text stringlengths 80 6.25k | text_len int64 32 3.12k | src stringclasses 7 values |
|---|---|---|
completed the ##-month study <PERSOON> mean age in the Risedronate and Denosumab group was #<DATUM> ± <DATUM> and #<DATUM> ± <DATUM> years, respectively <PERSOON> number of female patients in the Risedronate and Denosumab group was <PERSOON> results for preventing fractures of active agents compared to placebo in the network meta-analysis of Ding (###) are presented in table <DATUM> Statistically significant results are in Table <DATUM> Effect on fractures of active agents compared to placebo Numbers in the table represent relative risk (##% confidence interval) <PERSOON> results for changes in BMD of Zoledronate versus Risedronate after ## months (Reid, ###), of Teriparatide versus Alendronate after ## months (Saag, ###) and of Denosumab versus risedronate after ## months (Saag, ###) are presented in table <DATUM> Significant Table <DATUM> Effect on changes in BMD in direct comparisons (active comparators) Numbers in the table represent mean differences between comparators (##% CI) See table <DATUM> for the quality of evidence of results on fractures for active agents compared to Table <DATUM> Level of evidence of results on fractures for active agents compared to placebo See table <DATUM> for the level of evidence of results on changes in BMD for active comparators Table <DATUM> Level of evidence of results on changes in BMD for active comparators <PERSOON> following therapies probably reduce the risk of new/incident vertebral fractures compared to placebo in patients who are using long-term () # Ibandronate may result in little to no difference in risk of vertebral fractures <PERSOON> evidence is very uncertain about the effect of Zoledronate on the risk of vertebral fractures compared to placebo in patients who are using long-term Alendronate probably results in little to no difference in risk of nonvertebral Moderate fractures compared to placebo in patients who are using long-term () # Ibandronate may result in little to no difference in risk of nonvertebral <PERSOON> evidence is very uncertain about the effect of Teriparatide, Risedronate and Denosumab on the risk of nonvertebral fractures compared to placebo nonvertebral fractures compared to placebo in patients who are using longterm () # months) glucocorticoid Risedronate, Ibandronate and Alendronate may result in little to no difference in risk of hip fractures compared to placebo in patients who are <PERSOON> evidence is very uncertain about the effect of Teriparatide on the risk of hip fractures compared to placebo in patients who are using long-term () # It is unknown whether Zoledronate or Denosumab decrease the risk of new/incident hip fractures compared to placebo in patients who are using Denosumab increases the BMD in lumbar spine and total hip compared to Teriparatide probably increases the BMD in lumbar spine, femoral neck and total hip compared to Alendronate in patients who are using long-term () # Zoledronate may result in little to no difference in changes of BMD in lumbar spine and femoral neck compared to Risedronate in patients who are using Denosumab may result in little to no difference in changes of BMD in femoral.
| 616 | nvr |
in risk of vertebral fractures <PERSOON> evidence is very uncertain about the effect of Zoledronate on the risk of vertebral fractures compared to placebo in patients who are using long-term Alendronate probably results in little to no difference in risk of nonvertebral Moderate fractures compared to placebo in patients who are using long-term () # Ibandronate may result in little to no difference in risk of nonvertebral <PERSOON> evidence is very uncertain about the effect of Teriparatide, Risedronate and Denosumab on the risk of nonvertebral fractures compared to placebo nonvertebral fractures compared to placebo in patients who are using longterm () # months) glucocorticoid Risedronate, Ibandronate and Alendronate may result in little to no difference in risk of hip fractures compared to placebo in patients who are <PERSOON> evidence is very uncertain about the effect of Teriparatide on the risk of hip fractures compared to placebo in patients who are using long-term () # It is unknown whether Zoledronate or Denosumab decrease the risk of new/incident hip fractures compared to placebo in patients who are using Denosumab increases the BMD in lumbar spine and total hip compared to Teriparatide probably increases the BMD in lumbar spine, femoral neck and total hip compared to Alendronate in patients who are using long-term () # Zoledronate may result in little to no difference in changes of BMD in lumbar spine and femoral neck compared to Risedronate in patients who are using Denosumab may result in little to no difference in changes of BMD in femoral It is unknown whether Zoledronate increases the BMD in total hip compared Fractuurreductie is de belangrijkste uitkomstmaat bij osteoporose Het gebruik van glucocorticoïden (GC) gaat gepaard met een verhoogd fractuurrisico, maar in studies met (medicatie)interventie bij GC is een toename van BMD vaak de belangrijkste uitkomstmaat In vergelijking met studies bij postmenopauzale vrouwen zijn er bij studies bij GC belangrijke verschillen minder patiënten (globaal ##x zo weinig als bij postmenopauzale osteoporose), en de observatieduur is veel korter, meestal slechts # tot <LEEFTIJD> jaar, versus meestal # tot <LEEFTIJD> jaar bij studies bij postmenopauzale osteoporose Tenslotte zijn de recente GIOP-studies niet versus placebo, maar versus een actieve comparator, meestal alendroninezuur of Vanwege bovengenoemde # redenen, is het ook voor zeer potente medicatie niet mogelijk Daarom wordt een toename van BMD bij GC-gebruikers versus een actieve comparator in combinatie met fractuurreductie versus placebo in fase # studies bij postmenopauzale toegenomen bij lage doseringen prednison (#,# tot #,# mg per dag) (van Staa, ###a; van Staa, ###) Alhoewel de cumulatieve dosering van GCs sterk geassocieerd is met verlies aan BMD, is de relatie met fracturen zwakker dan met de dagdosering GC (van Staa, ###b) Het relatieve risico op heupfracturen is toegenomen en dosis-afhankelijk niet verhoogd bij prednison ( #,# mg, #,## (##% c i #,## tot #,##) bij een dagdosering van #,# tot #,# mg, en #,## (##% c i #,## tot #,##) bij een dosering van #,# mg prednison per dag of meer (van.
| 637 | nvr |
whether Zoledronate increases the BMD in total hip compared Fractuurreductie is de belangrijkste uitkomstmaat bij osteoporose Het gebruik van glucocorticoïden (GC) gaat gepaard met een verhoogd fractuurrisico, maar in studies met (medicatie)interventie bij GC is een toename van BMD vaak de belangrijkste uitkomstmaat In vergelijking met studies bij postmenopauzale vrouwen zijn er bij studies bij GC belangrijke verschillen minder patiënten (globaal ##x zo weinig als bij postmenopauzale osteoporose), en de observatieduur is veel korter, meestal slechts # tot <LEEFTIJD> jaar, versus meestal # tot <LEEFTIJD> jaar bij studies bij postmenopauzale osteoporose Tenslotte zijn de recente GIOP-studies niet versus placebo, maar versus een actieve comparator, meestal alendroninezuur of Vanwege bovengenoemde # redenen, is het ook voor zeer potente medicatie niet mogelijk Daarom wordt een toename van BMD bij GC-gebruikers versus een actieve comparator in combinatie met fractuurreductie versus placebo in fase # studies bij postmenopauzale toegenomen bij lage doseringen prednison (#,# tot #,# mg per dag) (van Staa, ###a; van Staa, ###) Alhoewel de cumulatieve dosering van GCs sterk geassocieerd is met verlies aan BMD, is de relatie met fracturen zwakker dan met de dagdosering GC (van Staa, ###b) Het relatieve risico op heupfracturen is toegenomen en dosis-afhankelijk niet verhoogd bij prednison ( #,# mg, #,## (##% c i #,## tot #,##) bij een dagdosering van #,# tot #,# mg, en #,## (##% c i #,## tot #,##) bij een dosering van #,# mg prednison per dag of meer (van #,## (#,## tot #,##) bij patiënten die minder dan #,# mg prednison per dag nemen tot #,## (#,## tot #,##) in de groep die #,# mg prednison per dag of meer gebruikt (Van Staa, ###a) In een meta-analyse van ##,### mannen en vrouwen uit # prospectieve cohortstudies, eerder en huidig GC-gebruik was geassocieerd met een toegenomen fractuurrisico voor alle leeftijden van <LEEFTIJD> jaar en hoger het relatieve risico op een fractuur varieerde van #,## op de leeftijd van ##, tot #,## op <LEEFTIJD>-jarige leeftijd; voor heupfracturen het relatieve risico Voor de individuele patiënt is behalve het relatieve risico, ook het absolute risico van belang met behulp van de FRAX-score (https //(WEBLINK)) kan hier een indruk van worden verkregen van het tien-jaar risico op een ââmajor fractureââ (pols, bovenarm, heup, wervel) of op een heupfractuur Hoewel deze methode ook nadelen heeft, zo worden wervelfracturen en valevents niet gescoord, kan deze methode kan een zinvolle aanvulling zijn in een gesprek met de patiënt (âshared decision makingâ) omtrent het wel of niet starten met medicatie hiermee krijgt de patiënt meer de regie over zijn/haar eigen Omdat het fractuurrisico dosisafhankelijk is, kan het risico op fracturen ##% hoger worden De implementatie van het gebruik van medicatie ter preventie van fracturen bij GCgebruikers is suboptimaal in de wereldwijde GLOW-studie, een onderzoek in ## sites in ## landen in Europa, Noord- Amerika en Australië kreeg slechts ##% van de GC-medicatie ter preventie van fracturen (Silverman ###) In het Zinnige Zorg project was dat in <LOCATIE>.
| 737 | nvr |
dan #,# mg prednison per dag nemen tot #,## (#,## tot #,##) in de groep die #,# mg prednison per dag of meer gebruikt (Van Staa, ###a) In een meta-analyse van ##,### mannen en vrouwen uit # prospectieve cohortstudies, eerder en huidig GC-gebruik was geassocieerd met een toegenomen fractuurrisico voor alle leeftijden van <LEEFTIJD> jaar en hoger het relatieve risico op een fractuur varieerde van #,## op de leeftijd van ##, tot #,## op <LEEFTIJD>-jarige leeftijd; voor heupfracturen het relatieve risico Voor de individuele patiënt is behalve het relatieve risico, ook het absolute risico van belang met behulp van de FRAX-score (https //(WEBLINK)) kan hier een indruk van worden verkregen van het tien-jaar risico op een ââmajor fractureââ (pols, bovenarm, heup, wervel) of op een heupfractuur Hoewel deze methode ook nadelen heeft, zo worden wervelfracturen en valevents niet gescoord, kan deze methode kan een zinvolle aanvulling zijn in een gesprek met de patiënt (âshared decision makingâ) omtrent het wel of niet starten met medicatie hiermee krijgt de patiënt meer de regie over zijn/haar eigen Omdat het fractuurrisico dosisafhankelijk is, kan het risico op fracturen ##% hoger worden De implementatie van het gebruik van medicatie ter preventie van fracturen bij GCgebruikers is suboptimaal in de wereldwijde GLOW-studie, een onderzoek in ## sites in ## landen in Europa, Noord- Amerika en Australië kreeg slechts ##% van de GC-medicatie ter preventie van fracturen (Silverman ###) In het Zinnige Zorg project was dat in <LOCATIE> Er is literatuuronderzoek verricht in een netwerk meta-analyse (Ding, ###) bij GCgebruikers werden reducties in wervelfracturen versus placebo gevonden voor teriparatide heupfracturen werden geen klinische verschillen gevonden bij alle bovengenoemde De belangrijke uitkomstmaat verandering in botmineraaldichtheid werd beschreven in drie studies met actieve vergelijkingen (Reid, ###; Saag, ###; Saag, ###) De <LEEFTIJD>-jaar durende studie van Reid (###) vergeleek zoledroninezuur met risedroninezuur en rapporteerde dat zoledroninezuur non-inferieur en ook superieur was in toename van BMD, zowel in de Saag (###) vergeleek in een <LEEFTIJD>-jaar durende studie teriparatide met alendroninezuur en rapporteerde dat bij teriparatide de BMD in de lumbale wervelkolom, femurhals en totale Verder blijkt er ook een klinisch relevante reductie te zijn in het optreden van wervelfracturen bij gebruik van teriparatide vergeleken met alendroninezuur in deze studie De recente studie van Saag (###) vergeleek denosumab met risedroninezuur in een <LEEFTIJD>-jaar durende studie werd een grotere toename in de BMD van de lumbale wervelkolom en totale heup gevonden bij gebruik van denosumab dan bij risedroninezuur Bij het staken van denosumab kan een sterke stijging van de botresorptie tot boven de uitgangswaarde ontstaan, en een verhoogde kans op (multipele) wervelfracturen Dit komt uitgebreider aan Alendroninezuur en risedroninezuur worden vaak beschouwd als middel van eerste keuze bij GIOP ter preventie van fracturen, vanwege de bewezen effectiviteit (toename van BMD versus placebo, en in geval van risedroninezuur, ook reductie van wervelfracturen), de ervaring en relatieve veiligheid van beide middelen, en de lage kostprijs Teriparatide, zoledroninezuur en denosumab worden tweedelijns middelen genoemd.
| 677 | nvr |
netwerk meta-analyse (Ding, ###) bij GCgebruikers werden reducties in wervelfracturen versus placebo gevonden voor teriparatide heupfracturen werden geen klinische verschillen gevonden bij alle bovengenoemde De belangrijke uitkomstmaat verandering in botmineraaldichtheid werd beschreven in drie studies met actieve vergelijkingen (Reid, ###; Saag, ###; Saag, ###) De <LEEFTIJD>-jaar durende studie van Reid (###) vergeleek zoledroninezuur met risedroninezuur en rapporteerde dat zoledroninezuur non-inferieur en ook superieur was in toename van BMD, zowel in de Saag (###) vergeleek in een <LEEFTIJD>-jaar durende studie teriparatide met alendroninezuur en rapporteerde dat bij teriparatide de BMD in de lumbale wervelkolom, femurhals en totale Verder blijkt er ook een klinisch relevante reductie te zijn in het optreden van wervelfracturen bij gebruik van teriparatide vergeleken met alendroninezuur in deze studie De recente studie van Saag (###) vergeleek denosumab met risedroninezuur in een <LEEFTIJD>-jaar durende studie werd een grotere toename in de BMD van de lumbale wervelkolom en totale heup gevonden bij gebruik van denosumab dan bij risedroninezuur Bij het staken van denosumab kan een sterke stijging van de botresorptie tot boven de uitgangswaarde ontstaan, en een verhoogde kans op (multipele) wervelfracturen Dit komt uitgebreider aan Alendroninezuur en risedroninezuur worden vaak beschouwd als middel van eerste keuze bij GIOP ter preventie van fracturen, vanwege de bewezen effectiviteit (toename van BMD versus placebo, en in geval van risedroninezuur, ook reductie van wervelfracturen), de ervaring en relatieve veiligheid van beide middelen, en de lage kostprijs Teriparatide, zoledroninezuur en denosumab worden tweedelijns middelen genoemd vergelijkingen met alendroninezuur of risedroninezuur Er is echter geen duidelijke voorkeur voor één van de drie medicaties uit de tweede lijn; er zijn geen vergelijkende studies tussen Daarnaast zijn er ook andere overwegingen die kunnen bijdragen aan de keuze tussen verschillende medicaties, bijvoorbeeld contra-indicaties, mogelijke bijwerkingen, individuele NB met eerste of tweedelijnsmedicatie wordt bedoel dat een middel als eerste dan wel als tweede keus zou moeten worden ingezet, door huisartsen, osteoporose/fractuur Bij het starten van medicatie ter preventie van fracturen tijdens gebruik van patiënten Patiënten met GC-gebruik hebben een hoog risico op fracturen als zij naar verwachting langer dan # maanden prednison ⥠#,# mg per dag zullen gebruiken voor hun onderliggende aandoening Meestal is er dan ook activiteit van de onderliggende aandoening, die ook een negatief effect op de botsterkte heeft Er is een directe behandelingsindicatie, dus ook zonder aanvullende risicofactoren en/of diagnostiek bij leeftijd boven de <LEEFTIJD> jaar (mannen en vrouwen), maar ook bij patiënten van ## tot <LEEFTIJD> jaar, in en/of klinische wervelfractuur, bevestigd op DXA (VFA) of röntgenfoto (minimaal Overigens wordt wel geadviseerd om ook een DXA/VFA te maken, als uitgangswaarde die bij Daarnaast zal een beperkt deel van de patiënten tussen ## en <LEEFTIJD> jaar ook in aanmerking komen voor therapie, indien er een aanvullende DXA/VFA wordt gemaakt en waarbij alsnog (radiologische) wervelfractuur op DXA (VFA) of röntgenfoto (minimaal graad #, Het is van om op te merken dat er bij GIOP vaak ook comorbiditeit is (de onderliggende ziekte) en een verlaagde fractuurdrempel, oftewel een verhoogd fractuurrisico.
| 625 | nvr |
geen duidelijke voorkeur voor één van de drie medicaties uit de tweede lijn; er zijn geen vergelijkende studies tussen Daarnaast zijn er ook andere overwegingen die kunnen bijdragen aan de keuze tussen verschillende medicaties, bijvoorbeeld contra-indicaties, mogelijke bijwerkingen, individuele NB met eerste of tweedelijnsmedicatie wordt bedoel dat een middel als eerste dan wel als tweede keus zou moeten worden ingezet, door huisartsen, osteoporose/fractuur Bij het starten van medicatie ter preventie van fracturen tijdens gebruik van patiënten Patiënten met GC-gebruik hebben een hoog risico op fracturen als zij naar verwachting langer dan # maanden prednison ⥠#,# mg per dag zullen gebruiken voor hun onderliggende aandoening Meestal is er dan ook activiteit van de onderliggende aandoening, die ook een negatief effect op de botsterkte heeft Er is een directe behandelingsindicatie, dus ook zonder aanvullende risicofactoren en/of diagnostiek bij leeftijd boven de <LEEFTIJD> jaar (mannen en vrouwen), maar ook bij patiënten van ## tot <LEEFTIJD> jaar, in en/of klinische wervelfractuur, bevestigd op DXA (VFA) of röntgenfoto (minimaal Overigens wordt wel geadviseerd om ook een DXA/VFA te maken, als uitgangswaarde die bij Daarnaast zal een beperkt deel van de patiënten tussen ## en <LEEFTIJD> jaar ook in aanmerking komen voor therapie, indien er een aanvullende DXA/VFA wordt gemaakt en waarbij alsnog (radiologische) wervelfractuur op DXA (VFA) of röntgenfoto (minimaal graad #, Het is van om op te merken dat er bij GIOP vaak ook comorbiditeit is (de onderliggende ziekte) en een verlaagde fractuurdrempel, oftewel een verhoogd fractuurrisico voor een start met een tweedelijnsmiddel, bijvoorbeeld bij meer dan # maanden ⥠#,# mg prednison per dag, bij iemand met een of meer aanvullende risicofactoren leeftijd Dan kan direct gekozen worden voor tweedelijnstherapie zoledroninezuur, denosumab, of teriparatide, en niet voor initieel een oraal bisfosfonaat (Raterman, Uit een grote studie van Staa (###) met ### ### GC users en ### ### controles, is gebleken dat het risico op botbreuken al (licht) verhoogd is bij gebruik van ) #,# mg prednison per Voor patiënten met een dagdosering van prednison tussen ⥠#,# en ( #,# mg per dag gedurende tenminste # maanden is het risico op fracturen lager dan bij gebruik van ⥠#,# mg per dag bij patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een dagdosering van prednison ⥠#,# en (#,# mg per dag is eerst aanvullend een DXA/VFA nodig voor het beoordelen van het fractuurrisico Dit is verhoogd indien bij aanvullend onderzoek blijkt dat hoogteverlies ) ##%) Vanwege het prednisongebruik en genoemde afwijkingen bij lichamelijk onderzoek is er indicatie voor medicatie ter preventie van fracturen Patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar en met een prednisondagdosering ⥠#,# mg per dag en ( #,# mg per dag, hebben vanwege hun lage leeftijd en geen vanwege de lage prednison Wat te doen bij de patiënten die niet aan de criteria voldoen voor botversterkende therapie niet starten met botversterkende therapie is een voor de hand liggende optie, maar samen met de patiënt een FRAX-berekening maken op het <LEEFTIJD>-jaars risico op een heupfractuur of.
| 658 | nvr |
dan # maanden ⥠#,# mg prednison per dag, bij iemand met een of meer aanvullende risicofactoren leeftijd Dan kan direct gekozen worden voor tweedelijnstherapie zoledroninezuur, denosumab, of teriparatide, en niet voor initieel een oraal bisfosfonaat (Raterman, Uit een grote studie van Staa (###) met ### ### GC users en ### ### controles, is gebleken dat het risico op botbreuken al (licht) verhoogd is bij gebruik van ) #,# mg prednison per Voor patiënten met een dagdosering van prednison tussen ⥠#,# en ( #,# mg per dag gedurende tenminste # maanden is het risico op fracturen lager dan bij gebruik van ⥠#,# mg per dag bij patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder met een dagdosering van prednison ⥠#,# en (#,# mg per dag is eerst aanvullend een DXA/VFA nodig voor het beoordelen van het fractuurrisico Dit is verhoogd indien bij aanvullend onderzoek blijkt dat hoogteverlies ) ##%) Vanwege het prednisongebruik en genoemde afwijkingen bij lichamelijk onderzoek is er indicatie voor medicatie ter preventie van fracturen Patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar en met een prednisondagdosering ⥠#,# mg per dag en ( #,# mg per dag, hebben vanwege hun lage leeftijd en geen vanwege de lage prednison Wat te doen bij de patiënten die niet aan de criteria voldoen voor botversterkende therapie niet starten met botversterkende therapie is een voor de hand liggende optie, maar samen met de patiënt een FRAX-berekening maken op het <LEEFTIJD>-jaars risico op een heupfractuur of zogenaamde âshared-decision makingâ Het voordeel is dat het de patiënt inzicht geeft in het fractuurrisico, en op grond daarvan kan aangeven of hij/zij een behandeling met medicatie ter preventie van fracturen wil (of niet) de patiënt krijgt de meer de regie van zijn/haar behandeling Een nadeel is dat er geen consensus is over de drempelwaarde waarboven botversterkende therapie geïndiceerd is Wellicht is hierbij de Amerikaanse ACR ### richtlijn nuttig daar wordt gesteld dat een <LEEFTIJD>-jaars risico op een heupfractuur van ) #% en/of een risico van ) ##% op eenâ major osteoporotic fracture âeen indicatie voor Indien patiënten minder dan #,# mg prednison per dag gebruiken, ongeacht de leeftijd, wordt dit zonder bijkomende risicofactoren beschouwd als eenââ normaalââ fractuurrisico Dus alleen als er andere risicofactoren dan GC (geslacht, BMI, immobiliteit) (zie module âIdentificatie voor aanvullend onderzoekâ) een rol spelen, kan er indicatie zijn voor nadere Bij premenopauzale vrouwen en jonge mannen (( <LEEFTIJD> jaar) is er weinig tot geen bewijs met betrekking tot effectiviteit van medicatie ter preventie van fracturen, maar ook met betrekking tot veiligheid ten opzichte van de foetus, hoewel dit laatste mee lijkt te vallen In algemene zin kan gesteld worden dat het absolute fractuurrisico in deze specifieke populatie laag is, waarmee de noodzaak tot behandelen minder aanwezig is In individuele gevallen is er sprake van een hoog risico (bijvoorbeeld bij voorgeschiedenis van multipele fracturen en/of extreem lage Z-scores), waarbij de ACR-GIOP richtlijn ### dan wel de ECTS-richtlijn.
| 666 | nvr |
is dat het de patiënt inzicht geeft in het fractuurrisico, en op grond daarvan kan aangeven of hij/zij een behandeling met medicatie ter preventie van fracturen wil (of niet) de patiënt krijgt de meer de regie van zijn/haar behandeling Een nadeel is dat er geen consensus is over de drempelwaarde waarboven botversterkende therapie geïndiceerd is Wellicht is hierbij de Amerikaanse ACR ### richtlijn nuttig daar wordt gesteld dat een <LEEFTIJD>-jaars risico op een heupfractuur van ) #% en/of een risico van ) ##% op eenâ major osteoporotic fracture âeen indicatie voor Indien patiënten minder dan #,# mg prednison per dag gebruiken, ongeacht de leeftijd, wordt dit zonder bijkomende risicofactoren beschouwd als eenââ normaalââ fractuurrisico Dus alleen als er andere risicofactoren dan GC (geslacht, BMI, immobiliteit) (zie module âIdentificatie voor aanvullend onderzoekâ) een rol spelen, kan er indicatie zijn voor nadere Bij premenopauzale vrouwen en jonge mannen (( <LEEFTIJD> jaar) is er weinig tot geen bewijs met betrekking tot effectiviteit van medicatie ter preventie van fracturen, maar ook met betrekking tot veiligheid ten opzichte van de foetus, hoewel dit laatste mee lijkt te vallen In algemene zin kan gesteld worden dat het absolute fractuurrisico in deze specifieke populatie laag is, waarmee de noodzaak tot behandelen minder aanwezig is In individuele gevallen is er sprake van een hoog risico (bijvoorbeeld bij voorgeschiedenis van multipele fracturen en/of extreem lage Z-scores), waarbij de ACR-GIOP richtlijn ### dan wel de ECTS-richtlijn geen betere bewijskracht van effectiviteit en veiligheid in deze specifieke populatie is In het geval van langdurig chronisch prednisolon gebruik (bijvoorbeeld langer dan <LEEFTIJD> jaar GC gebruik) dient naast het doel en voordeel van verhogen van de fractuurdrempel bij prednison gebruik door middel van medicatie ter preventie van fracturen middels (oraal) bisfosfonaat het potentiële risico op zeldzame maar wel ernstige bijwerkingen van atypische femurfracturen en osteonecrose van de kaak meegewogen worden In dit soort gevallen zou een keuze voor een tweedelijns middel met een ander, anabool, werkingsmechanisme een Een ander belangrijk punt is wat te doen bij afbouwen van en stoppen met de GC Osteoporose-medicatie dient gecontinueerd te worden gedurende de hele periode van GC gebruik; indien GC volledig is afgebouwd dient risico-evaluatie te volgen (DXA/VFA) en aan de hand daarvan bepaald te worden of er nog steeds een indicatie is voor therapie Als bij evaluatie blijkt dat ook zonder GC er nog een verhoogd fractuurrisico is, wordt geadviseerd om de medicatie ter preventie van fracturen te continueren dit kan het geval zijn bij een T-score ( -#,# in lumbale wervelkolom en/of heup, of een incidente of prevalente De medicatie ter preventie van fracturen kan gestopt worden bij GC-gebruikers die geen Tscore ( -#,# hebben, geen wervelfractuur en geen recente niet-wervelfractuur Van teriparatide en vooral van denosumab is bekend dat het staken gepaard kan gaan met wervelfracturen Na staken met deze middelen is continueren van therapie met een Aanvullend onderzoek naar botkwaliteit met TBS (Trabecular Bone Score) of HRpQCT hebben wel waarde in wetenschappelijk onderzoek, maar (nog) niet in de dagelijkse.
| 620 | nvr |
In het geval van langdurig chronisch prednisolon gebruik (bijvoorbeeld langer dan <LEEFTIJD> jaar GC gebruik) dient naast het doel en voordeel van verhogen van de fractuurdrempel bij prednison gebruik door middel van medicatie ter preventie van fracturen middels (oraal) bisfosfonaat het potentiële risico op zeldzame maar wel ernstige bijwerkingen van atypische femurfracturen en osteonecrose van de kaak meegewogen worden In dit soort gevallen zou een keuze voor een tweedelijns middel met een ander, anabool, werkingsmechanisme een Een ander belangrijk punt is wat te doen bij afbouwen van en stoppen met de GC Osteoporose-medicatie dient gecontinueerd te worden gedurende de hele periode van GC gebruik; indien GC volledig is afgebouwd dient risico-evaluatie te volgen (DXA/VFA) en aan de hand daarvan bepaald te worden of er nog steeds een indicatie is voor therapie Als bij evaluatie blijkt dat ook zonder GC er nog een verhoogd fractuurrisico is, wordt geadviseerd om de medicatie ter preventie van fracturen te continueren dit kan het geval zijn bij een T-score ( -#,# in lumbale wervelkolom en/of heup, of een incidente of prevalente De medicatie ter preventie van fracturen kan gestopt worden bij GC-gebruikers die geen Tscore ( -#,# hebben, geen wervelfractuur en geen recente niet-wervelfractuur Van teriparatide en vooral van denosumab is bekend dat het staken gepaard kan gaan met wervelfracturen Na staken met deze middelen is continueren van therapie met een Aanvullend onderzoek naar botkwaliteit met TBS (Trabecular Bone Score) of HRpQCT hebben wel waarde in wetenschappelijk onderzoek, maar (nog) niet in de dagelijkse Patiënten die glucocorticoïden (GC) gebruiken zijn primair in behandeling voor die specifieke (ernstige) aandoening Het sterk verhoogd risico op versneld botverlies komt daar nu als onplezierige verassing nog bovenop inclusief het advies voor aanvullende medicatie Er is behoefte aan heldere uitleg over het verhoogde risico op fracturen, maar vooral ook over de mogelijke gevolgen van die fracturen Ofwel de risicoâs op immobiliteit en verlies van onafhankelijkheid door heupfracturen en /of (meerdere) wervelfracturen, want daar gaat Doordat de medicamenteuze behandeling van de osteoporose geen behandeling is voor de primaire ziekte is gebruiksgemak waarschijnlijk een belangrijk onderdeel voor de afweging, welke medicatie te adviseren Onnodige extra belasting van de patiënt kan daarmee In de voorgestelde behandeling zal zeker extra aandacht moeten zijn voor de leefstijlonderdelen, waarbij rekening gehouden moet worden met de beperkingen die de primaire aandoening mogelijk met zich mee kan brengen <PERSOON> zo nodig naar een Ook voor de primaire aandoening kunnen deze leefstijladviezen een aanvullend positief effect hebben Zo ontstaat een dubbele motivatie voor dit onderdeel van de therapie en zal Osteoporosemedicatie heeft structureel te maken met veel aandacht en misverstanden voor de toch zeldzame mogelijke bijwerkingen (Het middel is erger dan de kwaal) Voor veel patiënten een reden om maar niet te starten of toch maar te stoppen als ze thuis de bijsluiter lezen of internet raadplegen Een heldere uitleg vooraf over de zeldzame, maar veel besproken bijwerkingen zoals kaaknecrose en maag/darm problemen kan de drempel effectief verlagen.
| 565 | nvr |
Patiënten die glucocorticoïden (GC) gebruiken zijn primair in behandeling voor die specifieke (ernstige) aandoening Het sterk verhoogd risico op versneld botverlies komt daar nu als onplezierige verassing nog bovenop inclusief het advies voor aanvullende medicatie Er is behoefte aan heldere uitleg over het verhoogde risico op fracturen, maar vooral ook over de mogelijke gevolgen van die fracturen Ofwel de risicoâs op immobiliteit en verlies van onafhankelijkheid door heupfracturen en /of (meerdere) wervelfracturen, want daar gaat Doordat de medicamenteuze behandeling van de osteoporose geen behandeling is voor de primaire ziekte is gebruiksgemak waarschijnlijk een belangrijk onderdeel voor de afweging, welke medicatie te adviseren Onnodige extra belasting van de patiënt kan daarmee In de voorgestelde behandeling zal zeker extra aandacht moeten zijn voor de leefstijlonderdelen, waarbij rekening gehouden moet worden met de beperkingen die de primaire aandoening mogelijk met zich mee kan brengen <PERSOON> zo nodig naar een Ook voor de primaire aandoening kunnen deze leefstijladviezen een aanvullend positief effect hebben Zo ontstaat een dubbele motivatie voor dit onderdeel van de therapie en zal Osteoporosemedicatie heeft structureel te maken met veel aandacht en misverstanden voor de toch zeldzame mogelijke bijwerkingen (Het middel is erger dan de kwaal) Voor veel patiënten een reden om maar niet te starten of toch maar te stoppen als ze thuis de bijsluiter lezen of internet raadplegen Een heldere uitleg vooraf over de zeldzame, maar veel besproken bijwerkingen zoals kaaknecrose en maag/darm problemen kan de drempel effectief verlagen medicatie zijn en dat in overleg kan worden overgestapt op een ander middel indien er zich toch bijwerkingen voordoen Maak afspraken over met wie de patiënt contact kan opnemen bij het ervaren van mogelijke bijwerkingen Volg dit desnoods actief op bij twijfel of de medicatie wel genomen zal worden Informeer de huisarts over de voorgeschreven <PERSOON> voor aanvullende informatie naar de website van de patiëntenvereniging De middelen van eerste keuze zijn de orale bisfosfonaten, die effectief en relatief safe zijn, waarmee jarenlange ervaring is en die goedkoop zijn De tweedelijns middelen (denosumab, teriparatide en zoledroninezuur) hebben een hogere kostprijs dan orale bisfosfonaten (vooral teriparatide), maar alle drie hebben in studies superioriteit aangetoond ten opzichte van orale bisfosfonaten Tweedelijns middelen kunnen na orale bisfosfonaten worden ingezet in geval van bijwerkingen, contra-indicaties, slechte therapietrouw en/of falen op therapie, en als initiële therapie bij GC-patiënten met een sterk verhoogd risico op De kennis dat het fractuurrisico verhoogd is tijdens gebruik van GC is wijd verspreid, zowel bij (para)medici als bij patiënten Er zijn effectieve middelen van eerste keuze beschikbaar, de orale bisfosfonaten, die effectief zijn, relatief veilig, goedkoop en waarmee veel ervaring De aanvaardbaarheid en haalbaarheid lijken dus goed, maar uit onderzoek blijkt dat de implementatie bij GC-patiënten nationaal en internationaal achterblijft (Zinnige Zorg, Glowstudie) In het Zinnige Zorg project bleek dat in <LOCATIE> na # maanden behandeling met meer dan #,# mg prednison per dag slechts ##% botsparende medicatie gebruikt werd, na # Bij de implementatie spelen facilitators en barrières een rol.
| 577 | nvr |
overgestapt op een ander middel indien er zich toch bijwerkingen voordoen Maak afspraken over met wie de patiënt contact kan opnemen bij het ervaren van mogelijke bijwerkingen Volg dit desnoods actief op bij twijfel of de medicatie wel genomen zal worden Informeer de huisarts over de voorgeschreven <PERSOON> voor aanvullende informatie naar de website van de patiëntenvereniging De middelen van eerste keuze zijn de orale bisfosfonaten, die effectief en relatief safe zijn, waarmee jarenlange ervaring is en die goedkoop zijn De tweedelijns middelen (denosumab, teriparatide en zoledroninezuur) hebben een hogere kostprijs dan orale bisfosfonaten (vooral teriparatide), maar alle drie hebben in studies superioriteit aangetoond ten opzichte van orale bisfosfonaten Tweedelijns middelen kunnen na orale bisfosfonaten worden ingezet in geval van bijwerkingen, contra-indicaties, slechte therapietrouw en/of falen op therapie, en als initiële therapie bij GC-patiënten met een sterk verhoogd risico op De kennis dat het fractuurrisico verhoogd is tijdens gebruik van GC is wijd verspreid, zowel bij (para)medici als bij patiënten Er zijn effectieve middelen van eerste keuze beschikbaar, de orale bisfosfonaten, die effectief zijn, relatief veilig, goedkoop en waarmee veel ervaring De aanvaardbaarheid en haalbaarheid lijken dus goed, maar uit onderzoek blijkt dat de implementatie bij GC-patiënten nationaal en internationaal achterblijft (Zinnige Zorg, Glowstudie) In het Zinnige Zorg project bleek dat in <LOCATIE> na # maanden behandeling met meer dan #,# mg prednison per dag slechts ##% botsparende medicatie gebruikt werd, na # Bij de implementatie spelen facilitators en barrières een rol praktijk moeilijk is om in de acute fase van diagnostiek en start van de behandeling met GC ook nog te starten met medicatie ter preventie van fracturen Maar ook polyfarmacie bij ouderen en onduidelijkheid wie moet voorschrijven, de huisarts of de specialist, kunnen Een andere reden voor het suboptimaal inzetten van medicatie ter preventie van fracturen NOF), in de dosering GC, de leeftijd, de T-score en het wel of niet gebruik van FRAX waarbij gestart dient te worden met medicatie ter preventie van fracturen Een facilitator is dat er wel overeenstemming is dat orale bisfosfonaten eerste keuze middelen zijn, en dat teriparatide, zoledroninezuur en denosumab tweede keuze middelen zijn, en ook dat in hoogrisico-patiënten direct gestart kan worden met botversterkende therapie Daarnaast zijn sommige richtlijnen erg complex, bijvoorbeeld die van de ACR ### dat Medicatie ter preventie van fracturen kan geïndiceerd bij patiënten met GC-gebruik, daarnaast zijn lifestyle maatregelen ook van belang, omdat deze maatregelen bijdragen aan botsterkte, en omdat alle medicatie ter preventie van fracturen onderzocht is met adequate De blootstelling aan zonlicht bij zieke patiënten met GC verminderd kan zijn <PERSOON> voeding, met ook voldoende magnesium, vitamine K, eiwit essentieel zijn voor Gebruik van GC en de onderliggende ziekte kunnen leiden tot spierzwakte en een Gebruik van andere immunosuppressiva zoals azathioprine, MTX en MMF, de ⢠Een zo kort mogelijke behandeling met een zo laag mogelijke dosis ⢠voldoende calcium (minimaal ### tot ### mg per dag) en vitamine D; ⢠een optimale behandeling van de onderliggende aandoening, zo nodig ook door.
| 603 | nvr |
acute fase van diagnostiek en start van de behandeling met GC ook nog te starten met medicatie ter preventie van fracturen Maar ook polyfarmacie bij ouderen en onduidelijkheid wie moet voorschrijven, de huisarts of de specialist, kunnen Een andere reden voor het suboptimaal inzetten van medicatie ter preventie van fracturen NOF), in de dosering GC, de leeftijd, de T-score en het wel of niet gebruik van FRAX waarbij gestart dient te worden met medicatie ter preventie van fracturen Een facilitator is dat er wel overeenstemming is dat orale bisfosfonaten eerste keuze middelen zijn, en dat teriparatide, zoledroninezuur en denosumab tweede keuze middelen zijn, en ook dat in hoogrisico-patiënten direct gestart kan worden met botversterkende therapie Daarnaast zijn sommige richtlijnen erg complex, bijvoorbeeld die van de ACR ### dat Medicatie ter preventie van fracturen kan geïndiceerd bij patiënten met GC-gebruik, daarnaast zijn lifestyle maatregelen ook van belang, omdat deze maatregelen bijdragen aan botsterkte, en omdat alle medicatie ter preventie van fracturen onderzocht is met adequate De blootstelling aan zonlicht bij zieke patiënten met GC verminderd kan zijn <PERSOON> voeding, met ook voldoende magnesium, vitamine K, eiwit essentieel zijn voor Gebruik van GC en de onderliggende ziekte kunnen leiden tot spierzwakte en een Gebruik van andere immunosuppressiva zoals azathioprine, MTX en MMF, de ⢠Een zo kort mogelijke behandeling met een zo laag mogelijke dosis ⢠voldoende calcium (minimaal ### tot ### mg per dag) en vitamine D; ⢠een optimale behandeling van de onderliggende aandoening, zo nodig ook door verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken voor hun onderliggende aandoening Er is een directe behandelingsindicatie, dus ook zonder BMDmeting, bij leeftijd boven de <LEEFTIJD> jaar (mannen en vrouwen), of tussen ## en <LEEFTIJD> jaar, in Hiermee kan dus bij alle ##-plussers die tenminste # maanden prednison ⥠#,# mg per dag gebruiken direct gestart worden starten met medicatie ter preventie van fracturen, onafhankelijk van de uitslag van de BMD-meting Mogelijk kan dit direct starten met medicatie ter preventie van fracturen de treatment-gap verminderen; het sluit ook aan bij internationale richtlijnen van IOF/ECTS en NOF Overigens wordt wel geadviseerd om een DXA/VFA te maken, als uitgangswaarde die bij de follow-up van belang kan zijn Daarnaast zal een beperkt deel van de patiënten tussen ## en <LEEFTIJD> jaar ook direct in aanmerking komen voor therapie, in geval van een recente (( <LEEFTIJD> jaar) niet-wervelfractuur en/of klinische beschikbaar zijn die het risico op wervelfracturen reduceren (risedroninezuur, denosumab, Start bij patiënten ⥠<LEEFTIJD> jaar, die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken, direct met medicatie ter preventie van fracturen, onafhankelijk Start bij patiënten ## tot <LEEFTIJD> jaar, die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken direct met medicatie ter preventie van fracturen in ⢠en/of klinische wervelfractuur, bevestigd met beeldvorming op DXA (VFA) of Start bij patiënten ## tot <LEEFTIJD> jaar, zonder recente niet-wervelfractuur of klinische.
| 635 | nvr |
# maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken voor hun onderliggende aandoening Er is een directe behandelingsindicatie, dus ook zonder BMDmeting, bij leeftijd boven de <LEEFTIJD> jaar (mannen en vrouwen), of tussen ## en <LEEFTIJD> jaar, in Hiermee kan dus bij alle ##-plussers die tenminste # maanden prednison ⥠#,# mg per dag gebruiken direct gestart worden starten met medicatie ter preventie van fracturen, onafhankelijk van de uitslag van de BMD-meting Mogelijk kan dit direct starten met medicatie ter preventie van fracturen de treatment-gap verminderen; het sluit ook aan bij internationale richtlijnen van IOF/ECTS en NOF Overigens wordt wel geadviseerd om een DXA/VFA te maken, als uitgangswaarde die bij de follow-up van belang kan zijn Daarnaast zal een beperkt deel van de patiënten tussen ## en <LEEFTIJD> jaar ook direct in aanmerking komen voor therapie, in geval van een recente (( <LEEFTIJD> jaar) niet-wervelfractuur en/of klinische beschikbaar zijn die het risico op wervelfracturen reduceren (risedroninezuur, denosumab, Start bij patiënten ⥠<LEEFTIJD> jaar, die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken, direct met medicatie ter preventie van fracturen, onafhankelijk Start bij patiënten ## tot <LEEFTIJD> jaar, die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken direct met medicatie ter preventie van fracturen in ⢠en/of klinische wervelfractuur, bevestigd met beeldvorming op DXA (VFA) of Start bij patiënten ## tot <LEEFTIJD> jaar, zonder recente niet-wervelfractuur of klinische zullen gebruiken met medicatie ter preventie van fracturen indien bij aanvullende Patiënten met glucocorticoïden gebruik van <LEEFTIJD> jaar en ouder die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken voor hun onderliggende aandoening, hebben een licht verhoogd risico op fracturen Bij hen is er geen indicatie voor direct starten met botversterkende therapie, eerst dient aanvullend onderzoek plaats te vinden Hun risico op fracturen wordt hoger indien bij wervelfractuur op DXA (VFA) of röntgenfoto (minimaal graad #, hoogteverlies ) ##%) Start bij patiënten ⥠<LEEFTIJD> jaar die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg en ( #,# mg prednison per dag zullen gebruiken, met medicatie ter preventie van fracturen ⢠wervelfractuur op DXA (VFA) of röntgenfoto <PERSOON> (minimaal graad #, ) ##% Van risedroninezuur, zoledroninezuur en teriparatide is reductie van wervelfracturen aangetoond tijdens GC-gebruik Risedroninezuur is daarmee eerste keus, omdat het effectief en relatief veilig is, er jarenlange ervaring mee is, en omdat het goedkoop is De werkgroep vindt dat alendroninezuur ook eerste keus is het werkingsmechanisme komt overeen met dat van risedroninezuur, de resultaten bij veel grotere studies met postmenopauzale vrouwen en mannen zijn vergelijkbaar of beter dan van risedroninezuur, en alendroninezuur krijgt in nationale en in internationale richtlijnen dezelfde plaats als Zoledroninezuur en teriparatide zijn geen eerste keus, vanwege de hogere kostprijs Schrijf als eerste keuze orale bisfosfonaten (alendroninezuur of risedroninezuur) voor aan patiënten met glucocorticoïden gebruik en een verhoogd risico op fracturen Teriparatide, denosumab en zoledroninezuur zijn in head to head studies superieur gebleken.
| 659 | nvr |
met glucocorticoïden gebruik van <LEEFTIJD> jaar en ouder die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg per dag zullen gebruiken voor hun onderliggende aandoening, hebben een licht verhoogd risico op fracturen Bij hen is er geen indicatie voor direct starten met botversterkende therapie, eerst dient aanvullend onderzoek plaats te vinden Hun risico op fracturen wordt hoger indien bij wervelfractuur op DXA (VFA) of röntgenfoto (minimaal graad #, hoogteverlies ) ##%) Start bij patiënten ⥠<LEEFTIJD> jaar die naar verwachting langer dan # maanden prednison ) #,# mg en ( #,# mg prednison per dag zullen gebruiken, met medicatie ter preventie van fracturen ⢠wervelfractuur op DXA (VFA) of röntgenfoto <PERSOON> (minimaal graad #, ) ##% Van risedroninezuur, zoledroninezuur en teriparatide is reductie van wervelfracturen aangetoond tijdens GC-gebruik Risedroninezuur is daarmee eerste keus, omdat het effectief en relatief veilig is, er jarenlange ervaring mee is, en omdat het goedkoop is De werkgroep vindt dat alendroninezuur ook eerste keus is het werkingsmechanisme komt overeen met dat van risedroninezuur, de resultaten bij veel grotere studies met postmenopauzale vrouwen en mannen zijn vergelijkbaar of beter dan van risedroninezuur, en alendroninezuur krijgt in nationale en in internationale richtlijnen dezelfde plaats als Zoledroninezuur en teriparatide zijn geen eerste keus, vanwege de hogere kostprijs Schrijf als eerste keuze orale bisfosfonaten (alendroninezuur of risedroninezuur) voor aan patiënten met glucocorticoïden gebruik en een verhoogd risico op fracturen Teriparatide, denosumab en zoledroninezuur zijn in head to head studies superieur gebleken reductie in wervelfracturen Deze middelen hebben echter ook een hogere kostprijs ze kunnen ingezet worden als tweede keuze therapie, bij patiënten waarbij behandeling met orale bisfosfonaten niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij patiënten die orale bisfosfonaten niet Schrijf als tweede keuze teriparatide, zoledroninezuur of denosumab voor bij patiënten met Rationale van de aanbeveling weging van argumenten voor en tegen de interventie worden, is er gebrek aan inzicht in en motivatie voor medicamenteuze therapie of zijn er andere redenen? Afhankelijk hiervan kan een tweede keuze therapie overwogen worden adequate therapie, of suboptimale therapie of werkzaamheid, of een adequaat trauma (zie module âfollow-upâ Afhankelijk hiervan kan een tweede keuze therapie overwogen worden reductie in wervelfracturen Deze middelen hebben echter ook een hogere kostprijs Het kan overwogen worden om deze medicatie in te zetten als tweede keuze therapie, bij patiënten die een slechte therapietrouw hebben, of bij patiënten met een nieuwe fractuur na Overweeg tweede keuze teriparatide, zoledroninezuur of denosumab bij patiënten met glucocorticoïden gebruik en een verhoogd risico op fracturen met ⢠een nieuwe fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie Een klein aantal glucocorticoïden patiënten heeft een sterk verhoogd risico op een grote BMD-daling en op fracturen, vanwege een hoge dosis glucocorticoïden (initieel ) #,# mg per kilogram lichaamsgewicht) en een heftige ziekteactiviteit Starten met orale bisfosfonaten is hier suboptimaal en direct starten met tweedelijns parenterale therapie is te prefereren Het betreft patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder (mannen of vrouwen) In combinatie met minimaal twee van de drie volgende risicofactoren.
| 619 | nvr |
hebben echter ook een hogere kostprijs ze kunnen ingezet worden als tweede keuze therapie, bij patiënten waarbij behandeling met orale bisfosfonaten niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij patiënten die orale bisfosfonaten niet Schrijf als tweede keuze teriparatide, zoledroninezuur of denosumab voor bij patiënten met Rationale van de aanbeveling weging van argumenten voor en tegen de interventie worden, is er gebrek aan inzicht in en motivatie voor medicamenteuze therapie of zijn er andere redenen? Afhankelijk hiervan kan een tweede keuze therapie overwogen worden adequate therapie, of suboptimale therapie of werkzaamheid, of een adequaat trauma (zie module âfollow-upâ Afhankelijk hiervan kan een tweede keuze therapie overwogen worden reductie in wervelfracturen Deze middelen hebben echter ook een hogere kostprijs Het kan overwogen worden om deze medicatie in te zetten als tweede keuze therapie, bij patiënten die een slechte therapietrouw hebben, of bij patiënten met een nieuwe fractuur na Overweeg tweede keuze teriparatide, zoledroninezuur of denosumab bij patiënten met glucocorticoïden gebruik en een verhoogd risico op fracturen met ⢠een nieuwe fractuur na tenminste <LEEFTIJD> jaar therapie Een klein aantal glucocorticoïden patiënten heeft een sterk verhoogd risico op een grote BMD-daling en op fracturen, vanwege een hoge dosis glucocorticoïden (initieel ) #,# mg per kilogram lichaamsgewicht) en een heftige ziekteactiviteit Starten met orale bisfosfonaten is hier suboptimaal en direct starten met tweedelijns parenterale therapie is te prefereren Het betreft patiënten van <LEEFTIJD> jaar en ouder (mannen of vrouwen) In combinatie met minimaal twee van de drie volgende risicofactoren Overweeg direct te starten met parenterale medicatie (denosumab, teriparatide of ⢠die behandeld worden met ⥠#,# mg prednison per dag gedurende # maanden ⢠die een zeer hoog fractuurrisico hebben, bijvoorbeeld in geval van een of ⢠een wervelfractuur graad #, bevestigd met beeldvorming (minimaal ⥠##% Een ander belangrijk punt is wat te doen bij afbouwen van en stoppen met de periode van GC gebruik; indien glucocorticoïden volledig is afgebouwd dient risico-evaluatie te volgen (DXA/VFA) en aan de hand daarvan bepaald te worden of er nog steeds een De medicatie ter preventie van fracturen kan gestopt worden bij glucocorticoïden gebruikers die geen T-score ( -#,# hebben, geen wervelfractuur en geen recente niet-wervelfractuur Stop ook de botversterkende medicatie na het stoppen met glucocorticoïden bij <PERSOON> KE et al ### American College of Rheumatology Guideline for the Prevention and Treatment of <PERSOON> C, <PERSOON> N et al UK clinical guideline for the prevention and treatment of osteoporosis Arch Osteoporos ###;##(#) ## Ding, <PERSOON>, J , <PERSOON>, Q , <PERSOON>, Y , <PERSOON>, X , & <PERSOON> and Safety of <PERSOON> of Clinical Endocrinology & Metabolism, ###(#), dgz### Grossman JM, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> W et al American College of Rheumatology ### recommendations for the prevention and treatment of glucocorticoid-induced osteoporosis.
| 629 | nvr |
Overweeg direct te starten met parenterale medicatie (denosumab, teriparatide of ⢠die behandeld worden met ⥠#,# mg prednison per dag gedurende # maanden ⢠die een zeer hoog fractuurrisico hebben, bijvoorbeeld in geval van een of ⢠een wervelfractuur graad #, bevestigd met beeldvorming (minimaal ⥠##% Een ander belangrijk punt is wat te doen bij afbouwen van en stoppen met de periode van GC gebruik; indien glucocorticoïden volledig is afgebouwd dient risico-evaluatie te volgen (DXA/VFA) en aan de hand daarvan bepaald te worden of er nog steeds een De medicatie ter preventie van fracturen kan gestopt worden bij glucocorticoïden gebruikers die geen T-score ( -#,# hebben, geen wervelfractuur en geen recente niet-wervelfractuur Stop ook de botversterkende medicatie na het stoppen met glucocorticoïden bij <PERSOON> KE et al ### American College of Rheumatology Guideline for the Prevention and Treatment of <PERSOON> C, <PERSOON> N et al UK clinical guideline for the prevention and treatment of osteoporosis Arch Osteoporos ###;##(#) ## Ding, <PERSOON>, J , <PERSOON>, Q , <PERSOON>, Y , <PERSOON>, X , & <PERSOON> and Safety of <PERSOON> of Clinical Endocrinology & Metabolism, ###(#), dgz### Grossman JM, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> W et al American College of Rheumatology ### recommendations for the prevention and treatment of glucocorticoid-induced osteoporosis ###;##(##) ### doi <DATUM> acr ### <PERSOON-##> N et al EULAR evidencebased recommendations on the management of systemic glucocorticoid therapy in <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> IL et al A meta-analysis of prior corticosteroid use and fracture risk <PERSOON-##> F et al A framework for the development of guidelines for the management of glucocorticoidinduced osteoporosis Osteoporos Int ###;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-# <PERSOON-##> WF Current Treatments and New Developments in the <PERSOON-##> acid and risedronate in the prevention and treatment of glucocorticoid-induced osteoporosis (<INSTELLING>) a multicentre, double-blind, doubledummy, randomised controlled trial <PERSOON-##> JD, Messina OD, Morales-Torres J et al <PERSOON-##>, R , See, K ,.
| 549 | nvr |
###;##(##) ### doi <DATUM> acr ### <PERSOON> N et al EULAR evidencebased recommendations on the management of systemic glucocorticoid therapy in <PERSOON> JA, <PERSOON> IL et al A meta-analysis of prior corticosteroid use and fracture risk <PERSOON> F et al A framework for the development of guidelines for the management of glucocorticoidinduced osteoporosis Osteoporos Int ###;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-<PATIENTNUMMER>-# <PERSOON> WF Current Treatments and New Developments in the <PERSOON> acid and risedronate in the prevention and treatment of glucocorticoid-induced osteoporosis (<INSTELLING>) a multicentre, double-blind, doubledummy, randomised controlled trial <PERSOON> JD, Messina OD, Morales-Torres J et al <PERSOON>, R , See, K , & <PERSOON> of teriparatide versus alendronate for treating glucocorticoidâ controlled trial Arthritis & Rheumatism Official Journal of the American College of Silverman S, <PERSOON-##> K, et al International management of bone health in GC-exposed Van Staa TP van, Leufkens HG, Abenhaim L, et al Oral corticosteroids and fracture risk; Osteoporosis in premenopausal women a clinical narrative review by the ECTS and the IOF Van <PERSOON-##> C Use of oral corticosteroids and van <PERSOON-##> HA, de <PERSOON-##> HG, Cooper C A simple score for estimating the long-term risk of fracture in patients using oral glucocorticoids QJM van <PERSOON-##> corticosteroids and fracture from Merck, Sanofi Aventis, Servier, and Table of quality assessment for systematic reviews of RCTs and observational studies Based on AMSTAR checklist (Shea, ###; BMC Methodol # ##; doi <DATUM> ###-###<DATUM> and PRISMA checklist (Moher, ###; PLoS Med # e<PATIENTNUMMER>; doi ## ###/journal pmed<PATIENTNUMMER>) OR electronic search(tiab) OR search strategy(tiab) OR gray literature(tiab) OR grey Module # Inname van calcium en vitamine-D behoefte bij een Wat is de plaats van behandeling met calcium en vitamine-D bij patiënten met hoog vitamine-D bevordert de actieve calciumopname in de darm De bijdrage van vitamine-D afhankelijke actieve calciumopname is met name van belang als er weinig calcium wordt ingenomen (<PERSOON-##>, ###).
| 526 | nvr |
& <PERSOON> of teriparatide versus alendronate for treating glucocorticoidâ controlled trial Arthritis & Rheumatism Official Journal of the American College of Silverman S, <PERSOON> K, et al International management of bone health in GC-exposed Van Staa TP van, Leufkens HG, Abenhaim L, et al Oral corticosteroids and fracture risk; Osteoporosis in premenopausal women a clinical narrative review by the ECTS and the IOF Van <PERSOON> C Use of oral corticosteroids and van <PERSOON> HA, de <PERSOON> HG, Cooper C A simple score for estimating the long-term risk of fracture in patients using oral glucocorticoids QJM van <PERSOON> corticosteroids and fracture from Merck, Sanofi Aventis, Servier, and Table of quality assessment for systematic reviews of RCTs and observational studies Based on AMSTAR checklist (Shea, ###; BMC Methodol # ##; doi <DATUM> ###-###<DATUM> and PRISMA checklist (Moher, ###; PLoS Med # e<PATIENTNUMMER>; doi ## ###/journal pmed<PATIENTNUMMER>) OR electronic search(tiab) OR search strategy(tiab) OR gray literature(tiab) OR grey Module # Inname van calcium en vitamine-D behoefte bij een Wat is de plaats van behandeling met calcium en vitamine-D bij patiënten met hoog vitamine-D bevordert de actieve calciumopname in de darm De bijdrage van vitamine-D afhankelijke actieve calciumopname is met name van belang als er weinig calcium wordt ingenomen (<PERSOON>, ###) inname van ## µg (### IU ) Vitamine-D per dag voor mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar <PERSOON> ouder dan <LEEFTIJD> jaar worden geadviseerd om ### mg calcium en ## µg (### IU) vitamine-D per dag in te nemen Gezondheidsraad ###) De gemiddelde inname van mannen en vrouwen van <LEEFTIJD> jaar en ouder in <LOCATIE> ligt rond de ### mg per dag waarbij ongeveer ##% van zowel mannen als vrouwen minder gebruiken dan de aanbevolen hoeveelheid (van Ook de inname van vitamine-D is te laag en bedraagt # tot # µg per dag, waarbij gemiddeld ##% van de vrouwen in deze leeftijdsgroep en ##% van de mannen een vitamine-D supplement gebruiken (<PERSOON>, ###) <PERSOON> die na een fractuur een fractuurpolikliniek bezochten hadden beduidend lagere vitamine-D spiegels en inname van Er bestaat nog steeds veel discussie over hoeveel calcium en vitamine-D nodig is om het skelet bij een verhoogd fractuurrisico te optimaliseren Op grond van balansstudies aan het einde van de vorige eeuw is de calciumbehoefte geschat op ### tot ### mg per dag (Heany, ###) Een recentere studie bij mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar kwam tot lagere waarden gemiddeld ### mg/dag met een ## betrouwbaarheidsinterval van ### mg per dag tot ### mg/dag (Hunt, ###) Er zijn geen aanwijzingen in de literatuur dat de calciuminname via de voeding met de leeftijd afneemt Dit zou kunnen betekenen dat de voedingsnormen van de Gezondheidsraad mogelijk wat aan de hoge kant zijn <PERSOON> met een verhoogd risico op.
| 668 | nvr |
## µg (### IU ) Vitamine-D per dag voor mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar <PERSOON> ouder dan <LEEFTIJD> jaar worden geadviseerd om ### mg calcium en ## µg (### IU) vitamine-D per dag in te nemen Gezondheidsraad ###) De gemiddelde inname van mannen en vrouwen van <LEEFTIJD> jaar en ouder in <LOCATIE> ligt rond de ### mg per dag waarbij ongeveer ##% van zowel mannen als vrouwen minder gebruiken dan de aanbevolen hoeveelheid (van Ook de inname van vitamine-D is te laag en bedraagt # tot # µg per dag, waarbij gemiddeld ##% van de vrouwen in deze leeftijdsgroep en ##% van de mannen een vitamine-D supplement gebruiken (<PERSOON>, ###) <PERSOON> die na een fractuur een fractuurpolikliniek bezochten hadden beduidend lagere vitamine-D spiegels en inname van Er bestaat nog steeds veel discussie over hoeveel calcium en vitamine-D nodig is om het skelet bij een verhoogd fractuurrisico te optimaliseren Op grond van balansstudies aan het einde van de vorige eeuw is de calciumbehoefte geschat op ### tot ### mg per dag (Heany, ###) Een recentere studie bij mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar kwam tot lagere waarden gemiddeld ### mg/dag met een ## betrouwbaarheidsinterval van ### mg per dag tot ### mg/dag (Hunt, ###) Er zijn geen aanwijzingen in de literatuur dat de calciuminname via de voeding met de leeftijd afneemt Dit zou kunnen betekenen dat de voedingsnormen van de Gezondheidsraad mogelijk wat aan de hoge kant zijn <PERSOON> met een verhoogd risico op Ook bestaat er nog steeds discussie hoe hoog de ##(OHD) concentratie zou moeten zijn voor een optimaal effect op het skelet Over het algemeen wordt een optimale grens van ## tot ### nnmol/l aangehouden (Sempos, ###) Om rachitis of osteomalacie te voorkomen ligt het afkappunt lager (## nmol/l) In <LOCATIE> is een seizoen variatie in vitamine-D spiegels vastgesteld met een dieptepunt in de winter De gemiddelde variatie bedroeg bij mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar en bij mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar respectievelijk ## en # nmol/liter (<PERSOON>, ###) Omdat deze variatie individueel sterk kan verschillen en over individuele voorspelling van die variatie weinig bekend is, adviseerde de vorige multidisciplinaire richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie om een ondergrens van ## nmol/liter aan te houden die niet seizoen afhankelijk is Hierover is geen nieuwe informatie No systematic literature analysis has been performed for this guiding question, because many reviews have been performed previously without new published literature Voor het beantwoorden van deze uitgangsvraag is geen systematische search verricht De werkgroep heeft op basis van expert opinie aanbevelingen geformuleerd In meta-analyses waarin het gecombineerde effect van suppletie van calcium en vitamine-D werd onderzocht werd een gunstig effect van suppletie op het fractuurrisico aangetoond (Barrionuevo, ###; Yao, ###, <PERSOON>, ###) Dit effect werd met name gedreven door de studies in verpleeghuizen, bij mensen met een sterk verhoogd fractuur risico en mensen met een heupfractuur Een meta-analyse waarin studies bij niet-zelfstandig-wonende-ouderen.
| 679 | nvr |
er nog steeds discussie hoe hoog de ##(OHD) concentratie zou moeten zijn voor een optimaal effect op het skelet Over het algemeen wordt een optimale grens van ## tot ### nnmol/l aangehouden (Sempos, ###) Om rachitis of osteomalacie te voorkomen ligt het afkappunt lager (## nmol/l) In <LOCATIE> is een seizoen variatie in vitamine-D spiegels vastgesteld met een dieptepunt in de winter De gemiddelde variatie bedroeg bij mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar en bij mensen van ## tot <LEEFTIJD> jaar respectievelijk ## en # nmol/liter (<PERSOON>, ###) Omdat deze variatie individueel sterk kan verschillen en over individuele voorspelling van die variatie weinig bekend is, adviseerde de vorige multidisciplinaire richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie om een ondergrens van ## nmol/liter aan te houden die niet seizoen afhankelijk is Hierover is geen nieuwe informatie No systematic literature analysis has been performed for this guiding question, because many reviews have been performed previously without new published literature Voor het beantwoorden van deze uitgangsvraag is geen systematische search verricht De werkgroep heeft op basis van expert opinie aanbevelingen geformuleerd In meta-analyses waarin het gecombineerde effect van suppletie van calcium en vitamine-D werd onderzocht werd een gunstig effect van suppletie op het fractuurrisico aangetoond (Barrionuevo, ###; Yao, ###, <PERSOON>, ###) Dit effect werd met name gedreven door de studies in verpleeghuizen, bij mensen met een sterk verhoogd fractuur risico en mensen met een heupfractuur Een meta-analyse waarin studies bij niet-zelfstandig-wonende-ouderen (Kahwati, ###) Dit vormt een aanwijzing voor het verschijnsel dat als men regelmatig buitenkomt en aan de streefwaarde van calcium met de voeding heeft voldaan er geen In de meeste studies waarin antifractuurmedicatie bestudeerd werd, ontvingen zowel de placebogroep als de interventie-groep calcium en of vitamine-D supplementen In een studie waarin vrouwen met osteopenie elke ## maanden een zolendroninezuur infuus ontvingen en zo nodig vitamine-D, werd echter geen relatie tussen de calciuminname en de nodig ter preventie hypocalciemie bij gebruik van sterke botresorptieremmers zoals denosumab en zolendroninzeuur en bij mensen met nierinsufficiëntie die bisfosonaten Indien calcium of vitamine- D wordt voorgeschreven is therapietrouw waarschijnlijk een probleem Vitamine-D suppletie in een verpleeghuis, (waar therapietrouw geen grote rol speelt omdat de medicatie wordt uitgedeeld) liet ook bij een relatief lage dosis (##µ= ### IU/dag) al een adequate stijging van de vitamine-D spiegels zien (Chel, ###) Echter, bij patiënten in de algemene bevolking die op een fractuurpolikliniek ## µg vitamine-D per dag kregen voorgeschreven hadden na ## maanden nog steeds geen serum ##(OH)Spiegel van Er wordt aangenomen dat er een dagelijkse inname van ### IE= ## mµgram nodig is om een spiegel van ## nmol te bereiken in ##% van de bevolking (Gallagher, ###) Uiteraard is vitamine-D, ###, ) Bij mensen zonder risicofactoren voor vitamine-D gebrek, die mobiel zijn en veel buiten komen kan deze suppletie mogelijk achterwege gelaten worden als de vitamine-D spiegel zonder suppletie afdoende is of alleen suppletie worden voorgeschreven in de wintermaanden (Sohl, ###; <PERSOON>, ###) Ook zijn er uitzonderingen, zoals mensen.
| 669 | nvr |
het verschijnsel dat als men regelmatig buitenkomt en aan de streefwaarde van calcium met de voeding heeft voldaan er geen In de meeste studies waarin antifractuurmedicatie bestudeerd werd, ontvingen zowel de placebogroep als de interventie-groep calcium en of vitamine-D supplementen In een studie waarin vrouwen met osteopenie elke ## maanden een zolendroninezuur infuus ontvingen en zo nodig vitamine-D, werd echter geen relatie tussen de calciuminname en de nodig ter preventie hypocalciemie bij gebruik van sterke botresorptieremmers zoals denosumab en zolendroninzeuur en bij mensen met nierinsufficiëntie die bisfosonaten Indien calcium of vitamine- D wordt voorgeschreven is therapietrouw waarschijnlijk een probleem Vitamine-D suppletie in een verpleeghuis, (waar therapietrouw geen grote rol speelt omdat de medicatie wordt uitgedeeld) liet ook bij een relatief lage dosis (##µ= ### IU/dag) al een adequate stijging van de vitamine-D spiegels zien (Chel, ###) Echter, bij patiënten in de algemene bevolking die op een fractuurpolikliniek ## µg vitamine-D per dag kregen voorgeschreven hadden na ## maanden nog steeds geen serum ##(OH)Spiegel van Er wordt aangenomen dat er een dagelijkse inname van ### IE= ## mµgram nodig is om een spiegel van ## nmol te bereiken in ##% van de bevolking (Gallagher, ###) Uiteraard is vitamine-D, ###, ) Bij mensen zonder risicofactoren voor vitamine-D gebrek, die mobiel zijn en veel buiten komen kan deze suppletie mogelijk achterwege gelaten worden als de vitamine-D spiegel zonder suppletie afdoende is of alleen suppletie worden voorgeschreven in de wintermaanden (Sohl, ###; <PERSOON>, ###) Ook zijn er uitzonderingen, zoals mensen duren voordat er een goede spiegel bereikt wordt of bij malabsorptie zoals na een gastric bypass operatie (<PERSOON>-Santos, ###; Bassatne, ###) Bij hen kan een (tijdelijke) hogere dosering worden aanbevolen Hoewel er met hoog gedoseerde vitamine-D supplementen uiteindelijk hogere spiegels bereikt worden, is de mate van stijging grotendeels afhankelijk hypercalciëmie, hypercalciurie en spierzwakte In ### werd de veilige dagdosering en van vitamine-D voor ouderen op ###µ (<LOCATIE> per dag gesteld (EFSA ###) Deze bovengrens wordt momenteel weer ter discussie gesteld, omdat een studie liet zien dat lagere dagdoseringen bij ouderen ook al een verhoogd valrisico te zien gaven (Gallagher, ###; Rizzoli, ###) In een studie waarin vitamine-D deficiënte ouderen gedurende # maanden dagelijkse doseringen innamen van respectievelijk placebo, ##µg (###IU), ##µg (### IU), ##µg (<LOCATIE> , ##µg (<LOCATIE> , ##µg (<LOCATIE> , ###µg (<LOCATIE> en ###µg (<LOCATIE> , bleken zowel de laagste drie doseringsschemaâs als de hoogste twee een verhoogd valrisico te geven Analyse van het valrisico in relatie tot de vitamine-D spiegel in deze studie liet zien dat het hoogste kwartiel van de serum vitamine-D spiegel (## tot -### nmol/l) geassocieerd was met vallen Op grond van deze analyse werd geadviseerd om de veilige bovengrens voor vitamine-D terug te brengen naar ##µg (<LOCATIE> per dag Ook zijn er meerdere studies die lieten zien dat hogere periodieke doseringen (als bolus regime) van ### µg (### ### IU) (jaarlijks) ,###µg (### ### IU) (jaarlijks), ### µg (## ### IU)(maandelijks) een verhoogd valrisico geven.
| 747 | nvr |
goede spiegel bereikt wordt of bij malabsorptie zoals na een gastric bypass operatie (<PERSOON>-Santos, ###; Bassatne, ###) Bij hen kan een (tijdelijke) hogere dosering worden aanbevolen Hoewel er met hoog gedoseerde vitamine-D supplementen uiteindelijk hogere spiegels bereikt worden, is de mate van stijging grotendeels afhankelijk hypercalciëmie, hypercalciurie en spierzwakte In ### werd de veilige dagdosering en van vitamine-D voor ouderen op ###µ (<LOCATIE> per dag gesteld (EFSA ###) Deze bovengrens wordt momenteel weer ter discussie gesteld, omdat een studie liet zien dat lagere dagdoseringen bij ouderen ook al een verhoogd valrisico te zien gaven (Gallagher, ###; Rizzoli, ###) In een studie waarin vitamine-D deficiënte ouderen gedurende # maanden dagelijkse doseringen innamen van respectievelijk placebo, ##µg (###IU), ##µg (### IU), ##µg (<LOCATIE> , ##µg (<LOCATIE> , ##µg (<LOCATIE> , ###µg (<LOCATIE> en ###µg (<LOCATIE> , bleken zowel de laagste drie doseringsschemaâs als de hoogste twee een verhoogd valrisico te geven Analyse van het valrisico in relatie tot de vitamine-D spiegel in deze studie liet zien dat het hoogste kwartiel van de serum vitamine-D spiegel (## tot -### nmol/l) geassocieerd was met vallen Op grond van deze analyse werd geadviseerd om de veilige bovengrens voor vitamine-D terug te brengen naar ##µg (<LOCATIE> per dag Ook zijn er meerdere studies die lieten zien dat hogere periodieke doseringen (als bolus regime) van ### µg (### ### IU) (jaarlijks) ,###µg (### ### IU) (jaarlijks), ### µg (## ### IU)(maandelijks) een verhoogd valrisico geven ontstaan omtrent de veiligheid van deze bolusbehandelingen Bij mensen bij wie men vreest dat het lang gaat duren voordat suppletie van ### IE (## µg) per dag adequate spiegels gaat geven, valt te overwegen om de dosering gedurende een aantal weken tot maanden te verdubbelen tot <LOCATIE> (## µgram/dag) of zelfs te verdriedubbelen tot <LOCATIE> Bij slechte therapietrouw dient het verhoogde valrisico tegen de voordelen van periodieke hoge doseringen te worden afgewogen Uiteraard speelt de preferentie van de patiënt ook een Indien men twijfelt of een adequate spiegel bereikt is, dan valt een aanvullende bepaling van vitamine-D spiegel na een aantal maanden suppletie te overwegen Daarbij is het wellicht handig om er rekening mee te houden dat de dal periode van de vitamine-D spiegel aan het einde van de winter (eind februari tot begin maart) ligt (<PERSOON>, ###; De basisvoeding bevat gemiddeld ### mg Calcium per dag (https //(WEBLINK)) Een gemiddelde zuivelconsumptie van ### ml of ## gram kaas bevat ongeveer ### mg Calcium Ook zuivelvervangers bevatten meestal substantiële hoeveelheid calcium, omdat er calcium aan toegevoegd is Over het algemeen heeft men drie tot vier tot drie gestandaardiseerde nodig om aan de streefwaarde van ### tot ### mg per dag komen Bij mensen die minder dan twee zuivelproducten of andere calcium bevattende zuivelvervangers innemen en geen adequate calciuminname kunnen bereiken door middel van dieetaanpassingen, is een supplement van ### mg calcium nodig Bij mensen die twee.
| 715 | nvr |
Bij mensen bij wie men vreest dat het lang gaat duren voordat suppletie van ### IE (## µg) per dag adequate spiegels gaat geven, valt te overwegen om de dosering gedurende een aantal weken tot maanden te verdubbelen tot <LOCATIE> (## µgram/dag) of zelfs te verdriedubbelen tot <LOCATIE> Bij slechte therapietrouw dient het verhoogde valrisico tegen de voordelen van periodieke hoge doseringen te worden afgewogen Uiteraard speelt de preferentie van de patiënt ook een Indien men twijfelt of een adequate spiegel bereikt is, dan valt een aanvullende bepaling van vitamine-D spiegel na een aantal maanden suppletie te overwegen Daarbij is het wellicht handig om er rekening mee te houden dat de dal periode van de vitamine-D spiegel aan het einde van de winter (eind februari tot begin maart) ligt (<PERSOON>, ###; De basisvoeding bevat gemiddeld ### mg Calcium per dag (https //(WEBLINK)) Een gemiddelde zuivelconsumptie van ### ml of ## gram kaas bevat ongeveer ### mg Calcium Ook zuivelvervangers bevatten meestal substantiële hoeveelheid calcium, omdat er calcium aan toegevoegd is Over het algemeen heeft men drie tot vier tot drie gestandaardiseerde nodig om aan de streefwaarde van ### tot ### mg per dag komen Bij mensen die minder dan twee zuivelproducten of andere calcium bevattende zuivelvervangers innemen en geen adequate calciuminname kunnen bereiken door middel van dieetaanpassingen, is een supplement van ### mg calcium nodig Bij mensen die twee dag voldoende Bij vier standaard (### ml melk, kwark of yoghurt of ## gram kaas) zuivelconsumpties per dag of als men meerder keren grote porties neemt, is geen calcium supplement aangewezen Meerder studies hebben laten zien dat calciumsuppletie zonder rekening te houden met de gebruikelijke voedingsgewoontes resulteerden in een totale calciuminname die ver boven de geadviseerde inname lag (Bolland, ###) Aangetoonde bijwerkingen van calciumsuppletie zijn maagdarmklachten en calcium houdende stenen in de urine (Bolland,###) Een geschiedenis van recidiverende urinestenen, is een contra-indicatie voor ruime calciumsuppletie Gastro-intestinale klachten kunnen wijzen op een slechte absorptie van het calciumpreparaat Absorptie wordt bevorderd als het calciumpreparaat bij de maaltijd wordt ingenomen of in het geval van een suppletie van ### mg per dag in twee giften verdeeld over de dag wordt gegeven Bij maagdarmklachten kan tevens geprobeerd worden of de klachten verdwijnen door van preparaat te veranderen of de dosering te verminderen Hoewel theoretisch mogelijk effectiever is, is er is geen onderbouwing van het in een aantal bijsluiters vermelde advies dat het beter is om het middel âs avonds in te nemen Er zijn studies geweest die een associatie vonden tussen calciumsuppletie en het voorkomen van hartinfarcten (Bolland, ###) Dit kon in een aantal andere studies niet bevestigd worden (Bolland, ###; Prentice, Gezien de (mogelijke) bijwerking en van calciumsuppletie verdient het aanbeveling om belangrijk voor een optimaal gezond skelet Er zijn aanwijzingen dat eiwit inname gerelateerd is aan de kwaliteit van het bot (<PERSOON>, ###) In een recente meta-analyse werd gevonden dat als âongezondâ of âwestersâ getypeerde voedingspatronen negatief.
| 628 | nvr |
gram kaas) zuivelconsumpties per dag of als men meerder keren grote porties neemt, is geen calcium supplement aangewezen Meerder studies hebben laten zien dat calciumsuppletie zonder rekening te houden met de gebruikelijke voedingsgewoontes resulteerden in een totale calciuminname die ver boven de geadviseerde inname lag (Bolland, ###) Aangetoonde bijwerkingen van calciumsuppletie zijn maagdarmklachten en calcium houdende stenen in de urine (Bolland,###) Een geschiedenis van recidiverende urinestenen, is een contra-indicatie voor ruime calciumsuppletie Gastro-intestinale klachten kunnen wijzen op een slechte absorptie van het calciumpreparaat Absorptie wordt bevorderd als het calciumpreparaat bij de maaltijd wordt ingenomen of in het geval van een suppletie van ### mg per dag in twee giften verdeeld over de dag wordt gegeven Bij maagdarmklachten kan tevens geprobeerd worden of de klachten verdwijnen door van preparaat te veranderen of de dosering te verminderen Hoewel theoretisch mogelijk effectiever is, is er is geen onderbouwing van het in een aantal bijsluiters vermelde advies dat het beter is om het middel âs avonds in te nemen Er zijn studies geweest die een associatie vonden tussen calciumsuppletie en het voorkomen van hartinfarcten (Bolland, ###) Dit kon in een aantal andere studies niet bevestigd worden (Bolland, ###; Prentice, Gezien de (mogelijke) bijwerking en van calciumsuppletie verdient het aanbeveling om belangrijk voor een optimaal gezond skelet Er zijn aanwijzingen dat eiwit inname gerelateerd is aan de kwaliteit van het bot (<PERSOON>, ###) In een recente meta-analyse werd gevonden dat als âongezondâ of âwestersâ getypeerde voedingspatronen negatief Voor een gezonde voeding kan verwezen worden naar de website van het voedingscentrum Bij mensen met sterk afwijkende diëten is een evaluatie van de voeding door een diëtiste aangewezen en zo nodig Gezien voeding en leefstijl sterk persoonlijk bepaald zijn zullen adviezen en aanpassingen van de leefstijl gedeelde besluitvorming als een belangrijke component hebben Er worden geen beperkingen verwacht in verband met de aanvaardbaarheid er van Zowel supplementen als voedingsaanpassingen gaan gepaard met kosten die binnen het privédomein vallen Zowel deze kosten als de tijd en de begeleiding die nodig is om aan leefstijl gerelateerde veranderingen tijd te bewerkstelligen zouden een beperking kunnen De hoeveelheid calcium die nodig is om voor de lichaamsverliezen te compenseren bij ##% van de populatie is in de orde van ### tot ### mg per dag Een optimale vitamine-D spiegel ligt tussen de ## en ### nmol per liter Om dit te bereiken is een dagelijkse inname van ##µg per dag nodig Suppletie van hoge doseringen van vitamine-D geeft een verhoogd Behoudens calcium en vitamine waarschijnlijk ook belangrijk voor een goed skelet doseringen van vitamine-D (zogenaamde bolus regimes ⥠### µg (=## ###IE) per maand) worden afgeraden omdat zij mogelijk een verhoogd valrisico geven Vraag bij mensen met een verhoogd fractuurrisico de calcium inname uit Beveel een dagelijkse calciuminname van ### tot ### mg aan middels de voeding Schrijf een calciumsupplement voor als inname door middel van aanpassingen van de ⢠calciumsuppletie van ### mg/dag indien minder dan twee standaard.
| 617 | nvr |
gezonde voeding kan verwezen worden naar de website van het voedingscentrum Bij mensen met sterk afwijkende diëten is een evaluatie van de voeding door een diëtiste aangewezen en zo nodig Gezien voeding en leefstijl sterk persoonlijk bepaald zijn zullen adviezen en aanpassingen van de leefstijl gedeelde besluitvorming als een belangrijke component hebben Er worden geen beperkingen verwacht in verband met de aanvaardbaarheid er van Zowel supplementen als voedingsaanpassingen gaan gepaard met kosten die binnen het privédomein vallen Zowel deze kosten als de tijd en de begeleiding die nodig is om aan leefstijl gerelateerde veranderingen tijd te bewerkstelligen zouden een beperking kunnen De hoeveelheid calcium die nodig is om voor de lichaamsverliezen te compenseren bij ##% van de populatie is in de orde van ### tot ### mg per dag Een optimale vitamine-D spiegel ligt tussen de ## en ### nmol per liter Om dit te bereiken is een dagelijkse inname van ##µg per dag nodig Suppletie van hoge doseringen van vitamine-D geeft een verhoogd Behoudens calcium en vitamine waarschijnlijk ook belangrijk voor een goed skelet doseringen van vitamine-D (zogenaamde bolus regimes ⥠### µg (=## ###IE) per maand) worden afgeraden omdat zij mogelijk een verhoogd valrisico geven Vraag bij mensen met een verhoogd fractuurrisico de calcium inname uit Beveel een dagelijkse calciuminname van ### tot ### mg aan middels de voeding Schrijf een calciumsupplement voor als inname door middel van aanpassingen van de ⢠calciumsuppletie van ### mg/dag indien minder dan twee standaard calciumsuppletie van ### mg/dag indien twee tot drie standaard zuivelproducten (### mL melk, kwark of yoghurt of ## gram kaas) of calcium bevattende Adviseer een gezonde voeding volgens de aanwijzingen van het Voedingscentrum en <PERSOON>, K <PERSOON>, W <PERSOON>, A Al <PERSOON>, Z <PERSOON> and <PERSOON> of Pharmacological Therapies for the Prevention of Fractures in <PERSOON>, R <PERSOON> and <PERSOON> D supplementation in obesity and during weight loss A review of randomized controlled trials " <PERSOON-##>, W <PERSOON-##> and <PERSOON-##> for the Prevention of <PERSOON-##> and <PERSOON-##> (###) "Effect of calcium supplements on risk of myocardial infarction and <PERSOON-##>, G.
| 488 | nvr |
van ### mg/dag indien twee tot drie standaard zuivelproducten (### mL melk, kwark of yoghurt of ## gram kaas) of calcium bevattende Adviseer een gezonde voeding volgens de aanwijzingen van het Voedingscentrum en <PERSOON>, K <PERSOON>, W <PERSOON>, A Al <PERSOON>, Z <PERSOON> and <PERSOON> of Pharmacological Therapies for the Prevention of Fractures in <PERSOON>, R <PERSOON> and <PERSOON> D supplementation in obesity and during weight loss A review of randomized controlled trials " <PERSOON-##>, W <PERSOON-##> and <PERSOON-##> for the Prevention of <PERSOON-##> and <PERSOON-##> (###) "Effect of calcium supplements on risk of myocardial infarction and <PERSOON-##> and <PERSOON-##> intake and risk of fracture systematic review " Bmj ### h### <PERSOON-##> and <PERSOON-##> of different doses and time intervals of oral vitamin D supplementation with or without calcium in "Dietary Patterns, Bone Mineral Density, and Risk of <PERSOON-##>, A and P <PERSOON-##> (###) "A systematic review and meta-analysis of vitamin D and <PERSOON-##> D and falls - the dosage conundrum " Nat Rev Endocrinol Gallagher, J C , A <PERSOON-##>, #nd and <PERSOON-##> response to vitamin D supplementation in postmenopausal women a randomized trial " <PERSOON-##> and <PERSOON-##> fracture prevention Drug treatment, fall prevention and nutrition requirements " <PERSOON-##> and <PERSOON-##> low Dietary Protein Intake and Bone Health in Older Adults a Systematic Review and <PERSOON-##> role of nutrition in prevention and management of osteoporosis " Hunt, C D and L K <PERSOON-##> (###).
| 437 | nvr |
<PERSOON> and <PERSOON> intake and risk of fracture systematic review " Bmj ### h### <PERSOON> and <PERSOON> of different doses and time intervals of oral vitamin D supplementation with or without calcium in "Dietary Patterns, Bone Mineral Density, and Risk of <PERSOON>, A and P <PERSOON> (###) "A systematic review and meta-analysis of vitamin D and <PERSOON> D and falls - the dosage conundrum " Nat Rev Endocrinol Gallagher, J C , A <PERSOON>, #nd and <PERSOON> response to vitamin D supplementation in postmenopausal women a randomized trial " <PERSOON-##> and <PERSOON-##> fracture prevention Drug treatment, fall prevention and nutrition requirements " <PERSOON-##> and <PERSOON-##> low Dietary Protein Intake and Bone Health in Older Adults a Systematic Review and <PERSOON-##> role of nutrition in prevention and management of osteoporosis " Hunt, C D and L K <PERSOON-##> (###) new estimations for men and women by cross-sectional statistical analyses of calcium balance data from metabolic <PERSOON-##>, Y I <PERSOON-##>, R <PERSOON-##>, S <PERSOON-##>, A <PERSOON-##>, R <PERSOON-##>, A <PERSOON-##> and <PERSOON-##> and Minerals for CVD Prevention and <PERSOON-##>, H Pan, <PERSOON-##> and <PERSOON-##> of Fractures in Community-Dwelling Adults Evidence Report and Systematic Review for the <PERSOON-##> and <PERSOON-##>, sun, and lifestyle as determinants of vitamin D status " <PERSOON-##> Sci ### ##-## <PERSOON-##>, M W.
| 423 | nvr |
new estimations for men and women by cross-sectional statistical analyses of calcium balance data from metabolic <PERSOON>, Y I <PERSOON>, R <PERSOON>, S <PERSOON>, A <PERSOON>, R <PERSOON>, A <PERSOON> and <PERSOON> and Minerals for CVD Prevention and <PERSOON>, H Pan, <PERSOON-##> and <PERSOON-##> of Fractures in Community-Dwelling Adults Evidence Report and Systematic Review for the <PERSOON-##> and <PERSOON-##>, sun, and lifestyle as determinants of vitamin D status " <PERSOON-##> Sci ### ##-## <PERSOON-##> and <PERSOON-##> of insufficient serum vitamin <PERSOON-##> and <PERSOON-##> and vitamin D deficiency a systematic review and meta-analysis " Obes Rev ##(#) cardiovascular risk in the Women's Health Initiative response to Bolland et al " <PERSOON-##> and <PERSOON-##> with Zoledronate in Older Women with <PERSOON-##>, K M , A L <PERSOON-##> and <PERSOON-##> high-dose oral vitamin D and falls and fractures in older <PERSOON-##> and <PERSOON-##> D assays and the definition of hypovitaminosis D.
| 298 | nvr |
<PERSOON> and <PERSOON> of insufficient serum vitamin <PERSOON> and <PERSOON> and vitamin D deficiency a systematic review and meta-analysis " Obes Rev ##(#) cardiovascular risk in the Women's Health Initiative response to Bolland et al " <PERSOON> and <PERSOON> with Zoledronate in Older Women with <PERSOON>, K M , A L <PERSOON> and <PERSOON> high-dose oral vitamin D and falls and fractures in older <PERSOON-##> and <PERSOON-##> D assays and the definition of hypovitaminosis <PERSOON-##> on Controversies in <PERSOON-##> and <PERSOON-##> effect of different vitamin D# supplementations and doses adapted to baseline serum ##(OH)D on achieved ##(OH)D levels in patients with a recent fracture a prospective observational study " <PERSOON-##>, H , F <PERSOON-##>, H <PERSOON-##> and <PERSOON-##> (###) "Effect of annual intramuscular vitamin D on fracture risk in elderly men and women--a <PERSOON-##>, T <PERSOON-##> and <PERSOON-##> of vitamin D deficiency by simple patient <PERSOON-##> and <PERSOON-##> changes and seasonal variations in serum ##-hydroxyvitamin D levels in different age groups results of the <PERSOON-##>" Osteoporos Vranken, L , C E Wyers, J P W van den Bergh> and <PERSOON-##> of Patients with a Recent Fracture.
| 345 | nvr |
Controversies in <PERSOON> and <PERSOON> effect of different vitamin D# supplementations and doses adapted to baseline serum ##(OH)D on achieved ##(OH)D levels in patients with a recent fracture a prospective observational study " <PERSOON>, H , F <PERSOON>, H <PERSOON> and <PERSOON> (###) "Effect of annual intramuscular vitamin D on fracture risk in elderly men and women--a <PERSOON>, T <PERSOON> and <PERSOON> of vitamin D deficiency by simple patient <PERSOON-##> and <PERSOON-##> changes and seasonal variations in serum ##-hydroxyvitamin D levels in different age groups results of the <PERSOON-##>" Osteoporos Vranken, L , C E Wyers, J P W van den Bergh> and <PERSOON-##> of Patients with a <PERSOON-##>, X <PERSOON-##>, Z <PERSOON-##> and <PERSOON-##> D and Calcium for the Prevention of <PERSOON-##> and <PERSOON-##>-analysis " Module # Behandeling met vitamine K# en magnesium Wat is de plaats van vitamine K# en magnesium bij patiënten met een verhoogd In de praktijk worden er door patiënten vaak voedings- en suppletie gerelateerde vragen gesteld Dit betreft, naast calcium en vitamine-D, vragen over het belang van vitamine K of magnesium in relatie tot de botsterkte en of men magnesium- of vitamine K supplementen moet innemen ter preventie van fracturen Dat deze vragen in de bevolking spelen, werd ook door de patiëntenvereniging bevestigd Dit vormde een aanleiding om een systematisch literatuuronderzoek in hoeverre magnesium- of vitamine K suppletie een verbetering geeft van BMD of een vermindering van het fractuurrisico geeft bij mensen met een verhoogd patients with primary osteoporosis or osteopenia or high risk of fractures; no treatment, placebo, treatment with only calcium and vitamin D; fracture prevalence (hip, non-vertebral and vertebral fractures), bone mineral density <PERSOON-##> guideline development group considered both fractures and BMD as a critical outcome measure for decision making; A priori, the working group did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies <PERSOON-##> databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase com) were searched with relevant search terms until October ##th ### <PERSOON-##> detailed search strategy is depicted under the tab Methods.
| 510 | nvr |
<PERSOON>, X <PERSOON>, Z <PERSOON> and <PERSOON> D and Calcium for the Prevention of <PERSOON> and <PERSOON>-analysis " Module # Behandeling met vitamine K# en magnesium Wat is de plaats van vitamine K# en magnesium bij patiënten met een verhoogd In de praktijk worden er door patiënten vaak voedings- en suppletie gerelateerde vragen gesteld Dit betreft, naast calcium en vitamine-D, vragen over het belang van vitamine K of magnesium in relatie tot de botsterkte en of men magnesium- of vitamine K supplementen moet innemen ter preventie van fracturen Dat deze vragen in de bevolking spelen, werd ook door de patiëntenvereniging bevestigd Dit vormde een aanleiding om een systematisch literatuuronderzoek in hoeverre magnesium- of vitamine K suppletie een verbetering geeft van BMD of een vermindering van het fractuurrisico geeft bij mensen met een verhoogd patients with primary osteoporosis or osteopenia or high risk of fractures; no treatment, placebo, treatment with only calcium and vitamin D; fracture prevalence (hip, non-vertebral and vertebral fractures), bone mineral density <PERSOON> guideline development group considered both fractures and BMD as a critical outcome measure for decision making; A priori, the working group did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies <PERSOON> databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase com) were searched with relevant search terms until October ##th ### <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab Methods systematic reviews and ## hits for randomized trials, of which ## hits for magnesium Studies were selected based on the following criteria systematic reviews including randomized controlled trials or randomized controlled trials investigating the use of vitamin K# or magnesium in patients with primary osteoporosis, osteopenia or with high risk of fractures ## studies were initially selected based on title and abstract screening After reading the full text, ## studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods) and # studies were included Four studies were included in the analysis of the literature Important study characteristics No studies were identified that compared magnesium with no treatment, placebo or calcium and vitamin D in patients with primary osteoporosis, osteopenia or high risk of fractures Mott (###, ###) performed a systematic review and meta-analysis on the effects of oral vitamin K on bone mineral density and fractures in adults and updated it in ### by removing one study about which concerns were raised (<PERSOON> were eligible for inclusion if they fulfilled the following criteria (#) adults (defined as over ## years of age), (#) intervention oral vitamin K supplement of any form or dosage administered for at least # months (min ## weeks), (#) control no treatment, treatment as usual, placebo, calcium, vitamin D, hormone replacement therapies, bisphosphonates, (#) Outcomes any fracture outcome and/or BMD after # months, (#) Study design randomized controlled trial.
| 614 | nvr |
## hits for randomized trials, of which ## hits for magnesium Studies were selected based on the following criteria systematic reviews including randomized controlled trials or randomized controlled trials investigating the use of vitamin K# or magnesium in patients with primary osteoporosis, osteopenia or with high risk of fractures ## studies were initially selected based on title and abstract screening After reading the full text, ## studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods) and # studies were included Four studies were included in the analysis of the literature Important study characteristics No studies were identified that compared magnesium with no treatment, placebo or calcium and vitamin D in patients with primary osteoporosis, osteopenia or high risk of fractures Mott (###, ###) performed a systematic review and meta-analysis on the effects of oral vitamin K on bone mineral density and fractures in adults and updated it in ### by removing one study about which concerns were raised (<PERSOON> were eligible for inclusion if they fulfilled the following criteria (#) adults (defined as over ## years of age), (#) intervention oral vitamin K supplement of any form or dosage administered for at least # months (min ## weeks), (#) control no treatment, treatment as usual, placebo, calcium, vitamin D, hormone replacement therapies, bisphosphonates, (#) Outcomes any fracture outcome and/or BMD after # months, (#) Study design randomized controlled trial searched MEDLINE, EMBASE, Cochrane Central Register of Controlled Trials, CINAHL, clinicaltrials gov, WHO-ICTRP up till the ##nd January ### A total of ## studies were included and had a total of ##,### participant with follow-up ranging from # to ## months Twenty-four of the trials included postmenopausal women with or without osteoporosis, three included patients with cirrhosis, two included patients with chronic glomerular nephritis, and of the remaining trials, two were in healthy populations and five were in patient populations <PERSOON>-analyses were undertaken for both total clinical fractures and vertebral fractures for all trials including osteoporotic or postmenopausal women Yuanyuang (###) performed a randomized trial to investigate the influence of vitamin K# on bone mineral density, bone metabolism and serum tissue protease K (cathepsin K) in female patients with osteoporosis Osteoporotic patients (### cases) who visited the Affiliated hospital of Nanjing University of Chinese Medicine from January ### to January ###, and who satisfied the inclusion requirements were used as study subjects (<PERSOON> inclusion criteria was reduction of dual-energy X-ray bone density equal or higher than <DATUM> standard difference In addition, the subjects were excluded when they met the following exclusion criteria (#) Patients with osteomalacia, calcium and vitamin D deficiency and renal tubular acidosis;(#) patients with primary and secondary hyperthyroidism; (#) patients with bone metastasis of malignant tumor; (#) multiple myeloma patients; (#) patients who had spinal hemangioma; (#) patients with suppurative myelitis; (#) patients.
| 650 | nvr |
EMBASE, Cochrane Central Register of Controlled Trials, CINAHL, clinicaltrials gov, WHO-ICTRP up till the ##nd January ### A total of ## studies were included and had a total of ##,### participant with follow-up ranging from # to ## months Twenty-four of the trials included postmenopausal women with or without osteoporosis, three included patients with cirrhosis, two included patients with chronic glomerular nephritis, and of the remaining trials, two were in healthy populations and five were in patient populations <PERSOON>-analyses were undertaken for both total clinical fractures and vertebral fractures for all trials including osteoporotic or postmenopausal women Yuanyuang (###) performed a randomized trial to investigate the influence of vitamin K# on bone mineral density, bone metabolism and serum tissue protease K (cathepsin K) in female patients with osteoporosis Osteoporotic patients (### cases) who visited the Affiliated hospital of Nanjing University of Chinese Medicine from January ### to January ###, and who satisfied the inclusion requirements were used as study subjects (<PERSOON> inclusion criteria was reduction of dual-energy X-ray bone density equal or higher than <DATUM> standard difference In addition, the subjects were excluded when they met the following exclusion criteria (#) Patients with osteomalacia, calcium and vitamin D deficiency and renal tubular acidosis;(#) patients with primary and secondary hyperthyroidism; (#) patients with bone metastasis of malignant tumor; (#) multiple myeloma patients; (#) patients who had spinal hemangioma; (#) patients with suppurative myelitis; (#) patients osteoporosis, and (#) patients on estrogen, heparin, corticosteroids, bisphosphonates and other drugs related to osteoporosis A total of ### cases were randomly assigned to vitamin K# group, strontium renate group and blank control group <PERSOON> selected patients were ## to ## years old, with a mean age of #<DATUM> ± # ## years All ### patients completed follow-up <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to assess the effects of VK# supplementation on bone health in two doses in a monotherapy way, and simultaneously compared with in combination with calcium and vitamin D# in middle-aged and elderly population in <PERSOON> et al ###) <PERSOON> primary outcome was BMD at the lumbar spine (L#âL#), femoral neck and total hip Healthy community-dwelling men and postmenopausal women aged ## and ## years were recruited in November ### from the Harbin Cohort Study on Diet, Nutrition and Chronic Non-communicable Diseases (HDNNCDS) Inclusion criteria were T-scores of the lumbar spine (L#âL#) and (or) hip lower than â # #, body mass index (BMI) between ## and ## kg/m# They were excluded if they had taken vitamin D, calcium, vitamin K, calcitonin, diphosphonate for osteoporosis in the past # months; vitamin K antagonists within the # year, such as warfarin; estrogen or other hormone therapy in past # years; history of chronic diseases of kidney, liver, lung, or pancreas; hyperthyroidism, hyperparathyroidism, osteomalacia; history of malignant tumors A total of ### participants completed the study and were divided into four groups.
| 695 | nvr |
and other drugs related to osteoporosis A total of ### cases were randomly assigned to vitamin K# group, strontium renate group and blank control group <PERSOON> selected patients were ## to ## years old, with a mean age of #<DATUM> ± # ## years All ### patients completed follow-up <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to assess the effects of VK# supplementation on bone health in two doses in a monotherapy way, and simultaneously compared with in combination with calcium and vitamin D# in middle-aged and elderly population in <PERSOON> et al ###) <PERSOON> primary outcome was BMD at the lumbar spine (L#âL#), femoral neck and total hip Healthy community-dwelling men and postmenopausal women aged ## and ## years were recruited in November ### from the Harbin Cohort Study on Diet, Nutrition and Chronic Non-communicable Diseases (HDNNCDS) Inclusion criteria were T-scores of the lumbar spine (L#âL#) and (or) hip lower than â # #, body mass index (BMI) between ## and ## kg/m# They were excluded if they had taken vitamin D, calcium, vitamin K, calcitonin, diphosphonate for osteoporosis in the past # months; vitamin K antagonists within the # year, such as warfarin; estrogen or other hormone therapy in past # years; history of chronic diseases of kidney, liver, lung, or pancreas; hyperthyroidism, hyperparathyroidism, osteomalacia; history of malignant tumors A total of ### participants completed the study and were divided into four groups respectively <PERSOON> VK#DCa group received vitamin K# (MK-#) ## µg/day in combination with calcium ### µg/day and vitamin D<DATUM> µg/day <PERSOON> placebo group was set as a control group receiving placebo <PERSOON> average age was ## ##±# ## years, and BMI of subjects was <DATUM> # ## kg/m# T-scores of the lumbar spine and total hip were - # ##±<DATUM> and â <DATUM> # ##, respectively In this study, women constituted ## ##% of all subjects, mean menopausal age was ## ##±# ## years, and mean years since menopausal of female subjects Rønn (###) conducted a randomized placebo-controlled, double-blinded clinical trial of MK# or placebo daily for # years in postmenopausal women with osteopenia (Ronn, Harslof et al ###)<PERSOON> primary outcome was BMD change in total hip, femoral neck and spine Inclusion criteria were postmenopausal status defined as at least # years past the last menstrual period, age between ## and ## years, and osteopenia (T-score of hip or lumbar spine ⤠â#, but ) â<DATUM> Exclusion criteria were smoking, diseases, or use of medication which affect bone metabolism, intake of vitamin K supplements or vitamin K antagonists, or vitamin D insufficiency (s-##-OH vitamin D (##nmol/L) One hundred and forty-eight women were included, and ### completed the trial (MK-# ##, placebo ##) <PERSOON> participants had a mean age of #<DATUM> ± <DATUM> years; there were no differences between the two groups in age,.
| 746 | nvr |
K# (MK-#) ## µg/day in combination with calcium ### µg/day and vitamin D<DATUM> µg/day <PERSOON> placebo group was set as a control group receiving placebo <PERSOON> average age was ## ##±# ## years, and BMI of subjects was <DATUM> # ## kg/m# T-scores of the lumbar spine and total hip were - # ##±<DATUM> and â <DATUM> # ##, respectively In this study, women constituted ## ##% of all subjects, mean menopausal age was ## ##±# ## years, and mean years since menopausal of female subjects Rønn (###) conducted a randomized placebo-controlled, double-blinded clinical trial of MK# or placebo daily for # years in postmenopausal women with osteopenia (Ronn, Harslof et al ###)<PERSOON> primary outcome was BMD change in total hip, femoral neck and spine Inclusion criteria were postmenopausal status defined as at least # years past the last menstrual period, age between ## and ## years, and osteopenia (T-score of hip or lumbar spine ⤠â#, but ) â<DATUM> Exclusion criteria were smoking, diseases, or use of medication which affect bone metabolism, intake of vitamin K supplements or vitamin K antagonists, or vitamin D insufficiency (s-##-OH vitamin D (##nmol/L) One hundred and forty-eight women were included, and ### completed the trial (MK-# ##, placebo ##) <PERSOON> participants had a mean age of #<DATUM> ± <DATUM> years; there were no differences between the two groups in age, significant differences in the bone turnover markers CTX and P#NP, suggesting a slightly higher bone turnover in the placebo group at baseline Mott (###, ###) reported that the odds of any clinical fracture were lower for vitamin K compared to controls to # ## (##%CI # ## to # ##) Restricting the analysis to low risk of bias trials reduced the OR to # ## (##%CI, # ## to <DATUM> There was no difference in vertebral Figure <DATUM> <PERSOON>-analysis of Peto odds ratio of any clinical fracture outcomes for trials including osteoporotic or Figure <DATUM> <PERSOON>-analysis of Peto odds ration of any vertebral fracture outcomes for trials including Mott (###) reported for BMD of the radius at ## months and mean difference of # ## (##% In addition, a mean difference of # ## (##% CI -# ## to # ##) was reported for the BMD of the radius at ## months <PERSOON> difference was not clinically relevant vertebrae BMD in favor of the vitamin K# group For femoral neck BMD a mean difference of # ## g/cm# (##% CI # ## to # ##) in favor of the vitamin K# group was reported For greater trochanter BMD a mean difference of # ## g/cm# (##% CI # ## to # ##) in favor of the vitamin K# group was reported Lastly, for total BMD a mean difference of # ## g/cm# (##% CI # ## to # ##) in favor of the vitamin K# group was reported.
| 779 | nvr |
slightly higher bone turnover in the placebo group at baseline Mott (###, ###) reported that the odds of any clinical fracture were lower for vitamin K compared to controls to # ## (##%CI # ## to # ##) Restricting the analysis to low risk of bias trials reduced the OR to # ## (##%CI, # ## to <DATUM> There was no difference in vertebral Figure <DATUM> <PERSOON>-analysis of Peto odds ratio of any clinical fracture outcomes for trials including osteoporotic or Figure <DATUM> <PERSOON>-analysis of Peto odds ration of any vertebral fracture outcomes for trials including Mott (###) reported for BMD of the radius at ## months and mean difference of # ## (##% In addition, a mean difference of # ## (##% CI -# ## to # ##) was reported for the BMD of the radius at ## months <PERSOON> difference was not clinically relevant vertebrae BMD in favor of the vitamin K# group For femoral neck BMD a mean difference of # ## g/cm# (##% CI # ## to # ##) in favor of the vitamin K# group was reported For greater trochanter BMD a mean difference of # ## g/cm# (##% CI # ## to # ##) in favor of the vitamin K# group was reported Lastly, for total BMD a mean difference of # ## g/cm# (##% CI # ## to # ##) in favor of the vitamin K# group was reported ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), # ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) and # ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) in the VK<DATUM> group, VK<DATUM> group, VK#DCa group and In addition, a mean change in femoral neck BMD of -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), # ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) and -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) was reported in the VK<DATUM> group, VK<DATUM> group, VK#DCa group and Furthermore, a mean change in total hip BMD of -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), # ### g/cm# (##% CI -# ## to # ###), -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) and -# ### g/cm# (##% CI -# ## to # ###) was reported in the VK<DATUM> group, VK<DATUM> group, VK#DCa group and Rønn (###) reported an absolute change in total hip BMD of -# ### g/cm# (SD # ###) for the MK# group and -# ### g/cm# (SD # ###) for the placebo group For femoral neck an absolute change was reported of - # ### g/cm# (SD # ###) and -# ### g/cm# (SD # ###) for the MK# and placebo group, respectively Lastly, for spine BMD an absolute change was reported of - # ### g/cm# (SD # ###) and - # ### g/cm# (SD.
| 1,001 | nvr |
###), -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), # ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) and # ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) in the VK<DATUM> group, VK<DATUM> group, VK#DCa group and In addition, a mean change in femoral neck BMD of -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), # ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) and -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) was reported in the VK<DATUM> group, VK<DATUM> group, VK#DCa group and Furthermore, a mean change in total hip BMD of -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###), # ### g/cm# (##% CI -# ## to # ###), -# ### g/cm# (##% CI -# ### to # ###) and -# ### g/cm# (##% CI -# ## to # ###) was reported in the VK<DATUM> group, VK<DATUM> group, VK#DCa group and Rønn (###) reported an absolute change in total hip BMD of -# ### g/cm# (SD # ###) for the MK# group and -# ### g/cm# (SD # ###) for the placebo group For femoral neck an absolute change was reported of - # ### g/cm# (SD # ###) and -# ### g/cm# (SD # ###) for the MK# and placebo group, respectively Lastly, for spine BMD an absolute change was reported of - # ### g/cm# (SD # ###) and - # ### g/cm# (SD ###) for the MK# and placebo group, respectively <PERSOON> difference between the groups is minimum <PERSOON> level of evidence could not be assessed because no studies were identified that compared magnesium with no treatment, placebo or calcium and vitamin D in patients with primary osteoporosis, osteopenia or high risk of fractures <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure âfracturesâ comes from randomized controlled trials and therefore starts at high <PERSOON> level of evidence was downgraded by two levels because of study limitations (risk of bias) and imprecision Resulting in a level of <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure âBMDâ comes from randomized levels because of study limitations (risk of bias) and overlapping of the confidence interval with the limits of clinical decision making (imprecision) Resulting in a level of evidence of <PERSOON> fracture risk and change in bone mineral density (BMD) of treatment with magnesium in comparison with no treatment, placebo or calcium and vitamin D is unknown None of the identified studies reported the outcome Treatment with vitamin K# may result in a decrease in clinical fractures compared to placebo in patients with primary osteoporosis, osteopenia or Treatment with vitamin K# may result in little to no difference in vertebral fractures compared to placebo in patients with primary osteoporosis, Treatment with vitamin K# may result in little to no difference in bone mineral density (BMD) compared to placebo in patients with primary De literatuuranalyse liet zien dat er geen gerandomiseerde studies gedaan zijn naar het.
| 899 | nvr |
###) for the MK# and placebo group, respectively <PERSOON> difference between the groups is minimum <PERSOON> level of evidence could not be assessed because no studies were identified that compared magnesium with no treatment, placebo or calcium and vitamin D in patients with primary osteoporosis, osteopenia or high risk of fractures <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure âfracturesâ comes from randomized controlled trials and therefore starts at high <PERSOON> level of evidence was downgraded by two levels because of study limitations (risk of bias) and imprecision Resulting in a level of <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure âBMDâ comes from randomized levels because of study limitations (risk of bias) and overlapping of the confidence interval with the limits of clinical decision making (imprecision) Resulting in a level of evidence of <PERSOON> fracture risk and change in bone mineral density (BMD) of treatment with magnesium in comparison with no treatment, placebo or calcium and vitamin D is unknown None of the identified studies reported the outcome Treatment with vitamin K# may result in a decrease in clinical fractures compared to placebo in patients with primary osteoporosis, osteopenia or Treatment with vitamin K# may result in little to no difference in vertebral fractures compared to placebo in patients with primary osteoporosis, Treatment with vitamin K# may result in little to no difference in bone mineral density (BMD) compared to placebo in patients with primary De literatuuranalyse liet zien dat er geen gerandomiseerde studies gedaan zijn naar het Er is magnesium terug te vinden in het drinkwater en het mineraal is ruim aanwezig in groente, noten en fruit Volgens de gezondheidsraad is een inname van ###mg (vrouwen) tot ###mg (mannen) per dag voldoende om natuurlijk verlies te compenseren (Gezondheidsraad, ###) De maximale veilige suppletie is ### mg per dag (EFSA, ###) De gemiddeld magnesium inname in <LOCATIE> is voldoende Het is echter niet helemaal duidelijk of de magnesiuminname bij iedereen wel voldoende is(<INSTELLING>) ###) Bij een gezond voedingspatroon komen tekorten echter nauwelijks voor, behalve bij risicofactoren zoals eerder vermeld in tabel <DATUM> (Topf and Murray, ###; Doornebal, ###) Naast ongezonde voeding is er gepostuleerd dat het risico op magnesiumdeficiëntie is toegenomen doordat het magnesiumgehalte in groente en fruit niet uit (Doornebal, ###) Daar is een magnesium retentietest voor nodig (<PERSOON>, ###) Gezien het ontbreken van bewijs en het feit dat de kans op een magnesiumdeficiëntie bij een gezonde voeding erg onwaarschijnlijk is, lijkt het de werkgroep niet aangewezen om naast het advies om gezonde voeding te eten ook magnesium supplementen te adviseren Vitamine K is een vet oplosbaar vitamine (Palermo, Tuccinardi, ###) Het is onder te een synthetisch analoog Vitamine K# (menadione) dat wateroplosbaar is en in de lever wordt omgezet naar vitamine <PERSOON> K# komt voor in veel plantaardige producten en natuurlijke oliën Vitamine K# (menaquinone) bestaat uit een groep stoffen van verschillende chemische samenstelling De chemische formule van K# is MK-n, de n kan.
| 638 | nvr |
Er is magnesium terug te vinden in het drinkwater en het mineraal is ruim aanwezig in groente, noten en fruit Volgens de gezondheidsraad is een inname van ###mg (vrouwen) tot ###mg (mannen) per dag voldoende om natuurlijk verlies te compenseren (Gezondheidsraad, ###) De maximale veilige suppletie is ### mg per dag (EFSA, ###) De gemiddeld magnesium inname in <LOCATIE> is voldoende Het is echter niet helemaal duidelijk of de magnesiuminname bij iedereen wel voldoende is(<INSTELLING>) ###) Bij een gezond voedingspatroon komen tekorten echter nauwelijks voor, behalve bij risicofactoren zoals eerder vermeld in tabel <DATUM> (Topf and Murray, ###; Doornebal, ###) Naast ongezonde voeding is er gepostuleerd dat het risico op magnesiumdeficiëntie is toegenomen doordat het magnesiumgehalte in groente en fruit niet uit (Doornebal, ###) Daar is een magnesium retentietest voor nodig (<PERSOON>, ###) Gezien het ontbreken van bewijs en het feit dat de kans op een magnesiumdeficiëntie bij een gezonde voeding erg onwaarschijnlijk is, lijkt het de werkgroep niet aangewezen om naast het advies om gezonde voeding te eten ook magnesium supplementen te adviseren Vitamine K is een vet oplosbaar vitamine (Palermo, Tuccinardi, ###) Het is onder te een synthetisch analoog Vitamine K# (menadione) dat wateroplosbaar is en in de lever wordt omgezet naar vitamine <PERSOON> K# komt voor in veel plantaardige producten en natuurlijke oliën Vitamine K# (menaquinone) bestaat uit een groep stoffen van verschillende chemische samenstelling De chemische formule van K# is MK-n, de n kan MK-# is de dominante vorm van vitamine K in het lichaam en wordt gevonden in vis, lever, melk, groente en eieren Zowel vitamine K# als vitamine K# worden in het menselijk lichaam omgezet naar MK-# Vitamine K# als MK ## tot ## worden door anaerobe bacteriën gemaakt en opgenomen Vitamine K# wordt in de lever opgeslagen Andere organen (hersenen, pancreas, genitaliën) slaan MK-# op Supplementen kunnen zowel vitamine K# als vitamine K# bevatten Dit staat Vitamine K heeft een rol in veel verschillende biologische processen Het kreeg zijn naam als vitamine van belang voor de bloedstolling (coagulation betekent coagulatie in het Deens) Ook speelt het een rol bij het stimuleren van botformatie, het reguleren van bot In diverse studies zijn er associaties tussen vitamine K status en BMD en fracturen gevonden Ook zijn er suppletiestudies met onder andere vitamine K Dit is de aanleiding dat verschillende aanbieders van voedingssupplementen claimen dat vitamine K suppletie goed In een meta-analyse van placebogecontroleerde studies werd geen toename van BMD of een afname in de kans op een wervelfractuur gezien in de interventiegroepen die vitamine K gesuppleerd werden Met de kans op alle fracturen samen als eindmaat, werd een statistisch net significante daling van fracturen gezien met een breed betrouwbaarheidsinterval (# ## (##%CI # ## to # ## dat klinisch wel relevant zou kunnen zijn In de analyse waarin alleen de studies met een lage kans op selectiebias werd meegenomen verloor het effect zijn.
| 635 | nvr |
dominante vorm van vitamine K in het lichaam en wordt gevonden in vis, lever, melk, groente en eieren Zowel vitamine K# als vitamine K# worden in het menselijk lichaam omgezet naar MK-# Vitamine K# als MK ## tot ## worden door anaerobe bacteriën gemaakt en opgenomen Vitamine K# wordt in de lever opgeslagen Andere organen (hersenen, pancreas, genitaliën) slaan MK-# op Supplementen kunnen zowel vitamine K# als vitamine K# bevatten Dit staat Vitamine K heeft een rol in veel verschillende biologische processen Het kreeg zijn naam als vitamine van belang voor de bloedstolling (coagulation betekent coagulatie in het Deens) Ook speelt het een rol bij het stimuleren van botformatie, het reguleren van bot In diverse studies zijn er associaties tussen vitamine K status en BMD en fracturen gevonden Ook zijn er suppletiestudies met onder andere vitamine K Dit is de aanleiding dat verschillende aanbieders van voedingssupplementen claimen dat vitamine K suppletie goed In een meta-analyse van placebogecontroleerde studies werd geen toename van BMD of een afname in de kans op een wervelfractuur gezien in de interventiegroepen die vitamine K gesuppleerd werden Met de kans op alle fracturen samen als eindmaat, werd een statistisch net significante daling van fracturen gezien met een breed betrouwbaarheidsinterval (# ## (##%CI # ## to # ## dat klinisch wel relevant zou kunnen zijn In de analyse waarin alleen de studies met een lage kans op selectiebias werd meegenomen verloor het effect zijn K gebrek een risicofactor voor fracturen is en dat sommige mensen baat zouden kunnen hebben van suppletie met vitamine K Een evaluatie van fracturen bij mensen die wel of niet coumarine derivaten gebruiken zou hierbij mogelijk aanvullende informatie kunnen Volgens de <INSTELLING> is de vitamine K inname in <LOCATIE> gemiddeld adequaat en is het risico op vitamine K gebrek bij volwassenen laag (<INSTELLING>, ###) Risicofactoren voor vitamine K gebrek staan in tabel <DATUM> De klinische manifestatie van vitamine K gebrek is een toegenomen bloedingsneiging Vitamine K gebrek kan ook worden vastgesteld met een bepaling van de serumconcentratie van vitamine K# Deze meting is niet helemaal betrouwbaar omdat de andere vitamine K bestanddelen niet mee gemeten worden De werking van coumarinederivaten, kan beïnvloed worden door vitamine K Wanneer iemand deze medicatie gebruikt en daarnaast extra vitamine K binnenkrijgt (bijvoorbeeld door middel van suppletie) kan dit negatieve gevolgen hebben Zowel vitamine K# als vitamine K# kunnen de werking van de antistollingsmiddelen beïnvloeden Uit onderzoek bleek dat vitamine K# in een dosering van minder dan ### µg per dag geen invloed had op de antistolling In de meeste multivitaminen of andere supplementen vinden we deze dosering niet Vitamine K# heeft daarentegen al invloed op de antistolling met een dosering van ## µg of meer # Het advies is daarom om vitamine K# niet te gebruiken bij het slikken van antistollingsmiddelen en suppletie van vitamine K te beperken tot vitamine K# De maximale.
| 577 | nvr |
en dat sommige mensen baat zouden kunnen hebben van suppletie met vitamine K Een evaluatie van fracturen bij mensen die wel of niet coumarine derivaten gebruiken zou hierbij mogelijk aanvullende informatie kunnen Volgens de <INSTELLING> is de vitamine K inname in <LOCATIE> gemiddeld adequaat en is het risico op vitamine K gebrek bij volwassenen laag (<INSTELLING>, ###) Risicofactoren voor vitamine K gebrek staan in tabel <DATUM> De klinische manifestatie van vitamine K gebrek is een toegenomen bloedingsneiging Vitamine K gebrek kan ook worden vastgesteld met een bepaling van de serumconcentratie van vitamine K# Deze meting is niet helemaal betrouwbaar omdat de andere vitamine K bestanddelen niet mee gemeten worden De werking van coumarinederivaten, kan beïnvloed worden door vitamine K Wanneer iemand deze medicatie gebruikt en daarnaast extra vitamine K binnenkrijgt (bijvoorbeeld door middel van suppletie) kan dit negatieve gevolgen hebben Zowel vitamine K# als vitamine K# kunnen de werking van de antistollingsmiddelen beïnvloeden Uit onderzoek bleek dat vitamine K# in een dosering van minder dan ### µg per dag geen invloed had op de antistolling In de meeste multivitaminen of andere supplementen vinden we deze dosering niet Vitamine K# heeft daarentegen al invloed op de antistolling met een dosering van ## µg of meer # Het advies is daarom om vitamine K# niet te gebruiken bij het slikken van antistollingsmiddelen en suppletie van vitamine K te beperken tot vitamine K# De maximale bekend Gezien de afwezigheid van een relatie met botmineraaldichtheid, de lage kwaliteit van de meta-analyse en de geringe kans op een vitamine K deficiëntie als men gezonde voeding gebruikt, lijkt het de werkgroep niet aangewezen om vitamine K supplementen op grote algemene schaal te adviseren, maar meer aandacht te hebben voor een gezonde Na calcium en kalium is magnesium het meest voorkomende mineraal in het menselijke lichaam (Erem, Atfi, ###) Het is essentieel voor heel veel cellulaire processen Mg speelt een rol in de proliferatie en de overleving van een cel Het heeft een functie bij zenuwactiviteit en spiercontracties De serumconcentratie van magnesium wordt zeer nauw gereguleerd door gastro-intestinale absorptie, uitwisseling met bot en renale excretie en terugresorptie, waarbij het skelet de belangrijkste reservoirfunctie heeft Bij zowel de absorptie als de activatie van vitamine D speelt magnesium vermoedelijk een rol Ook is magnesium mogelijk betrokken bij de mineralisatie van het skelet Er zijn een aantal aanwijzingen waardoor het onderzoeken van de relatie tussen magnesium en fracturen rationeel is Magnesium in de voeding was positief geassocieerd met ultrasound metingen van de hiel van jonge meisjes en suppletie gaf een toename van BMD van de heup in deze groep Magnesium inname was ook geassocieerd met BMD in atletische zwemmers (<PERSOON>, ###) Ook bij ouderen is er in een aantal studies een associatie gevonden tussen lage magnesium spiegels en lagere botmineraaldichtheid (Saito, Tabata, ###; Song, <PERSOON>, ###) Dit vormt mogelijk de verklaring dat magnesiumsupplementen als heilzaam voor de.
| 574 | nvr |
de lage kwaliteit van de meta-analyse en de geringe kans op een vitamine K deficiëntie als men gezonde voeding gebruikt, lijkt het de werkgroep niet aangewezen om vitamine K supplementen op grote algemene schaal te adviseren, maar meer aandacht te hebben voor een gezonde Na calcium en kalium is magnesium het meest voorkomende mineraal in het menselijke lichaam (Erem, Atfi, ###) Het is essentieel voor heel veel cellulaire processen Mg speelt een rol in de proliferatie en de overleving van een cel Het heeft een functie bij zenuwactiviteit en spiercontracties De serumconcentratie van magnesium wordt zeer nauw gereguleerd door gastro-intestinale absorptie, uitwisseling met bot en renale excretie en terugresorptie, waarbij het skelet de belangrijkste reservoirfunctie heeft Bij zowel de absorptie als de activatie van vitamine D speelt magnesium vermoedelijk een rol Ook is magnesium mogelijk betrokken bij de mineralisatie van het skelet Er zijn een aantal aanwijzingen waardoor het onderzoeken van de relatie tussen magnesium en fracturen rationeel is Magnesium in de voeding was positief geassocieerd met ultrasound metingen van de hiel van jonge meisjes en suppletie gaf een toename van BMD van de heup in deze groep Magnesium inname was ook geassocieerd met BMD in atletische zwemmers (<PERSOON>, ###) Ook bij ouderen is er in een aantal studies een associatie gevonden tussen lage magnesium spiegels en lagere botmineraaldichtheid (Saito, Tabata, ###; Song, <PERSOON>, ###) Dit vormt mogelijk de verklaring dat magnesiumsupplementen als heilzaam voor de ervan In de Women Health Initiative studie werd echter een hogere incidentie van polsfracturen gezien bij de vrouwen in de hoogste quintiel van magnesium inname (Nieves ###) In een systematische meta-analyse werd een kleine significante associatie gevonden met het BMD van de heup, maar geen significante associatie met de BMD van de wervels en Omdat er geen bewijs is dat magnesiumsuppletie fracturen zou kunnen voorkómen en omdat magnesiuminsufficiëntie erg zeldzaam is, wordt geen magnesiumsuppletie Schrijf geen magnesium en vitamine K (# en #) supplementen voor aan patiënten met een verhoogd fractuurrisico om het risico op fracturen te verminderen Er zijn aanwijzingen dat vitamine K suppletie bij een verhoogd risico op fracturen, fracturreductie zou kunnen geven Alleen de kwaliteit van het bewijs is onvoldoende Aangezien vitamine K bij gezonde voeding amper voorkomt, wordt algemene suppletie niet direct aanbevolen, maar ook niet afgeraden Zowel magnesiumdeficiëntie als deficiëntie van vitamine K komt bij een gezonde gevarieerde voeding hoogst zelden voor Gezien de sterke aanwijzingen dat een gezonde voeding vermindering van het fractuurrisico geeft (zie hiervoor ook module over calcium en vitamine-D) is het waarschijnlijk zinvoller om mensen met een verhoogd fractuurrisico op het belang van gezonde voeding te wijzen dan hen aparte suppletie van magnesium of vitamine K aan te raden Adviseer patiënten met een verhoogd fractuurrisico gezonde en gevarieerde voeding met voldoende zuivel, groente, noten en fruit Indien dit niet haalbaar is, verwijs dan naar een the Latest Evidence in Preclinical Studies " Biomed Res Int ### <PATIENTNUMMER> Doornebal J, B R.
| 581 | nvr |
werd echter een hogere incidentie van polsfracturen gezien bij de vrouwen in de hoogste quintiel van magnesium inname (Nieves ###) In een systematische meta-analyse werd een kleine significante associatie gevonden met het BMD van de heup, maar geen significante associatie met de BMD van de wervels en Omdat er geen bewijs is dat magnesiumsuppletie fracturen zou kunnen voorkómen en omdat magnesiuminsufficiëntie erg zeldzaam is, wordt geen magnesiumsuppletie Schrijf geen magnesium en vitamine K (# en #) supplementen voor aan patiënten met een verhoogd fractuurrisico om het risico op fracturen te verminderen Er zijn aanwijzingen dat vitamine K suppletie bij een verhoogd risico op fracturen, fracturreductie zou kunnen geven Alleen de kwaliteit van het bewijs is onvoldoende Aangezien vitamine K bij gezonde voeding amper voorkomt, wordt algemene suppletie niet direct aanbevolen, maar ook niet afgeraden Zowel magnesiumdeficiëntie als deficiëntie van vitamine K komt bij een gezonde gevarieerde voeding hoogst zelden voor Gezien de sterke aanwijzingen dat een gezonde voeding vermindering van het fractuurrisico geeft (zie hiervoor ook module over calcium en vitamine-D) is het waarschijnlijk zinvoller om mensen met een verhoogd fractuurrisico op het belang van gezonde voeding te wijzen dan hen aparte suppletie van magnesium of vitamine K aan te raden Adviseer patiënten met een verhoogd fractuurrisico gezonde en gevarieerde voeding met voldoende zuivel, groente, noten en fruit Indien dit niet haalbaar is, verwijs dan naar een the Latest Evidence in Preclinical Studies " Biomed Res Int ### <PATIENTNUMMER> Doornebal J, B R "Een onbekende maar potentieel ernstie bijwerking EFSA (###) " Tolerable Upper Intake <PERSOON> for Vitamins and Minerals - Scientific Committee on Food/Scientific Panel on <PERSOON> and <PERSOON> effects of vitamin D and magnesium in aging bone " <PERSOON> and <PERSOON> magnesium intake, bone mineral density and risk of fracture a systematic review and meta-analysis " <PERSOON>, L E (##<DATUM> <PERSOON> MSD Manual Professional Version <PERSOON>, A M <PERSOON> and <PERSOON-##> intake mediates the association between bone mineral density and lean soft tissue in elite swimmers " Magnes Res ##(#) #<DATUM> Mott, A , <PERSOON-##>, D J (###) Effect of vitamin K on bone mineral density and fractures in adults an updated systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials <PERSOON-##> to Effect of vitamin K on bone mineral density and fractures in trials Osteoporosis International.
| 514 | nvr |
onbekende maar potentieel ernstie bijwerking EFSA (###) " Tolerable Upper Intake <PERSOON> for Vitamins and Minerals - Scientific Committee on Food/Scientific Panel on <PERSOON> and <PERSOON> effects of vitamin D and magnesium in aging bone " <PERSOON> and <PERSOON> magnesium intake, bone mineral density and risk of fracture a systematic review and meta-analysis " <PERSOON>, L E (##<DATUM> <PERSOON> MSD Manual Professional Version <PERSOON>, A M <PERSOON> and <PERSOON-##> intake mediates the association between bone mineral density and lean soft tissue in elite swimmers " Magnes Res ##(#) #<DATUM> Mott, A , <PERSOON-##>, D J (###) Effect of vitamin K on bone mineral density and fractures in adults an updated systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials <PERSOON-##> to Effect of vitamin K on bone mineral density and fractures in trials Osteoporosis International Between the European Foundation for Osteoporosis and the <PERSOON-##> effects of nutrients and nutraceuticals, beyond calcium and <PERSOON-##> and <PERSOON-##> K and osteoporosis (<INSTELLING>), <PERSOON-##> (###) "Inname van Nutrienten door de <PERSOON-##> effect of vitamin MK-# on bone mineral density and microarchitecture in postmenopausal women with <PERSOON-##> and <PERSOON-##> mineral density, serum albumin and serum plasma concentrations of markers of systemic inflammation and endothelial Topf, J M and <PERSOON-##> and hypermagnesemia " <PERSOON-##>, X , <PERSOON-##>, F , & <PERSOON-##>, M (###) Effect of vitamin K# on bone mineral density and serum cathepsin K in female osteoporosis patients <PERSOON-##>, L , <PERSOON-##>, Y , <PERSOON-##>, Y , & <PERSOON-##>, Y (###).
| 465 | nvr |
European Foundation for Osteoporosis and the <PERSOON> effects of nutrients and nutraceuticals, beyond calcium and <PERSOON> and <PERSOON> K and osteoporosis (<INSTELLING>), <PERSOON> (###) "Inname van Nutrienten door de <PERSOON> effect of vitamin MK-# on bone mineral density and microarchitecture in postmenopausal women with <PERSOON> and <PERSOON> mineral density, serum albumin and serum plasma concentrations of markers of systemic inflammation and endothelial Topf, J M and <PERSOON> and hypermagnesemia " <PERSOON>, X , <PERSOON-##>, F , & <PERSOON-##>, M (###) Effect of vitamin K# on bone mineral density and serum cathepsin K in female osteoporosis patients <PERSOON-##>, L , <PERSOON-##>, Y , <PERSOON-##>, Y , & <PERSOON-##> on Bone Mineral Density in Middle-Aged and <PERSOON-##> were also included in the systematic review by Mott (###) Article did not described a randomized controlled trial literature) adj# review$#) tw or (systematic adj overview$#) tw or exp "Review Literature as Topic"/ or cochrane ab or cochrane jw or embase ab or medline ab or (psychlit or psyclit) ab or (cinahl or cinhal) ab or cancerlit ab or ((selection criteria or data extraction) ab and ## AND ## AND (english)/lim AND (###-###)/py NOT ('conference ## AND ## AND (english)/lim AND (###-###)/py NOT ('conference # (exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical Welke adviezen met betrekking tot beweging dienen te worden gegeven aan patiënten met Welke algemene beweegadviezen gelden er voor mensen met een verhoogd Wanneer is verwijzing naar een behandelaar op gebied van beweging geïndiceerd? De âBeweegrichtlijn voor volwassenenâ en ouderen (##+) adviseert minstens ### minuten per week aan matig intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen met minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten Voor Het is bewezen dat beweging invloed heeft op de balans, spierkracht en botsterkte van.
| 539 | nvr |
<PERSOON> on Bone Mineral Density in Middle-Aged and <PERSOON> were also included in the systematic review by Mott (###) Article did not described a randomized controlled trial literature) adj# review$#) tw or (systematic adj overview$#) tw or exp "Review Literature as Topic"/ or cochrane ab or cochrane jw or embase ab or medline ab or (psychlit or psyclit) ab or (cinahl or cinhal) ab or cancerlit ab or ((selection criteria or data extraction) ab and ## AND ## AND (english)/lim AND (###-###)/py NOT ('conference ## AND ## AND (english)/lim AND (###-###)/py NOT ('conference # (exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical Welke adviezen met betrekking tot beweging dienen te worden gegeven aan patiënten met Welke algemene beweegadviezen gelden er voor mensen met een verhoogd Wanneer is verwijzing naar een behandelaar op gebied van beweging geïndiceerd? De âBeweegrichtlijn voor volwassenenâ en ouderen (##+) adviseert minstens ### minuten per week aan matig intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen met minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten Voor Het is bewezen dat beweging invloed heeft op de balans, spierkracht en botsterkte van Beweegadviezen horen daarom ook tot de basis van behandeling van mensen met een verhoogd fractuurrisico Toch zijn er in de praktijk weinig specifieke adviezen voor beweging als standaard onderdeel van de behandeling bij patiënten met een verhoogd fractuurrisico Het is op dit moment niet duidelijk welke vormen van beweging een positief effect hebben op (verlagen van) het fractuurrisico en of er vormen van beweging zijn die fractuurrisico kunnen verhogen en daarom misschien zelfs vermeden moeten worden Wel is bekend dat bewegen bij voorkeur botbelastend moet zijn, om de botaanmaak te stimuleren In deze module wordt besproken welke beweegadviezen gelden voor mensen met een verhoogd fractuurrisico en wanneer het zinvol is om een patiënt te verwijzen voor extra begeleiding What types of exercise affect the occurrence of fractures, bone strength of events in <PERSOON> guideline development group considered falls and fractures as a critical outcome measure for decision making; and bone mineral density (BMD) as an important outcome falls (number of patients and frequency), fractures or bone mineral density (BMD) <PERSOON> databases Medline and Embase were searched with relevant search terms until October ##th ### for systematic reviews <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria systematic reviews in patients with low bone mineral density comparing exercise therapies ## studies were initially selected based on title and abstract screening.
| 613 | nvr |
tot de basis van behandeling van mensen met een verhoogd fractuurrisico Toch zijn er in de praktijk weinig specifieke adviezen voor beweging als standaard onderdeel van de behandeling bij patiënten met een verhoogd fractuurrisico Het is op dit moment niet duidelijk welke vormen van beweging een positief effect hebben op (verlagen van) het fractuurrisico en of er vormen van beweging zijn die fractuurrisico kunnen verhogen en daarom misschien zelfs vermeden moeten worden Wel is bekend dat bewegen bij voorkeur botbelastend moet zijn, om de botaanmaak te stimuleren In deze module wordt besproken welke beweegadviezen gelden voor mensen met een verhoogd fractuurrisico en wanneer het zinvol is om een patiënt te verwijzen voor extra begeleiding What types of exercise affect the occurrence of fractures, bone strength of events in <PERSOON> guideline development group considered falls and fractures as a critical outcome measure for decision making; and bone mineral density (BMD) as an important outcome falls (number of patients and frequency), fractures or bone mineral density (BMD) <PERSOON> databases Medline and Embase were searched with relevant search terms until October ##th ### for systematic reviews <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria systematic reviews in patients with low bone mineral density comparing exercise therapies ## studies were initially selected based on title and abstract screening for exclusion under the tab Methods) and one systematic review was included In addition, the databases Medline and Embase were searched with relevant search terms until October ##nd ### for randomized controlled trials <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria randomized controlled trials in patients with low bone mineral density comparing exercise therapies ## studies were initially selected based on title and abstract screening After reading the full text, # studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and # randomized controlled trials were included that were published after the systematic review <PERSOON> studies were included in the analysis of the literature Important study characteristics summarized in the risk of bias tables <PERSOON> studies reported in the included systematic review, which met our inclusion criteria were summarized separately <PERSOON> (###) conducted a systematic review of randomized controlled trials to investigate the effectiveness of exercise interventions in the reduction of falls, fall-related fractures, and risk factors for falls and fractures, such as reduced muscle strength, balance and BMD, in individuals with osteoporosis or osteopenia A literature search was conducted over the period between ### and <PERSOON> ### in the databases of Medline, Embase, and CINAHL Studies were included when they met the following criteria the paper was written in English, the study was described as a randomized controlled trial (RCT), participants were.
| 586 | nvr |
addition, the databases Medline and Embase were searched with relevant search terms until October ##nd ### for randomized controlled trials <PERSOON> detailed search strategy is depicted under the tab <PERSOON> systematic literature search resulted in ### hits Studies were selected based on the following criteria randomized controlled trials in patients with low bone mineral density comparing exercise therapies ## studies were initially selected based on title and abstract screening After reading the full text, # studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and # randomized controlled trials were included that were published after the systematic review <PERSOON> studies were included in the analysis of the literature Important study characteristics summarized in the risk of bias tables <PERSOON> studies reported in the included systematic review, which met our inclusion criteria were summarized separately <PERSOON> (###) conducted a systematic review of randomized controlled trials to investigate the effectiveness of exercise interventions in the reduction of falls, fall-related fractures, and risk factors for falls and fractures, such as reduced muscle strength, balance and BMD, in individuals with osteoporosis or osteopenia A literature search was conducted over the period between ### and <PERSOON> ### in the databases of Medline, Embase, and CINAHL Studies were included when they met the following criteria the paper was written in English, the study was described as a randomized controlled trial (RCT), participants were study population did not only consist of patients with low BMD due to underlying diseases such as heart transplant patients, the group with the exercise intervention was compared to a sedentary control group, a control group with another exercise intervention, or sham intervention or a control group with a non-exercise intervention Studies comparing the exercise intervention with a pharmacological intervention only were not included Of the #,### publications, ## met the inclusion criteria Five additional publications were found by checking reference lists and authorâs names and by searching related articles In addition to the systematic review by <PERSOON> (###) eight randomized controlled trials Hakestad (###) performed a single-blinded, randomized controlled trial to evaluate the effect after # year of a #-month active rehabilitation programme with the use of weight vests and including a patient education programme (OsteoACTIVE) on quadriceps strength, BMD, dynamic balance, walking capacity, physical activity level and QoL in postmenopausal women with osteopenia and a previous wrist fracture Patients were included with the following inclusion criteria (#) postmenopausal women ) ## years of age, (#) diagnosed with low BMD (t-score ( â<DATUM> , (#) wrist fracture not older than # years and was healed at inclusion (no plaster cast), and (#) domiciled in the Oslo region They were excluded if they (#) had had hip- or vertebral fractures, (#) history of ) # osteoporotic fractures, (#) problems/illness indicating that active rehabilitation was not advisable, (#) were moderately or intensely physically active for more than # h per week, (#) were unable to understand.
| 650 | nvr |
low BMD due to underlying diseases such as heart transplant patients, the group with the exercise intervention was compared to a sedentary control group, a control group with another exercise intervention, or sham intervention or a control group with a non-exercise intervention Studies comparing the exercise intervention with a pharmacological intervention only were not included Of the #,### publications, ## met the inclusion criteria Five additional publications were found by checking reference lists and authorâs names and by searching related articles In addition to the systematic review by <PERSOON> (###) eight randomized controlled trials Hakestad (###) performed a single-blinded, randomized controlled trial to evaluate the effect after # year of a #-month active rehabilitation programme with the use of weight vests and including a patient education programme (OsteoACTIVE) on quadriceps strength, BMD, dynamic balance, walking capacity, physical activity level and QoL in postmenopausal women with osteopenia and a previous wrist fracture Patients were included with the following inclusion criteria (#) postmenopausal women ) ## years of age, (#) diagnosed with low BMD (t-score ( â<DATUM> , (#) wrist fracture not older than # years and was healed at inclusion (no plaster cast), and (#) domiciled in the Oslo region They were excluded if they (#) had had hip- or vertebral fractures, (#) history of ) # osteoporotic fractures, (#) problems/illness indicating that active rehabilitation was not advisable, (#) were moderately or intensely physically active for more than # h per week, (#) were unable to understand <PERSOON> OsteoACTIVE rehabilitation programme consisted of a #month exercise programme combined with a patient education component (OsteoINFO) <PERSOON> exercise programme consisted of # group exercise sessions and one home exercise session per week (in total # Ã ## min/week) A total of ### women were screened and eligible for participation, after which ## women were enrolled and assessed Of the ## women, ## were randomly assigned to the OsteoACTIVE and ## to the control group <PERSOON> OsteoACTIVE and the control groups were similar at baseline with regard to age, height, weight, BMI, age of menopause, years since postmenopause, physical activity level and ElDeeb (###) performed a randomized controlled trial to investigate the effect of wholebody vibration (WBV) on muscle work and bone mineral density (BMD) of the lumbar vertebrae and femur in postmenopausal women A physician recruited a total of ## postmenopausal women and evaluated each woman for inclusion and exclusion criteria <PERSOON> groups received calcium (### mg) and vitamin D (### IU) once daily Also, the WBV group received WBV training twice per week for ## weeks All participants were instructed to maintain their normal daily living activities <PERSOON> participantsâ ages ranged from ## to ## years, and body mass index was ) ## kg/m# and ( â# #) There was no significant difference between both groups in age, height, weight, and body mass index Von Stengel (###) performed a randomized controlled trial to determine whether the.
| 684 | nvr |
OsteoACTIVE rehabilitation programme consisted of a #month exercise programme combined with a patient education component (OsteoINFO) <PERSOON> exercise programme consisted of # group exercise sessions and one home exercise session per week (in total # à ## min/week) A total of ### women were screened and eligible for participation, after which ## women were enrolled and assessed Of the ## women, ## were randomly assigned to the OsteoACTIVE and ## to the control group <PERSOON> OsteoACTIVE and the control groups were similar at baseline with regard to age, height, weight, BMI, age of menopause, years since postmenopause, physical activity level and ElDeeb (###) performed a randomized controlled trial to investigate the effect of wholebody vibration (WBV) on muscle work and bone mineral density (BMD) of the lumbar vertebrae and femur in postmenopausal women A physician recruited a total of ## postmenopausal women and evaluated each woman for inclusion and exclusion criteria <PERSOON> groups received calcium (### mg) and vitamin D (### IU) once daily Also, the WBV group received WBV training twice per week for ## weeks All participants were instructed to maintain their normal daily living activities <PERSOON> participantsâ ages ranged from ## to ## years, and body mass index was ) ## kg/m# and ( â# #) There was no significant difference between both groups in age, height, weight, and body mass index Von Stengel (###) performed a randomized controlled trial to determine whether the vibration (WBV) Postmenopausal women aged ## years and older living independently in the community of Erlangen-Nürnberg (Germany) were contacted by mail between <PERSOON> ### and January ### Exclusion criteria were (#) diseases or medication affecting bone metabolism, (#) diseases or medication affecting neuromuscular performance and falls, (#) implants of the lower extremity or of the spine, (#) eye diseases affecting the retina, and (#) low physical capacity (( ## W) One hundred fifty-one postmenopausal women aged ## to ## years (mean age #<DATUM> ± <DATUM> were enrolled <PERSOON> randomization either to a (#) training group (TG), (#) training including WBV (TGV), or a (#) wellness control group (CG) was <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to determine the safety and efficacy of brief, bone-targeted HiPRT plus weight-bearing impact training for postmenopausal women with low to very low bone mass on risk factors for osteoporotic fracture, including bone mineral density (BMD), lean mass, and physical function Eligible participants are block randomised to either # months of ##-min, twice-weekly, supervised HiPRT and weightbearing impact loading or an unsupervised low-intensity home-based exercise program of a similar duration Inclusion criteria were postmenopausal women over ## years of age with low bone mass (T-score ( -# # at hip and/or spine) but otherwise in good general health A total of ### postmenopausal women have consented to participate in the LIFTMOR trial to date Seventy-two individuals have met the inclusion criteria, completed baseline testing, and been block randomised (based on medication status) to either HiPRT/impact loading.
| 712 | nvr |
and older living independently in the community of Erlangen-Nürnberg (Germany) were contacted by mail between <PERSOON> ### and January ### Exclusion criteria were (#) diseases or medication affecting bone metabolism, (#) diseases or medication affecting neuromuscular performance and falls, (#) implants of the lower extremity or of the spine, (#) eye diseases affecting the retina, and (#) low physical capacity (( ## W) One hundred fifty-one postmenopausal women aged ## to ## years (mean age #<DATUM> ± <DATUM> were enrolled <PERSOON> randomization either to a (#) training group (TG), (#) training including WBV (TGV), or a (#) wellness control group (CG) was <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to determine the safety and efficacy of brief, bone-targeted HiPRT plus weight-bearing impact training for postmenopausal women with low to very low bone mass on risk factors for osteoporotic fracture, including bone mineral density (BMD), lean mass, and physical function Eligible participants are block randomised to either # months of ##-min, twice-weekly, supervised HiPRT and weightbearing impact loading or an unsupervised low-intensity home-based exercise program of a similar duration Inclusion criteria were postmenopausal women over ## years of age with low bone mass (T-score ( -# # at hip and/or spine) but otherwise in good general health A total of ### postmenopausal women have consented to participate in the LIFTMOR trial to date Seventy-two individuals have met the inclusion criteria, completed baseline testing, and been block randomised (based on medication status) to either HiPRT/impact loading Of those, ## women have completed their active trial period and Stolzenberg (###) performed a randomized controlled trial to examine the effect of a ninemonth resistive exercise program with either an additional whole body vibration exercise (VIB) or balance training (BAL) in post-menopausal women with osteopenia Sixty eight postmenopausal women with reduced bone density took part in a nine month intervention randomised into either a whole-body vibration (VIB) or balance (BAL) training group <PERSOON> inclusion criteria were a minimum of eight years postmenopausal, no recent (last six months) involvement in whole body vibration exercise, balance training or resistive exercise and a total hip or lumbar spine (L#-L#) T-score from -# # to -# # SD on dual energy X-ray absorptiometry Exclusion criteria were any metal implants, known disturbance of the vestibular system, prior experience with the testing apparatus, bone fractures within the last year, neuromuscular and neurological diseases, acute thrombosis in the last ## months, coronary heart disease, pacemaker, acute arthritis, smoking of more than ## cigarettes per day (assessed per telephone interview) and alcohol consumption of more than one standard drink (##g of alcohol) per day (assessed per telephone interview) Aside from a larger arm muscle area in the VIB-group at baseline (p=# ###), no significant baseline differences were seen between the two groups for any of the parameters measured (p⥠# ##) or <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to examine the influence of twiceweekly low-intensity whole body vibration (## mins, ## Hz, #.
| 708 | nvr |
those, ## women have completed their active trial period and Stolzenberg (###) performed a randomized controlled trial to examine the effect of a ninemonth resistive exercise program with either an additional whole body vibration exercise (VIB) or balance training (BAL) in post-menopausal women with osteopenia Sixty eight postmenopausal women with reduced bone density took part in a nine month intervention randomised into either a whole-body vibration (VIB) or balance (BAL) training group <PERSOON> inclusion criteria were a minimum of eight years postmenopausal, no recent (last six months) involvement in whole body vibration exercise, balance training or resistive exercise and a total hip or lumbar spine (L#-L#) T-score from -# # to -# # SD on dual energy X-ray absorptiometry Exclusion criteria were any metal implants, known disturbance of the vestibular system, prior experience with the testing apparatus, bone fractures within the last year, neuromuscular and neurological diseases, acute thrombosis in the last ## months, coronary heart disease, pacemaker, acute arthritis, smoking of more than ## cigarettes per day (assessed per telephone interview) and alcohol consumption of more than one standard drink (##g of alcohol) per day (assessed per telephone interview) Aside from a larger arm muscle area in the VIB-group at baseline (p=# ###), no significant baseline differences were seen between the two groups for any of the parameters measured (p⥠# ##) or <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to examine the influence of twiceweekly low-intensity whole body vibration (## mins, ## Hz, # body vibration (#x # mins, <DATUM> Hz, # g) on anthropometrics, bone (whole body, hip, spine, forearm, and heel), muscle (wall squat and chair rise), and balance (tandem walk and single leg stance) in postmenopausal women Women ) # years past menopause were enrolled to avoid the confounding effects of accelerated bone loss in the immediate postmenopausal years Subjects were included if they were of sound general physical and cognitive health, fully ambulatory, and able to commit to twice-weekly participation for # mos Subjects were excluded from the study if they had a metabolic bone disease, endocrine disorder, or chronic renal pathology; had begun taking medications known to effect bone (including hormone were recovering from lower limb fracture or other immobilizing injury Forty-seven women (mean age, #<DATUM> to # # years) who were eligible for the study were consented and randomized into one of three groups; control (n=##), LWBV (n=##), and HWBV (n=##) <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to evaluate whether the modified eighth section of Eight-section Brocade (MESE) exercise could improve the symptom and indexes associated with osteoporosis in postmenopausal women A total of ### outpatients, including postmenopausal women, were studied from Liuzhou traditional Chinese Medical Hospital (###) and Guangzhou Hospital of Traditional Chinese Medicine (###) during the period of March ### to March ### Postmenopausal women without traumatic fracture in any sites and typical menopausal symptoms were included to participate in the experiment as volunteers, aged from ## to ## years.
| 691 | nvr |
mins, <DATUM> Hz, # g) on anthropometrics, bone (whole body, hip, spine, forearm, and heel), muscle (wall squat and chair rise), and balance (tandem walk and single leg stance) in postmenopausal women Women ) # years past menopause were enrolled to avoid the confounding effects of accelerated bone loss in the immediate postmenopausal years Subjects were included if they were of sound general physical and cognitive health, fully ambulatory, and able to commit to twice-weekly participation for # mos Subjects were excluded from the study if they had a metabolic bone disease, endocrine disorder, or chronic renal pathology; had begun taking medications known to effect bone (including hormone were recovering from lower limb fracture or other immobilizing injury Forty-seven women (mean age, #<DATUM> to # # years) who were eligible for the study were consented and randomized into one of three groups; control (n=##), LWBV (n=##), and HWBV (n=##) <PERSOON> (###) performed a randomized controlled trial to evaluate whether the modified eighth section of Eight-section Brocade (MESE) exercise could improve the symptom and indexes associated with osteoporosis in postmenopausal women A total of ### outpatients, including postmenopausal women, were studied from Liuzhou traditional Chinese Medical Hospital (###) and Guangzhou Hospital of Traditional Chinese Medicine (###) during the period of March ### to March ### Postmenopausal women without traumatic fracture in any sites and typical menopausal symptoms were included to participate in the experiment as volunteers, aged from ## to ## years cerebrovascular disease, women with blood pressure higher than ###/### mmHg on medication, women with systolic blood pressure less than ## mmHg, women with heart stents or body implantation, women with a history of thrombosis within the past # months, women unrehabilitated from surgical operation, women which have been treated with drugs for osteoporosis or other agents which affect bone metabolism, women unrecovered from muscle strain joint injuries or fractures, women with symptoms of vertigo and in poor health, women with spinal nerve canal stenosis, spondylolisthesis, or lumbar disc herniation, and women with epileptics On average, participants suffered from the similar pain level, lumbar BMD, and left femoral neck There were no significant between-group differences in baseline characteristics, including age, menopausal years, VAS, LBMD, F-BMD, ## UG, OLS, Gianoudis (###) performed a community-based randomized controlled trial to evaluate the incorporating HVâPRT with additional weightâbearing and challenging balance and mobility activities for improving bone health, muscle mass and strength, and functional performance in older adults A secondary aim of this study was to evaluate the effects of the intervention on falls incidence A total of ### participants were allocated into one of two groups (#) the Osteoâcise Strong Bones for Life multimodal exercise, osteoporosis education/awareness and behavioural change program (n =##) or (#) a standard care selfâmanagement control group (n=##) Men and women aged ## years and over living independently in the community in the Western suburbs and surrounding regions of Melbourne, Australia, were recruited for this study.
| 673 | nvr |
higher than ###/### mmHg on medication, women with systolic blood pressure less than ## mmHg, women with heart stents or body implantation, women with a history of thrombosis within the past # months, women unrehabilitated from surgical operation, women which have been treated with drugs for osteoporosis or other agents which affect bone metabolism, women unrecovered from muscle strain joint injuries or fractures, women with symptoms of vertigo and in poor health, women with spinal nerve canal stenosis, spondylolisthesis, or lumbar disc herniation, and women with epileptics On average, participants suffered from the similar pain level, lumbar BMD, and left femoral neck There were no significant between-group differences in baseline characteristics, including age, menopausal years, VAS, LBMD, F-BMD, ## UG, OLS, Gianoudis (###) performed a community-based randomized controlled trial to evaluate the incorporating HVâPRT with additional weightâbearing and challenging balance and mobility activities for improving bone health, muscle mass and strength, and functional performance in older adults A secondary aim of this study was to evaluate the effects of the intervention on falls incidence A total of ### participants were allocated into one of two groups (#) the Osteoâcise Strong Bones for Life multimodal exercise, osteoporosis education/awareness and behavioural change program (n =##) or (#) a standard care selfâmanagement control group (n=##) Men and women aged ## years and over living independently in the community in the Western suburbs and surrounding regions of Melbourne, Australia, were recruited for this study aged ( ## years, had a body mass index (BMI) ) ## kg/m#, had a history of osteoporosis or a structured weightâbearing exercise program more than once a week in the past # months, were current smokers, had any medical condition or used medication known to influence bone metabolism or fracture risk, had initiated calcium or vitamin D supplementation in the preceding # months, were expecting to travel for more than # weeks throughout the intervention, and, for women, were currently using or in the previous # months had used hormone replacement therapy () # ### mg/d Premarin or equivalent oestrogen) There were no differences between groups for any of the baseline characteristics Description of included RCTâs with summary of results for Experimental (E) and Control (C) groups in E# and E# after # year Women *= Deducted from the systematic review by <PERSOON> (###) Abbreviations BMC = bone mineral content, BMD= bone mineral density, C = control, E = experimental, h = hour, HV-PRT = high velocity progressive resistance training, min = minutes, ROM = range of motion, TUG = timed up and go test, WBV = whole body vibration Madureira (###) and Swanenburg (###) reported less falls in the experimental group (resistance, balance, aerobic) compared to the control group In contrast, Gianoudis (###) and Korpelainen (###a) reported no difference in fall incidence between the control and experimental group (Gianoudis high velocity, progressive resistance training , <PERSOON> (###a) reported a greater fall risk reduction in the experimental group.
| 687 | nvr |
(BMI) ) ## kg/m#, had a history of osteoporosis or a structured weightâbearing exercise program more than once a week in the past # months, were current smokers, had any medical condition or used medication known to influence bone metabolism or fracture risk, had initiated calcium or vitamin D supplementation in the preceding # months, were expecting to travel for more than # weeks throughout the intervention, and, for women, were currently using or in the previous # months had used hormone replacement therapy () # ### mg/d Premarin or equivalent oestrogen) There were no differences between groups for any of the baseline characteristics Description of included RCTâs with summary of results for Experimental (E) and Control (C) groups in E# and E# after # year Women *= Deducted from the systematic review by <PERSOON> (###) Abbreviations BMC = bone mineral content, BMD= bone mineral density, C = control, E = experimental, h = hour, HV-PRT = high velocity progressive resistance training, min = minutes, ROM = range of motion, TUG = timed up and go test, WBV = whole body vibration Madureira (###) and Swanenburg (###) reported less falls in the experimental group (resistance, balance, aerobic) compared to the control group In contrast, Gianoudis (###) and Korpelainen (###a) reported no difference in fall incidence between the control and experimental group (Gianoudis high velocity, progressive resistance training , <PERSOON> (###a) reported a greater fall risk reduction in the experimental group In addition, <PERSOON>-Ambrose (###) reported an equal reduction in falls in both the experimental and control group Korpelainen (###a) reported less fall related fractures in the experimental compared to the A total of five studies reported no change in lumbar spine BMD between the experimental and control group (Bergström, ###; Hakestad, ###; Hourigan, ###; Iwamoto, ###; In addition, ten studies reported a higher lumbar spine BMD in the experimental group in comparison with the control group (<PERSOON>, ###) A total of three studies reported no change in total hip BMD between the experimental and In addition, two studies reported a higher total hip BMD in the experimental group in A total of five studies reported no change in femoral neck BMD between the experimental and control group (Bravo, ###; Gianoudis, ###; Hakestad, ###; Hourigan, ###; Stengel, In addition, three studies reported a higher femoral neck BMD in the experimental group in comparison with the control group (<PERSOON>, ###) A total of # studies reported no change in BMD between the experimental and control group (Hakestad, ###; Hourigan, ###; Iwamoto, ###; Papaionnou, ###, <PERSOON>, ###) In addition, a total of ## studies reported positive BMD changes between the experimental and control group (<PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure falls comes from randomized controlled trials and therefore starts high.
| 687 | nvr |
equal reduction in falls in both the experimental and control group Korpelainen (###a) reported less fall related fractures in the experimental compared to the A total of five studies reported no change in lumbar spine BMD between the experimental and control group (Bergström, ###; Hakestad, ###; Hourigan, ###; Iwamoto, ###; In addition, ten studies reported a higher lumbar spine BMD in the experimental group in comparison with the control group (<PERSOON>, ###) A total of three studies reported no change in total hip BMD between the experimental and In addition, two studies reported a higher total hip BMD in the experimental group in A total of five studies reported no change in femoral neck BMD between the experimental and control group (Bravo, ###; Gianoudis, ###; Hakestad, ###; Hourigan, ###; Stengel, In addition, three studies reported a higher femoral neck BMD in the experimental group in comparison with the control group (<PERSOON>, ###) A total of # studies reported no change in BMD between the experimental and control group (Hakestad, ###; Hourigan, ###; Iwamoto, ###; Papaionnou, ###, <PERSOON>, ###) In addition, a total of ## studies reported positive BMD changes between the experimental and control group (<PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure falls comes from randomized controlled trials and therefore starts high levels because of study limitations (risk of bias) and contradicting results (inconsistency) <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure fractures comes from randomized levels because of study limitations (risk of bias) and low numbers of included patients (imprecision) Resulting in a level of evidence of low <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure BMD comes from randomized controlled trials and therefore starts high <PERSOON> level of evidence was downgraded by three levels because of study limitations (risk of bias) and contradicting results (inconsistency, two levels) Resulting in a level of evidence of very low There are indications that an exercise intervention (resistance, balance and strength) may be associated with a reduction of fall risk in patients with reduced bone mineral density (BMD) compared to standard care There are indications that an exercise intervention (jumping, balance and strength) may be associated with a lower incidence of fall-related fractures in It is unclear whether exercise interventions are associated with an increase of <PERSOON>, ###; Ten eerste is van belang te melden dat het aantal systematische reviews en gerandomiseerde trials over beweeginterventies gericht op vallen, fracturen en BMD bij patiënten met een verlaagde BMD (osteopenie of osteoporose) laag is Voor dergelijke studies zijn grote populaties en lange follow-up periodes nodig, wat organisatorisch en financieel lastig te realiseren is binnen interventie studies De gekozen uitkomstmaat het.
| 597 | nvr |
bias) and contradicting results (inconsistency) <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure fractures comes from randomized levels because of study limitations (risk of bias) and low numbers of included patients (imprecision) Resulting in a level of evidence of low <PERSOON> level of evidence regarding the outcome measure BMD comes from randomized controlled trials and therefore starts high <PERSOON> level of evidence was downgraded by three levels because of study limitations (risk of bias) and contradicting results (inconsistency, two levels) Resulting in a level of evidence of very low There are indications that an exercise intervention (resistance, balance and strength) may be associated with a reduction of fall risk in patients with reduced bone mineral density (BMD) compared to standard care There are indications that an exercise intervention (jumping, balance and strength) may be associated with a lower incidence of fall-related fractures in It is unclear whether exercise interventions are associated with an increase of <PERSOON>, ###; Ten eerste is van belang te melden dat het aantal systematische reviews en gerandomiseerde trials over beweeginterventies gericht op vallen, fracturen en BMD bij patiënten met een verlaagde BMD (osteopenie of osteoporose) laag is Voor dergelijke studies zijn grote populaties en lange follow-up periodes nodig, wat organisatorisch en financieel lastig te realiseren is binnen interventie studies De gekozen uitkomstmaat het slechts in een enkele studie verschenen Iets talrijker in aantal, maar moeizaam te interpreteren door een groter heterogeniteit, zijn de studies over beweeginterventies met de uitkomstmaat BMD in deze patiëntengroep Ook variëren de beweeginterventies op basis van type, intensiteit en duur Wel worden meestal multifactoriële interventies gegeven, Uiteindelijk rapporteren # studies over de uitkomstmaat vallen bij verschillende de RCT (Madureira, ###; Swanenburg, ###) rapporteren een flinke daling (respectievelijk E -##,#% versus C +#,#% en E â##% versus + C +##%) in het aantal valincidenten, terwijl de iets grotere studies met ##/## patiënten van Gianoudis (###) en ##/## patiënten van Korpelainen (###) geen verschil in valincidentie gevonden wordt Inhoudelijk, qua oefenvormen en duur zijn er geen duidelijke verschillen tussen de studies die wel verbetering aangeven en de studies die geen verschil laten zien Ondanks dat er niet direct in alle vier de studies effect gezien wordt op het aantal vallen laten zij, en diverse andere studies binnen de huidige search, wel zien dat beweeginterventies bij mensen met een verlaagde BMD-effect hebben op diverse valrisico factoren, zoals het verbeteren van de spierkracht en balans Als wordt gezocht naar vergelijkbare literatuur over beweeginterventies ter verlaging van vallen en valrisico bij andere doelgroepen, is er veel meer literatuur beschikbaar De literatuur over het verlagen van valrisico bij thuiswonende ouderen (zonder inclusiecriterium verlaagde BMD) is onlangs in de richtlijn valpreventie uitvoerig beschreven De Cochrane review van Gillespie (###) waar naar het effect van verschillende interventies valincidentie werd gekeken, werd in deze richtlijn aangevuld Inmiddels is er ook een update.
| 611 | nvr |
moeizaam te interpreteren door een groter heterogeniteit, zijn de studies over beweeginterventies met de uitkomstmaat BMD in deze patiëntengroep Ook variëren de beweeginterventies op basis van type, intensiteit en duur Wel worden meestal multifactoriële interventies gegeven, Uiteindelijk rapporteren # studies over de uitkomstmaat vallen bij verschillende de RCT (Madureira, ###; Swanenburg, ###) rapporteren een flinke daling (respectievelijk E -##,#% versus C +#,#% en E â##% versus + C +##%) in het aantal valincidenten, terwijl de iets grotere studies met ##/## patiënten van Gianoudis (###) en ##/## patiënten van Korpelainen (###) geen verschil in valincidentie gevonden wordt Inhoudelijk, qua oefenvormen en duur zijn er geen duidelijke verschillen tussen de studies die wel verbetering aangeven en de studies die geen verschil laten zien Ondanks dat er niet direct in alle vier de studies effect gezien wordt op het aantal vallen laten zij, en diverse andere studies binnen de huidige search, wel zien dat beweeginterventies bij mensen met een verlaagde BMD-effect hebben op diverse valrisico factoren, zoals het verbeteren van de spierkracht en balans Als wordt gezocht naar vergelijkbare literatuur over beweeginterventies ter verlaging van vallen en valrisico bij andere doelgroepen, is er veel meer literatuur beschikbaar De literatuur over het verlagen van valrisico bij thuiswonende ouderen (zonder inclusiecriterium verlaagde BMD) is onlangs in de richtlijn valpreventie uitvoerig beschreven De Cochrane review van Gillespie (###) waar naar het effect van verschillende interventies valincidentie werd gekeken, werd in deze richtlijn aangevuld Inmiddels is er ook een update Deze meta-analyse toonde dat multipele componenten beweeginterventie zowel in groep als thuis het aantal valincidenten (RR #,##, ##% CI #,## tot #,##, ## trials, ### deelnemers) onder de onderzochte deelnemers en het valrisico (RR #,##, ##% CI #,## tot #,##, ## trials, ### deelnemers) kon reduceren Er werd een kleine afname gezien, variërend in de De valfrequentie (hoe vaak er gevallen was gedurende follow up) in deze meta-analyse was ook verlaagd, waarbij alle subgroepen ongeveer ##% reductie in valfrequentie lieten zien De vraag is of de groep thuiswonende ouderen uit deze uitgebreide meta-analyse werkelijk verschilt van de gewenste inclusie voor de uitgangsvraag in deze module, namelijk patiënten met verminderde BMD Zeer waarschijnlijk waren er onder de deelnemers van de studies in osteoporose), gegeven de bekende hoge prevalentie onder ouderen De werkgroep is van mening dat een beweeginterventie, zoals beschreven in de valrichtlijn voor thuiswonende ouderen ook zinvol is voor patiënten met een osteopenie of osteoporose om het valrisico, het aantal vallers en de valfrequentie per individu te verlagen De beweeginterventie zou moeten bestaan uit balans- en krachttraining en training van de mobiliteit en houding, omdat de combinatie de beste resultaten geeft Hierbij is het van belang dat gekozen wordt voor botbelastende, dus gewichtsdragende, activiteiten Slechts # studie met ##/## geïncludeerde patiënten rapporteerde over fracturen, en toonde minder fractuurincidenten in de groep met beweeginterventie (E # versus C ##) De beweeginterventie bestond uit springen, balans en krachtoefeningen (Korpelainen, ###a).
| 672 | nvr |
dat multipele componenten beweeginterventie zowel in groep als thuis het aantal valincidenten (RR #,##, ##% CI #,## tot #,##, ## trials, ### deelnemers) onder de onderzochte deelnemers en het valrisico (RR #,##, ##% CI #,## tot #,##, ## trials, ### deelnemers) kon reduceren Er werd een kleine afname gezien, variërend in de De valfrequentie (hoe vaak er gevallen was gedurende follow up) in deze meta-analyse was ook verlaagd, waarbij alle subgroepen ongeveer ##% reductie in valfrequentie lieten zien De vraag is of de groep thuiswonende ouderen uit deze uitgebreide meta-analyse werkelijk verschilt van de gewenste inclusie voor de uitgangsvraag in deze module, namelijk patiënten met verminderde BMD Zeer waarschijnlijk waren er onder de deelnemers van de studies in osteoporose), gegeven de bekende hoge prevalentie onder ouderen De werkgroep is van mening dat een beweeginterventie, zoals beschreven in de valrichtlijn voor thuiswonende ouderen ook zinvol is voor patiënten met een osteopenie of osteoporose om het valrisico, het aantal vallers en de valfrequentie per individu te verlagen De beweeginterventie zou moeten bestaan uit balans- en krachttraining en training van de mobiliteit en houding, omdat de combinatie de beste resultaten geeft Hierbij is het van belang dat gekozen wordt voor botbelastende, dus gewichtsdragende, activiteiten Slechts # studie met ##/## geïncludeerde patiënten rapporteerde over fracturen, en toonde minder fractuurincidenten in de groep met beweeginterventie (E # versus C ##) De beweeginterventie bestond uit springen, balans en krachtoefeningen (Korpelainen, ###a) Bij het beoordelen van literatuur bij andere doelgroepen, is er meer literatuur te vinden In de Cochrane review van Gillespie (###) is ook de uitkomstmaat fracturen meegenomen gevonden bij ##<DATUM> patiënten in de RCTâs dat het aantal fracturen verlaagd was met ##% postmenopauzale vrouwen met een T score ( -#,#, weerstand en impact training werd vergeleken met lage-intensiteit-training, werden geen nieuwe wervelfracturen gezien De werkgroep is van mening dat het aannemelijk is dat het inzetten van beweeginterventies zinvol en veilig is bij patiënten met osteopenie en osteoporose, maar dat het niet duidelijk is In totaal zijn er ## studies die een beweeginterventie uitvoeren bij patiënten (postmenopauzale vrouwen) met een lage BMD De beweeginterventies in deze studies zijn zeer verschillend het aantal weken dat de interventies werden uitgevoerd is verschillend, en ook de tijdsinvestering per week voor de interventie liep uiteen Uiteindelijk is er bij ### patiënten in ## verschillende studies een positief resultaat gevonden op de BMD ten gevolge van een interventie, tegen ### patiënten in # studies met een onveranderd resultaat op de De beweeginterventies in bovengenoemde studies bevatten het vaakst een vorm van meeste studies (## maal) combineerden deze interventies De studies met slechts een enkelvoudige interventie, bevatten # maal whole body vibration, # maal kracht, # maal De duur van de interventie in maanden varieerde van # tot ## maanden, waarvan er # korter dan ## maanden duurden, # studies precies ## maanden werden uitgevoerd en er # studies De totale tijd per week die werd gevraagd van de deelnemers varieerde ook sterk Eén.
| 671 | nvr |
literatuur te vinden In de Cochrane review van Gillespie (###) is ook de uitkomstmaat fracturen meegenomen gevonden bij ##<DATUM> patiënten in de RCTâs dat het aantal fracturen verlaagd was met ##% postmenopauzale vrouwen met een T score ( -#,#, weerstand en impact training werd vergeleken met lage-intensiteit-training, werden geen nieuwe wervelfracturen gezien De werkgroep is van mening dat het aannemelijk is dat het inzetten van beweeginterventies zinvol en veilig is bij patiënten met osteopenie en osteoporose, maar dat het niet duidelijk is In totaal zijn er ## studies die een beweeginterventie uitvoeren bij patiënten (postmenopauzale vrouwen) met een lage BMD De beweeginterventies in deze studies zijn zeer verschillend het aantal weken dat de interventies werden uitgevoerd is verschillend, en ook de tijdsinvestering per week voor de interventie liep uiteen Uiteindelijk is er bij ### patiënten in ## verschillende studies een positief resultaat gevonden op de BMD ten gevolge van een interventie, tegen ### patiënten in # studies met een onveranderd resultaat op de De beweeginterventies in bovengenoemde studies bevatten het vaakst een vorm van meeste studies (## maal) combineerden deze interventies De studies met slechts een enkelvoudige interventie, bevatten # maal whole body vibration, # maal kracht, # maal De duur van de interventie in maanden varieerde van # tot ## maanden, waarvan er # korter dan ## maanden duurden, # studies precies ## maanden werden uitgevoerd en er # studies De totale tijd per week die werd gevraagd van de deelnemers varieerde ook sterk Eén een studie ## minuten per week, en de overige studies vroegen allen tussen de # en #,# uur per week verdeeld over drie tot zeven momenten in die week Er blijken uiteindelijk vier studies die op zowel heup (totale heup en/of heuphals) als LWK geen toename in BMD aantoonden Drie van deze vier studies (Hakestad, ###; Hourigan,###; Papaionnou, ###) zijn in interventie, duur of tijdsinvestering niet opvallend anders dan de andere studies met wel een positief resultaat op een van de BMD-sites Alleen de studie van Iwanoto (###) is opvallend er werd een whole body vibration uitgevoerd voor slechts # minuten per week in de interventiegroep, voor een duur van ## maanden waarbij geen effecten op LWK werd gevonden De andere studie met whole body vibration van ElDeep (###), die deze # maal per week ##-## minuten uitvoerde in # maanden liet wel een positief resultaat zien op zowel LWK als heuphals bij de deelnemers Drie van de vier studies met een duur van meer dan ## maanden (Stengel, ###; Stengel, ###; Iwanoto, ###) tonen verbetering van de BMD op minstens de LWK De enige studie van ## maanden die dit niet laat zien, is de studie van <PERSOON> Deze studie liet deelnemers dagelijks voor # tot # minuten âheel drops with impactâ uitvoeren Daarmee lijkt het aannemelijk dat een beweeginterventie van langer dan ## maanden de BMD laat toenemen, mits er gekozen wordt voor een andere interventie dan slechts heel drops with impact.
| 657 | nvr |
minuten per week, en de overige studies vroegen allen tussen de # en #,# uur per week verdeeld over drie tot zeven momenten in die week Er blijken uiteindelijk vier studies die op zowel heup (totale heup en/of heuphals) als LWK geen toename in BMD aantoonden Drie van deze vier studies (Hakestad, ###; Hourigan,###; Papaionnou, ###) zijn in interventie, duur of tijdsinvestering niet opvallend anders dan de andere studies met wel een positief resultaat op een van de BMD-sites Alleen de studie van Iwanoto (###) is opvallend er werd een whole body vibration uitgevoerd voor slechts # minuten per week in de interventiegroep, voor een duur van ## maanden waarbij geen effecten op LWK werd gevonden De andere studie met whole body vibration van ElDeep (###), die deze # maal per week ##-## minuten uitvoerde in # maanden liet wel een positief resultaat zien op zowel LWK als heuphals bij de deelnemers Drie van de vier studies met een duur van meer dan ## maanden (Stengel, ###; Stengel, ###; Iwanoto, ###) tonen verbetering van de BMD op minstens de LWK De enige studie van ## maanden die dit niet laat zien, is de studie van <PERSOON> Deze studie liet deelnemers dagelijks voor # tot # minuten âheel drops with impactâ uitvoeren Daarmee lijkt het aannemelijk dat een beweeginterventie van langer dan ## maanden de BMD laat toenemen, mits er gekozen wordt voor een andere interventie dan slechts heel drops with impact Vijf hiervan laten een positief resultaat zien (<PERSOON>, ###) Bij drie (<PERSOON>, ###) wordt een tijdsinvestering gevraagd van minstens # uur per week Van de # overige studies die een tijdsinvestering vroegen van minstens # uur per week is bij # (Iwanoto, ###; Iwanoto, ###; Papionnou, ###) geen BMD van de heup gemeten De studie van Hakestad (###) had een programma van # maanden, maar hierbij werd de BMD pas na ## maanden gemeten Mogelijk geeft dat de verklaring voor een niet significante stijging in de heup ondanks een flinke tijdsinvestering per week De studie van Stengel (###) betrof een High Velocity Training met kracht en balans versus een Low Velocity training als controlegroep Deze studie toonde na <LEEFTIJD> jaar significant toegenomen BMD in de totale heup, maar niet significant in de heuphals De beide groepen toonden wel significantie met baseline, dus ook de low velocity training bleek op de heuphals BMD effectief Bovenstaande laat een inconsistent beeld zien van het effect op de heuphals, deels omdat het niet werd gemeten, deels omdat niet alle studies positief waren De positieve studies hadden allen een hoge tijdsinvestering van Uit bovenstaande is niet een eenduidige conclusie te trekken Behalve wellicht dat bewegen in ieder geval de BMD niet doet afnemen, en er vaker wel een effect werd gezien op de BMD dan geen resultaat Bovendien lijkt een langere duur (in follow up) en een grotere.
| 637 | nvr |
positief resultaat zien (<PERSOON>, ###) Bij drie (<PERSOON>, ###) wordt een tijdsinvestering gevraagd van minstens # uur per week Van de # overige studies die een tijdsinvestering vroegen van minstens # uur per week is bij # (Iwanoto, ###; Iwanoto, ###; Papionnou, ###) geen BMD van de heup gemeten De studie van Hakestad (###) had een programma van # maanden, maar hierbij werd de BMD pas na ## maanden gemeten Mogelijk geeft dat de verklaring voor een niet significante stijging in de heup ondanks een flinke tijdsinvestering per week De studie van Stengel (###) betrof een High Velocity Training met kracht en balans versus een Low Velocity training als controlegroep Deze studie toonde na <LEEFTIJD> jaar significant toegenomen BMD in de totale heup, maar niet significant in de heuphals De beide groepen toonden wel significantie met baseline, dus ook de low velocity training bleek op de heuphals BMD effectief Bovenstaande laat een inconsistent beeld zien van het effect op de heuphals, deels omdat het niet werd gemeten, deels omdat niet alle studies positief waren De positieve studies hadden allen een hoge tijdsinvestering van Uit bovenstaande is niet een eenduidige conclusie te trekken Behalve wellicht dat bewegen in ieder geval de BMD niet doet afnemen, en er vaker wel een effect werd gezien op de BMD dan geen resultaat Bovendien lijkt een langere duur (in follow up) en een grotere Tevens komt er niet een soort van interventie naar voren uit de studies die meer effect toont dan andere Bij het beoordelen van literatuur over het effect van bewegen op BMD bij andere groepen zoals postmenopauzale vrouwen blijkt uit een systematische review van (Kemmler, ###) naar beweeginterventies (⥠# maanden) en het effect op BMD (met ## geïncludeerde studies en ## beweeggroepen) een positief effect op de BMD, onafhankelijk van het type lichaamsbeweging (onder andere Tai <PERSOON>, wandelen, rennen, dansen et cetera) en een combinatie van de twee) maar is er geen eenduidig conclusie over het preferente type en de duur van een beweeginterventie Dit vanwege de grote variatie aan beweeginterventies die gecategoriseerd zijn, soms op basis van summiere beschrijvingen In een iets kleinere systematische review van Shojaa (###) bij postmenopauzale vrouwen en het effect van krachttraining, met een duur # tot ## maanden op de BMD (## geschikte studies met ## beweeg en ## controlegroepen) werd en een toename gezien van de BMD in de heuphals veel kleiner (#,##) Er is ook een groter effect op de BMD van de wervelkolom en de totale heup bij de groepen die ( # sessies/week trainen ten opzichte ⥠# sessies/week De werkgroep is van mening dat beweeginterventies bij osteopenie en osteoporose kunnen bijdragen aan het verbeteren van de BMD Waarschijnlijk zijn beweeginterventies gebaseerd op kracht- en looptraining hiervoor het meest effectief, met name als er botbelasting is en een tijdsinvestering per week is van meer dan # uur voor minstens <LEEFTIJD> jaar.
| 621 | nvr |
niet een soort van interventie naar voren uit de studies die meer effect toont dan andere Bij het beoordelen van literatuur over het effect van bewegen op BMD bij andere groepen zoals postmenopauzale vrouwen blijkt uit een systematische review van (Kemmler, ###) naar beweeginterventies (⥠# maanden) en het effect op BMD (met ## geïncludeerde studies en ## beweeggroepen) een positief effect op de BMD, onafhankelijk van het type lichaamsbeweging (onder andere Tai <PERSOON>, wandelen, rennen, dansen et cetera) en een combinatie van de twee) maar is er geen eenduidig conclusie over het preferente type en de duur van een beweeginterventie Dit vanwege de grote variatie aan beweeginterventies die gecategoriseerd zijn, soms op basis van summiere beschrijvingen In een iets kleinere systematische review van Shojaa (###) bij postmenopauzale vrouwen en het effect van krachttraining, met een duur # tot ## maanden op de BMD (## geschikte studies met ## beweeg en ## controlegroepen) werd en een toename gezien van de BMD in de heuphals veel kleiner (#,##) Er is ook een groter effect op de BMD van de wervelkolom en de totale heup bij de groepen die ( # sessies/week trainen ten opzichte ⥠# sessies/week De werkgroep is van mening dat beweeginterventies bij osteopenie en osteoporose kunnen bijdragen aan het verbeteren van de BMD Waarschijnlijk zijn beweeginterventies gebaseerd op kracht- en looptraining hiervoor het meest effectief, met name als er botbelasting is en een tijdsinvestering per week is van meer dan # uur voor minstens <LEEFTIJD> jaar week plus nog tweemaal spier- en botversterkende activiteiten, gecombineerd met balansoefeningen, dus overeen te komen met de huidige evidence over het voorkomen van vallen verlagen van het valrisico, verminderen van fracturen en het verstevigen van de BMD in patiënten met verlaagde BMD Daarnaast is het nog van belang te benoemen dat waarschijnlijk een groot deel van de patiënten op een fractuurpoli de huidige beweegnorm niet haalt <PERSOON> berekende na de nieuwe norm dat slechts ##% van de Nederlanders voldoet aan deze norm Ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar voldoen in ongeveer ##% aan de norm Daarom is het juist noodzakelijk om het belang van bewegen te benadrukken Beweeginterventies dragen bij aan het voorkomen van valincidenten en verlagen de kans op fracturen en zijn veilig voor de patiënt met osteoporose en of osteopenie Daarnaast kunnen beweeginterventies leiden tot een tal van andere gezondheidsvoordelen, die buiten de scope van deze richtlijn gaan Te denken valt aan preventie of verminderen van klachten van chronische aandoeningen en verbeteren van de kwaliteit van leven Voor patiënten is het belangrijk voldoende te bewegen, volgens de adviezen van de beweegrichtlijnen Zeker bij patiënten die zelf moeite hebben om dit te realiseren, bijvoorbeeld door kwetsbaarheid of een verhoogd valrisico, wordt geadviseerd om voor het bevorderen van het bewegen en de preventie van vallen een beweegspecialist in te schakelen De (Mensendieck/<PERSOON>) Deze kan een veilig en geschikt beweegadvies geven, rekening houdend met de individuele kenmerken en wensen van de patiënt.
| 600 | nvr |
nog tweemaal spier- en botversterkende activiteiten, gecombineerd met balansoefeningen, dus overeen te komen met de huidige evidence over het voorkomen van vallen verlagen van het valrisico, verminderen van fracturen en het verstevigen van de BMD in patiënten met verlaagde BMD Daarnaast is het nog van belang te benoemen dat waarschijnlijk een groot deel van de patiënten op een fractuurpoli de huidige beweegnorm niet haalt <PERSOON> berekende na de nieuwe norm dat slechts ##% van de Nederlanders voldoet aan deze norm Ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar voldoen in ongeveer ##% aan de norm Daarom is het juist noodzakelijk om het belang van bewegen te benadrukken Beweeginterventies dragen bij aan het voorkomen van valincidenten en verlagen de kans op fracturen en zijn veilig voor de patiënt met osteoporose en of osteopenie Daarnaast kunnen beweeginterventies leiden tot een tal van andere gezondheidsvoordelen, die buiten de scope van deze richtlijn gaan Te denken valt aan preventie of verminderen van klachten van chronische aandoeningen en verbeteren van de kwaliteit van leven Voor patiënten is het belangrijk voldoende te bewegen, volgens de adviezen van de beweegrichtlijnen Zeker bij patiënten die zelf moeite hebben om dit te realiseren, bijvoorbeeld door kwetsbaarheid of een verhoogd valrisico, wordt geadviseerd om voor het bevorderen van het bewegen en de preventie van vallen een beweegspecialist in te schakelen De (Mensendieck/<PERSOON>) Deze kan een veilig en geschikt beweegadvies geven, rekening houdend met de individuele kenmerken en wensen van de patiënt houden dat de beweegspecialist altijd een behandeltraject start, maar er kan ook ter ondersteuning worden doorverwezen naar andere professionals of advies worden gegeven over zelf uit te voeren beweegactiviteiten Het doel is dat patiënten zelf hun activiteit op peil Starten met een beweeginterventie zoals wandelen is vrijwel zonder kosten en levert de maatschappij bij gezondheidswinst waarschijnlijk zelfs kostenverlaging op Wanneer gekozen wordt voor een verwijzing naar een beweegspecialist, bijvoorbeeld bij patiënten die moeite hebben de juiste activiteiten te kiezen of wanneer er sprake is van comorbiditeit en/of kwetsbaarheid of een verhoogd valrisico, dan zullen er initiële opstartkosten zijn Als de beweeginterventie later wordt doorgezet en de patiënt gezondheidswinst zal verkrijgen zullen deze kosten opwegen tegen de initiële kosten van de behandeling Daarnaast is het aannemelijk dat met deze investering in de eerste lijn kosten in de duurdere tweede lijn in Het is nu nog onduidelijk hoeveel extra verwijzingen deze adviezen zullen opleveren, en daarmee zijn de initiële kosten moeizaam te berekenen Anderzijds, als er ruime implementatie komt van deze richtlijn dan zal op termijn de maatschappij minder gezondheidsuitgaven kennen omdat meer mensen gezondheidswinst hebben verkregen De implementatie van de beweegrichtlijn is onderzocht bij het uitbrengen ervan in ### door de gezondheidsraad Deze module sluit zich voor een groot deel aan bij die De implementatie van de adviezen is moeizaam Al veel langer wordt gepoogd in verschillende richtlijnen een gezonde leefstijl te adviseren, waaronder meer bewegen Toch worden die adviezen niet vaak goed opgevolgd, omdat het wijzigen van de leefstijl moeilijk blijkt voor patiënten.
| 560 | nvr |
een behandeltraject start, maar er kan ook ter ondersteuning worden doorverwezen naar andere professionals of advies worden gegeven over zelf uit te voeren beweegactiviteiten Het doel is dat patiënten zelf hun activiteit op peil Starten met een beweeginterventie zoals wandelen is vrijwel zonder kosten en levert de maatschappij bij gezondheidswinst waarschijnlijk zelfs kostenverlaging op Wanneer gekozen wordt voor een verwijzing naar een beweegspecialist, bijvoorbeeld bij patiënten die moeite hebben de juiste activiteiten te kiezen of wanneer er sprake is van comorbiditeit en/of kwetsbaarheid of een verhoogd valrisico, dan zullen er initiële opstartkosten zijn Als de beweeginterventie later wordt doorgezet en de patiënt gezondheidswinst zal verkrijgen zullen deze kosten opwegen tegen de initiële kosten van de behandeling Daarnaast is het aannemelijk dat met deze investering in de eerste lijn kosten in de duurdere tweede lijn in Het is nu nog onduidelijk hoeveel extra verwijzingen deze adviezen zullen opleveren, en daarmee zijn de initiële kosten moeizaam te berekenen Anderzijds, als er ruime implementatie komt van deze richtlijn dan zal op termijn de maatschappij minder gezondheidsuitgaven kennen omdat meer mensen gezondheidswinst hebben verkregen De implementatie van de beweegrichtlijn is onderzocht bij het uitbrengen ervan in ### door de gezondheidsraad Deze module sluit zich voor een groot deel aan bij die De implementatie van de adviezen is moeizaam Al veel langer wordt gepoogd in verschillende richtlijnen een gezonde leefstijl te adviseren, waaronder meer bewegen Toch worden die adviezen niet vaak goed opgevolgd, omdat het wijzigen van de leefstijl moeilijk blijkt voor patiënten tijdig hulp in te schakelen wanneer de inschatting is dat een patiënt onvoldoende in staat is dit zonder begeleiding op te pakken In de voorlichting dient rekening gehouden te worden Voor de zorgprofessionals die deze adviezen zullen gaan geven is er mogelijk enige kennislacune in met name het belang of het effect van een dergelijke beweeginterventie en de meest geschikte oefenvorm, passend bij de individuele patiënt In de implementatiefase dient er ook daarvoor aandacht te zijn en dient op tijd doorverwezen te worden naar de In ### is de Beweegrichtlijn uitgebracht waarin als uitgangspunt is genomen één maat te hebben voor het beweeggedrag van de hele bevolking Deze beweegrichtlijn houdt voor ouderen (⥠<LEEFTIJD> jaar) in; op minstens ### minuten per week matig intensief bewegen Een voorbeeld is wandelen Aangevuld met tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten (onder andere springen, traplopen, wandelen, hardlopen en dansen), gecombineerd met balansoefeningen Een van de beschreven effecten bij ouderen is dat dit het risico op fracturen verlaagt en de spierkracht verbetert Hoewel er voor patiënten met een verhoogd fractuurrisico geen ziekte specifieke norm is te stellen vanwege de beperkte beschikbare literatuur, is de werkgroep van mening dat deze basisnorm ook voor deze groep van toepassing is Vanwege het effect op de BMD zou wandelen prevaleren boven bijvoorbeeld fietsen of zwemmen voor het verbeteren van de BMD Ga bij patiënten met een verhoogd fractuurrisico na wat het beweeggedrag is, en of dit.
| 552 | nvr |
tijdig hulp in te schakelen wanneer de inschatting is dat een patiënt onvoldoende in staat is dit zonder begeleiding op te pakken In de voorlichting dient rekening gehouden te worden Voor de zorgprofessionals die deze adviezen zullen gaan geven is er mogelijk enige kennislacune in met name het belang of het effect van een dergelijke beweeginterventie en de meest geschikte oefenvorm, passend bij de individuele patiënt In de implementatiefase dient er ook daarvoor aandacht te zijn en dient op tijd doorverwezen te worden naar de In ### is de Beweegrichtlijn uitgebracht waarin als uitgangspunt is genomen één maat te hebben voor het beweeggedrag van de hele bevolking Deze beweegrichtlijn houdt voor ouderen (⥠<LEEFTIJD> jaar) in; op minstens ### minuten per week matig intensief bewegen Een voorbeeld is wandelen Aangevuld met tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten (onder andere springen, traplopen, wandelen, hardlopen en dansen), gecombineerd met balansoefeningen Een van de beschreven effecten bij ouderen is dat dit het risico op fracturen verlaagt en de spierkracht verbetert Hoewel er voor patiënten met een verhoogd fractuurrisico geen ziekte specifieke norm is te stellen vanwege de beperkte beschikbare literatuur, is de werkgroep van mening dat deze basisnorm ook voor deze groep van toepassing is Vanwege het effect op de BMD zou wandelen prevaleren boven bijvoorbeeld fietsen of zwemmen voor het verbeteren van de BMD Ga bij patiënten met een verhoogd fractuurrisico na wat het beweeggedrag is, en of dit Adviseer consultatie door naar een (paramedische) bewegingsspecialist, zoals de ⢠onduidelijk is welke oefeningen passend zijn bij de persoonlijke ⢠er sprake is van meer complexe problematiek zoals comorbiditeiten of Ook voor patiënten met osteopenie en osteoporose of bij patiënten met een recente fractuur is beweging aan te bevelen Bewegen is, mits aangepast op de persoonlijke situatie (recente fractuur, chronische aandoening, en huidige beweegniveau en conditie), altijd veilig en zinvol Indien onduidelijk is welke oefeningen passend zijn of er is complexe problematiek waardoor bewegen niet goed lukt, dan is een verwijzing naar een beweegspecialist aan te Er is geen aanwijzing dat de beweegrichtlijn (in tijdsduur of qua oefeningen) niet geschikt zou zijn voor patiënten van chronische aandoening zoals osteopenie of osteoporose, bewegen ondersteunt juist de versterking van bot en geeft daarmee de basis voor de behandeling van de osteopenie of osteoporose Bewegen, met name het verbeteren van kracht en balans, als dagelijks wandelen draagt bij aan het verbeteren van de BMD Het vermindert valincidenten en valrisico en daarmee waarschijnlijk ook de kans op een nieuwe Bespreek met patiënten met osteopenie of osteoporose dat een beweeginterventie zinvol en veilig is en dat meer bewegen levenslang moet worden volgehouden Adviseer patiënten met osteopenie of osteoporose (en verhoogd fractuurrisico) een (lichaamsdragende) beweeginterventie van minimaal # uur per week verdeeld over verschillende dagen bestaande uit de combinatie van balanstraining, training van spierkracht, mobiliteit en houding om het valrisico te verlagen en mogelijk fracturen te <PERSOON>, T L (###).
| 568 | nvr |
⢠onduidelijk is welke oefeningen passend zijn bij de persoonlijke ⢠er sprake is van meer complexe problematiek zoals comorbiditeiten of Ook voor patiënten met osteopenie en osteoporose of bij patiënten met een recente fractuur is beweging aan te bevelen Bewegen is, mits aangepast op de persoonlijke situatie (recente fractuur, chronische aandoening, en huidige beweegniveau en conditie), altijd veilig en zinvol Indien onduidelijk is welke oefeningen passend zijn of er is complexe problematiek waardoor bewegen niet goed lukt, dan is een verwijzing naar een beweegspecialist aan te Er is geen aanwijzing dat de beweegrichtlijn (in tijdsduur of qua oefeningen) niet geschikt zou zijn voor patiënten van chronische aandoening zoals osteopenie of osteoporose, bewegen ondersteunt juist de versterking van bot en geeft daarmee de basis voor de behandeling van de osteopenie of osteoporose Bewegen, met name het verbeteren van kracht en balans, als dagelijks wandelen draagt bij aan het verbeteren van de BMD Het vermindert valincidenten en valrisico en daarmee waarschijnlijk ook de kans op een nieuwe Bespreek met patiënten met osteopenie of osteoporose dat een beweeginterventie zinvol en veilig is en dat meer bewegen levenslang moet worden volgehouden Adviseer patiënten met osteopenie of osteoporose (en verhoogd fractuurrisico) een (lichaamsdragende) beweeginterventie van minimaal # uur per week verdeeld over verschillende dagen bestaande uit de combinatie van balanstraining, training van spierkracht, mobiliteit en houding om het valrisico te verlagen en mogelijk fracturen te <PERSOON>, T L (###) intensity whole body vibration on risk factors for postmenopausal hip fracture <PERSOON> interventions to reduce fall-related fractures and their risk factors in individuals with low bone density a systematic review of randomized controlled trials Osteoporosis Power Profile and Bone Mineral Density in <PERSOON> of Manipulative and Gianoudis, J , <PERSOON> of a targeted multimodal exercise program incorporating highâspeed power training on falls and fracture risk factors in older adults a communityâbased randomized controlled trial Journal of bone and mineral research, ##(#), ##<DATUM> <PERSOON>, M A (###) Effect of exercises with weight vests and a patient education programme for women with osteopenia and a healed wrist fracture a randomized, controlled trial of the <PERSOON>, B X , <PERSOON>, S P , <PERSOON>, Y D , <PERSOON>, B , <PERSOON-##> effect of the modified eighth section of eight-section brocade on osteoporosis in <PERSOON-##>, W A (###).
| 505 | nvr |
postmenopausal hip fracture <PERSOON> interventions to reduce fall-related fractures and their risk factors in individuals with low bone density a systematic review of randomized controlled trials Osteoporosis Power Profile and Bone Mineral Density in <PERSOON> of Manipulative and Gianoudis, J , <PERSOON> of a targeted multimodal exercise program incorporating highâspeed power training on falls and fracture risk factors in older adults a communityâbased randomized controlled trial Journal of bone and mineral research, ##(#), ##<DATUM> <PERSOON>, M A (###) Effect of exercises with weight vests and a patient education programme for women with osteopenia and a healed wrist fracture a randomized, controlled trial of the <PERSOON>, B X , <PERSOON>, S P , <PERSOON>, Y D , <PERSOON>, B , <PERSOON> effect of the modified eighth section of eight-section brocade on osteoporosis in <PERSOON-##>, W A (###) vibration on bone mineral density and falls results of the randomized controlled <PERSOON-##> strength and density via pQCT in post-menopausal osteopenic women after # months resistive exercise with whole body vibration or proprioceptive exercise <PERSOON-##> resistance training is safe and improves bone, function, and stature in postmenopausal women with low to very low bone mass novel early findings from the LIFTMOR trial Risk of bias table for intervention studies (randomized controlled trials) ## AND ## AND ## AND (english)/lim AND (###-###)/py NOT # exp exercise/ or exp sports/ or Physical Therapy Modalities/ or exp Exercise Therapy/ or exp # exp bone density/ or exp Fractures, Bone/ or exp Accidental Falls/ or exp Muscle Strength/ or # (exp Bone Density/ and low ti,ab ) or (('bone densit*' or 'bone mineral densit*' or 'bmd') adj# Module ## Behandelstrategieën voor fractuurpreventie op lange Welke medicamenteuze behandelstrategieën voor fractuurpreventie zijn aanbevolen tijdens Op basis waarvan kan worden besloten tot staken van therapie, periodieke <PERSOON-##> termijn gegevens over fractuur preventie zijn schaars, maar enkele nieuwe data zijn Ze zijn enkel beschikbaar in twee extensie studies met verlenging van dezelfde zonder of met virtuele controle deelnemers beschikbaar voor denosumab (<LEEFTIJD> jaar)(#),.
| 497 | nvr |
bone mineral density and falls results of the randomized controlled <PERSOON> strength and density via pQCT in post-menopausal osteopenic women after # months resistive exercise with whole body vibration or proprioceptive exercise <PERSOON> resistance training is safe and improves bone, function, and stature in postmenopausal women with low to very low bone mass novel early findings from the LIFTMOR trial Risk of bias table for intervention studies (randomized controlled trials) ## AND ## AND ## AND (english)/lim AND (###-###)/py NOT # exp exercise/ or exp sports/ or Physical Therapy Modalities/ or exp Exercise Therapy/ or exp # exp bone density/ or exp Fractures, Bone/ or exp Accidental Falls/ or exp Muscle Strength/ or # (exp Bone Density/ and low ti,ab ) or (('bone densit*' or 'bone mineral densit*' or 'bmd') adj# Module ## Behandelstrategieën voor fractuurpreventie op lange Welke medicamenteuze behandelstrategieën voor fractuurpreventie zijn aanbevolen tijdens Op basis waarvan kan worden besloten tot staken van therapie, periodieke <PERSOON> termijn gegevens over fractuur preventie zijn schaars, maar enkele nieuwe data zijn Ze zijn enkel beschikbaar in twee extensie studies met verlenging van dezelfde zonder of met virtuele controle deelnemers beschikbaar voor denosumab (<LEEFTIJD> jaar)(#), In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat een behandeling met een medicament dat niet in het bot retineert na staken zal moeten worden opgevolgd met een ander medicament om het behaalde effect te behouden of om een rebound in botturnover met versneld botverlies al dan niet gepaard gaan met een hoger risico op (wervel)fracturen te voorkomen Onderbreking van behandeling met medicatie (de zogenaamde âdrug holidayâ) is daarom alleen van toepassing bij gebruikers van bisfosfonaten die nog in het bot aanwezig blijven en de botresorptie na het staken nog geruime tijd (één tot enkele jaren) blijven onderdrukken Bij alle andere medicamenten treedt onmiddellijk botverlies op na het staken van behandeling (#) Voor deze middelen geldt dat wanneer de behandeling gestopt wordt terwijl er nog steeds sprake is van een hoog fractuurrisico aansluitend dient te worden overgeschakeld naar andere therapie, het sequentieel behandelen met verschillende medicaties Ook bij laag fractuurrisico is opvolging nodig na het staken van therapie Bij de meeste patiënten met een hoog fractuurrisico en onomkeerbare risicofactoren is fractuurpreventie op lange termijn nodig Maar er zijn vragen over hoelang behandelen, hoe opvolgen tijdens behandeling, bij wie men mag onderbreken of niet, en voor hoelang en wat zijn daarvan de gevolgen met betrekking tot efficiëntie en veiligheid Slechts beperkte lange termijn data zijn beschikbaar over efficiëntie en veiligheid, tot <LEEFTIJD> jaar enkel bij sommige extensie studies, en geen data ) <LEEFTIJD> jaar Voorts is de therapietrouw suboptimaal voor zowel orale als parenterale medicaties (#) Ook waren er bij de vorige richtlijn geen rechtstreeks.
| 565 | nvr |
een behandeling met een medicament dat niet in het bot retineert na staken zal moeten worden opgevolgd met een ander medicament om het behaalde effect te behouden of om een rebound in botturnover met versneld botverlies al dan niet gepaard gaan met een hoger risico op (wervel)fracturen te voorkomen Onderbreking van behandeling met medicatie (de zogenaamde âdrug holidayâ) is daarom alleen van toepassing bij gebruikers van bisfosfonaten die nog in het bot aanwezig blijven en de botresorptie na het staken nog geruime tijd (één tot enkele jaren) blijven onderdrukken Bij alle andere medicamenten treedt onmiddellijk botverlies op na het staken van behandeling (#) Voor deze middelen geldt dat wanneer de behandeling gestopt wordt terwijl er nog steeds sprake is van een hoog fractuurrisico aansluitend dient te worden overgeschakeld naar andere therapie, het sequentieel behandelen met verschillende medicaties Ook bij laag fractuurrisico is opvolging nodig na het staken van therapie Bij de meeste patiënten met een hoog fractuurrisico en onomkeerbare risicofactoren is fractuurpreventie op lange termijn nodig Maar er zijn vragen over hoelang behandelen, hoe opvolgen tijdens behandeling, bij wie men mag onderbreken of niet, en voor hoelang en wat zijn daarvan de gevolgen met betrekking tot efficiëntie en veiligheid Slechts beperkte lange termijn data zijn beschikbaar over efficiëntie en veiligheid, tot <LEEFTIJD> jaar enkel bij sommige extensie studies, en geen data ) <LEEFTIJD> jaar Voorts is de therapietrouw suboptimaal voor zowel orale als parenterale medicaties (#) Ook waren er bij de vorige richtlijn geen rechtstreeks houden met intermitteren of continueren van therapie of met sequentiële therapie Er zijn redenen van stoppen van bisfosfonaten en het botverlies na stoppen van bisfosfonaten, denosumab, teriparatide en romosozumab, het fractuurrisico na stoppen van bisfosfonaten en denosumab en over sequentiële therapieën met anabolen en anti-resorptiva No systematic literature analysis has been performed for this guiding question Many different strategies are possible in terms of drug follow-up continuous, intermittent, or sequential treatment or stopping According to the working group, it is therefore not easy to formulate an unequivocal and manageable search question with which all the available evidence regarding the effectiveness of these various strategies can be included In addition, the available evidence often appears to be of low evidential value, because it concerns only # randomised studies in addition to cohort studies in which participants in an RCT are followed without a control group On the other hand, there are new data on sequential treatment with anabolic agents <PERSOON> guideline Pharmacological Management of Osteoporosis in Postmenopausal Women (#) gives an overview of the available literature of good quality based on a non-systematic review of the literature <PERSOON> study group therefore decided not to carry out a systematic literature analysis for this module but to use the ESC guideline as a basis, supplemented by the knowledge and expertise of the study group A systematic literature analysis was also not performed on the policy of what to do after.
| 559 | nvr |
intermitteren of continueren van therapie of met sequentiële therapie Er zijn redenen van stoppen van bisfosfonaten en het botverlies na stoppen van bisfosfonaten, denosumab, teriparatide en romosozumab, het fractuurrisico na stoppen van bisfosfonaten en denosumab en over sequentiële therapieën met anabolen en anti-resorptiva No systematic literature analysis has been performed for this guiding question Many different strategies are possible in terms of drug follow-up continuous, intermittent, or sequential treatment or stopping According to the working group, it is therefore not easy to formulate an unequivocal and manageable search question with which all the available evidence regarding the effectiveness of these various strategies can be included In addition, the available evidence often appears to be of low evidential value, because it concerns only # randomised studies in addition to cohort studies in which participants in an RCT are followed without a control group On the other hand, there are new data on sequential treatment with anabolic agents <PERSOON> guideline Pharmacological Management of Osteoporosis in Postmenopausal Women (#) gives an overview of the available literature of good quality based on a non-systematic review of the literature <PERSOON> study group therefore decided not to carry out a systematic literature analysis for this module but to use the ESC guideline as a basis, supplemented by the knowledge and expertise of the study group A systematic literature analysis was also not performed on the policy of what to do after multiple vertebral fractures, as there is a lack of RCTs with sufficient evidence <PERSOON> guideline development group has used a recent systematic review with a position statement on the risk of fracture after discontinuation of denosumab and its treatment by the European Er zijn veel verschillende strategieën mogelijk qua medicamenteuze vervolgbehandeling continu, intermitterend, of sequentieel behandelen of stoppen Het is daarom volgens de werkgroep niet goed mogelijk om een eenduidige en behapbare zoekvraag te formuleren waarmee alle beschikbaar evidentie omtrent de effectiviteit van deze verschillende strategieën omvat kan worden Daarnaast blijkt de beschikbare evidentie vaak van lage bewijskracht, omdat het slechts # gerandomiseerde studies naast cohort studies betreft waarin deelnemers aan een RCT vervolgd worden zonder controle groep Anderzijds zijn er nieuwe data over sequentieel behandelen met anabole middelen De richtlijn Pharmacological Management of Osteoporosis in Postmenopausal Women (ESC, ###) geeft op basis van een niet systematische review van de literatuur een overzicht van de beschikbare literatuur van goede kwaliteit De werkgroep heeft daarom besloten om voor deze module geen systematische literatuuranalyse uit te voeren, maar de ESC richtlijn als basis te gebruiken, aangevuld met de kennis en expertise van de werkgroep Ten aanzien van het beleid over wat te doen na stoppen met denosumab om een rebound in botturnover met kans op multipele wervelfracturen te voorkomen is evenmin een systematische literatuuranalyse verricht aangezien er gebrek is aan RCTâs met voldoende bewijs De richtlijnwerkgroep maakt gebruik van een recente systematische review met een position statement over risico op fracturen na staken denosumab en de behandeling hiervan door de.
| 557 | nvr |
sufficient evidence <PERSOON> guideline development group has used a recent systematic review with a position statement on the risk of fracture after discontinuation of denosumab and its treatment by the European Er zijn veel verschillende strategieën mogelijk qua medicamenteuze vervolgbehandeling continu, intermitterend, of sequentieel behandelen of stoppen Het is daarom volgens de werkgroep niet goed mogelijk om een eenduidige en behapbare zoekvraag te formuleren waarmee alle beschikbaar evidentie omtrent de effectiviteit van deze verschillende strategieën omvat kan worden Daarnaast blijkt de beschikbare evidentie vaak van lage bewijskracht, omdat het slechts # gerandomiseerde studies naast cohort studies betreft waarin deelnemers aan een RCT vervolgd worden zonder controle groep Anderzijds zijn er nieuwe data over sequentieel behandelen met anabole middelen De richtlijn Pharmacological Management of Osteoporosis in Postmenopausal Women (ESC, ###) geeft op basis van een niet systematische review van de literatuur een overzicht van de beschikbare literatuur van goede kwaliteit De werkgroep heeft daarom besloten om voor deze module geen systematische literatuuranalyse uit te voeren, maar de ESC richtlijn als basis te gebruiken, aangevuld met de kennis en expertise van de werkgroep Ten aanzien van het beleid over wat te doen na stoppen met denosumab om een rebound in botturnover met kans op multipele wervelfracturen te voorkomen is evenmin een systematische literatuuranalyse verricht aangezien er gebrek is aan RCTâs met voldoende bewijs De richtlijnwerkgroep maakt gebruik van een recente systematische review met een position statement over risico op fracturen na staken denosumab en de behandeling hiervan door de sequentieel behandelen en âhoe ziet de follow-up eruit bij stoppenâ in het kader van een strategie op (levens)lange termijn omvat verschillende aspecten, zoals duur van aangetoonde fractuurreductie, het al dan niet behalen van een target, de tolerantie en veiligheid van medicatie, en of een behandeling continu, intermitterend of sequentieel moet worden overwogen en wanneer toegepast Al deze factoren spelen een rol voor het bepalen van de lange-termijn strategie, en dienen ook aan de patiënt vanaf de start met behandeling Bij de meeste patiënten met een hoog fractuurrisico is een (levens)lange behandelingsstrategie nodig (##), maar lange termijn gegevens zijn beperkt Aan de hand van een expertopinie worden voorstellen geformuleerd over continueren, stoppen, periodiek en sequentieel behandelen met bisfosfonaten afzonderlijk gezien hun retentie in het bot en denosumab, raloxifene gezien het verdwijnen van effect na staken, en de anabole middelen aangezien zij slechts korte tijd worden toegediend en ook bij anabolen na het staken botverlies optreedt (teriparatide <LEEFTIJD> jaar therapie en romosozumab <LEEFTIJD> jaar Voor patiënten (en eventueel hun verzorgers) is het relevant dat zij goed geïnformeerd zijn over de duur van de behandeling en hoe dit zal worden opgevolgd Ook als er een behandeling volgt op een initiële behandeling is het voor patiënten belangrijk te weten wat de afwegingen en factoren zijn op basis waarvan samen de keuze kan worden gemaakt voor opvolgende behandeling(en) Een actief betrokken, en goed geïnformeerde patiënt met betrekking tot een individuele behandelstrategie op (levens)lange termijn heeft beter kansen voor een optimale âdisease managementâ.
| 578 | nvr |
sequentieel behandelen en âhoe ziet de follow-up eruit bij stoppenâ in het kader van een strategie op (levens)lange termijn omvat verschillende aspecten, zoals duur van aangetoonde fractuurreductie, het al dan niet behalen van een target, de tolerantie en veiligheid van medicatie, en of een behandeling continu, intermitterend of sequentieel moet worden overwogen en wanneer toegepast Al deze factoren spelen een rol voor het bepalen van de lange-termijn strategie, en dienen ook aan de patiënt vanaf de start met behandeling Bij de meeste patiënten met een hoog fractuurrisico is een (levens)lange behandelingsstrategie nodig (##), maar lange termijn gegevens zijn beperkt Aan de hand van een expertopinie worden voorstellen geformuleerd over continueren, stoppen, periodiek en sequentieel behandelen met bisfosfonaten afzonderlijk gezien hun retentie in het bot en denosumab, raloxifene gezien het verdwijnen van effect na staken, en de anabole middelen aangezien zij slechts korte tijd worden toegediend en ook bij anabolen na het staken botverlies optreedt (teriparatide <LEEFTIJD> jaar therapie en romosozumab <LEEFTIJD> jaar Voor patiënten (en eventueel hun verzorgers) is het relevant dat zij goed geïnformeerd zijn over de duur van de behandeling en hoe dit zal worden opgevolgd Ook als er een behandeling volgt op een initiële behandeling is het voor patiënten belangrijk te weten wat de afwegingen en factoren zijn op basis waarvan samen de keuze kan worden gemaakt voor opvolgende behandeling(en) Een actief betrokken, en goed geïnformeerde patiënt met betrekking tot een individuele behandelstrategie op (levens)lange termijn heeft beter kansen voor een optimale âdisease managementâ gemonitord (dus die weten wanneer er een evaluatie moment volgt, hoe dat gedaan wordt en welke factoren een rol spelen bij deze evaluatie) kunnen zelfzorgvaardigheden worden vergroot en ervoor zorgen dat patiënten fractuurpreventieve zorg krijgen die aansluit bij hun behoeften en mogelijkheden, op het juiste moment, in de juiste vorm en gericht op eigen Het sequentieel behandelen van het fractuurrisico met verschillende middelen waarvan de kostprijzen verschillend zijn (zie module âFollow-upâ) maakt dat de kosten per patiënt verschillend zijn Daarnaast kan de organisatie van de follow-up verschillend zijn (aantal controle-afspraken, herhaalde DXA, botturnovermarkers, etc ) Het steeds individueel afwegen wat het fractuurrisico is en welke vervolgbehandeling zinvol is ter preventie van fracturen door wetenschappelijke kennis (met behulp van deze richtlijnmodule) te wegen ten opzichte van de maatschappelijke belangen (kosten) en behoeften van de individuele Fracturen leiden tot aanzienlijke morbiditeit (en ook mortaliteit, vooral bij heupfracturen), maar ook tot hoge kosten, waaraan vooral heupfracturen debet zijn Preventie door een (levens)lange behandelstrategie zal dus fracturen voorkomen, maar vanwege de individualisatie is niet goed te specificeren op hun kostenaspect Minder fracturen zullen leiden tot minder ziekenhuisopnames, minder opnames in revalidatie-instellingen, minder behoefte aan huishoudelijke hulp etc Het kostenaspect is dus breder dan de kostprijzen van Een levenslange behandelstrategie waar sequentieel behandelen van het fractuurrisico met verschillende middelen vraagt om voldoende kennis over werking en veiligheid van opvolgende behandelingen Daarbij is monitoring van belang en dit vraagt om een gestructureerd zorgprogramma als belangrijke randvoorwaarde voor implementatie Er zijn.
| 591 | nvr |
weten wanneer er een evaluatie moment volgt, hoe dat gedaan wordt en welke factoren een rol spelen bij deze evaluatie) kunnen zelfzorgvaardigheden worden vergroot en ervoor zorgen dat patiënten fractuurpreventieve zorg krijgen die aansluit bij hun behoeften en mogelijkheden, op het juiste moment, in de juiste vorm en gericht op eigen Het sequentieel behandelen van het fractuurrisico met verschillende middelen waarvan de kostprijzen verschillend zijn (zie module âFollow-upâ) maakt dat de kosten per patiënt verschillend zijn Daarnaast kan de organisatie van de follow-up verschillend zijn (aantal controle-afspraken, herhaalde DXA, botturnovermarkers, etc ) Het steeds individueel afwegen wat het fractuurrisico is en welke vervolgbehandeling zinvol is ter preventie van fracturen door wetenschappelijke kennis (met behulp van deze richtlijnmodule) te wegen ten opzichte van de maatschappelijke belangen (kosten) en behoeften van de individuele Fracturen leiden tot aanzienlijke morbiditeit (en ook mortaliteit, vooral bij heupfracturen), maar ook tot hoge kosten, waaraan vooral heupfracturen debet zijn Preventie door een (levens)lange behandelstrategie zal dus fracturen voorkomen, maar vanwege de individualisatie is niet goed te specificeren op hun kostenaspect Minder fracturen zullen leiden tot minder ziekenhuisopnames, minder opnames in revalidatie-instellingen, minder behoefte aan huishoudelijke hulp etc Het kostenaspect is dus breder dan de kostprijzen van Een levenslange behandelstrategie waar sequentieel behandelen van het fractuurrisico met verschillende middelen vraagt om voldoende kennis over werking en veiligheid van opvolgende behandelingen Daarbij is monitoring van belang en dit vraagt om een gestructureerd zorgprogramma als belangrijke randvoorwaarde voor implementatie Er zijn aantoonbare domein-kennis op gebied van fractuur preventie maar is er onvoldoende bewustzijn van het belang bij ziekenhuisbestuurders als het gaat over de bekostiging van een levenslange behandelstrategie Ook de samenwerking tussen eerste lijn (huisarts, paramedici) en tweede lijn is hierbij een randvoorwaarde om de patiënt de juiste zorg op de juiste plek te kunnen bieden Hiervoor zijn nieuwe vormen van interactie tussen de eerste en tweede lijn nodig, om betere en efficiëntere fractuurpreventieve zorg te verlenen Communicatie en transmurale samenwerking is niet altijd optimaal, onder andere doordat ICT-systemen niet goed op elkaar aansluiten en afspraken over structurele aanpak en samenwerking tussen de eerste en tweede lijn nodig zijn Voor adequate implementatie van levenslange chronische behandelstrategieën is het ook van groot belang dat ziekenhuizen een gestructureerd zorgprogramma aanbieden, aangestuurd door een fractuurpreventie team om zo, in samenwerking met de eerste lijn, patiënten optimale diagnostiek en een adequate behandeling (medicamenteus, leefstijl en indien nodig valpreventie) te bieden Het fractuurpreventie team dient tenminste te bestaan uit een verpleegkundige en/of VS/PA, een snijdend en beschouwend specialist, die in gezamenlijkheid verantwoordelijk zijn voor het zorgprogramma om zo de juiste zorg op de Standaard monitoring tijdens therapie (die gestart werd volgens modules âstarten en wat te doen bij intolerantie en bijwerkingen wordt besproken in de modules Een toenemend aantal nieuwe publicaties bevestigt de gebrekkige therapietrouw voor medicatie, reeds op korte termijn na het starten, voor zowel orale als parenterale medicaties, ook bij patienten die de FLS bezochten, met als gevolg een verminderd effect op.
| 566 | nvr |
is er onvoldoende bewustzijn van het belang bij ziekenhuisbestuurders als het gaat over de bekostiging van een levenslange behandelstrategie Ook de samenwerking tussen eerste lijn (huisarts, paramedici) en tweede lijn is hierbij een randvoorwaarde om de patiënt de juiste zorg op de juiste plek te kunnen bieden Hiervoor zijn nieuwe vormen van interactie tussen de eerste en tweede lijn nodig, om betere en efficiëntere fractuurpreventieve zorg te verlenen Communicatie en transmurale samenwerking is niet altijd optimaal, onder andere doordat ICT-systemen niet goed op elkaar aansluiten en afspraken over structurele aanpak en samenwerking tussen de eerste en tweede lijn nodig zijn Voor adequate implementatie van levenslange chronische behandelstrategieën is het ook van groot belang dat ziekenhuizen een gestructureerd zorgprogramma aanbieden, aangestuurd door een fractuurpreventie team om zo, in samenwerking met de eerste lijn, patiënten optimale diagnostiek en een adequate behandeling (medicamenteus, leefstijl en indien nodig valpreventie) te bieden Het fractuurpreventie team dient tenminste te bestaan uit een verpleegkundige en/of VS/PA, een snijdend en beschouwend specialist, die in gezamenlijkheid verantwoordelijk zijn voor het zorgprogramma om zo de juiste zorg op de Standaard monitoring tijdens therapie (die gestart werd volgens modules âstarten en wat te doen bij intolerantie en bijwerkingen wordt besproken in de modules Een toenemend aantal nieuwe publicaties bevestigt de gebrekkige therapietrouw voor medicatie, reeds op korte termijn na het starten, voor zowel orale als parenterale medicaties, ook bij patienten die de FLS bezochten, met als gevolg een verminderd effect op therapietrouw (##) Therapietrouw was lager bij polyfarmacie, op hogere leeftijd, bij misvattingen over osteoporose, bij gebrekkige informatie aan patienten, bij hogere frequentie van toediening van medicatie, bij nevenwerkingen en bij rokers Therapietrouw was hoger bij een voorgeschiedenis van vallen In gerandomiseerde gecontroleerde studies over therapietrouw werd geen effect gevonden van telefonisch contact, educatieve sessies en educatief materiaal of een alarm klok (##) Een casus-gecontroleerde observationele studie suggereerde dat monitoring van de BMD in TH en LWK tijdens therapie (#x binnen <LEEFTIJD> jaar versus geen BMD binnen <LEEFTIJD> jaar) leidt tot hogere therapietrouw (##) Er zijn evenwel geen gerandomiseerde trials voorhanden die strategien met en zonder BMD opvolging onderzochten op therapietrouw (##) Een evaluatie door HA, specialist of andere zorgverleners in het veld van osteoporose zoals verpleegkundig specialisten maakt het evenwel mogelijk zowel de therapietrouw na te gaan w html ) Aangezien de therapietrouw snel afneemt na de start van behandeling en later verder afneemt is klinische follow-up op korte en langere termijn aangewezen onder Het risico op klinische fracturen tijdens therapie is verlaagd, maar nog steeds aanwezig Gezien deze incidenties van NWF en mWF tijdens behandeling, is het optreden van een incidente fractuur niet noodzakelijk een reden om de therapie onmiddellijk te staken, maar wel om na te gaan of er corrigeerbare redenen zijn, zoals lage therapietrouw, ook voor calcium en vitamine D (UV #) en om na te gaan of andere factoren een rol spelen bij incidente fracturen zoals botverlies en het optreden van nieuwe risicofactoren zoals vermeld.
| 571 | nvr |
bij misvattingen over osteoporose, bij gebrekkige informatie aan patienten, bij hogere frequentie van toediening van medicatie, bij nevenwerkingen en bij rokers Therapietrouw was hoger bij een voorgeschiedenis van vallen In gerandomiseerde gecontroleerde studies over therapietrouw werd geen effect gevonden van telefonisch contact, educatieve sessies en educatief materiaal of een alarm klok (##) Een casus-gecontroleerde observationele studie suggereerde dat monitoring van de BMD in TH en LWK tijdens therapie (#x binnen <LEEFTIJD> jaar versus geen BMD binnen <LEEFTIJD> jaar) leidt tot hogere therapietrouw (##) Er zijn evenwel geen gerandomiseerde trials voorhanden die strategien met en zonder BMD opvolging onderzochten op therapietrouw (##) Een evaluatie door HA, specialist of andere zorgverleners in het veld van osteoporose zoals verpleegkundig specialisten maakt het evenwel mogelijk zowel de therapietrouw na te gaan w html ) Aangezien de therapietrouw snel afneemt na de start van behandeling en later verder afneemt is klinische follow-up op korte en langere termijn aangewezen onder Het risico op klinische fracturen tijdens therapie is verlaagd, maar nog steeds aanwezig Gezien deze incidenties van NWF en mWF tijdens behandeling, is het optreden van een incidente fractuur niet noodzakelijk een reden om de therapie onmiddellijk te staken, maar wel om na te gaan of er corrigeerbare redenen zijn, zoals lage therapietrouw, ook voor calcium en vitamine D (UV #) en om na te gaan of andere factoren een rol spelen bij incidente fracturen zoals botverlies en het optreden van nieuwe risicofactoren zoals vermeld meer veranderen van medicatie en een verminderd fractuurrisico (##) In een cohort van ### vrouwen () <LEEFTIJD> jaar) die startten met anti-resorptiva en met # botmetingen tijdens een gemiddeld interval van <DATUM> jaar was een toename van de TH of FH BMD geassocieerd aan minder fracturen (MOF, heup en klinische WF) in vergelijking met stabiele BMD, terwijl een verlies aan TH BMD geassocieerd was aan een hoger fractuurrisico De LWK BMD was niet onafhankelijk van TH BMD geassocieerd aan fractuurrisico, en de auteurs besluiten dat voor monitoring de TH BMD meting een betere indicator is voor het Individuele veranderingen in BMD zijn significant als ze groter zijn dan de minimum drempel van significante verandering (least significance change (LSC)) De LSC voor BMD opvolging is Er zijn evenwel geen gerandomiseerde trials voorhanden die strategieën met en zonder BMD opvolging onderzochten op fracturen Er is ook geen internationale consensus over de frequentie van BMD metingen tijdens therapie, die in richtlijnen varieert tussen om de # en Monitoring met DXA (#x binnen <LEEFTIJD> jaar) kan zinvol zijn om de therapietrouw te verhogen, te beslissen over veranderen van medicatie en om het effect op fracturen in te schatten, zoals bij een incidente fractuur, bij (vermoeden van) lage therapietrouw, bij het optreden van VFA en/of radiologie van de wervelkolom is aangewezen wanneer men een incidente WF vermoedt, en er corrigeerbare redenen zijn, zoals het (vermoeden van) lage therapietrouw, te gaan of andere factoren een rol spelen bij incidente mVF zoals het optreden van nieuwe risicofactoren zoals vermeld in module âIndicatie voor aanvullend onderzoek naar.
| 592 | nvr |
een cohort van ### vrouwen () <LEEFTIJD> jaar) die startten met anti-resorptiva en met # botmetingen tijdens een gemiddeld interval van <DATUM> jaar was een toename van de TH of FH BMD geassocieerd aan minder fracturen (MOF, heup en klinische WF) in vergelijking met stabiele BMD, terwijl een verlies aan TH BMD geassocieerd was aan een hoger fractuurrisico De LWK BMD was niet onafhankelijk van TH BMD geassocieerd aan fractuurrisico, en de auteurs besluiten dat voor monitoring de TH BMD meting een betere indicator is voor het Individuele veranderingen in BMD zijn significant als ze groter zijn dan de minimum drempel van significante verandering (least significance change (LSC)) De LSC voor BMD opvolging is Er zijn evenwel geen gerandomiseerde trials voorhanden die strategieën met en zonder BMD opvolging onderzochten op fracturen Er is ook geen internationale consensus over de frequentie van BMD metingen tijdens therapie, die in richtlijnen varieert tussen om de # en Monitoring met DXA (#x binnen <LEEFTIJD> jaar) kan zinvol zijn om de therapietrouw te verhogen, te beslissen over veranderen van medicatie en om het effect op fracturen in te schatten, zoals bij een incidente fractuur, bij (vermoeden van) lage therapietrouw, bij het optreden van VFA en/of radiologie van de wervelkolom is aangewezen wanneer men een incidente WF vermoedt, en er corrigeerbare redenen zijn, zoals het (vermoeden van) lage therapietrouw, te gaan of andere factoren een rol spelen bij incidente mVF zoals het optreden van nieuwe risicofactoren zoals vermeld in module âIndicatie voor aanvullend onderzoek naar starten Als eventuele progressie niet goed te beoordelen is, kan het maken van klassieke XThLWK fotos zinvol zijn gezien het hoger oplossend vermogen Botmarkers worden niet gebruikt voor de diagnose van osteoporose en geven geen verbeterde predictie van botverlies of fracturen in de individuele patiënt (##) De beslissing over gebruik van Botmarkers voor opvolgen van therapie kan gebeuren in centra met expertise en op basis van hun ervaringen en in bijzondere gevallen zoals bij beslissingen omtrent de het stoppen of sequentieel gebruik van sommige medicaties (zie Aanbeveling tijdens elke medicamenteuze behandeling met botversterkende medicatie Verricht een evaluatie na # maanden en daarna jaarlijks bij patiënten die behandeld worden met botversterkende medicatie en bespreek tolerantie, compliance en motivatie Geef indien nodig aanvullende uitleg, met als doel de compliance te optimaliseren Deze evaluatie vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar Voer de jaarcontroles uit in een gestructureerd zorgprogramma waarin de eerste lijn en de Ga na of andere factoren een rol spelen bij een nieuwe fractuur tijdens behandeling, zoals onvoldoende compliance, botverlies of het optreden van nieuwe risicofactoren (module Overweeg een tussentijdse DXA meting tijdens behandeling met botafbraak remmende medicatie om de therapietrouw te verhogen, te beslissen over continueren of veranderen van medicatie en om het te verwachten effect op fracturen in te schatten Standaard herevaluatie na standaard therapie (die gestart werd volgens modules âstarten De standaard duur van behandeling bedraagt <LEEFTIJD> jaar voor alendronaat en risedronaat, <LEEFTIJD> jaar voor zoledronaat en denosumab, <LEEFTIJD> jaar voor teriparatide en <LEEFTIJD> jaar voor romosozumab,.
| 583 | nvr |
eventuele progressie niet goed te beoordelen is, kan het maken van klassieke XThLWK fotos zinvol zijn gezien het hoger oplossend vermogen Botmarkers worden niet gebruikt voor de diagnose van osteoporose en geven geen verbeterde predictie van botverlies of fracturen in de individuele patiënt (##) De beslissing over gebruik van Botmarkers voor opvolgen van therapie kan gebeuren in centra met expertise en op basis van hun ervaringen en in bijzondere gevallen zoals bij beslissingen omtrent de het stoppen of sequentieel gebruik van sommige medicaties (zie Aanbeveling tijdens elke medicamenteuze behandeling met botversterkende medicatie Verricht een evaluatie na # maanden en daarna jaarlijks bij patiënten die behandeld worden met botversterkende medicatie en bespreek tolerantie, compliance en motivatie Geef indien nodig aanvullende uitleg, met als doel de compliance te optimaliseren Deze evaluatie vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar Voer de jaarcontroles uit in een gestructureerd zorgprogramma waarin de eerste lijn en de Ga na of andere factoren een rol spelen bij een nieuwe fractuur tijdens behandeling, zoals onvoldoende compliance, botverlies of het optreden van nieuwe risicofactoren (module Overweeg een tussentijdse DXA meting tijdens behandeling met botafbraak remmende medicatie om de therapietrouw te verhogen, te beslissen over continueren of veranderen van medicatie en om het te verwachten effect op fracturen in te schatten Standaard herevaluatie na standaard therapie (die gestart werd volgens modules âstarten De standaard duur van behandeling bedraagt <LEEFTIJD> jaar voor alendronaat en risedronaat, <LEEFTIJD> jaar voor zoledronaat en denosumab, <LEEFTIJD> jaar voor teriparatide en <LEEFTIJD> jaar voor romosozumab, Verschillende parameters zijn beschikbaar voor monitoring van effect na therapie met goede De herevaluatie die wordt verricht na voltooiing van de standaard behandelduur (<LEEFTIJD> jaar voor alendronaat en risedronaat, <LEEFTIJD> jaar voor zoledronaat en denosumab, <LEEFTIJD> jaar voor teriparatide # Nieuwe fracturen en nieuwe risicofactoren voor een fractuur # Een DXA voor het vaststellen van BMD verandering # Een VFA voor het vaststellen van nieuwe wervelfracturen Doel van deze evaluatie is na standaard therapieduur met anti-resorptiva ook de hoogte van verder risico in te schatten en daar de behandeling op af te stemmen Het beoordelen van het bereikte resultaat hangt af van de uitgangssituatie waarom een therapie werd gestart Zoals vermeld in module #, wordt de start van behandeling gebaseerd op het initiële risicoprofiel Dit verschilt tussen de start vanwege heupfractuur (met of zonder gegevens over BMD en VFA), vanwege T(-<DATUM> (met en zonder recente NWF) en vanwege WF (met Tscore ( -# #) Dit verschilt ook tussen medicaties (bisfosfonaten, denosumab en anabolen) Bij anabolen evenwel moet de therapie steeds sequentieel met anti-resorptiva worden voortgezet om het resultaat in toename van BMD en verminderde fractuurrisico te # Verhoogd risico met indicatie voor continueren of veranderen van medicatie # Verhoogd risico met incidente multipele of ernstige WF met indicatie voor anabolen Na een behandeling met botvormende medicatie geeft de herevaluatie (incidente fracturen, RF), BMD en VFA inzicht in het effect van behandeling en het risicoprofiel Maar onafhankelijk daarvan zal steeds aansluitend verder sequentieel behandeld worden met.
| 582 | nvr |
zijn beschikbaar voor monitoring van effect na therapie met goede De herevaluatie die wordt verricht na voltooiing van de standaard behandelduur (<LEEFTIJD> jaar voor alendronaat en risedronaat, <LEEFTIJD> jaar voor zoledronaat en denosumab, <LEEFTIJD> jaar voor teriparatide # Nieuwe fracturen en nieuwe risicofactoren voor een fractuur # Een DXA voor het vaststellen van BMD verandering # Een VFA voor het vaststellen van nieuwe wervelfracturen Doel van deze evaluatie is na standaard therapieduur met anti-resorptiva ook de hoogte van verder risico in te schatten en daar de behandeling op af te stemmen Het beoordelen van het bereikte resultaat hangt af van de uitgangssituatie waarom een therapie werd gestart Zoals vermeld in module #, wordt de start van behandeling gebaseerd op het initiële risicoprofiel Dit verschilt tussen de start vanwege heupfractuur (met of zonder gegevens over BMD en VFA), vanwege T(-<DATUM> (met en zonder recente NWF) en vanwege WF (met Tscore ( -# #) Dit verschilt ook tussen medicaties (bisfosfonaten, denosumab en anabolen) Bij anabolen evenwel moet de therapie steeds sequentieel met anti-resorptiva worden voortgezet om het resultaat in toename van BMD en verminderde fractuurrisico te # Verhoogd risico met indicatie voor continueren of veranderen van medicatie # Verhoogd risico met incidente multipele of ernstige WF met indicatie voor anabolen Na een behandeling met botvormende medicatie geeft de herevaluatie (incidente fracturen, RF), BMD en VFA inzicht in het effect van behandeling en het risicoprofiel Maar onafhankelijk daarvan zal steeds aansluitend verder sequentieel behandeld worden met Bespreek met de patiënt de mogelijkheid om over te stappen naar zoledroninezuur of De aanbevolen duur van behandeling is <LEEFTIJD> jaar voor alendronaat en risedronaat en <LEEFTIJD> jaar voor zoledronaat, omdat veiligheid en efficiëntie op fracturen zijn aangetoond en het risico op atypische femur fracturen (AFF) en osteonecrose van de kaak (ONJ) dan laag is, maar bij langdurige behandeling het risico op AFF en ONJ toeneemt Na deze # en <LEEFTIJD> jaar behandeling met bisfosfonaten is herevaluatie nodig met DXA en VFA en medische en fractuurgeschiedenis, alvorens te beslissen over staken, continueren of veranderen van Behandel patiënten met orale bisfosfonaten voor <LEEFTIJD> jaar en met zoledroninezuur voor <LEEFTIJD> jaar Verricht een herevaluatie na <LEEFTIJD> jaar gebruik van orale bisfosfonaten Er zijn sinds de vorige richtlijn van ### verschillende nieuwe lange-termijn gegevens Vrouwen die alendronaat staken na <LEEFTIJD> jaar vertonen een lichte daling van de BMD, een progressieve stijging van de botmarkers en een hoger risico op klinische wervelfracturen Bij vrouwen die alendronaat staken na # tot <LEEFTIJD> jaar waren leeftijd en TH BMD, maar niet de botmarkers na # en <LEEFTIJD> jaar, voorspellers van het risico op fracturen tijdens de volgende <LEEFTIJD> jaar Het continueren van alendronaat gedurende <LEEFTIJD> jaar (in plaats van het staken van alendronaat) vermindert het risico op NWF bij vrouwen zonder prevalente WF die na <LEEFTIJD> jaar een FN T-score hadden van ⤠â<DATUM> maar niet bij vrouwen metr een FN T-score ) -# # (##).
| 605 | nvr |
Bespreek met de patiënt de mogelijkheid om over te stappen naar zoledroninezuur of De aanbevolen duur van behandeling is <LEEFTIJD> jaar voor alendronaat en risedronaat en <LEEFTIJD> jaar voor zoledronaat, omdat veiligheid en efficiëntie op fracturen zijn aangetoond en het risico op atypische femur fracturen (AFF) en osteonecrose van de kaak (ONJ) dan laag is, maar bij langdurige behandeling het risico op AFF en ONJ toeneemt Na deze # en <LEEFTIJD> jaar behandeling met bisfosfonaten is herevaluatie nodig met DXA en VFA en medische en fractuurgeschiedenis, alvorens te beslissen over staken, continueren of veranderen van Behandel patiënten met orale bisfosfonaten voor <LEEFTIJD> jaar en met zoledroninezuur voor <LEEFTIJD> jaar Verricht een herevaluatie na <LEEFTIJD> jaar gebruik van orale bisfosfonaten Er zijn sinds de vorige richtlijn van ### verschillende nieuwe lange-termijn gegevens Vrouwen die alendronaat staken na <LEEFTIJD> jaar vertonen een lichte daling van de BMD, een progressieve stijging van de botmarkers en een hoger risico op klinische wervelfracturen Bij vrouwen die alendronaat staken na # tot <LEEFTIJD> jaar waren leeftijd en TH BMD, maar niet de botmarkers na # en <LEEFTIJD> jaar, voorspellers van het risico op fracturen tijdens de volgende <LEEFTIJD> jaar Het continueren van alendronaat gedurende <LEEFTIJD> jaar (in plaats van het staken van alendronaat) vermindert het risico op NWF bij vrouwen zonder prevalente WF die na <LEEFTIJD> jaar een FN T-score hadden van ⤠â<DATUM> maar niet bij vrouwen metr een FN T-score ) -# # (##) #, zonder recente incidente fractuur en met niet meer dan één Cosman besluit dat na <LEEFTIJD> jaar zoledronaathet redelijk is dat patiënten met een TH T) -<DATUM> zonder fractuur bij de start van behandeling en met niet meer dan één risicofactor tijdelijk Elk van deze studies meldt beperkingen, zoals het exploratief <INSTELLING>, het beperkt statistische vermogen, het post-hoc <INSTELLING> van de analyses en het lage aantal Overzicht van stop studies effecten op BMD, botmarkers en fracturen In de TRIO-studie in PM osteoporotische vrouwen werd het effect vergeleken van therapie en stoppen van therapie tussen alendronaat, risedronaat en ibandronaat op BMD en Na <LEEFTIJD> jaar behandeling was de stijging in LS BMD het hoogst met alendronaat en bleef het hoogst # en <LEEFTIJD> jaar na het stoppen (significant verschillend tussen de groepen) Op geen enkel tijdstip waren er verschillen in de TH BMD tussen de groepen Na <LEEFTIJD> jaar behandeling was de daling van CTX significant groter met alendronaat dan met risedronaat Na het staken van therapie was de stijging van CTX significant hoger met risedronaat dan met alendronaat na # en ## maanden Gelijkaardige significante Staak alendronaat en risedroninezuur na <LEEFTIJD> jaar bij goede therapietrouw, TH of FN T ) -#,# en Staak zoledroninezuur na <LEEFTIJD> jaar bij goede therapietrouw, TH of FN T) -#,# en zonder Herevalueer de patiënt <LEEFTIJD> jaar na het staken van orale bisfosfornaten Herevalueer de patiënt <LEEFTIJD> jaar na het staken van zoledroninezuur Herevalueer de patiënt daarna elke <LEEFTIJD> jaar indien het herstarten van de behandeling niet nodig is.
| 632 | nvr |
Cosman besluit dat na <LEEFTIJD> jaar zoledronaathet redelijk is dat patiënten met een TH T) -<DATUM> zonder fractuur bij de start van behandeling en met niet meer dan één risicofactor tijdelijk Elk van deze studies meldt beperkingen, zoals het exploratief <INSTELLING>, het beperkt statistische vermogen, het post-hoc <INSTELLING> van de analyses en het lage aantal Overzicht van stop studies effecten op BMD, botmarkers en fracturen In de TRIO-studie in PM osteoporotische vrouwen werd het effect vergeleken van therapie en stoppen van therapie tussen alendronaat, risedronaat en ibandronaat op BMD en Na <LEEFTIJD> jaar behandeling was de stijging in LS BMD het hoogst met alendronaat en bleef het hoogst # en <LEEFTIJD> jaar na het stoppen (significant verschillend tussen de groepen) Op geen enkel tijdstip waren er verschillen in de TH BMD tussen de groepen Na <LEEFTIJD> jaar behandeling was de daling van CTX significant groter met alendronaat dan met risedronaat Na het staken van therapie was de stijging van CTX significant hoger met risedronaat dan met alendronaat na # en ## maanden Gelijkaardige significante Staak alendronaat en risedroninezuur na <LEEFTIJD> jaar bij goede therapietrouw, TH of FN T ) -#,# en Staak zoledroninezuur na <LEEFTIJD> jaar bij goede therapietrouw, TH of FN T) -#,# en zonder Herevalueer de patiënt <LEEFTIJD> jaar na het staken van orale bisfosfornaten Herevalueer de patiënt <LEEFTIJD> jaar na het staken van zoledroninezuur Herevalueer de patiënt daarna elke <LEEFTIJD> jaar indien het herstarten van de behandeling niet nodig is Continueer alendronaat en risedroninezuur nogmaals <LEEFTIJD> jaar indien bij de herevaluatie na <LEEFTIJD> jaar behandeling sprake is van een T-score ⤠-<DATUM> in de heuphals of totale heup Continueer zoledroninezuur nogmaals <LEEFTIJD> jaar indien bij de herevaluatie na <LEEFTIJD> jaar behandeling Veranderen tussen bisfosfonaten of van bisfosfonaten naar andere medicaties Onderzoek de reden bij onvoldoende therapietrouw voor orale bisfosfonaten of Overweeg bij botverlies ) #% onder orale bisfosfonaten te switchen van een orale naar Overschakelen van bisfosfonaten naar anabole middelen is aangewezen bij aanwezigheid van multipele of ernstige WF volgens de criteria vermeld in de modules behandeling Teriparatide is superieur aan risedronaat op WF en klinische fracturen, ook na voorafgaande therapie met bisfosfonaten (##, ##) Met romosozumab is de stijging van BMD minder uitgesproken, maar nog steeds significant, na bisfosfonaten, maar er zijn geen fractuurdata Overweeg te veranderen van bisfosfonaten naar teriparatide of romosozumab bij incidente multipele of ernstige WF en een lage BMD voor gebruik van deze middelen zoals beschreven Duur van de behandeling met Teriparatide is momenteel maximaal <LEEFTIJD> jaar Na stoppen geldt net als voor alle andere medicamenten die niet in het bot retineren dat het effect verloren Studies met antiresorptiva na het stoppen met anabole middelen zoals teriparatide en abaloparatide hebben laten zien dat deze het effect op de BMD en botsterkte kunnen behouden en soms zelfs licht doen toenemen (##) In de DATA switch studie was er een voortgaande stijging van de BMD van de heup-hals en de LWK wanneer na <LEEFTIJD> jaar.
| 600 | nvr |
nogmaals <LEEFTIJD> jaar indien bij de herevaluatie na <LEEFTIJD> jaar behandeling sprake is van een T-score ⤠-<DATUM> in de heuphals of totale heup Continueer zoledroninezuur nogmaals <LEEFTIJD> jaar indien bij de herevaluatie na <LEEFTIJD> jaar behandeling Veranderen tussen bisfosfonaten of van bisfosfonaten naar andere medicaties Onderzoek de reden bij onvoldoende therapietrouw voor orale bisfosfonaten of Overweeg bij botverlies ) #% onder orale bisfosfonaten te switchen van een orale naar Overschakelen van bisfosfonaten naar anabole middelen is aangewezen bij aanwezigheid van multipele of ernstige WF volgens de criteria vermeld in de modules behandeling Teriparatide is superieur aan risedronaat op WF en klinische fracturen, ook na voorafgaande therapie met bisfosfonaten (##, ##) Met romosozumab is de stijging van BMD minder uitgesproken, maar nog steeds significant, na bisfosfonaten, maar er zijn geen fractuurdata Overweeg te veranderen van bisfosfonaten naar teriparatide of romosozumab bij incidente multipele of ernstige WF en een lage BMD voor gebruik van deze middelen zoals beschreven Duur van de behandeling met Teriparatide is momenteel maximaal <LEEFTIJD> jaar Na stoppen geldt net als voor alle andere medicamenten die niet in het bot retineren dat het effect verloren Studies met antiresorptiva na het stoppen met anabole middelen zoals teriparatide en abaloparatide hebben laten zien dat deze het effect op de BMD en botsterkte kunnen behouden en soms zelfs licht doen toenemen (##) In de DATA switch studie was er een voortgaande stijging van de BMD van de heup-hals en de LWK wanneer na <LEEFTIJD> jaar Na het staken van teriparatide na <LEEFTIJD> jaar gebruik leidde een nabehandeling met raloxifene gedurende <LEEFTIJD> jaar tot een behoud van de BMD van de LWK en tot een toename van de BMD van de heup (##) Om deze reden wordt aanbevolen om na het staken van de behandeling op te volgen met antiresorptiva zoals bisfosfonaten, denosumab of raloxifene waarbij de voorkeur uitgaat naar bisfosfonaten aangezien na staken denosumab opnieuw een nabehandeling met bisfosfonaten moet gebeuren om de rebound in botturnover na het staken van denosumab te voorkomen Echter bij een sterk verlaagde BMD kan deze dubbele nabehandeling (met denosumab gevolgd door bisfosfonaten) leiden tot een hogere BMD dan wanneer alleen met bisfosfonaten wordt nabehandeld Bij intoleranties of contra-indicaties voor zowel bisfosfonaten als denosumab wordt een behandeling met raloxifene geadviseerd mist daarvoor geen contra-indicaties aanwezig zijn Over de optimale duur van nabehandeling zijn geen vergelijkende studies gedaan Over het algemeen kan worden geadviseerd om de nabehandeling en de noodzaak van het voortzetten hiervan na <LEEFTIJD> jaar te her-evalueren en Evalueer het effect van teriparatide door het meten van de BMD+VFA voor communicatie met de patiënt en start altijd en direct aansluitend met een botafbraak remmende medicatie, bij voorkeur met een bisfosfonaat voor tenminste <LEEFTIJD> jaar Overweeg na het staken van teriparatide een behandeling met raloxifene voor tenminste # Duur van de behandeling met romosozumab is momenteel maximaal <LEEFTIJD> jaar Na stoppen geldt net als voor alle andere medicamenten die niet in het bot retineren dat het effect.
| 567 | nvr |
na <LEEFTIJD> jaar gebruik leidde een nabehandeling met raloxifene gedurende <LEEFTIJD> jaar tot een behoud van de BMD van de LWK en tot een toename van de BMD van de heup (##) Om deze reden wordt aanbevolen om na het staken van de behandeling op te volgen met antiresorptiva zoals bisfosfonaten, denosumab of raloxifene waarbij de voorkeur uitgaat naar bisfosfonaten aangezien na staken denosumab opnieuw een nabehandeling met bisfosfonaten moet gebeuren om de rebound in botturnover na het staken van denosumab te voorkomen Echter bij een sterk verlaagde BMD kan deze dubbele nabehandeling (met denosumab gevolgd door bisfosfonaten) leiden tot een hogere BMD dan wanneer alleen met bisfosfonaten wordt nabehandeld Bij intoleranties of contra-indicaties voor zowel bisfosfonaten als denosumab wordt een behandeling met raloxifene geadviseerd mist daarvoor geen contra-indicaties aanwezig zijn Over de optimale duur van nabehandeling zijn geen vergelijkende studies gedaan Over het algemeen kan worden geadviseerd om de nabehandeling en de noodzaak van het voortzetten hiervan na <LEEFTIJD> jaar te her-evalueren en Evalueer het effect van teriparatide door het meten van de BMD+VFA voor communicatie met de patiënt en start altijd en direct aansluitend met een botafbraak remmende medicatie, bij voorkeur met een bisfosfonaat voor tenminste <LEEFTIJD> jaar Overweeg na het staken van teriparatide een behandeling met raloxifene voor tenminste # Duur van de behandeling met romosozumab is momenteel maximaal <LEEFTIJD> jaar Na stoppen geldt net als voor alle andere medicamenten die niet in het bot retineren dat het effect patiënten (T-score ⤠-#,# en een of meer matige of ernstige wervelfracturen of # milde recente heupfractuur) (##) Deelnemers kregen een jaar romosozumab of alendronaat, gevolgd door alendronaat Binnen een jaar was er een reductie van bijna ##% in wervelfracturen en van ##% in de eerste klinische fractuur met romosozumab vergeleken met alendronaat en dat zette zich voort in de jaren nadien met alendronaat Bij de eerste niet-wervelfracturen doet zich in het eerste jaar een trend tot verschil voor, dit is significant na twee jaar Ook bij heupfracturen werd een significant verschil gezien Er zijn geen fractuurstudies studies die romosozumab en teriparatide vergelijken met fracturen als eindpunt Na voorafgaand gebruik van bisfosfonaten werd na <LEEFTIJD> jaar behandeling met romosozumab een toename van de BMD van de heup gezien en een geringe afname met In de Frame extensiestudie werd na behandeling gedurende <LEEFTIJD> jaar met romosozumab gevolgd door een behandeling gedurende <LEEFTIJD> jaar met denosumab een verdergaande stijging van de BMD gezien zowel van heup als van de wervels (##) Deze toename was groter dan de stijging van de BMD met <LEEFTIJD> jaar alendronaat na <LEEFTIJD> jaar romosozumab in de ARCH trial (##) Er zijn echter geen direct vergelijkende studies verricht tussen de # nabehandelingen Na nabehandeling met denosumab na staken van romosozumab zal opnieuw een Start altijd en direct aansluitend voor tenminste <LEEFTIJD> jaar met botafbraak remmende medicatie, bij voorkeur een oraal bisfosfonaat (alendronaat) en als tweede keuze Overweeg na het staken van romosozumab een behandeling met raloxifene gedurende.
| 581 | nvr |
meer matige of ernstige wervelfracturen of # milde recente heupfractuur) (##) Deelnemers kregen een jaar romosozumab of alendronaat, gevolgd door alendronaat Binnen een jaar was er een reductie van bijna ##% in wervelfracturen en van ##% in de eerste klinische fractuur met romosozumab vergeleken met alendronaat en dat zette zich voort in de jaren nadien met alendronaat Bij de eerste niet-wervelfracturen doet zich in het eerste jaar een trend tot verschil voor, dit is significant na twee jaar Ook bij heupfracturen werd een significant verschil gezien Er zijn geen fractuurstudies studies die romosozumab en teriparatide vergelijken met fracturen als eindpunt Na voorafgaand gebruik van bisfosfonaten werd na <LEEFTIJD> jaar behandeling met romosozumab een toename van de BMD van de heup gezien en een geringe afname met In de Frame extensiestudie werd na behandeling gedurende <LEEFTIJD> jaar met romosozumab gevolgd door een behandeling gedurende <LEEFTIJD> jaar met denosumab een verdergaande stijging van de BMD gezien zowel van heup als van de wervels (##) Deze toename was groter dan de stijging van de BMD met <LEEFTIJD> jaar alendronaat na <LEEFTIJD> jaar romosozumab in de ARCH trial (##) Er zijn echter geen direct vergelijkende studies verricht tussen de # nabehandelingen Na nabehandeling met denosumab na staken van romosozumab zal opnieuw een Start altijd en direct aansluitend voor tenminste <LEEFTIJD> jaar met botafbraak remmende medicatie, bij voorkeur een oraal bisfosfonaat (alendronaat) en als tweede keuze Overweeg na het staken van romosozumab een behandeling met raloxifene gedurende Raloxifene is een Selective Estrogen Receptor Modulator (SERM) met een in vergelijking met bisfosfonaten en denosumab milde antiresorptieve werking Bij postmenopausale vrouwen met osteoporose en een hoog fractuurrisico is aangetoond dat het middel het risico op aangetoond Een meta-analyse van studies waarin raloxifene werd vergeleken met placebo toonde een ##% reductie van het risico op een wervelfractuur (HR, # ##; ##% CI, # ## tot # ##), maar geen significant effect op reductie op het risico van niet-wervelfracturen (##) Mogelijke bijwerkingen betreffen een verhoogd risico op veneuze thrombo-embolische processen, vergelijkbaar met het gebruik van hormoonvervangingstherapie, alsmede (verergering van) opvliegers en krampen in de benen (##) De laatste # bijwerkingen treden met name op in de eerste # maanden na starten Er zijn onvoldoende gegevens over het optreden van zeldzame bijwerkingen gemeld bij andere antiresorptiva zoals osteonecrose van de kaak of atypische femurfracturen Een recente review paper over AFF maakte melding van # patiënten bij wie een AFF was vastgesteld na gebruik van raloxifene, waarbij het bij # patiënten onduidelijk was of zij mogelijk daarvoor bisfosfonaten hadden gebruikt Twee patiënten hadden enige tijd gelijktijdig beide medicijnen gebruikt (##, ##) In de MORE-studie werd een effect onderzocht op BMD en fracturen met een follow-up duur tot ## maanden en tot ## maanden voor ernstige bijwerkingen (##) Naast een vermindering van het risico op wervelfracturen na <LEEFTIJD> jaar werd tevens werd een vermindering gevonden van het risico op mammacarcinoom In de CORE trial werd het.
| 610 | nvr |
Estrogen Receptor Modulator (SERM) met een in vergelijking met bisfosfonaten en denosumab milde antiresorptieve werking Bij postmenopausale vrouwen met osteoporose en een hoog fractuurrisico is aangetoond dat het middel het risico op aangetoond Een meta-analyse van studies waarin raloxifene werd vergeleken met placebo toonde een ##% reductie van het risico op een wervelfractuur (HR, # ##; ##% CI, # ## tot # ##), maar geen significant effect op reductie op het risico van niet-wervelfracturen (##) Mogelijke bijwerkingen betreffen een verhoogd risico op veneuze thrombo-embolische processen, vergelijkbaar met het gebruik van hormoonvervangingstherapie, alsmede (verergering van) opvliegers en krampen in de benen (##) De laatste # bijwerkingen treden met name op in de eerste # maanden na starten Er zijn onvoldoende gegevens over het optreden van zeldzame bijwerkingen gemeld bij andere antiresorptiva zoals osteonecrose van de kaak of atypische femurfracturen Een recente review paper over AFF maakte melding van # patiënten bij wie een AFF was vastgesteld na gebruik van raloxifene, waarbij het bij # patiënten onduidelijk was of zij mogelijk daarvoor bisfosfonaten hadden gebruikt Twee patiënten hadden enige tijd gelijktijdig beide medicijnen gebruikt (##, ##) In de MORE-studie werd een effect onderzocht op BMD en fracturen met een follow-up duur tot ## maanden en tot ## maanden voor ernstige bijwerkingen (##) Naast een vermindering van het risico op wervelfracturen na <LEEFTIJD> jaar werd tevens werd een vermindering gevonden van het risico op mammacarcinoom In de CORE trial werd het Dit werd met ##% gereduceerd In totaal zijn er dus data van <LEEFTIJD> jaar gebruik van raloxifene maar voor fracturen als primair eindpunt maar van <LEEFTIJD> jaar In de CORE-studie was er (net als in de MORE-studie) geen verschil in het optreden van een nieuwe niet-wervelfractuur bij Bij postmenopausale vrouwen met osteoporose en een hoog fractuurrisico is aangetoond dat het raloxifene het risico op wervelfracturen kan verminderen maar er is geen effect op niet-wervelfracturen bij een behandelduur van <LEEFTIJD> jaar Het is niet bekend of langere behandeling aanhoudende effecten heeft op het risico op wervelfracturen Het valt te adviseren om <LEEFTIJD> jaar na start van de behandeling te evalueren en bij een inmiddels niet sterk verhoogd risico op fracturen te staken Bij een hoog fractuurrisico (zie hierboven) of bij een intercurrente fractuur of bijkomende risicofactoren kan overwogen te switchen naar een Behandel met raloxifene gedurende <LEEFTIJD> jaar en evalueer dan het fractuurrisico zoals boven beschreven inclusief DXA en VFA en staak dit bij een inmiddels laag risico op fracturen zoals boven beschreven of continueer het gedurende nogmaals <LEEFTIJD> jaar bij afwezigheid van Bij een verhoogd fractuurrisico (zie hierboven) of bij een incidente fractuur of bijkomende risicofactoren overweeg om te switchen van raloxifene naar een sterker antiresorptief Staak de behandeling met raloxifene bij een intercurrente ziekte of andere aandoeningen die leiden tot immobilisatie vanwege een verhoogd risico op veneuze thrombo-embolische Hervat de behandeling pas weer wanneer de patiënt volledig mobiel is Follow-up wanneer je stopt met Raloxifen en switchen.
| 598 | nvr |
totaal zijn er dus data van <LEEFTIJD> jaar gebruik van raloxifene maar voor fracturen als primair eindpunt maar van <LEEFTIJD> jaar In de CORE-studie was er (net als in de MORE-studie) geen verschil in het optreden van een nieuwe niet-wervelfractuur bij Bij postmenopausale vrouwen met osteoporose en een hoog fractuurrisico is aangetoond dat het raloxifene het risico op wervelfracturen kan verminderen maar er is geen effect op niet-wervelfracturen bij een behandelduur van <LEEFTIJD> jaar Het is niet bekend of langere behandeling aanhoudende effecten heeft op het risico op wervelfracturen Het valt te adviseren om <LEEFTIJD> jaar na start van de behandeling te evalueren en bij een inmiddels niet sterk verhoogd risico op fracturen te staken Bij een hoog fractuurrisico (zie hierboven) of bij een intercurrente fractuur of bijkomende risicofactoren kan overwogen te switchen naar een Behandel met raloxifene gedurende <LEEFTIJD> jaar en evalueer dan het fractuurrisico zoals boven beschreven inclusief DXA en VFA en staak dit bij een inmiddels laag risico op fracturen zoals boven beschreven of continueer het gedurende nogmaals <LEEFTIJD> jaar bij afwezigheid van Bij een verhoogd fractuurrisico (zie hierboven) of bij een incidente fractuur of bijkomende risicofactoren overweeg om te switchen van raloxifene naar een sterker antiresorptief Staak de behandeling met raloxifene bij een intercurrente ziekte of andere aandoeningen die leiden tot immobilisatie vanwege een verhoogd risico op veneuze thrombo-embolische Hervat de behandeling pas weer wanneer de patiënt volledig mobiel is Follow-up wanneer je stopt met Raloxifen en switchen raloxifene wat gedurende ## weken was gebruikt (##) Hierbij werd gevonden dat er na staken van raloxifene botmarkers binnen een half jaar weer op de uitganswaarde waren De BMD van de heup was #% gedaald in de ## weken na staken in vergelijking met de baseline BMD Volgens de auteurs suggereren deze bevindingen in een kleine groep vrouwen dat na het staken van raloxifene er een versneld botverlies optreedt Er zijn geen gegevens of dit Gezien het feit dat dit een mild antiresorptief middel betreft kan na staken vanwege een inmiddels niet meer sterk verhoogd risico zonder aanvullende medicamenteuze therapie het beloop worden afgewacht waarbij wordt geadviseerd om <LEEFTIJD> jaar na staken een herevaluatie inclusief meting van de BMD en wervelhoogten eventueel aangevuld met herhaling van botmarkers te verrichten Bij patiënten met een inmiddels verhoogd fractuurrisico of bij een klinisch relevante daling van de BMD of een incidente (fragiliteits)fractuur tijdens follow-up is het advies om te starten met een sterker antiresorptivum of een anabool middel op grond van de daarbij behorende indicaties zoals vermeld in de modules over behandeling Na het staken van raloxifene is er geen aanhoudend effect op BMD of botmarkers en de effecten zijn binnen een jaar verdwenen Er is geen rebound van de botturnover Verricht twee jaar na het staken van raloxifene een herevaluatie van het fractuurrisico Hervat de behandeling of start met een sterker antiresorptief of anabool middel volgens de Motivatie hoe lang behandeld moet worden met denosumab In de FREEDOM-studie was de duur van de dubbelblinde placebo gecontroleerde.
| 553 | nvr |
Hierbij werd gevonden dat er na staken van raloxifene botmarkers binnen een half jaar weer op de uitganswaarde waren De BMD van de heup was #% gedaald in de ## weken na staken in vergelijking met de baseline BMD Volgens de auteurs suggereren deze bevindingen in een kleine groep vrouwen dat na het staken van raloxifene er een versneld botverlies optreedt Er zijn geen gegevens of dit Gezien het feit dat dit een mild antiresorptief middel betreft kan na staken vanwege een inmiddels niet meer sterk verhoogd risico zonder aanvullende medicamenteuze therapie het beloop worden afgewacht waarbij wordt geadviseerd om <LEEFTIJD> jaar na staken een herevaluatie inclusief meting van de BMD en wervelhoogten eventueel aangevuld met herhaling van botmarkers te verrichten Bij patiënten met een inmiddels verhoogd fractuurrisico of bij een klinisch relevante daling van de BMD of een incidente (fragiliteits)fractuur tijdens follow-up is het advies om te starten met een sterker antiresorptivum of een anabool middel op grond van de daarbij behorende indicaties zoals vermeld in de modules over behandeling Na het staken van raloxifene is er geen aanhoudend effect op BMD of botmarkers en de effecten zijn binnen een jaar verdwenen Er is geen rebound van de botturnover Verricht twee jaar na het staken van raloxifene een herevaluatie van het fractuurrisico Hervat de behandeling of start met een sterker antiresorptief of anabool middel volgens de Motivatie hoe lang behandeld moet worden met denosumab In de FREEDOM-studie was de duur van de dubbelblinde placebo gecontroleerde In de FREEDOM Extensie studie, kregen alle patiënten denosumab gedurende de <LEEFTIJD>-jaars extensie periode waarin geen controlegroep meer aanwezig was (##) In deze extensie periode werden doorgaande lage incidentjes gezien van alle type fracturen (van nieuwe radiologische VFs #,#% tot #,##%/jaar), van nietwervel fracturen (#,##% tot #,##%/jaar), en heupfracturen (#% tot #,##%/jaar), vergelijkbaar met de met denosumab behandelde patiënten in de initiële fase # studie Ondanks de afwezigheid van een controlegroep suggereren deze data een stabiele fractuurreductie bij een behandeling gedurende <LEEFTIJD> jaar Er zijn geen gegevens bekend over een behandeling langer dan <LEEFTIJD> jaar Een kortere behandelduur kan worden overwogen afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, de bereikte BMD en het fractuurrisico waarbij rekening moet worden gehouden met de rebound in turnover met snelle daling van de BMD en risico op multipele wervelfracturen na het staken van denosumab (zie onder) Voor wat betreft ernstige bijwerkingen op lange termijn lieten de recente gegevens van de FREEDOM extensie studie # gevallen van een AFF zien na respectievelijk # en <LEEFTIJD> jaar gebruik van denosumab en # gevallen van ONJ Verder dient met name bij patiënten met een verminderde nierfunctie en/or een vitamine D deficiëntie rekening te worden gehouden met Verricht na de #e injectie een herevaluatie van het fractuurrisico inclusief meting van de Verleng de behandeling indien er nog steeds sprake is van een hoog fractuurrisico (zoals hierboven beschreven) met steeds <LEEFTIJD> jaar en tot een maximum van <LEEFTIJD> jaar worden.
| 587 | nvr |
FREEDOM Extensie studie, kregen alle patiënten denosumab gedurende de <LEEFTIJD>-jaars extensie periode waarin geen controlegroep meer aanwezig was (##) In deze extensie periode werden doorgaande lage incidentjes gezien van alle type fracturen (van nieuwe radiologische VFs #,#% tot #,##%/jaar), van nietwervel fracturen (#,##% tot #,##%/jaar), en heupfracturen (#% tot #,##%/jaar), vergelijkbaar met de met denosumab behandelde patiënten in de initiële fase # studie Ondanks de afwezigheid van een controlegroep suggereren deze data een stabiele fractuurreductie bij een behandeling gedurende <LEEFTIJD> jaar Er zijn geen gegevens bekend over een behandeling langer dan <LEEFTIJD> jaar Een kortere behandelduur kan worden overwogen afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, de bereikte BMD en het fractuurrisico waarbij rekening moet worden gehouden met de rebound in turnover met snelle daling van de BMD en risico op multipele wervelfracturen na het staken van denosumab (zie onder) Voor wat betreft ernstige bijwerkingen op lange termijn lieten de recente gegevens van de FREEDOM extensie studie # gevallen van een AFF zien na respectievelijk # en <LEEFTIJD> jaar gebruik van denosumab en # gevallen van ONJ Verder dient met name bij patiënten met een verminderde nierfunctie en/or een vitamine D deficiëntie rekening te worden gehouden met Verricht na de #e injectie een herevaluatie van het fractuurrisico inclusief meting van de Verleng de behandeling indien er nog steeds sprake is van een hoog fractuurrisico (zoals hierboven beschreven) met steeds <LEEFTIJD> jaar en tot een maximum van <LEEFTIJD> jaar worden nabehandeling met bisfosfonaten om de rebound in botturnover met risico op multiple Overweeg om met name oudere patiënten met een hoog risicoprofiel gedurende langere tijd met denosumab te behandelen om het rebound fenomeen te voorkomen Waarborg de continuïteit van de injecties, met name ook bij overplaatsing naar een Overweeg behandeling met denosumab niet meer te staken bij mensen ouder dan <LEEFTIJD> jaar of <PERSOON> in de eerste lijn na <LEEFTIJD> jaar gebruik van denosumab naar de tweede lijn voor evaluatie en advies over de behandeling indien niet gekozen wordt voor het voortzetten van Bespreek met de patiënt dat de behandeling in de tussentijd niet onderbroken mag worden Follow-up wanneer je stopt met denosumab en switchen Na het staken van denosumab treedt er een sterke toename op van de botturnover tot waarden ruim boven die van voor aanvang gepaard gaande met een snel verlies van BMD en een verhoogd risico op het ontstaan van multipele wervelfracturen Deze rebound lijkt niet alleen op te treden bij postmenopausale vrouwen maar ook bij patiënten die denosumab stoppen samen met glucocorticoïden en aromatase remmers en Case series geven een indicatie dat voorafgaand gebruik van bisfosfonaten de rebound in botmarkers na het staken van denosumab kan verminderen maar het is onzeker of dit ook leidt tot vermindering van verlies van BMD en multipele wervelfracturen en er zijn geen <PERSOON> effectiviteit van antiresorptieve nabehandeling lijkt afhankelijk van de voorafgaande Een aantal studies heeft het effect van preventieve behandeling met bisfosfonaten na De effecten van alendronaat na denosumab werd onderzocht in de DAPS (Denosumab.
| 596 | nvr |
op multiple Overweeg om met name oudere patiënten met een hoog risicoprofiel gedurende langere tijd met denosumab te behandelen om het rebound fenomeen te voorkomen Waarborg de continuïteit van de injecties, met name ook bij overplaatsing naar een Overweeg behandeling met denosumab niet meer te staken bij mensen ouder dan <LEEFTIJD> jaar of <PERSOON> in de eerste lijn na <LEEFTIJD> jaar gebruik van denosumab naar de tweede lijn voor evaluatie en advies over de behandeling indien niet gekozen wordt voor het voortzetten van Bespreek met de patiënt dat de behandeling in de tussentijd niet onderbroken mag worden Follow-up wanneer je stopt met denosumab en switchen Na het staken van denosumab treedt er een sterke toename op van de botturnover tot waarden ruim boven die van voor aanvang gepaard gaande met een snel verlies van BMD en een verhoogd risico op het ontstaan van multipele wervelfracturen Deze rebound lijkt niet alleen op te treden bij postmenopausale vrouwen maar ook bij patiënten die denosumab stoppen samen met glucocorticoïden en aromatase remmers en Case series geven een indicatie dat voorafgaand gebruik van bisfosfonaten de rebound in botmarkers na het staken van denosumab kan verminderen maar het is onzeker of dit ook leidt tot vermindering van verlies van BMD en multipele wervelfracturen en er zijn geen <PERSOON> effectiviteit van antiresorptieve nabehandeling lijkt afhankelijk van de voorafgaande Een aantal studies heeft het effect van preventieve behandeling met bisfosfonaten na De effecten van alendronaat na denosumab werd onderzocht in de DAPS (Denosumab Ze kregen at random of alendronaat voor een jaar gevolgd door denosumab voor een jaar of vice versa Patiënten die <LEEFTIJD> jaar alendronaat kregen na <LEEFTIJD> jaar denosumab behielden de stijging van de BMD met denosumab in het eerste jaar Patiënten met een grotere stijging van de BMD in het eerste jaar met denosumab hadden meer kans op een daling van de BMD in het jaar met Meerdere studies hebben laten zien dat gebruik van zoledronaat de daling van de BMD na staken van denosumab kan beperken In het algemeen lijkt zoledronaat meer effectief om de BMD te behouden wanneer de behandelduur met denosumab treatment niet langer was Een aantal studies heeft effect van antiresorptiva onderzocht na langer gebruik van denosumab () <DATUM> jaar) met wisselende resultaten op behoud van de BMD (#) Een recent case report beschreef meerdere spontane wervelfracturen in een patiënt die na <LEEFTIJD> jaar gebruik denosumab staakte ondanks een preventieve behandeling met raloxifene (##) Ook werd het ontstaan van meerdere wervelfracturen beschreven bij # postmenopausale vrouwen die na gebruik van # en <DATUM> jaar van denosumab dit staakten ondanks een preventieve behandeling met alendronaat (##) Een observationele studie in ## postmenopausale vrouwen die gedurende # maanden met risedronaat werden behandeld na een gemiddelde behandelduur van <LEEFTIJD> jaar met denosumab liet zien dat deze behandeling Resultaten van het eerste jaar van een nog lopende RCT die gebruik van zoledronaat gepubliceerd (##) Patiënten werden gerandomiseerd in drie groepen #) #-mg zoledronate.
| 562 | nvr |
voor een jaar gevolgd door denosumab voor een jaar of vice versa Patiënten die <LEEFTIJD> jaar alendronaat kregen na <LEEFTIJD> jaar denosumab behielden de stijging van de BMD met denosumab in het eerste jaar Patiënten met een grotere stijging van de BMD in het eerste jaar met denosumab hadden meer kans op een daling van de BMD in het jaar met Meerdere studies hebben laten zien dat gebruik van zoledronaat de daling van de BMD na staken van denosumab kan beperken In het algemeen lijkt zoledronaat meer effectief om de BMD te behouden wanneer de behandelduur met denosumab treatment niet langer was Een aantal studies heeft effect van antiresorptiva onderzocht na langer gebruik van denosumab () <DATUM> jaar) met wisselende resultaten op behoud van de BMD (#) Een recent case report beschreef meerdere spontane wervelfracturen in een patiënt die na <LEEFTIJD> jaar gebruik denosumab staakte ondanks een preventieve behandeling met raloxifene (##) Ook werd het ontstaan van meerdere wervelfracturen beschreven bij # postmenopausale vrouwen die na gebruik van # en <DATUM> jaar van denosumab dit staakten ondanks een preventieve behandeling met alendronaat (##) Een observationele studie in ## postmenopausale vrouwen die gedurende # maanden met risedronaat werden behandeld na een gemiddelde behandelduur van <LEEFTIJD> jaar met denosumab liet zien dat deze behandeling Resultaten van het eerste jaar van een nog lopende RCT die gebruik van zoledronaat gepubliceerd (##) Patiënten werden gerandomiseerd in drie groepen #) #-mg zoledronate (#M groep, n=##), of wanneer de botmarkers gingen stijgen (observatie groep, n=##) Behandeling met zoledronaat kon in geen van de groepen volledig de daling van de BMD voorkomen Of hiermee wel het ontstaan van multipele wervelfracturen wordt voorkomen is niet bekend Vergelijkbare bevindingen werden gedaan in een observationele studie bij ## postmenopauzale vrouwen die een eenmalige infusie van # mg zoledronaat kregen op het moment dat de botmarkers de bovengrens van de premenopausale referentiewaarden overschreden (##) Na een initiële daling werd opnieuw een stijging gezien van de botmarkers De auteurs van deze studie suggereren om de botmarkers nauwgezet te vervolgen, bijvoorbeeld elke # maanden om patiënten te identificeren met een relapse van de rebound in botturnover die baat zouden kunnen hebben bij een vroegtijdige nieuwe toediening van zoledronaat Er zijn momenteel een aantal RCTâs gaande die verschillende zaken onderzoeken met de volgende vragen #) welke vorm van antiresorptiva het beste kan worden gebruikt en #) met welk interval na staken van en #) met welke dosis en frequentie <PERSOON> behandelding met denosumab niet uit en onderbreek of staak de behandeling niet Behandel aanvullend bij voorkeur met bisfosfonaten, om een rebound in botturnover met snelle daling van de BMD en verhoogde kans op het ontstaan van multipele wervelfracturen Start # maanden na de laatste denosumab een andere antiresorptieve behandeling bij voorkeur bisfosfonaten zoals hieronder aanbevolen, ongeacht een eventuele Overweeg alleen bij contra-indicaties of intoleranties voor bisfosfonaten een nabehandeling ⢠het staken van denosumab na kortdurende behandeling met denosumab (tot <LEEFTIJD> jaar.
| 591 | nvr |
(observatie groep, n=##) Behandeling met zoledronaat kon in geen van de groepen volledig de daling van de BMD voorkomen Of hiermee wel het ontstaan van multipele wervelfracturen wordt voorkomen is niet bekend Vergelijkbare bevindingen werden gedaan in een observationele studie bij ## postmenopauzale vrouwen die een eenmalige infusie van # mg zoledronaat kregen op het moment dat de botmarkers de bovengrens van de premenopausale referentiewaarden overschreden (##) Na een initiële daling werd opnieuw een stijging gezien van de botmarkers De auteurs van deze studie suggereren om de botmarkers nauwgezet te vervolgen, bijvoorbeeld elke # maanden om patiënten te identificeren met een relapse van de rebound in botturnover die baat zouden kunnen hebben bij een vroegtijdige nieuwe toediening van zoledronaat Er zijn momenteel een aantal RCTâs gaande die verschillende zaken onderzoeken met de volgende vragen #) welke vorm van antiresorptiva het beste kan worden gebruikt en #) met welk interval na staken van en #) met welke dosis en frequentie <PERSOON> behandelding met denosumab niet uit en onderbreek of staak de behandeling niet Behandel aanvullend bij voorkeur met bisfosfonaten, om een rebound in botturnover met snelle daling van de BMD en verhoogde kans op het ontstaan van multipele wervelfracturen Start # maanden na de laatste denosumab een andere antiresorptieve behandeling bij voorkeur bisfosfonaten zoals hieronder aanbevolen, ongeacht een eventuele Overweeg alleen bij contra-indicaties of intoleranties voor bisfosfonaten een nabehandeling ⢠het staken van denosumab na kortdurende behandeling met denosumab (tot <LEEFTIJD> jaar Behandel dan bij voorkeur met alendronaat voor tenminste ## maanden of met zoledronaat Start behandeling bij voorkeur met zoledronaat # maanden na de laatste denosumab ⢠het staken van een langduriger behandeling denosumab () #,<LEEFTIJD> jaar) of; ⢠na een kortdurende behandeling bij een patiënt met een hoog fractuurrisico Geef een tweede infuus een half jaar na de start met zoledronaat, dus een jaar na de laatste In centra met ervaring in het gebruik van botmarkers kunnen deze worden gebruikt voor de Geef in de eerste ## maanden na de laatste denosumab injectie geen behandeling met teriparatide of romosozumab zolang niet zeker is of zolang niet zeker is wat het effect ONJ is een zeer zeldzame bijwerking van anti-resorptiva Daartegenover staat dat er veel vragen zijn van patiënten, artsen en tandartsen over ONJ, vooral bij een tandingreep Volg voor preventie en therapie van osteonecrose van de kaak de aanbevelingen van de Nederlandse Vereniging voor <PERSOON> (NVMKA) inclusief het eventueel (tijdelijk) staken van bisfosfonaten en denosumab Overleg met de behandelende arts en de patiënt indien medicatie gewijzigd of gestaakt Atypische femurfarcturen zijn een zeer zeldzame bijwerking van antoresorptiva, vooral bij langdurig gebruik, en het risico hierop vermindert snel na het staken Het is de verwachting dat zij minder zullen optreden bij intermitterende en sequentiele therapieën zoals in deze richtlijn beschreven Incomplete atypische femurfarcturen kunnen zichtbaar zijn als een subtrochantere corticale verdikking aan de laterale zijde van het femur op de DXA-scan.
| 566 | nvr |
## maanden of met zoledronaat Start behandeling bij voorkeur met zoledronaat # maanden na de laatste denosumab ⢠het staken van een langduriger behandeling denosumab () #,<LEEFTIJD> jaar) of; ⢠na een kortdurende behandeling bij een patiënt met een hoog fractuurrisico Geef een tweede infuus een half jaar na de start met zoledronaat, dus een jaar na de laatste In centra met ervaring in het gebruik van botmarkers kunnen deze worden gebruikt voor de Geef in de eerste ## maanden na de laatste denosumab injectie geen behandeling met teriparatide of romosozumab zolang niet zeker is of zolang niet zeker is wat het effect ONJ is een zeer zeldzame bijwerking van anti-resorptiva Daartegenover staat dat er veel vragen zijn van patiënten, artsen en tandartsen over ONJ, vooral bij een tandingreep Volg voor preventie en therapie van osteonecrose van de kaak de aanbevelingen van de Nederlandse Vereniging voor <PERSOON> (NVMKA) inclusief het eventueel (tijdelijk) staken van bisfosfonaten en denosumab Overleg met de behandelende arts en de patiënt indien medicatie gewijzigd of gestaakt Atypische femurfarcturen zijn een zeer zeldzame bijwerking van antoresorptiva, vooral bij langdurig gebruik, en het risico hierop vermindert snel na het staken Het is de verwachting dat zij minder zullen optreden bij intermitterende en sequentiele therapieën zoals in deze richtlijn beschreven Incomplete atypische femurfarcturen kunnen zichtbaar zijn als een subtrochantere corticale verdikking aan de laterale zijde van het femur op de DXA-scan Verricht beeldvormende diagnostiek van de van de femora (in eerste instantie radiologie of scintigrafie) bij klachten van pijn in de bovenbenen, heupen of liezen tijdens (langdurige) Staak behandeling met bisfosfonaten en denosumab bij de aanwezigheid van een dreigende Overleg met of verwijs naar een <INSTELLING> met botexpertise om te beslissen over chirurgische <PERSOON> AV, Ensrud KE, Cauley JA, <PERSOON> SA, et al Effects of continuing or stopping alendronate after # years of treatment the Fracture Intervention Trial Long-term Extension (FLEX) a randomized trial <PERSOON> JA, <PERSOON> IR, et al Reassessment of fracture risk in women after # years of treatment with zoledronic acid when is it <PERSOON> MA, et al <PERSOON> effect of three or six years of denosumab exposure in women with postmenopausal osteoporosis results from the FREEDOM extension <PERSOON> A, et al Skeletal effects of raloxifene after # years results from the continuing outcomes relevant to <PERSOON> SH, Riches PL Long-Term Effects of Teriparatide Followed by Antiresorptive Therapy on Clinical Outcomes in Patients with Severe Spinal anabolic bone therapies targeting the WNT pathway Nat <PERSOON-##> FA, Kendler D, et al Persistence and adherence to parenteral osteoporosis therapies a systematic review Osteoporos.
| 531 | nvr |
scintigrafie) bij klachten van pijn in de bovenbenen, heupen of liezen tijdens (langdurige) Staak behandeling met bisfosfonaten en denosumab bij de aanwezigheid van een dreigende Overleg met of verwijs naar een <INSTELLING> met botexpertise om te beslissen over chirurgische <PERSOON> AV, Ensrud KE, Cauley JA, <PERSOON> SA, et al Effects of continuing or stopping alendronate after # years of treatment the Fracture Intervention Trial Long-term Extension (FLEX) a randomized trial <PERSOON> JA, <PERSOON> IR, et al Reassessment of fracture risk in women after # years of treatment with zoledronic acid when is it <PERSOON> MA, et al <PERSOON> effect of three or six years of denosumab exposure in women with postmenopausal osteoporosis results from the FREEDOM extension <PERSOON> A, et al Skeletal effects of raloxifene after # years results from the continuing outcomes relevant to <PERSOON> SH, Riches PL Long-Term Effects of Teriparatide Followed by Antiresorptive Therapy on Clinical Outcomes in Patients with Severe Spinal anabolic bone therapies targeting the WNT pathway Nat <PERSOON> FA, Kendler D, et al Persistence and adherence to parenteral osteoporosis therapies a systematic review <PERSOON-##> AD, et al Fracture risk and management of discontinuation of denosumab therapy a systematic review and position statement by <PERSOON-##> F Long-term treatment strategies for postmenopausal osteoporosis <PERSOON-##> with denosumab and persistence with oral bisphosphonates for the treatment of postmenopausal osteoporosis a retrospective, observational study, and a meta-analysis <PERSOON-##>-world persistence and adherence with <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> S, et al Adherence to bisphosphonates in the general population a study in patients referred to a primary <PERSOON-##> JM Poor bisphosphonate adherence for treatment of osteoporosis increases fracture risk <PERSOON-##> X, et al Examining the Effect of Medication Adherence on Risk of Subsequent Fracture Among Women with a Fragility Fracture in the <PERSOON-##> and compliance to osteoporosis therapy in a fracture liaison service a prospective cohort study <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> L, et al Persistence and compliance with osteoporosis therapies among postmenopausal women in the.
| 469 | nvr |
<PERSOON> AD, et al Fracture risk and management of discontinuation of denosumab therapy a systematic review and position statement by <PERSOON> F Long-term treatment strategies for postmenopausal osteoporosis <PERSOON> with denosumab and persistence with oral bisphosphonates for the treatment of postmenopausal osteoporosis a retrospective, observational study, and a meta-analysis <PERSOON>-world persistence and adherence with <PERSOON> P, <PERSOON> S, et al Adherence to bisphosphonates in the general population a study in patients referred to a primary <PERSOON> JM Poor bisphosphonate adherence for treatment of osteoporosis increases fracture risk <PERSOON> X, et al Examining the Effect of Medication Adherence on Risk of Subsequent Fracture Among Women with a Fragility Fracture in the <PERSOON> and compliance to osteoporosis therapy in a fracture liaison service a prospective cohort study <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> L, et al Persistence and compliance with osteoporosis therapies among postmenopausal women in the One and Yeam CT, Chia S, <PERSOON-##> JJB A systematic review of factors affecting medication adherence among patients with osteoporosis <PERSOON-##> KG, <PERSOON-##> MI Improving drug adherence in osteoporosis an update on <PERSOON-##> M, Lix LM Association of Bone Density Monitoring in Routine Clinical Practice With Anti-Osteoporosis Medication Use and <PERSOON-##> JY Monitoring of osteoporosis therapy <PERSOON-##> Pract Res Clin <PERSOON-##> M, Lix LM Which is the preferred site for bone <PERSOON-##> WF, Ader HJ, Marthinsen AE, van <PERSOON-##> P, et al Reproducibility of bone mineral density measurement in daily practice Annals of the <PERSOON-##> P Use of bone turnover markers in postmenopausal osteoporosis <PERSOON-##> A, et al Fracture prediction after discontinuation of # to # years of alendronate therapy the <PERSOON-##> DC, Cummings SR, Cauley JA, Ensrud KE, Palermo L, et al Efficacy of continued alendronate for fractures in women with and without prevalent vertebral fracture the FLEX trial <PERSOON-##> NFA, McCloskey EV, et al Effects.
| 466 | nvr |
and Yeam CT, Chia S, <PERSOON> JJB A systematic review of factors affecting medication adherence among patients with osteoporosis <PERSOON> KG, <PERSOON> MI Improving drug adherence in osteoporosis an update on <PERSOON> M, Lix LM Association of Bone Density Monitoring in Routine Clinical Practice With Anti-Osteoporosis Medication Use and <PERSOON> JY Monitoring of osteoporosis therapy <PERSOON> Pract Res Clin <PERSOON> M, Lix LM Which is the preferred site for bone <PERSOON> WF, Ader HJ, Marthinsen AE, van <PERSOON> P, et al Reproducibility of bone mineral density measurement in daily practice Annals of the <PERSOON-##> P Use of bone turnover markers in postmenopausal osteoporosis <PERSOON-##> A, et al Fracture prediction after discontinuation of # to # years of alendronate therapy the <PERSOON-##> DC, Cummings SR, Cauley JA, Ensrud KE, Palermo L, et al Efficacy of continued alendronate for fractures in women with and without prevalent vertebral fracture the FLEX trial <PERSOON-##> NFA, McCloskey EV, et al Effects bone turnover markers and bone density Osteoporos Int ###;##(#) ###-## Kendler DL, <PERSOON-##> CAF, Russo LA, Greenspan SL, Zikan V, et al Effects of teriparatide and risedronate on new fractures in post-menopausal women with severe Geusens P, <PERSOON-##> DL, Russo LA, Zerbini CA, Minisola S, et al Effects of Teriparatide Compared with Risedronate on the Risk of Fractures in Subgroups of Postmenopausal Women with <PERSOON-##> S, et al Effects of prior osteoporosis treatment on early treatment response of romosozumab in patients with <PERSOON-##> JP, Greenspan SL, et al Femoral bone strength and its relation to cortical and trabecular changes after treatment with PTH, alendronate, and their combination as assessed by finite element analysis of quantitative CT scans <PERSOON-##> Res ###;##(##) ###-## Leder BZ, Tsai JN, Uihlein AV, Wallace PM, <PERSOON-##> H, Neer RM, et al Denosumab and <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> J, et al Sequential the randomized, controlled European Study of Forsteo (EUROFORS) <PERSOON-##> versus Alendronate and Fracture Risk in <PERSOON-##> JP, Daizadeh NS, et al postmenopausal women with osteoporosis transitioning from oral bisphosphonate therapy a randomised, open-label, phase # trial Lancet (London, England).
| 550 | nvr |
Int ###;##(#) ###-## Kendler DL, <PERSOON> CAF, Russo LA, Greenspan SL, Zikan V, et al Effects of teriparatide and risedronate on new fractures in post-menopausal women with severe Geusens P, <PERSOON> DL, Russo LA, Zerbini CA, Minisola S, et al Effects of Teriparatide Compared with Risedronate on the Risk of Fractures in Subgroups of Postmenopausal Women with <PERSOON> S, et al Effects of prior osteoporosis treatment on early treatment response of romosozumab in patients with <PERSOON> JP, Greenspan SL, et al Femoral bone strength and its relation to cortical and trabecular changes after treatment with PTH, alendronate, and their combination as assessed by finite element analysis of quantitative CT scans <PERSOON> Res ###;##(##) ###-## Leder BZ, Tsai JN, Uihlein AV, Wallace PM, <PERSOON> H, Neer RM, et al Denosumab and <PERSOON> T, <PERSOON> J, et al Sequential the randomized, controlled European Study of Forsteo (EUROFORS) <PERSOON> versus Alendronate and Fracture Risk in <PERSOON-##> JP, Daizadeh NS, et al postmenopausal women with osteoporosis transitioning from oral bisphosphonate therapy a randomised, open-label, phase # trial Lancet (London, England) Romosozumab Treatment in Postmenopausal Women with <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> K, et al Efficacy of Pharmacological Therapies for the Prevention of Fractures in <PERSOON-##> YW, Gellad WF, Booth MJ, et al <PERSOON-##> M, a Systematic Review and Recommendations From the <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##>-de van der Schueren MA Short-term oral nutritional intervention with protein and vitamin D decreases falls in malnourished older adults Journal of the <PERSOON-##> HK, et al Reduction of vertebral fracture risk in postmenopausal women with osteoporosis treated with raloxifene results from a #-year randomized clinical trial <PERSOON-##> TJ, Cauley JA, et al <PERSOON-##> effect of raloxifene on risk of breast cancer in postmenopausal women results from the MORE randomized trial Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation JAMA <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> JC, Netelenbos JC Effect of # year of discontinuation of raloxifene or estrogen therapy on bone mineral density after # years of treatment in healthy postmenopausal women Bone ###;##(#) ##<DATUM> Cummings SR, San <PERSOON-##> IR, et al.
| 552 | nvr |
Romosozumab Treatment in Postmenopausal Women with <PERSOON> F, <PERSOON> K, et al Efficacy of Pharmacological Therapies for the Prevention of Fractures in <PERSOON> YW, Gellad WF, Booth MJ, et al <PERSOON> M, a Systematic Review and Recommendations From the <PERSOON> JE, <PERSOON>-de van der Schueren MA Short-term oral nutritional intervention with protein and vitamin D decreases falls in malnourished older adults Journal of the <PERSOON> HK, et al Reduction of vertebral fracture risk in postmenopausal women with osteoporosis treated with raloxifene results from a #-year randomized clinical trial <PERSOON> TJ, Cauley JA, et al <PERSOON> effect of raloxifene on risk of breast cancer in postmenopausal women results from the MORE randomized trial Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation JAMA <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> JC, Netelenbos JC Effect of # year of discontinuation of raloxifene or estrogen therapy on bone mineral density after # years of treatment in healthy postmenopausal women Bone ###;##(#) ##<DATUM> Cummings SR, San <PERSOON-##> IR, et al for prevention of fractures in postmenopausal women with osteoporosis <PERSOON-##> SR, et al ## years of denosumab treatment in postmenopausal women with osteoporosis results from the phase # randomised FREEDOM trial and open-label extension <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> Y, et al Bone Mineral Density After Transitioning From Denosumab to <PERSOON-##> spontaneous breast cancer under aromatase inhibitors <PERSOON-##> D, et al Alendronate after denosumab discontinuation in women previously exposed to bisphosphonates was not effective in preventing the risk of spontaneous multiple vertebral fractures two case reports <PERSOON-##> Y Effect of risedronate on bone loss at discontinuation of denosumab <PERSOON-##> with Zoledronate Subsequent to <PERSOON-##> protective effect of switching from denosumab to praktijk Hier ligt een aantal oorzaken aan ten grondslag Als eerste is de opinie, bij patiënten maar ook bij een aanzienlijk aantal (para)medici, dat vallen en breken bij veroudering hoort en dus niet preventief aangepakt hoeft te worden.
| 455 | nvr |
prevention of fractures in postmenopausal women with osteoporosis <PERSOON> SR, et al ## years of denosumab treatment in postmenopausal women with osteoporosis results from the phase # randomised FREEDOM trial and open-label extension <PERSOON> A, <PERSOON> Y, et al Bone Mineral Density After Transitioning From Denosumab to <PERSOON> spontaneous breast cancer under aromatase inhibitors <PERSOON> D, et al Alendronate after denosumab discontinuation in women previously exposed to bisphosphonates was not effective in preventing the risk of spontaneous multiple vertebral fractures two case reports <PERSOON> Y Effect of risedronate on bone loss at discontinuation of denosumab <PERSOON> with Zoledronate Subsequent to <PERSOON> protective effect of switching from denosumab to praktijk Hier ligt een aantal oorzaken aan ten grondslag Als eerste is de opinie, bij patiënten maar ook bij een aanzienlijk aantal (para)medici, dat vallen en breken bij veroudering hoort en dus niet preventief aangepakt hoeft te worden behandeling van verhoogd fractuurrisico veel fracturen kan voorkomen Ook is het vertrouwen in de behandeling laag alhoewel de number needed to treat (NNT) van medicamenteuze therapie voor fractuurpreventie doorgaans lager ligt dan bij andere aandoeningen die gangbaar zijn om preventief te behandelen zoals hypertensie Tot slot is de zorg met betrekking tot osteoporose en fractuurpreventie verdeeld over vele disciplines (in de eerste en tweede lijn) waardoor niet één specialisme de primaire verantwoordelijkheid lijkt te hebben of te nemen voor de patiënt met een verhoogd In het recente rapport âVerbetersignalement Osteoporoseâ van het Zorginstituut is vastgesteld dat er verbeteringen mogelijk zijn in het zorgtraject voor mensen met In deze module worden de resultaten van het verbetersignalement besproken en worden concrete aanbevelingen gedaan over implementatie van de richtlijn-adviezen Dit wordt gedaan aan de hand van de themaâs uit het verbetersignalement Submodule # Voorkomen van onderdiagnostiek, wat is nodig in de organisatie van zorg? In het Verbetersignalement Osteoporose is onderzoek gedaan naar onderdiagnostiek Die Onderzoek laat zien dat van alle ##-plussers die op de SEH komen met een botbreuk in <LOCATIE>, slechts ##% een DXA-scan krijgt in het jaar voor tot een jaar na de botbreuk Van deze mensen heeft ##% onderliggend osteoporose, osteopenie of al een bestaande wervelfractuur Er is dus een aanzienlijke onderdiagnostiek van mensen die een fractuur Ook voor patiënten die een verhoogd risico hebben op osteoporose of een wervelfractuur door onderliggende aandoeningen worden te weinig DXAâs aangevraagd Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat van de mannen onder de <LEEFTIJD> jaar die langdurig een hoge dosis.
| 491 | nvr |
Ook is het vertrouwen in de behandeling laag alhoewel de number needed to treat (NNT) van medicamenteuze therapie voor fractuurpreventie doorgaans lager ligt dan bij andere aandoeningen die gangbaar zijn om preventief te behandelen zoals hypertensie Tot slot is de zorg met betrekking tot osteoporose en fractuurpreventie verdeeld over vele disciplines (in de eerste en tweede lijn) waardoor niet één specialisme de primaire verantwoordelijkheid lijkt te hebben of te nemen voor de patiënt met een verhoogd In het recente rapport âVerbetersignalement Osteoporoseâ van het Zorginstituut is vastgesteld dat er verbeteringen mogelijk zijn in het zorgtraject voor mensen met In deze module worden de resultaten van het verbetersignalement besproken en worden concrete aanbevelingen gedaan over implementatie van de richtlijn-adviezen Dit wordt gedaan aan de hand van de themaâs uit het verbetersignalement Submodule # Voorkomen van onderdiagnostiek, wat is nodig in de organisatie van zorg? In het Verbetersignalement Osteoporose is onderzoek gedaan naar onderdiagnostiek Die Onderzoek laat zien dat van alle ##-plussers die op de SEH komen met een botbreuk in <LOCATIE>, slechts ##% een DXA-scan krijgt in het jaar voor tot een jaar na de botbreuk Van deze mensen heeft ##% onderliggend osteoporose, osteopenie of al een bestaande wervelfractuur Er is dus een aanzienlijke onderdiagnostiek van mensen die een fractuur Ook voor patiënten die een verhoogd risico hebben op osteoporose of een wervelfractuur door onderliggende aandoeningen worden te weinig DXAâs aangevraagd Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat van de mannen onder de <LEEFTIJD> jaar die langdurig een hoge dosis Daarnaast wordt er te weinig onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van wervelfracturen Omdat een wervelfractuur op oudere leeftijd frequent voorkomt en een wervelfractuur (vanaf graad #) een behandelindicatie geeft, dient naast DXAâ diagnostiek gedaan te worden naar wervelfracturen, bij voorkeur met een VFA meting die tegelijkertijd kan worden uitgevoerd Op dit moment wordt een DXA vaak aangevraagd zonder beeldvorming van de wervelkolom Daarbij komt nog, dat wervelfracturen vaak omslachtig worden omschreven, waardoor de ernst niet altijd wordt overgebracht Daarom moet de rapportage van wervelfracturen door de radioloog of nucleair geneeskundige eenduidig in het verslag komen te staan, met een gradering in Genant-score # (## tot ##% hoogteverlies), # (##% tot Er is dus sprake van onderdiagnostiek bij zowel personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur als bij personen met risicofactoren voor fracturen In deze richtlijn (modules) wordt een aantal aanbevelingen geformuleerd om onderdiagnostiek te voorkomen Zo wordt aanbevolen een DXA mét VFA (Vertebral Fracture Assessment) te verrichten bij mensen met een recente fractuur en laboratoriumonderzoek bij de personen met een verhoogd âaanvullend onderzoek DXA/VFAâ) Een DXA hoort dus altijd samen aangevraagd te worden met een VFA of indien niet beschikbaar een <PERSOON> (module âaanvullend onderzoek Tevens wordt in de huidige richtlijn aanbevolen om bij patiënten vanaf <LEEFTIJD> jaar die glucocorticoiden gebruiken een DXA + VFA aan te vragen en om vanaf <LEEFTIJD> jaar direct te starten met botbversterkende medicatie bij een prednison dag dosis van #,# mg per dag of meer (zie modules behandeling).
| 601 | nvr |
Daarnaast wordt er te weinig onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van wervelfracturen Omdat een wervelfractuur op oudere leeftijd frequent voorkomt en een wervelfractuur (vanaf graad #) een behandelindicatie geeft, dient naast DXAâ diagnostiek gedaan te worden naar wervelfracturen, bij voorkeur met een VFA meting die tegelijkertijd kan worden uitgevoerd Op dit moment wordt een DXA vaak aangevraagd zonder beeldvorming van de wervelkolom Daarbij komt nog, dat wervelfracturen vaak omslachtig worden omschreven, waardoor de ernst niet altijd wordt overgebracht Daarom moet de rapportage van wervelfracturen door de radioloog of nucleair geneeskundige eenduidig in het verslag komen te staan, met een gradering in Genant-score # (## tot ##% hoogteverlies), # (##% tot Er is dus sprake van onderdiagnostiek bij zowel personen ouder dan <LEEFTIJD> jaar met een recente fractuur als bij personen met risicofactoren voor fracturen In deze richtlijn (modules) wordt een aantal aanbevelingen geformuleerd om onderdiagnostiek te voorkomen Zo wordt aanbevolen een DXA mét VFA (Vertebral Fracture Assessment) te verrichten bij mensen met een recente fractuur en laboratoriumonderzoek bij de personen met een verhoogd âaanvullend onderzoek DXA/VFAâ) Een DXA hoort dus altijd samen aangevraagd te worden met een VFA of indien niet beschikbaar een <PERSOON> (module âaanvullend onderzoek Tevens wordt in de huidige richtlijn aanbevolen om bij patiënten vanaf <LEEFTIJD> jaar die glucocorticoiden gebruiken een DXA + VFA aan te vragen en om vanaf <LEEFTIJD> jaar direct te starten met botbversterkende medicatie bij een prednison dag dosis van #,# mg per dag of meer (zie modules behandeling) In deze modules is echter nog niet beschreven wie verantwoordelijkheid moet nemen, welke randvoorwaarden er nodig zijn voor de uitvoering van de aanbevelingen en wie die daadwerkelijk te implementeren Dit proces staat beschreven in deze module Voor patiënten die met een recente fractuur die op de SEH komen, ligt de verantwoordelijkheid in de tweede lijn In de module âIndicatie voor aanvullend onderzoek naar fractuurrisicoâ wordt beschreven dat een multidisciplinair fractuurpreventieteam moet worden opgericht of aanwezig moet zijn, in elk ziekenhuis om deze zorg te waarborgen Zoals beschreven in de module âIndicatie voor aanvullend onderzoek naar fractuurrisicoâ adviseert de richtlijn werkgroep dat dit fractuur preventieteam bestaat uit tenminste een verpleegkundige/ verpleegkundig specialist/ Physisian Assistant met een beschouwend medisch specialist en een snijdend specialist (bij voorkeur iemand die fracturen behandelt Het automatiseren van de oproep en de aanvraag voor aanvullend onderzoek bij deze patiëntengroep (met DXA +VFA, laboratoriumonderzoek en inschatten valrisico) is een belangrijke voorwaarde om ervoor te zorgen dat patiënten niet worden gemist De coördinatie van het proces van automatiseren van oproepen na recente fractuur moet worden verricht door het fractuurpreventieteam (multidisciplinair, minimaal bestaande uit moet worden ondersteund met voldoende middelen door het ziekenhuisbestuur Het fractuurpreventie team is tevens verantwoordelijk voor het starten van een behandeling indien er een behandelindicatie wordt vastgesteld Behandelindicaties worden beschreven Omdat ook wordt aanbevolen om valrisico beter in te schatten zal dit in de praktijk leiden tot het vaker vaststellen van een verhoogd valrisico Ten eerste kost een valrisicoinschatting tijd.
| 585 | nvr |
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.