text stringlengths 80 6.25k | text_len int64 32 3.12k | src stringclasses 7 values |
|---|---|---|
<PERSOON> Water <PERSOON> ID Improvement of care in colorectal cancer patients influence of the introduction of standardized structured reporting for pathology JCO Clin Cancer Informatics ###; In press Standardized reporting (synoptic) compared to non-standardized reporting (narrative) for b <PERSOON> systematic review had no risk of bias assessment included There could be potential confounders, such as age, experience with computers or electronic data forms, experience with writing reports, or knowledge of potential risk factors which was not controlled for However, the completeness in synoptic reporting using an electronic form can be interpreted as adherence to the electronic form (since the electronic form could function as a reporting checklist) In narrative reporting, such stict 'checklist' is probably absent and therefore narrative reporting is possibly more at risk for incompleteness (even when the reporter is extensive some factors may be forgotten) <PERSOON> though possibly influenced by some confounders, the increase of completeness (i e direction of the effect) is believed to be in the true direction because of the 'checklist'-function of electronic forms Therefore, no downgrade for risk of bias was applied Sinds ### is in <LOCATIE> de #e editie van de TNM (UICC) in gebruik geweest De problemen met veranderende definities van lymfkliermetastasen, die niet door enig bewijs waren ondersteund, vormden de basis hiervoor Echter, ook andere aspecten van de TNM Dit maakt het noodzakelijk om nu de overstap te maken naar een nieuwe versie van de TNM classificatie De TNM# is per <DATUM> in <LOCATIE> reeds ingevoerd en nu ook in de richtlijn bekrachtigd De discussie over de definities van lymfkliermetastasen is gespitst op de rol van tumordeposities In deze module beschrijven we het bewijs voor een adequate College of American Pathologists Protocol for the examination of specimens from patients with primary carcinoma of the colon and rectum, <PERSOON> ### #th edition, AJCC Royal College of Pathologists Dataset for histopathological reporting of colorectal cancer, December ### #th edition, UICC Hierbij wordt de aantekening gemaakt dat de status van tumordeposities verduidelijkt is in de #e editie van TNM, maar dat de voorgestelde stagering op basis hiervan nog steeds suboptimaal is en in de toekomst nog aangepast zou moeten worden Andere richtlijnen dateren van voor de #e editie van TNM Samengevat wordt in andere nationale en internationale richtlijnen de #e editie van TNM voorgeschreven, zonder dat daar bewijs of argumentatie voor wordt gegeven Er is geen speciale aandacht voor de Er zijn geen systematische reviews en meta-analyses voor de eerste deelvraag Tumordeposities Tumordeposities zijn geassocieerd met een slechte uitkomst, maar dit is niet beperkt tot patiënten die geen lymfkliermetastasen hebben bij presentatie Juist met de combinatie van tumor deposities en lymfkliermetastasen wordt een Gebruik voor de pathologische stadiering van resecties van een colorectaal carcinoom de onafhankelijke prognostische waarde.
| 560 | nvmdl |
Dit maakt het noodzakelijk om nu de overstap te maken naar een nieuwe versie van de TNM classificatie De TNM# is per <DATUM> in <LOCATIE> reeds ingevoerd en nu ook in de richtlijn bekrachtigd De discussie over de definities van lymfkliermetastasen is gespitst op de rol van tumordeposities In deze module beschrijven we het bewijs voor een adequate College of American Pathologists Protocol for the examination of specimens from patients with primary carcinoma of the colon and rectum, <PERSOON> ### #th edition, AJCC Royal College of Pathologists Dataset for histopathological reporting of colorectal cancer, December ### #th edition, UICC Hierbij wordt de aantekening gemaakt dat de status van tumordeposities verduidelijkt is in de #e editie van TNM, maar dat de voorgestelde stagering op basis hiervan nog steeds suboptimaal is en in de toekomst nog aangepast zou moeten worden Andere richtlijnen dateren van voor de #e editie van TNM Samengevat wordt in andere nationale en internationale richtlijnen de #e editie van TNM voorgeschreven, zonder dat daar bewijs of argumentatie voor wordt gegeven Er is geen speciale aandacht voor de Er zijn geen systematische reviews en meta-analyses voor de eerste deelvraag Tumordeposities Tumordeposities zijn geassocieerd met een slechte uitkomst, maar dit is niet beperkt tot patiënten die geen lymfkliermetastasen hebben bij presentatie Juist met de combinatie van tumor deposities en lymfkliermetastasen wordt een Gebruik voor de pathologische stadiering van resecties van een colorectaal carcinoom de onafhankelijke prognostische waarde Er zijn vier studies die de rol van tumordeposities in stadium III colorectaal carcinoom hebben onderzocht (<PERSOON>, ###; Mirkin, ###; Landau, ###; <PERSOON>, ###) met in totaal meer dan ## ### patiënten De studies laten zien dat patiënten met zowel lymfkliermetastasen en tumor deposities een significant slechtere prognose hebben in <PERSOON> A, <PERSOON> cancer ESMO Clinical Practice Guidelines for diagnosis, treatment and follow-up <PERSOON> ### Jul Kakar S, <PERSOON> ME Protocol for the Examination of Specimens From Patients With Primary Carcinoma of the Colon and <PERSOON> of American Pathologists (CAP) website (WEBLINK) cap <PERSOON> FN, Pai RK Histopathological Predictors of Recurrence in Stage III Colon Cancer Reappraisal of Tumor Deposits and <PERSOON-##> ### Jul chemotherapy efficacy in stage III colorectal cancer patients with different lymph node status A retrospective cohort study in <PERSOON-##> ### Aug;#<DATUM> ### doi <DATUM> j ijsu ##<DATUM> ### <PERSOON-##> of Tumor Deposits in <PERSOON-##> ### Aug # doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> (Epub ahead of print) <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> HC, Sugihara K, Tot <PERSOON-##> P.
| 602 | nvmdl |
die de rol van tumordeposities in stadium III colorectaal carcinoom hebben onderzocht (<PERSOON>, ###; Mirkin, ###; Landau, ###; <PERSOON>, ###) met in totaal meer dan ## ### patiënten De studies laten zien dat patiënten met zowel lymfkliermetastasen en tumor deposities een significant slechtere prognose hebben in <PERSOON> A, <PERSOON> cancer ESMO Clinical Practice Guidelines for diagnosis, treatment and follow-up <PERSOON> ### Jul Kakar S, <PERSOON> ME Protocol for the Examination of Specimens From Patients With Primary Carcinoma of the Colon and <PERSOON> of American Pathologists (CAP) website (WEBLINK) cap <PERSOON> FN, Pai RK Histopathological Predictors of Recurrence in Stage III Colon Cancer Reappraisal of Tumor Deposits and <PERSOON> ### Jul chemotherapy efficacy in stage III colorectal cancer patients with different lymph node status A retrospective cohort study in <PERSOON-##> ### Aug;#<DATUM> ### doi <DATUM> j ijsu ##<DATUM> ### <PERSOON-##> of Tumor Deposits in <PERSOON-##> ### Aug # doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> (Epub ahead of print) <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> HC, Sugihara K, Tot <PERSOON-##> the Value of Modern <PERSOON-##> and <PERSOON-##> ### Apr #;##(##) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> GJ Jr, <PERSOON-##> JRT, <PERSOON-##> of Tumor Deposits on Oncologic Outcomes in Stage III Colon Cancer Dis Colon Rectum ### <PERSOON-##>;##(#) ###<DATUM> doi Positive tumor deposits compared to negative tumor deposits for the prognosis (as a a No mention of blinded outcome assessors and <DATUM> studies did not mention (the number of) blinded tumor deposit assessors Furthermore <DATUM> c No mention of blinded outcome assessors and <DATUM> studies mentioned (the number of) blinded tumor deposit assessors Furthermore <DATUM> g Ueno did not mention (the number of) blinded tumor deposit assessors or outcome assessors <PERSOON-##> multivariate analysis (by logistic regression) zegelringcelcarcinoom Als meer dan ##% van de tumor wordt ingenomen door slijmmeren spreken we van mucineus carcinoom, als meer dan ##% van de tumor wordt ingenomen Een tweedeling in goed of matig versus slecht of ongedifferentieerd heeft de voorkeur In een slecht gedifferentieerd adenocarcinoom moet in elk geval enige buisvorming dan wel mucusproductie aanwezig zijn De tumor wordt gegradeerd op het slechtst gedifferentieerde gebied; de invasieve rand van de tumor moet echter buiten Aanwezigheid van tumor binnen een met endotheel beklede ruimte of tumor omgeven door een lamina elastica De anatomische locatie dient te worden aangegeven als.
| 637 | nvmdl |
Value of Modern <PERSOON> and <PERSOON> ### Apr #;##(##) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON> GJ Jr, <PERSOON> JRT, <PERSOON> of Tumor Deposits on Oncologic Outcomes in Stage III Colon Cancer Dis Colon Rectum ### <PERSOON>;##(#) ###<DATUM> doi Positive tumor deposits compared to negative tumor deposits for the prognosis (as a a No mention of blinded outcome assessors and <DATUM> studies did not mention (the number of) blinded tumor deposit assessors Furthermore <DATUM> c No mention of blinded outcome assessors and <DATUM> studies mentioned (the number of) blinded tumor deposit assessors Furthermore <DATUM> g Ueno did not mention (the number of) blinded tumor deposit assessors or outcome assessors <PERSOON> multivariate analysis (by logistic regression) zegelringcelcarcinoom Als meer dan ##% van de tumor wordt ingenomen door slijmmeren spreken we van mucineus carcinoom, als meer dan ##% van de tumor wordt ingenomen Een tweedeling in goed of matig versus slecht of ongedifferentieerd heeft de voorkeur In een slecht gedifferentieerd adenocarcinoom moet in elk geval enige buisvorming dan wel mucusproductie aanwezig zijn De tumor wordt gegradeerd op het slechtst gedifferentieerde gebied; de invasieve rand van de tumor moet echter buiten Aanwezigheid van tumor binnen een met endotheel beklede ruimte of tumor omgeven door een lamina elastica De anatomische locatie dient te worden aangegeven als Er hoeven geen speciale kleuringen of immunohistochemie gebruikt te worden voor het aantonen van vaso-invasieve groei Voor het beoordelen van de aan- of afwezigheid van vaso-invasieve groei moeten # tot # coupes door de tumor De standaardbewerking van het rectumcarcinoom vindt plaats volgens de methode van Quirke Het preparaat moet vers naar de patholoog toe en niet op de OK al behandeld worden met formaline Van het vers ontvangen preparaat wordt allereerst de buitenzijde beoordeeld voor de compleetheid van het mesorectale oppervlak Vervolgens wordt dit oppervlak geïnkt en het preparaat, dat opengeknipt kan worden tot nabij het niveau van de tumor, wordt gefixeerd; bij voorkeur minimaal ## uur Na fixatie wordt het gebied van de tumor gelamelleerd en worden coupes uitgenomen, met aandacht voor invasiediepte, lymfklieren en tumor deposits, vaatinvasie, circumferentiële en distale marge <PERSOON> de lymfklierstatus vast door zoveel mogelijk lymfklieren te onderzoeken met Beschrijf de circumferentiële marge, waarbij een marge van # mm of minder als positief wordt beschouwd Beschrijf bij aanwezigheid van een positieve lymfklier zowel de marge van de primaire tumor als van de lymfklier indien die dichter bij het resectievlak is gelegen Wanneer een abdominoperineale resectie heeft plaatsgevonden (anale regio ook in de Beschrijf in het pathologieverslag van een resectie voor levermetastasen ten minste de Colorectaal carcinoom kan moleculair in twee hoofdgroepen worden verdeeld microsatelliet stabiele (MSS) en microsatelliet instabiele (MSI) tumoren, ook respectievelijk mismatch repair (MMR) proficiënte en MMR deficiënte tumoren genoemd Met MSI status.
| 583 | nvmdl |
Er hoeven geen speciale kleuringen of immunohistochemie gebruikt te worden voor het aantonen van vaso-invasieve groei Voor het beoordelen van de aan- of afwezigheid van vaso-invasieve groei moeten # tot # coupes door de tumor De standaardbewerking van het rectumcarcinoom vindt plaats volgens de methode van Quirke Het preparaat moet vers naar de patholoog toe en niet op de OK al behandeld worden met formaline Van het vers ontvangen preparaat wordt allereerst de buitenzijde beoordeeld voor de compleetheid van het mesorectale oppervlak Vervolgens wordt dit oppervlak geïnkt en het preparaat, dat opengeknipt kan worden tot nabij het niveau van de tumor, wordt gefixeerd; bij voorkeur minimaal ## uur Na fixatie wordt het gebied van de tumor gelamelleerd en worden coupes uitgenomen, met aandacht voor invasiediepte, lymfklieren en tumor deposits, vaatinvasie, circumferentiële en distale marge <PERSOON> de lymfklierstatus vast door zoveel mogelijk lymfklieren te onderzoeken met Beschrijf de circumferentiële marge, waarbij een marge van # mm of minder als positief wordt beschouwd Beschrijf bij aanwezigheid van een positieve lymfklier zowel de marge van de primaire tumor als van de lymfklier indien die dichter bij het resectievlak is gelegen Wanneer een abdominoperineale resectie heeft plaatsgevonden (anale regio ook in de Beschrijf in het pathologieverslag van een resectie voor levermetastasen ten minste de Colorectaal carcinoom kan moleculair in twee hoofdgroepen worden verdeeld microsatelliet stabiele (MSS) en microsatelliet instabiele (MSI) tumoren, ook respectievelijk mismatch repair (MMR) proficiënte en MMR deficiënte tumoren genoemd Met MSI status manieren MSI met DNA analyse en MMR met immunohistochemie (eiwitexpressie) MSI/MMR status bepaling heeft een belangrijke rol bij het opsporen van patiënten met MSI is het gevolg van inactivatie van één van vier belangrijkste MMR eiwitten (MLH#, PMS#, MSH# en MSH#) MSI wordt gekenmerkt door variatie in lengtes van microsatellieten (kort segment DNA opgebouwd uit herhaalde sequenties) in tumorweefsel door inserties en deleties, die niet meer door de dysfunctionele MMR eiwitten gecorrigeerd worden Bij instabiliteit in # of meer van # standaard geteste microsatellieten wordt een tumor als MSI Een tumor wordt MMR deficiënt (dMMR) genoemd als één of meer van de vier MMR eiwitten immunohistochemisch (IHC) verlies van aankleuring in de tumorcelkernen laat zien Tumoren met behoud van aankleuring van celkernen in alle vier de kleuringen worden MMR Tot ongeveer ##% van alle CRC zijn MSI/dMMR Het mechanisme daarachter kan sporadisch of erfelijk (Lynch-syndroom) zijn en komt voor in respectievelijk circa ##% en #% Lynchsyndroom is een autosomaal dominante aandoening als gevolg van kiembaanmutaties die de mismatch repair eiwitten aantasten Sporadische MSI/dMMR tumoren ontstaan door biallelische somatische inactivatie van een MMR gen Dat wordt meestal veroorzaakt door MLH# promotor hypermethylering en minder frequent door mutatie of loss of heterozygosity (LOH) Met een MLH# promotor hypermethyleringstest kan het onderscheid tussen sporadische en erfelijke origine voor het merendeel van MSI/dMMR tumoren worden bepaald Dit onderscheid kan ook worden gemaakt door het detecteren van bepaalde somatische mutatie in het BRAF-gen (p Val###Glu, ook beter bekend als V###E).
| 594 | nvmdl |
met DNA analyse en MMR met immunohistochemie (eiwitexpressie) MSI/MMR status bepaling heeft een belangrijke rol bij het opsporen van patiënten met MSI is het gevolg van inactivatie van één van vier belangrijkste MMR eiwitten (MLH#, PMS#, MSH# en MSH#) MSI wordt gekenmerkt door variatie in lengtes van microsatellieten (kort segment DNA opgebouwd uit herhaalde sequenties) in tumorweefsel door inserties en deleties, die niet meer door de dysfunctionele MMR eiwitten gecorrigeerd worden Bij instabiliteit in # of meer van # standaard geteste microsatellieten wordt een tumor als MSI Een tumor wordt MMR deficiënt (dMMR) genoemd als één of meer van de vier MMR eiwitten immunohistochemisch (IHC) verlies van aankleuring in de tumorcelkernen laat zien Tumoren met behoud van aankleuring van celkernen in alle vier de kleuringen worden MMR Tot ongeveer ##% van alle CRC zijn MSI/dMMR Het mechanisme daarachter kan sporadisch of erfelijk (Lynch-syndroom) zijn en komt voor in respectievelijk circa ##% en #% Lynchsyndroom is een autosomaal dominante aandoening als gevolg van kiembaanmutaties die de mismatch repair eiwitten aantasten Sporadische MSI/dMMR tumoren ontstaan door biallelische somatische inactivatie van een MMR gen Dat wordt meestal veroorzaakt door MLH# promotor hypermethylering en minder frequent door mutatie of loss of heterozygosity (LOH) Met een MLH# promotor hypermethyleringstest kan het onderscheid tussen sporadische en erfelijke origine voor het merendeel van MSI/dMMR tumoren worden bepaald Dit onderscheid kan ook worden gemaakt door het detecteren van bepaalde somatische mutatie in het BRAF-gen (p Val###Glu, ook beter bekend als V###E) in ##,#% van de colorectale carcinomen met MLH# promotor hypermethylering deze mutatie in het BRAF-gen gevonden wordt, en slechts heel uitzonderlijk bij patiënten met Wanneer en met welke testen moet mismatch repair (MMR)/microsatelliet instabiliteit Welke test verdient de voorkeur (MMR IHC of MSI analyse)? Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (biopt primaire Is het screenen/testen met alleen PMS# en MSH# IHC voldoende? Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor deelvraag # en #? Sensitiviteit, specificiteit, concordantie tussen testen, haalbaarheid, verandering medisch P patiënten met colorectaal carcinoom die voor MMR/MSI analyse in aanmerking komen; I structureel testen bij iedere patiënt met CRC jonger dan ## en op indicatie bij patiënten C (a) niet structureel/screenend testen jonger dan ##; (b) testen bij alle CRC patiënten; O detectie van Lynch syndroom, invloed op therapiekeuze PICO # Welke test verdient de voorkeur (MMR IHC of MSI analyse)? O sensitiviteit, specificiteit, kosten, haalbaarheid PICO #a Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (biopt <PERSOON> met colorectaal carcinoom die voor MMR/MSI analyse in aanmerking komen; O concordantie in MMR/MSI status tussen resectie primaire tumor en voorafgaand PICO #b Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (primaire O concordantie in MMR/MSI status tussen primaire tumor en metastase, haalbaarheid PICO #a Wat zijn de indicaties voor MLH# promotor hypermethyleringstest of BRAF P patiënten met MLH# deficiënt colorectaal carcinoom die voor MLH# promotor I.
| 631 | nvmdl |
de colorectale carcinomen met MLH# promotor hypermethylering deze mutatie in het BRAF-gen gevonden wordt, en slechts heel uitzonderlijk bij patiënten met Wanneer en met welke testen moet mismatch repair (MMR)/microsatelliet instabiliteit Welke test verdient de voorkeur (MMR IHC of MSI analyse)? Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (biopt primaire Is het screenen/testen met alleen PMS# en MSH# IHC voldoende? Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor deelvraag # en #? Sensitiviteit, specificiteit, concordantie tussen testen, haalbaarheid, verandering medisch P patiënten met colorectaal carcinoom die voor MMR/MSI analyse in aanmerking komen; I structureel testen bij iedere patiënt met CRC jonger dan ## en op indicatie bij patiënten C (a) niet structureel/screenend testen jonger dan ##; (b) testen bij alle CRC patiënten; O detectie van Lynch syndroom, invloed op therapiekeuze PICO # Welke test verdient de voorkeur (MMR IHC of MSI analyse)? O sensitiviteit, specificiteit, kosten, haalbaarheid PICO #a Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (biopt <PERSOON> met colorectaal carcinoom die voor MMR/MSI analyse in aanmerking komen; O concordantie in MMR/MSI status tussen resectie primaire tumor en voorafgaand PICO #b Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (primaire O concordantie in MMR/MSI status tussen primaire tumor en metastase, haalbaarheid PICO #a Wat zijn de indicaties voor MLH# promotor hypermethyleringstest of BRAF P patiënten met MLH# deficiënt colorectaal carcinoom die voor MLH# promotor I patiënt met MMR deficiënt CRC op basis van MLH# deficiëntie bepalen PICO #b MLH# promotor hypermethyleringstest versus BRAF mutatieanalyse, welk test PICO # Is het screenen/testen met alleen PMS# en MSH# IHC voldoende? C panel van # kleuringen IHC met MLH#, PMS#, MSH# en MSH#; O sensitiviteit en specificiteit voor MMR deficiëntie detectie PICO # Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor deelvraag # en #? In de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker (versie # # van ###) wordt screening naar Lynch-syndroom voor alle colorectaal carcinomen onder de leeftijd van ## geadviseerd Vergelijkbare adviezen, danwel screening ongeacht de leeftijd, worden in andere richtlijnen geadviseerd (<PERSOON>, ###) MMR/MSI status heeft predictieve waarde betreffende respons op zowel adjuvante chemotherapie bij patiënten met stadium II en III colorectaal carcinoom als immuuntherapie bij patiënten met gemetastaseerde ziekte Daarom wordt MMR/MSI bepaling geadviseerd bij keuze van behandeling in die context (NCCN, ###; Sepulveda, ###; Stjepanovic, ###) Volgens de landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker (versie # # van ###) heeft MMR immuunhistochemie de voorkeur boven MSI analyse MSI analyse kost namelijk meer tijd, is duurder, kan niet in alle laboratoria worden uitgevoerd en stelt andere eisen aan het weefsel De MSI analyse moet verricht worden op zowel tumorweefsel als normaal weefsel en het tumorcelpercentage dient minimaal ##% te bedragen Verder moet bij het aantonen.
| 628 | nvmdl |
CRC op basis van MLH# deficiëntie bepalen PICO #b MLH# promotor hypermethyleringstest versus BRAF mutatieanalyse, welk test PICO # Is het screenen/testen met alleen PMS# en MSH# IHC voldoende? C panel van # kleuringen IHC met MLH#, PMS#, MSH# en MSH#; O sensitiviteit en specificiteit voor MMR deficiëntie detectie PICO # Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor deelvraag # en #? In de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker (versie # # van ###) wordt screening naar Lynch-syndroom voor alle colorectaal carcinomen onder de leeftijd van ## geadviseerd Vergelijkbare adviezen, danwel screening ongeacht de leeftijd, worden in andere richtlijnen geadviseerd (<PERSOON>, ###) MMR/MSI status heeft predictieve waarde betreffende respons op zowel adjuvante chemotherapie bij patiënten met stadium II en III colorectaal carcinoom als immuuntherapie bij patiënten met gemetastaseerde ziekte Daarom wordt MMR/MSI bepaling geadviseerd bij keuze van behandeling in die context (NCCN, ###; Sepulveda, ###; Stjepanovic, ###) Volgens de landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker (versie # # van ###) heeft MMR immuunhistochemie de voorkeur boven MSI analyse MSI analyse kost namelijk meer tijd, is duurder, kan niet in alle laboratoria worden uitgevoerd en stelt andere eisen aan het weefsel De MSI analyse moet verricht worden op zowel tumorweefsel als normaal weefsel en het tumorcelpercentage dient minimaal ##% te bedragen Verder moet bij het aantonen v m wel of niet verwijzen naar klinisch geneticus In de NCCN en NICE richtlijn wordt geen voorkeur gegeven voor een van deze technieken (NCCN, ###; NICE ###) Er is geen meerwaarde voor een combinatie van beide methoden in de screeningssetting (Richtlijn erfelijke darmkanker ###) Bij twijfel over de interpretatie van de immunohistochemische kleuringen en in de context van een klinisch genetische analyse van suspecte families kan toevoeging van MSI analyse wel van waarde zijn Sommige inactiverende mutaties kunnen namelijk gepaard gaan met (heterogene) eiwitexpressie, waarbij er wel sprake is van MSI (Richtlijn erfelijke darmkanker, ###) Zie hieromtrent statement van de US Multi-Society Task Force on Colorectal Cancer (Giariello, ###) wordt dit ook aangeraden In andere richtlijnen wordt geen voorkeur gegeven De genoemde voordelen van het testen op de biopten voorafgaand aan resectie zijn de volgende In het geval van erfelijke belasting kan eventueel de uitgebreidheid van chirurgische behandeling Door de test op het initiële biopt uit te voeren wordt de test structureel verricht, ook bij patiënten die geen resectie zullen ondergaan en bij patiënten waarbij het resectiepreparaat interpretatie van de MSH# kleuring kan door voorbehandeling worden bemoeilijkt De nadelen van het testen op het initiële biopt zijn ⢠Mogelijk onvoldoende materiaal, bijvoorbeeld alleen dysplasie en geen zeker ⢠Soms te weinig tumorweefsel voor aanvullende moleculaire diagnostiek (MLH#hypermethyleringstest) ⢠Hogere kosten als de bepaling op de biopten niet conclusief is en de test daarom op Het is efficiënt als alle screeningsdiagnostiek omtrent de MMR analyse (IHC en eventueel.
| 617 | nvmdl |
klinisch geneticus In de NCCN en NICE richtlijn wordt geen voorkeur gegeven voor een van deze technieken (NCCN, ###; NICE ###) Er is geen meerwaarde voor een combinatie van beide methoden in de screeningssetting (Richtlijn erfelijke darmkanker ###) Bij twijfel over de interpretatie van de immunohistochemische kleuringen en in de context van een klinisch genetische analyse van suspecte families kan toevoeging van MSI analyse wel van waarde zijn Sommige inactiverende mutaties kunnen namelijk gepaard gaan met (heterogene) eiwitexpressie, waarbij er wel sprake is van MSI (Richtlijn erfelijke darmkanker, ###) Zie hieromtrent statement van de US Multi-Society Task Force on Colorectal Cancer (Giariello, ###) wordt dit ook aangeraden In andere richtlijnen wordt geen voorkeur gegeven De genoemde voordelen van het testen op de biopten voorafgaand aan resectie zijn de volgende In het geval van erfelijke belasting kan eventueel de uitgebreidheid van chirurgische behandeling Door de test op het initiële biopt uit te voeren wordt de test structureel verricht, ook bij patiënten die geen resectie zullen ondergaan en bij patiënten waarbij het resectiepreparaat interpretatie van de MSH# kleuring kan door voorbehandeling worden bemoeilijkt De nadelen van het testen op het initiële biopt zijn ⢠Mogelijk onvoldoende materiaal, bijvoorbeeld alleen dysplasie en geen zeker ⢠Soms te weinig tumorweefsel voor aanvullende moleculaire diagnostiek (MLH#hypermethyleringstest) ⢠Hogere kosten als de bepaling op de biopten niet conclusief is en de test daarom op Het is efficiënt als alle screeningsdiagnostiek omtrent de MMR analyse (IHC en eventueel (NCCN, ###) dat vanwege goede concordantie tussen primaire tumor en metastase een metastase getest kan worden wanneer de primaire tumor niet beschikbaar is Volgens de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker (versie # # van ###) patiënt met afwezigheid van de kernkleuring van zowel MLH# als PMS# Deze test wordt uitgevoerd voordat een patiënt met een MLH#/PMS# deficiënte tumor naar de klinisch geneticus verwezen wordt Dit is omdat door het aantonen van een MLH#-promotor hypermethylering of BRAF-V###E mutatie een sporadische oorzaak van de MMR deficiëntie met redelijk grote zekerheid kan worden vastgesteld Daarmee hoeft de patiënt niet naar Volgens de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker en de NCCN richtlijn (NCCN, ###) heeft MLH#-promotor hypermethyleringstest de voorkeur boven BRAFmutatieanalyse Dit is omdat de afwezigheid van hypermethylering van de MLH#-promotor een hogere voorspellende waarde voor Lynch-syndroom heeft dan de afwezigheid van de BRAF-V###E mutatie Bij afwezigheid van een BRAF-V###E mutatie moet alsnog een MLH#hypermethyleringstest worden uitgevoerd Bij te weinig tumorweefsel voor moleculaire richtlijnen wordt geen voorkeur gegeven aan MLH#-promotor hypermethyleringstest versus Volgens de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker verdient IHC van alle vier MMR eiwitten de voorkeur, omdat bij een beperking van dit panel een aantal gevallen PICO # Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor PICO # en #? periodieke toetsing in externe kwaliteitsronden belangrijk (Richtlijn erfelijke darmkanker, MMR analyse In een richtlijn van de Verenigde staten over moleculaire biomarkers voor colorectaal carcinoom (Sepulveda, ###) wordt verwezen naar een richtlijn van de College of.
| 624 | nvmdl |
goede concordantie tussen primaire tumor en metastase een metastase getest kan worden wanneer de primaire tumor niet beschikbaar is Volgens de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker (versie # # van ###) patiënt met afwezigheid van de kernkleuring van zowel MLH# als PMS# Deze test wordt uitgevoerd voordat een patiënt met een MLH#/PMS# deficiënte tumor naar de klinisch geneticus verwezen wordt Dit is omdat door het aantonen van een MLH#-promotor hypermethylering of BRAF-V###E mutatie een sporadische oorzaak van de MMR deficiëntie met redelijk grote zekerheid kan worden vastgesteld Daarmee hoeft de patiënt niet naar Volgens de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker en de NCCN richtlijn (NCCN, ###) heeft MLH#-promotor hypermethyleringstest de voorkeur boven BRAFmutatieanalyse Dit is omdat de afwezigheid van hypermethylering van de MLH#-promotor een hogere voorspellende waarde voor Lynch-syndroom heeft dan de afwezigheid van de BRAF-V###E mutatie Bij afwezigheid van een BRAF-V###E mutatie moet alsnog een MLH#hypermethyleringstest worden uitgevoerd Bij te weinig tumorweefsel voor moleculaire richtlijnen wordt geen voorkeur gegeven aan MLH#-promotor hypermethyleringstest versus Volgens de Nederlandse landelijke richtlijn voor erfelijke darmkanker verdient IHC van alle vier MMR eiwitten de voorkeur, omdat bij een beperking van dit panel een aantal gevallen PICO # Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor PICO # en #? periodieke toetsing in externe kwaliteitsronden belangrijk (Richtlijn erfelijke darmkanker, MMR analyse In een richtlijn van de Verenigde staten over moleculaire biomarkers voor colorectaal carcinoom (Sepulveda, ###) wordt verwezen naar een richtlijn van de College of testen (Fitzgibbons, ###) In die richtlijn zijn er ## adviezen voor het betrouwbaar valideren rekening gehouden worden met de minimale hoeveelheid tumorcellen, die nodig is voor een In een recent systematisch review van de Britse National Institute for Health Research van ### (Snowsill, ###) varieerde de sensitiviteit van MSI analyse voor het detecteren van Lynch-syndroom van ##% tot ###% en de specificiteit van ##% tot ##% De geïncludeerde studies waren verschillend wat betreft de methodiek en variatie in panel van microsatellieten In dezelfde systematische review varieerde de sensitiviteit van MMR analyse voor het detecteren van Lynch-syndroom van ##% tot ###% en de specificiteit was in twee geïncludeerde studies ##% en ##% De sensitiviteit en specificiteit van de MSI en MMR testen is hoger voor het detecteren van MMR deficiënte/MSI tumoren ongeacht of deze van sporadische of erfelijke origine zijn, maar daarover ontbreken systematische Er wordt hoge concordantie tussen primaire tumor en metastasen in de meeste studies Geen PICO #a Wat zijn de indicaties voor MLH#-promotor hypermethyleringstest of BRAFmutatieanalyse? Voor de deelvragen zijn er geen relevante nationale data of populatiestudies beschikbaar Voer structureel MMR immuunhistochemie bij alle nieuw gediagnosticeerde CRC patiënten Voer ook MMR immunohistochemie uit bij patiënten uit die in aanmerking komen voor (#) adjuvante chemotherapie bij stadium II en III of (#) immuuntherapie bij gemetastaseerde Gebruik bij voorkeur immunohistochemisch onderzoek naar MMR eiwitten Gebruik MSI analyse bij twijfel over interpretatie van de MMR kleuringen en in de context van klinisch.
| 623 | nvmdl |
In die richtlijn zijn er ## adviezen voor het betrouwbaar valideren rekening gehouden worden met de minimale hoeveelheid tumorcellen, die nodig is voor een In een recent systematisch review van de Britse National Institute for Health Research van ### (Snowsill, ###) varieerde de sensitiviteit van MSI analyse voor het detecteren van Lynch-syndroom van ##% tot ###% en de specificiteit van ##% tot ##% De geïncludeerde studies waren verschillend wat betreft de methodiek en variatie in panel van microsatellieten In dezelfde systematische review varieerde de sensitiviteit van MMR analyse voor het detecteren van Lynch-syndroom van ##% tot ###% en de specificiteit was in twee geïncludeerde studies ##% en ##% De sensitiviteit en specificiteit van de MSI en MMR testen is hoger voor het detecteren van MMR deficiënte/MSI tumoren ongeacht of deze van sporadische of erfelijke origine zijn, maar daarover ontbreken systematische Er wordt hoge concordantie tussen primaire tumor en metastasen in de meeste studies Geen PICO #a Wat zijn de indicaties voor MLH#-promotor hypermethyleringstest of BRAFmutatieanalyse? Voor de deelvragen zijn er geen relevante nationale data of populatiestudies beschikbaar Voer structureel MMR immuunhistochemie bij alle nieuw gediagnosticeerde CRC patiënten Voer ook MMR immunohistochemie uit bij patiënten uit die in aanmerking komen voor (#) adjuvante chemotherapie bij stadium II en III of (#) immuuntherapie bij gemetastaseerde Gebruik bij voorkeur immunohistochemisch onderzoek naar MMR eiwitten Gebruik MSI analyse bij twijfel over interpretatie van de MMR kleuringen en in de context van klinisch (en op indicatie MLH# promotor hypermethyleringsanalyse) Als de MMR status nog niet bekend is, gebruik dan het resectiepreparaat van de primaire tumor indien beschikbaar, en materiaal van een metastase indien het resectiepreparaat van de primaire tumor niet Voer MLH#-promotor hypermethyleringstest uit bij afwezigheid van de kernkleuring van zowel MLH# als PMS# Wanneer het laboratorium geen MLH#-hypermethyleringstest kan verrichten, kan overwogen worden BRAF-mutatieanalyse uit te voeren Bij te weinig Als er BRAF-mutatieanalyse verricht is maar geen BRAF-V###E mutatie gevonden wordt, Gebruik bij voorkeur kleuringen voor alle # MMR eiwitten (MLH#, PMS#, MSH# en MSH#) Valideer de MMR immuunhistochemie volgens de richtlijn van de College of American Pathologists en Laboratory Quality Center van ### Valideer moleculaire testen volgens gebruikelijke standaarden Neem deel aan periodieke toetsing in externe kwaliteitsronden Deelvraag # Welke test verdient de voorkeur (MMR IHC of MSI analyse)? In de huidige screeningspraktijk naar zowel sporadische als erfelijke MMR deficiënte/MSI tumoren zijn de MSI analyse en MMR IHC vergelijkbaar met slechts #,#% discordantie (Hissong, ###), wanneer de analyses zorgvuldig en met juiste criteria en interpretatie uitgevoerd zijn (Richtlijn erfelijke darmkanker, ###) In oudere studies was de discordantie hoger, bijvoorbeeld #,#% in een publicatie van ### (Bartley, ###) en #,#% in een publicatie De nadelen van MMR IHC zijn de volgende (#) ervaring in de interpretatie van de MMR kleuringen is van belang (<PERSOON>, ###), (#) soms zijn de MMR kleuringen niet eenduidig te interpreteren (Shia, ###) Niet eenduidig te interpreteren MMR kleuringen zijn een frequentie van de niet eenduidig te interpreteren MMR kleuringen wordt beïnvloed door de.
| 662 | nvmdl |
niet bekend is, gebruik dan het resectiepreparaat van de primaire tumor indien beschikbaar, en materiaal van een metastase indien het resectiepreparaat van de primaire tumor niet Voer MLH#-promotor hypermethyleringstest uit bij afwezigheid van de kernkleuring van zowel MLH# als PMS# Wanneer het laboratorium geen MLH#-hypermethyleringstest kan verrichten, kan overwogen worden BRAF-mutatieanalyse uit te voeren Bij te weinig Als er BRAF-mutatieanalyse verricht is maar geen BRAF-V###E mutatie gevonden wordt, Gebruik bij voorkeur kleuringen voor alle # MMR eiwitten (MLH#, PMS#, MSH# en MSH#) Valideer de MMR immuunhistochemie volgens de richtlijn van de College of American Pathologists en Laboratory Quality Center van ### Valideer moleculaire testen volgens gebruikelijke standaarden Neem deel aan periodieke toetsing in externe kwaliteitsronden Deelvraag # Welke test verdient de voorkeur (MMR IHC of MSI analyse)? In de huidige screeningspraktijk naar zowel sporadische als erfelijke MMR deficiënte/MSI tumoren zijn de MSI analyse en MMR IHC vergelijkbaar met slechts #,#% discordantie (Hissong, ###), wanneer de analyses zorgvuldig en met juiste criteria en interpretatie uitgevoerd zijn (Richtlijn erfelijke darmkanker, ###) In oudere studies was de discordantie hoger, bijvoorbeeld #,#% in een publicatie van ### (Bartley, ###) en #,#% in een publicatie De nadelen van MMR IHC zijn de volgende (#) ervaring in de interpretatie van de MMR kleuringen is van belang (<PERSOON>, ###), (#) soms zijn de MMR kleuringen niet eenduidig te interpreteren (Shia, ###) Niet eenduidig te interpreteren MMR kleuringen zijn een frequentie van de niet eenduidig te interpreteren MMR kleuringen wordt beïnvloed door de MMR genen, terwijl er wel sprake is van MSI Dit wordt met name bij bepaalde MSH# mutaties (Okkels, ###) en PMS# mutaties gezien maar kan bij bepaalde MLH# Een gradiënt van weefseloppervlak (waar de fixatie begint) naar binnen, van zowel tumorcellen als de interne controle wijst op een fixatie/ischemie-effect Op plaatsen waar de interne controle (grotendeels) geen aankleuring heeft wordt het interpreteren van MMR In circa #% van de gevallen in de screeningssetting is er sprake van microsatelliet instabiele/MMR deficiënte tumoren, die toch wisselende mate van positieve kleuring laten interpreteren, en bestaan meestal uit een wisselende combinatie van een abnormaal zwakke kernaankleuring (ten opzichte van interne controle) en een wisselende hoeveelheid aankleurende cellen De sterkte van kernaankleuring in tumorcellen is hierbij zwak of heterogeen (zwak tot sterk) ten opzichte van de interne controle De hoeveelheid van aankleurende cellen is ook variabel, bijvoorbeeld ##% minder (Sarode, ###), ##% minder (<PERSOON>, ###) of toch aanwezig in een groot deel van de tumorcellen (<PERSOON> ###) De heterogeniteit kan zowel focaal, patchy als zonaal gezien worden (<PERSOON>, ###) Het is belangrijk dat heterogene/patchy aankleuring vanwege suboptimale fixatie of ischemie herkend wordt en onderscheiden wordt van afwijkende aankleuringspatronen Afwezige kernaankleuring vanwege fixatie wordt onder andere herkend door correlatie met (Shia, ###; <PERSOON>, ###) Dit aankleuringspatroon wordt vaker bij bepaalde clones gezien (Dasgupta, ###) Dot-like MLH# aankleuring bij verlies van PMS# kleuring kan als MLH# verlies worden beschouwd Dot-like MSH# aankleuring is ook beschreven bij status na Cytoplasmatische aankleuring.
| 693 | nvmdl |
genen, terwijl er wel sprake is van MSI Dit wordt met name bij bepaalde MSH# mutaties (Okkels, ###) en PMS# mutaties gezien maar kan bij bepaalde MLH# Een gradiënt van weefseloppervlak (waar de fixatie begint) naar binnen, van zowel tumorcellen als de interne controle wijst op een fixatie/ischemie-effect Op plaatsen waar de interne controle (grotendeels) geen aankleuring heeft wordt het interpreteren van MMR In circa #% van de gevallen in de screeningssetting is er sprake van microsatelliet instabiele/MMR deficiënte tumoren, die toch wisselende mate van positieve kleuring laten interpreteren, en bestaan meestal uit een wisselende combinatie van een abnormaal zwakke kernaankleuring (ten opzichte van interne controle) en een wisselende hoeveelheid aankleurende cellen De sterkte van kernaankleuring in tumorcellen is hierbij zwak of heterogeen (zwak tot sterk) ten opzichte van de interne controle De hoeveelheid van aankleurende cellen is ook variabel, bijvoorbeeld ##% minder (Sarode, ###), ##% minder (<PERSOON>, ###) of toch aanwezig in een groot deel van de tumorcellen (<PERSOON> ###) De heterogeniteit kan zowel focaal, patchy als zonaal gezien worden (<PERSOON>, ###) Het is belangrijk dat heterogene/patchy aankleuring vanwege suboptimale fixatie of ischemie herkend wordt en onderscheiden wordt van afwijkende aankleuringspatronen Afwezige kernaankleuring vanwege fixatie wordt onder andere herkend door correlatie met (Shia, ###; <PERSOON>, ###) Dit aankleuringspatroon wordt vaker bij bepaalde clones gezien (Dasgupta, ###) Dot-like MLH# aankleuring bij verlies van PMS# kleuring kan als MLH# verlies worden beschouwd Dot-like MSH# aankleuring is ook beschreven bij status na Cytoplasmatische aankleuring De literatuur omtrent de sensitiviteit van de standaard MSI test zal in de komende jaren veranderen, omdat nu talrijke microsatellieten met NGS getest kunnen worden De huidige meest gebruikte MSI analyse is gebaseerd op een moleculair onderzoek naar # bepaalde mononucleotide microsatellieten Infrequent zien we MSH# deficiënte tumoren die Het voordeel van de MSI analyse is dat de data meestal makkelijk te interpreteren en reproduceerbaar is (<PERSOON>, ###) Er moet echter wel aandacht zijn voor het tumorcel Deelvraag #a Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (biopt Er is een hoge concordantie in MMR status tussen preoperatieve endoscopische biopten en het resectiepreparaat (Kumarasinghe, ###; Warrier, ###; Shia, ###) De interpretatie van de MMR kleuringen is volgens Kumarasinghe (###) meer eenduidig als het biopten betreft (Kumarasinghe, ###) Dit is vanwege meer uniforme en sterke aankleuring Bij resectiepreparaten is de interpretatie soms niet conclusief, vermoedelijk met name Deelvraag #b Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses Deelvraag #a en b Wanneer wordt MLH#-promotor hypermethyleringstest en/of BRAFmutatieanalyse uitgevoerd en welk test geniet de voorkeur? BRAF-V###E mutatie komt voor in ##,#% van tumoren met MLH# promotor zelden bij Lynch patiënten voor In een reviewpaper van Parsons (###) was de frequentie van BRAF-mutatie in tumoren bij Lynch patiënten #,#% Het betrof # patiënten waarvan # met PMS# kiembaanmutatie, # patiënt met MLH# kiembaanmutatie en # patiënt met MSH# kiembaanmutatie (Parsons, ###) Andere mutaties in het BRAF-gen dan de specifieke.
| 686 | nvmdl |
sensitiviteit van de standaard MSI test zal in de komende jaren veranderen, omdat nu talrijke microsatellieten met NGS getest kunnen worden De huidige meest gebruikte MSI analyse is gebaseerd op een moleculair onderzoek naar # bepaalde mononucleotide microsatellieten Infrequent zien we MSH# deficiënte tumoren die Het voordeel van de MSI analyse is dat de data meestal makkelijk te interpreteren en reproduceerbaar is (<PERSOON>, ###) Er moet echter wel aandacht zijn voor het tumorcel Deelvraag #a Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses (biopt Er is een hoge concordantie in MMR status tussen preoperatieve endoscopische biopten en het resectiepreparaat (Kumarasinghe, ###; Warrier, ###; Shia, ###) De interpretatie van de MMR kleuringen is volgens Kumarasinghe (###) meer eenduidig als het biopten betreft (Kumarasinghe, ###) Dit is vanwege meer uniforme en sterke aankleuring Bij resectiepreparaten is de interpretatie soms niet conclusief, vermoedelijk met name Deelvraag #b Welk materiaal geniet de voorkeur voor de uitvoering van de analyses Deelvraag #a en b Wanneer wordt MLH#-promotor hypermethyleringstest en/of BRAFmutatieanalyse uitgevoerd en welk test geniet de voorkeur? BRAF-V###E mutatie komt voor in ##,#% van tumoren met MLH# promotor zelden bij Lynch patiënten voor In een reviewpaper van Parsons (###) was de frequentie van BRAF-mutatie in tumoren bij Lynch patiënten #,#% Het betrof # patiënten waarvan # met PMS# kiembaanmutatie, # patiënt met MLH# kiembaanmutatie en # patiënt met MSH# kiembaanmutatie (Parsons, ###) Andere mutaties in het BRAF-gen dan de specifieke in deze context worden gebruikt De frequentie van MLH#-promotor hypermethylering en de sensitiviteit en specificiteit met betrekking tot Lynch-syndroom is afhankelijk van de Deelvraag # Is het screenen/testen met alleen PMS# en MSH# IHC voldoende? In enkele studies is het effect van een # antilichaam panel (PMS# en MSH#) onderzocht in vergelijking met een # antilichaam panel (MLH#, PMS#, MSH# en MSH#) (Pearlman, ###; Shia, ###) De # antilichaam panel is met name goedkoper, en de predictieve waarde zou vergelijkbaar zijn Echter, bij een MSH# kiembaanmutatie kan de MSH# kleuring nog steeds (deels) positief zijn; deze patiënten worden dan dus gemist (Pearlman, ###) Volgens Niu (###) heeft dit met de fixatie-gevoeligheid van de MMR immuno´s te maken, dat wil zeggen Deelvraag # Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor deelvraag # <PERSOON> DL, Broaddus RR Identification of cancer patients with Lynch syndrome clinically significant discordances and problems in tissue-based mismatch repair testing Cancer Prev Res (Phila) ### Feb;#(#) #<DATUM> doi <DATUM> ###-### CAPR-<DATUM> Epub ### Nov ## Bhullar <PERSOON> ST, <PERSOON> concordance between primary colorectal cancer and its metastases EBioMedicine ### Feb;## ##<DATUM> doi <DATUM> j ebiom ##<DATUM> ### Epub ### Feb # PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central PMCID <PERSOON> BJ, Frankel WL Molecular genetics of microsatellite-unstable colorectal cancer for pathologists Diagn Pathol ### Mar #;##(#) ##.
| 723 | nvmdl |
van MLH#-promotor hypermethylering en de sensitiviteit en specificiteit met betrekking tot Lynch-syndroom is afhankelijk van de Deelvraag # Is het screenen/testen met alleen PMS# en MSH# IHC voldoende? In enkele studies is het effect van een # antilichaam panel (PMS# en MSH#) onderzocht in vergelijking met een # antilichaam panel (MLH#, PMS#, MSH# en MSH#) (Pearlman, ###; Shia, ###) De # antilichaam panel is met name goedkoper, en de predictieve waarde zou vergelijkbaar zijn Echter, bij een MSH# kiembaanmutatie kan de MSH# kleuring nog steeds (deels) positief zijn; deze patiënten worden dan dus gemist (Pearlman, ###) Volgens Niu (###) heeft dit met de fixatie-gevoeligheid van de MMR immuno´s te maken, dat wil zeggen Deelvraag # Wat zijn de minimale eisen aan de te gebruiken technieken voor deelvraag # <PERSOON> DL, Broaddus RR Identification of cancer patients with Lynch syndrome clinically significant discordances and problems in tissue-based mismatch repair testing Cancer Prev Res (Phila) ### Feb;#(#) #<DATUM> doi <DATUM> ###-### CAPR-<DATUM> Epub ### Nov ## Bhullar <PERSOON> ST, <PERSOON> concordance between primary colorectal cancer and its metastases EBioMedicine ### Feb;## ##<DATUM> doi <DATUM> j ebiom ##<DATUM> ### Epub ### Feb # PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central PMCID <PERSOON> BJ, Frankel WL Molecular genetics of microsatellite-unstable colorectal cancer for pathologists Diagn Pathol ### Mar #;##(#) ## <DATUM> s###-#<DATUM> # <PERSOON>FH, Stam O, Biermann KE, Doukas M, Dubbink> HJ, van Velthuysen MF, Dinjens WNM, Van Bockstal <PERSOON> dot-like staining with MLH# immunohistochemistry is a clone-dependent artefact Pathol Res Pract ### Aug # ### doi <DATUM> j prp ### ### (Epub Evaluation of Genomic Applications in Practice and Prevention (EGAPP) Working Group Recommendations from the EGAPP Working Group genetic testing strategies in newly diagnosed individuals with colorectal cancer aimed at reducing morbidity and mortality from Lynch syndrome in relatives Genet Med ### Fitzgibbons PL, <PERSOON> AT, Swanson PE; College of American Pathologists Pathology and Laboratory Quality Center Principles of analytic validation of immunohistochemical assays Guideline from the College of American Pathologists Pathology and Laboratory Quality Center Arch Pathol Lab Med ### Nov;###(##) ###-## doi ## ###/arpa ##<DATUM> CP Epub ### Mar ## PubMed PMID Giardiello FM, Allen JI, Axilbund JE, <PERSOON> CR, Burke CA, Burt RW, Church JM, Dominitz JA, <PERSOON> DA, Kaltenbach T, <PERSOON-##> TR, Lieberman DA, Robertson DJ, Syngal S, <PERSOON-##> DK Guidelines on genetic evaluation and management of Lynch syndrome a consensus statement by the US Multi-society Task Force on colorectal cancer <PERSOON-##> ### Aug;###(#) ###-## doi <DATUM-##> ajg ##<DATUM-##> Epub ###.
| 751 | nvmdl |
<DATUM> s###-#<DATUM> # <PERSOON>FH, Stam O, Biermann KE, Doukas M, Dubbink> HJ, van Velthuysen MF, Dinjens WNM, Van Bockstal <PERSOON> dot-like staining with MLH# immunohistochemistry is a clone-dependent artefact Pathol Res Pract ### Aug # ### doi <DATUM> j prp ### ### (Epub Evaluation of Genomic Applications in Practice and Prevention (EGAPP) Working Group Recommendations from the EGAPP Working Group genetic testing strategies in newly diagnosed individuals with colorectal cancer aimed at reducing morbidity and mortality from Lynch syndrome in relatives Genet Med ### Fitzgibbons PL, <PERSOON> AT, Swanson PE; College of American Pathologists Pathology and Laboratory Quality Center Principles of analytic validation of immunohistochemical assays Guideline from the College of American Pathologists Pathology and Laboratory Quality Center Arch Pathol Lab Med ### Nov;###(##) ###-## doi ## ###/arpa ##<DATUM> CP Epub ### Mar ## PubMed PMID Giardiello FM, Allen JI, Axilbund JE, <PERSOON> CR, Burke CA, Burt RW, Church JM, Dominitz JA, <PERSOON> DA, Kaltenbach T, <PERSOON> TR, Lieberman DA, Robertson DJ, Syngal S, <PERSOON> DK Guidelines on genetic evaluation and management of Lynch syndrome a consensus statement by the US Multi-society Task Force on colorectal cancer <PERSOON> ### Aug;###(#) ###-## doi <DATUM> ajg ##<DATUM> Epub ### Assessing colorectal cancer mismatch repair status in the modern era a survey of current practices and re-evaluation of the role of microsatellite instability testing <PERSOON>´s National Guidelines for Diagnosis and Treatment of <PERSOON-##> AC, Kumarasinghe MP DNA mismatch repair enzyme immunohistochemistry in colorectal cancer a comparison of biopsy and resection material <PERSOON-##> from MSH# mutation carriers show loss of MSH# expression but many tumours from MLH# mutation carriers exhibit weak positive MLH# staining <PERSOON-##> LA, Hopper JL, <PERSOON-##> JA, Ahnen DJ, <PERSOON-##> of Lynch syndrome among patients with colorectal cancer JAMA ### Oct National Institute for Health and Care excellence Molecular testing strategies for Lynch syndrome in poeple with colorectal cancer NICE guideline (DG##), ### https //(WEBLINK) <PERSOON-##> in Oncology (NCCN Guidelines) Colon Cancer Version # ### â <PERSOON-##> ##, ###.
| 580 | nvmdl |
Assessing colorectal cancer mismatch repair status in the modern era a survey of current practices and re-evaluation of the role of microsatellite instability testing <PERSOON>´s National Guidelines for Diagnosis and Treatment of <PERSOON> AC, Kumarasinghe MP DNA mismatch repair enzyme immunohistochemistry in colorectal cancer a comparison of biopsy and resection material <PERSOON> from MSH# mutation carriers show loss of MSH# expression but many tumours from MLH# mutation carriers exhibit weak positive MLH# staining <PERSOON> LA, Hopper JL, <PERSOON> JA, Ahnen DJ, <PERSOON> of Lynch syndrome among patients with colorectal cancer JAMA ### Oct National Institute for Health and Care excellence Molecular testing strategies for Lynch syndrome in poeple with colorectal cancer NICE guideline (DG##), ### https //(WEBLINK) <PERSOON> in Oncology (NCCN Guidelines) Colon Cancer Version # ### â <PERSOON> ##, ### Two versus four immunostains for Lynch syndrome screening in endometrial carcinoma Histopathology ### <PERSOON>;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> his ### <PERSOON-##> HB MSH# mutations are frequent in hereditary nonpolyposis colorectal cancer families with normal pMSH# expression as detected by immunohistochemistry <PERSOON-##> JH Interpretation of immunohistochemistry for mismatch repair proteins is only reliable in a specialized setting <PERSOON-##> MP Evaluation of a new panel of six mononucleotide repeat markers for the detection of DNA mismatch repair-deficient tumours <PERSOON-##> ### <PERSOON> ##;###(##) ###-## doi <DATUM> bjc ##<DATUM> <PERSOON-##> <INSTELLING><PATIENTNUMMER> Palomaki GE, McClain <PERSOON-##> HL, Thibodeau SN EGAPP supplementary evidence review DNA testing strategies aimed at reducing morbidity and mortality from Lynch syndrome Genet Med ### <PERSOON-##>;##(#) ##-## doi <DATUM> GIM #b###e###fa#db <PERSOON-##> JP, Spurdle AB Correlation of tumour BRAF mutations and MLH# methylation with germline mismatch repair (MMR) gene mutation status.
| 491 | nvmdl |
syndrome screening in endometrial carcinoma Histopathology ### <PERSOON>;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> his ### <PERSOON> HB MSH# mutations are frequent in hereditary nonpolyposis colorectal cancer families with normal pMSH# expression as detected by immunohistochemistry <PERSOON> JH Interpretation of immunohistochemistry for mismatch repair proteins is only reliable in a specialized setting <PERSOON> MP Evaluation of a new panel of six mononucleotide repeat markers for the detection of DNA mismatch repair-deficient tumours <PERSOON> ### <PERSOON> ##;###(##) ###-## doi <DATUM> bjc ##<DATUM> <PERSOON> <INSTELLING><PATIENTNUMMER> Palomaki GE, McClain <PERSOON> HL, Thibodeau SN EGAPP supplementary evidence review DNA testing strategies aimed at reducing morbidity and mortality from Lynch syndrome Genet Med ### <PERSOON>;##(#) ##-## doi <DATUM> GIM #b###e###fa#db <PERSOON-##> JP, Spurdle AB Correlation of tumour BRAF mutations and MLH# methylation with germline mismatch repair (MMR) gene mutation status utility of tumour features for MMR variant classification J Med Genet ### Mar;##(#) ##<DATUM> doi <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> W, <PERSOON-##> WL Two-stain immunohistochemical screening for Lynch syndrome in colorectal cancer may fail to detect mismatch repair deficiency Mod Pathol ### Dec;##(##) ###-### doi <DATUM> s###-###-###-y Epub ### Radu OM, Nikiforova MN, Farkas LM, Krasinskas AM Challenging cases encountered in colorectal cancer screening for Lynch syndrome reveal novel findings nucleolar MSH# staining and impact of prior chemoradiation therapy Hum Pathol ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> j humpath ##<DATUM> ### <PERSOON-##> for Lynch Syndrome by Immunohistochemistry of Mismatch Repair Proteins Significance of Indeterminate Result and <PERSOON-##> AP, De <PERSOON-##> #, #, and # <PERSOON-##>, and Molecular Characterization Clin Cancer Res ### Jul #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PATIENTNUMMER># CCR-<DATUM-##> Epub ### Apr # PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#.
| 578 | nvmdl |
utility of tumour features for MMR variant classification J Med Genet ### Mar;##(#) ##<DATUM> doi <PERSOON> D, <PERSOON> W, <PERSOON> WL Two-stain immunohistochemical screening for Lynch syndrome in colorectal cancer may fail to detect mismatch repair deficiency Mod Pathol ### Dec;##(##) ###-### doi <DATUM> s###-###-###-y Epub ### Radu OM, Nikiforova MN, Farkas LM, Krasinskas AM Challenging cases encountered in colorectal cancer screening for Lynch syndrome reveal novel findings nucleolar MSH# staining and impact of prior chemoradiation therapy Hum Pathol ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> j humpath ##<DATUM> ### <PERSOON> for Lynch Syndrome by Immunohistochemistry of Mismatch Repair Proteins Significance of Indeterminate Result and <PERSOON> AP, De <PERSOON> #, #, and # <PERSOON>, and Molecular Characterization Clin Cancer Res ### Jul #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PATIENTNUMMER># <PERSOON> VM, Willis J, <PERSOON-##> CB, Nowak JA Molecular Biomarkers for the Evaluation of Colorectal Cancer Guideline From the American Society for Clinical Pathology, College of American Pathologists, Association for Molecular Pathology, and the American Society of <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON-##> JK, Klimstra <PERSOON-##> syndrome-associated neoplasms a discussion on histopathology and immunohistochemistry Fam Cancer ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## doi <DATUM> s<PATIENTNUMMER>#-##<DATUM> <PERSOON-##> staining for DNA mismatch repair proteins in intestinal tract carcinoma how reliable are biopsy samples? <PERSOON-##> ### Mar;##(#) ###-## doi <PERSOON-##> versus microsatellite instability testing for screening colorectal cancer patients at risk for hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome <PERSOON-##> utility of immunohistochemistry <PERSOON-##> ### Jul;##(#) ##<DATUM> doi ## ###/jmoldx ##<DATUM-##> <PERSOON-##> testing for Lynch syndrome in people with colorectal cancer.
| 576 | nvmdl |
<PERSOON> VM, Willis J, <PERSOON> CB, Nowak JA Molecular Biomarkers for the Evaluation of Colorectal Cancer Guideline From the American Society for Clinical Pathology, College of American Pathologists, Association for Molecular Pathology, and the American Society of <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON> JK, Klimstra <PERSOON> syndrome-associated neoplasms a discussion on histopathology and immunohistochemistry Fam Cancer ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> s<PATIENTNUMMER>#-##<DATUM> <PERSOON> staining for DNA mismatch repair proteins in intestinal tract carcinoma how reliable are biopsy samples? <PERSOON> ### Mar;##(#) ###-## doi <PERSOON-##> versus microsatellite instability testing for screening colorectal cancer patients at risk for hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome <PERSOON-##> utility of immunohistochemistry <PERSOON-##> ### Jul;##(#) ##<DATUM> doi ## ###/jmoldx ##<DATUM> <PERSOON-##> testing for Lynch syndrome in people with colorectal cancer Health Technol Assess ### <PERSOON-##>;##(##) <DATUM> doi ## ###/hta### <PERSOON-##> gastrointestinal cancers ESMO Clinical Practice Guidelines for diagnosis, treatment and follow-up <PERSOON-##> ### Aug # pii mdz### doi <DATUM> annonc/mdz### (Epub ahead of print) PubMed PMID <PATIENTNUMMER># <PERSOON-##> PJ; American Society of Clinical Oncology; European Society of Clinical Oncology Hereditary colorectal cancer syndromes American Society of Clinical Oncology Clinical Practice Guideline endorsement of the familial risk-colorectal cancer European Society for <PERSOON-##> ### <PERSOON> ##;##(#) ###-## doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### Dec # PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; Syngal S, <PERSOON-##> RE, Church JM, Giardiello FM, Hampel HL, Burt RW; American College of Gastroenterology ACG clinical guideline Genetic testing and management of hereditary gastrointestinal cancer syndromes <PERSOON-##> ### Feb;###(#) ###-##; quiz ### doi <DATUM> ajg ##<DATUM> Epub ### Feb # Review Warrier SK, Trainer AH, Lynch AC, <PERSOON-##> AG Preoperative diagnosis of Lynch syndrome with DNA mismatch repair immunohistochemistry on a diagnostic biopsy Dis Colon Rectum ### Dec;##(##) ###-# doi <DATUM> DCR #b###e###db#f.
| 664 | nvmdl |
Assess ### <PERSOON>;##(##) <DATUM> doi ## ###/hta### <PERSOON> gastrointestinal cancers ESMO Clinical Practice Guidelines for diagnosis, treatment and follow-up <PERSOON> ### Aug # pii mdz### doi <DATUM> annonc/mdz### (Epub ahead of print) PubMed PMID <PATIENTNUMMER># <PERSOON> PJ; American Society of Clinical Oncology; European Society of Clinical Oncology Hereditary colorectal cancer syndromes American Society of Clinical Oncology Clinical Practice Guideline endorsement of the familial risk-colorectal cancer European Society for <PERSOON> ### <PERSOON> ##;##(#) ###-## doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### Dec # PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; Syngal S, <PERSOON> RE, Church JM, Giardiello FM, Hampel HL, Burt RW; American College of Gastroenterology ACG clinical guideline Genetic testing and management of hereditary gastrointestinal cancer syndromes <PERSOON> ### Feb;###(#) ###-##; quiz ### doi <DATUM> ajg ##<DATUM> Epub ### Feb # Review Warrier SK, Trainer AH, Lynch AC, <PERSOON> AG Preoperative diagnosis of Lynch syndrome with DNA mismatch repair immunohistochemistry on a diagnostic biopsy Dis Colon Rectum ### Dec;##(##) ###-# doi <DATUM> DCR #b###e###db#f <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> staining for mismatch repair proteins during population-based prescreening for hereditary nonpolyposis colorectal cancer <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> microsatellite shift in microsatellite instability high endometrial cancer a significant pitfall in diagnostic interpretation Mod Pathol ### <PERSOON-##>;##(#) ### doi <DATUM> s###-#<DATUM> # <PERSOON-##> versus microsatellite instability testing for screening colorectal cancer patients at risk for hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome <PERSOON-##> utility of microsatellite instability testing <PERSOON-##> ### Jul;##(#) #<DATUM> doi ## ###/jmoldx ##<DATUM> <PERSOON-##> MSI be used to diagnose Lynch syndrome in patients suspected of colorectal cancer? a Authors judged the RoB with the QUADAS tool, no RoB was reported b It would be expected that studies recruiting high-risk population-based studies have higher sensitivity estimates compared to populationbased studies However, no great differences were observed (see review by Polomaki) c Factors such as the particular MSI testing methods, panel of markers and thresholds used, as well as methods used to conduct the d <PERSOON-##> sensitivity within the high-risk sample ranged from #<DATUM> to ###% e.
| 671 | nvmdl |
<PERSOON> F, <PERSOON> M, <PERSOON> staining for mismatch repair proteins during population-based prescreening for hereditary nonpolyposis colorectal cancer <PERSOON> N, <PERSOON> microsatellite shift in microsatellite instability high endometrial cancer a significant pitfall in diagnostic interpretation Mod Pathol ### <PERSOON>;##(#) ### doi <DATUM> s###-#<DATUM> # <PERSOON> versus microsatellite instability testing for screening colorectal cancer patients at risk for hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome <PERSOON> utility of microsatellite instability testing <PERSOON> ### Jul;##(#) #<DATUM> doi ## ###/jmoldx ##<DATUM> <PERSOON-##> MSI be used to diagnose Lynch syndrome in patients suspected of colorectal cancer? a Authors judged the RoB with the QUADAS tool, no RoB was reported b It would be expected that studies recruiting high-risk population-based studies have higher sensitivity estimates compared to populationbased studies However, no great differences were observed (see review by Polomaki) c Factors such as the particular MSI testing methods, panel of markers and thresholds used, as well as methods used to conduct the d <PERSOON-##> sensitivity within the high-risk sample ranged from #<DATUM> to ###% e ## - ##% accros the single-gate studies recruiting high-risk samples f Large difference in specificity more than ##% accross the population-based single-gate studies Should IHC be used to diagnose Lynch syndrome in patients suspected of colorectal cancer? a Sensitivity in single-gate studies recruiting high-risk samples ranges from ## # - #<DATUM> b Moderate difference in sensitivity ## - ##% accros the single-gate studies recruiting high-risk samples c It would be expected that studies recruiting high-risk population-based studies have higher sensitivity estimates compared to populationbased studies However, no great differences were observed (see review by Polomaki) Biomarker concordance between primary colorectal cancer and its metastases - BRAF Patient or population Studies were included provided that patients had a confirmed diagnosis of metastatic colorectal adenocarcinoma, and mutational biomarker analysis on biopsies both from the colorectal primary and at Bepaal de RAS mutatie status bij patiënten die in aanmerking komen voor behandeling met EGF-R gerichte antilichamen Bepaal de RAS status op de primaire tumor of de Zie af van chirurgische resectie bij poliepectomie van een goed of matig gedifferentieerd Overweeg een aanvullende chirurgische resectie na poliepectomie van een T# carcinoom Overweeg een chirurgische resectie bij een sessiele maligne poliep waarbij de resectiemarge niet te beoordelen is of de poliep middels piecemeal resectie verwijderd is Neem hierbij het mogelijk oncologische voordeel enerzijds en de kans op complicaties Verricht een formele oncologische colonresectie met adequate mesocolische Module <DATUM> Uitgebreidheid van de resectie voor coloncarcinoom.
| 582 | nvmdl |
## - ##% accros the single-gate studies recruiting high-risk samples f Large difference in specificity more than ##% accross the population-based single-gate studies Should IHC be used to diagnose Lynch syndrome in patients suspected of colorectal cancer? a Sensitivity in single-gate studies recruiting high-risk samples ranges from ## # - #<DATUM> b Moderate difference in sensitivity ## - ##% accros the single-gate studies recruiting high-risk samples c It would be expected that studies recruiting high-risk population-based studies have higher sensitivity estimates compared to populationbased studies However, no great differences were observed (see review by Polomaki) Biomarker concordance between primary colorectal cancer and its metastases - BRAF Patient or population Studies were included provided that patients had a confirmed diagnosis of metastatic colorectal adenocarcinoma, and mutational biomarker analysis on biopsies both from the colorectal primary and at Bepaal de RAS mutatie status bij patiënten die in aanmerking komen voor behandeling met EGF-R gerichte antilichamen Bepaal de RAS status op de primaire tumor of de Zie af van chirurgische resectie bij poliepectomie van een goed of matig gedifferentieerd Overweeg een aanvullende chirurgische resectie na poliepectomie van een T# carcinoom Overweeg een chirurgische resectie bij een sessiele maligne poliep waarbij de resectiemarge niet te beoordelen is of de poliep middels piecemeal resectie verwijderd is Neem hierbij het mogelijk oncologische voordeel enerzijds en de kans op complicaties Verricht een formele oncologische colonresectie met adequate mesocolische Module <DATUM> Uitgebreidheid van de resectie voor coloncarcinoom het concept complete mesocolische excisie (CME) geïntroduceerd Dit is analoog aan totale mesorectale excisie (TME) voor de behandeling van het rectumcarcinoom, waarbij met scherpe dissectie in de embryologische scheidingsvlakken een compleet en intact CME is geïntroduceerd samen met een centrale lymfklierdissectie (D#), wat tot veel verwarring in terminologie heeft geleid CME voor coloncarcinoom omvat de volgende # vrijmaken van het mesocolon door middel van een scherpe dissectie over het centraal ligeren van de segmentele arteriëen (a ileocolica, a colica dextra, a colica resectie van voldoende lengte colon proximaal en distaal van de tumor (tenminste # De lymfklierdissectie in verticale richting tot het niveau van de segmentele aftakkingen (D#), als onderdeel van CME, kan worden uitgebreid met een centrale lymfklierdissectie (D#) over de v mesenterica superior en lateraal van de a mesenterica superior (rechtszijdig) en over de a mesenterica inferior tussen de a colica sinistra en aorta (linkszijdig) De D# dissectie dient echter los gezien te worden van CME, omdat ook bij TME nooit de D# dissectie occulte metastasen ter plaatse te kunnen voorkómen Daarnaast kan de uitgebreidheid bepaald worden door erfelijke predispositie of bijkomende ziekten (Crohn, Colitis Ulcerosa) Hoe uitgebreid dient de lymfklierdissectie in verticale richting te worden uitgevoerd Is er toegevoegde waarde van in vivo of ex vivo âlymphatic mapping en sentinel node Kwaliteit van de verticale lymfklierdissectie uitgedrukt in lengte van de vaatsteel, en het percentage positieve centrale lymfklieren in het geval van een D# dissectie O.
| 590 | nvmdl |
het concept complete mesocolische excisie (CME) geïntroduceerd Dit is analoog aan totale mesorectale excisie (TME) voor de behandeling van het rectumcarcinoom, waarbij met scherpe dissectie in de embryologische scheidingsvlakken een compleet en intact CME is geïntroduceerd samen met een centrale lymfklierdissectie (D#), wat tot veel verwarring in terminologie heeft geleid CME voor coloncarcinoom omvat de volgende # vrijmaken van het mesocolon door middel van een scherpe dissectie over het centraal ligeren van de segmentele arteriëen (a ileocolica, a colica dextra, a colica resectie van voldoende lengte colon proximaal en distaal van de tumor (tenminste # De lymfklierdissectie in verticale richting tot het niveau van de segmentele aftakkingen (D#), als onderdeel van CME, kan worden uitgebreid met een centrale lymfklierdissectie (D#) over de v mesenterica superior en lateraal van de a mesenterica superior (rechtszijdig) en over de a mesenterica inferior tussen de a colica sinistra en aorta (linkszijdig) De D# dissectie dient echter los gezien te worden van CME, omdat ook bij TME nooit de D# dissectie occulte metastasen ter plaatse te kunnen voorkómen Daarnaast kan de uitgebreidheid bepaald worden door erfelijke predispositie of bijkomende ziekten (Crohn, Colitis Ulcerosa) Hoe uitgebreid dient de lymfklierdissectie in verticale richting te worden uitgevoerd Is er toegevoegde waarde van in vivo of ex vivo âlymphatic mapping en sentinel node Kwaliteit van de verticale lymfklierdissectie uitgedrukt in lengte van de vaatsteel, en het percentage positieve centrale lymfklieren in het geval van een D# dissectie O P patiënten die een chirurgische behandeling van een coloncarcinoom ondergaan volgens O percentage ovariummetastasen, incidentie van ovariumcarcinoom, morbiditeit, kankerspecifieke overleving, totale overleving radicalere vorm van chirurgie voor het coloncarcinoom door middel van CME de voorkeur verdient boven de conventionele techniek hoewel dit voor stadium I-II niet essentieel lijkt De SIGN richtlijn (###) beveelt aan radicale resectie volgens CME principes aan met âflushâ lymfklieren (D#) bij #%-#% van de coloncarcinomen maar doet geen uitspraak over de De SIGN richtlijn (###) doet geen specifieke uitspraak over de uitgebreidheid van de De ASCRS richtlijn (###) beschrijft dat er geen aangetoond voordeel is van een D# dissectie indien er klinisch geen verdenking is op verdachte centrale lymfklieren Wel wordt De ASCRS richtlijn (###) geeft aan dat sentinel biopsie niet de standaard lymfklierdissectie kan vervangen, maar dat het de kans op onderstadiëring kan verminderen door uitgebreider De ASCRS richtlijn (###) beveelt alleen ovariectomie aan indien macroscopisch afwijkend of bij directe tumor doorgroei Routinematige profylactische ovariectomie wordt niet aanbevolen, maar zou wel kunnen worden overwogen bij erfelijke predispositie voor Overwegingen voor segmentele colonresectie of totale colectomie bij patiënten met Lynch syndroom en een coloncarcinoom staan beschreven in de richtlijn erfelijk darmkanker Hierbij wordt geadviseerd om een totale colectomie met ileorectale anastomose te doen, behalve boven de <LEEFTIJD> jaar Bij coloncarcinoom in het kader van familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is proctocolectomie de voorkeursbehandeling, maar voor de andere polyposis syndromen (atypische familiaire adenomateuze polyposis (AFAP), MUTYHassociated polyposis (MAP), serrated polyposis) worden geen uitspraken gedaan over de.
| 611 | nvmdl |
chirurgische behandeling van een coloncarcinoom ondergaan volgens O percentage ovariummetastasen, incidentie van ovariumcarcinoom, morbiditeit, kankerspecifieke overleving, totale overleving radicalere vorm van chirurgie voor het coloncarcinoom door middel van CME de voorkeur verdient boven de conventionele techniek hoewel dit voor stadium I-II niet essentieel lijkt De SIGN richtlijn (###) beveelt aan radicale resectie volgens CME principes aan met âflushâ lymfklieren (D#) bij #%-#% van de coloncarcinomen maar doet geen uitspraak over de De SIGN richtlijn (###) doet geen specifieke uitspraak over de uitgebreidheid van de De ASCRS richtlijn (###) beschrijft dat er geen aangetoond voordeel is van een D# dissectie indien er klinisch geen verdenking is op verdachte centrale lymfklieren Wel wordt De ASCRS richtlijn (###) geeft aan dat sentinel biopsie niet de standaard lymfklierdissectie kan vervangen, maar dat het de kans op onderstadiëring kan verminderen door uitgebreider De ASCRS richtlijn (###) beveelt alleen ovariectomie aan indien macroscopisch afwijkend of bij directe tumor doorgroei Routinematige profylactische ovariectomie wordt niet aanbevolen, maar zou wel kunnen worden overwogen bij erfelijke predispositie voor Overwegingen voor segmentele colonresectie of totale colectomie bij patiënten met Lynch syndroom en een coloncarcinoom staan beschreven in de richtlijn erfelijk darmkanker Hierbij wordt geadviseerd om een totale colectomie met ileorectale anastomose te doen, behalve boven de <LEEFTIJD> jaar Bij coloncarcinoom in het kader van familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is proctocolectomie de voorkeursbehandeling, maar voor de andere polyposis syndromen (atypische familiaire adenomateuze polyposis (AFAP), MUTYHassociated polyposis (MAP), serrated polyposis) worden geen uitspraken gedaan over de Crohnse colitis, een proctocolectomie moet worden overwogen, vanwege multifocaliteit van dysplasie en hoge kans op metachrone carcinomen na segmentele resectie Segmentele resectie kan worden overwogen bij laag gradige dysplasie of hoog operatie risico De ECCO richtlijn (###) adviseert een proctocolectomie met centrale ligatie van alle segmentele vaten voor patiënten met een coloncarcinoom bij colitis ulcerosa In geselecteerde gevallen kan na gedeelde besluitvorming voor een colectomie worden gekozen, bijvoorbeeld bij een proximaal carcinoom met milde ziekte in het rectum De ASCRS richtlijn (###) adviseert een en-bloc resectie van aangrenzende organen indien deze adhesief zijn of macroscopisch geinfiltreerd door het coloncarcinoom Gouvas verrichtte een systematische review van ## studies (Gouvas, ###) Er werd geen verschil gezien in postoperatieve morbiditeit en mortaliteit (##% versus ##%, #,#% versus #,#%) na CME en conventionele resectie CME chirurgie liet een langer preparaat zien, een langere vaatsteel, een hoger percentage intact mesocolon, en hoger aantal lymfklieren Twee studies lieten een langere algehele overleving zien na CME, met name voor stadium I metastasen in centrale lymfklieren werden gevonden voor rechtszijdige resecties, en tot ##% in linkszijdige resecties De auteurs concluderen dat er geen theoretische verklaring kan worden gegeven voor een betere oncologische uitkomst bij een D# dissectie consensus moet worden verkegen over anatomische definities en standaardisatie van chirurgische Een systematische review van ## studies (<PERSOON>, ###) vond een gepoolde sensitiviteit van sentinel node biopsie van ##%; deze was ##% voor T<DATUM> tumoren en ##% voor T<DATUM> tumoren Gemiddeld werd bij verder opsnijden van de sentinel node en.
| 646 | nvmdl |
worden overwogen, vanwege multifocaliteit van dysplasie en hoge kans op metachrone carcinomen na segmentele resectie Segmentele resectie kan worden overwogen bij laag gradige dysplasie of hoog operatie risico De ECCO richtlijn (###) adviseert een proctocolectomie met centrale ligatie van alle segmentele vaten voor patiënten met een coloncarcinoom bij colitis ulcerosa In geselecteerde gevallen kan na gedeelde besluitvorming voor een colectomie worden gekozen, bijvoorbeeld bij een proximaal carcinoom met milde ziekte in het rectum De ASCRS richtlijn (###) adviseert een en-bloc resectie van aangrenzende organen indien deze adhesief zijn of macroscopisch geinfiltreerd door het coloncarcinoom Gouvas verrichtte een systematische review van ## studies (Gouvas, ###) Er werd geen verschil gezien in postoperatieve morbiditeit en mortaliteit (##% versus ##%, #,#% versus #,#%) na CME en conventionele resectie CME chirurgie liet een langer preparaat zien, een langere vaatsteel, een hoger percentage intact mesocolon, en hoger aantal lymfklieren Twee studies lieten een langere algehele overleving zien na CME, met name voor stadium I metastasen in centrale lymfklieren werden gevonden voor rechtszijdige resecties, en tot ##% in linkszijdige resecties De auteurs concluderen dat er geen theoretische verklaring kan worden gegeven voor een betere oncologische uitkomst bij een D# dissectie consensus moet worden verkegen over anatomische definities en standaardisatie van chirurgische Een systematische review van ## studies (<PERSOON>, ###) vond een gepoolde sensitiviteit van sentinel node biopsie van ##%; deze was ##% voor T<DATUM> tumoren en ##% voor T<DATUM> tumoren Gemiddeld werd bij verder opsnijden van de sentinel node en micrometastasen (pN#mi) na exclusie van geisoleerde tumorcellen De auteurs geven aan dat ex vivo sentinel node biopsie met patent blauw kan worden overwogen Een meta-analyse van Yoon (Yoon, ###) laat zien dat dubbelzijdige tubectomie in de algemene populatie leidt tot een afname van ##% tot ##% in het optreden van ovariumcarcinoom Er werd geen vervroegde overgang gezien vanwege het in situ laten van Voer een volledige inspectie en zo mogelijk palpatie uit van de buikholte bij aanvang van een geplande colonresectie voor coloncarcinoom ter uitsluiting van synchrone peritoneale Verricht een colonresectie in de anatomische scheidingsvlakken ter verkrijging van een intact mesenterium volgens het CME principe, met centrale ligate van de segmentele Verricht niet standaard een centrale lymfklierdissecties (D#) over de v mesenterica Voer geen in vivo sentinel node biopsie uit ter vervanging van de mesocolische Voer een en bloc multiviscerale resectie uit van aangrenzende structuren die adhesief of door tumor ingroei verbonden zijn met het colon en vermeld dit in de PA aanvraag Voer adnexextirpatie uit bij macroscopisch afwijkend aspect of directe tumor doorgroei Overweeg profylactische adnexextirpatie bij hoog risico groepen (BRCA of MSH# kiembaan Voer bij Lynch patiënten met een coloncarcinoom tot de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar een totale Verricht voor een coloncarcinoom bij Crohnse colitis of Colitis Ulcerosa een sub-totale colectomie of proctocolectomie met centrale vasculaire ligatie binnen gedeelde CME is een initiatief voor standaardisatie van de chirurgische behandeling van het coloncarcinoom Dissectie in de embryologische scheidingsvlakken mag als standaard.
| 603 | nvmdl |
micrometastasen (pN#mi) na exclusie van geisoleerde tumorcellen De auteurs geven aan dat ex vivo sentinel node biopsie met patent blauw kan worden overwogen Een meta-analyse van Yoon (Yoon, ###) laat zien dat dubbelzijdige tubectomie in de algemene populatie leidt tot een afname van ##% tot ##% in het optreden van ovariumcarcinoom Er werd geen vervroegde overgang gezien vanwege het in situ laten van Voer een volledige inspectie en zo mogelijk palpatie uit van de buikholte bij aanvang van een geplande colonresectie voor coloncarcinoom ter uitsluiting van synchrone peritoneale Verricht een colonresectie in de anatomische scheidingsvlakken ter verkrijging van een intact mesenterium volgens het CME principe, met centrale ligate van de segmentele Verricht niet standaard een centrale lymfklierdissecties (D#) over de v mesenterica Voer geen in vivo sentinel node biopsie uit ter vervanging van de mesocolische Voer een en bloc multiviscerale resectie uit van aangrenzende structuren die adhesief of door tumor ingroei verbonden zijn met het colon en vermeld dit in de PA aanvraag Voer adnexextirpatie uit bij macroscopisch afwijkend aspect of directe tumor doorgroei Overweeg profylactische adnexextirpatie bij hoog risico groepen (BRCA of MSH# kiembaan Voer bij Lynch patiënten met een coloncarcinoom tot de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar een totale Verricht voor een coloncarcinoom bij Crohnse colitis of Colitis Ulcerosa een sub-totale colectomie of proctocolectomie met centrale vasculaire ligatie binnen gedeelde CME is een initiatief voor standaardisatie van de chirurgische behandeling van het coloncarcinoom Dissectie in de embryologische scheidingsvlakken mag als standaard âgood surgical practiceâ In een vergelijkende studie van standaard colon resectie in Leeds met de CME techniek van Erlangen (West, ###) hadden CME preparaten vaker een intact mesocolon en een groter mesocolisch oppervlakte De pathologische gradering van het mesocolon, in analogie aan die van het TME preparaat, bleek geassocieerd met overleving In de Nederlands praktijk streven we naar CME met een niveau D# lymfklierdissectie Mogelijk valt hier nog een kwaliteitsslag te behalen aangezien een Deense studie met postoperatieve beeldvorming (Munkedal, ###) heeft laten zien dat nog een resterende segmentele arteriële stomp kon worden gevonden met een mediane lengte van ## mm voor rechtszijdige en ## mm voor linkszijdige colonresecties Daarmee blijkt in de praktijk een intentionele D# vaak uit te monden in een dissectie op het niveau ergens tussen D# en D# in Hoewel er in een beperkt percentage centrale lymfkliermetastasen worden gevonden na een D# dissectie, is het de vraag of resectie hiervan een onafhankelijke invloed heeft op oncologische uitkomst naast andere kenmerken van een tumor met dergelijke morbiditeit met zich mee kan brengen, met name bij rechtszijdige tumoren (Bertelsen, ###), en geen doorslaggevend bewijs is geleverd voor de oncologische meerwaarde, wordt aanbevolen om niet routinematige D# dissecties uit te voeren over de mesenterica superior vaten Bij klinische verdenking op metastasen in de D# lymfklieren kan worden overwogen om de verticales dissectie wel uit te breiden tot D# niveau voor locoregionale controle Hiervoor lijkt verwijzing naar een <INSTELLING> met desbetreffende expertise geindiceerd.
| 570 | nvmdl |
studie van standaard colon resectie in Leeds met de CME techniek van Erlangen (West, ###) hadden CME preparaten vaker een intact mesocolon en een groter mesocolisch oppervlakte De pathologische gradering van het mesocolon, in analogie aan die van het TME preparaat, bleek geassocieerd met overleving In de Nederlands praktijk streven we naar CME met een niveau D# lymfklierdissectie Mogelijk valt hier nog een kwaliteitsslag te behalen aangezien een Deense studie met postoperatieve beeldvorming (Munkedal, ###) heeft laten zien dat nog een resterende segmentele arteriële stomp kon worden gevonden met een mediane lengte van ## mm voor rechtszijdige en ## mm voor linkszijdige colonresecties Daarmee blijkt in de praktijk een intentionele D# vaak uit te monden in een dissectie op het niveau ergens tussen D# en D# in Hoewel er in een beperkt percentage centrale lymfkliermetastasen worden gevonden na een D# dissectie, is het de vraag of resectie hiervan een onafhankelijke invloed heeft op oncologische uitkomst naast andere kenmerken van een tumor met dergelijke morbiditeit met zich mee kan brengen, met name bij rechtszijdige tumoren (Bertelsen, ###), en geen doorslaggevend bewijs is geleverd voor de oncologische meerwaarde, wordt aanbevolen om niet routinematige D# dissecties uit te voeren over de mesenterica superior vaten Bij klinische verdenking op metastasen in de D# lymfklieren kan worden overwogen om de verticales dissectie wel uit te breiden tot D# niveau voor locoregionale controle Hiervoor lijkt verwijzing naar een <INSTELLING> met desbetreffende expertise geindiceerd kan worden gevonden, is er geen overtuigend bewijs om dit routinematig toe te passen De beleidsveranderingen ten aanzien van adjuvante chemotherapie en de invloed hiervan op overleving zijn niet onderzocht Gezien er geen techniek is met een ###% sensitiviteit wordt in vivo sentinel node biopsie niet aanbevolen ter vervanging van de mesocolische coloncarcinoom wordt in <LOCATIE> voor zover bekend niet toegepast Voor het uitvoeren van een preventieve adnexextirpatie (ovariectomie inclusief de tubae) worden als argumenten de reductie in kans op ovariële metastasen, reductie in kans op het ontstaan van ovariumcarcinoom, en de minimale chirurgische procedure met kleine kans op chirurgische morbiditeit genoemd Er is één oude kleine RCT gepubliceerd waarin ### patiënten met colorectaal carcinoom werden gerandomiseerd tussen wel of niet profylactische ovariectomie (Young-Fadok, ###) De studie was underpowered om verschil in overleving aan te tonen Ongeveer #,#% van de vrouwen ontwikkelt in haar leven ovariumcarcinoom, meestal ontstaan in de tubae Vanwege zeer langzame vooruitgang in curatie van ovariumcarcinoom, komt steeds meer nadruk op primaire preventie te liggen salpingectomie genoemd Deze strategie wordt momenteel in <LOCATIE> onderzocht (STOPOVCO-project), waarvan de eerste resultaten eind ### worden verwacht (vooral premenopausaal) met secundaire gevolgen (onder andere hart- en vaatziekten) Bij hoog risico groepen (erfelijke predispositie zoals BRCA mutatie, MSH# mutatie) en postmenopauzale vrouwen zou in een gedeelde besluitvorming met patiënten een preventieve adnexextirpatie samen met de electieve resectie van het coloncarcinoom Indien één ovarium macroscopisch afwijkend is, dient een dubbelzijdige adnexextirpatie te Voor resectie van een cT#N#-#M# coloncarcinoom is, zoals voor iedere oncologische.
| 605 | nvmdl |
te passen De beleidsveranderingen ten aanzien van adjuvante chemotherapie en de invloed hiervan op overleving zijn niet onderzocht Gezien er geen techniek is met een ###% sensitiviteit wordt in vivo sentinel node biopsie niet aanbevolen ter vervanging van de mesocolische coloncarcinoom wordt in <LOCATIE> voor zover bekend niet toegepast Voor het uitvoeren van een preventieve adnexextirpatie (ovariectomie inclusief de tubae) worden als argumenten de reductie in kans op ovariële metastasen, reductie in kans op het ontstaan van ovariumcarcinoom, en de minimale chirurgische procedure met kleine kans op chirurgische morbiditeit genoemd Er is één oude kleine RCT gepubliceerd waarin ### patiënten met colorectaal carcinoom werden gerandomiseerd tussen wel of niet profylactische ovariectomie (Young-Fadok, ###) De studie was underpowered om verschil in overleving aan te tonen Ongeveer #,#% van de vrouwen ontwikkelt in haar leven ovariumcarcinoom, meestal ontstaan in de tubae Vanwege zeer langzame vooruitgang in curatie van ovariumcarcinoom, komt steeds meer nadruk op primaire preventie te liggen salpingectomie genoemd Deze strategie wordt momenteel in <LOCATIE> onderzocht (STOPOVCO-project), waarvan de eerste resultaten eind ### worden verwacht (vooral premenopausaal) met secundaire gevolgen (onder andere hart- en vaatziekten) Bij hoog risico groepen (erfelijke predispositie zoals BRCA mutatie, MSH# mutatie) en postmenopauzale vrouwen zou in een gedeelde besluitvorming met patiënten een preventieve adnexextirpatie samen met de electieve resectie van het coloncarcinoom Indien één ovarium macroscopisch afwijkend is, dient een dubbelzijdige adnexextirpatie te Voor resectie van een cT#N#-#M# coloncarcinoom is, zoals voor iedere oncologische Aangezien tumorinfiltratie peroperatief moeilijk is te onderscheiden van reactieve benigne adhesies wordt geadviseerd om bij twijfel een multiviscerale resectie uit te voeren Patiënten met inflammatoire darmziekten (IBD) die een coloncarcinoom ontwikkelen, hebben een sterk verhoogde kans op lokalisaties van hooggradige dysplasie of zelfs invasieve groei elders in het colon of rectum Slechts bij uitzondering betreft het een sporadisch carcinoom niet in het kader van IBD Daarom wordt in de Europese richtlijnen geadviseerd om een protocolectomie te doen Als alternatief kan worden overwogen om een colectomie met ileo-rectale anastomose te doen bij een relatief weinig aangedaan Vanuit de Eindhovense kankerregistratie werd gerapporteerd dat het aantal peroperatief gevonden peritoneale metastasen ten tijde van resectie van de primaire tumor #,#% bedroeg voor laparoscopische resecties, #,# % voor open resecties en #,#% voor geconverteerde resecties (<PERSOON>, ###) Ook na correctie voor confounders bleef laparoscopische resectie significant geassocieerd met een lagere kans op het detecteren van peritoneale metastasen (OR #,##) Derhalve wordt expliciet geadviseerd om onafhankelijk van de chirurgische benadering een zorgvuldige inspectie van het abdomen uit te voeren <PERSOON> JA, <PERSOON> T, <PERSOON> C, <PERSOON> on Surgery for <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(#) #-## doi <DATUM> eccojcc/jjx### PubMed PMID.
| 582 | nvmdl |
onderscheiden van reactieve benigne adhesies wordt geadviseerd om bij twijfel een multiviscerale resectie uit te voeren Patiënten met inflammatoire darmziekten (IBD) die een coloncarcinoom ontwikkelen, hebben een sterk verhoogde kans op lokalisaties van hooggradige dysplasie of zelfs invasieve groei elders in het colon of rectum Slechts bij uitzondering betreft het een sporadisch carcinoom niet in het kader van IBD Daarom wordt in de Europese richtlijnen geadviseerd om een protocolectomie te doen Als alternatief kan worden overwogen om een colectomie met ileo-rectale anastomose te doen bij een relatief weinig aangedaan Vanuit de Eindhovense kankerregistratie werd gerapporteerd dat het aantal peroperatief gevonden peritoneale metastasen ten tijde van resectie van de primaire tumor #,#% bedroeg voor laparoscopische resecties, #,# % voor open resecties en #,#% voor geconverteerde resecties (<PERSOON>, ###) Ook na correctie voor confounders bleef laparoscopische resectie significant geassocieerd met een lagere kans op het detecteren van peritoneale metastasen (OR #,##) Derhalve wordt expliciet geadviseerd om onafhankelijk van de chirurgische benadering een zorgvuldige inspectie van het abdomen uit te voeren <PERSOON> JA, <PERSOON> T, <PERSOON> C, <PERSOON> on Surgery for <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(#) #-## doi <DATUM> eccojcc/jjx### <PERSOON> of Gynecologic Oncologists recommendations based on risk of ovarian cancer Obstet Gynecol ### <PERSOON>;###(#) ###-## doi <DATUM> AOG #b###e###ec#fc# <PERSOON-##> of Colon Cancer Lymph Node Metastases in <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##>); <PERSOON-##>) Short-term outcomes after complete mesocolic excision compared with 'conventional' colonic cancer surgery <PERSOON-##> ### Apr;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> bjs ### <PERSOON-##> T, West <PERSOON-##> and pathological evaluation of the level of arterial division after colon cancer surgery Colorectal Dis ### Jul;##(#) O###-O### doi <DATUM> codi ### <PERSOON-##> along the embryological planes for colon cancer a systematic review of complete mesocolic excision <PERSOON-##> Dis ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-##<DATUM> Epub ### Jul ## Review.
| 555 | nvmdl |
<PERSOON> of Gynecologic Oncologists recommendations based on risk of ovarian cancer Obstet Gynecol ### <PERSOON>;###(#) ###-## doi <DATUM> AOG #b###e###ec#fc# <PERSOON> of Colon Cancer Lymph Node Metastases in <PERSOON> JE, <PERSOON>); <PERSOON>) Short-term outcomes after complete mesocolic excision compared with 'conventional' colonic cancer surgery <PERSOON> ### Apr;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> bjs ### <PERSOON> T, West <PERSOON> and pathological evaluation of the level of arterial division after colon cancer surgery Colorectal Dis ### Jul;##(#) O###-O### doi <DATUM> codi ### <PERSOON-##> along the embryological planes for colon cancer a systematic review of complete mesocolic excision <PERSOON-##> Dis ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-##<DATUM> <PERSOON-##>'s and Colitis Organisation (ECCO) European evidence based consensus on surgery for ulcerative colitis <PERSOON-##> ### <PERSOON-##>;#(#) #-## doi <DATUM> j crohns ##<DATUM> ### <PERSOON-##> RH, West NP, <PERSOON-##> rationale behind complete mesocolic excision (CME) and a central vascular ligation for colon cancer in open and laparoscopic surgery proceedings of a consensus conference <PERSOON-##> Dis ### Apr;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-##<DATUM> <PERSOON-##> CJ Systematic review of sentinel lymph node mapping procedure in colorectal cancer <PERSOON-##> ### Oct;##(##) ###-## doi <DATUM> s###-###-###-# <PERSOON-##> of Colon and Rectal Surgeons Clinical Practice Guidelines for the Treatment of Colon Cancer Dis Colon Rectum.
| 510 | nvmdl |
<PERSOON>'s and Colitis Organisation (ECCO) European evidence based consensus on surgery for ulcerative colitis <PERSOON> ### <PERSOON>;#(#) #-## doi <DATUM> j crohns ##<DATUM> ### <PERSOON> RH, West NP, <PERSOON> rationale behind complete mesocolic excision (CME) and a central vascular ligation for colon cancer in open and laparoscopic surgery proceedings of a consensus conference <PERSOON> Dis ### Apr;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-##<DATUM> <PERSOON> CJ Systematic review of sentinel lymph node mapping procedure in colorectal cancer <PERSOON> ### Oct;##(##) ###-## doi <DATUM> s###-###-###-# <PERSOON> of Colon and Rectal Surgeons Clinical Practice Guidelines for the Treatment of Colon Cancer Dis Colon Rectum <PATIENTNUMMER> doi <DATUM> DCR <TELEFOONNUMMER>### PubMed PMID <PATIENTNUMMER># West <PERSOON-##> mesocolic excision with central vascular ligation produces an oncologically superior specimen compared with standard surgery for carcinoma of the colon <PERSOON-##> ### <PERSOON> ##;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### West NP, <PERSOON-##> grading of colon cancer surgical resection and its association with survival a retrospective observational study Lancet Oncol ### <PERSOON-##>;#(#) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> ### Jul ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Yoon SH, <PERSOON-##> SN, Shim SH, Kang SB, <PERSOON-##> SJ Bilateral salpingectomy can reduce the risk of ovarian cancer in the general population A meta-analysis <PERSOON-##> ### Mar;## ##-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON-##> PP, Ilstrup DM Prophylactic oophorectomy in colorectal carcinoma preliminary results of a randomized, prospective trial Dis Colon Rectum ### Mar;##(#) ###; discussion ##<DATUM> <PERSOON-##>, JA; <PERSOON-##>, VEPP; de Hingh, IHJT Peritoneal carcinomatosis is less frequently diagnosed during laparoscopic surgery compared to open surgery in patients with colorectal cancer.
| 586 | nvmdl |
<PATIENTNUMMER> doi <DATUM> DCR <TELEFOONNUMMER>### PubMed PMID <PATIENTNUMMER># West <PERSOON> mesocolic excision with central vascular ligation produces an oncologically superior specimen compared with standard surgery for carcinoma of the colon <PERSOON> ### <PERSOON> ##;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### West NP, <PERSOON> grading of colon cancer surgical resection and its association with survival a retrospective observational study Lancet Oncol ### <PERSOON>;#(#) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> ### Jul ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Yoon SH, <PERSOON> SN, Shim SH, Kang SB, <PERSOON> SJ Bilateral salpingectomy can reduce the risk of ovarian cancer in the general population A meta-analysis <PERSOON> ### Mar;## ##-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON-##> PP, Ilstrup DM Prophylactic oophorectomy in colorectal carcinoma preliminary results of a randomized, prospective trial Dis Colon Rectum ### Mar;##(#) ###; discussion ##<DATUM> <PERSOON-##>, JA; <PERSOON-##>, VEPP; de Hingh, IHJT Peritoneal carcinomatosis is less frequently diagnosed during laparoscopic surgery compared to open surgery in patients with colorectal cancer ##(#) pp #<DATUM> not find significant differences (pvalue not reported) between <PERSOON-##> risk in the intervention group (and its ##% confidence interval) is based on the assumed risk in the comparison group and the relative effect of the intervention (and its ##% CI) of the effect, but there is a possibility that it is substantially different b Although there was a high heterogeneity (significant <PERSOON-##>^#, high percentage I^#) there was no downgrade, as all results were c There was a statistical signigicant heterogeneity (significant <PERSOON-##>^#, high percentage <PERSOON-##> most results were in the same direction, the confidence interval of one study overlapped with # d Included studies showed different results in recurrence rates, with a high recurrence rate for standard surgery in in one Central lymphadenectomy compared to standard lymphadenectomy for patiens with in stage III cancer <PERSOON-##> authors state that or lower in the included studies <PERSOON-##> a Risk of bias was not assessed in the systematic review besides the mention of selection bias in a few cases No mentioning of b Authors state that the included studies were too heterogeneous in design and definitions for pooling or for calculating Extended lymphadenectomy or extensive surgery compared to standard the number of dissected lymph nodes All Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage colorectal cancer in a Risk of bias was performed with the QUADRAS-tool.
| 652 | nvmdl |
#<DATUM> not find significant differences (pvalue not reported) between <PERSOON> risk in the intervention group (and its ##% confidence interval) is based on the assumed risk in the comparison group and the relative effect of the intervention (and its ##% CI) of the effect, but there is a possibility that it is substantially different b Although there was a high heterogeneity (significant <PERSOON>^#, high percentage I^#) there was no downgrade, as all results were c There was a statistical signigicant heterogeneity (significant <PERSOON>^#, high percentage <PERSOON> most results were in the same direction, the confidence interval of one study overlapped with # d Included studies showed different results in recurrence rates, with a high recurrence rate for standard surgery in in one Central lymphadenectomy compared to standard lymphadenectomy for patiens with in stage III cancer <PERSOON> authors state that or lower in the included studies <PERSOON> a Risk of bias was not assessed in the systematic review besides the mention of selection bias in a few cases No mentioning of b Authors state that the included studies were too heterogeneous in design and definitions for pooling or for calculating Extended lymphadenectomy or extensive surgery compared to standard the number of dissected lymph nodes All Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage colorectal cancer in a Risk of bias was performed with the QUADRAS-tool overview of the quality assessment was presented (i e how each study scored on each individial criteria or a sum-score of all criteria) From ## c It was deemed that ## #% of the patients having colon carcinomas (<DATUM> having rectum carcinomas) provide enough certainty in this domain Only # studies reported not having patients with colon carcinoma in their sample Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage colon cancer in studies in total, there were ## studies appraised as low validity (##%) It was unclear how many of the ## included studies for this analyses Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage early stage colorectal carcinomas (T<DATUM> in patients undergoing CME surgery? (<PERSOON> ###) We are unsure whether sentinel node biopsy procedures studies in total, there were ## studies appraised as low validity (##%) It was unclear how many of the # included studies for this analyses were of high/low validity following the authors' risk of bias assessment Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage advanced Profylactic bilateral salpingectomy compared to no salpingectomy for patients undergoing a Unadjusted data was used in this meta-analysis Therefore the risk of bias is increased Nonetheless, the unadjusted OR in this metaanalyses is in the same direction as the reported adjusted ORs c Authors used the Newcastle-Ottawa Scale to assess the risk of bias.
| 595 | nvmdl |
each study scored on each individial criteria or a sum-score of all criteria) From ## c It was deemed that ## #% of the patients having colon carcinomas (<DATUM> having rectum carcinomas) provide enough certainty in this domain Only # studies reported not having patients with colon carcinoma in their sample Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage colon cancer in studies in total, there were ## studies appraised as low validity (##%) It was unclear how many of the ## included studies for this analyses Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage early stage colorectal carcinomas (T<DATUM> in patients undergoing CME surgery? (<PERSOON> ###) We are unsure whether sentinel node biopsy procedures studies in total, there were ## studies appraised as low validity (##%) It was unclear how many of the # included studies for this analyses were of high/low validity following the authors' risk of bias assessment Should lymphatic mapping / sentinel node biopsy be used to diagnose and stage advanced Profylactic bilateral salpingectomy compared to no salpingectomy for patients undergoing a Unadjusted data was used in this meta-analysis Therefore the risk of bias is increased Nonetheless, the unadjusted OR in this metaanalyses is in the same direction as the reported adjusted ORs c Authors used the Newcastle-Ottawa Scale to assess the risk of bias coloncarcinoom in <LOCATIE> Nog openstaande vragen zijn wat de rol van laparoscopische resectie is voor specifieke subgroepen, zoals het lokaal gevorderd coloncarcinoom en in de spoedsetting Daarnaast zijn er enkele technische aspecten van de laparoscopische coloncarcinoom volgens CME principe ten opzichte van een open benadering in het coloncarcinoom volgens CME principe ten opzichte van een open benadering voor de afhankelijk van de localisatie van de primaire tumor (rechts, transversum, flexura # <PERSOON> termijn morbiditeit adhesie gerelateerde dunne darm obstructie, littekenbreuk dagen), radicaliteit van de procedure, lange termijn morbiditeit (adhesie gerelateere dunne darm obstructie, littekenbreuk), lange termijn overleving, kosten C open benadering bij verschillende lokalisaties van de primaire tumor (rechts, transversum, dagen), radicaliteit van de procedure, lange termijn overleving, kosten O postoperatief herstel, postoperatieve complicaties, lange termijn littekenbreuk en carcinoom aan als open en laparoscopische benadering beiden geschikt worden geacht, dit met de patiënt is besproken, en onder de voorwaarde dat expertise beschikbaar is In Internationale consensus bijeenkomst is geformuleerd dat laparoscopie in gelijke mate geschikt lijkt voor resectie volgens complete mesocolische excisie (CME) als open chirurgie In een systematische review uit ### wordt geconcludeerd dat laparoscopisch resectie veilig is met vele korte termijn voordelen (Tjandra, ###) Voor wat betreft lange termijn overleving zijn er vergelijkbare uitkomsten op basis van meta-analyse van gerandomiseerde studies, hoewel er mogelijk een verschil in stadium II in het voordeel van open chirurgie werd gezien (Theophilus, ###) Athanasiou (###) concludeert dat de laparoscopische techniek tenminste even veilig lijkt voor colon resectie volgens CME met centrale.
| 610 | nvmdl |
laparoscopische resectie is voor specifieke subgroepen, zoals het lokaal gevorderd coloncarcinoom en in de spoedsetting Daarnaast zijn er enkele technische aspecten van de laparoscopische coloncarcinoom volgens CME principe ten opzichte van een open benadering in het coloncarcinoom volgens CME principe ten opzichte van een open benadering voor de afhankelijk van de localisatie van de primaire tumor (rechts, transversum, flexura # <PERSOON> termijn morbiditeit adhesie gerelateerde dunne darm obstructie, littekenbreuk dagen), radicaliteit van de procedure, lange termijn morbiditeit (adhesie gerelateere dunne darm obstructie, littekenbreuk), lange termijn overleving, kosten C open benadering bij verschillende lokalisaties van de primaire tumor (rechts, transversum, dagen), radicaliteit van de procedure, lange termijn overleving, kosten O postoperatief herstel, postoperatieve complicaties, lange termijn littekenbreuk en carcinoom aan als open en laparoscopische benadering beiden geschikt worden geacht, dit met de patiënt is besproken, en onder de voorwaarde dat expertise beschikbaar is In Internationale consensus bijeenkomst is geformuleerd dat laparoscopie in gelijke mate geschikt lijkt voor resectie volgens complete mesocolische excisie (CME) als open chirurgie In een systematische review uit ### wordt geconcludeerd dat laparoscopisch resectie veilig is met vele korte termijn voordelen (Tjandra, ###) Voor wat betreft lange termijn overleving zijn er vergelijkbare uitkomsten op basis van meta-analyse van gerandomiseerde studies, hoewel er mogelijk een verschil in stadium II in het voordeel van open chirurgie werd gezien (Theophilus, ###) Athanasiou (###) concludeert dat de laparoscopische techniek tenminste even veilig lijkt voor colon resectie volgens CME met centrale gevallen laparoscopische resectie van T# coloncarcinoom oncologisch veilig is, maar dat rekening gehouden moet worden met een aanzienlijke kans op conversie om een en bloc resectie te verrichten (<PERSOON> (###) concludeert dat de literatuur beperkt is tot niet-gerandomiseerde vergelijkingen met substantiele allocatie bias, waarbij voorzichtigheid betracht dient te worden bij toepassing van laparoscopie voor multiviscerale Martinez-Pérez (###) concludeert dat laparoscopie ook voor tumoren van de flexura lienalis betere postoperatieve uitkomsten geeft met minder complicaties (Martinez-Pérez, ###) Athanasiou (###) concludeert hetzelfde voor transversum tumoren met daarnaast Betere uitkomsten van laparoscopie bij obstruerend rechtszijdig coloncarcinoom dienen voorzichtig te worden geinterpreteerd vanwege kleine studies met selectie en publicatie Systematische review van observationele studies laat zien dat robot geassisteerde laparoscopie in vergelijking met conventionele laparoscopie meer tijd kost, duurder is, maar Brockhaus (###) concludeert dat er een laag niveau van bewijs is voor single-incision laparoscopie voor colonchirurgie, en dat dit nog steeds als experimenteel moet worden postoperatief herstel zonder toename van complicaties, maar gerandomiseerde studies zijn nodig om korte en lange termijn uitkomsten te vergelijken met extracorporele anastomose Gepoolde incidentie van littekenbreuk was ##,#% voor midline, #,#% voor horizontale, en #,#% voor Pfannenstiel incisies Midline extracties hadden een significant hoger risico op littekenbreuk dan off-midline incisies, (OR #,# (#,# tot #,#)) hoewel de data van slechte lokalisatiefouten dan coloscopische tatoeage, en dat routinematige coloscopische tatoeage Kies bij patiënten bij wie een multiviscerale resectie nodig is, bij obstructie of perforatie, en bij transversum/flexura lienalis lokalisatie alleen een laparoscopische benadering bij Verricht bij aanvang van een laparoscopische resectie een volledige inspectie van de.
| 638 | nvmdl |
is, maar dat rekening gehouden moet worden met een aanzienlijke kans op conversie om een en bloc resectie te verrichten (<PERSOON> (###) concludeert dat de literatuur beperkt is tot niet-gerandomiseerde vergelijkingen met substantiele allocatie bias, waarbij voorzichtigheid betracht dient te worden bij toepassing van laparoscopie voor multiviscerale Martinez-Pérez (###) concludeert dat laparoscopie ook voor tumoren van de flexura lienalis betere postoperatieve uitkomsten geeft met minder complicaties (Martinez-Pérez, ###) Athanasiou (###) concludeert hetzelfde voor transversum tumoren met daarnaast Betere uitkomsten van laparoscopie bij obstruerend rechtszijdig coloncarcinoom dienen voorzichtig te worden geinterpreteerd vanwege kleine studies met selectie en publicatie Systematische review van observationele studies laat zien dat robot geassisteerde laparoscopie in vergelijking met conventionele laparoscopie meer tijd kost, duurder is, maar Brockhaus (###) concludeert dat er een laag niveau van bewijs is voor single-incision laparoscopie voor colonchirurgie, en dat dit nog steeds als experimenteel moet worden postoperatief herstel zonder toename van complicaties, maar gerandomiseerde studies zijn nodig om korte en lange termijn uitkomsten te vergelijken met extracorporele anastomose Gepoolde incidentie van littekenbreuk was ##,#% voor midline, #,#% voor horizontale, en #,#% voor Pfannenstiel incisies Midline extracties hadden een significant hoger risico op littekenbreuk dan off-midline incisies, (OR #,# (#,# tot #,#)) hoewel de data van slechte lokalisatiefouten dan coloscopische tatoeage, en dat routinematige coloscopische tatoeage Kies bij patiënten bij wie een multiviscerale resectie nodig is, bij obstructie of perforatie, en bij transversum/flexura lienalis lokalisatie alleen een laparoscopische benadering bij Verricht bij aanvang van een laparoscopische resectie een volledige inspectie van de Kies de conventionele multipoort techniek voor laparoscopische resectie van een Kies een Pfannenstiel als extractie plaats voor elke colonresectie vanwege het laagste De eveneens kortere opnameduur bij enhanced recovery programmaâs en het additionele effect van minimaal invasieve chirurgie wordt elders in deze richtlijn besproken (zie module aangetoond dat toepassing van de laparoscopische techniek een belangrijker aandeel in een kortere totale hospitalisatie heeft dan Enhanced Recovery programmaâs (<PERSOON>, ###) De LAFA-studie heeft ook laten zien dat open chirurgie ten opzichte van laparoscopie een verhoogd risico geeft op het ontstaan van een littekenbreuk (OR #,##) en adhesie Nederlandse populatiestudies hebben laten zien dat laparoscopie veilig is geïntroduceerd in coloncarcinoom tot gemiddeld ##% in ###, is de kans op conversie afgenomen naar #,#% (de Neree tot <LOCATIE>, ###) Conversie was geassocieerd met meer complicaties, met name indien peroperatieve complicaties de aanleiding was, maar had geen invloed op mortaliteit Voor T# coloncarcinoom wordt laparoscopie nog weinig toegepast met hoge conversie percentages (<PERSOON>, ###) In gestratificeerde vergelijkingen binnen groepen met een bepaald operatierisico gaat laparoscopie gepaard met een lager kans op postoperatief overlijden, met de grootste absolute risicoreducties bij oudere patiënten met hoge ASAscore (Gietelink, ###) Hoewel RCTâs geen invloed van laparoscopie hebben laten zien op overleving, suggereren Europese populatiedata een overlevingsvoordeel van laparoscopie (<PERSOON> van laparoscopie waren significant lager dan voor open resectie van correctie voor confounders een laparoscopische resectie significant geassocieerd was met een lagere kans op het detecteren van peritoneale metastasen (OR #,##) Met de transitie.
| 651 | nvmdl |
de conventionele multipoort techniek voor laparoscopische resectie van een Kies een Pfannenstiel als extractie plaats voor elke colonresectie vanwege het laagste De eveneens kortere opnameduur bij enhanced recovery programmaâs en het additionele effect van minimaal invasieve chirurgie wordt elders in deze richtlijn besproken (zie module aangetoond dat toepassing van de laparoscopische techniek een belangrijker aandeel in een kortere totale hospitalisatie heeft dan Enhanced Recovery programmaâs (<PERSOON>, ###) De LAFA-studie heeft ook laten zien dat open chirurgie ten opzichte van laparoscopie een verhoogd risico geeft op het ontstaan van een littekenbreuk (OR #,##) en adhesie Nederlandse populatiestudies hebben laten zien dat laparoscopie veilig is geïntroduceerd in coloncarcinoom tot gemiddeld ##% in ###, is de kans op conversie afgenomen naar #,#% (de Neree tot <LOCATIE>, ###) Conversie was geassocieerd met meer complicaties, met name indien peroperatieve complicaties de aanleiding was, maar had geen invloed op mortaliteit Voor T# coloncarcinoom wordt laparoscopie nog weinig toegepast met hoge conversie percentages (<PERSOON>, ###) In gestratificeerde vergelijkingen binnen groepen met een bepaald operatierisico gaat laparoscopie gepaard met een lager kans op postoperatief overlijden, met de grootste absolute risicoreducties bij oudere patiënten met hoge ASAscore (Gietelink, ###) Hoewel RCTâs geen invloed van laparoscopie hebben laten zien op overleving, suggereren Europese populatiedata een overlevingsvoordeel van laparoscopie (<PERSOON> van laparoscopie waren significant lager dan voor open resectie van correctie voor confounders een laparoscopische resectie significant geassocieerd was met een lagere kans op het detecteren van peritoneale metastasen (OR #,##) Met de transitie kwaliteit te hebben ingeboed Derhalve wordt expliciet geadviseerd om laparoscopisch een zorgvuldige inspectie van het abdomen uit te voeren bij aanvang van de resectie <PERSOON> M, <PERSOON> PS, Coburn NG, Quereshy FA Preoperative localization of colorectal cancer a systematic Epub ### Oct # Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Athanasiou CD, Markides GA, Kotb A, <PERSOON> D Open compared with laparoscopic complete mesocolic excision with central lymphadenectomy for colon cancer a systematic review and metaanalysis Colorectal Dis ### Jul;##(#) O###-## doi <DATUM> codi ### <PERSOON> GA Laparoscopic vs open approach for transverse colon cancer A systematic review and meta-analysis of short and long term outcomes <PERSOON> ### <PERSOON>;## ##-## doi <DATUM> j ijsu ##<DATUM> ### <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> CM, Schrotz-<PERSOON-##> in Europe Implementation and Outcomes Brockhaus AC, Sauerland S, <PERSOON-##>-incision versus standard multi-incision laparoscopic colectomy in patients with malignant or benign colonic disease a systematic review, meta-analysis and assessment of the evidence BMC Surg ### Oct ##;##(#) ## Review.
| 638 | nvmdl |
Derhalve wordt expliciet geadviseerd om laparoscopisch een zorgvuldige inspectie van het abdomen uit te voeren bij aanvang van de resectie <PERSOON> M, <PERSOON> PS, Coburn NG, Quereshy FA Preoperative localization of colorectal cancer a systematic Epub ### Oct # Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Athanasiou CD, Markides GA, Kotb A, <PERSOON> D Open compared with laparoscopic complete mesocolic excision with central lymphadenectomy for colon cancer a systematic review and metaanalysis Colorectal Dis ### Jul;##(#) O###-## doi <DATUM> codi ### <PERSOON> GA Laparoscopic vs open approach for transverse colon cancer A systematic review and meta-analysis of short and long term outcomes <PERSOON> ### <PERSOON>;## ##-## doi <DATUM> j ijsu ##<DATUM> ### <PERSOON> M, <PERSOON> AF, <PERSOON> N, <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> CM, Schrotz-<PERSOON-##> in Europe Implementation and Outcomes Brockhaus AC, Sauerland S, <PERSOON-##>-incision versus standard multi-incision laparoscopic colectomy in patients with malignant or benign colonic disease a systematic review, meta-analysis and assessment of the evidence <PERSOON-##> versus open colectomy for obstructing right colon cancer A systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> ### Dec;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j jviscsurg ##<DATUM> ### Epub ### Nov # PubMed PMID de Neree Tot <PERSOON-##> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Laparoscopic conversion in colorectal cancer surgery; is there any improvement over time at a population level? Surg Endosc ### Jul;##(#) ###-### doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> <PERSOON-##> AE, <PERSOON-##> FA Oncologic Outcomes Following Laparoscopic versus Open Resection of <PERSOON-##> and <PERSOON-##>-analysis <PERSOON-##> the Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) <PERSOON-##> ### Jul;###(#) ###-## Govaert JA, <PERSOON-##> of Hospital Costs Between Laparoscopic and Open Colorectal Cancer Resections Influence of Tumor Location and <PERSOON-##> ### Dec;###(#).
| 559 | nvmdl |
<PERSOON> versus open colectomy for obstructing right colon cancer A systematic review and meta-analysis <PERSOON> ### Dec;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j jviscsurg ##<DATUM> ### Epub ### Nov # PubMed PMID de Neree Tot <PERSOON> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Laparoscopic conversion in colorectal cancer surgery; is there any improvement over time at a population level? Surg Endosc ### Jul;##(#) ###-### doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> <PERSOON> AE, <PERSOON> FA Oncologic Outcomes Following Laparoscopic versus Open Resection of <PERSOON> and <PERSOON>-analysis <PERSOON> the Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) <PERSOON> ### Jul;###(#) ###-## Govaert JA, <PERSOON-##> of Hospital Costs Between Laparoscopic and Open Colorectal Cancer Resections Influence of Tumor Location and <PERSOON-##> ### Dec;###(#) doi <DATUM> <PERSOON-##> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Group Locally Advanced Colon Cancer Evaluation of Current Clinical Practice and Treatment Outcomes at the <PERSOON-##> PJ Laparoscopic surgery for T# colon cancer a systematic review and meta-analysis Surg Endosc ### Dec;##(##) ###-### doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-# <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> and safe introduction of laparoscopic colorectal cancer surgery in Dutch hospitals <PERSOON> ### <PERSOON-##>;###(#) ###-## <PERSOON-##> GM, Feldman LS Incidence of incisional hernia in the specimen extraction site for laparoscopic colorectal surgery systematic review and meta-analysis Surg Endosc ### Dec;##(##) ###-### doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> <PERSOON-##> GC, <PERSOON-##> of Colon Cancer of the <PERSOON-##> and <PERSOON>-analysis Surg Laparosc Endosc Percutan Tech ### Oct;##(#) #<DATUM> doi <DATUM> SLE <TELEFOONNUMMER>### Review.
| 544 | nvmdl |
doi <DATUM> <PERSOON> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Group Locally Advanced Colon Cancer Evaluation of Current Clinical Practice and Treatment Outcomes at the <PERSOON> PJ Laparoscopic surgery for T# colon cancer a systematic review and meta-analysis Surg Endosc ### Dec;##(##) ###-### doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-# <PERSOON> J, <PERSOON> and safe introduction of laparoscopic colorectal cancer surgery in Dutch hospitals <PERSOON> ### <PERSOON>;###(#) ###-## <PERSOON> GM, Feldman LS Incidence of incisional hernia in the specimen extraction site for laparoscopic colorectal surgery systematic review and meta-analysis Surg Endosc ### Dec;##(##) ###-### doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> <PERSOON> GC, <PERSOON> of Colon Cancer of the <PERSOON-##> and <PERSOON-##>-analysis Surg Laparosc Endosc Percutan Tech ### Oct;##(#) #<DATUM> doi <DATUM> SLE <TELEFOONNUMMER>### Review <PATIENTNUMMER># surgery proceedings of a consensus conference <PERSOON-##> Dis ### Apr;##(#) ###-## doi <PERSOON-##> K Long-term survival following laparoscopic and open colectomy for colon cancer a meta-analysis of randomized controlled trials <PERSOON-##> MK Systematic review on the short-term outcome of laparoscopic resection for colon and rectosigmoid cancer <PERSOON-##> in <PERSOON-##> versus Laparoscopic Approach in Colonic Resections for Cancer and Benign Diseases Systematic Review and <PERSOON-##> One ### Jul ##;##(#) e<PATIENTNUMMER> doi ## ###/journal pone <PATIENTNUMMER> eCollection ### <PERSOON-##> Q, <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> in <PERSOON-##> and <PERSOON-##> Adv Surg Tech A ### Apr;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> lap ##<DATUM> Epub ### Oct ## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Laparoscopic assisted colorectal resection compared to open method for patients with colon Laparoscopic assisted colorectal resection compared to open method for patients with a events were not shown in the forrest plot A pooled odds ratio of # ## (##%CI # ###.
| 593 | nvmdl |
<PATIENTNUMMER># surgery proceedings of a consensus conference <PERSOON> Dis ### Apr;##(#) ###-## doi <PERSOON> K Long-term survival following laparoscopic and open colectomy for colon cancer a meta-analysis of randomized controlled trials <PERSOON> MK Systematic review on the short-term outcome of laparoscopic resection for colon and rectosigmoid cancer <PERSOON> in <PERSOON> versus Laparoscopic Approach in Colonic Resections for Cancer and Benign Diseases Systematic Review and <PERSOON> One ### Jul ##;##(#) e<PATIENTNUMMER> doi ## ###/journal pone <PATIENTNUMMER> eCollection ### <PERSOON> Q, <PERSOON> T, <PERSOON> M, <PERSOON-##> in <PERSOON-##> and <PERSOON-##> Adv Surg Tech A ### Apr;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> lap ##<DATUM> Epub ### Oct ## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Laparoscopic assisted colorectal resection compared to open method for patients with colon Laparoscopic assisted colorectal resection compared to open method for patients with a events were not shown in the forrest plot A pooled odds ratio of # ## (##%<PERSOON-##> number of events were not shown in the forest plot for the a Only observational studies included for meta-analyses, risk of bias assessment indicated that none of the included studies had an unbiassed Laparoscopic assisted colorectal resection compared to open method for patients review from the included studies -# ### (# ###-# ###) / -# ### (-# ###-# ###) / # ### (-# ###-# ###) / # ### (-# ### ###) / -# ### (# ###-# ###) For patients with stage II tumours in the Laparoscopic assisted resection compared to open method for patients with intestinal studies were not included in the metaanalyses, however their ##-day post # events in the open group (n=## and study and an RR=# ## (##%CI # ##<DATUM> favoring an open procedure in the Single-incision compared to conventional multi-port for resection of colon carcinomas a # of the # RCTs had a high risk of bias for selective reporting and for blinding the study personnel, participants, and outcome assessors This RCT also had an unclear random sequence generation procedure b There were n=## in the meta-analysis Confidence interval of the pooled effect measure crosses the standard GRADE clinical decision borders c <PERSOON-##> outcome measure was considered a hard outcome measure, therefore blinding of participants and outcome assessors was not deemed e It is doubtful that the procedures/protocols to determine length of hospital stay in Italy or China are comparable to the Dutch situation, although.
| 669 | nvmdl |
<PERSOON> number of events were not shown in the forest plot for the a Only observational studies included for meta-analyses, risk of bias assessment indicated that none of the included studies had an unbiassed Laparoscopic assisted colorectal resection compared to open method for patients review from the included studies -# ### (# ###-# ###) / -# ### (-# ###-# ###) / # ### (-# ###-# ###) / # ### (-# ### ###) / -# ### (# ###-# ###) For patients with stage II tumours in the Laparoscopic assisted resection compared to open method for patients with intestinal studies were not included in the metaanalyses, however their ##-day post # events in the open group (n=## and study and an RR=# ## (##%CI # ##<DATUM> favoring an open procedure in the Single-incision compared to conventional multi-port for resection of colon carcinomas a # of the # RCTs had a high risk of bias for selective reporting and for blinding the study personnel, participants, and outcome assessors This RCT also had an unclear random sequence generation procedure b There were n=## in the meta-analysis Confidence interval of the pooled effect measure crosses the standard GRADE clinical decision borders c <PERSOON> outcome measure was considered a hard outcome measure, therefore blinding of participants and outcome assessors was not deemed e It is doubtful that the procedures/protocols to determine length of hospital stay in Italy or China are comparable to the Dutch situation, although b Missing data and drop-out rate are not reported in any of the observationa studies Outcome assessors were not blinded in any of the orbservational studies ITT was not followed in any of the observational studies Unclear whether the studies controlled for potential confounding e No clinical decision borders were set vor continuous outcome measures Sample size should be sufficient for an adequately powered hypothetical RCT, although the standard optimal information size is not met Midline incision compared to pfannenstiel extraction for laparoscopic colorectal surgery (<PERSOON> a Risk of bias assessment was not reported transparently due to the reporting of a total score per study It is unclear to what domains the points were granted and therefore the risk of bias in relation to the outcomes and quality of the design can not be judged b Althoug the I^# indicates heterogeneity (#<DATUM> ), the <PERSOON>^# was not significant (p=# ###) Only # study with a very small sample size for the pfannenstiel procedure had an effect estimate favoring midline-incisions non-significantly (# fell in the CI) All other included studies favored Pfannenstiel It was thought that removing the outlier study would not have much effect on the pooled estimate localization errors of colonoscopic tattooing with with observational *<PERSOON> risk in the intervention group (and its ##% confidence interval) is based on the assumed risk in the comparison group and the relative effect of the intervention (and its ##% CI) Moderate certainty.
| 679 | nvmdl |
Missing data and drop-out rate are not reported in any of the observationa studies Outcome assessors were not blinded in any of the orbservational studies ITT was not followed in any of the observational studies Unclear whether the studies controlled for potential confounding e No clinical decision borders were set vor continuous outcome measures Sample size should be sufficient for an adequately powered hypothetical RCT, although the standard optimal information size is not met Midline incision compared to pfannenstiel extraction for laparoscopic colorectal surgery (<PERSOON> a Risk of bias assessment was not reported transparently due to the reporting of a total score per study It is unclear to what domains the points were granted and therefore the risk of bias in relation to the outcomes and quality of the design can not be judged b Althoug the I^# indicates heterogeneity (#<DATUM> ), the <PERSOON>^# was not significant (p=# ###) Only # study with a very small sample size for the pfannenstiel procedure had an effect estimate favoring midline-incisions non-significantly (# fell in the CI) All other included studies favored Pfannenstiel It was thought that removing the outlier study would not have much effect on the pooled estimate localization errors of colonoscopic tattooing with with observational *<PERSOON> risk in the intervention group (and its ##% confidence interval) is based on the assumed risk in the comparison group and the relative effect of the intervention (and its ##% CI) Moderate certainty <PERSOON> true effect is likely to be close to the estimate of the effect, but there is a possibility that it is substantially different Low certainty Our confidence in the effect estimate is limited <PERSOON> true effect may be substantially different from Very low certainty We have very little confidence in the effect estimate <PERSOON> true effect is likely to be a It is unclear if there was any risk for confounding in the observational studies or in the comparison Confounding (adjustment) was not assessed b <PERSOON> pooled analyses had a high statistical heterogeneity (<PERSOON>^# p(# ###, I^# #<DATUM> for conventional and <PERSOON>^# p(# ###, I^# #<DATUM> for Voer bij patiënten met een linkszijdig obstructief coloncarcinoom zonder verhoogd operatierisico en curatieve intentie een acute resectie met eventuele anastomose en bijvoorbeeld via een kleine dwarse incisie in de rechter bovenbuik, als overbrugging naar Overweeg het gebruik van een stent als overbrugging naar electieve resectie bij een verhoogd operatierisico indien dit technisch haalbaar lijkt en er de juiste expertise aanwezig is Neem daarbij het risico op perforatie met mogelijk oncologisch nadeel in acht Overweeg een stent ter palliatie bij een patiënt met een obstructief linkszijdig Overweeg een decomprimerend stoma bij een dergelijke patiënt die nog kandidaat is voor Het cT#N#-#M# coloncarcinoom is een kleine subgroep binnen de colorectaal carcinomen De relatieve zeldzaamheid en de uitgebreidheid van de problematiek vergt vaak een multimodale aanpak door een gespecialiseerd team.
| 603 | nvmdl |
<PERSOON> true effect is likely to be close to the estimate of the effect, but there is a possibility that it is substantially different Low certainty Our confidence in the effect estimate is limited <PERSOON> true effect may be substantially different from Very low certainty We have very little confidence in the effect estimate <PERSOON> true effect is likely to be a It is unclear if there was any risk for confounding in the observational studies or in the comparison Confounding (adjustment) was not assessed b <PERSOON> pooled analyses had a high statistical heterogeneity (<PERSOON>^# p(# ###, I^# #<DATUM> for conventional and <PERSOON>^# p(# ###, I^# #<DATUM> for Voer bij patiënten met een linkszijdig obstructief coloncarcinoom zonder verhoogd operatierisico en curatieve intentie een acute resectie met eventuele anastomose en bijvoorbeeld via een kleine dwarse incisie in de rechter bovenbuik, als overbrugging naar Overweeg het gebruik van een stent als overbrugging naar electieve resectie bij een verhoogd operatierisico indien dit technisch haalbaar lijkt en er de juiste expertise aanwezig is Neem daarbij het risico op perforatie met mogelijk oncologisch nadeel in acht Overweeg een stent ter palliatie bij een patiënt met een obstructief linkszijdig Overweeg een decomprimerend stoma bij een dergelijke patiënt die nog kandidaat is voor Het cT#N#-#M# coloncarcinoom is een kleine subgroep binnen de colorectaal carcinomen De relatieve zeldzaamheid en de uitgebreidheid van de problematiek vergt vaak een multimodale aanpak door een gespecialiseerd team modaliteiten is nog grotendeels onduidelijk Maar analoog aan het rectumcarcinoom en andere gastrointestinale tumoren is er een internationale trend naar neoadjuvante Wat is de modaliteit van keuze en optimale timing voor restadiëren na neoadjuvante O radicaliteit van operatie, perioperatieve complicaties, locoregionale ziektevrije overleving, P patiënten met een cT#N#-#M# coloncarcinoom Neoadjuvante radiotherapie gevolgd P niet fitte patiënten / ouderen met een een cT#N#-#M# coloncarcinoom; De NICE richtlijn betreffende het colorectaal carcinoom is niet recent bijgewerkt betreffende dit onderwerp De meest recente versie (### met update in ###) doet geen uitspraken over de toepassing van neoadjuvante (chemo)radiotherapie bij het coloncarcinoom Betreffende neoadjuvante systeemtherapie wordt de aanbeveling gedaan dit enkel toe te Overweeg neoadjuvante systemische therapie bij het cT#bN#-#M# coloncarcinoom, waarbij chemoradiatie als alternatief kan worden gekozen bij localisatie in het Kies bij neoadjuvante chemoradiatie voor een schema met ## tot ## Gy gecombineerd met Verricht restadiering na neoadjuvante therapie met een CT-abdomen Doe de restadiëring aansluitend na # kuren systemische therapie of # tot # weken na afronding van de Om preoperatief vast te stellen of een tumorresectie met tumorvrije marges verkregen kan worden dient ter stadiëring een CT-scan van het abdomen gemaakt te worden, gevolgd door bespreking van de patiënt in een multidisciplinair team de chirurgische planning ten aanzien van noodzakelijke expertise (uroloog, Er zijn enkele niet gerandomiseerde studies die laten zien dat het aantal R# resecties kan ## fracties) Na neoadjuvante radiotherapie was het percentage R# resecties hoger (##%.
| 611 | nvmdl |
Maar analoog aan het rectumcarcinoom en andere gastrointestinale tumoren is er een internationale trend naar neoadjuvante Wat is de modaliteit van keuze en optimale timing voor restadiëren na neoadjuvante O radicaliteit van operatie, perioperatieve complicaties, locoregionale ziektevrije overleving, P patiënten met een cT#N#-#M# coloncarcinoom Neoadjuvante radiotherapie gevolgd P niet fitte patiënten / ouderen met een een cT#N#-#M# coloncarcinoom; De NICE richtlijn betreffende het colorectaal carcinoom is niet recent bijgewerkt betreffende dit onderwerp De meest recente versie (### met update in ###) doet geen uitspraken over de toepassing van neoadjuvante (chemo)radiotherapie bij het coloncarcinoom Betreffende neoadjuvante systeemtherapie wordt de aanbeveling gedaan dit enkel toe te Overweeg neoadjuvante systemische therapie bij het cT#bN#-#M# coloncarcinoom, waarbij chemoradiatie als alternatief kan worden gekozen bij localisatie in het Kies bij neoadjuvante chemoradiatie voor een schema met ## tot ## Gy gecombineerd met Verricht restadiering na neoadjuvante therapie met een CT-abdomen Doe de restadiëring aansluitend na # kuren systemische therapie of # tot # weken na afronding van de Om preoperatief vast te stellen of een tumorresectie met tumorvrije marges verkregen kan worden dient ter stadiëring een CT-scan van het abdomen gemaakt te worden, gevolgd door bespreking van de patiënt in een multidisciplinair team de chirurgische planning ten aanzien van noodzakelijke expertise (uroloog, Er zijn enkele niet gerandomiseerde studies die laten zien dat het aantal R# resecties kan ## fracties) Na neoadjuvante radiotherapie was het percentage R# resecties hoger (##% In een cohort met ## patiënten met primair niet resectabel locally advanced coloncarcinoom (Cukier, ###) werd na neoadjuvante chemoradiatie, ## tot ##,# Gy in ## fracties gecombineerd met continu #-FU, bij alle patiënten een R# resectie bereikt, was het aantal ) graad # toxiciteit van de neoadjuvante therapie #%, het aantal postoperatieve complicaties In de FOXTROT-studie (Foxtrot collaborative group, ###) zijn patiënten met high risk cT# of cT# coloncarcinoom <DATUM> gerandomiseerd tussen ## weken oxaliplatin bevattende adjuvante chemotherapie met panitumumab bij RAS wild type (controle), en # weken van deze chemotherapie al dan niet met panitumumab neoadjuvant, waarna adjuvant continueren tot een totaal van ## weken (experimenteel) De gerandomiseerde fase # studie met ### patiënten toonde goede tolerantie van neoadjuvante chemotherapie, substantiële downstaging en downsizing en significant hoger percentage R# resecties (##% versus ##%) Inclusie tot een totaal van ### patiënten in de aanvullende fase III studie is in december ### afgerond In ### worden resultaten verwacht van de primaire uitkomst <LEEFTIJD>-jaar Dezelfde conclusie qua haalbaarheid kwam uit een Deense fase II studie van Jakobsen (###) Een recente cohortstudie van Dehal (###) vergeleek patiënten met een cT#b coloncarcinoom die preoperatieve chemotherapie en resectie ondergingen (n=###) met studie toonde verschil in <LEEFTIJD>-jaars overleving met een voordeel voor de patiënten die preoperatief behandeld werden (HR #,##, ##% BI #,## tot #,##) Dit verschil werd niet gezien Er kan op basis van de beschikbare literatuur geen specifieke uitspraak gedaan worden over de rol van inductiebehandeling voor het cT# coloncarcinoom bij ouderen Indien een.
| 681 | nvmdl |
coloncarcinoom (Cukier, ###) werd na neoadjuvante chemoradiatie, ## tot ##,# Gy in ## fracties gecombineerd met continu #-FU, bij alle patiënten een R# resectie bereikt, was het aantal ) graad # toxiciteit van de neoadjuvante therapie #%, het aantal postoperatieve complicaties In de FOXTROT-studie (Foxtrot collaborative group, ###) zijn patiënten met high risk cT# of cT# coloncarcinoom <DATUM> gerandomiseerd tussen ## weken oxaliplatin bevattende adjuvante chemotherapie met panitumumab bij RAS wild type (controle), en # weken van deze chemotherapie al dan niet met panitumumab neoadjuvant, waarna adjuvant continueren tot een totaal van ## weken (experimenteel) De gerandomiseerde fase # studie met ### patiënten toonde goede tolerantie van neoadjuvante chemotherapie, substantiële downstaging en downsizing en significant hoger percentage R# resecties (##% versus ##%) Inclusie tot een totaal van ### patiënten in de aanvullende fase III studie is in december ### afgerond In ### worden resultaten verwacht van de primaire uitkomst <LEEFTIJD>-jaar Dezelfde conclusie qua haalbaarheid kwam uit een Deense fase II studie van Jakobsen (###) Een recente cohortstudie van Dehal (###) vergeleek patiënten met een cT#b coloncarcinoom die preoperatieve chemotherapie en resectie ondergingen (n=###) met studie toonde verschil in <LEEFTIJD>-jaars overleving met een voordeel voor de patiënten die preoperatief behandeld werden (HR #,##, ##% BI #,## tot #,##) Dit verschil werd niet gezien Er kan op basis van de beschikbare literatuur geen specifieke uitspraak gedaan worden over de rol van inductiebehandeling voor het cT# coloncarcinoom bij ouderen Indien een patiënt ook toereikend voor inductiebehandeling Gezien het oncologische belang van een R# resectie lijkt daarom op voorhand geen uitzondering te moeten worden gemaakt voor Vanuit de Dutch Colorectal Audit (DCRA) werden ### patiënten die een resectie ondergingen voor locally advanced coloncarcinoom geanalyseerd (<PERSOON>, ###), waarvan er ### een multiviscerale resectie ondergingen tussen ### en ### Het percentage de multiviscerale resectie groep was het percentage R# ##% met een significant hoger percentage in hoog volume centra (##% versus ##%) Het percentage gecompliceerd beloop In een Nederlands-Belgische multicenter cohort studie werd de overleving van in opzet curatieve resectie van pT# coloncarcinoom onderzocht in ### patiënten tussen ### en ###, waarvan ##% een multiviscerale resectie In totaal had ##% één of meerdere postoperatieve complicaties, ##% een infectieuze complicatie en onderging ##% geen adjuvante chemotherapie Infectieuze complicaties en R# resecties waren significante voorspellers voor (peritoneaal) recidief en adjuvante chemotherapie was geassocieerd met chemotherapie suggereert samen met de beschikbare literatuur dat neoadjuvante therapie <PERSOON> W, <PERSOON> S, <PERSOON> CS Neoadjuvant chemoradiotherapy and multivisceral resection for primary locally advanced adherent colon cancer a single institution experience <PERSOON> ### aug;##(#) ###-## doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON> in Patients with Clinical T#b <PERSOON>.
| 682 | nvmdl |
een R# resectie lijkt daarom op voorhand geen uitzondering te moeten worden gemaakt voor Vanuit de Dutch Colorectal Audit (DCRA) werden ### patiënten die een resectie ondergingen voor locally advanced coloncarcinoom geanalyseerd (<PERSOON>, ###), waarvan er ### een multiviscerale resectie ondergingen tussen ### en ### Het percentage de multiviscerale resectie groep was het percentage R# ##% met een significant hoger percentage in hoog volume centra (##% versus ##%) Het percentage gecompliceerd beloop In een Nederlands-Belgische multicenter cohort studie werd de overleving van in opzet curatieve resectie van pT# coloncarcinoom onderzocht in ### patiënten tussen ### en ###, waarvan ##% een multiviscerale resectie In totaal had ##% één of meerdere postoperatieve complicaties, ##% een infectieuze complicatie en onderging ##% geen adjuvante chemotherapie Infectieuze complicaties en R# resecties waren significante voorspellers voor (peritoneaal) recidief en adjuvante chemotherapie was geassocieerd met chemotherapie suggereert samen met de beschikbare literatuur dat neoadjuvante therapie <PERSOON> W, <PERSOON> S, <PERSOON> CS Neoadjuvant chemoradiotherapy and multivisceral resection for primary locally advanced adherent colon cancer a single institution experience <PERSOON> ### aug;##(#) ###-## doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON> in Patients with Clinical T#b <PERSOON> ### Feb;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> s###-###-###-z <PERSOON> of preoperative chemotherapy for locally advanced, operable colon cancer the pilot phase of a randomized controlled trial Lancet Oncol ### Nov;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> AT, Ford MM, Geiger TM, Hopkins MB, Kachnic LA, Muldoon RL, Glasgow SC Neoadjuvant radiation for clinical T# colon cancer A potential improvement to overall survival Surgery ### Jul ## pii S<PATIENTNUMMER>#(##)###-X doi <DATUM> j surg ##<DATUM> ### (Epub ahead of print) <PERSOON-##> chemotherapy in locally advanced colon cancer A phase II trial Acta Oncol ### Nov;##(##) ###-## doi ## ###/<PATIENTNUMMER><PERSOON-##> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Group Locally Advanced Colon Cancer Evaluation of Current Clinical Practice and <PERSOON-##> abdominal infections after resection of T# colon cancer increase the risk of intra-abdominal recurrence.
| 582 | nvmdl |
### Feb;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> s###-###-###-z <PERSOON> of preoperative chemotherapy for locally advanced, operable colon cancer the pilot phase of a randomized controlled trial Lancet Oncol ### Nov;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> AT, Ford MM, Geiger TM, Hopkins MB, Kachnic LA, Muldoon RL, Glasgow SC Neoadjuvant radiation for clinical T# colon cancer A potential improvement to overall survival Surgery ### Jul ## pii S<PATIENTNUMMER>#(##)###-X doi <DATUM> j surg ##<DATUM> ### (Epub ahead of print) <PERSOON> chemotherapy in locally advanced colon cancer A phase II trial Acta Oncol ### Nov;##(##) ###-## doi ## ###/<PATIENTNUMMER><PERSOON> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Group Locally Advanced Colon Cancer Evaluation of Current Clinical Practice and <PERSOON> abdominal infections after resection of T# colon cancer increase the risk of intra-abdominal recurrence ### Dec;##(##) <PATIENTNUMMER># doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON> in Locally Advanced Colon Cancer a <PERSOON> ### <PERSOON>;##(#) #<DATUM> doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> Epub ### Feb # PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Adjuvante chemotherapie is wereldwijd standaardbehandeling na in opzet curatieve resectie van een stadium III coloncarcinoom Er is internationaal wel discussie over de waarde bij stadium II coloncarcinoom, aangezien de absolute winst kleiner is Daarom wordt adjuvante chemotherapie bij stadium II coloncarcinoom beperkt tot hoog risico groepen, maar de definitie van âhoog risico stadium IIâ is controversieel Recentelijk is gebleken dat de duur van adjuvante chemotherapie veilig kan worden gehalveerd, maar onduidelijk is of dit voor alle patiënten geldt Ook zijn er nog enkele openstaande vragen voor wat betreft keuze van het schema, dit mede afhankelijk van immunohistochemische bepaling van de zogenaamde mismatch repair status Ook heeft gedeelde besluitvorming een belangrijke rol bij adjuvante behandeling, zeker als het gaat om ouderen en patiënten met comorbiditeit, waarbij Welke indicaties zijn er voor adjuvante chemotherapie, met welk schema en met welke duur Bij welke hoogrisico histologische parameters en mismatch repair status is er Welke keuze van chemotherapeutica en met welke duur heeft de voorkeur bij adjuvante chemotherapie voor stadium III coloncarcinoom, afhankelijk van mismatch.
| 561 | nvmdl |
### Dec;##(##) <PATIENTNUMMER># doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON> in Locally Advanced Colon Cancer a <PERSOON> ### <PERSOON>;##(#) #<DATUM> doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> Epub ### Feb # PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Adjuvante chemotherapie is wereldwijd standaardbehandeling na in opzet curatieve resectie van een stadium III coloncarcinoom Er is internationaal wel discussie over de waarde bij stadium II coloncarcinoom, aangezien de absolute winst kleiner is Daarom wordt adjuvante chemotherapie bij stadium II coloncarcinoom beperkt tot hoog risico groepen, maar de definitie van âhoog risico stadium IIâ is controversieel Recentelijk is gebleken dat de duur van adjuvante chemotherapie veilig kan worden gehalveerd, maar onduidelijk is of dit voor alle patiënten geldt Ook zijn er nog enkele openstaande vragen voor wat betreft keuze van het schema, dit mede afhankelijk van immunohistochemische bepaling van de zogenaamde mismatch repair status Ook heeft gedeelde besluitvorming een belangrijke rol bij adjuvante behandeling, zeker als het gaat om ouderen en patiënten met comorbiditeit, waarbij Welke indicaties zijn er voor adjuvante chemotherapie, met welk schema en met welke duur Bij welke hoogrisico histologische parameters en mismatch repair status is er Welke keuze van chemotherapeutica en met welke duur heeft de voorkeur bij adjuvante chemotherapie voor stadium III coloncarcinoom, afhankelijk van mismatch Wat is de meerwaarde van DPYD genotypering voorafgaande aan behandeling met P status na curatieve resectie hoog risico stadium III MSS en MSI coloncarcinoom (<PERSOON>##M# of <PERSOON>#M#); P status na curatieve resectie hoog risico stadium III coloncarcinoom (<PERSOON><DATUM> # of <PERSOON>#M#); P status na curatieve resectie stadium III MSS coloncarcinoom met contraindicatie voor Er is geen internationale consensus over de definitie van hoog-risico factoren bij het stadium II coloncarcinoom De meest gebruikte factoren zijn pT# stadium, minder dan ## regionale klieren onderzocht, slecht/ongedifferentieerde tumor, presentatie met obstructie/perforatie, en extramurale vasculaire invasie Bij de MOSAIC studie zijn # van deze factoren gebruikt voor de definitie van hoog-risico stadium II colon carcinoom pT# stadium, perforatie, en minder dan ## regionale klieren onderzocht adjuvante chemotherapie bij voorkeur binnen # weken maar niet later dan ## weken na de operatie dient te worden gestart (Des Guetz, ###) hetgeen in een Nederlandse retrospectieve studie bij ### patiënten met een stadium III coloncarcinoom werd bevestigd (<PERSOON>, ###) Een systematische review en meta-analyse van ### patiënten met een stadium II-III colorectaal carcinoom toont een afname van ##% in de relatieve totale overleving voor elke # weken uitstel van adjuvante chemotherapie na de operatie en een overlevingswinst lijkt na een uitstel van # tot # maanden niet waarschijnlijk (Biagi, ###) Een retrospectieve studie (Sun, ###) van ### patiënten met een stadium II-III coloncarcinoom toont een hogere mortaliteit indien adjuvante chemotherapie later dan # weken na de Er werden geen systematische reviews voor de duur van adjuvante chemotherapie c.
| 647 | nvmdl |
meerwaarde van DPYD genotypering voorafgaande aan behandeling met P status na curatieve resectie hoog risico stadium III MSS en MSI coloncarcinoom (<PERSOON>##M# of <PERSOON>#M#); P status na curatieve resectie hoog risico stadium III coloncarcinoom (<PERSOON><DATUM> # of <PERSOON>#M#); P status na curatieve resectie stadium III MSS coloncarcinoom met contraindicatie voor Er is geen internationale consensus over de definitie van hoog-risico factoren bij het stadium II coloncarcinoom De meest gebruikte factoren zijn pT# stadium, minder dan ## regionale klieren onderzocht, slecht/ongedifferentieerde tumor, presentatie met obstructie/perforatie, en extramurale vasculaire invasie Bij de MOSAIC studie zijn # van deze factoren gebruikt voor de definitie van hoog-risico stadium II colon carcinoom pT# stadium, perforatie, en minder dan ## regionale klieren onderzocht adjuvante chemotherapie bij voorkeur binnen # weken maar niet later dan ## weken na de operatie dient te worden gestart (Des Guetz, ###) hetgeen in een Nederlandse retrospectieve studie bij ### patiënten met een stadium III coloncarcinoom werd bevestigd (<PERSOON>, ###) Een systematische review en meta-analyse van ### patiënten met een stadium II-III colorectaal carcinoom toont een afname van ##% in de relatieve totale overleving voor elke # weken uitstel van adjuvante chemotherapie na de operatie en een overlevingswinst lijkt na een uitstel van # tot # maanden niet waarschijnlijk (Biagi, ###) Een retrospectieve studie (Sun, ###) van ### patiënten met een stadium II-III coloncarcinoom toont een hogere mortaliteit indien adjuvante chemotherapie later dan # weken na de Er werden geen systematische reviews voor de duur van adjuvante chemotherapie c Deze varianten zijn eveneens klinisch relevante predictoren van ernstige toxiciteit van Bespreek bij patiënten met een hoog-risico stadium II coloncarcinoom adjuvante chemotherapie in de vorm van # maanden CAPOX alleen bij stadium <PERSOON>#M#, MSS Geef Behandel laag-risico stadium III coloncarcinoom (<PERSOON>#M#) met # maanden CAPOX of Kies bij een contraindicatie voor oxaliplatin voor # maanden fluorpyrimidine monotherapie als adjuvante behandeling bij stadium III MSS coloncarcinoom, maar niet voor MSI Vervang capecitabine door S-# bij optreden van klachten van coronairspasmen of ernstige Omdat met de nu beschikbare testen slechts een deel van de patiënten met DPYD deficiëntie is op te sporen, dient specifieke aandacht te zijn voor onverwacht ernstige De MOSAIC studie toont voor hoog-risico stadium II een winst in <LEEFTIJD>-jaars overleving van De standaardbehandeling bestaat uit een combinatie van een fluoropyrimidine (oraal capecitabine of ##-uurs infusie #-FU) met oxaliplatin (André, ###; Haller, ###; Sanoff, ###; Schmoll, ###) Bij contraindicatie voor oxaliplatin is fluoropyrimidine monotherapie In geval van een MSI-tumor is er bij patiënten met een stadium II coloncarcinoom geen indicatie voor adjuvante chemotherapie (Ribic, ###; Des Guetz, ###; Sargent, ###; Sinicrope, ###), en bij stadium III coloncarcinoom alleen een indicatie voor oxaliplatinbevattende adjuvante chemotherapie (<PERSOON>, De aanbeveling is gebaseerd op een gepoolde analyse (IDEA) van # studies met in totaal <DATUM> patiënten met stadium III coloncarcinoom waarin werd gerandomiseerd tussen # keuze tussen CAPOX en FOLFOX werd per studie bepaald, en hiervoor werd niet gerandomiseerd Het eindpunt was de <LEEFTIJD>-jaars ziekte-vrije overleving, waarbij de bovengrens.
| 697 | nvmdl |
Deze varianten zijn eveneens klinisch relevante predictoren van ernstige toxiciteit van Bespreek bij patiënten met een hoog-risico stadium II coloncarcinoom adjuvante chemotherapie in de vorm van # maanden CAPOX alleen bij stadium <PERSOON>#M#, MSS Geef Behandel laag-risico stadium III coloncarcinoom (<PERSOON>#M#) met # maanden CAPOX of Kies bij een contraindicatie voor oxaliplatin voor # maanden fluorpyrimidine monotherapie als adjuvante behandeling bij stadium III MSS coloncarcinoom, maar niet voor MSI Vervang capecitabine door S-# bij optreden van klachten van coronairspasmen of ernstige Omdat met de nu beschikbare testen slechts een deel van de patiënten met DPYD deficiëntie is op te sporen, dient specifieke aandacht te zijn voor onverwacht ernstige De MOSAIC studie toont voor hoog-risico stadium II een winst in <LEEFTIJD>-jaars overleving van De standaardbehandeling bestaat uit een combinatie van een fluoropyrimidine (oraal capecitabine of ##-uurs infusie #-FU) met oxaliplatin (André, ###; Haller, ###; Sanoff, ###; Schmoll, ###) Bij contraindicatie voor oxaliplatin is fluoropyrimidine monotherapie In geval van een MSI-tumor is er bij patiënten met een stadium II coloncarcinoom geen indicatie voor adjuvante chemotherapie (Ribic, ###; Des Guetz, ###; Sargent, ###; Sinicrope, ###), en bij stadium III coloncarcinoom alleen een indicatie voor oxaliplatinbevattende adjuvante chemotherapie (<PERSOON>, De aanbeveling is gebaseerd op een gepoolde analyse (IDEA) van # studies met in totaal <DATUM> patiënten met stadium III coloncarcinoom waarin werd gerandomiseerd tussen # keuze tussen CAPOX en FOLFOX werd per studie bepaald, en hiervoor werd niet gerandomiseerd Het eindpunt was de <LEEFTIJD>-jaars ziekte-vrije overleving, waarbij de bovengrens maar wel voor de subgroep die behandeld was met CAPOX en voor de subgroep met laagrisico stadium III (T<DATUM> N#) De absolute winst in <LEEFTIJD>-jaars ziektevrije overleving voor behandeling van # ten opzichte van # maanden was zowel voor de totale populatie als in alle subgroepanalyses zeer beperkt (variërend van â #,#% tot #,#%) Deze verschillen kunnen als klinisch niet relevant worden beschouwd, zeker ten opzichte van het verminderd optreden van graad ⥠# neuropathie bij een behandelingsduur van # maanden (afname van ##,#% tot ##,#% voor behandeling met FOLFOX en van ##,#% tot ##,#% voor CAPOX) De grootste winst voor # maanden therapie werd waargenomen in de subgroep van hoogrisico stadium III (T# en/of N# tumoren) bij behandeling met FOLFOX, maar deze winst bedroeg slechts #,#% (##,#% versus ##,#%) Ter vergelijking met CAPOX was het resultaat in deze subgroep respectievelijk ##,#% versus ##,#% Er zijn nog geen gegevens over resultaten van de invloed van moleculaire markers en locatie van de primaire tumor Er is geen sluitende verklaring voor het verschil in uitkomst tussen behandeling met CAPOX en FOLFOX Mogelijke voordelen van behandeling met CAPOX zijn een langere duur van behandeling met fluoropyrimidine en een hogere dosis-intensiteit van oxaliplatin gedurende In # studies (TOSCA Iveson, ###; SCOT Sobrero, ###) waren ook patiënten met een hoogrisico stadium II carcinoom opgenomen in TOSCA ### patiënten (waarvan ### met een pT# tumor) en in SCOT ### patiënten De criteria voor hoog-risico waren in beide studies vrijwel gelijk.
| 713 | nvmdl |
maar wel voor de subgroep die behandeld was met CAPOX en voor de subgroep met laagrisico stadium III (T<DATUM> N#) De absolute winst in <LEEFTIJD>-jaars ziektevrije overleving voor behandeling van # ten opzichte van # maanden was zowel voor de totale populatie als in alle subgroepanalyses zeer beperkt (variërend van â #,#% tot #,#%) Deze verschillen kunnen als klinisch niet relevant worden beschouwd, zeker ten opzichte van het verminderd optreden van graad ⥠# neuropathie bij een behandelingsduur van # maanden (afname van ##,#% tot ##,#% voor behandeling met FOLFOX en van ##,#% tot ##,#% voor CAPOX) De grootste winst voor # maanden therapie werd waargenomen in de subgroep van hoogrisico stadium III (T# en/of N# tumoren) bij behandeling met FOLFOX, maar deze winst bedroeg slechts #,#% (##,#% versus ##,#%) Ter vergelijking met CAPOX was het resultaat in deze subgroep respectievelijk ##,#% versus ##,#% Er zijn nog geen gegevens over resultaten van de invloed van moleculaire markers en locatie van de primaire tumor Er is geen sluitende verklaring voor het verschil in uitkomst tussen behandeling met CAPOX en FOLFOX Mogelijke voordelen van behandeling met CAPOX zijn een langere duur van behandeling met fluoropyrimidine en een hogere dosis-intensiteit van oxaliplatin gedurende In # studies (TOSCA Iveson, ###; SCOT Sobrero, ###) waren ook patiënten met een hoogrisico stadium II carcinoom opgenomen in TOSCA ### patiënten (waarvan ### met een pT# tumor) en in SCOT ### patiënten De criteria voor hoog-risico waren in beide studies vrijwel gelijk voornamelijk CAPOX (##%) In de SCOT studie had ##% van de patiënten een rectumcarcinoom en werd er voor hoog-risico stadium II geen opgave gedaan voor het Gezien het resultaat van IDEA van een beter effect voor een behandelingsduur van # maanden bij laag-risico stadium III dan bij hoog-risico stadium III, zou verwacht mogen worden dat een behandelingsduur van # maanden niet inferieur zou zijn aan een duur van # maanden De resultaten van TOSCA bij hoog-risico stadium II zijn echter onverwacht er was een absolute winst in <LEEFTIJD>-jaars recidief-vrije overleving voor behandeling van # ten opzichte van # maanden van #,#% (HR #,##, #,## tot #,##), terwijl er in dezelfde studie geen significant verschil was bij stadium III (HR #,##, #,## tot #,##) Voor patiënten met een <PERSOON># tumor was de HR #,## (#,## tot #,##) In de SCOT-studie was er echter wel een lagere HR voor hoog-risico stadium II ten opzichte van stadium III (respectievelijk #,### (#,## tot #,##) versus #,## (#,## tot #,##)) Er is voor de uitkomst bij hoog-risico stadium II tumoren in de TOSCA-studie geen goede verklaring, maar deze resultaten zijn dus niet bevestigd in de SCOT-studie In de SCOT-studie was # maanden behandeling met CAPOX, maar niet met FOLFOX, niet inferieur ten opzichte van # maanden behandeling Mogelijk speelt het verschil in gebruik van CAPOX en FOLFOX een rol in de verschillende uitkomst van de TOSCA en Een kosten-effectiviteitsanalyse van de SCOT studie toonde dat behandeling met # maanden.
| 740 | nvmdl |
In de SCOT studie had ##% van de patiënten een rectumcarcinoom en werd er voor hoog-risico stadium II geen opgave gedaan voor het Gezien het resultaat van IDEA van een beter effect voor een behandelingsduur van # maanden bij laag-risico stadium III dan bij hoog-risico stadium III, zou verwacht mogen worden dat een behandelingsduur van # maanden niet inferieur zou zijn aan een duur van # maanden De resultaten van TOSCA bij hoog-risico stadium II zijn echter onverwacht er was een absolute winst in <LEEFTIJD>-jaars recidief-vrije overleving voor behandeling van # ten opzichte van # maanden van #,#% (HR #,##, #,## tot #,##), terwijl er in dezelfde studie geen significant verschil was bij stadium III (HR #,##, #,## tot #,##) Voor patiënten met een <PERSOON># tumor was de HR #,## (#,## tot #,##) In de SCOT-studie was er echter wel een lagere HR voor hoog-risico stadium II ten opzichte van stadium III (respectievelijk #,### (#,## tot #,##) versus #,## (#,## tot #,##)) Er is voor de uitkomst bij hoog-risico stadium II tumoren in de TOSCA-studie geen goede verklaring, maar deze resultaten zijn dus niet bevestigd in de SCOT-studie In de SCOT-studie was # maanden behandeling met CAPOX, maar niet met FOLFOX, niet inferieur ten opzichte van # maanden behandeling Mogelijk speelt het verschil in gebruik van CAPOX en FOLFOX een rol in de verschillende uitkomst van de TOSCA en Een kosten-effectiviteitsanalyse van de SCOT studie toonde dat behandeling met # maanden In <LOCATIE> wordt de waarde van adjuvante therapie beoordeeld op het effect op de totale overleving, niet op ziekte-vrije overleving Resultaten van eerdere adjuvante studies hebben nooit een winst in mediane OS getoond die groter was dan de winst in mediane DFS De enige adjuvante studie bij het coloncarcinoom waarin dit niet het geval was, is de NO### studie (CAPOX versus #FU/LV) waarin het verschil in mediane <LEEFTIJD>-jaars DFS #,#% bedroeg en in <LEEFTIJD>-jaars mediane OS #%, beiden in het voordeel van CAPOX In deze studie was er echter een verschil in de keuze van de fluoropyrimidine en dit kan een rol hebben gespeeld (in de adjuvante studie monotherapie capecitabine versus #FU/LV was capecitabine iets beter) Mogelijk speelt dit ook een rol bij de analyses CAPOX vs FOLFOX in IDEA Dit alles maakt het onwaarschijnlijk dat de uitkomsten van de OS in IDEA tot andere conclusies zullen leiden en is er geen reden om met aanpassing van de richtlijn te wachten tot de In geen van de publicaties is vermeld welke TNM of AJCC stadiëring is gebruikt, maar meest waarschijnlijk zijn patiënten met micrometastasen (#,# tot # mm) geclassificeerd als N#, en dus ook in de IDEA studie opgenomen Er zijn geen gegevens over het percentage patiënten met micrometastasen in IDEA In de meest recente #e editie van TNM worden patiënten met micrometastasen als N# geclassificeerd, gezien hun slechte prognose op grond van recente gegevens (<PERSOON>, ###; Rhabari, ###; Reggiani Bonetti, ###; Mirkin, ###) Hoewel de waarde van adjuvante.
| 690 | nvmdl |
therapie beoordeeld op het effect op de totale overleving, niet op ziekte-vrije overleving Resultaten van eerdere adjuvante studies hebben nooit een winst in mediane OS getoond die groter was dan de winst in mediane DFS De enige adjuvante studie bij het coloncarcinoom waarin dit niet het geval was, is de NO### studie (CAPOX versus #FU/LV) waarin het verschil in mediane <LEEFTIJD>-jaars DFS #,#% bedroeg en in <LEEFTIJD>-jaars mediane OS #%, beiden in het voordeel van CAPOX In deze studie was er echter een verschil in de keuze van de fluoropyrimidine en dit kan een rol hebben gespeeld (in de adjuvante studie monotherapie capecitabine versus #FU/LV was capecitabine iets beter) Mogelijk speelt dit ook een rol bij de analyses CAPOX vs FOLFOX in IDEA Dit alles maakt het onwaarschijnlijk dat de uitkomsten van de OS in IDEA tot andere conclusies zullen leiden en is er geen reden om met aanpassing van de richtlijn te wachten tot de In geen van de publicaties is vermeld welke TNM of AJCC stadiëring is gebruikt, maar meest waarschijnlijk zijn patiënten met micrometastasen (#,# tot # mm) geclassificeerd als N#, en dus ook in de IDEA studie opgenomen Er zijn geen gegevens over het percentage patiënten met micrometastasen in IDEA In de meest recente #e editie van TNM worden patiënten met micrometastasen als N# geclassificeerd, gezien hun slechte prognose op grond van recente gegevens (<PERSOON>, ###; Rhabari, ###; Reggiani Bonetti, ###; Mirkin, ###) Hoewel de waarde van adjuvante niet is aangetoond, lijkt een voordeel wel waarschijnlijk Het advies is om ook deze categorie patiënten te behandelen met # maanden adjuvante chemotherapie geassocieerd met ernstige toxiciteit van fluoropyrimidines, en leidt tot meer veilige Prospectieve DPD genotypering is haalbaar in de dagelijkse praktijk, en DPD genotypegebaseerde dosisreducties verhogen de patiënt-veiligheid van fluoropyrimidine therapie fluoropyrimidine bij de adjuvante behandeling van stadium III colon carcinoom (Hsiao, ###; Sanoff, ###; McCleary, ###a; McClearly, ###b); <PERSOON>, ###) Alle studies waren retrospectief van opzet en verschilden sterk in het aantal patiënten (variërend van een paar honderd tot duizenden patiënten) en in afkapwaarde van leeftijd (##, ##, ## en <LEEFTIJD> jaar) De uitkomsten ten opzichte van jongere patiënten varieerden van het ontbreken van een toegevoegde waarde, een minder groot voordeel, tot een persisterend voordeel Enkele studies waarin een winst werd waargenomen vermelden wel een hogere toxiciteit bij de oudere ten opzichte van de jongere patiënten In al deze studies bedroeg de voorgenomen duur van adjuvante behandeling # maanden en is de toxiciteit met de huidige duur van # maanden duidelijk minder Samenvattend kan uit deze gegevens geen duidelijke conclusie ten aanzien van het gebruik van oxaliplatin in de adjuvante setting bij de oudere patiënt worden getrokken Bij de oudere en/of kwetsbare patiënt dient de mogelijke winst van adjuvante chemotherapie afgewogen te worden tegen de mogelijke belasting van de behandeling, waarbij conditie en comorbiditeit belangrijkere criteria zijn dan leeftijd Retrospectieve, population-based studies laten wisselende resultaten zien voor de winst.
| 634 | nvmdl |
wel waarschijnlijk Het advies is om ook deze categorie patiënten te behandelen met # maanden adjuvante chemotherapie geassocieerd met ernstige toxiciteit van fluoropyrimidines, en leidt tot meer veilige Prospectieve DPD genotypering is haalbaar in de dagelijkse praktijk, en DPD genotypegebaseerde dosisreducties verhogen de patiënt-veiligheid van fluoropyrimidine therapie fluoropyrimidine bij de adjuvante behandeling van stadium III colon carcinoom (Hsiao, ###; Sanoff, ###; McCleary, ###a; McClearly, ###b); <PERSOON>, ###) Alle studies waren retrospectief van opzet en verschilden sterk in het aantal patiënten (variërend van een paar honderd tot duizenden patiënten) en in afkapwaarde van leeftijd (##, ##, ## en <LEEFTIJD> jaar) De uitkomsten ten opzichte van jongere patiënten varieerden van het ontbreken van een toegevoegde waarde, een minder groot voordeel, tot een persisterend voordeel Enkele studies waarin een winst werd waargenomen vermelden wel een hogere toxiciteit bij de oudere ten opzichte van de jongere patiënten In al deze studies bedroeg de voorgenomen duur van adjuvante behandeling # maanden en is de toxiciteit met de huidige duur van # maanden duidelijk minder Samenvattend kan uit deze gegevens geen duidelijke conclusie ten aanzien van het gebruik van oxaliplatin in de adjuvante setting bij de oudere patiënt worden getrokken Bij de oudere en/of kwetsbare patiënt dient de mogelijke winst van adjuvante chemotherapie afgewogen te worden tegen de mogelijke belasting van de behandeling, waarbij conditie en comorbiditeit belangrijkere criteria zijn dan leeftijd Retrospectieve, population-based studies laten wisselende resultaten zien voor de winst Analyse van ### stadium II en III coloncarcinoom patiënten pT# heeft vergelijkbare slechtprognostische waarde als positieve regionale lymfeklieren; differentiatiegraad en lymfevat invasie zijn bij stadium II prognostisch niet van belang (Snaebjornsson, ###) Analyse van ### stadium II coloncarcinoom patiënten alleen pT# is geassocieerd met Retrospectieve analyse van ### patiënten met hoog-risico stadium II coloncarcinoom toont alleen voor pT# stadium een consistente associatie van adjuvante chemotherapie Retrospectieve analyse van ### patiënten met stadium II pT# laat overlevingswinst zien Retrospectieve analyse van ### hoog-risico stadium II patiënten in NL liet alleen voor pT# (n=###) een overlevingswinst zien (HR #,##) voor adjuvante chemotherapie (<PERSOON>, ###) Analyse van ### patiënten met stadium II coloncarcinoom liet zien dat adjuvante chemotherapie alleen geassocieerd was met een overlevingswinst bij pT# als enige hoogrisico factor (HR #,##) of bij pT# in combinatie met andere hoog-risico factoren (HR #,##) Bij de meerderheid van patiënten met ernstig handvoetsyndroom ten gevolge van capecitabine die verder behandeld worden met S-# treed een duidelijke verbetering of zelfs verdwijnen van de symptomen op (<PERSOON>, ###) Coronairspasmen zijn een relatief zeldzame bijwerking van capecitabine en continue infusie van #FU, maar zijn niet beschreven bij behandeling met <PERSOON>, ###) Hoewel de effectiviteit van S-# in de adjuvante setting minder goed is onderzocht bij Westerse patiënten en in een Aziatische studie niet non-inferior was ten opzichte van capecitabine bij adjuvante behandeling stadium III coloncarcinoom voor de <LEEFTIJD>-jaars DFS (met overigens vrijwel geen verschil in #jaars OS) (Hamaguchi, ###), weegt de eventueel iets mindere effectiviteit van S-# niet op.
| 680 | nvmdl |
III coloncarcinoom patiënten pT# heeft vergelijkbare slechtprognostische waarde als positieve regionale lymfeklieren; differentiatiegraad en lymfevat invasie zijn bij stadium II prognostisch niet van belang (Snaebjornsson, ###) Analyse van ### stadium II coloncarcinoom patiënten alleen pT# is geassocieerd met Retrospectieve analyse van ### patiënten met hoog-risico stadium II coloncarcinoom toont alleen voor pT# stadium een consistente associatie van adjuvante chemotherapie Retrospectieve analyse van ### patiënten met stadium II pT# laat overlevingswinst zien Retrospectieve analyse van ### hoog-risico stadium II patiënten in NL liet alleen voor pT# (n=###) een overlevingswinst zien (HR #,##) voor adjuvante chemotherapie (<PERSOON>, ###) Analyse van ### patiënten met stadium II coloncarcinoom liet zien dat adjuvante chemotherapie alleen geassocieerd was met een overlevingswinst bij pT# als enige hoogrisico factor (HR #,##) of bij pT# in combinatie met andere hoog-risico factoren (HR #,##) Bij de meerderheid van patiënten met ernstig handvoetsyndroom ten gevolge van capecitabine die verder behandeld worden met S-# treed een duidelijke verbetering of zelfs verdwijnen van de symptomen op (<PERSOON>, ###) Coronairspasmen zijn een relatief zeldzame bijwerking van capecitabine en continue infusie van #FU, maar zijn niet beschreven bij behandeling met <PERSOON>, ###) Hoewel de effectiviteit van S-# in de adjuvante setting minder goed is onderzocht bij Westerse patiënten en in een Aziatische studie niet non-inferior was ten opzichte van capecitabine bij adjuvante behandeling stadium III coloncarcinoom voor de <LEEFTIJD>-jaars DFS (met overigens vrijwel geen verschil in #jaars OS) (Hamaguchi, ###), weegt de eventueel iets mindere effectiviteit van S-# niet op Cardiotoxiciteit treedt meestal al op tijdens de #e cyclus, handvoetsyndroom meestal pas later waardoor S-# in geval van HFS bij de duur van # maanden adjuvante therapie minder aan de orde is <PERSOON> of Oxaliplatin/#Fluorouracil/Leucovorin in the Adjuvant Treatment of Colon Cancer (MOSAIC) Investigators Oxaliplatin, fluorouracil, and leucovorin as adjuvant treatment for colon cancer <PERSOON> JF, de <PERSOON>, and Oxaliplatin in Stage II to III Colon Cancer Updated ##-Year Survival and Outcomes According to BRAF Mutation and Mismatch Repair Status of the <PERSOON> ### Dec ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> AH, <PERSOON> JW, Selleck MJ, <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> ### Jul;##(#) ###-### doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> Epub ### Apr ## PubMed PMID.
| 584 | nvmdl |
al op tijdens de #e cyclus, handvoetsyndroom meestal pas later waardoor S-# in geval van HFS bij de duur van # maanden adjuvante therapie minder aan de orde is <PERSOON> of Oxaliplatin/#Fluorouracil/Leucovorin in the Adjuvant Treatment of Colon Cancer (MOSAIC) Investigators Oxaliplatin, fluorouracil, and leucovorin as adjuvant treatment for colon cancer <PERSOON> JF, de <PERSOON>, and Oxaliplatin in Stage II to III Colon Cancer Updated ##-Year Survival and Outcomes According to BRAF Mutation and Mismatch Repair Status of the <PERSOON> ### Dec ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> AH, <PERSOON> JW, Selleck MJ, <PERSOON> ME, <PERSOON> ### Jul;##(#) ###-### doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> Epub ### Apr ## PubMed PMID Biagi JJ, <PERSOON> MJ, Mackillop WJ, Kong W, <PERSOON-##> WD, Booth CM Association between time to initiation of adjuvant chemotherapy and survival in colorectal cancer a systematic review and meta-analysis JAMA ### <PERSOON-##> #;###(##) ###-## doi <DATUM> jama ##<DATUM> Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Booth CM, Nanji S, <PERSOON-##> JJ, <PERSOON-##> TP, Krzyzanowska MK, Mackillop WJ Adjuvant Chemotherapy for Stage II Colon Cancer Practice Patterns and Effectiveness in the <PERSOON-##>) ### <PERSOON-##>;##(#) e##-e## doi <DATUM> j clon ##<DATUM> ### <PERSOON-##> AC, van <PERSOON-##> VE Timing of adjuvant chemotherapy and its relation to survival among patients with stage III colon cancer <PERSOON-##> ### Nov;##(##) ###-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> and Efficacy of Oxaliplatin Doublet Adjuvant Chemotherapy in Elderly Patients With Stage III Colon Cancer Clin Colorectal Cancer ### <PERSOON-##>;##(#) e###-e### doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON-##> AV Adjuvant chemotherapy is associated with.
| 570 | nvmdl |
Biagi JJ, <PERSOON> MJ, Mackillop WJ, Kong W, <PERSOON> WD, Booth CM Association between time to initiation of adjuvant chemotherapy and survival in colorectal cancer a systematic review and meta-analysis JAMA ### <PERSOON> #;###(##) ###-## doi <DATUM> jama ##<DATUM> Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Booth CM, Nanji S, <PERSOON> JJ, <PERSOON> TP, Krzyzanowska MK, Mackillop WJ Adjuvant Chemotherapy for Stage II Colon Cancer Practice Patterns and Effectiveness in the <PERSOON>) ### <PERSOON>;##(#) e##-e## doi <DATUM> j clon ##<DATUM> ### <PERSOON> AC, van <PERSOON> VE Timing of adjuvant chemotherapy and its relation to survival among patients with stage III colon cancer <PERSOON> ### Nov;##(##) ###-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> and Efficacy of Oxaliplatin Doublet Adjuvant Chemotherapy in Elderly Patients With Stage III Colon Cancer Clin Colorectal Cancer ### <PERSOON-##>;##(#) e###-e### doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON-##> AV Adjuvant chemotherapy is associated with Cancer ### Nov ##;###(##) ###-### doi <DATUM> cncr ### <PERSOON-##> JH Upfront Genotyping of DPYD*#A to <PERSOON-##> and <PERSOON-##> ### <PERSOON> ##;##(#) ###-## doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### Nov ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Des Guetz G, <PERSOON-##> delaying adjuvant chemotherapy after curative surgery for colorectal cancer impair survival? A meta-analysis <PERSOON> ### Apr;##(#) ###-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON-##> O, <PERSOON-##> microsatellite instability predict the efficacy of adjuvant chemotherapy in colorectal cancer? A systematic review with meta-analysis <PERSOON> ### Jul;##(##) ###-# doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON-##> GJ, Pruijt JF, <PERSOON-##> VE Recurrence-free and overall survival among elderly stage III colon cancer patients treated with CAPOX or capecitabine monotherapy <PERSOON-##> ### <PERSOON> #;###(#) #<DATUM-##> doi <DATUM> ijc ### <PERSOON-##>.
| 683 | nvmdl |
### Nov ##;###(##) ###-### doi <DATUM> cncr ### <PERSOON> JH Upfront Genotyping of DPYD*#A to <PERSOON> and <PERSOON> ### <PERSOON> ##;##(#) ###-## doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### Nov ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Des Guetz G, <PERSOON> delaying adjuvant chemotherapy after curative surgery for colorectal cancer impair survival? A meta-analysis <PERSOON> ### Apr;##(#) ###-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON> O, <PERSOON> microsatellite instability predict the efficacy of adjuvant chemotherapy in colorectal cancer? A systematic review with meta-analysis <PERSOON> ### Jul;##(##) ###-# doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON> GJ, Pruijt JF, <PERSOON> VE Recurrence-free and overall survival among elderly stage III colon cancer patients treated with CAPOX or capecitabine monotherapy <PERSOON-##> ### <PERSOON> #;###(#) #<DATUM> doi <DATUM> ijc ### <PERSOON-##> KL Mutation profiling and microsatellite instability in stage II and III colon cancer an assessment of their prognostic and oxaliplatin predictive value Clin Cancer Res ### Dec #;##(##) ###-## doi <DATUM> ###<DATUM> <PERSOON-##> AF, Shields AF, Yoshino T, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> DJ, <PERSOON-##> of Adjuvant Chemotherapy for <PERSOON-##> J Med ### Mar ##;###(##) ###<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> HJ Capecitabine plus oxaliplatin compared with fluorouracil and folinic acid as adjuvant therapy for stage III colon cancer <PERSOON-##> ### Apr ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> Y.
| 548 | nvmdl |
<PERSOON> KL Mutation profiling and microsatellite instability in stage II and III colon cancer an assessment of their prognostic and oxaliplatin predictive value Clin Cancer Res ### Dec #;##(##) ###-## doi <DATUM> ###<DATUM> <PERSOON> AF, Shields AF, Yoshino T, <PERSOON> J, <PERSOON> JA, <PERSOON> DJ, <PERSOON> of Adjuvant Chemotherapy for <PERSOON> J Med ### Mar ##;###(##) ###<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON> HJ Capecitabine plus oxaliplatin compared with fluorouracil and folinic acid as adjuvant therapy for stage III colon cancer <PERSOON> ### Apr ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> T, <PERSOON-##>###) an open-label, non-inferiority, randomised, phase #, multicenter trial Lancet Gastroenterol Hepatol ### <PERSOON-##>;#(#) ##-## doi <DATUM> <PERSOON-##> ##)###<DATUM> Epub ### Oct ## PubMed PMID Henricks LM, Lunenburg CATC, de Man FM, Meulendijks D, Frederix GWJ, Kienhuis E, Creemers GJ, Baars A, Dezentjé VO, Imholz ALT, Jeurissen FJF, Portielje JEA, Jansen RLH, Hamberg P, Ten Tije AJ, <LOCATIE>HJ, Koopman M, Nieboer P, van de Poel MHW, Mandigers CMPW, Rosing H, Beijnen JH, Werkhoven EV, van Kuilenburg ABP, van Schaik RHN, Mathijssen> RHJ, <PERSOON-##> JHM DPYD genotype-guided dose individualisation of fluoropyrimidine therapy in patients with cancer a prospective safety analysis Lancet Oncol ### Oct ## pii S###-###(##)###<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> ahead of print) PubMed PMID <PATIENTNUMMER># chemotherapeutic regimens on survival of people aged ## and older with stage III colon cancer a "real world" analysis using Surveillance, Epidemiology, and End Results-Medicare data <PERSOON-##> Soc ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## doi <DATUM> j ###-### ### ### x Epub ### Aug ## PubMed PMID Iveson TJ, Kerr RS, Saunders MP, <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> AS, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> HS, <PERSOON-##> J.
| 628 | nvmdl |
Lancet Gastroenterol Hepatol ### <PERSOON>;#(#) ##-## doi <DATUM> <PERSOON> ##)###<DATUM> Epub ### Oct ## PubMed PMID Henricks LM, Lunenburg CATC, de Man FM, Meulendijks D, Frederix GWJ, Kienhuis E, Creemers GJ, Baars A, Dezentjé VO, Imholz ALT, Jeurissen FJF, Portielje JEA, Jansen RLH, Hamberg P, Ten Tije AJ, <LOCATIE>HJ, Koopman M, Nieboer P, van de Poel MHW, Mandigers CMPW, Rosing H, Beijnen JH, Werkhoven EV, van Kuilenburg ABP, van Schaik RHN, Mathijssen> RHJ, <PERSOON> JHM DPYD genotype-guided dose individualisation of fluoropyrimidine therapy in patients with cancer a prospective safety analysis Lancet Oncol ### Oct ## pii S###-###(##)###<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON> ahead of print) PubMed PMID <PATIENTNUMMER># chemotherapeutic regimens on survival of people aged ## and older with stage III colon cancer a "real world" analysis using Surveillance, Epidemiology, and End Results-Medicare data <PERSOON> Soc ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> j ###-### ### ### x Epub ### Aug ## PubMed PMID Iveson TJ, Kerr RS, Saunders MP, <PERSOON> A, <PERSOON> C, <PERSOON> L, <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> AS, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> HS, <PERSOON-##> J oxaliplatin-fluoropyrimidine combination therapy for colorectal cancer (SCOT) an international, randomised, phase #, non-inferiority trial Lancet Oncol ### Apr;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> <INSTELLING><PATIENTNUMMER> <PERSOON-##> CA, Spratlin JL, Armstrong DE, <PERSOON-##> KE Efficacy and safety of single agent or combination adjuvant chemotherapy in elderly patients with colon cancer a Canadian cancer institute experience Clin Colorectal Cancer ### <PERSOON>;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> YS, <PERSOON-##> HJ, <PERSOON-##> KP, <PERSOON-##> JL, Park <PERSOON-##> SB, Park IJ, <PERSOON-##> CW, Yoon YS, <PERSOON-##> CS, <PERSOON-##> JC, Hoon KJ, <PERSOON-##> TW Defective Mismatch Repair Status was not Associated with DFS and OS in Stage II Colon Cancer Treated with <PERSOON-##> ### Dec;## Suppl # S#<DATUM> doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-# <PERSOON-##> WY Adjuvant chemotherapy use and outcomes of patients with high-risk versus low-risk stage II colon cancer Cancer ### Feb ##;###(#) ###-## doi <DATUM-##> cncr ### Epub ### Oct ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># fluoropyrimidine S-# after hand-foot syndrome-related discontinuation of capecitabine in western cancer patients Acta Oncol ### Jul;##(#) ##<DATUM-##> doi <DATUM-##> <PATIENTNUMMER>X #<TELEFOONNUMMER>.
| 810 | nvmdl |
oxaliplatin-fluoropyrimidine combination therapy for colorectal cancer (SCOT) an international, randomised, phase #, non-inferiority trial Lancet Oncol ### Apr;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON> <INSTELLING><PATIENTNUMMER> <PERSOON> CA, Spratlin JL, Armstrong DE, <PERSOON> KE Efficacy and safety of single agent or combination adjuvant chemotherapy in elderly patients with colon cancer a Canadian cancer institute experience Clin Colorectal Cancer ### <PERSOON>;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON> JE, <PERSOON> YS, <PERSOON> HJ, <PERSOON> KP, <PERSOON> JL, Park <PERSOON> SB, Park IJ, <PERSOON> CW, Yoon YS, <PERSOON> CS, <PERSOON> JC, Hoon KJ, <PERSOON> TW Defective Mismatch Repair Status was not Associated with DFS and OS in Stage II Colon Cancer Treated with <PERSOON-##> ### Dec;## Suppl # S#<DATUM> doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-# <PERSOON-##> WY Adjuvant chemotherapy use and outcomes of patients with high-risk versus low-risk stage II colon cancer Cancer ### Feb ##;###(#) ###-## doi <DATUM> cncr ### Epub ### Oct ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># fluoropyrimidine S-# after hand-foot syndrome-related discontinuation of capecitabine in western cancer patients Acta Oncol ### Jul;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> <PATIENTNUMMER><PERSOON-##> CJA Case series of patients treated with the oral fluoropyrimidine S-# after capecitabine-induced coronary artery vasospasm <PERSOON-##> ### Aug;#<DATUM-##> ### doi <DATUM> j ejca ##<DATUM-##> ### <PERSOON-##> NJ, Meyerhardt JA, <PERSOON-##> CJ, Saltz LB, Haller DG, Sargent DJ Impact of age on the efficacy of newer adjuvant therapies in patients with stage II/III colon cancer findings from the ACCENT database <PERSOON-##> ### Jul ##;##(##) ###-# doi <DATUM-##> JCO ### ## ### Epub ###a <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> JA Safety and effectiveness of oxaliplatinbased chemotherapy regimens in adults ## years and older with colorectal cancer Clin Colorectal Cancer ###b Mar;##(#) #<DATUM-##> doi <DATUM> j clcc ##<DATUM-##> ### Epub ### Oct ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; McKenzie S, <PERSOON-##> B, <PERSOON> W, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> chemotherapy improves survival in patients with American Joint Committee on Cancer stage II colon cancer Cancer ### Dec ##;###(##) ###<DATUM-##> doi <DATUM> cncr ### <PERSOON-##> <PATIENTNUMMER>#.
| 751 | nvmdl |
<PERSOON> CJA Case series of patients treated with the oral fluoropyrimidine S-# after capecitabine-induced coronary artery vasospasm <PERSOON> ### Aug;#<DATUM> ### doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON> NJ, Meyerhardt JA, <PERSOON> CJ, Saltz LB, Haller DG, Sargent DJ Impact of age on the efficacy of newer adjuvant therapies in patients with stage II/III colon cancer findings from the ACCENT database <PERSOON> ### Jul ##;##(##) ###-# doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ###a <PERSOON> J, <PERSOON> JA Safety and effectiveness of oxaliplatinbased chemotherapy regimens in adults ## years and older with colorectal cancer Clin Colorectal Cancer ###b Mar;##(#) #<DATUM> doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### Epub ### Oct ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; McKenzie S, <PERSOON> B, <PERSOON> W, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> chemotherapy improves survival in patients with American Joint Committee on Cancer stage II colon cancer Cancer ### Dec ##;###(##) ###<DATUM> doi <DATUM> cncr ### <PERSOON-##> JH Clinical relevance of DPYD variants toxicity a systematic review and meta-analysis of individual patient data Lancet Oncol ### Dec;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> ### Oct ## Review PubMed PMID O'<PERSOON-##> MA Adjuvant chemotherapy for stage II colon cancer with poor prognostic features <PERSOON> ### <PERSOON-##> #;##(##) ###<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> detection of tumor cells in regional lymph nodes is associated with disease recurrence and poor survival in node-negative colorectal cancer a systematic review and meta-analysis <PERSOON> ### <PERSOON-##> #;##(#) ##-## doi <DATUM> <PERSOON-##> microsatellite-instability status as a predictor of benefit from fluorouracil-based adjuvant chemotherapy for colon cancer <PERSOON-##> J Med ### Jul ##;###(#) ### PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central PMCID <INSTELLING><PATIENTNUMMER>.
| 588 | nvmdl |
<PERSOON> JH Clinical relevance of DPYD variants toxicity a systematic review and meta-analysis of individual patient data Lancet Oncol ### Dec;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> ### Oct ## Review PubMed PMID O'<PERSOON> MA Adjuvant chemotherapy for stage II colon cancer with poor prognostic features <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(##) ###<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON> detection of tumor cells in regional lymph nodes is associated with disease recurrence and poor survival in node-negative colorectal cancer a systematic review and meta-analysis <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(#) ##-## doi <DATUM> <PERSOON> microsatellite-instability status as a predictor of benefit from fluorouracil-based adjuvant chemotherapy for colon cancer <PERSOON> A, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> HS, <PERSOON-##> a comparison of costeffectiveness from a large randomised phase III trial of two durations of adjuvant Oxaliplatin combination chemotherapy for colorectal cancer <PERSOON-##> ### Nov;###(##) ###-### doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-z <PERSOON-##> RM, <PERSOON-##> CF, Fine JP, McCleary NJ, Meyerhardt JA, <PERSOON-##> KL, Schymura MJ, Schrag D Effect of adjuvant chemotherapy on survival of patients with stage III colon cancer diagnosed after age ## years <PERSOON> ### Jul ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> mismatch repair as a predictive marker for lack of efficacy of fluorouracil-based adjuvant therapy in colon cancer <PERSOON> ### Jul ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> in.
| 469 | nvmdl |
Harkin A, <PERSOON> L, <PERSOON> C, <PERSOON> S, <PERSOON> HS, <PERSOON> a comparison of costeffectiveness from a large randomised phase III trial of two durations of adjuvant Oxaliplatin combination chemotherapy for colorectal cancer <PERSOON> ### Nov;###(##) ###-### doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-z <PERSOON> RM, <PERSOON> CF, Fine JP, McCleary NJ, Meyerhardt JA, <PERSOON> KL, Schymura MJ, Schrag D Effect of adjuvant chemotherapy on survival of patients with stage III colon cancer diagnosed after age ## years <PERSOON-##> ### Jul ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> mismatch repair as a predictive marker for lack of efficacy of fluorouracil-based adjuvant therapy in colon cancer <PERSOON-##> ### Jul ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> in ### <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> DJ DNA mismatch repair status and colon cancer recurrence and survival in clinical trials of #-fluorouracil-based adjuvant therapy <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> #;###(##) ###-## doi <DATUM> jnci/djr### <PERSOON-##> in <PERSOON-##> ### Nov #;###(##) ### <PERSOON-##> CJ Prognostic implications of occult nodal tumour cells in stage I and II colon cancer <PERSOON-##> correlation between micrometastasis and disease recurrence <PERSOON-##> ### Aug;##(#) ###-### doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON-##> NC, Jonasson JG pT# stage II and III colon cancers carry the worst prognosis in a nationwide survival analysis Shepherd's local peritoneal involvement revisited <PERSOON-##> ### Jul ##;###(#) ###-## doi <DATUM> ijc ### <PERSOON-##> MG, Pasini F,.
| 536 | nvmdl |
##;##(##) ### <PERSOON> R, <PERSOON> DJ DNA mismatch repair status and colon cancer recurrence and survival in clinical trials of #-fluorouracil-based adjuvant therapy <PERSOON> ### <PERSOON> #;###(##) ###-## doi <DATUM> jnci/djr### <PERSOON> in <PERSOON> ### Nov #;###(##) ### <PERSOON> CJ Prognostic implications of occult nodal tumour cells in stage I and II colon cancer <PERSOON> correlation between micrometastasis and disease recurrence <PERSOON> ### Aug;##(#) ###-### doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON> NC, Jonasson JG pT# stage II and III colon cancers carry the worst prognosis in a nationwide survival analysis Shepherd's local peritoneal involvement revisited <PERSOON-##> ### Jul ##;###(#) ###-## doi <DATUM> ijc ### <PERSOON-##> or CAPOX in Stage II to III Colon Cancer Efficacy Results of the Italian Three or <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> ##;##(##) ###-### doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### Apr # PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Sun Z, <PERSOON-##> MA, <PERSOON-##> the Optimal Timing for Initiation of Adjuvant Chemotherapy After Resection for Stage II and <PERSOON-##> of adjuvant chemotherapy in patients with <PERSOON-##> II colon cancer <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> of Adjuvant Chemotherapy in <PERSOON-##> ### Feb #;###(#) doi <DATUM> jnci/djv### <PERSOON-##> therapy with fluorouracil and oxaliplatin in stage II and elderly patients (between ages ## and ## years) with colon cancer.
| 492 | nvmdl |
II to III Colon Cancer Efficacy Results of the Italian Three or <PERSOON> ### <PERSOON> ##;##(##) ###-### doi <DATUM> JCO ### ## ### Epub ### Apr # PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Sun Z, <PERSOON> MA, <PERSOON> the Optimal Timing for Initiation of Adjuvant Chemotherapy After Resection for Stage II and <PERSOON> of adjuvant chemotherapy in patients with <PERSOON> II colon cancer <PERSOON> F, <PERSOON> of Adjuvant Chemotherapy in <PERSOON> ### Feb #;###(#) doi <DATUM> jnci/djv### <PERSOON-##> therapy with fluorouracil and oxaliplatin in stage II and elderly patients (between ages ## and ## years) with colon cancer Oxaliplatin, Fluorouracil, and Leucovorin in the Adjuvant Treatment of Colon Cancer trial <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> H #rd, Carrato A, <PERSOON-##> as adjuvant treatment for stage III colon cancer <PERSOON-##> SR, van <PERSOON-##> JH, Pruijt JF Adjuvant chemotherapy is not associated with improved survival for all high-risk factors in stage II colon cancer <PERSOON-##> ### Jul #;###(#) ###-## doi <DATUM> ijc ### <PERSOON-##> JP, Petrelli NJ, Wolmark N Long-term survival results of surgery alone versus surgery plus #-fluorouracil and leucovorin for stage II and stage III colon cancer pooled analysis of NSABP C-## through C-## A baseline from which to compare modern adjuvant trials <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> SR, Meyers JP, Smyrk TC, <PERSOON-##> RM,.
| 449 | nvmdl |
Leucovorin in the Adjuvant Treatment of Colon Cancer trial <PERSOON> ### <PERSOON> ##;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> H #rd, Carrato A, <PERSOON> as adjuvant treatment for stage III colon cancer <PERSOON> SR, van <PERSOON> JH, Pruijt JF Adjuvant chemotherapy is not associated with improved survival for all high-risk factors in stage II colon cancer <PERSOON> ### Jul #;###(#) ###-## doi <DATUM> ijc ### <PERSOON> JP, Petrelli NJ, Wolmark N Long-term survival results of surgery alone versus surgery plus #-fluorouracil and leucovorin for stage II and stage III colon cancer pooled analysis of NSABP C-## through C-## A baseline from which to compare modern adjuvant trials <PERSOON> A, <PERSOON-##> SR, Meyers JP, Smyrk TC, <PERSOON-##> RM, Role of Deficient DNA Mismatch Repair Status in <PERSOON-##> ### Mar #;#(#) ### doi <DATUM> jamaoncol ### ### PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central PMCID Delayed adjuvant systemic therapy after surgery compared to early adjuvant systemic therapy after surgery for patients with a colon carcinoma (Des Guetz ###) a RoB was not assessed in the systematic review It was not stated how confounders were taken in to account in the analyses (or that only b Although I^# and <PERSOON-##>^# are not reported the authors state that there was no heterogeneity between studies Confidence intervals overlap when c Although the CI of the pooled estimate crosses a border of clinical decision (i e # ##), this indicates that delaying the surgery is either similar or non-beneficial However, this does not change the recommendation Specific DPYD mutants compared to DPYD wild-type for concidering in patients with colon # A cohort from one or more RCTs was included in this analyses <PERSOON-##> inclusion criteria fort he RCTs were generaly broad and the RCTs had a a <PERSOON-##> used risk of bias tool did not assess blinding in care givers, outcome assessors, patients <PERSOON-##> outcome is not as 'objective', since the c <PERSOON-##> confidence interval of the pooled estimates crosses one of the borders for clinical decision-making (i e the standard GRADE border of Module #.
| 548 | nvmdl |
<PERSOON> ### Mar #;#(#) ### doi <DATUM> jamaoncol ### ### PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central PMCID Delayed adjuvant systemic therapy after surgery compared to early adjuvant systemic therapy after surgery for patients with a colon carcinoma (Des Guetz ###) a RoB was not assessed in the systematic review It was not stated how confounders were taken in to account in the analyses (or that only b Although I^# and <PERSOON>^# are not reported the authors state that there was no heterogeneity between studies Confidence intervals overlap when c Although the CI of the pooled estimate crosses a border of clinical decision (i e # ##), this indicates that delaying the surgery is either similar or non-beneficial However, this does not change the recommendation Specific DPYD mutants compared to DPYD wild-type for concidering in patients with colon # A cohort from one or more RCTs was included in this analyses <PERSOON> inclusion criteria fort he RCTs were generaly broad and the RCTs had a a <PERSOON> used risk of bias tool did not assess blinding in care givers, outcome assessors, patients <PERSOON> outcome is not as 'objective', since the c <PERSOON> confidence interval of the pooled estimates crosses one of the borders for clinical decision-making (i e the standard GRADE border of Module # standaardbehandeling bij het vroege rectumcarcinoom dat niet in aanmerking komt voor primaire lokale excisie Door de sterke aandacht voor orgaansparing wordt er in toenemende mate neoadjuvante/inductie therapie gegeven bij het vroege rectumcarcinoom, met als doel een chirurgische resectie te voorkomen Onduidelijk is nog of het voordeel van orgaansparing opweegt tegen de nadelen van intensievere behandeling wanneer na geen of incomplete respons op neoadjuvante therapie alsnog een rectumresectie moet worden verricht Dit klinische dilemma is zowel relevant voor de jonge fitte patiënt die mogelijk graag lange termijn gevolgen van een rectumresectie wil voorkómen, als voor de oudere en kwetsbare patiënten voor wie een rectumresectie een Wat is de waarde van (chemo)radiotherapie bij het vroege rectumcarcinoom met de intentie tot orgaansparende behandeling en hoe dient dit te worden uitgevoerd? Is er een indicatie voor (chemo)radiotherapie bij patiënten met een vroeg stadium rectumcarcinoom, die niet in aanmerking komen voor lokale excisie, maar wel orgaansparing willen nastreven en welke overwegingen spelen hierbij een rol (onder Indien er een intentie is tot orgaansparende therapie, welk bestralingsschema Is er een indicatie voor inductie systemische therapie bij patiënten met een vroeg Wat is het optimale tijdsinterval tussen radiotherapie en klinische respons evaluatie bij intentie tot orgaansparende therapie en is dit van het gekozen bestralingsschema Wat is het doelgebied van bestraling bij intentie tot orgaansparende therapie? Percentage cCR, percentage rectumresectie,toxiciteit, locoregionale ziektevrije overleving, stomavrije overleving, totale overleving, functionele uitkomsten, kwaliteit van leven P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die voor orgaansparing in aanmerking willen O percentage rectumresectie, functionele uitkomst, kwaliteit van leven, locoregionale.
| 588 | nvmdl |
dat niet in aanmerking komt voor primaire lokale excisie Door de sterke aandacht voor orgaansparing wordt er in toenemende mate neoadjuvante/inductie therapie gegeven bij het vroege rectumcarcinoom, met als doel een chirurgische resectie te voorkomen Onduidelijk is nog of het voordeel van orgaansparing opweegt tegen de nadelen van intensievere behandeling wanneer na geen of incomplete respons op neoadjuvante therapie alsnog een rectumresectie moet worden verricht Dit klinische dilemma is zowel relevant voor de jonge fitte patiënt die mogelijk graag lange termijn gevolgen van een rectumresectie wil voorkómen, als voor de oudere en kwetsbare patiënten voor wie een rectumresectie een Wat is de waarde van (chemo)radiotherapie bij het vroege rectumcarcinoom met de intentie tot orgaansparende behandeling en hoe dient dit te worden uitgevoerd? Is er een indicatie voor (chemo)radiotherapie bij patiënten met een vroeg stadium rectumcarcinoom, die niet in aanmerking komen voor lokale excisie, maar wel orgaansparing willen nastreven en welke overwegingen spelen hierbij een rol (onder Indien er een intentie is tot orgaansparende therapie, welk bestralingsschema Is er een indicatie voor inductie systemische therapie bij patiënten met een vroeg Wat is het optimale tijdsinterval tussen radiotherapie en klinische respons evaluatie bij intentie tot orgaansparende therapie en is dit van het gekozen bestralingsschema Wat is het doelgebied van bestraling bij intentie tot orgaansparende therapie? Percentage cCR, percentage rectumresectie,toxiciteit, locoregionale ziektevrije overleving, stomavrije overleving, totale overleving, functionele uitkomsten, kwaliteit van leven P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die voor orgaansparing in aanmerking willen O percentage rectumresectie, functionele uitkomst, kwaliteit van leven, locoregionale <PERSOON> met een vroeg rectumcarcinoom, die voor orgaansparing in aanmerking willen O cCR, toxiciteit, percentage rectumresectie, functionele uitkomst, kwaliteit van leven, P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom met de intentie tot orgaansparende therapie; P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die chemoradiatie ondergaan; I evaluatie klinische respons ## weken na laatste bestraling; C evaluatie klinische respons # tot # weken na laatste bestraling; C evaluatie klinische respons ) ## weken na laatste bestraling; <PERSOON> met een vroeg rectumcarcinoom, die kort schema radiothrapie ondergaan; P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die kort schema radiotherapie ondergaan; C evaluatie klinische respons )## weken na laatste bestraling; P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die (chemo)radiotherapie ondergaan met de O lokaal recidief, kwaliteit van leven, toxiciteit Nice guidelines (###, revisie ###) Er is weinig goed vergelijkend onderzoek voor de verschillende behandelopties bij het stadium I rectumcarcinoom De verschillende opties moeten met de patiënt besproken worden, waarbij de voor- en nadelen van alle opties aan bod moeten komen Het heeft de voorkeur patiënten te laten deelnemen aan ESMO guidelines (<PERSOON>, ###) Bij cT#N# tumoren kleiner dan # cm kan een lokale excisie na preoperatieve (chemo)radiotherapie als alternatief voor abdominale chirurgie worden beschouwd bij oudere, fragiele patiënten Voor andere patiënten wordt deze Bij patiënten met een cT<DATUM> tumor die een complete respons hebben na neoadjuvante chemoradiotherapie is een watchfull waiting beleid of lokale excisie mogelijk, echter gezien.
| 606 | nvmdl |
<PERSOON> met een vroeg rectumcarcinoom, die voor orgaansparing in aanmerking willen O cCR, toxiciteit, percentage rectumresectie, functionele uitkomst, kwaliteit van leven, P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom met de intentie tot orgaansparende therapie; P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die chemoradiatie ondergaan; I evaluatie klinische respons ## weken na laatste bestraling; C evaluatie klinische respons # tot # weken na laatste bestraling; C evaluatie klinische respons ) ## weken na laatste bestraling; <PERSOON> met een vroeg rectumcarcinoom, die kort schema radiothrapie ondergaan; P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die kort schema radiotherapie ondergaan; C evaluatie klinische respons )## weken na laatste bestraling; P patiënten met een vroeg rectumcarcinoom, die (chemo)radiotherapie ondergaan met de O lokaal recidief, kwaliteit van leven, toxiciteit Nice guidelines (###, revisie ###) Er is weinig goed vergelijkend onderzoek voor de verschillende behandelopties bij het stadium I rectumcarcinoom De verschillende opties moeten met de patiënt besproken worden, waarbij de voor- en nadelen van alle opties aan bod moeten komen Het heeft de voorkeur patiënten te laten deelnemen aan ESMO guidelines (<PERSOON>, ###) Bij cT#N# tumoren kleiner dan # cm kan een lokale excisie na preoperatieve (chemo)radiotherapie als alternatief voor abdominale chirurgie worden beschouwd bij oudere, fragiele patiënten Voor andere patiënten wordt deze Bij patiënten met een cT<DATUM> tumor die een complete respons hebben na neoadjuvante chemoradiotherapie is een watchfull waiting beleid of lokale excisie mogelijk, echter gezien Doelgebied Het includeren van regionale kliergebieden lijkt meer van toepassing bij patiënten met advanced tumoren, terwijl bij vroege tumoren kleinere volumes geschikt Beschouw een tumor met cT<DATUM> , MRF-, N# en M# stadium als een vroeg rectumcarcinoom Geef geen neoadjuvante therapie voorafgaand aan TME-chirurgie bij patiënten met een Geef (chemo)radiotherapie met als intentie orgaanpreservatie voor een vroeg Evalueer # tot # weken na het einde van chemoradiatie de respons op therapie Herevalueer # weken later bij patiënten met een (bijna) complete respons Verricht een rectumresectie Evalueer ## tot ## weken na het einde van #x# Gy de respons op therapie Herevalueer # weken later bij patiënten met een (bijna) complete respons Verricht een rectumresectie bij Gebruik voor bepaling van het klinische doelgebied (CTV) de richtlijnen en atlas van de Het vroege rectumcarcinoom wordt gedefinieerd als een tumor die na TME-chirurgie een laag risico geeft op lokaal recidief Dit betreft de tumoren die beperkte ingroei hebben in of door de rectumwand (cT<DATUM> ), een ruime marge hebben ten opzichte van de mesorectale Er zijn geen data die de kans op een cCR of pCR na CRT of kortdurende radiotherapie vergelijken voor patiënten met vroege tumoren die in aanmerking komen voor orgaanpreservatie In de Stockholm III studie werd in de #x# Gy arm met een interval van # tot # weken een pCR percentage van ##% gevonden (Erlandsson, ###) Andere studies, meer gericht op orgaanpreservaties laten echter cCR percentages van ongeveer ##% zien (Smart, ###) Verdere exploratie van dit kortdurende schema ten opzichte van CRT vindt.
| 646 | nvmdl |
lijkt meer van toepassing bij patiënten met advanced tumoren, terwijl bij vroege tumoren kleinere volumes geschikt Beschouw een tumor met cT<DATUM> , MRF-, N# en M# stadium als een vroeg rectumcarcinoom Geef geen neoadjuvante therapie voorafgaand aan TME-chirurgie bij patiënten met een Geef (chemo)radiotherapie met als intentie orgaanpreservatie voor een vroeg Evalueer # tot # weken na het einde van chemoradiatie de respons op therapie Herevalueer # weken later bij patiënten met een (bijna) complete respons Verricht een rectumresectie Evalueer ## tot ## weken na het einde van #x# Gy de respons op therapie Herevalueer # weken later bij patiënten met een (bijna) complete respons Verricht een rectumresectie bij Gebruik voor bepaling van het klinische doelgebied (CTV) de richtlijnen en atlas van de Het vroege rectumcarcinoom wordt gedefinieerd als een tumor die na TME-chirurgie een laag risico geeft op lokaal recidief Dit betreft de tumoren die beperkte ingroei hebben in of door de rectumwand (cT<DATUM> ), een ruime marge hebben ten opzichte van de mesorectale Er zijn geen data die de kans op een cCR of pCR na CRT of kortdurende radiotherapie vergelijken voor patiënten met vroege tumoren die in aanmerking komen voor orgaanpreservatie In de Stockholm III studie werd in de #x# Gy arm met een interval van # tot # weken een pCR percentage van ##% gevonden (Erlandsson, ###) Andere studies, meer gericht op orgaanpreservaties laten echter cCR percentages van ongeveer ##% zien (Smart, ###) Verdere exploratie van dit kortdurende schema ten opzichte van CRT vindt onderzocht in een drietal chemoradiatie studies, waarbij een hoger pCR percentage werd gezien Twee studies hebben echter de behandeling moeten aanpassen vanwege Er zijn nog geen data beschikbaar betreffende inductie chemotherapie in het kader van gerandomiseerde fase # studie toonde in locally advanced tumoren dat er meer pCR optraden wanneer de inductiechemotherapie werd gegeven na de chemoradiatie in plaats van voor de CRT De meest waarschijnlijke verklaring voor dit verschil is het verschil in het interval van CRT tot chirurgie, wat langer was als gestart werd met CRT Aangezien dit locally advanced tumoren betrof, valt niets te zeggen over de respons van lagere tumorstadia Derhalve wordt op dit moment geadviseerd buiten studieverband geen inductie chemotherapie te geven voor patiënten die een orgaansparende behandeling wensen De meeste data betreffende het interval tussen radiotherapie en chirurgie betreft locally advanced tumoren en daarom zijn deze eigenlijk niet te extrapoleren naar de setting van Uit de literatuur van chemoradiotherapie voor voornamelijk gevorderde rectumcarcinomen blijkt dat na een interval van ongeveer ## weken na het einde van de CRT een plateau ontstaat in het aantal gevonden pCRs (<PERSOON>, ###; Probst, ###; Petrelli, ###) Verschillende studies hebben aangetoond dat een langer interval niet leidt tot slechtere oncologische uitkomsten Gezien het feit dat bij evident slecht responderende patiënten er geen meerwaarde is van langer wachten, wordt geadviseerd een eerste evaluatie # weken na einde van de CRT te laten plaatsvinden Dit dient met rectaal toucher, endoscopie en MRI plaats te vinden (zie watchfull waiting module).
| 606 | nvmdl |
in een drietal chemoradiatie studies, waarbij een hoger pCR percentage werd gezien Twee studies hebben echter de behandeling moeten aanpassen vanwege Er zijn nog geen data beschikbaar betreffende inductie chemotherapie in het kader van gerandomiseerde fase # studie toonde in locally advanced tumoren dat er meer pCR optraden wanneer de inductiechemotherapie werd gegeven na de chemoradiatie in plaats van voor de CRT De meest waarschijnlijke verklaring voor dit verschil is het verschil in het interval van CRT tot chirurgie, wat langer was als gestart werd met CRT Aangezien dit locally advanced tumoren betrof, valt niets te zeggen over de respons van lagere tumorstadia Derhalve wordt op dit moment geadviseerd buiten studieverband geen inductie chemotherapie te geven voor patiënten die een orgaansparende behandeling wensen De meeste data betreffende het interval tussen radiotherapie en chirurgie betreft locally advanced tumoren en daarom zijn deze eigenlijk niet te extrapoleren naar de setting van Uit de literatuur van chemoradiotherapie voor voornamelijk gevorderde rectumcarcinomen blijkt dat na een interval van ongeveer ## weken na het einde van de CRT een plateau ontstaat in het aantal gevonden pCRs (<PERSOON>, ###; Probst, ###; Petrelli, ###) Verschillende studies hebben aangetoond dat een langer interval niet leidt tot slechtere oncologische uitkomsten Gezien het feit dat bij evident slecht responderende patiënten er geen meerwaarde is van langer wachten, wordt geadviseerd een eerste evaluatie # weken na einde van de CRT te laten plaatsvinden Dit dient met rectaal toucher, endoscopie en MRI plaats te vinden (zie watchfull waiting module) lokale excisie of een watchfull waiting traject dienen pas bij de volgende responsevaluatie na Voor #x# Gy zijn er geen data betreffende de optimale timing voor responsevaluatie Hoewel aannemelijk is dat de respons bij chemoradiatie al start tijdens de therapie, zal dit bij kortdurende schemaâs niet het geval zijn Daarom wordt geadviseerd # weken langer te wachten met responsevaluaties van #x# Gy ten opzichte van chemoradiatie Een recente publicatie van Socha (###) heeft de tumoruitbreiding van T# tumoren onderzocht Hierbij is gekeken naar distale mesorectale en intramurale uitbreiding en naar het risico op positieve laterale lymfklieren Daarnaast is rekening gehouden met het regionaal recidief patroon van T# tumoren Op basis van deze gegevens wordt een klinisch (bij intramurale uitbreiding) caudaal van de tumor De craniale grens van het doelgebied ligt bij de S#/S# overgang Voor tumoren onder de peritoneale reflectie wordt geadviseerd de laterale lymfklieren in het CTV op te nemen Deze aanpassing van het CTV levert een ##% Binnen de STARTREC trial is eveneens een literatuurstudie verricht om het doelgebied bij primaire orgaansparing te beperken (<PERSOON>, Submitted) De aanbevelingen in deze studie liggen in lijn van bovenstaande adviezen en zijn algemeen geaccepteerd in de deelnemende centra van de STARTREC-trial Gedetailleerde atlas en adviezen zijn online beschikbaar Voor de keuze van behandeling bij patiënten met een vroeg rectumcarcinoom die vanwege co-morbiditeit of fitheid geen TME chirurgie kunnen ondergaan en vanwege tumoruitbreiding geen primaire lokale excisie bestaat geen prospectief bewijs.
| 569 | nvmdl |
of een watchfull waiting traject dienen pas bij de volgende responsevaluatie na Voor #x# Gy zijn er geen data betreffende de optimale timing voor responsevaluatie Hoewel aannemelijk is dat de respons bij chemoradiatie al start tijdens de therapie, zal dit bij kortdurende schemaâs niet het geval zijn Daarom wordt geadviseerd # weken langer te wachten met responsevaluaties van #x# Gy ten opzichte van chemoradiatie Een recente publicatie van Socha (###) heeft de tumoruitbreiding van T# tumoren onderzocht Hierbij is gekeken naar distale mesorectale en intramurale uitbreiding en naar het risico op positieve laterale lymfklieren Daarnaast is rekening gehouden met het regionaal recidief patroon van T# tumoren Op basis van deze gegevens wordt een klinisch (bij intramurale uitbreiding) caudaal van de tumor De craniale grens van het doelgebied ligt bij de S#/S# overgang Voor tumoren onder de peritoneale reflectie wordt geadviseerd de laterale lymfklieren in het CTV op te nemen Deze aanpassing van het CTV levert een ##% Binnen de STARTREC trial is eveneens een literatuurstudie verricht om het doelgebied bij primaire orgaansparing te beperken (<PERSOON>, Submitted) De aanbevelingen in deze studie liggen in lijn van bovenstaande adviezen en zijn algemeen geaccepteerd in de deelnemende centra van de STARTREC-trial Gedetailleerde atlas en adviezen zijn online beschikbaar Voor de keuze van behandeling bij patiënten met een vroeg rectumcarcinoom die vanwege co-morbiditeit of fitheid geen TME chirurgie kunnen ondergaan en vanwege tumoruitbreiding geen primaire lokale excisie bestaat geen prospectief bewijs Een Nederlandse populatiestudie (<PERSOON>, ###) onderzocht het ypT# percentage in ### cT<DATUM> # tumoren, behandeld met chemoradiatie bij verschillende tijdsintervallen Het ypT# <PERSOON> radiotherapy and local excision of rectal cancer with immediate radical re-operation for poor responders a prospective multicentre study Radiother Oncol ### Feb;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j radonc ##<DATUM> ### <PERSOON> regression after radiotherapy for rectal cancer - Results from the randomised Stockholm III trial Radiother Oncol ### <PERSOON>;##<DATUM> ### doi <DATUM> j radonc ##<DATUM> ### <PERSOON> M, <PERSOON> AL, <PERSOON> II Trial of Chemoradiotherapy Plus Induction or Consolidation Chemotherapy as Total Neoadjuvant Therapy for Locally Advanced Rectal Cancer CAO/ARO/AIO-## <PERSOON> ### <PERSOON-##> ## JCO<PATIENTNUMMER> doi <DATUM> JCO ## ###.
| 513 | nvmdl |
het ypT# percentage in ### cT<DATUM> # tumoren, behandeld met chemoradiatie bij verschillende tijdsintervallen Het ypT# <PERSOON> radiotherapy and local excision of rectal cancer with immediate radical re-operation for poor responders a prospective multicentre study Radiother Oncol ### Feb;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j radonc ##<DATUM> ### <PERSOON> regression after radiotherapy for rectal cancer - Results from the randomised Stockholm III trial Radiother Oncol ### <PERSOON>;##<DATUM> ### doi <DATUM> j radonc ##<DATUM> ### <PERSOON> M, <PERSOON> AL, <PERSOON> II Trial of Chemoradiotherapy Plus Induction or Consolidation Chemotherapy as Total Neoadjuvant Therapy for Locally Advanced Rectal Cancer CAO/ARO/AIO-## <PERSOON> ### <PERSOON> ## JCO<PATIENTNUMMER> doi <DATUM> <PERSOON> M, <PERSOON> AL, <PERSOON-##> ### Dec #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON-##> OS, <PERSOON-##> XW, <PERSOON-##> PB, <PERSOON-##> PA, Marcet JE, Medich <PERSOON-##> preservation for clinical T#N# distal rectal cancer using neoadjuvant chemoradiotherapy and local excision(ACOSOG Z###) results of an open-label, single-arm, multi-institutional, phase # trial Lancet Oncol ### Nov;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON-##> ### Oct ## PubMed cancer ESMO Clinical Practice Guidelines for diagnosis, treatment and follow-up <PERSOON-##> the Interval Between Neoadjuvant Chemoradiotherapy and Surgery in Rectal Cancer A <PERSOON-##>-analysis of <PERSOON-##> ### Mar;###(#) ###-## doi <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> FJ; Consortium for Optimizing the Surgical Treatment of Rectal Cancer (OSTRiCh) Extended Intervals after Neoadjuvant Therapy in <PERSOON-##> Key to Improved Tumor Response and <PERSOON-##> ### Aug;###(#) ###-## doi <DATUM> j jamcollsurg ###.
| 532 | nvmdl |
M, <PERSOON> AL, <PERSOON> ### Dec #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON> OS, <PERSOON> XW, <PERSOON> PB, <PERSOON> PA, Marcet JE, Medich <PERSOON> preservation for clinical T#N# distal rectal cancer using neoadjuvant chemoradiotherapy and local excision(ACOSOG Z###) results of an open-label, single-arm, multi-institutional, phase # trial Lancet Oncol ### Nov;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON> ### Oct ## PubMed cancer ESMO Clinical Practice Guidelines for diagnosis, treatment and follow-up <PERSOON> the Interval Between Neoadjuvant Chemoradiotherapy and Surgery in Rectal Cancer A <PERSOON-##>-analysis of <PERSOON-##> ### Mar;###(#) ###-## doi <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> FJ; Consortium for Optimizing the Surgical Treatment of Rectal Cancer (OSTRiCh) Extended Intervals after Neoadjuvant Therapy in <PERSOON-##> Key to Improved Tumor Response and <PERSOON-##> ### Aug;###(#) ###-## doi <DATUM> j jamcollsurg ### ### <PERSOON-##> JHW Treatment Interval between Neoadjuvant Chemoradiotherapy and Surgery in <PERSOON-##> preservation for rectal cancer (GRECCAR #) a prospective, randomised, open-label, multicentre, phase # trial Lancet ### Jul ##;###(###) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> DA, Geijsen DE, <PERSOON-##> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Optimal time interval between neoadjuvant chemoradiotherapy and surgery for rectal cancer <PERSOON-##> ### <PERSOON-##>;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> bjs ### <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> SP Multicentre study of short-course radiotherapy and transanal endoscopic microsurgery for early rectal cancer <PERSOON-##> ### Jul;###(#) ###-## doi <DATUM> bjs ### <PERSOON-##> risk of distantmetastases in rectal cancer managed by a watch-and-wait strategy - A systematic review and meta-analysis.
| 554 | nvmdl |
### <PERSOON> JHW Treatment Interval between Neoadjuvant Chemoradiotherapy and Surgery in <PERSOON> preservation for rectal cancer (GRECCAR #) a prospective, randomised, open-label, multicentre, phase # trial Lancet ### Jul ##;###(###) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON> DA, Geijsen DE, <PERSOON> PJ; Dutch Surgical Colorectal Audit Optimal time interval between neoadjuvant chemoradiotherapy and surgery for rectal cancer <PERSOON> ### <PERSOON>;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> bjs ### <PERSOON> D, <PERSOON> SP Multicentre study of short-course radiotherapy and transanal endoscopic microsurgery for early rectal cancer <PERSOON> ### Jul;###(#) ###-## doi <DATUM> bjs ### <PERSOON> risk of distantmetastases in rectal cancer managed by a watch-and-wait strategy - A systematic review and meta-analysis ### Nov #;##<DATUM> # doi <DATUM> j radonc ##<DATUM> ### (Epub ahead of print) Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Het intermediair stadium rectumcarcinoom wordt gedefinieerd als een tumor met een Een kort schema radiotherapie gevolgd door resectie enkele dagen nadien is al sinds enige jaren de standaardbehandeling voor deze groep tumoren in <LOCATIE> De uiteindelijke keuze voor neoadjuvante radiotherapie is een afweging tussen de absolute risicoreductie in lokaal recidief en anderzijds de morbiditeit en functionele uitkomst Uitgestelde resectie na een kort schema radiotherapie is een alternatief waarbij ook downstaging optreedt, wat relevant is vanwege de trend tot orgaansparende behandeling Het optimale interval tussen kort schema radiotherapie en de resectie staat daardoor ter discussie Wat is de rol van neoadjuvante (chemo)radiatie bij het intermediair stadium # Kans op orgaansparende therapie cCR, pCR P niet fitte/oudere patiënten met een intermediair stadium rectumcarcinoom cT#c-dN# of NICE guidelines (###, revisie in ###) kort schema radiotherapie met direct aansluitend interval om tumorrespons en downsizing voor de operatie mogelijk te maken voor patiënten met tumoren die op de grens liggen met de hoog risico tumoren â ESMO clinical practice guidelines (<PERSOON-##>, ###) adviseren een kort schema radiotherapie (#x# Gy) of chemoradiatie gevolgd door TME-chirurgie De keuze is afhankelijk van de noodzaak tot regressie van de tumor voor radicale resectie bij patiënten met een intermediair risico rectumcarcinoom (cT#c-d of lage lokalisatie met bedreigde levator; cT#cd (MRF-) mid rectum, cN#-N# (extranodaal), EMVI+ of beperkte cT#aN#).
| 561 | nvmdl |
Nov #;##<DATUM> # doi <DATUM> j radonc ##<DATUM> ### (Epub ahead of print) Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Het intermediair stadium rectumcarcinoom wordt gedefinieerd als een tumor met een Een kort schema radiotherapie gevolgd door resectie enkele dagen nadien is al sinds enige jaren de standaardbehandeling voor deze groep tumoren in <LOCATIE> De uiteindelijke keuze voor neoadjuvante radiotherapie is een afweging tussen de absolute risicoreductie in lokaal recidief en anderzijds de morbiditeit en functionele uitkomst Uitgestelde resectie na een kort schema radiotherapie is een alternatief waarbij ook downstaging optreedt, wat relevant is vanwege de trend tot orgaansparende behandeling Het optimale interval tussen kort schema radiotherapie en de resectie staat daardoor ter discussie Wat is de rol van neoadjuvante (chemo)radiatie bij het intermediair stadium # Kans op orgaansparende therapie cCR, pCR P niet fitte/oudere patiënten met een intermediair stadium rectumcarcinoom cT#c-dN# of NICE guidelines (###, revisie in ###) kort schema radiotherapie met direct aansluitend interval om tumorrespons en downsizing voor de operatie mogelijk te maken voor patiënten met tumoren die op de grens liggen met de hoog risico tumoren â ESMO clinical practice guidelines (<PERSOON>, ###) adviseren een kort schema radiotherapie (#x# Gy) of chemoradiatie gevolgd door TME-chirurgie De keuze is afhankelijk van de noodzaak tot regressie van de tumor voor radicale resectie bij patiënten met een intermediair risico rectumcarcinoom (cT#c-d of lage lokalisatie met bedreigde levator; cT#cd (MRF-) mid rectum, cN#-N# (extranodaal), EMVI+ of beperkte cT#aN#) bij het resectabel rectumcarcinoom Drie studies (n=###) vergeleken neoadjuvante radiotherapie gevolgd door chirurgie met alleen chirurgie Toevoeging van neoadjuvante radiotherapie verminderde het aantal lokale recidieven (HR = #,##, ##% CI #,## tot #,##) De invloed op de overleving was minimaal met een HR van #,## (##% BI #,## tot #,##) Een verminderd aantal lokale recidieven (HR = #,##, ##% CI #,## tot #,##) was ook de conclusie uit de analyse van een #-tal gerandomiseerde studies (n = <DATUM> die neoadjuvante radiotherapie vergeleken met selectieve post-operatieve chemoradiatie In deze laatste chemoradiatie De eerder beschreven meta-analyse van <PERSOON> (###) vergeleek ook het korte schema radiotherapie gevolgd door chirurgie met neoadjuvante chemoradiatie gevolgd door chirurgie op basis van een #-tal gerandomiseerde trials (n=###, TROG <DATUM> en Polish trial) Er was geen statistisch significant verschil in lokaal recidief of overleving tussen beide strategieën Patiënten die een kort schema radiotherapie kregen hadden een lagere graad # of # acute aan de behandeling gerelateerde toxiciteit (OR = #,##, ##% CI #,## tot #,##), terwijl er geen verschil in late toxiciteit werd waargenomen Een uitgebreidere metaanalyse van <PERSOON> (###) komt tot dezelfde conclusie Meer pathologische complete response (OR = #,##, ##% CI #,## tot #,##) en meer graad # tot # acute toxiciteit bij Een systematische review door Bujko (###) vergeleek neoadjuvante radiotherapie en tot # weken na einde radiotherapie) Chirurgie aansluitend aan de radiotherapie gaf minder acute ernstige radiotherapie toxiciteit Dit voordeel moet echter afgewogen worden tegen.
| 730 | nvmdl |
Drie studies (n=###) vergeleken neoadjuvante radiotherapie gevolgd door chirurgie met alleen chirurgie Toevoeging van neoadjuvante radiotherapie verminderde het aantal lokale recidieven (HR = #,##, ##% CI #,## tot #,##) De invloed op de overleving was minimaal met een HR van #,## (##% BI #,## tot #,##) Een verminderd aantal lokale recidieven (HR = #,##, ##% CI #,## tot #,##) was ook de conclusie uit de analyse van een #-tal gerandomiseerde studies (n = <DATUM> die neoadjuvante radiotherapie vergeleken met selectieve post-operatieve chemoradiatie In deze laatste chemoradiatie De eerder beschreven meta-analyse van <PERSOON> (###) vergeleek ook het korte schema radiotherapie gevolgd door chirurgie met neoadjuvante chemoradiatie gevolgd door chirurgie op basis van een #-tal gerandomiseerde trials (n=###, TROG <DATUM> en Polish trial) Er was geen statistisch significant verschil in lokaal recidief of overleving tussen beide strategieën Patiënten die een kort schema radiotherapie kregen hadden een lagere graad # of # acute aan de behandeling gerelateerde toxiciteit (OR = #,##, ##% CI #,## tot #,##), terwijl er geen verschil in late toxiciteit werd waargenomen Een uitgebreidere metaanalyse van <PERSOON> (###) komt tot dezelfde conclusie Meer pathologische complete response (OR = #,##, ##% CI #,## tot #,##) en meer graad # tot # acute toxiciteit bij Een systematische review door Bujko (###) vergeleek neoadjuvante radiotherapie en tot # weken na einde radiotherapie) Chirurgie aansluitend aan de radiotherapie gaf minder acute ernstige radiotherapie toxiciteit Dit voordeel moet echter afgewogen worden tegen vergelijking met een interval De pathologische complete respons (pCR) was ongeveer ##% hoger in de groep met interval tot chirurgie Er waren geen verschillen in sfincter sparing hoeveelheid R#-resecties tussen de twee groepen Tevens lijkt er geen verschil te zijn in Overweeg voor patiënten met een intermediair stadium rectumcarcinoom (cT#c-dN# of Neem hierbij lokaal recidief, overleving, toxiciteit, kwetsbaarheid, comorbiditeit en functionele uitkomsten in overweging en bespreek dit met de patiënt Bespreek samen met patiënt de voor- en nadelen van een verlengd interval () # tot # weken) tussen kort schema radiotherapie en chirurgie (gedeelde besluitvorming) Neem in ieder geval een toegenomen kans op acute radiotherapie toxiciteit, een lagere risico op postoperatieve complicaties en de mogelijkheid tot een eventuele orgaansparende behandeling bij een verlengd interval mee in de overwegingen bestralingsgebied Gebruik voor het aangeven van deze doelgebieden de consensus richtlijn van het landelijk platform GE tumoren van de NVRO radiotherapie vooral gelegen in het verminderen van de kans op het krijgen van een lokaal recidief De absolute risicoreductie in deze groep is ongeveer ##% op <LEEFTIJD> jaar In de groep met een pathologisch stadium III in de TME trial lijkt er een overlevingswinst te zijn van ongeveer ##% op <LEEFTIJD> jaar, maar het is onduidelijk hoe dit te extrapoleren valt naar preoperatieve patiënt selectie op basis van klinische stadiëring met <PERSOON> van de beschreven winst door neoadjuvante radiotherapie is een verhoogd risico op perineale complicaties bij abdominoperineale resectie na neoadjuvante radiotherapie (Marijnen, ###).
| 697 | nvmdl |
pathologische complete respons (pCR) was ongeveer ##% hoger in de groep met interval tot chirurgie Er waren geen verschillen in sfincter sparing hoeveelheid R#-resecties tussen de twee groepen Tevens lijkt er geen verschil te zijn in Overweeg voor patiënten met een intermediair stadium rectumcarcinoom (cT#c-dN# of Neem hierbij lokaal recidief, overleving, toxiciteit, kwetsbaarheid, comorbiditeit en functionele uitkomsten in overweging en bespreek dit met de patiënt Bespreek samen met patiënt de voor- en nadelen van een verlengd interval () # tot # weken) tussen kort schema radiotherapie en chirurgie (gedeelde besluitvorming) Neem in ieder geval een toegenomen kans op acute radiotherapie toxiciteit, een lagere risico op postoperatieve complicaties en de mogelijkheid tot een eventuele orgaansparende behandeling bij een verlengd interval mee in de overwegingen bestralingsgebied Gebruik voor het aangeven van deze doelgebieden de consensus richtlijn van het landelijk platform GE tumoren van de NVRO radiotherapie vooral gelegen in het verminderen van de kans op het krijgen van een lokaal recidief De absolute risicoreductie in deze groep is ongeveer ##% op <LEEFTIJD> jaar In de groep met een pathologisch stadium III in de TME trial lijkt er een overlevingswinst te zijn van ongeveer ##% op <LEEFTIJD> jaar, maar het is onduidelijk hoe dit te extrapoleren valt naar preoperatieve patiënt selectie op basis van klinische stadiëring met <PERSOON> van de beschreven winst door neoadjuvante radiotherapie is een verhoogd risico op perineale complicaties bij abdominoperineale resectie na neoadjuvante radiotherapie (Marijnen, ###) radiotherapie met TME chirurgie Deze lagen vooral op het vlak van meer fecale incontinentie, een hogere defecatiefrequentie en meer seksuele functiestoornissen zoals erectiestoornissen en vaginale droogte ten opzichte van bij behandeling met TME chirurgie Voor het primair resectabel rectumcarcinoom is vanuit de TME-studie #x# Gy radiotherapie, met kort interval tot chirurgie, de standaard geworden Voor wat betreft het verschil tussen #x# Gy en chemoradiatie zijn er twee gerandomiseerde trials beschikbaar In een studie met ### patiënten met een T<DATUM> rectumcarcinoom was de acute radiotherapie geassocieerde morbiditeit hoger voor chemoradiatie dan voor #x# Gy (##% versus #%; p(#,###), met een vergelijkbaar risico op postoperatieve complicaties (##% versus ##%, p=#,##), ernstige late toxiciteit (##% versus #%; p=#,##), zonder significante verschillen in lokale controle of overleving (Bujko, ### en ###) In de TROG-studie waarin ### patiënten met een T#N#-# rectumcarcinoom werden gerandomiseerd tussen #x# Gy en chemoradiatie, werd geen verschil in driejaars lokaal recidief (#,#% versus #,#%; p=#,##), <LEEFTIJD>-jaars algehele overleving (##% versus ##%; p=#,##), chirurgische complicaties (##% versus ##%, p=#,##) of late toxiciteit (Graad # tot # #,#% versus #,#%; p=#,##) gevonden (Ngan, ###; Ansari ###) Verschillen werden wel gezien in acute graad ) # toxiciteit, waarbij na chemoradiatie meer radiatiedermatitis (#% versus #%, p=#,###), proctitis (#% versus #%, p=#,###), misselijkheid (#% versus #%, p=#,###) vermoeidheid (#% versus #%, p=#,###) en diarree (#% versus ##%, mee te nemen in het bestralingsveld (<PERSOON>, ###) De definities van deze gebieden zijn recent geupdate in een international consensus guideline (Valentini, ###) Voor <LOCATIE>.
| 791 | nvmdl |
Deze lagen vooral op het vlak van meer fecale incontinentie, een hogere defecatiefrequentie en meer seksuele functiestoornissen zoals erectiestoornissen en vaginale droogte ten opzichte van bij behandeling met TME chirurgie Voor het primair resectabel rectumcarcinoom is vanuit de TME-studie #x# Gy radiotherapie, met kort interval tot chirurgie, de standaard geworden Voor wat betreft het verschil tussen #x# Gy en chemoradiatie zijn er twee gerandomiseerde trials beschikbaar In een studie met ### patiënten met een T<DATUM> rectumcarcinoom was de acute radiotherapie geassocieerde morbiditeit hoger voor chemoradiatie dan voor #x# Gy (##% versus #%; p(#,###), met een vergelijkbaar risico op postoperatieve complicaties (##% versus ##%, p=#,##), ernstige late toxiciteit (##% versus #%; p=#,##), zonder significante verschillen in lokale controle of overleving (Bujko, ### en ###) In de TROG-studie waarin ### patiënten met een T#N#-# rectumcarcinoom werden gerandomiseerd tussen #x# Gy en chemoradiatie, werd geen verschil in driejaars lokaal recidief (#,#% versus #,#%; p=#,##), <LEEFTIJD>-jaars algehele overleving (##% versus ##%; p=#,##), chirurgische complicaties (##% versus ##%, p=#,##) of late toxiciteit (Graad # tot # #,#% versus #,#%; p=#,##) gevonden (Ngan, ###; Ansari ###) Verschillen werden wel gezien in acute graad ) # toxiciteit, waarbij na chemoradiatie meer radiatiedermatitis (#% versus #%, p=#,###), proctitis (#% versus #%, p=#,###), misselijkheid (#% versus #%, p=#,###) vermoeidheid (#% versus #%, p=#,###) en diarree (#% versus ##%, mee te nemen in het bestralingsveld (<PERSOON>, ###) De definities van deze gebieden zijn recent geupdate in een international consensus guideline (Valentini, ###) Voor <LOCATIE> opgesteld op basis van de eerder genoemde richtlijn van Valentini (###) Hierin zijn beperkte aanpassingen gedaan aan het volume mesorectum wat bestraald wordt en enkele definities van kliergebieden aangepast waardoor het bestraalde volume over het algemeen kleiner wordt dan bij gebruik van de internationale richtlijn De onderbouwing van het korte interval tot chirurgie na radiotherapie is beperkt, maar hierover zijn wel de meeste gerandomiseerde data beschikbaar Vanwege de voordelen van downstaging en gemakkelijke logistiek na #x# Gy met uitgestelde chirurgie wordt dit schema ook buiten trial verband in toenemende mate toegepast De Stockholm III trial vergelijkt in een #-armige studie #x# Gy met kort interval, #x# Gy met uitgestelde chirurgie (# tot # weken) en lang schema zonder chemotherapie met uitgestelde chirurgie (Erlandsson, ###) Er werd ##,#% complete respons gevonden bij uitgestelde chirurgie (Petterson, BJS ###) Oncologische uitkomsten waren gelijkwaardig voor de # armen in de studie Verschillen werden wel gezien op gebied van toxiciteit Een lang interval na #x# Gy gaf significant meer hospitalisatie door acute radiotherapie toxiciteit (graad # tot #) ten opzichte van het schema met kort interval ((#% versus #%; p=(#,###) Het schema met lang interval daarentegen gaf minder kans op postoperatieve complicaties (##% versus ##%, p(#,###) Naast kans op complete respons zijn logistieke aspecten en gelegenheid tot optimalisatie voor chirurgie (pre-habilitatie) mogelijke voordelen van uitgestelde chirurgie na een kort schema Nederlandse data gekeken naar de kans op anastomose problemen wanneer de operatie.
| 815 | nvmdl |
de eerder genoemde richtlijn van Valentini (###) Hierin zijn beperkte aanpassingen gedaan aan het volume mesorectum wat bestraald wordt en enkele definities van kliergebieden aangepast waardoor het bestraalde volume over het algemeen kleiner wordt dan bij gebruik van de internationale richtlijn De onderbouwing van het korte interval tot chirurgie na radiotherapie is beperkt, maar hierover zijn wel de meeste gerandomiseerde data beschikbaar Vanwege de voordelen van downstaging en gemakkelijke logistiek na #x# Gy met uitgestelde chirurgie wordt dit schema ook buiten trial verband in toenemende mate toegepast De Stockholm III trial vergelijkt in een #-armige studie #x# Gy met kort interval, #x# Gy met uitgestelde chirurgie (# tot # weken) en lang schema zonder chemotherapie met uitgestelde chirurgie (Erlandsson, ###) Er werd ##,#% complete respons gevonden bij uitgestelde chirurgie (Petterson, BJS ###) Oncologische uitkomsten waren gelijkwaardig voor de # armen in de studie Verschillen werden wel gezien op gebied van toxiciteit Een lang interval na #x# Gy gaf significant meer hospitalisatie door acute radiotherapie toxiciteit (graad # tot #) ten opzichte van het schema met kort interval ((#% versus #%; p=(#,###) Het schema met lang interval daarentegen gaf minder kans op postoperatieve complicaties (##% versus ##%, p(#,###) Naast kans op complete respons zijn logistieke aspecten en gelegenheid tot optimalisatie voor chirurgie (pre-habilitatie) mogelijke voordelen van uitgestelde chirurgie na een kort schema Nederlandse data gekeken naar de kans op anastomose problemen wanneer de operatie ###) In totaal werden ### patiënten bekeken waarvan ### ( # dagen na radiotherapie werden geopereerd en ### na # dagen of meer Incidentie van anastomose problemen was groter wanneer ( # dagen na het einde van de radiotherapie werd geopereerd (##,#% voor ( # dagen ten opzichte van #,#% bij # dagen of meer, p=#,###) Een Nederlands cohort met stadium II/III rectumcarcinoom patiënten ⥠<LEEFTIJD> jaar laat zien dat de lokale controle beter was wanneer patiënten kortdurend preoperatief bestraald werden ten opzichte van chirurgie alleen (##% versus ##%) (<PERSOON>, ###) Er bleken echter meer postoperatieve complicaties in de bestraalde groep te zijn (##% versus ##%), wat vooral berustte op anastomose problemen en abcessen (##% versus ##%) Er werd geen verschil gezien in postoperatieve mortaliteit (#%) Patiënten met ernstige morbiditeit toonden meer postoperatieve complicaties en een hogere ##-dagen mortaliteit dan patiënten zonder comorbiditeit (##% versus ##% en ##% versus #% respectievelijk) Ansari N, <PERSOON> A, <PERSOON> SY Acute Adverse Events and Postoperative Complications in a Randomized Trial of Preoperative Short-course Radiotherapy Versus Long-course Chemoradiotherapy for <PERSOON> of the <PERSOON> ### <PERSOON>;###(#) ### doi <DATUM> <PERSOON> complications in patients irradiated pre-operatively for rectal cancer report of a randomised trial comparing short-term radiotherapy vs chemoradiation.
| 671 | nvmdl |
na radiotherapie werden geopereerd en ### na # dagen of meer Incidentie van anastomose problemen was groter wanneer ( # dagen na het einde van de radiotherapie werd geopereerd (##,#% voor ( # dagen ten opzichte van #,#% bij # dagen of meer, p=#,###) Een Nederlands cohort met stadium II/III rectumcarcinoom patiënten ⥠<LEEFTIJD> jaar laat zien dat de lokale controle beter was wanneer patiënten kortdurend preoperatief bestraald werden ten opzichte van chirurgie alleen (##% versus ##%) (<PERSOON>, ###) Er bleken echter meer postoperatieve complicaties in de bestraalde groep te zijn (##% versus ##%), wat vooral berustte op anastomose problemen en abcessen (##% versus ##%) Er werd geen verschil gezien in postoperatieve mortaliteit (#%) Patiënten met ernstige morbiditeit toonden meer postoperatieve complicaties en een hogere ##-dagen mortaliteit dan patiënten zonder comorbiditeit (##% versus ##% en ##% versus #% respectievelijk) Ansari N, <PERSOON> A, <PERSOON> SY Acute Adverse Events and Postoperative Complications in a Randomized Trial of Preoperative Short-course Radiotherapy Versus Long-course Chemoradiotherapy for <PERSOON> of the <PERSOON> ### <PERSOON>;###(#) ### doi <DATUM> <PERSOON> complications in patients irradiated pre-operatively for rectal cancer report of a randomised trial comparing short-term radiotherapy vs chemoradiation ### <PERSOON> M Long-term results of a randomized trial comparing preoperative short-course radiotherapy with preoperative conventionally fractionated chemoradiation for rectal cancer <PERSOON> radiotherapy (# à # Gy) immediate versus delayed surgery Recent <PERSOON-##> in the Treatment of <PERSOON-##> and <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> #;<DATUM> doi <DATUM> srep### <PERSOON-##> fractionation of preoperative radiotherapy and timing to surgery for rectal cancer (Stockholm III) a multicentre, randomised, non-blinded, phase #, noninferiority trial Lancet Oncol ### Mar;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> PH, de <PERSOON-##> ML Benefits and drawbacks of shortcourse preoperative radiotherapy in rectal cancer patients aged ## years and older <PERSOON-##> ### Oct;##(##) ###-## doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### Epub ### Aug ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#.
| 594 | nvmdl |
### <PERSOON> M Long-term results of a randomized trial comparing preoperative short-course radiotherapy with preoperative conventionally fractionated chemoradiation for rectal cancer <PERSOON> radiotherapy (# Ã # Gy) immediate versus delayed surgery Recent <PERSOON> in the Treatment of <PERSOON> and <PERSOON> ### <PERSOON> #;<DATUM> doi <DATUM> srep### <PERSOON> fractionation of preoperative radiotherapy and timing to surgery for rectal cancer (Stockholm III) a multicentre, randomised, non-blinded, phase #, noninferiority trial Lancet Oncol ### Mar;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON> A, <PERSOON> PH, de <PERSOON-##> ML Benefits and drawbacks of shortcourse preoperative radiotherapy in rectal cancer patients aged ## years and older <PERSOON-##> ### Oct;##(##) ###-## doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON-##> trial of shortcourse radiotherapy versus long-course chemoradiation comparing rates of local recurrence in patients with T# rectal cancer Trans-Tasman Radiation Oncology Group trial <DATUM> <PERSOON-##> ### Nov #;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> in <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> T, De <PERSOON-##> and delineation of the clinical target volume for rectal cancer <PERSOON-##> JF; Dutch ColoRectal Audit Group Anastomotic Leakage and Interval between Preoperative Short-Course Radiotherapy and Operation for <PERSOON-##> ### Aug;###(#) #<DATUM> doi <DATUM> j jamcollsurg ##<DATUM> ### <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> consensus guidelines on <PERSOON-##> CJ; Dutch Colorectal Cancer Group Preoperative radiotherapy combined with total mesorectal excision for resectable rectal cancer.
| 454 | nvmdl |
<PERSOON> trial of shortcourse radiotherapy versus long-course chemoradiation comparing rates of local recurrence in patients with T# rectal cancer Trans-Tasman Radiation Oncology Group trial <DATUM> <PERSOON> ### Nov #;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> in <PERSOON> ### <PERSOON> T, De <PERSOON> and delineation of the clinical target volume for rectal cancer <PERSOON> JF; Dutch ColoRectal Audit Group Anastomotic Leakage and Interval between Preoperative Short-Course Radiotherapy and Operation for <PERSOON> ### Aug;###(#) #<DATUM> doi <DATUM> j jamcollsurg ##<DATUM> ### <PERSOON> G, <PERSOON> consensus guidelines on <PERSOON-##> CJ; Dutch Colorectal Cancer Group Preoperative radiotherapy combined with total mesorectal excision for resectable rectal cancer controlled TME trial Lancet Oncol ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> LM, <PERSOON-##> TY, <PERSOON-##> CJ, Marijnen CA Healthrelated quality of life ## years after preoperative short-term radiotherapy and total mesorectal excision for rectal cancer report of a multicenter randomised trial <PERSOON-##> ### <PERSOON-##>;##(##) ###-# doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON-##> TS, <PERSOON-##> ZD, <PERSOON-##>-course preoperative radiotherapy with immediate surgery versus long-course chemoradiation with delayed surgery in the treatment of rectal cancer a <DATUM> j suronc ##<DATUM> ### Epub ### Oct ## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Neoadjuvant (chemo)radiation followed by TME surgery compared to TME surgery alone for b <PERSOON-##> used quality appraisel tool does not consider blinding of participants, incomplete data, and selective outcome reporting Furthermore, a total quality score is given which obscures the domains for wehre the risk of bias was rated high or low in the included studies c Not rated down for inconsistency, although there was moderate statisticam heterogeneity (<PERSOON-##>^# p=# ##, <PERSOON-##> intervals partially overlap and the statistical heterogeneity does not seem to influence the decision d Not rated down for inconsistency, although there was statistical heterogeneity (<PERSOON-##>^# p=# ##, <PERSOON-##> intervals narrowly overlap.
| 570 | nvmdl |
controlled TME trial Lancet Oncol ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> LM, <PERSOON> TY, <PERSOON> CJ, Marijnen CA Healthrelated quality of life ## years after preoperative short-term radiotherapy and total mesorectal excision for rectal cancer report of a multicenter randomised trial <PERSOON> ### <PERSOON>;##(##) ###-# doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### <PERSOON> TS, <PERSOON> ZD, <PERSOON>-course preoperative radiotherapy with immediate surgery versus long-course chemoradiation with delayed surgery in the treatment of rectal cancer a <DATUM> j suronc ##<DATUM> ### Epub ### Oct ## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Neoadjuvant (chemo)radiation followed by TME surgery compared to TME surgery alone for b <PERSOON-##> used quality appraisel tool does not consider blinding of participants, incomplete data, and selective outcome reporting Furthermore, a total quality score is given which obscures the domains for wehre the risk of bias was rated high or low in the included studies c Not rated down for inconsistency, although there was moderate statisticam heterogeneity (<PERSOON-##>^# p=# ##, <PERSOON-##> intervals partially overlap and the statistical heterogeneity does not seem to influence the decision d Not rated down for inconsistency, although there was statistical heterogeneity (<PERSOON-##>^# p=# ##, <PERSOON-##> intervals narrowly overlap Preoperative neoadjuvant radiation therapy followed by TME compared to preoperative neoadjuvant chemoradiation therapy followed by TME for Patients with an intermediate rectal Delayed surgery ()<DATUM> weeks after short course radiotherapy) compared to immediate surgery (directly after short course radiotherapy) for patients with a cT#c-dN# or cT<DATUM> (MRF-) rectal immediate and delayed surgery group (no pvalue reported in the SR) <PERSOON-##> other RCT a No mention of blinding of any kind (e g personnel, outcome assessors, care providers, patients) in one trial, while the other mentioned that patients and care providers were not blinded One trial had unclear random sequence generation reported in the manuscript, although in another publication of the same RCT it was reported that computer generated randomiation lists were used One trial had unclear allocation consealment c No mention of blinding of any kind (e g personnel, outcome assessors, care providers, patients), unclear allocation consealment, unclear if Module <DATUM> Neoadjuvante (chemo)radiotherapie bij het lokaal Neoadjuvante chemoradiatie gevolgd door resectie is al sinds enige jaren de standaardbehandeling voor het lokaal gevorderd rectumcarcinoom zonder metastasen op afstand Vanwege de beperkte invloed van de neoadjuvante therapie op de overleving wordt er onderzoek gedaan naar alternatieven in de vorm van een kort schema radiotherapie gevolgd door systeemtherapie Ook wordt er gekeken naar mogelijkheden om meer patiënten met een lokaal gevorderd rectumcarcinoom een orgaansparende behandeling aan te kunnen bieden door bijvoorbeeld de intensiteit van de neoadjuvante behandeling te.
| 637 | nvmdl |
Preoperative neoadjuvant radiation therapy followed by TME compared to preoperative neoadjuvant chemoradiation therapy followed by TME for Patients with an intermediate rectal Delayed surgery ()<DATUM> weeks after short course radiotherapy) compared to immediate surgery (directly after short course radiotherapy) for patients with a cT#c-dN# or cT<DATUM> (MRF-) rectal immediate and delayed surgery group (no pvalue reported in the SR) <PERSOON> other RCT a No mention of blinding of any kind (e g personnel, outcome assessors, care providers, patients) in one trial, while the other mentioned that patients and care providers were not blinded One trial had unclear random sequence generation reported in the manuscript, although in another publication of the same RCT it was reported that computer generated randomiation lists were used One trial had unclear allocation consealment c No mention of blinding of any kind (e g personnel, outcome assessors, care providers, patients), unclear allocation consealment, unclear if Module <DATUM> Neoadjuvante (chemo)radiotherapie bij het lokaal Neoadjuvante chemoradiatie gevolgd door resectie is al sinds enige jaren de standaardbehandeling voor het lokaal gevorderd rectumcarcinoom zonder metastasen op afstand Vanwege de beperkte invloed van de neoadjuvante therapie op de overleving wordt er onderzoek gedaan naar alternatieven in de vorm van een kort schema radiotherapie gevolgd door systeemtherapie Ook wordt er gekeken naar mogelijkheden om meer patiënten met een lokaal gevorderd rectumcarcinoom een orgaansparende behandeling aan te kunnen bieden door bijvoorbeeld de intensiteit van de neoadjuvante behandeling te Locoregionale ziektevrije overleving, lange termijn overleving, kans op orgaansparende cCR, radicaliteit van operaties, perioperatieve complicaties, functionele uitkomsten, kosten P niet fitte/oudere patiënten met een lokaal gevorderd rectumcarcinoom; De NICE-richtlijn (NICE ###/###) deelt de indicaties voor neoadjuvante therapie in naar het risico op lokaal recief Tumoren met een hoog risico op lokaal recidief zijn tumoren met een krappe afstand tot de mesorectale fascie (( #mm) en lage tumoren die danwel in de intersfincterische ruimte, danwel in de m levator ani groeien Alleen voor deze tumoren met een bedreigde chirurgische marge wordt chemoradiatie aanbevolen als neoadjuvante therapie Pathologische lymfeklieren alleen, worden bij een verder onbedreigde marge gezien als reden voor neoadjuvant kort schema radiotherapie in plaats van chemoradiatie; dit geldt niet wanneer de klieren tegen de mesorectale fascie zijn gelegen De ESMO-richtlijn laat de indicatie voor neoadjuvante therapie ook afhangen van de resectabiliteit en noodzaak van volumeverkleining voorafgaand aan de chirurgie Dit komt erop neer dat vooral de tumoren met een bedreigde mesorectale fascie (MRF ( # mm) in aanmerking komen voor neoadjuvante chemoradiatie Daarnaast komen ook patiënten met een pathologische laterale (extramesorectale) klier in aanmerking voor dit neoadjuvante schema Chemoradiatie bestaat in deze richtlijn uit radiotherapie tot een dosis van ## tot ## Gy in ## tot ## fracties gecombineerd met #-FU i v continu infuus of Capecitabine met eventueel een boost van <DATUM> Gy in # fracties op de primaire tumor bij een bedreigde marge Als alternatief voor chemoradiatie wordt in de ESMO-richtlijn nog het gebruik van een kort.
| 593 | nvmdl |
cCR, radicaliteit van operaties, perioperatieve complicaties, functionele uitkomsten, kosten P niet fitte/oudere patiënten met een lokaal gevorderd rectumcarcinoom; De NICE-richtlijn (NICE ###/###) deelt de indicaties voor neoadjuvante therapie in naar het risico op lokaal recief Tumoren met een hoog risico op lokaal recidief zijn tumoren met een krappe afstand tot de mesorectale fascie (( #mm) en lage tumoren die danwel in de intersfincterische ruimte, danwel in de m levator ani groeien Alleen voor deze tumoren met een bedreigde chirurgische marge wordt chemoradiatie aanbevolen als neoadjuvante therapie Pathologische lymfeklieren alleen, worden bij een verder onbedreigde marge gezien als reden voor neoadjuvant kort schema radiotherapie in plaats van chemoradiatie; dit geldt niet wanneer de klieren tegen de mesorectale fascie zijn gelegen De ESMO-richtlijn laat de indicatie voor neoadjuvante therapie ook afhangen van de resectabiliteit en noodzaak van volumeverkleining voorafgaand aan de chirurgie Dit komt erop neer dat vooral de tumoren met een bedreigde mesorectale fascie (MRF ( # mm) in aanmerking komen voor neoadjuvante chemoradiatie Daarnaast komen ook patiënten met een pathologische laterale (extramesorectale) klier in aanmerking voor dit neoadjuvante schema Chemoradiatie bestaat in deze richtlijn uit radiotherapie tot een dosis van ## tot ## Gy in ## tot ## fracties gecombineerd met #-FU i v continu infuus of Capecitabine met eventueel een boost van <DATUM> Gy in # fracties op de primaire tumor bij een bedreigde marge Als alternatief voor chemoradiatie wordt in de ESMO-richtlijn nog het gebruik van een kort De standaard timing van chemoradiatie is sinds vele jaren al neoadjuvant in plaats van adjuvant in verband met betere locoregionale controle en minder toxiciteit (Song, ###) Ook de toevoeging van een fluoropyrimidine derivaat aan radiotherapie in de neoadjuvante setting voor het lokaal gevorderd rectumcarcinoom is al jaren de standaard waarbij de combinatie met Capecitabine of met #-FU i v continu infuus oncologisch gelijkwaardig zijn (Zou, ###) Toevoeging van nog een component aan de chemoradiatie behandeling lijkt tot op heden geen meerwaarde te hebben Een recente meta-analyse van Huttner (###) toont bijvoorbeeld geen voordeel van het toevoegen van een platinumderivaat aan het fluoropyramidine derivaat bij neoadjuvante chemoradiatie voor de algehele overleving, ziektevrije overleving of de kans op lokaal recidief Wel was er in deze meta-analyse een klein voordeel in het aantal complete responders na therapie en het aantal afstandsmetastasen na therapie, maar dit ging in de meeste studies ten koste van een verhoogd risico op graad # tot # toxiciteit Het neoadjuvante schema kan ook uitgebreid worden met systemische therapie voor en/of na chemoradiatie, de totale neoadjuvante therapie (TNT) Een recente systematische review van Zaborowski (###) toonde op basis van ## studies met in totaal ### patiënten waarbij totale neoadjuvante therapie werd Over het interval na neoadjuvante therapie is er een meta-analyse beschikbaar van Du (###) Deze meta-analyse vergeleek uitkomsten tussen een interval van ( # en ) # weken tot resectie na neoadjuvante chemoradiatie Op basis ## studies met ### patiënten werd.
| 607 | nvmdl |
chemoradiatie is sinds vele jaren al neoadjuvant in plaats van adjuvant in verband met betere locoregionale controle en minder toxiciteit (Song, ###) Ook de toevoeging van een fluoropyrimidine derivaat aan radiotherapie in de neoadjuvante setting voor het lokaal gevorderd rectumcarcinoom is al jaren de standaard waarbij de combinatie met Capecitabine of met #-FU i v continu infuus oncologisch gelijkwaardig zijn (Zou, ###) Toevoeging van nog een component aan de chemoradiatie behandeling lijkt tot op heden geen meerwaarde te hebben Een recente meta-analyse van Huttner (###) toont bijvoorbeeld geen voordeel van het toevoegen van een platinumderivaat aan het fluoropyramidine derivaat bij neoadjuvante chemoradiatie voor de algehele overleving, ziektevrije overleving of de kans op lokaal recidief Wel was er in deze meta-analyse een klein voordeel in het aantal complete responders na therapie en het aantal afstandsmetastasen na therapie, maar dit ging in de meeste studies ten koste van een verhoogd risico op graad # tot # toxiciteit Het neoadjuvante schema kan ook uitgebreid worden met systemische therapie voor en/of na chemoradiatie, de totale neoadjuvante therapie (TNT) Een recente systematische review van Zaborowski (###) toonde op basis van ## studies met in totaal ### patiënten waarbij totale neoadjuvante therapie werd Over het interval na neoadjuvante therapie is er een meta-analyse beschikbaar van Du (###) Deze meta-analyse vergeleek uitkomsten tussen een interval van ( # en ) # weken tot resectie na neoadjuvante chemoradiatie Op basis ## studies met ### patiënten werd pathologische complete respons zonder toename van operatietijd of postoperatieve Beschouw een tumor met cT# en/of MRF+ en/of N# kenmerken en/of extramesorectale Geef als neoadjuvante therapie bij patiënten met een cM# lokaal gevorderd rectumcarcinoom chemoradiatie waarbij deze therapie bestaat uit een combinatie van Overweeg bij cT#a (peritoneale doorgroei) zonder andere risicofactoren chirurgie zonder Overweeg bij cN# zonder andere risicofactoren een kort schema neoadjuvante Neem extra-mesorectale pathologische klieren (⥠#mm, korte as) mee in het doelgebied Geef geïntensiveerde neoadjuvante therapie, zoals een kort schema radiotherapie gevolgd door systeemtherapie, alleen in studieverband bij patienten met cM# lokaal gevorderd Neem het mesorectum en de electieve kliergebieden mee in het doelgebied Gebruik voor de selectie van doelgebieden en de begrenzing de consensus richtlijn van het landelijk Evalueer # tot # weken na het einde van de chemoradiatie de respons op therapie Herevalueer # weken later bij patiënten met een (bijna) complete respons Overweeg bij een patiënt met klinische complete respons een orgaansparende aanpak in een <INSTELLING> met desbetreffende expertise conform module watchfull waiting Verricht een rectumresectie bij Beschouw het kort schema radiotherapie gevolgd door een lang interval ()# weken) tot resectie als goed alternatief voor chemoradiatie bij patiënten die door co-morbiditeit of Het lokaal gevorderd rectumcarcinoom wordt gedefinieerd als een tumor die na chirurgische behandeling een hoog risico geeft op lokaal recidief Vanwege onder andere een verhoogde kans op een niet radicale resectie betreft dit tumoren met betrokkenheid van de mesorectale fascie (MRF+) of andere structuren (cT#) Bij cT#a, betrokkenheid peritoneum.
| 605 | nvmdl |
Beschouw een tumor met cT# en/of MRF+ en/of N# kenmerken en/of extramesorectale Geef als neoadjuvante therapie bij patiënten met een cM# lokaal gevorderd rectumcarcinoom chemoradiatie waarbij deze therapie bestaat uit een combinatie van Overweeg bij cT#a (peritoneale doorgroei) zonder andere risicofactoren chirurgie zonder Overweeg bij cN# zonder andere risicofactoren een kort schema neoadjuvante Neem extra-mesorectale pathologische klieren (⥠#mm, korte as) mee in het doelgebied Geef geïntensiveerde neoadjuvante therapie, zoals een kort schema radiotherapie gevolgd door systeemtherapie, alleen in studieverband bij patienten met cM# lokaal gevorderd Neem het mesorectum en de electieve kliergebieden mee in het doelgebied Gebruik voor de selectie van doelgebieden en de begrenzing de consensus richtlijn van het landelijk Evalueer # tot # weken na het einde van de chemoradiatie de respons op therapie Herevalueer # weken later bij patiënten met een (bijna) complete respons Overweeg bij een patiënt met klinische complete respons een orgaansparende aanpak in een <INSTELLING> met desbetreffende expertise conform module watchfull waiting Verricht een rectumresectie bij Beschouw het kort schema radiotherapie gevolgd door een lang interval ()# weken) tot resectie als goed alternatief voor chemoradiatie bij patiënten die door co-morbiditeit of Het lokaal gevorderd rectumcarcinoom wordt gedefinieerd als een tumor die na chirurgische behandeling een hoog risico geeft op lokaal recidief Vanwege onder andere een verhoogde kans op een niet radicale resectie betreft dit tumoren met betrokkenheid van de mesorectale fascie (MRF+) of andere structuren (cT#) Bij cT#a, betrokkenheid peritoneum als resectabel, ervoor gekozen worden om van neoadjuvante therapie af te zien Tevens beschouwen we tumoren met een klinisch N# stadium of met extramesorectale pathologische klieren als lokaal gevorderde tumoren Voor de keuze om klinisch N# stadium als lokaal gevorderd rectumcarcinoom te beschouwen is geen bewijs beschikbaar Het is echter wel lange tijd beschouwd als criterium voor lokaal gevorderde ziekte Echter, indien sprake is van een cN# zonder verdere kenmerken van lokaal gevorderde ziekte, conform de NICE en ESMO-richtlijnen, kan gekozen worden voor een kort schema neoadjuvante therapie in plaats van chemoradiatie Voor de extramesorectale pathologische klieren is wel steeds meer bewijs beschikbaar dat aanwezigheid ervan leidt tot hoge recidief percentages en dat dit kenmerk daarom kan gebruikt worden voor het definiëren van een lokaal gevorderd rectumcarcinoom (Ogura, ###) Alhoewel er aanwijzingen zijn dat de aanwezigheid van op MRI gedetecteerde extramurale vasculaire invasie (EMVI) een slechte prognostische factor is bij het rectumcarcinoom is de rol van EMVI in de keuze van behandeling nog niet duidelijk Vandaar dat deze factor nog niet is opgenomen in deze module (Siddique, ###) De indicaties in deze module betreffen de niet gemetastaseerde setting Vrijwel alle beschikbare literatuur beveelt het geven van neoadjuvante chemoradiatie gevolgd door een resectie aan bij het lokaal gevorderd rectumcarcinoom Hierbij wordt de neoadjuvante therapie gegeven om het tumorvolume voor resectie te verkleinen en zodanig het aantal R# resecties te verhogen en om daarnaast het aantal locoregionale recidieven na resectie te verlagen Dit gaat niet gepaard met een overlevingsvoordeel Keerzijde van de winst is een.
| 581 | nvmdl |
Tevens beschouwen we tumoren met een klinisch N# stadium of met extramesorectale pathologische klieren als lokaal gevorderde tumoren Voor de keuze om klinisch N# stadium als lokaal gevorderd rectumcarcinoom te beschouwen is geen bewijs beschikbaar Het is echter wel lange tijd beschouwd als criterium voor lokaal gevorderde ziekte Echter, indien sprake is van een cN# zonder verdere kenmerken van lokaal gevorderde ziekte, conform de NICE en ESMO-richtlijnen, kan gekozen worden voor een kort schema neoadjuvante therapie in plaats van chemoradiatie Voor de extramesorectale pathologische klieren is wel steeds meer bewijs beschikbaar dat aanwezigheid ervan leidt tot hoge recidief percentages en dat dit kenmerk daarom kan gebruikt worden voor het definiëren van een lokaal gevorderd rectumcarcinoom (Ogura, ###) Alhoewel er aanwijzingen zijn dat de aanwezigheid van op MRI gedetecteerde extramurale vasculaire invasie (EMVI) een slechte prognostische factor is bij het rectumcarcinoom is de rol van EMVI in de keuze van behandeling nog niet duidelijk Vandaar dat deze factor nog niet is opgenomen in deze module (Siddique, ###) De indicaties in deze module betreffen de niet gemetastaseerde setting Vrijwel alle beschikbare literatuur beveelt het geven van neoadjuvante chemoradiatie gevolgd door een resectie aan bij het lokaal gevorderd rectumcarcinoom Hierbij wordt de neoadjuvante therapie gegeven om het tumorvolume voor resectie te verkleinen en zodanig het aantal R# resecties te verhogen en om daarnaast het aantal locoregionale recidieven na resectie te verlagen Dit gaat niet gepaard met een overlevingsvoordeel Keerzijde van de winst is een bestraalde huid Ook is er effect op functionele uitkomsten na de behandeling met Voor wat betreft het verschil tussen het korte schema radiotherapie met lang interval tot operatie en chemoradiatie zijn er twee gerandomiseerde trials beschikbaar In een studie met ### patiënten met een T<DATUM> rectumcarcinoom was de acute radiotherapie geassocieerde morbiditeit hoger bij chemoradiatie dan bij #x# Gy (##% versus #%; p(#,###), met een vergelijkbare ernstige late toxiciteit (##% versus #%; p=#,##), zonder significante waarin ### patiënten met een T#N#-# rectumcarcinoom werden gerandomiseerd tussen #x# Gy en chemoradiotherapie, werd geen verschil in <LEEFTIJD>-jaars lokaal recidief (#,#% versus #,#%; p=#,##), <LEEFTIJD>-jaars algehele overleving (##% versus ##%; p=#,##), of late toxiciteit (Graad # tot # #,#% versus #,#%; p=#,##) gevonden Grootste verschil tussen beide schemaâs is de therapieresponse tussen beide schemaâs, waarbij in een Nederlandse populatiestudie het aantal complete responders #,#% was na een kort schema met interval tot operatie en ##,#% voor chemoradiatie met hetzelfde interval tot operatie (<PERSOON>, ###) Het kort schema radiotherapie kan ook gecombineerd worden met systeemtherapie als neoadjuvante therapie bij het lokaal gevorderd rectumcarcinoom Cisel (###) heeft recent de lange termijn resultaten van een Poolse fase III studie gepubliceerd die voor locally advanced rectumcarcinomen neoadjuvant chemoradiatie vergeleek met neoadjuvant kort schema radiotherapie gevolgd door FOLFOX In de studie werden in totaal ### patiënten geïncludeerd, die gelijk verdeeld waren over beide behandelarmen Er werd geen verschil in algehele overleving, ziektevrije overleving, lokale controle en late complicaties aangetoond tussen beide groepen (Cisel, ###).
| 675 | nvmdl |
Ook is er effect op functionele uitkomsten na de behandeling met Voor wat betreft het verschil tussen het korte schema radiotherapie met lang interval tot operatie en chemoradiatie zijn er twee gerandomiseerde trials beschikbaar In een studie met ### patiënten met een T<DATUM> rectumcarcinoom was de acute radiotherapie geassocieerde morbiditeit hoger bij chemoradiatie dan bij #x# Gy (##% versus #%; p(#,###), met een vergelijkbare ernstige late toxiciteit (##% versus #%; p=#,##), zonder significante waarin ### patiënten met een T#N#-# rectumcarcinoom werden gerandomiseerd tussen #x# Gy en chemoradiotherapie, werd geen verschil in <LEEFTIJD>-jaars lokaal recidief (#,#% versus #,#%; p=#,##), <LEEFTIJD>-jaars algehele overleving (##% versus ##%; p=#,##), of late toxiciteit (Graad # tot # #,#% versus #,#%; p=#,##) gevonden Grootste verschil tussen beide schemaâs is de therapieresponse tussen beide schemaâs, waarbij in een Nederlandse populatiestudie het aantal complete responders #,#% was na een kort schema met interval tot operatie en ##,#% voor chemoradiatie met hetzelfde interval tot operatie (<PERSOON>, ###) Het kort schema radiotherapie kan ook gecombineerd worden met systeemtherapie als neoadjuvante therapie bij het lokaal gevorderd rectumcarcinoom Cisel (###) heeft recent de lange termijn resultaten van een Poolse fase III studie gepubliceerd die voor locally advanced rectumcarcinomen neoadjuvant chemoradiatie vergeleek met neoadjuvant kort schema radiotherapie gevolgd door FOLFOX In de studie werden in totaal ### patiënten geïncludeerd, die gelijk verdeeld waren over beide behandelarmen Er werd geen verschil in algehele overleving, ziektevrije overleving, lokale controle en late complicaties aangetoond tussen beide groepen (Cisel, ###) tussen een kort schema radiotherapie worden binnenkort verwacht, de RAPIDO trial en de STELLAR trial (Nilsson, ###; <PERSOON>, ###) Deze gaan meer evidence leveren over de rol van een kort schema radiotherapie gevolgd door systeemtherapie bij het cM# lokaal gevorderd neoadjuvante therapie wordt sinds geruime tijd aanbevolen bij het lokaal gevorderd stadium opgesteld op basis van de eerdergenoemde richtlijn van Valentini Hierin zijn beperkte aanpassingen gedaan aan het volume mesorectum wat bestraald wordt en enkele definities van kliergebieden aangepast waardoor het bestraalde volume over het algemeen kleiner Bij een interval van ongeveer ## weken na het einde van de chemoradiatie ontstaat een Probst, ###; Petrelli ###) Verschillende studies hebben aangetoond dat een langer interval niet leidt tot slechtere oncologische uitkomsten (Du, ###) Gezien het feit dat bij evident slecht responderende patiënten er geen meerwaarde is van langer wachten, wordt geadviseerd een eerste evaluatie # tot # weken na einde van de CRT te laten plaatsvinden Een kort schema neoadjuvante radiotherapie kan als alternatief gegeven worden voor chemoradiatie bij patiënten met een lokaal gevorderd rectumcarcinoom die vanwege comorbiditeit of fitheid geen chemoradiatie kunnen ondergaan Hiervoor is, zoals beschreven onder het kopje bestralingsschema, beperkt bewijs voor de gehele groep patiënten met een rectumcarcinoom Echter is er weinig tot geen prospectief bewijs voor de groep niet fitte / Er zijn geen Nederlandse data die op dit gebied van belang zijn voor de onderbouwing van <PERSOON> W,.
| 681 | nvmdl |
binnenkort verwacht, de RAPIDO trial en de STELLAR trial (Nilsson, ###; <PERSOON>, ###) Deze gaan meer evidence leveren over de rol van een kort schema radiotherapie gevolgd door systeemtherapie bij het cM# lokaal gevorderd neoadjuvante therapie wordt sinds geruime tijd aanbevolen bij het lokaal gevorderd stadium opgesteld op basis van de eerdergenoemde richtlijn van Valentini Hierin zijn beperkte aanpassingen gedaan aan het volume mesorectum wat bestraald wordt en enkele definities van kliergebieden aangepast waardoor het bestraalde volume over het algemeen kleiner Bij een interval van ongeveer ## weken na het einde van de chemoradiatie ontstaat een Probst, ###; Petrelli ###) Verschillende studies hebben aangetoond dat een langer interval niet leidt tot slechtere oncologische uitkomsten (Du, ###) Gezien het feit dat bij evident slecht responderende patiënten er geen meerwaarde is van langer wachten, wordt geadviseerd een eerste evaluatie # tot # weken na einde van de CRT te laten plaatsvinden Een kort schema neoadjuvante radiotherapie kan als alternatief gegeven worden voor chemoradiatie bij patiënten met een lokaal gevorderd rectumcarcinoom die vanwege comorbiditeit of fitheid geen chemoradiatie kunnen ondergaan Hiervoor is, zoals beschreven onder het kopje bestralingsschema, beperkt bewijs voor de gehele groep patiënten met een rectumcarcinoom Echter is er weinig tot geen prospectief bewijs voor de groep niet fitte / Er zijn geen Nederlandse data die op dit gebied van belang zijn voor de onderbouwing van <PERSOON> Long-course preoperative chemoradiation versus # x # Gy and consolidation chemotherapy for clinical T# and fixed clinical T# rectal cancer Long-term results of the randomized Polish II study <PERSOON> ### <PERSOON> ## pii mdz### doi <DATUM> annonc/mdz### (Epub ahead of print) PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Du D, <PERSOON> Z, <PERSOON> W, <PERSOON> to Surgery After Neoadjuvant Chemoradiotherapy in <PERSOON> and <PERSOON>-analysis Clin Colorectal Cancer ### Mar;##(#) ##-## doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON> AM, Intven MPW, van <PERSOON-##> HM Comparison of pathological complete response rates after neoadjuvant short-course radiotherapy or chemoradiation followed by delayed surgery in locally advanced rectal cancer <PERSOON-##> ### Jul;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> MK Addition of platinum derivatives to fluoropyrimidine-based neoadjuvant chemoradiotherapy for stage II/III rectal cancer systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> ## pii djz### doi.
| 581 | nvmdl |
<PERSOON> Long-course preoperative chemoradiation versus # x # Gy and consolidation chemotherapy for clinical T# and fixed clinical T# rectal cancer Long-term results of the randomized Polish II study <PERSOON> ### <PERSOON> ## pii mdz### doi <DATUM> annonc/mdz### (Epub ahead of print) PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Du D, <PERSOON> Z, <PERSOON> W, <PERSOON> to Surgery After Neoadjuvant Chemoradiotherapy in <PERSOON> and <PERSOON>-analysis Clin Colorectal Cancer ### Mar;##(#) ##-## doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON> AM, Intven MPW, van <PERSOON-##> HM Comparison of pathological complete response rates after neoadjuvant short-course radiotherapy or chemoradiation followed by delayed surgery in locally advanced rectal cancer <PERSOON-##> ### Jul;##(#) ##<DATUM> doi <DATUM> j ejso ##<DATUM> ### <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> MK Addition of platinum derivatives to fluoropyrimidine-based neoadjuvant chemoradiotherapy for stage II/III rectal cancer systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> ## pii djz### doi <PERSOON-##>, S Zou, ###<PERSOON-##>-term radiotherapy plus chemotherapy versus long-term chemoradiotherapy in locally advanced rectal cancer (STELLAR) a planned interim analysis <PERSOON-##>-course radiotherapy followed by neo-adjuvant chemotherapy in locally advanced rectal cancer--the RAPIDO trial <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> IK, <PERSOON-##> HX, Uehara K, <PERSOON-##>)radiotherapy With Total Mesorectal Excision Only Is Not Sufficient to Prevent Lateral Local Recurrence in Enlarged Nodes Results of the Multicenter Lateral Node Study of Patients With Low cT<DATUM> <PERSOON-##> ### <PERSOON> #;##(#) ##-## doi <DATUM> JCO ## ### Epub ### Nov # <DATUM> j jamcollsurg ##<DATUM> ### <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> versus postoperative chemoradiotherapy for rectal cancer <PERSOON-##> versus postoperative chemoradiotherapy for locally.
| 537 | nvmdl |
cancer (STELLAR) a planned interim analysis <PERSOON>-course radiotherapy followed by neo-adjuvant chemotherapy in locally advanced rectal cancer--the RAPIDO trial <PERSOON> S, <PERSOON> IK, <PERSOON> HX, Uehara K, <PERSOON>)radiotherapy With Total Mesorectal Excision Only Is Not Sufficient to Prevent Lateral Local Recurrence in Enlarged Nodes Results of the Multicenter Lateral Node Study of Patients With Low cT<DATUM> <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(#) ##-## doi <DATUM> JCO ## ### Epub ### Nov # <DATUM> j jamcollsurg ##<DATUM> ### <PERSOON> J, <PERSOON> versus postoperative chemoradiotherapy for rectal cancer <PERSOON> versus postoperative chemoradiotherapy for locally results of the German CAO/ARO/AIO-## randomized phase III trial after a median follow-up of ## years <PERSOON-##> ### <PERSOON> #;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> G A meta-analysis comparing the risk of metastases in patients with rectal cancer and MRIdetected extramural vascular invasion (mrEMVI) versus mrEMVI-negative cases <PERSOON-##> ### <PERSOON> #;###(##) ###-### doi <DATUM> bjc ### ## Epub ### Apr ## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; Song JH, Jeong JU, <PERSOON> JH, <PERSOON-##> SH, Cho HM, Um JW, Jang HS; Korean Clinical Practice Guideline for Colon and Rectal Cancer Committee Preoperative chemoradiotherapy versus postoperative chemoradiotherapy for stage II-III resectable rectal cancer a meta-analysis of randomized controlled trials Radiat Oncol J ### <PERSOON-##>;##(#) ##<DATUM> doi ## ###/roj ### ### <PERSOON-##> DC Systematic review of outcomes after total neoadjuvant therapy for locally advanced rectal cancer <PERSOON-##> ### Jul;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> bjs ### Epub ### <PERSOON-##> ## Zou XC, <PERSOON-##> JM Comparison of #-FU-based and Capecitabine-based Neoadjuvant Chemoradiotherapy in Patients With Rectal Cancer A <PERSOON-##>-analysis Clin Colorectal Cancer ### <PERSOON-##>;##(#) e###-e### doi <DATUM> j clcc ### ##.
| 593 | nvmdl |
results of the German CAO/ARO/AIO-## randomized phase III trial after a median follow-up of ## years <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(##) ###-## doi <DATUM> <PERSOON> G A meta-analysis comparing the risk of metastases in patients with rectal cancer and MRIdetected extramural vascular invasion (mrEMVI) versus mrEMVI-negative cases <PERSOON> ### <PERSOON> #;###(##) ###-### doi <DATUM> bjc ### ## Epub ### Apr ## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; Song JH, Jeong JU, <PERSOON> JH, <PERSOON> SH, Cho HM, Um JW, Jang HS; Korean Clinical Practice Guideline for Colon and Rectal Cancer Committee Preoperative chemoradiotherapy versus postoperative chemoradiotherapy for stage II-III resectable rectal cancer a meta-analysis of randomized controlled trials Radiat Oncol J ### <PERSOON>;##(#) ##<DATUM> doi ## ###/roj ### ### <PERSOON> DC Systematic review of outcomes after total neoadjuvant therapy for locally advanced rectal cancer <PERSOON> ### Jul;###(#) ##<DATUM> doi <DATUM> bjs ### Epub ### <PERSOON-##> ## Zou XC, <PERSOON-##> JM Comparison of #-FU-based and Capecitabine-based Neoadjuvant Chemoradiotherapy in Patients With Rectal Cancer A <PERSOON-##>-analysis Clin Colorectal Cancer ### <PERSOON>;##(#) e###-e### doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> <PERSOON-##> CRT compared to no neoadjuvant CRT for patients with a locally group and the relative effect of the intervention (and its ##% CI) Moderate certainty We are moderately confident in the effect estimate <PERSOON-##> true effect is likely to be close to the estimate of the effect, but there is a possibility that it is substantially different Very low certainty We have very little confidence in the effect estimate <PERSOON-##> true effect is likely to be substantially a Authors performed a risk of bias assessment with the Cochrane tool Park ### had an unclear risk for blinding participants and personnel Roh ### had an unclear risk for blinding participants and personnel and and unclear risk for incomplete data <PERSOON-##> ### had an unclear risk for allocation concealment All other domains were judges as low risk of bias by Song et al (###) b Although the CI of the pooled estimate does not cross the standard borders of clinical decision-making, the CI is wide and the total n in the d <PERSOON-##>-analysis <PERSOON-##>^# p=# ### and I^#=##% CIs don't overlap for # studies, where one study indicates an effect (RR # ## (##%CI <DATUM> ##)) and the other indicates no effect (RR # ## (##%CI # #<DATUM> ) e <PERSOON-##> CI of the pooled estimate crosses one standard border of clinical decision-making (i e.
| 744 | nvmdl |
<PERSOON> CRT compared to no neoadjuvant CRT for patients with a locally group and the relative effect of the intervention (and its ##% CI) Moderate certainty We are moderately confident in the effect estimate <PERSOON> true effect is likely to be close to the estimate of the effect, but there is a possibility that it is substantially different Very low certainty We have very little confidence in the effect estimate <PERSOON> true effect is likely to be substantially a Authors performed a risk of bias assessment with the Cochrane tool Park ### had an unclear risk for blinding participants and personnel Roh ### had an unclear risk for blinding participants and personnel and and unclear risk for incomplete data <PERSOON> ### had an unclear risk for allocation concealment All other domains were judges as low risk of bias by Song et al (###) b Although the CI of the pooled estimate does not cross the standard borders of clinical decision-making, the CI is wide and the total n in the d <PERSOON>-analysis <PERSOON>^# p=# ### and I^#=##% CIs don't overlap for # studies, where one study indicates an effect (RR # ## (##%CI <DATUM> ##)) and the other indicates no effect (RR # ## (##%CI # #<DATUM> ) e <PERSOON> CI of the pooled estimate crosses one standard border of clinical decision-making (i e ## or # ##) g Not rated down for inconsistency, however there may be some heterogeneity <PERSOON>^# p=# ## and <PERSOON> estimates vary between # ## and # ## <PERSOON> point estimate of Park ### falls outside of the confidence interval of <PERSOON> ###, while the point estimate of <PERSOON> ### falls outside the confidence interval of Roh ### However, all confidence intervals were considered to overlap sufficiently i <PERSOON>^# p=# ## and I^#=#%, although the point estimate of Park ### falls outside of the confidence interval of Roh ### k <PERSOON>^# p=# ## and <PERSOON> intervals seem to overlap sufficiently m <PERSOON> CI of the pooled estimate crosses both standard borders of clinical decision-making (i e # ## and # ##) #-Fluorouracil compared to Capcetabine in neoadjuvant treatment for patients with locally Patient or population neoadjuvant treatment for patients with locally advanced rectal cancer One of the included RCTs reported a #year overall survival of ##% (##%CI ###) for the neoadjucant Capecitabine a <PERSOON> ### states that all included RCTs have a risk for performance and detection bias b <PERSOON> pooled effect estimate crosses the standard GRADE borders (i e # ## and # ##) c Relatively low event rate and most individual complication RRs cross two standard GRADE borders (i e # ## and # ##) Imprecision was not.
| 692 | nvmdl |
## or # ##) g Not rated down for inconsistency, however there may be some heterogeneity <PERSOON>^# p=# ## and <PERSOON> estimates vary between # ## and # ## <PERSOON> point estimate of Park ### falls outside of the confidence interval of <PERSOON> ###, while the point estimate of <PERSOON> ### falls outside the confidence interval of Roh ### However, all confidence intervals were considered to overlap sufficiently i <PERSOON>^# p=# ## and I^#=#%, although the point estimate of Park ### falls outside of the confidence interval of Roh ### k <PERSOON>^# p=# ## and <PERSOON> intervals seem to overlap sufficiently m <PERSOON> CI of the pooled estimate crosses both standard borders of clinical decision-making (i e # ## and # ##) #-Fluorouracil compared to Capcetabine in neoadjuvant treatment for patients with locally Patient or population neoadjuvant treatment for patients with locally advanced rectal cancer One of the included RCTs reported a #year overall survival of ##% (##%CI ###) for the neoadjucant Capecitabine a <PERSOON> ### states that all included RCTs have a risk for performance and detection bias b <PERSOON> pooled effect estimate crosses the standard GRADE borders (i e # ## and # ##) c Relatively low event rate and most individual complication RRs cross two standard GRADE borders (i e # ## and # ##) Imprecision was not d <PERSOON> RCT had ## versus ## participants recruited for neoadjuvant treatment comparison e Total incidence of recurrence in both study arms combined f <PERSOON> ### states that all included RCTs have a risk for performance and detection bias, however blinding is not necesary for hard endpoints g <PERSOON> pooled estimate crosses one standard GRADE border (i e # ##) Surgery ( # weeks after chemoradiotherapy compared to surgery ) # weeks after CI Confidence interval; RR Risk ratio; SMD Standardised mean difference a <PERSOON> Newcastle-Ottawa scale (NOS) and Jadad score were used to assess the quality of the observational comparative studies and randomized controlled trials included in this review, respectively Only high quality studies were included into the study c Pooled analyses had a high I# and significant <PERSOON># d Confidence intervals RR cross the borders (i e # ## and # ##) in both directions Overweeg bij distaal gelegen tumoren een laag anterieure resectie, eventueel zelfs intersfincterisch resectie, als een tumorvrije distale marge met een CRM van meer dan # Laat resectie van het distale mesorectum achterwege bij proximaal gelegen rectumcarcinomen als een distale marge van # cm aangehouden wordt (partiële Baseer de keuze voor een Abdomino Perineale Resectie (APR), Laag Anterieure Resectie (LAR) of intersfincterische resectie bij behandeling van het rectumcarcinoom op de relatie met de omliggende structuren zoals het sfinctercomplex en de m levator Neem het besluit tot eventuele conversie bij voorkeur vroeg in de procedure, aangezien.
| 680 | nvmdl |
participants recruited for neoadjuvant treatment comparison e Total incidence of recurrence in both study arms combined f <PERSOON> ### states that all included RCTs have a risk for performance and detection bias, however blinding is not necesary for hard endpoints g <PERSOON> pooled estimate crosses one standard GRADE border (i e # ##) Surgery ( # weeks after chemoradiotherapy compared to surgery ) # weeks after CI Confidence interval; RR Risk ratio; SMD Standardised mean difference a <PERSOON> Newcastle-Ottawa scale (NOS) and Jadad score were used to assess the quality of the observational comparative studies and randomized controlled trials included in this review, respectively Only high quality studies were included into the study c Pooled analyses had a high I# and significant <PERSOON># d Confidence intervals RR cross the borders (i e # ## and # ##) in both directions Overweeg bij distaal gelegen tumoren een laag anterieure resectie, eventueel zelfs intersfincterisch resectie, als een tumorvrije distale marge met een CRM van meer dan # Laat resectie van het distale mesorectum achterwege bij proximaal gelegen rectumcarcinomen als een distale marge van # cm aangehouden wordt (partiële Baseer de keuze voor een Abdomino Perineale Resectie (APR), Laag Anterieure Resectie (LAR) of intersfincterische resectie bij behandeling van het rectumcarcinoom op de relatie met de omliggende structuren zoals het sfinctercomplex en de m levator Neem het besluit tot eventuele conversie bij voorkeur vroeg in de procedure, aangezien Indien vanuit oncologisch en technisch perspectief de sfincter kan worden gespaard, bepaal dan om wel of geen continuïteitsherstel uit te voeren op basis van Neem rectumsparende behandeling van een rectumcarcinoom alleen na volledige stadiëring in een regionaal multidisciplinair oncologisch overleg in overweging, als alternatief voor radicale TME, met minder bewijs voor lange termijn oncologische Overweeg bij een klinisch beoordeeld laag risico T# rectumcarcinoom (diameter kleiner dan # tot # cm, goed tot matig gedifferentieerd, geen lymfangioinvasie) lokale excisie (TAMIS) Deze technieken hebben de voorkeur boven een conventionele transanale excisie Voer aanvullende radicale chirurgie uit indien na lokale excisie van een rectumafwijking een hoog risico T# (slecht gedifferentieerd en/of lymfangioinvasie en/of tumorvrije marge voorafgaand aan de completerende TME chirurgie bij twijfel over de uiteindelijke Module # ## Locale behandeling kleine tumorrest na neoadjuvante Neoadjuvante (chemo)radiotherapie met een klinisch goede respons heeft een ontwikkeling van orgaansparende behandeling ingezet Het vermijden van de morbiditeit van radicale rectumchirurgie met een goede oncologische en functionele uitkomst is hierbij het doel Indien er klinisch een kleine tumorrest aanwezig is na (chemo)radiotherapie, en er geen aanwijzingen zijn voor pathologische lymfklieren op beeldvorming, is er een mogelijkheid voor lokale behandeling door middel van lokale excisie of additionele lokale radiotherapie (endoluminale brachytherapie /contacttherapie) Bij lokale excisie kan de pathologische respons worden vastgesteld, waarbij deze nogal eens afwijkt van de klinische respons tumorrest aanwezig is; wat zijn de selectiecriteria, en wat is de optimale timing van deze Wat is de morbiditeit en functionele uitkomst van lokale excisie na.
| 589 | nvmdl |
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.