text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
raadpleging van de volledige tekst, werden drie studies geëxcludeerd en zeven studies definitief geselecteerd Er zijn twee gerandomiseerde studies gevonden die de uitgangsvraag beantwoorden Deze De twee studies zijn gerandomiseerde studies waarin neonatale uitkomsten worden vergeleken tussen een groep waarbij bij foetale nood de pH in scalpbloed werd gemeten en een groep waarbij lactaat werd gemeten Beide studies zijn ook de enige studies die geïncludeerd zijn in de Cochrane review van East et al over deze vraagstelling die in ### werd gepubliceerd In onze search werden Ten tijde van de search was nog een lopende trial te vermelden de FLAMINGO trial ### (Fetal lactate measurement to reduce caesarean sections during labour a randomised trial Prospectively registered trial ACTRN<TELEFOONNUMMER>###) Dit onderzoek werd niet meegenomen bij het beantwoorden van de Bij beide studies werd bij het afnemen van een MBO bij verdenking op foetale nood gerandomiseerd tussen bepaling van pH danwel lactaat (Wiberg-Itzel uit ### met ### patiënten en Westgren uit Westgren gebruikte de Lactate card van KDK Corporation en hanteerde een afkapwaarde voor interventie van ) <DATUM> mmol/<PERSOON> pH-meting werd een bloedgasanalyse-apparaat van Radiometer gebruikt (ABL ###) De afkapwaarde voor pH was ( # ## In de studie van Wiberg-Itzel werd de Lactate Pro meter van Arkray gebruikt De afkapwaarde voor het termineren van de baring was ) <DATUM> mmol/L Voor pH werd een afkapwaarde ( # ## gehanteerd gemeten met verschillende ##, BE ( -<DATUM> mmol/L, lactaat ) # ## mmol/<PERSOON> ( # bij # minuten en NICU-opname en kunstverlossingen Primaire en secundaire uitkomstmaten werden niet gespecificeerd Primaire uitkomstmaten in de studie van Wiberg-Itzel waren een arteriële navelstreng-pH ( <DATUM> in combinatie met een BE ( -## # kunstverlossingen Beide studies vergeleken het percentage succesvolle afnames voor lactaat en pH In beide studies waren er geen verschillen in neonatale uitkomsten (Apgar-score, opname NICU, encefalopathie, lage navelstreng pH, base excess of metabole acidose) en het aantal kunstverlossingen tussen de beide studiearmen Er werd geen lange-termijn-follow-up verricht van In beide studies werd als additionele bevinding een significant groter aantal mislukte pH-bepalingen pH-groep ##,#% versus #,# % in de lactaatgroep) In de studie van Wiberg-Itzel was cross-over van de pH- naar de lactaat-meting mogelijk Dit betekent dat er in het geval van een mislukte pH-bepaling lactaat bepaald mocht worden (dit werd bij ### casus gedaan, ##% van totale aantal pH-metingen) Dit heeft mogelijk het aantal interventies in de pH-arm beïnvloed De systematic review van East et al (Cochrane ###) is gebaseerd op de twee bovenstaande randomized controlled trials en concludeert dat er geen significante verschillen zijn in neonatale uitkomsten (modus partus, neonatale bloedgas, Apgar-scores, encefalopathie, NICU-opname) bij het meten van lactaat danwel pH bij verdenking op foetale nood Er was een hoger slagingspercentage voor de lactaatbepaling (#<DATUM> versus #<DATUM> bij de pH-meting) <PERSOON>-termijn-uitkomsten zijn niet bekend De afkapwaarde voor de lactaatbepaling was afhankelijk van het gebruikte meetinstrument.
652
nvog
lactaat ) # ## mmol/<PERSOON> ( # bij # minuten en NICU-opname en kunstverlossingen Primaire en secundaire uitkomstmaten werden niet gespecificeerd Primaire uitkomstmaten in de studie van Wiberg-Itzel waren een arteriële navelstreng-pH ( <DATUM> in combinatie met een BE ( -## # kunstverlossingen Beide studies vergeleken het percentage succesvolle afnames voor lactaat en pH In beide studies waren er geen verschillen in neonatale uitkomsten (Apgar-score, opname NICU, encefalopathie, lage navelstreng pH, base excess of metabole acidose) en het aantal kunstverlossingen tussen de beide studiearmen Er werd geen lange-termijn-follow-up verricht van In beide studies werd als additionele bevinding een significant groter aantal mislukte pH-bepalingen pH-groep ##,#% versus #,# % in de lactaatgroep) In de studie van Wiberg-Itzel was cross-over van de pH- naar de lactaat-meting mogelijk Dit betekent dat er in het geval van een mislukte pH-bepaling lactaat bepaald mocht worden (dit werd bij ### casus gedaan, ##% van totale aantal pH-metingen) Dit heeft mogelijk het aantal interventies in de pH-arm beïnvloed De systematic review van East et al (Cochrane ###) is gebaseerd op de twee bovenstaande randomized controlled trials en concludeert dat er geen significante verschillen zijn in neonatale uitkomsten (modus partus, neonatale bloedgas, Apgar-scores, encefalopathie, NICU-opname) bij het meten van lactaat danwel pH bij verdenking op foetale nood Er was een hoger slagingspercentage voor de lactaatbepaling (#<DATUM> versus #<DATUM> bij de pH-meting) <PERSOON>-termijn-uitkomsten zijn niet bekend De afkapwaarde voor de lactaatbepaling was afhankelijk van het gebruikte meetinstrument Er werd geen verschil gevonden in neonatale uitkomsten (Apgar-score, lage navelstreng pH, base excess of metabole acidose) tussen pH- danwel lactaatbepaling bij microbloedonderzoek in verband Voor het opsporen van foetale nood kan op basis van twee studies van hoge kwaliteit geen voorkeur Voor het beantwoorden van de vraagstelling welke parameter een betere voorspellende waarde voor foetale nood heeft, zijn van boven beschreven studies er slechts twee relevant Dit zijn twee klinische gerandomiseerde studies (geïncludeerd in een Cochrane review) van hoge tot matige kwaliteit Deze studies laten zien dat het meten van lactaat in scalpbloed gelijkwaardig is ten opzichte van het meten van pH Bij beide studies zijn geen lange-termijn-resultaten gemeten In de studie van Wiberg-Itzel et al werd crossover toegestaan van de ene naar de andere bepaling toe zodat mogelijk het aantal interventies in de pH-arm is beïnvloed Een beperking van beide studies was dat het niet mogelijk was om clinici of deelnemers te blinderen (performance bias) De studie van Westgren was relatief klein (n=###) Derhalve werd de kwaliteit van bewijs van hoog naar matig Met betrekking tot neonatale uitkomsten zijn pH- en lactaatbepaling gelijkwaardig in het voorspellen van foetale nood tijdens de baring Bij bepaling van lactaat in scalpbloed is de kans op het verkrijgen van een uitslag Bij een abnormaal CTG wordt als aanvullende diagnostiek vaak gebruikgemaakt van het MBO Het is aangetoond dat er een associatie is tussen de scalp lactaatbepaling en de scalp-pH, de arteriële.
618
nvog
Er werd geen verschil gevonden in neonatale uitkomsten (Apgar-score, lage navelstreng pH, base excess of metabole acidose) tussen pH- danwel lactaatbepaling bij microbloedonderzoek in verband Voor het opsporen van foetale nood kan op basis van twee studies van hoge kwaliteit geen voorkeur Voor het beantwoorden van de vraagstelling welke parameter een betere voorspellende waarde voor foetale nood heeft, zijn van boven beschreven studies er slechts twee relevant Dit zijn twee klinische gerandomiseerde studies (geïncludeerd in een Cochrane review) van hoge tot matige kwaliteit Deze studies laten zien dat het meten van lactaat in scalpbloed gelijkwaardig is ten opzichte van het meten van pH Bij beide studies zijn geen lange-termijn-resultaten gemeten In de studie van Wiberg-Itzel et al werd crossover toegestaan van de ene naar de andere bepaling toe zodat mogelijk het aantal interventies in de pH-arm is beïnvloed Een beperking van beide studies was dat het niet mogelijk was om clinici of deelnemers te blinderen (performance bias) De studie van Westgren was relatief klein (n=###) Derhalve werd de kwaliteit van bewijs van hoog naar matig Met betrekking tot neonatale uitkomsten zijn pH- en lactaatbepaling gelijkwaardig in het voorspellen van foetale nood tijdens de baring Bij bepaling van lactaat in scalpbloed is de kans op het verkrijgen van een uitslag Bij een abnormaal CTG wordt als aanvullende diagnostiek vaak gebruikgemaakt van het MBO Het is aangetoond dat er een associatie is tussen de scalp lactaatbepaling en de scalp-pH, de arteriële De keuze voor lactaat of pH moet vooral bepaald worden door de neonatale uitkomsten In twee gerandomiseerde studies wordt hierin geen verschil gevonden Er werd geen lange-termijn-follow-up verricht van deze neonaten Op grond van deze RCT’s kan er geen voorkeur voor één van beide Meerdere auteurs beschrijven dat bij het afnemen van bloed middels MBO de lactaatbepaling vaker slaagt dan de bepaling van pH omdat er voor lactaatbepaling minder bloed nodig is Dit zou een reden kunnen zijn om aan lactaatbepaling de voorkeur te geven Een belangrijk nadeel van de lactaatbepaling, is dat er geen universele afkapwaarde voor lactaat in scalpbloed bestaat voor interventies voor foetale nood De afkapwaarde van lactaat is afhankelijk Indien in een kliniek besloten wordt tot gebruik van lactaatbepaling, dient een gevalideerde Lactaat en pH zijn in gelijke mate geschikt voor het voorspellen van foetale nood tijdens de baring Bij de keuze dient met zich te realiseren dat lactaatbepaling een hogere kans van slagen heeft dan Vóór implementatie van lactaatmeters dient een klinische validatie van het te gebruiken meetinstrument uitgevoerd te worden om de optimale afkapwaarde voor interventie voor foetale per wanneer de aanbeveling overal geïmplementeerd moet kunnen zijn; de verwachtte impact van implementatie van de aanbeveling op de zorgkosten; Voor bovengenoemde aanbevelingen is nagedacht over de hierboven genoemde punten Echter niet voor iedere aanbeveling kon ieder punt worden beantwoord Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen “sterk richtlijncommissie een duidelijke uitspraak over iets dat zeker wel of zeker niet gedaan moet worden In het.
552
nvog
moet vooral bepaald worden door de neonatale uitkomsten In twee gerandomiseerde studies wordt hierin geen verschil gevonden Er werd geen lange-termijn-follow-up verricht van deze neonaten Op grond van deze RCT’s kan er geen voorkeur voor één van beide Meerdere auteurs beschrijven dat bij het afnemen van bloed middels MBO de lactaatbepaling vaker slaagt dan de bepaling van pH omdat er voor lactaatbepaling minder bloed nodig is Dit zou een reden kunnen zijn om aan lactaatbepaling de voorkeur te geven Een belangrijk nadeel van de lactaatbepaling, is dat er geen universele afkapwaarde voor lactaat in scalpbloed bestaat voor interventies voor foetale nood De afkapwaarde van lactaat is afhankelijk Indien in een kliniek besloten wordt tot gebruik van lactaatbepaling, dient een gevalideerde Lactaat en pH zijn in gelijke mate geschikt voor het voorspellen van foetale nood tijdens de baring Bij de keuze dient met zich te realiseren dat lactaatbepaling een hogere kans van slagen heeft dan Vóór implementatie van lactaatmeters dient een klinische validatie van het te gebruiken meetinstrument uitgevoerd te worden om de optimale afkapwaarde voor interventie voor foetale per wanneer de aanbeveling overal geïmplementeerd moet kunnen zijn; de verwachtte impact van implementatie van de aanbeveling op de zorgkosten; Voor bovengenoemde aanbevelingen is nagedacht over de hierboven genoemde punten Echter niet voor iedere aanbeveling kon ieder punt worden beantwoord Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen “sterk richtlijncommissie een duidelijke uitspraak over iets dat zeker wel of zeker niet gedaan moet worden In het ruimte gelaten voor alternatieve opties Voor “sterk geformuleerde aanbevelingen” zijn bovengenoemde punten in principe meer uitgewerkt dan voor de “zwak geformuleerde aanbevelingen” Het implementatiehoofdstuk geeft een kort overzicht van de wijze waarop barrières geïnventariseerd zijn barrières op het niveau van het systeem zijn ook andere partijen, zoals de NZA en zorgverzekeraars, van belang Echter, aangezien de richtlijn vaak enkel wordt geautoriseerd door de (participerende) wetenschappelijke verenigingen is het aan de wetenschappelijke verenigingen om deze problemen bij de andere partijen aan te kaarten # RM Allen, FG Bowling, JJN Oats, Determining the fetal scalp lactate level that indicates the need for intervention in labour Australian and New Zealand Journal of Obstetrics and Gynaecology, # AMF Heinis, ME <PERSOON>, FK Lotgering, Scalp blood lactate for intra-partum assessment of fetal metabolic acidosis Acta Obstetricia et <PERSOON> value of fetal scalp blood lactate concentration and pH as markers of neurologic disability <PERSOON>, A <PERSOON>, MC <PERSOON> for NonReassuring Fetal Status during <PERSOON> compared with pH analysis at fetal scalp blood sampling a prospective randomised study BJOG #.
495
nvog
alternatieve opties Voor “sterk geformuleerde aanbevelingen” zijn bovengenoemde punten in principe meer uitgewerkt dan voor de “zwak geformuleerde aanbevelingen” Het implementatiehoofdstuk geeft een kort overzicht van de wijze waarop barrières geïnventariseerd zijn barrières op het niveau van het systeem zijn ook andere partijen, zoals de NZA en zorgverzekeraars, van belang Echter, aangezien de richtlijn vaak enkel wordt geautoriseerd door de (participerende) wetenschappelijke verenigingen is het aan de wetenschappelijke verenigingen om deze problemen bij de andere partijen aan te kaarten # RM Allen, FG Bowling, JJN Oats, Determining the fetal scalp lactate level that indicates the need for intervention in labour Australian and New Zealand Journal of Obstetrics and Gynaecology, # AMF Heinis, ME <PERSOON>, FK Lotgering, Scalp blood lactate for intra-partum assessment of fetal metabolic acidosis Acta Obstetricia et <PERSOON> value of fetal scalp blood lactate concentration and pH as markers of neurologic disability <PERSOON>, A <PERSOON>, MC <PERSOON> for NonReassuring Fetal Status during <PERSOON> compared with pH analysis at fetal scalp blood sampling a prospective randomised study <PERSOON> of pH or lactate in fetal scalp blood in management of intrapartum fetal distress randomized controlled ### multicentre # <PERSOON>, NE Henshall, PB Coldit Intrapartum fetal scalp lactate sampling for fetal assessment in the presence of a non-reassuring fetal heart rate trace Deze module is ontwikkeld vanuit <PERSOON> werkgroep Auteurs zijn <PERSOON-##>, gynaecoloog <PERSOON-##> door <PERSOON-##>, Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement, kennisvalorisatie) hebben gehad De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de NVOG De belangenformulieren zijn besproken binnen de betreffende werkgroep en de NVOG cie Kwaliteitsdocumenten, indien van toepassing Geen van de belangen heeft tot een eventuele actie De geldigheid van deze richtlijnmodule eindigt uiterlijk ### De NVOG sluit iedere aansprakelijkheid uit voor de opmaak en de inhoud van de NVOGvoorlichtingsfolders, -standpunten, -richtlijn(modules) etc , alsmede voor de gevolgen die de toepassing <PERSOON-##> et al, Lactate in Scalp and Cord Blood From Exclusie, artikel is een persoonlijke reactie op artikel In deze studie wordt geëvalueerd hoe vaak er een Bijlage # Evidence table for systematic review of RCTs and observational studies Evidence table for systematic review of RCTs and observational studies (<PERSOON-##> criteria used in this checklist are adapted from.
516
nvog
(SKMS) met cofinanciering van de NVKNO, NVvO, NvT en NVMKA Hoofdstuk # Genetische diagnostiek bij patiënten met een schisis ## <PERSOON> in gnatho procedure bij patiënten met een schisis ## Module Techniek van de bot in gnatho procedure ### Hoofdstuk # Orthodontische behandeling bij patiënten met een schisis ### Hoofdstuk ## Neuscorrectie bij patiënten met een schisis ### Hoofdstuk ## Psychosociale begeleiding van patiënten met een schisis ### Hoofdstuk ## Tandheelkunde bij patiënten met een schisis ### Bijlage # Implementatie van de richtlijn en indicatoren ### Bijlage # Standaard teksten en normen t b v akoestische nasometrie ### - <PERSOON> B <PERSOON> (voorzitter), plastisch chirurg, Universitair Medisch - <PERSOON>, plastisch chirurg, <PERSOON>- drs F Bierenbroodspot>, Mond-, <PERSOON>, tandarts, <INSTELLING> - <PERSOON> - <PERSOON> M.
547
nvog
begeleiding van patiënten met een schisis ### Hoofdstuk ## Tandheelkunde bij patiënten met een schisis ### Bijlage # Implementatie van de richtlijn en indicatoren ### Bijlage # Standaard teksten en normen t b v akoestische nasometrie ### - <PERSOON> B <PERSOON> (voorzitter), plastisch chirurg, Universitair Medisch - <PERSOON>, plastisch chirurg, <PERSOON>- drs F Bierenbroodspot>, Mond-, <PERSOON>, tandarts, <INSTELLING> - <PERSOON> - <PERSOON> M - <PERSOON>, gezondheidszorgpsycholoog, Universitair Medisch - <PERSOON> – <PERSOON-##>, orthopedagoog-generalist; Koninklijke Kentalis <LOCATIE> / - <PERSOON-##> – Keers, registratieleider, Nederlandse Vereniging voor Schisis en - <PERSOON-##>, logopedist, <PERSOON-##> MSc, senior adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten - <PERSOON-##>, adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten - <PERSOON-##>, Mond-, kaak- en aangezichtschirurg, Universitair Medisch <INSTELLING> Onderstaande is een samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen uit de multidisciplinaire evidence-based richtlijn Behandeling van Patiënten met een Schisis De richtlijn is primair geschreven voor en van toepassing op de behandeling van patiënten met een geïsoleerde schisis zonder verdere bijkomende anomalieën Dit is dan ook het uitgangspunt geweest voor de evidencesynthese waarop deze richtlijn is gebaseerd Veel aanbevelingen zullen ook van toepassing zijn op patiënten met een schisis in combinatie met bijkomende anomalieën, al dan niet als onderdeel van een syndroom, indien nodig Lezers van deze samenvatting worden voor verdere informatie verwezen naar de volledige richtlijn Deze samenvatting van aanbevelingen staat niet op zichzelf Bij medische besluitvorming dient rekening te worden gehouden met de omstandigheden en voorkeuren van de patiënt Behandeling en procedures met betrekking tot de individuele patiënt berusten op communicatie tussen patiënt, arts en andere zorgverleners Hoofdstuk # Genetische diagnostiek bij patiënten met een schisis <PERSOON-##> patiënten met een lipspleet met en zonder kaakspleet, lip-kaak-gehemeltespleet.
570
nvog
<PERSOON>, gezondheidszorgpsycholoog, Universitair Medisch - <PERSOON> – <PERSOON>, orthopedagoog-generalist; Koninklijke Kentalis <LOCATIE> / - <PERSOON> – Keers, registratieleider, Nederlandse Vereniging voor Schisis en - <PERSOON>, logopedist, <PERSOON> MSc, senior adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten - <PERSOON>, adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten - <PERSOON>, Mond-, kaak- en aangezichtschirurg, Universitair Medisch <INSTELLING> Onderstaande is een samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen uit de multidisciplinaire evidence-based richtlijn Behandeling van Patiënten met een Schisis De richtlijn is primair geschreven voor en van toepassing op de behandeling van patiënten met een geïsoleerde schisis zonder verdere bijkomende anomalieën Dit is dan ook het uitgangspunt geweest voor de evidencesynthese waarop deze richtlijn is gebaseerd Veel aanbevelingen zullen ook van toepassing zijn op patiënten met een schisis in combinatie met bijkomende anomalieën, al dan niet als onderdeel van een syndroom, indien nodig Lezers van deze samenvatting worden voor verdere informatie verwezen naar de volledige richtlijn Deze samenvatting van aanbevelingen staat niet op zichzelf Bij medische besluitvorming dient rekening te worden gehouden met de omstandigheden en voorkeuren van de patiënt Behandeling en procedures met betrekking tot de individuele patiënt berusten op communicatie tussen patiënt, arts en andere zorgverleners Hoofdstuk # Genetische diagnostiek bij patiënten met een schisis <PERSOON> patiënten met een lipspleet met en zonder kaakspleet, lip-kaak-gehemeltespleet Bespoedig de verwijzing indien sprake is van groei- en voedingsproblemen, geassocieerde Verricht bij een zuigeling met gehemeltespleet in eerste instantie een single nucleotide polymorphism (SNP) array voorafgaande aan de eerste operatie en eventueel in tweede instantie aanvullend genetisch onderzoek d m v een genenpanel of Whole Exome Sequencing Bij een kind met lipspleet met en zonder kaakspleet, of lip-kaakgehemeltespleet is het advies de mogelijkheid van aanvullend genetisch onderzoek te Wanneer wordt besloten aanvullende genetische diagnostiek te verrichten bij patiënten met niet-syndromale schisis, is het advies Whole Exome Sequencing naar Single Nucleotide Variations in genpanels in combinatie met genoombreed Copy Number Variationsonderzoek te verrichten Betrek altijd een klinisch geneticus indien genetisch onderzoek bij een kind met schisis Zorg voor een goede samenwerking tussen de klinisch geneticus en de laboratoriumspecialist De laboratoriumspecialist dient goed te zijn geïnformeerd over de Betrek ouders bij de besluitvorming van de genetische diagnostiek en informeer hen goed over de inhoud van het onderzoek en de mogelijke uitslagen Met name over de mogelijke kans op het vaststellen van een syndroomdiagnose die consequenties kan hebben later in het leven en de mogelijkheid van onduidelijke uitslagen of nevenbevindingen Voer binnen het laboratorium een jaarlijkse evaluatie uit van de resultaten van de uitgevoerde genetische onderzoeken, zodat inzicht wordt verkregen in de opbrengsten Betrek de ouders bij de besluitvorming om een passende manier van voeden te vinden Het doel is om het drinken op een comfortabele wijze, voor zowel kind als ouder, te laten.
547
nvog
indien sprake is van groei- en voedingsproblemen, geassocieerde Verricht bij een zuigeling met gehemeltespleet in eerste instantie een single nucleotide polymorphism (SNP) array voorafgaande aan de eerste operatie en eventueel in tweede instantie aanvullend genetisch onderzoek d m v een genenpanel of Whole Exome Sequencing Bij een kind met lipspleet met en zonder kaakspleet, of lip-kaakgehemeltespleet is het advies de mogelijkheid van aanvullend genetisch onderzoek te Wanneer wordt besloten aanvullende genetische diagnostiek te verrichten bij patiënten met niet-syndromale schisis, is het advies Whole Exome Sequencing naar Single Nucleotide Variations in genpanels in combinatie met genoombreed Copy Number Variationsonderzoek te verrichten Betrek altijd een klinisch geneticus indien genetisch onderzoek bij een kind met schisis Zorg voor een goede samenwerking tussen de klinisch geneticus en de laboratoriumspecialist De laboratoriumspecialist dient goed te zijn geïnformeerd over de Betrek ouders bij de besluitvorming van de genetische diagnostiek en informeer hen goed over de inhoud van het onderzoek en de mogelijke uitslagen Met name over de mogelijke kans op het vaststellen van een syndroomdiagnose die consequenties kan hebben later in het leven en de mogelijkheid van onduidelijke uitslagen of nevenbevindingen Voer binnen het laboratorium een jaarlijkse evaluatie uit van de resultaten van de uitgevoerde genetische onderzoeken, zodat inzicht wordt verkregen in de opbrengsten Betrek de ouders bij de besluitvorming om een passende manier van voeden te vinden Het doel is om het drinken op een comfortabele wijze, voor zowel kind als ouder, te laten Start postnataal en postoperatief zo spoedig mogelijk met de orale voeding Sondevoeding Zorg dat er per schisisteam een logopedist aanwezig is, met kennis van en ervaring met de normale drink- en eetontwikkeling en het effect van schisis hierop De logopedist van het schisisteam moet participeren in de werkgroep logopedie van de NVSCA Kies in overleg met de ouders voor een geschikte geïndividualiseerde toedieningswijze van voeding voor een baby met een cheilo-, cheilognatho- en/of palatoschisis Houd hierbij Kwaliteitsparameters zijn groei en lengte van het kind, luchthappen, verslikken, nasale regurgitatie, hoeveelheid intake, flow, voedingstijd en het vertrouwen van ouders in een goede begeleiding Het welbevinden van het kind en de kwaliteit van de voedingssessie Houd bij de prenatale voorbereiding en ondersteuning van ouders ten aanzien van mogelijke voedingsproblematiek rekening met hun mogelijkheden Kies indien mogelijk voor voeding via orale intake De keuze voor kunstvoeding of moedermelk ligt bij de Sluit de lip operatief in de eerste # maanden van het leven Definieer een voorkeursaanpak binnen het schisisteam voor lipsluiting en palatumsluiting om ouders te adviseren in de besluitvorming, maar geef ouders ook de ruimte om een andere aanpak te bespreken  Controleer voorafgaand aan de operatie of de Eurocleft checklist volledig is en vul zo nodig aan met intra-orale foto’s tijdens de ingreep en documentie van  Sluit alleen het palatum molle in het eerste levensjaar en het palatum durum pas later als optimale groei van de maxilla wordt nagestreefd  Sluit het palatum durum en het palatum molle in het eerste levensjaar als.
548
nvog
voeding Sondevoeding Zorg dat er per schisisteam een logopedist aanwezig is, met kennis van en ervaring met de normale drink- en eetontwikkeling en het effect van schisis hierop De logopedist van het schisisteam moet participeren in de werkgroep logopedie van de NVSCA Kies in overleg met de ouders voor een geschikte geïndividualiseerde toedieningswijze van voeding voor een baby met een cheilo-, cheilognatho- en/of palatoschisis Houd hierbij Kwaliteitsparameters zijn groei en lengte van het kind, luchthappen, verslikken, nasale regurgitatie, hoeveelheid intake, flow, voedingstijd en het vertrouwen van ouders in een goede begeleiding Het welbevinden van het kind en de kwaliteit van de voedingssessie Houd bij de prenatale voorbereiding en ondersteuning van ouders ten aanzien van mogelijke voedingsproblematiek rekening met hun mogelijkheden Kies indien mogelijk voor voeding via orale intake De keuze voor kunstvoeding of moedermelk ligt bij de Sluit de lip operatief in de eerste # maanden van het leven Definieer een voorkeursaanpak binnen het schisisteam voor lipsluiting en palatumsluiting om ouders te adviseren in de besluitvorming, maar geef ouders ook de ruimte om een andere aanpak te bespreken  Controleer voorafgaand aan de operatie of de Eurocleft checklist volledig is en vul zo nodig aan met intra-orale foto’s tijdens de ingreep en documentie van  Sluit alleen het palatum molle in het eerste levensjaar en het palatum durum pas later als optimale groei van de maxilla wordt nagestreefd  Sluit het palatum durum en het palatum molle in het eerste levensjaar als positie (verbinding in de mediaan en meer naar posterieur geplaatst) voor een beter resultaat op de spraak, bijvoorbeeld zoals bij een Furlow of Langenbeck met transpositie Gebruik geen Furlow verlengingsplastiek bij een brede palatale schisis in verband met Gebruik een (combinatie van) techniek(en) voor palatumsluiting waarin de chirurg het meest ervaren is zodat het risico op complicaties minimaal is Gebruik een (combinatie van) techniek(en) voor lipsluiting waarin de chirurg het meest ervaren is voor een optimaal resultaat wat betreft functie en esthetiek met een minimaal Vraag bij elk kind met (cheilognatho-)palatoschisis naar de uitslag van de neonatale Controleer het gehoor van kinderen met een (cheilognatho-)palatoschisis goed Hierbij wordt voorgesteld tot periodiek onderzoek in een audiologisch <INSTELLING> tot de leeftijd van <DATUM> jaar en daarna op indicatie bij de KNO-arts Het verdient aanbeveling om deze Controleer het gehoor bij kinderen met een (cheilognatho-)palatoschisis minimaal één maal postoperatief na het plaatsen van trommelvliesbuisjes om perceptieve gehoorverliezen uit te sluiten (zie Richtlijn Otitis media met effusie NVKNO, ###) Plaats trommelvliesbuisjes bij kinderen met een (cheilognatho-)palatoschisis slechts op indicatie (zie Richtlijn Otitis media met effusie) en laat hierbij audiologische bevindingen en spraak-taalresultaten meewegen (en niet alleen het al dan niet aanwezig zijn van otitis <PERSOON> de diagnose velofaryngeale insufficiëntie multidisciplinair (tenminste chirurg, KNOarts en logopedist) <PERSOON> de diagnose velofaryngeale insufficiëntie na de primaire palatumsluiting pas na een periode van zes maanden gespecialiseerde logopedie met onvoldoende behandelresultaat op voorwaarde dat er een voldoende lang en mobiel palatum molle aanwezig lijkt te zijn.
580
nvog
de mediaan en meer naar posterieur geplaatst) voor een beter resultaat op de spraak, bijvoorbeeld zoals bij een Furlow of Langenbeck met transpositie Gebruik geen Furlow verlengingsplastiek bij een brede palatale schisis in verband met Gebruik een (combinatie van) techniek(en) voor palatumsluiting waarin de chirurg het meest ervaren is zodat het risico op complicaties minimaal is Gebruik een (combinatie van) techniek(en) voor lipsluiting waarin de chirurg het meest ervaren is voor een optimaal resultaat wat betreft functie en esthetiek met een minimaal Vraag bij elk kind met (cheilognatho-)palatoschisis naar de uitslag van de neonatale Controleer het gehoor van kinderen met een (cheilognatho-)palatoschisis goed Hierbij wordt voorgesteld tot periodiek onderzoek in een audiologisch <INSTELLING> tot de leeftijd van <DATUM> jaar en daarna op indicatie bij de KNO-arts Het verdient aanbeveling om deze Controleer het gehoor bij kinderen met een (cheilognatho-)palatoschisis minimaal één maal postoperatief na het plaatsen van trommelvliesbuisjes om perceptieve gehoorverliezen uit te sluiten (zie Richtlijn Otitis media met effusie NVKNO, ###) Plaats trommelvliesbuisjes bij kinderen met een (cheilognatho-)palatoschisis slechts op indicatie (zie Richtlijn Otitis media met effusie) en laat hierbij audiologische bevindingen en spraak-taalresultaten meewegen (en niet alleen het al dan niet aanwezig zijn van otitis <PERSOON> de diagnose velofaryngeale insufficiëntie multidisciplinair (tenminste chirurg, KNOarts en logopedist) <PERSOON> de diagnose velofaryngeale insufficiëntie na de primaire palatumsluiting pas na een periode van zes maanden gespecialiseerde logopedie met onvoldoende behandelresultaat op voorwaarde dat er een voldoende lang en mobiel palatum molle aanwezig lijkt te zijn schisislogopedisten het logopedisch onderzoek (<PERSOON>, ###) afnemen voor het stellen Verricht voor een zo compleet mogelijke beeldvorming bij voorkeur een orale inspectie, akoestische nasometrie, spiegelproeven en een nasendoscopie voor het stellen van de Verricht de nasendoscopie indien de kans van slagen bij het kind groot is (meestal vanaf Verricht videofluoroscopie als alternatief om de diagnose velopharyngeale insufficiëntie te stellen (bijvoorbeeld indien nasendoscopie niet lukt) of als aanvullend diagnosticum Het heeft de voorkeur dat de logopedist aanwezig is bij de nasendoscopie en de Maak een foto of video opname van de nasendoscopie Herhaal een jaar na de spraakverbeterende operatie alle onderzoeken die preoperatief verricht zijn, behalve eventueel de nasendoscopie/videofluoroscopie, zodat het effect van de spraakverbeterende operatie zo objectief mogelijk vastgesteld kan worden gekomen zijn voor velopharyngeale insufficiëntie waarbij een onvoldoende Voer geen MRI uit als standaard onderdeel van de diagnostiek voor het vaststellen van Maak de keuze voor een specifieke operatieve techniek op basis van preoperatief logopedisch onderzoek gecombineerd met een onderzoek zoals nasendoscopie en/of Overweeg een intravelaire palatum plastiek met repositionering van de palatale spieren alvorens over te gaan tot een pharynxplastiek indien sprake is van persisterende Overweeg bij aanhoudende velopharyngeale insufficiëntie ondanks de hernieuwde positionering van palatale spieren, een pharynxplastiek welke gebaseerd is op hernieuwde Overweeg bij een submuceuze palatoschisis een enkelvoudige palatumplastiek boven een <PERSOON> vetinjectie alleen toe in het kader van wetenschappelijk onderzoek <PERSOON> in gnatho procedure bij patiënten met een schisis Sluit de kaakspleet bij voorkeur door middel van een vroeg secundaire bot in gnatho.
577
nvog
voor het stellen Verricht voor een zo compleet mogelijke beeldvorming bij voorkeur een orale inspectie, akoestische nasometrie, spiegelproeven en een nasendoscopie voor het stellen van de Verricht de nasendoscopie indien de kans van slagen bij het kind groot is (meestal vanaf Verricht videofluoroscopie als alternatief om de diagnose velopharyngeale insufficiëntie te stellen (bijvoorbeeld indien nasendoscopie niet lukt) of als aanvullend diagnosticum Het heeft de voorkeur dat de logopedist aanwezig is bij de nasendoscopie en de Maak een foto of video opname van de nasendoscopie Herhaal een jaar na de spraakverbeterende operatie alle onderzoeken die preoperatief verricht zijn, behalve eventueel de nasendoscopie/videofluoroscopie, zodat het effect van de spraakverbeterende operatie zo objectief mogelijk vastgesteld kan worden gekomen zijn voor velopharyngeale insufficiëntie waarbij een onvoldoende Voer geen MRI uit als standaard onderdeel van de diagnostiek voor het vaststellen van Maak de keuze voor een specifieke operatieve techniek op basis van preoperatief logopedisch onderzoek gecombineerd met een onderzoek zoals nasendoscopie en/of Overweeg een intravelaire palatum plastiek met repositionering van de palatale spieren alvorens over te gaan tot een pharynxplastiek indien sprake is van persisterende Overweeg bij aanhoudende velopharyngeale insufficiëntie ondanks de hernieuwde positionering van palatale spieren, een pharynxplastiek welke gebaseerd is op hernieuwde Overweeg bij een submuceuze palatoschisis een enkelvoudige palatumplastiek boven een <PERSOON> vetinjectie alleen toe in het kader van wetenschappelijk onderzoek <PERSOON> in gnatho procedure bij patiënten met een schisis Sluit de kaakspleet bij voorkeur door middel van een vroeg secundaire bot in gnatho wortelformatie ( ½ - <DATUM> van de cuspidaat aan de schisiszijde De aanwezigheid van een laterale incisief en het moment van doorbraak ervan kan het tijdstip vervroegen Op indicatie kan de positie van de centrale incisief van belang zijn Kies het tijdstip van de bot in gnatho operatie in nauw overleg met de behandelend Overweeg de tertiaire bot in gnatho procedure alleen in voorkomende gevallen waarbij geen (secundaire) bot in gnatho heeft plaats gevonden of onvoldoende bot in de gnathoschisis aanwezig is voor bijvoorbeeld een implantaat op latere leeftijd Tertiaire bot in gnatho kan ook op volwassen leeftijd alsnog plaatsvinden Reconstrueer de alveolaire schisis (de bot in gnatho procedure) met bekkenkambot of Gebruik bij grotere benodigde volumina bekkenkambot of kies voor kinbot aangevuld met Op basis van de literatuur kan geen aanbeveling worden gedaan voor de keuze van het te Het gebruik van enkel een botsubstituut voor de reconstructie van een alveolaire schisis, dus zonder een autoloog bottransplantaat, dient alleen in onderzoeksverband te Hoofdstuk # Orthodontische behandeling bij patiënten met een schisis <PERSOON> in principe geen ventrale tractie op de bovenkaak met een facemask op een dentaal verankerd orthodontisch apparaat toe bij kinderen met schisis bij wie de voorwaartse Overweeg ventrale tractie met een facemask op een dentaal verankerd orthodontisch #) als patiënt en/of ouders geen operatieve behandeling wensen of; #) indien de patiënt een aantal gunstige kenmerken bezit Als leidraad kan gelden - milde skelettale afwijking ANB ( -## bij voor de leeftijd normale SNB hoek;  goede coöperatie aan de orthodontische behandeling wordt verwacht.
560
nvog
de schisiszijde De aanwezigheid van een laterale incisief en het moment van doorbraak ervan kan het tijdstip vervroegen Op indicatie kan de positie van de centrale incisief van belang zijn Kies het tijdstip van de bot in gnatho operatie in nauw overleg met de behandelend Overweeg de tertiaire bot in gnatho procedure alleen in voorkomende gevallen waarbij geen (secundaire) bot in gnatho heeft plaats gevonden of onvoldoende bot in de gnathoschisis aanwezig is voor bijvoorbeeld een implantaat op latere leeftijd Tertiaire bot in gnatho kan ook op volwassen leeftijd alsnog plaatsvinden Reconstrueer de alveolaire schisis (de bot in gnatho procedure) met bekkenkambot of Gebruik bij grotere benodigde volumina bekkenkambot of kies voor kinbot aangevuld met Op basis van de literatuur kan geen aanbeveling worden gedaan voor de keuze van het te Het gebruik van enkel een botsubstituut voor de reconstructie van een alveolaire schisis, dus zonder een autoloog bottransplantaat, dient alleen in onderzoeksverband te Hoofdstuk # Orthodontische behandeling bij patiënten met een schisis <PERSOON> in principe geen ventrale tractie op de bovenkaak met een facemask op een dentaal verankerd orthodontisch apparaat toe bij kinderen met schisis bij wie de voorwaartse Overweeg ventrale tractie met een facemask op een dentaal verankerd orthodontisch #) als patiënt en/of ouders geen operatieve behandeling wensen of; #) indien de patiënt een aantal gunstige kenmerken bezit Als leidraad kan gelden - milde skelettale afwijking ANB ( -## bij voor de leeftijd normale SNB hoek;  goede coöperatie aan de orthodontische behandeling wordt verwacht Informeer patiënt en ouders dat het effect beperkt kan zijn en dat pas aan het einde van de groeiperiode duidelijk zal zijn of alsnog een osteotomie van de bovenkaak noodzakelijk Gebruik dezelfde vorm van retentie van de tandstand als bij een patiënt zonder schisis Gebruik daarnaast voor de retentie van de breedte van de boventandboog bij een patiënt met een lip-, kaak- en gehemeltespleet een uitneembaar orthodontisch retentieapparaat dat de rest van het leven ’s nachts gedragen wordt Controleer de retentieapparatuur minimaal een keer per twee jaar Besteed bij de primaire lipsluiting aandacht aan de primaire correctie van de neusvleugel en positie van het caudale septum en columella van de neus <PERSOON> secundaire chirurgie aan de neus bij schisis het liefst uit tot het moment waarop de groei van het midden-gezicht voltooid is en eventuele orthognatische chirurgie is afgerond Hoofdstuk ## Psychosociale begeleiding van patiënten met een schisis Screen het kind met schisis en ouders op psychosociale problemen, na de geboorte, op de leeftijd van # à <LEEFTIJD> jaar, <LEEFTIJD> jaar, ## à <LEEFTIJD> jaar en <LEEFTIJD> jaar Screen bij dit contact op kindfactoren (welbevinden, mogelijke leerproblemen, angst voor Gebruik naast gesprekken binnen alle schisisteams hiervoor hetzelfde gevalideerde Bied ouders en kind op basis van de uitkomsten van de screening indien nodig nadere <PERSOON> binnen het schisisteam een postacademisch geschoolde gedragskundige voor de minder complexe problematiek) aan ten behoeve van de diagnostiek van psychosociale problemen van kind en gezin en voor de behandeling van complexe.
571
nvog
patiënt en ouders dat het effect beperkt kan zijn en dat pas aan het einde van de groeiperiode duidelijk zal zijn of alsnog een osteotomie van de bovenkaak noodzakelijk Gebruik dezelfde vorm van retentie van de tandstand als bij een patiënt zonder schisis Gebruik daarnaast voor de retentie van de breedte van de boventandboog bij een patiënt met een lip-, kaak- en gehemeltespleet een uitneembaar orthodontisch retentieapparaat dat de rest van het leven ’s nachts gedragen wordt Controleer de retentieapparatuur minimaal een keer per twee jaar Besteed bij de primaire lipsluiting aandacht aan de primaire correctie van de neusvleugel en positie van het caudale septum en columella van de neus <PERSOON> secundaire chirurgie aan de neus bij schisis het liefst uit tot het moment waarop de groei van het midden-gezicht voltooid is en eventuele orthognatische chirurgie is afgerond Hoofdstuk ## Psychosociale begeleiding van patiënten met een schisis Screen het kind met schisis en ouders op psychosociale problemen, na de geboorte, op de leeftijd van # à <LEEFTIJD> jaar, <LEEFTIJD> jaar, ## à <LEEFTIJD> jaar en <LEEFTIJD> jaar Screen bij dit contact op kindfactoren (welbevinden, mogelijke leerproblemen, angst voor Gebruik naast gesprekken binnen alle schisisteams hiervoor hetzelfde gevalideerde Bied ouders en kind op basis van de uitkomsten van de screening indien nodig nadere <PERSOON> binnen het schisisteam een postacademisch geschoolde gedragskundige voor de minder complexe problematiek) aan ten behoeve van de diagnostiek van psychosociale problemen van kind en gezin en voor de behandeling van complexe Laat het eerste consult bij de tandarts van het schisisteam plaatsvinden na doorbraak van Controleer binnen het schisisteam het gebit van kinderen met schisis op de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar Dit is naast de periodieke controle bij de huistandarts Informeer de eerstelijns tandarts over het behandeltraject door het schisisteam en stem Neem contact op met het schisisteam indien een kind met schisis bij u in de praktijk onder behandeling komt en zorg voor overlegmogelijkheden met het schisisteam wanneer u dit Controleer het gebit van kinderen met schisis ten minste elke # maanden Schisis van lip, kaak en/of het gehemelte is een van de meest voorkomende aangeboren afwijkingen in <LOCATIE> met een prevalentie van ongeveer ##,# per ## ### andere aangeboren afwijkingen in het feit dat de schisis goed te behandelen is, de behandeling in principe eindig is en kinderen met een geïsoleerde schisis over het algemeen dezelfde maatschappelijke kansen en mogelijkheden hebben als kinderen Naar voorbeeld <PERSOON> en de Scandinavische landen wordt de schisiszorg in een schisisteam participeren in principe alle geledingen van een ziekenhuis of instelling welke nodig zijn om een kind met een schisis adequaat te kunnen behandelen Op dit moment strekt de zorg in teamverband zich meestal uit van antenataal of de geboorte tot een leeftijd van ongeveer <LEEFTIJD> jaar Het eindpunt van de behandeling wordt in feite bepaald door het einde van de groei Teams worden geacht geïndividualiseerde zorg te bieden totdat de behandeling, inclusief eventuele osteotomieen etc , is voltooid Voor.
566
nvog
van het schisisteam plaatsvinden na doorbraak van Controleer binnen het schisisteam het gebit van kinderen met schisis op de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar Dit is naast de periodieke controle bij de huistandarts Informeer de eerstelijns tandarts over het behandeltraject door het schisisteam en stem Neem contact op met het schisisteam indien een kind met schisis bij u in de praktijk onder behandeling komt en zorg voor overlegmogelijkheden met het schisisteam wanneer u dit Controleer het gebit van kinderen met schisis ten minste elke # maanden Schisis van lip, kaak en/of het gehemelte is een van de meest voorkomende aangeboren afwijkingen in <LOCATIE> met een prevalentie van ongeveer ##,# per ## ### andere aangeboren afwijkingen in het feit dat de schisis goed te behandelen is, de behandeling in principe eindig is en kinderen met een geïsoleerde schisis over het algemeen dezelfde maatschappelijke kansen en mogelijkheden hebben als kinderen Naar voorbeeld <PERSOON> en de Scandinavische landen wordt de schisiszorg in een schisisteam participeren in principe alle geledingen van een ziekenhuis of instelling welke nodig zijn om een kind met een schisis adequaat te kunnen behandelen Op dit moment strekt de zorg in teamverband zich meestal uit van antenataal of de geboorte tot een leeftijd van ongeveer <LEEFTIJD> jaar Het eindpunt van de behandeling wordt in feite bepaald door het einde van de groei Teams worden geacht geïndividualiseerde zorg te bieden totdat de behandeling, inclusief eventuele osteotomieen etc , is voltooid Voor zorg vergelijkbaar met de zorg voor kinderen met een schisis De aanloop tot het ontwikkelen van deze richtlijn werd genomen bij de start van de ontwikkeling van de richtlijn ’Counseling na prenataal vastgestelde schisis’ in ### Bij het opleveren van deze richtlijn in ### werd besloten dat een vervolg richtlijn voor het postnatale traject bij schisis niet alleen logisch, maar ook zeer wenselijk was Het afgeronde prenatale richtlijntraject maakte duidelijk dat de grote praktijkvariatie in de behandeling van patiënten met een schisis tussen schisisteams als verwarrend en Patiënten en ouders onderkennen dat dit enerzijds te maken heeft met het feit dat de behandeling van een patiënt met schisis ‘maatwerk’ is, maar ervaren anderzijds de verschillen in behandelprotocollen tussen de teams vaak als frustrerend omdat zij niet kunnen inschatten welk protocol nu het beste is Ook wordt het als onplezierig ervaren, dat schisisteams met elkaar in concurrentie lijken te zijn Voor de patiënt is het van groot belang dat de beroepsgroepen samen vaststellen wat voor hen de wetenschappelijke basis is voor hun medisch handelen en welke kwaliteit van zorg de patiënt en ouders Samenvattend bestaat de wens bij patiënten en ouders om de oorzaak van de bestaande ongewenste praktijkvariatie in behandelingen inzichtelijk te maken (op basis van evidence) en zo mogelijk te verminderen voor zover de evidence daar aanleiding toe geeft Daarbij bestaat de wens om de voorziening van betrouwbare en onafhankelijke informatie Doel van de richtlijn is het optimaliseren van de zorg voor patiënten met een schisis in <LOCATIE>, voor zover mogelijk onderbouwd met wetenschappelijke kennis uit onderzoek.
566
nvog
schisis De aanloop tot het ontwikkelen van deze richtlijn werd genomen bij de start van de ontwikkeling van de richtlijn ’Counseling na prenataal vastgestelde schisis’ in ### Bij het opleveren van deze richtlijn in ### werd besloten dat een vervolg richtlijn voor het postnatale traject bij schisis niet alleen logisch, maar ook zeer wenselijk was Het afgeronde prenatale richtlijntraject maakte duidelijk dat de grote praktijkvariatie in de behandeling van patiënten met een schisis tussen schisisteams als verwarrend en Patiënten en ouders onderkennen dat dit enerzijds te maken heeft met het feit dat de behandeling van een patiënt met schisis ‘maatwerk’ is, maar ervaren anderzijds de verschillen in behandelprotocollen tussen de teams vaak als frustrerend omdat zij niet kunnen inschatten welk protocol nu het beste is Ook wordt het als onplezierig ervaren, dat schisisteams met elkaar in concurrentie lijken te zijn Voor de patiënt is het van groot belang dat de beroepsgroepen samen vaststellen wat voor hen de wetenschappelijke basis is voor hun medisch handelen en welke kwaliteit van zorg de patiënt en ouders Samenvattend bestaat de wens bij patiënten en ouders om de oorzaak van de bestaande ongewenste praktijkvariatie in behandelingen inzichtelijk te maken (op basis van evidence) en zo mogelijk te verminderen voor zover de evidence daar aanleiding toe geeft Daarbij bestaat de wens om de voorziening van betrouwbare en onafhankelijke informatie Doel van de richtlijn is het optimaliseren van de zorg voor patiënten met een schisis in <LOCATIE>, voor zover mogelijk onderbouwd met wetenschappelijke kennis uit onderzoek oorzaak van de bestaande praktijkvariatie tussen de verschillende schisisteams en hierbij onderscheid te maken tussen gewenste en ongewenste praktijkvariatie in de behandeling van patiënten met een schisis Dit resulteert in voorstellen voor een meer uniforme behandeling voor zover dit wetenschappelijk onderbouwd kan worden Specifieke aandacht zal worden gegeven aan de volgende onderwerpen het beschikbaar stellen en toegankelijk maken van objectieve / evidence based informatie over de behandeling van schisis aan zorgverleners, te bezien in hoeverre de bestaande organisatie van zorg aanpassing behoeft om te kunnen voldoen aan de eisen ten aanzien van “state of the art” behandeling van een kind of volwassene met een schisis en de controle De richtlijn biedt op deze wijze een handvat voor een meer uniforme zorg op het gebied van de postnatale behandeling van een kind met een schisis en de implementatie van deze Onder meer om inzicht te krijgen in het aantal patiënten met schisis dat door de Nederlandse schisisteams behandeld wordt heeft de Nederlandse Vereniging voor Schisis geïmplementeerd Vanaf <DATUM> worden alle ongeopereerde patiënten die in <LOCATIE> zijn geboren alsmede ongeopereerde adoptiekinderen met een schisis -met en zonder bijkomende aangeboren afwijkingen- opgenomen in de registratie Tevens worden vanaf <DATUM> reeds in het land van herkomst geopereerde adoptiekinderen Het NVSCA-registratieformulier bestaat uit drie delen een algemeen deel, een deel waarin al de subphenotypen van schisis en andere craniofaciale afwijkingen op basis van de afwijkende anatomie en morfologie gescoord kunnen worden, en een deel waar de bijkomende afwijkingen per orgaanstelsel kunnen worden beschreven De drie.
564
nvog
van de bestaande praktijkvariatie tussen de verschillende schisisteams en hierbij onderscheid te maken tussen gewenste en ongewenste praktijkvariatie in de behandeling van patiënten met een schisis Dit resulteert in voorstellen voor een meer uniforme behandeling voor zover dit wetenschappelijk onderbouwd kan worden Specifieke aandacht zal worden gegeven aan de volgende onderwerpen het beschikbaar stellen en toegankelijk maken van objectieve / evidence based informatie over de behandeling van schisis aan zorgverleners, te bezien in hoeverre de bestaande organisatie van zorg aanpassing behoeft om te kunnen voldoen aan de eisen ten aanzien van “state of the art” behandeling van een kind of volwassene met een schisis en de controle De richtlijn biedt op deze wijze een handvat voor een meer uniforme zorg op het gebied van de postnatale behandeling van een kind met een schisis en de implementatie van deze Onder meer om inzicht te krijgen in het aantal patiënten met schisis dat door de Nederlandse schisisteams behandeld wordt heeft de Nederlandse Vereniging voor Schisis geïmplementeerd Vanaf <DATUM> worden alle ongeopereerde patiënten die in <LOCATIE> zijn geboren alsmede ongeopereerde adoptiekinderen met een schisis -met en zonder bijkomende aangeboren afwijkingen- opgenomen in de registratie Tevens worden vanaf <DATUM> reeds in het land van herkomst geopereerde adoptiekinderen Het NVSCA-registratieformulier bestaat uit drie delen een algemeen deel, een deel waarin al de subphenotypen van schisis en andere craniofaciale afwijkingen op basis van de afwijkende anatomie en morfologie gescoord kunnen worden, en een deel waar de bijkomende afwijkingen per orgaanstelsel kunnen worden beschreven De drie ###a, ###b) Het NVSCA-registratiesysteem komt grotendeels overeen met het door Jaarlijks geeft de NVSCA een algemeen jaarverslag schisis uit dat naar alle NVSCA-leden en de teamsecretariaten wordt gestuurd en krijgt ieder team een jaarverslag van de eigen geregistreerde patiënten Verdere informatie is online beschikbaar via (WEBLINK) of De richtlijn richt zich primair op de behandeling patiënten met een geïsoleerde schisis, te tot <LEEFTIJD> jaar De geraadpleegde literatuur voor deze richtlijn beperkt zich tot deze categorieën schisis De hierboven genoemde afkortingen zijn gangbare afkortingen in de Engelstalige wetenschappelijke literatuur en worden derhalve in de Engelse teksten van deze richtlijn gebruikt In de Nederlandstalige delen van de tekst zijn de hierboven genoemde gangbare Nederlandse en/of medische termen gebruikt en worden Gemiddeld zijn er in <LOCATIE> over de laatste ## registratiejaren n=### nieuwe adoptiekinderen Deze patiënten zijn als volgt over de drie categorieën schisis verdeeld Bovenstaande afbakening neemt niet weg dat veel van de aanbevelingen ook van toepassing zullen zijn op patiënten met een schisis in combinatie met bijkomende anomalieën, al dan niet als onderdeel van een syndroom, zo nodig per patiënt aangepast In de periode van de geboorte tot de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar vindt een scala aan schisis gerelateerde interventies en behandelingen plaats Op basis van de beschikbare financiële middelen heeft de werkgroep hieruit een selectie gemaakt Bij de selectie van onderwerpen voor deze richtlijn is onder meer gekeken naar a de wensen vanuit het patiëntenperspectief ten aanzien van het inzichtelijk maken.
570
nvog
###a, ###b) Het NVSCA-registratiesysteem komt grotendeels overeen met het door Jaarlijks geeft de NVSCA een algemeen jaarverslag schisis uit dat naar alle NVSCA-leden en de teamsecretariaten wordt gestuurd en krijgt ieder team een jaarverslag van de eigen geregistreerde patiënten Verdere informatie is online beschikbaar via (WEBLINK) of De richtlijn richt zich primair op de behandeling patiënten met een geïsoleerde schisis, te tot <LEEFTIJD> jaar De geraadpleegde literatuur voor deze richtlijn beperkt zich tot deze categorieën schisis De hierboven genoemde afkortingen zijn gangbare afkortingen in de Engelstalige wetenschappelijke literatuur en worden derhalve in de Engelse teksten van deze richtlijn gebruikt In de Nederlandstalige delen van de tekst zijn de hierboven genoemde gangbare Nederlandse en/of medische termen gebruikt en worden Gemiddeld zijn er in <LOCATIE> over de laatste ## registratiejaren n=### nieuwe adoptiekinderen Deze patiënten zijn als volgt over de drie categorieën schisis verdeeld Bovenstaande afbakening neemt niet weg dat veel van de aanbevelingen ook van toepassing zullen zijn op patiënten met een schisis in combinatie met bijkomende anomalieën, al dan niet als onderdeel van een syndroom, zo nodig per patiënt aangepast In de periode van de geboorte tot de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar vindt een scala aan schisis gerelateerde interventies en behandelingen plaats Op basis van de beschikbare financiële middelen heeft de werkgroep hieruit een selectie gemaakt Bij de selectie van onderwerpen voor deze richtlijn is onder meer gekeken naar a de wensen vanuit het patiëntenperspectief ten aanzien van het inzichtelijk maken b de wensen vanuit behandelaarsperspectief ten aanzien van variaties in behandelprotocollen; met name het inzichtelijk maken van onderlinge verschillen c relevantie van problemen voor kinderen en ouders (bijvoorbeeld voeding als d snelle technologische ontwikkelingen waarop moet worden ingespeeld De thema’s die in deze richtlijn worden behandeld zijn genetische diagnostiek, voeding, (ventrale tractie en retentie), neuscorrecties, psychosociale zorg en tandheelkunde Daarnaast is een hoofdstuk in de richtlijn opgenomen aangaande de organisatie van de Tenminste twee belangrijke thema’s zijn door gebrek aan mankracht en middelen in eerste instantie buiten bovenstaande selectie gebleven, namelijk de naso-alveolar moulding (NAM) in het eerste levensjaar en de operatieve correcties van de maxilla verschillende hoofdstukken van deze richtlijn De richtlijn beoogt dus niet volledig te zijn Een discussiepunt bij de ontwikkeling van deze richtlijn en het formuleren van aanbevelingen bleek het feit dat de diverse (operatieve) interventies tijdens het behandelingtraject van een patient met een schisis kunnen worden uitgevoerd door diverse disciplines <PERSOON>, professionals uit meerdere disciplines vormen het per team en is mede afhankelijk van lokale traditie, opleiding en scholing In het Verenigd Koninkrijk is er een speciale opleiding tot “Cleft Surgeon” in het leven geroepen met een apart certificaat Zo’n opleiding bestaat in <LOCATIE> en de rest van Europa niet De term “Schisischirurg” kent in <LOCATIE> geen vastgelegde en breedgeaccepteerde definitie Daarom is het niet mogelijk om voor deze richtlijn de term Concreet betekent dit, dat waar in de tekst bijvoorbeeld een plastisch chirurg genoemd.
581
nvog
vanuit behandelaarsperspectief ten aanzien van variaties in behandelprotocollen; met name het inzichtelijk maken van onderlinge verschillen c relevantie van problemen voor kinderen en ouders (bijvoorbeeld voeding als d snelle technologische ontwikkelingen waarop moet worden ingespeeld De thema’s die in deze richtlijn worden behandeld zijn genetische diagnostiek, voeding, (ventrale tractie en retentie), neuscorrecties, psychosociale zorg en tandheelkunde Daarnaast is een hoofdstuk in de richtlijn opgenomen aangaande de organisatie van de Tenminste twee belangrijke thema’s zijn door gebrek aan mankracht en middelen in eerste instantie buiten bovenstaande selectie gebleven, namelijk de naso-alveolar moulding (NAM) in het eerste levensjaar en de operatieve correcties van de maxilla verschillende hoofdstukken van deze richtlijn De richtlijn beoogt dus niet volledig te zijn Een discussiepunt bij de ontwikkeling van deze richtlijn en het formuleren van aanbevelingen bleek het feit dat de diverse (operatieve) interventies tijdens het behandelingtraject van een patient met een schisis kunnen worden uitgevoerd door diverse disciplines <PERSOON>, professionals uit meerdere disciplines vormen het per team en is mede afhankelijk van lokale traditie, opleiding en scholing In het Verenigd Koninkrijk is er een speciale opleiding tot “Cleft Surgeon” in het leven geroepen met een apart certificaat Zo’n opleiding bestaat in <LOCATIE> en de rest van Europa niet De term “Schisischirurg” kent in <LOCATIE> geen vastgelegde en breedgeaccepteerde definitie Daarom is het niet mogelijk om voor deze richtlijn de term Concreet betekent dit, dat waar in de tekst bijvoorbeeld een plastisch chirurg genoemd opleiding, (bij)scholing, lokale afspraken etc) De werkgroep gaat ervan uit dat de schisisteams zelf bepalen welke artsen binnen het team bekwaam en bevoegd zijn voor het uitvoeren van de verschillende ingrepen Om het praktisch en overzichtelijk te houden hebben we in de tekst en aanbevelingen gekozen voor wat in <LOCATIE> op dit moment De richtlijn is primair bedoeld voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg van een kind met een schisis huisartsen, verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen, keel-, De secundaire doelgroep betreft de ouders en hun omgeving <PERSOON> A concise documentation system for cleft lip, alveolus, and palate diagnoses in <PERSOON> is a Cleft Lip and <PERSOON> C Ten years recording common oral clefts with a new descriptive system Cleft Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie Richtlijn ’Counseling na prenataal vastgestelde schisis Een <PERSOON> AJM, Mohangoo AD, Ongkosuwito EM, <PERSOON> of the NVSCA registry for common oral clefts study design and first results <PERSOON> of the Dutch Registry of Common Oral Clefts quality of recording specific oral cleft features <PERSOON> diagnosis and underreporting of congenital anomalies associated with oral clefts in the Netherlands.
517
nvog
ervan uit dat de schisisteams zelf bepalen welke artsen binnen het team bekwaam en bevoegd zijn voor het uitvoeren van de verschillende ingrepen Om het praktisch en overzichtelijk te houden hebben we in de tekst en aanbevelingen gekozen voor wat in <LOCATIE> op dit moment De richtlijn is primair bedoeld voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg van een kind met een schisis huisartsen, verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen, keel-, De secundaire doelgroep betreft de ouders en hun omgeving <PERSOON> A concise documentation system for cleft lip, alveolus, and palate diagnoses in <PERSOON> is a Cleft Lip and <PERSOON> C Ten years recording common oral clefts with a new descriptive system Cleft Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie Richtlijn ’Counseling na prenataal vastgestelde schisis Een <PERSOON> AJM, Mohangoo AD, Ongkosuwito EM, <PERSOON> of the NVSCA registry for common oral clefts study design and first results <PERSOON> of the Dutch Registry of Common Oral Clefts quality of recording specific oral cleft features <PERSOON> diagnosis and underreporting of congenital anomalies associated with oral clefts in the <PERSOON> ###b;#<DATUM> ## Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen in het rapport ‘Richtlijnen # #’ van de adviescommissie <PERSOON> kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II) ((WEBLINK)), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is voor de beoordeling van de kwaliteit van richtlijnen Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in ### een multidisciplinair samengestelde werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met een schisis en de NVSCA (zie hiervoor de samenstelling van de werkgroep) De werkgroepleden zijn door hun wetenschappelijke gedurende twee jaar aan de totstandkoming van de richtlijn De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn instellingen die in verband staan met het onderwerp van de richtlijn Een overzicht hiervan Tijdens de voorbereidende fase inventariseerden de voorzitter van de werkgroep en de adviseur de knelpunten Tevens zijn in een invitational conference knelpunten besproken waarbij, naast vertegenwoordigers van de partijen in de werkgroep, vertegenwoordigers van de Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Bosk en Achmea aanwezig waren Een verslag hiervan kunt u vinden in de bijlage bij de richtlijn Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door middel van een focusgroepbijeenkomst Een geanonimiseerd verslag is als bijlage bij de richtlijn gevoegd De resultaten van de focusgroepbijeenkomst zijn waar mogelijk verwerkt in de richtlijn.
503
nvog
<PERSOON> ###b;#<DATUM> ## Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen in het rapport ‘Richtlijnen # #’ van de adviescommissie <PERSOON> kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II) ((WEBLINK)), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is voor de beoordeling van de kwaliteit van richtlijnen Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in ### een multidisciplinair samengestelde werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met een schisis en de NVSCA (zie hiervoor de samenstelling van de werkgroep) De werkgroepleden zijn door hun wetenschappelijke gedurende twee jaar aan de totstandkoming van de richtlijn De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn instellingen die in verband staan met het onderwerp van de richtlijn Een overzicht hiervan Tijdens de voorbereidende fase inventariseerden de voorzitter van de werkgroep en de adviseur de knelpunten Tevens zijn in een invitational conference knelpunten besproken waarbij, naast vertegenwoordigers van de partijen in de werkgroep, vertegenwoordigers van de Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Bosk en Achmea aanwezig waren Een verslag hiervan kunt u vinden in de bijlage bij de richtlijn Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door middel van een focusgroepbijeenkomst Een geanonimiseerd verslag is als bijlage bij de richtlijn gevoegd De resultaten van de focusgroepbijeenkomst zijn waar mogelijk verwerkt in de richtlijn Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de voorzitter en de adviseur concept-uitgangsvragen opgesteld Deze zijn vervolgens verder uitgewerkt door de leden van de werkgroep en tijdens de werkgroepvergadering vastgesteld Vervolgens inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang als kritiek, belangrijk en onbelangrijk Tevens definieerde de werkgroep, voor zover mogelijk, wat zij voor een bepaalde uitkomstmaat een klinisch relevant verschil vond, dat wil zeggen wanneer de verbetering in uitkomst een verbetering voor de patiënt is Er werd eerst oriënterend gezocht naar bestaande buitenlandse richtlijnen en naar systematische reviews in Medline (OVID) en Cochrane Library Vervolgens werd voor de afzonderlijke uitgangsvragen aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs De werkgroepleden selecteerden de via de zoekactie gevonden artikelen op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden De databases waarin is gezocht, de zoekactie of gebruikte trefwoorden van de zoekactie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden in het hoofdstuk van de desbetreffende uitgangsvraag De gedetailleerde zoekstrategieën zijn vermeld in een bijlage bij de richtijn Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand studieresultaten (bias) te kunnen inschatten.
557
nvog
van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de voorzitter en de adviseur concept-uitgangsvragen opgesteld Deze zijn vervolgens verder uitgewerkt door de leden van de werkgroep en tijdens de werkgroepvergadering vastgesteld Vervolgens inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang als kritiek, belangrijk en onbelangrijk Tevens definieerde de werkgroep, voor zover mogelijk, wat zij voor een bepaalde uitkomstmaat een klinisch relevant verschil vond, dat wil zeggen wanneer de verbetering in uitkomst een verbetering voor de patiënt is Er werd eerst oriënterend gezocht naar bestaande buitenlandse richtlijnen en naar systematische reviews in Medline (OVID) en Cochrane Library Vervolgens werd voor de afzonderlijke uitgangsvragen aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs De werkgroepleden selecteerden de via de zoekactie gevonden artikelen op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden De databases waarin is gezocht, de zoekactie of gebruikte trefwoorden van de zoekactie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden in het hoofdstuk van de desbetreffende uitgangsvraag De gedetailleerde zoekstrategieën zijn vermeld in een bijlage bij de richtijn Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand studieresultaten (bias) te kunnen inschatten het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie verandert als er verder er is veel vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect het is mogelijk dat de conclusie verandert als er verder onderzoek wordt gedaan; er is matig vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie het is waarschijnlijk dat de conclusie verandert als er verder onderzoek wordt gedaan; er is beperkt vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte er is weinig vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte B) Voor vragen over de waarde van diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie Bij dit type vraagstelling kan GRADE (nog) niet gebruikt worden De bewijskracht van de Bij interventievragen verwijst de conclusie niet naar een of meer artikelen, maar wordt getrokken op basis van alle studies samen (body of evidence) Hierbij maakten de werkgroepleden de balans op voor elke interventie Bij het opmaken van de balans werden door de werkgroep de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt Voor vragen over de waarde van diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose is het wetenschappelijke bewijs samengevat in een of meerdere conclusie(s), waarbij het niveau van het meest relevante bewijs is weergegeven Omwille van de homogeniteit is het niveau van bewijs voor alle conclusies weergegeven als hoog/matig/laag/zeer laag, waarbij EBRO niveau # is vertaald naar hoog, # naar matig, # Wanneer er voor een uitgangsvraag geen systematisch literatuuronderzoek werd verricht,.
549
nvog
de literatuurconclusie verandert als er verder er is veel vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect het is mogelijk dat de conclusie verandert als er verder onderzoek wordt gedaan; er is matig vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie het is waarschijnlijk dat de conclusie verandert als er verder onderzoek wordt gedaan; er is beperkt vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte er is weinig vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte B) Voor vragen over de waarde van diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie Bij dit type vraagstelling kan GRADE (nog) niet gebruikt worden De bewijskracht van de Bij interventievragen verwijst de conclusie niet naar een of meer artikelen, maar wordt getrokken op basis van alle studies samen (body of evidence) Hierbij maakten de werkgroepleden de balans op voor elke interventie Bij het opmaken van de balans werden door de werkgroep de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt Voor vragen over de waarde van diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose is het wetenschappelijke bewijs samengevat in een of meerdere conclusie(s), waarbij het niveau van het meest relevante bewijs is weergegeven Omwille van de homogeniteit is het niveau van bewijs voor alle conclusies weergegeven als hoog/matig/laag/zeer laag, waarbij EBRO niveau # is vertaald naar hoog, # naar matig, # Wanneer er voor een uitgangsvraag geen systematisch literatuuronderzoek werd verricht, Voor een aanbeveling zijn naast het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk, zoals de expertise van de werkgroepleden, patiëntenvoorkeuren, kosten, beschikbaarheid van voorzieningen of organisatorische zaken Deze aspecten worden, voor zover niet wetenschappelijk onderzocht, vermeld onder het kopje ‘Overwegingen’ De aanbevelingen geven een antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het formuleren en graderen van de aanbeveling worden minimaal de volgende vier factoren in ogenschouw genomen algehele kwaliteit van het wetenschappelijke bewijs; balans tussen voor- en nadelen van de interventie; waarden en voorkeuren van professional en voor commentaar De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep De definitieve richtlijn werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd De richtlijn wordt opgenomen in de richtlijnendatabase ((WEBLINK)) waarmee hij toegankelijk is voor alle relevante beroepsgroepen en patiënten Daarnaast wordt er een samenvatting van de richtlijn gepubliceerd in tijdschriften van de deelnemende wetenschappelijke verenigingen Ook is de richtlijn te downloaden vanaf de website van de Kwaliteitskoepel (WEBLINK) en websites van betrokken De werkgroep heeft echter besloten geen nieuwe indicatoren te ontwikkelen bij de huidige richtlijn De werkgroep beveelt de betrokken wetenschappelijke verenigingen aan om pas over een aantal jaren uitkomstindicatoren te ontwikkelen als de kwaliteitsregistratie van de NVSCA en PROMS ─ volgens bijvoorbeeld ICHOM ─ volledig operationeel zijn Om dit te bereiken dienen de schisisteams eerst de tijd te krijgen toe te.
558
nvog
wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk, zoals de expertise van de werkgroepleden, patiëntenvoorkeuren, kosten, beschikbaarheid van voorzieningen of organisatorische zaken Deze aspecten worden, voor zover niet wetenschappelijk onderzocht, vermeld onder het kopje ‘Overwegingen’ De aanbevelingen geven een antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het formuleren en graderen van de aanbeveling worden minimaal de volgende vier factoren in ogenschouw genomen algehele kwaliteit van het wetenschappelijke bewijs; balans tussen voor- en nadelen van de interventie; waarden en voorkeuren van professional en voor commentaar De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep De definitieve richtlijn werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd De richtlijn wordt opgenomen in de richtlijnendatabase ((WEBLINK)) waarmee hij toegankelijk is voor alle relevante beroepsgroepen en patiënten Daarnaast wordt er een samenvatting van de richtlijn gepubliceerd in tijdschriften van de deelnemende wetenschappelijke verenigingen Ook is de richtlijn te downloaden vanaf de website van de Kwaliteitskoepel (WEBLINK) en websites van betrokken De werkgroep heeft echter besloten geen nieuwe indicatoren te ontwikkelen bij de huidige richtlijn De werkgroep beveelt de betrokken wetenschappelijke verenigingen aan om pas over een aantal jaren uitkomstindicatoren te ontwikkelen als de kwaliteitsregistratie van de NVSCA en PROMS ─ volgens bijvoorbeeld ICHOM ─ volledig operationeel zijn Om dit te bereiken dienen de schisisteams eerst de tijd te krijgen toe te Een richtlijn moet op de eerste plaats voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van zorgverleners in hun praktijkvoering wanneer zij nog niet veel ervaring hebben Daarnaast zijn richtlijnen een waardevolle <INSTELLING> van informatie zodat zorgverleners snel kennis kunnen nemen van de huidige state of the art behandelingen die enig niveau van bewijs hebben Bij het ontbreken van bewijs kunnen de experts van een richtlijnwerkgroep ook de eigen expertise een plek geven op voorwaarde dat hierover consensus bestaat De aanbevelingen die hieruit volgen, hebben daardoor vaak het laagste niveau van bewijskracht Het uitvoeren van methodologisch goed uitgevoerd onderzoek kan het niveau van evidentie van deze expert opinies en aanbevelingen verhogen Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar bevatten zoveel mogelijk op ‘evidence’ gebaseerde inzichten en aanbevelingen die zorgverleners idealiter en waar mogelijk dienen te volgen om kwalitatief goede zorg te verlenen Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op ‘algemeen bewijs voor optimale zorg voor de gemiddelde patiënt’, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zo nodig in individuele gevallen afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen kan in bepaalde situaties zelfs noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer andere aandoeningen of andere medicatie met het hier voorgestelde beleid interfererent Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit – indien relevant – in overleg met de patiënt te gebeuren Afwijkingen van de richtlijn dienen altijd beargumenteerd en gedocumenteerd te worden De richtlijnwerkgroep heeft als doel de richtlijn periodiek (digitaal) van updates te De NVPC is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn.
561
nvog
zijn op het ondersteunen van zorgverleners in hun praktijkvoering wanneer zij nog niet veel ervaring hebben Daarnaast zijn richtlijnen een waardevolle <INSTELLING> van informatie zodat zorgverleners snel kennis kunnen nemen van de huidige state of the art behandelingen die enig niveau van bewijs hebben Bij het ontbreken van bewijs kunnen de experts van een richtlijnwerkgroep ook de eigen expertise een plek geven op voorwaarde dat hierover consensus bestaat De aanbevelingen die hieruit volgen, hebben daardoor vaak het laagste niveau van bewijskracht Het uitvoeren van methodologisch goed uitgevoerd onderzoek kan het niveau van evidentie van deze expert opinies en aanbevelingen verhogen Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar bevatten zoveel mogelijk op ‘evidence’ gebaseerde inzichten en aanbevelingen die zorgverleners idealiter en waar mogelijk dienen te volgen om kwalitatief goede zorg te verlenen Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op ‘algemeen bewijs voor optimale zorg voor de gemiddelde patiënt’, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zo nodig in individuele gevallen afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen kan in bepaalde situaties zelfs noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer andere aandoeningen of andere medicatie met het hier voorgestelde beleid interfererent Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit – indien relevant – in overleg met de patiënt te gebeuren Afwijkingen van de richtlijn dienen altijd beargumenteerd en gedocumenteerd te worden De richtlijnwerkgroep heeft als doel de richtlijn periodiek (digitaal) van updates te De NVPC is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn <PERSOON> JS, <LOCATIE> WJJ, et al Evidence-based richtlijnontwikkeling Bohn Stafleu Van Op welk moment dient bij kinderen met schisis genetisch onderzoek te worden verricht? - wat is de optimale strategie voor genetische diagnostiek bij schisis? - wat zijn de randvoorwaarden waaraan genetisch onderzoek moet voldoen bij schisis? - in hoeverre spelen nieuwe ontwikkelingen een rol bij het beleid ten aanzien van Schisis is een aangeboren afwijking met een complexe etiologie met een breed spectrum aan oorzaken bestaande uit onder andere enkele genmutaties, chromosoomafwijkingen, teratogenen, voedingsdeficiënties en infecties in de zwangerschap (Dixon, ###; <PERSOON>, De verschillende typen schisis worden gecategoriseerd in syndromaal en nietsyndromaal, op basis van bijkomende verschijnselen en/of een ontwikkelingsachterstand Er zijn meer dan ### syndromen beschreven waarbij schisis een kenmerkend verschijnsel is (Setó -Salvia, ###) Van een groeiend aantal syndromen is het verantwoordelijke gen bekend (Conte, ###) Op dit moment wordt verondersteld dat ##% van de gehemeltespleten en ##% van de lipspleet met en zonder kaakspleten en lip-kaakgehemeltespleten als niet-syndromaal kan worden beschouwd (Stanier, ###; Dixon, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De oorzaak van niet-syndromale schisis is complex, waarvan in het algemeen wordt aangenomen dat een combinatie van genetische- en Het onderscheid tussen syndromale en niet-syndromale schisis blijkt echter niet scherp De geassocieerde afwijkingen bij syndromale schisis zijn niet altijd herkenbaar of kunnen ook pas later in het leven verschijnen (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###, Setó -Salvia, ###) Rittler (###) vermeldt dat bij # tot #% van de aanvankelijk als geïsoleerd.
641
nvog
<PERSOON> JS, <LOCATIE> WJJ, et al Evidence-based richtlijnontwikkeling Bohn Stafleu Van Op welk moment dient bij kinderen met schisis genetisch onderzoek te worden verricht? - wat is de optimale strategie voor genetische diagnostiek bij schisis? - wat zijn de randvoorwaarden waaraan genetisch onderzoek moet voldoen bij schisis? - in hoeverre spelen nieuwe ontwikkelingen een rol bij het beleid ten aanzien van Schisis is een aangeboren afwijking met een complexe etiologie met een breed spectrum aan oorzaken bestaande uit onder andere enkele genmutaties, chromosoomafwijkingen, teratogenen, voedingsdeficiënties en infecties in de zwangerschap (Dixon, ###; <PERSOON>, De verschillende typen schisis worden gecategoriseerd in syndromaal en nietsyndromaal, op basis van bijkomende verschijnselen en/of een ontwikkelingsachterstand Er zijn meer dan ### syndromen beschreven waarbij schisis een kenmerkend verschijnsel is (Setó -Salvia, ###) Van een groeiend aantal syndromen is het verantwoordelijke gen bekend (Conte, ###) Op dit moment wordt verondersteld dat ##% van de gehemeltespleten en ##% van de lipspleet met en zonder kaakspleten en lip-kaakgehemeltespleten als niet-syndromaal kan worden beschouwd (Stanier, ###; Dixon, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De oorzaak van niet-syndromale schisis is complex, waarvan in het algemeen wordt aangenomen dat een combinatie van genetische- en Het onderscheid tussen syndromale en niet-syndromale schisis blijkt echter niet scherp De geassocieerde afwijkingen bij syndromale schisis zijn niet altijd herkenbaar of kunnen ook pas later in het leven verschijnen (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###, Setó -Salvia, ###) Rittler (###) vermeldt dat bij # tot #% van de aanvankelijk als geïsoleerd Voorts blijken verschillende bekende ‘syndromale’ schisisgenen ook verantwoordelijk te kunnen zijn voor niet-syndromale schisis (Jezewski, ###; Leoyklang, ###; <PERSOON>, ###a en b, <PERSOON>, ###) Om goede zorg te kunnen bieden aan patiënten met schisis is etiologisch onderzoek van belang Afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan schisis gepaard gaan met specifieke ###) Prognose en herhalingskans hangen samen met deze onderliggende oorzaak Dit geldt zowel voor kinderen met schisis met bijkomende verschijnselen als voor kinderen die bij geboorte een geïsoleerde schisis lijken te hebben Op dit moment zijn verschillende mogelijkheden van DNA-onderzoek in de diagnostiek beschikbaar waaronder gericht genonderzoek, genpanelanalyse, Whole Exome De vraag is wat de optimale strategie is bij de genetische diagnostiek bij schisis Met name is het de vraag of door de nieuwe technische ontwikkelingen, de huidige diagnostische mogelijkheden en voortschrijdend inzicht het beleid ten aanzien van het verrichten van aanvullend genetische diagnostiek nog gebaseerd moet zijn op de aanwezigheid van De uitgangsvraag werd vanwege methodologische beperkingen niet systematisch uitgewerkt Er werd een algemene search verricht naar klinisch genetische diagnostiek bij schisis Een beschrijving van relevante literatuur en overige overwegingen zijn Bijkomende verschijnselen kunnen zo mild zijn dat ze niet direct onderkend worden, of pas later in het leven duidelijk worden Daarbij blijkt niet-syndromale schisis ook het gevolg te kunnen zijn van een mutatie in bekende syndromale schisisgenen of een Oesogawa, ###; Rahimov, ###, Setó -Salvia, ###, Brito, ###; <PERSOON>, ###a en b).
680
nvog
bekende ‘syndromale’ schisisgenen ook verantwoordelijk te kunnen zijn voor niet-syndromale schisis (Jezewski, ###; Leoyklang, ###; <PERSOON>, ###a en b, <PERSOON>, ###) Om goede zorg te kunnen bieden aan patiënten met schisis is etiologisch onderzoek van belang Afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan schisis gepaard gaan met specifieke ###) Prognose en herhalingskans hangen samen met deze onderliggende oorzaak Dit geldt zowel voor kinderen met schisis met bijkomende verschijnselen als voor kinderen die bij geboorte een geïsoleerde schisis lijken te hebben Op dit moment zijn verschillende mogelijkheden van DNA-onderzoek in de diagnostiek beschikbaar waaronder gericht genonderzoek, genpanelanalyse, Whole Exome De vraag is wat de optimale strategie is bij de genetische diagnostiek bij schisis Met name is het de vraag of door de nieuwe technische ontwikkelingen, de huidige diagnostische mogelijkheden en voortschrijdend inzicht het beleid ten aanzien van het verrichten van aanvullend genetische diagnostiek nog gebaseerd moet zijn op de aanwezigheid van De uitgangsvraag werd vanwege methodologische beperkingen niet systematisch uitgewerkt Er werd een algemene search verricht naar klinisch genetische diagnostiek bij schisis Een beschrijving van relevante literatuur en overige overwegingen zijn Bijkomende verschijnselen kunnen zo mild zijn dat ze niet direct onderkend worden, of pas later in het leven duidelijk worden Daarbij blijkt niet-syndromale schisis ook het gevolg te kunnen zijn van een mutatie in bekende syndromale schisisgenen of een Oesogawa, ###; Rahimov, ###, Setó -Salvia, ###, Brito, ###; <PERSOON>, ###a en b) (<PERSOON>, ###) dient men zich te realiseren dat bovengenoemde percentages grotendeels gebaseerd zijn op oude analyse methoden, waarbij de interpretatie gebaseerd is op de Gezien de complexe etiologie van schisis, het groot aantal syndromen waarvan schisis onderdeel kan uitmaken, en het feit dat relevante familiegegevens een ingang kunnen zijn voor een onderliggende diagnose, is het advies een patiënt met schisis te verwijzen naar de afdeling Medische Genetica van een Universitair Medisch <INSTELLING> Het heeft de voorkeur dat een kind met schisis voorafgaand aan de eerste operatie door een klinisch geneticus wordt gezien Zodat genetische diagnostiek tijdig kan worden georganiseerd en bij het vaststellen van een onderliggende diagnose (bijvoorbeeld deletie ##q<DATUM> het beleid rond de operatie hierop kan worden aangepast Indien onderzoek voor een operatie niet geindiceerd blijkt kan desgewenst het bloedmonster voor genetisch onderzoek tijdens de narcose worden afgenomen Uiteraard is een snelle(re) verwijzing De klinisch geneticus zal een uitgebreide anamnese, familie-anamnese en lichamelijk onderzoek verrichten om zo een (mogelijk) onderliggende syndroomdiagnose als oorzaak van de schisis in beeld te krijgen De klinisch geneticus zal daarna met ouders de mogelijkheden van genetische diagnostiek en de impact op het vaststellen van het herhalingsrisico bespreken Indien de schisis gepaard gaat met bijkomende afwijkingen, een belaste familie anamnese of verdenking op een specifieke syndroomdiagnose, is Bij een zuigeling met een gehemeltespleet wordt geadviseerd in eerste instantie een single nucleotide polymorphism (SNP) array te verrichten, waarmee chromosomale afwijkingen, die relevant kunnen zijn voor een operatie, tijdig kunnen worden aangetoond of uitgesloten.
601
nvog
bovengenoemde percentages grotendeels gebaseerd zijn op oude analyse methoden, waarbij de interpretatie gebaseerd is op de Gezien de complexe etiologie van schisis, het groot aantal syndromen waarvan schisis onderdeel kan uitmaken, en het feit dat relevante familiegegevens een ingang kunnen zijn voor een onderliggende diagnose, is het advies een patiënt met schisis te verwijzen naar de afdeling Medische Genetica van een Universitair Medisch <INSTELLING> Het heeft de voorkeur dat een kind met schisis voorafgaand aan de eerste operatie door een klinisch geneticus wordt gezien Zodat genetische diagnostiek tijdig kan worden georganiseerd en bij het vaststellen van een onderliggende diagnose (bijvoorbeeld deletie ##q<DATUM> het beleid rond de operatie hierop kan worden aangepast Indien onderzoek voor een operatie niet geindiceerd blijkt kan desgewenst het bloedmonster voor genetisch onderzoek tijdens de narcose worden afgenomen Uiteraard is een snelle(re) verwijzing De klinisch geneticus zal een uitgebreide anamnese, familie-anamnese en lichamelijk onderzoek verrichten om zo een (mogelijk) onderliggende syndroomdiagnose als oorzaak van de schisis in beeld te krijgen De klinisch geneticus zal daarna met ouders de mogelijkheden van genetische diagnostiek en de impact op het vaststellen van het herhalingsrisico bespreken Indien de schisis gepaard gaat met bijkomende afwijkingen, een belaste familie anamnese of verdenking op een specifieke syndroomdiagnose, is Bij een zuigeling met een gehemeltespleet wordt geadviseerd in eerste instantie een single nucleotide polymorphism (SNP) array te verrichten, waarmee chromosomale afwijkingen, die relevant kunnen zijn voor een operatie, tijdig kunnen worden aangetoond of uitgesloten weken Wanneer hiermee geen oorzaak voor de gehemeltespleet wordt aangetoond, kan in tweede instantie worden overwogen aanvullend genetisch onderzoek te doen d m v een genenpanel of whole exome sequencing (WES) De uitslag van dit onderzoek duurt vaak langer (minimaal # maanden) en zal dus in de meeste gevallen niet voor de operatie Bij een zuigeling met een lip-kaak-gehemeltespleet wordt geadviseerd aanvullend genetisch onderzoek te overwegen Bij een gehemeltespleet en een lip-kaakgehemeltespleet is er een grotere kans op een onderliggende syndroomdiagnose of op jonge leeftijd herkenbaar (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###, Setó -Salvia, ###) Hoewel een specifieke onderliggende diagnose wel consequenties kan hebben voor de Bij geïsoleerde lipspleet met en zonder kaakspleet wordt door de klinische geneticus in het algemeen geen aanvullende genetische diagnostiek voorgesteld, omdat de kans op geassocieerde afwijkingen en ontwikkelingsachterstand bij lipspleet met en zonder kaakspleet lager lijkt dan bij een lip-kaak-gehemeltespleet en een gehemeltespleet Daarentegen kan geïsoleerde lipspleet met en zonder kaakspleet ook gepaard gaan met een onderliggende chromosoomafwijking In een studie blijkt #,#% van de patiënten met een geïsoleerde lip spleet een ##q<DATUM> deletie te hebben (Rittler, ###) Met de huidige beschikbare diagnostische mogelijkheden en inzichten kan de kans op een onderliggende etiologische microdeletie/duplicatie bij een geïsoleerde lipspleet met en zonder Verder kan op grond van de literatuur geconcludeerd worden dat analyse van een groot aantal schisisgenen ook bij geïsoleerde lipspleet met en zonder kaakspleet een ingang kan zijn voor een onderliggende diagnose, gezondheidswinst kan opleveren (bijv CDH#) of van belang is voor de counseling en bepaling van de herhalingskans (bijv.
596
nvog
aangetoond, kan in tweede instantie worden overwogen aanvullend genetisch onderzoek te doen d m v een genenpanel of whole exome sequencing (WES) De uitslag van dit onderzoek duurt vaak langer (minimaal # maanden) en zal dus in de meeste gevallen niet voor de operatie Bij een zuigeling met een lip-kaak-gehemeltespleet wordt geadviseerd aanvullend genetisch onderzoek te overwegen Bij een gehemeltespleet en een lip-kaakgehemeltespleet is er een grotere kans op een onderliggende syndroomdiagnose of op jonge leeftijd herkenbaar (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###, Setó -Salvia, ###) Hoewel een specifieke onderliggende diagnose wel consequenties kan hebben voor de Bij geïsoleerde lipspleet met en zonder kaakspleet wordt door de klinische geneticus in het algemeen geen aanvullende genetische diagnostiek voorgesteld, omdat de kans op geassocieerde afwijkingen en ontwikkelingsachterstand bij lipspleet met en zonder kaakspleet lager lijkt dan bij een lip-kaak-gehemeltespleet en een gehemeltespleet Daarentegen kan geïsoleerde lipspleet met en zonder kaakspleet ook gepaard gaan met een onderliggende chromosoomafwijking In een studie blijkt #,#% van de patiënten met een geïsoleerde lip spleet een ##q<DATUM> deletie te hebben (Rittler, ###) Met de huidige beschikbare diagnostische mogelijkheden en inzichten kan de kans op een onderliggende etiologische microdeletie/duplicatie bij een geïsoleerde lipspleet met en zonder Verder kan op grond van de literatuur geconcludeerd worden dat analyse van een groot aantal schisisgenen ook bij geïsoleerde lipspleet met en zonder kaakspleet een ingang kan zijn voor een onderliggende diagnose, gezondheidswinst kan opleveren (bijv CDH#) of van belang is voor de counseling en bepaling van de herhalingskans (bijv vaststellen van een de novo IRF# mutatie) (Brito, ###, Jezewski, ###; Leoyklang, ###; <PERSOON>, ###a en b, <PERSOON> er op dit moment geen studies zijn die de precieze opbrengst van een schisisgenpanel analyse beschrijven voor de verschillende schisistypen en ook bij lipspleet met en zonder kaakspleet het verrichten van genetische diagnostiek van belang kan zijn bij de counseling, is het voorstel om ook bij zuigelingen met een lipspleet met en zonder kaakspleet genetisch onderzoek te overwegen en de mogelijkheid van genetische Ouders dienen goed te worden geïnformeerd over de inhoud van het DNA onderzoek, de mogelijke uitslagen en de termijn waarop deze beschikbaar komen, zodat zij op basis hiervan een gefundeerd besluit kunnen nemen De werkgroep is van mening dat de uitslag van het onderzoek (bijvoorbeeld een genpanel voor schisis) binnen # maanden beschikbaar dient te zijn Tijdens de informed consent procedure moet er speciale aandacht zijn voor de mogelijke kans op het vaststellen van een syndroomdiagnose die consequenties kan hebben later in het leven en de mogelijkheid van onduidelijke uitslagen In de literatuur wordt de optimale strategie betreffende de keuze van genetische diagnostiek bij schisis niet beschreven Wel is duidelijk dat in de meeste gevallen geen onderbouwde voorkeur kan worden aangegeven voor onderzoek naar Single Nucleotide Variations (SNV’s) in individuele kandidaatgenen of in panels van kandidaatgenen of voor onderzoek naar Copy Number Variations (CNV’s) Daarom is onderzoek met WES naar SNV’s in genpanels in combinatie met genoombreed CNV-onderzoek de aangewezen weg.
606
nvog
vaststellen van een de novo IRF# mutatie) (Brito, ###, Jezewski, ###; Leoyklang, ###; <PERSOON>, ###a en b, <PERSOON> er op dit moment geen studies zijn die de precieze opbrengst van een schisisgenpanel analyse beschrijven voor de verschillende schisistypen en ook bij lipspleet met en zonder kaakspleet het verrichten van genetische diagnostiek van belang kan zijn bij de counseling, is het voorstel om ook bij zuigelingen met een lipspleet met en zonder kaakspleet genetisch onderzoek te overwegen en de mogelijkheid van genetische Ouders dienen goed te worden geïnformeerd over de inhoud van het DNA onderzoek, de mogelijke uitslagen en de termijn waarop deze beschikbaar komen, zodat zij op basis hiervan een gefundeerd besluit kunnen nemen De werkgroep is van mening dat de uitslag van het onderzoek (bijvoorbeeld een genpanel voor schisis) binnen # maanden beschikbaar dient te zijn Tijdens de informed consent procedure moet er speciale aandacht zijn voor de mogelijke kans op het vaststellen van een syndroomdiagnose die consequenties kan hebben later in het leven en de mogelijkheid van onduidelijke uitslagen In de literatuur wordt de optimale strategie betreffende de keuze van genetische diagnostiek bij schisis niet beschreven Wel is duidelijk dat in de meeste gevallen geen onderbouwde voorkeur kan worden aangegeven voor onderzoek naar Single Nucleotide Variations (SNV’s) in individuele kandidaatgenen of in panels van kandidaatgenen of voor onderzoek naar Copy Number Variations (CNV’s) Daarom is onderzoek met WES naar SNV’s in genpanels in combinatie met genoombreed CNV-onderzoek de aangewezen weg Hierbij kan ook later naar data worden In de nabije toekomst zal WES de aangewezen test worden welke in één onderzoek naar SNV’en CNV’s zowel in genen als daarbuiten samen kan vatten Het is derhalve van belang dat er een goede samenwerking is tussen de klinisch geneticus en de laboratoriumspecialist De laboratorium specialist dient goed te zijn geïnformeerd over de verschijnselen van de patiënt en de familie anamnese Deze kennis kan van essentieel De werkgroep is van mening dat het verrichten van genetisch onderzoek bij kinderen met # ouders dienen betrokken te worden in de besluitvorming rond de genetische, # bij het verrichten van de schisisgenpanelanalyse en SNP array is het van belang dat een klinisch geneticus betrokken is Ouders dienen goed geïnformeerd te worden over de inhoud van het onderzoek en de mogelijke uitslagen Door het verrichten van een genetisch onderzoek kan een syndroomdiagnose worden gesteld waarbij sprake kan zijn van bijkomende verschijnselen bijvoorbeeld een syndroom dat gepaard gaat met een ontwikkelingsachterstand of met bijkomende verschijnselen die pas later in het leven ontstaan Follow-up later in het leven is dan van belang Anderzijds kan er ook sprake zijn van een niet eenduidige uitslag Tevens bestaat er bij het verrichten van SNP array analyse een # een volledige WES kan alleen door een klinisch geneticus worden aangevraagd WES onderzoek vindt plaats volgens een informed consent procedure waarbij ouders geïnformeerd worden over de mogelijkheid van nevenbevindingen en minder goed interpreteerbare bevindingen.
561
nvog
kan ook later naar data worden In de nabije toekomst zal WES de aangewezen test worden welke in één onderzoek naar SNV’en CNV’s zowel in genen als daarbuiten samen kan vatten Het is derhalve van belang dat er een goede samenwerking is tussen de klinisch geneticus en de laboratoriumspecialist De laboratorium specialist dient goed te zijn geïnformeerd over de verschijnselen van de patiënt en de familie anamnese Deze kennis kan van essentieel De werkgroep is van mening dat het verrichten van genetisch onderzoek bij kinderen met # ouders dienen betrokken te worden in de besluitvorming rond de genetische, # bij het verrichten van de schisisgenpanelanalyse en SNP array is het van belang dat een klinisch geneticus betrokken is Ouders dienen goed geïnformeerd te worden over de inhoud van het onderzoek en de mogelijke uitslagen Door het verrichten van een genetisch onderzoek kan een syndroomdiagnose worden gesteld waarbij sprake kan zijn van bijkomende verschijnselen bijvoorbeeld een syndroom dat gepaard gaat met een ontwikkelingsachterstand of met bijkomende verschijnselen die pas later in het leven ontstaan Follow-up later in het leven is dan van belang Anderzijds kan er ook sprake zijn van een niet eenduidige uitslag Tevens bestaat er bij het verrichten van SNP array analyse een # een volledige WES kan alleen door een klinisch geneticus worden aangevraagd WES onderzoek vindt plaats volgens een informed consent procedure waarbij ouders geïnformeerd worden over de mogelijkheid van nevenbevindingen en minder goed interpreteerbare bevindingen ouders toestemming hebben gegeven en een consentformulier hebben getekend Gezien de snelle ontwikkelingen binnen de genetische diagnostiek is het van belang dat alle resultaten van het verrichte genetisch onderzoek bij patiënten met schisis door de laboratoria jaarlijks worden geëvalueerd Hiermee wordt een duidelijk beeld verkregen van de opbrengst van genetische diagnostiek bij schisis Tevens kan een analyse worden gemaakt van de opbrengst van uitgebreide analyse bij schisis zonder opgemerkte geassocieerde afwijkingen en belaste familieanamnese ten opzichte van de totale kosten Vervolgens wordt geadviseerd patiënten rond de leeftijd van # tot <LEEFTIJD> jaar opnieuw te zien voor een herevaluatie Er is gekozen voor # tot <LEEFTIJD> jaar, omdat men dan een betere indruk heeft van de ontwikkeling van het kind Als er nog geen genetische diagnostiek is verricht, kan opnieuw worden overwogen of genetische diagnostiek geïndiceerd is Het vaststellen van een diagnose kan helpen bij schoolkeuze of aanvullende diagnostiek/ begeleiding Wanneer er eerder bijkomende verschijnselen worden vastgesteld (zoals een ontwikkelingsachterstand, problemen met gehoor of visus) dan is een eerder consult Tenslotte adviseert de werkgroep dit hoofdstuk van de richtlijn jaarlijks te herzien Zodat het voorgestelde beleid ieder jaar kan worden aangepast aan eventuele nieuwe <PERSOON> M ##q## Deletion in children with cleft lip and palate--is routine <PERSOON> SG, et al Rare Variants in the <PERSOON> the Genetic Etiology of Nonsyndromic Cleft Lip with or without Cleft Palate Hum Mutat ###.
542
nvog
een consentformulier hebben getekend Gezien de snelle ontwikkelingen binnen de genetische diagnostiek is het van belang dat alle resultaten van het verrichte genetisch onderzoek bij patiënten met schisis door de laboratoria jaarlijks worden geëvalueerd Hiermee wordt een duidelijk beeld verkregen van de opbrengst van genetische diagnostiek bij schisis Tevens kan een analyse worden gemaakt van de opbrengst van uitgebreide analyse bij schisis zonder opgemerkte geassocieerde afwijkingen en belaste familieanamnese ten opzichte van de totale kosten Vervolgens wordt geadviseerd patiënten rond de leeftijd van # tot <LEEFTIJD> jaar opnieuw te zien voor een herevaluatie Er is gekozen voor # tot <LEEFTIJD> jaar, omdat men dan een betere indruk heeft van de ontwikkeling van het kind Als er nog geen genetische diagnostiek is verricht, kan opnieuw worden overwogen of genetische diagnostiek geïndiceerd is Het vaststellen van een diagnose kan helpen bij schoolkeuze of aanvullende diagnostiek/ begeleiding Wanneer er eerder bijkomende verschijnselen worden vastgesteld (zoals een ontwikkelingsachterstand, problemen met gehoor of visus) dan is een eerder consult Tenslotte adviseert de werkgroep dit hoofdstuk van de richtlijn jaarlijks te herzien Zodat het voorgestelde beleid ieder jaar kan worden aangepast aan eventuele nieuwe <PERSOON> M ##q## Deletion in children with cleft lip and palate--is routine <PERSOON> SG, et al Rare Variants in the <PERSOON> the Genetic Etiology of Nonsyndromic Cleft Lip with or without Cleft Palate Hum Mutat ### Whole exome sequencing of distant relatives in multiplex families implicates rare variants in candidate genes for oral clefts <PERSOON> analysis of copy number variants of a large cohort of orofacial cleft patients identifies candidate genes for orofacial clefts <PERSOON> MJ, Marazita ML, Beaty TH, Murray JC Cleft lip and palate understanding genetic and environmental <PERSOON> EN, Ferreira De <PERSOON> RL, et al <PERSOON> etiologic regulatory mutation in IRF# with loss- and gain-of-function effects <PERSOON> PA, Vieira AR, Nishimura C, <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> M, et al Complete sequencing shows a role for MSX# in non-syndromic cleft lip and palate <PERSOON-##> an orofacial gene regulatory network Dev Dyn ### <PERSOON-##> # <PERSOON-##> EJ, Marazita ML Genetics of cleft lip and cleft palate <PERSOON-##> Med Genet ### <PERSOON-##> JT, et al IRF# mutation screening in nonsyndromic orofacial clefting <PERSOON-##> KM, Koboldt DC, et al Identification of functional variants for cleft lip with or without cleft palate in or near PAX#, FGFR#, and NOG by targeted sequencing of GWAS loci.
539
nvog
exome sequencing of distant relatives in multiplex families implicates rare variants in candidate genes for oral clefts <PERSOON> analysis of copy number variants of a large cohort of orofacial cleft patients identifies candidate genes for orofacial clefts <PERSOON> MJ, Marazita ML, Beaty TH, Murray JC Cleft lip and palate understanding genetic and environmental <PERSOON> EN, Ferreira De <PERSOON> RL, et al <PERSOON> etiologic regulatory mutation in IRF# with loss- and gain-of-function effects <PERSOON> PA, Vieira AR, Nishimura C, <PERSOON> B, <PERSOON> M, et al Complete sequencing shows a role for MSX# in non-syndromic cleft lip and palate <PERSOON> an orofacial gene regulatory network Dev Dyn ### <PERSOON-##> # <PERSOON-##> EJ, Marazita ML Genetics of cleft lip and cleft palate <PERSOON-##> Med Genet ### <PERSOON-##> JT, et al IRF# mutation screening in nonsyndromic orofacial clefting <PERSOON-##> KM, Koboldt DC, et al Identification of functional variants for cleft lip with or without cleft palate in or near PAX#, FGFR#, and NOG by targeted sequencing of GWAS loci <PERSOON-##> V A mutation of the p## gene in non-syndromic cleft lip <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> MJ A systematic review of associated structural and chromosomal defects in oral clefts when is prenatal genetic analysis <PERSOON-##> LM, Mansilla MA, Bullard SA, Cooper ME, <PERSOON-##> TD, Machida J, <PERSOON-##> S, L'heureux <PERSOON-##> AM, <PERSOON-##> ML, Murray JC, Lidral AC FOXE# association with both isolated cleft lip with or without cleft palate, and isolated cleft palate <PERSOON-##> GM, Utami KH, Mansilla MA, <PERSOON> MK, et al Identification of novel candidate genes associated with cleft lip and palate using array comparative genomic hybridisation <PERSOON-##> JC Genetics of nonsyndromic orofacial clefts <PERSOON-##> EE Associated anomalies among infants with oral clefts at birth and during a #-year follow-up <PERSOON-##> C.
480
nvog
<PERSOON> V A mutation of the p## gene in non-syndromic cleft lip <PERSOON> C, <PERSOON> MJ A systematic review of associated structural and chromosomal defects in oral clefts when is prenatal genetic analysis <PERSOON> LM, Mansilla MA, Bullard SA, Cooper ME, <PERSOON> TD, Machida J, <PERSOON> S, L'heureux <PERSOON> AM, <PERSOON> ML, Murray JC, Lidral AC FOXE# association with both isolated cleft lip with or without cleft palate, and isolated cleft palate <PERSOON> GM, Utami KH, Mansilla MA, <PERSOON-##> MK, et al Identification of novel candidate genes associated with cleft lip and palate using array comparative genomic hybridisation <PERSOON-##> JC Genetics of nonsyndromic orofacial clefts <PERSOON-##> EE Associated anomalies among infants with oral clefts at birth and during a #-year follow-up <PERSOON-##> a national validation study <PERSOON-##> of cleft lip and/or cleft palate association with other common anomalies <PERSOON-##> GE Genetics of cleft lip and palate syndromic genes contribute to the incidence of non-syndromic <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> MK, Mansilla MA, et al Identification of microdeletions in candidate genes for cleft lip and/or palate <PERSOON-##>J, Don Griot> JP Regional underreporting of associated congenital anomalies in cleft patients in the Netherlands Cleft Palate Craniofac J ### Nov;##(#) #<DATUM> <PERSOON-##> Y, Lu Risk prediction models for oral clefts allowing for phenotypic heterogeneity Front Genet ### Aug Hoofdstuk # Voeding bij patiënten met een schisis Wat is de beste toedieningsvorm van voeding net na de geboorte en net na een ingreep Voeding is vanaf de geboorte een primaire levensbehoefte Bij kinderen met schisis kunnen de voedingsmomenten een problematische factor zijn De groei en het opbouwen van een band met de ouder kunnen bij kinderen met een schisis in dat geval negatief beïnvloed worden door problematische voedingsmomenten Het is dan ook zeer belangrijk om de ouders zowel voor als na de geboorte bij te staan in hun zorgen rondom De begeleiding van ouders in de prenatale periode is uitgebreid omschreven in de richtlijn “Counseling na prenataal vastgestelde schisis”.
479
nvog
study <PERSOON> of cleft lip and/or cleft palate association with other common anomalies <PERSOON> GE Genetics of cleft lip and palate syndromic genes contribute to the incidence of non-syndromic <PERSOON> A, <PERSOON> MK, Mansilla MA, et al Identification of microdeletions in candidate genes for cleft lip and/or palate <PERSOON>J, Don Griot> JP Regional underreporting of associated congenital anomalies in cleft patients in the Netherlands Cleft Palate Craniofac J ### Nov;##(#) #<DATUM> <PERSOON> Y, Lu Risk prediction models for oral clefts allowing for phenotypic heterogeneity Front Genet ### Aug Hoofdstuk # Voeding bij patiënten met een schisis Wat is de beste toedieningsvorm van voeding net na de geboorte en net na een ingreep Voeding is vanaf de geboorte een primaire levensbehoefte Bij kinderen met schisis kunnen de voedingsmomenten een problematische factor zijn De groei en het opbouwen van een band met de ouder kunnen bij kinderen met een schisis in dat geval negatief beïnvloed worden door problematische voedingsmomenten Het is dan ook zeer belangrijk om de ouders zowel voor als na de geboorte bij te staan in hun zorgen rondom De begeleiding van ouders in de prenatale periode is uitgebreid omschreven in de richtlijn “Counseling na prenataal vastgestelde schisis” rondom de voeding zal bij problemen met de voeding moeten geschieden door een logopedist met kennis van en ervaring met de normale drink-, en eetontwikkeling van een kind en het effect van de schisis hierop Deze logopedist kan (toekomstige) ouders van een kind met schisis begeleiden op het gebied van voeding De logopedist van het schisisteam dient te participeren in de werkgroep logopedie van de NVSCA In de eerste weken na de geboorte slaapt het kind het overgrote deel van de dag De overige momenten bestaan uit het voldoen aan de behoeften zoals honger en dorst Tijdens deze momenten is de baby het meest alert en speelt de psychosociale factor, namelijk; het opbouwen van een band met de ouder/verzorger een grote rol Baby’s gebruiken de eerste weken reflexen om te zuigen en te slikken Een efficiënte zuigbeweging komt tot stand door een negatieve intra-orale druk te creëren met een goede omsluiting van de borst/speen tezamen met heffing van het palatum molle (Reid, ###) Dit gebeurt met een ritmische beweging van de tong en de onderkaak Hierdoor positieve druk op de speen/tepel uitgeoefend met de lippen waardoor er melk uit de tepel ‘Negative pressure or suction “draws” fluid out of the nipple’ In geval het kind wordt geboren met een cheilo- of cheilognathoschisis zonder palatoschisis (dus met een intact gehemelte) kan worden gesteld dat deze kinderen over het algemeen zonder problemen uit fles of borst kunnen drinken Als het palatum intact.
543
nvog
rondom de voeding zal bij problemen met de voeding moeten geschieden door een logopedist met kennis van en ervaring met de normale drink-, en eetontwikkeling van een kind en het effect van de schisis hierop Deze logopedist kan (toekomstige) ouders van een kind met schisis begeleiden op het gebied van voeding De logopedist van het schisisteam dient te participeren in de werkgroep logopedie van de NVSCA In de eerste weken na de geboorte slaapt het kind het overgrote deel van de dag De overige momenten bestaan uit het voldoen aan de behoeften zoals honger en dorst Tijdens deze momenten is de baby het meest alert en speelt de psychosociale factor, namelijk; het opbouwen van een band met de ouder/verzorger een grote rol Baby’s gebruiken de eerste weken reflexen om te zuigen en te slikken Een efficiënte zuigbeweging komt tot stand door een negatieve intra-orale druk te creëren met een goede omsluiting van de borst/speen tezamen met heffing van het palatum molle (Reid, ###) Dit gebeurt met een ritmische beweging van de tong en de onderkaak Hierdoor positieve druk op de speen/tepel uitgeoefend met de lippen waardoor er melk uit de tepel ‘Negative pressure or suction “draws” fluid out of the nipple’ In geval het kind wordt geboren met een cheilo- of cheilognathoschisis zonder palatoschisis (dus met een intact gehemelte) kan worden gesteld dat deze kinderen over het algemeen zonder problemen uit fles of borst kunnen drinken Als het palatum intact Soms moet de onvolledige lipsluiting om tepel of speen gecompenseerd worden, bijvoorbeeld door aanpassing van de voedingshouding, de speen of door ondersteuning van kin of In geval het kind wordt geboren met een een cheilo- of cheilognathoschisis in combinatie met een palatoschisis (dus met een open gehemelte) of alleen met een palatoschisis ontstaan door de afwijkende anatomie meestal wel voedingsproblemen De baby kan in dat geval onvoldoende intra-orale onderduk opbouwen om zelfstandig de melk uit de borst dan wel de fles te krijgen (Reid, ###) De mogelijkheid voor een baby om de mondholte af te sluiten en een vacuüm te creëren om de stabiliteit van de tepel dan wel de speen te vergroten is sterk van belang bij voeden (<PERSOON>, ###; Sell, ###; Grunwell, ###) Uit onderzoek blijkt dat er een minder efficiënt zuigpatroon bij kinderen met een leeftijdsgenootjes zonder schisis (Maserai, ###; Besell ###) Kinderen met schisis namen kortere zuigreeksen, hadden een hoger zuigtempo, een hogere zuig- en slikfrequentie en een lagere intra-orale negatieve drukopbouw Een verstoord zuigslikpatroon kan leiden tot een langere voedingstijd, vertraagde groei, lager gewicht, kortere lengte en meer vermoeidheid Verder is het zo dat het kind in verhouding teveel energie nodig heeft om een kleine hoeveelheid melk binnen te krijgen (Sphrintzen, ###; Voor kinderen met een cheilo-, cheilognatho- en/of palatoschisis is een adequate begeleiding van de voeding noodzakelijk Het kind wordt dan op de juiste manier gevoed en een adequate orale intake wordt behouden Pandaya en Boorman (###) beschrijven.
601
nvog
lipsluiting om tepel of speen gecompenseerd worden, bijvoorbeeld door aanpassing van de voedingshouding, de speen of door ondersteuning van kin of In geval het kind wordt geboren met een een cheilo- of cheilognathoschisis in combinatie met een palatoschisis (dus met een open gehemelte) of alleen met een palatoschisis ontstaan door de afwijkende anatomie meestal wel voedingsproblemen De baby kan in dat geval onvoldoende intra-orale onderduk opbouwen om zelfstandig de melk uit de borst dan wel de fles te krijgen (Reid, ###) De mogelijkheid voor een baby om de mondholte af te sluiten en een vacuüm te creëren om de stabiliteit van de tepel dan wel de speen te vergroten is sterk van belang bij voeden (<PERSOON>, ###; Sell, ###; Grunwell, ###) Uit onderzoek blijkt dat er een minder efficiënt zuigpatroon bij kinderen met een leeftijdsgenootjes zonder schisis (Maserai, ###; Besell ###) Kinderen met schisis namen kortere zuigreeksen, hadden een hoger zuigtempo, een hogere zuig- en slikfrequentie en een lagere intra-orale negatieve drukopbouw Een verstoord zuigslikpatroon kan leiden tot een langere voedingstijd, vertraagde groei, lager gewicht, kortere lengte en meer vermoeidheid Verder is het zo dat het kind in verhouding teveel energie nodig heeft om een kleine hoeveelheid melk binnen te krijgen (Sphrintzen, ###; Voor kinderen met een cheilo-, cheilognatho- en/of palatoschisis is een adequate begeleiding van de voeding noodzakelijk Het kind wordt dan op de juiste manier gevoed en een adequate orale intake wordt behouden Pandaya en Boorman (###) beschrijven intensieve begeleiding Het is belangrijk dat het kind in een goede voedingstoestand verkeert om weerstand op te bouwen tegen infecties Dit is ook van belang om de operatieve fases goed te kunnen doorstaan (Reid ###, Hughes ###) Het voeden van een kind met schisis kan frustrerend en stressvol zijn voor de ouders Indien de momenten van samenzijn verstoord worden door huilen en/of onrust bij de baby kan het de ouders onzeker maken met de kans op verstoorde of minder goede #) consistentie van voeden (logopedische behandeling, fles, Special Needs Feeder (Haberman), borstvoeding, sondevoeding, lepelvoeding, finger feeding, O hoeveelheid voeding, lengtegroei en gewichtstoename kind, kwaliteit van De werkgroep achtte de lengtegroei en gewichtstoename van het kind de voor de binnengekregen voeding, kwaliteit van leven, dehiscenties en fistels de voor de A systematic search was performed in the databases of Medline (through OVID), Embase and the Cochrane Library between ### and November #th, ### This search was aimed to identify systematic reviews, RCTs and observational studies Detailed search Studies that investigated patients with cleft lip/alveolus and/or palate were selected if they compared two different feeding techniques <PERSOON> feeding interventions had to be studied immediately after birth or after surgery for cleft palate Data on effect sizes or primary data had to be available for at least one of the outcomes of interest weight gain, or increase of height, or quality of life or risk of postoperative complications <PERSOON> initial search identified ## references of which ## were assessed full text After.
625
nvog
kind in een goede voedingstoestand verkeert om weerstand op te bouwen tegen infecties Dit is ook van belang om de operatieve fases goed te kunnen doorstaan (Reid ###, Hughes ###) Het voeden van een kind met schisis kan frustrerend en stressvol zijn voor de ouders Indien de momenten van samenzijn verstoord worden door huilen en/of onrust bij de baby kan het de ouders onzeker maken met de kans op verstoorde of minder goede #) consistentie van voeden (logopedische behandeling, fles, Special Needs Feeder (Haberman), borstvoeding, sondevoeding, lepelvoeding, finger feeding, O hoeveelheid voeding, lengtegroei en gewichtstoename kind, kwaliteit van De werkgroep achtte de lengtegroei en gewichtstoename van het kind de voor de binnengekregen voeding, kwaliteit van leven, dehiscenties en fistels de voor de A systematic search was performed in the databases of Medline (through OVID), Embase and the Cochrane Library between ### and November #th, ### This search was aimed to identify systematic reviews, RCTs and observational studies Detailed search Studies that investigated patients with cleft lip/alveolus and/or palate were selected if they compared two different feeding techniques <PERSOON> feeding interventions had to be studied immediately after birth or after surgery for cleft palate Data on effect sizes or primary data had to be available for at least one of the outcomes of interest weight gain, or increase of height, or quality of life or risk of postoperative complications <PERSOON> initial search identified ## references of which ## were assessed full text After Reasons for exclusion are described in the Exclusion Table (see appendix) A total of eight studies are included in this literature summary two systematic reviews <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) and two observational studies (<PERSOON>, ###; Besell (###) is a systematic Cochrane review that studies the effect of feeding interventions on growth and development of infants with cleft lip and/or palate Several articles that were already selected in the literature search were included in this review (Brine ###, Darzi ###, Masarei ###a, Prahl ###, Shaw ###) Therefore, these articles are not individually discussed in this literature summary A total of five RCTs (n=###) were included in this summary, comparing squeezable and rigid bottles (two studies), breastfeeding versus spoon feeding (one study) and maxillary plate versus no maxillary plate (two studies) <PERSOON> studied outcomes were weight gain, increase of height, head circumference and parent satisfaction When possible, the outcomes of two studies were Goyal (###) is a systematic review studying the effects of obturators and other feeding interventions in infants with clefts Although several of the selected articles were already included in the systematic review of <PERSOON>, ###a; Maserei, ###b; Shaw, ###; Turner, ###), we chose also to describe these articles individually (unless they were already described in <PERSOON> reason for this is that even though a systematic literature search is performed in this review, the results are not summarized systematically by outcome A total of ## articles (four RCTs,.
660
nvog
exclusion are described in the Exclusion Table (see appendix) A total of eight studies are included in this literature summary two systematic reviews <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) and two observational studies (<PERSOON>, ###; Besell (###) is a systematic Cochrane review that studies the effect of feeding interventions on growth and development of infants with cleft lip and/or palate Several articles that were already selected in the literature search were included in this review (Brine ###, Darzi ###, Masarei ###a, Prahl ###, Shaw ###) Therefore, these articles are not individually discussed in this literature summary A total of five RCTs (n=###) were included in this summary, comparing squeezable and rigid bottles (two studies), breastfeeding versus spoon feeding (one study) and maxillary plate versus no maxillary plate (two studies) <PERSOON> studied outcomes were weight gain, increase of height, head circumference and parent satisfaction When possible, the outcomes of two studies were Goyal (###) is a systematic review studying the effects of obturators and other feeding interventions in infants with clefts Although several of the selected articles were already included in the systematic review of <PERSOON>, ###a; Maserei, ###b; Shaw, ###; Turner, ###), we chose also to describe these articles individually (unless they were already described in <PERSOON> reason for this is that even though a systematic literature search is performed in this review, the results are not summarized systematically by outcome A total of ## articles (four RCTs, clefts, were identified by a systematic literature search and included in this review Ausgornwan (###) is a RCT that compares the risk of wound dehiscence in patients receiving breast/bottle feeding (n=##) versus spoon/syringe feeding (n=##) after primary Hughes (###) is a pilot study (RCT) that compares the effect of nasogastric feeding (n=##) with oral feeding (n=##) on morphine requirements and amount of ingested food after primary cleft palate repair Babies underwent palate repair (type of surgery not described) at the age of five to ten months Patients were followed for the first ## hours after surgery <PERSOON>, ### is a RCT that compares syringe feeding (n=##) with cup-and-spoon feeding (n=##) in babies with cleft lip and palate in terms of feeding time and weight gain Furthermore, the babies with clefts were compared to ## non-cleft babies of the same age Babies were followed from the age of one to ## weeks <PERSOON> (###) describes a RCT in which the effects of bottle feeding (n=##) after cheiloplasty are compared to those of feeding from a spoon, cup or syringe (n=##) in terms of oral intake, weight gain and risk of postoperative complications Cleft palate repair was performed using the #-flap palatoplasty technique at the age of approximately # months Patients were followed until two months after the operation <PERSOON> (###) describes a retrospective observational study in which the weight gain of children with a cleft lip/alveolus and/ or palate is compared when they are treated on an.
704
nvog
clefts, were identified by a systematic literature search and included in this review Ausgornwan (###) is a RCT that compares the risk of wound dehiscence in patients receiving breast/bottle feeding (n=##) versus spoon/syringe feeding (n=##) after primary Hughes (###) is a pilot study (RCT) that compares the effect of nasogastric feeding (n=##) with oral feeding (n=##) on morphine requirements and amount of ingested food after primary cleft palate repair Babies underwent palate repair (type of surgery not described) at the age of five to ten months Patients were followed for the first ## hours after surgery <PERSOON>, ### is a RCT that compares syringe feeding (n=##) with cup-and-spoon feeding (n=##) in babies with cleft lip and palate in terms of feeding time and weight gain Furthermore, the babies with clefts were compared to ## non-cleft babies of the same age Babies were followed from the age of one to ## weeks <PERSOON> (###) describes a RCT in which the effects of bottle feeding (n=##) after cheiloplasty are compared to those of feeding from a spoon, cup or syringe (n=##) in terms of oral intake, weight gain and risk of postoperative complications Cleft palate repair was performed using the #-flap palatoplasty technique at the age of approximately # months Patients were followed until two months after the operation <PERSOON> (###) describes a retrospective observational study in which the weight gain of children with a cleft lip/alveolus and/ or palate is compared when they are treated on an (one center, n=###) In the first two centers mother and baby were cared for in the community and followed up at regular intervals by the cleft team in outpatient clinics prior to admission for primary surgery In the third center an inpatient mother-and-baby ward was established, where infants with clefts were cared for by mothers and nursing staff until the time for primary repair Patients were followed until the age of four months Turner (###) describes a prospective observational study in which the effectiveness of a palatal obturator on feeding time, amount of ingested milk, weight gain and growth is compared with lactation education and the use of a Haberman bottle in eight babies with a cleft of the hard and soft palate A #-phase (A, B#, C#, B#, C#) withdrawal design was used with each infant serving as its own control In phase A the baseline minutes to feed were obtained in three consecutive feedings In the B# phase the baseline minutes to feed were obtained for three feedings with the Haberman bottle In the C# phase minutes to feed with a palatal obturator and breast feeding were obtained for three feedings In the B# phase the obturator was again removed for three feedings and total time with Haberman was recorded In phase C# the time to feed of three feedings with obturator and Haberman was obtained At the conclusion of the #-phases parents completed a ##question satisfaction questionnaire.
640
nvog
(one center, n=###) In the first two centers mother and baby were cared for in the community and followed up at regular intervals by the cleft team in outpatient clinics prior to admission for primary surgery In the third center an inpatient mother-and-baby ward was established, where infants with clefts were cared for by mothers and nursing staff until the time for primary repair Patients were followed until the age of four months Turner (###) describes a prospective observational study in which the effectiveness of a palatal obturator on feeding time, amount of ingested milk, weight gain and growth is compared with lactation education and the use of a Haberman bottle in eight babies with a cleft of the hard and soft palate A #-phase (A, B#, C#, B#, C#) withdrawal design was used with each infant serving as its own control In phase A the baseline minutes to feed were obtained in three consecutive feedings In the B# phase the baseline minutes to feed were obtained for three feedings with the Haberman bottle In the C# phase minutes to feed with a palatal obturator and breast feeding were obtained for three feedings In the B# phase the obturator was again removed for three feedings and total time with Haberman was recorded In phase C# the time to feed of three feedings with obturator and Haberman was obtained At the conclusion of the #-phases parents completed a ##question satisfaction questionnaire at subsequent visits at two and three weeks, four months, one year and two years Besell (###) reports that two studies were pooled to compare rigid and squeezable bottles (n=###) After two months the difference in weight gain was -#,## kg (##% CI #,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group (weight gain was #,## kg higher in the squeezable bottle group on average) After three months the difference in weight gain was -#,## kg (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After six months the difference in weight gain was -# ## kg (##% CI -#,## to #,##) in the rigid One study reported the effects of breast feeding versus spoon feeding (n=##) <PERSOON> weight gain was higher by an average of #,## kg (##% CI #,## to #,##) in the breastfeeding group Two studies were pooled to compare the use of a maxillary plate versus no plate (n=##) After two months the difference in weight gain was -#,## (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group (weight gain was #,## kg higher in the plate group) After six months the difference in weight gain was -#,## (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group After ## months the difference in weight gain was <PERSOON>, ### reports that the syringe fed babies gained #,# kg in the first six weeks of.
701
nvog
and three weeks, four months, one year and two years Besell (###) reports that two studies were pooled to compare rigid and squeezable bottles (n=###) After two months the difference in weight gain was -#,## kg (##% CI #,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group (weight gain was #,## kg higher in the squeezable bottle group on average) After three months the difference in weight gain was -#,## kg (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After six months the difference in weight gain was -# ## kg (##% CI -#,## to #,##) in the rigid One study reported the effects of breast feeding versus spoon feeding (n=##) <PERSOON> weight gain was higher by an average of #,## kg (##% CI #,## to #,##) in the breastfeeding group Two studies were pooled to compare the use of a maxillary plate versus no plate (n=##) After two months the difference in weight gain was -#,## (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group (weight gain was #,## kg higher in the plate group) After six months the difference in weight gain was -#,## (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group After ## months the difference in weight gain was <PERSOON>, ### reports that the syringe fed babies gained #,# kg in the first six weeks of with breast milk <PERSOON> syringe fed babies that received a combination of breast milk and formula gained #,# kg in the first six weeks, #,# kg in the sixth to tenth week and #,# kg in the tenth to ##th week <PERSOON> cup-spoon fed babies gained #,# kg in the first six weeks, #,# kg in the sixth to tenth week and #,# kg in the tenth to ##th week if they were fed with breast milk <PERSOON> cup-spoon fed babies that received a combination of breast milk and formula gained #,# kg in the first six weeks, #,# kg in the sixth to tenth week and #,# kg in the tenth to ##th week In the group that received breast milk only, the weight gain was significantly (p(#,##) higher in the syringe fed babies in the sixth to tenth week In the breast/formula fed babies the weight gain was significantly higher in the syringe group in <PERSOON> (###) reports that the weight gain was #,#% in the bottle-fed infants and #,#% in the cup/spoon fed infants after one months (p=#,##) After two months the weight gain was ##,#% in the bottle-fed infants and #,#% in the cup/spoon fed infants (p=#,##) <PERSOON>, ### describes that the average weight gain in the first four months was ### g/week and ### g/week in the centers where patients were treated on an outpatient basis and ### g/week in the center where the patients were treated on an inpatient basis.
774
nvog
that received a combination of breast milk and formula gained #,# kg in the first six weeks, #,# kg in the sixth to tenth week and #,# kg in the tenth to ##th week <PERSOON> cup-spoon fed babies gained #,# kg in the first six weeks, #,# kg in the sixth to tenth week and #,# kg in the tenth to ##th week if they were fed with breast milk <PERSOON> cup-spoon fed babies that received a combination of breast milk and formula gained #,# kg in the first six weeks, #,# kg in the sixth to tenth week and #,# kg in the tenth to ##th week In the group that received breast milk only, the weight gain was significantly (p(#,##) higher in the syringe fed babies in the sixth to tenth week In the breast/formula fed babies the weight gain was significantly higher in the syringe group in <PERSOON> (###) reports that the weight gain was #,#% in the bottle-fed infants and #,#% in the cup/spoon fed infants after one months (p=#,##) After two months the weight gain was ##,#% in the bottle-fed infants and #,#% in the cup/spoon fed infants (p=#,##) <PERSOON>, ### describes that the average weight gain in the first four months was ### g/week and ### g/week in the centers where patients were treated on an outpatient basis and ### g/week in the center where the patients were treated on an inpatient basis Organization Standards for Growth Measurement, although all eight patients had a bottles (n=###) After two months the difference in height was -#,# cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After six months the difference in height patients in the rigid bottle group were on average #,## cm taller than those in the squeezable bottle group) After ## months the difference in height was #,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After two months the difference in head circumference was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group (the head circumference was # ## cm bigger in the squeezable bottle group) After six months the difference in head circumference was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After ## months the difference in head circumference was -#,## cm (##% CI -#,## to -#,##) in the rigid versus squeezable bottle At two to six months the difference in height was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group (patients in the maxillary plate group were taller by #,## cm) After six months the difference in height was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group After ## months the difference in height was #,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group At three.
802
nvog
bottles (n=###) After two months the difference in height was -#,# cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After six months the difference in height patients in the rigid bottle group were on average #,## cm taller than those in the squeezable bottle group) After ## months the difference in height was #,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After two months the difference in head circumference was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group (the head circumference was # ## cm bigger in the squeezable bottle group) After six months the difference in head circumference was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the rigid versus squeezable bottle group After ## months the difference in head circumference was -#,## cm (##% CI -#,## to -#,##) in the rigid versus squeezable bottle At two to six months the difference in height was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group (patients in the maxillary plate group were taller by #,## cm) After six months the difference in height was -#,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group After ## months the difference in height was #,## cm (##% CI -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group At three -#,## to #,##) in the maxillary plate versus no plate group (patients in the no plate group had a bigger head circumference by #,## cm) At ## months the difference in head circumference was #,## Goyal (###) describes that the following feeding interventions have been described in literature and found effective in supporting normal growth in infants with clefts a squeezable bottle with an orthodontic nipple, a squeezable <PERSOON> Lip/<PERSOON> following interventions have also been described as being potentially effective in supporting growth the Haberman Feeder and type P teat, disposable syringe (without needle), Benifex cleft lip/palate nurser, cup feeding and spoon feeding There is contradictory evidence regarding the use of obturators Some studies suggest that they do not facilitate feeding or weight gain, while others suggest that obturators may improve feeding efficiency A pragmatic approach to feeding, plus using a combination of various interventions is recommended Although a systematic search is performed, the evidence and outcome measures are not summarized systematically and no meta-analyses are Hughes (###) reports that the amount of post-operative feed in the first ## hours after surgery was ## mL/kg in the oral feeding group and ### mL/kg in the nasogastric feeding <PERSOON>, ### reports that average feeding time was ## mL/ # ## minute for the syringefed babies and ## mL/<DATUM> minute for the cup-and-spoon fed babies (p-value not <PERSOON> (###) describes that there were no differences in oral intake between the bottle-fed.
768
nvog
to #,##) in the maxillary plate versus no plate group (patients in the no plate group had a bigger head circumference by #,## cm) At ## months the difference in head circumference was #,## Goyal (###) describes that the following feeding interventions have been described in literature and found effective in supporting normal growth in infants with clefts a squeezable bottle with an orthodontic nipple, a squeezable <PERSOON> Lip/<PERSOON> following interventions have also been described as being potentially effective in supporting growth the Haberman Feeder and type P teat, disposable syringe (without needle), Benifex cleft lip/palate nurser, cup feeding and spoon feeding There is contradictory evidence regarding the use of obturators Some studies suggest that they do not facilitate feeding or weight gain, while others suggest that obturators may improve feeding efficiency A pragmatic approach to feeding, plus using a combination of various interventions is recommended Although a systematic search is performed, the evidence and outcome measures are not summarized systematically and no meta-analyses are Hughes (###) reports that the amount of post-operative feed in the first ## hours after surgery was ## mL/kg in the oral feeding group and ### mL/kg in the nasogastric feeding <PERSOON>, ### reports that average feeding time was ## mL/ # ## minute for the syringefed babies and ## mL/<DATUM> minute for the cup-and-spoon fed babies (p-value not <PERSOON> (###) describes that there were no differences in oral intake between the bottle-fed <PERSOON> oral intake on the #th day was higher in the bottle-fed infants (###mL versus ### mL, p=#,###) Turner (###) describes that the average feeding time was ## minutes at baseline, ## and ## minutes in phase B# and B#, respectively (with Haberman) and ## and ## minutes in phase C# and C#, respectively (with obturator) (p(#,##) <PERSOON> average volume of milk consumed was ## and ## mL in phase B# and B#, respectively and ## and ## mL in phase C# and C#, respectively (p(###) <PERSOON> average volume of milk consumed per minute was #,# and #,# mL in the B# and B# phase respectively and #,# and #,# in the C# and C# phase Ausgornwan (###) describes the subjective observation of the authors and opinions of the parents <PERSOON> overall experience is that parents are more satisfied with breast/bottle feeding and children are more relaxed, when compared to spoon/syringe feeding Besell (###) reports that in the squeezable versus rigid bottle comparison one study reported quality of life using a ##-hour parental log (crying, feeding, sleeping, playing time) No statistically significant difference between bottle types were shown for any of Turner (###) describes that out of the six out of eight mothers of the participating infants were highly satisfied with the obturator plus Haberman feeding method and two showed Ausgornwan (###) reports that there was no significant difference between the wound dehiscence (p=#,##) Furthermore, there was no significant difference in the risk.
713
nvog
the #th day was higher in the bottle-fed infants (###mL versus ### mL, p=#,###) Turner (###) describes that the average feeding time was ## minutes at baseline, ## and ## minutes in phase B# and B#, respectively (with Haberman) and ## and ## minutes in phase C# and C#, respectively (with obturator) (p(#,##) <PERSOON> average volume of milk consumed was ## and ## mL in phase B# and B#, respectively and ## and ## mL in phase C# and C#, respectively (p(###) <PERSOON> average volume of milk consumed per minute was #,# and #,# mL in the B# and B# phase respectively and #,# and #,# in the C# and C# phase Ausgornwan (###) describes the subjective observation of the authors and opinions of the parents <PERSOON> overall experience is that parents are more satisfied with breast/bottle feeding and children are more relaxed, when compared to spoon/syringe feeding Besell (###) reports that in the squeezable versus rigid bottle comparison one study reported quality of life using a ##-hour parental log (crying, feeding, sleeping, playing time) No statistically significant difference between bottle types were shown for any of Turner (###) describes that out of the six out of eight mothers of the participating infants were highly satisfied with the obturator plus Haberman feeding method and two showed Ausgornwan (###) reports that there was no significant difference between the wound dehiscence (p=#,##) Furthermore, there was no significant difference in the risk episodes in the first ## hours postoperatively, in the group receiving oral feeding (median #, range # to ##) and nasogastric feeding (median #,#, range # to ##) Morphine and other <PERSOON> (###) describes that there was no significant difference (p=#,##) in postoperative complications (bleeding, respiratory problems, wound dehiscence) in the patients that occurred in four patients in the bottle-fed group and five patients in the cup/spoon fed Regarding Besell (###), the evidence for the comparisons squeezable – rigid bottle and obturator – no obturator were downgraded by one grade due to high heterogeneity between the pooled studies Regarding the comparison breast – spoon feeding, the evidence was downgraded by two grades for imprecision and poor allocation <PERSOON> level of evidence of Turner (###) was downgraded by one level from low to very low <PERSOON> level of evidence of Goyal, ### was downgraded by two levels (from high to low) <PERSOON> level of evidence of <PERSOON>, ### was downgraded by one level (from high to moderate) <PERSOON> level of evidence of <PERSOON>, ### was downgraded due three to the retrospective <PERSOON> level of evidence of <PERSOON>, ### was downgraded by two levels due to imprecision <PERSOON> level of evidence of Hughes ### was downgraded by two levels due to short length <PERSOON> level of evidence of Ausgornwal, ### was donwngraded by three levels (from high to very low) two levels for imprecision (low event rate), one for lack of allocation There is a moderate level of proof that for infants with a cleft lip/alveolus.
746
nvog
receiving oral feeding (median #, range # to ##) and nasogastric feeding (median #,#, range # to ##) Morphine and other <PERSOON> (###) describes that there was no significant difference (p=#,##) in postoperative complications (bleeding, respiratory problems, wound dehiscence) in the patients that occurred in four patients in the bottle-fed group and five patients in the cup/spoon fed Regarding Besell (###), the evidence for the comparisons squeezable – rigid bottle and obturator – no obturator were downgraded by one grade due to high heterogeneity between the pooled studies Regarding the comparison breast – spoon feeding, the evidence was downgraded by two grades for imprecision and poor allocation <PERSOON> level of evidence of Turner (###) was downgraded by one level from low to very low <PERSOON> level of evidence of Goyal, ### was downgraded by two levels (from high to low) <PERSOON> level of evidence of <PERSOON>, ### was downgraded by one level (from high to moderate) <PERSOON> level of evidence of <PERSOON>, ### was downgraded due three to the retrospective <PERSOON> level of evidence of <PERSOON>, ### was downgraded by two levels due to imprecision <PERSOON> level of evidence of Hughes ### was downgraded by two levels due to short length <PERSOON> level of evidence of Ausgornwal, ### was donwngraded by three levels (from high to very low) two levels for imprecision (low event rate), one for lack of allocation There is a moderate level of proof that for infants with a cleft lip/alveolus feeding results in a similar gain in weight gain and height as feeding from We found little proof that in infants with a cleft lip/alveolus and palate or a cleft palate only breastfeeding results in a higher weight gain when There is a moderate level of evidence that in infants with a cleft lip/alveolus and palate or a cleft palate only the use of maxillary plate for feeding results in a similar weight gain in weight and height as not using a We found very little proof that using a palatal obturator in combination with lactation education and a Special Needs Feeder (Haberman bottle) leads to a reduced feeding time and increased volume intake, when compared to using a Haberman bottle feeder and/or lactation instructions without an obturator in infants with a cleft of the hard and soft palate We found little proof that that the combined use of different feeding pump and lactation education) may successfully meet the feeding needs There is a moderate level of evidence that bottle feeding after palatoplasty has a similar effect on weight gain, oral intake and complication rate as feeding with a spoon, cup or syringe We found very little proof that that there is no difference in weight gain between infants with a cleft palate that were treated on an outpatient basis or infants with a cleft palate that were hospitalized in a mother-andbaby ward until the time for primary cleft repair We found little proof that that infants with a cleft lip/alveolus and palate.
623
nvog
and height as feeding from We found little proof that in infants with a cleft lip/alveolus and palate or a cleft palate only breastfeeding results in a higher weight gain when There is a moderate level of evidence that in infants with a cleft lip/alveolus and palate or a cleft palate only the use of maxillary plate for feeding results in a similar weight gain in weight and height as not using a We found very little proof that using a palatal obturator in combination with lactation education and a Special Needs Feeder (Haberman bottle) leads to a reduced feeding time and increased volume intake, when compared to using a Haberman bottle feeder and/or lactation instructions without an obturator in infants with a cleft of the hard and soft palate We found little proof that that the combined use of different feeding pump and lactation education) may successfully meet the feeding needs There is a moderate level of evidence that bottle feeding after palatoplasty has a similar effect on weight gain, oral intake and complication rate as feeding with a spoon, cup or syringe We found very little proof that that there is no difference in weight gain between infants with a cleft palate that were treated on an outpatient basis or infants with a cleft palate that were hospitalized in a mother-andbaby ward until the time for primary cleft repair We found little proof that that infants with a cleft lip/alveolus and palate higher weight gain than those who are fed with the cup and spoon We found little proof that that nasogastric feeding leads to higher enteral intake than oral feeding in the first ## hours after primary cleft palate We found very little proof that that patients undergoing breast/bottle feeding have a similar risk of wound dehiscence as patients fed by Concluderend kan er worden gesteld dat er weinig onderzoek gedaan is naar de meest optimale manier van voeden van baby’s met een schisis en dat het beschikbare onderzoek een laag niveau van wetenschappelijk bewijs heeft Het is nog niet duidelijk hoe het normale zuig-slikpatroon zich ontwikkelt bij kinderen met schisis ten opzichte van het toegepast op basis van expert opinion zonder dat daarvoor een solide onderbouwing is Baby’s met schisis worden meestal uitgesloten bij de onderzoeken naar het zuigslikpatroon In onderzoeken van Palmer wordt in het algemeen aangenomen dat het zuigslikpatroon bij baby’s met schisis fundamenteel anders is maar bewijs hiervan is er niet In twee studies werden de standaardfles en speen vergeleken met de Special Needs Feeder (squeezable) Beide studies gebruikten gewicht, lengte en hoofdomtrek als uitkomstmaat Hierbij werden geen significante verschillen gevonden in gewicht, lengte en hoofdomtrek op verschillende momenten tijdens de studie Het aspect “kwaliteit van leven” werd wel als beter ervaren in de groep met de Special Needs Feeder Dit was echter niet significant Er hoefde minder vaak een aanpassing aan de Special Needs Feeder te worden gedaan dan aan de standaard fles (Shaw, ###; Brine, ###).
549
nvog
the cup and spoon We found little proof that that nasogastric feeding leads to higher enteral intake than oral feeding in the first ## hours after primary cleft palate We found very little proof that that patients undergoing breast/bottle feeding have a similar risk of wound dehiscence as patients fed by Concluderend kan er worden gesteld dat er weinig onderzoek gedaan is naar de meest optimale manier van voeden van baby’s met een schisis en dat het beschikbare onderzoek een laag niveau van wetenschappelijk bewijs heeft Het is nog niet duidelijk hoe het normale zuig-slikpatroon zich ontwikkelt bij kinderen met schisis ten opzichte van het toegepast op basis van expert opinion zonder dat daarvoor een solide onderbouwing is Baby’s met schisis worden meestal uitgesloten bij de onderzoeken naar het zuigslikpatroon In onderzoeken van Palmer wordt in het algemeen aangenomen dat het zuigslikpatroon bij baby’s met schisis fundamenteel anders is maar bewijs hiervan is er niet In twee studies werden de standaardfles en speen vergeleken met de Special Needs Feeder (squeezable) Beide studies gebruikten gewicht, lengte en hoofdomtrek als uitkomstmaat Hierbij werden geen significante verschillen gevonden in gewicht, lengte en hoofdomtrek op verschillende momenten tijdens de studie Het aspect “kwaliteit van leven” werd wel als beter ervaren in de groep met de Special Needs Feeder Dit was echter niet significant Er hoefde minder vaak een aanpassing aan de Special Needs Feeder te worden gedaan dan aan de standaard fles (Shaw, ###; Brine, ###) lipsluiting (postoperatief werd een verschil gezien in het voordeel van de borstvoeding groep Echter, de follow-up was maar zes weken De opnametijd in het ziekenhuis gaf Bij twee studies (Prahl, ###; Gorstein, ###) werd het effect gemeten van wel/geen gehemelteplaatje tot aan de sluiting van het palatum molle De uitkomstmaten waren gewicht ten opzichte van lengte, lengte ten opzichte van leeftijd en gewicht ten opzichte van leeftijd (Z-score) Bij geen van de studies was er een significant verschil Echter, in het onderzoek van Prahl (Prahl, ###) werd wel een significant verschil gerapporteerd voor kinderen met een complete lip-, kaak- en verhemeltespleet met de normwaarden voor Nederlandse kinderen zonder schisis De kinderen waren lichter en korter in het eerste levensjaar vergeleken met de normwaarden voor Nederlandse kinderen Het wel of niet aanwezig zijn van een gehemelteplaatje was hierbij niet van belang Dit verschil was Er is meer fysiologisch functioneel onderzoek nodig om het zuig-slikpatroon bij baby’s en kinderen met een schisis inzichtelijk te maken Ook is onderzoek nodig naar de incidentie van voedingsproblemen met de risicofactoren zoals postoperatief herstel ten opzichte van normale kinderen De resultaten van deze onderzoeken moeten duidelijk maken of en zo ja, wat de verschillen zijn t o v een normaal zuig-slikpatroon bij gezonde baby’s en kinderen Ook is verder onderzoek nodig zowel na de geboorte als postoperatief naar de wijze waarop kinderen met een schisis in staat zijn de anatomische afwijkingen te compenseren in het slikproces.
571
nvog
verschil gezien in het voordeel van de borstvoeding groep Echter, de follow-up was maar zes weken De opnametijd in het ziekenhuis gaf Bij twee studies (Prahl, ###; Gorstein, ###) werd het effect gemeten van wel/geen gehemelteplaatje tot aan de sluiting van het palatum molle De uitkomstmaten waren gewicht ten opzichte van lengte, lengte ten opzichte van leeftijd en gewicht ten opzichte van leeftijd (Z-score) Bij geen van de studies was er een significant verschil Echter, in het onderzoek van Prahl (Prahl, ###) werd wel een significant verschil gerapporteerd voor kinderen met een complete lip-, kaak- en verhemeltespleet met de normwaarden voor Nederlandse kinderen zonder schisis De kinderen waren lichter en korter in het eerste levensjaar vergeleken met de normwaarden voor Nederlandse kinderen Het wel of niet aanwezig zijn van een gehemelteplaatje was hierbij niet van belang Dit verschil was Er is meer fysiologisch functioneel onderzoek nodig om het zuig-slikpatroon bij baby’s en kinderen met een schisis inzichtelijk te maken Ook is onderzoek nodig naar de incidentie van voedingsproblemen met de risicofactoren zoals postoperatief herstel ten opzichte van normale kinderen De resultaten van deze onderzoeken moeten duidelijk maken of en zo ja, wat de verschillen zijn t o v een normaal zuig-slikpatroon bij gezonde baby’s en kinderen Ook is verder onderzoek nodig zowel na de geboorte als postoperatief naar de wijze waarop kinderen met een schisis in staat zijn de anatomische afwijkingen te compenseren in het slikproces In verband met de sensomotorische ontwikkeling is het van belang het zuig- slikpatroon en het eetpatroon zo snel mogelijk te normaliseren door een natuurlijke voedingsvorm te hanteren Indien sondevoeding noodzakelijk is dan moet dit zo kort mogelijk gedaan worden en bij voorkeur moet sondevoeding in dat geval in combinatie worden gegeven Voor kinderen met een cheiloschisis kan het omvatten van de borst/speen moeilijk zijn Hierdoor kunnen zij moeilijker de melk uit de borst/speen zuigen Indien er sprake is van een palatoschisis (al dan niet in combinatie met een cheilo- en/of gnathoschisis) dan kan het kind onvoldoende krachtig zuigen Er wordt dan geen vacuüm gevormd, vanwege de open verbinding tussen mond en neus Het aanleggen aan de borst en het gebruik van een reguliere fles hebben door de beperkte zuigmogelijkheden dan Daarnaast hebben kinderen met een palatoschisis een grote kans op nasale regurgitatie tijdens de voeding Een special needs feeder zoals de Special Needs Feeder (Haberman) van Medela (plastic fles met ventiel en speciale speen) bewijst dan goede diensten Door in de speen te knijpen tijdens het zuigen en gebruik te maken van het <DATUM> # systeem, kan Bij kinderen met refluxklachten waarbij verdikte melk voorgeschreven wordt, kan de Nuby Voor kinderen met een cheilo-, cheilognatho- en/of palatoschisis en hun ouders is het erg belangrijk dat zij vanaf kort na de geboorte goed begeleid worden met betrekking tot de voeding Bij voedingsproblemen dient de logopedist van het schisisteam ingeschakeld te worden Deze logopedist heeft kennis over en ervaring met de normale drink- en.
568
nvog
van belang het zuig- slikpatroon en het eetpatroon zo snel mogelijk te normaliseren door een natuurlijke voedingsvorm te hanteren Indien sondevoeding noodzakelijk is dan moet dit zo kort mogelijk gedaan worden en bij voorkeur moet sondevoeding in dat geval in combinatie worden gegeven Voor kinderen met een cheiloschisis kan het omvatten van de borst/speen moeilijk zijn Hierdoor kunnen zij moeilijker de melk uit de borst/speen zuigen Indien er sprake is van een palatoschisis (al dan niet in combinatie met een cheilo- en/of gnathoschisis) dan kan het kind onvoldoende krachtig zuigen Er wordt dan geen vacuüm gevormd, vanwege de open verbinding tussen mond en neus Het aanleggen aan de borst en het gebruik van een reguliere fles hebben door de beperkte zuigmogelijkheden dan Daarnaast hebben kinderen met een palatoschisis een grote kans op nasale regurgitatie tijdens de voeding Een special needs feeder zoals de Special Needs Feeder (Haberman) van Medela (plastic fles met ventiel en speciale speen) bewijst dan goede diensten Door in de speen te knijpen tijdens het zuigen en gebruik te maken van het <DATUM> # systeem, kan Bij kinderen met refluxklachten waarbij verdikte melk voorgeschreven wordt, kan de Nuby Voor kinderen met een cheilo-, cheilognatho- en/of palatoschisis en hun ouders is het erg belangrijk dat zij vanaf kort na de geboorte goed begeleid worden met betrekking tot de voeding Bij voedingsproblemen dient de logopedist van het schisisteam ingeschakeld te worden Deze logopedist heeft kennis over en ervaring met de normale drink- en Verder moet de logopedist op de hoogte zijn van de verschillende manieren van voeden en het gebruik van de verschillende lengtegroei en lichaamsgewicht, aerofagie, dysfagie, nasale regurgitatie, hoeveelheid intake, flow, en voedingstijd Het vertrouwen van ouders en verzorgers in een goede begeleiding, waarbij het welbevinden van het kind en de kwaliteit van de voedingssessie voorop staat Als er geen specifieke problemen zijn kan een andere zorgprofessional Concluderend kan gesteld worden dat er geen duidelijke voorkeur bestaat voor één voedingsmanier; dit is afhankelijk van het kind, de ouders en het type schisis (Goyal,  zorg dat er per schisisteam een logopedist aanwezig is, met kennis van en ervaring met de normale drink- en eetontwikkeling en het effect van schisis hierop De logopedist van het schisisteam moet participeren in de werkgroep logopedie van de  rondom de voeding van een kind met een schisis moet er zorg op maat worden gegeven Iedere ouder en ieder kind heeft andere adviezen nodig De logopedist moet de bestaande Special Needs Feeders kennen en kunnen toepassen;  tijdens de zwangerschap (na de ## weken echo) en/of na de geboorte, wordt vanuit het schisisteam voorlichting gegeven over het zorgpad schisis Hierin vindt onder andere voorlichting plaats over de (on)mogelijkheden van borst- en flesvoeding door de logopedist of door een lid van het schisisteam van een andere discipline in Deze aanbevelingen gelden zowel voor de pasgeborenen als in de postoperatieve fase <PERSOON> of.
552
nvog
logopedist op de hoogte zijn van de verschillende manieren van voeden en het gebruik van de verschillende lengtegroei en lichaamsgewicht, aerofagie, dysfagie, nasale regurgitatie, hoeveelheid intake, flow, en voedingstijd Het vertrouwen van ouders en verzorgers in een goede begeleiding, waarbij het welbevinden van het kind en de kwaliteit van de voedingssessie voorop staat Als er geen specifieke problemen zijn kan een andere zorgprofessional Concluderend kan gesteld worden dat er geen duidelijke voorkeur bestaat voor één voedingsmanier; dit is afhankelijk van het kind, de ouders en het type schisis (Goyal,  zorg dat er per schisisteam een logopedist aanwezig is, met kennis van en ervaring met de normale drink- en eetontwikkeling en het effect van schisis hierop De logopedist van het schisisteam moet participeren in de werkgroep logopedie van de  rondom de voeding van een kind met een schisis moet er zorg op maat worden gegeven Iedere ouder en ieder kind heeft andere adviezen nodig De logopedist moet de bestaande Special Needs Feeders kennen en kunnen toepassen;  tijdens de zwangerschap (na de ## weken echo) en/of na de geboorte, wordt vanuit het schisisteam voorlichting gegeven over het zorgpad schisis Hierin vindt onder andere voorlichting plaats over de (on)mogelijkheden van borst- en flesvoeding door de logopedist of door een lid van het schisisteam van een andere discipline in Deze aanbevelingen gelden zowel voor de pasgeborenen als in de postoperatieve fase <PERSOON> of patients with cleft lip repair J Med Assoc Thailand ### <PERSOON>;## <PERSOON> J, <PERSOON> AM Feeding interventions for growth and development in infants with cleft lip, cleft palate or cleft lip and palate [Review][Update of <PERSOON> of obturators and other feeding interventions in patients with cleft lip and palate a review European Archives of Paediatric Dentistry Official Journal of the <PERSOON> R, <PERSOON> R, et al <PERSOON> nasogastric feeding reduce distress after cleft palate repair in infants? <PERSOON> IN, Saheeb BD Feeding intervention in cleft lip and palate babies a practical approach to feeding efficiency and weight gain International Journal of Oral & Maxillofacial Surgery ### <PERSOON>;##(#) #<DATUM> <PERSOON-##> WB Weight gain and feeding in the neonate with cleft a three-center study CLEFT PALATE J ### <PERSOON-##> EK, <PERSOON-##> TJ, Chae SW Effect of unrestricted bottle-feeding on early postoperative course after cleft palate <PERSOON-##> effects of lactation education and a prosthetic obturator appliance on feeding efficiency in infants with cleft lip and palate Cleft Palate-Craniofac J ### <PERSOON-##> and Swallowing Disordes in Infancy Assessment and management ### ISBN <TELEFOONNUMMER>.
555
nvog
J Med Assoc Thailand ### <PERSOON>;## <PERSOON> J, <PERSOON> AM Feeding interventions for growth and development in infants with cleft lip, cleft palate or cleft lip and palate [Review][Update of <PERSOON> of obturators and other feeding interventions in patients with cleft lip and palate a review European Archives of Paediatric Dentistry Official Journal of the <PERSOON> R, <PERSOON> R, et al <PERSOON> nasogastric feeding reduce distress after cleft palate repair in infants? <PERSOON> IN, Saheeb BD Feeding intervention in cleft lip and palate babies a practical approach to feeding efficiency and weight gain International Journal of Oral & Maxillofacial Surgery ### <PERSOON>;##(#) #<DATUM> <PERSOON> WB Weight gain and feeding in the neonate with cleft a three-center study CLEFT PALATE J ### <PERSOON-##> EK, <PERSOON-##> TJ, Chae SW Effect of unrestricted bottle-feeding on early postoperative course after cleft palate <PERSOON-##> effects of lactation education and a prosthetic obturator appliance on feeding efficiency in infants with cleft lip and palate Cleft Palate-Craniofac J ### <PERSOON-##> and Swallowing Disordes in Infancy Assessment and management ### ISBN <TELEFOONNUMMER> Welke overwegingen (voor- en nadelen) spelen een rol bij het bepalen van het moment van het sluiten van de gehemeltespleet en de lipspleet bij kinderen met een Door de palatoschisis is het voor patiënten met een schisis onmogelijk om de neusholte van de keelholte te scheiden Dit geeft met name spraak- en voedingsklachten Sluiting van het (zachte en/of harde) palatum heeft tot doel deze klachten op te lossen Eerdere sluiting geeft een eerdere oplossing van de klachten, maar kan groeistoornissen van de bovenkaak geven Een verstoorde groei van de bovenkaak kan leiden tot een onderontwikkeling van het middengezicht hetgeen een effect heeft op de voorachterwaartse relatie van de onderkaak en de bovenkaak en op de prominentie van de neus Ook de breedtegroei van de bovenkaak kan door operatie van het palatum belemmerd worden waardoor de kiezen niet meer goed op elkaar sluiten Het is dan ook van belang om te weten op welke leeftijd (een deel van) het gehemelte het best gesloten Bij lipsluiting is er minder discussie over de timing Gezien de esthetiek wordt de lip over het algemeen in het eerste jaar gesloten, veelal in de eerste levensmaanden van het leven, waarbij dan een primaire correctie van de neus uitgevoerd kan worden (zie hoofdstuk neuscorrecties bij schisis) Het is van belang om het optimale tijdstip van lipsluiting te  I palatumsluiting voor de leeftijd van ## maanden / lipsluiting voor de leeftijd drie  C palatumsluiting na de leeftijd van ## maanden/ lipsluiting na de leeftijd van drie  O.
564
nvog
een rol bij het bepalen van het moment van het sluiten van de gehemeltespleet en de lipspleet bij kinderen met een Door de palatoschisis is het voor patiënten met een schisis onmogelijk om de neusholte van de keelholte te scheiden Dit geeft met name spraak- en voedingsklachten Sluiting van het (zachte en/of harde) palatum heeft tot doel deze klachten op te lossen Eerdere sluiting geeft een eerdere oplossing van de klachten, maar kan groeistoornissen van de bovenkaak geven Een verstoorde groei van de bovenkaak kan leiden tot een onderontwikkeling van het middengezicht hetgeen een effect heeft op de voorachterwaartse relatie van de onderkaak en de bovenkaak en op de prominentie van de neus Ook de breedtegroei van de bovenkaak kan door operatie van het palatum belemmerd worden waardoor de kiezen niet meer goed op elkaar sluiten Het is dan ook van belang om te weten op welke leeftijd (een deel van) het gehemelte het best gesloten Bij lipsluiting is er minder discussie over de timing Gezien de esthetiek wordt de lip over het algemeen in het eerste jaar gesloten, veelal in de eerste levensmaanden van het leven, waarbij dan een primaire correctie van de neus uitgevoerd kan worden (zie hoofdstuk neuscorrecties bij schisis) Het is van belang om het optimale tijdstip van lipsluiting te  I palatumsluiting voor de leeftijd van ## maanden / lipsluiting voor de leeftijd drie  C palatumsluiting na de leeftijd van ## maanden/ lipsluiting na de leeftijd van drie  O De werkgroep achtte de vorm van de lip, groei van de maxilla en velopharyngeale and the Cochrane Library between ### and December #rd ### This search was aimed to identify systematic reviews, RCTs, CCTs, and observational studies Studies that investigated patients with cleft lip and palate were selected if they compared stage palatal closure before ## months of age / lip closure before three months of age to stage palatal closure palate after ## months / lip closure after three months of age Data on effect sizes or primary data had to be available for at least one of the outcomes of aesthetic results For the outcomes speech and hearing, a follow-up until at least the age of four years, and a follow-up length of at least one year was deemed sufficient For the outcome maxillary growth, a follow-up time until at least the age of nine years was deemed sufficient When papers reported a shorter follow-up time they were excluded <PERSOON> initial search identified ### references of which ## were assessed on full text After assessment of full text ## studies were excluded and ## studies were included A total of ## studies was included in this literature summary three systematic reviews (Liao, ###; Nollet, ###; <PERSOON>, ###), three randomized controlled trials (RCTs) (<PERSOON>, ###), two prospective observational studies (Fudalej, ###; Ysunza, ###) and eight retrospective observational studies (Bartzela, ###; Friede, ###;.
614
nvog
De werkgroep achtte de vorm van de lip, groei van de maxilla en velopharyngeale and the Cochrane Library between ### and December #rd ### This search was aimed to identify systematic reviews, RCTs, CCTs, and observational studies Studies that investigated patients with cleft lip and palate were selected if they compared stage palatal closure before ## months of age / lip closure before three months of age to stage palatal closure palate after ## months / lip closure after three months of age Data on effect sizes or primary data had to be available for at least one of the outcomes of aesthetic results For the outcomes speech and hearing, a follow-up until at least the age of four years, and a follow-up length of at least one year was deemed sufficient For the outcome maxillary growth, a follow-up time until at least the age of nine years was deemed sufficient When papers reported a shorter follow-up time they were excluded <PERSOON> initial search identified ### references of which ## were assessed on full text After assessment of full text ## studies were excluded and ## studies were included A total of ## studies was included in this literature summary three systematic reviews (Liao, ###; Nollet, ###; <PERSOON>, ###), three randomized controlled trials (RCTs) (<PERSOON>, ###), two prospective observational studies (Fudalej, ###; Ysunza, ###) and eight retrospective observational studies (Bartzela, ###; Friede, ###; observational studies where it was not reported whether they were prospective or Bartzela (###) is a retrospective observational study in complete bilateral cleft lip/palate that compares the effect of three different center protocols on maxillary growth (dental arch relationship) in patients with bilateral cleft lip and palate In center A (n=##) patients underwent soft palate closure (center’s own technique) at the age of <DATUM> months and hard palate closure with alveolar bone grafting at the age of <DATUM> years In center B (n=##) patients underwent modified von Langenbeck soft palate closure at ## months and von Langenbeck hard palate closure at the age of <DATUM> years In center C (n=###) the hard palate was closed on one side at <DATUM> months and on the other side at five months, soft palate closure (von Langenbeck) at ## months and bilateral alveolar bone grafting was performed at the age of ## years Dental casts were evaluated at the age of #, # and ## Friede (###) is a retrospective observational study that examines cephalometric growth in patients with unilateral complete cleft lip and palate that underwent early one-stage hard palate closure (n=##) in one center versus two-staged palate closure (n=##) in another center In the center that performed early hard palate closure the patients underwent the vomer flap procedure at three months together with lip closure and then a pushback procedure at ## months In the center that performed late hard palate closure.
650
nvog
were prospective or Bartzela (###) is a retrospective observational study in complete bilateral cleft lip/palate that compares the effect of three different center protocols on maxillary growth (dental arch relationship) in patients with bilateral cleft lip and palate In center A (n=##) patients underwent soft palate closure (center’s own technique) at the age of <DATUM> months and hard palate closure with alveolar bone grafting at the age of <DATUM> years In center B (n=##) patients underwent modified von Langenbeck soft palate closure at ## months and von Langenbeck hard palate closure at the age of <DATUM> years In center C (n=###) the hard palate was closed on one side at <DATUM> months and on the other side at five months, soft palate closure (von Langenbeck) at ## months and bilateral alveolar bone grafting was performed at the age of ## years Dental casts were evaluated at the age of #, # and ## Friede (###) is a retrospective observational study that examines cephalometric growth in patients with unilateral complete cleft lip and palate that underwent early one-stage hard palate closure (n=##) in one center versus two-staged palate closure (n=##) in another center In the center that performed early hard palate closure the patients underwent the vomer flap procedure at three months together with lip closure and then a pushback procedure at ## months In the center that performed late hard palate closure # years together with bone grafting of alveolar cleft Lateral röntgencephalograms of these Fudalej (###) is a prospective observational study that compares dental arch relationship in patients who underwent a one-stage surgical protocol including lip and palate closure in one operation (n=##) versus a three-stage surgical protocol including lip closure, soft palate closure and delayed hard palatal closure in three operations (n=##) in patients with complete unilateral cleft lip and palate Dental casts of the children were compared at the age of <DATUM> for the one-stage closure and <DATUM> years for the three-stage closure Grobbelaar (###) is an observational study that assessed the effects of timing and time of cleft palate repair on speech in patients with a cleft in only the soft palate A total of ### patients were included in this study who underwent a Dorrance repair (n=##), Wardill (n=##), Perko (n=##), von Langenbeck (n=##) or Furlow Z-plasty (n=##) It was the policy of the unit to repair cleft palates before the age of one year Palates were repaired after one year of age when patients were referred at a later age or failed to attend the hospital on the booking date and thus had to be rescheduled A total of ## patients were operated before six months of age and ### after six months Articulation, intelligibility and resonance were assessed <PERSOON> follow-up period was from # to ## years with a mean of <DATUM> Gundlach (###) is a retrospective observational study in patients with complete.
648
nvog
Fudalej (###) is a prospective observational study that compares dental arch relationship in patients who underwent a one-stage surgical protocol including lip and palate closure in one operation (n=##) versus a three-stage surgical protocol including lip closure, soft palate closure and delayed hard palatal closure in three operations (n=##) in patients with complete unilateral cleft lip and palate Dental casts of the children were compared at the age of <DATUM> for the one-stage closure and <DATUM> years for the three-stage closure Grobbelaar (###) is an observational study that assessed the effects of timing and time of cleft palate repair on speech in patients with a cleft in only the soft palate A total of ### patients were included in this study who underwent a Dorrance repair (n=##), Wardill (n=##), Perko (n=##), von Langenbeck (n=##) or Furlow Z-plasty (n=##) It was the policy of the unit to repair cleft palates before the age of one year Palates were repaired after one year of age when patients were referred at a later age or failed to attend the hospital on the booking date and thus had to be rescheduled A total of ## patients were operated before six months of age and ### after six months Articulation, intelligibility and resonance were assessed <PERSOON> follow-up period was from # to ## years with a mean of <DATUM> Gundlach (###) is a retrospective observational study in patients with complete palatoplasty on speech development and maxillary growth are described Plaster casts from ## patients were evaluated (n=## at # years of age, n=## at ## years of age) <PERSOON> treatment results of three centers were compared In two centers (A and B, n=##) the palate was closed in two stages and in one center (C, n=##) in one stage In center A and B labioplasty was performed at six months according to the waveline procedure and intravelar veloplasty by Kriens at age ## to## months in center B and three years at center A In center C labioplasty was performed at three months according to the Triangular Flap Method and veloplasty at ## to ## months by the Two Flap technique, a modification of Tennison’s Stensil Method Maxillary arch dimensions measured on plaster casts, taken at the age of # and ## years, were studied <PERSOON> speech development was not precisely described in this paper, but in the discussion an earlier publication of speech development Kirschner (###) describes a retrospective observational study that examines speech outcome in children with complete unilateral cleft lip and palate, who underwent palate repair between three to seven months of age (n=##) or later than seven months of age (n=##) Surgical procedures were performed by two surgeons using a modified Furlow technique Speech evaluations were conducted using the Pittsburg Weighted Values for Speech symptoms associated with velopharyngeal incompetence by two speech pathologists Patients were followed for a mean of <DATUM> ± <DATUM> years.
651
nvog
Plaster casts from ## patients were evaluated (n=## at # years of age, n=## at ## years of age) <PERSOON> treatment results of three centers were compared In two centers (A and B, n=##) the palate was closed in two stages and in one center (C, n=##) in one stage In center A and B labioplasty was performed at six months according to the waveline procedure and intravelar veloplasty by Kriens at age ## to## months in center B and three years at center A In center C labioplasty was performed at three months according to the Triangular Flap Method and veloplasty at ## to ## months by the Two Flap technique, a modification of Tennison’s Stensil Method Maxillary arch dimensions measured on plaster casts, taken at the age of # and ## years, were studied <PERSOON> speech development was not precisely described in this paper, but in the discussion an earlier publication of speech development Kirschner (###) describes a retrospective observational study that examines speech outcome in children with complete unilateral cleft lip and palate, who underwent palate repair between three to seven months of age (n=##) or later than seven months of age (n=##) Surgical procedures were performed by two surgeons using a modified Furlow technique Speech evaluations were conducted using the Pittsburg Weighted Values for Speech symptoms associated with velopharyngeal incompetence by two speech pathologists Patients were followed for a mean of <DATUM> ± <DATUM> years of cleft (lip and) palate patients in terms of fistula rate and aims to determine whether patient or surgery characteristics determine this outcome <PERSOON> medical records of ### cleft palate patients were examined, and a multivariate analysis was performed to look for predictors of formation of fistulas One of the examined determinants was one- stage (n=###) versus two-stage (n=###) palate repair All patients underwent the cleft palate repair in two stages, unless the operating surgeon considered the cleft narrow enough to close in one operation <PERSOON> soft palate was closed at six to nine months <PERSOON> hard palate was closed by a modified von Langenbeck procedure at four to seven years; when the speech therapist felt that the open hard palate may influence speech <PERSOON> majority of operations was performed by two plastic surgeons <PERSOON> mean duration of follow-up was Liao (###) is a systematic review in which the effect of timing of hard palate repair on facial growth in patients with cleft palate and lip is studied, with special reference to cranial base, maxilla mandible, jaw relation and incisor relation A total of ## studies (n=###), all retrospective and non-randomized, were included in this review Nollet (###) is a systematic review and meta-analysis, that assesses determinants for treatment outcome in patients with unilateral cleft lip and palate A total of ## studies (n=###) were included in this review Patients were evaluated by the Great Ormond Street London and Oslo Yardstick (GOSLON) score, which assesses the dental arch.
648
nvog
patients in terms of fistula rate and aims to determine whether patient or surgery characteristics determine this outcome <PERSOON> medical records of ### cleft palate patients were examined, and a multivariate analysis was performed to look for predictors of formation of fistulas One of the examined determinants was one- stage (n=###) versus two-stage (n=###) palate repair All patients underwent the cleft palate repair in two stages, unless the operating surgeon considered the cleft narrow enough to close in one operation <PERSOON> soft palate was closed at six to nine months <PERSOON> hard palate was closed by a modified von Langenbeck procedure at four to seven years; when the speech therapist felt that the open hard palate may influence speech <PERSOON> majority of operations was performed by two plastic surgeons <PERSOON> mean duration of follow-up was Liao (###) is a systematic review in which the effect of timing of hard palate repair on facial growth in patients with cleft palate and lip is studied, with special reference to cranial base, maxilla mandible, jaw relation and incisor relation A total of ## studies (n=###), all retrospective and non-randomized, were included in this review Nollet (###) is a systematic review and meta-analysis, that assesses determinants for treatment outcome in patients with unilateral cleft lip and palate A total of ## studies (n=###) were included in this review Patients were evaluated by the Great Ormond Street London and Oslo Yardstick (GOSLON) score, which assesses the dental arch For this score a very good dental arch relationship is scored as one and a very poor one as five Randag (###) is a retrospective observational study that describes the effect of one-stage versus two-stage palate closure on speech and risk of postoperative complications in patients with a complete unilateral or bilateral cleft lip and palate A total of ## patients underwent one-stage palate closure at ten months, and ## patients underwent two-stage closure at ## and ## months <PERSOON> patient groups underwent lip closure at <DATUM> months Soft palate was closed using intravelar veloplasty Hard palate was closed using the von Langenbeck technique a two-flap palatoplasty or a hybrid palatoplasty depending on the width of the cleft Speech analysis was performed by analysing spontaneous speech and performing an articulation test Patients were followed until the age of <DATUM> years <PERSOON> (###) describes an RCT in which the effects of operating the soft palate first facial growth are studied in unilateral complete cleft lip and palate patients <PERSOON> anterior operation consisted of a lip repair by Millard rotation advancement, a nasal correction using the McComb procedure and a hard palate repair by a single layer vomerine flap <PERSOON> posterior operation consisted of a soft palate repair with medial von Langenbeck incisions <PERSOON> two operations were undertaken three months apart with the first operation at ## months of age Preoperative maxillary models, speech and velopharyngeal function and ontological examinations were performed.
620
nvog
this score a very good dental arch relationship is scored as one and a very poor one as five Randag (###) is a retrospective observational study that describes the effect of one-stage versus two-stage palate closure on speech and risk of postoperative complications in patients with a complete unilateral or bilateral cleft lip and palate A total of ## patients underwent one-stage palate closure at ten months, and ## patients underwent two-stage closure at ## and ## months <PERSOON> patient groups underwent lip closure at <DATUM> months Soft palate was closed using intravelar veloplasty Hard palate was closed using the von Langenbeck technique a two-flap palatoplasty or a hybrid palatoplasty depending on the width of the cleft Speech analysis was performed by analysing spontaneous speech and performing an articulation test Patients were followed until the age of <DATUM> years <PERSOON> (###) describes an RCT in which the effects of operating the soft palate first facial growth are studied in unilateral complete cleft lip and palate patients <PERSOON> anterior operation consisted of a lip repair by Millard rotation advancement, a nasal correction using the McComb procedure and a hard palate repair by a single layer vomerine flap <PERSOON> posterior operation consisted of a soft palate repair with medial von Langenbeck incisions <PERSOON> two operations were undertaken three months apart with the first operation at ## months of age Preoperative maxillary models, speech and velopharyngeal function and ontological examinations were performed Rohrich (###) is a retrospective observational study that describes the effect of early (at an average age of ## months, n=##) versus late (at an average age of ## months, n=##) hard palate closure on speech and maxillary growth in patients with a complete cleft of the alveolus and secondary palate <PERSOON> of the total of ## patients, ## had bilateral cleft types In all patients the alveolar cleft repair (Millard rotation-advancement) was undertaken at an average age of <DATUM> months <PERSOON> timing of soft palate repair was ## months in both groups Patients in the early closure group underwent a modified threeRichtlijn Behandeling van Patiënten met een Schisis or four-flap Wardill-Kilner procedure In the late closure group, the soft palate closure was performed with short Veau flaps, followed by a second-stage hard palate closure with a vomer flap All operative procedures in both groups were performed by the same plastic surgeon Speech analysis of specific parameters was assessed by the speech pathologist cephalometric analysis and dental impression of upper and lower arches was assessed by the orthodontist Palatal assessment based on a detailed palatal examination and history of fistulas was assessed by the plastic surgeon Hearing status was assessed by an otologic history, examination and audiogram by the otologist Patients were followed until an Wada (###) is a randomized trial that describes the effects of one-stage palatal closure (unilateral cleft n=##, bilateral n=#) versus two-stage palatal closure (unilateral n=##,.
611
nvog
a retrospective observational study that describes the effect of early (at an average age of ## months, n=##) versus late (at an average age of ## months, n=##) hard palate closure on speech and maxillary growth in patients with a complete cleft of the alveolus and secondary palate <PERSOON> of the total of ## patients, ## had bilateral cleft types In all patients the alveolar cleft repair (Millard rotation-advancement) was undertaken at an average age of <DATUM> months <PERSOON> timing of soft palate repair was ## months in both groups Patients in the early closure group underwent a modified threeRichtlijn Behandeling van Patiënten met een Schisis or four-flap Wardill-Kilner procedure In the late closure group, the soft palate closure was performed with short Veau flaps, followed by a second-stage hard palate closure with a vomer flap All operative procedures in both groups were performed by the same plastic surgeon Speech analysis of specific parameters was assessed by the speech pathologist cephalometric analysis and dental impression of upper and lower arches was assessed by the orthodontist Palatal assessment based on a detailed palatal examination and history of fistulas was assessed by the plastic surgeon Hearing status was assessed by an otologic history, examination and audiogram by the otologist Patients were followed until an Wada (###) is a randomized trial that describes the effects of one-stage palatal closure (unilateral cleft n=##, bilateral n=#) versus two-stage palatal closure (unilateral n=##, Also, the maxillary growth was compared with ## healthy controls Lip repair was performed at five months of age One-stage repair was performed at ## months using mucoperiosteal palatal pushback procedure Two-stage repair was performed with primary veloplasty at ## month and double overlapping palatal hingeflap procedure at five years ten months Maxillofacial cast models were examined <PERSOON> children are followed until the age of ten <PERSOON> (###) describes a RCT in which different surgical techniques and different timings of surgery for cleft palate were compared in terms of speech outcome and risk of palatal fistulae in patients with a complete unilateral cleft lip and palate A #x#x# factorial clinical trial was used in which each subject was randomly assigned to one of eight groups one of two different lip repairs (Spina versus Millard), one of two different palatal repairs (von Langenbeck versus Furlow) and one of two different ages at time of palatal surgery (# to ## months versus ## to ## months) All surgeries were performed by the same # surgeons A total of ### patients were operated at # to ## months (Spina - Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) and ### at ### months (Spina - Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) Children were followed for at least the age of four years.
657
nvog
with ## healthy controls Lip repair was performed at five months of age One-stage repair was performed at ## months using mucoperiosteal palatal pushback procedure Two-stage repair was performed with primary veloplasty at ## month and double overlapping palatal hingeflap procedure at five years ten months Maxillofacial cast models were examined <PERSOON> children are followed until the age of ten <PERSOON> (###) describes a RCT in which different surgical techniques and different timings of surgery for cleft palate were compared in terms of speech outcome and risk of palatal fistulae in patients with a complete unilateral cleft lip and palate A #x#x# factorial clinical trial was used in which each subject was randomly assigned to one of eight groups one of two different lip repairs (Spina versus Millard), one of two different palatal repairs (von Langenbeck versus Furlow) and one of two different ages at time of palatal surgery (# to ## months versus ## to ## months) All surgeries were performed by the same # surgeons A total of ### patients were operated at # to ## months (Spina - Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) and ### at ### months (Spina - Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) Children were followed for at least the age of four years two-stage palate repair with delayed hard palate closure in patients with cleft lip and palate A total of nine studies (n=###), all retrospective and non-randomized, are Ysunza (###) describes a prospective observational study in which closure of the primary and secondary palate at six months of age (n=##) was compared to the same procedure at ## months of age (n=##) in terms of speech outcome in patients with unilateral complete cleft of primary and secondary palate Minimal incision palatopharyngoplasty was used in all cases Operations were performed by two surgeons All patients were followed until they were four years of age and underwent a speech evaluation and one center versus two-stage (n=##) palatal repair on facial growth in another center in patients with unilateral cleft lip, alveolus and palate In the center that performed one stage palate closure the patients underwent lip repair at three months by Millard and oneRichtlijn Behandeling van Patiënten met een Schisis stage palatal closure within ## months by Veau In the center that performed two-stage palate closure the patients lip repair was performed within six months by TennisonRandall, soft palate repair at ## months by intravelar velaplasty and hard palate repair at ## months by Veau Lateral röntgencephalograms of these patients at the age of <DATUM> Bartzela (###) describes that maxillary growth was similar in all three centers at the age of # and ## years Apparently delaying hard palate closure or employing maxillary orthopaedics did not affect maxillary growth with long follow-up.
654
nvog
with cleft lip and palate A total of nine studies (n=###), all retrospective and non-randomized, are Ysunza (###) describes a prospective observational study in which closure of the primary and secondary palate at six months of age (n=##) was compared to the same procedure at ## months of age (n=##) in terms of speech outcome in patients with unilateral complete cleft of primary and secondary palate Minimal incision palatopharyngoplasty was used in all cases Operations were performed by two surgeons All patients were followed until they were four years of age and underwent a speech evaluation and one center versus two-stage (n=##) palatal repair on facial growth in another center in patients with unilateral cleft lip, alveolus and palate In the center that performed one stage palate closure the patients underwent lip repair at three months by Millard and oneRichtlijn Behandeling van Patiënten met een Schisis stage palatal closure within ## months by Veau In the center that performed two-stage palate closure the patients lip repair was performed within six months by TennisonRandall, soft palate repair at ## months by intravelar velaplasty and hard palate repair at ## months by Veau Lateral röntgencephalograms of these patients at the age of <DATUM> Bartzela (###) describes that maxillary growth was similar in all three centers at the age of # and ## years Apparently delaying hard palate closure or employing maxillary orthopaedics did not affect maxillary growth with long follow-up had more retrognathic faces (more maxillary retrusion and thus less facial convexity) than those who underwent late hard palate closure Furthermore, the ANB angle only became negative in the patients who underwent early hard-palate closure and only in the older (## to ## years) age groups <PERSOON> anterioir vertical development of the maxilla was most satisfactory in patients who underwent delayed closure of the hard palate Overall, the midfacial development was more favourable in the delayed hard palate closure group Fudalej (###) describes that the dental arch relationship was better in the group that underwent the two-stage palatal closure However, the palatal morphology was more favourable in the one-stage palatal closure group, when compared to the two-stage Liao (###) describes that the studies included in this systematic review show conflicting results A total of ## studies describe the effect of timing of hard palate repair on maxillary growth Three studies concluded that the variation in timing of the hard palate repair does not affect the length of the maxilla significantly, whereas one study opposes this view One study reports that the effect of timing depends on the type of cleft and another that the results depend on the age at time of assessment Seven studies conclude that variation in timing of hard palate repair does not affect protrusion of the maxilla, whereas another two oppose this view and one more study states that this depends on the age at assessment Methodological deficiencies and heterogeneity of the studies prevented.
592
nvog
less facial convexity) than those who underwent late hard palate closure Furthermore, the ANB angle only became negative in the patients who underwent early hard-palate closure and only in the older (## to ## years) age groups <PERSOON> anterioir vertical development of the maxilla was most satisfactory in patients who underwent delayed closure of the hard palate Overall, the midfacial development was more favourable in the delayed hard palate closure group Fudalej (###) describes that the dental arch relationship was better in the group that underwent the two-stage palatal closure However, the palatal morphology was more favourable in the one-stage palatal closure group, when compared to the two-stage Liao (###) describes that the studies included in this systematic review show conflicting results A total of ## studies describe the effect of timing of hard palate repair on maxillary growth Three studies concluded that the variation in timing of the hard palate repair does not affect the length of the maxilla significantly, whereas one study opposes this view One study reports that the effect of timing depends on the type of cleft and another that the results depend on the age at time of assessment Seven studies conclude that variation in timing of hard palate repair does not affect protrusion of the maxilla, whereas another two oppose this view and one more study states that this depends on the age at assessment Methodological deficiencies and heterogeneity of the studies prevented Gundlach (###) describes that in center C (one-stage palatoplasty) the patients had more constricted palates than in the centers with two-stage palatoplasty In center A (two-stage palatoplasty at three years) the prevalence of anterior cross-bite was lowest Nollet (###) describes in a meta-analysis that patients whose hard and soft palate was closed before the age of three (early) presented significantly poorer GOSLON scores (mean <DATUM> # #) than patients whose palate was closed at a later age (mean <DATUM> # #, p=# ###) <PERSOON> percentage of patients with a GOSLON score of four and five (poor or very poor relationship) was ##% in the early palate closure group and ##% in the late palate closure group (p=# ###) However, Nollet ### also notes that well-designed randomized clinical trials are required for further investigation of the optimal timing for palatal closure, since the methodological quality of the included studies is low and heterogeneity <PERSOON> (###) describes that there was no significant difference in overall facial growth between the different types of palatal closure sequencing Rohrich (###) describes that there was no significant difference in maxillary arch width between the late and early closure groups <PERSOON> groups demonstrated anterior maxillary collapse and a relatively normal arch relationship at the molar level without maxillary collapse; with no significant difference between the groups <PERSOON> groups also demonstrated a degree of maxillary and midfacial hypoplasia, again with no significant.
603
nvog
(one-stage palatoplasty) the patients had more constricted palates than in the centers with two-stage palatoplasty In center A (two-stage palatoplasty at three years) the prevalence of anterior cross-bite was lowest Nollet (###) describes in a meta-analysis that patients whose hard and soft palate was closed before the age of three (early) presented significantly poorer GOSLON scores (mean <DATUM> # #) than patients whose palate was closed at a later age (mean <DATUM> # #, p=# ###) <PERSOON> percentage of patients with a GOSLON score of four and five (poor or very poor relationship) was ##% in the early palate closure group and ##% in the late palate closure group (p=# ###) However, Nollet ### also notes that well-designed randomized clinical trials are required for further investigation of the optimal timing for palatal closure, since the methodological quality of the included studies is low and heterogeneity <PERSOON> (###) describes that there was no significant difference in overall facial growth between the different types of palatal closure sequencing Rohrich (###) describes that there was no significant difference in maxillary arch width between the late and early closure groups <PERSOON> groups demonstrated anterior maxillary collapse and a relatively normal arch relationship at the molar level without maxillary collapse; with no significant difference between the groups <PERSOON> groups also demonstrated a degree of maxillary and midfacial hypoplasia, again with no significant height of the maxilla, while after one-stage closure aberrant maxillary development was observed For patients with bilateral clefts, maxillary growth was similar in the one-stage <PERSOON> (###) reports that the results of the included studies are conflicting Two studies evaluate the effect of stage of palate repair on the length of the maxilla One study concludes that the stage of palate repair does not affect the length of the maxilla, whereas the other study opposes this view Eight studies evaluate the effect of stage of palate repair on the protrusion of the maxilla Seven studies conclude that the stage of palate repair does not affect the protrusion of the maxilla, whereas one study opposes this view <PERSOON> difference in the palate repair timing between the stages varies considerably between studies (#-## months) Pooling of results is not possible due to the heterogeneity of included studies Furthermore, definitive conclusions about maxillary growth cannot be Ysunza (###) reports that there was no significant difference in orthodontic parameters (intercanine and intermolar width for both arches, maxillary length) between patients operated at SIX months and at ## months <PERSOON> groups showed anterior maxillary collapse and a relatively normal interarch relationship at the molar level Zemann (###) reports that there was no statistically significant difference in palate closure However, in the one-stage closure center there was considerably normal sagittal facial growth, with tendency to forward growth of the mandible In the two-stage closure group there was a slight decrease in sagittal maxillary growth and mandibular Grobbelaar (###) describes that there was significantly (p(# ##) more velopharyngeal.
638
nvog
similar in the one-stage <PERSOON> (###) reports that the results of the included studies are conflicting Two studies evaluate the effect of stage of palate repair on the length of the maxilla One study concludes that the stage of palate repair does not affect the length of the maxilla, whereas the other study opposes this view Eight studies evaluate the effect of stage of palate repair on the protrusion of the maxilla Seven studies conclude that the stage of palate repair does not affect the protrusion of the maxilla, whereas one study opposes this view <PERSOON> difference in the palate repair timing between the stages varies considerably between studies (#-## months) Pooling of results is not possible due to the heterogeneity of included studies Furthermore, definitive conclusions about maxillary growth cannot be Ysunza (###) reports that there was no significant difference in orthodontic parameters (intercanine and intermolar width for both arches, maxillary length) between patients operated at SIX months and at ## months <PERSOON> groups showed anterior maxillary collapse and a relatively normal interarch relationship at the molar level Zemann (###) reports that there was no statistically significant difference in palate closure However, in the one-stage closure center there was considerably normal sagittal facial growth, with tendency to forward growth of the mandible In the two-stage closure group there was a slight decrease in sagittal maxillary growth and mandibular Grobbelaar (###) describes that there was significantly (p(# ##) more velopharyngeal Gundlach (###) mentions in the discussion that an earlier publication noted no significant difference in speech success rates between center C where the hard palate was closed in one stage at ## to ## months (##%) and center A where the palate was closed in two Kirschner (###) describes that there were no differences observed between patients who underwent palate closure before and after seven months of age in terms of resonance, articulation and velopharyngeal function (exact data not reported, shown in Randag (###) reports that the one-stage palate closure group had a significantly higher number of correctly produced initial consonants (<DATUM> versus # #±<DATUM> p=# ##) There was no difference between the groups in frequency of inadequate language production, resonance problems, nasal air emission and intelligibility <PERSOON> (###) reports that there was hypernasal resonance significant enough to warrant surgery in five patients in the posterioir-anterior group and four in the anterior-posterior Rohrich (###) describes that ##% of the patients in the late closure group had articulation errors versus #% in the early closure group (p-value not reported) Furthermore, nasal resonance was normal in ##% of the late closure group versus ##% in the early closure group (p(# ###) There was more hypernasality in the late closure group (p(# ##, data not reported) Speech intelligibility was impaired in ##% of the patients in the late closure group versus #% in the early closure group (p(# ##) <PERSOON> number of subjects with a normal.
653
nvog
discussion that an earlier publication noted no significant difference in speech success rates between center C where the hard palate was closed in one stage at ## to ## months (##%) and center A where the palate was closed in two Kirschner (###) describes that there were no differences observed between patients who underwent palate closure before and after seven months of age in terms of resonance, articulation and velopharyngeal function (exact data not reported, shown in Randag (###) reports that the one-stage palate closure group had a significantly higher number of correctly produced initial consonants (<DATUM> versus # #±<DATUM> p=# ##) There was no difference between the groups in frequency of inadequate language production, resonance problems, nasal air emission and intelligibility <PERSOON> (###) reports that there was hypernasal resonance significant enough to warrant surgery in five patients in the posterioir-anterior group and four in the anterior-posterior Rohrich (###) describes that ##% of the patients in the late closure group had articulation errors versus #% in the early closure group (p-value not reported) Furthermore, nasal resonance was normal in ##% of the late closure group versus ##% in the early closure group (p(# ###) There was more hypernasality in the late closure group (p(# ##, data not reported) Speech intelligibility was impaired in ##% of the patients in the late closure group versus #% in the early closure group (p(# ##) <PERSOON> number of subjects with a normal <PERSOON> (###) reports that of the patients operated early (# to ## months) ##% had hypernasality and ##% had nasal air emission versus ##% and ##% operated late (## to ## months) respectively <PERSOON> odds ratio for hypernasality was # ## (##% CI -# ## to # ##, p=# ##) and for nasal air emission # ## (##% CI # ## to # ##, p=# ##) for patients operated Ysunza (###) reports that articulation scales (as measured by the BELE articulation scale) were significantly better in patients operated at six months (mean <DATUM> ± # #) compared to <PERSOON> (###) reports that there was no significant difference in hearing status between the patients in the posterior-anterior group and the anterior-posterior group Rohrich (###) describes that there was no statistically significant difference in the prevalence of severe hearing loss between the late and early closure group as evaluated No studies were identified that met the inclusion criteria and reported esthetic results as <PERSOON> (###) describes that out of the ### patients with #-stage repair ## (## hard palate, six soft palate, ## combined) developed fistulas and out of ### patients with #stage repair ## (## hard palate, ## soft palate, ## combined) developed fistulas Most fistulas occurred in patients with Veau IV cleft types #-stage closure ##/## (##%) and #stage closure <DATUM> (##%) Odds ratio of fistula rate was <DATUM> (##% CI <DATUM> – <DATUM> for #-stage Randag (###) describes that there was no significant difference between the one-stage.
776
nvog
early (# to ## months) ##% had hypernasality and ##% had nasal air emission versus ##% and ##% operated late (## to ## months) respectively <PERSOON> odds ratio for hypernasality was # ## (##% CI -# ## to # ##, p=# ##) and for nasal air emission # ## (##% CI # ## to # ##, p=# ##) for patients operated Ysunza (###) reports that articulation scales (as measured by the BELE articulation scale) were significantly better in patients operated at six months (mean <DATUM> ± # #) compared to <PERSOON> (###) reports that there was no significant difference in hearing status between the patients in the posterior-anterior group and the anterior-posterior group Rohrich (###) describes that there was no statistically significant difference in the prevalence of severe hearing loss between the late and early closure group as evaluated No studies were identified that met the inclusion criteria and reported esthetic results as <PERSOON> (###) describes that out of the ### patients with #-stage repair ## (## hard palate, six soft palate, ## combined) developed fistulas and out of ### patients with #stage repair ## (## hard palate, ## soft palate, ## combined) developed fistulas Most fistulas occurred in patients with Veau IV cleft types #-stage closure ##/## (##%) and #stage closure <DATUM> (##%) Odds ratio of fistula rate was <DATUM> (##% CI <DATUM> – <DATUM> for #-stage Randag (###) describes that there was no significant difference between the one-stage No differences were <PERSOON> (###) reports that there were ## symptomatic fistulae in the anterior-posterior Rohrich (###) describes that the overall fistula rate was six (##%) in the early closure <PERSOON> (###) describes that #<DATUM> patients operated early (# to ## months) developed a fistula, versus #<DATUM> in the late (## to ## months) operation group <PERSOON> odds ratio for fistula formation in the early versus late group was # ## (##% CI # ## to # ##, p=# ##) <PERSOON> (###) describes that the majority of recurrent fistulas occurred in the one-stage repair group However, this difference was not statistically significant (data not reported) Rohrich (###) describes that the persistent fistula rate at time of examination was #(#%) in the early closure group versus # (##%) in the late closure group (p(# ##) No pharyngeal flaps were performed in any of the studied patients Due to the large variation in study design, type of intervention, measurement of outcome and length of follow-up it was not possible to pool the results Most studies were graded as very low level of evidence due to study design type and There is a moderate level of evidence that delayed hard palate closure ()# years) results in a better dental arch relationship than early palatal closure in patients with unilateral cleft lip and palate There is a moderate level of evidence that there is no difference in speech development or risk of fistula formation in patients with complete.
781
nvog
<PERSOON> (###) reports that there were ## symptomatic fistulae in the anterior-posterior Rohrich (###) describes that the overall fistula rate was six (##%) in the early closure <PERSOON> (###) describes that #<DATUM> patients operated early (# to ## months) developed a fistula, versus #<DATUM> in the late (## to ## months) operation group <PERSOON> odds ratio for fistula formation in the early versus late group was # ## (##% CI # ## to # ##, p=# ##) <PERSOON> (###) describes that the majority of recurrent fistulas occurred in the one-stage repair group However, this difference was not statistically significant (data not reported) Rohrich (###) describes that the persistent fistula rate at time of examination was #(#%) in the early closure group versus # (##%) in the late closure group (p(# ##) No pharyngeal flaps were performed in any of the studied patients Due to the large variation in study design, type of intervention, measurement of outcome and length of follow-up it was not possible to pool the results Most studies were graded as very low level of evidence due to study design type and There is a moderate level of evidence that delayed hard palate closure ()# years) results in a better dental arch relationship than early palatal closure in patients with unilateral cleft lip and palate There is a moderate level of evidence that there is no difference in speech development or risk of fistula formation in patients with complete technique or von Langenbeck technique (combined with Spina or Millard lip closure) at the age of # to ## months, and those undergoing one of the There is a low level of evidence that sequencing of cleft closure (anterior – posterior versus posterior – anterior) has no difference on facial growth in patients with unilateral complete cleft lip and palate There is a very low level of evidence that in patients with a unilateral complete cleft lip, alveolus and palate minimal incision palatoplasty at six months of age is related to a better speech development when compared to minimal incision palatoplasty at ## months of age Maxillary growth does There is a very low level of evidence that when the outcomes of soft palate repair at ## months plus hard palate repair at ## months are compared to soft and hard palate repair at ## months in patients with a complete cleft of the lip, alveolus and secondary palate the speech impediment is greater in the late hard palate closure risk of temporary and persistent fistulae is greater in the late hard There is a very low level of evidence that in children with cleft (lip, alveolus and) palate soft and hard palate repair at six to nine months is related to a decreased risk of fistula formation when compared to soft palate repair at six to nine months and hard palate repair (modified There is a very low level of evidence that there is a lower risk of.
636
nvog
with Spina or Millard lip closure) at the age of # to ## months, and those undergoing one of the There is a low level of evidence that sequencing of cleft closure (anterior – posterior versus posterior – anterior) has no difference on facial growth in patients with unilateral complete cleft lip and palate There is a very low level of evidence that in patients with a unilateral complete cleft lip, alveolus and palate minimal incision palatoplasty at six months of age is related to a better speech development when compared to minimal incision palatoplasty at ## months of age Maxillary growth does There is a very low level of evidence that when the outcomes of soft palate repair at ## months plus hard palate repair at ## months are compared to soft and hard palate repair at ## months in patients with a complete cleft of the lip, alveolus and secondary palate the speech impediment is greater in the late hard palate closure risk of temporary and persistent fistulae is greater in the late hard There is a very low level of evidence that in children with cleft (lip, alveolus and) palate soft and hard palate repair at six to nine months is related to a decreased risk of fistula formation when compared to soft palate repair at six to nine months and hard palate repair (modified There is a very low level of evidence that there is a lower risk of only, operated who underwent palate closure before six months of age, compared to those operated who underwent palate closure after the age There is a very low level of evidence that in children with complete unilateral cleft lip, alveolus and palate there is no difference in speech development between patients undergoing palatal closure using the modified Furlow technique before the age of seven months, and those There is a very low level of evidence that there is a better speech development in patients with a complete unilateral or bilateral cleft lip, alveolus and palate undergoing one-stage palate repair at ten months palatoplasty or a hybrid palatoplasty), compared to those undergoing #stage palate repair at ## and ## months (same procedures) There is no difference in risk of short-term complications between these There is a very low level of evidence that closing the hard palate in one stage at one year or less is interferesing more with the maxillary growth than closing the hard palate at a later age study in patients with complete unilateral cleft lip, alveolus and palate and alveolus It is not clear what effect one-stage versus two-stage palate repair with delayed hard palate closure has on facial growth on patients with cleft lip There is a very low level of evidence that two-stage palatal closure (primary veloplasty at ## month and double overlapping palatal hingeflap procedure at five years ten months) leads to a better maxillary procedure at five years ten months ) leads to a comparable maxillary pushback procedure at ## months) in patients with a bilateral cleft lip and.
567
nvog
age, compared to those operated who underwent palate closure after the age There is a very low level of evidence that in children with complete unilateral cleft lip, alveolus and palate there is no difference in speech development between patients undergoing palatal closure using the modified Furlow technique before the age of seven months, and those There is a very low level of evidence that there is a better speech development in patients with a complete unilateral or bilateral cleft lip, alveolus and palate undergoing one-stage palate repair at ten months palatoplasty or a hybrid palatoplasty), compared to those undergoing #stage palate repair at ## and ## months (same procedures) There is no difference in risk of short-term complications between these There is a very low level of evidence that closing the hard palate in one stage at one year or less is interferesing more with the maxillary growth than closing the hard palate at a later age study in patients with complete unilateral cleft lip, alveolus and palate and alveolus It is not clear what effect one-stage versus two-stage palate repair with delayed hard palate closure has on facial growth on patients with cleft lip There is a very low level of evidence that two-stage palatal closure (primary veloplasty at ## month and double overlapping palatal hingeflap procedure at five years ten months) leads to a better maxillary procedure at five years ten months ) leads to a comparable maxillary pushback procedure at ## months) in patients with a bilateral cleft lip and and palate, children with delayed hard palate repair (velum repair at eight months, hard palate closure at #,# years together with bone grafting of children treated with early hard palate closure (vomer flap at three months together with lip closure with pushback procedure at ## months) There is a very low level of evidence that in patients with unilateral cleft lip, alveolus and palate the facial growth is similar in patients that underwent one stage palatal closure (lip repair at three months by Millard, one-stage palatal closure within ## months by Veau) and late palate repair (lip repair within six months by Tennison-<PERSOON>, soft palate repair at ## months by intravelar velaplasty, hard palate repair at ## There is a very low level of evidence that one-stage surgical protocol (lip and palate at six to ## months) is associated with a more favourable palatal morphology but a less favourable dental arch relationship when months and hard palate repair at nine to ## years) in patients with There is a very low level of evidence that delaying hard palate repair and using infant orthopaedics does not affect maxillary growth in patients Er is veel onderzoek gedaan naar de timing van het operatief sluiten van het palatum durum met veelal weinig bewijslast Uit de beschikbare literatuur komt naar voren dat er geen bewijs is voor een eenduidig sluitend protocol betreffende het vroeg of laat sluiten van het palatum durum dat zowel beter voor de spraak is en niet slechter voor de groei van de maxilla.
574
nvog
and palate, children with delayed hard palate repair (velum repair at eight months, hard palate closure at #,# years together with bone grafting of children treated with early hard palate closure (vomer flap at three months together with lip closure with pushback procedure at ## months) There is a very low level of evidence that in patients with unilateral cleft lip, alveolus and palate the facial growth is similar in patients that underwent one stage palatal closure (lip repair at three months by Millard, one-stage palatal closure within ## months by Veau) and late palate repair (lip repair within six months by Tennison-<PERSOON>, soft palate repair at ## months by intravelar velaplasty, hard palate repair at ## There is a very low level of evidence that one-stage surgical protocol (lip and palate at six to ## months) is associated with a more favourable palatal morphology but a less favourable dental arch relationship when months and hard palate repair at nine to ## years) in patients with There is a very low level of evidence that delaying hard palate repair and using infant orthopaedics does not affect maxillary growth in patients Er is veel onderzoek gedaan naar de timing van het operatief sluiten van het palatum durum met veelal weinig bewijslast Uit de beschikbare literatuur komt naar voren dat er geen bewijs is voor een eenduidig sluitend protocol betreffende het vroeg of laat sluiten van het palatum durum dat zowel beter voor de spraak is en niet slechter voor de groei van de maxilla onbekende invloeden op de uitgroei van de maxilla die meespelen zoals; de techniek van (familiaire belasting en raciale kenmerken) Er bestaat geen literatuur naar de effecten van bovenstaande factoren in combinatie met timing en techniek van palatumsluiting Er zijn geen studies bekend die aantonen dat het vroeg sluiten van het palatum durum leidt tot een betere uitgroei van het gelaat op volwassen leeftijd dan een latere sluiting van het palatum durum Er wordt daarentegen in enkele studies wel geconcludeerd dat de groei van de bovenkaak verstoord wordt door vroege sluiting Inhaalgroei van de bovenkaak wordt niet beschreven en wordt dan ook niet verwacht Er zijn ook diverse studies die concluderen dat vroege sluiting van het palatum durum geen groeistoornissen geeft De follow-up tijd voor beide behandelprincipes is echter vaak kort en in geval van een vroegtijdige sluiting is het niet uit te sluiten dat een groeivertraging ook later kan optreden, met name tijdens de groeispurt in de puberteit De werkgroep is dan ook van mening dat het palatum durum pas later gesloten moet worden als optimale groei van de Er wordt in enkele studies geconcludeerd dat het laat sluiten van het palatum durum spraakproblemen geeft Andere studies concluderen dat het later sluiten van het palatum durum (uiteindelijk) geen spraakproblemen geeft Er zijn geen studies bekend, die aantonen dat het laat sluiten van het palatum durum een betere spraak geeft dan het sluiten in het eerste levensjaar Er zijn geen vergelijkende studies verricht naar de.
553
nvog
op de uitgroei van de maxilla die meespelen zoals; de techniek van (familiaire belasting en raciale kenmerken) Er bestaat geen literatuur naar de effecten van bovenstaande factoren in combinatie met timing en techniek van palatumsluiting Er zijn geen studies bekend die aantonen dat het vroeg sluiten van het palatum durum leidt tot een betere uitgroei van het gelaat op volwassen leeftijd dan een latere sluiting van het palatum durum Er wordt daarentegen in enkele studies wel geconcludeerd dat de groei van de bovenkaak verstoord wordt door vroege sluiting Inhaalgroei van de bovenkaak wordt niet beschreven en wordt dan ook niet verwacht Er zijn ook diverse studies die concluderen dat vroege sluiting van het palatum durum geen groeistoornissen geeft De follow-up tijd voor beide behandelprincipes is echter vaak kort en in geval van een vroegtijdige sluiting is het niet uit te sluiten dat een groeivertraging ook later kan optreden, met name tijdens de groeispurt in de puberteit De werkgroep is dan ook van mening dat het palatum durum pas later gesloten moet worden als optimale groei van de Er wordt in enkele studies geconcludeerd dat het laat sluiten van het palatum durum spraakproblemen geeft Andere studies concluderen dat het later sluiten van het palatum durum (uiteindelijk) geen spraakproblemen geeft Er zijn geen studies bekend, die aantonen dat het laat sluiten van het palatum durum een betere spraak geeft dan het sluiten in het eerste levensjaar Er zijn geen vergelijkende studies verricht naar de gesloten palatum durum vergeleken worden met kinderen waarbij het palatum durum vroeg gesloten is Hierdoor is het niet te onderzoeken of een inhaalslag wordt gemaakt door kinderen met een laat gesloten palatum durum De werkgroep is van mening dat het palatum durum net als het palatum molle vroegtijdig gesloten moet worden als optimale spraakontwikkeling wordt nagestreefd Sluiting voor ## maanden past bij een vroege Gezien het gebrek aan wetenschappelijke bewijs kan er ook logischerwijs geen behandelprotocol bestaan dat zowel voor de groei van de bovenkaak als voor de spraak optimaal is De werkgroep is dan ook van mening dat dit dilemma met ouders besproken dient te worden Wel adviseert de werkgroep om een voorkeursaanpak binnen het Wij vonden geen bewijs voor een optimaal tijdstip voor sluiting van de lip De werkgroep adviseert een operatieve sluiting van de lip in de eerste # maanden van het leven Op de website van de NVSCA waren medio ### de schisisprocollen van de ## - enkelzijdige schisis ## van de ## teams sluiten de lip op ongeveer drie maanden, - dubbelzijdige schisis in ieder geval beschrijven twee teams een ander protocol ten opzichte van de enkelzijdige schisis, waarbij bij een sterke tilt van de premaxilla op drie maanden een lipadhaesie wordt uitgevoerd, waarna op negen Conclusie in <LOCATIE> sluiten alle teams de lip in het eerste levensjaar, waarbij de grote - enkelzijdige schisis ## van de ## teams sluiten het palatum molle rond de leeftijd.
539
nvog
worden met kinderen waarbij het palatum durum vroeg gesloten is Hierdoor is het niet te onderzoeken of een inhaalslag wordt gemaakt door kinderen met een laat gesloten palatum durum De werkgroep is van mening dat het palatum durum net als het palatum molle vroegtijdig gesloten moet worden als optimale spraakontwikkeling wordt nagestreefd Sluiting voor ## maanden past bij een vroege Gezien het gebrek aan wetenschappelijke bewijs kan er ook logischerwijs geen behandelprotocol bestaan dat zowel voor de groei van de bovenkaak als voor de spraak optimaal is De werkgroep is dan ook van mening dat dit dilemma met ouders besproken dient te worden Wel adviseert de werkgroep om een voorkeursaanpak binnen het Wij vonden geen bewijs voor een optimaal tijdstip voor sluiting van de lip De werkgroep adviseert een operatieve sluiting van de lip in de eerste # maanden van het leven Op de website van de NVSCA waren medio ### de schisisprocollen van de ## - enkelzijdige schisis ## van de ## teams sluiten de lip op ongeveer drie maanden, - dubbelzijdige schisis in ieder geval beschrijven twee teams een ander protocol ten opzichte van de enkelzijdige schisis, waarbij bij een sterke tilt van de premaxilla op drie maanden een lipadhaesie wordt uitgevoerd, waarna op negen Conclusie in <LOCATIE> sluiten alle teams de lip in het eerste levensjaar, waarbij de grote - enkelzijdige schisis ## van de ## teams sluiten het palatum molle rond de leeftijd maanden; één team sluit het palatum molle op de leeftijd van zes maanden en Conclusie In <LOCATIE> sluiten alle teams het palatum molle in het eerste levensjaar; de - enkelzijdige schisis er is een grote variatie met drie maanden en <LEEFTIJD> jaar als uitersten, waarbij vrijwel elk team een eigen protocol heeft; één team sluit het palatum durum volledig op drie maanden, twee teams verrichten een vomerlap op drie maanden gevolgd door sluiting van de orale laag op negen tot ## maanden; één team sluit op zes tot ## maanden, drie teams op negen maanden, één team op anderhalf jaar, twee teams op drie jaar, één team op drie tot zeven jaar, één team op zeven tot negen jaar en één team op negen tot <LEEFTIJD> jaar; - dubbelzijdige schisis overeenkomstig protocol als enkelzijdige schisis, alleen twee teams verrichten reeds een enkelzijdige vomerlap op drie maanden; - geïsoleerde gehemeltespleet acht teams hanteren hetzelfde protocol; één team sluit op negen maanden in plaats van negen tot <LEEFTIJD> jaar bij complete schisis, één team op zes tot ## maanden in plaats van zes maanden bij complete schisis, één team sluit bij een geisoleerde gehemeltespleet op <LEEFTIJD> jaar in plaats van drie tot zeven jaar en twee teams sluiten op negen tot ## maanden zonder vomerlappen Conclusie Er is een grote variatie in het moment van sluiting van het palatum durum (met drie maanden en <LEEFTIJD> jaar als uitersten), met name tussen de teams, maar ook tussen de - enkelzijdige schisis drie teams combineren een lipsluiting op drie maanden met.
604
nvog
de leeftijd van zes maanden en Conclusie In <LOCATIE> sluiten alle teams het palatum molle in het eerste levensjaar; de - enkelzijdige schisis er is een grote variatie met drie maanden en <LEEFTIJD> jaar als uitersten, waarbij vrijwel elk team een eigen protocol heeft; één team sluit het palatum durum volledig op drie maanden, twee teams verrichten een vomerlap op drie maanden gevolgd door sluiting van de orale laag op negen tot ## maanden; één team sluit op zes tot ## maanden, drie teams op negen maanden, één team op anderhalf jaar, twee teams op drie jaar, één team op drie tot zeven jaar, één team op zeven tot negen jaar en één team op negen tot <LEEFTIJD> jaar; - dubbelzijdige schisis overeenkomstig protocol als enkelzijdige schisis, alleen twee teams verrichten reeds een enkelzijdige vomerlap op drie maanden; - geïsoleerde gehemeltespleet acht teams hanteren hetzelfde protocol; één team sluit op negen maanden in plaats van negen tot <LEEFTIJD> jaar bij complete schisis, één team op zes tot ## maanden in plaats van zes maanden bij complete schisis, één team sluit bij een geisoleerde gehemeltespleet op <LEEFTIJD> jaar in plaats van drie tot zeven jaar en twee teams sluiten op negen tot ## maanden zonder vomerlappen Conclusie Er is een grote variatie in het moment van sluiting van het palatum durum (met drie maanden en <LEEFTIJD> jaar als uitersten), met name tussen de teams, maar ook tussen de - enkelzijdige schisis drie teams combineren een lipsluiting op drie maanden met lipsluiting op zes maanden met een palatum molle sluiting; drie teams combineren altijd sluiting van het harde en palatum molle op negen maanden, twee teams combineren deze ingreep alleen op indicatie op negen maanden (anders uitstellen - dubbelzijdige schisis hetzelfde als bij de enkelzijdige schisis, waarbij bij twee teams in geval van de definitieve lipsluiting na lipadhaesie de uiteindelijke - geïsoleerde gehemeltespleet één team combineert sluiting van het zachte en Conclusie tien van de ## teams voert op enig tijdsstip binnen het eigen behandeltraject een combinatie van ingrepen uit van lip, zachte of palatum durum De literatuur laat zien dat de bewijslast voor veel onderdelen van de schisisbehandeling over het algemeen mager is Er zijn verschillende filosofieën over diagnostiek en behandeling, maar overtuigend bewijs voor een bepaalde strategie ontbreekt Het gebrek aan consensus is het meest duidelijk bij de palatum durum sluiting Enige bescheidenheid is dus op zijn plaats in het verdedigen van een protocol Daarin past niet dat een protocol van een ander team als onvolwaardig bestempeld wordt zonder dat hier een hoge graad van wetenschappelijk bewijs tegenover staat Wel moet een schisisteam aan patiënten en ouders duidelijk maken waarom voor een bepaald protocol gekozen is Natuurlijk mag daarin benoemd worden om welke redenen afgezien wordt van een ander protocol, als maar duidelijk gemaakt wordt dat elk protocol zijn voor- en nadelen kent en dat het ideale protocol helaas (nog) niet bestaat Met eerlijkheid en bescheidenheid, gedrevenheid en.
590
nvog
op zes maanden met een palatum molle sluiting; drie teams combineren altijd sluiting van het harde en palatum molle op negen maanden, twee teams combineren deze ingreep alleen op indicatie op negen maanden (anders uitstellen - dubbelzijdige schisis hetzelfde als bij de enkelzijdige schisis, waarbij bij twee teams in geval van de definitieve lipsluiting na lipadhaesie de uiteindelijke - geïsoleerde gehemeltespleet één team combineert sluiting van het zachte en Conclusie tien van de ## teams voert op enig tijdsstip binnen het eigen behandeltraject een combinatie van ingrepen uit van lip, zachte of palatum durum De literatuur laat zien dat de bewijslast voor veel onderdelen van de schisisbehandeling over het algemeen mager is Er zijn verschillende filosofieën over diagnostiek en behandeling, maar overtuigend bewijs voor een bepaalde strategie ontbreekt Het gebrek aan consensus is het meest duidelijk bij de palatum durum sluiting Enige bescheidenheid is dus op zijn plaats in het verdedigen van een protocol Daarin past niet dat een protocol van een ander team als onvolwaardig bestempeld wordt zonder dat hier een hoge graad van wetenschappelijk bewijs tegenover staat Wel moet een schisisteam aan patiënten en ouders duidelijk maken waarom voor een bepaald protocol gekozen is Natuurlijk mag daarin benoemd worden om welke redenen afgezien wordt van een ander protocol, als maar duidelijk gemaakt wordt dat elk protocol zijn voor- en nadelen kent en dat het ideale protocol helaas (nog) niet bestaat Met eerlijkheid en bescheidenheid, gedrevenheid en Definieer een voorkeursaanpak binnen het schisisteam voor lipsluiting en palatumsluiting om ouders te adviseren in de besluitvorming, maar geef ouders ook de ruimte om een  Controleer voorafgaand aan de operatie of de Eurocleft checklist volledig is en vul zo nodig aan met intra-orale foto’s tijdens de ingreep en documentie van  Sluit alleen het palatum molle in het eerste levensjaar en het palatum durum pas later als optimale groei van de maxilla wordt nagestreefd  Sluit het palatum durum en het palatum molle in het eerste levensjaar als optimale <PERSOON> E, et al A longitudinal three-center study of dental arch relationship in patients with bilateral cleft lip and palate <PERSOON> H Long-term evidence for favorable midfacial growth after delayed hard palate repair in <PERSOON> AM Dental arch relationship in children with complete unilateral cleft lip and palate following one-stage and three-stage surgical protocols <PERSOON> results after repair of the cleft soft palate <PERSOON> JH Two-stage palatoplasty, is it still a valuable treatment protocol for patients with a cleft of lip, alveolus, and palate? Journal of Cranio-Maxillo-Facial Surgery ### Kirschner RE, <PERSOON> P, <PERSOON> P, <PERSOON> AF, <PERSOON> K, et al Cleft palate repair at # to # months of age.
531
nvog
lipsluiting en palatumsluiting om ouders te adviseren in de besluitvorming, maar geef ouders ook de ruimte om een  Controleer voorafgaand aan de operatie of de Eurocleft checklist volledig is en vul zo nodig aan met intra-orale foto’s tijdens de ingreep en documentie van  Sluit alleen het palatum molle in het eerste levensjaar en het palatum durum pas later als optimale groei van de maxilla wordt nagestreefd  Sluit het palatum durum en het palatum molle in het eerste levensjaar als optimale <PERSOON> E, et al A longitudinal three-center study of dental arch relationship in patients with bilateral cleft lip and palate <PERSOON> H Long-term evidence for favorable midfacial growth after delayed hard palate repair in <PERSOON> AM Dental arch relationship in children with complete unilateral cleft lip and palate following one-stage and three-stage surgical protocols <PERSOON> results after repair of the cleft soft palate <PERSOON> JH Two-stage palatoplasty, is it still a valuable treatment protocol for patients with a cleft of lip, alveolus, and palate? Journal of Cranio-Maxillo-Facial Surgery ### Kirschner RE, <PERSOON> P, <PERSOON> P, <PERSOON> AF, <PERSOON> K, et al Cleft palate repair at # to # months of age Fistula incidence and predictors of fistula occurrence after cleft palate repair two-stage closure versus one-stage closure <PERSOON-##> M Hard palate repair timing and facial growth in cleft lip and palate a systematic review [<PERSOON-##> AM Treatment outcome in unilateral cleft lip and palate evaluated with the GOSLON yardstick a meta-analysis of ### patients Plastic & <PERSOON-##> impact and speech outcome at <DATUM> years after one- or two-stage cleft palate closure <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> of randomized controlled trial of soft palate first versus hard palate first repair in unilateral complete cleft lip and palate <PERSOON-##> DJ, et al Timing of hard palatal closure a critical longterm analysis Plastic & <PERSOON-##> NB, et al Maxillary growth after two-stage palatal closure in complete (unilateral and bilateral) clefts of the lip and palate from infancy until ## years of age <PERSOON-##> MI, Souza TV, Garla L, <PERSOON-##> ML, et al Prospective clinical trial comparing outcome measures between Furlow and von Langenbeck Palatoplasties for UCLP.
514
nvog
and predictors of fistula occurrence after cleft palate repair two-stage closure versus one-stage closure <PERSOON> M Hard palate repair timing and facial growth in cleft lip and palate a systematic review [<PERSOON> AM Treatment outcome in unilateral cleft lip and palate evaluated with the GOSLON yardstick a meta-analysis of ### patients Plastic & <PERSOON> impact and speech outcome at <DATUM> years after one- or two-stage cleft palate closure <PERSOON> ### <PERSOON> B, <PERSOON> of randomized controlled trial of soft palate first versus hard palate first repair in unilateral complete cleft lip and palate <PERSOON> DJ, et al Timing of hard palatal closure a critical longterm analysis Plastic & <PERSOON> NB, et al Maxillary growth after two-stage palatal closure in complete (unilateral and bilateral) clefts of the lip and palate from infancy until ## years of age <PERSOON> MI, Souza TV, Garla L, <PERSOON-##> ML, et al Prospective clinical trial comparing outcome measures between Furlow and von Langenbeck Palatoplasties for UCLP <PERSOON-##> effect of #-stage versus #-stage palate repair on facial growth in patients with cleft lip and palate a review [Review] International Journal of <PERSOON-##> MP, Guerrero ME Speech outcome and maxillary growth in patients with unilateral complete cleft lip/palate operated on at # versus ## months of age <PERSOON-##> maxillary growth in children with unilateral cleft of the lip, alveolus and palate at the age of ## years an intercentre comparison Journal of Cranio-Maxillo-Facial Is er een voorkeur voor een chirurgische techniek bij het sluiten van het palatum molle  Is er een voorkeur voor een chirurgische techniek voor het sluiten van een lipspleet? Het sluiten van het palatum molle heeft als doel het verbeteren van de spraak, direct gevolgd door het bevorderen van een goede gehoorsontwikkeling Het is dan ook van belang om de timing en techniek van het sluiten van het palatum molle te beoordelen aan de hand van de resultaten welke deze hebben op de spraakontwikkeling en gehoorproblemen Historisch gezien is hierdoor de techniek van sluiting van het gehemelte steeds verder ontwikkeld Door daarnaast ook naar de complicaties te kijken die bepaalde sluitingstechnieken van het gehemelte met zich meebrachten werden ook weer nieuw ingevoerde technieken verlaten Als voorbeeld voor een belangrijke complicatie kan worden gegeven verlittekening en fibrose van het gesloten achterste.
493
nvog
<PERSOON> effect of #-stage versus #-stage palate repair on facial growth in patients with cleft lip and palate a review [Review] International Journal of <PERSOON> MP, Guerrero ME Speech outcome and maxillary growth in patients with unilateral complete cleft lip/palate operated on at # versus ## months of age <PERSOON> maxillary growth in children with unilateral cleft of the lip, alveolus and palate at the age of ## years an intercentre comparison Journal of Cranio-Maxillo-Facial Is er een voorkeur voor een chirurgische techniek bij het sluiten van het palatum molle  Is er een voorkeur voor een chirurgische techniek voor het sluiten van een lipspleet? Het sluiten van het palatum molle heeft als doel het verbeteren van de spraak, direct gevolgd door het bevorderen van een goede gehoorsontwikkeling Het is dan ook van belang om de timing en techniek van het sluiten van het palatum molle te beoordelen aan de hand van de resultaten welke deze hebben op de spraakontwikkeling en gehoorproblemen Historisch gezien is hierdoor de techniek van sluiting van het gehemelte steeds verder ontwikkeld Door daarnaast ook naar de complicaties te kijken die bepaalde sluitingstechnieken van het gehemelte met zich meebrachten werden ook weer nieuw ingevoerde technieken verlaten Als voorbeeld voor een belangrijke complicatie kan worden gegeven verlittekening en fibrose van het gesloten achterste optreedt met als gevolg een spraakstoornis of fistelvorming Het is van belang te weten welke sluitingstechniek van het palatum molle het minst aantal directe postoperatieve complicaties geeft en de minste spraak- en gehoorsproblemen geeft op langere termijn  C verschillende technieken bij sluiting lip en/of palatum molle De werkgroep achtte voor het palatum molle de spraak, gehoor en voeding voor de De werkgroep achtte voor de lipsluiting het uiterlijk (patiënt-, dokters-, and the Cochrane Library between ### and December #rd, ### This search was aimed two different operative techniques in terms of closure of the soft palate Data on effect sizes or primary data had to be available for at least one of the outcomes of interest esthetics (patient, parent and/or doctor satisfaction), speech, feeding capability, postoperative complications For the outcomes speech and hearing, a followup until at least the age of # years, and a follow-up length of at least # year was deemed sufficient When papers reported a shorter follow-up time they were excluded <PERSOON> initial search identified ### references of which ## were assessed on full text After assessment of full text, ## studies were excluded and ## studies were included, # for soft A total of # studies was included in this literature summary that described soft palate surgery # randomized controlled trials (RCTs) (<PERSOON> – <PERSOON>, ###), # prospective observational trials (<PERSOON>, ### ).
568
nvog
als gevolg een spraakstoornis of fistelvorming Het is van belang te weten welke sluitingstechniek van het palatum molle het minst aantal directe postoperatieve complicaties geeft en de minste spraak- en gehoorsproblemen geeft op langere termijn  C verschillende technieken bij sluiting lip en/of palatum molle De werkgroep achtte voor het palatum molle de spraak, gehoor en voeding voor de De werkgroep achtte voor de lipsluiting het uiterlijk (patiënt-, dokters-, and the Cochrane Library between ### and December #rd, ### This search was aimed two different operative techniques in terms of closure of the soft palate Data on effect sizes or primary data had to be available for at least one of the outcomes of interest esthetics (patient, parent and/or doctor satisfaction), speech, feeding capability, postoperative complications For the outcomes speech and hearing, a followup until at least the age of # years, and a follow-up length of at least # year was deemed sufficient When papers reported a shorter follow-up time they were excluded <PERSOON> initial search identified ### references of which ## were assessed on full text After assessment of full text, ## studies were excluded and ## studies were included, # for soft A total of # studies was included in this literature summary that described soft palate surgery # randomized controlled trials (RCTs) (<PERSOON> – <PERSOON>, ###), # prospective observational trials (<PERSOON>, ### ) for soft or hard palate closure; one RCT (Spauwen, ###) and one retrospective <PERSOON> and Ghandour, ### is an RCT that compares the effects of the Furlow double opposing Z-plasty (n=##) and the Wardill – Kilner V-Y (n=##) pushback technique in terms of velopharyngeal outcome and speech in patients with a cleft of the soft palate and no other congenital anomalies <PERSOON> at surgery was ##-## months All cases were followed for at least # year Flexible nasopharyngoscopy and perceptual speech resonance evaluation were used to assess the velopharyngeal closure and speech outcome respectively Henkel, ### is a randomized controlled trial in which the effects of soft palate closure using the wave-line technique in the intravelar veloplasty (n=##) are compared to the classic intravelar veloplasty (n=##) in terms of speech outcomes in patients with complete cleft of the soft palate Patients were randomly assigned to one or the other group following a previously determined succession Surgery was performed at the age of <DATUM> months Speech was investigated at the age of # years by a speech pathologist blinded for Spauwen, ### performed an RCT comparing Furlow (n=##) to the von Langebeck technique (n=##) in patients with any kind of palate cleft, ## in both groups Speech was <PERSOON>, ### describes a RCT in which different surgical techniques and different timings of surgery for complete cleft palate were compared in terms of speech outcome and risk of palatal fistulae in patients with a complete unilateral cleft lip and palate A #x#x#.
650
nvog
and one retrospective <PERSOON> and Ghandour, ### is an RCT that compares the effects of the Furlow double opposing Z-plasty (n=##) and the Wardill – Kilner V-Y (n=##) pushback technique in terms of velopharyngeal outcome and speech in patients with a cleft of the soft palate and no other congenital anomalies <PERSOON> at surgery was ##-## months All cases were followed for at least # year Flexible nasopharyngoscopy and perceptual speech resonance evaluation were used to assess the velopharyngeal closure and speech outcome respectively Henkel, ### is a randomized controlled trial in which the effects of soft palate closure using the wave-line technique in the intravelar veloplasty (n=##) are compared to the classic intravelar veloplasty (n=##) in terms of speech outcomes in patients with complete cleft of the soft palate Patients were randomly assigned to one or the other group following a previously determined succession Surgery was performed at the age of <DATUM> months Speech was investigated at the age of # years by a speech pathologist blinded for Spauwen, ### performed an RCT comparing Furlow (n=##) to the von Langebeck technique (n=##) in patients with any kind of palate cleft, ## in both groups Speech was <PERSOON>, ### describes a RCT in which different surgical techniques and different timings of surgery for complete cleft palate were compared in terms of speech outcome and risk of palatal fistulae in patients with a complete unilateral cleft lip and palate A #x#x# groups # of # different lip repairs (Spina versus Millard), # of # different palatal repairs (von Langenbeck versus Furlow) and # of # different ages at time of palatal surgery (<DATUM> months versus ##-## months) All surgeries were performed by the same # surgeons A total of ### patients were operated at <DATUM> months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) and ### at ##-## months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) Children were followed for at least the age of # years Carroll, ### is a retrospective observational study that examines the association between palate repair technique and hearing outcomes in children with all types of cleft Y pushback (Wardil-Kilner, n=##), #-flap (n=##) and the von Langenbeck technique (n=##) <PERSOON> number of middle ear infections was assessed and audiological measurements were Grobbelaar, ### is a prospective observational study that compared speech outcomes in patients with a soft palate cleft, operated by Dorrance repair (n=##), Wardill repair (n=##), Perko repair (n=##), Furlow Z-plasty (n=##) and a von Langenbeck repair (n=##) Articulation, intelligibility and resonance were assessed by at least one speech therapist All the children underwent videofluoroscopy <PERSOON> follow-up period was #-## years, with a <PERSOON> and Askar, ### compared the Wardill-Kilner technique (two layer repair without intravelar veloplasty n=##) to the Kriens technique (three layer repair with intravelar.
746
nvog
repairs (Spina versus Millard), # of # different palatal repairs (von Langenbeck versus Furlow) and # of # different ages at time of palatal surgery (<DATUM> months versus ##-## months) All surgeries were performed by the same # surgeons A total of ### patients were operated at <DATUM> months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) and ### at ##-## months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) Children were followed for at least the age of # years Carroll, ### is a retrospective observational study that examines the association between palate repair technique and hearing outcomes in children with all types of cleft Y pushback (Wardil-Kilner, n=##), #-flap (n=##) and the von Langenbeck technique (n=##) <PERSOON> number of middle ear infections was assessed and audiological measurements were Grobbelaar, ### is a prospective observational study that compared speech outcomes in patients with a soft palate cleft, operated by Dorrance repair (n=##), Wardill repair (n=##), Perko repair (n=##), Furlow Z-plasty (n=##) and a von Langenbeck repair (n=##) Articulation, intelligibility and resonance were assessed by at least one speech therapist All the children underwent videofluoroscopy <PERSOON> follow-up period was #-## years, with a <PERSOON> and Askar, ### compared the Wardill-Kilner technique (two layer repair without intravelar veloplasty n=##) to the Kriens technique (three layer repair with intravelar clefts excluded) in terms of Eustachian tube and velopharyngeal competence Patients were stratified by cleft type Patients underwent surgery at the age of ##-## months and McWilliams, ### described a retrospective observational study in which cleft patients (type of cleft not described in more detail) who underwent palatal closure by Furlow (n=##) are compared to those who underwent palatal closure by another procedure (n=##) in terms of speech and usage of pharyngeal flaps <PERSOON> non-Furlow group had palate repair consisting of either a two-flap or four-flap Wardill-type closure (n=##) or a von Langenbeck type repair (n=#), both of which included a intravelar veloplasty Two subjects had procedures that were not specified, but included intravelar veloplasties <PERSOON> repair in the non-Furlow group was performed at a mean age of <DATUM> ± <DATUM> months In the Furlow group ## patients had soft palate closure at the time of initial lip repair/adhesion Hard palate clefts were performed <DATUM> months later <PERSOON> rest of the palate closures were performed in one stage <PERSOON> repair in the Furlow group was performed at a mean age of <DATUM> ± <DATUM> months Patients were followed for at least # years Speech was assessed using the Pittsburg Weighted Values for Speech Symptoms Associated with velopharyngeal Witt, ### is a prospective observational study that assesses the long-term stability of who underwent palatoplasty with intravelar veloplasty (n=##) compared to those who underwent palatoplasty without intravelar veloplasty (n=##) Palatoplasty was performed at the median age of ##.
753
nvog
and velopharyngeal competence Patients were stratified by cleft type Patients underwent surgery at the age of ##-## months and McWilliams, ### described a retrospective observational study in which cleft patients (type of cleft not described in more detail) who underwent palatal closure by Furlow (n=##) are compared to those who underwent palatal closure by another procedure (n=##) in terms of speech and usage of pharyngeal flaps <PERSOON> non-Furlow group had palate repair consisting of either a two-flap or four-flap Wardill-type closure (n=##) or a von Langenbeck type repair (n=#), both of which included a intravelar veloplasty Two subjects had procedures that were not specified, but included intravelar veloplasties <PERSOON> repair in the non-Furlow group was performed at a mean age of <DATUM> ± <DATUM> months In the Furlow group ## patients had soft palate closure at the time of initial lip repair/adhesion Hard palate clefts were performed <DATUM> months later <PERSOON> rest of the palate closures were performed in one stage <PERSOON> repair in the Furlow group was performed at a mean age of <DATUM> ± <DATUM> months Patients were followed for at least # years Speech was assessed using the Pittsburg Weighted Values for Speech Symptoms Associated with velopharyngeal Witt, ### is a prospective observational study that assesses the long-term stability of who underwent palatoplasty with intravelar veloplasty (n=##) compared to those who underwent palatoplasty without intravelar veloplasty (n=##) Palatoplasty was performed at the median age of ## Speech and language evaluation was conducted at the Five studies comparing different lip closure techniques were identified, three randomized studies (<PERSOON> ###); # prospective observational study (Reddy, ###) and one retrospective observational study (Halli, ###) Chowdri, ### is a randomised comparative study performed in <PERSOON> in which rotation advancement lip repair as described by Millard (n=##) is compared to triangular flap lip repair as described by <PERSOON> (n=##) in terms of esthetic results and compliucations <PERSOON> at lip repair was # years Patients were followed for <DATUM> years Esthetics were evaluated independently by # examiners, each scoring surgical results on a #-## scale for ## aspects of lip and nose, making a total assessment of ### points for the ## components studied <PERSOON> Amaratunga, ### describes an RCT in which the esthetic results of unilateral lip repair are compared for Millard’s method (n=##), Cronin’s method (n=##) and a combination of the two methods (n=##) Lip repair was performed at the age of <DATUM> months <PERSOON> results of the repair were assessed # months after surgery Esthetic results were assessed using the Cleft Lip Component Symmetry Index (#-###, with ### points <PERSOON>, ### describes a RCT which is mentioned in the section on palatal closure above In this study not only the surgical techniques for closure of palate where compared but also the surgical closure of lips with # different technigues A #x#x# factorial clinical trial.
688
nvog
Speech and language evaluation was conducted at the Five studies comparing different lip closure techniques were identified, three randomized studies (<PERSOON> ###); # prospective observational study (Reddy, ###) and one retrospective observational study (Halli, ###) Chowdri, ### is a randomised comparative study performed in <PERSOON> in which rotation advancement lip repair as described by Millard (n=##) is compared to triangular flap lip repair as described by <PERSOON> (n=##) in terms of esthetic results and compliucations <PERSOON> at lip repair was # years Patients were followed for <DATUM> years Esthetics were evaluated independently by # examiners, each scoring surgical results on a #-## scale for ## aspects of lip and nose, making a total assessment of ### points for the ## components studied <PERSOON> Amaratunga, ### describes an RCT in which the esthetic results of unilateral lip repair are compared for Millard’s method (n=##), Cronin’s method (n=##) and a combination of the two methods (n=##) Lip repair was performed at the age of <DATUM> months <PERSOON> results of the repair were assessed # months after surgery Esthetic results were assessed using the Cleft Lip Component Symmetry Index (#-###, with ### points <PERSOON>, ### describes a RCT which is mentioned in the section on palatal closure above In this study not only the surgical techniques for closure of palate where compared but also the surgical closure of lips with # different technigues A #x#x# factorial clinical trial # of # different lip repairs (Spina versus Millard), # of # different palatal repairs (von Langenbeck versus Furlow) and # of # different ages at time of palatal surgery (<DATUM> months versus ##-## months) All surgeries were performed by the same # surgeons A total of ### patients were operated at <DATUM> months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) and ### at ##-## months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) Children were followed for at least the age of # years Halli, ### is a retrospective observational study that compares cleft lip repair with Acrylate glue (n=##) and Prolene sutures (n=##) in terms of esthetic results <PERSOON> at lip closure was not reported Five observers looked at postoperative photographs of the patients at ## months of age and scored esthetics with a visual analogue scale Reddy, ### describes a large prospective cohort study comparing # different lip techniques for correction of the cleft lip A cohort of ### Millard technique corrections is compared to ### Pfeifer incisions and ### Afroze technique lipclosures <PERSOON> latter technique is a combination of the Millard technique at the cleft side and the Pfeifer technique at the non-cleft side Outcome measurements were performed # years postoperatively and consisted of the white roll, vermillion border, scar, cupids’ bow, lip.
738
nvog
# different lip repairs (Spina versus Millard), # of # different palatal repairs (von Langenbeck versus Furlow) and # of # different ages at time of palatal surgery (<DATUM> months versus ##-## months) All surgeries were performed by the same # surgeons A total of ### patients were operated at <DATUM> months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) and ### at ##-## months (Spina – Furlow = ##, Millard – Furlow = ##, Spina – Langenbeck = ##, Millard – Langenbeck = ##) Children were followed for at least the age of # years Halli, ### is a retrospective observational study that compares cleft lip repair with Acrylate glue (n=##) and Prolene sutures (n=##) in terms of esthetic results <PERSOON> at lip closure was not reported Five observers looked at postoperative photographs of the patients at ## months of age and scored esthetics with a visual analogue scale Reddy, ### describes a large prospective cohort study comparing # different lip techniques for correction of the cleft lip A cohort of ### Millard technique corrections is compared to ### Pfeifer incisions and ### Afroze technique lipclosures <PERSOON> latter technique is a combination of the Millard technique at the cleft side and the Pfeifer technique at the non-cleft side Outcome measurements were performed # years postoperatively and consisted of the white roll, vermillion border, scar, cupids’ bow, lip <PERSOON> and Ghandour, ### describe in ## patients that velopharyngeal closure and speech outcome were better after Furlow Z-plasty than after the V-Y pushback procedure Auditory perceptual assessment for nasality was # ## ± <DATUM> in the Furlow group and # ## ± # ## in the V-Y pushback group (p=# ###) Nasal emission was # ## ± <DATUM> in the Furlow group versus # ## ± # ## in the V-Y pushback group (p=# ###) Glottal articulation was # ## ± <DATUM> in the Furlow group and # ## ± # ## in the V-Y pushback group (p=# ###) There was no significant difference in pharyngealization of fricatives and speech Henkel, ### shows in ## patients that compensatory grimacing when speaking was observed in <DATUM> patients in the wave-line veloplasty group versus <DATUM> in the classic intravelar veloplasty group (p(# ##) A sound difference was observed in speech with a closed and open nose in <DATUM> of the wave-line veloplasty group and <DATUM> in the classic intravelar veloplasty group (p(# ##) Articulation of alveolar sounds was judged normal in significantly more subjects in the wave-line veloplasty group (<DATUM> (# children too playful for examination)) versus the classic intravelar veloplasty group (<DATUM> p(# ##) They concluded that the waveline technique seems to be superior, however group size is small Spauwen, ### shows in ## patients that there was a significant difference in nasality and nasal escape favouring the Furlow technique No differences were found in articulation,.
760
nvog
in ## patients that velopharyngeal closure and speech outcome were better after Furlow Z-plasty than after the V-Y pushback procedure Auditory perceptual assessment for nasality was # ## ± <DATUM> in the Furlow group and # ## ± # ## in the V-Y pushback group (p=# ###) Nasal emission was # ## ± <DATUM> in the Furlow group versus # ## ± # ## in the V-Y pushback group (p=# ###) Glottal articulation was # ## ± <DATUM> in the Furlow group and # ## ± # ## in the V-Y pushback group (p=# ###) There was no significant difference in pharyngealization of fricatives and speech Henkel, ### shows in ## patients that compensatory grimacing when speaking was observed in <DATUM> patients in the wave-line veloplasty group versus <DATUM> in the classic intravelar veloplasty group (p(# ##) A sound difference was observed in speech with a closed and open nose in <DATUM> of the wave-line veloplasty group and <DATUM> in the classic intravelar veloplasty group (p(# ##) Articulation of alveolar sounds was judged normal in significantly more subjects in the wave-line veloplasty group (<DATUM> (# children too playful for examination)) versus the classic intravelar veloplasty group (<DATUM> p(# ##) They concluded that the waveline technique seems to be superior, however group size is small Spauwen, ### shows in ## patients that there was a significant difference in nasality and nasal escape favouring the Furlow technique No differences were found in articulation, There was a similar size of cleft type distribution (Veau type I and II) over the groups Although this study is small sized, a power analysis performed before inclusion showed that this number of ## patients could be enough for answering the primairy question about <PERSOON>, ### reports in ### subjects that patients operated by the Von Langenbeck CI # ## – # ##, p=# ##) OR for nasal air emission when compared to the Furlow technique Grobbelaar, ### describes in ### patients that the Furlow Z-plasty and Perko repairs yielded the best results, when compared to Dorrance, Wardill and von Langenbeck repairs Normal speech was recorded in ###% of the Perko and Furlow Z-plasty patients, and in ##/## of the Dorrance, ##/## of the Wardill and ##/## of the Langenbeck patients No hypernasality was recorded in the Perko and Furlow Z-plasty groups, and also in in ##/## of the Dorrance, ##/## of the Wardill and ##/## of the Langenbeck patients McWilliams, ### describes in ### subjects that the Furlow patients had a total speech no speech impediment, # = very severe speech impediment) However, when this difference was controlled for cleft type, it was no longer significant Furthermore, ##% of the Furlow patients had no articulation errors compared to ##% in the non-Furlow group (p=# ###) In the Furlow group ##% of the patients had no hypernasality compared to ##% in the non-Furlow group (p=# ###) Also, the hypernasality scores were lower in the.
749
nvog
a similar size of cleft type distribution (Veau type I and II) over the groups Although this study is small sized, a power analysis performed before inclusion showed that this number of ## patients could be enough for answering the primairy question about <PERSOON>, ### reports in ### subjects that patients operated by the Von Langenbeck CI # ## – # ##, p=# ##) OR for nasal air emission when compared to the Furlow technique Grobbelaar, ### describes in ### patients that the Furlow Z-plasty and Perko repairs yielded the best results, when compared to Dorrance, Wardill and von Langenbeck repairs Normal speech was recorded in ###% of the Perko and Furlow Z-plasty patients, and in ##/## of the Dorrance, ##/## of the Wardill and ##/## of the Langenbeck patients No hypernasality was recorded in the Perko and Furlow Z-plasty groups, and also in in ##/## of the Dorrance, ##/## of the Wardill and ##/## of the Langenbeck patients McWilliams, ### describes in ### subjects that the Furlow patients had a total speech no speech impediment, # = very severe speech impediment) However, when this difference was controlled for cleft type, it was no longer significant Furthermore, ##% of the Furlow patients had no articulation errors compared to ##% in the non-Furlow group (p=# ###) In the Furlow group ##% of the patients had no hypernasality compared to ##% in the non-Furlow group (p=# ###) Also, the hypernasality scores were lower in the ## ± # ##) compared to the non-Furlow group (# ## ± # ##, p=# ###) Witt, ### describes in ## subjects that the speech outcomes were comparable in the group that recieved intravelar veloplasty during palatoplasty and the group that did not There was no velopharyngral dysfunction in #/## intravelar veloplasty patients and #/## <PERSOON> and Askar, ### describe ## of ## patients in total had VPI in total #/## patients after three layer closure (Kriens) experienced VPI compared to #/## after two layer closure technique But, no conclusive distinction could be made between two layer Carroll, ### describes in ### subjects that the double-reverse Z-plasty was associated with the lowest median pure tone average (PTA) of ## # dB (p = # ###) at # years There was no difference in median PTA between children with and without comorbid diagnoses (such as <PERSOON>, arthrogryposis) at either # years or # years of age (p = # ###, p = # ###) A multivariate model showed that extent of the cleft influenced technique choice (p = # ###), but only technique choice was associated with significant <PERSOON>, ### found in ## subjects that patients who underwent the Kriens technique (three layer technique with intravelar veloplasty) had a greater probability for resolution of secretory otitis media, in the early postoperative period, less time required for extrusion of the grommet tube, and lower incidence of recurrent secretory otitis media.
741
nvog
± # ##) compared to the non-Furlow group (# ## ± # ##, p=# ###) Witt, ### describes in ## subjects that the speech outcomes were comparable in the group that recieved intravelar veloplasty during palatoplasty and the group that did not There was no velopharyngral dysfunction in #/## intravelar veloplasty patients and #/## <PERSOON> and Askar, ### describe ## of ## patients in total had VPI in total #/## patients after three layer closure (Kriens) experienced VPI compared to #/## after two layer closure technique But, no conclusive distinction could be made between two layer Carroll, ### describes in ### subjects that the double-reverse Z-plasty was associated with the lowest median pure tone average (PTA) of ## # dB (p = # ###) at # years There was no difference in median PTA between children with and without comorbid diagnoses (such as <PERSOON>, arthrogryposis) at either # years or # years of age (p = # ###, p = # ###) A multivariate model showed that extent of the cleft influenced technique choice (p = # ###), but only technique choice was associated with significant <PERSOON>, ### found in ## subjects that patients who underwent the Kriens technique (three layer technique with intravelar veloplasty) had a greater probability for resolution of secretory otitis media, in the early postoperative period, less time required for extrusion of the grommet tube, and lower incidence of recurrent secretory otitis media No RCTs and observational studies were found that described the influence of surgical <PERSOON>, ### reports that in total #/## fistulas were found in the Furlow group versus Henkel, ### reports that # patient in the wave-line group developed wound dehiscence in the oral mucosa that healed secondarily without complications (p-value not reported) In <PERSOON>, ### only fistula rates were compared and were found not to be different between the Spina and Millard repair technique In total #<DATUM> (##%) patients operated by von Langenbeck developed fistula, versus #<DATUM> (##%) in the Furlow operation group <PERSOON> odds ratio for fistula formation in the von Langenbeck versus the Furlow group was <PERSOON>, ### reports in ## patients that there was a tendency for increased incidence of palatal fistula in the three layer closure technique group (Kriens) (#/##) compared to the two layer closure technique group wall kilmer) (#/##) , however not reaching significance McWilliams, ### describe in ### subjects that # (##%) of the patients in the Furlow group required pharyngeal flaps versus # (##%) in the non-Furlow group (p=# ###) When this comparison was controlled for age at surgery and cleft results, the difference was still techniques of palatal closure on esthetics in patients with cleft soft palate technique of palatal closure on food intake in patients with cleft soft palate Chowdri, ### report that the esthetic scores were similar in the patients treated with rotation advancement repair (## ± ##) and triangular flap repair (## ± ##, p)# ##) There.
741
nvog
influence of surgical <PERSOON>, ### reports that in total #/## fistulas were found in the Furlow group versus Henkel, ### reports that # patient in the wave-line group developed wound dehiscence in the oral mucosa that healed secondarily without complications (p-value not reported) In <PERSOON>, ### only fistula rates were compared and were found not to be different between the Spina and Millard repair technique In total #<DATUM> (##%) patients operated by von Langenbeck developed fistula, versus #<DATUM> (##%) in the Furlow operation group <PERSOON> odds ratio for fistula formation in the von Langenbeck versus the Furlow group was <PERSOON>, ### reports in ## patients that there was a tendency for increased incidence of palatal fistula in the three layer closure technique group (Kriens) (#/##) compared to the two layer closure technique group wall kilmer) (#/##) , however not reaching significance McWilliams, ### describe in ### subjects that # (##%) of the patients in the Furlow group required pharyngeal flaps versus # (##%) in the non-Furlow group (p=# ###) When this comparison was controlled for age at surgery and cleft results, the difference was still techniques of palatal closure on esthetics in patients with cleft soft palate technique of palatal closure on food intake in patients with cleft soft palate Chowdri, ### report that the esthetic scores were similar in the patients treated with rotation advancement repair (## ± ##) and triangular flap repair (## ± ##, p)# ##) There ##) or the nose-scores alone (p)# ##) between the two surgical techniques Regarding postoperative complications, this study reports that #/## (#%) of the patients in the rotation flap advancement group developed scar hypertrophy compared to #/## (#%) in the triangular flap group (p)# ##) Furthermore, # patients in the rotation advancement group developed wound dehiscence, compared to # patients in the triangular flap group (p-value <PERSOON> Amaratunga, ### reports that the Cleft Lip Component Symmetry Index score of philtral height, vermillion height, and Cupid's bow height achieved with the combined method was comparable to that achieved with Cronin's method and was superior to that obtained with Millard’s method (p(# ##) Further, the combined method achieved a Cleft Lip Component Symmetry Index score for the philtral width that was not significantly different from that of Millard's method and better than that of Cronin’s method (p(# ##) between the Spina and Millard repair techniques <PERSOON> esthetic result of the different lipclosure techniques were not compared in this study Halli, ### describes that the mean score of ranks was higher in the Glue repair group (## ##) compared to the suture repair group (<DATUM> p(# ##), ergo the esthetic results Reddy, ### describes in ### subjects that the esthetic outcomes were best in patients who underwent cleft lip repair with the Afroze incision, when compared to the incision by Millard or wave-line by <PERSOON> odds ratio for a good outcome was significantly higher for the Afroze incision regarding the white roll match (p(# ###), vermillion match (p=#.
739
nvog
two surgical techniques Regarding postoperative complications, this study reports that #/## (#%) of the patients in the rotation flap advancement group developed scar hypertrophy compared to #/## (#%) in the triangular flap group (p)# ##) Furthermore, # patients in the rotation advancement group developed wound dehiscence, compared to # patients in the triangular flap group (p-value <PERSOON> Amaratunga, ### reports that the Cleft Lip Component Symmetry Index score of philtral height, vermillion height, and Cupid's bow height achieved with the combined method was comparable to that achieved with Cronin's method and was superior to that obtained with Millard’s method (p(# ##) Further, the combined method achieved a Cleft Lip Component Symmetry Index score for the philtral width that was not significantly different from that of Millard's method and better than that of Cronin’s method (p(# ##) between the Spina and Millard repair techniques <PERSOON> esthetic result of the different lipclosure techniques were not compared in this study Halli, ### describes that the mean score of ranks was higher in the Glue repair group (## ##) compared to the suture repair group (<DATUM> p(# ##), ergo the esthetic results Reddy, ### describes in ### subjects that the esthetic outcomes were best in patients who underwent cleft lip repair with the Afroze incision, when compared to the incision by Millard or wave-line by <PERSOON> odds ratio for a good outcome was significantly higher for the Afroze incision regarding the white roll match (p(# ###), vermillion match (p=# ###), Cupid’s bow (p(# ###), Lip length (p=# ###), and nostril symmetry (p(# ###) <PERSOON> odds ratio for a good outcome was similar for the Afroze incision compared to other incisions regarding the Alar dome (p=# ##) and Alar base and length of follow-up it was not possible to pool the results Most studies were unable to adequately control for known confounding factors and were graded as very low level of evidence due to study design type and imprecision Furlow procedure is associated with a better velopharyngeal function but also higher risk of fistulae when compared to the von Langenbeck repair with intravelar veloplasty in patients with complete unilateral cleft lip, There is a low level of evidence that speech results are better in patients with a complete cleft of the soft palate treated by wave-line technique in intravelar veloplasty when compared to classic intravelar veloplasty There is a very low level of evidence that cleft palate repair using the Furlow double Z-plasty leads to a better velopharyngeal closure and speech There is a very low level of evidence that cleft palate repair using the Kriens technique leads to a better postoperative functional outcome of the Eustachian tube when compared to the Wardill-Kilner V-Y pushback There is a very low level of evidence that speech outcome is similar in patients with cleft palate who received palatoplasty with intravelar There is a very low level of evidence that in cleft patients a Furlow palatal.
645
nvog
Cupid’s bow (p(# ###), Lip length (p=# ###), and nostril symmetry (p(# ###) <PERSOON> odds ratio for a good outcome was similar for the Afroze incision compared to other incisions regarding the Alar dome (p=# ##) and Alar base and length of follow-up it was not possible to pool the results Most studies were unable to adequately control for known confounding factors and were graded as very low level of evidence due to study design type and imprecision Furlow procedure is associated with a better velopharyngeal function but also higher risk of fistulae when compared to the von Langenbeck repair with intravelar veloplasty in patients with complete unilateral cleft lip, There is a low level of evidence that speech results are better in patients with a complete cleft of the soft palate treated by wave-line technique in intravelar veloplasty when compared to classic intravelar veloplasty There is a very low level of evidence that cleft palate repair using the Furlow double Z-plasty leads to a better velopharyngeal closure and speech There is a very low level of evidence that cleft palate repair using the Kriens technique leads to a better postoperative functional outcome of the Eustachian tube when compared to the Wardill-Kilner V-Y pushback There is a very low level of evidence that speech outcome is similar in patients with cleft palate who received palatoplasty with intravelar There is a very low level of evidence that in cleft patients a Furlow palatal pharyngeal flaps, when compared to other techniques of soft palatal repair There is a very low level of evidence that cleft soft palate repair using the Furlow Z-plasty or Perko repair leads to a better speech development when compared to a Dorrance or a Wardill repair in patients with cleft soft palate Soft palate or hard palate closure (not clear from study description) There is a very low level of evidence that for cleft palate repair double reverse Z-plasty closing soft palate alone when hard palate is already closed is associated with better hearing outcomes when compared to the #-flap, V-Y plasty and the von Langenbeck procedure closing soft and hard palate in a single operation in patients with all types of cleft palate double Z-plasty leads to a less nasal speech, but similar articulatory skills, compared to the von Langebeck technique in patients with complete cleft There is a low level of evidence that using the Afroze incision for repair of unilateral cleft lip yields better esthetic results than using the Millard There is a low level of evidence that the esthetic results and risk of postoperative complications are comparable in patients with unilateral cleft lip who underwent a rotation-advancement repair as described by Millard or a triangular flap repair as described by <PERSOON> is a low level of evidence that the esthetical results for unilateral cleft lip repair were best in a combination of Millard’s method and Cronin’s There is a very low level of evidence that cleft lip repair with Acrylate results.
564
nvog
repair There is a very low level of evidence that cleft soft palate repair using the Furlow Z-plasty or Perko repair leads to a better speech development when compared to a Dorrance or a Wardill repair in patients with cleft soft palate Soft palate or hard palate closure (not clear from study description) There is a very low level of evidence that for cleft palate repair double reverse Z-plasty closing soft palate alone when hard palate is already closed is associated with better hearing outcomes when compared to the #-flap, V-Y plasty and the von Langenbeck procedure closing soft and hard palate in a single operation in patients with all types of cleft palate double Z-plasty leads to a less nasal speech, but similar articulatory skills, compared to the von Langebeck technique in patients with complete cleft There is a low level of evidence that using the Afroze incision for repair of unilateral cleft lip yields better esthetic results than using the Millard There is a low level of evidence that the esthetic results and risk of postoperative complications are comparable in patients with unilateral cleft lip who underwent a rotation-advancement repair as described by Millard or a triangular flap repair as described by <PERSOON> is a low level of evidence that the esthetical results for unilateral cleft lip repair were best in a combination of Millard’s method and Cronin’s There is a very low level of evidence that cleft lip repair with Acrylate results Meerdere chirurgische technieken zijn breed geaccepteerd als primaire sluitingstechniek van het palatum waaronder von Langebeck, Veau-Wardill-Kilner pushback, Bardach #flap techniek en Furlow dubbele Z-plastiek Ondanks dat deze methodes verschillen is voor de meeste van deze technieken de intrinsieke spiermobilisatie gelijk, namelijk een intravelaire veloplastiek, waarbij de palatinale spieren in de mediaanlijn worden gesloten en naar een meer posterieure positie worden gebracht Er is het nodige aan onderzoek gedaan naar de resultaten van verschillende technieken van palatumsluiting, met veelal weinig bewijslast mede door gebrek aan randomisatie, gebrek aan prospectieve opzet of follow up Wel zijn er publicaties die de Furlow techniek de voorkeur geven Doordat er in verhouding veel is gepubliceerd over de Furlow techniek, lijkt er een bias op te treden Er zijn namelijk geen studies beschreven met dezelfde level of evidence over de andere De grootste prospectieve studie op dit vlak is uitgevoerd door <PERSOON> (###) die een studie opzet heeft gemaakt bij kinderen met een complete unilaterale lip-, kaak- en uitkomstmaat voor een functioneel goed resultaat van een palatumsluiting dan komt de Furlow techniek die wordt gebruikt voor het sluiten van het palatum molle naar voren als de meest optimale techniek vergeleken met de von Langebeck techniek (met intravelaire palatumspierrepositie) bij Veau I en Veau II schisis Een significant lagere hoeveelheid VPI klachten werd gevonden in de Furlow groep Een belangrijke bevinding was ook echter de toename van het aantal fistels in de Furlow groep waarbij tevens een significante toename van fistelvorming bij brede palatale defecten werd gezien.
550
nvog
geaccepteerd als primaire sluitingstechniek van het palatum waaronder von Langebeck, Veau-Wardill-Kilner pushback, Bardach #flap techniek en Furlow dubbele Z-plastiek Ondanks dat deze methodes verschillen is voor de meeste van deze technieken de intrinsieke spiermobilisatie gelijk, namelijk een intravelaire veloplastiek, waarbij de palatinale spieren in de mediaanlijn worden gesloten en naar een meer posterieure positie worden gebracht Er is het nodige aan onderzoek gedaan naar de resultaten van verschillende technieken van palatumsluiting, met veelal weinig bewijslast mede door gebrek aan randomisatie, gebrek aan prospectieve opzet of follow up Wel zijn er publicaties die de Furlow techniek de voorkeur geven Doordat er in verhouding veel is gepubliceerd over de Furlow techniek, lijkt er een bias op te treden Er zijn namelijk geen studies beschreven met dezelfde level of evidence over de andere De grootste prospectieve studie op dit vlak is uitgevoerd door <PERSOON> (###) die een studie opzet heeft gemaakt bij kinderen met een complete unilaterale lip-, kaak- en uitkomstmaat voor een functioneel goed resultaat van een palatumsluiting dan komt de Furlow techniek die wordt gebruikt voor het sluiten van het palatum molle naar voren als de meest optimale techniek vergeleken met de von Langebeck techniek (met intravelaire palatumspierrepositie) bij Veau I en Veau II schisis Een significant lagere hoeveelheid VPI klachten werd gevonden in de Furlow groep Een belangrijke bevinding was ook echter de toename van het aantal fistels in de Furlow groep waarbij tevens een significante toename van fistelvorming bij brede palatale defecten werd gezien fistulapercentage werd gezien bij palatale defecten van gemiddeld meer dan #,# cm breedte ten opzichte van minder dan #,# cm breed Er werden meer relaxatie incisies gemaakt bij de von Langenbeck techniek tov de Furlow techniek maar daarentegen werden meer fistels gezien in de populatie patiënten in beide groepen waarbij geen gebruik gemaakt werd van relaxatie incisies De leeftijd waarop het palatum werd gesloten (<DATUM> maanden versus ##-## maanden) gaf geen verschil in fistula percentage Tot slot kwam naar voren dat er een duidelijk verschil was tussen de # chirurgen die beide technieken uitvoerden, waarbij de chirurg met de meeste ervaring in de Furlow techniek het minste aantal fistels veroorzaakte (<PERSOON>, ###) Daarnaast bleek dat de chirurg “met de meeste fistels” geen gebruik maakte van everterende matras hechtingen om het De overige drie kleinere gerandomiseerde studies geven hun resultaten weer van technieken gebruikt bij het sluiten van alleen het palatum molle ( <PERSOON> –<PERSOON> and Ghandour (###) en Henkel (###) en het complete gehemelte (Spauwen, ###) Hierbij wordt door de groep van <PERSOON> techniek vergeleken met de Wardill Kilner pushback techniek Ook in deze studie komt de Furlow techniek naar voren als een betere techniek op het gebied van de spraakontwikkeling Er is echter geen sprake van fistelvorming bij de Furlowtechniek, wat vooral gelegen is in de minder grote dissectie bij het sluiten van alleen het palatum molle Henkel (###) vergelijkt een gemodificeerde techniek van het klassieke rechtstandige sluiten door de incisie meer te golven (wave line).
596
nvog
bij palatale defecten van gemiddeld meer dan #,# cm breedte ten opzichte van minder dan #,# cm breed Er werden meer relaxatie incisies gemaakt bij de von Langenbeck techniek tov de Furlow techniek maar daarentegen werden meer fistels gezien in de populatie patiënten in beide groepen waarbij geen gebruik gemaakt werd van relaxatie incisies De leeftijd waarop het palatum werd gesloten (<DATUM> maanden versus ##-## maanden) gaf geen verschil in fistula percentage Tot slot kwam naar voren dat er een duidelijk verschil was tussen de # chirurgen die beide technieken uitvoerden, waarbij de chirurg met de meeste ervaring in de Furlow techniek het minste aantal fistels veroorzaakte (<PERSOON>, ###) Daarnaast bleek dat de chirurg “met de meeste fistels” geen gebruik maakte van everterende matras hechtingen om het De overige drie kleinere gerandomiseerde studies geven hun resultaten weer van technieken gebruikt bij het sluiten van alleen het palatum molle ( <PERSOON> –<PERSOON> and Ghandour (###) en Henkel (###) en het complete gehemelte (Spauwen, ###) Hierbij wordt door de groep van <PERSOON> techniek vergeleken met de Wardill Kilner pushback techniek Ook in deze studie komt de Furlow techniek naar voren als een betere techniek op het gebied van de spraakontwikkeling Er is echter geen sprake van fistelvorming bij de Furlowtechniek, wat vooral gelegen is in de minder grote dissectie bij het sluiten van alleen het palatum molle Henkel (###) vergelijkt een gemodificeerde techniek van het klassieke rechtstandige sluiten door de incisie meer te golven (wave line) Ook in deze verlengde Wave line techniek werd een betere spraakontwikkeling gezien zonder fistels In beide studies komt er geen fistelvorming voor wat te verklaren is door de minder grote dissectie bij het sluiten van alleen het palatum molle Spauwen beschrijft in een kleine RCT dat de patiënten behandeld met een Furlow plastiek een betere spraakontwikkeling hebben ten opzichte van die behandeld met de von Langebeck techniek Onduidelijk is in deze groep of het de sluiting van het gehele gehemelte betreft, alleen het zachte of ook het harde Wel werd beschreven dat de Furlowtechniek een langere chirurgische leercurve heeft en beter gebruikt kan worden voor smallere schisis in verband met het anders onvoldoende aanwezige weefsel en dus grotere kans op ischemie De werkgroep concludeert dat er naar de Furlowtechniek in verhouding het meeste onderzoek is gedaan waardoor mogelijk een bias optreedt ten opzichte van andere technieken Dit gezegd hebbende kan men uit het bovenstaande literatuuroverzicht concluderen dat de double opposing Z-plasty ofwel Furlowtechniek een adequate techniek lijkt bij de correctie van een palatum molle schisis, waarbij de breedte van de spleet en de ervaring van de operateur met deze procedure beslissende factoren lijken bij de uitvoering ervan De werkgroep is van mening dat herstel van de musculaire sling in het palatum de basis is voor goede spraakontwikkeling en dat ook andere technieken dan Door de tijd heen zijn er talloze modificaties ontstaan van verschillende lipsluitingstechnieken Als de beschreven technieken van Millard, Pfeifer en anderen.
575
nvog
in deze verlengde Wave line techniek werd een betere spraakontwikkeling gezien zonder fistels In beide studies komt er geen fistelvorming voor wat te verklaren is door de minder grote dissectie bij het sluiten van alleen het palatum molle Spauwen beschrijft in een kleine RCT dat de patiënten behandeld met een Furlow plastiek een betere spraakontwikkeling hebben ten opzichte van die behandeld met de von Langebeck techniek Onduidelijk is in deze groep of het de sluiting van het gehele gehemelte betreft, alleen het zachte of ook het harde Wel werd beschreven dat de Furlowtechniek een langere chirurgische leercurve heeft en beter gebruikt kan worden voor smallere schisis in verband met het anders onvoldoende aanwezige weefsel en dus grotere kans op ischemie De werkgroep concludeert dat er naar de Furlowtechniek in verhouding het meeste onderzoek is gedaan waardoor mogelijk een bias optreedt ten opzichte van andere technieken Dit gezegd hebbende kan men uit het bovenstaande literatuuroverzicht concluderen dat de double opposing Z-plasty ofwel Furlowtechniek een adequate techniek lijkt bij de correctie van een palatum molle schisis, waarbij de breedte van de spleet en de ervaring van de operateur met deze procedure beslissende factoren lijken bij de uitvoering ervan De werkgroep is van mening dat herstel van de musculaire sling in het palatum de basis is voor goede spraakontwikkeling en dat ook andere technieken dan Door de tijd heen zijn er talloze modificaties ontstaan van verschillende lipsluitingstechnieken Als de beschreven technieken van Millard, Pfeifer en anderen gestoeld dan blijkt dat vergelijkingen steeds moeizamer te maken zijn Een grote retrospectieve cohort studie verricht door Reddy (###) laat echter wel degelijk een verschil zien in esthetische kwaliteit van het litteken en de lip na correctie met gebruik making van de Afrozetechniek Wederom een modificatie van al bestaande technieken en in dit geval een combinatie van de Millard techniek aan de schisiszijde en een Pfeifer De werkgroep is van mening dat er geen sluitend advies kan worden gegeven over de keuze van de techniek voor het sluiten van de lip De techniek van sluiting van de lip is sterk afhankelijk van de chirurgische voorkeur en is door de jaren heen steeds meer aangepast aan de chirurgische leercurve van de operateur De technieken zoals initieel beschreven door Millard en Pfeifer en anderen zijn inmiddels dusdanig gemodificeerd dat zij in plaats van minder steeds meer op elkaar zijn gaan lijken Chirurgische vaardigheid en chirurg gebonden modificatie van bekende technieken alsmede een lage urgentie omdat de resultaten in het algemeen goed zijn maken het ethisch vrijwel ondoenlijk om werkgroep adviseert om bij de keuze van operatietechnieken een optimaal resultaat wat betreft functie en esthetiek met een minimaal risico op complicaties als uitgangspunt te <PERSOON> study between VY pushback technique and Furlow technique in cleft soft palate repair European Journal of Plastic <PERSOON>, R J.
497
nvog
steeds moeizamer te maken zijn Een grote retrospectieve cohort studie verricht door Reddy (###) laat echter wel degelijk een verschil zien in esthetische kwaliteit van het litteken en de lip na correctie met gebruik making van de Afrozetechniek Wederom een modificatie van al bestaande technieken en in dit geval een combinatie van de Millard techniek aan de schisiszijde en een Pfeifer De werkgroep is van mening dat er geen sluitend advies kan worden gegeven over de keuze van de techniek voor het sluiten van de lip De techniek van sluiting van de lip is sterk afhankelijk van de chirurgische voorkeur en is door de jaren heen steeds meer aangepast aan de chirurgische leercurve van de operateur De technieken zoals initieel beschreven door Millard en Pfeifer en anderen zijn inmiddels dusdanig gemodificeerd dat zij in plaats van minder steeds meer op elkaar zijn gaan lijken Chirurgische vaardigheid en chirurg gebonden modificatie van bekende technieken alsmede een lage urgentie omdat de resultaten in het algemeen goed zijn maken het ethisch vrijwel ondoenlijk om werkgroep adviseert om bij de keuze van operatietechnieken een optimaal resultaat wat betreft functie en esthetiek met een minimaal risico op complicaties als uitgangspunt te <PERSOON> study between VY pushback technique and Furlow technique in cleft soft palate repair European Journal of Plastic <PERSOON> effect of cleft palate repair technique on hearing outcomes in children International journal of pediatric otorhinolaryngology, <PERSOON>, and Mufti M <PERSOON> "A comparative study of surgical results with rotation-advancement and triangular flap techniques in unilateral cleft lip " British journal of plastic surgery <PERSOON>'s and Cronin's Methods of Unilateral Cleft Lip Repair—a Comparative Study " Asian Journal of Oral and Maxillofacial Surgery <DATUM> (###) <DATUM> Fudalej, P , et al "Dental arch relationships following palatoplasty for cleft lip and palate repair " Journal of dental Fudalej, <PERSOON> S , et al "Cephalometric outcome of two types of palatoplasty in complete unilateral cleft lip and Grobbelaar, A O F C S (SA), <PERSOON>, R B Sc Speech Results After Repair of the Cleft Soft Palate Plastic & <PERSOON>, R , <PERSOON> analysis of sutureless skin closure in <PERSOON-##> palatal muscle reconstruction affect the functional outcome of cleft palate Henkel, <PERSOON-##>, et al "Veloplasty using the wave-line technique versus classic intravelar veloplasty " <PERSOON-##> Cleft Johnston, <PERSOON-##> D , et al.
489
nvog
<PERSOON> effect of cleft palate repair technique on hearing outcomes in children International journal of pediatric otorhinolaryngology, <PERSOON>, and Mufti M <PERSOON> "A comparative study of surgical results with rotation-advancement and triangular flap techniques in unilateral cleft lip " British journal of plastic surgery <PERSOON>'s and Cronin's Methods of Unilateral Cleft Lip Repair—a Comparative Study " Asian Journal of Oral and Maxillofacial Surgery <DATUM> (###) <DATUM> Fudalej, P , et al "Dental arch relationships following palatoplasty for cleft lip and palate repair " Journal of dental Fudalej, <PERSOON> S , et al "Cephalometric outcome of two types of palatoplasty in complete unilateral cleft lip and Grobbelaar, A O F C S (SA), <PERSOON>, R B Sc Speech Results After Repair of the Cleft Soft Palate Plastic & <PERSOON>, R , <PERSOON> analysis of sutureless skin closure in <PERSOON> palatal muscle reconstruction affect the functional outcome of cleft palate Henkel, <PERSOON-##>, et al "Veloplasty using the wave-line technique versus classic intravelar veloplasty " <PERSOON-##> Cleft Johnston, <PERSOON-##> D , et al Kulewicz, M , and <PERSOON-##> morphological outcome following treatment with three different surgical protocols for complete unilateral cleft lip and palate a premilinary study " International journal of McWilliams, <PERSOON-##>, et al "Speech characteristics associated with the Furlow palatoplasty as compared with <PERSOON-##>, T , & <PERSOON-##> for the management of submucous cleft <PERSOON-##> of three incisions to repair complete unilateral cleft lip Plastic and reconstructive surgery, ###(#), ##<DATUM> <PERSOON-##> Filho, <PERSOON-##>, et al "Craniofacial morphology in children with complete unilateral cleft lip and palate a comparison of two surgical protocols "<PERSOON-##> Angle Orthodontist #<DATUM> (###) ##<DATUM> Spauwen, <PERSOON-##> HM, <PERSOON-##>, and <PERSOON-##> palate repair Furlow versus von Tanino, Ryuzaburo, et al "<PERSOON-##> influence of different types of hard-palate closure in two-stage palatoplasty on maxillary growth cephalometric analyses and long-term follow-up " Annals of plastic surgery #<DATUM> (###) <PERSOON-##>, H , <PERSOON-##> of speech improvement following simultaneous push-back together with velopharyngeal flap surgery in cleft palate patients Journal of <PERSOON-##>, M.
568
nvog
, and <PERSOON> morphological outcome following treatment with three different surgical protocols for complete unilateral cleft lip and palate a premilinary study " International journal of McWilliams, <PERSOON>, et al "Speech characteristics associated with the Furlow palatoplasty as compared with <PERSOON>, T , & <PERSOON> for the management of submucous cleft <PERSOON> of three incisions to repair complete unilateral cleft lip Plastic and reconstructive surgery, ###(#), ##<DATUM> <PERSOON> Filho, <PERSOON>, et al "Craniofacial morphology in children with complete unilateral cleft lip and palate a comparison of two surgical protocols "<PERSOON> Angle Orthodontist #<DATUM> (###) ##<DATUM> Spauwen, <PERSOON> HM, <PERSOON-##>, and <PERSOON-##> palate repair Furlow versus von Tanino, Ryuzaburo, et al "<PERSOON> influence of different types of hard-palate closure in two-stage palatoplasty on maxillary growth cephalometric analyses and long-term follow-up " Annals of plastic surgery #<DATUM> (###) <PERSOON-##>, H , <PERSOON-##> of speech improvement following simultaneous push-back together with velopharyngeal flap surgery in cleft palate patients Journal of <PERSOON-##>, L , <PERSOON-##> clinical trial comparing outcome measures between Furlow and von Langenbeck palatoplasties <PERSOON-##>, J L (###) Long-term stability of postpalatoplasty perceptual speech ratings a prospective study Annals of plastic surgery, ##(#), ##<DATUM> Hoofdstuk # Gehoorproblematiek bij patiënten met een schisis Welke overwegingen (voor- en nadelen) spelen een rol bij de behandeling van Meestal betreft dit otitis media met effusie ten gevolge van de verminderde werking van de buis van Eustachius op basis van verminderde werking van de velaire musculatuur ten gevolge van de schisis Daarnaast kunnen permanente conductieve gehoorverliezen voorkomen ten gevolge van congenitale afwijkingen van de gehoorbeenketen Meestal betreft het dan tot op dat moment niet onderkende syndromale vormen van schisis Hetzelfde geldt ook voor perceptieve gehoorverliezen Ook deze komen vaker voor bij syndromale vormen van schisis Er zijn echter vele syndromale vormen van schisis die niet altijd meteen na de geboorte herkenbaar zijn Tot op heden is geen eenstemmigheid over het beste moment en de beste wijze van de behandeling van deze gehoorverliezen  Wat zijn de (on)gunstige effecten van vroegtijdig plaatsen van trommelvliesbuisjes.
506
nvog
, <PERSOON>, L , <PERSOON> clinical trial comparing outcome measures between Furlow and von Langenbeck palatoplasties <PERSOON>, J L (###) Long-term stability of postpalatoplasty perceptual speech ratings a prospective study Annals of plastic surgery, ##(#), ##<DATUM> Hoofdstuk # Gehoorproblematiek bij patiënten met een schisis Welke overwegingen (voor- en nadelen) spelen een rol bij de behandeling van Meestal betreft dit otitis media met effusie ten gevolge van de verminderde werking van de buis van Eustachius op basis van verminderde werking van de velaire musculatuur ten gevolge van de schisis Daarnaast kunnen permanente conductieve gehoorverliezen voorkomen ten gevolge van congenitale afwijkingen van de gehoorbeenketen Meestal betreft het dan tot op dat moment niet onderkende syndromale vormen van schisis Hetzelfde geldt ook voor perceptieve gehoorverliezen Ook deze komen vaker voor bij syndromale vormen van schisis Er zijn echter vele syndromale vormen van schisis die niet altijd meteen na de geboorte herkenbaar zijn Tot op heden is geen eenstemmigheid over het beste moment en de beste wijze van de behandeling van deze gehoorverliezen  Wat zijn de (on)gunstige effecten van vroegtijdig plaatsen van trommelvliesbuisjes De uitgangsvraag is vertaald naar een wetenschappelijke zoekvraag De werkgroep is zich ervan bewust dat deze zoekvraag slechts een deel van de uitgangsvraag kan  <PERSOON> standaard behandeling van gehoorverliezen door middel van trommelvliesbuisjes direct bij de eerste schisisoperatie op de leeftijd van een paar maanden en daarna routinematige plaatsing van trommelvliesbuisjes bij elke  <PERSOON> tijdstippen van aanvang van behandeling of alternatieve vormen van  <PERSOON> termijn resultaten met betrekking tot gehoor, oorstatus, spraak De werkgroep achtte gehoor en een normale trommelvlies- en middenoorstatus een voor de besluitvorming belangrijke uitkomstmaat, evenals een hoge mate van verstaanbare De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaten, maar hanteerde de in de studies gebruikte definities Ten aanzien van gehoor werd een normaal gehoor met een gehoordrempel van beter dan ##dB als klinisch relevante effect beschouwd and the Cochrane Library between ### and March ##, ### This search was aimed to identify systematic reviews, RCTs, CCTs, and observational studies Detailed search <PERSOON> initial search identified ### references of which ## reviews / RCTs and ## other studies After studying the abstracts, ## were assessed on full text Two systematic reviews were found to be relevant for answering the above stated review question ## studies (#/## reviews/RCT’s and ##/## other studies) seemed to be relevant for answering the other aspects of the clinical question on hearing loss, but not eligible for GRADE assessment Furthermore, some national established guidelines (CBO, FENAC, ENT) were used <PERSOON> evidence tables and risk of bias assessment are added as an appendix.
563
nvog
dat deze zoekvraag slechts een deel van de uitgangsvraag kan  <PERSOON> standaard behandeling van gehoorverliezen door middel van trommelvliesbuisjes direct bij de eerste schisisoperatie op de leeftijd van een paar maanden en daarna routinematige plaatsing van trommelvliesbuisjes bij elke  <PERSOON> tijdstippen van aanvang van behandeling of alternatieve vormen van  <PERSOON> termijn resultaten met betrekking tot gehoor, oorstatus, spraak De werkgroep achtte gehoor en een normale trommelvlies- en middenoorstatus een voor de besluitvorming belangrijke uitkomstmaat, evenals een hoge mate van verstaanbare De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaten, maar hanteerde de in de studies gebruikte definities Ten aanzien van gehoor werd een normaal gehoor met een gehoordrempel van beter dan ##dB als klinisch relevante effect beschouwd and the Cochrane Library between ### and March ##, ### This search was aimed to identify systematic reviews, RCTs, CCTs, and observational studies Detailed search <PERSOON> initial search identified ### references of which ## reviews / RCTs and ## other studies After studying the abstracts, ## were assessed on full text Two systematic reviews were found to be relevant for answering the above stated review question ## studies (#/## reviews/RCT’s and ##/## other studies) seemed to be relevant for answering the other aspects of the clinical question on hearing loss, but not eligible for GRADE assessment Furthermore, some national established guidelines (CBO, FENAC, ENT) were used <PERSOON> evidence tables and risk of bias assessment are added as an appendix Kuo (###) studied the effectiveness of ventilationtube insertion (VTI) for OME in children with cleft palate Kuo (###) found in a systematic review (# publications in which Gani, ###; Kobayashi, ###; Shaw, ###; and Maheswar, ###) evidence for a faster solution of hearing impairment by grommets than with conservative treatment in two studies, but not in three other studies In one study (Hubbard, ###) also positive long-term effects on speech development are found, but this could not be statistically confirmed in two other studies (Kobayashi, ###; Shaw, ###) Almost all studies report on more frequent otologic complications in children with than without grommets Kuo concluded that all nine studies included in the review were observational cohort studies, which were initially graded as low-quality evidence according to the GRADE approach For each outcome the studies (outcomes related to hearing, speech and language development, frequency of treatment, and complications or sequelae) were unable to adequately control for known confounding factors Although the results of this study are evidence based, the studies included in the analysis are underpowered cohort studies, and the evidence for each Ponduri (###) performed a systematic review of randomized controlled trials, controlled clinical trials, case series, and prospective and historical cohort studies to determine whether early routine grommet insertion in children with cleft palate has a beneficial effect on hearing and speech and language development compared with conservative management They found many confusing and contradictory results in these studies.
639
nvog