornemen des vijands om hardnekkigen weerstand te bieden; eindelijk dat ons verlies bedraagt vijftig dooden en honderd gewonden. — Daarop wordt order gegeven om honderd vijftig manschappen van een vijfde en zesde bataljon te nemen en ten snelste naar het oorlogsterrein te expediëeren. „ Om twee expeditionaire afdeelingen voltallig op het terrein te brengen, heeft men dus al zes bataljons moeten aanspreken. „Nu neem ik aan, dat de beide expeditiën dadelijk gelukken, dat wil zeggen, dat hier de opstand voorkomen, daar de vijand verslagen wordt bij de eerste ernstige ont moeting. Veronderstel echter eens, dat men meer tegenstand ondervindt dan waarop gerekend was, dat wij in een langdurigen krijg worden gewikkeld, zooals te Atjeh bijvoorbeeld, dan is er geen enkel bataljon dat niet op zijn beurt te velde trekt of zijne beste manschappen, onderofficieren en officieren afgeeft om de anderen aan te vullen; dan wordt het leger totaal uitgeput en bestaat na verloop van een paar jaren alleen uit reconvalescenten, recruten en nieuwelingen. Hospitalen en gezondheids-etablissementen zijn opgepropt met lijders; stoom schepen gevuld met soldaten die van het oorlogstooneel terugkeeren en die er heengaan, een groot deel van het leger steeds ambulant; en ik verzeker u dat men bij het Militair Departement moeite heeft om maar eenigszins in de dringendste behoeften te voorzien. Van verband, van eenheid bij de korpsen is geen quaestie meer; het is een samengeraapte troep geworden. De soldaten kennen de officieren niet, en deze nog minder hunne ondergeschikten, en het is alleen aan de handhaving der strengste krijgstucht te danken, dat er nog iets mede uitgevoerd wordt. „De groote kracht toch van een militaire afdeeling ligt niet in de numerieke meer derheid, maar in het vertrouwen van den soldaat op zijne officieren en in de zekerheid die deze hebben dat hunne bevelen stipt worden uitgevoerd. Is daarom het kader goed, dan is of wordt de troep ook goed; maar de kaders zijn te klein, zooals ik reeds zeide, en kunnen niet goed blijven. Een kompagnie bijv. telt organiek één kapitein en drie luite nants. Welnu! het gebeurt dikwijls dat te velde van de vier officieren er drie ontbreken, ja dat de sergeant-majoor tijdelijk belast is met het kommando. De gesneuvelde, gewonde of ziek geworden officieren moeten vervangen worden door anderen, die van ver verwijderde plaatsen ontboden zijn en soms weken noodig hebben om hunne nieuwe bestemming te bereiken.
[ 0.6833333373, 0.4099999964, 0.4166666567, 0.6542857289, 0.3799999952, 0.7033333182, 1, 0.7149999738, 0.8560000062, 0.9300000072, 0.5099999905, 0.9200000167, 0.7049999833, 0.8075000048, 0.4933333397, 0.6557142735, 0.9216666818, 0.7566666603, 0.9800000191, 0.8299999833, 0.77999...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000067.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000118.xml
- . ■ '
[ 0.2199999988, 0.5500000119, 0.6700000167, 0.6100000143 ]
683505866
fr
0.55716
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000181.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000217.xml
ZESTIENDE HOOFDSTUK. 4 Juni. D e houthakker, die gisteravond een doodelijken krissteek van Ardie kreeg, alleen omdat hij dezen in den weg liep, is hedenochtend reeds begraven. Toen men zijn lijk tehuis bracht, hief zijn vrouw een hartverscheurend geschreeuw aan; zij wierp zich op den grond, verscheurde haar kleed, en scheen waanzinnig van droefheid te worden. Lang duurde die uitbarsting echter niet; spoedig scheen zij te begrijpen dat weeklagen toch weinig hielp en er te veel te doen was voor de begrafenis; want gewoonlijk volgt deze zes uren na het overlijden. Nu de man na zonsondergang gestorven was, kon de plechtigheid niet voor den volgenden morgen plaats hebben. De nieuwsgierigheid dreef mij naar het sterfhuis. Daar zag ik het nog warme lijk vóór de woning op een baleh-baleh liggen. Men had het van de kleederen ontdaan, en waschte het met ajer selassi, ajer kananga en ajer melati, alle aftreksels van welriekende bloemen. Toen het behoorlijk gereinigd was, werd het in een wit omhulsel gestoken, van een soort grof voeringkatoen vervaardigd. Eenige buren hadden inmiddels een baar gereed gemaakt, samengesteld uit bamboe. Daarop werd het lijk gelegen. Nu stak men op gelijke afstanden eenige dunne bamboe-latjes hoepelsgewijze over de korte zijden van de baar, in dier voege dat zij de binten vormden van een open gewelf. Aan die halve hoepels werden vervolgens door de vrouwen bloemen en bladeren gebonden. Op de oogen en den mond lag men watten met kamfer, waarschijnlijk om de ontbinding tegen te houden of de teekenen daarvan onzichtbaar te maken. En toen dit alles verricht was, werd de dag afgewacht. Zoodra het eerste licht zich aan het oosten vertoonde, namen vier mannen de baar op. Een vijfde, de eenige volger, hield een geopenden pajong (zonne- of regenscherm) aan een langen stok boven het hoofd van het lijk. De ïman (priester), die voor de deftigheid zijn staatsiepak aangetrokkén en reeds de gebruikelijke gebeden met meer onverschilligheid
[ 0.6066666842, 0.4180000126, 0.4399999976, 0.6019999981, 0.2800000012, 1, 0.6418181658, 0.7866666913, 0.6054545641, 0.7300000191, 0.7536363602, 0.7633333206, 0.4833333194, 0.6719999909, 0.7983333468, 0.728333354, 0.8840000033, 0.7900000215, 0.7160000205, 0.5149999857, 0.793333...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000116.xml
82 EEN RECEPTIE BIJ DEN LEGERKOMMANDANT. „Ik zal u voorstellen aan een lieve dame, als gij ’t goedvindt,” zeide hij, en ge leidde haar toen naar de canapé waarop mevrouw Van Galen uitrustte. Deze ontving haar vriendelijk en plaatste haar naast zich. Een half uur later, toen Van Berkenstein zich wilde verwijderen, werd hij door mevrouw Van Galen staande gehouden, die hem in het oor fluisterde: „Misschien is het geen nieuws voor u, maar dat jonge meisje heeft aan zeker iemand haar geheele hart geschonken. Breek het niet!”
[ 0.7049999833, 0.400000006, 0.7462499738, 0.3166666627, 0.3966666758, 0.6756250262, 0.8833333254, 0.6433333158, 0.3199999928, 0.6181818247, 0.6866666675, 0.646666646, 0.5460000038, 0.8619999886, 0.5766666532, 0.5099999905, 1, 0.852727294, 0.7900000215, 0.5575000048, 1, 0.085...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000156.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000158.xml
112 BATAVIASCHB VOLKSFEESTEN. „Een soort soep van varkensvleesch, waarbij een aantal ingrediënten komen die er een bijzonderen smaak aan geven. Nonna Antjie heeft mij die allen opgenoemd, en ik moest het haar dan nazeggen; maar nu heb ik die vreemde namen weer vergeten. Er komt laksa in — een soort van vermicelli — boontjes, koetjaï, sedap-malan (een bloem) en koeping- tikoes of muizen-ooren, geen echte maar iets dat er op gelijkt; de Chineezen eten dien kost met behulp van twee stokjes, bijwijze van vork en lepel. Wij hebben toen ook bami geproefd, dat van mi (meelkoekjes) en uien gemaakt wordt. — Die nonna Antjie is een vroolijke ziel. Als ze niet lacht, zingt ze. Op alles heeft ze een rijmpje of liedje (panton). Zij wil dan dat ik meezing, en lacht hartelijk als ik de woorden verkeerd uitspreek; ik moet die zoolang herhalen totdat ik ze van buiten ken. Als ze bijv. een kakatoe ziet, zingt ze: Boerong kakatoea Mentjelok di djandéla Nennèh soedah toeah Giginja tinggal doea. (De vogel kakatoe gaat in het venster zitten. De nennèh is al oud en heeft nog maar twee tanden). „Begint het te regenen, dan zingt ze: Oedjan datang Kambing lari Matros mabok Delapan hari. (Als het gaat regenen, vluchten de geiten. De matroos is acht dagen achtereen dronken).” „Daar zit slot noch zin in.” riep Yan Berkenstein uit. „Dat is waar; maar als nonna Antjie het zingt, dan klinkt het toch aardig.” Yan Berkenstein kon een glimlach niet onderdrukken. „Nu krijgen we eerstdaags het Tjap-gómee-feest, dat drie weken duurt,” vervolgde Leeghancker. „Tjap-gómee! welk feest is dat? Zeker een heilige, een wetgever, een keizer?” „Daar weet ik niets van.” „Laat ons ecns zien,” zeide Van Berkenstein, naar de boekenkast gaande en een werk over China van de plank nemende. „Tjap-gómee, zegt gij? Misschien vind ik dat woord in den inbond.” En terwijl hij het boek inzag, vervolgde Leeghancker; „Ik weet alleen, dat het in alle opzichten een prachtig feest moet zijn, waarbij
[ 0.4133333266, 0.6454545259, 0.505384624, 0.8525000215, 0.2419999987, 0.3874999881, 0.4466666579, 0.6420000196, 0.6299999952, 0.7133333087, 0.9083333611, 0.6291666627, 0.8119999766, 0.6666666865, 0.4799999893, 0.5366666913, 0.5990909338, 0.7519999743, 0.7699999809, 0.6116666794,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000007.xml
BATAVIA
[ 0.5185714364 ]
683505866
en
0.169462
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000197.xml
UIT HET KAMPOVGSLEYEN. 141 gelijkt er niet op. De waardeering van tonen en akkoorden hangt geheel at van de gewoonte om ze te hooren. Geen onaangenamer en pijnlijker geluid bijvoorbeeld dan hetgeen wordt opgewekt door de ruwe massieve raders, draaiende om de ongesmeerde houten as \an een zwaar geladen pedatie. De knarsende, krijschende, piepende en klagende tonen ver scheuren het trommelvlies van den Europeaan op de onmeedoogendste wijze, terwijl ze het oor van den Inlander streelen. Een Javaansch hoofd, die te Batavia voor het eerst een concert bijwoonde, waar zich een uitstekend violist liet hooren, werd gevraagd „of hij de muziek mooi vond? „Jawel,” zeide hij, „bijna zoo mooi als een pedatie.” Een regent, wien men bij een andere gelegenheid zijn oordeel vroeg over een concert dat hij had bijgewoond, antwoordde: „Alles was mooi, maar het eerste toch het mooist.’ Met dat „eerste” bedoelde hij het stemmen der instrumenten, dat de muziek was voorafgegaan. Heeft Sedia zich bij den dageraad aan de soemoer (put) met een paar timbang s (emmers) water verfrischt, haar natten kaïn-sarong verwisseld met een anderen, dien zij be hendig over hoofd, en lichaam werpt op hetzelfde oogenblik dat de eerste van hare leden glijdt; heeft zij binnenshuis de weelderige gitzwarte haarlokken gekamd, met versche kalapa- olie glanzend gemaakt en daarna opgebonden; heeft ze een schoon badjoe (overkleed) aan getrokken, dan ziet men haar al spoedig onder het afdak op de baleh-baleh plaats nemen, de groote naaidoos naast, de sirihdoos vóór haar. Uit het laatste voorwerp neemt zij een groen blad, strijkt daarop een weinig vochtige sirihkalk en voegt er een stukje gambier en pinang bij. Dan rolt zij het blad op en steekt het in den mond. Zonder verder tijd te verliezen gaat zij aan den arbeid. In den geheelen kampong vindt Sedia haar gelijke niet wat betreft hare bedrevenheid en vlugheid in het maken van handwerken. Op het borduurraam dat vóór haar op de half onder het lijf toegeslagen beenen rust, is een werk opgespannen waarbij zelfs gouddraad wordt gebruikt. Als het eenmaal voltooid is, zal zij met een paar muilen voor den dag komen, waarvoor te Batavia misschien wel acht gulden wordt betaald. Aliman heeft zijne buren aanbevolen om mij te bewasschen. In den aanvang kwam Ma Seimoen het linnengoed halen en brengen; tegenwoordig stuurt zij Sedia. De ernstige blanda, die nooit een woord met haar wisselde en haar niet eens scheen op te merken, schijnt haar vertrouwen te hebben ingeboezemd. Dat mijn persoon een tijd lang het onderwerp van alle gesprekken in den kampong is geweest, behoef ik wel niet te zeggen. De tegenwoordigheid van een blanke prikkelde de
[ 0.7400000095, 0.3433333337, 0.4907142818, 0.7866666913, 0.4600000083, 0.4149999917, 0.6225000024, 0.4666666687, 0.6150000095, 0.6499999762, 0.4499999881, 0.5839999914, 0.7950000167, 0.8066666722, 0.7680000067, 0.8450000286, 0.6449999809, 0.7333333492, 1, 0.6499999762, 0.70499...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000192.xml
138 UIT HET KAMPONGSLEYEÏÏ. Gij begrijpt, mijn vriend! dat ik eenigen tijd noodig heb om mij te herstellen van den schok dien ik onderging. Ik ben Batavia ontvlucht en huis nu in een kampong (een Inlandsch dorp) een paar uren landwaarts in gelegen, buiten eenige gemeenschap met de Europeesche maatschappij, te midden van Maleiers die mij niet lastig vallen met hun gezelschap. Al wat ik op het oogcnblik verlang, is afzondering en rust. Soms zit ik uren lang „das Blaue hinein” te turen, en leef dan geheel in het verledene; soms tracht ik weer een 0011 in een hoek te slaan. De tijd moet het overige doen. Later zal ik mijne nasporingen weer beginnen, niet om haar te zoeken — dat is niet meer noodig — maar om de weder waardigheden haars levens te vernemen. Over mijn kennismaking met Batavia en hare bewoners schrijf ik u niet. Later, bij mijn terugkomst, kunt gij daarvan genoeg hooren, als wij op uw heerlijk balkon aan de Lungo FArno een gedeelte van den nacht met praten doorbrengen. Steeds de Uwe v. B. PS. Ik voeg hierbij een afschrift van eenige bladen uit mijn dagboek. Kampong Kolot, 14 Mei. Aliman, mijn huisheer, is een voorkomend man; ook zijn vrouw Norina doet haar best om mij het leven aangenaam te maken. Verscheidene jaren heeft Aliman als huisjongen bij een controleur gediend. Toen hij genoeg had gespaard om een stuk land, een paar karbouwen, een paard, een pedatie (kar) en een huis te koopen, is hij in den kampong gaan wonen. Een paar jaren later werd hij lot kampongshoofd benoemd en geniet nu de achting zijner onderhebbenden. De kampong ziet er goed uit ; de breede voetpaden zijn behoorlijk onderhouden, en over het algemeen heerscht er welvaart. Norina diende als kokkin bij denzelfden heer. Telkens herinnert zij zich een schotel, dien mijnheer de controleur zoo gaarne als toespijs gebruikte, en dien zij — bij de een voudige levenswijze in den kampong weer aangenomen — op weg was te vergeten. Daaraan dank ik een goede rijsttafel. Soms, als er iemand uit den kampong naar Batavia is gegaan, wordt er een stuk rund- of varkensvleesch opgedischt met versche kalapa-olie gebraden. Door de zorg van Norina ziet mijn bamboezen paleis er altijd zindelijk uit. Bij mijne komst beschikte ik alleen over een klein donker vertrekje zonder andere meubelen dan een baleh-baleh en een paar bamboezen stoelen. Maar toen Aliman begreep dat ik eenigen lijd zijn gast zou blijven, heeft hij de handen aan het werk geslagen en, met behulp van een
[ 0.7599999905, 0.3633333445, 0.3100000024, 0.4320000112, 0.5866666436, 0.5655555725, 0.6175000072, 0.6957142949, 0.5933333039, 0.5, 0.6542857289, 0.5924999714, 0.6999999881, 0.5933333039, 0.9200000167, 1, 0.7649999857, 0.5490000248, 0.6133333445, 0.8333333135, 0.6980000138, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000230.xml
168 CONCERT OP HET PLEIN. houden. Heden maakte hij daarvan voor het eerst gebruik. De nieuwe vader gevoelde zich bijzonder gelukkig en spraakzaam; en daar men niet in gebreke bleef hem naar de gezond heid van vrouw en kind te vragen, gaf hij den vrijen teugel aan zijn lust om over dat onderwerp uit te wijden en zou misschien nog lang doorgesproken hebben, als de komst van Van Berkenstein aan die ontboezemingen geen einde had gemaakt. Van Berkenstein zeide niet gaarne een Zondagsconcert op het Waterloo-plein te missen. In die vereeniging van menschen van allerlei rassen, van aanzienlijken en minderen, van beschaafden en halve natuurmenschen die daar allen tot één doel samentroffen, vond hij veel stof om opmerkingen en gevolgtrekkingen te maken. „Tot welk doel?” vroeg Krip. „Om muziek te hooren? Geloof dat niet; de meesten komen uit gewoonte of om wat afleiding te zoeken; de dames om toiletten te luchten, de heeren om de dames te zien, te bewonderen en het hof te maken.” „Het zal hiermede wel gaan, als overal. Ook op de concerten in het Haagsche bosch komt men niet uitsluitend om van de grenadiersmuziek te genieten. Toch is daar de muziek de magneet die allen derwaarts trekt, de band die groot en klein vereenigt.” „’t Is waar,” merkte mevrouw Keremans op. „Ik herinner mij altijd met genoegen de plechtige stilte die er ’s Woensdagsavonds werd in acht genomen zoolang de muziek zich liet hooren, — ik spreek niet van de sociëteitsleden, maar van de duizenden daarbuiten — door hetzelfde volk dat gewoon is zijn vroolijkheid te uiten door luidruchtigheid, schreeuwen, gillen en misbaar maken.” „Zeg maar brullen,” vulde Keremans aan, „althans gedurende de kermis.” „Inlanders zijn niet gewoon veel leven te maken, „merkte Krip op. Men kan daarom uit de stilte die zij bewaren op een concert nog niet de gevolgtrekking maken dat zij die muziek mooi vinden.” „Waarom komen zij er dan?” vroeg Van Berkenstein. „Ik ben er zeker van, dat zij de muziek liefhebben. Inlanders zijn in hooge mate vatbaar voor muzikale indrukken. Dat een ongepolijste kampong- of bergbewoner den gammelang boven andere muziekinstru menten verkiest, is natuurlijk omdat hij nooit iets beters hoort. Maar de inlander die eenigen tijd onder Europeanen heeft geleefd, die meermalen in de gelegenheid was andere muziek te hooren, heeft die langzamerhand lief gekregen. Hij luistert met genoegen naar het piano spel zijner meesteres, hij zingt zijn heer opera-aria’s na. En is een inlandsch soldaat onver schillig voor de hoornmuziek van zijn bataljon, kapitein Keremans?” „Volstrekt niet; hij marcheert veel gemakkelijker als de muzikanten mede uitrukken. De muziek wekt hem op, en meermalen hoor ik zelfs soldaten-vrouwen en kinderen de meest populaire marschen nazingen.”
[ 0.6866666675, 0.5442857146, 0.275000006, 0.6666666865, 0.6433333158, 0.5671428442, 0.7919999957, 0.6566666961, 0.426666677, 0.8728571534, 0.5149999857, 0.9766666889, 0.6480000019, 0.6299999952, 0.5500000119, 0.6600000262, 0.7540000081, 0.6862499714, 0.6399999857, 0.7133333087, ...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000043.xml
PER TRAM HAAR HET HOTEL. 23 „De kaaiman is een heilig dier en zeer gevreesd door den inlander, omdat hij nu en dan een badende beet pakt en op den bodem der rivier opslokt.” „Dat opslokken is dus het prestige van den kaaiman," merkte Van Berkenstein op. Maar mijnheer Krip scheen dat niet te hooren en ging voort met de aandacht der heeren weer op iets anders te vestigen. Leeghancker wilde juist een tweede maal de nonna toespreken, toen de wagen stil hield hij het Marine-hotel. „Hier moeten de heeren uitstappen,” zei Krip, „uw goed zie ik al staan. Als de paarden verwisseld zijn, rijd ik nog een eind verder mede, doch zal niet mankeeren de heeren morgen te komen opzoeken.” „Tabé nonna!” waagde Leeghancker te zeggen vóórdat hij den wagen verliet, keek nog eens om toen hij de nonna hartelijk hoorde lachen, nam de toegestoken hand van mijnheer Krip aan, en ging met Van Berkenstein het erf van het hotel op, zeggende: „Bepaald een aardige meid!” Het Marine-hotel onderscheidde zich, wat vorm en inrichting betrof, niet van de huizen door de aanzienlijke Europeanen bewoond. Zonder verdieping, bevatte het een ruime voor- en achtergalerij, verbonden door een breede gang, die midden door het gebouw liep en toegang verleende tot eenige kamers, wier ramen rechts en links op het lommer rijke erf uitkwamen. Verreweg het grootste aantal logeerkamers bevond zich echter in de uitgestrekte bijgebouwen, die in twee lange rijen waren opgetrokken achter het hoofdgebouw en door de gewone bezoekers der koopvaardij-marine de „bramzaling” genoemd werden. Achter die bijgebouwen stonden de stallen, aan de voorzijde geheel open; terwijl de daarlangs vlietende Krokot de natuurlijke grens van het hotel uitmaakte. Het daglicht begon zich reeds te begeven, toen de nieuwe gasten hunne kamers in het hoofdgebouw hadden betrokken. Van Berkenstein ging aanstonds een verfrisschend bad nemen, dat de hotelbediende hem aanbood. Leeghancker vond het minder raadzaam zich te veel te verkoelen, doch beklaagde zich te gelijk over de lauwheid van het waschwater in zijn vertrek. Hij klaagde nog meer over de muggen, die hem hij het verkleeden op onbe schaamde wijs aanvielen en zich te goed deden aan zijn zuiver Europeesch bloed. Die muggen of moskieten veroorloofden hem niet, één oogenblik rustig op de canapé te liggen. Tot nu toe vond hij het te Batavia nog niets aardig; ’t was zeker wel interessant, al die menschen van verschillende natiën van nabij te zien, maar het beviel hem nog weinig, bediend te worden door een Maleischcn knecht in een langen rooden kiel, waaruit van boven een apen gezicht en van onderen een paar naakte voeten staken. Die Maleier had hem anders met
[ 0.323333323, 0.2675000131, 0.3075000048, 0.3866666555, 0.4583333433, 0.4850000143, 0.5799999833, 0.7699999809, 0.3449999988, 0.7300000191, 0.6650000215, 0.6974999905, 0.4650000036, 0.6825000048, 0.5199999809, 0.7099999785, 0.9033333063, 0.8877778053, 0.8379999995, 0.7699999809,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000041.xml
PER TRAM NAAR HET HOTEL. 21 6 teerd. De Iramkoorts heerschte epidemisch; weinigen kwamen er vrij van en hebben er zich nooit geheel bovenop kunnen werken. Ieder wilde aandeelen hebben, en daar er minder aandeelen dan liefhebbers waren, steeg de koers bij den dag, bij het uur, bij eiken wagen die voorbijreed, bij elke ontmoeting van twee Europeanen. In weinige dagen klommen de aandeelen van 4 tot 180 percent. Er werd geld verdiend als water, maar nog meer ver loren; want eensklaps daalden de aandeelen. daalden nog meer, en kwamen tot nul. Toen bleek het, dat er speculanten waren die twintig, dertig duizend gulden hadden verloren.” „Law!” sprak Van Berkenstein binnensmonds. „Ja, het ging lauw na dien tijd van overspanning. Spoedig moest de maatschappij zich failliet laten verklaren en kwam de tram, die tonnen gouds bad gekost, voor eenige duizenden in andere handen. U kunt wel begrijpen, mijnheer Van Berkenstein! dat het alleen aan de koorts te wijten was dat de menschen zich gouden bergen van die speculatie hadden voorgespiegeld, want ’t was bekend dat aanleg en onderhoud kostbaar en de vrachtprijzen gering waren. Van de stad naar Kramat betaalt men tien cent, en evenveel van Kramat naar Meester Cornelis.” De wagen hield stil om twee Chineezen op te nemen, die grijnzend hunne tanden lieten zien en met het afnemen der hoeden hunne kaalgeschoren hoofden vertoonden, om welker kruinen de staarten spiraalvormig opgerold lagen. Zoodra zij plaats genomen hadden, maakten zij de staarten los en hervatten hun gesprek, doch op zulk een toon dat Leeg- hancker meende dat zij twist hadden en dichter hij zijne reisgenooten schoof. „Wees niet ongerust, mijnheer!” sprak Krip bedarend; „zoo luid spreken de Chi neezen altijd. Vroeger zouden ze in tegenwoordigheid van blanken den mond niet hebben durven openen, voordat ze aangesproken werden, maar tegenwoordig zijn zij veel brutaler geworden. Door dien tram heeft het prestige van den blanke ontzettend geleden; door de spoorwegen zal het den doodsteek krijgen.” „ Waarin bestaat eigenlijk dat prestige?” vroeg Van Berkenstein. „Wel,” antwoordde mijnheer Krip, verwonderd over een vraag die hij nooit ge hoord had, „in de kleur der huid. Zonder dat prestige zouden de Europeanen al lang zijn verjaagd door de inboorlingen. Reeds in de laatste vijf en twintig jaren zijn de inlanders op de hoofdplaatsen gedurig brutaler geworden, maar in de binnenlanden blijven zij ten minste den blanke onderdanig. Ontmoeten zij een blanke, dan wordt er altijd eerbiedig neerge hurkt, en ” „En was dat het effect van de kleur der huid? Was die vroeger dan nog blanker? Ik denk, dat het de vrees of het ontzag was voor de kracht der wapenen; want bij de komst onzer voorvaderen in deze gewesten bestond er niets van dat prestige.”
[ 0.3333333433, 0.3650000095, 0.1225000024, 0.5566666722, 0.7633333206, 0.5600000024, 0.349999994, 0.5983333588, 0.5649999976, 0.7540000081, 0.5533333421, 0.6709091067, 0.7200000286, 0.6233333349, 0.3449999988, 0.4699999988, 0.5466666818, 0.7749999762, 0.5333333611, 0.8450000286,...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000017.xml
-- EERSTE HOOFDSTUK. O mstreeks drie uren nadenmiddag van een kouden Decemberdag werden de ruime zalen van het groote sociëteitsgebouw op het Plein te ’s Gravenhage, in de wandeling „de Witte” genaamd, van lieverlede bevolkt door de gewone bezoekers. De rijk vergulde wanden en de lichtgekleede engelen op de plafonds waren nog niet onzichtbaar geworden door den dikken rook die, opgaande uit honderden sigaren, straks de verwarmde lucht zou bederven en de vrije ademhaling belemmeren. Slechts van een paar biljarten klonk op een afstand het eentonig geklots der ivoren ballen; en een dozijn bedienden stonden werkeloos bij of ge leund tegen bet eikenhouten buffet, in afwachting der bestellingen die spoedig zouden komen. In de groote zaal zag men hier en daar aan een marmeren tafeltje een enkel, meestal bejaard heer met veel ernst en waardigheid zijn geliefdkoosd dagblad lezen, totdat zijne kennissen die gewoon waren elkander dagelijks op dezelfde plaafs te ontmoeten, één voor één zouden komen opdagen. In een hoek nabij een der vensters, waar het daglicht het lezen langer mogelijk maakte dan dieper in de zaal — vooral heden, nu het begunstigd werd door een schitterende sneeuwlaag op daken en straten uitgespreid, en door de laatste zonnestralen die in schuinsche richting op de besneeuwde toppen der ijpeboomen vielen bespraken
[ 0.4050000012, 0.5766666532, 0.4329999983, 0.3300000131, 0.6850000024, 0.7900000215, 0.7549999952, 0.6227272749, 0.5066666603, 0.7300000191, 0.5500000119, 0.5709090829, 0.8000000119, 0.7749999762, 0.8280000091, 0.4539999962, 0.7533333302, 0.5466666818, 0.6016666889, 0.7056249976...
683505866
nl
1
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000187.xml
null
[]
683505866
null
null
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000274.xml
■ 1 . • - ' A '
[ 0.25, 0.25, 0.5500000119, 0.7400000095, 0.6299999952, 0.3899999857, 0, 0.75 ]
683505866
vi
0.933743
Sijthoff
Leiden
1881
Batavia
Rees, Willem Adriaan
00000045.xml
M 80. 1891. Oeffentlicher Anzeiger. Seite 659. Bekleidung derselben: Blaues Flanellhemd, gez. L. W., grau gestreiftes Parchend- Hemd, weiße Tricotunterhose, schwarz und grau melirte Buckskin hose, braun melirte Tuchweste, dunkel melirter, sehr verblichener Rock, grau und roth gestreifte Hosenträger, schwarz leinener Arbeits kittel, weiß und blau melirte wollene Socken, schwarze Tuch mütze, Kniestiefel. Bei der Leiche wurde vorgefunden: l grau und weiß carrirtes baumwollenes Taschentuch, l leeres gelbes Portemonnaie, 1 Taschenmesser. Der Unbekannte war anscheinend Erdarbeiter und dürfte kurze Zeit vor dem Auffinden den Tod durch Ueberfahren ge funden haben. Alle, welche über diese Leiche nähere Auskunft zu geben im Stande sind, werden hierdurch aufgefordert, sich unverzüglich bei der Unterzeichneten Behörde, Abtheilung I b, Zimmer Nr. 7 a, im Stadthause, zu melden. Hamburg, de» 6. April 1891. Die Pvlizci-Behördc. 1651 Gefundene Gegenstände, welche in dem Zeitraum vom 19. März bis 31. März 1891 bei der Polizei-Behörde eingeliefert worden sind. Gruppe I. Gelder. 1) I Portemonnaie, enth. 55 Pf., Lindenallee, März 14; 2) Baar 31 20, Glockengießcrwall, Februar 19; 3) 1 Porte monnaie, enth. 3t 2,77, Holl. Brook, März 18; 4) I Geldbörse, euch. 31 1,30, Carolineustraße, März 17; 5) 1 Portemonnaie, emh. 17 Pf., Fruchtallee, März 17; 6) Baar 32 Pf., im Bureau der Krankenversicherungs-Behörde, März 13; 7) 1 Portemonnaie, emh. 31 16, St. Pauli, Langereihe, März 17; 8) Baar 31 10, Pariser Bahnhof, März 21; 9) Baar 10 Pf., Rödingsmarkt, März 21; 10) I Portemonnaie, enth. 40 Pf., v. d. Tannstraße, März 20; II) 1 Portemonnaie, enth. 44 Pf., b. d. Kuhmtthle, März 21; 12) 1 Postmarke ä 10 Pf., Postamt 8; 13) Baar 3t 5, Postamt 8; 14) 1 Portemonnaie, enth. 3t 1,14, Lübecker Straße, März 23; 15) 1 Portemonnaie, enth. 65 Pf., in eimem Wagen de: Großen Hamb.-Alt. Straßenb.-Ges.; 16) 1 Portemonnaie, emh. 30 Pf., Jungfernstieg, März 23; 17) Baar M 1,07, Noll- stroße, März 20; 18) 1 Portemonnaie, enth. 31 1,53, Gr. Bur- stoh, März 23; 19) 1 Portemonnaie, enth. 10 Pf., Stephansplatz, März 26; 20) 1 Brieftasche, enth.: 10 Postmarken ä 10 Ps., 12 Postmarken ä 5 Pf., 10 Postkarten ä 5 Pf., Casfamacherreihe, Mirz 26; 21) 1 Portemonnaie, enth. 56 Pf., Wandsbecker Chaussee, März 27; 22) 1 Portemonnaie, enth. 311,26, Eiuis- bmteler Chaussee, März 27; 23) 1 Portemonnaie, enth. 71 Pf., Largereihe, St. Georg, März 21; 24) 1 Portemonnaie, enth. 20 Pf., Lindenstraße, März 20; 25) 1 Portemonnaie, enth. 3130,15, Spieibudenplatz, März 29; 26) Baar 5 Pf., Bureau der Abth. IX a der Polizei-Behörde, März 25; 27) 1 Cigarren- että mit 311, Hopfenstraße, März 26; 28) 1 Portemonnaie, emh. 75 Pf., Schürbeckerstraße, März 20. Gruppe II. Werthsachen. 29) 1 vergold. Armband, Brüderstraße, März 16; 30) 1 gold. Armband, Freiligrathstraße, Februar 10; 31) 1 gold. Ring, Shwarzestraße, März 16; 32) 1 gold. Ring, Hoheluft-Chaussee; 33 1 Korallen-Armband, Bethesdastraße, März 16; 34) 1 silb. Arnband, Alsterthor, Februar 23; 35) 1 gold. Manschettenkuopf, 36 2 Pincenez; 37) 1 grüner Stein an einem Ring; 38) 1 Brache, in ). Wagen der Hamb.-Altonaer Pferdeb.-Ges.; 39) 1 Trauring, gez C. Mitschke 5./11. 90, Steinwärder, März 7; 40) 1 Brache, Nüdernstraße, März 19; 41) 1 Stahlbrille, Besenbinderhof, Mirz 14; 42) 1 silb. Armband, Hamburger Straße, März 21; 43) 1 gold. Armband, Hansastraße, März 23; 44) 1 Korallen kette, Raboisen, März 19; 45) 1 Granatbroche, Billh. Röhrcn- damm, März 22; 46) 1 Brille im Futteral, Neuerwall, März 23; 47) 1 Pincenez, Margarethcnstraße, März 24; 48) 1 goldenes Medaillon, Charlvttenstraßc, März 8; 49) 1 gold. Ohrring, Rosenstraße, März 24; 50) 1 Trauring, gez. A. Freitag, 6. April 1890, Meyerstraße, März 28; 51) 1 silb. Damen-Uhr mit Kette, Neuerwall, März 26; 52) 1 silb. Streichholzdose, Ferdinandstraße, März 25; 53) 1 Opernglas, in der Droschke Nr. 670, März 26; 54) 1 silb. Armband, Wandsbecker Chaussee, März 30. Gruppe HI. Kleidungsstücke, Wäsche, Schuhwaaren, Handarbeiten re. 55) 1 Pelzkragen, im Hause Fruchtallee 27/29, März 12; 56) 1 gestreifte Taille, Weidenstieg, März 17; 57) 4 Fissen Strickgarn, Steinthor, März 16; 58) 1 Rock, 1 Mütze, 1 Regen schirm, Mönkedamm, März 17; 59) 5 Muffe, 60) 28 div. Hand- schuhe, 2 Taschentücher, 1 Schleier, 61) 1 Stück Piquet, 62) 1 Schürze, 63) 1 Corset, 64) 1 Gummischuh, in d. Wagen der Harub.-Altonaer Pferdeb.-Ges.; 65) 1 Serviette, Bleicher straße, März 15; 66) 1 Damenmautel, 1 Herrenrock, ABC-Straßc, März 21; 67) 1 Pelzmuff, 68) 1 Paar Handschuhe, 69) 1 Taschen tuch, 1 Beutel mit Div., in d. Wagen der Großen Hamb.-Älton. Straßenb.-Ges.; 70) 2 Handschuhe, Rathhaus, Admiralitätstraße, Februar 20; 71) 1 Kopftuch, Dammthordamm, Februar 23; 72) 1 Umhängetuch, Dammthorstraße, März 24; 73) 1 Bündel Zeug, Vereinsstraße, März 24; 74) 1 Damenhandschuh, Wands becker Chaussee, März 24; 75) 1 Packet Besatzlitze, an der Alster, März 26; 76) 1 Koffer mit Wäsche und Kieivuiigsstücken, Fisch markt St. Pauli, März 22; 77) 2 Matratzen und div. Wäsche- theile, Banksstraße Nr. 139 bei Bartels, März 18. Gruppe IV. Kurz-, Galanterie-, Leder-, Spiclwaarcu, Musikinstrumente. 78) 1 Haarnadel, Dammthordamm, März 17; 79) 1 Arm band, 1 Portemonnaie, im Wagen der Hamb.-Altonaer Pferdeb.- Ges.; 80) 1 Frühstückstasche, im Wagen der Hamb.-Altonaer Pferdeb.-Gesellsch.; 81) 1 Portemonnaie, Reeperbahu, März 16; 82) 1 Gummi-Armbaud, Amsinckstraße, März 15; 83) 1 Porte- monnaie mit 1 Postquittung und 1 Loos, Schlachtcrstraße, März 22; 84) 1 Haarkamm, Mittelweg, März 21; 85) 1 Ci garrentasche, Postamt 8; 86) 1 Portemonnaie, Alter Wand- rahm, März 22 ; 87) 1 Visitenkartentasche, auf Namen Bertha Froh, 1 silb. Armband, Wandsbecker Chaussee, März 30. Gruppe V. Chirurgische Instrumente, Chemicalien, Farbe, Oelc rc. 88) 1 Packet, enth. Seife, im Wagen der Gr. Hamburg- Altonaer Straßenbahn-Gesellschaft. Gruppe VI. Mctallivaaren, Werkzeuge, Waffen, Munition. 89) 5 Thürschlösser, Eichholz, Hof 74, März 17; 90) 1 Brenn zange, im Wagen der Hamb.-Älton. Pferdeb.-Gesellsch.; 91) 1 Paar Schlittschuhe, im Wagen der Hamb.-Alton. Pserdeb.-Gesellschaft 92) 1 Schecre, Billstraße, März 18; 93) 2 Schraubenschlüssel, Hagedornstraße, März 20; 94) 1 Hanuner, 2. Humboldtstraße, März 17; 95) 1 Stemmeisen, Klosterthor, März 17; 96) 1 Ewer- sührerhaken,Brook, März 22; 97) 1 Taschenmesser, AlterSteinweg, Mürz 25; 98) 1 Pistole, Sechslingspforte, März 26. Gruppe VII. Schlüssel. 99) 1 Schlüssel, Rademachergang, März 16; 100) 1 Schlüssel, 1. Elbstraße, März 16; 101) 9 Schlüssel am Ringe, Ferdinand- straße, März 16; 102) ,1 Schlüssel, Banksstraße, März 16; 103) 6 Schlüssel, Spieibudenplatz, März 14; 104) 8 Schlüssel am Ringe, Alter Steinweg, März 19; 105) 5 Schlüssel, Glocken gießerwall, März 20; 106) 2 Schlüssel, Margarethenstraße, März 19; 107) 1 Schlüssel, Wandsbecker Chaussee, März 18; 108) 2 Schlüssel, Große Allee, März 17; 109) 3 Schlüssel,
[ 0.1099999994, 0.7533333302, 0.8960000277, 0.7123076916, 0.7755555511, 0.8119999766, 1, 0.5389999747, 0.5849999785, 0.6349999905, 0.6150000095, 0.7200000286, 0.4050000012, 0.8733333349, 0.5699999928, 0.7627272606, 0.6111111045, 0.6179999709, 0.5339999795, 0.5893750191, 0.45571...
821131222
de
1
null
null
null
null
null
00000218.xml
Seite 832. Oeffentlicher Anzeiger. 1891. M 100. 208001 Auszahlung von Militair- und Bürgermilitair - Pensionen. Am Freitag, de» 1. und Sonnabend, den 2 Mai d. I., von 10 bis 12 Uhr Vormittags, werden im Bureau der Haupt-Staatscasse, Rathhaus, Admiralitätstraße, ausbezahlt: 1) Die Gagen der zur Disposition gestellten Osficiere und die Pensionen des ehemaligen Hamburgischen Militairs für den Monat Mai 1891. 2) Die Pensionen der Mitglieder des ehemaligen Hamburgischen Bürgermilitairs für den Monat April 1891. 3) Die Pensionen der Wittwen der Kämpfer von 1813/14 für das Halbjahr von ultimo April bis ultimo October 1891. Hamburg, den 28. April 1891. Die Finanz-Deputation. 2086(11 Steckbriefs-Erledigung. Auf Requisition des Commandos des Infanterie-Regiments Keith (l. Oberschlesischen) Nr. 22 wird hierdurch zur öffentlichen Kenntniß gebracht, daß die unter dem 22. d. Mts. erlassenen Steckbriefe wider die Musketiere Lossier und Nchsc ihre Erledigung gefunden haben. Hamburg, den 29. April 1891. Die Militair-Commission des Senats. 208661 Bekanntmachung, betreffend die im Aufträge der Oberschulbehörde, Section I, im Sommerhalbjahr 1891 zu haltenden Vorlcsuugeu. Zu den in der Bekanntmachung vom 17. d. angekündigten Vorlesungen ist als Nachtrag hinzuzufügcn: Dr. C. Gotische: Geologische Exentsionen in die weitere Umgegend Hamburgs — an 6 noch zu bestimmenden Sonn tagen. Besprechung der Theilnehmer: Mittwoch, den 29. April, Nachmittags 3 V 2 Uhr, im Naturhistorischen Museum am Schweinemarkt. Hamburg, de» 29. April 1891. Die Oberschulbehörde, Section I. Amtliche Petroleum - Controlle. Das Petroleum Datum der Probe zeigte am Petroleumprobcr Pe.43H. A. Corr. auf 760mm Barometer den Entflamimliigspiiukt in Graden Celsius j Mittel auS Schiff mit Marke cm ipeciflicy bei 15° in Graden Baums (Wafferpkt.— 0) :s wcuncyi Celsius entsprechend (Wasser — 1) Wilhelm Astral M 5, 6, 7, 8 29. April über 30,0 j über 30,0 40 0,782 Haniburg, den 29. April 1891. Chemisches Staats-Laboratorium. Dr. F. Wibcl. 20871 Angeordnete Aufgebote. Standesamt Nr. 1. Rudolp Hinrich Friedrich Scharnbcrg mit Catharine Margarethe Magdalene Meyer. — Georg Berthold Strafe in a 11 n mit Margarethe Amanda Friederike Wilhelmine R 0 e w e r. — Friedrich Alfred Hugo Gottfried mit Anna Elisabeth Margarethe Friederike Brand au. — Eduard Karl Clemens Ludwig Nentwich mit Emilie Karoline Auguste Kümmel. — Wilhelm Friedrich Bessel mit Anne Caroline Ernestine Land- thalcr. — Johann Joseph Hubert Broichsitter mit Mar garetha Elise Glöckner. — Franz Heinrich Theodor Schlich- ting init Margaretha Elisabeth Therese Möller. — Ludwig Ferdinand Theophil Tafelsky mit Catharine Johanne Sophie Sander. — Otto Paul Ludwig mit Henriette Dorothea Ottensen. Standesamt Nr. 2 , Johann Heinrich Adolf Niemann mit Helene Bertha Johanna Nie mann. — Carl Friedrich Paepke mit Anna Catharina Jlsabe Louise Barg mann. — Johann Jakob Drewes mit Anna Margareta, geb. Peters, verw. Schultz. — Julius Ploczitzka mit Ane Christine Christensen. — Georg Carl Faust mit Friederike Wilhelmine Dorette Auguste Amalie Möuckcmeier. — Carl Christian Gottlieb Durbahn mit Jda Friederike Mültin. — Wilhelm Emil Christian Louis Heyn mit Christine Maria Friederike Dorothea Jens. — Carl Hinrich Rudolf Ahlers mit Metta Emilie Schacht. — Johann Daniel Wilhelm Plege mit Johanna Christina, geb. Rall, verw. Schade. Standcöamt Nr. 20. Caesar Carl Henry Brandes mit Auguste Henriette, geb. Kibble, geschicd. Roehr ich. — Oscar Emil Nau mit Adeline Friederike Krakau. — Ernst Wilhelm Hermann Christoph mit Pauline Auguste Martha Schal. — Heinrich Schröder mit Auguste Henriette Johanna Mahnte. Hamburg, den 29. April 1891. Standesamt Nr. 22. Charles Chretien Emile Schlumberger mit Maria Dorothea An gelb eck. — Georg Eduard Exner mit Frieda Johanna Marie Rüss. — Georg Hermann Paul Bechstein mit Anna Johanna Auguste Siev crs. — Karl Ernst Christian Moykopf mit Catharina Margaretha Dorothea Rath je. — Haniburg, den 28. April 1891. Standesamt Nr. 23. Carl Friedrich Wilhelm Langstädtler mit Emma Martha LouiseBrüchmann. — Johann Friedrich Ferdinand Gi eschke mit Jda Wilhelmine Schick. — Friedrich Wilhelm Christoph Rockar mit Auguste H oh mann. — Johannis Carl Martin Ahrens mit Johanna Henriette Wegener. — Johann Jochen Wilhelm Cohrs mit Wilhelmine Elwers. — Heinrich Friedrich Wilhelm Iahucke mit Wilhelmine Marie Sophie Catharine Rodhorst. — Johann Friedrich Heinrich Schultz mit Anna Caroline Christine Dehn. Hamburg, den 29. April 1891.
[ 0.6499999762, 0.6549999714, 0.8646153808, 0.8266666532, 1, 0.4600000083, 0.6299999952, 0.473333329, 0.3560000062, 0.6066666842, 0.6511111259, 0.2866666615, 0.604285717, 1, 0.4720000029, 0.9150000215, 0.6987500191, 0.5366666913, 1, 0.6266666651, 0.3829999864, 0.6600000262, ...
821131222
de
1
null
null
null
null
null
00000394.xml
Seite 1008. Oeffentlicher Anzeiger. 1891. M 121. mit der Aufforderung, einen bei dem gedachten Ge richte zugelassenen Anwalt zn bestellen. Zum Zwecke der öffentlichen Zustellung wird dieser Auszug der Klage bekannt gemacht. Hamburg, den 26. Mai 1891. Th. Kuers, Gcrichtsschreiber des Landgerichts, Kammer II für Handelssachen. 25701 Amtsgericht Hamburg. Auf Antrag von Rechtsanwalt Dr. Heinrich Jagnes, Kaufmann Julius Jsaac Mausfeldt und Kaufmann Ludlvig Mausfeldt als Testamentsvollstrecker von Eduard Mausfeldt, vertreten durch die Rechtsanwälte Dres. Douncnbcrg, Jaques,Ahreus und Strack, wird ein Aufgebot dahin erlassen: daß Alle, welche au den Nachlaß des am 1. April 1891 Hierselbst verstorbenen Kaufmannes Eduard Mausfeldt Erb- oder sonstige An sprüche zn haben vermeinen oder den Be stimmungen des von dem genannten Erblasser am 9. Octobcr 1883 errichteten, mit einem Zu satz vom 21. April 1886 und einem Additancent vom 1. August 1888 versehenen, am 16. April 1891 pnblicirten Testanients, sowie der Be stellung der Antragsteller zn Testamentsvoll streckern und den denselben ertheilten Befug nissen, insbesondere der Befugnis; zur Umschrei bung, Vcrklansnlirnng und Tilgung zum Nach laß gehöriger Grundstücke, Hypothckpöste und Stantspapicrc ans ihren alleinigen Consens, sowie der Befngniß, in streitigen Fällen sich zn vergleichen, widersprechen wollen, hiemit aufgefordert werden, solche An- und Widersprüche bei dem Unter zeichneten Amtsgericht, Dainmthvrstraße 10, I. Stock, Zimnier Nr. 20, spätestens aber in dem ans Mittwoch, den 8. Juli 188 ll, Vormittags 10 Uhr, anberaumten Anfgebotstermin, daselbst Parterre Zimmer Nr. 7, anzumclden — und zwar Ans- wärtige unter Bestellung eines hiesigen Znstellnngs- bevollniächtigtcn — bei Strafe des Ausschlusses. Haniburg, den 13. Mai 1891. Das Amtsgericht Hamburg. Civil-Abtheilung III. gez. Crasemann Dr. Veröffentlicht: Ude, Gerichtsschreibergehülfe. 25801 Amtsgericht Hamburg. Der hiesige Rechtsanwalt Dr. Otto Mcicr hat den Erlaß eines Aufgebots zwecks Todeserklärung nach stehend bezeichneter verschollener Personen beantragt: 1) Der am 7. Februar 1841 hier geborene Hein rich Ernst August Pcushorn ist seit mehr als 20 Jahren verschollen. Sein Cnrator Aintsrichter Dr. F. H. Kellinghuscu hat dem Antragsteller Vollmacht ertheilt. 2) Der am 27. October 1823 geborene hiesige Bürger Johann Hinrich Christopher Beckmann desertirte anc 5. November 1 SSO vom Schiffe „Neptun", Capitain C. W. Kling, und ist seitdem verschollen. Derselbe wird beerbt von seiner Ehefrau Caroline Henriette Lonise, geb. Kusfncr. Sein Cnrator Ad. Axicn hat dem Antragsteller Vollmacht ertheilt. 3) Der am 17. September 1825 hieselbst geborene Johann Nikolaus Wessel ist seit langen Jahren verschollen. Das Erbschaftsamt in Verwaltung seines Vermögens hat dem Antragsteller Vollmacht ertheilt. Das beantragte Aufgebot wird dahin erlassen: I. daß die nachbenanntcn 1) Heinrich Ernst August Penshorn, 2) Johann Hinrich Christopher Bcck- mann, 3) Johann Nicolans Wessel hiemit anfgesordert werden, sich bei dem Unter zeichneten Amtsgericht, Dammthorstraße Nr. 10, I. Stock, Zimmer Nr. 20, spätestens aber in dem auf Mittwoch, den 9. März 1892, Nachmittags 2 Uhr, anberaninten Anfgebotstermin, daselbst Parterre, Zimmer Nr. 7 zu melden, unter dem Rechts- nachtheil, daß dieselben werden für tobt erklärt werden und all passns 2, daß die Ehe mit Caroline Henriette Louise, geb. Kuffncr, werde für aufgehoben erklärt werden; II. daß alle unbekannten Erben und Gläubiger der genannten Verschollenen hiemit anfgesordert werden, ihre Ansprüche spätestens in dem ob- bezeichnetcn Aufgebotstermin im Unterzeichneten Gericht anznmelden — und zwar Auswärtige unter Bestellung eines hiesigen Znstcllnngsbcvoll- mächtigtcn — unter dem Rechtsnachthcil des Ausschlusses und ewigen Stillschweigens. Hamburg, den 23. Mai 1891. Das Amtsgericht Hamburg. Civil-Abtheilung ID. gez. Crasemann Dr. Veröffentlicht: Ude, Gerichtsschreibergehülfe. 2580a! Konkursverfahren. In dem Konkursverfahren über das Nachlaß- Vermögen des verstorbenen Carl Peter Ingwer Paulscn, früher in Firnia P. L. Panlsen in Meldors, ist zur weiteren Berichterstattung des Verwalters über den mit P. L. Panlsen sr. am 8. Mai vor. Jahres geschlossenen Vergleich, ein tretendenfalls auch zur Einstellung des Verfahrens wegen mangelnder Masse, Termin ans Freitag, den 5. Juni 1891, Vormittags IttVc Uhr, vor dem Amtsgerichte Hierselbst, Dammthor- straste 19, 3. Stock, links, Zimmer Nr. 56, anberauint. Hamburg, den 26. Mai 1891. Holste, Gerichtsschreiber des Amtsgerichts. 25811 Konkursverfahren. Im Konkursverfahren über das Vermögen des Drogenhändlers M. Regas hieselbst ist zur Beschluß fassung der Glänbigerversammlnng über Verwerthnng der Masse und über Anerkennung beanspruchter Rechte ans Aussonderung bczw. abgesonderte Befriedigung — eventl. Einstellung des Konkursverfahrens wegen Mangels an Masse — Termin bestimmt ans Freitag, den 5. Juni d. I., Vormittags 19 Uhr. Bcrgedorf, den 20. Mai 1891. Nabe, Gerichtsschreibergehülfe, als Gerichtsschreiber des Amtsgerichts.
[ 0.7599999905, 0.726000011, 0.788461566, 0.9255555272, 1, 0.3400000036, 0.7699999809, 0.823333323, 0.5400000215, 0.6200000048, 0.6980000138, 0.7666666508, 0.7466666698, 0.6066666842, 0.3899999857, 0.5400000215, 0.6208333373, 0.6549999714, 0.625, 0.5749999881, 0.9700000286, 0...
821131222
de
1
null
null
null
null
null
00000071.xml
JSs 83. 1891. Oeffentlicher Anzeiger. Seite 685. Hiesige amtliche Inserate. 17051 Bekanntmachung. Das nachstehend näher bezeichnete Grundstück soll an dem unten gedachten Tage im Assecuranz-Saale der Börsenhalle öffentlich verkauft werden. Zufolge der §§ 6 und 7 des Gesetzes betreffend Zwangsvollstreckung in das unbewegliche Vermögen und gerichtliche Verkäufe vom 14. Juli 1879 werden alle Diejenigen, welche an das zu verkaufende Grund stück etwaige in die betreffenden Grund- und Hypo thekenbücher nicht eingetragene dingliche Rechte, oder gegen den Käufer des Grundstücks geltend zu machende Ansprüche — und zwar derjenigen Art, wie sie im 8 7 des gedachten Gesetzes unter 1—6 näher bezeichnet sind — zu haben vermeinen, hier durch aufgefordert, solche Rechte und Ansprüche vor dem unten bezeichneten Verkaufs-Termin bis l Uhr Nachmittags des untcngenannten Tages in der Gerichtsschreiberei der Abtheilnng für den gericht lichen Verkauf von Immobilien, Gänsemarkt 39, im ersten Stock, Zimmer Nr. 4, oder spätestens in nntengcnanntem Termin im Assecuranz-Saale der Börsenhalle selbst schriftlich oder zum Protokoll des Gerichtsschreibers anzumelden und zwar unter der Androhung, daß mit dem Zuschläge des Grund stücks an den Käufer der Verlust des Vorzugsrechts oder dinglichen Rechts, beziehungsweise der Ausschluß der Geltendmachung nicht angemeldeter Ansprüche gegen de» Käufer ohne Weiteres eintreten soll. Das Amtsgericht Hamburg, Abtheilnng für den gerichtlichen Verkauf von Immobilien. Veröffentlicht: Ang. Liidcrs, Gcrichtsschreiber. AS 217/1891. Montag, den 25. Mai 1891, Nachmittags 27i Uhr, Paul Ferdinand Fritz MllMsls auS Mecklen burg - Schwerin laut Grundrisses vom 13. April 1889 mit Nachschriften vom 14. Mai/23. Juli 1889 mit Nr. 638 A 2 bezeichneter, 171,5 qm großer Platz, belegen Bitttvärdcr-Ausschlag, an der Privatstraße Zollvereins-Straße, zwischen des genannten Kamps anderen Plätzen, cum comlifioitibus et annotntione — Eigenthums- und Hypothekenbuch der Landschaft Billwärder u. w. d. a. Pag. 3843. Dieses an der Zollvereins-Straße mit Nr. 19, 21 und 23 bezeichnete Grundstück besteht aus einem Etagenhause, enthaltend: 2 Kellerläden mit Wohnung, 2 Unterhäuser, sowie sechs Wohnetagen, enthaltend je 3 Zimmer, Kammer, Küche und Closet. Dieses in volksreichster Gegend belegene Grundstück ist sowohl Gewerbetreibenden, wie auch Reflectanten ans ein kleines Revenue-Grundstück, welches bei vollständiger Vermiethung ca. M 3200,— p. Ao. einbringt, zum Ankauf bestens zu empfehlen. Dasselbe soll zu einem werthseienden Preise eingesetzt, nöthigenfalls heruntergesetzt und in diesem Termine gerichtsseitig im Assccnranz-Saale der Börseuhalle verkauft werden. Nähere Auskunft ertheileu sämmtliche bekannte Hansmakler, sowie der mit diesem Verkauf svcciell beauftragte Makler S. Selig, Schaueuburgcrstratze Nr. 40. Auswärtiges amtliches Inserat. Steckbrief. Gegen den unten beschriebenen Nachtwächter Wilhelm Schlonski aus Altschottland, geboren am 3. Juni 1860 in Broesen, Kreis Danzig, welcher flüchtig ist oder sich verborgen hält, soll eine durch vollstreckbares Urtheil des Königlichen Landgerichts zu Danzig vom !l. September 1890 erkannte Gefängnißstrnfc von sechs Monaten vvllstreckt werden. Es wird ersucht, denselben zu verhafte» und in das nächste Gerichtsgefängniß abzuliefern und Nachricht zu den Strafacten II b L. I. 167/90 zu geben. Danzig, den 2 l. März 1891. Der Erste Staatsanwalt. gez. Lippert. Beschreibung: Alter: 30 Jahre. Größe: 1,65,5 m. Statur: unter- setzt. Haare: dunkelblond. Stirn: frei. Bart: dunkler Vollbart. Augenbrauen: dunkelblond. Augen: blau. Nase: gewöhnlich. Mund: gewöhnlich. Zähne: voll- ständig. Kinn: rund. Gesicht: oval. Gesichtsfarbe: gesund. Sprache: deutsch. Besondere Kennzeichen: an der linken Hand der Mittelfinger steif. Statistische Uebersichten.
[ 0.5199999809, 0.6399999857, 0.7940000296, 0.8092307448, 0.7388888597, 0.7860000134, 0.9900000095, 0.3142857254, 0.5012500286, 0.4933333397, 0.4699999988, 0.4686666727, 0.5933333039, 0.5472727418, 0.7459999919, 0.6236363649, 0.6769999862, 0.8550000191, 0.6800000072, 0.7733333111...
821131222
de
1
null
null
null
null
null
00000317.xml
M 112. 1891. Öffentlicher Anzeiger. Seite 931. Lüncborg. — Johann Heinrich Hermann Schulze mit Anna Marie Hübner. — Asmus Diedrich Erdmann Damm mit Johanna Amalia Kock. — Franz Heinrich Adolf Meyer mit Minna Elise Fricdchen Marie Blohm. Standesamt Nr. 2. Carl Friedrich Daniel Voss mit Marie Henriette Erdlinc Villwock. — Hinrich Eggert Lütten mit Anne Adelheid Böse. — Christian Louis Andressen mit Wilhelininc Sophia Maria Ankerstein. — Friedrich Wilhelm Oscar Sperling mit Joscphine Alwine Juliane Blancke, genannt Sichert. — Johannes Karl Emil Hermann Thonrae mit Sophie Maria Auguste Antonie Fraucisca Heise. — August Ludwig Wilhelm Brammer mit Wilhelininc Henriette Regine Auguste Oelckers. — Heinrich Hermann William Emil Holtzman» mit Anna Wilhelininc Wex. — Johann Poniedzialek mit Anna Maria Lnbig. — Johann Georg Donatus Hcmpel mit Theresia Parchwitz. Standesamt Nr. 3. Paul Max Hermann Kuhse mit Anna Maria Panline S imm ack. — Heinrich August Hei d tm ann mit Anna Christiane Maria Köhler. — Franz Felix Jeschke mit Frieda Elise Auguste Lorenz. — Gustav Wilhelm Julius Pahl mit Anna Catharina S ch n a ck. Standesamt Nr. 29. Anton S ch o l l m e y e r mit Mariane Louise Emilie R o t h e n s e e. — Carl Christian Johann Friedrich Fiuckler mit Anna Johanna Catharina Henriette Nollmeher. — Franz Christoph Heinrich Kölln mit Maria Dorothea Magdalena Nöhrs. — Carl Hermann Gotthard Schalow mit Adolphinc Gustiue Mathilde Therese, gcb. Schulze, geschied. Ebeliug. — Christian Otto Brandt mit Frieda Maria Johanna Brömmer. — Wilhelm Ludwig Albert Bachmair mit Agnes Christiane Hermine Möller. — Friedrich Wilhelm Paul Koch mit Wilhelmine Charlotte Friedrike Koop. — Johann Heinrich (genannt Ernst) Dorf mit Laura Maria Johanne, geb. Petcrsen, geschied. Lüders. — Karl Julius Paul Hanptstcin mit Luise Wagner. — Sophus Christian Louis Jensen mit Caroline Charlotte Sophie W e ck m a tt n. Hamburg, den 14. Mai 1891. Standesamt Nr. 21. Heinrich Johannes Wilhelm Jmmerthal mit Anna Mathilde Charlotte Boy. — Stanislaus Gulcz mit Wilhclmine Anna Maria Elisabet Bade. — Franziskus Carl Emil Heinrich Nehrmann mit Dorothea Maria Lisette Hormann. — Gotthelf Hermann Köhler mit Anna Sophie Margaretha Bloh m. Standesamt Nr. 22. Heinrich Karl Angnst Unbereit mit Johanna Erdmann. — Otto Wilhelm W e st mit Henriette Alphonsine Louise Jnliette Klentze. Hamburg, den 13. Mai 1891. Standesamt Nr. 23. Johann Konrad Karl Thod e mit Henriette Lucia Friederike Charlotte Drewes. — Claus Hinrich Hermann Seebörger mit Sophie Marie Elise Hofemann. Hamburg, den 14. Mai 1891. Bekanntmachungen der Gerichte. 21)701 Bekanntmachung. Es sollen die Proceßacten der Civilkammern »nd Kammern für Handelssachen des Landgerichts aus den Jahren 1879 und 1880 vernichtet werde», und werden alle Diejenigen, welche an einer längeren Ausbewahruug von in Betracht kommenden Acten ein Interesse haben, aufgefordert, ihr Interesse spätestens bis zum 1. Dcccinber 1891 in der Gerichtsschreiberei der Civilkammer IV des Landgerichts, Rathhaus, Admiralitätstraße 56, zweiter Stock, Zimmer 49, auzumeldcu und glaubhaft zu machen, widrigenfalls mit der Vernichtung der bezeichuctcn Acten vorgcgaugen werden wird. Hamburg, den 9. Mai 1891. Der Präsident des Landgerichts. Ludw. Arning Dr. 23801 Landgericht. Verklarung. Schiffer Windham, Schiff „Malemba", kommend von der Westküste Afrikas, will am Sonnabend, den 16. Mai, um 12 Uhr seine Verklarung belege». 23811 Steckbrief. Gegen den unten beschriebenen früheren Galanteriewaaren- händler Andreas Olaf Böhling, geboren am 27. Januar 1851 zu Hilleröd a/Sceland, Dänemark, welcher flüchtig ist bezw. sich verborgen hält, ist die Untersuchungshaft wegen wiederholter Wechselfülschnngeu verhängt. Es wird ersucht, denselben zu verhaften und Nachricht hierher zu gebe». Hamburg, den 12. Mai 1891. Der Untcrsuchiingsrichtcr III bei dem Landgerichte. Stärken. Beschreib» ng: Alter: 40 Jahre. Größe: klein. Statur: untersetzt. Haare: dunkelblond, Glatze. Stirn: niedrig. Bart: dunkelblonder spärlicher Schnurrbart. Nase: gewöhnlich. Mund: gewöhnlich. Kinn: rund. Gesicht: rund. Gesichtsfarbe: gesund. Sprache: deutsch mit dänischem Accent. Kleidung : dunkler Jacketanzug, dunkler Ueberzieher, schwarzer steifer Filzhnt. 23821 Steckbrief. Gegen den Stencrmaun Carl Heinrich Hcldt, geboren am 30. Mai 1864 zu Westerland (Sylt), welcher flüchtig ist, ist die Untersuchungshaft wegen wiederholterUnterschlagung verhängt. Es wird ersucht, denselben zu verhaften und hierher Nachricht zu geben. Actenz. L. IV. 749/91. Hamburg, den 12. Mai 1891. Die Staatsanwaltschaft bei dem Landgerichte. Hiesige amtliche Inserate.
[ 0.09000000358, 0.8424999714, 0.7620000243, 0.8283333182, 0.9177777767, 0.6600000262, 0.9175000191, 0.5744444728, 1, 0.6266666651, 0.5699999928, 0.7300000191, 0.3928571343, 0.3433333337, 0.4850000143, 0.5780000091, 0.7571428418, 1, 0.8679999709, 0.7325000167, 0.637142837, 0....
821131222
de
1
null
null
null
null
null
00000516.xml
Seite 1130. O öffentlich er Anzeiger. 1891. M 134. Wochenbericht des Medieinol-Jnsbeetorates für den Hamburgischen Staat. Verzeichnis? der Verstorbenen und Todtgeborenen für die Woche vom 24. bis 30. Mai 1891. Verstorbene nach Todesursache» 2. Krämpfe der Kinder ... 3. Auszehrung der Kinder 5. 6 . 7. 8 . Blatter» bei Geimpften .. Scharlach Masern .9. Keuchhusten 10. Cholerine 11. Cholera 12. Typhus 13. Ruhr 14. Rachenbräune und Croup. 15. Wochenbcttfieber 16. Folgen der Geburt 17. Eitervergiftung 19. Folgen chirnrg. Opera! 20. Syphilis, erworben u. angeb. 21. Rachitis, Skropheln 22. Zuckerharnruhr 23. Schwindsucht 24. Acuter Wasserkopf 25. Krebs 26. Altersschwäche und Brand. 27. Gchirnschlagsluß 28. Säuferwahnsinn 29. Acute j Entzündungen.. ■ des Central- 30. Chronische! Nervensystems .. 31. Katarrh und Grippe 32. Acute ) Entzünd, der 35. Acuter Gelenkrheumatismus 36. K. der Verdaunngsorganc 37. Unterleibsbrüche 38. Bauchfellentzündnngen ... 39. Wassersucht 40. K.d.Harn-».Geschlechtsorgane 41. Krankh. des Knochensystems 42. Plötzl. Tod ans nnbek. Ursach. 43. Selbstmord 44. Unglücksfälle und Verbrechen 45. Zweifelhaft, ob Selbstmord oder Unglücksfall .. 46. UnbesUmmte Diagnose, nicht unterzubringen .... Alter in Jahren »O o o o H r 7' f» »o 1 i 1 1 1 -o »o CN o o Z © 15 — — — — — — 15 7 3 — — — — — 10 20 5 25 8 2 10 — — — 1 — — — 1 — 1 — — — — — 1 — — — — 1 — — 1 — — — — — — — — — — — 1 1 — — 2 — — — — — — — — 3 4 1 1 — — — 9 — — — — — — — — — — — — 1 — — 1 — — — — — — — — — 1 — — — — — 1 — — — — 1 — — 1 3 — — — — — — 3 1 — 1 — — 2 8 24 8 1 43 2 2 i 1 — — — 6 — — — — 6 4 3 13 — — — — — — 19 19 — — — — 1 1 9 11 1 1 — — 2 — 1 — - » i 2 4 4 1 12 12 9 21 — 1 2 — 3 5 3 14 — — — 1 4 2 7 — — 1 1 6 9 3 20 — — 1 — 2 1 2 6 — — — 1 1 — — 2 — — — — 1 — 1 — — — — 1 1 2 1 2 1 — 1 — — 5 — — — — — — — 1 2 1 4 1 — — 2 5 — — 8 — — — 1 — — 1 — — — — — — Summe der Gestorbenen..| 73|30|13jl7j64|40j43 ! |2SO 62|20 Todtgeborene. Vorzeitig geborene 4 Knaben, 3 Mädchen, zusammen 7 Kinder. Rechtzeitig geborene 3 Knaben, 2 Mädchen, zusa mmen 5 Kinder. Im Ganzen 7 Knaben, 5 Mädchen, zusammen l2 Kinder. 28811 Hamburg, den 10. Juni 1891. Zahl der in der Woche vom 31, Mai bis 6. Juni 1891 angemcldeten Erkrankungen an acuten Infektionskrankheiten. 63 S- 53 68 = © ©68 §3 ©Gli? 2 . PS 3' §r ^ 3 §iifs*ps S»2 S " a a. — s er f 3 ™ © © | § er- er Ss ’ : s Ä Co 5 3 G: rzr Zf r* 2 5 n; o » «3,0- R r'S § 2 S,£s ■ =r : : s.I: . * * • » n : i : ff ö3© : : : 83 : : : Z 150 ... 8 .5' : : : 9 ^ (Ä ! ! ! ^-0 ■ • • Hef ! ! 2 . i 1 i II II 1 1 1 1 111 Nichtgeimpfter i 1 i 1 1 1 1 II 1 1 1 m Geimpfter i 1 i 1 i 1 1 1 II 1 III Wicdergeimpfter i 1 i 1 II 1 1 II 1 III ohne Angabe l Oj 05 I I 05 ! I -1 05 O« -1 10 05 Scharlach l Ol tO 05 1 »-* tO 1 1 ►— 05 05 05 tO CO Masern o« 1 to I 1 ! 1 1 O'H lp- 1-0 05 Keuchhusten — 1 *»> MINI- m> 1 - 1 bei Kindern § 05 1 II II 1 1 1 - 1 1 - bei Erwachsenen 1 1 1 1 1 II II 1 1 1 i 1 Cholera to 1 -> 1 1 1 1 1 1 05 H-* I (-* K) Typhus 1 1 1 II 1 1 II 1 1 IN Croup (Braune) <x> 1 co I ! H I H- o O 05 ^ 05 05 Rachenbräune (Diphtheritis) 1 1 1 1 II 1 II 1 III Ruhr 1 1 1 II II II 1 III Wochenbettfieber 1 t—1 1 ~ 1 1 1 II 1 IN Wechselficber © Liste der gemeldeten Geburten in der Woche vom 24. bis 30. Mai 1891. Anzahl der Geburten 439, davon eheliche 377, uneheliche 62. Gemeldet wurden von Aerzten 48, von Hebammen 391 Ge- bnrtcn; gcburtshülfliche Operationen 23. Anzahl der geborenen Kinder 447, davon Knaben 209, Mädchen 238. Reif geboren 418, frühzeitig geboren 29, lebend geboren 435, todt geboren 12. Das Mcdieinal-Jnspectorat. Kraus Dr. Druck und Verlag von Lütcke L Wulff, Eines Hohen Senats Buchdruckern. Hamburg, Kl. Bäckerstraße 22/24.
[ 0.6800000072, 0.4959999919, 0.6100000143, 0.6499999762, 0.75, 0.7633333206, 0.7799999714, 0.3000000119, 0.5299999714, 0.3430769145, 0.5299999714, 0.6039130688, 0.4099999964, 0.25, 0.2823076844, 0.3466666639, 0.4408333302, 0.7633333206, 0.4083333313, 0.4499999881, 0.4276922941...
821131222
de
1
null
null
null
null
null
00000016.xml
Seite 630. Oeffentlicher Anzeiger. 1891. M 76. Friedrich Gerhard. Diese Firma hat an Carl Hermann Ludwig Gerhard Prokura ertheilt. Keller 8 Berglas. Inhaber: Lazar Keller und Isaak Jakob Berglas. The Guardian Fire and Life Assurance Company in London. Die Gesellschaft hat August Hermann Brauss und Hermann Richard Brauss, in Firma A. H. Branss & Co., zu ihren hiesigen Bevollmächtigten und Agenten bestellt. Dieselben sind laut der beigebrachten Vollmacht ermächtigt, Feuerversicherungsverträge für die Gesellschaft abzuschließen, die Polizen auszustellen und die Prämien einzuziehen, auch die Gesellschaft vor den hiesigen Gerichten zu vertreten. Die früher von der Gesellschaft an Eberhard Wilhelm Burghard und August Hermann Brauss, in Firma A. H. Brauss & Co. crtheilte Vollmacht ist aufgehoben. Weber 8 Granniger. Inhaber: Johannes Hermann Weber und Christian Max Groninger. Carl Hintcrhuber. Nach dem am 20. Dezember 1890 erfolgten Ableben von Karl Wilhelm Franz Hinterhuber wird das Geschäft von dessen Wittwe Anna Hinrica Eduine Hinterhnber geb. Möller, als alleiniger Inhaberin, unter unver änderter Firma fortgesetzt. Johann Levy. Inhaber: Johann Levy. Paul Weissleder. Inhaber: Christian Gottfried Paul Weissleder. April 1. St. Pauli Credit-Bank. Heinrich Christoph Dicderich Vahlbruch ist aus dem Vorstande der Gesellschaft ausgeschieden. Gemäß Z 12 der Statuten ist Richard Johann Heinrich Gardthausen zum Mitgliede des Vorstandes erwählt worden. 1Bß4a l Das Landgericht Hamburg. 15561 Steckbriefs - Erneuerung. Der unterm 27. Juli 1883 durch den Herrn Untersuchungs richter hier hinter den Seiler Paul Hannich, geboren am 20. Februar 1858 zu Deutsch-Leippe, erlassene Steckbrief wird hierdurch erneuert. Hamburg, den 25. März 1891. Die Staatsanwaltschaft bei dem Landgerichte. 16661 Steckbriefs - Erneuerung. Der unterm 13. Juni 1890 hinter den Kutscher Johann Göttlich Hartman«, geboren am 15. Mai 1837 zu Ullersdorf, erlassene Steckbrief wird hierdurch erneuert. Hamburg, den 28. März 1891. Die Staatsanwaltschaft bei dem Landgerichte. 1B56a| Steckbriefs - Erledigung. Der unterm 3. März 1891 hinter den Hausknecht John Klüppelbcrg , geboren am 20. März 1870 zu Hamburg, erlassene Steckbrief hat seine Erledigung gefunden. Hamburg, den 28. März 1891. Die Staatsanwaltschaft bei dem Landgerichte. Hiesige amtliche Inserate. 16671 Landgericht Hamburg. Oeffentliche Zustellung. Die Ehefrau Sophia Maria Friederike Ncckel, geb. Kammin. zu Hamburg, vertreten durch die Rechtsanwälte Dres. Königsberg & Fleck, klagt gegen ihren Ehemann Theodor Wilhelm Ncckel. unbekannten Aufenthalts, wegen Ehescheidung vom Bande auf Grund böslicher Verlassung, mit dem Anträge: den Beklagten zu verpflichten, binnen gerichts seitig zu bestimmender Frist die Klägerin wieder bei sich aufzunehmen, im Entstehungsfalle die Ehe der Parteien wegen böslicher Verlassung abseiten des Beklagten vom Bande zu trennen, und ladet den Beklagten zur mündlichen Verhandlung des Rechtsstreits vor die vierte Civilkammer des Land gerichts zu Hamburg (Rathhaus) auf Freitag, den S6. Juni 1881, Vormittags 9 3 A Uhr. mit der Aufforderung, einen bei dem gedachten Ge richte zugelassenen Anwalt zu bestellen. Zum Zwecke der öffentlichen Zustellung wird dieser Auszug der Klage bekannt gemacht. Hamburg, den 31. März 1891. Fcrd. Wehrs, Gerichtsschreiber des Landgerichts. Civilkammer IV. iMaj Landgericht Hamburg. Oeffentliche Zustellung. Der Rentmeister Wilhelm Fischer zu Neuhof (Kreis Striegau), vertreten durch die Rechtsanwälte vrs8. Donnenberg, Jagues, Ahrens und Strack, in Hamburg, klagt gegen George Ernst Fischer, unbekannten Aufenthalts, aus Darlehensforderung mit dem Anträge: den Beklagten zur Bezahlung von M 1000,— nebst 5 % Zinsen seit dem 10. October 1890 und Kosten einschließlich derer des Arrestverfahrens zu verurtheilen, auch das Urtheil event. gegen klägerische Sicherheitsleistung für vorläufig voll streckbar zu erklären,
[ 0.8600000143, 0.5724999905, 0.8246153593, 0.9511111379, 0.9660000205, 0.349999994, 1, 0.6499999762, 0.5774999857, 0.6060000062, 0.6119999886, 0.7900000215, 0.3549999893, 0.4474999905, 0.4699999988, 0.7466666698, 0.6542857289, 0.7742857337, 0.4811111093, 0.6333333254, 1, 0.6...
821131222
de
1
null
null
null
null
null