text stringlengths 80 6.25k | text_len int64 32 3.12k | src stringclasses 7 values |
|---|---|---|
of # nierfalen of een eGFR ( ## mL/ min per # ## m# geeft een duidelijk toegenomen risico (odds ratio, <DATUM> ##%CI, <DATUM> # #) op ontwikkeling van (H)CQretinopathie (H)CQ wordt namelijk voor het grootste gedeelte renaal geklaard Een verminderde nierfunctie kan om deze reden leiden tot hogere medicijnspiegels in het bloed Gelijktijdig gebruik van tamoxifen Bij patiënten met mammacarcinoom en gelijktijdig gebruik van tamoxifen blijkt er een #-voudig verhoogd risico te bestaan Anderszins maculo- dan wel retinopathie Er bestaat geen duidelijk bewijs dat hierdoor een hogere toxiciteit bestaat, maar toevoegen van een potentieel toxisch agens bovenop een al bestaande retinopathie lijkt niet aantrekkelijk Belangrijker is het feit dat vaststelling van (H)CQ-retinopathie lastiger is indien er reeds afwijkingen bestaan, waarmee onderscheid Indien één van bovenstaande risicofactoren aanwezig is spreekt men van een hoog-risicopatiënt (tabel In de literatuur wordt gesproken over andere mogelijke risicofactoren (leeftijd, leverenzymstoornissen, genetische predispositie), echter hiervoor bestaat vooralsnog onvoldoende bewijs om deze klinisch Indien de verwachting is dat patienten langdurig hydroxychloroquine (zoals in het geval van SLE) zullen gebruiken, dienen de volgende onderzoeken plaats te vinden bij start (H)CQ, binnen een jaar na starten van de behandeling, voor een goede analyse naar (H)CQ retinopathie ⢠Anamnese In de anamnese dient aandacht te zijn voor de volgende zaken ⪠is er sprake van een visusdaling (in het bijzonder fotofobie, nachtblindheid of centrale ⪠Medische voorgeschiedenis of bekende eGFR ( ## ml/min of stadium #,# of nierfalen ⢠Laboratoriumonderzoek artritis, SLE of andere reumatische aandoening, is nierfunctiebepaling middels kreat en eGFR Oogheelkundig onderzoek hierbij dient de combinatie plaats te vinden van subjectief ii <DATUM> voor Aziatische patiënten (de ratio hiervoor is dat bij Aziatische patienten de retinopathie zich meer perifeer manifesteert, zodat een <DATUM> veld dit zou missen, cave met een <DATUM> zijn er maar # centrale test punten) De reumatoloog houdt jaarlijks bij of zich in loop van de behandeling risico factoren ontwikkelen Hierbij dient aandacht te zijn voor de punten hierboven genoemd onder Op basis van de huidige stand van zaken wordt dan de volgende screeningsfrequentie geadviseerd ⢠Indien bij de eerste screening geen risicofactoren aanwezig zijn betreft het een laag risicopatiënt en is vervolg screening door de oogarts pas na <LEEFTIJD> jaar noodzakelijk ⢠Bij een laagrisico patiënt die <LEEFTIJD> jaar (H)CQ heeft gebruikt zonder andere risicofactoren is het te overwegen tweejaarlijks screening te verrichten in plaats van jaarlijks ⢠Bij een laagrisico patiënt zonder andere risicofactoren dient na <LEEFTIJD> jaar (H)CQ gebruik jaarlijks screening verricht te worden, aangezien na <LEEFTIJD> jaar een duidelijke toename in incidentie (H)CQ ⢠Indien zich na screening wel risicofactoren ontwikkelen, betreft het een hoog-risico patiënt en Indien sprake is van sterke aanwijzingen voor het ontstaan van toxische retinopathie is er een sterk advies om (H)CQ te staken De toxische retinopathie is namelijk blijvend en er bestaat Indien bij oogheelkundig onderzoek twijfel is, dient het onderzoek herhaald te worden op.
| 617 | nvr |
De richtlijnontwikkeling werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch De tekst uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enige andere manier, echter uitsluitend na voorafgaande toestemming van de uitgever Toestemming voor gebruik van tekst(gedeelten) kunt u schriftelijk of per e-mail en uitsluitend bij de uitgever aanvragen Module # Meerwaarde van aanvullende VFA bij diagnostiek met DXA ## Module # Aanvullend laboratoriumonderzoek bij de diagnostiek naar fractuurrisico ## Module # Medicatie ter preventie van fracturen bij glucocorticoïden ### Module # Inname van calcium en vitamine-D behoefte bij een verhoogd fractuurrisico ### Module # Behandeling met vitamine K# en magnesium ### Module ## Behandelstrategieën voor fractuurpreventie op lange termijn ### Prof <PERSOON>, internist-endocrinoloog, VieCuri, Medisch <INSTELLING>, <LOCATIE> & <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, <LOCATIE> (voorzitter), NIV <PERSOON>, internist-endocrinoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NIV Prof <PERSOON>, reumatoloog, <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, Prof <PERSOON>, reumatoloog, <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, <PERSOON>, klinisch geriater, <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, <PERSOON>, traumachirurg, <PERSOON> Ziekenhuis, <PERSOON>, NVvT <PERSOON>, professor in de huisartsengeneeskunde, Huisartsenpraktijk De Grote <PERSOON-##>, huisarts, <PERSOON-##>, huisarts en senior wetenschappelijk medewerker Nederlands <PERSOON-##>, verpleegkundig specialist, <PERSOON-##>, patiëntvertegenwoordiger Osteoporose Vereniging, Den Haag, <PERSOON-##>, reumatoloog, Noordwest Ziekenhuisgroep, Den <PERSOON-##>, NVR Prof <PERSOON-##>, professor in de klinische farmacie en epidemiologie, <LOCATIE> <PERSOON-##>, openbaar apotheker, <PERSOON-##>, verpleegkundig specialist fracturen en osteoporose, <PERSOON-##>, hoofddocent geriatrie fysiotherapie <PERSOON-##>, geriatriefysiotherapeut, praktijk ##, <PERSOON-##>, klinisch diëtist, Amstelring, <LOCATIE>, NVD C J M.
| 597 | nvr |
### Prof <PERSOON>, internist-endocrinoloog, VieCuri, Medisch <INSTELLING>, <LOCATIE> & <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, <LOCATIE> (voorzitter), NIV <PERSOON>, internist-endocrinoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NIV Prof <PERSOON>, reumatoloog, <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, Prof <PERSOON>, reumatoloog, <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, <PERSOON>, klinisch geriater, <LOCATIE> Universitair Medisch <INSTELLING>, <PERSOON>, traumachirurg, <PERSOON> Ziekenhuis, <PERSOON>, NVvT <PERSOON>, professor in de huisartsengeneeskunde, Huisartsenpraktijk De Grote <PERSOON-##>, huisarts, <PERSOON-##>, huisarts en senior wetenschappelijk medewerker Nederlands <PERSOON-##>, verpleegkundig specialist, <PERSOON-##>, patiëntvertegenwoordiger Osteoporose Vereniging, Den Haag, <PERSOON-##>, reumatoloog, Noordwest Ziekenhuisgroep, Den <PERSOON-##>, NVR Prof <PERSOON-##>, professor in de klinische farmacie en epidemiologie, <LOCATIE> <PERSOON-##>, openbaar apotheker, <PERSOON-##>, verpleegkundig specialist fracturen en osteoporose, <PERSOON-##>, hoofddocent geriatrie fysiotherapie <PERSOON-##>, geriatriefysiotherapeut, praktijk ##, <PERSOON-##>, klinisch diëtist, Amstelring, <LOCATIE>, NVD C J M <PERSOON-##> mc <LOCATIE>, <PERSOON-##>, gynaecoloog, <PERSOON-##>, radioloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVVR <PERSOON-##>, trauma chirurg, <PERSOON-##>, bedrijfsarts, ADXpert, <LOCATIE>, NVAB <PERSOON-##>, orthopeed, <PERSOON-##>, patiëntvertegenwoordiger Osteoporose Vereniging, Den Haag, <PERSOON-##>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NIV <PERSOON-##>, specialist Ouderengeneeskunde, <PERSOON-##>, revalidatiearts, <PERSOON-##>, VRA <PERSOON-##>, MKA-chirurg, <INSTELLING>, Leiden, <PERSOON-##>, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten <PERSOON-##>, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten <PERSOON-##>, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Deze richtlijn gaat over de wijze waarop optimale fractuurpreventie bereikt kan worden bij mannen en vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een verhoogd fractuurrisico De diagnostiek en behandeling van osteoporose heeft daarbij een belangrijke plaats, echter voor optimale fractuurpreventie is een bredere aanpak noodzakelijk Deze richtlijn beschrijft de volgende De richtlijn osteoporose en fractuurpreventie is bestemd voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met osteoporose en een verhoogd fractuurrisico Deze beroepsgroepen bestaan onder andere uit orthopeden,.
| 579 | nvr |
<PERSOON>, Sportarts, Annatommie mc <LOCATIE>, <PERSOON>, gynaecoloog, <PERSOON>, radioloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVVR <PERSOON>, trauma chirurg, <PERSOON>, bedrijfsarts, ADXpert, <LOCATIE>, NVAB <PERSOON>, orthopeed, <PERSOON>, patiëntvertegenwoordiger Osteoporose Vereniging, Den Haag, <PERSOON>, internist, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NIV <PERSOON>, specialist Ouderengeneeskunde, <PERSOON-##>, revalidatiearts, <PERSOON-##>, VRA <PERSOON-##>, MKA-chirurg, <INSTELLING>, Leiden, <PERSOON-##>, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten <PERSOON-##>, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten <PERSOON-##>, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Deze richtlijn gaat over de wijze waarop optimale fractuurpreventie bereikt kan worden bij mannen en vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een verhoogd fractuurrisico De diagnostiek en behandeling van osteoporose heeft daarbij een belangrijke plaats, echter voor optimale fractuurpreventie is een bredere aanpak noodzakelijk Deze richtlijn beschrijft de volgende De richtlijn osteoporose en fractuurpreventie is bestemd voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met osteoporose en een verhoogd fractuurrisico Deze beroepsgroepen bestaan onder andere uit orthopeden, Physician Assistants werkzaam op het gebied van osteoporose en fractuurpreventie Deze richtlijn gaat over de wijze waarop ingeschat kan worden of mannen en vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar een verhoogd risico op een botbreuk hebben en hoe dat risico zo optimaal mogelijk verlaagd kan worden Daarbij speelt de diagnose en behandeling van osteoporose (botontkalking) een belangrijke rol, maar voor het verlagen van een hoog risico op een botbreuk spelen meer factoren een rol Deze factoren worden in deze richtlijn stapsgewijs Medicatie ter preventie van fracturen bij gebruik van glucocorticoïden; Hoe komen we erachter of iemand een verhoogd risico heeft op een botbreuk Welk onderzoek moet dan verricht worden (botdichtheidsmeting, analyse van Het beoordelen van een verhoogd valrisico en wat zijn de adviezen om het valrisico te Adviezen over gebruik van calcium, vitamine D, vitamine K# en Magnesium Medicijnen ter preventie van botbreuken bij gebruik van prednison of soortgelijke Meer informatie over osteoporose en fractuurpreventie kunt u vinden op de website van de Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de internisten, klinisch geriaters, reumatologen, huisartsen, traumachirurgen, Voor een praktische toepassing van de belangrijkste aanbevelingen wordt verwezen naar de (De verantwoording wordt op de Richtlijnendatabase bij elke module opgenomen Aangezien deze richtlijn gedeeltelijk een herziening betreft, zal het gedeelte âAutorisatie en geldigheidâ per module verschillen Voor de leesbaarheid is gekozen om dit onderdeel per module uit te schrijven.
| 539 | nvr |
het gebied van osteoporose en fractuurpreventie Deze richtlijn gaat over de wijze waarop ingeschat kan worden of mannen en vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar een verhoogd risico op een botbreuk hebben en hoe dat risico zo optimaal mogelijk verlaagd kan worden Daarbij speelt de diagnose en behandeling van osteoporose (botontkalking) een belangrijke rol, maar voor het verlagen van een hoog risico op een botbreuk spelen meer factoren een rol Deze factoren worden in deze richtlijn stapsgewijs Medicatie ter preventie van fracturen bij gebruik van glucocorticoïden; Hoe komen we erachter of iemand een verhoogd risico heeft op een botbreuk Welk onderzoek moet dan verricht worden (botdichtheidsmeting, analyse van Het beoordelen van een verhoogd valrisico en wat zijn de adviezen om het valrisico te Adviezen over gebruik van calcium, vitamine D, vitamine K# en Magnesium Medicijnen ter preventie van botbreuken bij gebruik van prednison of soortgelijke Meer informatie over osteoporose en fractuurpreventie kunt u vinden op de website van de Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de internisten, klinisch geriaters, reumatologen, huisartsen, traumachirurgen, Voor een praktische toepassing van de belangrijkste aanbevelingen wordt verwezen naar de (De verantwoording wordt op de Richtlijnendatabase bij elke module opgenomen Aangezien deze richtlijn gedeeltelijk een herziening betreft, zal het gedeelte âAutorisatie en geldigheidâ per module verschillen Voor de leesbaarheid is gekozen om dit onderdeel per module uit te schrijven herziende of nieuwe modules, en wordt slechts éénmaal bijgevoegd De verantwoording van De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het ((WEBLINK)) en werd gefinancierd uit de Stichting De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in ### een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële reputatiemanagement) hebben gehad Gedurende de ontwikkeling of herziening van een Het kennisinstituut in haar rol als methodologisch ondersteuner, de NVI als initiërende wetenschappelijke vereniging en de richtlijncommissie zijn zich bewust van de belangen die spelen binnen de werkgroep, maar het werd toch noodzakelijk geacht om de betreffende inhoudelijk experts op dit gebied bij de richtlijn te betrekken Tijdens de commentaarfase voor het aanleveren van commentaar erop alert worden gemaakt dat er belangen spelen binnen de richtlijnwerkgroep Zij zullen worden verzocht om hier bij het aanleveren van commentaar kritisch op te zijn en erover na te denken om experts, vrij van belangen, Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Patiëntenfederatie <LOCATIE> en de Osteoporose Vereniging voor de Invitational conference.
| 568 | nvr |
De verantwoording van De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het ((WEBLINK)) en werd gefinancierd uit de Stichting De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in ### een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële reputatiemanagement) hebben gehad Gedurende de ontwikkeling of herziening van een Het kennisinstituut in haar rol als methodologisch ondersteuner, de NVI als initiërende wetenschappelijke vereniging en de richtlijncommissie zijn zich bewust van de belangen die spelen binnen de werkgroep, maar het werd toch noodzakelijk geacht om de betreffende inhoudelijk experts op dit gebied bij de richtlijn te betrekken Tijdens de commentaarfase voor het aanleveren van commentaar erop alert worden gemaakt dat er belangen spelen binnen de richtlijnwerkgroep Zij zullen worden verzocht om hier bij het aanleveren van commentaar kritisch op te zijn en erover na te denken om experts, vrij van belangen, Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Patiëntenfederatie <LOCATIE> en de Osteoporose Vereniging voor de Invitational conference Het verslag hiervan (zie aanverwante producten) is besproken in de werkgroep De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen # # van de adviescommissie <PERSOON> Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de zorg voor Tevens zijn er knelpunten aangedragen door de V&VN, NVKG, KNGF, NHG, KNMP, Verenso, NVR, Osteoporose Vereniging, NVD, IGJ en NVMKA via een Invitational conference Een Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep conceptuitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur en de beoordeling van de risk-of-bias van de individuele studies is te vinden onder âZoeken en selecterenâ onder Onderbouwing.
| 571 | nvr |
Het verslag hiervan (zie aanverwante producten) is besproken in de werkgroep De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen # # van de adviescommissie <PERSOON> Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de zorg voor Tevens zijn er knelpunten aangedragen door de V&VN, NVKG, KNGF, NHG, KNMP, Verenso, NVR, Osteoporose Vereniging, NVD, IGJ en NVMKA via een Invitational conference Een Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep conceptuitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur en de beoordeling van de risk-of-bias van de individuele studies is te vinden onder âZoeken en selecterenâ onder Onderbouwing Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs hoog, redelijk, laag en zeer laag Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, ###).
| 571 | nvr |
de kracht van het wetenschappelijke bewijs De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs hoog, redelijk, laag en zeer laag Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, ###) een aanpassing van de aanbeveling Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID) Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje âOverwegingenâ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling Conform de GRADEmethodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse.
| 560 | nvr |
aanpassing van de aanbeveling Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID) Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje âOverwegingenâ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling Conform de GRADEmethodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse aanbevelingen mogelijk (<PERSOON>, ###) De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel) Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE-gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur) Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep Naar aanleiding van de commentaren werd de.
| 587 | nvr |
bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel) Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE-gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur) Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep Naar aanleiding van de commentaren werd de De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel <PERSOON> AF, <PERSOON> R, <PERSOON> PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations an analytical survey BMJ Open ### <PERSOON> S, <PERSOON> GH, Oxman AD; GRADE Working Group GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices # Introduction BMJ ### <PERSOON> ##;### i### doi <DATUM> bmj i### <PERSOON> S, <PERSOON> GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices # Clinical practice guidelines BMJ ### <PERSOON> ##;### i### doi <DATUM> bmj i### <PERSOON> MC, Kho ME, <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> ID, Grimshaw J, <PERSOON-##> II advancing guideline development, reporting and evaluation in health care CMAJ ### Dec ##;###(##) E###-## doi ##.
| 591 | nvr |
De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel <PERSOON> AF, <PERSOON> R, <PERSOON> PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations an analytical survey BMJ Open ### <PERSOON> S, <PERSOON> GH, Oxman AD; GRADE Working Group GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices # Introduction BMJ ### <PERSOON> ##;### i### doi <DATUM> bmj i### <PERSOON> S, <PERSOON> GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices # Clinical practice guidelines BMJ ### <PERSOON> ##;### i### doi <DATUM> bmj i### <PERSOON> MC, Kho ME, <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> ID, Grimshaw J, <PERSOON-##> II advancing guideline development, reporting and evaluation in health care CMAJ ### Dec ##;###(##) E###-## doi <DATUM> <PERSOON-##> D, Akl EA, Treweek S, <PERSOON-##> RA, Iorio A, <PERSOON-##> BS, Meerpohl JJ, <PERSOON-##> clarifies the construct of certainty of evidence <PERSOON-##> ### Jul;#<DATUM> doi <DATUM> j jclinepi ##<DATUM> ### <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> RA, <PERSOON-##> GH A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach <PERSOON-##> ### Apr;## ##-## doi <DATUM> j jclinepi ##<DATUM> ### <PERSOON-##> G, et al GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations <PERSOON-##> voor aanvullend onderzoek naar fractuurrisico Hoe identificeer je personen bij wie aanvullend onderzoek naar fractuurrisico is geïndiceerd? Het risico op fracturen is afhankelijk van verschillende factoren Op basis van de (combinatie van) risicofactoren kan een selectie worden gemaakt van personen die in aanmerking komen.
| 545 | nvr |
### <PERSOON> D, Akl EA, Treweek S, <PERSOON> RA, Iorio A, <PERSOON> BS, Meerpohl JJ, <PERSOON> clarifies the construct of certainty of evidence <PERSOON> ### Jul;#<DATUM> doi <DATUM> j jclinepi ##<DATUM> ### <PERSOON> T, <PERSOON> RA, <PERSOON> GH A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach <PERSOON> ### Apr;## ##-## doi <DATUM> j jclinepi ##<DATUM> ### <PERSOON> G, et al GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations <PERSOON> voor aanvullend onderzoek naar fractuurrisico Hoe identificeer je personen bij wie aanvullend onderzoek naar fractuurrisico is geïndiceerd? Het risico op fracturen is afhankelijk van verschillende factoren Op basis van de (combinatie van) risicofactoren kan een selectie worden gemaakt van personen die in aanmerking komen De uitkomsten van het aanvullend onderzoek worden gebruikt om vervolgens te beoordelen of medicamenteuze behandeling zinvol zou kunnen zijn (zie module âIndicatiestelling voor Deze module gaat in op de vraag hoe op effectieve en pragmatische wijze, op basis van de evaluatie van klinische risicofactoren, personen geïdentificeerd kunnen worden bij wie Bij de identificatie van personen met een verhoogd fractuurrisico wordt in deze richtlijn Personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recent doorgemaakte fractuur Personen die behandeld worden met glucocorticoïden (zie module âIndicatiestelling Personen met risicofactoren, zonder recent (( <LEEFTIJD> jaar geleden) doorgemaakte fractuur <PERSOON-##> ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur (( <LEEFTIJD> jaar geleden) Een opgetreden fractuur bij een persoon ouder dan <LEEFTIJD> jaar is een belangrijk signaal omdat het risico op het optreden van nieuwe fracturen verdubbeld is ten opzichte van personen zonder eerdere fractuur, onafhankelijk van de leeftijd, de BMD en de fractuurlocatie (<PERSOON-##>, ###) Het risico op een nieuwe fractuur is echter niet constant in de tijd, maar is # tot ## maal verhoogd in de eerste <LEEFTIJD> jaar na een fractuur en neemt geleidelijk af in de daaropvolgende <LEEFTIJD> jaar maar blijft ook dan nog tweevoudig Op basis van het sterk verhoogde risico op nieuwe fracturen wordt aanbevolen zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen <LEEFTIJD> jaar na de fractuur, aanvullend onderzoek te verrichten door middel van een DEXA en VFA (zie module âAanvullend onderzoek- DXA/VFAâ), geïndiceerd een behandeling te starten (zie module âIndicatiestelling voor botversterkende.
| 533 | nvr |
uitkomsten van het aanvullend onderzoek worden gebruikt om vervolgens te beoordelen of medicamenteuze behandeling zinvol zou kunnen zijn (zie module âIndicatiestelling voor Deze module gaat in op de vraag hoe op effectieve en pragmatische wijze, op basis van de evaluatie van klinische risicofactoren, personen geïdentificeerd kunnen worden bij wie Bij de identificatie van personen met een verhoogd fractuurrisico wordt in deze richtlijn Personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recent doorgemaakte fractuur Personen die behandeld worden met glucocorticoïden (zie module âIndicatiestelling Personen met risicofactoren, zonder recent (( <LEEFTIJD> jaar geleden) doorgemaakte fractuur <PERSOON> ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur (( <LEEFTIJD> jaar geleden) Een opgetreden fractuur bij een persoon ouder dan <LEEFTIJD> jaar is een belangrijk signaal omdat het risico op het optreden van nieuwe fracturen verdubbeld is ten opzichte van personen zonder eerdere fractuur, onafhankelijk van de leeftijd, de BMD en de fractuurlocatie (<PERSOON>, ###) Het risico op een nieuwe fractuur is echter niet constant in de tijd, maar is # tot ## maal verhoogd in de eerste <LEEFTIJD> jaar na een fractuur en neemt geleidelijk af in de daaropvolgende <LEEFTIJD> jaar maar blijft ook dan nog tweevoudig Op basis van het sterk verhoogde risico op nieuwe fracturen wordt aanbevolen zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen <LEEFTIJD> jaar na de fractuur, aanvullend onderzoek te verrichten door middel van een DEXA en VFA (zie module âAanvullend onderzoek- DXA/VFAâ), geïndiceerd een behandeling te starten (zie module âIndicatiestelling voor botversterkende <PERSOON> met risicofactoren voor een fractuur, zonder fractuur in het afgelopen jaar Om de vraag te beantwoorden hoe personen geïdentificeerd kunnen worden bij wie aanvullend onderzoek geïndiceerd is, zonder dat zij een recente fractuur hebben doorgemaakt en/of behandeld worden met glucocorticoïden is een systematische literatuur A systematic review of the literature was performed to answer the following question Which tools have the best predictive accuracy to identify individuals at high risk of Ideally, we would include studies investigating the clinical impact of using a tool This clinical impact should be defined as the percentage of patients undergoing additional fracture risk assessment by bone density testing in whom medical treatment is started based on the However, in this guideline, the identification of patients at high fracture risk is the first step in order to select patients for additional assessment with DXA/VFA Therefore, we decided to include studies with a less direct approach no tool or a different tool for predicting high risk of fracture; Under ROC Curve (AUC), positive predicting value, negative Ideally, we would only include tools using clinical factors to select subjects not needing adjuvant research like DXA or VFA A priori, we could not use this as a criterion for selection since there were not enough studies available We have made this distinction in the <PERSOON> guideline development group considered the discriminative ability of tools, defined as <PERSOON> guideline development group was interested in the AUC of tools for predicting hip fractures, major osteoporotic fractures, non-vertebral fractures and all fractures.
| 597 | nvr |
voor een fractuur, zonder fractuur in het afgelopen jaar Om de vraag te beantwoorden hoe personen geïdentificeerd kunnen worden bij wie aanvullend onderzoek geïndiceerd is, zonder dat zij een recente fractuur hebben doorgemaakt en/of behandeld worden met glucocorticoïden is een systematische literatuur A systematic review of the literature was performed to answer the following question Which tools have the best predictive accuracy to identify individuals at high risk of Ideally, we would include studies investigating the clinical impact of using a tool This clinical impact should be defined as the percentage of patients undergoing additional fracture risk assessment by bone density testing in whom medical treatment is started based on the However, in this guideline, the identification of patients at high fracture risk is the first step in order to select patients for additional assessment with DXA/VFA Therefore, we decided to include studies with a less direct approach no tool or a different tool for predicting high risk of fracture; Under ROC Curve (AUC), positive predicting value, negative Ideally, we would only include tools using clinical factors to select subjects not needing adjuvant research like DXA or VFA A priori, we could not use this as a criterion for selection since there were not enough studies available We have made this distinction in the <PERSOON> guideline development group considered the discriminative ability of tools, defined as <PERSOON> guideline development group was interested in the AUC of tools for predicting hip fractures, major osteoporotic fractures, non-vertebral fractures and all fractures guideline committee did not further define these outcome measures but used the <PERSOON> guideline development group agreed using the systematic review and meta-analysis of Beaudoin (###) This systematic review answers our question and is of good quality (see evicence table) and was therefore used as a starting point for our literature analysis In total, one systematic review and meta-analysis was included in the analysis of the literature Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables Beaudoin (###) is a systematic review of cohort studies evaluating or comparing the predictive accuracy of tools for prediction of fracture in a population independent of the derivation cohort (external validation studies) In total ## studies are included with more than seven million participants from ## countries, validating ## different tools the Women Health Initiative (WHI) hip fracture risk score; the modified version of the Study of Osteoporotic Fracture (mSOF) frailty index; <PERSOON>-analyses were performed on the outcome areas under the ROC curve (AUCs) Also meta-regressions were performed to correct for characteristics of the study cohort (like age and gender) for the tools for which more than two AUCs were available In general Beaudoin (###) shows better discriminative ability regarding fracture prediction, for tools incorporating BMD For our clinical question, we are interested in tools that can be used to select patients for additional assessment (such as BMD and VFA (module.
| 588 | nvr |
committee did not further define these outcome measures but used the <PERSOON> guideline development group agreed using the systematic review and meta-analysis of Beaudoin (###) This systematic review answers our question and is of good quality (see evicence table) and was therefore used as a starting point for our literature analysis In total, one systematic review and meta-analysis was included in the analysis of the literature Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables Beaudoin (###) is a systematic review of cohort studies evaluating or comparing the predictive accuracy of tools for prediction of fracture in a population independent of the derivation cohort (external validation studies) In total ## studies are included with more than seven million participants from ## countries, validating ## different tools the Women Health Initiative (WHI) hip fracture risk score; the modified version of the Study of Osteoporotic Fracture (mSOF) frailty index; <PERSOON>-analyses were performed on the outcome areas under the ROC curve (AUCs) Also meta-regressions were performed to correct for characteristics of the study cohort (like age and gender) for the tools for which more than two AUCs were available In general Beaudoin (###) shows better discriminative ability regarding fracture prediction, for tools incorporating BMD For our clinical question, we are interested in tools that can be used to select patients for additional assessment (such as BMD and VFA (module Therefore, we focus our results and conclusions on tools without using BMD for the calculation of fracture risk In Beaudoin (###) ## studies were included in the meta-analysis for AUC of tools for predicting hip fracture In these studies # tools are validated FRAX, Garvan, QFracture (###), QFracture (###), FRC, WHI score, FRA-HS, and FRAMO Of those tools without BMD, the AUCs in the adjusted model were significantly higher for FRAX without BMD compared to Garvan without BMD AUC for QFracture (###) was not significantly different from AUC of the other tools <PERSOON> AUCs and ##% confidence intervals Table <DATUM> AUCs for predicting hip fracture of tools without BMD in the adjusted model Heterogeneity between studies is considerable for FRAX without BMD and QFracture (###) In Beaudoin (###) major osteoporotic fracture is defined as hip, clinical spine, wrist or humerus fracture Some studies with a slightly less broad definition (not including humerus fracture) were also included in the meta-analysis In total ## studies were included, validating ## tools FRAX, Garvan, QFracture (###), QFracture (###), FRC, OSIRIS, ORAI, Besides QFracture (###), FRAX without BMD was the only tool without BMD that was included in the adjusted meta-regression Of these two tools, discriminative ability of QFracture (###) was significantly better <PERSOON> AUCs and ##% confidence intervals of these Table <DATUM> AUCs for predicting major osteoporotic fracture of tools without BMD in the adjusted model Heterogeneity between studies is considerable for both FRAX without BMD and QFracture.
| 660 | nvr |
focus our results and conclusions on tools without using BMD for the calculation of fracture risk In Beaudoin (###) ## studies were included in the meta-analysis for AUC of tools for predicting hip fracture In these studies # tools are validated FRAX, Garvan, QFracture (###), QFracture (###), FRC, WHI score, FRA-HS, and FRAMO Of those tools without BMD, the AUCs in the adjusted model were significantly higher for FRAX without BMD compared to Garvan without BMD AUC for QFracture (###) was not significantly different from AUC of the other tools <PERSOON> AUCs and ##% confidence intervals Table <DATUM> AUCs for predicting hip fracture of tools without BMD in the adjusted model Heterogeneity between studies is considerable for FRAX without BMD and QFracture (###) In Beaudoin (###) major osteoporotic fracture is defined as hip, clinical spine, wrist or humerus fracture Some studies with a slightly less broad definition (not including humerus fracture) were also included in the meta-analysis In total ## studies were included, validating ## tools FRAX, Garvan, QFracture (###), QFracture (###), FRC, OSIRIS, ORAI, Besides QFracture (###), FRAX without BMD was the only tool without BMD that was included in the adjusted meta-regression Of these two tools, discriminative ability of QFracture (###) was significantly better <PERSOON> AUCs and ##% confidence intervals of these Table <DATUM> AUCs for predicting major osteoporotic fracture of tools without BMD in the adjusted model Heterogeneity between studies is considerable for both FRAX without BMD and QFracture predicting any fracture, validating # tools FRAX, Garvan, OSIRIS, OST, ORAI, and SCORE Some studies with a slightly less broad definition of any fracture (fragility fracture or <PERSOON> meta-analyses show low AUCs (varying from # ## for FRAX without BMD to # ## for ORAI and SCORE) of tools for predicting any fracture compared to the AUCs for predicting hip- or major osteoporotic fractures Two tools without BMD could be included in the adjusted meta-regression FRAX without BMD and Garvan without BMD AUC of these two tools did not significantly differ from each other (see table <DATUM> ) Table <DATUM> AUCs for predicting any fracture of tools without BMD in the adjusted model Heterogeneity between studies is considerable for FRAX without BMD and substantial for <PERSOON> level of evidence was downgraded by # levels because of risk of bias due to study limitations (high percentage of studies were of low quality, because of missing data, not all participants included in analysis, fractures were not confirmed, insufficient sample size, follow-up time was unknown or not long enough) and because of considerable FRAX without BMD might have better discriminative ability compared to Garvan without BMD for predicting hip fracture within ## year There might be no relevant difference in discriminative ability between FRAX QFracture (###) might have better discriminative ability compared to FRAX without BMD for predicting major osteoporotic fracture within ## year without BMD and Garvan without BMD in predicting any fracture within ##.
| 651 | nvr |
any fracture, validating # tools FRAX, Garvan, OSIRIS, OST, ORAI, and SCORE Some studies with a slightly less broad definition of any fracture (fragility fracture or <PERSOON> meta-analyses show low AUCs (varying from # ## for FRAX without BMD to # ## for ORAI and SCORE) of tools for predicting any fracture compared to the AUCs for predicting hip- or major osteoporotic fractures Two tools without BMD could be included in the adjusted meta-regression FRAX without BMD and Garvan without BMD AUC of these two tools did not significantly differ from each other (see table <DATUM> ) Table <DATUM> AUCs for predicting any fracture of tools without BMD in the adjusted model Heterogeneity between studies is considerable for FRAX without BMD and substantial for <PERSOON> level of evidence was downgraded by # levels because of risk of bias due to study limitations (high percentage of studies were of low quality, because of missing data, not all participants included in analysis, fractures were not confirmed, insufficient sample size, follow-up time was unknown or not long enough) and because of considerable FRAX without BMD might have better discriminative ability compared to Garvan without BMD for predicting hip fracture within ## year There might be no relevant difference in discriminative ability between FRAX QFracture (###) might have better discriminative ability compared to FRAX without BMD for predicting major osteoporotic fracture within ## year without BMD and Garvan without BMD in predicting any fracture within ## Wanneer we kijken naar de prestaties van de fractuurrisico calculators zónder BMD in de meta-analyse van Beaudoin (###), dan is de AUC voor heupfracturen hoger voor FRAX dan voor Garvan Er is geen duidelijk verschil tussen FRAX en QFracture (###) De AUC voor âmajor osteoporotic fracturesâ is hoger voor QFracture dan voor FRAX Voor âany fracturesâ/âosteoporotic fracturesâ is er geen duidelijk verschil tussen FRAX en Garvan Een belangrijk nadeel bij het gebruik van de fractuurrisico calculators (met en zónder BMD), zoals bestudeerd in Beaudoin (###) is dat de specifieke afkappunten (voor het absolute risico op bepaalde typen fracturen) niet vermeld worden en bij nadere bestudering in de individuele studies die onderdeel uitmaakten van de meta-analyse meestal ook niet vermeld werden Wanneer zij wel vermeld werden, waren deze onderling verschillend (ook per calculator) In het overleg met de #e auteur van deze meta-analyse, <PERSOON> varieert het aantal risicofactoren op basis waarvan het risico bepaald wordt voor de verschillende calculators en zijn de fracturen waarop de modellen als uitkomstmaat zijn FRAX heup en âmajor osteoporotic fractureâ (heup, wervel, humerus, pols) Garvan âosteoporotic fractureâ (heup, wervel, pols, humerus, meta-carpaal, scapula, Op basis van gebruiksgemak en algemene bekendheid in de literatuur van de diverse calculators, zou de toepassing van de FRAX fractuurrisico calculator de voorkeur hebben in de dagelijkse praktijk, temeer omdat het FRAX model online voor <LOCATIE> (en veel landen) beschikbaar is Daarnaast is het aantal in te voeren risicofactoren bij FRAX ten opzichte van andere indicatoren nog relatief beperkt.
| 628 | nvr |
prestaties van de fractuurrisico calculators zónder BMD in de meta-analyse van Beaudoin (###), dan is de AUC voor heupfracturen hoger voor FRAX dan voor Garvan Er is geen duidelijk verschil tussen FRAX en QFracture (###) De AUC voor âmajor osteoporotic fracturesâ is hoger voor QFracture dan voor FRAX Voor âany fracturesâ/âosteoporotic fracturesâ is er geen duidelijk verschil tussen FRAX en Garvan Een belangrijk nadeel bij het gebruik van de fractuurrisico calculators (met en zónder BMD), zoals bestudeerd in Beaudoin (###) is dat de specifieke afkappunten (voor het absolute risico op bepaalde typen fracturen) niet vermeld worden en bij nadere bestudering in de individuele studies die onderdeel uitmaakten van de meta-analyse meestal ook niet vermeld werden Wanneer zij wel vermeld werden, waren deze onderling verschillend (ook per calculator) In het overleg met de #e auteur van deze meta-analyse, <PERSOON> varieert het aantal risicofactoren op basis waarvan het risico bepaald wordt voor de verschillende calculators en zijn de fracturen waarop de modellen als uitkomstmaat zijn FRAX heup en âmajor osteoporotic fractureâ (heup, wervel, humerus, pols) Garvan âosteoporotic fractureâ (heup, wervel, pols, humerus, meta-carpaal, scapula, Op basis van gebruiksgemak en algemene bekendheid in de literatuur van de diverse calculators, zou de toepassing van de FRAX fractuurrisico calculator de voorkeur hebben in de dagelijkse praktijk, temeer omdat het FRAX model online voor <LOCATIE> (en veel landen) beschikbaar is Daarnaast is het aantal in te voeren risicofactoren bij FRAX ten opzichte van andere indicatoren nog relatief beperkt Van de analyses die zijn verricht naar de AUC voor FRAX zonder BMD met alle fracturen als uitkomstmaat in Beaudoin (###), zijn voor het beoordelen van de gebruikte FRAXafkappunten in de individuele studies van de meta-analyse slechts # studies bruikbaar (<PERSOON>, ###; Bolland, ###) en is de sensitiviteit in <PERSOON> (###) laag en de specificiteit in In de studie van Bolland (###) werd een FRAX <LEEFTIJD>-jaars risico op heupfractuur van #% als afkapwaarde gebruikt De vergelijking van het berekende versus het daadwerkelijke fractuurrisico resulteerde in een Sensitiviteit van ##%, Specificiteit van ##%, PPV ##% en NPV ##% De conclusie van de auteurs was âIn summary, FRAX with BMD, FRAX without BMD, and the Garvan fracture risk calculators all had only moderate discriminative ability for In de studie <PERSOON> (###) werd een FRAX <LEEFTIJD>-jaars MOF risico van ##%, ##% en ##% als afkapwaarde gebruikt (zie tabel bijlage #) De ##% afkapwaarde voor MOF resulteerde in een Sensitiviteit van #%, Specificiteit van ##%, PPV ##% en NPV ##% De werkgroep concludeert dat FRAX zonder BMD onvoldoende is onderzocht om te bepalen welke patiënten in aanmerking moeten komen voor aanvullend onderzoek met DEXA / VFA De meta-analyse van Beaudoin (###) toont dat de AUCâs van de fractuurrisico calculators voor het voorspellen van fracturen laag zijn (van #,## voor FRAX zonder toepassing in de dagelijkse praktijk hebben Wanneer overwogen wordt het FRAX model zonder BMD te gebruiken voor case-finding van personen (zonder recente.
| 683 | nvr |
de analyses die zijn verricht naar de AUC voor FRAX zonder BMD met alle fracturen als uitkomstmaat in Beaudoin (###), zijn voor het beoordelen van de gebruikte FRAXafkappunten in de individuele studies van de meta-analyse slechts # studies bruikbaar (<PERSOON>, ###; Bolland, ###) en is de sensitiviteit in <PERSOON> (###) laag en de specificiteit in In de studie van Bolland (###) werd een FRAX <LEEFTIJD>-jaars risico op heupfractuur van #% als afkapwaarde gebruikt De vergelijking van het berekende versus het daadwerkelijke fractuurrisico resulteerde in een Sensitiviteit van ##%, Specificiteit van ##%, PPV ##% en NPV ##% De conclusie van de auteurs was âIn summary, FRAX with BMD, FRAX without BMD, and the Garvan fracture risk calculators all had only moderate discriminative ability for In de studie <PERSOON> (###) werd een FRAX <LEEFTIJD>-jaars MOF risico van ##%, ##% en ##% als afkapwaarde gebruikt (zie tabel bijlage #) De ##% afkapwaarde voor MOF resulteerde in een Sensitiviteit van #%, Specificiteit van ##%, PPV ##% en NPV ##% De werkgroep concludeert dat FRAX zonder BMD onvoldoende is onderzocht om te bepalen welke patiënten in aanmerking moeten komen voor aanvullend onderzoek met DEXA / VFA De meta-analyse van Beaudoin (###) toont dat de AUCâs van de fractuurrisico calculators voor het voorspellen van fracturen laag zijn (van #,## voor FRAX zonder toepassing in de dagelijkse praktijk hebben Wanneer overwogen wordt het FRAX model zonder BMD te gebruiken voor case-finding van personen (zonder recente diagnostiek vanwege een hoog fractuurrisico, dient rekening gehouden te worden met het feit dat hiervoor slechts # studies beschikbaar zijn, dat deze studies alleen uitgevoerd zijn met data van postmenopauzale vrouwen en dat de AUCâs laag zijn Op basis van literatuuronderzoek kan geen op bewijs gestoelde aanbeveling gegeven worden dat met behulp van een van de fractuurrisico calculators een selectie gemaakt kan worden welke personen met risicofactoren voor een fractuur (zonder recente fractuur en zonder GC gebruik) in aanmerking moeten komen voor aanvullend Op basis van de eerste # conclusies heeft de richtlijn werkgroep besloten om de (###) te handhaven voor het bepalen van de indicatie voor aanvullend onderzoek bij personen met risicofactoren voor een fractuur (maar zonder recente fractuur en literatuuronderzoek is gebleken dat het onafhankelijke risicofactoren zijn voor het optreden van fracturen en het fractuurrisico per factor globaal genomen verdubbeld Uit Nederlands onderzoek gebaseerd op gegevens van de <LOCATIE> studie en de Longitudinal Aging Study <LOCATIE> (LASA) kan worden afgeleid dat het absolute ##jaars risico op een heupfractuur ⥠##% is en het <LEEFTIJD>-jaars risico op een ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een risicoscore ⥠# punten (<PERSOON>, ###) In deze richtlijn wordt uitgegaan van de risicofactoren opgenomen in de CBO-richtlijn ### en NHG standaard ### en de risicofactoren die verwerkt gebruikt zijn in de diverse fractuurrisico calculators zoals beschreven in het artikel van Beaudoin (###) Op basis van de risicofactoren gebruikt in de ## fractuurrisico calculators in Beaudoin (###) is onderstaande lijst samengesteld, met daarin de risicofactor en het aantal.
| 676 | nvr |
worden met het feit dat hiervoor slechts # studies beschikbaar zijn, dat deze studies alleen uitgevoerd zijn met data van postmenopauzale vrouwen en dat de AUCâs laag zijn Op basis van literatuuronderzoek kan geen op bewijs gestoelde aanbeveling gegeven worden dat met behulp van een van de fractuurrisico calculators een selectie gemaakt kan worden welke personen met risicofactoren voor een fractuur (zonder recente fractuur en zonder GC gebruik) in aanmerking moeten komen voor aanvullend Op basis van de eerste # conclusies heeft de richtlijn werkgroep besloten om de (###) te handhaven voor het bepalen van de indicatie voor aanvullend onderzoek bij personen met risicofactoren voor een fractuur (maar zonder recente fractuur en literatuuronderzoek is gebleken dat het onafhankelijke risicofactoren zijn voor het optreden van fracturen en het fractuurrisico per factor globaal genomen verdubbeld Uit Nederlands onderzoek gebaseerd op gegevens van de <LOCATIE> studie en de Longitudinal Aging Study <LOCATIE> (LASA) kan worden afgeleid dat het absolute ##jaars risico op een heupfractuur ⥠##% is en het <LEEFTIJD>-jaars risico op een ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een risicoscore ⥠# punten (<PERSOON>, ###) In deze richtlijn wordt uitgegaan van de risicofactoren opgenomen in de CBO-richtlijn ### en NHG standaard ### en de risicofactoren die verwerkt gebruikt zijn in de diverse fractuurrisico calculators zoals beschreven in het artikel van Beaudoin (###) Op basis van de risicofactoren gebruikt in de ## fractuurrisico calculators in Beaudoin (###) is onderstaande lijst samengesteld, met daarin de risicofactor en het aantal kunnen maken van het fractuurrisico om te beoordelen of dit verhoogd is en of aanvullend onderzoek met bijvoorbeeld een DEXA/VFA meting aangewezen zou zijn Het daarvoor te gebruiken instrument dient bij voorkeur eenvoudig in het gebruik en De in deze richtlijn voorgestelde Risicofactoren scorelijst (# puntenlijst) maakt op een schematische wijze duidelijk welke risicofactoren van belang zijn en hoe de individuele factoren opgeteld kunnen worden tot een totaal aantal punten, en of aanvullend onderzoek Neem de scorelijst met de patiënt door en geef uitleg bij de verschillende factoren die specifiek van belang zijn Bedenk dat de term âfractuurrisicoâ voor de meeste patiënten geen gangbaar begrip is en dat ook percentages daar weinig aan toevoegen Fractuurpreventie zal voor iemand met een recente eenvoudige breuk weinig urgentie oproepen zonder nadere uitleg over het verhoogde risicoâs op een nieuwe fractuur en in het De toegankelijkheid kan worden vergroot door de Risicofactoren scorelijst beschikbaar te Het inventariseren van het fractuurrisico op basis de Risicofactoren scorelijst kost in hert algemeen weinig tijd voor zowel zorgverlener als patiënt en zal derhalve geen directe extra kosten met zich meebrengen Het juist selecteren van personen die in aanmerking komen voor aanvullend onderzoek, in dit geval personen met een verhoogd fractuurrisico, zal bijdragen aan een doelmatige inzet van diagnostische middelen en medicatie Samen met partijen in de zorg heeft het Zorginstituut recentelijk vastgesteld dat verbeteringen nodig en mogelijk zijn bij de diagnostiek van patiënten met een verhoogd Een van de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek was, dat aanvullend onderzoek niet.
| 583 | nvr |
is en of aanvullend onderzoek met bijvoorbeeld een DEXA/VFA meting aangewezen zou zijn Het daarvoor te gebruiken instrument dient bij voorkeur eenvoudig in het gebruik en De in deze richtlijn voorgestelde Risicofactoren scorelijst (# puntenlijst) maakt op een schematische wijze duidelijk welke risicofactoren van belang zijn en hoe de individuele factoren opgeteld kunnen worden tot een totaal aantal punten, en of aanvullend onderzoek Neem de scorelijst met de patiënt door en geef uitleg bij de verschillende factoren die specifiek van belang zijn Bedenk dat de term âfractuurrisicoâ voor de meeste patiënten geen gangbaar begrip is en dat ook percentages daar weinig aan toevoegen Fractuurpreventie zal voor iemand met een recente eenvoudige breuk weinig urgentie oproepen zonder nadere uitleg over het verhoogde risicoâs op een nieuwe fractuur en in het De toegankelijkheid kan worden vergroot door de Risicofactoren scorelijst beschikbaar te Het inventariseren van het fractuurrisico op basis de Risicofactoren scorelijst kost in hert algemeen weinig tijd voor zowel zorgverlener als patiënt en zal derhalve geen directe extra kosten met zich meebrengen Het juist selecteren van personen die in aanmerking komen voor aanvullend onderzoek, in dit geval personen met een verhoogd fractuurrisico, zal bijdragen aan een doelmatige inzet van diagnostische middelen en medicatie Samen met partijen in de zorg heeft het Zorginstituut recentelijk vastgesteld dat verbeteringen nodig en mogelijk zijn bij de diagnostiek van patiënten met een verhoogd Een van de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek was, dat aanvullend onderzoek niet In ### had slechts ##% van de patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur een DEXA meting gehad Ook patiënten met een aandoening die osteoporose kan veroorzaken of de kans op botbreuken verhoogt, krijgen waarschijnlijk niet vaak een botdichtheidsmeting Dat geldt Deze onderdiagnostiek leidt tot onderbehandeling en daarmee tot nieuwe botbreuken, die deels voorkomen hadden kunnen worden als patiënten wel behandeld waren Het feit dat bij veel patiënten geen diagnostiek plaatsvindt, heeft verschillende oorzaken Die liggen Aan de kant van de zorgverleners gaat het dan om administratieve fouten, het feit dat verschillende zorgverleners bij osteoporosezorg betrokken zijn maar geen van hen primair verantwoordelijk is voor het uitvoeren van botdichtheidsmetingen, het ontbreken van kennis, onvoldoende bewustzijn van het belang bij ziekenhuisbestuurders en om de bekostiging van het diagnostisch proces De informatievoorziening aan patiënten laat vaak te wensen over en praktische factoren zoals het eigen risico en afhankelijkheid van Voor adequate implementatie van het tijdig verrichten van diagnostiek bij patiënten met een recente fractuur is het van groot belang dat ziekenhuizen een gestructureerd zorgprogramma aanbieden, aangestuurd door een fractuurpreventie team, waarbij deze patiënten op systematische wijze worden opgespoord, zodat al deze patiënten optimale diagnostiek, leefstijl en, indien nodig, valpreventieve adviezen en een anti - osteoporose behandeling ontvangen Het fractuurpreventie team dient derhalve tenminste te bestaan uit een verpleegkundige en/of VS/PA, een snijdend en beschouwend specialist, die in gezamenlijkheid verantwoordelijk zijn voor het zorgprogramma De aanwezigheid van een van dit zorgproces zijn belangrijke randvoorwaarden voor implementatie.
| 551 | nvr |
<LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur een DEXA meting gehad Ook patiënten met een aandoening die osteoporose kan veroorzaken of de kans op botbreuken verhoogt, krijgen waarschijnlijk niet vaak een botdichtheidsmeting Dat geldt Deze onderdiagnostiek leidt tot onderbehandeling en daarmee tot nieuwe botbreuken, die deels voorkomen hadden kunnen worden als patiënten wel behandeld waren Het feit dat bij veel patiënten geen diagnostiek plaatsvindt, heeft verschillende oorzaken Die liggen Aan de kant van de zorgverleners gaat het dan om administratieve fouten, het feit dat verschillende zorgverleners bij osteoporosezorg betrokken zijn maar geen van hen primair verantwoordelijk is voor het uitvoeren van botdichtheidsmetingen, het ontbreken van kennis, onvoldoende bewustzijn van het belang bij ziekenhuisbestuurders en om de bekostiging van het diagnostisch proces De informatievoorziening aan patiënten laat vaak te wensen over en praktische factoren zoals het eigen risico en afhankelijkheid van Voor adequate implementatie van het tijdig verrichten van diagnostiek bij patiënten met een recente fractuur is het van groot belang dat ziekenhuizen een gestructureerd zorgprogramma aanbieden, aangestuurd door een fractuurpreventie team, waarbij deze patiënten op systematische wijze worden opgespoord, zodat al deze patiënten optimale diagnostiek, leefstijl en, indien nodig, valpreventieve adviezen en een anti - osteoporose behandeling ontvangen Het fractuurpreventie team dient derhalve tenminste te bestaan uit een verpleegkundige en/of VS/PA, een snijdend en beschouwend specialist, die in gezamenlijkheid verantwoordelijk zijn voor het zorgprogramma De aanwezigheid van een van dit zorgproces zijn belangrijke randvoorwaarden voor implementatie Hetzelfde geldt uiteraard voor de initiële behandeling van fractuurpatiënten in het kader van fractuurpreventie in de eerste lijn Ook daar is een gestructureerd zorgprogramma een De aanbevelingen in deze module wordt in onderstaand schema samengevat vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar indien de risicoscore ⥠# punten is Leeftijd ⥠<LEEFTIJD> jaar en een recente fractuur (( <LEEFTIJD> jaar geleden) Gebruik van glucocorticoïden (zie voor toelichting module âBehandeling medicatie Glucocorticoïdenâ) Gebruik van medicatie en/of ernstige onderliggende aandoening die onvoldoende onder Personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur (( <LEEFTIJD> jaar geleden) Rationale van de aanbeveling weging van argumenten voor en tegen de interventies Het is sterk aan te bevelen om bij postmenopauzale vrouwen en bij mannen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur zo snel mogelijk en in ieder geval binnen <LEEFTIJD> jaar na de fractuur aanvullend onderzoek te verrichten met behulp van een DXA/VFA (zie module âAanvullend Een recente opgetreden fractuur bij personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar is een klinisch belangrijk signaal omdat het risico op het optreden van nieuwe fracturen sterk verhoogd is, onafhankelijk van de leeftijd, de BMD en de fractuurlocatie en bij deze personen vaak ook het sterfterisico verhoogd is Het risico op een nieuwe fractuur is niet constant in de tijd, maar is # tot ## maal verhoogd in de eerste <LEEFTIJD> jaar na de fractuur en neemt geleidelijk af in de daaropvolgende <LEEFTIJD> jaar maar blijft ook dan nog tweevoudig verhoogd Op basis van het sterk verhoogde risico op nieuwe fracturen op korte termijn na een.
| 583 | nvr |
fractuurpreventie in de eerste lijn Ook daar is een gestructureerd zorgprogramma een De aanbevelingen in deze module wordt in onderstaand schema samengevat vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar indien de risicoscore ⥠# punten is Leeftijd ⥠<LEEFTIJD> jaar en een recente fractuur (( <LEEFTIJD> jaar geleden) Gebruik van glucocorticoïden (zie voor toelichting module âBehandeling medicatie Glucocorticoïdenâ) Gebruik van medicatie en/of ernstige onderliggende aandoening die onvoldoende onder Personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur (( <LEEFTIJD> jaar geleden) Rationale van de aanbeveling weging van argumenten voor en tegen de interventies Het is sterk aan te bevelen om bij postmenopauzale vrouwen en bij mannen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur zo snel mogelijk en in ieder geval binnen <LEEFTIJD> jaar na de fractuur aanvullend onderzoek te verrichten met behulp van een DXA/VFA (zie module âAanvullend Een recente opgetreden fractuur bij personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar is een klinisch belangrijk signaal omdat het risico op het optreden van nieuwe fracturen sterk verhoogd is, onafhankelijk van de leeftijd, de BMD en de fractuurlocatie en bij deze personen vaak ook het sterfterisico verhoogd is Het risico op een nieuwe fractuur is niet constant in de tijd, maar is # tot ## maal verhoogd in de eerste <LEEFTIJD> jaar na de fractuur en neemt geleidelijk af in de daaropvolgende <LEEFTIJD> jaar maar blijft ook dan nog tweevoudig verhoogd Op basis van het sterk verhoogde risico op nieuwe fracturen op korte termijn na een onderzoek te verrichten en indien geïndiceerd een behandeling te starten (zie modules Verricht zo spoedig mogelijk aanvullend onderzoek door middel van een DXA en VFA ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur * * Toelichting bij gestructureerd opsporen van patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur Het Verricht geen aanvullend onderzoek in geval van aangezicht- en schedelfracturen <PERSOON> fractuurpatiënten systematisch op, zodat deze patiënten optimale diagnostiek, leefstijl en, indien nodig, valpreventieve adviezen en een anti-osteoporose behandeling Begeleid fractuurpatiënten in een gestructureerd zorgprogramma, aangestuurd door een Indien de patiënt voor verdere follow-up wordt verwezen naar de huisarts, dient dit met een Verricht de jaarcontroles in een gestructureerd zorgprogramma waarin de eerste lijn en de Benader patiënten, die na een fractuur ondanks een uitnodiging daarvoor geen aanvullend Indien patiënten ondanks minimaal éénmalig herhaalde oproep geen aanvullend onderzoek hebben gehad, wordt de huisarts hiervan op de hoogte gebracht De huisarts zal de patiënt informeren over het belang van nadere fractuur risico-evaluatie middels DEXA/VFA en de patiënt proberen te motiveren De huisarts kan daarvoor alsnog terugverwijzen naar de Personen met risicofactoren voor een fractuur, zonder fractuur in het afgelopen jaar en Gebruik de risicofactoren scorelijst voor beslissing over aanvullend onderzoek bij vragen van Verricht een DXA en VFA (module âAanvullend onderzoek â DXA/VFAâ) bij mannen en vrouwen vanaf de leeftijd <LEEFTIJD> jaar met een fractuurrisicoscore ⥠# punten conform de Gebruik van medicatie en/of ernstige onderliggende aandoening* die onvoldoende onder controle # * Inflammatoire darmziekten Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Andere chronische inflammatoire aandoeningen zoals spondylartropathie (Ziekte van Bechterew), SLE,.
| 621 | nvr |
starten (zie modules Verricht zo spoedig mogelijk aanvullend onderzoek door middel van een DXA en VFA ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur * * Toelichting bij gestructureerd opsporen van patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur Het Verricht geen aanvullend onderzoek in geval van aangezicht- en schedelfracturen <PERSOON> fractuurpatiënten systematisch op, zodat deze patiënten optimale diagnostiek, leefstijl en, indien nodig, valpreventieve adviezen en een anti-osteoporose behandeling Begeleid fractuurpatiënten in een gestructureerd zorgprogramma, aangestuurd door een Indien de patiënt voor verdere follow-up wordt verwezen naar de huisarts, dient dit met een Verricht de jaarcontroles in een gestructureerd zorgprogramma waarin de eerste lijn en de Benader patiënten, die na een fractuur ondanks een uitnodiging daarvoor geen aanvullend Indien patiënten ondanks minimaal éénmalig herhaalde oproep geen aanvullend onderzoek hebben gehad, wordt de huisarts hiervan op de hoogte gebracht De huisarts zal de patiënt informeren over het belang van nadere fractuur risico-evaluatie middels DEXA/VFA en de patiënt proberen te motiveren De huisarts kan daarvoor alsnog terugverwijzen naar de Personen met risicofactoren voor een fractuur, zonder fractuur in het afgelopen jaar en Gebruik de risicofactoren scorelijst voor beslissing over aanvullend onderzoek bij vragen van Verricht een DXA en VFA (module âAanvullend onderzoek â DXA/VFAâ) bij mannen en vrouwen vanaf de leeftijd <LEEFTIJD> jaar met een fractuurrisicoscore ⥠# punten conform de Gebruik van medicatie en/of ernstige onderliggende aandoening* die onvoldoende onder controle # * Inflammatoire darmziekten Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Andere chronische inflammatoire aandoeningen zoals spondylartropathie (Ziekte van Bechterew), <PERSOON> M, et al Performance of predictive tools to identify individuals at risk of non-traumatic fracture a systematic review, meta-analysis, and metaregression Osteoporosis Int ###;##(#) ###â## Bolland MJ, <PERSOON> AT, <PERSOON> BH, et al Evaluation of the FRAX and Garvan fracture risk Center JR Fracture Burden What Two and a Half Decades of Dubbo Osteoporosis Epidemiology Study Data Reveal About Clinical Outcomes of <PERSOON> TV, Eisman JA Risk of subsequent fracture after low-trauma fracture in men and women JAMA the journal of the <PERSOON> JA, Geusens PP, Bergh JPW van den, Center JR, <PERSOON> utility of absolute risk prediction using FRAX® and Garvan Fracture Risk Calculator in daily <PERSOON> B, <PERSOON> G-JJ Clinical subsequent fractures cluster in time after first fractures Annals of the rheumatic diseases ###;##(#) ##â <PERSOON-##> KG, Adachi JD, et al Previous fractures at multiple sites increase the risk for subsequent fractures <PERSOON-##> global longitudinal study of osteoporosis in women <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> A, et al Characteristics of recurrent fractures <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> CD, et al A meta-analysis of previous fracture and subsequent Klotzbuecher CM, <PERSOON-##> with Prior Fractures Have an Increased Risk of Future Fractures.
| 625 | nvr |
<PERSOON> M, et al Performance of predictive tools to identify individuals at risk of non-traumatic fracture a systematic review, meta-analysis, and metaregression Osteoporosis Int ###;##(#) ###â## Bolland MJ, <PERSOON> AT, <PERSOON> BH, et al Evaluation of the FRAX and Garvan fracture risk Center JR Fracture Burden What Two and a Half Decades of Dubbo Osteoporosis Epidemiology Study Data Reveal About Clinical Outcomes of <PERSOON> TV, Eisman JA Risk of subsequent fracture after low-trauma fracture in men and women JAMA the journal of the <PERSOON> JA, Geusens PP, Bergh JPW van den, Center JR, <PERSOON> utility of absolute risk prediction using FRAX® and Garvan Fracture Risk Calculator in daily <PERSOON> B, <PERSOON> G-JJ Clinical subsequent fractures cluster in time after first fractures Annals of the rheumatic diseases ###;##(#) ##â <PERSOON> KG, Adachi JD, et al Previous fractures at multiple sites increase the risk for subsequent fractures <PERSOON-##> global longitudinal study of osteoporosis in women <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> A, et al Characteristics of recurrent fractures <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> CD, et al A meta-analysis of previous fracture and subsequent Klotzbuecher CM, <PERSOON-##> with Prior Fractures Have an Increased Risk of <PERSOON-##> C de, et al <PERSOON-##> for the Assessment of Absolute Fracture Risk in General Practice Based on <PERSOON-##> Res Regiehouder van de module (deze kan verschillen per module en kan ook verdeeld zijn over meerdere # (half)Jaarlijks, eens in twee jaar, eens in vijf jaar # regievoerende vereniging, gedeelde regievoerende verenigingen, of (multidisciplinaire) werkgroep die in stand # Lopend onderzoek, wijzigingen in vergoeding/organisatie, beschikbaarheid nieuwe middelen Evidence table for systematic review of RCTs and observational studies (intervention studies) ## AND (## OR ##) AND ## AND ## AND (english)/lim AND (<PATIENTNUMMER> or exp Nomograms/ or exp "sensitivity and specificity"/ or exp predictive value of tests/ or # (Abone or "<PERSOON-##> body size no estrogen" or (Bwc or weight criterion or pbw or patient body Epidos or (Fracture index or SOF or Study of osteoporotic fracture* or Sofsurf) or (Framo or calculator) or (Frisc or Frisk or (Fracture adj# immobili?ation adj# score) or Fracture risk score) or or Male osteoporosis screening ti,ab,kf or (MORES or Male osteoporosis risk estimation Module # Meerwaarde van aanvullende VFA bij diagnostiek met DXA Wanneer dient naast een DXA een VFA (vertebral fracture assessment) aangevraagd te Bij de diagnostiek van osteoporose wordt normaliter een DXA van heup en lumbale wervelkolom verricht Een eventuele behandeling kan dan gestart worden op basis van een vergelijking met de piekbotmassa Een T-score ⥠-# wordt als normaal beschouwd; een T-score )-# en ( -#.
| 646 | nvr |
<PERSOON> C de, et al <PERSOON> for the Assessment of Absolute Fracture Risk in General Practice Based on <PERSOON> Res Regiehouder van de module (deze kan verschillen per module en kan ook verdeeld zijn over meerdere # (half)Jaarlijks, eens in twee jaar, eens in vijf jaar # regievoerende vereniging, gedeelde regievoerende verenigingen, of (multidisciplinaire) werkgroep die in stand # Lopend onderzoek, wijzigingen in vergoeding/organisatie, beschikbaarheid nieuwe middelen Evidence table for systematic review of RCTs and observational studies (intervention studies) ## AND (## OR ##) AND ## AND ## AND (english)/lim AND (<PATIENTNUMMER> or exp Nomograms/ or exp "sensitivity and specificity"/ or exp predictive value of tests/ or # (Abone or "<PERSOON> body size no estrogen" or (Bwc or weight criterion or pbw or patient body Epidos or (Fracture index or SOF or Study of osteoporotic fracture* or Sofsurf) or (Framo or calculator) or (Frisc or Frisk or (Fracture adj# immobili?ation adj# score) or Fracture risk score) or or Male osteoporosis screening ti,ab,kf or (MORES or Male osteoporosis risk estimation Module # Meerwaarde van aanvullende VFA bij diagnostiek met DXA Wanneer dient naast een DXA een VFA (vertebral fracture assessment) aangevraagd te Bij de diagnostiek van osteoporose wordt normaliter een DXA van heup en lumbale wervelkolom verricht Een eventuele behandeling kan dan gestart worden op basis van een vergelijking met de piekbotmassa Een T-score ⥠-# wordt als normaal beschouwd; een T-score )-# en ( -# Een T-score ⤠-<DATUM> heupââ en de heuphals Bij de diagnostiek kan dat dus verschillende T-scores opleveren in het algemeen wordt aanbevolen om bij de diagnostiek de laagste T-score te nemen voor de besluitvorming tot eventuele start van medicamenteuze therapie (zie module âWanneer medicatie startenâ) Omdat wervelfracturen een predictor zijn van toekomstige fracturen, onafhankelijk van BMD, is het in beeld brengen van de wervelkolom essentieel voor het bepalen van het fractuurrisico Dit kan middels âvertebral fracture assessmentâ (VFA) op DXA-VFA is een onderzoeksmethode waarbij in aansluiting op DXA in dezelfde zitting ook een bepaling van de wervelhoogten (Th#-L#) wordt gemeten Een hoogteverlies van ##-##% is graad # (mild), ## tot ##% graad # (matig), ) ##% graad # (ernstig) (Genant, ###) Een wervelfractuur vanaf graad # is een reden, onafhankelijk van de BMD om medicatie te N b soms wordt deze methode ook lateral vertebral assessment (LVA) genoemd, of IVA (instant vertebral assessment), maar in deze richtlijn wordt de term DXA-VFA gehanteerd No systematic analysis of the literature was performed <PERSOON> working group based their recommendations on the literature analysis from other modules and international recommendations, such as the EULAR/EFORT recommendations (###) and a recent position paper of the International Osteoporosis Foundation (IOF) on use of DXA vertebral fracture In de EULAR-EFORT recommendations (<PERSOON>, ###) wordt gesteld dat elke patiënt van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente botbreuk systematisch onderzocht dient te worden of het fractuurrisico dit omvat onder andere een DXA en ook beeldvorming van de wervelkolom,.
| 683 | nvr |
heupââ en de heuphals Bij de diagnostiek kan dat dus verschillende T-scores opleveren in het algemeen wordt aanbevolen om bij de diagnostiek de laagste T-score te nemen voor de besluitvorming tot eventuele start van medicamenteuze therapie (zie module âWanneer medicatie startenâ) Omdat wervelfracturen een predictor zijn van toekomstige fracturen, onafhankelijk van BMD, is het in beeld brengen van de wervelkolom essentieel voor het bepalen van het fractuurrisico Dit kan middels âvertebral fracture assessmentâ (VFA) op DXA-VFA is een onderzoeksmethode waarbij in aansluiting op DXA in dezelfde zitting ook een bepaling van de wervelhoogten (Th#-L#) wordt gemeten Een hoogteverlies van ##-##% is graad # (mild), ## tot ##% graad # (matig), ) ##% graad # (ernstig) (Genant, ###) Een wervelfractuur vanaf graad # is een reden, onafhankelijk van de BMD om medicatie te N b soms wordt deze methode ook lateral vertebral assessment (LVA) genoemd, of IVA (instant vertebral assessment), maar in deze richtlijn wordt de term DXA-VFA gehanteerd No systematic analysis of the literature was performed <PERSOON> working group based their recommendations on the literature analysis from other modules and international recommendations, such as the EULAR/EFORT recommendations (###) and a recent position paper of the International Osteoporosis Foundation (IOF) on use of DXA vertebral fracture In de EULAR-EFORT recommendations (<PERSOON>, ###) wordt gesteld dat elke patiënt van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente botbreuk systematisch onderzocht dient te worden of het fractuurrisico dit omvat onder andere een DXA en ook beeldvorming van de wervelkolom, In de IOF-position paper wordt geadviseerd om een DXA## VFA (in aansluiting op DXA) te doen bij alle patiënten van <LEEFTIJD>-jaar en ouder die een FLS Er zijn een aantal redenen om beeldvorming van de wervelkolom uit te voeren en de Ten eerste, wervelfracturen zijn na de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar de meest frequente fracturen De prevalentie loopt op met de leeftijd Bovendien zijn wervelfracturen frequent aanwezig bij hoog-risicopatiënten, zoals patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente nietwervelfractuur, bij patiënten met glucocorticoïd gebruik, patiënten met COPD, reumatoïde artritis, SLE, en patiënten met klinische risicofactoren voor osteoporose en osteopenie Ouder met comorbiditeit geeft derhalve de hoogste vooraf-kans op een wervelfractuur, en dat bleek ook uit onderzoek de helft van de geriatrische patiënten had een of meer wervelfracturen (<PERSOON>, ###) Zelfs ##% had in deze studie matige of Ten tweede gaan de meeste wervelfracturen (ongeveer ##%) niet gepaard met klachten, symptomen en uitlokkend trauma zoals bij een niet-wervelfractuur De meeste wervelfracturen kunnen dus enkel worden vastgesteld met beeldvorming Ten derde zijn wervelfracturen een onafhankelijke predictor van toekomstige fracturen, dus levert onderzoek naar wervelfracturen met VFA aanvullende en relevante informatie op over het risicoprofiel op fracturen Patiënten met een T-score op de DEXA van -#,# of lager én een prevalente wervelfractuur hebben een hoger risico op een nieuwe fractuur dan patiënten met dezelfde T score zonder wervelfractuur (Siris, ###) Ook het aantal wervelfracturen en de ernst van de wervelfractuur geeft aanvullende informatie over het toekomstige fractuurrisico.
| 666 | nvr |
In de IOF-position paper wordt geadviseerd om een DXA## VFA (in aansluiting op DXA) te doen bij alle patiënten van <LEEFTIJD>-jaar en ouder die een FLS Er zijn een aantal redenen om beeldvorming van de wervelkolom uit te voeren en de Ten eerste, wervelfracturen zijn na de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar de meest frequente fracturen De prevalentie loopt op met de leeftijd Bovendien zijn wervelfracturen frequent aanwezig bij hoog-risicopatiënten, zoals patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente nietwervelfractuur, bij patiënten met glucocorticoïd gebruik, patiënten met COPD, reumatoïde artritis, SLE, en patiënten met klinische risicofactoren voor osteoporose en osteopenie Ouder met comorbiditeit geeft derhalve de hoogste vooraf-kans op een wervelfractuur, en dat bleek ook uit onderzoek de helft van de geriatrische patiënten had een of meer wervelfracturen (<PERSOON>, ###) Zelfs ##% had in deze studie matige of Ten tweede gaan de meeste wervelfracturen (ongeveer ##%) niet gepaard met klachten, symptomen en uitlokkend trauma zoals bij een niet-wervelfractuur De meeste wervelfracturen kunnen dus enkel worden vastgesteld met beeldvorming Ten derde zijn wervelfracturen een onafhankelijke predictor van toekomstige fracturen, dus levert onderzoek naar wervelfracturen met VFA aanvullende en relevante informatie op over het risicoprofiel op fracturen Patiënten met een T-score op de DEXA van -#,# of lager én een prevalente wervelfractuur hebben een hoger risico op een nieuwe fractuur dan patiënten met dezelfde T score zonder wervelfractuur (Siris, ###) Ook het aantal wervelfracturen en de ernst van de wervelfractuur geeft aanvullende informatie over het toekomstige fractuurrisico Ook wervelfracturen ontstaan door een trauma met hoge impact, blijken een groter Ten vierde kan het aantonen van een wervelfractuur het verschil maken tussen de keuze van wel of niet behandelen Dit geldt vooral voor patiënten die op basis van de BMD en risicofactoren nog geen indicatie voor botversterkende medicatie hadden, bijvoorbeeld patiënten met een osteopenie Als er dan een wervelfractuur zichtbaar is van voldoende ernst (graad # of hoger), wordt in verschillende trials aangetoond dat behandelen met antiosteoporose medicatie leidt tot lagere fractuurkans in de toekomst In de module âWanneer medicatie startenâ worden indicaties voor behandeling verder Zelfs wanneer een DXA door bijvoorbeeld immobiliteit bij de (oudere) patiënt niet haalbaar is, bijvoorbeeld bij een recente heupfractuur, is het wel zinvol om de wervelkolom in beeld te brengen met conventionele röntgendiagnostiek (X-TWK en X-LWK) Dit kan direct een behandelconsequentie geven bij het aantonen van een wervelfractuur van graad # of hoger Ten vijfde kan het aantonen van een of meer wervelfracturen het verschil maken in de keuze tussen antiresorptiva en anabole middelen bij de initiële therapie In de modules âbehandelingâ wordt beschreven dat gebaseerd op de studies met teriparatide (Kendler, ###) en met romosozumab (Saag ###), waarin in een directe vergelijking fractuurreductie werd aangetoond versus respectievelijk risedronaat en alendronaat, er een indicatie kan zijn om als initiële therapie te starten met anabole medicatie (teriparatide of romosozumab), bij Tot slot is bij de follow-up van de behandeling van een patiënt met osteoporose van belang.
| 615 | nvr |
wervelfracturen ontstaan door een trauma met hoge impact, blijken een groter Ten vierde kan het aantonen van een wervelfractuur het verschil maken tussen de keuze van wel of niet behandelen Dit geldt vooral voor patiënten die op basis van de BMD en risicofactoren nog geen indicatie voor botversterkende medicatie hadden, bijvoorbeeld patiënten met een osteopenie Als er dan een wervelfractuur zichtbaar is van voldoende ernst (graad # of hoger), wordt in verschillende trials aangetoond dat behandelen met antiosteoporose medicatie leidt tot lagere fractuurkans in de toekomst In de module âWanneer medicatie startenâ worden indicaties voor behandeling verder Zelfs wanneer een DXA door bijvoorbeeld immobiliteit bij de (oudere) patiënt niet haalbaar is, bijvoorbeeld bij een recente heupfractuur, is het wel zinvol om de wervelkolom in beeld te brengen met conventionele röntgendiagnostiek (X-TWK en X-LWK) Dit kan direct een behandelconsequentie geven bij het aantonen van een wervelfractuur van graad # of hoger Ten vijfde kan het aantonen van een of meer wervelfracturen het verschil maken in de keuze tussen antiresorptiva en anabole middelen bij de initiële therapie In de modules âbehandelingâ wordt beschreven dat gebaseerd op de studies met teriparatide (Kendler, ###) en met romosozumab (Saag ###), waarin in een directe vergelijking fractuurreductie werd aangetoond versus respectievelijk risedronaat en alendronaat, er een indicatie kan zijn om als initiële therapie te starten met anabole medicatie (teriparatide of romosozumab), bij Tot slot is bij de follow-up van de behandeling van een patiënt met osteoporose van belang Omdat wervelfracturen in ##% van de gevallen zonder klachten ontstaan, is VFA bij het vervaardigen van DXA na # of <LEEFTIJD> jaar behandelen essentieel <PERSOON> indien bij follow up minimaal een jaar na start van de medicatie een incidente wervelfractuur wordt gevonden, kan dit beschouwd worden als therapiefalen, en dient er een switch te worden gedaan in medicatie (zie module âFollowupâ) Met een herhaalde VFA zijn vooral nieuwe wervelfracturen goed vast te stellen, bij verergering van bestaande fracturen (verdere inzakking van bijvoorbeeld graad # naar graad Bij acute rugpijn kan met DXA-VFA een nieuwe wervelfractuur worden vastgesteld, maar Beeldvorming van de wervelkolom kan door conventionele röntgenopnamen en door VFA bij Voordeel is dat de DXA-VFA direct kan worden uitgevoerd ten tijde van het maken van de DXA-scan De sensitiviteit en specificiteit voor wervelfracturen is bij DXA-VFA iets lager dan en specificiteit voor individuen met graad # of meer wervelfracturen bij twee ervaren Bij twijfel over aanwezigheid van een milde (graad #) wervelfractuur, kan het alsnog nodig zijn om een conventionele röntgenfoto te maken <PERSOON>, vanaf een matige (graad #) wervelfractuur kan er een behandelindicatie zijn Een graad # wervelfractuur op de DXA-VFA kan enerzijds overschatting zijn ten opzichte van een conventionele röntgenopname, of te wel er blijkt geen werkelijke wervelfractuur aanwezig, of anderzijds een onderschatting zijn van een matige (graad #) wervelfractuur In alle andere gevallen is de DXA-VFA conclusief voor het vaststellen van wervelfracturen <PERSOON> (ref) toonde aan dat bij de.
| 598 | nvr |
zonder klachten ontstaan, is VFA bij het vervaardigen van DXA na # of <LEEFTIJD> jaar behandelen essentieel <PERSOON> indien bij follow up minimaal een jaar na start van de medicatie een incidente wervelfractuur wordt gevonden, kan dit beschouwd worden als therapiefalen, en dient er een switch te worden gedaan in medicatie (zie module âFollowupâ) Met een herhaalde VFA zijn vooral nieuwe wervelfracturen goed vast te stellen, bij verergering van bestaande fracturen (verdere inzakking van bijvoorbeeld graad # naar graad Bij acute rugpijn kan met DXA-VFA een nieuwe wervelfractuur worden vastgesteld, maar Beeldvorming van de wervelkolom kan door conventionele röntgenopnamen en door VFA bij Voordeel is dat de DXA-VFA direct kan worden uitgevoerd ten tijde van het maken van de DXA-scan De sensitiviteit en specificiteit voor wervelfracturen is bij DXA-VFA iets lager dan en specificiteit voor individuen met graad # of meer wervelfracturen bij twee ervaren Bij twijfel over aanwezigheid van een milde (graad #) wervelfractuur, kan het alsnog nodig zijn om een conventionele röntgenfoto te maken <PERSOON>, vanaf een matige (graad #) wervelfractuur kan er een behandelindicatie zijn Een graad # wervelfractuur op de DXA-VFA kan enerzijds overschatting zijn ten opzichte van een conventionele röntgenopname, of te wel er blijkt geen werkelijke wervelfractuur aanwezig, of anderzijds een onderschatting zijn van een matige (graad #) wervelfractuur In alle andere gevallen is de DXA-VFA conclusief voor het vaststellen van wervelfracturen <PERSOON> (ref) toonde aan dat bij de röntgenfoto niet nodig is (<PERSOON>) De DXA-VFA dient dus als screening voor wervelfracturen Dit betekent dat slechts bij een klein deel van de patiënten met twijfel over een (graad #) wervelfractuur op de VFA een conventionele röntgenfoto alsnog geïndiceerd is Een röntgenfoto is in het algemeen duurder en geeft meer stralingsbelasting De DXA-VFA voorkomt hiermee voor het grootste deel van de patiënten extra diagnostiek en daarmee De DXA-VFA en de conventionele röntgenfoto bij follow-up wordt besproken in de module Het doel van VFA is optimalisering van diagnostiek van de patiënt met een mogelijk verhoogd fractuurrisico Het onderzoek DXA-VFA kan direct plaatsvinden in aansluiting op DXA, de stralingsbelasting is laag, het onderzoek wordt in het algemeen door patiënten goed verdragen Vanuit patiënten wordt daarom geen bezwaar verwacht voor het maken van een DXA-VFA in aansluiting op de DXA RX-VFA geeft naast het maken van een DXA, dus nog een tweede onderzoek, veelal op een andere afdeling in het ziekenhuis Behalve meer Het aanvullend vervaardigen van een DXA-VFA brengt enige extra kosten met zich mee allereerst dient de desbetreffende software worden aangeschaft Daarnaast is er uiteraard enig meerwerk voor de radiologisch laborant, die de verrichtingen uitvoert, en voor de radioloog/nucleair geneeskundige, die het verslag maakt Niet in alle ziekenhuizen is het nu mogelijk om een aanvullend DXA-VFA te verrichten in aansluiting op DXA Daar waar dit nog niet het geval is, kunnen aanvullende röntgenfotoâs van de thoracolumbale wervelkolom gemaakt worden (met als nadeel meer röntgenstraling, extra belasting voor de patiënt (#.
| 598 | nvr |
als screening voor wervelfracturen Dit betekent dat slechts bij een klein deel van de patiënten met twijfel over een (graad #) wervelfractuur op de VFA een conventionele röntgenfoto alsnog geïndiceerd is Een röntgenfoto is in het algemeen duurder en geeft meer stralingsbelasting De DXA-VFA voorkomt hiermee voor het grootste deel van de patiënten extra diagnostiek en daarmee De DXA-VFA en de conventionele röntgenfoto bij follow-up wordt besproken in de module Het doel van VFA is optimalisering van diagnostiek van de patiënt met een mogelijk verhoogd fractuurrisico Het onderzoek DXA-VFA kan direct plaatsvinden in aansluiting op DXA, de stralingsbelasting is laag, het onderzoek wordt in het algemeen door patiënten goed verdragen Vanuit patiënten wordt daarom geen bezwaar verwacht voor het maken van een DXA-VFA in aansluiting op de DXA RX-VFA geeft naast het maken van een DXA, dus nog een tweede onderzoek, veelal op een andere afdeling in het ziekenhuis Behalve meer Het aanvullend vervaardigen van een DXA-VFA brengt enige extra kosten met zich mee allereerst dient de desbetreffende software worden aangeschaft Daarnaast is er uiteraard enig meerwerk voor de radiologisch laborant, die de verrichtingen uitvoert, en voor de radioloog/nucleair geneeskundige, die het verslag maakt Niet in alle ziekenhuizen is het nu mogelijk om een aanvullend DXA-VFA te verrichten in aansluiting op DXA Daar waar dit nog niet het geval is, kunnen aanvullende röntgenfotoâs van de thoracolumbale wervelkolom gemaakt worden (met als nadeel meer röntgenstraling, extra belasting voor de patiënt (# verrichten van DXA-VFA besproken er wordt in ##% van de aanvragen voor DXA een DXAVFA direct aangevraagd en uitgevoerd, terwijl er niet of nauwelijks morele of ethische bezwaren zijn Er is veel te winnen in termen van kwaliteit van zorg op niveau van de patiënt, de zorgverlener en de maatschappij als geheel, door de DXA-VFA als standaard toe Mogelijk hebben nog niet alle centra behalve de software voor DXA-VFA beschikbaar Gezien de balans van voordelen en nadelen, het patiënten belang, en het voorstel van Zinnige Zorg voor een aparte verrichtingencode en tarief, ligt aanschaf van de benodigde software, in die ziekenhuizen waar nog geen mogelijkheid voor VFA is, voor de hand Er is flinke praktijkvariatie in het verrichten van DXA-VFA in aansluiting op DXA deze varieert van ) ##% tot #% op instellingsniveau Dit laat ook het rapport Zinnige zorg van het Zorginstituut zien (Zorginstituut <LOCATIE>, ###) De richtlijn kan waarschijnlijk helpen om de implementatie te versnellen In een multicenter Nederlands implementatieonderzoek steeg het percentage VFAâs bij patiënten <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente fractuur die de fractuurpoli bezochten van #% voor het systematisch uitvoeren van DXA-VFA naar ##% na het systematisch uitvoeren van DXA-VFA Succesvolle implementatie is dus mogelijk en leidt tot een significant betere diagnostiek van wervelfracturen Tot de barrières behoren de afwezigheid van de benodigde software en het gebrek aan kennis bij artsen en patiënten omtrent DXA-VFA Het voorstel van Zinnige Zorg voor een aparte verrichtingencode en tarief.
| 591 | nvr |
er wordt in ##% van de aanvragen voor DXA een DXAVFA direct aangevraagd en uitgevoerd, terwijl er niet of nauwelijks morele of ethische bezwaren zijn Er is veel te winnen in termen van kwaliteit van zorg op niveau van de patiënt, de zorgverlener en de maatschappij als geheel, door de DXA-VFA als standaard toe Mogelijk hebben nog niet alle centra behalve de software voor DXA-VFA beschikbaar Gezien de balans van voordelen en nadelen, het patiënten belang, en het voorstel van Zinnige Zorg voor een aparte verrichtingencode en tarief, ligt aanschaf van de benodigde software, in die ziekenhuizen waar nog geen mogelijkheid voor VFA is, voor de hand Er is flinke praktijkvariatie in het verrichten van DXA-VFA in aansluiting op DXA deze varieert van ) ##% tot #% op instellingsniveau Dit laat ook het rapport Zinnige zorg van het Zorginstituut zien (Zorginstituut <LOCATIE>, ###) De richtlijn kan waarschijnlijk helpen om de implementatie te versnellen In een multicenter Nederlands implementatieonderzoek steeg het percentage VFAâs bij patiënten <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente fractuur die de fractuurpoli bezochten van #% voor het systematisch uitvoeren van DXA-VFA naar ##% na het systematisch uitvoeren van DXA-VFA Succesvolle implementatie is dus mogelijk en leidt tot een significant betere diagnostiek van wervelfracturen Tot de barrières behoren de afwezigheid van de benodigde software en het gebrek aan kennis bij artsen en patiënten omtrent DXA-VFA Het voorstel van Zinnige Zorg voor een aparte verrichtingencode en tarief bij welk deel van de patiënten waarbij het afgelopen jaar een DXA is verricht, is ook een VFA gedaan Er is tevens praktijkvariatie in de verslaglegging van een wervelfractuur Het heeft de voorkeur van de werkgroep dat de term wervelfractuur wordt gebruikt in het verslag (en gerapporteerd wordt welke zijn beoordeeld, als mede welke afwijkend zijn, volgens het model van Genant milde (graad #, ## tot ##%), matige (graad #, ## tot ##%) of ernstige Voor het bepalen van het fractuurrisico en de keuze van behandeling is het essentieel om op enige wijze de wervelkolom in beeld te brengen en eventuele wervelfracturen op te sporen Dit kan middels DXA-VFA en met conventionele röntgenbeelden Bovenstaande overwegingen laten zien dat zowel ten aanzien van patiënt vriendelijkheid en gemak, haalbaarheid, en kosten de DXA-VFA de voorkeur verdient boven conventionele röntgen opnamen De DXA-VFA laat een iets lagere sensitiviteit en specificiteit zien, met name bij patiënten met een milde (graad #) wervelfractuur Voor slechts een klein deel van de patiënten leidt dit alsnog tot een extra röntgenopname van de wervelkolom Vraag bij elke patiënt die in aanmerking komt voor DXA altijd gelijktijdig beeldvorming van Vraag beeldvorming aan van de wervelkolom (X-TWK en X-LWK) om een wervelfractuur aan te tonen bij patiënten waarbij DXA/VFA niet haalbaar is of niet goed te beoordelen is Beschrijf in het verslag van de DXA-VFA welke wervels zijn beoordeeld en welke wervels een Gebruik de term wervelfractuur en vermijdt het gebruik van de termen inzakking,.
| 599 | nvr |
waarbij het afgelopen jaar een DXA is verricht, is ook een VFA gedaan Er is tevens praktijkvariatie in de verslaglegging van een wervelfractuur Het heeft de voorkeur van de werkgroep dat de term wervelfractuur wordt gebruikt in het verslag (en gerapporteerd wordt welke zijn beoordeeld, als mede welke afwijkend zijn, volgens het model van Genant milde (graad #, ## tot ##%), matige (graad #, ## tot ##%) of ernstige Voor het bepalen van het fractuurrisico en de keuze van behandeling is het essentieel om op enige wijze de wervelkolom in beeld te brengen en eventuele wervelfracturen op te sporen Dit kan middels DXA-VFA en met conventionele röntgenbeelden Bovenstaande overwegingen laten zien dat zowel ten aanzien van patiënt vriendelijkheid en gemak, haalbaarheid, en kosten de DXA-VFA de voorkeur verdient boven conventionele röntgen opnamen De DXA-VFA laat een iets lagere sensitiviteit en specificiteit zien, met name bij patiënten met een milde (graad #) wervelfractuur Voor slechts een klein deel van de patiënten leidt dit alsnog tot een extra röntgenopname van de wervelkolom Vraag bij elke patiënt die in aanmerking komt voor DXA altijd gelijktijdig beeldvorming van Vraag beeldvorming aan van de wervelkolom (X-TWK en X-LWK) om een wervelfractuur aan te tonen bij patiënten waarbij DXA/VFA niet haalbaar is of niet goed te beoordelen is Beschrijf in het verslag van de DXA-VFA welke wervels zijn beoordeeld en welke wervels een Gebruik de term wervelfractuur en vermijdt het gebruik van de termen inzakking, Vertebral fracture assesment using a Kendler DL, <PERSOON> CAF, et al Effects of teriparatide and risedronate on new fractures in postmenopausal women with severe osteoporosis (VERO) a multicenter, double-blind, double-dummy, randomized controlled trial Lancet ###; <PERSOON> ##; #<DATUM> management of patients older than ## years with a fragility fracture and prevention of <PERSOON> J, et al Vertebral fracture epidemiology, impact and use of DXA vertebral fracture assessment in fracture liaison services Ost Int ### <PERSOON> ##, online <PERSOON> ML, et al Romosozumab for fracture prevention in women with Schousboe JT, Debold CR (###) Reliability and accuracy of vertebral fracture assessment with densitometry compared to radiography in clinical practice Osteoporos Int ###; Siris ES, Genant HK, Laster AJ, <PERSOON> DA, Krege JH Enhanced prediction of fracture risk combining vertebral fracture status and BMD Osteoporos Int ### <PERSOON>;##(#) ### doi <DATUM> s###-#<DATUM> # <PERSOON> WF Why do geriatric outpatients have so many moderate and severe vertebral fractures? Exploring prevalence and risk factors <PERSOON> SPG, Wyers CE, et al Effect of implementation of guidelines on assesment and diagnosis of vertebral fractures in patients older than ## years with a recent non-vertebral fracture.
| 596 | nvr |
DL, <PERSOON> CAF, et al Effects of teriparatide and risedronate on new fractures in postmenopausal women with severe osteoporosis (VERO) a multicenter, double-blind, double-dummy, randomized controlled trial Lancet ###; <PERSOON> ##; #<DATUM> management of patients older than ## years with a fragility fracture and prevention of <PERSOON> J, et al Vertebral fracture epidemiology, impact and use of DXA vertebral fracture assessment in fracture liaison services Ost Int ### <PERSOON> ##, online <PERSOON> ML, et al Romosozumab for fracture prevention in women with Schousboe JT, Debold CR (###) Reliability and accuracy of vertebral fracture assessment with densitometry compared to radiography in clinical practice Osteoporos Int ###; Siris ES, Genant HK, Laster AJ, <PERSOON> DA, Krege JH Enhanced prediction of fracture risk combining vertebral fracture status and BMD Osteoporos Int ### <PERSOON>;##(#) ### doi <DATUM> s###-#<DATUM> # <PERSOON> WF Why do geriatric outpatients have so many moderate and severe vertebral fractures? Exploring prevalence and risk factors <PERSOON> SPG, Wyers CE, et al Effect of implementation of guidelines on assesment and diagnosis of vertebral fractures in patients older than ## years with a recent non-vertebral fracture ###-### Warriner AH, Patkar NM, <PERSOON>, major, low-trauma, and high-trauma fractures what are the subsequent fracture risks and how do they vary? Curr Module # Aanvullend laboratoriumonderzoek bij de diagnostiek naar Welk laboratoriumonderzoek moet worden verricht bij patiënten die geëvalueerd worden in Patiënten met onderliggende aandoeningen zoals hypogonadisme, hyperthyreoïdie of hyperparathyreoïdie, hebben een hogere botfragiliteit en dus hoger fractuurrisico ten gevolge van de bijkomende ziekten of de behandeling Het behandelen van deze aandoeningen laat de BMD stijgen (zoals bij onder andere primaire hypogonadisme) maar kan ook het fractuurrisico verlagen (zoals onder andere bij primaire hyperparathyreoïdie) Deze onderliggende aandoeningen zijn divers en bestaan met name uit endocriene en aandoeningen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van deze botfragiliteit Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat deze bijdragende factoren voor botfragiliteit zowel bij patiënten ) <LEEFTIJD> jaar met recente fractuur (op de fractuurpolikliniek) met osteoporose als zonder osteoporose voorkomen op de fractuur polikliniek Een deel van deze aandoeningen kan via de anamnese/lichamelijk boven tafel komen, maar bij een groot percentage van de What is the prevalence of risk factors for increased bone fragility identified by prevalence of risk factors for increased bone fragility, new and old <PERSOON> databases Pubmed and Embase were searched with relevant search terms until January ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON-##> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria.
| 592 | nvr |
NM, <PERSOON>, major, low-trauma, and high-trauma fractures what are the subsequent fracture risks and how do they vary? Curr Module # Aanvullend laboratoriumonderzoek bij de diagnostiek naar Welk laboratoriumonderzoek moet worden verricht bij patiënten die geëvalueerd worden in Patiënten met onderliggende aandoeningen zoals hypogonadisme, hyperthyreoïdie of hyperparathyreoïdie, hebben een hogere botfragiliteit en dus hoger fractuurrisico ten gevolge van de bijkomende ziekten of de behandeling Het behandelen van deze aandoeningen laat de BMD stijgen (zoals bij onder andere primaire hypogonadisme) maar kan ook het fractuurrisico verlagen (zoals onder andere bij primaire hyperparathyreoïdie) Deze onderliggende aandoeningen zijn divers en bestaan met name uit endocriene en aandoeningen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van deze botfragiliteit Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat deze bijdragende factoren voor botfragiliteit zowel bij patiënten ) <LEEFTIJD> jaar met recente fractuur (op de fractuurpolikliniek) met osteoporose als zonder osteoporose voorkomen op de fractuur polikliniek Een deel van deze aandoeningen kan via de anamnese/lichamelijk boven tafel komen, maar bij een groot percentage van de What is the prevalence of risk factors for increased bone fragility identified by prevalence of risk factors for increased bone fragility, new and old <PERSOON> databases Pubmed and Embase were searched with relevant search terms until January ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria high fracture risk ## studies were initially selected based on title and abstract screening After reading the full text, ## studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods) and # studies were included Eight studies were included in the analysis of the literature Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is Malgo (###) performed a prospective cohort study to assess the potential contribution of secondary factors for bone fragility to fracture risk All patients ⥠## years old with a recent fracture, who were referred to the fracture liaison services (FLS) of the Leiden University Medical Center from <PERSOON> ### to <PERSOON> ###, were screened for secondary factors for bone fragility Bone mineral density was measured at the lumbar spine (L#-L#) and at the left and right femoral neck by dual-energy X-ray absorptiometry (DXA) using <PERSOON>, MA, USA) Serum was measured for calcium, albumin, inorganic phosphate, alkaline phosphatase, potassium, sodium, ureum, creatinine, TSH, PTH, ##-OH vitamin D and P#NP Vitamin D deficiency was defined as serum levels of ##-OH vitamin D ( ## nmol/L In the #-year study period, ### patients presented to the emergency room of the Leiden University Medical Center with a recent fracture Of these, ### patients were referred to the FLS Of these ### patients, ### agreed to be further investigated for the presence of secondary factors for bone fragility and were included in the study These were.
| 631 | nvr |
and abstract screening After reading the full text, ## studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods) and # studies were included Eight studies were included in the analysis of the literature Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is Malgo (###) performed a prospective cohort study to assess the potential contribution of secondary factors for bone fragility to fracture risk All patients ⥠## years old with a recent fracture, who were referred to the fracture liaison services (FLS) of the Leiden University Medical Center from <PERSOON> ### to <PERSOON> ###, were screened for secondary factors for bone fragility Bone mineral density was measured at the lumbar spine (L#-L#) and at the left and right femoral neck by dual-energy X-ray absorptiometry (DXA) using <PERSOON>, MA, USA) Serum was measured for calcium, albumin, inorganic phosphate, alkaline phosphatase, potassium, sodium, ureum, creatinine, TSH, PTH, ##-OH vitamin D and P#NP Vitamin D deficiency was defined as serum levels of ##-OH vitamin D ( ## nmol/L In the #-year study period, ### patients presented to the emergency room of the Leiden University Medical Center with a recent fracture Of these, ### patients were referred to the FLS Of these ### patients, ### agreed to be further investigated for the presence of secondary factors for bone fragility and were included in the study These were # ± <DATUM> years (range ## # to ## # years) Sixty-one (# %) had a hip fracture, ## (# %) a clinical vertebral fracture and ### (## %) a nonhip/ non-vertebral (NH/NV) fracture <PERSOON> (###) performed a retrospective cross-sectional observational study to assess the diagnostic yield and cost-effectiveness of different laboratory screening strategies to detect underlying endocrine and metabolic contributors to falls and fractures among older adults All patients aged ## years and older referred to the Falls & Fractures Clinic at Nepean Hospital (Penrith, Australia) between ### and ###, with a documented history of falls and fractures and complete laboratory testing were included <PERSOON> minimum set of screening metabolic blood tests - considered as associated with falls and fracture risk - consisted of serum concentrations of ##(OH) vitamin D# (vit D), parathyroid hormone (PTH), calcium, phosphate, vitamin B-##, folate, thyroid-stimulating hormone (TSH), creatinine, and albumin in all patients and serum testosterone in men Two hundred thirty-three clinic attendees met the inclusion criteria for the study <PERSOON> average age of eligible subjects was ##±# years <PERSOON> (###) performed a retrospective study to establish the value of laboratory testing in identifying underlying diseases in patients with a low BMD All ### patients ï³ ## years admitted to the hospital, with a fracture and referred to the clinic from January ### to January ###, were considered eligible for further evaluation Of these ### patients, ## (#%) were excluded from further analysis because they refused BMD measurement.
| 712 | nvr |
± <DATUM> years (range ## # to ## # years) Sixty-one (# %) had a hip fracture, ## (# %) a clinical vertebral fracture and ### (## %) a nonhip/ non-vertebral (NH/NV) fracture <PERSOON> (###) performed a retrospective cross-sectional observational study to assess the diagnostic yield and cost-effectiveness of different laboratory screening strategies to detect underlying endocrine and metabolic contributors to falls and fractures among older adults All patients aged ## years and older referred to the Falls & Fractures Clinic at Nepean Hospital (Penrith, Australia) between ### and ###, with a documented history of falls and fractures and complete laboratory testing were included <PERSOON> minimum set of screening metabolic blood tests - considered as associated with falls and fracture risk - consisted of serum concentrations of ##(OH) vitamin D# (vit D), parathyroid hormone (PTH), calcium, phosphate, vitamin B-##, folate, thyroid-stimulating hormone (TSH), creatinine, and albumin in all patients and serum testosterone in men Two hundred thirty-three clinic attendees met the inclusion criteria for the study <PERSOON> average age of eligible subjects was ##±# years <PERSOON> (###) performed a retrospective study to establish the value of laboratory testing in identifying underlying diseases in patients with a low BMD All ### patients ï³ ## years admitted to the hospital, with a fracture and referred to the clinic from January ### to January ###, were considered eligible for further evaluation Of these ### patients, ## (#%) were excluded from further analysis because they refused BMD measurement final study population comprised ### patients, ### (##%) men and ### (##%) women with a Bogoch (###) performed a retrospective chart audit study to investigate the prevalence of vitamin D insufficiency and deficiency and other secondary causes of osteoporosis in a selected cohort of patients presenting with a fragility fracture to an inner-city university hospital fracture clinic who were referred for further evaluation Women aged ## years and older and men aged ## years and older who had sustained a fragility fracture (i e , a low trauma fracture from a fall from standing height or less) of the wrist, hip, shoulder, or vertebra were included In the first # years of the program, ### patients with a potential fragility fracture were identified, of which ### patients (##% men and ##% women) completed the blood investigations <PERSOON> mean age was #<DATUM> years and the most fractures <PERSOON> (###) performed a prospective cross-sectional study to evaluate the prevalence of contributors to Secondary Osteoporosis and other Bone diseases (SECOB) and low calcium intake and vitamin D deficiency separately in consecutive patients at the time they presented at the emergency unit of the hospital due to a clinical vertebral or nonvertebral fracture Subjects were all consecutive patients older than ## year who presented at the emergency department of the VieCuri Hospital Noord-<PERSOON> (<PERSOON> Netherlands) from January ### until September ### BMD at the left or right hip and the lumbar spine was determined using DXA with the Hologic QDR ### (Hologic, Bedford, MA).
| 722 | nvr |
population comprised ### patients, ### (##%) men and ### (##%) women with a Bogoch (###) performed a retrospective chart audit study to investigate the prevalence of vitamin D insufficiency and deficiency and other secondary causes of osteoporosis in a selected cohort of patients presenting with a fragility fracture to an inner-city university hospital fracture clinic who were referred for further evaluation Women aged ## years and older and men aged ## years and older who had sustained a fragility fracture (i e , a low trauma fracture from a fall from standing height or less) of the wrist, hip, shoulder, or vertebra were included In the first # years of the program, ### patients with a potential fragility fracture were identified, of which ### patients (##% men and ##% women) completed the blood investigations <PERSOON> mean age was #<DATUM> years and the most fractures <PERSOON> (###) performed a prospective cross-sectional study to evaluate the prevalence of contributors to Secondary Osteoporosis and other Bone diseases (SECOB) and low calcium intake and vitamin D deficiency separately in consecutive patients at the time they presented at the emergency unit of the hospital due to a clinical vertebral or nonvertebral fracture Subjects were all consecutive patients older than ## year who presented at the emergency department of the VieCuri Hospital Noord-<PERSOON> (<PERSOON> Netherlands) from January ### until September ### BMD at the left or right hip and the lumbar spine was determined using DXA with the Hologic QDR ### (Hologic, Bedford, MA) tests included serum sodium, potassium, calcium, inorganic phosphate, albumin, creatinine, free tetraiodothyronine (fT#), TSH, serum aminotransferases (aspartate aminotransferase and alanine aminotransferase), alkaline phosphatase, intact plasma PTH (iPTH), ##(OH)D, and serum and urine protein electrophoresis for all patients In total, ### consecutive patients (### men and ### women) with a clinical vertebral or nonvertebral fracture were asked to participate in this study In the end, ### patients (### men and ### women) agreed to participate and were included <PERSOON> mean age of the men and women was ## years (SD = Demitrescu (###) performed a prospective observational study to determine the prevalence of contributors to secondary osteoporosis, in the context of other bone- and fallrelated fracture risks in patients presenting with a clinical vertebral or non-vertebral fracture and with a low BMD A total of ### consecutive and consenting patients older than ## years, who presented between April ### and April ### with a clinical fracture at <LOCATIE> University Hospital in the Netherlands, were included Patients already on osteoporosis disease of bone were excluded from the analysis BMD at the left or right hip and the lumbar spine was determined using dual X-ray absorptiometry (DXA) with Hologic QDR ### Elite Patients were classified according to the lowest value of T-score of either total hip or spine Of the ### patients, ## were women and were ## men Mean age was ## years (standard <PERSOON> (###) performed a retrospective study to determine the prevalence of osteoporosis.
| 699 | nvr |
serum sodium, potassium, calcium, inorganic phosphate, albumin, creatinine, free tetraiodothyronine (fT#), TSH, serum aminotransferases (aspartate aminotransferase and alanine aminotransferase), alkaline phosphatase, intact plasma PTH (iPTH), ##(OH)D, and serum and urine protein electrophoresis for all patients In total, ### consecutive patients (### men and ### women) with a clinical vertebral or nonvertebral fracture were asked to participate in this study In the end, ### patients (### men and ### women) agreed to participate and were included <PERSOON> mean age of the men and women was ## years (SD = Demitrescu (###) performed a prospective observational study to determine the prevalence of contributors to secondary osteoporosis, in the context of other bone- and fallrelated fracture risks in patients presenting with a clinical vertebral or non-vertebral fracture and with a low BMD A total of ### consecutive and consenting patients older than ## years, who presented between April ### and April ### with a clinical fracture at <LOCATIE> University Hospital in the Netherlands, were included Patients already on osteoporosis disease of bone were excluded from the analysis BMD at the left or right hip and the lumbar spine was determined using dual X-ray absorptiometry (DXA) with Hologic QDR ### Elite Patients were classified according to the lowest value of T-score of either total hip or spine Of the ### patients, ## were women and were ## men Mean age was ## years (standard <PERSOON> (###) performed a retrospective study to determine the prevalence of osteoporosis fracture (i e a fracture sustained due to a fall from a standing height) who were admitted to a major teaching hospital in <PERSOON> medical records of ### consecutive patients aged ## to ## years who were admitted with a fracture to <PERSOON>, between January ### and <PERSOON> ###, were obtained Records were examined to ascertain whether any mention was made of osteoporosis investigation or treatment at the time of the fracture admission If no significant entry regarding these two parameters was recorded, the patients were contacted via telephone by the same investigator and asked a series of standard questions If patients had not undergone a BMD measurement by DXA in the last ## months, this was offered to them <PERSOON> exclusion criteria were as follows (i) any history of malignancy within the preceding ## years (to minimize the possibility of fracture due to metastatic disease), (ii) fracture following significant trauma (i e automobile accident) and (iii) nursing home residential status (because this would have made investigation and followup difficult) Of the ### consecutive inpatients identified, ### were excluded and the remaining ### patients were contacted by telephone Sixty-three (##%) of the ### patients agreed to participate, of whom ## women (##%) and ## men (##%) <PERSOON> mean age of the women and men was #<DATUM> year (SD = <DATUM> and #<DATUM> year (SD= <DATUM> , respectively Tannebaum (###) conducted a cross-sectional chart review study to determine the.
| 705 | nvr |
fracture sustained due to a fall from a standing height) who were admitted to a major teaching hospital in <PERSOON> medical records of ### consecutive patients aged ## to ## years who were admitted with a fracture to <PERSOON>, between January ### and <PERSOON> ###, were obtained Records were examined to ascertain whether any mention was made of osteoporosis investigation or treatment at the time of the fracture admission If no significant entry regarding these two parameters was recorded, the patients were contacted via telephone by the same investigator and asked a series of standard questions If patients had not undergone a BMD measurement by DXA in the last ## months, this was offered to them <PERSOON> exclusion criteria were as follows (i) any history of malignancy within the preceding ## years (to minimize the possibility of fracture due to metastatic disease), (ii) fracture following significant trauma (i e automobile accident) and (iii) nursing home residential status (because this would have made investigation and followup difficult) Of the ### consecutive inpatients identified, ### were excluded and the remaining ### patients were contacted by telephone Sixty-three (##%) of the ### patients agreed to participate, of whom ## women (##%) and ## men (##%) <PERSOON> mean age of the women and men was #<DATUM> year (SD = <DATUM> and #<DATUM> year (SD= <DATUM> , respectively Tannebaum (###) conducted a cross-sectional chart review study to determine the osteoporosis and to identify the most useful and cost-efficient screening tests to detect these disorders Subjects were all new consecutive female patients who presented to the ambulatory clinic of the Osteoporosis and Metabolic Bone Disease Program at Mount <INSTELLING> Medical Center from January ### to <PERSOON> women with osteoporosis, aged ## years and older without a history of preexisting conditions or drug treatments known to accelerate bone loss were potential subjects Only the results of bone density measurements available at or during the baseline evaluation were included in the database Most subjects had their initial bone densitometry study of the forearm, hip, and/or lumbar spine at the Mount <INSTELLING> Osteoporosis Center using DPA (Lunar Corp , <PERSOON>, WI) or QDR ### (Hologic, Inc , Waltham, MA) densitometers, but others had measurements on DXA (Hologic, Inc ) or DPA or DXA (Lunar Corp ) instruments at other centers One hundred seventy-three women, mean age #<DATUM> ± <DATUM> year (range ## to ##), met the inclusion criteria Summarized # of the presented studies concerned patients with a low BMD All included studies were observational cohort studies # in fracture liaison services at tertiary centers of high level trauma care hospitals, # (Tannenbaum) in a primary care setting No reports were found including the general population Tables # and # provide a summary of the most All studies, except #, were performed in fracture patients and differed by design Based on.
| 656 | nvr |
the most useful and cost-efficient screening tests to detect these disorders Subjects were all new consecutive female patients who presented to the ambulatory clinic of the Osteoporosis and Metabolic Bone Disease Program at Mount <INSTELLING> Medical Center from January ### to <PERSOON> women with osteoporosis, aged ## years and older without a history of preexisting conditions or drug treatments known to accelerate bone loss were potential subjects Only the results of bone density measurements available at or during the baseline evaluation were included in the database Most subjects had their initial bone densitometry study of the forearm, hip, and/or lumbar spine at the Mount <INSTELLING> Osteoporosis Center using DPA (Lunar Corp , <PERSOON>, WI) or QDR ### (Hologic, Inc , Waltham, MA) densitometers, but others had measurements on DXA (Hologic, Inc ) or DPA or DXA (Lunar Corp ) instruments at other centers One hundred seventy-three women, mean age #<DATUM> ± <DATUM> year (range ## to ##), met the inclusion criteria Summarized # of the presented studies concerned patients with a low BMD All included studies were observational cohort studies # in fracture liaison services at tertiary centers of high level trauma care hospitals, # (Tannenbaum) in a primary care setting No reports were found including the general population Tables # and # provide a summary of the most All studies, except #, were performed in fracture patients and differed by design Based on to ##% of patients Two studies were qualified as having a low selection bias, <PERSOON> (###) and Malgo (###) In these studies the percentage was <DATUM> and ##, respectively for newly diagnosed risk factors Vitamin D deficiency (( ## nmol/l) was present in ##% to #<DATUM> of Based on these finding we can conclude that the most reported laboratory abnormalities In # studies (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; Bogoch, ###) laboratory abnormalities were linked to BMD, in # study (Malgo, ###) laboratory results were checked independently of BMD and were BMD independed No studies were performed in the general population Of note, the prevalence of clinical risk factors was also high in these patient groups <PERSOON> level of evidence could not be assessed with GRADE because the research question concerns a prevalence question <PERSOON> results described above should be taken with caution because of limited population size (imprecision) and inconsistency in the results In de literatuur werden # studies gevonden waarin de prevalentie van bloed- en urineonderzoek die kan wijzen op risicofactoren voor verhoogde botfragiliteit onderzocht werd Het ging om # studies bij mensen van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente fractuur die onderzocht werden in het ziekenhuis of op de polikliniek, waarvan # naar mensen met een lage BMD In één studie ging het om mensen die voor nader onderzoek naar een polikliniek voor botziekten verwezen waren Het betrof in # gevallen retrospectief dossieronderzoek Vier onderzoeken hadden een prospectieve onderzoeksopzet Van deze prospectieve.
| 644 | nvr |
qualified as having a low selection bias, <PERSOON> (###) and Malgo (###) In these studies the percentage was <DATUM> and ##, respectively for newly diagnosed risk factors Vitamin D deficiency (( ## nmol/l) was present in ##% to #<DATUM> of Based on these finding we can conclude that the most reported laboratory abnormalities In # studies (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; Bogoch, ###) laboratory abnormalities were linked to BMD, in # study (Malgo, ###) laboratory results were checked independently of BMD and were BMD independed No studies were performed in the general population Of note, the prevalence of clinical risk factors was also high in these patient groups <PERSOON> level of evidence could not be assessed with GRADE because the research question concerns a prevalence question <PERSOON> results described above should be taken with caution because of limited population size (imprecision) and inconsistency in the results In de literatuur werden # studies gevonden waarin de prevalentie van bloed- en urineonderzoek die kan wijzen op risicofactoren voor verhoogde botfragiliteit onderzocht werd Het ging om # studies bij mensen van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente fractuur die onderzocht werden in het ziekenhuis of op de polikliniek, waarvan # naar mensen met een lage BMD In één studie ging het om mensen die voor nader onderzoek naar een polikliniek voor botziekten verwezen waren Het betrof in # gevallen retrospectief dossieronderzoek Vier onderzoeken hadden een prospectieve onderzoeksopzet Van deze prospectieve selectiebias De kwaliteit van de bewijskracht is op grond van de selectiebias en de lage aantallen laag Het onderzoek laat zien dat bij recente fractuurpatiënten in ## tot ##% van de gevallen nieuwe afwijkingen van bloed en urine worden geïdentificeerd die verband kunnen houden met het ontstaan van verhoogde botfragiliteit Het ligt in de rede om deze aandoeningen te identificeren als de behandeling een gunstig effect heeft op de gezondheidstoestand van de patiënt Over de prevalentie van laboratoriumafwijkingen bij mensen zonder een fractuur maar met osteoporose kan maar beperkt een uitspraak gedaan worden De enige studie die dit onderzocht, Tannenbaum (###), liet in ongeveer een derde van de vrouwen een niet eerder gediagnosticeerde aandoening zien Het lijkt daarom logisch om een onderverdeling te maken in Deze beide patiëntengroepen lijken baat te hebben van een aanvullende screening op botfragiliteit Het behandelen van deze onderliggende aandoeningen heeft in het geval van Primaire hyperparathyreoïdie en hyperthyroïdie effect op zowel het tegengaan van botverlies alsmede verlaagd het fractuurrisico en verhoogd behandelen de <PERSOON>, ###) Op grond van de literatuur kan worden geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn dat in een substantieel aantal mensen met een recente fractuur onderliggende aandoeningen worden geconstateerd middels bloed- en urineonderzoek, waarvan de behandeling gunstig zou kunnen zijn voor de botkwaliteit en de algemene gezondheid vitamine D gebrek, nierinsufficiëntie, hyperparathyreoïdie Ook wordt soms MGUS en hypogonadisme geconstateerd Van deze laatste twee aandoeningen is bekend dat ze geassocieerd zijn met botverlies en verhoogd fractuurrisico.
| 613 | nvr |
van de bewijskracht is op grond van de selectiebias en de lage aantallen laag Het onderzoek laat zien dat bij recente fractuurpatiënten in ## tot ##% van de gevallen nieuwe afwijkingen van bloed en urine worden geïdentificeerd die verband kunnen houden met het ontstaan van verhoogde botfragiliteit Het ligt in de rede om deze aandoeningen te identificeren als de behandeling een gunstig effect heeft op de gezondheidstoestand van de patiënt Over de prevalentie van laboratoriumafwijkingen bij mensen zonder een fractuur maar met osteoporose kan maar beperkt een uitspraak gedaan worden De enige studie die dit onderzocht, Tannenbaum (###), liet in ongeveer een derde van de vrouwen een niet eerder gediagnosticeerde aandoening zien Het lijkt daarom logisch om een onderverdeling te maken in Deze beide patiëntengroepen lijken baat te hebben van een aanvullende screening op botfragiliteit Het behandelen van deze onderliggende aandoeningen heeft in het geval van Primaire hyperparathyreoïdie en hyperthyroïdie effect op zowel het tegengaan van botverlies alsmede verlaagd het fractuurrisico en verhoogd behandelen de <PERSOON>, ###) Op grond van de literatuur kan worden geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn dat in een substantieel aantal mensen met een recente fractuur onderliggende aandoeningen worden geconstateerd middels bloed- en urineonderzoek, waarvan de behandeling gunstig zou kunnen zijn voor de botkwaliteit en de algemene gezondheid vitamine D gebrek, nierinsufficiëntie, hyperparathyreoïdie Ook wordt soms MGUS en hypogonadisme geconstateerd Van deze laatste twee aandoeningen is bekend dat ze geassocieerd zijn met botverlies en verhoogd fractuurrisico fractuurrisico verminderd is echter niet bekend voor MGUS, bij hypogonadisme zal starten van een behandeling gunstig zijn voor de BMD Gezien het gebrek aan bewijs wordt de pragmatische oplossing voorgesteld om na een recente fractuur multipel myeloom uit te sluiten, omdat het missen van deze diagnose grote klinische consequenties heeft Alternatief zou kunnen zijn om deze diagnose alleen uit te sluiten in het geval van klinische wervelfracturen (rugpijn) Er zijn uiteraard meerdere secondaire oorzaken van osteoporose te noemen, de werkgroep adviseert dat nadere analyse bij patiënten met osteoporose op jonge leeftijd, multipele fracturen, persisterende pijnklachten na fractuur of bij andere In het geval van hypogonadisme bij mannen speelt de afweging dat dit geassocieerd is met botverlies en een verhoogd fractuurrisico en dat de behandeling wel de BMD verbeterd en bij osteopenie dus wel een therapeutische consequentie biedt De diagnose beïnvloedt de behandeling van osteoporose echter niet omdat de eerste keus behandeling - ook bij hypogonadisme - een resorptieremmer is In de eerste lijn kan er gekozen worden om bij mannen onder de <LEEFTIJD> jaar met een fractuur, verschijnselen van hypogonadisme uit te vragen, met een korte vragenlijst zoals de ADAM vragenlijst Bij symptomatologie kan vervolgens gekozen worden het testosteron te bepalen Van belang is dat de gevoeligheid van deze gevalideerde lijst hoog (##,#% %) is maar de specificiteit laag (##,#%) Mannen zonder veel klachten kunnen echter ook hypogonadisme hebben Specialisten in de werkgroep vermeldden dat zij soms zagen dat mannen na suppletie zich pas realiseerden dat zij klachten hadden.
| 571 | nvr |
bekend voor MGUS, bij hypogonadisme zal starten van een behandeling gunstig zijn voor de BMD Gezien het gebrek aan bewijs wordt de pragmatische oplossing voorgesteld om na een recente fractuur multipel myeloom uit te sluiten, omdat het missen van deze diagnose grote klinische consequenties heeft Alternatief zou kunnen zijn om deze diagnose alleen uit te sluiten in het geval van klinische wervelfracturen (rugpijn) Er zijn uiteraard meerdere secondaire oorzaken van osteoporose te noemen, de werkgroep adviseert dat nadere analyse bij patiënten met osteoporose op jonge leeftijd, multipele fracturen, persisterende pijnklachten na fractuur of bij andere In het geval van hypogonadisme bij mannen speelt de afweging dat dit geassocieerd is met botverlies en een verhoogd fractuurrisico en dat de behandeling wel de BMD verbeterd en bij osteopenie dus wel een therapeutische consequentie biedt De diagnose beïnvloedt de behandeling van osteoporose echter niet omdat de eerste keus behandeling - ook bij hypogonadisme - een resorptieremmer is In de eerste lijn kan er gekozen worden om bij mannen onder de <LEEFTIJD> jaar met een fractuur, verschijnselen van hypogonadisme uit te vragen, met een korte vragenlijst zoals de ADAM vragenlijst Bij symptomatologie kan vervolgens gekozen worden het testosteron te bepalen Van belang is dat de gevoeligheid van deze gevalideerde lijst hoog (##,#% %) is maar de specificiteit laag (##,#%) Mannen zonder veel klachten kunnen echter ook hypogonadisme hebben Specialisten in de werkgroep vermeldden dat zij soms zagen dat mannen na suppletie zich pas realiseerden dat zij klachten hadden Voor patiënten is het belangrijk dat ze de juiste diagnose en behandeling krijgen Hiervoor is het van belang dat onderliggende ziekten tijdig ontdekt en behandeld worden Bij tijdige ontdekking, en dus ook behandeling, kan progressie van de osteoporose voorkomen worden danwel de behandeling aangevuld worden bijvoorbeeld door behandeling van de hyperparathyreoïdie of het hypogonadisme Wel is het van belang dat er voor de patiënt relevante zaken worden uitgezocht het detecteren van een MGUS met niet kwantificeerbaar gehalte kan potentieel veel stress opleveren terwijl alleen een Het is goed om op te merken dat de opbrengst van de laboratoriumscreening tot nu toe alleen goed is uitgezocht bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een fractuur De kosteneffectiviteit hangt samen met de selectie van patiënten die in aanmerking komt voor laboratoriumonderzoek In de basis zal er bloed geprikt moeten worden bij patiënten bij wie een eventueel gevonden onderliggend lijden ook behandelconsequenties kan hebben, bijvoorbeeld screenen op hypogonadisme bij mannen tot <LEEFTIJD> jaar Er is dan met een eenvoudig bloedonderzoek op meerdere aandoeningen te screenen Het missen van diagnoses kan niet alleen potentieel schadelijk zijn voor de patiënt maar leidt ook tot suboptimale therapie uitkomsten zoals bijvoorbeeld bij een persisterende hyperthyroïdie of een persisterende somatische klacht bij de patiënt zoals een niet onderkend hypogonadisme Vooral suboptimale behandelde patiënten hebben een hoge kans op refractureren en dus een verhoogd kosten en reductie in kwaliteit van leven Gezien de inhoud van het laboratoriumpakket kan de impact op het ziekenhuisbudget.
| 557 | nvr |
is het belangrijk dat ze de juiste diagnose en behandeling krijgen Hiervoor is het van belang dat onderliggende ziekten tijdig ontdekt en behandeld worden Bij tijdige ontdekking, en dus ook behandeling, kan progressie van de osteoporose voorkomen worden danwel de behandeling aangevuld worden bijvoorbeeld door behandeling van de hyperparathyreoïdie of het hypogonadisme Wel is het van belang dat er voor de patiënt relevante zaken worden uitgezocht het detecteren van een MGUS met niet kwantificeerbaar gehalte kan potentieel veel stress opleveren terwijl alleen een Het is goed om op te merken dat de opbrengst van de laboratoriumscreening tot nu toe alleen goed is uitgezocht bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een fractuur De kosteneffectiviteit hangt samen met de selectie van patiënten die in aanmerking komt voor laboratoriumonderzoek In de basis zal er bloed geprikt moeten worden bij patiënten bij wie een eventueel gevonden onderliggend lijden ook behandelconsequenties kan hebben, bijvoorbeeld screenen op hypogonadisme bij mannen tot <LEEFTIJD> jaar Er is dan met een eenvoudig bloedonderzoek op meerdere aandoeningen te screenen Het missen van diagnoses kan niet alleen potentieel schadelijk zijn voor de patiënt maar leidt ook tot suboptimale therapie uitkomsten zoals bijvoorbeeld bij een persisterende hyperthyroïdie of een persisterende somatische klacht bij de patiënt zoals een niet onderkend hypogonadisme Vooral suboptimale behandelde patiënten hebben een hoge kans op refractureren en dus een verhoogd kosten en reductie in kwaliteit van leven Gezien de inhoud van het laboratoriumpakket kan de impact op het ziekenhuisbudget fractuurpolikliniek meeneemt De studie <PERSOON> (###) is de enige die een inschatting maakt van de kosten van het bloedonderzoek in de Nederlandse situatie, verder zijn er geen Kosteneffectiviteitsanalyses zijn wel op case finding in het algeheel waarbij het opsporen en behandelen van osteoporose als kosteneffectief gezien wordt, met name op het voorkomen Er is geen onderzoek gedaan naar de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van deze interventies door middel van proces evaluaties De voorgestelde interventie, laboratoriumonderzoek, is voor iedereen overal beschikbaar en heeft een lage drempel of moeilijkheidsgraad De voornaamste beperking voor het niet uitvoeren van het laboratoriumonderzoek is dat het vanwege financiële redenen niet geprikt wordt danwel door de inrichting van zorg Voor het verrichten van bloedonderzoek is de drempel laag en de toegang gelijk De bepalingen die gedaan zouden moeten worden zijn niet specialistisch dus kunnen ook in de huisartsenpraktijk verricht worden Dit zou dan minimaal moeten bestaan uit serum calcium, albumine, creatinine, TSH en ##(OH)D Waar de patiënt (met een verhoogd fractuurrisico ouder dan <LEEFTIJD> jaar) gezien wordt zou derhalve niet uit moeten maken voor het verrichten van aanvullend beperkt bloedonderzoek Aangezien behandelingen anders ingestoken kunnen worden bij onderliggende aandoeningen, is te verwachten dat patiënten een bloedonderzoek waarderen en dat dit ook mogelijk de therapietrouw zou kunnen bevorderen Rationale van de aanbevelingen weging van argumenten voor en tegen de interventies Bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een recent doorgemaakte fractuur dienen secundaire oorzaken van botfragiliteit uitgesloten te worden.
| 550 | nvr |
studie <PERSOON> (###) is de enige die een inschatting maakt van de kosten van het bloedonderzoek in de Nederlandse situatie, verder zijn er geen Kosteneffectiviteitsanalyses zijn wel op case finding in het algeheel waarbij het opsporen en behandelen van osteoporose als kosteneffectief gezien wordt, met name op het voorkomen Er is geen onderzoek gedaan naar de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van deze interventies door middel van proces evaluaties De voorgestelde interventie, laboratoriumonderzoek, is voor iedereen overal beschikbaar en heeft een lage drempel of moeilijkheidsgraad De voornaamste beperking voor het niet uitvoeren van het laboratoriumonderzoek is dat het vanwege financiële redenen niet geprikt wordt danwel door de inrichting van zorg Voor het verrichten van bloedonderzoek is de drempel laag en de toegang gelijk De bepalingen die gedaan zouden moeten worden zijn niet specialistisch dus kunnen ook in de huisartsenpraktijk verricht worden Dit zou dan minimaal moeten bestaan uit serum calcium, albumine, creatinine, TSH en ##(OH)D Waar de patiënt (met een verhoogd fractuurrisico ouder dan <LEEFTIJD> jaar) gezien wordt zou derhalve niet uit moeten maken voor het verrichten van aanvullend beperkt bloedonderzoek Aangezien behandelingen anders ingestoken kunnen worden bij onderliggende aandoeningen, is te verwachten dat patiënten een bloedonderzoek waarderen en dat dit ook mogelijk de therapietrouw zou kunnen bevorderen Rationale van de aanbevelingen weging van argumenten voor en tegen de interventies Bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een recent doorgemaakte fractuur dienen secundaire oorzaken van botfragiliteit uitgesloten te worden botfragiliteit niet afhankelijk is van <PERSOON> literatuur is een beperkt aantal veel voorkomende risicofactoren onderzocht in patiënten met een fractuur, zie tabel # Bij mensen van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente fractuur komen ook veel klinische risicofactoren voor vallen, roken, alcoholgebruik, medicatiegebruik, reumatische aandoeningen, IBD, malabsorptiesyndromen, COPD Het verdient aanbeveling om bij mensen met een recente fractuur deze klinische risicofactoren in kaart te brengen en zo mogelijk te behandelen Bij onderzoek naar secundaire oorzaken van osteoporose werd bij ## tot ##% van de fractuurpatiënten nieuwe oorzaken gevonden voor verhoogde botfragiliteit Indien vitamine D deficiëntie gedefinieerd als een spiegel ( ##nmol/l meegenomen worden zou ) ##% zelfs een onderliggende factor hebben In een tweetal studies werden secundaire oorzaken voor osteoporose onderzocht in een cohort patiënten met osteoporose, die geen fractuur in de voorgeschiedenis hadden of alleen een niettraumatische wervelfractuur (Tannenbaum, ###; Deutschmann, ###) In deze studies werd bij ## tot ##% van de patiënten een secundaire oorzaak voor botfragiliteit gevonden Bepaal het serum calcium, albumine, creatinine, TSH en ##(OH)D bij patiënten ouder dan ⢠met een recente fractuur en een T score ï£ -# # of; ⢠zonder recente fractuur maar met een indicatie voor botversterkende middelen Overweeg een serum testosteron bij mannen jonger dan <LEEFTIJD> jaar Breid het laboratoriumonderzoek uit bij ernstige of onverklaarde osteoporose, multipele fracturen, anamnestische aanwijzingen of langdurige pijnklachten met in ieder geval Overweeg uitbreiding op indicatie met onder andere coeliakieserologie, tryptase, urine.
| 599 | nvr |
###; <PERSOON>, ###) In de literatuur is een beperkt aantal veel voorkomende risicofactoren onderzocht in patiënten met een fractuur, zie tabel # Bij mensen van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een recente fractuur komen ook veel klinische risicofactoren voor vallen, roken, alcoholgebruik, medicatiegebruik, reumatische aandoeningen, IBD, malabsorptiesyndromen, COPD Het verdient aanbeveling om bij mensen met een recente fractuur deze klinische risicofactoren in kaart te brengen en zo mogelijk te behandelen Bij onderzoek naar secundaire oorzaken van osteoporose werd bij ## tot ##% van de fractuurpatiënten nieuwe oorzaken gevonden voor verhoogde botfragiliteit Indien vitamine D deficiëntie gedefinieerd als een spiegel ( ##nmol/l meegenomen worden zou ) ##% zelfs een onderliggende factor hebben In een tweetal studies werden secundaire oorzaken voor osteoporose onderzocht in een cohort patiënten met osteoporose, die geen fractuur in de voorgeschiedenis hadden of alleen een niettraumatische wervelfractuur (Tannenbaum, ###; Deutschmann, ###) In deze studies werd bij ## tot ##% van de patiënten een secundaire oorzaak voor botfragiliteit gevonden Bepaal het serum calcium, albumine, creatinine, TSH en ##(OH)D bij patiënten ouder dan ⢠met een recente fractuur en een T score ï£ -# # of; ⢠zonder recente fractuur maar met een indicatie voor botversterkende middelen Overweeg een serum testosteron bij mannen jonger dan <LEEFTIJD> jaar Breid het laboratoriumonderzoek uit bij ernstige of onverklaarde osteoporose, multipele fracturen, anamnestische aanwijzingen of langdurige pijnklachten met in ieder geval Overweeg uitbreiding op indicatie met onder andere coeliakieserologie, tryptase, urine ⢠in het geval van multipele onverklaarde fracturen voor onderzoek naar meer zeldzamere vormen van osteoporose of andere metabole botaandoeningen <PERSOON> osteoporosis and metabolic bone disease in patients ## years and older with osteoporosis or with a recent clinical fracture a clinical perspective Current opinion in rheumatology ##(#), ### - ### <PERSOON> to secondary osteoporosis and metabolic bone diseases in patients presenting with a clinical fracture <PERSOON> Journal of <PERSOON> for occult secondary osteoporosis impact of identified possible risk factors on bone mineral density Journal of <PERSOON> of patients with a recent clinical <PERSOON> and cost-effectiveness of laboratory testing to identify metabolic contributors to falls and fractures in older persons Archives of <PERSOON>, J.
| 487 | nvr |
fracturen voor onderzoek naar meer zeldzamere vormen van osteoporose of andere metabole botaandoeningen <PERSOON> osteoporosis and metabolic bone disease in patients ## years and older with osteoporosis or with a recent clinical fracture a clinical perspective Current opinion in rheumatology ##(#), ### - ### <PERSOON> to secondary osteoporosis and metabolic bone diseases in patients presenting with a clinical fracture <PERSOON> Journal of <PERSOON> for occult secondary osteoporosis impact of identified possible risk factors on bone mineral density Journal of <PERSOON> of patients with a recent clinical <PERSOON> and cost-effectiveness of laboratory testing to identify metabolic contributors to falls and fractures in older persons Archives of <PERSOON> value of laboratory tests in diagnosing secondary osteoporosis at a fracture and osteoporosis outpatient clinic Geriatric orthopaedic surgery & <PERSOON> prevalence of secondary factors for bone fragility in patients with a recent fracture independently of BMD Archives of Morley JE, Charlton E, <PERSOON> FE, Cadeau <PERSOON-##> D, et al Validation of a screening questionnaire for androgen deficiency in aging males Metabolism Tannenbaum, C , <PERSOON-##> of laboratory testing to identify secondary contributors to osteoporosis in otherwise healthy women <PERSOON> Journal of <PERSOON-##>, P K K , <PERSOON-##> screening for osteoporosis in patients admitted with minimalâtrauma fracture to a major teaching hospital Internal medicine journal, ##(##), #<DATUM> Lopend onderzoek, wijzigingen in vergoeding/organisatie, beschikbaarheid nieuwe middelen high AND prevalence AND of AND secondary AND factors AND for AND bone AND fragility AND in AND patients AND with AND a AND recent AND fracture AND independently.
| 350 | nvr |
<PERSOON> value of laboratory tests in diagnosing secondary osteoporosis at a fracture and osteoporosis outpatient clinic Geriatric orthopaedic surgery & <PERSOON> prevalence of secondary factors for bone fragility in patients with a recent fracture independently of BMD Archives of Morley JE, Charlton E, <PERSOON> FE, Cadeau <PERSOON> D, et al Validation of a screening questionnaire for androgen deficiency in aging males Metabolism Tannenbaum, C , <PERSOON> of laboratory testing to identify secondary contributors to osteoporosis in otherwise healthy women <PERSOON> Journal of <PERSOON>, P K K , <PERSOON> screening for osteoporosis in patients admitted with minimalâtrauma fracture to a major teaching hospital Internal medicine journal, ##(##), #<DATUM> Lopend onderzoek, wijzigingen in vergoeding/organisatie, beschikbaarheid nieuwe middelen high AND prevalence AND of AND secondary AND factors AND for AND bone AND fragility AND in AND patients AND with AND a AND recent AND fracture AND independently AND patients AND presenting AND with AND a AND clinical AND fracture Wanneer moet een valrisicoschatting worden verricht bij patiënten met een hoog Wanneer moet bij deze groep een multifactoriële valrisicobeoordeling worden De prevalentie van vallen bij thuiswonende ouderen loopt sterk op met de leeftijd Een derde van de ##plussers valt jaarlijks, waarvan de helft vaker Deze valincidenten leiden in minstens ##% van de gevallen tot letsel en ##% heeft ernstig letsel zoals een fractuur Deze hoge val kans geldt ook voor ouderen met een verhoogd fractuurrisico en met een recente fractuur Zij hebben een nog hoger risico op een nieuwe fractuur bij een nieuwe val Patiënten die op een fractuurpreventie poli komen, dus dat zijn patiënten vanaf <LEEFTIJD> jaar, hebben reeds een eerste fractuur doorgemaakt en ##% van deze fracturen ontstond uit een val Hebben deze patiënten baat bij een valrisicoinschatting? Of een interventie hiervoor? Voor patiënten die niet recent gevallen zijn, maar wel een verhoogd fractuurrisico hebben op basis van risicofactoren en of een recente fractuur (ontstaan zonder val, bijvoorbeeld een wervelfractuur), is het de vraag wanneer en of een valrisicoschatting moet worden verricht En welke interventies dan effectief zijn Deze patiënten hebben namelijk wel een hogere No systematic literature analysis has been performed for this guiding question, as there is already a guideline "Prevention of falls in the elderly" (<PERSOON> guideline working group uses the information from this guideline and translates this to the patient with a high.
| 482 | nvr |
AND presenting AND with AND a AND clinical AND fracture Wanneer moet een valrisicoschatting worden verricht bij patiënten met een hoog Wanneer moet bij deze groep een multifactoriële valrisicobeoordeling worden De prevalentie van vallen bij thuiswonende ouderen loopt sterk op met de leeftijd Een derde van de ##plussers valt jaarlijks, waarvan de helft vaker Deze valincidenten leiden in minstens ##% van de gevallen tot letsel en ##% heeft ernstig letsel zoals een fractuur Deze hoge val kans geldt ook voor ouderen met een verhoogd fractuurrisico en met een recente fractuur Zij hebben een nog hoger risico op een nieuwe fractuur bij een nieuwe val Patiënten die op een fractuurpreventie poli komen, dus dat zijn patiënten vanaf <LEEFTIJD> jaar, hebben reeds een eerste fractuur doorgemaakt en ##% van deze fracturen ontstond uit een val Hebben deze patiënten baat bij een valrisicoinschatting? Of een interventie hiervoor? Voor patiënten die niet recent gevallen zijn, maar wel een verhoogd fractuurrisico hebben op basis van risicofactoren en of een recente fractuur (ontstaan zonder val, bijvoorbeeld een wervelfractuur), is het de vraag wanneer en of een valrisicoschatting moet worden verricht En welke interventies dan effectief zijn Deze patiënten hebben namelijk wel een hogere No systematic literature analysis has been performed for this guiding question, as there is already a guideline "Prevention of falls in the elderly" (<PERSOON> guideline working group uses the information from this guideline and translates this to the patient with a high na een recente fractuur naar de fractuurpoli komen In het review van <PERSOON> (###) wordt gekeken naar ## studies die de populatie van de fractuurpreventie poli beschrijven, met over het algemeen een populatie van <LEEFTIJD> jaar of ouder De # studies in deze review die uitgebreider het valrisico beschrijven komen allen uit <PERSOON> (###) toonde aan bij ### ##-plussers dat ##% van de patiënten met een recente fractuur die had opgelopen met een val Van deze patiënten (<LEEFTIJD> jaar gemiddeld, ##% vrouw) bleek ##% een of meer valrisicofactoren te hebben Ruim de helft (##%) had twee of meer valrisicofactoren In een andere studie (<PERSOON>, ###) had ##% tenminste een valrisicofactor In de studie van <PERSOON> (###), die een fractuurpoli -populatie beschreef van ruim ### patiënten, gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar en ##% vrouw, werd bij ##% <PERSOON> (###) toonde dat in een populatie van ### patiënten die een fractuurpoli bezochten, ##% vrouw, gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar, en ##% een leeftijd tot <LEEFTIJD> jaar, dat valrisicofactoren aanwezig waren in ##% van het cohort Opvallend was dat de aanwezigheid van tenminste een valrisicofactor onafhankelijk was van leeftijd, geslacht, BMI, het soort Uit bovenstaande studies volgt dat de prevalentie van een of meer valrisicofactoren bij een De valrisicofactoren die in de studie <PERSOON> (###) het meest werden gerapporteerd waren Leeftijd (##+ versus ( ##) met een (univariate analyse) OR van #,## (##% CI #,## tot.
| 665 | nvr |
fractuurpoli komen In het review van <PERSOON> (###) wordt gekeken naar ## studies die de populatie van de fractuurpreventie poli beschrijven, met over het algemeen een populatie van <LEEFTIJD> jaar of ouder De # studies in deze review die uitgebreider het valrisico beschrijven komen allen uit <PERSOON> (###) toonde aan bij ### ##-plussers dat ##% van de patiënten met een recente fractuur die had opgelopen met een val Van deze patiënten (<LEEFTIJD> jaar gemiddeld, ##% vrouw) bleek ##% een of meer valrisicofactoren te hebben Ruim de helft (##%) had twee of meer valrisicofactoren In een andere studie (<PERSOON>, ###) had ##% tenminste een valrisicofactor In de studie van <PERSOON> (###), die een fractuurpoli -populatie beschreef van ruim ### patiënten, gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar en ##% vrouw, werd bij ##% <PERSOON> (###) toonde dat in een populatie van ### patiënten die een fractuurpoli bezochten, ##% vrouw, gemiddelde leeftijd <LEEFTIJD> jaar, en ##% een leeftijd tot <LEEFTIJD> jaar, dat valrisicofactoren aanwezig waren in ##% van het cohort Opvallend was dat de aanwezigheid van tenminste een valrisicofactor onafhankelijk was van leeftijd, geslacht, BMI, het soort Uit bovenstaande studies volgt dat de prevalentie van een of meer valrisicofactoren bij een De valrisicofactoren die in de studie <PERSOON> (###) het meest werden gerapporteerd waren Leeftijd (##+ versus ( ##) met een (univariate analyse) OR van #,## (##% CI #,## tot #,## (##% CI #,## tot #,##) Multivariaat bleven geslacht (vrouwen hadden hoger valrisico over Tot slot werd nog gekeken in de groep met alleen vrouwen met ADL beperkingen en In deze studie is tevens uitgebreid onderzoek gedaan naar mobiliteit met de timed up en go test, met de four balance test, de chair standtest en met het bepalen van de handknijpkracht, naast de andere valrisicofactoren Opvallend is dat geen van deze In de studie uit ### rapporteerde <PERSOON> als meest voorkomende valrisicofactoren meer dan # val in het laatste jaar (##%), beperkingen in de ADL al voor het optreden van de verminderde visus (##%) Behalve de verminderde visus kwamen alle factoren vaker voor bij <PERSOON> laat in haar studie zien (###) dat valgerelateerde comorbiditeit en valgerelateerde medicatie het meest voorkomt in de fractuurpoli-populatie op oudere leeftijd, bij een hogere BMI en bij de ernstiger fracturen ongeacht het geslacht of de BMD Er is beperkte literatuur over welke valrisicofactoren prevalent zijn bij een fractuurpolipopulatie De bovenstaande literatuur laat zien dat behalve leeftijd, vrouwelijk geslacht en ADL beperkingen, de andere valrisicofactoren in gelijke mate voorkwamen bij vallers en nietvallers Er is derhalve niet een verkorte lijst te maken met welke valrisicofactoren specifiek in Welke interventies zijn effectief ten aanzien van het voorkomen van vallen in een populatie <PERSOON> publiceerde een zeer uitgebreid systematisch review in ### over preventie en management van osteoporotische fracturen door paramedici In twee meta-analyses van in totaal ### deelnemers na heupfractuur toonde dat gestructureerde beweeginterventie en met name progressieve weerstandtraining een significante verbetering gaf (ten opzichte van.
| 703 | nvr |
werd nog gekeken in de groep met alleen vrouwen met ADL beperkingen en In deze studie is tevens uitgebreid onderzoek gedaan naar mobiliteit met de timed up en go test, met de four balance test, de chair standtest en met het bepalen van de handknijpkracht, naast de andere valrisicofactoren Opvallend is dat geen van deze In de studie uit ### rapporteerde <PERSOON> als meest voorkomende valrisicofactoren meer dan # val in het laatste jaar (##%), beperkingen in de ADL al voor het optreden van de verminderde visus (##%) Behalve de verminderde visus kwamen alle factoren vaker voor bij <PERSOON> laat in haar studie zien (###) dat valgerelateerde comorbiditeit en valgerelateerde medicatie het meest voorkomt in de fractuurpoli-populatie op oudere leeftijd, bij een hogere BMI en bij de ernstiger fracturen ongeacht het geslacht of de BMD Er is beperkte literatuur over welke valrisicofactoren prevalent zijn bij een fractuurpolipopulatie De bovenstaande literatuur laat zien dat behalve leeftijd, vrouwelijk geslacht en ADL beperkingen, de andere valrisicofactoren in gelijke mate voorkwamen bij vallers en nietvallers Er is derhalve niet een verkorte lijst te maken met welke valrisicofactoren specifiek in Welke interventies zijn effectief ten aanzien van het voorkomen van vallen in een populatie <PERSOON> publiceerde een zeer uitgebreid systematisch review in ### over preventie en management van osteoporotische fracturen door paramedici In twee meta-analyses van in totaal ### deelnemers na heupfractuur toonde dat gestructureerde beweeginterventie en met name progressieve weerstandtraining een significante verbetering gaf (ten opzichte van van het effect van een beweeginterventie na een wervelfractuur op de uitkomstmaat kwaliteit van leven, pijn en functionele mobiliteit, liet <PERSOON> (###) zien na # gepoolde RCT met in totaal ### vrouwen dat er in de exercise-groep een klein voordeel was op afname van pijn en enige verbetering op kwaliteit van leven De functietests en mobiliteit verbeterde niet (<PERSOON> T, ###) Ook beschreef <PERSOON> (###) een kleine RCT met in totaal ## vrouwen na een osteoporotische fractuur toonde dat balanstraining een afname liet zien van het aantal valincidenten en een verbeterde balans toonde in vergelijking met een controlegroep die In hetzelfde review van <PERSOON> (###) werd ook gezocht naar multicomponente op bias toonden overall geen significant effect in valincidentie In de meta-analyse van Morello (###) werden ## RCTâs geïncludeerd die in totaal bijna ### patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder includeerden die op de SEH waren gekomen met een val en die verschillende interventies ter voorkoming van vallen en fracturen onderzochten Geen enkele uitkomstmaat bleek significant in deze meta-analyse niet in het aantal valincidenten of het aantal vallers, niet in valletsels of valincidenten met letsel tot gevolg, niet in het aantal fracturen, en niet in SEH-presentaties en opnames gedurende follow up In een subanalyse werd wel aangetoond dat interventies die # of meer componenten bevatten (OR #,##, ##% CI #,## tot #,##) en die gericht waren op individuele valrisico (OR #,##, ##% CI #,## tot #,##) wel significant het aantal valincidenten verlaagden.
| 638 | nvr |
beweeginterventie na een wervelfractuur op de uitkomstmaat kwaliteit van leven, pijn en functionele mobiliteit, liet <PERSOON> (###) zien na # gepoolde RCT met in totaal ### vrouwen dat er in de exercise-groep een klein voordeel was op afname van pijn en enige verbetering op kwaliteit van leven De functietests en mobiliteit verbeterde niet (<PERSOON> T, ###) Ook beschreef <PERSOON> (###) een kleine RCT met in totaal ## vrouwen na een osteoporotische fractuur toonde dat balanstraining een afname liet zien van het aantal valincidenten en een verbeterde balans toonde in vergelijking met een controlegroep die In hetzelfde review van <PERSOON> (###) werd ook gezocht naar multicomponente op bias toonden overall geen significant effect in valincidentie In de meta-analyse van Morello (###) werden ## RCTâs geïncludeerd die in totaal bijna ### patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder includeerden die op de SEH waren gekomen met een val en die verschillende interventies ter voorkoming van vallen en fracturen onderzochten Geen enkele uitkomstmaat bleek significant in deze meta-analyse niet in het aantal valincidenten of het aantal vallers, niet in valletsels of valincidenten met letsel tot gevolg, niet in het aantal fracturen, en niet in SEH-presentaties en opnames gedurende follow up In een subanalyse werd wel aangetoond dat interventies die # of meer componenten bevatten (OR #,##, ##% CI #,## tot #,##) en die gericht waren op individuele valrisico (OR #,##, ##% CI #,## tot #,##) wel significant het aantal valincidenten verlaagden interventies voor valpreventie bij thuiswonende ouderen, blijkt dat bij een multifactoriële aanpak, waarbij er interventies worden gedaan gericht op het specifieke risicoprofiel van de individuele patiënt, dit het meest effectief blijkt in het verlagen van het valrisico (RR #,##, ##% CI #,## tot #,##; ## trials; ### deelnemers), in contrast met usual care Ook in de recente RESPOND-trial van Barker (###) (die niet werd meegenomen in de Cochrane review onder oudere vallers met en zonder letsel), werd met een individuele aanpak aangetoond dat en valreductie optreedt in de interventiegroep (IRR #,##, ##% CI #,## tot #,##) en tevens dat er een significante verlaging was van het aantal fracturen in de interventiegroep versus In de populatie die zich presenteert op een fractuurpoli blijkt ruim de helft van de patiënten één of meer valrisicofactoren te hebben In het algemeen geldt hoe ouder de patiënt hoe meer valrisicofactoren en tevens geldt dat vrouwen vaker valrisicofactoren hebben dan mannen Veel val gerelateerde risicofactoren komen in ongeveer gelijke mate voor, zoals ADL beperkingen voorafgaand aan de fractuur, gewrichtsklachten, psychofarmaca, polyfarmacie, comorbiditeit en verminderde visus Een aantal valrisicofactoren zijn nauwelijks te beïnvloeden, zoals bestaande comorbiditeit of ADL beperkingen Alhoewel het optimaliseren van de behandeling van een comorbiditeit soms kan leiden tot betere functie, zoals het beter instellen van diabetes waardoor er minder hypoglycaemie optreedt Andere risicofactoren zijn meer beïnvloedbaar, zoals het verbeteren van de visus, het verminderen van valrisico verhogende medicatie zoals psychofarmaca en cardiovasculaire medicatie en het trainen van kracht, balans en uithoudingsvermogen Literatuur over effectieve interventies in patiënten met een fractuur is beperkt te noemen.
| 686 | nvr |
waarbij er interventies worden gedaan gericht op het specifieke risicoprofiel van de individuele patiënt, dit het meest effectief blijkt in het verlagen van het valrisico (RR #,##, ##% CI #,## tot #,##; ## trials; ### deelnemers), in contrast met usual care Ook in de recente RESPOND-trial van Barker (###) (die niet werd meegenomen in de Cochrane review onder oudere vallers met en zonder letsel), werd met een individuele aanpak aangetoond dat en valreductie optreedt in de interventiegroep (IRR #,##, ##% CI #,## tot #,##) en tevens dat er een significante verlaging was van het aantal fracturen in de interventiegroep versus In de populatie die zich presenteert op een fractuurpoli blijkt ruim de helft van de patiënten één of meer valrisicofactoren te hebben In het algemeen geldt hoe ouder de patiënt hoe meer valrisicofactoren en tevens geldt dat vrouwen vaker valrisicofactoren hebben dan mannen Veel val gerelateerde risicofactoren komen in ongeveer gelijke mate voor, zoals ADL beperkingen voorafgaand aan de fractuur, gewrichtsklachten, psychofarmaca, polyfarmacie, comorbiditeit en verminderde visus Een aantal valrisicofactoren zijn nauwelijks te beïnvloeden, zoals bestaande comorbiditeit of ADL beperkingen Alhoewel het optimaliseren van de behandeling van een comorbiditeit soms kan leiden tot betere functie, zoals het beter instellen van diabetes waardoor er minder hypoglycaemie optreedt Andere risicofactoren zijn meer beïnvloedbaar, zoals het verbeteren van de visus, het verminderen van valrisico verhogende medicatie zoals psychofarmaca en cardiovasculaire medicatie en het trainen van kracht, balans en uithoudingsvermogen Literatuur over effectieve interventies in patiënten met een fractuur is beperkt te noemen Dit geldt met name voor studies over patiënten van ## tot <LEEFTIJD> jaar Veel studies zijn bovendien te heterogeen voor het doen van grote meta-analyses, gegeven het soort interventies is de bias vaak hoog Uit studies blijkt dat een simpele interventie gericht op # à # aspecten van het valrisico die generiek worden aangeboden onvoldoende resultaat biedt om het aantal valincidenten te verlagen Behalve in de groep patiënten na heupfractuur, daar lijkt in een meta-analyse voldoende bewijs voor progressieve weerstandstraining te zijn om de mobiliteit, kracht en balans te verbeteren ten opzichte van usual care of geen Interventies die in het algemeen wel effect lijken te sorteren zijn gericht op het individuele risico en bevatten doorgaans meerdere componenten Van de beweeginterventies zijn interventies gericht op kracht en balans het meest effectief bij patiënten na een fractuur <PERSOON> met letsel leidt tot valangst, wat vervolgens het risico op vallen weer vergroot Daarom is het van belang deze vicieuze cirkel te doorbreken Voor patiënten en naasten is het dus van belang om na de eerste val met letsel niet nogmaals te vallen of zelfs een fractuur bij een val op te lopen Dat betekent dat onderzocht moet worden wat het risico is op een volgende fractuur en op het risico op een volgende val De interventie die in deze module wordt voorgesteld is een systematische methode om bij alle patiënten die gevallen zijn na te gaan wat het valrisico is.
| 597 | nvr |
Dit geldt met name voor studies over patiënten van ## tot <LEEFTIJD> jaar Veel studies zijn bovendien te heterogeen voor het doen van grote meta-analyses, gegeven het soort interventies is de bias vaak hoog Uit studies blijkt dat een simpele interventie gericht op # à # aspecten van het valrisico die generiek worden aangeboden onvoldoende resultaat biedt om het aantal valincidenten te verlagen Behalve in de groep patiënten na heupfractuur, daar lijkt in een meta-analyse voldoende bewijs voor progressieve weerstandstraining te zijn om de mobiliteit, kracht en balans te verbeteren ten opzichte van usual care of geen Interventies die in het algemeen wel effect lijken te sorteren zijn gericht op het individuele risico en bevatten doorgaans meerdere componenten Van de beweeginterventies zijn interventies gericht op kracht en balans het meest effectief bij patiënten na een fractuur <PERSOON> met letsel leidt tot valangst, wat vervolgens het risico op vallen weer vergroot Daarom is het van belang deze vicieuze cirkel te doorbreken Voor patiënten en naasten is het dus van belang om na de eerste val met letsel niet nogmaals te vallen of zelfs een fractuur bij een val op te lopen Dat betekent dat onderzocht moet worden wat het risico is op een volgende fractuur en op het risico op een volgende val De interventie die in deze module wordt voorgesteld is een systematische methode om bij alle patiënten die gevallen zijn na te gaan wat het valrisico is een richtlijn verschenen Deze module richt zich specifiek op de patiënten na een fractuur De meeste patiënten (##%) heeft die fractuur opgelopen ten tijde van een val en is daardoor at risk voor een nieuwe val en eventueel een nieuwe fractuur daarbij Hoewel niet getoetst, lijkt het aannemelijk dat patiënten een relatief korte inventarisatie van het valrisico gemakkelijk zullen accepteren en hiervan het nut zullen inzien De interventie die wordt voorgesteld is tweeledig voor patiënten van ## tot <LEEFTIJD> jaar wordt een korte analyse voorgesteld die het valrisico helpt te bepalen Dat kost op een fractuurpoli extra tijd Omdat in de gebruikelijke analyse al alcohol en medicatie wordt nagegaan, betreft het vooral het checken van de visus het bespreken van eventuele orthostase klachten en vervolgens het testen van orthostase (bij positieve anamnese) en het afnemen van loop, kracht en balanstests Dit kan in geschat max # minuten als patiënt fit is, maar duurt langer als patiënt minder fit is en bijvoorbeeld tests langer duren of er een orthostase moet worden gemeten Deze korte valanalyse kan een verpleegkundige of verpleegkundig Voor patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar betreft het doorgaans meer werk, omdat op basis van de literatuur een meer uitgebreide valrisicoanalyse wordt aanbevolen In de richtlijn valpreventie staat de interventie toegelicht en ook de kosten (middelenbeslag) In wezen gaat het hier dus om implementatie van die richtlijn op de fractuurpoli Bij goede implementatie zal dit leiden tot langere tijd die nodig is op de fractuurpoli voor het.
| 555 | nvr |
op de patiënten na een fractuur De meeste patiënten (##%) heeft die fractuur opgelopen ten tijde van een val en is daardoor at risk voor een nieuwe val en eventueel een nieuwe fractuur daarbij Hoewel niet getoetst, lijkt het aannemelijk dat patiënten een relatief korte inventarisatie van het valrisico gemakkelijk zullen accepteren en hiervan het nut zullen inzien De interventie die wordt voorgesteld is tweeledig voor patiënten van ## tot <LEEFTIJD> jaar wordt een korte analyse voorgesteld die het valrisico helpt te bepalen Dat kost op een fractuurpoli extra tijd Omdat in de gebruikelijke analyse al alcohol en medicatie wordt nagegaan, betreft het vooral het checken van de visus het bespreken van eventuele orthostase klachten en vervolgens het testen van orthostase (bij positieve anamnese) en het afnemen van loop, kracht en balanstests Dit kan in geschat max # minuten als patiënt fit is, maar duurt langer als patiënt minder fit is en bijvoorbeeld tests langer duren of er een orthostase moet worden gemeten Deze korte valanalyse kan een verpleegkundige of verpleegkundig Voor patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar betreft het doorgaans meer werk, omdat op basis van de literatuur een meer uitgebreide valrisicoanalyse wordt aanbevolen In de richtlijn valpreventie staat de interventie toegelicht en ook de kosten (middelenbeslag) In wezen gaat het hier dus om implementatie van die richtlijn op de fractuurpoli Bij goede implementatie zal dit leiden tot langere tijd die nodig is op de fractuurpoli voor het Het zal ook leiden tot meer awareness voor het probleem vallen en dat zal leiden tot meer verwijzingen Omdat bij gebrek aan voldoende literatuur nu niet duidelijk is om welk percentage van de populatie dit betreft (boven de <LEEFTIJD> jaar met valrisicofactoren die baat hebben bij een multifactoriële valanalyse) is ook moeizaam in te schatten hoe veel extra verwijzingen en tijd dit kost in de spreekkamer Er is geen onderzoek bekend naar de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van de Naar verwachting zal de implementatie stuiten op weerstand bij de zorgverleners Dit heeft te maken met een aantal bekende barrières allereerst wordt het probleem vallen doorgaans gezien als niet relevant of bestaat er kennistekort bij zorgverleners over zowel het probleem zelf, als de prevalentie, als de diagnostiek en de mogelijke interventies, alsmede over het te Voor het slagen van de implementatie is derhalve scholing nodig en korte trainingsinstructies voor de zorgverleners op de fractuurpoli Ook is te verwachten dat spreekuren meer tijd zullen kosten In ieder geval # tot ## minuten langer bij de zorgverlener van de fractuurpoli Als het gaat om duale spreekuren (deels bij arts, deels bij verpleegkundige), dan kan deze interventie bij de verpleegkundige worden verricht Omdat het deels gaat om training voor het kennistekort en deels gaat om langere tijd met de patiënt, zal te berekenen zijn dat deze aanbevelingen leiden tot hogere kosten Gegeven bovenstaand is het voorstelbaar dat de implementatie moet worden bevorderd, of zelfs dat een indicator nodig zal zijn om tempo te verkrijgen in het proces.
| 560 | nvr |
awareness voor het probleem vallen en dat zal leiden tot meer verwijzingen Omdat bij gebrek aan voldoende literatuur nu niet duidelijk is om welk percentage van de populatie dit betreft (boven de <LEEFTIJD> jaar met valrisicofactoren die baat hebben bij een multifactoriële valanalyse) is ook moeizaam in te schatten hoe veel extra verwijzingen en tijd dit kost in de spreekkamer Er is geen onderzoek bekend naar de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van de Naar verwachting zal de implementatie stuiten op weerstand bij de zorgverleners Dit heeft te maken met een aantal bekende barrières allereerst wordt het probleem vallen doorgaans gezien als niet relevant of bestaat er kennistekort bij zorgverleners over zowel het probleem zelf, als de prevalentie, als de diagnostiek en de mogelijke interventies, alsmede over het te Voor het slagen van de implementatie is derhalve scholing nodig en korte trainingsinstructies voor de zorgverleners op de fractuurpoli Ook is te verwachten dat spreekuren meer tijd zullen kosten In ieder geval # tot ## minuten langer bij de zorgverlener van de fractuurpoli Als het gaat om duale spreekuren (deels bij arts, deels bij verpleegkundige), dan kan deze interventie bij de verpleegkundige worden verricht Omdat het deels gaat om training voor het kennistekort en deels gaat om langere tijd met de patiënt, zal te berekenen zijn dat deze aanbevelingen leiden tot hogere kosten Gegeven bovenstaand is het voorstelbaar dat de implementatie moet worden bevorderd, of zelfs dat een indicator nodig zal zijn om tempo te verkrijgen in het proces implementeren Deze module/ aanbevelingen, zouden gemakkelijk daarin kunnen worden In de aanbevelingen wordt onderscheid gemaakt in leeftijd onder en boven de <LEEFTIJD> jaar, omdat het valrisico sterk toeneemt met de leeftijd Overigens wordt aangeraden om naar biologische leeftijd te kijken en niet naar de kalenderleeftijd Iemand van <LEEFTIJD> jaar maar met een aantal chronische aandoeningen en functiebeperkingen is waarschijnlijk gebaat bij de Aanbevelingen voor patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar - rationale Er is een lacune in literatuur over valrisico bij volwassenen tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar die een recente fractuur opliepen Aangezien het valrisico sterk oploopt met de leeftijd is het de vraag of valrisicoanalyse even uitgebreid dient te worden verricht als bij ouderen vanaf <LEEFTIJD> jaar Mogelijk is het bij deze groep niet kosteneffectief en zinvol om een multifactoriële valrisicobeoordeling in te zetten maar er is geen literatuur die deze stelling kan ondersteunen Wel ligt het in de rede om ook bij deze, meestal meer gezonde patiëntengroep, de belangrijkste beïnvloedbare valrisicofactoren na te gaan De werkgroep is van mening dat dit minimaal betreft het uitvragen van de visus, het doornemen van medicatie, met name die valrisico geven zoals psychofarmaca en cardiovasculaire medicatie (klachten van orthostase), het alcoholgebruik en het uitvragen en beoordelen van looppatroon, kracht en balans Alsmede het optimaliseren van comorbiditeit Zo kan een Zoals in de richtlijn valpreventie te lezen valt, zijn alle looptesten, krachttesten en balanstesten van vergelijkbare kwaliteit Bij de aanbevelingen staat derhalve een suggestie.
| 558 | nvr |
implementeren Deze module/ aanbevelingen, zouden gemakkelijk daarin kunnen worden In de aanbevelingen wordt onderscheid gemaakt in leeftijd onder en boven de <LEEFTIJD> jaar, omdat het valrisico sterk toeneemt met de leeftijd Overigens wordt aangeraden om naar biologische leeftijd te kijken en niet naar de kalenderleeftijd Iemand van <LEEFTIJD> jaar maar met een aantal chronische aandoeningen en functiebeperkingen is waarschijnlijk gebaat bij de Aanbevelingen voor patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar - rationale Er is een lacune in literatuur over valrisico bij volwassenen tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar die een recente fractuur opliepen Aangezien het valrisico sterk oploopt met de leeftijd is het de vraag of valrisicoanalyse even uitgebreid dient te worden verricht als bij ouderen vanaf <LEEFTIJD> jaar Mogelijk is het bij deze groep niet kosteneffectief en zinvol om een multifactoriële valrisicobeoordeling in te zetten maar er is geen literatuur die deze stelling kan ondersteunen Wel ligt het in de rede om ook bij deze, meestal meer gezonde patiëntengroep, de belangrijkste beïnvloedbare valrisicofactoren na te gaan De werkgroep is van mening dat dit minimaal betreft het uitvragen van de visus, het doornemen van medicatie, met name die valrisico geven zoals psychofarmaca en cardiovasculaire medicatie (klachten van orthostase), het alcoholgebruik en het uitvragen en beoordelen van looppatroon, kracht en balans Alsmede het optimaliseren van comorbiditeit Zo kan een Zoals in de richtlijn valpreventie te lezen valt, zijn alle looptesten, krachttesten en balanstesten van vergelijkbare kwaliteit Bij de aanbevelingen staat derhalve een suggestie gekeken, meer dan met welke test dit het beste kan Geen van de testen heeft, op basis van wetenschappelijk onderzoek, een voorkeur Het is van belang om onderstaande adviezen die expert opinion gebaseerd zijn, direct aan te passen indien wetenschappelijke studies verricht Vraag aan patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur altijd of zij, naast de huidige val, vaker gevallen zijn het afgelopen jaar (Dus naast de huidige val met een Verricht een multifactoriële valanalyse volgens de richtlijn valpreventie of verwijs hiervoor door indien een patiënt ouder is dan <LEEFTIJD> jaar en de fractuur komt voort uit een val Bepaal de aanwezigheid van de beïnvloedbare valrisicofactoren bij patiënten (## tot <LEEFTIJD> jaar) die het afgelopen jaar minimaal # maal gevallen zijn ⢠Beoordeel het alcoholgebruik door het aantal eenheden per week na te gaan ⢠Beoordeel de valrisico verhogende medicatie door alle psychofarmaca en cardiale medicatie na te gaan op indicatie, de bloeddruk en eventueel de orthostase te meten, ⢠Bepaal of vraag naar de visus en brilgebruik ⢠Vraag en beoordeel looppatroon, kracht en balans door hiervoor beschikbare test af te nemen Bijvoorbeeld de # meter looptest, de stoeltest of de Short Physical Geef bij valrisicofactoren die afwijkend zijn, gepast advies ⢠Alcohol gebruik leg de relatie uit tussen vallen en alcoholgebruik en adviseer conform het advies van de gezondheidsraad om niet te drinken of maximaal # glas per dag behulp van een van de beschikbare instrumenten of overleg met een specialist.
| 579 | nvr |
test dit het beste kan Geen van de testen heeft, op basis van wetenschappelijk onderzoek, een voorkeur Het is van belang om onderstaande adviezen die expert opinion gebaseerd zijn, direct aan te passen indien wetenschappelijke studies verricht Vraag aan patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur altijd of zij, naast de huidige val, vaker gevallen zijn het afgelopen jaar (Dus naast de huidige val met een Verricht een multifactoriële valanalyse volgens de richtlijn valpreventie of verwijs hiervoor door indien een patiënt ouder is dan <LEEFTIJD> jaar en de fractuur komt voort uit een val Bepaal de aanwezigheid van de beïnvloedbare valrisicofactoren bij patiënten (## tot <LEEFTIJD> jaar) die het afgelopen jaar minimaal # maal gevallen zijn ⢠Beoordeel het alcoholgebruik door het aantal eenheden per week na te gaan ⢠Beoordeel de valrisico verhogende medicatie door alle psychofarmaca en cardiale medicatie na te gaan op indicatie, de bloeddruk en eventueel de orthostase te meten, ⢠Bepaal of vraag naar de visus en brilgebruik ⢠Vraag en beoordeel looppatroon, kracht en balans door hiervoor beschikbare test af te nemen Bijvoorbeeld de # meter looptest, de stoeltest of de Short Physical Geef bij valrisicofactoren die afwijkend zijn, gepast advies ⢠Alcohol gebruik leg de relatie uit tussen vallen en alcoholgebruik en adviseer conform het advies van de gezondheidsraad om niet te drinken of maximaal # glas per dag behulp van een van de beschikbare instrumenten of overleg met een specialist Voor de beschikbare ⢠Adviseer over brilgebruik als de visus slecht is en adviseer een bezoek aan de opticien Laat bij cataract minimaal # oog opereren Gebruik alleen een vertebril buiten (geen ⢠<PERSOON> naar (paramedische) bewegingsspecialist voor kracht, balans en valtraining Geef een folder of verwijs naar de website van <PERSOON> naar een valpoli als er meerdere valrisicofactoren afwijkend zijn, of het problematiek complex is door ernstige comorbiditeit, zie hiervoor de adviezen voor ouder Bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar is ruime literatuur aanwezig over het verminderen van valrisico en valletsel In <LOCATIE> (en in andere landen) is deze literatuur recent ook in een richtlijn gevat De richtlijn beschrijft dat bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar die in het afgelopen jaar gevallen zijn en daarbij letsel hadden, zoals een fractuur, wordt aangeraden een multifactoriële valrisicobeoordeling te laten verrichten waarbij met name de beïnvloedbare valrisicobeoordeling bevat minimaal een beoordeling van mobiliteit (zie verder voor details), valangst, medicatie, cardiovasculaire aandoeningen inclusief orthostase, omgevingsfactoren, cognitie, visus en vitamine D Bij voorkeur wordt tevens gekeken naar alcoholgebruik, mate van zelfstandigheid, stemming, incontinentie, schoeisel en voetproblemen, comorbiditeit en Dit wordt beschreven in de richtlijn valpreventie klik op deze link Om mobiliteit in kaart te brengen wordt aanbevolen om minimaal te vragen naar recente valincidenten, naar moeite met lopen, bewegen of gebrek aan kracht Om mobiliteit te objectiveren kunnen verschillende tests worden gebruikt, waarbij geen van allen superieur is aan de anderen De richtlijn valpreventie beschrijft dat het is aan te raden.
| 595 | nvr |
Adviseer over brilgebruik als de visus slecht is en adviseer een bezoek aan de opticien Laat bij cataract minimaal # oog opereren Gebruik alleen een vertebril buiten (geen ⢠<PERSOON> naar (paramedische) bewegingsspecialist voor kracht, balans en valtraining Geef een folder of verwijs naar de website van <PERSOON> naar een valpoli als er meerdere valrisicofactoren afwijkend zijn, of het problematiek complex is door ernstige comorbiditeit, zie hiervoor de adviezen voor ouder Bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar is ruime literatuur aanwezig over het verminderen van valrisico en valletsel In <LOCATIE> (en in andere landen) is deze literatuur recent ook in een richtlijn gevat De richtlijn beschrijft dat bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar die in het afgelopen jaar gevallen zijn en daarbij letsel hadden, zoals een fractuur, wordt aangeraden een multifactoriële valrisicobeoordeling te laten verrichten waarbij met name de beïnvloedbare valrisicobeoordeling bevat minimaal een beoordeling van mobiliteit (zie verder voor details), valangst, medicatie, cardiovasculaire aandoeningen inclusief orthostase, omgevingsfactoren, cognitie, visus en vitamine D Bij voorkeur wordt tevens gekeken naar alcoholgebruik, mate van zelfstandigheid, stemming, incontinentie, schoeisel en voetproblemen, comorbiditeit en Dit wordt beschreven in de richtlijn valpreventie klik op deze link Om mobiliteit in kaart te brengen wordt aanbevolen om minimaal te vragen naar recente valincidenten, naar moeite met lopen, bewegen of gebrek aan kracht Om mobiliteit te objectiveren kunnen verschillende tests worden gebruikt, waarbij geen van allen superieur is aan de anderen De richtlijn valpreventie beschrijft dat het is aan te raden Als patiënten met een recente val medicatie gebruiken, staat in de richtlijn valpreventie welke medicatie gerelateerd is aan vallen Breng dan tenminste alle psychofarmaca en Barker A, <PERSOON> G, <PERSOON> of RESPOND, a patient-centred program to prevent falls in older people presenting to the emergency department with a fall A randomised controlled trial PLoS Med ### <PERSOON> ##;##(#) e<PATIENTNUMMER> <PERSOON> exercise improves mobility after hip fracture a <PERSOON> PR Bone and fall-related fracture risks in women and men with a recent clinical fracture <PERSOON> PR, Geusens PP Risk of falling in patients with a recent fracture <PERSOON> JC, Lamb SE Multifactorial and multiple component interventions for preventing falls in older people living in the community <PERSOON-##> PR.
| 469 | nvr |
patiënten met een recente val medicatie gebruiken, staat in de richtlijn valpreventie welke medicatie gerelateerd is aan vallen Breng dan tenminste alle psychofarmaca en Barker A, <PERSOON> G, <PERSOON> of RESPOND, a patient-centred program to prevent falls in older people presenting to the emergency department with a fall A randomised controlled trial PLoS Med ### <PERSOON> ##;##(#) e<PATIENTNUMMER> <PERSOON> exercise improves mobility after hip fracture a <PERSOON> PR Bone and fall-related fracture risks in women and men with a recent clinical fracture <PERSOON> PR, Geusens PP Risk of falling in patients with a recent fracture <PERSOON> JC, Lamb SE Multifactorial and multiple component interventions for preventing falls in older people living in the community <PERSOON> PR BMC Musculoskelet Disord ### Apr <PERSOON> J, et al Effect of lower-limb progressive resistance exercise after hip fracture surgery a systematic review and meta-analysis of randomized controlled <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> of exercise intervention on pain, quality of life and functional mobility in patients with osteoporotic vertebral fractures a systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> A, et al Effectiveness of balance training programme in reducing the <PERSOON-##> SR, <PERSOON-##> AL Multifactorial falls prevention programmes for older adults presenting to the emergency department with a fall systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> of Patients with a <PERSOON-##> of the <PERSOON-##> JP Comorbidities and medication use in patients with a recent clinical fracture at the Fracture Liaison Service Osteoporos Int ### Feb;##(#) ##<DATUM> doi Welke mensen komen in aanmerking voor medicatie om het risico op fracturen te Op basis van aanvullende diagnostiek zoals uitgewerkt in modules âIdentificatie voor aanvullend onderzoek en âaanvullend onderzoek â DXA/VFA en labâ wordt het fractuurrisico.
| 418 | nvr |
Effect of lower-limb progressive resistance exercise after hip fracture surgery a systematic review and meta-analysis of randomized controlled <PERSOON> T, <PERSOON> of exercise intervention on pain, quality of life and functional mobility in patients with osteoporotic vertebral fractures a systematic review and meta-analysis <PERSOON> A, et al Effectiveness of balance training programme in reducing the <PERSOON> SR, <PERSOON> AL Multifactorial falls prevention programmes for older adults presenting to the emergency department with a fall systematic review and meta-analysis <PERSOON> of Patients with a <PERSOON> of the <PERSOON> JP Comorbidities and medication use in patients with a recent clinical fracture at the Fracture Liaison Service Osteoporos Int ### Feb;##(#) ##<DATUM> doi Welke mensen komen in aanmerking voor medicatie om het risico op fracturen te Op basis van aanvullende diagnostiek zoals uitgewerkt in modules âIdentificatie voor aanvullend onderzoek en âaanvullend onderzoek â DXA/VFA en labâ wordt het fractuurrisico Op basis van dit fractuurrisico moet een afweging worden gemaakt tussen de te verwachten voor- en nadelen van de medicatie Hierin moet een onderscheid worden gemaakt tussen pre- en postmenopauzale vrouwen, mannen en ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar op basis van de beschikbare interventiestudies Ook moet er gekeken worden of het starten van een behandeling voordelen heeft Met andere woorden Wat zijn voorspellers voor therapie-succes? Deze module bespreekt niet de Glucocorticoid geïnduceerde osteoporose, deze wordt besproken in een aparte module, module âBehandeling â medicatie glucocorticoïdenâ In deze module behandelen we de vraag of het zinvol is om op populatieniveau te screenen en vervolgens te behandelen Daarnaast is beschreven of bij gevonden verhoogde botfragiliteit gestart moet worden met medicatie We restricted our selection to studies with highest level of evidence, which are randomized trials investigating the clinical impact of using a screening model to decide to whom to In addition we used the in and exclusion criteria of the main studies performed and assessed <PERSOON> guideline development group considered fractures as critical outcome measure for A priori, the guideline committee did not define the outcome measures listed above but <PERSOON> working group used the GRADE-standard limit of ##% as a minimal clinically (patient) important difference for dichotomous outcomes and ##% for continuous variables <PERSOON> guideline development group was aware of the recently published systematic review of <PERSOON-##> (###), which meets the selection criteria It was therefore decided to update.
| 501 | nvr |
basis van dit fractuurrisico moet een afweging worden gemaakt tussen de te verwachten voor- en nadelen van de medicatie Hierin moet een onderscheid worden gemaakt tussen pre- en postmenopauzale vrouwen, mannen en ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar op basis van de beschikbare interventiestudies Ook moet er gekeken worden of het starten van een behandeling voordelen heeft Met andere woorden Wat zijn voorspellers voor therapie-succes? Deze module bespreekt niet de Glucocorticoid geïnduceerde osteoporose, deze wordt besproken in een aparte module, module âBehandeling â medicatie glucocorticoïdenâ In deze module behandelen we de vraag of het zinvol is om op populatieniveau te screenen en vervolgens te behandelen Daarnaast is beschreven of bij gevonden verhoogde botfragiliteit gestart moet worden met medicatie We restricted our selection to studies with highest level of evidence, which are randomized trials investigating the clinical impact of using a screening model to decide to whom to In addition we used the in and exclusion criteria of the main studies performed and assessed <PERSOON> guideline development group considered fractures as critical outcome measure for A priori, the guideline committee did not define the outcome measures listed above but <PERSOON> working group used the GRADE-standard limit of ##% as a minimal clinically (patient) important difference for dichotomous outcomes and ##% for continuous variables <PERSOON> guideline development group was aware of the recently published systematic review of <PERSOON> (###), which meets the selection criteria It was therefore decided to update onwards <PERSOON> databases Medline (via OVID) and Embase via Embase com were searched with relevant search terms until <PERSOON> ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria (systematic review of) randomized trials on the effect on fractures of using a screening model for deciding to whom to prescribe antiosteoporotic drugs No studies were selected based on title and abstract screening In total, # systematic review (including # randomized trials) was included in the analysis of the literature Important study characteristics and results are summarized in the evidence <PERSOON> systematic review of <PERSOON> (###) includes # randomized trials that screened for high fracture risk, providing subsequent treatment with anti-osteoporosis medication the SOS study, the ROSE-study and the SCOOP-study <PERSOON> systematic review of <PERSOON> (###) was restricted to studies that screened for high fracture risk using at least bone densitometry (DXA), having a usual care group as comparator and with at least one fracture-related All three included studies include a population of older women, ⥠## years of age in # studies and ⥠## years in the SCOOP In the SOS-study only women are included with at least one clinical risk factor for fractures Women in the control group of this study were informed that, based on the presence of this clinical risk factor, they had an indication for DXA and All three studies used a combination of the FRAX-tool and DXA for screening.
| 620 | nvr |
Embase com were searched with relevant search terms until <PERSOON> ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria (systematic review of) randomized trials on the effect on fractures of using a screening model for deciding to whom to prescribe antiosteoporotic drugs No studies were selected based on title and abstract screening In total, # systematic review (including # randomized trials) was included in the analysis of the literature Important study characteristics and results are summarized in the evidence <PERSOON> systematic review of <PERSOON> (###) includes # randomized trials that screened for high fracture risk, providing subsequent treatment with anti-osteoporosis medication the SOS study, the ROSE-study and the SCOOP-study <PERSOON> systematic review of <PERSOON> (###) was restricted to studies that screened for high fracture risk using at least bone densitometry (DXA), having a usual care group as comparator and with at least one fracture-related All three included studies include a population of older women, ⥠## years of age in # studies and ⥠## years in the SCOOP In the SOS-study only women are included with at least one clinical risk factor for fractures Women in the control group of this study were informed that, based on the presence of this clinical risk factor, they had an indication for DXA and All three studies used a combination of the FRAX-tool and DXA for screening and the ROSE-study also used vertebral fracture assessment (VFA) for screening A more detailed description of the screening strategies is described in table <DATUM> Table <DATUM> Screening strategies investigated in the included studies in <PERSOON> (###) All fracture risk probabilities were calculated with FRAX; DXA Dual-energy X-ray absorptiometry <PERSOON> ROSE and the SCOOP-study reported all types of fractures <PERSOON> pooled effect of the # studies shows that patients in the screening group did not experience less fractures than the Osteoporotic fractures, defined as all fractures except for skull, finger, hand, toe, and foot fractures, were reported by all three studies in <PERSOON> (###) <PERSOON> pooled effect shows that patients in the screening group did not experience less fractures than the usual care group Major osteoporotic fractures, defined as hip, vertebral, wrist, and humerus fractures, were reported by the SOS and the ROSE-study <PERSOON> pooled effect shows that patients in the screening group have a significant lower risk of major osteoporotic fractures compared to Hip fractures were reported by all three studies in <PERSOON> (###) <PERSOON> pooled effect shows that patients in the screening group have a significant lower risk of hip fractures compared to patients in the usual care group (HR # ## (##% CI # ## to # ##)) This result is mainly (only) All-cause mortality was reported by the SOS and the SCOOP-study <PERSOON> pooled effect shows no difference in mortality in patients in the screening group compared to patients in the.
| 648 | nvr |
the ROSE-study also used vertebral fracture assessment (VFA) for screening A more detailed description of the screening strategies is described in table <DATUM> Table <DATUM> Screening strategies investigated in the included studies in <PERSOON> (###) All fracture risk probabilities were calculated with FRAX; DXA Dual-energy X-ray absorptiometry <PERSOON> ROSE and the SCOOP-study reported all types of fractures <PERSOON> pooled effect of the # studies shows that patients in the screening group did not experience less fractures than the Osteoporotic fractures, defined as all fractures except for skull, finger, hand, toe, and foot fractures, were reported by all three studies in <PERSOON> (###) <PERSOON> pooled effect shows that patients in the screening group did not experience less fractures than the usual care group Major osteoporotic fractures, defined as hip, vertebral, wrist, and humerus fractures, were reported by the SOS and the ROSE-study <PERSOON> pooled effect shows that patients in the screening group have a significant lower risk of major osteoporotic fractures compared to Hip fractures were reported by all three studies in <PERSOON> (###) <PERSOON> pooled effect shows that patients in the screening group have a significant lower risk of hip fractures compared to patients in the usual care group (HR # ## (##% CI # ## to # ##)) This result is mainly (only) All-cause mortality was reported by the SOS and the SCOOP-study <PERSOON> pooled effect shows no difference in mortality in patients in the screening group compared to patients in the Which factors predict a positive <PERSOON> level of evidence regarding all fractures was downgraded by two levels; one level because of study limitations (lack of blinding) and one level because of imprecision (not because of study limitations (lack of blinding) and one level because of imprecision because of study limitations (lack of blinding) and one levels because of imprecision (not <PERSOON> use of screening based on risk factors (FRAX) in combination with DXA and/or VFA may not reduce fractures of all types compared to usual care and/or VFA may not reduce osteoporotic fractures compared to usual care and/or VFA reduces major osteoporotic fractures compared to usual care in <PERSOON> use of screening based on risk factors (FRAX) in combination with with DXA and/or VFA reduces hip fractures compared to usual care in subjects DXA and/or VFA may not reduce all-cause mortality compared to usual care Uit de systematische literatuuranalyse blijkt dat screening op populatieniveau bij vrouwen tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar met een verhoogd <LEEFTIJD>-jaarsrisico op een majeure osteoporotische fracturen of heupfracturen of ⥠# klinische risicofactor en daaraan gekoppeld een eventuele behandeling met botversterkende medicatie leidt tot minder majeure osteoporotische fracturen en met name minder heupfracturen bij samengestelde analyse van # studies Er is geen significant effect op het voorkomen van alle soorten fracturen of alle osteoporotische fracturen Ook op mortaliteit wordt geen effect van screening gevolgd door behandeling met botversterkende behandeling gezien binnen de bovengenoemde populatie De bewijskracht van alle conclusies is echter laag.
| 621 | nvr |
factors predict a positive <PERSOON> level of evidence regarding all fractures was downgraded by two levels; one level because of study limitations (lack of blinding) and one level because of imprecision (not because of study limitations (lack of blinding) and one level because of imprecision because of study limitations (lack of blinding) and one levels because of imprecision (not <PERSOON> use of screening based on risk factors (FRAX) in combination with DXA and/or VFA may not reduce fractures of all types compared to usual care and/or VFA may not reduce osteoporotic fractures compared to usual care and/or VFA reduces major osteoporotic fractures compared to usual care in <PERSOON> use of screening based on risk factors (FRAX) in combination with with DXA and/or VFA reduces hip fractures compared to usual care in subjects DXA and/or VFA may not reduce all-cause mortality compared to usual care Uit de systematische literatuuranalyse blijkt dat screening op populatieniveau bij vrouwen tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar met een verhoogd <LEEFTIJD>-jaarsrisico op een majeure osteoporotische fracturen of heupfracturen of ⥠# klinische risicofactor en daaraan gekoppeld een eventuele behandeling met botversterkende medicatie leidt tot minder majeure osteoporotische fracturen en met name minder heupfracturen bij samengestelde analyse van # studies Er is geen significant effect op het voorkomen van alle soorten fracturen of alle osteoporotische fracturen Ook op mortaliteit wordt geen effect van screening gevolgd door behandeling met botversterkende behandeling gezien binnen de bovengenoemde populatie De bewijskracht van alle conclusies is echter laag trials gevonden die een screeningsmodel (inclusief DXA) gebruiken om te beslissen welke mensen in aanmerking komen voor medicatie om het risico op fracturen te verminderen Reden voor de lage waardering van de bewijskracht is de onzekerheid of de effecten daadwerkelijk optreden danwel of deze klinisch relevant te noemen zijn Daarnaast kennen de studies beperkingen door het gebrek aan blindering en worden patiënten op basis van een risicoprofiel geïncludeerd Dit risicoprofiel is anders dan het risicoprofiel dat in module # van de richtlijn opgesteld is Het gebrek aan blindering kan tot een onderschatting van het effect hebben geleid, ook omdat mensen die meededen in de controlegroep zich meer bewust waren van het risico op fracturen en daardoor eerder geneigd waren om aanvullend De onderzochte screeningsprocedures in de drie studies in de algemene bevolking zijn vergelijkbaar Alle drie de studies maken gebruiken van de FRAX-tool in combinatie met een DXA meting waarbij de SOS en de ROSE-studie ook gebruik maken van VFA Daarnaast werd in de SOS-studie een voorselectie gemaakt van patiënten met een verhoogd fractuurrisico op basis van de aanwezigheid van risicofactoren met een vragenlijst Voor patiënten in de controlegroep geldt in deze studie ook dat zij een verhoogd fractuurrisico hebben Deze patiënten werden actief voorgelicht over de aanwezigheid van een risicofactor voor fracturen en werden geadviseerd hierover contact op te nemen met hun huisarts wat In de ROSE en SCOOP-studie werd voor patiënten in de screeningsgroep eerst een FRAXscore berekend en op basis van de FRAX een DXA meting.
| 561 | nvr |
screeningsmodel (inclusief DXA) gebruiken om te beslissen welke mensen in aanmerking komen voor medicatie om het risico op fracturen te verminderen Reden voor de lage waardering van de bewijskracht is de onzekerheid of de effecten daadwerkelijk optreden danwel of deze klinisch relevant te noemen zijn Daarnaast kennen de studies beperkingen door het gebrek aan blindering en worden patiënten op basis van een risicoprofiel geïncludeerd Dit risicoprofiel is anders dan het risicoprofiel dat in module # van de richtlijn opgesteld is Het gebrek aan blindering kan tot een onderschatting van het effect hebben geleid, ook omdat mensen die meededen in de controlegroep zich meer bewust waren van het risico op fracturen en daardoor eerder geneigd waren om aanvullend De onderzochte screeningsprocedures in de drie studies in de algemene bevolking zijn vergelijkbaar Alle drie de studies maken gebruiken van de FRAX-tool in combinatie met een DXA meting waarbij de SOS en de ROSE-studie ook gebruik maken van VFA Daarnaast werd in de SOS-studie een voorselectie gemaakt van patiënten met een verhoogd fractuurrisico op basis van de aanwezigheid van risicofactoren met een vragenlijst Voor patiënten in de controlegroep geldt in deze studie ook dat zij een verhoogd fractuurrisico hebben Deze patiënten werden actief voorgelicht over de aanwezigheid van een risicofactor voor fracturen en werden geadviseerd hierover contact op te nemen met hun huisarts wat In de ROSE en SCOOP-studie werd voor patiënten in de screeningsgroep eerst een FRAXscore berekend en op basis van de FRAX een DXA meting of een verhoogd risicoprofiel op basis van FRAX danwel # of meer klinische risicofactoren In deze studies werd als behandeling indicatie gesteld een T-score ⤠-#,# of een wervelfractuur (ROSE), een leeftijdsafhankelijke afkapgrens voor kans op heupfractuur (SCOOP), leeftijdsgebonden FRAX voor algemene osteoporotische fractuur van ##% of hoger per leeftijdscategorie danwel het aanwezig zijn van een wervelfractuur (SOS) In de SOS-studie werd een subgroep analyse gemaakt waarbij specifiek ook gekeken werd naar participanten met een eerdere osteoporotische fractuur ( <LEEFTIJD> jaar geleden, in deze groep werd een significant effect gevonden van het starten van behandeling op het voorkomen van nieuwe fracturen Deze bevindingen sluiten aan bij de bevindingen van de vorige richtlijn waarbij de bot en val gerelateerde risicofactoren ook reeds geïdentificeerd werden Bovenstaande literatuuranalyse geeft antwoord op de vraag of het bij vrouwen tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar zinvol is om op populatieniveau te screenen met behulp van DXA en eventueel VFA en vervolgens te behandelen Dit beantwoordt niet de vraag of bij gevonden verhoogde botfragiliteit, door middel van een lage botmassa op de DXA danwel een recente (( <LEEFTIJD> jaar geleden) majeure osteoporotische fractuur zoals heup of wervel, gestart moet worden met botversterkende medicatie Derhalve heeft de commissie gebruik gemaakt van de systematische analyse van de inclusiecriteria van alle interventie trials die gedaan zijn bij osteoporose aangezien dit een andere doelgroep vormt dan de hierboven genoemde studies Deze studies werden verkregen vanuit de modules Behandeling medicatie en followup Voor deze vraag is geen separate systematische literatuuranalyse uitgevoerd.
| 562 | nvr |
verhoogd risicoprofiel op basis van FRAX danwel # of meer klinische risicofactoren In deze studies werd als behandeling indicatie gesteld een T-score ⤠-#,# of een wervelfractuur (ROSE), een leeftijdsafhankelijke afkapgrens voor kans op heupfractuur (SCOOP), leeftijdsgebonden FRAX voor algemene osteoporotische fractuur van ##% of hoger per leeftijdscategorie danwel het aanwezig zijn van een wervelfractuur (SOS) In de SOS-studie werd een subgroep analyse gemaakt waarbij specifiek ook gekeken werd naar participanten met een eerdere osteoporotische fractuur ( <LEEFTIJD> jaar geleden, in deze groep werd een significant effect gevonden van het starten van behandeling op het voorkomen van nieuwe fracturen Deze bevindingen sluiten aan bij de bevindingen van de vorige richtlijn waarbij de bot en val gerelateerde risicofactoren ook reeds geïdentificeerd werden Bovenstaande literatuuranalyse geeft antwoord op de vraag of het bij vrouwen tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar zinvol is om op populatieniveau te screenen met behulp van DXA en eventueel VFA en vervolgens te behandelen Dit beantwoordt niet de vraag of bij gevonden verhoogde botfragiliteit, door middel van een lage botmassa op de DXA danwel een recente (( <LEEFTIJD> jaar geleden) majeure osteoporotische fractuur zoals heup of wervel, gestart moet worden met botversterkende medicatie Derhalve heeft de commissie gebruik gemaakt van de systematische analyse van de inclusiecriteria van alle interventie trials die gedaan zijn bij osteoporose aangezien dit een andere doelgroep vormt dan de hierboven genoemde studies Deze studies werden verkregen vanuit de modules Behandeling medicatie en followup Voor deze vraag is geen separate systematische literatuuranalyse uitgevoerd beschreven voor botversterkende medicatie Hierin valt af te lezen dat afhankelijk van de patiënt selectie de Absolute Risico Reductie (ARR) en Number Needed to Treat (NNT) per studie sterk verschilt, zelfs tussen studies met hetzelfde middel Leeftijd Als er gekeken wordt naar leeftijd dan valt op dat alle studies die een populatie includeerden met vrouwen met een gemiddelde leeftijd ( <LEEFTIJD> jaar geen significante risicoreductie ten opzichte van placebo lieten zien Voor Denosumab laat McClung geen effect zien op heup-, wervel- of alle fracturen bij vrouwen met een diagnose osteoporose of osteopenie en een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar <PERSOON> (###) laten tevens geen effecten zien op het voorkomen van fracturen bij vrouwen met respectievelijk een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar en osteopenie of osteoporose, <LEEFTIJD> jaar en osteoporose, #<DATUM> jaar met osteopenie en #<DATUM> jaar met osteopenie Nakamura daarentegen laat wel een effect zien bij vrouwen met wervelfracturen en een gemiddelde leeftijd van #<DATUM> jaar <PERSOON> (###) laten tevens geen effecten zien op het voorkomen van fracturen bij vrouwen met een gemiddelde leeftijd van ## en osteopenie of osteoporose, <LEEFTIJD> jaar en osteoporose, #<DATUM> en #<DATUM> jaar met osteopenie significante reductie in wervelfracturen en niet wervelfracturen zien bij vrouwen met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar (Harris, Fogelman) met wervelfracturen zien met een ARR van #% en <PERSOON> laat een.
| 586 | nvr |
voor botversterkende medicatie Hierin valt af te lezen dat afhankelijk van de patiënt selectie de Absolute Risico Reductie (ARR) en Number Needed to Treat (NNT) per studie sterk verschilt, zelfs tussen studies met hetzelfde middel Leeftijd Als er gekeken wordt naar leeftijd dan valt op dat alle studies die een populatie includeerden met vrouwen met een gemiddelde leeftijd ( <LEEFTIJD> jaar geen significante risicoreductie ten opzichte van placebo lieten zien Voor Denosumab laat McClung geen effect zien op heup-, wervel- of alle fracturen bij vrouwen met een diagnose osteoporose of osteopenie en een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar <PERSOON> (###) laten tevens geen effecten zien op het voorkomen van fracturen bij vrouwen met respectievelijk een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar en osteopenie of osteoporose, <LEEFTIJD> jaar en osteoporose, #<DATUM> jaar met osteopenie en #<DATUM> jaar met osteopenie Nakamura daarentegen laat wel een effect zien bij vrouwen met wervelfracturen en een gemiddelde leeftijd van #<DATUM> jaar <PERSOON> (###) laten tevens geen effecten zien op het voorkomen van fracturen bij vrouwen met een gemiddelde leeftijd van ## en osteopenie of osteoporose, <LEEFTIJD> jaar en osteoporose, #<DATUM> en #<DATUM> jaar met osteopenie significante reductie in wervelfracturen en niet wervelfracturen zien bij vrouwen met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar (Harris, Fogelman) met wervelfracturen zien met een ARR van #% en <PERSOON> laat een leeftijd van ##,<LEEFTIJD> jaar en osteoporose of osteopenie voor nonwervelfracturen Bij vrouwen ) <LEEFTIJD> jaar en osteoporose of osteopenie geïncludeerd in deze trials liet de studie van Greenspan met zoledronaat in frail elderly geen fractuur reductie zien Deze studie betrof echter een zeer kleine populatie en was verre van adequaat qua power om een uitspraak te kunnen doen over fractuurreductie Tevens was zoledronaat maar #x over de studieperiode van <LEEFTIJD> jaar gegeven, terwijl het volgens voorschrift na een jaar herhaald had moeten worden Ook de studies met dagelijks alendronaat (Bone, ###; Greenspan, ###) lieten geen effecten zien De studies met Teriparatide van Neer en Nakamura, de studie van Cummings in Denosumab, de studies van Black, Lyles en Reid in Zoledronaat, Reginster in Risedronaat en Cosman met Romosozumab rapporteren wel statistisch significante effecten bij vrouwen ) <LEEFTIJD> jaar en Bij fracturen als uitgangssituatie rapporteren alle studies met als inclusiecriterium een radiologische wervelfractuur (Nakamura TPT, Nakamura Dmab, Harris en Reginster RSN, Black en Cummings ALN) of heupfractuur ( ZOL Lyles) een statistisch significante reductie van in ieder geval wervelfracturen met een ARR variërend van ##%, NNT ## (Reginster) tot #% met NNT ## al dan niet aangevuld met significante reducties op niet wervelfracturen bij Harris en Lyles Van de studies met inclusie van osteopenie patiënten <PERSOON> ALN, Lyles met een wervel of heupfractuur een positief effect zien Lyles rapporteert als enige studie dat behandeling met zoledronaat het mortaliteitsrisico significant vermindert ( ARR <DATUM> , Wervelfracturen als uitgangssituatie.
| 605 | nvr |
of osteopenie voor nonwervelfracturen Bij vrouwen ) <LEEFTIJD> jaar en osteoporose of osteopenie geïncludeerd in deze trials liet de studie van Greenspan met zoledronaat in frail elderly geen fractuur reductie zien Deze studie betrof echter een zeer kleine populatie en was verre van adequaat qua power om een uitspraak te kunnen doen over fractuurreductie Tevens was zoledronaat maar #x over de studieperiode van <LEEFTIJD> jaar gegeven, terwijl het volgens voorschrift na een jaar herhaald had moeten worden Ook de studies met dagelijks alendronaat (Bone, ###; Greenspan, ###) lieten geen effecten zien De studies met Teriparatide van Neer en Nakamura, de studie van Cummings in Denosumab, de studies van Black, Lyles en Reid in Zoledronaat, Reginster in Risedronaat en Cosman met Romosozumab rapporteren wel statistisch significante effecten bij vrouwen ) <LEEFTIJD> jaar en Bij fracturen als uitgangssituatie rapporteren alle studies met als inclusiecriterium een radiologische wervelfractuur (Nakamura TPT, Nakamura Dmab, Harris en Reginster RSN, Black en Cummings ALN) of heupfractuur ( ZOL Lyles) een statistisch significante reductie van in ieder geval wervelfracturen met een ARR variërend van ##%, NNT ## (Reginster) tot #% met NNT ## al dan niet aangevuld met significante reducties op niet wervelfracturen bij Harris en Lyles Van de studies met inclusie van osteopenie patiënten <PERSOON> ALN, Lyles met een wervel of heupfractuur een positief effect zien Lyles rapporteert als enige studie dat behandeling met zoledronaat het mortaliteitsrisico significant vermindert ( ARR <DATUM> , Wervelfracturen als uitgangssituatie wervelfracturen wordt behaald in de studie van Reginster met Risedronaat, ARR ##% en NNT ## op de voet gevolgd door Teriparatide, Neer, met ARR #% en NNT ## De studie van Reginster includeerde vrouwen met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar met minimaal ⥠# wervelfracturen en osteoporose, de studie van Neer vrouwen ) <LEEFTIJD> jaar met een T score ( -<DATUM> en wervelfractuur Op het gebied van wervelfracturen laat Miller met teriparatide een ARR #% met NNT ## een positief effect zien bij vrouwen met osteoporose en een gemiddelde leeftijd van #<DATUM> jaar Er zijn geen studies gedaan bij patiënten met wervelfracturen zonder osteopenie of osteoporose BMD criteria Deze criteria wisselden per studie De patiënten met de laagste BMD werden geïncludeerd in de HIP studie (McClung, ###) waar een T-score van ( -# # of ( -<DATUM> met risicofactoren werd gehanteerd In deze studie werd een significante Reid (###) includeerde vrouwen met osteopenie (T-score van -# # tot -<DATUM> van de total hip danwel de femoral neck en liet wel een effect zien op reductie van wervelfracturen, niet-wervelfracturen en elke fractuur Mortensen toonde aan dat bij een normale BMD en afwezigheid van fracturen er geen profijt was van behandeling met een oraal bisfosfonaat in een kleine populatie In deze studies was er een behandelvoordeel voor vrouwen met osteopenie of osteoporose én een radiologische wervelfractuur alsmede voor patiënten, mannen en vrouwen, met een heupfractuur bij BMD ( -# # danwel voor heupfractuur ) <LEEFTIJD> jaar ongeacht BMD.
| 635 | nvr |
studie van Reginster met Risedronaat, ARR ##% en NNT ## op de voet gevolgd door Teriparatide, Neer, met ARR #% en NNT ## De studie van Reginster includeerde vrouwen met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar met minimaal ⥠# wervelfracturen en osteoporose, de studie van Neer vrouwen ) <LEEFTIJD> jaar met een T score ( -<DATUM> en wervelfractuur Op het gebied van wervelfracturen laat Miller met teriparatide een ARR #% met NNT ## een positief effect zien bij vrouwen met osteoporose en een gemiddelde leeftijd van #<DATUM> jaar Er zijn geen studies gedaan bij patiënten met wervelfracturen zonder osteopenie of osteoporose BMD criteria Deze criteria wisselden per studie De patiënten met de laagste BMD werden geïncludeerd in de HIP studie (McClung, ###) waar een T-score van ( -# # of ( -<DATUM> met risicofactoren werd gehanteerd In deze studie werd een significante Reid (###) includeerde vrouwen met osteopenie (T-score van -# # tot -<DATUM> van de total hip danwel de femoral neck en liet wel een effect zien op reductie van wervelfracturen, niet-wervelfracturen en elke fractuur Mortensen toonde aan dat bij een normale BMD en afwezigheid van fracturen er geen profijt was van behandeling met een oraal bisfosfonaat in een kleine populatie In deze studies was er een behandelvoordeel voor vrouwen met osteopenie of osteoporose én een radiologische wervelfractuur alsmede voor patiënten, mannen en vrouwen, met een heupfractuur bij BMD ( -# # danwel voor heupfractuur ) <LEEFTIJD> jaar ongeacht BMD Lyles) met een ARR variërend van ##%, NNT ## (Reginster) tot #% met NNT ## met daarnaast significante reducties op nieuwe niet wervelfracturen bij Harris en Lyles Lyles liet tevens zien dat een behandeling met zoledronaat bij patiënten met een recente heupfractuur het mortaliteitsrisico significant vermindert, ARR <DATUM> NNT ## Vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar met verlaagde botdichtheid (T-score ( -<DATUM> hebben ook baat bij Er zijn geen studies die een positief effect laten zien van behandeling van patiënten zonder Bij de groep tussen de ## en de ## en de groep tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar zonder fracturen zal het klinisch risicoprofiel, zoals onder module # beschreven, van de vrouw <INSTELLING> moeten geven Behandelen alleen op basis van opgetreden fracturen bij een normale BMD is niet opportuun op basis van de huidige studies Mogelijk uitzondering voor heupfracturen bij Er moet in acht genomen worden dat de meeste onderzoeken gedaan zijn in een vrouwelijke populatie en dat fracturen minder vaak voor komen bij mannen dan bij vrouwen (<PERSOON>, ###; Sambrook, ###) Echter bij mannen en bij vrouwen spelen dezelfde risicofactoren en aandoeningen mee en derhalve gelden, bij gebrek aan studies bij mannen, de aanbevelingen voor mannen en vrouwen (<PERSOON> uitgangsituatie voor therapiebesluit met betrekking tot leeftijd en fractuurstatus # Dit betreft niet patiënten met Glucocorticoid geïnduceerde osteoporose of secundaire osteoporose Dit Er is geen kwantitatief of kwalitatief onderzoek gedaan naar de aanvaardbaarheid van de.
| 636 | nvr |
met een ARR variërend van ##%, NNT ## (Reginster) tot #% met NNT ## met daarnaast significante reducties op nieuwe niet wervelfracturen bij Harris en Lyles Lyles liet tevens zien dat een behandeling met zoledronaat bij patiënten met een recente heupfractuur het mortaliteitsrisico significant vermindert, ARR <DATUM> NNT ## Vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar met verlaagde botdichtheid (T-score ( -<DATUM> hebben ook baat bij Er zijn geen studies die een positief effect laten zien van behandeling van patiënten zonder Bij de groep tussen de ## en de ## en de groep tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar zonder fracturen zal het klinisch risicoprofiel, zoals onder module # beschreven, van de vrouw <INSTELLING> moeten geven Behandelen alleen op basis van opgetreden fracturen bij een normale BMD is niet opportuun op basis van de huidige studies Mogelijk uitzondering voor heupfracturen bij Er moet in acht genomen worden dat de meeste onderzoeken gedaan zijn in een vrouwelijke populatie en dat fracturen minder vaak voor komen bij mannen dan bij vrouwen (<PERSOON>, ###; Sambrook, ###) Echter bij mannen en bij vrouwen spelen dezelfde risicofactoren en aandoeningen mee en derhalve gelden, bij gebrek aan studies bij mannen, de aanbevelingen voor mannen en vrouwen (<PERSOON> uitgangsituatie voor therapiebesluit met betrekking tot leeftijd en fractuurstatus # Dit betreft niet patiënten met Glucocorticoid geïnduceerde osteoporose of secundaire osteoporose Dit Er is geen kwantitatief of kwalitatief onderzoek gedaan naar de aanvaardbaarheid van de Uit de # studies kan gedestilleerd worden dat bijvoorbeeld in de SCOOP ##% van de benaderde mensen zich wilde laten testen behalve dan dat de implementatie van de vorige richtlijn niet optimaal is geweest, zie ook het rapport Zinnige Zorg Osteoporose van het zorginstituut <LOCATIE> uitgegeven in ### Hierin wordt bevestigd dat de organisatie osteoporosezorg en met name ook de case finding na fracturen Bij de implementatie van de huidige fractuurrisico screening en medicatiestart zal er idealiter gekeken moeten worden in de organisatie en bekostigingsstructuur van de osteoporosezorg en in mindere mate in onbekendheid van de materie bij zorgprofessionals Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse uitgevoerd De commissie heeft gebruik gemaakt van studies afkomstig uit literatuur searches van andere uitgangsvragen De studies die gekeken hebben naar screening in de eerste lijn lieten mogelijk een gunstig effect zien bij screening op basis van risicoprofiel gevolgd door een behandeling op basis van het risicoprofiel op majeure osteoporotische fracturen en heupfracturen Hierom wordt een behandeling zonder risicoprofiel zoals onder module # Identificatie voor aanvullend onderzoek uitgewerkt niet aanbevolen Bij patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een verlaagde BMD dient met name gekeken te worden naar wel of geen fractuur, de soort fragiliteitsfractuur (heup, wervel , niet heup wervel) en de leeftijd Bij alle patiënten dient een overleg tussen behandelaar en de individuele patiënt plaatsvinden, de zogenaamde shared decision making, waarin de keuze voor een behandeling besproken.
| 572 | nvr |
Uit de # studies kan gedestilleerd worden dat bijvoorbeeld in de SCOOP ##% van de benaderde mensen zich wilde laten testen behalve dan dat de implementatie van de vorige richtlijn niet optimaal is geweest, zie ook het rapport Zinnige Zorg Osteoporose van het zorginstituut <LOCATIE> uitgegeven in ### Hierin wordt bevestigd dat de organisatie osteoporosezorg en met name ook de case finding na fracturen Bij de implementatie van de huidige fractuurrisico screening en medicatiestart zal er idealiter gekeken moeten worden in de organisatie en bekostigingsstructuur van de osteoporosezorg en in mindere mate in onbekendheid van de materie bij zorgprofessionals Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse uitgevoerd De commissie heeft gebruik gemaakt van studies afkomstig uit literatuur searches van andere uitgangsvragen De studies die gekeken hebben naar screening in de eerste lijn lieten mogelijk een gunstig effect zien bij screening op basis van risicoprofiel gevolgd door een behandeling op basis van het risicoprofiel op majeure osteoporotische fracturen en heupfracturen Hierom wordt een behandeling zonder risicoprofiel zoals onder module # Identificatie voor aanvullend onderzoek uitgewerkt niet aanbevolen Bij patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een verlaagde BMD dient met name gekeken te worden naar wel of geen fractuur, de soort fragiliteitsfractuur (heup, wervel , niet heup wervel) en de leeftijd Bij alle patiënten dient een overleg tussen behandelaar en de individuele patiënt plaatsvinden, de zogenaamde shared decision making, waarin de keuze voor een behandeling besproken Het advies om na een heupfractuur spoedig te starten met behandeling bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar indien diagnostiek naar onderliggende osteoporose niet haalbaar lijkt, is vooral Hierbij prevaleert het starten van therapie boven het eventueel behandelen zonder osteoporose of osteopenie wat slechts in een zeer klein deel van deze patiënten aanwezig zal zijn Er is hier voor gekozen aangezien de oudere patiënt met een heupfractuur een patiëntenpopulatie is die vaak lost is in follow up doordat ze niet naar huis toegaan direct na op name Op deze manier zullen meer mensen voor behandeling bereikt worden Behandeling op basis van screening op populatieniveau wordt niet aanbevolen Behandel patiënten boven de <LEEFTIJD> jaar na een heupfractuur om het risico op nieuwe fracturen en het mortaliteitsrisico te reduceren Doe dit bij voorkeur binnen # maanden Maak indien mogelijk een DXA+VFA als uitgangsituatie en stop eventueel de medicatie bij Doe eerst een DXA+VFA bij patiënten tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar en een heupfractuur en Behandel patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur en T score â¤- <DATUM> met botversterkende medicatie om het risico op nieuwe fracturen te reduceren Start bij alle patiënten vanaf <LEEFTIJD> jaar met een wervelfractuur graad # of meer en een T-score ⤠-# # met een behandeling met botversterkende middelen om het risico op nieuwe Behandel patiënten ) <LEEFTIJD> jaar om het risico op nieuwe fracturen te reduceren Bespreek de voor- en tegendelen van een behandeling met botversterkende middelen bij Geef patiënten ( <LEEFTIJD> jaar leefstijladviezen met eventueel calcium/D# maar geen Musliner, T A ,.
| 583 | nvr |
dan <LEEFTIJD> jaar indien diagnostiek naar onderliggende osteoporose niet haalbaar lijkt, is vooral Hierbij prevaleert het starten van therapie boven het eventueel behandelen zonder osteoporose of osteopenie wat slechts in een zeer klein deel van deze patiënten aanwezig zal zijn Er is hier voor gekozen aangezien de oudere patiënt met een heupfractuur een patiëntenpopulatie is die vaak lost is in follow up doordat ze niet naar huis toegaan direct na op name Op deze manier zullen meer mensen voor behandeling bereikt worden Behandeling op basis van screening op populatieniveau wordt niet aanbevolen Behandel patiënten boven de <LEEFTIJD> jaar na een heupfractuur om het risico op nieuwe fracturen en het mortaliteitsrisico te reduceren Doe dit bij voorkeur binnen # maanden Maak indien mogelijk een DXA+VFA als uitgangsituatie en stop eventueel de medicatie bij Doe eerst een DXA+VFA bij patiënten tussen de ## en <LEEFTIJD> jaar en een heupfractuur en Behandel patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur en T score â¤- <DATUM> met botversterkende medicatie om het risico op nieuwe fracturen te reduceren Start bij alle patiënten vanaf <LEEFTIJD> jaar met een wervelfractuur graad # of meer en een T-score ⤠-# # met een behandeling met botversterkende middelen om het risico op nieuwe Behandel patiënten ) <LEEFTIJD> jaar om het risico op nieuwe fracturen te reduceren Bespreek de voor- en tegendelen van een behandeling met botversterkende middelen bij Geef patiënten ( <LEEFTIJD> jaar leefstijladviezen met eventueel calcium/D# maar geen <PERSOON> (###) Effect of alendronate on risk of fracture in women with low bone density but without vertebral fractures results from the <PERSOON> acid and clinical fractures and mortality after hip <PERSOON>, J Y (###) Effect of risedronate on the risk of hip fracture in elderly women New <PERSOON> prevention by screening for high fracture risk a systematic review and metaanalysis Osteoporosis International, ##(#), ##<DATUM> Reginster, J Y , <PERSOON> trial of the effects of risedronate on vertebral fractures in women with established postmenopausal osteoporosis Osteoporosis international, Search ## AND ## AND ## AND ## Filters.
| 448 | nvr |
& Fracture Intervention Trial Research Group (###) Effect of alendronate on risk of fracture in women with low bone density but without vertebral fractures results from the <PERSOON> acid and clinical fractures and mortality after hip <PERSOON>, J Y (###) Effect of risedronate on the risk of hip fracture in elderly women New <PERSOON> prevention by screening for high fracture risk a systematic review and metaanalysis Osteoporosis International, ##(#), ##<DATUM> Reginster, J Y , <PERSOON> trial of the effects of risedronate on vertebral fractures in women with established postmenopausal osteoporosis Osteoporosis international, Search ## AND ## AND ## AND ## Filters ### Search ## AND ## AND ## AND ## AND ### Filters Publication date from ###/<DATUM> ### Search ## AND ## AND ## AND ## AND ### ## Search "Treatment Outcome"(Mesh) OR clinical effective*(tiab) OR drug effectiveness(tiab) ###<LOCATIE> drug effectivity(tiab) OR drug efficacy(tiab) OR drug efficiency(tiab) OR pharmacologic Module # Behandeling met medicatie - Botversterkende middelen Welke medicatie wordt gekozen bij starten met botversterkende middelen? Osteoporose is een systemische aandoening van het skelet, waarbij de botmineraaldichtheid en de botsterkte verminderd zijn, met als gevolg een verhoogd risico op fracturen Omdat fracturen gepaard gaan met belangrijke morbiditeit (pijn, functieverlies), een verhoogd risico op nieuwe fracturen en een verhoogde mortaliteit, is botversterkende therapie gewenst bij patiënten met een hoog fractuurrisico (zie module âIdentificatie voor aanvullend Bij starten met botversterkende therapie dient een keuze gemaakt te worden uit de verschillende beschikbare middelen Deze module gaat in op de vraag welke medicatie bij welke patiënten de voorkeur heeft bij het starten van medicamenteuze therapie Uitgangspunt hierbij is dat van botversterkende medicatie fractuurreductie moet zijn aangetoond, bij voorkeur van wervel en niet-wervelfracturen, inclusief heupfracturen Deze medicatie wordt meestal gedurende een aantal jaren voorgeschreven; de veiligheid van de medicatie en de kosten van de medicatie spelen ook een rol Deze module gaat in op postmenopauzale vrouwen, mannen en premenopauzale vrouwen Voor patiënten met osteoporose als gevolg van het gebruik van glucocorticoïden wordt verwezen naar de module âBehandeling - medicatie Glucocorticoïdenâ Ook komen de sequentiële therapieën in deze module niet aan bod Hiervoor wordt verwezen naar de.
| 502 | nvr |
AND ## AND ## AND ## AND ### Filters Publication date from ###/<DATUM> ### Search ## AND ## AND ## AND ## AND ### ## Search "Treatment Outcome"(Mesh) OR clinical effective*(tiab) OR drug effectiveness(tiab) ###<LOCATIE> drug effectivity(tiab) OR drug efficacy(tiab) OR drug efficiency(tiab) OR pharmacologic Module # Behandeling met medicatie - Botversterkende middelen Welke medicatie wordt gekozen bij starten met botversterkende middelen? Osteoporose is een systemische aandoening van het skelet, waarbij de botmineraaldichtheid en de botsterkte verminderd zijn, met als gevolg een verhoogd risico op fracturen Omdat fracturen gepaard gaan met belangrijke morbiditeit (pijn, functieverlies), een verhoogd risico op nieuwe fracturen en een verhoogde mortaliteit, is botversterkende therapie gewenst bij patiënten met een hoog fractuurrisico (zie module âIdentificatie voor aanvullend Bij starten met botversterkende therapie dient een keuze gemaakt te worden uit de verschillende beschikbare middelen Deze module gaat in op de vraag welke medicatie bij welke patiënten de voorkeur heeft bij het starten van medicamenteuze therapie Uitgangspunt hierbij is dat van botversterkende medicatie fractuurreductie moet zijn aangetoond, bij voorkeur van wervel en niet-wervelfracturen, inclusief heupfracturen Deze medicatie wordt meestal gedurende een aantal jaren voorgeschreven; de veiligheid van de medicatie en de kosten van de medicatie spelen ook een rol Deze module gaat in op postmenopauzale vrouwen, mannen en premenopauzale vrouwen Voor patiënten met osteoporose als gevolg van het gebruik van glucocorticoïden wordt verwezen naar de module âBehandeling - medicatie Glucocorticoïdenâ Ook komen de sequentiële therapieën in deze module niet aan bod Hiervoor wordt verwezen naar de pharmacological management of osteoporosis in postmenopausal women, based on a literature search in ### This guideline was developed based on an extensive pharmacological therapies for osteoporosis in postmenopausal women?â This network meta-analysis was judged to be of good quality and was therefore used as starting point for our literature analysis It is important to note that after the literature search in the network meta-analyses, other relevant studies were published These Additionally, the working group searched for evidence about the effectiveness of pharmacological therapies for osteoporosis in men and premenopausal women âWhich medication is most effective in increasing bone mineral density (BMD) and <PERSOON> guideline development group considered fractures (hip, non-vertebral and vertebral fractures) as a critical outcome measure for decision making Due to limited evidence BMD was also considered for men and premenopausal women Change in BMD was considered as A priori, the working group did not define the outcome measures listed above but used the For postmenopausal women no literature search was performed, as we decided to include the network meta-analysis of Barrionuevo (###) to review the available evidence for this For men and premenopausal women, the databases Pubmed and Embase were searched with relevant search terms until March ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria systematic reviews or randomized controlled trials in patients with osteoporosis and/of vertebral fracture comparing osteoporosis therapies.
| 634 | nvr |
pharmacological management of osteoporosis in postmenopausal women, based on a literature search in ### This guideline was developed based on an extensive pharmacological therapies for osteoporosis in postmenopausal women?â This network meta-analysis was judged to be of good quality and was therefore used as starting point for our literature analysis It is important to note that after the literature search in the network meta-analyses, other relevant studies were published These Additionally, the working group searched for evidence about the effectiveness of pharmacological therapies for osteoporosis in men and premenopausal women âWhich medication is most effective in increasing bone mineral density (BMD) and <PERSOON> guideline development group considered fractures (hip, non-vertebral and vertebral fractures) as a critical outcome measure for decision making Due to limited evidence BMD was also considered for men and premenopausal women Change in BMD was considered as A priori, the working group did not define the outcome measures listed above but used the For postmenopausal women no literature search was performed, as we decided to include the network meta-analysis of Barrionuevo (###) to review the available evidence for this For men and premenopausal women, the databases Pubmed and Embase were searched with relevant search terms until March ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria systematic reviews or randomized controlled trials in patients with osteoporosis and/of vertebral fracture comparing osteoporosis therapies After reading the full text, five studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and two studies were included For postmenopausal one network meta-analysis was included in the analysis of the literature For men two studies were included in the analysis of the literature (<PERSOON> study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables Barrionuevo (###) performed a network meta-analysis to determine the comparative effectiveness of various available pharmacological therapies in women with primary osteoporosis <PERSOON> literature search was performed through # <PERSOON> ### <PERSOON> searched databases included MEDLINE through the Ovid interface, EMBASE, Cochrane Central Register of Controlled Trials, ISI Web of Science, and Scopus Studies were eligible for this review if they met the following criteria they (i) were randomized controlled trials; (ii) enrolled postmenopausal women with primary osteoporosis or osteopenia at risk for developing fragility fractures; (iii) compared one or more of the interventions of interest to each other or to placebo; and (iv) reported the outcomes of interest (vertebral, hip, and nonvertebral fragility fractures) as a primary or secondary outcome or as an adverse event <PERSOON> interventions of interest included the various bisphosphonates, teriparatide, selective estrogen receptor modulators, denosumab, abaloparatide, romosozumab, estrogen with or without progesterone, calcitonin, lasofoxifene, strontium ranelate, tibolone, PTH #-##, calcium, or vitamin D.
| 604 | nvr |
After reading the full text, five studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and two studies were included For postmenopausal one network meta-analysis was included in the analysis of the literature For men two studies were included in the analysis of the literature (<PERSOON> study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables Barrionuevo (###) performed a network meta-analysis to determine the comparative effectiveness of various available pharmacological therapies in women with primary osteoporosis <PERSOON> literature search was performed through # <PERSOON> ### <PERSOON> searched databases included MEDLINE through the Ovid interface, EMBASE, Cochrane Central Register of Controlled Trials, ISI Web of Science, and Scopus Studies were eligible for this review if they met the following criteria they (i) were randomized controlled trials; (ii) enrolled postmenopausal women with primary osteoporosis or osteopenia at risk for developing fragility fractures; (iii) compared one or more of the interventions of interest to each other or to placebo; and (iv) reported the outcomes of interest (vertebral, hip, and nonvertebral fragility fractures) as a primary or secondary outcome or as an adverse event <PERSOON> interventions of interest included the various bisphosphonates, teriparatide, selective estrogen receptor modulators, denosumab, abaloparatide, romosozumab, estrogen with or without progesterone, calcitonin, lasofoxifene, strontium ranelate, tibolone, PTH #-##, calcium, or vitamin D eligible for inclusion ### trials were included in the systematic review with a total of ###,### postmenopausal women <PERSOON> mean age was #<DATUM> years and the trials lasted for a There were no studies identified that compared medications or medications with placebo to increase the BMD and preventing fractures in premenopausal women Zeng (###) performed a systematic review and meta-analysis to evaluate the correlation between anti-osteoporosis medication and the risk of fracture in relation to low bone mass (including outcomes of osteoporosis, fracture, and bone mineral density (BMD) loss) in male subjects A literature search was performed on January ##th, ### in Pubmed Inclusion criteria were #) RCT studies published in Chinese or English, #) studies focused on assessing the effectiveness of a treating prescription for subjects with low bone mass , #) studies that provided separate results for male subjects or included male subjects, #) studies that reported fracture outcomes or provided sufficient data to calculate numbers of male subjects involved, #) the length of interventions in the studies was at least # months, and #) studies had to address the trial and the control group (i e , either comparison of intervention as anti-osteoporosis medication versus placebo, active comparators, or another group) <PERSOON> exclusion criteria were as follows #) previous reports of review papers, mechanistic studies, or animal experiments; #) the subjects were not all found to have low bone mineral density (BMD) (T-score ⤠#) or osteoporosis; and #) reports that published only abstracts A total of.
| 644 | nvr |
systematic review with a total of ###,### postmenopausal women <PERSOON> mean age was #<DATUM> years and the trials lasted for a There were no studies identified that compared medications or medications with placebo to increase the BMD and preventing fractures in premenopausal women Zeng (###) performed a systematic review and meta-analysis to evaluate the correlation between anti-osteoporosis medication and the risk of fracture in relation to low bone mass (including outcomes of osteoporosis, fracture, and bone mineral density (BMD) loss) in male subjects A literature search was performed on January ##th, ### in Pubmed Inclusion criteria were #) RCT studies published in Chinese or English, #) studies focused on assessing the effectiveness of a treating prescription for subjects with low bone mass , #) studies that provided separate results for male subjects or included male subjects, #) studies that reported fracture outcomes or provided sufficient data to calculate numbers of male subjects involved, #) the length of interventions in the studies was at least # months, and #) studies had to address the trial and the control group (i e , either comparison of intervention as anti-osteoporosis medication versus placebo, active comparators, or another group) <PERSOON> exclusion criteria were as follows #) previous reports of review papers, mechanistic studies, or animal experiments; #) the subjects were not all found to have low bone mineral density (BMD) (T-score ⤠#) or osteoporosis; and #) reports that published only abstracts A total of After assessing the documents, ## articles were included These studies included ### subjects <PERSOON> durations of the included trials ranged from # to ## months <PERSOON> number of male subjects ranged from ## to #,### <PERSOON> (###) performed a systematic review and meta-analysis to compare the effects and safety of teriparatide with risedronate in the treatment of osteoporosis in patients with osteoporosis Literature search strategies were developed for PubMed, Web of Science, Embase, and Cochrane Library databases and searched until February ##th ###, with no language restrictions Studies were included that met the following inclusion criteria randomized controlled trials, studies with adult osteoporosis patients, study interventions that included teriparatide or risedronate and reported outcomes including percentage changes in lumbar spine, femoral neck, and total hip BMD, incidences of clinical fracture, new vertebral fracture, and non-vertebral fractures, biochemical markers of bone turnover, and adverse events Exclusion criteria included studies that published with any of the following type reviews, case report, editorials, and letters; or studies that used other drugs for osteoporosis; or studies that were related with the topics but did not present data of interest A total of ### records were discovered in the electronic database, of which ### were removed because of duplicate records After checking for title/abstract review, ### records were excluded because they were incompatible with our inclusion criteria Finally, seven studies met the inclusion criteria of which # enrolled only men (<PERSOON>,.
| 645 | nvr |
articles were included These studies included ### subjects <PERSOON> durations of the included trials ranged from # to ## months <PERSOON> number of male subjects ranged from ## to #,### <PERSOON> (###) performed a systematic review and meta-analysis to compare the effects and safety of teriparatide with risedronate in the treatment of osteoporosis in patients with osteoporosis Literature search strategies were developed for PubMed, Web of Science, Embase, and Cochrane Library databases and searched until February ##th ###, with no language restrictions Studies were included that met the following inclusion criteria randomized controlled trials, studies with adult osteoporosis patients, study interventions that included teriparatide or risedronate and reported outcomes including percentage changes in lumbar spine, femoral neck, and total hip BMD, incidences of clinical fracture, new vertebral fracture, and non-vertebral fractures, biochemical markers of bone turnover, and adverse events Exclusion criteria included studies that published with any of the following type reviews, case report, editorials, and letters; or studies that used other drugs for osteoporosis; or studies that were related with the topics but did not present data of interest A total of ### records were discovered in the electronic database, of which ### were removed because of duplicate records After checking for title/abstract review, ### records were excluded because they were incompatible with our inclusion criteria Finally, seven studies met the inclusion criteria of which # enrolled only men (<PERSOON>, are presented in table # in the appendix Significant results are in bold <PERSOON> table shows the <PERSOON> results for preventing non-vertebral fractures of the network meta-analysis of Barrionuevo (###) are presented in table # in the appendix Significant results are in bold <PERSOON> table shows the comparisons between therapies as column versus row <PERSOON> results for preventing vertebral fractures of the network meta-analysis of Barrionuevo (###) are presented in table # in the appendix Significant results are in bold <PERSOON> table shows the comparisons between therapies as column versus row There were no studies identified that compared medications to increase the BMD or Deducted from the systematic review of <PERSOON> (###) and <PERSOON> (###) observed for Teriparatide compared with Risedronate a pooled mean difference of # ## (##% CI, -# ## to ## ##) on the percentage change in lumbar spine BMD after ## months <PERSOON> (###) observed for Teriparatide compared with Risedronate a mean difference of # ## (##% CI, # ## to # ##) on the percentage change in femoral neck BMD after ## months <DATUM> (##% CI, <DATUM> to # ##) on the percentage change in total hip BMD after ## months Table <DATUM> results of included studies of pharmacological therapy compared to controls or Table <DATUM> Level of evidence of meta-analysis of RCTs for pharmacological therapy compared to placebo to <PERSOON> level of evidence regarding comparisons of various pharmacological therapies versus placebo is presented in table <DATUM> <PERSOON> level of evidence regarding significant differences.
| 681 | nvr |
are in bold <PERSOON> table shows the <PERSOON> results for preventing non-vertebral fractures of the network meta-analysis of Barrionuevo (###) are presented in table # in the appendix Significant results are in bold <PERSOON> table shows the comparisons between therapies as column versus row <PERSOON> results for preventing vertebral fractures of the network meta-analysis of Barrionuevo (###) are presented in table # in the appendix Significant results are in bold <PERSOON> table shows the comparisons between therapies as column versus row There were no studies identified that compared medications to increase the BMD or Deducted from the systematic review of <PERSOON> (###) and <PERSOON> (###) observed for Teriparatide compared with Risedronate a pooled mean difference of # ## (##% CI, -# ## to ## ##) on the percentage change in lumbar spine BMD after ## months <PERSOON> (###) observed for Teriparatide compared with Risedronate a mean difference of # ## (##% CI, # ## to # ##) on the percentage change in femoral neck BMD after ## months <DATUM> (##% CI, <DATUM> to # ##) on the percentage change in total hip BMD after ## months Table <DATUM> results of included studies of pharmacological therapy compared to controls or Table <DATUM> Level of evidence of meta-analysis of RCTs for pharmacological therapy compared to placebo to <PERSOON> level of evidence regarding comparisons of various pharmacological therapies versus placebo is presented in table <DATUM> <PERSOON> level of evidence regarding significant differences Barrionuevo (###) For direct comparisons of therapies, the assessment of level of evidence is published in the appendix of Barrionuevo (###) For indirect comparisons of therapies, the assessment of level of evidence is based on the lowest level of evidence of the comparisons of therapies with placebo, downgraded by one level due to indirectness Table <DATUM> Level of evidence of meta-analyses of RCTs for active comparators with significant differences in the Level of evidence could not be assessed, because there were no studies included that compared medications to increase the BMD and preventing fractures in premenopausal <PERSOON> level of evidence of conclusions on the outcome measures changes in lumbar spine-, femoral neck-, and hip BMD was downgraded by one level because of low numbers of included patients (imprecision), resulting in a level of evidence of moderate <PERSOON> level of evidence of conclusions for men regarding the prevention of vertebral and nonvertebral fractures is presented in table <DATUM> Table <DATUM> Level of evidence of meta-analysis of RCTs for pharmacological therapy to prevent fractures in men Incomplete data (attrition bias) and low number of included Study limitations (risk of bias) and low numbers of included We have only included conclusions for which there is moderate or high level of evidence <PERSOON> following therapies decrease the number of new/incident hip fractures <PERSOON> following therapies probably decrease the number of new/incident hip *Note after the literature search in the network meta-analyses, other.
| 650 | nvr |
Barrionuevo (###) For direct comparisons of therapies, the assessment of level of evidence is published in the appendix of Barrionuevo (###) For indirect comparisons of therapies, the assessment of level of evidence is based on the lowest level of evidence of the comparisons of therapies with placebo, downgraded by one level due to indirectness Table <DATUM> Level of evidence of meta-analyses of RCTs for active comparators with significant differences in the Level of evidence could not be assessed, because there were no studies included that compared medications to increase the BMD and preventing fractures in premenopausal <PERSOON> level of evidence of conclusions on the outcome measures changes in lumbar spine-, femoral neck-, and hip BMD was downgraded by one level because of low numbers of included patients (imprecision), resulting in a level of evidence of moderate <PERSOON> level of evidence of conclusions for men regarding the prevention of vertebral and nonvertebral fractures is presented in table <DATUM> Table <DATUM> Level of evidence of meta-analysis of RCTs for pharmacological therapy to prevent fractures in men Incomplete data (attrition bias) and low number of included Study limitations (risk of bias) and low numbers of included We have only included conclusions for which there is moderate or high level of evidence <PERSOON> following therapies decrease the number of new/incident hip fractures <PERSOON> following therapies probably decrease the number of new/incident hip *Note after the literature search in the network meta-analyses, other <PERSOON> following therapies decrease the number of new/incident nonvertebral Alendronate is probably more effective compared to Teriparatide for important studies were published on the comparison between Teriparatide and Risedronate, and the comparison between Alendronate and <PERSOON> following therapies decrease the number of new/incident vertebral vertebral fractures in postmenopausal women when compared to the Zoledronate is probably more effective for preventing new/incident vertebral Denosumab is probably more effective for preventing new/incident vertebral Teriparatide is probably more effective for preventing new/incident vertebral It was not possible to draw conclusions or grade the level of evidence for premenopausal women, due to the lack of available evidence increasing BMD in femoral neck and total hip in males Er zijn nog een drietal belangrijke studies gepubliceerd, die niet in de bovenstaande metaanalyse zijn meegenomen twee studies zijn een directe vergelijking tussen een anabool De derde studie is een onderzoek met zoledroninezuur bij patiënten met een bijzonder inclusiecriterium osteopenie Deze belangrijke studies worden hieronder apart besproken Kendler (###) voerde een gerandomiseerd, dubbelblind, actief gecontroleerde studie uit onder postmenopauzale vrouwen met osteoporose, die tenminste # graad # of # graad # wervelfracturen en een botmineraaldichtheid T-score van ⤠-#,# hadden Patiënten, ### in totaal, werden gedurende <LEEFTIJD> jaar behandeld met dagelijks ## µg subcutane teriparatide of wekelijks ## mg risedroninezuur De primaire uitkomstmaat was het aantal patiënten met Niet-wervelfracturen traden op bij ## (#,#%) patiënten in de teriparatide groep en in ## (#,#%) van de risedroninezuur groep (hazard ratio #,##; ##% CI #,## tot #,##; p=#,##).
| 637 | nvr |
nonvertebral Alendronate is probably more effective compared to Teriparatide for important studies were published on the comparison between Teriparatide and Risedronate, and the comparison between Alendronate and <PERSOON> following therapies decrease the number of new/incident vertebral vertebral fractures in postmenopausal women when compared to the Zoledronate is probably more effective for preventing new/incident vertebral Denosumab is probably more effective for preventing new/incident vertebral Teriparatide is probably more effective for preventing new/incident vertebral It was not possible to draw conclusions or grade the level of evidence for premenopausal women, due to the lack of available evidence increasing BMD in femoral neck and total hip in males Er zijn nog een drietal belangrijke studies gepubliceerd, die niet in de bovenstaande metaanalyse zijn meegenomen twee studies zijn een directe vergelijking tussen een anabool De derde studie is een onderzoek met zoledroninezuur bij patiënten met een bijzonder inclusiecriterium osteopenie Deze belangrijke studies worden hieronder apart besproken Kendler (###) voerde een gerandomiseerd, dubbelblind, actief gecontroleerde studie uit onder postmenopauzale vrouwen met osteoporose, die tenminste # graad # of # graad # wervelfracturen en een botmineraaldichtheid T-score van ⤠-#,# hadden Patiënten, ### in totaal, werden gedurende <LEEFTIJD> jaar behandeld met dagelijks ## µg subcutane teriparatide of wekelijks ## mg risedroninezuur De primaire uitkomstmaat was het aantal patiënten met Niet-wervelfracturen traden op bij ## (#,#%) patiënten in de teriparatide groep en in ## (#,#%) van de risedroninezuur groep (hazard ratio #,##; ##% CI #,## tot #,##; p=#,##) ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een eerdere osteoporotische fractuur na het ##e levensjaar of met een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # of # wervelfractuur (of # graad # wervelfracturen) of met een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # of graad # wervelfracturen Patiënten werden in het eerste jaar behandeld met maandelijkse subcutane injecties met romosozumab (### mg) of wekelijks orale alendroninezuur (## mg), en in het tweede jaar met alendroninezuur in beide groepen De primaire eindpunten van de studie waren de cumulatieve incidentie van nieuwe wervelfracturen na ## maanden en de cumulatieve incidentie van klinische fracturen op het moment van de primaire analyse Het risico op evenals het percentage heupfracturen #,#% versus #,#% (p=#,##) Een relatief nieuwe De derde studie is van Reid (###) een <LEEFTIJD>-jaar durende RCT met ### vrouwen met osteopenie, (T-score tussen -#,# en -#,# bij meting van totale heup en heuphals, overigens hadden #% van de patiënten een T-score van de lumbale wervelkolom tussen -#,# en -#,#, dus in de range van osteoporose) De gemiddelde leeftijd bij patiënten was ##±<LEEFTIJD> jaar, de Tscore bij de heuphals was -#,#±#,#, en het ##-heupfractuurrisico was #,#%; ##% had een eerdere wervelfractuur, ##% een eerdere niet-wervelfractuur Zij werden behandeld intraveneuze infusies met zoledroninezuur of placebo, om de ## maanden, dus #x in totaal Er was een reductie in fragiliteitsfracturen in de zoledroninezuur groep HR #,##, (##% c i.
| 742 | nvr |
eerdere osteoporotische fractuur na het ##e levensjaar of met een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # of # wervelfractuur (of # graad # wervelfracturen) of met een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # of graad # wervelfracturen Patiënten werden in het eerste jaar behandeld met maandelijkse subcutane injecties met romosozumab (### mg) of wekelijks orale alendroninezuur (## mg), en in het tweede jaar met alendroninezuur in beide groepen De primaire eindpunten van de studie waren de cumulatieve incidentie van nieuwe wervelfracturen na ## maanden en de cumulatieve incidentie van klinische fracturen op het moment van de primaire analyse Het risico op evenals het percentage heupfracturen #,#% versus #,#% (p=#,##) Een relatief nieuwe De derde studie is van Reid (###) een <LEEFTIJD>-jaar durende RCT met ### vrouwen met osteopenie, (T-score tussen -#,# en -#,# bij meting van totale heup en heuphals, overigens hadden #% van de patiënten een T-score van de lumbale wervelkolom tussen -#,# en -#,#, dus in de range van osteoporose) De gemiddelde leeftijd bij patiënten was ##±<LEEFTIJD> jaar, de Tscore bij de heuphals was -#,#±#,#, en het ##-heupfractuurrisico was #,#%; ##% had een eerdere wervelfractuur, ##% een eerdere niet-wervelfractuur Zij werden behandeld intraveneuze infusies met zoledroninezuur of placebo, om de ## maanden, dus #x in totaal Er was een reductie in fragiliteitsfracturen in de zoledroninezuur groep HR #,##, (##% c i Het design van deze studie, gepubliceerd in New England Medical Journal, is verschillend van andere trials meestal worden patiënten geïncludeerd met wervelfracturen of T-scores in de range van osteoporose Hier werden patiënten met osteopenie geïncludeerd, een potentieel heel grote groep In deze studie had âslechtsâ##% een prevalente wervelfractuur en de gemiddelde T-score van de heuphals was -#,# at baseline Het interval van de zoledroninezuur toediening was ## maanden, langer dan gebruikelijk De observatieduur van de studie was <LEEFTIJD> jaar, ook langer dan gebruikelijk Deze verschillen bemoeilijken de In de werkgroep werd gesproken over de optie voor het overwegen van het gebruik van zoledroninezuur bij postmenopauzale vrouwen met een gemiddelde T-score van de heuphals van -#,# at baseline; de meerderheid vond vooral de inclusie van deze studie dermate afwijkend dat dat het niet tot een aanbeveling heeft geleid De richtlijnwerkgroep heeft een systematische literatuuranalyse verricht naar de vraagstelling welke medicatie het meest effectief is bij patiënten met osteoporose om het risico op fracturen te verminderen In de literatuuranalyse (onder het tabblad onderbouwing) is onderscheid gemaakt tussen het wetenschappelijk bewijs voor postmenopauzale vrouwen, premenopauzale vrouwen en mannen Hieronder worden de Preventie van fracturen kan bereikt worden door geneesmiddelen die de botresorptie stimuleren (anabolica) Botresorptieremmers, zoals bisfosfonaten, en denosumab, worden al gedurende lange tijd gebruikt waardoor er veel ervaring mee is opgedaan Onder anabole therapie vallen teriparatide, abaloparatide en romosozumab Abaloparatide is in ### door.
| 690 | nvr |
Het design van deze studie, gepubliceerd in New England Medical Journal, is verschillend van andere trials meestal worden patiënten geïncludeerd met wervelfracturen of T-scores in de range van osteoporose Hier werden patiënten met osteopenie geïncludeerd, een potentieel heel grote groep In deze studie had âslechtsâ##% een prevalente wervelfractuur en de gemiddelde T-score van de heuphals was -#,# at baseline Het interval van de zoledroninezuur toediening was ## maanden, langer dan gebruikelijk De observatieduur van de studie was <LEEFTIJD> jaar, ook langer dan gebruikelijk Deze verschillen bemoeilijken de In de werkgroep werd gesproken over de optie voor het overwegen van het gebruik van zoledroninezuur bij postmenopauzale vrouwen met een gemiddelde T-score van de heuphals van -#,# at baseline; de meerderheid vond vooral de inclusie van deze studie dermate afwijkend dat dat het niet tot een aanbeveling heeft geleid De richtlijnwerkgroep heeft een systematische literatuuranalyse verricht naar de vraagstelling welke medicatie het meest effectief is bij patiënten met osteoporose om het risico op fracturen te verminderen In de literatuuranalyse (onder het tabblad onderbouwing) is onderscheid gemaakt tussen het wetenschappelijk bewijs voor postmenopauzale vrouwen, premenopauzale vrouwen en mannen Hieronder worden de Preventie van fracturen kan bereikt worden door geneesmiddelen die de botresorptie stimuleren (anabolica) Botresorptieremmers, zoals bisfosfonaten, en denosumab, worden al gedurende lange tijd gebruikt waardoor er veel ervaring mee is opgedaan Onder anabole therapie vallen teriparatide, abaloparatide en romosozumab Abaloparatide is in ### door besproken Teriparatide is sinds ### beschikbaar en romosozumab is een nieuw middel, dat Tabel <DATUM> geeft een overzicht van de middelen waarvan ten minste met redelijke zekerheid gezegd kan worden dat deze effectief zijn voor het verminderen van fracturen bij Tabel <DATUM> Medicatie met bewezen effectiviteit voor het verminderen van fracturen * dit middel kan niet (meer) in <LOCATIE> worden voorgeschreven het staat volledigheidshalve wel in de tabel Het middel wordt ook niet in de tekst besproken Spectrum van de effectiviteit op fractuurreductie bij postmenopauzale vrouwen Uit de literatuuranalyse blijkt dat er verschil is tussen middelen in het spectrum van fracturen dat zij verminderen Uit de meta-analyse van Barrionuevo (###) blijkt dat alendroninezuur, risedroninezuur, zoledroninezuur, denosumab en romosozumab het risico op een heupfractuur verminderen bij postmenopauzale vrouwen met alendroninezuur, risedroninezuur, zoledroninezuur, denosumab, romosozumab en ook teriparatide het risico op een niet-wervelfractuur verminderen bij alle bovengenoemde medicamenten uit bovengenoemde tabel <DATUM> het risico op een Voor wat betreft de actieve vergelijkingen tussen de verschillende middelen kan worden geconcludeerd dat zoledroninezuur, denosumab, teriparatide en romosozumab over het algemeen beter presteren vergeleken met de andere middelen, waaronder de orale Er werden geen studies van goede kwaliteit gevonden op basis waarvan uitspraken gedaan kunnen worden over de effectiviteit van medicamenteuze behandeling voor het verlagen Uit de literatuuranalyse blijkt dat teriparatide vergeleken met risedroninezuur voor een grotere toename zorgt in de botmineraaldichtheid van de lumbale wervelkolom, femurhals en totale heup bij mannen Verder blijkt uit de geïncludeerde studies dat risedroninezuur en alendroninezuur waarschijnlijk het risico op wervelfracturen verminderen en dat.
| 588 | nvr |
middel, dat Tabel <DATUM> geeft een overzicht van de middelen waarvan ten minste met redelijke zekerheid gezegd kan worden dat deze effectief zijn voor het verminderen van fracturen bij Tabel <DATUM> Medicatie met bewezen effectiviteit voor het verminderen van fracturen * dit middel kan niet (meer) in <LOCATIE> worden voorgeschreven het staat volledigheidshalve wel in de tabel Het middel wordt ook niet in de tekst besproken Spectrum van de effectiviteit op fractuurreductie bij postmenopauzale vrouwen Uit de literatuuranalyse blijkt dat er verschil is tussen middelen in het spectrum van fracturen dat zij verminderen Uit de meta-analyse van Barrionuevo (###) blijkt dat alendroninezuur, risedroninezuur, zoledroninezuur, denosumab en romosozumab het risico op een heupfractuur verminderen bij postmenopauzale vrouwen met alendroninezuur, risedroninezuur, zoledroninezuur, denosumab, romosozumab en ook teriparatide het risico op een niet-wervelfractuur verminderen bij alle bovengenoemde medicamenten uit bovengenoemde tabel <DATUM> het risico op een Voor wat betreft de actieve vergelijkingen tussen de verschillende middelen kan worden geconcludeerd dat zoledroninezuur, denosumab, teriparatide en romosozumab over het algemeen beter presteren vergeleken met de andere middelen, waaronder de orale Er werden geen studies van goede kwaliteit gevonden op basis waarvan uitspraken gedaan kunnen worden over de effectiviteit van medicamenteuze behandeling voor het verlagen Uit de literatuuranalyse blijkt dat teriparatide vergeleken met risedroninezuur voor een grotere toename zorgt in de botmineraaldichtheid van de lumbale wervelkolom, femurhals en totale heup bij mannen Verder blijkt uit de geïncludeerde studies dat risedroninezuur en alendroninezuur waarschijnlijk het risico op wervelfracturen verminderen en dat heupfracturen gaan gepaard met ernstige morbiditeit en mortaliteit, en leiden vrijwel altijd tot ziekenhuisopname Specifiek bij patiënten met een recente heupfractuur (met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar) is van zoledroninezuur, wanneer toegediend ( ## dagen na heupfractuur, aangetoond dat het de kans op nieuwe klinische wervelfracturen (-##%) en nieuwe klinische niet-wervelfracturen (-##%) vermindert Ook was er een afname in mortaliteit van -##% (Lyles, ###) Gezien de sterk verhoogde kans op nieuwe fracturen na een initiële heupfractuur, is er een indicatie bij alle patiënten boven de <LEEFTIJD> jaar met een heupfractuur, bij voorkeur binnen # maanden, te starten met zoledroninezuur onafhankelijk van de BMD, desnoods ook zonder DXA-meting Bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar of bij een keuze voor een ander medicament dient ook sprake te zijn van een lage BMD bij DXA, en/of de aanwezigheid van wervelfracturen bij VFA en/of andere risicofactoren In een vergelijkende studie van romosozumab versus alendroninezuur was een recente heupfractuur een inclusiecriterium slechts #% van de patiënten hadden een eerdere heupfractuur doorgemaakt (Saag, ###) Hieruit kunnen geen gegevens worden ontleend voor het starten met romosozumab na een heupfractuur, tenzij de indicatie berust op een Bijwerkingen kunnen bij alle geneesmiddelen voorkomen, en zijn van patiënt tot patiënt verschillend De meest voorkomende en klinisch meest relevante bijwerkingen worden hier genoemd, voor eventuele andere bijwerkingen kan men bijvoorbeeld het De belangrijkste en meest frequente bijwerkingen van orale bisfosfonaten zijn de gastro-intestinale bovenbuikklachten (in ## tot ##% van de patiënten) Dit kan reden.
| 612 | nvr |
gaan gepaard met ernstige morbiditeit en mortaliteit, en leiden vrijwel altijd tot ziekenhuisopname Specifiek bij patiënten met een recente heupfractuur (met een gemiddelde leeftijd van <LEEFTIJD> jaar) is van zoledroninezuur, wanneer toegediend ( ## dagen na heupfractuur, aangetoond dat het de kans op nieuwe klinische wervelfracturen (-##%) en nieuwe klinische niet-wervelfracturen (-##%) vermindert Ook was er een afname in mortaliteit van -##% (Lyles, ###) Gezien de sterk verhoogde kans op nieuwe fracturen na een initiële heupfractuur, is er een indicatie bij alle patiënten boven de <LEEFTIJD> jaar met een heupfractuur, bij voorkeur binnen # maanden, te starten met zoledroninezuur onafhankelijk van de BMD, desnoods ook zonder DXA-meting Bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar of bij een keuze voor een ander medicament dient ook sprake te zijn van een lage BMD bij DXA, en/of de aanwezigheid van wervelfracturen bij VFA en/of andere risicofactoren In een vergelijkende studie van romosozumab versus alendroninezuur was een recente heupfractuur een inclusiecriterium slechts #% van de patiënten hadden een eerdere heupfractuur doorgemaakt (Saag, ###) Hieruit kunnen geen gegevens worden ontleend voor het starten met romosozumab na een heupfractuur, tenzij de indicatie berust op een Bijwerkingen kunnen bij alle geneesmiddelen voorkomen, en zijn van patiënt tot patiënt verschillend De meest voorkomende en klinisch meest relevante bijwerkingen worden hier genoemd, voor eventuele andere bijwerkingen kan men bijvoorbeeld het De belangrijkste en meest frequente bijwerkingen van orale bisfosfonaten zijn de gastro-intestinale bovenbuikklachten (in ## tot ##% van de patiënten) Dit kan reden slokdarm- en/of maag- of darmproblematiek Er is geen bewijs dat het toevoegen van een protonpompremmer (PPI) zinvol is Eventueel kan alendroninezuurdrank Bij zoledroninezuur kunnen griepachtige verschijnselen optreden na de eerste infusie, die goed reageren op paracetamol Bij een tweede of derde infuus zijn dergelijke Voor alle bisfosfonaten geldt dat een creatinine klaring van ( ## ml/min een contraindicatie is Voor zoledroninezuur wordt een grenswaarde van ## ml/min gehanteerd; een goede prehydratie en een langer lopend infuus tot ## of ## minuten kan zinvol Alle botresorptiva geven een verhoogde kans op aseptische botnecrose van de kaak, bij de behandeling van osteoporose is de frequentie daarvan ongeveer # ### ### Gebitssanering voorafgaande aan start therapie kan dit risico verminderen Er is bij botresorptieremmers een verhoogde kans op atypische (âspontaneâ) femurfracturen, bij de behandeling van osteoporose ook # ### ### Deze kans neemt toe bij langdurig gebruik van botresorptieremmers, en neemt weer af na staken van Teriparatide wordt doorgaans goed verdragen; soms treedt er pijn op in het Bij de introductie van teriparatide leek er mogelijk sprake van een verhoogde kans op osteosarcomen gezien studies bij proefdieren die vanaf jonge leeftijd een zeer hoge dosis kregen toegediend Bij uitgebreide pharmacovigilantie is daarvan weinig gebleken, maar het heeft er wel toe geleid dat teriparatide maar #x mag warden voorgeschreven voor een periode van <LEEFTIJD> jaar, en dus niet voor een tweede periode Bij romosozumab is in één studie een statistisch significant hoger risico op versus #,#% (Saag, ###t al).
| 643 | nvr |
of darmproblematiek Er is geen bewijs dat het toevoegen van een protonpompremmer (PPI) zinvol is Eventueel kan alendroninezuurdrank Bij zoledroninezuur kunnen griepachtige verschijnselen optreden na de eerste infusie, die goed reageren op paracetamol Bij een tweede of derde infuus zijn dergelijke Voor alle bisfosfonaten geldt dat een creatinine klaring van ( ## ml/min een contraindicatie is Voor zoledroninezuur wordt een grenswaarde van ## ml/min gehanteerd; een goede prehydratie en een langer lopend infuus tot ## of ## minuten kan zinvol Alle botresorptiva geven een verhoogde kans op aseptische botnecrose van de kaak, bij de behandeling van osteoporose is de frequentie daarvan ongeveer # ### ### Gebitssanering voorafgaande aan start therapie kan dit risico verminderen Er is bij botresorptieremmers een verhoogde kans op atypische (âspontaneâ) femurfracturen, bij de behandeling van osteoporose ook # ### ### Deze kans neemt toe bij langdurig gebruik van botresorptieremmers, en neemt weer af na staken van Teriparatide wordt doorgaans goed verdragen; soms treedt er pijn op in het Bij de introductie van teriparatide leek er mogelijk sprake van een verhoogde kans op osteosarcomen gezien studies bij proefdieren die vanaf jonge leeftijd een zeer hoge dosis kregen toegediend Bij uitgebreide pharmacovigilantie is daarvan weinig gebleken, maar het heeft er wel toe geleid dat teriparatide maar #x mag warden voorgeschreven voor een periode van <LEEFTIJD> jaar, en dus niet voor een tweede periode Bij romosozumab is in één studie een statistisch significant hoger risico op versus #,#% (Saag, ###t al) cardiovasculaire events gedurende de ## maanden van toediening gevonden tussen geregistreerd voor postmenopauzale vrouwen met ernstige osteoporose met een hoog risico op fracturen, die geen cardiovasculair event (myocardinfarct of CVA) Een ander belangrijk aspect om te benoemen is gedurende welke periode de middelen veilig voorgeschreven kunnen worden Botresorptiva, waaronder orale bisfosfonaten en denosumab, kunnen worden voorgeschreven gedurende vijf jaar, daarna volgt herbeoordeling De behandelduur van teriparatide is maximaal twee jaar De behandelduur van romosozumab is één jaar Dit komt uitgebreider aan bod in de module âFollow-upâ Het beleid over medicatie na afloop van deze initiële behandelperiode, of zelfs tijdens de initiële behandelperiode wanneer het de vraag is om te switchen of de initiële therapie te continueren, bijvoorbeeld bij een fractuur, komt aan bod in de module âFollow-upâ In het kader van de Endocrine Society richtlijn voor de medicamenteuze behandeling van postmenopauzale vrouwen met osteoporose, is een systematische review uitgevoerd naar de waarden en voorkeuren van vrouwen betreffende botversterkende medicatie (Barrionuevo, ###b) Op basis van ## geïncludeerde studies werd geconcludeerd dat vrouwen evenveel waarde hechten aan de effectiviteit als aan de bijwerkingen van middelen Vrouwen noemden angst voor borstkanker en voor bloedingen in de baarmoeder regelmatig als redenen om niet voor hormoontherapie te willen kiezen Effectiviteit en bijwerkingen van middelen worden gevolgd door het gebruiksgemak en het effect op de dagelijkse routine Een minder frequente dosering en orale inname heeft de voorkeur, hoewel injecties de voorkeur krijgen wanneer dit minder frequent nodig is.
| 600 | nvr |
de ## maanden van toediening gevonden tussen geregistreerd voor postmenopauzale vrouwen met ernstige osteoporose met een hoog risico op fracturen, die geen cardiovasculair event (myocardinfarct of CVA) Een ander belangrijk aspect om te benoemen is gedurende welke periode de middelen veilig voorgeschreven kunnen worden Botresorptiva, waaronder orale bisfosfonaten en denosumab, kunnen worden voorgeschreven gedurende vijf jaar, daarna volgt herbeoordeling De behandelduur van teriparatide is maximaal twee jaar De behandelduur van romosozumab is één jaar Dit komt uitgebreider aan bod in de module âFollow-upâ Het beleid over medicatie na afloop van deze initiële behandelperiode, of zelfs tijdens de initiële behandelperiode wanneer het de vraag is om te switchen of de initiële therapie te continueren, bijvoorbeeld bij een fractuur, komt aan bod in de module âFollow-upâ In het kader van de Endocrine Society richtlijn voor de medicamenteuze behandeling van postmenopauzale vrouwen met osteoporose, is een systematische review uitgevoerd naar de waarden en voorkeuren van vrouwen betreffende botversterkende medicatie (Barrionuevo, ###b) Op basis van ## geïncludeerde studies werd geconcludeerd dat vrouwen evenveel waarde hechten aan de effectiviteit als aan de bijwerkingen van middelen Vrouwen noemden angst voor borstkanker en voor bloedingen in de baarmoeder regelmatig als redenen om niet voor hormoontherapie te willen kiezen Effectiviteit en bijwerkingen van middelen worden gevolgd door het gebruiksgemak en het effect op de dagelijkse routine Een minder frequente dosering en orale inname heeft de voorkeur, hoewel injecties de voorkeur krijgen wanneer dit minder frequent nodig is Teriparatide wordt toegediend door middel van dagelijkse subcutane injecties, romosozumab wordt ingediend door middel van maandelijkse subcutane injecties (# De kosten en duur van de behandeling werden minder belangrijk gevonden door vrouwen in Zoledroninezuur infusie ###,## euro per jaar (plus aanvullende kosten voor toediening), # Denosumab infusie (plus aanvullende kosten voor toediening) ### euro per jaar, <LEEFTIJD> jaar Teriparatide ### euro per jaar (plus aanvullende kosten voor toediening), <LEEFTIJD> jaar Romosozumab ### euro per jaar, <LEEFTIJD> jaar behandeling Gegevens verkregen via website De kostprijzen zijn dus verschillend, maar er is ook verschil in effect behandeling met romosozumab leidde in de studie van Saag (###) onder andere tot ##% minder heupfracturen ten opzichte van behandeling met alendroninezuur Dit leidt tot minder huishoudelijke hulp et cetera Het kostenaspect is dus breder dan de kostprijzen van de herhaalde DXA, botturnovermarkers, et cetera) Ook het bijwerkingen-patroon speelt een rol behalve dat bijwerkingen tot meer of minder ernstige morbiditeit leiden, kunnen ze ook De therapietrouw is bij botresorptieremmers een belangrijk item voor orale medicatie is globaal ##% gestopt na <LEEFTIJD> jaar, voor parenterale medicatie is dat ook ongeveer ##%, maar na Opvallend is de hogere therapietrouw bij patiënten met een fractuur die een Fracture Liaison Service (FLS) bezocht hebben, therapietrouw bij ## tot ##% blijkt haalbaar (van den Er zijn verschillende redenen voor gebrek aan therapietrouw, en die verschillen van patiënt tot patiënt, hetgeen de noodzaak van multifactoriële en individuele oplossingen suggereert <PERSOON> patiënten educatie, monitoring met feedback en medicatie met weinig bijwerkingen.
| 627 | nvr |
dagelijkse subcutane injecties, romosozumab wordt ingediend door middel van maandelijkse subcutane injecties (# De kosten en duur van de behandeling werden minder belangrijk gevonden door vrouwen in Zoledroninezuur infusie ###,## euro per jaar (plus aanvullende kosten voor toediening), # Denosumab infusie (plus aanvullende kosten voor toediening) ### euro per jaar, <LEEFTIJD> jaar Teriparatide ### euro per jaar (plus aanvullende kosten voor toediening), <LEEFTIJD> jaar Romosozumab ### euro per jaar, <LEEFTIJD> jaar behandeling Gegevens verkregen via website De kostprijzen zijn dus verschillend, maar er is ook verschil in effect behandeling met romosozumab leidde in de studie van Saag (###) onder andere tot ##% minder heupfracturen ten opzichte van behandeling met alendroninezuur Dit leidt tot minder huishoudelijke hulp et cetera Het kostenaspect is dus breder dan de kostprijzen van de herhaalde DXA, botturnovermarkers, et cetera) Ook het bijwerkingen-patroon speelt een rol behalve dat bijwerkingen tot meer of minder ernstige morbiditeit leiden, kunnen ze ook De therapietrouw is bij botresorptieremmers een belangrijk item voor orale medicatie is globaal ##% gestopt na <LEEFTIJD> jaar, voor parenterale medicatie is dat ook ongeveer ##%, maar na Opvallend is de hogere therapietrouw bij patiënten met een fractuur die een Fracture Liaison Service (FLS) bezocht hebben, therapietrouw bij ## tot ##% blijkt haalbaar (van den Er zijn verschillende redenen voor gebrek aan therapietrouw, en die verschillen van patiënt tot patiënt, hetgeen de noodzaak van multifactoriële en individuele oplossingen suggereert <PERSOON> patiënten educatie, monitoring met feedback en medicatie met weinig bijwerkingen (Hilligsman, ###) De negatieve ervaring van een eerdere fractuur lijkt daaraan bij te In geval van heupfracturen geldt dat patiënten vanwege hun immobiliteit vaak niet in staat zijn om de fractuurpolikliniek te bezoeken; mede daardoor is het aantal patiënten met een heupfractuur dat geen medicatie ter preventie van een nieuwe heup- of andere fractuur krijgt erg hoog Mogelijke oplossing is het inrichten van een orthogeriatric ward, waarbij de zorg voor de oudere patiënt met een heupfractuur wordt gedeeld door een (orthopedisch)## trauma chirurg en een geriater dit kan leiden tot verdere optimalisering van pre- en postoperatieve zorg In de postoperatieve fase kan gestart worden met zoledroninezuur, bij voorkeur na DXA/VFA, maar indien dit logistiek niet mogelijk is, adviseren wij patienten van <LEEFTIJD> jaar en ouder om snel na een heupfractuur te starten met zoledroninezuur, ook indien DXA/VFA niet mogelijk zijn Hierbij is het wel belangrijk om aandacht te besteden aan Sinds Q# in ### (goedkeuring romosozumab) zijn alle aanbevolen middelen in <LOCATIE> De keuze van medicamenteuze therapie hangt samen met de ernst van de osteoporose, en de grootte van het fractuurrisico, maar ook met eventuele comorbiditeit en met de individuele voorkeur van de patiënt Ook de ervaring met en de kostprijs van het geneesmiddel is van belang Deze aspecten dienen te worden besproken met de patiënt, bij voorkeur in een shared-decision model Een gezamenlijke besluitvorming over de medicatie Basisbehandeling voor alle individuen is een gezonde lifestyle een belangrijke basis om hun.
| 623 | nvr |
De negatieve ervaring van een eerdere fractuur lijkt daaraan bij te In geval van heupfracturen geldt dat patiënten vanwege hun immobiliteit vaak niet in staat zijn om de fractuurpolikliniek te bezoeken; mede daardoor is het aantal patiënten met een heupfractuur dat geen medicatie ter preventie van een nieuwe heup- of andere fractuur krijgt erg hoog Mogelijke oplossing is het inrichten van een orthogeriatric ward, waarbij de zorg voor de oudere patiënt met een heupfractuur wordt gedeeld door een (orthopedisch)## trauma chirurg en een geriater dit kan leiden tot verdere optimalisering van pre- en postoperatieve zorg In de postoperatieve fase kan gestart worden met zoledroninezuur, bij voorkeur na DXA/VFA, maar indien dit logistiek niet mogelijk is, adviseren wij patienten van <LEEFTIJD> jaar en ouder om snel na een heupfractuur te starten met zoledroninezuur, ook indien DXA/VFA niet mogelijk zijn Hierbij is het wel belangrijk om aandacht te besteden aan Sinds Q# in ### (goedkeuring romosozumab) zijn alle aanbevolen middelen in <LOCATIE> De keuze van medicamenteuze therapie hangt samen met de ernst van de osteoporose, en de grootte van het fractuurrisico, maar ook met eventuele comorbiditeit en met de individuele voorkeur van de patiënt Ook de ervaring met en de kostprijs van het geneesmiddel is van belang Deze aspecten dienen te worden besproken met de patiënt, bij voorkeur in een shared-decision model Een gezamenlijke besluitvorming over de medicatie Basisbehandeling voor alle individuen is een gezonde lifestyle een belangrijke basis om hun Bovendien zijn alle medicamenten onderzocht in trials waarin ook calcium en vitamine D Het alleen voorschijven en bespreken van medicatie is suboptimaal bij een optimale behandeling is er ook aandacht voor voldoende calcium, vitamine-D, gezonde voeding, regelmatige lichaamsbeweging, stoppen met roken, matig alcoholgebruik, en in geval van comorbiditeit, van optimale behandeling van de onderliggende aandoening (Weaver, Belgian Bone Club, ###) Het effect van lichaamsbeweging komt aan bod in module âBehandeling â bewegingâ en van voldoende calcium en vitamine D in module âBehandeling - Calcium en Alendroninezuur en risedroninezuur zijn remmers van botafbraak en zijn eerste keus bij de behandeling van patiënten met een verhoogd fractuurrisico Dit vanwege bewezen ervaring en de lage kostprijs De behandelduur is normaliter <LEEFTIJD> jaar Stimuleer bij alle patiënten met een verhoogd fractuurrisico om een gezonde leefstijl aan te ⢠bij secundaire osteoporose, aan optimale behandeling van de onderliggende ervaring en de lage kostprijs De behandelduur is normaliter <LEEFTIJD> jaar (zie module Follow-up) Start bij patiënten met een indicatie voor botversterkende medicatie als eerste keus met Patiënten met osteoporose en een verhoogd fractuurrisico die alendroninezuur en/of met zoledroninezuur (#mg eenmaal per infuus per jaar) of denosumab (#x per jaar ## mg sc), of voor alendroninezuur (## mg #x per week) in drankvorm (met snelle passage van Behandel patiënten die alendroninezuur en/of risedroninezuur niet verdragen, bijvoorbeeld Bij suboptimale therapietrouw dient eerst de reden van therapie-ontrouw geëvalueerd te worden, is er gebrek aan inzicht in en motivatie voor medicamenteuze therapie? Andere Ook bij een fractuur tijdens tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie met alendroninezuur of.
| 609 | nvr |
waarin ook calcium en vitamine D Het alleen voorschijven en bespreken van medicatie is suboptimaal bij een optimale behandeling is er ook aandacht voor voldoende calcium, vitamine-D, gezonde voeding, regelmatige lichaamsbeweging, stoppen met roken, matig alcoholgebruik, en in geval van comorbiditeit, van optimale behandeling van de onderliggende aandoening (Weaver, Belgian Bone Club, ###) Het effect van lichaamsbeweging komt aan bod in module âBehandeling â bewegingâ en van voldoende calcium en vitamine D in module âBehandeling - Calcium en Alendroninezuur en risedroninezuur zijn remmers van botafbraak en zijn eerste keus bij de behandeling van patiënten met een verhoogd fractuurrisico Dit vanwege bewezen ervaring en de lage kostprijs De behandelduur is normaliter <LEEFTIJD> jaar Stimuleer bij alle patiënten met een verhoogd fractuurrisico om een gezonde leefstijl aan te ⢠bij secundaire osteoporose, aan optimale behandeling van de onderliggende ervaring en de lage kostprijs De behandelduur is normaliter <LEEFTIJD> jaar (zie module Follow-up) Start bij patiënten met een indicatie voor botversterkende medicatie als eerste keus met Patiënten met osteoporose en een verhoogd fractuurrisico die alendroninezuur en/of met zoledroninezuur (#mg eenmaal per infuus per jaar) of denosumab (#x per jaar ## mg sc), of voor alendroninezuur (## mg #x per week) in drankvorm (met snelle passage van Behandel patiënten die alendroninezuur en/of risedroninezuur niet verdragen, bijvoorbeeld Bij suboptimale therapietrouw dient eerst de reden van therapie-ontrouw geëvalueerd te worden, is er gebrek aan inzicht in en motivatie voor medicamenteuze therapie? Andere Ook bij een fractuur tijdens tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie met alendroninezuur of adequate therapie, of suboptimale therapie of werkzaamheid, of een adequaat trauma (Zie Overweeg behandeling met zoledroninezuur of denosumab of alendroninezuur in ⢠een nieuwe fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie hebben In ### zijn de resultaten gepubliceerd van de bovengenoemde VERO-studie, een vergelijkende studie waarbij teriparatide superieur was ten opzichte van risedroninezuur in fractuurreductie bij postmenopauzale vrouwen (Kendler, ###) Op basis van deze studie verdient teriparatide ook de voorkeur als eerste keus in geval van zeer hoog fractuurrisico bij aanvang van de behandeling, blijkens een T-score ( -<DATUM> en twee graad # wervelfacturen Overweeg het anabole middel teriparatide (dagelijkse injecties met ##µg gedurende <LEEFTIJD> jaar) als eerste keus medicament bij postmenopauzale vrouwen met een T-score ⤠-#,# in de heuphals, totale heup of LWK en minstens # graad # wervelfracturen of # graad # Romosozumab is pas recent op de markt, in <PERSOON> een direct vergelijkende studie met alendroninezuur blijkt dat romosozumab in een jaar leidt tot sterkere reductie van deze ARCH-trial kan romosozumab als #e keus middel worden voorgeschreven aan postmenopauzale vrouwen met ernstige osteoporose als aan ieder van de onderstaande criteria wordt voldaan postmenopauzale vrouwen tussen ## en <LEEFTIJD> jaar (inclusiecriterium, BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (dus niet LWK) én minstens # of meer graad # of # wervelfracturen of een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (dus niet LWK) én minstens # graad # of # wervelfracturen Een myocardinfarct of CVA in de voorgeschiedenis.
| 652 | nvr |
adequate therapie, of suboptimale therapie of werkzaamheid, of een adequaat trauma (Zie Overweeg behandeling met zoledroninezuur of denosumab of alendroninezuur in ⢠een nieuwe fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie hebben In ### zijn de resultaten gepubliceerd van de bovengenoemde VERO-studie, een vergelijkende studie waarbij teriparatide superieur was ten opzichte van risedroninezuur in fractuurreductie bij postmenopauzale vrouwen (Kendler, ###) Op basis van deze studie verdient teriparatide ook de voorkeur als eerste keus in geval van zeer hoog fractuurrisico bij aanvang van de behandeling, blijkens een T-score ( -<DATUM> en twee graad # wervelfacturen Overweeg het anabole middel teriparatide (dagelijkse injecties met ##µg gedurende <LEEFTIJD> jaar) als eerste keus medicament bij postmenopauzale vrouwen met een T-score ⤠-#,# in de heuphals, totale heup of LWK en minstens # graad # wervelfracturen of # graad # Romosozumab is pas recent op de markt, in <PERSOON> een direct vergelijkende studie met alendroninezuur blijkt dat romosozumab in een jaar leidt tot sterkere reductie van deze ARCH-trial kan romosozumab als #e keus middel worden voorgeschreven aan postmenopauzale vrouwen met ernstige osteoporose als aan ieder van de onderstaande criteria wordt voldaan postmenopauzale vrouwen tussen ## en <LEEFTIJD> jaar (inclusiecriterium, BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (dus niet LWK) én minstens # of meer graad # of # wervelfracturen of een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (dus niet LWK) én minstens # graad # of # wervelfracturen Een myocardinfarct of CVA in de voorgeschiedenis gedurende <LEEFTIJD> jaar) als eerste keus medicament bij postmenopauzale vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar en zonder voorgeschiedenis van een myocardinfarct of CVA met ⢠een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # ⢠een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # Teriparatide is op de markt sinds ### en sinds de vorige CBO-consensus ### zowel geïndiceerd voor patiënten (postmenopauzale vrouwen of oudere mannen) met een derde fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie met botresorptiva bij patiënten die tenminste # prevalente wervelfracturen (graad # of meer) hadden bij de start van botversterkende therapie Het is aannemelijk om te veronderstellen dat romosozumab hier ook een goede Overweeg bij patiënten met twee prevalente wervelfracturen en een derde fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar botversterkende medicatie (botresorptieremmers) om een anabool middel <PERSOON>, F , <PERSOON>, K , & Al <PERSOON> of pharmacological therapies for the prevention of fractures in <PERSOON>, Schweitzer DH, Haard van PMN, et al Meeting international standards of secondary fracture prevention a survey on FLS in the <PERSOON> DB, Adachi JD, et al Romosozumab treatment in postmenopausal <PERSOON> CJ, Black DM, et al PhamacologicaL management of osteoporosis in postmenopausal women an Endocrine Society Clinical Practice Guideline.
| 637 | nvr |
gedurende <LEEFTIJD> jaar) als eerste keus medicament bij postmenopauzale vrouwen ouder dan <LEEFTIJD> jaar en zonder voorgeschiedenis van een myocardinfarct of CVA met ⢠een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # ⢠een BMD T score ⤠-#,# in de totale heup, heuphals (niet LWK) én minstens # graad # Teriparatide is op de markt sinds ### en sinds de vorige CBO-consensus ### zowel geïndiceerd voor patiënten (postmenopauzale vrouwen of oudere mannen) met een derde fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie met botresorptiva bij patiënten die tenminste # prevalente wervelfracturen (graad # of meer) hadden bij de start van botversterkende therapie Het is aannemelijk om te veronderstellen dat romosozumab hier ook een goede Overweeg bij patiënten met twee prevalente wervelfracturen en een derde fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar botversterkende medicatie (botresorptieremmers) om een anabool middel <PERSOON>, F , <PERSOON>, K , & Al <PERSOON> of pharmacological therapies for the prevention of fractures in <PERSOON>, Schweitzer DH, Haard van PMN, et al Meeting international standards of secondary fracture prevention a survey on FLS in the <PERSOON> DB, Adachi JD, et al Romosozumab treatment in postmenopausal <PERSOON> CJ, Black DM, et al PhamacologicaL management of osteoporosis in postmenopausal women an <PERSOON> AM, et al Optimizing fracture prevention the fracture <PERSOON> MA, Robinson D, et al Comprehensive geriatric assessment for older adults admitted to hospital, metaanalysis of randomized controlled trials <PERSOON> B, et al Determinants, consequences and potential solutions to poor adherence to anti-osteoporosis treatment, results of an expert group of ESCEO and IOF Ost Int ###, ###- ### Kendler DJ, <PERSOON-##> CAF et al Effect of teriparatide and risedronate on new fractures in post-menopausal women with severe osteoporosis (VERO) a multicentre, double blind, double dummy, randomised controlled trial Lancet ##<DATUM> ###-## Lyles KW, Colon-Emeric CS, Magaziner JS, et al Zoledronic acid and clinical fractures and <PERSOON-##> SJE, Adherence and profile of non-persistence in patients treated for osteoporosis in the Netherlands Ost In ###, ###-## Reid <PERSOON-##> AM, Boislav Mihov ChB, et al Fracture prevention with zoledronate in older <PERSOON-##> ML, et al Romosozumab or Alendronate for fracture prevention in women with osteoporosis New Eng J Med ###; ### ###-## Weaver CM, <PERSOON-##> CM, Janz KF, et al <PERSOON-##> National Osteoporosis Foundation's position statement on peak bone mass development and lifestyle factors a systematic review <PERSOON-##>, C , <PERSOON-##>, G , Lu, C , <PERSOON-##>, R , <PERSOON-##> of teriparatide.
| 657 | nvr |
<LOCATIE> van <PERSOON> AM, et al Optimizing fracture prevention the fracture <PERSOON> MA, Robinson D, et al Comprehensive geriatric assessment for older adults admitted to hospital, metaanalysis of randomized controlled trials <PERSOON> B, et al Determinants, consequences and potential solutions to poor adherence to anti-osteoporosis treatment, results of an expert group of ESCEO and IOF Ost Int ###, ###- ### Kendler DJ, <PERSOON> CAF et al Effect of teriparatide and risedronate on new fractures in post-menopausal women with severe osteoporosis (VERO) a multicentre, double blind, double dummy, randomised controlled trial Lancet ##<DATUM> ###-## Lyles KW, Colon-Emeric CS, Magaziner JS, et al Zoledronic acid and clinical fractures and <PERSOON> SJE, Adherence and profile of non-persistence in patients treated for osteoporosis in the Netherlands Ost In ###, ###-## Reid <PERSOON> AM, Boislav Mihov ChB, et al Fracture prevention with zoledronate in older <PERSOON> ML, et al Romosozumab or Alendronate for fracture prevention in women with osteoporosis New Eng J Med ###; ### ###-## Weaver CM, <PERSOON> CM, Janz KF, et al <PERSOON> National Osteoporosis Foundation's position statement on peak bone mass development and lifestyle factors a systematic review <PERSOON-##>, C , <PERSOON-##>, G , Lu, C , <PERSOON-##>, R , <PERSOON-##> of teriparatide F , Cao, Y , <PERSOON-##>, Z T , <PERSOON-##> the Risk of Fractures in <PERSOON-##> of Clinical Trials Frontiers in pharmacology, ##, Search ## AND ### Filters Publication date from ###/<DATUM> English OR gray literature(tiab) OR grey literature(tiab) OR Review criteria(tiab) OR eligibility Module # Medicatie ter preventie van fracturen bij glucocorticoïden Wanneer en welke medicatie ter preventie van fracturen is bij gebruik van glucocorticoïden Patiënten die glucocorticoïden (GC) gebruiken hebben een verhoogd risico op fracturen, vooral bij langdurig gebruik van hogere doseringen GC hebben een negatieve invloed op de botsterkte, en de drempelwaarde voor het optreden van fracturen is daardoor verlaagd secundaire osteoporose Bij alle GC gebruikers zijn algemene maatregelen ter preventie van lichaamsbeweging, stoppen met roken en beperken alcohol gebruik, maar ook het zo kort mogelijk voorschrijven van GC in zo laag mogelijke dosis, en de optimale behandeling van de onderliggende ziekte, eventueel met gebruik van andere immunosuppressiva als Fractuurpreventierichtlijnâ werd gesteld dat medicatie ter preventie van fracturen geïndiceerd is bij patiënten met ⥠#,# mg prednison gedurende tenminste # maanden Uit het rapport van Zichtbare Zorg (###) bleek dat dat er in <LOCATIE> slechts ongeveer ##% van de GC-gebruikers van ⥠#,# mg prednison gedurende tenminste # maanden beschermd wordt met medicatie ter preventie van fracturen, en dat er een substantieel.
| 650 | nvr |
F , Cao, Y , <PERSOON>, Z T , <PERSOON> the Risk of Fractures in <PERSOON> of Clinical Trials Frontiers in pharmacology, ##, Search ## AND ### Filters Publication date from ###/<DATUM> English OR gray literature(tiab) OR grey literature(tiab) OR Review criteria(tiab) OR eligibility Module # Medicatie ter preventie van fracturen bij glucocorticoïden Wanneer en welke medicatie ter preventie van fracturen is bij gebruik van glucocorticoïden Patiënten die glucocorticoïden (GC) gebruiken hebben een verhoogd risico op fracturen, vooral bij langdurig gebruik van hogere doseringen GC hebben een negatieve invloed op de botsterkte, en de drempelwaarde voor het optreden van fracturen is daardoor verlaagd secundaire osteoporose Bij alle GC gebruikers zijn algemene maatregelen ter preventie van lichaamsbeweging, stoppen met roken en beperken alcohol gebruik, maar ook het zo kort mogelijk voorschrijven van GC in zo laag mogelijke dosis, en de optimale behandeling van de onderliggende ziekte, eventueel met gebruik van andere immunosuppressiva als Fractuurpreventierichtlijnâ werd gesteld dat medicatie ter preventie van fracturen geïndiceerd is bij patiënten met ⥠#,# mg prednison gedurende tenminste # maanden Uit het rapport van Zichtbare Zorg (###) bleek dat dat er in <LOCATIE> slechts ongeveer ##% van de GC-gebruikers van ⥠#,# mg prednison gedurende tenminste # maanden beschermd wordt met medicatie ter preventie van fracturen, en dat er een substantieel verschillende specialismen, variërend van ##% tot ##% Er is dus sprake van onder behandeling, en deze onder behandeling van GC-patiënten is opgenomen in het verbetersignalement van het Zinnige Zorg Project (Zorginstituut <LOCATIE>, ###) Deze module gaat in op de vraag bij welke patiënten die GC gebruiken het risico op fracturen dermate hoog is dat gebruik van botversterkende medicatie is geïndiceerd Daarnaast gaat deze module in op de vraag welke medicatie voor deze patiënten de voorkeur heeft âWhich anti-osteoporosis medication is most effective in patients who are using fractures) as a critical outcome measure for decision making and changes in BMD as an important outcome measure for decision making <PERSOON> outcome measure changes in BMD was only considered for active comparisons, due to limited evidence for these comparisons <PERSOON> working group used the GRADE standard limit of ##% as a minimal clinically (patient) <PERSOON> databases Pubmed and Embase were searched with relevant search terms until February ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria randomized controlled trials of anti-osteoporosis medication in patients using glucocorticoid long-term () # months) ## studies were initially selected based on title and abstract screening After reading the full text, # studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods) and four studies were included Four studies were included in the analysis of the literature, one network meta-analysis on.
| 619 | nvr |
Er is dus sprake van onder behandeling, en deze onder behandeling van GC-patiënten is opgenomen in het verbetersignalement van het Zinnige Zorg Project (Zorginstituut <LOCATIE>, ###) Deze module gaat in op de vraag bij welke patiënten die GC gebruiken het risico op fracturen dermate hoog is dat gebruik van botversterkende medicatie is geïndiceerd Daarnaast gaat deze module in op de vraag welke medicatie voor deze patiënten de voorkeur heeft âWhich anti-osteoporosis medication is most effective in patients who are using fractures) as a critical outcome measure for decision making and changes in BMD as an important outcome measure for decision making <PERSOON> outcome measure changes in BMD was only considered for active comparisons, due to limited evidence for these comparisons <PERSOON> working group used the GRADE standard limit of ##% as a minimal clinically (patient) <PERSOON> databases Pubmed and Embase were searched with relevant search terms until February ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria randomized controlled trials of anti-osteoporosis medication in patients using glucocorticoid long-term () # months) ## studies were initially selected based on title and abstract screening After reading the full text, # studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods) and four studies were included Four studies were included in the analysis of the literature, one network meta-analysis on comparisons, measuring changes in BMD Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is summarized in the Ding (###) carried out a network meta-analysis to assess the comparative clinical efficacy of first-line and second-line agents in preventing glucocorticoid-induced (GI) fractures measured as vertebral fractures, nonvertebral fractures, and hip fractures <PERSOON> pharmacological agents of interest were denosumab (## mg/# months, subcutaneous), mg/# months, intravenous), and zoledronate (# mg/year, intravenous) Trials eligible for inclusion in this meta-analysis were (i) double-blind and not double-blind RCTs lasting for at least ## months; (ii) trials that enrolled patients with GIOP or patients beginning or continuing long-term (at least # months) GC treatment; (iii) trials that compared an active agent of interest with placebo or another active agent; and (iv) trials that measured at least # of the primary outcomes of interest ââStartersââ are patients using GC treatment who are starting osteoporosis drugs within # months of initiating GCs (id est, primary prevention), while ââchronic usersââ are patients continuing long-term GC treatment who are starting osteoporosis drugs beyond # months of initiating GCs (id est, secondary prevention) Papers were excluded if (i) the identical data were reanalyzed; (ii) the study subjects were treated with inhaled GCs; or (iii) studies focused on children and adolescents A systematic search was done in PubMed, Embase, and the Cochrane Central Register of Controlled Trials for English language papers published from the date of database inception to <PERSOON> ##, ###, without sample size restrictions.
| 669 | nvr |
Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables <PERSOON> assessment of the risk of bias is summarized in the Ding (###) carried out a network meta-analysis to assess the comparative clinical efficacy of first-line and second-line agents in preventing glucocorticoid-induced (GI) fractures measured as vertebral fractures, nonvertebral fractures, and hip fractures <PERSOON> pharmacological agents of interest were denosumab (## mg/# months, subcutaneous), mg/# months, intravenous), and zoledronate (# mg/year, intravenous) Trials eligible for inclusion in this meta-analysis were (i) double-blind and not double-blind RCTs lasting for at least ## months; (ii) trials that enrolled patients with GIOP or patients beginning or continuing long-term (at least # months) GC treatment; (iii) trials that compared an active agent of interest with placebo or another active agent; and (iv) trials that measured at least # of the primary outcomes of interest ââStartersââ are patients using GC treatment who are starting osteoporosis drugs within # months of initiating GCs (id est, primary prevention), while ââchronic usersââ are patients continuing long-term GC treatment who are starting osteoporosis drugs beyond # months of initiating GCs (id est, secondary prevention) Papers were excluded if (i) the identical data were reanalyzed; (ii) the study subjects were treated with inhaled GCs; or (iii) studies focused on children and adolescents A systematic search was done in PubMed, Embase, and the Cochrane Central Register of Controlled Trials for English language papers published from the date of database inception to <PERSOON> ##, ###, without sample size restrictions systematic reviews in this ï¬eld were used to search for more relevant articles When a second search was performed on March #, ###, an additional paper was included according to inclusion criteria, which added an updated relevant statistical analysis <PERSOON> searches initially yielded ### records, of which ## papers from ## unique trials met the preplanned criteria and were used for quantitative synthesis Mean age, with the average value of #<DATUM> years, ranged from ## years to ## years <PERSOON> proportion of women, with the In addition to Ding (###), three randomized controlled trials were included on active comparisons measuring changes in BMD Reid (###) performed a multicenter, double-blind, double-dummy, randomized controlled trial to assess whether one intravenous infusion of zoledronic acid was non-inferior to daily oral risedronate for prevention and treatment of glucocorticoid-induced osteoporosis Men and women aged ## to ## years were eligible for inclusion in the study if they were receiving at least <DATUM> mg oral prednisolone daily (or equivalent) and were expected to receive glucocorticoids for at least another ## months Major exclusion criteria were previous treatment with bisphosphonates or other drugs that affect the skeleton (except in accordance with a predefined washout schedule), serum ##hydroxyvitamin D concentration of less than ## nmol/L, recent history of cancer or parathyroid disease, and renal impairment (calculated creatinine clearance of less than ## mL/min or proteinuria) <PERSOON> treatment subgroup consisted of those treated for more than #.
| 680 | nvr |
reviews in this ï¬eld were used to search for more relevant articles When a second search was performed on March #, ###, an additional paper was included according to inclusion criteria, which added an updated relevant statistical analysis <PERSOON> searches initially yielded ### records, of which ## papers from ## unique trials met the preplanned criteria and were used for quantitative synthesis Mean age, with the average value of #<DATUM> years, ranged from ## years to ## years <PERSOON> proportion of women, with the In addition to Ding (###), three randomized controlled trials were included on active comparisons measuring changes in BMD Reid (###) performed a multicenter, double-blind, double-dummy, randomized controlled trial to assess whether one intravenous infusion of zoledronic acid was non-inferior to daily oral risedronate for prevention and treatment of glucocorticoid-induced osteoporosis Men and women aged ## to ## years were eligible for inclusion in the study if they were receiving at least <DATUM> mg oral prednisolone daily (or equivalent) and were expected to receive glucocorticoids for at least another ## months Major exclusion criteria were previous treatment with bisphosphonates or other drugs that affect the skeleton (except in accordance with a predefined washout schedule), serum ##hydroxyvitamin D concentration of less than ## nmol/L, recent history of cancer or parathyroid disease, and renal impairment (calculated creatinine clearance of less than ## mL/min or proteinuria) <PERSOON> treatment subgroup consisted of those treated for more than # Overall, ##% (n=### patients) completed the study <PERSOON> percentage of women in the zoledronic acid and risedronate group was ##% (n=###) and ##% (n=###), respectively In total, ##% (n=##) of Saag (###) performed a randomized controlled trial to compare the bone anabolic drug teriparatide (## µg/day) with the antiresorptive drug alendronate (## mg/day) for treating glucocorticoid-induced osteoporosis Ambulatory men and women were eligible for enrollment if they were at least ## years of age and had taken prednisone or its equivalent at a dosage of ⥠# mg/day for ⥠# months prior to screening Subjects were randomly assigned to receive injectable teriparatide (## g/day) plus oral placebo or oral alendronate (## mg/day) plus injectable placebo Supplements of calcium (#,### mg/day) and vitamin D (### IU/day) were provided Of the ### subjects who were screened, ### were randomized and received treatment A total of ### (##%) of the subjects receiving teriparatide and ### (##%) of the subjects receiving alendronate entered the ##-month continuation phase, and ### (##%) of the subjects receiving teriparatide and ### (##%) of the subjects receiving alendronate completed the ##-month trial <PERSOON> age range of the subjects was ## to ## years Saag (###) performed a randomized controlled trial to compare the effects of denosumab versus risedronate on BMD Participants in the study were men and women ⥠## years old who were receiving glucocorticoid therapy (prednisone or its equivalent) at a dose of â¥<DATUM> mg for ⥠# months before screening.
| 739 | nvr |
<PERSOON> percentage of women in the zoledronic acid and risedronate group was ##% (n=###) and ##% (n=###), respectively In total, ##% (n=##) of Saag (###) performed a randomized controlled trial to compare the bone anabolic drug teriparatide (## µg/day) with the antiresorptive drug alendronate (## mg/day) for treating glucocorticoid-induced osteoporosis Ambulatory men and women were eligible for enrollment if they were at least ## years of age and had taken prednisone or its equivalent at a dosage of ⥠# mg/day for ⥠# months prior to screening Subjects were randomly assigned to receive injectable teriparatide (## g/day) plus oral placebo or oral alendronate (## mg/day) plus injectable placebo Supplements of calcium (#,### mg/day) and vitamin D (### IU/day) were provided Of the ### subjects who were screened, ### were randomized and received treatment A total of ### (##%) of the subjects receiving teriparatide and ### (##%) of the subjects receiving alendronate entered the ##-month continuation phase, and ### (##%) of the subjects receiving teriparatide and ### (##%) of the subjects receiving alendronate completed the ##-month trial <PERSOON> age range of the subjects was ## to ## years Saag (###) performed a randomized controlled trial to compare the effects of denosumab versus risedronate on BMD Participants in the study were men and women ⥠## years old who were receiving glucocorticoid therapy (prednisone or its equivalent) at a dose of â¥<DATUM> mg for ⥠# months before screening denosumab and ### of ### treated with risedronate) completed the ##-month study <PERSOON> mean age in the Risedronate and Denosumab group was #<DATUM> ± <DATUM> and #<DATUM> ± <DATUM> years, respectively <PERSOON> number of female patients in the Risedronate and Denosumab group was <PERSOON> results for preventing fractures of active agents compared to placebo in the network meta-analysis of Ding (###) are presented in table <DATUM> Statistically significant results are in Table <DATUM> Effect on fractures of active agents compared to placebo Numbers in the table represent relative risk (##% confidence interval) <PERSOON> results for changes in BMD of Zoledronate versus Risedronate after ## months (Reid, ###), of Teriparatide versus Alendronate after ## months (Saag, ###) and of Denosumab versus risedronate after ## months (Saag, ###) are presented in table <DATUM> Significant Table <DATUM> Effect on changes in BMD in direct comparisons (active comparators) Numbers in the table represent mean differences between comparators (##% CI) See table <DATUM> for the quality of evidence of results on fractures for active agents compared to Table <DATUM> Level of evidence of results on fractures for active agents compared to placebo See table <DATUM> for the level of evidence of results on changes in BMD for active comparators Table <DATUM> Level of evidence of results on changes in BMD for active comparators <PERSOON> following therapies probably reduce the risk of new/incident vertebral fractures compared to placebo in patients who are using long-term () #.
| 739 | nvr |
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.