sentence
stringlengths
2
208
version
stringclasses
10 values
Met zijn linkervoet trapte hij de bal genadeloos is de winkelhoek.
1_0
Waar zijn de toiletten?
1_0
Hij was het brein achter die criminele organisatie.
1_0
De gereserveerde plaatsen kan je vinden in wagon vijf.
1_0
Ik heb teveel gegeten.
1_0
De sticker kwam al los van het object.
1_0
Ze gebruikte de stijgbeugels om op het paard te klimmen.
1_0
De dokter heeft mij mijn ziekte uitgelegd in moeilijk jargon.
1_0
De varkens aten uit een trog.
1_0
De A12 loopt parallel aan de E19.
1_0
De stoel zat niet zo comfortabel.
1_0
Die doos bevat honderd verschillende kleurpotloden.
1_0
De arbeidsinspectie is langsgeweest en heeft hem betrapt op zwartwerken.
1_0
De dakgoot zit verstopt en het water lekt naar beneden langs de gevel.
1_0
Een houten pilaar stond in het midden.
1_0
De kat heeft na drie uur eindelijk de muis gevangen.
1_0
Blad, steen, schaar wordt vaak gebruikt om een keuze te beslechten.
1_0
Bij de start van het jaar tweeduizend was het onduidelijk wat er met computers ging gebeuren door de verwachte millenniumbug.
1_0
De kinderen gingen niet graag naar school tot ze juffrouw Sofie leerden kennen.
1_0
Is er opvang voorzien in een vluchtelingenkamp?
1_0
Hij heeft een boek geschreven over de honderd mooiste plaatsen ter wereld.
1_0
De pasta moet acht minuten koken.
1_0
Er liggen magazines op de tafel.
1_0
Onder andere België, Duitsland en Frankrijk behoren tot de achtentwintig Europese lidstaten.
1_0
Met behulp van een 3D-printer kon het wisselstuk toch nog gemaakt worden.
1_0
Het aantal landbouwers blijft dalen.
1_0
Ik vindt dat we nog iets meer geld moeten uittrekken voor de promotie.
1_0
Ik zet de verlichting op de filmmodus.
1_0
De ontmoeting was later dan ze gepland hadden.
1_0
Door de wind moest ze zich goed vasthouden aan de reling.
1_0
De bokser lag knock-out op de mat.
1_0
De trainer zorgde dat zijn spelers verdedigen oefenen.
1_0
Voor mij een ijsje op een hoorntje met twee bolletjes vanille.
1_0
Op 1 april moet je niets geloven in de krant.
1_0
Hij is te groot voor zijn leeftijd.
1_0
Kanker wordt veroorzaakt door mutaties in cellen.
1_0
Hij spreekt Frans, Nederlands, Engels en Duits.
1_0
De kroonjuwelen van de koningin zijn gestolen.
1_0
De nieuwe partij had onverwacht de meerderheid gekregen in de Tweede Kamer.
1_0
Over een kilometer moet je invoegen in het andere rijvak.
1_0
Inches worden zelden gebruikt in het Nederlands, maar de grootte van televisies is hierop een uitzondering.
1_0
De trams rijden op een afgescheiden baan.
1_0
Ze is net vijftig jaar geworden.
1_0
Wat is jouw favoriete tv-programma?
1_0
Jan is even groot als Joachim.
1_0
Er zit ruis op de lijn.
1_0
Iris, vertel me een mop.
1_0
Ze verkopen daar hoofdzakelijk duurzame producten.
1_0
Het zijn twee vrolijke vrienden.
1_0
Hebben ze neerslag voorspeld voor vandaag?
1_0
De atheïst ging in discussie met zijn christelijke vrienden.
1_0
Is gelachen het voltooid deelwoord van lachen?
1_0
De draak ademde een stroom vlammen uit van 10 meter lang.
1_0
De voetbalwedstrijd ging gelijk op, tot onze ploeg op een twee nul voorsprong kwam in de tachtigste minuut.
1_0
Is er opvang voorzien in een vluchtelingenkamp?
1_0
Ik ben geld gaan halen bij de bank.
1_0
Hij geeft me een kusje.
1_0
Dat is een retorische vraag.
1_0
Hmm, een mojito is lekker verfrissend.
1_0
Zijn die wortelen biologisch?
1_0
De politie werd opgeschrikt door een tweede bommelding.
1_0
Vroeger had dat dorp een omwalling.
1_0
Soms weet ik niet zeker of een bepaald woord correct Nederlands is.
1_0
Slaap jij nog met knuffels in bed?
1_0
In de lente komen de bloembollen weer in bloei.
1_0
Religie wordt ook wel eens geloof genoemd.
1_0
Racisme blijft nog vaak voorkomen, maar er is een kentering aan de gang.
1_0
Je mag dat niet zomaar veralgemenen.
1_0
Die doos bevat honderd verschillende kleurpotloden.
1_0
Ik heb mij dat altijd al afgevraagd.
1_0
Na zijn wereldreis van een jaar werd het eindelijk tijd om nog eens de kapper te bezoeken zodat zijn familie hem zou herkennen.
1_0
Hij was het brein achter die criminele organisatie.
1_0
Hij koestert geen wrok meer.
1_0
Het bestek vind je in de lade en de borden liggen in de kast erboven.
1_0
Als tiener had hij veel last van acne.
1_0
Vorig seizoen zijn er twee leden van onze skiclub omgekomen in een lawine.
1_0
Bijen kunnen sterven van bepaalde pesticiden.
1_0
De een zijn dood is de ander zijn brood.
1_0
De luier zat opnieuw vol met uitwerpselen.
1_0
Zij heeft het wereldkampioenschap snooker gewonnen.
1_0
Zijn oom is soldaat in het leger.
1_0
Aluminium blikjes kan je volledig recycleren.
1_0
Neem je ook meteen wat koekjes mee?
1_0
In de lagere school hebben we allemaal blokfluit gespeeld.
1_0
De eerste atoombom is gevallen op Hiroshima.
1_0
Haar schoonouders zijn sympathiek.
1_0
De politieagent heeft mij beboet nadat ik door rood ben gereden.
1_0
September is de laatste maand van de zomer en meteen ook het begin van de herfst.
1_0
Een kapitein blijft aan boord tot het einde als het schip zinkt of vergaat.
1_0
"Een heleboel mensen hadden zich verzameld om naar de rally auto's te kijken."
1_0
Na het winnen van de vierde set moest de titanenstrijd in de vijfde set beslecht worden.
1_0
Er staan veel bands op de affiche.
1_0
Indonesië bestaat uit vele eilanden.
1_0
Wat een engeltje.
1_0
De loodgieter heeft het lek gedicht.
1_0
"Isabelle opent 's ochtends de gordijnen."
1_0
Van lang in het vliegtuig te zitten kan je spataders krijgen.
1_0
Is die rode Mercedes van Linda?
1_0
Een aangename kennismaking.
1_0
De A2 loopt parallel aan de Maas in Limburg.
1_0