text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
roken is met name van belang voor ouders van (jonge) kinderen en aanstaande ouders Dit wordt hieronder in meer detail besproken Voor ouders van (jonge) kinderen is de urgentie om te stoppen met roken hoog Meeroken is schadelijk voor iedereen, maar het is extra schadelijk voor kinderen [##] Dit geldt in het bijzonder voor kinderen met luchtwegaandoeningen Meeroken (ook wanneer de partner blijft roken) verhoogt bij pasgeborenen de kans op wiegendood Kinderen die meeroken hebben minder goed ontwikkelde longen en vaker luchtweginfecties, ontstekingen van het middenoor, last van hoesten, slijm opgeven, piepende ademhaling, ademtekort en zij ontwikkelen vaker astma [#, ##] Kinderen met luchtwegaandoeningen hebben veel last van blootstelling aan tabaksrook Daarnaast is er ook sprake van schade ten gevolge van derdehands rook (de grond, of klevend aan objecten) [##] Kinderen die opgroeien in een gezin waar beide ouders roken hebben vier keer zoveel kans om te gaan roken als in een gezin waar geen van de ouders ooit heeft gerookt Als ouders niet-roken of stoppen met roken heeft dit een duidelijk preventief effect op het rookgedrag van het kind [##] De speciale aandacht voor rokers met (jonge) kinderen sluit aan bij de doelstelling van de Rookvrije Generatie De Rookvrije Generatie is een maatschappelijke beweging die ernaar streeft dat een generatie kinderen opgroeit zonder de schadelijke gevolgen van (mee) roken en vrij van de verleiding om te gaan roken, een generatie die vanaf de zwangerschap hiertegen beschermd wordt Ouders die stoppen met roken kunnen hier een belangrijke bijdrage aan leveren Zwangere vrouwen die roken vormen een bijzondere groep vanwege de hoge mate van urgentie om te stoppen in verband met de gevolgen van roken voor de zwangerschap, bevalling en hun ongeboren kind Ter bescherming van de zwangere vrouw, het nog ongeboren kind en de pasgeborene tegen de schadelijke invloed van tabak dienen rokende zwangere vrouwen en hun (rokende) partners zo vroeg mogelijk, liefst nog vóór de conceptie, over de mogelijke schade van roken en meeroken geïnformeerd te worden Vanwege het veranderende metabolisme tijdens de zwangerschap en de risico’s van medicatie voor het ongeboren kind De urgentie om te stoppen met roken is ook vergroot bij rokers die (acuut) worden opgenomen in een ziekenhuis of instelling waar tabaksgebruik niet mogelijk is en ontwenningsverschijnselen om behandeling vragen Het is van belang om passende stoppenmet-rokenzorg aan te bieden aan deze groep rokers Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening en patiënten met een verhoogd risico op een tabaksgerelateerde klacht of aandoening voor zichzelf of voor anderen is de urgentie om te stoppen met roken hoger Daarnaast hebben patiënten met een hogere urgentie om te stoppen vaak een lagere slagingskans om te stoppen [##] Daarom is voor deze patiënten een behandeling met een hogere intensiteit gewenst Voor deze patiënten heeft de stoppen-met-rokenzorg andere accenten Dit is beschreven in hoofdstuk # Een goede stoppen-met-rokenzorg bestaat uit een samenwerking tussen de patiënt en de zorgverlener.
571
nvog
kunnen hier een belangrijke bijdrage aan leveren Zwangere vrouwen die roken vormen een bijzondere groep vanwege de hoge mate van urgentie om te stoppen in verband met de gevolgen van roken voor de zwangerschap, bevalling en hun ongeboren kind Ter bescherming van de zwangere vrouw, het nog ongeboren kind en de pasgeborene tegen de schadelijke invloed van tabak dienen rokende zwangere vrouwen en hun (rokende) partners zo vroeg mogelijk, liefst nog vóór de conceptie, over de mogelijke schade van roken en meeroken geïnformeerd te worden Vanwege het veranderende metabolisme tijdens de zwangerschap en de risico’s van medicatie voor het ongeboren kind De urgentie om te stoppen met roken is ook vergroot bij rokers die (acuut) worden opgenomen in een ziekenhuis of instelling waar tabaksgebruik niet mogelijk is en ontwenningsverschijnselen om behandeling vragen Het is van belang om passende stoppenmet-rokenzorg aan te bieden aan deze groep rokers Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening en patiënten met een verhoogd risico op een tabaksgerelateerde klacht of aandoening voor zichzelf of voor anderen is de urgentie om te stoppen met roken hoger Daarnaast hebben patiënten met een hogere urgentie om te stoppen vaak een lagere slagingskans om te stoppen [##] Daarom is voor deze patiënten een behandeling met een hogere intensiteit gewenst Voor deze patiënten heeft de stoppen-met-rokenzorg andere accenten Dit is beschreven in hoofdstuk # Een goede stoppen-met-rokenzorg bestaat uit een samenwerking tussen de patiënt en de zorgverlener waarvan de zorgverlener de behandeling vormgeeft De patiënt heeft een centrale rol in de stoppen-met-rokenzorg Deze rol wordt ondersteund door het bevorderen van het zelfmanagement van de patiënt in elk onderdeel van de behandeling • Onderdeel # - Adviseren om te stoppen met roken geldt voor iedereen die rookt De zorgverlener geeft het advies om te stoppen met roken, toegespitst op de situatie van de patiënt, en geeft informatie over effectieve behandelmogelijkheden De patiënt met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop krijgt • Onderdeel # - Motiveren om te stoppen met roken betreft patiënten die overwegen om te stoppen met roken evenals patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop die (nog) onvoldoende gemotiveerd zijn om te stoppen De zorgverlener geeft een motivatie verhogende behandeling • Onderdeel # - Begeleiden bij stoppen met roken is van toepassing op patiënten die De behandeling bestaat primair uit gedragsmatige ondersteuning, eventueel aangevuld met een farmacologische behandeling Een farmacologische behandeling dient altijd te worden gecombineerd met een gedragsmatige behandeling, aangezien een gecombineerde aanpak effectiever is dan opzichzelfstaande farmacotherapie Gezien de aan verslaving inherente langzaam afnemende terugvalkans is het reëel het behandeltraject pas te sluiten een jaar na de laatste stop/rookvrijdatum Binnen een behandeling moet het bovendien mogelijk zijn om verschillende begeleide stoppogingen te ondernemen, indien de roker nog niet succesvol is gestopt Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de inhoud van de stoppen-met-rokenzorg voor de patiënt op een algemeen niveau (zie hoofdstuk # voor specifieke risicogroepen) De.
578
nvog
heeft een centrale rol in de stoppen-met-rokenzorg Deze rol wordt ondersteund door het bevorderen van het zelfmanagement van de patiënt in elk onderdeel van de behandeling • Onderdeel # - Adviseren om te stoppen met roken geldt voor iedereen die rookt De zorgverlener geeft het advies om te stoppen met roken, toegespitst op de situatie van de patiënt, en geeft informatie over effectieve behandelmogelijkheden De patiënt met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop krijgt • Onderdeel # - Motiveren om te stoppen met roken betreft patiënten die overwegen om te stoppen met roken evenals patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop die (nog) onvoldoende gemotiveerd zijn om te stoppen De zorgverlener geeft een motivatie verhogende behandeling • Onderdeel # - Begeleiden bij stoppen met roken is van toepassing op patiënten die De behandeling bestaat primair uit gedragsmatige ondersteuning, eventueel aangevuld met een farmacologische behandeling Een farmacologische behandeling dient altijd te worden gecombineerd met een gedragsmatige behandeling, aangezien een gecombineerde aanpak effectiever is dan opzichzelfstaande farmacotherapie Gezien de aan verslaving inherente langzaam afnemende terugvalkans is het reëel het behandeltraject pas te sluiten een jaar na de laatste stop/rookvrijdatum Binnen een behandeling moet het bovendien mogelijk zijn om verschillende begeleide stoppogingen te ondernemen, indien de roker nog niet succesvol is gestopt Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de inhoud van de stoppen-met-rokenzorg voor de patiënt op een algemeen niveau (zie hoofdstuk # voor specifieke risicogroepen) De terugvalpreventie De zorgverlener bepaalt samen met de patiënt welke vorm van stoppenmet-rokenondersteuning gegeven wordt Welke vorm het meest aangewezen is, hangt mede af van de voorkeuren en kenmerken van de patiënt [#] Dit betekent dat de zorg er voor de ene patiënt anders uit kan zien dan voor de andere, immers niet iedere patiënt is hetzelfde De zorg bij stoppen met roken heeft drie samenhangende onderdelen In dit hoofdstuk wordt per onderdeel beschreven op wie de behandeling van toepassing is, wat de behandeling inhoudt en welke parameters vastgelegd kunnen worden De patiënt kan in elk van de drie onderdelen instromen in de stoppen-met-rokenzorg De onderdelen van de zorg bij stoppen met roken zijn als één geheel te volgen, maar ook afzonderlijk door één of twee van de drie onderdelen te volgen Bovendien kunnen de onderdelen in elkaar overgaan Hoeveel en welke onderdelen de patiënt volgt, is afhankelijk van de patiënt en zijn/haar motivatie om te stoppen met roken In bijlage # is een generiek stroomschema te vinden van de stoppen-metrokenzorg De patiënt krijgt van de zorgverlener het advies om te stoppen met roken (onderdeel #), maar de patiënt is ongemotiveerd om te stoppen met roken De patiënt heeft geen (verhoogd risico op) tabaksgerelateerde klachten of aandoeningen en vormt geen bijzonder risico voor mensen in zijn of haar omgeving In deze situatie is de zorg bij stoppen met roken voorlopig afgerond De zorgverlener zal later, bijvoorbeeld bij.
579
nvog
De zorgverlener bepaalt samen met de patiënt welke vorm van stoppenmet-rokenondersteuning gegeven wordt Welke vorm het meest aangewezen is, hangt mede af van de voorkeuren en kenmerken van de patiënt [#] Dit betekent dat de zorg er voor de ene patiënt anders uit kan zien dan voor de andere, immers niet iedere patiënt is hetzelfde De zorg bij stoppen met roken heeft drie samenhangende onderdelen In dit hoofdstuk wordt per onderdeel beschreven op wie de behandeling van toepassing is, wat de behandeling inhoudt en welke parameters vastgelegd kunnen worden De patiënt kan in elk van de drie onderdelen instromen in de stoppen-met-rokenzorg De onderdelen van de zorg bij stoppen met roken zijn als één geheel te volgen, maar ook afzonderlijk door één of twee van de drie onderdelen te volgen Bovendien kunnen de onderdelen in elkaar overgaan Hoeveel en welke onderdelen de patiënt volgt, is afhankelijk van de patiënt en zijn/haar motivatie om te stoppen met roken In bijlage # is een generiek stroomschema te vinden van de stoppen-metrokenzorg De patiënt krijgt van de zorgverlener het advies om te stoppen met roken (onderdeel #), maar de patiënt is ongemotiveerd om te stoppen met roken De patiënt heeft geen (verhoogd risico op) tabaksgerelateerde klachten of aandoeningen en vormt geen bijzonder risico voor mensen in zijn of haar omgeving In deze situatie is de zorg bij stoppen met roken voorlopig afgerond De zorgverlener zal later, bijvoorbeeld bij terugkomen op het stoppen met roken Indien dezelfde patiënt wel overweegt om te stoppen met roken, of (een verhoogd risico op) tabaksgerelateerde klachten of aandoeningen heeft, dan wordt de motivatie van de patiënt om te stoppen verhoogd (onderdeel #) Bij onvoldoende motivatie is het traject alsnog voorlopig afgerond Bij voldoende motivatie stroomt de patiënt daarna door naar de begeleiding bij stoppen met roken (onderdeel #) Hierin wordt de best passende vorm van stoppen-metrokenbegeleiding gezocht Echter, bij initieel voldoende motivatie kan de patiënt ook alleen onderdeel # volgen en onderdeel # en # overslaan de zorgverlener Onder patiënt vallen alle personen op wie de stoppen-met-rokenzorg van toepassing is (rokers) Onder zorgverlener vallen alle personen die betrokken zijn bij de stoppen-met-rokenzorg voor de patiënt, mits bekwaam voor de handelingen die ze verrichten De zorgverlener dient voldoende actuele kennis (inhoudelijk en organisatorisch) te hebben passen De exacte benodigde kennis en vaardigheden zijn afhankelijk van welk onderdeel van de zorg wordt geleverd, dat wil zeggen voor onderdeel # (motiveren) en # (begeleiding) zijn uitgebreidere kennis en vaardigheden nodig dan voor onderdeel # (adviseren) In de stoppenmet-rokenzorg heeft de patiënt een centrale rol De patiënt brengt de meest actuele individuele informatie in, zoals informatie over het rookgedrag, de motivatie om te stoppen, eventueel eerder gebruikte stopmethoden, medische voorgeschiedenis en de voorkeur en wensen en behoeften ten aanzien van de behandeling Op basis hiervan kan de zorgverlener samen met De patiënt krijgt ondersteuning in het vervullen van zijn/haar centrale rol Daarvoor is de.
595
nvog
dezelfde patiënt wel overweegt om te stoppen met roken, of (een verhoogd risico op) tabaksgerelateerde klachten of aandoeningen heeft, dan wordt de motivatie van de patiënt om te stoppen verhoogd (onderdeel #) Bij onvoldoende motivatie is het traject alsnog voorlopig afgerond Bij voldoende motivatie stroomt de patiënt daarna door naar de begeleiding bij stoppen met roken (onderdeel #) Hierin wordt de best passende vorm van stoppen-metrokenbegeleiding gezocht Echter, bij initieel voldoende motivatie kan de patiënt ook alleen onderdeel # volgen en onderdeel # en # overslaan de zorgverlener Onder patiënt vallen alle personen op wie de stoppen-met-rokenzorg van toepassing is (rokers) Onder zorgverlener vallen alle personen die betrokken zijn bij de stoppen-met-rokenzorg voor de patiënt, mits bekwaam voor de handelingen die ze verrichten De zorgverlener dient voldoende actuele kennis (inhoudelijk en organisatorisch) te hebben passen De exacte benodigde kennis en vaardigheden zijn afhankelijk van welk onderdeel van de zorg wordt geleverd, dat wil zeggen voor onderdeel # (motiveren) en # (begeleiding) zijn uitgebreidere kennis en vaardigheden nodig dan voor onderdeel # (adviseren) In de stoppenmet-rokenzorg heeft de patiënt een centrale rol De patiënt brengt de meest actuele individuele informatie in, zoals informatie over het rookgedrag, de motivatie om te stoppen, eventueel eerder gebruikte stopmethoden, medische voorgeschiedenis en de voorkeur en wensen en behoeften ten aanzien van de behandeling Op basis hiervan kan de zorgverlener samen met De patiënt krijgt ondersteuning in het vervullen van zijn/haar centrale rol Daarvoor is de Alles wat de patiënt zelf doet om te stoppen met roken is zelfmanagement Hoe meer kennis, inzicht en vaardigheden de patiënt heeft, hoe beter zelfmanagement mogelijk is Het is belangrijk dat de patiënt begrijpt dat roken een verslaving is en hoe hij/zij het stoppen met roken het beste kan aanpakken Hiervoor heeft de patiënt kennis nodig over de gezondheidsgevolgen van roken en de voordelen van stoppen met roken, de lichamelijke en psychische processen, welke behandelingsmogelijkheden er zijn, waaruit de behandeling bestaat en hoe het stopproces globaal verloopt De zorgverlener besteedt in alle onderdelen van de behandeling aandacht aan deze onderwerpen (zie ook https //(WEBLINK) voor afhankelijk van de voorkeur en kenmerken van de patiënt Het wordt aangeboden tijdens het reguliere zorgcontact (bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan de apotheker, huisartspraktijk, fysiotherapeut, tandarts, mondhygiënist, verloskundige, verpleegkundige, verpleegkundig verslavingszorg, generalistische basis-GGZ, gespecialiseerde GGZ, specifieke aanbieders van Nationale Stoplijn (het nummer hiervan staat op de sigarettenpakjes) gehuisvest, van waaruit adviezen worden gegeven t a v stoppen-met-roken zorg Mogelijke vormen zijn zelfhulp, korte ondersteunende interventies en intensieve ondersteunende interventies, individueel dan wel in groepsverband Interventies kunnen telefonisch, digitaal (eHealth; via internet of de mobiele telefoon) of face-to-face worden aangeboden Voorbeelden van specifieke stoppenmet-rokeninterventies zijn weergegeven in bijlage # De multidisciplinaire richtlijn geeft een gedetailleerde beschrijving van de bewezen effectieve vormen [#] Er is geen bewijs dat andere methoden, zoals acupunctuur, lasertherapie en hypnotherapie, effectief zijn bij het stoppen met roken.
603
nvog
de patiënt zelf doet om te stoppen met roken is zelfmanagement Hoe meer kennis, inzicht en vaardigheden de patiënt heeft, hoe beter zelfmanagement mogelijk is Het is belangrijk dat de patiënt begrijpt dat roken een verslaving is en hoe hij/zij het stoppen met roken het beste kan aanpakken Hiervoor heeft de patiënt kennis nodig over de gezondheidsgevolgen van roken en de voordelen van stoppen met roken, de lichamelijke en psychische processen, welke behandelingsmogelijkheden er zijn, waaruit de behandeling bestaat en hoe het stopproces globaal verloopt De zorgverlener besteedt in alle onderdelen van de behandeling aandacht aan deze onderwerpen (zie ook https //(WEBLINK) voor afhankelijk van de voorkeur en kenmerken van de patiënt Het wordt aangeboden tijdens het reguliere zorgcontact (bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan de apotheker, huisartspraktijk, fysiotherapeut, tandarts, mondhygiënist, verloskundige, verpleegkundige, verpleegkundig verslavingszorg, generalistische basis-GGZ, gespecialiseerde GGZ, specifieke aanbieders van Nationale Stoplijn (het nummer hiervan staat op de sigarettenpakjes) gehuisvest, van waaruit adviezen worden gegeven t a v stoppen-met-roken zorg Mogelijke vormen zijn zelfhulp, korte ondersteunende interventies en intensieve ondersteunende interventies, individueel dan wel in groepsverband Interventies kunnen telefonisch, digitaal (eHealth; via internet of de mobiele telefoon) of face-to-face worden aangeboden Voorbeelden van specifieke stoppenmet-rokeninterventies zijn weergegeven in bijlage # De multidisciplinaire richtlijn geeft een gedetailleerde beschrijving van de bewezen effectieve vormen [#] Er is geen bewijs dat andere methoden, zoals acupunctuur, lasertherapie en hypnotherapie, effectief zijn bij het stoppen met roken pakket Het advies is om een bewezen effectieve methode te kiezen De stoppen-met-rokenzorg is in verschillende intensiteiten mogelijk, waarbij het aantal contactmomenten, de tijdsduur van contactmomenten en de totale zorgduur kunnen verschillen De effectiviteit lijkt toe te nemen naarmate de behandeling intensiever is [##, ##] De intensiteit is de combinatie van de frequentie en de duur van de behandeling Dit kan tot uitdrukking komen in het aantal contactmomenten en vervolgafspraken en de duur van elk contactmoment en de behandeling Voor het beschikbare bewijs en de achterliggende overwegingen wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn [#] Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop, zoals beschreven in hoofdstuk #, is een intensieve behandeling gewenst (zie Bijlage #, Intensieve ondersteunende interventies) Het is hierbij van groot belang dat de best passende behandeling direct wordt aangeboden (matched care), in plaats van eerst minder intensieve behandelopties toe te passen (stepped care) Intensieve behandeling dient ook te worden aangeboden indien de patiënt dit wenst, bijvoorbeeld in het geval van complicerende factoren in de sociale omgeving Het advies om te stoppen met roken geldt voor iedereen die (weleens) rookt Dit wordt Gezien het grote gezondheidsrisico van roken en de bewezen effectiviteit van een stopadvies, geeft de zorgverlener het advies om te stoppen met roken, toegespitst op de situatie van de De herziene multidisciplinaire richtlijn vermeldt expliciet dat het van groot belang is dat alle zorgverleners indien mogelijk een stopadvies op maat geven aan patiënten met aan tabak gerelateerde klachten en aandoeningen [#].
595
nvog
te kiezen De stoppen-met-rokenzorg is in verschillende intensiteiten mogelijk, waarbij het aantal contactmomenten, de tijdsduur van contactmomenten en de totale zorgduur kunnen verschillen De effectiviteit lijkt toe te nemen naarmate de behandeling intensiever is [##, ##] De intensiteit is de combinatie van de frequentie en de duur van de behandeling Dit kan tot uitdrukking komen in het aantal contactmomenten en vervolgafspraken en de duur van elk contactmoment en de behandeling Voor het beschikbare bewijs en de achterliggende overwegingen wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn [#] Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop, zoals beschreven in hoofdstuk #, is een intensieve behandeling gewenst (zie Bijlage #, Intensieve ondersteunende interventies) Het is hierbij van groot belang dat de best passende behandeling direct wordt aangeboden (matched care), in plaats van eerst minder intensieve behandelopties toe te passen (stepped care) Intensieve behandeling dient ook te worden aangeboden indien de patiënt dit wenst, bijvoorbeeld in het geval van complicerende factoren in de sociale omgeving Het advies om te stoppen met roken geldt voor iedereen die (weleens) rookt Dit wordt Gezien het grote gezondheidsrisico van roken en de bewezen effectiviteit van een stopadvies, geeft de zorgverlener het advies om te stoppen met roken, toegespitst op de situatie van de De herziene multidisciplinaire richtlijn vermeldt expliciet dat het van groot belang is dat alle zorgverleners indien mogelijk een stopadvies op maat geven aan patiënten met aan tabak gerelateerde klachten en aandoeningen [#] advies te geven aan elke nieuwe patiënt die blijkt te roken, aan patiënten die geopereerd gaan worden en aan zwangere vrouwen en hun partners Bovendien is het van groot belang om een stopadvies te geven aan rokers die een risico vormen voor anderen in hun omgeving (zoals jonge kinderen, zieken) Bij rokers die niet gemotiveerd zijn om te stoppen dient dit regelmatig (minimaal jaarlijks, maar bij voorkeur vaker) herhaald te worden, bijvoorbeeld bij het volgende behandelcontact of bij presentatie met aan tabak gerelateerde klachten en aandoeningen Voor het geven van een stopadvies wordt gebruik gemaakt van de reguliere zorgcontacten met de patiënt, waarin de zorgverlener de patiënt dringend adviseert om te stoppen Zorgverlener en patiënt bespreken samen de actuele situatie van de patiënt, wat een tabaksverslaving is, wat de risico’s van het blijven roken zijn en wat stoppen met roken op kan leveren, op korte en lange termijn De zorgverlener geeft voorlichting over tabaksverslaving en wijst de patiënt op het belang van stoppen met roken Ook peilt de zorgverlener de motivatie en eigen effectiviteit om te stoppen bij de patiënt, door middel van de schaalvragen ‘Hoe belangrijk is stoppen met roken voor u?’ en ‘Hoeveel vertrouwen heeft u dat het u lukt om te stoppen met roken?’, waarbij de patiënt wordt gevraagd om dit aan te geven op een schaal van # tot ## Het doel van het stopadvies is, naast het adviseren om te stoppen, het informeren van de patiënt over roken/tabaksverslaving en stoppen met roken Daarnaast wijst de zorgverlener.
590
nvog
patiënt die blijkt te roken, aan patiënten die geopereerd gaan worden en aan zwangere vrouwen en hun partners Bovendien is het van groot belang om een stopadvies te geven aan rokers die een risico vormen voor anderen in hun omgeving (zoals jonge kinderen, zieken) Bij rokers die niet gemotiveerd zijn om te stoppen dient dit regelmatig (minimaal jaarlijks, maar bij voorkeur vaker) herhaald te worden, bijvoorbeeld bij het volgende behandelcontact of bij presentatie met aan tabak gerelateerde klachten en aandoeningen Voor het geven van een stopadvies wordt gebruik gemaakt van de reguliere zorgcontacten met de patiënt, waarin de zorgverlener de patiënt dringend adviseert om te stoppen Zorgverlener en patiënt bespreken samen de actuele situatie van de patiënt, wat een tabaksverslaving is, wat de risico’s van het blijven roken zijn en wat stoppen met roken op kan leveren, op korte en lange termijn De zorgverlener geeft voorlichting over tabaksverslaving en wijst de patiënt op het belang van stoppen met roken Ook peilt de zorgverlener de motivatie en eigen effectiviteit om te stoppen bij de patiënt, door middel van de schaalvragen ‘Hoe belangrijk is stoppen met roken voor u?’ en ‘Hoeveel vertrouwen heeft u dat het u lukt om te stoppen met roken?’, waarbij de patiënt wordt gevraagd om dit aan te geven op een schaal van # tot ## Het doel van het stopadvies is, naast het adviseren om te stoppen, het informeren van de patiënt over roken/tabaksverslaving en stoppen met roken Daarnaast wijst de zorgverlener stoppoging kunnen vergoten, zowel de gedragsmatige ondersteuning (zie onderdeel #a) als de farmacologische behandeling (zie onderdeel #b) Het stopadvies wordt, daar waar mogelijk, regelmatig herhaald, zolang de patiënt nog rookt De wetenschappelijke onderbouwing voor Na het wijzen op het belang van stoppen met roken, verifieert de zorgverlener of de patiënt een tabaksgerelateerde lichamelijke klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop heeft (zoals is beschreven in hoofdstuk <DATUM> Indien de patiënt een tabaksgerelateerde klacht of aandoening heeft, vertelt de zorgverlener dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klachten De zorgverlener benadrukt dat stoppen met roken een onmisbaar onderdeel van de behandeling is Indien de patiënt een verhoogd risico op een tabaksgerelateerde klacht of aandoening heeft (zoals is beschreven in hoofdstuk <DATUM> bespreekt de zorgverlener wat de mogelijke risico’s zijn van doorroken en benadrukt het belang om te stoppen De zorgverlener informeert de patiënt ook over de positieve gevolgen van stoppen met roken voor zijn/haar specifieke situatie Daarnaast is er voor iedereen, en in het bijzonder voor personen met een verhoogd risico, aandacht voor het voorkomen van meeroken Deze informatie wordt verwerkt in het stopadvies, waarbij aandacht dient te zijn voor kwetsbare personen in de sociale omgeving van de roker, zoals kinderen, zwangere vrouwen en ex-rokers In dit kader wordt ook aandacht geschonken aan het principe van ‘zien roken, doet roken’ Hoofdstuk # beschrijft voor de belangrijkste risicosituaties welke specifieke accenten in de.
586
nvog
zowel de gedragsmatige ondersteuning (zie onderdeel #a) als de farmacologische behandeling (zie onderdeel #b) Het stopadvies wordt, daar waar mogelijk, regelmatig herhaald, zolang de patiënt nog rookt De wetenschappelijke onderbouwing voor Na het wijzen op het belang van stoppen met roken, verifieert de zorgverlener of de patiënt een tabaksgerelateerde lichamelijke klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop heeft (zoals is beschreven in hoofdstuk <DATUM> Indien de patiënt een tabaksgerelateerde klacht of aandoening heeft, vertelt de zorgverlener dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klachten De zorgverlener benadrukt dat stoppen met roken een onmisbaar onderdeel van de behandeling is Indien de patiënt een verhoogd risico op een tabaksgerelateerde klacht of aandoening heeft (zoals is beschreven in hoofdstuk <DATUM> bespreekt de zorgverlener wat de mogelijke risico’s zijn van doorroken en benadrukt het belang om te stoppen De zorgverlener informeert de patiënt ook over de positieve gevolgen van stoppen met roken voor zijn/haar specifieke situatie Daarnaast is er voor iedereen, en in het bijzonder voor personen met een verhoogd risico, aandacht voor het voorkomen van meeroken Deze informatie wordt verwerkt in het stopadvies, waarbij aandacht dient te zijn voor kwetsbare personen in de sociale omgeving van de roker, zoals kinderen, zwangere vrouwen en ex-rokers In dit kader wordt ook aandacht geschonken aan het principe van ‘zien roken, doet roken’ Hoofdstuk # beschrijft voor de belangrijkste risicosituaties welke specifieke accenten in de De ‘Hoe belangrijk is stoppen met roken voor u? Kunt u dit aangeven op een schaal van # tot ##?’ ‘Hoeveel vertrouwen heeft u dat het u lukt om te stoppen met roken? Kunt u dit aangeven op Deze vragen geven een opening voor een gesprek, het onderzoeken van de ambivalentie ten opzichte van stoppen met roken en het toegespitst informatie geven De motivatie van de patiënt is niet statisch, maar beïnvloedbaar, zowel tijdens het consult als daarbuiten De patiënt kan mede naar aanleiding van het stopadvies alsnog van gedachten veranderen Door als ambivalentie ten opzichte van gedragsverandering te onderzoeken en op te lossen Hierdoor wordt de intrinsieke motivatie van de patiënt gestimuleerd De behandeling van patiënten met een verslaving kent geen logische, opeenvolgende stadia Een patiënt kan zelfs binnen één gesprek wisselen tussen verschillende stadia van motivatie Hoe meer inzicht de zorgverlener heeft in de motivatie van de patiënt, des te beter kan de zorgverlener aansluiting vinden en het De mate waarin iemand gemotiveerd is om te stoppen, is ook van belang voor het verdere vervolg van de behandeling [#] De gemotiveerde patiënt, die op dit moment of binnen één maand onder professionele begeleiding wil stoppen, stroomt door naar de stoppen-metrokenbegeleiding (onderdeel #) De patiënt die overweegt te stoppen in de toekomst maar dat voor zich uitschuift, en de ongemotiveerde patiënt met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop, krijgen een motivatie verhogende behandeling (onderdeel #) De zorgverlener noteert in het dossier welke behandeling de patiënt heeft gekregen.
597
nvog
voor u? Kunt u dit aangeven op een schaal van # tot ##?’ ‘Hoeveel vertrouwen heeft u dat het u lukt om te stoppen met roken? Kunt u dit aangeven op Deze vragen geven een opening voor een gesprek, het onderzoeken van de ambivalentie ten opzichte van stoppen met roken en het toegespitst informatie geven De motivatie van de patiënt is niet statisch, maar beïnvloedbaar, zowel tijdens het consult als daarbuiten De patiënt kan mede naar aanleiding van het stopadvies alsnog van gedachten veranderen Door als ambivalentie ten opzichte van gedragsverandering te onderzoeken en op te lossen Hierdoor wordt de intrinsieke motivatie van de patiënt gestimuleerd De behandeling van patiënten met een verslaving kent geen logische, opeenvolgende stadia Een patiënt kan zelfs binnen één gesprek wisselen tussen verschillende stadia van motivatie Hoe meer inzicht de zorgverlener heeft in de motivatie van de patiënt, des te beter kan de zorgverlener aansluiting vinden en het De mate waarin iemand gemotiveerd is om te stoppen, is ook van belang voor het verdere vervolg van de behandeling [#] De gemotiveerde patiënt, die op dit moment of binnen één maand onder professionele begeleiding wil stoppen, stroomt door naar de stoppen-metrokenbegeleiding (onderdeel #) De patiënt die overweegt te stoppen in de toekomst maar dat voor zich uitschuift, en de ongemotiveerde patiënt met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop, krijgen een motivatie verhogende behandeling (onderdeel #) De zorgverlener noteert in het dossier welke behandeling de patiënt heeft gekregen (ongemotiveerd) kan het gesprek worden afgerond In dat geval noteert de zorgverlener in het dossier dat de patiënt niet nu stopt, zodat hier in een volgend contact op teruggekomen kan De zorgverlener biedt de patiënt verdere informatie over stoppen met roken aan ter afsluiting van het stopadvies Deze informatie kan bijvoorbeeld mondeling worden gegeven, door het meegeven van een folder, of door te verwijzen naar een website met informatie over stoppen met roken die aansluit op deze Zorgstandaard, zoals https //(WEBLINK) of van de publiekswebsite Thuisarts nl van het Nederlands Huisartsengenootschap NHG, https //www # Zie https //(WEBLINK)#redenen-om-te-blijven-rokenontkracht voor mogelijke reacties op veelgehoorde redenen om te blijven roken # Om de minimale parameterset vast te leggen dienen de parameters elektronisch registreerbaar te zijn Aan patiënten die overwegen om te stoppen met roken en aan patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of – aandoening, of een verhoogd risico daarop (zie hoofdstuk #) die (nog) onvoldoende gemotiveerd zijn om te stoppen, wordt een motivatie verhogende behandeling aangeboden Voor patiënten die echt niet gemotiveerd zijn om te stoppen, komt de zorgverlener in een volgend contact terug op het onderwerp Het is aan te raden om toestemming te vragen aan de patiënt om er op een later moment op terug te komen De motivatie van de patiënt is een belangrijke factor voor het succes van stoppen met roken Naar mate iemand gemotiveerder is, is de kans groter dat hij of zij ook daadwerkelijk succesvol.
593
nvog
kan het gesprek worden afgerond In dat geval noteert de zorgverlener in het dossier dat de patiënt niet nu stopt, zodat hier in een volgend contact op teruggekomen kan De zorgverlener biedt de patiënt verdere informatie over stoppen met roken aan ter afsluiting van het stopadvies Deze informatie kan bijvoorbeeld mondeling worden gegeven, door het meegeven van een folder, of door te verwijzen naar een website met informatie over stoppen met roken die aansluit op deze Zorgstandaard, zoals https //(WEBLINK) of van de publiekswebsite Thuisarts nl van het Nederlands Huisartsengenootschap NHG, https //www # Zie https //(WEBLINK)#redenen-om-te-blijven-rokenontkracht voor mogelijke reacties op veelgehoorde redenen om te blijven roken # Om de minimale parameterset vast te leggen dienen de parameters elektronisch registreerbaar te zijn Aan patiënten die overwegen om te stoppen met roken en aan patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of – aandoening, of een verhoogd risico daarop (zie hoofdstuk #) die (nog) onvoldoende gemotiveerd zijn om te stoppen, wordt een motivatie verhogende behandeling aangeboden Voor patiënten die echt niet gemotiveerd zijn om te stoppen, komt de zorgverlener in een volgend contact terug op het onderwerp Het is aan te raden om toestemming te vragen aan de patiënt om er op een later moment op terug te komen De motivatie van de patiënt is een belangrijke factor voor het succes van stoppen met roken Naar mate iemand gemotiveerder is, is de kans groter dat hij of zij ook daadwerkelijk succesvol elk punt om toestemming (bijvoorbeeld “Ik zou u informatie kunnen geven over … Vindt u dat goed?”) De motivatie verhogende behandeling bestaat uit de zogenaamde # Rs [##] Relevance (relevantie) de zorgverlener vraagt de patiënt waarom hij/zij het belangrijk vindt om te stoppen Het gebruik van de schaalvraag ‘Hoe belangrijk is het voor u om te stoppen met roken, op een schaal van <DATUM> ’ biedt een concreet handvat voor het gesprek In een Risks (risico’s) de zorgverlener bespreekt de risico´s van roken voor de patiënt op de korte en lange termijn en de gevolgen van meeroken voor zijn/haar omgeving Rewards (beloning) de zorgverlener vraagt de patiënt naar de voordelen van stoppen met roken, waarbij de voordelen van stoppen benadrukt worden die op de persoon specifiek van psychologische barrières om te stoppen Het gebruik van de schaalvraag ‘Hoeveel vertrouwen heeft u erin dat het u lukt om te stoppen met roken, op een schaal van <DATUM> ’geeft de mate van eigen effectiviteit aan in het omgaan met barrières In een vervolggesprek kan deze vraag weer herhaald worden Hierbij wijst de zorgverlener ook kort op de verdere behandelingsmogelijkheden (zie paragraaf <DATUM> De motivatie kan versterkt worden door de patiënt zicht te geven op mogelijke hulp of oplossingen bij barrières Daarom worden op dit moment al kort de mogelijkheden voor het volgen van een andere of intensievere vorm van gedragsmatige behandeling besproken (zie onderdeel #a), alsook de mogelijke farmacologische behandeling (zie onderdeel #b) Indien de patiënt aangeeft te willen stoppen.
611
nvog
kunnen geven over … Vindt u dat goed?”) De motivatie verhogende behandeling bestaat uit de zogenaamde # Rs [##] Relevance (relevantie) de zorgverlener vraagt de patiënt waarom hij/zij het belangrijk vindt om te stoppen Het gebruik van de schaalvraag ‘Hoe belangrijk is het voor u om te stoppen met roken, op een schaal van <DATUM> ’ biedt een concreet handvat voor het gesprek In een Risks (risico’s) de zorgverlener bespreekt de risico´s van roken voor de patiënt op de korte en lange termijn en de gevolgen van meeroken voor zijn/haar omgeving Rewards (beloning) de zorgverlener vraagt de patiënt naar de voordelen van stoppen met roken, waarbij de voordelen van stoppen benadrukt worden die op de persoon specifiek van psychologische barrières om te stoppen Het gebruik van de schaalvraag ‘Hoeveel vertrouwen heeft u erin dat het u lukt om te stoppen met roken, op een schaal van <DATUM> ’geeft de mate van eigen effectiviteit aan in het omgaan met barrières In een vervolggesprek kan deze vraag weer herhaald worden Hierbij wijst de zorgverlener ook kort op de verdere behandelingsmogelijkheden (zie paragraaf <DATUM> De motivatie kan versterkt worden door de patiënt zicht te geven op mogelijke hulp of oplossingen bij barrières Daarom worden op dit moment al kort de mogelijkheden voor het volgen van een andere of intensievere vorm van gedragsmatige behandeling besproken (zie onderdeel #a), alsook de mogelijke farmacologische behandeling (zie onderdeel #b) Indien de patiënt aangeeft te willen stoppen Daarnaast vraagt de zorgverlener aan de patiënt om de sociale steun in kaart te brengen door aan te geven welke betrokkenen een stimulerende rol kunnen hebben bij het stoppen en wie een belemmerende rol kan spelen Met dit inzicht kan de patiënt zelf gerichter sociale steun inzetten bij het overkomen van barrières Repetition (herhaling) de zorgverlener herhaalt deze strategie zolang de patiënt nog niet Na de motivatie verhogende behandeling wordt opnieuw vastgesteld in welke mate de patiënt gemotiveerd is om te stoppen, overweegt om te stoppen of nog niet gemotiveerd is om te stoppen Indien de patiënt gemotiveerd is om te stoppen met roken leidt dat naar het volgende onderdeel - begeleiding bij stoppen met roken Bij de patiënt die aangeeft (nog) onvoldoende gemotiveerd te zijn om te stoppen kan het gesprek worden afgerond De motivatie verhogende behandeling wordt, daar waar mogelijk, regelmatig herhaald In dat geval noteert de zorgverlener in het dossier dat de patiënt niet nu stopt, zodat hier later nog eens op Datum laatste motivatie verhogende behandeling (aanvullende parameter, zie hoofdstuk #) <DATUM> ONDERDEEL # - BEGELEIDEN BIJ STOPPEN MET ROKEN Patiënten die gemotiveerd zijn om op korte termijn te stoppen met roken krijgen zo spoedig Onderdeel # heeft twee elementen, de gedragsmatige behandeling en de farmacologische behandeling De behandeling bestaat primair uit gedragsmatige ondersteuning en kan eventueel worden aangevuld met farmacotherapie Een farmacotherapeutische behandeling dient altijd gecombineerd te worden met gedragsmatige behandeling, aangezien een gecombineerde aanpak effectiever is dan enkel farmacologische behandeling.
596
nvog
zorgverlener aan de patiënt om de sociale steun in kaart te brengen door aan te geven welke betrokkenen een stimulerende rol kunnen hebben bij het stoppen en wie een belemmerende rol kan spelen Met dit inzicht kan de patiënt zelf gerichter sociale steun inzetten bij het overkomen van barrières Repetition (herhaling) de zorgverlener herhaalt deze strategie zolang de patiënt nog niet Na de motivatie verhogende behandeling wordt opnieuw vastgesteld in welke mate de patiënt gemotiveerd is om te stoppen, overweegt om te stoppen of nog niet gemotiveerd is om te stoppen Indien de patiënt gemotiveerd is om te stoppen met roken leidt dat naar het volgende onderdeel - begeleiding bij stoppen met roken Bij de patiënt die aangeeft (nog) onvoldoende gemotiveerd te zijn om te stoppen kan het gesprek worden afgerond De motivatie verhogende behandeling wordt, daar waar mogelijk, regelmatig herhaald In dat geval noteert de zorgverlener in het dossier dat de patiënt niet nu stopt, zodat hier later nog eens op Datum laatste motivatie verhogende behandeling (aanvullende parameter, zie hoofdstuk #) <DATUM> ONDERDEEL # - BEGELEIDEN BIJ STOPPEN MET ROKEN Patiënten die gemotiveerd zijn om op korte termijn te stoppen met roken krijgen zo spoedig Onderdeel # heeft twee elementen, de gedragsmatige behandeling en de farmacologische behandeling De behandeling bestaat primair uit gedragsmatige ondersteuning en kan eventueel worden aangevuld met farmacotherapie Een farmacotherapeutische behandeling dient altijd gecombineerd te worden met gedragsmatige behandeling, aangezien een gecombineerde aanpak effectiever is dan enkel farmacologische behandeling rokers minder bekend te zijn dat een gedragsmatige behandeling naast farmacotherapeutische behandeling de succeskansen vergroot Het is belangrijk om hier de patiënt over te informeren De effectiviteit van gedragsmatige ondersteuning lijkt toe te nemen naar mate de ondersteuning intensiever is Het is ook belangrijk dat de zorgverlener de patiënt adviseert om bij zijn/haar eigen zorgverzekeraar te informeren hoe de vergoeding geregeld is (zie ook https // Bij de start van de behandeling vraagt de zorgverlener de patiënt naar eerdere stoppogingen De zorgverlener geeft ook uitleg over het gebruik van farmacologische hulpmiddelen, omdat dit de kans vergroot op definitief stoppen Veel stoppogingen mislukken, omdat de patiënt van mening is dat het gebruik van een hulpmiddel de verslaving in stand houdt, of dat hij op eigen kracht moet kunnen stoppen Ook een te lage dosering of het voortijdig stoppen met gebruik van een farmacologisch hulpmiddel kan leiden tot het mislukken van de stoppoging De farmacologische behandeling wordt aangeboden als de patiënt dit wenst, of als de zorgverlener dit nodig acht Gezien de aan verslaving inherente langzaam afnemende terugvalkans is het reëel het behandeltraject pas een jaar na de laatste stop/ rookvrijdatum te sluiten In verband met het hoge terugvalrisico (een uitglijder of terugval in gebruik hoort bij het onder controle krijgen van een verslaving) moet het ook mogelijk zijn om binnen een behandeltraject verschillende stoppogingen te ondernemen, totdat de roker succesvol is gestopt met roken Dit behelst ook de mogelijkheid om verschillende vormen.
552
nvog
te zijn dat een gedragsmatige behandeling naast farmacotherapeutische behandeling de succeskansen vergroot Het is belangrijk om hier de patiënt over te informeren De effectiviteit van gedragsmatige ondersteuning lijkt toe te nemen naar mate de ondersteuning intensiever is Het is ook belangrijk dat de zorgverlener de patiënt adviseert om bij zijn/haar eigen zorgverzekeraar te informeren hoe de vergoeding geregeld is (zie ook https // Bij de start van de behandeling vraagt de zorgverlener de patiënt naar eerdere stoppogingen De zorgverlener geeft ook uitleg over het gebruik van farmacologische hulpmiddelen, omdat dit de kans vergroot op definitief stoppen Veel stoppogingen mislukken, omdat de patiënt van mening is dat het gebruik van een hulpmiddel de verslaving in stand houdt, of dat hij op eigen kracht moet kunnen stoppen Ook een te lage dosering of het voortijdig stoppen met gebruik van een farmacologisch hulpmiddel kan leiden tot het mislukken van de stoppoging De farmacologische behandeling wordt aangeboden als de patiënt dit wenst, of als de zorgverlener dit nodig acht Gezien de aan verslaving inherente langzaam afnemende terugvalkans is het reëel het behandeltraject pas een jaar na de laatste stop/ rookvrijdatum te sluiten In verband met het hoge terugvalrisico (een uitglijder of terugval in gebruik hoort bij het onder controle krijgen van een verslaving) moet het ook mogelijk zijn om binnen een behandeltraject verschillende stoppogingen te ondernemen, totdat de roker succesvol is gestopt met roken Dit behelst ook de mogelijkheid om verschillende vormen stoppoging ondersteund met nicotinevervangende middelen Geadviseerd wordt om de patiënt te monitoren (en indien gewenst te begeleiden) totdat hij/zij langdurig is gestopt, dat wil zeggen ten minste één jaar In bepaalde gevallen kan het wenselijk zijn om de patiënt langer dan een jaar te monitoren en/of begeleiden, bijvoorbeeld wanneer patiënten het moeilijk vinden om het # Om de minimale parameterset vast te leggen dienen ze elektronisch registreerbaar te zijn stoppen met roken vol te houden Dit geldt veelal voor mensen met een ernstige stoornis in het gebruik van tabak, welke geregeld gepaard gaat met bijkomende psychische en/of lichamelijke psychosociale gedragsbeïnvloeding en -begeleiding bij stoppen met roken In bijlage # staat een opsomming van mogelijke vormen Gedragsmatige behandeling kan individueel of in een groep worden aangeboden, en zowel face-to-face als telefonisch of door middel van eHealth Indien de patiënt een andere gedragsmatige behandeling wenst of nodig heeft dan de zorgverlener kan bieden, kan de patiënt hiervoor worden doorverwezen naar een andere aanbieder Zorgverleners dienen het rookgedrag van een patiënt systematisch vast te leggen in het dossier Zodra de patiënt naar een andere zorgaanbieder wordt verwezen voor stoppen met roken ondersteuning, wordt aanbevolen om dit expliciet in een (terug)verwijsbrief te noteren Bij urgente indicatie is een telefonische of face-to-face overdracht (“warme overdracht”) tussen zorgverleners geboden, waarbij het verdere behandeltraject wordt besproken met de patiënt en De gedragsmatige ondersteuning moet worden afgestemd op het motivatiestadium van de patiënt Aangezien motivatie niet statisch is moet de zorgverlener voldoende kennis over, en.
566
nvog
om de patiënt te monitoren (en indien gewenst te begeleiden) totdat hij/zij langdurig is gestopt, dat wil zeggen ten minste één jaar In bepaalde gevallen kan het wenselijk zijn om de patiënt langer dan een jaar te monitoren en/of begeleiden, bijvoorbeeld wanneer patiënten het moeilijk vinden om het # Om de minimale parameterset vast te leggen dienen ze elektronisch registreerbaar te zijn stoppen met roken vol te houden Dit geldt veelal voor mensen met een ernstige stoornis in het gebruik van tabak, welke geregeld gepaard gaat met bijkomende psychische en/of lichamelijke psychosociale gedragsbeïnvloeding en -begeleiding bij stoppen met roken In bijlage # staat een opsomming van mogelijke vormen Gedragsmatige behandeling kan individueel of in een groep worden aangeboden, en zowel face-to-face als telefonisch of door middel van eHealth Indien de patiënt een andere gedragsmatige behandeling wenst of nodig heeft dan de zorgverlener kan bieden, kan de patiënt hiervoor worden doorverwezen naar een andere aanbieder Zorgverleners dienen het rookgedrag van een patiënt systematisch vast te leggen in het dossier Zodra de patiënt naar een andere zorgaanbieder wordt verwezen voor stoppen met roken ondersteuning, wordt aanbevolen om dit expliciet in een (terug)verwijsbrief te noteren Bij urgente indicatie is een telefonische of face-to-face overdracht (“warme overdracht”) tussen zorgverleners geboden, waarbij het verdere behandeltraject wordt besproken met de patiënt en De gedragsmatige ondersteuning moet worden afgestemd op het motivatiestadium van de patiënt Aangezien motivatie niet statisch is moet de zorgverlener voldoende kennis over, en de patiënt Het is van belang om ondersteuning op maat aan de patiënt te bieden Om dit te kunnen doen moet de zorgverlener kennis hebben van de voorkeuren van de patiënt en het aanbod van stoppen met roken ondersteuning (zie https //(WEBLINK) en (WEBLINK) ) en de verslavingszorginstellingen van op maat betreft ook de manier waarop de patiënt wordt bejegend, bijvoorbeeld meer socratisch (door middel van vragen) of meer confronterend De wijze waarop de zorgverlener communiceert dient aan te sluiten op de patiënt Tijdens de gedragsmatige behandeling kan ook begonnen worden met de farmacologische behandeling als dit geïndiceerd is (zie onderdeel #b) In de gedragsmatige behandeling dienen de volgende onderwerpen aan bod te Een tool die de patiënt helpt bewust te worden van zijn/haar rookgedrag en de functie van roken is het bijhouden van een rookdagboek gedurende een paar dagen Aan de hand hiervan kan de functie van het roken worden besproken om de behandeling goed te kunnen afstemmen op de individuele patiënt Dit is bijvoorbeeld verveling, eenzaamheid, gezelligheid, zoeken van rust of omdat het ‘lekker’ is De patiënt kan dit ervaren als de voordelen van roken Door het bespreken van de functie van roken brengen zorgverlener en de patiënt in beeld voor welke momenten, situaties of stemmingen alternatieven gevonden moeten worden, bijvoorbeeld anders om leren gaan met stress Dit kan de patiënt opnemen in zijn stopplan De te verwachten moeilijke momenten worden besproken om te inventariseren welke problemen de patiënt verwacht bij het stoppen of waar hij/zij tegenop ziet.
591
nvog
belang om ondersteuning op maat aan de patiënt te bieden Om dit te kunnen doen moet de zorgverlener kennis hebben van de voorkeuren van de patiënt en het aanbod van stoppen met roken ondersteuning (zie https //(WEBLINK) en (WEBLINK) ) en de verslavingszorginstellingen van op maat betreft ook de manier waarop de patiënt wordt bejegend, bijvoorbeeld meer socratisch (door middel van vragen) of meer confronterend De wijze waarop de zorgverlener communiceert dient aan te sluiten op de patiënt Tijdens de gedragsmatige behandeling kan ook begonnen worden met de farmacologische behandeling als dit geïndiceerd is (zie onderdeel #b) In de gedragsmatige behandeling dienen de volgende onderwerpen aan bod te Een tool die de patiënt helpt bewust te worden van zijn/haar rookgedrag en de functie van roken is het bijhouden van een rookdagboek gedurende een paar dagen Aan de hand hiervan kan de functie van het roken worden besproken om de behandeling goed te kunnen afstemmen op de individuele patiënt Dit is bijvoorbeeld verveling, eenzaamheid, gezelligheid, zoeken van rust of omdat het ‘lekker’ is De patiënt kan dit ervaren als de voordelen van roken Door het bespreken van de functie van roken brengen zorgverlener en de patiënt in beeld voor welke momenten, situaties of stemmingen alternatieven gevonden moeten worden, bijvoorbeeld anders om leren gaan met stress Dit kan de patiënt opnemen in zijn stopplan De te verwachten moeilijke momenten worden besproken om te inventariseren welke problemen de patiënt verwacht bij het stoppen of waar hij/zij tegenop ziet belangrijk dat de zorgverlener ingaat op de twee of drie belangrijkste moeilijke momenten en deze met de patiënt bespreekt Daarna zoeken de zorgverlener en de patiënt samen naar oplossingen voor de moeilijke momenten door te bespreken wat de patiënt zelf kan doen om met deze lastige situaties om te gaan Hierdoor wordt het zelfvertrouwen van de patiënt De patiënt en de zorgverlener spreken samen een stopdatum af, rekening houdend met eventueel gebruik van medicatie (zie onderdeel #b) Vervolgens wordt de stopdatum vastgelegd omdat dit de mondelinge afspraak versterkt De zorgverlener stimuleert de patiënt om sociale steun te regelen, bijvoorbeeld door het vertellen van de stopdatum aan mensen in de omgeving De zorgverlener maakt een vervolgafspraak op één van de eerste stopdagen van de patiënt Indien de patiënt nog geen stopdatum kan of wil afspreken, is het belangrijk om over te stappen naar de motivatie verhogende behandeling in combinatie met vervolgafspraken Meestal veranderen de gedachten van de patiënt hierover gedurende de tijd namelijk Daarom is het belangrijk dat de zorgverlener later nog een keer terugkomt op het onderwerp Het stopplan is een plan dat de patiënt voor zichzelf maakt # De patiënt kan in het stopplan de onderwerpen van de begeleiding noteren die voor hem/haar van belang zijn (ook als er oplossingen hiervoor, welke personen de stoppoging kunnen ondersteunen (sociale steun), hoe de patiënt zichzelf gaat belonen tijdens het stopproces, de contactgegevens van de zorgverlener, de stopdatum, medicatiegebruik (dagdosering, termijn etcetera) en de.
578
nvog
belangrijk dat de zorgverlener ingaat op de twee of drie belangrijkste moeilijke momenten en deze met de patiënt bespreekt Daarna zoeken de zorgverlener en de patiënt samen naar oplossingen voor de moeilijke momenten door te bespreken wat de patiënt zelf kan doen om met deze lastige situaties om te gaan Hierdoor wordt het zelfvertrouwen van de patiënt De patiënt en de zorgverlener spreken samen een stopdatum af, rekening houdend met eventueel gebruik van medicatie (zie onderdeel #b) Vervolgens wordt de stopdatum vastgelegd omdat dit de mondelinge afspraak versterkt De zorgverlener stimuleert de patiënt om sociale steun te regelen, bijvoorbeeld door het vertellen van de stopdatum aan mensen in de omgeving De zorgverlener maakt een vervolgafspraak op één van de eerste stopdagen van de patiënt Indien de patiënt nog geen stopdatum kan of wil afspreken, is het belangrijk om over te stappen naar de motivatie verhogende behandeling in combinatie met vervolgafspraken Meestal veranderen de gedachten van de patiënt hierover gedurende de tijd namelijk Daarom is het belangrijk dat de zorgverlener later nog een keer terugkomt op het onderwerp Het stopplan is een plan dat de patiënt voor zichzelf maakt # De patiënt kan in het stopplan de onderwerpen van de begeleiding noteren die voor hem/haar van belang zijn (ook als er oplossingen hiervoor, welke personen de stoppoging kunnen ondersteunen (sociale steun), hoe de patiënt zichzelf gaat belonen tijdens het stopproces, de contactgegevens van de zorgverlener, de stopdatum, medicatiegebruik (dagdosering, termijn etcetera) en de In bijlage # staan belangrijke punten van een stopplan weergegeven De zorgverlener biedt de patiënt aanknopingspunten aan voor het maken van een stopplan Bijvoorbeeld door het meegeven van een brochure (bijvoorbeeld ‘Stoppen met roken willen en kunnen’ van het Trimbos-instituut) of het verwijzen naar een website waar de patiënt zelf een stopplan kan maken (bijvoorbeeld (WEBLINK)) Het stopplan helpt de patiënt bij de voorbereiding en het stoppen met roken Daarnaast wordt hiermee het zelfmanagement van de patiënt bevorderd en wordt de patiënt gestimuleerd om zelf regie te houden op de behandeling Stoppen met roken is vaak een langdurig proces en het ondernemen van een stoppoging is geen eindpunt De meerderheid van de rokers is verslaafd aan roken en terugval is bijna inherent aan het proces van herstel van een verslaving Dit wil zeggen dat de patiënt na de stoppoging vaak terugvalt in het oude rookgedrag, want de kracht van de verslaving is groot en er treden hinderlijke ontwenningsverschijnselen op Het mislukken van een stoppoging treedt vaak op in de eerste periode (drie maanden) na het starten van de stoppoging, maar de kans op terugval kan ook nog maanden nadien optreden en jaren aanhouden <PERSOON> als de patiënt langdurig (na ten minste één jaar) [##-##]# gestopt is met roken is de kans groot dat hij/zij niet weer gaat roken Het is van belang dat de patiënt tot die tijd wordt gemonitord en indien gewenst begeleid (in elk geval een ‘vinger aan de pols-contact’, zodat een patiënt.
588
nvog
punten van een stopplan weergegeven De zorgverlener biedt de patiënt aanknopingspunten aan voor het maken van een stopplan Bijvoorbeeld door het meegeven van een brochure (bijvoorbeeld ‘Stoppen met roken willen en kunnen’ van het Trimbos-instituut) of het verwijzen naar een website waar de patiënt zelf een stopplan kan maken (bijvoorbeeld (WEBLINK)) Het stopplan helpt de patiënt bij de voorbereiding en het stoppen met roken Daarnaast wordt hiermee het zelfmanagement van de patiënt bevorderd en wordt de patiënt gestimuleerd om zelf regie te houden op de behandeling Stoppen met roken is vaak een langdurig proces en het ondernemen van een stoppoging is geen eindpunt De meerderheid van de rokers is verslaafd aan roken en terugval is bijna inherent aan het proces van herstel van een verslaving Dit wil zeggen dat de patiënt na de stoppoging vaak terugvalt in het oude rookgedrag, want de kracht van de verslaving is groot en er treden hinderlijke ontwenningsverschijnselen op Het mislukken van een stoppoging treedt vaak op in de eerste periode (drie maanden) na het starten van de stoppoging, maar de kans op terugval kan ook nog maanden nadien optreden en jaren aanhouden <PERSOON> als de patiënt langdurig (na ten minste één jaar) [##-##]# gestopt is met roken is de kans groot dat hij/zij niet weer gaat roken Het is van belang dat de patiënt tot die tijd wordt gemonitord en indien gewenst begeleid (in elk geval een ‘vinger aan de pols-contact’, zodat een patiënt houden Daarom, en indien van toepassing voor het monitoren van de farmacologische behandeling (zie onderdeel #b), is het belangrijk om vervolgafspraken aan te bieden na het # Het stopplan is een onderdeel van het individueel zorgplan dat in hoofdstuk # wordt beschreven  e frequentie van terugval is het grootst in de eerste weken na de stoppoging en neemt na verloop van tijd snel af Echter, terugval kan nog jaren na de stoppoging optreden In onderzoek wordt vaak de termijn van zes maanden of één jaar na de stoppoging gebruikt om vast te stellen of iemand blijvend gestopt is met roken Daarom, en voor de haalbaarheid om dit in de MPS vast te leggen, is hier gekozen voor de termijn van één jaar (<LEEFTIJD> jaar continue  e informatie over de vervolgafspraken is niet normstellend Voor meer informatie over vervolgafspraken wordt stopmoment Ook vanuit kosteneffectiviteitsoogpunt is dit belangrijk, omdat er bij goede nazorg minder kans is dat de patiënt in de toekomst opnieuw gebruik zal moeten maken van stoppen-met-rokenzorg De multidisciplinaire richtlijn noemt geen specifieke termijn voor vervolgafspraken, maar praktijkervaring suggereert dat vervolgafspraken gedurende ten minste drie maanden plaats moeten vinden in verband met terugvalrisico’s Het lijkt raadzaam om frequentere vervolgafspraken te maken net na het stopmoment Ook indien vervolgafspraken niet gewenst zijn wordt geadviseerd om de patiënt gedurende een jaar te (laten) monitoren door de regiebehandelaar (zie Hoofdstuk #) en begeleiding aan te bieden indien nodig De frequentie van de vervolgafspraken is afhankelijk van de individuele behoefte en wensen.
591
nvog
toepassing voor het monitoren van de farmacologische behandeling (zie onderdeel #b), is het belangrijk om vervolgafspraken aan te bieden na het # Het stopplan is een onderdeel van het individueel zorgplan dat in hoofdstuk # wordt beschreven  e frequentie van terugval is het grootst in de eerste weken na de stoppoging en neemt na verloop van tijd snel af Echter, terugval kan nog jaren na de stoppoging optreden In onderzoek wordt vaak de termijn van zes maanden of één jaar na de stoppoging gebruikt om vast te stellen of iemand blijvend gestopt is met roken Daarom, en voor de haalbaarheid om dit in de MPS vast te leggen, is hier gekozen voor de termijn van één jaar (<LEEFTIJD> jaar continue  e informatie over de vervolgafspraken is niet normstellend Voor meer informatie over vervolgafspraken wordt stopmoment Ook vanuit kosteneffectiviteitsoogpunt is dit belangrijk, omdat er bij goede nazorg minder kans is dat de patiënt in de toekomst opnieuw gebruik zal moeten maken van stoppen-met-rokenzorg De multidisciplinaire richtlijn noemt geen specifieke termijn voor vervolgafspraken, maar praktijkervaring suggereert dat vervolgafspraken gedurende ten minste drie maanden plaats moeten vinden in verband met terugvalrisico’s Het lijkt raadzaam om frequentere vervolgafspraken te maken net na het stopmoment Ook indien vervolgafspraken niet gewenst zijn wordt geadviseerd om de patiënt gedurende een jaar te (laten) monitoren door de regiebehandelaar (zie Hoofdstuk #) en begeleiding aan te bieden indien nodig De frequentie van de vervolgafspraken is afhankelijk van de individuele behoefte en wensen van de praktijk Ook tijdens toekomstige reguliere zorgcontacten dient de voortgang van de stoppoging ter sprake te worden gebracht Daarnaast kan de zorgverlener de patiënt doorverwijzen naar andere mogelijkheden die hulp kunnen bieden, zoals hulplijnen Als de patiënt weet dat hij/zij ergens terecht kan met vragen of problemen is het makkelijker het nietroken vol te houden Tijdens de vervolgafspraken staat terugvalpreventie centraal [#] Hierbij worden de ervaringen met het stoppen besproken; wat er goed en minder goed ging en waarom, de moeilijke momenten die de patiënt heeft ervaren en de onverwachte situaties De zorgverlener helpt de patiënt om naar nieuwe oplossingen te zoeken voor moeilijke en onverwachte momenten Indien van toepassing worden de ervaringen met de farmacologische behandeling besproken Het is belangrijk dat de zorgverlener expliciet informeert naar het gebruik hiervan Als het goed gaat met de patiënt kan deze de neiging hebben te stoppen met de farmacotherapie, waardoor Als de patiënt toch gerookt heeft, wordt er onderzocht of het ging om een uitglijder (weer een enkele sigaret gerookt) of om terugval (weer roken zoals voor de stoppoging) Beide ervaringen worden gelabeld als ‘leerervaringen’ in plaats van ‘mislukkingen’ Bij een ‘uitglijder’ bespreekt de zorgverlener het moment van roken Waarom is het mis gegaan, wat ging er aan vooraf, wat heeft de patiënt gedaan om het te voorkomen, hoe voelde het, hoe gaat de patiënt met een dergelijk moment om en hoe kan deze de volgende keer voorkomen worden.
575
nvog
de praktijk Ook tijdens toekomstige reguliere zorgcontacten dient de voortgang van de stoppoging ter sprake te worden gebracht Daarnaast kan de zorgverlener de patiënt doorverwijzen naar andere mogelijkheden die hulp kunnen bieden, zoals hulplijnen Als de patiënt weet dat hij/zij ergens terecht kan met vragen of problemen is het makkelijker het nietroken vol te houden Tijdens de vervolgafspraken staat terugvalpreventie centraal [#] Hierbij worden de ervaringen met het stoppen besproken; wat er goed en minder goed ging en waarom, de moeilijke momenten die de patiënt heeft ervaren en de onverwachte situaties De zorgverlener helpt de patiënt om naar nieuwe oplossingen te zoeken voor moeilijke en onverwachte momenten Indien van toepassing worden de ervaringen met de farmacologische behandeling besproken Het is belangrijk dat de zorgverlener expliciet informeert naar het gebruik hiervan Als het goed gaat met de patiënt kan deze de neiging hebben te stoppen met de farmacotherapie, waardoor Als de patiënt toch gerookt heeft, wordt er onderzocht of het ging om een uitglijder (weer een enkele sigaret gerookt) of om terugval (weer roken zoals voor de stoppoging) Beide ervaringen worden gelabeld als ‘leerervaringen’ in plaats van ‘mislukkingen’ Bij een ‘uitglijder’ bespreekt de zorgverlener het moment van roken Waarom is het mis gegaan, wat ging er aan vooraf, wat heeft de patiënt gedaan om het te voorkomen, hoe voelde het, hoe gaat de patiënt met een dergelijk moment om en hoe kan deze de volgende keer voorkomen worden De nieuwe stoppoging valt hiermee binnen hetzelfde behandeltraject Een uitglijder of terugval is voor de patiënt vaak een vervelende ervaring De zorgverlener dient zijn/haar manier van communiceren aan te passen aan de patiënt, zodat deze het contact als steunend ervaart De patiënt kan gecomplimenteerd worden met het feit dat hij of zij de uitglijder of terugval bespreekt met de zorgverlener Het is belangrijk om het zelfvertrouwen dat gedragsverandering mogelijk is weer te versterken Als de patiënt (nog steeds) gestopt is dan complimenteert de zorgverlener de patiënt met zijn/haar succes Verder geeft de zorgverlener tips en motiveert de patiënt om het stoppen vol te houden De behandeling bij stoppen met roken stopt na de laatste vervolgafspraak en als de laatste benodigde gegevens van de patiënt voor de MPS zijn vastgelegd Het informeren naar het niet-roken moet echter wel onderdeel blijven uitmaken van de bestaande contacten tussen zorgverlener en patiënt Er kan uitgelegd worden dat veel rokers na een jaar gestopt zijn niet meer beginnen, maar dat het verstandig is om in elk geval driemaal alle seizoenen (dus drie jaar) toch een zekere mate van alertheid te houden voor een terugval Dit heeft te maken met het feit dat na één jaar slechts eenmaal alle jaarlijks terugkomende potentiele risicosituaties (bijv overlijdensdatum van een geliefde, oud- en nieuw, De gedragsmatige behandeling kan (gedeeltelijk) plaatsvinden door middel van eHealth interventies, aangeboden via internet of de mobiele telefoon eHealth interventies kunnen worden gebruikt door rokers die hebben besloten om te stoppen met roken.
576
nvog
binnen hetzelfde behandeltraject Een uitglijder of terugval is voor de patiënt vaak een vervelende ervaring De zorgverlener dient zijn/haar manier van communiceren aan te passen aan de patiënt, zodat deze het contact als steunend ervaart De patiënt kan gecomplimenteerd worden met het feit dat hij of zij de uitglijder of terugval bespreekt met de zorgverlener Het is belangrijk om het zelfvertrouwen dat gedragsverandering mogelijk is weer te versterken Als de patiënt (nog steeds) gestopt is dan complimenteert de zorgverlener de patiënt met zijn/haar succes Verder geeft de zorgverlener tips en motiveert de patiënt om het stoppen vol te houden De behandeling bij stoppen met roken stopt na de laatste vervolgafspraak en als de laatste benodigde gegevens van de patiënt voor de MPS zijn vastgelegd Het informeren naar het niet-roken moet echter wel onderdeel blijven uitmaken van de bestaande contacten tussen zorgverlener en patiënt Er kan uitgelegd worden dat veel rokers na een jaar gestopt zijn niet meer beginnen, maar dat het verstandig is om in elk geval driemaal alle seizoenen (dus drie jaar) toch een zekere mate van alertheid te houden voor een terugval Dit heeft te maken met het feit dat na één jaar slechts eenmaal alle jaarlijks terugkomende potentiele risicosituaties (bijv overlijdensdatum van een geliefde, oud- en nieuw, De gedragsmatige behandeling kan (gedeeltelijk) plaatsvinden door middel van eHealth interventies, aangeboden via internet of de mobiele telefoon eHealth interventies kunnen worden gebruikt door rokers die hebben besloten om te stoppen met roken interventies geldt dat deze met name effectief zijn indien ze voor patiënten op maat gemaakt kunnen worden (tailored), interactief zijn en tekstberichten toevoegen [#] eHealth wordt bij voorkeur gecombineerd met begeleiding door een behandelaar (blended care), omdat dit naar verwachting effectiever is en vaak beter aansluit bij de wensen en behoeften van de patiënt en zorgverleners [#] Er is een groot aantal eHealth stoppen met roken interventies beschikbaar Een overzicht van geschikte eHealth interventies is te vinden in Bijlage # (zie ook https // De farmacologische behandeling wordt aangeboden als de patiënt dit wenst, of als de zorgverlener dit nodig acht [#, ##] In de herziene multidisciplinaire richtlijn wordt geen ondergrens gehanteerd voor het inzetten van een farmacologische behandeling wat betreft het aantal gerookte sigaretten per dag [#] Farmacologische behandeling dient altijd te worden gecombineerd met gedragsmatige behandeling, waarbij de medicamenteuze middelen ondersteunend zijn De communicatie over de farmacologische behandeling richt zich op het informeren over (werking en eventuele bijwerkingen) en het aanbieden van de medicamenteuze middelen die het stoppen met roken kunnen ondersteunen, namelijk nicotinevervangende middelen en andere medicatie, en het begeleiden van het gebruik ervan In bijlage # staat een opsomming van deze middelen De zorgverlener bespreekt met de patiënt de mogelijke medicatie, rekening houdend met de mogelijke contra-indicaties Er zijn verschillende soorten medicatie die elk een andere uitwerking kunnen hebben op de patiënt Daarom is het belangrijk dat de zorgverlener deze keuze samen met de patiënt maakt.
574
nvog
geldt dat deze met name effectief zijn indien ze voor patiënten op maat gemaakt kunnen worden (tailored), interactief zijn en tekstberichten toevoegen [#] eHealth wordt bij voorkeur gecombineerd met begeleiding door een behandelaar (blended care), omdat dit naar verwachting effectiever is en vaak beter aansluit bij de wensen en behoeften van de patiënt en zorgverleners [#] Er is een groot aantal eHealth stoppen met roken interventies beschikbaar Een overzicht van geschikte eHealth interventies is te vinden in Bijlage # (zie ook https // De farmacologische behandeling wordt aangeboden als de patiënt dit wenst, of als de zorgverlener dit nodig acht [#, ##] In de herziene multidisciplinaire richtlijn wordt geen ondergrens gehanteerd voor het inzetten van een farmacologische behandeling wat betreft het aantal gerookte sigaretten per dag [#] Farmacologische behandeling dient altijd te worden gecombineerd met gedragsmatige behandeling, waarbij de medicamenteuze middelen ondersteunend zijn De communicatie over de farmacologische behandeling richt zich op het informeren over (werking en eventuele bijwerkingen) en het aanbieden van de medicamenteuze middelen die het stoppen met roken kunnen ondersteunen, namelijk nicotinevervangende middelen en andere medicatie, en het begeleiden van het gebruik ervan In bijlage # staat een opsomming van deze middelen De zorgverlener bespreekt met de patiënt de mogelijke medicatie, rekening houdend met de mogelijke contra-indicaties Er zijn verschillende soorten medicatie die elk een andere uitwerking kunnen hebben op de patiënt Daarom is het belangrijk dat de zorgverlener deze keuze samen met de patiënt maakt voor vragen of zorgen van de patiënt, bijvoorbeeld over bijwerkingen van de medicatie Met betrekking tot effectiviteit is er op dit moment nog onvoldoende bewijs om een rangorde aan te kunnen brengen in nicotinevervangende middelen, bupropion, nortriptyline en varenicline Op basis van het relatief gunstige bijwerkingenprofiel hebben nicotinevervangende middelen de voorkeur Hierbij geldt dat het gebruik van twee verschillende vormen van nicotinevervangende middelen effectiever is dan het gebruik van een enkele nicotinevervanger Bij zwangere rokers zijn nicotinevervangende middelen de enige mogelijkheid voor farmacologische ondersteuning, in verband met onvoldoende bewijs voor effectiviteit en veiligheid van andere medicamenten [##] Praktijkervaring suggereert dat rokers mogelijk niet de juiste dosering kiezen wanneer zij nicotinevervangende medicatie ‘over the counter’ verkrijgen Zij worden dan onder behandeld en vallen zonder gedragsmatige ondersteuning Wie voor het gebruik van nicotinevervangende middelen niet (meer) in aanmerking komt, of als de patiënt dit wenst, of als de zorgverlener dit nodig acht kan andere medicatie worden aangeboden (zie bijlage #) [#] De zorgverlener geeft de patiënt, indien nodig, een voorschrift/ verwijzing mee voor de medicatie (zie bijlage #) Medicatie kan ook gebruikt worden om ontwenningsverschijnselen te minimaliseren bij een noodgedwongen opname in een (rookvrij) ziekenhuis of andere zorginstelling In dit geval hoeft een patiënt niet het besluit te nemen om een ex-roker te worden, maar wordt de medicatie ingezet om de ontwenningsverschijnselen te De farmacologische behandeling omvat –naast de gedragsmatige ondersteuning- ten minste twee contacten In het eerste contact geeft de zorgverlener informatie over het middel en controleert op contra-indicaties.
590
nvog
patiënt, bijvoorbeeld over bijwerkingen van de medicatie Met betrekking tot effectiviteit is er op dit moment nog onvoldoende bewijs om een rangorde aan te kunnen brengen in nicotinevervangende middelen, bupropion, nortriptyline en varenicline Op basis van het relatief gunstige bijwerkingenprofiel hebben nicotinevervangende middelen de voorkeur Hierbij geldt dat het gebruik van twee verschillende vormen van nicotinevervangende middelen effectiever is dan het gebruik van een enkele nicotinevervanger Bij zwangere rokers zijn nicotinevervangende middelen de enige mogelijkheid voor farmacologische ondersteuning, in verband met onvoldoende bewijs voor effectiviteit en veiligheid van andere medicamenten [##] Praktijkervaring suggereert dat rokers mogelijk niet de juiste dosering kiezen wanneer zij nicotinevervangende medicatie ‘over the counter’ verkrijgen Zij worden dan onder behandeld en vallen zonder gedragsmatige ondersteuning Wie voor het gebruik van nicotinevervangende middelen niet (meer) in aanmerking komt, of als de patiënt dit wenst, of als de zorgverlener dit nodig acht kan andere medicatie worden aangeboden (zie bijlage #) [#] De zorgverlener geeft de patiënt, indien nodig, een voorschrift/ verwijzing mee voor de medicatie (zie bijlage #) Medicatie kan ook gebruikt worden om ontwenningsverschijnselen te minimaliseren bij een noodgedwongen opname in een (rookvrij) ziekenhuis of andere zorginstelling In dit geval hoeft een patiënt niet het besluit te nemen om een ex-roker te worden, maar wordt de medicatie ingezet om de ontwenningsverschijnselen te De farmacologische behandeling omvat –naast de gedragsmatige ondersteuning- ten minste twee contacten In het eerste contact geeft de zorgverlener informatie over het middel en controleert op contra-indicaties en de zorgverlener en daarin kan, indien nodig, een vervolgrecept voorgeschreven worden [#] De patiënt krijgt voorlichting over de medicatie en het gebruik ervan De zorgverlener begeleidt de patiënt bij het gebruik van de medicatie in vervolgafspraken In de multidisciplinaire richtlijn wordt geen termijn gehanteerd voor de aanbevolen periode om farmacologische middelen te gebruiken Praktijkervaring suggereert dat medicatie ten minste drie maanden gebruikt moet worden, maar dat deze periode in individuele (meer complexe) gevallen langer kan zijn Praktijkervaring suggereert ook dat patiënten soms te vroeg stoppen met farmacologische hulpmiddelen Het is dus van belang om het gebruik van farmacologische hulpmiddelen goed te begeleiden, zodat de patiënt de medicatie op de goede manier en lang genoeg gebruikt De zorgverlener kan door middel van vervolgafspraken therapietrouw monitoren en bevorderen Indien een bepaald type farmacologische ondersteuning, welke wel op de juiste manier en in de juiste dosering is genomen, toch niet het gewenste resultaat oplevert (bijvoorbeeld bij een terugval), dient te worden gezocht naar een passend alternatief, welke binnen hetzelfde behandeltraject voor een nieuwe stoppoging kan worden ingezet Hierbij is het van belang om onderscheid te maken tussen bijwerkingen, ontwenningsverschijnselen en eventuele onderliggende psychische problematiek De ervaring leert dat patiënten geregeld klachten duiden als bijwerkingen, terwijl dit vaak ofwel tabaksonthoudingsverschijnselen of onderliggende psychische klachten zijn, die na het stoppen met roken naar de oppervlakte komen In deze gevallen kan het nuttig zijn om met een verslavingsarts te overleggen De begeleiding specifiek gericht op de farmacologische behandeling bestaat onder andere uit.
576
nvog
daarin kan, indien nodig, een vervolgrecept voorgeschreven worden [#] De patiënt krijgt voorlichting over de medicatie en het gebruik ervan De zorgverlener begeleidt de patiënt bij het gebruik van de medicatie in vervolgafspraken In de multidisciplinaire richtlijn wordt geen termijn gehanteerd voor de aanbevolen periode om farmacologische middelen te gebruiken Praktijkervaring suggereert dat medicatie ten minste drie maanden gebruikt moet worden, maar dat deze periode in individuele (meer complexe) gevallen langer kan zijn Praktijkervaring suggereert ook dat patiënten soms te vroeg stoppen met farmacologische hulpmiddelen Het is dus van belang om het gebruik van farmacologische hulpmiddelen goed te begeleiden, zodat de patiënt de medicatie op de goede manier en lang genoeg gebruikt De zorgverlener kan door middel van vervolgafspraken therapietrouw monitoren en bevorderen Indien een bepaald type farmacologische ondersteuning, welke wel op de juiste manier en in de juiste dosering is genomen, toch niet het gewenste resultaat oplevert (bijvoorbeeld bij een terugval), dient te worden gezocht naar een passend alternatief, welke binnen hetzelfde behandeltraject voor een nieuwe stoppoging kan worden ingezet Hierbij is het van belang om onderscheid te maken tussen bijwerkingen, ontwenningsverschijnselen en eventuele onderliggende psychische problematiek De ervaring leert dat patiënten geregeld klachten duiden als bijwerkingen, terwijl dit vaak ofwel tabaksonthoudingsverschijnselen of onderliggende psychische klachten zijn, die na het stoppen met roken naar de oppervlakte komen In deze gevallen kan het nuttig zijn om met een verslavingsarts te overleggen De begeleiding specifiek gericht op de farmacologische behandeling bestaat onder andere uit Dit kan onder andere door controle op dosering (zie bijlage #), controle op interacties met andere medicatie die de patiënt gebruikt en controle op contra-indicaties Eventuele eerdere ervaringen met dezelfde medicatie is van belang bij de keuze Met betrekking tot interacties met andere medicatie geldt in het algemeen dat roken zorgt voor een versnelling van het levermetabolisme van diverse medicamenten (o a sommige antipsychotica) en cafeïne via het CYP#A# enzym Bij het stoppen-met-roken normaliseert dit metabolisme en er moet bij een stoppoging dus altijd rekening gehouden worden met het mogelijk optreden van een verhoging van de medicatiespiegel Sommige spiegels stijgen in zeer korte tijd tot toxische en daarmee gevaarlijke niveaus Een overzicht van interacties is te vinden in bijlage # Neem bij twijfel of De patiënt ontvangt informatie met betrekking tot het gebruik van het voorgeschreven geneesmiddel, de werking en de eventuele bijwerkingen, eventuele interacties met andere medicatie en de aanbevolen periode om het hulpmiddel te gebruiken Ook wordt de start van medicatie in relatie tot de stopdatum besproken en eventuele vertragingen die te verwachten zijn bij de levering van de medicatie door de apotheek Sommige patiënten willen direct stoppen met roken; het is van belang om de patiënt duidelijk te maken dat een goede voorbereiding voor het stoppen van belang is om de kans op terugval te minimaliseren Bij tweede uitgifte of na een afgesproken periode (bijvoorbeeld ## dagen) wordt gesproken over.
550
nvog
Dit kan onder andere door controle op dosering (zie bijlage #), controle op interacties met andere medicatie die de patiënt gebruikt en controle op contra-indicaties Eventuele eerdere ervaringen met dezelfde medicatie is van belang bij de keuze Met betrekking tot interacties met andere medicatie geldt in het algemeen dat roken zorgt voor een versnelling van het levermetabolisme van diverse medicamenten (o a sommige antipsychotica) en cafeïne via het CYP#A# enzym Bij het stoppen-met-roken normaliseert dit metabolisme en er moet bij een stoppoging dus altijd rekening gehouden worden met het mogelijk optreden van een verhoging van de medicatiespiegel Sommige spiegels stijgen in zeer korte tijd tot toxische en daarmee gevaarlijke niveaus Een overzicht van interacties is te vinden in bijlage # Neem bij twijfel of De patiënt ontvangt informatie met betrekking tot het gebruik van het voorgeschreven geneesmiddel, de werking en de eventuele bijwerkingen, eventuele interacties met andere medicatie en de aanbevolen periode om het hulpmiddel te gebruiken Ook wordt de start van medicatie in relatie tot de stopdatum besproken en eventuele vertragingen die te verwachten zijn bij de levering van de medicatie door de apotheek Sommige patiënten willen direct stoppen met roken; het is van belang om de patiënt duidelijk te maken dat een goede voorbereiding voor het stoppen van belang is om de kans op terugval te minimaliseren Bij tweede uitgifte of na een afgesproken periode (bijvoorbeeld ## dagen) wordt gesproken over ikstopnu nl/; of van het NHG, https //(WEBLINK)) Ook kan gebruik worden gemaakt van de informatie uit het Addendum Cognitieve Gedragstherapie bij Stoppen De patiënt ontvangt begeleiding om het middel volgens voorschrift te (blijven) gebruiken Het volgens het voorschrift gebruiken van de medicatie levert namelijk een beter resultaat met betrekking tot het stoppen met roken [##] Het is bij de begeleiding ter bevordering van de therapietrouw ook van belang om eventuele bijwerkingen van de medicatie, werking, interacties met andere medicatie en eventuele ontstane klachten ten gevolge van het stoppen De elektronische sigaret (e-sigaret) wordt in de multidisciplinaire richtlijn niet actief aanbevolen als behandelmethode [#] Echter, wanneer een patiënt na eerdere niet-succesvolle ervaringen met de bewezen effectieve methoden zelf oppert om een e-sigaret als hulpmiddel te gebruiken bij het stoppen met roken, kan een stoppen met roken professional (naar diens eigen inzicht) hem/haar daar wel in begeleiden Al wat oudere wetenschappelijke studies laten zien dat de e-sigaret ongeveer even effectief is als nicotinepleisters bij het stopproces, al is nog onvoldoende helder hoe de gedragsmatige begeleiding daarbij ingericht moet worden De klassieke rookmomenten hoeven immers niet perse te worden vermeden, maar kunnen worden Geadviseerd wordt in ieder geval het roken volledig te stoppen en dual use (zowel roken als dampen) te vermijden Op termijn moet ook gebruik van de e-sigaret worden afgebouwd, want hoewel een e-sigaret mogelijk minder gezondheidsschade levert aan de gebruiker (en aan diens omgeving) dan een reguliere sigaret, blijft een (licht) verhoogd risico op onder meer longproblemen en kanker wel bestaan De e-sigaret wordt ontraden tijdens de zwangerschap.
582
nvog
gebruik worden gemaakt van de informatie uit het Addendum Cognitieve Gedragstherapie bij Stoppen De patiënt ontvangt begeleiding om het middel volgens voorschrift te (blijven) gebruiken Het volgens het voorschrift gebruiken van de medicatie levert namelijk een beter resultaat met betrekking tot het stoppen met roken [##] Het is bij de begeleiding ter bevordering van de therapietrouw ook van belang om eventuele bijwerkingen van de medicatie, werking, interacties met andere medicatie en eventuele ontstane klachten ten gevolge van het stoppen De elektronische sigaret (e-sigaret) wordt in de multidisciplinaire richtlijn niet actief aanbevolen als behandelmethode [#] Echter, wanneer een patiënt na eerdere niet-succesvolle ervaringen met de bewezen effectieve methoden zelf oppert om een e-sigaret als hulpmiddel te gebruiken bij het stoppen met roken, kan een stoppen met roken professional (naar diens eigen inzicht) hem/haar daar wel in begeleiden Al wat oudere wetenschappelijke studies laten zien dat de e-sigaret ongeveer even effectief is als nicotinepleisters bij het stopproces, al is nog onvoldoende helder hoe de gedragsmatige begeleiding daarbij ingericht moet worden De klassieke rookmomenten hoeven immers niet perse te worden vermeden, maar kunnen worden Geadviseerd wordt in ieder geval het roken volledig te stoppen en dual use (zowel roken als dampen) te vermijden Op termijn moet ook gebruik van de e-sigaret worden afgebouwd, want hoewel een e-sigaret mogelijk minder gezondheidsschade levert aan de gebruiker (en aan diens omgeving) dan een reguliere sigaret, blijft een (licht) verhoogd risico op onder meer longproblemen en kanker wel bestaan De e-sigaret wordt ontraden tijdens de zwangerschap Voor wat betreft de keus voor een model en de vloeistof wordt aangeraden om de roker zelf te laten inventariseren welke combinatie het best bij zijn/ haar behoeften en smaak past e-sigaret is in <LOCATIE> geen geneesmiddel maar valt onder de Tabaks- en Rookwarenwet De NVWA controleert of fabrikanten, importeurs en distributeurs zich houden aan de eisen en verplichtingen van de wet die gelden voor de e-sigaret en navulverpakkingen Het is belangrijk om de patiënt te informeren dat bij het stoppen met roken en het starten van het gebruik van een e-sigaret de dosering van bepaalde medicatie mogelijk omlaag moet Overleg zo nodig met een verslavingsarts of dit nodig is en welke aanpassingen van de Voor meer informatie over de farmacologische middelen wordt verwezen naar de Richtlijn Detoxificatie [##] en het handboek Farmacotherapie van Verslavingen [##]  ier geldt een vergelijkbare redenatie als bij een advies om meer te bewegen, dat de behandelaar niet de fiets Datum farmacologische behandeling gestart (aanvullende parameter, zie hoofdstuk #) Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop is een behandeling met een hogere intensiteit gewenst en heeft de stoppenmet-rokenzorg andere accenten Daarnaast is er aandacht voor het voorkomen van meeroken, alsook de schade van het doorroken en de voordelen van het stoppen voor • Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening wijst de zorgverlener tijdens het stopadvies erop dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klacht of aandoening.
579
nvog
Voor wat betreft de keus voor een model en de vloeistof wordt aangeraden om de roker zelf te laten inventariseren welke combinatie het best bij zijn/ haar behoeften en smaak past e-sigaret is in <LOCATIE> geen geneesmiddel maar valt onder de Tabaks- en Rookwarenwet De NVWA controleert of fabrikanten, importeurs en distributeurs zich houden aan de eisen en verplichtingen van de wet die gelden voor de e-sigaret en navulverpakkingen Het is belangrijk om de patiënt te informeren dat bij het stoppen met roken en het starten van het gebruik van een e-sigaret de dosering van bepaalde medicatie mogelijk omlaag moet Overleg zo nodig met een verslavingsarts of dit nodig is en welke aanpassingen van de Voor meer informatie over de farmacologische middelen wordt verwezen naar de Richtlijn Detoxificatie [##] en het handboek Farmacotherapie van Verslavingen [##]  ier geldt een vergelijkbare redenatie als bij een advies om meer te bewegen, dat de behandelaar niet de fiets Datum farmacologische behandeling gestart (aanvullende parameter, zie hoofdstuk #) Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening of een verhoogd risico daarop is een behandeling met een hogere intensiteit gewenst en heeft de stoppenmet-rokenzorg andere accenten Daarnaast is er aandacht voor het voorkomen van meeroken, alsook de schade van het doorroken en de voordelen van het stoppen voor • Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening wijst de zorgverlener tijdens het stopadvies erop dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klacht of aandoening klacht of aandoening informatie over het positieve effect van stoppen met roken en er wordt benadrukt dat stoppen met roken een onmisbaar onderdeel is van de • Voor patiënten met een verhoogd risico op een tabaksgerelateerde klacht of aandoening bespreekt de zorgverlener wat stoppen met roken oplevert en hoe (snel) het risico op klachten/aandoeningen afneemt na het stoppen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van deze patiënten om • Voor patiënten met een verhoogd risico voor anderen (waaronder ook zwangere rokers) bespreekt de zorgverlener tijdens het stopadvies wat de mogelijke risico’s en schade voor de omgeving van de patiënt kunnen zijn van doorroken, met name voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kind, kinderen en andere kwetsbare groepen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van deze patiënten om te stoppen Daarnaast is er aandacht voor het voorkómen van De zorg bij stoppen met roken is van toepassing op iedereen die rookt (patiënten) Voor bepaalde patiënten, zoals omschreven in hoofdstuk #, is een behandeling met een hogere intensiteit gewenst Voor deze patiënten heeft de stoppen-met-rokenzorg specifieke accenten, deze worden hier beschreven Hierbij kan ook urgentie tot onverwijlde matched care Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening, zoals beschreven in hoofdstuk <DATUM> heeft de stoppen-met-rokenzorg de volgende accenten Voor alle patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening dient stoppen met roken ter sprake te worden gebracht na een ingrijpende situatie of na het stellen van de diagnose, omdat dit een kansrijk.
581
nvog
aandoening informatie over het positieve effect van stoppen met roken en er wordt benadrukt dat stoppen met roken een onmisbaar onderdeel is van de • Voor patiënten met een verhoogd risico op een tabaksgerelateerde klacht of aandoening bespreekt de zorgverlener wat stoppen met roken oplevert en hoe (snel) het risico op klachten/aandoeningen afneemt na het stoppen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van deze patiënten om • Voor patiënten met een verhoogd risico voor anderen (waaronder ook zwangere rokers) bespreekt de zorgverlener tijdens het stopadvies wat de mogelijke risico’s en schade voor de omgeving van de patiënt kunnen zijn van doorroken, met name voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kind, kinderen en andere kwetsbare groepen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van deze patiënten om te stoppen Daarnaast is er aandacht voor het voorkómen van De zorg bij stoppen met roken is van toepassing op iedereen die rookt (patiënten) Voor bepaalde patiënten, zoals omschreven in hoofdstuk #, is een behandeling met een hogere intensiteit gewenst Voor deze patiënten heeft de stoppen-met-rokenzorg specifieke accenten, deze worden hier beschreven Hierbij kan ook urgentie tot onverwijlde matched care Voor patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening, zoals beschreven in hoofdstuk <DATUM> heeft de stoppen-met-rokenzorg de volgende accenten Voor alle patiënten met een tabaksgerelateerde klacht of aandoening dient stoppen met roken ter sprake te worden gebracht na een ingrijpende situatie of na het stellen van de diagnose, omdat dit een kansrijk klacht en/of betreffende aandoening Voor de onderstaande aandoeningen worden aanvullende Bij bepaalde chronische aandoeningen, zoals chronische longaandoeningen (COPD en astma), diabetes en hart- en vaataandoeningen, is stoppen met roken een van de belangrijkste onderdelen van de behandeling Hiervoor wijst de zorgverlener tijdens het stopadvies de patiënt nadrukkelijk op het feit dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klachten De zorgverlener geeft voor patiënten met een chronische aandoening extra voorlichting over de invloed van roken op de chronische aandoening Daarnaast vertelt de zorgverlener dat stoppen met roken een onmisbaar onderdeel is van de behandeling van de chronische aandoening, net als het gebruik van geneesmiddelen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het adviseren en motiveren van deze patiënten om te stoppen met roken Het is hierbij belangrijk om aan te sluiten op de doelen en vragen van de individuele patiënt Hoewel stoppen met roken gemiddeld tot een langer leven en een verbeterde kwaliteit van leven leidt, kan dit van wisselend belang zijn voor individuele patiënten Het is ook mogelijk dat mensen vragen hebben over de rol van het roken in het ontstaan van hun aandoening, bijvoorbeeld wanneer zij mensen kennen die nooit hebben gerookt maar dezelfde aandoening hebben Deze overwegingen van patiënten zijn van belang in het motiveren voor stoppen met roken Bij patiënten die ondanks een chronische aandoening waarin roken een belangrijke rol speelt toch blijven doorroken, zal een nadere analyse plaatsvinden naar de aard en de oorzaak van de tabaksverslaving.
571
nvog
en/of betreffende aandoening Voor de onderstaande aandoeningen worden aanvullende Bij bepaalde chronische aandoeningen, zoals chronische longaandoeningen (COPD en astma), diabetes en hart- en vaataandoeningen, is stoppen met roken een van de belangrijkste onderdelen van de behandeling Hiervoor wijst de zorgverlener tijdens het stopadvies de patiënt nadrukkelijk op het feit dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klachten De zorgverlener geeft voor patiënten met een chronische aandoening extra voorlichting over de invloed van roken op de chronische aandoening Daarnaast vertelt de zorgverlener dat stoppen met roken een onmisbaar onderdeel is van de behandeling van de chronische aandoening, net als het gebruik van geneesmiddelen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het adviseren en motiveren van deze patiënten om te stoppen met roken Het is hierbij belangrijk om aan te sluiten op de doelen en vragen van de individuele patiënt Hoewel stoppen met roken gemiddeld tot een langer leven en een verbeterde kwaliteit van leven leidt, kan dit van wisselend belang zijn voor individuele patiënten Het is ook mogelijk dat mensen vragen hebben over de rol van het roken in het ontstaan van hun aandoening, bijvoorbeeld wanneer zij mensen kennen die nooit hebben gerookt maar dezelfde aandoening hebben Deze overwegingen van patiënten zijn van belang in het motiveren voor stoppen met roken Bij patiënten die ondanks een chronische aandoening waarin roken een belangrijke rol speelt toch blijven doorroken, zal een nadere analyse plaatsvinden naar de aard en de oorzaak van de tabaksverslaving Voor patiënten met COPD kan daar nog aan toegevoegd worden dat roken de belangrijkste oorzaak is van COPD Uit een groepsinterview bleek dat ex-rokers met COPD graag hadden gewild dat hun huisarts een duidelijker gesprek had gevoerd over stoppen met roken en de gezondheidsgevolgen van doorroken ## Stoppen met roken is de meest effectieve behandelingsoptie om een versnelde achteruitgang van de longfunctie te voorkomen naast het verminderen van de ziektelast en het op peil houden van de kwaliteit van leven Het is voor alle patiënten met COPD in elke fase van de aandoening een belangrijk onderdeel van de behandeling De zorgverlener geeft een intensieve behandeling aan deze patiënten (bijvoorbeeld door cognitieve gedragstherapie) of verwijst de patiënten door naar een intensieve behandeling ergens anders [##] Voor patiënten met astma geldt dat roken de kans op verergering van de klachten en op het ontwikkelen van COPD vergroot Voor personen met een niet-chronische tabaksgerelateerde klacht, zoals hoesten of benauwdheid, vertelt de zorgverlener tijdens het stopadvies dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klachten Stoppen met roken is voor deze patiënten Patiënten met een aandoening die negatief beïnvloed wordt door roken, worden gewezen op het feit dat doorroken extra schadelijk is voor de gezondheid Het herstel van de aandoening wordt negatief beïnvloed door roken, bijvoorbeeld omdat de behandeling minder effectief is (zoals bij longkanker) of omdat de operatiewonden slechter genezen Stoppen met roken kan.
546
nvog
Voor patiënten met COPD kan daar nog aan toegevoegd worden dat roken de belangrijkste oorzaak is van COPD Uit een groepsinterview bleek dat ex-rokers met COPD graag hadden gewild dat hun huisarts een duidelijker gesprek had gevoerd over stoppen met roken en de gezondheidsgevolgen van doorroken ## Stoppen met roken is de meest effectieve behandelingsoptie om een versnelde achteruitgang van de longfunctie te voorkomen naast het verminderen van de ziektelast en het op peil houden van de kwaliteit van leven Het is voor alle patiënten met COPD in elke fase van de aandoening een belangrijk onderdeel van de behandeling De zorgverlener geeft een intensieve behandeling aan deze patiënten (bijvoorbeeld door cognitieve gedragstherapie) of verwijst de patiënten door naar een intensieve behandeling ergens anders [##] Voor patiënten met astma geldt dat roken de kans op verergering van de klachten en op het ontwikkelen van COPD vergroot Voor personen met een niet-chronische tabaksgerelateerde klacht, zoals hoesten of benauwdheid, vertelt de zorgverlener tijdens het stopadvies dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klachten Stoppen met roken is voor deze patiënten Patiënten met een aandoening die negatief beïnvloed wordt door roken, worden gewezen op het feit dat doorroken extra schadelijk is voor de gezondheid Het herstel van de aandoening wordt negatief beïnvloed door roken, bijvoorbeeld omdat de behandeling minder effectief is (zoals bij longkanker) of omdat de operatiewonden slechter genezen Stoppen met roken kan Patiënten die naast roken nog een andere verslaving hebben worden tijdens het stopadvies geïnformeerd over het effect van roken op andere verslavingen en vice versa Patiënten met  it groepsinterview is in januari ### gehouden door het Nederlands Huisartsengenootschap in samenwerking met het Longfonds, de Diabetesvereniging <LOCATIE>, de Patiëntenfederatie en InEen Deelnemers waren ## patiënten co-morbide verslavingen krijgen bij voorkeur een intensieve behandeling in de verslavingszorg Het stoppen met roken kan bij deze patiënten samengaan met de behandeling voor andere verslavingen Nicotinevervangende middelen kunnen ook gebruikt worden bij mensen met co-morbide verslavingen, waarbij het wel van groot belang is om extra alert te zijn op negatieve bijeffecten Alle medicatie voor stoppen met roken kan gebruikt worden bij deze patiëntengroep, maar dit dient met zorg te gebeuren om complicaties van de behandeling te voorkomen Het verdient aanbeveling om bij deze patiëntengroep te overleggen met een Patiënten die een psychiatrische ziekte hebben worden tijdens het stopadvies geïnformeerd over het effect van roken op de psychiatrische aandoening en hun gezondheidstoestand Stoppen met roken kan voor deze patiënten een sterk effect hebben op de gemoedstoestand en de behandeling van de psychiatrische aandoening Roken vermindert de werking van een aantal antipsychotica (o a clozapine en olanzapine) Door het stoppen met roken worden deze medicijnen minder snel afgebroken waardoor de patiënt ontregeld kan raken De bloedspiegel kan toxische niveaus bereiken in korte tijd Goed monitoren door een arts of verpleegkundig specialist GGZ en zo nodig de dosering van de medicatie aanpassen is dus belangrijk.
560
nvog
het stopadvies geïnformeerd over het effect van roken op andere verslavingen en vice versa Patiënten met  it groepsinterview is in januari ### gehouden door het Nederlands Huisartsengenootschap in samenwerking met het Longfonds, de Diabetesvereniging <LOCATIE>, de Patiëntenfederatie en InEen Deelnemers waren ## patiënten co-morbide verslavingen krijgen bij voorkeur een intensieve behandeling in de verslavingszorg Het stoppen met roken kan bij deze patiënten samengaan met de behandeling voor andere verslavingen Nicotinevervangende middelen kunnen ook gebruikt worden bij mensen met co-morbide verslavingen, waarbij het wel van groot belang is om extra alert te zijn op negatieve bijeffecten Alle medicatie voor stoppen met roken kan gebruikt worden bij deze patiëntengroep, maar dit dient met zorg te gebeuren om complicaties van de behandeling te voorkomen Het verdient aanbeveling om bij deze patiëntengroep te overleggen met een Patiënten die een psychiatrische ziekte hebben worden tijdens het stopadvies geïnformeerd over het effect van roken op de psychiatrische aandoening en hun gezondheidstoestand Stoppen met roken kan voor deze patiënten een sterk effect hebben op de gemoedstoestand en de behandeling van de psychiatrische aandoening Roken vermindert de werking van een aantal antipsychotica (o a clozapine en olanzapine) Door het stoppen met roken worden deze medicijnen minder snel afgebroken waardoor de patiënt ontregeld kan raken De bloedspiegel kan toxische niveaus bereiken in korte tijd Goed monitoren door een arts of verpleegkundig specialist GGZ en zo nodig de dosering van de medicatie aanpassen is dus belangrijk met een vermindering van de bijwerkingen Patiënten met een psychiatrische ziekte hebben daarom een indicatie voor een intensieve behandeling bij het stoppen met roken waarbij de zorgverlener extra zorg besteedt aan de dosering van de medicatie (of de patiënten doorverwijst naar een intensieve behandeling elders, bij voorkeur in de verslavingszorg) Nicotinevervangende middelen kunnen ook gebruikt worden bij mensen met co-morbide verslavingen en psychiatrische aandoeningen, waarbij het wel van groot belang is om extra alert te zijn op negatieve bijeffecten Alle medicatie voor stoppen met roken kan gebruikt worden bij deze patiëntengroep, maar dit dient met zorg te gebeuren om complicaties van de behandeling te voorkomen Het verdient aanbeveling om bij deze patiëntengroep te overleggen met een verslavingsarts Hoewel bupropion veilig lijkt voor schizofrene rokers, verdient het aanbeveling het niet als eerste middel voor te schrijven vanwege het relatief veel voorkomen van bijwerkingen, zoals hoofdpijn, slapeloosheid en geheugenproblemen <DATUM> PATIËNTEN MET EEN VERHOOGD RISICO OP EEN TABAKSGERELATEERDE KLACHT Bij patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van een tabaksgerelateerde klacht of aandoening, of een verhoogd risico voor anderen is de urgentie om te stoppen groter (zie hoofdstuk <DATUM> Voor deze patiënten heeft de zorg bij stoppen met roken de volgende accenten Voor patiënten met een verhoogd risico op een klacht of aandoening bespreekt de zorgverlener tijdens het stopadvies wat de mogelijke risico’s en schade voor de patiënt zelf kunnen zijn van doorroken De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van.
559
nvog
Patiënten met een psychiatrische ziekte hebben daarom een indicatie voor een intensieve behandeling bij het stoppen met roken waarbij de zorgverlener extra zorg besteedt aan de dosering van de medicatie (of de patiënten doorverwijst naar een intensieve behandeling elders, bij voorkeur in de verslavingszorg) Nicotinevervangende middelen kunnen ook gebruikt worden bij mensen met co-morbide verslavingen en psychiatrische aandoeningen, waarbij het wel van groot belang is om extra alert te zijn op negatieve bijeffecten Alle medicatie voor stoppen met roken kan gebruikt worden bij deze patiëntengroep, maar dit dient met zorg te gebeuren om complicaties van de behandeling te voorkomen Het verdient aanbeveling om bij deze patiëntengroep te overleggen met een verslavingsarts Hoewel bupropion veilig lijkt voor schizofrene rokers, verdient het aanbeveling het niet als eerste middel voor te schrijven vanwege het relatief veel voorkomen van bijwerkingen, zoals hoofdpijn, slapeloosheid en geheugenproblemen <DATUM> PATIËNTEN MET EEN VERHOOGD RISICO OP EEN TABAKSGERELATEERDE KLACHT Bij patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van een tabaksgerelateerde klacht of aandoening, of een verhoogd risico voor anderen is de urgentie om te stoppen groter (zie hoofdstuk <DATUM> Voor deze patiënten heeft de zorg bij stoppen met roken de volgende accenten Voor patiënten met een verhoogd risico op een klacht of aandoening bespreekt de zorgverlener tijdens het stopadvies wat de mogelijke risico’s en schade voor de patiënt zelf kunnen zijn van doorroken De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van tabaksrook vormen een verhoogd risico voor anderen Bijvoorbeeld rokers met in de omgeving een persoon met een chronische luchtwegaandoening kunnen klachtenverergering bij de betreffende persoon veroorzaken De zorgverlener vraagt aan iedere roker of hij/zij huisgenoten heeft Indien de patiënt huisgenoten heeft, bespreekt de zorgverlener tijdens het stopadvies wat de mogelijke risico’s en schade voor de omgeving van de patiënt kunnen zijn van doorroken, met name voor zwangere vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van deze patiënten om te stoppen Daarnaast is er aandacht voor het voorkomen van meeroken Wanneer verschillende rokers uit eenzelfde gezin (bijvoorbeeld partners) beiden willen stoppen met roken, kan ervoor worden gekozen om de begeleiding bij dezelfde zorgverlener te laten plaatsvinden Dit heeft als mogelijk voordeel dat de zorgverlener een beter beeld heeft van het gezin Vanzelfsprekend zijn patiëntvoorkeuren hierin van groot belang addendum bij de multidisciplinaire richtlijn [##] Het bijbehorende stroomdiagram voor de stoppen-met-rokenzorg specifiek voor zwangeren is opgenomen in bijlage # Er is een e-learning beschikbaar (initiatief van de Taskforce Rookvrije Start) voor alle zorgverleners die gesprekken voeren met (aanstaande) ouders (https //elearning trimbos nl) In deze e-learning wordt ingegaan op de belangrijkste risico’s van roken voor, tijdens en na de zwangerschap Verfilmde casussen laten zien hoe een gesprek over stoppen met roken vorm kan krijgen en welke gesprekstechnieken daarbij belangrijk zijn Ook leren deelnemers hoe en naar wie ze Meeroken is voor iedereen schadelijk en voor sommige groepen extra schadelijk.
571
nvog
Bijvoorbeeld rokers met in de omgeving een persoon met een chronische luchtwegaandoening kunnen klachtenverergering bij de betreffende persoon veroorzaken De zorgverlener vraagt aan iedere roker of hij/zij huisgenoten heeft Indien de patiënt huisgenoten heeft, bespreekt de zorgverlener tijdens het stopadvies wat de mogelijke risico’s en schade voor de omgeving van de patiënt kunnen zijn van doorroken, met name voor zwangere vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen De zorgverlener besteedt extra zorg aan het dringend adviseren en motiveren van deze patiënten om te stoppen Daarnaast is er aandacht voor het voorkomen van meeroken Wanneer verschillende rokers uit eenzelfde gezin (bijvoorbeeld partners) beiden willen stoppen met roken, kan ervoor worden gekozen om de begeleiding bij dezelfde zorgverlener te laten plaatsvinden Dit heeft als mogelijk voordeel dat de zorgverlener een beter beeld heeft van het gezin Vanzelfsprekend zijn patiëntvoorkeuren hierin van groot belang addendum bij de multidisciplinaire richtlijn [##] Het bijbehorende stroomdiagram voor de stoppen-met-rokenzorg specifiek voor zwangeren is opgenomen in bijlage # Er is een e-learning beschikbaar (initiatief van de Taskforce Rookvrije Start) voor alle zorgverleners die gesprekken voeren met (aanstaande) ouders (https //elearning trimbos nl) In deze e-learning wordt ingegaan op de belangrijkste risico’s van roken voor, tijdens en na de zwangerschap Verfilmde casussen laten zien hoe een gesprek over stoppen met roken vorm kan krijgen en welke gesprekstechnieken daarbij belangrijk zijn Ook leren deelnemers hoe en naar wie ze Meeroken is voor iedereen schadelijk en voor sommige groepen extra schadelijk dan om onder andere zwangere vrouwen, vrouwen die zwanger willen worden, personen met chronische longaandoeningen, jonge kinderen en in het bijzonder kinderen met luchtwegaandoeningen Voor deze personen dient aandacht te zijn voor het voorkomen van meeroken Daarom vraagt de zorgverlener bij het contact met deze personen of er in de directe omgeving gerookt wordt Indien dat het geval is geeft de zorgverlener informatie mee over (stoppen met) roken voor de betreffende roker in de omgeving Indien de betreffende roker aanwezig is adviseert de zorgverlener hem of haar direct om te stoppen met roken Hoewel een opname in een rookvrije zorgorganisatie niet betekent dat een roker hoeft te beslissen om definitief te stoppen met roken, ontstaat er wel noodgedwongen een periode van abstinentie De ontwenningsverschijnselen moeten in deze periode door goede gedragsmatige (en indien nodig farmacologische) begeleiding worden geminimaliseerd en complicaties van de ontwenning moeten worden voorkomen (bijvoorbeeld stijging van de bloedspiegels van sommige medicatie tot toxische niveaus) Een noodgedwongen ‘pauze in het roken’ kan worden aangegrepen om de roker te motiveren om definitief te stoppen Rokers die tijdens de opname besluiten om te stoppen zouden hierbij passende stoppen-met-roken zorg moeten krijgen, welke in de basis gedragsmatig is eventueel aangevuld met faramcologische behandeling Het is van belang om na de opname te zorgen voor een goede “warme overdracht” en goed te rapporteren in het dossier welke stoppen-met-roken interventies tijdens de opname zijn uitgevoerd, wat het effect is geweest en of er eventuele complicaties, zoals.
566
nvog
onder andere zwangere vrouwen, vrouwen die zwanger willen worden, personen met chronische longaandoeningen, jonge kinderen en in het bijzonder kinderen met luchtwegaandoeningen Voor deze personen dient aandacht te zijn voor het voorkomen van meeroken Daarom vraagt de zorgverlener bij het contact met deze personen of er in de directe omgeving gerookt wordt Indien dat het geval is geeft de zorgverlener informatie mee over (stoppen met) roken voor de betreffende roker in de omgeving Indien de betreffende roker aanwezig is adviseert de zorgverlener hem of haar direct om te stoppen met roken Hoewel een opname in een rookvrije zorgorganisatie niet betekent dat een roker hoeft te beslissen om definitief te stoppen met roken, ontstaat er wel noodgedwongen een periode van abstinentie De ontwenningsverschijnselen moeten in deze periode door goede gedragsmatige (en indien nodig farmacologische) begeleiding worden geminimaliseerd en complicaties van de ontwenning moeten worden voorkomen (bijvoorbeeld stijging van de bloedspiegels van sommige medicatie tot toxische niveaus) Een noodgedwongen ‘pauze in het roken’ kan worden aangegrepen om de roker te motiveren om definitief te stoppen Rokers die tijdens de opname besluiten om te stoppen zouden hierbij passende stoppen-met-roken zorg moeten krijgen, welke in de basis gedragsmatig is eventueel aangevuld met faramcologische behandeling Het is van belang om na de opname te zorgen voor een goede “warme overdracht” en goed te rapporteren in het dossier welke stoppen-met-roken interventies tijdens de opname zijn uitgevoerd, wat het effect is geweest en of er eventuele complicaties, zoals Er zijn veel soorten zorgverleners zorgverleners worden uitgevoerd en de patiënt kan van de ene zorgverlener naar de andere worden verwezen en overgedragen De opvolging en de samenhang tussen alle betrokken zorgverleners kan worden opgevat als het stoppen-met-rokennetwerk Binnen het netwerk staat de patiënt centraal Dat betekent dat de zorgverlener samen met de patiënt kijkt welke stoppen-met-rokenzorg het beste past Een belangrijke (gemotiveerde) patiënt wordt verwacht om actief deel te nemen aan de behandeling De zorgverlener is verantwoordelijk voor het aanbieden van, of verwijzen naar, goede patiënt De zorg mag door elke zorgverlener uitgevoerd worden, mits hij of zij bekwaam is Er is een openbaar Kwaliteitsregister waarin personen die bekwaam zijn voor het geven van intensieve stoppen-met-rokenzorg zijn opgenomen Van alle zorgverleners wordt verwacht dat zij in staat zijn een stoppen-met-rokenadvies te geven en te weten naar wie zij de roker kunnen doorverwijzen binnen het stoppen-met-rokennetwerk als zij zelf onvoldoende bekwaam of toegerust zijn om onderdeel # (motivatie verhogende behandeling) en/of onderdeel # (begeleiding bij het stoppen met roken) aan te bieden Zorgverleners die alleen een stopadvies geven en de patiënt verwijzen dienen wel de opvolging van het advies te blijven monitoren, bijvoorbeeld door hier op terug te komen in vervolgafspraken met de patiënt Voor elke patiënt die wordt begeleid in het stoppen met roken wordt een individueel zorgplan gemaakt, waarin afspraken worden vastgelegd die van belang zijn voor de behandeling van de individuele patiënt Er is een regiebehandelaar stoppen-met-roken aanwezig die fungeert als vast.
569
nvog
zorgverleners worden uitgevoerd en de patiënt kan van de ene zorgverlener naar de andere worden verwezen en overgedragen De opvolging en de samenhang tussen alle betrokken zorgverleners kan worden opgevat als het stoppen-met-rokennetwerk Binnen het netwerk staat de patiënt centraal Dat betekent dat de zorgverlener samen met de patiënt kijkt welke stoppen-met-rokenzorg het beste past Een belangrijke (gemotiveerde) patiënt wordt verwacht om actief deel te nemen aan de behandeling De zorgverlener is verantwoordelijk voor het aanbieden van, of verwijzen naar, goede patiënt De zorg mag door elke zorgverlener uitgevoerd worden, mits hij of zij bekwaam is Er is een openbaar Kwaliteitsregister waarin personen die bekwaam zijn voor het geven van intensieve stoppen-met-rokenzorg zijn opgenomen Van alle zorgverleners wordt verwacht dat zij in staat zijn een stoppen-met-rokenadvies te geven en te weten naar wie zij de roker kunnen doorverwijzen binnen het stoppen-met-rokennetwerk als zij zelf onvoldoende bekwaam of toegerust zijn om onderdeel # (motivatie verhogende behandeling) en/of onderdeel # (begeleiding bij het stoppen met roken) aan te bieden Zorgverleners die alleen een stopadvies geven en de patiënt verwijzen dienen wel de opvolging van het advies te blijven monitoren, bijvoorbeeld door hier op terug te komen in vervolgafspraken met de patiënt Voor elke patiënt die wordt begeleid in het stoppen met roken wordt een individueel zorgplan gemaakt, waarin afspraken worden vastgelegd die van belang zijn voor de behandeling van de individuele patiënt Er is een regiebehandelaar stoppen-met-roken aanwezig die fungeert als vast Andere belangrijke aspecten van de stoppen-met-rokenzorg zijn de aanwezigheid van samenwerkingsafspraken en een kwaliteitscyclus voor het continu bewaken, beheersen In dit hoofdstuk wordt de organisatie van de stoppen-met-rokenzorg beschreven Een sterke stoppen-met-rokeninfrastructuur is essentieel om meer rokers succesvol te laten stoppen met roken Alle zorgverleners zijn verantwoordelijk voor het geven van stopadviezen (onderdeel #), maar onderdeel # (motiveren) en # (behandelen) worden uitgevoerd door zorgverleners die hiertoe bekwaam zijn Het is van groot belang dat rokers, die willen stoppen met roken, worden verwezen naar bekwame zorgverleners die hen hierin kunnen begeleiden De huidige organisatie van de zorg voor stoppen met roken is onoverzichtelijk Niet alle zorgverleners kunnen (en hoeven) alle onderdelen van de stoppen-met-rokenzorg uit te voeren Voor rokers bevat een centrale website, die ook vermeld staat op alle tabaksverpakkingen, informatie over verschillende vormen van ondersteuning en een zoekfunctie naar hulp in de buurt (https //(WEBLINK)) Voor zorgprofessionals is een coördinatiepunt stoppen met roken opgericht, dat de komende jaren zal uitgroeien tot de centrale informatiebron (https // (WEBLINK)) Het Platform Stoppen met Roken (onderdeel van deze website) is een netwerk waar zorgprofessionals kennis en ervaring kunnen uitwisselen met Er bestaat in <LOCATIE> geen vanzelfsprekend organisatorisch gezondheidszorgnetwerk voor stoppen met roken De organisatie van de stoppen-met-rokenzorg kan enerzijds aansluiten op de organisatorisch verbonden zorggroepen voor chronische lichamelijke of geestelijke aandoeningen of andere verslavingen, waarbij stoppen met roken van toepassing is Anderzijds kunnen zorgverleners betrokken bij het aanbieden van stoppen-met-rokenzorg, die niet direct.
589
nvog
de stoppen-met-rokenzorg zijn de aanwezigheid van samenwerkingsafspraken en een kwaliteitscyclus voor het continu bewaken, beheersen In dit hoofdstuk wordt de organisatie van de stoppen-met-rokenzorg beschreven Een sterke stoppen-met-rokeninfrastructuur is essentieel om meer rokers succesvol te laten stoppen met roken Alle zorgverleners zijn verantwoordelijk voor het geven van stopadviezen (onderdeel #), maar onderdeel # (motiveren) en # (behandelen) worden uitgevoerd door zorgverleners die hiertoe bekwaam zijn Het is van groot belang dat rokers, die willen stoppen met roken, worden verwezen naar bekwame zorgverleners die hen hierin kunnen begeleiden De huidige organisatie van de zorg voor stoppen met roken is onoverzichtelijk Niet alle zorgverleners kunnen (en hoeven) alle onderdelen van de stoppen-met-rokenzorg uit te voeren Voor rokers bevat een centrale website, die ook vermeld staat op alle tabaksverpakkingen, informatie over verschillende vormen van ondersteuning en een zoekfunctie naar hulp in de buurt (https //(WEBLINK)) Voor zorgprofessionals is een coördinatiepunt stoppen met roken opgericht, dat de komende jaren zal uitgroeien tot de centrale informatiebron (https // (WEBLINK)) Het Platform Stoppen met Roken (onderdeel van deze website) is een netwerk waar zorgprofessionals kennis en ervaring kunnen uitwisselen met Er bestaat in <LOCATIE> geen vanzelfsprekend organisatorisch gezondheidszorgnetwerk voor stoppen met roken De organisatie van de stoppen-met-rokenzorg kan enerzijds aansluiten op de organisatorisch verbonden zorggroepen voor chronische lichamelijke of geestelijke aandoeningen of andere verslavingen, waarbij stoppen met roken van toepassing is Anderzijds kunnen zorgverleners betrokken bij het aanbieden van stoppen-met-rokenzorg, die niet direct In lijn die speciaal voor stoppen met roken van toepassing zijn Er zijn veel soorten zorgverleners betrokken in de stoppen-met-rokenzorg Dit betreft onder (huisartsen, praktijkondersteuners, doktersassistenten, bedrijfsartsen, psychologen werkzaam in de generalistische basis-GGZ, verloskundigen, tandartsen, mondhygiënisten, alle bovengenoemde kanalen kan de patiënt instromen in het zorgproces rond stoppen met roken De patiënt ontvangt de stoppen-met-rokenzorg van de zorgverlener waar de patiënt is ingestroomd of de patiënt wordt doorverwezen naar een andere zorgverlener De stoppenmet-rokenzorg kan na elkaar door diverse zorgverleners worden uitgevoerd en de patiënt kan van de ene zorgverlener naar de andere zorgverlener worden verwezen en overgedragen Bij voorkeur wordt een patiënt door zo weinig mogelijk hulpverleners behandeld De opvolging en de samenhang tussen alle betrokken zorgverleners kan worden opgevat als het stoppen-metrokennetwerk Naast bovengenoemde zorgverleners biedt het Trimbos-instituut telefonische advisering over stoppen met roken ondersteuning, worden (groeps-) stoppen met roken cursussen en telefonische coaching aangeboden via diverse aanbieders, en zijn er eHealth Het is van belang om zich te realiseren dat roken een verslaving is en dat patiënten onderling kunnen verschillen in de “zorgzwaarte” die ze nodig hebben Momenteel heeft een groeiend aantal verslavingszorginstellingen specifieke expertise in het behandelen van de zeer complexe roker, zoals patiënten met co-morbide andere verslavingen of psychiatrische stoppen-met-rokeninfrastructuur Net als bij de zorgketen voor mensen met een alcoholdrugs of gedragsverslaving is de verslavingszorg het ‘sluitstuk’ van de zorgketen Aanbieders van algemene gezondheidszorg organiseren groepsprogramma’s gericht op de populatie met minder ernstige en/of complexe verslavingsproblematiek Bij verwijzen van patiënten.
602
nvog
van toepassing zijn Er zijn veel soorten zorgverleners betrokken in de stoppen-met-rokenzorg Dit betreft onder (huisartsen, praktijkondersteuners, doktersassistenten, bedrijfsartsen, psychologen werkzaam in de generalistische basis-GGZ, verloskundigen, tandartsen, mondhygiënisten, alle bovengenoemde kanalen kan de patiënt instromen in het zorgproces rond stoppen met roken De patiënt ontvangt de stoppen-met-rokenzorg van de zorgverlener waar de patiënt is ingestroomd of de patiënt wordt doorverwezen naar een andere zorgverlener De stoppenmet-rokenzorg kan na elkaar door diverse zorgverleners worden uitgevoerd en de patiënt kan van de ene zorgverlener naar de andere zorgverlener worden verwezen en overgedragen Bij voorkeur wordt een patiënt door zo weinig mogelijk hulpverleners behandeld De opvolging en de samenhang tussen alle betrokken zorgverleners kan worden opgevat als het stoppen-metrokennetwerk Naast bovengenoemde zorgverleners biedt het Trimbos-instituut telefonische advisering over stoppen met roken ondersteuning, worden (groeps-) stoppen met roken cursussen en telefonische coaching aangeboden via diverse aanbieders, en zijn er eHealth Het is van belang om zich te realiseren dat roken een verslaving is en dat patiënten onderling kunnen verschillen in de “zorgzwaarte” die ze nodig hebben Momenteel heeft een groeiend aantal verslavingszorginstellingen specifieke expertise in het behandelen van de zeer complexe roker, zoals patiënten met co-morbide andere verslavingen of psychiatrische stoppen-met-rokeninfrastructuur Net als bij de zorgketen voor mensen met een alcoholdrugs of gedragsverslaving is de verslavingszorg het ‘sluitstuk’ van de zorgketen Aanbieders van algemene gezondheidszorg organiseren groepsprogramma’s gericht op de populatie met minder ernstige en/of complexe verslavingsproblematiek Bij verwijzen van patiënten mee houden Het is goed om hierbij aandacht te hebben voor de percepties van de patiënt, bijvoorbeeld wanneer zij een verwijzing naar de verslavingszorg als ernstig of stigmatiserend ervaren Het is van belang dat zorgverleners bijdragen aan het de-stigmatiseren van verslavingen en daarmee de drempel naar hulp bij de verslavingszorg verlagen als deze hulp De patiënt staat centraal in het stoppen-met-rokennetwerk en het is van groot belang dat de zorg goed aansluit op de behoeftes van de patiënt De patiënt, die gemotiveerd is om te stoppen met roken, heeft de taak om actief deel te nemen aan de behandeling bij stoppen met roken (onderdeel # Begeleiden bij het stoppen met roken) De patiënt is er dus verantwoordelijk voor om zich, naar vermogen, in te spannen voor de stoppenmet-rokenbehandeling Daarnaast is de patiënt, naar vermogen, (mede) verantwoordelijk voor adequaat zelfmanagement en het actief zoeken naar informatie over (stoppen met) roken Tenslotte is de patiënt verantwoordelijk voor het inbrengen van de meest actuele patiëntgegevens en informatie, op basis waarvan de zorgverlener de behandeling kan De zorgverlener is verantwoordelijk voor het aanbieden van, of verwijzen naar, goede stoppen met roken zorg <PERSOON> zorg houdt in het adviseren, motiveren en begeleiden van patiënten bij stoppen met roken, afhankelijk van de motivatie en de individuele behoefte en wensen van de patiënt Er is geen verschil hierin met de zorg voor mensen met een alcohol- of Iedere zorgverlener is verantwoordelijk voor het identificeren van personen die roken De taak.
586
nvog
aandacht te hebben voor de percepties van de patiënt, bijvoorbeeld wanneer zij een verwijzing naar de verslavingszorg als ernstig of stigmatiserend ervaren Het is van belang dat zorgverleners bijdragen aan het de-stigmatiseren van verslavingen en daarmee de drempel naar hulp bij de verslavingszorg verlagen als deze hulp De patiënt staat centraal in het stoppen-met-rokennetwerk en het is van groot belang dat de zorg goed aansluit op de behoeftes van de patiënt De patiënt, die gemotiveerd is om te stoppen met roken, heeft de taak om actief deel te nemen aan de behandeling bij stoppen met roken (onderdeel # Begeleiden bij het stoppen met roken) De patiënt is er dus verantwoordelijk voor om zich, naar vermogen, in te spannen voor de stoppenmet-rokenbehandeling Daarnaast is de patiënt, naar vermogen, (mede) verantwoordelijk voor adequaat zelfmanagement en het actief zoeken naar informatie over (stoppen met) roken Tenslotte is de patiënt verantwoordelijk voor het inbrengen van de meest actuele patiëntgegevens en informatie, op basis waarvan de zorgverlener de behandeling kan De zorgverlener is verantwoordelijk voor het aanbieden van, of verwijzen naar, goede stoppen met roken zorg <PERSOON> zorg houdt in het adviseren, motiveren en begeleiden van patiënten bij stoppen met roken, afhankelijk van de motivatie en de individuele behoefte en wensen van de patiënt Er is geen verschil hierin met de zorg voor mensen met een alcohol- of Iedere zorgverlener is verantwoordelijk voor het identificeren van personen die roken De taak adviseren om te stoppen met roken (onderdeel # Adviseren om te stoppen met roken) De rookstatus van de patiënt dient te worden vastgelegd in het dossier De zorgverlener die hiertoe bekwaam is heeft de taak om een motivatie verhogende interventie aan te bieden aan patiënten die onvoldoende gemotiveerd zijn om te stoppen met roken Ook heeft de bekwame zorgverlener de taak om zich in te spannen om patiënten te helpen met stoppen met roken (onderdeel # Begeleiden bij het stoppen met roken) De zorgverlener heeft hiervoor de verantwoordelijkheid om goede stoppen-met-rokenzorg (zoals beschreven in hoofdstuk #) aan te bieden, of om de patiënt hier naartoe door te verwijzen door een De zorgverlener besteedt in elk onderdeel van de behandeling aandacht aan het ondersteunen van het zelfmanagement door het geven van informatie, inzichten en het aanleren van de Zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving [##, ##]) de volgende De zorgverlener stimuleert proactief het voeren van de eigen regie door de patiënt De patiënt en de zorgverlener maken afspraken over de rol van de patiënt binnen de De hulpverlener stimuleert het nemen van de verantwoordelijkheid en participatie van de patiënt In elk stadium worden dan ook zoveel mogelijk beslissingen, keuzes en regie bij de patiënt neergelegd Het doel is het bevorderen van empowerment van de patiënt en zijn systeem waardoor hij (opnieuw) verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen gezondheid Binnen het zelfbeschikkingsrecht moet de zorgverlener wel bepalen of de patiënt in staat is dit in voldoende mate zelfstandig uit te kunnen oefenen De zorgaanbieder richt de zorg dus.
582
nvog
te stoppen met roken) De rookstatus van de patiënt dient te worden vastgelegd in het dossier De zorgverlener die hiertoe bekwaam is heeft de taak om een motivatie verhogende interventie aan te bieden aan patiënten die onvoldoende gemotiveerd zijn om te stoppen met roken Ook heeft de bekwame zorgverlener de taak om zich in te spannen om patiënten te helpen met stoppen met roken (onderdeel # Begeleiden bij het stoppen met roken) De zorgverlener heeft hiervoor de verantwoordelijkheid om goede stoppen-met-rokenzorg (zoals beschreven in hoofdstuk #) aan te bieden, of om de patiënt hier naartoe door te verwijzen door een De zorgverlener besteedt in elk onderdeel van de behandeling aandacht aan het ondersteunen van het zelfmanagement door het geven van informatie, inzichten en het aanleren van de Zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving [##, ##]) de volgende De zorgverlener stimuleert proactief het voeren van de eigen regie door de patiënt De patiënt en de zorgverlener maken afspraken over de rol van de patiënt binnen de De hulpverlener stimuleert het nemen van de verantwoordelijkheid en participatie van de patiënt In elk stadium worden dan ook zoveel mogelijk beslissingen, keuzes en regie bij de patiënt neergelegd Het doel is het bevorderen van empowerment van de patiënt en zijn systeem waardoor hij (opnieuw) verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen gezondheid Binnen het zelfbeschikkingsrecht moet de zorgverlener wel bepalen of de patiënt in staat is dit in voldoende mate zelfstandig uit te kunnen oefenen De zorgaanbieder richt de zorg dus Een essentiële voorwaarde hiervoor is gezamenlijke besluitvorming door de patiënt en zorgverlener over de behandeling en de wijze waarop zij samenwerking met en ondersteuning van naasten Iedere zorgverlener mag (dient) de patiënt (te) adviseren om te stoppen met roken Alle (motiveren en begeleiden) mag door elke zorgverlener uitgevoerd worden, mits deze personen bekwaam zijn Iemand is bekwaam wanneer hij/zij beschikt over de combinatie van voldoende kennis en de bijbehorende vaardigheden om de kennis toe te passen en wanneer hij/zij Handelt in lijn met de inhoud van de Zorgstandaard Tabaksverslaving en de Richtlijn Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning [#] en, indien van Actuele theoretische basiskennis heeft over de belangrijkste componenten rondom roken, zoals de gezondheidsgevolgen van roken, verslaving, de psychologie van gedragsverandering Beschikt over relevante vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van de relevante De patiënt kan adviseren over het wel of niet toepassen van de farmacologische behandeling of weet wanneer en op welke condities de patiënt hiervoor moet worden doorverwezen; Intercollegiaal kan communiceren en gebruik kan maken voor de middelen die daarvoor Personen die bekwaam zijn voor het geven van intensieve stoppen-met-rokenzorg (specifiek onderdeel # Begeleiden bij stoppen met roken) zijn opgenomen in een Kwaliteitsregister als bijvoorbeeld huisarts, verslavingsarts of psycholoog Het Kwaliteitsregister voor stoppen met roken is een openbaar Kwaliteitsregister, dat ook voor de patiënt toegankelijk is Een overzicht van aanbieders van stoppen-met-rokenzorg is te vinden via de websites www aspecten van de netwerkorganisatie die algemeen, dus in principe voor alle chronische.
577
nvog
voorwaarde hiervoor is gezamenlijke besluitvorming door de patiënt en zorgverlener over de behandeling en de wijze waarop zij samenwerking met en ondersteuning van naasten Iedere zorgverlener mag (dient) de patiënt (te) adviseren om te stoppen met roken Alle (motiveren en begeleiden) mag door elke zorgverlener uitgevoerd worden, mits deze personen bekwaam zijn Iemand is bekwaam wanneer hij/zij beschikt over de combinatie van voldoende kennis en de bijbehorende vaardigheden om de kennis toe te passen en wanneer hij/zij Handelt in lijn met de inhoud van de Zorgstandaard Tabaksverslaving en de Richtlijn Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning [#] en, indien van Actuele theoretische basiskennis heeft over de belangrijkste componenten rondom roken, zoals de gezondheidsgevolgen van roken, verslaving, de psychologie van gedragsverandering Beschikt over relevante vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van de relevante De patiënt kan adviseren over het wel of niet toepassen van de farmacologische behandeling of weet wanneer en op welke condities de patiënt hiervoor moet worden doorverwezen; Intercollegiaal kan communiceren en gebruik kan maken voor de middelen die daarvoor Personen die bekwaam zijn voor het geven van intensieve stoppen-met-rokenzorg (specifiek onderdeel # Begeleiden bij stoppen met roken) zijn opgenomen in een Kwaliteitsregister als bijvoorbeeld huisarts, verslavingsarts of psycholoog Het Kwaliteitsregister voor stoppen met roken is een openbaar Kwaliteitsregister, dat ook voor de patiënt toegankelijk is Een overzicht van aanbieders van stoppen-met-rokenzorg is te vinden via de websites www aspecten van de netwerkorganisatie die algemeen, dus in principe voor alle chronische Deze algemene kenmerken worden volgens de Standaard voor Zorgstandaarden beschreven en zijn toegespitst op de organisatie van de stoppen-metrokenzorg Hierbij wordt steeds onderdeel # (begeleiden bij stoppen met roken) bedoeld Een belangrijk aspect van de stoppen-met-rokenzorg is de aanwezigheid van een individueel zorgplan (ook wel persoonlijk behandelplan genaamd) ## Voor elke patiënt wordt een individueel zorgplan gemaakt, gebaseerd op de Zorgstandaard Tabaksverslaving of de betreffende Zorgstandaard waar stoppen met roken een onderdeel van is Het individueel zorgplan is een plan dat de zorgverlener en de patiënt samen opstellen, waarin afspraken die van belang zijn  e bekwaamheid van zorgverleners geeft een functionele omschrijving van de kennis en kunde van zorgverleners Daarom worden de verschillende beroepsgroepen met bijbehorende taken en verantwoordelijkheden niet beschreven Hiervoor wordt verwezen naar het Kwaliteitsregister stoppen met roken (www  et individueel zorgplan is iets anders dan het stopplan dat is beschreven in hoofdstuk # en waarvan een voorbeeld wordt gegeven in bijlage # Het individueel zorgplan is een plan dat de zorgverlener en de patiënt samen opstellen Het stopplan is een plan wat de patiënt voor zichzelf maakt en is een onderdeel van het individueel zorgplan voor de behandeling van de individuele patiënt schriftelijk of elektronisch worden vastgelegd ## Dit zijn bijvoorbeeld de individuele patiëntgegevens, het doel van de behandeling, de afspraken over het zelfmanagement en wie het eerste aanspreekpunt tijdens de behandeling is (dit is de voor het stoppen met roken de regiebehandelaar stoppen-met-roken, zoals hieronder wordt beschreven).
572
nvog
kenmerken worden volgens de Standaard voor Zorgstandaarden beschreven en zijn toegespitst op de organisatie van de stoppen-metrokenzorg Hierbij wordt steeds onderdeel # (begeleiden bij stoppen met roken) bedoeld Een belangrijk aspect van de stoppen-met-rokenzorg is de aanwezigheid van een individueel zorgplan (ook wel persoonlijk behandelplan genaamd) ## Voor elke patiënt wordt een individueel zorgplan gemaakt, gebaseerd op de Zorgstandaard Tabaksverslaving of de betreffende Zorgstandaard waar stoppen met roken een onderdeel van is Het individueel zorgplan is een plan dat de zorgverlener en de patiënt samen opstellen, waarin afspraken die van belang zijn  e bekwaamheid van zorgverleners geeft een functionele omschrijving van de kennis en kunde van zorgverleners Daarom worden de verschillende beroepsgroepen met bijbehorende taken en verantwoordelijkheden niet beschreven Hiervoor wordt verwezen naar het Kwaliteitsregister stoppen met roken (www  et individueel zorgplan is iets anders dan het stopplan dat is beschreven in hoofdstuk # en waarvan een voorbeeld wordt gegeven in bijlage # Het individueel zorgplan is een plan dat de zorgverlener en de patiënt samen opstellen Het stopplan is een plan wat de patiënt voor zichzelf maakt en is een onderdeel van het individueel zorgplan voor de behandeling van de individuele patiënt schriftelijk of elektronisch worden vastgelegd ## Dit zijn bijvoorbeeld de individuele patiëntgegevens, het doel van de behandeling, de afspraken over het zelfmanagement en wie het eerste aanspreekpunt tijdens de behandeling is (dit is de voor het stoppen met roken de regiebehandelaar stoppen-met-roken, zoals hieronder wordt beschreven) worden aan het zorgplan informatie over eerdere stoppogingen zoals reden voor terugval of voortijdig stoppen met een behandeling, de motivatie om te stoppen met roken en de gemaakte afspraken over de behandeling, zoals de gekozen medicatie, de stopdatum en de vervolgafspraken Informatie over redenen waarom een patiënt tijdens een eerdere stoppoging is teruggevallen, of voortijdig is gestopt met de behandeling, kan worden gebruikt om de patiënt succesvol te helpen stoppen met roken Ook wanneer een patiënt bij de huidige stoppoging onsuccesvol is, is het belangrijk om de reden goed vast te leggen Bij de organisatie van de zorg bij stoppen met roken zijn diverse zorgverleners betrokken Om die reden is het van belang dat er een vast aanspreekpunt is voor de patiënt en andere betrokken zorgverleners Dit is de regiebehandelaar stoppen-met-roken De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor de coördinatie en continuïteit van de stoppen-met-rokenzorg voor de patiënt Dit betekent dat de regiebehandelaar de taak heeft om te zorgen dat de patiënt de zorg krijgt waar hij/zij recht op heeft (zoals beschreven in hoofdstuk #) en dat deze is afgestemd op de individuele behoeften en wensen van de patiënt De regiebehandelaar stoppen-met-roken is een bekwame zorgverlener (niet noodzakelijkerwijs een arts) die beschikt over het individueel zorgplan van de patiënt (of dit maakt) met daarin de meest actuele informatie met betrekking tot stoppen met roken, van alle relevante medische informatie van de patiënt op de hoogte is en bekend is met het beschikbare stopaanbod in de regio Bovendien moet bij de patiënt.
576
nvog
over eerdere stoppogingen zoals reden voor terugval of voortijdig stoppen met een behandeling, de motivatie om te stoppen met roken en de gemaakte afspraken over de behandeling, zoals de gekozen medicatie, de stopdatum en de vervolgafspraken Informatie over redenen waarom een patiënt tijdens een eerdere stoppoging is teruggevallen, of voortijdig is gestopt met de behandeling, kan worden gebruikt om de patiënt succesvol te helpen stoppen met roken Ook wanneer een patiënt bij de huidige stoppoging onsuccesvol is, is het belangrijk om de reden goed vast te leggen Bij de organisatie van de zorg bij stoppen met roken zijn diverse zorgverleners betrokken Om die reden is het van belang dat er een vast aanspreekpunt is voor de patiënt en andere betrokken zorgverleners Dit is de regiebehandelaar stoppen-met-roken De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor de coördinatie en continuïteit van de stoppen-met-rokenzorg voor de patiënt Dit betekent dat de regiebehandelaar de taak heeft om te zorgen dat de patiënt de zorg krijgt waar hij/zij recht op heeft (zoals beschreven in hoofdstuk #) en dat deze is afgestemd op de individuele behoeften en wensen van de patiënt De regiebehandelaar stoppen-met-roken is een bekwame zorgverlener (niet noodzakelijkerwijs een arts) die beschikt over het individueel zorgplan van de patiënt (of dit maakt) met daarin de meest actuele informatie met betrekking tot stoppen met roken, van alle relevante medische informatie van de patiënt op de hoogte is en bekend is met het beschikbare stopaanbod in de regio Bovendien moet bij de patiënt Hiervoor wordt het zelfmanagement van de patiënt bevorderd door de kennis, inzichten en vaardigheden van de patiënt te vergroten Hiervoor is er voldoende informatie voor de patiënt over (stoppen met) roken aanwezig Er zijn voorlichtingsmaterialen, zelftests, advisering en begeleiding voor de patiënt beschikbaar (zie bijvoorbeeld https //(WEBLINK) en https //(WEBLINK) stoppen-met-roken) Deze kunnen telefonisch, digitaal of schriftelijk worden aangeboden (zie ook bijlage #) De zorgverlener besteedt hier in elk onderdeel van de behandeling aandacht aan door bijvoorbeeld het meegeven van materialen of door het doorverwijzen van de patiënt naar de zorgverlener Echter, bij de stoppen-met-rokenzorg kunnen diverse zorgverleners, vaak opeenvolgend, betrokken zijn Dit vraagt om een goede samenwerking tussen de verschillende zorgverleners en daarvoor dienen er samenwerkingsafspraken te zijn Samenwerkingsafspraken beogen dat op het juiste moment de goede stoppen-met-rokenzorg wordt geboden door de betrokken zorgverleners, afgestemd op de individuele behoefte en wensen van de patiënt Dit betekent dat de volgende samenwerkingsafspraken gelden voor de De regiebehandelaar stoppen-met-roken is het eerste aanspreekpunt voor de patiënt en ## Voor het individueel zorgplan is nog geen eenduidige definitie gevonden De regiebehandelaar stoppen-met-roken zorgt dat de behandeling gestart wordt en zorgt voor de coördinatie en continuïteit van het zorgproces, inclusief de mogelijke doorverwijzingen van Voor het succesvol functioneren van de stoppen-met-rokenzorg is het delen van informatie essentieel Het is van belang dat iedere betrokken zorgverlener beschikking heeft over de actuele informatie van de patiënt en de eventuele stoppoging Dit betreft in ieder geval de MPS.
589
nvog
het zelfmanagement van de patiënt bevorderd door de kennis, inzichten en vaardigheden van de patiënt te vergroten Hiervoor is er voldoende informatie voor de patiënt over (stoppen met) roken aanwezig Er zijn voorlichtingsmaterialen, zelftests, advisering en begeleiding voor de patiënt beschikbaar (zie bijvoorbeeld https //(WEBLINK) en https //(WEBLINK) stoppen-met-roken) Deze kunnen telefonisch, digitaal of schriftelijk worden aangeboden (zie ook bijlage #) De zorgverlener besteedt hier in elk onderdeel van de behandeling aandacht aan door bijvoorbeeld het meegeven van materialen of door het doorverwijzen van de patiënt naar de zorgverlener Echter, bij de stoppen-met-rokenzorg kunnen diverse zorgverleners, vaak opeenvolgend, betrokken zijn Dit vraagt om een goede samenwerking tussen de verschillende zorgverleners en daarvoor dienen er samenwerkingsafspraken te zijn Samenwerkingsafspraken beogen dat op het juiste moment de goede stoppen-met-rokenzorg wordt geboden door de betrokken zorgverleners, afgestemd op de individuele behoefte en wensen van de patiënt Dit betekent dat de volgende samenwerkingsafspraken gelden voor de De regiebehandelaar stoppen-met-roken is het eerste aanspreekpunt voor de patiënt en ## Voor het individueel zorgplan is nog geen eenduidige definitie gevonden De regiebehandelaar stoppen-met-roken zorgt dat de behandeling gestart wordt en zorgt voor de coördinatie en continuïteit van het zorgproces, inclusief de mogelijke doorverwijzingen van Voor het succesvol functioneren van de stoppen-met-rokenzorg is het delen van informatie essentieel Het is van belang dat iedere betrokken zorgverlener beschikking heeft over de actuele informatie van de patiënt en de eventuele stoppoging Dit betreft in ieder geval de MPS de behandeling is uitgevoerd, de vorm en intensiteit van de behandeling, de naam van de interventie en, indien sprake van terugval, de reden van weer gaan roken Dit zijn interessante met als doel kwaliteitsbevordering Het is de verantwoordelijkheid van iedere zorgverlener om andere zorgverleners binnen het stoppen-met-rokennetwerk zo goed mogelijk te informeren over de actuele informatie rondom de patiënt met betrekking tot stoppen met roken, waarbij de privacy gewaarborgd blijft De MPS en de informatie van de stoppen-met-rokenzorg kan in de Naast bovengenoemde kenmerken zijn andere algemene kenmerken van belang voor de organisatie van het zorgproces rondom stoppen met roken Het gaat bijvoorbeeld om het beschikken over voldoende tijd en contactmomenten per patiënt tijdens de behandeling; het beschikken over de kennis en vaardigheden om vanuit sociaal-culturele en sociaaleconomische kenmerken aan te sluiten bij de leefwereld en mate van geletterdheid van de patiënt; het toegankelijk en bereikbaar zijn van de zorg voor de patiënt (ook voor minder validen of verstandelijk beperkten); het voldoende faciliteren en ondersteunen van zorgverleners bij het implementeren van stoppen-met-rokenzorg; het beschikken over voldoende informatie en geschikt voorlichtingsmateriaal voor patiënten en voor zorgverleners en het bekostigen van de zorg op basis van de Zorgstandaard Deze aspecten worden in De Zorgstandaard Tabaksverslaving heeft als voornaamste doel het bevorderen van goede zorg bij stoppen met roken Kwaliteit is hierbij een essentieel thema Het bewaken en bevorderen van kwaliteit vereist een methodische benadering Daarvoor dienen een kwaliteitsbeleid en een kwaliteitscyclus aanwezig te zijn Deze paragraaf bevat een beschrijving van hoe een.
582
nvog
en intensiteit van de behandeling, de naam van de interventie en, indien sprake van terugval, de reden van weer gaan roken Dit zijn interessante met als doel kwaliteitsbevordering Het is de verantwoordelijkheid van iedere zorgverlener om andere zorgverleners binnen het stoppen-met-rokennetwerk zo goed mogelijk te informeren over de actuele informatie rondom de patiënt met betrekking tot stoppen met roken, waarbij de privacy gewaarborgd blijft De MPS en de informatie van de stoppen-met-rokenzorg kan in de Naast bovengenoemde kenmerken zijn andere algemene kenmerken van belang voor de organisatie van het zorgproces rondom stoppen met roken Het gaat bijvoorbeeld om het beschikken over voldoende tijd en contactmomenten per patiënt tijdens de behandeling; het beschikken over de kennis en vaardigheden om vanuit sociaal-culturele en sociaaleconomische kenmerken aan te sluiten bij de leefwereld en mate van geletterdheid van de patiënt; het toegankelijk en bereikbaar zijn van de zorg voor de patiënt (ook voor minder validen of verstandelijk beperkten); het voldoende faciliteren en ondersteunen van zorgverleners bij het implementeren van stoppen-met-rokenzorg; het beschikken over voldoende informatie en geschikt voorlichtingsmateriaal voor patiënten en voor zorgverleners en het bekostigen van de zorg op basis van de Zorgstandaard Deze aspecten worden in De Zorgstandaard Tabaksverslaving heeft als voornaamste doel het bevorderen van goede zorg bij stoppen met roken Kwaliteit is hierbij een essentieel thema Het bewaken en bevorderen van kwaliteit vereist een methodische benadering Daarvoor dienen een kwaliteitsbeleid en een kwaliteitscyclus aanwezig te zijn Deze paragraaf bevat een beschrijving van hoe een Een kwaliteitscyclus bestaat allereerst uit het afspreken van de kwaliteitsindicatoren (dit wordt in hoofdstuk # beschreven) Vervolgens komt het proces van plannen, bijvoorbeeld het bepalen van de norm voor kwaliteit Daarna volgt het uitvoeren van de zorg en het vastleggen van de parameters Vervolgens komt het evalueren en het benchmarken De kwaliteitsindicatoren worden berekend en/of bepaald met de MPS en deze worden gemeten aan de vooraf gestelde doelen en vergeleken met de benchmark Als laatste wordt, afhankelijk van de uitkomsten en daar waar nodig, een verbeterplan gemaakt of doelen aangepast om de kwaliteit van de stoppen-met-rokenzorg te verbeteren Daarmee begint weer de cyclus van plannen, uitvoeren, vastleggen, evalueren, benchmarken en verbeteren van de zorg Het doel van een In de Zorgstandaard Tabaksverslaving staat de norm beschreven voor een goede zorg bij stoppen met roken en de organisatie van de zorg bij stoppen met roken De patiënt weet vervolgens op welke behandeling bij stoppen met roken hij/zij recht heeft Op basis hiervan zullen zorgaanbieders gestimuleerd worden hun aanbod af te stemmen op de norm zoals beschreven in de Zorgstandaard Daarmee wordt de kwaliteit van de zorgverlening vergroot Dit wordt bevorderd als de Zorgstandaard als criterium wordt gehanteerd bij de inkoop van de zorg Daarmee wordt werken volgens de Zorgstandaard een reële factor in de marktpositie van de zorgaanbieders Bovendien zullen zorgverleners dan transparante kwaliteitsinformatie aanleveren (zoals in hoofdstuk # beschreven wordt) Het hebben van een actief kwaliteitsbeleid,.
548
nvog
bestaat allereerst uit het afspreken van de kwaliteitsindicatoren (dit wordt in hoofdstuk # beschreven) Vervolgens komt het proces van plannen, bijvoorbeeld het bepalen van de norm voor kwaliteit Daarna volgt het uitvoeren van de zorg en het vastleggen van de parameters Vervolgens komt het evalueren en het benchmarken De kwaliteitsindicatoren worden berekend en/of bepaald met de MPS en deze worden gemeten aan de vooraf gestelde doelen en vergeleken met de benchmark Als laatste wordt, afhankelijk van de uitkomsten en daar waar nodig, een verbeterplan gemaakt of doelen aangepast om de kwaliteit van de stoppen-met-rokenzorg te verbeteren Daarmee begint weer de cyclus van plannen, uitvoeren, vastleggen, evalueren, benchmarken en verbeteren van de zorg Het doel van een In de Zorgstandaard Tabaksverslaving staat de norm beschreven voor een goede zorg bij stoppen met roken en de organisatie van de zorg bij stoppen met roken De patiënt weet vervolgens op welke behandeling bij stoppen met roken hij/zij recht heeft Op basis hiervan zullen zorgaanbieders gestimuleerd worden hun aanbod af te stemmen op de norm zoals beschreven in de Zorgstandaard Daarmee wordt de kwaliteit van de zorgverlening vergroot Dit wordt bevorderd als de Zorgstandaard als criterium wordt gehanteerd bij de inkoop van de zorg Daarmee wordt werken volgens de Zorgstandaard een reële factor in de marktpositie van de zorgaanbieders Bovendien zullen zorgverleners dan transparante kwaliteitsinformatie aanleveren (zoals in hoofdstuk # beschreven wordt) Het hebben van een actief kwaliteitsbeleid, De kwaliteitsinformatie vormt vervolgens weer de basis voor verdere verbetering en onderhandeling en afspraken met de zorgverzekeraar Op deze manier vindt kwaliteitsbevordering plaats Is er een protocol aanwezig dat beschrijft welke handelingen binnen de stoppen met roken ondersteuning door welke zorgverlener binnen de praktijk/unit worden verricht ja / nee Is er informatie of kennis beschikbaar over evidence-based ondersteuning bij stoppen met Is er een kwaliteitsbeleid op basis waarvan gewerkt wordt ja / nee Is er een kwaliteitscyclus op basis waarvan gewerkt wordt ja / nee ## Om de minimale parameterset vast te leggen dienen ze elektronisch registreerbaar te zijn Een kwaliteitsindicator is een meetbaar aspect van de zorg die een aanwijzing geeft over de kwaliteit van zorg De kwaliteitsindicatoren worden berekend en/of bepaald op basis van de minimale parameterset (MPS) De MPS bevat de parameters die in ieder geval elektronisch worden vastgelegd door de zorgverlener Kwaliteitsindicatoren worden Procesindicatoren geven een indicatie over het verloop van het individuele zorgproces Een voorbeeld is het percentage patiënten dat een stopadvies heeft gekregen Uitkomstindicatoren geven een indicatie over de uitkomst van het individuele zorgproces Het percentage patiënten dat gestopt is met roken na de behandeling is hiervan een voorbeeld Structuurindicatoren geven informatie over de kwaliteit van de netwerkorganisatie Voor stoppen met roken is dit bijvoorbeeld de aanwezigheid van een de kwaliteit van zorg [##] Een kwaliteitsindicator is in feite het resultaat van een meting Voor een meting is informatie nodig, dit zijn de parameters (data, gegevens) die door de.
552
nvog
voor verdere verbetering en onderhandeling en afspraken met de zorgverzekeraar Op deze manier vindt kwaliteitsbevordering plaats Is er een protocol aanwezig dat beschrijft welke handelingen binnen de stoppen met roken ondersteuning door welke zorgverlener binnen de praktijk/unit worden verricht ja / nee Is er informatie of kennis beschikbaar over evidence-based ondersteuning bij stoppen met Is er een kwaliteitsbeleid op basis waarvan gewerkt wordt ja / nee Is er een kwaliteitscyclus op basis waarvan gewerkt wordt ja / nee ## Om de minimale parameterset vast te leggen dienen ze elektronisch registreerbaar te zijn Een kwaliteitsindicator is een meetbaar aspect van de zorg die een aanwijzing geeft over de kwaliteit van zorg De kwaliteitsindicatoren worden berekend en/of bepaald op basis van de minimale parameterset (MPS) De MPS bevat de parameters die in ieder geval elektronisch worden vastgelegd door de zorgverlener Kwaliteitsindicatoren worden Procesindicatoren geven een indicatie over het verloop van het individuele zorgproces Een voorbeeld is het percentage patiënten dat een stopadvies heeft gekregen Uitkomstindicatoren geven een indicatie over de uitkomst van het individuele zorgproces Het percentage patiënten dat gestopt is met roken na de behandeling is hiervan een voorbeeld Structuurindicatoren geven informatie over de kwaliteit van de netwerkorganisatie Voor stoppen met roken is dit bijvoorbeeld de aanwezigheid van een de kwaliteit van zorg [##] Een kwaliteitsindicator is in feite het resultaat van een meting Voor een meting is informatie nodig, dit zijn de parameters (data, gegevens) die door de Kwaliteitsindicatoren worden berekend en/of bepaald op basis van de MPS De uitkomst zegt iets over de mate van kwaliteit van de aspecten van de zorg die zijn gemeten Een kwaliteitsindicator krijgt echter pas betekenis, als er ook een norm voor kwaliteit is bepaald Dit wordt doorgaans verkregen op basis van spiegelinformatie (benchmark) Dit is een onderdeel van het kwaliteitsbeleid en de bijbehorende kwaliteitscyclus Wordt er afgeweken van de norm, dan is er bijsturing nodig Kwaliteitsindicatoren hebben daarmee een belangrijke functie in het verbeteren van de kwaliteit van de zorg en zijn een onderdeel van het kwaliteitsbeleid Daarnaast zijn de kwaliteitsindicatoren voor zorgverleners een belangrijk hulpmiddel voor de kwaliteitsinformatie die wordt aangeleverd aan de zorgverzekeraar als contractpartner en aan de IGJ als toezichthouder Voor een goede overdracht tussen zorgverleners is meer informatie nodig dan Deze kunnen worden opgevat als de voorlopige kwaliteitsindicatoren ## De kwaliteitsindicatoren voor stoppen met roken kunnen onder specifiek binnen de context van opzichzelfstaande stoppen-met-rokenzorg worden bepaald Daarnaast kunnen de kwaliteitsindicatoren uit een andere organisatorische context worden gehaald als stoppen met roken een onderdeel is van een behandeling van een chronische aandoening Kwaliteitsindicatoren worden onderverdeeld in procesindicatoren, uitkomstindicatoren en structuurindicatoren Volgens de Standaard voor  it hoofdstuk betreft de voorlopige kwaliteitsindicatoren De kwaliteitsindicatoren dienen op een later moment te worden geëvalueerd en indien nodig te worden bijgesteld in de definitieve kwaliteitsindicatoren De kwaliteitsindicatoren zijn afhankelijk van de beschikbare techniek en de mogelijkheden in de praktijk om de.
541
nvog
worden berekend en/of bepaald op basis van de MPS De uitkomst zegt iets over de mate van kwaliteit van de aspecten van de zorg die zijn gemeten Een kwaliteitsindicator krijgt echter pas betekenis, als er ook een norm voor kwaliteit is bepaald Dit wordt doorgaans verkregen op basis van spiegelinformatie (benchmark) Dit is een onderdeel van het kwaliteitsbeleid en de bijbehorende kwaliteitscyclus Wordt er afgeweken van de norm, dan is er bijsturing nodig Kwaliteitsindicatoren hebben daarmee een belangrijke functie in het verbeteren van de kwaliteit van de zorg en zijn een onderdeel van het kwaliteitsbeleid Daarnaast zijn de kwaliteitsindicatoren voor zorgverleners een belangrijk hulpmiddel voor de kwaliteitsinformatie die wordt aangeleverd aan de zorgverzekeraar als contractpartner en aan de IGJ als toezichthouder Voor een goede overdracht tussen zorgverleners is meer informatie nodig dan Deze kunnen worden opgevat als de voorlopige kwaliteitsindicatoren ## De kwaliteitsindicatoren voor stoppen met roken kunnen onder specifiek binnen de context van opzichzelfstaande stoppen-met-rokenzorg worden bepaald Daarnaast kunnen de kwaliteitsindicatoren uit een andere organisatorische context worden gehaald als stoppen met roken een onderdeel is van een behandeling van een chronische aandoening Kwaliteitsindicatoren worden onderverdeeld in procesindicatoren, uitkomstindicatoren en structuurindicatoren Volgens de Standaard voor  it hoofdstuk betreft de voorlopige kwaliteitsindicatoren De kwaliteitsindicatoren dienen op een later moment te worden geëvalueerd en indien nodig te worden bijgesteld in de definitieve kwaliteitsindicatoren De kwaliteitsindicatoren zijn afhankelijk van de beschikbare techniek en de mogelijkheden in de praktijk om de Het is op dit moment onduidelijk of de techniek hiervoor beschikbaar is en of registratie van de voorlopige kwaliteitsindicatoren Zorgstandaarden wordt per onderdeel beschreven welke indicatoren van toepassing zijn en op welke manier de indicatoren worden berekend en/of bepaald [#] Procesindicatoren geven een indicatie over het verloop van het zorgproces en meten aspecten van een activiteit van zorgverlening Zodoende volgen procesindicatoren een serie gebeurtenissen tijdens een onderzoek en/of behandeling van een patiënt De centrale Percentage rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een stopadvies heeft gekregen Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een stopadvies heeft Noemer Aantal patiënten / Aantal rokende patiënten dat tijdens de afgelopen ## maanden Aanvullend kunnen, indien mogelijk, de volgende procesindicatoren worden vastgelegd Percentage patiënten dat in de afgelopen ## maanden een motivatie verhogende behandeling Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een motivatie een consult heeft gehad en onvoldoende gemotiveerd was om te stoppen met Percentage rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gedragsmatige begeleiding bij Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gestart is met Noemer Aantal patiënten / Aantal rokende patiënten dat tijdens de afgelopen ## maanden Percentage rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een farmacologische behandeling ter ondersteuning van stoppen met roken (onderdeel #B) heeft gekregen Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gestart is met een Percentage rokende patiënten waarvoor is vastgelegd waarom de patiënt bij een eerdere.
575
nvog
moment onduidelijk of de techniek hiervoor beschikbaar is en of registratie van de voorlopige kwaliteitsindicatoren Zorgstandaarden wordt per onderdeel beschreven welke indicatoren van toepassing zijn en op welke manier de indicatoren worden berekend en/of bepaald [#] Procesindicatoren geven een indicatie over het verloop van het zorgproces en meten aspecten van een activiteit van zorgverlening Zodoende volgen procesindicatoren een serie gebeurtenissen tijdens een onderzoek en/of behandeling van een patiënt De centrale Percentage rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een stopadvies heeft gekregen Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een stopadvies heeft Noemer Aantal patiënten / Aantal rokende patiënten dat tijdens de afgelopen ## maanden Aanvullend kunnen, indien mogelijk, de volgende procesindicatoren worden vastgelegd Percentage patiënten dat in de afgelopen ## maanden een motivatie verhogende behandeling Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een motivatie een consult heeft gehad en onvoldoende gemotiveerd was om te stoppen met Percentage rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gedragsmatige begeleiding bij Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gestart is met Noemer Aantal patiënten / Aantal rokende patiënten dat tijdens de afgelopen ## maanden Percentage rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden een farmacologische behandeling ter ondersteuning van stoppen met roken (onderdeel #B) heeft gekregen Teller Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gestart is met een Percentage rokende patiënten waarvoor is vastgelegd waarom de patiënt bij een eerdere Teller Aantal rokende patiënten waarvoor is vastgelegd waarom de patiënt bij een eerdere stoppoging is terug gevallen of voortijdig is gestopt met een behandeling ## In de noemer wordt bij voorkeur opgenomen het aantal patiënten dat rookt (in de praktijk / regio / instelling) Dit is echter moeilijk meetbaar en daarom kan ook het aantal patiënten (in de praktijk / regio / instelling) worden Percentage rokende patiënten, dat in de afgelopen ## maanden een behandeling ter ondersteuning van stoppen met roken (onderdeel #) heeft gekregen, waarvoor is vastgelegd de Teller Aantal rokende patiënten waarvoor is vastgelegd de hoeveelste stoppoging dit is Noemer Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gestart is een Percentage patiënten waarvoor is vastgelegd of zij een tabaksverslaving hebben (stoornis in Aantal patiënten waarvoor is vastgelegd of zij een tabaksverslaving hebben De procesindicatoren worden berekend door het percentage te berekenen over de breuk (Het percentage wordt berekend door de teller van de breuk te delen door de noemer van de breuk en dat te vermenigvuldigen met ###) De teller en de noemer worden bepaald met de MPS Registratie van reden voor terugval of voortijdig afbreken behandeling bij eerdere stoppoging Uitkomstindicatoren geven een indicatie over de uitkomst van het individuele zorgproces en meten het resultaat van de zorgverlening Deze indicator leent zich minder goed voor benchmarken, omdat uitkomsten voor een deel samenhangen met de populatie Een praktijk met veel laagopgeleide rokers zal minder makkelijk uitkomen op een hoog percentage.
602
nvog
rokende patiënten waarvoor is vastgelegd waarom de patiënt bij een eerdere stoppoging is terug gevallen of voortijdig is gestopt met een behandeling ## In de noemer wordt bij voorkeur opgenomen het aantal patiënten dat rookt (in de praktijk / regio / instelling) Dit is echter moeilijk meetbaar en daarom kan ook het aantal patiënten (in de praktijk / regio / instelling) worden Percentage rokende patiënten, dat in de afgelopen ## maanden een behandeling ter ondersteuning van stoppen met roken (onderdeel #) heeft gekregen, waarvoor is vastgelegd de Teller Aantal rokende patiënten waarvoor is vastgelegd de hoeveelste stoppoging dit is Noemer Aantal rokende patiënten dat in de afgelopen ## maanden gestart is een Percentage patiënten waarvoor is vastgelegd of zij een tabaksverslaving hebben (stoornis in Aantal patiënten waarvoor is vastgelegd of zij een tabaksverslaving hebben De procesindicatoren worden berekend door het percentage te berekenen over de breuk (Het percentage wordt berekend door de teller van de breuk te delen door de noemer van de breuk en dat te vermenigvuldigen met ###) De teller en de noemer worden bepaald met de MPS Registratie van reden voor terugval of voortijdig afbreken behandeling bij eerdere stoppoging Uitkomstindicatoren geven een indicatie over de uitkomst van het individuele zorgproces en meten het resultaat van de zorgverlening Deze indicator leent zich minder goed voor benchmarken, omdat uitkomsten voor een deel samenhangen met de populatie Een praktijk met veel laagopgeleide rokers zal minder makkelijk uitkomen op een hoog percentage Uitkomstindicatoren voor de behandeling bij stoppen met roken zijn Percentage patiënten dat aan het einde van de begeleiding bij stoppen met roken (onderdeel #) Aantal patiënten dat aan het einde van de begeleiding gestopt is Noemer Aantal patiënten dat begonnen is met de begeleiding bij stoppen met roken Percentage patiënten dat nog steeds niet rookt na één jaar Aantal patiënten dat één jaar na de stopdatum niet rookt  ookstatus betreft het gebruik van tabaksproducten (zie Begrippenlijst) Met ‘stopper’ wordt bedoeld een ex-roker die korter dan een jaar rookvrij is Met ‘ex-roker’ wordt bedoeld iemand die ten minste een jaar geen tabaksproducten meer gebruikt maar dit voorheen wel heeft gedaan Noemer Aantal patiënten dat begonnen is met de begeleiding bij stoppen met roken De uitkomstindicatoren worden berekend door het percentage te berekenen over de breuk (Het Structuurindicatoren geven informatie over de kwaliteit van de netwerkorganisatie en meten elementen van de voorzieningsstructuur die de zorgverlening mogelijk maken Structuurindicatoren geven bijvoorbeeld informatie of de omstandigheden geschikt zijn om de gewenste zorg te leveren Structuurindicatoren worden vastgelegd op het niveau van de organisatie in plaats van de individuele patiënt De structuurindicatoren voor stoppen met Is er een protocol dat beschrijft welke handelingen binnen de stoppen met roken ondersteuning Is er een kwaliteitsbeleid voor de stoppen-met-rokenzorg op basis waarvan gewerkt wordt? Is er een kwaliteitscyclus voor de stoppen-met-rokenzorg op basis waarvan gewerkt wordt? Zijn er mogelijkheden voor goede informatieoverdracht tussen zorgverleners ja / nee.
584
nvog
behandeling bij stoppen met roken zijn Percentage patiënten dat aan het einde van de begeleiding bij stoppen met roken (onderdeel #) Aantal patiënten dat aan het einde van de begeleiding gestopt is Noemer Aantal patiënten dat begonnen is met de begeleiding bij stoppen met roken Percentage patiënten dat nog steeds niet rookt na één jaar Aantal patiënten dat één jaar na de stopdatum niet rookt  ookstatus betreft het gebruik van tabaksproducten (zie Begrippenlijst) Met ‘stopper’ wordt bedoeld een ex-roker die korter dan een jaar rookvrij is Met ‘ex-roker’ wordt bedoeld iemand die ten minste een jaar geen tabaksproducten meer gebruikt maar dit voorheen wel heeft gedaan Noemer Aantal patiënten dat begonnen is met de begeleiding bij stoppen met roken De uitkomstindicatoren worden berekend door het percentage te berekenen over de breuk (Het Structuurindicatoren geven informatie over de kwaliteit van de netwerkorganisatie en meten elementen van de voorzieningsstructuur die de zorgverlening mogelijk maken Structuurindicatoren geven bijvoorbeeld informatie of de omstandigheden geschikt zijn om de gewenste zorg te leveren Structuurindicatoren worden vastgelegd op het niveau van de organisatie in plaats van de individuele patiënt De structuurindicatoren voor stoppen met Is er een protocol dat beschrijft welke handelingen binnen de stoppen met roken ondersteuning Is er een kwaliteitsbeleid voor de stoppen-met-rokenzorg op basis waarvan gewerkt wordt? Is er een kwaliteitscyclus voor de stoppen-met-rokenzorg op basis waarvan gewerkt wordt? Zijn er mogelijkheden voor goede informatieoverdracht tussen zorgverleners ja / nee Is er een kwaliteitscyclus voor de stoppen-met-rokenzorg op basis waarvan gewerkt wordt Is het zorgnetwerk compleet (incl gespecialiseerde verslavingszorg) ja / nee Echter, terugval kan nog jaren na de stoppoging optreden In onderzoek wordt vaak de termijn van zes maanden of één jaar na de stoppoging gebruikt om vast te stellen of iemand blijvend gestopt is met roken Daarom, en voor de haalbaarheid om dit in de MPS vast te leggen, is hier gekozen voor de termijn van één jaar om te meten of iemand blijvend gestopt is (<LEEFTIJD> jaar continue abstinentie) Dit wordt gemeten één jaar na de stopdatum  egionale aanbieders van evidence-based stoppen met roken zorg zijn te vinden op https //(WEBLINK) en (WEBLINK) De Zorgstandaard Tabaksverslaving is van toepassing op iedereen die tabak rookt Generieke modules die op leefstijl van toepassing zijn kunnen ten opzichte van de Zorgstandaard Tabaksverslaving als complementair worden beschouwd De zorgverlener speelt een belangrijke rol in de implementatie van de Zorgstandaard Tabaksverslaving In feite hebben alle zorgverleners gezien de gezondheidsschade van roken een taak in de behandeling van tabaksverslaving Benadrukt moet worden dat niet iedere zorgverlener en discipline ‘alles’ hoeft te doen het gaat om ondersteuning van het stoppen-metrokenproces in een netwerkbenadering De zorgverlener dient hiertoe voldoende ondersteund te worden door middel van scholing en afspraken rond de inkoop van gebruikt worden om afspraken over de behandeling te maken en kan daarmee een instrument zijn voor het inkopen van de zorg Een andere belangrijke implementatiefactor.
579
nvog
kwaliteitscyclus voor de stoppen-met-rokenzorg op basis waarvan gewerkt wordt Is het zorgnetwerk compleet (incl gespecialiseerde verslavingszorg) ja / nee Echter, terugval kan nog jaren na de stoppoging optreden In onderzoek wordt vaak de termijn van zes maanden of één jaar na de stoppoging gebruikt om vast te stellen of iemand blijvend gestopt is met roken Daarom, en voor de haalbaarheid om dit in de MPS vast te leggen, is hier gekozen voor de termijn van één jaar om te meten of iemand blijvend gestopt is (<LEEFTIJD> jaar continue abstinentie) Dit wordt gemeten één jaar na de stopdatum  egionale aanbieders van evidence-based stoppen met roken zorg zijn te vinden op https //(WEBLINK) en (WEBLINK) De Zorgstandaard Tabaksverslaving is van toepassing op iedereen die tabak rookt Generieke modules die op leefstijl van toepassing zijn kunnen ten opzichte van de Zorgstandaard Tabaksverslaving als complementair worden beschouwd De zorgverlener speelt een belangrijke rol in de implementatie van de Zorgstandaard Tabaksverslaving In feite hebben alle zorgverleners gezien de gezondheidsschade van roken een taak in de behandeling van tabaksverslaving Benadrukt moet worden dat niet iedere zorgverlener en discipline ‘alles’ hoeft te doen het gaat om ondersteuning van het stoppen-metrokenproces in een netwerkbenadering De zorgverlener dient hiertoe voldoende ondersteund te worden door middel van scholing en afspraken rond de inkoop van gebruikt worden om afspraken over de behandeling te maken en kan daarmee een instrument zijn voor het inkopen van de zorg Een andere belangrijke implementatiefactor De toepassing van de Zorgstandaard Tabaksverslaving wordt in dit hoofdstuk beschreven aan de hand van de relatie van deze Zorgstandaard met andere zorgstandaarden en -modules en Een Zorgstandaard voor een bepaalde chronische aandoening bestaat uit onder andere een ziekte-specifieke module en een aantal generieke modules, passend bij de betreffende chronische aandoening [#] De Zorgstandaard Tabaksverslaving is van toepassing op alle rokers, alsook op alle chronische aandoeningen waar stoppen met roken van belang is de Zorgstandaard Astma Volwassenen [##-##] De submodule ‘<PERSOON> onderkenning en preventie’ in een ziekte-specifieke Zorgstandaard kan voor een groot deel verwijzen naar generieke modules Bijvoorbeeld, de Zorgstandaard COPD kan het onderdeel preventie voor een groot deel invullen met een verwijzing naar de Zorgstandaard Tabaksverslaving Een omgekeerde verwijzing vindt ook plaats In de ziekte-specifieke addities van de Zorgstandaard (COPD, Diabetes en Cardiovasculair Risicomanagement) waar stoppen met roken van toepassing is Ten opzichte van de Zorgstandaard Obesitas verhoudt de Zorgstandaard Tabaksverslaving zich over het algemeen als complementair, omdat in beide gevallen sprake is van het belang van een gezonde leefstijl [##] De Zorgstandaard Tabaksverslaving verwijst ook naar de Richtlijn Detoxificatie en de Cognitieve Gedragstherapie Stoppen met Roken, waarin de behandeling van tabaksverslaving binnen de verslavingszorg specifiek wordt beschreven Verschillende generieke modules kunnen naast elkaar bestaan en kunnen onderdeel zijn van een (andere) Zorgstandaard De Zorgstandaard Tabaksverslaving verhoudt zich complementair Stoppen met Roken[##], welke aansluit op de herziene multidisciplinaire richtlijn [#] en het verhoudt zich ten opzichte van andere generieke modules, daar waar van toepassing, ook als complementair.
589
nvog
toepassing van de Zorgstandaard Tabaksverslaving wordt in dit hoofdstuk beschreven aan de hand van de relatie van deze Zorgstandaard met andere zorgstandaarden en -modules en Een Zorgstandaard voor een bepaalde chronische aandoening bestaat uit onder andere een ziekte-specifieke module en een aantal generieke modules, passend bij de betreffende chronische aandoening [#] De Zorgstandaard Tabaksverslaving is van toepassing op alle rokers, alsook op alle chronische aandoeningen waar stoppen met roken van belang is de Zorgstandaard Astma Volwassenen [##-##] De submodule ‘<PERSOON> onderkenning en preventie’ in een ziekte-specifieke Zorgstandaard kan voor een groot deel verwijzen naar generieke modules Bijvoorbeeld, de Zorgstandaard COPD kan het onderdeel preventie voor een groot deel invullen met een verwijzing naar de Zorgstandaard Tabaksverslaving Een omgekeerde verwijzing vindt ook plaats In de ziekte-specifieke addities van de Zorgstandaard (COPD, Diabetes en Cardiovasculair Risicomanagement) waar stoppen met roken van toepassing is Ten opzichte van de Zorgstandaard Obesitas verhoudt de Zorgstandaard Tabaksverslaving zich over het algemeen als complementair, omdat in beide gevallen sprake is van het belang van een gezonde leefstijl [##] De Zorgstandaard Tabaksverslaving verwijst ook naar de Richtlijn Detoxificatie en de Cognitieve Gedragstherapie Stoppen met Roken, waarin de behandeling van tabaksverslaving binnen de verslavingszorg specifiek wordt beschreven Verschillende generieke modules kunnen naast elkaar bestaan en kunnen onderdeel zijn van een (andere) Zorgstandaard De Zorgstandaard Tabaksverslaving verhoudt zich complementair Stoppen met Roken[##], welke aansluit op de herziene multidisciplinaire richtlijn [#] en het verhoudt zich ten opzichte van andere generieke modules, daar waar van toepassing, ook als complementair voorlichting en educatie, bewegen, en voeding en dieet Hierbij dient te worden opgemerkt dat roken, daar waar het volgens de DSM # een tabaksverslaving betreft, wezenlijk verschilt van leefstijlfactoren zoals bewegen, voeding en dieet De Zorgstandaard Tabaksverslaving verwijst, daar waar de inhoud van belang is voor stoppen met roken, naar zorgmodules zoals de Zorgmodule Bewegen [##] De Zorgstandaard Tabaksverslaving noemt hier de Zorgmodule Bewegen, omdat bewegen een bijzonder accent heeft bij stoppen met roken en mogelijk ingezet kan worden om het zelfmanagement van de patiënt te vergroten Bewegen geeft een goede afleiding bij het stoppen voor de patiënt, heeft een positief effect op stoppen met roken en compenseert de mogelijke gewichtstoename [#] Een ander voorbeeld is voorlichting en educatie, aangezien dat belangrijke aspecten zijn van de stoppen-met-rokenzorg Dit zou zowel individueel als in groepsverband kunnen plaatsvinden Bij een dergelijke (nog te ontwikkelen) zorgmodule voorlichting en educatie zou daar naar verwezen kunnen worden Uiteraard zijn hier ook andere voorbeelden en verwijzingen mogelijk Daarnaast is het mogelijk dat andere (nog te ontwikkelen) zorgmodules en/of zorgstandaarden naar de Zorgstandaard Tabaksverslaving verwijzen, daar waar stoppen met roken van toepassing is of van belang is Bovendien kunnen verschillende generieke modules een gecombineerde leefstijlinterventie vormen, waarin de Zorgstandaard Tabaksverslaving een mogelijke rol speelt De inzet van de zorgverlener is een belangrijk aspect voor de implementatie van de Zorgstandaard Tabaksverslaving In feite hebben alle zorgverleners gezien de gezondheidsschade van roken een taak in de behandeling van tabaksverslaving Vrijwel.
586
nvog
voorlichting en educatie, bewegen, en voeding en dieet Hierbij dient te worden opgemerkt dat roken, daar waar het volgens de DSM # een tabaksverslaving betreft, wezenlijk verschilt van leefstijlfactoren zoals bewegen, voeding en dieet De Zorgstandaard Tabaksverslaving verwijst, daar waar de inhoud van belang is voor stoppen met roken, naar zorgmodules zoals de Zorgmodule Bewegen [##] De Zorgstandaard Tabaksverslaving noemt hier de Zorgmodule Bewegen, omdat bewegen een bijzonder accent heeft bij stoppen met roken en mogelijk ingezet kan worden om het zelfmanagement van de patiënt te vergroten Bewegen geeft een goede afleiding bij het stoppen voor de patiënt, heeft een positief effect op stoppen met roken en compenseert de mogelijke gewichtstoename [#] Een ander voorbeeld is voorlichting en educatie, aangezien dat belangrijke aspecten zijn van de stoppen-met-rokenzorg Dit zou zowel individueel als in groepsverband kunnen plaatsvinden Bij een dergelijke (nog te ontwikkelen) zorgmodule voorlichting en educatie zou daar naar verwezen kunnen worden Uiteraard zijn hier ook andere voorbeelden en verwijzingen mogelijk Daarnaast is het mogelijk dat andere (nog te ontwikkelen) zorgmodules en/of zorgstandaarden naar de Zorgstandaard Tabaksverslaving verwijzen, daar waar stoppen met roken van toepassing is of van belang is Bovendien kunnen verschillende generieke modules een gecombineerde leefstijlinterventie vormen, waarin de Zorgstandaard Tabaksverslaving een mogelijke rol speelt De inzet van de zorgverlener is een belangrijk aspect voor de implementatie van de Zorgstandaard Tabaksverslaving In feite hebben alle zorgverleners gezien de gezondheidsschade van roken een taak in de behandeling van tabaksverslaving Vrijwel samenhangende gezondheidsschade Alle zorgverleners dienen daarom onderdeel # (Adviseren om te stoppen met roken) van de stoppen-met-rokenzorg toe te passen Het is van groot belang dat zorgverleners dit zien als hun taak [##] Hierin kunnen beroepsverenigingen een faciliterende rol spelen, bijvoorbeeld door het belang te benadrukken en een specifieke werkinstructie/richtlijn te ontwikkelen voor de eigen beroepsgroep Benadrukt moet worden dat niet iedere zorgverlener en discipline ‘alles’ hoeft te doen het gaat om ondersteuning van het stoppen met roken in een netwerkbenadering of zorgketen Doorverwijzing voor meer intensieve zorg (onderdeel # en #) naar verder gespecialiseerde zorgverleners is mogelijk Hiermee worden verschillende barrières in het verlenen van stoppen-met-rokenzorg, zoals tijdgebrek, interferentie met andere taken en gebrek aan training voor intensieve zorg De zorgverlener heeft als taak zich goed op de hoogte te stellen van de Zorgstandaard en de bijbehorende vereisten en deze toe te passen De zorgverlener dient hierin ondersteund te worden Hiertoe dienen alle zorgverleners geschoold te zijn in het adviseren om te stoppen met roken Deze scholing dient structureel aandacht te krijgen in elke opleiding en moet daarnaast beschikbaar zijn door middel van bijvoorbeeld nascholingen, e-learning programma’s of andere (elektronische) methoden [##] Het is van belang dat de zorgverlener beschikt over de kennis en vaardigheden om vanuit sociaal-culturele en sociaaleconomische kenmerken aan te sluiten bij de leefwereld en de mate van geletterdheid van de patiënt De meerderheid van de rokers heeft immers een lagere socio-economische status [#] Het is bovendien wenselijk dat steeds.
582
nvog
gezondheidsschade Alle zorgverleners dienen daarom onderdeel # (Adviseren om te stoppen met roken) van de stoppen-met-rokenzorg toe te passen Het is van groot belang dat zorgverleners dit zien als hun taak [##] Hierin kunnen beroepsverenigingen een faciliterende rol spelen, bijvoorbeeld door het belang te benadrukken en een specifieke werkinstructie/richtlijn te ontwikkelen voor de eigen beroepsgroep Benadrukt moet worden dat niet iedere zorgverlener en discipline ‘alles’ hoeft te doen het gaat om ondersteuning van het stoppen met roken in een netwerkbenadering of zorgketen Doorverwijzing voor meer intensieve zorg (onderdeel # en #) naar verder gespecialiseerde zorgverleners is mogelijk Hiermee worden verschillende barrières in het verlenen van stoppen-met-rokenzorg, zoals tijdgebrek, interferentie met andere taken en gebrek aan training voor intensieve zorg De zorgverlener heeft als taak zich goed op de hoogte te stellen van de Zorgstandaard en de bijbehorende vereisten en deze toe te passen De zorgverlener dient hierin ondersteund te worden Hiertoe dienen alle zorgverleners geschoold te zijn in het adviseren om te stoppen met roken Deze scholing dient structureel aandacht te krijgen in elke opleiding en moet daarnaast beschikbaar zijn door middel van bijvoorbeeld nascholingen, e-learning programma’s of andere (elektronische) methoden [##] Het is van belang dat de zorgverlener beschikt over de kennis en vaardigheden om vanuit sociaal-culturele en sociaaleconomische kenmerken aan te sluiten bij de leefwereld en de mate van geletterdheid van de patiënt De meerderheid van de rokers heeft immers een lagere socio-economische status [#] Het is bovendien wenselijk dat steeds relevant in alle gesprekken die gaan over gedragsverandering en daarmee niet beperkt tot stoppen met roken In de toekomst zouden rokers dan voor zowel onderdeel # (adviseren) als onderdeel # (motiveren) terecht kunnen bij de eigen zorgverlener, wat de kans op uitval door De zorgverlener wordt verder ondersteund in het implementeren van de Zorgstandaard door het actief hanteren van de Zorgstandaard bij de inkoop van de stoppen-met-rokenzorg (zie hieronder) Daarmee wordt de Zorgstandaard een factor in de marktpositie van de zorgaanbieders Bovendien is het aanleveren van transparante kwaliteitsinformatie en dus het hebben van een actief kwaliteitsbeleid een vereiste, wat weer leidt tot het verbeteren van het zorgaanbod Deze dynamiek zal bijdragen aan de implementatie van de Zorgstandaard Het is hierin van groot belang dat de bekostiging van stoppen-met-rokenzorg aansluit bij het <INSTELLING> (aandoening) en het beloop (groot terugvalrisico) van een tabaksverslaving Het is bovendien wenselijk dat financiële drempels voor stoppen-met-rokenzorg worden weggenomen, zodat de zorg ook toegankelijk is voor rokers met een lagere socio-economische status achtergrond (d w z , de meerderheid van de rokers) [#] De werkgroep adviseert hierom sterk dat het eigen risico niet wordt aangesproken voor stoppen-met-rokenzorg; dat het binnen ondernemen, eventueel met verschillende vormen van ondersteuning (bijvoorbeeld gebruik van medicatie bij een tweede poging, na een mislukte poging met nicotinevervangende middelen); en dat de stoppen-met-rokenzorg ook in de tweede lijn (bijvoorbeeld voor patiënten die in behandeling zijn voor een tabaksgerelateerde, of door roken beïnvloedbare aandoening) en de derde lijn (bijvoorbeeld de verslavingszorg) wordt vergoed.
600
nvog
relevant in alle gesprekken die gaan over gedragsverandering en daarmee niet beperkt tot stoppen met roken In de toekomst zouden rokers dan voor zowel onderdeel # (adviseren) als onderdeel # (motiveren) terecht kunnen bij de eigen zorgverlener, wat de kans op uitval door De zorgverlener wordt verder ondersteund in het implementeren van de Zorgstandaard door het actief hanteren van de Zorgstandaard bij de inkoop van de stoppen-met-rokenzorg (zie hieronder) Daarmee wordt de Zorgstandaard een factor in de marktpositie van de zorgaanbieders Bovendien is het aanleveren van transparante kwaliteitsinformatie en dus het hebben van een actief kwaliteitsbeleid een vereiste, wat weer leidt tot het verbeteren van het zorgaanbod Deze dynamiek zal bijdragen aan de implementatie van de Zorgstandaard Het is hierin van groot belang dat de bekostiging van stoppen-met-rokenzorg aansluit bij het <INSTELLING> (aandoening) en het beloop (groot terugvalrisico) van een tabaksverslaving Het is bovendien wenselijk dat financiële drempels voor stoppen-met-rokenzorg worden weggenomen, zodat de zorg ook toegankelijk is voor rokers met een lagere socio-economische status achtergrond (d w z , de meerderheid van de rokers) [#] De werkgroep adviseert hierom sterk dat het eigen risico niet wordt aangesproken voor stoppen-met-rokenzorg; dat het binnen ondernemen, eventueel met verschillende vormen van ondersteuning (bijvoorbeeld gebruik van medicatie bij een tweede poging, na een mislukte poging met nicotinevervangende middelen); en dat de stoppen-met-rokenzorg ook in de tweede lijn (bijvoorbeeld voor patiënten die in behandeling zijn voor een tabaksgerelateerde, of door roken beïnvloedbare aandoening) en de derde lijn (bijvoorbeeld de verslavingszorg) wordt vergoed Een belangrijke implementatiefactor is het actief hanteren van de Zorgstandaard Tabaksverslaving bij de inkoop van de zorg door zorgverzekeraars De Zorgstandaard Tabaksverslaving kan als uitgangspunt gebruikt worden om afspraken over de behandeling te maken en kan daarmee een instrument zijn voor het inkopen van de zorg De inkoop van de stoppen-met-rokenzorg zou kunnen plaatsvinden als onderdeel van een complete Zorgstandaard (bijvoorbeeld voor COPD) Stoppen met roken is dan een onderdeel van de totale behandeling van een ziekte (zorggerelateerde preventie) Daarnaast kan de stoppenmet-rokenzorg op zichzelf staan en zou zelfstandig ingekocht kunnen worden met als doel om De context waarin de stoppen-met-rokenzorg wordt verleend is van groot belang voor het succes van de implementatie van de Zorgstandaard Hierin spelen veel verschillende factoren een rol, waarvan een aantal hier wordt genoemd Het is van belang dat er beschikking is over voldoende tijd en contactmomenten per patiënt tijdens de behandeling Hierbij geldt dat de tijdsinvestering relatief beperkt is voor zorgverleners die patiënten verwijzen voor stoppenmet-rokenzorg, in plaats van deze zelf uit te voeren Toch komt voldoende tijd ook het een goede Zorgverleners die verwijzen dienen op de hoogte te zijn van aanbieders van evidencebased stoppen-met-rokenzorg in de regio, bijvoorbeeld via de sociale kaart van het Trimbosinstituut (https //(WEBLINK)) of het Kwaliteitsregister Stoppen met Roken van het Partnership Stoppen met Roken ((WEBLINK)) Het is vanzelfsprekend van groot belang dat het regionale aanbod van effectieve stoppen-metrokenzorg toereikend is Indien er onvoldoende goede verwijsmogelijkheden beschikbaar zijn.
584
nvog
belangrijke implementatiefactor is het actief hanteren van de Zorgstandaard Tabaksverslaving bij de inkoop van de zorg door zorgverzekeraars De Zorgstandaard Tabaksverslaving kan als uitgangspunt gebruikt worden om afspraken over de behandeling te maken en kan daarmee een instrument zijn voor het inkopen van de zorg De inkoop van de stoppen-met-rokenzorg zou kunnen plaatsvinden als onderdeel van een complete Zorgstandaard (bijvoorbeeld voor COPD) Stoppen met roken is dan een onderdeel van de totale behandeling van een ziekte (zorggerelateerde preventie) Daarnaast kan de stoppenmet-rokenzorg op zichzelf staan en zou zelfstandig ingekocht kunnen worden met als doel om De context waarin de stoppen-met-rokenzorg wordt verleend is van groot belang voor het succes van de implementatie van de Zorgstandaard Hierin spelen veel verschillende factoren een rol, waarvan een aantal hier wordt genoemd Het is van belang dat er beschikking is over voldoende tijd en contactmomenten per patiënt tijdens de behandeling Hierbij geldt dat de tijdsinvestering relatief beperkt is voor zorgverleners die patiënten verwijzen voor stoppenmet-rokenzorg, in plaats van deze zelf uit te voeren Toch komt voldoende tijd ook het een goede Zorgverleners die verwijzen dienen op de hoogte te zijn van aanbieders van evidencebased stoppen-met-rokenzorg in de regio, bijvoorbeeld via de sociale kaart van het Trimbosinstituut (https //(WEBLINK)) of het Kwaliteitsregister Stoppen met Roken van het Partnership Stoppen met Roken ((WEBLINK)) Het is vanzelfsprekend van groot belang dat het regionale aanbod van effectieve stoppen-metrokenzorg toereikend is Indien er onvoldoende goede verwijsmogelijkheden beschikbaar zijn In dit geval wordt ook geadviseerd om binnen het lokale zorgnetwerk te bespreken hoe dit aanbod vergroot kan worden (door middel van scholing van lokale zorgverleners, of aantrekken van nieuwe zorgverleners), dit in nauwe afstemming met de zorgverzekeraar Naast individuele stoppenmet-rokenzorg is zorg voor de ‘populatie’ ook van belang Als rookstatus structureel goed wordt vastgelegd geeft dit mogelijkheden om rokers groepsgewijs te benaderen om de lokale/ regionale stoppen-met-rokenzorg onder de aandacht te brengen Deze vorm van populatiemanagement kent op dit moment nog geen passende bekostiging De stoppen-met-rokenzorg dient toegankelijk en bereikbaar te zijn voor de patiënt (ook voor minder validen en mensen met een verstandelijke beperking) Naast het wegnemen van financiële drempels (zoals hierboven genoemd) dient de stoppen-met-rokenzorg bij voorkeur lokaal beschikbaar te zijn Hiernaast dient er voldoende informatie en voorlichtingsmateriaal te zijn voor patiënten en voor zorgverleners Materiaal voor patiënten dient toegankelijk en begrijpelijk te zijn voor de ‘gemiddelde roker’, dat wil zeggen de roker met een lagere socio-economische status ## Informatie en voorlichtingsmateriaal voor patiënten is te vinden en voor zorgverleners op https //(WEBLINK) Ook is het wenselijk dat farmaceutische hulpmiddelen (als onderdeel van een gedragsmatige behandeling) tijdig Regelingen en afspraken kunnen de implementatie van de Zorgstandaard faciliteren en dienen goed te worden vastgelegd en kunnen zodoende als annex aan de Zorgstandaard worden toegevoegd Annexen bevatten regelingen en afspraken die vereist zijn voor de feitelijke toepassing van de Zorgstandaard in het traject van inkoop van de zorg Bijvoorbeeld een.
571
nvog
geadviseerd om binnen het lokale zorgnetwerk te bespreken hoe dit aanbod vergroot kan worden (door middel van scholing van lokale zorgverleners, of aantrekken van nieuwe zorgverleners), dit in nauwe afstemming met de zorgverzekeraar Naast individuele stoppenmet-rokenzorg is zorg voor de ‘populatie’ ook van belang Als rookstatus structureel goed wordt vastgelegd geeft dit mogelijkheden om rokers groepsgewijs te benaderen om de lokale/ regionale stoppen-met-rokenzorg onder de aandacht te brengen Deze vorm van populatiemanagement kent op dit moment nog geen passende bekostiging De stoppen-met-rokenzorg dient toegankelijk en bereikbaar te zijn voor de patiënt (ook voor minder validen en mensen met een verstandelijke beperking) Naast het wegnemen van financiële drempels (zoals hierboven genoemd) dient de stoppen-met-rokenzorg bij voorkeur lokaal beschikbaar te zijn Hiernaast dient er voldoende informatie en voorlichtingsmateriaal te zijn voor patiënten en voor zorgverleners Materiaal voor patiënten dient toegankelijk en begrijpelijk te zijn voor de ‘gemiddelde roker’, dat wil zeggen de roker met een lagere socio-economische status ## Informatie en voorlichtingsmateriaal voor patiënten is te vinden en voor zorgverleners op https //(WEBLINK) Ook is het wenselijk dat farmaceutische hulpmiddelen (als onderdeel van een gedragsmatige behandeling) tijdig Regelingen en afspraken kunnen de implementatie van de Zorgstandaard faciliteren en dienen goed te worden vastgelegd en kunnen zodoende als annex aan de Zorgstandaard worden toegevoegd Annexen bevatten regelingen en afspraken die vereist zijn voor de feitelijke toepassing van de Zorgstandaard in het traject van inkoop van de zorg Bijvoorbeeld een zorggroep kan in de annex worden opgenomen Verschillende instanties zijn voor de annexen verantwoordelijk VWS, NZa, zorgverzekeraars in overleg met zorgaanbieders, IGZ-ZiZo,  ie bijvoorbeeld de Checklist Toegankelijke informatie, ontwikkeld door PHAROS Expertisecentrum voor # Partnership Stop met Roken, Zorgmodule Stoppen met Roken ###, Partnership Stop met # Trimbos Instituut, Richtlijn Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken # ZonMw, Standaard voor Zorgstandaarden een tussentijds rapport over het model voor zorgstandaarden bij chronische aandoeningen ###, Coördinatieplatform Zorgstandaarden, over roken, stoppen met roken, meeroken en het gebruik van elektronische sigaretten ###, # Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Gezondheidsenquête / Leefstijlmonitor ### ##<DATUM> Bricard, D , et al , Educational inequalities in smoking over the life cycle an analysis by cohort and gender International Journal of Public Health, ### ## p #<DATUM> # Reid, J L , et al , Socioeconomic disparities in quit intentions, quit attempts, and smoking abstinence among smokers in four western countries Findings from the International Tobacco Control Four Country Survey Nicotine & Tobacco Research, ### ## Suppl p S##-## tabaksontmoedigende beleidsmaatregelen onder rokers met een lage sociaaleconomische # US Department of Health and <PERSOON> consequences of smoking- ## years of progress <PERSOON> of the Surgeon General ###, Department of Health and Human Services, Centers for Disease Control and Prevention, National Center for Chronic Disease Prevention and Health Promotion, Office on Smoking and Health, ## Atlanta.
643
nvog
zijn voor de annexen verantwoordelijk VWS, NZa, zorgverzekeraars in overleg met zorgaanbieders, IGZ-ZiZo,  ie bijvoorbeeld de Checklist Toegankelijke informatie, ontwikkeld door PHAROS Expertisecentrum voor # Partnership Stop met Roken, Zorgmodule Stoppen met Roken ###, Partnership Stop met # Trimbos Instituut, Richtlijn Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken # ZonMw, Standaard voor Zorgstandaarden een tussentijds rapport over het model voor zorgstandaarden bij chronische aandoeningen ###, Coördinatieplatform Zorgstandaarden, over roken, stoppen met roken, meeroken en het gebruik van elektronische sigaretten ###, # Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Gezondheidsenquête / Leefstijlmonitor ### ##<DATUM> Bricard, D , et al , Educational inequalities in smoking over the life cycle an analysis by cohort and gender International Journal of Public Health, ### ## p #<DATUM> # Reid, J L , et al , Socioeconomic disparities in quit intentions, quit attempts, and smoking abstinence among smokers in four western countries Findings from the International Tobacco Control Four Country Survey Nicotine & Tobacco Research, ### ## Suppl p S##-## tabaksontmoedigende beleidsmaatregelen onder rokers met een lage sociaaleconomische # US Department of Health and <PERSOON> consequences of smoking- ## years of progress <PERSOON> of the Surgeon General ###, Department of Health and Human Services, Centers for Disease Control and Prevention, National Center for Chronic Disease Prevention and Health Promotion, Office on Smoking and <PERSOON>, N H , et al , NHG-Standaard Stoppen met roken Huisarts & Wetenschap, ### ## <PERSOON> intake and its control over smoking, in Nicotine psychopharmacology molecular, cellular and behavioural aspects, <PERSOON>, M A H <PERSOON>, and <PERSOON> statistical classification of diseases and related health problems ##th ed ###, World Health Organization Geneve ## World Health Organization, International classification of primary care #nd ed ###, World ## American Psychiatric Association, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders #th ## <PERSOON> aspects of human performance are truly enhanced by nicotine? ## Pisinger, C , et al , Motives to quit smoking and reasons to relapse differ by socioeconomic ## Buczkowski, K , et al , Motivations toward smoking cessation, reasons for relapse, and modes of quitting results from a qualitative study among former and current smokers <PERSOON> stand van zaken uit de literatuur ###, Trimbos-instituut <LOCATIE> ## Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging, Factsheet meeroken ###, Trimbosinstituut <LOCATIE> Nationale Drug Monitor Jaarbericht ### ###, Trimbos-instituut Den Haag ## <INSTELLING>, Volksgezondheid Toekomst Verkenning ### Een gezond vooruitzicht Synthese ###, ## Doll, R , et al , Mortality in relation to smoking ## years’ observations on male British doctors.
688
nvog
## Chavannes, N H , et al , NHG-Standaard Stoppen met roken Huisarts & Wetenschap, ### ## <PERSOON> intake and its control over smoking, in Nicotine psychopharmacology molecular, cellular and behavioural aspects, <PERSOON>, M A H <PERSOON>, and <PERSOON> statistical classification of diseases and related health problems ##th ed ###, World Health Organization Geneve ## World Health Organization, International classification of primary care #nd ed ###, World ## American Psychiatric Association, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders #th ## <PERSOON> aspects of human performance are truly enhanced by nicotine? ## Pisinger, C , et al , Motives to quit smoking and reasons to relapse differ by socioeconomic ## Buczkowski, K , et al , Motivations toward smoking cessation, reasons for relapse, and modes of quitting results from a qualitative study among former and current smokers <PERSOON> stand van zaken uit de literatuur ###, Trimbos-instituut <LOCATIE> ## Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging, Factsheet meeroken ###, Trimbosinstituut <LOCATIE> Nationale Drug Monitor Jaarbericht ### ###, Trimbos-instituut Den Haag ## <INSTELLING>, Volksgezondheid Toekomst Verkenning ### Een gezond vooruitzicht Synthese ###, ## Doll, R , et al , Mortality in relation to smoking ## years’ observations on male British doctors <PERSOON>, and <PERSOON> cause of death in young Dutch people the cigarette Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, ### ### p ## Addendum werkgroep, Addendum Behandeling van tabaksverslaving en stoppen-metroken ondersteuning bij zwangere vrouwen Addendum bij de richtlijn “Behandeling van ## Chavannes, N , et al , NHG-Behandelrichtlijn Stoppen met roken ###, <PERSOON> spelen een grote rol bij stoppen met roken Herziening Behandelrichtlijn Stoppen met roken Huisarts & Wetenschap, ### ##(#) p ##-## ## De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, Zelfzorgstandaard Stoppen met roken, in Standaarden voor Zelfzorg, #e druk ###, De Koninklijke Nederlandse ## Stichting Resultaten Scoren - Kenniscentrum Verslaving, Richtlijn Detoxificatie van psychoactieve middelen Verantwoord ambulant of intramuraal detoxificeren ###, Stichting ## Long Alliantie <LOCATIE> (LAN), Zorgstandaard COPD ###, Long Alliantie <LOCATIE> ## Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), Zorgstandaard Diabetes ###, Nederlandse Diabetes ## Platform Vitale Vaten, Zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement ###, Platform Vitale ## Long Alliantie <LOCATIE> (LAN), Zorgstandaard astma Volwassenen ###, Long <PERSOON-##>, and <PERSOON-##> for preoperative smoking cessation ## <PERSOON-##>, and <PERSOON-##>, in Farmacotherapie bij verslaving, <PERSOON-##>, et al.
703
nvog
<PERSOON>, and <PERSOON> cause of death in young Dutch people the cigarette Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, ### ### p ## Addendum werkgroep, Addendum Behandeling van tabaksverslaving en stoppen-metroken ondersteuning bij zwangere vrouwen Addendum bij de richtlijn “Behandeling van ## Chavannes, N , et al , NHG-Behandelrichtlijn Stoppen met roken ###, <PERSOON> spelen een grote rol bij stoppen met roken Herziening Behandelrichtlijn Stoppen met roken Huisarts & Wetenschap, ### ##(#) p ##-## ## De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, Zelfzorgstandaard Stoppen met roken, in Standaarden voor Zelfzorg, #e druk ###, De Koninklijke Nederlandse ## Stichting Resultaten Scoren - Kenniscentrum Verslaving, Richtlijn Detoxificatie van psychoactieve middelen Verantwoord ambulant of intramuraal detoxificeren ###, Stichting ## Long Alliantie <LOCATIE> (LAN), Zorgstandaard COPD ###, Long Alliantie <LOCATIE> ## Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), Zorgstandaard Diabetes ###, Nederlandse Diabetes ## Platform Vitale Vaten, Zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement ###, Platform Vitale ## Long Alliantie <LOCATIE> (LAN), Zorgstandaard astma Volwassenen ###, Long <PERSOON>, and <PERSOON> for preoperative smoking cessation ## <PERSOON>, and <PERSOON>, in Farmacotherapie bij verslaving, <PERSOON>, et al ###, Prelum <LOCATIE> ## Patkar, A A , et al , Tobacco smoking current concepts in etiology and treatment <PERSOON>, J M and <PERSOON-##> tobacco among individuals with a mental illness or ## Unrod, M , et al , Smoking cessation efforts among substance abusers with and without ## <PERSOON-##>, D S C M , De bereidheid tot toepassing van een meeroken interventie en daarbij mogelijke succes- en faalfactoren onder de jeugdgezondheidszorg # t/m <LEEFTIJD> jaar ###, ## Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging, Notitie derdehands rook ###, <PERSOON-##> smoking and parenting, Associations between smoking related parental behaviors and adolescent smoking, in <PERSOON-##>, and <PERSOON-##> for successful smoking cessation with bupropion in daily practice Pharm World Sci, ### ##(#) p #<DATUM> ## Fiore, M C , et al , Treating tobacco use and dependence Clinical Practice Guideline ###, US Department of Health and Human Services Public Health Service Rockville, MD ## Fiore, M C , et al , Treating tobacco use and dependence Clinical Practice Guideline ### update ###, US Department of Health and Human Services Public Health Service Rockville, ## Miller, R W and <PERSOON-##>.
668
nvog
###, Prelum <LOCATIE> ## Patkar, A A , et al , Tobacco smoking current concepts in etiology and treatment <PERSOON>, J M and <PERSOON> tobacco among individuals with a mental illness or ## Unrod, M , et al , Smoking cessation efforts among substance abusers with and without ## <PERSOON>, D S C M , De bereidheid tot toepassing van een meeroken interventie en daarbij mogelijke succes- en faalfactoren onder de jeugdgezondheidszorg # t/m <LEEFTIJD> jaar ###, ## Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging, Notitie derdehands rook ###, <PERSOON> smoking and parenting, Associations between smoking related parental behaviors and adolescent smoking, in <PERSOON>, and <PERSOON> for successful smoking cessation with bupropion in daily practice Pharm World Sci, ### ##(#) p #<DATUM> ## Fiore, M C , et al , Treating tobacco use and dependence Clinical Practice Guideline ###, US Department of Health and Human Services Public Health Service Rockville, MD ## Fiore, M C , et al , Treating tobacco use and dependence Clinical Practice Guideline ### update ###, US Department of Health and Human Services Public Health Service Rockville, ## Miller, R W and <PERSOON> ###, NY ## Hughes, J R , J <PERSOON>, and <PERSOON> of the relapse curve and long-term abstinence ## <PERSOON-##>, and <PERSOON-##> to smoking after # year of abstinence <PERSOON-##>, J and <PERSOON-##>, A minimum #-month prolonged abstinence should be required for evaluating smoking cessation trials Nicotine Tob Res, ### # p ##<DATUM> ## <PERSOON-##>, W and <PERSOON-##> tabaksverslaving Bij het behandelprotocol Cognitieve Gedragstherapie bij problematisch middelengebruik en gokken ###, Stichting ## Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz, Zorgstandaard Opiaatverslaving ###, Netwerk ## Colsen, P J A and <PERSOON-##> een model ten behoeve van integrale ## Partnership Overgewicht <LOCATIE>, Zorgstandaard Obesitas ###, Partnership Overgewicht ## Nederlands Huisartsen Genootschap, NHG-Zorgmodule Leefstijl Roken ###, Nederlands ## Nederlands Huisartsen Genootschap, De nieuwe NHG-Zorgmodules Leefstijl Huisarts & ## Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, Zorgmodule Bewegen ###, ## <PERSOON-##>, and <PERSOON-##> smoking cessation healthcare professionals Manuscript submitted for publication, ### ## <PERSOON-##>, E , et al , Determinants of providing smoking cessation care in five groups of healthcare professionals A cross-sectional comparison <PERSOON-##> and Counseling, ###, and summary-sheets a mixed-method evaluation.
688
nvog
###, NY ## Hughes, J R , J <PERSOON>, and <PERSOON> of the relapse curve and long-term abstinence ## <PERSOON>, and <PERSOON> to smoking after # year of abstinence <PERSOON>, J and <PERSOON>, A minimum #-month prolonged abstinence should be required for evaluating smoking cessation trials Nicotine Tob Res, ### # p ##<DATUM> ## <PERSOON>, W and <PERSOON> tabaksverslaving Bij het behandelprotocol Cognitieve Gedragstherapie bij problematisch middelengebruik en gokken ###, Stichting ## Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz, Zorgstandaard Opiaatverslaving ###, Netwerk ## Colsen, P J A and <PERSOON> een model ten behoeve van integrale ## Partnership Overgewicht <LOCATIE>, Zorgstandaard Obesitas ###, Partnership Overgewicht ## Nederlands Huisartsen Genootschap, NHG-Zorgmodule Leefstijl Roken ###, Nederlands ## Nederlands Huisartsen Genootschap, De nieuwe NHG-Zorgmodules Leefstijl Huisarts & ## Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, Zorgmodule Bewegen ###, ## <PERSOON-##>, and <PERSOON-##> smoking cessation healthcare professionals Manuscript submitted for publication, ### ## <PERSOON-##>, E , et al , Determinants of providing smoking cessation care in five groups of healthcare professionals A cross-sectional comparison <PERSOON-##> and Counseling, ###, and summary-sheets a mixed-method evaluation ## American Psychiatric Association, Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen ## <INSTELLING> Nationaal Kompas Volksgezondheid Roken De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van roken? ###; Beschikbaar via  en problematisch patroon van tabaksgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende kenmerken, die binnen een # <PERSOON-##> wordt vaak gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was # Er is een persisterende wens of er zijn vergeefse pogingen om het tabaksgebruik te minderen # Veel tijd wordt besteed aan activiteiten die nodig zijn om aan tabak te komen, tabak te # Hunkering of een sterke wens of drang tot tabaksgebruik # Recidiverend tabaksgebruik, met als gevolg dat de belangrijkste rolverplichtingen niet worden # Aanhoudend tabaksgebruik ondanks persisterende of recidiverende sociale of interpersoonlijke problemen, veroorzaakt of verergerd door de effecten van tabak # Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten zijn opgegeven of verminderd # Recidiverend tabaksgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert # Het tabaksgebruik wordt gecontinueerd ondanks de wetenschap dat er een persisterend of recidiverend lichamelijk of psychisch probleem is dat waarschijnlijk is veroorzaakt of verergerd ## Tolerantie, zoals gedefinieerd door een van de volgende kenmerken a Behoefte aan een duidelijk toegenomen hoeveelheid tabak om een intoxicatie of het b Een duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid tabak.
653
nvog
American Psychiatric Association, Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen ## <INSTELLING> Nationaal Kompas Volksgezondheid Roken De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van roken? ###; Beschikbaar via  en problematisch patroon van tabaksgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende kenmerken, die binnen een # <PERSOON> wordt vaak gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was # Er is een persisterende wens of er zijn vergeefse pogingen om het tabaksgebruik te minderen # Veel tijd wordt besteed aan activiteiten die nodig zijn om aan tabak te komen, tabak te # Hunkering of een sterke wens of drang tot tabaksgebruik # Recidiverend tabaksgebruik, met als gevolg dat de belangrijkste rolverplichtingen niet worden # Aanhoudend tabaksgebruik ondanks persisterende of recidiverende sociale of interpersoonlijke problemen, veroorzaakt of verergerd door de effecten van tabak # Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten zijn opgegeven of verminderd # Recidiverend tabaksgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert # Het tabaksgebruik wordt gecontinueerd ondanks de wetenschap dat er een persisterend of recidiverend lichamelijk of psychisch probleem is dat waarschijnlijk is veroorzaakt of verergerd ## Tolerantie, zoals gedefinieerd door een van de volgende kenmerken a Behoefte aan een duidelijk toegenomen hoeveelheid tabak om een intoxicatie of het b Een duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid tabak a Het kenmerkende onttrekkingssyndroom van tabak (zie criteria A en B van de criteria voor b <PERSOON> (of een zeer verwante stof zoals nicotine) wordt gebruikt om onttrekkingssymptomen Nadat eerder volledig aan de criteria voor de stoornis in tabaksgebruik was voldaan, wordt nu aan geen enkel criterium voor de stoornis in tabaksgebruik meer voldaan sinds minstens drie maanden, maar minder dan een jaar (met de uitzondering dat wel aan criterium <PERSOON> of een sterke wens of drang tot tabaksgebruik’, mag worden voldaan) aan geen enkel criterium voor de stoornis in tabaksgebruik meer voldaan sinds een periode van een jaar of langer (met de uitzondering dat wel aan criterium <PERSOON> of een sterke De betrokkene gebruikt langdurig een middel als onderhoudsbehandeling, zoals nicotinevervangende medicatie, terwijl voor die klasse geneesmiddelen niet aan de criteria voor de stoornis in tabaksgebruik wordt voldaan (behalve tolerantie voor of onttrekkingssyndroom Deze aanvullende specificatie is van toepassing op mensen in een setting waar er beperkte De onderstaande afbeelding geeft weer welke kankers en chronische ziekten causaal gerelateerd zijn aan het roken van tabak Meer informatie hierover is onder andere te vinden in het rapport van de Surgeon General uit ### [#] Dikgedrukte klachten/aandoeningen zijn toegevoegd aan het rapport van de Surgeon General ten opzichte van het voorgaande rapport De onderstaande lijst geeft tabaksgerelateerde klachten en aandoeningen weer waarbij roken de oorzaak of een risicofactor is of waarbij roken een rol speelt in het ontstaan en/of het beloop van de klacht of aandoening [#, ##, ##, ##, ##].
597
nvog
tabak (zie criteria A en B van de criteria voor b <PERSOON> (of een zeer verwante stof zoals nicotine) wordt gebruikt om onttrekkingssymptomen Nadat eerder volledig aan de criteria voor de stoornis in tabaksgebruik was voldaan, wordt nu aan geen enkel criterium voor de stoornis in tabaksgebruik meer voldaan sinds minstens drie maanden, maar minder dan een jaar (met de uitzondering dat wel aan criterium <PERSOON> of een sterke wens of drang tot tabaksgebruik’, mag worden voldaan) aan geen enkel criterium voor de stoornis in tabaksgebruik meer voldaan sinds een periode van een jaar of langer (met de uitzondering dat wel aan criterium <PERSOON> of een sterke De betrokkene gebruikt langdurig een middel als onderhoudsbehandeling, zoals nicotinevervangende medicatie, terwijl voor die klasse geneesmiddelen niet aan de criteria voor de stoornis in tabaksgebruik wordt voldaan (behalve tolerantie voor of onttrekkingssyndroom Deze aanvullende specificatie is van toepassing op mensen in een setting waar er beperkte De onderstaande afbeelding geeft weer welke kankers en chronische ziekten causaal gerelateerd zijn aan het roken van tabak Meer informatie hierover is onder andere te vinden in het rapport van de Surgeon General uit ### [#] Dikgedrukte klachten/aandoeningen zijn toegevoegd aan het rapport van de Surgeon General ten opzichte van het voorgaande rapport De onderstaande lijst geeft tabaksgerelateerde klachten en aandoeningen weer waarbij roken de oorzaak of een risicofactor is of waarbij roken een rol speelt in het ontstaan en/of het beloop van de klacht of aandoening [#, ##, ##, ##, ##] bovenstaande afbeelding staan weergegeven bevat de lijst ook niet-chronische klachten en Het is evident dat tabaksverslaving wordt veroorzaakt door het roken van tabak, maar dit kan ook door het gebruik van andere tabaksproducten worden veroorzaakt (bijvoorbeeld snus, pruimtabak) Andere verslavingen en psychische stoornissen komen relatief vaak voor bij rokers t o v niet-rokers en andersom is de rookprevalentie onder mensen met een andere verslaving en/of psychische stoornis hoger dan die bij de rest van de bevolking zonder deze aandoeningen Er is op dit moment onvoldoende kennis over eventuele causale relaties tussen Mannen afname van het ejaculaat, gestoorde functie van het sperma, gestoorde erectie De onderstaande afbeelding geeft de gezondheidseffecten weer die oorzakelijk gerelateerd zijn aan meeroken Meer informatie hierover is onder andere te vinden in het rapport van de Surgeon General uit ### [#] Dikgedrukte klachten/aandoeningen zijn toegevoegd aan het rapport van de Surgeon General ten opzichte van het voorgaande rapport uit ### Het is aannemelijk (maar niet onomstotelijk bewezen) dat er een oorzakelijke relatie is tussen roken en spontane abortus Er is voldoende bewijs om een oorzakelijk verband aan te nemen Meer informatie over roken tijdens de zwangerschap is te vinden in het rapport van de Surgeon De gevolgen van roken voor foetus en kind Er is voldoende bewijs voor een oorzakelijke relatie tussen roken door de moeder en klompvoet, gastroschisis (een opening in de buikwand waar een deel van de darmen door naar buiten stulpt) en atriumseptum defecten (“gaatje in het hart”) bij roken vroeg in de.
583
nvog
de lijst ook niet-chronische klachten en Het is evident dat tabaksverslaving wordt veroorzaakt door het roken van tabak, maar dit kan ook door het gebruik van andere tabaksproducten worden veroorzaakt (bijvoorbeeld snus, pruimtabak) Andere verslavingen en psychische stoornissen komen relatief vaak voor bij rokers t o v niet-rokers en andersom is de rookprevalentie onder mensen met een andere verslaving en/of psychische stoornis hoger dan die bij de rest van de bevolking zonder deze aandoeningen Er is op dit moment onvoldoende kennis over eventuele causale relaties tussen Mannen afname van het ejaculaat, gestoorde functie van het sperma, gestoorde erectie De onderstaande afbeelding geeft de gezondheidseffecten weer die oorzakelijk gerelateerd zijn aan meeroken Meer informatie hierover is onder andere te vinden in het rapport van de Surgeon General uit ### [#] Dikgedrukte klachten/aandoeningen zijn toegevoegd aan het rapport van de Surgeon General ten opzichte van het voorgaande rapport uit ### Het is aannemelijk (maar niet onomstotelijk bewezen) dat er een oorzakelijke relatie is tussen roken en spontane abortus Er is voldoende bewijs om een oorzakelijk verband aan te nemen Meer informatie over roken tijdens de zwangerschap is te vinden in het rapport van de Surgeon De gevolgen van roken voor foetus en kind Er is voldoende bewijs voor een oorzakelijke relatie tussen roken door de moeder en klompvoet, gastroschisis (een opening in de buikwand waar een deel van de darmen door naar buiten stulpt) en atriumseptum defecten (“gaatje in het hart”) bij roken vroeg in de OVERZICHT VAN MEDICATIE DIE Voor updates van de Flockhart Table zie (WEBLINK) Zie ook de Richtlijn Detoxificatie en het handboek Farmacotherapie bij Verslavingen in relatie tot stoppen met roken en evt De volgende vormen van stoppen-met-rokenondersteuning zijn voorbeelden van bewezen effectieve methoden De lijst is niet uitputtend, voor een actueel overzicht van specifieke De voorbeelden van stoppen-met-rokenzorg worden per type interventie beschreven Een interventie is een behandeling Deze kan zowel gedragsmatige als farmacologische aspecten bevatten, maar bestaat primair uit een gedragsmatige behandeling Een (aanvullende) farmacologische behandeling dient altijd gecombineerd te worden met een gedragsmatige behandeling Zie bijlage # voor meer informatie over farmacologische behandeling en Een korte ondersteunende interventie bestaat uit minder dan vier consulten van tien minuten Een intensieve ondersteunende interventie bestaat uit ten minste vier consulten van tien minuten in een periode van enkele maanden, zo nodig ondersteund met farmacotherapie De volgende punten zijn belangrijk in een stopplan De patiënt kan in het stopplan de onderwerpen van de begeleiding noteren die voor hem/haar van belang zijn De nadelen van blijven roken op korte en op lange termijn De voordelen van stoppen met roken op korte en op lange termijn Welke personen in de omgeving kunnen helpen bij de stoppoging De tips om niet te roken alternatieven voor situaties, gedachten of stemmingen waarbij De beloning na een bepaalde tijd niet roken Lichamelijke activiteit, bijvoorbeeld wandelen, fietsen, sporten of andere afleidende/ Bij terugval.
549
nvog
Leeswijzer Onderstaande conceptrichtlijntekst wordt na het doorlopen van de commentaar- en Welke plaats heeft direct postpartum uitzuigen van de neonaat (in de vulva) bij Deze richtlijnmodule richt zich op het routinematig uitzuigen van de neus- en mondholte na geboorte van het hoofd, bij aanwezigheid van meconiumhoudend vruchtwater De richtlijnmodule richt zich niet op situaties waarbij neonatale resuscitatie nodig is Zuig niet direct na de geboorte van het hoofd routinematig de neus- en mondholte uit, bij Meconium is een viskeuze bruingroene substantie die bestaat uit water, intestinale epitheelcellen, lanugo, slijm en intestinale secreten zoals gal (Grand, ###) Meconiumpassage in utero leidt tot meconiumhoudend vruchtwater Meconiumhoudend vruchtwater is een klinisch belangrijke risicofactor voor perinatale morbiditeit en mortaliteit en heeft een incidentie van De aanwezigheid van meconium in het vruchtwater is geassocieerd met perinatale asfyxie en infecties en leidt in een minderheid van de kinderen tot een meconiumaspiratiesyndroom (MAS) Daarnaast is meconiumhoudend vruchtwater, mede op basis van bij een pasgeborene waarbij tijdens de bevalling meconiumhoudend vruchtwater geconstateerd werd en het syndroom niet anders verklaard kan worden (Cleary, ###) Het syndroom ontstaat bij #% (spreiding <DATUM> ) van de pasgeborenen met meconiumhoudend vruchtwater (Cleary, ###; Velaphi, ###) Een derde van deze pasgeborenen ontwikkelt ernstig MAS, gedefinieerd als noodzaak tot mechanische beademing Ernstige MAS wordt vaak gecompliceerd door persisterende pulmonale hypertensie van de De mortaliteit van ernstige MAS is gemiddeld ##% en varieert tussen de # en ##% (Ghildini, Wat is het effect van direct uitzuigen van de neonaat met meconiumhoudend vruchtwater t o v uitzuigen van de neus- en mondholte van de neonaat direct na de geboorte De werkgroep achtte vermindering van meconiumaspiratiesyndroom en vermindering van vermindering van NICU-opnames voor de besluitvorming belangrijke uitkomstmaten De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaat voor ernstige MAS, maar De werkgroep definieerde elke significante afname in MAS of mortaliteit als een klinisch relevant In de databases Medline (via OVID), Embase (via Embase com) en de Cochrane Library is met relevante zoektermen gezocht naar studies die de effectiviteit van het direct uitzuigen van de literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de - Waarbij de effectiviteit van het wel en niet uitzuigen van de neus- en mondholte van de neonaat direct na de geboorte op vermindering van MAS werd vergeleken; Op basis van de titel en het abstract werden in eerste instantie # studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens # studies geëxcludeerd (zie exclusietabel Twee onderzoeken zijn opgenomen in de literatuuranalyse De belangrijkste studiekarakteristieken en resultaten zijn opgenomen in de evidencetabellen De beoordeling van Er werden # studies opgenomen in de literatuuranalyse De open label RCT van Nangia (###) vergeleek het in vulva uitzuigen van de oro- en nasofarynx, met het niet uitzuigen in geval van meconiumhoudend vruchtwater Het onderzoek heeft plaatsgevonden in een ontwikkelingsland in een ziekenhuis (New Delhi, <PERSOON>) met suboptimale perinatale zorg Alle eenlingen die in hoofdligging werden geboren en waarbij sprake was van meconiumhoudend vruchtwater werden geïncludeerd.
596
nvog
v uitzuigen van de neus- en mondholte van de neonaat direct na de geboorte De werkgroep achtte vermindering van meconiumaspiratiesyndroom en vermindering van vermindering van NICU-opnames voor de besluitvorming belangrijke uitkomstmaten De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaat voor ernstige MAS, maar De werkgroep definieerde elke significante afname in MAS of mortaliteit als een klinisch relevant In de databases Medline (via OVID), Embase (via Embase com) en de Cochrane Library is met relevante zoektermen gezocht naar studies die de effectiviteit van het direct uitzuigen van de literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de - Waarbij de effectiviteit van het wel en niet uitzuigen van de neus- en mondholte van de neonaat direct na de geboorte op vermindering van MAS werd vergeleken; Op basis van de titel en het abstract werden in eerste instantie # studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens # studies geëxcludeerd (zie exclusietabel Twee onderzoeken zijn opgenomen in de literatuuranalyse De belangrijkste studiekarakteristieken en resultaten zijn opgenomen in de evidencetabellen De beoordeling van Er werden # studies opgenomen in de literatuuranalyse De open label RCT van Nangia (###) vergeleek het in vulva uitzuigen van de oro- en nasofarynx, met het niet uitzuigen in geval van meconiumhoudend vruchtwater Het onderzoek heeft plaatsgevonden in een ontwikkelingsland in een ziekenhuis (New Delhi, <PERSOON>) met suboptimale perinatale zorg Alle eenlingen die in hoofdligging werden geboren en waarbij sprake was van meconiumhoudend vruchtwater werden geïncludeerd De interventiegroep bestond uit ### neonaten, versus ### neonaten in de controlegroep De interventie bestond uit het uitzuigen van de oro- en nasofarynx, na geboorte van het caput, maar voor geboorte van de schouders Uitzuigen gebeurde met een ## Fr zuigcatheter en negatieve druk van ###mmHg, opgebouwd door een zuigmachine In de controlegroep werd de oro- en nasofarynx niet uitgezogen Uitkomstmaten waren het optreden van MAS en de ernst hiervan, de noodzaak tot en duur van zuurstoftoediening, behoefte aan mechanische ventilatie en overlijden De follow-up-periode was tot ontslag uit het ziekenhuis of overlijden Blokrandomisatie vond plaats met blokken van verschillende grootte, loting gebeurde met behulp van opake enveloppen Er werd niet geblindeerd De studie van Vain et al, werd in ### gepubliceerd in “<PERSOON> Lancet” Het advies uit de huidige NVOG-richtlijn uit ### om niet routinematig in vulva uit te zuigen bij meconiumhoudend vruchtwater is gebaseerd op deze studie In deze geblindeerde RCT werden ### à terme neonaten uit ## ziekenhuizen geïncludeerd Inclusiecriteria waren een amenorroeduur ) ## weken, hoofdligging en de aanwezigheid van meconiumhoudend vruchtwater Exclusiecriteria waren grove congenitale afwijkingen, geen tijd voor randomisatie voorafgaand aan de partus, of weigering deelname door de parteur De interventie bestond uit het uitzuigen van de oro- en nasofarynx, voor geboorte van de schouders Het uitzuigen gebeurde met een ##-## Fr zuigbuis, met een negatieve druk van ###mmHg De oro- en nasofarynx werd niet uitgezogen in de controlegroep.
600
nvog
uit ### neonaten, versus ### neonaten in de controlegroep De interventie bestond uit het uitzuigen van de oro- en nasofarynx, na geboorte van het caput, maar voor geboorte van de schouders Uitzuigen gebeurde met een ## Fr zuigcatheter en negatieve druk van ###mmHg, opgebouwd door een zuigmachine In de controlegroep werd de oro- en nasofarynx niet uitgezogen Uitkomstmaten waren het optreden van MAS en de ernst hiervan, de noodzaak tot en duur van zuurstoftoediening, behoefte aan mechanische ventilatie en overlijden De follow-up-periode was tot ontslag uit het ziekenhuis of overlijden Blokrandomisatie vond plaats met blokken van verschillende grootte, loting gebeurde met behulp van opake enveloppen Er werd niet geblindeerd De studie van Vain et al, werd in ### gepubliceerd in “<PERSOON> Lancet” Het advies uit de huidige NVOG-richtlijn uit ### om niet routinematig in vulva uit te zuigen bij meconiumhoudend vruchtwater is gebaseerd op deze studie In deze geblindeerde RCT werden ### à terme neonaten uit ## ziekenhuizen geïncludeerd Inclusiecriteria waren een amenorroeduur ) ## weken, hoofdligging en de aanwezigheid van meconiumhoudend vruchtwater Exclusiecriteria waren grove congenitale afwijkingen, geen tijd voor randomisatie voorafgaand aan de partus, of weigering deelname door de parteur De interventie bestond uit het uitzuigen van de oro- en nasofarynx, voor geboorte van de schouders Het uitzuigen gebeurde met een ##-## Fr zuigbuis, met een negatieve druk van ###mmHg De oro- en nasofarynx werd niet uitgezogen in de controlegroep uitkomstmaten waren mortaliteit, ernstige MAS, andere oorzaken van respiratoire insufficiëntie, duur van O#-behoefte, opnameduur, Apgar-score, gebruik van positieve drukbeademing en pneumothorax Het is onduidelijk tot wanneer follow-up heeft plaatsgevonden Randomisatie bestond uit blokrandomisatie met blokken van dezelfde grootte Loting gebeurde door middel van opake enveloppen Zowel degene die de neonatale uitkomsten noteerde, alsmede de Er wordt in de studie van Nangia (###) geen significant verschil in optreden van MAS #,# (RR #,###; ##% BI #,##-#,##) Ook in de studie van Vain (###) wordt geen significant verschil Mortaliteit is in de studie van Nangia (###) vergelijkbaar in beide groepen (#,##% versus #,##%, p = #,##) Ook in de studie van Vain (###) werd geen significant verschil aangetoond (#% versus In de studie van Nangia (###) werd geen significant verschil gevonden in vermindering van beademingsbehoefte (#,#% versus #,#%) Ook de studie van Vain (###) toont geen significant In de studie van Nangia (###) werd geen significant verschil gevonden in de verkorting van zuurstofbehandeling (#,#% versus ##,#%, p = #,##) Ook de studie van Vain (###) toont geen significant verschil in de verkorting van zuurstofbehandeling (#,# versus #,# dagen, p = #,##) In de studie van Vain (###) werd geen significant verschil gevonden in Apgar-score (zowel #- als In de studie van Nangia (###) werd geen significant verschil gevonden in de vermindering van Beide studies (Nangia, ###; Vain, ###) zijn RCT’s, dus het niveau van bewijskracht volgens GRADE is hoog Echter beide studies zijn mogelijk underpowerd De poweranalyse in de studie.
735
nvog
respiratoire insufficiëntie, duur van O#-behoefte, opnameduur, Apgar-score, gebruik van positieve drukbeademing en pneumothorax Het is onduidelijk tot wanneer follow-up heeft plaatsgevonden Randomisatie bestond uit blokrandomisatie met blokken van dezelfde grootte Loting gebeurde door middel van opake enveloppen Zowel degene die de neonatale uitkomsten noteerde, alsmede de Er wordt in de studie van Nangia (###) geen significant verschil in optreden van MAS #,# (RR #,###; ##% BI #,##-#,##) Ook in de studie van Vain (###) wordt geen significant verschil Mortaliteit is in de studie van Nangia (###) vergelijkbaar in beide groepen (#,##% versus #,##%, p = #,##) Ook in de studie van Vain (###) werd geen significant verschil aangetoond (#% versus In de studie van Nangia (###) werd geen significant verschil gevonden in vermindering van beademingsbehoefte (#,#% versus #,#%) Ook de studie van Vain (###) toont geen significant In de studie van Nangia (###) werd geen significant verschil gevonden in de verkorting van zuurstofbehandeling (#,#% versus ##,#%, p = #,##) Ook de studie van Vain (###) toont geen significant verschil in de verkorting van zuurstofbehandeling (#,# versus #,# dagen, p = #,##) In de studie van Vain (###) werd geen significant verschil gevonden in Apgar-score (zowel #- als In de studie van Nangia (###) werd geen significant verschil gevonden in de vermindering van Beide studies (Nangia, ###; Vain, ###) zijn RCT’s, dus het niveau van bewijskracht volgens GRADE is hoog Echter beide studies zijn mogelijk underpowerd De poweranalyse in de studie optimistisch lijkt De poweranalyse in de studie van Vain (###) gaat uit van een incidentie van MAS van #%, met een reductie van #% door het in vulva uitzuigen van de neonaat Echter in de studie wordt slechts een incidentie van #% gevonden Ook is in de studie van Nangia (###) niet tussen groepen te berekenen Dit lijkt echter niet van belang omdat er geen uitval is geweest in beide groepen en er geen casus zijn geweest waarbij een andere behandeling is toegepast dan waarvoor gerandomiseerd was In de studie van Vain (###) werd wel een intention-to-treat analyse verricht, waarbij ## neonaten die in de interventiegroep vielen niet werden uitgezogen, terwijl ## neonaten die in de controlegroep vielen, toch werden uitgezogen Van ## kinderen bleek achteraf dat er sprake was van een exclusiecriteria (meestal een niet eerder herkende congenitale afwijking) In de studie van Vain (###) werd geen follow-up-duur beschreven In de studie van Nangia (###) is geen sprake geweest van blindering van de onderzoekers Door deze tekortkomingen in het design van beide studies wordt de bewijskracht met twee niveaus GRADE is hoog De poweranalyse is in beide studies niet gericht op deze secundaire uitkomstmaat In de studie van Nangia (###) is er een hoog percentage perinatale sterfte (##%) beschreven Volgens de auteurs is dit onder andere te wijten aan een gebrek aan intra-partumbewakingstechnieken, het ontbreken van ECMO-apparatuur en het optreden van hypoxischischemische encefalopathie Ook komen vrouwen vaak laat aan in het ziekenhuis, waardoor er al.
736
nvog
in de studie van Vain (###) gaat uit van een incidentie van MAS van #%, met een reductie van #% door het in vulva uitzuigen van de neonaat Echter in de studie wordt slechts een incidentie van #% gevonden Ook is in de studie van Nangia (###) niet tussen groepen te berekenen Dit lijkt echter niet van belang omdat er geen uitval is geweest in beide groepen en er geen casus zijn geweest waarbij een andere behandeling is toegepast dan waarvoor gerandomiseerd was In de studie van Vain (###) werd wel een intention-to-treat analyse verricht, waarbij ## neonaten die in de interventiegroep vielen niet werden uitgezogen, terwijl ## neonaten die in de controlegroep vielen, toch werden uitgezogen Van ## kinderen bleek achteraf dat er sprake was van een exclusiecriteria (meestal een niet eerder herkende congenitale afwijking) In de studie van Vain (###) werd geen follow-up-duur beschreven In de studie van Nangia (###) is geen sprake geweest van blindering van de onderzoekers Door deze tekortkomingen in het design van beide studies wordt de bewijskracht met twee niveaus GRADE is hoog De poweranalyse is in beide studies niet gericht op deze secundaire uitkomstmaat In de studie van Nangia (###) is er een hoog percentage perinatale sterfte (##%) beschreven Volgens de auteurs is dit onder andere te wijten aan een gebrek aan intra-partumbewakingstechnieken, het ontbreken van ECMO-apparatuur en het optreden van hypoxischischemische encefalopathie Ook komen vrouwen vaak laat aan in het ziekenhuis, waardoor er al Hiervoor is niet gecorrigeerd in dit onderzoek Daarbij zijn de door de auteurs beschreven omstandigheden niet vergelijkbaar met de Nederlandse situatie Omdat er niet gepowerd is op deze uitkomstmaat, er in de studie van Nangia (###) niet gecorrigeerd is voor confounders en er sprake is van indirectheid, wordt de Beide studies (Nangia ###; Vain, ###) zijn RCT’s, dus het niveau van bewijskracht volgens GRADE is hoog In de studie van Nangia (###) is geen sprake geweest van blindering van de onderzoekers De power analyse is in beide studies niet gericht op deze secundaire uitkomstmaat De bewijskracht wordt, omdat er niet gepowerd is op deze uitkomstmaat en in de studie van Nangia (###) geen blindering heeft plaatsgevonden, verlaagd met twee niveaus naar onderzoekers De poweranalyse is in beide studies niet gericht op deze secundaire Alleen in de studie van Vain (###) wordt naar Apgar-score gekeken Deze studie is een RCT, dus de bewijskracht is hoog Er wordt geen verschil gevonden in de interventie- en controlegroep De neonatoloog die opvang op de verloskamer deed was niet geblindeerd De bewijskracht wordt, omdat er niet gepowerd is op deze uitkomstmaat en degene die de Apgar-score gaf niet Alleen in de studie van Nangia (###) wordt naar NICU-opnames gekeken Deze studie is een RCT, dus de bewijskracht is hoog In deze studie is geen sprake geweest van blindering van de onderzoekers De poweranalyse is niet gericht op deze secundaire uitkomstmaat De.
617
nvog
is niet gecorrigeerd in dit onderzoek Daarbij zijn de door de auteurs beschreven omstandigheden niet vergelijkbaar met de Nederlandse situatie Omdat er niet gepowerd is op deze uitkomstmaat, er in de studie van Nangia (###) niet gecorrigeerd is voor confounders en er sprake is van indirectheid, wordt de Beide studies (Nangia ###; Vain, ###) zijn RCT’s, dus het niveau van bewijskracht volgens GRADE is hoog In de studie van Nangia (###) is geen sprake geweest van blindering van de onderzoekers De power analyse is in beide studies niet gericht op deze secundaire uitkomstmaat De bewijskracht wordt, omdat er niet gepowerd is op deze uitkomstmaat en in de studie van Nangia (###) geen blindering heeft plaatsgevonden, verlaagd met twee niveaus naar onderzoekers De poweranalyse is in beide studies niet gericht op deze secundaire Alleen in de studie van Vain (###) wordt naar Apgar-score gekeken Deze studie is een RCT, dus de bewijskracht is hoog Er wordt geen verschil gevonden in de interventie- en controlegroep De neonatoloog die opvang op de verloskamer deed was niet geblindeerd De bewijskracht wordt, omdat er niet gepowerd is op deze uitkomstmaat en degene die de Apgar-score gaf niet Alleen in de studie van Nangia (###) wordt naar NICU-opnames gekeken Deze studie is een RCT, dus de bewijskracht is hoog In deze studie is geen sprake geweest van blindering van de onderzoekers De poweranalyse is niet gericht op deze secundaire uitkomstmaat De heeft plaatsgevonden, met twee niveaus verlaagd naar ‘laag’ Er is geen vermindering van MAS wanneer in vulva de naso-/orofarynx Er is geen vermindering van mortaliteit wanneer in vulva de naso-/orofarynx Er is geen vermindering van beademingsbehoefte wanneer in vulva de naso/orofarynx wordt uitgezogen bij de aanwezigheid van meconiumhoudend Er is geen verkorting van zuurstofbehandeling wanneer in vulva de naso/orofarynx wordt uitgezogen bij de aanwezigheid van meconiumhoudend Er is geen verbetering van Apgar-score wanneer in vulva de naso-/orofarynx Er is geen vermindering van NICU-opnames wanneer in vulva de naso/orofarynx wordt uitgezogen bij de aanwezigheid van meconiumhoudend Er is geen bewijs dat het routinematig uitzuigen van de neus- en mondholte na geboorte van het hoofd in aanwezigheid van meconiumhoudend vruchtwater leidt tot betere neonatale uitkomsten De werkgroep adviseert om deze handeling achterwege te laten Dit advies geldt niet voor situaties waarin neonatale resuscitatie nodig is Hiervoor wordt verwezen naar Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijnmodule is <PERSOON> werkgroep verantwoordelijk, die in stand zal blijven Uiterlijk in ### bepaalt <PERSOON> werkgroep van de indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding zijn een herzieningstraject te starten De module is voor commentaar voorgelegd aan de Patiëntenfederatie <LOCATIE> (NPF) en wordt Chaturvedi, P , et al (###) Delivery room management of neonates born through meconium Cleary GM, Wiswell TE (###) Meconium-stained amniotic fluid and the meconium aspiration Dunn, T S , et al (###) DeLee suction <PERSOON> it have clinical significance? <PERSOON> Med ##(##) Foster (###).
621
nvog
‘laag’ Er is geen vermindering van MAS wanneer in vulva de naso-/orofarynx Er is geen vermindering van mortaliteit wanneer in vulva de naso-/orofarynx Er is geen vermindering van beademingsbehoefte wanneer in vulva de naso/orofarynx wordt uitgezogen bij de aanwezigheid van meconiumhoudend Er is geen verkorting van zuurstofbehandeling wanneer in vulva de naso/orofarynx wordt uitgezogen bij de aanwezigheid van meconiumhoudend Er is geen verbetering van Apgar-score wanneer in vulva de naso-/orofarynx Er is geen vermindering van NICU-opnames wanneer in vulva de naso/orofarynx wordt uitgezogen bij de aanwezigheid van meconiumhoudend Er is geen bewijs dat het routinematig uitzuigen van de neus- en mondholte na geboorte van het hoofd in aanwezigheid van meconiumhoudend vruchtwater leidt tot betere neonatale uitkomsten De werkgroep adviseert om deze handeling achterwege te laten Dit advies geldt niet voor situaties waarin neonatale resuscitatie nodig is Hiervoor wordt verwezen naar Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijnmodule is <PERSOON> werkgroep verantwoordelijk, die in stand zal blijven Uiterlijk in ### bepaalt <PERSOON> werkgroep van de indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding zijn een herzieningstraject te starten De module is voor commentaar voorgelegd aan de Patiëntenfederatie <LOCATIE> (NPF) en wordt Chaturvedi, P , et al (###) Delivery room management of neonates born through meconium Cleary GM, Wiswell TE (###) Meconium-stained amniotic fluid and the meconium aspiration Dunn, T S , et al (###) DeLee suction <PERSOON> it have clinical significance? <PERSOON> Med ##(##) Foster (###) " Conference paper [abstract] Journal of Paediatrics and Child Health pg ## <PERSOON> CY (###) Severe meconium aspiration syndrome is not caused by aspiration of Grand RJ, Watkins JB, Torti FM (###) Development of the human gastrointestinal tract <PERSOON>, J , et al (###) Oronasopharyngeal suction versus wiping of the mouth and nose at Nangia, S , et al (###) Effect of intrapartum oropharyngeal (IP-OP) suction on meconium aspiration syndrome (MAS) in developing country A RCT Resuscitation ## ##-## neonates before delivery of their shoulders multicentre, randomised controlled trial Lancet Velaphi, S and <PERSOON> (###) Meconium aspiration syndrome requiring assisted ventilation perspective in a setting with limited resources <PERSOON> and postdelivery management of infants born to mothers with meconium-stained amniotic fluid evidence-based recommendations Clin Wiswell TE, Tuggle JM, Turner BS (###) Meconium aspiration syndrome have we made a <PERSOON> H, <PERSOON> WD (###) Obstetric approaches to the prevention of meconium aspiration Definition of MAS development of respiratory distress (RR ) ##/min along with retractions or grunt), need for supplemental oxygen within # h of life to maintain oxygen saturation greater than ##% and radiological features (hyperinflation, atelectasis/patchy Severity of MAS was defined as mild, moderate or severe Mild MAS was defined as need for supplemental oxygen with an FiO# (##% and.
650
nvog
‘Interventies bij meerlingzwangerschappen ter preventie van vroeggeboorte pessarium, Delen van de tekst in deze richtlijn zijn overgenomen uit de ‘Module Pessarium bij <LOCATIE> werkgroep, auteur <PERSOON>, gynaecoloog <INSTELLING> het einde van de hoofdtekst In verband met de modulaire opbouw van richtlijnen in de Subvraag Is het gebruik van een pessarium bij een korte cervix bij een meerlingzwangerschap Dient het toedienen van progesteron, vaginaal of intramusculair, bij een meerlingzwangerschap te Subvraag Is het toedienen van progesteron bij een korte cervix bij een meerlingzwangerschap Dient het plaatsen van een cervixcerclage bij een meerlingzwangerschap te worden Subvraag Is het plaatsen van een cervixcerclage bij een korte cervix bij een A Plaats geen pessarium bij vrouwen zwanger van een meerling, ook niet indien er sprake is van <PERSOON> niet routinematig progesteron toe bij vrouwen zwanger van een tweeling, ook niet C Plaats geen cervixcerclage bij vrouwen zwanger van een meerling, ook niet indien er sprake is per ### geboortes ((WEBLINK)) Hiervan waren #,# per ### geboortes monochoriaal en ##,# per ### geboortes dichoriaal Sinds ### is er een lichte daling in de incidentie van voornamelijk dichoriale tweelingen door een restrictiever beleid bij fertiliteitsbehandelingen Het aantal kinderen dat werd geboren uit een tweelingzwangerschap in ### bedroeg #,#% (= ## Nederlands cohort was voor nullipara ## weken, en voor multipara ##+# weken (<PERSOON>, ###) zwangerschappen werd corticosteroïden gegeven ter bevordering van de foetale longrijping Uiteindelijk werd ##% van de kinderen op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) opgenomen Geopperde interventies ter preventie van vroeggeboorte en mogelijke verbetering van de perinatale uitkomsten zijn pessariumplaatsing, progesterontoediening en cervixcerclage In deze richtlijn zullen door middel van een systematische literatuurzoekactie deze interventies worden Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er voor elk van de drie mogelijk relevante interventies een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende wetenschappelijke Wat is het effect van een pessarium op het voorkomen van vroeggeboorte en slechte perinatale Subvraag Is er verschil in dit effect bij vrouwen die cervixlengteverkorting hebben versus Wat is het effect van toediening van progesteron op het voorkomen van vroeggeboorte en Wat is het effect van profylactische cervixcerclage op het voorkomen van vroeggeboorte en De werkgroep achtte vroeggeboorte en slechte perinatale uitkomst voor de besluitvorming Slechte perinatale uitkomst doodgeboorte, periventriculaire leucomalacie van ≥ graad #, severe In de databases Medline (OVID), Embase en de Cochrane Library is voor alle zes de PICO’s met studies (RCT’s) en observationele studies, alle originele onderzoeken tot <DATUM> De De literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria indien in de studie het risico op vroeggeboorte en slechte perinatale uitkomst werd vergeleken tussen een groep zwangere vrouwen die wel een pessarium kregen en een groep die dat niet kreeg De patiëntenpopulatie bestond hierbij uit vrouwen die zwanger waren van een meerling of een deel van de patiëntenpopulatie was zwanger van een meerling en het risico op vroeggeboorte werd apart voor deze subgroep beschreven.
601
nvog
Neonatale Intensive Care Unit (NICU) opgenomen Geopperde interventies ter preventie van vroeggeboorte en mogelijke verbetering van de perinatale uitkomsten zijn pessariumplaatsing, progesterontoediening en cervixcerclage In deze richtlijn zullen door middel van een systematische literatuurzoekactie deze interventies worden Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er voor elk van de drie mogelijk relevante interventies een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende wetenschappelijke Wat is het effect van een pessarium op het voorkomen van vroeggeboorte en slechte perinatale Subvraag Is er verschil in dit effect bij vrouwen die cervixlengteverkorting hebben versus Wat is het effect van toediening van progesteron op het voorkomen van vroeggeboorte en Wat is het effect van profylactische cervixcerclage op het voorkomen van vroeggeboorte en De werkgroep achtte vroeggeboorte en slechte perinatale uitkomst voor de besluitvorming Slechte perinatale uitkomst doodgeboorte, periventriculaire leucomalacie van ≥ graad #, severe In de databases Medline (OVID), Embase en de Cochrane Library is voor alle zes de PICO’s met studies (RCT’s) en observationele studies, alle originele onderzoeken tot <DATUM> De De literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria indien in de studie het risico op vroeggeboorte en slechte perinatale uitkomst werd vergeleken tussen een groep zwangere vrouwen die wel een pessarium kregen en een groep die dat niet kreeg De patiëntenpopulatie bestond hierbij uit vrouwen die zwanger waren van een meerling of een deel van de patiëntenpopulatie was zwanger van een meerling en het risico op vroeggeboorte werd apart voor deze subgroep beschreven abstract werden in eerste instantie ## studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens ## studies geëxcludeerd (zie exclusietabel #), en # studies definitief De literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de uitkomst werd vergeleken tussen een groep zwangere vrouwen die wel progesteron toegediend kregen en een groep die dat niet kreeg De patiëntenpopulatie bestond hierbij uit vrouwen die zwanger waren van een meerling of een deel van de patiëntenpopulatie was zwanger van een meerling en het risico op vroeggeboorte werd apart voor deze subgroep beschreven Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie ## studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens ## studies geëxcludeerd (zie exclusietabel #), en # studies De literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de uitkomst werd vergeleken tussen een groep zwangere vrouwen bij wie wel een cervixcerclage geplaatst was en een groep zwangere vrouwen bij wie dat niet gedaan was De patiëntenpopulatie bestond hierbij uit vrouwen die zwanger waren van een meerling of een deel van de patiëntenpopulatie was zwanger van een meerling en het risico op vroeggeboorte werd apart voor deze subgroep beschreven Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie ## studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens ## studies geëxcludeerd (zie exclusietabel #), en # studies definitief geselecteerd voor De belangrijkste studiekarakteristieken en resultaten zijn opgenomen in de evidencetabellen De.
573
nvog
werden in eerste instantie ## studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens ## studies geëxcludeerd (zie exclusietabel #), en # studies definitief De literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de uitkomst werd vergeleken tussen een groep zwangere vrouwen die wel progesteron toegediend kregen en een groep die dat niet kreeg De patiëntenpopulatie bestond hierbij uit vrouwen die zwanger waren van een meerling of een deel van de patiëntenpopulatie was zwanger van een meerling en het risico op vroeggeboorte werd apart voor deze subgroep beschreven Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie ## studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens ## studies geëxcludeerd (zie exclusietabel #), en # studies De literatuurzoekactie leverde ### treffers op Studies werden geselecteerd op grond van de uitkomst werd vergeleken tussen een groep zwangere vrouwen bij wie wel een cervixcerclage geplaatst was en een groep zwangere vrouwen bij wie dat niet gedaan was De patiëntenpopulatie bestond hierbij uit vrouwen die zwanger waren van een meerling of een deel van de patiëntenpopulatie was zwanger van een meerling en het risico op vroeggeboorte werd apart voor deze subgroep beschreven Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie ## studies voorgeselecteerd Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens ## studies geëxcludeerd (zie exclusietabel #), en # studies definitief geselecteerd voor De belangrijkste studiekarakteristieken en resultaten zijn opgenomen in de evidencetabellen De Jarde (###) is een zeer recente meta-analyse waarin alle studies tot en met <DATUM> zijn opgenomen in welke de participanten waren gerandomiseerd tussen enerzijds de interventie controlegroep waarin ze een placebomiddel of expectatief beleid kregen Het betrof alleen waren vroeggeboorte voor ## en ## weken zwangerschapsduur en neonatale mortaliteit Voor analyse zijn resultaten voor dezelfde uitkomstmaten van de verschillende studies gepooled De uitkomstmaten zijn beschreven als risk ratio (RR) met een ##% betrouwbaarheidsinterval (##% BI) Er waren van tevoren subgroep analyses gepland voor alle uitkomsten, mits het datavolume dit toe zou laten Tevens zijn de resultaten gepooled van alle studies die als low risk of bias Onderstaande studiebeschrijvingen zijn per interventie, waarbij de meta-analyse van Jarde (###) nog verder per interventie wordt besproken RCT’s die zijn opgenomen in deze metaanalyse zullen niet apart worden beschreven Jarde (###) is een meta-analyse die door analyse van # RCT’s, <PERSOON> (###), Goya (###) en Nicolaides (###), het effect van pessariumgebruik bestudeert op vroeggeboorte en neonatale mortaliteit in vrouwen met een meerlingzwangerschap Deze # RCT’s waren niet in een eerdere meta-analyse al bestudeerd De gemiddelde zwangerschapsduur ten tijde van randomisatie en plaatsing van het pessarium was circa ## weken Bij ### vrouwen is een pessarium geplaatst Arabin (###) is een retrospectieve observationele studie naar het effect van pessariumgebruik op vroeggeboorte bij vrouwen met een verkorte cervixlengte Bij deze studie werden retrospectief de gegevens van vrouwen geanalyseerd die een transvaginale cervixlengtemeting ondergingen wegens een verhoogd risico op vroeggeboorte, en hier vervolgens met een.
630
nvog
waarin alle studies tot en met <DATUM> zijn opgenomen in welke de participanten waren gerandomiseerd tussen enerzijds de interventie controlegroep waarin ze een placebomiddel of expectatief beleid kregen Het betrof alleen waren vroeggeboorte voor ## en ## weken zwangerschapsduur en neonatale mortaliteit Voor analyse zijn resultaten voor dezelfde uitkomstmaten van de verschillende studies gepooled De uitkomstmaten zijn beschreven als risk ratio (RR) met een ##% betrouwbaarheidsinterval (##% BI) Er waren van tevoren subgroep analyses gepland voor alle uitkomsten, mits het datavolume dit toe zou laten Tevens zijn de resultaten gepooled van alle studies die als low risk of bias Onderstaande studiebeschrijvingen zijn per interventie, waarbij de meta-analyse van Jarde (###) nog verder per interventie wordt besproken RCT’s die zijn opgenomen in deze metaanalyse zullen niet apart worden beschreven Jarde (###) is een meta-analyse die door analyse van # RCT’s, <PERSOON> (###), Goya (###) en Nicolaides (###), het effect van pessariumgebruik bestudeert op vroeggeboorte en neonatale mortaliteit in vrouwen met een meerlingzwangerschap Deze # RCT’s waren niet in een eerdere meta-analyse al bestudeerd De gemiddelde zwangerschapsduur ten tijde van randomisatie en plaatsing van het pessarium was circa ## weken Bij ### vrouwen is een pessarium geplaatst Arabin (###) is een retrospectieve observationele studie naar het effect van pessariumgebruik op vroeggeboorte bij vrouwen met een verkorte cervixlengte Bij deze studie werden retrospectief de gegevens van vrouwen geanalyseerd die een transvaginale cervixlengtemeting ondergingen wegens een verhoogd risico op vroeggeboorte, en hier vervolgens met een Er werden in totaal ## vrouwen, zwanger van een eenling, en ## vrouwen, zwanger van een tweeling, geïdentificeerd die een cervixlengte hadden binnen de ##de laagste percentiel De gegevens van deze vrouwen werden gematcht (op aantal kinderen en cervixlengte) aan evenveel vrouwen die geen pessarium hadden gekregen, de controle groep Vroeggeboorte werd gedefinieerd als geboorte vóór ## weken zwangerschapsduur Gezien deze uitgangsvraag enkel meerlingzwangerschappen betreft, zullen bij de resultaten enkel de resultaten van de vrouwen die zwanger waren van een tweeling worden besproken Jarde (###) rapporteert op basis van gepoolde resultaten geen significant effect van het #,## (##% BI #,#<DATUM> ##) op neonatale mortaliteit Er bleek wel een associatie te zijn tussen Jarde (###) beschrijft in de subgroep analyse bij de vrouwen met een cervixlengte (## mm geen associatie met de primaire uitkomstmaten (# studie, ### vrouwen) voor vroeggeboorte (## weken RR #,## (##% BI #,<DATUM> ##); voor vroeggeboorte (## weken RR #,## (##% BI #,###,##); en voor neonatale sterfte RR #,## (##% BI #,<DATUM> ##) Onder de secundaire uitkomstmaten werd een significant toegenomen zwangerschapsduur gevonden van gemiddeld Arabin (###) beschrijft (alle resultaten gelden voor alleen de tweelingzwangerschappen) dat vroeggeboorte (## weken # keer voorkwam in de pessariumgroep en # keer (#%) in de controle groep (p)# ##), vroeggeboorte (## weken # keer voorkwam in de pessariumgroep en # keer (##%) in de controle groep (p(# ###) en vroeggeboorte (## weken # keer (##%) voorkwam in de (p=# ###).
740
nvog
in totaal ## vrouwen, zwanger van een eenling, en ## vrouwen, zwanger van een tweeling, geïdentificeerd die een cervixlengte hadden binnen de ##de laagste percentiel De gegevens van deze vrouwen werden gematcht (op aantal kinderen en cervixlengte) aan evenveel vrouwen die geen pessarium hadden gekregen, de controle groep Vroeggeboorte werd gedefinieerd als geboorte vóór ## weken zwangerschapsduur Gezien deze uitgangsvraag enkel meerlingzwangerschappen betreft, zullen bij de resultaten enkel de resultaten van de vrouwen die zwanger waren van een tweeling worden besproken Jarde (###) rapporteert op basis van gepoolde resultaten geen significant effect van het #,## (##% BI #,#<DATUM> ##) op neonatale mortaliteit Er bleek wel een associatie te zijn tussen Jarde (###) beschrijft in de subgroep analyse bij de vrouwen met een cervixlengte (## mm geen associatie met de primaire uitkomstmaten (# studie, ### vrouwen) voor vroeggeboorte (## weken RR #,## (##% BI #,<DATUM> ##); voor vroeggeboorte (## weken RR #,## (##% BI #,###,##); en voor neonatale sterfte RR #,## (##% BI #,<DATUM> ##) Onder de secundaire uitkomstmaten werd een significant toegenomen zwangerschapsduur gevonden van gemiddeld Arabin (###) beschrijft (alle resultaten gelden voor alleen de tweelingzwangerschappen) dat vroeggeboorte (## weken # keer voorkwam in de pessariumgroep en # keer (#%) in de controle groep (p)# ##), vroeggeboorte (## weken # keer voorkwam in de pessariumgroep en # keer (##%) in de controle groep (p(# ###) en vroeggeboorte (## weken # keer (##%) voorkwam in de (p=# ###) aangetoond middels een kwalitatief goed uitgevoerde meta-analyse op basis van # RCT’s met een lage risk of bias en relatief grote studiepopulaties Hoewel het niet mogelijk was om de patiënten te blinderen voor behandeling, zijn de uitkomstmaten van zodanige aard, dat zij niet door gebrek aan blindering zouden kunnen worden beïnvloed Om deze reden is er niet betrouwbaarheid van deze uitkomstmaten gegradeerd als matig, omdat de resultaten hiervan in een subgroep analyse van een meta-analyse en in een observationele studie zijn aangetoond Vervolgens is de bewijskracht met één niveau verlaagd van matig naar laag omdat #) de subgroep analyse was gebaseerd op # RCT’s, waarvan één uiteindelijk een andere afkapwaarde dan gepland had toegepast (<PERSOON>, ###) en één de subgroep analyse post-hoc had uitgevoerd (Nicolaides, ###); en #) de observationele studie retrospectief van aard was met een zeer kleine In de meta-analyse van Jarde (###) zijn voor de interventie progesteron ## RCT’s geïncludeerd die ### vrouwen bevatten <PERSOON> (###) en <PERSOON> (###) ### vrouwen waren gerandomiseerd naar de progesterongroep, waarin ze, afhankelijk van de RCT, ofwel intramusculair wekelijkse progesteroninjecties kregen, of dagelijkse vaginale progesteron De ### vrouwen in de controlegroep kregen een placebomiddel of geen interventie De zwangerschapsduur waarop vrouwen gerandomiseerd werden en zijn gestart met de interventie of placebo varieert in deze studies van ##,# ± #,# weken tot ##,# ± #,# weken.
739
nvog
RCT’s met een lage risk of bias en relatief grote studiepopulaties Hoewel het niet mogelijk was om de patiënten te blinderen voor behandeling, zijn de uitkomstmaten van zodanige aard, dat zij niet door gebrek aan blindering zouden kunnen worden beïnvloed Om deze reden is er niet betrouwbaarheid van deze uitkomstmaten gegradeerd als matig, omdat de resultaten hiervan in een subgroep analyse van een meta-analyse en in een observationele studie zijn aangetoond Vervolgens is de bewijskracht met één niveau verlaagd van matig naar laag omdat #) de subgroep analyse was gebaseerd op # RCT’s, waarvan één uiteindelijk een andere afkapwaarde dan gepland had toegepast (<PERSOON>, ###) en één de subgroep analyse post-hoc had uitgevoerd (Nicolaides, ###); en #) de observationele studie retrospectief van aard was met een zeer kleine In de meta-analyse van Jarde (###) zijn voor de interventie progesteron ## RCT’s geïncludeerd die ### vrouwen bevatten <PERSOON> (###) en <PERSOON> (###) ### vrouwen waren gerandomiseerd naar de progesterongroep, waarin ze, afhankelijk van de RCT, ofwel intramusculair wekelijkse progesteroninjecties kregen, of dagelijkse vaginale progesteron De ### vrouwen in de controlegroep kregen een placebomiddel of geen interventie De zwangerschapsduur waarop vrouwen gerandomiseerd werden en zijn gestart met de interventie of placebo varieert in deze studies van ##,# ± #,# weken tot ##,# ± #,# weken <PERSOON> (###) is een IPDMA waarin de data van ### vrouwen en hun ### baby’s is opgenomen, uit ## kwalitatief goede RCT’s, welke ook allen in Jarde’s meta-analyse (###) zijn opgenomen Elk van de RCT’s heeft de effectiviteit onderzocht van ##-hydroxyprogesteron caproaat (##Pc) injecties (totaal ### participanten) of vaginaal toegediend natuurlijk progesteron (totaal ### participanten) in vergelijking met een placebo of een expectatief beleid (totaal ### participanten) in tweelingzwangerschappen in het voorkomen van slechte perinatale uitkomst en vroeggeboorte In # RCT’s begon de behandeling tussen ## en ## weken zwangerschapsduur, in # RCT tussen ## en ## weken De primaire uitkomstmaat was de samenstelling van slechte perinatale uitkomsten RCT’s waarin ##Pc werd onderzocht en de RCT’s waarin vaginaal progesteron werd onderzocht zijn apart geanalyseerd In verband met verschillen in gerapporteerde uitkomstmaten tussen deze twee groepen is voor beide een aparte definitie van de samengestelde uitkomstmaat, slechte perinatale uitkomst, gemaakt Voor de ##Pc groep bestond slechte perinatale uitkomst uit perinatale sterfte of ernstige neonatale morbiditeit, waar sprake van was als een of meer van de volgende klinische beelden aanwezig bleek respiratory distress syndrome (RDS), zuurstofbehoeftig voor ## uur of langer, bronchopulmonaire dysplasie, intraventriculaire bloeding (IVH) graad # of #, necrotiserende enterocolitis (NEC) graad # of hoger en/of sepsis bewezen met een kweek Voor de vaginale progesterongroep bestond slechte perinatale uitkomst uit perinatale sterfte, RDS, IVH en NEC De uitkomstmaten zijn geanalyseerd in de totaalgroep en in vier post-hoc subgroep analyses op basis van.
664
nvog
data van ### vrouwen en hun ### baby’s is opgenomen, uit ## kwalitatief goede RCT’s, welke ook allen in Jarde’s meta-analyse (###) zijn opgenomen Elk van de RCT’s heeft de effectiviteit onderzocht van ##-hydroxyprogesteron caproaat (##Pc) injecties (totaal ### participanten) of vaginaal toegediend natuurlijk progesteron (totaal ### participanten) in vergelijking met een placebo of een expectatief beleid (totaal ### participanten) in tweelingzwangerschappen in het voorkomen van slechte perinatale uitkomst en vroeggeboorte In # RCT’s begon de behandeling tussen ## en ## weken zwangerschapsduur, in # RCT tussen ## en ## weken De primaire uitkomstmaat was de samenstelling van slechte perinatale uitkomsten RCT’s waarin ##Pc werd onderzocht en de RCT’s waarin vaginaal progesteron werd onderzocht zijn apart geanalyseerd In verband met verschillen in gerapporteerde uitkomstmaten tussen deze twee groepen is voor beide een aparte definitie van de samengestelde uitkomstmaat, slechte perinatale uitkomst, gemaakt Voor de ##Pc groep bestond slechte perinatale uitkomst uit perinatale sterfte of ernstige neonatale morbiditeit, waar sprake van was als een of meer van de volgende klinische beelden aanwezig bleek respiratory distress syndrome (RDS), zuurstofbehoeftig voor ## uur of langer, bronchopulmonaire dysplasie, intraventriculaire bloeding (IVH) graad # of #, necrotiserende enterocolitis (NEC) graad # of hoger en/of sepsis bewezen met een kweek Voor de vaginale progesterongroep bestond slechte perinatale uitkomst uit perinatale sterfte, RDS, IVH en NEC De uitkomstmaten zijn geanalyseerd in de totaalgroep en in vier post-hoc subgroep analyses op basis van van randomisatie van ≤ ##mm (ja of nee; # studies <PERSOON>, ###), #) cervixlengte ( ## weken zwangerschapsduur, #) spontane vroeggeboorte, gedefinieerd als geboorte ( ## weken zwangerschapsduur, in de voorgeschiedenis (ja of nee) In de analyse is rekening gehouden met het effect van een gedeelde moeder op perinatale uitkomsten bij een gecorrigeerd onafhankelijkheid tussen tweelingen in dezelfde zwangerschap) Tevens is de heterogeniteit (I²) tussen de verschillende RCT’s bepaald Tot slot is een tweetal post-hoc sensitiviteitsanalyses verricht waarin exclusie plaatsvond van studies zonder blindering en studies met minder dan ### participanten Uitkomstmaten zijn gegeven in risk ratio’s (RR) en Brubaker (###) is een retrospectieve observationele cohortstudie uitgevoerd in een tertiair <INSTELLING> In dit <INSTELLING> vindt bij tweelingzwangerschappen routinematig echografische meting van de cervixlengte plaats bij een zwangerschapsduur tussen de ## en ## weken Vrouwen met een cervixlengte (## mm waren geschikt voor inclusie In totaal zijn ### vrouwen geïncludeerd Er is gekeken in elektronische patiëntendossiers naar ## vrouwen die vanaf moment van een eerste cervixlengtemeting (##mm tot aan het einde van de zwangerschap een blootstelling aan vaginale progesteron hebben gehad ten opzichte van ### vrouwen die dit niet hebben gehad De primaire uitkomstmaat was vroeggeboorte bij een zwangerschapsduur onder de ## weken In de statistische analyse is gecorrigeerd voor confounders en tevens een model gemaakt op basis van <PERSOON> (###) is een IPDMA waarin de data van ### vrouwen en hun ### baby’s is opgenomen In # RCT’s betrof het vrouwen met een ongeselecteerde meerlingzwangerschap, waarvan de.
690
nvog
<PERSOON>, ###), #) cervixlengte ( ## weken zwangerschapsduur, #) spontane vroeggeboorte, gedefinieerd als geboorte ( ## weken zwangerschapsduur, in de voorgeschiedenis (ja of nee) In de analyse is rekening gehouden met het effect van een gedeelde moeder op perinatale uitkomsten bij een gecorrigeerd onafhankelijkheid tussen tweelingen in dezelfde zwangerschap) Tevens is de heterogeniteit (I²) tussen de verschillende RCT’s bepaald Tot slot is een tweetal post-hoc sensitiviteitsanalyses verricht waarin exclusie plaatsvond van studies zonder blindering en studies met minder dan ### participanten Uitkomstmaten zijn gegeven in risk ratio’s (RR) en Brubaker (###) is een retrospectieve observationele cohortstudie uitgevoerd in een tertiair <INSTELLING> In dit <INSTELLING> vindt bij tweelingzwangerschappen routinematig echografische meting van de cervixlengte plaats bij een zwangerschapsduur tussen de ## en ## weken Vrouwen met een cervixlengte (## mm waren geschikt voor inclusie In totaal zijn ### vrouwen geïncludeerd Er is gekeken in elektronische patiëntendossiers naar ## vrouwen die vanaf moment van een eerste cervixlengtemeting (##mm tot aan het einde van de zwangerschap een blootstelling aan vaginale progesteron hebben gehad ten opzichte van ### vrouwen die dit niet hebben gehad De primaire uitkomstmaat was vroeggeboorte bij een zwangerschapsduur onder de ## weken In de statistische analyse is gecorrigeerd voor confounders en tevens een model gemaakt op basis van <PERSOON> (###) is een IPDMA waarin de data van ### vrouwen en hun ### baby’s is opgenomen In # RCT’s betrof het vrouwen met een ongeselecteerde meerlingzwangerschap, waarvan de ###; <PERSOON>, ###) De andere # RCT’s hadden een primaire studieopzet voor enkel vrouwen met een echografisch bepaalde korte cervix (<PERSOON>, ###) In totaal zijn ### vrouwen gerandomiseerd voor vaginale progesteron en ### vrouwen beslaat tevens ##% van de totale IPDMA-data Er is in deze IPDMA niet gekeken naar de effecten van intramusculaire progesteron De primaire uitkomstmaat van de analyse was vroeggeboorte (## weken De secundaire uitkomstmaten waren vroeggeboorte (##/##/##/##/##/##/## weken en slechte perinatale uitkomsten RDS, NEC, IVH, neonatale sepsis, ROP, foetale/neonatale/perinatale sterfte, samengestelde uitkomstmaat van neonatale morbiditeit en mortaliteit, laag geboortegewicht ((### gram), zeer laag geboortegewicht ((### gram), NICU opname en mechanische ventilatie De resultaten zijn weergegeven als gepoolde relatieve risico’s (RR) De heterogeniteit (I²) van de studies is bepaald en, zo mogelijk, de NNT Jarde (###) rapporteert geen statistisch significant effect van progesteron ten opzichte van vrouwen die geen progesteronblootstelling hebben gehad op de kans op vroeggeboorte <PERSOON> (###) rapporteert geen effect van progesteronbehandeling ten opzichte van controle #,## (##% BI #,#<DATUM> #) in de vaginale progesteron-groep Eveneens was er geen significant effect op het risico op vroeggeboorte in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep voor Progesterontoediening bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervix Jarde (###) heeft een subgroep analyse uitgevoerd met de vrouwen met een cervixlengte (## mm Hieruit bleek geen effect van progesteron, noch vaginaal, noch intramusculair, op het risico op vroeggeboorte (## weken (RR #,##, ##% BI.
724
nvog
###; <PERSOON>, ###) De andere # RCT’s hadden een primaire studieopzet voor enkel vrouwen met een echografisch bepaalde korte cervix (<PERSOON>, ###) In totaal zijn ### vrouwen gerandomiseerd voor vaginale progesteron en ### vrouwen beslaat tevens ##% van de totale IPDMA-data Er is in deze IPDMA niet gekeken naar de effecten van intramusculaire progesteron De primaire uitkomstmaat van de analyse was vroeggeboorte (## weken De secundaire uitkomstmaten waren vroeggeboorte (##/##/##/##/##/##/## weken en slechte perinatale uitkomsten RDS, NEC, IVH, neonatale sepsis, ROP, foetale/neonatale/perinatale sterfte, samengestelde uitkomstmaat van neonatale morbiditeit en mortaliteit, laag geboortegewicht ((### gram), zeer laag geboortegewicht ((### gram), NICU opname en mechanische ventilatie De resultaten zijn weergegeven als gepoolde relatieve risico’s (RR) De heterogeniteit (I²) van de studies is bepaald en, zo mogelijk, de NNT Jarde (###) rapporteert geen statistisch significant effect van progesteron ten opzichte van vrouwen die geen progesteronblootstelling hebben gehad op de kans op vroeggeboorte <PERSOON> (###) rapporteert geen effect van progesteronbehandeling ten opzichte van controle #,## (##% BI #,#<DATUM> #) in de vaginale progesteron-groep Eveneens was er geen significant effect op het risico op vroeggeboorte in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep voor Progesterontoediening bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervix Jarde (###) heeft een subgroep analyse uitgevoerd met de vrouwen met een cervixlengte (## mm Hieruit bleek geen effect van progesteron, noch vaginaal, noch intramusculair, op het risico op vroeggeboorte (## weken (RR #,##, ##% BI #,###,##) en neonatale sterfte (RR #,##, ##% BI #,#<DATUM> ##) Vaginale progesterontoediening liet wel een significant effect ten opzichte van de placebo-/controle groep zien op het risico op zeer laag geboortegewicht (RR #,##, ##% BI #,##-#,##, # studies, ### vrouwen, I² #%), mechanische ventilatie (RR #,##, ##% BI #,##-#,##, # studie, ### vrouwen) en vroege neonatale sterfte ((# dagen postpartum) (RR #,##, ##% BI #,##-#,##, # studie, ### vrouwen) De groep met vrouwen die vaginale progesteron hadden gehad had tevens een langere gemiddelde zwangerschapsduur ten opzichte van de placebo-/controle groep gemiddelde langere duur van #,## weken (##% BI <PERSOON> (###) toont een significant effect van vaginale progesteron op de uitkomstmaat de andere afkapwaardes van vroeggeboorte met uitzondering van vroeggeboorte (## weken (RR #,##, ##% BI #,<DATUM> ##) Een aantal slechte perinatale uitkomsten werden significant minder vaak gezien in de vaginale progesterongroep ten opzichte van de controle groep (RRs tweelingzwangerschap) voor RDS RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² #%) en NNT #, voor neonatale sterfte RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² ##%) en NNT #, voor perinatale sterfte RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² ##%) en NNT #, voor de samengestelde uitkomst neonatale morbiditeit en mortaliteit RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² #%), voor zeer laag <PERSOON> (###) toont op basis van # RCT’s een significant effect van vaginaal progesteron in deze subgroep, wanneer cervixlengte (## mm was gemeten bij randomisatie, op slechte perinatale.
911
nvog
#,###,##) en neonatale sterfte (RR #,##, ##% BI #,#<DATUM> ##) Vaginale progesterontoediening liet wel een significant effect ten opzichte van de placebo-/controle groep zien op het risico op zeer laag geboortegewicht (RR #,##, ##% BI #,##-#,##, # studies, ### vrouwen, I² #%), mechanische ventilatie (RR #,##, ##% BI #,##-#,##, # studie, ### vrouwen) en vroege neonatale sterfte ((# dagen postpartum) (RR #,##, ##% BI #,##-#,##, # studie, ### vrouwen) De groep met vrouwen die vaginale progesteron hadden gehad had tevens een langere gemiddelde zwangerschapsduur ten opzichte van de placebo-/controle groep gemiddelde langere duur van #,## weken (##% BI <PERSOON> (###) toont een significant effect van vaginale progesteron op de uitkomstmaat de andere afkapwaardes van vroeggeboorte met uitzondering van vroeggeboorte (## weken (RR #,##, ##% BI #,<DATUM> ##) Een aantal slechte perinatale uitkomsten werden significant minder vaak gezien in de vaginale progesterongroep ten opzichte van de controle groep (RRs tweelingzwangerschap) voor RDS RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² #%) en NNT #, voor neonatale sterfte RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² ##%) en NNT #, voor perinatale sterfte RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² ##%) en NNT #, voor de samengestelde uitkomst neonatale morbiditeit en mortaliteit RR #,## (##% BI #,##-#,##, # studies, I² #%), voor zeer laag <PERSOON> (###) toont op basis van # RCT’s een significant effect van vaginaal progesteron in deze subgroep, wanneer cervixlengte (## mm was gemeten bij randomisatie, op slechte perinatale vaginale progesterontoediening een associatie met een hoger risico op vroeggeboorte in die betrouwbaarheid van deze uitkomstmaten gegradeerd als hoog, omdat de resultaten hiervan in werden ## van de ## RCT’s geclassificeerd als hebbende een lage risk of bias vroeggeboorte bij vrouwen met een meerlingzwangerschap met een korte cervix, is de betrouwbaarheid van deze uitkomstmaten gegradeerd als laag omdat de resultaten komen uit meta-analyses die zich hiervoor hebben gebaseerd op overwegend RCT’s die vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte niet als primaire studiepopulatie hadden en Sensitiviteitsanalyses waarin de RCT’s met een high risk of bias werden geëxcludeerd gaven in elk van de # meta-analyses (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) geen relevante In totaal zijn # meta-analyses opgenomen in de literatuuranalyse (<PERSOON> (###) heeft in diens meta-analyse # RCT’s geïncludeerd, Dor (###), MacNaughton (###, MCR/RCOG Working Group), <PERSOON> (###), die in totaal ## vrouwen omvatten ## vrouwen zijn gerandomiseerd voor cervixcerclage (het type MacDonald of Shirodkar) en ## voor de controlegroep, waarin geen interventie of standaardbeleid werd gehandhaafd De zwangerschapsduur ten tijde van randomisatie en interventie varieert van ## weken in Dor (###), tot bijna ## weken in <PERSOON> (###) <PERSOON> (###) heeft in een meta-analyse de # RCT’s uit de meta-analyse van Jarde (###) geïncludeerd en tevens een #e RCT Althuisius (###) In totaal hadden deze # RCT’s slechts ### vrouwen met een multiple zwangerschap gerandomiseerd, ### tweelingzwangerschappen en # interventie- of de controlegroep worden niet duidelijk uit het artikel.
900
nvog
progesterontoediening een associatie met een hoger risico op vroeggeboorte in die betrouwbaarheid van deze uitkomstmaten gegradeerd als hoog, omdat de resultaten hiervan in werden ## van de ## RCT’s geclassificeerd als hebbende een lage risk of bias vroeggeboorte bij vrouwen met een meerlingzwangerschap met een korte cervix, is de betrouwbaarheid van deze uitkomstmaten gegradeerd als laag omdat de resultaten komen uit meta-analyses die zich hiervoor hebben gebaseerd op overwegend RCT’s die vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte niet als primaire studiepopulatie hadden en Sensitiviteitsanalyses waarin de RCT’s met een high risk of bias werden geëxcludeerd gaven in elk van de # meta-analyses (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) geen relevante In totaal zijn # meta-analyses opgenomen in de literatuuranalyse (<PERSOON> (###) heeft in diens meta-analyse # RCT’s geïncludeerd, Dor (###), MacNaughton (###, MCR/RCOG Working Group), <PERSOON> (###), die in totaal ## vrouwen omvatten ## vrouwen zijn gerandomiseerd voor cervixcerclage (het type MacDonald of Shirodkar) en ## voor de controlegroep, waarin geen interventie of standaardbeleid werd gehandhaafd De zwangerschapsduur ten tijde van randomisatie en interventie varieert van ## weken in Dor (###), tot bijna ## weken in <PERSOON> (###) <PERSOON> (###) heeft in een meta-analyse de # RCT’s uit de meta-analyse van Jarde (###) geïncludeerd en tevens een #e RCT Althuisius (###) In totaal hadden deze # RCT’s slechts ### vrouwen met een multiple zwangerschap gerandomiseerd, ### tweelingzwangerschappen en # interventie- of de controlegroep worden niet duidelijk uit het artikel de heterogeniteit (<PERSOON>’s onderling op basis van indicatie voor cerclage tweelingzwangerschappen op zich in Do (###); tweelingzwangerschap in combinatie met een belaste obstetrische voorgeschiedenis in MacNaughton (###); en een verhoogd risico op vroeggeboorte op basis van een met transvaginale echografie vastgestelde verkorte cervixlengte in <PERSOON> (###) Met uitzondering van Dor (###), bevatte elke studie naast tweelingzwangerschappen ook eenlingzwangerschappen Er is geen subgroep analyse uitgevoerd voor de groep vrouwen met een verkorte cervixlengte Primaire uitkomstmaten waren perinatale mortaliteit, ernstige neonatale morbiditeit, en de samengestelde uitkomstmaat van perinatale mortaliteit en ernstige neonatale morbiditeit Secundaire uitkomstmaten waren voor de neonaat intra-uteriene vruchtdood (na ## weken zwangerschapsduur), neonatale sterfte (gedurende de eerste ## dagen of voor ontslag uit het zwangerschapsduur ten tijde van bevalling, laag geboortegewicht ((### en (### gram), RDS, IVH, NEC, sepsis, NICU opname en lange termijn uitkomsten (neurologisch en met betrekking tot ontwikkeling) De maternale secundaire uitkomstmaten waren sectio caesarea (zowel electief als spoed), maternale infectie met noodzaak tot interventie (in de vorm van antibiotica of het nastreven van de partus, i e chorioamnionitis en endometritis) en maternale bijwerkingen van Saccone (###) heeft een meta-analyse uitgevoerd waarin ## vrouwen met een tweelingzwangerschap zijn geïncludeerd uit # van de eerder genoemde RCT’s Althuisius (###), Berghella (###), en <PERSOON> (###) In deze meta-analyse is echter alleen gekeken naar het effect van cervixcerclage in asymptomatische tweelingzwangerschappen bij vrouwen die volgens transvaginale echografie een cervixlengte (##mm hadden In totaal zijn ## vrouwen.
728
nvog
(<PERSOON>’s onderling op basis van indicatie voor cerclage tweelingzwangerschappen op zich in Do (###); tweelingzwangerschap in combinatie met een belaste obstetrische voorgeschiedenis in MacNaughton (###); en een verhoogd risico op vroeggeboorte op basis van een met transvaginale echografie vastgestelde verkorte cervixlengte in <PERSOON> (###) Met uitzondering van Dor (###), bevatte elke studie naast tweelingzwangerschappen ook eenlingzwangerschappen Er is geen subgroep analyse uitgevoerd voor de groep vrouwen met een verkorte cervixlengte Primaire uitkomstmaten waren perinatale mortaliteit, ernstige neonatale morbiditeit, en de samengestelde uitkomstmaat van perinatale mortaliteit en ernstige neonatale morbiditeit Secundaire uitkomstmaten waren voor de neonaat intra-uteriene vruchtdood (na ## weken zwangerschapsduur), neonatale sterfte (gedurende de eerste ## dagen of voor ontslag uit het zwangerschapsduur ten tijde van bevalling, laag geboortegewicht ((### en (### gram), RDS, IVH, NEC, sepsis, NICU opname en lange termijn uitkomsten (neurologisch en met betrekking tot ontwikkeling) De maternale secundaire uitkomstmaten waren sectio caesarea (zowel electief als spoed), maternale infectie met noodzaak tot interventie (in de vorm van antibiotica of het nastreven van de partus, i e chorioamnionitis en endometritis) en maternale bijwerkingen van Saccone (###) heeft een meta-analyse uitgevoerd waarin ## vrouwen met een tweelingzwangerschap zijn geïncludeerd uit # van de eerder genoemde RCT’s Althuisius (###), Berghella (###), en <PERSOON> (###) In deze meta-analyse is echter alleen gekeken naar het effect van cervixcerclage in asymptomatische tweelingzwangerschappen bij vrouwen die volgens transvaginale echografie een cervixlengte (##mm hadden In totaal zijn ## vrouwen De primaire uitkomstmaat was vroeggeboorte voor een zwangerschapsduur van ## weken De secundaire uitkomstmaten waren vroeggeboorte (##, (##, (##, (## en (## weken, perinatale sterfte, laag ((### gram) of zeer laag ((### gram) geboortegewicht, RDS, IVH, NEC, sepsis en NICUopname Er werd gecorrigeerd voor de confounders vroeggeboorte in de obstetrische voorgeschiedenis en de zwangerschapsduur ten tijde van randomisatie Alle data is gepooled De Jarde (###) laat geen significante effecten zien van de cervixcerclage op de uitkomstmaten <PERSOON> (###) vond eveneens geen statistisch significant effect van de cervixcerclage op diens #,#<DATUM> ##) Ook op vroeggeboorte werd voor geen enkele zwangerschapsduur een significant effect van cervixcerclage gevonden (voor (## weken RR #,##, ##% BI #,#<DATUM> ##; voor (## weken Cervixcerclage bij vrouwen met een meerlingzwangerschap met een verkorte cervix Jarde (###) beschrijft geen significante effecten van cervixcerclage op alle uitkomstmaten in de subgroep van vrouwen met een meerlingzwangerschap en een cervixlengte (##mm In deze subgroep zaten slechts # vrouwen die een cervixcerclage hadden gehad en # vrouwen uit de Saccone (###) laat zien dat, na correctie voor de confounders, er geen effect is van cervixcerclage op de primaire uitkomstmaat vroeggeboorte (## weken in de interventiegroep uitkomstmaten kwamen significant vaker voor in de cerclagegroep, namelijk zeer laag De overige secundaire uitkomstmaten waren niet significant verschillend De bewijskracht voor cervixcerclage ter preventie van vroeggeboorte en voorkomen van slechte perinatale uitkomst bij vrouwen met een meerlingzwangerschap wordt gegradeerd als gemiddeld met Jarde’s meta-analyse (###) waarin # van de # RCT’s als lage risk of bias zijn.
724
nvog
primaire uitkomstmaat was vroeggeboorte voor een zwangerschapsduur van ## weken De secundaire uitkomstmaten waren vroeggeboorte (##, (##, (##, (## en (## weken, perinatale sterfte, laag ((### gram) of zeer laag ((### gram) geboortegewicht, RDS, IVH, NEC, sepsis en NICUopname Er werd gecorrigeerd voor de confounders vroeggeboorte in de obstetrische voorgeschiedenis en de zwangerschapsduur ten tijde van randomisatie Alle data is gepooled De Jarde (###) laat geen significante effecten zien van de cervixcerclage op de uitkomstmaten <PERSOON> (###) vond eveneens geen statistisch significant effect van de cervixcerclage op diens #,#<DATUM> ##) Ook op vroeggeboorte werd voor geen enkele zwangerschapsduur een significant effect van cervixcerclage gevonden (voor (## weken RR #,##, ##% BI #,#<DATUM> ##; voor (## weken Cervixcerclage bij vrouwen met een meerlingzwangerschap met een verkorte cervix Jarde (###) beschrijft geen significante effecten van cervixcerclage op alle uitkomstmaten in de subgroep van vrouwen met een meerlingzwangerschap en een cervixlengte (##mm In deze subgroep zaten slechts # vrouwen die een cervixcerclage hadden gehad en # vrouwen uit de Saccone (###) laat zien dat, na correctie voor de confounders, er geen effect is van cervixcerclage op de primaire uitkomstmaat vroeggeboorte (## weken in de interventiegroep uitkomstmaten kwamen significant vaker voor in de cerclagegroep, namelijk zeer laag De overige secundaire uitkomstmaten waren niet significant verschillend De bewijskracht voor cervixcerclage ter preventie van vroeggeboorte en voorkomen van slechte perinatale uitkomst bij vrouwen met een meerlingzwangerschap wordt gegradeerd als gemiddeld met Jarde’s meta-analyse (###) waarin # van de # RCT’s als lage risk of bias zijn geclassificeerd De RCT van MacNaughton (###, MCR/RCOG Working Group) wordt door <PERSOON> (###) beoordeeld als unclear risk of bias, waar Jarde (###) een low risk of bias afgeeft perinatale uitkomst bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte wordt gegradeerd als gemiddeld De geïncludeerde RCT’s zijn voornamelijk geclassificeerd als lage risk of bias # van de # in Jarde (###) en # van de # in Saccone (###) Dit betreft dezelfde # Het kleine aantal RCT’s en de bijbehorende kleine studiepopulaties in zowel de analyse voor de totale groep meerlingzwangerschappen als de groep met verkorte cervixlengte downgrade de GRADE-classificatie van hoog, door kwalitatief goed uitgevoerde studies, naar matig, omdat op basis van deze resultaten met een gemiddelde zekerheid gezegd kan worden wat het effect van Het gebruik van pessaria bij vrouwen met een meerlingzwangerschap in een ongeselecteerde populatie verlaagt de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale Het gebruik van pessaria bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte verlaagt de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale Het toedienen van progesteron bij vrouwen met een meerlingzwangerschap verlaagt de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale uitkomst niet Het toedienen van vaginale progesteron bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte verlaagt mogelijk de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale uitkomst De werkgroep adviseert om de uitkomsten van de Quadruple-P af te wachten voor introductie van deze Het toepassen van cervixcerclage bij vrouwen met een meerlingzwangerschap Het toepassen van een cervixcerclage bij vrouwen met een meerlingzwangerschap.
671
nvog
geclassificeerd De RCT van MacNaughton (###, MCR/RCOG Working Group) wordt door <PERSOON> (###) beoordeeld als unclear risk of bias, waar Jarde (###) een low risk of bias afgeeft perinatale uitkomst bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte wordt gegradeerd als gemiddeld De geïncludeerde RCT’s zijn voornamelijk geclassificeerd als lage risk of bias # van de # in Jarde (###) en # van de # in Saccone (###) Dit betreft dezelfde # Het kleine aantal RCT’s en de bijbehorende kleine studiepopulaties in zowel de analyse voor de totale groep meerlingzwangerschappen als de groep met verkorte cervixlengte downgrade de GRADE-classificatie van hoog, door kwalitatief goed uitgevoerde studies, naar matig, omdat op basis van deze resultaten met een gemiddelde zekerheid gezegd kan worden wat het effect van Het gebruik van pessaria bij vrouwen met een meerlingzwangerschap in een ongeselecteerde populatie verlaagt de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale Het gebruik van pessaria bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte verlaagt de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale Het toedienen van progesteron bij vrouwen met een meerlingzwangerschap verlaagt de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale uitkomst niet Het toedienen van vaginale progesteron bij vrouwen met een meerlingzwangerschap en een verkorte cervixlengte verlaagt mogelijk de kans op vroeggeboorte of slechte perinatale uitkomst De werkgroep adviseert om de uitkomsten van de Quadruple-P af te wachten voor introductie van deze Het toepassen van cervixcerclage bij vrouwen met een meerlingzwangerschap Het toepassen van een cervixcerclage bij vrouwen met een meerlingzwangerschap Alle RCT’s tot <DATUM> die in de literatuur databases te vinden zijn, waarin deze interventies worden onderzocht in vrouwen met een meerlingzwangerschap met of zonder korte cervix, zijn geïncludeerd in tenminste één van de meta-analyses die in deze review zijn meegenomen Het toepassen van de interventies pessarium, progesteron en cervixcerclage ter preventie van vroeggeboorte bij ongeselecteerde vrouwen die zwanger zijn van een meerling leidt niet tot een verlenging van de zwangerschapsduur of een verbetering van de perinatale uitkomst (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De bewijskracht voor deze conclusie is hoog voor de interventies pessariumplaatsing en progesterontoediening, waar deze gebaseerd is op kwalitatief goed uitgevoerde meta-analyses met relatief grote Een uitzondering is de interventie “dagelijkse vaginale progesterontoediening bij vrouwen met een verkorte cervix (##mm die zwanger zijn van een meerling Dit zou mogelijk het risico op vroeggeboorte en slechte perinatale uitkomsten verlagen (<PERSOON>, ###; Jarde, ###; <PERSOON>, ###) De bewijskracht van de literatuur die het effect van vaginale progesteron onderbouwt is echter, ondanks de kwalitatief goed uitgevoerde meta-analyses met relatief grote studiepopulaties, laag omdat deze gebaseerd is op subgroep analyses uit de drie meta-analyses, die overwegend trials hebben geanalyseerd waarin de primaire studiepopulatie niet per definitie uit vrouwen met een verkorte cervixlengte bestond Een tegengestelde conclusie wordt getrokken uit de studie van Brubaker et al (###), daarin wordt geen effect gezien van vaginale progesteron op slechte perinatale uitkomsten maar wel, na statistisch relevantie correcties, juist.
614
nvog
mei ### die in de literatuur databases te vinden zijn, waarin deze interventies worden onderzocht in vrouwen met een meerlingzwangerschap met of zonder korte cervix, zijn geïncludeerd in tenminste één van de meta-analyses die in deze review zijn meegenomen Het toepassen van de interventies pessarium, progesteron en cervixcerclage ter preventie van vroeggeboorte bij ongeselecteerde vrouwen die zwanger zijn van een meerling leidt niet tot een verlenging van de zwangerschapsduur of een verbetering van de perinatale uitkomst (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De bewijskracht voor deze conclusie is hoog voor de interventies pessariumplaatsing en progesterontoediening, waar deze gebaseerd is op kwalitatief goed uitgevoerde meta-analyses met relatief grote Een uitzondering is de interventie “dagelijkse vaginale progesterontoediening bij vrouwen met een verkorte cervix (##mm die zwanger zijn van een meerling Dit zou mogelijk het risico op vroeggeboorte en slechte perinatale uitkomsten verlagen (<PERSOON>, ###; Jarde, ###; <PERSOON>, ###) De bewijskracht van de literatuur die het effect van vaginale progesteron onderbouwt is echter, ondanks de kwalitatief goed uitgevoerde meta-analyses met relatief grote studiepopulaties, laag omdat deze gebaseerd is op subgroep analyses uit de drie meta-analyses, die overwegend trials hebben geanalyseerd waarin de primaire studiepopulatie niet per definitie uit vrouwen met een verkorte cervixlengte bestond Een tegengestelde conclusie wordt getrokken uit de studie van Brubaker et al (###), daarin wordt geen effect gezien van vaginale progesteron op slechte perinatale uitkomsten maar wel, na statistisch relevantie correcties, juist vaginale progesteron hebben gehad Het retrospectieve <INSTELLING> van deze observationele studie maakt dat de onderbouwing van een zeer lage bewijskracht is Cervixcerclage kan niet worden aanbevolen gebaseerd op literatuur met een matige bewijskracht (<PERSOON>, ###) De meta-analyses op zich zijn van goede kwaliteit, maar gebaseerd op een klein aantal RCT’s met relatief kleine studiepopulaties Alleen in de subgroep analyse voor vrouwen met een korte cervix bleek cervixcerclage een statistisch significant effect te hebben op een hoger risico op de slechte perinatale uitkomsten “een zeer laag geboortegewicht ((### gram) van het kind en RDS (Saccone, ###)” maar de aantallen geincludeerde vrouwen was dusdanig laag, dat hier nauwelijks iets zinnigs over te zeggen is Voor alle uitkomstmaten gelden brede betrouwbaarheidsintervallen die suggereren dat er noch voordeel, noch nadeel van het toepassen van cervixcerclage voor de perinatale uitkomsten is Hoewel een retrospectieve cohortstudie uit ### (<PERSOON> ###) een verlenging van de zwangerschapsduur liet zien bij meerlingen indien sprake was van asymptomatische ontsluiting, is de level of evidence van deze cohortstudie te laag om cerclage als behandeling te adviseren In de ongeselecteerde populatie meerlingzwangerschappen lijkt er vooralsnog geen interventie gevonden te zijn die een gunstig effect heeft op de preventie van vroeggeboorte of op slechte perinatale uitkomst De mogelijke trends, ondanks gebrek aan significantie, die de literatuur heeft laten zien zijn gunstig voor het pessarium en voor vaginale progesterontoediening Toekomstig onderzoek zou zich dan ook kunnen richten op deze twee interventies Gezien enkele gunstige resultaten van het pessarium in een groep vrouwen met een verkorte.
620
nvog
observationele studie maakt dat de onderbouwing van een zeer lage bewijskracht is Cervixcerclage kan niet worden aanbevolen gebaseerd op literatuur met een matige bewijskracht (<PERSOON>, ###) De meta-analyses op zich zijn van goede kwaliteit, maar gebaseerd op een klein aantal RCT’s met relatief kleine studiepopulaties Alleen in de subgroep analyse voor vrouwen met een korte cervix bleek cervixcerclage een statistisch significant effect te hebben op een hoger risico op de slechte perinatale uitkomsten “een zeer laag geboortegewicht ((### gram) van het kind en RDS (Saccone, ###)” maar de aantallen geincludeerde vrouwen was dusdanig laag, dat hier nauwelijks iets zinnigs over te zeggen is Voor alle uitkomstmaten gelden brede betrouwbaarheidsintervallen die suggereren dat er noch voordeel, noch nadeel van het toepassen van cervixcerclage voor de perinatale uitkomsten is Hoewel een retrospectieve cohortstudie uit ### (<PERSOON> ###) een verlenging van de zwangerschapsduur liet zien bij meerlingen indien sprake was van asymptomatische ontsluiting, is de level of evidence van deze cohortstudie te laag om cerclage als behandeling te adviseren In de ongeselecteerde populatie meerlingzwangerschappen lijkt er vooralsnog geen interventie gevonden te zijn die een gunstig effect heeft op de preventie van vroeggeboorte of op slechte perinatale uitkomst De mogelijke trends, ondanks gebrek aan significantie, die de literatuur heeft laten zien zijn gunstig voor het pessarium en voor vaginale progesterontoediening Toekomstig onderzoek zou zich dan ook kunnen richten op deze twee interventies Gezien enkele gunstige resultaten van het pessarium in een groep vrouwen met een verkorte een verkorte cervixlengte (<PERSOON>, ###; Jarde, ###; <PERSOON>, ###), zou het raadzaam zijn om nieuwe trials uit te voeren in een studiepopulatie van vrouwen met een meerlingzwangerschap Er zijn drie lopende trials binnen een dergelijke studiepopulatie één single-centre trial in <PERSOON> met inclusie tot januari ### (NCT<PATIENTNUMMER>#) waarin wordt gerandomiseerd voor vaginale trial in de Verenigde Staten met inclusie tot juni ###, waarin wordt gerandomiseerd voor vaginale progesteron, een vaginale placebo of het pessarium; en de Quadruple P-trial, een multi-centre trial in <LOCATIE>, waarin wordt gerandomiseerd voor vaginale progesteron of pessarium De PROSPECTtrial en Quadruple P-trial zijn de eerste RCT’s waarin wordt gerandomiseerd voor interventies of vaginale progesterontoediening bij een verkorte cervixlengte plaats moet vinden binnen studieverband (de Quadruple P-studie) In ziekenhuizen waarbij men niet aan deze studie kan deelnemen, kan men de voor- en nadelen van de behandeling met de patiënt bespreken en samen tot een voor die patiënt juiste keuze komen of verwijzen naar een kliniek waar men wel ACOG Practice Bulletin; Clinical Management Guidelines for <PERSOON> J Is treatment with vaginal pessaries an option in patients <PERSOON> CV Vaginal progesterone in women with twin gestations complicated by short cervix a retrospective cohort study <PERSOON> CA Prenatal administration of progesterone for preventing.
571
nvog
verkorte cervixlengte (<PERSOON>, ###; Jarde, ###; <PERSOON>, ###), zou het raadzaam zijn om nieuwe trials uit te voeren in een studiepopulatie van vrouwen met een meerlingzwangerschap Er zijn drie lopende trials binnen een dergelijke studiepopulatie één single-centre trial in <PERSOON> met inclusie tot januari ### (NCT<PATIENTNUMMER>#) waarin wordt gerandomiseerd voor vaginale trial in de Verenigde Staten met inclusie tot juni ###, waarin wordt gerandomiseerd voor vaginale progesteron, een vaginale placebo of het pessarium; en de Quadruple P-trial, een multi-centre trial in <LOCATIE>, waarin wordt gerandomiseerd voor vaginale progesteron of pessarium De PROSPECTtrial en Quadruple P-trial zijn de eerste RCT’s waarin wordt gerandomiseerd voor interventies of vaginale progesterontoediening bij een verkorte cervixlengte plaats moet vinden binnen studieverband (de Quadruple P-studie) In ziekenhuizen waarbij men niet aan deze studie kan deelnemen, kan men de voor- en nadelen van de behandeling met de patiënt bespreken en samen tot een voor die patiënt juiste keuze komen of verwijzen naar een kliniek waar men wel ACOG Practice Bulletin; Clinical Management Guidelines for <PERSOON> J Is treatment with vaginal pessaries an option in patients <PERSOON> CV Vaginal progesterone in women with twin gestations complicated by short cervix a retrospective cohort study <PERSOON> CA Prenatal administration of progesterone for preventing Cochrane Database of <PERSOON> B, et al Cervical pessary to prevent preterm birth in women with twin gestation and sonographic short cervix a multicenter randomized controlled trial <PERSOON> JB, <PERSOON> SG, Franx A, <PERSOON-##> SK, et al Increased perinatal mortality and morbidity in monochorionic versus dichorionic twin pregnancies clinical implications of a large Dutch cohort study <PERSOON-##> O, Park <PERSOON-##> S, et al Preterm birth prevention in twin pregnancies with progesterone, pessary, or cerclage a systematic review and meta-analysis BJOG Feb ###; doi <DATUM> <TELEFOONNUMMER>### <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> RE, Duvekot JJ, Erwich JJ, van <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> CM, van <PERSOON-##> MM, Spaanderman ME, <PERSOON-##> BW, Bruinse HW ##α-hydroxyprogesterone caproate for the prevention of adverse neonatal outcome in multiple pregnancies a randomized controlled trial <PERSOON-##> K, et al Cervical pessaries for prevention of preterm birth in women with a multiple pregnancy (ProTWIN) a multicentre, open-label randomized <PERSOON-##> SMS, et al Economic analysis of use of pessary to prevent preterm birth in women with multiple Nicolaides, Kypros H , et al Cervical pessary placement for prevention of preterm birth in unselected twin pregnancies.
579
nvog
de la <PERSOON> B, et al Cervical pessary to prevent preterm birth in women with twin gestation and sonographic short cervix a multicenter randomized controlled trial <PERSOON> JB, <PERSOON> SG, Franx A, <PERSOON> SK, et al Increased perinatal mortality and morbidity in monochorionic versus dichorionic twin pregnancies clinical implications of a large Dutch cohort study <PERSOON> O, Park <PERSOON> S, et al Preterm birth prevention in twin pregnancies with progesterone, pessary, or cerclage a systematic review and meta-analysis BJOG Feb ###; doi <DATUM> <TELEFOONNUMMER>### <PERSOON> K, <PERSOON> RE, Duvekot JJ, Erwich JJ, van <PERSOON> P, <PERSOON-##> CM, van <PERSOON-##> MM, Spaanderman ME, <PERSOON-##> BW, Bruinse HW ##α-hydroxyprogesterone caproate for the prevention of adverse neonatal outcome in multiple pregnancies a randomized controlled trial <PERSOON-##> K, et al Cervical pessaries for prevention of preterm birth in women with a multiple pregnancy (ProTWIN) a multicentre, open-label randomized <PERSOON-##> SMS, et al Economic analysis of use of pessary to prevent preterm birth in women with multiple Nicolaides, Kypros H , et al Cervical pessary placement for prevention of preterm birth in unselected twin pregnancies <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> S, et al Progesterone for the prevention of preterm birth in twin pregnancy (STOPPIT) a randomized, double-blind, placebo-controlled study and metaanalysis Lancet ###;### ###-## <PERSOON-##> stitch (cerclage) for preventing preterm birth in multiple pregnancy Cochrane Database of Systematic Reviews ###, # doi <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON-##> P, et al Cerclage in twin pregnancy with dilated cervix between ## and ## <PERSOON-##> ML, Cetingoz E, et al Vaginal progesterone decreases preterm birth and neonatal morbidity and mortality in women with a twin gestation and a short cervix an updated meta-analysis of individual patient data Ultrasound Obstet Gynecol March ###; #<DATUM> ### Rouse DJ, Caritis SN, Peaceman AM, Sciscione A, <PERSOON-##> EA, Spong CY, et al ; National Institute of Child Health and Human Development Maternal-Fetal Medicine Units Network A trial of ## alpha-hydroxyprogesterone caproate to prevent prematurity in twins <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> for short cervix in twin pregnancies systematic review and meta-analysis of randomized trials using individual patient-level data <PERSOON-##> AC, <PERSOON-##> JE, et al Effectiveness of progestogens to improve.
622
nvog
<PERSOON> ### <PERSOON> JE, <PERSOON> F, <PERSOON> S, et al Progesterone for the prevention of preterm birth in twin pregnancy (STOPPIT) a randomized, double-blind, placebo-controlled study and metaanalysis Lancet ###;### ###-## <PERSOON> stitch (cerclage) for preventing preterm birth in multiple pregnancy Cochrane Database of Systematic Reviews ###, # doi <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON> P, et al Cerclage in twin pregnancy with dilated cervix between ## and ## <PERSOON> ML, Cetingoz E, et al Vaginal progesterone decreases preterm birth and neonatal morbidity and mortality in women with a twin gestation and a short cervix an updated meta-analysis of individual patient data Ultrasound Obstet Gynecol March ###; #<DATUM> ### Rouse DJ, Caritis SN, Peaceman AM, Sciscione A, <PERSOON> EA, Spong CY, et al ; National Institute of Child Health and Human Development Maternal-Fetal Medicine Units Network A trial of ## alpha-hydroxyprogesterone caproate to prevent prematurity in twins <PERSOON> S, <PERSOON-##> for short cervix in twin pregnancies systematic review and meta-analysis of randomized trials using individual patient-level data <PERSOON-##> AC, <PERSOON> JE, et al Effectiveness of progestogens to improve an individual participant data meta-analysis <PERSOON-##> outcome in women treated with progesterone for the Exclusietabel # Pessarium – Exclusie na het lezen van het volledige artikel Voldeed niet aan selectiecriteria (geen controlegroep, resultaten niet apart vermeld voor Voldeed niet aan selectiecriteria (geen vergelijking tussen groep met en zonder pessarium) Systematische review die enkel <PERSOON-##>, ### (reeds opgenomen in literatuursamenvatting) Voldeed niet aan selectiecriteria (gaat niet over alleen meerlingzwangerschappen) Exclusietabel # Progesteron – Exclusie na het lezen van het volledige artikel Exclusietabel # Cervixcerclage – Exclusie na het lezen van het volledige artikel Research question Dient het gebruik van een pessarium bij een meerlingzwangerschap te worden aanbevolen om de kans op vroeggeboorte te verkleinen? # Prognostic balance between treatment groups is usually guaranteed in randomized studies, but non-randomized (observational) studies require matching of patients between treatment groups (casecontrol studies) or multivariate adjustment for prognostic factors (confounders) (cohort studies); the evidence table should contain sufficient details on these procedures # Provide data per treatment group on the most important prognostic factors [(potential) confounders] # For case-control studies, provide sufficient detail on the procedure used to match cases and controls # For cohort studies, provide sufficient detail on the (multivariate) analyses used to adjust for (potential) confounders Evidence table for systematic review of RCT’s and observational studies (intervention studies) # ## weeks (##% CI # ### ## weeks, # study, ###.
629
nvog
an individual participant data meta-analysis <PERSOON> outcome in women treated with progesterone for the Exclusietabel # Pessarium – Exclusie na het lezen van het volledige artikel Voldeed niet aan selectiecriteria (geen controlegroep, resultaten niet apart vermeld voor Voldeed niet aan selectiecriteria (geen vergelijking tussen groep met en zonder pessarium) Systematische review die enkel <PERSOON>, ### (reeds opgenomen in literatuursamenvatting) Voldeed niet aan selectiecriteria (gaat niet over alleen meerlingzwangerschappen) Exclusietabel # Progesteron – Exclusie na het lezen van het volledige artikel Exclusietabel # Cervixcerclage – Exclusie na het lezen van het volledige artikel Research question Dient het gebruik van een pessarium bij een meerlingzwangerschap te worden aanbevolen om de kans op vroeggeboorte te verkleinen? # Prognostic balance between treatment groups is usually guaranteed in randomized studies, but non-randomized (observational) studies require matching of patients between treatment groups (casecontrol studies) or multivariate adjustment for prognostic factors (confounders) (cohort studies); the evidence table should contain sufficient details on these procedures # Provide data per treatment group on the most important prognostic factors [(potential) confounders] # For case-control studies, provide sufficient detail on the procedure used to match cases and controls # For cohort studies, provide sufficient detail on the (multivariate) analyses used to adjust for (potential) confounders Evidence table for systematic review of RCT’s and observational studies (intervention studies) # ## weeks (##% CI # ### ## weeks, # study, ### Results should be adequately controlled for potential confounders by multivariate analysis (not applicable for RCT’s) Research question Dient de toediening van progesteron bij een meerlingzwangerschap te worden aanbevolen om de kans op vroeggeboorte te verkleinen? More risk factors for preterm delivery ) more likely (such as RDS, IVH, NEC), no possible correction for CI confidence interval; CL cervical length; IVH intraventricular haemorrhage; NEC necrotizing colitis; OR odds ratio; PPROM premature preterm rupture of membranes; RDS respiratory distress syndrome CI confidence interval; CL cervical length; HR hazard ratio; I² heterogeneity; IM intramuscular; IPDMA individual participant data meta-analysis; IQR inter quartile range; MD mean duration; NNT number needed to treat; PTB preterm birth; PV per vagina; RCT randomized controlled trial; RDS respiratory distress syndrome; RR risk ratio; SD standard deviation; SR systematic review # Prognostic balance between treatment groups is usually guaranteed in randomized studies, but non-randomized (observational) studies require matching of patients between treatment groups (case-control Research question is the use of vaginal progesterone in twin gestations with a cervical length of ≤<DATUM> m associated with a reduced risk of preterm delivery? # Bias is likely if the percentage of patients lost to follow-up is large; or differs between treatment groups; or the reasons for loss to follow-up differ between treatment groups; or length of follow-up differs #.
614
nvog
controlled for potential confounders by multivariate analysis (not applicable for RCT’s) Research question Dient de toediening van progesteron bij een meerlingzwangerschap te worden aanbevolen om de kans op vroeggeboorte te verkleinen? More risk factors for preterm delivery ) more likely (such as RDS, IVH, NEC), no possible correction for CI confidence interval; CL cervical length; IVH intraventricular haemorrhage; NEC necrotizing colitis; OR odds ratio; PPROM premature preterm rupture of membranes; RDS respiratory distress syndrome CI confidence interval; CL cervical length; HR hazard ratio; I² heterogeneity; IM intramuscular; IPDMA individual participant data meta-analysis; IQR inter quartile range; MD mean duration; NNT number needed to treat; PTB preterm birth; PV per vagina; RCT randomized controlled trial; RDS respiratory distress syndrome; RR risk ratio; SD standard deviation; SR systematic review # Prognostic balance between treatment groups is usually guaranteed in randomized studies, but non-randomized (observational) studies require matching of patients between treatment groups (case-control Research question is the use of vaginal progesterone in twin gestations with a cervical length of ≤<DATUM> m associated with a reduced risk of preterm delivery? # Bias is likely if the percentage of patients lost to follow-up is large; or differs between treatment groups; or the reasons for loss to follow-up differ between treatment groups; or length of follow-up differs # If a # Results should be adequately controlled for potential confounders by multivariate analysis (not applicable for RCT’s) Research question Dient een cervixcerclage bij een meerlingzwangerschap te worden aanbevolen om de kans op vroeggeboorte te verkleinen? RR (##% CI )] stillbirth # ## (# ### ##), neonatal death # ## (# ### ##), preterm birth (## weeks CI confidence interval; CL cervical length; I² heterogeneity; IPDMA individual participant data meta-analysis; NEC necrotizing colitis; NICU neonatal intensive care unit; PTB preterm birth; RCT randomized Based on AMSTAR checklist (Shea et al ; ###, BMC Methodol # ##; doi <DATUM> ###-###<DATUM> and PRISMA checklist (Moher et al , ###, PLoS Med # e<PATIENTNUMMER>; doi ## ###/journal pmed<PATIENTNUMMER>) ## Research question (PICO) and inclusion criteria should be appropriate and predefined ## Search period and strategy should be described; at least Medline searched; for pharmacological questions at least Medline + EMBASE searched ## Potentially relevant studies that are excluded at final selection (after reading the full text) should be referenced with reasons Algemene gegevens – Implementatie kunnen per groep van modules (of gehele richtlijn) eenmalig worden ingevuld Naar wens kan er per module afgeweken worden  formulering Het is niet (onvoldoende) onderzocht of het een meerling, met een pessarium ter preventie van vroeggeboorte dan wel slechte perinatale Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief doordat de Patiëntenfederatie Aan de NVK en de KNOV is de conceptrichtlijn ter commentaar voorgelegd er is veel vertrouwen dat het ware effect van behandeling dichtbij het.
676
nvog
Bij een stuitligging komen vaker complicaties durante partu voor met een verhoogde kans op maternale en neonatale morbiditeit en mortaliteit zowel op korte als op langere termijn Het sectio-caesarea-percentage in verband met stuitligging is sedert ### toegenomen van ongeveer ## naar ## Tegenover deze verandering in beleid met als doel een reductie van de neonatale morbiditeit en mortaliteit moeten de nadelige gevolgen voor de moeder in de huidige zwangerschap en de volgende zwangerschappen afgewogen worden Bij een stuitligging is er een grotere kans op maternale problemen door de verhoogde kans op een sectio caesarea Uitwendige versie van stuitligging naar hoofdligging resulteert in een daling van het aantal kinderen in stuitligging en daarmee in een daling van het aantal sectio's, maar deze vorm van interventie heeft Een stuitligging is een lengteligging waarbij het voorliggende deel gevormd wordt door de stuit en/of voeten onvolkomen stuitligging (‘frank breech') de benen langs het lichaam, geflecteerd in de heup en gestrekt volkomen stuitligging (‘complete breech') de voeten naast de stuit, de benen geflecteerd in de heup en voetligging (‘incomplete breech') een of beide voeten niet naast maar onder de stuit In de literatuur worden vrijwel alleen geassocieerde factoren beschreven vroeggeboorte, meerlingzwangerschap, foetale groeivertraging, bekken- en uterusafwijkingen, tumoren in het maternale kleine bekken, placenta praevia, polyhydramnion, multipariteit, navelstrengproblemen (te kort/omstrengeld), congenitale foetale afwijkingen<DATUM> Congenitale foetale afwijkingen (structurele en/of functionele) komen bij kinderen die in stuitligging geboren worden twee- tot driemaal zo vaak voor als bij kinderen die in hoofdligging geboren worden Voorbeelden van zulke afwijkingen zijn hydrocefalie en/of spina bifida, anencefalie, akinesiesequenties, syndroom van <PERSOON>-Feil en malformaties aan de onderste extremiteiten Persisterende hyperextensie van de foetale hals kan een uiting zijn van een congenitale afwijking [#, bewijskracht niveau C] Ook kunnen maternale redenen, zoals myomen of placentaire redenen zoals een placenta praevia een oorzaak van de stuitligging zijn Of na ## weken bij stuitligging wel uitgebreid echoscopisch onderzoek naar structurele foetale afwijkingen zou moeten worden gedaan kan niet uit de beschikbare literatuur worden geconcludeerd, terwijl de beoordeling bij een gevorderde zwangerschapsduur vaak te wensen overlaat Bij een zwangerschapsduur van ##-## weken ligt ##-##% van de foetussen in stuitligging, rond ## weken ligt nog ##-##% van de foetussen met het caput in fundo, terwijl dit percentage in de aterme periode is gedaald tot Afwijkingen aan de uterus (myomen, uterus bicornis) of in/aan het kleine bekken vormen slechts in een klein aantal gevallen de verklaring voor de stuitligging Ook hier geldt dat diagnostiek, voor zover al mogelijk, voor ## weken in elk geval niet is geïndiceerd Indien het vermoeden op een bekkenvernauwing bestaat, zoals bijvoorbeeld na een mislukte of moeizame kunstverlossing in de voorgeschiedenis, is er een verhoogd risico op foetale mortaliteit/morbiditeit bij vaginale baring Voor manueel bekkenonderzoek geldt dat het nut ervan Bij een stuitligging is er een groter risico op uitzakken van de navelstreng dan bij hoofdligging Het risico is het kleinst bij de onvolkomen stuit en het grootst bij voetligging.
604
nvog
geboren worden Voorbeelden van zulke afwijkingen zijn hydrocefalie en/of spina bifida, anencefalie, akinesiesequenties, syndroom van <PERSOON>-Feil en malformaties aan de onderste extremiteiten Persisterende hyperextensie van de foetale hals kan een uiting zijn van een congenitale afwijking [#, bewijskracht niveau C] Ook kunnen maternale redenen, zoals myomen of placentaire redenen zoals een placenta praevia een oorzaak van de stuitligging zijn Of na ## weken bij stuitligging wel uitgebreid echoscopisch onderzoek naar structurele foetale afwijkingen zou moeten worden gedaan kan niet uit de beschikbare literatuur worden geconcludeerd, terwijl de beoordeling bij een gevorderde zwangerschapsduur vaak te wensen overlaat Bij een zwangerschapsduur van ##-## weken ligt ##-##% van de foetussen in stuitligging, rond ## weken ligt nog ##-##% van de foetussen met het caput in fundo, terwijl dit percentage in de aterme periode is gedaald tot Afwijkingen aan de uterus (myomen, uterus bicornis) of in/aan het kleine bekken vormen slechts in een klein aantal gevallen de verklaring voor de stuitligging Ook hier geldt dat diagnostiek, voor zover al mogelijk, voor ## weken in elk geval niet is geïndiceerd Indien het vermoeden op een bekkenvernauwing bestaat, zoals bijvoorbeeld na een mislukte of moeizame kunstverlossing in de voorgeschiedenis, is er een verhoogd risico op foetale mortaliteit/morbiditeit bij vaginale baring Voor manueel bekkenonderzoek geldt dat het nut ervan Bij een stuitligging is er een groter risico op uitzakken van de navelstreng dan bij hoofdligging Het risico is het kleinst bij de onvolkomen stuit en het grootst bij voetligging compressie van de navelstreng tijdens de uitdrijving In diverse onderzoeken wordt het risico op acidemie bij vaginale stuitgeboorte vier- tot tienmaal hoger geschat dan bij geboorte in hoofdligging Direct mechanisch letsel kan optreden ten gevolge van niet vorderen van de baring, waarbij (partiële) extractie nodig is cerebraal letsel, plexuslaesies, spinaal letsel, fracturen, rupturen van thoracale en abdominale organen Problemen met opgeslagen armen worden, meestal in retrospectieve onderzoeken, beschreven bij #% van de stuitbevallingen; dit is geassocieerd met mortaliteitsfrequenties tot ##% en morbiditeitsfrequenties tot ##% Problemen met het nakomende hoofd worden in de diverse onderzoeken beschreven tot #,#% Tot en met de jaren vijftig was een vaginale baring bij stuitligging nog algemeen uitgangspunt Daarna verschenen steeds meer publicaties die een sectio caesarea propageerden om de perinatale mortaliteit en morbiditeit te reduceren Tot voor kort hadden de meeste onderzoeken als bezwaar dat ze retrospectief waren, zich over een lange periode uitstrekten en veelal geen melding maakten van bijkomende factoren die van invloed kunnen zijn op de mortaliteits- en morbiditeitscijfers, zoals congenitale afwijkingen, uterusafwijkingen en placentaliggingsafwijkingen, persisterende hyperextensie van de foetale hals, prematuriteit en dysmaturiteit# Deze onderzoeken tonen sterk uiteenlopende mortaliteits- en morbiditeitspercentages, waarbij vaak geen onderscheid wordt gemaakt tussen problemen die geassocieerd zijn met de stuitligging en problemen die het In een publicatie in oktober ### in <PERSOON> Lancet over een gerandomiseerde ‘multicentre trial' (de zogenaamde ‘term breech trial' (TBT)) werd de conclusie getrokken dat een beleid gericht op een geplande sectio caesarea.
600
nvog
de uitdrijving In diverse onderzoeken wordt het risico op acidemie bij vaginale stuitgeboorte vier- tot tienmaal hoger geschat dan bij geboorte in hoofdligging Direct mechanisch letsel kan optreden ten gevolge van niet vorderen van de baring, waarbij (partiële) extractie nodig is cerebraal letsel, plexuslaesies, spinaal letsel, fracturen, rupturen van thoracale en abdominale organen Problemen met opgeslagen armen worden, meestal in retrospectieve onderzoeken, beschreven bij #% van de stuitbevallingen; dit is geassocieerd met mortaliteitsfrequenties tot ##% en morbiditeitsfrequenties tot ##% Problemen met het nakomende hoofd worden in de diverse onderzoeken beschreven tot #,#% Tot en met de jaren vijftig was een vaginale baring bij stuitligging nog algemeen uitgangspunt Daarna verschenen steeds meer publicaties die een sectio caesarea propageerden om de perinatale mortaliteit en morbiditeit te reduceren Tot voor kort hadden de meeste onderzoeken als bezwaar dat ze retrospectief waren, zich over een lange periode uitstrekten en veelal geen melding maakten van bijkomende factoren die van invloed kunnen zijn op de mortaliteits- en morbiditeitscijfers, zoals congenitale afwijkingen, uterusafwijkingen en placentaliggingsafwijkingen, persisterende hyperextensie van de foetale hals, prematuriteit en dysmaturiteit# Deze onderzoeken tonen sterk uiteenlopende mortaliteits- en morbiditeitspercentages, waarbij vaak geen onderscheid wordt gemaakt tussen problemen die geassocieerd zijn met de stuitligging en problemen die het In een publicatie in oktober ### in <PERSOON> Lancet over een gerandomiseerde ‘multicentre trial' (de zogenaamde ‘term breech trial' (TBT)) werd de conclusie getrokken dat een beleid gericht op een geplande sectio caesarea niveau <PERSOON> TBT was de perinatale sterfte in #,#% bij een geplande sectio caesarea versus #,#% bij een geplande vaginale baring; ernstige perinatale morbiditeit was #,#% bij een geplande sectio caesarea versus #,#% bij een geplande vaginale partus In ### werd betreffende de TBT een analyse gepubliceerd van factoren die, in de groep van ### vrouwen die op enigerlei wijze in partu was geweest, een effect zouden kunnen hebben op de perinatale uitkomst [#, bewijskracht niveau A#] De resultaten van een logistische Tabel # Risicofactoren voor slechtere perinatale uitkomst uit de TBT In ### werd de follow-up beschreven van de kinderen uit de TBT Deze follow-up studie laat geen verschil in perinatale uitkomst meer zien op de leeftijd van twee jaar tussen de kinderen geboren in de groep geplande sectio caesarea en de kinderen geboren in de groep geplande vaginale baring (RR #,##; ##%-CI #,#<DATUM> ##) [#, bewijskracht niveau A#] Uit een Cochrane-review blijkt dat een primaire sectio een significante daling van de perinatale en neonatale sterfte en ernstige morbiditeit geeft (RR #,##, ##%-CI #,##-#,##) [#, bewijskracht niveau A#-B] Uit een recente <PERSOON> prospectieve studie waarin ### geplande vaginale stuitbevallingen vergeleken werden met ### geplande sectio's blijkt dat vaginale stuitbevallingen in vergelijking met sectio's in verband met stuitligging niet leiden tot een significant hoger mortaliteits- of Na de publicatie van de TBT en reeds voor de herziening van de richtlijn Stuitligging in juli ###, steeg in <LOCATIE> het percentage sectio's in verband met stuitligging van ongeveer ##% naar ##%## Deze.
668
nvog
in #,#% bij een geplande sectio caesarea versus #,#% bij een geplande vaginale baring; ernstige perinatale morbiditeit was #,#% bij een geplande sectio caesarea versus #,#% bij een geplande vaginale partus In ### werd betreffende de TBT een analyse gepubliceerd van factoren die, in de groep van ### vrouwen die op enigerlei wijze in partu was geweest, een effect zouden kunnen hebben op de perinatale uitkomst [#, bewijskracht niveau A#] De resultaten van een logistische Tabel # Risicofactoren voor slechtere perinatale uitkomst uit de TBT In ### werd de follow-up beschreven van de kinderen uit de TBT Deze follow-up studie laat geen verschil in perinatale uitkomst meer zien op de leeftijd van twee jaar tussen de kinderen geboren in de groep geplande sectio caesarea en de kinderen geboren in de groep geplande vaginale baring (RR #,##; ##%-CI #,#<DATUM> ##) [#, bewijskracht niveau A#] Uit een Cochrane-review blijkt dat een primaire sectio een significante daling van de perinatale en neonatale sterfte en ernstige morbiditeit geeft (RR #,##, ##%-CI #,##-#,##) [#, bewijskracht niveau A#-B] Uit een recente <PERSOON> prospectieve studie waarin ### geplande vaginale stuitbevallingen vergeleken werden met ### geplande sectio's blijkt dat vaginale stuitbevallingen in vergelijking met sectio's in verband met stuitligging niet leiden tot een significant hoger mortaliteits- of Na de publicatie van de TBT en reeds voor de herziening van de richtlijn Stuitligging in juli ###, steeg in <LOCATIE> het percentage sectio's in verband met stuitligging van ongeveer ##% naar ##%## Deze Het percentage lage Apgarscores daalde van #,#% naar #,#% en het percentage geboortetrauma's van #,##% naar #,##% [##, bewijskracht niveau C] Deze verandering in beleid heeft geresulteerd in ongeveer ### extra sectio's per jaar op indicatie aterme stuitligging, waardoor per jaar ## kinderen minder stierven Tegenover dit beleid moeten de nadelige gevolgen voor de moeder worden afgewogen Een Nederlandse analyse onder <DATUM> voldragen eenlingen in stuitligging, geboren in de periode ###-###, laat #,##% perinatale sterfte zien in de groep geplande vaginale baring (vaginale baring plus spoed-sectio caesarea) vergeleken met #,##% in de groep geplande sectio caesarea Ernstige morbiditeit werd gezien bij #,##% van de kinderen die vaginaal werden geboren en #,##% na een geplande sectio caesarea## Het percentage sterfte en ernstige morbiditeit samen bedroeg na een geplande vaginale baring #,##% en na een geplande sectio caesarea #,##%, een verschil van meer dan #% Kinderen met een gewicht van ( ### g bij voldragen zwangerschap) hadden een significant hogere morbiditeit en mortaliteit na een vaginale baring dan kinderen met een geboortegewicht van ###-### g (OR #,##; ##%-CI #,#<DATUM> ##) Bij kinderen met een Hoewel zeer veel onderzoeken zijn gepubliceerd over de keuze vaginale baring of electieve sectio caesarea bij preterme stuitbevalling, is niet vastgesteld dat een electieve sectio leidt tot een reductie van mortaliteit en/of morbiditeit In een klein retrospectief Nederlands patiënt-controleonderzoek bleek een beleid gericht op sectio caesarea bij vroege preterme stuitbevalling ( ## weken niet geassocieerd met toegenomen overlevingskansen zonder invaliditeit of handicap [##, bewijskracht niveau C].
745
nvog
van #,#% naar #,#% en het percentage geboortetrauma's van #,##% naar #,##% [##, bewijskracht niveau C] Deze verandering in beleid heeft geresulteerd in ongeveer ### extra sectio's per jaar op indicatie aterme stuitligging, waardoor per jaar ## kinderen minder stierven Tegenover dit beleid moeten de nadelige gevolgen voor de moeder worden afgewogen Een Nederlandse analyse onder <DATUM> voldragen eenlingen in stuitligging, geboren in de periode ###-###, laat #,##% perinatale sterfte zien in de groep geplande vaginale baring (vaginale baring plus spoed-sectio caesarea) vergeleken met #,##% in de groep geplande sectio caesarea Ernstige morbiditeit werd gezien bij #,##% van de kinderen die vaginaal werden geboren en #,##% na een geplande sectio caesarea## Het percentage sterfte en ernstige morbiditeit samen bedroeg na een geplande vaginale baring #,##% en na een geplande sectio caesarea #,##%, een verschil van meer dan #% Kinderen met een gewicht van ( ### g bij voldragen zwangerschap) hadden een significant hogere morbiditeit en mortaliteit na een vaginale baring dan kinderen met een geboortegewicht van ###-### g (OR #,##; ##%-CI #,#<DATUM> ##) Bij kinderen met een Hoewel zeer veel onderzoeken zijn gepubliceerd over de keuze vaginale baring of electieve sectio caesarea bij preterme stuitbevalling, is niet vastgesteld dat een electieve sectio leidt tot een reductie van mortaliteit en/of morbiditeit In een klein retrospectief Nederlands patiënt-controleonderzoek bleek een beleid gericht op sectio caesarea bij vroege preterme stuitbevalling ( ## weken niet geassocieerd met toegenomen overlevingskansen zonder invaliditeit of handicap [##, bewijskracht niveau C] aanknopingspunten voor de beste keuze van de wijze van bevallen tussen ## en ## weken In veel onderzoeken is vooral gelet op gewicht (grenzen voor indeling vaak ( ### g, ###-### g, ###-### g en ) ### g) en veel minder op zwangerschapsduur In de meeste onderzoeken wordt intensieve foetale bewaking net als bij preterme partus in hoofdligging als belangrijkste preventieve maatregel aangeduid De eerste twee prospectieve onderzoeken die er voor de TBT waren over de wijze van bevallen en waarvan ook een meta-analyse is verschenen, toonden geen verschil in mortaliteit en morbiditeit, maar betroffen slechts kleine aantallen patiënten [##-##, bewijskracht niveau <PERSOON> TBT werden de perinatale mortaliteit, neonatale mortaliteit en ernstige neonatale morbiditeit als significant lager beschreven in de groep met een beleid gericht op een geplande sectio caesarea Een analyse van de gevolgen van de TBT in <LOCATIE> leert dat er circa ### electieve sectio's in verband met stuitligging nodig zijn om # geval van sterfte door vaginale baring te voorkomen [##] Daar staat tegenover dat ten gevolge van een uterusruptuur in een volgende zwangerschap de perinatale sterfte weer zal oplopen## En wat betreft de daling van het aantal geboortetraumata en het aantal kinderen met een #-minuten-Apgarscore van ( # blijft het de vraag hoe klinisch relevant die verschillen zijn, mede gelet op het ontbreken van verschil in morbiditeit in de follow-up van de TBT# Een beleid gericht op een electieve sectio bij aterme foetus in stuitligging zal volgens een.
692
nvog
keuze van de wijze van bevallen tussen ## en ## weken In veel onderzoeken is vooral gelet op gewicht (grenzen voor indeling vaak ( ### g, ###-### g, ###-### g en ) ### g) en veel minder op zwangerschapsduur In de meeste onderzoeken wordt intensieve foetale bewaking net als bij preterme partus in hoofdligging als belangrijkste preventieve maatregel aangeduid De eerste twee prospectieve onderzoeken die er voor de TBT waren over de wijze van bevallen en waarvan ook een meta-analyse is verschenen, toonden geen verschil in mortaliteit en morbiditeit, maar betroffen slechts kleine aantallen patiënten [##-##, bewijskracht niveau <PERSOON> TBT werden de perinatale mortaliteit, neonatale mortaliteit en ernstige neonatale morbiditeit als significant lager beschreven in de groep met een beleid gericht op een geplande sectio caesarea Een analyse van de gevolgen van de TBT in <LOCATIE> leert dat er circa ### electieve sectio's in verband met stuitligging nodig zijn om # geval van sterfte door vaginale baring te voorkomen [##] Daar staat tegenover dat ten gevolge van een uterusruptuur in een volgende zwangerschap de perinatale sterfte weer zal oplopen## En wat betreft de daling van het aantal geboortetraumata en het aantal kinderen met een #-minuten-Apgarscore van ( # blijft het de vraag hoe klinisch relevant die verschillen zijn, mede gelet op het ontbreken van verschil in morbiditeit in de follow-up van de TBT# Een beleid gericht op een electieve sectio bij aterme foetus in stuitligging zal volgens een verbetering van de ontwikkelingsneurologische uitkomst op <LEEFTIJD>-jarige leeftijd## Bij een uiteindelijk oordeel over het voordeel van een beleid gericht op een geplande sectio caesarea in geval van een aterme stuitligging moeten naast follow-up gegevens over de kinderen na twee jaar, ook eventuele toekomstige maternale en perinatale complicaties ten gevolge van een littekenuterus betrokken worden (zoals uterusruptuur en placenta praevia/accreta) De kans op een vaginale baring met een foetus in hoofdligging is ##-##% bij iemand die eerder een sectio caesarea onderging En de kans op een uterusruptuur is #,<DATUM> , bij gebruik van prostaglandines en oxytocine hoger De gevolgen voor de moeder in een volgende zwangerschap na een eerdere sectio zijn naast de kans op een uterusruptuur, een hogere kans op een placenta praevia en/of placenta accreta/increta, met als mogelijk gevolg ernstig bloedverlies en hysterectomie## De kans op een hysterectomie als gevolg van placenta accreta is na # sectio #,##%, na vier of meer sectio's #,#% De maternale mortaliteit en morbiditeit is na een geplande sectio lager dan bij een spoedsectio Het welbevinden van de moeder lijkt twee jaar na een sectio in verband met stuitligging niet anders dan na een vaginale In de jaren na de publicatie van de TBT is veel gepubliceerd over de waarde van de trial, de inhoud van de publicaties variërend van waarderend dat er eindelijk een gerandomiseerd onderzoek was, tot ronduit afwijzend omdat complexe fenomenen zoals een stuitbevalling niet in een gerandomiseerd onderzoek zouden kunnen worden beoordeeld##.
608
nvog
<LEEFTIJD>-jarige leeftijd## Bij een uiteindelijk oordeel over het voordeel van een beleid gericht op een geplande sectio caesarea in geval van een aterme stuitligging moeten naast follow-up gegevens over de kinderen na twee jaar, ook eventuele toekomstige maternale en perinatale complicaties ten gevolge van een littekenuterus betrokken worden (zoals uterusruptuur en placenta praevia/accreta) De kans op een vaginale baring met een foetus in hoofdligging is ##-##% bij iemand die eerder een sectio caesarea onderging En de kans op een uterusruptuur is #,<DATUM> , bij gebruik van prostaglandines en oxytocine hoger De gevolgen voor de moeder in een volgende zwangerschap na een eerdere sectio zijn naast de kans op een uterusruptuur, een hogere kans op een placenta praevia en/of placenta accreta/increta, met als mogelijk gevolg ernstig bloedverlies en hysterectomie## De kans op een hysterectomie als gevolg van placenta accreta is na # sectio #,##%, na vier of meer sectio's #,#% De maternale mortaliteit en morbiditeit is na een geplande sectio lager dan bij een spoedsectio Het welbevinden van de moeder lijkt twee jaar na een sectio in verband met stuitligging niet anders dan na een vaginale In de jaren na de publicatie van de TBT is veel gepubliceerd over de waarde van de trial, de inhoud van de publicaties variërend van waarderend dat er eindelijk een gerandomiseerd onderzoek was, tot ronduit afwijzend omdat complexe fenomenen zoals een stuitbevalling niet in een gerandomiseerd onderzoek zouden kunnen worden beoordeeld## in te trekken Deze auteur analyseerde de oorspronkelijke en nieuwe onderzoeksgegevens en uitte zijn bezorgdheid over de kwaliteit van de onderzoeksopzet, de methode en de conclusies In een belangrijk aantal gevallen werden de inclusiecriteria niet goed toegepast, een groot percentage van de vrouwen werd pas durante partu geïncludeerd en er was een grote variatie tussen de diverse deelnemende centra voor wat betreft de foetale bewaking antepartum en durante partu en de aanwezigheid van een kinderarts## Niet-gerandomiseerde onderzoeken in het verleden suggereerden dat versie vόόr de aterme periode de incidentie van stuitbevalling zou reduceren, latere gerandomiseerde onderzoeken hebben dit niet onomstotelijk kunnen aantonen, hoewel in één onderzoek wel een reductie werd gezien [##, bewijskracht niveau <PERSOON> versie aterme (vanaf ## weken) blijkt in diverse gecontroleerde gerandomiseerde onderzoeken wel te leiden tot een significante reductie van de incidentie van stuitbevallingen (OR #,##; ##%-CI #,##-#,##) en daarmee tot een reductie van het aantal sectio's (de helft van het percentage zonder versie) [##, bewijskracht niveau B; ##, bewijskracht niveau A#] Het nut van alternatieve methoden (acupunctuur en moxibustion) om versie te bewerkstelligen is niet onomstotelijk aangetoond## Wel is tocolysis door middel van ritodrine bewezen effectief gebleken bij uitwendige versies## Ook na een mislukte versie is een hernieuwde poging onder tocolyse effectief gebleken [##, bewijskracht niveau A#] Bij een uitwendige versie moet er vooraf een goede foetale conditie zijn vastgesteld en direct echoscopisch onderzoek mogelijk zijn De contra-indicaties die voor versie worden genoemd zijn relatief en in de meeste onderzoeken nogal vaag beschreven, omdat bewijzen veelal ontbreken.
623
nvog