text stringlengths 80 6.25k | text_len int64 32 3.12k | src stringclasses 7 values |
|---|---|---|
[#] <PERSOON> I Mid-term results of the functional transobturator sling suspension for male postprostatectomy stress urinary incontinence <PERSOON> sling <PERSOON> 'repositioning test', the most important tool for preoperative evaluation <PERSOON> findings after AdVance sling implantation <PERSOON> ###;### e### [#] <PERSOON> C, et al Surgical treatment of male stress incontinence after radical prostatectomy and its impact on quality of life <PERSOON> RM, Mayer ME, <PERSOON> A, <PERSOON> PJ, et al Prospective evaluation of the functional sling suspension for male postprostatectomy stress urinary incontinence results after # year <PERSOON-##> RM, Mayer ME, <PERSOON-##> I, et al Complications of the AdVance transobturator male sling in the treatment [##] <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> CG, et al Results of the AdVance transobturator male sling after radical [##] <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> CG, et al Mid-term results for the retroluminar transobturator sling suspension for [##] <PERSOON-##> B Two year outcome of the transobturator retroluminal repositioning sling in the treatment of male stress urinary incontinence <PERSOON-##> retrourethral trans-obturator sling is an effective and attractive treatment option for male stress urinary incontinence resulting from radical prostatectomy (RP) after # year of implantation <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> of subjective outcomes of the advance sling Initial insights <PERSOON-##> JB, Rackley RR, Montague DK, Vasavada SP, et al Patient perceived effectiveness of a new male sling as [##] <PERSOON-##> R Long term results after advance male sling procedure in male stress urinary incontinence (SUI) [##] <PERSOON-##> # year outcome of the transobturator retroluminal repositioning sling in the treatment of male stress urinary incontinence BJU Int ###;### ###-## Met een adjustable sling kan men postoperatief de spanning van een sling nog aanpassen Er zijn drie systemen bij mannen in gebruik Reemex, Argus en ATOMS Kan het plaatsen van een adjustable sling bij mannen met post-prostatectomie incontinentie SUI genezen, kwaliteit van leven verbeteren of Er zijn geen RCTâs die adjustable slings bij mannen met andere procedures vergelijken.
| 509 | nvog |
<PERSOON> B Two year outcome of the transobturator retroluminal repositioning sling in the treatment of male stress urinary incontinence <PERSOON> retrourethral trans-obturator sling is an effective and attractive treatment option for male stress urinary incontinence resulting from radical prostatectomy (RP) after # year of implantation <PERSOON> B, <PERSOON> of subjective outcomes of the advance sling Initial insights <PERSOON> JB, Rackley RR, Montague DK, Vasavada SP, et al Patient perceived effectiveness of a new male sling as [##] <PERSOON> R Long term results after advance male sling procedure in male stress urinary incontinence (SUI) [##] <PERSOON> # year outcome of the transobturator retroluminal repositioning sling in the treatment of male stress urinary incontinence BJU Int ###;### ###-## Met een adjustable sling kan men postoperatief de spanning van een sling nog aanpassen Er zijn drie systemen bij mannen in gebruik Reemex, Argus en ATOMS Kan het plaatsen van een adjustable sling bij mannen met post-prostatectomie incontinentie SUI genezen, kwaliteit van leven verbeteren of Er zijn geen RCTâs die adjustable slings bij mannen met andere procedures vergelijken retrospectieve patiëntenseries, met wisselende follow-up en verschillende definities van succes Sommige zijn alleen als abstract gepubliceerd Voor het Remeex® systeem zijn slechts twee abstracts met conflicterend bewijs gepubliceerd Eén studie volgde ## patiënten gedurende bijna <LEEFTIJD> jaar en rapporteerde een succespercentage van ##% [#], zonder explantaties, infecties of erosies De tweede studie volgde ## patiënten gedurende ## maanden Slechts ##% van de patiënten waren tevreden en multipele aanpassingen waren nodig Mechanisch falen werd Er zijn data van ### mannen met het Argus® systeem beschikbaar, maar slechts vier series bevatten meer dan ## patiënten [<DATUM> ; de langste follow-up was #,<LEEFTIJD> jaar Succespercentages liepen uiteen van ##% tot ##,#% met een gemiddeld succespercentage van ##,#%; succes werd meestal als âsubjectieve genezingâ gedefinieerd Het aantal implantaten dat gereviseerd moest worden varieerde van ##,#% tot ##,#% [#,#,#] Infectie van de sling werd gezien bij #,#%-#% [#,#,#] Erosies werden gezien bij <DATUM> [#,#] De urethra werd bij #,#-##% van de patiënten geperforeerd [#,#] Pijn ter plaatse van de sling was doorgaans slechts van tijdelijke aard, maar ook chronische pijn werd gerapporteerd [#,<DATUM> Deze complicaties zorgden er in ##-##% van de gevallen voor dat de sling moest worden verwijderd [#,#] Het ATOMS-systeem bestaat uit een implanteerbaar matje met een geïntegreerd navulbaar kussentje De vulling van dit kussentje kan worden geregeld middels een titanium port die subcutaan onderin de buik gelegen is De eerste onderzoeken over dit systeem verschenen recent en laten.
| 628 | nvog |
wisselende follow-up en verschillende definities van succes Sommige zijn alleen als abstract gepubliceerd Voor het Remeex® systeem zijn slechts twee abstracts met conflicterend bewijs gepubliceerd Eén studie volgde ## patiënten gedurende bijna <LEEFTIJD> jaar en rapporteerde een succespercentage van ##% [#], zonder explantaties, infecties of erosies De tweede studie volgde ## patiënten gedurende ## maanden Slechts ##% van de patiënten waren tevreden en multipele aanpassingen waren nodig Mechanisch falen werd Er zijn data van ### mannen met het Argus® systeem beschikbaar, maar slechts vier series bevatten meer dan ## patiënten [<DATUM> ; de langste follow-up was #,<LEEFTIJD> jaar Succespercentages liepen uiteen van ##% tot ##,#% met een gemiddeld succespercentage van ##,#%; succes werd meestal als âsubjectieve genezingâ gedefinieerd Het aantal implantaten dat gereviseerd moest worden varieerde van ##,#% tot ##,#% [#,#,#] Infectie van de sling werd gezien bij #,#%-#% [#,#,#] Erosies werden gezien bij <DATUM> [#,#] De urethra werd bij #,#-##% van de patiënten geperforeerd [#,#] Pijn ter plaatse van de sling was doorgaans slechts van tijdelijke aard, maar ook chronische pijn werd gerapporteerd [#,<DATUM> Deze complicaties zorgden er in ##-##% van de gevallen voor dat de sling moest worden verwijderd [#,#] Het ATOMS-systeem bestaat uit een implanteerbaar matje met een geïntegreerd navulbaar kussentje De vulling van dit kussentje kan worden geregeld middels een titanium port die subcutaan onderin de buik gelegen is De eerste onderzoeken over dit systeem verschenen recent en laten Er is beperkt bewijs dat adjustable slings effectief zijn bij het genezen van mannen met SUI Er is beperkt bewijs dat veel adjustable slings kort na de implantatie weer verwijderd moeten worden Er is geen bewijs dat laat zien dat adjustable slings voor mannen meerwaarde hebben boven non-adjustable slings [#] Sousa A Long term follow-up of the male remeex system for the surgical treatment of male incontinence <PERSOON> [#] <PERSOON> JH, <PERSOON> JC, Seo JT Long term follow-up of readjustable urethral sling procedure (Remeex System(registered trademark)) for male stress [#] <PERSOON> BP <PERSOON> adjustable sling for the treatment of all degrees of male stress urinary incontinence retrospective evaluation of efficacy and complications after a minimal followup of ## months <PERSOON> ER Adjustable bulbourethral male sling experience after ### cases of moderate-to-severe male [#] <PERSOON> prostatectomy urinary incontinence treated with argus t male slingendurance of the results of a multicentre trial <PERSOON> adjustable bulbourethral male sling - Experience after ## [#] <PERSOON> G, <PERSOON> D, <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> and clinical results of an adjustable sling for male urinary incontinence - ## months follow up - ARGUS(registered trademark) is effective also in severe cases.
| 660 | nvog |
zijn bij het genezen van mannen met SUI Er is beperkt bewijs dat veel adjustable slings kort na de implantatie weer verwijderd moeten worden Er is geen bewijs dat laat zien dat adjustable slings voor mannen meerwaarde hebben boven non-adjustable slings [#] Sousa A Long term follow-up of the male remeex system for the surgical treatment of male incontinence <PERSOON> [#] <PERSOON> JH, <PERSOON> JC, Seo JT Long term follow-up of readjustable urethral sling procedure (Remeex System(registered trademark)) for male stress [#] <PERSOON> BP <PERSOON> adjustable sling for the treatment of all degrees of male stress urinary incontinence retrospective evaluation of efficacy and complications after a minimal followup of ## months <PERSOON> ER Adjustable bulbourethral male sling experience after ### cases of moderate-to-severe male [#] <PERSOON> prostatectomy urinary incontinence treated with argus t male slingendurance of the results of a multicentre trial <PERSOON> adjustable bulbourethral male sling - Experience after ## [#] <PERSOON> G, <PERSOON> D, <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> and clinical results of an adjustable sling for male urinary incontinence - ## months follow up - ARGUS(registered trademark) is effective also in severe cases <PERSOON-##> M Mid-term complications after placement of the male adjustable suburethral [#] <PERSOON-##> transobturator sling (Argus T(registered trademark)) for the treatment of post radical prostatectomy urinary incontinence (PRPUI) Urology ###;## S### [##] <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> N, et al Early results of a European multicentre experience with a new self-anchoring adjustable transobturator system for treatment of stress urinary incontinence in men <PERSOON-##> experience and results with a new adjustable transobturator male system for the <PERSOON-##> de urethra geplaatste compressieve hulpmiddelen (compression devices) kunnen onderverdeeld worden in twee types degene die circumferentiële, en degene die niet-circumferentiële compressie van het lumen van de urethra geven [#] De sfincterprothese (artificial urinary sphincter of AUS) wordt al meer dan <LEEFTIJD> jaar gebruikt en is de standaardbehandeling voor matig tot ernstige SUI De meeste gegevens die beschikbaar zijn over de werkzaamheid van sfincterimplantaties zijn afkomstig uit oudere retrospectieve cohortonderzoeken RCTâs ontbreken omdat er geen goede vergelijkende behandeling is Diverse modificaties van de standaard enkelvoudige manchet (single-cuff) transperineale techniek zijn beschreven, waaronder transcorporele implantatie, tandemmanchet implantaten en transscrotale benaderingen [#] Mannen die een.
| 537 | nvog |
<PERSOON> M Mid-term complications after placement of the male adjustable suburethral [#] <PERSOON> transobturator sling (Argus T(registered trademark)) for the treatment of post radical prostatectomy urinary incontinence (PRPUI) Urology ###;## S### [##] <PERSOON> B, <PERSOON> N, et al Early results of a European multicentre experience with a new self-anchoring adjustable transobturator system for treatment of stress urinary incontinence in men <PERSOON> experience and results with a new adjustable transobturator male system for the <PERSOON> de urethra geplaatste compressieve hulpmiddelen (compression devices) kunnen onderverdeeld worden in twee types degene die circumferentiële, en degene die niet-circumferentiële compressie van het lumen van de urethra geven [#] De sfincterprothese (artificial urinary sphincter of AUS) wordt al meer dan <LEEFTIJD> jaar gebruikt en is de standaardbehandeling voor matig tot ernstige SUI De meeste gegevens die beschikbaar zijn over de werkzaamheid van sfincterimplantaties zijn afkomstig uit oudere retrospectieve cohortonderzoeken RCTâs ontbreken omdat er geen goede vergelijkende behandeling is Diverse modificaties van de standaard enkelvoudige manchet (single-cuff) transperineale techniek zijn beschreven, waaronder transcorporele implantatie, tandemmanchet implantaten en transscrotale benaderingen [#] Mannen die een goede handvaardigheid en cognitieve functie vereist Als het onzeker is hoe goed een individu met een pomp kan omgaan, is een sfincterprothese misschien geen geschikte behandelmethode voor die patiënt Er is een aantal onderkende complicaties van sfincterprothese waaronder mechanische disfunctie, urethrale constrictie door littekenweefsel, erosie en infectie De niet-circumferentiële hulpmiddelen (ProACT; eerder ook al besproken met betrekking tot vrouwelijke incontinentie) bestaan uit twee ballonnetjes die nabij de anastomose van de urethra worden geplaatst De ballonnetjes kunnen worden gevuld en hun volume kan postoperatief In hoeverre kan het inbrengen van een external compression device bij mannen met post-prostatectomie SUI de kwaliteit van leven verbeteren, Hoewel de sfincterprothese wordt gezien als de standaardbehandeling van SUI bij mannen bestaan twee systematische reviews hierover [#,#] uit beperkt bewijs van veelal matige kwaliteit, met als uitzondering één RCT die de sfincterprothese met bulkmateriaal vergeleek [#] Recentere patiëntenseries bevestigen eerdere gegevens [#,#] Er kan een continentiepercentage van ongeveer ##% worden verwacht, hoewel dit lager is bij mannen die voorheen radiotherapie op hun kleine bekken hebben ondergaan [#] Trigo Rocha et al publiceerden een prospectieve cohortstudie van ## patiënten met een gemiddelde follow-up van ## maanden [#] Gebruik van opvangmaterialen werd significant verminderd en continentie werd bereikt in ##% van de mannen met een significante verbetering van de kwaliteit van leven Revisie was noodzakelijk in ##% van de gevallen Van alle urodynamische parameters had alleen compliantie een negatieve impact op de uitkomst, hoewel een andere retrospectieve studie liet zien dat urodynamische parameters geen invloed hadden op het resultaat van.
| 564 | nvog |
een pomp kan omgaan, is een sfincterprothese misschien geen geschikte behandelmethode voor die patiënt Er is een aantal onderkende complicaties van sfincterprothese waaronder mechanische disfunctie, urethrale constrictie door littekenweefsel, erosie en infectie De niet-circumferentiële hulpmiddelen (ProACT; eerder ook al besproken met betrekking tot vrouwelijke incontinentie) bestaan uit twee ballonnetjes die nabij de anastomose van de urethra worden geplaatst De ballonnetjes kunnen worden gevuld en hun volume kan postoperatief In hoeverre kan het inbrengen van een external compression device bij mannen met post-prostatectomie SUI de kwaliteit van leven verbeteren, Hoewel de sfincterprothese wordt gezien als de standaardbehandeling van SUI bij mannen bestaan twee systematische reviews hierover [#,#] uit beperkt bewijs van veelal matige kwaliteit, met als uitzondering één RCT die de sfincterprothese met bulkmateriaal vergeleek [#] Recentere patiëntenseries bevestigen eerdere gegevens [#,#] Er kan een continentiepercentage van ongeveer ##% worden verwacht, hoewel dit lager is bij mannen die voorheen radiotherapie op hun kleine bekken hebben ondergaan [#] Trigo Rocha et al publiceerden een prospectieve cohortstudie van ## patiënten met een gemiddelde follow-up van ## maanden [#] Gebruik van opvangmaterialen werd significant verminderd en continentie werd bereikt in ##% van de mannen met een significante verbetering van de kwaliteit van leven Revisie was noodzakelijk in ##% van de gevallen Van alle urodynamische parameters had alleen compliantie een negatieve impact op de uitkomst, hoewel een andere retrospectieve studie liet zien dat urodynamische parameters geen invloed hadden op het resultaat van sfincterprotheses mogelijk te maken Het is niet bekend in hoeverre deze vorm van benaderen het resultaat beïnvloedt [<DATUM> De transcorporele plaatsingstechniek kan gebruikt worden indien een eerdere plaatsing is mislukt maar gedegen bewijs hierover ontbreekt [##,##] De tandemmanchet plaatsing werd geïntroduceerd om mannen te behandelen die incontinent bleven na plaatsen van een enkelvoudig # cm manchet Deze dubbele manchet heeft overigens niet geleid tot meer continentie en de huidige beschikbaarheid van een #,#-cm manchet heeft de noodzaak van de tandemmanchet plaatsing min of meer doen verdwijnen [##-##] Patiënten die complete continentie na sfincterprotheseimplantatie bereikten, hadden tevens een grotere kans op erosie van de manchet [##] Een kleine serie rapporteerde de resultaten van sfinterprothese na eerder gefaalde Advance-sling, waarbij geen verschil in werkzaamheid tussen secundaire en primaire implantatie werd gezien Er is een aantal trials gedaan waarin post-prostatectomie incontinentie werd behandeld middels insertie van een device van ballonnetjes met regelbaar volume, nabij de proximale bulbaire urethra Een prospectieve cohort studie (n = ###) beschreef de functionele uitkomsten als goed in ##% van de gevallen; in ##% van gevallen moesten de ballonnetjes verwijderd worden [##] Bij een subgroep van patiënten die eerder waren bestraald werd een succespercentage van ##% gevonden met een hoger percentage van urethra-erosies Een quasi-RCT die niet-circumferentiële compression devices (ProAct®) met bone anchored male slings vergeleek, liet een vergelijkbare verbetering van de SUI zien (respectievelijk ##% vs ##%) [##] Andere prospectieve series lieten vergelijkbare incontinentie-uitkomsten zien, maar er was een aantal aanpassingen van het ballonvolume nodig om genezing van de incontinentie te bereiken.
| 643 | nvog |
in hoeverre deze vorm van benaderen het resultaat beïnvloedt [<DATUM> De transcorporele plaatsingstechniek kan gebruikt worden indien een eerdere plaatsing is mislukt maar gedegen bewijs hierover ontbreekt [##,##] De tandemmanchet plaatsing werd geïntroduceerd om mannen te behandelen die incontinent bleven na plaatsen van een enkelvoudig # cm manchet Deze dubbele manchet heeft overigens niet geleid tot meer continentie en de huidige beschikbaarheid van een #,#-cm manchet heeft de noodzaak van de tandemmanchet plaatsing min of meer doen verdwijnen [##-##] Patiënten die complete continentie na sfincterprotheseimplantatie bereikten, hadden tevens een grotere kans op erosie van de manchet [##] Een kleine serie rapporteerde de resultaten van sfinterprothese na eerder gefaalde Advance-sling, waarbij geen verschil in werkzaamheid tussen secundaire en primaire implantatie werd gezien Er is een aantal trials gedaan waarin post-prostatectomie incontinentie werd behandeld middels insertie van een device van ballonnetjes met regelbaar volume, nabij de proximale bulbaire urethra Een prospectieve cohort studie (n = ###) beschreef de functionele uitkomsten als goed in ##% van de gevallen; in ##% van gevallen moesten de ballonnetjes verwijderd worden [##] Bij een subgroep van patiënten die eerder waren bestraald werd een succespercentage van ##% gevonden met een hoger percentage van urethra-erosies Een quasi-RCT die niet-circumferentiële compression devices (ProAct®) met bone anchored male slings vergeleek, liet een vergelijkbare verbetering van de SUI zien (respectievelijk ##% vs ##%) [##] Andere prospectieve series lieten vergelijkbare incontinentie-uitkomsten zien, maar er was een aantal aanpassingen van het ballonvolume nodig om genezing van de incontinentie te bereiken gemeld, waardoor bij ##%-##% van de patiënten explantatie verricht moest worden [#,##-##] Hoewel de meeste onderzoeken een verbeterde kwaliteit van leven na de implantatie van een prothese lieten zien, was er één studie (waarin de patiënten vragenlijsten hadden gekregen) waaruit bleek dat ##% van de patiënten nog altijd significant last had van persisterende incontinentie [##] Een nieuw geïntroduceerde sfincterprothese (Flowsecure®) die een aanpasbare balloncapaciteit heeft middels een injecteerbare zelfafsluitende port, en die ook op abdominale drukverhogingen reageert is inmiddels beschikbaar voor klinisch gebruik Een serie van ### patiënten liet een explantatiepercentage zien van ##% na <LEEFTIJD> jaar; het device is hierna herontworpen en het is thans wachten op nieuwe resultaten [##] Er is enig bewijs waaruit blijkt dat primaire sfincterprothese implantatie een effectieve geneeswijze is voor SUI bij mannen na De lange termijn failure rate na sfincterprothese-implantatie is hoog hoewel device herplaatsing verricht kan worden Eerdere radiotherapie op het bekken lijkt een gering effect te hebben op de resultaten van sfincterprothese-implantatie Mannen die cognitieve disfunctie of een matige handfunctie hebben zullen waarschijnlijk problemen ondervinden met het bedienen van een Een tandemmanchet plaatsing is niet beter dan een enkelvoudige manchetplaatsing De penoscrotale en perineale benadering voor het plaatsen van een sfincterprothese geven vergelijkbare uitkomsten Er is zeer weinig korte termijn bewijs waaruit blijkt dat de niet-circumferentiële compression device (ProACT®) effectief is voor de De niet-circumferentiële compression device (ProACT®) wordt geassocieerd met veel failures en complicaties waarbij verwijdering vaak.
| 644 | nvog |
gemeld, waardoor bij ##%-##% van de patiënten explantatie verricht moest worden [#,##-##] Hoewel de meeste onderzoeken een verbeterde kwaliteit van leven na de implantatie van een prothese lieten zien, was er één studie (waarin de patiënten vragenlijsten hadden gekregen) waaruit bleek dat ##% van de patiënten nog altijd significant last had van persisterende incontinentie [##] Een nieuw geïntroduceerde sfincterprothese (Flowsecure®) die een aanpasbare balloncapaciteit heeft middels een injecteerbare zelfafsluitende port, en die ook op abdominale drukverhogingen reageert is inmiddels beschikbaar voor klinisch gebruik Een serie van ### patiënten liet een explantatiepercentage zien van ##% na <LEEFTIJD> jaar; het device is hierna herontworpen en het is thans wachten op nieuwe resultaten [##] Er is enig bewijs waaruit blijkt dat primaire sfincterprothese implantatie een effectieve geneeswijze is voor SUI bij mannen na De lange termijn failure rate na sfincterprothese-implantatie is hoog hoewel device herplaatsing verricht kan worden Eerdere radiotherapie op het bekken lijkt een gering effect te hebben op de resultaten van sfincterprothese-implantatie Mannen die cognitieve disfunctie of een matige handfunctie hebben zullen waarschijnlijk problemen ondervinden met het bedienen van een Een tandemmanchet plaatsing is niet beter dan een enkelvoudige manchetplaatsing De penoscrotale en perineale benadering voor het plaatsen van een sfincterprothese geven vergelijkbare uitkomsten Er is zeer weinig korte termijn bewijs waaruit blijkt dat de niet-circumferentiële compression device (ProACT®) effectief is voor de De niet-circumferentiële compression device (ProACT®) wordt geassocieerd met veel failures en complicaties waarbij verwijdering vaak Bied geen niet-circumferentiële compression devices (ProACT®) aan bij mannen die eerder bestraling van hun bekken hebben ondergaan [#] <PERSOON> C, et al Fourth International Consultation on <PERSOON> R, et al Surgical treatment of stress incontinence in men [#] <PERSOON> comparison of artificial urinary sphincter implantation and endourethral [#] <PERSOON> GJ, McGuire EJ, Latini JM Long-term durability and functional outcomes among patients with artificial urinary sphincters a ##-year retrospective review from the University of <PERSOON> D, <PERSOON> artificial urinary sphincter A contemporary series <PERSOON> M A prospective study evaluating the efficacy of the artificial sphincter AMS ### for the treatment of postradical prostatectomy urinary incontinence and the correlation between preoperative urodynamic and surgical outcomes Urology [#] <PERSOON> HH, Hsu EI, <PERSOON> TB Urodynamic testing in evaluation of postradical prostatectomy incontinence before artificial urinary sphincter [#] <PERSOON-##> GD, <PERSOON-##> SM, Cleves MA, Simmons CJ, <PERSOON-##> approach for artificial urinary sphincter implantation appears to control male stress incontinence better than the transscrotal approach <PERSOON-##> ###;### ###,#; discussion ### [##] <PERSOON-##> GD, <PERSOON-##> SM, Cornell RJ, Cleves MA, Simmons CJ, Vakalopoulos I, et al.
| 616 | nvog |
bestraling van hun bekken hebben ondergaan [#] <PERSOON> C, et al Fourth International Consultation on <PERSOON> R, et al Surgical treatment of stress incontinence in men [#] <PERSOON> comparison of artificial urinary sphincter implantation and endourethral [#] <PERSOON> GJ, McGuire EJ, Latini JM Long-term durability and functional outcomes among patients with artificial urinary sphincters a ##-year retrospective review from the University of <PERSOON> D, <PERSOON> artificial urinary sphincter A contemporary series <PERSOON> M A prospective study evaluating the efficacy of the artificial sphincter AMS ### for the treatment of postradical prostatectomy urinary incontinence and the correlation between preoperative urodynamic and surgical outcomes Urology [#] <PERSOON> HH, Hsu EI, <PERSOON> TB Urodynamic testing in evaluation of postradical prostatectomy incontinence before artificial urinary sphincter [#] <PERSOON-##> GD, <PERSOON-##> SM, Cleves MA, Simmons CJ, <PERSOON-##> approach for artificial urinary sphincter implantation appears to control male stress incontinence better than the transscrotal approach <PERSOON-##> ###;### ###,#; discussion ### [##] <PERSOON-##> GD, <PERSOON-##> SM, Cornell RJ, Cleves MA, Simmons CJ, Vakalopoulos I, et al approach for implantation of an artificial urinary sphincter cuff size and control of male stress urinary incontinence <PERSOON-##> TM, Westney OL Outcomes related to placing an artificial urinary sphincter using a single-incision, transverse-scrotal technique in [##] Aaronson <PERSOON-##> SP, McAninch JW Transcorporal artificial urinary sphincter placement for incontinence in high-risk patients after [##] Zafirakis H, <PERSOON-##> OL Outcomes following transcorporal placement of an artificial urinary sphincter Neurourol Urodyn [##] Hudak SJ, Morey AF Impact of <DATUM> cm artificial urinary sphincter cuff on primary and revision surgery for male stress urinary incontinence [##] O'<PERSOON-##> RC, <PERSOON-##> MB, Guralnick ML, Bales GT Long-term follow-up of single versus double cuff artificial urinary sphincter insertion for the treatment of severe postprostatectomy stress urinary incontinence Urology ###;## ##-# [##] Zafirakis H, <PERSOON-##> OL Preoperative pad weight and pad number as a predictor of failure of single cuff artificial urinary sphincter [##] <PERSOON-##> and cuff erosion after artificial urinary sphincter insertion A comparison of cuff sizes and [##] <PERSOON-##> AC, Webster GD Outcomes following artificial sphincter implantation after prior unsuccessful male sling <PERSOON-##> PN, <PERSOON-##> of stress urinary incontinence following prostate surgery with minimally invasive adjustable continence balloon implants.
| 609 | nvog |
implantation of an artificial urinary sphincter cuff size and control of male stress urinary incontinence <PERSOON> TM, Westney OL Outcomes related to placing an artificial urinary sphincter using a single-incision, transverse-scrotal technique in [##] Aaronson <PERSOON> SP, McAninch JW Transcorporal artificial urinary sphincter placement for incontinence in high-risk patients after [##] Zafirakis H, <PERSOON> OL Outcomes following transcorporal placement of an artificial urinary sphincter Neurourol Urodyn [##] Hudak SJ, Morey AF Impact of <DATUM> cm artificial urinary sphincter cuff on primary and revision surgery for male stress urinary incontinence [##] O'<PERSOON> RC, <PERSOON> MB, Guralnick ML, Bales GT Long-term follow-up of single versus double cuff artificial urinary sphincter insertion for the treatment of severe postprostatectomy stress urinary incontinence Urology ###;## ##-# [##] Zafirakis H, <PERSOON> OL Preoperative pad weight and pad number as a predictor of failure of single cuff artificial urinary sphincter [##] <PERSOON> and cuff erosion after artificial urinary sphincter insertion A comparison of cuff sizes and [##] <PERSOON> AC, Webster GD Outcomes following artificial sphincter implantation after prior unsuccessful male sling <PERSOON> PN, <PERSOON-##> of stress urinary incontinence following prostate surgery with minimally invasive adjustable continence balloon implants <PERSOON-##> continence therapy (ProACT) and bone anchored male sling Comparison of two new treatments of post prostatectomy incontinence <PERSOON-##> DF, <PERSOON-##> adjustable continence therapy device for treating incontinence after prostatectomy a minimum #-year follow-up BJU Int ###;### ###,##; discussion ##<DATUM> [##] Gregori A, <PERSOON-##> AL, <PERSOON-##> AM, Incarbone GP, et al Transrectal ultrasound-guided implantation of the Proact(trademark) system in patients with postradical prostatectomy stress urinary incontinence # years experience Eur Urol Suppl ###;<DATUM> [##] Hubner WA, Schlarp OM Treatment of incontinence after prostatectomy using a new minimally invasive device adjustable continence [##] <PERSOON-##> JP ProACT for stress urinary incontinence after radical prostatectomy <PERSOON-##> of minimally invasive adjustable continence balloon device, proact, for treatment of male postoperative incontinence A monocentric experience <PERSOON-##> continence balloons clinical results of a new minimally invasive treatment for [##] <PERSOON-##> years experience with the flowsecure.
| 550 | nvog |
<PERSOON> continence therapy (ProACT) and bone anchored male sling Comparison of two new treatments of post prostatectomy incontinence <PERSOON> DF, <PERSOON> adjustable continence therapy device for treating incontinence after prostatectomy a minimum #-year follow-up BJU Int ###;### ###,##; discussion ##<DATUM> [##] Gregori A, <PERSOON> AL, <PERSOON> AM, Incarbone GP, et al Transrectal ultrasound-guided implantation of the Proact(trademark) system in patients with postradical prostatectomy stress urinary incontinence # years experience Eur Urol Suppl ###;<DATUM> [##] Hubner WA, Schlarp OM Treatment of incontinence after prostatectomy using a new minimally invasive device adjustable continence [##] <PERSOON> JP ProACT for stress urinary incontinence after radical prostatectomy <PERSOON> of minimally invasive adjustable continence balloon device, proact, for treatment of male postoperative incontinence A monocentric experience <PERSOON> continence balloons clinical results of a new minimally invasive treatment for [##] <PERSOON> years experience with the flowsecure De eerste behandeling die in dit kader besproken moet worden is brachytherapie Na brachytherapie komt incontinentie voor bij #-##% van de patiënten [#] De belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van urine-incontinentie na brachytherapie is een TURP om blaasuitgangsobstructie ná de brachytherapie op te heffen Incontinentie na brachytherapie kan ook ontstaan door een rectovesicale fistel, welke bij tot #,#% van de patiënten wordt gevonden [#] De hoeveelheid urogenitale complicaties is hoger na salvage brachytherapie Na externe radiotherapie (external beam radiation therapy, EBRT) is het risico op urine-incontinentie # tot ##,#% [#] Hier geldt dat een TURP voorafgaande aan de bestraling een risicofactor lijkt te zijn voor het ontwikkelen van incontinentie Het is niet duidelijk in welke mate adjuvante EBRT ná een eerdere radicale prostatectomie de kans op incontinentie beïnvloedt [#] Eerder in deze Richtlijn is beschreven welke invloed radiotherapie op het resultaat van de behandeling van âpost-prostatectomie incontinentieâ kan hebben Dit geldt het meest voor male slings, met slechtere behandelresultaten bij bestraalde patiënten De invloed is indifferent voor de De huidige PICO gaat over de vraag welke behandeling bij zogenaamde âpost-radiatie incontinentieâ het beste is Welke behandelingen zijn het meest werkzaam in termen van genezing van of vermindering van de hoeveelheid incontinentie en het verbetering van de kwaliteit van leven bij patiënten met urine-incontinentie na radiotherapie als behandeling voor prostaatcarcinoom? Er is geen bewijs over welke behandeling in geval van post-radiatie incontinentie het grootste behandeleffect bewerkstelligt Er is één kleine vergelijkende cohortstudie gevonden die verschillende routes van sfincterprothese-implantatie bij âhoogrisicoâ patiënten met incontinentie na.
| 558 | nvog |
dit kader besproken moet worden is brachytherapie Na brachytherapie komt incontinentie voor bij #-##% van de patiënten [#] De belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van urine-incontinentie na brachytherapie is een TURP om blaasuitgangsobstructie ná de brachytherapie op te heffen Incontinentie na brachytherapie kan ook ontstaan door een rectovesicale fistel, welke bij tot #,#% van de patiënten wordt gevonden [#] De hoeveelheid urogenitale complicaties is hoger na salvage brachytherapie Na externe radiotherapie (external beam radiation therapy, EBRT) is het risico op urine-incontinentie # tot ##,#% [#] Hier geldt dat een TURP voorafgaande aan de bestraling een risicofactor lijkt te zijn voor het ontwikkelen van incontinentie Het is niet duidelijk in welke mate adjuvante EBRT ná een eerdere radicale prostatectomie de kans op incontinentie beïnvloedt [#] Eerder in deze Richtlijn is beschreven welke invloed radiotherapie op het resultaat van de behandeling van âpost-prostatectomie incontinentieâ kan hebben Dit geldt het meest voor male slings, met slechtere behandelresultaten bij bestraalde patiënten De invloed is indifferent voor de De huidige PICO gaat over de vraag welke behandeling bij zogenaamde âpost-radiatie incontinentieâ het beste is Welke behandelingen zijn het meest werkzaam in termen van genezing van of vermindering van de hoeveelheid incontinentie en het verbetering van de kwaliteit van leven bij patiënten met urine-incontinentie na radiotherapie als behandeling voor prostaatcarcinoom? Er is geen bewijs over welke behandeling in geval van post-radiatie incontinentie het grootste behandeleffect bewerkstelligt Er is één kleine vergelijkende cohortstudie gevonden die verschillende routes van sfincterprothese-implantatie bij âhoogrisicoâ patiënten met incontinentie na wordt verstaan [#] Hierin wordt gevonden dat een transcorporele implantatie een Ãets kleiner risico op erosie en explantatie geeft dan een standaardimplantatie bij deze specifieke groep hoogrisicopatiënten (<DATUM> ##% versus <DATUM> ##%) De aantallen zijn echter zeer klein en zoals Er is geen onderzoek gedaan aangaande de optimale behandeling van urine-incontinentie na radiotherapie voor prostaatcarcinoom Er zijn geringe aanwijzingen dat de transcorporele implantatie van een sfinterprothese succesvoller is dan de gebruikelijke route van implantatie als patiënten al eens bestraald zijn voor prostaatkanker Gezien het ontbreken van bewijs over de behandeling van urine-incontinentie na bestraling van prostaatcarcinoom kunnen hier geen aanbevelingen over worden gedaan Na radiotherapie, hetzij adjuvant of als primaire behandeling, dient men te zoeken naar andere bijdragende oorzaken van de incontinentie dan sfincterzwakte Voorbeelden hiervan zijn een verlaagde compliantie van de blaas of een fistel [#] <PERSOON> T, et al Surgical Treatment of Urinary Incontinence in Men In <PERSOON> A editors Incontinence #th International Consultation on Incontinence , ed #th <PERSOON>-EAU, ### p <PATIENTNUMMER># [#] Aaronson <PERSOON> SP, McAninch JW Transcorporal artificial urinary sphincter placement for incontinence in high-risk patients after treatment <PERSOON>®) injecties in de blaaswand worden steeds meer gebruikt om persisterende of refractaire UUI bij volwassen vrouwen te behandelen; bij mannen wordt dit ook gedaan hoewel er eigenlijk een gebrek aan bewijs hiervoor bestaat.
| 611 | nvog |
wordt verstaan [#] Hierin wordt gevonden dat een transcorporele implantatie een Ãets kleiner risico op erosie en explantatie geeft dan een standaardimplantatie bij deze specifieke groep hoogrisicopatiënten (<DATUM> ##% versus <DATUM> ##%) De aantallen zijn echter zeer klein en zoals Er is geen onderzoek gedaan aangaande de optimale behandeling van urine-incontinentie na radiotherapie voor prostaatcarcinoom Er zijn geringe aanwijzingen dat de transcorporele implantatie van een sfinterprothese succesvoller is dan de gebruikelijke route van implantatie als patiënten al eens bestraald zijn voor prostaatkanker Gezien het ontbreken van bewijs over de behandeling van urine-incontinentie na bestraling van prostaatcarcinoom kunnen hier geen aanbevelingen over worden gedaan Na radiotherapie, hetzij adjuvant of als primaire behandeling, dient men te zoeken naar andere bijdragende oorzaken van de incontinentie dan sfincterzwakte Voorbeelden hiervan zijn een verlaagde compliantie van de blaas of een fistel [#] <PERSOON> T, et al Surgical Treatment of Urinary Incontinence in Men In <PERSOON> A editors Incontinence #th International Consultation on Incontinence , ed #th <PERSOON>-EAU, ### p <PATIENTNUMMER># [#] Aaronson <PERSOON> SP, McAninch JW Transcorporal artificial urinary sphincter placement for incontinence in high-risk patients after treatment <PERSOON>®) injecties in de blaaswand worden steeds meer gebruikt om persisterende of refractaire UUI bij volwassen vrouwen te behandelen; bij mannen wordt dit ook gedaan hoewel er eigenlijk een gebrek aan bewijs hiervoor bestaat botulinetoxine A gebruikt [#,#] De injectietechnieken zijn niet gestandaardiseerd en de verschillende onderzoeken met botulinetoxine A variëren m b t het aantal injectieplaatsen en de locatie daarvan Ook varieert het totaal aantal eenheden dat geïnjecteerd wordt [#,#] Urologen dienen zich te realiseren dat er in <LOCATIE> verschillende onabotulinumtoxineproducten op de markt zijn onabotulinumtoxine (het eigenlijke Botox®) and abobotulinumtoxine (Dysport®) en dat de middelen, ook na correctie voor de dosering, niet vergelijkbaar zijn Het effect van herhaalde injecties is niet goed bestudeerd bij patiënten met UUI De belangrijkste bijwerkingen zijn zelfkatheterisatie nodig is en het optreden van urineweginfecties Zelfkatheterisatie geeft een verhoogd risico op UWIâs [#,#] Leiden intravesicale onabotulinumtoxine-injecties bij volwassenen met refractaire UUI tot minder incontinentie-episodes en/of een hoger Er zijn drie systematische reviews over onabotulinumtoxine gepubliceerd [<DATUM> Alleen de laatste (<PERSOON> et al ) gebruikte het genezingspercentage als uitkomstmaat Deze review includeerde data van een nieuwe dose finding study [#] en supplementaire data verkregen van de auteurs [#], waaronder het percentage droge patiënten na # en ## weken (zie de Tabel hieronder) Het percentage patiënten dat de novo zelfkatheterisatie moest toepassen was #,#% voor ### eenheden (E) en ##,#% voor ### <PERSOON> doseringen leiden tot hogere genezingspercentages, maar ook Hoewel ### eenheden de meest effectieve dosering is, wordt deze in de praktijk niet aanbevolen vanwege het hoge vóórkomen van residu na mictie en zelfkatheterisatie Een dosis van ###-### E lijkt in de meta-analyse een vergelijkbare effectiviteit te hebben.
| 633 | nvog |
botulinetoxine A gebruikt [#,#] De injectietechnieken zijn niet gestandaardiseerd en de verschillende onderzoeken met botulinetoxine A variëren m b t het aantal injectieplaatsen en de locatie daarvan Ook varieert het totaal aantal eenheden dat geïnjecteerd wordt [#,#] Urologen dienen zich te realiseren dat er in <LOCATIE> verschillende onabotulinumtoxineproducten op de markt zijn onabotulinumtoxine (het eigenlijke Botox®) and abobotulinumtoxine (Dysport®) en dat de middelen, ook na correctie voor de dosering, niet vergelijkbaar zijn Het effect van herhaalde injecties is niet goed bestudeerd bij patiënten met UUI De belangrijkste bijwerkingen zijn zelfkatheterisatie nodig is en het optreden van urineweginfecties Zelfkatheterisatie geeft een verhoogd risico op UWIâs [#,#] Leiden intravesicale onabotulinumtoxine-injecties bij volwassenen met refractaire UUI tot minder incontinentie-episodes en/of een hoger Er zijn drie systematische reviews over onabotulinumtoxine gepubliceerd [<DATUM> Alleen de laatste (<PERSOON> et al ) gebruikte het genezingspercentage als uitkomstmaat Deze review includeerde data van een nieuwe dose finding study [#] en supplementaire data verkregen van de auteurs [#], waaronder het percentage droge patiënten na # en ## weken (zie de Tabel hieronder) Het percentage patiënten dat de novo zelfkatheterisatie moest toepassen was #,#% voor ### eenheden (E) en ##,#% voor ### <PERSOON> doseringen leiden tot hogere genezingspercentages, maar ook Hoewel ### eenheden de meest effectieve dosering is, wordt deze in de praktijk niet aanbevolen vanwege het hoge vóórkomen van residu na mictie en zelfkatheterisatie Een dosis van ###-### E lijkt in de meta-analyse een vergelijkbare effectiviteit te hebben botulinetoxine doseringen van ### en ### E vergeleken liet geen verschil in werkzaamheid tussen beide doseringen zien [#,#,#,#,#] Een andere grote RCT die is gepresenteerd als abstract op zowel de American Urological Association en de International Continence Society-congressen De verbetering in kwaliteit van leven na onabotulinumtoxine-toediening houdt ## weken aan [#] Het blijkt dat de kwaliteit van leven slechts Succesvolle behandeling van UUI met onabotulinetoxine A hangt niet samen met het eventuele bestaan van DO tijdens het UDO In een subanalyse van de dose finding studie van Dmochowski werden geen verschillen gevonden en dit was onafhankelijk van de eventuele aanwezigheid van DO [#] In een andere studie met daarin # mannen en ## vrouwen met OAB maar zónder DO verbeterden onabotulinetoxine Andere systematische reviews [#,#] lieten een grote variatie zien in het aantal injecties en de verdunningen die werden gebruikt, maar verdunnen in ## ml en injecteren op ## plekken was het meest gebruikelijk De plaats waar werd geïnjecteerd leek de werkzaamheid en de hoeveelheid bijwerkingen niet te beïnvloeden Twee kleine RCTâs spreken elkaar tegen met betrekking tot het punt of trigonale injecties de werkzaamheid kunnen beïnvloeden Eén studie vond geen verschil tussen die patiënten waar het trigonum werd vermeden en diegenen bij wie juist in het trigonum werd geïnjecteerd [##] In een andere studie, waarin UUI overigens geen specifiek eindpunt was, werd juist meer verbetering gezien bij die patiënten die injecties in het trigonum kregen [#].
| 645 | nvog |
doseringen van ### en ### E vergeleken liet geen verschil in werkzaamheid tussen beide doseringen zien [#,#,#,#,#] Een andere grote RCT die is gepresenteerd als abstract op zowel de American Urological Association en de International Continence Society-congressen De verbetering in kwaliteit van leven na onabotulinumtoxine-toediening houdt ## weken aan [#] Het blijkt dat de kwaliteit van leven slechts Succesvolle behandeling van UUI met onabotulinetoxine A hangt niet samen met het eventuele bestaan van DO tijdens het UDO In een subanalyse van de dose finding studie van Dmochowski werden geen verschillen gevonden en dit was onafhankelijk van de eventuele aanwezigheid van DO [#] In een andere studie met daarin # mannen en ## vrouwen met OAB maar zónder DO verbeterden onabotulinetoxine Andere systematische reviews [#,#] lieten een grote variatie zien in het aantal injecties en de verdunningen die werden gebruikt, maar verdunnen in ## ml en injecteren op ## plekken was het meest gebruikelijk De plaats waar werd geïnjecteerd leek de werkzaamheid en de hoeveelheid bijwerkingen niet te beïnvloeden Twee kleine RCTâs spreken elkaar tegen met betrekking tot het punt of trigonale injecties de werkzaamheid kunnen beïnvloeden Eén studie vond geen verschil tussen die patiënten waar het trigonum werd vermeden en diegenen bij wie juist in het trigonum werd geïnjecteerd [##] In een andere studie, waarin UUI overigens geen specifiek eindpunt was, werd juist meer verbetering gezien bij die patiënten die injecties in het trigonum kregen [#] doet vermoeden dat er een lagere succeskans bij kwetsbare ouderen is (dan bij niet-kwetsbare ouderen), alsmede een groter risico op een residu Een recente RCT vergeleek onabotulinumtoxine met solifenacine (met de mogelijkheid tot dosisescalatie of het overstappen op trospium in de solifenacine-groep), en liet gedurende een periode van # maanden een vergelijkbare reductie van de hoeveelheid UUI zien [##] Patiënten die onabotulinetoxine kregen hadden echter wel meer kans op een volledig verdwijnen van de UUI (##% vs ##%, p = # ###); tevens hadden zij een verhoogd risico op urineretentie (#% vs #%) en urineweginfecties (##% vs ##%) in de eerste # maanden Patiënten die antimuscarinica namen Dowson et al [##] presenteerden resultaten over ### patiënten die onabotulinetoxine A injecties (### eenheden) ondergingen Veel van deze patiënten weigerden herhaling van de injectie Van de ### stopten er ## na de eerste injectie en nog eens ## na de tweede injectie De angst om te moeten zelfkatheteriseren na behandeling en een gebrek aan werkzaamheid wordt opgegeven als belangrijkste redenen voor het stoppen Een enkelvoudige behandeling met onabotulinumtoxine A injecties (###-### E) is effectiever dan placebo m b t het genezen en verbeteren Doseringen van onabotulinetoxine A boven de ### E zijn geassocieerd met een verhoogd risico op noodzaak tot zelfkatheterisatie Doseringen van onabotulinetoxine A boven de ### E hebben geen toegevoegde waarde voor verbetering in kwaliteit van leven Er is geen bewijs dat herhaalde injecties met onabotulinumtoxine A tot een verminderde werkzaamheid leiden.
| 641 | nvog |
(dan bij niet-kwetsbare ouderen), alsmede een groter risico op een residu Een recente RCT vergeleek onabotulinumtoxine met solifenacine (met de mogelijkheid tot dosisescalatie of het overstappen op trospium in de solifenacine-groep), en liet gedurende een periode van # maanden een vergelijkbare reductie van de hoeveelheid UUI zien [##] Patiënten die onabotulinetoxine kregen hadden echter wel meer kans op een volledig verdwijnen van de UUI (##% vs ##%, p = # ###); tevens hadden zij een verhoogd risico op urineretentie (#% vs #%) en urineweginfecties (##% vs ##%) in de eerste # maanden Patiënten die antimuscarinica namen Dowson et al [##] presenteerden resultaten over ### patiënten die onabotulinetoxine A injecties (### eenheden) ondergingen Veel van deze patiënten weigerden herhaling van de injectie Van de ### stopten er ## na de eerste injectie en nog eens ## na de tweede injectie De angst om te moeten zelfkatheteriseren na behandeling en een gebrek aan werkzaamheid wordt opgegeven als belangrijkste redenen voor het stoppen Een enkelvoudige behandeling met onabotulinumtoxine A injecties (###-### E) is effectiever dan placebo m b t het genezen en verbeteren Doseringen van onabotulinetoxine A boven de ### E zijn geassocieerd met een verhoogd risico op noodzaak tot zelfkatheterisatie Doseringen van onabotulinetoxine A boven de ### E hebben geen toegevoegde waarde voor verbetering in kwaliteit van leven Er is geen bewijs dat herhaalde injecties met onabotulinumtoxine A tot een verminderde werkzaamheid leiden Er bestaat een hoog risico op UWIâs bij diegenen die zelfkatheterisatie moeten verrichten Er is geen bewijs voor dat één methode van het injecteren van onabotulinumtoxine meer werkzaam is dan een andere methode Onabotulinetoxine A ### U is superieur aan solifenacine voor het genezen van ernstige vormen van UUI Herhaalde injecties van onabotulinetoxine A zijn geassocieerd met een groot aantal patiënten dat de behandeling staakt Ten tijde van publicatie van deze Richtlijn zijn zowel onabotuloninetoxine A als abobotulinumtoxine niet geregistreerd voor intravesicale injectie bij de behandeling van niet neurogene UI Zodra onabotulinumtoxine (Botox® dus) geregistreerd is voor de behandeling van niet-neurogene UI zal dit het enige middel zijn dat voor deze indicatie is toegestaan Controleer voorafgaande aan het injecteren altijd het merk van de botuline toxine, omdat de doseringen (eenheden) van merken onderling Waarschuw patiënten over de registratiestatus van onabotulinetoxine-A en dat de langetermijneffecten onbekend zijn Met betrekking tot onabotulinumtoxine injecties in de detrusor is meer onderzoek nodig om de optimale injectietechniek en de intervallen van de injecties te bepalen, evenals onderzoek naar de langetermijneffecten [#] Duthie JB, <PERSOON> GP, <PERSOON> DI, <PERSOON> toxin injections for adults with overactive bladder syndrome <PERSOON> A, et al Contemporary management of lower urinary tract disease with botulinum toxin A a systematic review of botox (onabotulinumtoxinA) and dysport (abobotulinumtoxinA) Eur Urol ###;## ###-## [#] <PERSOON> TB, Nambiar AK, et al.
| 625 | nvog |
zelfkatheterisatie moeten verrichten Er is geen bewijs voor dat één methode van het injecteren van onabotulinumtoxine meer werkzaam is dan een andere methode Onabotulinetoxine A ### U is superieur aan solifenacine voor het genezen van ernstige vormen van UUI Herhaalde injecties van onabotulinetoxine A zijn geassocieerd met een groot aantal patiënten dat de behandeling staakt Ten tijde van publicatie van deze Richtlijn zijn zowel onabotuloninetoxine A als abobotulinumtoxine niet geregistreerd voor intravesicale injectie bij de behandeling van niet neurogene UI Zodra onabotulinumtoxine (Botox® dus) geregistreerd is voor de behandeling van niet-neurogene UI zal dit het enige middel zijn dat voor deze indicatie is toegestaan Controleer voorafgaande aan het injecteren altijd het merk van de botuline toxine, omdat de doseringen (eenheden) van merken onderling Waarschuw patiënten over de registratiestatus van onabotulinetoxine-A en dat de langetermijneffecten onbekend zijn Met betrekking tot onabotulinumtoxine injecties in de detrusor is meer onderzoek nodig om de optimale injectietechniek en de intervallen van de injecties te bepalen, evenals onderzoek naar de langetermijneffecten [#] Duthie JB, <PERSOON> GP, <PERSOON> DI, <PERSOON> toxin injections for adults with overactive bladder syndrome <PERSOON> A, et al Contemporary management of lower urinary tract disease with botulinum toxin A a systematic review of botox (onabotulinumtoxinA) and dysport (abobotulinumtoxinA) Eur Urol ###;## ###-## [#] <PERSOON> TB, Nambiar AK, et al [#] <PERSOON> P, et al Efficacy and safety of low doses of onabotulinumtoxinA for the treatment of refractory idiopathic overactive bladder a multicentre, double-blind, randomised, placebo-controlled dose-ranging study <PERSOON> C, et al Efficacy and safety of onabotulinumtoxinA for idiopathic overactive bladder a double-blind, placebo controlled, randomized, dose ranging trial <PERSOON> DM Prospective randomized trial of ###u vs ###u botox in the treatment of idiopathic overactive bladder [#] <PERSOON> AE Preliminary results of a dose-finding study for botulinum toxin-A in patients with idiopathic [#] <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> A significantly decreases urinary incontinence and provides treatment benefit in patients with idiopathic overactive bladder Non-discussion poster at the International Continence Society (ICS) meeting, ##-## October ###, in <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> T, et al OnabotulinumtoxinA improves health-related quality of life in patients with urinary incontinence due to idiopathic overactive bladder a ##-week, double-blind, placebo-controlled, randomized, dose-ranging [##] <PERSOON-##> AE Role of botulinum toxin-A in refractory idiopathic overactive bladder patients [##] Kuo HC.
| 556 | nvog |
[#] <PERSOON> P, et al Efficacy and safety of low doses of onabotulinumtoxinA for the treatment of refractory idiopathic overactive bladder a multicentre, double-blind, randomised, placebo-controlled dose-ranging study <PERSOON> C, et al Efficacy and safety of onabotulinumtoxinA for idiopathic overactive bladder a double-blind, placebo controlled, randomized, dose ranging trial <PERSOON> DM Prospective randomized trial of ###u vs ###u botox in the treatment of idiopathic overactive bladder [#] <PERSOON> AE Preliminary results of a dose-finding study for botulinum toxin-A in patients with idiopathic [#] <PERSOON> C, <PERSOON> A significantly decreases urinary incontinence and provides treatment benefit in patients with idiopathic overactive bladder Non-discussion poster at the International Continence Society (ICS) meeting, ##-## October ###, in <PERSOON> D, <PERSOON> T, et al OnabotulinumtoxinA improves health-related quality of life in patients with urinary incontinence due to idiopathic overactive bladder a ##-week, double-blind, placebo-controlled, randomized, dose-ranging [##] <PERSOON> AE Role of botulinum toxin-A in refractory idiopathic overactive bladder patients [##] <PERSOON-##> FA Short-term efficacy of botulinum toxin a for refractory overactive bladder in the elderly [##] <PERSOON-##> MF, Menefee SA, et al Anticholinergic therapy vs onabotulinumtoxina for urgency [##] <PERSOON-##> botulinum toxin type A injections for refractory overactive bladder mediumterm outcomes, safety profile, and discontinuation rates Eur Urol ###;#<DATUM> # Onder doorlichting kan percutaan een elektrode in een sacraal foramen (meestal S#) worden geplaatst; hierbij komt de elektrode naast een sacrale zenuw te liggen In de eerste stap van de procedure, die in twee tempi wordt uitgevoerd, wordt de elektrode bij wijze van teststimulatie gekoppeld aan een externe zenuwstimulator Hiermee kan de patiënt gedurende langere tijd (meestal minder dan # weken) het effect van de neuromodulatie op de klachten ervaren Zodra duidelijk is dat de patiënt een gunstig effect ervaart (meer dan ##% vermindering van de incontinentie in termen van aantallen luiers of aantallen lekkages), wordt overgegaan op het tweede deel van de operatie, waarbij de elektrode wordt geïnternaliseerd en aan een subcutaan geïmplanteerde pulsgenerator wordt gekoppeld De pulsgenerator stimuleert de zenuw via de elektrode op basis van ingestelde stimulatieparameters (zoals frequentie, pulsbreedte en amplitude) Bij eerdere technieken voor het stimuleren van de sacrale zenuwen werd een tijdelijke testdraad (dus nog niet een volwaardige elektrode die bij succesvolle test kan blijven zitten) geplaatst; hierbij werd gesproken van een zogenaamde percutaneous nerve evaluation (PNE).
| 553 | nvog |
of botulinum toxin a for refractory overactive bladder in the elderly [##] <PERSOON> MF, Menefee SA, et al Anticholinergic therapy vs onabotulinumtoxina for urgency [##] <PERSOON> botulinum toxin type A injections for refractory overactive bladder mediumterm outcomes, safety profile, and discontinuation rates Eur Urol ###;#<DATUM> # Onder doorlichting kan percutaan een elektrode in een sacraal foramen (meestal S#) worden geplaatst; hierbij komt de elektrode naast een sacrale zenuw te liggen In de eerste stap van de procedure, die in twee tempi wordt uitgevoerd, wordt de elektrode bij wijze van teststimulatie gekoppeld aan een externe zenuwstimulator Hiermee kan de patiënt gedurende langere tijd (meestal minder dan # weken) het effect van de neuromodulatie op de klachten ervaren Zodra duidelijk is dat de patiënt een gunstig effect ervaart (meer dan ##% vermindering van de incontinentie in termen van aantallen luiers of aantallen lekkages), wordt overgegaan op het tweede deel van de operatie, waarbij de elektrode wordt geïnternaliseerd en aan een subcutaan geïmplanteerde pulsgenerator wordt gekoppeld De pulsgenerator stimuleert de zenuw via de elektrode op basis van ingestelde stimulatieparameters (zoals frequentie, pulsbreedte en amplitude) Bij eerdere technieken voor het stimuleren van de sacrale zenuwen werd een tijdelijke testdraad (dus nog niet een volwaardige elektrode die bij succesvolle test kan blijven zitten) geplaatst; hierbij werd gesproken van een zogenaamde percutaneous nerve evaluation (PNE) <PERSOON> et al beschreven als eerste de techniek van de PNE van de sacrale zenuwen [#] De implantatie in tempi werd geïntroduceerd door Janknegt et al [#] Spinelli et al introduceerden de minimaal-invasieve implantatie van een âtinedâ lead (elektrode met soort weerhaakjes die voor Wat is de klinische effectiviteit van sacrale zenuwstimulatie bij volwassenen die aan refractaire UUI lijden, in vergelijking met andere Een Cochrane review van de literatuur die liep tot maart ### [#] bevatte drie RCTâs die sacrale zenuwstimulatie onderzochten bij patiënten met refractaire UUI Eén van deze RCTâs was alleen als abstract gepubliceerd en wordt hier verder niet besproken [#,#] De kwaliteit van de andere twee RCTâs was matig Er werden geen details gegeven over de manier van randomiseren of concealment van de randomisatie De onderzoekers waren niet geblindeerd; het was onmogelijk om de patiënten te blinderen omdat ze al hadden gereageerd op PNE vóór randomisatie; daarnaast kwam het aantal patiënten dat was gerandomiseerd niet overeen met het aantal patiënten dat in de resultatensectie werden genoemd In één multicenter RCT werd de helft van de patiënten geïmplanteerd [#] terwijl de andere helft bij wijze van controlegroep werd doorbehandeld op conservatieve wijze; na # maanden kon bij deze patiënten alsnog âvertraagdeâ implantatie plaatsvinden Vijftig procent van de groep die meteen de implantatie had gehad, had meer dan ##% verbetering in UUI na # maanden versus #,#% van de controlegroep [#] De andere RCT liet.
| 597 | nvog |
eerste de techniek van de PNE van de sacrale zenuwen [#] De implantatie in tempi werd geïntroduceerd door Janknegt et al [#] Spinelli et al introduceerden de minimaal-invasieve implantatie van een âtinedâ lead (elektrode met soort weerhaakjes die voor Wat is de klinische effectiviteit van sacrale zenuwstimulatie bij volwassenen die aan refractaire UUI lijden, in vergelijking met andere Een Cochrane review van de literatuur die liep tot maart ### [#] bevatte drie RCTâs die sacrale zenuwstimulatie onderzochten bij patiënten met refractaire UUI Eén van deze RCTâs was alleen als abstract gepubliceerd en wordt hier verder niet besproken [#,#] De kwaliteit van de andere twee RCTâs was matig Er werden geen details gegeven over de manier van randomiseren of concealment van de randomisatie De onderzoekers waren niet geblindeerd; het was onmogelijk om de patiënten te blinderen omdat ze al hadden gereageerd op PNE vóór randomisatie; daarnaast kwam het aantal patiënten dat was gerandomiseerd niet overeen met het aantal patiënten dat in de resultatensectie werden genoemd In één multicenter RCT werd de helft van de patiënten geïmplanteerd [#] terwijl de andere helft bij wijze van controlegroep werd doorbehandeld op conservatieve wijze; na # maanden kon bij deze patiënten alsnog âvertraagdeâ implantatie plaatsvinden Vijftig procent van de groep die meteen de implantatie had gehad, had meer dan ##% verbetering in UUI na # maanden versus #,#% van de controlegroep [#] De andere RCT liet Echter, Weil et al lieten zien dat het effect op de generieke kwaliteit van leven gemeten met de SF-## vragenlijst niet evident was omdat het verschil tussen de twee groepen alleen aanwezig was bij één van acht dimensies van deze scorelijst [#] De resultaten van ## patiëntenseries met patiënten met UUI die werden behandeld toen de ervaring met sacrale neurostimulatie nog in de kinderschoenen stond, werden nagekeken [#] Na een follow-upduur van <DATUM> jaar liet ##% van de patiënten met UUI )##% reductie van de incontinentie zien, ##% liet ##-##% verbetering zien en de overige ##% liet minder dan ##% verbetering zien Nadelige bijwerkingen werden gezien in ##% van de gevallen, waarbij heroperatie nodig was bij ##% van de patiënten [#] In een subanalyse van de RCT werden de uitkomsten voor UUI patiënten mèt of zonder urodynamisch bevestigde DO vόόr de implantatie Er zijn twee patiëntenseries met een gemiddelde of mediane follow-up van tenminste <LEEFTIJD> jaar die de langeretermijnresultaten van sacrale neuromodulatie bij patiënten met refractaire UUI onderzochten [#,##] Deze onderzoeken rapporteerden een aanhoudend succespercentage () ##% verbetering van de oorspronkelijke symptomen) van ##-##% bij patiënten die beschikbaar waren voor follow-up Slechts één onderzoek liet Technische modificaties zijn inmiddels doorgevoerd, waaronder een verandering van de anatomische locatie van de pulsgenerator, het inbrengen van een getande elektrode en de #-staps implantatie De elektrode kan nu ook op een minimaal-invasieve manier geïmplanteerd worden [#] Het effect van deze modificaties op de resultaten is nog onzeker Sacrale neuromodulatie is effectiever dan het voortzetten van onsuccesvol gebleken conservatieve therapie m b t.
| 668 | nvog |
leven gemeten met de SF-## vragenlijst niet evident was omdat het verschil tussen de twee groepen alleen aanwezig was bij één van acht dimensies van deze scorelijst [#] De resultaten van ## patiëntenseries met patiënten met UUI die werden behandeld toen de ervaring met sacrale neurostimulatie nog in de kinderschoenen stond, werden nagekeken [#] Na een follow-upduur van <DATUM> jaar liet ##% van de patiënten met UUI )##% reductie van de incontinentie zien, ##% liet ##-##% verbetering zien en de overige ##% liet minder dan ##% verbetering zien Nadelige bijwerkingen werden gezien in ##% van de gevallen, waarbij heroperatie nodig was bij ##% van de patiënten [#] In een subanalyse van de RCT werden de uitkomsten voor UUI patiënten mèt of zonder urodynamisch bevestigde DO vόόr de implantatie Er zijn twee patiëntenseries met een gemiddelde of mediane follow-up van tenminste <LEEFTIJD> jaar die de langeretermijnresultaten van sacrale neuromodulatie bij patiënten met refractaire UUI onderzochten [#,##] Deze onderzoeken rapporteerden een aanhoudend succespercentage () ##% verbetering van de oorspronkelijke symptomen) van ##-##% bij patiënten die beschikbaar waren voor follow-up Slechts één onderzoek liet Technische modificaties zijn inmiddels doorgevoerd, waaronder een verandering van de anatomische locatie van de pulsgenerator, het inbrengen van een getande elektrode en de #-staps implantatie De elektrode kan nu ook op een minimaal-invasieve manier geïmplanteerd worden [#] Het effect van deze modificaties op de resultaten is nog onzeker Sacrale neuromodulatie is effectiever dan het voortzetten van onsuccesvol gebleken conservatieve therapie m b t maar er zijn geen sham behandelingen als controles gebruikt Bij patiënten die een pulsgenerator geïmplanteerd hebben gekregen, is een duurzame verbetering van de symptomen van meer dan ##% na vijf jaar bij ##% van de patiënten te zien, terwijl ##% van de patiënten na <LEEFTIJD> jaar volledig droog is De â#-stageâ procedure leidt tot meer patiënten die uiteindelijk een definitieve implantatie krijgen dan het gebruik van de PNE met een Een RCT die de strategie van onabotulinumtoxine injecties (herhaald indien nodig), afweegt tegen een strategie van permanente sacrale neuromodulatie, met een bijpassende economische analyse is vereist [#] <PERSOON> RA, <PERSOON> EA Functional evaluation of sacral nerve root integrity Report of a technique Urology ###;#<DATUM> ## [#] Janknegt RA, Weil EH, Eerdmans PH Improving neuromodulation technique for refractory voiding dysfunctions two-stage implant <PERSOON> S New sacral neuromodulation lead for percutaneous implantation using local anesthesia description and first experience <PERSOON> GP, <PERSOON> EP Sacral neuromodulation with implanted devices for urinary storage and voiding dysfunction in adults <PERSOON> RA, <PERSOON> KA, Janknegt RA, Hassouna MM, Siegel SW, et al Sacral nerve stimulation for treatment of refractory urinary [#] <PERSOON> BL, van Kerrebroeck PE Sacral root neuromodulation in the treatment of refractory urinary urge incontinence a prospective randomized clinical trial.
| 644 | nvog |
geen sham behandelingen als controles gebruikt Bij patiënten die een pulsgenerator geïmplanteerd hebben gekregen, is een duurzame verbetering van de symptomen van meer dan ##% na vijf jaar bij ##% van de patiënten te zien, terwijl ##% van de patiënten na <LEEFTIJD> jaar volledig droog is De â#-stageâ procedure leidt tot meer patiënten die uiteindelijk een definitieve implantatie krijgen dan het gebruik van de PNE met een Een RCT die de strategie van onabotulinumtoxine injecties (herhaald indien nodig), afweegt tegen een strategie van permanente sacrale neuromodulatie, met een bijpassende economische analyse is vereist [#] <PERSOON> RA, <PERSOON> EA Functional evaluation of sacral nerve root integrity Report of a technique Urology ###;#<DATUM> ## [#] Janknegt RA, Weil EH, Eerdmans PH Improving neuromodulation technique for refractory voiding dysfunctions two-stage implant <PERSOON> S New sacral neuromodulation lead for percutaneous implantation using local anesthesia description and first experience <PERSOON> GP, <PERSOON> EP Sacral neuromodulation with implanted devices for urinary storage and voiding dysfunction in adults <PERSOON> RA, <PERSOON> KA, Janknegt RA, Hassouna MM, Siegel SW, et al Sacral nerve stimulation for treatment of refractory urinary [#] <PERSOON> BL, van Kerrebroeck PE Sacral root neuromodulation in the treatment of refractory urinary urge incontinence a prospective randomized clinical trial <PERSOON> and safety of sacral nerve stimulation for urinary urge incontinence a systematic review <PERSOON-##> PM, Lycklama a <PERSOON-##> JP, van Kerrebroeck PE, Hassouna MM, Gajewski JB, et al Urodynamic evaluation of sacral neuromodulation for urge urinary incontinence <PERSOON-##> JL Sacral neuromodulation as treatment for refractory idiopathic urge urinary incontinence #-year results of a [##] van Kerrebroeck PE, van <PERSOON-##> JP, Lycklama a <PERSOON-##> <INSTELLING>, Siegel S, <PERSOON-##> U, et al Results of sacral neuromodulation therapy for urinary voiding dysfunction outcomes of a prospective, worldwide clinical study <PERSOON-##> ###;### ###-## Bij een blaasaugmentatie (ook bekend als ileocystoplastiek en clam cystoplasty) wordt een gedetubulariseerd darmsegment op een geopende (bivalved) blaas ingehecht Het doel hiervan is onvrijwillige blaascontracties te onderbreken, de compliantie te doen toenemen en het blaasvolume te vergroten Meestal wordt gebruik gemaakt van het distale ileum maar in principe kan ieder stuk darm hiervoor worden gebruikt mits het genoeg mesenteriumlengte heeft om het kleine bekken te kunnen bereiken zonder dat er spanning op de vaten komt te staan Een studie vond geen verschillen tussen het longitudinaal of sagittaal openen van het blaasdak voor de augmentatie [#,#] Er zijn geen RCTâs gevonden die blaasaugmentatie vergelijken met andere behandelingen voor patiënten met UUI.
| 593 | nvog |
<PERSOON> and safety of sacral nerve stimulation for urinary urge incontinence a systematic review <PERSOON> PM, Lycklama a <PERSOON> JP, van Kerrebroeck PE, Hassouna MM, Gajewski JB, et al Urodynamic evaluation of sacral neuromodulation for urge urinary incontinence <PERSOON> JL Sacral neuromodulation as treatment for refractory idiopathic urge urinary incontinence #-year results of a [##] van Kerrebroeck PE, van <PERSOON> JP, Lycklama a <PERSOON> <INSTELLING>, Siegel S, <PERSOON> U, et al Results of sacral neuromodulation therapy for urinary voiding dysfunction outcomes of a prospective, worldwide clinical study <PERSOON> ###;### ###-## Bij een blaasaugmentatie (ook bekend als ileocystoplastiek en clam cystoplasty) wordt een gedetubulariseerd darmsegment op een geopende (bivalved) blaas ingehecht Het doel hiervan is onvrijwillige blaascontracties te onderbreken, de compliantie te doen toenemen en het blaasvolume te vergroten Meestal wordt gebruik gemaakt van het distale ileum maar in principe kan ieder stuk darm hiervoor worden gebruikt mits het genoeg mesenteriumlengte heeft om het kleine bekken te kunnen bereiken zonder dat er spanning op de vaten komt te staan Een studie vond geen verschillen tussen het longitudinaal of sagittaal openen van het blaasdak voor de augmentatie [#,#] Er zijn geen RCTâs gevonden die blaasaugmentatie vergelijken met andere behandelingen voor patiënten met UUI een kleine, laag-compliante (fibrotische) blaas na tuberculose, bestraling of chronische infectie te vergroten Een aantal patiëntenseries is gepubliceerd, maar allen langer dan <LEEFTIJD> jaar geleden [<DATUM> De meerderheid van de patiënten uit deze series hadden een neurogeen blaaslijden De grootste patiëntenseries van blaasaugmentatie bij UUI bevatte ## vrouwen met UUI [#] Na een gemiddelde followup van ##,# maanden was slechts ##% continent en tevreden met de operatie; ##% had af en toe lekkage en ##% had nog altijd invaliderende UUI Het is moeilijk data over patiënten zonder neurogene blaas te extraheren uit deze series, maar over het algemeen lijken de resultaten voor patiënten met idiopathische DO (##%) minder gunstig dan bij neurogene overactiviteit (##%) Nadelige bijwerkingen kwamen vaak voor en zijn samengevat in een studie met een follow-up van #-<LEEFTIJD> jaar en meer dan ### casus, van wie er ## niet neurogene UUI hadden [##] Daarnaast moesten veel patiënten na de operatie zelfkatheteriseren om adequate blaaslediging te behouden (zie ook de tabel hieronder) Met detrusormyectomie probeert men de blaascapaciteit te vergroten en de rustdrukken in de blaas te verlagen door de musculus detrusor te incideren tot op de mucosa of te excideren met intact laten van de mucosa Hierdoor wordt een mucosale uitstulping of pseudodivertikel gecreëerd Deze procedure werd aanvankelijk beschreven als alternatief voor blaasaugmentatie bij kinderen [##] Een additionele, nietgerandomiseerde studie die blaasaugmentatie met detrusorectomie vergeleek bij volwassen patiënten met neurogeen- en niet neurogeen blaaslijden, liet een veel lagere incidentie van korte termijn complicaties zien [##].
| 614 | nvog |
of chronische infectie te vergroten Een aantal patiëntenseries is gepubliceerd, maar allen langer dan <LEEFTIJD> jaar geleden [<DATUM> De meerderheid van de patiënten uit deze series hadden een neurogeen blaaslijden De grootste patiëntenseries van blaasaugmentatie bij UUI bevatte ## vrouwen met UUI [#] Na een gemiddelde followup van ##,# maanden was slechts ##% continent en tevreden met de operatie; ##% had af en toe lekkage en ##% had nog altijd invaliderende UUI Het is moeilijk data over patiënten zonder neurogene blaas te extraheren uit deze series, maar over het algemeen lijken de resultaten voor patiënten met idiopathische DO (##%) minder gunstig dan bij neurogene overactiviteit (##%) Nadelige bijwerkingen kwamen vaak voor en zijn samengevat in een studie met een follow-up van #-<LEEFTIJD> jaar en meer dan ### casus, van wie er ## niet neurogene UUI hadden [##] Daarnaast moesten veel patiënten na de operatie zelfkatheteriseren om adequate blaaslediging te behouden (zie ook de tabel hieronder) Met detrusormyectomie probeert men de blaascapaciteit te vergroten en de rustdrukken in de blaas te verlagen door de musculus detrusor te incideren tot op de mucosa of te excideren met intact laten van de mucosa Hierdoor wordt een mucosale uitstulping of pseudodivertikel gecreëerd Deze procedure werd aanvankelijk beschreven als alternatief voor blaasaugmentatie bij kinderen [##] Een additionele, nietgerandomiseerde studie die blaasaugmentatie met detrusorectomie vergeleek bij volwassen patiënten met neurogeen- en niet neurogeen blaaslijden, liet een veel lagere incidentie van korte termijn complicaties zien [##] fibrose van het pseudodivertikel hebben ertoe geleid dat deze techniek bij volwassenen niet meer wordt gebruikt Eén kleine studie met vijf patiënten met UUI [##] liet goede uitkomsten zien bij het eerste postoperatieve bezoek, maar klinisch en urodynamisch falen bij vier van de vijf Urinedeviatie blijft een optie voor patiënten die meerdere operaties voor UI weigeren Het wordt maar zelden gebruikt bij de behandeling van nietneurogeen blaaslijden Er zijn geen onderzoeken die onderzoek hebben gedaan naar deviatie als behandeling voor niet-neurogeen blaaslijden, Er is weinig bewijs beschikbaar over de effectiviteit van blaasaugmentaties en urinedeviaties bij de behandeling van idiopathische DO Blaasaugmentaties en urinedeviaties zijn geassocieerd met een hoog risico op korte- en lange termijn complicaties Na een blaasaugmentatie bestaat vaak de noodzaak tot zelfkatheterisatie Er zijn geen onderzoeken die de werkzaamheid of complicaties van blaasaugmentatie met urinedeviaties vergelijken Er is geen bewijs van lange termijn effectiviteit van detrusorectomie bij patiënten met idiopathische DO Met betrekking tot onabotulinumtoxine-A injecties in de detrusor is meer onderzoek nodig om de optimale injectietechniek en de intervallen van de [#] <PERSOON> S, <PERSOON> DE, Pickard R, et al Urinary diversion and bladder reconstruction/replacement using intestinal segments for intractable incontinence or following cystectomy Cochrane Database Syst Rev ###;# CD### [#] Kockelbergh RC, <PERSOON> RJ Clam enterocystoplasty in general urological practice <PERSOON> SA, Al-Zahrani HM, Gajewski JB, Bourque-Kehoe <INSTELLING>.
| 609 | nvog |
geleid dat deze techniek bij volwassenen niet meer wordt gebruikt Eén kleine studie met vijf patiënten met UUI [##] liet goede uitkomsten zien bij het eerste postoperatieve bezoek, maar klinisch en urodynamisch falen bij vier van de vijf Urinedeviatie blijft een optie voor patiënten die meerdere operaties voor UI weigeren Het wordt maar zelden gebruikt bij de behandeling van nietneurogeen blaaslijden Er zijn geen onderzoeken die onderzoek hebben gedaan naar deviatie als behandeling voor niet-neurogeen blaaslijden, Er is weinig bewijs beschikbaar over de effectiviteit van blaasaugmentaties en urinedeviaties bij de behandeling van idiopathische DO Blaasaugmentaties en urinedeviaties zijn geassocieerd met een hoog risico op korte- en lange termijn complicaties Na een blaasaugmentatie bestaat vaak de noodzaak tot zelfkatheterisatie Er zijn geen onderzoeken die de werkzaamheid of complicaties van blaasaugmentatie met urinedeviaties vergelijken Er is geen bewijs van lange termijn effectiviteit van detrusorectomie bij patiënten met idiopathische DO Met betrekking tot onabotulinumtoxine-A injecties in de detrusor is meer onderzoek nodig om de optimale injectietechniek en de intervallen van de [#] <PERSOON> S, <PERSOON> DE, Pickard R, et al Urinary diversion and bladder reconstruction/replacement using intestinal segments for intractable incontinence or following cystectomy Cochrane Database Syst Rev ###;# CD### [#] Kockelbergh RC, <PERSOON> RJ Clam enterocystoplasty in general urological practice <PERSOON> SA, Al-<PERSOON> treatment of adult enuresis and urge incontinence by enterocystoplasty <PERSOON> ileocystoplasty successful treatment of severe bladder overactivity <PERSOON> ###;#<DATUM> # [#] <PERSOON> VK, <PERSOON> CG, Ashken MH Clam ileocystoplasty <PERSOON-##> ###;#<DATUM> # [#] <PERSOON-##> ST, <PERSOON-##> WA, <PERSOON> DE Clinical outcome and quality of life following enterocystoplasty for idiopathic detrusor instability [#] <PERSOON-##> JD, Keane PF Long-term results and complications of augmentation ileocystoplasty for idiopathic urge incontinence in women <PERSOON-##> AR, Stephenson TP "Clam" ileocystoplasty for the treatment of refractory urge incontinence <PERSOON-##> TJ, Venn SN, Mundy AR Augmentation cystoplasty BJU Int ###;#<DATUM> ## [##] Cartwright PC, Snow BW Bladder autoaugmentation partial detrusor excision to augment the bladder without use of bowel <PERSOON-##> WW, Blalock HJ, Fredriksson WH, English SF, McGuire EJ Enterocystoplasty or detrusor myectomy? Comparison of indications and [##] <PERSOON-##> JP, Janknegt RA A study on the feasibility of vesicomyotomy in patients with motor urge incontinence Eur Urol [##] Nabi G, <PERSOON-##> S, N'Dow JMO, <PERSOON> DE, et al Urinary diversion and bladder reconstruction/replacement using intestinal segments for intracable incontinence or following cystectomy Cochrane Database Syst Rev.
| 605 | nvog |
of adult enuresis and urge incontinence by enterocystoplasty <PERSOON> ileocystoplasty successful treatment of severe bladder overactivity <PERSOON> ###;#<DATUM> # [#] <PERSOON> VK, <PERSOON> CG, Ashken MH Clam ileocystoplasty <PERSOON> ###;#<DATUM> # [#] <PERSOON> ST, <PERSOON> WA, <PERSOON> DE Clinical outcome and quality of life following enterocystoplasty for idiopathic detrusor instability [#] <PERSOON> JD, Keane PF Long-term results and complications of augmentation ileocystoplasty for idiopathic urge incontinence in women <PERSOON-##> AR, Stephenson TP "Clam" ileocystoplasty for the treatment of refractory urge incontinence <PERSOON-##> TJ, Venn SN, Mundy AR Augmentation cystoplasty BJU Int ###;#<DATUM> ## [##] Cartwright PC, Snow BW Bladder autoaugmentation partial detrusor excision to augment the bladder without use of bowel <PERSOON-##> WW, Blalock HJ, Fredriksson WH, English SF, McGuire EJ Enterocystoplasty or detrusor myectomy? Comparison of indications and [##] <PERSOON-##> JP, Janknegt RA A study on the feasibility of vesicomyotomy in patients with motor urge incontinence Eur Urol [##] Nabi G, <PERSOON-##> S, N'Dow JMO, <PERSOON> DE, et al Urinary diversion and bladder reconstruction/replacement using intestinal segments for intracable incontinence or following cystectomy Cochrane Database Syst Rev <DATUM> OBESITAS EN DE UITKOMSTEN VAN CHIRURGIE VOOR SUI Uit een studie uit ### [#] bleek dat obese vrouwen (BMI ) ## kg/m²) preoperatief ernstiger incontinentie hadden op zowel objectief als subjectief vlak in vergelijking met vrouwen met een normaal gewicht (BMI ( ## kg/m²) en in vergelijking met vrouwen met overgewicht (BMI ##-## kg/m²) Overigens bleek ook dat vrouwen met obesitas een significant hogere Valsava leakpoint pressure hadden dan vrouwen met een normaal gewicht (BMI ( ## kg/m²) en overgewicht, dit werd in dit artikel geduid als een betere urethrale functie Wat zijn de implicaties hiervan op de uitkomsten Obesitas werd reeds besproken in het hoofdstuk conservatieve behandeling onder het kopje âleefstijlaanpassingenâ Er wordt, met name om algemene gezondheidsredenen, aanbevolen om de patiënt af te laten vallen Daar obesitas in <LOCATIE> in toenemende mate een probleem vormt, vroeg de Werkgroep zich af of er bewijs bestaat dat obesitas ook de uitkomst van chirurgie voor UI kan beïnvloeden Hiertoe werd een additionele PICO opgesteld en uitgewerkt (welke niet in de EAU-guideline aan bod komt) Wat is de invloed van obesitas (body mass index ) ## kg/m²) op subjectieve en objectieve uitkomsten van chirurgische behandeling voor urineincontinentie bij zowel mannen als vrouwen met UI? Dit onderwerp is aan de orde gekomen in één systematic review van Greer et al uit ###[#] Hierin werden zeven onderzoeken besproken, waarvan één prospectieve cohortstudie [#], een case-control studie [#] en vijf retrospectieve cohortonderzoeken [<DATUM> Deze systematische review.
| 653 | nvog |
<DATUM> OBESITAS EN DE UITKOMSTEN VAN CHIRURGIE VOOR SUI Uit een studie uit ### [#] bleek dat obese vrouwen (BMI ) ## kg/m²) preoperatief ernstiger incontinentie hadden op zowel objectief als subjectief vlak in vergelijking met vrouwen met een normaal gewicht (BMI ( ## kg/m²) en in vergelijking met vrouwen met overgewicht (BMI ##-## kg/m²) Overigens bleek ook dat vrouwen met obesitas een significant hogere Valsava leakpoint pressure hadden dan vrouwen met een normaal gewicht (BMI ( ## kg/m²) en overgewicht, dit werd in dit artikel geduid als een betere urethrale functie Wat zijn de implicaties hiervan op de uitkomsten Obesitas werd reeds besproken in het hoofdstuk conservatieve behandeling onder het kopje âleefstijlaanpassingenâ Er wordt, met name om algemene gezondheidsredenen, aanbevolen om de patiënt af te laten vallen Daar obesitas in <LOCATIE> in toenemende mate een probleem vormt, vroeg de Werkgroep zich af of er bewijs bestaat dat obesitas ook de uitkomst van chirurgie voor UI kan beïnvloeden Hiertoe werd een additionele PICO opgesteld en uitgewerkt (welke niet in de EAU-guideline aan bod komt) Wat is de invloed van obesitas (body mass index ) ## kg/m²) op subjectieve en objectieve uitkomsten van chirurgische behandeling voor urineincontinentie bij zowel mannen als vrouwen met UI? Dit onderwerp is aan de orde gekomen in één systematic review van Greer et al uit ###[#] Hierin werden zeven onderzoeken besproken, waarvan één prospectieve cohortstudie [#], een case-control studie [#] en vijf retrospectieve cohortonderzoeken [<DATUM> Deze systematische review Er werd geconcludeerd dat de effectiviteit van de ingreep iets lager was voor obese vrouwen in vergelijking met niet obese vrouwen (respectievelijk ##% en ##% genezing van UI; OR #,###; p ( # ###) Grote tekortkoming van deze review was echter de inclusie van een aantal retrospectieve cohortonderzoeken, waardoor het bewijs niet als â#aâ kan worden gegradeerd Tevens werd de definitie van obesitas niet uniform in alle onderzoeken als een BMI ) ## kg/m² geduid Er werd een Aziatische studie geïncludeerd waarin de Aziatische WHO-normen voor obesitas werden gebruikt (BMI ) ##,# kg/m²) [#] De studie van Skriapas keek naar morbide obesitas (BMI ) ## kg/m²) vergeleken met een normaal BMI[#] De meta-analyse resultaten van de review moeten daarom met enige terughoudendheid worden geïnterpreteerd De systematic review liet verder zien dat het complicatie risico en duur van de opname niet verschilden in de obesitas groep in vergelijking met de niet obesitas groep Er werd geen meta-analyse uitgevoerd Na het verschijnen van de systematic review zijn nog enkele retrospectieve onderzoeken gepubliceerd Uit een retrospectieve cohort studie van Trabuco et al [##] waarin ### vrouwen enquêtes invulden over verbetering van incontinentieklachten en tevredenheid, bleek dat preoperatieve obesitas een significante voorspeller was voor een lagere patiënttevredenheid (p = #,##; OR = # #) bij multivariabele analyse De overige onderzoeken lieten geen verschil zien in de verschillende BMI-groepen qua resultaten; deze bestudeerden met name âcureâ en âimprovementâ van de SUI De studie van <PERSOON> et al.
| 673 | nvog |
geconcludeerd dat de effectiviteit van de ingreep iets lager was voor obese vrouwen in vergelijking met niet obese vrouwen (respectievelijk ##% en ##% genezing van UI; OR #,###; p ( # ###) Grote tekortkoming van deze review was echter de inclusie van een aantal retrospectieve cohortonderzoeken, waardoor het bewijs niet als â#aâ kan worden gegradeerd Tevens werd de definitie van obesitas niet uniform in alle onderzoeken als een BMI ) ## kg/m² geduid Er werd een Aziatische studie geïncludeerd waarin de Aziatische WHO-normen voor obesitas werden gebruikt (BMI ) ##,# kg/m²) [#] De studie van Skriapas keek naar morbide obesitas (BMI ) ## kg/m²) vergeleken met een normaal BMI[#] De meta-analyse resultaten van de review moeten daarom met enige terughoudendheid worden geïnterpreteerd De systematic review liet verder zien dat het complicatie risico en duur van de opname niet verschilden in de obesitas groep in vergelijking met de niet obesitas groep Er werd geen meta-analyse uitgevoerd Na het verschijnen van de systematic review zijn nog enkele retrospectieve onderzoeken gepubliceerd Uit een retrospectieve cohort studie van Trabuco et al [##] waarin ### vrouwen enquêtes invulden over verbetering van incontinentieklachten en tevredenheid, bleek dat preoperatieve obesitas een significante voorspeller was voor een lagere patiënttevredenheid (p = #,##; OR = # #) bij multivariabele analyse De overige onderzoeken lieten geen verschil zien in de verschillende BMI-groepen qua resultaten; deze bestudeerden met name âcureâ en âimprovementâ van de SUI De studie van <PERSOON> et al BMI van ( ## kg/m², ##-##,# kg/m² en ) ##,# kg/m², waarbij de laatste categorie âobesitasâ werd genoemd Dit laatste is niet overeenkomstig de (Westerse) definitie van obesitas ( ) ## kg/m²); deze studie moet dan ook als minder relevant voor deze PICO worden beschouwd [##] Een latere studie van Killingsworth vond geen verschillen in patiënttevredenheid en hoeveelheid complicaties tussen verschillende BMI-groepen (die wel voldeden aan de Westerse referentienormen) [##] Ook werd bij een subgroepanalyse van een eerder verrichte RCT naar het verschil tussen De vraag is of met het toevoegen van deze artikelen, de significante verschillen van de bovengenoemde meta-analyse van Greer nog wel overeind blijven Daarom heeft de NVU Werkgroep de resultaten van bovengenoemde onderzoeken opgeteld bij de resultaten uit de review van Greer en dezelfde methodiek gevolgd die in deze meta-analyse is gebruikt Alleen de onderzoeken van <PERSOON> zijn hieraan toegevoegd omdat deze beiden âcure of SUIâ als uitkomst hadden (Trabuco en Killingsworth hadden patiënttevredenheid en hoeveelheid complicaties als uitkomstmaat) Bij deze analyse wordt genezing bereikt bij ### van de ### vrouwen met obesitas (##,#%) versus ### van de ### (#<DATUM> ) vrouwen met een normaal gewicht; met een <PERSOON>²-toets levert dit een p-waarde op van #,### Dit betekent dat ook na toevoeging van deze twee later uitgevoerde onderzoeken aan die meta-analyse van Greer et al er een significant verschil blijft bestaan Wanneer de twee Aziatische onderzoeken hieruit worden gehaald en alleen de Westerse maten van obesitas worden gehanteerd, is het verschil van âcure van UIâ.
| 695 | nvog |
##-##,# kg/m² en ) ##,# kg/m², waarbij de laatste categorie âobesitasâ werd genoemd Dit laatste is niet overeenkomstig de (Westerse) definitie van obesitas ( ) ## kg/m²); deze studie moet dan ook als minder relevant voor deze PICO worden beschouwd [##] Een latere studie van Killingsworth vond geen verschillen in patiënttevredenheid en hoeveelheid complicaties tussen verschillende BMI-groepen (die wel voldeden aan de Westerse referentienormen) [##] Ook werd bij een subgroepanalyse van een eerder verrichte RCT naar het verschil tussen De vraag is of met het toevoegen van deze artikelen, de significante verschillen van de bovengenoemde meta-analyse van Greer nog wel overeind blijven Daarom heeft de NVU Werkgroep de resultaten van bovengenoemde onderzoeken opgeteld bij de resultaten uit de review van Greer en dezelfde methodiek gevolgd die in deze meta-analyse is gebruikt Alleen de onderzoeken van <PERSOON> zijn hieraan toegevoegd omdat deze beiden âcure of SUIâ als uitkomst hadden (Trabuco en Killingsworth hadden patiënttevredenheid en hoeveelheid complicaties als uitkomstmaat) Bij deze analyse wordt genezing bereikt bij ### van de ### vrouwen met obesitas (##,#%) versus ### van de ### (#<DATUM> ) vrouwen met een normaal gewicht; met een <PERSOON>²-toets levert dit een p-waarde op van #,### Dit betekent dat ook na toevoeging van deze twee later uitgevoerde onderzoeken aan die meta-analyse van Greer et al er een significant verschil blijft bestaan Wanneer de twee Aziatische onderzoeken hieruit worden gehaald en alleen de Westerse maten van obesitas worden gehanteerd, is het verschil van âcure van UIâ Als ook de studie van Skriapas wordt verwijderd (daar wordt als obesitas aangemerkt patiënten met een BMI ) ## kg/m²), en er alleen maar onderzoeken overblijven die objectieve cure vergelijken na SUI-behandeling bij vrouwen met BMI ) ## kg/m² versus BMI ( ## kg/m², is de genezing ##,#% onder diegenen met obesitas en ##,#% bij vrouwen met over- en normaal gewicht (p = # ###) Dit verschil blijft na herberekeningen dus significant Over mannen met obesitas en uitkomsten na continentiebevorderende chirurgie werd geen enkele studie gevonden Genezing van UI met een mid-urethrale sling wordt minder vaak bereikt bij obese vrouwen (BMI ) ##) dan bij vrouwen met een normaal MUS is óók bij vrouwen met obesitas een effectieve behandeling om SUI mee te verbeteren en te genezen Vrouwen met obesitas hebben geen hoger risico op postoperatieve complicaties na MUS dan vrouwen met een normaal BMI Vrouwen met obesitas zijn na hun operatie minder tevreden dan vrouwen met een normaal BMI Er is geen bewijs over de invloed van obesitas op de uitkomsten van SUI-chirurgie bij mannen Zoals al eerder in deze Richtlijn bij de aanbevelingen over leefstijlaanpassingen, is ook nu niet keihard bewezen dat gewichtsreductie resulteert in betere uitkomsten Vanwege de evidente algemene gezondheidswinst raadt de Werkgroep echter toch aan iedere patiënt te adviseren om af te [#] <PERSOON> E, et al <PERSOON> impact of obesity on urinary incontinence symptoms, severity,.
| 643 | nvog |
Als ook de studie van Skriapas wordt verwijderd (daar wordt als obesitas aangemerkt patiënten met een BMI ) ## kg/m²), en er alleen maar onderzoeken overblijven die objectieve cure vergelijken na SUI-behandeling bij vrouwen met BMI ) ## kg/m² versus BMI ( ## kg/m², is de genezing ##,#% onder diegenen met obesitas en ##,#% bij vrouwen met over- en normaal gewicht (p = # ###) Dit verschil blijft na herberekeningen dus significant Over mannen met obesitas en uitkomsten na continentiebevorderende chirurgie werd geen enkele studie gevonden Genezing van UI met een mid-urethrale sling wordt minder vaak bereikt bij obese vrouwen (BMI ) ##) dan bij vrouwen met een normaal MUS is óók bij vrouwen met obesitas een effectieve behandeling om SUI mee te verbeteren en te genezen Vrouwen met obesitas hebben geen hoger risico op postoperatieve complicaties na MUS dan vrouwen met een normaal BMI Vrouwen met obesitas zijn na hun operatie minder tevreden dan vrouwen met een normaal BMI Er is geen bewijs over de invloed van obesitas op de uitkomsten van SUI-chirurgie bij mannen Zoals al eerder in deze Richtlijn bij de aanbevelingen over leefstijlaanpassingen, is ook nu niet keihard bewezen dat gewichtsreductie resulteert in betere uitkomsten Vanwege de evidente algemene gezondheidswinst raadt de Werkgroep echter toch aan iedere patiënt te adviseren om af te [#] <PERSOON> E, et al <PERSOON> impact of obesity on urinary incontinence symptoms, severity, Obesity and pelvic floor disorders a systematic review <PERSOON> stress incontinence in obese women tension-free vaginal tape is the answer <PERSOON> M, et al Tension-free vaginal tape (TVT) in morbidly obese patients with severe urodynamic stress incontinence as last option treatment Eur Urol ###;#<DATUM> ## [#] Ku JH, Oh JG, Shin JW, <PERSOON> SW, Paick JS Outcome of mid-urethral sling procedures in Korean women with stress urinary incontinence according to body mass index <PERSOON> C, <PERSOON> E, <PERSOON>-free vaginal tape procedure is an ideal treatment for obese patients <PERSOON> very obese woman and the very old woman tension-free vaginal tape for the treatment of stress urinary incontinence <PERSOON-##> mass index and outcome of tension-free vaginal tape Eur Urol ###;#<DATUM> [#] <PERSOON-##> MK, <PERSOON-##> RP Comparison of laparoscopic Burch and tension-free vaginal tape in treating stress urinary incontinence in obese [##] Trabuco EC, Klingele CJ, Weaver AL, McGree ME, Lightner DJ, Gebhart JB Preoperative and postoperative predictors of satisfaction after.
| 552 | nvog |
a systematic review <PERSOON> stress incontinence in obese women tension-free vaginal tape is the answer <PERSOON> M, et al Tension-free vaginal tape (TVT) in morbidly obese patients with severe urodynamic stress incontinence as last option treatment Eur Urol ###;#<DATUM> ## [#] Ku JH, Oh JG, Shin JW, <PERSOON> SW, Paick JS Outcome of mid-urethral sling procedures in Korean women with stress urinary incontinence according to body mass index <PERSOON> C, <PERSOON> E, <PERSOON>-free vaginal tape procedure is an ideal treatment for obese patients <PERSOON> very obese woman and the very old woman tension-free vaginal tape for the treatment of stress urinary incontinence <PERSOON> mass index and outcome of tension-free vaginal tape Eur Urol ###;#<DATUM> [#] <PERSOON> MK, <PERSOON> RP Comparison of laparoscopic Burch and tension-free vaginal tape in treating stress urinary incontinence in obese [##] Trabuco EC, Klingele CJ, Weaver AL, McGree ME, Lightner DJ, Gebhart JB Preoperative and postoperative predictors of satisfaction after <PERSOON-##> ###;#<DATUM> e#,### e# [##] <PERSOON-##> PE, <PERSOON-##> WC, <PERSOON-##> TH Outcome of tension-free obturator tape procedures in obese and overweight women [##] Killingsworth LB, Wheeler TL,#nd, Burgio KL, Martirosian TE, Redden <PERSOON-##> HE One-year outcomes of tension-free vaginal tape (TVT) mid-urethral slings in overweight and obese women <PERSOON-##> mass index does not influence the outcome of antiincontinence surgery among women whereas menopausal status and ageing do a randomised trial <PERSOON-##> een derde van de vrouwen met urine-incontinentie heeft geen zuivere stress-incontinentie (SUI) of urge-incontinentie (UUI) maar gemengde incontinentie (in de Angelsaksische literatuur mixed urinary incontinence, MUI) Een combinatie van SUI en UUI-klachten wordt vaker gezien op hogere leeftijd Hoewel veel onderzoeken patiënten met MUI includeren, geven deze slechts zelden een separate analyse van de groep patiënten met MUI Hierdoor is het moeilijk om bewijs te vinden dat specifiek over MUI gaat Echter, vanwege het feit dat de groep van patiënten met MUI groot is, is het toch van belang om adviezen over de aanpak van MUI in de algoritmes over de behandeling van UI op te nemen In navolging van het EAU Urinary Incontinence Guidelines Panel is besloten om dit onderwerp door middel van een review in de richtlijn op te.
| 543 | nvog |
<PERSOON> ###;#<DATUM> e#,### e# [##] <PERSOON> PE, <PERSOON> WC, <PERSOON> TH Outcome of tension-free obturator tape procedures in obese and overweight women [##] Killingsworth LB, Wheeler TL,#nd, Burgio KL, Martirosian TE, Redden <PERSOON> HE One-year outcomes of tension-free vaginal tape (TVT) mid-urethral slings in overweight and obese women <PERSOON> mass index does not influence the outcome of antiincontinence surgery among women whereas menopausal status and ageing do a randomised trial <PERSOON> een derde van de vrouwen met urine-incontinentie heeft geen zuivere stress-incontinentie (SUI) of urge-incontinentie (UUI) maar gemengde incontinentie (in de Angelsaksische literatuur mixed urinary incontinence, MUI) Een combinatie van SUI en UUI-klachten wordt vaker gezien op hogere leeftijd Hoewel veel onderzoeken patiënten met MUI includeren, geven deze slechts zelden een separate analyse van de groep patiënten met MUI Hierdoor is het moeilijk om bewijs te vinden dat specifiek over MUI gaat Echter, vanwege het feit dat de groep van patiënten met MUI groot is, is het toch van belang om adviezen over de aanpak van MUI in de algoritmes over de behandeling van UI op te nemen In navolging van het EAU Urinary Incontinence Guidelines Panel is besloten om dit onderwerp door middel van een review in de richtlijn op te Gezien het gebrek aan tijd zijn de adviezen over MUI beknopter en minder grondig dan de eerdere hoofdstukken In toekomstige updates van de (EAU) richtlijn zal uitvoeriger aandacht worden besteed aan MUI Een beknopte PubMed-literatuursearch met de termen âmixed incontinenceâ en âmixed urinary incontinenceâ werd verricht om alle artikelen te vinden die van juni ##<DATUM> zijn gepubliceerd Deze zoektermen werden ook gebruikt om te zoeken in alle systematische reviews, die na ### zijn gepubliceerd en die zijn gebruikt voor eerdere onderdelen van deze richtlijn Is het resultaat van bepaalde behandelingen voor urineverlies anders bij patiënten met MUI, dan wanneer deze bij patiënten met zuivere SUI of Er werden geen specifieke systematische reviews gevonden die de bovenstaande vraag beantwoordden Systematische reviews over conservatieve therapieën, medicamenteuze behandeling en chirurgie werden bekeken en er werd nagegaan of er analyses voor de verschillende specifieke vormen van incontinentie waren verricht; dit soort analyses werden helaas niet gevonden Een Cochrane-rapport over bekkenfysiotherapie (BFT) [#] concludeert dat training van de bekkenbodem minder vaak genezing opleverde bij patiënten met MUI dan bij patiënten met zuivere SUI, hoewel niet duidelijk wordt gemaakt op welke manier deze conclusie tot stand kwam <DATUM> # RCTâS BIJ DE MUI POPULATIE, DIE VERSCHILLENDE BEHANDELINGEN MET ELKAAR Een kleine, mogelijk te kleine RCT bij MUI-patiënten vergelijkt intravaginale elektrostimulatie met BFT Er werden geen verschillen in uitkomsten In een RCT waarin ## vrouwen met MUI zijn geïncludeerd, was de objectieve verbetering groter bij patiënten die behandeld werden met een.
| 583 | nvog |
Gezien het gebrek aan tijd zijn de adviezen over MUI beknopter en minder grondig dan de eerdere hoofdstukken In toekomstige updates van de (EAU) richtlijn zal uitvoeriger aandacht worden besteed aan MUI Een beknopte PubMed-literatuursearch met de termen âmixed incontinenceâ en âmixed urinary incontinenceâ werd verricht om alle artikelen te vinden die van juni ##<DATUM> zijn gepubliceerd Deze zoektermen werden ook gebruikt om te zoeken in alle systematische reviews, die na ### zijn gepubliceerd en die zijn gebruikt voor eerdere onderdelen van deze richtlijn Is het resultaat van bepaalde behandelingen voor urineverlies anders bij patiënten met MUI, dan wanneer deze bij patiënten met zuivere SUI of Er werden geen specifieke systematische reviews gevonden die de bovenstaande vraag beantwoordden Systematische reviews over conservatieve therapieën, medicamenteuze behandeling en chirurgie werden bekeken en er werd nagegaan of er analyses voor de verschillende specifieke vormen van incontinentie waren verricht; dit soort analyses werden helaas niet gevonden Een Cochrane-rapport over bekkenfysiotherapie (BFT) [#] concludeert dat training van de bekkenbodem minder vaak genezing opleverde bij patiënten met MUI dan bij patiënten met zuivere SUI, hoewel niet duidelijk wordt gemaakt op welke manier deze conclusie tot stand kwam <DATUM> # RCTâS BIJ DE MUI POPULATIE, DIE VERSCHILLENDE BEHANDELINGEN MET ELKAAR Een kleine, mogelijk te kleine RCT bij MUI-patiënten vergelijkt intravaginale elektrostimulatie met BFT Er werden geen verschillen in uitkomsten In een RCT waarin ## vrouwen met MUI zijn geïncludeerd, was de objectieve verbetering groter bij patiënten die behandeld werden met een vergelijking met patiënten die behandeld werden met alléén een transobturator mid-urethrale sling [#] In een RCT met ### vrouwen met MUI was tolterodine ER effectief wanneer vergeleken met placebo bij het verminderen van frequency, urgency en UUI, maar niet voor het verminderen van klachten van SUI Deze resultaten laten zien dat het effect van tolterodine niet wordt beïnvloed door WAARMEE EEN VERGELIJKING TUSSEN PATIÃNTEN MET ZUIVERE SUI OF ZUIVERE UUI Vele RCTâs bevatten zowel patiënten met zuivere SUI of UUI als patiënten met MUI, waarbij echter zuivere vormen van incontinentie vaker voorkomen Slechts een paar RCTâs rapporteren daadwerkelijk separate uitkomsten voor MUI en de groepen met zuivere UI Een kleine RCT met te weinig statistische power (n = ##) vergeleek BFT mét en zónder instructies door middel van cassettebandjes Het liet een gelijkwaardige effectiviteit zien voor de verschillende soorten vormen van UI [#] Een RCT onder ### vrouwen met SUI, UUI of MUI vergeleek transvaginale elektrostimulatie met sham stimulatie; de elektrostimulatie was net zo In een onderzoek met tolterodine liet secundaire analyse zien dat tolterodine even effectief was als placebo (n = ###) in het reduceren van urgency en UUI-symptomen, ongeacht of er wel of niet sprake was van co-existente SUI [#] Voor solifenacine zijn vergelijkbare resultaten <PERSOON>-hoc analyse van de SISTER-trial liet zien dat bij vrouwen die een autologe fascieslingoperatie ofwel een Burch-colposuspensie hadden ondergaan, de uitkomsten slechter waren bij vrouwen die preoperatief ook last hadden van urgency Dit gold zowel op de specifieke uitkomsten.
| 609 | nvog |
met patiënten die behandeld werden met alléén een transobturator mid-urethrale sling [#] In een RCT met ### vrouwen met MUI was tolterodine ER effectief wanneer vergeleken met placebo bij het verminderen van frequency, urgency en UUI, maar niet voor het verminderen van klachten van SUI Deze resultaten laten zien dat het effect van tolterodine niet wordt beïnvloed door WAARMEE EEN VERGELIJKING TUSSEN PATIÃNTEN MET ZUIVERE SUI OF ZUIVERE UUI Vele RCTâs bevatten zowel patiënten met zuivere SUI of UUI als patiënten met MUI, waarbij echter zuivere vormen van incontinentie vaker voorkomen Slechts een paar RCTâs rapporteren daadwerkelijk separate uitkomsten voor MUI en de groepen met zuivere UI Een kleine RCT met te weinig statistische power (n = ##) vergeleek BFT mét en zónder instructies door middel van cassettebandjes Het liet een gelijkwaardige effectiviteit zien voor de verschillende soorten vormen van UI [#] Een RCT onder ### vrouwen met SUI, UUI of MUI vergeleek transvaginale elektrostimulatie met sham stimulatie; de elektrostimulatie was net zo In een onderzoek met tolterodine liet secundaire analyse zien dat tolterodine even effectief was als placebo (n = ###) in het reduceren van urgency en UUI-symptomen, ongeacht of er wel of niet sprake was van co-existente SUI [#] Voor solifenacine zijn vergelijkbare resultaten <PERSOON>-hoc analyse van de SISTER-trial liet zien dat bij vrouwen die een autologe fascieslingoperatie ofwel een Burch-colposuspensie hadden ondergaan, de uitkomsten slechter waren bij vrouwen die preoperatief ook last hadden van urgency Dit gold zowel op de specifieke uitkomsten Een soortgelijke post-hoc review van een RCT die een transobturator mid-urethrale sling met retropubische mid-urethrale sling vergeleek liet zien dat hoe erger de preoperatieve ernst van de urgency was, hoe waarschijnlijk het was dat de behandeling zou falen (objectief gemeten); dit gold Echter, een eerder onderzoek liet zien dat de uitkomst van een chirurgische behandeling (in dit geval een transobturator mid-urethrale sling) niet werd beïnvloed door preoperatief aanwezige urgency [##] Dit onderzoek bevatte overigens enkele patiënten met urodynamische detrusor <DATUM> # GROTE COHORTONDERZOEKEN DIE APARTE ANALYSES VAN PATIÃNTEN MET MUI Vijf jaar na een onderzoek naar BFT werden dezelfde vrouwen (## van de ### patiënten waren beschikbaar voor follow-up) nog eens geëvalueerd ten aanzien van de genezing van hun incontinentie De resultaten bleken ongunstiger te zijn in de groep met MUI, dan in de groep met zuivere Enkele auteurs rapporteren dat bij soms wel ##% de urgency verdwijnt bij patiënten met MUI die succesvolle SUI chirurgie ondergaan; dit doet vermoeden dat urgency soms mogelijk een begeleidend symptoom van SUI is [##,##-##] In een patiëntenserie met ### vrouwen die een mid-urethrale sling kregen, was de algehele tevredenheid slechter bij vrouwen met gemengde klachten en detrusor-overactiviteit dan bij vrouwen die preoperatief zuivere SUI en een normale preoperatieve urodynamische situatie hadden (respectievelijk ##% vs ##%) [##] Eén onderzoek vergeleek twee parallelle cohorten van patiënten (een cohort mét en een cohort zonder detrusor overactiviteit) die chirurgie voor SUI ondergingen; er werden slechtere uitkomsten gevonden bij de vrouwen die tevens DOA hadden [##].
| 638 | nvog |
post-hoc review van een RCT die een transobturator mid-urethrale sling met retropubische mid-urethrale sling vergeleek liet zien dat hoe erger de preoperatieve ernst van de urgency was, hoe waarschijnlijk het was dat de behandeling zou falen (objectief gemeten); dit gold Echter, een eerder onderzoek liet zien dat de uitkomst van een chirurgische behandeling (in dit geval een transobturator mid-urethrale sling) niet werd beïnvloed door preoperatief aanwezige urgency [##] Dit onderzoek bevatte overigens enkele patiënten met urodynamische detrusor <DATUM> # GROTE COHORTONDERZOEKEN DIE APARTE ANALYSES VAN PATIÃNTEN MET MUI Vijf jaar na een onderzoek naar BFT werden dezelfde vrouwen (## van de ### patiënten waren beschikbaar voor follow-up) nog eens geëvalueerd ten aanzien van de genezing van hun incontinentie De resultaten bleken ongunstiger te zijn in de groep met MUI, dan in de groep met zuivere Enkele auteurs rapporteren dat bij soms wel ##% de urgency verdwijnt bij patiënten met MUI die succesvolle SUI chirurgie ondergaan; dit doet vermoeden dat urgency soms mogelijk een begeleidend symptoom van SUI is [##,##-##] In een patiëntenserie met ### vrouwen die een mid-urethrale sling kregen, was de algehele tevredenheid slechter bij vrouwen met gemengde klachten en detrusor-overactiviteit dan bij vrouwen die preoperatief zuivere SUI en een normale preoperatieve urodynamische situatie hadden (respectievelijk ##% vs ##%) [##] Eén onderzoek vergeleek twee parallelle cohorten van patiënten (een cohort mét en een cohort zonder detrusor overactiviteit) die chirurgie voor SUI ondergingen; er werden slechtere uitkomsten gevonden bij de vrouwen die tevens DOA hadden [##] Eén cohort van ### vrouwen die mid-urethrale slings kregen, hadden significant slechtere uitkomsten naarmate de ernst van de preoperatieve urgency toenam Bij MUI met voornamelijk urgency predominantie nam het succespercentage af tot ##%, vergeleken met een succes van ##% bij patiënten met MUI met voornamelijk stress-predominante incontinentie [##] In een tweede onderzoek, verricht onder ### vrouwen die allen een MUS-TO kregen, werd de SUI even goed genezen bij patiënten met stress-predominante MUI als bij patiënten met urge-predominante MUI Echter, bij vrouwen met stress-predominant MUI werden significant betere algehele uitkomsten gevonden dan bij vrouwen met urge-predominante BFT is minder effectief bij MUI dan bij zuivere SUI Elektrostimulatie is even effectief bij MUI als bij SUI Antimuscarinica zijn even effectief bij het verbeteren van symptomen van urgency en UUI bij patiënten met MUI als bij patiënten met zuivere Vrouwen met MUI hebben bij chirurgische behandeling minder kans op genezing van hun incontinentie dan vrouwen met zuivere SUI De reactie van pre-existente urgency op chirurgie voor SUI is onvoorspelbaar de urgency kan zowel afnemen als toenemen Behandel bij patiënten met MUI eerst de meest hinderlijke symptomen of kies bij twijfel eerst de minst invasieve behandelvorm Verricht voorafgaande aan een eventuele invasieve behandeling van MUI een urodynamisch onderzoek Er is behoefte aan goed opgezette onderzoeken die behandelingen bij populaties met MUI bestuderen; bij moeten de subtypes van MUI (urgepredominante of stress-predominante vorm) goed worden gedefinieerd Onderzoekers moeten MUI nauwkeuriger definiëren wanneer ze behandelingsresultaten in deze groep onderzoeken.
| 625 | nvog |
### vrouwen die mid-urethrale slings kregen, hadden significant slechtere uitkomsten naarmate de ernst van de preoperatieve urgency toenam Bij MUI met voornamelijk urgency predominantie nam het succespercentage af tot ##%, vergeleken met een succes van ##% bij patiënten met MUI met voornamelijk stress-predominante incontinentie [##] In een tweede onderzoek, verricht onder ### vrouwen die allen een MUS-TO kregen, werd de SUI even goed genezen bij patiënten met stress-predominante MUI als bij patiënten met urge-predominante MUI Echter, bij vrouwen met stress-predominant MUI werden significant betere algehele uitkomsten gevonden dan bij vrouwen met urge-predominante BFT is minder effectief bij MUI dan bij zuivere SUI Elektrostimulatie is even effectief bij MUI als bij SUI Antimuscarinica zijn even effectief bij het verbeteren van symptomen van urgency en UUI bij patiënten met MUI als bij patiënten met zuivere Vrouwen met MUI hebben bij chirurgische behandeling minder kans op genezing van hun incontinentie dan vrouwen met zuivere SUI De reactie van pre-existente urgency op chirurgie voor SUI is onvoorspelbaar de urgency kan zowel afnemen als toenemen Behandel bij patiënten met MUI eerst de meest hinderlijke symptomen of kies bij twijfel eerst de minst invasieve behandelvorm Verricht voorafgaande aan een eventuele invasieve behandeling van MUI een urodynamisch onderzoek Er is behoefte aan goed opgezette onderzoeken die behandelingen bij populaties met MUI bestuderen; bij moeten de subtypes van MUI (urgepredominante of stress-predominante vorm) goed worden gedefinieerd Onderzoekers moeten MUI nauwkeuriger definiëren wanneer ze behandelingsresultaten in deze groep onderzoeken Pelvic floor muscle training versus no treatment for urinary incontinence in women <PERSOON> systematic review [#] <PERSOON> JJ,#rd Intravaginal stimulation randomized trial <PERSOON> CM, <PERSOON> KJ, Chou P, <PERSOON> MS, Twu NF, Horng HC, et al Efficacy analysis of trans-obturator tension-free vaginal tape (TVT-O) plus modified Ingelman-Sundberg procedure versus TVT-O alone in the treatment of mixed urinary incontinence a randomized study <PERSOON> KU, Schiotz HA, <PERSOON> of urge-predominant mixed urinary incontinence with tolterodine extended release a randomized, placebo-controlled trial Urology ###;#<DATUM> ##; discussion ##<DATUM> [#] Nygaard IE, Kreder KJ, Lepic MM, Fountain KA, Rhomberg AT Efficacy of pelvic floor muscle exercises in women with stress, urge, and mixed [#] <PERSOON> JT, <PERSOON> A, <PERSOON-##> electrical stimulation for female urinary incontinence <PERSOON-##> is equally effective in patients with mixed incontinence and those with urge incontinence [#] Staskin DR, Te AE Short- and long-term efficacy of solifenacin treatment in patients with symptoms of mixed urinary incontinence <PERSOON-##> as effective in mixed urinary incontinence as in urge urinary incontinence [##] <PERSOON-##> S, et al.
| 582 | nvog |
training versus no treatment for urinary incontinence in women <PERSOON> systematic review [#] <PERSOON> JJ,#rd Intravaginal stimulation randomized trial <PERSOON> CM, <PERSOON> KJ, Chou P, <PERSOON> MS, Twu NF, Horng HC, et al Efficacy analysis of trans-obturator tension-free vaginal tape (TVT-O) plus modified Ingelman-Sundberg procedure versus TVT-O alone in the treatment of mixed urinary incontinence a randomized study <PERSOON> KU, Schiotz HA, <PERSOON> of urge-predominant mixed urinary incontinence with tolterodine extended release a randomized, placebo-controlled trial Urology ###;#<DATUM> ##; discussion ##<DATUM> [#] Nygaard IE, Kreder KJ, Lepic MM, Fountain KA, Rhomberg AT Efficacy of pelvic floor muscle exercises in women with stress, urge, and mixed [#] <PERSOON> JT, <PERSOON> A, <PERSOON-##> electrical stimulation for female urinary incontinence <PERSOON-##> is equally effective in patients with mixed incontinence and those with urge incontinence [#] Staskin DR, Te AE Short- and long-term efficacy of solifenacin treatment in patients with symptoms of mixed urinary incontinence <PERSOON-##> as effective in mixed urinary incontinence as in urge urinary incontinence [##] <PERSOON-##> S, et al [##] Choe JH, Choo MS, <PERSOON-##> impact of tension-free vaginal tape on overactive bladder symptoms in women with stress urinary [##] <PERSOON-##> C Long-term effect of treatment of female incontinence in general practice <PERSOON-##> CA Combined detrusor instability and stress urinary incontinence where is the primary pathology? [##] <PERSOON-##> JJ, et al Detrusor overactivity and urge urinary incontinence [corrected] following midurethral versus bladder sling procedures <PERSOON-##> JR, Tamilselvi A Effect of tension-free vaginal tape in women with a urodynamic diagnosis of idiopathic detrusor overactivity and [##] Kuo HC Effect of detrusor function on the therapeutic outcome of a suburethral sling procedure using a polypropylene sling for stress urinary [##] <PERSOON-##> colposuspension for women with and without detrusor overactivity [##] <PERSOON-##> T <PERSOON-##> open multicenter study of polyacrylamide hydrogel (Bulkamid(R)) [##] <PERSOON-##> tension free vaginal tape operation for women with mixed incontinence Do preoperative variables predict the outcome? Neurourol Urodyn ###;<DATUM> ##; discussion ### [##] <PERSOON-##> HA Follow-up of TVT operations in #,### women with mixed urinary incontinence at # and ## months Urine-incontinentie komt bij ouderen veel voor.
| 600 | nvog |
<PERSOON> impact of tension-free vaginal tape on overactive bladder symptoms in women with stress urinary [##] <PERSOON> C Long-term effect of treatment of female incontinence in general practice <PERSOON> CA Combined detrusor instability and stress urinary incontinence where is the primary pathology? [##] <PERSOON> JJ, et al Detrusor overactivity and urge urinary incontinence [corrected] following midurethral versus bladder sling procedures <PERSOON> JR, Tamilselvi A Effect of tension-free vaginal tape in women with a urodynamic diagnosis of idiopathic detrusor overactivity and [##] Kuo HC Effect of detrusor function on the therapeutic outcome of a suburethral sling procedure using a polypropylene sling for stress urinary [##] <PERSOON> colposuspension for women with and without detrusor overactivity [##] <PERSOON> T <PERSOON> open multicenter study of polyacrylamide hydrogel (Bulkamid(R)) [##] <PERSOON> tension free vaginal tape operation for women with mixed incontinence Do preoperative variables predict the outcome? Neurourol Urodyn ###;<DATUM> ##; discussion ### [##] <PERSOON-##> HA Follow-up of TVT operations in #,### women with mixed urinary incontinence at # and ## months Urine-incontinentie komt bij ouderen veel voor [#] De lagere prevalenties worden gerapporteerd bij zelfstandig wonenden; de hogere prevalenties worden gevonden in woonzorgwelzijnsinstellingen De combinatie van incontinentie voor urine en feces (dubbele incontinentie) komt bij ouderen vaker voor dan bij jongeren; in woonzorgwelzijnsinstellingen zelfs bij ##% van de incontinenten [#,#] Bij zorgbehoevende ouderen is urine-incontinentie vaak gerelateerd aan de aanwezigheid van multimorbiditeit, het Zorgbehoevende ouderen zijn vaak kwetsbaar Een gangbare definitie van kwetsbare ouderen is personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een klinische presentatie van een combinatie van de volgende kenmerken; beperkte lichamelijke activiteit, beperkte mobiliteit, slechte balans, afgenomen uithoudingsvermogen (inclusief het gevoel moe en uitgeput te zijn) [#] Factoren die van invloed zijn op de mate van kwetsbaarheid zijn leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status, burgerlijke staat, etniciteit, leefomgeving, genetische factoren, levensgebeurtenissen, leefomgeving en ziekten [#] Het opsporen en vaststellen van kwetsbaarheid is in de praktijk moeilijk omdat de kenmerken nogal heterogeen zijn Als er hulp bij de activiteiten van het dagelijks leven nodig is dan is de kans groot dat een oudere ook kwetsbaar genoemd kan worden Vandaar dat hier gekozen is voor de term zorgbehoevende ouderen Het is overigens niet zo dat multimorbiditeit, zorgbehoefte en kwetsbaarheid altijd samenvallen Ook is kwetsbaarheid een dynamisch proces dat door de tijd heen kan veranderen [#] Verouderingsprocessen zijn er binnen en buiten de tractus urogenitalis Een belangrijke factor buiten de tractus urogenitalis zijn witte stof afwijkingen in het centrale zenuwstelsel, die een correlatie vertonen met ernstige urge/urgency incontinentie, cognitieve en mobiliteitsbeperkingen.
| 574 | nvog |
[#] De lagere prevalenties worden gerapporteerd bij zelfstandig wonenden; de hogere prevalenties worden gevonden in woonzorgwelzijnsinstellingen De combinatie van incontinentie voor urine en feces (dubbele incontinentie) komt bij ouderen vaker voor dan bij jongeren; in woonzorgwelzijnsinstellingen zelfs bij ##% van de incontinenten [#,#] Bij zorgbehoevende ouderen is urine-incontinentie vaak gerelateerd aan de aanwezigheid van multimorbiditeit, het Zorgbehoevende ouderen zijn vaak kwetsbaar Een gangbare definitie van kwetsbare ouderen is personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een klinische presentatie van een combinatie van de volgende kenmerken; beperkte lichamelijke activiteit, beperkte mobiliteit, slechte balans, afgenomen uithoudingsvermogen (inclusief het gevoel moe en uitgeput te zijn) [#] Factoren die van invloed zijn op de mate van kwetsbaarheid zijn leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status, burgerlijke staat, etniciteit, leefomgeving, genetische factoren, levensgebeurtenissen, leefomgeving en ziekten [#] Het opsporen en vaststellen van kwetsbaarheid is in de praktijk moeilijk omdat de kenmerken nogal heterogeen zijn Als er hulp bij de activiteiten van het dagelijks leven nodig is dan is de kans groot dat een oudere ook kwetsbaar genoemd kan worden Vandaar dat hier gekozen is voor de term zorgbehoevende ouderen Het is overigens niet zo dat multimorbiditeit, zorgbehoefte en kwetsbaarheid altijd samenvallen Ook is kwetsbaarheid een dynamisch proces dat door de tijd heen kan veranderen [#] Verouderingsprocessen zijn er binnen en buiten de tractus urogenitalis Een belangrijke factor buiten de tractus urogenitalis zijn witte stof afwijkingen in het centrale zenuwstelsel, die een correlatie vertonen met ernstige urge/urgency incontinentie, cognitieve en mobiliteitsbeperkingen structurele veranderingen in de blaaswand, afname van blaascapaciteit, vullingsgevoel en contractiliteit en toename van detrusoroveractiviteit en residu Bij vrouwen spelen afname van sluitingsdruk van de urethra en oestrogeenspiegels een rol; bij mannen, prostaatproblemen, toename van nachtelijke urineproductie, afname van de afweerfunctie en verandering in centrale en perifere neurotransmitter concentratie Deze factoren hebben allen een potentieel effect op de continentie Mobiliteit en cognitie hebben een belangrijke invloed op de continentie [#,<DATUM> Belangrijk is om bij ouderen een functionaliteitsonderzoek te doen Daarbij wordt gekeken naar toiletvaardigheden (opstaan uit stoel of bed, eindje lopen, manipuleren met de kleding) en geschiktheid van hulpmiddelen (loophulpmiddelen, toegang tot toiletruimte, toiletpot, beugels), oriëntatie in plaats en geheugenfunctie [#] Vervolgens moet geprobeerd worden om de functie te verbeteren of obstakels bij de toiletgang weg te nemen Multimorbiditeit speelt bij ouderen ook een rol Het aantonen van de relatie tussen een aandoening en incontinentie is niet eenvoudig omdat er bij ouderen vaak meerdere aandoeningen tegelijk zijn De belangrijkste aandoeningen die in verband worden gebracht met incontinentie zijn CVA, morbus Parkinson, normal pressure hydrocephalus, COPD, reuma, delier, dementie, diabetes mellitus, hartfalen, ernstige obstipatie of faecale impactie Bij een individu kunnen meerdere van deze aandoeningen tegelijk aanwezig zijn Ongeveer <DATUM> van de ## plussers heeft te maken met een of meerdere aandoeningen tegelijkertijd, bij <LEEFTIJD>-jarigen ligt dit op ## procent [##] Medicatie kan urine-incontinentie in de hand werken Het gaat hierbij om middelen met een anticholinergisch effect (antiparkinsonmiddelen, disopyramide, antispasmodica, antihistaminica).
| 606 | nvog |
blaaswand, afname van blaascapaciteit, vullingsgevoel en contractiliteit en toename van detrusoroveractiviteit en residu Bij vrouwen spelen afname van sluitingsdruk van de urethra en oestrogeenspiegels een rol; bij mannen, prostaatproblemen, toename van nachtelijke urineproductie, afname van de afweerfunctie en verandering in centrale en perifere neurotransmitter concentratie Deze factoren hebben allen een potentieel effect op de continentie Mobiliteit en cognitie hebben een belangrijke invloed op de continentie [#,<DATUM> Belangrijk is om bij ouderen een functionaliteitsonderzoek te doen Daarbij wordt gekeken naar toiletvaardigheden (opstaan uit stoel of bed, eindje lopen, manipuleren met de kleding) en geschiktheid van hulpmiddelen (loophulpmiddelen, toegang tot toiletruimte, toiletpot, beugels), oriëntatie in plaats en geheugenfunctie [#] Vervolgens moet geprobeerd worden om de functie te verbeteren of obstakels bij de toiletgang weg te nemen Multimorbiditeit speelt bij ouderen ook een rol Het aantonen van de relatie tussen een aandoening en incontinentie is niet eenvoudig omdat er bij ouderen vaak meerdere aandoeningen tegelijk zijn De belangrijkste aandoeningen die in verband worden gebracht met incontinentie zijn CVA, morbus Parkinson, normal pressure hydrocephalus, COPD, reuma, delier, dementie, diabetes mellitus, hartfalen, ernstige obstipatie of faecale impactie Bij een individu kunnen meerdere van deze aandoeningen tegelijk aanwezig zijn Ongeveer <DATUM> van de ## plussers heeft te maken met een of meerdere aandoeningen tegelijkertijd, bij <LEEFTIJD>-jarigen ligt dit op ## procent [##] Medicatie kan urine-incontinentie in de hand werken Het gaat hierbij om middelen met een anticholinergisch effect (antiparkinsonmiddelen, disopyramide, antispasmodica, antihistaminica) anticholinergic load worden medicamenten met een anticholinergisch effect paradoxaal in verband gebracht met incontinentie (door het delier etc ) Ook middelen die het sympathisch zenuwstelsel beïnvloeden, zoals narcotica, antipsychotica, anxiolytica, antidepressiva, hypnotica en overigen zoals ACE remmers, calciumantagonisten, lithium en middelen die perifeer oedeem veroorzaken kunnen urine-incontinentie in de hand werken In de EAU richtlijn wordt daarenboven gewezen op alfablokkers en oestrogenen Eveneens moet rekening gehouden worden met aspecten van polyfarmacie (stapeling van bijwerkingen) en veranderde farmacokinetiek (afname huiddikte van belang bij resorptie door pleisters, afname eiwitbinding bij laag albumine waardoor hogere bloedconcentratie van bijv tolterodine, afname lean body mass waardoor hydrofiele stoffen langzamer en lipofiele stoffen sneller worden verwerkt, veranderingen in lever metabolisme en cytochroom P### waardoor verminderde hepatogene klaring van onder andere oxybutinine, tolterodine, solifenacine en darifenacine) Tevens is er een afname van klaring door de nieren Het is dus noodzakelijk om bij zorgbehoevende ouderen een goed âassessmentâ te doen van functionaliteit, multimorbiditeit en medicatie, alvorens onderzoek en behandeling te richten op factoren in de tractus urogenitalis In geval van multimorbiditeit is het tevens van belang voorkeuren van de patiënt ten aanzien van behandeling en de te verwachten (invloed van behandeling op) kwaliteit van leven goed te verdisconteren in het uiteindelijk behandeladvies [##] Bij zorgbehoevende ouderen hebben niet-farmacologische en niet-chirurgische interventies de voorkeur Dat kunnen zijn leefstijlaanpassingen als vermindering van de cafeïne intake, bekkenfysiotherapie, interventies op zorgsystemen Indien men toch een farmacologische interventie bij urgency incontinentie wil starten met een antimuscarinicum, dan moet grote zorgvuldigheid worden betracht In # recente dubbelblinde,.
| 610 | nvog |
in verband gebracht met incontinentie (door het delier etc ) Ook middelen die het sympathisch zenuwstelsel beïnvloeden, zoals narcotica, antipsychotica, anxiolytica, antidepressiva, hypnotica en overigen zoals ACE remmers, calciumantagonisten, lithium en middelen die perifeer oedeem veroorzaken kunnen urine-incontinentie in de hand werken In de EAU richtlijn wordt daarenboven gewezen op alfablokkers en oestrogenen Eveneens moet rekening gehouden worden met aspecten van polyfarmacie (stapeling van bijwerkingen) en veranderde farmacokinetiek (afname huiddikte van belang bij resorptie door pleisters, afname eiwitbinding bij laag albumine waardoor hogere bloedconcentratie van bijv tolterodine, afname lean body mass waardoor hydrofiele stoffen langzamer en lipofiele stoffen sneller worden verwerkt, veranderingen in lever metabolisme en cytochroom P### waardoor verminderde hepatogene klaring van onder andere oxybutinine, tolterodine, solifenacine en darifenacine) Tevens is er een afname van klaring door de nieren Het is dus noodzakelijk om bij zorgbehoevende ouderen een goed âassessmentâ te doen van functionaliteit, multimorbiditeit en medicatie, alvorens onderzoek en behandeling te richten op factoren in de tractus urogenitalis In geval van multimorbiditeit is het tevens van belang voorkeuren van de patiënt ten aanzien van behandeling en de te verwachten (invloed van behandeling op) kwaliteit van leven goed te verdisconteren in het uiteindelijk behandeladvies [##] Bij zorgbehoevende ouderen hebben niet-farmacologische en niet-chirurgische interventies de voorkeur Dat kunnen zijn leefstijlaanpassingen als vermindering van de cafeïne intake, bekkenfysiotherapie, interventies op zorgsystemen Indien men toch een farmacologische interventie bij urgency incontinentie wil starten met een antimuscarinicum, dan moet grote zorgvuldigheid worden betracht In # recente dubbelblinde, boven de ##) de resultaten met flexibele dosis fesoterodine (varierend tussen # en # mgr dagelijks) op de symptomen van urgency incontinentie overeenkomen met de resultaten bij patiënten onder de <LEEFTIJD> jaar [##,##] De prevalentie van bijwerkingen als droge mond en obstipatie verschilden niet ten opzichte van ouderen onder de <LEEFTIJD> jaar Er werd bij een paar patiënten evenwel verwardheid gezien, hoewel in beide studies niet duidelijk is of de verwardheid kon worden toegeschreven aan de fesoterodine Naar aanleiding van deze studies kunnen echter geen uitspraken worden gedaan ten aanzien van de veiligheid van fesoterodine bij patiënten met een cognitieve beperking In de lijst met âSTART and STOPPâ-criteria worden antimuscarinica aangemerkt als potentieel ongewenst bij dementie in verband met een verhoogd risico op verwardheid en agitatie Dit geldt ook bij chronisch glaucoom en obstipatie vanwege verergering van deze aandoeningen en bij blaasontledigingsstoornissen in verband met de kans op urineretentie [##] In de in ### herziene Beerslijst worden alle antimuscarinica aangemerkt als middelen die bij ouderen vermeden moeten worden vanwege hun anticholinerge eigenschappen en het risico op veroorzaken van constipatie (en constipatie is door het daarop volgend gebruik van laxantia weer een risicofactor voor fecale incontinentie) [##] Er moet een assessment worden gedaan van de cognitieve status van de patiënt en de overige medicatie moet worden doorgenomen op anticholinerg effect, zodat een eventuele stapeling van anticholinerge (bij) werkingen kan worden vermeden De meest gebruikte cognitieve testen (MMSE en ADAS-Cog) zijn overigens niet sensitief genoeg om effecten van antimuscarinica te kunnen monitoren.
| 601 | nvog |
de resultaten met flexibele dosis fesoterodine (varierend tussen # en # mgr dagelijks) op de symptomen van urgency incontinentie overeenkomen met de resultaten bij patiënten onder de <LEEFTIJD> jaar [##,##] De prevalentie van bijwerkingen als droge mond en obstipatie verschilden niet ten opzichte van ouderen onder de <LEEFTIJD> jaar Er werd bij een paar patiënten evenwel verwardheid gezien, hoewel in beide studies niet duidelijk is of de verwardheid kon worden toegeschreven aan de fesoterodine Naar aanleiding van deze studies kunnen echter geen uitspraken worden gedaan ten aanzien van de veiligheid van fesoterodine bij patiënten met een cognitieve beperking In de lijst met âSTART and STOPPâ-criteria worden antimuscarinica aangemerkt als potentieel ongewenst bij dementie in verband met een verhoogd risico op verwardheid en agitatie Dit geldt ook bij chronisch glaucoom en obstipatie vanwege verergering van deze aandoeningen en bij blaasontledigingsstoornissen in verband met de kans op urineretentie [##] In de in ### herziene Beerslijst worden alle antimuscarinica aangemerkt als middelen die bij ouderen vermeden moeten worden vanwege hun anticholinerge eigenschappen en het risico op veroorzaken van constipatie (en constipatie is door het daarop volgend gebruik van laxantia weer een risicofactor voor fecale incontinentie) [##] Er moet een assessment worden gedaan van de cognitieve status van de patiënt en de overige medicatie moet worden doorgenomen op anticholinerg effect, zodat een eventuele stapeling van anticholinerge (bij) werkingen kan worden vermeden De meest gebruikte cognitieve testen (MMSE en ADAS-Cog) zijn overigens niet sensitief genoeg om effecten van antimuscarinica te kunnen monitoren belang dat de indruk van professionele of mantelzorgers over de verandering van cognitie na starten van het antimuscarinicum herhaald en gestructureerd nagevraagd wordt Patiënten die speciaal at risk zijn voor cognitieve bijwerkingen zijn patiënten met âmild cognitive impairmentâ, type # diabetes mellitus, alcohol abusus en dementie Bijzonder at risk zijn Parkinson-patiënten Antimuscarinica zijn overigens niet geïndiceerd bij nycturie die het gevolg is van een toegenomen nachtelijke diurese zoals bij ouderen vaak het geval is In dat geval is een analyse noodzakelijk van oorzaken die de nachtelijke urineproductie doen toenemen zoals perifeer oedeem of diureticum gebruik Indien toch operatief ingrijpen wordt overwogen dan moeten de volgende acties worden genomen doe een preoperatieve risico-inventarisatie (bijv American Society of Anaesthesiology class, Charlson Comorbidity Index, Modified Cardiac Risk Index , Burden of Illness Score),[##] de voedingstoestand moet preoperatief worden geoptimaliseerd; proactief moeten hartfalen, diabetes mellitus en longaandoeningen worden behandeld, en er moet preventie, monitoring en behandeling plaatsvinden van postoperatief delier Pijn moet adequaat worden vastgesteld en behandeld (in het bijzonder bij patiënten met cognitieve stoornissen), er moet risicomanagement worden gedaan op complicaties die optreden door langdurige bedrust , er moet preventie en behandeling zijn van factoren die te maken hebben met functionele beperkingen, er moet personeel zijn dat is ingesteld op voornoemde acties, er moet reeds voor de behandeling zijn vastgesteld waar de patiënt kan gaan revalideren Bij tijdelijke of blijvende incontinentie moeten opvangmaterialen worden gebruikt Opvangmaterialen die in aanmerking komen zijn.
| 582 | nvog |
van professionele of mantelzorgers over de verandering van cognitie na starten van het antimuscarinicum herhaald en gestructureerd nagevraagd wordt Patiënten die speciaal at risk zijn voor cognitieve bijwerkingen zijn patiënten met âmild cognitive impairmentâ, type # diabetes mellitus, alcohol abusus en dementie Bijzonder at risk zijn Parkinson-patiënten Antimuscarinica zijn overigens niet geïndiceerd bij nycturie die het gevolg is van een toegenomen nachtelijke diurese zoals bij ouderen vaak het geval is In dat geval is een analyse noodzakelijk van oorzaken die de nachtelijke urineproductie doen toenemen zoals perifeer oedeem of diureticum gebruik Indien toch operatief ingrijpen wordt overwogen dan moeten de volgende acties worden genomen doe een preoperatieve risico-inventarisatie (bijv American Society of Anaesthesiology class, Charlson Comorbidity Index, Modified Cardiac Risk Index , Burden of Illness Score),[##] de voedingstoestand moet preoperatief worden geoptimaliseerd; proactief moeten hartfalen, diabetes mellitus en longaandoeningen worden behandeld, en er moet preventie, monitoring en behandeling plaatsvinden van postoperatief delier Pijn moet adequaat worden vastgesteld en behandeld (in het bijzonder bij patiënten met cognitieve stoornissen), er moet risicomanagement worden gedaan op complicaties die optreden door langdurige bedrust , er moet preventie en behandeling zijn van factoren die te maken hebben met functionele beperkingen, er moet personeel zijn dat is ingesteld op voornoemde acties, er moet reeds voor de behandeling zijn vastgesteld waar de patiënt kan gaan revalideren Bij tijdelijke of blijvende incontinentie moeten opvangmaterialen worden gebruikt Opvangmaterialen die in aanmerking komen zijn Verblijfskatheters moeten zeer terughoudend voor deze indicatie worden gebruikt in verband met complicaties [##] Verantwoording de bovenstaande tekst is een aan de Nederlandse situatie aangepaste samenvatting van de tekst van ICI committee ##, Incontinence in the frail Elderly (#th International consultation on Incontinence), samengesteld onder voorzitterschap van <PERSOON> kader van Richtlijnontwikkeling kan ouderdom gedefinieerd worden met behulp van leeftijdsgrenzen (bijvoorbeeld )<LEEFTIJD> jaar of )<LEEFTIJD> jaar oud) Een alternatief is om ouderdom te definiëren aan de hand van de mate van fysieke en cognitieve beperkingen, de zogenaamde âfrailtyâ Frailty in de zin van zorgafhankelijkheid en institutionalisering kan echter ook voorkomen bij jongere patiënten en is dus niet perse leeftijdsgebonden Oudere patiënten met UI verdienen speciale aandacht om meerdere redenen Ten gevolge van fysiologische veranderingen die gedurende het verouderingsproces optreden komen alle vormen van UI vaker voor bij ouderen Vaak is er comorbiditeit aanwezig, alsook verminderde mobiliteit, coördinatie en balans en spelen cognitieve beperkingen een rol Vooral de laatstgenoemde factoren kunnen specifieke interventies behoeven zoals plassen op de klok of assistentie bij de toiletgang Comorbiditeit doet ook de risicoâs op nadelige bijwerkingen van medicatie toenemen, zoals bij cognitieve dysfunctie en antimuscarinica Veroudering van weefsels in het bekken kan het succes van operaties voor SUI doen verminderen Bij kwetsbare ouderen moet de behandeling zoveel mogelijk worden geïndividualiseerd om tegemoet te komen aan specifieke wensen, omstandigheden en voorkeuren Hierbij dient rekening te worden gehouden met verlies aan wilsbekwaamheid van de patiënt.
| 569 | nvog |
verband met complicaties [##] Verantwoording de bovenstaande tekst is een aan de Nederlandse situatie aangepaste samenvatting van de tekst van ICI committee ##, Incontinence in the frail Elderly (#th International consultation on Incontinence), samengesteld onder voorzitterschap van <PERSOON> kader van Richtlijnontwikkeling kan ouderdom gedefinieerd worden met behulp van leeftijdsgrenzen (bijvoorbeeld )<LEEFTIJD> jaar of )<LEEFTIJD> jaar oud) Een alternatief is om ouderdom te definiëren aan de hand van de mate van fysieke en cognitieve beperkingen, de zogenaamde âfrailtyâ Frailty in de zin van zorgafhankelijkheid en institutionalisering kan echter ook voorkomen bij jongere patiënten en is dus niet perse leeftijdsgebonden Oudere patiënten met UI verdienen speciale aandacht om meerdere redenen Ten gevolge van fysiologische veranderingen die gedurende het verouderingsproces optreden komen alle vormen van UI vaker voor bij ouderen Vaak is er comorbiditeit aanwezig, alsook verminderde mobiliteit, coördinatie en balans en spelen cognitieve beperkingen een rol Vooral de laatstgenoemde factoren kunnen specifieke interventies behoeven zoals plassen op de klok of assistentie bij de toiletgang Comorbiditeit doet ook de risicoâs op nadelige bijwerkingen van medicatie toenemen, zoals bij cognitieve dysfunctie en antimuscarinica Veroudering van weefsels in het bekken kan het succes van operaties voor SUI doen verminderen Bij kwetsbare ouderen moet de behandeling zoveel mogelijk worden geïndividualiseerd om tegemoet te komen aan specifieke wensen, omstandigheden en voorkeuren Hierbij dient rekening te worden gehouden met verlies aan wilsbekwaamheid van de patiënt comorbiditeit of de gevorderde leeftijd Hoewel het aanpassen van medicatie, voorgeschreven voor andere aandoeningen, als mogelijke vroege interventie voor verminderen van UI kan worden gebruikt, is het nog onbekend of dit zin heeft [##] Er bestaat ook nog een risico dat het stoppen of veranderen van medicatie meer kwaad dan goed doet Verscheidene patiëntenseries hebben een mogelijk verband laten zien tussen UI en medicijnen die hun aangrijpingspunt in het centrale zenuwstelsel hebben [##] Een secundaire analyse van een grote observationele Italiaanse database met oudere patiënten liet zien dat diegenen die benzodiazepines gebruikten een groter risico hadden op het krijgen van UI van UI en obstipatie verminderde, terwijl gedragstherapie zowel obstipatie als UI verbeterde [##] Een interventiestudie bij ouderen liet een bijna significant verschil zien voor cafeïnereductie op verbeteren van UI [##] Drie RCTs, verricht in een oudere populatie, bevestigden dat lichamelijke oefening als onderdeel van een multmodale aanpak waaronder ook bekkenfysiotherapie (BFT) en gewichtsverlies effectief was voor het verbeteren van UI bij vrouwen Het is niet duidelijk welke component van deze geïnstitutionaliseerde vrouwen [##] Echter, blaastraining alleen is minder goed dan een intensief BFT programma bij het verbeteren van SUI bij oudere vrouwen [##] Blaastraining werkt beter dan intravaginale pessaria bij het beheersen van SUI, hoewel de verbetering mogelijk van korte Een systematische review van hoge kwaliteit door Flanagan et al onderzocht het effect van plassen op aansporing (het aanmoedigen van het vragen van assistentie bij de mictie, ofwel het aanbieden van hulp door de hulpvelener zelf) als interventie voor ouderen met UI die in een.
| 581 | nvog |
voorgeschreven voor andere aandoeningen, als mogelijke vroege interventie voor verminderen van UI kan worden gebruikt, is het nog onbekend of dit zin heeft [##] Er bestaat ook nog een risico dat het stoppen of veranderen van medicatie meer kwaad dan goed doet Verscheidene patiëntenseries hebben een mogelijk verband laten zien tussen UI en medicijnen die hun aangrijpingspunt in het centrale zenuwstelsel hebben [##] Een secundaire analyse van een grote observationele Italiaanse database met oudere patiënten liet zien dat diegenen die benzodiazepines gebruikten een groter risico hadden op het krijgen van UI van UI en obstipatie verminderde, terwijl gedragstherapie zowel obstipatie als UI verbeterde [##] Een interventiestudie bij ouderen liet een bijna significant verschil zien voor cafeïnereductie op verbeteren van UI [##] Drie RCTs, verricht in een oudere populatie, bevestigden dat lichamelijke oefening als onderdeel van een multmodale aanpak waaronder ook bekkenfysiotherapie (BFT) en gewichtsverlies effectief was voor het verbeteren van UI bij vrouwen Het is niet duidelijk welke component van deze geïnstitutionaliseerde vrouwen [##] Echter, blaastraining alleen is minder goed dan een intensief BFT programma bij het verbeteren van SUI bij oudere vrouwen [##] Blaastraining werkt beter dan intravaginale pessaria bij het beheersen van SUI, hoewel de verbetering mogelijk van korte Een systematische review van hoge kwaliteit door Flanagan et al onderzocht het effect van plassen op aansporing (het aanmoedigen van het vragen van assistentie bij de mictie, ofwel het aanbieden van hulp door de hulpvelener zelf) als interventie voor ouderen met UI die in een [##] De review bevatte negen RCTs, welke allen een positief Deze review [##], alsmede een Cochrane-review [##] vonden een vijftal RCTâs die een gedragsinterventieprogramma beschreven dat âFunctional een rol speelden De review door Flangan et al [##] bevatte twee RCTâs die geen toegevoegd klinisch voordeel van oxybutynine of oestrogenen als toevoeging bij plassen op aansporing lieten zien Deze review vond één RCT over timed voiding die inconsistente verbetering van de incontinentie liet zien wanneer vergeleken werd met standaardtherapie onder cognitief beperkte ouderen Over de gehele linie waren de bevindingen consistent met eerdere systematische reviews [##] âTimed voidingâ betekent in het Nederlands plassen op de klok; dit is definieerd als vaste, vooraf bepaalde intervallen tussen mictie-episodes, toepasbaar zowel bij personen met als zonder cognitieve beperkingen; een programma met assistentie door een hulpverlener werd ingesteld voor diegenen die niet zelfstandig konden plassen Een RCT die BFT vergeleek met blaastraining bij ## vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar liet zien dat BFT significant beter was (BFT gaf een mediane lekkage bij de stresstest van # # gram; ##% # #-# #; blaastraining mediaan # # gram; ##% # <DATUM> #) Hoewel dit verschil significant was is de klinische relevantie van een dergelijk klein verschil discutabel, evenals de methode die is gebruikt om de hoeveelheid lekkage te kwantificeren [##] In een studie met Japanse vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar met UI was BFT gecombineerd âalgemene fitnesstrainingâ effectief voor het genezen van incontinentie na een # maanden durende periode van gesuperviseerde oefeningen [##].
| 629 | nvog |
welke allen een positief Deze review [##], alsmede een Cochrane-review [##] vonden een vijftal RCTâs die een gedragsinterventieprogramma beschreven dat âFunctional een rol speelden De review door Flangan et al [##] bevatte twee RCTâs die geen toegevoegd klinisch voordeel van oxybutynine of oestrogenen als toevoeging bij plassen op aansporing lieten zien Deze review vond één RCT over timed voiding die inconsistente verbetering van de incontinentie liet zien wanneer vergeleken werd met standaardtherapie onder cognitief beperkte ouderen Over de gehele linie waren de bevindingen consistent met eerdere systematische reviews [##] âTimed voidingâ betekent in het Nederlands plassen op de klok; dit is definieerd als vaste, vooraf bepaalde intervallen tussen mictie-episodes, toepasbaar zowel bij personen met als zonder cognitieve beperkingen; een programma met assistentie door een hulpverlener werd ingesteld voor diegenen die niet zelfstandig konden plassen Een RCT die BFT vergeleek met blaastraining bij ## vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar liet zien dat BFT significant beter was (BFT gaf een mediane lekkage bij de stresstest van # # gram; ##% # #-# #; blaastraining mediaan # # gram; ##% # <DATUM> #) Hoewel dit verschil significant was is de klinische relevantie van een dergelijk klein verschil discutabel, evenals de methode die is gebruikt om de hoeveelheid lekkage te kwantificeren [##] In een studie met Japanse vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar met UI was BFT gecombineerd âalgemene fitnesstrainingâ effectief voor het genezen van incontinentie na een # maanden durende periode van gesuperviseerde oefeningen [##] effectief in het verminderen van de impact van UI maar er was geen verschil in de algehele kwaliteit van leven wanneer vergeleken werd met geen interventie [##] Elektrische stimulatie van de bekkenbodem met behulp van een intravaginale device was niet effectiever voor een groep oudere vrouwen ()<LEEFTIJD> jaar) met UI wanneer dit vergeleken werd met niet-gesuperviseerde BFT thuis na mondelinge instructies [##] van UI en obstipatie verminderde, terwijl gedragstherapie zowel obstipatie als UI verbeterde [##] Een andere studie vond dat de darmfunctie verbeterde na succesvolle behandeling van mictieproblemen met sacrale neurostimulatie [##] Bij geïnstitutionaliseerde ouderen met UI verbeteren de klachten niet als asymptomatische bacteriurie wordt behandeld Matige lichamelijke inspanning is geassocieerd met een verminderd vóórkomen van UI bij vrouwen van middelbare en oudere leeftijd Plassen op aansporing, in gedragsmodificatie programmaâs of op zichzelf staand, verbetert de continentie bij oudere, zorgafhankelijke patiënten, mits zij voor hun mobiliteit niet meer dan één zorgverlener nodig hebben en een vroege respons kan worden bereikt Op de klok plassen kan het aantal incontinentie-episodes verminderen bij ouderen met een cognitieve beperking Bekkenfysiotherapie lijkt effectief te zijn voor het verbeteren van UI bij oudere vrouwen Moedig andere zorgverleners aan om revalidatieprogrammaâs te gebruiken (met inbegrip van plassen op aansporing) bij de behandeling van Hoewel de prevalentie van UI toeneemt met de leeftijd, is er eigenlijk maar weinig onderzoek gedaan naar behandeling van UI bij ouderen Trials excluderen doorgaans patiënten met uitgebreide comorbiditeit en polyfarmacie Echter, de mechanismen die aan de UI bij ouderen ten grondslag liggen zijn vaker multifactoriëel dan bij jongere patiënten.
| 634 | nvog |
maar er was geen verschil in de algehele kwaliteit van leven wanneer vergeleken werd met geen interventie [##] Elektrische stimulatie van de bekkenbodem met behulp van een intravaginale device was niet effectiever voor een groep oudere vrouwen ()<LEEFTIJD> jaar) met UI wanneer dit vergeleken werd met niet-gesuperviseerde BFT thuis na mondelinge instructies [##] van UI en obstipatie verminderde, terwijl gedragstherapie zowel obstipatie als UI verbeterde [##] Een andere studie vond dat de darmfunctie verbeterde na succesvolle behandeling van mictieproblemen met sacrale neurostimulatie [##] Bij geïnstitutionaliseerde ouderen met UI verbeteren de klachten niet als asymptomatische bacteriurie wordt behandeld Matige lichamelijke inspanning is geassocieerd met een verminderd vóórkomen van UI bij vrouwen van middelbare en oudere leeftijd Plassen op aansporing, in gedragsmodificatie programmaâs of op zichzelf staand, verbetert de continentie bij oudere, zorgafhankelijke patiënten, mits zij voor hun mobiliteit niet meer dan één zorgverlener nodig hebben en een vroege respons kan worden bereikt Op de klok plassen kan het aantal incontinentie-episodes verminderen bij ouderen met een cognitieve beperking Bekkenfysiotherapie lijkt effectief te zijn voor het verbeteren van UI bij oudere vrouwen Moedig andere zorgverleners aan om revalidatieprogrammaâs te gebruiken (met inbegrip van plassen op aansporing) bij de behandeling van Hoewel de prevalentie van UI toeneemt met de leeftijd, is er eigenlijk maar weinig onderzoek gedaan naar behandeling van UI bij ouderen Trials excluderen doorgaans patiënten met uitgebreide comorbiditeit en polyfarmacie Echter, de mechanismen die aan de UI bij ouderen ten grondslag liggen zijn vaker multifactoriëel dan bij jongere patiënten werkzaamheid als de bijwerkingen van een nieuw toegevoegd middel Muscarinerge receptoren zijn in het gehele lichaam aanwezig en hebben een rol bij vele fysiologische processen De meeste antimuscarinica die worden gebruikt om OAB te behandelen richten zich op de M# en M# receptoren De M# receptor is betrokken bij het geheugen De specificiteit voor een middel voor subtypes van de muscarine-receptor en de mogelijkheid tot penetratie van de bloed-hersenbarrière hebben invloed op de wijze waarop antimuscarinica de cognitie beïnvloeden In de afgelopen jaren zijn de effecten van antimuscarinica op de cognitie gedetailleerder Er zijn twee systematische reviews gepubliceerd over antimuscarinica bij oudere patiënten [#,##] Eén review beperkte zich tot UUI-patiënten wonende in verzorgings- en verpleegtehuizen [##] Een community-based cohort study over de hoeveelheid antimuscarinica die werd gebruikt in een geriatrische populatie (n = ###) vond een hoge incidentie cognitieve disfunctie [##] Andere systematische reviews over behandelingen voor Een systematische review uit ### includeerde negen studies waarin de cognitieve impact van antimuscarinica werd getest, maar het verzamelde Er zijn zeer weinig onderzoeken die specifiek de cognitieve veranderingen onderzoeken die tijdens het gebruik van antimuscarinica kunnen optreden De meeste van deze trials zijn verricht onder gezonde vrijwilligers met verschillende leeftijden en slechts gedurende korte tijd (van een enkele gift tot ## weken) Andere publicaties beschrijven post-hoc analyses van andere trials of waren reviews van een beperkt aantal geselecteerde studies In het algemeen hebben deze trials de bijwerkingen op het centrale zenuwstelsel op een niet-specfieke manier gemeten.
| 595 | nvog |
de bijwerkingen van een nieuw toegevoegd middel Muscarinerge receptoren zijn in het gehele lichaam aanwezig en hebben een rol bij vele fysiologische processen De meeste antimuscarinica die worden gebruikt om OAB te behandelen richten zich op de M# en M# receptoren De M# receptor is betrokken bij het geheugen De specificiteit voor een middel voor subtypes van de muscarine-receptor en de mogelijkheid tot penetratie van de bloed-hersenbarrière hebben invloed op de wijze waarop antimuscarinica de cognitie beïnvloeden In de afgelopen jaren zijn de effecten van antimuscarinica op de cognitie gedetailleerder Er zijn twee systematische reviews gepubliceerd over antimuscarinica bij oudere patiënten [#,##] Eén review beperkte zich tot UUI-patiënten wonende in verzorgings- en verpleegtehuizen [##] Een community-based cohort study over de hoeveelheid antimuscarinica die werd gebruikt in een geriatrische populatie (n = ###) vond een hoge incidentie cognitieve disfunctie [##] Andere systematische reviews over behandelingen voor Een systematische review uit ### includeerde negen studies waarin de cognitieve impact van antimuscarinica werd getest, maar het verzamelde Er zijn zeer weinig onderzoeken die specifiek de cognitieve veranderingen onderzoeken die tijdens het gebruik van antimuscarinica kunnen optreden De meeste van deze trials zijn verricht onder gezonde vrijwilligers met verschillende leeftijden en slechts gedurende korte tijd (van een enkele gift tot ## weken) Andere publicaties beschrijven post-hoc analyses van andere trials of waren reviews van een beperkt aantal geselecteerde studies In het algemeen hebben deze trials de bijwerkingen op het centrale zenuwstelsel op een niet-specfieke manier gemeten [##,##] <PERSOON>-analyses worden beperkt door heterogeniteit van de gepubliceerde onderzoeken, inconsistente doseringen en reporting bias Er is sterke behoefte aan meer gedetailleerde, gestandaardiseerde metingen van effecten op het centrale zenuwstelsel, gestratificeerd naar leeftijd, in publicaties van klinische trials die artsen en patiënten beter informeren over de cerebrale risicoâs die het gebruik van antimuscarinica met zich meebrengen Onderzoeken naar antimuscarinica zijn uitgevoerd onder ouderen [##] en bij mensen met dementie en urge-incontinentie [##] Er zijn geen onderzoeken verricht onder kwetsbare patiënten die een verhoogd risico hebben op cognitieve disfunctie en bij wie ook een verhoogd risico Hoewel er geen specifieke RCTâs zijn verricht die de invloed van antimuscarinica op oudere patiënten vergelijken met de invloed op jongere patiënten is het wel mogelijk om relevant bewijs uit sommige RCTâs te extraheren Ook zijn er flink wat case studies die gaan over de negatieve bijwerkingen van antimuscarinica bij ouderen Wel moet hier worden benadrukt dat de definitie van ouderen, alsook de in- en exclusiecriteria per Er is bewijs dat oxybutynine IR cognitieve dysfunctie bij volwassenen kan veroorzaken of verergeren [##,##,##] Een recentere vergelijking tussen solifenacine en oxybutynine IR liet daarentegen op korte termijn geen verschil in cognitieve bijwerkingen tussen deze twee middelen zien [##] Een crossover RCT verricht onder oudere vrijwilligers die oxybutynine IR kregen, rapporteerde een toegenomen cognitieve disfunctie met oxybutynine Een kortdurende RCT met oxybutynine ER bij oudere vrouwen met cognitieve disfunctie liet geen hogere incidentie van delier.
| 588 | nvog |
heterogeniteit van de gepubliceerde onderzoeken, inconsistente doseringen en reporting bias Er is sterke behoefte aan meer gedetailleerde, gestandaardiseerde metingen van effecten op het centrale zenuwstelsel, gestratificeerd naar leeftijd, in publicaties van klinische trials die artsen en patiënten beter informeren over de cerebrale risicoâs die het gebruik van antimuscarinica met zich meebrengen Onderzoeken naar antimuscarinica zijn uitgevoerd onder ouderen [##] en bij mensen met dementie en urge-incontinentie [##] Er zijn geen onderzoeken verricht onder kwetsbare patiënten die een verhoogd risico hebben op cognitieve disfunctie en bij wie ook een verhoogd risico Hoewel er geen specifieke RCTâs zijn verricht die de invloed van antimuscarinica op oudere patiënten vergelijken met de invloed op jongere patiënten is het wel mogelijk om relevant bewijs uit sommige RCTâs te extraheren Ook zijn er flink wat case studies die gaan over de negatieve bijwerkingen van antimuscarinica bij ouderen Wel moet hier worden benadrukt dat de definitie van ouderen, alsook de in- en exclusiecriteria per Er is bewijs dat oxybutynine IR cognitieve dysfunctie bij volwassenen kan veroorzaken of verergeren [##,##,##] Een recentere vergelijking tussen solifenacine en oxybutynine IR liet daarentegen op korte termijn geen verschil in cognitieve bijwerkingen tussen deze twee middelen zien [##] Een crossover RCT verricht onder oudere vrijwilligers die oxybutynine IR kregen, rapporteerde een toegenomen cognitieve disfunctie met oxybutynine Een kortdurende RCT met oxybutynine ER bij oudere vrouwen met cognitieve disfunctie liet geen hogere incidentie van delier Twee onderzoeken, verricht onder ouderen, lieten de toegevoegde waarde zien van oxybutynine IR in combinatie met âop de klok plassenâ versus alleen âop de klok plassenâ Een andere studie vond geen verschillen tussen oxybutynine ER en IR bij oudere patiënten, hoewel de studie niet aan het aantal benodigde patiënten kwam dat vooraf was gesteld [##] Een grote observationele studie (n = ###) suggereerde dat snellere functionele verslechtering kan voortkomen uit een gecombineerd gebruik van choline-esterase remmers en antimuscarinica bij oudere patiënten met cognitieve disfunctie [##] De exacte interactie tussen deze middelen wordt niet goed begrepen, maar het lijkt wel aanbevelingswaardig de combinatie van antimuscarinica en choline-esteraseremmers bij ouderen te mijden Een gepoolde analyse van verschillende RCTâs [##] liet zien dat solifenacine een goede werkzaamheid heeft en niet leidt tot meer cognitieve disfunctie onder ouderen Een andere RCT vond geen leeftijdsgerelateerde verschillen in de farmacokinetiek tussen ouderen, mensen van middelbare leeftijd en jongere patiënten Eén postmarketing surveillance study rapporteerde frequentere bijwerkingen bij patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder Een andere studie bij gezonde oudere vrijwilligers liet geen effecten op de cognitie zien [##] In de subanalyse van een grote trials leek solifenacine <DATUM> mg effectief te zijn voor symptoom en kwaliteit van leven-verbetering onder mensen ouder dan <LEEFTIJD> jaar die niet hadden Gepoolde data van RCTâs liet geen verandering zien van de werkzaamheid of toename van het aantal bijwerkingen van tolterodine gerelateerd aan de leeftijd, maar ouderen stopten wel vaker met de medicatie dan jongeren (dit laatste gold overigens zowel voor tolterodine als placebo) [##].
| 599 | nvog |
plassenâ versus alleen âop de klok plassenâ Een andere studie vond geen verschillen tussen oxybutynine ER en IR bij oudere patiënten, hoewel de studie niet aan het aantal benodigde patiënten kwam dat vooraf was gesteld [##] Een grote observationele studie (n = ###) suggereerde dat snellere functionele verslechtering kan voortkomen uit een gecombineerd gebruik van choline-esterase remmers en antimuscarinica bij oudere patiënten met cognitieve disfunctie [##] De exacte interactie tussen deze middelen wordt niet goed begrepen, maar het lijkt wel aanbevelingswaardig de combinatie van antimuscarinica en choline-esteraseremmers bij ouderen te mijden Een gepoolde analyse van verschillende RCTâs [##] liet zien dat solifenacine een goede werkzaamheid heeft en niet leidt tot meer cognitieve disfunctie onder ouderen Een andere RCT vond geen leeftijdsgerelateerde verschillen in de farmacokinetiek tussen ouderen, mensen van middelbare leeftijd en jongere patiënten Eén postmarketing surveillance study rapporteerde frequentere bijwerkingen bij patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder Een andere studie bij gezonde oudere vrijwilligers liet geen effecten op de cognitie zien [##] In de subanalyse van een grote trials leek solifenacine <DATUM> mg effectief te zijn voor symptoom en kwaliteit van leven-verbetering onder mensen ouder dan <LEEFTIJD> jaar die niet hadden Gepoolde data van RCTâs liet geen verandering zien van de werkzaamheid of toename van het aantal bijwerkingen van tolterodine gerelateerd aan de leeftijd, maar ouderen stopten wel vaker met de medicatie dan jongeren (dit laatste gold overigens zowel voor tolterodine als placebo) [##] bijwerkingenprofiel had als bij jongere patiënten [##-##] <PERSOON>-hoc analyse van andere RCTâs liet maar weinig effect op de cognitie zien Eén trial liet minder depressies zien onder oudere participanten die tolterodine ER gebruikten wanneer vergeleken met patiënten die oxybutynine <PERSOON> RCTâs die specifiek zijn verricht in een oudere populatie (één RCT bij patiënten met UUI en een andere RCT bij vrijwilligers) concludeerden dat darifenacine effectief was en geen cognitieve bijwerkingen had (gemeten met geheugentests) [##,##] Een andere vergelijking tussen darifenacine en oxybutynine ER bij oudere patiënten concludeerde dat de twee middelen een vergelijkbare werkzaamheid hadden, maar dat de cognitieve bijwerkingen vaker werden gezien bij patiënten die oxybutynine ER kregen [##] Er is geen gepubliceerd aangaande vergelijkende effectiviteit van fesoterodine in de oudere populatie met de jongere populatie Twee RCTâs over fesoterodine bij ouderen bevestigden de werkzaamheid van # mg fesoterodine, maar niet van # mg bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar [##] Therapietrouw was slechter bij de patiënten ouder dan ##, maar er werd niets gerapporteerd over het effect op de mentale status [##-##] Een kleine RCT bij gezonde ouderen vergeleek de cognitieve functie na behandeling met placebo en fesoterodine; er werd geen verschil Het is niet duidelijk in hoeverre de gegevens uit gepoolde analyses en subgroep analyses van grotere RCTâs geëxtrapoleerd worden naar de algemene oudere populatie De community-based onderzoeken naar het vóórkomen van anticholinerge bijwerkingen onder oudere patiënten zijn Er is geopperd dat het wellicht een goed idee is om bij patiënten die at risk zijn voor cognitieve verslechtering, de cognitieve status vast te stellen.
| 630 | nvog |
op de cognitie zien Eén trial liet minder depressies zien onder oudere participanten die tolterodine ER gebruikten wanneer vergeleken met patiënten die oxybutynine <PERSOON> RCTâs die specifiek zijn verricht in een oudere populatie (één RCT bij patiënten met UUI en een andere RCT bij vrijwilligers) concludeerden dat darifenacine effectief was en geen cognitieve bijwerkingen had (gemeten met geheugentests) [##,##] Een andere vergelijking tussen darifenacine en oxybutynine ER bij oudere patiënten concludeerde dat de twee middelen een vergelijkbare werkzaamheid hadden, maar dat de cognitieve bijwerkingen vaker werden gezien bij patiënten die oxybutynine ER kregen [##] Er is geen gepubliceerd aangaande vergelijkende effectiviteit van fesoterodine in de oudere populatie met de jongere populatie Twee RCTâs over fesoterodine bij ouderen bevestigden de werkzaamheid van # mg fesoterodine, maar niet van # mg bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar [##] Therapietrouw was slechter bij de patiënten ouder dan ##, maar er werd niets gerapporteerd over het effect op de mentale status [##-##] Een kleine RCT bij gezonde ouderen vergeleek de cognitieve functie na behandeling met placebo en fesoterodine; er werd geen verschil Het is niet duidelijk in hoeverre de gegevens uit gepoolde analyses en subgroep analyses van grotere RCTâs geëxtrapoleerd worden naar de algemene oudere populatie De community-based onderzoeken naar het vóórkomen van anticholinerge bijwerkingen onder oudere patiënten zijn Er is geopperd dat het wellicht een goed idee is om bij patiënten die at risk zijn voor cognitieve verslechtering, de cognitieve status vast te stellen [##] Het is echter niet duidelijk wélke test dan precies gebruikt zou moeten worden omdat veel van deze testen de sensitiviteit missen die nodig is om Er zijn vele medicijnen met anticholinerge bijwerkingen Artsen die medicatie voorschrijven aan oudere patiënten dienen zich goed te vergewissen van het cumulatieve effect dat deze anticholinerge middelen kunnen hebben op patiënten Hoewel er over deze zogenaamde âanticholinergic loadâ geen onderzoeken zijn te vinden die specifiek gaan over ouderen met incontinentie kan bewijs gedistilleerd worden uit observationele cohortstudies onder âalgemeneâ ouderen Het is moeilijk een lijst te vinden waarop alle middelen staan die mogelijk anticholinerge bijwerkingen hebben Boustani heeft in ### een graadmeter ontwikkeld op basis van een systematische review welke luistert naar de naam âAnticholinergic Cognitive Burden Scale (ACB) (beschikbaar op (WEBLINK)) [##] Veel van het bewijs waarop deze graadmeter is gebaseerd is afkomstig van één enkel instituut uit <PERSOON> (VS) Er zijn twee systematische reviews die bewijs bevatten van grote retrospectieve cohortstudies, met in totaal meer dan ### patiënten Er was een consistent verband tussen langetermijn anticholinergica gebruik en cognitieve disfunctie [##] Een review over ### ouderen liet zien dat diegenen die drie of meer medicijnen met anticholinerge bijwerkingen gebruiken, at risk zijn voor het cognitieve disfunctie [##] Longitudinale studies met een loopduur van # tot <LEEFTIJD> jaar hebben een verhoogd risico op achteruitgang van de cognitieve functies laten zien voor patiënten die middelen met een zekere anticholinerge werking gebruiken (OR #,##) en voor diegenen die middelen gebruiken met een mogelijke Alle antimuscarinerge middelen zijn effectief bij oudere patiënten.
| 630 | nvog |
zou moeten worden omdat veel van deze testen de sensitiviteit missen die nodig is om Er zijn vele medicijnen met anticholinerge bijwerkingen Artsen die medicatie voorschrijven aan oudere patiënten dienen zich goed te vergewissen van het cumulatieve effect dat deze anticholinerge middelen kunnen hebben op patiënten Hoewel er over deze zogenaamde âanticholinergic loadâ geen onderzoeken zijn te vinden die specifiek gaan over ouderen met incontinentie kan bewijs gedistilleerd worden uit observationele cohortstudies onder âalgemeneâ ouderen Het is moeilijk een lijst te vinden waarop alle middelen staan die mogelijk anticholinerge bijwerkingen hebben Boustani heeft in ### een graadmeter ontwikkeld op basis van een systematische review welke luistert naar de naam âAnticholinergic Cognitive Burden Scale (ACB) (beschikbaar op (WEBLINK)) [##] Veel van het bewijs waarop deze graadmeter is gebaseerd is afkomstig van één enkel instituut uit <PERSOON> (VS) Er zijn twee systematische reviews die bewijs bevatten van grote retrospectieve cohortstudies, met in totaal meer dan ### patiënten Er was een consistent verband tussen langetermijn anticholinergica gebruik en cognitieve disfunctie [##] Een review over ### ouderen liet zien dat diegenen die drie of meer medicijnen met anticholinerge bijwerkingen gebruiken, at risk zijn voor het cognitieve disfunctie [##] Longitudinale studies met een loopduur van # tot <LEEFTIJD> jaar hebben een verhoogd risico op achteruitgang van de cognitieve functies laten zien voor patiënten die middelen met een zekere anticholinerge werking gebruiken (OR #,##) en voor diegenen die middelen gebruiken met een mogelijke Alle antimuscarinerge middelen zijn effectief bij oudere patiënten Oxybutynine kan de cognitieve functies verslechteren, hoewel het bewijs hieromtrent inconsistent is Solifenacine, darifenacine en fesoterodine veroorzaken géén toename van cognitieve disfunctie bij ouderen Er is geen bewijs dat tolterodine de cognitieve functies beïnvloedt Wees terughoudend met het voorschrijven van antimuscarinica bij oudere patiënten die at risk zijn voor cognitieve disfunctie, of hier reeds last Als er toch gekozen wordt voor het geven van antimuscarinica voor UI bij ouderen, overweeg dan andere medicatie aan te passen om zo de Controleer de mentale status bij patiënten die antimuscarinica gebruiken als ze at risk zijn voor cognitieve disfunctie Er zijn geen RCTâs die chirurgische behandeling van UI vergelijken bij jongere en oudere patiënten hoewel subgroepanalyses van een aantal en de hoeveelheid gefaalde ingrepen toenam per decade leeftijdstoename boven de <LEEFTIJD> jaar [##] Een RCT die risicofactoren voor het falen van de retropubische mid-urethrale sling (MUS-RP) versus de transobturator mid-urethrale sling (MUS-TO) bestudeerde onder ### vrouwen, liet zien dat leeftijd een specifieke risicofactor was voor een recidief van de UI na <LEEFTIJD> jaar (gecorrigeerde oddâs ratio #,# per decade) [##] Een subanalyse van SUI en UUI en hadden meer kans op een herhalingsbehandeling van SUI (OR #,#; ##%-BI #,<DATUM> ##) Er was geen verschil in hoe lang het duurde voordat patiënten tot normale postoperatieve mictie kwamen [##] Een andere RCT vergeleek een direct ingebrachte MUS-RP met MUS-RP na delay bij oudere vrouwen, waarbij significante werkzaamheid van de MUS-RP werd bevestigd, maar in het gehele cohort kwamen complicaties vaak voor, vooral blaasperforatie (##%) en urineretentie (##%) [##].
| 656 | nvog |
functies verslechteren, hoewel het bewijs hieromtrent inconsistent is Solifenacine, darifenacine en fesoterodine veroorzaken géén toename van cognitieve disfunctie bij ouderen Er is geen bewijs dat tolterodine de cognitieve functies beïnvloedt Wees terughoudend met het voorschrijven van antimuscarinica bij oudere patiënten die at risk zijn voor cognitieve disfunctie, of hier reeds last Als er toch gekozen wordt voor het geven van antimuscarinica voor UI bij ouderen, overweeg dan andere medicatie aan te passen om zo de Controleer de mentale status bij patiënten die antimuscarinica gebruiken als ze at risk zijn voor cognitieve disfunctie Er zijn geen RCTâs die chirurgische behandeling van UI vergelijken bij jongere en oudere patiënten hoewel subgroepanalyses van een aantal en de hoeveelheid gefaalde ingrepen toenam per decade leeftijdstoename boven de <LEEFTIJD> jaar [##] Een RCT die risicofactoren voor het falen van de retropubische mid-urethrale sling (MUS-RP) versus de transobturator mid-urethrale sling (MUS-TO) bestudeerde onder ### vrouwen, liet zien dat leeftijd een specifieke risicofactor was voor een recidief van de UI na <LEEFTIJD> jaar (gecorrigeerde oddâs ratio #,# per decade) [##] Een subanalyse van SUI en UUI en hadden meer kans op een herhalingsbehandeling van SUI (OR #,#; ##%-BI #,<DATUM> ##) Er was geen verschil in hoe lang het duurde voordat patiënten tot normale postoperatieve mictie kwamen [##] Een andere RCT vergeleek een direct ingebrachte MUS-RP met MUS-RP na delay bij oudere vrouwen, waarbij significante werkzaamheid van de MUS-RP werd bevestigd, maar in het gehele cohort kwamen complicaties vaak voor, vooral blaasperforatie (##%) en urineretentie (##%) [##] vrouwen zien, maar er bestond een hoger risico op de novo urgency bij oudere patiënten [##] Een patiëntenserie van ### oudere vrouwen met OAB die voor het eerst onabotulinetoxine-A kregen gaf aparte analyses voor de âfrail elderlyâ ) <LEEFTIJD> jaar (NL kwetsbare ouderen; n = ##); ouderen van ) <LEEFTIJD> jaar die geen beperkingen hadden in het dagelijks leven (n = ##) en diegenen die #<LEEFTIJD> jaar oud waren (n = ##) Er werd vaker een residu na mictie () ### ml) gevonden bij de kwetsbare ouderen (#<DATUM> ) vergeleken met #<DATUM> en Cohortstudies hebben laten zien dat onabotulinetoxine-A injecties bij (kwetsbare) ouderen effectief zijn, hoewel een vergelijking van subcohorten doet vermoeden dat er een lagere succeskans bij kwetsbare ouderen is (dan bij niet-kwetsbare ouderen), alsmede een groter risico op een Oudere vrouwen kunnen baat hebben bij chirurgische behandeling van incontinentie Het risico op falen na chirurgische behandeling van SUI, alsmede het risico op nadelige neveneffecten, neemt toe met de leeftijd Er is geen bewijs over de superioriteit van één chirurgische behandelmethode van SUI boven de andere Informeer oudere vrouwen met SUI dat chirurgie bij hen verhoogde risicoâs met zich meebrengt, waaronder een lagere kans op succes [#] <PERSOON> MF, Van <PERSOON> in the nursing home; mostly a problem of dual incontinence Tijdschrift voor.
| 642 | nvog |
maar er bestond een hoger risico op de novo urgency bij oudere patiënten [##] Een patiëntenserie van ### oudere vrouwen met OAB die voor het eerst onabotulinetoxine-A kregen gaf aparte analyses voor de âfrail elderlyâ ) <LEEFTIJD> jaar (NL kwetsbare ouderen; n = ##); ouderen van ) <LEEFTIJD> jaar die geen beperkingen hadden in het dagelijks leven (n = ##) en diegenen die #<LEEFTIJD> jaar oud waren (n = ##) Er werd vaker een residu na mictie () ### ml) gevonden bij de kwetsbare ouderen (#<DATUM> ) vergeleken met #<DATUM> en Cohortstudies hebben laten zien dat onabotulinetoxine-A injecties bij (kwetsbare) ouderen effectief zijn, hoewel een vergelijking van subcohorten doet vermoeden dat er een lagere succeskans bij kwetsbare ouderen is (dan bij niet-kwetsbare ouderen), alsmede een groter risico op een Oudere vrouwen kunnen baat hebben bij chirurgische behandeling van incontinentie Het risico op falen na chirurgische behandeling van SUI, alsmede het risico op nadelige neveneffecten, neemt toe met de leeftijd Er is geen bewijs over de superioriteit van één chirurgische behandelmethode van SUI boven de andere Informeer oudere vrouwen met SUI dat chirurgie bij hen verhoogde risicoâs met zich meebrengt, waaronder een lagere kans op succes [#] <PERSOON> MF, Van <PERSOON> in the nursing home; mostly a problem of dual incontinence Tijdschrift voor Incontinence in the frail elderly report from the #th International Consultation on <PERSOON> J, et al Frailty in older adults evidence for a phenotype <PERSOON> CG Preventie in de zorg Themarapport Volksgezondheid [#] <PERSOON> RL, Furner SE Risk factors for the development of fecal and urinary incontinence in Wisconsin nursing home residents Maturitas [#] Holroyd-Leduc JM, Mehta KM, Covinsky KE Urinary incontinence and its association with death, nursing home admission, and functional [#] Schnelle JF, Alessi CA, Simmons SF, Al-<PERSOON> JC, Ouslander JG Translating clinical research into practice a randomized controlled trial of exercise and incontinence care with nursing home residents <PERSOON> incontinence in disabled elderly women a randomized clinical trial on the effect of training mobility and toileting skills to achieve independent toileting <PERSOON> S, <PERSOON> A, et al Aging with multimorbidity a systematic review of the literature [##] <PERSOON-##> H, et al Richtlijnen en multimorbiditeit bij ouderen tussen algemene adviezen en individueel maatwerk; een rapport in opdracht van de Regieraad Kwaliteit van Zorg CBO, <LOCATIE> ###.
| 545 | nvog |
#th International Consultation on <PERSOON> J, et al Frailty in older adults evidence for a phenotype <PERSOON> CG Preventie in de zorg Themarapport Volksgezondheid [#] <PERSOON> RL, Furner SE Risk factors for the development of fecal and urinary incontinence in Wisconsin nursing home residents Maturitas [#] Holroyd-Leduc JM, Mehta KM, Covinsky KE Urinary incontinence and its association with death, nursing home admission, and functional [#] Schnelle JF, Alessi CA, Simmons SF, Al-<PERSOON> JC, Ouslander JG Translating clinical research into practice a randomized controlled trial of exercise and incontinence care with nursing home residents <PERSOON> incontinence in disabled elderly women a randomized clinical trial on the effect of training mobility and toileting skills to achieve independent toileting <PERSOON> S, <PERSOON> A, et al Aging with multimorbidity a systematic review of the literature [##] <PERSOON> H, et al Richtlijnen en multimorbiditeit bij ouderen tussen algemene adviezen en individueel maatwerk; een rapport in opdracht van de Regieraad Kwaliteit van Zorg CBO, <LOCATIE> ### Effect of fesoterodine in vulnerable elderly subjects with urgency incontinence a double-blind, placebo controlled trial <PERSOON> V, <PERSOON-##> CE Long-term safety, tolerability and efficacy of flexible-dose fesoterodine in elderly patients with overactive bladder Open-label extension of the SOFIA trial <PERSOON-##> MM, Derijks HJ, van <LOCATIE> RJ Detection of inappropriate medication use in the elderly; will the STOPP and START criteria become the new Dutch standards? <PERSOON-##> updated <PERSOON-##> Criteria for potentially [##] <PERSOON-##> CS, Grady JN, et al Burden of illness score for elderly persons risk adjustment incorporating the cumulative impact of diseases, physiologic abnormalities, and functional impairments Med Care ###;## ##-## [##] Verenso Richtlijn Blaaskatheters, langdurige blaaskatheterisatie bij patiënten met complexe multicomorbiditeit <LOCATIE>, ### [##] <PERSOON-##> co-occurrence of chronic diseases and geriatric syndromes the health and retirement study [##] <PERSOON-##> A, et al A call to incorporate the prevention and [##] Hirayama F, <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> incontinence in men with chronic obstructive pulmonary disease [##] <PERSOON-##> JJ, <PERSOON-##> MC, Oelke M.
| 538 | nvog |
incontinence a double-blind, placebo controlled trial <PERSOON> V, <PERSOON> CE Long-term safety, tolerability and efficacy of flexible-dose fesoterodine in elderly patients with overactive bladder Open-label extension of the SOFIA trial <PERSOON> MM, Derijks HJ, van <LOCATIE> RJ Detection of inappropriate medication use in the elderly; will the STOPP and START criteria become the new Dutch standards? <PERSOON> updated <PERSOON> Criteria for potentially [##] <PERSOON> CS, Grady JN, et al Burden of illness score for elderly persons risk adjustment incorporating the cumulative impact of diseases, physiologic abnormalities, and functional impairments Med Care ###;## ##-## [##] Verenso Richtlijn Blaaskatheters, langdurige blaaskatheterisatie bij patiënten met complexe multicomorbiditeit <LOCATIE>, ### [##] <PERSOON> co-occurrence of chronic diseases and geriatric syndromes the health and retirement study [##] <PERSOON> A, et al A call to incorporate the prevention and [##] Hirayama F, <PERSOON> K, <PERSOON-##> incontinence in men with chronic obstructive pulmonary disease [##] <PERSOON-##> JJ, <PERSOON-##> MC, Oelke M systematic review of the [##] Tomlinson BU, Dougherty MC, Pendergast JF, Boyington AR, Coffman MA, Pickens SM Dietary caffeine, fluid intake and urinary incontinence in older rural women <PERSOON-##> ###;## <DATUM> [##] <PERSOON-##> of multidimensional exercises for the treatment of stress urinary incontinence in elderly [##] <PERSOON-##> effects of multidimensional exercise on functional decline, urinary incontinence, and fear of falling in community-dwelling elderly women with multiple symptoms of geriatric syndrome a randomized controlled and #-month follow-up trial [##] <PERSOON-##> JW, et al A controlled trial of an intervention to improve urinary and fecal [##] <PERSOON-##> NK, <PERSOON-##> training and <PERSOON-##> exercises for women with urinary complaints living in a rest home [##] <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> MP Incontinence improves in older women after intensive pelvic floor muscle training an [##] Flanagan L, Roe B, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> C, et al Systematic review of care intervention studies for the management of [##] <PERSOON-##> J, et al Rehabilitation for older people in long-term care Cochrane Database [##] Fink HA, <PERSOON-##> JW, Rutks <PERSOON-##> TJ Treatment interventions in nursing home residents with urinary incontinence.
| 603 | nvog |
systematic review of the [##] Tomlinson BU, Dougherty MC, Pendergast JF, Boyington AR, Coffman MA, Pickens SM Dietary caffeine, fluid intake and urinary incontinence in older rural women <PERSOON> ###;## <DATUM> [##] <PERSOON> of multidimensional exercises for the treatment of stress urinary incontinence in elderly [##] <PERSOON> effects of multidimensional exercise on functional decline, urinary incontinence, and fear of falling in community-dwelling elderly women with multiple symptoms of geriatric syndrome a randomized controlled and #-month follow-up trial [##] <PERSOON> JW, et al A controlled trial of an intervention to improve urinary and fecal [##] <PERSOON> NK, <PERSOON> training and <PERSOON> exercises for women with urinary complaints living in a rest home [##] <PERSOON> M, <PERSOON> MP Incontinence improves in older women after intensive pelvic floor muscle training an [##] Flanagan L, Roe B, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> C, et al Systematic review of care intervention studies for the management of [##] <PERSOON-##> J, et al Rehabilitation for older people in long-term care Cochrane Database [##] Fink HA, <PERSOON-##> JW, Rutks <PERSOON-##> TJ Treatment interventions in nursing home residents with urinary incontinence [##] McFall SL, Yerkes AM, Cowan LD Outcomes of a small group educational intervention for urinary incontinence health-related quality of life [##] <PERSOON-##> electrical stimulation of the pelvic floor a randomized feasibility study in urinary incontinent elderly women <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> KM Secondary changes in bowel function after successful treatment of voiding [##] <PERSOON-##> AM, Touchon J, <PERSOON-##> K Non-degenerative mild cognitive impairment in elderly people and use of [##] <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> R A systematic review of amnestic and non-amnestic mild cognitive impairment induced by anticholinergic, antihistamine, GABAergic and opioid drugs <PERSOON-##> review and meta-analysis do clinical trials testing antimuscarinic agents for overactive bladder adequately measure central nervous system adverse events? <PERSOON-##> Soc ###;## ###<DATUM> [##] Chou FH, <PERSOON-##> CH, Chir MB, Linsenmeyer TA Normal ranges of variability for urodynamic studies of neurogenic bladders in spinal cord injury [##] <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> M, et al Differential effects of the antimuscarinic agents darifenacin and.
| 589 | nvog |
McFall SL, Yerkes AM, Cowan LD Outcomes of a small group educational intervention for urinary incontinence health-related quality of life [##] <PERSOON> electrical stimulation of the pelvic floor a randomized feasibility study in urinary incontinent elderly women <PERSOON> JA, <PERSOON> KM Secondary changes in bowel function after successful treatment of voiding [##] <PERSOON> AM, Touchon J, <PERSOON> K Non-degenerative mild cognitive impairment in elderly people and use of [##] <PERSOON> J, <PERSOON> R A systematic review of amnestic and non-amnestic mild cognitive impairment induced by anticholinergic, antihistamine, GABAergic and opioid drugs <PERSOON> review and meta-analysis do clinical trials testing antimuscarinic agents for overactive bladder adequately measure central nervous system adverse events? <PERSOON> Soc ###;## ###<DATUM> [##] Chou FH, <PERSOON-##> CH, Chir MB, Linsenmeyer TA Normal ranges of variability for urodynamic studies of neurogenic bladders in spinal cord injury [##] <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> M, et al Differential effects of the antimuscarinic agents darifenacin and Trospium and cognition in patients with late onset Alzheimer disease <PERSOON-##> TM, Bachmann LM, Minder <PERSOON-##> HJ, et al Adverse event assessment of antimuscarinics for treating overactive bladder a network meta-analytic approach PLoS One ###;# e### [##] Wesnes KA, <PERSOON-##> pilot study assessing the risk of cognitive impairment or sedation in the elderly following single doses of solifenacin ## mg Expert Opin Drug Saf ###;<DATUM> ## [##] Wagg A, <PERSOON-##>, multicentre, placebo-controlled, double-blind crossover study investigating the effect of solifenacin and oxybutynin in elderly people with mild cognitive impairment the SENIOR study Eur Urol ###;## ##-## [##] Lackner TE, Wyman JF, McCarthy TC, Monigold M, <PERSOON-##>, placebo-controlled trial of the cognitive effect, safety, and tolerability of oral extended-release oxybutynin in cognitively impaired nursing home residents with urge urinary incontinence <PERSOON> Soc [##] Lackner TE, Wyman JF, McCarthy TC, Monigold M, <PERSOON-##> of oral extended-release oxybutynin in cognitively impaired older nursing home residents with urge urinary incontinence a randomized placebo-controlled trial <PERSOON-##> Dir Assoc ###;<DATUM> ## [##] Minassian VA, <PERSOON-##> D, Al-<PERSOON-##> A, et al Randomized trial of oxybutynin extended versus immediate release for women aged ## and older with overactive bladder.
| 600 | nvog |
with late onset Alzheimer disease <PERSOON> TM, Bachmann LM, Minder <PERSOON> HJ, et al Adverse event assessment of antimuscarinics for treating overactive bladder a network meta-analytic approach PLoS One ###;# e### [##] Wesnes KA, <PERSOON> pilot study assessing the risk of cognitive impairment or sedation in the elderly following single doses of solifenacin ## mg Expert Opin Drug Saf ###;<DATUM> ## [##] Wagg A, <PERSOON>, multicentre, placebo-controlled, double-blind crossover study investigating the effect of solifenacin and oxybutynin in elderly people with mild cognitive impairment the SENIOR study Eur Urol ###;## ##-## [##] Lackner TE, Wyman JF, McCarthy TC, Monigold M, <PERSOON>, placebo-controlled trial of the cognitive effect, safety, and tolerability of oral extended-release oxybutynin in cognitively impaired nursing home residents with urge urinary incontinence <PERSOON> Soc [##] Lackner TE, Wyman JF, McCarthy TC, Monigold M, <PERSOON> of oral extended-release oxybutynin in cognitively impaired older nursing home residents with urge urinary incontinence a randomized placebo-controlled trial <PERSOON> Dir Assoc ###;<DATUM> ## [##] Minassian VA, <PERSOON> D, Al-<PERSOON-##> A, et al Randomized trial of oxybutynin extended versus immediate release for women aged ## and older with overactive bladder <PERSOON-##> KM, <PERSOON-##> J,#rd, <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> LP Dual use of bladder anticholinergics and cholinesterase inhibitors long-term [##] <PERSOON-##> and tolerability of solifenacin in elderly subjects with overactive bladder syndrome a pooled [##] Zinner N, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> of solifenacin on quality of life, medical care use, work productivity, and health utility in the elderly an exploratory subgroup analysis <PERSOON-##> efficacy and safety of tolterodine compared to oxybutynin and placebo in patients with overactive bladder <PERSOON-##> ###;<DATUM> # [##] <PERSOON-##> gender or age affect the efficacy and safety of tolterodine? <PERSOON-##> SL Efficacy, safety, and tolerability of extended-release once-daily tolterodine treatment for overactive [##] <PERSOON-##> P, et al Clinical efficacy and safety of tolterodine compared to placebo in detrusor [##] <PERSOON-##> DA Retrospective evaluation of outcomes in patients with overactive bladder receiving [##] <PERSOON-##> treatment of patients )or= ## years with overactive bladder results of a.
| 601 | nvog |
###;<DATUM> ## [##] Sink KM, <PERSOON> J,#rd, <PERSOON> H, <PERSOON> LP Dual use of bladder anticholinergics and cholinesterase inhibitors long-term [##] <PERSOON> and tolerability of solifenacin in elderly subjects with overactive bladder syndrome a pooled [##] Zinner N, <PERSOON> L, <PERSOON> of solifenacin on quality of life, medical care use, work productivity, and health utility in the elderly an exploratory subgroup analysis <PERSOON> efficacy and safety of tolterodine compared to oxybutynin and placebo in patients with overactive bladder <PERSOON> ###;<DATUM> # [##] <PERSOON> gender or age affect the efficacy and safety of tolterodine? <PERSOON-##> SL Efficacy, safety, and tolerability of extended-release once-daily tolterodine treatment for overactive [##] <PERSOON-##> P, et al Clinical efficacy and safety of tolterodine compared to placebo in detrusor [##] <PERSOON-##> DA Retrospective evaluation of outcomes in patients with overactive bladder receiving [##] <PERSOON-##> treatment of patients )or= ## years with overactive bladder results of a Assessment of cognitive function of the elderly population effects of darifenacin <PERSOON-##> # [##] DuBeau CE, Morrow JD, Kraus SR, Creanga D, <LOCATIE>T Efficacy> and tolerability of fesoterodine versus tolterodine in older and younger subjects with overactive bladder a post hoc, pooled analysis from two placebo-controlled trials <PERSOON-##> SR, Ruiz-Cerda JL, Martire D, <PERSOON-##> JT, Wagg AS Efficacy and tolerability of fesoterodine in older and younger subjects with [##] <PERSOON-##> S Long-term safety, tolerability and efficacy of fesoterodine in subjects [##] <PERSOON-##> A, et al Evaluation of cognitive function in healthy older subjects treated with [##] <PERSOON-##> of cognitive impairment with antimuscarinic agents in elderly patients with overactive bladder [##] <PERSOON-##> of anticholinergics on the aging brain a review and practical application [##] <PERSOON-##> I, et al <PERSOON-##> cognitive impact of anticholinergics a clinical review <PERSOON-##> M Long-term anticholinergic use and the aging brain <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> K, et al.
| 541 | nvog |
Perioperatief voedingsbeleid - <LOCATIE> - Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Deze richtlijn is opgesteld door een daartoe geïnstalleerde werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde met methodologische ondersteuning van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO De richtlijn wordt vervolgens vastgesteld in de algemene ledenvergadering De richtlijn vertegenwoordigt de geldende professionele standaard ten tijde van de opstelling van de De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn De toepasbaarheid en de toepassing van de richtlijnen in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de behandelend arts Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de HOOFDSTUK # HET BEPALEN VAN DE VOEDINGSTOESTAND EN HET SCREENEN <DATUM> Parameters voor het bepalen van de voedingstoestand <DATUM> # Bepalen van de pre-operatieve voedingstoestand en het screenen op ondervoeding bij <DATUM> Direct perioperatief voedingsbeleid bij kinderen ### <PERSOON>, anesthesioloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, technisch voorzitter <PERSOON>, hoogleraar chirurgie, VUMC, <LOCATIE>, inhoudelijk <PERSOON>, senior adviseur, CBO, <LOCATIE>, secretaris <PERSOON>, diëtiste, <PERSOON>, agios Heelkunde, <PERSOON> Ziekenhuis, <PERSOON>, chirurg, <INSTELLING>, <LOCATIE>, voorzitter NESPEN <PERSOON>, diëtiste, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON>, chirurg, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, kinderanesthesioloog/ -intensivist, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, chirurg, <PERSOON-##> Ziekenhuis, <LOCATIE> <PERSOON-##>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE> Mevr <PERSOON-##>, gynaecoloog, <PERSOON-##>, kinderchirurg, <PERSOON-##>, anesthesioloog/ intensivist, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, adviseur, CBO, <LOCATIE> <PERSOON-##>.
| 563 | nvog |
het screenen op ondervoeding bij <DATUM> Direct perioperatief voedingsbeleid bij kinderen ### <PERSOON>, anesthesioloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, technisch voorzitter <PERSOON>, hoogleraar chirurgie, VUMC, <LOCATIE>, inhoudelijk <PERSOON>, senior adviseur, CBO, <LOCATIE>, secretaris <PERSOON>, diëtiste, <PERSOON>, agios Heelkunde, <PERSOON> Ziekenhuis, <PERSOON>, chirurg, <INSTELLING>, <LOCATIE>, voorzitter NESPEN <PERSOON>, diëtiste, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON>, chirurg, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, kinderanesthesioloog/ -intensivist, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, chirurg, <PERSOON-##> Ziekenhuis, <LOCATIE> <PERSOON-##>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE> Mevr <PERSOON-##>, gynaecoloog, <PERSOON-##>, kinderchirurg, <PERSOON-##>, anesthesioloog/ intensivist, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, adviseur, CBO, <LOCATIE> <PERSOON-##>, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, kinderarts, <PERSOON-##> <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE> Jaarlijks worden in <LOCATIE> ongeveer #,# miljoen patiënten geopereerd Operaties variëren in zwaarte en duur Patiënten die geopereerd worden, variëren zowel in leeftijd als in gezondheid Vooral oudere patiënten blijken veel co-morbiditeit te hebben zoals bijvoorbeeld cardiovasculaire, respiratoire en of endocriene afwijkingen Iedere chirurgische ingreep zorgt in zekere mate voor een verstoring van de homeostase De mate van verstoring wordt enerzijds bepaald door de gezondheidstoestand van de patiënt en In ziekenhuizen is ondervoeding een ernstig bijkomend probleem met een internationale prevalentie van tussen de # en ##% (Baldwin, ###; Bozzetti, ###) Patiënten met een maligniteit hebben de grootste kans op het ontwikkelen van ondervoeding (Bozzetti, ###) Ondervoeding wordt veroorzaakt door onvoldoende intake van nutriënten maar kan tevens het gevolg zijn van een gestoorde assimilatie of absorptie van voedingstoffen (GallagherAllred, ###) De negatieve effecten van ondervoeding vertalen zich in een toename in Gallagher-Allred, ###; Smedley, ###) Het vastleggen van de voedingstatus van patiënten alleen is niet voldoende Patiëntuitkomsten kunnen alleen worden verbeterd indien observaties worden gevolgd door adequate interventies Vroegtijdig vaststellen van de voedingstatus van patiënten gevolgd door adequate interventies worden gezien als van de voedingstatus van patiënten is een van de maatregelen om het aantal in het ziekenhuis opgelopen infecties te kunnen terugdringen Het belang hiervan zal alleen maar.
| 619 | nvog |
<PERSOON>, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON>, kinderarts, <PERSOON> <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE> Jaarlijks worden in <LOCATIE> ongeveer #,# miljoen patiënten geopereerd Operaties variëren in zwaarte en duur Patiënten die geopereerd worden, variëren zowel in leeftijd als in gezondheid Vooral oudere patiënten blijken veel co-morbiditeit te hebben zoals bijvoorbeeld cardiovasculaire, respiratoire en of endocriene afwijkingen Iedere chirurgische ingreep zorgt in zekere mate voor een verstoring van de homeostase De mate van verstoring wordt enerzijds bepaald door de gezondheidstoestand van de patiënt en In ziekenhuizen is ondervoeding een ernstig bijkomend probleem met een internationale prevalentie van tussen de # en ##% (Baldwin, ###; Bozzetti, ###) Patiënten met een maligniteit hebben de grootste kans op het ontwikkelen van ondervoeding (Bozzetti, ###) Ondervoeding wordt veroorzaakt door onvoldoende intake van nutriënten maar kan tevens het gevolg zijn van een gestoorde assimilatie of absorptie van voedingstoffen (GallagherAllred, ###) De negatieve effecten van ondervoeding vertalen zich in een toename in Gallagher-Allred, ###; Smedley, ###) Het vastleggen van de voedingstatus van patiënten alleen is niet voldoende Patiëntuitkomsten kunnen alleen worden verbeterd indien observaties worden gevolgd door adequate interventies Vroegtijdig vaststellen van de voedingstatus van patiënten gevolgd door adequate interventies worden gezien als van de voedingstatus van patiënten is een van de maatregelen om het aantal in het ziekenhuis opgelopen infecties te kunnen terugdringen Het belang hiervan zal alleen maar Voeding is een belangrijk onderdeel van de totale zorg voor de chirurgische patiënt Als gevolg van ziekteactiviteit en/of de operatieve ingreep zelf kan, door een verminderde voedselinname, verminderde absorptie, grote verliezen en/of een verhoogde behoefte aan voedingsstoffen, de voedingstoestand snel achteruitgaan In deze situaties zijn de reserves, welke van belang zijn bij de postoperatieve herstelfase na een chirurgische ingreep onvoldoende of niet aanwezig, waardoor de kans op postoperatieve complicaties toeneemt Het pre-operatief in kaart brengen van de voedingstoestand, in relatie tot de voorgenomen ingreep is van belang om zo nodig in de preoperatieve fase de voedingstoestand te optimaliseren met als doel de kans op postoperatieve morbiditeit te verkleinen Het is van groot belang risicopatiënten te selecteren, zodat adequate voedingstherapie tijdig kan Een gerichte screening helpt ondervoeding op te sporen en bepaalt (mede) of voedingsinterventie geïndiceerd is Na de meeste operaties kan voeding per os snel worden hervat en in korte tijd worden opgebouwd tot volwaardige voeding Echter, na grote operaties kan de periode gedurende welke de patiënt zichzelf niet of onvoldoende kan voeden aanzienlijk langer zijn In deze situaties is het van belang dat de patiënt optimaal gevoed wordt om het herstel van het lichaam voorspoedig te laten verlopen De diëtist kan een belangrijke taak hebben in de zorg voor voeding van de chirurgische patiënt, zowel voor als na de operatie De richtlijn is opgedeeld in diverse compartimenten Allereerst wordt het begrip voeden belicht waarbij basale begrippen gedefinieerd worden Met betrekking tot de pre-operatieve.
| 599 | nvog |
is een belangrijk onderdeel van de totale zorg voor de chirurgische patiënt Als gevolg van ziekteactiviteit en/of de operatieve ingreep zelf kan, door een verminderde voedselinname, verminderde absorptie, grote verliezen en/of een verhoogde behoefte aan voedingsstoffen, de voedingstoestand snel achteruitgaan In deze situaties zijn de reserves, welke van belang zijn bij de postoperatieve herstelfase na een chirurgische ingreep onvoldoende of niet aanwezig, waardoor de kans op postoperatieve complicaties toeneemt Het pre-operatief in kaart brengen van de voedingstoestand, in relatie tot de voorgenomen ingreep is van belang om zo nodig in de preoperatieve fase de voedingstoestand te optimaliseren met als doel de kans op postoperatieve morbiditeit te verkleinen Het is van groot belang risicopatiënten te selecteren, zodat adequate voedingstherapie tijdig kan Een gerichte screening helpt ondervoeding op te sporen en bepaalt (mede) of voedingsinterventie geïndiceerd is Na de meeste operaties kan voeding per os snel worden hervat en in korte tijd worden opgebouwd tot volwaardige voeding Echter, na grote operaties kan de periode gedurende welke de patiënt zichzelf niet of onvoldoende kan voeden aanzienlijk langer zijn In deze situaties is het van belang dat de patiënt optimaal gevoed wordt om het herstel van het lichaam voorspoedig te laten verlopen De diëtist kan een belangrijke taak hebben in de zorg voor voeding van de chirurgische patiënt, zowel voor als na de operatie De richtlijn is opgedeeld in diverse compartimenten Allereerst wordt het begrip voeden belicht waarbij basale begrippen gedefinieerd worden Met betrekking tot de pre-operatieve Het nuchter beleid, het starten van postoperatieve voeding op zowel verpleegafdelingen alsmede de intensive care wordt in hoofdstuk # behandeld Omdat het kind zowel voeding nodig heeft voor basale functies maar ook voor de opbouw/groei van het lichaam wordt deze categorie patiënten separaat behandeld Deze richtlijn bevat aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering rondom de voeding van patiënten die een operatieve ingreep moeten ondergaan De reikwijdte van de richtlijn beperkt zich tot de algemene praktijkvoering Obesitas, bijzondere metabole afwijkingen of zeldzame aandoeningen worden in De aanbevelingen in de richtlijn berusten zoveel mogelijk op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek (âevidence-basedâ) en aansluitende meningsvorming en zijn gericht op het De richtlijn is bedoeld voor alle zorgverleners die bij de behandeling van chirurgische Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij een tekort (of disbalans) van energie, eiwit en andere voedingsstoffen t g v ziekte leidt tot meetbare nadelige effecten op Onbedoeld gewichtsverlies ) ##% in zes maanden of ) dan #% in de laatste maand Orale voeding het via de mond, op natuurlijke weg, aanleveren van voedingsstoffen Enterale voeding het, met behulp van een sonde, aanleveren van voedingsstoffen via Parenterale voeding het aanleveren van voedingsstoffen langs intraveneuze weg Kunstvoeding dieetvoeding voor medisch gebruik Onder dieetvoeding voor medisch gebruik worden producten verstaan die vallen onder de Warenwetregeling dieetvoeding voor medisch gebruik, artikel #b Het gaat omâeen categorie speciaal bewerkte of samengestelde producten voor bijzondere voeding die door patiënten als dieetvoeding onder medisch Dieetadviezen.
| 565 | nvog |
nuchter beleid, het starten van postoperatieve voeding op zowel verpleegafdelingen alsmede de intensive care wordt in hoofdstuk # behandeld Omdat het kind zowel voeding nodig heeft voor basale functies maar ook voor de opbouw/groei van het lichaam wordt deze categorie patiënten separaat behandeld Deze richtlijn bevat aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering rondom de voeding van patiënten die een operatieve ingreep moeten ondergaan De reikwijdte van de richtlijn beperkt zich tot de algemene praktijkvoering Obesitas, bijzondere metabole afwijkingen of zeldzame aandoeningen worden in De aanbevelingen in de richtlijn berusten zoveel mogelijk op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek (âevidence-basedâ) en aansluitende meningsvorming en zijn gericht op het De richtlijn is bedoeld voor alle zorgverleners die bij de behandeling van chirurgische Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij een tekort (of disbalans) van energie, eiwit en andere voedingsstoffen t g v ziekte leidt tot meetbare nadelige effecten op Onbedoeld gewichtsverlies ) ##% in zes maanden of ) dan #% in de laatste maand Orale voeding het via de mond, op natuurlijke weg, aanleveren van voedingsstoffen Enterale voeding het, met behulp van een sonde, aanleveren van voedingsstoffen via Parenterale voeding het aanleveren van voedingsstoffen langs intraveneuze weg Kunstvoeding dieetvoeding voor medisch gebruik Onder dieetvoeding voor medisch gebruik worden producten verstaan die vallen onder de Warenwetregeling dieetvoeding voor medisch gebruik, artikel #b Het gaat omâeen categorie speciaal bewerkte of samengestelde producten voor bijzondere voeding die door patiënten als dieetvoeding onder medisch Dieetadviezen onder andere de aanbevolen dagelijkse behoefte aan calorieën en eiwitten het verschaffen van voldoende exogene energie voornamelijk bij afgenomen energievoorraden De periode van indicatie voor operatie, de periode van de ingreep zelf en het daarop volgende tijdsbestek tot ontslag van de patiënt uit het ziekenhuis Tijdens het ontwikkelen van de richtlijn zijn de volgende vragen beantwoord Wat is de beste (betrouwbaarste, hanteerbaarste) screeningsmethode voor voedingstoestand? Zijn er specifieke risicogroepen, in welke fasen dient screening plaats te Wanneer moet worden gestart met het optimaliseren van de pre-operatieve voedingstoestand? Moeten patiënten nuchter zijn voor operatie en zo ja, hoe lang van tevoren? Wanneer moet bij patiënten op een standaard verpleegafdeling worden gestart met het Wanneer moet bij patiënten op een ICU worden gestart met het optimaliseren van de Deze vragen (met uitzondering van vraag #) worden voor zowel volwassenen als kinderen Het initiatief voor het opstellen van deze richtlijn werd genomen door de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO is verzocht om een werkgroep samen te stellen uit de geledingen van de wetenschappelijke verenigingen en het proces verder te ondersteunen Na afbakening van het onderwerp en een knelpuntenanalyse zijn uitgangsvragen opgesteld waarvan de beantwoording werd verdeeld onder een drietal subwerkRichtlijn Perioperatief voedingsbeleid groepen De drie subgroepen hebben ieder een bepaald deel van het traject onderzocht Bij het samenstellen van de werkgroep is zoveel mogelijk rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en een evenredige vertegenwoordiging van.
| 558 | nvog |
dagelijkse behoefte aan calorieën en eiwitten het verschaffen van voldoende exogene energie voornamelijk bij afgenomen energievoorraden De periode van indicatie voor operatie, de periode van de ingreep zelf en het daarop volgende tijdsbestek tot ontslag van de patiënt uit het ziekenhuis Tijdens het ontwikkelen van de richtlijn zijn de volgende vragen beantwoord Wat is de beste (betrouwbaarste, hanteerbaarste) screeningsmethode voor voedingstoestand? Zijn er specifieke risicogroepen, in welke fasen dient screening plaats te Wanneer moet worden gestart met het optimaliseren van de pre-operatieve voedingstoestand? Moeten patiënten nuchter zijn voor operatie en zo ja, hoe lang van tevoren? Wanneer moet bij patiënten op een standaard verpleegafdeling worden gestart met het Wanneer moet bij patiënten op een ICU worden gestart met het optimaliseren van de Deze vragen (met uitzondering van vraag #) worden voor zowel volwassenen als kinderen Het initiatief voor het opstellen van deze richtlijn werd genomen door de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO is verzocht om een werkgroep samen te stellen uit de geledingen van de wetenschappelijke verenigingen en het proces verder te ondersteunen Na afbakening van het onderwerp en een knelpuntenanalyse zijn uitgangsvragen opgesteld waarvan de beantwoording werd verdeeld onder een drietal subwerkRichtlijn Perioperatief voedingsbeleid groepen De drie subgroepen hebben ieder een bepaald deel van het traject onderzocht Bij het samenstellen van de werkgroep is zoveel mogelijk rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en een evenredige vertegenwoordiging van De werkgroep werkte gedurende #,<LEEFTIJD> jaar (## vergaderingen) aan de totstandkoming van de conceptrichtlijn De aanbevelingen van deze richtlijn zijn voor zover mogelijk gebaseerd op bewijs uit gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek Dit houdt in dat iedere aanbeveling bij voorkeur is onderbouwd met uitspraken op basis van een systematische literatuuranalyse Tevens zijn de hardheid en de kracht van het wetenschappelijk bewijs zichtbaar gemaakt De werkgroepleden schreven een paragraaf of hoofdstuk voor de conceptrichtlijn, waarin de beoordeelde literatuur werd verwerkt Tijdens vergaderingen lichtten zij hun teksten toe, De uiteindelijke teksten vormen samen de conceptrichtlijn die voorjaar ### aan alle zoekacties in de databases van Cochrane, Medline en Embase Er werd gezocht tussen ### en ### Relevante publicaties van buiten deze termijn werden door de werkgroepleden toegevoegd Ook werden buitenlandse richtlijnen geraadpleegd Na selectie werden deze door de leden beoordeeld op de kwaliteit Aan de hand van criteria werden de artikelen beoordeeld naar mate van bewijs De geselecteerde artikelen zijn vervolgens door de werkgroepleden beoordeeld op kwaliteit van het onderzoek en gegradeerd naar mate van bewijs Hierbij is Tabel # Indeling van de literatuur naar de mate van bewijskracht A# systematische reviews die tenminste enkele onderzoeken van A#-niveau betreffen, A# gerandomiseerd vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit (gerandomiseerde, dubbelblind gecontroleerde trials) van voldoende omvang en consistentie; gerandomiseerde klinische trials van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of ander A# onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten bij een prospectief gevolgde goed gedefinieerde patiëntengroep met een tevoren gedefinieerd beleid op.
| 562 | nvog |
jaar (## vergaderingen) aan de totstandkoming van de conceptrichtlijn De aanbevelingen van deze richtlijn zijn voor zover mogelijk gebaseerd op bewijs uit gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek Dit houdt in dat iedere aanbeveling bij voorkeur is onderbouwd met uitspraken op basis van een systematische literatuuranalyse Tevens zijn de hardheid en de kracht van het wetenschappelijk bewijs zichtbaar gemaakt De werkgroepleden schreven een paragraaf of hoofdstuk voor de conceptrichtlijn, waarin de beoordeelde literatuur werd verwerkt Tijdens vergaderingen lichtten zij hun teksten toe, De uiteindelijke teksten vormen samen de conceptrichtlijn die voorjaar ### aan alle zoekacties in de databases van Cochrane, Medline en Embase Er werd gezocht tussen ### en ### Relevante publicaties van buiten deze termijn werden door de werkgroepleden toegevoegd Ook werden buitenlandse richtlijnen geraadpleegd Na selectie werden deze door de leden beoordeeld op de kwaliteit Aan de hand van criteria werden de artikelen beoordeeld naar mate van bewijs De geselecteerde artikelen zijn vervolgens door de werkgroepleden beoordeeld op kwaliteit van het onderzoek en gegradeerd naar mate van bewijs Hierbij is Tabel # Indeling van de literatuur naar de mate van bewijskracht A# systematische reviews die tenminste enkele onderzoeken van A#-niveau betreffen, A# gerandomiseerd vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit (gerandomiseerde, dubbelblind gecontroleerde trials) van voldoende omvang en consistentie; gerandomiseerde klinische trials van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of ander A# onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten bij een prospectief gevolgde goed gedefinieerde patiëntengroep met een tevoren gedefinieerd beleid op effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten, waarbij resultaten van onderzoek van A#-niveau als basis worden gebruikt en voldoende rekening wordt gehouden met A# onderzoek ten opzichte van een referentietest, waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor een referentietest, met een goede beschrijving van de test en de onderzochte klinische populatie; het moet een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, er moet gebruikgemaakt zijn van tevoren gedefinieerde afkapwaarden en de resultaten van de waarbij multipele, diagnostische tests een rol spelen, is er in principe een onderlinge afhankelijkheid en dient de analyse hierop te zijn aangepast, bijvoorbeeld met vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en populatie, maar niet de kenmerken die verder onder niveau A staan genoemd; # systematische review (A#) of tenminste # onafhankelijk van elkaar uitgevoerde tenminste # onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B # onderzoek van niveau A# of B of onderzoek van niveau C het kopje âwetenschappelijke onderbouwingâ Het wetenschappelijk bewijs is vervolgens kort samengevat in een conclusie De meest belangrijke literatuur waarop deze conclusie is gebaseerd staat bij de conclusie vermeld, inclusief de mate van bewijs Voor het komen tot een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijk bewijs vaak nog andere aspecten van belang, bijvoorbeeld patiëntenvoorkeuren, kosten, beschikbaarheid (in verschillende echelons) of organisatorische aspecten Deze aspecten worden vermeld onder het kopje âoverige overwegingenâ De aanbeveling is het resultaat van het beschikbare Het volgen van deze procedure verhoogt de transparantie van de richtlijn Het biedt ruimte.
| 579 | nvog |
diagnostiek op klinische uitkomsten, waarbij resultaten van onderzoek van A#-niveau als basis worden gebruikt en voldoende rekening wordt gehouden met A# onderzoek ten opzichte van een referentietest, waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor een referentietest, met een goede beschrijving van de test en de onderzochte klinische populatie; het moet een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, er moet gebruikgemaakt zijn van tevoren gedefinieerde afkapwaarden en de resultaten van de waarbij multipele, diagnostische tests een rol spelen, is er in principe een onderlinge afhankelijkheid en dient de analyse hierop te zijn aangepast, bijvoorbeeld met vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en populatie, maar niet de kenmerken die verder onder niveau A staan genoemd; # systematische review (A#) of tenminste # onafhankelijk van elkaar uitgevoerde tenminste # onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B # onderzoek van niveau A# of B of onderzoek van niveau C het kopje âwetenschappelijke onderbouwingâ Het wetenschappelijk bewijs is vervolgens kort samengevat in een conclusie De meest belangrijke literatuur waarop deze conclusie is gebaseerd staat bij de conclusie vermeld, inclusief de mate van bewijs Voor het komen tot een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijk bewijs vaak nog andere aspecten van belang, bijvoorbeeld patiëntenvoorkeuren, kosten, beschikbaarheid (in verschillende echelons) of organisatorische aspecten Deze aspecten worden vermeld onder het kopje âoverige overwegingenâ De aanbeveling is het resultaat van het beschikbare Het volgen van deze procedure verhoogt de transparantie van de richtlijn Het biedt ruimte De richtlijn is zorgvuldig opgesteld en geeft de huidige wetenschappelijke kennis weer rondom de perioperatieve voeding Zorgverleners die verantwoordelijk zijn voor patiënten die het perioperatief proces doorlopen, wordt geadviseerd deze richtlijn te implementeren in de dagelijkse zorg Op lokaal niveau kan gebruik worden gemaakt van protocollen Naast de richtlijn is een aantal indicatoren beschikbaar op het gebied van voeding Een indicator is een meetbaar kenmerk van de gezondheidszorg met een signaalfunctie voor (een aspect van) de kwaliteit van zorg Indicatoren maken het de zorgverleners mogelijk om te meten of zij de gewenste zorg leveren en om onderwerpen voor verbeteringen te identificeren Ten eerste heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg in haar set basisindicatoren het screenen op ondervoeding opgenomen Ten tweede is een set indicatoren beschikbaar vanuit het Doorbraakproject Perioperatieve zorg Deze indicatorenset meet naast de voedingstoestand nog een aantal andere relevante aspecten, zoals sondegebruik en nuchterbeleid Informtie over deze indicatoren kan worden gevonden op respectievelijk De richtlijn is/wordt verspreid onder [ziekenhuizen en â¦etc] Daarnaast is/wordt er een samenvatting van de richtlijn ter publicatie aangeboden aan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en wordt de richtlijn uitgegeven in een uitgave van Elsevier Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op âevidenceâ gebaseerde inzichten en patiëntâ, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zonodig afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, zelfs noodzakelijk Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd en.
| 571 | nvog |
richtlijn is zorgvuldig opgesteld en geeft de huidige wetenschappelijke kennis weer rondom de perioperatieve voeding Zorgverleners die verantwoordelijk zijn voor patiënten die het perioperatief proces doorlopen, wordt geadviseerd deze richtlijn te implementeren in de dagelijkse zorg Op lokaal niveau kan gebruik worden gemaakt van protocollen Naast de richtlijn is een aantal indicatoren beschikbaar op het gebied van voeding Een indicator is een meetbaar kenmerk van de gezondheidszorg met een signaalfunctie voor (een aspect van) de kwaliteit van zorg Indicatoren maken het de zorgverleners mogelijk om te meten of zij de gewenste zorg leveren en om onderwerpen voor verbeteringen te identificeren Ten eerste heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg in haar set basisindicatoren het screenen op ondervoeding opgenomen Ten tweede is een set indicatoren beschikbaar vanuit het Doorbraakproject Perioperatieve zorg Deze indicatorenset meet naast de voedingstoestand nog een aantal andere relevante aspecten, zoals sondegebruik en nuchterbeleid Informtie over deze indicatoren kan worden gevonden op respectievelijk De richtlijn is/wordt verspreid onder [ziekenhuizen en â¦etc] Daarnaast is/wordt er een samenvatting van de richtlijn ter publicatie aangeboden aan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en wordt de richtlijn uitgegeven in een uitgave van Elsevier Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op âevidenceâ gebaseerde inzichten en patiëntâ, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zonodig afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, zelfs noodzakelijk Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd en zijn inhoud Aan de hand van nieuwe inzichten en ontwikkelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek moeten conclusies en aanbevelingen aangepast worden Uiterlijk in ### bepaalt de opdrachtgever/verantwoordelijke instantie of deze richtlijn nog actueel is Zonodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien De geldigheid van de richtlijn komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding <PERSOON> TJ Dietary advice and nutritional supplements in the management of illnessrelated malnutrition systematic review <PERSOON> and indications for preoperative feeding of malnourished surgical cancer <PERSOON> AC, <PERSOON> SC, McCamish MA Malnutrition and clinical outcomes <PERSOON> case for medical nutrition therapy Journal of the <PERSOON> MAP, <PERSOON> JMM Rapportage resultaten <PERSOON> T, <PERSOON> M et al Randomized clinical trial of the effects of preoperative and postoperative oral nutritional supplements on clinical course and cost of care <PERSOON-##> ###;#<DATUM> Het handelen in de geneeskunde dient gebaseerd te zijn op feiten De ârandomized clinical trialâ (RCT) wordt beschouwd als de meest belangrijke onderzoeksvorm in dezen Soms is # RCT voldoende om het medisch handelen diepgaand te beïnvloeden Voorbeelden hiervan zijn studies naar het effect van intensieve therapie bij diabetes mellitus type # (DCCT),.
| 535 | nvog |
hand van nieuwe inzichten en ontwikkelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek moeten conclusies en aanbevelingen aangepast worden Uiterlijk in ### bepaalt de opdrachtgever/verantwoordelijke instantie of deze richtlijn nog actueel is Zonodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien De geldigheid van de richtlijn komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding <PERSOON> TJ Dietary advice and nutritional supplements in the management of illnessrelated malnutrition systematic review <PERSOON> and indications for preoperative feeding of malnourished surgical cancer <PERSOON> AC, <PERSOON> SC, McCamish MA Malnutrition and clinical outcomes <PERSOON> case for medical nutrition therapy Journal of the <PERSOON> MAP, <PERSOON> JMM Rapportage resultaten <PERSOON> T, <PERSOON> M et al Randomized clinical trial of the effects of preoperative and postoperative oral nutritional supplements on clinical course and cost of care <PERSOON-##> ###;#<DATUM> Het handelen in de geneeskunde dient gebaseerd te zijn op feiten De ârandomized clinical trialâ (RCT) wordt beschouwd als de meest belangrijke onderzoeksvorm in dezen Soms is # RCT voldoende om het medisch handelen diepgaand te beïnvloeden Voorbeelden hiervan zijn studies naar het effect van intensieve therapie bij diabetes mellitus type # (DCCT), naar euglycemie in de postoperatieve fase (<PERSOON-##> zijn studies minder goed opgezet of minder omvangrijk In dat geval wordt een meta-analyse verricht Hierbij worden de beschikbare studies verzameld, door een panel van deskundigen, beoordeeld via van tevoren vastgestelde criteria, gevolgd door weging van de bewijskracht, waarna een oordeel volgt Hierbij moet niet uit het oog verloren worden, dat âexpert opinionâ ook hier een belangrijke rol speelt, zodat bij vrijwel dezelfde gegevens uit de literatuur groepen deskundigen tot tegengestelde conclusies kunnen komen Discussies rond de meta-analyses van bijvoorbeeld Heyland met betrekking tot Voor het opzetten van een RCT moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan, waarbij therapie en vraagstelling zo scherp mogelijk moeten zijn geformuleerd Een voorbeeld <PERSOON-##> # Uit epidemiologische studies werd een direct verband tussen hoogte van bloeddruk en cardiovasculaire complicaties aannemelijk gemaakt Hieruit werd geconcludeerd dat <PERSOON-##> # Studies werden gedaan naar het effect van een medicament op de bloeddruk Na een reeks studies was duidelijk welk geneesmiddel het beste was voor het bewerkstelligen <PERSOON-##> # Studies werden gedaan met dit middel naar het effect op cardiovasculaire <PERSOON-##> # Op grond hiervan werden conclusies geformuleerd aangaande optimale bloeddrukbehandeling ter preventie van cardiovasculaire complicaties In het bovenstaande voorbeeld gaat het om één geneesmiddel met een specifieke werking, waarbij het effect (daling van bloeddruk) in alle studies gecorreleerd wordt met het beoogde doel van de studie, zijnde vermindering van cardiovasculaire complicaties Bij voeding ligt dit veel gecompliceerder.
| 554 | nvog |
###) Meestal zijn studies minder goed opgezet of minder omvangrijk In dat geval wordt een meta-analyse verricht Hierbij worden de beschikbare studies verzameld, door een panel van deskundigen, beoordeeld via van tevoren vastgestelde criteria, gevolgd door weging van de bewijskracht, waarna een oordeel volgt Hierbij moet niet uit het oog verloren worden, dat âexpert opinionâ ook hier een belangrijke rol speelt, zodat bij vrijwel dezelfde gegevens uit de literatuur groepen deskundigen tot tegengestelde conclusies kunnen komen Discussies rond de meta-analyses van bijvoorbeeld Heyland met betrekking tot Voor het opzetten van een RCT moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan, waarbij therapie en vraagstelling zo scherp mogelijk moeten zijn geformuleerd Een voorbeeld <PERSOON> # Uit epidemiologische studies werd een direct verband tussen hoogte van bloeddruk en cardiovasculaire complicaties aannemelijk gemaakt Hieruit werd geconcludeerd dat <PERSOON> # Studies werden gedaan naar het effect van een medicament op de bloeddruk Na een reeks studies was duidelijk welk geneesmiddel het beste was voor het bewerkstelligen <PERSOON> # Studies werden gedaan met dit middel naar het effect op cardiovasculaire <PERSOON> # Op grond hiervan werden conclusies geformuleerd aangaande optimale bloeddrukbehandeling ter preventie van cardiovasculaire complicaties In het bovenstaande voorbeeld gaat het om één geneesmiddel met een specifieke werking, waarbij het effect (daling van bloeddruk) in alle studies gecorreleerd wordt met het beoogde doel van de studie, zijnde vermindering van cardiovasculaire complicaties Bij voeding ligt dit veel gecompliceerder en sporenelementen) Alle componenten kunnen een bijdrage leveren aan het eindresultaat In de ideale situatie wordt dus bij goed voedingsonderzoek slechts één te onderzoeken component toegevoegd of weggelaten, met gelijkblijven van de calorische en stikstofinname, alsmede onveranderde toevoer van micro-nutriënten Als voorbeeld van onderzoek waarbij eigenlijk in essentie aan dit soort basale voorwaarden niet wordt voldaan, kan het onderzoek naar de effecten van immunonutritie genoemd worden Hierbij zijn tegelijkertijd tenminste kan dus eigenlijk bij een eventueel positief effect geen uitspraak gedaan worden over welke In het navolgende blijft een discussie van de rol van micronutriënten ter wille van de De macronutriënten zijn eiwit, koolhydraat en vet Onderscheid vindt meestal plaats in eiwit enerzijds en energie (koolhydraat en vet) anderzijds Hierbij wordt vaak uit het oog verloren, dat vet weliswaar een min of meer inerte energiebron is, maar dat glucose niet alleen een energiebron is, maar ook de insulinesecretie stimuleert en daarmee majeure invloed (kan) hebben op de stofwisseling los van zijn functie als caloriebron De IC-studie van <PERSOON> et al (###) is een voorbeeld van het aanzienlijke effect van het induceren van Wil men een uitspraak doen over het effect van voeding, dan moet duidelijk zijn wat men hiermee bedoelt Dit blijkt aanzienlijk uiteen te lopen Sommigen bedoelen hiermee supplementen van macronutriënten in wisselende samenstelling, anderen bedoelen hiermee meer volledige enterale of parenterale voeding, waarbij soms alleen de nadruk wordt gelegd op calorieën, soms (ook) op eiwit (Stratton, ###) In studies naar de effecten hiervan, wordt.
| 581 | nvog |
leveren aan het eindresultaat In de ideale situatie wordt dus bij goed voedingsonderzoek slechts één te onderzoeken component toegevoegd of weggelaten, met gelijkblijven van de calorische en stikstofinname, alsmede onveranderde toevoer van micro-nutriënten Als voorbeeld van onderzoek waarbij eigenlijk in essentie aan dit soort basale voorwaarden niet wordt voldaan, kan het onderzoek naar de effecten van immunonutritie genoemd worden Hierbij zijn tegelijkertijd tenminste kan dus eigenlijk bij een eventueel positief effect geen uitspraak gedaan worden over welke In het navolgende blijft een discussie van de rol van micronutriënten ter wille van de De macronutriënten zijn eiwit, koolhydraat en vet Onderscheid vindt meestal plaats in eiwit enerzijds en energie (koolhydraat en vet) anderzijds Hierbij wordt vaak uit het oog verloren, dat vet weliswaar een min of meer inerte energiebron is, maar dat glucose niet alleen een energiebron is, maar ook de insulinesecretie stimuleert en daarmee majeure invloed (kan) hebben op de stofwisseling los van zijn functie als caloriebron De IC-studie van <PERSOON> et al (###) is een voorbeeld van het aanzienlijke effect van het induceren van Wil men een uitspraak doen over het effect van voeding, dan moet duidelijk zijn wat men hiermee bedoelt Dit blijkt aanzienlijk uiteen te lopen Sommigen bedoelen hiermee supplementen van macronutriënten in wisselende samenstelling, anderen bedoelen hiermee meer volledige enterale of parenterale voeding, waarbij soms alleen de nadruk wordt gelegd op calorieën, soms (ook) op eiwit (Stratton, ###) In studies naar de effecten hiervan, wordt bestuderen voeding is gebaseerd Dit suggereert, dat niet goed bekend is wat de juiste voeding is voor patiënten Studies refereren wel naar de behoefte van gezonde mensen en voegen daar dan een bepaalde factor aan toe, omdat wel bekend is dat de stofwisseling Systematische studies naar eiwitbehoefte bij de verschillende ziektebeelden, waarvan bekend is dat ze een verschillende invloed hebben op eiwit kinetiek, ontbreken Voor energiebehoefte ligt dit nog ingewikkelder Er zijn veel studies die gekeken hebben naar het effect van een bepaalde ziekte op de ruststofwisseling Via de bekende toeslagfactoren (bij gezonden verkregen) wordt dan de energiebehoefte van de patiënt berekend Hierbij wordt echter volledig uit het oog verloren, dat de stofwisseling bij ziekte verstoord wordt door het ontstaan van insulineresistentie In de fysiologie van gezonden worden bij inname van voedsel, via stimulering van de insulinesecretie, de endogene productie van glucose en de lipolyse volledig onderdrukt Bij ziekte is dit niet noodzakelijk zo, zelfs niet altijd als met extra insuline euglycemie bewerkstelligd wordt (Anders Thorell, ###; Sauerwein, ###) Dit betekent, dat bij ziekte âenergie in de bloedbaanâ uit twee bronnen afkomstig is uit voedsel en uit endogene bronnen Aangezien bij dergelijke studies hiermee geen rekening gehouden wordt, is de kans op overvoeding aanzienlijk, doordat getracht wordt de behoefte geheel uit exogene <INSTELLING> te dekken en de daarmee gepaard gaande inductie van (additionele) insuline resistentie te voorkomen (Sauerwein, ###) Insulineresistentie heeft weer een ongunstige invloed op het klinisch beloop (Ljungqvist, ###).
| 590 | nvog |
Dit suggereert, dat niet goed bekend is wat de juiste voeding is voor patiënten Studies refereren wel naar de behoefte van gezonde mensen en voegen daar dan een bepaalde factor aan toe, omdat wel bekend is dat de stofwisseling Systematische studies naar eiwitbehoefte bij de verschillende ziektebeelden, waarvan bekend is dat ze een verschillende invloed hebben op eiwit kinetiek, ontbreken Voor energiebehoefte ligt dit nog ingewikkelder Er zijn veel studies die gekeken hebben naar het effect van een bepaalde ziekte op de ruststofwisseling Via de bekende toeslagfactoren (bij gezonden verkregen) wordt dan de energiebehoefte van de patiënt berekend Hierbij wordt echter volledig uit het oog verloren, dat de stofwisseling bij ziekte verstoord wordt door het ontstaan van insulineresistentie In de fysiologie van gezonden worden bij inname van voedsel, via stimulering van de insulinesecretie, de endogene productie van glucose en de lipolyse volledig onderdrukt Bij ziekte is dit niet noodzakelijk zo, zelfs niet altijd als met extra insuline euglycemie bewerkstelligd wordt (Anders Thorell, ###; Sauerwein, ###) Dit betekent, dat bij ziekte âenergie in de bloedbaanâ uit twee bronnen afkomstig is uit voedsel en uit endogene bronnen Aangezien bij dergelijke studies hiermee geen rekening gehouden wordt, is de kans op overvoeding aanzienlijk, doordat getracht wordt de behoefte geheel uit exogene <INSTELLING> te dekken en de daarmee gepaard gaande inductie van (additionele) insuline resistentie te voorkomen (Sauerwein, ###) Insulineresistentie heeft weer een ongunstige invloed op het klinisch beloop (Ljungqvist, ###) literatuur aangaande klinische effecten van voeding vaak stap # in bovengenoemd voorbeeld aangaande hypertensiebehandeling wordt overgeslagen, omdat zeer frequent in de studies naar het bestrijden van complicaties met behulp van voedingsinterventie de parameter aangaande het te beogen effect ontbreekt In bovenstaand voorbeeld over hypertensie betekent dit dat gekeken wordt naar het effect van behandeling van hypertensie op eventuele risicoreductie in hart en vaatziekten zonder het effect op de bloeddruk te Dit alles in ogenschouw nemend, kan geen zinvolle weging van artikelen plaatsvinden zonder dat men zich eerst heeft afgevraagd âwat het doel van voedingstherapie isâ Indien ziekte het directe resultaat is van een deviatie van goede voeding, is het redelijk om te kijken naar een klinisch relevant eindpunt (overleving) Een voorbeeld hiervan is kwashiorkor Voor een goede behandeling is eerst een serie studies vereist met variabele hoeveelheden eiwit, waarbij de juiste hoeveelheid eiwit wordt vastgesteld (stap #) Daarna volgt pas stap # leidt behandeling met deze hoeveelheid eiwit tot vermindering van mortaliteit (stap #) Ondervoeding en in het bijzonder afname van eiwitmassa heeft een negatieve invloed op het ziektebeloop (Stratton, ###) Er is dan ook veel onderzoek gedaan naar het effect van voeding in aanwezigheid van ziekte op de harde eindpunten morbiditeit en mortaliteit Bij de opzet van deze studies wordt gekozen voor een bepaalde interventie, maar zelden tot nooit wordt beargumenteerd waarom voor die bepaalde interventie gekozen is Aangezien niet in alle studies voor een zelfde interventie gekozen wordt, lijkt het dat niet goed bekend is wat âoptimale voedingâ is.
| 588 | nvog |
stap # in bovengenoemd voorbeeld aangaande hypertensiebehandeling wordt overgeslagen, omdat zeer frequent in de studies naar het bestrijden van complicaties met behulp van voedingsinterventie de parameter aangaande het te beogen effect ontbreekt In bovenstaand voorbeeld over hypertensie betekent dit dat gekeken wordt naar het effect van behandeling van hypertensie op eventuele risicoreductie in hart en vaatziekten zonder het effect op de bloeddruk te Dit alles in ogenschouw nemend, kan geen zinvolle weging van artikelen plaatsvinden zonder dat men zich eerst heeft afgevraagd âwat het doel van voedingstherapie isâ Indien ziekte het directe resultaat is van een deviatie van goede voeding, is het redelijk om te kijken naar een klinisch relevant eindpunt (overleving) Een voorbeeld hiervan is kwashiorkor Voor een goede behandeling is eerst een serie studies vereist met variabele hoeveelheden eiwit, waarbij de juiste hoeveelheid eiwit wordt vastgesteld (stap #) Daarna volgt pas stap # leidt behandeling met deze hoeveelheid eiwit tot vermindering van mortaliteit (stap #) Ondervoeding en in het bijzonder afname van eiwitmassa heeft een negatieve invloed op het ziektebeloop (Stratton, ###) Er is dan ook veel onderzoek gedaan naar het effect van voeding in aanwezigheid van ziekte op de harde eindpunten morbiditeit en mortaliteit Bij de opzet van deze studies wordt gekozen voor een bepaalde interventie, maar zelden tot nooit wordt beargumenteerd waarom voor die bepaalde interventie gekozen is Aangezien niet in alle studies voor een zelfde interventie gekozen wordt, lijkt het dat niet goed bekend is wat âoptimale voedingâ is zonder dat stap # bekend is Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze studies over het algemeen een teleurstellend resultaat gaven of als weinig overtuigend gezien worden Het doel van voeden is het aanvullen van tekorten, die ontstaan zijn of dreigen te ontstaan Dit betekent dat studies primair beoordeeld moeten worden op het vermogen dit te kunnen doen In afwezigheid van ziekte is goed bekend wat de minimale behoeften aan eiwit en energie zijn in alle leeftijdscategorieën Het is ook bekend dat de aanwezigheid van ziekte de stofwisseling zodanig manipuleert, dat de behoefte van gezonde mensen in die gevallen niet toereikend is (Sauerwein, ###) Voeding kan in dergelijke situaties alleen als doel hebben de metabole response zo te manipuleren, dat het ziekte-geïnduceerde katabolisme verminderd of gestopt wordt en daarmee herstel van het eiwitmassa mogelijk maakt (Wolfe, ###) De achtergrondgedachte is hierbij dat verbetering van de eiwitmassa zich zal vertalen in verbetering van de daaraan gekoppelde stoornissen Een voorbeeld het primaire, directe doel van voeden is dus ook niet het verbeteren van de immuniteit Dit doel laat stap # in bovengenoemd voorbeeld weg Studies naar gestoorde immuniteit en ondervoeding hebben als basis een afname van de eiwitmassa, daarmee impliciet ook die van de functie van organen, waaronder het immuunapparaat Gestoorde immuniteit zonder deze afname wordt gezien als een ziekte, waarbij voedingsinterventie geen specifiek doel heeft Studies naar het effect van voeding op immuniteit kunnen alleen beoordeeld worden op hun waarde als in.
| 565 | nvog |
stap # bekend is Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze studies over het algemeen een teleurstellend resultaat gaven of als weinig overtuigend gezien worden Het doel van voeden is het aanvullen van tekorten, die ontstaan zijn of dreigen te ontstaan Dit betekent dat studies primair beoordeeld moeten worden op het vermogen dit te kunnen doen In afwezigheid van ziekte is goed bekend wat de minimale behoeften aan eiwit en energie zijn in alle leeftijdscategorieën Het is ook bekend dat de aanwezigheid van ziekte de stofwisseling zodanig manipuleert, dat de behoefte van gezonde mensen in die gevallen niet toereikend is (Sauerwein, ###) Voeding kan in dergelijke situaties alleen als doel hebben de metabole response zo te manipuleren, dat het ziekte-geïnduceerde katabolisme verminderd of gestopt wordt en daarmee herstel van het eiwitmassa mogelijk maakt (Wolfe, ###) De achtergrondgedachte is hierbij dat verbetering van de eiwitmassa zich zal vertalen in verbetering van de daaraan gekoppelde stoornissen Een voorbeeld het primaire, directe doel van voeden is dus ook niet het verbeteren van de immuniteit Dit doel laat stap # in bovengenoemd voorbeeld weg Studies naar gestoorde immuniteit en ondervoeding hebben als basis een afname van de eiwitmassa, daarmee impliciet ook die van de functie van organen, waaronder het immuunapparaat Gestoorde immuniteit zonder deze afname wordt gezien als een ziekte, waarbij voedingsinterventie geen specifiek doel heeft Studies naar het effect van voeding op immuniteit kunnen alleen beoordeeld worden op hun waarde als in hoeveelheid voeding optimaal is voor dit doel (ofwel in het hypertensievoorbeeld dat normalisatie/ belangrijke daling van de bloeddruk inderdaad verkregen is, want daarna kan pas gekeken worden naar het effect hiervan op cardiovasculaire complicaties) Deze lijn volgend, kan gesteld worden dat in feite het doel van voedingstherapie is het verschaffen van voldoende exogene energie voornamelijk bij afgenomen energie In het navolgende zal dit concept alleen voor eiwit verder worden uitgewerkt Wellicht dat aangaande energie de normen voor gezonde mensen (waarbij de ruststofwisseling (REE)) wat hoger kan zijn, terwijl het via dubbel gelabeld water gemeten energieverbruik bij beweging, zoals gepubliceerd, geschat kan worden) gehanteerd kunnen worden (Sauerwein, ###) Gezien de inductie van insulineresistentie door ziekte lijkt het belangrijk bij adviezen en overwegingen de noodzaak van euglycemie hierin te betrekken Bij gezonde volwassenen is na een nacht vasten (maaltijd om ## ## uur, meting volgende dag voor ontbijt) de eiwitafbraak sterker gestimuleerd dan de eiwitsynthese, de eiwitbalans is negatief Na inname van de maaltijd wordt voornamelijk de synthese gestimuleerd zodanig dat de afbraak overtroffen wordt, de eiwitbalans is positief Deze situatie blijft in afnemende mate bestaan gedurende enkele uren Daarna wordt de eiwitbalans weer negatief, tenzij dan de lunch genuttigd wordt enzovoorts Zo schommelt de eiwitbalans over de dag en is het netto effect over de dag een balans in evenwicht (Biolo, ###; De Feo, ###) Hoewel bij voeding altijd gesproken wordt over eiwittoevoer, is er gezien de fysiologie wat.
| 568 | nvog |
is voor dit doel (ofwel in het hypertensievoorbeeld dat normalisatie/ belangrijke daling van de bloeddruk inderdaad verkregen is, want daarna kan pas gekeken worden naar het effect hiervan op cardiovasculaire complicaties) Deze lijn volgend, kan gesteld worden dat in feite het doel van voedingstherapie is het verschaffen van voldoende exogene energie voornamelijk bij afgenomen energie In het navolgende zal dit concept alleen voor eiwit verder worden uitgewerkt Wellicht dat aangaande energie de normen voor gezonde mensen (waarbij de ruststofwisseling (REE)) wat hoger kan zijn, terwijl het via dubbel gelabeld water gemeten energieverbruik bij beweging, zoals gepubliceerd, geschat kan worden) gehanteerd kunnen worden (Sauerwein, ###) Gezien de inductie van insulineresistentie door ziekte lijkt het belangrijk bij adviezen en overwegingen de noodzaak van euglycemie hierin te betrekken Bij gezonde volwassenen is na een nacht vasten (maaltijd om ## ## uur, meting volgende dag voor ontbijt) de eiwitafbraak sterker gestimuleerd dan de eiwitsynthese, de eiwitbalans is negatief Na inname van de maaltijd wordt voornamelijk de synthese gestimuleerd zodanig dat de afbraak overtroffen wordt, de eiwitbalans is positief Deze situatie blijft in afnemende mate bestaan gedurende enkele uren Daarna wordt de eiwitbalans weer negatief, tenzij dan de lunch genuttigd wordt enzovoorts Zo schommelt de eiwitbalans over de dag en is het netto effect over de dag een balans in evenwicht (Biolo, ###; De Feo, ###) Hoewel bij voeding altijd gesproken wordt over eiwittoevoer, is er gezien de fysiologie wat darm worden afgebroken tot aminozuren of zeer korte peptiden alvorens te worden geabsorbeerd In het lichaam vindt daarna re-synthese plaats tot de gewenste eiwitten Dit betekent dat in de overwegingen betrokken moet worden de maximale snelheid van eiwitsynthese op lichaamsniveau onder toenemende substraattoevoer Het gezonde menselijke lichaam blijkt een maximale capaciteit te hebben bij toevoer van <DATUM> gram eiwit/kg/dag (Jeevanandam, ###) Bij sepsis blijkt dit ook zo te zijn (Shaw, ###) Bij chirurgische patiënten na grote abdominale chirurgie bleek # # gr eiwit/kg/dag niet in staat om de lichaamseiwitmassa (gemeten met in-vivo neutron activation analysis) te handhaven, terwijl dit wel het geval was bij toediening van <DATUM> eiwit/kg/dag; tussenliggende waarden waren niet bestudeerd (Sevette, ###) Data in dezen voor andere ziekten ontbreken Gezien een vergelijkbare waarde bij de extremen van het spectrum van ziekte (en een daarin goed passende waarde na majeure chirurgie) is er geen reden om aan te nemen, dat onderzoek bij ziekten met een minder In deze benadering ligt sterk de nadruk op maximale stimulering van eiwitsynthese op lichaamsniveau, terwijl het in feite gaat om vergroting van eiwitmassa, dat wil zeggen de eiwitbalans Dit laatste is de resultante van synthese en afbraak Gedacht zou kunnen worden dat stimulering van de een automatisch leidt tot stimulering van de ander en het gewenste effect op massa achterwege blijft Er zijn echter geen data, die laten zien dat stimulering van eiwit \synthese automatisch leidt tot stimulering van eiwitafbraak Er zijn wel.
| 584 | nvog |
worden geabsorbeerd In het lichaam vindt daarna re-synthese plaats tot de gewenste eiwitten Dit betekent dat in de overwegingen betrokken moet worden de maximale snelheid van eiwitsynthese op lichaamsniveau onder toenemende substraattoevoer Het gezonde menselijke lichaam blijkt een maximale capaciteit te hebben bij toevoer van <DATUM> gram eiwit/kg/dag (Jeevanandam, ###) Bij sepsis blijkt dit ook zo te zijn (Shaw, ###) Bij chirurgische patiënten na grote abdominale chirurgie bleek # # gr eiwit/kg/dag niet in staat om de lichaamseiwitmassa (gemeten met in-vivo neutron activation analysis) te handhaven, terwijl dit wel het geval was bij toediening van <DATUM> eiwit/kg/dag; tussenliggende waarden waren niet bestudeerd (Sevette, ###) Data in dezen voor andere ziekten ontbreken Gezien een vergelijkbare waarde bij de extremen van het spectrum van ziekte (en een daarin goed passende waarde na majeure chirurgie) is er geen reden om aan te nemen, dat onderzoek bij ziekten met een minder In deze benadering ligt sterk de nadruk op maximale stimulering van eiwitsynthese op lichaamsniveau, terwijl het in feite gaat om vergroting van eiwitmassa, dat wil zeggen de eiwitbalans Dit laatste is de resultante van synthese en afbraak Gedacht zou kunnen worden dat stimulering van de een automatisch leidt tot stimulering van de ander en het gewenste effect op massa achterwege blijft Er zijn echter geen data, die laten zien dat stimulering van eiwit \synthese automatisch leidt tot stimulering van eiwitafbraak Er zijn wel Er zijn bovendien data, die laten zien dat insuline vooral eiwitafbraak remt en de effecten van aminozuren op synthese versterkt Dit laatste zou een reden kunnen zijn om euglycemie in studies als een gunstige factor te registreren (Nygren, In het voorafgaande is steeds de nadruk gelegd op toediening van <DATUM> gr eiwit/kg/dag als de beste surrogate marker voor optimale voeding bij de beoordeling van de kwaliteit van artikelen Wat mist is een studie die laat zien, dat met deze hoeveelheid de eiwitmassa het beste gehandhaafd blijft bij zieke mensen In zoân studie moet lichaamseiwit met een betrouwbare parameter gemeten zijn De beste methode is âin vivo neutron activation analysisâ Ten tijde van het verschijnen van deze richtlijn waren aan de werkgroep twee studies bekend, waarbij deze techniek is toegepast De ene betrof de eerder beschreven studie bij chirurgische patiënten na grote bovenbuiks-chirurgie (Sevette, ###) De andere betrof intensivecarepatiënten, aan wie respectievelijk <DATUM> en <DATUM> g eiwit/kg vetvrije massa FFM/dag werd toegediend gedurende ## dagen (Ishibashi, ###) Toediening van <DATUM> gr eiwit/kg FFM/dag bleek de eiwitmassa van het lichaam het best te handhaven Een hogere dosis had geen additionele waarde Deze hoeveelheid komt overeen met <DATUM> gr eiwit/kg lichaamsgewicht vóór opname/dag Dit suggereert dat de aanbeveling van <DATUM> gr eiwit/kg lichaamsgewicht vóór opname /dag bij IC-patiënten te hoog is Dit is echter onzeker, omdat het zeer zieke (waarschijnlijk beademde) patiënten betrof, die zich dan niet bewogen.
| 594 | nvog |
remt en de effecten van aminozuren op synthese versterkt Dit laatste zou een reden kunnen zijn om euglycemie in studies als een gunstige factor te registreren (Nygren, In het voorafgaande is steeds de nadruk gelegd op toediening van <DATUM> gr eiwit/kg/dag als de beste surrogate marker voor optimale voeding bij de beoordeling van de kwaliteit van artikelen Wat mist is een studie die laat zien, dat met deze hoeveelheid de eiwitmassa het beste gehandhaafd blijft bij zieke mensen In zoân studie moet lichaamseiwit met een betrouwbare parameter gemeten zijn De beste methode is âin vivo neutron activation analysisâ Ten tijde van het verschijnen van deze richtlijn waren aan de werkgroep twee studies bekend, waarbij deze techniek is toegepast De ene betrof de eerder beschreven studie bij chirurgische patiënten na grote bovenbuiks-chirurgie (Sevette, ###) De andere betrof intensivecarepatiënten, aan wie respectievelijk <DATUM> en <DATUM> g eiwit/kg vetvrije massa FFM/dag werd toegediend gedurende ## dagen (Ishibashi, ###) Toediening van <DATUM> gr eiwit/kg FFM/dag bleek de eiwitmassa van het lichaam het best te handhaven Een hogere dosis had geen additionele waarde Deze hoeveelheid komt overeen met <DATUM> gr eiwit/kg lichaamsgewicht vóór opname/dag Dit suggereert dat de aanbeveling van <DATUM> gr eiwit/kg lichaamsgewicht vóór opname /dag bij IC-patiënten te hoog is Dit is echter onzeker, omdat het zeer zieke (waarschijnlijk beademde) patiënten betrof, die zich dan niet bewogen Wanneer gezonde mensen vrijwel volledig worden ingegipst gedurende <DATUM> weken is de (nauwkeurig) gemeten stikstofbalans negatief over deze hele periode ondanks inname van ## gram eiwit en ~### kcal/dag (Deitrick, ###) De enige conclusie, die getrokken zou kunnen worden, is dat in studies bij beademde IC-patiënten een andere norm voor adequate voeding gehanteerd zou Obese patiënten hebben zowel een toegenomen vetmassa als een toegenomen vetvrije massa De vetvrije massa neemt echter minder toe dan de vetmassa (Forbes) Bij toediening van <DATUM> gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht vóór opname, zou bij obesen een overmaat aan eiwit gegeven worden in relatie tot de vetvrije massa Om deze reden wordt bij patiënten met een BMI ) ## kg/m# gerekend met een teruggerekend gewicht behorend bij een BMI van <DATUM> kg/m# De hiervoor benodigde formule is <DATUM> * In plaats van bovengenoemde hoeveelheid eiwit als marker voor een goed design van de studie, zou ook functie en in het bijzonder spierfunctie gekozen kunnen worden Systematisch onderzoek van Jeejeebhoy (###) heeft laten zien, dat bij ondervoede patiënten deze parameter binnen enkele dagen verbetert (Brough, ###) De door hem hiertoe gebruikte apparatuur is, wegens ingewikkeldheid, niet veel gebruikt Als parameter voor het bepalen van adequate voeding, is een ander apparaat, de simpeler knijpkrachtmeter, nooit toegepast in studies over het nut van voedingsinterventie Het voorafgaande is een pleidooi voor het betrekken van optimale eiwittoevoer als een stap # parameter in de beoordeling van waarde van artikelen aangaande perioperatieve voeding.
| 610 | nvog |
<DATUM> weken is de (nauwkeurig) gemeten stikstofbalans negatief over deze hele periode ondanks inname van ## gram eiwit en ~### kcal/dag (Deitrick, ###) De enige conclusie, die getrokken zou kunnen worden, is dat in studies bij beademde IC-patiënten een andere norm voor adequate voeding gehanteerd zou Obese patiënten hebben zowel een toegenomen vetmassa als een toegenomen vetvrije massa De vetvrije massa neemt echter minder toe dan de vetmassa (Forbes) Bij toediening van <DATUM> gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht vóór opname, zou bij obesen een overmaat aan eiwit gegeven worden in relatie tot de vetvrije massa Om deze reden wordt bij patiënten met een BMI ) ## kg/m# gerekend met een teruggerekend gewicht behorend bij een BMI van <DATUM> kg/m# De hiervoor benodigde formule is <DATUM> * In plaats van bovengenoemde hoeveelheid eiwit als marker voor een goed design van de studie, zou ook functie en in het bijzonder spierfunctie gekozen kunnen worden Systematisch onderzoek van Jeejeebhoy (###) heeft laten zien, dat bij ondervoede patiënten deze parameter binnen enkele dagen verbetert (Brough, ###) De door hem hiertoe gebruikte apparatuur is, wegens ingewikkeldheid, niet veel gebruikt Als parameter voor het bepalen van adequate voeding, is een ander apparaat, de simpeler knijpkrachtmeter, nooit toegepast in studies over het nut van voedingsinterventie Het voorafgaande is een pleidooi voor het betrekken van optimale eiwittoevoer als een stap # parameter in de beoordeling van waarde van artikelen aangaande perioperatieve voeding de beoordeling de design te betrekken, maar ook kwantitatieve aspecten aangaande de zogenaamde âoptimaleâ hoeveelheid eiwit Aangezien bij kortdurende (perioperatieve) interventies geen verandering in eiwitmassa kan worden waargenomen, zou toevoer van <DATUM> gram eiwit/kg/dag, als surrogate marker voor optimaal effect beschouwd kunnen worden Afwezigheid van effect van voedingsinterventie op een klinisch relevant eindpunt bij âoptimale eiwitvoedingâ zou dan beschouwd kunnen worden als ware afwezigheid van effect Afwezigheid van effect bij toevoer van eiwit minder dan ##% van <DATUM> gram eiwit/kg/dag zou dan in de beoordeling van het betreffende artikel als âniet optimale designâ gescoord Adviezen hierover zijn moeilijk te geven Er zijn veel studies gedaan naar de invloed van ziekte op de ruststofwisseling (REE) Als een ziekte een hogere REE induceerde werd dit hypermetabolisme genoemd Via een aantal rekenstappen werd daarna de totale energiebehoefte per dag berekend uitgaande van de hogere REE en de bij gezonde mensen via dubbel gelabeld water gemeten kosten van energie samenhangend met beweging Zieke mensen bewegen in principe minder, zodat ook bij hogere REE de totale energiebehoefte Belangrijker is echter het concept âenergie in de bloedbaanâ Als gezonde mensen vasten, komen endogene glucoseproductie en lipolyse op gang Bij voedselinname wordt de insulineproductie gestimuleerd en worden beide biochemische processen geremd in de mate, die overeenkomt met de mate van stimulering van de insulinesecretie; met andere woorden, inname van koolhydraat en vet vervangt de endogene productie hiervan in exacte Bij ziekte bestaat insulineresistentie Dit proces is daardoor verstoord Vooral bij ernstige.
| 601 | nvog |
ook kwantitatieve aspecten aangaande de zogenaamde âoptimaleâ hoeveelheid eiwit Aangezien bij kortdurende (perioperatieve) interventies geen verandering in eiwitmassa kan worden waargenomen, zou toevoer van <DATUM> gram eiwit/kg/dag, als surrogate marker voor optimaal effect beschouwd kunnen worden Afwezigheid van effect van voedingsinterventie op een klinisch relevant eindpunt bij âoptimale eiwitvoedingâ zou dan beschouwd kunnen worden als ware afwezigheid van effect Afwezigheid van effect bij toevoer van eiwit minder dan ##% van <DATUM> gram eiwit/kg/dag zou dan in de beoordeling van het betreffende artikel als âniet optimale designâ gescoord Adviezen hierover zijn moeilijk te geven Er zijn veel studies gedaan naar de invloed van ziekte op de ruststofwisseling (REE) Als een ziekte een hogere REE induceerde werd dit hypermetabolisme genoemd Via een aantal rekenstappen werd daarna de totale energiebehoefte per dag berekend uitgaande van de hogere REE en de bij gezonde mensen via dubbel gelabeld water gemeten kosten van energie samenhangend met beweging Zieke mensen bewegen in principe minder, zodat ook bij hogere REE de totale energiebehoefte Belangrijker is echter het concept âenergie in de bloedbaanâ Als gezonde mensen vasten, komen endogene glucoseproductie en lipolyse op gang Bij voedselinname wordt de insulineproductie gestimuleerd en worden beide biochemische processen geremd in de mate, die overeenkomt met de mate van stimulering van de insulinesecretie; met andere woorden, inname van koolhydraat en vet vervangt de endogene productie hiervan in exacte Bij ziekte bestaat insulineresistentie Dit proces is daardoor verstoord Vooral bij ernstige gemeten energieverbruik dekt Dit betekent dat meer energie ter beschikking komt dan het lichaam nodig heeft Het overschot zal worden opgeslagen met toegenomen insulineresistentie als gevolg Dit proces is bij de verschillende ziekte-entiteiten niet systematisch bestudeerd, maar extrapolatie uit de bevindingen bij obesitas is zeker gerechtvaardigd Dit betekent dat bij ernstige ziekte een zekere terughoudendheid met exogene calorietoevoer gerechtvaardigd is Een met de huidige kennis moeilijk te beantwoorden vraag is nu In de praktijk is de meest werkbare en algemeen geaccepteerde methode om het energieverbruik bij IC-patiënten te bepalen de indirecte calorimetrie In veel studies wordt deze ook als gouden standaard gekenmerkt Deze bedzijdige methode, die eenvoudig uitvoerbaar is, levert op grond van het zuurstofverbruik enerzijds en de CO# productie anderzijds een nauwkeurige bepaling van het rustmetabolisme In studies waarin indirecte calorimetrie en bepaling van het energieverbruik door middel van de dubbel gelabelde water methode worden vergeleken, blijkt de indirecte calorimetrie betrouwbaar Omdat zowel onder- als overvoeding negatieve effecten heeft op het ziektebeloop, is het verwonderlijk dat indirecte ### toonden McClave et al aan, dat in een IC-populatie van ### patiënten, die op voorschrift van hun behandelende arts kunstmatig gevoed werden, #<DATUM> overvoed werd ()###% van de benodigde hoeveelheid calorieën) en <DATUM> ondervoed werd ((##% van de benodigde hoeveelheid calorieën) Slechts ##% ontving de juiste hoeveelheid calorieën zoals vastgesteld met indirecte calorimetrie Zoals gebruikelijk werd de benodigde hoeveelheid calorieën gedefinieerd als REE + ##% voor activiteit Overvoeding ging gepaard met.
| 592 | nvog |
Dit betekent dat meer energie ter beschikking komt dan het lichaam nodig heeft Het overschot zal worden opgeslagen met toegenomen insulineresistentie als gevolg Dit proces is bij de verschillende ziekte-entiteiten niet systematisch bestudeerd, maar extrapolatie uit de bevindingen bij obesitas is zeker gerechtvaardigd Dit betekent dat bij ernstige ziekte een zekere terughoudendheid met exogene calorietoevoer gerechtvaardigd is Een met de huidige kennis moeilijk te beantwoorden vraag is nu In de praktijk is de meest werkbare en algemeen geaccepteerde methode om het energieverbruik bij IC-patiënten te bepalen de indirecte calorimetrie In veel studies wordt deze ook als gouden standaard gekenmerkt Deze bedzijdige methode, die eenvoudig uitvoerbaar is, levert op grond van het zuurstofverbruik enerzijds en de CO# productie anderzijds een nauwkeurige bepaling van het rustmetabolisme In studies waarin indirecte calorimetrie en bepaling van het energieverbruik door middel van de dubbel gelabelde water methode worden vergeleken, blijkt de indirecte calorimetrie betrouwbaar Omdat zowel onder- als overvoeding negatieve effecten heeft op het ziektebeloop, is het verwonderlijk dat indirecte ### toonden McClave et al aan, dat in een IC-populatie van ### patiënten, die op voorschrift van hun behandelende arts kunstmatig gevoed werden, #<DATUM> overvoed werd ()###% van de benodigde hoeveelheid calorieën) en <DATUM> ondervoed werd ((##% van de benodigde hoeveelheid calorieën) Slechts ##% ontving de juiste hoeveelheid calorieën zoals vastgesteld met indirecte calorimetrie Zoals gebruikelijk werd de benodigde hoeveelheid calorieën gedefinieerd als REE + ##% voor activiteit Overvoeding ging gepaard met vergeleken werd met de uitkomsten van formules voor schatting van het energieverbruik bleek de Harris en <PERSOON> formule(###), vermeerderd met een toeslag van ##% voor ziekteactiviteit het beste te correleren met het gemeten energieverbruik (<PERSOON> et al , ###) De vuistregel van het geven van ## kcal/kg onderschat in het algemeen de Voor niet intensive care patiënten wordt veelal ook gebruik gemaakt van de Harris en <PERSOON> formule, vermeerderd met een toeslagen voor specifiek dynamische werking (dieet geïnduceerde thermogenese), ziekte-en fysieke activiteit Hier is de variatie van het energieverbruik waarschijnlijk veel groter dan bij de geimmobiliseerde intensive care patiënt, door het wisselende mobiliteitsniveau van de patiënt De commissie heeft geen evidence kunnen vinden voor het bepalen van de verschillende toeslagen Voor de gemiddelde klinische patiënt lijkt een toeslag van ##% boven de berekende rustenergiewaarde volgend Harris en <PERSOON> adequaat Een nauwkeuriger inzicht in het energieverbruik is ook hier te verkrijgen door het doen van indirecte calorimetrie, omdat daarmee in ieder geval, naast het basale energieverbruik ook de specifiek dynamische werking en de ziektefactor wordt Concluderend kan worden gesteld dat nauwkeurige bepaling van het energieverbruik bij de individuele patiënt indirecte calorimetrie vereist Eén standaard beleid door het geven van een gefixeerde hoeveelheid energie leidt slechts in een kwart van de gevallen tot een De vuistregel van het geven van ## kcal/kg onderschat in het algemeen de energiebehoefte, Voorts kan gesteld worden dat de effecten van overvoeding, in de zin van een verhoogde zuurstofbehoefte en een toegenomen CO# productie, gemakkelijker zijn vast te stellen dan.
| 612 | nvog |
formules voor schatting van het energieverbruik bleek de Harris en <PERSOON> formule(###), vermeerderd met een toeslag van ##% voor ziekteactiviteit het beste te correleren met het gemeten energieverbruik (<PERSOON> et al , ###) De vuistregel van het geven van ## kcal/kg onderschat in het algemeen de Voor niet intensive care patiënten wordt veelal ook gebruik gemaakt van de Harris en <PERSOON> formule, vermeerderd met een toeslagen voor specifiek dynamische werking (dieet geïnduceerde thermogenese), ziekte-en fysieke activiteit Hier is de variatie van het energieverbruik waarschijnlijk veel groter dan bij de geimmobiliseerde intensive care patiënt, door het wisselende mobiliteitsniveau van de patiënt De commissie heeft geen evidence kunnen vinden voor het bepalen van de verschillende toeslagen Voor de gemiddelde klinische patiënt lijkt een toeslag van ##% boven de berekende rustenergiewaarde volgend Harris en <PERSOON> adequaat Een nauwkeuriger inzicht in het energieverbruik is ook hier te verkrijgen door het doen van indirecte calorimetrie, omdat daarmee in ieder geval, naast het basale energieverbruik ook de specifiek dynamische werking en de ziektefactor wordt Concluderend kan worden gesteld dat nauwkeurige bepaling van het energieverbruik bij de individuele patiënt indirecte calorimetrie vereist Eén standaard beleid door het geven van een gefixeerde hoeveelheid energie leidt slechts in een kwart van de gevallen tot een De vuistregel van het geven van ## kcal/kg onderschat in het algemeen de energiebehoefte, Voorts kan gesteld worden dat de effecten van overvoeding, in de zin van een verhoogde zuurstofbehoefte en een toegenomen CO# productie, gemakkelijker zijn vast te stellen dan surrogaat marker voor optimale voedingstherapie Toediening van energie dient equivalent te zijn aan het gemeten energieverbruik Adequate glucoseregulatie is onderdeel van een De optimale hoeveelheid eiwit als onderdeel van voedingstherapie bij patiënten bedraagt <DATUM> gram/kg lichaamsgewicht voor opname/dag Studies waarin minder dan ##% van deze hoeveelheid is gegeven, hebben een niet-optimale studieopzet en de resultaten van deze studies zijn derhalve van onzekere betekenis Voor studies gedaan binnen intensivecareafdelingen bij post-trauma en ernstig septische patiënten kan een eiwittoevoer van <DATUM> gram/kg lichaamsgewicht zoals dat voor opname was, als optimaal worden beschouwd Bij de berekening van de eiwittoevoer dient een correctie te worden toegepast bij patiënten met obesitas vanwege het disproportionele aandeel van vet in relatie tot het totale lichaamsgewicht Arbitrair wordt hiervoor bij BMIâs)## kg/m# het lichaamsgewicht Energietoevoer is een surrogaat marker voor optimale voedingstherapie Optimale behandeling is gedefinieerd als toediening van energie equivalent aan het gemeten rustmetabolisme vermeerderd met ##% voor intensive care patiënten en vermeerderd met ##% voor patiënten op verpleegeenheden Wanneer het energieverbruik niet gemeten kan worden, wordt geadviseerd de formule van Harris en <PERSOON>(###) te gebruiken voor het berekenen van het energieverbruik Voor intensive care patiënten wordt hierbij een toeslag gegeven van ##% voor ziekteactiviteit en een extra toeslag van ##% voor fysieke activiteit Voor niet-intensive care patiënten wordt geadviseerd een toeslag van ##% te gebruiken; vooral door individuele variatie in fysieke activiteit van mobiele patiënten, moet deze Een en ander betekent dat voor de individuele patiënt zowel een energiedoel als een.
| 617 | nvog |
optimale voedingstherapie Toediening van energie dient equivalent te zijn aan het gemeten energieverbruik Adequate glucoseregulatie is onderdeel van een De optimale hoeveelheid eiwit als onderdeel van voedingstherapie bij patiënten bedraagt <DATUM> gram/kg lichaamsgewicht voor opname/dag Studies waarin minder dan ##% van deze hoeveelheid is gegeven, hebben een niet-optimale studieopzet en de resultaten van deze studies zijn derhalve van onzekere betekenis Voor studies gedaan binnen intensivecareafdelingen bij post-trauma en ernstig septische patiënten kan een eiwittoevoer van <DATUM> gram/kg lichaamsgewicht zoals dat voor opname was, als optimaal worden beschouwd Bij de berekening van de eiwittoevoer dient een correctie te worden toegepast bij patiënten met obesitas vanwege het disproportionele aandeel van vet in relatie tot het totale lichaamsgewicht Arbitrair wordt hiervoor bij BMIâs)## kg/m# het lichaamsgewicht Energietoevoer is een surrogaat marker voor optimale voedingstherapie Optimale behandeling is gedefinieerd als toediening van energie equivalent aan het gemeten rustmetabolisme vermeerderd met ##% voor intensive care patiënten en vermeerderd met ##% voor patiënten op verpleegeenheden Wanneer het energieverbruik niet gemeten kan worden, wordt geadviseerd de formule van Harris en <PERSOON>(###) te gebruiken voor het berekenen van het energieverbruik Voor intensive care patiënten wordt hierbij een toeslag gegeven van ##% voor ziekteactiviteit en een extra toeslag van ##% voor fysieke activiteit Voor niet-intensive care patiënten wordt geadviseerd een toeslag van ##% te gebruiken; vooral door individuele variatie in fysieke activiteit van mobiele patiënten, moet deze Een en ander betekent dat voor de individuele patiënt zowel een energiedoel als een Dat houdt tevens in dat de samenstelling van de gegeven (kunst)voeding daarop moet worden aangepast Voor een keuze van de enterale kunstvoedingen, die voorziet in het geven van de optimale hoeveelheden energie en eiwit is een algoritme ontwikkeld die het maken van deze keuze ondersteunt (<PERSOON> Anders <PERSOON> and <PERSOON> in Critically Ill Trauma Patiënts Normalizes Glucose by Reducing Endogenous Glucose Production Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism ###; ## <PERSOON> RRT, Ognibene FP Retrospective evaluation of commonly used equations to predict energy expenditure in mechanically ventilated, critically ill <PERSOON> of postprandial whole-body proteolysis in <PERSOON> A, <PERSOON> MH, Jeejeebhoy KN Effects of nutrient intake, surgery, sepsis, and long term administration of steroids on muscle function Br Med J ###; ##<DATUM> ### De Feo P Fed State Protein Metabolism in <PERSOON> JE, Whedon GD, Shorr E Effect of immobilization upon various metabolic and physiologic Diabetes Control and <PERSOON-##> effect of intensive treatment of Effect of intensive blood-glucose control with metformin on complications in overweight patiënts with type # diabetes (UKPDS ##) UK Prospective Diabetes Study (UKPDS) Group Lancet ###; Forbes GB Some adventures in body composition, with special reference to nutrition Acta Diabetol.
| 585 | nvog |
Dat houdt tevens in dat de samenstelling van de gegeven (kunst)voeding daarop moet worden aangepast Voor een keuze van de enterale kunstvoedingen, die voorziet in het geven van de optimale hoeveelheden energie en eiwit is een algoritme ontwikkeld die het maken van deze keuze ondersteunt (<PERSOON> Anders <PERSOON> and <PERSOON> in Critically Ill Trauma Patiënts Normalizes Glucose by Reducing Endogenous Glucose Production Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism ###; ## <PERSOON> RRT, Ognibene FP Retrospective evaluation of commonly used equations to predict energy expenditure in mechanically ventilated, critically ill <PERSOON> of postprandial whole-body proteolysis in <PERSOON> A, <PERSOON> MH, Jeejeebhoy KN Effects of nutrient intake, surgery, sepsis, and long term administration of steroids on muscle function Br Med J ###; ##<DATUM> ### De Feo P Fed State Protein Metabolism in <PERSOON> JE, Whedon GD, Shorr E Effect of immobilization upon various metabolic and physiologic Diabetes Control and <PERSOON> effect of intensive treatment of Effect of intensive blood-glucose control with metformin on complications in overweight patiënts with type # diabetes (UKPDS ##) UK Prospective Diabetes Study (UKPDS) Group Lancet ###; Forbes GB Some adventures in body composition, with special reference to nutrition Acta Diabetol Immunonutrition in the critically ill from old approaches to new paradigms Ishibashi N, Plank <PERSOON-##> GL Optimal protein requirements during the first # weeks after the onset of critical illness Crit Care Med ###;## ###-### Jeejeebhoy KN How should we monitor nutritional support structure or function? <PERSOON-##>M, Lowry> SF, Horowitz GD, Legaspi A, <PERSOON-##> MF Influence of increasing dietary intake on whole body protein kinetics in normal man <PERSOON-##> acids and insulin resistance in muscle and liver <PERSOON-##> Pract Res Clin McClave SA, Lowen CC, Kleber MJ et al Are patiënts fed appropriately according to their caloric <PERSOON-##> KS Differential Regulation of Protein Dynamics in Splanchnic and Skeletal Muscle Beds by Insulin and Amino Acids in <PERSOON-##> RJM Perspective How to evaluate studies on perioperative nutrition? Considerations about the definition of optimal nutrition for patiënts and its key role in the comparison of the results of studies on nutritional intervention <PERSOON-##> ahead Sauerwein HP, <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> PB Kunstmatige voeding bij door ziekte veranderde stofwisseling <PERSOON-##> G R , <PERSOON-##> of plasma glucose concentration in septic <PERSOON-##> RC, Aslani A, <PERSOON-##> S.
| 575 | nvog |
Immunonutrition in the critically ill from old approaches to new paradigms Ishibashi N, Plank <PERSOON> GL Optimal protein requirements during the first # weeks after the onset of critical illness Crit Care Med ###;## ###-### Jeejeebhoy KN How should we monitor nutritional support structure or function? <PERSOON>M, Lowry> SF, Horowitz GD, Legaspi A, <PERSOON> MF Influence of increasing dietary intake on whole body protein kinetics in normal man <PERSOON> acids and insulin resistance in muscle and liver <PERSOON> Pract Res Clin McClave SA, Lowen CC, Kleber MJ et al Are patiënts fed appropriately according to their caloric <PERSOON> KS Differential Regulation of Protein Dynamics in Splanchnic and Skeletal Muscle Beds by Insulin and Amino Acids in <PERSOON> RJM Perspective How to evaluate studies on perioperative nutrition? Considerations about the definition of optimal nutrition for patiënts and its key role in the comparison of the results of studies on nutritional intervention <PERSOON> ahead Sauerwein HP, <PERSOON> JA, <PERSOON-##> PB Kunstmatige voeding bij door ziekte veranderde stofwisseling <PERSOON-##> G R , <PERSOON-##> of plasma glucose concentration in septic <PERSOON-##> RC, Aslani A, <PERSOON-##> growth hormone allow more efficient nitrogen sparing in postoperative patiënts requiring parenteral nutrition? A doubleblind, placebo-controlled trial <PERSOON-##> RR Whole body protein kinetics in severely septic patiënts <PERSOON-##> ARJ <PERSOON-##> algorithm for balanced protein/energy provision in critically ill mechanically ventilated patients E-spen <PERSOON-##> (###), doi <DATUM> j eclnm ##<DATUM> ### <PERSOON-##> insulin therapy in the critically ill patiënts <PERSOON-##> RR Is the double-blind randomized trial the most valid experimental approach to evaluating treatment modalities in critical ill patiënts? Curr Opin Clin Nutr Metab Care ### ;<DATUM> ### HOOFDSTUK # HET BEPALEN VAN DE VOEDINGSTOESTAND EN Ziekte-gerelateerde ondervoeding is een veelvoorkomend probleem in de gezondheidszorg terwijl slechts de helft van de ondervoede patiënten als zodanig wordt herkend door de medische en verpleegkundige staf (<PERSOON-##>, ###; <PERSOON-##>, ###) De variatie in mate van ondervoeding komt voort uit een combinatie van de patiëntenpopulatie, type instelling en de gehanteerde criteria van ondervoeding (<PERSOON-##> vergroot de kans op morbiditeit en mortaliteit Daarom is het van belang om patiënten met ondervoeding op te Het screenen op ondervoeding is een voorselectie binnen een grote groep patiënten, om.
| 568 | nvog |
growth hormone allow more efficient nitrogen sparing in postoperative patiënts requiring parenteral nutrition? A doubleblind, placebo-controlled trial <PERSOON> RR Whole body protein kinetics in severely septic patiënts <PERSOON> ARJ <PERSOON> algorithm for balanced protein/energy provision in critically ill mechanically ventilated patients E-spen <PERSOON> (###), doi <DATUM> j eclnm ##<DATUM> ### <PERSOON> insulin therapy in the critically ill patiënts <PERSOON> RR Is the double-blind randomized trial the most valid experimental approach to evaluating treatment modalities in critical ill patiënts? Curr Opin Clin Nutr Metab Care ### ;<DATUM> ### HOOFDSTUK # HET BEPALEN VAN DE VOEDINGSTOESTAND EN Ziekte-gerelateerde ondervoeding is een veelvoorkomend probleem in de gezondheidszorg terwijl slechts de helft van de ondervoede patiënten als zodanig wordt herkend door de medische en verpleegkundige staf (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De variatie in mate van ondervoeding komt voort uit een combinatie van de patiëntenpopulatie, type instelling en de gehanteerde criteria van ondervoeding (<PERSOON> vergroot de kans op morbiditeit en mortaliteit Daarom is het van belang om patiënten met ondervoeding op te Het screenen op ondervoeding is een voorselectie binnen een grote groep patiënten, om voedingstoestand Of er daadwerkelijk sprake is van ondervoeding wordt vastgesteld aan de hand van zowel subjectieve als objectieve parameters (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###; Campos, ###; Corish, ###) Indien sprake is van ondervoeding moet een adequate In dit hoofdstuk bespreken we meetmethoden voor het screenen van patiënten op ondervoeding en het nader bepalen van de voedingstoestand De voor- en nadelen van de diverse parameters voor het bepalen van de voedingstoestand worden besproken in <DATUM> Voor screening op ondervoeding bestaan diverse methoden die in <DATUM> Parameters voor het bepalen van de voedingstoestand Voor het vaststellen van de voedingstoestand van een patiënt is een uitgebreide beoordeling van metabole, functionele en voedingskundige parameters door een deskundige (ervaren arts/ specialist, diëtist of voedingsverpleegkundige) noodzakelijk (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###) Meestal worden verscheidene methoden naast elkaar gebruikt omdat er geen consensus is over de beste parameter Vele parameters verliezen hun specificiteit bij ziekte (<PERSOON-##> keuze van een methode moeten sensitiviteit, specificiteit, reproduceerbaarheid voor inter- en intra-individuele metingen, belasting voor de patiënt, beschikbaarheid en kosten Voor de diëtist is het bepalen van de voedingstoestand van de patiënt van belang om prioriteiten in het diëtistisch handelen te stellen en om dit handelen te objectiveren en te evalueren Het monitoren van de voedingstoestand is een dynamisch proces en vraagt om In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens een aantal objectieve en subjectieve Onder anthropometrie wordt verstaan het bepalen van de lichaamssamenstelling en.
| 570 | nvog |
daadwerkelijk sprake is van ondervoeding wordt vastgesteld aan de hand van zowel subjectieve als objectieve parameters (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###; Campos, ###; Corish, ###) Indien sprake is van ondervoeding moet een adequate In dit hoofdstuk bespreken we meetmethoden voor het screenen van patiënten op ondervoeding en het nader bepalen van de voedingstoestand De voor- en nadelen van de diverse parameters voor het bepalen van de voedingstoestand worden besproken in <DATUM> Voor screening op ondervoeding bestaan diverse methoden die in <DATUM> Parameters voor het bepalen van de voedingstoestand Voor het vaststellen van de voedingstoestand van een patiënt is een uitgebreide beoordeling van metabole, functionele en voedingskundige parameters door een deskundige (ervaren arts/ specialist, diëtist of voedingsverpleegkundige) noodzakelijk (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###) Meestal worden verscheidene methoden naast elkaar gebruikt omdat er geen consensus is over de beste parameter Vele parameters verliezen hun specificiteit bij ziekte (<PERSOON> keuze van een methode moeten sensitiviteit, specificiteit, reproduceerbaarheid voor inter- en intra-individuele metingen, belasting voor de patiënt, beschikbaarheid en kosten Voor de diëtist is het bepalen van de voedingstoestand van de patiënt van belang om prioriteiten in het diëtistisch handelen te stellen en om dit handelen te objectiveren en te evalueren Het monitoren van de voedingstoestand is een dynamisch proces en vraagt om In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens een aantal objectieve en subjectieve Onder anthropometrie wordt verstaan het bepalen van de lichaamssamenstelling en (knie, enkel, pols, elleboog), omtrekken (arm, pols, heup, taille), dikte van huidplooien en van het lichaamsgewicht De voedingstoestand kan niet worden bepaald door het doen van één enkele anthropometrische bepaling Een combinatie van anthropometrische bepalingen kan echter waardevolle informatie geven (Edington, ###; Jeejeebhoy, ###; WHO, ###) Bij het bepalen van de voedingstoestand worden anthropometrische gegevens tweeledig bij herhaalde metingen als indicator voor verandering in voedingstoestand De huidige beschikbare referentiegegevens zijn afkomstig van gezonde volwassenen In ### is de WHO begonnen met het ontwikkelen van een richtlijn voor het gebruiken van Het meten van veranderingen van het lichaamsgewicht geeft een redelijk betrouwbare maat voor de voedingstoestand, zeker wanneer de tijd waarin de gewichtsverandering heeft plaatsgevonden in beschouwing wordt genomen Het is een goedkope, in de praktijk eenvoudig uit te voeren handeling die weinig belastend is voor de patiënt Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een weegstoel of weegbed Het lichaamsgewicht dient te worden gemeten De door de patiënt gerapporteerde waarden van het gewicht kunnen onbetrouwbaar zijn (<PERSOON>, ###) In een grote cohortstudie naar de validiteit van gerapporteerde waarden van lengte en gewicht, blijkt het gewicht te worden ondergerapporteerd Het verschil tussen het gerapporteerde en gemeten gewicht bij mannen lag in ##% tussen -# # kg - +<DATUM> kg Bij ##% van de Om te komen tot een betrouwbare gewichtsbepaling dient gebruik te worden gemaakt van.
| 593 | nvog |
pols, heup, taille), dikte van huidplooien en van het lichaamsgewicht De voedingstoestand kan niet worden bepaald door het doen van één enkele anthropometrische bepaling Een combinatie van anthropometrische bepalingen kan echter waardevolle informatie geven (Edington, ###; Jeejeebhoy, ###; WHO, ###) Bij het bepalen van de voedingstoestand worden anthropometrische gegevens tweeledig bij herhaalde metingen als indicator voor verandering in voedingstoestand De huidige beschikbare referentiegegevens zijn afkomstig van gezonde volwassenen In ### is de WHO begonnen met het ontwikkelen van een richtlijn voor het gebruiken van Het meten van veranderingen van het lichaamsgewicht geeft een redelijk betrouwbare maat voor de voedingstoestand, zeker wanneer de tijd waarin de gewichtsverandering heeft plaatsgevonden in beschouwing wordt genomen Het is een goedkope, in de praktijk eenvoudig uit te voeren handeling die weinig belastend is voor de patiënt Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een weegstoel of weegbed Het lichaamsgewicht dient te worden gemeten De door de patiënt gerapporteerde waarden van het gewicht kunnen onbetrouwbaar zijn (<PERSOON>, ###) In een grote cohortstudie naar de validiteit van gerapporteerde waarden van lengte en gewicht, blijkt het gewicht te worden ondergerapporteerd Het verschil tussen het gerapporteerde en gemeten gewicht bij mannen lag in ##% tussen -# # kg - +<DATUM> kg Bij ##% van de Om te komen tot een betrouwbare gewichtsbepaling dient gebruik te worden gemaakt van Voor het bepalen van het percentage gewichtsverlies hanteert men de volgende formule is er sprake van ondervoeding (Kondrup, ###, Guidelines ASPEN, ###; ###; Blackburn, Door het verlies van lichaamsgewicht uit te drukken in procenten worden eveneens obese personen als ondervoed geclassificeerd indien zij onvrijwillig gewicht zijn kwijtgeraakt Indien sprake is van oedeemvorming, ascites, dehydratie of andere verstoring van de vochtbalans kan het percentage gewichtsverlies niet worden gebruikt als marker voor De lichaamslengte wordt bij voorkeur gemeten, in ieder geval bij ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar Met het toenemen van de leeftijd, wordt de lengte door de patiënt vaak overschat Een studie bij patiënten tussen de ## - <LEEFTIJD> jaar laat een gemiddeld verschil zien van de gemeten en gerapporteerde lengte van #,# cm bij mannen en #,# cm bij vrouwen (Gunnell, ###) Een andere studie laat eveneens een overschatting van de lichaamslengte zien met een range van #,## tot #,## cm bij mannen en #,## tot #,## cm bij vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar Wanneer de gerapporteerde lengte ten opzichte van de gemeten lengte dan wordt gebruikt voor het berekenen van de BMI valt de score één punt lager uit (Kuczmarski, ###) Dit kan betekenen dat een patiënt ten onrechte als ondervoed wordt gediagnostiseerd Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan een kniehoogtemeting of de armspanwijdte gebruikt worden (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De armspanwijdte is gedefineerd als de afstand tussen de topjes van de langste vinger van iedere hand met beide armen volledig horizontaal gestrekt De armspanwijdte is ongeveer.
| 636 | nvog |
formule is er sprake van ondervoeding (Kondrup, ###, Guidelines ASPEN, ###; ###; Blackburn, Door het verlies van lichaamsgewicht uit te drukken in procenten worden eveneens obese personen als ondervoed geclassificeerd indien zij onvrijwillig gewicht zijn kwijtgeraakt Indien sprake is van oedeemvorming, ascites, dehydratie of andere verstoring van de vochtbalans kan het percentage gewichtsverlies niet worden gebruikt als marker voor De lichaamslengte wordt bij voorkeur gemeten, in ieder geval bij ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar Met het toenemen van de leeftijd, wordt de lengte door de patiënt vaak overschat Een studie bij patiënten tussen de ## - <LEEFTIJD> jaar laat een gemiddeld verschil zien van de gemeten en gerapporteerde lengte van #,# cm bij mannen en #,# cm bij vrouwen (Gunnell, ###) Een andere studie laat eveneens een overschatting van de lichaamslengte zien met een range van #,## tot #,## cm bij mannen en #,## tot #,## cm bij vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar Wanneer de gerapporteerde lengte ten opzichte van de gemeten lengte dan wordt gebruikt voor het berekenen van de BMI valt de score één punt lager uit (Kuczmarski, ###) Dit kan betekenen dat een patiënt ten onrechte als ondervoed wordt gediagnostiseerd Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan een kniehoogtemeting of de armspanwijdte gebruikt worden (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De armspanwijdte is gedefineerd als de afstand tussen de topjes van de langste vinger van iedere hand met beide armen volledig horizontaal gestrekt De armspanwijdte is ongeveer Aan de hand van de volgende formules kan vanuit de kniehoogte (lower leg length LLL) de Bij de beoordeling van het lichaamsgewicht is bij volwassenen de BMI een veelgebruikte maat De BMI is gedefinieerd als het gewicht (in kg) gedeeld door de lengte (in m) in het De indeling van de BMI bij volwassenen van ##-<LEEFTIJD> jaar is Een BMI (##,# wordt door de werkgroep gehanteerd als een criterium voor ondervoeding De BMI blijkt een goede indicator voor ondervoeding te zijn Hoewel een lage BMI (( ##,#) kan duiden op ondervoeding, sluit een normaal tot hoge BMI ondervoeding niet uit (<PERSOON>, ###) Voor sommige groepen, zoals Aziaten en Hindoestanen, gelden andere grenswaarden Dat heeft te maken met een andere lichaamsbouw Over deze grenswaarden bestaat nog steeds Duidelijk is wel dat bij deze bevolkingsgroepen al bij lagere waarden sprake is van een Duidelijk is dat de grenswaarden voor de BMI zoals die voor volwassenen gelden bij ouderen vanaf <LEEFTIJD> jaar met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd Ouder worden gaat gewoonlijk gepaard met veranderingen in de bouw van het lichaam In verhouding hebben ouderen minder vetvrije massa (âlean body massâ), met name spiermassa, en daalt de lengte Dit beïnvloedt de BMI-classificatie bij ouderen Mogelijk dat een hogere BMI als grens voor onder- danwel overgewicht moet worden gehanteerd Er zijn momenteel nog geen algemeen geaccepteerde criteria voor de BMI voor ouderen De.
| 635 | nvog |
van de volgende formules kan vanuit de kniehoogte (lower leg length LLL) de Bij de beoordeling van het lichaamsgewicht is bij volwassenen de BMI een veelgebruikte maat De BMI is gedefinieerd als het gewicht (in kg) gedeeld door de lengte (in m) in het De indeling van de BMI bij volwassenen van ##-<LEEFTIJD> jaar is Een BMI (##,# wordt door de werkgroep gehanteerd als een criterium voor ondervoeding De BMI blijkt een goede indicator voor ondervoeding te zijn Hoewel een lage BMI (( ##,#) kan duiden op ondervoeding, sluit een normaal tot hoge BMI ondervoeding niet uit (<PERSOON>, ###) Voor sommige groepen, zoals Aziaten en Hindoestanen, gelden andere grenswaarden Dat heeft te maken met een andere lichaamsbouw Over deze grenswaarden bestaat nog steeds Duidelijk is wel dat bij deze bevolkingsgroepen al bij lagere waarden sprake is van een Duidelijk is dat de grenswaarden voor de BMI zoals die voor volwassenen gelden bij ouderen vanaf <LEEFTIJD> jaar met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd Ouder worden gaat gewoonlijk gepaard met veranderingen in de bouw van het lichaam In verhouding hebben ouderen minder vetvrije massa (âlean body massâ), met name spiermassa, en daalt de lengte Dit beïnvloedt de BMI-classificatie bij ouderen Mogelijk dat een hogere BMI als grens voor onder- danwel overgewicht moet worden gehanteerd Er zijn momenteel nog geen algemeen geaccepteerde criteria voor de BMI voor ouderen De een BMI ( ## gehanteerd als één van de criteria van ondervoeding (Halfens, ###) De BMI wordt beïnvloed door verstoringen in de vochtbalans van het lichaam Daarentegen kunnen lengte en gewicht makkelijk en reproduceerbaar worden verkregen en is de meting nauwelijks afhankelijk van de persoon die de meting uitvoert (Stratton, ###; Cook, ###; Het lichaamsgewicht geeft niet altijd voldoende informatie over wat in het lichaam gebeurt tijdens het optreden van ondervoeding De lichaamsmassa kan worden verdeeld in de vetmassa en vetvrije massa De vetvrije massa kan verder worden onderverdeeld in de lichaamscelmassa en de extracellulaire massa Bij chronische patiënten blijkt het algemeen functioneren namelijk sterk samen te hangen met de hoeveelheid spiermassa (Stratton, Er zijn diverse methoden beschikbaar voor het meten van lichaamssamenstelling, zoals dikte triceps huidplooi in combinatie met omtrek van de bovenarm, gelden momenteel als de gouden standaard voor het bepalen van de lichaamssamenstelling Bij dit model worden het lichaamsgewicht en de vet-, water- en mineraalcomponent van het lichaam gemeten Indirect wordt hieruit het eiwitcomponent (lean body De meeste methoden zijn ontwikkeld en gevalideerd bij jonge volwassenen Verder zijn deze methoden in de praktijk veelal niet eenvoudig uit te voeren en/of kostbaar en/of belastend voor de patiënt Deze methoden zijn niet geschikt om te gebruiken, als de patiënt hemodynamisch niet stabiel is en er sprake is van stoornissen in de vochtbalans (<PERSOON>)) Anthropometrische metingen dient men niet te gebruiken bij patiënten met Er zijn aanwijzingen dat de door de patiënt genoemde waarden van de.
| 591 | nvog |
van de criteria van ondervoeding (Halfens, ###) De BMI wordt beïnvloed door verstoringen in de vochtbalans van het lichaam Daarentegen kunnen lengte en gewicht makkelijk en reproduceerbaar worden verkregen en is de meting nauwelijks afhankelijk van de persoon die de meting uitvoert (Stratton, ###; Cook, ###; Het lichaamsgewicht geeft niet altijd voldoende informatie over wat in het lichaam gebeurt tijdens het optreden van ondervoeding De lichaamsmassa kan worden verdeeld in de vetmassa en vetvrije massa De vetvrije massa kan verder worden onderverdeeld in de lichaamscelmassa en de extracellulaire massa Bij chronische patiënten blijkt het algemeen functioneren namelijk sterk samen te hangen met de hoeveelheid spiermassa (Stratton, Er zijn diverse methoden beschikbaar voor het meten van lichaamssamenstelling, zoals dikte triceps huidplooi in combinatie met omtrek van de bovenarm, gelden momenteel als de gouden standaard voor het bepalen van de lichaamssamenstelling Bij dit model worden het lichaamsgewicht en de vet-, water- en mineraalcomponent van het lichaam gemeten Indirect wordt hieruit het eiwitcomponent (lean body De meeste methoden zijn ontwikkeld en gevalideerd bij jonge volwassenen Verder zijn deze methoden in de praktijk veelal niet eenvoudig uit te voeren en/of kostbaar en/of belastend voor de patiënt Deze methoden zijn niet geschikt om te gebruiken, als de patiënt hemodynamisch niet stabiel is en er sprake is van stoornissen in de vochtbalans (<PERSOON>)) Anthropometrische metingen dient men niet te gebruiken bij patiënten met Er zijn aanwijzingen dat de door de patiënt genoemde waarden van de Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan als benadering de Campos ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ### een percentage ongewenst gewichtsverlies van ) #% binnen # maand of <PERSOON> ### Zoals besproken in hoofdstuk # heeft ondervoeding en in het bijzonder afname van eiwitmassa een negatieve invloed op het ziektebeloop (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; manieren worden gemeten De meest gebruikte functietest is de handgripdynamometrie De maximale knijpkracht van de hand geeft een goede inschatting van de perifere spierfunctie en is gerelateerd aan de totale hoeveelheid spiermassa in het lichaam (Windsor, ###; Klidjian, ###) Bij een verlies van ##% van de spiereiwitten zal tevens de spierkracht afnemen Deze methode is makkelijk uitvoerbaar, niet-invasief voor de patiënt en goedkoop Tussen personen bestaan grote verschillen, waardoor één meting niet zo zinvol is Herhaalde metingen leveren meer informatie op (Baxter, ###) Bij patiënten met stoornissen in de vochtbalans is het meten van de handknijpkracht een goede objectieve functionele parameter ten behoeve van het beoordelen van de voedingstoestand (<PERSOON>, ###; <PERSOON-##>, ###) Een nadeel is dat de spierkracht wordt beïnvloed door artritis, neuromusculaire ziekten, gebruik van spierverslappende middelen en pijn (<PERSOON>, ###; <PERSOON-##>-daSilva, ###; <PERSOON-##>, ###) Er bestaan aparte referentiewaarden per leeftijdscategorie en per geslacht (Webb, ###) Een knijpkracht (##% van de standaard voor leeftijd en geslacht kan.
| 666 | nvog |
Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan als benadering de Campos ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ### een percentage ongewenst gewichtsverlies van ) #% binnen # maand of <PERSOON> ### Zoals besproken in hoofdstuk # heeft ondervoeding en in het bijzonder afname van eiwitmassa een negatieve invloed op het ziektebeloop (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; manieren worden gemeten De meest gebruikte functietest is de handgripdynamometrie De maximale knijpkracht van de hand geeft een goede inschatting van de perifere spierfunctie en is gerelateerd aan de totale hoeveelheid spiermassa in het lichaam (Windsor, ###; Klidjian, ###) Bij een verlies van ##% van de spiereiwitten zal tevens de spierkracht afnemen Deze methode is makkelijk uitvoerbaar, niet-invasief voor de patiënt en goedkoop Tussen personen bestaan grote verschillen, waardoor één meting niet zo zinvol is Herhaalde metingen leveren meer informatie op (Baxter, ###) Bij patiënten met stoornissen in de vochtbalans is het meten van de handknijpkracht een goede objectieve functionele parameter ten behoeve van het beoordelen van de voedingstoestand (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Een nadeel is dat de spierkracht wordt beïnvloed door artritis, neuromusculaire ziekten, gebruik van spierverslappende middelen en pijn (<PERSOON>, ###; <PERSOON-##>-daSilva, ###; <PERSOON-##>, ###) Er bestaan aparte referentiewaarden per leeftijdscategorie en per geslacht (Webb, ###) Een knijpkracht (##% van de standaard voor leeftijd en geslacht kan De handgripdynamometrie is een objectieve functionele parameter, die <PERSOON> ###, <PERSOON-##> ###, <PERSOON-##> ###, Het grote voordeel van biochemische parameters is dat de concentratie van serumwaarden niet afhankelijk is van de lengte of van het gewicht van een persoon Echter, de meeste parameters worden wel beïnvloed door de ernst van de ziekte en door veranderingen in de vochtbalans, waardoor de parameter minder, of helemaal niet specifiek is Idealiter heeft een biochemische parameter een korte halfwaardetijd, reageert snel op inadequate voedselinname, heeft een snelle synthesesnelheid en een constante afbraaksnelheid (<PERSOON-##> is het meest gebruikte serumeiwit ter bepaling van de voedingstoestand en wordt vaak routinematig bepaald in ziekenhuizen Het is echter een slechte parameter voor het beoordelen van de voedingstoestand, omdat niet alle ondervoede (chirurgische) patiënten De plasma-albumineconcentratie wordt niet alleen geregeld door de voedselinname en -opname, maar ook door de ernst van de ziekte Eveneens bepaalde factoren/ziektebeelden kunnen het albuminegehalte beïnvloeden (<PERSOON-##>, ###) Pre-albumine is een betere (kortere biologische halfwaardetijd ca twee dagen), maar ook een beperkte indicator voor recente voedselinname Het daalt bij een energie- en eiwitondervoeding Het daalt echter ook bij een inflammatoire respons Door een nierfunctiestoornis zal het pre-albuminegehalte in het bloed stijgen en door leverfunctiestoornissen juist De creatinine-lengte-index geeft een maat voor de hoeveelheid actief spierweefsel in het lichaam De hoeveelheid uitgescheiden creatinine in de urine wordt vergeleken met de.
| 674 | nvog |
De handgripdynamometrie is een objectieve functionele parameter, die <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Het grote voordeel van biochemische parameters is dat de concentratie van serumwaarden niet afhankelijk is van de lengte of van het gewicht van een persoon Echter, de meeste parameters worden wel beïnvloed door de ernst van de ziekte en door veranderingen in de vochtbalans, waardoor de parameter minder, of helemaal niet specifiek is Idealiter heeft een biochemische parameter een korte halfwaardetijd, reageert snel op inadequate voedselinname, heeft een snelle synthesesnelheid en een constante afbraaksnelheid (<PERSOON> is het meest gebruikte serumeiwit ter bepaling van de voedingstoestand en wordt vaak routinematig bepaald in ziekenhuizen Het is echter een slechte parameter voor het beoordelen van de voedingstoestand, omdat niet alle ondervoede (chirurgische) patiënten De plasma-albumineconcentratie wordt niet alleen geregeld door de voedselinname en -opname, maar ook door de ernst van de ziekte Eveneens bepaalde factoren/ziektebeelden kunnen het albuminegehalte beïnvloeden (<PERSOON>, ###) Pre-albumine is een betere (kortere biologische halfwaardetijd ca twee dagen), maar ook een beperkte indicator voor recente voedselinname Het daalt bij een energie- en eiwitondervoeding Het daalt echter ook bij een inflammatoire respons Door een nierfunctiestoornis zal het pre-albuminegehalte in het bloed stijgen en door leverfunctiestoornissen juist De creatinine-lengte-index geeft een maat voor de hoeveelheid actief spierweefsel in het lichaam De hoeveelheid uitgescheiden creatinine in de urine wordt vergeleken met de Deze parameter wordt minder vaak gebruikt, omdat een urine-inzameling van ## uur nodig is Voor de stikstofbalans is naast een zeer nauwkeurige dieetanalyse, eveneens een verzameling nodig van alle excreta waarbij stikstof verloren gaat urine, feces, bloed, pus transpiratievocht Een stikstofbalans geeft echter weinig inzicht in het verloop van de eiwitopname/-afgifte over langere perioden Ook bij deze parameter zorgt het effect van ziekte op de stikstofbalans dat deze niet specifiek is voor de mate van depletie De biochemische parameters, die worden gezien als maat voor de eiwitstatus, zijn zeer beperkt bruikbaar omdat ze worden beïnvloed door Campos ###, Corish ###, McWhirter ###, Barrera ###, De zogenoemde klinische blik kan worden gebruikt door arts en diëtist om ondervoeding te signaleren De klinische blik kan waardevolle informatie opleveren, maar vergt klinische ervaring Het is een subjectieve parameter Met de klinische blik kan bijvoorbeeld oedeem of ascitis worden waargenomen, dit kan een ondergewicht camoufleren Bij de klinische blik wordt met name gekeken naar uiterlijk van patiënt (ingevallen gelaat), reactie (apatisch, moe, passief), handdruk (slap), conditie huid (droog, schilferig, bleek, eventueel blauwe plekken), conditie haar (dof, dun, breekbaar), spiermassa (spierkracht, hypotonie), zieke indruk, geen belangstelling voor de omgeving, slechte aanspreekbaarheid Deficiënties van mineralen, spoorelementen en/of vitamines uiten zich vaak in afwijkingen van haar, gezicht, lippen, tong, nagels en huid Deze vormen van puntvormige ondervoeding Een onderzoek bij ## patiënten toonde aan dat ##% van de met de klinische blik als ondervoed beoordeelde patiënten ook met een objectief screeningsinstrument als.
| 621 | nvog |
vaak gebruikt, omdat een urine-inzameling van ## uur nodig is Voor de stikstofbalans is naast een zeer nauwkeurige dieetanalyse, eveneens een verzameling nodig van alle excreta waarbij stikstof verloren gaat urine, feces, bloed, pus transpiratievocht Een stikstofbalans geeft echter weinig inzicht in het verloop van de eiwitopname/-afgifte over langere perioden Ook bij deze parameter zorgt het effect van ziekte op de stikstofbalans dat deze niet specifiek is voor de mate van depletie De biochemische parameters, die worden gezien als maat voor de eiwitstatus, zijn zeer beperkt bruikbaar omdat ze worden beïnvloed door Campos ###, Corish ###, McWhirter ###, Barrera ###, De zogenoemde klinische blik kan worden gebruikt door arts en diëtist om ondervoeding te signaleren De klinische blik kan waardevolle informatie opleveren, maar vergt klinische ervaring Het is een subjectieve parameter Met de klinische blik kan bijvoorbeeld oedeem of ascitis worden waargenomen, dit kan een ondergewicht camoufleren Bij de klinische blik wordt met name gekeken naar uiterlijk van patiënt (ingevallen gelaat), reactie (apatisch, moe, passief), handdruk (slap), conditie huid (droog, schilferig, bleek, eventueel blauwe plekken), conditie haar (dof, dun, breekbaar), spiermassa (spierkracht, hypotonie), zieke indruk, geen belangstelling voor de omgeving, slechte aanspreekbaarheid Deficiënties van mineralen, spoorelementen en/of vitamines uiten zich vaak in afwijkingen van haar, gezicht, lippen, tong, nagels en huid Deze vormen van puntvormige ondervoeding Een onderzoek bij ## patiënten toonde aan dat ##% van de met de klinische blik als ondervoed beoordeelde patiënten ook met een objectief screeningsinstrument als <DATUM> Verandering in voedselinname en aan voeding gerelateerde klachten Met behulp van een voedingsanamnese kunnen veranderingen in de voedselinname worden opgespoord Een beperkte inname van energie en voedingsstoffen en/of een éénzijdige voedselinname kan duiden op ondervoeding Hierbij dient te worden opgemerkt dat de (subjectieve) voedingsanamnese een beperkte waarde heeft met betrekking tot het De meest frequent toegepaste mondelinge technieken zijn de â##-uur recallâ (de consumptie van de voedingsanamnese in engere zin (de dietary history) vraagt de specifieke deskundigheid van een diëtist Verder wordt in de praktijk ook als schriftelijke techniek het voedingsdagboekje gebruikt De ervaren diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit technieken om de voedselconsumptie van een persoon te schatten Alle beschikbare Verder is het belangrijk om na te gaan of er problemen zijn met de inname van voedsel en vocht ten gevolge van bijvoorbeeld het niet rechtop kunnen zitten, vermoeidheid, benauwdheid, aversies, psychosociale omstandigheden en het nuchter moeten zijn voor onderzoeken of operaties Ook gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid, braken en De voedingsanamnese (anamnestisch verkregen informatie over voedselen vochtinname) heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van De diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit instrument Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij een tekort (of disbalans) van energie, eiwit en andere voedingsstoffen t g v ziekte leidt tot meetbare nadelige effecten op lichaamssamenstelling, Als onderdeel van het bepalen van de voedingstoestand, dienen lichaamslengte en.
| 620 | nvog |
Verandering in voedselinname en aan voeding gerelateerde klachten Met behulp van een voedingsanamnese kunnen veranderingen in de voedselinname worden opgespoord Een beperkte inname van energie en voedingsstoffen en/of een éénzijdige voedselinname kan duiden op ondervoeding Hierbij dient te worden opgemerkt dat de (subjectieve) voedingsanamnese een beperkte waarde heeft met betrekking tot het De meest frequent toegepaste mondelinge technieken zijn de â##-uur recallâ (de consumptie van de voedingsanamnese in engere zin (de dietary history) vraagt de specifieke deskundigheid van een diëtist Verder wordt in de praktijk ook als schriftelijke techniek het voedingsdagboekje gebruikt De ervaren diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit technieken om de voedselconsumptie van een persoon te schatten Alle beschikbare Verder is het belangrijk om na te gaan of er problemen zijn met de inname van voedsel en vocht ten gevolge van bijvoorbeeld het niet rechtop kunnen zitten, vermoeidheid, benauwdheid, aversies, psychosociale omstandigheden en het nuchter moeten zijn voor onderzoeken of operaties Ook gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid, braken en De voedingsanamnese (anamnestisch verkregen informatie over voedselen vochtinname) heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van De diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit instrument Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij een tekort (of disbalans) van energie, eiwit en andere voedingsstoffen t g v ziekte leidt tot meetbare nadelige effecten op lichaamssamenstelling, Als onderdeel van het bepalen van de voedingstoestand, dienen lichaamslengte en Tijdens opname dient het lichaamsgewicht # keer per week te worden bepaald Bij patiënten bij wie het gewicht niet bruikbaar is voor het berekenen van de BMI, bijvoorbeeld als gevolg van vochtretentie, is de meting van de handknijpkracht de eerste Biochemische parameters kunnen slechts beperkt gebruikt worden voor het bepalen van de Het albumine wordt sterk beïnvloed door de ernst van de ziekte Een albuminewaarde binnen de normale range sluit ondervoeding niet uit De klinische blik dient meegenomen te worden bij het bepalen van de voedingstoestand, Een voedingsanamnese heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van ondervoeding Een voedingsanamnese is het juiste instrument voor de diëtist om de ingezette Om in de praktijk patiënten met (risico op) ondervoeding op een eenvoudige en snelle manier te screenen, zijn nationaal en internationaal diverse (ziektespecifieke) screeningslijsten ontwikkeld Een screeningslijst bestaat veelal uit een combinatie van subjectieve en objectieve parameters Het moet een snel, eenvoudig, valide en reproduceerbaar instrument zijn, dat ingevuld kan worden door diverse hulpverleners (verpleegkundigen, huisartsen e d ) Geadviseerd wordt om te screenen op voedingstoestand gedurende een wachtlijstperiode pre-operatief, binnen ## uur na opname in het ziekenhuis en bij verandering van de conditie Na een eerste grove screening worden risicopatiënten geselecteerd die in aanmerking komen voor het nauwkeurig bepalen van de voedingstoestand Indien de patiënt werkelijk ondervoed is of een verhoogd risico loopt op ondervoeding wordt een adequate voedingsinterventie gestart (<PERSOON>, ###) Een voorbeeld van een snel en eenvoudig De werkgroep hanteert als definitie van ondervoeding.
| 578 | nvog |
opname dient het lichaamsgewicht # keer per week te worden bepaald Bij patiënten bij wie het gewicht niet bruikbaar is voor het berekenen van de BMI, bijvoorbeeld als gevolg van vochtretentie, is de meting van de handknijpkracht de eerste Biochemische parameters kunnen slechts beperkt gebruikt worden voor het bepalen van de Het albumine wordt sterk beïnvloed door de ernst van de ziekte Een albuminewaarde binnen de normale range sluit ondervoeding niet uit De klinische blik dient meegenomen te worden bij het bepalen van de voedingstoestand, Een voedingsanamnese heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van ondervoeding Een voedingsanamnese is het juiste instrument voor de diëtist om de ingezette Om in de praktijk patiënten met (risico op) ondervoeding op een eenvoudige en snelle manier te screenen, zijn nationaal en internationaal diverse (ziektespecifieke) screeningslijsten ontwikkeld Een screeningslijst bestaat veelal uit een combinatie van subjectieve en objectieve parameters Het moet een snel, eenvoudig, valide en reproduceerbaar instrument zijn, dat ingevuld kan worden door diverse hulpverleners (verpleegkundigen, huisartsen e d ) Geadviseerd wordt om te screenen op voedingstoestand gedurende een wachtlijstperiode pre-operatief, binnen ## uur na opname in het ziekenhuis en bij verandering van de conditie Na een eerste grove screening worden risicopatiënten geselecteerd die in aanmerking komen voor het nauwkeurig bepalen van de voedingstoestand Indien de patiënt werkelijk ondervoed is of een verhoogd risico loopt op ondervoeding wordt een adequate voedingsinterventie gestart (<PERSOON>, ###) Een voorbeeld van een snel en eenvoudig De werkgroep hanteert als definitie van ondervoeding Wanneer we uitgaan van deze definitie kunnen sommige screeningslijsten niet langer worden gezien als een voorspeller van ondervoeding, zoals de SNAQ, maar als diagnostisch instrument Een goed voorbeeld hiervan is de <PERSOON>) De MUST geeft immers informatie over zowel BMI als ongewenst gewichtsverlies en de MNA (Mini Nutritional Assessment) worden respectievelijk voor patiënten in de thuissituatie, gedurende ziekenhuisopname en bij ouderen geadviseerd door ESPEN Op <DATUM> is het project '<PERSOON> herkenning en behandeling van ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen' van start gegaan, en valt onder het <PERSOON> Beter programma van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport De projectgroep beveelt minimaal het gebruik van de SNAQ aan, maar bij voorkeur de MUST De definitie van ondervoeding die wordt gehanteerd door de werkgroep, maakt van de SNAQ een voorspellend en van de MUST een diagnostisch Een screeningslijst voor het bepalen van de voedingstoestand moet een Een positieve screening op ondervoeding moet gevolgd worden door een De werkgroep hecht er belang aan dat screening en diagnostiek van ondervoeding wordt opgenomen in het (electronisch) patiënten dossier Het is wenselijk te screenen preoperatief, binnen ## uur na opname, # keer per # weken tijdens langdurige opname en bij ontslag Het lichaamsgewicht dient # keer per week tijdens opname te worden bepaald om Geadviseerd wordt om te screenen op ondervoeding zodra de patiënt in het perioperatieve traject komt, bij opname in en ontslag uit het ziekenhuis Bij langdurige opnames () #.
| 566 | nvog |
uitgaan van deze definitie kunnen sommige screeningslijsten niet langer worden gezien als een voorspeller van ondervoeding, zoals de SNAQ, maar als diagnostisch instrument Een goed voorbeeld hiervan is de <PERSOON>) De MUST geeft immers informatie over zowel BMI als ongewenst gewichtsverlies en de MNA (Mini Nutritional Assessment) worden respectievelijk voor patiënten in de thuissituatie, gedurende ziekenhuisopname en bij ouderen geadviseerd door ESPEN Op <DATUM> is het project '<PERSOON> herkenning en behandeling van ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen' van start gegaan, en valt onder het <PERSOON> Beter programma van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport De projectgroep beveelt minimaal het gebruik van de SNAQ aan, maar bij voorkeur de MUST De definitie van ondervoeding die wordt gehanteerd door de werkgroep, maakt van de SNAQ een voorspellend en van de MUST een diagnostisch Een screeningslijst voor het bepalen van de voedingstoestand moet een Een positieve screening op ondervoeding moet gevolgd worden door een De werkgroep hecht er belang aan dat screening en diagnostiek van ondervoeding wordt opgenomen in het (electronisch) patiënten dossier Het is wenselijk te screenen preoperatief, binnen ## uur na opname, # keer per # weken tijdens langdurige opname en bij ontslag Het lichaamsgewicht dient # keer per week tijdens opname te worden bepaald om Geadviseerd wordt om te screenen op ondervoeding zodra de patiënt in het perioperatieve traject komt, bij opname in en ontslag uit het ziekenhuis Bij langdurige opnames () # De werkgroep is van mening dat het screeningsinstrument dient te worden opgenomen in Baxter JP Problems of nutritional assessment in the acute setting <PERSOON> support in cancer patiënts <PERSOON> ### <PERSOON>;##(# <PERSOON> E Het diëtistisch consult tweede druk ed <PERSOON> MF Nutritional and metabolic assessment of the hospitalized patiënt <PERSOON> AC, <PERSOON-##> JE, Coelho JC Nutritional aspects of liver transplantation Curr Opin Clin Nutr Chumlea WC, <PERSOON-##> AF, Steinbaugh ML Estimating stature from knee height for persons ## to ## <PERSOON-##> S Use of BMI in the assessment of undernutrition in older subjects reflecting on practice Proc Nutr Soc ### Aug;##(#) #<DATUM> Corish CA Pre-operative nutritional assessment in the elderly <PERSOON-##> screening pitfalls of nutritional screening in the injured obese patiënt <PERSOON-##> screening and assessment in cancer-associated malnutrition <PERSOON-##> JP Anthropometric reference data for international use recommendations from a <PERSOON-##> ### Oct;##(#) ###-# Dwyer JT Dietary assessment In Shils ME, Olson JA, Shike M, editors Modern Nutrition in health.
| 561 | nvog |
worden opgenomen in Baxter JP Problems of nutritional assessment in the acute setting <PERSOON> support in cancer patiënts <PERSOON> ### <PERSOON>;##(# <PERSOON> E Het diëtistisch consult tweede druk ed <PERSOON> MF Nutritional and metabolic assessment of the hospitalized patiënt <PERSOON> AC, <PERSOON> JE, Coelho JC Nutritional aspects of liver transplantation Curr Opin Clin Nutr Chumlea WC, <PERSOON> AF, Steinbaugh ML Estimating stature from knee height for persons ## to ## <PERSOON> S Use of BMI in the assessment of undernutrition in older subjects reflecting on practice Proc Nutr Soc ### Aug;##(#) #<DATUM> Corish CA Pre-operative nutritional assessment in the elderly <PERSOON-##> screening pitfalls of nutritional screening in the injured obese patiënt <PERSOON-##> screening and assessment in cancer-associated malnutrition <PERSOON-##> JP Anthropometric reference data for international use recommendations from a <PERSOON-##> ### Oct;##(#) ###-# Dwyer JT Dietary assessment In Shils ME, Olson JA, Shike M, editors Modern Nutrition in health Prevalence of malnutrition on admission to four hospitals in <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> RJ To screen or not to screen for adult malnutrition? <PERSOON-##> KL Accuracy of self-reported height and weight in women an integrative review of the literature <PERSOON-##> screening and assessment tools for use by nurses literature review Guidelines for the use of parenteral and enteral nutrition in adult and pediatric patiënts <PERSOON-##> S, et al How accurately are height, weight and leg length reported by the elderly, and how closely are they related to measurements <PERSOON-##> JQ Hand grip strength an indicator of nutritional state and the mix of postoperative complications in patiënts with oral and maxillofacial cancers <PERSOON-##> TS, <PERSOON-##> ME Lower leg length as an index of stature in adults <PERSOON-##> JM Nutrition assessment and support of organ transplant recipients <PERSOON-##> KN, Detsky AS, Baker JP Assessment of nutritional status <PERSOON-##> M, et al Nutrition support in clinical practice.
| 508 | nvog |
four hospitals in <PERSOON> ### <PERSOON> RJ To screen or not to screen for adult malnutrition? <PERSOON> KL Accuracy of self-reported height and weight in women an integrative review of the literature <PERSOON> screening and assessment tools for use by nurses literature review Guidelines for the use of parenteral and enteral nutrition in adult and pediatric patiënts <PERSOON> S, et al How accurately are height, weight and leg length reported by the elderly, and how closely are they related to measurements <PERSOON> JQ Hand grip strength an indicator of nutritional state and the mix of postoperative complications in patiënts with oral and maxillofacial cancers <PERSOON> TS, <PERSOON> ME Lower leg length as an index of stature in adults <PERSOON> JM Nutrition assessment and support of organ transplant recipients <PERSOON-##> KN, Detsky AS, Baker JP Assessment of nutritional status <PERSOON-##> M, et al Nutrition support in clinical practice National Institutes of Health, American Society for Parenteral and Enteral Nutrition, and American Society for <PERSOON-##> SJ Relation of anthropometric and dynamometric variables to serious postoperative complications Br Med J ### Oct #;###(###) ### Kondrup J, <PERSOON-##> SP, <PERSOON-##> guidelines for nutrition screening ### <PERSOON-##> GA, Cheriex EC, et al Influence of fluid status on techniques used to assess body composition in peritoneal dialysis patiënts <PERSOON-##> HM, Van Tulder <PERSOON-##> JC, <PERSOON-##>-de van der Schueren MA Effectiveness and cost-effectiveness of early screening and treatment of malnourished patiënts <PERSOON-##>-de van der Schueren MA Development and validation of a hospital screening tool for malnutrition the short nutritional <PERSOON-##> of age on validity of self-reported height, weight, and body mass index findings from the Third National Health and Nutrition Examination Survey, <PERSOON-##> use of armspan in nutritional assessment of the elderly <PERSOON-##> Soc <PERSOON-##> of tools for nutritional assessment and screening at hospital admission a population study Clin Nutr ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## <PERSOON-##> TG, <PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> standardization reference manual.
| 525 | nvog |
Enteral Nutrition, and American Society for <PERSOON> SJ Relation of anthropometric and dynamometric variables to serious postoperative complications Br Med J ### Oct #;###(###) ### Kondrup J, <PERSOON> SP, <PERSOON> guidelines for nutrition screening ### <PERSOON> GA, Cheriex EC, et al Influence of fluid status on techniques used to assess body composition in peritoneal dialysis patiënts <PERSOON> HM, Van Tulder <PERSOON> JC, <PERSOON>-de van der Schueren MA Effectiveness and cost-effectiveness of early screening and treatment of malnourished patiënts <PERSOON>-de van der Schueren MA Development and validation of a hospital screening tool for malnutrition the short nutritional <PERSOON> of age on validity of self-reported height, weight, and body mass index findings from the Third National Health and Nutrition Examination Survey, <PERSOON-##> use of armspan in nutritional assessment of the elderly <PERSOON-##> Soc <PERSOON-##> of tools for nutritional assessment and screening at hospital admission a population study Clin Nutr ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## <PERSOON-##> TG, <PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> standardization reference manual <PERSOON-##> of clinical judgement in evaluation of the nutritional status of surgical patiënts <PERSOON-##> ### Dec;##(##) ###<DATUM> McClave SA, Snider HL, Spain DA Preoperative issues in clinical nutrition <PERSOON-##> C <PERSOON-##> we justify continued interest in indirect calorimetry? Nutr McWhirter JP, Pennington CR Incidence and recognition of malnutrition in hospital Br Med J ### <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> reliably identifies malnutrition-related muscle dysfunction <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> measurements in the elderly age and Pichard C, <PERSOON-##> UG Body composition measurements during wasting diseases Curr Opin Clin Nutr Reilly HM Screening for nutritional risk Proc Nutr Soc ### Nov;##(#) ###-## Rowland ML Self-reported weight and height <PERSOON-##> ### Dec;##(#) ###-## <PERSOON-##> EA, Appleby PN, <PERSOON-##> GK, Key TJ Validity of self-reported height and weight in ### <PERSOON-##> AW, Dal GE, <PERSOON-##> TK, Chittleborough CR, <PERSOON-##> RJ, et al How valid are selfreported height and weight? A comparison between CATI self-report and clinic measurements using a large cohort study <PERSOON-##> between handgrip strength, subjective global.
| 615 | nvog |
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.