text stringlengths 80 6.25k | text_len int64 32 3.12k | src stringclasses 7 values |
|---|---|---|
de diagnostiek en behandeling van overgewicht zijn het uitgangspunt Deze worden momenteel geëvalueerd op effectiviteit Bij de behandeling van obesitas is een verwijzing naar de kinderarts aangewezen, die in samenspraak met de huisarts nader onderzoek zal doen naar comorbiditeit Gezamenlijk zullen zij komen tot een advies voor een Er is dringend behoefte aan op effectiviteit onderzochte behandelingen voor kinderen met obesitas Vooral bij morbide obesitas is het van belang door middel van experimentele en goed geëvalueerde behandelmethoden te komen tot een De eerste keus bij de behandeling van volwassenen en kinderen met obesitas is ⢠het verminderen van de energie-inname, door een individueel samengesteld ⢠eventuele toevoeging op maat van psychologische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering Bij de keuze en intensiteit van de behandelingen zijn de volgende factoren van ⢠ervaringen met en uitkomsten van behandelingen in het verleden (inclusief De therapie dient zowel gericht te zijn op gewichtsverlies en gewichtsbehoud als De aanbevolen duur van de therapie is minimaal één jaar, gevolgd door continue Enkelvoudige behandelstrategieën worden niet aangeraden bij de behandeling De behandeling bij kinderen kan gericht zijn op gewichtsverlies of gewichtsbehoud, af hankelijk van de leeftijd en het groeistadium, en op gezondheidswinst Bij de behandeling worden de eet- en leefgewoonten van het gehele gezin Een dieet is gebaseerd op de richtlijnen <PERSOON> Voeding, zoals geformuleerd door Het is van belang dat een dieet in de fase van het gewichtsverlies ### kilocalorieën (#,# MJ) minder bevat dan het dagelijkse energieverbruik om een Het is van belang te streven naar #-##% gewichtsverlies en een afname van de middelomtrek van Aangezien een dieet maatwerk is (op het individu afgestemd, zowel qua energiebeperking als wat betreft eet- en leefgewoonten, psychologische en financiële Een aanpak alleen gericht op dieet wordt afgeraden Dieetinterventies maken deel Elke verandering in het voedingspatroon moet passen bij de leeftijd en bij de richtlijnen voor gezonde voeding Veranderingen moeten vol te houden zijn Ter bevordering van gezondheidswinst wordt aanbevolen inactiviteit zo veel mogelijk te vermijden In <LOCATIE> bestaat de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, waarin wordt geadviseerd dagelijks minimaal ## minuten matig intensief te bewegen Bij mensen met overgewicht of een positieve energiebalans (gewichtstoename) wordt geadviseerd dagelijks minimaal een uur matig intensief Beweegprogrammaâs maken deel uit van de interventie bij de behandeling van obesitas Het programma kan bestaan uit aerobe training van minimaal ##-## minuten op ##-##% van de maximale hartfrequentie gedurende minimaal driemaal per week Beweegprogrammaâs worden aangepast bij obese patiënten die inspanningsbeperkingen hebben als gevolg van (chronische) ziekten Hierbij is Kinderen moeten worden aangemoedigd te voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (Gezondheidsraad ###) Deze norm adviseert jongeren tot <LEEFTIJD> jaar dagelijks minstens een uur aan matig intensieve inspannende lichaamsbeweging te doen (âMetabolic Equivalent Levelâ (MET) <DATUM> door onder meer aerobics, skateboarden en hardlopen, waarbij de activiteiten ten minste tweemaal per week gericht moeten zijn op het verbeteren of handhaven van de lichamelijke Het wordt aanbevolen kinderen aan te moedigen hun activiteitenniveau te verhogen, zelfs als ten gevolge hiervan geen gewicht wordt verloren.
| 600 | nvog |
streven naar #-##% gewichtsverlies en een afname van de middelomtrek van Aangezien een dieet maatwerk is (op het individu afgestemd, zowel qua energiebeperking als wat betreft eet- en leefgewoonten, psychologische en financiële Een aanpak alleen gericht op dieet wordt afgeraden Dieetinterventies maken deel Elke verandering in het voedingspatroon moet passen bij de leeftijd en bij de richtlijnen voor gezonde voeding Veranderingen moeten vol te houden zijn Ter bevordering van gezondheidswinst wordt aanbevolen inactiviteit zo veel mogelijk te vermijden In <LOCATIE> bestaat de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, waarin wordt geadviseerd dagelijks minimaal ## minuten matig intensief te bewegen Bij mensen met overgewicht of een positieve energiebalans (gewichtstoename) wordt geadviseerd dagelijks minimaal een uur matig intensief Beweegprogrammaâs maken deel uit van de interventie bij de behandeling van obesitas Het programma kan bestaan uit aerobe training van minimaal ##-## minuten op ##-##% van de maximale hartfrequentie gedurende minimaal driemaal per week Beweegprogrammaâs worden aangepast bij obese patiënten die inspanningsbeperkingen hebben als gevolg van (chronische) ziekten Hierbij is Kinderen moeten worden aangemoedigd te voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (Gezondheidsraad ###) Deze norm adviseert jongeren tot <LEEFTIJD> jaar dagelijks minstens een uur aan matig intensieve inspannende lichaamsbeweging te doen (âMetabolic Equivalent Levelâ (MET) <DATUM> door onder meer aerobics, skateboarden en hardlopen, waarbij de activiteiten ten minste tweemaal per week gericht moeten zijn op het verbeteren of handhaven van de lichamelijke Het wordt aanbevolen kinderen aan te moedigen hun activiteitenniveau te verhogen, zelfs als ten gevolge hiervan geen gewicht wordt verloren Het wordt aanbevolen kinderen aan te moedigen zittend gedrag te verminderen, Het is te overwegen bij obese personen met een BMI ) ## kg/m# cognitieve gedragstherapie aan een behandeling toe te voegen voor het actief aanleren van nieuwe vaardigheden Het is gewenst dat cognitieve gedragstherapie de volgende interventies omvat monitoring, stimuluscontrole, veranderen van eetgedrag en cognitieve herstructurering âProblem-solvingâ is een goede aanvulling op cognitieve gedragstherapie voor gewichtsstabilisatie Het wordt aanbevolen partners en/of gezinsleden te betrekken bij de behandeling Het is te overwegen bij obese kinderen gedragstherapie aan een behandeling toe te voegen voor het actief aanleren van nieuwe vaardigheden Elke gedragstherapeutische interventie wordt uitgevoerd door of onder supervisie Hoewel strikt genomen niet gedefinieerd als gedragstherapeutische interventies, worden bekrachtiging en het aanmoedigen van ouders om te fungeren als een jaar), kan medicamenteuze therapie worden overwogen ter ondersteuning van de leefstijlinterventies Medicamenteuze alternatieven zijn orlistat, sibutramine en rimonabant De commissie wijst er wel op dat bijwerkingen kunnen optreden en dat langetermijnresultaten van medicamenteuze interventies ontbreken * Farmacologische interventies worden in het algemeen ontraden In uitzonderlijke gevallen kan farmacologie als ondersteunende therapie worden overwogen De literatuur over de effecten van farmacologische interventie met de nu beschikbare middelen laat betrekkelijk geringe effecten zien op lichaamsgewicht en risicofactoren voor diabetes mellitus en cardiovasculaire ziekte Bovendien zijn er nauwelijks gegevens over effecten op morbiditeit (met uitzondering van één onderzoek dat een gunstig effect van.
| 575 | nvog |
Het wordt aanbevolen kinderen aan te moedigen zittend gedrag te verminderen, Het is te overwegen bij obese personen met een BMI ) ## kg/m# cognitieve gedragstherapie aan een behandeling toe te voegen voor het actief aanleren van nieuwe vaardigheden Het is gewenst dat cognitieve gedragstherapie de volgende interventies omvat monitoring, stimuluscontrole, veranderen van eetgedrag en cognitieve herstructurering âProblem-solvingâ is een goede aanvulling op cognitieve gedragstherapie voor gewichtsstabilisatie Het wordt aanbevolen partners en/of gezinsleden te betrekken bij de behandeling Het is te overwegen bij obese kinderen gedragstherapie aan een behandeling toe te voegen voor het actief aanleren van nieuwe vaardigheden Elke gedragstherapeutische interventie wordt uitgevoerd door of onder supervisie Hoewel strikt genomen niet gedefinieerd als gedragstherapeutische interventies, worden bekrachtiging en het aanmoedigen van ouders om te fungeren als een jaar), kan medicamenteuze therapie worden overwogen ter ondersteuning van de leefstijlinterventies Medicamenteuze alternatieven zijn orlistat, sibutramine en rimonabant De commissie wijst er wel op dat bijwerkingen kunnen optreden en dat langetermijnresultaten van medicamenteuze interventies ontbreken * Farmacologische interventies worden in het algemeen ontraden In uitzonderlijke gevallen kan farmacologie als ondersteunende therapie worden overwogen De literatuur over de effecten van farmacologische interventie met de nu beschikbare middelen laat betrekkelijk geringe effecten zien op lichaamsgewicht en risicofactoren voor diabetes mellitus en cardiovasculaire ziekte Bovendien zijn er nauwelijks gegevens over effecten op morbiditeit (met uitzondering van één onderzoek dat een gunstig effect van helemaal geen gegevens over het effect op mortaliteit Bovendien zijn er vraagtekens bij de veiligheid van enkele producten Terughoudendheid met het voorschrijven van medicamenten uit het huidige arsenaal is derhalve aangewezen Het College voor Zorgverzekeringen is op grond van deze overwegingen van mening dat geen van de hier beschreven Bariatrische chirurgie kan worden overwogen als behandeling van obesitas als ⢠De persoon heeft een BMI ⥠## kg/m# of BMI tussen ## en ## kg/m# gepaard gaande met comorbiditeit (zoals diabetes mellitus type # of hoge bloeddruk) ⢠Gangbare niet-chirurgische behandelingen zijn uitgeprobeerd, maar hebben ⢠De persoon is intensief behandeld (of zal worden behandeld) in een in de ⢠De persoon is voldoende gezond om anesthesie en chirurgie te ondergaan (dit is gebaseerd op een afweging van het operatierisico en de potentiële gezondheidswinst door de operatie) ⢠De persoon begrijpt de noodzaak van en is bereid mee te werken aan langdurige follow-up ⢠De persoon is bereid levenslang dagelijks vitaminepreparaten te slikken In tegenstelling tot het bovenstaande kan bij een patiënt met een BMI ) ## kg/m# (superobees) bariatrische chirurgie als eerste behandeling worden overwogen De voordelen en langetermijnimplicaties van chirurgie, met de daarbij behorende risicoâs op complicaties en overlijden, worden besproken met de patiënt gespecialiseerde centra door chirurgen met uitgebreide ervaring vanwege het Op dit moment worden chirurgische interventies in de behandeling van morbide Negatieve beeldvorming over mensen met obesitas kan de attitude van de zorgverlener beïnvloeden; deze dient zich hiervan bewust te zijn De afgelopen jaren zijn veel rapporten verschenen over het onderwerp obesitas.
| 580 | nvog |
van enkele producten Terughoudendheid met het voorschrijven van medicamenten uit het huidige arsenaal is derhalve aangewezen Het College voor Zorgverzekeringen is op grond van deze overwegingen van mening dat geen van de hier beschreven Bariatrische chirurgie kan worden overwogen als behandeling van obesitas als ⢠De persoon heeft een BMI ⥠## kg/m# of BMI tussen ## en ## kg/m# gepaard gaande met comorbiditeit (zoals diabetes mellitus type # of hoge bloeddruk) ⢠Gangbare niet-chirurgische behandelingen zijn uitgeprobeerd, maar hebben ⢠De persoon is intensief behandeld (of zal worden behandeld) in een in de ⢠De persoon is voldoende gezond om anesthesie en chirurgie te ondergaan (dit is gebaseerd op een afweging van het operatierisico en de potentiële gezondheidswinst door de operatie) ⢠De persoon begrijpt de noodzaak van en is bereid mee te werken aan langdurige follow-up ⢠De persoon is bereid levenslang dagelijks vitaminepreparaten te slikken In tegenstelling tot het bovenstaande kan bij een patiënt met een BMI ) ## kg/m# (superobees) bariatrische chirurgie als eerste behandeling worden overwogen De voordelen en langetermijnimplicaties van chirurgie, met de daarbij behorende risicoâs op complicaties en overlijden, worden besproken met de patiënt gespecialiseerde centra door chirurgen met uitgebreide ervaring vanwege het Op dit moment worden chirurgische interventies in de behandeling van morbide Negatieve beeldvorming over mensen met obesitas kan de attitude van de zorgverlener beïnvloeden; deze dient zich hiervan bewust te zijn De afgelopen jaren zijn veel rapporten verschenen over het onderwerp obesitas verschenen In internationaal perspectief is het rapport Obesity preventing and managing the global epidemic van de Wereldgezondheidsorganisatie uit ### van groot belang In ### is het rapport verschenen van de Ministerial Conference on Counteracting passage van belang in het kader van deze richtlijn â<PERSOON> role of the health system is also important when dealing with people at high risk and those already overweight and obese, by designing and promoting prevention measures and by providing diagnosis, screening and treatment â In mei ### is een âwitboekâ, getiteld Een EU-strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties, aan de Europese Commissie gezonden Hierin wordt ook een duidelijke rol aan de gezondheidszorg toebedeeld in de bestrijding van overgewicht en obesitas ((WEBLINK) Vanwege de ernst en omvang van de problematiek zijn in veel landen âevidence-basedâ richtlijnen voor de behandeling en preventie van obesitas verschenen De meest uitvoerige recente richtlijn is die van het National Institute on Clinical Excellence (NICE) uit het Verenigd Koninkrijk Deze richtlijn, die in december ### gereed kwam, omvat ruim <DATUM> bladzijden en is gebaseerd op een zeer uitvoerige analyse van de beschikbare er tot dusverre nog geen richtlijn voor de behandeling van obesitas Gezien het ruime aanbod van verschillende interventies en de betrokkenheid van een groot aantal sectoren in de gezondheidszorg, is deze richtlijn opgesteld De commissie heeft zich in belangrijke mate georiënteerd op de onderbouwing van bestaande internationale richtlijnen, waarbij zo veel mogelijk additionele informatie uit de Nederlandse gezondheidszorg is.
| 598 | nvog |
is het rapport Obesity preventing and managing the global epidemic van de Wereldgezondheidsorganisatie uit ### van groot belang In ### is het rapport verschenen van de Ministerial Conference on Counteracting passage van belang in het kader van deze richtlijn â<PERSOON> role of the health system is also important when dealing with people at high risk and those already overweight and obese, by designing and promoting prevention measures and by providing diagnosis, screening and treatment â In mei ### is een âwitboekâ, getiteld Een EU-strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties, aan de Europese Commissie gezonden Hierin wordt ook een duidelijke rol aan de gezondheidszorg toebedeeld in de bestrijding van overgewicht en obesitas ((WEBLINK) Vanwege de ernst en omvang van de problematiek zijn in veel landen âevidence-basedâ richtlijnen voor de behandeling en preventie van obesitas verschenen De meest uitvoerige recente richtlijn is die van het National Institute on Clinical Excellence (NICE) uit het Verenigd Koninkrijk Deze richtlijn, die in december ### gereed kwam, omvat ruim <DATUM> bladzijden en is gebaseerd op een zeer uitvoerige analyse van de beschikbare er tot dusverre nog geen richtlijn voor de behandeling van obesitas Gezien het ruime aanbod van verschillende interventies en de betrokkenheid van een groot aantal sectoren in de gezondheidszorg, is deze richtlijn opgesteld De commissie heeft zich in belangrijke mate georiënteerd op de onderbouwing van bestaande internationale richtlijnen, waarbij zo veel mogelijk additionele informatie uit de Nederlandse gezondheidszorg is In deze definitie wordt een aantal belangrijke elementen aangegeven ⢠Obesitas is een ziekte Dat betekent dat er medische aandacht op het gebied van preventie, diagnostiek en behandeling voor nodig is en dat deze toestand niet alleen ⢠Deze ziekte is chronisch Dit houdt in dat obesitas een levenslang probleem is, waarvoor voortdurende aandacht nodig is en op dit moment geen genezing bestaat ⢠De vetstapeling moet zodanig zijn dat dit leidt tot gezondheidsproblemen Dit verwijst Met vet in de buikholte loopt iemand meer risico op chronische aandoeningen dan met vet in de billen of de heupen Met de weegschaal en lengtemeter is een redelijke indicatie te geven van de vetopslag en daarmee van de gezondheidsrisicoâs Echter, voorzichtigheid is hier op zijn plaats <PERSOON> kunnen best iets te zwaar zijn volgens de normen en toch geen overmatige vetopslag in de buik hebben (bijvoorbeeld sporters) Anderzijds kan iemand met een gezond gewicht wel degelijk last hebben van ongezonde vetophopingen (bijvoorbeeld inactieve mensen met een buikje) De beperkingen van de Body Mass Index Precieze metingen kunnen uitsluitsel geven, maar daar is weer training en geavanceerde apparatuur voor nodig Daarom is in deze richtlijn gekozen voor een eenvoudig te bepalen index de Body Mass Index (BMI), ook wel Quetelet Index genoemd De BMI wordt berekend door het gewicht (in kiloâs) te delen door het kwadraat van de lengte (in meters) Als aanvullend diagnostisch criterium wordt hier de buikomvang of middelomtrek voorgesteld De buikomvang is te meten met een meetlint om de buik tussen de.
| 585 | nvog |
⢠Obesitas is een ziekte Dat betekent dat er medische aandacht op het gebied van preventie, diagnostiek en behandeling voor nodig is en dat deze toestand niet alleen ⢠Deze ziekte is chronisch Dit houdt in dat obesitas een levenslang probleem is, waarvoor voortdurende aandacht nodig is en op dit moment geen genezing bestaat ⢠De vetstapeling moet zodanig zijn dat dit leidt tot gezondheidsproblemen Dit verwijst Met vet in de buikholte loopt iemand meer risico op chronische aandoeningen dan met vet in de billen of de heupen Met de weegschaal en lengtemeter is een redelijke indicatie te geven van de vetopslag en daarmee van de gezondheidsrisicoâs Echter, voorzichtigheid is hier op zijn plaats <PERSOON> kunnen best iets te zwaar zijn volgens de normen en toch geen overmatige vetopslag in de buik hebben (bijvoorbeeld sporters) Anderzijds kan iemand met een gezond gewicht wel degelijk last hebben van ongezonde vetophopingen (bijvoorbeeld inactieve mensen met een buikje) De beperkingen van de Body Mass Index Precieze metingen kunnen uitsluitsel geven, maar daar is weer training en geavanceerde apparatuur voor nodig Daarom is in deze richtlijn gekozen voor een eenvoudig te bepalen index de Body Mass Index (BMI), ook wel Quetelet Index genoemd De BMI wordt berekend door het gewicht (in kiloâs) te delen door het kwadraat van de lengte (in meters) Als aanvullend diagnostisch criterium wordt hier de buikomvang of middelomtrek voorgesteld De buikomvang is te meten met een meetlint om de buik tussen de Beide maten in combinatie voldoen goed, omdat in het algemeen wel geldt dat bij een gegeven lengte, meer lichaamsgewicht en een De BMI is ingedeeld in categorieën waarbij mensen meer of minder gezondheidsrisicoâs lopen (zie tabel <DATUM> Echter, de getallen zijn niet voor alle groepen precies hetzelfde De mate van vervetting van het lichaam bij een bepaalde BMI is afhankelijk van het geslacht (vrouwen hebben een hoger vetpercentage dan mannen), de leeftijd (oudere mensen hebben een hoger vetpercentage dan jongere) en de etniciteit (mensen uit Azië hebben een hoger vetpercentage dan Europeanen) De algemene BMI-indeling in tabel <DATUM> geldt voor blanke volwassenen van ## tot ongeveer <LEEFTIJD> jaar Voor kinderen en pubers gelden echter andere grenswaarden, en boven de <LEEFTIJD> jaar is de relatie tussen de BMI en De âwaist/hip ratioâ is een goede voorspeller voor het optreden van diabetes mellitus type # en hart- en vaatziekten Er zijn geen vastgestelde definities voor een te hoge waist/hip ratio Een complicerende factor van de waist/hip ratio is dat het vaak niet duidelijk is of er sprake is van een grote buikomvang of een kleine heupomvang of beide Een relatief grote heupomvang wordt in de recente literatuur door <PERSOON> et al (###) beschreven als mogelijk beschermende factor Een voorzichtige conclusie luidt dat áls er sprake is van een te grote vetopslag, dit maar beter kan worden opgeslagen in de heupregio Vooral bij ouderen is een kleine heupomvang echter vaak een voorspeller van het optreden van.
| 585 | nvog |
Beide maten in combinatie voldoen goed, omdat in het algemeen wel geldt dat bij een gegeven lengte, meer lichaamsgewicht en een De BMI is ingedeeld in categorieën waarbij mensen meer of minder gezondheidsrisicoâs lopen (zie tabel <DATUM> Echter, de getallen zijn niet voor alle groepen precies hetzelfde De mate van vervetting van het lichaam bij een bepaalde BMI is afhankelijk van het geslacht (vrouwen hebben een hoger vetpercentage dan mannen), de leeftijd (oudere mensen hebben een hoger vetpercentage dan jongere) en de etniciteit (mensen uit Azië hebben een hoger vetpercentage dan Europeanen) De algemene BMI-indeling in tabel <DATUM> geldt voor blanke volwassenen van ## tot ongeveer <LEEFTIJD> jaar Voor kinderen en pubers gelden echter andere grenswaarden, en boven de <LEEFTIJD> jaar is de relatie tussen de BMI en De âwaist/hip ratioâ is een goede voorspeller voor het optreden van diabetes mellitus type # en hart- en vaatziekten Er zijn geen vastgestelde definities voor een te hoge waist/hip ratio Een complicerende factor van de waist/hip ratio is dat het vaak niet duidelijk is of er sprake is van een grote buikomvang of een kleine heupomvang of beide Een relatief grote heupomvang wordt in de recente literatuur door <PERSOON> et al (###) beschreven als mogelijk beschermende factor Een voorzichtige conclusie luidt dat áls er sprake is van een te grote vetopslag, dit maar beter kan worden opgeslagen in de heupregio Vooral bij ouderen is een kleine heupomvang echter vaak een voorspeller van het optreden van Een kleine heupomvang is een indicator van âfrailtyâ indien een kleine heupomvang duidt op een afgenomen spiermassa Vanwege de complexiteit van het gebruik van een dergelijke verhouding en het ontbreken van nationaal of internationaal aanvaarde indelingscriteria voor de diagnostiek wordt in deze richtlijn deze maat niet Als screeningsinstrument wordt vaak de buikomvang gebruikt omdat deze een goede indicatie geeft van de hoeveelheid abdominaal en totaal lichaamsvet die cardiovasculair risico beter voorspelt dan de BMI Bij mannen wordt een grenswaarde ⥠### cm gehanteerd voor een ernstig verhoogd risico op metabole complicaties; bij vrouwen ligt deze De buikomvang is sterk gecorreleerd met de hoeveelheid buikvet, en minder met de hoeveelheid spiermassa De hoeveelheid visceraal buikvet (vet aanwezig in de buikholte, binnen het buikvlies, dichtbij, rondom en in de organen) is de belangrijkste risicofactor voor het optreden van diabetes mellitus type # en hart- en vaatziekten Behalve de goede voorspellende waarde van een grote buikomvang op ziekte is de eenvoud van de meting een voordeel (<PERSOON> ###) De buikomvang is gemakkelijk te meten door zowel de professional als het individu Een formule is niet nodig, zoals bij de BMI wel het geval is <PERSOON>, de buikomvang is weinig afhankelijk van de lichaamslengte Bij oudere mannen zijn aanwijzingen gevonden dat een relatief grote buikomvang, in tegenstelling tot een relatief hoge BMI, het risico op overlijden voorspelt (<PERSOON> ###) Bij vrouwen is de postmenopauzale periode van belang Na het optreden van de menopauze vindt.
| 590 | nvog |
Een kleine heupomvang is een indicator van âfrailtyâ indien een kleine heupomvang duidt op een afgenomen spiermassa Vanwege de complexiteit van het gebruik van een dergelijke verhouding en het ontbreken van nationaal of internationaal aanvaarde indelingscriteria voor de diagnostiek wordt in deze richtlijn deze maat niet Als screeningsinstrument wordt vaak de buikomvang gebruikt omdat deze een goede indicatie geeft van de hoeveelheid abdominaal en totaal lichaamsvet die cardiovasculair risico beter voorspelt dan de BMI Bij mannen wordt een grenswaarde ⥠### cm gehanteerd voor een ernstig verhoogd risico op metabole complicaties; bij vrouwen ligt deze De buikomvang is sterk gecorreleerd met de hoeveelheid buikvet, en minder met de hoeveelheid spiermassa De hoeveelheid visceraal buikvet (vet aanwezig in de buikholte, binnen het buikvlies, dichtbij, rondom en in de organen) is de belangrijkste risicofactor voor het optreden van diabetes mellitus type # en hart- en vaatziekten Behalve de goede voorspellende waarde van een grote buikomvang op ziekte is de eenvoud van de meting een voordeel (<PERSOON> ###) De buikomvang is gemakkelijk te meten door zowel de professional als het individu Een formule is niet nodig, zoals bij de BMI wel het geval is <PERSOON>, de buikomvang is weinig afhankelijk van de lichaamslengte Bij oudere mannen zijn aanwijzingen gevonden dat een relatief grote buikomvang, in tegenstelling tot een relatief hoge BMI, het risico op overlijden voorspelt (<PERSOON> ###) Bij vrouwen is de postmenopauzale periode van belang Na het optreden van de menopauze vindt Aangezien de duur van (abdominale) obesitas en de hoeveelheid buikvet van belang zijn, is het nog onduidelijk hoe de BMI en buikomvang zich verhouden als risicofactor voor sterfte bij postmenopauzale Geconcludeerd kan worden dat de BMI op populatieniveau een goede voorspeller is van een verhoogd risico op chronische aandoeningen en een verhoogde mortaliteit Dit geldt in het bijzonder voor een BMI van ## kg/m# of meer Onafhankelijk van de BMI geeft de buikomvang aanvullende informatie over het risico op aandoeningen In verschillende internationale richtlijnen is deze informatie samengevat zoals in tabel <DATUM> Tabel <DATUM> Classificatie van overgewicht en obesitas en de bijbehorende gezondheidsrisicoâs Wanneer een âhoogâ risico als criterium voor diagnose zou moeten worden gesteld, zou dit betrekking hebben op alle volwassenen met een BMI boven ## kg/m# en voor volwassenen met een BMI tussen ## en ## kg/m# alleen in combinatie met een grote buikomvang Voor de definitie en signalering van overgewicht bij kinderen moet onderscheid worden gemaakt in het definiëren van overgewicht voor onderzoek of in de dagelijkse praktijk van bijvoorbeeld de Jeugdgezondheidszorg Bovendien moet rekening worden gehouden met de groei en ontwikkeling, waardoor leeftijds- en geslachtsafhankelijke criteria onontbeerlijk zijn De meest valide en betrouwbare manier om overgewicht te definiëren is via een directe meting van het vetpercentage door middel van een DEXA-meting (âdual energy X-ray absorptiometryâ; een techniek waarmee de weefselmassa zoals die van weerstandanalyse Deze methoden zijn valide (goede sensitiviteit en specificiteit en goede lichaamsvet te meten (Cole ###).
| 588 | nvog |
(abdominale) obesitas en de hoeveelheid buikvet van belang zijn, is het nog onduidelijk hoe de BMI en buikomvang zich verhouden als risicofactor voor sterfte bij postmenopauzale Geconcludeerd kan worden dat de BMI op populatieniveau een goede voorspeller is van een verhoogd risico op chronische aandoeningen en een verhoogde mortaliteit Dit geldt in het bijzonder voor een BMI van ## kg/m# of meer Onafhankelijk van de BMI geeft de buikomvang aanvullende informatie over het risico op aandoeningen In verschillende internationale richtlijnen is deze informatie samengevat zoals in tabel <DATUM> Tabel <DATUM> Classificatie van overgewicht en obesitas en de bijbehorende gezondheidsrisicoâs Wanneer een âhoogâ risico als criterium voor diagnose zou moeten worden gesteld, zou dit betrekking hebben op alle volwassenen met een BMI boven ## kg/m# en voor volwassenen met een BMI tussen ## en ## kg/m# alleen in combinatie met een grote buikomvang Voor de definitie en signalering van overgewicht bij kinderen moet onderscheid worden gemaakt in het definiëren van overgewicht voor onderzoek of in de dagelijkse praktijk van bijvoorbeeld de Jeugdgezondheidszorg Bovendien moet rekening worden gehouden met de groei en ontwikkeling, waardoor leeftijds- en geslachtsafhankelijke criteria onontbeerlijk zijn De meest valide en betrouwbare manier om overgewicht te definiëren is via een directe meting van het vetpercentage door middel van een DEXA-meting (âdual energy X-ray absorptiometryâ; een techniek waarmee de weefselmassa zoals die van weerstandanalyse Deze methoden zijn valide (goede sensitiviteit en specificiteit en goede lichaamsvet te meten (Cole ###) Deze meetmethoden zijn daarom met name geschikt voor wetenschappelijk onderzoek en zijn vooral van belang om andere meetmethoden gebaseerd op antropometrische gegevens te valideren Daarnaast is er een aantal methoden om het vetpercentage op een indirecte manier te meten, zoals lengte en gewicht (BMI), huidplooidikte en middelomtrek Deze methoden hebben een hoge correlatie met vet, maar meten geen vetmassa Zij zijn daarentegen algemeen toepasbaar, niet duur, kindvriendelijk en relatief gemakkelijk uit te voeren Deze methoden moeten wel op de juiste wijze onder gelijke, vastgestelde omstandigheden door goed getrainde mensen met geijkte meetinstrumenten plaatsvinden, willen zij een goede benadering vormen van de vetmassa van de gemeten persoon Op dit moment is de BMI de enige maat met internationaal geaccepteerde en toegepaste niet erg goed met het percentage lichaamsvet (<PERSOON> bij adolescente jongens is het verband tussen de hoeveelheid lichaamsvet en de BMI erg zwak (Deurenberg te minimaliseren is in het ontwikkelde signaleringsprotocol voor overgewicht binnen Deze klinische blik is explicieter gemaakt met de vier criteria lichaamsbouw, etniciteit, BMI maakt geen onderscheid tussen spier- en vetmassa Daardoor kunnen kinderen met korte benen die gespierd zijn of breed gebouwd zijn, een hoge BMI hebben zonder dat sprake is van overgewicht Het omgekeerde komt ook voor <PERSOON> voor het begin van de puberteit treedt een fysiologische groeidip op, waardoor kinderen een hogere BMI hebben dan bij onderzoek werd gedacht In een later stadium van de puberteit treedt juist een groeiversnelling op, waardoor het omgekeerde kan worden waargenomen (Tanner ###).
| 576 | nvog |
geschikt voor wetenschappelijk onderzoek en zijn vooral van belang om andere meetmethoden gebaseerd op antropometrische gegevens te valideren Daarnaast is er een aantal methoden om het vetpercentage op een indirecte manier te meten, zoals lengte en gewicht (BMI), huidplooidikte en middelomtrek Deze methoden hebben een hoge correlatie met vet, maar meten geen vetmassa Zij zijn daarentegen algemeen toepasbaar, niet duur, kindvriendelijk en relatief gemakkelijk uit te voeren Deze methoden moeten wel op de juiste wijze onder gelijke, vastgestelde omstandigheden door goed getrainde mensen met geijkte meetinstrumenten plaatsvinden, willen zij een goede benadering vormen van de vetmassa van de gemeten persoon Op dit moment is de BMI de enige maat met internationaal geaccepteerde en toegepaste niet erg goed met het percentage lichaamsvet (<PERSOON> bij adolescente jongens is het verband tussen de hoeveelheid lichaamsvet en de BMI erg zwak (Deurenberg te minimaliseren is in het ontwikkelde signaleringsprotocol voor overgewicht binnen Deze klinische blik is explicieter gemaakt met de vier criteria lichaamsbouw, etniciteit, BMI maakt geen onderscheid tussen spier- en vetmassa Daardoor kunnen kinderen met korte benen die gespierd zijn of breed gebouwd zijn, een hoge BMI hebben zonder dat sprake is van overgewicht Het omgekeerde komt ook voor <PERSOON> voor het begin van de puberteit treedt een fysiologische groeidip op, waardoor kinderen een hogere BMI hebben dan bij onderzoek werd gedacht In een later stadium van de puberteit treedt juist een groeiversnelling op, waardoor het omgekeerde kan worden waargenomen (Tanner ###) geven Zo worden significante verschillen gevonden tussen bijvoorbeeld Chinese, Het type vetafzetting, vooral rond de buik met relatief smalle benen en armen, geeft Dit signaleringsprotocol blijkt goed toepasbaar in de dagelijkse praktijk en wordt veelvuldig gebruikt in <LOCATIE>, niet alleen in de Jeugdgezondheidszorg, maar ook door De internationale criteria zijn gemaakt voor kinderen vanaf <LEEFTIJD> jaar; voor jongere kinderen zijn nog geen criteria beschikbaar Recentelijk zijn door de WHO wel nieuwe groeicurven gepresenteerd voor #-<LEEFTIJD>-jarigen gebaseerd op zes internationale onderzoeken bij kinderen die borstvoeding hebben gehad en van wie de moeders niet rookten (http // Er dient nog nader te worden onderzocht of deze groeicurven generaliseerbaar zijn naar en toepasbaar zijn voor de Nederlandse populatie, en of met deze gegevens BMI-criteria voor #-<LEEFTIJD>-jarigen kunnen worden ontwikkeld Bovendien moet worden nagegaan wat de verschillen zijn met de internationale BMI-criteria, zoals die zijn ontwikkeld door Cole Tot nu toe is de BMI nog steeds de beste maat om de ontwikkeling van overgewicht en obesitas nationaal en lokaal te volgen en in de dagelijkse praktijk te signaleren Echter, gezien de omvang en ernst van overgewicht en obesitas is een goede definiëring en dus ook het kritisch blijven beschouwen daarvan noodzakelijk Er wordt daarom ook veel gepubliceerd en gediscussieerd over dit onderwerp en over welk instrument het beste is om te signaleren, om te monitoren en om de effectiviteit van interventies te meten Ruim de helft van de Nederlandse volwassen bevolking heeft momenteel een Body Mass Index van ## kg/m# of meer (overgewicht of obesitas).
| 570 | nvog |
significante verschillen gevonden tussen bijvoorbeeld Chinese, Het type vetafzetting, vooral rond de buik met relatief smalle benen en armen, geeft Dit signaleringsprotocol blijkt goed toepasbaar in de dagelijkse praktijk en wordt veelvuldig gebruikt in <LOCATIE>, niet alleen in de Jeugdgezondheidszorg, maar ook door De internationale criteria zijn gemaakt voor kinderen vanaf <LEEFTIJD> jaar; voor jongere kinderen zijn nog geen criteria beschikbaar Recentelijk zijn door de WHO wel nieuwe groeicurven gepresenteerd voor #-<LEEFTIJD>-jarigen gebaseerd op zes internationale onderzoeken bij kinderen die borstvoeding hebben gehad en van wie de moeders niet rookten (http // Er dient nog nader te worden onderzocht of deze groeicurven generaliseerbaar zijn naar en toepasbaar zijn voor de Nederlandse populatie, en of met deze gegevens BMI-criteria voor #-<LEEFTIJD>-jarigen kunnen worden ontwikkeld Bovendien moet worden nagegaan wat de verschillen zijn met de internationale BMI-criteria, zoals die zijn ontwikkeld door Cole Tot nu toe is de BMI nog steeds de beste maat om de ontwikkeling van overgewicht en obesitas nationaal en lokaal te volgen en in de dagelijkse praktijk te signaleren Echter, gezien de omvang en ernst van overgewicht en obesitas is een goede definiëring en dus ook het kritisch blijven beschouwen daarvan noodzakelijk Er wordt daarom ook veel gepubliceerd en gediscussieerd over dit onderwerp en over welk instrument het beste is om te signaleren, om te monitoren en om de effectiviteit van interventies te meten Ruim de helft van de Nederlandse volwassen bevolking heeft momenteel een Body Mass Index van ## kg/m# of meer (overgewicht of obesitas) obesitas Het vóórkomen van overgewicht en obesitas is de afgelopen <LEEFTIJD> jaar behoorlijk gestegen, vooral tussen ### en ### De laatste jaren lijkt dit enigszins gestabiliseerd Tabel <DATUM> Percentage overgewicht (<LEEFTIJD> jaar en ouder) gebaseerd op het Permanent Onderzoek Leefsituatie Deze zelfgerapporteerde gegevens kloppen niet altijd met de werkelijke lengte en het gewicht <PERSOON> et al (###) vonden een verschil in de prevalentie van overgewicht tussen gemeten en gerapporteerde gegevens van #% De prevalentie van overgewicht lag hoger wanneer de gemeten gegevens werden gebruikt Voor de prevalentie van obesitas Er zijn nog geen prevalentiecijfers van overgewicht en obesitas vóór ### gepubliceerd die gebruikmaken van de internationale BMI-criteria naar leeftijd In het eerste en tweede landelijke groeionderzoek, uitgevoerd in ### en ###, zijn wel âgewicht naar lengteâ-curven verzameld Er zullen nadere analyses moeten plaatsvinden om de prevalentie van overgewicht en obesitas na te gaan en om na te gaan of deze vergelijkbaar zijn met gegevens van het derde en vierde landelijke groeionderzoek, uitgevoerd in respectievelijk ### en ###-### Het percentage kinderen met overgewicht is in <LOCATIE> in de periode ###-### meer dan verdubbeld in ### had <DATUM> van de #- tot <LEEFTIJD>-jarige jongens te maken met overgewicht, en in ### was dit <DATUM> (Hirasing ###) Het percentage jongens met obesitas in deze leeftijdsgroep is zelfs verachtvoudigd van #,#-#,#% tot #,<DATUM> #% Bij meisjes zijn Recente cijfers uit een populatie van #-<LEEFTIJD>-jarige kinderen uit ## GGD-regioâs laten zien.
| 648 | nvog |
vóórkomen van overgewicht en obesitas is de afgelopen <LEEFTIJD> jaar behoorlijk gestegen, vooral tussen ### en ### De laatste jaren lijkt dit enigszins gestabiliseerd Tabel <DATUM> Percentage overgewicht (<LEEFTIJD> jaar en ouder) gebaseerd op het Permanent Onderzoek Leefsituatie Deze zelfgerapporteerde gegevens kloppen niet altijd met de werkelijke lengte en het gewicht <PERSOON> et al (###) vonden een verschil in de prevalentie van overgewicht tussen gemeten en gerapporteerde gegevens van #% De prevalentie van overgewicht lag hoger wanneer de gemeten gegevens werden gebruikt Voor de prevalentie van obesitas Er zijn nog geen prevalentiecijfers van overgewicht en obesitas vóór ### gepubliceerd die gebruikmaken van de internationale BMI-criteria naar leeftijd In het eerste en tweede landelijke groeionderzoek, uitgevoerd in ### en ###, zijn wel âgewicht naar lengteâ-curven verzameld Er zullen nadere analyses moeten plaatsvinden om de prevalentie van overgewicht en obesitas na te gaan en om na te gaan of deze vergelijkbaar zijn met gegevens van het derde en vierde landelijke groeionderzoek, uitgevoerd in respectievelijk ### en ###-### Het percentage kinderen met overgewicht is in <LOCATIE> in de periode ###-### meer dan verdubbeld in ### had <DATUM> van de #- tot <LEEFTIJD>-jarige jongens te maken met overgewicht, en in ### was dit <DATUM> (Hirasing ###) Het percentage jongens met obesitas in deze leeftijdsgroep is zelfs verachtvoudigd van #,#-#,#% tot #,<DATUM> #% Bij meisjes zijn Recente cijfers uit een populatie van #-<LEEFTIJD>-jarige kinderen uit ## GGD-regioâs laten zien Sinds ### is het percentage #-<LEEFTIJD>-jarige jongens met overgewicht gestegen van gemiddeld #,#% naar ##,#% Meisjes blijken vaker te dik te zijn dan jongens, vooral op jongere leeftijd Gemiddeld is de prevalentie van overgewicht bij meisjes van #-<LEEFTIJD>-jarigen gestegen van ##,#% in ### naar ##,#% in ###-### (<PERSOON> ###) Bij de vergelijking van deze percentages moet wel rekening worden gehouden met het feit dat de cijfers uit ### en ###-### op verschillende wijzen zijn geanalyseerd, waardoor ze niet helemaal vergelijkbaar zijn Ze geven echter zeker een indicatie van de trend Ook het percentage jongens en meisjes die veel te zwaar zijn (obesitas), is sterk toegenomen Bij jongens van # tot en met <LEEFTIJD> jaar is de prevalentie gestegen van #,#% in ### naar #,# in ### en vervolgens naar #,#% in ###-### (<PERSOON> ###) Bij Over de gehele wereld is de prevalentie van overgewicht en obesitas fors gestegen bij zowel volwassenen als kinderen Ook in Europa worden deze toenamen vrijwel in alle landen gezien Vele onderzoeken hebben reeds overzichten gegeven van prevalentiecijfers bij kinderen (<PERSOON> ###) en prevalenties bij volwassenen (IOTF ###, Seidell ###, Silventoinen ###, WHO ###) Een probleem is echter dat deze cijfers vaak op verschillende manieren worden verkregen Ze zijn soms zelfgerapporteerd, soms gemeten, vaak in verschillende populaties en bovendien op verschillende wijze berekend en geanalyseerd Daardoor zijn de cijfers vaak niet goed vergelijkbaar tussen verschillende landen, maar ook niet binnen landen wanneer wordt gekeken naar trends.
| 734 | nvog |
gestegen van gemiddeld #,#% naar ##,#% Meisjes blijken vaker te dik te zijn dan jongens, vooral op jongere leeftijd Gemiddeld is de prevalentie van overgewicht bij meisjes van #-<LEEFTIJD>-jarigen gestegen van ##,#% in ### naar ##,#% in ###-### (<PERSOON> ###) Bij de vergelijking van deze percentages moet wel rekening worden gehouden met het feit dat de cijfers uit ### en ###-### op verschillende wijzen zijn geanalyseerd, waardoor ze niet helemaal vergelijkbaar zijn Ze geven echter zeker een indicatie van de trend Ook het percentage jongens en meisjes die veel te zwaar zijn (obesitas), is sterk toegenomen Bij jongens van # tot en met <LEEFTIJD> jaar is de prevalentie gestegen van #,#% in ### naar #,# in ### en vervolgens naar #,#% in ###-### (<PERSOON> ###) Bij Over de gehele wereld is de prevalentie van overgewicht en obesitas fors gestegen bij zowel volwassenen als kinderen Ook in Europa worden deze toenamen vrijwel in alle landen gezien Vele onderzoeken hebben reeds overzichten gegeven van prevalentiecijfers bij kinderen (<PERSOON> ###) en prevalenties bij volwassenen (IOTF ###, Seidell ###, Silventoinen ###, WHO ###) Een probleem is echter dat deze cijfers vaak op verschillende manieren worden verkregen Ze zijn soms zelfgerapporteerd, soms gemeten, vaak in verschillende populaties en bovendien op verschillende wijze berekend en geanalyseerd Daardoor zijn de cijfers vaak niet goed vergelijkbaar tussen verschillende landen, maar ook niet binnen landen wanneer wordt gekeken naar trends gegevens over overgewicht en obesitas beschikbaar, waaronder <LOCATIE> Tabel <DATUM> geeft een indruk van de door de WHO gehanteerde prevalentiecijfers voor Europa Kinderen met overgewicht worden relatief vaak volwassenen met overgewicht De voorspellende waarde van overgewicht op jonge leeftijd voor overgewicht op volwassen leeftijd neemt toe met de leeftijd Met een technische term wordt dit âtrackingâ genoemd Tabel <DATUM> Meest recente prevalentiecijfers van obesitas (BMI ) ## kg/m#) bij volwassenen (meestal ##-<LEEFTIJD> jaar maar soms worden andere ranges gebruikt) in EU-landen De meeste cijfers zijn gebaseerd op zelfgerapporteerde lengte en gewicht in bevolkingsonderzoek (WHO ###) (mensen blijven op een bepaald traject op bijvoorbeeld een groeicurve) Zo is de tracking van overgewicht van ## naar <LEEFTIJD> jaar hoog Een stabiliteitsschatting in het Amsterdamse Groei- en Gezondheidsonderzoek van de BMI was #,## (<PERSOON> ###) Circa ##% van de obese kinderen zal obesitas hebben als volwassene, terwijl dat percentage voor adolescenten ##% is (Whitacker ###) Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat overgewicht op <DATUM> jarige leeftijd een redelijke tot goede voorspeller is voor het hebben van overgewicht na de puberteit (Johannsson ###, Fuentes ###, Magarey ###) Zo werd in een onderzoek in IJsland gevonden dat ##% van de <LEEFTIJD>-jarige kinderen na de puberteit nog steeds overgewicht had (Johannsson ###) In een onderzoek in Finland werd gevonden dat kinderen met een hoog gewicht (hoogste tertiel) op <LEEFTIJD>-jarige leeftijd, op <LEEFTIJD>-jarige leeftijd een drie keer zo groot risico hadden op een hoog gewicht Ook de gewichtstoename tussen # maanden.
| 714 | nvog |
beschikbaar, waaronder <LOCATIE> Tabel <DATUM> geeft een indruk van de door de WHO gehanteerde prevalentiecijfers voor Europa Kinderen met overgewicht worden relatief vaak volwassenen met overgewicht De voorspellende waarde van overgewicht op jonge leeftijd voor overgewicht op volwassen leeftijd neemt toe met de leeftijd Met een technische term wordt dit âtrackingâ genoemd Tabel <DATUM> Meest recente prevalentiecijfers van obesitas (BMI ) ## kg/m#) bij volwassenen (meestal ##-<LEEFTIJD> jaar maar soms worden andere ranges gebruikt) in EU-landen De meeste cijfers zijn gebaseerd op zelfgerapporteerde lengte en gewicht in bevolkingsonderzoek (WHO ###) (mensen blijven op een bepaald traject op bijvoorbeeld een groeicurve) Zo is de tracking van overgewicht van ## naar <LEEFTIJD> jaar hoog Een stabiliteitsschatting in het Amsterdamse Groei- en Gezondheidsonderzoek van de BMI was #,## (<PERSOON> ###) Circa ##% van de obese kinderen zal obesitas hebben als volwassene, terwijl dat percentage voor adolescenten ##% is (Whitacker ###) Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat overgewicht op <DATUM> jarige leeftijd een redelijke tot goede voorspeller is voor het hebben van overgewicht na de puberteit (Johannsson ###, Fuentes ###, Magarey ###) Zo werd in een onderzoek in IJsland gevonden dat ##% van de <LEEFTIJD>-jarige kinderen na de puberteit nog steeds overgewicht had (Johannsson ###) In een onderzoek in Finland werd gevonden dat kinderen met een hoog gewicht (hoogste tertiel) op <LEEFTIJD>-jarige leeftijd, op <LEEFTIJD>-jarige leeftijd een drie keer zo groot risico hadden op een hoog gewicht Ook de gewichtstoename tussen # maanden leeftijd De tracking is beter voor kinderen met ouders die beiden overgewicht hebben dan kinderen met ouders waarvan er één of geen van beiden overgewicht heeft Ook blijken er etnische verschillen te zijn in de tracking van overgewicht, waarbij de tracking Gerelateerd aan deze tracking van obesitas zijn allerlei ernstige complicaties, zoals in de volgende paragraaf is te lezen Volwassenen die als kind obees waren, hebben zelfs onafhankelijk van hun gewicht op volwassen leeftijd een verhoogd risico op morbiditeit Hoewel de relatieve risicoâs (grootte van de RRâs) op chronische ziekten bij personen met obesitas en overgewicht in vergelijking tot personen met een gewenst gewicht (BMI tussen ##,# en ##,# kg/m#) afnemen met de leeftijd, neemt het belang van overgewicht en obesitas voor de volksgezondheid toe met de leeftijd Dit is mede toe te schrijven aan de relatief hoge prevalenties van overgewicht en obesitas bij mensen van middelbare leeftijd of ouder en de hoge absolute kans op ziekte of overlijden met het toenemen van Risicogroepen zijn zoals in het rapport van de Gezondheidsraad wordt aangegeven Kinderen met een laag geboortegewicht en vervolgens een snelle inhaalgroei vormen ook een risicogroep, evenals kinderen met een hoog geboortegewicht en kinderen met ouders met overgewicht of obesitas (<PERSOON> ###, Reilly ###) Tabel <DATUM> Odds ratioâs voor obesitas op jonge volwassen leeftijd als gevolg van obesitas bij het kind zelf of Uit tabel <DATUM> valt af te lezen dat obesitas bij zeer jonge kinderen (<DATUM> jaar) geen goede voorspeller is van obesitas op volwassen leeftijd.
| 650 | nvog |
beter voor kinderen met ouders die beiden overgewicht hebben dan kinderen met ouders waarvan er één of geen van beiden overgewicht heeft Ook blijken er etnische verschillen te zijn in de tracking van overgewicht, waarbij de tracking Gerelateerd aan deze tracking van obesitas zijn allerlei ernstige complicaties, zoals in de volgende paragraaf is te lezen Volwassenen die als kind obees waren, hebben zelfs onafhankelijk van hun gewicht op volwassen leeftijd een verhoogd risico op morbiditeit Hoewel de relatieve risicoâs (grootte van de RRâs) op chronische ziekten bij personen met obesitas en overgewicht in vergelijking tot personen met een gewenst gewicht (BMI tussen ##,# en ##,# kg/m#) afnemen met de leeftijd, neemt het belang van overgewicht en obesitas voor de volksgezondheid toe met de leeftijd Dit is mede toe te schrijven aan de relatief hoge prevalenties van overgewicht en obesitas bij mensen van middelbare leeftijd of ouder en de hoge absolute kans op ziekte of overlijden met het toenemen van Risicogroepen zijn zoals in het rapport van de Gezondheidsraad wordt aangegeven Kinderen met een laag geboortegewicht en vervolgens een snelle inhaalgroei vormen ook een risicogroep, evenals kinderen met een hoog geboortegewicht en kinderen met ouders met overgewicht of obesitas (<PERSOON> ###, Reilly ###) Tabel <DATUM> Odds ratioâs voor obesitas op jonge volwassen leeftijd als gevolg van obesitas bij het kind zelf of Uit tabel <DATUM> valt af te lezen dat obesitas bij zeer jonge kinderen (<DATUM> jaar) geen goede voorspeller is van obesitas op volwassen leeftijd met obesitas veel belangrijker Bij een toenemende leeftijd neemt het belang van het obees-zijn als kind toe en het obees-zijn van ouders af Van de kinderen die op ##-##jarige leeftijd geen obesitas hadden en geen obese ouders hadden, werd #% obees als jonge volwassene Van de kinderen uit dezelfde leeftijdgroep die zelf al obees waren op die leeftijd en die twee ouders met obesitas hadden, werd ##% obees als jonge volwassene (Whitaker ###) De gezondheidsrisicoâs van obesitas zijn goed gedocumenteerd, die van overgewicht veel minder Ziekten die vaker voorkomen bij mensen met overgewicht en obesitas, zijn hart- en vaatziekten, verschillende vormen van kanker, galziekten, artrose, ademhalingsproblemen, jicht, infertiliteit, menstruatiestoornissen en foetale defecten Naarmate het overgewicht toeneemt, wordt het risico op deze ziekten over het algemeen groter (zie tabel <DATUM> Tabel <DATUM> Relatieve risicoâs op ziekten naar de mate van overgewicht (tien jaar follow-up van de vrouwen (v) uit de Nursesâ Health Study en de mannen (m) uit de Health Professionals Study) Veel van de bovenstaande ziekten hebben gemeenschappelijke risicofactoren De combinatie van obesitas (meestal in de vorm van een grote buikomvang) met diverse van die risicofactoren wordt ook wel het metabool syndroom genoemd (Olijhoek et al ###), maar de waarde van dit syndroom in de diagnostiek en behandeling van obesitas is onzeker (Seidell ###) Van deze gezondheidsrisicoâs is vooral de toegenomen prevalentie van glucose-intolerantie en diabetes mellitus type # â in de Verenigde Staten ook al op de kinderleeftijd â zorgwekkend.
| 620 | nvog |
Bij een toenemende leeftijd neemt het belang van het obees-zijn als kind toe en het obees-zijn van ouders af Van de kinderen die op ##-##jarige leeftijd geen obesitas hadden en geen obese ouders hadden, werd #% obees als jonge volwassene Van de kinderen uit dezelfde leeftijdgroep die zelf al obees waren op die leeftijd en die twee ouders met obesitas hadden, werd ##% obees als jonge volwassene (Whitaker ###) De gezondheidsrisicoâs van obesitas zijn goed gedocumenteerd, die van overgewicht veel minder Ziekten die vaker voorkomen bij mensen met overgewicht en obesitas, zijn hart- en vaatziekten, verschillende vormen van kanker, galziekten, artrose, ademhalingsproblemen, jicht, infertiliteit, menstruatiestoornissen en foetale defecten Naarmate het overgewicht toeneemt, wordt het risico op deze ziekten over het algemeen groter (zie tabel <DATUM> Tabel <DATUM> Relatieve risicoâs op ziekten naar de mate van overgewicht (tien jaar follow-up van de vrouwen (v) uit de Nursesâ Health Study en de mannen (m) uit de Health Professionals Study) Veel van de bovenstaande ziekten hebben gemeenschappelijke risicofactoren De combinatie van obesitas (meestal in de vorm van een grote buikomvang) met diverse van die risicofactoren wordt ook wel het metabool syndroom genoemd (Olijhoek et al ###), maar de waarde van dit syndroom in de diagnostiek en behandeling van obesitas is onzeker (Seidell ###) Van deze gezondheidsrisicoâs is vooral de toegenomen prevalentie van glucose-intolerantie en diabetes mellitus type # â in de Verenigde Staten ook al op de kinderleeftijd â zorgwekkend sociale problemen en een verminderde kwaliteit van leven met zich mee (WHO ###) Andere aandoeningen die vaker voorkomen bij obese mensen, zijn verschillende vormen van kanker, galziekten, artrose, leververvetting (steatose, ânon-alcoholic fatty liver diseaseâ; NAFLD), slaapapneu, jicht, infertiliteit, menstruatiestoornissen en foetale defecten Artrose in de knieën of heupen kan direct het gevolg zijn van het gewicht dat moet worden gedragen Echter, artrose in andere gewrichten (zoals de handen) is daarmee niet te verklaren Waarschijnlijk worden hierbij het kraakbeen en het botmetabolisme aangetast, onder andere door ontstekingsfactoren die het vetweefsel produceert Bij mensen met overgewicht komen ook sommige kankers relatief vaak voor Bij mannen zijn dat prostaatkanker en dikkedarmkanker Bij vrouwen is dat kanker aan de voortplantingsorganen, de borsten en de galblaas Een verklaring voor kanker aan de voortplantingsorganen bij vrouwen zou de verhoogde productie van oestrogeen door vetcellen kunnen zijn, terwijl veel buikvet wel wordt gezien als een risicofactor voor borstkanker Obesitas gaat bovendien vaak gepaard met hoge concentraties groeifactoren (bijvoorbeeld insuline en âinsulin-like growth factor #â), die ook de groei van kankergezwellen bevorderen Obesitas brengt daarnaast vaak psychische en sociale problemen en een verminderde kwaliteit van leven met zich mee Hierbij is het vaak lastig aan te geven wat oorzaak en gevolg is Echter, vaak zijn de psychische problemen deels wel toe te schrijven aan discriminatie en stigmatisering van obese mensen en aan de lage zelfwaardering die hiermee De met obesitas â en in mindere mate met overgewicht â gepaard gaande morbiditeit.
| 617 | nvog |
van leven met zich mee (WHO ###) Andere aandoeningen die vaker voorkomen bij obese mensen, zijn verschillende vormen van kanker, galziekten, artrose, leververvetting (steatose, ânon-alcoholic fatty liver diseaseâ; NAFLD), slaapapneu, jicht, infertiliteit, menstruatiestoornissen en foetale defecten Artrose in de knieën of heupen kan direct het gevolg zijn van het gewicht dat moet worden gedragen Echter, artrose in andere gewrichten (zoals de handen) is daarmee niet te verklaren Waarschijnlijk worden hierbij het kraakbeen en het botmetabolisme aangetast, onder andere door ontstekingsfactoren die het vetweefsel produceert Bij mensen met overgewicht komen ook sommige kankers relatief vaak voor Bij mannen zijn dat prostaatkanker en dikkedarmkanker Bij vrouwen is dat kanker aan de voortplantingsorganen, de borsten en de galblaas Een verklaring voor kanker aan de voortplantingsorganen bij vrouwen zou de verhoogde productie van oestrogeen door vetcellen kunnen zijn, terwijl veel buikvet wel wordt gezien als een risicofactor voor borstkanker Obesitas gaat bovendien vaak gepaard met hoge concentraties groeifactoren (bijvoorbeeld insuline en âinsulin-like growth factor #â), die ook de groei van kankergezwellen bevorderen Obesitas brengt daarnaast vaak psychische en sociale problemen en een verminderde kwaliteit van leven met zich mee Hierbij is het vaak lastig aan te geven wat oorzaak en gevolg is Echter, vaak zijn de psychische problemen deels wel toe te schrijven aan discriminatie en stigmatisering van obese mensen en aan de lage zelfwaardering die hiermee De met obesitas â en in mindere mate met overgewicht â gepaard gaande morbiditeit De relatie tussen overgewicht, obesitas en mortaliteit heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen <PERSOON> et al (###) concludeerden dat mensen met obesitas een verkorte levensverwachting hebben van ongeveer zeven jaar ten opzichte van mensen met een normaal gewicht Flegal et al (###) toonden aan dat obesitas wel, maar overgewicht niet was geassocieerd met een verhoogd risico op sterfte Ook zou de relatie tussen BMI en sterfte zijn afgenomen in de loop van de tijd, mogelijk door verbeterde klinische zorg Bij deze conclusie plaatsten de auteurs echter duidelijke kanttekeningen <PERSOON> et al (###) lieten bij meer dan ## ### mannen en bijna ## ### vrouwen zien dat matig overgewicht wel degelijk is geassocieerd met een verhoogd risico op sterfte Wanneer analyses werden uitgevoerd in een subgroep van mensen in de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar die nooit hadden gerookt, werden de relaties sterker De BMI die geassocieerd was met de laagste sterfte bij niet-rokende vrouwen van <LEEFTIJD> jaar, was circa ##-## kg/m# en bij De vele onderzoeken die inmiddels zijn uitgevoerd naar de relatie tussen overgewicht, obesitas en sterfte, laten tegenstrijdige resultaten zien Recentelijk is in <LOCATIE> een grote meta-analyse gepubliceerd waarin werd aangetoond dat ook matig overgewicht al is geassocieerd met een verhoogd risico op sterfte aan hart- en vaatziekten (<PERSOON> ###) Hoewel de discussie zich vaak richt op de relatie tussen overgewicht en sterfte, is het voor de kosten van overgewicht voor de volksgezondheid veel interessanter om de relatie.
| 607 | nvog |
mortaliteit heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen <PERSOON> et al (###) concludeerden dat mensen met obesitas een verkorte levensverwachting hebben van ongeveer zeven jaar ten opzichte van mensen met een normaal gewicht Flegal et al (###) toonden aan dat obesitas wel, maar overgewicht niet was geassocieerd met een verhoogd risico op sterfte Ook zou de relatie tussen BMI en sterfte zijn afgenomen in de loop van de tijd, mogelijk door verbeterde klinische zorg Bij deze conclusie plaatsten de auteurs echter duidelijke kanttekeningen <PERSOON> et al (###) lieten bij meer dan ## ### mannen en bijna ## ### vrouwen zien dat matig overgewicht wel degelijk is geassocieerd met een verhoogd risico op sterfte Wanneer analyses werden uitgevoerd in een subgroep van mensen in de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar die nooit hadden gerookt, werden de relaties sterker De BMI die geassocieerd was met de laagste sterfte bij niet-rokende vrouwen van <LEEFTIJD> jaar, was circa ##-## kg/m# en bij De vele onderzoeken die inmiddels zijn uitgevoerd naar de relatie tussen overgewicht, obesitas en sterfte, laten tegenstrijdige resultaten zien Recentelijk is in <LOCATIE> een grote meta-analyse gepubliceerd waarin werd aangetoond dat ook matig overgewicht al is geassocieerd met een verhoogd risico op sterfte aan hart- en vaatziekten (<PERSOON> ###) Hoewel de discussie zich vaak richt op de relatie tussen overgewicht en sterfte, is het voor de kosten van overgewicht voor de volksgezondheid veel interessanter om de relatie bestuderen Op basis van de Nursesâ Health study en de Health Professionals Study is geconstateerd dat overgewicht en obesitas sterker zijn geassocieerd met het optreden van morbiditeit dan met het optreden van sterfte (<PERSOON> ###) Ook voor <LOCATIE> hebben <PERSOON> et al (###) mede op basis van een grootschalig Fins onderzoek gevonden dat mensen met obesitas meer ongezonde levensjaren doormaken, ondanks een verkorte levensduur (<PERSOON> ###) Het begrip ongezonde levensjaren was hier gedefinieerd als het lijden aan hart- en vaatziekten, gebruik van medicijnen voor chronische ziekte en/ of arbeidsongeschiktheid Dus, waar het belang van roken voor de volksgezondheid kan worden uitgedrukt door te wijzen op het risico op sterfte, kan het belang van overgewicht en obesitas het best worden uitgedrukt door te wijzen op de verhoogde kans op ziekte en lichamelijke beperkingen en dus het verhoogde aantal ongezonde levensjaren Specifieke percentages van de prevalentie van obesitas bij patiëntengroepen zijn schaars Er wordt geschat dat circa ##-##% van de patiënten met diabetes mellitus type # overge- wicht of obesitas heeft Uit de Euroaspire-onderzoeken komt een prevalentie van obesitas naar voren van ##% bij patiënten met coronair lijden in ###-### Drie jaar later was dat percentage ##% en in september ### werd bekendgemaakt dat <LEEFTIJD> jaar na het eerste Zoals vermeld in het rapport van de Gezondheidsraad, gaat overgewicht, maar vooral obesitas, bij kinderen gepaard met velerlei ernstige complicaties Complicaties zijn ook bij kinderen diabetes mellitus type #, hypertensie, verhoogd cholesterol en klachten aan het bewegingsapparaat en ademhalingsorganen (slaapapneu), maar ook psychosociale.
| 637 | nvog |
de Health Professionals Study is geconstateerd dat overgewicht en obesitas sterker zijn geassocieerd met het optreden van morbiditeit dan met het optreden van sterfte (<PERSOON> ###) Ook voor <LOCATIE> hebben <PERSOON> et al (###) mede op basis van een grootschalig Fins onderzoek gevonden dat mensen met obesitas meer ongezonde levensjaren doormaken, ondanks een verkorte levensduur (<PERSOON> ###) Het begrip ongezonde levensjaren was hier gedefinieerd als het lijden aan hart- en vaatziekten, gebruik van medicijnen voor chronische ziekte en/ of arbeidsongeschiktheid Dus, waar het belang van roken voor de volksgezondheid kan worden uitgedrukt door te wijzen op het risico op sterfte, kan het belang van overgewicht en obesitas het best worden uitgedrukt door te wijzen op de verhoogde kans op ziekte en lichamelijke beperkingen en dus het verhoogde aantal ongezonde levensjaren Specifieke percentages van de prevalentie van obesitas bij patiëntengroepen zijn schaars Er wordt geschat dat circa ##-##% van de patiënten met diabetes mellitus type # overge- wicht of obesitas heeft Uit de Euroaspire-onderzoeken komt een prevalentie van obesitas naar voren van ##% bij patiënten met coronair lijden in ###-### Drie jaar later was dat percentage ##% en in september ### werd bekendgemaakt dat <LEEFTIJD> jaar na het eerste Zoals vermeld in het rapport van de Gezondheidsraad, gaat overgewicht, maar vooral obesitas, bij kinderen gepaard met velerlei ernstige complicaties Complicaties zijn ook bij kinderen diabetes mellitus type #, hypertensie, verhoogd cholesterol en klachten aan het bewegingsapparaat en ademhalingsorganen (slaapapneu), maar ook psychosociale Vooral de toename van de prevalentie van glucose-intolerantie en diabetes mellitus type # bij kinderen is zorgwekkend In de Verenigde Staten was <LEEFTIJD> jaar geleden #% van de bij kinderen gediagnosticeerde diabetes mellitus toe te schrijven aan diabetes mellitus type # Inmiddels is dat toegenomen tot ##% Bijna al deze kinderen zijn obees (Hannon ###) Vergelijkbare patronen worden nu ook gevonden in Europese en Aziatische landen (<PERSOON> ###) Ook in <LOCATIE> is inmiddels bij een aantal obese adolescenten diabetes mellitus type # gediagnosticeerd (<PERSOON> Ook het metabool syndroom, een voorstadium van diabetes mellitus type #, wordt steeds vaker gevonden op jonge leeftijden In een nationaal onderzoek in de Verenigde Staten (VS) bleek dat een derde van de adolescenten met overgewicht of obesitas het metabool syndroom had (Ferranti ###) In een Europees onderzoek bij #-<LEEFTIJD>-jarigen met obesitas werd een prevalentie van bijna ##% gevonden (Invitti ###) Zelfs in een algemene Uit een Nederlands onderzoek, het <LOCATIE> Onderzoek naar Preventie (TOP-onderzoek), in een algemene populatie jonge volwassenen van ## tot <LEEFTIJD> jaar geboren in <LOCATIE>, komt naar voren dat ook in <LOCATIE> het percentage jonge volwassenen met het metabool syndroom aanzienlijk is (<PERSOON> ###) Ook in twee andere Nederlandse onderzoeken met een oudere populatie (##-<LEEFTIJD> jaar en <LEEFTIJD> jaar) werden prevalenties van respectievelijk Het ontstaan van de ernstige ziekte diabetes mellitus type # op jonge leeftijd is zeer.
| 639 | nvog |
van glucose-intolerantie en diabetes mellitus type # bij kinderen is zorgwekkend In de Verenigde Staten was <LEEFTIJD> jaar geleden #% van de bij kinderen gediagnosticeerde diabetes mellitus toe te schrijven aan diabetes mellitus type # Inmiddels is dat toegenomen tot ##% Bijna al deze kinderen zijn obees (Hannon ###) Vergelijkbare patronen worden nu ook gevonden in Europese en Aziatische landen (<PERSOON> ###) Ook in <LOCATIE> is inmiddels bij een aantal obese adolescenten diabetes mellitus type # gediagnosticeerd (<PERSOON> Ook het metabool syndroom, een voorstadium van diabetes mellitus type #, wordt steeds vaker gevonden op jonge leeftijden In een nationaal onderzoek in de Verenigde Staten (VS) bleek dat een derde van de adolescenten met overgewicht of obesitas het metabool syndroom had (Ferranti ###) In een Europees onderzoek bij #-<LEEFTIJD>-jarigen met obesitas werd een prevalentie van bijna ##% gevonden (Invitti ###) Zelfs in een algemene Uit een Nederlands onderzoek, het <LOCATIE> Onderzoek naar Preventie (TOP-onderzoek), in een algemene populatie jonge volwassenen van ## tot <LEEFTIJD> jaar geboren in <LOCATIE>, komt naar voren dat ook in <LOCATIE> het percentage jonge volwassenen met het metabool syndroom aanzienlijk is (<PERSOON> ###) Ook in twee andere Nederlandse onderzoeken met een oudere populatie (##-<LEEFTIJD> jaar en <LEEFTIJD> jaar) werden prevalenties van respectievelijk Het ontstaan van de ernstige ziekte diabetes mellitus type # op jonge leeftijd is zeer liver diseaseâ (NAFLD) op relatief jonge leeftijd (<PERSOON> gaat het gepaard met een hoge mortaliteit en een verminderde kwaliteit van leven De verandering in glucosetolerantie gaat bij jeugdigen sneller dan bij volwassenen Daarom is vroege interventie van groot belang om diabetes mellitus type # te voorkomen (Weis Gewichtstoename ontstaat door een langdurige, veelal subtiele, onevenwichtigheid in de energiebalans Zowel genetische, biologische, psychosociale als omgevingsfactoren beïnvloeden de energiebalans (Parsons ###) De laatste jaren is veel vooruitgang geboekt in de kennis van de endocriene en metabole regulatie van de energiebalans en de genetische aspecten die daarbij een rol spelen Hoewel erfelijke aanleg een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van obesitas, is het tot dusverre, met uitzondering van enkele zeldzame mutaties, niet mogelijk gebleken variaties in het genetisch materiaal op te sporen die de ontwikkeling van overgewicht in een vroeg stadium kunnen voorspellen en die kunnen worden ingezet bij genetische screening Obesitas komt vaak familiair voor, wat te verklaren is door zowel de gewoonten en de omgeving die familieleden met elkaar delen als de overeenkomsten in het erfelijk materiaal Het voorkomen van obesitas bij ouders is een sterke risicofactor (zie tabel <DATUM> voor het ontwikkelen van obesitas bij hun kinderen Aangezien het erfelijk materiaal (DNA) van de mens de afgelopen tienduizenden jaren nagenoeg identiek is gebleven, kunnen veranderingen in het DNA niet de recente toename van obesitas in de bevolking oorzaken beschouwd voor de verstoorde energiebalans en daarmee de toename van overgewicht en obesitas Er is inmiddels overtuigend wetenschappelijk bewijs dat aan de ene kant een zittende.
| 609 | nvog |
verminderde kwaliteit van leven De verandering in glucosetolerantie gaat bij jeugdigen sneller dan bij volwassenen Daarom is vroege interventie van groot belang om diabetes mellitus type # te voorkomen (Weis Gewichtstoename ontstaat door een langdurige, veelal subtiele, onevenwichtigheid in de energiebalans Zowel genetische, biologische, psychosociale als omgevingsfactoren beïnvloeden de energiebalans (Parsons ###) De laatste jaren is veel vooruitgang geboekt in de kennis van de endocriene en metabole regulatie van de energiebalans en de genetische aspecten die daarbij een rol spelen Hoewel erfelijke aanleg een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van obesitas, is het tot dusverre, met uitzondering van enkele zeldzame mutaties, niet mogelijk gebleken variaties in het genetisch materiaal op te sporen die de ontwikkeling van overgewicht in een vroeg stadium kunnen voorspellen en die kunnen worden ingezet bij genetische screening Obesitas komt vaak familiair voor, wat te verklaren is door zowel de gewoonten en de omgeving die familieleden met elkaar delen als de overeenkomsten in het erfelijk materiaal Het voorkomen van obesitas bij ouders is een sterke risicofactor (zie tabel <DATUM> voor het ontwikkelen van obesitas bij hun kinderen Aangezien het erfelijk materiaal (DNA) van de mens de afgelopen tienduizenden jaren nagenoeg identiek is gebleven, kunnen veranderingen in het DNA niet de recente toename van obesitas in de bevolking oorzaken beschouwd voor de verstoorde energiebalans en daarmee de toename van overgewicht en obesitas Er is inmiddels overtuigend wetenschappelijk bewijs dat aan de ene kant een zittende Tabel <DATUM> Samenvatting van de sterkte van bewijs dat bepaalde factoren het risico op gewichtsstijging en ⢠Hoge inname van voedsel met hoge energiedichtheid ⢠Hoge inname van dranken met een hoog suikergehalte Omgevingsfactoren zijn cruciaal als determinant van voeding- en beweeggedrag (Swinburn ###) De term obesogene omgeving verwijst naar een omgeving waarin het gemakkelijk is (iets) te veel energie in te nemen via voeding en/of (iets) te weinig energie te gebruiken door lichamelijke inactiviteit Omgevingsfactoren kunnen worden onderverdeeld in de fysieke omgeving (is er bijvoorbeeld een speelplaats die goed is onderhouden?), de sociale omgeving (wat vindt men ervan als ik een appel prefereer boven een energierijk tussendoortje?), de economische omgeving (hoeveel korting krijg ik als ik een grote hoeveelheid koop?) en de politieke omgeving Deze omgevingsfactoren zijn worden bedoeld de factoren die zich dicht bij gedrag bevinden, bijvoorbeeld ouderlijk gezag Macrofactoren bevinden zich verderaf van het individuele gedrag, bijvoorbeeld Er wordt van uitgegaan dat de basis van de behandeling bestaat uit het volgen van de Bewegen Deze richtlijnen zijn âevidence-basedâ en gelden voor alle Nederlanders Bij de behandeling van obesitas wordt daarnaast gestreefd naar het gunstig beïnvloeden van het lichaamsgewicht door een beperking van de energie-inname en een verdere verhoging van het energieverbruik Volgens internationale richtlijnen (National Institutes of Health ###) en de Gezondheidsraad (###) wordt een gewichtsverlies van ##-##% als een (###) uit het Verenigd Koninkrijk wordt een gewichtsverlies van #% of meer al klinisch.
| 576 | nvog |
bewijs dat bepaalde factoren het risico op gewichtsstijging en ⢠Hoge inname van voedsel met hoge energiedichtheid ⢠Hoge inname van dranken met een hoog suikergehalte Omgevingsfactoren zijn cruciaal als determinant van voeding- en beweeggedrag (Swinburn ###) De term obesogene omgeving verwijst naar een omgeving waarin het gemakkelijk is (iets) te veel energie in te nemen via voeding en/of (iets) te weinig energie te gebruiken door lichamelijke inactiviteit Omgevingsfactoren kunnen worden onderverdeeld in de fysieke omgeving (is er bijvoorbeeld een speelplaats die goed is onderhouden?), de sociale omgeving (wat vindt men ervan als ik een appel prefereer boven een energierijk tussendoortje?), de economische omgeving (hoeveel korting krijg ik als ik een grote hoeveelheid koop?) en de politieke omgeving Deze omgevingsfactoren zijn worden bedoeld de factoren die zich dicht bij gedrag bevinden, bijvoorbeeld ouderlijk gezag Macrofactoren bevinden zich verderaf van het individuele gedrag, bijvoorbeeld Er wordt van uitgegaan dat de basis van de behandeling bestaat uit het volgen van de Bewegen Deze richtlijnen zijn âevidence-basedâ en gelden voor alle Nederlanders Bij de behandeling van obesitas wordt daarnaast gestreefd naar het gunstig beïnvloeden van het lichaamsgewicht door een beperking van de energie-inname en een verdere verhoging van het energieverbruik Volgens internationale richtlijnen (National Institutes of Health ###) en de Gezondheidsraad (###) wordt een gewichtsverlies van ##-##% als een (###) uit het Verenigd Koninkrijk wordt een gewichtsverlies van #% of meer al klinisch * Met beperkt succesvol wordt bedoeld dat wanneer iemand met obesitas erin slaagt meer te bewegen en gezonder te eten waarbij wellicht het gewicht maar beperkt afneemt maar er wel gunstige veranderingen zijn in de lichaamssamenstelling, buikomvang, lichamelijke fitheid en cardiovasculaire risicofactoren, men toch kan spreken van een klinisch relevante behandelingsuitkomst Het gaat hier om een gewichtsverlies dat op korte termijn (één jaar na aanvang therapie) is behaald en vervolgens op de langere termijn (minstens vier jaar) wordt behouden Het is ook van belang dat het hier gaat om individuele resultaten Bij een gemiddeld gewichtsverlies bij een bepaalde behandeling van bijvoorbeeld #% kunnen individuele patiënten verschillende niveaus van succes Bij kinderen en adolescenten is de bovenstaande indeling niet te hanteren, onder meer vanwege het feit dat bij een toenemende lengte gewichtsbehoud al succesvol kan worden genoemd (want dat gaat gepaard met een afname in BMI en lichaamsvetpercentage) Een extreme caloriebeperking kan leiden tot groeivertraging Daarom zal een huisarts, kinder- of jeugdarts de ontwikkeling van lengte naar leeftijd en BMI naar leeftijd bij interventie individueel volgen Optimale groei met daarbij een afbuiging naar lagere percentielcurven voor BMI naar leeftijd zijn daarbij de maat voor een succesvolle therapie Een geïntegreerde aanpak van overgewicht en obesitas vereist interventies in de reguliere en openbare zorg van de aandoening (en dus de noodzaak en intensiviteit van interventies) toeneemt naarmate men hoger in de piramide kijkt en het percentage van de bevolking waarop interventies betrekking hebben afneemt Op het terrein van de Jeugdgezondheidszorg is.
| 576 | nvog |
te eten waarbij wellicht het gewicht maar beperkt afneemt maar er wel gunstige veranderingen zijn in de lichaamssamenstelling, buikomvang, lichamelijke fitheid en cardiovasculaire risicofactoren, men toch kan spreken van een klinisch relevante behandelingsuitkomst Het gaat hier om een gewichtsverlies dat op korte termijn (één jaar na aanvang therapie) is behaald en vervolgens op de langere termijn (minstens vier jaar) wordt behouden Het is ook van belang dat het hier gaat om individuele resultaten Bij een gemiddeld gewichtsverlies bij een bepaalde behandeling van bijvoorbeeld #% kunnen individuele patiënten verschillende niveaus van succes Bij kinderen en adolescenten is de bovenstaande indeling niet te hanteren, onder meer vanwege het feit dat bij een toenemende lengte gewichtsbehoud al succesvol kan worden genoemd (want dat gaat gepaard met een afname in BMI en lichaamsvetpercentage) Een extreme caloriebeperking kan leiden tot groeivertraging Daarom zal een huisarts, kinder- of jeugdarts de ontwikkeling van lengte naar leeftijd en BMI naar leeftijd bij interventie individueel volgen Optimale groei met daarbij een afbuiging naar lagere percentielcurven voor BMI naar leeftijd zijn daarbij de maat voor een succesvolle therapie Een geïntegreerde aanpak van overgewicht en obesitas vereist interventies in de reguliere en openbare zorg van de aandoening (en dus de noodzaak en intensiviteit van interventies) toeneemt naarmate men hoger in de piramide kijkt en het percentage van de bevolking waarop interventies betrekking hebben afneemt Op het terrein van de Jeugdgezondheidszorg is mogelijk signaleren van overgewicht en obesitas en daarbij behorende interventies Bij *Richtlijn Diagnostiek en behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen (deze richtlijn) Preventieprogrammaâs gericht op bevordering van gezond gedrag zoals door convenant overgewicht,NIGZ, voedingscentrum, NISB, GGDâen volwassenen is er (nog) geen systeem van reguliere monitoring en ook geen vroegsignalering Deze richtlijn zal zich bij volwassenen beperken tot de diagnostiek en interventies in de zorg bij obesitas (BMI ⥠## kg/m#) De diagnostiek zal zich voornamelijk toespitsen maar ook kan de diagnose worden gesteld door een medisch specialist Overgewicht en obesitas zullen worden vastgesteld op basis van opportunistische screening Dit wil zeggen dat de BMI en buikomtrek zullen worden gemeten bij patiënten die een hulpvraag hebben over gewichtsbeheersing of wanneer aan overgewicht en obesitas gerelateerde aandoeningen zijn vastgesteld Vanwege de toenemende prevalentie, het verhoogde risico op morbiditeit die met overgewicht samengaat en de afwezigheid van effectieve preventie is de verwachting dat overgewicht en obesitas in de toekomst een sterk groeiend en kostbaar gezondheidsprobleem zullen worden Primaire preventie of het vinden van een effectieve behandeling van overgewicht is daarom van groot belang Gedurende de gehele levenscyclus zal er aandacht moeten worden besteed aan de preventie en behandeling van overgewicht, aangezien het aanleren en handhaven van gezond gedrag niet gemakkelijk wordt gemaakt in een maatschappij waarin voedsel altijd en overal aanwezig is en de noodzaak tot beweging vrijwel verdwenen is Aangezien op verschillende leeftijden verschillende determinanten een specifieke aanpak Daarbij zal ook extra aandacht moeten worden besteed aan het bereiken van risicogroepen met een lage sociaaleconomische status en etnische minderheden.
| 554 | nvog |
obesitas bij volwassenen en kinderen (deze richtlijn) Preventieprogrammaâs gericht op bevordering van gezond gedrag zoals door convenant overgewicht,NIGZ, voedingscentrum, NISB, GGDâen volwassenen is er (nog) geen systeem van reguliere monitoring en ook geen vroegsignalering Deze richtlijn zal zich bij volwassenen beperken tot de diagnostiek en interventies in de zorg bij obesitas (BMI ⥠## kg/m#) De diagnostiek zal zich voornamelijk toespitsen maar ook kan de diagnose worden gesteld door een medisch specialist Overgewicht en obesitas zullen worden vastgesteld op basis van opportunistische screening Dit wil zeggen dat de BMI en buikomtrek zullen worden gemeten bij patiënten die een hulpvraag hebben over gewichtsbeheersing of wanneer aan overgewicht en obesitas gerelateerde aandoeningen zijn vastgesteld Vanwege de toenemende prevalentie, het verhoogde risico op morbiditeit die met overgewicht samengaat en de afwezigheid van effectieve preventie is de verwachting dat overgewicht en obesitas in de toekomst een sterk groeiend en kostbaar gezondheidsprobleem zullen worden Primaire preventie of het vinden van een effectieve behandeling van overgewicht is daarom van groot belang Gedurende de gehele levenscyclus zal er aandacht moeten worden besteed aan de preventie en behandeling van overgewicht, aangezien het aanleren en handhaven van gezond gedrag niet gemakkelijk wordt gemaakt in een maatschappij waarin voedsel altijd en overal aanwezig is en de noodzaak tot beweging vrijwel verdwenen is Aangezien op verschillende leeftijden verschillende determinanten een specifieke aanpak Daarbij zal ook extra aandacht moeten worden besteed aan het bereiken van risicogroepen met een lage sociaaleconomische status en etnische minderheden van de beleidsdoelstellingen dan behandeling alleen Voor preventie van overgewicht bij ⢠Ouders hebben een grote invloed op het gedrag van kinderen Een van de belangrijkste determinanten van overgewicht bij kinderen is het hebben van twee obese ⢠Het is waarschijnlijk dat verschillende levensfasen een belangrijke invloed hebben op dat vooral degenen die een actieve baan hadden, een verhoogd risico hebben op het optreden van gewichtsstijging (Nooyens ###) Dit is wel te verklaren De reductie in lichamelijke activiteit op het werk en eventueel aan actief woon-werkverkeer wordt niet gecompenseerd door een toename in lichamelijke activiteit in de vrije tijd en een ⢠Het absolute risico op ziekte en sterfte is, uiteraard, het hoogst bij volwassenen Dit houdt in dat iedere kleine verandering in lichaamsgewicht bij volwassenen en vooral ouderen een grotere invloed zal hebben op het ziekte- en sterfterisico Preventie is belangrijk bij kinderen, maar inspanningen op dit terrein zullen teniet worden gedaan als de preventie bij volwassenen niet voldoende aandacht krijgt Sinds het rapport van de Gezondheidsraad (###) is een aantal systematische reviews naar de effectiviteit van preventieprogrammaâs voor overgewicht en obesitas bij kinderen verschenen (Doak ###, Flodmark ###, Summerbell ###) De conclusie van deze reviews is dat er zeker een aantal onderzoeken is geweest waarin een effect van een interventieprogramma is gevonden, maar dat het moeilijk is vast te stellen wat nu de effectieve elementen zijn De reviews laten zien dat het aantal methodologisch goed opgezette onderzoeken gering is en onderling moeilijk vergelijkbaar Ze verschillen.
| 573 | nvog |
dan behandeling alleen Voor preventie van overgewicht bij ⢠Ouders hebben een grote invloed op het gedrag van kinderen Een van de belangrijkste determinanten van overgewicht bij kinderen is het hebben van twee obese ⢠Het is waarschijnlijk dat verschillende levensfasen een belangrijke invloed hebben op dat vooral degenen die een actieve baan hadden, een verhoogd risico hebben op het optreden van gewichtsstijging (Nooyens ###) Dit is wel te verklaren De reductie in lichamelijke activiteit op het werk en eventueel aan actief woon-werkverkeer wordt niet gecompenseerd door een toename in lichamelijke activiteit in de vrije tijd en een ⢠Het absolute risico op ziekte en sterfte is, uiteraard, het hoogst bij volwassenen Dit houdt in dat iedere kleine verandering in lichaamsgewicht bij volwassenen en vooral ouderen een grotere invloed zal hebben op het ziekte- en sterfterisico Preventie is belangrijk bij kinderen, maar inspanningen op dit terrein zullen teniet worden gedaan als de preventie bij volwassenen niet voldoende aandacht krijgt Sinds het rapport van de Gezondheidsraad (###) is een aantal systematische reviews naar de effectiviteit van preventieprogrammaâs voor overgewicht en obesitas bij kinderen verschenen (Doak ###, Flodmark ###, Summerbell ###) De conclusie van deze reviews is dat er zeker een aantal onderzoeken is geweest waarin een effect van een interventieprogramma is gevonden, maar dat het moeilijk is vast te stellen wat nu de effectieve elementen zijn De reviews laten zien dat het aantal methodologisch goed opgezette onderzoeken gering is en onderling moeilijk vergelijkbaar Ze verschillen enzovoort Daardoor is het moeilijk conclusies te trekken over de meest effectieve interventies en dus over welke interventies waarschijnlijk het meest effectief zijn op grote schaal Het lijkt erop dat het belangrijk is niet te veel factoren tegelijk te willen beïn- vloeden en preventie op maat aan te bieden, zoals aangepast aan etniciteit, leeftijd of geslacht Bovendien moet aandacht worden besteed aan mogelijkheden voor structurele inbedding, het effect op lange termijn en het bereiken van grote groepen, dus niet alleen degenen die al gemotiveerd zijn om overgewicht aan te pakken In de reviews wordt naast het belang van interventies gericht op veranderingen in individueel gedrag ook het belang van veranderingen in de sociale en fysieke omgeving benadrukt en het betrekken van âstakeholdersâ (gezinnen, scholen, Jeugdgezondheidszorg) bij de ontwikkeling van de interventies In een review naar omgevingsdeterminanten van eetgedrag bij jeugdigen werd gevonden dat er nog vrij weinig methodologisch goed opgezette onderzoeken beschikbaar zijn De meeste onderzoeken richten zich op omgevingsfactoren binnen het gezin en richten zich op sociaalculturele en economische aspecten Een consistente relatie die werd gevonden, was dat de vet-, fruit- en groente-inname van kinderen duidelijk gerelateerd was aan die van de ouders Ook was de fruit- en groente-inname gerelateerd aan de sociaaleconomische status van de ouders (<PERSOON> ###) Hoewel uit de reviews moeilijk conclusies kunnen worden getrokken over de meest effectieve interventies, laten ze duidelijk zien dat er voldoende aanwijzingen zijn om aan te nemen dat.
| 570 | nvog |
Daardoor is het moeilijk conclusies te trekken over de meest effectieve interventies en dus over welke interventies waarschijnlijk het meest effectief zijn op grote schaal Het lijkt erop dat het belangrijk is niet te veel factoren tegelijk te willen beïn- vloeden en preventie op maat aan te bieden, zoals aangepast aan etniciteit, leeftijd of geslacht Bovendien moet aandacht worden besteed aan mogelijkheden voor structurele inbedding, het effect op lange termijn en het bereiken van grote groepen, dus niet alleen degenen die al gemotiveerd zijn om overgewicht aan te pakken In de reviews wordt naast het belang van interventies gericht op veranderingen in individueel gedrag ook het belang van veranderingen in de sociale en fysieke omgeving benadrukt en het betrekken van âstakeholdersâ (gezinnen, scholen, Jeugdgezondheidszorg) bij de ontwikkeling van de interventies In een review naar omgevingsdeterminanten van eetgedrag bij jeugdigen werd gevonden dat er nog vrij weinig methodologisch goed opgezette onderzoeken beschikbaar zijn De meeste onderzoeken richten zich op omgevingsfactoren binnen het gezin en richten zich op sociaalculturele en economische aspecten Een consistente relatie die werd gevonden, was dat de vet-, fruit- en groente-inname van kinderen duidelijk gerelateerd was aan die van de ouders Ook was de fruit- en groente-inname gerelateerd aan de sociaaleconomische status van de ouders (<PERSOON> ###) Hoewel uit de reviews moeilijk conclusies kunnen worden getrokken over de meest effectieve interventies, laten ze duidelijk zien dat er voldoende aanwijzingen zijn om aan te nemen dat bewijs is om actie hiertoe te rechtvaardigen Daarbij kan worden ingezet op (âpractice-basedâ) interventies gebaseerd op de meest belovende elementen in de aanpak van overgewicht In een Nederlandse project is gekeken naar de effectiviteit van een minimale-interventiestrategie voor de preventie van overgewicht bij kinderen uit groep # die inpasbaar is binnen de Jeugdgezondheidszorg Het blijkt dat een minimale-interventiestrategie op maat gericht op de aanpak nauwelijks tot effecten op de BMI en de buikomvang heeft geleid Er werden echter in zowel de interventie- als controlegroep verbeteringen gevonden Uit dit project blijkt dat wanneer binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) extra aandacht aan het probleem wordt gegeven, er goede mogelijkheden liggen om het overgewicht bij kinderen structureel en inpasbaar binnen de huidige zorg aan te pakken Als aandachtspunt in dit project werd genoemd het belang van deskundigheidsbevordering van JGZ-werkers voor gesprekstechnieken om de ouders die overgewicht bij hun kind niet erkennen, bewust te maken van het overgewicht van hun kind en om inzicht te geven in het belang van de aanpak daarvan Hiervoor is ook extra ondersteuning in In de periode totdat er een evidence-based programma beschikbaar komt, zal binnen de Jeugdgezondheidszorg worden verdergegaan met het overbruggingsplan In dit overbruggingsplan wordt ingezet op elementen die in de literatuur als veelbelovend naar voren komen in de aanpak van overgewicht Bovendien hebben deze elementen ook nog eens gunstige neveneffecten en zijn ze niet schadelijk De vijf elementen zijn stimuleren van borstvoeding, stimuleren van buitenspelen, stimuleren van regelmatig ontbijten, minder frisdrankgebruik en andere gezoete dranken en minder tv-kijken (BOFT) Het overbrug-.
| 567 | nvog |
ingezet op (âpractice-basedâ) interventies gebaseerd op de meest belovende elementen in de aanpak van overgewicht In een Nederlandse project is gekeken naar de effectiviteit van een minimale-interventiestrategie voor de preventie van overgewicht bij kinderen uit groep # die inpasbaar is binnen de Jeugdgezondheidszorg Het blijkt dat een minimale-interventiestrategie op maat gericht op de aanpak nauwelijks tot effecten op de BMI en de buikomvang heeft geleid Er werden echter in zowel de interventie- als controlegroep verbeteringen gevonden Uit dit project blijkt dat wanneer binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) extra aandacht aan het probleem wordt gegeven, er goede mogelijkheden liggen om het overgewicht bij kinderen structureel en inpasbaar binnen de huidige zorg aan te pakken Als aandachtspunt in dit project werd genoemd het belang van deskundigheidsbevordering van JGZ-werkers voor gesprekstechnieken om de ouders die overgewicht bij hun kind niet erkennen, bewust te maken van het overgewicht van hun kind en om inzicht te geven in het belang van de aanpak daarvan Hiervoor is ook extra ondersteuning in In de periode totdat er een evidence-based programma beschikbaar komt, zal binnen de Jeugdgezondheidszorg worden verdergegaan met het overbruggingsplan In dit overbruggingsplan wordt ingezet op elementen die in de literatuur als veelbelovend naar voren komen in de aanpak van overgewicht Bovendien hebben deze elementen ook nog eens gunstige neveneffecten en zijn ze niet schadelijk De vijf elementen zijn stimuleren van borstvoeding, stimuleren van buitenspelen, stimuleren van regelmatig ontbijten, minder frisdrankgebruik en andere gezoete dranken en minder tv-kijken (BOFT) Het overbrug- hun organisatie te implementeren Het overbruggingsplan wordt aanbevolen door ActiZ (overkoepelend orgaan Thuiszorgorganisaties) en GGD <LOCATIE> Totdat een evidencebased programma dat structureel op grote schaal kan worden toegepast beschikbaar is, zijn monitoring en evaluatie van dergelijke interventies noodzakelijk om deze verder te Om de efficiëntie van practice-based onderzoek te vergroten is het belangrijk een overzicht te hebben van lopend onderzoek en dit te coördineren Op deze manier kan verdubbeling van projecten worden voorkomen, kan samenwerking in evaluaties worden bevorderd (bijvoorbeeld door gebruik van dezelfde meetinstrumenten of vergroten van de onderzoekspopulatie) en kan efficiënt gebruik worden gemaakt van nieuwe ontwikkelingen en resultaten Budgetefficiënt inzetten op de evaluatie van preventieprogrammaâs is van groot belang, zeker bij een onderwerp dat zozeer in de belangstelling staat Deze belangstelling heeft namelijk als nadelig gevolg dat iedereen zich met dit onderwerp wil bezighouden omdat het scoort en veel aandacht met zich meebrengt Dit leidt tot subsidies voor kleine niet of nauwelijks geëvalueerde projecten die de efficiënte aanpak Het zal geen gemakkelijke taak zijn de trends in overgewicht af te buigen of zelfs constant te houden Daarvoor zijn investeringen nodig vanuit alle maatschappelijke sectoren, niet alleen op financieel gebied, maar ook wat betreft tijd en inspanning Preventieprogrammaâs voor overgewicht en obesitas kunnen alleen structureel worden maatschappij, zoals ouders, zorgverleners, leerkrachten, industrie en overheid Het probleem van overgewicht en obesitas bij kinderen is te omvangrijk en de gevolgen zijn te ernstig en kostbaar om preventie uit te stellen.
| 557 | nvog |
organisatie te implementeren Het overbruggingsplan wordt aanbevolen door ActiZ (overkoepelend orgaan Thuiszorgorganisaties) en GGD <LOCATIE> Totdat een evidencebased programma dat structureel op grote schaal kan worden toegepast beschikbaar is, zijn monitoring en evaluatie van dergelijke interventies noodzakelijk om deze verder te Om de efficiëntie van practice-based onderzoek te vergroten is het belangrijk een overzicht te hebben van lopend onderzoek en dit te coördineren Op deze manier kan verdubbeling van projecten worden voorkomen, kan samenwerking in evaluaties worden bevorderd (bijvoorbeeld door gebruik van dezelfde meetinstrumenten of vergroten van de onderzoekspopulatie) en kan efficiënt gebruik worden gemaakt van nieuwe ontwikkelingen en resultaten Budgetefficiënt inzetten op de evaluatie van preventieprogrammaâs is van groot belang, zeker bij een onderwerp dat zozeer in de belangstelling staat Deze belangstelling heeft namelijk als nadelig gevolg dat iedereen zich met dit onderwerp wil bezighouden omdat het scoort en veel aandacht met zich meebrengt Dit leidt tot subsidies voor kleine niet of nauwelijks geëvalueerde projecten die de efficiënte aanpak Het zal geen gemakkelijke taak zijn de trends in overgewicht af te buigen of zelfs constant te houden Daarvoor zijn investeringen nodig vanuit alle maatschappelijke sectoren, niet alleen op financieel gebied, maar ook wat betreft tijd en inspanning Preventieprogrammaâs voor overgewicht en obesitas kunnen alleen structureel worden maatschappij, zoals ouders, zorgverleners, leerkrachten, industrie en overheid Het probleem van overgewicht en obesitas bij kinderen is te omvangrijk en de gevolgen zijn te ernstig en kostbaar om preventie uit te stellen kinderen leidt naast ziekte en afname van de kwaliteit van leven, ook tot verhoogde uitgaven in de gezondheidszorg, toename in arbeidsongeschiktheid en werkverzuim Wanneer er niet wordt ingegrepen, zal over <LEEFTIJD> jaar het aantal mensen van <LEEFTIJD> jaar en ouder met matig overgewicht toenemen tot <DATUM> ### (##%), en met obesitas tot <DATUM> ### (##%) Dit heeft tot gevolg dat in het jaar ### de totale sterfte #% hoger zal zijn en dat de prevalenties van hart- en vaatziekten en artrose #,# tot #,#% hoger zullen zijn dan nu De prevalentie van diabetes mellitus type # zal zelfs met ##% toenemen Dat betekent dat in ##<DATUM> van de bevolking deze aandoening heeft Diabetes mellitus is een ziekte die met veel micro- en macrovasculaire complicaties en met veel verlies van kwaliteit van leven gepaard gaat Op dit moment wordt ##% van de totale ziektelast in DALYâs (is combinatiemaat van verloren levensjaren en verlies van kwaliteit van leven) veroorzaakt door overgewicht (VTV ###) Bij deze berekeningen is nog niet eens rekening gehouden met de toenemende prevalentie van diabetes mellitus type # en het De medische (directe) kosten noodzakelijk voor de behandeling van de gevolgen van overgewicht, maar ook de met deze gevolgen samenhangende (indirecte) kosten door ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn hoog <LOCATIE>kan men de verhouding tussen directe en indirecte kosten stellen op # # Deze bedragen zijn bijvoorbeeld voor <LOCATIE> voor ernstig overgewicht respectievelijk v ### miljoen en v # miljard (VTV-rapport ###).
| 614 | nvog |
de kwaliteit van leven, ook tot verhoogde uitgaven in de gezondheidszorg, toename in arbeidsongeschiktheid en werkverzuim Wanneer er niet wordt ingegrepen, zal over <LEEFTIJD> jaar het aantal mensen van <LEEFTIJD> jaar en ouder met matig overgewicht toenemen tot <DATUM> ### (##%), en met obesitas tot <DATUM> ### (##%) Dit heeft tot gevolg dat in het jaar ### de totale sterfte #% hoger zal zijn en dat de prevalenties van hart- en vaatziekten en artrose #,# tot #,#% hoger zullen zijn dan nu De prevalentie van diabetes mellitus type # zal zelfs met ##% toenemen Dat betekent dat in ##<DATUM> van de bevolking deze aandoening heeft Diabetes mellitus is een ziekte die met veel micro- en macrovasculaire complicaties en met veel verlies van kwaliteit van leven gepaard gaat Op dit moment wordt ##% van de totale ziektelast in DALYâs (is combinatiemaat van verloren levensjaren en verlies van kwaliteit van leven) veroorzaakt door overgewicht (VTV ###) Bij deze berekeningen is nog niet eens rekening gehouden met de toenemende prevalentie van diabetes mellitus type # en het De medische (directe) kosten noodzakelijk voor de behandeling van de gevolgen van overgewicht, maar ook de met deze gevolgen samenhangende (indirecte) kosten door ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn hoog <LOCATIE>kan men de verhouding tussen directe en indirecte kosten stellen op # # Deze bedragen zijn bijvoorbeeld voor <LOCATIE> voor ernstig overgewicht respectievelijk v ### miljoen en v # miljard (VTV-rapport ###) Ingrijpen op overgewicht nu zal mogelijk de kostenstijging in de toekomst kunnen Naast de kosten in de zorgsector kan preventie van overgewicht en obesitas, te beginnen op jonge leeftijd maar vervolgens gedurende de gehele levenscyclus, op termijn ook leiden tot (relatief) hogere arbeidsproductiviteit en als gevolg hiervan Nederlandse Preventie van overgewicht, te beginnen op jonge leeftijd, kan het aantal verloren levensjaren en het verlies van kwaliteit van leven als gevolg van overgewicht in de toekomst terugdringen Bij niet-ingrijpen zal naar verwachting zowel de maatschappelijke ondersteuning als de langdurige zorg toenemen Naast economische aspecten zijn er ook maatschappelijke problemen die met obesitas gepaard gaan Hierbij kan worden gedacht aan andere afmetingen van kleding, deuren, meubels, openbaar vervoer, speeltoestellen, ziekenhuisbedden, injectienaalden, toename van âroadmobilesâ, enzovoort De preventie van overgewicht en obesitas is dus van groot maatschappelijk en economisch belang en hier moet al op jonge leeftijd mee worden begonnen Vervolgens zal de preventie gedurende de gehele levenscyclus moeten worden <PERSOON> R, et al Overweight, obesity, and mortality in a large prospective cohort of persons ## to ## years old <PERSOON> J Med ###;##<DATUM> ## Anonymous Diet, nutrition and the prevention of chronic diseases WHO Technical report, <PERSOON> preventing and managing the global epidemic Report of a WHO Consultation WHO Tech Anonymous Preventing chronic diseases a vital investment WHO report ### ((WEBLINK).
| 618 | nvog |
de kostenstijging in de toekomst kunnen Naast de kosten in de zorgsector kan preventie van overgewicht en obesitas, te beginnen op jonge leeftijd maar vervolgens gedurende de gehele levenscyclus, op termijn ook leiden tot (relatief) hogere arbeidsproductiviteit en als gevolg hiervan Nederlandse Preventie van overgewicht, te beginnen op jonge leeftijd, kan het aantal verloren levensjaren en het verlies van kwaliteit van leven als gevolg van overgewicht in de toekomst terugdringen Bij niet-ingrijpen zal naar verwachting zowel de maatschappelijke ondersteuning als de langdurige zorg toenemen Naast economische aspecten zijn er ook maatschappelijke problemen die met obesitas gepaard gaan Hierbij kan worden gedacht aan andere afmetingen van kleding, deuren, meubels, openbaar vervoer, speeltoestellen, ziekenhuisbedden, injectienaalden, toename van âroadmobilesâ, enzovoort De preventie van overgewicht en obesitas is dus van groot maatschappelijk en economisch belang en hier moet al op jonge leeftijd mee worden begonnen Vervolgens zal de preventie gedurende de gehele levenscyclus moeten worden <PERSOON> R, et al Overweight, obesity, and mortality in a large prospective cohort of persons ## to ## years old <PERSOON> J Med ###;##<DATUM> ## Anonymous Diet, nutrition and the prevention of chronic diseases WHO Technical report, <PERSOON> preventing and managing the global epidemic Report of a WHO Consultation WHO Tech Anonymous Preventing chronic diseases a vital investment WHO report ### ((WEBLINK) Overweight as a risk factor for coronary heart disease A pooled analysis of cohort studies (<PERSOON> FJM van, Hirasing RA Signaleringsprotocol Overgewicht in de <PERSOON> MF Measurement and definition In <PERSOON> I, et al, eds Childhood and Adolescent Obesity Causes and Consequences, Prevention and <PERSOON> WH Establishing a standard definition for child overweight and obesity <PERSOON> MLA de, <PERSOON> GA de, et al Assessing metabolic <PERSOON-##> TA, Morales M, <PERSOON-##> GS Tracking of overweight status from childhood to young adulthood the <PERSOON-##> WH Health consequences of obesity in youth childhood predictors of adult disease <PERSOON-##> prevention of overweight and obesity in children and adolescents a review of interventions and programmes Obes Rev ###;<DATUM> ## Dubose KD, Stewart EE, Charbonneau SR, Mayo MS, Donnelly JE Prevalence of the metabolic syndrome in <PERSOON-##> AT, Dunger DB, Barrett TG First UK survey of paediatric type # diabetes and MODY Arch <PERSOON-##> WW Monitoring childhood obesity assessment of the weight/height index Am J.
| 532 | nvog |
disease A pooled analysis of cohort studies (<PERSOON> FJM van, Hirasing RA Signaleringsprotocol Overgewicht in de <PERSOON> MF Measurement and definition In <PERSOON> I, et al, eds Childhood and Adolescent Obesity Causes and Consequences, Prevention and <PERSOON> WH Establishing a standard definition for child overweight and obesity <PERSOON> MLA de, <PERSOON> GA de, et al Assessing metabolic <PERSOON> TA, Morales M, <PERSOON> GS Tracking of overweight status from childhood to young adulthood the <PERSOON> WH Health consequences of obesity in youth childhood predictors of adult disease <PERSOON-##> prevention of overweight and obesity in children and adolescents a review of interventions and programmes Obes Rev ###;<DATUM> ## Dubose KD, Stewart EE, Charbonneau SR, Mayo MS, Donnelly JE Prevalence of the metabolic syndrome in <PERSOON-##> AT, Dunger DB, Barrett TG First UK survey of paediatric type # diabetes and MODY Arch <PERSOON-##> WW Monitoring childhood obesity assessment of the weight/height index <PERSOON-##> reality of coronary prevention guidelines a comparison of EUROASPIRE I and II in nine countries Lancet ###;##<DATUM> ### Ferranti SD, Gauvreau K, <PERSOON-##> of the metabolic syndrome in American adolescents findings from the Third National Health and Nutrition Examination Survey Circulation Ferreira I, <PERSOON-##> metabolic syndrome, cardiopulmonary fitness, and subcutaneous trunk fat as independent determinants of arterial stiffness <PERSOON-##> <LOCATIE> Growth and Health Longitudinal Study Arch Intern Med ###;##<DATUM> ## Flegal KM, Graubard BI, Williamson DF, <PERSOON-##> MH Excess deaths associated with underweight, overweight, and Flodmark CE, <PERSOON-##> to prevent obesity in children and adolescents a systematic Freedman <PERSOON-##> WH, Srinivasan SR, Berenson GS Racial differences in the tracking of <PERSOON-##> of body mass index during childhood a ##-year prospective population-based family study in eastern <PERSOON-##> DM, Cole TJ What use is the <PERSOON-##> SA Childhood obesity and type # diabetes mellitus <PERSOON-##> S van, et al Toegenomen prevalentie van overgewicht en obesitas bij Nederlandse kinderen en signalering daarvan aan de hand van internationale normen en nieuwe referentiegrammen Ned Tijdschschr Geneeskd ###;### ###-#.
| 534 | nvog |
EUROASPIRE I and II in nine countries Lancet ###;##<DATUM> ### Ferranti SD, Gauvreau K, <PERSOON> of the metabolic syndrome in American adolescents findings from the Third National Health and Nutrition Examination Survey Circulation Ferreira I, <PERSOON> metabolic syndrome, cardiopulmonary fitness, and subcutaneous trunk fat as independent determinants of arterial stiffness <PERSOON> <LOCATIE> Growth and Health Longitudinal Study Arch Intern Med ###;##<DATUM> ## Flegal KM, Graubard BI, Williamson DF, <PERSOON> MH Excess deaths associated with underweight, overweight, and Flodmark CE, <PERSOON> to prevent obesity in children and adolescents a systematic Freedman <PERSOON> WH, Srinivasan SR, Berenson GS Racial differences in the tracking of <PERSOON> of body mass index during childhood a ##-year prospective population-based family study in eastern <PERSOON> DM, Cole TJ What use is the <PERSOON> SA Childhood obesity and type # diabetes mellitus <PERSOON-##> S van, et al Toegenomen prevalentie van overgewicht en obesitas bij Nederlandse kinderen en signalering daarvan aan de hand van internationale normen en nieuwe referentiegrammen Ned Tijdschschr Geneeskd ###;### ##<DATUM> A systematic review of environmental correlates of obesity-related dietary behaviors in youth <PERSOON-##> JA de, <PERSOON-##> RA Prevalentie overgewicht <PERSOON-##> PH, Hirasing RA Prevalence of overweight and obesity bij kinderen wederom toegenomen Tijdschr JGZ ### (in press) in the Netherlands in ###, compared to ### and ### <PERSOON-##> A, et al Metabolic syndrome in obese Caucasian children prevalence using WHO-derived criteria and association with nontraditional cardiovascular risk factors <PERSOON-##> WF, et al Comparison of overweight and obesity prevalence in school-aged youth from ## countries and their relationships with physical activity and dietary patterns <PERSOON-##> of overweight from early childhood to adolescence in cohorts born ### and ### overweight in a high birth weight population <PERSOON-##> AE De waarde en beperkingen van de âbody mass indexâ voor het bepalen van het gezondheidsrisico van overgewicht en obesitas Ned Tijdschr Geneeskd ###;### ###-## Kumanyika SK Minisymposium on obesity overview and some strategic considerations Annu Rev Public Health.
| 517 | nvog |
systematic review of environmental correlates of obesity-related dietary behaviors in youth <PERSOON> JA de, <PERSOON> RA Prevalentie overgewicht <PERSOON> PH, Hirasing RA Prevalence of overweight and obesity bij kinderen wederom toegenomen Tijdschr JGZ ### (in press) in the Netherlands in ###, compared to ### and ### <PERSOON> A, et al Metabolic syndrome in obese Caucasian children prevalence using WHO-derived criteria and association with nontraditional cardiovascular risk factors <PERSOON> WF, et al Comparison of overweight and obesity prevalence in school-aged youth from ## countries and their relationships with physical activity and dietary patterns <PERSOON> of overweight from early childhood to adolescence in cohorts born ### and ### overweight in a high birth weight population <PERSOON> AE De waarde en beperkingen van de âbody mass indexâ voor het bepalen van het gezondheidsrisico van overgewicht en obesitas Ned Tijdschr Geneeskd ###;### ###-## Kumanyika SK Minisymposium on obesity overview and some strategic considerations Annu Rev Public Health Predictors and tracking of body mass index from adolescence into adulthood follow-up of ## to ## years in the Oslo Youth Study Arch Pediatr Adolesc Med ###;##<DATUM> # <PERSOON> ME, <PERSOON> TS, <PERSOON-##> CE Waist circumference as a measure for indicating need for weight management <PERSOON-##> MD, <PERSOON-##> BE, Hediger ML Body mass index and overweight in adolescents in ## European countries, Israel, and the <PERSOON-##> E (eds) Child and adolescent obesity <PERSOON-##> ML Prevalence of overweight among children in <PERSOON-##> LA, Boulton TJ, Cockington RA Predicting obesity in early adulthood from childhood and parental obesity <PERSOON-##> EA Nonalcoholic fatty liver disease in children <PERSOON-##> JC Selection of anthropometric indicators for classification of abdominal fatness â a critical <PERSOON-##> RS Risks and consequences of childhood and adolescent obesity <PERSOON-##> AJ, <LOCATIE> CT van, <PERSOON-##> WM, <LOCATIE> W van, et al Effects of retirement on lifestyle in relation to changes in weight and waist circumference in Dutch men a prospective study.
| 509 | nvog |
Predictors and tracking of body mass index from adolescence into adulthood follow-up of ## to ## years in the Oslo Youth Study Arch Pediatr Adolesc Med ###;##<DATUM> # <PERSOON> ME, <PERSOON> TS, <PERSOON> CE Waist circumference as a measure for indicating need for weight management <PERSOON> MD, <PERSOON> BE, Hediger ML Body mass index and overweight in adolescents in ## European countries, Israel, and the <PERSOON> E (eds) Child and adolescent obesity <PERSOON> ML Prevalence of overweight among children in <PERSOON> LA, Boulton TJ, Cockington RA Predicting obesity in early adulthood from childhood and parental obesity <PERSOON> EA Nonalcoholic fatty liver disease in children <PERSOON-##> JC Selection of anthropometric indicators for classification of abdominal fatness â a critical <PERSOON-##> RS Risks and consequences of childhood and adolescent obesity <PERSOON-##> AJ, <LOCATIE> CT van, <PERSOON-##> WM, <LOCATIE> W van, et al Effects of retirement on lifestyle in relation to changes in weight and waist circumference in Dutch men a prospective study <PERSOON-##> and cohort effects on body weight and BMI in Dutch adults the <LOCATIE> cohort study <PERSOON-##> KK, <PERSOON-##> ML, Emmett PM, Preece MA, Dunger DB Association between postnatal catch-up growth and Parsons TJ, Power C, <PERSOON-##> CD Childhood predictors of adult obesity a systematic review <PERSOON-##> JP, Al <PERSOON-##>, the Netherlands Epidemiology and Demography Compression of Morbidity Research Group Obesity in adulthood and its consequences for life expectancy a life-table analysis <PERSOON-##> Med ###;### ##-## Ramadhani MK, Grobee DE, <PERSOON-##> LE, Oren A, et al Lower birth weight predicts metabolic syndrome in young adults the Atherosclerosis Risk in Young Adults (ARYA)-study Atherosclerosis <PERSOON-##> # diabetes mellitus is rare but not absent in children under ## years of age in <PERSOON-##> I, et al; Avon Longitudinal Study of Parents and Children Study Team Early life risk factors for obesity in childhood cohort study <PERSOON-##> HA Type # diabetes in children in the <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> T, et al Diabetes mellitus type # in childhood and adolescence in Germany and parts of Austria.
| 551 | nvog |
BMI in Dutch adults the <LOCATIE> cohort study <PERSOON> KK, <PERSOON> ML, Emmett PM, Preece MA, Dunger DB Association between postnatal catch-up growth and Parsons TJ, Power C, <PERSOON> CD Childhood predictors of adult obesity a systematic review <PERSOON> JP, Al <PERSOON>, the Netherlands Epidemiology and Demography Compression of Morbidity Research Group Obesity in adulthood and its consequences for life expectancy a life-table analysis <PERSOON> Med ###;### ##-## Ramadhani MK, Grobee DE, <PERSOON> LE, Oren A, et al Lower birth weight predicts metabolic syndrome in young adults the Atherosclerosis Risk in Young Adults (ARYA)-study Atherosclerosis <PERSOON> # diabetes mellitus is rare but not absent in children under ## years of age in <PERSOON> I, et al; Avon Longitudinal Study of Parents and Children Study Team Early life risk factors for obesity in childhood cohort study <PERSOON-##> HA Type # diabetes in children in the <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> T, et al Diabetes mellitus type # in childhood and adolescence in Germany and parts of <PERSOON-##> TL Cost-effective measures to prevent obesity epidemiological basis and appro- <PERSOON-##> of obesity in adults the global epidemic In Bray GA, Bouchard C (eds) Handbook of obesity Etiology and pathophysiology #nd ed New York <PERSOON-##> H, et al Trends in obesity and energy supply in the <PERSOON-##> MJ Tracking of childhood overweight into adulthood a systematic review of the literature Obes Rev ### (in press) <PERSOON-##> CD, Kostense PJ, et al Associations of hip and thigh circumferences independent of waist circumference with the incidence of type # diabetes the <PERSOON-##> LD, <PERSOON-##> KJ Interventions for preventing obesity in <PERSOON-##> obesogenic environments the development and application of a framework for identifying and prioritizing environmental interventions for obesity Prev Med ###;<DATUM> ## Tanner JM, Whitehouse RH Clinical longitudinal standards for height, weight, height velocity, weight velocity, and <PERSOON-##> DC, et al Orthopedic complications of overweight in children and adolescents Pediatrics ###;###(#) ###-##.
| 522 | nvog |
<PERSOON> TL Cost-effective measures to prevent obesity epidemiological basis and appro- <PERSOON> of obesity in adults the global epidemic In Bray GA, Bouchard C (eds) Handbook of obesity Etiology and pathophysiology #nd ed New York <PERSOON> H, et al Trends in obesity and energy supply in the <PERSOON> MJ Tracking of childhood overweight into adulthood a systematic review of the literature Obes Rev ### (in press) <PERSOON> CD, Kostense PJ, et al Associations of hip and thigh circumferences independent of waist circumference with the incidence of type # diabetes the <PERSOON> LD, <PERSOON> KJ Interventions for preventing obesity in <PERSOON> obesogenic environments the development and application of a framework for identifying and prioritizing environmental interventions for obesity Prev Med ###;<DATUM> ## Tanner JM, Whitehouse RH Clinical longitudinal standards for height, weight, height velocity, weight velocity, and <PERSOON> DC, et al Orthopedic complications of overweight in children and adolescents Pediatrics ###;###(#) ###-## Obesity and unhealthy life years in adult Finns <PERSOON-##> empirical approach <PERSOON-##> JCM A comparison of BMI, waist hip ratio and waist circumference as predictors of all-cause mortality among the elderly <PERSOON-##>Study Int J Visscher TLS, Seidell JC The> public health impact of obesity <PERSOON-##> TLS, <PERSOON-##> AL, Kroesbergen HT, Seidell JC Underreporting of body mass index in adults and its effect on VTV-### <LOCATIE> <INSTELLING>, ((WEBLINK)) versie # #, <DATUM> <PERSOON-##> and obesity in European children definition and diagnostic procedures, risk factors and consequences for later health outcome <PERSOON-##> glucose metabolism in obese youth Pediatr Endocrinol Rev ###;<DATUM> # Whitaker RC, Wright JA, <PERSOON-##> WH Predicting obesity in young adulthood from childhood WHO Global NCD Infobase <PERSOON-##> WHO, ### De diagnostiek zal zich voornamelijk beperken tot het interpreteren van de Body Mass Index (BMI) De diagnostiek kan worden uitgebreid met het vaststellen van de buikomvang en risicofactoren voor hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type # (hyperglykemie, hypertensie, dyslipidemie) Routinematige metingen van lengte en gewicht zullen nu al vaak plaatsvinden in de huisartsenpraktijk en bij periodiek gezondheidskundig of geneeskundig onderzoek (bijvoorbeeld door bedrijfsarts of verzekeringsarts).
| 545 | nvog |
Finns <PERSOON> empirical approach <PERSOON> JCM A comparison of BMI, waist hip ratio and waist circumference as predictors of all-cause mortality among the elderly <PERSOON>Study Int J Visscher TLS, Seidell JC The> public health impact of obesity <PERSOON> TLS, <PERSOON> AL, Kroesbergen HT, Seidell JC Underreporting of body mass index in adults and its effect on VTV-### <LOCATIE> <INSTELLING>, ((WEBLINK)) versie # #, <DATUM> <PERSOON> and obesity in European children definition and diagnostic procedures, risk factors and consequences for later health outcome <PERSOON> glucose metabolism in obese youth Pediatr Endocrinol Rev ###;<DATUM> # Whitaker RC, Wright JA, <PERSOON> WH Predicting obesity in young adulthood from childhood WHO Global NCD Infobase <PERSOON> WHO, ### De diagnostiek zal zich voornamelijk beperken tot het interpreteren van de Body Mass Index (BMI) De diagnostiek kan worden uitgebreid met het vaststellen van de buikomvang en risicofactoren voor hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type # (hyperglykemie, hypertensie, dyslipidemie) Routinematige metingen van lengte en gewicht zullen nu al vaak plaatsvinden in de huisartsenpraktijk en bij periodiek gezondheidskundig of geneeskundig onderzoek (bijvoorbeeld door bedrijfsarts of verzekeringsarts) Welke literatuur ondersteunt de voorgaande beweringen? Ondanks de beperkingen van de BMI bij het individueel vaststellen van de hoeveelheid en plaats van overtollige vetopslag in het lichaam is er voldoende bewijs om de BMI te gebruiken voor de diagnostiek van obesitas Een consensuspanel in de <PERSOON-##> ###) heeft ten aanzien van het toevoegen van de buikomvang aan de diagnostiek het volgende vastgesteld ⢠Het toevoegen van de buikomvang voegt weinig toe aan criteria van de BMI omdat de meeste mensen met obesitas een grote buikomvang hebben en vice versa ⢠Het kan helpen bij het vaststellen bij welke patiënten het nuttig is om aanvullende ⢠Het is nuttig bij het beoordelen van de effectiviteit van een interventie de buikomvang naast de BMI te gebruiken Bij het bevorderen van lichamelijke activiteit kunnen gunstige veranderingen optreden in het risico op hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type # en buikomvang, terwijl de BMI onveranderd blijft (de patiënt krijgt Door <PERSOON-##> (###) is vastgesteld dat screening van alle volwassenen op overgewicht en obesitas waarschijnlijk niet erg nuttig is in de eerstelijnspraktijk Screening is alleen nuttig wanneer de bevindingen bij alle gevonden gevallen van overgewicht en obesitas leiden tot effectieve behandeling, op hun beurt weer leidend tot gezondheidswinst Dit is zeker bij overgewicht (BMI tussen ## en ## kg/m#) lang niet altijd het geval Wanneer patiënten uit deze categorie zich presenteren met een grote buikomvang en/of comorbiditeit (bijvoorbeeld diabetes mellitus type #, hypertensie, gewichtsgerelateerde symptomen bij beperkingen van het respiratoire systeem en bewegingsapparaat),.
| 576 | nvog |
Ondanks de beperkingen van de BMI bij het individueel vaststellen van de hoeveelheid en plaats van overtollige vetopslag in het lichaam is er voldoende bewijs om de BMI te gebruiken voor de diagnostiek van obesitas Een consensuspanel in de <PERSOON> ###) heeft ten aanzien van het toevoegen van de buikomvang aan de diagnostiek het volgende vastgesteld ⢠Het toevoegen van de buikomvang voegt weinig toe aan criteria van de BMI omdat de meeste mensen met obesitas een grote buikomvang hebben en vice versa ⢠Het kan helpen bij het vaststellen bij welke patiënten het nuttig is om aanvullende ⢠Het is nuttig bij het beoordelen van de effectiviteit van een interventie de buikomvang naast de BMI te gebruiken Bij het bevorderen van lichamelijke activiteit kunnen gunstige veranderingen optreden in het risico op hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type # en buikomvang, terwijl de BMI onveranderd blijft (de patiënt krijgt Door <PERSOON> (###) is vastgesteld dat screening van alle volwassenen op overgewicht en obesitas waarschijnlijk niet erg nuttig is in de eerstelijnspraktijk Screening is alleen nuttig wanneer de bevindingen bij alle gevonden gevallen van overgewicht en obesitas leiden tot effectieve behandeling, op hun beurt weer leidend tot gezondheidswinst Dit is zeker bij overgewicht (BMI tussen ## en ## kg/m#) lang niet altijd het geval Wanneer patiënten uit deze categorie zich presenteren met een grote buikomvang en/of comorbiditeit (bijvoorbeeld diabetes mellitus type #, hypertensie, gewichtsgerelateerde symptomen bij beperkingen van het respiratoire systeem en bewegingsapparaat), Daarnaast zal bij patiënten uit deze categorie die met een hulpvraag komen, ook therapie worden aangeboden Dit betekent dat overgewicht en obesitas zullen worden vastgesteld op basis van opportunistische screening Dit wil zeggen dat de BMI en buikomtrek zullen worden gemeten bij patiënten die een hulpvraag hebben rondom gewichtsbeheersing of wanneer aan overgewicht en obesitas gerelateerde aandoeningen zijn vastgesteld Bij het vaststellen van obesitas zal de huisarts het lichaamsgewicht ter sprake brengen en de noodzaak van gedragsverandering resulterend in gewichtsverlies aangeven Datzelfde zal gebeuren bij patiënten met overgewicht en daaraan gerelateerde comorbiditeit Dit wil zeggen dat bij patiënten met een BMI lager dan ## kg/m# en bij patiënten met overgewicht zonder grote buikomvang en comorbiditeit de huisarts niet het initiatief zal nemen In de richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (CBO ###) wordt bij de spreekuurbezoeker met verhoogd risico op hart- en vaatziekten voorgesteld bij een lichamelijk onderzoek de Body Mass Index en de middelomtrek te meten Bij een BMI van ##,#-##,# is er sprake van overgewicht en bij een BMI ⥠## kg/m# wordt obesitas geconstateerd Een middelomtrek van ### cm of meer bij mannen of ## cm of meer bij vrouwen wordt In de richtlijn voor diabetes mellitus type # (NHG ###) wordt aangeraden bij patiënten met diabetes mellitus type # te streven naar een optimaal gewicht (âeen BMI ( ## kg/m#, maar zeker ( ## kg/m#â) Bij de NHG-Standaard Diabetes mellitus (###) wordt gesteld.
| 604 | nvog |
zal bij patiënten uit deze categorie die met een hulpvraag komen, ook therapie worden aangeboden Dit betekent dat overgewicht en obesitas zullen worden vastgesteld op basis van opportunistische screening Dit wil zeggen dat de BMI en buikomtrek zullen worden gemeten bij patiënten die een hulpvraag hebben rondom gewichtsbeheersing of wanneer aan overgewicht en obesitas gerelateerde aandoeningen zijn vastgesteld Bij het vaststellen van obesitas zal de huisarts het lichaamsgewicht ter sprake brengen en de noodzaak van gedragsverandering resulterend in gewichtsverlies aangeven Datzelfde zal gebeuren bij patiënten met overgewicht en daaraan gerelateerde comorbiditeit Dit wil zeggen dat bij patiënten met een BMI lager dan ## kg/m# en bij patiënten met overgewicht zonder grote buikomvang en comorbiditeit de huisarts niet het initiatief zal nemen In de richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (CBO ###) wordt bij de spreekuurbezoeker met verhoogd risico op hart- en vaatziekten voorgesteld bij een lichamelijk onderzoek de Body Mass Index en de middelomtrek te meten Bij een BMI van ##,#-##,# is er sprake van overgewicht en bij een BMI ⥠## kg/m# wordt obesitas geconstateerd Een middelomtrek van ### cm of meer bij mannen of ## cm of meer bij vrouwen wordt In de richtlijn voor diabetes mellitus type # (NHG ###) wordt aangeraden bij patiënten met diabetes mellitus type # te streven naar een optimaal gewicht (âeen BMI ( ## kg/m#, maar zeker ( ## kg/m#â) Bij de NHG-Standaard Diabetes mellitus (###) wordt gesteld omvang is tevens een realistische doelstelling Bij nieuw ontdekte diabetes kan men met alleen energierestrictie bij ## tot ##% van de patiënten een adequate glucoseregulering De diagnose obesitas wordt gesteld bij een BMI ⥠## kg/m# (aangevuld met een personen bekend met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, bij patiënten met een hulpvraag rondom gewichtsbeheersing of bij aan obesitas gerelateerde symptomen of aandoeningen (naast een verhoogd risico op hart- en vaatziekten ook bij patiënten met een gestoorde glucosetolerantie, diabetes mellitus, slaapapneu, aandoeningen aan het bewegingsapparaat, en fertiliteitsproblemen bij vrouwen) Bij iedereen met obesitas is een behandeling gericht op gewichtsreductie geïndiceerd wordt de richtlijn Cardiovasculair risicomanagement van kracht Bij aanwezigheid In het navolgende wordt ingegaan op overgewicht en obesitas bij kinderen tot <LEEFTIJD> jaar Meer dan ##% van de kinderen worden routinematig door de JGZ gezien In de eerste vier levensjaren worden ze zeer frequent op een consultatiebureau gezien Op de schoolleeftijd ziet de JGZ hen nog enkele keren Daarnaast bezoeken JGZ-medewerkers jaarlijks de scholen en vragen bij leerkrachten naar gezondheidsproblemen bij de kinderen Vermoed overgewicht is een reden om kinderen in de JGZ op indicatie te onderzoeken In veel gevallen zal een eerste diagnose overgewicht of obesitas dan ook worden gesteld door een JGZ-medewerker In de leeftijd van #-<LEEFTIJD> jaar kunnen de internationale BMI-afkappunten voor overgewicht worden gehanteerd (Cole et al ###), zie tabel <DATUM> Er zijn beperkingen bij de BMI alléén bij de diagnose van overgewicht In het signaleringsplan wordt aangeraden om naast de BMI ook de âklinische blikâ te hanteren bij de diagnostiek.
| 631 | nvog |
energierestrictie bij ## tot ##% van de patiënten een adequate glucoseregulering De diagnose obesitas wordt gesteld bij een BMI ⥠## kg/m# (aangevuld met een personen bekend met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, bij patiënten met een hulpvraag rondom gewichtsbeheersing of bij aan obesitas gerelateerde symptomen of aandoeningen (naast een verhoogd risico op hart- en vaatziekten ook bij patiënten met een gestoorde glucosetolerantie, diabetes mellitus, slaapapneu, aandoeningen aan het bewegingsapparaat, en fertiliteitsproblemen bij vrouwen) Bij iedereen met obesitas is een behandeling gericht op gewichtsreductie geïndiceerd wordt de richtlijn Cardiovasculair risicomanagement van kracht Bij aanwezigheid In het navolgende wordt ingegaan op overgewicht en obesitas bij kinderen tot <LEEFTIJD> jaar Meer dan ##% van de kinderen worden routinematig door de JGZ gezien In de eerste vier levensjaren worden ze zeer frequent op een consultatiebureau gezien Op de schoolleeftijd ziet de JGZ hen nog enkele keren Daarnaast bezoeken JGZ-medewerkers jaarlijks de scholen en vragen bij leerkrachten naar gezondheidsproblemen bij de kinderen Vermoed overgewicht is een reden om kinderen in de JGZ op indicatie te onderzoeken In veel gevallen zal een eerste diagnose overgewicht of obesitas dan ook worden gesteld door een JGZ-medewerker In de leeftijd van #-<LEEFTIJD> jaar kunnen de internationale BMI-afkappunten voor overgewicht worden gehanteerd (Cole et al ###), zie tabel <DATUM> Er zijn beperkingen bij de BMI alléén bij de diagnose van overgewicht In het signaleringsplan wordt aangeraden om naast de BMI ook de âklinische blikâ te hanteren bij de diagnostiek aanvullende diagnostische methoden die een valide indruk geven van het lichaamsvetpercentage en de vetverdeling bij kinderen en adolescenten Bij kinderen jonger dan <LEEFTIJD> jaar wordt gebruikgemaakt van in de JGZ gehanteerde curven van gewicht naar lengte naar leeftijd Er zijn echter onvoldoende onderzoeken bekend die een verband laten zien In het overbruggingsplan wordt beschreven dat bij kinderen bij wie door de JGZ (CB-arts, schoolarts) overgewicht wordt gesignaleerd, de ouders viermaal een gesprek krijgen aangeboden waarin aspecten van de leefstijl van hun kinderen worden besproken (buitenspelen, tv-kijken, consumptie van frisdranken en snackgedrag) De diagnose obesitas (op basis van afkappunten van BMI naar leeftijd; zie tabel <DATUM> kan worden gesteld door een arts, JGZ of huisarts Ook deze afkappunten gelden voor kinderen vanaf de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar Bij de huisarts zal de diagnose veelal worden gesteld op basis van een hulpvraag van de ouders en/of het kind zelf of een met obesitas samenhangende klacht Huisartsen dienen zich te realiseren dat een hoog percentage van de kinderen met obesitas additionele risicofactoren heeft of aan het ontwikkelen is De problematiek van obesitas bij kinderen is divers, in veel gevallen te divers voor een arts uit de eerste lijn (zie onder andere overbruggingsplan) <PERSOON> onderzoek naar het reeds bestaan van comorbiditeit is noodzakelijk Onderzoek door een kinderarts is aangewezen Uniformiteit van de diagnostiek van de comorbiditeit in de eerste en tweede lijn is belangrijk en nog onvoldoende uitgewerkt Monitoring van de comorbiditeit is een.
| 585 | nvog |
aanvullende diagnostische methoden die een valide indruk geven van het lichaamsvetpercentage en de vetverdeling bij kinderen en adolescenten Bij kinderen jonger dan <LEEFTIJD> jaar wordt gebruikgemaakt van in de JGZ gehanteerde curven van gewicht naar lengte naar leeftijd Er zijn echter onvoldoende onderzoeken bekend die een verband laten zien In het overbruggingsplan wordt beschreven dat bij kinderen bij wie door de JGZ (CB-arts, schoolarts) overgewicht wordt gesignaleerd, de ouders viermaal een gesprek krijgen aangeboden waarin aspecten van de leefstijl van hun kinderen worden besproken (buitenspelen, tv-kijken, consumptie van frisdranken en snackgedrag) De diagnose obesitas (op basis van afkappunten van BMI naar leeftijd; zie tabel <DATUM> kan worden gesteld door een arts, JGZ of huisarts Ook deze afkappunten gelden voor kinderen vanaf de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar Bij de huisarts zal de diagnose veelal worden gesteld op basis van een hulpvraag van de ouders en/of het kind zelf of een met obesitas samenhangende klacht Huisartsen dienen zich te realiseren dat een hoog percentage van de kinderen met obesitas additionele risicofactoren heeft of aan het ontwikkelen is De problematiek van obesitas bij kinderen is divers, in veel gevallen te divers voor een arts uit de eerste lijn (zie onder andere overbruggingsplan) <PERSOON> onderzoek naar het reeds bestaan van comorbiditeit is noodzakelijk Onderzoek door een kinderarts is aangewezen Uniformiteit van de diagnostiek van de comorbiditeit in de eerste en tweede lijn is belangrijk en nog onvoldoende uitgewerkt Monitoring van de comorbiditeit is een In het behandeltraject zullen huisarts en kinderarts een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben De huisarts kan daarbij Afkapwaarden BMI ernstig ondergewicht, ondergewicht, overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas) Bindler et al (###) vonden in een niet-experimenteel, beschrijvend onderzoek bij ### kinderen die een consultatiebureau bezochten, een hoog percentage kinderen met overgewicht met additionele risicofactoren ##% van de kinderen had een BMI boven de ##e percentiel met additionele risicofactoren voor diabetes mellitus en cardiovasculaire ziekten ##% van deze groep had een systolische en ##% een diastolische bloeddruk boven de ##e percentiel Bovenden werd een positieve correlatie gevonden tussen de Braunschweig et al (###) deden een transversaal onderzoek bij ### schoolkinderen Van degenen met een BMI boven de ##e percentiel vonden zij bij bijna ##% drie of meer Cruz et al (###) beschrijven in een literatuuroverzicht het voorkomen van een gestoorde nuchtere glucosewaarde, glucose-intolerantie en diabetes mellitus type # bij te zware kinderen en adolescenten Deze cijfers variëren voor een gestoorde nuchtere glucosewaarde van #,# tot ##,#%, voor een gestoorde glucosetolerantie van ## tot ##% en voor <PERSOON> et al (###) laten in een transversaal onderzoek zien dat kinderen van # tot <LEEFTIJD> jaar dezelfde cardiovasculaire risicofactoren hebben als adolescenten ##% had een metabool syndroom, ##% een verhoogde systolische en #% een verhoogde diastolische bloeddruk ##% liet een gestoorde nuchtere glucosewaarde zien, terwijl ##% een te hoog totaalcholesterol en ##% een te hoog LDL-cholesterol had Zij berekenden dat kinderen met.
| 623 | nvog |
zullen huisarts en kinderarts een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben De huisarts kan daarbij Afkapwaarden BMI ernstig ondergewicht, ondergewicht, overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas) Bindler et al (###) vonden in een niet-experimenteel, beschrijvend onderzoek bij ### kinderen die een consultatiebureau bezochten, een hoog percentage kinderen met overgewicht met additionele risicofactoren ##% van de kinderen had een BMI boven de ##e percentiel met additionele risicofactoren voor diabetes mellitus en cardiovasculaire ziekten ##% van deze groep had een systolische en ##% een diastolische bloeddruk boven de ##e percentiel Bovenden werd een positieve correlatie gevonden tussen de Braunschweig et al (###) deden een transversaal onderzoek bij ### schoolkinderen Van degenen met een BMI boven de ##e percentiel vonden zij bij bijna ##% drie of meer Cruz et al (###) beschrijven in een literatuuroverzicht het voorkomen van een gestoorde nuchtere glucosewaarde, glucose-intolerantie en diabetes mellitus type # bij te zware kinderen en adolescenten Deze cijfers variëren voor een gestoorde nuchtere glucosewaarde van #,# tot ##,#%, voor een gestoorde glucosetolerantie van ## tot ##% en voor <PERSOON> et al (###) laten in een transversaal onderzoek zien dat kinderen van # tot <LEEFTIJD> jaar dezelfde cardiovasculaire risicofactoren hebben als adolescenten ##% had een metabool syndroom, ##% een verhoogde systolische en #% een verhoogde diastolische bloeddruk ##% liet een gestoorde nuchtere glucosewaarde zien, terwijl ##% een te hoog totaalcholesterol en ##% een te hoog LDL-cholesterol had Zij berekenden dat kinderen met syndroom te hebben dan kinderen met een lager lichaamsgewicht <PERSOON> et al (###) bepaalden de relatieve risicoâs voor dyslipidemie, hypertensie, diabetes mellitus en het metabool syndroom en vergeleken Chinese kinderen met overgewicht en obesitas met kinderen met een normaal lichaamsgewicht Zij vonden een relatief verhoogd risico voor dyslipidemie van #,# voor kinderen met overgewicht en #,# bij obese kinderen Voor hypertensie lagen deze cijfers op respectievelijk #,# en #,# ##,#% van de obese jongens en alle obese meisjes hadden het metabool syndroom, terwijl slechts ##,#% van de jongens en ##,#% van de meisjes met een normaal lichaamsgewicht deze risicofactor hadden Reinehr et al (###) deden transversaal onderzoek bij ruim duizend kinderen van # tot <LEEFTIJD> jaar (<DATUM> jes) die naar een <INSTELLING> voor obesitas werden verwezen ##% had een terwijl ##% juist een verlaagd HDL-cholesterol liet zien Samengevat had ##% van alle deelnemende kinderen ten minste één ongunstige cardiovasculaire risicofactor Magkos et al (###) onderzochten in een transversaal onderzoek de toename van cardiovasculaire risicofactoren tussen ### en ### bij respectievelijk ### en ### schooljongens van rond <LEEFTIJD> jaar Niet alleen bleek de prevalentie van overgewicht en obesitas met respectievelijk ## en ###% te zijn toegenomen Ook de daarbij behorende serumlipidenwaarden verschoven â ook na correctie voor de BMI â in ongunstige zin totaalcholesterol Kinderen met obesitas hebben in een relatief hoog percentage één of meer risicofactoren voor hart- en vaatziekten en diabetes mellitus <PERSOON> ###, <PERSOON> ###,.
| 702 | nvog |
<PERSOON> et al (###) bepaalden de relatieve risicoâs voor dyslipidemie, hypertensie, diabetes mellitus en het metabool syndroom en vergeleken Chinese kinderen met overgewicht en obesitas met kinderen met een normaal lichaamsgewicht Zij vonden een relatief verhoogd risico voor dyslipidemie van #,# voor kinderen met overgewicht en #,# bij obese kinderen Voor hypertensie lagen deze cijfers op respectievelijk #,# en #,# ##,#% van de obese jongens en alle obese meisjes hadden het metabool syndroom, terwijl slechts ##,#% van de jongens en ##,#% van de meisjes met een normaal lichaamsgewicht deze risicofactor hadden Reinehr et al (###) deden transversaal onderzoek bij ruim duizend kinderen van # tot <LEEFTIJD> jaar (<DATUM> jes) die naar een <INSTELLING> voor obesitas werden verwezen ##% had een terwijl ##% juist een verlaagd HDL-cholesterol liet zien Samengevat had ##% van alle deelnemende kinderen ten minste één ongunstige cardiovasculaire risicofactor Magkos et al (###) onderzochten in een transversaal onderzoek de toename van cardiovasculaire risicofactoren tussen ### en ### bij respectievelijk ### en ### schooljongens van rond <LEEFTIJD> jaar Niet alleen bleek de prevalentie van overgewicht en obesitas met respectievelijk ## en ###% te zijn toegenomen Ook de daarbij behorende serumlipidenwaarden verschoven â ook na correctie voor de BMI â in ongunstige zin totaalcholesterol Kinderen met obesitas hebben in een relatief hoog percentage één of meer risicofactoren voor hart- en vaatziekten en diabetes mellitus <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, doen naar comorbiditeit Gezamenlijk komen zij tot een advies voor een adequate Adelman RD, Restaino <PERSOON> US, Blowey DL Proteinuria and focal segmental glomerulosclerosis in severely <PERSOON> GT, Forman S, et al Idiopathic intracranial hypertension relation of age and obesity in children Bindler RM, Bruya MA Evidence for identifying children at risk for being overweight, cardiovascular disease, and <PERSOON> B, <PERSOON> Y, et al Obesity and risk factors for the metabolic type # diabetes in primary care <PERSOON> ###;##(#) #<DATUM> syndrome among low-income, urban, African American schoolchildren the rule rather than the exception? Am J CBO Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement <PERSOON> GD, <PERSOON> MI Pediatric obesity and insulin resistance chronic disease risk and implications for treatment and prevention beyond body weight modification <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> of cardiovascular risk factors in <PERSOON-##> DJ, Engelgau MM, et al Type # diabetes among North American children and adolescents an epidemiologic review and a public health perspective <PERSOON-##> Rapport Overgewicht en obesitas <PERSOON-##> WH Social and economic consequences of overweight in adolescence and young adulthood <PERSOON-##> J Med ###;#<DATUM> ## Guo SS, Chumka WC.
| 640 | nvog |
een advies voor een adequate Adelman RD, Restaino <PERSOON> US, Blowey DL Proteinuria and focal segmental glomerulosclerosis in severely <PERSOON> GT, Forman S, et al Idiopathic intracranial hypertension relation of age and obesity in children Bindler RM, Bruya MA Evidence for identifying children at risk for being overweight, cardiovascular disease, and <PERSOON> B, <PERSOON> Y, et al Obesity and risk factors for the metabolic type # diabetes in primary care <PERSOON> ###;##(#) #<DATUM> syndrome among low-income, urban, African American schoolchildren the rule rather than the exception? Am J CBO Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement <PERSOON> GD, <PERSOON> MI Pediatric obesity and insulin resistance chronic disease risk and implications for treatment and prevention beyond body weight modification <PERSOON> S, <PERSOON> of cardiovascular risk factors in <PERSOON-##> DJ, Engelgau MM, et al Type # diabetes among North American children and adolescents an epidemiologic review and a public health perspective <PERSOON-##> Rapport Overgewicht en obesitas <PERSOON-##> WH Social and economic consequences of overweight in adolescence and young adulthood <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> EK Fat, friendless and unhealthy #-year old childrenâs perception of body shape stereotypes <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> DB, Heymsfield SB, <PERSOON-##> DE, Leibel RL, Nonas C, et al Waist circumference and cardiometabolic risk a consensus statement from <PERSOON-##>âs Health Association for Weight Management and <PERSOON-##>; the American Society for Nutrition; and the American Diabetes <PERSOON-##> YP, <PERSOON-##> J, et al Disease risks of childhood obesity in <PERSOON-##> AG Secular trends in cardiovascular risk factors among school-aged boys from <PERSOON-##> ###;##(#) <DATUM> NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement <LOCATIE> Bohn Stafleu Van Loghum, ### NICE-richtlijn, Obesity the prevention, identification, assessment and management of overweight and obesity <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> factors for sleep-disordered breathing in children associations with obesity, race, and respiratory problems <PERSOON-##> risk factors in overweight German children and adolescents relation to gender, age and degree of overweight Nutr Metab Cardiovasc Dis Scottish Intercollegiate Guidelines Network Management of obesity in children and young people ### <PERSOON-##> B, et al.
| 562 | nvog |
Hill AJ, <PERSOON> EK Fat, friendless and unhealthy #-year old childrenâs perception of body shape stereotypes <PERSOON> S, <PERSOON> DB, Heymsfield SB, <PERSOON> DE, Leibel RL, Nonas C, et al Waist circumference and cardiometabolic risk a consensus statement from <PERSOON>âs Health Association for Weight Management and <PERSOON>; the American Society for Nutrition; and the American Diabetes <PERSOON> YP, <PERSOON> J, et al Disease risks of childhood obesity in <PERSOON> AG Secular trends in cardiovascular risk factors among school-aged boys from <PERSOON-##> ###;##(#) <DATUM> NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement <LOCATIE> Bohn Stafleu Van Loghum, ### NICE-richtlijn, Obesity the prevention, identification, assessment and management of overweight and obesity <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> factors for sleep-disordered breathing in children associations with obesity, race, and respiratory problems <PERSOON-##> risk factors in overweight German children and adolescents relation to gender, age and degree of overweight Nutr Metab Cardiovasc Dis Scottish Intercollegiate Guidelines Network Management of obesity in children and young people ### <PERSOON-##> B, et al <PERSOON-##> WH Prevalence of abnormal serum aminotransferase values in overweight and <PERSOON-##> GS Predictability of childhood adiposity and insulin for developing insulin resistance syndrome (syndrome X) in young adulthood the Bogalusa Heart Study Diabetes ###;#<DATUM> # WHO Anonymus Obesity preventing and managing the global epidemic Report of a WHO consultation on <PERSOON-##> effectiveness of screening for obesity in primary care weighing the evidence <PERSOON-##> DG, <PERSOON-##> of the insulin resistance syndrome in Als uitkomstmaat van een geslaagde behandeling wordt bij dieetinterventies uitgegaan van een streefgewicht dat #-##% lager ligt dan het uitgangsgewicht en/of een middelomtrek die ##% lager ligt dan bij aanvang van het dieet Het primaire doel van een dieetinterventie is tweeledig Ten eerste is er het beoogde gewichtsverlies In de tweede plaats moet de interventie leiden tot een blijvende verbetering van de voedingsgewoonten en de daarbij horende leefgewoonten, waardoor terugval zo veel mogelijk wordt voorkomen Hieronder verstaan we een optimale mate van lichaamsbeweging en gedragsverandering Een secundair doel van de dieetinterventie is een daadwerkelijke verbetering van de gezondheid, de fitheid en het welbevinden De belangrijkste diëten zijn weergegeven Is het gangbare enerBeperking van koolhy### calorieën mingiebeperkte dieet in der dan gebruikelijke draten (##-## energieprocent) vet (##-## ener- <LOCATIE> Welk gewichtsverlies kan worden bereikt met welk dieet en op welke termijn? Er wordt al meer dan <LEEFTIJD> jaar onderzoek gedaan naar de effecten van dieetinterventies.
| 594 | nvog |
abnormal serum aminotransferase values in overweight and <PERSOON> GS Predictability of childhood adiposity and insulin for developing insulin resistance syndrome (syndrome X) in young adulthood the Bogalusa Heart Study Diabetes ###;#<DATUM> # WHO Anonymus Obesity preventing and managing the global epidemic Report of a WHO consultation on <PERSOON> effectiveness of screening for obesity in primary care weighing the evidence <PERSOON> DG, <PERSOON> of the insulin resistance syndrome in Als uitkomstmaat van een geslaagde behandeling wordt bij dieetinterventies uitgegaan van een streefgewicht dat #-##% lager ligt dan het uitgangsgewicht en/of een middelomtrek die ##% lager ligt dan bij aanvang van het dieet Het primaire doel van een dieetinterventie is tweeledig Ten eerste is er het beoogde gewichtsverlies In de tweede plaats moet de interventie leiden tot een blijvende verbetering van de voedingsgewoonten en de daarbij horende leefgewoonten, waardoor terugval zo veel mogelijk wordt voorkomen Hieronder verstaan we een optimale mate van lichaamsbeweging en gedragsverandering Een secundair doel van de dieetinterventie is een daadwerkelijke verbetering van de gezondheid, de fitheid en het welbevinden De belangrijkste diëten zijn weergegeven Is het gangbare enerBeperking van koolhy### calorieën mingiebeperkte dieet in der dan gebruikelijke draten (##-## energieprocent) vet (##-## ener- <LOCATIE> Welk gewichtsverlies kan worden bereikt met welk dieet en op welke termijn? Er wordt al meer dan <LEEFTIJD> jaar onderzoek gedaan naar de effecten van dieetinterventies De laatste jaren zijn meta-analyses en systematische reviews van ârandomised controlled trialsâ (RCTâs) verricht waarin duizenden patiënten in een groot aantal onderzoeken zijn bekeken Het is daardoor beter mogelijk uitspraken te doen over het te bereiken gewichtsverlies dan op basis van afzonderlijke kleine onderzoeken mogelijk is De verschillende diëten zijn met elkaar vergeleken voor de korte termijn (##-## weken) en lange termijn (<DATUM> jaar) De onderzochte populaties hadden een BMI ) ## kg/m#, de gemiddelde BMI was ) ## kg/m# en het betrof gemengde populaties van mannen en vrouwen tussen ## en <LEEFTIJD> jaar oud Diverse populaties zijn onderzocht gezonde obese personen en obese personen bekend met hypertensie, dyslipidemie, verhoogde nuchtere glucosewaarden, insulineovergevoeligheid en insulineresistentie In de meeste onderzoeken zijn de interventies uitgevoerd door geregistreerde diëtisten in een poliklinische setting In de Angelsaksische landen ontbreekt eerstelijnszorg In de Nederlandse situatie worden dieetinterventies voornamelijk uitgevoerd door diëtisten in de eerste lijn Dieet een voeding die om medische redenen afwijkt van een gebruikelijke voeding, Uitval het voortijdig, dat wil zeggen voordat de interventiefase is afgerond, stoppen houden en komt niet noemenswaardig aan (NB een kleine gewichtsstijging van <DATUM> Terugval de patiënt/cliënt komt na het stoppen met de interventie weer aan tot het gewicht dat hij voor de behandeling had, of soms zelfs meer (jojo-effect) Onder langetermijninterventies worden interventies van langer dan een jaar verstaan Een energiebeperkt dieet dat een calorische waarde heeft die ### kilocalorieën lager.
| 602 | nvog |
De laatste jaren zijn meta-analyses en systematische reviews van ârandomised controlled trialsâ (RCTâs) verricht waarin duizenden patiënten in een groot aantal onderzoeken zijn bekeken Het is daardoor beter mogelijk uitspraken te doen over het te bereiken gewichtsverlies dan op basis van afzonderlijke kleine onderzoeken mogelijk is De verschillende diëten zijn met elkaar vergeleken voor de korte termijn (##-## weken) en lange termijn (<DATUM> jaar) De onderzochte populaties hadden een BMI ) ## kg/m#, de gemiddelde BMI was ) ## kg/m# en het betrof gemengde populaties van mannen en vrouwen tussen ## en <LEEFTIJD> jaar oud Diverse populaties zijn onderzocht gezonde obese personen en obese personen bekend met hypertensie, dyslipidemie, verhoogde nuchtere glucosewaarden, insulineovergevoeligheid en insulineresistentie In de meeste onderzoeken zijn de interventies uitgevoerd door geregistreerde diëtisten in een poliklinische setting In de Angelsaksische landen ontbreekt eerstelijnszorg In de Nederlandse situatie worden dieetinterventies voornamelijk uitgevoerd door diëtisten in de eerste lijn Dieet een voeding die om medische redenen afwijkt van een gebruikelijke voeding, Uitval het voortijdig, dat wil zeggen voordat de interventiefase is afgerond, stoppen houden en komt niet noemenswaardig aan (NB een kleine gewichtsstijging van <DATUM> Terugval de patiënt/cliënt komt na het stoppen met de interventie weer aan tot het gewicht dat hij voor de behandeling had, of soms zelfs meer (jojo-effect) Onder langetermijninterventies worden interventies van langer dan een jaar verstaan Een energiebeperkt dieet dat een calorische waarde heeft die ### kilocalorieën lager Er zijn meta-analyses met gegevens tot vijf jaar beschikbaar Avenell vergeleek in een metaanalyse van ## RCTâs een energiebeperkt dieet met gewone voeding na een jaar werd een gemiddelde gewichtsdaling bereikt van #,# (##%-BI -#,## tot -#,##) kg in vergelijking met een gewone voeding Na ## maanden werd een gewichtsverlies van #,## kg behouden (##%-BI -#,## tot -#,## kg) Het percentage uitvallers varieerde sterk, van # to Pirozzo liet in een Cochrane Review van zes RCTâs zien dat na zes maanden op een laagvetdieet (## energieprocent vet) een gewichtsverlies van # (##%-BI -#,# tot -#,#) kg werd bereikt, en op een energiebeperkt dieet #,# (##%-BI -#,# tot -#,#) kg Na ## maanden leidden energiebeperkte diëten tot een een gemiddeld gewichtsverlies van #,# kg (##% BI -#,# tot -#,# kg) en de laagvetdiëten tot een gemiddelde gewichtsstijging van #,# kg (##% BI -#,# tot #,# kg) Het verschil in gewichtsverandering tussen de diëten was niet statistisch significant Het percentage uitval varieerde van ## tot ##% (Pirozzo ###) De verklaring hiervoor is dat een vetbeperkt dieet alleen de hoeveelheid vet in het dieet beperkt, maar een energiebeperkt dieet een beperking inhoudt van vetten, koolhydraten en alcohol en (wanneer van een conventionele voeding gebruik wordt gemaakt) een verhoging van de hoeveelheid voedingsvezel Deze elementen leiden in veel gevallen tot een lagere energie-inname dan op een vetbeperking alleen kan worden bereikt kg meer gewichtsverlies geven dan energiebeperkte diëten (# ###-<DATUM> kcal/dag), is.
| 709 | nvog |
tot vijf jaar beschikbaar Avenell vergeleek in een metaanalyse van ## RCTâs een energiebeperkt dieet met gewone voeding na een jaar werd een gemiddelde gewichtsdaling bereikt van #,# (##%-BI -#,## tot -#,##) kg in vergelijking met een gewone voeding Na ## maanden werd een gewichtsverlies van #,## kg behouden (##%-BI -#,## tot -#,## kg) Het percentage uitvallers varieerde sterk, van # to Pirozzo liet in een Cochrane Review van zes RCTâs zien dat na zes maanden op een laagvetdieet (## energieprocent vet) een gewichtsverlies van # (##%-BI -#,# tot -#,#) kg werd bereikt, en op een energiebeperkt dieet #,# (##%-BI -#,# tot -#,#) kg Na ## maanden leidden energiebeperkte diëten tot een een gemiddeld gewichtsverlies van #,# kg (##% BI -#,# tot -#,# kg) en de laagvetdiëten tot een gemiddelde gewichtsstijging van #,# kg (##% BI -#,# tot #,# kg) Het verschil in gewichtsverandering tussen de diëten was niet statistisch significant Het percentage uitval varieerde van ## tot ##% (Pirozzo ###) De verklaring hiervoor is dat een vetbeperkt dieet alleen de hoeveelheid vet in het dieet beperkt, maar een energiebeperkt dieet een beperking inhoudt van vetten, koolhydraten en alcohol en (wanneer van een conventionele voeding gebruik wordt gemaakt) een verhoging van de hoeveelheid voedingsvezel Deze elementen leiden in veel gevallen tot een lagere energie-inname dan op een vetbeperking alleen kan worden bereikt kg meer gewichtsverlies geven dan energiebeperkte diëten (# ###-<DATUM> kcal/dag), is (##%-BI -#,## tot +#,##) kg (Avenell ###-II) In een meta-analyse van vijf trials met ### personen vond Nordmann (###) na ## maanden gemiddeld slechts # (##%-BI -#,# tot #,#) kg meer gewichtsverlies op laagkoolhydraatdiëten In een literatuuronderzoek pleit Kennedy (###) ervoor een hoogeiwitdieet niet langer dan zes maanden te laten volgen vanwege het ontbreken van het bewijs dat deze diëten op de lange termijn onschadelijk zijn In een overzichtsartikel stelde Astrup (###) dat een dieet met een eiwitpercentage In een meta-analyse waarin zeer laagcalorische diëten met maaltijdvervangers (( ### kcal/dag) werden vergeleken met energiebeperkte diëten, was de uitkomst na een jaar ten gunste van de zeer laagcalorische diëten ## tegen # kg Na vijf jaar was het gewichtsbehoud #,# (##%-BI #,<DATUM> #) kg en # (##%-BI #,<DATUM> #) kg, het gewichtsverlies gemiddeld ) van de onderzoekspersonen in deze meta-analyse behield het bereikte gewicht vier of vijf <PERSOON> (###) voerde een meta-analyse uit van onderzoeken van ## weken Hij vergeleek het effect van een zeer laagcalorisch dieet met maaltijdvervangers van ( ### kcal/dag, een laagcalorisch dieet ###-### kcal/dag en een zeer laagcalorisch dieet op sojabasis en een energiebeperkt dieet van ) <DATUM> kcal/dag Het gewichtsverlies was respectievelijk ##,#% #,<DATUM> #%) De intensiteit van de behandeling (gedefinieerd als bezoek aan de arts, bezoek daarbij meer bepalend dan uitgangsgewicht en duur van de behandeling (p = #,###) Ook Avenell (###) vond in een meta-analyse dat sommige diëten leiden tot snel gewichtsverlies in de eerste fase Wanneer men deze na een jaar of langer vergelijkt met.
| 817 | nvog |
vijf trials met ### personen vond Nordmann (###) na ## maanden gemiddeld slechts # (##%-BI -#,# tot #,#) kg meer gewichtsverlies op laagkoolhydraatdiëten In een literatuuronderzoek pleit Kennedy (###) ervoor een hoogeiwitdieet niet langer dan zes maanden te laten volgen vanwege het ontbreken van het bewijs dat deze diëten op de lange termijn onschadelijk zijn In een overzichtsartikel stelde Astrup (###) dat een dieet met een eiwitpercentage In een meta-analyse waarin zeer laagcalorische diëten met maaltijdvervangers (( ### kcal/dag) werden vergeleken met energiebeperkte diëten, was de uitkomst na een jaar ten gunste van de zeer laagcalorische diëten ## tegen # kg Na vijf jaar was het gewichtsbehoud #,# (##%-BI #,<DATUM> #) kg en # (##%-BI #,<DATUM> #) kg, het gewichtsverlies gemiddeld ) van de onderzoekspersonen in deze meta-analyse behield het bereikte gewicht vier of vijf <PERSOON> (###) voerde een meta-analyse uit van onderzoeken van ## weken Hij vergeleek het effect van een zeer laagcalorisch dieet met maaltijdvervangers van ( ### kcal/dag, een laagcalorisch dieet ###-### kcal/dag en een zeer laagcalorisch dieet op sojabasis en een energiebeperkt dieet van ) <DATUM> kcal/dag Het gewichtsverlies was respectievelijk ##,#% #,<DATUM> #%) De intensiteit van de behandeling (gedefinieerd als bezoek aan de arts, bezoek daarbij meer bepalend dan uitgangsgewicht en duur van de behandeling (p = #,###) Ook Avenell (###) vond in een meta-analyse dat sommige diëten leiden tot snel gewichtsverlies in de eerste fase Wanneer men deze na een jaar of langer vergelijkt met te zijn Iedere dieetinterventie leidt tot meer gewichtsverlies dan een gewone voeding Veel diëten zijn alleen op de korte termijn succesvol en leiden bovendien tot uitval Na vier tot vijf jaar had ##,#% een zeer laagcalorisch dieet volgehouden; ##,#% hield het vol op een ener- giebeperkt dieet (<PERSOON> leidt na een jaar tot ##% uitval, een sterk vetbeperkt dieet met ##% vet (Ornish) geeft ##% uitval Het Weight Watchers-dieet en een dieet op basis van de glykemische index leidden tot ##% uitval (Zone) (Dansinger ###) Na de dieetinterventie komt de fase van gewichtsbehoud Gewichtsbehoud is mogelijk voor grote groepen mensen Toch vindt vrijwel altijd een kleine gewichtsstijging plaats Phelan (###) onderzocht een grote groep mensen (n = ###) die gemiddeld ##,# ±##,# kg afvielen en dit gewicht gedurende #,# ± #,<LEEFTIJD> jaar behielden De gemiddelde gewichtstoename na twee jaar was #,# ± #,# kg; ##% beperkte de gewichtstoename tot #,# kg; ##,#% kwam meer dan #% aan in het eerste jaar Van hen slaagde slechts #,#% erin het herwonnen gewicht weer te verliezen in het daaropvolgende jaar Deze groep vertoonde significant meer depressieve symptomen ##,#% van de totale groep bleef meer dan ##% onder hun maximale gewicht; het gemiddelde gewichtsverlies was ##,# ± ##,#% De populatie bestond voor ##% uit vrouwen; ##% was van het blanke ras Ryttig (###) onderzocht gedurende ## weken de effecten van zeer caloriearme maaltijdcomponenten op gewichtsbehoud Een groep.
| 764 | nvog |
meer gewichtsverlies dan een gewone voeding Veel diëten zijn alleen op de korte termijn succesvol en leiden bovendien tot uitval Na vier tot vijf jaar had ##,#% een zeer laagcalorisch dieet volgehouden; ##,#% hield het vol op een ener- giebeperkt dieet (<PERSOON> leidt na een jaar tot ##% uitval, een sterk vetbeperkt dieet met ##% vet (Ornish) geeft ##% uitval Het Weight Watchers-dieet en een dieet op basis van de glykemische index leidden tot ##% uitval (Zone) (Dansinger ###) Na de dieetinterventie komt de fase van gewichtsbehoud Gewichtsbehoud is mogelijk voor grote groepen mensen Toch vindt vrijwel altijd een kleine gewichtsstijging plaats Phelan (###) onderzocht een grote groep mensen (n = ###) die gemiddeld ##,# ±##,# kg afvielen en dit gewicht gedurende #,# ± #,<LEEFTIJD> jaar behielden De gemiddelde gewichtstoename na twee jaar was #,# ± #,# kg; ##% beperkte de gewichtstoename tot #,# kg; ##,#% kwam meer dan #% aan in het eerste jaar Van hen slaagde slechts #,#% erin het herwonnen gewicht weer te verliezen in het daaropvolgende jaar Deze groep vertoonde significant meer depressieve symptomen ##,#% van de totale groep bleef meer dan ##% onder hun maximale gewicht; het gemiddelde gewichtsverlies was ##,# ± ##,#% De populatie bestond voor ##% uit vrouwen; ##% was van het blanke ras Ryttig (###) onderzocht gedurende ## weken de effecten van zeer caloriearme maaltijdcomponenten op gewichtsbehoud Een groep ### kcal inclusief twee maaltijdvervangers van in totaal ### kcal De andere groep kreeg een gewoon energiebeperkt dieet Na de VLCD-fase was het gemiddelde gewicht afgenomen van ###,# ± ##,# naar ##,# ± ##,# kg De groep met de maaltijdvervangers kwam #,# ± #,# kg aan, de groep zonder ##,# ± #,# kg (p ( #,###) Na ## weken was het gemiddelde gewicht in de <PERSOON> et al (###) voerden een RCT uit bij ### personen die in drie groepen werden ingedeeld, alle geselecteerd uit twee groepen, namelijk mensen met een gewichtsverlies van ##-##% of meer dan ##% een controlegroep, een internetgroep en een âface to faceâ-groep De eerste maand was er wekelijks contact, daarna maandelijks gedurende ## maanden De face to face- en internetgroepen hadden even vaak contact en de inhoud van de contacten was gelijk Na de interventieperiode was de gemiddelde gewichtstoename in de face to face- groep #,# ± #,# kg, #,# ± #,# kg in de internetgroep en #,# ± #,# kg in de controlegroep Het verschil tussen de face to face-groep en de controlegroep was #,# kg (##%-BI #,#<DATUM> #; p = #,##) Het aantal mensen dat meer dan #,# kg in gewicht toenam, was significant hoger in de controlegroep dan in de face to facegroep (##,# versus ##,#%; verschil ##%; ##%-BI ##-##; p = #,###) of in de internetgroep (##,#%; verschil ##%; ##%-BI #-##; p = #,###) Dagelijks wegen was geassocieerd met een afgenomen risico op een gewichtstoename van meer dan #,# kg (p ( #,###).
| 835 | nvog |
De andere groep kreeg een gewoon energiebeperkt dieet Na de VLCD-fase was het gemiddelde gewicht afgenomen van ###,# ± ##,# naar ##,# ± ##,# kg De groep met de maaltijdvervangers kwam #,# ± #,# kg aan, de groep zonder ##,# ± #,# kg (p ( #,###) Na ## weken was het gemiddelde gewicht in de <PERSOON> et al (###) voerden een RCT uit bij ### personen die in drie groepen werden ingedeeld, alle geselecteerd uit twee groepen, namelijk mensen met een gewichtsverlies van ##-##% of meer dan ##% een controlegroep, een internetgroep en een âface to faceâ-groep De eerste maand was er wekelijks contact, daarna maandelijks gedurende ## maanden De face to face- en internetgroepen hadden even vaak contact en de inhoud van de contacten was gelijk Na de interventieperiode was de gemiddelde gewichtstoename in de face to face- groep #,# ± #,# kg, #,# ± #,# kg in de internetgroep en #,# ± #,# kg in de controlegroep Het verschil tussen de face to face-groep en de controlegroep was #,# kg (##%-BI #,#<DATUM> #; p = #,##) Het aantal mensen dat meer dan #,# kg in gewicht toenam, was significant hoger in de controlegroep dan in de face to facegroep (##,# versus ##,#%; verschil ##%; ##%-BI ##-##; p = #,###) of in de internetgroep (##,#%; verschil ##%; ##%-BI #-##; p = #,###) Dagelijks wegen was geassocieerd met een afgenomen risico op een gewichtstoename van meer dan #,# kg (p ( #,###) andere onderzocht door Byrne et al (###) Zij vergeleken blanke en Creoolse vrouwen van gelijke leeftijd met een BMI van ##-## kg/m# Na een dieetinterventie van ### kcal/ dag gericht op ## kg gewichtsverlies, waarbij men niet werd aangemoedigd te gaan bewegen, werden de proefpersonen na een jaar weer opgeroepen Na de interventie was het gewichtsverlies van de blanke vrouwen ##,# ± #,# en van de Creoolse vrouwen ##,# ± #,# kg Na een jaar was het gewicht toegenomen met respectievelijk #,# ± #,# en #,# ± #,# kg Gecorrigeerd voor de vetverdeling (voor blanke vrouwen meer <PERSOON> (LBM) op de romp en bij Creoolse vrouwen meer LBM op de ledematen) was het basaalmetabolisme voor beide groepen gelijk Het meest effectieve dieet om gewichtsverlies te bereiken na een jaar follow-up is een energiebeperkt dieet, met een calorische waarde die ### kilocalorieën lager ligt dan de gebruikelijke inname Daarmee kan een gewichtsdaling van circa # (-#,# tot -#) kg in een jaar worden bereikt Dit geldt voor mannen en vrouwen met een BMI van ## kg/m# tot ## kg/m# Op een energiebeperkt dieet blijft na vier tot vijf jaar een gewichtsdaling van #,# kg behouden Als het gewichtsbehoud meer dan ## kg is, op een energiebeperkt of op zeer laagcalorisch dieet, is het gewichtsverlies na vier tot vijf haar nog # kg Dit geldt voor mannen en vrouwen Het is weliswaar aangetoond dat meer gewichtsverlies kan worden.
| 787 | nvog |
Byrne et al (###) Zij vergeleken blanke en Creoolse vrouwen van gelijke leeftijd met een BMI van ##-## kg/m# Na een dieetinterventie van ### kcal/ dag gericht op ## kg gewichtsverlies, waarbij men niet werd aangemoedigd te gaan bewegen, werden de proefpersonen na een jaar weer opgeroepen Na de interventie was het gewichtsverlies van de blanke vrouwen ##,# ± #,# en van de Creoolse vrouwen ##,# ± #,# kg Na een jaar was het gewicht toegenomen met respectievelijk #,# ± #,# en #,# ± #,# kg Gecorrigeerd voor de vetverdeling (voor blanke vrouwen meer <PERSOON> (LBM) op de romp en bij Creoolse vrouwen meer LBM op de ledematen) was het basaalmetabolisme voor beide groepen gelijk Het meest effectieve dieet om gewichtsverlies te bereiken na een jaar follow-up is een energiebeperkt dieet, met een calorische waarde die ### kilocalorieën lager ligt dan de gebruikelijke inname Daarmee kan een gewichtsdaling van circa # (-#,# tot -#) kg in een jaar worden bereikt Dit geldt voor mannen en vrouwen met een BMI van ## kg/m# tot ## kg/m# Op een energiebeperkt dieet blijft na vier tot vijf jaar een gewichtsdaling van #,# kg behouden Als het gewichtsbehoud meer dan ## kg is, op een energiebeperkt of op zeer laagcalorisch dieet, is het gewichtsverlies na vier tot vijf haar nog # kg Dit geldt voor mannen en vrouwen Het is weliswaar aangetoond dat meer gewichtsverlies kan worden een energiebeperkt dieet, maar ##% stopt met dit dieet binnen een jaar Ditzelfde geldt voor andere diëten met een extreme samenstelling Bij het energiebeperkte dieet stopt ##-##% binnen een jaar Hoewel de verschillende diëten (bijvoorbeeld hoogeiwit-, laagkoolhydraatdieet) op korte termijn tot meer gewichtsverlies (#,# kg) leiden dan <PERSOON> ###/###, Het aantal consulten in een behandeling is meer bepalend voor het succes dan het uitgangsgewicht of de duur van de behandeling De terugval is mogelijk minder wanneer wordt gekozen voor een face Veel mensen (##%) lijken na een gewichtsverlies van meer dan ##% de terugval te kunnen beperken tot circa # kg op de lange termijn (## Blanke en Creoolse vrouwen verliezen met een energiebeperkt dieet mogelijk even veel gewicht, met een even sterke daling van het basaalmetabolisme De energiebehoefte van een individu wordt voor ##% bepaald door de ruststofwisseling (basaalmetabolisme) De totale energiebehoefte bestaat uit de ruststofwisseling vermeerderd met de door het dieet geïnduceerde thermogenese (#-##%) en de âphysical activity levelâ (PAL)-waarde De PAL-waarde ligt altijd tussen # en ##% van het basaalmetabolisme Een zeer laagcalorisch dieet en een laagcalorisch dieet op basis van maaltijdvervangers leveren extra kosten op ten opzichte van een gewone voeding De kosten vormen vaak een barrière voor mensen met lage inkomens om een dergelijk dieet te volgen In <LOCATIE> kost een dieetinterventie bij een diëtist v ###,- per jaar Deze verstrekking zit Gewichtsverlies vindt plaats als de inname van calorieën kleiner is dan het verbruik.
| 664 | nvog |
binnen een jaar Ditzelfde geldt voor andere diëten met een extreme samenstelling Bij het energiebeperkte dieet stopt ##-##% binnen een jaar Hoewel de verschillende diëten (bijvoorbeeld hoogeiwit-, laagkoolhydraatdieet) op korte termijn tot meer gewichtsverlies (#,# kg) leiden dan <PERSOON> ###/###, Het aantal consulten in een behandeling is meer bepalend voor het succes dan het uitgangsgewicht of de duur van de behandeling De terugval is mogelijk minder wanneer wordt gekozen voor een face Veel mensen (##%) lijken na een gewichtsverlies van meer dan ##% de terugval te kunnen beperken tot circa # kg op de lange termijn (## Blanke en Creoolse vrouwen verliezen met een energiebeperkt dieet mogelijk even veel gewicht, met een even sterke daling van het basaalmetabolisme De energiebehoefte van een individu wordt voor ##% bepaald door de ruststofwisseling (basaalmetabolisme) De totale energiebehoefte bestaat uit de ruststofwisseling vermeerderd met de door het dieet geïnduceerde thermogenese (#-##%) en de âphysical activity levelâ (PAL)-waarde De PAL-waarde ligt altijd tussen # en ##% van het basaalmetabolisme Een zeer laagcalorisch dieet en een laagcalorisch dieet op basis van maaltijdvervangers leveren extra kosten op ten opzichte van een gewone voeding De kosten vormen vaak een barrière voor mensen met lage inkomens om een dergelijk dieet te volgen In <LOCATIE> kost een dieetinterventie bij een diëtist v ###,- per jaar Deze verstrekking zit Gewichtsverlies vindt plaats als de inname van calorieën kleiner is dan het verbruik In een meta-analyse van ## onderzoeken (Astrup ###), waarvan ## RCTâs met in totaal <DATUM> personen, zijn de effecten van een vetbeperking nagegaan waarbij gewichtsverlies en ##,#% (##,#-##,#) in de controlegroepen Personen met een BMI ) ## kg/m# die een dieet met gemiddeld ##,# (#,<DATUM> #) energieprocent minder vet gebruikten zonder verdere caloriebeperking, hadden na een jaar #,# kg (##%-BI #,<DATUM> # kg; p ( #,###) meer KJ/### kcal, ##%-BI ###-<LOCATIE> / ###-### kcal, p = #,###) Hierbij was sprake van een Hamman et al (###) vonden na een jaar dat een lage vetinname bij aanvang en tijdens het dieet een sterke relatie had met gewichtsverlies (r = -#,## âbaselineâ en r = -#,## kg/ per jaar per #% reductie in vetinname, p ( #,###); na drie jaar was dit r = -#,## kg/per Ook de vezelinname is van belang voor het gewichtsverlies In een literatuuroverzicht stellen Astrup et al (###) dat een dieet met laag vet- en hoog eiwitgehalte (##-## energieprocent) en complexe koolhydraten tot spontaan gewichtsverlies leidt van <DATUM> kg bij obese personen (Astrup ###) Zij baseren zich onder andere op twee kleine, oudere onderzoeken Het eerste onderzoek is van <PERSOON> et al (###), die aan de hand van fecesonderzoek van ## proefpersonen aantoonden dat een dieet met een hoog gehalte aan voedingsvezel en een laag vetgehalte leidde tot een afname van de beschikbaarheid van energie uit eiwitten, vetten en koolhydraten Het tweede onderzoek is van <PERSOON>, die in een klein onderzoek.
| 750 | nvog |
(Astrup ###), waarvan ## RCTâs met in totaal <DATUM> personen, zijn de effecten van een vetbeperking nagegaan waarbij gewichtsverlies en ##,#% (##,#-##,#) in de controlegroepen Personen met een BMI ) ## kg/m# die een dieet met gemiddeld ##,# (#,<DATUM> #) energieprocent minder vet gebruikten zonder verdere caloriebeperking, hadden na een jaar #,# kg (##%-BI #,<DATUM> # kg; p ( #,###) meer KJ/### kcal, ##%-BI ###-<LOCATIE> / ###-### kcal, p = #,###) Hierbij was sprake van een Hamman et al (###) vonden na een jaar dat een lage vetinname bij aanvang en tijdens het dieet een sterke relatie had met gewichtsverlies (r = -#,## âbaselineâ en r = -#,## kg/ per jaar per #% reductie in vetinname, p ( #,###); na drie jaar was dit r = -#,## kg/per Ook de vezelinname is van belang voor het gewichtsverlies In een literatuuroverzicht stellen Astrup et al (###) dat een dieet met laag vet- en hoog eiwitgehalte (##-## energieprocent) en complexe koolhydraten tot spontaan gewichtsverlies leidt van <DATUM> kg bij obese personen (Astrup ###) Zij baseren zich onder andere op twee kleine, oudere onderzoeken Het eerste onderzoek is van <PERSOON> et al (###), die aan de hand van fecesonderzoek van ## proefpersonen aantoonden dat een dieet met een hoog gehalte aan voedingsvezel en een laag vetgehalte leidde tot een afname van de beschikbaarheid van energie uit eiwitten, vetten en koolhydraten Het tweede onderzoek is van <PERSOON>, die in een klein onderzoek In een systematische review van ### RCTâs (n = <DATUM> lieten Baravata et al (###) zien dat er een statistisch significante relatie is tussen gewichtsverlies en de mate van caloriebeperking (p = #,##) en de duur van het dieet (p = #,###) Of het dieet een hoog of laag gehalte aan koolhydraten had, was niet statistisch significant <PERSOON> (###) onderzocht het effect van kunstmatige zoetstoffen of suiker als supplement (in de vorm van dranken) op de âad libitumâ voedselinname en het lichaamsgewicht bij twee groepen obese personen De diëten waren verder gelijk van samenstelling en portiegrootte Na tien weken was de energie-inname met #,# MJ per dag, het gewicht met #,# kg en de vetmassa met #,# kg toegenomen in de suikergroep In de zoetstoffengroep was het lichaamsgewicht #,# kg en de vetmassa met #,# kg afgenomen Een belangrijk De rol van de glykemische index bij gewichtsverlies is geanalyseerd in een Cochrane Review In zes RCTâs met een duur van vijf weken tot zes maanden (n = ###) werd een dieet met een lage glykemische index vergeleken met een controledieet Alleen onderzoeken waarbij het laagglykemische dieet expliciet was beschreven, werden in de review opgenomen Enkele onderzoeken hadden een follow-up van zes maanden De gewichtsafname (WMD -#,# kg, ##%-BI -#,# tot -#,#, p ( #,## (n = ###), totale vetmassa (WMD p ( #,## (n = ##) was significant groter dan bij mensen die een controledieet hadden gevolgd (<PERSOON> dient te worden opgemerkt dat de grootste verschillen.
| 797 | nvog |
<DATUM> lieten Baravata et al (###) zien dat er een statistisch significante relatie is tussen gewichtsverlies en de mate van caloriebeperking (p = #,##) en de duur van het dieet (p = #,###) Of het dieet een hoog of laag gehalte aan koolhydraten had, was niet statistisch significant <PERSOON> (###) onderzocht het effect van kunstmatige zoetstoffen of suiker als supplement (in de vorm van dranken) op de âad libitumâ voedselinname en het lichaamsgewicht bij twee groepen obese personen De diëten waren verder gelijk van samenstelling en portiegrootte Na tien weken was de energie-inname met #,# MJ per dag, het gewicht met #,# kg en de vetmassa met #,# kg toegenomen in de suikergroep In de zoetstoffengroep was het lichaamsgewicht #,# kg en de vetmassa met #,# kg afgenomen Een belangrijk De rol van de glykemische index bij gewichtsverlies is geanalyseerd in een Cochrane Review In zes RCTâs met een duur van vijf weken tot zes maanden (n = ###) werd een dieet met een lage glykemische index vergeleken met een controledieet Alleen onderzoeken waarbij het laagglykemische dieet expliciet was beschreven, werden in de review opgenomen Enkele onderzoeken hadden een follow-up van zes maanden De gewichtsafname (WMD -#,# kg, ##%-BI -#,# tot -#,#, p ( #,## (n = ###), totale vetmassa (WMD p ( #,## (n = ##) was significant groter dan bij mensen die een controledieet hadden gevolgd (<PERSOON> dient te worden opgemerkt dat de grootste verschillen Wanneer diëten met en zonder alcohol worden vergeleken, geven verschillende RCTâs aan dat bij een ad libitum voedselinname er een hogere energie-inname is met alcohol De stoffen cafeïne, epigallocatechine #-gallaat en capsaïcine, die van nature in de voeding voorkomen, stimuleren de thermogenese In vier kleine RCTâs is gekeken naar de effecten van matig cafeïnegebruik, overeenkomend met drie koppen koffie per dag Cafeïnegebruik leidde tot meer gewichtsverlies, verlies van vetmassa, afname van middelomtrek en een minder sterke afname van het basaalmetabolisme dan een placebo Na vier weken een zeer laagcalorisch dieet kregen ## proefpersonen een mengsel van ### mg epigallocatechine #-gallaat (uit groene thee) en ### mg cafeïne of een placebo Dit leidde na drie maanden tot #,# ± #,# kg/#,# ± #,#% gewichtsverlies, p ( #,### Personen met een hoge koffieconsumptie verloren meer gewicht, vetmassa en middelomtrek dan kleine koffiedrinkers Het basaalmetabolisme in de koffiegroep nam minder af tijdens de fase van gewichtsverlies dan verwacht, p ( #,## (<PERSOON> ###) Ook een mengsel van capsaïcine uit verse rode pepers, groene thee en cafeïne verhoogde de thermogenese met ##,# KJoules (## kcal) per vier uur (### kcal/dag, ##%-BI ##,<DATUM> #) meer dan een placebo, p = #,###, en gaf #,# ± #,<DATUM> # kg meer verlies aan lichaamsvet na acht weken dan een placebo, p ( #,## (Belza ###, ###) Berube-Parent vond vergelijkbare resultaten een stijging van het basaalmetabolisme van ###KJ/### calorieën per dag vergeleken met een placebo (Berube-Parent ###) Dergelijke hoeveelheden cafeïne.
| 757 | nvog |
zonder alcohol worden vergeleken, geven verschillende RCTâs aan dat bij een ad libitum voedselinname er een hogere energie-inname is met alcohol De stoffen cafeïne, epigallocatechine #-gallaat en capsaïcine, die van nature in de voeding voorkomen, stimuleren de thermogenese In vier kleine RCTâs is gekeken naar de effecten van matig cafeïnegebruik, overeenkomend met drie koppen koffie per dag Cafeïnegebruik leidde tot meer gewichtsverlies, verlies van vetmassa, afname van middelomtrek en een minder sterke afname van het basaalmetabolisme dan een placebo Na vier weken een zeer laagcalorisch dieet kregen ## proefpersonen een mengsel van ### mg epigallocatechine #-gallaat (uit groene thee) en ### mg cafeïne of een placebo Dit leidde na drie maanden tot #,# ± #,# kg/#,# ± #,#% gewichtsverlies, p ( #,### Personen met een hoge koffieconsumptie verloren meer gewicht, vetmassa en middelomtrek dan kleine koffiedrinkers Het basaalmetabolisme in de koffiegroep nam minder af tijdens de fase van gewichtsverlies dan verwacht, p ( #,## (<PERSOON> ###) Ook een mengsel van capsaïcine uit verse rode pepers, groene thee en cafeïne verhoogde de thermogenese met ##,# KJoules (## kcal) per vier uur (### kcal/dag, ##%-BI ##,<DATUM> #) meer dan een placebo, p = #,###, en gaf #,# ± #,<DATUM> # kg meer verlies aan lichaamsvet na acht weken dan een placebo, p ( #,## (Belza ###, ###) Berube-Parent vond vergelijkbare resultaten een stijging van het basaalmetabolisme van ###KJ/### calorieën per dag vergeleken met een placebo (Berube-Parent ###) Dergelijke hoeveelheden cafeïne thee) en twee koppen groene thee De commissie acht het niveau van de bewijsvoering onvoldoende om het gebruik van dit soort stoffen aan te raden met gewichtsverlies als Een reductie van vet zonder een opgelegde caloriebeperking leidt tot een reductie van de calorische inname Hierbij is sprake van een dosisresponsrelatie Een dieet met ## energieprocent minder vet zonder verdere caloriebeperking leidt na een jaar tot een gewichtsverlies van Het is aannemelijk dat een dieet met een hoog gehalte aan voedingsvezel en een laag vetgehalte leidt tot een afname van de beschikbaarheid van energie uit eiwitten, vetten en koolhydraten Een matige hoeveelheid cafeïne (vergelijkbaar met drie koppen koffie of vijf koppen thee) of een vergelijkbare hoeveelheid groene thee heeft een ondersteunende functie bij gewichtsverlies Een gecombineerd gebruik van capsaïcine (uit verse rode pepers), catechinen (groene thee), tyrosine en cafeïne (in verse vorm) verhoogt de thermogenese met #<DATUM> kcal/ dag Het gebruik van dit soort stoffen met als oogmerk gewichtsverlies Het is aannemelijk dat de consumptie van met suikers gezoete dranken en andere energiehoudende dranken (alcohol) ad libitum gewichtsverlies belemmert en leidt tot een gewichtsstijging ten opzichte van Veel obese personen worden behandeld om de comorbiditeit of de negatieve effecten daarvan te verminderen Een dieet dat gericht is op gewichtsvermindering, leidt bij obese patiënten met comorbiditeit ook tot een verbetering van de cardiovasculaire risicofactoren en diabetesrisicofactoren In deze richtlijn wordt de relatie tussen een dieet en cardiovas- culaire risicofactoren, diabetes mellitus en slaapapneu beschreven Het verband tussen dieet en eetstoornis, depressie en âbinge eatingâ is buiten beschouwing gelaten.
| 691 | nvog |
het niveau van de bewijsvoering onvoldoende om het gebruik van dit soort stoffen aan te raden met gewichtsverlies als Een reductie van vet zonder een opgelegde caloriebeperking leidt tot een reductie van de calorische inname Hierbij is sprake van een dosisresponsrelatie Een dieet met ## energieprocent minder vet zonder verdere caloriebeperking leidt na een jaar tot een gewichtsverlies van Het is aannemelijk dat een dieet met een hoog gehalte aan voedingsvezel en een laag vetgehalte leidt tot een afname van de beschikbaarheid van energie uit eiwitten, vetten en koolhydraten Een matige hoeveelheid cafeïne (vergelijkbaar met drie koppen koffie of vijf koppen thee) of een vergelijkbare hoeveelheid groene thee heeft een ondersteunende functie bij gewichtsverlies Een gecombineerd gebruik van capsaïcine (uit verse rode pepers), catechinen (groene thee), tyrosine en cafeïne (in verse vorm) verhoogt de thermogenese met #<DATUM> kcal/ dag Het gebruik van dit soort stoffen met als oogmerk gewichtsverlies Het is aannemelijk dat de consumptie van met suikers gezoete dranken en andere energiehoudende dranken (alcohol) ad libitum gewichtsverlies belemmert en leidt tot een gewichtsstijging ten opzichte van Veel obese personen worden behandeld om de comorbiditeit of de negatieve effecten daarvan te verminderen Een dieet dat gericht is op gewichtsvermindering, leidt bij obese patiënten met comorbiditeit ook tot een verbetering van de cardiovasculaire risicofactoren en diabetesrisicofactoren In deze richtlijn wordt de relatie tussen een dieet en cardiovas- culaire risicofactoren, diabetes mellitus en slaapapneu beschreven Het verband tussen dieet en eetstoornis, depressie en âbinge eatingâ is buiten beschouwing gelaten Vaak is er sprake van een vicieuze cirkel obesitas speelt een rol bij het ontstaan van comorbiditeit en comorbiditeit kan een rol spelen bij het ontstaan van obesitas De klachten, zoals die aan het bewegingsapparaat, kunnen een barrière vormen, waardoor een dieet niet wordt ondersteund door meer bewegen De behandeling voor comorbiditeit, bijvoorbeeld met bepaalde soorten medicijnen, kan invloed hebben op de mate van gewichtsverlies Voor de arts is het verlagen van het risico op (cardiovasculaire) incidenten het centrale punt bij de behandeling van comorbiditeit Voor de patiënt speelt de kwaliteit van leven een bepalende rol Niet meer kunnen afvallen terwijl iemand zichzelf te zwaar vindt, is een teleurstelling en kan ten koste gaan van het zich fit voelen en het psychische welbevinden (zie hoofdstuk In een onderzoek van Avenell (###) leidde een energiebeperkt dieet (( <DATUM> kcal/dag) na ## maanden tot een verbetering van de cardiovasculaire risicofactoren totaalcholesterol -#,## (##%-BI -#,## tot -#,## mmol/l), HDL +#,## (##%-BI #,##-#,## mmol/l), LDL mmol/l) Na drie jaar was het gebruik van bloeddrukverlagende middelen ##% lager dan in de controlegroep Na ##, ## en ## maanden zijn de data te beperkt om uitspraken te kunnen doen over de significantie Een energiebeperkt dieet wordt gekenmerkt door een beperking van vetten, koolhydraten (zowel enkelvoudige als complexe), alcohol en een toename van de hoeveelheid voedingsvezels Ten gevolge van de energiebeperking is ook de natriuminname lager dan in een gewone voeding Het is niet duidelijk of de gunstige.
| 628 | nvog |
Vaak is er sprake van een vicieuze cirkel obesitas speelt een rol bij het ontstaan van comorbiditeit en comorbiditeit kan een rol spelen bij het ontstaan van obesitas De klachten, zoals die aan het bewegingsapparaat, kunnen een barrière vormen, waardoor een dieet niet wordt ondersteund door meer bewegen De behandeling voor comorbiditeit, bijvoorbeeld met bepaalde soorten medicijnen, kan invloed hebben op de mate van gewichtsverlies Voor de arts is het verlagen van het risico op (cardiovasculaire) incidenten het centrale punt bij de behandeling van comorbiditeit Voor de patiënt speelt de kwaliteit van leven een bepalende rol Niet meer kunnen afvallen terwijl iemand zichzelf te zwaar vindt, is een teleurstelling en kan ten koste gaan van het zich fit voelen en het psychische welbevinden (zie hoofdstuk In een onderzoek van Avenell (###) leidde een energiebeperkt dieet (( <DATUM> kcal/dag) na ## maanden tot een verbetering van de cardiovasculaire risicofactoren totaalcholesterol -#,## (##%-BI -#,## tot -#,## mmol/l), HDL +#,## (##%-BI #,##-#,## mmol/l), LDL mmol/l) Na drie jaar was het gebruik van bloeddrukverlagende middelen ##% lager dan in de controlegroep Na ##, ## en ## maanden zijn de data te beperkt om uitspraken te kunnen doen over de significantie Een energiebeperkt dieet wordt gekenmerkt door een beperking van vetten, koolhydraten (zowel enkelvoudige als complexe), alcohol en een toename van de hoeveelheid voedingsvezels Ten gevolge van de energiebeperking is ook de natriuminname lager dan in een gewone voeding Het is niet duidelijk of de gunstige worden toegeschreven, of aan de afname van het lichaamsvet ten gevolge van de calorische beperking (gemiddeld #,# kg; ##%-BI -#,## tot -#,# kg na een jaar) Ook Ley (###) vond in een RCT vergelijkbare waarden op een energiebeperkt dieet (minder vet, alcohol, minder eiwit, maar meer koolhydraten en voedingsvezel) na een, twee en drie jaar een lagere systolische bloeddruk (-#,## mmHg (controlegroep (C) +#,##)), een lagere diastolische bloeddruk (-#,## mmHg (C -#,##)), een lager totaalcholesterol (-,### mmol/l (C -#,##)) en een lager gewicht (-#,# kg (C + #,## kg)) Het LDL was voor beide groepen gelijk (-#,## (C +#,##)) en het HDL was zowel in de interventie- als in de controlegroep gedaald (-#,## mmol/l (C -#,##) Deze laatste waarden waren mogelijk beïnvloed door de verhoging van de koolhydraatinname in de interventiegroep van ##,# energieprocent aan het begin naar ##,# energieprocent na een jaar Dit <PERSOON> (###) vond in een meta-analyse van ## RCTâs dat op een zeer laagcalorisch dieet en een laagcalorisch dieet de cardiovasculaire risicofactoren bij obese personen tot -##,#), het LDL daalde ##% (##%-BI -##,# tot -#,#), het HDL daalde #,#% (##%-BI -#,# tot +#,#) De triglyceriden daalden ##,#% (##%-BI -##,# tot -##,#); de systolische bloeddruk daalde #,#% (##%-BI -##,# tot -#,#) en de diastolische bloeddruk daalde #,#% (##%-BI -##,# tot -#,#) Hoe groter het gewichtsverlies was, des te sterker steeg het Dansinger (###) vond in een RCT dat als men alle cardiovasculaire risicofactoren weegt,.
| 841 | nvog |
toegeschreven, of aan de afname van het lichaamsvet ten gevolge van de calorische beperking (gemiddeld #,# kg; ##%-BI -#,## tot -#,# kg na een jaar) Ook Ley (###) vond in een RCT vergelijkbare waarden op een energiebeperkt dieet (minder vet, alcohol, minder eiwit, maar meer koolhydraten en voedingsvezel) na een, twee en drie jaar een lagere systolische bloeddruk (-#,## mmHg (controlegroep (C) +#,##)), een lagere diastolische bloeddruk (-#,## mmHg (C -#,##)), een lager totaalcholesterol (-,### mmol/l (C -#,##)) en een lager gewicht (-#,# kg (C + #,## kg)) Het LDL was voor beide groepen gelijk (-#,## (C +#,##)) en het HDL was zowel in de interventie- als in de controlegroep gedaald (-#,## mmol/l (C -#,##) Deze laatste waarden waren mogelijk beïnvloed door de verhoging van de koolhydraatinname in de interventiegroep van ##,# energieprocent aan het begin naar ##,# energieprocent na een jaar Dit <PERSOON> (###) vond in een meta-analyse van ## RCTâs dat op een zeer laagcalorisch dieet en een laagcalorisch dieet de cardiovasculaire risicofactoren bij obese personen tot -##,#), het LDL daalde ##% (##%-BI -##,# tot -#,#), het HDL daalde #,#% (##%-BI -#,# tot +#,#) De triglyceriden daalden ##,#% (##%-BI -##,# tot -##,#); de systolische bloeddruk daalde #,#% (##%-BI -##,# tot -#,#) en de diastolische bloeddruk daalde #,#% (##%-BI -##,# tot -#,#) Hoe groter het gewichtsverlies was, des te sterker steeg het Dansinger (###) vond in een RCT dat als men alle cardiovasculaire risicofactoren weegt, lage glykemische index (Zone) en een laagvetdieet met ## energieprocent vet (Ornish) Na ## maanden daalde het totaalcholesterol #,## mmol/l (SD #,#); Atkins, Zone, Ornish Atkins #,## (SD #,#); op Zone #,##(SD #,#) en op Ornish #,## (SD #,##) Het HDL steeg Zone #,# (SD ##,#), maar steeg op Ornish #,# (SD #,#) De systolische bloeddruk daalde alleen op WW #,# mmHg (SD ##), maar steeg op Atkins #,# (SD ##), Zone #,# (SD ##) en Nordmann (###) vond in een meta-analyse van vijf RCTâs dat na ## maanden het mmol/l; ##%-BI #,## tot #,## mmol/l) sterker verbeterden op een laagvetdieet en dat Bij de laatste twee waarden was sprake van een grote heterogeniteit Bij beide diëten was McMillan-Price (###) toonde in een RCT aan dat een hoogkoolhydraatdieet met een lage glykemische index een significante daling van het LDL-cholesterolgehalte gaf bij jonge obese volwassenen met #,## ± #,## mmol/l Dit effect kan deels worden toegeschreven aan de zeer hoge vezelinname van de deelnemers Een combinatie van gewichtsreductie en natriumbeperking leidde bij ouderen (gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar; ##% ##-<LEEFTIJD> jaar) met een gemiddelde BMI van ##,# kg/m# die antihypertensiva gebruikten tot een gewichtsvermindering na negen maanden van #,# bij alle deelnemers afgebouwd Aan het eind van de interventieperiode (## maanden) had ##% van de deelnemers uit de interventiegroep een gemiddelde bloeddruk van ###/## mmHg De groep met alleen een natriumbeperking had een bloeddruk van ###/## mmHg en de groep met alleen een energiebeperking had een bloeddruk van ###/## mmHg.
| 941 | nvog |
## energieprocent vet (Ornish) Na ## maanden daalde het totaalcholesterol #,## mmol/l (SD #,#); Atkins, Zone, Ornish Atkins #,## (SD #,#); op Zone #,##(SD #,#) en op Ornish #,## (SD #,##) Het HDL steeg Zone #,# (SD ##,#), maar steeg op Ornish #,# (SD #,#) De systolische bloeddruk daalde alleen op WW #,# mmHg (SD ##), maar steeg op Atkins #,# (SD ##), Zone #,# (SD ##) en Nordmann (###) vond in een meta-analyse van vijf RCTâs dat na ## maanden het mmol/l; ##%-BI #,## tot #,## mmol/l) sterker verbeterden op een laagvetdieet en dat Bij de laatste twee waarden was sprake van een grote heterogeniteit Bij beide diëten was McMillan-Price (###) toonde in een RCT aan dat een hoogkoolhydraatdieet met een lage glykemische index een significante daling van het LDL-cholesterolgehalte gaf bij jonge obese volwassenen met #,## ± #,## mmol/l Dit effect kan deels worden toegeschreven aan de zeer hoge vezelinname van de deelnemers Een combinatie van gewichtsreductie en natriumbeperking leidde bij ouderen (gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar; ##% ##-<LEEFTIJD> jaar) met een gemiddelde BMI van ##,# kg/m# die antihypertensiva gebruikten tot een gewichtsvermindering na negen maanden van #,# bij alle deelnemers afgebouwd Aan het eind van de interventieperiode (## maanden) had ##% van de deelnemers uit de interventiegroep een gemiddelde bloeddruk van ###/## mmHg De groep met alleen een natriumbeperking had een bloeddruk van ###/## mmHg en de groep met alleen een energiebeperking had een bloeddruk van ###/## mmHg In de groep die een natriumbeperking had, kwamen #,## (##%-BI #,##-#,##) incidenten (hypertensie, cardiovasculair incident, hernieuwd medicijngebruik) voor, vergeleken met de groep zonder natriumbeperking (Whelton ###) In de Cochrane Review van Norris (###) zijn ## onderzoeken geïncludeerd (n = <DATUM> van personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar (##-##% vrouwen) met diabetes mellitus type # bij wie een niet-farmacologische interventie was gedaan gericht op gewichtsverlies De gemiddelde BMI was ##,# kg/m#, de gemiddelde leeftijd was ## (##-##) jaar Bij ## onderzoeken betrof het personen met een BMI van ##-## kg/m# Op een dieet werd na één tot twee jaar een gewichtsdaling bereikt van #,# kg vergeleken met gewone zorg (##%-BI -#,# tot -#,# kg) Er is een relatie tussen afname van het gewicht en een daling van het HbA#Cgehalte (GlyHb) met #,#% tot #,#% (vijf onderzoeken, n = ###; r = ###-#,#% (##%-BI -#,# tot #,#) Hoewel in enkele onderzoeken statistisch significante resultaten werden gerapporteerd, was er grote heterogeniteit Ook werd bij de controlegroepen een vergelijkbaar resultaat bereikt, omdat ook daar gewichtsverlies optrad van # kg (##%-BI -#,# tot -#,# kg) De controlegroepen kregen in een aantal onderzoeken eveneens een dieetinterventie, al dan niet gecombineerd met gedragsverandering en lichaamsbeweging De daling in gewicht was het sterkst op een zeer laagcalorisch dieet, gecombineerd met lichaamsbeweging en gedragsverandering De gepoolde uitkomsten lieten zien dat de daling van het HbA#C-gehalte werd bereikt met een energiebeperkt dieet of een zeer laagcalorisch.
| 837 | nvog |
had, kwamen #,## (##%-BI #,##-#,##) incidenten (hypertensie, cardiovasculair incident, hernieuwd medicijngebruik) voor, vergeleken met de groep zonder natriumbeperking (Whelton ###) In de Cochrane Review van Norris (###) zijn ## onderzoeken geïncludeerd (n = <DATUM> van personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar (##-##% vrouwen) met diabetes mellitus type # bij wie een niet-farmacologische interventie was gedaan gericht op gewichtsverlies De gemiddelde BMI was ##,# kg/m#, de gemiddelde leeftijd was ## (##-##) jaar Bij ## onderzoeken betrof het personen met een BMI van ##-## kg/m# Op een dieet werd na één tot twee jaar een gewichtsdaling bereikt van #,# kg vergeleken met gewone zorg (##%-BI -#,# tot -#,# kg) Er is een relatie tussen afname van het gewicht en een daling van het HbA#Cgehalte (GlyHb) met #,#% tot #,#% (vijf onderzoeken, n = ###; r = ###-#,#% (##%-BI -#,# tot #,#) Hoewel in enkele onderzoeken statistisch significante resultaten werden gerapporteerd, was er grote heterogeniteit Ook werd bij de controlegroepen een vergelijkbaar resultaat bereikt, omdat ook daar gewichtsverlies optrad van # kg (##%-BI -#,# tot -#,# kg) De controlegroepen kregen in een aantal onderzoeken eveneens een dieetinterventie, al dan niet gecombineerd met gedragsverandering en lichaamsbeweging De daling in gewicht was het sterkst op een zeer laagcalorisch dieet, gecombineerd met lichaamsbeweging en gedragsverandering De gepoolde uitkomsten lieten zien dat de daling van het HbA#C-gehalte werd bereikt met een energiebeperkt dieet of een zeer laagcalorisch In deze review (Norris ###) werden vergelijkbare uitkomsten op de cardiovasculaire risicofactoren gerapporteerd als bij Avenell (###) Hamman (###) stelde in het Diabetes Prevention Programme vast dat gemiddeld # kg gewichtsverlies na #,<LEEFTIJD> jaar leidde tot een daling van het risico op diabetes met ##% (p ( #,###); HR #,## (##%-BI #,## tot #,##) Een afname van de vetintake met In de meta-analyse van Avenell (###) worden vier onderzoeken aangehaald waarin de Pritchard (###) rapporteerde dat de incidentie van diabetes mellitus type # na drie jaar ##% lager was dan bij de controlegroep (## versus ##%) Swinburn (###) onderzocht in een RCT het effect van een vetbeperkt dieet op het serumglucosegehalte bij mensen met een gestoorde glucosetolerantie Twee groepen met dezelfde karakteristieken â BMI ##,# ± #,##, gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar, ##% vrouwen, diverse etniciteit en een gemiddelde middelomtrek van ### cm â kregen een vetbeperkt dieet of een gewone voeding De calorische inname was in beide groepen gelijk Na een jaar traden gestoorde glucosetolerantie en diabetes minder op in de interventiegroep (## versus ##%, p ( #,##) Het âoverallâ-effect na vijf jaar van het dieet op gewichtsverlies, #-uursglucosewaarde en nuchtere insuline was significant (p = #,###) Voor de nuchtere glucosewaarde was dit verschil niet statistisch significant Bij de groep met de grootste lager vergeleken met de controlegroep (p = #,### en p = #,###) De gewichtsdaling was <PERSOON> (###) voerde een meta-analyse uit van ## RCTâs Hij bekeek het effect van een zeer laagcalorisch dieet en een laagcalorisch dieet op bloedglucosewaarden Obese.
| 823 | nvog |
Avenell (###) Hamman (###) stelde in het Diabetes Prevention Programme vast dat gemiddeld # kg gewichtsverlies na #,<LEEFTIJD> jaar leidde tot een daling van het risico op diabetes met ##% (p ( #,###); HR #,## (##%-BI #,## tot #,##) Een afname van de vetintake met In de meta-analyse van Avenell (###) worden vier onderzoeken aangehaald waarin de Pritchard (###) rapporteerde dat de incidentie van diabetes mellitus type # na drie jaar ##% lager was dan bij de controlegroep (## versus ##%) Swinburn (###) onderzocht in een RCT het effect van een vetbeperkt dieet op het serumglucosegehalte bij mensen met een gestoorde glucosetolerantie Twee groepen met dezelfde karakteristieken â BMI ##,# ± #,##, gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar, ##% vrouwen, diverse etniciteit en een gemiddelde middelomtrek van ### cm â kregen een vetbeperkt dieet of een gewone voeding De calorische inname was in beide groepen gelijk Na een jaar traden gestoorde glucosetolerantie en diabetes minder op in de interventiegroep (## versus ##%, p ( #,##) Het âoverallâ-effect na vijf jaar van het dieet op gewichtsverlies, #-uursglucosewaarde en nuchtere insuline was significant (p = #,###) Voor de nuchtere glucosewaarde was dit verschil niet statistisch significant Bij de groep met de grootste lager vergeleken met de controlegroep (p = #,### en p = #,###) De gewichtsdaling was <PERSOON> (###) voerde een meta-analyse uit van ## RCTâs Hij bekeek het effect van een zeer laagcalorisch dieet en een laagcalorisch dieet op bloedglucosewaarden Obese laagcalorisch dieet volgden, bereikten een gewichtsverlies van ##% en een daling van de In een RCT bekeek Utzschneider (###) het effect van gewichtsverlies door middel van een energiebeperkt dieet op de bètacelfunctie bij oudere mannen Mannen â met een gemiddelde leeftijd van ##,# ± #,<LEEFTIJD> jaar en een BMI van ##,# ± #,# kg/m# â volgden drie maanden een dieet van <DATUM> kcal Het gewichtsverlies was significant (##,#-##,# kg ± #,# kg; p ( #,###); de nuchtere insulinesecretie nam af van ##,# ± #,# tot ##,# ± #,# uU (p In de RCT van Dansinger (###) nam na ## maanden het glucosegehalte af met #,## mmol/l op WW (SD #,#), op Zone #,## (SD #,#), op Ornish #,## (SD #,#), maar steeg het glucosegehalte op Atkins #,## (SD #,#) De nuchtere insulinesecretie daalde op Atkins #,# De meeste onderzoeken zijn klein en beschrijven naast gewichtsverlies verschillende andere parameters waar het effect aan kan worden toegewezen Dat maakt vergelijken lastig Zowel mannen als vrouwen zijn onderzocht, en de meesten waren obees of morbide obees (de hoogst beschreven BMI is ## kg/m#) De gebruikte diëten zijn in enkele onderzoeken niet goed omschreven In de meeste gevallen was er sprake van een zeer laagcalorisch dieet In een grote RCT met ### mannen en vrouwen die <LEEFTIJD> jaar werden gevolgd, vond Peppard (###) dat gewichtsverlies van ##% door een dieet Omgekeerd leidde een stijging van het gewicht met ##% tot een stijging van de AHI met.
| 803 | nvog |
van ##% en een daling van de In een RCT bekeek Utzschneider (###) het effect van gewichtsverlies door middel van een energiebeperkt dieet op de bètacelfunctie bij oudere mannen Mannen â met een gemiddelde leeftijd van ##,# ± #,<LEEFTIJD> jaar en een BMI van ##,# ± #,# kg/m# â volgden drie maanden een dieet van <DATUM> kcal Het gewichtsverlies was significant (##,#-##,# kg ± #,# kg; p ( #,###); de nuchtere insulinesecretie nam af van ##,# ± #,# tot ##,# ± #,# uU (p In de RCT van Dansinger (###) nam na ## maanden het glucosegehalte af met #,## mmol/l op WW (SD #,#), op Zone #,## (SD #,#), op Ornish #,## (SD #,#), maar steeg het glucosegehalte op Atkins #,## (SD #,#) De nuchtere insulinesecretie daalde op Atkins #,# De meeste onderzoeken zijn klein en beschrijven naast gewichtsverlies verschillende andere parameters waar het effect aan kan worden toegewezen Dat maakt vergelijken lastig Zowel mannen als vrouwen zijn onderzocht, en de meesten waren obees of morbide obees (de hoogst beschreven BMI is ## kg/m#) De gebruikte diëten zijn in enkele onderzoeken niet goed omschreven In de meeste gevallen was er sprake van een zeer laagcalorisch dieet In een grote RCT met ### mannen en vrouwen die <LEEFTIJD> jaar werden gevolgd, vond Peppard (###) dat gewichtsverlies van ##% door een dieet Omgekeerd leidde een stijging van het gewicht met ##% tot een stijging van de AHI met ## kg, gemiddelde leeftijd ## ± <LEEFTIJD> jaar Ze volgden drie maanden een ###-### kcaldieet Het gewichtsverlies was statistisch significant een daling van ### ± ## kg naar ### ± ## kg, p ( #,### Het gewichtsverlies was geassocieerd met een statistisch significante verbetering van de zuurstofopname-index tijdens de slaap (## ± ## tot ## ± ##, p Suratt (###) bekeek de effecten van een zeer laagcalorisch dieet (###-### kcal) bij vijf obese mannen en drie obese vrouwen Het gewicht daalde van ### ± ## naar ### ± ## kg (p ( #,##), de BMI daalde van ## ± ## naar ## ± ## (p ( #,##) en de desaturaties per uur Pasquali (###) onderzocht ## mannen en vrouwen (BMI ##,# tot ##,# kg/m#) Het (p ( #,###) Gewichtsverlies leidde tot een significante daling van apneus/hypoapneus per uur slaap De AHI daalde van ##,# ± ##,# tot ##,# ± ##,# (p ( #,###) De daling van het basaalmetabolisme is een van de redenen waarom na het stoppen met een dieet gewichtsstijging optreedt Astrup (###) voerde een meta-analyse uit van onderzoeken bij een groep mensen die voorheen obees was (n = ###) en een groep die nu een normaal gewicht hadden, was het basaalmetabolisme lager dan bij de controlegroep Bij de controlegroep had #,#% een verlaagd basaalmetabolisme (verschil ##%, Een caloriebeperkt dieet leidde tot een verlaging van het basaalmetabolisme na een jaar, vergeleken bij geen dieet of een beweegprogramma Een verlaagd basaalmetabolisme trad niet bij iedereen op en kon worden ondervangen door voldoende lichaamsbeweging.
| 836 | nvog |
drie maanden een ###-### kcaldieet Het gewichtsverlies was statistisch significant een daling van ### ± ## kg naar ### ± ## kg, p ( #,### Het gewichtsverlies was geassocieerd met een statistisch significante verbetering van de zuurstofopname-index tijdens de slaap (## ± ## tot ## ± ##, p Suratt (###) bekeek de effecten van een zeer laagcalorisch dieet (###-### kcal) bij vijf obese mannen en drie obese vrouwen Het gewicht daalde van ### ± ## naar ### ± ## kg (p ( #,##), de BMI daalde van ## ± ## naar ## ± ## (p ( #,##) en de desaturaties per uur Pasquali (###) onderzocht ## mannen en vrouwen (BMI ##,# tot ##,# kg/m#) Het (p ( #,###) Gewichtsverlies leidde tot een significante daling van apneus/hypoapneus per uur slaap De AHI daalde van ##,# ± ##,# tot ##,# ± ##,# (p ( #,###) De daling van het basaalmetabolisme is een van de redenen waarom na het stoppen met een dieet gewichtsstijging optreedt Astrup (###) voerde een meta-analyse uit van onderzoeken bij een groep mensen die voorheen obees was (n = ###) en een groep die nu een normaal gewicht hadden, was het basaalmetabolisme lager dan bij de controlegroep Bij de controlegroep had #,#% een verlaagd basaalmetabolisme (verschil ##%, Een caloriebeperkt dieet leidde tot een verlaging van het basaalmetabolisme na een jaar, vergeleken bij geen dieet of een beweegprogramma Een verlaagd basaalmetabolisme trad niet bij iedereen op en kon worden ondervangen door voldoende lichaamsbeweging hebben Een hoogeiwitdieet met een hoge glykemische index leidde bij jonge obese volwassenen tot een stijging van het LDL-cholesterolgehalte met #,## ± #,## mmol/l (p hoger totaalcholesterol dan een energiebeperkt dieet (Nordmann ###) De nuchtere Een energiebeperkt dieet (( <DATUM> kcal/dag) leidt na een tot drie jaar tot een verbetering van de cardiovasculaire risicofactoren (totaalcholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden, systolische mannen als vrouwen, met een gemiddelde BMI van ##-## kg/m#, in leeftijd variërend van ## tot <LEEFTIJD> jaar Het is aannemelijk dat cardiovasculaire risicofactoren het sterkst verbeteren op een energiebeperkt dieet Hoewel er sprake is van een grote heterogeniteit tussen de verschillende gebruikte onderzoeken, is de lijn die zij aangeven wel eenduidig <PERSOON> ###, Ley ###, Dansinger ###, Nordmann Na een tot vijf jaar is er een sterke relatie tussen afname van het gewicht en een daling van het <PERSOON>) De range varieerde van -#,#% tot #,#% (##%-BI -#,# (-#,# tot #,#) bij zowel mannen als vrouwen met een BMI ##-## kg/m#, gemiddeld <LEEFTIJD> jaar oud Hoewel in enkele onderzoeken significante resultaten werden gerapporteerd, is er significante # die een jaar een laagcalorisch dieet of een zeer laagcalorisch dieet en een daling van het nuchtere glucosegehalte van ##,#% (##%-BI -#,# tot-##,#) Deze resultaten werden niet bereikt met gedragsverandering <PERSOON> ###, Er is een sterke relatie tussen gewichtsverlies en vermindering van klachten van slaapapneu na een jaar bij mannen en vrouwen.
| 788 | nvog |
Een hoogeiwitdieet met een hoge glykemische index leidde bij jonge obese volwassenen tot een stijging van het LDL-cholesterolgehalte met #,## ± #,## mmol/l (p hoger totaalcholesterol dan een energiebeperkt dieet (Nordmann ###) De nuchtere Een energiebeperkt dieet (( <DATUM> kcal/dag) leidt na een tot drie jaar tot een verbetering van de cardiovasculaire risicofactoren (totaalcholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden, systolische mannen als vrouwen, met een gemiddelde BMI van ##-## kg/m#, in leeftijd variërend van ## tot <LEEFTIJD> jaar Het is aannemelijk dat cardiovasculaire risicofactoren het sterkst verbeteren op een energiebeperkt dieet Hoewel er sprake is van een grote heterogeniteit tussen de verschillende gebruikte onderzoeken, is de lijn die zij aangeven wel eenduidig <PERSOON> ###, Ley ###, Dansinger ###, Nordmann Na een tot vijf jaar is er een sterke relatie tussen afname van het gewicht en een daling van het <PERSOON>) De range varieerde van -#,#% tot #,#% (##%-BI -#,# (-#,# tot #,#) bij zowel mannen als vrouwen met een BMI ##-## kg/m#, gemiddeld <LEEFTIJD> jaar oud Hoewel in enkele onderzoeken significante resultaten werden gerapporteerd, is er significante # die een jaar een laagcalorisch dieet of een zeer laagcalorisch dieet en een daling van het nuchtere glucosegehalte van ##,#% (##%-BI -#,# tot-##,#) Deze resultaten werden niet bereikt met gedragsverandering <PERSOON> ###, Er is een sterke relatie tussen gewichtsverlies en vermindering van klachten van slaapapneu na een jaar bij mannen en vrouwen drie jaar tot een verlaging van de bloeddruk en verminderd gebruik van bloeddrukverlagende medicijnen, en bij ouderen leidt dit tot een De bètacelfunctie en gevoeligheid voor insuline lijken onder invloed van gewichtsverlies door middel van een dieet bij obese ouderen te Een hoogeiwitdieet met veel enkelvoudige suikers leidt wellicht tot een Een vezelrijk hoogkoolhydraatdieet met weinig enkelvoudige koolhydraten lijkt tot een significante daling van het LDL-cholesterolgehalte Een dieetinterventie gericht op gewichtsvermindering gaat doorgaans gepaard met een advies over lichaamsbeweging Het aanleren van nieuw gedrag is een onderdeel van de dieetinterventie In onderstaande onderzoeken was het hoofddoel de dieetinterventie, In de meta-analyse van <PERSOON> (###) bleek na vijf jaar meer gewichtsbehoud aanwezig bij mensen die meer beweging hadden -##,## kg (##%-BI -##,## tot -##,## kg) versus -#,## kg (##%-BI -#,## -#,##) Dit gold voor zowel zeer laagcalorische als energiebeperkte diëten Na drie jaar was een toename van de lichamelijke activiteit met vijf uur per week Een RCT van een gecombineerd dieet-beweegprogramma leidde na ## weken tot ## kg gewichtsverlies en na een jaar tot #,# kg gewichtsverlies, waar een dieet alleen na ## weken leidde tot ##,# kg en na een jaar tot #,# kg gewichtsafname (Miller ###) Een meta-analyse (<PERSOON> ###) naar het effect van gewichtsbehoud na therapie met zeer laagcalorische diëten toonde aan dat door gedragsverandering, voedingseducatie en lichaamsbeweging ondersteunde dieettherapie die begint met een zeer laagcalorisch dieet en met een substantieel gewichtsverlies in de eerste fase, leidde tot betere gewichtshandhaving op lange termijn Een manco van dit onderzoek is dat de effecten.
| 718 | nvog |
bloeddruk en verminderd gebruik van bloeddrukverlagende medicijnen, en bij ouderen leidt dit tot een De bètacelfunctie en gevoeligheid voor insuline lijken onder invloed van gewichtsverlies door middel van een dieet bij obese ouderen te Een hoogeiwitdieet met veel enkelvoudige suikers leidt wellicht tot een Een vezelrijk hoogkoolhydraatdieet met weinig enkelvoudige koolhydraten lijkt tot een significante daling van het LDL-cholesterolgehalte Een dieetinterventie gericht op gewichtsvermindering gaat doorgaans gepaard met een advies over lichaamsbeweging Het aanleren van nieuw gedrag is een onderdeel van de dieetinterventie In onderstaande onderzoeken was het hoofddoel de dieetinterventie, In de meta-analyse van <PERSOON> (###) bleek na vijf jaar meer gewichtsbehoud aanwezig bij mensen die meer beweging hadden -##,## kg (##%-BI -##,## tot -##,## kg) versus -#,## kg (##%-BI -#,## -#,##) Dit gold voor zowel zeer laagcalorische als energiebeperkte diëten Na drie jaar was een toename van de lichamelijke activiteit met vijf uur per week Een RCT van een gecombineerd dieet-beweegprogramma leidde na ## weken tot ## kg gewichtsverlies en na een jaar tot #,# kg gewichtsverlies, waar een dieet alleen na ## weken leidde tot ##,# kg en na een jaar tot #,# kg gewichtsafname (Miller ###) Een meta-analyse (<PERSOON> ###) naar het effect van gewichtsbehoud na therapie met zeer laagcalorische diëten toonde aan dat door gedragsverandering, voedingseducatie en lichaamsbeweging ondersteunde dieettherapie die begint met een zeer laagcalorisch dieet en met een substantieel gewichtsverlies in de eerste fase, leidde tot betere gewichtshandhaving op lange termijn Een manco van dit onderzoek is dat de effecten (p ( #,##) tussen de groepen Na acht jaar werd een gewichtsverlies van #,# ± ##,# kg (p ( #,##) vastgesteld in de groep volhouders, vergeleken met een gewichtsstijging van #,# Dieettherapieën zijn op lange termijn effectiever wanneer zij worden Gedragsverandering leidt tot betere dieettrouw De mate van dieettrouw is meer bepalend voor het gewichtsverlies na een jaar dan het soort dieet Een laagcalorisch dieet met een programma gericht op gedragsverandering leidt na vier jaar tot een gewichtsverlies van #,# tot #,# kg en na acht jaar tot een gewichtsverlies van #,# kg in de groep volhouders, De intensiteit van een behandeling is meer bepalend voor het succes <PERSOON> ### In een onderzoek werd gevonden dat een gecombineerd dieet met een beweegprogramma na ## weken leidt tot ## kg gewichtsverlies en na een Met pijn gepaard gaande beperkingen van het bewegingsapparaat, zoals die optreden bij artrose, lage rugpijn, coxartrose, gonartrose en fibromyalgie, leiden tot een verminderd beweegpatroon Verergering van de klachten leidt tot gewichtstoename door de beperkte lichaamsbeweging Op een dieet alleen valt men minder af dan met een dieet Wat is de invloed van comorbiditeit op het effect van een dieet gericht op gewichtsvermindering? McMillan-Price (###) voerde een RCT uit bij personen met een gemiddelde BMI van ##,# kg/m#, en een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar, ##% vrouw, allen normoglykemisch, maar wel insuline-overgevoelig of insulineresistent Zij werden op vier verschillende isocalorische diëten gezet <DATUM> kcal voor vrouwen, <DATUM> kcal voor mannen.
| 677 | nvog |
#,##) tussen de groepen Na acht jaar werd een gewichtsverlies van #,# ± ##,# kg (p ( #,##) vastgesteld in de groep volhouders, vergeleken met een gewichtsstijging van #,# Dieettherapieën zijn op lange termijn effectiever wanneer zij worden Gedragsverandering leidt tot betere dieettrouw De mate van dieettrouw is meer bepalend voor het gewichtsverlies na een jaar dan het soort dieet Een laagcalorisch dieet met een programma gericht op gedragsverandering leidt na vier jaar tot een gewichtsverlies van #,# tot #,# kg en na acht jaar tot een gewichtsverlies van #,# kg in de groep volhouders, De intensiteit van een behandeling is meer bepalend voor het succes <PERSOON> ### In een onderzoek werd gevonden dat een gecombineerd dieet met een beweegprogramma na ## weken leidt tot ## kg gewichtsverlies en na een Met pijn gepaard gaande beperkingen van het bewegingsapparaat, zoals die optreden bij artrose, lage rugpijn, coxartrose, gonartrose en fibromyalgie, leiden tot een verminderd beweegpatroon Verergering van de klachten leidt tot gewichtstoename door de beperkte lichaamsbeweging Op een dieet alleen valt men minder af dan met een dieet Wat is de invloed van comorbiditeit op het effect van een dieet gericht op gewichtsvermindering? McMillan-Price (###) voerde een RCT uit bij personen met een gemiddelde BMI van ##,# kg/m#, en een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar, ##% vrouw, allen normoglykemisch, maar wel insuline-overgevoelig of insulineresistent Zij werden op vier verschillende isocalorische diëten gezet <DATUM> kcal voor vrouwen, <DATUM> kcal voor mannen hoogkoolhydraat, hoge glykemische index, II hoogkoolhydraat, lage glykemische index, III hoogeiwit, hoge glykemische index, IV hoogeiwit, lage glykemische index Er was een significante relatie tussen verlies van vetmassa, sekse en dieet (p = #,###) Bij de vrouwen was de afname in vetmassa per dieet significant (I -#,# ± # kg; II -#,# ± #,#kg; ##-## energieprocent koolhydraten) bleek de afname aan vetmassa significant groter bij het dieet met de lage glykemische index, dieet II (p =#,##) Bij hoogeiwitdiëten (dieet III en IV) speelde de glykemische index geen rol Dieet I en II verschilden in de hoeveelheid Cornier (###) gaf in een RCT obese insulineovergevoelige en insulineresistente vrouwen (##-<LEEFTIJD> jaar) ## weken een energiebeperkt dieet met ## energieprocent koolhydraten en ## energieprocent vet of een energiebeperkt dieet met ## energieprocent koolhydraten en ## energieprocent vet Insulinegevoelige vrouwen verloren op een hoogkoolhydraatdieet significant meer gewicht dan op een hoogvetdieet, ##,#% ± #,#% (p ( #,###) versus #,#% ± #,#% (p ( #,###; tussen de groepen p ( #,###) Insulineresistente vrouwen verloren (p ( #,###; tussen de groepen p ( #,##) <PERSOON> van het seruminsulinegehalte was geassocieerd met de mate van gewichtsverlies (r = -#,##, p ( #,##) Gardner (###) gaf in een RCT ### premenopausale normoglykemische, insulineovergevoelige vrouwen met een gemiddelde BMI van ## (##-##) kg/m# vier verschillende diëten Atkins, Zone (##% koolhydraten, ##% eiwit, ##% vet), Ornish (##% vet) en Learn (##-##% koolhydraten).
| 768 | nvog |
hoogkoolhydraat, hoge glykemische index, II hoogkoolhydraat, lage glykemische index, III hoogeiwit, hoge glykemische index, IV hoogeiwit, lage glykemische index Er was een significante relatie tussen verlies van vetmassa, sekse en dieet (p = #,###) Bij de vrouwen was de afname in vetmassa per dieet significant (I -#,# ± # kg; II -#,# ± #,#kg; ##-## energieprocent koolhydraten) bleek de afname aan vetmassa significant groter bij het dieet met de lage glykemische index, dieet II (p =#,##) Bij hoogeiwitdiëten (dieet III en IV) speelde de glykemische index geen rol Dieet I en II verschilden in de hoeveelheid Cornier (###) gaf in een RCT obese insulineovergevoelige en insulineresistente vrouwen (##-<LEEFTIJD> jaar) ## weken een energiebeperkt dieet met ## energieprocent koolhydraten en ## energieprocent vet of een energiebeperkt dieet met ## energieprocent koolhydraten en ## energieprocent vet Insulinegevoelige vrouwen verloren op een hoogkoolhydraatdieet significant meer gewicht dan op een hoogvetdieet, ##,#% ± #,#% (p ( #,###) versus #,#% ± #,#% (p ( #,###; tussen de groepen p ( #,###) Insulineresistente vrouwen verloren (p ( #,###; tussen de groepen p ( #,##) <PERSOON> van het seruminsulinegehalte was geassocieerd met de mate van gewichtsverlies (r = -#,##, p ( #,##) Gardner (###) gaf in een RCT ### premenopausale normoglykemische, insulineovergevoelige vrouwen met een gemiddelde BMI van ## (##-##) kg/m# vier verschillende diëten Atkins, Zone (##% koolhydraten, ##% eiwit, ##% vet), Ornish (##% vet) en Learn (##-##% koolhydraten) -#,#); op LEARN #,# kg (##%-BI -#,# tot -#,#) en op Ornish #,# kg (##%-BI -#,# tot -#,#) Na ## maanden was het gewichtsverlies tussen Atkins en ZONE significant (p ( #,##) Oudere personen (##-<LEEFTIJD> jaar, gemiddeld <LEEFTIJD> jaar) met een gestoorde glucosetolerantie reageerden goed op een hoogkoolhydraat-, hoogeiwit-, laagvetdieet Zij verloren significant meer gewicht en vetmassa op dit dieet alleen en op dit dieet in combinatie met # x ## minuten lichaamsbeweging per week, dan op een laagkoolhydraat-, hoogvet-, laageiwitdieet (Hays ###) Bij obese vrouwen (BMI ) ## kg/m#) was er een positief verband tussen de hoogte van (HOMA-IR) bij een normale schildklierfunctie De hormonen T# en T# vertoonden wel normale bloedspiegels (Lacobellis ###) Knudsen (###) onderzocht de relatie tussen de BMI, het TSH en de insulineresistentie In een groot cross-sectioneel onderzoek bij # ### deelnemers werd de relatie tussen de schildklierfunctie en de BMI in een normale populatie onderzocht, waarbij ### mensen met een gestoorde schildklierfunctie waren geëxcludeerd Er was een positief verband tussen serum-TSH en BMI (p = #,###) Dit verband was significant voor een BMI ) ## kg/m# en het serum-TSH Er was een negatief verband tussen serum -T# en BMI (p = #,###) Er was geen verband tussen BMI en serum-T# De hoogte van het TSH was gecorreleerd met gewichtstoename over vijf jaar Bij obese vrouwen en mannen met insulineovergevoeligheid of insulineresistentie leidt een koolhydraatarm dieet of een hoogeiwitdieet na A# Mc Millan-Price ###, Cornier ###, Gardner ###, MacAuley ###.
| 852 | nvog |
en op Ornish #,# kg (##%-BI -#,# tot -#,#) Na ## maanden was het gewichtsverlies tussen Atkins en ZONE significant (p ( #,##) Oudere personen (##-<LEEFTIJD> jaar, gemiddeld <LEEFTIJD> jaar) met een gestoorde glucosetolerantie reageerden goed op een hoogkoolhydraat-, hoogeiwit-, laagvetdieet Zij verloren significant meer gewicht en vetmassa op dit dieet alleen en op dit dieet in combinatie met # x ## minuten lichaamsbeweging per week, dan op een laagkoolhydraat-, hoogvet-, laageiwitdieet (Hays ###) Bij obese vrouwen (BMI ) ## kg/m#) was er een positief verband tussen de hoogte van (HOMA-IR) bij een normale schildklierfunctie De hormonen T# en T# vertoonden wel normale bloedspiegels (Lacobellis ###) Knudsen (###) onderzocht de relatie tussen de BMI, het TSH en de insulineresistentie In een groot cross-sectioneel onderzoek bij # ### deelnemers werd de relatie tussen de schildklierfunctie en de BMI in een normale populatie onderzocht, waarbij ### mensen met een gestoorde schildklierfunctie waren geëxcludeerd Er was een positief verband tussen serum-TSH en BMI (p = #,###) Dit verband was significant voor een BMI ) ## kg/m# en het serum-TSH Er was een negatief verband tussen serum -T# en BMI (p = #,###) Er was geen verband tussen BMI en serum-T# De hoogte van het TSH was gecorreleerd met gewichtstoename over vijf jaar Bij obese vrouwen en mannen met insulineovergevoeligheid of insulineresistentie leidt een koolhydraatarm dieet of een hoogeiwitdieet na A# Mc Millan-Price ###, Cornier ###, Gardner ###, MacAuley ### De hoogte van het TSH is gecorreleerd met gewichtstoename over vijf jaar, maar niet met toename op korte termijn (zes maanden) In een onderzoek werd gevonden dat oudere personen (##-<LEEFTIJD> jaar, Wat is de invloed van medicatie voor de behandeling van comorbiditeit op het effect van een Een aantal van de besproken onderzoeken betreft beschrijvende artikelen op basis van klinische observaties en zijn geen interventies Daardoor is de wetenschappelijke onderbouwing niet erg sterk Corticosteroïden zoals die worden voorgeschreven bij COPD-patiënten tijdens exacerbaties, maar ook als onderhoudsdosering veroorzaken een dosisgerelateerde gewichtsstijging bij veel patiënten (<PERSOON> ###) Antidepressiva en antipsychotica kunnen een gewichtsstijging veroorzaken Er zijn vier groepen receptoren die een rol lijken te spelen bij de gewichtstoename Dit zijn de serotonine-, histamine-, anticholinerge en neuropeptidenreceptoren (<PERSOON> ###, <PERSOON> Diabetesmedicatie die een stimulering van de pancreas veroorzaakt, leidt tot een verhoogde afgifte van insuline Hoge insulinespiegels belemmeren het afvallen door middel van een dieet Behandeling met sulfonylureumderivaten leidde daarom tot gewichtsstijging en tot minder afvallen met een dieet Insulinetherapie bij diabetes mellitus type # leidde eveneens tot gewichtsstijging van gemiddeld <DATUM> kg Wanneer de insulinetherapie werd beperkt tot een nachtelijke dosis waarbij overdag metformine werd gegeven, trad deze gewichtstijging niet op (Krentz ###) Helaas zijn de exacte cijfers uit Belanger (###) onderzocht in een RCT het verschil in basaalmetabolisme bij patiënten met en zonder bètablokkers Belanger vond dat een behandeling met bètablokkers en een aerobic trainingsprogramma bij mensen met bètablokkers leidde tot een beperkte.
| 689 | nvog |
met gewichtstoename over vijf jaar, maar niet met toename op korte termijn (zes maanden) In een onderzoek werd gevonden dat oudere personen (##-<LEEFTIJD> jaar, Wat is de invloed van medicatie voor de behandeling van comorbiditeit op het effect van een Een aantal van de besproken onderzoeken betreft beschrijvende artikelen op basis van klinische observaties en zijn geen interventies Daardoor is de wetenschappelijke onderbouwing niet erg sterk Corticosteroïden zoals die worden voorgeschreven bij COPD-patiënten tijdens exacerbaties, maar ook als onderhoudsdosering veroorzaken een dosisgerelateerde gewichtsstijging bij veel patiënten (<PERSOON> ###) Antidepressiva en antipsychotica kunnen een gewichtsstijging veroorzaken Er zijn vier groepen receptoren die een rol lijken te spelen bij de gewichtstoename Dit zijn de serotonine-, histamine-, anticholinerge en neuropeptidenreceptoren (<PERSOON> ###, <PERSOON> Diabetesmedicatie die een stimulering van de pancreas veroorzaakt, leidt tot een verhoogde afgifte van insuline Hoge insulinespiegels belemmeren het afvallen door middel van een dieet Behandeling met sulfonylureumderivaten leidde daarom tot gewichtsstijging en tot minder afvallen met een dieet Insulinetherapie bij diabetes mellitus type # leidde eveneens tot gewichtsstijging van gemiddeld <DATUM> kg Wanneer de insulinetherapie werd beperkt tot een nachtelijke dosis waarbij overdag metformine werd gegeven, trad deze gewichtstijging niet op (Krentz ###) Helaas zijn de exacte cijfers uit Belanger (###) onderzocht in een RCT het verschil in basaalmetabolisme bij patiënten met en zonder bètablokkers Belanger vond dat een behandeling met bètablokkers en een aerobic trainingsprogramma bij mensen met bètablokkers leidde tot een beperkte voor bètablokkers en -#,# controlepersonen, p ( #,##) Het basaalmetabolisme daalde met ## kcal (-### KJ) voor bètablokkers en steeg met ### kcal (### KJ voor controlepersonen Gondoni (###) vond in een RCT bij ## obese hypertensieve patiënten (## man, ## vrouw, leeftijd ##,# ± ##,<LEEFTIJD> jaar, gemiddelde BMI ##,# ± -#,# kg/m#) alleen negatieve effecten van gebruik van selectieve bèta-#-adenoceptorblokkers, maar niet op niet-electieve bètablokkers Het basaalmetabolisme was <DATUM> ± ### vs <DATUM> ± ### (p = #,###) Medicijnen die worden gebruikt ter behandeling van borstkanker, veroorzaken een In een RCT werden vrouwen met polycysteusovariumsyndroom (PCOS ), dat in hoge mate wordt veroorzaakt door abdominale obesitas en hyperinsulinisme, behandeld met een dieet met en zonder metformine Zowel in de controlegroep als in de PCOS-groep vertoonden de vrouwen die met metformine waren behandeld, een significante daling van het subcutane abdominale vet, het viscerale vet, het lichaamsgewicht en de BMI In Het is aannemelijk dat een aerobic trainingsprogramma bij mensen met bètablokkers tot een beperkte stijging van het basaalmetabolisme leidt vergeleken met een controlegroep Dit kan ertoe leiden dat mensen die bètablokkers gebruiken, minder gemakkelijk afvallen op een dieet wellicht op een behandeling met een energiebeperkt dieet en # x ### mg metformine per dag met een significante daling van het viscerale Beperking van de insulinetherapie tot een nachtelijke dosis waarbij overdag metformine wordt gegeven, lijkt de gebruikelijke gewichtstijging (<DATUM> kg) te voorkomen De werkgroep is van mening dat diverse groepen medicijnen leiden tot Medicijnen kunnen de effecten van een negatief beïnvloeden.
| 677 | nvog |
Het basaalmetabolisme daalde met ## kcal (-### KJ) voor bètablokkers en steeg met ### kcal (### KJ voor controlepersonen Gondoni (###) vond in een RCT bij ## obese hypertensieve patiënten (## man, ## vrouw, leeftijd ##,# ± ##,<LEEFTIJD> jaar, gemiddelde BMI ##,# ± -#,# kg/m#) alleen negatieve effecten van gebruik van selectieve bèta-#-adenoceptorblokkers, maar niet op niet-electieve bètablokkers Het basaalmetabolisme was <DATUM> ± ### vs <DATUM> ± ### (p = #,###) Medicijnen die worden gebruikt ter behandeling van borstkanker, veroorzaken een In een RCT werden vrouwen met polycysteusovariumsyndroom (PCOS ), dat in hoge mate wordt veroorzaakt door abdominale obesitas en hyperinsulinisme, behandeld met een dieet met en zonder metformine Zowel in de controlegroep als in de PCOS-groep vertoonden de vrouwen die met metformine waren behandeld, een significante daling van het subcutane abdominale vet, het viscerale vet, het lichaamsgewicht en de BMI In Het is aannemelijk dat een aerobic trainingsprogramma bij mensen met bètablokkers tot een beperkte stijging van het basaalmetabolisme leidt vergeleken met een controlegroep Dit kan ertoe leiden dat mensen die bètablokkers gebruiken, minder gemakkelijk afvallen op een dieet wellicht op een behandeling met een energiebeperkt dieet en # x ### mg metformine per dag met een significante daling van het viscerale Beperking van de insulinetherapie tot een nachtelijke dosis waarbij overdag metformine wordt gegeven, lijkt de gebruikelijke gewichtstijging (<DATUM> kg) te voorkomen De werkgroep is van mening dat diverse groepen medicijnen leiden tot Medicijnen kunnen de effecten van een negatief beïnvloeden van comorbiditeit ongewenst De interactie tussen medicijnen die worden gegeven voor comorbiditeit en een dieet zou daarom verder moeten worden onderzocht De evidence die er op dit punt bestaat, is moeilijk te verkrijgen <PERSOON> JS A dietary behavioral programme for the treatment of obesity A #-year <PERSOON> JW, Kendall CW, Jenkins DJ Importance of weight management in type # diabetes review with metaanalysis of clinical studies <PERSOON> Nutr ###;##(#) #<DATUM> <PERSOON> JW, <PERSOON> LH Structured weight-loss programs meta-analysis of weight loss at ## weeks and <PERSOON> B <PERSOON> A Low-fat diets and energy balance how does the evidence stand in ###? <PERSOON> role of low-fat diets in body weight control a metaanalysis of ad libitum dietary intervention studies (###-###) <PERSOON> Rel Metab Disord ###b;## ###-## <PERSOON> B, et al <PERSOON-##>-analysis of resting metabolic rate in formerly obese subjects <PERSOON-##> TJ, McGee MA et al What are the long-term benefits of weight reducing diets in adults? A systematic review of randomized controlled trials <PERSOON-##> British Dietetic Association Ltd J Hum Nutr Diet <PERSOON-##> DJ, Rumpler WV, <PERSOON-##> CW, Fahey Jr.
| 659 | nvog |
De interactie tussen medicijnen die worden gegeven voor comorbiditeit en een dieet zou daarom verder moeten worden onderzocht De evidence die er op dit punt bestaat, is moeilijk te verkrijgen <PERSOON> JS A dietary behavioral programme for the treatment of obesity A #-year <PERSOON> JW, Kendall CW, Jenkins DJ Importance of weight management in type # diabetes review with metaanalysis of clinical studies <PERSOON> Nutr ###;##(#) #<DATUM> <PERSOON> JW, <PERSOON> LH Structured weight-loss programs meta-analysis of weight loss at ## weeks and <PERSOON> B <PERSOON> A Low-fat diets and energy balance how does the evidence stand in ###? <PERSOON> role of low-fat diets in body weight control a metaanalysis of ad libitum dietary intervention studies (###-###) <PERSOON> Rel Metab Disord ###b;## ###-## <PERSOON> B, et al <PERSOON-##>-analysis of resting metabolic rate in formerly obese subjects <PERSOON-##> TJ, McGee MA et al What are the long-term benefits of weight reducing diets in adults? A systematic review of randomized controlled trials <PERSOON-##> British Dietetic Association Ltd J Hum Nutr Diet <PERSOON-##> DJ, Rumpler WV, <PERSOON-##> CW, Fahey Jr nutrient digestibility of mixed diets fed to humans <PERSOON-##> CD, Bravata DM Efficacy and safety of low carbo- <PERSOON-##> P Effect of an aerobic exercise training program on resting metabolic rate in chronically bete- <PERSOON-##> AB Bioactive food stimulants of sympathetic activity effect on ## hour energy expenditure and <PERSOON-##> fat loss achieved by stimulation of thermo genesis by a combination of bioactive food ingredients a placebo-controlled, double blind #-week intervention in obese subjects <PERSOON-##> of encapsulated green tea and guarana extracts containing a mixture of epigallocatechin-#-gallate and caffeine on ## hour energy expenditure and fat oxidation in men Br Byrne NM, Weinsier RL, Hunter GR, <PERSOON-##> MA, <PERSOON-##> BE, Zuckerman PA Influence of distribution of lean body mass on resting metabolic rate after weight loss and weight regain comparison of responses in <PERSOON-##> R et al Insulin sensitivity determines the effectiveness of dietary macronutrient Dansinger ML, Gleason JA, <PERSOON-##> EJ Comparison of the Atkins, Ornish, Weight Watchers and Zone diets for weight loss and heart disease risk reduction, a randomized trial <PERSOON-##> effect of weight loss by dieting or exercise on resting metabolic rate in overweight men.
| 578 | nvog |
<PERSOON> CD, Bravata DM Efficacy and safety of low carbo- <PERSOON> P Effect of an aerobic exercise training program on resting metabolic rate in chronically bete- <PERSOON> AB Bioactive food stimulants of sympathetic activity effect on ## hour energy expenditure and <PERSOON> fat loss achieved by stimulation of thermo genesis by a combination of bioactive food ingredients a placebo-controlled, double blind #-week intervention in obese subjects <PERSOON> of encapsulated green tea and guarana extracts containing a mixture of epigallocatechin-#-gallate and caffeine on ## hour energy expenditure and fat oxidation in men Br Byrne NM, Weinsier RL, Hunter GR, <PERSOON> MA, <PERSOON> BE, Zuckerman PA Influence of distribution of lean body mass on resting metabolic rate after weight loss and weight regain comparison of responses in <PERSOON> R et al Insulin sensitivity determines the effectiveness of dietary macronutrient Dansinger ML, Gleason JA, <PERSOON> EJ Comparison of the Atkins, Ornish, Weight Watchers and Zone diets for weight loss and heart disease risk reduction, a randomized trial <PERSOON-##> effect of weight loss by dieting or exercise on resting metabolic rate in overweight men ###-## <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> RS, et al Comparison of the Atkins, Zone, Ornish and LEARN diets for change in weight and related risk factors among overweight premenopausal women <PERSOON-##> G Effect of chronic treatment with betablockers on resting energy expenditure in obese hypertensive patients during a low-calorie and physical training Hamman RF, <PERSOON-##> RR, Edelstein SL, Lachin JM, Bray GA, Delahanty L,, et al Effect of weight loss with lifestyle <PERSOON-##> DH, Trappe TA, Fluckey JD, et al Effects of an ad libitum low fat, high carbohydrate diet on body weight, body composition and fat distribution in older men and women <PERSOON-##> of thyroid function with body mass index, leptin, insulin sensitivity and adiponectin in euthyroid obese women Clin Endocrinol (Oxf) <PERSOON-##> effect of a very-low-calorie diet-indiced weight loss on the severity of obstructive sleep apnoea and autonomic nervous function in obese patients with obstructive sleep apnoea syndrome <PERSOON-##> HR Nutrition in patients with type # diabetes are low carbohydrate diets <PERSOON-##> L, et al Small differences in thyroid function.
| 501 | nvog |
<PERSOON> S, <PERSOON> RS, et al Comparison of the Atkins, Zone, Ornish and LEARN diets for change in weight and related risk factors among overweight premenopausal women <PERSOON> G Effect of chronic treatment with betablockers on resting energy expenditure in obese hypertensive patients during a low-calorie and physical training Hamman RF, <PERSOON> RR, Edelstein SL, Lachin JM, Bray GA, Delahanty L,, et al Effect of weight loss with lifestyle <PERSOON> DH, Trappe TA, Fluckey JD, et al Effects of an ad libitum low fat, high carbohydrate diet on body weight, body composition and fat distribution in older men and women <PERSOON> of thyroid function with body mass index, leptin, insulin sensitivity and adiponectin in euthyroid obese women Clin Endocrinol (Oxf) <PERSOON> effect of a very-low-calorie diet-indiced weight loss on the severity of obstructive sleep apnoea and autonomic nervous function in obese patients with obstructive sleep apnoea syndrome <PERSOON> HR Nutrition in patients with type # diabetes are low carbohydrate diets <PERSOON> L, et al Small differences in thyroid function <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> CJ Oral antidiabetic agents current role in type # diabetes mellitus Drugs ###;#<DATUM> ### <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> TS, Seidell JC Impairment of health and quality of life in people with large waist circumference <PERSOON-##> PA, Scragg RK, Swinburn BA , Long-term effects of a reduced fat diet intervention on cardiovascular disease risk factors in individuals with glucose intolerance <PERSOON-##> SM, <PERSOON-##> RW,, et al Comparison of high-fat and highprotein diets with a high-carbohydrate diet in insulin-resistant obese women <PERSOON-##> F, Oâneill <PERSOON-##> K,, et al Comparison of # diets of varying glycemic load on weight loss and cardiovascular risk reduction in overweight and obese young adults Arch Intern <PERSOON-##> metabolizable energy of diets differing in dietary fat and fiber measured in humans <PERSOON-##> WC, Koceja DM, Hamilton EJ A meta-analysis of the past ## years of weight loss research using diet, <PERSOON-##> WS Jr, Brehm BJ,, et al Effects of low-carbohydrate vs low-fat exercise or diet plus exercise intervention <PERSOON-##> ###;<DATUM> # diets on weight loss and cardiovascular risk factors Arch Int Med ###;##<DATUM> ##.
| 545 | nvog |
Krentz AJ, <PERSOON> CJ Oral antidiabetic agents current role in type # diabetes mellitus Drugs ###;#<DATUM> ### <PERSOON> ME, <PERSOON> TS, Seidell JC Impairment of health and quality of life in people with large waist circumference <PERSOON> PA, Scragg RK, Swinburn BA , Long-term effects of a reduced fat diet intervention on cardiovascular disease risk factors in individuals with glucose intolerance <PERSOON> SM, <PERSOON> RW,, et al Comparison of high-fat and highprotein diets with a high-carbohydrate diet in insulin-resistant obese women <PERSOON> F, Oâneill <PERSOON> K,, et al Comparison of # diets of varying glycemic load on weight loss and cardiovascular risk reduction in overweight and obese young adults Arch Intern <PERSOON> metabolizable energy of diets differing in dietary fat and fiber measured in humans <PERSOON-##> WC, Koceja DM, Hamilton EJ A meta-analysis of the past ## years of weight loss research using diet, <PERSOON-##> WS Jr, Brehm BJ,, et al Effects of low-carbohydrate vs low-fat exercise or diet plus exercise intervention <PERSOON-##> ###;<DATUM> # diets on weight loss and cardiovascular risk factors Arch Int Med ###;##<DATUM> ## loss interventions for adults with type # diabetes mellitus <PERSOON-##> Cochrane Collaboration, ### Pasquali R, et al Treatment of obese patients with obstructive sleep apnea syndrome (OSAS) effect of weight loss and interference of otorhinolarygoiatric pathology <PERSOON-##> P, et al Effect of long-term treatment with metformin added to hypocaloric diet on body composition, fat distribution, and androgen and insulin levels in abdominally obese women with and without the polycystic ovary syndrome <PERSOON-##> study of moderate weight change and sleepdisordered breathing <PERSOON-##> JR, <PERSOON-##> RR Recovery from relapse among successful weight maintainers <PERSOON-##> AE Bodyweight change as an adverse effect of drug treatment Mechanisms and management <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> on low-fat diets for obesity (syst review) <PERSOON-##> Cochrane Collaboration, ### CD###, en Advice on low-fat diets for obesity (syst review) <PERSOON-##> versus artificial sweeteners different effects on ad libitum food intake and body weight after ## weeks in overweight subjects <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> MN Psychotropic drugs induced weight gain a review of the literature concerning epidemiological data, mechanisms and management.
| 568 | nvog |
Pasquali R, et al Treatment of obese patients with obstructive sleep apnea syndrome (OSAS) effect of weight loss and interference of otorhinolarygoiatric pathology <PERSOON> P, et al Effect of long-term treatment with metformin added to hypocaloric diet on body composition, fat distribution, and androgen and insulin levels in abdominally obese women with and without the polycystic ovary syndrome <PERSOON> study of moderate weight change and sleepdisordered breathing <PERSOON> JR, <PERSOON> RR Recovery from relapse among successful weight maintainers <PERSOON> AE Bodyweight change as an adverse effect of drug treatment Mechanisms and management <PERSOON> C, <PERSOON> on low-fat diets for obesity (syst review) <PERSOON> Cochrane Collaboration, ### CD###, en Advice on low-fat diets for obesity (syst review) <PERSOON> versus artificial sweeteners different effects on ad libitum food intake and body weight after ## weeks in overweight subjects <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> MN Psychotropic drugs induced weight gain a review of the literature concerning epidemiological data, mechanisms and management ###-## <PERSOON-##> maintenance after a very low calorie diet (VLCD) weight reduction period and the effects of VLCD supplementation A prospective, randomized, comparative, controlled long-term trial <PERSOON-##> WHM Very-low-calorie diets and sustained weightloss <PERSOON-##> PM, McTier RF, Findley LJ, Pohl SL, Wilhoit SC Effect of very-low-calorie diets (VLCDâs) with weight loss Swinburn BA, Metcalf PA, Ley SJ Long-term (#-year) effects of a reduced fat diet intervention in individuals with <PERSOON-##> DF, <PERSOON-##> EJ, Baur L Low glycaemic index or low glycaemic load diets for overweight and obesity <PERSOON-##> RS Diet-induced weight loss is associated with an <PERSOON-##> MP, Kovacs EM Body weight loss and weight maintenance in relation to <PERSOON-##> LJ, Espeland MA, Applegate WB, Ettinger WH Jr, Kostis JB, et al Sodium reduction and weight improvement in β-cell function in older men <PERSOON-##> ###;## ##<DATUM> habitual caffeine intake and green tea supplementation Obes Res ###;<DATUM> ### loss in the treatment of hypertension in older persons JAMA ###;##<DATUM> ## <PERSOON> RR, Tate DF, Gorin <INSTELLING>, <PERSOON-##> HA, Fava JL A self-regulation program for maintenance of weight loss <PERSOON-##>, implications and mechanisms # Wat is het effect van lichamelijke activiteit op gewichtsverlies en comorbiditeit bij de behandeling van obesitas? #.
| 587 | nvog |
<PERSOON> maintenance after a very low calorie diet (VLCD) weight reduction period and the effects of VLCD supplementation A prospective, randomized, comparative, controlled long-term trial <PERSOON> WHM Very-low-calorie diets and sustained weightloss <PERSOON> PM, McTier RF, Findley LJ, Pohl SL, Wilhoit SC Effect of very-low-calorie diets (VLCDâs) with weight loss Swinburn BA, Metcalf PA, Ley SJ Long-term (#-year) effects of a reduced fat diet intervention in individuals with <PERSOON> DF, <PERSOON> EJ, Baur L Low glycaemic index or low glycaemic load diets for overweight and obesity <PERSOON> RS Diet-induced weight loss is associated with an <PERSOON> MP, Kovacs EM Body weight loss and weight maintenance in relation to <PERSOON> LJ, Espeland MA, Applegate WB, Ettinger WH Jr, Kostis JB, et al Sodium reduction and weight improvement in β-cell function in older men <PERSOON> ###;## ##<DATUM> habitual caffeine intake and green tea supplementation Obes Res ###;<DATUM> ### loss in the treatment of hypertension in older persons JAMA ###;##<DATUM> ## <PERSOON-##> RR, Tate DF, Gorin <INSTELLING>, <PERSOON-##> HA, Fava JL A self-regulation program for maintenance of weight loss <PERSOON-##>, implications and mechanisms # Wat is het effect van lichamelijke activiteit op gewichtsverlies en comorbiditeit bij de behandeling van obesitas? # Lichaamsbeweging levert een belangrijke bijdrage aan de algemene gezondheidstoestand en fitheid van mensen Lichamelijke activiteit verlaagt de kans op een aantal chronische ziekten zoals diabetes mellitus type #, het heeft een directe en indirecte invloed op de kans op hart- en vaatziekten, en het kan een gunstig effect hebben op bloeddruk, lichaamsgewicht, het profiel van vetten in het bloed en rookgedrag (Bassuk en Manso ###, Bouchard et al ###, <PERSOON-##> et al ###, <PERSOON-##> ###) In <LOCATIE> bestaat de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, waarin wordt geadviseerd om dagelijks minimaal ## minuten matig intensief te bewegen (<PERSOON-##> ###) Bij mensen met overgewicht of een positieve energiebalans (gewichtstoename) wordt geadviseerd dagelijks ten minste een uur matig intensief te bewegen (Gezondheidsraad ###) Fysieke training door middel van sportbeoefening of beweegprogrammaâs draagt bij aan het energieverbruik, waarbij de verbranding van calorieën is gerelateerd aan de duur en intensiteit van de training Aangezien sport slechts in beperkte mate (#%) bijdraagt aan het totale energieverbruik, is voldoende dagelijkse lichaamsbeweging van belang De intensiteit van training kan worden uitgedrukt in MET (âMetabolic Equivalentâ) # MET is een maat voor de energieverbranding in rust en staat ongeveer gelijk aan #,# ml zuurstofopname per kilogram per minuut Uitgedrukt in calorieën is # MET ongeveer # kcal per kilogram lichaamsgewicht per uur (Fletcher ###) Een persoon van ## kg verbrandt dus in rust ongeveer ## kcal per uur, en bij een activiteit van ## MET ongeveer ### kcal per uur.
| 670 | nvog |
Lichaamsbeweging levert een belangrijke bijdrage aan de algemene gezondheidstoestand en fitheid van mensen Lichamelijke activiteit verlaagt de kans op een aantal chronische ziekten zoals diabetes mellitus type #, het heeft een directe en indirecte invloed op de kans op hart- en vaatziekten, en het kan een gunstig effect hebben op bloeddruk, lichaamsgewicht, het profiel van vetten in het bloed en rookgedrag (Bassuk en Manso ###, Bouchard et al ###, <PERSOON> et al ###, <PERSOON> ###) In <LOCATIE> bestaat de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, waarin wordt geadviseerd om dagelijks minimaal ## minuten matig intensief te bewegen (<PERSOON> ###) Bij mensen met overgewicht of een positieve energiebalans (gewichtstoename) wordt geadviseerd dagelijks ten minste een uur matig intensief te bewegen (Gezondheidsraad ###) Fysieke training door middel van sportbeoefening of beweegprogrammaâs draagt bij aan het energieverbruik, waarbij de verbranding van calorieën is gerelateerd aan de duur en intensiteit van de training Aangezien sport slechts in beperkte mate (#%) bijdraagt aan het totale energieverbruik, is voldoende dagelijkse lichaamsbeweging van belang De intensiteit van training kan worden uitgedrukt in MET (âMetabolic Equivalentâ) # MET is een maat voor de energieverbranding in rust en staat ongeveer gelijk aan #,# ml zuurstofopname per kilogram per minuut Uitgedrukt in calorieën is # MET ongeveer # kcal per kilogram lichaamsgewicht per uur (Fletcher ###) Een persoon van ## kg verbrandt dus in rust ongeveer ## kcal per uur, en bij een activiteit van ## MET ongeveer ### kcal per uur Per Ter illustratie # MET komt ongeveer overeen met flink wandelen (# km/uur) Een persoon van ## kg die vijf keer per week een halfuur matig intensief beweegt met # MET, verbrandt ongeveer ### kcal per week ## MET komt ongeveer overeen met joggen met een snelheid van ## km/uur Een persoon van ## kilogram die drie keer per week een halfuur sport met ## MET, verbrandt ongeveer # ### kcal per week In tabel <DATUM> zijn voorbeelden gegeven van het energieverbruik bij verschillende (sport)activiteiten De algemene indeling is dat activiteiten tot # MET als licht worden beschouwd, van # tot # MET als matig intensief, en boven # MET als hoogintensief Vanuit algemene fysiologische principes kan aerobe training gericht zijn op het vergroten van het aerobe duuruithoudingsvermogen of gericht zijn op het verminderen van risicofactoren (afvallen, vermindering hoge bloeddruk, verbeteren lipidenspectrum) In het algemeen geldt dat training om het maximaal aeroob uithoudingsvermogen bij gezonde mensen te vergroten dient te bestaan uit twee tot drie trainingen per week, gedurende ten minste ##-## minuten De trainingsintensiteit bestaat uit ##-##% van de maximale Tabel <DATUM> Energieverbruik in MET bij verschillende activiteiten (Ainsworth et al ###, Fletcher ###) Bij training die gericht is op het verminderen van risicofactoren, ligt de belastingsintensiteit iets lager (##-##% HFmax) en heeft de training een langere duur (ten minste een uur), met een frequentie van vijf keer per week Voor mensen met chronische ziekten.
| 659 | nvog |
Per Ter illustratie # MET komt ongeveer overeen met flink wandelen (# km/uur) Een persoon van ## kg die vijf keer per week een halfuur matig intensief beweegt met # MET, verbrandt ongeveer ### kcal per week ## MET komt ongeveer overeen met joggen met een snelheid van ## km/uur Een persoon van ## kilogram die drie keer per week een halfuur sport met ## MET, verbrandt ongeveer # ### kcal per week In tabel <DATUM> zijn voorbeelden gegeven van het energieverbruik bij verschillende (sport)activiteiten De algemene indeling is dat activiteiten tot # MET als licht worden beschouwd, van # tot # MET als matig intensief, en boven # MET als hoogintensief Vanuit algemene fysiologische principes kan aerobe training gericht zijn op het vergroten van het aerobe duuruithoudingsvermogen of gericht zijn op het verminderen van risicofactoren (afvallen, vermindering hoge bloeddruk, verbeteren lipidenspectrum) In het algemeen geldt dat training om het maximaal aeroob uithoudingsvermogen bij gezonde mensen te vergroten dient te bestaan uit twee tot drie trainingen per week, gedurende ten minste ##-## minuten De trainingsintensiteit bestaat uit ##-##% van de maximale Tabel <DATUM> Energieverbruik in MET bij verschillende activiteiten (Ainsworth et al ###, Fletcher ###) Bij training die gericht is op het verminderen van risicofactoren, ligt de belastingsintensiteit iets lager (##-##% HFmax) en heeft de training een langere duur (ten minste een uur), met een frequentie van vijf keer per week Voor mensen met chronische ziekten Om de bijdrage van lichaamsbeweging en training te bepalen bij de behandeling van obesitas is het van belang het effect op gewichtsverlies bij de specifieke doelgroep te onderzoeken In deze richtlijn hebben daarvoor twee publicaties als uitgangspunt gediend het concept van de NICE-richtlijn Management of Obesity (###), en de Cochrane Review Exercise for overweight or obesity (Shaw ###) Doelgroepen van deze richtlijn zijn personen met een BMI ) ## kg/m# met en zonder comorbiditeit In de meeste onderzoeken wordt echter geen strikt onderscheid gemaakt tussen overgewicht en obesitas Over het algemeen wordt een ondergrens van een BMI van ## kg/ m# gebruikt De onderzochte interventies zijn bewegingsprogrammaâs en trainingsprogrammaâs gericht op aerobe duurtraining en/of krachttraining Als controlegroepen zijn âgeen behandelingâ of âusual careâ gehanteerd Daarnaast is specifiek gekeken naar het effect van training in vergelijking (of in combinatie) met dieet en gedragsverandering BMI) Hoewel in eerste instantie ook is gekeken naar lichaamssamenstelling (percentage lichaamsvet, vetvrije massa), beperkt deze richtlijn zich in de beschrijving tot de of als BMI) als uitkomstmaat gehanteerd, hetgeen vergelijking tussen de onderzoeken vergemakkelijkt Gewichtsverlies als primaire doelstelling voor de behandeling van obesitas kan ook bijdragen aan het verminderen van comorbiditeit van het bewegingsapparaat en het verminderen van cardiovasculaire risicoâs Deze mogelijke effecten van gewichtsreductie, als gevolg van training, zijn ook in kaart gebracht het effect van training op gewichtsverlies nader te specificeren type, intensiteit en duur <DATUM> Wat is het effect van training in vergelijking met geen behandeling?.
| 631 | nvog |
te bepalen bij de behandeling van obesitas is het van belang het effect op gewichtsverlies bij de specifieke doelgroep te onderzoeken In deze richtlijn hebben daarvoor twee publicaties als uitgangspunt gediend het concept van de NICE-richtlijn Management of Obesity (###), en de Cochrane Review Exercise for overweight or obesity (Shaw ###) Doelgroepen van deze richtlijn zijn personen met een BMI ) ## kg/m# met en zonder comorbiditeit In de meeste onderzoeken wordt echter geen strikt onderscheid gemaakt tussen overgewicht en obesitas Over het algemeen wordt een ondergrens van een BMI van ## kg/ m# gebruikt De onderzochte interventies zijn bewegingsprogrammaâs en trainingsprogrammaâs gericht op aerobe duurtraining en/of krachttraining Als controlegroepen zijn âgeen behandelingâ of âusual careâ gehanteerd Daarnaast is specifiek gekeken naar het effect van training in vergelijking (of in combinatie) met dieet en gedragsverandering BMI) Hoewel in eerste instantie ook is gekeken naar lichaamssamenstelling (percentage lichaamsvet, vetvrije massa), beperkt deze richtlijn zich in de beschrijving tot de of als BMI) als uitkomstmaat gehanteerd, hetgeen vergelijking tussen de onderzoeken vergemakkelijkt Gewichtsverlies als primaire doelstelling voor de behandeling van obesitas kan ook bijdragen aan het verminderen van comorbiditeit van het bewegingsapparaat en het verminderen van cardiovasculaire risicoâs Deze mogelijke effecten van gewichtsreductie, als gevolg van training, zijn ook in kaart gebracht het effect van training op gewichtsverlies nader te specificeren type, intensiteit en duur <DATUM> Wat is het effect van training in vergelijking met geen behandeling? Obesity (###) zijn zes onderzoeken geïdentificeerd voor vergelijking tussen fysieke training en geen behandeling (Anderssen ###, Hellenius ###, Pritchard ###, Stefanick ###, Thong ###, Wood ###) De meeste interventies bestonden uit drie aerobe trainingen per week van ##-## minuten Over het algemeen werden gezonde, inactieve mensen geïncludeerd De intensiteit varieerde van ## tot ##% van de maximale hartfrequentie (HFmax) De duur van de interventie varieerde van # weken tot ## maanden Een overzicht van de onderzoeken is te vinden in bijlage # (zie (WEBLINK)) Alle individuele onderzoeken laten een positief effect zien van training op gewichtsverlies Het verschil in gewichtsverlies (WMD) varieert van #,# tot #,# kg in het voordeel van de trainingsgroepen Bij verder gezonde mensen is een (matig) intensieve fysieke training (minimaal ## minuten/#x per week), met een follow-up van # tot ## Drie verschillende onderzoeken geven na ## maanden een verschil in gewichtsverlies te zien van #,# kg (##%-BI #,# tot # kg) ten gunste van <DATUM> Wat is het effect van training in vergelijking met een dieet? Obesity (###) zijn tien onderzoeken geïdentificeerd voor de vergelijking tussen fysieke training en dieet (<PERSOON> ###) De training bestond meestal uit drie aerobe trainingsessies per week van ##-## minuten De intensiteit varieerde van ## tot ##% van de maximale hartfrequentie (HFmax) De duur van de interventie varieerde van # weken tot ## maanden.
| 657 | nvog |
onderzoeken geïdentificeerd voor vergelijking tussen fysieke training en geen behandeling (Anderssen ###, Hellenius ###, Pritchard ###, Stefanick ###, Thong ###, Wood ###) De meeste interventies bestonden uit drie aerobe trainingen per week van ##-## minuten Over het algemeen werden gezonde, inactieve mensen geïncludeerd De intensiteit varieerde van ## tot ##% van de maximale hartfrequentie (HFmax) De duur van de interventie varieerde van # weken tot ## maanden Een overzicht van de onderzoeken is te vinden in bijlage # (zie (WEBLINK)) Alle individuele onderzoeken laten een positief effect zien van training op gewichtsverlies Het verschil in gewichtsverlies (WMD) varieert van #,# tot #,# kg in het voordeel van de trainingsgroepen Bij verder gezonde mensen is een (matig) intensieve fysieke training (minimaal ## minuten/#x per week), met een follow-up van # tot ## Drie verschillende onderzoeken geven na ## maanden een verschil in gewichtsverlies te zien van #,# kg (##%-BI #,# tot # kg) ten gunste van <DATUM> Wat is het effect van training in vergelijking met een dieet? Obesity (###) zijn tien onderzoeken geïdentificeerd voor de vergelijking tussen fysieke training en dieet (<PERSOON> ###) De training bestond meestal uit drie aerobe trainingsessies per week van ##-## minuten De intensiteit varieerde van ## tot ##% van de maximale hartfrequentie (HFmax) De duur van de interventie varieerde van # weken tot ## maanden vermindering van de inname van calorieën en/of vet Een overzicht van de onderzoeken Acht individuele onderzoeken laten een kleiner effect zien van training op gewichtsverlies in vergelijking met dieet Het verschil in gewichtsverlies (WMD) varieert van #,# tot ##,# kg gewichtsverlies in het voordeel van de dieetgroepen Uit twee onderzoeken blijkt week) levert na ## maanden minder gewichtsverlies op dan het volgen Uit drie andere onderzoeken is gebleken dat er na ## maanden een <DATUM> Wat is het effect van training in vergelijking met stimulering van gezonde Voor de bestudering van het effect van training in vergelijking met een controlegroep die gedragsverandering kreeg ter stimulering van een actieve leefstijl, is één onderzoek gevonden (Messier ###) In het onderzoek werden drie interventies onderscheiden (#) trainingsprogramma, (#) dieet, (#) dieet + trainingsprogramma De training duurde ## maanden met een frequentie van drie keer per week een uur duur- en krachttraining De eerste vier maanden vond de training groepsgewijs plaats, daarna op basis van (een combinatie van) begeleiding via groepstraining en/of training thuis Details van het onderzoek zijn weergegeven in bijlage # (zie (WEBLINK)) De gedragsverandering bestond uit maandelijkse groepsbijeenkomsten (# maanden), gevolgd door maandelijkse (maand # tot #) en tweemaandelijkse (maand # tot ##) telefonische sessies Het trainingsprogramma liet een groter gewichtsverlies zien in vergelijking met het stimuleren van een actieve leefstijl Het trainingsprogramma liet ook Er zijn aanwijzingen dat (matig) intensieve fysieke training (# uur/#x per week) na ## maanden tot groter gewichtsverlies leidt in vergelijking.
| 676 | nvog |
van calorieën en/of vet Een overzicht van de onderzoeken Acht individuele onderzoeken laten een kleiner effect zien van training op gewichtsverlies in vergelijking met dieet Het verschil in gewichtsverlies (WMD) varieert van #,# tot ##,# kg gewichtsverlies in het voordeel van de dieetgroepen Uit twee onderzoeken blijkt week) levert na ## maanden minder gewichtsverlies op dan het volgen Uit drie andere onderzoeken is gebleken dat er na ## maanden een <DATUM> Wat is het effect van training in vergelijking met stimulering van gezonde Voor de bestudering van het effect van training in vergelijking met een controlegroep die gedragsverandering kreeg ter stimulering van een actieve leefstijl, is één onderzoek gevonden (Messier ###) In het onderzoek werden drie interventies onderscheiden (#) trainingsprogramma, (#) dieet, (#) dieet + trainingsprogramma De training duurde ## maanden met een frequentie van drie keer per week een uur duur- en krachttraining De eerste vier maanden vond de training groepsgewijs plaats, daarna op basis van (een combinatie van) begeleiding via groepstraining en/of training thuis Details van het onderzoek zijn weergegeven in bijlage # (zie (WEBLINK)) De gedragsverandering bestond uit maandelijkse groepsbijeenkomsten (# maanden), gevolgd door maandelijkse (maand # tot #) en tweemaandelijkse (maand # tot ##) telefonische sessies Het trainingsprogramma liet een groter gewichtsverlies zien in vergelijking met het stimuleren van een actieve leefstijl Het trainingsprogramma liet ook Er zijn aanwijzingen dat (matig) intensieve fysieke training (# uur/#x per week) na ## maanden tot groter gewichtsverlies leidt in vergelijking Het onderzoek liet een gunste van de groep die fysieke training kreeg Ook toonde de lichamelijke conditie van de trainingsgroep verbetering op basis van de #-minutenwandeltest <DATUM> Wat is het effect van (matig) intensieve training in vergelijking met Op basis van de Cochrane Review van Shaw (###) zijn vier onderzoeken geïdentificeerd ###, Irwin ###, Jakicic ###, Wallace ###) De (matig) intensieve training bestond meestal uit drie aerobe trainingssessies per week van ##-## minuten De intensiteit varieerde van ## tot ##% van de maximale hartfrequentie (HFmax) De duur van de interventie varieerde van ## weken tot ## maanden De laagintensieve training bestond meestal uit rekoefeningen en/of training op een lagere intensiteit Een overzicht van de onderzoeken is te vinden in bijlage # (zie (WEBLINK)) Pooling van de data (n = ###) leverde een verschil in gewichtsverlies (WMD) op van #,# kg in het voordeel van de hoogintensieve trainingsgroepen (##%-BI #,# tot #,# kg) Bij een follow-up van <DATUM> maanden levert (matig) intensieve fysieke <DATUM> Wat is het effect van training en dieet in vergelijking met alleen dieet? In de Cochrane Review van Shaw (###) worden data van ## onderzoeken gepoold, met een follow-up van # tot ## maanden, om het effect van de gecombineerde interventie van training en dieet te vergelijken met alleen dieet (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###,.
| 663 | nvog |
Het onderzoek liet een gunste van de groep die fysieke training kreeg Ook toonde de lichamelijke conditie van de trainingsgroep verbetering op basis van de #-minutenwandeltest <DATUM> Wat is het effect van (matig) intensieve training in vergelijking met Op basis van de Cochrane Review van Shaw (###) zijn vier onderzoeken geïdentificeerd ###, Irwin ###, Jakicic ###, Wallace ###) De (matig) intensieve training bestond meestal uit drie aerobe trainingssessies per week van ##-## minuten De intensiteit varieerde van ## tot ##% van de maximale hartfrequentie (HFmax) De duur van de interventie varieerde van ## weken tot ## maanden De laagintensieve training bestond meestal uit rekoefeningen en/of training op een lagere intensiteit Een overzicht van de onderzoeken is te vinden in bijlage # (zie (WEBLINK)) Pooling van de data (n = ###) leverde een verschil in gewichtsverlies (WMD) op van #,# kg in het voordeel van de hoogintensieve trainingsgroepen (##%-BI #,# tot #,# kg) Bij een follow-up van <DATUM> maanden levert (matig) intensieve fysieke <DATUM> Wat is het effect van training en dieet in vergelijking met alleen dieet? In de Cochrane Review van Shaw (###) worden data van ## onderzoeken gepoold, met een follow-up van # tot ## maanden, om het effect van de gecombineerde interventie van training en dieet te vergelijken met alleen dieet (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Een overzicht van de onderzoeken is te vinden in de Cochrane Review van Shaw (###) In beide groepen was gewichtsverlies te zien De combinatie van training plus dieet liet In de NICE-richtlijn zijn data gepoold van vier onderzoeken bij een follow-up van ## maanden (Anderssen ###, Pavlou ###a, Pavlou ###b, Wood ###) Binnen het onderzoek van Pavlou (###) zijn veel subgroepen gebruikt met verschillende diëten De NICE-richtlijn concludeert dat het gepoolde verschil in gewicht een positief effect laat zien van training + dieet zowel na ## maanden (-#,# kg; ##%-BI -#,# tot -#,#) als na Bij een follow-up van # tot ## maanden levert training + dieet #,# kg (##%-BI #,# tot #,#) meer gewichtsverlies op dan alleen dieet Bij een follow-up van ## tot ## maanden levert training + dieet meer Uit de analyses in zowel de NICE-richtlijn als de Cochrane Review blijkt dat beweegprogrammaâs en trainingsprogrammaâs effectief zijn om gewichtsvermindering te bereiken in vergelijking met geen behandeling Het gewichtsverlies als gevolg van training is beperkt Bij een follow-up van ## maanden werd een gewichtsverlies van #,# tot #,# kg bereikt Training levert als interventie minder gewichtsverlies op dan een dieet Eén onderzoek van matige kwaliteit laat zien dat training meer gewichtsverlies oplevert dan gedragsverandering door middel van stimulering van een actieve leefstijl Uit de Cochrane Review blijkt dat (matig) intensieve training tot groter gewichtsverlies leidt dan laagintensieve training Gebaseerd op de uitkomsten van de verschillende onderzoeken is een programma van minimaal drie keer per week van ##-## minuten op een intensiteit van.
| 707 | nvog |
Cochrane Review van Shaw (###) In beide groepen was gewichtsverlies te zien De combinatie van training plus dieet liet In de NICE-richtlijn zijn data gepoold van vier onderzoeken bij een follow-up van ## maanden (Anderssen ###, Pavlou ###a, Pavlou ###b, Wood ###) Binnen het onderzoek van Pavlou (###) zijn veel subgroepen gebruikt met verschillende diëten De NICE-richtlijn concludeert dat het gepoolde verschil in gewicht een positief effect laat zien van training + dieet zowel na ## maanden (-#,# kg; ##%-BI -#,# tot -#,#) als na Bij een follow-up van # tot ## maanden levert training + dieet #,# kg (##%-BI #,# tot #,#) meer gewichtsverlies op dan alleen dieet Bij een follow-up van ## tot ## maanden levert training + dieet meer Uit de analyses in zowel de NICE-richtlijn als de Cochrane Review blijkt dat beweegprogrammaâs en trainingsprogrammaâs effectief zijn om gewichtsvermindering te bereiken in vergelijking met geen behandeling Het gewichtsverlies als gevolg van training is beperkt Bij een follow-up van ## maanden werd een gewichtsverlies van #,# tot #,# kg bereikt Training levert als interventie minder gewichtsverlies op dan een dieet Eén onderzoek van matige kwaliteit laat zien dat training meer gewichtsverlies oplevert dan gedragsverandering door middel van stimulering van een actieve leefstijl Uit de Cochrane Review blijkt dat (matig) intensieve training tot groter gewichtsverlies leidt dan laagintensieve training Gebaseerd op de uitkomsten van de verschillende onderzoeken is een programma van minimaal drie keer per week van ##-## minuten op een intensiteit van Uit de subgroepanalyses binnen de Cochrane Review kunnen geen conclusies worden getrokken over de vraag of trainingsprogrammaâs effectiever zijn voor mannen of vrouwen en of leeftijd van invloed is op de effectiviteit De meeste onderzoeken zijn overigens wel gericht op mannen in vier van de zes onderzoeken waarin training werd vergeleken met geen behandeling, was sprake van een populatie van alleen mannen Een belangrijke beperking van de gebruikte onderzoeken is dat slechts één onderzoek personen met een BM I) ## kg/m# includeerde (Thong ###) Bij de overige onderzoeken was sprake van minimaal overgewicht Uit het onderzoek van Thong bleek wel een groot gewichtsverlies (#,# kg; ##%-BI #,# tot #,#), maar dit onderzoek had een De meeste onderzoeken maakten gebruik van relatief jonge, gezonde personen bij wie in sommige onderzoeken sprake was van (licht tot matig) verhoogde risicofactoren voor hart- en vaatziekten Bij obese personen met (chronische) aandoeningen zoals harten vaatziekten, diabetes mellitus of COPD zal de trainingsintensiteit moeten worden aangepast aan de specifieke situatie Als de inspanningsmogelijkheid als gevolg van een (chronische) ziekte of sterk verhoogde risicofactoren beperkt is, kan vaak niet worden gewerkt met de algemene (voor gezonde mensen) uitgangspunten om trainingsintensiteit in te schatten De intensiteit van de trainingsbelasting dient bij deze personen te worden bepaald aan de hand van de voor deze ziekten specifieke consequenties voor het cardiorespiratoire systeem (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Voor de supervisie en begeleiding van deze programmaâs is specifieke deskundigheid vereist.
| 667 | nvog |
Uit de subgroepanalyses binnen de Cochrane Review kunnen geen conclusies worden getrokken over de vraag of trainingsprogrammaâs effectiever zijn voor mannen of vrouwen en of leeftijd van invloed is op de effectiviteit De meeste onderzoeken zijn overigens wel gericht op mannen in vier van de zes onderzoeken waarin training werd vergeleken met geen behandeling, was sprake van een populatie van alleen mannen Een belangrijke beperking van de gebruikte onderzoeken is dat slechts één onderzoek personen met een BM I) ## kg/m# includeerde (Thong ###) Bij de overige onderzoeken was sprake van minimaal overgewicht Uit het onderzoek van Thong bleek wel een groot gewichtsverlies (#,# kg; ##%-BI #,# tot #,#), maar dit onderzoek had een De meeste onderzoeken maakten gebruik van relatief jonge, gezonde personen bij wie in sommige onderzoeken sprake was van (licht tot matig) verhoogde risicofactoren voor hart- en vaatziekten Bij obese personen met (chronische) aandoeningen zoals harten vaatziekten, diabetes mellitus of COPD zal de trainingsintensiteit moeten worden aangepast aan de specifieke situatie Als de inspanningsmogelijkheid als gevolg van een (chronische) ziekte of sterk verhoogde risicofactoren beperkt is, kan vaak niet worden gewerkt met de algemene (voor gezonde mensen) uitgangspunten om trainingsintensiteit in te schatten De intensiteit van de trainingsbelasting dient bij deze personen te worden bepaald aan de hand van de voor deze ziekten specifieke consequenties voor het cardiorespiratoire systeem (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Voor de supervisie en begeleiding van deze programmaâs is specifieke deskundigheid vereist personen, onder supervisie stonden van fysiotherapeuten, inspanningsfysiologen, onderzoeksassistenten of âhooggekwalificeerde instructeursâ Bij sommige onderzoeken was geen sprake van supervisie of werd niet beschreven of er sprake was van supervisie Welke gevolgen heeft gewichtsreductie, als gevolg van beweegprogrammaâs, op comorbiditeit Er is slechts één onderzoek geïdentificeerd met uitkomstmaten die specifiek gericht zijn op comorbiditeit van het bewegingsapparaat (Messier ###) In het onderzoek van Messier werden patiënten met artrose van de knie geïncludeerd en zijn uitkomsten gemeten op fysiek functioneren (WOMAC-score), pijn, #-minutenwandeltest, traplooptijd en radiografie van het kniegewricht De groep die een beweegprogramma onderging, scoorde na afloop basis van gedragsverandering De groep die een combinatie van beweegprogramma en dieet kreeg, scoorde op verschillende uitkomstmaten significant beter ten opzichte van de controlegroep fysiek functioneren (WOMAC), #-minutenwandelafstand, traplooptijd en pijn Uit de systematische review van Shaw (###) blijkt dat beweegprogrammaâs als interventie een significante verlaging van verschillende cardiovasculaire risicofactoren laten zien ten opzichte van geen behandeling In tegenstelling tot het verschil in effect op gewichtsverlies, zijn er nauwelijks verschillen tussen beweegprogrammaâs en dieet in effect op cardiovasculaire risicoâs Alleen het verschil in systolische bloeddruk is statistisch significant ten gunste van dieet Daarnaast is lichamelijke inactiviteit een op zichzelf staande cardiovasculaire risicofactor (<PERSOON> et al ###, Bouchard et al ###) Fysieke training bij mensen met obesitas en knieartrose leidt wellicht Fysieke training plus dieet bij mensen met obesitas en knieartrose Training heeft een positief effect op de vermindering van cardiovasculaire risicofactoren bij mensen met obesitas.
| 623 | nvog |
of âhooggekwalificeerde instructeursâ Bij sommige onderzoeken was geen sprake van supervisie of werd niet beschreven of er sprake was van supervisie Welke gevolgen heeft gewichtsreductie, als gevolg van beweegprogrammaâs, op comorbiditeit Er is slechts één onderzoek geïdentificeerd met uitkomstmaten die specifiek gericht zijn op comorbiditeit van het bewegingsapparaat (Messier ###) In het onderzoek van Messier werden patiënten met artrose van de knie geïncludeerd en zijn uitkomsten gemeten op fysiek functioneren (WOMAC-score), pijn, #-minutenwandeltest, traplooptijd en radiografie van het kniegewricht De groep die een beweegprogramma onderging, scoorde na afloop basis van gedragsverandering De groep die een combinatie van beweegprogramma en dieet kreeg, scoorde op verschillende uitkomstmaten significant beter ten opzichte van de controlegroep fysiek functioneren (WOMAC), #-minutenwandelafstand, traplooptijd en pijn Uit de systematische review van Shaw (###) blijkt dat beweegprogrammaâs als interventie een significante verlaging van verschillende cardiovasculaire risicofactoren laten zien ten opzichte van geen behandeling In tegenstelling tot het verschil in effect op gewichtsverlies, zijn er nauwelijks verschillen tussen beweegprogrammaâs en dieet in effect op cardiovasculaire risicoâs Alleen het verschil in systolische bloeddruk is statistisch significant ten gunste van dieet Daarnaast is lichamelijke inactiviteit een op zichzelf staande cardiovasculaire risicofactor (<PERSOON> et al ###, Bouchard et al ###) Fysieke training bij mensen met obesitas en knieartrose leidt wellicht Fysieke training plus dieet bij mensen met obesitas en knieartrose Training heeft een positief effect op de vermindering van cardiovasculaire risicofactoren bij mensen met obesitas zoals diabetes mellitus type #, en heeft een directe en indirecte invloed op het risico op hart- en vaatziekten (<PERSOON> review van Shaw (###) blijkt dat beweegprogrammaâs een positief effect hebben op cardiovasculaire risicofactoren bij mensen met overgewicht Bekend is dat beweegprogrammaâs ook een gunstige invloed hebben op klachten aan het bewegingsapparaat, vooral bij artrose (<PERSOON> ###) Het directe bewijs dat bewegen (in combinatie met dieet) een positief effect heeft op het functioneren van obese mensen met artrose van de knie, is echter beperkt De combinatie van bewegen en dieet heeft een positieve invloed op de fysieke fitheid Het gevaar van onoordeelkundig afvallen bij ouderen is de afname van de spiermassa Dit kan leiden tot kracht- en conditieverlies Bij een gerichte aanpak kan echter een verbetering van de gezondheidstoestand optreden Oudere vrouwen () <LEEFTIJD> jaar, BMI ) ## kg/m# ) verliezen na een jaar gemiddeld #,# kg lichaamsgewicht op een gecombineerd programma van een caloriebeperkt dieet (begeleid door diëtist), gedragsverandering en lichaamsbeweging Diastolische bloeddruk, totaalcholesterol, triglyceriden en fysieke fitheid toonden significante verbetering (Jensen ###) In een ander onderzoek werden zelfs betere resultaten gevonden, zowel op gewichtsverlies (#,# kg, zonder verlies van vetvrije massa) als op fysieke fitheid (Villareal ###) Ouderen met artrose () <LEEFTIJD> jaar) bereikten op een caloriebeperkt dieet in combinatie met beweging na ## maanden een significante verbetering van de fysieke fitheid ten opzichte van de controlegroep en een significant groter gewichtsverlies (#,#% versus #,#%.
| 633 | nvog |
en indirecte invloed op het risico op hart- en vaatziekten (<PERSOON> review van Shaw (###) blijkt dat beweegprogrammaâs een positief effect hebben op cardiovasculaire risicofactoren bij mensen met overgewicht Bekend is dat beweegprogrammaâs ook een gunstige invloed hebben op klachten aan het bewegingsapparaat, vooral bij artrose (<PERSOON> ###) Het directe bewijs dat bewegen (in combinatie met dieet) een positief effect heeft op het functioneren van obese mensen met artrose van de knie, is echter beperkt De combinatie van bewegen en dieet heeft een positieve invloed op de fysieke fitheid Het gevaar van onoordeelkundig afvallen bij ouderen is de afname van de spiermassa Dit kan leiden tot kracht- en conditieverlies Bij een gerichte aanpak kan echter een verbetering van de gezondheidstoestand optreden Oudere vrouwen () <LEEFTIJD> jaar, BMI ) ## kg/m# ) verliezen na een jaar gemiddeld #,# kg lichaamsgewicht op een gecombineerd programma van een caloriebeperkt dieet (begeleid door diëtist), gedragsverandering en lichaamsbeweging Diastolische bloeddruk, totaalcholesterol, triglyceriden en fysieke fitheid toonden significante verbetering (Jensen ###) In een ander onderzoek werden zelfs betere resultaten gevonden, zowel op gewichtsverlies (#,# kg, zonder verlies van vetvrije massa) als op fysieke fitheid (Villareal ###) Ouderen met artrose () <LEEFTIJD> jaar) bereikten op een caloriebeperkt dieet in combinatie met beweging na ## maanden een significante verbetering van de fysieke fitheid ten opzichte van de controlegroep en een significant groter gewichtsverlies (#,#% versus #,#% Short term effects of weight los with or without low-intensity exercise training on fat metabolism in obese men <PERSOON> BE, Haskell WL, Whitt MC, Irwin ML, Swartz AM, Strath SJ, et al Compendium of physical activities an update of activity codes and MET intensities <PERSOON> P, et al Improved carbohydrate metabolism after physical training and dietary intervention in individuals with the âatherothrombogenic syndromeâ Oslo Diet and Exercise Study (ODES) <PERSOON> SS, Manson JE Epidemiological evidence for the role of physical activity in reducing risk of type # diabetes <PERSOON> GE, <PERSOON> WJ, et al <PERSOON> WL Physical inactivity as a risk factor for coronary heart disease a WHO and International Society and Federation of Cardiology position statement <PERSOON> SN, Haskell WL Physical activity and health <PERSOON-##> equivalent one size does not fit all <PERSOON-##> MWT Richtlijnen gezond bewegen Geneeskd Sport ###;#<DATUM> # <PERSOON-##> and weight control in sedentary overweight men effects on clinic and ambulatory blood pressure <PERSOON-##> ###;<DATUM> ##.
| 569 | nvog |
or without low-intensity exercise training on fat metabolism in obese men <PERSOON> BE, Haskell WL, Whitt MC, Irwin ML, Swartz AM, Strath SJ, et al Compendium of physical activities an update of activity codes and MET intensities <PERSOON> P, et al Improved carbohydrate metabolism after physical training and dietary intervention in individuals with the âatherothrombogenic syndromeâ Oslo Diet and Exercise Study (ODES) <PERSOON> SS, Manson JE Epidemiological evidence for the role of physical activity in reducing risk of type # diabetes <PERSOON> GE, <PERSOON> WJ, et al <PERSOON> WL Physical inactivity as a risk factor for coronary heart disease a WHO and International Society and Federation of Cardiology position statement <PERSOON> SN, Haskell WL Physical activity and health <PERSOON> equivalent one size does not fit all <PERSOON> MWT Richtlijnen gezond bewegen Geneeskd Sport ###;#<DATUM> # <PERSOON-##> and weight control in sedentary overweight men effects on clinic and ambulatory blood pressure <PERSOON-##> standards for testing and training A statement for healthcare professionals from the American Heart Association Circulation ###;### ###-### Gezondheidsraad Oefentherapie Den Haag Gezondheidsraad, ### Gezondheidsraad Richtlijnen goede voeding Den Haag Gezondheidsraad, ### <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> of single versus multiple lifestyle interventions are the antihypertensive <PERSOON-##> J, et al Effects of an ad libitum low-fat, high-carbonate diet on effects of exercise training and diet-induced weight loss additive? <PERSOON-##> ###;#<DATUM> # body weight, body composition, and fat distribution in older men and women <PERSOON-##> and exercise are equally effective in reducing risk for cardiovascular disease Results of a randomized controlled study in men with slightly to moderately raised Jakicic J, <PERSOON-##> W Effect of exercise duration and intensity on weight loss in <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> of an energy-restrictive diet with or without exercise on abdominal fat, intermuscular fat, and metabolic risk factors in obese women Diabetes Care ###;<DATUM> # Jensen GL Weight loss intervention for obese elder women improvements in performance and function <PERSOON-##> HC, <LOCATIE>WTM De Nederlandse Norm Gezond Bewegen, een update met bezinning over commu- nicatie In.
| 532 | nvog |
testing and training A statement for healthcare professionals from the American Heart Association Circulation ###;### ###-### Gezondheidsraad Oefentherapie Den Haag Gezondheidsraad, ### Gezondheidsraad Richtlijnen goede voeding Den Haag Gezondheidsraad, ### <PERSOON> N, <PERSOON> of single versus multiple lifestyle interventions are the antihypertensive <PERSOON> J, et al Effects of an ad libitum low-fat, high-carbonate diet on effects of exercise training and diet-induced weight loss additive? <PERSOON> ###;#<DATUM> # body weight, body composition, and fat distribution in older men and women <PERSOON> and exercise are equally effective in reducing risk for cardiovascular disease Results of a randomized controlled study in men with slightly to moderately raised Jakicic J, <PERSOON> W Effect of exercise duration and intensity on weight loss in <PERSOON> R, <PERSOON> of an energy-restrictive diet with or without exercise on abdominal fat, intermuscular fat, and metabolic risk factors in obese women Diabetes Care ###;<DATUM> # Jensen GL Weight loss intervention for obese elder women improvements in performance and function <PERSOON> HC, <LOCATIE>WTM De Nederlandse Norm Gezond Bewegen, een update met bezinning over commu- nicatie In Trendrapport bewegen en Kiernan M, <PERSOON-##> J Men gain additional psychological benefits by adding exercise to a weight Kirk EP, Jacobson DJ, Gibson C, et al Time course for changes in aerobic capacity and body composition in overweight men and women in response to long-term exercise the Midwest Exercise Trial (MET) <PERSOON-##> M, et al <PERSOON-##> Finnish Diabetes Prevention Study (DPS) lifestyle intervention Messier SP, Loeser RF, Miller GD, et al Exercise and dietary weight loss in overweight and obese older adults with and #-year results on diet and physical activity Diabetes Care ###;## ##<DATUM> knee osteoarthritis the Arthritis, Diet and Activity promotion <PERSOON-##> activity within a community-based weight control program Program evaluation and predictors of success <PERSOON-##> O, et al Immune response to exercise training and/or energy restriction in obese women <PERSOON-##> for obesity (Unpublished Cochrane Review), ### <PERSOON-##> SN, Haskell WL, Macera CA, Bouchard C, et al Physical activity and public health A recommendation from the Centers for Disease Control and Prevention and the American College of <PERSOON-##> WP.
| 544 | nvog |
<PERSOON> J Men gain additional psychological benefits by adding exercise to a weight Kirk EP, Jacobson DJ, Gibson C, et al Time course for changes in aerobic capacity and body composition in overweight men and women in response to long-term exercise the Midwest Exercise Trial (MET) <PERSOON> M, et al <PERSOON> Finnish Diabetes Prevention Study (DPS) lifestyle intervention Messier SP, Loeser RF, Miller GD, et al Exercise and dietary weight loss in overweight and obese older adults with and #-year results on diet and physical activity Diabetes Care ###;## ##<DATUM> knee osteoarthritis the Arthritis, Diet and Activity promotion <PERSOON> activity within a community-based weight control program Program evaluation and predictors of success <PERSOON> O, et al Immune response to exercise training and/or energy restriction in obese women <PERSOON> for obesity (Unpublished Cochrane Review), ### <PERSOON> SN, Haskell WL, Macera CA, Bouchard C, et al Physical activity and public health A recommendation from the Centers for Disease Control and Prevention and the American College of <PERSOON> WP Pritchard JE, Nowson CA, Wark JD A worksite program for overweight middle-aged men achieves lesser weight loss with exercise than with dietary change <PERSOON> Assoc ###;## ##-## <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> of diet and exercise on skeletal muscle and visceral <PERSOON-##> effect of diet or exercise on plasma norepinephrine kinetics in moderately obese young men <PERSOON-##> for overweight or obesity Cochrane database of systematic <PERSOON-##> of diet and exercise in men and postmenopausal women with low levels of HDL cholesterol and high levels of LDL cholesterol <PERSOON-##> C Effect of an energy-restricitive diet, with or without exercise, on lean tissue mass, resting metabolic rate, cardiovascular risk factors, and bone in overweight postmenopausal women <PERSOON-##> I, <PERSOON-##> leptin in moderately obese men independent effects of weight loss and aerobic exercise <PERSOON-##> S, et al Effect of weight loss and exercise on frailty in obese <PERSOON-##> EMHM, <PERSOON-##> HJ, et al KNGF-richtlijn.
| 483 | nvog |
Nowson CA, Wark JD A worksite program for overweight middle-aged men achieves lesser weight loss with exercise than with dietary change <PERSOON> Assoc ###;## ##-## <PERSOON> H, <PERSOON> of diet and exercise on skeletal muscle and visceral <PERSOON> effect of diet or exercise on plasma norepinephrine kinetics in moderately obese young men <PERSOON> for overweight or obesity Cochrane database of systematic <PERSOON> of diet and exercise in men and postmenopausal women with low levels of HDL cholesterol and high levels of LDL cholesterol <PERSOON> C Effect of an energy-restricitive diet, with or without exercise, on lean tissue mass, resting metabolic rate, cardiovascular risk factors, and bone in overweight postmenopausal women <PERSOON> I, <PERSOON> leptin in moderately obese men independent effects of weight loss and aerobic exercise <PERSOON-##> S, et al Effect of weight loss and exercise on frailty in obese <PERSOON-##> EMHM, <PERSOON-##> HJ, et al KNGF-richtlijn <PERSOON-##> Sport, Bewegen en Gezondheid Den Haag Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ### <PERSOON-##> J, et al Exercise in the treatment of obesity effects of four interventions on body composition, resting energy expenditure, appetite and mood <PERSOON-##> of croos-training on markers of insulin resistance/hyperinsulinemia <PERSOON-##> the amount of endurance exercise in combination with weight training and a very-low-energy diet affect resting metabolic rate and body composition? <PERSOON-##> intervention in overweight individuals with a family history <PERSOON-##> effects on plasma lipoproteins of a prudent weight-reducing diet, with or without exercise, in overweight men and women <PERSOON-##> PD, Stefanick ML, Dreon DM, et al Changes in plasma lipids and lippoproteins in overweight men during <PERSOON-##> PT, et al <PERSOON-##> effects on plasma lipoproteins of a prudent weight-reducing diet, weight loss through dieting as compared with exercise <PERSOON-##> J Med ###;#<DATUM> # with or without exercise, in overweight men and women <PERSOON-##> J Med ###;#<DATUM> # Wat is de rol van psychologische interventies bij behandeling van obesitas en gewichtsbehoud?.
| 497 | nvog |
Gezondheid Den Haag Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ### <PERSOON> J, et al Exercise in the treatment of obesity effects of four interventions on body composition, resting energy expenditure, appetite and mood <PERSOON> of croos-training on markers of insulin resistance/hyperinsulinemia <PERSOON> the amount of endurance exercise in combination with weight training and a very-low-energy diet affect resting metabolic rate and body composition? <PERSOON> intervention in overweight individuals with a family history <PERSOON> effects on plasma lipoproteins of a prudent weight-reducing diet, with or without exercise, in overweight men and women <PERSOON> PD, Stefanick ML, Dreon DM, et al Changes in plasma lipids and lippoproteins in overweight men during <PERSOON> PT, et al <PERSOON> effects on plasma lipoproteins of a prudent weight-reducing diet, weight loss through dieting as compared with exercise <PERSOON> J Med ###;#<DATUM> # with or without exercise, in overweight men and women <PERSOON> J Med ###;#<DATUM> # Wat is de rol van psychologische interventies bij behandeling van obesitas en gewichtsbehoud? ⢠gewichtsverlies (korte termijn, drie tot zes maanden); ⢠gewichtshandhaving (lange termijn, langer dan drie maanden); Personen met obesitas zijn in toenemende mate beperkt in hun lichamelijk, sociaal en onderzoek onder andere op de gebieden van lichamelijk functioneren, anatomische eigenschappen en maatschappelijke participatie (WHO ###, Stucki ###) Vertaald naar de dagelijkse praktijk betekent dit dat voor het bepalen van de effectiviteit van psychologische interventies niet alleen gewichtsreductie en gewichtsbehoud als uitkomstmaat zouden moeten worden gekozen, maar ook somatische en psychosociale parameters Er bestaan echter zeer weinig onderzoeken die zich expliciet daarop richten In verschillende reviews, internationale richtlijnen en handleidingen is cognitieve gedragstherapie de enige erkende psychotherapeutische interventie die voor de behandeling van obesitas wordt genoemd (Cooper ###, NIH ###, NICE ###) Gerandomiseerde onderzoeken naar de effectiviteit van andere psychologische en psychotherapeutische interventies, zoals cliëntgerichte psychotherapie, psychoanalytische therapieën, systeemtherapie of psycho-educatie en âcounselingâ, worden niet vermeld Het onderzoek naar de effectiviteit van psychologische interventies bij de behandeling van obesitas in deze richtlijn beperkt Cognitieve therapie is gebaseerd op de principes van de grondlegger <PERSOON-##> Uitgangspunt van deze therapeutische school is de veronderstelling dat de betekenis die iemand aan een situatie of gebeurtenis geeft, het gevoel en het gedrag bepaalt (<PERSOON-##> ###) Het is niet de situatie of gebeurtenis op zich, maar de interpretatie die een bepaald gevoel oproept Cognitieve herstructurering van zogenoemde disfunctionele gedachten is de belangrijkste doelstelling van deze therapievorm Gedragstherapeutische interventies berusten op de leertheorie Het gaat om contingenties tussen stimulus en respons Voorop staan zelfcontroletechnieken.
| 563 | nvog |
⢠gewichtshandhaving (lange termijn, langer dan drie maanden); Personen met obesitas zijn in toenemende mate beperkt in hun lichamelijk, sociaal en onderzoek onder andere op de gebieden van lichamelijk functioneren, anatomische eigenschappen en maatschappelijke participatie (WHO ###, Stucki ###) Vertaald naar de dagelijkse praktijk betekent dit dat voor het bepalen van de effectiviteit van psychologische interventies niet alleen gewichtsreductie en gewichtsbehoud als uitkomstmaat zouden moeten worden gekozen, maar ook somatische en psychosociale parameters Er bestaan echter zeer weinig onderzoeken die zich expliciet daarop richten In verschillende reviews, internationale richtlijnen en handleidingen is cognitieve gedragstherapie de enige erkende psychotherapeutische interventie die voor de behandeling van obesitas wordt genoemd (Cooper ###, NIH ###, NICE ###) Gerandomiseerde onderzoeken naar de effectiviteit van andere psychologische en psychotherapeutische interventies, zoals cliëntgerichte psychotherapie, psychoanalytische therapieën, systeemtherapie of psycho-educatie en âcounselingâ, worden niet vermeld Het onderzoek naar de effectiviteit van psychologische interventies bij de behandeling van obesitas in deze richtlijn beperkt Cognitieve therapie is gebaseerd op de principes van de grondlegger <PERSOON> Uitgangspunt van deze therapeutische school is de veronderstelling dat de betekenis die iemand aan een situatie of gebeurtenis geeft, het gevoel en het gedrag bepaalt (<PERSOON> ###) Het is niet de situatie of gebeurtenis op zich, maar de interpretatie die een bepaald gevoel oproept Cognitieve herstructurering van zogenoemde disfunctionele gedachten is de belangrijkste doelstelling van deze therapievorm Gedragstherapeutische interventies berusten op de leertheorie Het gaat om contingenties tussen stimulus en respons Voorop staan zelfcontroletechnieken variabelen die het ongewenste eetgedrag beïnvloeden, geanalyseerd en gemodificeerd (<PERSOON> ###) Als bijzondere vorm van zelfcontrole kan âcue-exposureâ met responspreventie worden beschouwd Deze interventie wordt vaak aanbevolen voor de behandeling van boulimia nervosa of de eetbuienstoornis (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) In de klinische praktijk wordt deze interventie ook wel bij de behandeling van obesitas toegepast âProblem-solvingâ, een techniek om het probleemoplossend vermogen in risicosituaties te verbeteren (<PERSOON> ###), wordt in sommige cognitief gedragstherapeutische behandelprogrammaâs gebruikt (Braet ###, Cooper ###, Daansen ###) Net als voor cue-exposure geldt voor deze techniek dat deze niet expliciet voor de behandeling van obesitas is onderzocht Aanbevelingen om deze technieken te gebruiken zijn De rationale voor de toepassing van cognitieve gedragstherapie bij de behandeling van ⢠zowel eetgedrag als fysieke activiteit aangeleerd gedrag is dat kan worden beïnvloed; ⢠het mogelijk is door een verandering van eetpatroon en fysieke activiteit gewichtsverandering te bewerkstelligen; ⢠voor een verandering op lange termijn van deze patronen een verandering van de De effectiviteit van cognitieve gedragstherapie bij behandeling van obesitas laat zich # Voegt cognitieve gedragstherapie iets toe aan andere gewichtsreducerende maatregelen zoals # Zijn er cognitief gedragstherapeutische strategieën die effectiever zijn dan andere? Voor de beantwoording van de vragen zijn onderzoeken geselecteerd die zijn vermeld in het concept van de NICE-richtlijn Management of obesity (###) en de richtlijnen voor de behandeling van overgewicht en obesitas van het NIH (###) Bij geen enkel onderzoek is cognitieve gedragstherapie de enige interventie In alle gevallen volgen de proefpersonen een dieet.
| 645 | nvog |
beïnvloeden, geanalyseerd en gemodificeerd (<PERSOON> ###) Als bijzondere vorm van zelfcontrole kan âcue-exposureâ met responspreventie worden beschouwd Deze interventie wordt vaak aanbevolen voor de behandeling van boulimia nervosa of de eetbuienstoornis (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) In de klinische praktijk wordt deze interventie ook wel bij de behandeling van obesitas toegepast âProblem-solvingâ, een techniek om het probleemoplossend vermogen in risicosituaties te verbeteren (<PERSOON> ###), wordt in sommige cognitief gedragstherapeutische behandelprogrammaâs gebruikt (Braet ###, Cooper ###, Daansen ###) Net als voor cue-exposure geldt voor deze techniek dat deze niet expliciet voor de behandeling van obesitas is onderzocht Aanbevelingen om deze technieken te gebruiken zijn De rationale voor de toepassing van cognitieve gedragstherapie bij de behandeling van ⢠zowel eetgedrag als fysieke activiteit aangeleerd gedrag is dat kan worden beïnvloed; ⢠het mogelijk is door een verandering van eetpatroon en fysieke activiteit gewichtsverandering te bewerkstelligen; ⢠voor een verandering op lange termijn van deze patronen een verandering van de De effectiviteit van cognitieve gedragstherapie bij behandeling van obesitas laat zich # Voegt cognitieve gedragstherapie iets toe aan andere gewichtsreducerende maatregelen zoals # Zijn er cognitief gedragstherapeutische strategieën die effectiever zijn dan andere? Voor de beantwoording van de vragen zijn onderzoeken geselecteerd die zijn vermeld in het concept van de NICE-richtlijn Management of obesity (###) en de richtlijnen voor de behandeling van overgewicht en obesitas van het NIH (###) Bij geen enkel onderzoek is cognitieve gedragstherapie de enige interventie In alle gevallen volgen de proefpersonen een dieet Omdat de doelgroep van deze richtlijn personen betreft met een BMI ) ## kg/m# met en zonder comorbiditeit, vermelden we geen onderzoeken waarin deze grens niet is aangehouden Een derde eis die aan de onderzoeken werd gesteld, was een minimale follow-up van ## maanden De belangrijkste uitkomstmaat is de mate van gewichtsreductie, uitgedrukt Het valt op dat veel onderzoeken gedateerd zijn (vanaf ###) Vanwege het zeer geringe aantal onderzoeken op dit terrein zijn deze toch opgenomen De werkgroep sluit niet uit dat het geringe aantal goede onderzoeken tot een vertekend beeld leidt Het is mogelijk dat in sommige gevallen de effectiviteit van sommige interventies in de praktijk groter zal zijn dan op grond van de in deze richtlijn gehanteerde criteria mag worden geconcludeerd In andere gevallen zal het omgekeerde het geval zijn Een extra probleem vormde de beschrijving van de toegepaste interventies Deze is niet altijd even duidelijk âcontainerbegripâ geworden Cognitieve gedragstherapie omvat verschillende vormen van cognitieve therapie en gedragstherapie die in elkaar kunnen overvloeien zonder dat er een expliciet onderscheid tussen wordt gemaakt Technieken worden als cognitief en/of gedragstherapeutisch beschouwd als uit de verslaglegging duidelijk blijkt dat zij gebaseerd zijn op de leertheorie of het cognitieve model de analyse van het probleemgedrag gebeurt in termen van antecedenten en consequenten (functieanalyse), de behandeling bestaat uit duidelijk geformuleerde en toetsbare doelen en het doelgedrag kan worden geregistreerd om de gedragsverandering te bepalen.
| 604 | nvog |
Omdat de doelgroep van deze richtlijn personen betreft met een BMI ) ## kg/m# met en zonder comorbiditeit, vermelden we geen onderzoeken waarin deze grens niet is aangehouden Een derde eis die aan de onderzoeken werd gesteld, was een minimale follow-up van ## maanden De belangrijkste uitkomstmaat is de mate van gewichtsreductie, uitgedrukt Het valt op dat veel onderzoeken gedateerd zijn (vanaf ###) Vanwege het zeer geringe aantal onderzoeken op dit terrein zijn deze toch opgenomen De werkgroep sluit niet uit dat het geringe aantal goede onderzoeken tot een vertekend beeld leidt Het is mogelijk dat in sommige gevallen de effectiviteit van sommige interventies in de praktijk groter zal zijn dan op grond van de in deze richtlijn gehanteerde criteria mag worden geconcludeerd In andere gevallen zal het omgekeerde het geval zijn Een extra probleem vormde de beschrijving van de toegepaste interventies Deze is niet altijd even duidelijk âcontainerbegripâ geworden Cognitieve gedragstherapie omvat verschillende vormen van cognitieve therapie en gedragstherapie die in elkaar kunnen overvloeien zonder dat er een expliciet onderscheid tussen wordt gemaakt Technieken worden als cognitief en/of gedragstherapeutisch beschouwd als uit de verslaglegging duidelijk blijkt dat zij gebaseerd zijn op de leertheorie of het cognitieve model de analyse van het probleemgedrag gebeurt in termen van antecedenten en consequenten (functieanalyse), de behandeling bestaat uit duidelijk geformuleerde en toetsbare doelen en het doelgedrag kan worden geregistreerd om de gedragsverandering te bepalen Waar mogelijk zijn de interventies vertaald naar de termen cognitieve therapie en De belangrijkste cognitief gedragstherapeutische interventies bij obesitas zijn (NIH ⢠zelfmonitoring van eetgedrag en fysieke activiteit objectivering van het gedrag door ⢠zelfcontrolemaatregelen het anders omgaan met prikkels die aanleiding kunnen zijn ⢠cognitieve herstructurering onrealistische doelstellingen en inadequate overtuigingen over gewichtsverlies, lichaamsbeeld of de omgang met prikkels die directe âproblem-solvingâ het verhogen van vaardigheden om met moeilijke situaties om te gaan door vooraf mogelijke oplossingen te verzinnen, de beste te kiezen en deze Een aparte subgroep zijn patiënten met een eetbuistoornis Naar schatting voldoet ##% van alle personen met een eetbuistoornis ook aan de criteria voor obesitas (<PERSOON> ###) Hoewel cognitieve gedragtherapie een effectieve interventie is om de eetbuifrequentie van patiënten met een eetbuistoornis te reduceren, is de klinisch betekenisvolle ###) Gewichtsafname is bijna nooit een primaire doelstelling van de behandeling Voor verdere informatie wordt de lezer verwezen naar de desbetreffende multidisciplinaire richtlijn over eetstoornissen Wat is het effect van psychologische interventie in combinatie met Er werd een RCT gevonden waarin de vergelijking tussen psychologische interventie (gedragsmatig) in combinatie met diëtetiek (VLCD) werd onderzocht Vergeleken werden gedragstherapeutische interventies bestaande uit zelfcontroleprocedures, dieetmanagement en cognitieve herstructurering met niet nader omschreven psycho-educatie De controlegroep kreeg non-specifieke gewichtsreducerende adviezen De groep die gedragstherapie kreeg, had na afloop van de ## weken durende behandeling gemiddeld #,# kg gewicht verloren Deelnemers aan de controlegroep verloren in dezelfde tijd gemiddeld #,# kg Bij follow-up na ## maanden had de experimentele groep gemiddeld #,# kg.
| 589 | nvog |
De belangrijkste cognitief gedragstherapeutische interventies bij obesitas zijn (NIH ⢠zelfmonitoring van eetgedrag en fysieke activiteit objectivering van het gedrag door ⢠zelfcontrolemaatregelen het anders omgaan met prikkels die aanleiding kunnen zijn ⢠cognitieve herstructurering onrealistische doelstellingen en inadequate overtuigingen over gewichtsverlies, lichaamsbeeld of de omgang met prikkels die directe âproblem-solvingâ het verhogen van vaardigheden om met moeilijke situaties om te gaan door vooraf mogelijke oplossingen te verzinnen, de beste te kiezen en deze Een aparte subgroep zijn patiënten met een eetbuistoornis Naar schatting voldoet ##% van alle personen met een eetbuistoornis ook aan de criteria voor obesitas (<PERSOON> ###) Hoewel cognitieve gedragtherapie een effectieve interventie is om de eetbuifrequentie van patiënten met een eetbuistoornis te reduceren, is de klinisch betekenisvolle ###) Gewichtsafname is bijna nooit een primaire doelstelling van de behandeling Voor verdere informatie wordt de lezer verwezen naar de desbetreffende multidisciplinaire richtlijn over eetstoornissen Wat is het effect van psychologische interventie in combinatie met Er werd een RCT gevonden waarin de vergelijking tussen psychologische interventie (gedragsmatig) in combinatie met diëtetiek (VLCD) werd onderzocht Vergeleken werden gedragstherapeutische interventies bestaande uit zelfcontroleprocedures, dieetmanagement en cognitieve herstructurering met niet nader omschreven psycho-educatie De controlegroep kreeg non-specifieke gewichtsreducerende adviezen De groep die gedragstherapie kreeg, had na afloop van de ## weken durende behandeling gemiddeld #,# kg gewicht verloren Deelnemers aan de controlegroep verloren in dezelfde tijd gemiddeld #,# kg Bij follow-up na ## maanden had de experimentele groep gemiddeld #,# kg Bij follow-up na ## maanden respectievelijk ## maanden was het resultaat stabiel Naast de gewichtsreductie verbeterde bij de experimentele groep het gevoel van lichamelijke attractiviteit significant (Munsch ###) In een ander onderzoek werd een korte cognitieve groepstherapie in combinatie met dieet vergeleken met een wachtlijstgroep (Stahre ###) Ook dit onderzoek laat zien dat de combinatie van dieet en cognitieve gedragstherapie effectief is De behandelgroep verloor gemiddeld ##,# kg, terwijl de controlegroep #,# kg aankwam Een behandeling bestaande uit ## weken cognitieve gedragstherapie in combinatie met dieet leidt tot meer gewichtsverlies dan algemene gewichtconsultatie Het verschil blijft bij follow-up na ## maanden bestaan Wat is het effect van cognitieve gedragstherapie in vergelijking met In één onderzoek werd gevonden dat de combinatie van cognitieve gedragstherapie resultaten leidt dan informatie gericht op de verbetering van leefstijl Deelnemers waren ### personen van <LEEFTIJD> jaar of ouder lijdend aan artrose De behandelgroep volgde naast cognitieve gedragstherapie een laagcalorisch dieet De controlegroep kreeg gedurende een uur per maand informatie over leefstijl, obesitas en lichamelijke beweging Bij follow-up had de behandelgroep een gemiddeld gewichtsverlies van #,# tegenover #,# kg Er is één onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat cognitieve gedragstherapie in combinatie met een dieet tot meer gewichtsverlies leidt dan Wat is het effect van actieve psychologische en dieetinterventie in vergelijking met schriftelijk gegeven gedragstherapeutische psychoeducatie en adviezen over dieet? Twee RCTâs werden gevonden Gezinnen en individuen die groepsgewijs werden behandeld, verloren meer gewicht dan groepsleden die uitsluitend via een handleiding informatie.
| 615 | nvog |
na ## maanden respectievelijk ## maanden was het resultaat stabiel Naast de gewichtsreductie verbeterde bij de experimentele groep het gevoel van lichamelijke attractiviteit significant (Munsch ###) In een ander onderzoek werd een korte cognitieve groepstherapie in combinatie met dieet vergeleken met een wachtlijstgroep (Stahre ###) Ook dit onderzoek laat zien dat de combinatie van dieet en cognitieve gedragstherapie effectief is De behandelgroep verloor gemiddeld ##,# kg, terwijl de controlegroep #,# kg aankwam Een behandeling bestaande uit ## weken cognitieve gedragstherapie in combinatie met dieet leidt tot meer gewichtsverlies dan algemene gewichtconsultatie Het verschil blijft bij follow-up na ## maanden bestaan Wat is het effect van cognitieve gedragstherapie in vergelijking met In één onderzoek werd gevonden dat de combinatie van cognitieve gedragstherapie resultaten leidt dan informatie gericht op de verbetering van leefstijl Deelnemers waren ### personen van <LEEFTIJD> jaar of ouder lijdend aan artrose De behandelgroep volgde naast cognitieve gedragstherapie een laagcalorisch dieet De controlegroep kreeg gedurende een uur per maand informatie over leefstijl, obesitas en lichamelijke beweging Bij follow-up had de behandelgroep een gemiddeld gewichtsverlies van #,# tegenover #,# kg Er is één onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat cognitieve gedragstherapie in combinatie met een dieet tot meer gewichtsverlies leidt dan Wat is het effect van actieve psychologische en dieetinterventie in vergelijking met schriftelijk gegeven gedragstherapeutische psychoeducatie en adviezen over dieet? Twee RCTâs werden gevonden Gezinnen en individuen die groepsgewijs werden behandeld, verloren meer gewicht dan groepsleden die uitsluitend via een handleiding informatie ###) In de behandelgroepen werden onder andere gedragsmodificatietechnieken en probleemoplossende strategieën aangeleerd Beide actieve behandelingen dan informatie (-#,# kg) alleen Soortgelijke resultaten werden in een tweede onderzoeken ling, de controlegroep soortgelijke schriftelijke informatie (eerdere uitgave van zelfhulpboek tot meer gewichtsverlies (tot #,# kg ) dan zelfhulp via schriftelijke informatie die op cognitief gedragstherapeutische literatuur berust (tot # kg) Wat is het verschil in effect van gezinsbehandeling in vergelijking met In twee RCTâs zijn de effecten van gezinsbehandeling (c q partnerondersteunde behandeling) en individuele behandeling met elkaar vergeleken Cousins et al (###) vonden dat door de partner ondersteunde proefpersonen meer gewichtsverlies bereikten op korte en lange termijn dan personen die individuele behandeling volgden De behandeling bestond uit gedragsveranderende interventies De uitkomsten bevestigen eerder ###) werd het omgekeerde effect gevonden Toch lijkt er voldoende klinische evidentie te zijn voor de aanname dat ondersteuning door partners tot betere resultaten leidt De werkgroep is van mening dat partnerondersteunde gedragstherapeutische interventies tot betere resultaten leiden dan individuele behandeling Wat is het effect van groepshandeling in vergelijking met individuele Er zijn twee onderzoeken gevonden waarin individuele en groepsbehandeling met elkaar zijn vergeleken Individuele behandeling lijkt superieur te zijn ten opzichte van groepsbehandeling De onderzoeken vertoonden echter methodologische tekortkomingen Bijvoorbeeld verschilden de behandelingen qua tijdsduur en intensiteit sterk van elkaar Hakala et al (###) vergeleken ## personen met een gemiddelde BMI van ## kg/m# De behandelgroep ontving twee weken een gecombineerde behandelingbestaande uit.
| 604 | nvog |
In de behandelgroepen werden onder andere gedragsmodificatietechnieken en probleemoplossende strategieën aangeleerd Beide actieve behandelingen dan informatie (-#,# kg) alleen Soortgelijke resultaten werden in een tweede onderzoeken ling, de controlegroep soortgelijke schriftelijke informatie (eerdere uitgave van zelfhulpboek tot meer gewichtsverlies (tot #,# kg ) dan zelfhulp via schriftelijke informatie die op cognitief gedragstherapeutische literatuur berust (tot # kg) Wat is het verschil in effect van gezinsbehandeling in vergelijking met In twee RCTâs zijn de effecten van gezinsbehandeling (c q partnerondersteunde behandeling) en individuele behandeling met elkaar vergeleken Cousins et al (###) vonden dat door de partner ondersteunde proefpersonen meer gewichtsverlies bereikten op korte en lange termijn dan personen die individuele behandeling volgden De behandeling bestond uit gedragsveranderende interventies De uitkomsten bevestigen eerder ###) werd het omgekeerde effect gevonden Toch lijkt er voldoende klinische evidentie te zijn voor de aanname dat ondersteuning door partners tot betere resultaten leidt De werkgroep is van mening dat partnerondersteunde gedragstherapeutische interventies tot betere resultaten leiden dan individuele behandeling Wat is het effect van groepshandeling in vergelijking met individuele Er zijn twee onderzoeken gevonden waarin individuele en groepsbehandeling met elkaar zijn vergeleken Individuele behandeling lijkt superieur te zijn ten opzichte van groepsbehandeling De onderzoeken vertoonden echter methodologische tekortkomingen Bijvoorbeeld verschilden de behandelingen qua tijdsduur en intensiteit sterk van elkaar Hakala et al (###) vergeleken ## personen met een gemiddelde BMI van ## kg/m# De behandelgroep ontving twee weken een gecombineerde behandelingbestaande uit De controlegroep kreeg maandelijks een individueel consult over gewichtsreductie controlegroep het beter Na afloop van de follow-upperiode hadden zij gemiddeld #,# kg verloren, terwijl de experimentele groep maar #,# kg gewichtsverlies had In het onderzoek van <PERSOON> et al (###) hadden patiënten na ## weken behandeling bestaande uit voedingsadviezen en vier extra groepssessies in de individuele condities iets meer gewichtsverlies (-#,# kg) dan de groepscondities (-#,# kg) De verschillen bleken De werkgroep is op grond van de gevonden onderzoeken van mening dat er geen consistente aanwijzing is dat er een voorkeur voor individuele of Voor de beantwoording van deze vraag zijn drie onderzoeken zijn gevonden Wadden et al (###) vergeleken VCLD (een maand # ###-<DATUM> kcal/d gevolgd door twee maanden PSMF (### kcal/d) met gedragstherapie en de combinatie van het dieet met gedragstherapie Bij follow-up na ## maanden had de combinatie van dieet (VLCD en PSMF) en cognitieve gedragstherapie betere resultaten dan dieet alleen Het verschil in gewichtsverlies tussen de gecombineerde behandeling ten opzichte alleen dieet bedroeg #,# kg Bij follow-up na ## maanden had de combinatiegroep nog steeds #,# kg meer gewichtsverlies dan de controlegroep Bij follow-up na ## maanden was het effect echter omgekeerd de controlegroep was gemiddeld # kg aangekomen terwijl de combinatiegroep #,# kg gewichtstoename had Wel bleek ##% van de personen die dieet en cognitieve gedragstherapie hadden gevolgd, # kg te hebben verloren Bij de dieetgroep was dat ##% Meer Soortgelijke resultaten vonden ook <PERSOON> et al.
| 633 | nvog |
kreeg maandelijks een individueel consult over gewichtsreductie controlegroep het beter Na afloop van de follow-upperiode hadden zij gemiddeld #,# kg verloren, terwijl de experimentele groep maar #,# kg gewichtsverlies had In het onderzoek van <PERSOON> et al (###) hadden patiënten na ## weken behandeling bestaande uit voedingsadviezen en vier extra groepssessies in de individuele condities iets meer gewichtsverlies (-#,# kg) dan de groepscondities (-#,# kg) De verschillen bleken De werkgroep is op grond van de gevonden onderzoeken van mening dat er geen consistente aanwijzing is dat er een voorkeur voor individuele of Voor de beantwoording van deze vraag zijn drie onderzoeken zijn gevonden Wadden et al (###) vergeleken VCLD (een maand # ###-<DATUM> kcal/d gevolgd door twee maanden PSMF (### kcal/d) met gedragstherapie en de combinatie van het dieet met gedragstherapie Bij follow-up na ## maanden had de combinatie van dieet (VLCD en PSMF) en cognitieve gedragstherapie betere resultaten dan dieet alleen Het verschil in gewichtsverlies tussen de gecombineerde behandeling ten opzichte alleen dieet bedroeg #,# kg Bij follow-up na ## maanden had de combinatiegroep nog steeds #,# kg meer gewichtsverlies dan de controlegroep Bij follow-up na ## maanden was het effect echter omgekeerd de controlegroep was gemiddeld # kg aangekomen terwijl de combinatiegroep #,# kg gewichtstoename had Wel bleek ##% van de personen die dieet en cognitieve gedragstherapie hadden gevolgd, # kg te hebben verloren Bij de dieetgroep was dat ##% Meer Soortgelijke resultaten vonden ook <PERSOON> et al De combinatie van dieet met gedragstherapie leidde na ## weken tot #,# kg gewichtreductie, terwijl dieet alleen slechts In een onderzoek waarin het effect van gedragstherapie werd vergeleken met alleen diëtetiek en een combinatie van beide, bleek de combinatie effectiever te zijn dan de behandelingen afzonderlijk (Wadden en Stunkard, ###) Het gemiddeld gewichtsverlies bij de drie condities aan het einde van de behandeling bedroeg ##,#, ##,# en ##,# kg De langetermijneffecten van beide groepen die gedragstherapie kregen, was goed Na De combinatie van dieet en cognitieve gedragstherapie bij follow-up na ## en na ## maanden is effectiever dan alleen dieet of cognitieve gedragstherapie Wat is het verschil tussen verschillende niveaus van behandeling Er werd een onderzoek gevonden waarbij de intensiteit van cognitieve gedragstherapie in combinatie met een VLCD werd gevarieerd (Melin ###) Twee verschillende intensieve groepsbehandelingen werden met elkaar vergeleken Beide programmaâs bestonden uit gedragsmodificatie, voedingsadvies en VLCD De eerste groep kreeg een jaar lang tweewekelijks een groepsbehandeling en zes groepsessies het daaropvolgende jaar De controlegroep kreeg elke drie maanden een intensieve groepssessie Na een jaar bleek er geen significant verschil tussen beide groepen te bestaan gewichtsreductie (-#,# kg versus #,# kg), âdrop-outâ en âcomplianceâ waren hetzelfde De resultaten van het genoemde onderzoek zijn in tegenspraak me die van eerdere onderzoeken van Perri et al (###, ###) die aantoonden dat langere gedragstherapeutische behandeling tot een beter behandelresultaat leidde De BMI is in die onderzoeken niet aangegeven, zodat zij bij beoordeling van het.
| 664 | nvog |
De combinatie van dieet met gedragstherapie leidde na ## weken tot #,# kg gewichtreductie, terwijl dieet alleen slechts In een onderzoek waarin het effect van gedragstherapie werd vergeleken met alleen diëtetiek en een combinatie van beide, bleek de combinatie effectiever te zijn dan de behandelingen afzonderlijk (Wadden en Stunkard, ###) Het gemiddeld gewichtsverlies bij de drie condities aan het einde van de behandeling bedroeg ##,#, ##,# en ##,# kg De langetermijneffecten van beide groepen die gedragstherapie kregen, was goed Na De combinatie van dieet en cognitieve gedragstherapie bij follow-up na ## en na ## maanden is effectiever dan alleen dieet of cognitieve gedragstherapie Wat is het verschil tussen verschillende niveaus van behandeling Er werd een onderzoek gevonden waarbij de intensiteit van cognitieve gedragstherapie in combinatie met een VLCD werd gevarieerd (Melin ###) Twee verschillende intensieve groepsbehandelingen werden met elkaar vergeleken Beide programmaâs bestonden uit gedragsmodificatie, voedingsadvies en VLCD De eerste groep kreeg een jaar lang tweewekelijks een groepsbehandeling en zes groepsessies het daaropvolgende jaar De controlegroep kreeg elke drie maanden een intensieve groepssessie Na een jaar bleek er geen significant verschil tussen beide groepen te bestaan gewichtsreductie (-#,# kg versus #,# kg), âdrop-outâ en âcomplianceâ waren hetzelfde De resultaten van het genoemde onderzoek zijn in tegenspraak me die van eerdere onderzoeken van Perri et al (###, ###) die aantoonden dat langere gedragstherapeutische behandeling tot een beter behandelresultaat leidde De BMI is in die onderzoeken niet aangegeven, zodat zij bij beoordeling van het Alle personen hadden ## tot ###% overgewicht Na beëindiging van behandeling gaat het gewichtsverlies langzaam verloren <PERSOON> et al (###) vergeleken het effect van kortdurend cognitieve therapie met kortdurende gedragstherapie bij ## vrouwen met en zonder eetbuistoornis Cognitieve therapie was niet van invloed op de gewichtsdaling, terwijl gedragstherapie tot een gewichtsverlies van # kg leidde Dit onderzoek is echter vanwege de korte follow-upduur (zes maanden) Het is mogelijk dat de intensiteit van een cognitief gedragstherapeutische behandeling in combinatie met VCLD niet van invloed is op het Wat is het verschil tussen verschillende vormen van cognitieve Er werd geen onderzoek gevonden dat aan de criteria voldeed Perri (###) vergeleek gedragstherapie met problem-solving bij vrouwelijke patiënten met een BMI tussen ## en ## kg/m# Een groep kreeg gedragstherapie aangevuld met terugvalpreventie, de controlegroep volgde hetzelfde programma gedragstherapie aangevuld met vijf zittingen problem-solving Het gemiddeld gewichtsverlies in de groep met terugvalpreventie na ## maanden bedroeg #,# kg, terwijl de groep met problem-solving ##,# kg hadden verloren Bij follow-up bleken er meer deelnemers uit de groep met problem-solving ##% of meer gewicht verloren te hebben en bleek slechts #,#% te zijn aangekomen In de terugvalpreventiegroep bleek dat ##,#% te zijn De onderzoeken laten zien dat de kortetermijn- en langetermijneffecten van dieet bij personen met een BMI ) ## kg/m# door de toevoeging van cognitieve gedragstherapie kunnen worden verbeterd Afhankelijk van de aard van het dieet (VLCD/LCD) kan een gewichtsverlies tot ongeveer ## kg worden bewerkstelligd.
| 654 | nvog |
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.