text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
geval van een acute ingreep zijn vaak grote hoeveelheden trombocytentransfusies nodig Bij indicaties om acetylsalicylzuur (Aspirine) en Clopidrogel niet te stoppen voor een cardiovasculaire ingreep dient men met meer bloedverlies rekening te houden Bij ingrepen in niet kritische localisaties hoeft Aspirine niet voor de ingreep te worden Bij electieve operaties in kritische (gesloten ruimte hersenen, oog, binnenoor etc) localisaties dient Aspirine tenminste # dagen van tevoren gestopt te worden Bij spoedingrepen of bloedingen onder Aspirine zou een standaarddosis trombocyten transfusie afdoende zijn; ingeval van gecombineerd gebruik met Clopidogrel zou Onderzoek is nodig om het nut van trombocytentransfusies bij (hersen)bloeding bij Bij een acute ingreep na het gebruik van anti-IIb/IIIa antistoffen zijn Het beoordelen van de opbrengst van getransfundeerde trombocyten gebeurt door het bepalen van het increment (CI=count increment), of exacter en universeler, het increment gecorrigeerd voor bloedvolume van de ontvanger en de toegediende dosis, het “corrected De CCI na circa # uur (gemeten na ##-## minuten) wordt met name bepaald door miltgrootte, aanwezigheid van antistoffen, verbruik en kwaliteit van het product Om de overleving in de circulatie te bepalen wordt de CCI na ##-## uur herhaald, deze dient ) #,# te zijn en is vooral bepaald door klinische factoren Aan de definitie van refractairiteit wordt voldaan indien # uur na transfusie de CCI van kwalitatief goede ABO compatibele trombocyten # maal achtereen ( #,# is Een voldoende CCI op circa # uur en onvoldoende na circa ## uur wordt nogal eens gezien bij condities met low grade diffuse intravasale Ook de kwaliteit van het product speelt In de praktijk is er in ##-##% van de trombocytentransfusies sprake van transfusiefalen ofwel refractairiteit In tweederde van de gevallen wordt refractairiteit veroorzaakt door klinische factoren zoals koorts, sepsis, medicatie, endotheelschade etcetera In een derde afwezigheid van klinisch verklarende factoren dient onderzoek ingezet te worden naar alloimmunisatie en/of dient toediening van verdachte medicamenten te worden gestaakt Meest voorkomende oorzaak van immunologisch transfusiefalen zijn antistoffen tegen HLA antigenen Antistoffen tegen trombocytspecifieke antigenen (HPA) vormen zelden een geïsoleerde oorzaak van transfusie falen, maar komen wel frequent in combinatie met HLA antistoffen voor (Schnaidt ###) Het verwijderen van leukocyten uit trombocytenproducten heeft HLA immunisatie significant verminderd ()##% reductie van primaire immunisatie en ##% reductie van secundaire booster-immunisatie) (TRAP ###, Novotny ###, Sintnicolaas ###) Desondanks komen HLA antistoffen nog voor bij circa ##% van de ontvangers, maar deze leiden niet altijd tot transfusiefalen (Novotny ###, TRAP ###) Ongeveer #% van de patiënten, veelal met sterke multispecifieke HLA antistoffen, vertoont transfusie refractairiteit Vrouwen na voorafgaande zwangerschappen hebben een verhoogd risico op vorming van HLA antistoffen en trombocytenrefractairiteit (Novotny ###, De aanwezigheid van HLA en/of HPA antistoffen kan worden aangetoond met screeningstesten, meestal ELISA gebaseerd Het determineren van de specificiteit van HLA antistoffen en, ten behoeve van donorselectie, de HLA antigenen waartegen geen antistoffen aanwezig zijn, gebeurt in HLA referentie laboratoria Indien ondanks HLA en ABO compatibele transfusies de # uur CCI onvoldoende is, is het zinvol met een gevoelige.
633
nvog
Ook de kwaliteit van het product speelt In de praktijk is er in ##-##% van de trombocytentransfusies sprake van transfusiefalen ofwel refractairiteit In tweederde van de gevallen wordt refractairiteit veroorzaakt door klinische factoren zoals koorts, sepsis, medicatie, endotheelschade etcetera In een derde afwezigheid van klinisch verklarende factoren dient onderzoek ingezet te worden naar alloimmunisatie en/of dient toediening van verdachte medicamenten te worden gestaakt Meest voorkomende oorzaak van immunologisch transfusiefalen zijn antistoffen tegen HLA antigenen Antistoffen tegen trombocytspecifieke antigenen (HPA) vormen zelden een geïsoleerde oorzaak van transfusie falen, maar komen wel frequent in combinatie met HLA antistoffen voor (Schnaidt ###) Het verwijderen van leukocyten uit trombocytenproducten heeft HLA immunisatie significant verminderd ()##% reductie van primaire immunisatie en ##% reductie van secundaire booster-immunisatie) (TRAP ###, Novotny ###, Sintnicolaas ###) Desondanks komen HLA antistoffen nog voor bij circa ##% van de ontvangers, maar deze leiden niet altijd tot transfusiefalen (Novotny ###, TRAP ###) Ongeveer #% van de patiënten, veelal met sterke multispecifieke HLA antistoffen, vertoont transfusie refractairiteit Vrouwen na voorafgaande zwangerschappen hebben een verhoogd risico op vorming van HLA antistoffen en trombocytenrefractairiteit (Novotny ###, De aanwezigheid van HLA en/of HPA antistoffen kan worden aangetoond met screeningstesten, meestal ELISA gebaseerd Het determineren van de specificiteit van HLA antistoffen en, ten behoeve van donorselectie, de HLA antigenen waartegen geen antistoffen aanwezig zijn, gebeurt in HLA referentie laboratoria Indien ondanks HLA en ABO compatibele transfusies de # uur CCI onvoldoende is, is het zinvol met een gevoelige Sanquin Bloedvoorziening beschikt over een groot HLA (deels HPA) getypeerd bestand van vrijwillige donoren en een selectieprogramma om beschikbare donoren voor een geïmmuniseerde patiënt te selecteren De donor moet voor trombocytaferese worden gevraagd en daarna moet het bloed nog getest op overdraagbare infecties Soms zijn er maar enkele passende donoren en worden donoren met “acceptabele“ mismatches geselecteerd De #-uurs opbrengst van deze transfusies is van essentieel belang om te bepalen of volgende transfusies met eenzelfde mismatch zinvol zijn Er zijn meerdere analyses die aantonen dat trombocytentransfusiefalen klinische factoren, zoals koorts, sepsis, medicatie, mate van endotheelschade en slechts in een minderheid van de gevallen door een Er zijn aanwijzingen dat antistoffen tegen trombocytspecifieke antigenen (HPA) frequent voorkomen in combinatie met HLA antistoffen, maar dat ze Het is aannemelijk dat het verwijderen van leukocyten uit trombocytenprodukten HLA immunisatie significant vermindert Omdat de logistiek van HLA (en eventueel HPA) gematchte trombocytentransfusies gecompliceerd is, is een goede klinische follow-up van groot belang voor het verdere beleid aangaande donorselectie Goed overleg tussen behandelaar, ziekenhuistransfusiedienst en de Klinisch Consultatieve Dienst van Sanquin Bloedvoorziening is voorwaarde voor een doelmatige toepassing en effectieve ondersteuning van HLA en/of HPA geïmmuniseerde Indien bij een patiënt, zonder klinisch verklarende factoren, de # uurs Corrected Count Increment (CCI) van verse ABO compatibele trombocytentransfusie tweemaal ( #,# is (er is dan sprake van trombocyten refractairiteit), wordt screening op HLAantistoffen aanbevolen Indien ABO en HLA compatibele transfusies in afwezigheid van klinisch verklarende factoren, in een Corrected Count Increment (CCI) van ( #,# resulteren, wordt.
629
nvog
beschikt over een groot HLA (deels HPA) getypeerd bestand van vrijwillige donoren en een selectieprogramma om beschikbare donoren voor een geïmmuniseerde patiënt te selecteren De donor moet voor trombocytaferese worden gevraagd en daarna moet het bloed nog getest op overdraagbare infecties Soms zijn er maar enkele passende donoren en worden donoren met “acceptabele“ mismatches geselecteerd De #-uurs opbrengst van deze transfusies is van essentieel belang om te bepalen of volgende transfusies met eenzelfde mismatch zinvol zijn Er zijn meerdere analyses die aantonen dat trombocytentransfusiefalen klinische factoren, zoals koorts, sepsis, medicatie, mate van endotheelschade en slechts in een minderheid van de gevallen door een Er zijn aanwijzingen dat antistoffen tegen trombocytspecifieke antigenen (HPA) frequent voorkomen in combinatie met HLA antistoffen, maar dat ze Het is aannemelijk dat het verwijderen van leukocyten uit trombocytenprodukten HLA immunisatie significant vermindert Omdat de logistiek van HLA (en eventueel HPA) gematchte trombocytentransfusies gecompliceerd is, is een goede klinische follow-up van groot belang voor het verdere beleid aangaande donorselectie Goed overleg tussen behandelaar, ziekenhuistransfusiedienst en de Klinisch Consultatieve Dienst van Sanquin Bloedvoorziening is voorwaarde voor een doelmatige toepassing en effectieve ondersteuning van HLA en/of HPA geïmmuniseerde Indien bij een patiënt, zonder klinisch verklarende factoren, de # uurs Corrected Count Increment (CCI) van verse ABO compatibele trombocytentransfusie tweemaal ( #,# is (er is dan sprake van trombocyten refractairiteit), wordt screening op HLAantistoffen aanbevolen Indien ABO en HLA compatibele transfusies in afwezigheid van klinisch verklarende factoren, in een Corrected Count Increment (CCI) van ( #,# resulteren, wordt Bloedvoorziening een voorwaarde is voor een doelmatige toepassing en effectieve <DATUM> Erytrocytentransfusie, remming fibrinolyse en recombinant <PERSOON> Bij patiënten met nierinsufficiëntie en anemie is een omgekeerde relatie tussen de hoogte van het hematocriet en de bloedingsneiging gevonden Bij een bloedende trombocytopene patiënt kan correctie van de anemie naar een hematocriet boven de #,## L/L een bijdrage leveren aan het beperken van het bloedverlies (Fernandez ###, Livio ###) Remming van fibrinolyse door intraveneuze of orale toediening van fibrinolyseremmende medicatie lijkt in wisselende mate het bloedverlies te remmen bij KNO-ingrepen, maagbloeding, prostaatoperaties en cardiochirurgie Op theoretische gronden lijkt het zinvol fibrinolyseremming toe te passen bij trombocytopene patiënten, vooral als deze een bloedingsneiging vertonen vanuit slijmvliezen of wondoppervlakken, waarvan bekend is dat er een hoge lokale fibrinolytische activiteit bestaat Er zijn echter weinig studies verricht en tranexaminezuur heeft bij ernstige trombocytopenie geen (Fricke ###) tot matig effect (Bartholemew ###, Garewal ###) Fibrinolyseremming is gecontraïndiceerd bij hematurie in verband met het risico op trombusvorming in de urinewegen (Bartelomew ###, Garewal Recombinant factor VIIa wordt bij niet-chirurgisch bloedverlies nog steeds “off-label” toepassing bij patiënten zonder functionele trombocyten een punt van discussie Recent publiceerden Leebeek & Eikenboom # gerandomiseerde studies (RCTs bij niet-chirurgische transfusiebehoefte en, alhoewel de grootte van de studies onvoldoende waren voor dit doel, trombo-embolische complicaties Twee RCTs betroffen patiënten met een trombocytopenie na voornamelijk allogene hematopoëtische stamcel transplantaties met als eindpunt traden op bij #/## patiënten die rFVIIa ontvingen en #/## in de niet behandelde groep (verschil niet significant).
630
nvog
een voorwaarde is voor een doelmatige toepassing en effectieve <DATUM> Erytrocytentransfusie, remming fibrinolyse en recombinant <PERSOON> Bij patiënten met nierinsufficiëntie en anemie is een omgekeerde relatie tussen de hoogte van het hematocriet en de bloedingsneiging gevonden Bij een bloedende trombocytopene patiënt kan correctie van de anemie naar een hematocriet boven de #,## L/L een bijdrage leveren aan het beperken van het bloedverlies (Fernandez ###, Livio ###) Remming van fibrinolyse door intraveneuze of orale toediening van fibrinolyseremmende medicatie lijkt in wisselende mate het bloedverlies te remmen bij KNO-ingrepen, maagbloeding, prostaatoperaties en cardiochirurgie Op theoretische gronden lijkt het zinvol fibrinolyseremming toe te passen bij trombocytopene patiënten, vooral als deze een bloedingsneiging vertonen vanuit slijmvliezen of wondoppervlakken, waarvan bekend is dat er een hoge lokale fibrinolytische activiteit bestaat Er zijn echter weinig studies verricht en tranexaminezuur heeft bij ernstige trombocytopenie geen (Fricke ###) tot matig effect (Bartholemew ###, Garewal ###) Fibrinolyseremming is gecontraïndiceerd bij hematurie in verband met het risico op trombusvorming in de urinewegen (Bartelomew ###, Garewal Recombinant factor VIIa wordt bij niet-chirurgisch bloedverlies nog steeds “off-label” toepassing bij patiënten zonder functionele trombocyten een punt van discussie Recent publiceerden Leebeek & Eikenboom # gerandomiseerde studies (RCTs bij niet-chirurgische transfusiebehoefte en, alhoewel de grootte van de studies onvoldoende waren voor dit doel, trombo-embolische complicaties Twee RCTs betroffen patiënten met een trombocytopenie na voornamelijk allogene hematopoëtische stamcel transplantaties met als eindpunt traden op bij #/## patiënten die rFVIIa ontvingen en #/## in de niet behandelde groep (verschil niet significant) ernstige bloedingen Er was geen effect op de behoefte aan erytrocyten- en trombocytentransfusies Recent werden in totaal ## gepubliceerde cases in een review beschreven door Salama Bij ## van de ## patiënten stopte de bloeding (Salama ###) Het effect op de trombocytopenische purpura (ITP) werd onderzocht door Kristensen Bij patiënten met een trombocytengetal ( ## x ###/L was er na de infusie van rFVIIa in ##% van de patiënten Er zijn aanwijzingen dat bij patiënten met trombocytopenie de bloedingsneiging kan worden verminderd door het verhogen van de hemaNiveau # Er zijn aanwijzingen dat remming van fibrinolyse door intraveneuze of Op grond van de literatuur is het niet goed mogelijk een conclusie te trekken aangaande de plaats van recombinant factor VIIa (rFVIIa) bij de behandeling van (massale) bloedingen bij patiënten met trombocytopenie Er werd geen significant verschil gevonden ten aanzien van de verbetering Recombinant factor VIIa (rFVIIa) wordt in de praktijk bij multi-therapie resistente levensbedreigende bloedingen bij trombocytopenie toegepast Het is sterk gewenst dat dit in Bij patiënten met trombocytopenie en bloeding, die niet of slecht te corrigeren is met trombocytentransfusies, wordt aanbevolen het verhogen van het hematocriet Bij patiënten met trombocytopenie en slijmvliesbloedingen (neus-, tandvleesbloedingen, menorrhagie) kan overwogen worden met anti-fibrinolytische medicatie de bloedingsneiging te verminderen Fibrinolyseremming is gecontraïndiceerd bij hematurie in verband met het risico op trombusvorming in de urinewegen Aanbevolen wordt dat er een (bij voorkeur landelijke) registratie komt van recombinant factor VII (rFVII) gebruik bij bloeding met trombocytopenie en dat.
633
nvog
ernstige bloedingen Er was geen effect op de behoefte aan erytrocyten- en trombocytentransfusies Recent werden in totaal ## gepubliceerde cases in een review beschreven door Salama Bij ## van de ## patiënten stopte de bloeding (Salama ###) Het effect op de trombocytopenische purpura (ITP) werd onderzocht door Kristensen Bij patiënten met een trombocytengetal ( ## x ###/L was er na de infusie van rFVIIa in ##% van de patiënten Er zijn aanwijzingen dat bij patiënten met trombocytopenie de bloedingsneiging kan worden verminderd door het verhogen van de hemaNiveau # Er zijn aanwijzingen dat remming van fibrinolyse door intraveneuze of Op grond van de literatuur is het niet goed mogelijk een conclusie te trekken aangaande de plaats van recombinant factor VIIa (rFVIIa) bij de behandeling van (massale) bloedingen bij patiënten met trombocytopenie Er werd geen significant verschil gevonden ten aanzien van de verbetering Recombinant factor VIIa (rFVIIa) wordt in de praktijk bij multi-therapie resistente levensbedreigende bloedingen bij trombocytopenie toegepast Het is sterk gewenst dat dit in Bij patiënten met trombocytopenie en bloeding, die niet of slecht te corrigeren is met trombocytentransfusies, wordt aanbevolen het verhogen van het hematocriet Bij patiënten met trombocytopenie en slijmvliesbloedingen (neus-, tandvleesbloedingen, menorrhagie) kan overwogen worden met anti-fibrinolytische medicatie de bloedingsneiging te verminderen Fibrinolyseremming is gecontraïndiceerd bij hematurie in verband met het risico op trombusvorming in de urinewegen Aanbevolen wordt dat er een (bij voorkeur landelijke) registratie komt van recombinant factor VII (rFVII) gebruik bij bloeding met trombocytopenie en dat In een klein gerandomiseerd onderzoek bij ## patiënten met HLA antistoffen werd bij toediening van random trombocyten slechts tijdelijk een betere recovery gezien (betere # uurs Corrected Count Increment (CCI), geen verschil in ## uurs CCI) na toediening van Intraveneus immunoglobuline (IVIG) (Kickler ###) Bij HLA antistoffen werd na hoge dosis IVIG een wisselend effect op de nawaarde na incompatibele trombocytentransfusies vermeld Mogelijk waren er tevens autoantistoffen of HPA antistoffen aanwezig (<PERSOON> ###) Bij patiënten met HLA antistoffen werd na een hoge dosis intraveneus immunoglobuline (IVIG) zowel een gunstig effect als geen verbetering van <PERSOON> Er zijn aanwijzingen dat bij patiënten met HLA antistoffen toediening van (IVIG) slechts zeer tijdelijk een betere recovery geeft (betere # uurs Corrected Count Increment (CCI) en geen verschil in ## uurs CCI) dan Intraveneus immunoglobuline (IVIG) is een zeer dure behandeling, die wel wordt toegepast bij posttransfusiefalen ten gevolge van aangetoonde of vermeende alloantistoffen Het succes beschreven in de casuïstiek is mogelijk het gevolg van het tevens aanwezig zijn van auto-antistoffen of antistoffen tegen Humane Plaatjes Antigenen (HPA) Het positieve resultaat van IVIG bij HLA-antistoffen (de meest frequente oorzaak van immunologisch transfusiefalen) wordt door de werkgroep als onvoldoende beschouwd om deze behandeling Toediening van intraveneus immunoglobuline (IVIG) voor een trombocytentransfusie is niet aanbevolen bij refractairiteit ten gevolge van HLA antistoffen Toediening van plasma kan geïndiceerd zijn bij een bloeding als er ook een tekort aan stollingsfactoren bestaat (zie Hoofdstuk # #.
606
nvog
onderzoek bij ## patiënten met HLA antistoffen werd bij toediening van random trombocyten slechts tijdelijk een betere recovery gezien (betere # uurs Corrected Count Increment (CCI), geen verschil in ## uurs CCI) na toediening van Intraveneus immunoglobuline (IVIG) (Kickler ###) Bij HLA antistoffen werd na hoge dosis IVIG een wisselend effect op de nawaarde na incompatibele trombocytentransfusies vermeld Mogelijk waren er tevens autoantistoffen of HPA antistoffen aanwezig (<PERSOON> ###) Bij patiënten met HLA antistoffen werd na een hoge dosis intraveneus immunoglobuline (IVIG) zowel een gunstig effect als geen verbetering van <PERSOON> Er zijn aanwijzingen dat bij patiënten met HLA antistoffen toediening van (IVIG) slechts zeer tijdelijk een betere recovery geeft (betere # uurs Corrected Count Increment (CCI) en geen verschil in ## uurs CCI) dan Intraveneus immunoglobuline (IVIG) is een zeer dure behandeling, die wel wordt toegepast bij posttransfusiefalen ten gevolge van aangetoonde of vermeende alloantistoffen Het succes beschreven in de casuïstiek is mogelijk het gevolg van het tevens aanwezig zijn van auto-antistoffen of antistoffen tegen Humane Plaatjes Antigenen (HPA) Het positieve resultaat van IVIG bij HLA-antistoffen (de meest frequente oorzaak van immunologisch transfusiefalen) wordt door de werkgroep als onvoldoende beschouwd om deze behandeling Toediening van intraveneus immunoglobuline (IVIG) voor een trombocytentransfusie is niet aanbevolen bij refractairiteit ten gevolge van HLA antistoffen Toediening van plasma kan geïndiceerd zijn bij een bloeding als er ook een tekort aan stollingsfactoren bestaat (zie Hoofdstuk <DATUM> chirurgische bloedingen) Plasma wordt echter vaak onterecht gebruikt voor de preventie van bloedingen bij een geplande ingreep of voor de behandeling van bloedingen zonder dat er sprake is van een van de aanbevolen indicaties Bovendien wordt bij een goede indicatie plasma vaak te laag gedoseerd (zie Hoofdstuk #) In systematische reviews werd heel weinig onderbouwing voor het gebruik van plasma gevonden (Stanworth ###, Roback ###) Alvorens plasma toe te dienen dient in het algemeen (voor uitzonderingen zie Hoofdstuk #) een tekort aan stollingsfactor(en) te zijn aangetoond Naast de anamnese wordt hierbij het oriënterend stollingsonderzoek gebruikt (zie Hoofdstuk #) In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan op plasmatherapie om andere redenen dan Slechts voor een beperkt aantal indicaties is onderbouwing voor plasmatoediening gevonden De hemostase bij neonaten is nog onvoldoende ontwikkeld De spiegel van een aantal voldragen pasgeborenen op een niveau van ##-##% van het niveau bij volwassenen Bij prematuren zelfs op ##-##% De vitamine-K-afhankelijke factoren (FII, FVII, FIX, FX) laten vergelijkbare getallen zien, evenals de antistollingsfactoren antitrombine en proteïne C en <PERSOON> van zeldzame geïsoleerde deficiënties (bijvoorbeeld factor V (FV) deficiëntie) wordt plasma aan neonaten voornamelijk toegediend bij wisseltransfusies (zie hoofdstuk # en <DATUM> #), bij chirurgische ingrepen (zie hoofdstuk #) en aan à terme en premature neonaten ingeval van bloeding en ernstig verlengde stollingstijden vergeleken met (leeftijdgerelateerde) waarden Er is geen ondersteuning voor profylactische plasmatransfusies aan Er is weinig onderzoek verricht naar plasmatransfusies aan kinderen In deze paragraaf.
612
nvog
chirurgische bloedingen) Plasma wordt echter vaak onterecht gebruikt voor de preventie van bloedingen bij een geplande ingreep of voor de behandeling van bloedingen zonder dat er sprake is van een van de aanbevolen indicaties Bovendien wordt bij een goede indicatie plasma vaak te laag gedoseerd (zie Hoofdstuk #) In systematische reviews werd heel weinig onderbouwing voor het gebruik van plasma gevonden (Stanworth ###, Roback ###) Alvorens plasma toe te dienen dient in het algemeen (voor uitzonderingen zie Hoofdstuk #) een tekort aan stollingsfactor(en) te zijn aangetoond Naast de anamnese wordt hierbij het oriënterend stollingsonderzoek gebruikt (zie Hoofdstuk #) In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan op plasmatherapie om andere redenen dan Slechts voor een beperkt aantal indicaties is onderbouwing voor plasmatoediening gevonden De hemostase bij neonaten is nog onvoldoende ontwikkeld De spiegel van een aantal voldragen pasgeborenen op een niveau van ##-##% van het niveau bij volwassenen Bij prematuren zelfs op ##-##% De vitamine-K-afhankelijke factoren (FII, FVII, FIX, FX) laten vergelijkbare getallen zien, evenals de antistollingsfactoren antitrombine en proteïne C en <PERSOON> van zeldzame geïsoleerde deficiënties (bijvoorbeeld factor V (FV) deficiëntie) wordt plasma aan neonaten voornamelijk toegediend bij wisseltransfusies (zie hoofdstuk # en <DATUM> #), bij chirurgische ingrepen (zie hoofdstuk #) en aan à terme en premature neonaten ingeval van bloeding en ernstig verlengde stollingstijden vergeleken met (leeftijdgerelateerde) waarden Er is geen ondersteuning voor profylactische plasmatransfusies aan Er is weinig onderzoek verricht naar plasmatransfusies aan kinderen In deze paragraaf Bij gebrek aan onderzoek wordt verder verwezen naar de paragraaf plasmatransfusies aan Bij kinderen is een hemolytisch uremisch syndroom (HUS) vaak het gevolg van bacteriële (Shiga toxine producerende) darm infectie Behandeling met plasma(ferese) draagt niet bij aan herstel van diarree-geassocieerde (d+) HUS (Loirat ###, ###) Daarentegen geeft bij familiaire HUS, bij atypische (dneg) HUS tengevolge van complement dysregulatie en recidief HUS in een getransplanteerde nier plasmatransfusie/ferese verbetering (<PERSOON> ###, Loirat ###, Barbot ###, Filler ###, Noris ###) Trombotische trombocytopenische purpura (TTP) bij kinderen berust meestal op een recidiverende primaire TTP tengevolge van anti-ADAMTS-## antistoffen is bij kleine Bij kinderen is hemolytisch uremisch syndroom (HUS) meestal het gevolg Bij het atypisch (dneg) hemolytisch uremisch syndroom (HUS) en bij recidief <PERSOON> ###, Bestbas ###, Ariceta ###, Norris ### Barbot ###, Filler ###, Loirat ###, Besbas ### Bij kinderen met d+ hemolytisch uremisch syndroom (HUS) is behandeling met Bij kinderen met atypische (dneg) HUS of recidief HUS in een getransplanteerde nier Bij kinderen met trombotische trombocytopenische purpura (TTP) op basis van een Trombotische microangiopathieën (TMAs) bij volwassenen, zoals trombotische trombocytopenische purpura (TTP), Hemolytisch uremisch syndroom (HUS) en Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP) worden gedefiniëerd door directe TMA‟s zijn het gevolg van een veelheid aan oorzaken die via endotheelbeschadiging leiden tot een gemeenschappelijk eindpunt trombi in de microvasculatuur (Eldor ###, Ruggenenti ###) Tussen primaire TTP enerzijds, veroorzaakt door antistoffen tegen ADAMTS-##, dan wel congenitale ADAMTS-## deficiëntie en klassieke d+HUS, dan wel atypische HUS.
696
nvog
gebrek aan onderzoek wordt verder verwezen naar de paragraaf plasmatransfusies aan Bij kinderen is een hemolytisch uremisch syndroom (HUS) vaak het gevolg van bacteriële (Shiga toxine producerende) darm infectie Behandeling met plasma(ferese) draagt niet bij aan herstel van diarree-geassocieerde (d+) HUS (Loirat ###, ###) Daarentegen geeft bij familiaire HUS, bij atypische (dneg) HUS tengevolge van complement dysregulatie en recidief HUS in een getransplanteerde nier plasmatransfusie/ferese verbetering (<PERSOON> ###, Loirat ###, Barbot ###, Filler ###, Noris ###) Trombotische trombocytopenische purpura (TTP) bij kinderen berust meestal op een recidiverende primaire TTP tengevolge van anti-ADAMTS-## antistoffen is bij kleine Bij kinderen is hemolytisch uremisch syndroom (HUS) meestal het gevolg Bij het atypisch (dneg) hemolytisch uremisch syndroom (HUS) en bij recidief <PERSOON> ###, Bestbas ###, Ariceta ###, Norris ### Barbot ###, Filler ###, Loirat ###, Besbas ### Bij kinderen met d+ hemolytisch uremisch syndroom (HUS) is behandeling met Bij kinderen met atypische (dneg) HUS of recidief HUS in een getransplanteerde nier Bij kinderen met trombotische trombocytopenische purpura (TTP) op basis van een Trombotische microangiopathieën (TMAs) bij volwassenen, zoals trombotische trombocytopenische purpura (TTP), Hemolytisch uremisch syndroom (HUS) en Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP) worden gedefiniëerd door directe TMA‟s zijn het gevolg van een veelheid aan oorzaken die via endotheelbeschadiging leiden tot een gemeenschappelijk eindpunt trombi in de microvasculatuur (Eldor ###, Ruggenenti ###) Tussen primaire TTP enerzijds, veroorzaakt door antistoffen tegen ADAMTS-##, dan wel congenitale ADAMTS-## deficiëntie en klassieke d+HUS, dan wel atypische HUS gebied van TTP/HUS wat hopelijk in de toekomst langzaam ontrafeld wordt In en rond de zwangerschap komen TTP (Eldor ###, Ruggenenti ###), HELLP (Egerman ###, Magann ###) en (postnatale) HUS (Ruggenenti ###) voor (<PERSOON> geeft een indrukwekkende verbetering van de overleving bij TTP, desondanks is de mortaliteit na # maanden nog steeds ##-##% (Byrnes ###, Bukowski ###) Plasma is de therapie van keuze bij alle primaire vormen van TTP, ongeacht de spiegel van ADAMTS-##, en bij atypische (d neg) <PERSOON> ###) Bij HELLP is het effect van plasmaferese niet duidelijk, aangezien het ziektebeeld in het algemeen binnen # dagen na de bevalling spontaan verbetert (Egerman ###, Magann ###, Egerman ###) Bij HELLP syndroom dat gedurende ) ## uur postpartum persisteert of dat post partum ontstaat of verergert zijn gunstige resultaten van plasmaferese beschreven (<PERSOON> ###, <PERSOON> onderzoek is niet verricht TTP kan ook tijdens de zwangerschap of post partum ontstaan en is dan ook een indicatie voor plasmaferese Hetzelfde geldt voor een post partum HUS (Egermann ###b) Twee gerandomiseerde studies bij TTP vonden betere resultaten na plasmaferese vergeleken met plasmatransfusie (Rock ###, Henon ###) Een retrospectieve studie met een kleine patiëntengroep had eerder geen verschil tussen plasmaferese en In een niet-gerandomiseerde, sequentiële studie blijkt in de met cryosupernatant (CSP) plasma behandelde groep een betere overleving dan in de met Fresh Frozen Plasma (plasma) behandelde groep (##/## versus #/##) (Owens ###) Bij een groep van ##.
752
nvog
wordt In en rond de zwangerschap komen TTP (Eldor ###, Ruggenenti ###), HELLP (Egerman ###, Magann ###) en (postnatale) HUS (Ruggenenti ###) voor (<PERSOON> geeft een indrukwekkende verbetering van de overleving bij TTP, desondanks is de mortaliteit na # maanden nog steeds ##-##% (Byrnes ###, Bukowski ###) Plasma is de therapie van keuze bij alle primaire vormen van TTP, ongeacht de spiegel van ADAMTS-##, en bij atypische (d neg) <PERSOON> ###) Bij HELLP is het effect van plasmaferese niet duidelijk, aangezien het ziektebeeld in het algemeen binnen # dagen na de bevalling spontaan verbetert (Egerman ###, Magann ###, Egerman ###) Bij HELLP syndroom dat gedurende ) ## uur postpartum persisteert of dat post partum ontstaat of verergert zijn gunstige resultaten van plasmaferese beschreven (<PERSOON> ###, <PERSOON> onderzoek is niet verricht TTP kan ook tijdens de zwangerschap of post partum ontstaan en is dan ook een indicatie voor plasmaferese Hetzelfde geldt voor een post partum HUS (Egermann ###b) Twee gerandomiseerde studies bij TTP vonden betere resultaten na plasmaferese vergeleken met plasmatransfusie (Rock ###, Henon ###) Een retrospectieve studie met een kleine patiëntengroep had eerder geen verschil tussen plasmaferese en In een niet-gerandomiseerde, sequentiële studie blijkt in de met cryosupernatant (CSP) plasma behandelde groep een betere overleving dan in de met Fresh Frozen Plasma (plasma) behandelde groep (##/## versus #/##) (Owens ###) Bij een groep van ## ##% een goede respons op te treden en was ##% na een maand nog in leven In tegenstelling tot met plasma behandelde patiënten, waarvan na één maand ##% nog in leven was (Rock ###) Deze studies hebben echter geen gevolg gekregen CSP is in <LOCATIE> geen standaardproduct, maar is met een artsen verklaring door Sanquin Succesvolle toepassing van plasma behandeld met solvent en detergent (SD-plasma), is beschreven bij enkele patiënten met therapieresistente TTP (Moake ###, <PERSOON> ###) In een kleine serie waarin SD-plasma werd vergeleken met Fresh Frozen Plasma (plasma) werd geen verschil gevonden (Horowitz ###) In een wat grotere cohort studie was SDplasma even effectief als cryosupernatant plasma (Scully ###) maar de studie was niet groot genoeg om zeker te weten dat niet meer plasmafereses en plasmavolume nodig was bij gebruik van SD-plasma Hetzelfde geldt voor een gerandomiseerde studie met pathogeen uit Spanje, suggereert dat met methyleen-blauw behandeld plasma waarschijnlijk inferieur is aan plasma, zowel wat betreft het bereiken van complete remissie, als het benodigd volume In systematische reviews komen Brunskill en <PERSOON> tot de conclusie dat meer onderzoek noodzakelijk is om conclusies te kunnen trekken over effectiviteit en bijwerkingen van de Plasma is de therapie van keuze bij alle primaire vormen van Trombotische Behandeling met plasma bij Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP) wordt in twijfel getrokken, aangezien het ziektebeeld over het algemeen drie dagen na de bevalling spontaan verbetert Van plasmaferese bij een progressief Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP)-syndroom dat langer dan drie dagen post.
686
nvog
treden en was ##% na een maand nog in leven In tegenstelling tot met plasma behandelde patiënten, waarvan na één maand ##% nog in leven was (Rock ###) Deze studies hebben echter geen gevolg gekregen CSP is in <LOCATIE> geen standaardproduct, maar is met een artsen verklaring door Sanquin Succesvolle toepassing van plasma behandeld met solvent en detergent (SD-plasma), is beschreven bij enkele patiënten met therapieresistente TTP (Moake ###, <PERSOON> ###) In een kleine serie waarin SD-plasma werd vergeleken met Fresh Frozen Plasma (plasma) werd geen verschil gevonden (Horowitz ###) In een wat grotere cohort studie was SDplasma even effectief als cryosupernatant plasma (Scully ###) maar de studie was niet groot genoeg om zeker te weten dat niet meer plasmafereses en plasmavolume nodig was bij gebruik van SD-plasma Hetzelfde geldt voor een gerandomiseerde studie met pathogeen uit Spanje, suggereert dat met methyleen-blauw behandeld plasma waarschijnlijk inferieur is aan plasma, zowel wat betreft het bereiken van complete remissie, als het benodigd volume In systematische reviews komen Brunskill en <PERSOON> tot de conclusie dat meer onderzoek noodzakelijk is om conclusies te kunnen trekken over effectiviteit en bijwerkingen van de Plasma is de therapie van keuze bij alle primaire vormen van Trombotische Behandeling met plasma bij Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP) wordt in twijfel getrokken, aangezien het ziektebeeld over het algemeen drie dagen na de bevalling spontaan verbetert Van plasmaferese bij een progressief Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP)-syndroom dat langer dan drie dagen post Ook van beschreven Gerandomiseerd onderzoek hiernaar is echter niet verricht <PERSOON> ### Er zijn aanwijzingen dat vroege plasmaferese een gunstig effect heeft op Er zijn aanwijzingen dat er met methyleen blauw behandeld plasma minder vaak complete remissie bereikt wordt en er meer volume benodigd is dan De werkgroep is niet overtuigd van de gunstige resultaten beschreven voor cryosupernant plasma vergeleken met standaard plasma (FFP) Voor een keuze tussen de verschillende plasma producten is geen gerandomiseerd onderzoek beschikbaar; Q-FFP, CSP en SDplasma bevatten vergelijkbare hoeveelheden <PERSOON> met plasma(ferese) bij Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP)-syndroom wordt niet aanbevolen tenzij er ) ## uur post partum Bij trombotische trombocytopenische purpura (TTP) en bij atypisch (dneg) hemolytisch uremisch syndroom (HUS) wordt plasmatoediening aanbevolen als therapie van Bij trombotische trombocytopenische purpura (TTP) en bij HUS voor of kort na de Plasmaferese heeft de voorkeur boven plasmatransfusie als behandeling van Methyleen-blauw behandeld plasma wordt vooralsnog ontraden voor de behandeling Met secondaire trombotische microangiopathieën (TMA‟s) worden bedoeld TMA‟s die optreden in het kader van een onderliggende ziekte Vaak is het gehalte ADAMTS-## veel minder extreem verlaagd dan bij primaire TTP TMA, geassocieerd met maligne tumoren en de behandeling daarvan, is in een aantal overzichten uitvoerig beschreven (Lohrmann ###, Murgo ###, <PERSOON> ###) Men onderscheidt de invloed van de maligniteit zelf, die van na toediening van geneesmiddelen (o a cyclosporine, tacrolimus, kinine, ticlopedine.
613
nvog
van beschreven Gerandomiseerd onderzoek hiernaar is echter niet verricht <PERSOON> ### Er zijn aanwijzingen dat vroege plasmaferese een gunstig effect heeft op Er zijn aanwijzingen dat er met methyleen blauw behandeld plasma minder vaak complete remissie bereikt wordt en er meer volume benodigd is dan De werkgroep is niet overtuigd van de gunstige resultaten beschreven voor cryosupernant plasma vergeleken met standaard plasma (FFP) Voor een keuze tussen de verschillende plasma producten is geen gerandomiseerd onderzoek beschikbaar; Q-FFP, CSP en SDplasma bevatten vergelijkbare hoeveelheden <PERSOON> met plasma(ferese) bij Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets (HELLP)-syndroom wordt niet aanbevolen tenzij er ) ## uur post partum Bij trombotische trombocytopenische purpura (TTP) en bij atypisch (dneg) hemolytisch uremisch syndroom (HUS) wordt plasmatoediening aanbevolen als therapie van Bij trombotische trombocytopenische purpura (TTP) en bij HUS voor of kort na de Plasmaferese heeft de voorkeur boven plasmatransfusie als behandeling van Methyleen-blauw behandeld plasma wordt vooralsnog ontraden voor de behandeling Met secondaire trombotische microangiopathieën (TMA‟s) worden bedoeld TMA‟s die optreden in het kader van een onderliggende ziekte Vaak is het gehalte ADAMTS-## veel minder extreem verlaagd dan bij primaire TTP TMA, geassocieerd met maligne tumoren en de behandeling daarvan, is in een aantal overzichten uitvoerig beschreven (Lohrmann ###, Murgo ###, <PERSOON> ###) Men onderscheidt de invloed van de maligniteit zelf, die van na toediening van geneesmiddelen (o a cyclosporine, tacrolimus, kinine, ticlopedine de patiëntenseries die echter moeilijk met elkaar te vergelijken zijn (Lohrmann ###, Murgo ###, <PERSOON> ###) De toepassing van plasmaferese is meestal teleurstellend, maar niet in een RCT onderzocht (<PERSOON> ###) De ASFA richtlijn geeft deze indicatie een categorie III TMA is in verschillende series beschreven met een incidentie van #-##% (<PERSOON> ###) Het klinisch beeld is sterk variabel en is beschreven na een interval van # weken tot )<LEEFTIJD> jaar na SCT (Pettitt ###, Schriber ###) Onderscheid met behandeling zijn zeer wisselend en niet in RCTs onderzocht De mortaliteit is hoog, namelijk ) ##% (<PERSOON> is in het algemeen ineffectief (categorie III in ASFA criteria, dwz effect is niet aangetoond) Het lijkt dat betere resultaten worden bereikt met prompte toediening van Rituximab (Au ###, <PERSOON> ###) TMA is geassocieerd met het gebruik van verschillende geneesmiddelen (<PERSOON> ###) Hier wordt volstaan met een overzicht van de belangrijkste geneesmiddelen Meerdere cytostatica (oa mitomycine-C, bleomycine, cisplatina, anti-VEGF middelen, gemcitabine) zijn in verband gebracht met TMA (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Het klinisch beeld lijkt op ernstige TTP/HUS en de sterfte is hoog Plasmaferese is niet effectief (ASFA ###), zou in combinatie met proteïne-A-kolomaferese soms een gunstig effect hebben , maar is niet in een RCT onderzocht (<PERSOON> ###, TMA is vooral beschreven bij toepassing van cyclosporine A bij niertransplantaties (<PERSOON-##> ###) Na staken of dosisvermindering van cyclosporine is de prognose goed Toepassing.
665
nvog
vergelijken zijn (Lohrmann ###, Murgo ###, <PERSOON> ###) De toepassing van plasmaferese is meestal teleurstellend, maar niet in een RCT onderzocht (<PERSOON> ###) De ASFA richtlijn geeft deze indicatie een categorie III TMA is in verschillende series beschreven met een incidentie van #-##% (<PERSOON> ###) Het klinisch beeld is sterk variabel en is beschreven na een interval van # weken tot )<LEEFTIJD> jaar na SCT (Pettitt ###, Schriber ###) Onderscheid met behandeling zijn zeer wisselend en niet in RCTs onderzocht De mortaliteit is hoog, namelijk ) ##% (<PERSOON> is in het algemeen ineffectief (categorie III in ASFA criteria, dwz effect is niet aangetoond) Het lijkt dat betere resultaten worden bereikt met prompte toediening van Rituximab (Au ###, <PERSOON> ###) TMA is geassocieerd met het gebruik van verschillende geneesmiddelen (<PERSOON> ###) Hier wordt volstaan met een overzicht van de belangrijkste geneesmiddelen Meerdere cytostatica (oa mitomycine-C, bleomycine, cisplatina, anti-VEGF middelen, gemcitabine) zijn in verband gebracht met TMA (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Het klinisch beeld lijkt op ernstige TTP/HUS en de sterfte is hoog Plasmaferese is niet effectief (ASFA ###), zou in combinatie met proteïne-A-kolomaferese soms een gunstig effect hebben , maar is niet in een RCT onderzocht (<PERSOON> ###, TMA is vooral beschreven bij toepassing van cyclosporine A bij niertransplantaties (<PERSOON> ###) Na staken of dosisvermindering van cyclosporine is de prognose goed Toepassing Er zijn Kinine kan door een immuungemediëerd mechanisme TMA veroorzaken; de antistoffen zijn niet gericht tegen ADAMTS-## (Gottschall ###, ###) De ASFA acht het effect van TMA bleek een frequente complicatie van ticlopidine met een geschatte frequentie van # op ###-### Plasmaferese resulteerde in snelle remissie maar is niet onderzocht in een <PERSOON> ###) Het verwante middel Clopidogrel, dat ticlopedine grotendeels heeft vervangen, kan ook TMA veroorzaken, maar de incidentie is veel lager dan bij ticlopedine (Hankey ###) De ASFA geeft deze TMA‟s categorie I (geïndiceerd en TMA cases beschreven na statines, valcyclovir, pentostatine, cephalosporine, dipyridamol en levornogestrol Meestal is er een snelle respons na het staken van het medicament al of TMA als complicatie van infecties met verocytotoxine producerende E coli is de meest voorkomende oorzaak van hemolytisch uremisch syndroom (d+HUS) op de kinderleeftijd (<PERSOON-##> ###) Bij de behandeling van kinderen hoeft geen gebruik gemaakt te worden van plasma (Loirat ###, ###, Ariceta ###, Besbas ###) Bij volwassenen met d+ HUS is bij toepassing van plasma een betere overleving gerapporteerd dan bij historische TMA is bij verschillende andere infecties als complicatie beschreven (Eldor ###) Systematische studies over het gebruik van plasma zijn niet bekend <PERSOON-##> zeldzaam is Strepococcus pneumoniae geïnduceerde HUS waarbij het Thomson Friedreichsen (T) antigeen op erytrocyten (en op andere weefsels, inclusief glomerulair endotheel) wordt geactiveerd door afsplitsing van siaalzuur residuen van de membraan De DAT is dan positief Deze vorm van HUS komt meestal bij kinderen voor, maar is ook bij volwassenen.
709
nvog
mechanisme TMA veroorzaken; de antistoffen zijn niet gericht tegen ADAMTS-## (Gottschall ###, ###) De ASFA acht het effect van TMA bleek een frequente complicatie van ticlopidine met een geschatte frequentie van # op ###-### Plasmaferese resulteerde in snelle remissie maar is niet onderzocht in een <PERSOON> ###) Het verwante middel Clopidogrel, dat ticlopedine grotendeels heeft vervangen, kan ook TMA veroorzaken, maar de incidentie is veel lager dan bij ticlopedine (Hankey ###) De ASFA geeft deze TMA‟s categorie I (geïndiceerd en TMA cases beschreven na statines, valcyclovir, pentostatine, cephalosporine, dipyridamol en levornogestrol Meestal is er een snelle respons na het staken van het medicament al of TMA als complicatie van infecties met verocytotoxine producerende E coli is de meest voorkomende oorzaak van hemolytisch uremisch syndroom (d+HUS) op de kinderleeftijd (<PERSOON> ###) Bij de behandeling van kinderen hoeft geen gebruik gemaakt te worden van plasma (Loirat ###, ###, Ariceta ###, Besbas ###) Bij volwassenen met d+ HUS is bij toepassing van plasma een betere overleving gerapporteerd dan bij historische TMA is bij verschillende andere infecties als complicatie beschreven (Eldor ###) Systematische studies over het gebruik van plasma zijn niet bekend <PERSOON> zeldzaam is Strepococcus pneumoniae geïnduceerde HUS waarbij het Thomson Friedreichsen (T) antigeen op erytrocyten (en op andere weefsels, inclusief glomerulair endotheel) wordt geactiveerd door afsplitsing van siaalzuur residuen van de membraan De DAT is dan positief Deze vorm van HUS komt meestal bij kinderen voor, maar is ook bij volwassenen Evenals bij d+ HUS is plasma(ferese) niet geïndiceerd Alhoewel Verschillende virale infecties zijn geassocieerd met TMA (Eldor ###) De best beschreven associatie is met HIV TMA bij HIV-infectie reageert snel en goed op plasma(ferese) (Hymes ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Dit is niet in een RCT onderzocht Bij het antifosfolipide syndroom kan TMA voorkomen Enkele gevallen van de klassieke TTP pentad presentatie, laag ADAMTS-## en anti-ADAMTS-## antistoffen zijn beschreven bij catastrofaal antifosfolipide syndroom (<PERSOON> ###) en de twee ziektebeelden kunnen moeilijk te onderscheiden zijn (Thachil ###) Bij aanwezigheid van als complicatie van een uitgebreid gemetastaseerd carcinoom is meestal niet berust op cyclosporine toxiciteit is het effect van plasmaferese niet Schriber ###, Pettitt ###, Fuge ###, Zeigler ###, Au ###, Cyclosporine A en tacrolimusgeassocieerde trombotische microangiopathie (TMA) herstellen na staken van de medicatie en reageren niet mindere mate van Clopidogrel Er is een snel en gunstig effect van De combinatie TTP en catastrofaal antifosfolipide syndroom is beschreven en bij evidente TMA bij onvoldoende respons op standaard (antistolling) <PERSOON> ### Er zijn aanwijzingen dat bij volwassenen met hemolytisch uremisch producerende E coli, de toepassing van plasma een betere overleving geeft vergeleken met historische niet met plasma behandelde patiënten Plasma(ferese) wordt niet aanbevolen bij post stamceltransplantatie (SCT) en post Plasma(ferese) wordt niet aanbevolen bij trombotische microangiopathie (TMA) door Plasma(ferese) wordt niet aanbevolen bij cyclosporine A of tacrolimus (FK ###) Plasmaferese wordt aanbevolen bij door ticlopidine, Clopidogrel en een aantal.
681
nvog
Evenals bij d+ HUS is plasma(ferese) niet geïndiceerd Alhoewel Verschillende virale infecties zijn geassocieerd met TMA (Eldor ###) De best beschreven associatie is met HIV TMA bij HIV-infectie reageert snel en goed op plasma(ferese) (Hymes ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Dit is niet in een RCT onderzocht Bij het antifosfolipide syndroom kan TMA voorkomen Enkele gevallen van de klassieke TTP pentad presentatie, laag ADAMTS-## en anti-ADAMTS-## antistoffen zijn beschreven bij catastrofaal antifosfolipide syndroom (<PERSOON> ###) en de twee ziektebeelden kunnen moeilijk te onderscheiden zijn (Thachil ###) Bij aanwezigheid van als complicatie van een uitgebreid gemetastaseerd carcinoom is meestal niet berust op cyclosporine toxiciteit is het effect van plasmaferese niet Schriber ###, Pettitt ###, Fuge ###, Zeigler ###, Au ###, Cyclosporine A en tacrolimusgeassocieerde trombotische microangiopathie (TMA) herstellen na staken van de medicatie en reageren niet mindere mate van Clopidogrel Er is een snel en gunstig effect van De combinatie TTP en catastrofaal antifosfolipide syndroom is beschreven en bij evidente TMA bij onvoldoende respons op standaard (antistolling) <PERSOON> ### Er zijn aanwijzingen dat bij volwassenen met hemolytisch uremisch producerende E coli, de toepassing van plasma een betere overleving geeft vergeleken met historische niet met plasma behandelde patiënten Plasma(ferese) wordt niet aanbevolen bij post stamceltransplantatie (SCT) en post Plasma(ferese) wordt niet aanbevolen bij trombotische microangiopathie (TMA) door Plasma(ferese) wordt niet aanbevolen bij cyclosporine A of tacrolimus (FK ###) Plasmaferese wordt aanbevolen bij door ticlopidine, Clopidogrel en een aantal Bij de zeldzame combinatie van TMA en catastrofaal antifosfolipide syndroom kan plasmaferese worden overwogen bij onvoldoende effect op standaardbehandeling Voor toepassing van fresh frozen plasma (FFP) bij verdunningscoagulopathie voor chirurgische indicaties wordt verwezen naar Hoofdstuk # In geval van (om de dag of) dagelijkse plasmaferese met een niet-plasma substitutiemiddel kan verdunningscoagulopathie ontstaan Dit betreft alle stollingsfactoren, inclusief fibrinogeen en antitrombine; het duurt ongeveer <DATUM> dagen eer de factoren weer op uitgangsniveau zijn Incidenteel is bij gebruik van albumine als substitutievloeistof trombose helemaal zelden beschreven In geval van diagnostische ( bv nierbiopsie) dan wel andere chirurgische ingrepen of bij longbloedingen bij syndroom van Goodpasture en <PERSOON> dient voor de ingreep, dan wel tijdens plasmaferese het niveau van stollingsfactoren en fibrinogeen gecontroleerd Er is wel geadviseerd dan aan het eind van de plasmaferese Bij een INR )# zonder bloeding wordt vitamine K oraal gegeven terwijl in geval van een bloeding voor intraveneuze toediening wordt gekozen Bij ernstige bloeding wordt Aanbevolen wordt tranexaminezuur toe te dienen en zonodig na zes uur herhalen Wanneer de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) verlengd is en het fibrinogeengehalte verlaagd dient plasma (of fibrinogeenpreparaat) te worden gegeven op geleide van de aPTT en fibrinogeenspiegel Dit kan eventueel herhaald worden (<PERSOON> ###) Voor het couperen van antifibrinolytica is tranexaminezuur het middel van keus In geval van bloeding bij een verlengde geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) en een laag fibrinogeen, kunnen plasma of een Het verdient aanbeveling in geval van ingrepen rekening te houden met.
631
nvog
Bij de zeldzame combinatie van TMA en catastrofaal antifosfolipide syndroom kan plasmaferese worden overwogen bij onvoldoende effect op standaardbehandeling Voor toepassing van fresh frozen plasma (FFP) bij verdunningscoagulopathie voor chirurgische indicaties wordt verwezen naar Hoofdstuk # In geval van (om de dag of) dagelijkse plasmaferese met een niet-plasma substitutiemiddel kan verdunningscoagulopathie ontstaan Dit betreft alle stollingsfactoren, inclusief fibrinogeen en antitrombine; het duurt ongeveer <DATUM> dagen eer de factoren weer op uitgangsniveau zijn Incidenteel is bij gebruik van albumine als substitutievloeistof trombose helemaal zelden beschreven In geval van diagnostische ( bv nierbiopsie) dan wel andere chirurgische ingrepen of bij longbloedingen bij syndroom van Goodpasture en <PERSOON> dient voor de ingreep, dan wel tijdens plasmaferese het niveau van stollingsfactoren en fibrinogeen gecontroleerd Er is wel geadviseerd dan aan het eind van de plasmaferese Bij een INR )# zonder bloeding wordt vitamine K oraal gegeven terwijl in geval van een bloeding voor intraveneuze toediening wordt gekozen Bij ernstige bloeding wordt Aanbevolen wordt tranexaminezuur toe te dienen en zonodig na zes uur herhalen Wanneer de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) verlengd is en het fibrinogeengehalte verlaagd dient plasma (of fibrinogeenpreparaat) te worden gegeven op geleide van de aPTT en fibrinogeenspiegel Dit kan eventueel herhaald worden (<PERSOON> ###) Voor het couperen van antifibrinolytica is tranexaminezuur het middel van keus In geval van bloeding bij een verlengde geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) en een laag fibrinogeen, kunnen plasma of een Het verdient aanbeveling in geval van ingrepen rekening te houden met Voor het couperen van antifibrinolytica bij bloeding verdient het aanbeveling bij een verlengde geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) en een laag fibrinogeengehalte naast tranexaminezuur, plasma of een fibrinogeenpreparaat toe te dienen op <DATUM> Plasmatransfusiebeleid bij ernstige diffuse intravasale stolling (DIS) met Diffuse intravasale stolling (DIS) komt voor bij zeer verschillende klinische situaties waaronder sepsis, trauma, hemolyse, maligniteiten met name met metastasen, leukemieën en bij ernstige verloskundige complicaties Het belangrijkste therapeutische beginsel bij DIS is de bestrijding van de onderliggende ziekte Indien dit tot onvoldoende resultaat leidt In het kader van deze richtlijn wordt hier alleen de rol van plasma beschreven bij patiënten De toepassing van plasma bij de patiënt met DIS die bloedt is niet in een RCT onderzocht In de vele overzichten over DIS zijn aanbevelingen gebaseerd op theoretische overwegingen en meningen van deskundigen Er zijn weinig aanwijzingen dat het aanvullen van de stollingsfactoren het proces van de DIS versterkt (<PERSOON> ###) Soms zijn grote hoeveelheden plasma nodig om de stollingsfactoren aan te vullen In Amerikaanse literatuur wordt ook vaak cryoprecipitaat gegeven, in <LOCATIE> is dit niet verkrijgbaar en is fibrinogeenconcentraat ter reductie van de hoeveelheid benodigd plasma (voor #,# g werkzaamheid en veiligheid van recombinant factor VIIa (rFVIIa)is niet aangetoond (<PERSOON> Bij ernstige diffuse intravasale stolling (DIS) met bloeding kan het gebruik Bij patiënten met diffuse intravasale stolling (DIS) die ernstig bloeden, een invasieve ingreep moeten ondergaan of anderszins een ernstig risico op bloedingen hebben, dient behandeling met plasma zonodig aangevuld met een fibrinogeenconcentraat overwogen te.
585
nvog
Voor het couperen van antifibrinolytica bij bloeding verdient het aanbeveling bij een verlengde geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) en een laag fibrinogeengehalte naast tranexaminezuur, plasma of een fibrinogeenpreparaat toe te dienen op <DATUM> Plasmatransfusiebeleid bij ernstige diffuse intravasale stolling (DIS) met Diffuse intravasale stolling (DIS) komt voor bij zeer verschillende klinische situaties waaronder sepsis, trauma, hemolyse, maligniteiten met name met metastasen, leukemieën en bij ernstige verloskundige complicaties Het belangrijkste therapeutische beginsel bij DIS is de bestrijding van de onderliggende ziekte Indien dit tot onvoldoende resultaat leidt In het kader van deze richtlijn wordt hier alleen de rol van plasma beschreven bij patiënten De toepassing van plasma bij de patiënt met DIS die bloedt is niet in een RCT onderzocht In de vele overzichten over DIS zijn aanbevelingen gebaseerd op theoretische overwegingen en meningen van deskundigen Er zijn weinig aanwijzingen dat het aanvullen van de stollingsfactoren het proces van de DIS versterkt (<PERSOON> ###) Soms zijn grote hoeveelheden plasma nodig om de stollingsfactoren aan te vullen In Amerikaanse literatuur wordt ook vaak cryoprecipitaat gegeven, in <LOCATIE> is dit niet verkrijgbaar en is fibrinogeenconcentraat ter reductie van de hoeveelheid benodigd plasma (voor #,# g werkzaamheid en veiligheid van recombinant factor VIIa (rFVIIa)is niet aangetoond (<PERSOON> Bij ernstige diffuse intravasale stolling (DIS) met bloeding kan het gebruik Bij patiënten met diffuse intravasale stolling (DIS) die ernstig bloeden, een invasieve ingreep moeten ondergaan of anderszins een ernstig risico op bloedingen hebben, dient behandeling met plasma zonodig aangevuld met een fibrinogeenconcentraat overwogen te In <LOCATIE> gebruikt men quarantaine versbevroren plasma (FFP), sinds ### afkomstig van mannelijke niet getransfundeerde donoren Als in deze richtlijn over plasma wordt gesproken, wordt daarmee dit product bedoeld In omringende landen wordt Methyleen-blauw behandeld Solvent-detergent behandeld (SD) plasma is een gepoold plasma product en heeft in tegenstelling tot plasma van individuele donoren minder allergische bijwerkingen, inclusief Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) Nadeel is dat bij SD-behandeling niet alle ziekteverwekkers worden geïnactiveerd, zoals bijvoorbeeld vCJD De toepassing van een veelbelovend maar heeft vooralsnog niet geleid tot een geregistreerd product De keuze voor het plasmaproduct is sterk afhankelijk van de indicatie en of het een kleine hoeveelheid plasma betreft of massale hoeveelheden zoals bij TTP of DIS, waarbij SDplasma voordelen heeft Er is nauwelijks onderzoek beschikbaar om op basis van evidence Experts zijn van mening dat de keuze voor het plasmaproduct sterk afhankelijk is van de indicatie en of het incidenteel een kleine hoeveelheid plasma betreft of massale hoeveelheden zoals bij trombotische Er is nauwelijks onderzoek beschikbaar om weloverwogen keuzes voor een bepaald plasmapreparaat in relatie tot de indicatie te maken In recent cohort onderzoek werd waargenomen dat transfusie van ABO minor incompatibel plasma na orgaantransplantatie gepaard ging met meer multi-orgaanschade en dat in een chirurgische populatie toediening van ABO compatibel, maar niet ABO-identiek plasma gepaard ging met een hogere mortaliteit dan toediening van ABO-identiek plasma (<PERSOON> ###).
565
nvog
In <LOCATIE> gebruikt men quarantaine versbevroren plasma (FFP), sinds ### afkomstig van mannelijke niet getransfundeerde donoren Als in deze richtlijn over plasma wordt gesproken, wordt daarmee dit product bedoeld In omringende landen wordt Methyleen-blauw behandeld Solvent-detergent behandeld (SD) plasma is een gepoold plasma product en heeft in tegenstelling tot plasma van individuele donoren minder allergische bijwerkingen, inclusief Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) Nadeel is dat bij SD-behandeling niet alle ziekteverwekkers worden geïnactiveerd, zoals bijvoorbeeld vCJD De toepassing van een veelbelovend maar heeft vooralsnog niet geleid tot een geregistreerd product De keuze voor het plasmaproduct is sterk afhankelijk van de indicatie en of het een kleine hoeveelheid plasma betreft of massale hoeveelheden zoals bij TTP of DIS, waarbij SDplasma voordelen heeft Er is nauwelijks onderzoek beschikbaar om op basis van evidence Experts zijn van mening dat de keuze voor het plasmaproduct sterk afhankelijk is van de indicatie en of het incidenteel een kleine hoeveelheid plasma betreft of massale hoeveelheden zoals bij trombotische Er is nauwelijks onderzoek beschikbaar om weloverwogen keuzes voor een bepaald plasmapreparaat in relatie tot de indicatie te maken In recent cohort onderzoek werd waargenomen dat transfusie van ABO minor incompatibel plasma na orgaantransplantatie gepaard ging met meer multi-orgaanschade en dat in een chirurgische populatie toediening van ABO compatibel, maar niet ABO-identiek plasma gepaard ging met een hogere mortaliteit dan toediening van ABO-identiek plasma (<PERSOON> ###) Een tweetal studies suggereert dat transfusie van ABO incompatibel <PERSOON> onderzoek is noodzakelijk om het optimale plasmaproduct in relatie tot Het verdient aanbeveling nader onderzoek te verrichten naar effecten van ABO compatibel maar niet identiek plasma, en bij voorkeur ABO identiek te transfunderen <PERSOON> results of cancer treatment <PERSOON> ESA van den, <PERSOON> TR, Lopriore E, <PERSOON> fetal <PERSOON> A et al A randomized, controlled trial of platelet transfusions in thrombocytopenic premature infants <PERSOON> FJ, BeanS, Barnard <PERSOON> AL, <PERSOON-##> platelet hyporeactivity of Josephson CD, <PERSOON-##> LL, Christensen RD, Hillyer CD, Castillejo MI, Emory MR et al Platelet transfusion practices among neonatologists in the United States and Canada results of a <PERSOON-##> NA Thrombocytopenia in the neonate Blood Rev Strauss RG How I transfuse red blood cells and platelets to infants with the anemia and <PERSOON> ESA van den, Oepkes D, <PERSOON-##> HHH Non-invasive antenatal management of fetal and neonatal alloimmune thrombocytopenia safe and effective BJOG ###;### ### <PERSOON-##>, DJ Platelet transfusion in neonatal Berkowitz RL, Kolb EA, McFarland JG ea Parallel randomized trials of risk-based therapy for Birchall JE, <PERSOON-##> collaborative study of the antenatal Bussel JB, <PERSOON-##> MD, Berkowitz L, et al Antenatal treatment of neonatal alloimmune.
573
nvog
in relatie tot Het verdient aanbeveling nader onderzoek te verrichten naar effecten van ABO compatibel maar niet identiek plasma, en bij voorkeur ABO identiek te transfunderen <PERSOON> results of cancer treatment <PERSOON> ESA van den, <PERSOON> TR, Lopriore E, <PERSOON> fetal <PERSOON> A et al A randomized, controlled trial of platelet transfusions in thrombocytopenic premature infants <PERSOON> FJ, BeanS, Barnard <PERSOON> AL, <PERSOON> platelet hyporeactivity of Josephson CD, <PERSOON> LL, Christensen RD, Hillyer CD, Castillejo MI, Emory MR et al Platelet transfusion practices among neonatologists in the United States and Canada results of a <PERSOON-##> NA Thrombocytopenia in the neonate Blood Rev Strauss RG How I transfuse red blood cells and platelets to infants with the anemia and <PERSOON> ESA van den, Oepkes D, <PERSOON-##> HHH Non-invasive antenatal management of fetal and neonatal alloimmune thrombocytopenia safe and effective BJOG ###;### ### <PERSOON-##>, DJ Platelet transfusion in neonatal Berkowitz RL, Kolb EA, McFarland JG ea Parallel randomized trials of risk-based therapy for Birchall JE, <PERSOON-##> collaborative study of the antenatal Bussel JB, <PERSOON-##> MD, Berkowitz L, et al Antenatal treatment of neonatal alloimmune Management and outcome of ### cases of <PERSOON-##> B, et al Neonatal alloimmune thrombocytopenia due to antiHPA#a antibodies; the level of maternal antibodies predicts the severity of thrombocytopenia <PERSOON-##> H ea Antigen-positieve platelet <PERSOON-##> A ea ### cases of suspected neonatal alloimmune <PERSOON-##> HHH Diagnosis and management of fetal platelet disorders In Rodeck CH, WHIT(T)tle MJ (eds) Fetal Medicine Basic Science and <PERSOON-##> CM, <PERSOON-##> HH A less invasive treatment strategy to prevent intracranial hemorrhage in fetal and neonatal alloimmune thrombocytopenia <PERSOON-##> CM, <PERSOON-##> HHH Will it ever be possible to balance the risk of intracranial haemorrhage in fetal or neonatal alloimmune thrombocytopenia against the risk of treatment <PERSOON-##> and neonatal alloimmune thrombocytopenia harvesting the evidence to develop a clinical approach to management <PERSOON-##> HH, <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> FJ Postnatal management of fetal and neonatal alloimmune thrombocytopenia the the role of matched platelet transfusion and IVIG European Journal of <PERSOON-##> working party on platelet serology <PERSOON-##> J, et al <PERSOON-##> natural history of fetomaternal Burrows RF, Kelton JG.
561
nvog
and outcome of ### cases of <PERSOON> B, et al Neonatal alloimmune thrombocytopenia due to antiHPA#a antibodies; the level of maternal antibodies predicts the severity of thrombocytopenia <PERSOON> H ea Antigen-positieve platelet <PERSOON> A ea ### cases of suspected neonatal alloimmune <PERSOON> HHH Diagnosis and management of fetal platelet disorders In Rodeck CH, WHIT(T)tle MJ (eds) Fetal Medicine Basic Science and <PERSOON> CM, <PERSOON> HH A less invasive treatment strategy to prevent intracranial hemorrhage in fetal and neonatal alloimmune thrombocytopenia <PERSOON> CM, <PERSOON> HHH Will it ever be possible to balance the risk of intracranial haemorrhage in fetal or neonatal alloimmune thrombocytopenia against the risk of treatment <PERSOON> and neonatal alloimmune thrombocytopenia harvesting the evidence to develop a clinical approach to management <PERSOON> HH, <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> FJ Postnatal management of fetal and neonatal alloimmune thrombocytopenia the the role of matched platelet transfusion and IVIG European Journal of <PERSOON-##> working party on platelet serology <PERSOON-##> J, et al <PERSOON-##> natural history of fetomaternal Burrows RF, Kelton JG Burrows RF, Kelton JG Thrombocytopenia during pregnancy In Greer JA, Turple AGG, Forbes CD (eds) Hemostasis and thrombosis in Obstetrics and <PERSOON-##> HK, Bussel JB ea Comparison of platelet counts in first and second newborns of women with immune thrombocytopenic purpura <PERSOON-##> VL, Cefalo RC Immune thrombocytopenic purpura in pregnancy <PERSOON-##> SH, Graigo SD, Morin LM ea <PERSOON-##> role of percutaneous blood sampling in the <PERSOON-##> JN, Woolf SH, Raskob GE ea Idiopathic thrombocytopenic purpura a practie guideline developed by explicit methods for the American Society of Hematology Blood <PERSOON-##> JN, Woolf SH, Raskob GE ea Idiopathic thrombocytopenic purpura a guideline for diagnosis and management of children and adults American Society of Hematology <PERSOON-##> KR Immune thrombocytopenic purpura in pregnancy <PERSOON-##> F ea Fetl platelet counts in thrombocytopenic pregnancy <PERSOON-##> on the investigation and management of thrombocytopenia in pregnancy and neonatal alloimmune thrombocytopenia Maternal and neonatal haemostasis and thrombosis Task force of the British Society for <PERSOON-##> TR ea Maternal characteristics and risk of severe neonatal thrombocytopenia and intracranial hemorrhage in pregnancies complicated by autoimmune <PERSOON-##> JB, Braitman IE ea Estimation of thrombocytopenia in the offspring of pregnant women with presumed immune thrombocytopenia.
536
nvog
Thrombocytopenia during pregnancy In Greer JA, Turple AGG, Forbes CD (eds) Hemostasis and thrombosis in Obstetrics and <PERSOON> HK, Bussel JB ea Comparison of platelet counts in first and second newborns of women with immune thrombocytopenic purpura <PERSOON> VL, Cefalo RC Immune thrombocytopenic purpura in pregnancy <PERSOON> SH, Graigo SD, Morin LM ea <PERSOON> role of percutaneous blood sampling in the <PERSOON> JN, Woolf SH, Raskob GE ea Idiopathic thrombocytopenic purpura a practie guideline developed by explicit methods for the American Society of Hematology Blood <PERSOON> JN, Woolf SH, Raskob GE ea Idiopathic thrombocytopenic purpura a guideline for diagnosis and management of children and adults American Society of Hematology <PERSOON> KR Immune thrombocytopenic purpura in pregnancy <PERSOON> F ea Fetl platelet counts in thrombocytopenic pregnancy <PERSOON> on the investigation and management of thrombocytopenia in pregnancy and neonatal alloimmune thrombocytopenia Maternal and neonatal haemostasis and thrombosis Task force of the British Society for <PERSOON> TR ea Maternal characteristics and risk of severe neonatal thrombocytopenia and intracranial hemorrhage in pregnancies complicated by autoimmune <PERSOON-##> JB, Braitman IE ea Estimation of thrombocytopenia in the offspring of pregnant women with presumed immune thrombocytopenia ###-## Valat AS, Caulier MT, Devos P ea Relationships between severe neonatal thrombocytopenia and maternal characteristics in pregnancies associated with autoimmune thrombocytopenia <PERSOON-##> NM, Kelton JG A retrospective ##-year analysis of obstetric patients with idiopathic thrombocytopenic purpura <PERSOON-##> NA Thrombocytopenia in the neonate Blood Rev Strauss How do I transfuse red blood cells and platelets to infants with anemia and a Bolton-Maggs PH, Chalmers EA, Collins PW, <PERSOON-##> RJ, et al A review of inherited platelet disorders with guidelines for their management on behalf of the <PERSOON-##> R Use of recombinant factor VIIa in children with inherited <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> M A therapeutic platelet transfusion strategy is safe and feasible in patients after autologous peripheral blood stem cell <PERSOON-##> prophylactic treatment of thrombocytopenic leukemic patients with platelets a double blind study <PERSOON-##> MH, Evans AE, Gardner FH Indications for platelet transfusions in children with acute leukaemia <PERSOON-##> prophylaxis in acute nonlymphoblastic leukemia <PERSOON-##> MP, Burns CP.
502
nvog
AS, Caulier MT, Devos P ea Relationships between severe neonatal thrombocytopenia and maternal characteristics in pregnancies associated with autoimmune thrombocytopenia <PERSOON> NM, Kelton JG A retrospective ##-year analysis of obstetric patients with idiopathic thrombocytopenic purpura <PERSOON> NA Thrombocytopenia in the neonate Blood Rev Strauss How do I transfuse red blood cells and platelets to infants with anemia and a Bolton-Maggs PH, Chalmers EA, Collins PW, <PERSOON> RJ, et al A review of inherited platelet disorders with guidelines for their management on behalf of the <PERSOON> R Use of recombinant factor VIIa in children with inherited <PERSOON> K, <PERSOON> J, <PERSOON> M A therapeutic platelet transfusion strategy is safe and feasible in patients after autologous peripheral blood stem cell <PERSOON> prophylactic treatment of thrombocytopenic leukemic patients with platelets a double blind study <PERSOON> MH, Evans AE, Gardner FH Indications for platelet transfusions in children with acute leukaemia <PERSOON-##> prophylaxis in acute nonlymphoblastic leukemia <PERSOON-##> MP, Burns CP prophylactic platelet transfusion treshold during induction therapy for adult acute leukemia <PERSOON-##> G ea <PERSOON-##> treshold for prophylactic platele t transfusions in adults with acute myeloid leukemia <PERSOON-##> MF Prophylactic platelet transfusion for haemorrhage after chemotherapy and stem cell transplantation Cochrane Zumberg MS, del <PERSOON-##> ML, Nejame CF, Pollock BH, Carzarella L, Kao KJ ea A prospective randomised trial of prophylactic platelet transfusion and bleeding incidence in haematopoietic stem cell transplant recipients ## ### vs ## ### µl trigger Biology of Blood ASCO ### Schiffer CA Platelet transfusions in cancer <PERSOON-##> BE,ea Transfusion guidelines for neonates and older children <PERSOON-##> J A restrictive platelet transfusion policy allowing long-term support of outpatients with severe aplastic anemia <PERSOON-##> BE,ea Transfusion guidelines for neonates and older children <PERSOON-##> JCW, ea Guidelines for the diagnosis and management of aplastic anaemia <PERSOON-##> JE, Rodgers GM Treatment of immune-mediated thrombocytopenia purpura with Gajjar A, <PERSOON-##> PL, Sandlund JT, Rivera GK, Ribeiro RC, Rubnitz JE, et al Traumatic lumbar puncture at diagnosis adversely affects outcome in childhood acute lymphoblastic <PERSOON-##> SC, Gajjar AJ, <PERSOON-##> SB, Somes GW, <PERSOON-##> PL, et al Risk factors.
519
nvog
treshold during induction therapy for adult acute leukemia <PERSOON> G ea <PERSOON> treshold for prophylactic platele t transfusions in adults with acute myeloid leukemia <PERSOON> MF Prophylactic platelet transfusion for haemorrhage after chemotherapy and stem cell transplantation Cochrane Zumberg MS, del <PERSOON> ML, Nejame CF, Pollock BH, Carzarella L, Kao KJ ea A prospective randomised trial of prophylactic platelet transfusion and bleeding incidence in haematopoietic stem cell transplant recipients ## ### vs ## ### µl trigger Biology of Blood ASCO ### Schiffer CA Platelet transfusions in cancer <PERSOON> BE,ea Transfusion guidelines for neonates and older children <PERSOON> J A restrictive platelet transfusion policy allowing long-term support of outpatients with severe aplastic anemia <PERSOON> BE,ea Transfusion guidelines for neonates and older children <PERSOON> JCW, ea Guidelines for the diagnosis and management of aplastic anaemia <PERSOON> JE, Rodgers GM Treatment of immune-mediated thrombocytopenia purpura with Gajjar A, <PERSOON-##> PL, Sandlund JT, Rivera GK, Ribeiro RC, Rubnitz JE, et al Traumatic lumbar puncture at diagnosis adversely affects outcome in childhood acute lymphoblastic <PERSOON-##> SC, Gajjar AJ, <PERSOON-##> SB, Somes GW, <PERSOON-##> PL, et al Risk factors <PERSOON-##> RC, Rivera GK, Rubnitz JE, Sandlund JT, et al Safety of lumbar puncture for children with acute lymphoblastic leukemia and thrombocytopenia JAMA ASCO ### Schiffer CA Platelet transfusions in cancer <PERSOON-##> JJ , Vora AJ, Welch JC Lumbar puncture in thrombocytopenic children <PERSOON-##> A et al Platelet <PERSOON-##> platelet transfusions in children with acute leukemia <PERSOON-##> of the platelet adhesion defect in δstorage pool deficiency at elevated hematocrit-possible role of adenosine diphosphate Blood Bolton-Maggs PH, Chalmers EA, Collins PW, <PERSOON-##> RJ et al A review of inherited platelet disorders with guidelines for their management on behalf of the <PERSOON-##> diagnosis of fetal intracranial hemorrhage due to maternal <PERSOON-##> PM Treatment of Willebrand‟s disease <PERSOON-##> VT Correction of the platelet adhesion defect in δstorage pool deficiency at elevated hematocrit-possible role of adenosine diphosphate <PERSOON-##> MF Cochrane database of ASCO Platelet transfusion in cancer CA Schiffer ea <PERSOON-##> to the use of platelet transfusions <PERSOON-##> ###;#<DATUM> ##.
535
nvog
<PERSOON> RC, Rivera GK, Rubnitz JE, Sandlund JT, et al Safety of lumbar puncture for children with acute lymphoblastic leukemia and thrombocytopenia JAMA ASCO ### Schiffer CA Platelet transfusions in cancer <PERSOON> JJ , Vora AJ, Welch JC Lumbar puncture in thrombocytopenic children <PERSOON> A et al Platelet <PERSOON> platelet transfusions in children with acute leukemia <PERSOON> of the platelet adhesion defect in δstorage pool deficiency at elevated hematocrit-possible role of adenosine diphosphate Blood Bolton-Maggs PH, Chalmers EA, Collins PW, <PERSOON> RJ et al A review of inherited platelet disorders with guidelines for their management on behalf of the <PERSOON> diagnosis of fetal intracranial hemorrhage due to maternal <PERSOON> PM Treatment of Willebrand‟s disease <PERSOON> VT Correction of the platelet adhesion defect in δstorage pool deficiency at elevated hematocrit-possible role of adenosine diphosphate <PERSOON-##> MF Cochrane database of ASCO Platelet transfusion in cancer CA Schiffer ea <PERSOON-##> to the use of platelet transfusions <PERSOON-##> CR, Swindell R, <PERSOON-##> frequency of bleeding complications in patients with haematological malignancy following introduction of a stringent prophylactic <PERSOON-##> O A prospective randomisezed trial of a prophylactic platelet transfusion trigger of ## x ###/l versus ## x ###/l in allogeneic <PERSOON-##> quantitative relation between platelet count and hemorrhage in patients with acute leukemia <PERSOON-##> C ea omparative analysis in ### bone marrow transplant patients from a single institution <PERSOON-##> U ea Safety of a stringent prophylactic platelet transfusion policy <PERSOON-##> RJ, Wijermans PW, <PERSOON-##> clinical impact of platelet refractoriness correlation with pooled donor platelet concentrates , stored in plasma or additive solutions with and without <PERSOON-##> JB, Yomtovian RA, Hammons T ea Lowering the prophylactic platelet transfusion <PERSOON-##> JA, Ribera JM, ea Prophylactic platelet transfusion treshold during therapy for adult myeloid leukemia ## ###/ microL versus ## ###/microL <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> GB Acute bleeding complications in patients after hematopoietic stem cell transplantation with prophylactic platelet transfusion <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> GB Profound.
500
nvog
Callow CR, Swindell R, <PERSOON> frequency of bleeding complications in patients with haematological malignancy following introduction of a stringent prophylactic <PERSOON> O A prospective randomisezed trial of a prophylactic platelet transfusion trigger of ## x ###/l versus ## x ###/l in allogeneic <PERSOON> quantitative relation between platelet count and hemorrhage in patients with acute leukemia <PERSOON> C ea omparative analysis in ### bone marrow transplant patients from a single institution <PERSOON> U ea Safety of a stringent prophylactic platelet transfusion policy <PERSOON> RJ, Wijermans PW, <PERSOON> clinical impact of platelet refractoriness correlation with pooled donor platelet concentrates , stored in plasma or additive solutions with and without <PERSOON> JB, Yomtovian RA, Hammons T ea Lowering the prophylactic platelet transfusion <PERSOON> JA, Ribera JM, ea Prophylactic platelet transfusion treshold during therapy for adult myeloid leukemia ## ###/ microL versus ## ###/microL <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> GB Acute bleeding complications in patients after hematopoietic stem cell transplantation with prophylactic platelet transfusion <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> GB Profound significant bleeding, using prophylactic platelet transfusion triggers of ## x ### or ## x ### prophylactic platelet transfusions in adults with acute myeloid leukemia <PERSOON-##> J A restrictive platelet transfusion policy allowing long-term support of outpatients with severe aplastic anemia Blood ###; ## ##<DATUM> Slichter SJ & Harker Thrombocytopenia Mechanisms and management of defects in platelet <PERSOON-##> DJ, Strauss RG, Gernsheimer TB, Ness PM, Brecher ME, Josephson CD, Konkle BA, Woodson RD, Ortel TL, Hillyer CD, Skerrett DL, McCrae KR, Sloan SR, Uhl L, <PERSOON-##> of prophylactic platelet transfusions and Slichter SJ Relationship between platelet count and bleeding risk in thrombocytopenic Wandt H, <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> A ea Safety and costeffectiveness of a ## x ###/l trigger for prophylactic platelet transfusionscompared with the traditional ## x ###/l trigger a prospective comparative trial in ### patients with acute myeloid <PERSOON-##> or higher dosis for prophylaxic platelet transfusions results of a metaanalysis of randomized controlled trials Transfusion ###; ## ###-## Goudnough LT, Kuter DJ, McCullough J ea Prophylactic platelet transfusions from health apheresis donors undergoing treatment with thrombopoietin <PERSOON-##> JM ea A.
554
nvog
triggers of ## x ### or ## x ### prophylactic platelet transfusions in adults with acute myeloid leukemia <PERSOON> J A restrictive platelet transfusion policy allowing long-term support of outpatients with severe aplastic anemia Blood ###; ## ##<DATUM> Slichter SJ & Harker Thrombocytopenia Mechanisms and management of defects in platelet <PERSOON> DJ, Strauss RG, Gernsheimer TB, Ness PM, Brecher ME, Josephson CD, Konkle BA, Woodson RD, Ortel TL, Hillyer CD, Skerrett DL, McCrae KR, Sloan SR, Uhl L, <PERSOON> of prophylactic platelet transfusions and Slichter SJ Relationship between platelet count and bleeding risk in thrombocytopenic Wandt H, <PERSOON> N, <PERSOON> A ea Safety and costeffectiveness of a ## x ###/l trigger for prophylactic platelet transfusionscompared with the traditional ## x ###/l trigger a prospective comparative trial in ### patients with acute myeloid <PERSOON> or higher dosis for prophylaxic platelet transfusions results of a metaanalysis of randomized controlled trials Transfusion ###; ## ###-## Goudnough LT, Kuter DJ, McCullough J ea Prophylactic platelet transfusions from health apheresis donors undergoing treatment with thrombopoietin <PERSOON> JM ea <PERSOON> TR, <PERSOON> JH, Gaughan P ea Clinical consequences of alterations in platelet transfusion dose a prospective , randomized, double blind trial <PERSOON-##> F ea Platelet transfusion a dose-response study <PERSOON-##> L ea <PERSOON-##> efficiency of transfusing high doses of platelets in hematologic patients with thrombocytopenia results of a prospective, randomized, open, <PERSOON-##> IF, Crump M ea Low dose prophylactic platelet transfusions in recipients of an autologous peripheral blood progenitor cell transplant and patients with acute leukemia a randomized controlled trial with a sequential Bayesian design Transfusion ###; Bain BJ Bone marrow biopsy morbidity and mortality ### data <PERSOON-##> R et al Guidelines for the <PERSOON-##> MM, Andriulli A, <PERSOON-##>-needle liver biopsy in patients with severe impaired coagulation Doerffler ME, <PERSOON-##> AS Central venous catheter placement in patients with <PERSOON-##> JW Bone marrow biopsy in thrombocytopenic or anticoagulated patients <PERSOON-##> on the use of liver biopsy in clinical practice <PERSOON-##> bleeding time does not predict surgical bleeding Blood ###;## ###-## McVay PA, Toy PTCY, Lack of increased bleeding after liver biopsy in patients with mild.
560
nvog
ea Clinical consequences of alterations in platelet transfusion dose a prospective , randomized, double blind trial <PERSOON> F ea Platelet transfusion a dose-response study <PERSOON> L ea <PERSOON> efficiency of transfusing high doses of platelets in hematologic patients with thrombocytopenia results of a prospective, randomized, open, <PERSOON> IF, Crump M ea Low dose prophylactic platelet transfusions in recipients of an autologous peripheral blood progenitor cell transplant and patients with acute leukemia a randomized controlled trial with a sequential Bayesian design Transfusion ###; Bain BJ Bone marrow biopsy morbidity and mortality ### data <PERSOON> R et al Guidelines for the <PERSOON> MM, Andriulli A, <PERSOON>-needle liver biopsy in patients with severe impaired coagulation Doerffler ME, <PERSOON> AS Central venous catheter placement in patients with <PERSOON> JW Bone marrow biopsy in thrombocytopenic or anticoagulated patients <PERSOON-##> on the use of liver biopsy in clinical practice <PERSOON-##> bleeding time does not predict surgical bleeding Blood ###;## ###-## McVay PA, Toy PTCY, Lack of increased bleeding after liver biopsy in patients with mild Central venous catheter placement in patients with disorders of hemostasis <PERSOON-##> CE, Shenoy SS Patients with thrombocytopenia outcome of radiological placement of Schiffer CA, <PERSOON-##> LS, Goldsmith M et al Platelet transfusion for patients with cancer clinical practice guidelines of the American Society of <PERSOON-##> risk of bleeding after percutaneous liver biopsy Stecker MS, <PERSOON-##> MS, <PERSOON-##> DM, Namyslowski J, ea Time to hemostasis after traction removal of tunneled cuffed central venous catheters <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> L US-guided placement of central vein catheters in patients with disorders of hemostasis <PERSOON-##> bleeding diathesis in anemic thrombocytopenic patients role of temperature, red blood cells, platelets and plasma-clotting proteins <PERSOON-##> transfusion triggers in difficult patients Transfus Clin Biol ###;# ###-## BCSH Guidelines for the investigation and management of ITP in adults, children and <PERSOON-##> KR, Immune thrombocytopenic purpura in pregnancy <PERSOON-##> platelet transfusion is a rapidly effective emergency treatment in patients with refractory autoimmune Spahn JE, Rodgers GM Treatment of immune-mediated thrombocytopenic purpura with McCrae KR, <PERSOON-##>-transfusion purpura two unusual cases and a literature review <PERSOON-##> WH.
541
nvog
of hemostasis <PERSOON> CE, Shenoy SS Patients with thrombocytopenia outcome of radiological placement of Schiffer CA, <PERSOON> LS, Goldsmith M et al Platelet transfusion for patients with cancer clinical practice guidelines of the American Society of <PERSOON> risk of bleeding after percutaneous liver biopsy Stecker MS, <PERSOON> MS, <PERSOON> DM, Namyslowski J, ea Time to hemostasis after traction removal of tunneled cuffed central venous catheters <PERSOON> F, <PERSOON> L US-guided placement of central vein catheters in patients with disorders of hemostasis <PERSOON> bleeding diathesis in anemic thrombocytopenic patients role of temperature, red blood cells, platelets and plasma-clotting proteins <PERSOON> transfusion triggers in difficult patients Transfus Clin Biol ###;# ###-## BCSH Guidelines for the investigation and management of ITP in adults, children and <PERSOON-##> KR, Immune thrombocytopenic purpura in pregnancy <PERSOON-##> platelet transfusion is a rapidly effective emergency treatment in patients with refractory autoimmune Spahn JE, Rodgers GM Treatment of immune-mediated thrombocytopenic purpura with McCrae KR, <PERSOON-##>-transfusion purpura two unusual cases and a literature review <PERSOON-##> syndrome the state of the art <PERSOON-##> WR, Braine HG, Ness PM, Kickler TS Improved survival in thrombotic thrombocytopenic purpura-hemolytic syndrome clinical experience in ### patients <PERSOON-##> syndrome clinical issues and management Harkness <PERSOON-##> JJ, <PERSOON-##> E ea Hazard of platelet transfusion in thrombotic Kennedy VA, Vesely SK, <PERSOON-##> potential risks of platelet transfusions in patienst Lind SE Thrombocytopenic purpura and platelet transfusion (letter) <PERSOON-##> Int Med ###;### Sibai BM Diagnosis, controversies and management of hemolysis, elevated liver enzymes <PERSOON-##> syndrome much ado about nothing? <PERSOON-##> KK, Terrell <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> JN Clinical outcomes after platelet transfusions in patients with thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON-##> PA, <PERSOON-##> intravascular coagulation and the syndrome of hemolysis , elevated liver enzymes and low platelets in report of four cases and review of the literature Transfusion ###;## ###-## Hursting MJ Verme-Gibboney Risk factors for major bleeding in patients with HIT treated with Shantsila E, Lip <PERSOON-##> BH Heparin-induced thrombocytopenia Chest ###;### ### Warkentin TE, <PERSOON-##>-induced Thrombocytopenia recognition, Treatment and <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> and hemorrhage in.
585
nvog
HELLP syndrome the state of the art <PERSOON> WR, Braine HG, Ness PM, Kickler TS Improved survival in thrombotic thrombocytopenic purpura-hemolytic syndrome clinical experience in ### patients <PERSOON> syndrome clinical issues and management Harkness <PERSOON> JJ, <PERSOON> E ea Hazard of platelet transfusion in thrombotic Kennedy VA, Vesely SK, <PERSOON> potential risks of platelet transfusions in patienst Lind SE Thrombocytopenic purpura and platelet transfusion (letter) <PERSOON> Int Med ###;### Sibai BM Diagnosis, controversies and management of hemolysis, elevated liver enzymes <PERSOON> syndrome much ado about nothing? <PERSOON> KK, Terrell <PERSOON> B, <PERSOON-##> JN Clinical outcomes after platelet transfusions in patients with thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON-##> PA, <PERSOON-##> intravascular coagulation and the syndrome of hemolysis , elevated liver enzymes and low platelets in report of four cases and review of the literature Transfusion ###;## ###-## Hursting MJ Verme-Gibboney Risk factors for major bleeding in patients with HIT treated with Shantsila E, Lip <PERSOON-##> BH Heparin-induced thrombocytopenia Chest ###;### ### Warkentin TE, <PERSOON-##>-induced Thrombocytopenia recognition, Treatment and <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> and hemorrhage in <PERSOON-##> management of heparin-induced thrombocytopenia <PERSOON-##> JF, Matthews JP, McGrath K, <PERSOON-##> K, wolf <PERSOON-##> influencing ##-hour <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> and bleeding time in cirrhosis BMJ ###; ###-## Mannuci PM Desmopressin (DDAVP) in the treatment of bleeding disorders the first ## <PERSOON-##>-#-d-arginine vasopressin shortens the bleeding time in uremia <PERSOON-##> J Med Rinder <PERSOON-##> RE Rinder HM Acquired von Willebrand‟s disease A concise review <PERSOON-##> KJ, McPharlin TO, Tirschwell DL Prior antiplatelet therapy, platelet transfusion threrapy, and ouycome after intracerabral bleeding <PERSOON-##> A ea Thrombocytopenia after second exposure to abcicimab is caused by antibodies that recognize abcicimab coated platelets <PERSOON-##> DM A review of transfusion risks and optimal management of <PERSOON-##> HK, Staken van gebruik van acetylsalicylzuur vóór een operatie meestal niet nodig <PERSOON-##> MJ,Batjer HH Reduced platelet activity is associated with early clot growth and worse #month outcome after intracerebral hemorrhage Stroke ###;## ###-###.
587
nvog
<PERSOON> management of heparin-induced thrombocytopenia <PERSOON> JF, Matthews JP, McGrath K, <PERSOON> K, wolf <PERSOON> influencing ##-hour <PERSOON> M, <PERSOON> and bleeding time in cirrhosis BMJ ###; ###-## Mannuci PM Desmopressin (DDAVP) in the treatment of bleeding disorders the first ## <PERSOON>-#-d-arginine vasopressin shortens the bleeding time in uremia <PERSOON> J Med Rinder <PERSOON> RE Rinder HM Acquired von Willebrand‟s disease A concise review <PERSOON-##> KJ, McPharlin TO, Tirschwell DL Prior antiplatelet therapy, platelet transfusion threrapy, and ouycome after intracerabral bleeding <PERSOON-##> A ea Thrombocytopenia after second exposure to abcicimab is caused by antibodies that recognize abcicimab coated platelets <PERSOON-##> DM A review of transfusion risks and optimal management of <PERSOON-##> HK, Staken van gebruik van acetylsalicylzuur vóór een operatie meestal niet nodig <PERSOON-##> MJ,Batjer HH Reduced platelet activity is associated with early clot growth and worse #month outcome after intracerebral hemorrhage Stroke ###;## ###<DATUM> <PERSOON-##> HU Effects of desmopressin on thrombogenesis in aspirin-induced platelet <PERSOON-##> effects between platelet concentrates and desmopressin in antagonizing the platelet glycoprotein IIb/IIIa inhibitor <PERSOON-##> SN, Lyden PD, Kasner SE Prior antiplatelet use does not affect hemorrhage growth or outcome after ICH Neurology ###; ## ###<DATUM> Valeri CR, <PERSOON-##> and distribution of autotransfused fresh, liquid preserved and cropreserved baboon platelets <PERSOON-##> A, et al Frequency and causes of refractoriness in multiply transfused patients <PERSOON-##> MD, Claas FH, <PERSOON-##> of allogeneic HLA and non-HLA antibodies after transfusion of prestorage filtered platelets and red blood cells a <PERSOON-##>-specific antibodies in female blood donors after pregnancy <PERSOON-##> WL van, Claas FH, et al Leukocyte depletion of random single donor platelet transfusions does not prevent <PERSOON-##> Trial to Reduce Alloimmunization to Platelets Study Group Leukocyte reduction and ultraviolet B irradiation of platelets to prevent alloimmunization and refractoriness to platelet.
485
nvog
<PERSOON> HU Effects of desmopressin on thrombogenesis in aspirin-induced platelet <PERSOON> effects between platelet concentrates and desmopressin in antagonizing the platelet glycoprotein IIb/IIIa inhibitor <PERSOON> SN, Lyden PD, Kasner SE Prior antiplatelet use does not affect hemorrhage growth or outcome after ICH Neurology ###; ## ###<DATUM> Valeri CR, <PERSOON> and distribution of autotransfused fresh, liquid preserved and cropreserved baboon platelets <PERSOON> A, et al Frequency and causes of refractoriness in multiply transfused patients <PERSOON> MD, Claas FH, <PERSOON> of allogeneic HLA and non-HLA antibodies after transfusion of prestorage filtered platelets and red blood cells a <PERSOON>-specific antibodies in female blood donors after pregnancy <PERSOON> WL van, Claas FH, et al Leukocyte depletion of random single donor platelet transfusions does not prevent <PERSOON-##> Trial to Reduce Alloimmunization to Platelets Study Group Leukocyte reduction and ultraviolet B irradiation of platelets to prevent alloimmunization and refractoriness to platelet HLA and RBC immunization after filtered and buffy-coat depleted blood transfusion in cardiac surgery a Cooling L ABO and platelet transfusion therapy Immunohematology ###; ## ##-## plasma a survey of ### American laboratories <PERSOON-##> WR Control of bleeding in patients with immune and nonimmune thrombocytopenia with aminocaproic acid <PERSOON-##> D, Suc JM, et al Low haematocrit and prolonged bleeding time in uraemic patients effect of red cell transfusions <PERSOON-##> of efficacy of tranexamic acid in thrombocytopenic bleeding Transfusion ### Garewal HS, Durie BGM Antifibrinolytic therapy with amino caproic acid for the control of <PERSOON-##> E ea Clinical experience with recombinant factor VIIa in Leebeek FWG, Eikenboom HCJ Recombinant factor VIIa plaatsbepaling in de hematologische praktijk Ned Tijdschrift voor <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> bleeding role of anaemia and beneficial effect of red cell transfusions <PERSOON-##> activated factor VII in the treatment of bleeding complications following hematopoietic stem cell transplantation <PERSOON-##> A,<PERSOON-##> M von.
449
nvog
filtered and buffy-coat depleted blood transfusion in cardiac surgery a Cooling L ABO and platelet transfusion therapy Immunohematology ###; ## ##-## plasma a survey of ### American laboratories <PERSOON> WR Control of bleeding in patients with immune and nonimmune thrombocytopenia with aminocaproic acid <PERSOON> D, Suc JM, et al Low haematocrit and prolonged bleeding time in uraemic patients effect of red cell transfusions <PERSOON> of efficacy of tranexamic acid in thrombocytopenic bleeding Transfusion ### Garewal HS, Durie BGM Antifibrinolytic therapy with amino caproic acid for the control of <PERSOON> E ea Clinical experience with recombinant factor VIIa in Leebeek FWG, Eikenboom HCJ Recombinant factor VIIa plaatsbepaling in de hematologische praktijk Ned Tijdschrift voor <PERSOON> G, <PERSOON> bleeding role of anaemia and beneficial effect of red cell transfusions <PERSOON> activated factor VII in the treatment of bleeding complications following hematopoietic stem cell transplantation <PERSOON> A,<PERSOON> M von emergency treatment of patients with autoimmune thrombocytopenia <PERSOON-##> R, <PERSOON-##>-pole <PERSOON-##> response <PERSOON-##> PM, <PERSOON-##> JH, Rothko K A randomized placebocontrolled trial of intraveneus gammaglobulin in alloimmunized thrombocytopenic patients alloimmunized platelet transfusion recipients Blood ###;## ### Schiffer CA, Hogge DE, <PERSOON-##> JP, <PERSOON-##>-dose intravenous <PERSOON-##> ME Improved response of an Rhpositive patient with aplastic anemia to donor platelet transfusions with intravenous anti-<PERSOON-##> GE, Stanworth SJ, Brunskill SJ, Hyde CJ, McClelland DB, Murphy MF Is fresh frozen plasma clinically effective? A systematic review of randomized controlled trials <PERSOON-##> J ea Evidence-based practice guidelines for plasma Northern Neonatal Nursing Initiative (NNN) Trial Group A randomized trial comparing the effect of prophylactic intravenous fresh frozen plasma , gelatin or glucose on early mortality and morbidity in preterm babies <PERSOON-##> WG van, <PERSOON-##> AJM, Meer <PERSOON-##> er nog indicaties voor het transfunderen van plasma? <PERSOON-##> M ea Ten years of prophylactic treatment with fresh frozen plasma.
478
nvog
emergency treatment of patients with autoimmune thrombocytopenia <PERSOON> R, <PERSOON>-pole <PERSOON> response <PERSOON> PM, <PERSOON> JH, Rothko K A randomized placebocontrolled trial of intraveneus gammaglobulin in alloimmunized thrombocytopenic patients alloimmunized platelet transfusion recipients Blood ###;## ### Schiffer CA, Hogge DE, <PERSOON> JP, <PERSOON>-dose intravenous <PERSOON> ME Improved response of an Rhpositive patient with aplastic anemia to donor platelet transfusions with intravenous anti-<PERSOON> GE, Stanworth SJ, Brunskill SJ, Hyde CJ, McClelland DB, Murphy MF Is fresh frozen plasma clinically effective? A systematic review of randomized controlled trials <PERSOON-##> J ea Evidence-based practice guidelines for plasma Northern Neonatal Nursing Initiative (NNN) Trial Group A randomized trial comparing the effect of prophylactic intravenous fresh frozen plasma , gelatin or glucose on early mortality and morbidity in preterm babies <PERSOON-##> WG van, <PERSOON-##> AJM, Meer <PERSOON-##> er nog indicaties voor het transfunderen van plasma? <PERSOON-##> M ea Ten years of prophylactic treatment with fresh frozen plasma congenital deficiency of von Willebrand factor cleaving protease <PERSOON-##> TH Challenges in the management of infantile factor H associated hemolytic uremic syndrome <PERSOON-##> DM te, Monnens LA Hemolytisch uremisch syndroom op de kinderleeftijd <PERSOON-##> of the childhood haemolytic uraemic syndrome with plasma A multicentre randomized controlled trial <PERSOON-##> hemolytic-uremic syndrome <PERSOON-##> thrombocytopenic purpura related to severe ADAMTS## deficiency in children <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> LB; European Paediatric Study Group for HUS Guideline for the investigation and initial therapy of diarrhea-negative <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> LB; European Paediatric Research Group for HUS A classification of hemolytic uremic syndrome and thrombotic thrombocytopenic purpura and <PERSOON-##> diagnostic triage and emergency department lessons from # tertiary hospitals <PERSOON-##>.
438
nvog
<PERSOON> TH Challenges in the management of infantile factor H associated hemolytic uremic syndrome <PERSOON> DM te, Monnens LA Hemolytisch uremisch syndroom op de kinderleeftijd <PERSOON> of the childhood haemolytic uraemic syndrome with plasma A multicentre randomized controlled trial <PERSOON> hemolytic-uremic syndrome <PERSOON> thrombocytopenic purpura related to severe ADAMTS## deficiency in children <PERSOON> N, <PERSOON> C, <PERSOON> LB; European Paediatric Study Group for HUS Guideline for the investigation and initial therapy of diarrhea-negative <PERSOON> G, <PERSOON-##> LB; European Paediatric Research Group for HUS A classification of hemolytic uremic syndrome and thrombotic thrombocytopenic purpura and <PERSOON-##> diagnostic triage and emergency department lessons from # tertiary hospitals <PERSOON-##> associated hemolytic uremic syndrome revisited in the era of complement gene mutations <PERSOON-##> j, Ramirez C, ea Methylene blue photoinactivated plasma vs fresh frozen plasma as replacement fluid for plasma exchange in thrombotic thrombocytopenic Amorosi EL, Ultmann JE Thrombotic trombocytopenic purpura report of ## cases and review purpura-hemolytic uremic syndrome Clinical experience in ### patients <PERSOON-##> J Med Brunskill SJ, Tusold A, <PERSOON-##> SJ, Murphy MF, A systematic review of randomized controlled trials for plasma exchange in the treatment of thrombotic thrombocytopenic Bukowski RM, <PERSOON-##> JW, Hewlett JS Plasmapheresis in the treatment of thrombotic <PERSOON-##> of thrombotic thrombocytopenic purpura with plasma <PERSOON-##> RS, Sibai BM HELLP syndrome Clin Obstet Gynecol ###;#<DATUM> # Egerman RS, Sibai BM Imitators of preeclampsia and eclampsia <PERSOON-##> thrombocytopenic purpura diagnosis, pathogenesis and modern therapy <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> IS, <PERSOON-##> role of plasma exchange in HELLP syndrome Clin Appl Thromb Hemost ###; ## #<DATUM> <PERSOON-##> JN How I treat patients with thrombotic thrombocytopenic purpura-hemolytic uremic <PERSOON-##> SJ Plasma exchange with <PERSOON-##> of thrombotic thrombopenic purpura Results of a multicenter Horowitz MS, Pehta JC SD Plasma in TTP and coagulation factor deficiencies for which no Magann EF, <PERSOON-##> JN Jr Twelve steps to optimal management of HELLP syndrome Clin.
513
nvog
use for persistently severe preeclampsiaecclampsia with HELLP syndrome <PERSOON> JE ea A randomized controlled phase III trial of therapeutic plasma exchange with fresh frozen plasma prepared with with amotosalen and ultraviolet A light compared to untreated FFP in thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON> C, et al prevents episodes of thrombotic thrombocy topenic purpura <PERSOON> treatment of thrombotic thrombocytopenic Owens <PERSOON> of type of exchange fluid on survival in therapeutic apheresis for thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON> C ea Methylene blue-photoinactivated plasma <PERSOON> JG, Shumak KH, Buskard NA, Sutton DM, <PERSOON> WB Laboratory abnormalities in thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON> KH, Sutton DM, Buskard NA, Nair RC Cryosupernatant as replacement fluid for plasma exchange in thrombotic thrombocytopenic purpura Members of the Canadian Rock GA, Shumak KH, Buskard NA, Blanchette VS, Kelton JG, Nair RC, et al Comparison of plasma exchange with plasma infusion in the treatment of thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON> J Med ###;#<DATUM> # Rock GA Management of thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON-##> pathophysiology and management of thrombotic Cryosupernatant and solvent-detergent fresh-frozen plasma (Octaplas) usage at a single centre in acute thrombotic thrombocytopenic <PERSOON-##> E, <PERSOON-##> PM, Chossat I, <PERSOON-##> microangiopathy during HIV infection A retrospective study performed in infectious diseases Au W-Y, Ma ES, <PERSOON-##> treatment of thrombotic microangiopathy after haematopoietic stem cell transplantation with rituximab <PERSOON-##> GA, Hutchinson SJ, Todd WT Effectiveness of therapeutic plasma exchange in the ### Lanarkshire Escherichia coli O### H# outbreak <PERSOON-##> J ea Renal thrombotic microangiopathy caused by antiVEGF-antibody treatment for metastatic renal cell carcinoma <PERSOON-##> JM, Fraser A, Hart <PERSOON-##> JM, et al <PERSOON-##> clinical features, risk factors and outcome of thrombotic thrombocytopenic purpura occurring after bone marrow <PERSOON-##> JN, <PERSOON-##> JR, Terrell <PERSOON-##> SK, Selby GB Thrombotic thrombocytopenic purpura-haemolytic uremic syndrome following allogeneic HPC transplantation a diagnostic <PERSOON-##> JN, Woodson RD, Kiss JE, <PERSOON-##> therapy for thrombotic Trials Network with a systematic review of rituximab therapy for immune mediated disorders <PERSOON-##> LI, Kwaan HC Cancer- and drug-associated thrombotic thrombocytopenic purpura Gottschall JL, <PERSOON-##> JG, Wolfmeyer K, <PERSOON-##> RH Quinine-induced immune thrombocytopenia associated with hemolytic uremic syndrome a new clinical entity <PERSOON-##> LA, <PERSOON-##> RH.
561
nvog
and solvent-detergent fresh-frozen plasma (Octaplas) usage at a single centre in acute thrombotic thrombocytopenic <PERSOON> E, <PERSOON> PM, Chossat I, <PERSOON> microangiopathy during HIV infection A retrospective study performed in infectious diseases Au W-Y, Ma ES, <PERSOON> treatment of thrombotic microangiopathy after haematopoietic stem cell transplantation with rituximab <PERSOON> GA, Hutchinson SJ, Todd WT Effectiveness of therapeutic plasma exchange in the ### Lanarkshire Escherichia coli O### H# outbreak <PERSOON> J ea Renal thrombotic microangiopathy caused by antiVEGF-antibody treatment for metastatic renal cell carcinoma <PERSOON> JM, Fraser A, Hart <PERSOON> JM, et al <PERSOON> clinical features, risk factors and outcome of thrombotic thrombocytopenic purpura occurring after bone marrow <PERSOON-##> JN, <PERSOON-##> JR, Terrell <PERSOON-##> SK, Selby GB Thrombotic thrombocytopenic purpura-haemolytic uremic syndrome following allogeneic HPC transplantation a diagnostic <PERSOON-##> JN, Woodson RD, Kiss JE, <PERSOON-##> therapy for thrombotic Trials Network with a systematic review of rituximab therapy for immune mediated disorders <PERSOON-##> LI, Kwaan HC Cancer- and drug-associated thrombotic thrombocytopenic purpura Gottschall JL, <PERSOON-##> JG, Wolfmeyer K, <PERSOON-##> RH Quinine-induced immune thrombocytopenia associated with hemolytic uremic syndrome a new clinical entity <PERSOON-##> LA, <PERSOON-##> RH clinical and serological findings in nine patients and review of literature <PERSOON-##> GJ Clopidogrel and thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON-##> immunodeficiency virus infection and thrombotic <PERSOON-##> <INSTELLING> Therapeutic apheresis for cancer related hemolytic uremic syndrome <PERSOON-##> E, <PERSOON-##> induced Kar NC van de, <PERSOON-##> haemolytic-uraemic syndrome in childhood <PERSOON-##> Pract Res Kwaan HC, <PERSOON-##> LI Thrombotic microangiopathy in the cancer patiënt Acta Haematol Lohrmann HP, <PERSOON-##> hemolytic anemia in metastatic carcinoma Report of eight cases <PERSOON-##> Med ###;#<DATUM> ## <PERSOON-##> AM de, <PERSOON-##> PH HIV-related thrombotic thrombocytopenic purpura report of # cases and a review of the literature Neth J Med <PERSOON-##> PJ, Sipols JM, <PERSOON-##> JN Drug-associated thrombotic thrombocytopenic purpurahemolytic uremic syndrome Curr Opin Hematol ###;<DATUM> ## Murgo AJ Thrombotic microangiopathy in the cancer patiënt including those induced by Pettitt AR, <PERSOON-##> RE Thrombotic microangiopathy following bone marrow transplantation <PERSOON-##>-induced thrombotic microangiopathy incidence, Steinhubl SR, <PERSOON-##> WA, Foody JM, Topol EJ Incidence and clinical course of thrombotic thrombocytopenic purpura due to ticlopidine following coronary stenting <PERSOON-##> thrombocytopenic purpura.
626
nvog
clinical and serological findings in nine patients and review of literature <PERSOON> GJ Clopidogrel and thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON> immunodeficiency virus infection and thrombotic <PERSOON> <INSTELLING> Therapeutic apheresis for cancer related hemolytic uremic syndrome <PERSOON> E, <PERSOON> induced Kar NC van de, <PERSOON> haemolytic-uraemic syndrome in childhood <PERSOON> Pract Res Kwaan HC, <PERSOON> LI Thrombotic microangiopathy in the cancer patiënt Acta Haematol Lohrmann HP, <PERSOON> hemolytic anemia in metastatic carcinoma Report of eight cases <PERSOON-##> Med ###;#<DATUM> ## <PERSOON-##> AM de, <PERSOON-##> PH HIV-related thrombotic thrombocytopenic purpura report of # cases and a review of the literature Neth J Med <PERSOON-##> PJ, Sipols JM, <PERSOON-##> JN Drug-associated thrombotic thrombocytopenic purpurahemolytic uremic syndrome Curr Opin Hematol ###;<DATUM> ## Murgo AJ Thrombotic microangiopathy in the cancer patiënt including those induced by Pettitt AR, <PERSOON-##> RE Thrombotic microangiopathy following bone marrow transplantation <PERSOON-##>-induced thrombotic microangiopathy incidence, Steinhubl SR, <PERSOON-##> WA, Foody JM, Topol EJ Incidence and clinical course of thrombotic thrombocytopenic purpura due to ticlopidine following coronary stenting <PERSOON-##> thrombocytopenic purpura Haemolytic uraemic syndrome following bone marrow transplantation Case report and review of the literature <PERSOON-##> M et al Interventions for haemolytic uraemic syndrome and thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON-##> complications of therapeutic plasma Bejamin RJ, Antin JH ABO incompatible bone marrow transplantation the transfusion of <PERSOON-##> of human plasma preparations for transfusion Transfus Med Rev Shanwell A, <PERSOON-##> O ea Posttransfusion mortality among recipients of ABO-compatible but non-identical plasma Vox Sang Na een algemene inleiding over bijwerkingen van transfusie van bloedproducten en de differentiaaldiagnostiek en behandeling van acute transfusiereacties (<DATUM> worden in dit hoofdstuk eerst niet-infectieuze complicaties (<DATUM> en vervolgens infectieuze complicaties De tijdige herkenning en behandeling van transfusiereacties en gerelateerde aandoeningen is zowel voor clinici, verpleegkundigen, het laboratorium als de bloedbank van groot belang (Andrzejewski ###) Dit rechtvaardigt een apart deel van deze richtlijn De eisen waaraan een ziekenhuis moet voldoen betreffende de bewaking van de transfusieketen, zoals het beschikken over een functionerende bloedtransfusiecommissie, een hemovigilantiefunctionaris, een hemovigilantiemedewerker en een opleidings- en bijscholingsplan voor alle Transfusiereacties kunnen op een aantal manieren worden ingedeeld Voor deze richtlijn is gekozen voor een oorzakelijke indeling, en wel in niet-infectieuze en infectieuze complicaties Daarnaast wordt ook een indeling in acute symptomen tijdens of binnen ## uur na de transfusie en niet-acute symptomen ## uur na de transfusie gehanteerd.
573
nvog
Haemolytic uraemic syndrome following bone marrow transplantation Case report and review of the literature <PERSOON> M et al Interventions for haemolytic uraemic syndrome and thrombotic thrombocytopenic purpura <PERSOON> complications of therapeutic plasma Bejamin RJ, Antin JH ABO incompatible bone marrow transplantation the transfusion of <PERSOON> of human plasma preparations for transfusion Transfus Med Rev Shanwell A, <PERSOON> O ea Posttransfusion mortality among recipients of ABO-compatible but non-identical plasma Vox Sang Na een algemene inleiding over bijwerkingen van transfusie van bloedproducten en de differentiaaldiagnostiek en behandeling van acute transfusiereacties (<DATUM> worden in dit hoofdstuk eerst niet-infectieuze complicaties (<DATUM> en vervolgens infectieuze complicaties De tijdige herkenning en behandeling van transfusiereacties en gerelateerde aandoeningen is zowel voor clinici, verpleegkundigen, het laboratorium als de bloedbank van groot belang (Andrzejewski ###) Dit rechtvaardigt een apart deel van deze richtlijn De eisen waaraan een ziekenhuis moet voldoen betreffende de bewaking van de transfusieketen, zoals het beschikken over een functionerende bloedtransfusiecommissie, een hemovigilantiefunctionaris, een hemovigilantiemedewerker en een opleidings- en bijscholingsplan voor alle Transfusiereacties kunnen op een aantal manieren worden ingedeeld Voor deze richtlijn is gekozen voor een oorzakelijke indeling, en wel in niet-infectieuze en infectieuze complicaties Daarnaast wordt ook een indeling in acute symptomen tijdens of binnen ## uur na de transfusie en niet-acute symptomen ## uur na de transfusie gehanteerd behalve die door bacteriële contaminatie, zijn niet-infectieus Acute reacties behoeven een acuut diagnostisch en zonodig therapeutisch beleid Om deze reden wordt hieronder eerst aandacht besteed aan de diagnostiek en behandeling van acute transfusiereacties Schema <DATUM> Differentiaaldiagnostiek en behandeling van acute transfusiereactie Overvulling uitsluiten op klinisch beeld Let op vochtbalans X-thorax op indicatie; indien overvulling/TACO (Transfusion Associated Circulatory Overload) ontwateren en bij goede respons langzame toediening van product Indien geen anafylactische reactie of overvulling, overweeg Transfusion bij sepsis als zodanig behandelen en antibiotica starten; overweeg hemolytische transfusiereactie (zie paragraaf <DATUM> ; alles negatief zie ( #°C stijging zonder koude rilling verklaarbaar door klinische conditie patiënt? (let op temperatuurcurve); heeft patiënt „nonsteroidal antiinflammatory drugs‟ (NSAID‟s) of andere koortswerende medicatie geven en bij daling temperatuur en goede conditie van de patiënt overwegen Indien geen anafylactische symptomen (zoals glottisoedeem, hypotensie, shock) overweeg toediening antihistaminicum Bij goede respons kan de Onderstaande aanbevelingen zijn gebaseerd op meningen van experts en internationale Een verpleegkundige moet na het starten van de transfusie van elke nieuwe eenheid de patiënt # à ## minuten observeren Aan het einde van deze periode dienen de vitale functies te worden geregistreerd Vastgelegd moet worden welke parameters met welke frequentie tijdens transfusie worden vervolgd (pols, temperatuur, tensie en transfusie te worden gestopt en in overleg met de behandelend arts dient de eenheid zo nodig te worden afgekoppeld Het infuussysteem dient in situ gelaten te worden Ook is snel en gericht onderzoek nodig door het bloedtransfusielaboratorium.
569
nvog
door bacteriële contaminatie, zijn niet-infectieus Acute reacties behoeven een acuut diagnostisch en zonodig therapeutisch beleid Om deze reden wordt hieronder eerst aandacht besteed aan de diagnostiek en behandeling van acute transfusiereacties Schema <DATUM> Differentiaaldiagnostiek en behandeling van acute transfusiereactie Overvulling uitsluiten op klinisch beeld Let op vochtbalans X-thorax op indicatie; indien overvulling/TACO (Transfusion Associated Circulatory Overload) ontwateren en bij goede respons langzame toediening van product Indien geen anafylactische reactie of overvulling, overweeg Transfusion bij sepsis als zodanig behandelen en antibiotica starten; overweeg hemolytische transfusiereactie (zie paragraaf <DATUM> ; alles negatief zie ( #°C stijging zonder koude rilling verklaarbaar door klinische conditie patiënt? (let op temperatuurcurve); heeft patiënt „nonsteroidal antiinflammatory drugs‟ (NSAID‟s) of andere koortswerende medicatie geven en bij daling temperatuur en goede conditie van de patiënt overwegen Indien geen anafylactische symptomen (zoals glottisoedeem, hypotensie, shock) overweeg toediening antihistaminicum Bij goede respons kan de Onderstaande aanbevelingen zijn gebaseerd op meningen van experts en internationale Een verpleegkundige moet na het starten van de transfusie van elke nieuwe eenheid de patiënt # à ## minuten observeren Aan het einde van deze periode dienen de vitale functies te worden geregistreerd Vastgelegd moet worden welke parameters met welke frequentie tijdens transfusie worden vervolgd (pols, temperatuur, tensie en transfusie te worden gestopt en in overleg met de behandelend arts dient de eenheid zo nodig te worden afgekoppeld Het infuussysteem dient in situ gelaten te worden Ook is snel en gericht onderzoek nodig door het bloedtransfusielaboratorium de behandelend arts worden ingeschakeld De behandelend arts wordt aanbevolen toelichting) of een aan de locale situatie aangepast eigen schema te hanteren Voor meer gedetailleerde aanbevelingen bij (verdenking op) specifieke reacties zie Indien wel anafylactische symptomen (zoals glottisoedeem, dyspnoe, hypotensie, #,#% NaCl) aanhangen en als anafylactische reactie behandelen antihistaminica, diagnostiek naar IgA deficiëntie Zie verder paragaaf <DATUM> # Alvorens de eenheid af te koppelen dient deze eerst afgesloten („gekocherd‟) te worden, om zodoende reflux van bloed van patiënt naar donoreenheid te voorkomen Indien het bloedproduct wordt afgekoppeld dient dit zo snel mogelijk aan het bemonstering dienen in het ziekenhuis aanwezig te zijn en te worden gevolgd Melding Transfusiereacties moeten allereerst gemeld worden aan de behandelend arts en het bloedtransfusielaboratorium Bij elke verdenking op een transfusiereactie of incident met mogelijke consequenties voor andere producten van deze donor(en) (bijvoorbeeld verdenking op bacterieel of viraal besmette eenheid, verdenking op Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI)) dient zo snel mogelijk contact van het ziekenhuis meldt alle reacties en incidenten aan het TRIP (Transfusie calamiteiten moeten ook aan de Inspectie voor de GezondheidsZorg (IGZ) worden gemeld Voor meldingen en definities van ernst, zie (WEBLINK) Het bloed voor compatibiliteitsonderzoek (ook wel kruisbloed genoemd) dient zeven dagen te worden bewaard bij maximaal # tot #°C ten behoeve van eventueel Systematisch onderwijs aan verpleegkundigen op het gebied van voorkomen, Ieder ziekenhuis dient behalve over een hemovigilantiefunctionaris ook over een hemovigilantiemedewerker is het scholen van alle personen die betrokken zijn bij het.
601
nvog
behandelend arts worden ingeschakeld De behandelend arts wordt aanbevolen toelichting) of een aan de locale situatie aangepast eigen schema te hanteren Voor meer gedetailleerde aanbevelingen bij (verdenking op) specifieke reacties zie Indien wel anafylactische symptomen (zoals glottisoedeem, dyspnoe, hypotensie, #,#% NaCl) aanhangen en als anafylactische reactie behandelen antihistaminica, diagnostiek naar IgA deficiëntie Zie verder paragaaf <DATUM> # Alvorens de eenheid af te koppelen dient deze eerst afgesloten („gekocherd‟) te worden, om zodoende reflux van bloed van patiënt naar donoreenheid te voorkomen Indien het bloedproduct wordt afgekoppeld dient dit zo snel mogelijk aan het bemonstering dienen in het ziekenhuis aanwezig te zijn en te worden gevolgd Melding Transfusiereacties moeten allereerst gemeld worden aan de behandelend arts en het bloedtransfusielaboratorium Bij elke verdenking op een transfusiereactie of incident met mogelijke consequenties voor andere producten van deze donor(en) (bijvoorbeeld verdenking op bacterieel of viraal besmette eenheid, verdenking op Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI)) dient zo snel mogelijk contact van het ziekenhuis meldt alle reacties en incidenten aan het TRIP (Transfusie calamiteiten moeten ook aan de Inspectie voor de GezondheidsZorg (IGZ) worden gemeld Voor meldingen en definities van ernst, zie (WEBLINK) Het bloed voor compatibiliteitsonderzoek (ook wel kruisbloed genoemd) dient zeven dagen te worden bewaard bij maximaal # tot #°C ten behoeve van eventueel Systematisch onderwijs aan verpleegkundigen op het gebied van voorkomen, Ieder ziekenhuis dient behalve over een hemovigilantiefunctionaris ook over een hemovigilantiemedewerker is het scholen van alle personen die betrokken zijn bij het houdbare) bloedproducten als bloedbesparende technieken dient te omvatten Ook de in <DATUM> geformuleerde aanbevelingen zijn grotendeels gebaseerd op level # evidence, dat wil zeggen expert opinions, internationale richtlijnen en handboeken Als er sterkere evidence dan van niveau # is, wordt dat in de tekst aangegeven Van een acute hemolytische transfusiereactie is sprake bij een verhoogde afbraak van erytrocyten optredend binnen enkele minuten na aanvang tot ## uur na afloop van een diastolisch, koorts/koude rilling, misselijkheid/braken, rugpijn, donkere of rode urine, geen of Een acute hemolytische transfusiereactie is meestal het gevolg van een transfusie met (een) ###, Mollison ###, Sazama ###, <LOCATIE> ###, SHOT ###) De kans op het optreden van een fatale reactie is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid getransfundeerd bloed, de klinische toestand van de patiënt en de tijd verlopen tussen de start van de transfusie en de start van de behandeling (Rudmann ###, Sazama ###, SHOT ###) Ook incompatibele eenheden plasma en trombocytenconcentraten kunnen door antistoffen hemolyse geven en in zeldzame gevallen een acute hemolytische transfusiereactie Antistoffen tegen ABO-antigenen (zowel van het IgM als van het IgG type) zijn in staat zeer efficiënt het complementsysteem te activeren en daarmee een ernstige hemolyse te Ook andere antistoffen kunnen een acute hemolytische transfusiereactie veroorzaken Door activatie van het complementsysteem komen anafylatoxinen (C#a, C#a, C#a), serotonine en histamine vrij, die vervolgens een deel van de klinische verschijnselen waarmee een acute hemolytische transfusiereactie gepaard gaat, veroorzaken Via verschillende mechanismen wordt de stollingscascade geactiveerd en ontstaat diffuse intravasale stolling.
625
nvog
bloedproducten als bloedbesparende technieken dient te omvatten Ook de in <DATUM> geformuleerde aanbevelingen zijn grotendeels gebaseerd op level # evidence, dat wil zeggen expert opinions, internationale richtlijnen en handboeken Als er sterkere evidence dan van niveau # is, wordt dat in de tekst aangegeven Van een acute hemolytische transfusiereactie is sprake bij een verhoogde afbraak van erytrocyten optredend binnen enkele minuten na aanvang tot ## uur na afloop van een diastolisch, koorts/koude rilling, misselijkheid/braken, rugpijn, donkere of rode urine, geen of Een acute hemolytische transfusiereactie is meestal het gevolg van een transfusie met (een) ###, Mollison ###, Sazama ###, <LOCATIE> ###, SHOT ###) De kans op het optreden van een fatale reactie is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid getransfundeerd bloed, de klinische toestand van de patiënt en de tijd verlopen tussen de start van de transfusie en de start van de behandeling (Rudmann ###, Sazama ###, SHOT ###) Ook incompatibele eenheden plasma en trombocytenconcentraten kunnen door antistoffen hemolyse geven en in zeldzame gevallen een acute hemolytische transfusiereactie Antistoffen tegen ABO-antigenen (zowel van het IgM als van het IgG type) zijn in staat zeer efficiënt het complementsysteem te activeren en daarmee een ernstige hemolyse te Ook andere antistoffen kunnen een acute hemolytische transfusiereactie veroorzaken Door activatie van het complementsysteem komen anafylatoxinen (C#a, C#a, C#a), serotonine en histamine vrij, die vervolgens een deel van de klinische verschijnselen waarmee een acute hemolytische transfusiereactie gepaard gaat, veroorzaken Via verschillende mechanismen wordt de stollingscascade geactiveerd en ontstaat diffuse intravasale stolling nierfunctiestoornis wordt voornamelijk veroorzaakt door renale ischaemie (Rudmann ###, De acute hemolytische transfusiereactie is gelukkig zeldzaam, maar de ware incidentie is moeilijk vast te stellen door onderrapportage, tevens kan de diagnose gemist worden wordt een incidentie van # per #<DATUM> toegediende bloedproducten gevonden (TRIPrapporten) De klinische verschijnselen van een acute hemolytische transfusiereactie kunnen al optreden na transfusie met een minimale hoeveelheid incompatibel bloed, de meest ernstige worden echter doorgaans na transfusie van grotere hoeveelheden () ### mL) gezien De meest frequente verschijnselen zijn koorts en koude rillingen, maar soms begint deze transfusiereactie met een gevoel van algemene malaise en rugpijn Daarnaast kunnen dyspnoe, een licht gevoel in het hoofd, pijn op de infusieplaats of pijn op de borst en misselijkheid optreden Soms is hemoglobinurie het eerste verschijnsel In de meest ernstige gevallen ontstaan hypotensie en shock, acute nierinsufficiëntie met anurie en een (sterk) verhoogde bloedingsneiging door diffuse intravasale stolling Bij bewusteloze patiënten of patiënten onder narcose kan een verhoogde bloedingsneiging het eerste (of enige) Differentiaal diagnostisch dient gedacht te worden aan auto-immuun hemolytische anemie, eenheid erytrocyten), de infusie van hypotone vloeistoffen, hemolytische anemie door Het snel, binnen enkele minuten tot uren, na het starten van een transfusie van een bloedproduct optreden van verschijnselen zoals koorts, koude rillingen, flushing, hypotensie en/of dyspnoe, kan wijzen op een acute Acute hemolytische transfusiereacties zijn zeldzaam maar kunnen zeer ernstig verlopen en zijn veelal het gevolg van administratieve fouten in de transfusieprocedure De kans op het optreden van een fatale reactie is.
622
nvog
wordt voornamelijk veroorzaakt door renale ischaemie (Rudmann ###, De acute hemolytische transfusiereactie is gelukkig zeldzaam, maar de ware incidentie is moeilijk vast te stellen door onderrapportage, tevens kan de diagnose gemist worden wordt een incidentie van # per #<DATUM> toegediende bloedproducten gevonden (TRIPrapporten) De klinische verschijnselen van een acute hemolytische transfusiereactie kunnen al optreden na transfusie met een minimale hoeveelheid incompatibel bloed, de meest ernstige worden echter doorgaans na transfusie van grotere hoeveelheden () ### mL) gezien De meest frequente verschijnselen zijn koorts en koude rillingen, maar soms begint deze transfusiereactie met een gevoel van algemene malaise en rugpijn Daarnaast kunnen dyspnoe, een licht gevoel in het hoofd, pijn op de infusieplaats of pijn op de borst en misselijkheid optreden Soms is hemoglobinurie het eerste verschijnsel In de meest ernstige gevallen ontstaan hypotensie en shock, acute nierinsufficiëntie met anurie en een (sterk) verhoogde bloedingsneiging door diffuse intravasale stolling Bij bewusteloze patiënten of patiënten onder narcose kan een verhoogde bloedingsneiging het eerste (of enige) Differentiaal diagnostisch dient gedacht te worden aan auto-immuun hemolytische anemie, eenheid erytrocyten), de infusie van hypotone vloeistoffen, hemolytische anemie door Het snel, binnen enkele minuten tot uren, na het starten van een transfusie van een bloedproduct optreden van verschijnselen zoals koorts, koude rillingen, flushing, hypotensie en/of dyspnoe, kan wijzen op een acute Acute hemolytische transfusiereacties zijn zeldzaam maar kunnen zeer ernstig verlopen en zijn veelal het gevolg van administratieve fouten in de transfusieprocedure De kans op het optreden van een fatale reactie is klinische toestand van de patiënt en de tijd verlopen tussen de start van de Behandeling van een acute transfusiereactie bestaat uit het direct staken van de transfusie, handhaven van een adequate nierfunctie en bestrijding Bij (verdenking op) een acute hemolytische transfusiereactie dient de transfusie onmiddellijk gestaakt en de eenheid afgekoppeld te worden, bloed worden afgenomen De behandeling van een acute hemolytische transfusiereactie begint met maatregelen - Bij shock dienen inotropica overwogen te worden - De verdere behandeling is symptomatisch met speciale aandacht voor eventuele - Er is geen plaats voor het toedienen van corticosteroïden Het restant van het betreffende bloedproduct dient direct naar het Bij verdenking op foutieve vermeldingen op het etiket van het geleverde bloedproduct dient met spoed contact te worden opgenomen met Sanquin Bloedvoorziening Afhankelijk van de aard van de transfusiereactie zal conform het geldend ziekenhuisprotocol melding worden gedaan aan TRIP / Sanquin Bloedvoorziening / Van een uitgestelde (of vertraagde) hemolytische transfusiereactie wordt gesproken indien er sprake is van verhoogde afbraak van erytrocyten optredend langer dan ## uur na een transfusie tot maximaal ## dagen erna Verschijnselen zoals onverklaarde Hb daling, donkere urine, koorts/koude rillingen en icterus zijn kenmerkend voor een uitgestelde Door transfusie van bloedproducten, zowel erytrocyten als trombocyten, kunnen antistoffen tegen antigenen op getransfundeerde erytrocyten worden gevormd Na transfusie van erytrocyten ontwikkelt #,#% van de ontvangers klinisch relevante antistoffen gericht tegen loop van de tijd zodanig zwakker worden dat ze niet meer aantoonbaar zijn Wanneer er dan erytrocyten worden toegediend die het betreffende antigeen bezitten, zullen de antistoffen.
581
nvog
van de patiënt en de tijd verlopen tussen de start van de Behandeling van een acute transfusiereactie bestaat uit het direct staken van de transfusie, handhaven van een adequate nierfunctie en bestrijding Bij (verdenking op) een acute hemolytische transfusiereactie dient de transfusie onmiddellijk gestaakt en de eenheid afgekoppeld te worden, bloed worden afgenomen De behandeling van een acute hemolytische transfusiereactie begint met maatregelen - Bij shock dienen inotropica overwogen te worden - De verdere behandeling is symptomatisch met speciale aandacht voor eventuele - Er is geen plaats voor het toedienen van corticosteroïden Het restant van het betreffende bloedproduct dient direct naar het Bij verdenking op foutieve vermeldingen op het etiket van het geleverde bloedproduct dient met spoed contact te worden opgenomen met Sanquin Bloedvoorziening Afhankelijk van de aard van de transfusiereactie zal conform het geldend ziekenhuisprotocol melding worden gedaan aan TRIP / Sanquin Bloedvoorziening / Van een uitgestelde (of vertraagde) hemolytische transfusiereactie wordt gesproken indien er sprake is van verhoogde afbraak van erytrocyten optredend langer dan ## uur na een transfusie tot maximaal ## dagen erna Verschijnselen zoals onverklaarde Hb daling, donkere urine, koorts/koude rillingen en icterus zijn kenmerkend voor een uitgestelde Door transfusie van bloedproducten, zowel erytrocyten als trombocyten, kunnen antistoffen tegen antigenen op getransfundeerde erytrocyten worden gevormd Na transfusie van erytrocyten ontwikkelt #,#% van de ontvangers klinisch relevante antistoffen gericht tegen loop van de tijd zodanig zwakker worden dat ze niet meer aantoonbaar zijn Wanneer er dan erytrocyten worden toegediend die het betreffende antigeen bezitten, zullen de antistoffen worden gevormd (geboosterd) waardoor de getransfundeerde erytrocyten alsnog worden afgebroken Een bekend voorbeeld zijn Kidd antistoffen Dit kan zich uiten in het optreden van klinische verschijnselen als koorts, koude rilling, hemoglobinurie en een daling van het Hb bij afwijkende hemolyse parameters (LDH) en ongeconjugeerde bilirubine stijging, haptoglobine daling (Issit ###) Daarom dient er met klinisch belangrijke allo-antistoffen tegen erytrocyten die zijn vastgesteld rekening te worden gehouden bij alle verdere transfusies gedurende het gehele leven van de ontvanger Dit geldt ook als de antistoffen niet meer aantoonbaar zijn vanwege het risico op een uitgestelde hemolytische transfusiereactie door boostering van de antistoffen Bij het aantonen van klinische relevante antistoffen verdient het aanbeveling de patiënt en/of de laboratoriumhistorie te controleren op het optreden van een eventuele uitgestelde hemolytische transfusiereactie De vorming van antistoffen tegen erytrocyten is een frequente complicatie Patiënten die IgG-allo-antistoffen tegen erytrocyten hebben, die niet meer aantoonbaar zijn, kunnen na transfusie met erytrocyten met het Zowel bij het aanvragen van een bloedtransfusie als bij de diagnostiek van onbegrepen voorgeschiedenis van de patiënt van groot belang Deze informatie dient gedurende het gehele leven van de patiënt direct toegankelijk te zijn Het landelijk registratiesysteem TRIX database, waarin bevestigde irregulaire antistoffen (zie <DATUM> #) geregistreerd kunnen worden Het is van groot belang dat alle ziekenhuizen aangesloten zijn op dit systeem, bijdragen aan de registratie en dit register voor transfusie raadplegen Hoewel een transfusiekaart, die aan de patiënt wordt uitgereikt indien er sprake is van irregulaire antistoffen een hulpmiddel is,.
570
nvog
(geboosterd) waardoor de getransfundeerde erytrocyten alsnog worden afgebroken Een bekend voorbeeld zijn Kidd antistoffen Dit kan zich uiten in het optreden van klinische verschijnselen als koorts, koude rilling, hemoglobinurie en een daling van het Hb bij afwijkende hemolyse parameters (LDH) en ongeconjugeerde bilirubine stijging, haptoglobine daling (Issit ###) Daarom dient er met klinisch belangrijke allo-antistoffen tegen erytrocyten die zijn vastgesteld rekening te worden gehouden bij alle verdere transfusies gedurende het gehele leven van de ontvanger Dit geldt ook als de antistoffen niet meer aantoonbaar zijn vanwege het risico op een uitgestelde hemolytische transfusiereactie door boostering van de antistoffen Bij het aantonen van klinische relevante antistoffen verdient het aanbeveling de patiënt en/of de laboratoriumhistorie te controleren op het optreden van een eventuele uitgestelde hemolytische transfusiereactie De vorming van antistoffen tegen erytrocyten is een frequente complicatie Patiënten die IgG-allo-antistoffen tegen erytrocyten hebben, die niet meer aantoonbaar zijn, kunnen na transfusie met erytrocyten met het Zowel bij het aanvragen van een bloedtransfusie als bij de diagnostiek van onbegrepen voorgeschiedenis van de patiënt van groot belang Deze informatie dient gedurende het gehele leven van de patiënt direct toegankelijk te zijn Het landelijk registratiesysteem TRIX database, waarin bevestigde irregulaire antistoffen (zie <DATUM> #) geregistreerd kunnen worden Het is van groot belang dat alle ziekenhuizen aangesloten zijn op dit systeem, bijdragen aan de registratie en dit register voor transfusie raadplegen Hoewel een transfusiekaart, die aan de patiënt wordt uitgereikt indien er sprake is van irregulaire antistoffen een hulpmiddel is, Gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van erytrocytenantistoffen dienen in van de patiënt alsmede TRIX (Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X(kruis)proefproblemen) geraadpleegd te worden (zie <DATUM> #) Irregulaire erytrocyten antistoffen dienen te worden geregistreerd in TRIX Indien na recente transfusie klinisch relevante antistoffen worden aangetoond, verdient het aanbeveling om de patiënt en/of de laboratoriumhistorie te controleren Van een anafylactische transfusiereactie wordt gesproken indien er sprake is van een snel verlopende allergische reactie welke optreedt binnen enkele seconden na start tot kort na afloop van transfusie en die gekenmerkt wordt door systemische (respiratoire, cardiovasculaire of gastro-intestinale) verschijnselen Verschijnselen die zich daarbij kunnen diastolisch, misselijkheid/braken, diarree, rugpijn Indien zich bij een allergische reactie alleen jeuk en/of huidverschijnselen (urticaria) voordoen, spreken we van een “andere Binnen enkele seconden tot minuten na de start van transfusie kan een potentieel ernstige reactie optreden, waarbij behalve eventueel aanwezige allergische huidverschijnselen (jeuk, urticaria) tevens sprake is van systemische verschijnselen zoals luchtwegobstructie (glottisoedeem, bronchospasme, cyanose), circulatoire collaps (bloeddrukdaling, tachycardie, aritmie, shock en bewustzijnsverlies), of gastro-intestinale verschijnselen (misselijkheid, braken, diarree) Oorzaken van een dergelijke anafylactische transfusiereactie kunnen zijn preëxistente antistoffen tegen serumeiwitten zoals IgA, albumine, haptoglobine, alfa-#antitrypsine, transferrine, C#, C# of allergenen in het donorbloed waartegen de ontvanger in het verleden is gesensibiliseerd zoals medicijnen (penicilline, Aspirine), voedingsbestanddelen, middelen die gebruikt worden bij de productie en sterilisatie van bloedafname- en bloedtoedieningssystemen (formaldehyde, ethyleenoxide) In zeldzame gevallen kan passieve overdracht van IgE-antistoffen van de donor naar de ontvanger optreden.
603
nvog
met betrekking tot de aanwezigheid van erytrocytenantistoffen dienen in van de patiënt alsmede TRIX (Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X(kruis)proefproblemen) geraadpleegd te worden (zie <DATUM> #) Irregulaire erytrocyten antistoffen dienen te worden geregistreerd in TRIX Indien na recente transfusie klinisch relevante antistoffen worden aangetoond, verdient het aanbeveling om de patiënt en/of de laboratoriumhistorie te controleren Van een anafylactische transfusiereactie wordt gesproken indien er sprake is van een snel verlopende allergische reactie welke optreedt binnen enkele seconden na start tot kort na afloop van transfusie en die gekenmerkt wordt door systemische (respiratoire, cardiovasculaire of gastro-intestinale) verschijnselen Verschijnselen die zich daarbij kunnen diastolisch, misselijkheid/braken, diarree, rugpijn Indien zich bij een allergische reactie alleen jeuk en/of huidverschijnselen (urticaria) voordoen, spreken we van een “andere Binnen enkele seconden tot minuten na de start van transfusie kan een potentieel ernstige reactie optreden, waarbij behalve eventueel aanwezige allergische huidverschijnselen (jeuk, urticaria) tevens sprake is van systemische verschijnselen zoals luchtwegobstructie (glottisoedeem, bronchospasme, cyanose), circulatoire collaps (bloeddrukdaling, tachycardie, aritmie, shock en bewustzijnsverlies), of gastro-intestinale verschijnselen (misselijkheid, braken, diarree) Oorzaken van een dergelijke anafylactische transfusiereactie kunnen zijn preëxistente antistoffen tegen serumeiwitten zoals IgA, albumine, haptoglobine, alfa-#antitrypsine, transferrine, C#, C# of allergenen in het donorbloed waartegen de ontvanger in het verleden is gesensibiliseerd zoals medicijnen (penicilline, Aspirine), voedingsbestanddelen, middelen die gebruikt worden bij de productie en sterilisatie van bloedafname- en bloedtoedieningssystemen (formaldehyde, ethyleenoxide) In zeldzame gevallen kan passieve overdracht van IgE-antistoffen van de donor naar de ontvanger optreden grondslag en in de praktijk wordt meestal geen oorzaak vastgesteld (Vamvakas ###, Anafylactische transfusiereacties zijn een belangrijke oorzaak van transfusie gerelateerde morbiditeit Jaarlijks worden ongeveer ## anafylactische reacties van ernstgraad # (zie definities zoals gebruikt door TRIP op (WEBLINK)) of hoger aan TRIP gemeld (globaal # ## ### bloedproducten) (TRIP rapport ###) Zij worden bij alle typen bloedproduct gemeld, maar komen relatief vaker voor bij toediening van trombocyten of plasma (TRIP Anafylactische transfusiereacties kunnen ontstaan door preëxistente anti-IgA antistoffen (zowel IgE- als IgG) bij een ontvanger met IgA deficiëntie ((#,## mg/dL) of door preëxistent subklasse- of allotype-specifiek anti-IgA bij een ontvanger met een normale IgA titer (Vamvakas, Sandler) IgA deficiëntie komt voor bij # op de ### - ### Kaukasiërs (Yuan) Niet elk individu die IgA deficiënt is, heeft antistoffen en zelfs in de aanwezigheid van antiIgA zal niet altijd een anafylactische transfusiereactie optreden Tot ##% van de anafylactische transfusiereacties zou te wijten zijn aan anti-IgA Anti-IgA is echter tot ### zelden aangetoond als oorzaak van (aan TRIP) gemelde anafylactische transfusiereacties (Gilstad ###, TRIP rapporten ###-###, Sandler ###) Na een ernstige anafylactische transfusiereactie dient onderzoek naar anti-IgA te worden verricht en indien dit positief uitvalt, kunnen gewassen bloedproducten worden toegediend bij toekomstige transfusies Bij behoefte aan transfusie met trombocyten of plasma kan gebruik van producten afkomstig van IgA deficiënte donoren overwogen worden (Sandler ###, Council of Europe ###) Haptoglobine deficiëntie met anti-haptoglobine van IgG en IgE specificiteit werd gevonden bij #% van Japanse patiënten, die werden onderzocht na een anafylactische transfusiereactie.
684
nvog
oorzaak vastgesteld (Vamvakas ###, Anafylactische transfusiereacties zijn een belangrijke oorzaak van transfusie gerelateerde morbiditeit Jaarlijks worden ongeveer ## anafylactische reacties van ernstgraad # (zie definities zoals gebruikt door TRIP op (WEBLINK)) of hoger aan TRIP gemeld (globaal # ## ### bloedproducten) (TRIP rapport ###) Zij worden bij alle typen bloedproduct gemeld, maar komen relatief vaker voor bij toediening van trombocyten of plasma (TRIP Anafylactische transfusiereacties kunnen ontstaan door preëxistente anti-IgA antistoffen (zowel IgE- als IgG) bij een ontvanger met IgA deficiëntie ((#,## mg/dL) of door preëxistent subklasse- of allotype-specifiek anti-IgA bij een ontvanger met een normale IgA titer (Vamvakas, Sandler) IgA deficiëntie komt voor bij # op de ### - ### Kaukasiërs (Yuan) Niet elk individu die IgA deficiënt is, heeft antistoffen en zelfs in de aanwezigheid van antiIgA zal niet altijd een anafylactische transfusiereactie optreden Tot ##% van de anafylactische transfusiereacties zou te wijten zijn aan anti-IgA Anti-IgA is echter tot ### zelden aangetoond als oorzaak van (aan TRIP) gemelde anafylactische transfusiereacties (Gilstad ###, TRIP rapporten ###-###, Sandler ###) Na een ernstige anafylactische transfusiereactie dient onderzoek naar anti-IgA te worden verricht en indien dit positief uitvalt, kunnen gewassen bloedproducten worden toegediend bij toekomstige transfusies Bij behoefte aan transfusie met trombocyten of plasma kan gebruik van producten afkomstig van IgA deficiënte donoren overwogen worden (Sandler ###, Council of Europe ###) Haptoglobine deficiëntie met anti-haptoglobine van IgG en IgE specificiteit werd gevonden bij #% van Japanse patiënten, die werden onderzocht na een anafylactische transfusiereactie Slechts in een minderheid van anafylactische transfusiereacties wordt een oorzaak vastgesteld Antistoffen tegen IgA zijn de meest frequent gemeld, maar komen relatief vaker voor bij toediening van trombocyten of werd gevonden bij #% van Japanse patiënten die werden onderzocht na een anafylactische transfusiereactie Er zijn ook zeldzame gevallen van gestaakt te worden (zie schema <DATUM> en behandeling te worden ingesteld Deficiëntie van IgA en aanwezigheid van anti-IgA en anti-IgA subklasse dient overwogen te Alleen bij bewezen anafylactische reacties ten gevolge van antistoffen tegen IgA of bij aangetoonde IgA deficiëntie ((#,## mg/dL (= #,# mg/L)) dient in het vervolg gebruik te worden gemaakt van een vijf keer gewassen erytrocytenconcentraat Bij bewezen anafylactische reacties ten gevolge van antistoffen tegen IgA of bij bij trombocytentransfusie en bij transfusie van vers ingevroren plasma gebruik te Indien bij herhaling ernstige anafylactische reacties op erytrocytenconcentraten optreden die niet door een IgA deficiëntie of anti-IgA verklaard kunnen worden, dient overwogen te worden in het vervolg twee keer gewassen erytrocytenconcentraten Bij het binnen enkele minuten tijdens transfusie tot enkele uren daarna ontstaan van allergische verschijnselen die zich beperken tot de huid, zoals jeuk, roodheid en urticaria, dient een andere (dat wil zeggen niet-anafylactische) allergische transfusiereactie te worden overwogen Bij een dergelijke andere reactie is er geen sprake van respiratoire, cardiovasculaire of gastro-intestinale verschijnselen Binnen enkele minuten tot uren na transfusie kunnen allergische huidverschijnselen optreden zoals jeuk, roodheid en urticaria, zonder dat er sprake is van systemische circulatoire collaps (bloeddrukdaling, tachycardie, aritmie, shock en bewustzijnsverlies), of.
660
nvog
minderheid van anafylactische transfusiereacties wordt een oorzaak vastgesteld Antistoffen tegen IgA zijn de meest frequent gemeld, maar komen relatief vaker voor bij toediening van trombocyten of werd gevonden bij #% van Japanse patiënten die werden onderzocht na een anafylactische transfusiereactie Er zijn ook zeldzame gevallen van gestaakt te worden (zie schema <DATUM> en behandeling te worden ingesteld Deficiëntie van IgA en aanwezigheid van anti-IgA en anti-IgA subklasse dient overwogen te Alleen bij bewezen anafylactische reacties ten gevolge van antistoffen tegen IgA of bij aangetoonde IgA deficiëntie ((#,## mg/dL (= #,# mg/L)) dient in het vervolg gebruik te worden gemaakt van een vijf keer gewassen erytrocytenconcentraat Bij bewezen anafylactische reacties ten gevolge van antistoffen tegen IgA of bij bij trombocytentransfusie en bij transfusie van vers ingevroren plasma gebruik te Indien bij herhaling ernstige anafylactische reacties op erytrocytenconcentraten optreden die niet door een IgA deficiëntie of anti-IgA verklaard kunnen worden, dient overwogen te worden in het vervolg twee keer gewassen erytrocytenconcentraten Bij het binnen enkele minuten tijdens transfusie tot enkele uren daarna ontstaan van allergische verschijnselen die zich beperken tot de huid, zoals jeuk, roodheid en urticaria, dient een andere (dat wil zeggen niet-anafylactische) allergische transfusiereactie te worden overwogen Bij een dergelijke andere reactie is er geen sprake van respiratoire, cardiovasculaire of gastro-intestinale verschijnselen Binnen enkele minuten tot uren na transfusie kunnen allergische huidverschijnselen optreden zoals jeuk, roodheid en urticaria, zonder dat er sprake is van systemische circulatoire collaps (bloeddrukdaling, tachycardie, aritmie, shock en bewustzijnsverlies), of een allergeen en reeds gevormd IgE, maar in de praktijk wordt hier geen onderzoek naar gedaan Ook kunnen cytokines afkomstig van trombocyten van de donor aanleiding zijn tot Urticariële reacties kunnen (afhankelijk van de wijze van registratie) bij ongeveer <DATUM> worden ongeveer ### „andere allergische reacties‟ aan TRIP gemeld dit is overall # ### geleverde kort houdbare bloedproducten De frequentie is hoger bij trombocytenconcentraten (globaal <DATUM> dan bij plasma (<DATUM> en erytrocytenconcentraten Door verwijdering van leukocyten voorafgaand aan de opslag van trombocytenconcentraat wordt de frequentie van allergische reacties niet verminderd Evenmin lijkt de bewaarduur van trombocyten van invloed te zijn op de kans op allergische transfusiereacties (Kluter ###, Uhlmann ###, Patterson ###, Sarkodee-Adoo ###, Kerkhoffs ###) Het gebruik van trombocytenconcentraten waarin ##% van het plasma vervangen is door trombocyenbewaarvloeistof (PAS) lijkt te leiden tot vermindering van allergische interactie tussen een allergeen en reeds gevormd IgE, maar in de praktijk wordt hier geen onderzoek naar gedaan Ook kunnen cytokines afkomstig van trombocyten van de donor aanleiding zijn tot dergelijke reacties Urticariële reacties kunnen (afhankelijk van de wijze van registratie) bij Door verwijdering van leukocyten voor opslag wordt de frequentie van allergische reacties niet verminderd Evenmin lijkt de bewaarduur van trombocyten van invloed te zijn op de kans op allergische Kluter ###, Uhlmann ###, Patterson ###, Sarkodee-Adoo ###, Het gebruik van trombocytenconcentraten, waarin ##% van het plasma In de meeste internationale richtlijnen wordt op basis van expert opinion (bewijsniveau #) aanbevolen om bij een andere, dat wil zeggen milde en niet-anafylactische, allergische.
640
nvog
maar in de praktijk wordt hier geen onderzoek naar gedaan Ook kunnen cytokines afkomstig van trombocyten van de donor aanleiding zijn tot Urticariële reacties kunnen (afhankelijk van de wijze van registratie) bij ongeveer <DATUM> worden ongeveer ### „andere allergische reacties‟ aan TRIP gemeld dit is overall # ### geleverde kort houdbare bloedproducten De frequentie is hoger bij trombocytenconcentraten (globaal <DATUM> dan bij plasma (<DATUM> en erytrocytenconcentraten Door verwijdering van leukocyten voorafgaand aan de opslag van trombocytenconcentraat wordt de frequentie van allergische reacties niet verminderd Evenmin lijkt de bewaarduur van trombocyten van invloed te zijn op de kans op allergische transfusiereacties (Kluter ###, Uhlmann ###, Patterson ###, Sarkodee-Adoo ###, Kerkhoffs ###) Het gebruik van trombocytenconcentraten waarin ##% van het plasma vervangen is door trombocyenbewaarvloeistof (PAS) lijkt te leiden tot vermindering van allergische interactie tussen een allergeen en reeds gevormd IgE, maar in de praktijk wordt hier geen onderzoek naar gedaan Ook kunnen cytokines afkomstig van trombocyten van de donor aanleiding zijn tot dergelijke reacties Urticariële reacties kunnen (afhankelijk van de wijze van registratie) bij Door verwijdering van leukocyten voor opslag wordt de frequentie van allergische reacties niet verminderd Evenmin lijkt de bewaarduur van trombocyten van invloed te zijn op de kans op allergische Kluter ###, Uhlmann ###, Patterson ###, Sarkodee-Adoo ###, Het gebruik van trombocytenconcentraten, waarin ##% van het plasma In de meeste internationale richtlijnen wordt op basis van expert opinion (bewijsniveau #) aanbevolen om bij een andere, dat wil zeggen milde en niet-anafylactische, allergische Na een (of na een tweede) allergische reactie kan bij toekomstige Er zijn zeldzame gevallen van clusters van allergische reacties waargenomen, geassocieerd met bepaalde materialen voor het bewerken van donorbloed Het zogenoemde „red eye syndrome‟ ging gepaard met allergische verschijnselen en conjunctivitis bij ontvangers van erytrocyten die waren behandeld met een bepaald filter ter verwijdering van leukocyten (Centers for disease control and prevention ###) Het is van belang dat tijdig een relevant patroon herkenbaar wordt door de signalering van dit soort transfusiereacties Aanbevolen wordt om bij een andere (dat wil zeggen milde en niet-anafylactische) Na één (of meerdere) andere (dat wil zeggen milde en niet-anafylactische) allergische transfusiereactie kan bij toekomstige transfusies een antihistaminicum als Voor patiënten met andere (dat wil zeggen milde en niet-anafylactische) allergische transfusie reacties hoeven de toe te dienen bloedproducten geen extra bewerkingsstappen, zoals wassen, te ondergaan Van een niet-hemolytische (ook wel febriele genoemd) transfusiereactie (NHTR is sprake bij een temperatuurstijging ≥ #oC met of zonder koude rilling( KR) tijdens of in de eerste twee uur na transfusie met normalisering van de temperatuur binnen ## uur na transfusie of een KR binnen dezelfde tijdsperiode Bij een niet-hemolytische transfusiereactie zijn er verder geen relevante klachten/symptomen en zijn er geen aanwijzingen voor hemolyse, een Van een milde niet-hemolytische koortsreactie is sprake bij een temperatuurverhoging ) #oC (( #oC) tijdens of in de eerste twee uur na transfusie, met normalisering van de temperatuur binnen ## uur na transfusie Ook bij een milde niet-hemolytische koortsreactie zijn er verder.
645
nvog
Na een (of na een tweede) allergische reactie kan bij toekomstige Er zijn zeldzame gevallen van clusters van allergische reacties waargenomen, geassocieerd met bepaalde materialen voor het bewerken van donorbloed Het zogenoemde „red eye syndrome‟ ging gepaard met allergische verschijnselen en conjunctivitis bij ontvangers van erytrocyten die waren behandeld met een bepaald filter ter verwijdering van leukocyten (Centers for disease control and prevention ###) Het is van belang dat tijdig een relevant patroon herkenbaar wordt door de signalering van dit soort transfusiereacties Aanbevolen wordt om bij een andere (dat wil zeggen milde en niet-anafylactische) Na één (of meerdere) andere (dat wil zeggen milde en niet-anafylactische) allergische transfusiereactie kan bij toekomstige transfusies een antihistaminicum als Voor patiënten met andere (dat wil zeggen milde en niet-anafylactische) allergische transfusie reacties hoeven de toe te dienen bloedproducten geen extra bewerkingsstappen, zoals wassen, te ondergaan Van een niet-hemolytische (ook wel febriele genoemd) transfusiereactie (NHTR is sprake bij een temperatuurstijging ≥ #oC met of zonder koude rilling( KR) tijdens of in de eerste twee uur na transfusie met normalisering van de temperatuur binnen ## uur na transfusie of een KR binnen dezelfde tijdsperiode Bij een niet-hemolytische transfusiereactie zijn er verder geen relevante klachten/symptomen en zijn er geen aanwijzingen voor hemolyse, een Van een milde niet-hemolytische koortsreactie is sprake bij een temperatuurverhoging ) #oC (( #oC) tijdens of in de eerste twee uur na transfusie, met normalisering van de temperatuur binnen ## uur na transfusie Ook bij een milde niet-hemolytische koortsreactie zijn er verder algemeen ziekenhuis tot meer dan ##% bij patiënten in een academisch ziekenhuis of een <INSTELLING> waar hemato-oncologische patiënten behandeld worden (Williamson ###) Bij TRIP werd in ### een frequentie van ongeveer één per # ### toegediende bloedproducten gerapporteerd (TRIP rapport ###) NHTR komen vaker voor na transfusie van trombocyten dan na transfusie van erytrocyten (Heddle ###, ###, ###) Een NHTR of milde niet-hemolytische koortsreactie kan veroorzaakt worden door stapeling van pyrogene stoffen tijdens opslag van het bloedproduct Bij het bewaren van bloedproducten kunnen uit leukocyten pyrogene stoffen vrijkomen, die oplossen in het bloedplasma Overigens vermindert leukoreductie wel het ontstaan van NHTR maar deze reacties kunnen zeker ook optreden na het toedienen van Koorts of KR kan ook het eerste verschijnsel zijn van - met name - een hemolytische transfusiereactie of posttransfusie bacteriëmie ten gevolge van een bacterieel gecontamineerd bloedproduct Een Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) kan ook met koorts gepaard gaan, evenals een allergische reactie Bij de beoordeling van de oorzaak van een temperatuurstijging bij bloedtransfusie dient gelet te worden op de gehele klinische conditie Meestal wordt geen specifieke oorzaak voor de NHTR vastgesteld en verdwijnen de verschijnselen binnen ## uur Koortswerende medicatie (paracetamol, NSAID) kan worden Voor het standaard toedienen van premedicatie ter preventie van koortsreacties bestaat geen goede onderbouwing (Heddle ###, Kennedy ###) Een kleine gerandomiseerde, dubbelblinde studie van ### hematologische en oncologische patiënten die met (totaal) getransfundeerd werden, liet bij gebruik van premedicatie met ### mg paracetamol en.
633
nvog
meer dan ##% bij patiënten in een academisch ziekenhuis of een <INSTELLING> waar hemato-oncologische patiënten behandeld worden (Williamson ###) Bij TRIP werd in ### een frequentie van ongeveer één per # ### toegediende bloedproducten gerapporteerd (TRIP rapport ###) NHTR komen vaker voor na transfusie van trombocyten dan na transfusie van erytrocyten (Heddle ###, ###, ###) Een NHTR of milde niet-hemolytische koortsreactie kan veroorzaakt worden door stapeling van pyrogene stoffen tijdens opslag van het bloedproduct Bij het bewaren van bloedproducten kunnen uit leukocyten pyrogene stoffen vrijkomen, die oplossen in het bloedplasma Overigens vermindert leukoreductie wel het ontstaan van NHTR maar deze reacties kunnen zeker ook optreden na het toedienen van Koorts of KR kan ook het eerste verschijnsel zijn van - met name - een hemolytische transfusiereactie of posttransfusie bacteriëmie ten gevolge van een bacterieel gecontamineerd bloedproduct Een Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) kan ook met koorts gepaard gaan, evenals een allergische reactie Bij de beoordeling van de oorzaak van een temperatuurstijging bij bloedtransfusie dient gelet te worden op de gehele klinische conditie Meestal wordt geen specifieke oorzaak voor de NHTR vastgesteld en verdwijnen de verschijnselen binnen ## uur Koortswerende medicatie (paracetamol, NSAID) kan worden Voor het standaard toedienen van premedicatie ter preventie van koortsreacties bestaat geen goede onderbouwing (Heddle ###, Kennedy ###) Een kleine gerandomiseerde, dubbelblinde studie van ### hematologische en oncologische patiënten die met (totaal) getransfundeerd werden, liet bij gebruik van premedicatie met ### mg paracetamol en (#,##% versus #,##% bij placebo), maar wel een lichte afname van het aantal koortsreacties (#,##% versus #,##, p=# ##) (Kennedy ###) De rol van premedicatie lijkt zinvoller bij Er zijn aanwijzingen dat niet-hemolytische transfusiereactie (NHTR) vaker voorkomt bij transfusie van trombocyten dan bij toediening van erytrocyten Voor standaard toedienen van premedicatie ter preventie van koortsreacties in het kader van transfusies bestaat geen goede Er zijn aanwijzingen dat na gebruik van premedicatie met ### mg paracetamol en ## mg difenhydramine er een ongewijzigde kans is op het ontstaan van een transfusiereactie (#,##% versus #,##% bij placebo), maar er wel een lichte afname is van het aantal koortsreacties (#,##% versus De diagnose niet-hemolytische transfusiereactie (NHTR) is een diagnose bij transfusiereacties die wel levensbedreigend zijn, zoals acute hemolytische Injury (TRALI), moeten uitgesloten worden alvorens de diagnose NHTR kan worden Bij de beoordeling van de oorzaak van een temperatuurstijging bij bloedtransfusie dient gelet te worden op de gehele klinische conditie van de patiënt, inclusief de Ter bestrijding van de symptomen bij een niet-hemolytische transfusiereactie (NHTR) Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) zijn uitgesloten kan overwogen Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) is een ernstige longcomplicatie van plasmabevattende bloedproducten (Palfi ###) TRALI gaat gepaard met verschijnselen van acute longbeschadiging zoals dyspnoe en hypoxie, welke ontstaan tijdens of binnen zes uur na een transfusie Op de X-thorax worden bilaterale fijnvlekkige afwijkingen gezien TRALI is adult respiratory distress syndrome (ARDS) of acute lung injury (ALI), dat binnen zes uur na een transfusie van bloedproducten ontstaat en niet te onderscheiden valt van het.
673
nvog
een lichte afname van het aantal koortsreacties (#,##% versus #,##, p=# ##) (Kennedy ###) De rol van premedicatie lijkt zinvoller bij Er zijn aanwijzingen dat niet-hemolytische transfusiereactie (NHTR) vaker voorkomt bij transfusie van trombocyten dan bij toediening van erytrocyten Voor standaard toedienen van premedicatie ter preventie van koortsreacties in het kader van transfusies bestaat geen goede Er zijn aanwijzingen dat na gebruik van premedicatie met ### mg paracetamol en ## mg difenhydramine er een ongewijzigde kans is op het ontstaan van een transfusiereactie (#,##% versus #,##% bij placebo), maar er wel een lichte afname is van het aantal koortsreacties (#,##% versus De diagnose niet-hemolytische transfusiereactie (NHTR) is een diagnose bij transfusiereacties die wel levensbedreigend zijn, zoals acute hemolytische Injury (TRALI), moeten uitgesloten worden alvorens de diagnose NHTR kan worden Bij de beoordeling van de oorzaak van een temperatuurstijging bij bloedtransfusie dient gelet te worden op de gehele klinische conditie van de patiënt, inclusief de Ter bestrijding van de symptomen bij een niet-hemolytische transfusiereactie (NHTR) Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) zijn uitgesloten kan overwogen Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) is een ernstige longcomplicatie van plasmabevattende bloedproducten (Palfi ###) TRALI gaat gepaard met verschijnselen van acute longbeschadiging zoals dyspnoe en hypoxie, welke ontstaan tijdens of binnen zes uur na een transfusie Op de X-thorax worden bilaterale fijnvlekkige afwijkingen gezien TRALI is adult respiratory distress syndrome (ARDS) of acute lung injury (ALI), dat binnen zes uur na een transfusie van bloedproducten ontstaat en niet te onderscheiden valt van het verschijnselen van acute longbeschadiging zoals dyspnoe en hypoxie, ontstaan tijdens of binnen zes uur na een In een internationale consensus-bijeenkomst van het TRALI consensus panel in Canada in ### werden criteria opgesteld om te voldoen aan de definitie van (TR)ALI Overige oorzaken voor (al dan niet transfusiegerelateerde) dyspnoe of hypoxie, met name volume overbelasting, dienen te worden uitgesloten Indien er een bekende risicofactor voor ALI (bijvoorbeeld sepsis, pneumonie, massale bloedtransfusie of gebruik van hart-long machine) voorgesteld (Kleinman ###) Volgens de werkgroep van het Amerikaanse National Heart, Lung and Blood Institute zou bij een sterke tijdsrelatie (binnen zes uur na aanvang transfusie) tot de transfusie de diagnose TRALI gesteld kunnen worden ondanks aanwezigheid van andere ALI risicofactoren (Kopko ###, Goldman ###) Sinds ### worden aan TRIP jaarlijks ongeveer ## meldingen van TRALI gedaan die vallen binnen de hierboven genoemde definitie Volgens de literatuur ligt de mortaliteit van TRALI (# – ##%) lager dan van ALI op basis van andere oorzaken In ### tot en met ### zijn er aan TRIP in totaal zes sterfgevallen aansluitend aan TRALI gemeld (imputabiliteit mogelijk, waarschijnlijk of zeker) TRALI is hiermee in <LOCATIE>, evenals in de Verenigde Staten en Ook andere biologische actieve stoffen in bloedproducten kunnen leukocyten activeren en TRALI veroorzaken Beide oorzaken kunnen elkaar versterken (dubbel hit) via een mechanisme, waarbij in eerste instantie een prikkeling van endotheel van het longvaatbed aanwezig is Vervolgens levert de transfusie de tweede „hit‟ Volgens sommige auteurs.
647
nvog
acute longbeschadiging zoals dyspnoe en hypoxie, ontstaan tijdens of binnen zes uur na een In een internationale consensus-bijeenkomst van het TRALI consensus panel in Canada in ### werden criteria opgesteld om te voldoen aan de definitie van (TR)ALI Overige oorzaken voor (al dan niet transfusiegerelateerde) dyspnoe of hypoxie, met name volume overbelasting, dienen te worden uitgesloten Indien er een bekende risicofactor voor ALI (bijvoorbeeld sepsis, pneumonie, massale bloedtransfusie of gebruik van hart-long machine) voorgesteld (Kleinman ###) Volgens de werkgroep van het Amerikaanse National Heart, Lung and Blood Institute zou bij een sterke tijdsrelatie (binnen zes uur na aanvang transfusie) tot de transfusie de diagnose TRALI gesteld kunnen worden ondanks aanwezigheid van andere ALI risicofactoren (Kopko ###, Goldman ###) Sinds ### worden aan TRIP jaarlijks ongeveer ## meldingen van TRALI gedaan die vallen binnen de hierboven genoemde definitie Volgens de literatuur ligt de mortaliteit van TRALI (# – ##%) lager dan van ALI op basis van andere oorzaken In ### tot en met ### zijn er aan TRIP in totaal zes sterfgevallen aansluitend aan TRALI gemeld (imputabiliteit mogelijk, waarschijnlijk of zeker) TRALI is hiermee in <LOCATIE>, evenals in de Verenigde Staten en Ook andere biologische actieve stoffen in bloedproducten kunnen leukocyten activeren en TRALI veroorzaken Beide oorzaken kunnen elkaar versterken (dubbel hit) via een mechanisme, waarbij in eerste instantie een prikkeling van endotheel van het longvaatbed aanwezig is Vervolgens levert de transfusie de tweede „hit‟ Volgens sommige auteurs In <LOCATIE> wordt (wegens de hogere kans bij vrouwen op aanwezigheid van HLA antistoffen door zwangerschap) sinds ### alleen plasma van mannelijke (nooit-getransfundeerde) donors gebruikt voor vers bevroren plasma Tevens worden aan samengestelde trombocytenconcentraten alleen plasma van mannelijke donors toegevoegd Naar verwachting zullen in de loop van ### ook aferese trombocyten ten behoeve van Naar schatting heeft dit geleid tot een daling met één derde van het totale aantal TRALI Adult Respiratory Distress Syndrome (ARDS) of Acute Lung Injury (ALI) bij een patiënt die binnen zes uur na toediening van plasma bevattende bloedproducten ontstaat, is mogelijk Transfusion Related Acute Lung Injury Imuungemedieerde Transfusion Related Acute Lung Injuries (TRALI‟s) zijn mogelijk ernstiger dan TRALI waarbij geen immunologische oorzaak wordt Hoewel leukocytenserologisch onderzoek niet noodzakelijk is voor het stellen van de diagnose TRALI (Kleinman ###) kunnen de bevindingen wel het donorbeleid (bijvoorbeeld toekomstige donaties van betrokken donors) ondersteunen Omdat een TRALI een donor gebonden reactie is, dient de reactie zowel aan TRIP als aan Sanquin Bloedvoorziening te worden gemeld en als de ernstgraad # of hoger is, ook aan IGZ Bij elke verdenking op Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) dient een Xthorax te worden gemaakt (Mogelijke) Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) is een klinische diagnose Voor het stellen van de diagnose Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) dienen overige oorzaken voor (al dan niet transfusiegerelateerde) dyspnoe of Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) moet behalve aan TRIP ook worden Bij elke transfusiereactie die aan de definitie van Transfusion Related Acute Lung.
619
nvog
vrouwen op aanwezigheid van HLA antistoffen door zwangerschap) sinds ### alleen plasma van mannelijke (nooit-getransfundeerde) donors gebruikt voor vers bevroren plasma Tevens worden aan samengestelde trombocytenconcentraten alleen plasma van mannelijke donors toegevoegd Naar verwachting zullen in de loop van ### ook aferese trombocyten ten behoeve van Naar schatting heeft dit geleid tot een daling met één derde van het totale aantal TRALI Adult Respiratory Distress Syndrome (ARDS) of Acute Lung Injury (ALI) bij een patiënt die binnen zes uur na toediening van plasma bevattende bloedproducten ontstaat, is mogelijk Transfusion Related Acute Lung Injury Imuungemedieerde Transfusion Related Acute Lung Injuries (TRALI‟s) zijn mogelijk ernstiger dan TRALI waarbij geen immunologische oorzaak wordt Hoewel leukocytenserologisch onderzoek niet noodzakelijk is voor het stellen van de diagnose TRALI (Kleinman ###) kunnen de bevindingen wel het donorbeleid (bijvoorbeeld toekomstige donaties van betrokken donors) ondersteunen Omdat een TRALI een donor gebonden reactie is, dient de reactie zowel aan TRIP als aan Sanquin Bloedvoorziening te worden gemeld en als de ernstgraad # of hoger is, ook aan IGZ Bij elke verdenking op Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) dient een Xthorax te worden gemaakt (Mogelijke) Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) is een klinische diagnose Voor het stellen van de diagnose Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) dienen overige oorzaken voor (al dan niet transfusiegerelateerde) dyspnoe of Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) moet behalve aan TRIP ook worden Bij elke transfusiereactie die aan de definitie van Transfusion Related Acute Lung antistoffen tegen HLA en/of granulocyten Sanquin Bloedvoorziening coördineert dit Volumeoverbelasting of overvulling ten gevolge van transfusie van een bloedproduct wordt ook wel Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) genoemd Er is sprak van TACO indien tijdens of binnen zes uur na transfusie de patiënt een of meer van de volgende symptomen ontwikkelt dyspnoe, orthopnoe, cyanose, tachycardie )###/min, enkeloedeem of verhoogde centraal veneuze bloeddruk Verdere niet-specifieke symptomen zijn hoofdpijn, een strak gevoel op de borst en een droge hoest Bij volumeoverbelasting door transfusie ontstaat acuut longoedeem als gevolg van overvulling De X-thorax (indien gemaakt) geeft Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) hoort thuis in de groep longcomplicaties en dient onderscheiden te worden van Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) en de anafylactische reactie De frequentie van deze transfusiecomplicatie ligt tussen # en #% met een mortaliteit van #-##% (<PERSOON> ###, FDA ###, <PERSOON> ###) Door zowel de Canadese als de <PERSOON> hemovigilantiesystemen is gesignaleerd dat volume overbelasting een belangrijke oorzaak is van transfusiegerelateerde sterfte (Robillard ###, Affsap ###) Bij ernstig zieke patiënten kan TACO klinisch en radiologisch soms moeilijk te onderscheiden zijn van TRALI Acute lung injury (ALI) en TACO zouden ook naast elkaar kunnen voorkomen Ook de NTproBNP (N-terminaal pro-brain natriuretisch peptide) bepaling is niet specifiek genoeg (<PERSOON> kan al optreden na transfusie van één Het is belangrijk om de behandeling van TACO vroegtijdig aan te vangen Deze bestaat uit.
607
nvog
Bloedvoorziening coördineert dit Volumeoverbelasting of overvulling ten gevolge van transfusie van een bloedproduct wordt ook wel Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) genoemd Er is sprak van TACO indien tijdens of binnen zes uur na transfusie de patiënt een of meer van de volgende symptomen ontwikkelt dyspnoe, orthopnoe, cyanose, tachycardie )###/min, enkeloedeem of verhoogde centraal veneuze bloeddruk Verdere niet-specifieke symptomen zijn hoofdpijn, een strak gevoel op de borst en een droge hoest Bij volumeoverbelasting door transfusie ontstaat acuut longoedeem als gevolg van overvulling De X-thorax (indien gemaakt) geeft Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) hoort thuis in de groep longcomplicaties en dient onderscheiden te worden van Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) en de anafylactische reactie De frequentie van deze transfusiecomplicatie ligt tussen # en #% met een mortaliteit van #-##% (<PERSOON> ###, FDA ###, <PERSOON> ###) Door zowel de Canadese als de <PERSOON> hemovigilantiesystemen is gesignaleerd dat volume overbelasting een belangrijke oorzaak is van transfusiegerelateerde sterfte (Robillard ###, Affsap ###) Bij ernstig zieke patiënten kan TACO klinisch en radiologisch soms moeilijk te onderscheiden zijn van TRALI Acute lung injury (ALI) en TACO zouden ook naast elkaar kunnen voorkomen Ook de NTproBNP (N-terminaal pro-brain natriuretisch peptide) bepaling is niet specifiek genoeg (<PERSOON> kan al optreden na transfusie van één Het is belangrijk om de behandeling van TACO vroegtijdig aan te vangen Deze bestaat uit van de patiënt en eventueel het doen van een aderlating Bij patiënten die gevoelig zijn voor TACO verdient het aanbeveling om in het vervolg langzaam te transfunderen, bijvoorbeeld # ml/kg/uur, en/of diuretica voor en/of tijdens de transfusie toe te dienen overbelasting komt voor als complicatie van bloedtransfusie en manifesteert zich als een pulmonaire complicatie TACO dient onderscheiden te anafylactische reactie De frequentie van deze transfusiecomplicatie ligt Popovsky ###, Audet ###, Robillard ###, FDA ###, <PERSOON> ### overbelasting genaamd, lijkt een belangrijke oorzaak van transfusiegerelateerde sterfte te zijn Bij het ontstaan van dyspnoe, orthopnoe, cyanose, tachycardie )###/min, enkeloedeem of verhoogde centraal veneuze bloeddruk tijdens of binnen zes uur na transfusie, dient naast onderzoek naar een mogelijke Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) of anafylactische reactie, ook nagegaan te worden of er sprake is van Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume Bij elke verdenking op Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume overbelasting genoemd) verdient het overweging een X-thorax te maken De X-thorax geeft bij TACO een beeld passend bij decompensatio cordis Indien er sprake is van Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume overbelasting genoemd) dient de behandeling vroegtijdig aan te vangen De transfusie dient onmiddellijk gestaakt te worden en de behandeling kan bestaan uit het geven van zuurstof en diuretica Eventueel kan een aderlating worden Bij patiënten die gevoelig zijn voor Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume overbelasting genoemd) verdient het aanbeveling om in het vervolg langzaam te transfunderen, bijvoorbeeld # mL/kg/uur, en/of diuretica toe te.
635
nvog
Bij patiënten die gevoelig zijn voor TACO verdient het aanbeveling om in het vervolg langzaam te transfunderen, bijvoorbeeld # ml/kg/uur, en/of diuretica voor en/of tijdens de transfusie toe te dienen overbelasting komt voor als complicatie van bloedtransfusie en manifesteert zich als een pulmonaire complicatie TACO dient onderscheiden te anafylactische reactie De frequentie van deze transfusiecomplicatie ligt Popovsky ###, Audet ###, Robillard ###, FDA ###, <PERSOON> ### overbelasting genaamd, lijkt een belangrijke oorzaak van transfusiegerelateerde sterfte te zijn Bij het ontstaan van dyspnoe, orthopnoe, cyanose, tachycardie )###/min, enkeloedeem of verhoogde centraal veneuze bloeddruk tijdens of binnen zes uur na transfusie, dient naast onderzoek naar een mogelijke Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI) of anafylactische reactie, ook nagegaan te worden of er sprake is van Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume Bij elke verdenking op Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume overbelasting genoemd) verdient het overweging een X-thorax te maken De X-thorax geeft bij TACO een beeld passend bij decompensatio cordis Indien er sprake is van Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume overbelasting genoemd) dient de behandeling vroegtijdig aan te vangen De transfusie dient onmiddellijk gestaakt te worden en de behandeling kan bestaan uit het geven van zuurstof en diuretica Eventueel kan een aderlating worden Bij patiënten die gevoelig zijn voor Transfusion Associated Circulatory Overload (TACO) (ook wel volume overbelasting genoemd) verdient het aanbeveling om in het vervolg langzaam te transfunderen, bijvoorbeeld # mL/kg/uur, en/of diuretica toe te Posttransfusie purpura (PTP) wordt gekarakteriseerd door het optreden van een ernstige, passagère trombocytopenie, al dan niet met bloedingen, die gemiddeld negen (spreiding # ##) dagen na een transfusie van erytrocyten en/of trombocyten ontstaat bij een patiënt met zwangerschap of transfusie in de voorgeschiedenis De trombocytopenie is vaak zeer ernstig, bij ##% van de patiënten dalen de trombocyten tot beneden ## x ###/L Het betreft patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, meestal () ##%) vrouwen In veel gevallen zijn de patiënten negatief voor het trombocytspecifieke antigeen HPA-#a en zijn antistoffen tegen HPA-#a aantoonbaar, meestal met een hoge titer Incidenteel worden ook HPA-antistoffen met een Het is nog niet duidelijk waarom bij PTP de autologe trombocyten afgebroken worden Mogelijk worden oplosbare trombocyten-antigenen van een donor aan de eigen trombocyten geadsorbeerd en/of is er sprake van epitoop-spreiding Hierdoor zou een auto-immuunrespons kunnen optreden tegen nonpolymorfe epitopen op het membraan van trombocyten De incidentie van PTP in het Verenigd Koninkrijk is afgenomen na invoering van algehele leukoreductie in ### van #,# per # ### ### celhoudende producten tot #,# in de periode ### t/m ### (Williamson ###) In <LOCATIE> is in ### de algehele leukoreductie De laboratoriumdiagnostiek is belangrijk voor de diagnose PTP en bestaat onder andere uit trombocytopenie (met name heparin induced thrombtopenia (HIT)), passieve overdracht van Voor de behandeling van PTP is een hoge dosis intraveneus immunoglobuline (HD-IVIG) de eerste keuze (<PERSOON> wisseltransfusie met vers ingevroren plasma is vroeger veel toegepast, maar is nu alleen nog te overwegen bij die patiënten die refractair.
667
nvog
door het optreden van een ernstige, passagère trombocytopenie, al dan niet met bloedingen, die gemiddeld negen (spreiding # ##) dagen na een transfusie van erytrocyten en/of trombocyten ontstaat bij een patiënt met zwangerschap of transfusie in de voorgeschiedenis De trombocytopenie is vaak zeer ernstig, bij ##% van de patiënten dalen de trombocyten tot beneden ## x ###/L Het betreft patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, meestal () ##%) vrouwen In veel gevallen zijn de patiënten negatief voor het trombocytspecifieke antigeen HPA-#a en zijn antistoffen tegen HPA-#a aantoonbaar, meestal met een hoge titer Incidenteel worden ook HPA-antistoffen met een Het is nog niet duidelijk waarom bij PTP de autologe trombocyten afgebroken worden Mogelijk worden oplosbare trombocyten-antigenen van een donor aan de eigen trombocyten geadsorbeerd en/of is er sprake van epitoop-spreiding Hierdoor zou een auto-immuunrespons kunnen optreden tegen nonpolymorfe epitopen op het membraan van trombocyten De incidentie van PTP in het Verenigd Koninkrijk is afgenomen na invoering van algehele leukoreductie in ### van #,# per # ### ### celhoudende producten tot #,# in de periode ### t/m ### (Williamson ###) In <LOCATIE> is in ### de algehele leukoreductie De laboratoriumdiagnostiek is belangrijk voor de diagnose PTP en bestaat onder andere uit trombocytopenie (met name heparin induced thrombtopenia (HIT)), passieve overdracht van Voor de behandeling van PTP is een hoge dosis intraveneus immunoglobuline (HD-IVIG) de eerste keuze (<PERSOON> wisseltransfusie met vers ingevroren plasma is vroeger veel toegepast, maar is nu alleen nog te overwegen bij die patiënten die refractair Er is geen bewijs dat aanvullende behandeling met corticosteroïden effectief is (McFarland ###) Trombocytentransfusie alleen bij levensbedreigende bloedingen, omdat de getransfundeerde trombocyten (HPA-#a-positief dan wel HPA-#a-negatief) direct worden afgebroken Slechts incidenteel is een gunstig resultaat van De mortaliteit in de acute fase (Kroll ###, Taaning ###) is in de orde van grootte van <DATUM> en wordt voornamelijk veroorzaakt door het optreden van hersenbloedingen Als die niet optreden herstelt de patiënt meestal volledig Wanneer een patiënt een periode van PTP heeft doorgemaakt is er een beperkte kans op een recidief bij herhaalde bloedtransfusies Om deze reden wordt geadviseerd om na een periode van PTP aan deze patiënten bij ernstige bloedingen, trombocyten te geven, afkomstig van donoren die negatief zijn voor het Posttransfusie purpura (PTP) is een ernstige, potentieel letale bijwerking gekarakteriseerd door het optreden van een ernstige, passagère trombocytopenie, al dan niet met bloedingen, die gemiddeld negen (spreiding # - ##) dagen na een transfusie van cellulaire bloedproducten bij een patiënt met zwangerschap of transfusie in de voorgeschiedenis ontstaat Het betreft patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, meestal vrouwen () ##%) In veel gevallen zijn patiënten met posttransfusie purpura (PTP) negatief voor het trombocytspecifieke antigeen HPA-#a en zijn antistoffen tegen HPA-#a aantoonbaar, meestal met een hoge titer Incidenteel worden ook Voor de behandeling van posttransfusie purpura (PTP) is een hoge dosis niet geïndiceerd Alleen bij ernstige bloedingen kan transfusie met trombocytenconcentraten afkomstig van donoren die negatief zijn voor het.
656
nvog
Er is geen bewijs dat aanvullende behandeling met corticosteroïden effectief is (McFarland ###) Trombocytentransfusie alleen bij levensbedreigende bloedingen, omdat de getransfundeerde trombocyten (HPA-#a-positief dan wel HPA-#a-negatief) direct worden afgebroken Slechts incidenteel is een gunstig resultaat van De mortaliteit in de acute fase (Kroll ###, Taaning ###) is in de orde van grootte van <DATUM> en wordt voornamelijk veroorzaakt door het optreden van hersenbloedingen Als die niet optreden herstelt de patiënt meestal volledig Wanneer een patiënt een periode van PTP heeft doorgemaakt is er een beperkte kans op een recidief bij herhaalde bloedtransfusies Om deze reden wordt geadviseerd om na een periode van PTP aan deze patiënten bij ernstige bloedingen, trombocyten te geven, afkomstig van donoren die negatief zijn voor het Posttransfusie purpura (PTP) is een ernstige, potentieel letale bijwerking gekarakteriseerd door het optreden van een ernstige, passagère trombocytopenie, al dan niet met bloedingen, die gemiddeld negen (spreiding # - ##) dagen na een transfusie van cellulaire bloedproducten bij een patiënt met zwangerschap of transfusie in de voorgeschiedenis ontstaat Het betreft patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, meestal vrouwen () ##%) In veel gevallen zijn patiënten met posttransfusie purpura (PTP) negatief voor het trombocytspecifieke antigeen HPA-#a en zijn antistoffen tegen HPA-#a aantoonbaar, meestal met een hoge titer Incidenteel worden ook Voor de behandeling van posttransfusie purpura (PTP) is een hoge dosis niet geïndiceerd Alleen bij ernstige bloedingen kan transfusie met trombocytenconcentraten afkomstig van donoren die negatief zijn voor het verdenking op heparin induced thrombocytopenia (HIT) ook posttransfusie purpura (PTP) in De diagnose posttransfusie purpura (PTP) moet worden overwogen bij iedere patiënt waarbij binnen drie weken na een bloedtransfusie een ernstige trombocytopenie Bij verdenking op posttransfusie purpura (PTP) dient bij de patiënt een HPA-typering Bij de behandeling van patiënten met posttransfusie purpura (PTP) is intraveneus (PTP) is niet geïndiceerd Alleen bij ernstige bloeding kan transfusie met HPA-#anegatieve trombocytenconcentraten overwogen worden Na doorgemaakte posttransfusie purpura (PTP) verdient het aanbeveling om bij die negatief zijn voor het antigeen waar de antistof tegen is gericht ontstaan van klinische symptomen zoals centraal beginnend erytheem, waterige diarree, koorts, leverenzymen stijging en pancytopenie één tot zes weken (meestal acht-tien dagen) na toediening van een T-lymfocyten bevattend en niet bestraald bloedproduct (AABB ###) De diagnose TA-GVHD kan aannemelijk gemaakt worden door middel van histologisch onderzoek van een huidbiopt en eventueel een leverbiopt Bevestiging van de diagnose wordt verkregen door het aantonen van een HLA discrepantie tussen DNA verkregen van lymfocyten en nagels of haren of door het aantonen van twee verschillende DNA profielen in Patiënten met een verminderde cellulaire immuniteit zijn bij uitstek risicopatiënten, maar ook bij immuun competente ontvangers kan TA-GVHD ontstaan (zie Hoofdstuk #) Helaas zijn er geen pathognomonische verschijnselen bij TA-GVHD (AABB ###) en zal, bacteriële infectie) de diagnose vaak gemist worden Anderzijds zijn er in de literatuur maar enkele echt „bewezen‟ TA-GVHD-reacties aangezien alleen moleculair-biologisch aangetoonde allogene T-lymfocyten de diagnose formeel bevestigen (Hayakawa ###, Ohto De invoering van algehele leukoreductie in ### in het Verenigd Koninkrijk heeft de.
644
nvog
De diagnose posttransfusie purpura (PTP) moet worden overwogen bij iedere patiënt waarbij binnen drie weken na een bloedtransfusie een ernstige trombocytopenie Bij verdenking op posttransfusie purpura (PTP) dient bij de patiënt een HPA-typering Bij de behandeling van patiënten met posttransfusie purpura (PTP) is intraveneus (PTP) is niet geïndiceerd Alleen bij ernstige bloeding kan transfusie met HPA-#anegatieve trombocytenconcentraten overwogen worden Na doorgemaakte posttransfusie purpura (PTP) verdient het aanbeveling om bij die negatief zijn voor het antigeen waar de antistof tegen is gericht ontstaan van klinische symptomen zoals centraal beginnend erytheem, waterige diarree, koorts, leverenzymen stijging en pancytopenie één tot zes weken (meestal acht-tien dagen) na toediening van een T-lymfocyten bevattend en niet bestraald bloedproduct (AABB ###) De diagnose TA-GVHD kan aannemelijk gemaakt worden door middel van histologisch onderzoek van een huidbiopt en eventueel een leverbiopt Bevestiging van de diagnose wordt verkregen door het aantonen van een HLA discrepantie tussen DNA verkregen van lymfocyten en nagels of haren of door het aantonen van twee verschillende DNA profielen in Patiënten met een verminderde cellulaire immuniteit zijn bij uitstek risicopatiënten, maar ook bij immuun competente ontvangers kan TA-GVHD ontstaan (zie Hoofdstuk #) Helaas zijn er geen pathognomonische verschijnselen bij TA-GVHD (AABB ###) en zal, bacteriële infectie) de diagnose vaak gemist worden Anderzijds zijn er in de literatuur maar enkele echt „bewezen‟ TA-GVHD-reacties aangezien alleen moleculair-biologisch aangetoonde allogene T-lymfocyten de diagnose formeel bevestigen (Hayakawa ###, Ohto De invoering van algehele leukoreductie in ### in het Verenigd Koninkrijk heeft de ### zijn daar geen meldingen van TA-GVHD meer geweest Aangezien ook leukocyten gereduceerde cellulaire producten nog voldoende T-lymfocyten kunnen bevatten om een GvHD te veroorzaken is deze maatregel alleen niet voldoende (Williamson ###, Raad van Europa ###) en zal bij risico patiënten altijd gebruik gemaakt moeten worden van bestraalde producten In de toekomst zal pathogeen inactivatie het risico op TA-GVHD misschien uitbannen (Dwyre ###) In <LOCATIE> zijn sinds de start van TRIP in ### geen AABB ###, Hayakawa ###, Ohta ###, Williamson ###, Raad van Na bestraling van cellulaire bloedproducten met ## Gy zijn de daarin aanwezige Tlymfocyten niet meer in staat tot deling en daardoor ook niet meer tot het veroorzaken van dienen T-lymfocyten bevattende bloedproducten bestraald te worden (## Gy) voor toediening aan risicopatiënten (zie voor indicaties bestraalde bloedproducten Hoofdstuk #) Van secundaire hemochromatose (hemosiderose) wordt gesproken bij een door frequente transfusie geïnduceerde ijzerstapeling waarbij een ferritinegehalte van minimaal ### g/<PERSOON> hemochromatose (hemosiderose) is voornamelijk het gevolg van frequente erytrocytenconcentraat bevat circa ### mg ijzer terwijl er iedere dag niet meer dan # – # mg ijzer uit de voeding wordt opgenomen in de darm (Andrews ###) Vanaf ongeveer twintig optreden Het ferritine gehalte is dan vaak hoger dan ### g/<PERSOON> algemeen kan gesteld worden dat bij ijzerstapeling door transfusies orgaanschade sneller optreedt dan bij primaire (ijzerstapeling ten gevolge van een aangeboren afwijking) hemochromatose IJzerstapeling kan leiden tot fibrose en cirrose van de lever (Deugnier ###), hartfalen en hypogonadisme (Allen ###).
666
nvog
van TA-GVHD meer geweest Aangezien ook leukocyten gereduceerde cellulaire producten nog voldoende T-lymfocyten kunnen bevatten om een GvHD te veroorzaken is deze maatregel alleen niet voldoende (Williamson ###, Raad van Europa ###) en zal bij risico patiënten altijd gebruik gemaakt moeten worden van bestraalde producten In de toekomst zal pathogeen inactivatie het risico op TA-GVHD misschien uitbannen (Dwyre ###) In <LOCATIE> zijn sinds de start van TRIP in ### geen AABB ###, Hayakawa ###, Ohta ###, Williamson ###, Raad van Na bestraling van cellulaire bloedproducten met ## Gy zijn de daarin aanwezige Tlymfocyten niet meer in staat tot deling en daardoor ook niet meer tot het veroorzaken van dienen T-lymfocyten bevattende bloedproducten bestraald te worden (## Gy) voor toediening aan risicopatiënten (zie voor indicaties bestraalde bloedproducten Hoofdstuk #) Van secundaire hemochromatose (hemosiderose) wordt gesproken bij een door frequente transfusie geïnduceerde ijzerstapeling waarbij een ferritinegehalte van minimaal ### g/<PERSOON> hemochromatose (hemosiderose) is voornamelijk het gevolg van frequente erytrocytenconcentraat bevat circa ### mg ijzer terwijl er iedere dag niet meer dan # – # mg ijzer uit de voeding wordt opgenomen in de darm (Andrews ###) Vanaf ongeveer twintig optreden Het ferritine gehalte is dan vaak hoger dan ### g/<PERSOON> algemeen kan gesteld worden dat bij ijzerstapeling door transfusies orgaanschade sneller optreedt dan bij primaire (ijzerstapeling ten gevolge van een aangeboren afwijking) hemochromatose IJzerstapeling kan leiden tot fibrose en cirrose van de lever (Deugnier ###), hartfalen en hypogonadisme (Allen ###) De diagnostiek van ijzerstapeling begint met het bepalen van het ferritine gehalte in het bloed Aangezien ferritine een acuut fase eiwit is, kan het ook verhoogd zijn bij ontstekingen en weefselschade zonder dat er sprake is van ijzerstapeling Onderzoek ter bepaling van de cirrose), FSH, LH, testosteron, oestradiol, groeihormoon, cortisol, prolactine, calcium, fosfaat en glucose Verder kan de orgaanschade geëvalueerd worden door middel van een ECG, MRI of echografie van lever en/of hart en botdensitometrie (Wood ###) Eventueel kan een leverbiopsie gedaan worden om de mate van ijzerstapeling vast te leggen en tekenen van Wanneer het ferritinegehalte ) ### g/L is of als er meer dan ## erytrocytenconcentraten zijn toegediend, de patiënt transfusiebehoeftig blijft en de levensverwachting van de patiënt meer dan één jaar is, dient ijzerchelatie gestart te worden (zie Hoofdstuk #) Er zijn in <LOCATIE> drie geregistreerde middelen voor ijzerchelatie beschikbaar deferoxamine, deferiprone en deferasirox Het doel van ijzerchelatietherapie is het bereiken van een veilige ijzerconcentratie in de weefsels en het onschadelijk maken van vrije zuurstofradicalen Men streeft naar een ferritinegehalte (### g/L en het normaliseren van het MRI-patroon van de lever Deferoxamine is in het algemeen het middel van eerste keus, gezien de jarenlange ervaring met dit middel en de milde bijwerkingen (<PERSOON> ###) Indien er sprake is van Het is van groot belang ijzerstapeling als gevolg van bloedtransfusies te Bij ijzerstapeling als gevolg van secundaire hemochromatose (hemosiderose) is deferoxamine over het algemeen het middel van eerste keus, gezien de jarenlange ervaring met dit middel en de milde bijwerkingen.
664
nvog
bepalen van het ferritine gehalte in het bloed Aangezien ferritine een acuut fase eiwit is, kan het ook verhoogd zijn bij ontstekingen en weefselschade zonder dat er sprake is van ijzerstapeling Onderzoek ter bepaling van de cirrose), FSH, LH, testosteron, oestradiol, groeihormoon, cortisol, prolactine, calcium, fosfaat en glucose Verder kan de orgaanschade geëvalueerd worden door middel van een ECG, MRI of echografie van lever en/of hart en botdensitometrie (Wood ###) Eventueel kan een leverbiopsie gedaan worden om de mate van ijzerstapeling vast te leggen en tekenen van Wanneer het ferritinegehalte ) ### g/L is of als er meer dan ## erytrocytenconcentraten zijn toegediend, de patiënt transfusiebehoeftig blijft en de levensverwachting van de patiënt meer dan één jaar is, dient ijzerchelatie gestart te worden (zie Hoofdstuk #) Er zijn in <LOCATIE> drie geregistreerde middelen voor ijzerchelatie beschikbaar deferoxamine, deferiprone en deferasirox Het doel van ijzerchelatietherapie is het bereiken van een veilige ijzerconcentratie in de weefsels en het onschadelijk maken van vrije zuurstofradicalen Men streeft naar een ferritinegehalte (### g/L en het normaliseren van het MRI-patroon van de lever Deferoxamine is in het algemeen het middel van eerste keus, gezien de jarenlange ervaring met dit middel en de milde bijwerkingen (<PERSOON> ###) Indien er sprake is van Het is van groot belang ijzerstapeling als gevolg van bloedtransfusies te Bij ijzerstapeling als gevolg van secundaire hemochromatose (hemosiderose) is deferoxamine over het algemeen het middel van eerste keus, gezien de jarenlange ervaring met dit middel en de milde bijwerkingen Indien de patiënt deferoxamine of deferiprone niet verdraagt of de therapietrouw slecht is, waardoor er sprake is van onvoldoende ontijzering, wordt door experts deferasirox aanbevolen Bij iedere patiënt die meer dan ## erytrocyten eenheden toegediend heeft gekregen, transfusieafhankelijk blijft en een levensverwachting van meer dan één jaar heeft dient met het oog op ijzerstapeling door secundaire hemochromatose (hemosiderose) gestart te worden met ijzerchelatie en het ferritinegehalte in het Bij transfusie afhankelijke patiënten met een ferritine gehalte ) ### g/L en een levensverwachting van meer dan één jaar dient gestart te worden met ijzerchelatie Door middel van ijzerchelatie dient er gestreefd te worden naar een ferritinegehalte ( ### g/L en het normaliseren van het MRI-patroon van de lever Deferoxamine wordt aanbevolen als middel van eerste keus Indien er sprake is van cardiale ijzerstapeling wordt deferiprone aanbevolen, eventueel in combinatie met deferoxamine Indien de patiënt beide ijzerchelatoren niet verdraagt of de therapietrouw slecht is, waardoor er sprake is van onvoldoende ontijzering, wordt PM Voor diagnostiek en beleid bij antistoffen tegen erytrocyten, zie Hoofdstuk # Antistoffen tegen HLA antigenen kunnen worden gevormd na transfusie van leukocytenen/of trombocytenbevattende bloedproducten Nu het aantal leukocyten in bloedproducten door de routinematige toepassing van leukocytenreductie zeer laag is, betreft dit voornamelijk nog de secundaire immuunrespons bij vrouwelijke ontvangers die eerder door zwangerschap(pen), transplantatie en/of transfusie van bloedproducten geïmmuniseerd zijn Bij patiënten met acute leukemie bleek de frequentie van deze secundaire immunisatie circa ##% (Sintnicolaas ###) De frequentie van primaire immunisatie bij deze patiënten.
621
nvog
de patiënt deferoxamine of deferiprone niet verdraagt of de therapietrouw slecht is, waardoor er sprake is van onvoldoende ontijzering, wordt door experts deferasirox aanbevolen Bij iedere patiënt die meer dan ## erytrocyten eenheden toegediend heeft gekregen, transfusieafhankelijk blijft en een levensverwachting van meer dan één jaar heeft dient met het oog op ijzerstapeling door secundaire hemochromatose (hemosiderose) gestart te worden met ijzerchelatie en het ferritinegehalte in het Bij transfusie afhankelijke patiënten met een ferritine gehalte ) ### g/L en een levensverwachting van meer dan één jaar dient gestart te worden met ijzerchelatie Door middel van ijzerchelatie dient er gestreefd te worden naar een ferritinegehalte ( ### g/L en het normaliseren van het MRI-patroon van de lever Deferoxamine wordt aanbevolen als middel van eerste keus Indien er sprake is van cardiale ijzerstapeling wordt deferiprone aanbevolen, eventueel in combinatie met deferoxamine Indien de patiënt beide ijzerchelatoren niet verdraagt of de therapietrouw slecht is, waardoor er sprake is van onvoldoende ontijzering, wordt PM Voor diagnostiek en beleid bij antistoffen tegen erytrocyten, zie Hoofdstuk # Antistoffen tegen HLA antigenen kunnen worden gevormd na transfusie van leukocytenen/of trombocytenbevattende bloedproducten Nu het aantal leukocyten in bloedproducten door de routinematige toepassing van leukocytenreductie zeer laag is, betreft dit voornamelijk nog de secundaire immuunrespons bij vrouwelijke ontvangers die eerder door zwangerschap(pen), transplantatie en/of transfusie van bloedproducten geïmmuniseerd zijn Bij patiënten met acute leukemie bleek de frequentie van deze secundaire immunisatie circa ##% (Sintnicolaas ###) De frequentie van primaire immunisatie bij deze patiënten HLA-antistoffen kunnen leiden tot niet-hemolytische koortsreacties en refractairiteit voor random donor-trombocytentransfusies In dit laatste geval dienen HLA HPA-antistoffen kunnen worden gevormd na transfusie van trombocytenbevattende HPA-#a antistoffen kunnen leiden tot posttransfusie purpura (PTP) (zie paragraaf <DATUM> #) en zijn ook betrokken bij neonatale allo-immuun trombocytopenische purpura (FNAITP, zie Hoofdstuk #) HPA antistoffen kunnen resulteren in refractairiteit voor random donortrombocytentransfusies Meestal is er dan sprake van een combinatie van HLA en HPA De vorming van HLA en HPA antistoffen is een complicatie van transfusie De vorming van HPA antistoffen is een complicatie van transfusie van Zowel bij het aanvragen van een trombocyten- of granulocytenproduct voor transfusie als bij de diagnostiek van een onbegrepen trombocytopenie na transfusie is kennis over de HLA en HPA antistof voorgeschiedenis van de patiënt van groot belang Deze informatie dient gedurende het gehele leven van de patiënt direct toegankelijk te zijn, bij voorkeur in het Bij elke aanvraag van een trombocyten- of granulocytenproduct dient de antistofvoorgeschiedenis van de patiënt ook met betrekking tot HLA en HPA antistoffen Gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van HLA en/of HPA antistoffen dienen Er zijn tientallen studies verricht naar de immunologische effecten van bloedtransfusies Ofschoon hieruit blijkt dat bloedtransfusies het immuunsysteem van de ontvanger (blijvend) kunnen beïnvloeden, is nog veel onderzoek nodig om de klinische betekenis van veel van deze bevindingen vast te stellen Een kort overzicht van immunologische effecten van Uit studies bij patiënten die langdurig bloedproducten gebruiken (hemofiliepatiënten, cellen in het perifere bloed van deze patiënten met een lagere antigeenspecifieke en.
599
nvog
tot niet-hemolytische koortsreacties en refractairiteit voor random donor-trombocytentransfusies In dit laatste geval dienen HLA HPA-antistoffen kunnen worden gevormd na transfusie van trombocytenbevattende HPA-#a antistoffen kunnen leiden tot posttransfusie purpura (PTP) (zie paragraaf <DATUM> #) en zijn ook betrokken bij neonatale allo-immuun trombocytopenische purpura (FNAITP, zie Hoofdstuk #) HPA antistoffen kunnen resulteren in refractairiteit voor random donortrombocytentransfusies Meestal is er dan sprake van een combinatie van HLA en HPA De vorming van HLA en HPA antistoffen is een complicatie van transfusie De vorming van HPA antistoffen is een complicatie van transfusie van Zowel bij het aanvragen van een trombocyten- of granulocytenproduct voor transfusie als bij de diagnostiek van een onbegrepen trombocytopenie na transfusie is kennis over de HLA en HPA antistof voorgeschiedenis van de patiënt van groot belang Deze informatie dient gedurende het gehele leven van de patiënt direct toegankelijk te zijn, bij voorkeur in het Bij elke aanvraag van een trombocyten- of granulocytenproduct dient de antistofvoorgeschiedenis van de patiënt ook met betrekking tot HLA en HPA antistoffen Gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van HLA en/of HPA antistoffen dienen Er zijn tientallen studies verricht naar de immunologische effecten van bloedtransfusies Ofschoon hieruit blijkt dat bloedtransfusies het immuunsysteem van de ontvanger (blijvend) kunnen beïnvloeden, is nog veel onderzoek nodig om de klinische betekenis van veel van deze bevindingen vast te stellen Een kort overzicht van immunologische effecten van Uit studies bij patiënten die langdurig bloedproducten gebruiken (hemofiliepatiënten, cellen in het perifere bloed van deze patiënten met een lagere antigeenspecifieke en Dit gaat gepaard met een verminderd vermogen tot interleukine (IL)-#-secretie (Hay ###, Blumberg ###) Eenmalige toediening van transfusies tijdens operatie geeft een tijdelijke reductie van NK-cellen en een toename van de operatiegeassocieerde verschuiving naar een Th#-type immuunrespons (<PERSOON> ###, Jensen ###, Kalechman ###, Heiss ###, Gharehbaghian ###) In meta-analyses van observationeel onderzoek zijn perioperatieve transfusies geassocieerd met een hogere incidentie van postoperatieve infecties, ook na correctie voor andere bloedproducten vergeleken en hieruit bleek een grote variatie in het aantal infecties, met name bij abdominale chirurgie (zie tabel <DATUM> (<PERSOON> de heterogeniteit van deze studies is Tabel <DATUM> Gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken naar het effect van filtratie van ?=analyse beperkt tot getransfundeerde patiënten; ‡ analyse in randomisatiegroepen Patiënten die openhartchirurgie ondergaan ontvangen gemiddeld een groter aantal transfusies in vergelijking met andere operatieve ingrepen De gerandomiseerde studies bij deze patiënten zijn minder heterogeen, waarbij meta-analyses significant minder postoperatieve infecties laten zien bij gebruik van gefiltreerde producten (<PERSOON> In prospectief gerandomiseerd onderzoek werd in <LOCATIE> een significante reductie van de postoperatieve mortaliteit gevonden, indien transfusies met leukocytengereduceerde erytrocyten werden gegeven in plaats van standaarderytrocyten waarbij alleen de „buffy coat‟ was verwijderd (<PERSOON> ###, Bilgin ###) <PERSOON>-analyses laten alleen bij cardiovasculaire ingrepen een betere survival zien bij gebruik van gefiltreerde erytrocyten.
589
nvog
Dit gaat gepaard met een verminderd vermogen tot interleukine (IL)-#-secretie (Hay ###, Blumberg ###) Eenmalige toediening van transfusies tijdens operatie geeft een tijdelijke reductie van NK-cellen en een toename van de operatiegeassocieerde verschuiving naar een Th#-type immuunrespons (<PERSOON> ###, Jensen ###, Kalechman ###, Heiss ###, Gharehbaghian ###) In meta-analyses van observationeel onderzoek zijn perioperatieve transfusies geassocieerd met een hogere incidentie van postoperatieve infecties, ook na correctie voor andere bloedproducten vergeleken en hieruit bleek een grote variatie in het aantal infecties, met name bij abdominale chirurgie (zie tabel <DATUM> (<PERSOON> de heterogeniteit van deze studies is Tabel <DATUM> Gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken naar het effect van filtratie van ?=analyse beperkt tot getransfundeerde patiënten; ‡ analyse in randomisatiegroepen Patiënten die openhartchirurgie ondergaan ontvangen gemiddeld een groter aantal transfusies in vergelijking met andere operatieve ingrepen De gerandomiseerde studies bij deze patiënten zijn minder heterogeen, waarbij meta-analyses significant minder postoperatieve infecties laten zien bij gebruik van gefiltreerde producten (<PERSOON> In prospectief gerandomiseerd onderzoek werd in <LOCATIE> een significante reductie van de postoperatieve mortaliteit gevonden, indien transfusies met leukocytengereduceerde erytrocyten werden gegeven in plaats van standaarderytrocyten waarbij alleen de „buffy coat‟ was verwijderd (<PERSOON> ###, Bilgin ###) <PERSOON>-analyses laten alleen bij cardiovasculaire ingrepen een betere survival zien bij gebruik van gefiltreerde erytrocyten curatief verwijderd carcinoom is gebaseerd op de hypothese (Gantt ###, Blumberg ###) dat de groei van metastasen of lokaal recidief onder immunologische controle staat Indien alleen die studies worden beoordeeld waarin een multivariate analyse voor bekende risicoverschillen is toegepast, blijkt in de meeste studies geen nadelig effect (meer) van perioperatieve transfusies Ook de hernieuwde Cochrane analyse van studies met colorectale carcinoom patiënten kan geen verband aantonen (Amato ###) Een grote observationele Scandinavische studie vond geen verhoogde incidentie van kanker bij Een retrospectieve studie toonde een gunstig effect aan van bloedtransfusies op het voorkomen van relaps van leukemie na chemotherapie bij patiënten met acute myeloide leukemie (graftversus-leukemie-effect, Bilgin ###) Verscheidene grote case-controlestudies hebben aannemelijk gemaakt dat met name laaggradige en intermediate nonHodgkin-lymfomen in een maximaal tweemaal hogere frequentie voorkomen na een interval van circa <LEEFTIJD> jaar na transfusie van volbloed of erytrocyten met leukocyten (Cerhan ###, Erber ###), maar niet na transfusie van „buffy coat‟-gedepleteerde producten (Blumberg Er zijn zeer veel factoren die een rol spelen in de transplantaatoverleving In een aantal studies is aangetoond dat pre-transplantatie bloedtransfusie een belangrijke gunstige factor is voor transplantaatoverleving, niet alleen bij niertransplantatie (Opelz ###, Vincenti ###, Opelz ###), maar ook bij hart- (<PERSOON> ###, Katz ###), lever- en gecombineerde nier-pancreas (<PERSOON> ###) transplantatie In de grotere studies blijkt nog steeds een Leukocytenreductie bij open hartchirurgie, waarbij grotere hoeveelheden transfusies gegeven worden, heeft een significant gunstig effect op het Er zijn geen aanwijzingen, dat het immunosuppressieve effect van bloedtransfusies een risico vormt voor recidief van kanker na curatieve chirurgie.
648
nvog
###, Blumberg ###) dat de groei van metastasen of lokaal recidief onder immunologische controle staat Indien alleen die studies worden beoordeeld waarin een multivariate analyse voor bekende risicoverschillen is toegepast, blijkt in de meeste studies geen nadelig effect (meer) van perioperatieve transfusies Ook de hernieuwde Cochrane analyse van studies met colorectale carcinoom patiënten kan geen verband aantonen (Amato ###) Een grote observationele Scandinavische studie vond geen verhoogde incidentie van kanker bij Een retrospectieve studie toonde een gunstig effect aan van bloedtransfusies op het voorkomen van relaps van leukemie na chemotherapie bij patiënten met acute myeloide leukemie (graftversus-leukemie-effect, Bilgin ###) Verscheidene grote case-controlestudies hebben aannemelijk gemaakt dat met name laaggradige en intermediate nonHodgkin-lymfomen in een maximaal tweemaal hogere frequentie voorkomen na een interval van circa <LEEFTIJD> jaar na transfusie van volbloed of erytrocyten met leukocyten (Cerhan ###, Erber ###), maar niet na transfusie van „buffy coat‟-gedepleteerde producten (Blumberg Er zijn zeer veel factoren die een rol spelen in de transplantaatoverleving In een aantal studies is aangetoond dat pre-transplantatie bloedtransfusie een belangrijke gunstige factor is voor transplantaatoverleving, niet alleen bij niertransplantatie (Opelz ###, Vincenti ###, Opelz ###), maar ook bij hart- (<PERSOON> ###, Katz ###), lever- en gecombineerde nier-pancreas (<PERSOON> ###) transplantatie In de grotere studies blijkt nog steeds een Leukocytenreductie bij open hartchirurgie, waarbij grotere hoeveelheden transfusies gegeven worden, heeft een significant gunstig effect op het Er zijn geen aanwijzingen, dat het immunosuppressieve effect van bloedtransfusies een risico vormt voor recidief van kanker na curatieve chirurgie voorkomen van met name laaggradige en intermediate non-Hodgkinlymfoom dan na transfusie van „buffy coat‟-gereduceerde producten De klinische betekenis van de door bloedtransfusies veroorzaakte veranderingen in de cellulaire immuniteit is onbekend Dankzij de huidige immunosuppressiva zijn de transplantatieresultaten zo goed dat immunomodulerende transfusies, met de bijbehorende nadelen (##-##% antistoffen), niet meer opwegen tegen een geringe winst bij de Onderzoek naar mechanismen en causale factoren van immuunsuppressie door van een klinisch protocol te geschieden Dit onderzoek moet zo zijn opgezet dat bacteriën (Stichting Sanquin Bloedvoorziening ###, Blajchman ###) Voor gepoolde trombocytenconcentraten, bereid uit meerdere donoreenheden, kan dit oplopen tot #% Nederlands onderzoek (Stichting Sanquin Bloedvoorziening ###) bevestigt dat met name trombocytensuspensies, die bij kamertemperatuur bewaard worden, een risicoproduct vormen voor bacteriële contaminatie Door wijziging in de desinfectie methode en gebruik van de eerste milliliters van bloeddonaties voor het vullen van de testbuizen, is het risico verlaagd (de Korte ###) Alle trombocytenproducten worden door Sanquin Bloedvoorziening gekweekt en slechts uitgegeven als de kweken tot dat moment negatief zijn gebleven Bloedproducten die zijn verontreinigd met bacteriën, kunnen bij de ontvanger leiden tot een passagère bacteriëmie, maar ook tot een sepsis De symptomen zijn soms niet te onderscheiden van een hemolytische transfusiereactie, te weten koorts, koude rillingen, tachycardie, veranderingen in de systolische bloeddruk (zowel stijging als daling), misselijkheid en/of braken, kortademigheid, lage rugpijn, shock (Stichting Sanquin Bloedvoorziening ###) Zowel de symptomen zelf als de tijd waarin de bacteriële contaminatie manifest wordt kunnen sterk variëren hetgeen een protocollaire benadering.
660
nvog
name laaggradige en intermediate non-Hodgkinlymfoom dan na transfusie van „buffy coat‟-gereduceerde producten De klinische betekenis van de door bloedtransfusies veroorzaakte veranderingen in de cellulaire immuniteit is onbekend Dankzij de huidige immunosuppressiva zijn de transplantatieresultaten zo goed dat immunomodulerende transfusies, met de bijbehorende nadelen (##-##% antistoffen), niet meer opwegen tegen een geringe winst bij de Onderzoek naar mechanismen en causale factoren van immuunsuppressie door van een klinisch protocol te geschieden Dit onderzoek moet zo zijn opgezet dat bacteriën (Stichting Sanquin Bloedvoorziening ###, Blajchman ###) Voor gepoolde trombocytenconcentraten, bereid uit meerdere donoreenheden, kan dit oplopen tot #% Nederlands onderzoek (Stichting Sanquin Bloedvoorziening ###) bevestigt dat met name trombocytensuspensies, die bij kamertemperatuur bewaard worden, een risicoproduct vormen voor bacteriële contaminatie Door wijziging in de desinfectie methode en gebruik van de eerste milliliters van bloeddonaties voor het vullen van de testbuizen, is het risico verlaagd (de Korte ###) Alle trombocytenproducten worden door Sanquin Bloedvoorziening gekweekt en slechts uitgegeven als de kweken tot dat moment negatief zijn gebleven Bloedproducten die zijn verontreinigd met bacteriën, kunnen bij de ontvanger leiden tot een passagère bacteriëmie, maar ook tot een sepsis De symptomen zijn soms niet te onderscheiden van een hemolytische transfusiereactie, te weten koorts, koude rillingen, tachycardie, veranderingen in de systolische bloeddruk (zowel stijging als daling), misselijkheid en/of braken, kortademigheid, lage rugpijn, shock (Stichting Sanquin Bloedvoorziening ###) Zowel de symptomen zelf als de tijd waarin de bacteriële contaminatie manifest wordt kunnen sterk variëren hetgeen een protocollaire benadering Geïnfecteerde producten dienen door middel van een goed hemovigilantiesysteem (de Korte ###, TRIP rapport ###) opgespoord te worden en terugmelding aan Sanquin Bloedvoorziening dient onmiddellijk plaats te vinden TRIP onderscheidt drie meldcategorieën met betrekking tot bacteriële complicaties Voor een betrouwbare diagnose van een bacteriële infectie veroorzaakt door bloedproducten moeten bloedkweken worden afgenomen bij de patiënt en bij het (restant van het reeds) getransfundeerde bloedproduct, waarbij de zak op de juiste manier moet worden afgesloten en bewaard In plaats hiervan of aanvullend, indien mogelijk, bij andere bloedproducten die uit dezelfde donatie zijn bereid, kunnen ook kweken worden afgenomen De gevonden stammen in de patiënt en het bloedproduct dienen identiek te zijn Afhankelijk van de soort bacterie kan eventueel Indien symptomen bij een patiënt waargenomen zijn en een positieve bloedkweek bij de patiënt gevonden is, spreken we van een posttransfusie bacteriëmie/sepsis door TRIP gedefinieerd als „het ontstaan van klinische symptomen van bacteriëmie- /sepsis tijdens, aansluitend aan of enige tijd na een bloedtransfusie, waarbij een relevante positieve bloedkweek van de patiënt wordt verkregen en al dan niet een oorzakelijk verband met een toegediend bloedproduct kan worden gelegd‟ Indien de constatering van bacteriële contaminatie van een (gedeeltelijk) getransfundeerd bloedproduct de trigger is tot melden, noemen we dit bacteriële contaminatie van een bloedproduct (met nevencategorie indien de patiënt verschijnselen vertoonde), hetgeen door TRIP is gedefinieerd als het volgens de regelen der kunst aantonen van een relevante hoeveelheid bacteriën in een (restant.
611
nvog
een goed hemovigilantiesysteem (de Korte ###, TRIP rapport ###) opgespoord te worden en terugmelding aan Sanquin Bloedvoorziening dient onmiddellijk plaats te vinden TRIP onderscheidt drie meldcategorieën met betrekking tot bacteriële complicaties Voor een betrouwbare diagnose van een bacteriële infectie veroorzaakt door bloedproducten moeten bloedkweken worden afgenomen bij de patiënt en bij het (restant van het reeds) getransfundeerde bloedproduct, waarbij de zak op de juiste manier moet worden afgesloten en bewaard In plaats hiervan of aanvullend, indien mogelijk, bij andere bloedproducten die uit dezelfde donatie zijn bereid, kunnen ook kweken worden afgenomen De gevonden stammen in de patiënt en het bloedproduct dienen identiek te zijn Afhankelijk van de soort bacterie kan eventueel Indien symptomen bij een patiënt waargenomen zijn en een positieve bloedkweek bij de patiënt gevonden is, spreken we van een posttransfusie bacteriëmie/sepsis door TRIP gedefinieerd als „het ontstaan van klinische symptomen van bacteriëmie- /sepsis tijdens, aansluitend aan of enige tijd na een bloedtransfusie, waarbij een relevante positieve bloedkweek van de patiënt wordt verkregen en al dan niet een oorzakelijk verband met een toegediend bloedproduct kan worden gelegd‟ Indien de constatering van bacteriële contaminatie van een (gedeeltelijk) getransfundeerd bloedproduct de trigger is tot melden, noemen we dit bacteriële contaminatie van een bloedproduct (met nevencategorie indien de patiënt verschijnselen vertoonde), hetgeen door TRIP is gedefinieerd als het volgens de regelen der kunst aantonen van een relevante hoeveelheid bacteriën in een (restant laboratoriumtechnieken en bij voorkeur met uittypering van de betreffende bacteriestam(men) Geïnfecteerde producten dienen door middel van een goed De grens voor een koortsreactie, en dus ook voor een standaard afname van een bloedkweek, is vastgelegd bij een stijging van ≥ #°C en/of koude rillingen Om kans op een positieve bloedkweek te vergroten, worden er standaard twee onafhankelijke afnames Om de kans op contaminatie tot een minimum te beperken, dienen voorschriften voor het afnemen van een bloedkweek, het afkoppelen, transport- en bewaarcondities en wijze van bemonstering van een bloedproduct in het ziekenhuis aanwezig te zijn en te worden Bij een koortsreactie ≥ #°C en/of koude rillingen dienen een bacteriële kweek van het product en twee bloedkweken van de patiënt verricht te worden Bij een koortsreactie ( #°C dienen bloedkweken afhankelijk van het „klinisch oordeel‟ van bemonstering van een bloedproduct dienen in het ziekenhuis aanwezig te zijn en te Geïnfecteerde bloedproducten dienen door middel van een goed hemovigilantiesysteem opgespoord te worden Bij (verdenking op) bacteriële contaminatie van bloedproducten dient dit zo spoedig mogelijk te worden gemeld aan Sanquin Bij een melding van bacteriële contaminatie van een bloedproduct aan Sanquin Bloedvoorziening (of andere producent) waarbij het bloedproduct reeds is of wordt toegediend, is het noodzakelijk om de patiënt te controleren op verschijnselen van Van een posttransfusie virale infectie is sprake wanneer de virale infectie kan worden herleid tot een toegediend bloedproduct, waarbij het virus is uitgetypeerd en identieke virusstammen worden aangetoond bij ontvanger en donor of (gerelateerd) bloedproduct en waarbij besmetting via een andere route niet aannemelijk is.
587
nvog
een goed De grens voor een koortsreactie, en dus ook voor een standaard afname van een bloedkweek, is vastgelegd bij een stijging van ≥ #°C en/of koude rillingen Om kans op een positieve bloedkweek te vergroten, worden er standaard twee onafhankelijke afnames Om de kans op contaminatie tot een minimum te beperken, dienen voorschriften voor het afnemen van een bloedkweek, het afkoppelen, transport- en bewaarcondities en wijze van bemonstering van een bloedproduct in het ziekenhuis aanwezig te zijn en te worden Bij een koortsreactie ≥ #°C en/of koude rillingen dienen een bacteriële kweek van het product en twee bloedkweken van de patiënt verricht te worden Bij een koortsreactie ( #°C dienen bloedkweken afhankelijk van het „klinisch oordeel‟ van bemonstering van een bloedproduct dienen in het ziekenhuis aanwezig te zijn en te Geïnfecteerde bloedproducten dienen door middel van een goed hemovigilantiesysteem opgespoord te worden Bij (verdenking op) bacteriële contaminatie van bloedproducten dient dit zo spoedig mogelijk te worden gemeld aan Sanquin Bij een melding van bacteriële contaminatie van een bloedproduct aan Sanquin Bloedvoorziening (of andere producent) waarbij het bloedproduct reeds is of wordt toegediend, is het noodzakelijk om de patiënt te controleren op verschijnselen van Van een posttransfusie virale infectie is sprake wanneer de virale infectie kan worden herleid tot een toegediend bloedproduct, waarbij het virus is uitgetypeerd en identieke virusstammen worden aangetoond bij ontvanger en donor of (gerelateerd) bloedproduct en waarbij besmetting via een andere route niet aannemelijk is (TRIP rapport ###, ###) Voor iedere infectie bestaat een „window periode‟ waarin het virus in het bloed aanwezig is maar nog niet aantoonbaar is met de gebruikte testen Naast het uitvoeren van laboratoriumtesten op donorbloed is het van belang om bij de donoranamnese vragen over verhoogd risico te stellen zodat tezamen met vrijwillig nietbetaald donorschap een optimale veiligheid van bloedproducten wordt gerealiseerd Verdenking op infectie-overdracht kan ontstaan als een bloedoverdraagbare virale infectie wordt geconstateerd bij een getransfundeerde patiënt en er geen andere voor de hand liggende oorzaak is aan te geven Indien de verdenking reëel is, verricht Sanquin Bloedvoorziening onderzoek bij de betreffende donors Omgekeerd kan bij constateren van een bloedoverdraagbare infectie bij een donor, de veiligheid van eerdere donaties in twijfel komen Ook indien de spijtmonsters van de eerdere donaties na aanvullend onderzoek negatief zijn gebleken, wordt in „look-back‟ onderzoek contact opgenomen met de betreffende ziekenhuizen Indien relevant dient de patiënt aanvullend getest te worden De kans op een virale infectie als gevolg van een transfusie van een Een reële verdenking op een posttransfusie virale infectie dient direct aan Sanquin verlopen of ernstige complicaties veroorzaken zoals aangeboren afwijkingen van het centraal zenuwstelsel bij een eerste infectie van de moeder (primo-infectie) tijdens de een ernstige pneumonitis optreden als gevolg van een CMV-infectie CMV-complicaties bij deze patiëntengroepen kunnen worden veroorzaakt door reactivatie van een doorgemaakte infectie bij de patiënt, transmissie van moeder naar kind, transmissie door een transplantaat, (Hamprecht ###) De hoogste incidentie van CMV in de bevolking wordt gevonden tijdens de perinatale periode en de geslachtsrijpe periode.
591
nvog
het virus in het bloed aanwezig is maar nog niet aantoonbaar is met de gebruikte testen Naast het uitvoeren van laboratoriumtesten op donorbloed is het van belang om bij de donoranamnese vragen over verhoogd risico te stellen zodat tezamen met vrijwillig nietbetaald donorschap een optimale veiligheid van bloedproducten wordt gerealiseerd Verdenking op infectie-overdracht kan ontstaan als een bloedoverdraagbare virale infectie wordt geconstateerd bij een getransfundeerde patiënt en er geen andere voor de hand liggende oorzaak is aan te geven Indien de verdenking reëel is, verricht Sanquin Bloedvoorziening onderzoek bij de betreffende donors Omgekeerd kan bij constateren van een bloedoverdraagbare infectie bij een donor, de veiligheid van eerdere donaties in twijfel komen Ook indien de spijtmonsters van de eerdere donaties na aanvullend onderzoek negatief zijn gebleken, wordt in „look-back‟ onderzoek contact opgenomen met de betreffende ziekenhuizen Indien relevant dient de patiënt aanvullend getest te worden De kans op een virale infectie als gevolg van een transfusie van een Een reële verdenking op een posttransfusie virale infectie dient direct aan Sanquin verlopen of ernstige complicaties veroorzaken zoals aangeboren afwijkingen van het centraal zenuwstelsel bij een eerste infectie van de moeder (primo-infectie) tijdens de een ernstige pneumonitis optreden als gevolg van een CMV-infectie CMV-complicaties bij deze patiëntengroepen kunnen worden veroorzaakt door reactivatie van een doorgemaakte infectie bij de patiënt, transmissie van moeder naar kind, transmissie door een transplantaat, (Hamprecht ###) De hoogste incidentie van CMV in de bevolking wordt gevonden tijdens de perinatale periode en de geslachtsrijpe periode CMV is vooral lymfocytgebonden Leukocytenreductie maakt donorbloed CMV veilig (<PERSOON> ###) Een andere benadering voor de seronegatief gescreend bloed (Bowden ###, Preiksaitis ###) In gecontroleerde studies werden primo-CMV-infecties bij #% van de ontvangers van anti-CMV seronegatief gescreend bloed gerapporteerd en bij <DATUM> % van de ontvangers van leukocytengereduceerd internationaal geen consensus om bij invoering van leukoreductie het eerdere beleid om CMV getest bloed te gebruiken, te verlaten Er is echter geen evidence om bij toepassing van leukocytengereduceerd bloed alsnog een anti-CMV-test toe te passen (Preiksaitis ###, bij #% van de ontvangers van anti-CMV negatief gescreend bloed gerapporteerd en bij # - #% van de ontvangers van leukocytengereduceerd Er is geen evidence om na invoering van leukocytenreductie, alsnog een Tot op heden wordt leukocytenreductie als voorkeursinterventie voor de bereiding van CMV Indien een primo-cytomegalovirus (CMV) infectie bij de ontvanger van een bloedproduct aannemelijk is, dient dit ook te worden gemeld aan Sanquin Bloedvoorziening Leukocytengereduceerde bloedproducten worden als CMV veilig beschouwd (zie ook Hoofdstuk #), maar om bij intra-uterine transfusies en extreem prematuren ( ( ### gr en/of ( ## weken) geen enkel risico te lopen moet de donor ook anti-CMV Acute infectie met Parvovirus B## (afgekort B##) vindt het meest plaats op de kinderleeftijd; het meest kenmerkende ziektebeeld is dat van de „vijfde ziekte‟ (erythema infectiosum) dat getypeerd wordt door koorts en huiduitslag en probleemloos herstel Bij doormaken van de.
593
nvog
vooral lymfocytgebonden Leukocytenreductie maakt donorbloed CMV veilig (<PERSOON> ###) Een andere benadering voor de seronegatief gescreend bloed (Bowden ###, Preiksaitis ###) In gecontroleerde studies werden primo-CMV-infecties bij #% van de ontvangers van anti-CMV seronegatief gescreend bloed gerapporteerd en bij <DATUM> % van de ontvangers van leukocytengereduceerd internationaal geen consensus om bij invoering van leukoreductie het eerdere beleid om CMV getest bloed te gebruiken, te verlaten Er is echter geen evidence om bij toepassing van leukocytengereduceerd bloed alsnog een anti-CMV-test toe te passen (Preiksaitis ###, bij #% van de ontvangers van anti-CMV negatief gescreend bloed gerapporteerd en bij # - #% van de ontvangers van leukocytengereduceerd Er is geen evidence om na invoering van leukocytenreductie, alsnog een Tot op heden wordt leukocytenreductie als voorkeursinterventie voor de bereiding van CMV Indien een primo-cytomegalovirus (CMV) infectie bij de ontvanger van een bloedproduct aannemelijk is, dient dit ook te worden gemeld aan Sanquin Bloedvoorziening Leukocytengereduceerde bloedproducten worden als CMV veilig beschouwd (zie ook Hoofdstuk #), maar om bij intra-uterine transfusies en extreem prematuren ( ( ### gr en/of ( ## weken) geen enkel risico te lopen moet de donor ook anti-CMV Acute infectie met Parvovirus B## (afgekort B##) vindt het meest plaats op de kinderleeftijd; het meest kenmerkende ziektebeeld is dat van de „vijfde ziekte‟ (erythema infectiosum) dat getypeerd wordt door koorts en huiduitslag en probleemloos herstel Bij doormaken van de vruchtdood tot gevolg (<PERSOON> ###) Een de-novo B## infectie is gevaarlijk bij personen met chronische hemolyse en verminderde afweer, wegens de kans op hematopoëseremming (<PERSOON> ###) Naar schatting heeft in de westerse wereld meer dan ##% van de volwassen personen antistoffen tegen B##, In een studie op gepooled plasma afkomstig van asymptomatische Nederlandse bloeddonors en bij steekproefsgewijs geteste individuele donors werd de incidentie geschat op #,##% per jaar De gegevens wezen op een hoge viremie ()### kopieën/mL) in de eerste dagen van de infectie, gevolgd door een minder hoge viremie ((### kopieën/mL) gedurende Bij retrospectief testen van ### reguliere donaties in de Verenigde Staten werd in #,##% van donaties met een gevoelige PCR test B## aangetoond Bij deze donaties was in alle gevallen specifiek IgG aanwezig en in ##% ook IgM; aanwezigheid van IgM was gecorreleerd met een hogere spiegel aan B## DNA en past vermoedelijk bij de herstelfase van een acute infectie (Kleinman ###) In een studie van #,# miljoen donaties (##<DATUM> in Duitsland en Oostenrijk werd tijdens een hoog-incidentie periode in #,#% donaties B## DNA aangetoond, bij #,###% in een titer van ### IU/mL Bij alle donaties met een lage titer waren ook IgG antistoffen aanwezig, waarvan een neutraliserende werking op het Parvovirus B## Bij ontvangers van plasma met een hoge titer van het Parvovirus B## is antistofontwikkeling aangetoond en vermenigvuldiging van het virus (Gezondheidsraad ###, Plentz ###); klinische consequenties werden echter niet beschreven Er zijn enkele gevallen van B##infecties, na toediening van standaard bloedproducten, die leidden tot klinisch ernstige.
683
nvog
gevaarlijk bij personen met chronische hemolyse en verminderde afweer, wegens de kans op hematopoëseremming (<PERSOON> ###) Naar schatting heeft in de westerse wereld meer dan ##% van de volwassen personen antistoffen tegen B##, In een studie op gepooled plasma afkomstig van asymptomatische Nederlandse bloeddonors en bij steekproefsgewijs geteste individuele donors werd de incidentie geschat op #,##% per jaar De gegevens wezen op een hoge viremie ()### kopieën/mL) in de eerste dagen van de infectie, gevolgd door een minder hoge viremie ((### kopieën/mL) gedurende Bij retrospectief testen van ### reguliere donaties in de Verenigde Staten werd in #,##% van donaties met een gevoelige PCR test B## aangetoond Bij deze donaties was in alle gevallen specifiek IgG aanwezig en in ##% ook IgM; aanwezigheid van IgM was gecorreleerd met een hogere spiegel aan B## DNA en past vermoedelijk bij de herstelfase van een acute infectie (Kleinman ###) In een studie van #,# miljoen donaties (##<DATUM> in Duitsland en Oostenrijk werd tijdens een hoog-incidentie periode in #,#% donaties B## DNA aangetoond, bij #,###% in een titer van ### IU/mL Bij alle donaties met een lage titer waren ook IgG antistoffen aanwezig, waarvan een neutraliserende werking op het Parvovirus B## Bij ontvangers van plasma met een hoge titer van het Parvovirus B## is antistofontwikkeling aangetoond en vermenigvuldiging van het virus (Gezondheidsraad ###, Plentz ###); klinische consequenties werden echter niet beschreven Er zijn enkele gevallen van B##infecties, na toediening van standaard bloedproducten, die leidden tot klinisch ernstige Opmerkelijk is dat een aantal studies langdurige aanwezigheid van B## in het beenmerg hebben aangetoond, die Via Sanquin Bloedvoorziening zijn B##-veilige bloedproducten beschikbaar, afkomstig van donors waarbij twee keer met een interval van minimaal zes maanden IgG antistoffen tegen B## zijn gevonden Voor toepassing van deze producten zijn risicogroepen gedefinieerd, waarbij voor patiënten met verhoogd risico B##-veilige producten moeten worden Een de-novo infectie met het Parvovirus B## is wegens de kans op Bloedproducten afkomstig van donors waarbij twee opvolgende keren met een interval van minimaal zes maanden IgG antistoffen zijn aangetoond, kunnen als B##-veilig worden beschouwd Voor toepassing van deze producten zijn risicogroepen gedefinieerd, waarvoor B##-veilige producten Voor patiënten die een verhoogd risico lopen op ernstige nadelige consequenties van een B## infectie bij transfusie van standaard kort houdbare bloedproducten, (zie Hoofdstuk # De incidentie van virale posttransfusie hepatitis (PTH) is de laatste decennia aanzienlijk gereduceerd door intensieve donorselectie, door het uitbannen van betaalde donaties (in het buitenland) en de invoering van gevoelige testen voor hepatitis-B-surface-antigen (HBsAg)en anti-HCV-antistoffen (<PERSOON> worden in <LOCATIE> sinds juli ### alle donaties getest met behulp van een nucleïnezuuramplificatietest (NAT) voor hepatitis C virus (HCV) Vanaf ### wordt ook op De kans op overdracht door bloedtransfusie van HBV of HCV wordt vooral bepaald door de „window‟-fase, de „fout-seronegatieve‟ periode tijdens de vroege infectie bij de donor en is tevens een afgeleide van de incidentie van (de novo) HBV- of HCV-infecties bij reguliere donors (<PERSOON> ###).
679
nvog
een aantal studies langdurige aanwezigheid van B## in het beenmerg hebben aangetoond, die Via Sanquin Bloedvoorziening zijn B##-veilige bloedproducten beschikbaar, afkomstig van donors waarbij twee keer met een interval van minimaal zes maanden IgG antistoffen tegen B## zijn gevonden Voor toepassing van deze producten zijn risicogroepen gedefinieerd, waarbij voor patiënten met verhoogd risico B##-veilige producten moeten worden Een de-novo infectie met het Parvovirus B## is wegens de kans op Bloedproducten afkomstig van donors waarbij twee opvolgende keren met een interval van minimaal zes maanden IgG antistoffen zijn aangetoond, kunnen als B##-veilig worden beschouwd Voor toepassing van deze producten zijn risicogroepen gedefinieerd, waarvoor B##-veilige producten Voor patiënten die een verhoogd risico lopen op ernstige nadelige consequenties van een B## infectie bij transfusie van standaard kort houdbare bloedproducten, (zie Hoofdstuk # De incidentie van virale posttransfusie hepatitis (PTH) is de laatste decennia aanzienlijk gereduceerd door intensieve donorselectie, door het uitbannen van betaalde donaties (in het buitenland) en de invoering van gevoelige testen voor hepatitis-B-surface-antigen (HBsAg)en anti-HCV-antistoffen (<PERSOON> worden in <LOCATIE> sinds juli ### alle donaties getest met behulp van een nucleïnezuuramplificatietest (NAT) voor hepatitis C virus (HCV) Vanaf ### wordt ook op De kans op overdracht door bloedtransfusie van HBV of HCV wordt vooral bepaald door de „window‟-fase, de „fout-seronegatieve‟ periode tijdens de vroege infectie bij de donor en is tevens een afgeleide van de incidentie van (de novo) HBV- of HCV-infecties bij reguliere donors (<PERSOON> ###) HBV door transfusie van kort houdbare bloedproducten worden berekend op # per ### ### donoreenheden en voor HCV (na de invoering van NAT) op # per # miljoen donoreenheden De definitie „posttransfusie‟ wijst op chronologie en sluit andere oorzaken dan een bloedtransfusie niet uit Derhalve moeten ook ziekenhuisinfecties in overweging worden genomen Bij het merendeel van de meldingen van posttransfusie-HBV blijkt bij nader onderzoek de bloedtransfusie niet als oorzaak te kunnen worden aangemerkt (SHOT ###) Sinds het begin van de negentiger jaren wordt in Sanquin Bloedvoorziening van elke donatie een spijtmonster gedurende twee jaar bewaard, om onder andere meldingen van PTH nader aanzienlijk gereduceerd door intensieve donorselectie, door het uitbannen van betaalde donaties (in het buitenland) en de invoering van gevoelige Voor <LOCATIE> kan de resterende kans op een besmetting met HBV door transfusie van kort houdbare bloedproducten worden berekend op # per <PERSOON> merendeel van de meldingen van posttransfusie hepatitis-B-virus (HBV) blijkt bij nader onderzoek de bloedtransfusie niet als oorzaak te Bij virale hepatitis dient ook de (kleine) mogelijkheid van overdracht door een Elk geval van virale posttransfusie hepatitis (PTH), zoals bijvoorbeeld door HBV of HCV, met een positieve bloedtransfusiehistorie dient ook te worden gemeld aan Na de invoering van de test op „human immunodeficiency virus‟ (HIV-antistoffen voor elke bloeddonatie in ### is het risico op overdracht van HIV door bloedtransfusie (Goodnough ###, Glynn ###) in <LOCATIE>, mede door zorgvuldige donorselectieprocedures, nog uiterst gering (TRIP rapporten, (WEBLINK)) De incubatieperiode van HIV bedraagt een half jaar tot <LEEFTIJD> jaar.
644
nvog
op # per ### ### donoreenheden en voor HCV (na de invoering van NAT) op # per # miljoen donoreenheden De definitie „posttransfusie‟ wijst op chronologie en sluit andere oorzaken dan een bloedtransfusie niet uit Derhalve moeten ook ziekenhuisinfecties in overweging worden genomen Bij het merendeel van de meldingen van posttransfusie-HBV blijkt bij nader onderzoek de bloedtransfusie niet als oorzaak te kunnen worden aangemerkt (SHOT ###) Sinds het begin van de negentiger jaren wordt in Sanquin Bloedvoorziening van elke donatie een spijtmonster gedurende twee jaar bewaard, om onder andere meldingen van PTH nader aanzienlijk gereduceerd door intensieve donorselectie, door het uitbannen van betaalde donaties (in het buitenland) en de invoering van gevoelige Voor <LOCATIE> kan de resterende kans op een besmetting met HBV door transfusie van kort houdbare bloedproducten worden berekend op # per <PERSOON> merendeel van de meldingen van posttransfusie hepatitis-B-virus (HBV) blijkt bij nader onderzoek de bloedtransfusie niet als oorzaak te Bij virale hepatitis dient ook de (kleine) mogelijkheid van overdracht door een Elk geval van virale posttransfusie hepatitis (PTH), zoals bijvoorbeeld door HBV of HCV, met een positieve bloedtransfusiehistorie dient ook te worden gemeld aan Na de invoering van de test op „human immunodeficiency virus‟ (HIV-antistoffen voor elke bloeddonatie in ### is het risico op overdracht van HIV door bloedtransfusie (Goodnough ###, Glynn ###) in <LOCATIE>, mede door zorgvuldige donorselectieprocedures, nog uiterst gering (TRIP rapporten, (WEBLINK)) De incubatieperiode van HIV bedraagt een half jaar tot <LEEFTIJD> jaar ### het beleid gevoerd dat personen met een verhoogd HIV-risico geen bloed kunnen geven De kans op overdracht van HIV door bloedtransfusie wordt bepaald door de „window‟-fase, periode waarin de test(en) fout-seronegatief zijn, tijdens de vroege infectie en daarnaast de kans dat een bekende donor een de novo HIV-infectie doormaakt, de Voor vers ingevroren plasma geldt dat dit plasma slechts wordt vrijgegeven nadat de betrokken donor minimaal zes maanden later opnieuw is getest en negatief bevonden is dergelijk plasma wordt aangeduid als „quarantaine‟ plasma Daarmee is het risico als gevolg van de „window‟-fase bij vers ingevroren plasma in feite geëlimineerd, net als bij het geïnactiveerd SD plasma Voor cellulaire producten zoals erytrocyten en trombocyten is een dergelijk lange quarantaineperiode niet mogelijk De „window‟-fase voor HIV is echter belangrijk gereduceerd door de invoering van de nucleïnezuuramplificatietest (HIV-NAT) die in ### aan de testen op alle donaties van bloedproducten werd toegevoegd Het theoretisch rest-risico op posttransfusie-HIV/AIDS laat zich berekenen uit de „window‟fase en de incidentie en is in tabel <DATUM> weergegeven Er moet derhalve rekening worden gehouden met een kans van # op # miljoen bij transfusie van bloedcellen op transmissie van HIV van een donor in de vroege fase van infectie Dit is een uiterst geringe kans, maar Tabel <DATUM> Kans op overdracht van diverse bloedoverdraagbare ziekten De kans op HIV-transmissie door transfusie van vers ingevroren plasma, beveiligd volgens de quarantainemethode of geïnactiveerd SD plasma, is.
617
nvog
gevoerd dat personen met een verhoogd HIV-risico geen bloed kunnen geven De kans op overdracht van HIV door bloedtransfusie wordt bepaald door de „window‟-fase, periode waarin de test(en) fout-seronegatief zijn, tijdens de vroege infectie en daarnaast de kans dat een bekende donor een de novo HIV-infectie doormaakt, de Voor vers ingevroren plasma geldt dat dit plasma slechts wordt vrijgegeven nadat de betrokken donor minimaal zes maanden later opnieuw is getest en negatief bevonden is dergelijk plasma wordt aangeduid als „quarantaine‟ plasma Daarmee is het risico als gevolg van de „window‟-fase bij vers ingevroren plasma in feite geëlimineerd, net als bij het geïnactiveerd SD plasma Voor cellulaire producten zoals erytrocyten en trombocyten is een dergelijk lange quarantaineperiode niet mogelijk De „window‟-fase voor HIV is echter belangrijk gereduceerd door de invoering van de nucleïnezuuramplificatietest (HIV-NAT) die in ### aan de testen op alle donaties van bloedproducten werd toegevoegd Het theoretisch rest-risico op posttransfusie-HIV/AIDS laat zich berekenen uit de „window‟fase en de incidentie en is in tabel <DATUM> weergegeven Er moet derhalve rekening worden gehouden met een kans van # op # miljoen bij transfusie van bloedcellen op transmissie van HIV van een donor in de vroege fase van infectie Dit is een uiterst geringe kans, maar Tabel <DATUM> Kans op overdracht van diverse bloedoverdraagbare ziekten De kans op HIV-transmissie door transfusie van vers ingevroren plasma, beveiligd volgens de quarantainemethode of geïnactiveerd SD plasma, is Elk geval van HIV-infectie met een positieve bloedtransfusiehistorie dient ook te Malaria kan door bloedtransfusie worden overgedragen Dit komt in niet-endemische gebieden zelden voor In <LOCATIE> is sinds de vijftiger jaren geen transfusie-overdracht van malaria (verplichte melding bij het <INSTELLING>) gemeld In de Verenigde Staten wordt het risico geschat op # op # miljoen transfusies, en werd een van de <DATUM> gerapporteerde malariagevallen veroorzaakt door transfusie (Nahlen ###) Recente gevallen van malariaransmissie in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn vooral te wijten aan donaties van personen die eerder langdurig in malaria-endemische gebieden verbleven en onlangs opnieuw in een malariagebied geweest zijn (Eliades ###, Kitchen ###) De huidige preventie in <LOCATIE> berust enerzijds op het uitsluiten van donors die een recent bezoek aan malariarisicogebieden vermelden en anderzijds door bij donors die malaria doorgemaakt hebben, donatie toe te staan op voorwaarde van een negatief resultaat De kans op overdracht van malaria door een bloedtransfusie in <LOCATIE> In geval van malaria bij een ontvanger van erytrocytentransfusies dient de (uiterst kleine) mogelijkheid van posttransfusie malaria worden overwogen indien andere oorzaken zijn <DATUM> # Posttransfusie variant Ziekte van Creutzfeldt <PERSOON> (vCJD) infectie De Ziekte van Creutzfeldt <PERSOON> (CJD) behoort tot een groep van aandoeningen aangeduid als Transmissible Spongiforme Encephalopathieën (TSE), die gekenmerkt worden door een lange tot zeer lange incubatieperiode en ernstige, irreversibele beschadiging van het De sporadische vorm van CJD, waarvan de incidentie ongeveer # per miljoen inwoners is met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar, wordt blijkens een aantal case controle studies,.
612
nvog
ook te Malaria kan door bloedtransfusie worden overgedragen Dit komt in niet-endemische gebieden zelden voor In <LOCATIE> is sinds de vijftiger jaren geen transfusie-overdracht van malaria (verplichte melding bij het <INSTELLING>) gemeld In de Verenigde Staten wordt het risico geschat op # op # miljoen transfusies, en werd een van de <DATUM> gerapporteerde malariagevallen veroorzaakt door transfusie (Nahlen ###) Recente gevallen van malariaransmissie in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn vooral te wijten aan donaties van personen die eerder langdurig in malaria-endemische gebieden verbleven en onlangs opnieuw in een malariagebied geweest zijn (Eliades ###, Kitchen ###) De huidige preventie in <LOCATIE> berust enerzijds op het uitsluiten van donors die een recent bezoek aan malariarisicogebieden vermelden en anderzijds door bij donors die malaria doorgemaakt hebben, donatie toe te staan op voorwaarde van een negatief resultaat De kans op overdracht van malaria door een bloedtransfusie in <LOCATIE> In geval van malaria bij een ontvanger van erytrocytentransfusies dient de (uiterst kleine) mogelijkheid van posttransfusie malaria worden overwogen indien andere oorzaken zijn <DATUM> # Posttransfusie variant Ziekte van Creutzfeldt <PERSOON> (vCJD) infectie De Ziekte van Creutzfeldt <PERSOON> (CJD) behoort tot een groep van aandoeningen aangeduid als Transmissible Spongiforme Encephalopathieën (TSE), die gekenmerkt worden door een lange tot zeer lange incubatieperiode en ernstige, irreversibele beschadiging van het De sporadische vorm van CJD, waarvan de incidentie ongeveer # per miljoen inwoners is met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar, wordt blijkens een aantal case controle studies, Vanaf het begin van de jaren tachtig is bij een toenemend aantal runderen in het Verenigd Koninkrijk (VK), en later ook in diverse andere landen, boviene spongiforme encefalopathie (BSE) geconstateerd Na maatregelen in de veeteelt en voedselindustrie zijn de aantallen in sterke mate afgenomen Vervolgens zijn vanaf ###, met name in het Verenigd Koninkrijk, een aantal patiënten met een afwijkende (variant) vorm van CJD (vCJD) gediagnosticeerd Eind ### waren in totaal ruim ### personen in het Verenigd Koninkrijk aan vCJD overleden In dierexperimenten is aangetoond dat deze variante vorm van CJD, vCJD, wel In december ### is voor het eerst de mogelijke transmissie van vCJD door bloedtransfusie bij de mens in het Verenigd Koninkrijk gemeld Deze transfusie met erytrocytenconcentraat vond plaats in ### toen de donor nog gezond was Nadat de donor in ### overleden was aan vCJD is in ### ook bij de ontvanger van zijn bloed deze ziekte vastgesteld Sindsdien is nog tweemaal vCJD geconstateerd in het Verenigd Koninkrijk bij ontvangers van (nietleukogereduceerde) erytrocytenconcentraten, afkomstig van donors die na hun donatie vCJD ontwikkelden (Hewitt ###) Hoewel theoretisch denkbaar dat de ziekte bij alle personen is veroorzaakt door het nuttigen van besmette rundvleesproducten, is de kans dat overdracht door bloed heeft plaats gevonden statistisch veel groter Bij een vierde ontvanger van een erytrocytenconcentraat, afkomstig van een besmette donor, zijn na haar dood aan het onderliggende lijden, voor vCJD kenmerkende prioneiwitten in de milt aangetoond (Hewitt ###) Er zijn tot op heden in <LOCATIE> drie gevallen van vCJD gediagnosticeerd;.
621
nvog
is bij een toenemend aantal runderen in het Verenigd Koninkrijk (VK), en later ook in diverse andere landen, boviene spongiforme encefalopathie (BSE) geconstateerd Na maatregelen in de veeteelt en voedselindustrie zijn de aantallen in sterke mate afgenomen Vervolgens zijn vanaf ###, met name in het Verenigd Koninkrijk, een aantal patiënten met een afwijkende (variant) vorm van CJD (vCJD) gediagnosticeerd Eind ### waren in totaal ruim ### personen in het Verenigd Koninkrijk aan vCJD overleden In dierexperimenten is aangetoond dat deze variante vorm van CJD, vCJD, wel In december ### is voor het eerst de mogelijke transmissie van vCJD door bloedtransfusie bij de mens in het Verenigd Koninkrijk gemeld Deze transfusie met erytrocytenconcentraat vond plaats in ### toen de donor nog gezond was Nadat de donor in ### overleden was aan vCJD is in ### ook bij de ontvanger van zijn bloed deze ziekte vastgesteld Sindsdien is nog tweemaal vCJD geconstateerd in het Verenigd Koninkrijk bij ontvangers van (nietleukogereduceerde) erytrocytenconcentraten, afkomstig van donors die na hun donatie vCJD ontwikkelden (Hewitt ###) Hoewel theoretisch denkbaar dat de ziekte bij alle personen is veroorzaakt door het nuttigen van besmette rundvleesproducten, is de kans dat overdracht door bloed heeft plaats gevonden statistisch veel groter Bij een vierde ontvanger van een erytrocytenconcentraat, afkomstig van een besmette donor, zijn na haar dood aan het onderliggende lijden, voor vCJD kenmerkende prioneiwitten in de milt aangetoond (Hewitt ###) Er zijn tot op heden in <LOCATIE> drie gevallen van vCJD gediagnosticeerd; Aangezien er nog geen inactivatiemethode is en een betrouwbare screeningtest respectievelijk confirmatietest om vCJD in bloed op te sporen ontbreekt, zijn in <LOCATIE> twee voorzorgsmaatregelen getroffen om het eventuele risico van overdracht van vCJD via bloed en bloedproducten te beperken (<PERSOON> ###) Het betreft Donorexclusie, wat wil zeggen het weren van donors die tussen ### en ### gedurende zes maanden of langer in het Verenigd Koninkrijk verbleven (sinds ###) en van donors die zelf vanaf ### een allogene bloedtransfusie hebben ontvangen Wat betreft de veiligheid van plasma producten blijkt uit de literatuur dat vrijwel alle onderzochte processtappen tijdens de bereiding een TSE verwijderend of inactiverend effect hebben (Foster ###) Eind ### is er een hemofiliepatiënt gemeld die in het Verenigd Koninkrijk ruim <LEEFTIJD> jaar eerder een stollingsfactorpreparaat ontving uit een batch waarin plasma van een donor die later vCJD kreeg is verwerkt De betrokken hemofiliepatiënt heeft nooit neurologische verschijnselen vertoond maar na zijn overlijden aan andere oorzaken zijn in de milt prioneiwitten aangetoond Omdat er veel patiënten producten, bereid uit humaan plasma, hebben ontvangen, is op basis van deze casus vooralsnog geen aanleiding om overdracht via het product te veronderstellen (Health Protection Agency ###) De overdracht van de variante vorm van de ziekte van Creutzfeld-<PERSOON> (vCJD) via cellulaire bloedproducten is theoretisch mogelijk en op basis Wat betreft de veiligheid van plasmaproducten blijkt uit de literatuur dat Indien de diagnose Ziekte van Creutzfeldt <PERSOON> (CJD) of variant Ziekte van Creutzfeldt.
610
nvog
inactivatiemethode is en een betrouwbare screeningtest respectievelijk confirmatietest om vCJD in bloed op te sporen ontbreekt, zijn in <LOCATIE> twee voorzorgsmaatregelen getroffen om het eventuele risico van overdracht van vCJD via bloed en bloedproducten te beperken (<PERSOON> ###) Het betreft Donorexclusie, wat wil zeggen het weren van donors die tussen ### en ### gedurende zes maanden of langer in het Verenigd Koninkrijk verbleven (sinds ###) en van donors die zelf vanaf ### een allogene bloedtransfusie hebben ontvangen Wat betreft de veiligheid van plasma producten blijkt uit de literatuur dat vrijwel alle onderzochte processtappen tijdens de bereiding een TSE verwijderend of inactiverend effect hebben (Foster ###) Eind ### is er een hemofiliepatiënt gemeld die in het Verenigd Koninkrijk ruim <LEEFTIJD> jaar eerder een stollingsfactorpreparaat ontving uit een batch waarin plasma van een donor die later vCJD kreeg is verwerkt De betrokken hemofiliepatiënt heeft nooit neurologische verschijnselen vertoond maar na zijn overlijden aan andere oorzaken zijn in de milt prioneiwitten aangetoond Omdat er veel patiënten producten, bereid uit humaan plasma, hebben ontvangen, is op basis van deze casus vooralsnog geen aanleiding om overdracht via het product te veronderstellen (Health Protection Agency ###) De overdracht van de variante vorm van de ziekte van Creutzfeld-<PERSOON> (vCJD) via cellulaire bloedproducten is theoretisch mogelijk en op basis Wat betreft de veiligheid van plasmaproducten blijkt uit de literatuur dat Indien de diagnose Ziekte van Creutzfeldt <PERSOON> (CJD) of variant Ziekte van Creutzfeldt bloedproducten heeft ontvangen en of hij ooit bloed heeft gedoneerd Zo ja, dan dient dit aan IGZ en in het geval van bloeddonatie ook aan Sanquin Bloedvoorziening te worden <PERSOON> and Management of suspected transfusioin reactions Nursing perspectives in Transfusion reactions Popovsky MA (ed) # rd edition, Serious Hazards of Transfusion, Annual reports <PERSOON> Serious Hazards of <PERSOON> transfusion reactions In Blood transfusion in clinical practice ##th edition Oxford Blackwell Scientific Publications, ### Rudmann SV Adverse effects of blood transfusion In Textbook of blood banking and transfusion medicine Rudmann SV (ed) #st edition Philadelphia Saunders Company, ### Transfusion Reactions, editor <PERSOON> press ###,#rd edition <PERSOON> M A prospective study of the incidence of red cell alloimmunisation following transfusion Vox Sang ###;#<DATUM> ## Council of Europe Publishing Guide to the preparation, use and quality assurance of blood Gilstad CW Anaphylactic transfusion reactions Curr Opin Hematol ##<DATUM> #<DATUM> Sandler SG, <PERSOON> R IgA anaphylactic transfusion reactions <PERSOON> I et al Anaphylactic transfusion reactions in haptoglobin-deficient patients with IgE and IgG haptoglobin Vamvakas EC Allergic and anaphylactic reactions In Popovsky MA (ed) Transfusion reactions, #e ed <INSTELLING>, MD AABB Press, ### ISBN ##<DATUM> ###<DATUM> # ###-###.
619
nvog
dient dit aan IGZ en in het geval van bloeddonatie ook aan Sanquin Bloedvoorziening te worden <PERSOON> and Management of suspected transfusioin reactions Nursing perspectives in Transfusion reactions Popovsky MA (ed) # rd edition, Serious Hazards of Transfusion, Annual reports <PERSOON> Serious Hazards of <PERSOON> transfusion reactions In Blood transfusion in clinical practice ##th edition Oxford Blackwell Scientific Publications, ### Rudmann SV Adverse effects of blood transfusion In Textbook of blood banking and transfusion medicine Rudmann SV (ed) #st edition Philadelphia Saunders Company, ### Transfusion Reactions, editor <PERSOON> press ###,#rd edition <PERSOON> M A prospective study of the incidence of red cell alloimmunisation following transfusion Vox Sang ###;#<DATUM> ## Council of Europe Publishing Guide to the preparation, use and quality assurance of blood Gilstad CW Anaphylactic transfusion reactions Curr Opin Hematol ##<DATUM> #<DATUM> Sandler SG, <PERSOON> R IgA anaphylactic transfusion reactions <PERSOON> I et al Anaphylactic transfusion reactions in haptoglobin-deficient patients with IgE and IgG haptoglobin Vamvakas EC Allergic and anaphylactic reactions In Popovsky MA (ed) Transfusion reactions, #e ed <PERSOON> D A readily available assay for anti-immunoglobulin A is this what we <PERSOON> RJ, <PERSOON-##> RR et al, A multicenter randomised study of the efficacy of transfusions with platelets stored in platelet additive solution II versus plasma <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> and allergic transfusion reactions after the <PERSOON-##> B, et al Effect of premedication guidelines and leukoreduction on the rate of febrile nonhaemolytic platelet <PERSOON-##> of platelet additive solution in platelet concentrates towards a decrease in blood transfusion reactions Transfus Clin Biol ###; Sarkodee-Adoo CB, Kendall JM, Sridhara R, <PERSOON-##> relationship between the duration of platelet storage and the development of transfusion reactions Transfusion Transfusion-associated red eye syndrome Centers for disease control and prevention <PERSOON-##> LT Prestorage universal WBC reduction of RBC units does not affect the incidence of transfusion reactions Transfusion Vamvakas EC Allergic and anaphylactic reactions in Transfusion reactions Popovsky MA (ed) <INSTELLING>, MD #rd edition ###, <PERSOON-##> JG A prospective study to identify the risk factors associated with acute reactions to platelet and red cell transfusions.
526
nvog
<PERSOON> D A readily available assay for anti-immunoglobulin A is this what we <PERSOON> RJ, <PERSOON> RR et al, A multicenter randomised study of the efficacy of transfusions with platelets stored in platelet additive solution II versus plasma <PERSOON> H, <PERSOON> and allergic transfusion reactions after the <PERSOON> B, et al Effect of premedication guidelines and leukoreduction on the rate of febrile nonhaemolytic platelet <PERSOON> of platelet additive solution in platelet concentrates towards a decrease in blood transfusion reactions Transfus Clin Biol ###; Sarkodee-Adoo CB, Kendall JM, Sridhara R, <PERSOON> relationship between the duration of platelet storage and the development of transfusion reactions Transfusion Transfusion-associated red eye syndrome Centers for disease control and prevention <PERSOON> LT Prestorage universal WBC reduction of RBC units does not affect the incidence of transfusion reactions Transfusion Vamvakas EC Allergic and anaphylactic reactions in Transfusion reactions Popovsky MA (ed) <INSTELLING>, MD #rd edition ###, <PERSOON-##> JG A prospective study to identify the risk factors associated with acute reactions to platelet and red cell transfusions Febrile nonhemolytic transfusion reactions In Popovsky MA (ed) Transfusion reactions #rd edition <INSTELLING>, MD AABB Press ### p #<DATUM> Heddle NM Noninfectious adverse reactions to blood transfusion In <PERSOON-##> MC, Carbone PP Kennedy LD, Case LD, Hurd DD, Cruz JM, Pomper GJ, a prospective, randomized doubleblind controlled trial of acetaminopen and diphenhydramine pretransfusion medication for the <PERSOON-##> ME Reactions to platelet transfusion <PERSOON-##> effect of the storage time of the concentrate <PERSOON-##> DBL, et al Serious Hazards of Transfusion (SHOT) initiative analyses of the first two annual reports <PERSOON-##>-related acute lung injury (TRALI) a serious adverse event of blood Fatalities Reported to FDA Following Blood Collection and Transfusion, Annual Summary for <PERSOON-##> KE, <PERSOON-##> DM, Freedman J, <PERSOON-##> MA, TRALI consensus panel Proceedings of a consensus conference towards an understanding of <PERSOON-##> S et al Toward an Kopko PM and Popovsky MA Transfusion-Related Acute Lung Injury In Popovsky MW, ed Transfusion Reactions, #rd <PERSOON-##> G A randomized controlled trial of transfusion-related acute lung injury is plasma from multiparous blood donors dangerous? Transfusion SHOT Annual Report ###, (WEBLINK).
534
nvog
Febrile nonhemolytic transfusion reactions In Popovsky MA (ed) Transfusion reactions #rd edition <INSTELLING>, MD AABB Press ### p #<DATUM> Heddle NM Noninfectious adverse reactions to blood transfusion In <PERSOON> MC, Carbone PP Kennedy LD, Case LD, Hurd DD, Cruz JM, Pomper GJ, a prospective, randomized doubleblind controlled trial of acetaminopen and diphenhydramine pretransfusion medication for the <PERSOON> ME Reactions to platelet transfusion <PERSOON> effect of the storage time of the concentrate <PERSOON> DBL, et al Serious Hazards of Transfusion (SHOT) initiative analyses of the first two annual reports <PERSOON>-related acute lung injury (TRALI) a serious adverse event of blood Fatalities Reported to FDA Following Blood Collection and Transfusion, Annual Summary for <PERSOON> KE, <PERSOON> DM, Freedman J, <PERSOON> MA, TRALI consensus panel Proceedings of a consensus conference towards an understanding of <PERSOON> S et al Toward an Kopko PM and Popovsky MA Transfusion-Related Acute Lung Injury In Popovsky MW, ed Transfusion Reactions, #rd <PERSOON-##> G A randomized controlled trial of transfusion-related acute lung injury is plasma from multiparous blood donors dangerous? Transfusion SHOT Annual Report ###, (WEBLINK) Red blood cell transfusion practices in patients Center for Biologics Evaluation and Research Fatalities reported to FDA Following blood collection & transfusion Annual summary for fiscal years ### and ### Rockville CBER; Gajic #, Gropper MA, Hubmayr RD Pulmonary edema after tranfusion How to differentiate transfusion-associated circulatory overload from transfusion-related acute lung injury Crit <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> accuracy of natriuretic peptides (brain natriuretic peptide and N-terminal-ebpro-brain naturietic peptide) in the differentiation between transfusion-related acute lung injury and transfusionrelated circulatory overload in the critically ill Transfusion ###;## ##-## Popovsky MA Circulatory overload In Popovsky MA, editor Transfusion reactions #rd ed <PERSOON-##> SA Transfusion-related acute lung injury and pulmonary <PERSOON-##> incidence of transfusion-associated circulatory overload reported to the Quebec Hemovigilance System, ###-### Transfusion ###; ## Lippman SM, Lizak GE, <PERSOON-##> efficacy of P#A#-negative platelet transfusion therapy in posttransfusion purpura West J Med ###;### #<DATUM> McFarland JG Posttransfusion purpura In Popovsky MA (ed) Transfusion reactions #rd <PERSOON-##>-transfusion purpura clinical features and the mechanism of platelet destruction In Nance SJ, Clinical and basic science aspects of immunohaematology <PERSOON-##>-transfusion purpura a survey of ## <PERSOON-##> cases with special.
601
nvog
Red blood cell transfusion practices in patients Center for Biologics Evaluation and Research Fatalities reported to FDA Following blood collection & transfusion Annual summary for fiscal years ### and ### Rockville CBER; Gajic #, Gropper MA, Hubmayr RD Pulmonary edema after tranfusion How to differentiate transfusion-associated circulatory overload from transfusion-related acute lung injury Crit <PERSOON> T, <PERSOON> accuracy of natriuretic peptides (brain natriuretic peptide and N-terminal-ebpro-brain naturietic peptide) in the differentiation between transfusion-related acute lung injury and transfusionrelated circulatory overload in the critically ill Transfusion ###;## ##-## Popovsky MA Circulatory overload In Popovsky MA, editor Transfusion reactions #rd ed <PERSOON> SA Transfusion-related acute lung injury and pulmonary <PERSOON> incidence of transfusion-associated circulatory overload reported to the Quebec Hemovigilance System, ###-### Transfusion ###; ## Lippman SM, Lizak GE, <PERSOON> efficacy of P#A#-negative platelet transfusion therapy in posttransfusion purpura West J Med ###;### #<DATUM> McFarland JG Posttransfusion purpura In Popovsky MA (ed) Transfusion reactions #rd <PERSOON>-transfusion purpura clinical features and the mechanism of platelet destruction In Nance SJ, Clinical and basic science aspects of immunohaematology <PERSOON>-transfusion purpura a survey of ## <PERSOON> cases with special <PERSOON> F Pan-reactive platelet antibodies in post-transfusion purpura Vox Watkins NA, <PERSOON-##> WH Platelet alphaIIbbeta# recombinant autoantibodies from the B-cell repertoire of a post-transfusion purpura <PERSOON-##> CE, Navarrete C, <PERSOON-##> impact of universal leukodepletion of the blood supply on hemovigilance reports of posttransfusion purpura and transfusion-associated graft-versushost disease Transfusion ###;##(#) ###-## American Association Blood Banks Guidelines and Standards for Blood Banks and Transfusion Services, ##th edn AABB Press <INSTELLING>, ### (##e editie is in concept) Guide to the preparation, use and quality assurance of blood components, ##e editie, ###, <PERSOON-##> K, et al A rapid molecular diagnosis of posttransfusion graft-versus-host disease by polymerase chain reaction <PERSOON-##> impact of universal leukodepletion of the blood supply on Allen KJ, Gurrin LC, Constantine CC, Osborne NJ, Delatycki MB, Nicoll AJ, et al Iron overload-releated disease in HFE hereditary hemochromatosis N Eng J Med ###; ### ### Andrews NC Disorders of iron metabolism <PERSOON-##> MD, De <PERSOON-##> GC, Forni GL, Gamberrini MR, et al Survival and complications in thalassemia <PERSOON-##> Sci ###; ###.
617
nvog
<PERSOON> F Pan-reactive platelet antibodies in post-transfusion purpura Vox Watkins NA, <PERSOON> WH Platelet alphaIIbbeta# recombinant autoantibodies from the B-cell repertoire of a post-transfusion purpura <PERSOON> CE, Navarrete C, <PERSOON> impact of universal leukodepletion of the blood supply on hemovigilance reports of posttransfusion purpura and transfusion-associated graft-versushost disease Transfusion ###;##(#) ###-## American Association Blood Banks Guidelines and Standards for Blood Banks and Transfusion Services, ##th edn AABB Press <INSTELLING>, ### (##e editie is in concept) Guide to the preparation, use and quality assurance of blood components, ##e editie, ###, <PERSOON> K, et al A rapid molecular diagnosis of posttransfusion graft-versus-host disease by polymerase chain reaction <PERSOON> impact of universal leukodepletion of the blood supply on Allen KJ, Gurrin LC, Constantine CC, Osborne NJ, Delatycki MB, Nicoll AJ, et al Iron overload-releated disease in HFE hereditary hemochromatosis N Eng J Med ###; ### ### Andrews NC Disorders of iron metabolism <PERSOON> MD, De <PERSOON> GC, Forni GL, Gamberrini MR, et al Survival and complications in thalassemia <PERSOON> WC Iron in the heart Etiology and clinical significance <PERSOON-##> and the liver update ### <PERSOON-##> of transfusion dependency and secondary iron overload on the survival of <PERSOON-##> in beta-thalassaemia major in the UK data from the <PERSOON-##> A, et al Randomized phase II comparison to deferoxamine in thalassemia patients with transfusional iron overload <PERSOON-##> DJ,Rees D,<PERSOON-##> J et al Desferrioxamine mesylate for managing tranfusional iron overload in people with transfusion-dependent thalassaemia Cohrane database of systematic <PERSOON-##> resonance assessment of excess iron in thalassemia, sickle cell disease and other iron overload diseases <PERSOON-##> HC van, <PERSOON-##> JW Use of leukocyte-depleted platelet concentrates for the prevention of refractoriness and primary <PERSOON-##> and specificity of platelet-specific alloantibodies <PERSOON-##> WLJ van, Claas FHJ, et al Leukocyte depletion of random single donor platelet transfusions does not prevent secondary HLA-alloimmunization and refractoriness a randomized prospective study <PERSOON-##> of lymphocyte IL#-receptor expression by.
515
nvog
<PERSOON> WC Iron in the heart Etiology and clinical significance <PERSOON> and the liver update ### <PERSOON> of transfusion dependency and secondary iron overload on the survival of <PERSOON> in beta-thalassaemia major in the UK data from the <PERSOON> A, et al Randomized phase II comparison to deferoxamine in thalassemia patients with transfusional iron overload <PERSOON> DJ,Rees D,<PERSOON> J et al Desferrioxamine mesylate for managing tranfusional iron overload in people with transfusion-dependent thalassaemia Cohrane database of systematic <PERSOON> resonance assessment of excess iron in thalassemia, sickle cell disease and other iron overload diseases <PERSOON> HC van, <PERSOON-##> JW Use of leukocyte-depleted platelet concentrates for the prevention of refractoriness and primary <PERSOON-##> and specificity of platelet-specific alloantibodies <PERSOON-##> WLJ van, Claas FHJ, et al Leukocyte depletion of random single donor platelet transfusions does not prevent secondary HLA-alloimmunization and refractoriness a randomized prospective study <PERSOON-##> of lymphocyte IL#-receptor expression by a possible cause of immunosuppression in haemophiliacs <PERSOON-##> JM Transfusion and recipient immune function <PERSOON-##> of the effects of SAG-M and <PERSOON-##> infection and natural killer cell function following blood transfusion in patients undergoing elective colorectal surgery <PERSOON-##> effect of a single whole-blood transfusion <PERSOON-##> KW, Schildberg FW Modulation of immune response by blood transfusion evidence for a differential effect of allogeneic and autologous blood in colorectal cancer surgery Shock Houbiers JG, <PERSOON-##> JE, et al Randomised controlled trial comparing transfusion of leucocyte-depleted or buffy-coat-depleted blood in surgery for colorectal cancer <PERSOON-##> comparison of leucocytedepleted versus buffy-coat- poor blood transfusion and complications after colorectal surgery <PERSOON-##> trial comparing packed red cell blood transfusion with and without leukocyte depletion for gastrointestinal <PERSOON-##> J.
407
nvog
possible cause of immunosuppression in haemophiliacs <PERSOON> JM Transfusion and recipient immune function <PERSOON> of the effects of SAG-M and <PERSOON> infection and natural killer cell function following blood transfusion in patients undergoing elective colorectal surgery <PERSOON> effect of a single whole-blood transfusion <PERSOON> KW, Schildberg FW Modulation of immune response by blood transfusion evidence for a differential effect of allogeneic and autologous blood in colorectal cancer surgery Shock Houbiers JG, <PERSOON> JE, et al Randomised controlled trial comparing transfusion of leucocyte-depleted or buffy-coat-depleted blood in surgery for colorectal cancer <PERSOON> comparison of leucocytedepleted versus buffy-coat- poor blood transfusion and complications after colorectal surgery <PERSOON> trial comparing packed red cell blood transfusion with and without leukocyte depletion for gastrointestinal <PERSOON> J complications Results of a double- blinded, randomized study <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> LM, van <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> RM, et al Effects of transfusion with red cells filtered to remove leucocytes randomised controlled trial in patients undergoing <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> MS, Huysmans HA, <PERSOON-##> effects of leukocyte depletion of transfused blood on postoperative complications in patients undergoing cardiac surgery a randomized clinical Wallis JP, Chapman CE, Orr KE, <PERSOON-##> SC, Forty JR Effect of WBC reduction of transfused RBCs on postoperative infection rates in cardiac surgery <PERSOON-##> NA, <PERSOON-##> WK, Cooper JR Leukocyte-reduced blood in open-heart surgery patients effects on outcome Transfusion Boshkov LK, Furnary A, <PERSOON-##> leukoreduction of red cells in elective cardiac surgery results of a double-blind randomized controlled trial <PERSOON-##> MI, <PERSOON-##> MH, <PERSOON-##>-blind, randomized controlled trial on the effect of leukocyte-depleted erythrocyte transfusions in cardiac valve surgery <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> intention-to-treat principle in clinical trials and meta-analyses of leukoreduced blood transfusions in surgical Gantt CL.
440
nvog
<PERSOON> JA, <PERSOON> LM, van <PERSOON> J, <PERSOON> RM, et al Effects of transfusion with red cells filtered to remove leucocytes randomised controlled trial in patients undergoing <PERSOON> F, <PERSOON> MS, Huysmans HA, <PERSOON> effects of leukocyte depletion of transfused blood on postoperative complications in patients undergoing cardiac surgery a randomized clinical Wallis JP, Chapman CE, Orr KE, <PERSOON> SC, Forty JR Effect of WBC reduction of transfused RBCs on postoperative infection rates in cardiac surgery <PERSOON> NA, <PERSOON-##> WK, Cooper JR Leukocyte-reduced blood in open-heart surgery patients effects on outcome Transfusion Boshkov LK, Furnary A, <PERSOON-##> leukoreduction of red cells in elective cardiac surgery results of a double-blind randomized controlled trial <PERSOON-##> MI, <PERSOON-##> MH, <PERSOON-##>-blind, randomized controlled trial on the effect of leukocyte-depleted erythrocyte transfusions in cardiac valve surgery <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> intention-to-treat principle in clinical trials and meta-analyses of leukoreduced blood transfusions in surgical <PERSOON-##> JM Transfusion and host defenses against cancer recurrence and <PERSOON-##> blood transfusions for the recurrence of colorectal Opelz G, <PERSOON-##> PI Identification of unresponsive kidney-transplant recipients <PERSOON-##> HA, Cochrum KC, Feduska NJ, Salvatierra O, Jr Immunologic factors determining survival of cadaver-kidney transplants <PERSOON-##> effect of HLA serotyping, cytotoxic antibodies and blood transfusions on graft survival <PERSOON-##> evaluation of pretransplant blood transfusions in cadaver kidney recipients Transplanatation ##<DATUM> (#) ##<DATUM> <PERSOON-##> JW, Light JA, <PERSOON-##> JT, Thistlethwaite JR, Hunsicker LG, Matas AJ, First <PERSOON-##> NL, <PERSOON-##> AH Effect of HLA-DR-shared blood transfusion on the clinical outcome Katz <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> RR Pretransplant transfusions in cardiac allograft recipients Koneru B, <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> MJ, Leevy CB Blood transfusions in liver recipients a conundrum or a clear benefit in the cyclosporine/tacrolimus <PERSOON-##> II, <PERSOON-##> FH Protocolled blood transfusions in recipients of a simultaneous pancreas-kidney transplant.
511
nvog
<PERSOON> JM Transfusion and host defenses against cancer recurrence and <PERSOON> blood transfusions for the recurrence of colorectal Opelz G, <PERSOON> PI Identification of unresponsive kidney-transplant recipients <PERSOON> HA, Cochrum KC, Feduska NJ, Salvatierra O, Jr Immunologic factors determining survival of cadaver-kidney transplants <PERSOON> effect of HLA serotyping, cytotoxic antibodies and blood transfusions on graft survival <PERSOON> evaluation of pretransplant blood transfusions in cadaver kidney recipients Transplanatation ##<DATUM> (#) ##<DATUM> <PERSOON> JW, Light JA, <PERSOON> JT, Thistlethwaite JR, Hunsicker LG, Matas AJ, First <PERSOON> NL, <PERSOON-##> AH Effect of HLA-DR-shared blood transfusion on the clinical outcome Katz <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> RR Pretransplant transfusions in cardiac allograft recipients Koneru B, <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> MJ, Leevy CB Blood transfusions in liver recipients a conundrum or a clear benefit in the cyclosporine/tacrolimus <PERSOON-##> II, <PERSOON-##> FH Protocolled blood transfusions in recipients of a simultaneous pancreas-kidney transplant <PERSOON-##> A, et al Cancer incidence in blood transfusion recipients <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> transfusion, anesthesia, surgery and risk of non-Hodgkin lymphoma in a population-based case-control study <PERSOON-##> LN Common immune-related risk factors and incident non-Hodgkin lymphoma <PERSOON> multiethnic cohort <PERSOON-##> ### Mar ## Blajchman MA Bacterial contamination and proliferation during the storage of cellular blood de Korte <PERSOON-##> EA et al Effects of skin disinfection method, deviation bag and bacterial screening on the clinical safety of <PERSOON-##>, W and <PERSOON-##> contamination of platelet concentrates results of a prospective multicenter study comparing pooled whole blood– derived platelets and apheresis platelets Transfusion, ## ###–### doi <DATUM> j <TELEFOONNUMMER>## ### x Richtlijn Laboratorium Onderzoek op Infecties, Stichting Sanquin Bloedvoorziening ### Adler SP Data that suggest that FFP does not transmit <PERSOON-##> JJ, Sher GD Proceedings of a consensus.
488
nvog
<PERSOON> A, et al Cancer incidence in blood transfusion recipients <PERSOON> P, <PERSOON> transfusion, anesthesia, surgery and risk of non-Hodgkin lymphoma in a population-based case-control study <PERSOON> LN Common immune-related risk factors and incident non-Hodgkin lymphoma <PERSOON> multiethnic cohort <PERSOON> ### Mar ## Blajchman MA Bacterial contamination and proliferation during the storage of cellular blood de Korte <PERSOON> EA et al Effects of skin disinfection method, deviation bag and bacterial screening on the clinical safety of <PERSOON>, W and <PERSOON> contamination of platelet concentrates results of a prospective multicenter study comparing pooled whole blood– derived platelets and apheresis platelets Transfusion, ## ###–### doi <DATUM> j <TELEFOONNUMMER>## ### x Richtlijn Laboratorium Onderzoek op Infecties, Stichting Sanquin Bloedvoorziening ### Adler SP Data that suggest that FFP does not transmit <PERSOON-##> JJ, Sher GD Proceedings of a consensus prevention of posttransfusion CMV in the era of universal leukoreduction <PERSOON-##> G, et al A comparison of filtered leukocyte-reduced and cytomegalovirus (CMV) seronegative blood products for the prevention of transfusion-associated CMV infection after marrow transplant <PERSOON-##> of transmission of cytomegalovirus from mother to preterm infant by breastfeeding Lancet <PERSOON-##> In Mandell GL, <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> and practice of Infectious Diseases New York Livingstone, ### <PERSOON-##> JK, Revill JA, Bullen V, et al <PERSOON> presence of free infectious cytomegalovirus (CMV) in the plasma of donated CMV-seropositive blood and <PERSOON-##> H, et al Prevention of posttransfusion CMV in the era of universal WBC reduction a consensus statement [<PERSOON-##> RA Removal of cytomegalovirus DNA from donor blood by filtration <PERSOON-##> JD, Bray RA, Hilyer CD Longitudinal montoring of WBC subsets in packed RBC units after filtration implications for transfusion <PERSOON-##> history of cytomegalovirus and its diseases <PERSOON-##> AC, <PERSOON-##> FJ, Infectie met het humaan parvovirus B## (vijfde ziekte) in de zwangerschap.
485
nvog
prevention of posttransfusion CMV in the era of universal leukoreduction <PERSOON> G, et al A comparison of filtered leukocyte-reduced and cytomegalovirus (CMV) seronegative blood products for the prevention of transfusion-associated CMV infection after marrow transplant <PERSOON> of transmission of cytomegalovirus from mother to preterm infant by breastfeeding Lancet <PERSOON> In Mandell GL, <PERSOON> JE, <PERSOON> and practice of Infectious Diseases New York Livingstone, ### <PERSOON> JK, Revill JA, Bullen V, et al <PERSOON> presence of free infectious cytomegalovirus (CMV) in the plasma of donated CMV-seropositive blood and <PERSOON> H, et al Prevention of posttransfusion CMV in the era of universal WBC reduction a consensus statement [<PERSOON> RA Removal of cytomegalovirus DNA from donor blood by filtration <PERSOON-##> JD, Bray RA, Hilyer CD Longitudinal montoring of WBC subsets in packed RBC units after filtration implications for transfusion <PERSOON-##> history of cytomegalovirus and its diseases <PERSOON-##> AC, <PERSOON-##> FJ, Infectie met het humaan parvovirus B## (vijfde ziekte) in de zwangerschap levensbedreigend Ned Tijdschr Geneeskd ###; ### (##) ###-## Gezondheidsraad Bloedproducten en <PERSOON-##> SH, Glynn SA, <PERSOON-##> D et al, Prevalence and quantitation of parvovirus <PERSOON-##> in blood donors with a sensitive polymerase chain <PERSOON-##> W en <PERSOON-##> of hematolgoic patients to parvovirus B## as a contaminant of blood cell preparations and blood products <PERSOON-##> E, et al, Blood donor screening for parvovirus B## in Germany and <PERSOON-##> AP, Hart W en <PERSOON-##> BJ, Ernstige anemie door infectie met het humaan Parvovirus B## bij een patiënt met een auto-autoimmuun hemolytische anemie en een B-cel non-Hodgkin lymfoom <PERSOON-##> MH en Farrington CP Parvovirus B## viraemia in Dutch blood # Bij van der <PERSOON-##> CL Surveillance of risk profiles among new and repeat blood donors with transfusion-transmissible infections from ### through ### in the # <PERSOON-##> JW, et al Trends in incidence and prevalence of major transfusion-transmissible viral infections in US blood # Goodnough LT, Brecher ME, Kanter MH, AuBuchon JP Transfusion medicine First of two #.
529
nvog
Ned Tijdschr Geneeskd ###; ### (##) ###-## Gezondheidsraad Bloedproducten en <PERSOON> SH, Glynn SA, <PERSOON> D et al, Prevalence and quantitation of parvovirus <PERSOON> in blood donors with a sensitive polymerase chain <PERSOON> W en <PERSOON> of hematolgoic patients to parvovirus B## as a contaminant of blood cell preparations and blood products <PERSOON> E, et al, Blood donor screening for parvovirus B## in Germany and <PERSOON> AP, Hart W en <PERSOON> BJ, Ernstige anemie door infectie met het humaan Parvovirus B## bij een patiënt met een auto-autoimmuun hemolytische anemie en een B-cel non-Hodgkin lymfoom <PERSOON> MH en Farrington CP Parvovirus B## viraemia in Dutch blood # Bij van der <PERSOON-##> CL Surveillance of risk profiles among new and repeat blood donors with transfusion-transmissible infections from ### through ### in the # <PERSOON-##> JW, et al Trends in incidence and prevalence of major transfusion-transmissible viral infections in US blood # Goodnough LT, Brecher ME, Kanter MH, AuBuchon JP Transfusion medicine First of two # Hepatitis C virus epidemiology, transmission and prevention In <PERSOON-##> HW (ed) Hepatitis C virus Current Studies in Hematology and Blood Transfusion # Richtlijn Laboratorium Onderzoek op <PERSOON-##> risk of transfusion-transmitted viral # Serious Hazards of Transfusion (SHOT) Report ###, (WEBLINK) <PERSOON-##> JW, et al Trends in Goodnough LT, Brecher ME, Kanter MH, AuBuchon JP Transfusion medicine First of two <PERSOON-##> risk of transfusion-transmitted viral <PERSOON-##> SI Entmalaria door bloedtransfusie, ### NTVG ## ###-### Eliades MJ, <PERSOON-##> RD, Barber AM, et al Malaria surveillance-<PERSOON-##> AD, <PERSOON-##> JA, Hewitt PE Documented cases of post-transfusion malaria occurring in England a review in relation to current and proposed donor-selection guidelines Vox Nahlen BL, Lobel HO, Cannon SE, Campbell CC Reassessment of blood donor selection criteria for United States travellers to malarious areas Transfusion ###;<DATUM> ### Aken WG van Variant van de Ziekte van Creutzfeldt-<PERSOON-##> en bloedtransfusie; rapport van Collins SJ, Lawson VA, Masters CL Transmissible spongiform encephalopathies Lancet Dorsey K, Zou <PERSOON-##> E #th et al Lack of evidence Foster PR.
561
nvog
Hepatitis C virus epidemiology, transmission and prevention In <PERSOON> HW (ed) Hepatitis C virus Current Studies in Hematology and Blood Transfusion # Richtlijn Laboratorium Onderzoek op <PERSOON> risk of transfusion-transmitted viral # Serious Hazards of Transfusion (SHOT) Report ###, (WEBLINK) <PERSOON> JW, et al Trends in Goodnough LT, Brecher ME, Kanter MH, AuBuchon JP Transfusion medicine First of two <PERSOON> risk of transfusion-transmitted viral <PERSOON> SI Entmalaria door bloedtransfusie, ### NTVG ## ###-### Eliades MJ, <PERSOON> RD, Barber AM, et al Malaria surveillance-<PERSOON> AD, <PERSOON> JA, Hewitt PE Documented cases of post-transfusion malaria occurring in England a review in relation to current and proposed donor-selection guidelines Vox Nahlen BL, Lobel HO, Cannon SE, Campbell CC Reassessment of blood donor selection criteria for United States travellers to malarious areas Transfusion ###;<DATUM> ### Aken WG van Variant van de Ziekte van Creutzfeldt-<PERSOON> en bloedtransfusie; rapport van Collins SJ, Lawson VA, Masters CL Transmissible spongiform encephalopathies Lancet Dorsey K, Zou <PERSOON-##> E #th et al Lack of evidence Foster PR Hewitt PE, Llewellyn CA, <PERSOON-##> RG Creutzfeldt-<PERSOON> disease and blood transfusion results of the UK Transfusion Medicine Epidemiological Review Study Vox Sang In dit hoofdstuk worden technieken en geneesmiddelen beschreven die het gebruik van kort houdbare allogene bloedproducten bij acute anemie met name bij chirurgische ingrepen Het gebruik van allogene bloedtransfusies bij acute anemie c q een operatie kan in principe Preoperatieve behandeling van een eventueel bestaande anemie (zie hiervoor Een aparte paragraaf is gewijd aan combinaties van technieken (<DATUM> kosteneffectiviteitsanalyse verricht Gekozen is voor het onderwerp bloedbesparende Het hoofdstuk wordt afgesloten met een bespreking van het beleid bij Jehova‟s De werkgroep beveelt ook hemovigilantie van bloedbesparende technieken aan zie Technieken om het bloedverlies bij chirurgische ingrepen te beperken Bij chirurgische ingrepen zijn de volgende technieken essentieel om bloedverlies te beperken anatomische dissectie volgens avasculaire vlakken, zorgvuldige hemostase, het ligeren van bloedvaten voordat ze doorgenomen worden, directe controle van een bloeding, chirurgische ingrepen kan bloedverlies beperkt worden door gefaseerde chirurgie met bijdragen aan vermindering van bloedverlies tijdens chirurgische ingrepen De elektrocauter geeft elektrische stroom die wordt gebruikt om de tip van het gebruikte instrument te Met argongas is men in staat een snellere en efficiëntere hemostase te bereiken dan met elektrochirurgie alleen Voordelen van het gebruik van argongas zijn de minimale weefselschade Deze techniek kan met name waardevol zijn bij milt-, lever-, en nierchirurgie (<PERSOON-##> ###) Een laserbrander werkt volgens dezelfde principes als een elektrocauter, maar gebruikt.
561
nvog
<PERSOON> RG Creutzfeldt-<PERSOON> disease and blood transfusion results of the UK Transfusion Medicine Epidemiological Review Study Vox Sang In dit hoofdstuk worden technieken en geneesmiddelen beschreven die het gebruik van kort houdbare allogene bloedproducten bij acute anemie met name bij chirurgische ingrepen Het gebruik van allogene bloedtransfusies bij acute anemie c q een operatie kan in principe Preoperatieve behandeling van een eventueel bestaande anemie (zie hiervoor Een aparte paragraaf is gewijd aan combinaties van technieken (<DATUM> kosteneffectiviteitsanalyse verricht Gekozen is voor het onderwerp bloedbesparende Het hoofdstuk wordt afgesloten met een bespreking van het beleid bij Jehova‟s De werkgroep beveelt ook hemovigilantie van bloedbesparende technieken aan zie Technieken om het bloedverlies bij chirurgische ingrepen te beperken Bij chirurgische ingrepen zijn de volgende technieken essentieel om bloedverlies te beperken anatomische dissectie volgens avasculaire vlakken, zorgvuldige hemostase, het ligeren van bloedvaten voordat ze doorgenomen worden, directe controle van een bloeding, chirurgische ingrepen kan bloedverlies beperkt worden door gefaseerde chirurgie met bijdragen aan vermindering van bloedverlies tijdens chirurgische ingrepen De elektrocauter geeft elektrische stroom die wordt gebruikt om de tip van het gebruikte instrument te Met argongas is men in staat een snellere en efficiëntere hemostase te bereiken dan met elektrochirurgie alleen Voordelen van het gebruik van argongas zijn de minimale weefselschade Deze techniek kan met name waardevol zijn bij milt-, lever-, en nierchirurgie (<PERSOON> ###) Een laserbrander werkt volgens dezelfde principes als een elektrocauter, maar gebruikt De waterjetdissector is een instrument dat gebruik maakt van water dat onder hoge druk weefsels scheidt en relatief weinig weefselschade induceert (Rau ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> Een ultrasonic dissector is een instrument dat gebruik maakt van de mechanische energie die opgewekt wordt door ultrasone trillingen om precieze chirurgische incisies te maken, waardoor in combinatie met gecontroleerde hemostase de schade aan aangrenzende weefsels tot een minimum beperkt blijft (Hoenig ###, Epstein ###) Het lokaal aanbrengen van hemostatische farmacologische agentia zoals fibrinelijm (zie <DATUM> ) kan het bloedverlies tijdens chirurgische ingrepen beperken Een andere mogelijkheid om de bloeding lokaal tot stilstand te brengen is het infiltreren met epinefrine (<PERSOON> ###, Sheridan ###), fenylefrine of het plaatselijk aanbrengen van cocaine (Berde ###, Riegle ###) Door de vasoconstrictieve werking van deze agentia kan de (capillaire) Minimaal invasieve chirurgische technieken kunnen het bloedverlies beperken Hiertoe behoren chirurgische technieken die de grootte van de ingreep beperken, zoals laparoscopie en thoracoscopie en technieken, die een conventionele operatie vervangen of in omvang beperken, zoals endoluminale technieken en interventieradiologie Laparoscopie en thoracoscopie maken grote incisies en uitgebreide chirurgische dissectie voor een groot deel overbodig, waardoor bloedverlies en weefselschade verminderd worden (<PERSOON> ###) De laatste jaren wordt er toenemend gebruikgemaakt van radiologische interventie om chirurgische ingrepen te vereenvoudigen, te beperken, of vaak zelfs geheel overbodig te maken Voorbeelden zijn arteriële embolisatie, transjugulaire Arteriële embolisatie van de iliacaalvaten kan bijvoorbeeld bij een politraumatisee met een massale verbloedingsshock de bloeding tot staan brengen.
589
nvog
een instrument dat gebruik maakt van water dat onder hoge druk weefsels scheidt en relatief weinig weefselschade induceert (Rau ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> Een ultrasonic dissector is een instrument dat gebruik maakt van de mechanische energie die opgewekt wordt door ultrasone trillingen om precieze chirurgische incisies te maken, waardoor in combinatie met gecontroleerde hemostase de schade aan aangrenzende weefsels tot een minimum beperkt blijft (Hoenig ###, Epstein ###) Het lokaal aanbrengen van hemostatische farmacologische agentia zoals fibrinelijm (zie <DATUM> ) kan het bloedverlies tijdens chirurgische ingrepen beperken Een andere mogelijkheid om de bloeding lokaal tot stilstand te brengen is het infiltreren met epinefrine (<PERSOON> ###, Sheridan ###), fenylefrine of het plaatselijk aanbrengen van cocaine (Berde ###, Riegle ###) Door de vasoconstrictieve werking van deze agentia kan de (capillaire) Minimaal invasieve chirurgische technieken kunnen het bloedverlies beperken Hiertoe behoren chirurgische technieken die de grootte van de ingreep beperken, zoals laparoscopie en thoracoscopie en technieken, die een conventionele operatie vervangen of in omvang beperken, zoals endoluminale technieken en interventieradiologie Laparoscopie en thoracoscopie maken grote incisies en uitgebreide chirurgische dissectie voor een groot deel overbodig, waardoor bloedverlies en weefselschade verminderd worden (<PERSOON> ###) De laatste jaren wordt er toenemend gebruikgemaakt van radiologische interventie om chirurgische ingrepen te vereenvoudigen, te beperken, of vaak zelfs geheel overbodig te maken Voorbeelden zijn arteriële embolisatie, transjugulaire Arteriële embolisatie van de iliacaalvaten kan bijvoorbeeld bij een politraumatisee met een massale verbloedingsshock de bloeding tot staan brengen lever kan het bloedende vat met behulp van selectieve angiografie opgespoord en geëmboliseerd worden (Holting ###, Ben-Menachem ###, Agolini ###, Willmann ###, Spahn ###) Door het concept van „damage control surgery“ gecombineerd met radiologische interventie kunnen ernstige traumapatiënten tegenwoordig in een vroeger stadium en sneller gestabiliseerd worden Definitieve (chirurgische) behandeling kan in een later stadium semi-electief plaatsvinden nadat de patiënt hemodynamisch en pulmonaal gecorrigeerd zijn (Beekley ###, Spahn ###) Zie ook Hoofdstuk # Arteriële embolisatie kan ook gebruikt worden bij niet-traumatische bloedingen Bij electieve chirurgie kan preoperatieve embolisatie van een rijk gevasculariseerde tumor de uiteindelijke resectie vaak beperkt houden en het bloedverlies minimaliseren Een transjugulaire intrahepatische portosystemische shunt (TIPS) kan worden toegepast bij bloedingen uit oesofagusvarices Het succespercentage hiervan ligt rond de ##% en het is een methode waarbij het bloedverlies relatief snel onder controle te krijgen is, waardoor het aantal bloedtransfusies beperkt kan worden en chirurgische interventie veelal vermeden kan Zowel bij atherosclerotisch stenoserend vaatlijden als bij aneurysmatisch vaatlijden wordt in toenemende mate gebruikgemaakt van radiologische interventie voor het inbrengen van stents (onder andere bij patiënten met een verhoogd cardiopulmonaal risico) en coils (onder Hierbij maakt men gebruik van instrumentarium waarbij door lage temperaturen (tot minus ###°C) maligne tumoren bevroren worden en vervolgens verwijderd Cryotherapie is veel minder invasief dan conventionele chirurgie en wordt met name toegepast bij lever- en Door de ontwikkelingen op zowel radiologisch alsook radiotherapeutisch gebied kunnen maligniteiten in sommige gevallen behandeld worden met behulp van plaatselijke radiotherapie Een voorbeeld hiervan is brachytherapie als aanvullende behandeling bij het.
634
nvog
met behulp van selectieve angiografie opgespoord en geëmboliseerd worden (Holting ###, Ben-Menachem ###, Agolini ###, Willmann ###, Spahn ###) Door het concept van „damage control surgery“ gecombineerd met radiologische interventie kunnen ernstige traumapatiënten tegenwoordig in een vroeger stadium en sneller gestabiliseerd worden Definitieve (chirurgische) behandeling kan in een later stadium semi-electief plaatsvinden nadat de patiënt hemodynamisch en pulmonaal gecorrigeerd zijn (Beekley ###, Spahn ###) Zie ook Hoofdstuk # Arteriële embolisatie kan ook gebruikt worden bij niet-traumatische bloedingen Bij electieve chirurgie kan preoperatieve embolisatie van een rijk gevasculariseerde tumor de uiteindelijke resectie vaak beperkt houden en het bloedverlies minimaliseren Een transjugulaire intrahepatische portosystemische shunt (TIPS) kan worden toegepast bij bloedingen uit oesofagusvarices Het succespercentage hiervan ligt rond de ##% en het is een methode waarbij het bloedverlies relatief snel onder controle te krijgen is, waardoor het aantal bloedtransfusies beperkt kan worden en chirurgische interventie veelal vermeden kan Zowel bij atherosclerotisch stenoserend vaatlijden als bij aneurysmatisch vaatlijden wordt in toenemende mate gebruikgemaakt van radiologische interventie voor het inbrengen van stents (onder andere bij patiënten met een verhoogd cardiopulmonaal risico) en coils (onder Hierbij maakt men gebruik van instrumentarium waarbij door lage temperaturen (tot minus ###°C) maligne tumoren bevroren worden en vervolgens verwijderd Cryotherapie is veel minder invasief dan conventionele chirurgie en wordt met name toegepast bij lever- en Door de ontwikkelingen op zowel radiologisch alsook radiotherapeutisch gebied kunnen maligniteiten in sommige gevallen behandeld worden met behulp van plaatselijke radiotherapie Een voorbeeld hiervan is brachytherapie als aanvullende behandeling bij het technieken ter beperking van peri-operatief bloedverlies wordt aangetoond Voor elke operatie verdient het overweging een chirurgische strategie, inclusief de daarbij toe te passen chirurgische technieken, vast te stellen ter beperking van het peri-operatief Zorgvuldige positionering van de patiënt met als doel veneuze stuwing te voorkomen, is een eenvoudig te nemen maatregel die het bloedverlies kan verminderen (Simpson ###) Het gebruik van een tourniquet om bloedleegte in extremiteiten te bewerkstelligen is efficiënt om het bloedverlies in het operatiegebied te beperken (Snyder ###, Mathru ###) Het handhaven van een normale lichaamstemperatuur (normothermie) levert een bijdrage aan het verminderen van het bloedverlies Hypothermie vermindert de functie van zowel de bloedingsneiging toe (Corazza ###, Fries ###, Spahn ###, Eastridge ###) bloedverlies beperken Een reductie van allogene bloedtransfusies tot ##% is beschreven Met farmacologische methoden kan de bloeddruk gecontroleerd worden verlaagd en dit kan bijdragen aan verminderd bloedverlies De volgende farmaca kunnen hiervoor worden gebruikt natriumnitroprusside, nitroglycerine, nicardipine en een combinatie van een vaatverwijder en een alfa- of betareceptorblokker (zie tabel <DATUM> (Suttner ###, Hersey ###, Tabel <DATUM> Efficiëntie van gecontroleerde hypotensie als bloedtransfusiebesparende methode Zorgvuldige positionering van de patiënt, met als doel veneuze stuwing te levert een bijdrage aan het verminderen van het bloedverlies Corazza ###, Fries ###, Spahn ###, Eastridge ### Suttner ###, Hersy ###, Shapira ###, Boldt ### Het gebruik van een tourniquet om bloedleegte in extremiteiten te bewerkstelligen is een efficiënte techniek om het bloedverlies te beperken.
662
nvog
technieken ter beperking van peri-operatief bloedverlies wordt aangetoond Voor elke operatie verdient het overweging een chirurgische strategie, inclusief de daarbij toe te passen chirurgische technieken, vast te stellen ter beperking van het peri-operatief Zorgvuldige positionering van de patiënt met als doel veneuze stuwing te voorkomen, is een eenvoudig te nemen maatregel die het bloedverlies kan verminderen (Simpson ###) Het gebruik van een tourniquet om bloedleegte in extremiteiten te bewerkstelligen is efficiënt om het bloedverlies in het operatiegebied te beperken (Snyder ###, Mathru ###) Het handhaven van een normale lichaamstemperatuur (normothermie) levert een bijdrage aan het verminderen van het bloedverlies Hypothermie vermindert de functie van zowel de bloedingsneiging toe (Corazza ###, Fries ###, Spahn ###, Eastridge ###) bloedverlies beperken Een reductie van allogene bloedtransfusies tot ##% is beschreven Met farmacologische methoden kan de bloeddruk gecontroleerd worden verlaagd en dit kan bijdragen aan verminderd bloedverlies De volgende farmaca kunnen hiervoor worden gebruikt natriumnitroprusside, nitroglycerine, nicardipine en een combinatie van een vaatverwijder en een alfa- of betareceptorblokker (zie tabel <DATUM> (Suttner ###, Hersey ###, Tabel <DATUM> Efficiëntie van gecontroleerde hypotensie als bloedtransfusiebesparende methode Zorgvuldige positionering van de patiënt, met als doel veneuze stuwing te levert een bijdrage aan het verminderen van het bloedverlies Corazza ###, Fries ###, Spahn ###, Eastridge ### Suttner ###, Hersy ###, Shapira ###, Boldt ### Het gebruik van een tourniquet om bloedleegte in extremiteiten te bewerkstelligen is een efficiënte techniek om het bloedverlies te beperken De patiënt zodanig positioneren dat veneuze stuwing van het operatiegebied wordt Afkoeling van de patiënt dient zoveel mogelijk voorkomen te worden Overweeg gecontroleerde hypotensie, bij voorkeur in combinatie met acute De BART-studie, een gerandomiseerde studie bij cardiochirurgie van patiënten met een hoog operatierisico, toonde bij de interim-analyse een toename in mortaliteit (#,# x hoger) en complicaties aan in de met aprotinine behandelde groep (Fergusson ###) De studie werd daarom gestopt Mede naar aanleiding van een analyse door de FDA van ## ### files werd daarna besloten aprotinine van de markt te halen (Hiatt ###, Fergusson ###) Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) heeft in overleg met de firma Bayer en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar aanleiding hiervan in ### besloten dat Trasylol (aprotinine) niet meer gebruikt mag worden totdat definitieve analyseresultaten Tranexaminezuur is een synthetisch lysine analoog dat een antifibrinolytische werking uitoefent door een reversibele blokkade van lysinebindingsplaatsen op plasminogeen (Dunn ###, Fraser ###) Zowel de binding van plasminogeen alsook van plasmine (dat nog wel gevormd kan worden) aan fibrine wordt hierdoor verhinderd Tranexaminezuur heeft mogelijk ook anti-inflammatoire effecten (Jimenez ###) Tranexaminezuur is werkzaam na zowel orale als na intraveneuze toediening Tranexaminezuur wordt uitgescheiden door de Toepassing van tranexaminezuur tijdens cardiochirurgie, orthopedische ingrepen, tijdens levertransplantaties en prostaatchirurgie, reduceert significant zowel het bloedverlies, het aantal bloedtransfusies als het aantal getransfundeerde patiënten (zie tabel <DATUM> In de Cochranedatabase, waarin in ## van de ## studies een transfusieprotocol werd gebruikt,.
669
nvog
dat veneuze stuwing van het operatiegebied wordt Afkoeling van de patiënt dient zoveel mogelijk voorkomen te worden Overweeg gecontroleerde hypotensie, bij voorkeur in combinatie met acute De BART-studie, een gerandomiseerde studie bij cardiochirurgie van patiënten met een hoog operatierisico, toonde bij de interim-analyse een toename in mortaliteit (#,# x hoger) en complicaties aan in de met aprotinine behandelde groep (Fergusson ###) De studie werd daarom gestopt Mede naar aanleiding van een analyse door de FDA van ## ### files werd daarna besloten aprotinine van de markt te halen (Hiatt ###, Fergusson ###) Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) heeft in overleg met de firma Bayer en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar aanleiding hiervan in ### besloten dat Trasylol (aprotinine) niet meer gebruikt mag worden totdat definitieve analyseresultaten Tranexaminezuur is een synthetisch lysine analoog dat een antifibrinolytische werking uitoefent door een reversibele blokkade van lysinebindingsplaatsen op plasminogeen (Dunn ###, Fraser ###) Zowel de binding van plasminogeen alsook van plasmine (dat nog wel gevormd kan worden) aan fibrine wordt hierdoor verhinderd Tranexaminezuur heeft mogelijk ook anti-inflammatoire effecten (Jimenez ###) Tranexaminezuur is werkzaam na zowel orale als na intraveneuze toediening Tranexaminezuur wordt uitgescheiden door de Toepassing van tranexaminezuur tijdens cardiochirurgie, orthopedische ingrepen, tijdens levertransplantaties en prostaatchirurgie, reduceert significant zowel het bloedverlies, het aantal bloedtransfusies als het aantal getransfundeerde patiënten (zie tabel <DATUM> In de Cochranedatabase, waarin in ## van de ## studies een transfusieprotocol werd gebruikt, van studies die geen transfusieprotocol gebruikten was het aantal allogene transfusies dat gegeven werd hoger dan in de trials waarin de transfusie-indicatie werd gesteld op geleide De toepassing van tranexaminezuur tijdens orthopedie is gebaseerd op het gegeven dat het gebruik van een tourniquet een perioperatief droog operatieveld geeft tijdens knieoperaties, maar het postoperatieve bloedverlies wordt versterkt door lokale fibrinolyse-activering (<PERSOON> De toepassing van tranexaminezuur tijdens prostaatchirurgie is gebaseerd op het feit dat primaire fibrinolyse door vrijmaking van plasminogeen een van de oorzaken van het Over het gebruik van antifibrinolytica bij leverresecties is niet veel bekend Mogelijk treedt bij leverresecties verhoogde of versterkte fibrinolyse op Bij levertransplantaties onderdrukt tranexaminezuur in lage dosis de fibrinolyse zonder dat het aantal bloedtransfusies afneemt, in tegenstelling tot een hoge dosis regiem waarbij het aantal transfusies zelfs zou toenemen (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Zie ook tabel <DATUM> Tranexaminezuur is effectief bij vrouwen met menorrhagieën op basis van stollingsafwijkingen zoals bij de Ziekte van von Willebrand, draagsterschap van hemofilie en trombocytopenie/-pathie ten gevolge van menorrhagieën bij hormonale therapie of perimenopausaal en andere typen van dysfunctionele menorrhagieën (Fraser ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Duckitt ###, Phupong ###, Kriplani ###) Tranexaminezuur dient niet te worden toegediend bij nefrogene hematurie in verband met het mogelijk ontstaan van stolsels in de ureteren Het medicament is ook effectief voor remming van placentabloedingen en bloedingen postpartum, evenals ter vermindering van het bloed- verlies bij sectio caesaria en cervixchirurgie (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) bloedingen is beschreven (<PERSOON> ###, <PERSOON>-DeRyke ###) Zie ook tabel # #.
666
nvog
aantal allogene transfusies dat gegeven werd hoger dan in de trials waarin de transfusie-indicatie werd gesteld op geleide De toepassing van tranexaminezuur tijdens orthopedie is gebaseerd op het gegeven dat het gebruik van een tourniquet een perioperatief droog operatieveld geeft tijdens knieoperaties, maar het postoperatieve bloedverlies wordt versterkt door lokale fibrinolyse-activering (<PERSOON> De toepassing van tranexaminezuur tijdens prostaatchirurgie is gebaseerd op het feit dat primaire fibrinolyse door vrijmaking van plasminogeen een van de oorzaken van het Over het gebruik van antifibrinolytica bij leverresecties is niet veel bekend Mogelijk treedt bij leverresecties verhoogde of versterkte fibrinolyse op Bij levertransplantaties onderdrukt tranexaminezuur in lage dosis de fibrinolyse zonder dat het aantal bloedtransfusies afneemt, in tegenstelling tot een hoge dosis regiem waarbij het aantal transfusies zelfs zou toenemen (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) Zie ook tabel <DATUM> Tranexaminezuur is effectief bij vrouwen met menorrhagieën op basis van stollingsafwijkingen zoals bij de Ziekte van von Willebrand, draagsterschap van hemofilie en trombocytopenie/-pathie ten gevolge van menorrhagieën bij hormonale therapie of perimenopausaal en andere typen van dysfunctionele menorrhagieën (Fraser ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Duckitt ###, Phupong ###, Kriplani ###) Tranexaminezuur dient niet te worden toegediend bij nefrogene hematurie in verband met het mogelijk ontstaan van stolsels in de ureteren Het medicament is ook effectief voor remming van placentabloedingen en bloedingen postpartum, evenals ter vermindering van het bloed- verlies bij sectio caesaria en cervixchirurgie (<PERSOON> ###, <PERSOON> ###) bloedingen is beschreven (<PERSOON> ###, <PERSOON>-DeRyke ###) Zie ook tabel <DATUM> # De kans op cerebrale ischemie was echter verhoogd in vijf onderzoeken in de met antifibrinolytica behandelde groep, met een aanzienlijke heterogeniteit tussen de studies waarbij maatregelen voor ischemie preventie waren genomen (<PERSOON-##> verbetert daardoor niet het klinisch resultaat, omdat het voordeel van voorkomen van recidief bloedingen wegvalt tegen de toename van de gevolgen van cerebrale ischemie Er zijn geen data die routinematig gebruik van tranexaminezuur voor In oudere studies zou tranexaminezuur de sterfte bij tractus-digestivusbloedingen reduceren Een meta-analyse uit ### van zes studies toonde een reductie van het aantal operaties aan van ##%, een sterftereductie van ##% en afname van het recidiefbloedingen met ###% (<PERSOON-##> van een studie waarin een hoge sterfte was door cimetidinegebruik kan een vertekend beeld hebben gegeven (Gluud ###) Uit een recente metaanalyse blijkt dat tranexaminezuur de overall mortaliteit (RR #,##) reduceert, maar niet het bloedverlies, de bloedingsgerelateerde mortaliteit, het aantal transfusies of het aantal In twee case reports over twee patiënten met GAVE (Gastric Antral Vascular Ectasia) wordt beschreven dat het aantal bloedingsepisodes en het aantal bloedtransfusies verminderde na Gastrointestinale symptomen (misselijkheid, diarree, buikkramp) zijn alleen beschreven bij Zelden wordt een verandering in het waarnemen van verkleuren van de huid gemeld Behandeling met het medicament dient gestopt te worden indien dit zich voordoet In de tot nu toe uitgevoerde gerandomiseerde studies in cardiochirurgie, orthopedie en levertransplantaties, werd er geen significant verschil gezien in de incidentie van myocardinfarct, trombose of cerebrovasculaire accidenten (zie tabel <DATUM> #.
646
nvog
# De kans op cerebrale ischemie was echter verhoogd in vijf onderzoeken in de met antifibrinolytica behandelde groep, met een aanzienlijke heterogeniteit tussen de studies waarbij maatregelen voor ischemie preventie waren genomen (<PERSOON> verbetert daardoor niet het klinisch resultaat, omdat het voordeel van voorkomen van recidief bloedingen wegvalt tegen de toename van de gevolgen van cerebrale ischemie Er zijn geen data die routinematig gebruik van tranexaminezuur voor In oudere studies zou tranexaminezuur de sterfte bij tractus-digestivusbloedingen reduceren Een meta-analyse uit ### van zes studies toonde een reductie van het aantal operaties aan van ##%, een sterftereductie van ##% en afname van het recidiefbloedingen met ###% (<PERSOON> van een studie waarin een hoge sterfte was door cimetidinegebruik kan een vertekend beeld hebben gegeven (Gluud ###) Uit een recente metaanalyse blijkt dat tranexaminezuur de overall mortaliteit (RR #,##) reduceert, maar niet het bloedverlies, de bloedingsgerelateerde mortaliteit, het aantal transfusies of het aantal In twee case reports over twee patiënten met GAVE (Gastric Antral Vascular Ectasia) wordt beschreven dat het aantal bloedingsepisodes en het aantal bloedtransfusies verminderde na Gastrointestinale symptomen (misselijkheid, diarree, buikkramp) zijn alleen beschreven bij Zelden wordt een verandering in het waarnemen van verkleuren van de huid gemeld Behandeling met het medicament dient gestopt te worden indien dit zich voordoet In de tot nu toe uitgevoerde gerandomiseerde studies in cardiochirurgie, orthopedie en levertransplantaties, werd er geen significant verschil gezien in de incidentie van myocardinfarct, trombose of cerebrovasculaire accidenten (zie tabel <DATUM> # Dit is bevestigd door de grote retrospectieve studies van Mangano en Karkouti en in de BART studie Toepassing van tranexaminetherapie is ook niet geassocieerd met een verhoogde korte of lange termijn mortaliteit (Mangano ### en ###, Karkouti ###, Fergusson ###) De toediening van tranexaminezuur bij levertransplantaties blijkt in ieder geval veilig te zijn evenals fatale longembolieën tijdens retropubische prostatectomieën Onduidelijk is of er in deze gevallen sprake was van een adequate tromboseprofylaxe Hetzelfde geldt voor Tabel <DATUM> Reductie aantal bloed transfusies en bijwerkingen door tranexaminezuur in AT= Aprotinine Therapy; BV = BloedVerlies; CABG = Coronary Artery Bypass <LOCATIE>; EC = Transplantatie; n s = niet significant; <PERSOON> Alle resultaten zijn significant, tenzij specifiek vermeld TXA versus controle/placebo Alleen de significante data zijn weergegeven <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Gai ###, , Toepassing van tranexaminezuur bij subarachnoïdale bloedingen leidt tot bloedverlies bij cardiochirurgische ingrepen en bij knie- en heupoperaties wordt Gebruik van tranexaminezuur perioperatief ter vermindering van bloedverlies bij levertransplantaties dient te worden overwogen behalve indien er sprake is van dient toediening van tranexaminezuur ter vermindering van bloedverlies te worden Macroscopische hematurie is een contra-indicatie voor tranexaminezuur therapie bij Tranexaminezuur toediening wordt niet aanbevolen bij trans-urethrale prostatectomie van het hormoon vasopressine.
585
nvog
Dit is bevestigd door de grote retrospectieve studies van Mangano en Karkouti en in de BART studie Toepassing van tranexaminetherapie is ook niet geassocieerd met een verhoogde korte of lange termijn mortaliteit (Mangano ### en ###, Karkouti ###, Fergusson ###) De toediening van tranexaminezuur bij levertransplantaties blijkt in ieder geval veilig te zijn evenals fatale longembolieën tijdens retropubische prostatectomieën Onduidelijk is of er in deze gevallen sprake was van een adequate tromboseprofylaxe Hetzelfde geldt voor Tabel <DATUM> Reductie aantal bloed transfusies en bijwerkingen door tranexaminezuur in AT= Aprotinine Therapy; BV = BloedVerlies; CABG = Coronary Artery Bypass <LOCATIE>; EC = Transplantatie; n s = niet significant; <PERSOON> Alle resultaten zijn significant, tenzij specifiek vermeld TXA versus controle/placebo Alleen de significante data zijn weergegeven <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Gai ###, , Toepassing van tranexaminezuur bij subarachnoïdale bloedingen leidt tot bloedverlies bij cardiochirurgische ingrepen en bij knie- en heupoperaties wordt Gebruik van tranexaminezuur perioperatief ter vermindering van bloedverlies bij levertransplantaties dient te worden overwogen behalve indien er sprake is van dient toediening van tranexaminezuur ter vermindering van bloedverlies te worden Macroscopische hematurie is een contra-indicatie voor tranexaminezuur therapie bij Tranexaminezuur toediening wordt niet aanbevolen bij trans-urethrale prostatectomie van het hormoon vasopressine plasmaconcentratie van de Von Willebrand-factor, factor VIII en de weefselplasminogeenactivator door mobilisatie uit de opslagplaatsen Daarna ontstaat er een depletie van de depots en moeten de stollingsfactoren opnieuw worden aangemaakt Bovendien heeft Uit twee meta-analyses (Laupacis ###, <PERSOON> ###), een Cochrane-studie (<PERSOON> ###) en twee RCT‟s (<PERSOON> ###) blijkt dat desmopressine perioperatief toegediend in de cardiochirurgie geen vermindering geeft van het aantal allogene bloedtransfusies Desmopressine verhoogt na intraveneuze toediening de plasmaconcentratie van de Von Willebrand-factor, factor VIII en de weefselplasminogeen-activator Bovendien heeft het een antidiuretisch effect Aangetoond is dat desmopressine geen vermindering geeft van het aantal trombocytenfunctie te verbeteren bij patiënten die medicatie gebruiken die de trombocytenfunctie remt (bijvoorbeeld Clopidrogel en salicylaten), bij patiënten met een uremie, nier- of leverfunctiestoornissen en bij patiënten met de ziekte van Von Willebrand types # en #<PERSOON> ###; zie ook Hoofdstuk <DATUM> #) Fibrinelijm is al sinds de zeventiger jaren beschreven als een medicijn dat adhesie van weefsels bevordert en lokaal hemostatische eigenschappen heeft Door deze laatste eigenschap zou fibrinelijm toegepast kunnen worden als een methode om allogene Fibrinelijm bestaat uit # componenten, te weten cryoprecipitaat en trombine Het cryoprecipitaat bevat geconcentreerde stollingsfactoren en een hoog gehalte aan fibrinogeen Door toevoeging van trombine wordt fibrinogeen omgezet in fibrine De huidige commercieel beschikbare producten bevatten soms antifibrinolytica, zoals aprotinine of tranexaminezuur, om de fibrinolyse te remmen Ook is er apparatuur op de markt om peroperatief autoloog.
584
nvog
plasmaconcentratie van de Von Willebrand-factor, factor VIII en de weefselplasminogeenactivator door mobilisatie uit de opslagplaatsen Daarna ontstaat er een depletie van de depots en moeten de stollingsfactoren opnieuw worden aangemaakt Bovendien heeft Uit twee meta-analyses (Laupacis ###, <PERSOON> ###), een Cochrane-studie (<PERSOON> ###) en twee RCT‟s (<PERSOON> ###) blijkt dat desmopressine perioperatief toegediend in de cardiochirurgie geen vermindering geeft van het aantal allogene bloedtransfusies Desmopressine verhoogt na intraveneuze toediening de plasmaconcentratie van de Von Willebrand-factor, factor VIII en de weefselplasminogeen-activator Bovendien heeft het een antidiuretisch effect Aangetoond is dat desmopressine geen vermindering geeft van het aantal trombocytenfunctie te verbeteren bij patiënten die medicatie gebruiken die de trombocytenfunctie remt (bijvoorbeeld Clopidrogel en salicylaten), bij patiënten met een uremie, nier- of leverfunctiestoornissen en bij patiënten met de ziekte van Von Willebrand types # en #<PERSOON> ###; zie ook Hoofdstuk <DATUM> #) Fibrinelijm is al sinds de zeventiger jaren beschreven als een medicijn dat adhesie van weefsels bevordert en lokaal hemostatische eigenschappen heeft Door deze laatste eigenschap zou fibrinelijm toegepast kunnen worden als een methode om allogene Fibrinelijm bestaat uit # componenten, te weten cryoprecipitaat en trombine Het cryoprecipitaat bevat geconcentreerde stollingsfactoren en een hoog gehalte aan fibrinogeen Door toevoeging van trombine wordt fibrinogeen omgezet in fibrine De huidige commercieel beschikbare producten bevatten soms antifibrinolytica, zoals aprotinine of tranexaminezuur, om de fibrinolyse te remmen Ook is er apparatuur op de markt om peroperatief autoloog die op de wond gelegd kunnen worden Na contact met water of bloed vindt fibrinogeenactivatie plaats en ontstaat fibrine waardoor de bloeding wordt gecontroleerd Een recente Cochrane-analyse, waarin ## RCT‟s betreffende ### patiënten zijn beschreven, laat zien dat de locale applicatie van fibrinelijm in het operatiegebied het aantal peri-operatieve allogene bloedtransfusies met ##% significant reduceerde en gemiddeld ### mL minder bloedverlies gaf (Carless ###) Echter het aantal studies van goede kwaliteit was klein en slechts ##% van de studies vond geblindeerd plaats Over bijwerkingen kon Toepassing van fibrinelijm kan het peri-operatief gebruik van allogene bloedtransfusies reduceren, echter de mate van winst in besparing van allogene bloedtransfusies bij diverse ingrepen is niet in kwalitatief en De locale applicatie van fibrinelijm is een optie ter vermindering van peri-operatief Platelet-leucocyte enriched gel (PLG) is een gelatineuze massa die binnen ## seconden ontstaat wanneer autoloog “platelet rich plasma” (PRP) en trombine gemengd worden PRP wordt bereid uit de buffy coat welke naast trombocyten ook een ruim driemaal verhoogde concentratie aan leukocyten bevat Door het toevoegen van trombine worden trombocyten in PLG lijkt behalve o a bij wondgenezing ook effectief als hemostaticum, en zou daardoor In de beginjaren negentig werd PLG gepositioneerd als alternatief voor fibrinelijm om de hemostase bij hartchirurgische patiënten te verbeteren (Ferrari ###, Rubens ###) De effectiviteit van PLG als hemostaticum in de hartchirurgie is echter niet in RCT‟s onderzocht Incidentele studies rapporteren dat PLG bij o a orthopedische operaties het gebruik van Er zijn aanwijzingen dat platelet-leucocyte enriched gel (PLG), behalve.
620
nvog
contact met water of bloed vindt fibrinogeenactivatie plaats en ontstaat fibrine waardoor de bloeding wordt gecontroleerd Een recente Cochrane-analyse, waarin ## RCT‟s betreffende ### patiënten zijn beschreven, laat zien dat de locale applicatie van fibrinelijm in het operatiegebied het aantal peri-operatieve allogene bloedtransfusies met ##% significant reduceerde en gemiddeld ### mL minder bloedverlies gaf (Carless ###) Echter het aantal studies van goede kwaliteit was klein en slechts ##% van de studies vond geblindeerd plaats Over bijwerkingen kon Toepassing van fibrinelijm kan het peri-operatief gebruik van allogene bloedtransfusies reduceren, echter de mate van winst in besparing van allogene bloedtransfusies bij diverse ingrepen is niet in kwalitatief en De locale applicatie van fibrinelijm is een optie ter vermindering van peri-operatief Platelet-leucocyte enriched gel (PLG) is een gelatineuze massa die binnen ## seconden ontstaat wanneer autoloog “platelet rich plasma” (PRP) en trombine gemengd worden PRP wordt bereid uit de buffy coat welke naast trombocyten ook een ruim driemaal verhoogde concentratie aan leukocyten bevat Door het toevoegen van trombine worden trombocyten in PLG lijkt behalve o a bij wondgenezing ook effectief als hemostaticum, en zou daardoor In de beginjaren negentig werd PLG gepositioneerd als alternatief voor fibrinelijm om de hemostase bij hartchirurgische patiënten te verbeteren (Ferrari ###, Rubens ###) De effectiviteit van PLG als hemostaticum in de hartchirurgie is echter niet in RCT‟s onderzocht Incidentele studies rapporteren dat PLG bij o a orthopedische operaties het gebruik van Er zijn aanwijzingen dat platelet-leucocyte enriched gel (PLG), behalve hemostatisch effect heeft en daardoor zou leiden tot minder allogene <PERSOON> ### , <PERSOON> Jakimovitch ###, Ferrari ###, Er zijn geen vergelijkende studies over de effectiviteit en bijwerkingen van PLG en andere Het gebruik van bovine trombine ter activatie van PLG is, onder andere in verband met het ontwikkelen van andere antistoffen, niet aan te bevelen (Chouhan ###) Er zijn nog te weinig gegevens voorhanden om een aanbeveling ten aanzien van het gebruik van platelet-leucocyte enriched gel (PLG) als locaal hemostaticum te kunnen formuleren belangrijkste ESA is erytropoëtine (EPO) Er zijn twee soorten EPO epoëtine en darbepoëtine alfa, dat een langere halfwaardetijd heeft dan epoëtine In deze richtlijn zullen wij ESA gebruiken als de betreffende literatuur de term Erythropoiëse Stimulerende Agentia gebruikt en EPO als er over erytropoëtine, epoëtine, darbepoiëtine of EPO wordt gesproken Zie hoofdstuk # paragraaf <DATUM> voor toepassing van EPO bij chronische anemie en hoofdstuk graviditeit en rond de partus) voor het gebruik bij anemie op de Intensive Care en in de In deze paragraaf wordt de peri-operatieve toepassing van EPO behandeld Toediening van EPO resulteert in een verhoging van het Hb bij patiënten met een preoperatieve anemie of Er treedt #-## uur na subcutane toediening van EPO een piekconcentratie op die lager is maar langer aanhoudt dan na intraveneuze toediening (Muirhead ###) De halfwaardetijd na intraveneuze toediening is <DATUM> uur en na subcutane toediening ##-## uur Bij multipele intraveneuze toediening bij proefpersonen neigt de halfwaarde tijd sneller te dalen dan bij.
626
nvog
daardoor zou leiden tot minder allogene <PERSOON> ### , <PERSOON> Jakimovitch ###, Ferrari ###, Er zijn geen vergelijkende studies over de effectiviteit en bijwerkingen van PLG en andere Het gebruik van bovine trombine ter activatie van PLG is, onder andere in verband met het ontwikkelen van andere antistoffen, niet aan te bevelen (Chouhan ###) Er zijn nog te weinig gegevens voorhanden om een aanbeveling ten aanzien van het gebruik van platelet-leucocyte enriched gel (PLG) als locaal hemostaticum te kunnen formuleren belangrijkste ESA is erytropoëtine (EPO) Er zijn twee soorten EPO epoëtine en darbepoëtine alfa, dat een langere halfwaardetijd heeft dan epoëtine In deze richtlijn zullen wij ESA gebruiken als de betreffende literatuur de term Erythropoiëse Stimulerende Agentia gebruikt en EPO als er over erytropoëtine, epoëtine, darbepoiëtine of EPO wordt gesproken Zie hoofdstuk # paragraaf <DATUM> voor toepassing van EPO bij chronische anemie en hoofdstuk graviditeit en rond de partus) voor het gebruik bij anemie op de Intensive Care en in de In deze paragraaf wordt de peri-operatieve toepassing van EPO behandeld Toediening van EPO resulteert in een verhoging van het Hb bij patiënten met een preoperatieve anemie of Er treedt #-## uur na subcutane toediening van EPO een piekconcentratie op die lager is maar langer aanhoudt dan na intraveneuze toediening (Muirhead ###) De halfwaardetijd na intraveneuze toediening is <DATUM> uur en na subcutane toediening ##-## uur Bij multipele intraveneuze toediening bij proefpersonen neigt de halfwaarde tijd sneller te dalen dan bij Diverse dosisregimes van EPO worden gehanteerd, variërend van een totale dosis van ### IE/kg tot <DATUM> IE/kg subcutaan of intraveneus gedurende #-## dagen in combinatie met orale of intraveneuze ijzersuppletie De optimale totale dosis voor perioperatief gebruik is niet bekend Ook de laagst nog effectieve dosis is onvoldoende onderzocht en momenteel niet bekend, alhoewel een dosis van kleiner dan ### IE/kg minder effectief lijkt te zijn (Laupacis ###) Verwarrend is dat in de diverse studies de totale dosis gesuppleerd ijzer verschillend is Vooral bij patiënten met een preëxistente ijzerdeficiëntie of een oncologisch of chronisch ziekteproces moet voldoende ijzer gesuppleerd worden om een Hb-stijging te Aangetoond is dat ijzerdepletie het therapeutische effect van EPO vermindert vooral bij patiënten met een anemie van niet-renale origine (Iperen ###) Gedurende behandeling met EPO moet de transferrinesaturatie ≥ ##% zijn en de ferritineconcentratie ≥ ### μg/<PERSOON> is hiervoor de inname van ### mg elementair ijzer per dag voldoende Wanneer orale ijzertoediening onvoldoende effect heeft of indien de patiënt geen orale medicatie tot zich mag nemen, kan men intraveneuze toediening van ijzer overwegen Er wordt wel geadviseerd oraal ijzer samen met vitamine C in te nemen, omdat vitamine C de absorptie van ijzer bevordert (Iperen ###) Of dit ook het effect van exogeen toegediend EPO bevordert, is niet aangetoond Hetzelfde geldt voor vitamine B## en foliumzuur EPO kan hypertensie veroorzaken Het onderliggende mechanisme is niet goed bekend, maar een toegenomen viscositeit van het bloed, het opheffen van de reflectoire hypoxische.
631
nvog
worden gehanteerd, variërend van een totale dosis van ### IE/kg tot <DATUM> IE/kg subcutaan of intraveneus gedurende #-## dagen in combinatie met orale of intraveneuze ijzersuppletie De optimale totale dosis voor perioperatief gebruik is niet bekend Ook de laagst nog effectieve dosis is onvoldoende onderzocht en momenteel niet bekend, alhoewel een dosis van kleiner dan ### IE/kg minder effectief lijkt te zijn (Laupacis ###) Verwarrend is dat in de diverse studies de totale dosis gesuppleerd ijzer verschillend is Vooral bij patiënten met een preëxistente ijzerdeficiëntie of een oncologisch of chronisch ziekteproces moet voldoende ijzer gesuppleerd worden om een Hb-stijging te Aangetoond is dat ijzerdepletie het therapeutische effect van EPO vermindert vooral bij patiënten met een anemie van niet-renale origine (Iperen ###) Gedurende behandeling met EPO moet de transferrinesaturatie ≥ ##% zijn en de ferritineconcentratie ≥ ### μg/<PERSOON> is hiervoor de inname van ### mg elementair ijzer per dag voldoende Wanneer orale ijzertoediening onvoldoende effect heeft of indien de patiënt geen orale medicatie tot zich mag nemen, kan men intraveneuze toediening van ijzer overwegen Er wordt wel geadviseerd oraal ijzer samen met vitamine C in te nemen, omdat vitamine C de absorptie van ijzer bevordert (Iperen ###) Of dit ook het effect van exogeen toegediend EPO bevordert, is niet aangetoond Hetzelfde geldt voor vitamine B## en foliumzuur EPO kan hypertensie veroorzaken Het onderliggende mechanisme is niet goed bekend, maar een toegenomen viscositeit van het bloed, het opheffen van de reflectoire hypoxische Verergering van preëxistente hypertensie is beschreven tijdens perioperatief gebruik van een hoge dosis EPO (# van de ### patiënten) (Laupacis ###, Faught ###) In alle overige studies zijn bij deze indicatie geen verschillen in complicaties beschreven tussen de EPO kan bij patiënten met nierfalen trombo-embolische complicaties veroorzaken (myocardinfarct, CVA, TIA) (<PERSOON> ###) Bij de diverse toepassingen wordt het vóórkomen Allergie voor EPO of een van zijn bestanddelen, ernstige atherosclerose van de CVA of cardiovasculaire aandoeningen en situaties waarbij een contra-indicatie voor adequate antitrombotische profylaxe bestaat zijn absolute contra-indicaties voor preoperatief EPO-gebruik (<PERSOON> ###) Relatieve contra-indicaties zijn epilepsie, chronische Uit een systematisch review van negen gerandomiseerde studies over het gebruik van EPO bij cardiochirurgische ingrepen, al dan niet in combinatie met peri-operatieve autologe donatie, is gebleken dat toepassing van EPO het aantal afgenomen eenheden autoloog bloed verhoogt en het aantal allogene bloedtransfusies significant verlaagt (Alghmadi ###, Er zijn te weinig wetenschappelijke gegevens beschikbaar om definitieve conclusies te trekken met betrekking tot het risico van trombotische of vasculaire complicaties bij gebruik voor deze indicatie Daarom wordt toepassing bij cardiochirurgische patiënten vaak alleen Uit een oudere systematische review van ## gerandomiseerde dubbelblinde studies blijkt dat ook in de orthopedische chirurgie preoperatieve toediening van EPO (soms in combinatie met PAD) een significante stijging veroorzaakt van het aantal autoloog afgenomen eenheden bloed en een daling van het gebruik van allogene bloedtransfusies (Laupacis ###) Zie ook tabel <DATUM> Daarna is er geen nieuwe meta-analyse verschenen, maar wel.
630
nvog