text stringlengths 80 6.25k | text_len int64 32 3.12k | src stringclasses 7 values |
|---|---|---|
kortdurend te onderbreken voorafgaand aan een diagnostische endoscopie hangt samen met het ontbreken van duidelijke adviezen om een bloeding te couperen #,# Gebaseerd op de meest recente literatuur en de mogelijkheid de bloeding direct te verhelpen middels bijvoorbeeld het plaatsen van een clip, kan echter het advies worden gegeven NOACs bij diagnostische endoscopie inclusief biopten te Poliepectomie in het colon Er zijn verschillende onderzoeken die het risico op bloedingen na poliepectomie tijdens gebruik van antitrombotische therapie hebben onderzocht ##,##,##-## Hoewel # prospectief onderzoek bij ### patiënten die acetylsalicylzuur of NSAIDs gebruikten een klein ((#%) verhoogd risico op bloedingen na poliepectomie zag,## werden dergelijke associaties door grotere retrospectieve onderzoeken niet gevonden Omdat het absolute risico op bloedingen na poliepectomie klein is, zelfs tijdens acetylsalicylzuur en NSAIDs gebruik, zouden alleen zeer grote onderzoeken een dergelijk verhoogd risico kunnen aantonen (als die er al zou zijn) Het gebruik van acetylsalicylzuur verhoogd wel de kans op een bloeding, hoewel niet ernstig, na poliepectomie middels de âkoudeâ-listechniek (zoals bij poliepen kleiner dan ## mm) ## Het verrichten van een poliepectomie tijdens het gebruik van clopidogrel geeft een hogere kans op een bloeding, zeker wanneer dit wordt gecombineerd met een acetylsalicylzuur of NSAIDs ##-## Het risico op bloeding na poliepectomie lijkt tijdens het gebruik van VKA##-## of herstart van VKA of heparine binnen # week na poliepectomie,## verhoogd Hierbij lijkt juist het gebruik van cautorisatie bij poliepectomie het risico van een late bloeding te verhogen Het koud lissen van boven cautorisatie, echter de kans op een directe bloeding is hoger (##% versus #%, <PERSOON> onderzoeken (âcase-seriesâ) laten zien dat profylactisch aanbrengen van een clip na poliepectomie van kleine ((# cm) poliepen bij patiënten onder antitrombotische therapie een laag berekend dat het profylactisch plaatsen van een clip na poliepectomie bij patiënten met antitrombotische therapie kosten-effectief zou zijn ## Het is vooralsnog onbekend wat het risico op bloedingen na poliepectomie is tijdens het gebruik van NOACs, zoals eerder genoemd ligt in de lijn der verwachtingen dat dit vergelijkbaar is met het gebruik van VKA en therapeutisch LMWH Vooralsnog is derhalve het advies deze medicatie tijdelijk te onderbreken (tabel #) Endoscopische submucosale dissectie Het risico op een ernstige bloeding na endoscopische submucosale dissectie (ESD) van tumoren in de maag is ca #% ##-## ESD bij patiënten met antitrombotische therapie geeft ondanks het onderbreken hiervan (# dagen voor TAR, # dagen voor VKA) een sterk verhoogde kans tot ##% ##,## Het risico hiervan kan verlaagd worden door het toedienen van een PPI (## mg intraveneus) na de ingreep ## Er zijn gegevens dat het verrichten van ESD in de maag tijdens het gebruik van lage dosis acetylsalicylzuur niet tot een Papillotomie Het risico op een bloeding na papillotomie is #,# tot #,#% ##-## Staken van acetylsalicylzuur of NSAIDs, zelfs # dagen voor de ingreep, geeft geen reductie op dit risico ## Er zijn geen data bekend over het risico van een bloeding na papillotomie tijdens het gebruik van.
| 639 | nvmdl |
een directe bloeding is hoger (##% versus #%, <PERSOON> onderzoeken (âcase-seriesâ) laten zien dat profylactisch aanbrengen van een clip na poliepectomie van kleine ((# cm) poliepen bij patiënten onder antitrombotische therapie een laag berekend dat het profylactisch plaatsen van een clip na poliepectomie bij patiënten met antitrombotische therapie kosten-effectief zou zijn ## Het is vooralsnog onbekend wat het risico op bloedingen na poliepectomie is tijdens het gebruik van NOACs, zoals eerder genoemd ligt in de lijn der verwachtingen dat dit vergelijkbaar is met het gebruik van VKA en therapeutisch LMWH Vooralsnog is derhalve het advies deze medicatie tijdelijk te onderbreken (tabel #) Endoscopische submucosale dissectie Het risico op een ernstige bloeding na endoscopische submucosale dissectie (ESD) van tumoren in de maag is ca #% ##-## ESD bij patiënten met antitrombotische therapie geeft ondanks het onderbreken hiervan (# dagen voor TAR, # dagen voor VKA) een sterk verhoogde kans tot ##% ##,## Het risico hiervan kan verlaagd worden door het toedienen van een PPI (## mg intraveneus) na de ingreep ## Er zijn gegevens dat het verrichten van ESD in de maag tijdens het gebruik van lage dosis acetylsalicylzuur niet tot een Papillotomie Het risico op een bloeding na papillotomie is #,# tot #,#% ##-## Staken van acetylsalicylzuur of NSAIDs, zelfs # dagen voor de ingreep, geeft geen reductie op dit risico ## Er zijn geen data bekend over het risico van een bloeding na papillotomie tijdens het gebruik van verhoogd risico geven t o v het gebruik van acetylsalicylzuur Het gebruik van VKA en intraveneus heparine tot # dagen na papillotomie geeft een verhoogde kans op een bloeding ## Een meta-analyse waarin # gerandomiseerde onderzoeken met in totaal ### patiënten onderzocht het verschil tussen sfincteromie en ballondilatatie van de papil op verschillende complicaties ## Hoewel geen verschil in kans op post ERCP-pancreatitis en succes van concrementextractie, bleek er een significant verschil in kans op bloedingen (OR #,##, ##% CI #,##-#,##, P=#,###) Bij patiënten met antitrombotische therapie waarbij een papillotomie niet uit te stellen is, is (naast tijdelijke plaatsing van een endoprothese) te overwegen deze te Radiofrequency ablation âRadiofrequency ablationâ (RFA) van Barrettâs oesofagus kan worden beschouwd als een endoscopische procedure met laag bloedingsrisico ((#%) ## Bij intraductale behandeling middels RFA van bijv cholangiocarcinoom echter is een verhoogd risico op bloedingen beschreven en derhalve, mede vanwege de bereikbaarheid, zou deze behandeling als reden om PEG-plaatsing te beschouwen als een hoog-risico procedure hangt samen met de moeilijkheid een eventuele ernstige bloeding te stelpen dan het verhoogde bloedingsrisico Over het risico op bloedingen na PEG-plaatsing tijdens het gebruik van antitrombotisch therapie is weinig bekend Een recent onderzoek bij ### patiënten toonde dat het onderbreken van antitrombotische therapie # dag voorafgaand en # dagen na PEG-plaatsing bij # patiënt (#,#%) leidde tot een kleine bloeding ## Het plaatsen van een PEG tijdens het gebruik van acetylsalicylzuur lijkt veilig ## De combinatie van clopidogrel met acetylsalicylzuur is geassocieerd met een verhoogde kans op bloedingen.
| 661 | nvmdl |
gebruik van acetylsalicylzuur Het gebruik van VKA en intraveneus heparine tot # dagen na papillotomie geeft een verhoogde kans op een bloeding ## Een meta-analyse waarin # gerandomiseerde onderzoeken met in totaal ### patiënten onderzocht het verschil tussen sfincteromie en ballondilatatie van de papil op verschillende complicaties ## Hoewel geen verschil in kans op post ERCP-pancreatitis en succes van concrementextractie, bleek er een significant verschil in kans op bloedingen (OR #,##, ##% CI #,##-#,##, P=#,###) Bij patiënten met antitrombotische therapie waarbij een papillotomie niet uit te stellen is, is (naast tijdelijke plaatsing van een endoprothese) te overwegen deze te Radiofrequency ablation âRadiofrequency ablationâ (RFA) van Barrettâs oesofagus kan worden beschouwd als een endoscopische procedure met laag bloedingsrisico ((#%) ## Bij intraductale behandeling middels RFA van bijv cholangiocarcinoom echter is een verhoogd risico op bloedingen beschreven en derhalve, mede vanwege de bereikbaarheid, zou deze behandeling als reden om PEG-plaatsing te beschouwen als een hoog-risico procedure hangt samen met de moeilijkheid een eventuele ernstige bloeding te stelpen dan het verhoogde bloedingsrisico Over het risico op bloedingen na PEG-plaatsing tijdens het gebruik van antitrombotisch therapie is weinig bekend Een recent onderzoek bij ### patiënten toonde dat het onderbreken van antitrombotische therapie # dag voorafgaand en # dagen na PEG-plaatsing bij # patiënt (#,#%) leidde tot een kleine bloeding ## Het plaatsen van een PEG tijdens het gebruik van acetylsalicylzuur lijkt veilig ## De combinatie van clopidogrel met acetylsalicylzuur is geassocieerd met een verhoogde kans op bloedingen kans op bloedingen tijdens PEG-plaatsing onder het gebruik van alleen clopidogrel niet verhoogd lijkt ## Het # dagen voorafgaand en # dag postprocedure staken van clopidogrel is niet geassocieerd met een verhoogde kans op bloedingen Dit laatste is van belang gezien het gebruik van clopidogrel monotherapie als secundaire preventie na een CVA en TIA door neurologen in <LOCATIE> aan populariteit wint en dit vooral de groep patiënten betreft die in aanmerking komen Het plaatsen van een PEG tijdens gebruik van therapeutische dosering heparine en VKA geeft een Proctoscopie met rubberbandligatie De kans op ernstige bloedingen na rubberbandligatie van hemorroïden is minstens #,#% ##-## Hoewel er weinig gegevens bekend zijn over het risico van bloedingen na proctoscopie met rubberbandligatie van hemorroïden bij patiënten die antitrombotische therapie gebruiken, lijkt dit wel verhoogd te zijn, namelijk tussen de # en ##% In sommige literatuur wordt het advies gegeven om antitrombotische therapie # tot ## dagen voorafgaand en # tot ## dagen na de procedure te staken ##-## De kans op een bloeding is het hoogst # tot ## dagen na de interventie Een âsingle-centerâ onderzoek bij ### patiënten waarin ### rubberbandjes werden geplaatst beschrijft dat er een kans is van #,#% op een bloeding wanneer de patiënten alleen na de procedure # dagen VKA en ## dagen aspirine of clopidogrel staakten De meeste bloedingen traden op bij de patiënten die clopidogrel gebruikten #<DATUM> # Het risico van staken antitrombotische therapie voorafgaand aan electieve Electieve therapeutische endoscopie wordt zo mogelijk uitgesteld tot na het afronden van een.
| 657 | nvmdl |
gebruik van alleen clopidogrel niet verhoogd lijkt ## Het # dagen voorafgaand en # dag postprocedure staken van clopidogrel is niet geassocieerd met een verhoogde kans op bloedingen Dit laatste is van belang gezien het gebruik van clopidogrel monotherapie als secundaire preventie na een CVA en TIA door neurologen in <LOCATIE> aan populariteit wint en dit vooral de groep patiënten betreft die in aanmerking komen Het plaatsen van een PEG tijdens gebruik van therapeutische dosering heparine en VKA geeft een Proctoscopie met rubberbandligatie De kans op ernstige bloedingen na rubberbandligatie van hemorroïden is minstens #,#% ##-## Hoewel er weinig gegevens bekend zijn over het risico van bloedingen na proctoscopie met rubberbandligatie van hemorroïden bij patiënten die antitrombotische therapie gebruiken, lijkt dit wel verhoogd te zijn, namelijk tussen de # en ##% In sommige literatuur wordt het advies gegeven om antitrombotische therapie # tot ## dagen voorafgaand en # tot ## dagen na de procedure te staken ##-## De kans op een bloeding is het hoogst # tot ## dagen na de interventie Een âsingle-centerâ onderzoek bij ### patiënten waarin ### rubberbandjes werden geplaatst beschrijft dat er een kans is van #,#% op een bloeding wanneer de patiënten alleen na de procedure # dagen VKA en ## dagen aspirine of clopidogrel staakten De meeste bloedingen traden op bij de patiënten die clopidogrel gebruikten #<DATUM> # Het risico van staken antitrombotische therapie voorafgaand aan electieve Electieve therapeutische endoscopie wordt zo mogelijk uitgesteld tot na het afronden van een behandeling met dubbele trombocytenaggregatieremming (zoals bij coronaire stents) Als de beslissing is genomen een endoscopie te verrichten bij een patiënt onder antitrombotische therapie, is de noodzaak deze te onderbreken of couperen afhankelijk van de situatie Het risico op een trombo-embolische complicatie na het couperen/onderbreken van anticoagulantia, is sterk afhankelijk van de indicatie en het uitgangsrisico van de patiënt Mede op basis hiervan zijn verschillende indelingen bekend, op grond waarvan geadviseerd wordt al dan niet te bridgen, anticoagulantia (zie Tabel #) Het onderbreken van VKA dient in overleg te gaan met de trombosedienst, voor adviezen omtrent het onderbreken van VKA wordt verwezen naar â<PERSOON> Het absolute risico op een tromboembolische gebeurtenis bij endoscopische procedures waarbij de anticoagulantia voor # tot # dagen worden onderbroken, ligt in verschillende series rond de #% ##,## Er zijn data beschikbaar van een groot prospectief multicentrum onderzoek waar bij ### gevallen (in ### patiënten) het onderbreken van VKA werd onderzocht ## De meest voorkomende indicatie voor antitrombotische therapie was atriumfibrilleren (##%), veneuze trombose (##%) en mechanische hartkleppen (##%) Bij ## patiënten werd een verhoogde kans op tromboembolie verondersteld, bij ##% een laag risico Slechts # (#,#%) patiënten hadden een tromboembolische gebeurtenis binnen ## dagen na de procedure, ondanks dat bij ruim ##% van de gehele onderzoekspopulatie de antitrombotische therapie minder dan # dagen was onderbroken Geen van de # patiënten met een tromboembolie ontvingen overbrugging middels kortwerkende antitrombotische therapie, ondanks dat # van hen een verhoogd risico op trombose hadden zoals een maligniteit en recente DVT.
| 656 | nvmdl |
trombocytenaggregatieremming (zoals bij coronaire stents) Als de beslissing is genomen een endoscopie te verrichten bij een patiënt onder antitrombotische therapie, is de noodzaak deze te onderbreken of couperen afhankelijk van de situatie Het risico op een trombo-embolische complicatie na het couperen/onderbreken van anticoagulantia, is sterk afhankelijk van de indicatie en het uitgangsrisico van de patiënt Mede op basis hiervan zijn verschillende indelingen bekend, op grond waarvan geadviseerd wordt al dan niet te bridgen, anticoagulantia (zie Tabel #) Het onderbreken van VKA dient in overleg te gaan met de trombosedienst, voor adviezen omtrent het onderbreken van VKA wordt verwezen naar â<PERSOON> Het absolute risico op een tromboembolische gebeurtenis bij endoscopische procedures waarbij de anticoagulantia voor # tot # dagen worden onderbroken, ligt in verschillende series rond de #% ##,## Er zijn data beschikbaar van een groot prospectief multicentrum onderzoek waar bij ### gevallen (in ### patiënten) het onderbreken van VKA werd onderzocht ## De meest voorkomende indicatie voor antitrombotische therapie was atriumfibrilleren (##%), veneuze trombose (##%) en mechanische hartkleppen (##%) Bij ## patiënten werd een verhoogde kans op tromboembolie verondersteld, bij ##% een laag risico Slechts # (#,#%) patiënten hadden een tromboembolische gebeurtenis binnen ## dagen na de procedure, ondanks dat bij ruim ##% van de gehele onderzoekspopulatie de antitrombotische therapie minder dan # dagen was onderbroken Geen van de # patiënten met een tromboembolie ontvingen overbrugging middels kortwerkende antitrombotische therapie, ondanks dat # van hen een verhoogd risico op trombose hadden zoals een maligniteit en recente DVT bloeding ontving ##% overbruggingstherapie met heparine De indicaties en achtergrond van Om het risico op tromboembolische gebeurtenissen te reduceren kunnen patiënten die VKA gebruiken tijdelijk worden omgezet op kortwerkende antitrombotische therapie rondom de endoscopische procedure In het algemeen kan gesteld worden dat het nut van âbridgenâ ter discussie staat, waarbij wordt aangegeven dat onzeker is in hoeverre het risico op trombose/trombo-embolie verlaagd wordt, terwijl er wel aanwijzingen zijn dat de kans op bloeden wordt verhoogd #,## Ten tijde van het schrijven van dit document, wordt bridgen door de CBO richtlijnen ondersteund voor patiënten met een hoog tromboserisico De commissie verwacht dat binnen afzienbare tijd deze adviezen worden gereviseerd en deze zullen dan worden aangepast in Vitamine K antagonisten Rondom endoscopische procedures is het onderzoek naar het gebruik van ongefractioneerde heparine (UFH) en laag moleculair gewicht heparine (LMWH) als overbruggingstherapie bij patiënten met VKA beperkt ##,## Een onderzoek bij ## patiënten die bemiparine (een tweede generatie LMWH) als overbruggingstherapie ontvingen toonde geen tromboembolische gebeurtenissen en # ernstige bloedingen die niet gerelateerd leken aan de endoscopie ## Gegevens over het gebruik van LMWH in therapeutische dosering bij patiënten met mechanische hartkleppen ter preventie van trombo-embolie zijn slechts afkomstig van observationele onderzoeken waarbij kortdurend gebruik veilig lijkt ## Het kortdurend gebruik van LMWH heeft de voorkeur boven UFH omdat bekend is dat juist in de eerste dagen de APTT NOACs Hoewel dit niet geldt voor een diagnostische procedure inclusief mucosale biopten is voor.
| 624 | nvmdl |
##% overbruggingstherapie met heparine De indicaties en achtergrond van Om het risico op tromboembolische gebeurtenissen te reduceren kunnen patiënten die VKA gebruiken tijdelijk worden omgezet op kortwerkende antitrombotische therapie rondom de endoscopische procedure In het algemeen kan gesteld worden dat het nut van âbridgenâ ter discussie staat, waarbij wordt aangegeven dat onzeker is in hoeverre het risico op trombose/trombo-embolie verlaagd wordt, terwijl er wel aanwijzingen zijn dat de kans op bloeden wordt verhoogd #,## Ten tijde van het schrijven van dit document, wordt bridgen door de CBO richtlijnen ondersteund voor patiënten met een hoog tromboserisico De commissie verwacht dat binnen afzienbare tijd deze adviezen worden gereviseerd en deze zullen dan worden aangepast in Vitamine K antagonisten Rondom endoscopische procedures is het onderzoek naar het gebruik van ongefractioneerde heparine (UFH) en laag moleculair gewicht heparine (LMWH) als overbruggingstherapie bij patiënten met VKA beperkt ##,## Een onderzoek bij ## patiënten die bemiparine (een tweede generatie LMWH) als overbruggingstherapie ontvingen toonde geen tromboembolische gebeurtenissen en # ernstige bloedingen die niet gerelateerd leken aan de endoscopie ## Gegevens over het gebruik van LMWH in therapeutische dosering bij patiënten met mechanische hartkleppen ter preventie van trombo-embolie zijn slechts afkomstig van observationele onderzoeken waarbij kortdurend gebruik veilig lijkt ## Het kortdurend gebruik van LMWH heeft de voorkeur boven UFH omdat bekend is dat juist in de eerste dagen de APTT NOACs Hoewel dit niet geldt voor een diagnostische procedure inclusief mucosale biopten is voor bloedingsrisico te reduceren Gezien de halfwaarde tijd van âdoor de bank genomenâ ##-## uur leidt het staken ## uur voor de procedure in geval van goede nierfunctie tot een subtherapeutische situatie #,# Het is van belang de stoptijd te communiceren als âlaatste inname op xx uur voor de procedureâ (zie tabel flowcharts, plus bijgevoegde tekst) Voor de herstart van NOACs na de procedure bij patiënten met een indicatie tot âbridgingâ is van belang geen adjuvante heparine te starten, aangezien de NOAC direct tot een therapeutisch anticoagulerend Risicogroepen Op grond van het duidelijk verhoogde risico op trombo-embolie kan als algemene stelregel worden gehanteerd dat de meeste patiënten met mechanische hartkleppen in aanmerking komen voor âbridgingâ ## Het zij benadrukt dat bij patiënten met â niet-eigenâ hartkleppen andere risicofactoren gelden voor de risicostratificatie op trombo-embolie, ook wanneer er sprake is van atriumfibrilleren Een tweede groep patiënten bij wie âbridgingâ is te adviseren vormt de groep patiënten met non-valvulair atriumfibrilleren, met een CHA#<PERSOON> score van hoger dan zeven Tenslotte is bij patiënten met een recent TIA/CVA (( # maanden) extra aandacht vereist Indien dit TIA/CVA in het kader was van atriumfibrilleren, bestaat er Zwangere patiënten met mechanische hartkleppen lopen een hoog risico op een trombotische complicaties Vandaar dat geadviseerd wordt endoscopische procedures zo veel mogelijk uit te stellen tot na de bevalling ##,## Is dit niet mogelijk dan is overbruggingstherapie middels UFH of LMWH aangewezen, overleg dit vooraf met de behandelend cardioloog en gynaecoloog Uitzonderlijke situaties van âoverbruggingstherapieâ Indien er niet gewacht kan worden tot.
| 624 | nvmdl |
bank genomenâ ##-## uur leidt het staken ## uur voor de procedure in geval van goede nierfunctie tot een subtherapeutische situatie #,# Het is van belang de stoptijd te communiceren als âlaatste inname op xx uur voor de procedureâ (zie tabel flowcharts, plus bijgevoegde tekst) Voor de herstart van NOACs na de procedure bij patiënten met een indicatie tot âbridgingâ is van belang geen adjuvante heparine te starten, aangezien de NOAC direct tot een therapeutisch anticoagulerend Risicogroepen Op grond van het duidelijk verhoogde risico op trombo-embolie kan als algemene stelregel worden gehanteerd dat de meeste patiënten met mechanische hartkleppen in aanmerking komen voor âbridgingâ ## Het zij benadrukt dat bij patiënten met â niet-eigenâ hartkleppen andere risicofactoren gelden voor de risicostratificatie op trombo-embolie, ook wanneer er sprake is van atriumfibrilleren Een tweede groep patiënten bij wie âbridgingâ is te adviseren vormt de groep patiënten met non-valvulair atriumfibrilleren, met een CHA#<PERSOON> score van hoger dan zeven Tenslotte is bij patiënten met een recent TIA/CVA (( # maanden) extra aandacht vereist Indien dit TIA/CVA in het kader was van atriumfibrilleren, bestaat er Zwangere patiënten met mechanische hartkleppen lopen een hoog risico op een trombotische complicaties Vandaar dat geadviseerd wordt endoscopische procedures zo veel mogelijk uit te stellen tot na de bevalling ##,## Is dit niet mogelijk dan is overbruggingstherapie middels UFH of LMWH aangewezen, overleg dit vooraf met de behandelend cardioloog en gynaecoloog Uitzonderlijke situaties van âoverbruggingstherapieâ Indien er niet gewacht kan worden tot monotherapie TAR te hoog wordt geacht kunnen alternatieve vormen van overbruggingstherapie worden overwogen Het huidige primaire uitgangspunt in de cardiologie is dat dubbele plaatjestherapie superieur is aan monotherapie TAR en anticoagulantia ##-## Daarom heeft het de voorkeur om in deze situaties acetylsalicylzuur door te gebruiken en te combineren met een GPIIb/IIIa blokker welke kort voor de procedure gestaakt kan worden ## Het overbruggen van Er is geen consensus wanneer antitrombotische therapie het beste herstart kan worden Het voordeel van direct herstarten om het risico op tromboembolie te reduceren moet worden afgewogen tegen het nadeel van kans op een bloeding en is afhankelijk van procedure-specifieke Anticoagulantia Als algemene stelregel kan worden aangehouden dat er in de eerste # uur na de procedure geen antitrombotica worden gegeven In de periode van #-## uur kan een profylactische dosering van LMWH gegeven worden (bijv nadroparine # dd #,# ml) zonder noemenswaardige consequenties met betrekking tot bloedingen ## Afhankelijk van de balans tussen het bloedingsrisico en het trombotische risico kan eventueel in de periode van #-## uur na de procedure LMWH eenmalig worden toegediend in een hogere dosering Er is een onderzoek waarbij ## patiënten die ### coloscopieën ondergingen (inclusief âhot biopsyâ en poliepectomie bij ##%) de dag na de procedure het gebruik van VKA herstartte ## Hierbij was # incident (#,##%) van een procedure-gerelateerde bloeding na # dagen VKA-gebruik waarbij de patiënt moest worden opgenomen en getransfundeerd Geen van de patiënten die een diagnostische coloscopie.
| 632 | nvmdl |
hoog wordt geacht kunnen alternatieve vormen van overbruggingstherapie worden overwogen Het huidige primaire uitgangspunt in de cardiologie is dat dubbele plaatjestherapie superieur is aan monotherapie TAR en anticoagulantia ##-## Daarom heeft het de voorkeur om in deze situaties acetylsalicylzuur door te gebruiken en te combineren met een GPIIb/IIIa blokker welke kort voor de procedure gestaakt kan worden ## Het overbruggen van Er is geen consensus wanneer antitrombotische therapie het beste herstart kan worden Het voordeel van direct herstarten om het risico op tromboembolie te reduceren moet worden afgewogen tegen het nadeel van kans op een bloeding en is afhankelijk van procedure-specifieke Anticoagulantia Als algemene stelregel kan worden aangehouden dat er in de eerste # uur na de procedure geen antitrombotica worden gegeven In de periode van #-## uur kan een profylactische dosering van LMWH gegeven worden (bijv nadroparine # dd #,# ml) zonder noemenswaardige consequenties met betrekking tot bloedingen ## Afhankelijk van de balans tussen het bloedingsrisico en het trombotische risico kan eventueel in de periode van #-## uur na de procedure LMWH eenmalig worden toegediend in een hogere dosering Er is een onderzoek waarbij ## patiënten die ### coloscopieën ondergingen (inclusief âhot biopsyâ en poliepectomie bij ##%) de dag na de procedure het gebruik van VKA herstartte ## Hierbij was # incident (#,##%) van een procedure-gerelateerde bloeding na # dagen VKA-gebruik waarbij de patiënt moest worden opgenomen en getransfundeerd Geen van de patiënten die een diagnostische coloscopie dient in deze patiëntencategorie overwogen te worden reeds binnen ## uur na de procedure te starten met therapeutische anticoagulantia, zodra âhet bloedingsvlak dit toelaatâ en te continueren totdat de international normalized ratio (INR) het therapeutische niveau heeft Hierbij dient bij herstart van de VKA de dagdosering van patiënt te worden voorgeschreven en geen âoplaadschemaâ (dus geen <DATUM> # of <DATUM> # schemaâs) De LMWH mag gestaakt worden zodra Indien er geen indicatie tot bridging bestaat kan de VKA ## uur na de procedure hervat worden, zonder adjuvante toediening van heparine De INR zal meestal in <DATUM> dagen na de procedure weer in het streefgebied zijn Het is van belang de trombosedienst op de hoogte te (laten) Voor patiënten op NOACs geldt dat deze medicatie direct werkt en er derhalve geen adjuvante heparine is vereist bij een indicatie tot bridging Er dient in dat geval ## uur na de procedure gestart te worden Indien er geen hoog risico indicatie (conform indicatie tot bridging bij VKA) is kan bij een hoog-risico procedure op bloeden, eventueel ## uur na de procedure gestart worden Trombocytenaggregatieremming In het algemeen is het verrichten van een procedure onder gebruik van acetylsalicylzuur mogelijk Bij patiënten die op duale TAR stonden dient herstart van de clopidogrel ## uur na de procedure te geschieden, en ook de nieuwere TARs (prasugrel, ticagrelor) dienen een dag na de ingreep herstart te worden Het is vooralsnog onbekend wat het risico op bloedingen na poliepectomie is tijdens het.
| 606 | nvmdl |
uur na de procedure te starten met therapeutische anticoagulantia, zodra âhet bloedingsvlak dit toelaatâ en te continueren totdat de international normalized ratio (INR) het therapeutische niveau heeft Hierbij dient bij herstart van de VKA de dagdosering van patiënt te worden voorgeschreven en geen âoplaadschemaâ (dus geen <DATUM> # of <DATUM> # schemaâs) De LMWH mag gestaakt worden zodra Indien er geen indicatie tot bridging bestaat kan de VKA ## uur na de procedure hervat worden, zonder adjuvante toediening van heparine De INR zal meestal in <DATUM> dagen na de procedure weer in het streefgebied zijn Het is van belang de trombosedienst op de hoogte te (laten) Voor patiënten op NOACs geldt dat deze medicatie direct werkt en er derhalve geen adjuvante heparine is vereist bij een indicatie tot bridging Er dient in dat geval ## uur na de procedure gestart te worden Indien er geen hoog risico indicatie (conform indicatie tot bridging bij VKA) is kan bij een hoog-risico procedure op bloeden, eventueel ## uur na de procedure gestart worden Trombocytenaggregatieremming In het algemeen is het verrichten van een procedure onder gebruik van acetylsalicylzuur mogelijk Bij patiënten die op duale TAR stonden dient herstart van de clopidogrel ## uur na de procedure te geschieden, en ook de nieuwere TARs (prasugrel, ticagrelor) dienen een dag na de ingreep herstart te worden Het is vooralsnog onbekend wat het risico op bloedingen na poliepectomie is tijdens het gebruik van VKA en dat een diagnostische endoscopie inclusief biopten veilig lijkt Het gebruik van VKA en intraveneus heparine in de # dagen na papillotomie geeft een Bij zwangere patiënten met mechanische hartkleppen die een endoscopische procedure moeten ondergaan is het advies deze uit te stellen tot na de bevalling omdat er nog weinig bewijs is voor een optimale therapie Is dit niet mogelijk dan is overbruggingstherapie middels LMWH noodzakelijk, in overleg met de behandelend cardioloog en gynaecoloog Diagnostische endoscopie inclusief biopten kan worden verricht met acceptabele In principe kan elke therapeutische endoscopische procedure met acceptabele duale therapie (zoals clopidogrel en acetylsalicylzuur), heeft het continueren van In uitzonderlijke situaties, kan bij patiënten met noodzaak tot duale onder Acetylsalicylzuur met GP IIb/IIIa receptor blokker tot kort voor de Trombocytenaggregatieremmers kunnen ## uur na de procedure herstart worden Bij patiënten met orale anticoagulatia, zonder indicatie tot bridging, kan de vitamine K antagonist een aantal dagen (afhankelijk van gebruikte preparaat) van te voren worden onderbroken, gecoördineerd door de Trombosedienst, streef INR(<DATUM> Voor patiënten met een NOAC geldt een stoptijd die afhankelijk is Onder tijdelijke antitrombotische therapie, zoals bij diep veneuze trombose (DVT), zou een electieve therapeutische endoscopie bij voorkeur moeten worden uitgesteld tot na de vastgestelde behandelperiode (# tot # maanden), een diagnostische endoscopie met biopten kan uiteraard wel worden verricht Bij patiënten met antitrombotische therapie waarbij een papillotomie niet uit te Het kortdurend gebruik van LMWH ter profylaxe bij patiënten met mechanische hartkleppen is veilig en heeft de voorkeur als overbruggingstherapie boven Als vuistregel kan gesteld worden dat er binnen # uur na een therapeutische.
| 594 | nvmdl |
van VKA en intraveneus heparine in de # dagen na papillotomie geeft een Bij zwangere patiënten met mechanische hartkleppen die een endoscopische procedure moeten ondergaan is het advies deze uit te stellen tot na de bevalling omdat er nog weinig bewijs is voor een optimale therapie Is dit niet mogelijk dan is overbruggingstherapie middels LMWH noodzakelijk, in overleg met de behandelend cardioloog en gynaecoloog Diagnostische endoscopie inclusief biopten kan worden verricht met acceptabele In principe kan elke therapeutische endoscopische procedure met acceptabele duale therapie (zoals clopidogrel en acetylsalicylzuur), heeft het continueren van In uitzonderlijke situaties, kan bij patiënten met noodzaak tot duale onder Acetylsalicylzuur met GP IIb/IIIa receptor blokker tot kort voor de Trombocytenaggregatieremmers kunnen ## uur na de procedure herstart worden Bij patiënten met orale anticoagulatia, zonder indicatie tot bridging, kan de vitamine K antagonist een aantal dagen (afhankelijk van gebruikte preparaat) van te voren worden onderbroken, gecoördineerd door de Trombosedienst, streef INR(<DATUM> Voor patiënten met een NOAC geldt een stoptijd die afhankelijk is Onder tijdelijke antitrombotische therapie, zoals bij diep veneuze trombose (DVT), zou een electieve therapeutische endoscopie bij voorkeur moeten worden uitgesteld tot na de vastgestelde behandelperiode (# tot # maanden), een diagnostische endoscopie met biopten kan uiteraard wel worden verricht Bij patiënten met antitrombotische therapie waarbij een papillotomie niet uit te Het kortdurend gebruik van LMWH ter profylaxe bij patiënten met mechanische hartkleppen is veilig en heeft de voorkeur als overbruggingstherapie boven Als vuistregel kan gesteld worden dat er binnen # uur na een therapeutische Vanwege het verhoogde risico op tromboembolische complicaties, zouden patiënten met hartkleplijden en een laag risico op tromboembolie binnen ## uur na de procedure met VKA moeten starten en patiënten met een hoog risico op tromboembolie na # uur of zodra âhet bloedingsvlak dit toelaatâ met UFH of <PERSOON> RH Effect of nabumetone and aspirin on colonic mucosal <PERSOON> K, et al Aspirin effects on colonic mucosal bleeding implications for colonic biopsy and polypectomy Dis Colon Rectum ###;## ###<DATUM> Shiffman ML, Farrel MT, <PERSOON> YS Risk of bleeding after endoscopic biopsy or polypectomy in <PERSOON> T, et al Safety on gastrointestinal endoscopic biopsy in patients <PERSOON> LB, Gage BF, Owens DK, et al Effect and outcomes of the ASGE guidelines on the periendoscopic management of patients who take anticoagulants <PERSOON> N, et al Bleeding risk after invasive procedures in Repici A, <PERSOON> E, et al Safety of cold polypectomy for (## mm polyps at <PERSOON> N, et al Adverse events associated with anticoagulation <PERSOON> RM, <PERSOON-##> JY, et al Risk of colonoscopic polypectomy bleeding with anticoagulants and antiplatelet agents analysis of ### cases Gastrointest Endosc Sawhney MS, Salfiti N, <PERSOON-##> DB, et al Risk factors for severe delayed postpolypectomy <PERSOON-##> M, et al.
| 586 | nvmdl |
Vanwege het verhoogde risico op tromboembolische complicaties, zouden patiënten met hartkleplijden en een laag risico op tromboembolie binnen ## uur na de procedure met VKA moeten starten en patiënten met een hoog risico op tromboembolie na # uur of zodra âhet bloedingsvlak dit toelaatâ met UFH of <PERSOON> RH Effect of nabumetone and aspirin on colonic mucosal <PERSOON> K, et al Aspirin effects on colonic mucosal bleeding implications for colonic biopsy and polypectomy Dis Colon Rectum ###;## ###<DATUM> Shiffman ML, Farrel MT, <PERSOON> YS Risk of bleeding after endoscopic biopsy or polypectomy in <PERSOON> T, et al Safety on gastrointestinal endoscopic biopsy in patients <PERSOON> LB, Gage BF, Owens DK, et al Effect and outcomes of the ASGE guidelines on the periendoscopic management of patients who take anticoagulants <PERSOON> N, et al Bleeding risk after invasive procedures in Repici A, <PERSOON> E, et al Safety of cold polypectomy for (## mm polyps at <PERSOON> N, et al Adverse events associated with anticoagulation <PERSOON> RM, <PERSOON-##> JY, et al Risk of colonoscopic polypectomy bleeding with anticoagulants and antiplatelet agents analysis of ### cases Gastrointest Endosc Sawhney MS, Salfiti N, <PERSOON-##> DB, et al Risk factors for severe delayed postpolypectomy <PERSOON-##> M, et al anticoagulated patients a prospective randomized comparison of cold snare and <PERSOON-##> KH, et al Incidence and predictors of bleeding or thrombosis after polypectomy in patients receiving and not receiving anticoagulation therapy <PERSOON-##> polypectomy in anticoagulated patients Howell DA, Eswaran SL, Loew BJ, et al Use of hemostatic clips in patients undergoing colonoscopy in the setting of Coumadin antithrombotic therapy [abstract] Gastrointest Sobrino-<PERSOON-##>´nez <PERSOON-##>´mez Balado M, et al Clips for the prevention and <PERSOON-##> RN, Gawron AJ A cost-efficacy decision analysis of prophylactic clip placement after endoscopic removal of large polyps <PERSOON-##> UK, et al Postpolypectomy bleeding in patients undergoing <PERSOON-##> W, <PERSOON-##> JK, Farkouh M <PERSOON-##>-analysis colonoscopic postpolypectomy bleeding in patients on continued clopidogrel therapy <PERSOON-##> WV, et al Low rate of postpolypectomy bleeding among patients who continue thienopyridine therapy during colonoscopy <PERSOON-##> S, et al <PERSOON-##> postoperative bleeding rate and its risk factors in patients on antitrombotic therapy who undergo gastric endoscopic submucosal dissection <PERSOON-##> D, et al Risk factors for early and delayed post-operative bleeding after endoscopic submucosal dissection of gastric neoplasms, including patients <PERSOON-##> S, et al Continued use of low-dose aspirin does not increase.
| 598 | nvmdl |
randomized comparison of cold snare and <PERSOON> KH, et al Incidence and predictors of bleeding or thrombosis after polypectomy in patients receiving and not receiving anticoagulation therapy <PERSOON> polypectomy in anticoagulated patients Howell DA, Eswaran SL, Loew BJ, et al Use of hemostatic clips in patients undergoing colonoscopy in the setting of Coumadin antithrombotic therapy [abstract] Gastrointest Sobrino-<PERSOON>´nez <PERSOON>´mez Balado M, et al Clips for the prevention and <PERSOON> RN, Gawron AJ A cost-efficacy decision analysis of prophylactic clip placement after endoscopic removal of large polyps <PERSOON> UK, et al Postpolypectomy bleeding in patients undergoing <PERSOON> W, <PERSOON> JK, Farkouh M <PERSOON>-analysis colonoscopic postpolypectomy bleeding in patients on continued clopidogrel therapy <PERSOON-##> WV, et al Low rate of postpolypectomy bleeding among patients who continue thienopyridine therapy during colonoscopy <PERSOON-##> S, et al <PERSOON-##> postoperative bleeding rate and its risk factors in patients on antitrombotic therapy who undergo gastric endoscopic submucosal dissection <PERSOON-##> D, et al Risk factors for early and delayed post-operative bleeding after endoscopic submucosal dissection of gastric neoplasms, including patients <PERSOON-##> S, et al Continued use of low-dose aspirin does not increase <PERSOON-##> A, et al Complications of diagnostic and therapeutic ERCP a Freeman ML, <PERSOON-##> DB, <PERSOON-##> S, et al Complications of endoscopic biliary Cotton PB, Garrow DA, Gallagher J, et al Risk factors for complications after ERCP a multivariate analysis of ##,### procedures over ## years Gastrointest Endosc ###;## ### <PERSOON-##> CK, <PERSOON-##> KC, <PERSOON-##> MF, et al <PERSOON-##> with holding aspirin for one week reduce the risk of <PERSOON-##> P, et al <PERSOON-##> safety of endoscopic sphincterotomy in patients receiving antiplatelet agents a case-control study <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> X, et al Comparison of endoscopic papillary large balloon dilation and Ben-<PERSOON-##> GA, Early DS, et al Adverse events of upper GI endoscopy for the treatment of hilar non-resectable malignant bile duct obstruction <PERSOON-##> KR, Loi KL, et al Percutaneous endoscopic gastrostomy indications and outcome of our experience at the <PERSOON-##> GD, Edmundowicz SA Complications of percutaneous endoscopic gastrostomy Barton CA, McMillian WD, Osler T, et al Anticoagulation management around percutaneous <PERSOON-##> JW, et al Risk factors for complications and mortality of percutaneous endoscopic gastrostomy a multicenter, retrospective study <PERSOON-##> AS, Vaidya OU, et al Risk of bleeding after percutaneous endoscopic.
| 610 | nvmdl |
<PERSOON> A, et al Complications of diagnostic and therapeutic ERCP a Freeman ML, <PERSOON> DB, <PERSOON> S, et al Complications of endoscopic biliary Cotton PB, Garrow DA, Gallagher J, et al Risk factors for complications after ERCP a multivariate analysis of ##,### procedures over ## years Gastrointest Endosc ###;## ### <PERSOON> CK, <PERSOON> KC, <PERSOON> MF, et al <PERSOON> with holding aspirin for one week reduce the risk of <PERSOON> P, et al <PERSOON> safety of endoscopic sphincterotomy in patients receiving antiplatelet agents a case-control study <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> X, et al Comparison of endoscopic papillary large balloon dilation and Ben-<PERSOON-##> GA, Early DS, et al Adverse events of upper GI endoscopy for the treatment of hilar non-resectable malignant bile duct obstruction <PERSOON-##> KR, Loi KL, et al Percutaneous endoscopic gastrostomy indications and outcome of our experience at the <PERSOON-##> GD, Edmundowicz SA Complications of percutaneous endoscopic gastrostomy Barton CA, McMillian WD, Osler T, et al Anticoagulation management around percutaneous <PERSOON-##> JW, et al Risk factors for complications and mortality of percutaneous endoscopic gastrostomy a multicenter, retrospective study <PERSOON-##> AS, Vaidya OU, et al Risk of bleeding after percutaneous endoscopic Toegevoegde waarde van clopidogrel in cardiologie <PERSOON-##> of rubber band ligation of Iyer VS, Shrier I, <PERSOON-##> PH Long term outcome of rubber band ligation for symptomatic primary and recurrent internal hemorrhoids <PERSOON-##> SH Rubber band ligation of three primary hemorrhoids Mattana C, <PERSOON-##> M Rubber band ligation of hemorrhoids and rectal mucosal Chew SS, <PERSOON-##> L, et al Short-term and long-term results of combined sclerotherapy and rubber band ligation of hemorrhoids and mucosal prolapse <PERSOON-##> W, et al Hemorrhoidal ligation A review of efficacy <PERSOON> RS, Thorson AG Risk of bleeding following hemorrhoidal banding in patients on <PERSOON-##> C, et al De kunst van het doseren Federatie van Nederlandse Trombosediensten, #e druk, februari ### (WEBLINK) <PERSOON-##> LE, et al Risk of thromboembolism with short-term Blacker DJ, Wijdicks EF, McClelland RL Stroke risk in anticoagulated patients with atrial Wysokinski WE, McBane RD Periprocedural bridging management of anticoagulation <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> J, et al Low-molecular-weight heparin as bridging therapy during interruption of oral anticoagulation in patients undergoing colonoscopy or Kovacs MJ, Kearon C, <PERSOON-##> M, et al Single-arm study of bridging therapy with lowmolecular-weight heparin for patients at risk of arterial embolism who require temporary.
| 618 | nvmdl |
in cardiologie <PERSOON> of rubber band ligation of Iyer VS, Shrier I, <PERSOON> PH Long term outcome of rubber band ligation for symptomatic primary and recurrent internal hemorrhoids <PERSOON> SH Rubber band ligation of three primary hemorrhoids Mattana C, <PERSOON> M Rubber band ligation of hemorrhoids and rectal mucosal Chew SS, <PERSOON> L, et al Short-term and long-term results of combined sclerotherapy and rubber band ligation of hemorrhoids and mucosal prolapse <PERSOON> W, et al Hemorrhoidal ligation A review of efficacy <PERSOON> RS, Thorson AG Risk of bleeding following hemorrhoidal banding in patients on <PERSOON> C, et al De kunst van het doseren Federatie van Nederlandse Trombosediensten, #e druk, februari ### (WEBLINK) <PERSOON> LE, et al Risk of thromboembolism with short-term Blacker DJ, Wijdicks EF, McClelland RL Stroke risk in anticoagulated patients with atrial Wysokinski WE, McBane RD Periprocedural bridging management of anticoagulation <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> J, et al Low-molecular-weight heparin as bridging therapy during interruption of oral anticoagulation in patients undergoing colonoscopy or Kovacs MJ, Kearon C, <PERSOON-##> M, et al Single-arm study of bridging therapy with lowmolecular-weight heparin for patients at risk of arterial embolism who require temporary <PERSOON-##> clinical challenge of bridging antithrombotic with low-molecular-weight heparin in patients with mechanical prosthetic American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines; Society of Cardiovascular Anesthesiologists; Society for Cardiovascular Angiography and Interventions; Society of Thoracic Surgeons, Bonow RO, Carabello BA, Kanu C, et al ACC/AHA ### guidelines for the management of patients with valvular heart disease a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines (writing committee to revise the ### Guidelines for the Management of Patients With Valvular Heart Disease) developed in collaboration with the Society of Cardiovascular Anesthesiologists endorsed by the Society for Cardiovascular Angiography and Interventions and the Society of Thoracic Surgeons [published erratum Management of Patients with Atrial Fibrillation a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines and the European Society of Cardiology Committee for Practice Guidelines (Writing Committee to Revise the ### Guidelines for the Management of Patients With Atrial Fibrillation) developed in collaboration with the European Heart Rhythm Association and the Heart Rhythm Society Bonow RO, Carabello BA, Chatterjee K, et al ### Writing Committee Members; American College of Cardiology/American Heart Association Task Force ### Focused update incorporated into the ACC/AHA ### guidelines for the management of patients with valvular heart disease a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines (Writing Committee to Revise the ### Guidelines for the Management of Patients With Valvular Heart Disease).
| 584 | nvmdl |
clinical challenge of bridging antithrombotic with low-molecular-weight heparin in patients with mechanical prosthetic American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines; Society of Cardiovascular Anesthesiologists; Society for Cardiovascular Angiography and Interventions; Society of Thoracic Surgeons, Bonow RO, Carabello BA, Kanu C, et al ACC/AHA ### guidelines for the management of patients with valvular heart disease a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines (writing committee to revise the ### Guidelines for the Management of Patients With Valvular Heart Disease) developed in collaboration with the Society of Cardiovascular Anesthesiologists endorsed by the Society for Cardiovascular Angiography and Interventions and the Society of Thoracic Surgeons [published erratum Management of Patients with Atrial Fibrillation a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines and the European Society of Cardiology Committee for Practice Guidelines (Writing Committee to Revise the ### Guidelines for the Management of Patients With Atrial Fibrillation) developed in collaboration with the European Heart Rhythm Association and the Heart Rhythm Society Bonow RO, Carabello BA, Chatterjee K, et al ### Writing Committee Members; American College of Cardiology/American Heart Association Task Force ### Focused update incorporated into the ACC/AHA ### guidelines for the management of patients with valvular heart disease a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines (Writing Committee to Revise the ### Guidelines for the Management of Patients With Valvular Heart Disease) Society of Cardiovascular Anesthesiologists, Society for Cardiovascular Angiography and Elkayam UR Anticoagulation in pregnant women with prosthetic heart valves a double <PERSOON> WS, Bates SM, et al Anticoagulation of pregnant women with mechanical <PERSOON> KE DEScover Investigators Outcomes of ### patients undergoing percutaneous coronary intervention in the era of drug-eluting stents report of <PERSOON> E, et al Incidence, predictors, and outcome of thrombosis <PERSOON> WH, Massaro JM, et al Stent thrombosis in randomized clinical trials of drugeluting stents <PERSOON> M, et al Urgent surgery in patients with a recently implanted coronary drug-eluting stent a phase II study of 'bridging' antiplatelet therapy with tirofiban during temporary withdrawal of clopidogrel <PERSOON> ###;#<DATUM> ## <PERSOON> SK, Hicks TC, Opelka FG, et al Colonoscopy in the patient requiring HOOFDSTUK # Endoscopische procedures bij de patient met antitrombotische Uitgangsvraag wat is de beste manier om antitrombotische therapie te couperen in De beslissing om antitrombotische therapie te staken, te doseren en/of te couperen met de kans op tromboembolie moet worden afgewogen tegen het risico op niet te stelpen bloedingen bij het Bij ernstige bloedingen tijdens het gebruik van VKA adviseert de richtlijn van de ACCP om VKA te combinatie met <DATUM> mg vitamine K langzaam i v ##,## De richtlijn van de NVvC adviseert geen.
| 580 | nvmdl |
Anesthesiologists, Society for Cardiovascular Angiography and Elkayam UR Anticoagulation in pregnant women with prosthetic heart valves a double <PERSOON> WS, Bates SM, et al Anticoagulation of pregnant women with mechanical <PERSOON> KE DEScover Investigators Outcomes of ### patients undergoing percutaneous coronary intervention in the era of drug-eluting stents report of <PERSOON> E, et al Incidence, predictors, and outcome of thrombosis <PERSOON> WH, Massaro JM, et al Stent thrombosis in randomized clinical trials of drugeluting stents <PERSOON> M, et al Urgent surgery in patients with a recently implanted coronary drug-eluting stent a phase II study of 'bridging' antiplatelet therapy with tirofiban during temporary withdrawal of clopidogrel <PERSOON> ###;#<DATUM> ## <PERSOON> SK, Hicks TC, Opelka FG, et al Colonoscopy in the patient requiring HOOFDSTUK # Endoscopische procedures bij de patient met antitrombotische Uitgangsvraag wat is de beste manier om antitrombotische therapie te couperen in De beslissing om antitrombotische therapie te staken, te doseren en/of te couperen met de kans op tromboembolie moet worden afgewogen tegen het risico op niet te stelpen bloedingen bij het Bij ernstige bloedingen tijdens het gebruik van VKA adviseert de richtlijn van de ACCP om VKA te combinatie met <DATUM> mg vitamine K langzaam i v ##,## De richtlijn van de NVvC adviseert geen infunderen van protrombine complex concentraat heeft ook hier de voorkeur Ernstige bloedingen tijdens het gebruik van NOACs kunnen worden gecoupeerd door toediening van vierstollingsfactorenconcentraat #,## Daarnaast lijkt er een plaats voor tranexaminezuur (# g iv of oraal, zo nodig na # uur herhalen) Als de NOAC minder dan # uur geleden is ingenomen kan actieve kool worden gegeven Recent is voor dabigatran een specifiek antidotum ontwikkeld, idarucizumab, waarmee een ernstige bloeding kan worden gecoupeerd ## De verwachting is dat voor de andere NOACs ook op korte termijn specifieke antidota worden ontwikkeld Het toedienen van plasma en vitamine K heeft geen plaats in de behandeling van ernstige bloedingen tijdens het Bij patiënten die trombocytenaggregatieremmers gebruiken met levensbedreigende bloedingen is het advies om zowel deze middelen te staken als trombocyten toe te dienen Het beleid rondom het staken van antitrombotische therapie bij patiënten met een DES en een acute bloeding wordt hieronder besproken Tevens wordt verwezen naar de richtlijn bloedingen tractus digestivus #<DATUM> # Effectiviteit van endoscopische therapie bij patiënten met antitrombotische Endoscopische beoordeling en therapie bij patiënten met een acute tractus digestivusbloeding De meest voorkomende oorzaken van bovenste tractus digestivusbloedingen bij deze patiënten zijn ulcus ventriculi en erosieve lesies in de slokdarm, maag en duodenum,##,## waar divertikelbloedingen de voornaamste oorzaak zijn van lage tractus digestivusbloedingen ##,### Retrospectief onderzoek bij ## patiënten toonde aan dat het corrigeren van de INR naar #,# tot #,# leidde tot succesvolle endoscopische diagnostiek en therapie, vergelijkbaar met patiënten zonder antitrombotische therapie # In een groot onderzoek waarbij ##% van de patiënten een.
| 592 | nvmdl |
voorkeur Ernstige bloedingen tijdens het gebruik van NOACs kunnen worden gecoupeerd door toediening van vierstollingsfactorenconcentraat #,## Daarnaast lijkt er een plaats voor tranexaminezuur (# g iv of oraal, zo nodig na # uur herhalen) Als de NOAC minder dan # uur geleden is ingenomen kan actieve kool worden gegeven Recent is voor dabigatran een specifiek antidotum ontwikkeld, idarucizumab, waarmee een ernstige bloeding kan worden gecoupeerd ## De verwachting is dat voor de andere NOACs ook op korte termijn specifieke antidota worden ontwikkeld Het toedienen van plasma en vitamine K heeft geen plaats in de behandeling van ernstige bloedingen tijdens het Bij patiënten die trombocytenaggregatieremmers gebruiken met levensbedreigende bloedingen is het advies om zowel deze middelen te staken als trombocyten toe te dienen Het beleid rondom het staken van antitrombotische therapie bij patiënten met een DES en een acute bloeding wordt hieronder besproken Tevens wordt verwezen naar de richtlijn bloedingen tractus digestivus #<DATUM> # Effectiviteit van endoscopische therapie bij patiënten met antitrombotische Endoscopische beoordeling en therapie bij patiënten met een acute tractus digestivusbloeding De meest voorkomende oorzaken van bovenste tractus digestivusbloedingen bij deze patiënten zijn ulcus ventriculi en erosieve lesies in de slokdarm, maag en duodenum,##,## waar divertikelbloedingen de voornaamste oorzaak zijn van lage tractus digestivusbloedingen ##,### Retrospectief onderzoek bij ## patiënten toonde aan dat het corrigeren van de INR naar #,# tot #,# leidde tot succesvolle endoscopische diagnostiek en therapie, vergelijkbaar met patiënten zonder antitrombotische therapie # In een groot onderzoek waarbij ##% van de patiënten een hemoclips) van een bloeding bij ##,#% (##<DATUM> succesvol ### Hoewel het bloedingsrecidief ##% was, bleek dit niet afhankelijk van de hoogte van de INR voorafgaand aan de procedure Bij een ander retrospectief onderzoek was het percentage bloedingsrecidieven van patiënten met een supratherapeutische INR (⥠#,#) niet significant anders dan bij patiënten met een INR binnen de therapeutische range (#,#-#,#) ### Er zijn geen prospectieve gegevens beschikbaar over de hoogte van de INR waarbij endoscopische therapie veilig en effectief is Mechanische hemostase (zoals bij gebruik van hemoclips) lijkt een voordeel te hebben bij patiënten die hun antitrombotische therapie kort na endoscopie moet hervatten, hoewel dit niet goed onderzocht is <DATUM> Herstart antitrombotische therapie na endoscopische behandeling van bloedingen De meeste patiënten zullen hun antitrombotische therapie hervatten na het stelpen van de acute bloeding Het is echter aan te bevelen na een (recidiverende) ernstige bloeding onder antitrombotische therapie met de voorschrijver de indicatie voor deze therapie te heroverwegen Er zijn weinig gegevens bekend over het beste tijdstip van het hervatten van deze therapie Bij patiënten die onder gebruik van acetylsalicylzuur een bloedend ulcus ventriculi ontwikkelden is aangetoond dat het herstarten van acetylsalicylzuur in combinatie met een protonpompremmer (PPI) te verkiezen is boven het wisselen naar clopidogrel ter preventie van een recidief bloeding ###,### Hoewel het onderbreken van acetylsalicylzuur gedurende ## dagen in vergelijking met # tot # dagen minder kans gaf op een recidief bloeding (##% versus ##%, P=#,##), was de.
| 632 | nvmdl |
hemoclips) van een bloeding bij ##,#% (##<DATUM> succesvol ### Hoewel het bloedingsrecidief ##% was, bleek dit niet afhankelijk van de hoogte van de INR voorafgaand aan de procedure Bij een ander retrospectief onderzoek was het percentage bloedingsrecidieven van patiënten met een supratherapeutische INR (⥠#,#) niet significant anders dan bij patiënten met een INR binnen de therapeutische range (#,#-#,#) ### Er zijn geen prospectieve gegevens beschikbaar over de hoogte van de INR waarbij endoscopische therapie veilig en effectief is Mechanische hemostase (zoals bij gebruik van hemoclips) lijkt een voordeel te hebben bij patiënten die hun antitrombotische therapie kort na endoscopie moet hervatten, hoewel dit niet goed onderzocht is <DATUM> Herstart antitrombotische therapie na endoscopische behandeling van bloedingen De meeste patiënten zullen hun antitrombotische therapie hervatten na het stelpen van de acute bloeding Het is echter aan te bevelen na een (recidiverende) ernstige bloeding onder antitrombotische therapie met de voorschrijver de indicatie voor deze therapie te heroverwegen Er zijn weinig gegevens bekend over het beste tijdstip van het hervatten van deze therapie Bij patiënten die onder gebruik van acetylsalicylzuur een bloedend ulcus ventriculi ontwikkelden is aangetoond dat het herstarten van acetylsalicylzuur in combinatie met een protonpompremmer (PPI) te verkiezen is boven het wisselen naar clopidogrel ter preventie van een recidief bloeding ###,### Hoewel het onderbreken van acetylsalicylzuur gedurende ## dagen in vergelijking met # tot # dagen minder kans gaf op een recidief bloeding (##% versus ##%, P=#,##), was de ### Er zijn geen gegevens bekend die het beste moment om de andere trombocytenaggregatieremmers te herstarten, ondersteunen Gezien de duur van de werking op trombocyten en de consequenties van het niet herstarten is het te overwegen in ieder geval acetylsalicylzuur bij een hoge tractus digestivus bloeding niet te staken Het is van belang te realiseren dat een ingreep onder acetylsalicylzuur te prefereren valt boven andere TARs In geval van een bloeding zullen terwijl van andere TARs opnieuw effect op de trombocyten te verwachten valt Voor patiënten die een bloeding doormaakten bij gebruik van anticoagulantia, en met een dringende indicatie tot herstart, dient ongefractioneerde heparine te worden overwogen, vanwege de korte halfwaardetijd In andere gevallen kan de VKA herstart worden, waarbij in het merendeel van de gevallen geen âoplaadschemaâ vereist is De kans op een tromboembolische gebeurtenis is laag in # kleine onderzoeken waarbij VKA gedurende # tot ## dagen werd Endoscopische beoordeling en therapie bij patiënten met een acute tractus digestivusbloeding onder antitrombotische therapie is te rechtvaardigen en veilig Bij patiënten die onder gebruik van aspirine een bloedende ulcus ventriculi ontwikkelde is aangetoond dat het herstarten van aspirine in combinatie met een protonpompremmer In geval van een bloeding tijdens (duale) trombocytenaggregatieremmers is het streven de acetylsalicylzuur te continueren Bij een ernstige bloeding is discontinueren noodzakelijk en dient toediening van trombocyten te worden In geval van een (subacute) bloeding bij gebruik van een VKA is toediening van vitamine K een optie In geval van een ernstige bloeding vormt additioneel.
| 605 | nvmdl |
om de andere trombocytenaggregatieremmers te herstarten, ondersteunen Gezien de duur van de werking op trombocyten en de consequenties van het niet herstarten is het te overwegen in ieder geval acetylsalicylzuur bij een hoge tractus digestivus bloeding niet te staken Het is van belang te realiseren dat een ingreep onder acetylsalicylzuur te prefereren valt boven andere TARs In geval van een bloeding zullen terwijl van andere TARs opnieuw effect op de trombocyten te verwachten valt Voor patiënten die een bloeding doormaakten bij gebruik van anticoagulantia, en met een dringende indicatie tot herstart, dient ongefractioneerde heparine te worden overwogen, vanwege de korte halfwaardetijd In andere gevallen kan de VKA herstart worden, waarbij in het merendeel van de gevallen geen âoplaadschemaâ vereist is De kans op een tromboembolische gebeurtenis is laag in # kleine onderzoeken waarbij VKA gedurende # tot ## dagen werd Endoscopische beoordeling en therapie bij patiënten met een acute tractus digestivusbloeding onder antitrombotische therapie is te rechtvaardigen en veilig Bij patiënten die onder gebruik van aspirine een bloedende ulcus ventriculi ontwikkelde is aangetoond dat het herstarten van aspirine in combinatie met een protonpompremmer In geval van een bloeding tijdens (duale) trombocytenaggregatieremmers is het streven de acetylsalicylzuur te continueren Bij een ernstige bloeding is discontinueren noodzakelijk en dient toediening van trombocyten te worden In geval van een (subacute) bloeding bij gebruik van een VKA is toediening van vitamine K een optie In geval van een ernstige bloeding vormt additioneel Voor bloedingen tijdens gebruik van NOACs kan protrombine complex concentraat (##E/kg) en tranexaminezuur worden gebruikt, naast de gebruikelijke locale hemostatische maatregelen Voor dabigatran is idarucizumab als specifiek antidotum Over het herstarten van antitrombotische therapie na een tractus digestivusbloeding bestaan weinig data vroeg herstarten van acetylsalicylzuur bij hoog risico patiënten Het herstarten van anticoagulantia dient bij patiënten met een indicatie tot bridging te geschieden direct wanneer het bloedingsvlak dit toelaat ## <PERSOON> AS, Wittkowsky A, et al Oral anticoagulant therapy antitrombotic therapy and prevention of thrombosis, #th ed American college of chest physicians <PERSOON> EJ, et al On the treatment of new oral anticoagulantassociated gastrointestinal hemorrhage <PERSOON> JW, Quinlan DJ, Van <PERSOON> JI Idarucizumab the antidote for reversal of <PERSOON> OM, <PERSOON> ME, et al Richtlijn bloedingen tractus <PERSOON> gastrointestinal bleeding in anticoagulated patients a prospective and blood loss complicating low-dose aspirin and antithrombotic therapy <PERSOON> A, et al Gross lower gastrointestinal bleeding in patients on anticoagulant and/or antiplatelet therapy endoscopic findings, management, ### <PERSOON> TA, Murdoch M, <PERSOON-##> DB Acute GI bleeding in the setting of supratherapeutic international normalized ratio in patients taking warfarin endoscopic diagnosis, clinical ### <PERSOON-##> AT, Wasan SK, Saltzman JR.
| 549 | nvmdl |
concentraat (##E/kg) en tranexaminezuur worden gebruikt, naast de gebruikelijke locale hemostatische maatregelen Voor dabigatran is idarucizumab als specifiek antidotum Over het herstarten van antitrombotische therapie na een tractus digestivusbloeding bestaan weinig data vroeg herstarten van acetylsalicylzuur bij hoog risico patiënten Het herstarten van anticoagulantia dient bij patiënten met een indicatie tot bridging te geschieden direct wanneer het bloedingsvlak dit toelaat ## <PERSOON> AS, Wittkowsky A, et al Oral anticoagulant therapy antitrombotic therapy and prevention of thrombosis, #th ed American college of chest physicians <PERSOON> EJ, et al On the treatment of new oral anticoagulantassociated gastrointestinal hemorrhage <PERSOON> JW, Quinlan DJ, Van <PERSOON> JI Idarucizumab the antidote for reversal of <PERSOON> OM, <PERSOON> ME, et al Richtlijn bloedingen tractus <PERSOON> gastrointestinal bleeding in anticoagulated patients a prospective and blood loss complicating low-dose aspirin and antithrombotic therapy <PERSOON> A, et al Gross lower gastrointestinal bleeding in patients on anticoagulant and/or antiplatelet therapy endoscopic findings, management, ### <PERSOON> TA, Murdoch M, <PERSOON-##> DB Acute GI bleeding in the setting of supratherapeutic international normalized ratio in patients taking warfarin endoscopic diagnosis, clinical ### <PERSOON-##> AT, Wasan SK, Saltzman JR endoscopic therapy for nonvariceal upper gastrointestinal hemorrhage <PERSOON-##> FK, <PERSOON-##> JY, <PERSOON-##> LC, et al Clopidogrel versus aspirin and esomeprazole to prevent ### <PERSOON-##> KM, <PERSOON-##> WM, et al Esomeprazole with aspirin versus clopidogrel for prevention of recurrent gastrointestinal ulcer complications <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> J, et al <PERSOON-##> aspirin be reintroduced with proton pump inhibitor infusion after endoscopic hemostasis? A double blinded randomized controlled trial ### <PERSOON-##> role of withdrawing chronic antithrombotic because of ### <PERSOON-##> HS, et al How safely and for how long can warfarin therapy be withheld in prosthetic heart valve patients hospitalized with a major HOOFDSTUK # Endoscopische procedures bij de patient met een recent vasculaire stent, na acuut coronair syndroom of cerebrovasculair accident (CVA) onder Uitgangsvraag hoe te handelen bij een patiënt met een recent geplaatste vasculaire stent, na recent acuut coronair syndroom of CVA die een endoscopische procedure ENDOSCOPISCHE PROCEDURES BIJ DE PATIENT MET EEN VASCULAIRE STENT, NA ACUUT CORONAIR SYNDROOM OF clopidogrel (Plavix) bij patiënten met een coronaire stent en acuut coronair syndroom (ACS) is de hoeksteen van de behandeling,# en ook in geval van een ICVA wordt regelmatig duale TAR of tenminste clopidogrel voorgeschreven ###,### Het gebruik van clopidogrel met en zonder acetylsalicylzuur als secundaire preventie na ICVA en/of TIA staat nog ter discussie ## Er zijn.
| 591 | nvmdl |
nonvariceal upper gastrointestinal hemorrhage <PERSOON> FK, <PERSOON> JY, <PERSOON> LC, et al Clopidogrel versus aspirin and esomeprazole to prevent ### <PERSOON> KM, <PERSOON> WM, et al Esomeprazole with aspirin versus clopidogrel for prevention of recurrent gastrointestinal ulcer complications <PERSOON> J, <PERSOON> J, et al <PERSOON> aspirin be reintroduced with proton pump inhibitor infusion after endoscopic hemostasis? A double blinded randomized controlled trial ### <PERSOON> role of withdrawing chronic antithrombotic because of ### <PERSOON> HS, et al How safely and for how long can warfarin therapy be withheld in prosthetic heart valve patients hospitalized with a major HOOFDSTUK # Endoscopische procedures bij de patient met een recent vasculaire stent, na acuut coronair syndroom of cerebrovasculair accident (CVA) onder Uitgangsvraag hoe te handelen bij een patiënt met een recent geplaatste vasculaire stent, na recent acuut coronair syndroom of CVA die een endoscopische procedure ENDOSCOPISCHE PROCEDURES BIJ DE PATIENT MET EEN VASCULAIRE STENT, NA ACUUT CORONAIR SYNDROOM OF clopidogrel (Plavix) bij patiënten met een coronaire stent en acuut coronair syndroom (ACS) is de hoeksteen van de behandeling,# en ook in geval van een ICVA wordt regelmatig duale TAR of tenminste clopidogrel voorgeschreven ###,### Het gebruik van clopidogrel met en zonder acetylsalicylzuur als secundaire preventie na ICVA en/of TIA staat nog ter discussie ## Er zijn een therapeutische endoscopie Gezien deze veilig onder gebruik van acetylsalicylzuur kan worden verricht en het verschil in effectiviteit nog ter discussie staat bij ICVA en/of TIA (dus niet bij vasculaire stents, zie onder) zou tijdelijk de clopidogrel kunnen worden <DATUM> Electieve endoscopie bij de patiënt met een vasculaire stent Volgens de richtlijnen is ## maanden duale TAR geïndiceerd bij iedere patiënt die in het afgelopen jaar een myocardinfarct heeft doorgemaakt, onafhankelijk van het feit of patiënt een dotter met stent heeft gehad Bij patiënten zonder myocardinfarct in het afgelopen jaar is duale TAR geïndiceerd voor tenminste # maand na plaatsing van een metale coronaire stent (âbare metal stentâ, BMS) en ## maanden na plaatsing van een âdrug eluting stentâ (DES) #,## Het gebruik van dergelijke combinaties leidt vaker tot gastrointestinale bloedingen dan enkelvoudige therapie ### Ondanks dit verhoogde risico is het risico op stentocclusie (vooral bij DES) en de klinische consequenties hiervan zo groot is, dat vroegtijdig staken van dergelijke therapie moet worden vermeden ## Hoewel in de praktijk bij deze endoscopische procedures vaak # van de # middelen wordt gestaakt (m n clopidogrel), zijn er geen data voorhanden die een voorkeur voor een van de twee met betrekking tot het bloedingsrisico rechtvaardigen Wel zijn er beperkte gegevens beschikbaar die suggereren dat clopidogrel als monotherapie minder kans geeft op ICVA, myocard infarct (MI) en vasculaire sterfte dan acetylsalicylzuur monotherapie ##,###,### Zoals eerder vermeld valt, op farmacologische gronden, te verwachten dat een bloeding tijdens een.
| 599 | nvmdl |
deze veilig onder gebruik van acetylsalicylzuur kan worden verricht en het verschil in effectiviteit nog ter discussie staat bij ICVA en/of TIA (dus niet bij vasculaire stents, zie onder) zou tijdelijk de clopidogrel kunnen worden <DATUM> Electieve endoscopie bij de patiënt met een vasculaire stent Volgens de richtlijnen is ## maanden duale TAR geïndiceerd bij iedere patiënt die in het afgelopen jaar een myocardinfarct heeft doorgemaakt, onafhankelijk van het feit of patiënt een dotter met stent heeft gehad Bij patiënten zonder myocardinfarct in het afgelopen jaar is duale TAR geïndiceerd voor tenminste # maand na plaatsing van een metale coronaire stent (âbare metal stentâ, BMS) en ## maanden na plaatsing van een âdrug eluting stentâ (DES) #,## Het gebruik van dergelijke combinaties leidt vaker tot gastrointestinale bloedingen dan enkelvoudige therapie ### Ondanks dit verhoogde risico is het risico op stentocclusie (vooral bij DES) en de klinische consequenties hiervan zo groot is, dat vroegtijdig staken van dergelijke therapie moet worden vermeden ## Hoewel in de praktijk bij deze endoscopische procedures vaak # van de # middelen wordt gestaakt (m n clopidogrel), zijn er geen data voorhanden die een voorkeur voor een van de twee met betrekking tot het bloedingsrisico rechtvaardigen Wel zijn er beperkte gegevens beschikbaar die suggereren dat clopidogrel als monotherapie minder kans geeft op ICVA, myocard infarct (MI) en vasculaire sterfte dan acetylsalicylzuur monotherapie ##,###,### Zoals eerder vermeld valt, op farmacologische gronden, te verwachten dat een bloeding tijdens een Naast de langere historie van het gebruik van acetylsalicylzuur is dit een tweede argument waarom er veel meer gegevens bekend over het veilig verrichten van een poliepectomie tijdens gebruik van <DATUM> Urgente endoscopie bij patiënten met ACS of recent geplaatste vasculaire stent Combinaties van diverse antitrombotische therapie wordt vooral gebruikt bij het behandelen van het ACS en vasculaire stents Naar schatting leidt de behandeling van het ACS bij # tot #% van de patiënten tot een gastro-intestinale bloeding bij de start dan wel tijdens opname #<DATUM> Dergelijke patiënten hebben # tot #-voudige kans te overlijden tijdens opname ten opzichte van patiënten met ACS zonder gastro-intestinale bloeding ###,### Dit kan leiden tot twijfel over het verrichten van endoscopie bij een patiënt met een verhoogde kans op complicaties #<DATUM> Hoewel de kans op complicaties zoals ritmestoornissen bij patiënten op de dag van het ACS door endoscopische procedures ##% is,### is het totale risico van een gastroscopie in deze omstandigheden # tot #%,###,### en van coloscopie #% ### Ondanks de klinische relevantie van gastro-intestinale bloedingen in deze setting zijn er weinig gegevens over de origine en behandeling van dergelijke bloedingen Er is een retrospectief case-control onderzoek van ### patiënten die binnen ## dagen (gemiddeld #,# ± #,# dagen, mediaan # dagen) na myocardinfarct een endoscopie ondergingen Hierbij waren # ernstige complicaties namelijk een fatale ventriculaire tachycardie en een respiratoire insufficiëntie De meest voorkomende endoscopische lesies (n=#) Patiënten die zich presenteren met een acuut myocardinfarct na een acute tractus digestivusbloeding lijken het meeste voordeel te hebben van endoscopische beoordeling Dit.
| 651 | nvmdl |
dit een tweede argument waarom er veel meer gegevens bekend over het veilig verrichten van een poliepectomie tijdens gebruik van <DATUM> Urgente endoscopie bij patiënten met ACS of recent geplaatste vasculaire stent Combinaties van diverse antitrombotische therapie wordt vooral gebruikt bij het behandelen van het ACS en vasculaire stents Naar schatting leidt de behandeling van het ACS bij # tot #% van de patiënten tot een gastro-intestinale bloeding bij de start dan wel tijdens opname #<DATUM> Dergelijke patiënten hebben # tot #-voudige kans te overlijden tijdens opname ten opzichte van patiënten met ACS zonder gastro-intestinale bloeding ###,### Dit kan leiden tot twijfel over het verrichten van endoscopie bij een patiënt met een verhoogde kans op complicaties #<DATUM> Hoewel de kans op complicaties zoals ritmestoornissen bij patiënten op de dag van het ACS door endoscopische procedures ##% is,### is het totale risico van een gastroscopie in deze omstandigheden # tot #%,###,### en van coloscopie #% ### Ondanks de klinische relevantie van gastro-intestinale bloedingen in deze setting zijn er weinig gegevens over de origine en behandeling van dergelijke bloedingen Er is een retrospectief case-control onderzoek van ### patiënten die binnen ## dagen (gemiddeld #,# ± #,# dagen, mediaan # dagen) na myocardinfarct een endoscopie ondergingen Hierbij waren # ernstige complicaties namelijk een fatale ventriculaire tachycardie en een respiratoire insufficiëntie De meest voorkomende endoscopische lesies (n=#) Patiënten die zich presenteren met een acuut myocardinfarct na een acute tractus digestivusbloeding lijken het meeste voordeel te hebben van endoscopische beoordeling Dit myocardinfarct gerelateerd aan een bovenste tractus digestivusbloeding vaker endoscopische interventies nodig hadden dan patiënten die een bloeding kregen na behandeling voor een acuut myocardinfarct (odds ratio #,#; ##% CI, #,<DATUM> #) ### Ander factoren met een noodzaak voor endoscopie waren hemodynamische instabiliteit en hematemesis bij presentatie Het voordeel van endoscopie bij patiënten met duidelijke tractus digestivusbloeding rondom een acuut myocardinfarct blijkt ook uit een klinische beslissing analyse waaruit bleek dat gastroscopie verricht voorafgaand aan hartcatherisatie bij deze patiënten de mortaliteit verlaagde van ### naar ## per ## ### patiënten, maar niet bij patiënten met occult bloedverlies en acuut myocardinfarct ### Samenvattend zijn er aanwijzingen dat het veilig is om endoscopische procedures te verrichten bij patiënten met ACS en/of recente plaatsing van vasculaire stents Patiënten die zich presenteren met een acuut myocardinfarct na een acute tractus digestivusbloeding lijken het meeste voordeel te hebben van endoscopische beoordeling Diagnostische endoscopie kan verricht worden met acceptabele veiligheid zonder endoscopische procedures bij patiënten met een vasculaire stent (zowel DES als BMS) uit te stellen tot na het minimaal aantal maanden behandeling (DES ( ## mnd, <PERSOON> HP, et al Guidelines for the early management of patients ### <PERSOON> Y, <PERSOON> X, et al Clopidogrel with aspirin in acute minor stroke or transient ### <PERSOON> M, <PERSOON> A, et al Use of single and combined antithrombotic therapy and risk of serious upper gastrointestinal bleeding population based case-control study BMJ ###.
| 649 | nvmdl |
aan een bovenste tractus digestivusbloeding vaker endoscopische interventies nodig hadden dan patiënten die een bloeding kregen na behandeling voor een acuut myocardinfarct (odds ratio #,#; ##% CI, #,<DATUM> #) ### Ander factoren met een noodzaak voor endoscopie waren hemodynamische instabiliteit en hematemesis bij presentatie Het voordeel van endoscopie bij patiënten met duidelijke tractus digestivusbloeding rondom een acuut myocardinfarct blijkt ook uit een klinische beslissing analyse waaruit bleek dat gastroscopie verricht voorafgaand aan hartcatherisatie bij deze patiënten de mortaliteit verlaagde van ### naar ## per ## ### patiënten, maar niet bij patiënten met occult bloedverlies en acuut myocardinfarct ### Samenvattend zijn er aanwijzingen dat het veilig is om endoscopische procedures te verrichten bij patiënten met ACS en/of recente plaatsing van vasculaire stents Patiënten die zich presenteren met een acuut myocardinfarct na een acute tractus digestivusbloeding lijken het meeste voordeel te hebben van endoscopische beoordeling Diagnostische endoscopie kan verricht worden met acceptabele veiligheid zonder endoscopische procedures bij patiënten met een vasculaire stent (zowel DES als BMS) uit te stellen tot na het minimaal aantal maanden behandeling (DES ( ## mnd, <PERSOON> HP, et al Guidelines for the early management of patients ### <PERSOON> Y, <PERSOON> X, et al Clopidogrel with aspirin in acute minor stroke or transient ### <PERSOON> M, <PERSOON> A, et al Use of single and combined antithrombotic therapy and risk of serious upper gastrointestinal bleeding population based case-control study <PERSOON> KA, et al Predictors of major bleeding in acute coronary syndromes the Global Registry of Acute Coronary Events (GRACE) Eur Heart J ###;## ###-## ### Al-<PERSOON> RN, Jankowski M, et al Predictors and outcomes associated with gastrointestinal bleeding in patients with acute coronary syndromes <PERSOON> ### <PERSOON> S, et al Incidence and prognostic impact of gastrointestinal bleeding after percutaneous coronary intervention for acute myocardial infarction Am J ### <PERSOON-##> J, et al <PERSOON-##> utility of upper endoscopy in patients with concomitant upper gastrointestinal bleeding and acute myocardial infarction Dig Dis Sci ### Cappell MS, Iacovone FM Jr Safety and efficacy of esophagogastroduodenoscopy after ### Cappell MS Safety and efficacy of colonoscopy after myocardial infarction an analysis of ### study patients and ### control patients at two tertiary cardiac referral hospitals ### Spier BJ, <PERSOON-##> PR Safety of endoscopy after myocardial infarction based on cardiovascular risk categories a retrospective analysis of ### patients at a tertiary ### <PERSOON-##> endoscopy in patients with acute myocardial infarction and upper gastrointestinal bleeding results of a decision analysis Dig Dis Sci ###;#<DATUM> ## Het aantal jaarlijks uitgevoerde endoscopische procedures in <LOCATIE> is de afgelopen jaren fors toegenomen Een aanzienlijk deel van deze endoscopische procedures betreffen therapeutische.
| 631 | nvmdl |
<PERSOON> KA, et al Predictors of major bleeding in acute coronary syndromes the Global Registry of Acute Coronary Events (GRACE) Eur Heart J ###;## ###-## ### Al-<PERSOON> RN, Jankowski M, et al Predictors and outcomes associated with gastrointestinal bleeding in patients with acute coronary syndromes <PERSOON> ### <PERSOON> S, et al Incidence and prognostic impact of gastrointestinal bleeding after percutaneous coronary intervention for acute myocardial infarction Am J ### <PERSOON> J, et al <PERSOON> utility of upper endoscopy in patients with concomitant upper gastrointestinal bleeding and acute myocardial infarction Dig Dis Sci ### Cappell MS, Iacovone FM Jr Safety and efficacy of esophagogastroduodenoscopy after ### Cappell MS Safety and efficacy of colonoscopy after myocardial infarction an analysis of ### study patients and ### control patients at two tertiary cardiac referral hospitals ### Spier BJ, <PERSOON> PR Safety of endoscopy after myocardial infarction based on cardiovascular risk categories a retrospective analysis of ### patients at a tertiary ### <PERSOON> endoscopy in patients with acute myocardial infarction and upper gastrointestinal bleeding results of a decision analysis Dig Dis Sci ###;#<DATUM> ## Het aantal jaarlijks uitgevoerde endoscopische procedures in <LOCATIE> is de afgelopen jaren fors toegenomen Een aanzienlijk deel van deze endoscopische procedures betreffen therapeutische patiënt ook antitrombotische therapie gebruikt Om het risico op bloedingen te reduceren zal het veelal nodig zijn deze medicatie bij therapeutische ingrepen (bijv poliepectomie) tijdelijk te onderbreken, dit kan echter ook leiden tot een verhoogd risico op tromboemolische complicaties zoals een ICVA of een geoccludeerde coronairstent De richtlijn is derhalve ook om te voorkomen dat medicatie onnodig wordt onderbroken, bijvoorbeeld voorafgaand aan een diagnostische endoscopie, waardoor de patiënt minder risico heeft op een tromboembolische gebeurtenis De huidige richtlijn omtrent het onderbreken van deze therapieën is gedateerd en het is daarom van groot belang om deze surveillance coloscopie zo efficiënt mogelijk in te zetten Deze richtlijn is tot stand gekomen op initiatief van de NVMDL in een werkgroep van MDL-artsen, De richtlijn beleid antitrombotische therapie rondom endoscopische procedures richt zich naast MDL-artsen ook op andere disciplines die endoscopieën van de tractus digestivus verrichten zoals internisten, chirurgen en MDL-verpleegkundigen De werkgroep stelt dan ook voor om deze nieuwe richtlijn niet alleen te verspreiden aan de leden van de NVMDL maar ook in dialoog te treden met de beroepsverenigingen van internisten, cardiologen, neurologen, chirurgen, MDLverpleegkundigen, apothekers, stollingsartsen en huisartsen om hun leden aan te schrijven over <DATUM> Betrekken van de doelgroep in formuleren van te bereiken veranderingen Voor een goede implementatie van de richtlijn is het van groot belang dat de hierboven omschreven doelgroepen bekend zijn met de richtlijn en deze begrijpen en onderschrijven Om de bekendheid en acceptatie van de richtlijn te vergroten werd het voorstel van de richtlijn als.
| 588 | nvmdl |
Om het risico op bloedingen te reduceren zal het veelal nodig zijn deze medicatie bij therapeutische ingrepen (bijv poliepectomie) tijdelijk te onderbreken, dit kan echter ook leiden tot een verhoogd risico op tromboemolische complicaties zoals een ICVA of een geoccludeerde coronairstent De richtlijn is derhalve ook om te voorkomen dat medicatie onnodig wordt onderbroken, bijvoorbeeld voorafgaand aan een diagnostische endoscopie, waardoor de patiënt minder risico heeft op een tromboembolische gebeurtenis De huidige richtlijn omtrent het onderbreken van deze therapieën is gedateerd en het is daarom van groot belang om deze surveillance coloscopie zo efficiënt mogelijk in te zetten Deze richtlijn is tot stand gekomen op initiatief van de NVMDL in een werkgroep van MDL-artsen, De richtlijn beleid antitrombotische therapie rondom endoscopische procedures richt zich naast MDL-artsen ook op andere disciplines die endoscopieën van de tractus digestivus verrichten zoals internisten, chirurgen en MDL-verpleegkundigen De werkgroep stelt dan ook voor om deze nieuwe richtlijn niet alleen te verspreiden aan de leden van de NVMDL maar ook in dialoog te treden met de beroepsverenigingen van internisten, cardiologen, neurologen, chirurgen, MDLverpleegkundigen, apothekers, stollingsartsen en huisartsen om hun leden aan te schrijven over <DATUM> Betrekken van de doelgroep in formuleren van te bereiken veranderingen Voor een goede implementatie van de richtlijn is het van groot belang dat de hierboven omschreven doelgroepen bekend zijn met de richtlijn en deze begrijpen en onderschrijven Om de bekendheid en acceptatie van de richtlijn te vergroten werd het voorstel van de richtlijn als Daarnaast werd tijdens de bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Gastroenterologie (NVGE) een symposium gewijd aan de conceptrichtlijn Deze beide platforms hebben MDL-artsen de mogelijkheid geboden tot discussie en het geven van constructieve feedback op de nieuwe richtlijn om zo consensus met betrekking tot de richtlijn te bereiken Om de definitieve richtlijn breder bekend te maken zal de werkgroep deze na vaststelling door de NVMDL ook voor publicatie in het MAGMA (het tijdschrift voor leden van de Doordat de huidige richtlijn in diverse stadia van ontwikkeling is aangeboden ter beoordeling aan vertegenwoordigers van diverse wetenschappelijke verenigingen is niet de verwachting dat er belemmerende factoren zijn voor implementatie van de richtlijn Vanwege de gedateerdheid van de huidige richtlijn (###) is de verwachting dat de richtlijn direct toepasbaar is en het gebruik De richtlijn zal online en vrij toegankelijk gepubliceerd worden op de website van de NVMDL De invoering van de hier voorgestelde richtlijn zal naar verwachting leiden tot een substantiële reductie in het aantal met tromboembolische complicaties doordat patiënten âonnodigâ hun endoscopieën Daarnaast zal het aantal bloedingen gerelateerd aan therapeutische endoscopieën worden gereduceerd Wij verwachten dat deze meer gedifferentieerde richtlijn beter aansluit bij de inschattingen van MDL-artsen en dus tot minder dilemmaâs leidt Deze richtlijn probeert vooral een praktische onderbouwing te geven hoe om te gaan met antitrombotische therapie rondom endoscopische procedures en is derhalve niet geschikt voor het formuleren van indicatoren, anders dan het toetsen dat deze richtlijn wel of niet gebruikt wordt LMWH, low molecular weight heparin / laag moleculair heparine.
| 557 | nvmdl |
De richtlijn âBloedingen van de tractus digestivus ###â is mede tot stand gekomen door het programma richtlijn ontwikkeling van de SKMS (Stichting Kwaliteitgelden Medisch Specialisten ) Hierbij wordt gebruikt gemaakt van Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO) van de Orde van Medisch Specialisten en wordt de literatuur gewogen volgens het zogenaamde GRADE (Grading of De huidige herziene versie is gebaseerd op de vorige richtlijn ### en de daarna verschenen literatuur mechanisch door fotokopieën of enige andere manier, echter uitsluitend na voorafgaande schriftelijke toestemming van de Nederlandse Vereniging MDL arsten <PERSOON> Deze richtlijn is samengesteld en in oktober ### goedgekeurd door de leden van de Nederlandse Vereniging MDL artsen (NVMDL), de Nederlandse Vereniging voor Interventie Radiologie (NVIR) en de Nederlandse Vereniging voor Gastro Intestinale Chirurgie (NVGIC) De richtlijn vertegenwoordigt de geldende professionele standaard ten tijde van de opstelling van de richtlijn De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn De toepasbaarheid van de richtlijn in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de behandelend arts Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor, in het belang van een goede zorg voor de patiënt, afwijking van de richtlijn wenselijk is Veranderingen ten opzichte van de richtlijn ââBloedingen van de tractus digestivusââ uit ### # Algemeen beleid bloedingen uit de hoge en lage tractus digestivus ## Bloeding uit het onderste deel van de tractus digestivus ## Angiografie en embolisatie bij bloeding van lage tractus digestivus ## Indeling van de literatuur op basis van GRADE.
| 484 | nvmdl |
## Bloeding uit het onderste deel van de tractus digestivus ## Angiografie en embolisatie bij bloeding van lage tractus digestivus ## Indeling van de literatuur op basis van GRADE ## Algoritme voor het beleid bij lage tractus digestivusbloeding ## Prof <PERSOON>, interventie radioloog, <INSTELLING>, <PERSOON>, aios MDL, <INSTELLING>, <LOCATIE> (NVMDL) <PERSOON>, MDL-arts, Spaarne Gasthuis, <LOCATIE> (NVMDL) (voorzitter) <PERSOON>, MDL-arts, <PERSOON> huis, <LOCATIE> (NVMDL) <PERSOON>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE> Prof <PERSOON>, GI chirurg, Radboudumc, <LOCATIE> (NVH / NVGIC) Het doel van de richtlijn Bloedingen tractus digestivus is een praktische werkwijze te geven, zo veel mogelijk evidence based, voor de diagnostiek en behandeling van acute tractus De werkgroep heeft de voorgaande CBO-richtlijn Bloedingen tractus digestivus uit ### als basis Naar aanleiding van punten van discussie binnen de werkgroep werd gericht literatuuronderzoek gedaan in Medline, Pubmed en in de Cochrane database vanaf ### tot en met juli ### aanbevelingen (bijlage #) Dit is conform het huidige advies van het CBO en SKMS Alle onderwerpen en potentiële discussiepunten zijn in de werkgroep besproken en hebben geleid tot.
| 522 | nvmdl |
## Algoritme voor het beleid bij lage tractus digestivusbloeding ## Prof <PERSOON>, interventie radioloog, <INSTELLING>, <PERSOON>, aios MDL, <INSTELLING>, <LOCATIE> (NVMDL) <PERSOON>, MDL-arts, Spaarne Gasthuis, <LOCATIE> (NVMDL) (voorzitter) <PERSOON>, MDL-arts, <PERSOON> huis, <LOCATIE> (NVMDL) <PERSOON>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE> Prof <PERSOON>, GI chirurg, Radboudumc, <LOCATIE> (NVH / NVGIC) Het doel van de richtlijn Bloedingen tractus digestivus is een praktische werkwijze te geven, zo veel mogelijk evidence based, voor de diagnostiek en behandeling van acute tractus De werkgroep heeft de voorgaande CBO-richtlijn Bloedingen tractus digestivus uit ### als basis Naar aanleiding van punten van discussie binnen de werkgroep werd gericht literatuuronderzoek gedaan in Medline, Pubmed en in de Cochrane database vanaf ### tot en met juli ### aanbevelingen (bijlage #) Dit is conform het huidige advies van het CBO en SKMS Alle onderwerpen en potentiële discussiepunten zijn in de werkgroep besproken en hebben geleid tot Op het concept van de richtlijn hebben de leden van de Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverartsen, de Nederlandse Internisten Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Gastro Intestinale Chirurgie en de Nederlandse Vereniging voor (interventie) Radiologie commentaar kunnen leveren Daarnaast heeft een tevoren aangekondigd symposium over de concept richtlijn bloedingen tractus digestivus op de najaarsvergadering van de âDutch Digestive Diseaseâ plaatsgevonden voor de leden van bovengenoemde wetenschappelijke verenigingen De definitieve tekst van de richtlijn is tot stand De geldigheid van de richtlijn vervalt in ieder geval vijf jaar na datum van aanname van de richtlijn of eerder indien op kortere termijn herziening van de richtlijn plaatsvindt Veranderingen ten opzichte van de richtlijn ââBloedingen van de tractus digestivusââ uit ### Bij ernstige, acute (klinisch relevante) bovenste tractus digestivus bloeding met hemodynamisch instabiele patiënt, of patiënt met hoog risico door comorbiditeit, wordt aangeraden om binnen ## Bij ernstige, acute (klinisch relevante) lage tractus digestivus bloeding wordt bij hemodynamische instabiliteit, radiologische diagnostiek middels CT-angiografie aanbevolen en bij gevonden De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn sedatie en analgesie (PSA) op locaties buiten de Het DOAC-beleid bij acute tractus digestivus bloedingen wordt besproken Nieuwe inzichten bij de therapie van maagfundusvarices worden besproken Nieuwe inzichten bij antibioticaprofylaxe, bij varicesbloeding bij patiënten met gevorderde levercirrose, en bloedingsrecidiefprofylaxe na doorgemaakte varicesbloeding, komen voor het voetlicht alsmede overbruggende therapie bij bloedende oesofagusvarices tot aan het verkrijgen Anamnese let op gebruik van medicatie zoals NSAIDâs, COX-#-antagonisten, clopidogrel, acetylsalicylzuur, DOAC en coumarinederivaten, aortaprothese in de voorgeschiedenis en Fysisch diagnostisch onderzoek.
| 596 | nvmdl |
concept van de richtlijn hebben de leden van de Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverartsen, de Nederlandse Internisten Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Gastro Intestinale Chirurgie en de Nederlandse Vereniging voor (interventie) Radiologie commentaar kunnen leveren Daarnaast heeft een tevoren aangekondigd symposium over de concept richtlijn bloedingen tractus digestivus op de najaarsvergadering van de âDutch Digestive Diseaseâ plaatsgevonden voor de leden van bovengenoemde wetenschappelijke verenigingen De definitieve tekst van de richtlijn is tot stand De geldigheid van de richtlijn vervalt in ieder geval vijf jaar na datum van aanname van de richtlijn of eerder indien op kortere termijn herziening van de richtlijn plaatsvindt Veranderingen ten opzichte van de richtlijn ââBloedingen van de tractus digestivusââ uit ### Bij ernstige, acute (klinisch relevante) bovenste tractus digestivus bloeding met hemodynamisch instabiele patiënt, of patiënt met hoog risico door comorbiditeit, wordt aangeraden om binnen ## Bij ernstige, acute (klinisch relevante) lage tractus digestivus bloeding wordt bij hemodynamische instabiliteit, radiologische diagnostiek middels CT-angiografie aanbevolen en bij gevonden De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn sedatie en analgesie (PSA) op locaties buiten de Het DOAC-beleid bij acute tractus digestivus bloedingen wordt besproken Nieuwe inzichten bij de therapie van maagfundusvarices worden besproken Nieuwe inzichten bij antibioticaprofylaxe, bij varicesbloeding bij patiënten met gevorderde levercirrose, en bloedingsrecidiefprofylaxe na doorgemaakte varicesbloeding, komen voor het voetlicht alsmede overbruggende therapie bij bloedende oesofagusvarices tot aan het verkrijgen Anamnese let op gebruik van medicatie zoals NSAIDâs, COX-#-antagonisten, clopidogrel, acetylsalicylzuur, DOAC en coumarinederivaten, aortaprothese in de voorgeschiedenis en Fysisch diagnostisch onderzoek Ten minste aanbevolen laboratoriumonderzoek Hb/Ht, trombocyten, bloedgroep en rhesusfactor, kruisbloed, INR bij coumarinegebruik, transaminases, alk fosf, γGT, bilirubine, kalium, ureum en <PERSOON> bewaken Urine productie monitoren () ## cc/uur) Volume resusciteren bijvoorbeeld Op indicatie (hemodynamische instabiliteit, INR ) #,#) anticoagulantia couperen Patiënten opnemen op afdeling met bewaking Hoogrisicopatiënten (comorbiditeit) op MCU/ICU of Altijd oesofagogastroduodenoscopie bij voorkeur met een endoscoop met groot werkkanaal Bij massale bloeding of hemodynamische instabiliteit endoscopie na stabilisatie Bij persisterende bloeding en negatieve endoscopische bevindingen van de bovenste tractus CT-angiografie kan worden overwogen bij manifeste hoge tractus digestivusbloeding en nietconclusieve endoscopie Bij endoscopisch onbehandelbare bloedingsbron indien mogelijk lokaliseren, markeren CT-angiografie bij ernstig instabiele patiënt met in de voorgeschiedenis een centrale vasculaire reconstructie, verdenking aorta-enterale fistel, endoscopisch aangetoonde hemobilie of <PERSOON> met een hoog risico op recidief bloeding (zie bijlage # Forrest-classificatie) in vroeg stadium overleggen met radioloog en chirurg Indien mogelijk en geïndiceerd de oorzaak van de bloeding endoscopisch lokaal behandelen Bij herhaalde endoscopische onmogelijkheid en bij recidief bloeding overweeg selectieve chirurgische interventie waarbij het doel is de bloeding tot staan te brengen <PERSOON> bewaken Urine productie monitoren () ## cc/uur) Volume resusciteren Patiënten opnemen op afdeling met hemodynamische bewaking Hoogrisicopatiënten Bij massale bloeding of hemodynamische instabiliteit endoscopie na stabilisatie maar binnen ## Vasoactieve therapie met octreotide ## µg als bolus, gevolgd door ## - ## µg/uur (### â ### Altijd bij opname antibiotica starten.
| 629 | nvmdl |
bloedgroep en rhesusfactor, kruisbloed, INR bij coumarinegebruik, transaminases, alk fosf, γGT, bilirubine, kalium, ureum en <PERSOON> bewaken Urine productie monitoren () ## cc/uur) Volume resusciteren bijvoorbeeld Op indicatie (hemodynamische instabiliteit, INR ) #,#) anticoagulantia couperen Patiënten opnemen op afdeling met bewaking Hoogrisicopatiënten (comorbiditeit) op MCU/ICU of Altijd oesofagogastroduodenoscopie bij voorkeur met een endoscoop met groot werkkanaal Bij massale bloeding of hemodynamische instabiliteit endoscopie na stabilisatie Bij persisterende bloeding en negatieve endoscopische bevindingen van de bovenste tractus CT-angiografie kan worden overwogen bij manifeste hoge tractus digestivusbloeding en nietconclusieve endoscopie Bij endoscopisch onbehandelbare bloedingsbron indien mogelijk lokaliseren, markeren CT-angiografie bij ernstig instabiele patiënt met in de voorgeschiedenis een centrale vasculaire reconstructie, verdenking aorta-enterale fistel, endoscopisch aangetoonde hemobilie of <PERSOON> met een hoog risico op recidief bloeding (zie bijlage # Forrest-classificatie) in vroeg stadium overleggen met radioloog en chirurg Indien mogelijk en geïndiceerd de oorzaak van de bloeding endoscopisch lokaal behandelen Bij herhaalde endoscopische onmogelijkheid en bij recidief bloeding overweeg selectieve chirurgische interventie waarbij het doel is de bloeding tot staan te brengen <PERSOON> bewaken Urine productie monitoren () ## cc/uur) Volume resusciteren Patiënten opnemen op afdeling met hemodynamische bewaking Hoogrisicopatiënten Bij massale bloeding of hemodynamische instabiliteit endoscopie na stabilisatie maar binnen ## Vasoactieve therapie met octreotide ## µg als bolus, gevolgd door ## - ## µg/uur (### â ### Altijd bij opname antibiotica starten spectrum, bijvoorbeeld fluorochinolonen per os gedurende # dagen Bij gevorderde cirrose (ChildPugh B en C) bij voorkeur ceftriaxon # x ###mg i v gebruiken Endoscopische therapie rubberbandligatie bij oesofagusvarices en GOV #, cyanoacrylaat bij GOV Tijdelijke overbrugging tot definitieve hemostase met ballontamponade is een optie Als alternatief zou een zelfexpandere, gecoverde metalstent (<PERSOON>) geplaatst kunnen worden Bij recidiefbloeding binnen # dagen na initiële hemostase re-endoscopie met nieuwe behandeling Als endoscopisch geen hemostase bereikt wordt valt plaatsen van een TIPS als rescue therapie te Bij een gevordere levercirrose (Child-Pugh B of C) en ontbreken van contra-indicaties wordt het plaatsen van een TIPS # dagen na endoscopische hemostase aanbevolen Na hemostase is preventie van hepatische encefalopathie nodig met # x ##ml lactulose per os, of bij een hoog aspiratierisico ###ml lactulose in ###ml water als klysma Het hervatten van enterale voeding kan zo spoedig mogelijk na hemostase Na einde van de vasoactieve therapie opstarten van de farmacologische recidiefprofylaxe met propranolol o g v de hartfrequentie Carvedilol kan een alternatief zijn in een dosis tot maximaal # Endoscopische recidiefprofylaxe in combinatie met farmacologische therapie; bij oesofagusvarices door middel van endoscopische rubberbandligatie om de # tot # weken tot eradicatie van de Tijdelijke therapie met een PPI valt te overwegen om de kans op bloeding uit ligatie ulcera te Sedatie bij spoed-endoscopieën voor acute tractus digestivus bloedingen is aan te bevelen.
| 599 | nvmdl |
gedurende # dagen Bij gevorderde cirrose (ChildPugh B en C) bij voorkeur ceftriaxon # x ###mg i v gebruiken Endoscopische therapie rubberbandligatie bij oesofagusvarices en GOV #, cyanoacrylaat bij GOV Tijdelijke overbrugging tot definitieve hemostase met ballontamponade is een optie Als alternatief zou een zelfexpandere, gecoverde metalstent (<PERSOON>) geplaatst kunnen worden Bij recidiefbloeding binnen # dagen na initiële hemostase re-endoscopie met nieuwe behandeling Als endoscopisch geen hemostase bereikt wordt valt plaatsen van een TIPS als rescue therapie te Bij een gevordere levercirrose (Child-Pugh B of C) en ontbreken van contra-indicaties wordt het plaatsen van een TIPS # dagen na endoscopische hemostase aanbevolen Na hemostase is preventie van hepatische encefalopathie nodig met # x ##ml lactulose per os, of bij een hoog aspiratierisico ###ml lactulose in ###ml water als klysma Het hervatten van enterale voeding kan zo spoedig mogelijk na hemostase Na einde van de vasoactieve therapie opstarten van de farmacologische recidiefprofylaxe met propranolol o g v de hartfrequentie Carvedilol kan een alternatief zijn in een dosis tot maximaal # Endoscopische recidiefprofylaxe in combinatie met farmacologische therapie; bij oesofagusvarices door middel van endoscopische rubberbandligatie om de # tot # weken tot eradicatie van de Tijdelijke therapie met een PPI valt te overwegen om de kans op bloeding uit ligatie ulcera te Sedatie bij spoed-endoscopieën voor acute tractus digestivus bloedingen is aan te bevelen De spoed-endoscopie zou bij voorkeur plaats moeten vinden op een hiervoor geoutilleerde, Een routinematige, endotracheale intubatie voor de endoscopie is niet nodig, maar wordt wel sterk De patiënt moet na een spoed-endoscopie onder sedatie altijd op een bewaakte afdeling acetylsalicylzuur, DOAC en coumarinederivaten Is er sprake van centrale vasculaire Fysisch diagnostisch onderzoek perianaal goed inspecteren en rectaal toucher Cave ook een bloeding uit het bovenste deel van de tractus kan zich manifesteren met rood bloedverlies per anum (hoge passagesnelheid door de darm) Bij massaal bloedverlies eerst Endoscopie coloscopie (na adequate darm voorbereiding), bij voorkeur tot in het terminale ileum Een acute endoscopie zonder adequate darmvoorbereiding is zinloos Bij hemodynamisch instabiele patiënten heeft het de voorkeur een CT-angiografie te verrichten, eventueel gevolgd door selectieve angiografie met embolisatie CT-angiografie wanneer bloedingsbron onbekend is gebleven na endoscopie Algemene behandelingsadviezen zijn in principe niet anders dan bij een bloeding in het bovenste Bij hemodynamisch stabiele patiënt indien mogelijk lokaal endoscopisch behandelen Bij hemodynamische instabiliteit direct overgaan tot CT-angiografie, zonodig gevolgd door Bij herhaalde endoscopische onmogelijkheid en bij recidief bloeding, overgaan tot CT angiografie en zo nodig gevolgd door selectieve angiografie en embolisatiecoiling Indien daarbij geen hemostase kan worden verkregen en hemodynamische instabiliteit of bloedtransfusiebehoefte persisteert, overgaan tot chirurgische interventie nadat de Algemeen beleid bloedingen uit de hoge en lage tractus digestivus De klachten op het moment van consultatie en eventuele klachten die vooraf gingen rectaal bloedverlies, hematemesis, melena, collaps, pijnklachten, dyspeptische klachten, refluxklachten, Het gebruik van medicatie met name NSAIDâs (let ook op verborgen NSAID-gebruik,.
| 577 | nvmdl |
intubatie voor de endoscopie is niet nodig, maar wordt wel sterk De patiënt moet na een spoed-endoscopie onder sedatie altijd op een bewaakte afdeling acetylsalicylzuur, DOAC en coumarinederivaten Is er sprake van centrale vasculaire Fysisch diagnostisch onderzoek perianaal goed inspecteren en rectaal toucher Cave ook een bloeding uit het bovenste deel van de tractus kan zich manifesteren met rood bloedverlies per anum (hoge passagesnelheid door de darm) Bij massaal bloedverlies eerst Endoscopie coloscopie (na adequate darm voorbereiding), bij voorkeur tot in het terminale ileum Een acute endoscopie zonder adequate darmvoorbereiding is zinloos Bij hemodynamisch instabiele patiënten heeft het de voorkeur een CT-angiografie te verrichten, eventueel gevolgd door selectieve angiografie met embolisatie CT-angiografie wanneer bloedingsbron onbekend is gebleven na endoscopie Algemene behandelingsadviezen zijn in principe niet anders dan bij een bloeding in het bovenste Bij hemodynamisch stabiele patiënt indien mogelijk lokaal endoscopisch behandelen Bij hemodynamische instabiliteit direct overgaan tot CT-angiografie, zonodig gevolgd door Bij herhaalde endoscopische onmogelijkheid en bij recidief bloeding, overgaan tot CT angiografie en zo nodig gevolgd door selectieve angiografie en embolisatiecoiling Indien daarbij geen hemostase kan worden verkregen en hemodynamische instabiliteit of bloedtransfusiebehoefte persisteert, overgaan tot chirurgische interventie nadat de Algemeen beleid bloedingen uit de hoge en lage tractus digestivus De klachten op het moment van consultatie en eventuele klachten die vooraf gingen rectaal bloedverlies, hematemesis, melena, collaps, pijnklachten, dyspeptische klachten, refluxklachten, Het gebruik van medicatie met name NSAIDâs (let ook op verborgen NSAID-gebruik, De voorgeschiedenis zijn er eerder bloedingen opgetreden? Zijn er afwijkingen in het bovenste of onderste deel van de tractus digestivus bekend? Is er een leverziekte? Is er recent een interventie verricht? Heeft de patiënt een centrale vasculaire reconstructie (bijvoorbeeld een Bij het lichamelijk onderzoek moet worden gelet op het volgende Eventuele aanwezigheid van bloed in de mondkeelholte Er moet duidelijk onderscheid worden Zijn er tekenen van hemodynamische instabiliteit bleekheid, klamheid, lage bloeddruk en/of snelle Zijn er tekenen van een leverziekte spider naevi, erythema palmare, caput medusa, Hb/Ht, trombocyten, bloedgroep en rhesusfactor, kruisbloed en INR in geval van Indien er verdenking bestaat op, of patiënt bekend is met leverlijden tevens stollingstatus (APTT, Eerste behandeling gericht op hemodynamische stabilisatie en bewaking Alvorens er aanvullend onderzoek kan worden verricht naar de oorzaak van de bloeding dient een eerste behandeling plaats te vinden om de patiënt te stabiliseren# Er moet een goedlopend infuus worden ingebracht met een grote infuusnaald Afhankelijk van de in- of transfusiebehoefte dient een tweede infuus te worden ingebracht Volumeresuscitatie kan worden toegepast middels crystalloïden (bijvoorbeeld NaCl #,#% of Ringerâs lactaat) Op basis van recente literatuur lijkt er geen plaats voor volume resuscitatie Adequate hemodynamische bewaking is nodig Op welk soort afdeling (zaal, MCU, ICU) de patiënt moet worden opgenomen hangt sterk af van de kliniek van de patiënt, de lokale situatie en beschikbaarheid Patiënten met significante comorbiditeit en hemodynamische instabiliteit dienen Voor aspiratie moet worden gewaakt! Bij een massale bloeding moet intubatie worden overwogen.
| 580 | nvmdl |
eerder bloedingen opgetreden? Zijn er afwijkingen in het bovenste of onderste deel van de tractus digestivus bekend? Is er een leverziekte? Is er recent een interventie verricht? Heeft de patiënt een centrale vasculaire reconstructie (bijvoorbeeld een Bij het lichamelijk onderzoek moet worden gelet op het volgende Eventuele aanwezigheid van bloed in de mondkeelholte Er moet duidelijk onderscheid worden Zijn er tekenen van hemodynamische instabiliteit bleekheid, klamheid, lage bloeddruk en/of snelle Zijn er tekenen van een leverziekte spider naevi, erythema palmare, caput medusa, Hb/Ht, trombocyten, bloedgroep en rhesusfactor, kruisbloed en INR in geval van Indien er verdenking bestaat op, of patiënt bekend is met leverlijden tevens stollingstatus (APTT, Eerste behandeling gericht op hemodynamische stabilisatie en bewaking Alvorens er aanvullend onderzoek kan worden verricht naar de oorzaak van de bloeding dient een eerste behandeling plaats te vinden om de patiënt te stabiliseren# Er moet een goedlopend infuus worden ingebracht met een grote infuusnaald Afhankelijk van de in- of transfusiebehoefte dient een tweede infuus te worden ingebracht Volumeresuscitatie kan worden toegepast middels crystalloïden (bijvoorbeeld NaCl #,#% of Ringerâs lactaat) Op basis van recente literatuur lijkt er geen plaats voor volume resuscitatie Adequate hemodynamische bewaking is nodig Op welk soort afdeling (zaal, MCU, ICU) de patiënt moet worden opgenomen hangt sterk af van de kliniek van de patiënt, de lokale situatie en beschikbaarheid Patiënten met significante comorbiditeit en hemodynamische instabiliteit dienen Voor aspiratie moet worden gewaakt! Bij een massale bloeding moet intubatie worden overwogen De patiënt mag niets per os gebruiken totdat de endoscopie is verricht Advies over voeding na de Het nut van een diagnostische maagsonde is onduidelijk en routinematig gebruik wordt niet Patiënten die zich presenteren met een verdenking op een tractus Het gebruik van een prognostische classificatie wordt aanbevolen voor vroege stratificatie van patiënten voor de noodzaak tot endoscopie, in laag- en hoog-risicocategorieën, recidief bloeding en sterfte Voor hoge tractus digestivus bloedingen zijn de twee meest gevalideerde scores de Blatchford score en de Rockall score#,# De Blatchford score is ontwikkeld om de noodzaak van een vroege interventie (endoscopie ( ## uur) te voorspellen Bij een score van #-# is de patiënt een laagrisicopatiënt en hoeft er dus niet binnen ## uur gescopieerd te worden Ontslag naar huis, maar met poliklinisch vervolg MDL kan worden overwogen, zeker bij een score van #-#<DATUM> De Rockall score is een score waarin ook endoscopische variabelen zijn verwerkt Deze score is het beste gevalideerd om mortaliteit te voorspellen en kan een inschatting geven hoe ernstig ziek de patiënt is (zie bijlage # voor de Rockall-score en tabel # voor de Blatchford-score)## Predictiescore om noodzaak van klinische en endoscopische behandeling te voorspellen Voor deze score is geen endoscopie nodig Patiënten met een score lager dan twee (#-#) bij presentatie op de afdeling voor Spoedeisende Hulp kunnen poliklinisch worden behandeld Voor lage tractus digestivus bloedingen is er ook gepoogd risicoscores te ontwikkelen om de ernst van.
| 590 | nvmdl |
niets per os gebruiken totdat de endoscopie is verricht Advies over voeding na de Het nut van een diagnostische maagsonde is onduidelijk en routinematig gebruik wordt niet Patiënten die zich presenteren met een verdenking op een tractus Het gebruik van een prognostische classificatie wordt aanbevolen voor vroege stratificatie van patiënten voor de noodzaak tot endoscopie, in laag- en hoog-risicocategorieën, recidief bloeding en sterfte Voor hoge tractus digestivus bloedingen zijn de twee meest gevalideerde scores de Blatchford score en de Rockall score#,# De Blatchford score is ontwikkeld om de noodzaak van een vroege interventie (endoscopie ( ## uur) te voorspellen Bij een score van #-# is de patiënt een laagrisicopatiënt en hoeft er dus niet binnen ## uur gescopieerd te worden Ontslag naar huis, maar met poliklinisch vervolg MDL kan worden overwogen, zeker bij een score van #-#<DATUM> De Rockall score is een score waarin ook endoscopische variabelen zijn verwerkt Deze score is het beste gevalideerd om mortaliteit te voorspellen en kan een inschatting geven hoe ernstig ziek de patiënt is (zie bijlage # voor de Rockall-score en tabel # voor de Blatchford-score)## Predictiescore om noodzaak van klinische en endoscopische behandeling te voorspellen Voor deze score is geen endoscopie nodig Patiënten met een score lager dan twee (#-#) bij presentatie op de afdeling voor Spoedeisende Hulp kunnen poliklinisch worden behandeld Voor lage tractus digestivus bloedingen is er ook gepoogd risicoscores te ontwikkelen om de ernst van Er zijn wel risicofactoren die geassocieerd zijn met een slechtere uitkomst hemodynamische instabiliteit bij presentatie, persisterend bloedverlies, comorbiditeiten, leeftijd boven de <LEEFTIJD> jaar, een voorgeschiedenis met divertikels en/of angiodysplasiëen, verhoogd creatinine en een anemie##-## Recent is een nieuwe score ontwikkeld en gevalideerd met een goede voorspellende waarde Deze score voorspelt of een patiënt met een lage tractus digestivus bloeding veilig ontslagen kan worden zonder endoscopische interventie Verdere validatie van deze score zal uit moeten wijzen of we deze in de klinische praktijk Er is evenwel geen specifieke score die we op dit moment kunnen aanbevelen Patiënten die zich presenteren met een verdenking op een hoge tractus digestivus bloeding met een Blatchford score van #-# hoeven geen acute endoscopie te krijgen en mogen naar huis worden Voor lage tractus bloedingen is er nog geen leidende predictiescore maar zijn er wel verschillende risicofactoren die een slechtere Bij hemodynamische instabiliteit en tekenen van een massale bloeding dient altijd erytrocytenconcentraat gegeven te worden, ook als het uitgangs-Hb normaal is Bij een acute bloeding gaan erytrocyten en plasma in gelijke onderlinge verhouding verloren Laboratoriumonderzoek zal in dat geval een normaal hemoglobinegehalte tonen Bij transfusie van meerdere eenheden erytrocytenconcentraat zal ook plasma getransfundeerd moeten worden Bij hemodynamische stabiliteit dient men de drempel voor transfusie te individualiseren op basis van gevonden pathologie en weefselhypoxie Er is opnieuw discussie ontstaan over het nut van restrictief transfusiebeleid versus liberaal transfusiebeleid Recente publicatie van een randomised-controlled trial waarbij patiënten werden gerandomiseerd tussen restrictief #.
| 571 | nvmdl |
slechtere uitkomst hemodynamische instabiliteit bij presentatie, persisterend bloedverlies, comorbiditeiten, leeftijd boven de <LEEFTIJD> jaar, een voorgeschiedenis met divertikels en/of angiodysplasiëen, verhoogd creatinine en een anemie##-## Recent is een nieuwe score ontwikkeld en gevalideerd met een goede voorspellende waarde Deze score voorspelt of een patiënt met een lage tractus digestivus bloeding veilig ontslagen kan worden zonder endoscopische interventie Verdere validatie van deze score zal uit moeten wijzen of we deze in de klinische praktijk Er is evenwel geen specifieke score die we op dit moment kunnen aanbevelen Patiënten die zich presenteren met een verdenking op een hoge tractus digestivus bloeding met een Blatchford score van #-# hoeven geen acute endoscopie te krijgen en mogen naar huis worden Voor lage tractus bloedingen is er nog geen leidende predictiescore maar zijn er wel verschillende risicofactoren die een slechtere Bij hemodynamische instabiliteit en tekenen van een massale bloeding dient altijd erytrocytenconcentraat gegeven te worden, ook als het uitgangs-Hb normaal is Bij een acute bloeding gaan erytrocyten en plasma in gelijke onderlinge verhouding verloren Laboratoriumonderzoek zal in dat geval een normaal hemoglobinegehalte tonen Bij transfusie van meerdere eenheden erytrocytenconcentraat zal ook plasma getransfundeerd moeten worden Bij hemodynamische stabiliteit dient men de drempel voor transfusie te individualiseren op basis van gevonden pathologie en weefselhypoxie Er is opnieuw discussie ontstaan over het nut van restrictief transfusiebeleid versus liberaal transfusiebeleid Recente publicatie van een randomised-controlled trial waarbij patiënten werden gerandomiseerd tussen restrictief # Het is de vraag of deze studie wel voldoende representatief was voor de gehele populatie met bovenste tractus bloedingen, gezien patiënten met massale bloedingen en patiënten met comorbiditeit werden uitgesloten Ook een recent Cochrane review en een grote meta-analyse (niet specifiek gericht op tractus digestivus bloeding) toonden dat een liberaal transfusiebeleid niet tot betere uitkomsten leidde in vergelijking met een restrictief transfusiebeleid, of vice versa##,## Bij patiënten die zich presenteren met een verdenking op een tractus voeren Dit is wel afhankelijk van de comorbiditeit en de etiologie van Ons voorlopig advies is terughoudend te zijn met bloedtransfusie Echter, het bloedtransfusiebeleid kan ruimer zijn bij patiënten met ernstige comorbiditeit Het streef Hb voor een restrictief beleid ligt tussen de <DATUM> en <DATUM> mmol/l Tegenwoordig gebruikt een groot percentage van onze patiëntenpopulatie enige vorm van antistolling Dit kan in de vorm van plaatjesaggregatieremmers, laag-moleculair gewichtsheparine, vitamine K antagonisten en de, meer recent ontwikkelde, direct werkende orale anticoagulatia (DOAC) De DOACâs worden steeds vaker toegepast, maar zijn geassocieerd (net als heparine/vitamine K antagonist en plaatjesaggregatieremmers) met een verhoogd risico op tractus digestivus bloedingen## Het beleid rondom de antistolling ten tijde van een bloeding is in belangrijke mate afhankelijk van de indicatie voor de antistollingstherapie (bijvoorbeeld primaire vs secundaire profylaxe, zijn er drugeluting stents geplaatst of heeft patiënt een mechanische hartklep) Een goede afweging dient gemaakt te worden of de potentiële nadelige gevolgen van het staken van de antistolling wel opwegen tegen de voordelen van het continueren ervan Ons inziens is dit een multidisciplinair besluit en dient.
| 577 | nvmdl |
was voor de gehele populatie met bovenste tractus bloedingen, gezien patiënten met massale bloedingen en patiënten met comorbiditeit werden uitgesloten Ook een recent Cochrane review en een grote meta-analyse (niet specifiek gericht op tractus digestivus bloeding) toonden dat een liberaal transfusiebeleid niet tot betere uitkomsten leidde in vergelijking met een restrictief transfusiebeleid, of vice versa##,## Bij patiënten die zich presenteren met een verdenking op een tractus voeren Dit is wel afhankelijk van de comorbiditeit en de etiologie van Ons voorlopig advies is terughoudend te zijn met bloedtransfusie Echter, het bloedtransfusiebeleid kan ruimer zijn bij patiënten met ernstige comorbiditeit Het streef Hb voor een restrictief beleid ligt tussen de <DATUM> en <DATUM> mmol/l Tegenwoordig gebruikt een groot percentage van onze patiëntenpopulatie enige vorm van antistolling Dit kan in de vorm van plaatjesaggregatieremmers, laag-moleculair gewichtsheparine, vitamine K antagonisten en de, meer recent ontwikkelde, direct werkende orale anticoagulatia (DOAC) De DOACâs worden steeds vaker toegepast, maar zijn geassocieerd (net als heparine/vitamine K antagonist en plaatjesaggregatieremmers) met een verhoogd risico op tractus digestivus bloedingen## Het beleid rondom de antistolling ten tijde van een bloeding is in belangrijke mate afhankelijk van de indicatie voor de antistollingstherapie (bijvoorbeeld primaire vs secundaire profylaxe, zijn er drugeluting stents geplaatst of heeft patiënt een mechanische hartklep) Een goede afweging dient gemaakt te worden of de potentiële nadelige gevolgen van het staken van de antistolling wel opwegen tegen de voordelen van het continueren ervan Ons inziens is dit een multidisciplinair besluit en dient Hierna worden enkele praktische afwegingen en adviezen beschreven voor in de acute bloedingssituatie Deze zijn in overeenstemming met de recent verschenen ââNederlandse richtlijn Bij gebruik van vitamine K antagonisten is het advies de antistolling te couperen bij hemodynamische instabiliteit of bij een INR ) #,###,## Bij een massale bloeding dient dit te gebeuren met vierfactorenconcentraat of FFP (indien vierfactorenconcentraat niet aanwezig is), in combinatie met ###mg vitamine K langzaam intraveneus Bij een laag-risicobloeding (hemodynamisch stabiel) kan overwogen worden om alleen vitamine K toe te dienen Correctie van de coagulopathie mag echter niet leiden tot vertraging van de scopie, tenzij de INR in de supratherapeutische range is Endoscopische therapie lijkt veilig bij INR ( #,###,## De onderbroken anti-coagulantia therapie dient te worden herstart op het moment van ontslag Uit onderzoek is gebleken dat het herstarten van anticoagulantia geassocieerd is met een lager risico op trombo-embolische events en anderzijds geen Vitamine K antagonisten dienen gestaakt en gecoupeerd te worden ten tijde van presentatie met een acute tractus digestivus bloeding Hoe snel de correctie dient plaats te vinden is afhankelijk van de Staken en eventueel couperen (middels toedienen van trombocyten) is alleen geïndiceerd wanneer er sprake is van een massale bloeding In dit geval dienen plaatjesaggregatieremmers gestaakt te worden op het moment van presentatie met een acute tractus digestivus bloeding Indien blijkt dat het om een laag-risicobloeding gaat, is het advies om de plaatjesaggregatieremmers te continueren in verband met een hoger risico op cerebro-cardiovasculaire events bij staken##,##.
| 597 | nvmdl |
Hierna worden enkele praktische afwegingen en adviezen beschreven voor in de acute bloedingssituatie Deze zijn in overeenstemming met de recent verschenen ââNederlandse richtlijn Bij gebruik van vitamine K antagonisten is het advies de antistolling te couperen bij hemodynamische instabiliteit of bij een INR ) #,###,## Bij een massale bloeding dient dit te gebeuren met vierfactorenconcentraat of FFP (indien vierfactorenconcentraat niet aanwezig is), in combinatie met ###mg vitamine K langzaam intraveneus Bij een laag-risicobloeding (hemodynamisch stabiel) kan overwogen worden om alleen vitamine K toe te dienen Correctie van de coagulopathie mag echter niet leiden tot vertraging van de scopie, tenzij de INR in de supratherapeutische range is Endoscopische therapie lijkt veilig bij INR ( #,###,## De onderbroken anti-coagulantia therapie dient te worden herstart op het moment van ontslag Uit onderzoek is gebleken dat het herstarten van anticoagulantia geassocieerd is met een lager risico op trombo-embolische events en anderzijds geen Vitamine K antagonisten dienen gestaakt en gecoupeerd te worden ten tijde van presentatie met een acute tractus digestivus bloeding Hoe snel de correctie dient plaats te vinden is afhankelijk van de Staken en eventueel couperen (middels toedienen van trombocyten) is alleen geïndiceerd wanneer er sprake is van een massale bloeding In dit geval dienen plaatjesaggregatieremmers gestaakt te worden op het moment van presentatie met een acute tractus digestivus bloeding Indien blijkt dat het om een laag-risicobloeding gaat, is het advies om de plaatjesaggregatieremmers te continueren in verband met een hoger risico op cerebro-cardiovasculaire events bij staken##,## plaatjesaggregatieremmers herstart kunnen worden bij hoog-risico bloedingen staat ter discussie Bloedingsrisico bij gebruik dient afgewogen te worden tegen thrombo-embolische complicaties na staken Dit zal enerzijds dus sterk van de indicatie voor gebruik afhangen en anderzijds van de ernst en gecompliceerdheid van de tractus digestivus bloeding Bij primaire preventie moet de indicatie heroverwogen worden Bij harde indicaties en massale bloedingen kan overwogen worden om na # dagen, na bereikte hemodynamische stabiliteit, de plaatjesaggregatie weer te herstarten## Bij gecombineerd gebruik van acetylsalicylzuur, clopidogrel en/of coumarines heeft het de voorkeur coumarines te stoppen en eventueel te couperen, clopidogrel te staken (in overleg met cardioloog) en trombocyten) is alleen geïndiceerd wanneer er sprake is van een Er dient een zorgvuldige afweging gemaakt te worden alvorens DOACâs dienen gestaakt te worden ten tijde van presentatie met een gastrointestinale bloeding Gezien hun relatief korte werkingsduur (##-## uur) lijkt dit de meest effectieve maatregel Vooralsnog lijkt voor alleen dabigatran een goed antidotum beschikbaar; namelijk Idarucizumab (Praxbind, #gr intraveneus eenmalig)## Geadviseerd wordt om dit antidotum alleen te gebruiken bij hemodynamische instabiliteit De werking van de overige DOACâs kan alleen teniet gedaan worden met een hoge dosering #-factoren concentraat (## IU/kg) Tranexaminezuur (#g i v of oraal; zo nodig na # uur herhalen) kan overwogen worden Indien de DOAC minder dan # uur geleden is ingenomen kan actieve kool worden gegeven Vitamine K en FFP hebben geen rol in het couperen met deze medicijnen##,##.
| 599 | nvmdl |
herstart kunnen worden bij hoog-risico bloedingen staat ter discussie Bloedingsrisico bij gebruik dient afgewogen te worden tegen thrombo-embolische complicaties na staken Dit zal enerzijds dus sterk van de indicatie voor gebruik afhangen en anderzijds van de ernst en gecompliceerdheid van de tractus digestivus bloeding Bij primaire preventie moet de indicatie heroverwogen worden Bij harde indicaties en massale bloedingen kan overwogen worden om na # dagen, na bereikte hemodynamische stabiliteit, de plaatjesaggregatie weer te herstarten## Bij gecombineerd gebruik van acetylsalicylzuur, clopidogrel en/of coumarines heeft het de voorkeur coumarines te stoppen en eventueel te couperen, clopidogrel te staken (in overleg met cardioloog) en trombocyten) is alleen geïndiceerd wanneer er sprake is van een Er dient een zorgvuldige afweging gemaakt te worden alvorens DOACâs dienen gestaakt te worden ten tijde van presentatie met een gastrointestinale bloeding Gezien hun relatief korte werkingsduur (##-## uur) lijkt dit de meest effectieve maatregel Vooralsnog lijkt voor alleen dabigatran een goed antidotum beschikbaar; namelijk Idarucizumab (Praxbind, #gr intraveneus eenmalig)## Geadviseerd wordt om dit antidotum alleen te gebruiken bij hemodynamische instabiliteit De werking van de overige DOACâs kan alleen teniet gedaan worden met een hoge dosering #-factoren concentraat (## IU/kg) Tranexaminezuur (#g i v of oraal; zo nodig na # uur herhalen) kan overwogen worden Indien de DOAC minder dan # uur geleden is ingenomen kan actieve kool worden gegeven Vitamine K en FFP hebben geen rol in het couperen met deze medicijnen##,## DOACâs dienen gestaakt te worden ten tijde van presentatie met een # <PERSOON> R, et al Early intensive resuscitation of patients with # <PERSOON> P, et al Human albumin solution for resuscitation and volume expansion in critically ill patients Cochrane Database Syst Rev ###; ## CD###<DATUM> <PERSOON> JY, <PERSOON> QH, Xie JF, et al Comparison of the effects of albumin and crystalloid on mortality in adult patients with severe sepsis and septic shock a meta-analysis of randomized clinical trials <PERSOON> MA, Waheed, et al Randomised trials of human albumin for adults with sepsis systematic review and meta-analysis with trial sequential analysis of all-cause mortality BMJ ###; # Srygley FD, <PERSOON> T et al <PERSOON> this patient have a severe up- per gastrointestinal # <PERSOON> F et al Impact of nasogastric lavage on outcomes in acute <PERSOON> AE, et al Usefulness and validity of diagnostic nasogastric aspiration in patients without hematemesis <PERSOON-##> WR, Blatchford MA Risk score to predict the need for treatment for upper # Rockall TA, <PERSOON-##> RF, <PERSOON-##> HB et al Risk assessment after acute upper gastrointestinal ## <PERSOON-##> MA, Rotondano G et al Outpatient management for low-risk nonvariceal upper ## <PERSOON-##> JT, et al.
| 609 | nvmdl |
presentatie met een # <PERSOON> R, et al Early intensive resuscitation of patients with # <PERSOON> P, et al Human albumin solution for resuscitation and volume expansion in critically ill patients Cochrane Database Syst Rev ###; ## CD###<DATUM> <PERSOON> JY, <PERSOON> QH, Xie JF, et al Comparison of the effects of albumin and crystalloid on mortality in adult patients with severe sepsis and septic shock a meta-analysis of randomized clinical trials <PERSOON> MA, Waheed, et al Randomised trials of human albumin for adults with sepsis systematic review and meta-analysis with trial sequential analysis of all-cause mortality BMJ ###; # Srygley FD, <PERSOON> T et al <PERSOON> this patient have a severe up- per gastrointestinal # <PERSOON> F et al Impact of nasogastric lavage on outcomes in acute <PERSOON> AE, et al Usefulness and validity of diagnostic nasogastric aspiration in patients without hematemesis <PERSOON-##> WR, Blatchford MA Risk score to predict the need for treatment for upper # Rockall TA, <PERSOON-##> RF, <PERSOON-##> HB et al Risk assessment after acute upper gastrointestinal ## <PERSOON-##> MA, Rotondano G et al Outpatient management for low-risk nonvariceal upper ## <PERSOON-##> JT, et al ## <PERSOON-##> HR, et al Comparison of risk scoring systems for patients presenting with upper gastrointestinal bleeding international multicentre prospective study BMJ ###; ### i### ## <PERSOON-##> MS, <PERSOON-##> NJ, et al Comparison of Rockall and Blatchford scores to assess outcome of patients with bleeding peptic ulcers after endoscopic therapy <PERSOON-##> PP, Nanapragasam A, et al Prediction of Outcome in <PERSOON-##> A, Ben-<PERSOON-##> GS, et al Prediction of outcome in acute lower-gastrointestinal haemorrhage based on an artificial neural network internal and external validation of a predictive ## Strate LL, Saltzman JR, Ookubo R, et al Validation of a clinical prediction rule for severe acute ## <PERSOON-##> R et al Derivation and validation of a novel risk score for safe discharge after acute lower gastrointestinal bleeding a modelling study Lancet Gastroenterol Hepatol ## Practice guidelines for perioperative blood transfusion and adjuvant therapies an updated report by the American Society of Anesthesiologists Task Force on Perioperative Blood Transfusion and ## Hebert PC, Wells g, Blajchman MA et al A multicenter, randomized, controlled clinical trial of transfusion requirements in critical care Transfusion Requirements in Critical Care Investigators, Canadian Critical Care Trials group <PERSOON-##> j <PERSOON-##> A et al.
| 603 | nvmdl |
## <PERSOON> HR, et al Comparison of risk scoring systems for patients presenting with upper gastrointestinal bleeding international multicentre prospective study BMJ ###; ### i### ## <PERSOON> MS, <PERSOON> NJ, et al Comparison of Rockall and Blatchford scores to assess outcome of patients with bleeding peptic ulcers after endoscopic therapy <PERSOON> PP, Nanapragasam A, et al Prediction of Outcome in <PERSOON> A, Ben-<PERSOON> GS, et al Prediction of outcome in acute lower-gastrointestinal haemorrhage based on an artificial neural network internal and external validation of a predictive ## Strate LL, Saltzman JR, Ookubo R, et al Validation of a clinical prediction rule for severe acute ## <PERSOON> R et al Derivation and validation of a novel risk score for safe discharge after acute lower gastrointestinal bleeding a modelling study Lancet Gastroenterol Hepatol ## Practice guidelines for perioperative blood transfusion and adjuvant therapies an updated report by the American Society of Anesthesiologists Task Force on Perioperative Blood Transfusion and ## Hebert PC, Wells g, Blajchman MA et al A multicenter, randomized, controlled clinical trial of transfusion requirements in critical care Transfusion Requirements in Critical Care Investigators, Canadian Critical Care Trials group <PERSOON> j <PERSOON> A et al ## Carson JL, Stanworth SJ, Roubinian N, et al Transfusion thresholds and other strategies for guiding allogeneic red blood cell transfusion <PERSOON-##> N, et al Restrictive versus liberal transfusion strategy for red blood cell transfusion systematic review of randomised trials with meta-analysis and trial sequential ## <PERSOON-##> EJ et al New oral anticoagulants increase risk for gastrointestinal bleeding a systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> AJR, Tushuizen ME Beleid ## <PERSOON-##> SJ et al Prevalence, management, and outcomes of patients with coagulopathy after acute nonvariceal upper gastrointestinal bleeding in the <PERSOON-##> AN, Razzaghi A et al Systematic review the presenting international normalized ratio (INR) as a predictor of outcome in patients with upper nonvariceal gastrointestinal ## <PERSOON-##> KR Acute gastrointestinal haemorrhage in anticoagulated patients diagnoses and response to endoscopic treatment <PERSOON-##> EJ, et al Diagnosis and management of nonvariceal upper ## <PERSOON-##> DA et al Risk of thromboembolism, recurrent hemorrhage, and death after warfarin therapy interruption for gastrointestinal tract bleeding Arch Intern Med ###; ### ###â ##.
| 552 | nvmdl |
Carson JL, Stanworth SJ, Roubinian N, et al Transfusion thresholds and other strategies for guiding allogeneic red blood cell transfusion <PERSOON> N, et al Restrictive versus liberal transfusion strategy for red blood cell transfusion systematic review of randomised trials with meta-analysis and trial sequential ## <PERSOON> EJ et al New oral anticoagulants increase risk for gastrointestinal bleeding a systematic review and meta-analysis <PERSOON> JE, <PERSOON> AJR, Tushuizen ME Beleid ## <PERSOON> SJ et al Prevalence, management, and outcomes of patients with coagulopathy after acute nonvariceal upper gastrointestinal bleeding in the <PERSOON> AN, Razzaghi A et al Systematic review the presenting international normalized ratio (INR) as a predictor of outcome in patients with upper nonvariceal gastrointestinal ## <PERSOON> KR Acute gastrointestinal haemorrhage in anticoagulated patients diagnoses and response to endoscopic treatment <PERSOON> EJ, et al Diagnosis and management of nonvariceal upper ## <PERSOON> DA et al Risk of thromboembolism, recurrent hemorrhage, and death after warfarin therapy interruption for gastrointestinal tract bleeding <PERSOON-##> risks of thromboembolism vs recurrent gastrointestinal bleeding after interruption of systemic anticoagulation in hospitalized inpatients with ## Strate LL, Gralnek IM ACG Clinical Guideline Management of <PERSOON-##> JYW, <PERSOON-##> JYL et al Continuation of low dose aspirin therapy in peptic ulcer ## <PERSOON-##> L et al Discontinuation of low dose aspirin therapy after peptic ulcer bleeding increases risk of death and acute cardiovascular events Clin Gastroenterol Hepatol ## Pollack CVJr, Reilly PA, Eikelboob J et al Idarucizumab for dabigatran reversal <PERSOON-##> J Med ## <PERSOON-##> NS, Castillo DL Novel anticoagulants bleeding risk and management strategies Curr ## Fawole A, Daw HA, Crowther MA Practical management of bleeding due to the anticoagulants dabigatran, rivaroxaban, and apixaban Clev Clin J Med ###; ## ### â ### Een spoedendoscopie bij een acute bloeding is vaak een dramatische gebeurtenis Er is niet zelden sprake van een levensbedreigende situatie waarin endoscopische interventies om de bloeding te stelpen, nodig zijn Met het oog op patiëntenveiligheid en maximalisatie van de kans op succes van de endoscopische verrichting dient de werkomgeving optimaal te zijn Daarbij zijn âsedatieâ en âendoscopieâ als twee aparte verrichtingen te beschouwen met elk een eigen taakomschrijving en risicoprofiel De specifieke risicoâs verbonden met de procedurele sedatie en/of analgesie (PSA) bij spoedendoscopieën bij een acute tractus digestivus bloeding dienen bekend te zijn Bij de.
| 547 | nvmdl |
thromboembolism vs recurrent gastrointestinal bleeding after interruption of systemic anticoagulation in hospitalized inpatients with ## Strate LL, Gralnek IM ACG Clinical Guideline Management of <PERSOON> JYW, <PERSOON> JYL et al Continuation of low dose aspirin therapy in peptic ulcer ## <PERSOON> L et al Discontinuation of low dose aspirin therapy after peptic ulcer bleeding increases risk of death and acute cardiovascular events Clin Gastroenterol Hepatol ## Pollack CVJr, Reilly PA, Eikelboob J et al Idarucizumab for dabigatran reversal <PERSOON> J Med ## <PERSOON> NS, Castillo DL Novel anticoagulants bleeding risk and management strategies Curr ## Fawole A, Daw HA, Crowther MA Practical management of bleeding due to the anticoagulants dabigatran, rivaroxaban, and apixaban Clev Clin J Med ###; ## ### â ### Een spoedendoscopie bij een acute bloeding is vaak een dramatische gebeurtenis Er is niet zelden sprake van een levensbedreigende situatie waarin endoscopische interventies om de bloeding te stelpen, nodig zijn Met het oog op patiëntenveiligheid en maximalisatie van de kans op succes van de endoscopische verrichting dient de werkomgeving optimaal te zijn Daarbij zijn âsedatieâ en âendoscopieâ als twee aparte verrichtingen te beschouwen met elk een eigen taakomschrijving en risicoprofiel De specifieke risicoâs verbonden met de procedurele sedatie en/of analgesie (PSA) bij spoedendoscopieën bij een acute tractus digestivus bloeding dienen bekend te zijn Bij de Er heerst de mening dat het veiliger zou zijn om de patiënt met een acute bloeding tijdens de spoedendoscopie juist niet te sederen Hiertegenover staat het feit dat geavanceerde, endoscopische interventies voor de controle van een bloeding door onrust van de patiënt en onvoldoende coöperatie, vaak bemoeilijkt worden Tevens is acute hemodynamische verslechtering tijdens een interventie mogelijk hetgeen extra therapeutische maatregelen nodig maakt die vaak slecht getolereerd worden (ondersteunende beademing, afzuigen, enz ) Ook worden langdurige procedures van de patiënt slecht verdragen en zijn acute bloedingen en spoedendoscopieën voor de patiënt zeer traumatiserende gebeurtenissen Bij een geplande sedatie conform de richtlijn, voor begin van een spoedendoscopie, blijft de situatie beter onder controle, is de endoscopie eenvoudiger uitvoerbaar en wordt traumatisering van de patiënt vermeden Hypoxemie komt ook bij de niet-gesedeerde patiënt tijdens spoedendoscopieën voor# Endoscopie onder propofol is veilig, hoewel er meer episoden van Ten aanzien van bovengenoemde argumenten valt het daarom te overwegen bij een spoedendoscopie sedatie toe te dienen Echter, er is geen literatuur om een onderbouwde aanbeveling te geven Het is opmerkelijk dat er in geen enkele richtlijn een uitspraak wordt gedaan over het wel of niet sederen bij spoedendoscopieën (ASGE, ESGE-ESGENA, AOMRC, DGVS) Het al dan wel of niet sederen bij een spoedendoscopie is een keuze op individuele patiënt basis met In een recent, retrospectief onderzoek in Denemarken over de ## dagen mortaliteit na spoedgastroscopie in verband met een acute bovenste tractus digestivus bloeding, werd een.
| 585 | nvmdl |
de mening dat het veiliger zou zijn om de patiënt met een acute bloeding tijdens de spoedendoscopie juist niet te sederen Hiertegenover staat het feit dat geavanceerde, endoscopische interventies voor de controle van een bloeding door onrust van de patiënt en onvoldoende coöperatie, vaak bemoeilijkt worden Tevens is acute hemodynamische verslechtering tijdens een interventie mogelijk hetgeen extra therapeutische maatregelen nodig maakt die vaak slecht getolereerd worden (ondersteunende beademing, afzuigen, enz ) Ook worden langdurige procedures van de patiënt slecht verdragen en zijn acute bloedingen en spoedendoscopieën voor de patiënt zeer traumatiserende gebeurtenissen Bij een geplande sedatie conform de richtlijn, voor begin van een spoedendoscopie, blijft de situatie beter onder controle, is de endoscopie eenvoudiger uitvoerbaar en wordt traumatisering van de patiënt vermeden Hypoxemie komt ook bij de niet-gesedeerde patiënt tijdens spoedendoscopieën voor# Endoscopie onder propofol is veilig, hoewel er meer episoden van Ten aanzien van bovengenoemde argumenten valt het daarom te overwegen bij een spoedendoscopie sedatie toe te dienen Echter, er is geen literatuur om een onderbouwde aanbeveling te geven Het is opmerkelijk dat er in geen enkele richtlijn een uitspraak wordt gedaan over het wel of niet sederen bij spoedendoscopieën (ASGE, ESGE-ESGENA, AOMRC, DGVS) Het al dan wel of niet sederen bij een spoedendoscopie is een keuze op individuele patiënt basis met In een recent, retrospectief onderzoek in Denemarken over de ## dagen mortaliteit na spoedgastroscopie in verband met een acute bovenste tractus digestivus bloeding, werd een versus de groep patiënten die alleen onder supervisie van de gastro-enteroloog behandeld zijn Patiënten die anesthesiologische zorg hebben gekregen waren zieker en vaker hemodynamisch instabiel Deze confounder verklaart de verschillen in mortaliteit, aldus de auteurs, en is niet veroorzaakt door het wel of niet toedienen van sedatie# Relevante sedatie gerelateerde complicaties zijn zeldzaam in de dagelijkse praktijk Endoscopische onderzoeken en interventies, uitgevoerd door getraind personeel na adequate preprocedurele evaluatie van de patiënt en verricht in de juiste omgeving, is een veilige procedure# In een groot nationaal onderzoek in de USA over bijna ### ### sedaties bij endoscopische verrichtingen, zijn bij #,#% van de procedures zogenaamde niet-geplande gebeurtenissen opgetreden Deze waren vooral cardiopulmonaal van aard (#,#%) De meeste gebeurtenissen bleken door minimale interventies, zoals zuurstof suppletie of infuustherapie te beheersen In #,##% van de gevallen leidde de complicatie tot klinische opname; in #,##% van de gevallen tot cardiopulmonale resuscitatie# In een recent gepubliceerd onderzoek in Duitsland werden bij bijna ### ### electieve, diagnostische endoscopieën in de jaren ### tot ###, geen ernstige complicaties of sterfgevallen gedocumenteerd# Als complicaties optreden, dan gebeurt dit vooral bij patiënten boven de <LEEFTIJD> jaar, of met een ASA-classificatie van III of hoger en bij spoedendoscopieën met name in de avond-, nachten weekenduren (ANW-uren) Bij bijna ### ### sedaties traden bij ## patiënten (#,##%) ernstige complicaties op Een groot deel (##%) trad op bij sedatie tijdens de spoedscopie Van de dodelijk verlopende complicaties ontstond zelfs de helft (##%) bij een spoedendoscopie Bij al deze patiënten.
| 641 | nvmdl |
de gastro-enteroloog behandeld zijn Patiënten die anesthesiologische zorg hebben gekregen waren zieker en vaker hemodynamisch instabiel Deze confounder verklaart de verschillen in mortaliteit, aldus de auteurs, en is niet veroorzaakt door het wel of niet toedienen van sedatie# Relevante sedatie gerelateerde complicaties zijn zeldzaam in de dagelijkse praktijk Endoscopische onderzoeken en interventies, uitgevoerd door getraind personeel na adequate preprocedurele evaluatie van de patiënt en verricht in de juiste omgeving, is een veilige procedure# In een groot nationaal onderzoek in de USA over bijna ### ### sedaties bij endoscopische verrichtingen, zijn bij #,#% van de procedures zogenaamde niet-geplande gebeurtenissen opgetreden Deze waren vooral cardiopulmonaal van aard (#,#%) De meeste gebeurtenissen bleken door minimale interventies, zoals zuurstof suppletie of infuustherapie te beheersen In #,##% van de gevallen leidde de complicatie tot klinische opname; in #,##% van de gevallen tot cardiopulmonale resuscitatie# In een recent gepubliceerd onderzoek in Duitsland werden bij bijna ### ### electieve, diagnostische endoscopieën in de jaren ### tot ###, geen ernstige complicaties of sterfgevallen gedocumenteerd# Als complicaties optreden, dan gebeurt dit vooral bij patiënten boven de <LEEFTIJD> jaar, of met een ASA-classificatie van III of hoger en bij spoedendoscopieën met name in de avond-, nachten weekenduren (ANW-uren) Bij bijna ### ### sedaties traden bij ## patiënten (#,##%) ernstige complicaties op Een groot deel (##%) trad op bij sedatie tijdens de spoedscopie Van de dodelijk verlopende complicaties ontstond zelfs de helft (##%) bij een spoedendoscopie Bij al deze patiënten Dit maakt duidelijk hoe belangrijk het juist in de spoed situatie is, De eisen die gesteld zijn aan procedurele sedatie en/of analgesie bij een endoscopische verrichting, zijn vastgelegd in een multidisciplinaire richtlijn in ### In hetzelfde jaar publiceerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg het Toetsingskader sedatie IGZ met daarin een samenvatting van de minimale voorwaarden voor veilige sedatie waaraan voldaan dient te worden# Sinds ### wordt het naleven van de sedatie richtlijn bij de NVMDL De keuze voor de sedatiemiddelen is overigens niet relevant# Sedatie met propofol, toegediend door getraind en hiervoor gecertificeerd personeel (sedatie praktijk specialist), lijkt ook bij spoedeisende endoscopieën bij acute bloedingen, onafhankelijk van de bloedingsoorzaak, veilig Ten aanzien van de goede stuurbaarheid is dit zeker een goede optie## De meerwaarde van lokale verdoving van de pharynx met lidocaïne in combinatie met propofol sedatie bij spoedendoscopieën is niet uitgezocht Bij electieve ingrepen lijkt de combinatie van sedatie en lokale verdoving veilig, maar dit heeft geen invloed op de dosis sedatiemiddelen of het patient-comfort tijdens de procedure## Lidocaïne spray vermindert de braakreflex, maar de meerwaarde van lidocaïne bij de endoscopie onder sedatie wordt in twijfel getrokken De werkgroep is van mening dat voor een aanvullende, plaatselijke verdoving van de pharynx bij een spoedendoscopie onder sedatie geen indicatie bestaat ## Zoals bij alle endoscopieën onder sedatie dient ook bij een spoedendoscopie één teamlid uitsluitend belast te zijn met de sedatie en bewaking van de patiënt Bij een endoscopie zijn minimaal # personen betrokken.
| 642 | nvmdl |
duidelijk hoe belangrijk het juist in de spoed situatie is, De eisen die gesteld zijn aan procedurele sedatie en/of analgesie bij een endoscopische verrichting, zijn vastgelegd in een multidisciplinaire richtlijn in ### In hetzelfde jaar publiceerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg het Toetsingskader sedatie IGZ met daarin een samenvatting van de minimale voorwaarden voor veilige sedatie waaraan voldaan dient te worden# Sinds ### wordt het naleven van de sedatie richtlijn bij de NVMDL De keuze voor de sedatiemiddelen is overigens niet relevant# Sedatie met propofol, toegediend door getraind en hiervoor gecertificeerd personeel (sedatie praktijk specialist), lijkt ook bij spoedeisende endoscopieën bij acute bloedingen, onafhankelijk van de bloedingsoorzaak, veilig Ten aanzien van de goede stuurbaarheid is dit zeker een goede optie## De meerwaarde van lokale verdoving van de pharynx met lidocaïne in combinatie met propofol sedatie bij spoedendoscopieën is niet uitgezocht Bij electieve ingrepen lijkt de combinatie van sedatie en lokale verdoving veilig, maar dit heeft geen invloed op de dosis sedatiemiddelen of het patient-comfort tijdens de procedure## Lidocaïne spray vermindert de braakreflex, maar de meerwaarde van lidocaïne bij de endoscopie onder sedatie wordt in twijfel getrokken De werkgroep is van mening dat voor een aanvullende, plaatselijke verdoving van de pharynx bij een spoedendoscopie onder sedatie geen indicatie bestaat ## Zoals bij alle endoscopieën onder sedatie dient ook bij een spoedendoscopie één teamlid uitsluitend belast te zijn met de sedatie en bewaking van de patiënt Bij een endoscopie zijn minimaal # personen betrokken (of onder supervisie gemandateerd) voor de sedatie en monitoring van de patiënt Over sedatie bij spoedeisende endoscopieën in de ANW-uren valt het te adviseren goede afspraken met de ICU en/of de anesthesie te maken Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van acute verslechtering van de initieel hemodynamisch en respiratoir stabiele patiënt tijdens de endoscopische interventie Het valt daarom aan te bevelen de primaire endoscopie tijdens de ANW-uren op een hiervoor geoutilleerde bewaakte afdeling te verrichten (bijvoorbeeld ICU, Medium Care, operatiekamer enz ) Voor het lokale beleid en de interdisciplinaire samenwerking moeten goede afspraken gemaakt zijn Verantwoordelijk hiervoor is de lokale PSA-commissie Idealiter worden lokale sedatieteams De minimale monitoring bestaat uit pulsoximetrie en automatische bloedrukmeting Bij risico op hartritmestoornissen zou een ECG-monitor van meerwaarde kunnen zijn, alhoewel deze niet vereist is in de richtlijn## Er is toenemend bewijs dat capnografie de pulmonale situatie van een patiënt onder sedatie beter weergeeft dan de pulsoximetrie Hypoventilatie wordt met de capnografie beter gedetecteerd Gebruik van capnografie lijkt ook kosteneffectief te zijn## In een gerandomiseerde studie werd de hypoxemie incidentie tijdens de endoscopische procedure, ondanks gebruik van capnografie, niet verminderd## In een positionpaper uit ### adviseert de ASGE het routinematige De patiënt moet na een spoedendoscopie onder sedatie (uitslaapfase) ook in de ANW-uren continue personeel en apparatief bewaakt worden totdat de patiënt volledig wakker is (Aldrete score ) #) Deze bewaking dient bij voorkeur plaats te vinden op de verkoever of een andere, hiervoor geoutilleerde afdeling##.
| 586 | nvmdl |
voor de sedatie en monitoring van de patiënt Over sedatie bij spoedeisende endoscopieën in de ANW-uren valt het te adviseren goede afspraken met de ICU en/of de anesthesie te maken Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van acute verslechtering van de initieel hemodynamisch en respiratoir stabiele patiënt tijdens de endoscopische interventie Het valt daarom aan te bevelen de primaire endoscopie tijdens de ANW-uren op een hiervoor geoutilleerde bewaakte afdeling te verrichten (bijvoorbeeld ICU, Medium Care, operatiekamer enz ) Voor het lokale beleid en de interdisciplinaire samenwerking moeten goede afspraken gemaakt zijn Verantwoordelijk hiervoor is de lokale PSA-commissie Idealiter worden lokale sedatieteams De minimale monitoring bestaat uit pulsoximetrie en automatische bloedrukmeting Bij risico op hartritmestoornissen zou een ECG-monitor van meerwaarde kunnen zijn, alhoewel deze niet vereist is in de richtlijn## Er is toenemend bewijs dat capnografie de pulmonale situatie van een patiënt onder sedatie beter weergeeft dan de pulsoximetrie Hypoventilatie wordt met de capnografie beter gedetecteerd Gebruik van capnografie lijkt ook kosteneffectief te zijn## In een gerandomiseerde studie werd de hypoxemie incidentie tijdens de endoscopische procedure, ondanks gebruik van capnografie, niet verminderd## In een positionpaper uit ### adviseert de ASGE het routinematige De patiënt moet na een spoedendoscopie onder sedatie (uitslaapfase) ook in de ANW-uren continue personeel en apparatief bewaakt worden totdat de patiënt volledig wakker is (Aldrete score ) #) Deze bewaking dient bij voorkeur plaats te vinden op de verkoever of een andere, hiervoor geoutilleerde afdeling## Spoedendoscopieën bij patiënten met een acute varices bloeding dienen op de ICU of een andere afdeling met adequate monitoring plaats te vinden## De ESGE richtlijn en de Baveno VI consensus conferentie bevelen aan om de onrustige patiënt, de patiënt met een encefalopathie of massief hematemesis bij een actieve bovenste tractus digestivus bloeding, profylactisch endotracheaal te intuberen##,## Van belang is wel dat een routine intubatie voor een spoedendoscopie niet geïndiceerd is Hierdoor zou het risico op aspiratie pneumonie juist toenemen##,## De incidentie van cardiopulmonale complicaties bij spoedendoscopieën op de ICU bij acute bloedingen wordt door Sedatie bij spoedendoscopieën voor acute tractus digestivus bloedingen is aan te bevelen, maar is een verrichting met een eigen risicoprofiel De beslissing om wel of niet te sederen tijdens Bij de planning van sedatie voor een spoedendoscopie moet Het valt aan te bevelen de spoedendoscopie bij een klinisch relevante bloeding, op een hiervoor geoutilleerde, bewaakte vereiste monitoring Een ECG-monitor is zinvol bij risico op zijn Echter, het kan nog niet voor routinegebruik worden De routinematige intubatie voor een spoedendoscopie wordt niet aanbevolen Deze valt wel te overwegen bij de hemodynamische een bewaakte afdeling uitslapen Overplaatsing naar de normale afdeling is pas toegestaan als de patiënt gedocumenteerd volledig # <PERSOON> SC, <PERSOON> CH, <PERSOON> CH Arterial oxygen desaturation during emergent nonsedated upper gastrointestinal endoscopy in the emergency department <PERSOON> K, <PERSOON>.
| 567 | nvmdl |
een acute varices bloeding dienen op de ICU of een andere afdeling met adequate monitoring plaats te vinden## De ESGE richtlijn en de Baveno VI consensus conferentie bevelen aan om de onrustige patiënt, de patiënt met een encefalopathie of massief hematemesis bij een actieve bovenste tractus digestivus bloeding, profylactisch endotracheaal te intuberen##,## Van belang is wel dat een routine intubatie voor een spoedendoscopie niet geïndiceerd is Hierdoor zou het risico op aspiratie pneumonie juist toenemen##,## De incidentie van cardiopulmonale complicaties bij spoedendoscopieën op de ICU bij acute bloedingen wordt door Sedatie bij spoedendoscopieën voor acute tractus digestivus bloedingen is aan te bevelen, maar is een verrichting met een eigen risicoprofiel De beslissing om wel of niet te sederen tijdens Bij de planning van sedatie voor een spoedendoscopie moet Het valt aan te bevelen de spoedendoscopie bij een klinisch relevante bloeding, op een hiervoor geoutilleerde, bewaakte vereiste monitoring Een ECG-monitor is zinvol bij risico op zijn Echter, het kan nog niet voor routinegebruik worden De routinematige intubatie voor een spoedendoscopie wordt niet aanbevolen Deze valt wel te overwegen bij de hemodynamische een bewaakte afdeling uitslapen Overplaatsing naar de normale afdeling is pas toegestaan als de patiënt gedocumenteerd volledig # <PERSOON> SC, <PERSOON> CH, <PERSOON> CH Arterial oxygen desaturation during emergent nonsedated upper gastrointestinal endoscopy in the emergency department <PERSOON> K, <PERSOON> propofol sedation during emergency upper endoscopy for gastrointestinal bleeding a prospective # <PERSOON> care for emergency endoscopy for peptic ulcer bleeding A nationwide population-based cohort study # Vargo JJ Sedation-related complications in gastrointestinal endoscopy <PERSOON> CC, Crowell MD, Lieberman DA, de <PERSOON> DE A national study of cardiopulmonary unplanned events after GI endoscopy <PERSOON> of sedation during gastroscopy and colonoscopy in low-risk patients results of a retrospective subgroup analysis of a registry study including over ### ### endoscopies <PERSOON-##> RU, de <PERSOON-##> CF, Gottschalk U, <LOCATIE> C How safe is sedation in gastrointestinal endoscopy? A multicentre analysis of ###,### endoscopies and analysis of data from prospective registries of complications managed by members of the Working Group of # <PERSOON-##> ANJ et al Richtlijn sedatie en/of analgesie op locaties buiten de # <PERSOON-##> sedatie en/of analgesie buiten de operatiekamer ### ##.
| 492 | nvmdl |
endoscopy for gastrointestinal bleeding a prospective # <PERSOON> care for emergency endoscopy for peptic ulcer bleeding A nationwide population-based cohort study # Vargo JJ Sedation-related complications in gastrointestinal endoscopy <PERSOON> CC, Crowell MD, Lieberman DA, de <PERSOON> DE A national study of cardiopulmonary unplanned events after GI endoscopy <PERSOON> of sedation during gastroscopy and colonoscopy in low-risk patients results of a retrospective subgroup analysis of a registry study including over ### ### endoscopies <PERSOON> RU, de <PERSOON> CF, Gottschalk U, <LOCATIE> C How safe is sedation in gastrointestinal endoscopy? A multicentre analysis of ###,### endoscopies and analysis of data from prospective registries of complications managed by members of the Working Group of # <PERSOON> ANJ et al Richtlijn sedatie en/of analgesie op locaties buiten de # <PERSOON> sedatie en/of analgesie buiten de operatiekamer ### ## Outcomes of Propofol Sedation During Emergency Endoscopy Performed for Upper Gastrointestinal Bleeding Dig Dis Sci ###; ## de la <PERSOON> C, <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> of applying lidocaine in esophagogastroduodenoscopy performed under sedation with ## <PERSOON-##> sedation alone or in combination with pharyngeal lidocaine anesthesia for rouitne upper GI ## Godwin SA, Burton JH, <PERSOON-##> CJ, Hatten BW, <PERSOON-##> SE, Silvers SM, Fesmire FM Clinical policy procedural sedation and analgesia in the emergency department <PERSOON-##> the costs and benefits of capnography monitoring during procedural sedation for gastrointestinal endoscopy Endosc Int Open ###; #(#) <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> JJ Capnographic Monitoring in Routine EGD and <PERSOON-##> adoption of capnography for moderate sedation in adults undergoing upper endoscopy and colonoscopy has not been shown to improve patient safety or clinical outcomes and significantly increases costs for moderate sedation ### ## Aldrete JA <PERSOON-##> post-anesthesia recovery score revisited <PERSOON-##> consensus in portal hypertension Report of the Baveno VI Consensus Workshop Stratifying risk and individualizing care for portal hypertension.
| 493 | nvmdl |
Dig Dis Sci ###; ## de la <PERSOON> C, <PERSOON> JA, <PERSOON> J, <PERSOON> of applying lidocaine in esophagogastroduodenoscopy performed under sedation with ## <PERSOON> sedation alone or in combination with pharyngeal lidocaine anesthesia for rouitne upper GI ## Godwin SA, Burton JH, <PERSOON> CJ, Hatten BW, <PERSOON> SE, Silvers SM, Fesmire FM Clinical policy procedural sedation and analgesia in the emergency department <PERSOON> the costs and benefits of capnography monitoring during procedural sedation for gastrointestinal endoscopy Endosc Int Open ###; #(#) <PERSOON> B, <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> JJ Capnographic Monitoring in Routine EGD and <PERSOON-##> adoption of capnography for moderate sedation in adults undergoing upper endoscopy and colonoscopy has not been shown to improve patient safety or clinical outcomes and significantly increases costs for moderate sedation ### ## Aldrete JA <PERSOON-##> post-anesthesia recovery score revisited <PERSOON-##> consensus in portal hypertension Report of the Baveno VI Consensus Workshop Stratifying risk and individualizing care for portal hypertension ###; ##(#) ### ## <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> and management of nonvariceal upper gastrointestinal hemorrhage European Society of ## <PERSOON-##> SJ, Landsverk BK, Freeman ML Endotracheal intubation for airway protection during endoscopy for severe upper GI hemorrhage Gastrointest Endosc ###; ##(#) ##-## ## Almashhrawi <INSTELLING>, <PERSOON-##> DL, Bechtold ML Prophylactic tracheal intubation for upper GI bleeding A meta-analysis <PERSOON-##> DG, Arguedas <PERSOON-##> MB Risk of aspiration pneumonia in suspected variceal hemorrhage the value of prophylactic endotracheal intubation prior to endoscopy <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> endotracheal intubation in critically ill patients undergoing endoscopy for Met een hoge tractus digestivusbloeding wordt bedoeld een bloeding uit een <INSTELLING> in het bovenste deel van de tractus digestivus (oesofagus, maag, duodenum, galwegen, pancreas) naar het lumen van de tractus digestivus In het kader van deze richtlijn wordt alleen de acute bloeding behandeld; occult bloedverlies wordt niet besproken Niet-varices- en varicesbloedingen worden in aparte.
| 518 | nvmdl |
###; ##(#) ### ## <PERSOON> R, <PERSOON> L, <PERSOON> and management of nonvariceal upper gastrointestinal hemorrhage European Society of ## <PERSOON> SJ, Landsverk BK, Freeman ML Endotracheal intubation for airway protection during endoscopy for severe upper GI hemorrhage Gastrointest Endosc ###; ##(#) ##-## ## Almashhrawi <INSTELLING>, <PERSOON> DL, Bechtold ML Prophylactic tracheal intubation for upper GI bleeding A meta-analysis <PERSOON> DG, Arguedas <PERSOON> MB Risk of aspiration pneumonia in suspected variceal hemorrhage the value of prophylactic endotracheal intubation prior to endoscopy <PERSOON> R, <PERSOON> endotracheal intubation in critically ill patients undergoing endoscopy for Met een hoge tractus digestivusbloeding wordt bedoeld een bloeding uit een <INSTELLING> in het bovenste deel van de tractus digestivus (oesofagus, maag, duodenum, galwegen, pancreas) naar het lumen van de tractus digestivus In het kader van deze richtlijn wordt alleen de acute bloeding behandeld; occult bloedverlies wordt niet besproken Niet-varices- en varicesbloedingen worden in aparte hemodynamisch instabiel is, met een systolische bloeddruk lager dan ### mmHg en een polsfrequentie hoger dan ###/min op het moment van presentatie in het ziekenhuis Vanzelfsprekend moet hierbij rekening worden gehouden met voorafgaand gebruik van hartfrequentieen bloeddrukverlagende medicatie, zoals β-blokkkers Een acute hoge tractus digestivusbloeding (HTDB) is een belangrijke medische spoedindicatie De incidentie van HTDB in <LOCATIE> is laag vergeleken met andere landen en bedraagt ##-#<DATUM> ### volwassenen per jaar# De incidentie stijgt met hogere leeftijd; mensen ouder dan <LEEFTIJD> jaar hebben een zes maal verhoogd risico op een acute HTDB vergeleken met mensen van <LEEFTIJD> jaar of jonger# Maagen duodenumulcus-bloedingen zijn verantwoordelijk voor ongeveer ##% van alle bloedingen De incidentie van HTDB is de laatste decennia significant afgenomen De incidentie van ulcusbloedingen daarentegen is de laatste decennia gelijk gebleven#,# Een belangrijke oorzaak van ulcusbloedingen is het gebruik van acetylsalicylzuur (ASA) en non-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAIDâs) Het percentage NSAID-gerelateerde ulcusbloedingen lijkt toe te nemen Ondanks ontwikkelingen in endoscopische therapieën en medicamenteuze behandelingen, blijft het percentage recidief bloedingen (#-##%) en mortaliteit (<DATUM> ) nog steeds aanzienlijk <DATUM> Met name bij reeds gehospitaliseerde patiënten met comorbiditeit die een HTDB krijgen is de sterfte hoog Het onderzoek van keuze is een gastroduodenoscopie (binnen ## uur) bij patiënten met een klinisch relevante, acute HTDB<DATUM> Bij een acute, massale bloeding en hemodynamische instabiliteit moet de patiënt eerst worden gestabiliseerd alvorens endoscopie wordt verricht Ook kan bij patiënten met een massale bloeding en hemodynamische instabiliteit, of een.
| 570 | nvmdl |
is, met een systolische bloeddruk lager dan ### mmHg en een polsfrequentie hoger dan ###/min op het moment van presentatie in het ziekenhuis Vanzelfsprekend moet hierbij rekening worden gehouden met voorafgaand gebruik van hartfrequentieen bloeddrukverlagende medicatie, zoals β-blokkkers Een acute hoge tractus digestivusbloeding (HTDB) is een belangrijke medische spoedindicatie De incidentie van HTDB in <LOCATIE> is laag vergeleken met andere landen en bedraagt ##-#<DATUM> ### volwassenen per jaar# De incidentie stijgt met hogere leeftijd; mensen ouder dan <LEEFTIJD> jaar hebben een zes maal verhoogd risico op een acute HTDB vergeleken met mensen van <LEEFTIJD> jaar of jonger# Maagen duodenumulcus-bloedingen zijn verantwoordelijk voor ongeveer ##% van alle bloedingen De incidentie van HTDB is de laatste decennia significant afgenomen De incidentie van ulcusbloedingen daarentegen is de laatste decennia gelijk gebleven#,# Een belangrijke oorzaak van ulcusbloedingen is het gebruik van acetylsalicylzuur (ASA) en non-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAIDâs) Het percentage NSAID-gerelateerde ulcusbloedingen lijkt toe te nemen Ondanks ontwikkelingen in endoscopische therapieën en medicamenteuze behandelingen, blijft het percentage recidief bloedingen (#-##%) en mortaliteit (<DATUM> ) nog steeds aanzienlijk <DATUM> Met name bij reeds gehospitaliseerde patiënten met comorbiditeit die een HTDB krijgen is de sterfte hoog Het onderzoek van keuze is een gastroduodenoscopie (binnen ## uur) bij patiënten met een klinisch relevante, acute HTDB<DATUM> Bij een acute, massale bloeding en hemodynamische instabiliteit moet de patiënt eerst worden gestabiliseerd alvorens endoscopie wordt verricht Ook kan bij patiënten met een massale bloeding en hemodynamische instabiliteit, of een De endoscopie moet bij voorkeur worden verricht door een endoscopist en Indien op een moment geen goed endoscopisch beeld kan worden verkregen bij een persisterende actieve bloeding, dient de endoscopie te worden herhaald om alsnog de definitieve diagnose te stellen Bij hemodynamische instabiliteit kan ook een CT-angiografie Het gebruik van een prokineticum wordt geadviseerd bij patienten die zich presenteren met een ernstige bloeding en waarbij er, naar verwachting, bij endoscopie door veel bloed een slecht zicht zal zijn (erytromycine i v # mg/kg, ## minuten voor de endoscopie, als er geen Alle patiënten die zich presenteren met verdenking op een klinisch De gastroscopie dient binnen ## uur gedaan te worden Een gastroscopie binnen ## uur kan overwogen worden bij patiënten met Bij verdenking op een ernstige bloeding dient vooraf aan de Hemostase is in belangrijke mate pH-afhankelijk Uit in-vitrostudies is bekend dat een pH ) # nodig is voor stolselvorming Een pH ( # heeft daarentegen een lytisch effect op stolsels Een PPI vooraf aan de endoscopie kan worden overwogen om de bloeding te doen afnemen door beginnende genezing van de oorzakelijke laesie (verbetering Forrest-classificatie; bijlage #) Dit verlaagt de noodzaak voor endoscopische interventie, maar mag niet leiden tot uitstel van de endoscopie In een meta-analyse werd gevonden dat het aantal patiënten met een hoogrisicoafwijking (lage Forrest-classificatie) significant werd verminderd door het gebruik van een PPI; er werd echter geen effect aangetoond op de prognose van de patiënt (geen reductie van recidief bloedingen of mortaliteit)##.
| 623 | nvmdl |
voorkeur worden verricht door een endoscopist en Indien op een moment geen goed endoscopisch beeld kan worden verkregen bij een persisterende actieve bloeding, dient de endoscopie te worden herhaald om alsnog de definitieve diagnose te stellen Bij hemodynamische instabiliteit kan ook een CT-angiografie Het gebruik van een prokineticum wordt geadviseerd bij patienten die zich presenteren met een ernstige bloeding en waarbij er, naar verwachting, bij endoscopie door veel bloed een slecht zicht zal zijn (erytromycine i v # mg/kg, ## minuten voor de endoscopie, als er geen Alle patiënten die zich presenteren met verdenking op een klinisch De gastroscopie dient binnen ## uur gedaan te worden Een gastroscopie binnen ## uur kan overwogen worden bij patiënten met Bij verdenking op een ernstige bloeding dient vooraf aan de Hemostase is in belangrijke mate pH-afhankelijk Uit in-vitrostudies is bekend dat een pH ) # nodig is voor stolselvorming Een pH ( # heeft daarentegen een lytisch effect op stolsels Een PPI vooraf aan de endoscopie kan worden overwogen om de bloeding te doen afnemen door beginnende genezing van de oorzakelijke laesie (verbetering Forrest-classificatie; bijlage #) Dit verlaagt de noodzaak voor endoscopische interventie, maar mag niet leiden tot uitstel van de endoscopie In een meta-analyse werd gevonden dat het aantal patiënten met een hoogrisicoafwijking (lage Forrest-classificatie) significant werd verminderd door het gebruik van een PPI; er werd echter geen effect aangetoond op de prognose van de patiënt (geen reductie van recidief bloedingen of mortaliteit)## Een i v -bolus PPI (## mg) gevolgd door een continu infuus (# mg/uur) wordt geadviseerd om het aantal recidief bloedingen en mortaliteit te reduceren in patiënten met hoog-risicolaesies Tranexaminezuur heeft geen toegevoegde waarde in de behandeling van ulcusbloedingen ## digestivus bloeding, dienen zo snel mogelijk een protompompremmer in hoge dosering (intraveneus bolus ##mg, gevolgd door continu Er is tot op heden discussie of, na het bereiken van endoscopische hemostase, lage dosis PPI net zo effectief is als hoge dosis, orale toediening net zo effectief is als intraveneuze toediening en of intermitterende toediening net zo effectief is als continue toediening De literatuur lijkt erop te wijzen dat er geen verschil is tussen verschillende doseringen en toedieningsvormen ##,## Ons advies op basis van de meest recente literatuur is Starten met de bolus van ##mg (zoals hierboven beschreven) gevolgd door een continu infuus totdat endoscopische hemostase is bereikt Daarna zou een switch naar intermitterende toediening, in plaats van continue toediening, middels driemaal daags ##mg intraveneus PPI Na de ## uur i v PPI voor patiënten met hoog risico stigmata kan worden gestart met oraal Behandelen met orale PPI kan direct na het stellen van de diagnose ââulcus met laag-risico De duur van de PPI-behandeling hangt af van de onderliggende etiologie en van het wel of niet continueren van ASA-/NSAID-therapie Bij deze laatste therapie dient de PPI altijd Patiënten die een bewezen hoge tractus digestivus bloeding hebben op basis van ulcuslijden met hoog-risico stigmata dienen nog ## uur Overwogen kan worden om de PPI in bolussen toe te dienen.
| 604 | nvmdl |
gevolgd door een continu infuus (# mg/uur) wordt geadviseerd om het aantal recidief bloedingen en mortaliteit te reduceren in patiënten met hoog-risicolaesies Tranexaminezuur heeft geen toegevoegde waarde in de behandeling van ulcusbloedingen ## digestivus bloeding, dienen zo snel mogelijk een protompompremmer in hoge dosering (intraveneus bolus ##mg, gevolgd door continu Er is tot op heden discussie of, na het bereiken van endoscopische hemostase, lage dosis PPI net zo effectief is als hoge dosis, orale toediening net zo effectief is als intraveneuze toediening en of intermitterende toediening net zo effectief is als continue toediening De literatuur lijkt erop te wijzen dat er geen verschil is tussen verschillende doseringen en toedieningsvormen ##,## Ons advies op basis van de meest recente literatuur is Starten met de bolus van ##mg (zoals hierboven beschreven) gevolgd door een continu infuus totdat endoscopische hemostase is bereikt Daarna zou een switch naar intermitterende toediening, in plaats van continue toediening, middels driemaal daags ##mg intraveneus PPI Na de ## uur i v PPI voor patiënten met hoog risico stigmata kan worden gestart met oraal Behandelen met orale PPI kan direct na het stellen van de diagnose ââulcus met laag-risico De duur van de PPI-behandeling hangt af van de onderliggende etiologie en van het wel of niet continueren van ASA-/NSAID-therapie Bij deze laatste therapie dient de PPI altijd Patiënten die een bewezen hoge tractus digestivus bloeding hebben op basis van ulcuslijden met hoog-risico stigmata dienen nog ## uur Overwogen kan worden om de PPI in bolussen toe te dienen Bij laag-risico stigmata mag overgegaan worden op orale PPI eenmaal Een meta-analyse uit ### heeft aangetoond dat endoscopische therapie van ulcera met hoog-risico stigmata (Forrest I en II; bijlage #) verbetering van de prognose van de patiënt geeft met reductie van het aantal recidief bloedingen en mortaliteit## Er zijn verschillende modaliteiten die gebruikt kunnen worden; namelijk adrenaline injectie, thermocoagulatie, hemoclip-applicatie en de meest recente Endoscopische behandeling is geïndiceerd bij Forrest-klassen Ia, Ib, IIa en IIb Monotherapie met adrenaline-injectie lokaal wordt niet aanbevolen Adrenalineinjectietherapie moet bij voorkeur worden gebruikt in combinatie met een andere modaliteit, Op basis van literatuur tot dusver beschikbaar, is ons advies om bij een ulcus met adherent stolsel (Forrest IIb) het stolsel te verwijderen en het onderliggende ulcus te behandelen als Hemospray kan worden overwogen bij bovenste tractus digestivus bloedingen die moeilijk endoscopisch op een andere manier te behandelen zijn, of als rescue therapie om eventuele radiologische interventie of chirurgie te voorkomen##-## Bij ongeveer ##% van de patiënten die werden behandeld met Hemospray werd hemostase bereikt Echter, deze resultaten zijn gevonden in nog erg kleine studiepopulaties en niet gerandomiseerd vergeleken met andere afhankelijk van de etiologie; er is echter geen ruimte voor adrenaline Bij een ulcus met adherent stolsel (Forrest IIb) dient deze te worden Forrest IIc en III ulcera behoeven geen interventie Een <PERSOON> laesie is een longitudinale laceratie van de distale oesofagus of de proximale maag Meestal wordt deze aandoening veroorzaakt door veelvuldig kokhalzen en/of braken De.
| 595 | nvmdl |
Bij laag-risico stigmata mag overgegaan worden op orale PPI eenmaal Een meta-analyse uit ### heeft aangetoond dat endoscopische therapie van ulcera met hoog-risico stigmata (Forrest I en II; bijlage #) verbetering van de prognose van de patiënt geeft met reductie van het aantal recidief bloedingen en mortaliteit## Er zijn verschillende modaliteiten die gebruikt kunnen worden; namelijk adrenaline injectie, thermocoagulatie, hemoclip-applicatie en de meest recente Endoscopische behandeling is geïndiceerd bij Forrest-klassen Ia, Ib, IIa en IIb Monotherapie met adrenaline-injectie lokaal wordt niet aanbevolen Adrenalineinjectietherapie moet bij voorkeur worden gebruikt in combinatie met een andere modaliteit, Op basis van literatuur tot dusver beschikbaar, is ons advies om bij een ulcus met adherent stolsel (Forrest IIb) het stolsel te verwijderen en het onderliggende ulcus te behandelen als Hemospray kan worden overwogen bij bovenste tractus digestivus bloedingen die moeilijk endoscopisch op een andere manier te behandelen zijn, of als rescue therapie om eventuele radiologische interventie of chirurgie te voorkomen##-## Bij ongeveer ##% van de patiënten die werden behandeld met Hemospray werd hemostase bereikt Echter, deze resultaten zijn gevonden in nog erg kleine studiepopulaties en niet gerandomiseerd vergeleken met andere afhankelijk van de etiologie; er is echter geen ruimte voor adrenaline Bij een ulcus met adherent stolsel (Forrest IIb) dient deze te worden Forrest IIc en III ulcera behoeven geen interventie Een <PERSOON> laesie is een longitudinale laceratie van de distale oesofagus of de proximale maag Meestal wordt deze aandoening veroorzaakt door veelvuldig kokhalzen en/of braken De ulcus bloedingen## Wanneer dit wordt aangetroffen dient er dus endoscopische behandeling plaats te vinden Er zijn multipele behandelstrategien mogelijk waarbij mechanische behandeling door middel van hemoclips of bandligatie de voorkeur lijkt te hebben boven adrenaline injectie Echter, hard bewijs is er niet en de keuze voor de behandeling is afhankelijk van de ervaring van de endoscopist ##-## Patiënten zonder actieve bloeding behoeven geen endoscopische behandeling## Een Dieulafoy laesie is een oppervlakkig slijmvliesdefect waarbij er net onder de lamina muscularis mucosae een relatief te grote, kwetsbare arterie loopt welke makkelijk kan gaan bloeden De Dieulafoy laesie manifesteert zich voornamelijk in de maag, maar komt bij een derde van de patiënten ook extragastrisch voor, van oesofagus tot in het rectum ##-## Behandeling dient in eerste instantie endoscopisch te gebeuren en is in ##% van de gevallen succesvol Mechanische behandeling is wederom succesvoller dan injectietherapie, met name op het voorkomen van nabloedingen Injectietherapie zou wel gecombineerd kunnen worden met Erosieve aandoeningen als oorzaak van tractus digestivus bloedingen manifesteren zich met name door erosieve oeosfagitis, erosieve gastritis en duodenitis Maar ook een cameronse laesie door hiatus hernia is hier een voorbeeld van Endoscopische behandeling van deze aandoeningen is Tumor-gerelateerde bloedingen zijn notoir vanwege de moeizame endoscopische behandeling <PERSOON> laesies (( # cm) en laesies met een zogenaamde visible vessel kunnen op de conventionele manier nog wel behandeld worden Echter, grotere laesies zijn moeilijk behandelbaar## Als alternatief is er radiotherapie of transarteriële embolisatie.
| 582 | nvmdl |
aangetroffen dient er dus endoscopische behandeling plaats te vinden Er zijn multipele behandelstrategien mogelijk waarbij mechanische behandeling door middel van hemoclips of bandligatie de voorkeur lijkt te hebben boven adrenaline injectie Echter, hard bewijs is er niet en de keuze voor de behandeling is afhankelijk van de ervaring van de endoscopist ##-## Patiënten zonder actieve bloeding behoeven geen endoscopische behandeling## Een Dieulafoy laesie is een oppervlakkig slijmvliesdefect waarbij er net onder de lamina muscularis mucosae een relatief te grote, kwetsbare arterie loopt welke makkelijk kan gaan bloeden De Dieulafoy laesie manifesteert zich voornamelijk in de maag, maar komt bij een derde van de patiënten ook extragastrisch voor, van oesofagus tot in het rectum ##-## Behandeling dient in eerste instantie endoscopisch te gebeuren en is in ##% van de gevallen succesvol Mechanische behandeling is wederom succesvoller dan injectietherapie, met name op het voorkomen van nabloedingen Injectietherapie zou wel gecombineerd kunnen worden met Erosieve aandoeningen als oorzaak van tractus digestivus bloedingen manifesteren zich met name door erosieve oeosfagitis, erosieve gastritis en duodenitis Maar ook een cameronse laesie door hiatus hernia is hier een voorbeeld van Endoscopische behandeling van deze aandoeningen is Tumor-gerelateerde bloedingen zijn notoir vanwege de moeizame endoscopische behandeling <PERSOON> laesies (( # cm) en laesies met een zogenaamde visible vessel kunnen op de conventionele manier nog wel behandeld worden Echter, grotere laesies zijn moeilijk behandelbaar## Als alternatief is er radiotherapie of transarteriële embolisatie tot nu toe enkele studies gedaan met kleine studiepopulaties die veelbelovende resultaten laten Patiënten moeten worden opgenomen op een afdeling met adequate bewaking Hoogrisicopatiënten (met grote kans op recidief bloeding) en patiënten met comorbiditeit dienen Patiënten die endoscopische therapie hebben gekregen voor hoog risico stigmata (Forrest Ia, Ib en IIa, IIb) moeten ten minste ## uur worden opgenomen Studies laten zien dat de meeste hoogrisicostigmata in ## uur een laag-risicostigmata zijn geworden De grootste kans op een recidief Patiënten met een hoog risico op een recidief bloeding worden overlegd met de Wanneer de patiënt ## uur hemodynamisch stabiel is kan worden gestart met voeding per os Bij alle patiënten met een ulcusbloeding moet worden getest op de aanwezigheid van Helicobacter pylori-infectie Indien H pylori-infectie aanwezig is dient eradicatietherapie te worden gestart volgens de lokale richtlijn Let op het testen op H pylori en het vervolgens starten van eradicatietherapie wordt vaak vergeten! Het succes van de H pylori-eradicatie dient altijd te worden bewezen bij gecompliceerd ulcuslijden, alvorens onderhoudsbehandeling met een PPI Een negatief H pylori-testresultaat verkregen tijdens de acute bloeding, dient te worden herhaald De sensitiviteit van histologie, kweek en rapid/urease (CLO-)testen is laag als er een recente bloeding is geweest Tijdens de acute bloeding is ##-##% van de testen fout-negatief##,## Routine second-look-endoscopie wordt niet geadviseerd Een second-look-endoscopie kan worden verricht bij patiënten met een duidelijk hoog risico op recidief bloeding (Forrest Ia ulcus) of Bewaking van de patient na een bovenste tractus digestivus bloeding.
| 592 | nvmdl |
veelbelovende resultaten laten Patiënten moeten worden opgenomen op een afdeling met adequate bewaking Hoogrisicopatiënten (met grote kans op recidief bloeding) en patiënten met comorbiditeit dienen Patiënten die endoscopische therapie hebben gekregen voor hoog risico stigmata (Forrest Ia, Ib en IIa, IIb) moeten ten minste ## uur worden opgenomen Studies laten zien dat de meeste hoogrisicostigmata in ## uur een laag-risicostigmata zijn geworden De grootste kans op een recidief Patiënten met een hoog risico op een recidief bloeding worden overlegd met de Wanneer de patiënt ## uur hemodynamisch stabiel is kan worden gestart met voeding per os Bij alle patiënten met een ulcusbloeding moet worden getest op de aanwezigheid van Helicobacter pylori-infectie Indien H pylori-infectie aanwezig is dient eradicatietherapie te worden gestart volgens de lokale richtlijn Let op het testen op H pylori en het vervolgens starten van eradicatietherapie wordt vaak vergeten! Het succes van de H pylori-eradicatie dient altijd te worden bewezen bij gecompliceerd ulcuslijden, alvorens onderhoudsbehandeling met een PPI Een negatief H pylori-testresultaat verkregen tijdens de acute bloeding, dient te worden herhaald De sensitiviteit van histologie, kweek en rapid/urease (CLO-)testen is laag als er een recente bloeding is geweest Tijdens de acute bloeding is ##-##% van de testen fout-negatief##,## Routine second-look-endoscopie wordt niet geadviseerd Een second-look-endoscopie kan worden verricht bij patiënten met een duidelijk hoog risico op recidief bloeding (Forrest Ia ulcus) of Bewaking van de patient na een bovenste tractus digestivus bloeding Er dient getest te worden op <PERSOON> positief eradicatie Bij een recidief bloeding wordt bij voorkeur een tweede endoscopie verricht met hernieuwde endoscopische interventie Een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek laat zien dat het aantal complicaties minder is en er geen grotere mortaliteit/sterfte is bij de groep met hernieuwde endoscopische therapie versus directe operatie, al is dit wel een gedateerd Radiologische diagnostiek en behandeling is de volgende stap bij een endoscopisch niet te Bij recidief bloedingen dient allereerst een tweede endoscopische Indien dit niet succesvol is, is radiologische behandeling of anders In sommige gevallen is een CT-angiografie van waarde bij een bloeding van de bovenste tractus digestivus Bij vermoeden van een aorto-enterale fistel is CT-angiografie altijd het onderzoek van eerste keuze Bij vermoeden van of endoscopisch waargenomen hemobilie, of Wirsungorraghie, is Wanneer na endoscopie de bloedingsbron onbekend blijft, kan met CT-angiografie worden gezocht naar een contrast-extravasaat als uiting van een persisterende arteriële bloeding Hiermee kan de locatie van de bloeding worden aangetoond en kan tevens worden aangetoond of er een actieve bloeding is Dit helpt bij het stellen van de indicatie voor angiografie en kan ook meteen richting aan De sensitiviteit van een CT-angiografie voor het aantonen van een bloeding is ongeveer net zo hoog als die van een selectieve angiografie In twee reviews is de sensitiviteit respectievelijk ## en Bij patiënten met een gestoorde nierfunctie moet wel rekening worden gehouden met het risico op contrastnefropathie en is te overwegen om direct een angiografie te verrichten.
| 572 | nvmdl |
Pylori Indien positief eradicatie Bij een recidief bloeding wordt bij voorkeur een tweede endoscopie verricht met hernieuwde endoscopische interventie Een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek laat zien dat het aantal complicaties minder is en er geen grotere mortaliteit/sterfte is bij de groep met hernieuwde endoscopische therapie versus directe operatie, al is dit wel een gedateerd Radiologische diagnostiek en behandeling is de volgende stap bij een endoscopisch niet te Bij recidief bloedingen dient allereerst een tweede endoscopische Indien dit niet succesvol is, is radiologische behandeling of anders In sommige gevallen is een CT-angiografie van waarde bij een bloeding van de bovenste tractus digestivus Bij vermoeden van een aorto-enterale fistel is CT-angiografie altijd het onderzoek van eerste keuze Bij vermoeden van of endoscopisch waargenomen hemobilie, of Wirsungorraghie, is Wanneer na endoscopie de bloedingsbron onbekend blijft, kan met CT-angiografie worden gezocht naar een contrast-extravasaat als uiting van een persisterende arteriële bloeding Hiermee kan de locatie van de bloeding worden aangetoond en kan tevens worden aangetoond of er een actieve bloeding is Dit helpt bij het stellen van de indicatie voor angiografie en kan ook meteen richting aan De sensitiviteit van een CT-angiografie voor het aantonen van een bloeding is ongeveer net zo hoog als die van een selectieve angiografie In twee reviews is de sensitiviteit respectievelijk ## en Bij patiënten met een gestoorde nierfunctie moet wel rekening worden gehouden met het risico op contrastnefropathie en is te overwegen om direct een angiografie te verrichten indicatie is het bloedende ulcus duodeni of ventriculi, waarbij endoscopisch geen hemostase wordt verkregen van de ulcusbloeding, of een ulcusbloeding die na herhaaldelijke (tweemaal) endoscopische interventie recidiveert Embolisatie wordt verricht wanneer contrastextravasatie wordt gezien Het nut van embolisatie bij patiënten bij wie tijdens angiografie geen actieve bloeding Er bestaat geen indicatie voor âprofylactischeâ embolisatie bij patiënten met een hoog risico op een Bij bloedingsoorzaken waarbij geen endoscopische behandeling mogelijk is bestaat er een âprimaireâ indicatie voor angiografische embolisatie, zoals het bloedend aneurysma spurium bij pancreatitis (hemosuccus pancreaticus); een bloeding in het darmlumen uit een visceraal aneurysma of In het algemeen is een bloeding angiografisch te detecteren wanneer Er klinisch tekenen zijn van een acute bloeding (bloeddrukdaling, tachycardie, hematemesis); De patiënt minstens #,<DATUM> # ml per minuut bloedt (hetgeen niet goed meetbaar is); Er een transfusiebehoefte van minstens drie units erytrocyten per ## uur bestaat; Er op een CT-angiografie een actieve bloeding (contrast-extravasatie) zichtbaar is Standaard angiografietechniek via de arteria femoralis communis met selectieve series van Er zijn slechts enkele studies (geen goede gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken) waarin de resultaten van angiografie en embolisatie met resultaten van een operatie worden vergeleken##,## In deze studies waren er geen verschillen in uitkomst, terwijl de embolisatiepatiënten ouder waren en meer comorbiditeit hadden Er zijn wel veel case series; hierin bedragen de klinische Bij embolisatie van aneurysmata en pseudoaneurysmata worden hogere succespercentages beschreven Recidief bloedingen na embolisatie komen voor bij ##% van de patiënten, waarbij herhaalde embolisatie meestal mogelijk is Ischemische complicaties komen in ( #% van de gevallen voor.
| 586 | nvmdl |
of ventriculi, waarbij endoscopisch geen hemostase wordt verkregen van de ulcusbloeding, of een ulcusbloeding die na herhaaldelijke (tweemaal) endoscopische interventie recidiveert Embolisatie wordt verricht wanneer contrastextravasatie wordt gezien Het nut van embolisatie bij patiënten bij wie tijdens angiografie geen actieve bloeding Er bestaat geen indicatie voor âprofylactischeâ embolisatie bij patiënten met een hoog risico op een Bij bloedingsoorzaken waarbij geen endoscopische behandeling mogelijk is bestaat er een âprimaireâ indicatie voor angiografische embolisatie, zoals het bloedend aneurysma spurium bij pancreatitis (hemosuccus pancreaticus); een bloeding in het darmlumen uit een visceraal aneurysma of In het algemeen is een bloeding angiografisch te detecteren wanneer Er klinisch tekenen zijn van een acute bloeding (bloeddrukdaling, tachycardie, hematemesis); De patiënt minstens #,<DATUM> # ml per minuut bloedt (hetgeen niet goed meetbaar is); Er een transfusiebehoefte van minstens drie units erytrocyten per ## uur bestaat; Er op een CT-angiografie een actieve bloeding (contrast-extravasatie) zichtbaar is Standaard angiografietechniek via de arteria femoralis communis met selectieve series van Er zijn slechts enkele studies (geen goede gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken) waarin de resultaten van angiografie en embolisatie met resultaten van een operatie worden vergeleken##,## In deze studies waren er geen verschillen in uitkomst, terwijl de embolisatiepatiënten ouder waren en meer comorbiditeit hadden Er zijn wel veel case series; hierin bedragen de klinische Bij embolisatie van aneurysmata en pseudoaneurysmata worden hogere succespercentages beschreven Recidief bloedingen na embolisatie komen voor bij ##% van de patiënten, waarbij herhaalde embolisatie meestal mogelijk is Ischemische complicaties komen in ( #% van de gevallen voor Na falen van endoscopie- en angiografie-interventies wordt chirurgie aanbevolen Bij recidief bloeding <PERSOON> behandeling is geïndiceerd bij een endoscopisch niet te behandelen bloeding, afwezige interventieradiologie en niet-transporteerbare patiënten Chirurgische interventie is gericht op het verkrijgen van hemostase middels het overhechten van een bloedend ulcus of een kleine resectie Indien bij een patiënt noch bij gastroscopie, noch bij ileocoloscopie of CT-angiografie, een bloedingsbron wordt gevonden valt dubbelballonendoscopie te overwegen Bij persisterend occult Wanneer bij een arteriële bloeding van de bovenste tractus digestivus endoscopisch geen hemostase kan worden verkregen of wanneer na Wanneer angiografie en embolisatie niet beschikbaar zijn, dienen afspraken te worden gemaakt met een <INSTELLING> waar deze interventiecentrum in de nabijheid is gelegen, kan een chirurgische interventie worden verricht Het is belangrijk zich hierbij te realiseren dat het doel van de interventie is om de bloeding tot staan te brengen # <PERSOON>M, Vreeburg E, Rauws> E, et al Acute upper gI bleeding did anything change? Time trend analysis of incidence and outcome of acute upper gI bleeding between ###/### and ### <PERSOON> LA, Murray WR, et al Acute upper gastrointestinal haemorrhage in west of # <PERSOON>M, Ruppert> C, et al Time-trends in the epidemiology of peptic ulcer bleeding # <PERSOON> HR, et al Comparison of risk scoring systems for patients presenting # <PERSOON> L, et al.
| 601 | nvmdl |
falen van endoscopie- en angiografie-interventies wordt chirurgie aanbevolen Bij recidief bloeding <PERSOON> behandeling is geïndiceerd bij een endoscopisch niet te behandelen bloeding, afwezige interventieradiologie en niet-transporteerbare patiënten Chirurgische interventie is gericht op het verkrijgen van hemostase middels het overhechten van een bloedend ulcus of een kleine resectie Indien bij een patiënt noch bij gastroscopie, noch bij ileocoloscopie of CT-angiografie, een bloedingsbron wordt gevonden valt dubbelballonendoscopie te overwegen Bij persisterend occult Wanneer bij een arteriële bloeding van de bovenste tractus digestivus endoscopisch geen hemostase kan worden verkregen of wanneer na Wanneer angiografie en embolisatie niet beschikbaar zijn, dienen afspraken te worden gemaakt met een <INSTELLING> waar deze interventiecentrum in de nabijheid is gelegen, kan een chirurgische interventie worden verricht Het is belangrijk zich hierbij te realiseren dat het doel van de interventie is om de bloeding tot staan te brengen # <PERSOON>M, Vreeburg E, Rauws> E, et al Acute upper gI bleeding did anything change? Time trend analysis of incidence and outcome of acute upper gI bleeding between ###/### and ### <PERSOON> LA, Murray WR, et al Acute upper gastrointestinal haemorrhage in west of # <PERSOON>M, Ruppert> C, et al Time-trends in the epidemiology of peptic ulcer bleeding # <PERSOON> HR, et al Comparison of risk scoring systems for patients presenting # <PERSOON> L, et al upper GI bleeding a prospective, multicenter database study <PERSOON> M, <PERSOON> RF, et al Why do mortality rates for nonvariceal upper gastrointestinal bleeding differ around the world? A systematic review of cohort studies <PERSOON> EB, Patwardhan VR et al High Glasgow Blatchford Score at admission is associated with recurrent bleeding after discharge for patients hospitalized with upper gastrointestinal # <PERSOON-##> IM et al Measuring quality of care in pa- tients with nonvariceal upper gastrointestinal hemorrhage develop- ment of an explicit quality indicator set <PERSOON-##> RF et al Outcomes following acute nonvar- ### iceal upper gastrointestinal bleeding in relation to time to endos- copy results from a nationwide study ## Spiegel BM, Vakil NB, Ofman JJ Endoscopy for acute nonvariceal upper gastrointestinal tract hemorrhage is sooner better? A systematic re- view <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> Y et al Urgent endoscopy is associated with lower mortality in high-risk but not low-risk nonvariceal upper gastrointes- tinal bleeding <PERSOON-##> RG, Cobell WJ et al Administration of erythro- mycin before endoscopy in upper gastrointestinal bleeding a meta-a- nalysis of randomized controlled trials <PERSOON-##> NS, Wilcox CM.
| 551 | nvmdl |
a prospective, multicenter database study <PERSOON> M, <PERSOON> RF, et al Why do mortality rates for nonvariceal upper gastrointestinal bleeding differ around the world? A systematic review of cohort studies <PERSOON> EB, Patwardhan VR et al High Glasgow Blatchford Score at admission is associated with recurrent bleeding after discharge for patients hospitalized with upper gastrointestinal # <PERSOON> IM et al Measuring quality of care in pa- tients with nonvariceal upper gastrointestinal hemorrhage develop- ment of an explicit quality indicator set <PERSOON> RF et al Outcomes following acute nonvar- ### iceal upper gastrointestinal bleeding in relation to time to endos- copy results from a nationwide study ## Spiegel BM, Vakil NB, Ofman JJ Endoscopy for acute nonvariceal upper gastrointestinal tract hemorrhage is sooner better? A systematic re- view <PERSOON> L, <PERSOON> Y et al Urgent endoscopy is associated with lower mortality in high-risk but not low-risk nonvariceal upper gastrointes- tinal bleeding <PERSOON> RG, Cobell WJ et al Administration of erythro- mycin before endoscopy in upper gastrointestinal bleeding a meta-a- nalysis of randomized controlled trials <PERSOON> NS, Wilcox CM haemorrhage a costâeffectiveness analysis Aliment Pharmacol Ther ###; ## ### â ### ## Sreedharan A, <PERSOON-##> GI et al Proton pump inhibitor treat- ment initiated prior to endoscopic diagnosis in upper gastrointestinal bleeding <PERSOON-##> JYW, Sung JJY Cost-effectiveness analysis of high-dose omeprazole infusion before endoscopy for patients with upper-GI bleeding <PERSOON-##> acid for upper gastrointestinal bleeding <PERSOON-##> vs continuous proton pump inhibitor therapy for high-risk bleeding ulcers a systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> LM, Rada G, et al Comparison of different regimens of proton pump inhibitors for acute peptic ulcer bleeding Cochrane Database Syst rev ###; ##(#) CD### ## Cook Dj, guyatt gH, Salena Bj, et al Endoscopic therapy for acute nonvariceal upper ## <PERSOON-##> Y, et al Endoscopic hemostasis in peptic ulcer bleeding for ## <PERSOON-##> X et al Epinephrine injection versus epinephrine injection and a second endoscopic method in high risk bleeding ulcers Cochrane Database Syst Rev ###; ## ## Kahi CJ, Jensen DM, Sung JJY et al Endoscopic therapy versus medical therapy for bleeding.
| 529 | nvmdl |
costâeffectiveness analysis Aliment Pharmacol Ther ###; ## ### â ### ## Sreedharan A, <PERSOON> GI et al Proton pump inhibitor treat- ment initiated prior to endoscopic diagnosis in upper gastrointestinal bleeding <PERSOON> JYW, Sung JJY Cost-effectiveness analysis of high-dose omeprazole infusion before endoscopy for patients with upper-GI bleeding <PERSOON> acid for upper gastrointestinal bleeding <PERSOON> vs continuous proton pump inhibitor therapy for high-risk bleeding ulcers a systematic review and meta-analysis <PERSOON> LM, Rada G, et al Comparison of different regimens of proton pump inhibitors for acute peptic ulcer bleeding Cochrane Database Syst rev ###; ##(#) CD### ## Cook Dj, guyatt gH, Salena Bj, et al Endoscopic therapy for acute nonvariceal upper ## <PERSOON> Y, et al Endoscopic hemostasis in peptic ulcer bleeding for ## <PERSOON> X et al Epinephrine injection versus epinephrine injection and a second endoscopic method in high risk bleeding ulcers Cochrane Database Syst Rev ###; ## ## Kahi CJ, Jensen DM, Sung JJY et al Endoscopic therapy versus medical therapy for bleeding a meta-analysis Gastroenterology ###; ### ### â ### ## Jensen DM, Kovacs TO, Jutabha R et al Randomized trial of medical or endoscopic therapy to prevent recurrent ulcer hemorrhage in pa- tients with adherent clots <PERSOON> JC et al Early clinical experience of the safety and effectiveness of Hemospray in achieving hemostasis in patients with acute peptic ulcer bleeding <PERSOON> LA, <PERSOON-##> JJ et al Hemospray application in non- variceal upper gastrointestinal bleeding results of the survey to evaluate the application of hemospray in the luminal ## <PERSOON-##> E, et al Upper gastrointestinal active bleeding ulcers review of literature on the results of endoscopic techniques and our experience with <PERSOON-##> hemostatic agents; a systematic review with particular ## LjubicÌicÌ <PERSOON-##>Ì T et al Mortality in high-risk patients with bleeding <PERSOON-##>â<PERSOON-##> syndrome is similar to that of peptic ulcer bleeding Results of a prospective database study Scand J ## <PERSOON-##> Hs Endoscopic management of mallory-weiss tearing <PERSOON-##> SP, <PERSOON-##> HP, <PERSOON-##> YC et al Endoscopic hemoclip placement and epinephrine injection for <PERSOON-##> syndrome with active bleed- <PERSOON-##> EJ.
| 566 | nvmdl |
Gastroenterology ###; ### ### â ### ## Jensen DM, Kovacs TO, Jutabha R et al Randomized trial of medical or endoscopic therapy to prevent recurrent ulcer hemorrhage in pa- tients with adherent clots <PERSOON> JC et al Early clinical experience of the safety and effectiveness of Hemospray in achieving hemostasis in patients with acute peptic ulcer bleeding <PERSOON> LA, <PERSOON> JJ et al Hemospray application in non- variceal upper gastrointestinal bleeding results of the survey to evaluate the application of hemospray in the luminal ## <PERSOON> E, et al Upper gastrointestinal active bleeding ulcers review of literature on the results of endoscopic techniques and our experience with <PERSOON> hemostatic agents; a systematic review with particular ## LjubicÌicÌ <PERSOON>Ì T et al Mortality in high-risk patients with bleeding <PERSOON>â<PERSOON> syndrome is similar to that of peptic ulcer bleeding Results of a prospective database study Scand J ## <PERSOON> Hs Endoscopic management of mallory-weiss tearing <PERSOON-##> SP, <PERSOON-##> HP, <PERSOON-##> YC et al Endoscopic hemoclip placement and epinephrine injection for <PERSOON-##> syndrome with active bleed- <PERSOON-##> EJ ## <PERSOON-##> IK, <PERSOON> EJ, Hwang KY et al Evaluation of endoscopic hemostasis in upper gastrointestinal bleeding related to <PERSOON>â<PERSOON> syn- drome Endoscopy ###; ## ### â ### ## Ahn DW, <PERSOON-##> SH, Park YS, et al Hemostatic efficacy and clinical outcome of endoscopic treatment of Dieulafoy's lesions comparison of endoscopic hemoclip placement and endoscopic band ## <PERSOON-##> of endoscopic clipping and long-term follow-up of bleeding Dieulafoy's lesions ## Romaozinho JM, Pontes JM, Leria C, et al Dieulafoy's lesion management and long-term ## <PERSOON-##> V et al Endoscopic management and long-term follow-up of Dieulafoyâs lesions in the upper GI tract Gas- trointest Endosc ###; ## ### â ### ## Koh KH, <PERSOON-##> DH et al <PERSOON-##> successful endoscopic hemostasis factors in bleeding from advanced gastric cancer Gastric Cancer ###; ## ### â ### ## Leblanc S, <PERSOON-##> M et al Early experience with a novel he- mostatic powder used to treat upper GI bleeding related to malignancies or after therapeutic interventions <PERSOON-##> JY, <PERSOON-##> JW, et al <PERSOON-##> evolution of stigmata of hemorrhage in bleeding peptic ## <PERSOON-##> CA, et al Management of Helicobacter pylori infection-the ## <PERSOON-##> of Helicobacter pylori diagnostic tests in patients with bleeding peptic ulcer.
| 659 | nvmdl |
<PERSOON> IK, <PERSOON> EJ, Hwang KY et al Evaluation of endoscopic hemostasis in upper gastrointestinal bleeding related to <PERSOON>â<PERSOON> syn- drome Endoscopy ###; ## ### â ### ## Ahn DW, <PERSOON> SH, Park YS, et al Hemostatic efficacy and clinical outcome of endoscopic treatment of Dieulafoy's lesions comparison of endoscopic hemoclip placement and endoscopic band ## <PERSOON> of endoscopic clipping and long-term follow-up of bleeding Dieulafoy's lesions ## Romaozinho JM, Pontes JM, Leria C, et al Dieulafoy's lesion management and long-term ## <PERSOON> V et al Endoscopic management and long-term follow-up of Dieulafoyâs lesions in the upper GI tract Gas- trointest Endosc ###; ## ### â ### ## Koh KH, <PERSOON> DH et al <PERSOON> successful endoscopic hemostasis factors in bleeding from advanced gastric cancer Gastric Cancer ###; ## ### â ### ## Leblanc S, <PERSOON-##> M et al Early experience with a novel he- mostatic powder used to treat upper GI bleeding related to malignancies or after therapeutic interventions <PERSOON-##> JY, <PERSOON-##> JW, et al <PERSOON> evolution of stigmata of hemorrhage in bleeding peptic ## <PERSOON-##> CA, et al Management of Helicobacter pylori infection-the ## <PERSOON-##> of Helicobacter pylori diagnostic tests in patients with bleeding peptic ulcer <PERSOON-##> AN, Wyse J et al Is routine second-look endoscopy effective after endoscopic hemostasis in acute peptic ulcer bleeding? A meta-analysis <PERSOON-##> look endoscopy for bleeding peptic ulcer disease a decision and cost-effectiveness analysis <PERSOON-##>- ol ###; ## e## â e## ## <PERSOON-##> jY, Sung jj, <PERSOON-##> YH, et al Endoscopic retreatment compared with surgery in patients with recurrent bleeding after initial endoscopic control of bleeding ulcers <PERSOON-##> j Med ###;### ##<DATUM> W u LM, <PERSOON-##> JR, <PERSOON-##> Y, Qu XH Usefulness of CT angiography in diagnosing acute gastrointestinal Zamora J; EBM-Connect Collaboration Accuracy of CT angiography in the diagnosis of acute gastrointestinal bleeding systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> M et al Transcatheter arterial embolization versus surgery in the treatment of upper gastrointestinal bleeding after therapeutic endoscopy failure j <PERSOON-##> I, et al Comparison of transcatheter arterial embolization and surgery for treatment of bleeding peptic ulcer after endoscopic treatment failure j Vasc Interv Radiol ## Millward SF, ACR Appropriateness Criteria on treatment of acute nonvariceal gastrointestinal tract ## Burke Sj, golzarian j, Weldon D, et al Nonvariceal upper gastrointestinal bleeding Eur Radiol ##.
| 662 | nvmdl |
### â ### ## <PERSOON> AN, Wyse J et al Is routine second-look endoscopy effective after endoscopic hemostasis in acute peptic ulcer bleeding? A meta-analysis <PERSOON> look endoscopy for bleeding peptic ulcer disease a decision and cost-effectiveness analysis <PERSOON>- ol ###; ## e## â e## ## <PERSOON> jY, Sung jj, <PERSOON> YH, et al Endoscopic retreatment compared with surgery in patients with recurrent bleeding after initial endoscopic control of bleeding ulcers <PERSOON> j Med ###;### ##<DATUM> W u LM, <PERSOON> JR, <PERSOON> Y, Qu XH Usefulness of CT angiography in diagnosing acute gastrointestinal Zamora J; EBM-Connect Collaboration Accuracy of CT angiography in the diagnosis of acute gastrointestinal bleeding systematic review and meta-analysis <PERSOON> M et al Transcatheter arterial embolization versus surgery in the treatment of upper gastrointestinal bleeding after therapeutic endoscopy failure j <PERSOON> I, et al Comparison of transcatheter arterial embolization and surgery for treatment of bleeding peptic ulcer after endoscopic treatment failure j Vasc Interv Radiol ## Millward SF, ACR Appropriateness Criteria on treatment of acute nonvariceal gastrointestinal tract ## Burke Sj, golzarian j, Weldon D, et al Nonvariceal upper gastrointestinal bleeding Eur Radiol ## Arterial embolotherapy for upper gastrointestinal hemorrhage ## Schenker MP, Duszak R jr, Soulen MC, et al Upper gastrointestinal hemorrhage and transcatheter embolotherapy clinical and technical factors impacting success and survival jVIR ###;<DATUM> ## ## <PERSOON-##> jY Management of massive ulcer bleeding (review) gastroenetrol Clin North Am Gastro-oesofageale varices komen bij gemiddeld ##% van de patiënten met een recent vastgestelde levercirrose voor; dit varieërt van ##% bij patiënten met Child-Pugh A-levercirrose tot ##% bij patiënten met een Child-Pugh C-status (Child-Pugh-classificatie; zie bijlage #) Voor de inschatting van het bloedingsrisico werden in het verleden verschillende endoscopische varices graderingen gebruikt In ### werd op de Baveno I consensus bijeenkomst voorgesteld gastro-oesofageale varices te graderen in grote varices (diameter ) #mm) en kleine varices (diameter ( #mm) Deze gradering wordt sindsdien aangehouden (gastro-oesofageale varices; zie bijlage #)# In mindere mate treden varices op in cardia, fundus of in dunne darm, colon en rectum Varices zijn een direct gevolg van portale hypertensie Van portale hypertensie wordt gesproken als het verschil tussen de wiggedruk in de vena hepatica en de druk in de vena cava (hepatic venous pressure gradient, HVPG) groter is dan # mmHg Bij een HPVG ) ## mmHg treedt varicesvorming op# Er is geen lineaire relatie tussen de ernst van de portale hypertensie en het bloedingsrisico Wel wordt een HVPG van ) ##mmHg geaccepteerd als drempel voor het ontstaan van een bloeding# Bij verlaging van de druk onder ##.
| 630 | nvmdl |
gastrointestinal hemorrhage ## Schenker MP, Duszak R jr, Soulen MC, et al Upper gastrointestinal hemorrhage and transcatheter embolotherapy clinical and technical factors impacting success and survival jVIR ###;<DATUM> ## ## <PERSOON> jY Management of massive ulcer bleeding (review) gastroenetrol Clin North Am Gastro-oesofageale varices komen bij gemiddeld ##% van de patiënten met een recent vastgestelde levercirrose voor; dit varieërt van ##% bij patiënten met Child-Pugh A-levercirrose tot ##% bij patiënten met een Child-Pugh C-status (Child-Pugh-classificatie; zie bijlage #) Voor de inschatting van het bloedingsrisico werden in het verleden verschillende endoscopische varices graderingen gebruikt In ### werd op de Baveno I consensus bijeenkomst voorgesteld gastro-oesofageale varices te graderen in grote varices (diameter ) #mm) en kleine varices (diameter ( #mm) Deze gradering wordt sindsdien aangehouden (gastro-oesofageale varices; zie bijlage #)# In mindere mate treden varices op in cardia, fundus of in dunne darm, colon en rectum Varices zijn een direct gevolg van portale hypertensie Van portale hypertensie wordt gesproken als het verschil tussen de wiggedruk in de vena hepatica en de druk in de vena cava (hepatic venous pressure gradient, HVPG) groter is dan # mmHg Bij een HPVG ) ## mmHg treedt varicesvorming op# Er is geen lineaire relatie tussen de ernst van de portale hypertensie en het bloedingsrisico Wel wordt een HVPG van ) ##mmHg geaccepteerd als drempel voor het ontstaan van een bloeding# Bij verlaging van de druk onder ## Varices ontwikkelen zich door aanhoudende leverbeschadiging bij een onbehandelde onderliggende oorzaak van de cirrose Regressie van varices is mogelijk na succesvolle therapie van de leverziekte, bijvoorbeeld door succesvolle therapie van een chronische virushepatitis# De Child-Pugh-classificatie is geassocieerd met de mate van levercelverval en de mate van fibrosering van de lever Hoe uitgebreider de presinusoïdale fibrosering, hoe hoger de portale hypertensie (de HVPG) zal zijn Een bloeding uit slokdarmvarices treedt jaarlijks bij # tot ##% van de patiënten met portale hypertensie op Van alle patiënten met een cirrose krijgt ##-##% een bloeding uit varices tijdens de follow-up periode De meeste bloedingen treden reeds <LEEFTIJD> jaar na het stellen van de diagnose op# Hierbij is de ernst van de leverziekte, zoals blijkt uit de Child-Pugh score, de omvang van de varices (zie bijlage #) en het aanwezig zijn van venectasieën, zogenaamde red wales/cherry red spots, op de varices bepalend Maagvarices komen veel minder voor dan slokdarmvarices Varices in cardia of fundus komen bij ###% van de patiënten met portale hypertensie voor Varices langs de kleine curvatuur (gastrooesophageale varices (GOV#)) en in de cardia (GOV#) kunnen worden beschouwd als extensie van slokdarmvarices Fundusvarices (isolated gastric varices type # (IGV#)) en varices in maagcorpus, antrum, of -pylorus (isolated gastric varices type # (IGV#)) zijn een veel groter risico voor ernstige bloedingen en zijn niet altijd goed endoscopisch te behandelen Naast levercirrose kunnen ook schistosomiasis, een trombose van de vena porta of vena lienalis en.
| 648 | nvmdl |
Varices ontwikkelen zich door aanhoudende leverbeschadiging bij een onbehandelde onderliggende oorzaak van de cirrose Regressie van varices is mogelijk na succesvolle therapie van de leverziekte, bijvoorbeeld door succesvolle therapie van een chronische virushepatitis# De Child-Pugh-classificatie is geassocieerd met de mate van levercelverval en de mate van fibrosering van de lever Hoe uitgebreider de presinusoïdale fibrosering, hoe hoger de portale hypertensie (de HVPG) zal zijn Een bloeding uit slokdarmvarices treedt jaarlijks bij # tot ##% van de patiënten met portale hypertensie op Van alle patiënten met een cirrose krijgt ##-##% een bloeding uit varices tijdens de follow-up periode De meeste bloedingen treden reeds <LEEFTIJD> jaar na het stellen van de diagnose op# Hierbij is de ernst van de leverziekte, zoals blijkt uit de Child-Pugh score, de omvang van de varices (zie bijlage #) en het aanwezig zijn van venectasieën, zogenaamde red wales/cherry red spots, op de varices bepalend Maagvarices komen veel minder voor dan slokdarmvarices Varices in cardia of fundus komen bij ###% van de patiënten met portale hypertensie voor Varices langs de kleine curvatuur (gastrooesophageale varices (GOV#)) en in de cardia (GOV#) kunnen worden beschouwd als extensie van slokdarmvarices Fundusvarices (isolated gastric varices type # (IGV#)) en varices in maagcorpus, antrum, of -pylorus (isolated gastric varices type # (IGV#)) zijn een veel groter risico voor ernstige bloedingen en zijn niet altijd goed endoscopisch te behandelen Naast levercirrose kunnen ook schistosomiasis, een trombose van de vena porta of vena lienalis en Bloedingen bij patiënten met schistosomiasis hebben ten opzichte van bloedingen bij patiënten met cirrose een In een review van zeven prospectieve gerandomiseerde onderzoeken bleek op het moment van initiële endoscopie slechts ##% van de patiënten met een varicesbloeding een actieve bloeding te hebben De prognose van patiënten met een actieve bloeding is in de laatste decennia duidelijk Bij de behandeling van een vastgestelde actieve varicesbloeding dienen drie doelen te worden # Behandeling van de oorzaak van de bloeding, preventie van een recidiefbloeding; # Behandeling van complicaties van de bloeding (en van de behandeling) Gezien de complexiteit van de behandeling en de nazorg zal dit inhouden dat de patiënt bij voorkeur dient te worden opgenomen op een MCU/ICU, dan wel een ervaren klinische afdeling met expertise bij Uit gerandomiseerd onderzoek is duidelijk dat de verdere afname van de bloedingsrecidiefkans en sterfte na een varicesbloeding in de laatste tien jaar voornamelijk een gevolg zijn van De hoogte van de MELD-score (zie bijlage #) blijkt significant geassocieerd met de vijfde-dag-sterfte bij univariate analyse en de zes-weken-mortaliteit bij multivariate analyse De toegediende hoeveelheid erytrocytenconcentraat in de eerste ## uren na bloeding blijkt een sterk significante risicofactor voor de sterfte na zes weken Een MELD-score hoger dan ## en meer dan vier zakjes erytrocyten binnen ## uur, gaan gepaard met een ##% groter risico op overlijden binnen zes weken De MELD-score is geschikter dan de Child-Pugh score of de gangbare intensive care scores voor een.
| 602 | nvmdl |
schistosomiasis hebben ten opzichte van bloedingen bij patiënten met cirrose een In een review van zeven prospectieve gerandomiseerde onderzoeken bleek op het moment van initiële endoscopie slechts ##% van de patiënten met een varicesbloeding een actieve bloeding te hebben De prognose van patiënten met een actieve bloeding is in de laatste decennia duidelijk Bij de behandeling van een vastgestelde actieve varicesbloeding dienen drie doelen te worden # Behandeling van de oorzaak van de bloeding, preventie van een recidiefbloeding; # Behandeling van complicaties van de bloeding (en van de behandeling) Gezien de complexiteit van de behandeling en de nazorg zal dit inhouden dat de patiënt bij voorkeur dient te worden opgenomen op een MCU/ICU, dan wel een ervaren klinische afdeling met expertise bij Uit gerandomiseerd onderzoek is duidelijk dat de verdere afname van de bloedingsrecidiefkans en sterfte na een varicesbloeding in de laatste tien jaar voornamelijk een gevolg zijn van De hoogte van de MELD-score (zie bijlage #) blijkt significant geassocieerd met de vijfde-dag-sterfte bij univariate analyse en de zes-weken-mortaliteit bij multivariate analyse De toegediende hoeveelheid erytrocytenconcentraat in de eerste ## uren na bloeding blijkt een sterk significante risicofactor voor de sterfte na zes weken Een MELD-score hoger dan ## en meer dan vier zakjes erytrocyten binnen ## uur, gaan gepaard met een ##% groter risico op overlijden binnen zes weken De MELD-score is geschikter dan de Child-Pugh score of de gangbare intensive care scores voor een De algemene behandeling is gericht op hemodynamische stabilisatie en bewaking (zie ââeerste Overtransfusie zou een ongunstig effect hebben op de controle van de bloeding Een restrictief transfusiebeleid met een streef Hb van hooguit # # mmol/l verbetert de controle van de bloeding en vermindert de HVPG, aldus een monocentrische studie uit Barcelona## De betere controle van de bloeding blijft echter zonder effect op de ##-dagen overleving Een al te terughoudend transfusie- en Bij verdenking op een varicesbloeding wordt geadviseerd zo spoedig mogelijk een therapie met vasoactieve middelen te starten alvorens definitieve bevestiging van de diagnose door een endoscopie Gebruik van vasoactieve middelen gelijktijdig met, of voorafgaand aan de endoscopische behandeling verlaagt de portale druk en draagt ertoe bij dat het werkterrein voor endoscopische behandeling beter zichtbaar is Behandeling met alleen vasoactieve middelen kan al succesvol zijn in In de Baveno V consensus van ### wordt continue toediening van vasoactieve middelen gedurende vijf dagen geadviseerd## Alhoewel in recentere studies is aangetoond dat mogelijkerwijs ook een kortere therapie, bijvoorbeeld voor maar # dagen na succesvolle endoscopische therapie, voldoende en kosteneffectiever is wordt de behandelduur van # dagen nog steeds aangehouden#,##,## Het voordeel van vasoactieve middelen is dat ze meteen kunnen worden gestart en dat er geen specifieke expertise en geen speciale apparatuur nodig is Er is een aanzienlijke kans dat hiermee de bloeding reeds stopt## De condities voor endoscopische therapie zijn daarna veel gunstiger Indien de bloeding niet uit varices afkomstig is, maar bijvoorbeeld uit een peptisch ulcus, heeft de behandeling met.
| 578 | nvmdl |
zou een ongunstig effect hebben op de controle van de bloeding Een restrictief transfusiebeleid met een streef Hb van hooguit # # mmol/l verbetert de controle van de bloeding en vermindert de HVPG, aldus een monocentrische studie uit Barcelona## De betere controle van de bloeding blijft echter zonder effect op de ##-dagen overleving Een al te terughoudend transfusie- en Bij verdenking op een varicesbloeding wordt geadviseerd zo spoedig mogelijk een therapie met vasoactieve middelen te starten alvorens definitieve bevestiging van de diagnose door een endoscopie Gebruik van vasoactieve middelen gelijktijdig met, of voorafgaand aan de endoscopische behandeling verlaagt de portale druk en draagt ertoe bij dat het werkterrein voor endoscopische behandeling beter zichtbaar is Behandeling met alleen vasoactieve middelen kan al succesvol zijn in In de Baveno V consensus van ### wordt continue toediening van vasoactieve middelen gedurende vijf dagen geadviseerd## Alhoewel in recentere studies is aangetoond dat mogelijkerwijs ook een kortere therapie, bijvoorbeeld voor maar # dagen na succesvolle endoscopische therapie, voldoende en kosteneffectiever is wordt de behandelduur van # dagen nog steeds aangehouden#,##,## Het voordeel van vasoactieve middelen is dat ze meteen kunnen worden gestart en dat er geen specifieke expertise en geen speciale apparatuur nodig is Er is een aanzienlijke kans dat hiermee de bloeding reeds stopt## De condities voor endoscopische therapie zijn daarna veel gunstiger Indien de bloeding niet uit varices afkomstig is, maar bijvoorbeeld uit een peptisch ulcus, heeft de behandeling met effect op het stoppen van de bloeding, maar vooral omdat ze minder bijwerkingen geven## Voor vasopressine is geen plaats meer bij de behandeling van varicesbloedingen Het alternatief voor octreotide (of somatostatine) is terlipressine## Terlipressine is het enige middel waarmee een reductie van de mortaliteit in placebo-gecontroleerde onderzoeken is aangetoond## Bij een directe vergelijking van terlipressine, octreotide en somatostatine gevolgd door endoscopische therapie wordt echter geen verschil in therapeutische efficiëntie tussen deze middelen gezien In een gerandomiseerd onderzoek is het vijfdagen succes, gemeten in controle van de bloeding zonder noodzaak voor rescue therapie, recidiefbloeding en mortaliteit voor alle middelen hetzelfde met respectievelijk ##,#% tot ##,#%, #,# tot #,#% en # tot #,#%## Dit werd in een meta-analyse van zes Terlipressine is een synthetische vasopressine analoog De portale druk wordt verminderd door langzame conversie tot vasopressine De aanbevolen dosis van terlipressine is #mg i v om de # uur De toediening als i v bolus is logistiek vaak moeilijk De toediening als snel infuus in NaCl #,#% is een alternatief Voor de behandeling van een bloeding is niet uitgezocht of de continue toediening van terlipressine dezelfde hemodynamische effecten heeft als de bolus therapie Bij de behandeling van het hepatorenale syndroom is de continue toediening gunstiger## Terlipressine heeft meer bijwerkingen dan somatostatine en octreotide, voornamelijk van een cardiovasculaire aard zoals hartritmestoornissen of ischemie, beiden gerelateerd aan de vasoconstrictieve werking Mortaliteit ten gevolge van cardiovasculaire bijwerkingen of de noodzaak om vasoactieve therapie in verband met bijwerkingen te stoppen is zeldzaam ##.
| 595 | nvmdl |
omdat ze minder bijwerkingen geven## Voor vasopressine is geen plaats meer bij de behandeling van varicesbloedingen Het alternatief voor octreotide (of somatostatine) is terlipressine## Terlipressine is het enige middel waarmee een reductie van de mortaliteit in placebo-gecontroleerde onderzoeken is aangetoond## Bij een directe vergelijking van terlipressine, octreotide en somatostatine gevolgd door endoscopische therapie wordt echter geen verschil in therapeutische efficiëntie tussen deze middelen gezien In een gerandomiseerd onderzoek is het vijfdagen succes, gemeten in controle van de bloeding zonder noodzaak voor rescue therapie, recidiefbloeding en mortaliteit voor alle middelen hetzelfde met respectievelijk ##,#% tot ##,#%, #,# tot #,#% en # tot #,#%## Dit werd in een meta-analyse van zes Terlipressine is een synthetische vasopressine analoog De portale druk wordt verminderd door langzame conversie tot vasopressine De aanbevolen dosis van terlipressine is #mg i v om de # uur De toediening als i v bolus is logistiek vaak moeilijk De toediening als snel infuus in NaCl #,#% is een alternatief Voor de behandeling van een bloeding is niet uitgezocht of de continue toediening van terlipressine dezelfde hemodynamische effecten heeft als de bolus therapie Bij de behandeling van het hepatorenale syndroom is de continue toediening gunstiger## Terlipressine heeft meer bijwerkingen dan somatostatine en octreotide, voornamelijk van een cardiovasculaire aard zoals hartritmestoornissen of ischemie, beiden gerelateerd aan de vasoconstrictieve werking Mortaliteit ten gevolge van cardiovasculaire bijwerkingen of de noodzaak om vasoactieve therapie in verband met bijwerkingen te stoppen is zeldzaam ## aanbevolen Ernstige hyponatriaemie als complicatie van terlipressine is beschreven en zou vooral voorkomen bij jongere patiënten met een lage body mass index Monitoren van het serum natrium Somatostatine en octreotide (een somatostatine analoog) leiden tot een selectieve afname van de splanchnische flow met vermindering van de portale druk Dit effect wordt mogelijkerwijs veroorzaakt door remming van glucagon met als gevolg vasodilatatie De hemodynamische effecten van beide middelen zijn maar van korte duur wat een continue intraveneuze toediening noodzakelijk maakt Somatostatine wordt in een dosis van ###mg als bolus toegediend, gevolgd door een intraveneus infuus van ###mg per uur De aanbevolen dosis voor octreotide is een bolus van ##ug, gevolgd door Omdat er geen verschil is tussen deze middelen in effectiviteit, zullen bij de therapeutische keuze andere criteria een rol spelen zoals de logistiek van de behandeling (bolusinjectie versus continue infuus), de bijwerkingen en de kosten Voor de toediening van terlipressine moet cardiologische evaluatie plaatsvinden en moet de patiënt tijdens de behandeling nauwkeurig bewaakt worden op het ontstaan van ischemische complicaties (<INSTELLING> farmacotherapeutisch kompas) De werkgroep is van mening dat alle drie de middelen uitwisselbaar zijn qua effectiviteit en bijwerkingen en dat bij de uiteindelijke lokale protocollen ook andere argumenten zoals kosten mee kunnen worden gewogen De incidentie van bacteriële infecties bij patiënten met levercirrose die wegens een tractus digestivusbloeding worden opgenomen, is groter dan ##% Hierbij gaat het naast spontane bacteriële peritonitis, om luchtweg- en urineweginfecties Bij een Cochrane meta-analyse bleek dat kortdurende.
| 594 | nvmdl |
Ernstige hyponatriaemie als complicatie van terlipressine is beschreven en zou vooral voorkomen bij jongere patiënten met een lage body mass index Monitoren van het serum natrium Somatostatine en octreotide (een somatostatine analoog) leiden tot een selectieve afname van de splanchnische flow met vermindering van de portale druk Dit effect wordt mogelijkerwijs veroorzaakt door remming van glucagon met als gevolg vasodilatatie De hemodynamische effecten van beide middelen zijn maar van korte duur wat een continue intraveneuze toediening noodzakelijk maakt Somatostatine wordt in een dosis van ###mg als bolus toegediend, gevolgd door een intraveneus infuus van ###mg per uur De aanbevolen dosis voor octreotide is een bolus van ##ug, gevolgd door Omdat er geen verschil is tussen deze middelen in effectiviteit, zullen bij de therapeutische keuze andere criteria een rol spelen zoals de logistiek van de behandeling (bolusinjectie versus continue infuus), de bijwerkingen en de kosten Voor de toediening van terlipressine moet cardiologische evaluatie plaatsvinden en moet de patiënt tijdens de behandeling nauwkeurig bewaakt worden op het ontstaan van ischemische complicaties (<INSTELLING> farmacotherapeutisch kompas) De werkgroep is van mening dat alle drie de middelen uitwisselbaar zijn qua effectiviteit en bijwerkingen en dat bij de uiteindelijke lokale protocollen ook andere argumenten zoals kosten mee kunnen worden gewogen De incidentie van bacteriële infecties bij patiënten met levercirrose die wegens een tractus digestivusbloeding worden opgenomen, is groter dan ##% Hierbij gaat het naast spontane bacteriële peritonitis, om luchtweg- en urineweginfecties Bij een Cochrane meta-analyse bleek dat kortdurende prevalentie van infecties en op de korte termijn, overleving van cirrotische patiënten met een gastrointestinale bloeding had## Ook neemt het aantal bloedingsrecidieven af## Er werd geen verschil in effect gevonden tussen de diverse antibiotica Het advies is de keuze te baseren op lokale Uit een andere gerandomiseerde studie bleek dat bij patiënten met een gevorderde cirrose, intraveneus ceftriaxon in een dosis van #gr per dag binnen ## dagen na inclusie, beter infecties kan voorkomen dan norfloxacin oraal in een dosis van ###mg tweemaal per dag Er werd echter geen verschil gezien in de ziekenhuisterfte tussen beide middelen## De antibioticaprofylaxe zou bij voorkeur al bij opname gestart moeten worden# Bij een nationale audit in Engeland bleek dat er maar in ##% van de gevallen daadwerkelijk antibiotica wordt voorgeschreven vóór de endoscopie zoals in de richtlijn wordt geadviseerd## De recente Engelse richtlijn stelt voor de toediening van antibiotica bij opname als mogelijke prestatie indicator op te nemen bij de kwaliteitsaudits van hepatologische Patiënten met een Child-Pugh A cirrose hebben een zeer lage kans op infectieuze complicaties na varicesbloedingen Om overgebruik van antibiotica en het ontstaan van resistentie te voorkomen wordt in een retrospectief onderzoek uit ### voorgesteld te overwegen om deze groep met gunstige Dit geldt overigens niet voor patiënten met Child-Pugh A cirrose en alcoholgebruik Deze groep heeft een hoog risico op infecties## In alle internationale richtlijnen wordt voor de antibiotica profylaxe geen De duur van de antibiotica therapie is niet goed uitgezocht In het algemeen wordt een therapieduur.
| 578 | nvmdl |
en op de korte termijn, overleving van cirrotische patiënten met een gastrointestinale bloeding had## Ook neemt het aantal bloedingsrecidieven af## Er werd geen verschil in effect gevonden tussen de diverse antibiotica Het advies is de keuze te baseren op lokale Uit een andere gerandomiseerde studie bleek dat bij patiënten met een gevorderde cirrose, intraveneus ceftriaxon in een dosis van #gr per dag binnen ## dagen na inclusie, beter infecties kan voorkomen dan norfloxacin oraal in een dosis van ###mg tweemaal per dag Er werd echter geen verschil gezien in de ziekenhuisterfte tussen beide middelen## De antibioticaprofylaxe zou bij voorkeur al bij opname gestart moeten worden# Bij een nationale audit in Engeland bleek dat er maar in ##% van de gevallen daadwerkelijk antibiotica wordt voorgeschreven vóór de endoscopie zoals in de richtlijn wordt geadviseerd## De recente Engelse richtlijn stelt voor de toediening van antibiotica bij opname als mogelijke prestatie indicator op te nemen bij de kwaliteitsaudits van hepatologische Patiënten met een Child-Pugh A cirrose hebben een zeer lage kans op infectieuze complicaties na varicesbloedingen Om overgebruik van antibiotica en het ontstaan van resistentie te voorkomen wordt in een retrospectief onderzoek uit ### voorgesteld te overwegen om deze groep met gunstige Dit geldt overigens niet voor patiënten met Child-Pugh A cirrose en alcoholgebruik Deze groep heeft een hoog risico op infecties## In alle internationale richtlijnen wordt voor de antibiotica profylaxe geen De duur van de antibiotica therapie is niet goed uitgezocht In het algemeen wordt een therapieduur In een zeer kleine studie uit Azië wordt bij een profylaxe van maar # dagen geen verschil gezien bij het optreden van recidiefbloeding en ##-dagen overleving, ten opzichte van de standaardduur van de antibiotische profylaxe## Op dit moment is er nog te weinig bewijs om De interpretatie van stollingsstoornissen bij patiënten met levercirrose is zeer complex en de standaard bloedtests zoals PT of INR volstaan niet om de stollingssituatie bij deze patiënten in voldoende mate te beoordelen Vaak wordt er een balans gezien tussen procoagulatorische en anticoagulatorische effecten## Er is geen bewijs voor het nut van het routinematige gebruik van stollingsfactoren of trombocyten concentraten bij varicesbloedingen Het gebruik van recombinant factor VIIa bij varicesbloedingen blijft zonder effect en heeft geen plaats bij de behandeling van acute varicesbloeding## Voor het nut van het gebruik van tranexaminezuur bij varicesbloeding bestaat geen wetenschappelijk bewijs Uiteraard moeten de vigerende lokale adviezen en interne protocollen voor In ### werd in een gecontroleerde studie het effect van protonpompremmers (PPI) vergeleken met de vasoactieve middelen terlipressine en somatostatine na succesvolle bandligatie van de varices Eindpunten van dit onderzoek waren initiële hemostase, vroege recidiefbloeding en bijwerkingen Er was geen verschil tussen de twee behandelarmen In de groep die PPIâs kreeg kwamen wel minder bijwerkingen voor## Zeer recent werd in een retrospectief onderzoek opnieuw geen meerwaarde van een PPI gezien op de vermindering van mortaliteit of kans op recidiefbloeding na een acute varicesbloeding##.
| 562 | nvmdl |
In een zeer kleine studie uit Azië wordt bij een profylaxe van maar # dagen geen verschil gezien bij het optreden van recidiefbloeding en ##-dagen overleving, ten opzichte van de standaardduur van de antibiotische profylaxe## Op dit moment is er nog te weinig bewijs om De interpretatie van stollingsstoornissen bij patiënten met levercirrose is zeer complex en de standaard bloedtests zoals PT of INR volstaan niet om de stollingssituatie bij deze patiënten in voldoende mate te beoordelen Vaak wordt er een balans gezien tussen procoagulatorische en anticoagulatorische effecten## Er is geen bewijs voor het nut van het routinematige gebruik van stollingsfactoren of trombocyten concentraten bij varicesbloedingen Het gebruik van recombinant factor VIIa bij varicesbloedingen blijft zonder effect en heeft geen plaats bij de behandeling van acute varicesbloeding## Voor het nut van het gebruik van tranexaminezuur bij varicesbloeding bestaat geen wetenschappelijk bewijs Uiteraard moeten de vigerende lokale adviezen en interne protocollen voor In ### werd in een gecontroleerde studie het effect van protonpompremmers (PPI) vergeleken met de vasoactieve middelen terlipressine en somatostatine na succesvolle bandligatie van de varices Eindpunten van dit onderzoek waren initiële hemostase, vroege recidiefbloeding en bijwerkingen Er was geen verschil tussen de twee behandelarmen In de groep die PPIâs kreeg kwamen wel minder bijwerkingen voor## Zeer recent werd in een retrospectief onderzoek opnieuw geen meerwaarde van een PPI gezien op de vermindering van mortaliteit of kans op recidiefbloeding na een acute varicesbloeding## kans op spontaan bacteriële peritonitis Standaard toediening van PPI bij varicesbloeding wordt In een systematische review werd er geconcludeerd dat kortdurende behandeling met PPIâs na bandligatie bij de behandeling van een acute bloeding, zinvol zou kunnen zijn om de grootte van de ulceraties na ligatie te beperken## Omdat ulcera na bandligatie in de meeste gevallen spontaan genezen blijft dit advies eigenlijk zonder klinische relevantie Voor routinematig gebruik van PPIâs na Een acute varicesbloeding is een belangrijke, uitlokkende factor voor het ontstaan van een hepatische encefalopathie Ter voorkoming van hepatische encefalopathie na de bloedingsepisode wordt lactulose toegediend Lactulose vermindert het risico op encefalopathie na een bloeding In een multivariate analyse waren de bloed ammoniak spiegel bij opname en het aantal bloedtransfusies naast de therapie met lactulose, voorspellende factoren voor het ontstaan van een encefalopathie## Een vergelijkende studie met lactulose in een dosis van ##ml per # uur versus het niet-absorbeerbare antibioticum rifaximin ###mg per # uur gedurende # dagen na een bloeding, liet zien dat de effectiviteit in het voorkomen van een encefalopathie of de mortaliteit niet verschillend was Omdat de kosten van rifaximin duidelijk hoger zijn, blijft lactulose eerste keuze bij de profylaxe van een encefalopathie na een bloedingsepisode Overigens ontwikkelden ondanks therapie ##,#% van de patiënten alsnog een encefalopathie minimaal graad ### De optimale dosis lactulose bij de profylaxe van een encefalopathie bij cirrosepatiënten na een bloeding is overigens nooit nader onderzocht De Baveno VI consensus refereert hier aan de vigerende EASL-AASLD richtlijn van ### In deze richtlijn wordt.
| 572 | nvmdl |
varicesbloeding wordt In een systematische review werd er geconcludeerd dat kortdurende behandeling met PPIâs na bandligatie bij de behandeling van een acute bloeding, zinvol zou kunnen zijn om de grootte van de ulceraties na ligatie te beperken## Omdat ulcera na bandligatie in de meeste gevallen spontaan genezen blijft dit advies eigenlijk zonder klinische relevantie Voor routinematig gebruik van PPIâs na Een acute varicesbloeding is een belangrijke, uitlokkende factor voor het ontstaan van een hepatische encefalopathie Ter voorkoming van hepatische encefalopathie na de bloedingsepisode wordt lactulose toegediend Lactulose vermindert het risico op encefalopathie na een bloeding In een multivariate analyse waren de bloed ammoniak spiegel bij opname en het aantal bloedtransfusies naast de therapie met lactulose, voorspellende factoren voor het ontstaan van een encefalopathie## Een vergelijkende studie met lactulose in een dosis van ##ml per # uur versus het niet-absorbeerbare antibioticum rifaximin ###mg per # uur gedurende # dagen na een bloeding, liet zien dat de effectiviteit in het voorkomen van een encefalopathie of de mortaliteit niet verschillend was Omdat de kosten van rifaximin duidelijk hoger zijn, blijft lactulose eerste keuze bij de profylaxe van een encefalopathie na een bloedingsepisode Overigens ontwikkelden ondanks therapie ##,#% van de patiënten alsnog een encefalopathie minimaal graad ### De optimale dosis lactulose bij de profylaxe van een encefalopathie bij cirrosepatiënten na een bloeding is overigens nooit nader onderzocht De Baveno VI consensus refereert hier aan de vigerende EASL-AASLD richtlijn van ### In deze richtlijn wordt tot # dunne stoelgangen heeft Over de profylactische toediening wordt in de richtlijn geen uitspraak gedaan Bij een hoog aspiratierisico kan lactulose als klysma worden toegediend (###ml lactulose in Het vroege starten van (vloeibare) enterale voeding na endoscopische therapie van een acute varicesbloeding verhoogt het risico op een recidiefbloeding niet## Ten aanzien van de vaak slechte voedingsconditie met vaak sarcopenie bij patiënten met levercirrose, valt het aan te bevelen de enterale voeding na succesvolle therapie en stabilisatie op te starten# Bij een acute varicesbloeding dient zo spoedig mogelijk, nog voor de endoscopische therapie, een behandeling met vasoactieve middelen gestart te worden Deze is octreotide gedurende # dagen i v met als komt hyponatriaemie voor Het monitoren van serum-natrium wordt fluorochinolonen oraal) is aan te bevelen Bij gevorderde levercirrose wordt i v therapie met bijvoorbeeld ceftriaxon in een dosis van #gr/dag Overtransfusie dient te worden vermeden Gestreefd zou moeten Het routinematige corrigeren van de stolling of het toedienen van Er is geen plaats voor protonpompremmers bij de therapie van acute Na bereiken van hemostase bij patiënten met een levercirrose dient gestart te worden met lactulose in een dosis van # maal ## ml ter kunnen lactulose klysmaâs toegediend worden Rifaximin is een Na een acute bloeding valt het aan te bevelen enterale voeding zo Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen bloeding uit oesofagus- en maagvarices Bij voorkeur dient de endoscopische therapie van een varicesbloeding na initiële resuscitatie binnen ## uur plaats te vinden.
| 573 | nvmdl |
Over de profylactische toediening wordt in de richtlijn geen uitspraak gedaan Bij een hoog aspiratierisico kan lactulose als klysma worden toegediend (###ml lactulose in Het vroege starten van (vloeibare) enterale voeding na endoscopische therapie van een acute varicesbloeding verhoogt het risico op een recidiefbloeding niet## Ten aanzien van de vaak slechte voedingsconditie met vaak sarcopenie bij patiënten met levercirrose, valt het aan te bevelen de enterale voeding na succesvolle therapie en stabilisatie op te starten# Bij een acute varicesbloeding dient zo spoedig mogelijk, nog voor de endoscopische therapie, een behandeling met vasoactieve middelen gestart te worden Deze is octreotide gedurende # dagen i v met als komt hyponatriaemie voor Het monitoren van serum-natrium wordt fluorochinolonen oraal) is aan te bevelen Bij gevorderde levercirrose wordt i v therapie met bijvoorbeeld ceftriaxon in een dosis van #gr/dag Overtransfusie dient te worden vermeden Gestreefd zou moeten Het routinematige corrigeren van de stolling of het toedienen van Er is geen plaats voor protonpompremmers bij de therapie van acute Na bereiken van hemostase bij patiënten met een levercirrose dient gestart te worden met lactulose in een dosis van # maal ## ml ter kunnen lactulose klysmaâs toegediend worden Rifaximin is een Na een acute bloeding valt het aan te bevelen enterale voeding zo Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen bloeding uit oesofagus- en maagvarices Bij voorkeur dient de endoscopische therapie van een varicesbloeding na initiële resuscitatie binnen ## uur plaats te vinden mortaliteit dan patiënten zonder initiële hematemesis (##,#% versus ##,#%) De zogenaamde deurtot-endoscopietijd lijkt enige relevantie te hebben De mortaliteit wordt verminderd bij bereiken van hemostase binnen ## uur na opname (##% versus ##,#% mortaliteit bij een latere endoscopie)## Een vertraging van de endoscopie van meer dan ## uur na opname bleek een onafhankelijke risicofactor geassocieerd met een verhoogde mortaliteit## Bij hemodynamisch stabiele patiënten zonder Een meta-analyse naar het effect van verschillende behandelingsmogelijkheden bij een actieve oesofagusvaricesbloeding wees uit dat rubberbandligatie de meest effectieve behandeling lijkt voor het stoppen van een actieve bloeding bij initiële endoscopie Bandligatie heeft vergeleken met sclerotherapie, een lager percentage recidiefbloedingen, een lagere mortaliteit, minder lokale complicaties (stricturen) en minder benodigde sessies om de varices te oblitereren## Sclerotherapie De combinatie uit farmacologische therapie met een vasoactief middel en endoscopische therapie is Ligatie kan bij een actieve bloeding moeilijker zijn wanneer er een grote hoeveelheid bloed in de oesofagus is Ligatie wordt daarom bij voorkeur verricht nadat de hemodynamische toestand is gestabiliseerd en reeds is begonnen met een vasoactief middel waardoor de bloeding is gestopt of N-butyl-#-cyanoacrylaat (Histoacryl®) heeft bij de therapie van oesofagusvarices geen voordeel ten opzichte van de bandligatie en zou potentieel ernstige embolische complicaties kunnen veroorzaken## Er zijn op dit moment nog weinig gegevens over het gebruik van hemospray bij varicesbloedingen In de literatuur zijn vooral casuïstieken en kleine series te vinden Hemospray lijkt een bloeding uit slokdarmvarices effectief te kunnen stoppen bij applicatie in het distale deel van de slokdarm van de.
| 590 | nvmdl |
(##,#% versus ##,#%) De zogenaamde deurtot-endoscopietijd lijkt enige relevantie te hebben De mortaliteit wordt verminderd bij bereiken van hemostase binnen ## uur na opname (##% versus ##,#% mortaliteit bij een latere endoscopie)## Een vertraging van de endoscopie van meer dan ## uur na opname bleek een onafhankelijke risicofactor geassocieerd met een verhoogde mortaliteit## Bij hemodynamisch stabiele patiënten zonder Een meta-analyse naar het effect van verschillende behandelingsmogelijkheden bij een actieve oesofagusvaricesbloeding wees uit dat rubberbandligatie de meest effectieve behandeling lijkt voor het stoppen van een actieve bloeding bij initiële endoscopie Bandligatie heeft vergeleken met sclerotherapie, een lager percentage recidiefbloedingen, een lagere mortaliteit, minder lokale complicaties (stricturen) en minder benodigde sessies om de varices te oblitereren## Sclerotherapie De combinatie uit farmacologische therapie met een vasoactief middel en endoscopische therapie is Ligatie kan bij een actieve bloeding moeilijker zijn wanneer er een grote hoeveelheid bloed in de oesofagus is Ligatie wordt daarom bij voorkeur verricht nadat de hemodynamische toestand is gestabiliseerd en reeds is begonnen met een vasoactief middel waardoor de bloeding is gestopt of N-butyl-#-cyanoacrylaat (Histoacryl®) heeft bij de therapie van oesofagusvarices geen voordeel ten opzichte van de bandligatie en zou potentieel ernstige embolische complicaties kunnen veroorzaken## Er zijn op dit moment nog weinig gegevens over het gebruik van hemospray bij varicesbloedingen In de literatuur zijn vooral casuïstieken en kleine series te vinden Hemospray lijkt een bloeding uit slokdarmvarices effectief te kunnen stoppen bij applicatie in het distale deel van de slokdarm van de Er worden geen lange termijn complicaties beschreven## In een latere publicatie van dezelfde auteur was de behandeling met hemospray bij een effectief bij het stelpen van de bloeding Een patiënt had een recidiefbloeding die succesvol met bandligatie behandeld kon worden## Hemospray is kennelijk ook effectief bij het stelpen van een bloeding uit slokdarmulcera na bandligatie## In de internationale richtlijnen wordt Hemospray nog niet geadviseerd bij de therapie van varicesbloedingen <PERSOON> termijn gevolgen van de therapie zijn niet bekend en het endoscopische overzicht wordt na gebruik van Hemospray ongunstig beïnvloed Bij de endoscopische behandeling (ligatie) van een acute varicesbloeding dient géén onderscheid te worden gemaakt tussen patiënten met levercirrose en patiënten met een andere oorzaak van portale hypertensie, zoals vena portatrombose, schistosomiasis en het syndroom van Budd-Chiari## Ook bij bloedende maag- en duodenumvarices wordt geadviseerd om analoog aan de therapie van een acute slokdarmvaricesbloeding, zo spoedig mogelijk te beginnen met het toedienen van vasoactieve middelen, alhoewel de effectiviteit van deze therapie bij een acute bloeding uit maag- of duodenumvarices niet specifiek onderzocht is De classificatie van maagvarices in GOV # en # en IGV # en # heeft invloed op de therapiekeuze GOV # kunnen worden beschouwd als uitbreiding van slokdarmvarices langs de curvatura minor naar de maag Echter, deze varices zijn meestal te groot voor het plaatsen van een rubberband Deze therapie is daarom minder effectief##,## Bij de endoscopische therapie van maag- of duodenumvarices verdient de injectie met n-butyl-#cyanoacrylaat (Histoacryl®) de voorkeur.
| 603 | nvmdl |
lange termijn complicaties beschreven## In een latere publicatie van dezelfde auteur was de behandeling met hemospray bij een effectief bij het stelpen van de bloeding Een patiënt had een recidiefbloeding die succesvol met bandligatie behandeld kon worden## Hemospray is kennelijk ook effectief bij het stelpen van een bloeding uit slokdarmulcera na bandligatie## In de internationale richtlijnen wordt Hemospray nog niet geadviseerd bij de therapie van varicesbloedingen <PERSOON> termijn gevolgen van de therapie zijn niet bekend en het endoscopische overzicht wordt na gebruik van Hemospray ongunstig beïnvloed Bij de endoscopische behandeling (ligatie) van een acute varicesbloeding dient géén onderscheid te worden gemaakt tussen patiënten met levercirrose en patiënten met een andere oorzaak van portale hypertensie, zoals vena portatrombose, schistosomiasis en het syndroom van Budd-Chiari## Ook bij bloedende maag- en duodenumvarices wordt geadviseerd om analoog aan de therapie van een acute slokdarmvaricesbloeding, zo spoedig mogelijk te beginnen met het toedienen van vasoactieve middelen, alhoewel de effectiviteit van deze therapie bij een acute bloeding uit maag- of duodenumvarices niet specifiek onderzocht is De classificatie van maagvarices in GOV # en # en IGV # en # heeft invloed op de therapiekeuze GOV # kunnen worden beschouwd als uitbreiding van slokdarmvarices langs de curvatura minor naar de maag Echter, deze varices zijn meestal te groot voor het plaatsen van een rubberband Deze therapie is daarom minder effectief##,## Bij de endoscopische therapie van maag- of duodenumvarices verdient de injectie met n-butyl-#cyanoacrylaat (Histoacryl®) de voorkeur gebruikt; de effectiviteit en veiligheid is in een veeltal studies bewezen Cyanoacrylaat is zeer effectief bij het stelpen van een acute bloeding uit maag- of duodenumvarices met een risico op een recidief van #% tot ##%## Als zeldzame complicatie van deze therapie kunnen long- of hersenenembolieën Voor het gebruik van cyanoacrylaat is een gedetailleerd werkprotocol vereist De weefsellijm n-butyl-#cyanoacrylaat is een waterige oplossing die bij contact met fysiologische vloeistoffen (ook bij contact met NaCl # #%) binnen ## seconden, en bij contact met bloed vrijwel direct hard wordt en zo bij correcte intravasale injectie de bloedende varix afsluit Voor betere applicatie is het vereist om cyanoacrylaat ##/## met het contrastmiddel lipiodol in #ml spuiten te mengen (tweemaal # #ml) Lipiodol bevat jodium; patiënten met een (bekende) allergie kunnen hierop reageren## Er zijn enkele publicaties over het succesvolle gebruik van hemospray bij een acute bloeding uit maagvarices Deze therapie is veelbelovend## In vergelijkende studies moet echter de effectiviteit en veiligheid ten opzichte van de standaardtherapie aangetoond worden De lange termijn effecten van Bij ernstige varicesbloedingen die endoscopisch niet gestelpt kunnen worden, kan tijdelijk de (alleen maagballon) worden toegepast Tevens valt deze tijdelijke therapie tijdens de initiële resuscitatie te overwegen als overbrugging tot de endoscopie Echter, dit is dankzij de zeer effectieve farmacologische therapie door vasoactieve middelen zelden nodig Na desufflatie van de ballon moet een definitieve therapie volgen, anders is het recidiefbloedingsrisico zeer hoog Voor de tijdelijke controle van een bloeding uit fundusvarices zou theoretisch de Linton-Nachlas ballon.
| 603 | nvmdl |
is in een veeltal studies bewezen Cyanoacrylaat is zeer effectief bij het stelpen van een acute bloeding uit maag- of duodenumvarices met een risico op een recidief van #% tot ##%## Als zeldzame complicatie van deze therapie kunnen long- of hersenenembolieën Voor het gebruik van cyanoacrylaat is een gedetailleerd werkprotocol vereist De weefsellijm n-butyl-#cyanoacrylaat is een waterige oplossing die bij contact met fysiologische vloeistoffen (ook bij contact met NaCl # #%) binnen ## seconden, en bij contact met bloed vrijwel direct hard wordt en zo bij correcte intravasale injectie de bloedende varix afsluit Voor betere applicatie is het vereist om cyanoacrylaat ##/## met het contrastmiddel lipiodol in #ml spuiten te mengen (tweemaal # #ml) Lipiodol bevat jodium; patiënten met een (bekende) allergie kunnen hierop reageren## Er zijn enkele publicaties over het succesvolle gebruik van hemospray bij een acute bloeding uit maagvarices Deze therapie is veelbelovend## In vergelijkende studies moet echter de effectiviteit en veiligheid ten opzichte van de standaardtherapie aangetoond worden De lange termijn effecten van Bij ernstige varicesbloedingen die endoscopisch niet gestelpt kunnen worden, kan tijdelijk de (alleen maagballon) worden toegepast Tevens valt deze tijdelijke therapie tijdens de initiële resuscitatie te overwegen als overbrugging tot de endoscopie Echter, dit is dankzij de zeer effectieve farmacologische therapie door vasoactieve middelen zelden nodig Na desufflatie van de ballon moet een definitieve therapie volgen, anders is het recidiefbloedingsrisico zeer hoog Voor de tijdelijke controle van een bloeding uit fundusvarices zou theoretisch de Linton-Nachlas ballon Directe, vergelijkende studies ontbreken Het endoscopisch plaatsen van de ballons, eventueel met een voerdraad, verdient de voorkeur en Ballontamponade is een behandelvorm die effectief is in het tijdelijk stoppen van de bloeding; het gebruik van de ballon gaat echter gepaard met vele complicaties zoals slokdarmulceraties en aspiratie in bijna ##% van de gevallen Ook de juiste positionering van de ballonen is in de praktijk moeilijk Radiologische controle na plaatsing is noodzakelijk De ballonnen Als alternatief voor de ballontamponade valt het gebruik van een verwijderbare, volledig gecoverde metalstent (SEMS) te overwegen## Voor dit doeleinde is een speciale metalstent verkrijgbaar de SXELLA Stent DanisR Deze stent is zonder endoscoop te plaatsen Voor de verwijdering is een speciale extractor beschikbaar In een recente systematische review was de bloeding door een SEMS in ##% van de gevallen te stoppen Complicaties na stentplaatsing zoals recidiefbloeding en ulceraties worden bij ##% van de patiënten gezien## Wel waren de beschikbare studies voor deze meta-analyse zeer inhomogeen en vaak van lage kwaliteit, mede door het geringe aantal geïncludeerde patiënten De metalen stents dienen na # dagen te worden verwijderd Over procedure-gerelateerde complicaties bij het verwijderen van de stent wordt niet gerapporteerd## Bij een gerandomiseerd onderzoek bleek de tijdelijke tamponade met deze metalstent succesvoller dan de ballontamponade (##% versus ##%) waarbij succes gedefinieerd werd als ââoverleving ## dagen na controle van de bloeding en ontbreken van ernstige complicatiesââ De controle van de.
| 599 | nvmdl |
Directe, vergelijkende studies ontbreken Het endoscopisch plaatsen van de ballons, eventueel met een voerdraad, verdient de voorkeur en Ballontamponade is een behandelvorm die effectief is in het tijdelijk stoppen van de bloeding; het gebruik van de ballon gaat echter gepaard met vele complicaties zoals slokdarmulceraties en aspiratie in bijna ##% van de gevallen Ook de juiste positionering van de ballonen is in de praktijk moeilijk Radiologische controle na plaatsing is noodzakelijk De ballonnen Als alternatief voor de ballontamponade valt het gebruik van een verwijderbare, volledig gecoverde metalstent (SEMS) te overwegen## Voor dit doeleinde is een speciale metalstent verkrijgbaar de SXELLA Stent DanisR Deze stent is zonder endoscoop te plaatsen Voor de verwijdering is een speciale extractor beschikbaar In een recente systematische review was de bloeding door een SEMS in ##% van de gevallen te stoppen Complicaties na stentplaatsing zoals recidiefbloeding en ulceraties worden bij ##% van de patiënten gezien## Wel waren de beschikbare studies voor deze meta-analyse zeer inhomogeen en vaak van lage kwaliteit, mede door het geringe aantal geïncludeerde patiënten De metalen stents dienen na # dagen te worden verwijderd Over procedure-gerelateerde complicaties bij het verwijderen van de stent wordt niet gerapporteerd## Bij een gerandomiseerd onderzoek bleek de tijdelijke tamponade met deze metalstent succesvoller dan de ballontamponade (##% versus ##%) waarbij succes gedefinieerd werd als ââoverleving ## dagen na controle van de bloeding en ontbreken van ernstige complicatiesââ De controle van de van ernstige complicaties was minder (##% versus ##%) In de stent-groep waren minder TIPS nodig als rescue therapie## Het plaatsen van een SEMS is slechts een overbrugging tot verdere, definitieve therapie door bijvoorbeeld endoscopie of TIPS Op dit moment kan nog geen definitief advies over deze therapie worden gegeven Vooral gebaseerd op dit onderzoek beveelt de werkgroep de SXELLA Stent Danis aan als optie bij de rescue therapie bij bloedende oesophagus varices De rol van de verwijderbare, zelfexpanderende metalstent als overbrugging tot TIPS is nog niet in studies onderzocht, maar is wel een behandeloptie die moet worden overwogen patiënten met een acute varicesbloeding moet bij voorkeur binnen ## rubberbandligatie behandeld Bij maagvarices wordt injectietherapie met is een optie Het endoscopisch plaatsen van een zelfexpanderende, gecoverde metalstent is een goed alternatief en lijkt een hogere kans op succes te hebben en gaat tevens gepaard met minder complicaties De rol van hemostatisch poeder (hemospray) bij de behandeling van acute varicesbloedingen is nog onduidelijk en kan op dit moment nog De noodzaak voor endoscopische vervolgbehandeling is gelegen in het grote risico van recidiefbloedingen op de lange termijn Voor de vervolgbehandeling ter voorkoming van recidief varicesbloedingen, is de combinatie van endoscopische ligatie met β-blokkers effectiever dan een βblokker of ligatie alleen## Interessant is dat in een recentere meta-analyse de combinatie van rubberbandligatie met een β-blokker bij de secundaire preventie na een doorgemaakte varicesbloeding, een recidiefbloeding beter kon voorkomen dan bandligatie alleen, maar niet beter was dan de farmacologische monotherapie met β-blokkers##.
| 585 | nvmdl |
In de stent-groep waren minder TIPS nodig als rescue therapie## Het plaatsen van een SEMS is slechts een overbrugging tot verdere, definitieve therapie door bijvoorbeeld endoscopie of TIPS Op dit moment kan nog geen definitief advies over deze therapie worden gegeven Vooral gebaseerd op dit onderzoek beveelt de werkgroep de SXELLA Stent Danis aan als optie bij de rescue therapie bij bloedende oesophagus varices De rol van de verwijderbare, zelfexpanderende metalstent als overbrugging tot TIPS is nog niet in studies onderzocht, maar is wel een behandeloptie die moet worden overwogen patiënten met een acute varicesbloeding moet bij voorkeur binnen ## rubberbandligatie behandeld Bij maagvarices wordt injectietherapie met is een optie Het endoscopisch plaatsen van een zelfexpanderende, gecoverde metalstent is een goed alternatief en lijkt een hogere kans op succes te hebben en gaat tevens gepaard met minder complicaties De rol van hemostatisch poeder (hemospray) bij de behandeling van acute varicesbloedingen is nog onduidelijk en kan op dit moment nog De noodzaak voor endoscopische vervolgbehandeling is gelegen in het grote risico van recidiefbloedingen op de lange termijn Voor de vervolgbehandeling ter voorkoming van recidief varicesbloedingen, is de combinatie van endoscopische ligatie met β-blokkers effectiever dan een βblokker of ligatie alleen## Interessant is dat in een recentere meta-analyse de combinatie van rubberbandligatie met een β-blokker bij de secundaire preventie na een doorgemaakte varicesbloeding, een recidiefbloeding beter kon voorkomen dan bandligatie alleen, maar niet beter was dan de farmacologische monotherapie met β-blokkers## steeds de combinatie van endoscopische en farmacologische behandeling aanbevolen De combinatie van β-blokkers met nitraten is effectiever bij de bloedingspreventie dan de monotherapie met β-blokkers, maar veroorzaakt wel meer bijwerkingen met de noodzaak de medicatie te staken De combinatie had geen effect op vermindering van de mortaliteit## De optimale dosis van een niet-selectieve β-blokker is onduidelijk Bij een systematische review bleek de vaak gebruikte standaarddosis van ##mg propranolol per dag inferieur ten opzichte van de De endoscopische bandligatie wordt gecontinueerd tot volledige eradicatie van alle varices Aanvullende sclerotherapie van kleine restvarices die niet in het kanaal van de bandapplicator gezogen kunnen worden, wordt niet geadviseerd## Bandligatie om de # weken in plaats van om de # weken vermindert het risico op ligatie-gerelateerde ulceraties## Eradicatie van de varices door wekelijkse bandligatie leidt wel tot een snellere eradicatie zonder de kans op complicaties te verhogen In dit onderzoek wordt geadviseerd het interval voor electieve bandligatie na een bloeding op individuele basis te bepalen## Bij de electieve bandligatie valt een profylaxe met PPI te overwegen Bloedingen uit ligatie-ulcera worden onder PPI verminderd (OR #,#); voor een genereel advies is er Bij de primaire profylaxe van een bloeding kan in plaats van niet-selectieve β-blokkers, al dan niet in combinatie met nitraten, ook carvedilol gebruikt worden## Carvedilol is een niet-selectieve β-blokker met tevens vasodilatatie door het aanvullende alfa-blokkerende effect Deze farmacologische eigenschappen hebben een gunstige invloed op de hemodynamiek in de collateralen van de portale.
| 560 | nvmdl |
behandeling aanbevolen De combinatie van β-blokkers met nitraten is effectiever bij de bloedingspreventie dan de monotherapie met β-blokkers, maar veroorzaakt wel meer bijwerkingen met de noodzaak de medicatie te staken De combinatie had geen effect op vermindering van de mortaliteit## De optimale dosis van een niet-selectieve β-blokker is onduidelijk Bij een systematische review bleek de vaak gebruikte standaarddosis van ##mg propranolol per dag inferieur ten opzichte van de De endoscopische bandligatie wordt gecontinueerd tot volledige eradicatie van alle varices Aanvullende sclerotherapie van kleine restvarices die niet in het kanaal van de bandapplicator gezogen kunnen worden, wordt niet geadviseerd## Bandligatie om de # weken in plaats van om de # weken vermindert het risico op ligatie-gerelateerde ulceraties## Eradicatie van de varices door wekelijkse bandligatie leidt wel tot een snellere eradicatie zonder de kans op complicaties te verhogen In dit onderzoek wordt geadviseerd het interval voor electieve bandligatie na een bloeding op individuele basis te bepalen## Bij de electieve bandligatie valt een profylaxe met PPI te overwegen Bloedingen uit ligatie-ulcera worden onder PPI verminderd (OR #,#); voor een genereel advies is er Bij de primaire profylaxe van een bloeding kan in plaats van niet-selectieve β-blokkers, al dan niet in combinatie met nitraten, ook carvedilol gebruikt worden## Carvedilol is een niet-selectieve β-blokker met tevens vasodilatatie door het aanvullende alfa-blokkerende effect Deze farmacologische eigenschappen hebben een gunstige invloed op de hemodynamiek in de collateralen van de portale Uit een metaanalyse bleek dat carvedilol in een gemiddelde dosis van ##,# mg/dag mogelijkerwijs effectiever de HVPG verminderd dan propranolol of nebivolol Het is net zo effectief als het, in <LOCATIE> niet beschikbare, nadolol of electieve bandligatie De kwaliteit van de studies die aan deze meta-analyse ten grondslag lagen werd als laag ingeschat## Carvedilol biedt geen echt voordeel ten opzichte van de farmacologische standaardtherapie met propranolol bij de verlaging van de HVPG, met uitzondering bij patiënten met gevorderde cirrose en een MELD score van groter dan ## Dit gaat wel ten koste van meer bijwerkingen## Omdat er geen kwalitatief goede, direct vergelijkende onderzoeken tussen propranolol en carvedilol zijn gedaan blijft propranolol nog steeds de eerste keuze bij de Simvastatine vermindert de portale druk, verbetert de hepatocellulaire functie en heeft mogelijk ook antifibrotische effecten In een recent placebo gecontroleerde studie leidde de combinatie van simvastatine met bandligatie en β-blokkers tot een verbeterde overleving bij Child-Pugh A- en Bpatiënten zonder verandering van het risico op een recidiefbloeding De combinatie met simvastatine veroorzaakte wel meer gevallen van rhabdomyolyse## Omdat overleving niet het primaire eindpunt van de studie was, moet de meerwaarde van simvastatine in verdere onderzoeken nog gevalideerd worden Op dit moment kan geen advies worden gegeven over de rol van simvastatine bij de De combinatie van electieve, endoscopische injectietherapie met cyanoacrylaat en een niet-selectieve β-blokker vermindert het recidiefbloedingsrisico en de mortaliteit## Mogelijkerwijs kan de therapie van maagwandvarices na een acute bloeding in de electieve situatie geoptimaliseerd worden door endoechografisch geleide injectie van cyanoacrylaat## Ook endo-echografisch geplaatste endovasculaire.
| 584 | nvmdl |
van ##,# mg/dag mogelijkerwijs effectiever de HVPG verminderd dan propranolol of nebivolol Het is net zo effectief als het, in <LOCATIE> niet beschikbare, nadolol of electieve bandligatie De kwaliteit van de studies die aan deze meta-analyse ten grondslag lagen werd als laag ingeschat## Carvedilol biedt geen echt voordeel ten opzichte van de farmacologische standaardtherapie met propranolol bij de verlaging van de HVPG, met uitzondering bij patiënten met gevorderde cirrose en een MELD score van groter dan ## Dit gaat wel ten koste van meer bijwerkingen## Omdat er geen kwalitatief goede, direct vergelijkende onderzoeken tussen propranolol en carvedilol zijn gedaan blijft propranolol nog steeds de eerste keuze bij de Simvastatine vermindert de portale druk, verbetert de hepatocellulaire functie en heeft mogelijk ook antifibrotische effecten In een recent placebo gecontroleerde studie leidde de combinatie van simvastatine met bandligatie en β-blokkers tot een verbeterde overleving bij Child-Pugh A- en Bpatiënten zonder verandering van het risico op een recidiefbloeding De combinatie met simvastatine veroorzaakte wel meer gevallen van rhabdomyolyse## Omdat overleving niet het primaire eindpunt van de studie was, moet de meerwaarde van simvastatine in verdere onderzoeken nog gevalideerd worden Op dit moment kan geen advies worden gegeven over de rol van simvastatine bij de De combinatie van electieve, endoscopische injectietherapie met cyanoacrylaat en een niet-selectieve β-blokker vermindert het recidiefbloedingsrisico en de mortaliteit## Mogelijkerwijs kan de therapie van maagwandvarices na een acute bloeding in de electieve situatie geoptimaliseerd worden door endoechografisch geleide injectie van cyanoacrylaat## Ook endo-echografisch geplaatste endovasculaire varicesbloeding dient gestart te worden met een niet-selectieve betablokker als recidiefprofylaxe door middel van bandligatie en bij maagwandvarices door Bij de slokdarmvarices heeft een snelle eradicatie met endoscopische Tijdelijke behandeling met een protonpompremmer vermindert de kans Simvastatine bij de profylaxe van een recidiefbloeding kan nog niet Wanneer endoscopisch geen hemostase kan worden verkregen bij een bloeding uit slokdarm- of fundusvarices, of wanneer een recidiefbloeding ontstaat na eerdere endoscopische therapie (minstens tweemaal bij slokdarmvarices, minstens eenmaal bij fundusvarices), bestaat er een indicatie voor De bloeding kan in ##-###% van de gevallen gecontroleerd worden en het recidiefbloedingsrisico is laag met maar #% tot ##% Bij een TIPS als rescue therapie van een niet anders te controleren varicesbloeding, blijft de ziekenhuismortaliteit en de ##-dagen sterfte wel zeer hoog## De snelle verwijzing van de â vaak instabiele patiënt â naar een <INSTELLING> met expertise bij het plaatsten van TIPS is noodzakelijk Met polytetrafluoroethyleen (PTFE) gecoverde stents als TIPS hebben een beter Het vroegtijdig plaatsen van een TIPS bij patiënten met een ongunstige prognose kan de overleving verbeteren In een studie uit ### werden ## patiënten met een acute varicesbloeding en een ChildPugh B- of C cirrose gerandomiseerd naar twee behandelarmen TIPS ## uur na succesvolle endoscopische therapie, versus vasoactieve middelen gedurende # tot # dagen gevolgd door nietselectieve beta-blokkers of rescue-TIPS bij een niet te controleren bloeding Het falen van de behandeling was in de TIPS-arm veel geringer (#% versus ##%) met een verbeterde éénjaarsoverleving (##% versus ##%)##.
| 613 | nvmdl |
varicesbloeding dient gestart te worden met een niet-selectieve betablokker als recidiefprofylaxe door middel van bandligatie en bij maagwandvarices door Bij de slokdarmvarices heeft een snelle eradicatie met endoscopische Tijdelijke behandeling met een protonpompremmer vermindert de kans Simvastatine bij de profylaxe van een recidiefbloeding kan nog niet Wanneer endoscopisch geen hemostase kan worden verkregen bij een bloeding uit slokdarm- of fundusvarices, of wanneer een recidiefbloeding ontstaat na eerdere endoscopische therapie (minstens tweemaal bij slokdarmvarices, minstens eenmaal bij fundusvarices), bestaat er een indicatie voor De bloeding kan in ##-###% van de gevallen gecontroleerd worden en het recidiefbloedingsrisico is laag met maar #% tot ##% Bij een TIPS als rescue therapie van een niet anders te controleren varicesbloeding, blijft de ziekenhuismortaliteit en de ##-dagen sterfte wel zeer hoog## De snelle verwijzing van de â vaak instabiele patiënt â naar een <INSTELLING> met expertise bij het plaatsten van TIPS is noodzakelijk Met polytetrafluoroethyleen (PTFE) gecoverde stents als TIPS hebben een beter Het vroegtijdig plaatsen van een TIPS bij patiënten met een ongunstige prognose kan de overleving verbeteren In een studie uit ### werden ## patiënten met een acute varicesbloeding en een ChildPugh B- of C cirrose gerandomiseerd naar twee behandelarmen TIPS ## uur na succesvolle endoscopische therapie, versus vasoactieve middelen gedurende # tot # dagen gevolgd door nietselectieve beta-blokkers of rescue-TIPS bij een niet te controleren bloeding Het falen van de behandeling was in de TIPS-arm veel geringer (#% versus ##%) met een verbeterde éénjaarsoverleving (##% versus ##%)## voorkomen van een recidiefbloeding werden van dezelfde auteur in een onderzoek in eigen <INSTELLING> bevestigd; de verbetering van de éénjaarsoverleving was echter niet verschillend## In een recente observationele studie had vroegtijdige TIPS geen beter effect met betrekking tot overleving, ten opzichte van de standaardtherapie Dit is verklaarbaar door de over het algemeen slechte prognose van deze patiënten met gevorderde levercirrose In de TIPS-groep komt hartfalen vaker voor (##,#% versus #,#%) door de extra volumebelasting op basis van de shunt## In een zeer recente meta## analyse van # studies met in totaal ### patiënten was het plaatsen van een TIPS binnen # dagen na een acute bloeding geassocieerd met een vermindering van de éénjaarsmortaliteit en het recidiefbloedingsrisico## Uit een retrospectief onderzoek uit de Verenigde Staten bleek dat het vroegtijdig plaatsen van een TIPS na een acute varicesbloeding bij patiënten met een gedecompenseerde levercirrose de ziekenhuissterfte, de mortaliteit en de kans op recidiefbloeding Na initiële controle van een acute varicesbloeding door endoscopische en farmacologische therapie bij patiënten met een Child-Pugh B- of C cirrose is het advies contact op te nemen met een <INSTELLING> TIPS is een effectieve techniek bij de secundaire profylaxe na bloeding uit maagvarices Een gecoverde TIPS kan een recidiefbloeding na endoscopische hemostase op de lange termijn beter voorkomen dan endoscopische bandligatie in combinatie met beta-blokker profylaxe (#% versus ##%) De mortaliteit verschilt echter niet in beide groepen; na plaatsing van een TIPS komt hepatische Ten opzichte van de secundaire endoscopische profylaxe met cyanoacrylaat na bloeding uit varices in.
| 631 | nvmdl |
van dezelfde auteur in een onderzoek in eigen <INSTELLING> bevestigd; de verbetering van de éénjaarsoverleving was echter niet verschillend## In een recente observationele studie had vroegtijdige TIPS geen beter effect met betrekking tot overleving, ten opzichte van de standaardtherapie Dit is verklaarbaar door de over het algemeen slechte prognose van deze patiënten met gevorderde levercirrose In de TIPS-groep komt hartfalen vaker voor (##,#% versus #,#%) door de extra volumebelasting op basis van de shunt## In een zeer recente meta## analyse van # studies met in totaal ### patiënten was het plaatsen van een TIPS binnen # dagen na een acute bloeding geassocieerd met een vermindering van de éénjaarsmortaliteit en het recidiefbloedingsrisico## Uit een retrospectief onderzoek uit de Verenigde Staten bleek dat het vroegtijdig plaatsen van een TIPS na een acute varicesbloeding bij patiënten met een gedecompenseerde levercirrose de ziekenhuissterfte, de mortaliteit en de kans op recidiefbloeding Na initiële controle van een acute varicesbloeding door endoscopische en farmacologische therapie bij patiënten met een Child-Pugh B- of C cirrose is het advies contact op te nemen met een <INSTELLING> TIPS is een effectieve techniek bij de secundaire profylaxe na bloeding uit maagvarices Een gecoverde TIPS kan een recidiefbloeding na endoscopische hemostase op de lange termijn beter voorkomen dan endoscopische bandligatie in combinatie met beta-blokker profylaxe (#% versus ##%) De mortaliteit verschilt echter niet in beide groepen; na plaatsing van een TIPS komt hepatische Ten opzichte van de secundaire endoscopische profylaxe met cyanoacrylaat na bloeding uit varices in ##% respectievelijk) Dit gaat wel gepaard met een verhoogd risico op encefalopathie## Deze resultaten werden echter in een latere, niet-gerandomiseerde studie niet bevestigd## (Relatieve) contra-indicaties voor TIPS omvatten polycystic liver disease, aanwezigheid van een grote levertumor, sepsis, hepatische encefalopathie, ernstige stollingsstoornissen en afwijkingen aan arteria hepatica of vena portae (bijvoorbeeld trombose) Het verrichten van een echo hart met bepaling van de ejectie fractie valt aan te bevelen Zeldzame procedure gerelateerde complicaties bevatten intraabdominale bloeding, hemobilie, arterio-portale fisteling en trombose van de vena porta Shuntgerelateerde complicaties zijn pulmonale hypertensie, verslechtering van de leverfunctie en Encefalopathie komt bij ##% van de patiënten voor na TIPS Risicofactoren voor een encefalopathie zijn vrouwelijk geslacht, leeftijd ) <LEEFTIJD> jaar, niet-alcoholische cirrose, hypalbuminaemie en pre-existente Deze - al in de jaren ## van de vorige eeuw - ontwikkelde techniek wordt vooral in Azië gebruikt als alternatief voor de TIPS bij de behandeling van bloedende maagvarices Bij deze endovasculaire techniek worden outflow venen van de portosystemische collateralen, zoals gastrorenale venen met een ballon, geoccludeerd en vervolgens gescleroseerd## Deze techniek is net zo effectief als de TIPS bij de controle van een bloeding, maar met een geringer risico op recidiefbloeding en encefalopathie BRTO is geen causale therapie van de portale hypertensie zoals de TIPS De omvang van de varices kan na BRTO zelfs toenenem BRTO speelt in <LOCATIE> een beperkte rol Wanneer bij een bloeding uit slokdarm- of maagvarices endoscopisch recidiefbloeding optreedt na eerdere endoscopische therapie is TIPS plaatsing een effectieve rescue therapie.
| 614 | nvmdl |
gaat wel gepaard met een verhoogd risico op encefalopathie## Deze resultaten werden echter in een latere, niet-gerandomiseerde studie niet bevestigd## (Relatieve) contra-indicaties voor TIPS omvatten polycystic liver disease, aanwezigheid van een grote levertumor, sepsis, hepatische encefalopathie, ernstige stollingsstoornissen en afwijkingen aan arteria hepatica of vena portae (bijvoorbeeld trombose) Het verrichten van een echo hart met bepaling van de ejectie fractie valt aan te bevelen Zeldzame procedure gerelateerde complicaties bevatten intraabdominale bloeding, hemobilie, arterio-portale fisteling en trombose van de vena porta Shuntgerelateerde complicaties zijn pulmonale hypertensie, verslechtering van de leverfunctie en Encefalopathie komt bij ##% van de patiënten voor na TIPS Risicofactoren voor een encefalopathie zijn vrouwelijk geslacht, leeftijd ) <LEEFTIJD> jaar, niet-alcoholische cirrose, hypalbuminaemie en pre-existente Deze - al in de jaren ## van de vorige eeuw - ontwikkelde techniek wordt vooral in Azië gebruikt als alternatief voor de TIPS bij de behandeling van bloedende maagvarices Bij deze endovasculaire techniek worden outflow venen van de portosystemische collateralen, zoals gastrorenale venen met een ballon, geoccludeerd en vervolgens gescleroseerd## Deze techniek is net zo effectief als de TIPS bij de controle van een bloeding, maar met een geringer risico op recidiefbloeding en encefalopathie BRTO is geen causale therapie van de portale hypertensie zoals de TIPS De omvang van de varices kan na BRTO zelfs toenenem BRTO speelt in <LOCATIE> een beperkte rol Wanneer bij een bloeding uit slokdarm- of maagvarices endoscopisch recidiefbloeding optreedt na eerdere endoscopische therapie is TIPS plaatsing een effectieve rescue therapie Bij patiënten met gevorderde (Child-Pugh B of C) cirrose is het hemostase aan te bevelen Met contra-indicaties en het risico op Andere radiologische technieken bij de behandeling van een acute In de literatuur is te vinden dat een, bij voorkeur electieve chirurgische distale splenorenale shunt, een zinnig alternatief kan zijn wanneer TIPS niet mogelijk is Bij falen van een niet-operatieve therapie van een acute bloeding lijkt een H-graft portocavale shunt ten opzichte van de TIPS een gunstiger radiologische interventies is de ervaring met dergelijke ingrepen (zowel wereldwijd als in <LOCATIE>) echter zeer gering geworden## Patiënten die in aanmerking kunnen komen voor een levertransplantatie dienen na afdoende behandeling van de varicesbloeding zo snel mogelijk naar een Chirurgische therapie bij de behandeling van een acute varicesbloeding of secundaire profylaxe na een acute bloeding speelt in <LOCATIE> geen # de <PERSOON> J et al Expanding consensus in portal hypertension Report of the Baveno VI Consensus Workshop Stratifying risk and individualizing care for portal hypertension <PERSOON> J, <PERSOON> to prevent gastroesophageal varices in patients with cirrhosis <PERSOON> pressure, # <PERSOON> J, <PERSOON> J,.
| 527 | nvmdl |
Bij patiënten met gevorderde (Child-Pugh B of C) cirrose is het hemostase aan te bevelen Met contra-indicaties en het risico op Andere radiologische technieken bij de behandeling van een acute In de literatuur is te vinden dat een, bij voorkeur electieve chirurgische distale splenorenale shunt, een zinnig alternatief kan zijn wanneer TIPS niet mogelijk is Bij falen van een niet-operatieve therapie van een acute bloeding lijkt een H-graft portocavale shunt ten opzichte van de TIPS een gunstiger radiologische interventies is de ervaring met dergelijke ingrepen (zowel wereldwijd als in <LOCATIE>) echter zeer gering geworden## Patiënten die in aanmerking kunnen komen voor een levertransplantatie dienen na afdoende behandeling van de varicesbloeding zo snel mogelijk naar een Chirurgische therapie bij de behandeling van een acute varicesbloeding of secundaire profylaxe na een acute bloeding speelt in <LOCATIE> geen # de <PERSOON> J et al Expanding consensus in portal hypertension Report of the Baveno VI Consensus Workshop Stratifying risk and individualizing care for portal hypertension <PERSOON> J, <PERSOON> to prevent gastroesophageal varices in patients with cirrhosis <PERSOON> pressure, # <PERSOON> J, <PERSOON> events in a prospective randomized trial of propranolol versus placebo in the prevention of a first variceal hemorrhage <PERSOON> G, <PERSOON> role of the transjugular intrahepatic portosystemic stent shunt (TIPSS) in the management of bleeding gastric varices clinical # <PERSOON> EK, <PERSOON-##> HU, Song HJ, Na SY, Boo SJ, Jeong SU, <PERSOON-##> BS, <PERSOON-##> BW, Song BCC Regression of esophageal varices during entecavir treatment in patients with hepatitis-B-virusrelated liver cirrhosis <PERSOON-##> of the natural history of gastrointestinal bleeding in cirrhosis and the effect of prednisone Gastroenterology ###; # North Italian Endoscopic Club for the Study and Treatment of Esophageal Varices Prediction of the first variceal hemorrhage in patients with cirrhosis of the liver and esophageal varices A prospective # <PERSOON-##> SE, Abdo AE, Mudawi HM Mortality and rebleeding following variceal haemorrhage in liver cirrhosis and periportal fibrosis <PERSOON-##> prognosis for patients hospitalized with ## Bambha K, <PERSOON-##> WK, Kamath PS Predictors of early rebleeding and mortality after acute variceal haemorrhage in patients with cirrhosis Gut ###; ##.
| 478 | nvmdl |
Hemodynamic events in a prospective randomized trial of propranolol versus placebo in the prevention of a first variceal hemorrhage <PERSOON> G, <PERSOON> role of the transjugular intrahepatic portosystemic stent shunt (TIPSS) in the management of bleeding gastric varices clinical # <PERSOON> EK, <PERSOON> HU, Song HJ, Na SY, Boo SJ, Jeong SU, <PERSOON> BS, <PERSOON> BW, Song BCC Regression of esophageal varices during entecavir treatment in patients with hepatitis-B-virusrelated liver cirrhosis <PERSOON> of the natural history of gastrointestinal bleeding in cirrhosis and the effect of prednisone Gastroenterology ###; # North Italian Endoscopic Club for the Study and Treatment of Esophageal Varices Prediction of the first variceal hemorrhage in patients with cirrhosis of the liver and esophageal varices A prospective # <PERSOON> SE, Abdo AE, Mudawi HM Mortality and rebleeding following variceal haemorrhage in liver cirrhosis and periportal fibrosis <PERSOON> prognosis for patients hospitalized with ## Bambha K, <PERSOON> WK, Kamath PS Predictors of early rebleeding and mortality after acute variceal haemorrhage in patients with cirrhosis <PERSOON-##> JC, Abraldes JG MELD-based model to determine risk of mortality among patients with acute variceal bleeding <PERSOON-##> and prognosis of patients emergently hospitalized for acute esophageal variceal bleeding A long-term cohort study ## <PERSOON-##> strategies for acute upper gastrointestinal bleeding <PERSOON-##> treatment of portal hypertension a meta-analytic ## de <PERSOON-##> consensus in portal hypertension report of the Baveno V consensus workshop on methodology of diagnosis and therapy in portal hypertension <PERSOON-##> Z, <PERSOON-##> W, <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> Z, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> course adjuvant terlipressin in acute variceal bleeding a randomized double blind dummy controlled trial <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> SM, Sistla SC, <PERSOON-##> KT Comparison of # days versus # days of octreotide infusion along with endoscopic therapy in preventing early rebleed from ## <PERSOON-##> WG <PERSOON-##>-analysis.
| 463 | nvmdl |
<PERSOON> JC, Abraldes JG MELD-based model to determine risk of mortality among patients with acute variceal bleeding <PERSOON> and prognosis of patients emergently hospitalized for acute esophageal variceal bleeding A long-term cohort study ## <PERSOON> strategies for acute upper gastrointestinal bleeding <PERSOON> treatment of portal hypertension a meta-analytic ## de <PERSOON> consensus in portal hypertension report of the Baveno V consensus workshop on methodology of diagnosis and therapy in portal hypertension <PERSOON> Z, <PERSOON> W, <PERSOON> M, <PERSOON> Z, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> course adjuvant terlipressin in acute variceal bleeding a randomized double blind dummy controlled trial <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> SM, Sistla SC, <PERSOON-##> KT Comparison of # days versus # days of octreotide infusion along with endoscopic therapy in preventing early rebleed from ## <PERSOON-##> WG <PERSOON-##>-analysis ## Corley DA, Cello JP, Adkisson W, <PERSOON-##> for acute esophageal variceal ## <PERSOON-##> DC Terlipressin for acute esophageal variceal hemorrhage ## <PERSOON-##> DC Terlipressin for acute esophageal variceal hemorrhage Cochrane ## Seo YS, Park SY, <PERSOON-##> MY, <PERSOON-##> JH, Park JY, Yim HJ, Jang BK, <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> BI, Heo J, <PERSOON-##> WY, Baik SK, <PERSOON-##> KH, Hwang JS, Park SH, Cho M, Um SH Lack of difference among terlipressin, somatostatin, and octreotide in the control of acute gastroesophageal variceal ## <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> CE, <PERSOON-##> DJ, <PERSOON-##> of vasopressin/terlipressin and somatostatin/octreotide for the prevention of early variceal rebleeding after the initial control of ## Gerbes AL, <PERSOON-##> for hepatorenal syndrome continuous infusion as an ## <PERSOON-##> and safety of terlipressin in cirrhotic patients with ## <PERSOON-##> YK, Hwang DY, <PERSOON-##> SS, Hwang SJ, <PERSOON-##> LT, Kuo MC Terlipressin-induced hyponatremic ## <PERSOON-##> CH, <PERSOON-##> TH, <PERSOON-##> ES, Keum B, <PERSOON-##> JH, <PERSOON-##> H, Yim HJ, Yeon JE, <PERSOON-##> YT, <PERSOON-##> HS, <PERSOON-##> HJ, Byun KS, Um SH, <PERSOON-##> CD, Ryu HS Risk Factors for <PERSOON-##> in <PERSOON-##> M <PERSOON-##>-analysis.
| 638 | nvmdl |
## Corley DA, Cello JP, Adkisson W, <PERSOON> for acute esophageal variceal ## <PERSOON> DC Terlipressin for acute esophageal variceal hemorrhage ## <PERSOON> DC Terlipressin for acute esophageal variceal hemorrhage Cochrane ## Seo YS, Park SY, <PERSOON> MY, <PERSOON> JH, Park JY, Yim HJ, Jang BK, <PERSOON> T, <PERSOON> BI, Heo J, <PERSOON> WY, Baik SK, <PERSOON> KH, Hwang JS, Park SH, Cho M, Um SH Lack of difference among terlipressin, somatostatin, and octreotide in the control of acute gastroesophageal variceal ## <PERSOON> C, <PERSOON> J, <PERSOON> L, <PERSOON> CE, <PERSOON-##> DJ, <PERSOON-##> of vasopressin/terlipressin and somatostatin/octreotide for the prevention of early variceal rebleeding after the initial control of ## Gerbes AL, <PERSOON-##> for hepatorenal syndrome continuous infusion as an ## <PERSOON-##> and safety of terlipressin in cirrhotic patients with ## <PERSOON> YK, Hwang DY, <PERSOON> SS, Hwang SJ, <PERSOON-##> LT, Kuo MC Terlipressin-induced hyponatremic ## <PERSOON-##> CH, <PERSOON> TH, <PERSOON> ES, Keum B, <PERSOON> JH, <PERSOON-##> H, Yim HJ, Yeon JE, <PERSOON-##> YT, <PERSOON-##> HS, <PERSOON-##> HJ, Byun KS, Um SH, <PERSOON> CD, Ryu HS Risk Factors for <PERSOON-##> in <PERSOON-##> M <PERSOON-##>-analysis bleeding - an updated Cochrane review <PERSOON-##> SS, Sadasivan J, <PERSOON-##> prophylaxis in the prevention of rebleeding ## <PERSOON-##> vs ceftriaxone in the prophylaxis of infections in patients with advanced ## <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> variceal haemorrhage in the United Kingdom patient characteristics, management and outcomes in a nationwide audit Dig Liver Dis ###; ##(#) ###-## ## Tripathi D, <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> JW, Olliff SP, Hudson M, <PERSOON-##> JM; Clinical Services and Standards Committee of the British Society of Gastroenterology U K guidelines on the management of variceal haemorrhage in cirrhotic patients ## <PERSOON-##> of Bacterial Infection in Patients With Cirrhosis and Acute Variceal Hemorrhage, Based on Child-Pugh Class, and Effects of <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> consumption and risk of infection after a variceal bleeding in low-risk patients Liver Int ###; ## <PERSOON-##> YY, Tee HP, Mahadeva S.
| 635 | nvmdl |
review <PERSOON> SS, Sadasivan J, <PERSOON> prophylaxis in the prevention of rebleeding ## <PERSOON> vs ceftriaxone in the prophylaxis of infections in patients with advanced ## <PERSOON> S, <PERSOON> S, <PERSOON> variceal haemorrhage in the United Kingdom patient characteristics, management and outcomes in a nationwide audit Dig Liver Dis ###; ##(#) ###-## ## Tripathi D, <PERSOON> H, <PERSOON> JW, Olliff SP, Hudson M, <PERSOON> JM; Clinical Services and Standards Committee of the British Society of Gastroenterology U K guidelines on the management of variceal haemorrhage in cirrhotic patients ## <PERSOON-##> of Bacterial Infection in Patients With Cirrhosis and Acute Variceal Hemorrhage, Based on Child-Pugh Class, and Effects of <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> consumption and risk of infection after a variceal bleeding in low-risk patients Liver Int ###; ## <PERSOON-##> YY, Tee HP, Mahadeva S ## <PERSOON-##> CT, <PERSOON-##> CC, <PERSOON-##> CS, <PERSOON-##> CK, Tsai KC Similar rebleeding rate in #-day and #day intravenous ceftriaxone prophylaxis for patients with acute variceal bleeding <PERSOON-##> coagulopathy of chronic liver disease <PERSOON-##> J Effect of recombinant Factor VIIa on outcome of acute variceal bleeding an individual patient based ## <PERSOON-##> GH, Perng <PERSOON-##> CY, Tai CM, <PERSOON-##> HM, <PERSOON-##> HC Controlled trial of ligation plus vasoconstrictor versus proton pump inhibitor in the control of acute esophageal variceal bleeding <PERSOON-##> CK, Liang CM, Hsu CN, <PERSOON-##> TH, Yuan LT, Nguang SH, <PERSOON-##> JW, Tseng KL, Ku MK, <PERSOON-##> of Adjuvant Acid Suppression on the Outcomes of Bleeding Esophageal Varices after <PERSOON-##> EA, Wilby KJ, Ensom MH Use of proton pump inhibitors in the management of ## <PERSOON-##> SK Prophylaxis of hepatic encephalopathy in acute variceal bleed a randomized controlled trial of lactulose versus no lactulose <PERSOON-##> controlled trial of lactulose versus rifaximin for prophylaxis of hepatic encephalopathy in patients with acute variceal bleed.
| 524 | nvmdl |
<PERSOON> CT, <PERSOON> CC, <PERSOON> CS, <PERSOON> CK, Tsai KC Similar rebleeding rate in #-day and #day intravenous ceftriaxone prophylaxis for patients with acute variceal bleeding <PERSOON> coagulopathy of chronic liver disease <PERSOON> J Effect of recombinant Factor VIIa on outcome of acute variceal bleeding an individual patient based ## <PERSOON> GH, Perng <PERSOON> CY, Tai CM, <PERSOON> HM, <PERSOON> HC Controlled trial of ligation plus vasoconstrictor versus proton pump inhibitor in the control of acute esophageal variceal bleeding <PERSOON> CK, Liang CM, Hsu CN, <PERSOON-##> TH, Yuan LT, Nguang SH, <PERSOON> JW, Tseng KL, Ku MK, <PERSOON-##> of Adjuvant Acid Suppression on the Outcomes of Bleeding Esophageal Varices after <PERSOON-##> EA, Wilby KJ, Ensom MH Use of proton pump inhibitors in the management of ## <PERSOON-##> SK Prophylaxis of hepatic encephalopathy in acute variceal bleed a randomized controlled trial of lactulose versus no lactulose <PERSOON-##> controlled trial of lactulose versus rifaximin for prophylaxis of hepatic encephalopathy in patients with acute variceal bleed ###; ## Hepatic Encephalopathy in Chronic Liver Disease ### Practice Guideline by the European Association for the Study of the Liver and the American Association for the Study of <PERSOON-##> GH, <PERSOON> CW, Hsu YC A controlled trial of early versus delayed feeding following ligation in the control of acute esophageal variceal bleeding <PERSOON-##> Med Assoc ###; ##(##) ##<DATUM> <PERSOON-##> PH, <PERSOON-##> CJ, Liao WC, <PERSOON-##> CW, <PERSOON> HM, <PERSOON> HC, <PERSOON-##> FY, <PERSOON-##> SD Delayed endoscopy increases re-bleeding and mortality in patients with hematemesis and ## Hsu YC, <PERSOON> CS, <PERSOON> HP Application of endoscopy in improving survival of cirrhotic patients ## <PERSOON-##> vs non-urgent endoscopy in stable acute ## <PERSOON-##> of acute variceal bleeding <PERSOON-##> LM Endoscopic treatment versus endoscopic plus pharmacologic treatment for acute variceal ## <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> J A randomized controlled trial comparing ligation and sclerotherapy as emergency endoscopic treatment added to somatostatin in acute variceal bleeding J ## <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> J.
| 555 | nvmdl |
###; ## Hepatic Encephalopathy in Chronic Liver Disease ### Practice Guideline by the European Association for the Study of the Liver and the American Association for the Study of <PERSOON> GH, <PERSOON> CW, Hsu YC A controlled trial of early versus delayed feeding following ligation in the control of acute esophageal variceal bleeding <PERSOON> Med Assoc ###; ##(##) ##<DATUM> <PERSOON> PH, <PERSOON> CJ, Liao WC, <PERSOON> CW, <PERSOON> HM, <PERSOON> HC, <PERSOON> FY, <PERSOON> SD Delayed endoscopy increases re-bleeding and mortality in patients with hematemesis and ## Hsu YC, <PERSOON> CS, <PERSOON> HP Application of endoscopy in improving survival of cirrhotic patients ## <PERSOON> vs non-urgent endoscopy in stable acute ## <PERSOON-##> of acute variceal bleeding <PERSOON-##> LM Endoscopic treatment versus endoscopic plus pharmacologic treatment for acute variceal ## <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> J A randomized controlled trial comparing ligation and sclerotherapy as emergency endoscopic treatment added to somatostatin in acute variceal bleeding J ## <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> J hemorrhage by using hemostatic powder TC-### a prospective pilot study Gastrointest Endosc ## <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> of acute variceal bleeding ## <PERSOON-##> application of Hemospray to achieve hemostasis in postvariceal banding esophageal ulcers that are actively bleeding Endoscopy ###; ## Suppl # ## Spaander MC, Darwish <PERSOON-##> HL Endoscopic treatment of esophagogastric variceal bleeding in patients with noncirrhotic extrahepatic ## <PERSOON-##> GH, <PERSOON-##> KH, <PERSOON> JS, <PERSOON> MH, Chiang HT A prospective, randomized trial of butyl cyanoacrylate injection versus band ligation in the management of bleeding gastric varices ## <PERSOON-##> PC, Hou MC, <PERSOON-##> TT, <PERSOON-##> FY, <PERSOON> SD A randomized trial of endoscopic treatment of acute gastric variceal hemorrhage N-butyl-#-cyanoacrylate injection versus band ligation ## <PERSOON-##> therapy with #-octyl-cyanoacrylate for the treatment of gastric varices Dig Dis ## <PERSOON> LF, <PERSOON> ZQ, <PERSOON> CZ, <PERSOON> W, Yeo AE, <PERSOON> B Low incidence of complications from endoscopic gastric variceal obturation with butyl cyanoacrylate <PERSOON-##> JS Glueing of fundal varices <PERSOON-##> ###; ##(##) ##<DATUM> <PERSOON-##> LA, <PERSOON-##> AJ Use of hemostatic powder (Hemospray) in the management of.
| 640 | nvmdl |
TC-### a prospective pilot study Gastrointest Endosc ## <PERSOON> A, <PERSOON> H, <PERSOON> of acute variceal bleeding ## <PERSOON> application of Hemospray to achieve hemostasis in postvariceal banding esophageal ulcers that are actively bleeding Endoscopy ###; ## Suppl # ## Spaander MC, Darwish <PERSOON> HL Endoscopic treatment of esophagogastric variceal bleeding in patients with noncirrhotic extrahepatic ## <PERSOON> GH, <PERSOON> KH, <PERSOON> JS, <PERSOON> MH, Chiang HT A prospective, randomized trial of butyl cyanoacrylate injection versus band ligation in the management of bleeding gastric varices ## <PERSOON> PC, Hou MC, <PERSOON-##> TT, <PERSOON-##> FY, <PERSOON-##> SD A randomized trial of endoscopic treatment of acute gastric variceal hemorrhage N-butyl-#-cyanoacrylate injection versus band ligation ## <PERSOON-##> therapy with #-octyl-cyanoacrylate for the treatment of gastric varices Dig Dis ## <PERSOON> LF, <PERSOON-##> ZQ, <PERSOON> CZ, <PERSOON-##> W, Yeo AE, <PERSOON-##> B Low incidence of complications from endoscopic gastric variceal obturation with butyl cyanoacrylate <PERSOON-##> JS Glueing of fundal varices <PERSOON-##> ###; ##(##) ##<DATUM> <PERSOON-##> LA, <PERSOON-##> AJ Use of hemostatic powder (Hemospray) in the management of <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> tamponade for bleeding varices Controlled trial between the Sengstaken-Blakemore tube and the Linton-Nachlas tube ## <PERSOON-##> AH, Bechmann LP, <PERSOON-##> management of refractory variceal bleeding in liver cirrhosis by self-expanding metal stents <PERSOON-##>-expanding metal stents for acute refractory esophageal variceal bleeding ## Shao XD, Qi XS, Guo XZ Esophageal Stent for <PERSOON-##> Ã, <PERSOON-##> balloon tamponade versus esophageal stent in controlling acute refractory variceal bleeding A multicenter randomized, controlled trial <PERSOON-##> A <PERSOON-##>-analysis Combination endoscopic and drug therapy to prevent variceal rebleeding in cirrhosis <PERSOON-##> LL <PERSOON-##>-analysis banding ligation and medical interventions for the prevention of rebleeding from oesophageal varices <PERSOON-##> review secondary prevention with band ligation, pharmacotherapy or combination therapy after bleeding from oesophageal varices ##.
| 563 | nvmdl |
<PERSOON> J, <PERSOON> tamponade for bleeding varices Controlled trial between the Sengstaken-Blakemore tube and the Linton-Nachlas tube ## <PERSOON> AH, Bechmann LP, <PERSOON> management of refractory variceal bleeding in liver cirrhosis by self-expanding metal stents <PERSOON>-expanding metal stents for acute refractory esophageal variceal bleeding ## Shao XD, Qi XS, Guo XZ Esophageal Stent for <PERSOON> Ã, <PERSOON> balloon tamponade versus esophageal stent in controlling acute refractory variceal bleeding A multicenter randomized, controlled trial <PERSOON> A <PERSOON>-analysis Combination endoscopic and drug therapy to prevent variceal rebleeding in cirrhosis <PERSOON-##> LL <PERSOON>-analysis banding ligation and medical interventions for the prevention of rebleeding from oesophageal varices <PERSOON-##> review secondary prevention with band ligation, pharmacotherapy or combination therapy after bleeding from oesophageal varices ## Combination endoscopic band ligation and sclerotherapy compared with endoscopic band ligation alone for the secondary prophylaxis of esophageal variceal hemorrhage a meta-analysis Dig Dis Sci ## <PERSOON-##> GH, <PERSOON-##> HH, Tsai WL, <PERSOON-##> HC, Tsay FW, Hsu PI Randomized controlled trial of monthly versus biweekly endoscopic variceal ligation for the prevention of ## <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> JJ, Hou L, <PERSOON-##> AW, Buxbaum J, <PERSOON-##> trial of #-week versus #-week intervals for endoscopic ligation in the treatment of patients with esophageal ## Kang SH, Yim HJ, <PERSOON-##> YK, Koo JS, <PERSOON-##> SW Proton Pump Inhibitor Therapy Is Associated With Reduction of <PERSOON-##>) ###; ##(#) e### ## <PERSOON-##> GH, <PERSOON-##> WC, <PERSOON-##> HM, <PERSOON-##> HC Randomized, controlled trial of carvedilol versus nadolol plus isosorbide mononitrate for the prevention of variceal rebleeding <PERSOON-##> or propranolol in portal hypertension? A randomized comparison <PERSOON-##> ###; ## <PERSOON-##> T, Ke W, Sun P, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> W , <PERSOON-##> for portal ##.
| 520 | nvmdl |
ligation and sclerotherapy compared with endoscopic band ligation alone for the secondary prophylaxis of esophageal variceal hemorrhage a meta-analysis Dig Dis Sci ## <PERSOON> GH, <PERSOON> HH, Tsai WL, <PERSOON> HC, Tsay FW, Hsu PI Randomized controlled trial of monthly versus biweekly endoscopic variceal ligation for the prevention of ## <PERSOON> S, <PERSOON> JJ, Hou L, <PERSOON> AW, Buxbaum J, <PERSOON> trial of #-week versus #-week intervals for endoscopic ligation in the treatment of patients with esophageal ## Kang SH, Yim HJ, <PERSOON> YK, Koo JS, <PERSOON> SW Proton Pump Inhibitor Therapy Is Associated With Reduction of <PERSOON-##>) ###; ##(#) e### ## <PERSOON-##> GH, <PERSOON-##> WC, <PERSOON-##> HM, <PERSOON> HC Randomized, controlled trial of carvedilol versus nadolol plus isosorbide mononitrate for the prevention of variceal rebleeding <PERSOON-##> or propranolol in portal hypertension? A randomized comparison <PERSOON-##> ###; ## <PERSOON-##> T, Ke W, Sun P, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> W , <PERSOON-##> for portal ## <PERSOON-##> KT, <PERSOON> DJ Randomized, Multi-Center, Open-Label Study to Evaluate the Efficacy of Carvedilol vs Propranolol to Reduce Portal Pressure in <PERSOON-##> of Simvastatin to Standard Therapy for the Prevention of <PERSOON-##> Not Reduce Rebleeding but Increases Survival in Patients With Cirrhosis Gastroenterology ###; ## Chaudhry T, <PERSOON-##> IA Uncertain Benefits of Simvastatin in the Treatment of <PERSOON-##> SK Endoscopic cyanoacrylate injection versus beta-blocker for secondary prophylaxis of gastric variceal bleed a randomised controlled trial <PERSOON-##> EH, Gray J, <PERSOON-##> RC, Carter RC, McKay CJ, <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> AJ Long-term follow-up of endoscopic Histoacryl glue injection for the management of gastric variceal Fritscher-Ravens A EUS-guided coil versus cyanoacrylate therapy for the treatment of gastric varices ## <PERSOON-##> AK Salvage tips for uncontrolled variceal bleeding <PERSOON-##> CN, Nadolski GJ, White SB, <PERSOON-##> TW, Mondschein JI, Stavropoulos SW, ShlanskyGoldberg RD, Trerotola SO, Soulen MC Long-Term Patency and Clinical Analysis of <PERSOON-##> JC, Caca K, Bureau <PERSOON-##> B,<PERSOON-##>).
| 585 | nvmdl |
Portal Pressure in <PERSOON> of Simvastatin to Standard Therapy for the Prevention of <PERSOON> Not Reduce Rebleeding but Increases Survival in Patients With Cirrhosis Gastroenterology ###; ## Chaudhry T, <PERSOON> IA Uncertain Benefits of Simvastatin in the Treatment of <PERSOON> SK Endoscopic cyanoacrylate injection versus beta-blocker for secondary prophylaxis of gastric variceal bleed a randomised controlled trial <PERSOON> EH, Gray J, <PERSOON> RC, Carter RC, McKay CJ, <PERSOON> AJ, <PERSOON> AJ Long-term follow-up of endoscopic Histoacryl glue injection for the management of gastric variceal Fritscher-Ravens A EUS-guided coil versus cyanoacrylate therapy for the treatment of gastric varices ## <PERSOON> AK Salvage tips for uncontrolled variceal bleeding <PERSOON-##> CN, Nadolski GJ, White SB, <PERSOON-##> TW, Mondschein JI, Stavropoulos SW, ShlanskyGoldberg RD, Trerotola SO, Soulen MC Long-Term Patency and Clinical Analysis of <PERSOON-##> JC, Caca K, Bureau <PERSOON-##> B,<PERSOON-##>) Early use of TIPS in patients with cirrhosis and variceal bleeding <PERSOON-##> W, Bureau <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> J Use of early-TIPS for high-risk variceal ## <PERSOON-##> placement prevents rebleeding in high-risk patients with variceal bleeding, without improving survival ## <PERSOON-##> WD Early TIPS versus endoscopic therapy for secondary prophylaxis after management of acute esophageal variceal bleeding in cirrhotic patients a meta-analysis of randomized controlled trials <PERSOON-##> in <PERSOON-##> with <PERSOON-##>)jhg ### (online publication) ## <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> HR Covered transjugular intrahepatic portosystemic shunt versus endoscopic therapy + β-blocker for prevention of variceal rebleeding ## <PERSOON-##> GH, Liang HL, <PERSOON-##> WC, <PERSOON-##> MH, <PERSOON-##> KH, Hsu PI, <PERSOON-##> HH, Pan HB A prospective, randomized controlled trial of transjugular intrahepatic portosystemic shunt versus cyanoacrylate injection in the prevention of gastric variceal rebleeding Endoscopy ###; ##(#) ###-## ##.
| 505 | nvmdl |
use of TIPS in patients with cirrhosis and variceal bleeding <PERSOON> W, Bureau <PERSOON> B, <PERSOON> J Use of early-TIPS for high-risk variceal ## <PERSOON> placement prevents rebleeding in high-risk patients with variceal bleeding, without improving survival ## <PERSOON> WD Early TIPS versus endoscopic therapy for secondary prophylaxis after management of acute esophageal variceal bleeding in cirrhotic patients a meta-analysis of randomized controlled trials <PERSOON> in <PERSOON> with <PERSOON>)jhg ### (online publication) ## <PERSOON> B, <PERSOON-##> HR Covered transjugular intrahepatic portosystemic shunt versus endoscopic therapy + β-blocker for prevention of variceal rebleeding ## <PERSOON-##> GH, Liang HL, <PERSOON-##> WC, <PERSOON-##> MH, <PERSOON-##> KH, Hsu PI, <PERSOON-##> HH, Pan HB A prospective, randomized controlled trial of transjugular intrahepatic portosystemic shunt versus cyanoacrylate injection in the prevention of gastric variceal rebleeding Endoscopy ###; ##(#) ###-## ## Endoscopic cyanoacrylate versus ## <PERSOON-##> intrahepatic portosystemic shunts and portal hypertension-related ## <PERSOON-##>-occluded retrograde transvenous obliteration versus transjugular intrahepatic portosystemic shunt for treatment of gastric varices due to ## Rosemurgy AS, Bloomston M, <PERSOON-##> WC, Thometz DP, Zervos EE H-graft portacaval shunts versus TIPS ten-year follow-up of a randomized trial with comparison to predicted survivals <PERSOON-##> ## <PERSOON-##> LF, Jeffers LJ, Abu-Elmagd K, <PERSOON-##> splenorenal shunt versus transjugular intrahepatic portal systematic shunt for variceal bleeding a randomized trial Gastroenterology ###; ###(#) ###-## Bloeding uit het onderste deel van de tractus digestivus Met een lage tractus digestivusbloeding wordt een bloeding uit een <INSTELLING> in het onderste deel van de tractus digestivus bedoeld, gekenmerkt door macroscopisch bloedverlies uit de anus Het onderste deel van de tractus digestivus omvat het distale terminale ileum, colon en rectum # De oorzaken van bloedverlies per anum zijn bloedende hemorrhoïden, thermometerlaesies (tegenwoordig minder frequent door gebruik van andere methoden om de temperatuur te meten), anale fissuren, solitair rectaal ulcus, radiatie proctitis, rectumcarcinoom of -adenoom en afwijkingen in het colon, zoals divertikels, carcinomen, poliepen, angiodysplasieën, ontstekingsziekten en De meest voorkomende oorzaken zijn een divertikelbloeding of bloedverlies uit hemorrhoïden <PERSOON-##> epidemiologische gegevens ontbreken De jaarlijkse incidentie in de Verenigde Staten is ##-## per ### ###,#.
| 577 | nvmdl |
Endoscopic cyanoacrylate versus ## <PERSOON> intrahepatic portosystemic shunts and portal hypertension-related ## <PERSOON>-occluded retrograde transvenous obliteration versus transjugular intrahepatic portosystemic shunt for treatment of gastric varices due to ## Rosemurgy AS, Bloomston M, <PERSOON> WC, Thometz DP, Zervos EE H-graft portacaval shunts versus TIPS ten-year follow-up of a randomized trial with comparison to predicted survivals <PERSOON> ## <PERSOON> LF, Jeffers LJ, Abu-Elmagd K, <PERSOON> splenorenal shunt versus transjugular intrahepatic portal systematic shunt for variceal bleeding a randomized trial Gastroenterology ###; ###(#) ###-## Bloeding uit het onderste deel van de tractus digestivus Met een lage tractus digestivusbloeding wordt een bloeding uit een <INSTELLING> in het onderste deel van de tractus digestivus bedoeld, gekenmerkt door macroscopisch bloedverlies uit de anus Het onderste deel van de tractus digestivus omvat het distale terminale ileum, colon en rectum # De oorzaken van bloedverlies per anum zijn bloedende hemorrhoïden, thermometerlaesies (tegenwoordig minder frequent door gebruik van andere methoden om de temperatuur te meten), anale fissuren, solitair rectaal ulcus, radiatie proctitis, rectumcarcinoom of -adenoom en afwijkingen in het colon, zoals divertikels, carcinomen, poliepen, angiodysplasieën, ontstekingsziekten en De meest voorkomende oorzaken zijn een divertikelbloeding of bloedverlies uit hemorrhoïden <PERSOON> epidemiologische gegevens ontbreken De jaarlijkse incidentie in de Verenigde Staten is ##-## per ### ###,# Het voorkomen van bloedingen uit het colon stijgt met een stijgende leeftijd met een meer dan ###voudige toename van ## tot <LEEFTIJD> jaar# Deze stijging kan worden verklaard door de stijgende prevalentie van diverticulosis Acute bloeding uit het colon is meestal zelf-limiterend Diverse factoren spelen een rol bij de mortaliteit ernstige bloeding met shock, comorbiditeit, hoge leeftijd, intestinale ischemie en Bij ongeveer ##-##% van de patiënten met helder rood bloedverlies per anum is een oorzaak # Patiënten met een milde bloeding die spontaan stopt (##-##% van de gevallen) # Patiënten met chronisch intermitterend bloedverlies coloscopie is het beste diagnosticum # Patiënten met een kortdurende heftige bloeding met hemodynamische instabiliteit die spontaan stopt; tussendoor is er geen bloedverlies Coloscopie met spoed of electief lijkt de beste diagnostische # Patiënten met een continue actieve bloeding coloscopie of CT-angiografie (zo nodig gevolgd door selectieve angiografie met embolisatie als therapie), zijn de beste diagnostische opties# Bij patiënten met massale bloeding (hemodynamische instabiliteit) kan het beste direct een CT-angiografie, zonodig gevolgd door een selectieve angiografie met embolisatie verricht worden Coloscopie in onvoorbereidde, instabiele patiënten is niet goed uitvoerbaar#,# Bovendien is laxeren in een dergelijke Coloscopie is effectief in het opsporen van de bloeding # Een acute endoscopie zonder darmvoorbereiding is zinloos Bij de meeste patiënten met een bloeding uit het onderste deel van de tractus digestivus die hemodynamisch stabiel zijn en blijven, is er tijd voor een adequate voorbereiding.
| 615 | nvmdl |
het colon stijgt met een stijgende leeftijd met een meer dan ###voudige toename van ## tot <LEEFTIJD> jaar# Deze stijging kan worden verklaard door de stijgende prevalentie van diverticulosis Acute bloeding uit het colon is meestal zelf-limiterend Diverse factoren spelen een rol bij de mortaliteit ernstige bloeding met shock, comorbiditeit, hoge leeftijd, intestinale ischemie en Bij ongeveer ##-##% van de patiënten met helder rood bloedverlies per anum is een oorzaak # Patiënten met een milde bloeding die spontaan stopt (##-##% van de gevallen) # Patiënten met chronisch intermitterend bloedverlies coloscopie is het beste diagnosticum # Patiënten met een kortdurende heftige bloeding met hemodynamische instabiliteit die spontaan stopt; tussendoor is er geen bloedverlies Coloscopie met spoed of electief lijkt de beste diagnostische # Patiënten met een continue actieve bloeding coloscopie of CT-angiografie (zo nodig gevolgd door selectieve angiografie met embolisatie als therapie), zijn de beste diagnostische opties# Bij patiënten met massale bloeding (hemodynamische instabiliteit) kan het beste direct een CT-angiografie, zonodig gevolgd door een selectieve angiografie met embolisatie verricht worden Coloscopie in onvoorbereidde, instabiele patiënten is niet goed uitvoerbaar#,# Bovendien is laxeren in een dergelijke Coloscopie is effectief in het opsporen van de bloeding # Een acute endoscopie zonder darmvoorbereiding is zinloos Bij de meeste patiënten met een bloeding uit het onderste deel van de tractus digestivus die hemodynamisch stabiel zijn en blijven, is er tijd voor een adequate voorbereiding spoedcoloscopie# Een volledige colonlavage kan binnen een paar uur worden uitgevoerd Een vroege coloscopie bij bloedingen is veilig uit te voeren De oorzaak van de bloeding is te identificeren in een groot aantal van de gevallen Echter, er is geen verschil met betrekking tot mortaliteit in vergelijking met een electieve scopie##,## De opbrengst van een vroege coloscopie is in het algemeen niet anders dan van een electieve coloscopie## De diagnostische accuratesse van coloscopie bij een acute bloeding varieert van ##-##%## Er wordt gesuggereerd dat er een kortere ziekenhuisopname is, minder recidief bloeding en minder chirurgisch ingrijpen Echter, gerandomiseerde studies ontbreken# Uit een recente meta-analyse bleek weer dat er geen significant verschil is voor recidief bloedverlies, benodigde chirurgische interventie, bloedtransfusie of opnameduur indien een spoedcoloscopie Wanneer na endoscopie de bloedingsbron onbekend blijft (bijvoorbeeld bij bloedingsbron in dunne darm of moeilijke beoordeelbaarheid van het colon bij endoscopie door veel bloed), is CT-angiografie aangewezen als volgende diagnostische stap De sensitiviteit van een CT-angiografie voor het aantonen van een lage tractus digestivusbloeding is ongeveer net zo hoog als die van een selectieve angiografie CT-angiografie heeft bij een bloedingssnelheid van # # ml/min een sensitiviteit van ###% en een specificiteit van ##-##% voor het aantonen van de bloedingslokalisatie## (zie ook de paragraaf over bovenste tractus digestivusbloeding) Een recente meta-analyse komt ook tot een dergelijke hoge opbrengst van CT-angiografie wanneer alleen naar lage tractus digestivus bloedingen Een ander artikel waarin alleen naar lage tractus digestivus bloedingen werd gekeken beschrijft zelfs.
| 607 | nvmdl |
uur worden uitgevoerd Een vroege coloscopie bij bloedingen is veilig uit te voeren De oorzaak van de bloeding is te identificeren in een groot aantal van de gevallen Echter, er is geen verschil met betrekking tot mortaliteit in vergelijking met een electieve scopie##,## De opbrengst van een vroege coloscopie is in het algemeen niet anders dan van een electieve coloscopie## De diagnostische accuratesse van coloscopie bij een acute bloeding varieert van ##-##%## Er wordt gesuggereerd dat er een kortere ziekenhuisopname is, minder recidief bloeding en minder chirurgisch ingrijpen Echter, gerandomiseerde studies ontbreken# Uit een recente meta-analyse bleek weer dat er geen significant verschil is voor recidief bloedverlies, benodigde chirurgische interventie, bloedtransfusie of opnameduur indien een spoedcoloscopie Wanneer na endoscopie de bloedingsbron onbekend blijft (bijvoorbeeld bij bloedingsbron in dunne darm of moeilijke beoordeelbaarheid van het colon bij endoscopie door veel bloed), is CT-angiografie aangewezen als volgende diagnostische stap De sensitiviteit van een CT-angiografie voor het aantonen van een lage tractus digestivusbloeding is ongeveer net zo hoog als die van een selectieve angiografie CT-angiografie heeft bij een bloedingssnelheid van # # ml/min een sensitiviteit van ###% en een specificiteit van ##-##% voor het aantonen van de bloedingslokalisatie## (zie ook de paragraaf over bovenste tractus digestivusbloeding) Een recente meta-analyse komt ook tot een dergelijke hoge opbrengst van CT-angiografie wanneer alleen naar lage tractus digestivus bloedingen Een ander artikel waarin alleen naar lage tractus digestivus bloedingen werd gekeken beschrijft zelfs Tevens kunnen de CT-angiografie bevindingen worden gebruikt als routekaart voor selectieve angiografie en embolisatie In een onderzoek met ### patiënten met een lage bloeding bleek spoed CT-angiografie een hogere opbrengst te hebben dan een spoed coloscopie## <PERSOON> et al vonden dat na een negatieve CT-angiografie bij een lage tractus digestivus bloeding, meestal geen radiologische- of operatieve interventie nodig was en dat CT-angiografie dus hiervoor Bij patiënten met een gestoorde nierfunctie moet rekening worden gehouden met het risico op De werkgroep adviseert om bij hemodynamisch instabiele acute lage tractus digestivus bloedingen direct een CT-angiografie te verrichten en eventuele aanvullende interventie middels angiografie en embolisatie in te zetten in plaats van endoscopie (zie bijlage ##) Zie ââBloedingen uit bovenste deel van de tractus digestivusââ en bijlage ## De meeste bloedingen zijn veneus en self-limiterend Hemodynamische instabiliteit komt zelden voor De endoscopische behandeling wordt bepaald door de oorzaak van de bloeding# Bij zichtbare divertikelbloeding injectietherapie met adrenaline, eventueel met plaatsing van een hemoclip Indien hemostase niet wordt bereikt of plaatsing van de hemoclip moeilijk is kan bipolaire coagulatie worden gebruikt <PERSOON> op voor een perforatie van de dunne divertikelwand Bij bloedende poliep injectie met adrenaline in de steel gevolgd door poliepectomie Plaatsen van Bij bloedende tumor coagulatietherapie of injectietherapie Echter, het is lastig endoscopisch te behandelen Diagnostisering van de tumor is het belangrijkst Verdere behandeling is afhankelijk <PERSOON>-poliepectomiebloeding injectietherapie in combinatie met plaatsing hemoclip, eventueel Indien een radiatieproctitis de oorzaak is van de bloeding kan behandeling met sucralfaatklysmaâs.
| 603 | nvmdl |
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.