text stringlengths 80 6.25k | text_len int64 32 3.12k | src stringclasses 7
values |
|---|---|---|
De preoperatieve chemotherapie bestond in beide onderzoeksgroepen uit een combinatie van leucovorin, cisplatinum en #-fluorouracil Het aantal R# resecties was ##% in de chemotherapiegroep versus ##% in de chemoradiotherapiegroep De totale overleving verschilde niet chemotherapiegroep en ##% in de chemoradiotherapiegr... | 617 | nvmdl |
beter is dan na preoperatieve chemotherapie is het verschil niet statistisch significant waarschijnlijk mede door het feit dat de studies onvoldoende De premalige afwijkingen en kleine tumoren worden in deze richtlijn niet besproken Hier komt een verwijzing naar de Barrett richtlijn zodra deze beschikbaar is Het conc... | 557 | nvmdl |
locoregionaal recidief en het vergroten van de kans op een radicale resectie De gewenste lymfklierdissectie bepaalt mede de operatieve benadering Via een thoracotomie kan een intrathoracale lymfklierdissectie worden verricht van de peri-oesofageale lymfklieren, de peritracheale lymfklieren, de lymfklieren in het aort... | 602 | nvmdl |
de cervicale stations) lymfklierdissectie ### De vijfjaarsoverleving bedroeg respectievelijk ##% en ##% De vijfjaarsoverleving in westerse series bedraagt gemiddeld rond ##% voor alle gereseceerde patiënten ### In een retrospectieve serie van ### patiënten met een plaveiselcelcarcinoom van de thoracale oesofagus w... | 673 | nvmdl |
principe resectabel oesofaguscarcinoom komt niet voor een resectie in aanmerking vanwege aanwezige comorbiditeit Drie recente gerandomiseerde onderzoeken vergeleken definitieve chemoradiotherapie met chirurgie, al dan niet voorbehandeld met chemoradiotherapie In het grootste onderzoek werden tussen ### en ### ### pat... | 713 | nvmdl |
betwist Stahl et al randomiseerden ### patiënten met een resectabel oesofaguscarcinoom (stadium T<DATUM> N#-# M#) tussen chemoradiotherapie alleen en chirurgische resectie voorbehandeld met chemoradiotherapie ### In dit onderzoek vond de randomisatie plaats vóór de inductie chemotherapie Alle patiënten hadden e... | 711 | nvmdl |
##<DATUM> #<DATUM> Het probleem met deze onderzoeken is dat ze geen uitspraak toelaten over welke behandeloptie te verkiezen is bij oudere patiënten met een resectabel oesofaguscarcinoom Twee recente retrospectieve studies vergeleken wel rechtstreeks een oesofagusresectie met definitieve chemoradiotherapie bij ouder... | 640 | nvmdl |
het krijgen van definitieve chemoradiotherapie of radiotherapie alleen ### In de ## onderzoeken die gelijktijdige chemoradiotherapie bestudeerden werd een lagere sterfte gevonden ten opzichte van radiotherapie alleen (HR # ##, ##%CI # ##-# ##) Ook de waren in het voordeel van gelijktijdige chemoradiotherapie In de a... | 589 | nvmdl |
Definitieve chemoradiotherapie kan bij een geselecteerde groep patiënten met een resectabel Dit geldt met name voor tumoren die een klinisch gunstige respons vertonen op de chemoradiotherapie Er is momenteel geen betrouwbare modaliteit om de gevoeligheid van de tumor en response op De behandelingsgerelateerde sterfte... | 711 | nvmdl |
### patiënten met een adenocarcinoom van de middenste tot distale slokdarm of de cardia gerandomiseerd tussen een transthoracale of transhiatale oesofagusresectie ##<DATUM> ### De vijfjaarsoverleving bedroeg ##% (##%CI ##% - ##%) na transhiatale benadering versus ##% (##%CI ##% - ##%) na transthoracale benadering, ee... | 738 | nvmdl |
patiënten met een resectabele stadium II of III slokdarmtumor toegewezen aan een transthoracale of transhiatale oesofagusresectie ### Geen significante verschillen in overleving werden gevonden, maar de transhiatale benadering ging gepaard met een kortere operatieduur (### versus ### minuten) en minder naadlekkages (... | 603 | nvmdl |
een type I-III met <DATUM> tumor-positieve lymfklieren Bij patiënten met een tumor type II-III is dit waarschijnlijk niet het geval en verdient de transhiatale resectie de voorkeur in verband met de geringere perioperatieve morbiditeit Momenteel wordt in de meeste centra internationaal en in <LOCATIE> neoadjuvante t... | 606 | nvmdl |
De literatuur aangaande oesofaguscardiaresectie versus totale maagresectie bij patiënten met een carcinoom van de gastro-oesofagale overgang (Siewert type II-III) is beperkt tot observationele onderzoeken Belangrijk te realiseren hierbij is dat het preoperatief niet betrouwbaar is vast te stellen waar de tumor is gel... | 619 | nvmdl |
marge op de slokdarm ten opzichte van de tumor (ex vivo gemeten minder dan #,# cm) geassocieerd is met een microscopisch positief snijvlak en een ongunstige overleving### Tenslotte werd in de studie van Johansson geen verschil gevonden tussen lokalisatie van het tumorrecidief (chirurgisch veld, anastomose, systemisch)... | 639 | nvmdl |
is de werkgroep unaniem van mening dat voor minimaal invasieve oesofagusresecties de overige richtlijnen voor minimaal invasieve chirurgie zoals vastgesteld door de Inspectie van de Gezondheidszorg gevolgd dienen te worden (IGZ rapport 'Risico's minimaal invasieve chirurgie onderschat' ###) De conclusies aangaande mor... | 627 | nvmdl |
laparotomie Mogelijk gaat de minimaal invasieve oesofagusresectie gepaard met minder bloedverlies, minder pulmonale complicaties en een korter verblijf in het ziekenhuis Er zijn nog geen langetermijn oncologische uitkomsten In een andere recente systematische review worden deze bevindingen bevestigd ### Echter deze ... | 566 | nvmdl |
mediastinum ### Er is geen verschil aantoonbaar in morbiditeit, mortaliteit, vroege en late complicaties tussen de anterieure of posterieure mediastinale route als plaats voor het interponaat na subtotale oesofagusresectie gevolgd Bij macroscopisch niet-radicale resectie lijkt positionering van de buismaag in het voor... | 556 | nvmdl |
als substituut voorhanden De vraag welk type interponaat moet worden gebruikt, betreft de keuze tussen een totale maaginterpositie, een buismaag of een deel ⢠De maag kan, in verband met een eerdere maagresectie, niet meer als interponaat worden gebruikt De vraag welk type interponaat moet worden gebruikt, zal nu g... | 541 | nvmdl |
duidelijke voorkeur uit te spreken voor een cervicale of thoracale anastomose na Bij de meeste patiënten is de cervicale anastomose de meest aangewezen procedure Met name is dit het geval bij patiënten bij wie de chirurg, in geval van een tumor onder het carinaniveau, kiest voor een transhiatale resectie en halsexpl... | 541 | nvmdl |
de groep met de intrathoracale In een meta-analyse van de transthoracale versus de transhiatale benadering wordt gemeld dat bij de transhiatale benadering altijd een cervicale anastomose en bij de transthoracale vrijwel altijd een intrathoracale anastomose werd gemaakt ### In deze meta-analyse wordt geen verschil in m... | 550 | nvmdl |
carina, gekozen voor een gecombineerde transhiatale en cervicale benadering voor een subtotale oesofagusresectie met buismaagreconstructie en cervicale anastomose Hierbij wordt geen thoracotomie uitgevoerd en derhalve ook geen intrathoracale anastomose gelegd Op grond van de bovengenoemde onderzoeken is er geen duide... | 574 | nvmdl |
werd aangetoond of necrose van de tip van de buismaag bij intacte anastomose, werden in deze analyse niet meegenomen Er bestond geen significant verschil met de historische controlegroep wat betreft het aantal dilataties voor een benigne Er is geen verschil in ##-dagenmortaliteit of de kans op naadlekkage, cardiale mo... | 553 | nvmdl |
Het verdient de voorkeur om voor de oesofagogastrische anastomose een hechttechniek te gebruiken waarmee ruime ervaring bestaat In de gastro-intestinale chirurgie is de enkelrijige doorlopende Na oesofagusresectie gevolgd door buismaaginterponaat en oesofagogastrische anastomose is een In één gerandomiseerd onderzoe... | 568 | nvmdl |
na oesofagusresectie en reconstructie met potentieel ernstige gevolgen De meeste naadlekkages doen zich in de eerste week postoperatief voor, reden waarom tot dit moment het starten van orale âintake' doorgaans achterwege wordt gelaten om contaminatie van het wondgebied en met name het mediastinum te voorkomen Het ... | 619 | nvmdl |
retrospectief onderzoek onder ### nederlandse patiënten met een oesofagogastrostomie in de hals was bij ## patiënten sprake van een klinisch manifeste naadlekkage en bij ## patiënten (##%) trad dit op voor de contrastfoto Het percentage fout-positieve contrastfoto's bedroeg #, het fout-negatieve percentage ##, de s... | 590 | nvmdl |
Preoperatieve controle van de nervus recurrensfunctie met indirecte laryngoscopie kan achterwege worden gelaten Bij een vastgesteld nervus recurrensletsel dient men extra alert te zijn op het optreden van In drie prospectief gerandomiseerde onderzoeken waarin de transhiatale en transthoracale benaderingen om een oesof... | 566 | nvmdl |
laryngoscopie is waarschijnlijk niet zinvol Tijdens een thoracale procedure loopt de linker nervus recurrens gevaar bij exploratie van het aortapulmonale venster en bij dissectie van de linker paratracheale klieren Een nervus recurrensletsel kan asymptomatisch zijn De diagnose kan alleen betrouwbaar met indirecte Wa... | 611 | nvmdl |
waarin aspecten van chylothorax na oesofagusresectie zijn bestudeerd Er zijn slechts retrospectieve observationele onderzoeken en een Tot voor kort werd de kans op chylothorax na een transhiatale benadering hoger geschat dan na een transthoracale benadering Dit is vooral gebaseerd op een retrospectieve serie van ### ... | 609 | nvmdl |
de chylusproductie maximaal ### Over de effectiviteit van TPV bij chyluslekkage na oesofagusresectie doet de literatuur geen eenduidige Over de medicamenteuze behandeling door middel van sandostatine en etilefrine (een gerapporteerd, zodat het nut van een dergelijke therapie niet is bewezen Er is in de literatuur gee... | 578 | nvmdl |
postoperatief moet worden gestart met een long chain triglycerides(LCT)-beperkt en medium chain triglycerides(MCT)-verrijkt dieet Dit blijkt bij geringe <PERSOON> ###; <PERSOON> ###; <PERSOON> parenterale voeding kan worden overwogen wanneer het LCT-beperkt en MCT-verrijkt dieet en de Er zijn aanwijzingen dat wanneer ... | 571 | nvmdl |
de transhiatale benadering en een cervicale In een prospectief gerandomiseerd onderzoek naar een enkele- versus een dubbelrijige cervicale oesofagogastrische anastomose, werd een kleinere kans op een benigne naadstenose gevonden in de groep patiënten waarin deze enkelrijig was gelegd ### Retrospectieve series betreff... | 595 | nvmdl |
Het voordeel van deze techniek is onvoldoende statistisch onderbouwd om in De werkgroep raadt af om patiënten met een potentieel resectabel oesofaguscarcinoom voorafgaand aan Preoperatieve radiotherapie wordt toegepast met als doel de tumor te verkleinen en daardoor de resectabiliteit te vergroten Mogelijk zou hierdo... | 619 | nvmdl |
fractionering meer bij hedendaagse radiotherapie ### De postoperatieve mortaliteit in de onderzoeken van Launois, Gignoux en Arnott is respectievelijk ##%, ##% en ##%, duidelijk hoger dan heden ten dage wordt gezien ##<DATUM> ### Gelet op het feit dat gecombineerde preoperatieve chemoradiotherapie tot betere resultat... | 622 | nvmdl |
Helaas werd dit onderzoek uitgevoerd zonder âinformed consent' De dosering was ##-## Gy in ## tot ## fracties toegediend in vijf tot zes weken De vijfjaarsoverleving was <DATUM> in de groep met alleen chirurgie en #<DATUM> in de groep met chirurgie gevolgd door postoperatieve radiotherapie Dit verschil was niet ... | 630 | nvmdl |
In het onderzoek van Tenière werden in de groep zonder positieve lymfklieren (n=##) minder lokale recidieven gezien (recidiefvrije vijfjaarsoverleving ##% na postoperatieve radiotherapie versus ##% zonder radiotherapie; p(# ##) ### In het onderzoek van Fok werd in de groep patiënten die een palliatieve resectie hadd... | 603 | nvmdl |
in dit onderzoek werd geen verschil in overleving aangetoond Opgemerkt moet worden dat slechts ##% van de patiënten die in aanmerking kwamen voor postoperatieve chemotherapie met cisplatine en #-fluorouracil, de twee geplande kuren Er zijn geen aanwijzingen dat postoperatieve chemotherapie de overleving van patiënte... | 617 | nvmdl |
chemoradiotherapie als primaire behandeling van patiënten met resectabele tumoren Deze individuele studies hebben niet geleid tot een eensluidende conclusie door kleine patiëntenaantallen en grote heterogeniteit van patiëntenpopulaties en behandelcombinaties In een geüpdatete Cochrane analyse werd in ## RCTs waar... | 709 | nvmdl |
een significant betere tweejaarsoverleving en progressievrije overleving zien, In de studie van <PERSOON> werden ### patiënten met een lokaal irresectabel plaveiselcelcarcinoom chemoradiotherapiegroep liet een significant betere mediane overleving zien, ##,# vs #,# maanden (HR # ##, ##% CI, # ##-# ##) Beide studies ... | 705 | nvmdl |
voordelen van anti-reflux stents ten opzichte van klassieke open stents, los van hun effect op refluxklachten ### Dit werd nadien ook bevestigd Er is een groot aantal RCTs verricht met een mix van allerlei lokale behandelmodaliteiten Eventuele verschillen in effectiviteit en toxiciteit zijn vaak klein en duidelijke u... | 619 | nvmdl |
##%CI # ##- # ##), maar er werd geen verschil gevonden in technisch succes, proceduregerelateerde sterfte of neveneffecten Ook in vergelijking met brachytherapie alleen of fotodynamische therapie werd geen verschil gevonden voor laserbehandeling alleen In twee gerandomiseerde onderzoeken werd fotodynamische therapie ... | 585 | nvmdl |
werkzaamheid van chemotherapie bij het gemetastaseerde oesofaguscarcinoom kunnen hier dan ook niet uit worden getrokken In tegenstelling tot het oesofaguscarcinoom zijn bij het gemetastaseerde maagcarcinoom wel een paar RCT's beschikbaar, chemotherapie versus observatie, die een Gegevens betreffende verschillen in eff... | 582 | nvmdl |
waarin ### patiënten met een gemetastaseerd adenocarcinoom van de oesofagus, maag en maag-oesofagus overgang werden gerandomiseerd tussen verschillende chemotherapieregiems werd in een multivariate analyse geen verschil gezien in response rate en overleving aangetoond ### Deze gegevens suggereren dat chemotherapie bi... | 629 | nvmdl |
totaal zijn er tien fase III onderzoeken met concomitante chemoradiotherapie en vijf onderzoeken met sequentiële chemoradiotherapie gepubliceerd #<DATUM> #<DATUM> #<DATUM> #<DATUM> #<DATUM> #<DATUM> ##<DATUM> ### Verder is er een meta-analyse (Cochrane) van deze onderzoeken gepubliceerd ##<DATUM> Twee van de ## onde... | 658 | nvmdl |
In vier onderzoeken worden radiotherapieschema's gebruikt met een onderbreking van drie weken Hierdoor neemt mogelijk de toxiciteit af, maar ook de effectiviteit Tegenwoordig worden dergelijke schema's niet meer gebruikt De conclusie betreffende de biologische effectieve dosis (BED) in de meta-analyse moet voorzicht... | 597 | nvmdl |
De oesofagitis trad in het retrospectieve onderzoek van Safran reeds op gedurende de behandeling en herstelde zich één tot twee weken na afloop van de behandeling De voedselinname kan hierdoor echter dermate worden beperkt dat De samenstelling van de chemotherapiekuren, de interval tussen de toediening van chemother... | 602 | nvmdl |
Het toedienen van totale parenterale voeding gedurende de behandeling met gecombineerde chemoradiotherapie bij een patiënt met oesofaguscarcinoom resulteert niet in een reductie van mortaliteit, morbiditeit, bijwerkingen en verblijfsduur in het ziekenhuis dan wel op de ICU Bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar die... | 630 | nvmdl |
Bij aanwezigheid van cardiale en/of pulmonale risicofactoren dan wel cardiale en/of pulmonale ziekte wordt dit onderzoek uitgebreid Screening op Zie ook de richtlijn Algemene voedings- en dieetbehandeling van de LWDO Het verdient aanbeveling om reeds in een vroeg stadium bij patiënten met een oesofaguscarcinoom het ... | 620 | nvmdl |
De daadwerkelijke prevalentie van ondervoeding bij patiënten met een oesofaguscarcinoom is niet bekend Schattingen over de prevalentie van ondervoeding bij patiënten die een gastro-intestinale operatie ondergaan, lopen uiteen van # tot #% ##<DATUM> ##<DATUM> Deze variatie heeft te maken met onduidelijkheden omtrent... | 648 | nvmdl |
uur voor de operatie zou even effectief zijn als intraveneuze glucosetoediening ### Het ontstaan van insulineresistentie in de postoperatieve fase hangt mede samen met een hypocalorische voeding gedurende meerdere (drie tot zeven) dagen met een Toediening van een orale of intraveneuze koolhydraatrijke oplossing tot tw... | 652 | nvmdl |
Op meetmoment <DATUM> maanden resulteerden voedingsadviezen in combinatie met bijvoeding in een significante gewichtstoename Op meetmoment <DATUM> maanden resulteerde de combinatietherapie in een geringe significante verbetering van de MAMC (bovenarm-spieromtrek) en een significante verbetering van de knijpkracht De ... | 642 | nvmdl |
Toediening van immunonutriënten rond electieve chirurgische ingrepen gaat samen met een reductie van het aantal infecties (RR # ##, ##%-BI # ##-# ##) en een kortere ziekenhuisopname (-#,## dagen, ##%-BI -# ##-# #) ### De uitkomsten van het gerandomiseerde onderzoek dat is uitgevoerd na publicatie van deze drie met... | 662 | nvmdl |
Bij #,<DATUM> # gram eiwit/kg actueel lichaamsgewicht/dag wordt de eiwitsynthese maximaal gestimuleerd Meer dan #,# eiwit/kg lichaamsgewicht/dag zou, door het streven naar evenwicht, resulteren in een toename van de afbraak ### ### De energiebehoefte na de operatie kan op velerlei wijzen worden berekend en benaderd ... | 644 | nvmdl |
bij jongere patiënten en vrouwen), gestoorde maagontlediging, matige voedingstoestand, gewijzigd defecatiepatroon, ontstaan van galstenen en psychosociale klachten met betrekking tot de voeding ##<DATUM> ### ### In de eerste maand na de operatie ervaren patiënten volgens Brooks de meeste problemen, namelijk gebrek a... | 628 | nvmdl |
bij ##% van de patiënten worden Enterale voeding in de preoperatieve fase resulteert in een minder groot gewichtsverlies en stabiliteit van het totaal eiwit en het serumalbumine, maar draagt niet bij tot een betere respons op (neoadjuvante) chemo- of radiotherapie, een reductie van de postoperatieve morbiditeit, een b... | 622 | nvmdl |
verkoeverkamer tot ## uur na de ingreep ##<DATUM> #<DATUM> #<DATUM> #<DATUM> #<DATUM> Redenen om langdurig na de operatie te voeden zijn lekkage van de anastomose, aspiratie, anorexie en postoperatieve Het dient aanbeveling om bij het objectiveren van voedings(gerelateerde) problemen gebruik te maken van Preoperatiev... | 589 | nvmdl |
parenterale voeding resulteert mogelijk in een gereduceerde morbiditeit bij ernstig Het gebruik van totale parenterale voeding in de postoperatieve fase resulteert niet in een reductie van Selectieve darmdecontaminatie (SDD) kan worden overwogen bij patiënten die een oesofagusresectie De achtergrond van selectieve dar... | 579 | nvmdl |
### Omdat de subgroep patiënten met operaties voor oesofaguscarcinoom heel klein is, kunnen nog geen definitieve conclusies getrokken worden De preventieve gebruik van selectieve darmdecontiminatie (SDD) bij patiënten met oesofaguscarcinoom die een operatie ondergaan is op dit moment onderwerp van onderzoek Het on... | 599 | nvmdl |
van de Hypothermie verhoogt tevens de kans op cardiale complicaties Postoperatief rillen verhoogt het metabolisme en kan leiden tot een zuurstofgebrek waardoor myocardischemie kan ontstaan ##<DATUM> Het beperken van peroperatieve hypothermie wordt bereikt door zo vroeg mogelijk te beginnen met actieve verwarming van ... | 610 | nvmdl |
versus standaardtherapie (streefwaarde ( ## mmol/l) werd aangetoond ### Er zijn aanwijzingen dat het voorkómen van hyper- en hypoglykaemie de mortaliteit bij IC-patiënten reduceert Hierbij dient te worden gestreefd naar een bloedglucosewaarde ( ## mmol/l Intraveneuze insulinetherapie is superieur in vergelijking m... | 619 | nvmdl |
verlengd ziekenhuisverblijf ##<DATUM> Recentelijk is een aantal onderzoeken gepubliceerd waarin een restrictief perioperatief vochtbeleid werd bestudeerd In twee onderzoeken werd een sneller herstel van de darmfunctie en daardoor een korter ziekenhuisverblijf gezien bij patiënten die colorectale chirurgie onderginge... | 595 | nvmdl |
humaan bloed Overdracht van infecties is niet beschreven, maar is theoretisch mogelijk Het middel is niet effectiever in het handhaven van de colloïd-osmotische druk (COD) dan synthetische colloïden, maar wel een stuk duurder Bij het gebruik van colloïden dient men de nierfunctie te controleren Acuut nierfalen i... | 582 | nvmdl |
gerandomiseerd die een verhoogd operatierisico hadden voor een grote abdominale operatie, inclusief ## oesofagusresecties Daarbij werden epidurale opiaten vergeleken met intraveneuze opiaten In dit zogenaamde MASTER-onderzoek werd een significante vermindering van pijn gezien gedurende de eerste drie dagen na operati... | 636 | nvmdl |
van grote bovenbuikchirurgie ### Een klein gerandomiseerd onderzoek vergeleek tweemaal tien patiënten na een thoraco-abdominale oesofagusresectie Alle patiënten kregen intraoperatieve epidurale analgesie met morfine door middel van dubbelkathetertechniek (één katheter lumbaal en één thoracaal) Postoperatief kr... | 653 | nvmdl |
Deze patiënten behoefden geen intensive Bij grote bovenbuikchirurgie, waaronder oesofagusresecties, vermindert epidurale analgesie de frequentie van pulmonale complicaties in vergelijking met andere vormen van analgesie Bij grote abdominale chirurgie, waaronder oesofagusresecties, bij patiënten met een verhoogd oper... | 662 | nvmdl |
onderverdeeld in een laag, middelhoog en hoog risico voor postoperatieve pulmonale complicaties Dit resulteert in een toename van de postoperatieve beademingsduur (#-## dagen) na een oesofagusresectie, indien er een ernstig gestoorde Het ontbreekt aan onderzoeken waarin de waarde van therapeutische opties om de longfu... | 641 | nvmdl |
werkingsmechanisme berust mogelijk op een onderdrukking van de pro-inflammatoire cytokinerespons Een andere optie is intensieve perioperatieve fysiotherapie, eventueel aangevuld met gebruik van een âincentive' spirometer Of fysiotherapie een reductie geeft van de pulmonale complicaties is nog niet duidelijk Eén s... | 613 | nvmdl |
behandeling met corticosteroïden (## mg/kg methylprednisolon) geeft bij patiënten die een oesofagusresectie ondergaan, met een FEV#-waarde van meer dan ##%, een reductie Preoperatieve fysiotherapie zou aanvullende waarde kunnen hebben bij het voorkomen van pulmonale <PERSOON> ### De werkgroep adviseert om patiënten ... | 579 | nvmdl |
andere niet-gerandomiseerde onderzoeken maakt het aannemelijk dat vroege extubatie van patiënten die een transhiatale- danwel transthoracale oesofagusresectie hebben ondergaan veilig kan worden gedaan ##<DATUM> ##<DATUM> In het eerste jaar kan bij patiënten na een in opzet curatieve behandeling van een oesofaguscarc... | 583 | nvmdl |
voor het oesofaguscarcinoom Een gerichte zoekactie in de literatuur levert weinig resultaten op Het onderwerp follow-up na in opzet curatieve behandeling voor het oesofaguscarcinoom komt ter sprake in een aantal artikelen en boeken over de follow-up van patiënten met kanker #<DATUM> ### Redenen voor follow-up na beh... | 585 | nvmdl |
de beschikbare diagnostische methoden ⢠Effectieve interventie, die resulteert in een langere overleving of een betere kwaliteit van leven, is ⢠De patiënt is in staat om na de detectie van een lokaal recidief de beoogde interventie te Het is de vraag of in het geval van het oesofaguscarcinoom aan deze voorwaarde... | 595 | nvmdl |
van klachten ten gevolge van neo-adjuvante behandeling (onder andere ⢠psychosociale begeleiding (onder andere met betrekking tot de onzekerheid over de prognose, de ⢠herkenning van recidieven en palliatie van klachten als gevolg hiervan leverenzymen), endoscopie en CT-thorax/ abdomen wordt alleen op indicatie ve... | 635 | nvmdl |
behandeling van vitamine B## deficiëntie hanteerde een afkappunt van ### pmol/l (of ### pg/ml) ### Observationele studies suggereerden een verband tussen pernicieuze anemie en het optreden van oesofaguscarcinoom ##<DATUM> Het optreden van vitamine B## deficiëntie na chirurgie voor oesofaguscarcinoom is veel minder ... | 687 | nvmdl |
de juiste infrastructuur en specialisatiegraad van het medisch en paramedisch team Uitvoeren van oesofagusresecties in een ziekenhuis met een volume van meer dan ## resecties per jaar Naast volume wordt transparantie met betrekking tot uitkomsten van zorg geadviseerd De werkgroep adviseert - gezien de snel toenemende... | 722 | nvmdl |
ziekenhuisvolume worden verschillende afkapwaarden gerapporteerd In Amerikaanse centra met minder dan zes ingrepen per jaar was de ziekenhuismortaliteit significant hoger dan in centra met minstens meer dan zes ingrepen per jaar (OR # ##, ##%CI <DATUM> # ## in ###-### en OR # ##, ##%CI <DATUM> # ## in ###-###) ### In... | 700 | nvmdl |
# ##, ##%CI # ##-## ##) voor chirurgen met minder dan zes ingrepen per jaar in vergelijking met chirurgen met meer dan zes ingrepen per jaar ### Deze laatste studie vond geen significant verschil in mediane overleving Het optreden van chirurgische complicaties was niet significant verschillend tussen laag(minder dan ... | 702 | nvmdl |
tussen specifieke ziekenhuiskenmerken en uitkomsten ##<DATUM> ###, en # cohort studies bestudeerden het effect van centralisatie ##<DATUM> <PERSOON> et al zochten studies gepubliceerd tussen ### en ### die de relatie onderzochten tussen het volume en de uitkomst van patiënten met een oesofaguscarcinoom ### De gevon... | 786 | nvmdl |
leeftijd, geslacht, socio-economische status, morbiditeit en kankertype De resultaten voor oesofaguscarcinoom werden apart gerapporteerd in een online appendix Een volume van ##-## patiënten per jaar (hazard ratio = # ##; ##%BI # ##-# ##) en ##-## patiënten per jaar (hazard ratio = # ##; ##%BI # ##-# ##) waren geas... | 800 | nvmdl |
op (odds ratio = # ##; ##%BI <DATUM> # ##) en waren er meer overlijdens van patiënten met minstens # majeure verwikkeling (odds ratio = Sakata et al rapporteerden de resultaten van een grote Japanse survey bij ### ziekenhuizen die ### patiënten met een oesofaguscarcinoom chirurgisch behandelden tussen ### en ##<DATU... | 808 | nvmdl |
##) als laag-risico patiënten (hazard ratio = # ##; ##%BI # ##-# ##) Het verschil tussen academische centra en openbare ziekenhuizen was niet significant Volledige regionalisering naar gespecialiseerde centra zou ### overlijdens vermijden <PERSOON> et al includeerden ### patiënten met een oesofaguscarcinoom die t... | 784 | nvmdl |
gebeurden de resecties in # ziekenhuizen, terwijl vanaf ### de resecties slechts in # ziekenhuis meer gebeurden De mediane overleving verbeterde significant van #,<LEEFTIJD> jaar vóór ### tot #,<LEEFTIJD> jaar sinds ### p=# ###) vertoonden hooguit een trend tot verbetering Deze analyses werden niet gecorrigeerd voo... | 663 | nvmdl |
een ervaren MDL-arts in een hoogvolume-<INSTELLING> hoger is dan in een laagvolume-<INSTELLING> <PERSOON> ### Ook op basis van recente studies (gepubliceerd sinds ###) is het aannemelijk dat centralisatie van Het is aannemelijk dat de mortaliteit lager is en de overleving hoger na een oesofagusresectie in centra met e... | 600 | nvmdl |
gebruik van vooraf vastgestelde definities voor ziekenhuizen met een laag of hoog volume Deze definities hangen sterk af van de beschikbare data en verschillen daardoor per studie Dit maakt het moeilijk om uit de verschillende studies het optimale ziekenhuisvolume te bepalen Er is vooralsnog echter geen overtuigend ... | 574 | nvmdl |
ziekenhuiskenmerken en uitkomsten van zorg en voor het samenvoegen van de zorg voor slokdarm- en maagkanker in een klein aantal centra Inmiddels gepubliceerd Centralization of esophagectomy how far should we go?; <PERSOON> ### De hierboven genoemde algemene aspecten betreffende de inhoud en het proces van besluitvo... | 575 | nvmdl |
varieert en afhankelijk is van bepaalde patiëntkarakteristieken Zo blijkt de mate van actieve participatie af te nemen bij het toenemen van de leeftijd en hoger te zijn bij patiënten met een hogere opleiding en actievere âcoping'-stijl Daarnaast blijken vrouwen zich actiever op te stellen dan Als het gaat om het ... | 571 | nvmdl |
daarbij behorende wijze van Om te komen tot een verantwoorde besluitvorming is het van belang dat er duidelijkheid bestaat bij alle betrokkenen over de fase waarin het ziekteproces zich bevindt (âde besefscontext') Het doel van de behandeling verandert in de loop van de tijd van gericht zijn op genezing, via pallia... | 573 | nvmdl |
functiebeperkingen die een negatief effect hebben op de ervaren kwaliteit van leven Na een operatie voor oesofaguscarcinoom bleek dat bij meer dan driekwart van de patiënten sprake was van klachten zoals vermoeidheid, een vol gevoel en dysfagie, zowel op vijf weken als drie maanden na de operatie ### Uit een onderzo... | 597 | nvmdl |
status) ### Gezien de prognose en behandelingsmogelijkheden vormen ook patiënten met oesofaguscarcinoom een risicogroep waarvoor Aandacht voor psychosociale aspecten is daarbij niet alleen wenselijk ter ondersteuning van de patiënt, maar ook om psychische problemen te voorkomen of te verminderen Adequate voorlichti... | 577 | nvmdl |
In de praktijk blijkt dat veel patiënten de geboden informatie vergeten, onder andere door de optredende emoties Het ondersteunen van mondelinge voorlichting met schriftelijke en audiovisuele hulpmiddelen (bijvoorbeeld een geluidsopname, een dvd of een website) blijkt effectief in het onthouden en verwerken van de ve... | 561 | nvmdl |
behoefte aan psychosociale ondersteuning klik hier Voor meer informatie over Ondersteunen bij Naast basale psychosociale ondersteuning door artsen en verpleegkundigen zijn sommige patiënten gebaat bij meer gespecialiseerde psychosociale ondersteuning Het betreft hier patiënten die te maken hebben met ingrijpende be... | 577 | nvmdl |
van de ondersteuning uit de Standaardgebruik van een screeningsinstrument (zoals de EORTC OES-##) kan opsporing en bespreking van relevante psychosociale klachten bij patiënten met een oesofaguscarcinoom bevorderen Het is aangetoond dat psychologische interventies bij mensen met kanker een positief effect kunnen Een ... | 565 | nvmdl |
worden verstaan elke niet-curatieve behandeling waarbij naast bovenbeschreven doelen ook wordt gestreefd naar levensverlenging Aangezien dit onderscheid vaak niet goed kan worden gemaakt, worden in dit hoofdstuk alle in opzet niet-curatieve ingrepen als palliatief beschouwd In opzet curatieve chirurgie en (chemo)radi... | 591 | nvmdl |
en/of chirurgische behandeling Twee belangrijke opties voor de behandeling van dysfagieklachten bij deze patiëntengroep zijn het plaatsen van zelf-ontplooibare stents en Gerandomiseerde onderzoeken hebben aangetoond dat stents superieur zijn ten opzichte van de vroeger veel gebruikte kunststof endoprothesen, met name... | 624 | nvmdl |
al dan niet voorafgaande chemo- en/of radiotherapie hadden gekregen ### Ten slotte kan plaatsing van een stent ook worden overwogen bij patiënten met een oesofaguscarcinoom dat wordt gecomplceerd door een fistel tussen de oesofagus en de luchtwegen, bij proximaal gelokaliseerde oesofaguscarcinomen nabij de bovenste o... | 663 | nvmdl |
De mediane overleving was <DATUM> maanden, wat enkele maanden langer is dan in series waarin de resultaten van stentplaatsing (mediane overleving vier tot zes maanden) worden beschreven Hierbij moet echter worden opgemerkt dat in onderzoeken waarbij gecombineerde radiotherapie wordt toegepast, meestal geselecteerde pa... | 656 | nvmdl |
##% versus brachytherapie ##%) Er was een tendens naar betere kwaliteit van leven-parameters op de langere termijn in de brachytherapiegroep De totale kosten van de behandeling waren niet verschillend tussen beide behandelingen De gemiddelde overleving was in beide groepen gelijk ### Voor laserbehandelingen geldt ... | 627 | nvmdl |
voor het adenocarcinoom van de distale oesofagus en cardia eveneens een gunstig effect gezien (## versus # weken), en er werden geen complicaties gezien ### In dit onderzoek werden geen patiënten met een plaveiselcelcarcinoom geïncludeerd In twee gerandomiseerde onderzoeken werden laserbehandeling en stentplaatsing... | 578 | nvmdl |
en verzamelt zich bij voorkeur in tumorcellen Photofrin wordt pas actief nadat het wordt belicht met een laser met een bepaalde golflengte Als de laser op de tumor wordt gericht, heeft dit tot gevolg dat de fotosensitieve stof met zuurstof reageert en worden zuurstofradicalen gevormd, die vervolgens het tumorweefsel ... | 560 | nvmdl |
laten wachten, speelt de geschatte overlevingsduur een rol bij de keuze tussen stent en brachytherapie Indien de ingeschatte overleving, op grond van de algehele conditie en de metastasering op afstand, korter is dan zes weken, gaat de voorkeur uit naar de behandeling waarbij de dysfagieklachten direct afnemen, nameli... | 570 | nvmdl |
voorkomende symptomen Het is aan te bevelen bij het verlenen van zorg in de palliatieve fase gebruik te maken van De term dysfagie omvat alle passageproblemen voor voedsel ### Oorzaken van dysfagie zijn het oesofaguscarcinoom zelf of een gevolg van de behandeling, bijvoorbeeld een effect van radiotherapie De psychoso... | 558 | nvmdl |
van het weer kunnen eten ### Tijdens het plaatsen van een stent kan, vooral als de oesofagus moet worden opgerekt, een perforatie in de slokdarm ontstaan De stent dekt een eventuele perforatie in de oesofagus wel af Bij twijfel wordt gedurende enkele dagen een sonde voor voeding achtergelaten en worden antibiotica t... | 567 | nvmdl |
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.