text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
#% in deze studies De resultaten van de retrospectieve studie, die in opzet strtotaalikt geblindeerd was, waren het Het is inderdaad algemeen aanvaard dat EUS laag scoort bij het vaststellen van het N-stadium Dit heeft onder andere te maken met onmogelijkheid om reactieve van maligne lymfklieren te onderscheiden en ook door het onvermogen om micrometastasen aan te tonen Een vergelijkend onderzoek van matige methodologische kwaliteit concludeerde dat multidetector row computed tomography (MDCT) sensitiever (##% vs ##%) en specifieker (##% vs ##%) is dan single slice CT-scan om het N-stadium te bepalen ## <PERSOON> vergeleek MDCT met alleen # mm dikke transversale coupes met een ‘volumetrische MDCT' (d w z met #,# mm dikke coupes aanvullende vond dat een volumetrische MDCT accurater was, vooral aangaande de T classificatie <DATUM> De Een prospectieve studie van goede methodologische kwaliteit, onder ### opeenvolgende patiënten met early gastric cancer, concludeerde dat MDCT een waardevol diagnostisch instrument is om het N-stadium te bepalen (overall accuratesse (N#-#) ##%, ##% CI ##-##%) ### Binnen deze studie werden de resultaten van drie verschillende coupediktes met elkaar vergeleken Hieruit bleek de de sensitiviteit (##% (##-##%)) en specificiteit (##% (##-##%)) van de dunste snede (<DATUM> mm) het beste, alhoewel het betrouwbaarheidinterval voor sensitiviteit groot was ### Het is aannemelijk dat EUS matig accuraat is voor het bepalen van het <PERSOON> <PATIENTNUMMER> Het is aannemelijk dat multidetector row computed tomography (MDCT), accuraat is voor de <PERSOON> belangrijke prognostische factoren voor overleving bij het maagcarcinoom zijn uitzaaiingen naar Vier prospectieve en één retrospectieve studie, alle van matige methodologische kwaliteit onderzochten de waarde van diverse diagnostische modaliteiten voor het M-stadium ## #<DATUM> #<DATUM> Blackshaw vergeleek de waarde van laparoscopie en die van CT-scan naar aanleiding van de histopathologie in ### patiënten met T#/T#, N#/N# maagcarcinoom ## Ten aanzien van de diagnostiek van metastasen, bleken beide technieken sensitief en specifiek Voor zowel de beoordeling van de lever als het peritoneum was de sensitiviteit en specificiteit van laparoscopie hoger dan die van single slice CT-scan (dit is niet statistisch getoetst) In een retrospectieve studie onderzocht <PERSOON> of een laparoscopie leidt tot veranderingen in het behandelplan ## In ##% van de patiënten met een maagcarcinoom resulteerde de laparoscopie in een verandering, namelijk in het achterwege laten van een laparotomie In de kleine prospectieve studie van <PERSOON> was dit <PERSOON> vergeleek de accuratesse van alleen transversale coupes op MDCT met #<PERSOON> en vond geen verschil tussen beide technieken, alhoewel de incidentie van metastasen erg laag was in de onderzoekspopulatie ### Kayaalp onderzocht de toegevoegde waarde van CT-scan en echografie boven chirurgische bevindingen ter identificatie van een niet-resectabel maagcarcinoom ### De sensitiviteit van beide technieken voor levermetastasen was matig (##% voor CT-scan en ##% voor echografie), maar was nog lager voor peritoneale en retroperitoneale metastasen Peritoneale metastasen zijn pre-operatief moeilijk te diagnosticeren, ondanks de huidige.
667
nvmdl
<PERSOON> belangrijke prognostische factoren voor overleving bij het maagcarcinoom zijn uitzaaiingen naar Vier prospectieve en één retrospectieve studie, alle van matige methodologische kwaliteit onderzochten de waarde van diverse diagnostische modaliteiten voor het M-stadium ## #<DATUM> #<DATUM> Blackshaw vergeleek de waarde van laparoscopie en die van CT-scan naar aanleiding van de histopathologie in ### patiënten met T#/T#, N#/N# maagcarcinoom ## Ten aanzien van de diagnostiek van metastasen, bleken beide technieken sensitief en specifiek Voor zowel de beoordeling van de lever als het peritoneum was de sensitiviteit en specificiteit van laparoscopie hoger dan die van single slice CT-scan (dit is niet statistisch getoetst) In een retrospectieve studie onderzocht <PERSOON> of een laparoscopie leidt tot veranderingen in het behandelplan ## In ##% van de patiënten met een maagcarcinoom resulteerde de laparoscopie in een verandering, namelijk in het achterwege laten van een laparotomie In de kleine prospectieve studie van <PERSOON> was dit <PERSOON> vergeleek de accuratesse van alleen transversale coupes op MDCT met #<PERSOON> en vond geen verschil tussen beide technieken, alhoewel de incidentie van metastasen erg laag was in de onderzoekspopulatie ### Kayaalp onderzocht de toegevoegde waarde van CT-scan en echografie boven chirurgische bevindingen ter identificatie van een niet-resectabel maagcarcinoom ### De sensitiviteit van beide technieken voor levermetastasen was matig (##% voor CT-scan en ##% voor echografie), maar was nog lager voor peritoneale en retroperitoneale metastasen Peritoneale metastasen zijn pre-operatief moeilijk te diagnosticeren, ondanks de huidige Er zijn aanwijzingen dat voor het diagnosticeren van het M-stadium CT-scan sensitief en specifiek Wat is de waarde van diagnostische laparoscopie bij patiënten met een op basis van imaging in opzet Er werden geen gerandomiseerde studies of vergelijkende observationele studies gevonden die het effect van diagnostische laparoscopie vergeleken met geen laparoscopie op de totale overleving en kwaliteit van leven bij patiënten met een op basis van imaging in opzet curatief te behandelen Achttien primaire studies evalueerden de diagnostische accuratesse van diagnostische laparoscopie[<PERSOON>, ###] en/of de impact ervan op het behandelbeleid [<PERSOON>, ###] Zes studies rapporteerden ook specifiek resultaten voor peritoneale cytologie uitgevoerd tijdens laparoscopie[<PERSOON>, ###] Negen studies waren prospectief[<PERSOON>, ###], acht studies retrospectief[<PERSOON-##>, ###] en in één studie was het design onduidelijk[Kishi, ###] Negen studies evalueerden de diagnostische accuratesse van diagnostische laparoscopie en/of peritoneale cytologie door gebruik te maken van histopathologie als referentiestandaard[<PERSOON-##>, ###] In twee studies was de referentiestandaard onduidelijk[<PERSOON-##>, ###].
548
nvmdl
diagnosticeren van het M-stadium CT-scan sensitief en specifiek Wat is de waarde van diagnostische laparoscopie bij patiënten met een op basis van imaging in opzet Er werden geen gerandomiseerde studies of vergelijkende observationele studies gevonden die het effect van diagnostische laparoscopie vergeleken met geen laparoscopie op de totale overleving en kwaliteit van leven bij patiënten met een op basis van imaging in opzet curatief te behandelen Achttien primaire studies evalueerden de diagnostische accuratesse van diagnostische laparoscopie[<PERSOON>, ###] en/of de impact ervan op het behandelbeleid [<PERSOON>, ###] Zes studies rapporteerden ook specifiek resultaten voor peritoneale cytologie uitgevoerd tijdens laparoscopie[<PERSOON>, ###] Negen studies waren prospectief[<PERSOON>, ###], acht studies retrospectief[<PERSOON>, ###] en in één studie was het design onduidelijk[Kishi, ###] Negen studies evalueerden de diagnostische accuratesse van diagnostische laparoscopie en/of peritoneale cytologie door gebruik te maken van histopathologie als referentiestandaard[<PERSOON>, ###] In twee studies was de referentiestandaard onduidelijk[<PERSOON>, ###] accuratesse van peritoneale cytologie te beoordelen[Mezhir, ###, Shelat, ###] In totaal werden ### patiënten in de analyses opgenomen In de meeste studies werden patiënten geïncludeerd die op basis van klassieke beeldvorming (meestal CT, soms ook echografie, echoendoscopie, MRI en/of PET-scan) een in-opzet-curatief te behandelen maagcarcinoom leken te hebben In zes studies werden vrijwel uitsluitend patiënten met een T<DATUM> tumor geïncludeerd[<PERSOON>, ###] Drie studies includeerden ook minstens ##% patiënten met een T<DATUM> tumor[<PERSOON> overige negen studies was het cTNM stadium onduidelijk Eén studie was van goede kwaliteit, hoewel er geen blindering gerapporteerd werd (wellicht geen blindering gezien de opeenvolging van events)[Muntean, ###] De zeventien andere studies hadden belangrijke tekortkomingen, zoals geen opeenvolgende patiëntenserie (# studies), onterechte exclusie Drie studies evalueerden de diagnostische accuratesse van laparoscopie voor de M-stadiëring Twee studies evalueerden ‘klassieke’ laparoscopie (met lavage en soms laparoscopische echografie)[Muntean, ###, Power, ###], en één studie evalueerde laparoscopie met aminolevulinaat fotodynamische diagnose[Kishi, ###] De drie studies vonden een specificiteit van ###% Muntean rapporteerde een sensitiviteit van ##%, Power ##% In deze laatste studie werden hoofdzakelijk (##%) T<DATUM> en/of N+ tumoren geïncludeerd Kishi - die alleen T<DATUM> tumoren includeerde - vond een Zeven studies evalueerden specifiek de accuratesse voor de diagnose van peritoneale metastasen[<PERSOON-##>, ###] Eén studie includeerde alleen T#-tumoren[Tsuchida, ###]; drie andere studies includeerden tussen ##% en ##% T<DATUM> tumoren[Kikuchi, ###, Kishi, ###, Muntean, ###].
618
nvmdl
totaal werden ### patiënten in de analyses opgenomen In de meeste studies werden patiënten geïncludeerd die op basis van klassieke beeldvorming (meestal CT, soms ook echografie, echoendoscopie, MRI en/of PET-scan) een in-opzet-curatief te behandelen maagcarcinoom leken te hebben In zes studies werden vrijwel uitsluitend patiënten met een T<DATUM> tumor geïncludeerd[<PERSOON>, ###] Drie studies includeerden ook minstens ##% patiënten met een T<DATUM> tumor[<PERSOON> overige negen studies was het cTNM stadium onduidelijk Eén studie was van goede kwaliteit, hoewel er geen blindering gerapporteerd werd (wellicht geen blindering gezien de opeenvolging van events)[Muntean, ###] De zeventien andere studies hadden belangrijke tekortkomingen, zoals geen opeenvolgende patiëntenserie (# studies), onterechte exclusie Drie studies evalueerden de diagnostische accuratesse van laparoscopie voor de M-stadiëring Twee studies evalueerden ‘klassieke’ laparoscopie (met lavage en soms laparoscopische echografie)[Muntean, ###, Power, ###], en één studie evalueerde laparoscopie met aminolevulinaat fotodynamische diagnose[Kishi, ###] De drie studies vonden een specificiteit van ###% Muntean rapporteerde een sensitiviteit van ##%, Power ##% In deze laatste studie werden hoofdzakelijk (##%) T<DATUM> en/of N+ tumoren geïncludeerd Kishi - die alleen T<DATUM> tumoren includeerde - vond een Zeven studies evalueerden specifiek de accuratesse voor de diagnose van peritoneale metastasen[<PERSOON>, ###] Eén studie includeerde alleen T#-tumoren[Tsuchida, ###]; drie andere studies includeerden tussen ##% en ##% T<DATUM> tumoren[Kikuchi, ###, Kishi, ###, Muntean, ###] ###, Yamagata, ###] De sensitiviteit van klassieke laparoscopie varieerde tussen ##% en ###% Zes studies rapporteerden de diagnostische accuratesse van peritoneale cytologie (uitgevoerd tijdens laparoscopie) voor de diagnose van peritoneale metastasen[<PERSOON>, ###] In twee studies werd de cTNM stadiering niet gerapporteerd[Shelat, ###, Yamagata, ###], in de vier andere studies varieerde het percentage patiënten met een T<DATUM> tumor tussen ##% en ##%[<PERSOON> studies evalueerden de diagnostische accuratesse voor de N-stadiëring[Kakroo, ###, Muntean, ###] Kakroo rapporteerde een globale sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ##% Muntean vond gelijkwaardige resultaten, met een sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ###% Kakroo rapporteerde ook resultaten per N-stadium, maar wisselde in de berekening de valsnegatieven om met de vals-positieven Voor de diagnose van N#-tumoren bedroeg de (herberekende) sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ##% Voor N#- en N#-tumoren bedroegen de sensitiviteit Eén studie evalueerde de diagnostische accuratesse voor de T-stadiëring, maar wisselde ook hier in de berekening de vals-negatieven om met de vals-positieven[Kakroo, ###] Voor de diagnose van T#-tumoren bedroeg de (herberekende) sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% Van de ## patiënten met een pT# tumor stelde laparoscopie de diagnose correct in tien gevallen (cT#) en was er een onder- (cT#) en overdiagnose (cT#) voor telkens één geval Voor de diagnose van T#-tumoren bedroeg de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% Van de ## patiënten met een pT# tumor stelde.
755
nvmdl
###] De sensitiviteit van klassieke laparoscopie varieerde tussen ##% en ###% Zes studies rapporteerden de diagnostische accuratesse van peritoneale cytologie (uitgevoerd tijdens laparoscopie) voor de diagnose van peritoneale metastasen[<PERSOON>, ###] In twee studies werd de cTNM stadiering niet gerapporteerd[Shelat, ###, Yamagata, ###], in de vier andere studies varieerde het percentage patiënten met een T<DATUM> tumor tussen ##% en ##%[<PERSOON> studies evalueerden de diagnostische accuratesse voor de N-stadiëring[Kakroo, ###, Muntean, ###] Kakroo rapporteerde een globale sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ##% Muntean vond gelijkwaardige resultaten, met een sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ###% Kakroo rapporteerde ook resultaten per N-stadium, maar wisselde in de berekening de valsnegatieven om met de vals-positieven Voor de diagnose van N#-tumoren bedroeg de (herberekende) sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ##% Voor N#- en N#-tumoren bedroegen de sensitiviteit Eén studie evalueerde de diagnostische accuratesse voor de T-stadiëring, maar wisselde ook hier in de berekening de vals-negatieven om met de vals-positieven[Kakroo, ###] Voor de diagnose van T#-tumoren bedroeg de (herberekende) sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% Van de ## patiënten met een pT# tumor stelde laparoscopie de diagnose correct in tien gevallen (cT#) en was er een onder- (cT#) en overdiagnose (cT#) voor telkens één geval Voor de diagnose van T#-tumoren bedroeg de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% Van de ## patiënten met een pT# tumor stelde Power includeerde ## patiënten die diagnostische laparoscopie ondergingen (gelokaliseerd maagcarcinoom, geen metastasen op CT of MRI)[Power, ###] Bij ## patiënten (##%) werden Burbidge includeerde ### patiënten, waarvan er ## een diagnostische laparoscopie ondergingen (cT<DATUM> potentieel resectabel op standaard beeldvorming en fit voor chirurgie)[Burbidge, ###] Zes patiënten (##%) hadden peritoneale metastasen bij laparoscopie, maar niet op CT (upstaging) Eén patiënt (#%) had peritoneale metastasen op CT, maar niet bij laparoscopie (downstaging) Shelat includeerde ## patiënten die een diagnostische laparoscopie ondergingen (gevorderd stadium, geen metastasen op CT en potentieel kandidaat voor neoadjuvante behandeling)[Shelat, ###] Bij ## patiënten (##%) vond upstaging plaats op basis van de resultaten van de laparoscopie bij ## patiënten (##%) werden metastasen vastgesteld, bij # patiënten werd lokaal gevorderde ziekte vastgesteld Bij één patiënt (#%) was sprake van downstaging op basis van de resultaten van de Kishi includeerde ## patiënten die een klassieke diagnostische laparoscopie ondergingen en aanvullend ook fotodynamische diagnose met aminolevulinaat (serosa-invasie, geen metastasen op CT)[Kishi, ###] Klassieke laparoscopie vond peritoneale metastasen die niet op CT gezien werden bij ## patiënten (waarvan # fout-positief) Fotodynamische diagnose met aminolevulinaat vond peritoneale metastasen die niet gezien werden tijdens klassieke laparoscopie bij vijf patiënten Tourani includeerde ### patiënten die een diagnostische laparoscopie ondergingen (T<DATUM> geen occulte peritoneale metastasen bij ##% van de patiënten Cytologie vond microscopische metastasen Vijf studies rapporteerden het percentage vermeden laparotomieën[<PERSOON>, ###, <PERSOON>, ###] In deze studies werd een laparotomie vermeden bij.
768
nvmdl
## patiënten die diagnostische laparoscopie ondergingen (gelokaliseerd maagcarcinoom, geen metastasen op CT of MRI)[Power, ###] Bij ## patiënten (##%) werden Burbidge includeerde ### patiënten, waarvan er ## een diagnostische laparoscopie ondergingen (cT<DATUM> potentieel resectabel op standaard beeldvorming en fit voor chirurgie)[Burbidge, ###] Zes patiënten (##%) hadden peritoneale metastasen bij laparoscopie, maar niet op CT (upstaging) Eén patiënt (#%) had peritoneale metastasen op CT, maar niet bij laparoscopie (downstaging) Shelat includeerde ## patiënten die een diagnostische laparoscopie ondergingen (gevorderd stadium, geen metastasen op CT en potentieel kandidaat voor neoadjuvante behandeling)[Shelat, ###] Bij ## patiënten (##%) vond upstaging plaats op basis van de resultaten van de laparoscopie bij ## patiënten (##%) werden metastasen vastgesteld, bij # patiënten werd lokaal gevorderde ziekte vastgesteld Bij één patiënt (#%) was sprake van downstaging op basis van de resultaten van de Kishi includeerde ## patiënten die een klassieke diagnostische laparoscopie ondergingen en aanvullend ook fotodynamische diagnose met aminolevulinaat (serosa-invasie, geen metastasen op CT)[Kishi, ###] Klassieke laparoscopie vond peritoneale metastasen die niet op CT gezien werden bij ## patiënten (waarvan # fout-positief) Fotodynamische diagnose met aminolevulinaat vond peritoneale metastasen die niet gezien werden tijdens klassieke laparoscopie bij vijf patiënten Tourani includeerde ### patiënten die een diagnostische laparoscopie ondergingen (T<DATUM> geen occulte peritoneale metastasen bij ##% van de patiënten Cytologie vond microscopische metastasen Vijf studies rapporteerden het percentage vermeden laparotomieën[<PERSOON>, ###, <PERSOON>, ###] In deze studies werd een laparotomie vermeden bij ###, Muntean, ###, Shelat, ###, Tourani, ###] Muntean includeerde ## patiënten die diagnostische laparoscopie ondergingen (T<DATUM> en geen metastasen op standaard beeldvorming)[Muntean, ###] Bij ## patiënten werden geen metastasen vastgesteld tijdens diagnostische laparoscopie, en deze patiënten ondergingen een laparotomie Bij twee patiënten hiervan werden tijdens laparotomie peritoneale metastasen vastgesteld Bij ## patiënten werden wel metastasen vastgesteld tijdens diagnostische laparoscopie, en deze patiënten Shelat stelde bij ## patiënten (##%) metastasen vast via laparoscopie, deze patiënten ondergingen geen laparotomie De # patiënten bij wie lokaal gevorderde ziekte werd vastgesteld kregen neoadjuvante chemoradiatie, één hiervan onderging totale gastrectomie Bij één patiënt gebeurde een downstaging op basis van de resultaten van de laparoscopie, deze patiënt onderging een curatieve totale gastrectomie met adjuvante chemoradiatie Van de ## patiënten zonder impact op de stadiëring onderging één patiënt geen chirurgie, acht patiënten ondergingen een R# resectie, drie patiënten een Kapiev includeerde ## patiënten die op basis van CT gepland waren voor curatieve chirurgie[Kapiev, ###] Bij ## patiënten werden tijdens diagnostische laparoscopie peritoneale metastasen vastgesteld Bij ## patiënten hiervan werd geen laparotomie uitgevoerd, acht patiënten ondergingen palliatieve Tourani includeerde ### patiënten die diagnostische laparoscopie ondergingen (T<DATUM> geen occulte peritoneale metastasen bij ## patiënten (##%) Cytologie vond microscopische metastasen bij nog eens ## patiënten (#%) Bij ## van de ## patiënten veranderde het beleid van curatief naar Het is aannemelijk dat diagnostische laparoscopie een hoge sensitiviteit (##-##%) en specificiteit (###%) heeft voor de M-stadiëring (gecombineerd peritoneale én viscerale metastasen) van.
781
nvmdl
Tourani, ###] Muntean includeerde ## patiënten die diagnostische laparoscopie ondergingen (T<DATUM> en geen metastasen op standaard beeldvorming)[Muntean, ###] Bij ## patiënten werden geen metastasen vastgesteld tijdens diagnostische laparoscopie, en deze patiënten ondergingen een laparotomie Bij twee patiënten hiervan werden tijdens laparotomie peritoneale metastasen vastgesteld Bij ## patiënten werden wel metastasen vastgesteld tijdens diagnostische laparoscopie, en deze patiënten Shelat stelde bij ## patiënten (##%) metastasen vast via laparoscopie, deze patiënten ondergingen geen laparotomie De # patiënten bij wie lokaal gevorderde ziekte werd vastgesteld kregen neoadjuvante chemoradiatie, één hiervan onderging totale gastrectomie Bij één patiënt gebeurde een downstaging op basis van de resultaten van de laparoscopie, deze patiënt onderging een curatieve totale gastrectomie met adjuvante chemoradiatie Van de ## patiënten zonder impact op de stadiëring onderging één patiënt geen chirurgie, acht patiënten ondergingen een R# resectie, drie patiënten een Kapiev includeerde ## patiënten die op basis van CT gepland waren voor curatieve chirurgie[Kapiev, ###] Bij ## patiënten werden tijdens diagnostische laparoscopie peritoneale metastasen vastgesteld Bij ## patiënten hiervan werd geen laparotomie uitgevoerd, acht patiënten ondergingen palliatieve Tourani includeerde ### patiënten die diagnostische laparoscopie ondergingen (T<DATUM> geen occulte peritoneale metastasen bij ## patiënten (##%) Cytologie vond microscopische metastasen bij nog eens ## patiënten (#%) Bij ## van de ## patiënten veranderde het beleid van curatief naar Het is aannemelijk dat diagnostische laparoscopie een hoge sensitiviteit (##-##%) en specificiteit (###%) heeft voor de M-stadiëring (gecombineerd peritoneale én viscerale metastasen) van hoge specificiteit (mediaan ###%) heeft voor de diagnose van alleen peritoneale metastasen bij <PERSOON>, Het is aannemelijk dat peritoneale cytologie tijdens diagnostische laparoscopie een lage sensitiviteit (mediaan ##%), maar een matige specificiteit (mediaan ##%) heeft voor de diagnose van peritoneale metastasen bij maagcarcinoom Dit geldt hoofdzakelijk voor cT<DATUM> tumoren <PERSOON>, ###, Er zijn aanwijzingen dat diagnostische laparoscopie leidt tot wijzigingen in het behandelbeleid In de beschikbare literatuur werd bij ##-##% van patiënten met een maagcarcinoom een laparotomie <PERSOON> role of CT and staging laparoscopy in the staging of gastric cancer Clinical <PERSOON> KM, Woo Y, <PERSOON> K et al Detection of micrometastases in peritoneal washings of gastric cancer patients by the reverse transcriptase polymerase chain reaction Gastric cancer official journal of the International Gastric Cancer Association and the <PERSOON> H, <PERSOON> JJ, Long ZW et al Three-port laparoscopic exploration is not sufficient for patients with T# gastric cancer Asian Pacific journal of cancer prevention APJCP ###;##(##) ##<DATUM> Kakroo SM, <PERSOON> <INSTELLING> et al Staging Laparoscopy in Carcinoma of <PERSOON> with <PERSOON-##> R et al.
640
nvmdl
alleen peritoneale metastasen bij <PERSOON>, Het is aannemelijk dat peritoneale cytologie tijdens diagnostische laparoscopie een lage sensitiviteit (mediaan ##%), maar een matige specificiteit (mediaan ##%) heeft voor de diagnose van peritoneale metastasen bij maagcarcinoom Dit geldt hoofdzakelijk voor cT<DATUM> tumoren <PERSOON>, ###, Er zijn aanwijzingen dat diagnostische laparoscopie leidt tot wijzigingen in het behandelbeleid In de beschikbare literatuur werd bij ##-##% van patiënten met een maagcarcinoom een laparotomie <PERSOON> role of CT and staging laparoscopy in the staging of gastric cancer Clinical <PERSOON> KM, Woo Y, <PERSOON> K et al Detection of micrometastases in peritoneal washings of gastric cancer patients by the reverse transcriptase polymerase chain reaction Gastric cancer official journal of the International Gastric Cancer Association and the <PERSOON> H, <PERSOON> JJ, Long ZW et al Three-port laparoscopic exploration is not sufficient for patients with T# gastric cancer Asian Pacific journal of cancer prevention APJCP ###;##(##) ##<DATUM> Kakroo SM, <PERSOON> <INSTELLING> et al Staging Laparoscopy in Carcinoma of <PERSOON> with <PERSOON-##> R et al cancer <PERSOON-##> Israel Medical Association journal <PERSOON-##> Y et al Laparoscopic narrow-band imaging for the diagnosis of peritoneal <PERSOON-##> M et al Staging laparoscopy using ALA-mediated photodynamic diagnosis improves the detection of peritoneal metastases in advanced gastric cancer Journal of surgical oncology ###;###(#) ### #(WEBLINK) <PERSOON-##> M et al Diagnostic laparoscopy with #-aminolevulinic-acid-mediated photodynamic diagnosis enhances the detection of peritoneal micrometastases in advanced gastric cancer <PERSOON-##> P et al Laparoscopic staging in gastric cancer <PERSOON-##> essential step in its Mezhir JJ, Posner MC, Roggin KK Prospective clinical trial of diagnostic peritoneal lavage to detect positive peritoneal cytology in patients with gastric cancer Journal of surgical oncology ###;###(#) ##<DATUM> <PERSOON-##> C et al Staging laparoscopy in digestive cancers Journal of gastrointestinal and liver <PERSOON-##> N et al Staging fluorescence laparoscopy for gastric cancer by using #aminolevulinic acid Anticancer research ###;##(##) ##<DATUM> #(WEBLINK) <PERSOON-##> H et al Endoscopic ultrasound can improve the selection for laparoscopy in patients with localized gastric cancer Journal of the American College of Surgeons ###;###(#) ##<DATUM> Santa-<PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> role of staging laparoscopy in treatment of locally advanced gastric Shelat VG, Thong JF, Seah M et al Role of staging laparoscopy in gastric malignancies - our institutional.
605
nvmdl
###;##(##) #<DATUM> <PERSOON> Y et al Laparoscopic narrow-band imaging for the diagnosis of peritoneal <PERSOON> M et al Staging laparoscopy using ALA-mediated photodynamic diagnosis improves the detection of peritoneal metastases in advanced gastric cancer Journal of surgical oncology ###;###(#) ### #(WEBLINK) <PERSOON> M et al Diagnostic laparoscopy with #-aminolevulinic-acid-mediated photodynamic diagnosis enhances the detection of peritoneal micrometastases in advanced gastric cancer <PERSOON> P et al Laparoscopic staging in gastric cancer <PERSOON> essential step in its Mezhir JJ, Posner MC, Roggin KK Prospective clinical trial of diagnostic peritoneal lavage to detect positive peritoneal cytology in patients with gastric cancer Journal of surgical oncology ###;###(#) ##<DATUM> <PERSOON> C et al Staging laparoscopy in digestive cancers Journal of gastrointestinal and liver <PERSOON> N et al Staging fluorescence laparoscopy for gastric cancer by using #aminolevulinic acid Anticancer research ###;##(##) ##<DATUM> #(WEBLINK) <PERSOON> H et al Endoscopic ultrasound can improve the selection for laparoscopy in patients with localized gastric cancer Journal of the American College of Surgeons ###;###(#) ##<DATUM> Santa-<PERSOON> AF, <PERSOON> role of staging laparoscopy in treatment of locally advanced gastric Shelat VG, Thong JF, Seah M et al Role of staging laparoscopy in gastric malignancies - our institutional Laparoscopy and peritoneal cytology important prognostic tools to guide treatment selection in gastric adenocarcinoma ANZ journal of surgery ###;##(<DATUM> ##-## <PERSOON-##> A et al Indications for staging laparoscopy in clinical T#M# gastric cancer World journal of surgery ###;##(##) ##<DATUM> #(WEBLINK) <PERSOON-##> Y et al Staging laparoscopy in advanced gastric cancer usefulness and (contrast)CT voor de detectie van metastasen bij patiënten met maagcarcinoom (primair of verdenking Het is aan te bevelen om na het diagnosticeren van een maagcarcinoom een CT-scan van de buik (en eventueel de thorax) te verrichten met dunne coupes met adequate ontplooiing van de maag d m v negatief contrastmiddel en zodanig toegediend intraveneus contrastmiddel, dat de Het gebruik van Multi Planaire Reconstructies (MPR) evenwijdig aan en loodrecht op de maagwand kan zinvol zijn Mede daarom verdient multidetector row computed tomography Het stadiëringonderzoek kan beëindigd worden, indien er metastasen op afstand worden gevonden Als er mogelijke metastasen worden gevonden, welke niet voor percutane punctie in aanmerking Als er geen metastasen op afstand gevonden worden, kan overwogen worden om een EUS te verrichten om de uitbreiding van de tumor (T-stadium) nader in kaart te brengen, als dit Een diagnostische laparoscopie wordt geadviseerd bij patiënten met een potentieel resectabel maagcarcinoom dat op basis van de standaard beeldvorming een hoog T stadium heeft (cT#T#) FDG-PET/CT heeft geen plaats in de initiële stadiëring van het maagcarcinoom voor curatieve chirurgie (na initiële stadiëring), wordt geadviseerd een FDG-PET/CT te verrichten om.
655
nvmdl
important prognostic tools to guide treatment selection in gastric adenocarcinoma ANZ journal of surgery ###;##(<DATUM> ##-## <PERSOON> A et al Indications for staging laparoscopy in clinical T#M# gastric cancer World journal of surgery ###;##(##) ##<DATUM> #(WEBLINK) <PERSOON> Y et al Staging laparoscopy in advanced gastric cancer usefulness and (contrast)CT voor de detectie van metastasen bij patiënten met maagcarcinoom (primair of verdenking Het is aan te bevelen om na het diagnosticeren van een maagcarcinoom een CT-scan van de buik (en eventueel de thorax) te verrichten met dunne coupes met adequate ontplooiing van de maag d m v negatief contrastmiddel en zodanig toegediend intraveneus contrastmiddel, dat de Het gebruik van Multi Planaire Reconstructies (MPR) evenwijdig aan en loodrecht op de maagwand kan zinvol zijn Mede daarom verdient multidetector row computed tomography Het stadiëringonderzoek kan beëindigd worden, indien er metastasen op afstand worden gevonden Als er mogelijke metastasen worden gevonden, welke niet voor percutane punctie in aanmerking Als er geen metastasen op afstand gevonden worden, kan overwogen worden om een EUS te verrichten om de uitbreiding van de tumor (T-stadium) nader in kaart te brengen, als dit Een diagnostische laparoscopie wordt geadviseerd bij patiënten met een potentieel resectabel maagcarcinoom dat op basis van de standaard beeldvorming een hoog T stadium heeft (cT#T#) FDG-PET/CT heeft geen plaats in de initiële stadiëring van het maagcarcinoom voor curatieve chirurgie (na initiële stadiëring), wordt geadviseerd een FDG-PET/CT te verrichten om Positronenemissietomografie (PET) met de tracer ##F-fluordeoxyglucose (FDG) wordt steeds vaker toegepast in de stadiëring en follow-up van allerlei maligniteiten, tegenwoordig vrijwel altijd met hybride PET/computertomografie (CT) scanners PET/CT blijkt hierbij vaak een grote meerwaarde te hebben Bij maagcarcinoom bestaat twijfel over de meerwaarde van FDG-PET(/CT) boven conventionele CT In deze module wordt het gebruik van FDG-PET(/CT) bij maagcarcinoom Uit de literatuursearch werden drie systematische reviews en vijf primaire studies overgehouden die voldeden aan alle inclusiecriteria en rapporteerden over de diagnostische accuratesse (sensitiviteit, specificiteit) van PET in vergelijking met CT; er zijn geen studies overgehouden die rapporteerden over de impact op het beleid van PET(/CT) in directe vergelijking met CT Studies over de diagnostische accuratesse van FDG-PET(/CT) in vergelijking met CT bij de primaire Wat betreft de diagnostische accuratesse voor lymfekliermetastasen hiervoor zijn resultaten beschikbaar van twee systematische reviews [<PERSOON> R, ###] PET/CT, PET en CT en PET en CT en vijf primaire studies, telkens met PET/CT en <PERSOON>, ###, Ha, ###, <PERSOON>, ###, Park, ###, <PERSOON>, ###] De systematische review van <PERSOON> includeerde ## studies met PET, PET/CT of CT, telkens met histopathologie als referentiestandaard; de review van Seevaratnam includeerde ## studies met PET of CT, met chirurgie als referentiestandaard De primaire studies waren retrospectieve cross-sectionele studies [<PERSOON>, ###, Ha, ###, <PERSOON>, ###, Park, ###], alle varieerde van ## tot ### Aangezien de vier retrospectieve studies uitgevoerd werden als deel van de routinezorg, werden noch patiënten, behandelaars of uitkomstbeoordelaars geblindeerd Blindering is.
695
nvmdl
met de tracer ##F-fluordeoxyglucose (FDG) wordt steeds vaker toegepast in de stadiëring en follow-up van allerlei maligniteiten, tegenwoordig vrijwel altijd met hybride PET/computertomografie (CT) scanners PET/CT blijkt hierbij vaak een grote meerwaarde te hebben Bij maagcarcinoom bestaat twijfel over de meerwaarde van FDG-PET(/CT) boven conventionele CT In deze module wordt het gebruik van FDG-PET(/CT) bij maagcarcinoom Uit de literatuursearch werden drie systematische reviews en vijf primaire studies overgehouden die voldeden aan alle inclusiecriteria en rapporteerden over de diagnostische accuratesse (sensitiviteit, specificiteit) van PET in vergelijking met CT; er zijn geen studies overgehouden die rapporteerden over de impact op het beleid van PET(/CT) in directe vergelijking met CT Studies over de diagnostische accuratesse van FDG-PET(/CT) in vergelijking met CT bij de primaire Wat betreft de diagnostische accuratesse voor lymfekliermetastasen hiervoor zijn resultaten beschikbaar van twee systematische reviews [<PERSOON> R, ###] PET/CT, PET en CT en PET en CT en vijf primaire studies, telkens met PET/CT en <PERSOON>, ###, Ha, ###, <PERSOON>, ###, Park, ###, <PERSOON>, ###] De systematische review van <PERSOON> includeerde ## studies met PET, PET/CT of CT, telkens met histopathologie als referentiestandaard; de review van Seevaratnam includeerde ## studies met PET of CT, met chirurgie als referentiestandaard De primaire studies waren retrospectieve cross-sectionele studies [<PERSOON>, ###, Ha, ###, <PERSOON>, ###, Park, ###], alle varieerde van ## tot ### Aangezien de vier retrospectieve studies uitgevoerd werden als deel van de routinezorg, werden noch patiënten, behandelaars of uitkomstbeoordelaars geblindeerd Blindering is Twee studies gebruikten chirurgie als rapporteerde de referentiestandaard niet [<PERSOON>, ###] In deze reviews en studies werden de volgende waarden voor accuratesse van PET(/CT) en CT voor de detectie van lymfekliermetastasen berekend De diagnostische accuratesse van PET/CT voor het voorspellen van een metastatische lymfeklier werd door <PERSOON> ook berekend op basis van de SUVmax van de primaire tumor bij een SUVmax ≥ # ## (van de primaire tumor), resulteerde dit in een sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ##% voor PET/CT Indien ook uptake in een lymfeklier moest worden gezien (dus SUVmax van primaire tumor ≥ # ## en uptake in lymfeklier(en)) daalde de sensitiviteit naar ##% en steeg de specificiteit naar ##% Voor CT was de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% [<PERSOON>, ###] Een studie [<PERSOON>, ###] rapporteerde een significant lagere sensitiviteit voor level # en # lymfeklieren dan voor level # (volgens de Japanse classificatie van maagcarcinomen), zowel voor CT (##%) als voor PET/CT (##%), en een tweede studie [Park, ###] rapporteerde een significant lagere sensitiviteit voor lymkekliermetastasen bij early gastric cancer (CT #%, PET/CT #%) en bij zegelringcelcarcinoom (CT ##%, PET/CT ##%) ten opzichte van hogere stadia en andere histologische varianten Ook andere studies en reviews rapporteren een lagere sensitiviteit van PET voor diffuus type (inclusief zegelringcelcarcinoom) en voor slecht gedifferentieerd of mucineus adenocarcinoom, zowel wat betreft de primaire tumor als metastasen De diagnostische accuratesse voor metastasen op afstand werd gerapporteerd in twee systematische.
731
nvmdl
Twee studies gebruikten chirurgie als rapporteerde de referentiestandaard niet [<PERSOON>, ###] In deze reviews en studies werden de volgende waarden voor accuratesse van PET(/CT) en CT voor de detectie van lymfekliermetastasen berekend De diagnostische accuratesse van PET/CT voor het voorspellen van een metastatische lymfeklier werd door <PERSOON> ook berekend op basis van de SUVmax van de primaire tumor bij een SUVmax ≥ # ## (van de primaire tumor), resulteerde dit in een sensitiviteit van ##% en een specificiteit van ##% voor PET/CT Indien ook uptake in een lymfeklier moest worden gezien (dus SUVmax van primaire tumor ≥ # ## en uptake in lymfeklier(en)) daalde de sensitiviteit naar ##% en steeg de specificiteit naar ##% Voor CT was de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% [<PERSOON>, ###] Een studie [<PERSOON>, ###] rapporteerde een significant lagere sensitiviteit voor level # en # lymfeklieren dan voor level # (volgens de Japanse classificatie van maagcarcinomen), zowel voor CT (##%) als voor PET/CT (##%), en een tweede studie [Park, ###] rapporteerde een significant lagere sensitiviteit voor lymkekliermetastasen bij early gastric cancer (CT #%, PET/CT #%) en bij zegelringcelcarcinoom (CT ##%, PET/CT ##%) ten opzichte van hogere stadia en andere histologische varianten Ook andere studies en reviews rapporteren een lagere sensitiviteit van PET voor diffuus type (inclusief zegelringcelcarcinoom) en voor slecht gedifferentieerd of mucineus adenocarcinoom, zowel wat betreft de primaire tumor als metastasen De diagnostische accuratesse voor metastasen op afstand werd gerapporteerd in twee systematische De review van <PERSOON> includeerde ## studies met CT of PET, met chirurgie of histopathologie als referentiestandaard De andere review en primaire studie werden hierboven reeds beschreven Voor levermetastasen werd de sensitiviteit van PET berekend op ##% en de specificiteit op ##%, van CT bedroeg de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% Voor peritoneale metastasen was de sensitiviteit van PET ##% en de specificiteit ##%; van CT was de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% [<PERSOON> rapporteerde een algemene accuratesse (niet uitgesplitst) van ##% voor CT en ##% voor PET voor metastasen op afstand De primaire studie van <PERSOON> uit ### vond voor peritoneale carcinomatose een sensitiviteit van ##% voor PET/CT en ##% voor CT, en voor overige metastasen op afstand een sensitiviteit van ##% voor Van de drie systematische reviews is er een van goede kwaliteit [<PERSOON> Z, ###], een van Uit een voorselectie van de literatuursearch kwam één artikel dat rapporteert over de klinische impact en kosteneffectiviteit van FDG-PET/CT in geselecteerde patiënten, ná initiële stadiëring met CT [Smyth, ###] Deze studie viel uiteindelijk buiten de selectie, omdat ze geen directe vergelijking van PET(/CT) met CT rapporteert, maar de bijkomende diagnostische informatie van PET/CT na CT Omdat de inhoud wel zeer relevant is voor de klinische praktijk, werd een aanvullende literatuursearch verricht naar studies over klinische impact en/of kosteneffectiviteit van FDG-PET(/CT) ná initiële stadiëring met CT Bij deze search werden, behalve de studie van Smyth, geen andere studies In de studie van Smyth werden patiënten met locally advanced, niet gemetastaseerd maagcarcinoom.
721
nvmdl
CT of PET, met chirurgie of histopathologie als referentiestandaard De andere review en primaire studie werden hierboven reeds beschreven Voor levermetastasen werd de sensitiviteit van PET berekend op ##% en de specificiteit op ##%, van CT bedroeg de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% Voor peritoneale metastasen was de sensitiviteit van PET ##% en de specificiteit ##%; van CT was de sensitiviteit ##% en de specificiteit ##% [<PERSOON> rapporteerde een algemene accuratesse (niet uitgesplitst) van ##% voor CT en ##% voor PET voor metastasen op afstand De primaire studie van <PERSOON> uit ### vond voor peritoneale carcinomatose een sensitiviteit van ##% voor PET/CT en ##% voor CT, en voor overige metastasen op afstand een sensitiviteit van ##% voor Van de drie systematische reviews is er een van goede kwaliteit [<PERSOON> Z, ###], een van Uit een voorselectie van de literatuursearch kwam één artikel dat rapporteert over de klinische impact en kosteneffectiviteit van FDG-PET/CT in geselecteerde patiënten, ná initiële stadiëring met CT [Smyth, ###] Deze studie viel uiteindelijk buiten de selectie, omdat ze geen directe vergelijking van PET(/CT) met CT rapporteert, maar de bijkomende diagnostische informatie van PET/CT na CT Omdat de inhoud wel zeer relevant is voor de klinische praktijk, werd een aanvullende literatuursearch verricht naar studies over klinische impact en/of kosteneffectiviteit van FDG-PET(/CT) ná initiële stadiëring met CT Bij deze search werden, behalve de studie van Smyth, geen andere studies In de studie van Smyth werden patiënten met locally advanced, niet gemetastaseerd maagcarcinoom referentiestandaard was naaldbiopsie of aanvullende beeldvorming met MRI of botscintigrafie PET/CT vond metastasen in <DATUM> van de populatie (##%) Laparoscopie detecteerde additionele metastasen in ##% van de populatie, waarbij slechts één patiënt (#%) zowel metastasen had op laparoscopie als op PET De toevoeging van FDG-PET/CT voorafgaand aan laparoscopie aan het diagnostische algoritme leidde tot een kostenbesparing van ruim $## ### per patiënt in de totale populatie, uitgaande van de zorgkosten in de Verenigde Staten (PET/CT ná laparoscopie bespaarde ca $## ### per patiënt) De sensitiviteit van PET/CT voor metastasen was ##% en de specificiteit ##% Ook in dit onderzoek waren primaire tumoren van het intestinale type vaker FDG-avide (##%), dan primaire tumoren van het diffuse type (##%); indien de primaire tumor FDG-positief was, dan was Het betreft een vergelijkende studie met belangrijke tekortkomingen in de studie-opzet (niveau B) Studies over de accuratesse van FDG-PET/CT bij verdenking op recidief Er werden twee primaire studies [Bilici, ###, <PERSOON>, ###] en één meta-analyse [<PERSOON>, ###] gevonden die rapporteerden over de accuratesse van FDG-PET/CT in vergelijking met CT bij verdenking op De meta-analyse includeerde # retrospectieve studies (waaronder die van Bilici) met in totaal ### patiënten die PET of PET/CT hadden ondergaan, waarbij in sommige studies ook werd vergeleken met CT De referentiestandaard waaraan de resultaten van PET en CT werden getoetst, was histopathologie en/of klinische follow-up Ze rapporteerden de volgende gepoolde waarden voor De primaire studies, beide retrospectief, kwamen uit Turkije (Bilici) en Korea (<PERSOON>) Het aantal.
719
nvmdl
referentiestandaard was naaldbiopsie of aanvullende beeldvorming met MRI of botscintigrafie PET/CT vond metastasen in <DATUM> van de populatie (##%) Laparoscopie detecteerde additionele metastasen in ##% van de populatie, waarbij slechts één patiënt (#%) zowel metastasen had op laparoscopie als op PET De toevoeging van FDG-PET/CT voorafgaand aan laparoscopie aan het diagnostische algoritme leidde tot een kostenbesparing van ruim $## ### per patiënt in de totale populatie, uitgaande van de zorgkosten in de Verenigde Staten (PET/CT ná laparoscopie bespaarde ca $## ### per patiënt) De sensitiviteit van PET/CT voor metastasen was ##% en de specificiteit ##% Ook in dit onderzoek waren primaire tumoren van het intestinale type vaker FDG-avide (##%), dan primaire tumoren van het diffuse type (##%); indien de primaire tumor FDG-positief was, dan was Het betreft een vergelijkende studie met belangrijke tekortkomingen in de studie-opzet (niveau B) Studies over de accuratesse van FDG-PET/CT bij verdenking op recidief Er werden twee primaire studies [Bilici, ###, <PERSOON>, ###] en één meta-analyse [<PERSOON>, ###] gevonden die rapporteerden over de accuratesse van FDG-PET/CT in vergelijking met CT bij verdenking op De meta-analyse includeerde # retrospectieve studies (waaronder die van Bilici) met in totaal ### patiënten die PET of PET/CT hadden ondergaan, waarbij in sommige studies ook werd vergeleken met CT De referentiestandaard waaraan de resultaten van PET en CT werden getoetst, was histopathologie en/of klinische follow-up Ze rapporteerden de volgende gepoolde waarden voor De primaire studies, beide retrospectief, kwamen uit Turkije (Bilici) en Korea (<PERSOON>) Het aantal Bij Bilici bestond de verdenking in ## van de ## patiënten o b v eerdere CT, en bij de overige ## o b v gastroscopie, tumormarkers of klachten Bevestiging van de resultaten gebeurde met histopathologie en/of follow-up van resp # en minimaal ## maanden Bilici keek, naast diagnostische accuratesse, ook naar impact op het beleid Ze vonden dat FDG-PET/CT het beleid veranderde in ##% van de patiënten bij de helft hiervan leidden bevindingen op PET/CT tot een van te voren niet geplande behandeling met chirurgie of hernieuwde chemotherapie, en bij de andere helft werd van geplande diagnostische of therapeutische interventie afgezien omdat de PET/CT geen voor maligniteit verdachte afwijkingen liet Hierbij moet worden aangetekend dat de beoordelaar van de PET niet geblindeerd was voor de CTuitslag, en dat ze een opvallend goede accuratesse vonden voor PET, en een slechte voor CT voor PET/CT bedroegen sensitiviteit en specificiteit ##% resp ###%, en voor CT ##% resp ##% Bij ##% van de patiënten werd recidief vastgesteld <PERSOON> vond juist opvallend slechte waarden voor PET de sensitiviteit en specificiteit waren van PET/CT ##% resp ##%, en van CT ##% resp ##% Hier bleek De meta-analyse is van middelmatige kwaliteit (score <DATUM> volgens AMSTAR) De primaire studies Een ideale stadiëringsmethode is niet alleen sensitief en specifiek, maar ook noninvasief, goedkoop, in ruime mate beschikbaar en goed te verdragen voor de patiënt Voor de prognose van het.
693
nvmdl
Bilici bestond de verdenking in ## van de ## patiënten o b v eerdere CT, en bij de overige ## o b v gastroscopie, tumormarkers of klachten Bevestiging van de resultaten gebeurde met histopathologie en/of follow-up van resp # en minimaal ## maanden Bilici keek, naast diagnostische accuratesse, ook naar impact op het beleid Ze vonden dat FDG-PET/CT het beleid veranderde in ##% van de patiënten bij de helft hiervan leidden bevindingen op PET/CT tot een van te voren niet geplande behandeling met chirurgie of hernieuwde chemotherapie, en bij de andere helft werd van geplande diagnostische of therapeutische interventie afgezien omdat de PET/CT geen voor maligniteit verdachte afwijkingen liet Hierbij moet worden aangetekend dat de beoordelaar van de PET niet geblindeerd was voor de CTuitslag, en dat ze een opvallend goede accuratesse vonden voor PET, en een slechte voor CT voor PET/CT bedroegen sensitiviteit en specificiteit ##% resp ###%, en voor CT ##% resp ##% Bij ##% van de patiënten werd recidief vastgesteld <PERSOON> vond juist opvallend slechte waarden voor PET de sensitiviteit en specificiteit waren van PET/CT ##% resp ##%, en van CT ##% resp ##% Hier bleek De meta-analyse is van middelmatige kwaliteit (score <DATUM> volgens AMSTAR) De primaire studies Een ideale stadiëringsmethode is niet alleen sensitief en specifiek, maar ook noninvasief, goedkoop, in ruime mate beschikbaar en goed te verdragen voor de patiënt Voor de prognose van het diagnostische strategie Voor de vraag of een patiënt al dan niet primair voor in opzet curatieve resectie in aanmerking komt, is echter vooral het M-stadium van belang Wereldwijd is in dat opzicht bij patiënten met kanker de meeste ervaring opgedaan met CT-scan # ## Er zijn bij patiënten met maagcarcinoom weinig grote, goed opgezette studies verricht van recente Er zijn wel eerdere studies van voldoende omvang, o a # studies die in de evidence based richtlijn in Frankrijk zijn gerefereerd # ##, overigens alle van matige methodologische kwaliteit # ## ##<DATUM> In deze <PERSOON> richtlijn is CT-scan van de buik een standaard stadiëringsonderzoek Deze studies Er zijn geen studies verschenen naar de waarde van CT-scan van de thorax bij patiënten met maagcarcinoom In het algemeen is CT-scan sensitiever dan een thoraxfoto voor het detecteren van longmetastasen Dit gaat overigens gepaard met een lagere specificiteit Bovendien kunnen op een CT-scan van de thorax verdachte lymfklieren in het mediastinum worden opgespoord Zowel in de Schotse richtlijn # ## als Belgische richtlijn (KCE ##A ###) is CT-scan van de thorax een aanbevolen standaard stadiëringsonderzoek CT-scan is overal ruim beschikbaar, goed toegankelijk en goedkoop CT-scan geeft naast redelijk betrouwbare informatie over het M-stadium ook goede informatie over het T- en N-stadium, mits de maag maximaal ontplooid is (liefst met water en/of lucht) en er met intraveneus contrastmiddel wordt gescand Voor de detectie van levermetastasen is de portaalveneuze fase het meest geschikt ### De.
632
nvmdl
een patiënt al dan niet primair voor in opzet curatieve resectie in aanmerking komt, is echter vooral het M-stadium van belang Wereldwijd is in dat opzicht bij patiënten met kanker de meeste ervaring opgedaan met CT-scan # ## Er zijn bij patiënten met maagcarcinoom weinig grote, goed opgezette studies verricht van recente Er zijn wel eerdere studies van voldoende omvang, o a # studies die in de evidence based richtlijn in Frankrijk zijn gerefereerd # ##, overigens alle van matige methodologische kwaliteit # ## ##<DATUM> In deze <PERSOON> richtlijn is CT-scan van de buik een standaard stadiëringsonderzoek Deze studies Er zijn geen studies verschenen naar de waarde van CT-scan van de thorax bij patiënten met maagcarcinoom In het algemeen is CT-scan sensitiever dan een thoraxfoto voor het detecteren van longmetastasen Dit gaat overigens gepaard met een lagere specificiteit Bovendien kunnen op een CT-scan van de thorax verdachte lymfklieren in het mediastinum worden opgespoord Zowel in de Schotse richtlijn # ## als Belgische richtlijn (KCE ##A ###) is CT-scan van de thorax een aanbevolen standaard stadiëringsonderzoek CT-scan is overal ruim beschikbaar, goed toegankelijk en goedkoop CT-scan geeft naast redelijk betrouwbare informatie over het M-stadium ook goede informatie over het T- en N-stadium, mits de maag maximaal ontplooid is (liefst met water en/of lucht) en er met intraveneus contrastmiddel wordt gescand Voor de detectie van levermetastasen is de portaalveneuze fase het meest geschikt ### De Er zijn studies die de meerwaarde tonen van Multi Planaire Reconstructies (MPR) en virtuele gastroscopie bij MDCT, maar de ervaring hiermee is nog beperkt ##<DATUM> Een studie van overigens matige methodologische kwaliteit van Blackshaw toonde aan dat stadiëring met MDCT in vergelijking met single slice CT-scan betrouwbaarder is ## Verschillende studies hebben de overeenstemming tussen verschillende beoordelaars onderzocht Eén RCT vond matige overeenstemming voor single slice CT-scan tussen gespecialiseerde radiologen binnen een multidisciplinair team en radiologen buiten een dergelijke setting ### Dit impliceert dat het voor de beoordeling van de CT-scan van belang is dat de MRI is minder beschikbaar in <LOCATIE> De benodigde ervaring met en deskundigheid op het gebied van MRI van de buik en in het bijzonder van MRI voor de stadiëring van maagcarcinomen is slechts aanwezig in een zeer beperkt aantal ziekenhuizen Volgens de literatuur is de waarde van EUS vooral gelegen in het vaststellen van het T-stadium Dit bepaalt wel mede de prognose van de patiënt, maar in veel gevallen niet het therapeutisch beleid (wel of niet opereren) De waarde van EUS bij de stadiëring van het maagcarcinoom is derhalve beperkt Hoewel dit niet systematisch is onderzocht bij patiënten met maagcarcinoom, wordt EUS op dit moment echter vooral gebruikt in de preoperatieve work-up indien er mogelijke metastasen worden gevonden die niet voor percutane punctie in aanmerking komen, bijvoorbeeld verdachte lymfklieren in het mediastinum De EUS dient in dat geval als geleidend onderzoek voor een cytologische punctie.
586
nvmdl
van Multi Planaire Reconstructies (MPR) en virtuele gastroscopie bij MDCT, maar de ervaring hiermee is nog beperkt ##<DATUM> Een studie van overigens matige methodologische kwaliteit van Blackshaw toonde aan dat stadiëring met MDCT in vergelijking met single slice CT-scan betrouwbaarder is ## Verschillende studies hebben de overeenstemming tussen verschillende beoordelaars onderzocht Eén RCT vond matige overeenstemming voor single slice CT-scan tussen gespecialiseerde radiologen binnen een multidisciplinair team en radiologen buiten een dergelijke setting ### Dit impliceert dat het voor de beoordeling van de CT-scan van belang is dat de MRI is minder beschikbaar in <LOCATIE> De benodigde ervaring met en deskundigheid op het gebied van MRI van de buik en in het bijzonder van MRI voor de stadiëring van maagcarcinomen is slechts aanwezig in een zeer beperkt aantal ziekenhuizen Volgens de literatuur is de waarde van EUS vooral gelegen in het vaststellen van het T-stadium Dit bepaalt wel mede de prognose van de patiënt, maar in veel gevallen niet het therapeutisch beleid (wel of niet opereren) De waarde van EUS bij de stadiëring van het maagcarcinoom is derhalve beperkt Hoewel dit niet systematisch is onderzocht bij patiënten met maagcarcinoom, wordt EUS op dit moment echter vooral gebruikt in de preoperatieve work-up indien er mogelijke metastasen worden gevonden die niet voor percutane punctie in aanmerking komen, bijvoorbeeld verdachte lymfklieren in het mediastinum De EUS dient in dat geval als geleidend onderzoek voor een cytologische punctie grote perifere ziekenhuizen voorhanden en in die centra is de ervaring ermee redelijk aanwezig Het is een onderzoek met een matige patiëntenbelasting Wel is het van belang dat het wordt verricht door iemand met ruime ervaring Zelfs in ervaren handen kan de spreiding in de bevindingen groot zijn voor EUS werd zowel voor de T- als de N-stadiëring een lage tot matige overeenstemming gevonden tussen # ervaren beoordelaars # ## De kosten van EUS zijn vergelijkbaar met een gastroscopie en het onderzoek kan meestal poliklinisch worden verricht De studies waren in het algemeen van matige kwaliteit In veel studies werd het klinisch TNM stadium voorafgaand aan de laparoscopie niet weergegeven Indien wel bekend, betrof het vooral de hogere T-stadia (cT<DATUM> , variërend van #<DATUM> In een enkele studie betrof het ook de cN-positieve tumoren Een onderscheid naar histologisch subtype van de maagtumoren werd in geen enkele studie gerapporteerd Conclusies, voor zover deze getrokken mogen worden, hebben dus vooral betrekking In het algemeen gesteld zal de detectie van M# ziekte tijdens laparoscopie bij het merendeel van de patiënten van invloed zijn op het behandelbeleid In die zin is het vinden van occulte (peritoneale) metastasen bij ##-##% van de patiënten met een in-opzet-curatief te behandelen maagcarcinoom op De waarde van de laparoscopie bij het vaststellen van het N-stadium heeft geen klinische betekenis Datzelfde geldt voor de T-stadiering cT#-T# In geval van een cT#a of cT#b stadium kan het Cytologie van ascites of lavagevloeistof lijkt een additionele waarde te hebben bij de laparoscopie om.
583
nvmdl
ermee redelijk aanwezig Het is een onderzoek met een matige patiëntenbelasting Wel is het van belang dat het wordt verricht door iemand met ruime ervaring Zelfs in ervaren handen kan de spreiding in de bevindingen groot zijn voor EUS werd zowel voor de T- als de N-stadiëring een lage tot matige overeenstemming gevonden tussen # ervaren beoordelaars # ## De kosten van EUS zijn vergelijkbaar met een gastroscopie en het onderzoek kan meestal poliklinisch worden verricht De studies waren in het algemeen van matige kwaliteit In veel studies werd het klinisch TNM stadium voorafgaand aan de laparoscopie niet weergegeven Indien wel bekend, betrof het vooral de hogere T-stadia (cT<DATUM> , variërend van #<DATUM> In een enkele studie betrof het ook de cN-positieve tumoren Een onderscheid naar histologisch subtype van de maagtumoren werd in geen enkele studie gerapporteerd Conclusies, voor zover deze getrokken mogen worden, hebben dus vooral betrekking In het algemeen gesteld zal de detectie van M# ziekte tijdens laparoscopie bij het merendeel van de patiënten van invloed zijn op het behandelbeleid In die zin is het vinden van occulte (peritoneale) metastasen bij ##-##% van de patiënten met een in-opzet-curatief te behandelen maagcarcinoom op De waarde van de laparoscopie bij het vaststellen van het N-stadium heeft geen klinische betekenis Datzelfde geldt voor de T-stadiering cT#-T# In geval van een cT#a of cT#b stadium kan het Cytologie van ascites of lavagevloeistof lijkt een additionele waarde te hebben bij de laparoscopie om Onduidelijk is welke consequentie een positieve cytologie Welke consequenties het vaststellen van peritoneale metastasen, tumorpositieve cytologie of een cT# tumor bij laparoscopie heeft voor het advies om wel of niet een (palliatieve) resectie of HIPEC te verrichten, werd in deze module buiten beschouwing gelaten Uit de evidence based analyse blijkt dat de studies en meta-analyses over FDG-PET(/CT) en CT in de primaire stadiëring van maagcarcinoom belangrijke tekortkomingen hebben Voor zover beoordeelbaar lijkt FDG-PET(/CT) een lage sensitiviteit te hebben voor lymfekliermetastasen, lager dan CT De specificiteit van PET is mogelijk iets hoger, maar niet zodanig dat dit het standaard gebruik van PET/CT in de initiële stadiëring van patiënten met maagcarcinoom rechtvaardigt De hiervoor heeft PET/CT dus in eerste instantie ook geen toegevoegde waarde boven CT De sensitiviteit voor peritoneale carcinomatose is zowel voor PET/CT als voor CT erg laag Uit het artikel van Smyth uit ### blijkt dat het gebruik van FDG-PET/CT ná CT in geselecteerde patiënten (locally advanced - T<DATUM> of N+, die in aanmerking komen voor curatieve chirurgie), mogelijk wel meerwaarde heeft Zij vond met PET/CT additionele metastasen in ##% van de patiënten, waardoor deze patiënten geen onnodige operatie hoefden te ondergaan De toevoeging van FDGPET/CT aan het diagnostisch algoritme leidde tot een kostenbesparing van $## ### - $## ### per patiënt in de totale populatie Hoewel deze gegevens niet direct extrapoleerbaar zijn naar de Nederlandse situatie, lijkt PET/CT in deze geselecteerde patiëntengroep een duidelijke klinische.
608
nvmdl
welke consequentie een positieve cytologie Welke consequenties het vaststellen van peritoneale metastasen, tumorpositieve cytologie of een cT# tumor bij laparoscopie heeft voor het advies om wel of niet een (palliatieve) resectie of HIPEC te verrichten, werd in deze module buiten beschouwing gelaten Uit de evidence based analyse blijkt dat de studies en meta-analyses over FDG-PET(/CT) en CT in de primaire stadiëring van maagcarcinoom belangrijke tekortkomingen hebben Voor zover beoordeelbaar lijkt FDG-PET(/CT) een lage sensitiviteit te hebben voor lymfekliermetastasen, lager dan CT De specificiteit van PET is mogelijk iets hoger, maar niet zodanig dat dit het standaard gebruik van PET/CT in de initiële stadiëring van patiënten met maagcarcinoom rechtvaardigt De hiervoor heeft PET/CT dus in eerste instantie ook geen toegevoegde waarde boven CT De sensitiviteit voor peritoneale carcinomatose is zowel voor PET/CT als voor CT erg laag Uit het artikel van Smyth uit ### blijkt dat het gebruik van FDG-PET/CT ná CT in geselecteerde patiënten (locally advanced - T<DATUM> of N+, die in aanmerking komen voor curatieve chirurgie), mogelijk wel meerwaarde heeft Zij vond met PET/CT additionele metastasen in ##% van de patiënten, waardoor deze patiënten geen onnodige operatie hoefden te ondergaan De toevoeging van FDGPET/CT aan het diagnostisch algoritme leidde tot een kostenbesparing van $## ### - $## ### per patiënt in de totale populatie Hoewel deze gegevens niet direct extrapoleerbaar zijn naar de Nederlandse situatie, lijkt PET/CT in deze geselecteerde patiëntengroep een duidelijke klinische klinische praktijk, waar PET/CT in hoog-risicopatiënten regelmatig nieuwe metastasen detecteert die niet op CT waren gezien, waardoor onnodige chirurgie kan worden voorkomen Idealiter zou de kosteneffectiviteit hiervan ook voor de Nederlandse situatie moeten worden onderzocht Ook de studies en meta-analyse over FDG-PET/CT bij verdenking op recidief maagcarcinoom (bij patiënten die eerder curatief zijn behandeld) hebben belangrijke tekortkomingen, waarbij de twee primaire studies tegengestelde resultaten tonen Volgens de meta-analyse zijn de sensitiviteit en specificiteit van PET/CT en CT ongeveer vergelijkbaar In eerste instantie zal CT dus de voorkeur hebben, gezien de lagere kosten In onze klinische ervaring heeft FDG-PET/CT in sommige gevallen wel meerwaarde, bijvoorbeeld bij een hoge verdenking op recidief waarbij geen oorzaak wordt gevonden op conventionele diagnostiek Het gebruik van FDG-PET/CT bij verdenking op recidief zal Het is aannemelijk dat de sensitiviteit van FDG-PET en FDG-PET/CT lager is dan die van CT voor het opsporen van lymfekliermetastasen Daarentegen is het aannemelijk dat de specificiteit van PET en [<PERSOON>, ###], Ha ### [Ha, ###], <PERSOON> ###[<PERSOON>, ###], <PERSOON> ###[<PERSOON> ###[Park, Het is aannemelijk dat de sensitiviteit en specificiteit van FDG-PET gelijkwaardig zijn aan die van CT Bij verdenking op recidief maagcarcinoom is het aannemelijk dat de sensitiviteit en specificiteit van FDG-PET/CT gelijkwaardig zijn aan die van CT voor het opsporen van het recidief Er zijn aanwijzingen dat de sensitiviteit en specificiteit van FDG-PET/CT en CT gelijkwaardig zijn voor het voorspellen van lymfekliermetastasen op basis van de SUVmax van de primaire tumor Er zijn aanwijzingen dat FDG-PET/CT, bij hoog-risicopatiënten met locally advanced maagcarcinoom,.
650
nvmdl
op CT waren gezien, waardoor onnodige chirurgie kan worden voorkomen Idealiter zou de kosteneffectiviteit hiervan ook voor de Nederlandse situatie moeten worden onderzocht Ook de studies en meta-analyse over FDG-PET/CT bij verdenking op recidief maagcarcinoom (bij patiënten die eerder curatief zijn behandeld) hebben belangrijke tekortkomingen, waarbij de twee primaire studies tegengestelde resultaten tonen Volgens de meta-analyse zijn de sensitiviteit en specificiteit van PET/CT en CT ongeveer vergelijkbaar In eerste instantie zal CT dus de voorkeur hebben, gezien de lagere kosten In onze klinische ervaring heeft FDG-PET/CT in sommige gevallen wel meerwaarde, bijvoorbeeld bij een hoge verdenking op recidief waarbij geen oorzaak wordt gevonden op conventionele diagnostiek Het gebruik van FDG-PET/CT bij verdenking op recidief zal Het is aannemelijk dat de sensitiviteit van FDG-PET en FDG-PET/CT lager is dan die van CT voor het opsporen van lymfekliermetastasen Daarentegen is het aannemelijk dat de specificiteit van PET en [<PERSOON>, ###], Ha ### [Ha, ###], <PERSOON> ###[<PERSOON>, ###], <PERSOON> ###[<PERSOON> ###[Park, Het is aannemelijk dat de sensitiviteit en specificiteit van FDG-PET gelijkwaardig zijn aan die van CT Bij verdenking op recidief maagcarcinoom is het aannemelijk dat de sensitiviteit en specificiteit van FDG-PET/CT gelijkwaardig zijn aan die van CT voor het opsporen van het recidief Er zijn aanwijzingen dat de sensitiviteit en specificiteit van FDG-PET/CT en CT gelijkwaardig zijn voor het voorspellen van lymfekliermetastasen op basis van de SUVmax van de primaire tumor Er zijn aanwijzingen dat FDG-PET/CT, bij hoog-risicopatiënten met locally advanced maagcarcinoom, <PERSOON> BBO, Seker M et al <PERSOON> role of #F-FDG PET/CT in the assessment of suspected recurrent gastric cancer after initial surgical resection can the results of FDG PET/CT influence patients' treatment decision <PERSOON> JY, Shim KN, <PERSOON> SE et al <PERSOON> Clinical Value of ##<PERSOON> on Positron Emission Tomography/Computed Tomography for Predicting Regional Lymph Node Metastasis and Non-curative Surgery in Primary Gastric Carcinoma Korean Journal of Gastroenterology/Taehan Sohwagi Hakhoe <PERSOON> YY, Song SY et al F##-fluorodeoxyglucose-positron emission tomography and computed tomography is not accurate in preoperative staging of gastric cancer Journal of <PERSOON> Korean Surgical Society <PERSOON> EY, <PERSOON> D et al <PERSOON> value of PET/CT for preoperative staging of advanced gastric cancer <PERSOON-##> in assessing lymph node status in gastric cancer Gastric Cancer ###;##(#) #-## <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> SP, Ahn DH et al <PERSOON> role of ##F-FDG PET/CT in the evaluation of gastric cancer recurrence after Park <PERSOON-##> S et al Usefulness of combined PET/CT to assess regional lymph node involvement in <PERSOON-##> C et al How useful is preoperative imaging for tumor, node, metastasis <PERSOON-##> VE et al A prospective evaluation of the utility of #-deoxy-#-[(##) F]fluoro-D-glucose positron emission tomography and computed tomography in staging locally advanced gastric cancer Cancer <PERSOON> Z, <PERSOON-##> J -Q.
670
nvmdl
Seker M et al <PERSOON> role of #F-FDG PET/CT in the assessment of suspected recurrent gastric cancer after initial surgical resection can the results of FDG PET/CT influence patients' treatment decision <PERSOON> JY, Shim KN, <PERSOON> SE et al <PERSOON> Clinical Value of ##<PERSOON> on Positron Emission Tomography/Computed Tomography for Predicting Regional Lymph Node Metastasis and Non-curative Surgery in Primary Gastric Carcinoma Korean Journal of Gastroenterology/Taehan Sohwagi Hakhoe <PERSOON> YY, Song SY et al F##-fluorodeoxyglucose-positron emission tomography and computed tomography is not accurate in preoperative staging of gastric cancer Journal of <PERSOON> Korean Surgical Society <PERSOON> EY, <PERSOON> D et al <PERSOON> value of PET/CT for preoperative staging of advanced gastric cancer <PERSOON> in assessing lymph node status in gastric cancer Gastric Cancer ###;##(#) #-## <PERSOON> JE, <PERSOON> SP, Ahn DH et al <PERSOON> role of ##F-FDG PET/CT in the evaluation of gastric cancer recurrence after Park <PERSOON-##> S et al Usefulness of combined PET/CT to assess regional lymph node involvement in <PERSOON-##> C et al How useful is preoperative imaging for tumor, node, metastasis <PERSOON-##> VE et al A prospective evaluation of the utility of #-deoxy-#-[(##) F]fluoro-D-glucose positron emission tomography and computed tomography in staging locally advanced gastric cancer Cancer <PERSOON-##> Z, <PERSOON-##> J -Q A systematic <PERSOON-##> J-N, Hua J et al ## F-fluorodeoxyglucose positron emission tomography to evaluate recurrent gastric cancer a systematic review and meta-analysis Journal of Gastroenterology & Hepatology ###;##(#) ###-## <PERSOON-##> H et al Is PET-CT suitable for predicting lymph node status for gastric cancer? Dit hoofdstuk is onderverdeeld in subhoofdstukken en/of paragrafen Om de inhoud te kunnen Welke(e) ervaring c q bewijs is er voor endoscopische behandeling van ECG? In Japan bestaat de meest uitgebreide expertise in het behandelen van EGC, samenhangend met de hoge incidentie van maagcarcinoom in Japan en grootschalige endoscopische screening waardoor meer dan de helft van de patiënten in een vroege fase gediagnosticeerd wordt ## De literatuur betreffende de endoscopische behandeling van EGC wordt dan ook op een overweldigende wijze De standaard behandeling voor geselecteerde patiënten met EGC in Japan is momenteel endoscopische resectie ## Het voordeel van endoscopische resectie ten opzichte van conventionele (partiële) maagresectie is dat het minder invasief en goedkoper is Daarnaast is het mogelijk om de tumor uitgebreid histologisch te analyseren en zijn na de endoscopische resectie alle chirurgische Beperkingen ten aanzien van bewijslast voor Japanse richtlijn In maart ### publiceerde de Japanse Gastric Cancer Association de eerste uitgave van hun richtlijnen voor de behandeling van maagcarcinoom Van deze richtlijnen is alleen een Engelse samenvatting beschikbaar (JGCA ##<DATUM> Deze samenvattingen zijn geschreven in de vorm van een protocol; gebaseerd op het klinische stadium wordt beschreven welke behandeling geïndiceerd is.
643
nvmdl
J et al ## F-fluorodeoxyglucose positron emission tomography to evaluate recurrent gastric cancer a systematic review and meta-analysis Journal of Gastroenterology & Hepatology ###;##(#) ###-## <PERSOON> H et al Is PET-CT suitable for predicting lymph node status for gastric cancer? Dit hoofdstuk is onderverdeeld in subhoofdstukken en/of paragrafen Om de inhoud te kunnen Welke(e) ervaring c q bewijs is er voor endoscopische behandeling van ECG? In Japan bestaat de meest uitgebreide expertise in het behandelen van EGC, samenhangend met de hoge incidentie van maagcarcinoom in Japan en grootschalige endoscopische screening waardoor meer dan de helft van de patiënten in een vroege fase gediagnosticeerd wordt ## De literatuur betreffende de endoscopische behandeling van EGC wordt dan ook op een overweldigende wijze De standaard behandeling voor geselecteerde patiënten met EGC in Japan is momenteel endoscopische resectie ## Het voordeel van endoscopische resectie ten opzichte van conventionele (partiële) maagresectie is dat het minder invasief en goedkoper is Daarnaast is het mogelijk om de tumor uitgebreid histologisch te analyseren en zijn na de endoscopische resectie alle chirurgische Beperkingen ten aanzien van bewijslast voor Japanse richtlijn In maart ### publiceerde de Japanse Gastric Cancer Association de eerste uitgave van hun richtlijnen voor de behandeling van maagcarcinoom Van deze richtlijnen is alleen een Engelse samenvatting beschikbaar (JGCA ##<DATUM> Deze samenvattingen zijn geschreven in de vorm van een protocol; gebaseerd op het klinische stadium wordt beschreven welke behandeling geïndiceerd is literatuur, waardoor een goede beoordeling van deze richtlijn niet mogelijk is Het belangrijkste bewijs komt uit grootschalige chirurgische series ()### patiënten) waarbij de histologische karakteristieken van vroegcarcinomen gerelateerd zijn aan de aanwezigheid van lymfkliermetastasen in het resectiepreparaat ## Hierdoor is het mogelijk groepen patiënten te identificeren waarbij er geen of slechts een geringe kans bestaat op lymfkliermetastasen en waarbij een volledige endoscopische resectie dus tot curatie kan leiden Deze chirurgische series, evenals cohort studies naar de resultaten van de EMR en ESD techniek zijn veelal (deels) gepubliceerd in het Japans waardoor hun wetenschappelijke inhoud niet adequaat kan worden beoordeeld Daarnaast betreft het veelal patiëntenseries of niet-systematische reviews Uit andere Oosterse landen (o a Korea) zijn er ook studies beschikbaar, doch deze hebben dezelfde beperkingen als de hiervoor genoemde Japanse artikelen In de Westerse wereld is er slechts beperkte ervaring met de endoscopische behandeling van EGC De grootste serie is afkomstig uit Wiesbaden en is momenteel ter publicatie aangeboden Het aantal patiënten in deze serie is echter klein ((###) ten opzichte van de series <PERSOON> De resultaten zijn echter vergelijkbaar en vormen geen aanleiding de informatie afkomstig uit de Japanse series te herzien Early Gastric Cancer wordt gedefinieerd als een tumor beperkt tot de mucosa of submucosa (T#), ongeacht de aanwezigheid van lymfkliermetastasen ## #<DATUM> Deze definitie heeft onmiskenbare beperkingen aangezien de aan- of afwezigheid van lymfkliermetastasen cruciaal is voor een succesvolle endoscopische behandeling Het probleem hierbij is dat de lymfklierstatus alleen door.
588
nvmdl
deze richtlijn niet mogelijk is Het belangrijkste bewijs komt uit grootschalige chirurgische series ()### patiënten) waarbij de histologische karakteristieken van vroegcarcinomen gerelateerd zijn aan de aanwezigheid van lymfkliermetastasen in het resectiepreparaat ## Hierdoor is het mogelijk groepen patiënten te identificeren waarbij er geen of slechts een geringe kans bestaat op lymfkliermetastasen en waarbij een volledige endoscopische resectie dus tot curatie kan leiden Deze chirurgische series, evenals cohort studies naar de resultaten van de EMR en ESD techniek zijn veelal (deels) gepubliceerd in het Japans waardoor hun wetenschappelijke inhoud niet adequaat kan worden beoordeeld Daarnaast betreft het veelal patiëntenseries of niet-systematische reviews Uit andere Oosterse landen (o a Korea) zijn er ook studies beschikbaar, doch deze hebben dezelfde beperkingen als de hiervoor genoemde Japanse artikelen In de Westerse wereld is er slechts beperkte ervaring met de endoscopische behandeling van EGC De grootste serie is afkomstig uit Wiesbaden en is momenteel ter publicatie aangeboden Het aantal patiënten in deze serie is echter klein ((###) ten opzichte van de series <PERSOON> De resultaten zijn echter vergelijkbaar en vormen geen aanleiding de informatie afkomstig uit de Japanse series te herzien Early Gastric Cancer wordt gedefinieerd als een tumor beperkt tot de mucosa of submucosa (T#), ongeacht de aanwezigheid van lymfkliermetastasen ## #<DATUM> Deze definitie heeft onmiskenbare beperkingen aangezien de aan- of afwezigheid van lymfkliermetastasen cruciaal is voor een succesvolle endoscopische behandeling Het probleem hierbij is dat de lymfklierstatus alleen door De kans op lokale lymfkliermetastasering kan echter adequaat worden ingeschat door histologische beoordeling van het endoscopisch resectiepreparaat (zie subhoofdstuk Gestelde aanvullende eisen Bij het interpreteren van Japanse literatuur over EGC is het van belang te weten dat diagnostische criteria tussen Japanse en Westerse clinici oorspronkelijk verschilden Laesies die door de meeste Westerse pathologen als ‘dysplasie' werden geduid werden veelal als adenocarcinoom bestempeld in Japan ### Dit verschil zou de lagere incidentie van <PERSOON> kunnen verklaren als ook resulteren in een gunstigere prognose van behandelingen in Japanse studies vergeleken met die <PERSOON> Hiernaast bleek dat er discrepantie bestaat tussen Westerse pathologen onderling, voor wat betreft diagnoses gebaseerd op biopten en resectiepreparaten Dit gebrek aan training bij Westerse pathologen om EGC op endoscopisch verkregen materiaal te identificeren is een belangrijke beperkende factor in de vergelijking van Japanse en Westerse studies ### Om deze reden is de <PERSOON> classificatie opgesteld Door het gebruik van deze classificatie zou deze discrepantie tussen Japanse en Westerse clinici dienen te verdwijnen De <PERSOON> classificatie is gebaseerd op een consensusmeeting en is daarna niet formeel geëvalueerd In deze classificatie worden de diagnoses die aanleiding gaven tot aanzienlijke discrepanties, te weten ‘high-grade De <PERSOON> classificatie wordt sindsdien in de Westerse wereld gezien als de standaard en is om deze reden ook geïncorporeerd in de Nederlandse richtlijn voor endoscopische behandeling Early Gastric Cancer (EGC), mits het voldoet aan strikte histologische criteria (zie tabel #), lijkt gezien de lage kans op lokale lymfkliermetastasen toegankelijk voor endoscopische therapie.
577
nvmdl
lokale lymfkliermetastasering kan echter adequaat worden ingeschat door histologische beoordeling van het endoscopisch resectiepreparaat (zie subhoofdstuk Gestelde aanvullende eisen Bij het interpreteren van Japanse literatuur over EGC is het van belang te weten dat diagnostische criteria tussen Japanse en Westerse clinici oorspronkelijk verschilden Laesies die door de meeste Westerse pathologen als ‘dysplasie' werden geduid werden veelal als adenocarcinoom bestempeld in Japan ### Dit verschil zou de lagere incidentie van <PERSOON> kunnen verklaren als ook resulteren in een gunstigere prognose van behandelingen in Japanse studies vergeleken met die <PERSOON> Hiernaast bleek dat er discrepantie bestaat tussen Westerse pathologen onderling, voor wat betreft diagnoses gebaseerd op biopten en resectiepreparaten Dit gebrek aan training bij Westerse pathologen om EGC op endoscopisch verkregen materiaal te identificeren is een belangrijke beperkende factor in de vergelijking van Japanse en Westerse studies ### Om deze reden is de <PERSOON> classificatie opgesteld Door het gebruik van deze classificatie zou deze discrepantie tussen Japanse en Westerse clinici dienen te verdwijnen De <PERSOON> classificatie is gebaseerd op een consensusmeeting en is daarna niet formeel geëvalueerd In deze classificatie worden de diagnoses die aanleiding gaven tot aanzienlijke discrepanties, te weten ‘high-grade De <PERSOON> classificatie wordt sindsdien in de Westerse wereld gezien als de standaard en is om deze reden ook geïncorporeerd in de Nederlandse richtlijn voor endoscopische behandeling Early Gastric Cancer (EGC), mits het voldoet aan strikte histologische criteria (zie tabel #), lijkt gezien de lage kans op lokale lymfkliermetastasen toegankelijk voor endoscopische therapie patiënten die niet voldoen aan deze criteria, dient alsnog een chirurgische resectie te worden samenvatting beschikbaar ##<DATUM> Volgens deze richtlijnen is Endoscopische mucosale resectie (EMR) geïndiceerd bij patiënten met goed tot matig gedifferentieerde mucosale tumoren van het intestinale type met een maximale diameter van # cm en waarbij het histologisch onderzoek van het resectiepreparaat geen submucosale infiltratie of vaso-invasieve/lymfangio-invasieve groei laat zien Het criterium van een tumordiameter ( # cm is gekozen omdat dit als limiet wordt beschouwd voor Deze criteria worden ondersteund door verschillende cohort studies van tenminste ### patiënten Deze studies onderzochten welke factoren samenhangen met de aanwezigheid van lymfkliermetastasen Factoren die in meerdere studies onafhankelijk samenhangen met lymfkliermetastasen zijn tumorgrootte ≥ # cm # #<DATUM> betrokkenheid van (lymf)vaten <DATUM> #<DATUM> ### en submucosale infiltratie #<DATUM> ### ## Andere factoren die in een enkel cohort werden aangetoond zijn Op basis van grote chirurgische series uit Japan () ### patiënten) waarbij de histologische karakteristieken van vroegcarcinomen gerelateerd zijn aan de aanwezigheid van lymfkliermetastasen in het resectiepreparaat is gesuggereerd dat de eerder genoemde indicaties voor Endoscopische mucosale resectie (EMR) te strikt zijn ## De volgende subgroepen kunnen worden onderscheiden, waarbij er vrijwel geen risico bestaat op lymfkliermetastasen Deze groepen zouden dus in Tabel # Early gastric cancer met een laag risico op lymfkliermetastasen Voor goed tot matig gedifferentieerde adenocarcinoom beperkt tot de mucosa is in afwezigheid van (lymf)angioinvasieve groei, de kans op lymfkliermetastasen ( # #% In de aanwezigheid van.
604
nvmdl
patiënten die niet voldoen aan deze criteria, dient alsnog een chirurgische resectie te worden samenvatting beschikbaar ##<DATUM> Volgens deze richtlijnen is Endoscopische mucosale resectie (EMR) geïndiceerd bij patiënten met goed tot matig gedifferentieerde mucosale tumoren van het intestinale type met een maximale diameter van # cm en waarbij het histologisch onderzoek van het resectiepreparaat geen submucosale infiltratie of vaso-invasieve/lymfangio-invasieve groei laat zien Het criterium van een tumordiameter ( # cm is gekozen omdat dit als limiet wordt beschouwd voor Deze criteria worden ondersteund door verschillende cohort studies van tenminste ### patiënten Deze studies onderzochten welke factoren samenhangen met de aanwezigheid van lymfkliermetastasen Factoren die in meerdere studies onafhankelijk samenhangen met lymfkliermetastasen zijn tumorgrootte ≥ # cm # #<DATUM> betrokkenheid van (lymf)vaten <DATUM> #<DATUM> ### en submucosale infiltratie #<DATUM> ### ## Andere factoren die in een enkel cohort werden aangetoond zijn Op basis van grote chirurgische series uit Japan () ### patiënten) waarbij de histologische karakteristieken van vroegcarcinomen gerelateerd zijn aan de aanwezigheid van lymfkliermetastasen in het resectiepreparaat is gesuggereerd dat de eerder genoemde indicaties voor Endoscopische mucosale resectie (EMR) te strikt zijn ## De volgende subgroepen kunnen worden onderscheiden, waarbij er vrijwel geen risico bestaat op lymfkliermetastasen Deze groepen zouden dus in Tabel # Early gastric cancer met een laag risico op lymfkliermetastasen Voor goed tot matig gedifferentieerde adenocarcinoom beperkt tot de mucosa is in afwezigheid van (lymf)angioinvasieve groei, de kans op lymfkliermetastasen ( # #% In de aanwezigheid van Voor slecht gedifferentieerd mucosaal adenocarcinoom met een diameter ( # cm en voor goed tot matig gedifferentieerde tumoren ( # cm met een minimale submucosale ingroei (Sm#) is, in afwezigheid van (lymf)angioinvasieve groei, de kans op lymfkliermetastasen gering, namelijk Welke work-up is noodzakelijk voordat tot een EMR kan worden overgegaan? Naar de mening van de werkgroep is een zo nauwkeurig mogelijke endoscopische beoordeling van het aspect en grootte van de tumor, in combinatie met biopten ter beoordeling van het histologisch type en tumordifferentiatie noodzakelijk voordat tot endoscopische resectie besloten Bij de endoscopische beoordeling dient bij voorkeur gebruik te worden gemaakt van hoog-resolutie endoscopie en chromo-endoscopie met indigo karmijn, waarbij in de beschrijving gebruikt gemaakt Een zo nauwkeurig mogelijke endoscopische beoordeling van het aspect en grootte van de tumor en het histologisch type en tumordifferentiatie is noodzakelijk voordat tot endoscopische mucosale resectie (EMR) besloten wordt De work-up voor de EMR omvat een endoscopische inspectie met hoge-resolutie endoscopie en chromo-endoscopie met indigo karmijn kleuring ter delineatie van de afwijking In combinatie met het histologisch onderzoek van de biopten wordt vervolgens de indicatie De zogenaamde <PERSOON>-classificatie maakt het mogelijk de endoscopische bevindingen te standaardiseren (zie tabel #) Deze classificatie is afkomstig uit Japan, en is in ### door <PERSOON> overgenomen tijdens een consensusmeeting in Parijs Er wordt hierbij een onderverdeling gemaakt in # macroscopische types De types # t/m # betreffen gevorderde stadia van de tumor, terwijl type # het oppervlakkige carcinoom beschrijft Binnen type # zijn er verschillende.
614
nvmdl
Voor slecht gedifferentieerd mucosaal adenocarcinoom met een diameter ( # cm en voor goed tot matig gedifferentieerde tumoren ( # cm met een minimale submucosale ingroei (Sm#) is, in afwezigheid van (lymf)angioinvasieve groei, de kans op lymfkliermetastasen gering, namelijk Welke work-up is noodzakelijk voordat tot een EMR kan worden overgegaan? Naar de mening van de werkgroep is een zo nauwkeurig mogelijke endoscopische beoordeling van het aspect en grootte van de tumor, in combinatie met biopten ter beoordeling van het histologisch type en tumordifferentiatie noodzakelijk voordat tot endoscopische resectie besloten Bij de endoscopische beoordeling dient bij voorkeur gebruik te worden gemaakt van hoog-resolutie endoscopie en chromo-endoscopie met indigo karmijn, waarbij in de beschrijving gebruikt gemaakt Een zo nauwkeurig mogelijke endoscopische beoordeling van het aspect en grootte van de tumor en het histologisch type en tumordifferentiatie is noodzakelijk voordat tot endoscopische mucosale resectie (EMR) besloten wordt De work-up voor de EMR omvat een endoscopische inspectie met hoge-resolutie endoscopie en chromo-endoscopie met indigo karmijn kleuring ter delineatie van de afwijking In combinatie met het histologisch onderzoek van de biopten wordt vervolgens de indicatie De zogenaamde <PERSOON>-classificatie maakt het mogelijk de endoscopische bevindingen te standaardiseren (zie tabel #) Deze classificatie is afkomstig uit Japan, en is in ### door <PERSOON> overgenomen tijdens een consensusmeeting in Parijs Er wordt hierbij een onderverdeling gemaakt in # macroscopische types De types # t/m # betreffen gevorderde stadia van de tumor, terwijl type # het oppervlakkige carcinoom beschrijft Binnen type # zijn er verschillende laesie juist onder het niveau van de mucosa, gedefinieerd als een van minder dan #,# mm (overeenkomend met de hoogte van de cup van geexcaveerde laesie, gedefinieerd als een niveauverschil van #,# mm of opzichte van de omgevende mucosa, zich uitend in een ulcus Type #-III afwijkingen zijn niet geschikt voor endoscopische resectie, enerzijds omdat het vooralsnog technisch niet mogelijk is de afwijking veilig endoscopisch te verwijderen anderzijds omdat type #-III afwijkingen nagenoeg altijd in de submucosa infiltreren In een serie van ### patiënten met Early Gastric Cancer (EGC) in Japan bleek de frequentie van submucosale invasie zoals gevonden in het resectiepreparaat ook afhankelijk te zijn van het endoscopisch aspect van type #-I en #-II afwijkingen Bij type #-I werd submucosale invasie gevonden in ##%, terwijl in type De waarde van Endoscopic Ultra Sound (EUS) in de work-up staat ter discussie Cohort-studies tonen accuratesses van )##% in de differentiatie van mucosale en submucosale infiltratie In deze studies was de endosonografist echter niet geblindeerd voor het endoscopisch aspect van de afwijking en studies bij maag- en slokdarmcarcinomen suggereren dat de accuracy van de EUS-stadiëring niet verschillen Indien specifiek naar submucosale tumoren wordt gekeken is de accuracy slechts ##% ### De grote centra in Japan gebruiken daarom EUS niet in de work-up voor een mogelijk vroegcarcinoom en varen op de endoscopische inspectie, de pre-EMR biopten en uiteindelijk het EMR preparaat Na de EMR bepaalt het histologisch onderzoek van het resectiepreparaat (bovenstaande criteria in acht nemend) het verdere beleid.
602
nvmdl
onder het niveau van de mucosa, gedefinieerd als een van minder dan #,# mm (overeenkomend met de hoogte van de cup van geexcaveerde laesie, gedefinieerd als een niveauverschil van #,# mm of opzichte van de omgevende mucosa, zich uitend in een ulcus Type #-III afwijkingen zijn niet geschikt voor endoscopische resectie, enerzijds omdat het vooralsnog technisch niet mogelijk is de afwijking veilig endoscopisch te verwijderen anderzijds omdat type #-III afwijkingen nagenoeg altijd in de submucosa infiltreren In een serie van ### patiënten met Early Gastric Cancer (EGC) in Japan bleek de frequentie van submucosale invasie zoals gevonden in het resectiepreparaat ook afhankelijk te zijn van het endoscopisch aspect van type #-I en #-II afwijkingen Bij type #-I werd submucosale invasie gevonden in ##%, terwijl in type De waarde van Endoscopic Ultra Sound (EUS) in de work-up staat ter discussie Cohort-studies tonen accuratesses van )##% in de differentiatie van mucosale en submucosale infiltratie In deze studies was de endosonografist echter niet geblindeerd voor het endoscopisch aspect van de afwijking en studies bij maag- en slokdarmcarcinomen suggereren dat de accuracy van de EUS-stadiëring niet verschillen Indien specifiek naar submucosale tumoren wordt gekeken is de accuracy slechts ##% ### De grote centra in Japan gebruiken daarom EUS niet in de work-up voor een mogelijk vroegcarcinoom en varen op de endoscopische inspectie, de pre-EMR biopten en uiteindelijk het EMR preparaat Na de EMR bepaalt het histologisch onderzoek van het resectiepreparaat (bovenstaande criteria in acht nemend) het verdere beleid worden van chromo-endoscopie met indigo karmijn en hoogresolutie endoscopie <PERSOON> endoscopic classifications ### ##; Update on the <PERSOON> classification <PATIENTNUMMER> Endoscopische classificatie van EGC volgens de <PERSOON>-classificatie geeft een zekere mate van voorspelling ten aanzien van de kans op submucosale ingroei van de tumor <PERSOON> endoscopic classifications ### ##; Update on the <PERSOON> classification <PATIENTNUMMER> De plaats van endoechografie bij EGC ten aanzien van de beoordeling op eventuele submucosale ingroei is onvoldoende onderzocht Endoechografie lijkt echter niet veel toe te voegen aan Voor verdere protocollering van endoscopische behandeling van Early Gastric Cancer (EGC) in <LOCATIE> is het van belang het endoscopische aspect van de leasie zo goed mogelijk vast te Endoscopische mucosale resectie (EMR) of endoscopische submucosale dissectie (ESD), wat zijn de Er bestaan geen gerandomiseerde studies die de effectiviteit en/of veiligheid van endoscopische mucosale resectie (EMR) bij patiënten met vroegcarcinomen vergelijken met die van een gastrectomie ### Een zeer kleine RCT met slechts ## patiënten vergelijkt twee typen EMR en ‘cutting' EMR beter zijn dan die van een ‘lift and cut' EMR ### Een andere niet gerandomiseerde studie concludeert dat EMR in vergelijking met een gastrectomie effectief en veilig is ### Een grote Koreaanse patiëntenserie beschrijft een complete resectie bij #<DATUM> met behulp van EMR submucosal dissection' (ESD) ## Hiermee is het mogelijk om grotere laesies endoscopisch en-bloc Studies uit Japan suggereren dat hiermee het aantal irradicale resecties kan worden verminderd ten opzichte van ‘piecemeal' EMR (dat wil zeggen.
628
nvmdl
indigo karmijn en hoogresolutie endoscopie <PERSOON> endoscopic classifications ### ##; Update on the <PERSOON> classification <PATIENTNUMMER> Endoscopische classificatie van EGC volgens de <PERSOON>-classificatie geeft een zekere mate van voorspelling ten aanzien van de kans op submucosale ingroei van de tumor <PERSOON> endoscopic classifications ### ##; Update on the <PERSOON> classification <PATIENTNUMMER> De plaats van endoechografie bij EGC ten aanzien van de beoordeling op eventuele submucosale ingroei is onvoldoende onderzocht Endoechografie lijkt echter niet veel toe te voegen aan Voor verdere protocollering van endoscopische behandeling van Early Gastric Cancer (EGC) in <LOCATIE> is het van belang het endoscopische aspect van de leasie zo goed mogelijk vast te Endoscopische mucosale resectie (EMR) of endoscopische submucosale dissectie (ESD), wat zijn de Er bestaan geen gerandomiseerde studies die de effectiviteit en/of veiligheid van endoscopische mucosale resectie (EMR) bij patiënten met vroegcarcinomen vergelijken met die van een gastrectomie ### Een zeer kleine RCT met slechts ## patiënten vergelijkt twee typen EMR en ‘cutting' EMR beter zijn dan die van een ‘lift and cut' EMR ### Een andere niet gerandomiseerde studie concludeert dat EMR in vergelijking met een gastrectomie effectief en veilig is ### Een grote Koreaanse patiëntenserie beschrijft een complete resectie bij #<DATUM> met behulp van EMR submucosal dissection' (ESD) ## Hiermee is het mogelijk om grotere laesies endoscopisch en-bloc Studies uit Japan suggereren dat hiermee het aantal irradicale resecties kan worden verminderd ten opzichte van ‘piecemeal' EMR (dat wil zeggen wordt verwijderd) ##<DATUM> ### Bij piecemeal EMR is het veelal niet mogelijk de radicaliteit aan de laterale randen adequaat te beoordelen aangezien reconstructie van de oorspronkelijke afwijking meestal niet mogelijk is Mogelijk gaat het hogere percentage radicale resecties gepaard met een lagere kans op locoregionale recidieven De bewijslast voor deze laatste veronderstelling is echter mager Na EMR en na ESD ondergaan patiënten stringente endoscopische follow-up om lokale recidieven en metachrone afwijkingen elders in de maag vroegtijdig te ontdekken Meestal kunnen dergelijke lokale recidieven alsnog adequaat worden behandeld en veelal kan dit met endoscopische technieken De beter gegarandeerde radicaliteit aan de laterale randen van de afwijking lijkt dus maar een betrekkelijk voordeel dat dient te worden gewogen tegen de nadelen van de ESD zoals een hogere technische complexiteit, langere procedureduur, een hoger complicatiepercentage, en beperkte beschikbaarheid in de Nederlandse setting (zie subhoofdstuk lange termijnuitkomsten en Het is aannemelijk dat met endoscopisch submucosale dissectie (ESD) een resectie vaker ‘enbloc' kan worden uitgevoerd dan met endoscopische mucosale resectie (EMR) Het is aannemelijk dat bij piecemal resecties van grotere laesies er meer lokaal recidieven optreden dan bij en-bloc resecties De klinische relevantie hiervan is - gezien de mogelijkheid van re-resectie Er zijn aanwijzingen dat ESD geassocieerd is met een langere procedureduur ten opzichte van EMR Daarnaast vereist ESD een hogere mate van endoscopische expertise Module <DATUM> Complicaties en maatregelen rondom een Wat zijn mogelijke complicaties en benodigde maatregelen rondom een endoscopische resectie?.
593
nvmdl
##<DATUM> ### Bij piecemeal EMR is het veelal niet mogelijk de radicaliteit aan de laterale randen adequaat te beoordelen aangezien reconstructie van de oorspronkelijke afwijking meestal niet mogelijk is Mogelijk gaat het hogere percentage radicale resecties gepaard met een lagere kans op locoregionale recidieven De bewijslast voor deze laatste veronderstelling is echter mager Na EMR en na ESD ondergaan patiënten stringente endoscopische follow-up om lokale recidieven en metachrone afwijkingen elders in de maag vroegtijdig te ontdekken Meestal kunnen dergelijke lokale recidieven alsnog adequaat worden behandeld en veelal kan dit met endoscopische technieken De beter gegarandeerde radicaliteit aan de laterale randen van de afwijking lijkt dus maar een betrekkelijk voordeel dat dient te worden gewogen tegen de nadelen van de ESD zoals een hogere technische complexiteit, langere procedureduur, een hoger complicatiepercentage, en beperkte beschikbaarheid in de Nederlandse setting (zie subhoofdstuk lange termijnuitkomsten en Het is aannemelijk dat met endoscopisch submucosale dissectie (ESD) een resectie vaker ‘enbloc' kan worden uitgevoerd dan met endoscopische mucosale resectie (EMR) Het is aannemelijk dat bij piecemal resecties van grotere laesies er meer lokaal recidieven optreden dan bij en-bloc resecties De klinische relevantie hiervan is - gezien de mogelijkheid van re-resectie Er zijn aanwijzingen dat ESD geassocieerd is met een langere procedureduur ten opzichte van EMR Daarnaast vereist ESD een hogere mate van endoscopische expertise Module <DATUM> Complicaties en maatregelen rondom een Wat zijn mogelijke complicaties en benodigde maatregelen rondom een endoscopische resectie? Indien er sprake is van een EGC in combinatie met een Helicobacter Pylori infectie dan dient deze te worden geeradiceerd om kans op metachrone afwijkingen te verminderen en om de Complicaties bij endoscopische resectie betreffen pijn, bloedingen en perforatie Tijdens de endoscopische mucosale resectie (EMR) of endoscopisch submucosale dissectie (ESD) procedure worden frequent (##%) bloedingen waargenomen doch deze kunnen nagenoeg altijd endoscopisch worden gecontroleerd Over het algemeen worden dergelijke bloedingen niet als complicatie gezien zolang zij niet pas manifest worden na beëindiging van de EMR procedure, een bloedtransfusie of een therapeutische interventie vereisen Klinisch relevante bloedingen treden op bij <DATUM> na EMR/ESD procedures en in ##% van de gevallen manifesteren deze zich binnen ## uur na de procedure De kans op bloedingen is geassocieerd met de lokatie van de tumor de kans is lager voor het bovenste derde deel van de maag dan voor het middelste en onderste deel ## Gerandomiseerde studies suggereren dat zuurremmende therapie door middel van protompompremmers (PPIs) het risico op een bloeding verlaagt ten opzichte van geen therapie of zuurremming met H#-receptor antagonisten #<DATUM> ##<DATUM> Andere gerandomiseerde studies suggereren dat zuurremmende therapie met PPIs en eradicatie van Helicobacter pylori de genezing van het ulcus bevordert ### Daarnaast toont een recente gerandomiseerde open-labelstudie aan dat eradicatie van een aanwezige Helicobacter pylori infectie de kans op het ontstaan van metachrone Perforatie is een relatief zeldzame complicatie na EMR en lijkt vaker voor te komen bij ESD (ongeveer #%).
564
nvmdl
combinatie met een Helicobacter Pylori infectie dan dient deze te worden geeradiceerd om kans op metachrone afwijkingen te verminderen en om de Complicaties bij endoscopische resectie betreffen pijn, bloedingen en perforatie Tijdens de endoscopische mucosale resectie (EMR) of endoscopisch submucosale dissectie (ESD) procedure worden frequent (##%) bloedingen waargenomen doch deze kunnen nagenoeg altijd endoscopisch worden gecontroleerd Over het algemeen worden dergelijke bloedingen niet als complicatie gezien zolang zij niet pas manifest worden na beëindiging van de EMR procedure, een bloedtransfusie of een therapeutische interventie vereisen Klinisch relevante bloedingen treden op bij <DATUM> na EMR/ESD procedures en in ##% van de gevallen manifesteren deze zich binnen ## uur na de procedure De kans op bloedingen is geassocieerd met de lokatie van de tumor de kans is lager voor het bovenste derde deel van de maag dan voor het middelste en onderste deel ## Gerandomiseerde studies suggereren dat zuurremmende therapie door middel van protompompremmers (PPIs) het risico op een bloeding verlaagt ten opzichte van geen therapie of zuurremming met H#-receptor antagonisten #<DATUM> ##<DATUM> Andere gerandomiseerde studies suggereren dat zuurremmende therapie met PPIs en eradicatie van Helicobacter pylori de genezing van het ulcus bevordert ### Daarnaast toont een recente gerandomiseerde open-labelstudie aan dat eradicatie van een aanwezige Helicobacter pylori infectie de kans op het ontstaan van metachrone Perforatie is een relatief zeldzame complicatie na EMR en lijkt vaker voor te komen bij ESD (ongeveer #%) (boven #%, midden #%, onder #%) en met ulceratie (#% vs #% perforatie bij respectievelijk wel en geen ulceraties) ## Het hogere perforatiepercentage na ESD reflecteert enerzijds de complexiteit van de procedure doch anderzijds kan ook de ruimere indicatiestelling van deze techniek hieraan ten grondslag liggen Veelal betreft het echter zeer kleine perforaties die direct tijdens de procedure worden onderkend en endoscopisch kunnen worden behandeld zonder dat het succespercentage Er zijn aanwijzingen dat endoscopisch submucosale dissectie (ESD) vaker gecompliceerd wordt <PERSOON> ###<DATUM> Oka <PATIENTNUMMER>; <PERSOON> <PATIENTNUMMER> Het is aannemelijk dat protompompremmers (PPI) het risico op bloedingen bij patiënten met Early Er zijn aanwijzingen dat eradicatie van Helicobacter Pylori voorafgaande aan een EMR niet zozeer de snelheid, maar wel de kwaliteit van het herstelproces verbetert Het is aannemelijk dat eradicatie van een aanwezige Helicobacter Pylori infectie de kans Als bij histologische beoordeling van het resectiepreparaat blijkt dat het diepe resectievlak niet vrij is van tumor, dan dient een chirurgische resectie te volgen In het geval van een positieve laterale resectiemarge bij een endoscopisch radicale (piecemeal) resectie is endoscopische follow-up gerechtvaardigd, waarbij aanvullende endoscopische resectie plaats kan vinden indien nodig In geval van positieve laterale resectieranden bij een endoscopisch niet radicale resectie dient op individuele gronden besloten te worden of aanvullende endoscopische therapie dan wel chirurgische <PERSOON> termijn uitkomsten en endoscopische follow-up De werkgroep pleit voor centralisering van endoscopische behandeling van Early Gastric Cancer Er is behoefte aan nader (<PERSOON>) onderzoek op het gebied van endoscopische behandeling van EGC.
587
nvmdl
respectievelijk wel en geen ulceraties) ## Het hogere perforatiepercentage na ESD reflecteert enerzijds de complexiteit van de procedure doch anderzijds kan ook de ruimere indicatiestelling van deze techniek hieraan ten grondslag liggen Veelal betreft het echter zeer kleine perforaties die direct tijdens de procedure worden onderkend en endoscopisch kunnen worden behandeld zonder dat het succespercentage Er zijn aanwijzingen dat endoscopisch submucosale dissectie (ESD) vaker gecompliceerd wordt <PERSOON> ###<DATUM> Oka <PATIENTNUMMER>; <PERSOON> <PATIENTNUMMER> Het is aannemelijk dat protompompremmers (PPI) het risico op bloedingen bij patiënten met Early Er zijn aanwijzingen dat eradicatie van Helicobacter Pylori voorafgaande aan een EMR niet zozeer de snelheid, maar wel de kwaliteit van het herstelproces verbetert Het is aannemelijk dat eradicatie van een aanwezige Helicobacter Pylori infectie de kans Als bij histologische beoordeling van het resectiepreparaat blijkt dat het diepe resectievlak niet vrij is van tumor, dan dient een chirurgische resectie te volgen In het geval van een positieve laterale resectiemarge bij een endoscopisch radicale (piecemeal) resectie is endoscopische follow-up gerechtvaardigd, waarbij aanvullende endoscopische resectie plaats kan vinden indien nodig In geval van positieve laterale resectieranden bij een endoscopisch niet radicale resectie dient op individuele gronden besloten te worden of aanvullende endoscopische therapie dan wel chirurgische <PERSOON> termijn uitkomsten en endoscopische follow-up De werkgroep pleit voor centralisering van endoscopische behandeling van Early Gastric Cancer Er is behoefte aan nader (<PERSOON>) onderzoek op het gebied van endoscopische behandeling van EGC De werkgroep is tevens van mening dat de techniek van endoscopisch submucosale dissectie (ESD) in <LOCATIE> meer aandacht behoeft Gezien de complexiteit van deze endoscopische procedure, en de eisen die deze techniek stelt aan de vaardigheden van de endoscopist, is het wenselijk zulks slechts op een enkele plaats in <LOCATIE> te ontwikkelen De uitkomsten van endoscopische mucosale resectie (EMR) voor gedifferentieerd Early Gastric Cancer (EGC) beperkt tot de mucosa en minder dan ## mm in diameter zijn vergelijkbaar met de uitkomsten na een maagresectie De ziektespecifieke #- en <LEEFTIJD>-jaars overleving is ##% Een follow-up studie onder ### patiënten, in één instituut, die EMR hadden ondergaan in de periode ###-### rapporteert een cumulatieve <LEEFTIJD>-jaars incidentie van #,#% voor ‘metachronous gastric De gemiddelde tijd tot detectie van een eerste MGC was #,<LEEFTIJD> jaar (sd #,#), met een range van ##,<LEEFTIJD> jaar Vrijwel alle eerste MGC (##,#%) werden curatief behandeld met een vervolg EMR De onderzoekers concluderen dat een jaarlijks endoscopisch surveillance programma adequaat is om MGC in een vroeg stadium te ontdekken, zodat deze curatief behandeld kan worden met EMR Studies naar lange termijn gevolgen van endoscopisch submucosale dissectie (ESD) lopen nog Het lijkt echter aannemelijk dat ook de eerder genoemde ‘uitgebreide criteria' vergelijkbare followup resultaten zullen opleveren Voor het bekijken van de evidencetabel klik hier Er zijn geen systematische reviews of RCT's van voldoende kwaliteit die de effectiviteit en veiligheid van endoscopische mucosale resectie (EMR) of endoscopisch submucosale dissectie (ESD) ten Het is aannemelijk dat met behulp van endoscopische resectietechnieken goede resultaten kunnen.
619
nvmdl
dat de techniek van endoscopisch submucosale dissectie (ESD) in <LOCATIE> meer aandacht behoeft Gezien de complexiteit van deze endoscopische procedure, en de eisen die deze techniek stelt aan de vaardigheden van de endoscopist, is het wenselijk zulks slechts op een enkele plaats in <LOCATIE> te ontwikkelen De uitkomsten van endoscopische mucosale resectie (EMR) voor gedifferentieerd Early Gastric Cancer (EGC) beperkt tot de mucosa en minder dan ## mm in diameter zijn vergelijkbaar met de uitkomsten na een maagresectie De ziektespecifieke #- en <LEEFTIJD>-jaars overleving is ##% Een follow-up studie onder ### patiënten, in één instituut, die EMR hadden ondergaan in de periode ###-### rapporteert een cumulatieve <LEEFTIJD>-jaars incidentie van #,#% voor ‘metachronous gastric De gemiddelde tijd tot detectie van een eerste MGC was #,<LEEFTIJD> jaar (sd #,#), met een range van ##,<LEEFTIJD> jaar Vrijwel alle eerste MGC (##,#%) werden curatief behandeld met een vervolg EMR De onderzoekers concluderen dat een jaarlijks endoscopisch surveillance programma adequaat is om MGC in een vroeg stadium te ontdekken, zodat deze curatief behandeld kan worden met EMR Studies naar lange termijn gevolgen van endoscopisch submucosale dissectie (ESD) lopen nog Het lijkt echter aannemelijk dat ook de eerder genoemde ‘uitgebreide criteria' vergelijkbare followup resultaten zullen opleveren Voor het bekijken van de evidencetabel klik hier Er zijn geen systematische reviews of RCT's van voldoende kwaliteit die de effectiviteit en veiligheid van endoscopische mucosale resectie (EMR) of endoscopisch submucosale dissectie (ESD) ten Het is aannemelijk dat met behulp van endoscopische resectietechnieken goede resultaten kunnen Er zijn aanwijzingen dat een surveillanceprogramma bestaande uit een jaarlijkse endoscopische controle in staat is om metachrone tumoren in een vroeg (en endoscopisch behandelbaar) stadium op te sporen <PERSOON> ### Hoewel vergelijkend onderzoek ontbreekt, lijkt het gerechtvaardigd aan te nemen dat chirurgische resectie gepaard gaat met een grotere morbiditeit en met hogere kosten dan endoscopische Endoscopische behandeling van Early Gastric Cancer (EGC) is <PERSOON> relatief onderontwikkeld ten opzichte van Noord-oost Azië Hoewel endoscopische behandeling van EGC door de werkgroep wordt gezien als de behandeling van keuze, ontbreken zoals al eerder genoemd grotere Westerse series naar de veiligheid en effectiviteit hiervan, terwijl Japanse series veelal niet Er zijn goede argumenten voor centralisatie van de endoscopische behandeling van EGC • Effectieve behandeling vereist een adequate endoscopische work-up vóór de behandeling, en intensieve endoscopische controles na de behandeling Behoudens ‘state of the art' endoscopische apparatuur is ook expertise noodzakelijk voor toepassing van kleurtechnieken en herkenning van de vaak subtiele endoscopische tekenen van • De behandeling vereist specifieke endoscopische vaardigheid, niet alleen voor de resectie zelf, maar ook voor het behandelen van potentiële complicaties (bloedingen, • Beoordeling van biopten en endoscopische resectiepreparaten vereist specifieke expertise pathologen en chirurgen met specifieke interesse op dit gebied participeren, de kwaliteit Chirurgie is de enige curatieve behandelingsmethode voor maagcarcinoom, maar desondanks sterven er na een in opzet curatieve operatie nog veel patiënten aan recidief of metastasen van hun ziekte.
608
nvmdl
Er zijn aanwijzingen dat een surveillanceprogramma bestaande uit een jaarlijkse endoscopische controle in staat is om metachrone tumoren in een vroeg (en endoscopisch behandelbaar) stadium op te sporen <PERSOON> ### Hoewel vergelijkend onderzoek ontbreekt, lijkt het gerechtvaardigd aan te nemen dat chirurgische resectie gepaard gaat met een grotere morbiditeit en met hogere kosten dan endoscopische Endoscopische behandeling van Early Gastric Cancer (EGC) is <PERSOON> relatief onderontwikkeld ten opzichte van Noord-oost Azië Hoewel endoscopische behandeling van EGC door de werkgroep wordt gezien als de behandeling van keuze, ontbreken zoals al eerder genoemd grotere Westerse series naar de veiligheid en effectiviteit hiervan, terwijl Japanse series veelal niet Er zijn goede argumenten voor centralisatie van de endoscopische behandeling van EGC • Effectieve behandeling vereist een adequate endoscopische work-up vóór de behandeling, en intensieve endoscopische controles na de behandeling Behoudens ‘state of the art' endoscopische apparatuur is ook expertise noodzakelijk voor toepassing van kleurtechnieken en herkenning van de vaak subtiele endoscopische tekenen van • De behandeling vereist specifieke endoscopische vaardigheid, niet alleen voor de resectie zelf, maar ook voor het behandelen van potentiële complicaties (bloedingen, • Beoordeling van biopten en endoscopische resectiepreparaten vereist specifieke expertise pathologen en chirurgen met specifieke interesse op dit gebied participeren, de kwaliteit Chirurgie is de enige curatieve behandelingsmethode voor maagcarcinoom, maar desondanks sterven er na een in opzet curatieve operatie nog veel patiënten aan recidief of metastasen van hun ziekte behandelingen dan alleen chirurgie om de kans op recidief en/of metastasen te verkleinen en daarmee de kans op overleving te vergroten In deze module worden aanvullende Bij deze update is de module gesplitst in twee afzonderlijke submodules (neo-adjuvante en adjuvante behandelingen) Inhoudelijk is in de submodule adjuvante behandelingen het onderdeel over adjuvante chemoradiatie geactualiseerd Verder zijn er inhoudelijk geen wijzigingen aangebracht Wat is de plaats van neoadjuvante chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van Het doel van neo-adjuvante (preoperatieve) chemotherapie is om eventuele microscopisch kleine afstandsmetastasen te behandelen en eventueel ook om de primaire tumor te verkleinen waardoor de kans op een radicale (microscopisch complete) resectie wordt vergroot Een voordeel van de operatie is een grotere tolerantie voor de behandeling omdat direct na de operatie operatiegerelateerde problemen/complicaties een rol kunnen gaan spelen, wat chemotherapie op dat moment onmogelijk maakt dan wel uitstelt ## Er zijn echter ook mogelijke nadelen van neo-adjuvante therapie Patiënten met een vroege vorm van maagcarcinoom (stadium # en I) kunnen overbehandeld worden Deze patiënten lopen kans op onnodige morbiditeit hetgeen het succes van Drie systematische reviews ### #<DATUM> en een RCT ## rapporteerden over neo-adjuvante chemotherapie In totaal wordt verwezen naar # RCT´s Hiervan zijn # relevant voor deze vraag en uitgevoerd in Westerse landen de Engelse MAGIC trial (zie perioperatieve chemotherapie) en de De Dutch Gastric Cancer Group (###) onderzocht het effect van preoperatieve #-Fluor-ouracil, doxorubicin en methotrexate (FAMTX) Alhoewel de <LEEFTIJD>-jaars overleving in de chemotherapie groep.
574
nvmdl
te verkleinen en daarmee de kans op overleving te vergroten In deze module worden aanvullende Bij deze update is de module gesplitst in twee afzonderlijke submodules (neo-adjuvante en adjuvante behandelingen) Inhoudelijk is in de submodule adjuvante behandelingen het onderdeel over adjuvante chemoradiatie geactualiseerd Verder zijn er inhoudelijk geen wijzigingen aangebracht Wat is de plaats van neoadjuvante chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van Het doel van neo-adjuvante (preoperatieve) chemotherapie is om eventuele microscopisch kleine afstandsmetastasen te behandelen en eventueel ook om de primaire tumor te verkleinen waardoor de kans op een radicale (microscopisch complete) resectie wordt vergroot Een voordeel van de operatie is een grotere tolerantie voor de behandeling omdat direct na de operatie operatiegerelateerde problemen/complicaties een rol kunnen gaan spelen, wat chemotherapie op dat moment onmogelijk maakt dan wel uitstelt ## Er zijn echter ook mogelijke nadelen van neo-adjuvante therapie Patiënten met een vroege vorm van maagcarcinoom (stadium # en I) kunnen overbehandeld worden Deze patiënten lopen kans op onnodige morbiditeit hetgeen het succes van Drie systematische reviews ### #<DATUM> en een RCT ## rapporteerden over neo-adjuvante chemotherapie In totaal wordt verwezen naar # RCT´s Hiervan zijn # relevant voor deze vraag en uitgevoerd in Westerse landen de Engelse MAGIC trial (zie perioperatieve chemotherapie) en de De Dutch Gastric Cancer Group (###) onderzocht het effect van preoperatieve #-Fluor-ouracil, doxorubicin en methotrexate (FAMTX) Alhoewel de <LEEFTIJD>-jaars overleving in de chemotherapie groep significant (p=#,##) Bovendien werd deze studie vroegtijdig gestopt vanwege onvoldoende inclusie, waardoor de power van deze studie gering is Uit de literatuur zijn geen duidelijke conclusies te trekken over de waarde van neo-adjuvante Wat is de plaats van neoadjuvante radiotherapie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Eén systematische review onderzocht het effect van neo-adjuvante radiotherapie op de overleving bij patiënten met curatieve chirurgie ## Vier RCT´s met daarin ### patiënten werden ingesloten De grootste studie met ### patiënten kwam uit China en includeerde alleen patiënten met een cardiacarcinoom De overige drie studies kwamen uit Rusland en Oekraïne en waren van matige kwaliteit Uit de resultaten van de meta-analyse bleek zowel de <LEEFTIJD>-jaars mortaliteit als de <LEEFTIJD>-jaars mortaliteit lager in de groep van patiënten die preoperatief radiotherapie ontvingen (<LEEFTIJD>-jaars mortaliteit Het is aannemelijk dat neo-adjuvante radiotherapie in vergelijking met operatie de kans op overleving Wat is de plaats van neoadjuvante chemoradiatie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Er zijn geen gerandomiseerde studies gevonden over neo-adjuvante chemoradiatie Wel is in een prospectieve patiënten serie een positief effect gesuggereerd op pathologische respons # Uit de literatuur is geen conclusie te trekken over de effectiviteit van neo-adjuvante chemoradiatie Wat is de plaats van neoadjuvante perioperatieve chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van Het is aan te bevelen perioperatieve chemotherapie met een ECF-achtig schema aan te bieden aan patiënten met een resectabel maagcarcinoom (meer dan stadium I) die daar qua conditie en comorbiditeit voor in aanmerking komen De grootste gerandomiseerde studie waarbij chemotherapie voor en na de operatie werd onderzocht.
609
nvmdl
power van deze studie gering is Uit de literatuur zijn geen duidelijke conclusies te trekken over de waarde van neo-adjuvante Wat is de plaats van neoadjuvante radiotherapie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Eén systematische review onderzocht het effect van neo-adjuvante radiotherapie op de overleving bij patiënten met curatieve chirurgie ## Vier RCT´s met daarin ### patiënten werden ingesloten De grootste studie met ### patiënten kwam uit China en includeerde alleen patiënten met een cardiacarcinoom De overige drie studies kwamen uit Rusland en Oekraïne en waren van matige kwaliteit Uit de resultaten van de meta-analyse bleek zowel de <LEEFTIJD>-jaars mortaliteit als de <LEEFTIJD>-jaars mortaliteit lager in de groep van patiënten die preoperatief radiotherapie ontvingen (<LEEFTIJD>-jaars mortaliteit Het is aannemelijk dat neo-adjuvante radiotherapie in vergelijking met operatie de kans op overleving Wat is de plaats van neoadjuvante chemoradiatie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Er zijn geen gerandomiseerde studies gevonden over neo-adjuvante chemoradiatie Wel is in een prospectieve patiënten serie een positief effect gesuggereerd op pathologische respons # Uit de literatuur is geen conclusie te trekken over de effectiviteit van neo-adjuvante chemoradiatie Wat is de plaats van neoadjuvante perioperatieve chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van Het is aan te bevelen perioperatieve chemotherapie met een ECF-achtig schema aan te bieden aan patiënten met een resectabel maagcarcinoom (meer dan stadium I) die daar qua conditie en comorbiditeit voor in aanmerking komen De grootste gerandomiseerde studie waarbij chemotherapie voor en na de operatie werd onderzocht In deze studie werden ### patiënten at random verdeeld in een perioperatieve chemotherapie groep (n=###) en een groep die alleen operatie onderging (n=###) De chemotherapie bestond uit # pre- en # postoperatieve cycli met epirubicine, cisplatinum en #fluorouracil (ECF) Na een mediane follow-up van vier jaar waren ### patiënten uit de chemotherapie groep overleden en ### uit de alleen chirurgie groep De HR voor algehele overleving van de chemotherapie groep in vergelijking met de chirurgie groep was #,## (##% BI van waren kleiner in de chemotherapie groep dan in de groep patiënten met alleen chirurgie (# cm vs # cm, <PERSOON> moet worden dat slechts ##% van de patiënten alle geplande kuren kon afmaken, hetgeen met name werd veroorzaakt door de zwaarte van de postoperatieve Het is aannemelijk dat een perioperatieve behandeling met chemotherapie een positief effect Perioperatieve chemotherapie met meer effectieve cytostatica lijkt de beste resultaten op te leveren ook in de setting van Westerse patiënten, hierbij adequate chirurgie en mede de wel bestaande, maar beperkte effectiviteit van adjuvante chemotherapie in overweging nemende De resultaten uit de studie van Cunningham worden bevestigd door de gegevens uit het abstract van Boige op de ASCO in ###, Wat is de plaats van adjuvante chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Het doel van adjuvante therapie is om de kans op recidief en metastasen na de operatie te verkleinen Er zijn aanzienlijk meer studies die de effectiviteit van adjuvante therapie onderzoeken dan van neo-adjuvante therapie.
610
nvmdl
patiënten at random verdeeld in een perioperatieve chemotherapie groep (n=###) en een groep die alleen operatie onderging (n=###) De chemotherapie bestond uit # pre- en # postoperatieve cycli met epirubicine, cisplatinum en #fluorouracil (ECF) Na een mediane follow-up van vier jaar waren ### patiënten uit de chemotherapie groep overleden en ### uit de alleen chirurgie groep De HR voor algehele overleving van de chemotherapie groep in vergelijking met de chirurgie groep was #,## (##% BI van waren kleiner in de chemotherapie groep dan in de groep patiënten met alleen chirurgie (# cm vs # cm, <PERSOON> moet worden dat slechts ##% van de patiënten alle geplande kuren kon afmaken, hetgeen met name werd veroorzaakt door de zwaarte van de postoperatieve Het is aannemelijk dat een perioperatieve behandeling met chemotherapie een positief effect Perioperatieve chemotherapie met meer effectieve cytostatica lijkt de beste resultaten op te leveren ook in de setting van Westerse patiënten, hierbij adequate chirurgie en mede de wel bestaande, maar beperkte effectiviteit van adjuvante chemotherapie in overweging nemende De resultaten uit de studie van Cunningham worden bevestigd door de gegevens uit het abstract van Boige op de ASCO in ###, Wat is de plaats van adjuvante chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Het doel van adjuvante therapie is om de kans op recidief en metastasen na de operatie te verkleinen Er zijn aanzienlijk meer studies die de effectiviteit van adjuvante therapie onderzoeken dan van neo-adjuvante therapie adjuvante chemotherapie De methodologische kwaliteit van de geïncludeerde studies varieert van matig tot hoog De resultaten van deze meta-analyses worden in tabel # beschreven Alle studies beschrijven resultaten met behulp van een OR Echter, omdat de OR het klinische effect in populaties met een hoog basis risico overschat, is vooral de absolute risicoreductie van belang De absolute reductie in risico door adjuvante chemotherapie wordt geschat op # tot #% (zie tabel #) Een zevende meta-analyse werd geïdentificeerd maar kon niet worden verkregen ### Gebaseerd op de resultaten In de meest recente meta-analyse van Zhao werd ook subgroep analyse gedaan en was het effect in de Westerse subgroep beduidend kleiner dan in de Aziatische subgroep (OR # ## vs # ##) ### Opmerkelijker wijze leek het effect het grootste met mitomycine-bevattende schema's Tabel # Resultaten van meta-analyses naar het effect van adjuvante chemotherapie op Twaalf recente gerandomiseerde studies onderzochten de effecten van adjuvante chemotherapie; hierbij waren # Europese studies Vijf hiervan vergeleken de effecten van adjuvante chemotherapie met die van operatie alleen ## ## <DATUM> ## Deze studies includeerden tussen de ### en de ### patiënten Hoewel alle studies een verlaging van het risico op overlijden laten zien binnen vijf jaren zijn de gevonden verschillen niet significant (zie tabel #) Bovendien is de absolute risicoreductie beperkt tot maximaal #,#% De HR voor <LEEFTIJD>-jaars overleving varieert van #,## tot #,## en voor ziekte Twee RCT´s vergeleken twee soorten chemotherapie; de eerste onderzocht een behandeling met.
633
nvmdl
varieert van matig tot hoog De resultaten van deze meta-analyses worden in tabel # beschreven Alle studies beschrijven resultaten met behulp van een OR Echter, omdat de OR het klinische effect in populaties met een hoog basis risico overschat, is vooral de absolute risicoreductie van belang De absolute reductie in risico door adjuvante chemotherapie wordt geschat op # tot #% (zie tabel #) Een zevende meta-analyse werd geïdentificeerd maar kon niet worden verkregen ### Gebaseerd op de resultaten In de meest recente meta-analyse van Zhao werd ook subgroep analyse gedaan en was het effect in de Westerse subgroep beduidend kleiner dan in de Aziatische subgroep (OR # ## vs # ##) ### Opmerkelijker wijze leek het effect het grootste met mitomycine-bevattende schema's Tabel # Resultaten van meta-analyses naar het effect van adjuvante chemotherapie op Twaalf recente gerandomiseerde studies onderzochten de effecten van adjuvante chemotherapie; hierbij waren # Europese studies Vijf hiervan vergeleken de effecten van adjuvante chemotherapie met die van operatie alleen ## ## <DATUM> ## Deze studies includeerden tussen de ### en de ### patiënten Hoewel alle studies een verlaging van het risico op overlijden laten zien binnen vijf jaren zijn de gevonden verschillen niet significant (zie tabel #) Bovendien is de absolute risicoreductie beperkt tot maximaal #,#% De HR voor <LEEFTIJD>-jaars overleving varieert van #,## tot #,## en voor ziekte Twee RCT´s vergeleken twee soorten chemotherapie; de eerste onderzocht een behandeling met behandeling met alleen mitomycine bij een groep van ### patiënten ## De driejarige ziekte vrije overleving was in de groep met de combinatie chemotherapie ##,#% in vergelijking met ##,#% in de mono chemotherapie groep (p=#,###) Na drie jaar was nog ##,#% van de patiënten in leven die de combinatie chemotherapie hadden ontvangen en ##,#% van de patiënten met mono chemotherapie (p=#,##) De behandeling met combinatie chemotherapie was haalbaar en werd goed getolereerd, maar er is een grotere studie nodig om het eventuele voordeel van de ene behandeling boven de andere behandeling aan te tonen De andere RCT vergeleek de effecten van het PELFw schema (cisplatinum, epidoxorubicin en glutathione met ondersteuning van filgrastim) met die van #fluorouracil en leucovorin in een groep van ### patiënten met een hoog risico op een recidief ## De <LEEFTIJD>-jaars overleving was ##% in de PELFw arm en ##% in de #-FU/LV arm Het PELFw schema verlaagde het risico op overlijden niet (HR #,##, ##% BI #,## - #,##) Minder dan ##% van de patiënten in beide groepen kreeg een ernstige bijwerking (graad # of #) De behandeling werd matig getolereerd; het aantal patiënten dat de behandeling ontving zoals gepland was slechts #,#% in de PELFw groep en ##% in the #-FU/LV groep Bij een meerderheid van de patiënten was het nodig om de dosis te verlagen of grotere rustperiodes in te lassen Tabel # Resultaten van recente Europese RCT´s naar het effect van postoperatieve chemotherapie in vergelijking met operatie alleen bij patiënten met maagcarcinoom.
687
nvmdl
groep van ### patiënten ## De driejarige ziekte vrije overleving was in de groep met de combinatie chemotherapie ##,#% in vergelijking met ##,#% in de mono chemotherapie groep (p=#,###) Na drie jaar was nog ##,#% van de patiënten in leven die de combinatie chemotherapie hadden ontvangen en ##,#% van de patiënten met mono chemotherapie (p=#,##) De behandeling met combinatie chemotherapie was haalbaar en werd goed getolereerd, maar er is een grotere studie nodig om het eventuele voordeel van de ene behandeling boven de andere behandeling aan te tonen De andere RCT vergeleek de effecten van het PELFw schema (cisplatinum, epidoxorubicin en glutathione met ondersteuning van filgrastim) met die van #fluorouracil en leucovorin in een groep van ### patiënten met een hoog risico op een recidief ## De <LEEFTIJD>-jaars overleving was ##% in de PELFw arm en ##% in de #-FU/LV arm Het PELFw schema verlaagde het risico op overlijden niet (HR #,##, ##% BI #,## - #,##) Minder dan ##% van de patiënten in beide groepen kreeg een ernstige bijwerking (graad # of #) De behandeling werd matig getolereerd; het aantal patiënten dat de behandeling ontving zoals gepland was slechts #,#% in de PELFw groep en ##% in the #-FU/LV groep Bij een meerderheid van de patiënten was het nodig om de dosis te verlagen of grotere rustperiodes in te lassen Tabel # Resultaten van recente Europese RCT´s naar het effect van postoperatieve chemotherapie in vergelijking met operatie alleen bij patiënten met maagcarcinoom Sakuramoto behandelde ### patiënten na de operatie met de S-# orale chemotherapie (een #-FU-afgeleide) en ### patiënten alleen met een chirurgische behandeling ### Na drie jaar was ##,#% (##% BI ##,#-##,#%) van de patiënten met chemotherapie nog in leven Bij de groep die alleen een chirurgische behandeling had ondergaan was dit ##,#% (##,#-##,#%) De HR voor sterfte in de S-# groep, in vergelijking met de chirurgie groep, was #,## (##% BI #,## - #,##) Nakajima vond ook een voordeel van chemotherapie na curatieve chirurgische behandeling in vergelijking met een groep die alleen chirurgie had ondergaan ### De HR voor sterfte in de groep patiënten die met uracil-tegafur waren behandeld was, in vergelijking met de groep die alleen chirurgie had ondergaan, #,## (##% BI #,##-#,##) Sakuramoto en Nakajima concluderen dat de behandeling met chemotherapie na een operatie leidt tot een hogere overlevingskans Nashimoto vond geen significant effect van de behandeling met mitomycin, fluorouracil (FU) en cytarabine ### De <LEEFTIJD>-jaars overleving was hoger in de chemotherapie groep (##,#% met ##% BI ##,#-##,#%) dan in de chirurgie groep (##,#% ##% BI ##,#-##,#%), maar dit verschil was niet <PERSOON> de enige Aziatische RCT van matige methodologische kwaliteit vergeleek drie verschillende chemotherapie behandelingen ## Zij vonden dat het toevoegen van <INSTELLING> (mitomycin C) en/of doxorubicin aan #-fluorouracil alleen geen verschil maakte wat betreft algehele overleving na # jaren In een kleine RCT is het effect van intra-arteriele chemotherapie onderzocht ### Deze behandeling in.
781
nvmdl
patiënten na de operatie met de S-# orale chemotherapie (een #-FU-afgeleide) en ### patiënten alleen met een chirurgische behandeling ### Na drie jaar was ##,#% (##% BI ##,#-##,#%) van de patiënten met chemotherapie nog in leven Bij de groep die alleen een chirurgische behandeling had ondergaan was dit ##,#% (##,#-##,#%) De HR voor sterfte in de S-# groep, in vergelijking met de chirurgie groep, was #,## (##% BI #,## - #,##) Nakajima vond ook een voordeel van chemotherapie na curatieve chirurgische behandeling in vergelijking met een groep die alleen chirurgie had ondergaan ### De HR voor sterfte in de groep patiënten die met uracil-tegafur waren behandeld was, in vergelijking met de groep die alleen chirurgie had ondergaan, #,## (##% BI #,##-#,##) Sakuramoto en Nakajima concluderen dat de behandeling met chemotherapie na een operatie leidt tot een hogere overlevingskans Nashimoto vond geen significant effect van de behandeling met mitomycin, fluorouracil (FU) en cytarabine ### De <LEEFTIJD>-jaars overleving was hoger in de chemotherapie groep (##,#% met ##% BI ##,#-##,#%) dan in de chirurgie groep (##,#% ##% BI ##,#-##,#%), maar dit verschil was niet <PERSOON> de enige Aziatische RCT van matige methodologische kwaliteit vergeleek drie verschillende chemotherapie behandelingen ## Zij vonden dat het toevoegen van <INSTELLING> (mitomycin C) en/of doxorubicin aan #-fluorouracil alleen geen verschil maakte wat betreft algehele overleving na # jaren In een kleine RCT is het effect van intra-arteriele chemotherapie onderzocht ### Deze behandeling in Alhoewel alle studies en meta-analyses een positieve trend laten zien, kan niet worden aangetoond dat adjuvante chemotherapie de kans op overleving significant verbetert (# A# RCT´s en # B) Bovendien is de klinische winst beperkt met de in die studies gebruikte chemotherapie schema's Wat is de plaats van adjuvante intraperitoneale chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van Intraperitoneale chemotherapie zou een mogelijk adjuvante behandeling van maagcarcinoom kunnen zijn omdat recidief vaak optreedt in de peritoneale holte Het effect van adjuvante peritoneale chemotherapie versus alleen operatie werd onderzocht in twee meta-analyses van RCT´s ##<DATUM> <PERSOON> includeerde ## RCT´s en poolde de resultaten voor iedere type interventie apart ### HRs voor overleving varieerden van #,## (##% BI #,##-#,##) voor ‘hyperthermische en vroege Resultaten voor # van de # typen interventies waren significant in het voordeel van de peritoneale chemotherapie <PERSOON> includeerde ## RCT´s en rapporteerde een OR voor risico op overlijden van #,## (##% BI #,##-#,##) ten gunste van de peritoneale chemotherapie ### Beide meta-analyses suggereren een mogelijk positief effect van intra-peritoneale adjuvante chemotherapie, maar op # RCT´s na zijn alle studies klein en afkomstig uit Aziatische landen Twee kleine Oostenrijkse RCT´s die in beide meta-analyses zijn ingesloten laten geen effect zien van deze vorm van chemotherapie Het is aannemelijk dat intraperitoneale chemotherapie de overleving niet verbetert Wat is de plaats van adjuvante radiotherapie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Hallissey vergeleek postoperatieve chemotherapie en radiotherapie met chirurgie alleen in een driearmige studie met ### patiënten, maar vond geen verschil in <LEEFTIJD>-jaars overleving tussen patiënten met.
767
nvmdl
niet worden aangetoond dat adjuvante chemotherapie de kans op overleving significant verbetert (# A# RCT´s en # B) Bovendien is de klinische winst beperkt met de in die studies gebruikte chemotherapie schema's Wat is de plaats van adjuvante intraperitoneale chemotherapie bij de (curatieve) behandeling van Intraperitoneale chemotherapie zou een mogelijk adjuvante behandeling van maagcarcinoom kunnen zijn omdat recidief vaak optreedt in de peritoneale holte Het effect van adjuvante peritoneale chemotherapie versus alleen operatie werd onderzocht in twee meta-analyses van RCT´s ##<DATUM> <PERSOON> includeerde ## RCT´s en poolde de resultaten voor iedere type interventie apart ### HRs voor overleving varieerden van #,## (##% BI #,##-#,##) voor ‘hyperthermische en vroege Resultaten voor # van de # typen interventies waren significant in het voordeel van de peritoneale chemotherapie <PERSOON> includeerde ## RCT´s en rapporteerde een OR voor risico op overlijden van #,## (##% BI #,##-#,##) ten gunste van de peritoneale chemotherapie ### Beide meta-analyses suggereren een mogelijk positief effect van intra-peritoneale adjuvante chemotherapie, maar op # RCT´s na zijn alle studies klein en afkomstig uit Aziatische landen Twee kleine Oostenrijkse RCT´s die in beide meta-analyses zijn ingesloten laten geen effect zien van deze vorm van chemotherapie Het is aannemelijk dat intraperitoneale chemotherapie de overleving niet verbetert Wat is de plaats van adjuvante radiotherapie bij de (curatieve) behandeling van maagcarcinoom? Hallissey vergeleek postoperatieve chemotherapie en radiotherapie met chirurgie alleen in een driearmige studie met ### patiënten, maar vond geen verschil in <LEEFTIJD>-jaars overleving tussen patiënten met Het is aannemelijk dat adjuvante radiotherapie de kans op overleving niet verbetert in Wat voegt adjuvante chemoradiatie toe aan de overall survival en lokale controle bij patiënten met In deze submodule worden twee uitgangsvragen evidence based onderzocht, te weten de bijdrage van adjuvante chemoradiatie aan overall survival en lokale controle na respectievelijk een In de versie # # van de richtlijn (###) werd perioperatieve chemotherapie met een ECF-achtig schema aanbevolen voor patiënten met een resectabel maagcarcinoom Bij de inventarisatie van knelpunten in de praktijk voorafgaand aan revisie <DATUM> van de richtlijn is het te volgen beleid bij een R#resectie na neoadjuvante behandeling naar voren gekomen als klinisch probleem aangezien met name de laatste situatie vaak de vraag oproept of de adjuvante chemotherapie vervangen zou moeten In versie # # van de richtlijn (###) werd aanbevolen om in het geval van een R#-resectie zonder Na neoadjuvante chemotherapie en een R#-resectie is er op basis van literatuur onvoldoende bewijs voor een keus tussen adjuvante chemotherapie danwel adjuvante chemoradiatie Adjuvante chemoradiatie kan overwogen worden bij slechte respons op neoadjuvante chemotherapie en/of In situaties waarbij geen neoadjuvante chemotherapie gegeven is en een R#-resectie is verricht moet overwogen worden adjuvante chemoradiatie te geven bij ongunstige histologische kenmerken (<PERSOON><DATUM> De toxiciteit van de behandeling, de postoperatieve conditie van patiënt en de co-morbiditeit van patiënt dienen meegewogen te worden in de besluitvorming.
609
nvmdl
adjuvante radiotherapie de kans op overleving niet verbetert in Wat voegt adjuvante chemoradiatie toe aan de overall survival en lokale controle bij patiënten met In deze submodule worden twee uitgangsvragen evidence based onderzocht, te weten de bijdrage van adjuvante chemoradiatie aan overall survival en lokale controle na respectievelijk een In de versie # # van de richtlijn (###) werd perioperatieve chemotherapie met een ECF-achtig schema aanbevolen voor patiënten met een resectabel maagcarcinoom Bij de inventarisatie van knelpunten in de praktijk voorafgaand aan revisie <DATUM> van de richtlijn is het te volgen beleid bij een R#resectie na neoadjuvante behandeling naar voren gekomen als klinisch probleem aangezien met name de laatste situatie vaak de vraag oproept of de adjuvante chemotherapie vervangen zou moeten In versie # # van de richtlijn (###) werd aanbevolen om in het geval van een R#-resectie zonder Na neoadjuvante chemotherapie en een R#-resectie is er op basis van literatuur onvoldoende bewijs voor een keus tussen adjuvante chemotherapie danwel adjuvante chemoradiatie Adjuvante chemoradiatie kan overwogen worden bij slechte respons op neoadjuvante chemotherapie en/of In situaties waarbij geen neoadjuvante chemotherapie gegeven is en een R#-resectie is verricht moet overwogen worden adjuvante chemoradiatie te geven bij ongunstige histologische kenmerken (<PERSOON><DATUM> De toxiciteit van de behandeling, de postoperatieve conditie van patiënt en de co-morbiditeit van patiënt dienen meegewogen te worden in de besluitvorming overwogen kan worden postoperatieve chemoradiatie te geven Dit geldt zeker indien geen neoadjuvante therapie is gegeven De toxiciteit van de behandeling, de postoperatieve conditie van patiënt en de co-morbiditeit van patiënt dienen meegewogen te worden in de besluitvorming De search identificeerde zes relevante systematische reviews Vijf hiervan vergeleken adjuvante chemoradiatie met adjuvante chemotherapie bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom [<PERSOON> G, ###, <PERSOON>, ###], een zesde review voegde hieraan ook een indirecte vergelijking toe tussen adjuvante chemoradiatie en geen adjuvante therapie [<PERSOON> Q, ###] De meest volledige reviews zijn die van Dai [Dai Q, ###] , <PERSOON> [<PERSOON> C, ###] en Soon [Soon, ###], die elk dezelfde # gerandomiseerde studies includeerden Vijf van deze RCT’s werden uitgevoerd in Azië, de zesde RCT werd in Griekenland uitgevoerd De search identificeerde aanvullend nog twee publicaties die geüpdatete resultaten van eerder gepubliceerde RCT’s rapporteerden Eén publicatie betreft de resultaten van de ARTIST studie [Park, ###], waarvan de eerste publicatie [<PERSOON> S J, ###] reeds in de hogerop genoemde reviews werd geïncludeerd De tweede publicatie betreft de resultaten van de SWOG-directed Intergroup Study ### [Smalley, ###], die adjuvante chemoradiatie vergeleek met geen adjuvante therapie bij ### Er werden ten slotte nog ## observationele studies gevonden die een vergelijking tussen adjuvante chemoradiatie en adjuvante chemotherapie of geen adjuvante therapie toelieten In tien studies werd adjuvante chemoradiatie vergeleken met geen adjuvante behandeling [<PERSOON>, ###, <PERSOON> A A A, ###, <PERSOON>, ###], drie studies vergeleken adjuvante chemoradiatie met adjuvante chemotherapie [<PERSOON> S.
642
nvmdl
de co-morbiditeit van patiënt dienen meegewogen te worden in de besluitvorming De search identificeerde zes relevante systematische reviews Vijf hiervan vergeleken adjuvante chemoradiatie met adjuvante chemotherapie bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom [<PERSOON> G, ###, <PERSOON>, ###], een zesde review voegde hieraan ook een indirecte vergelijking toe tussen adjuvante chemoradiatie en geen adjuvante therapie [<PERSOON> Q, ###] De meest volledige reviews zijn die van Dai [Dai Q, ###] , <PERSOON> [<PERSOON> C, ###] en Soon [Soon, ###], die elk dezelfde # gerandomiseerde studies includeerden Vijf van deze RCT’s werden uitgevoerd in Azië, de zesde RCT werd in Griekenland uitgevoerd De search identificeerde aanvullend nog twee publicaties die geüpdatete resultaten van eerder gepubliceerde RCT’s rapporteerden Eén publicatie betreft de resultaten van de ARTIST studie [Park, ###], waarvan de eerste publicatie [<PERSOON> S J, ###] reeds in de hogerop genoemde reviews werd geïncludeerd De tweede publicatie betreft de resultaten van de SWOG-directed Intergroup Study ### [Smalley, ###], die adjuvante chemoradiatie vergeleek met geen adjuvante therapie bij ### Er werden ten slotte nog ## observationele studies gevonden die een vergelijking tussen adjuvante chemoradiatie en adjuvante chemotherapie of geen adjuvante therapie toelieten In tien studies werd adjuvante chemoradiatie vergeleken met geen adjuvante behandeling [<PERSOON>, ###, <PERSOON> A A A, ###, <PERSOON>, ###], drie studies vergeleken adjuvante chemoradiatie met adjuvante chemotherapie [<PERSOON> S Drie studies werden in Azië uitgevoerd [<PERSOON> S, ###, <PERSOON-##>, ###] De zes reviews zijn van matige tot goede kwaliteit Deze reviews deden een uitgebreide search naar studies, met expliciete rapportering van de gebruikte methodologie en resultaten De twee RCT’s hebben een hoog risico op bias door het ontbreken van een beschrijving van de Ook de twaalf observationele studies hebben een hoog risico op bias Eén Aziatische studie was prospectief, maar corrigeerde niet voor gekende risicofactoren [<PERSOON> S, ###] Geen enkele studie was geblindeerd Vijf studies betroffen populatie-onderzoek [<PERSOON-##>, ###], allen uitgevoerd in de Verenigde Staten Soon combineerde de resultaten van zes RCT’s in een meta-analyse [Soon, ###], en vond een significant effect van adjuvante chemoradiatie op de totale overleving in vergelijking met adjuvante chemotherapie (N=###; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Wanneer de vier Aziatische studies echter buiten beschouwing gelaten worden, is er geen significant verschil meer (N=###; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Soon, ###] Dai [Dai Q, ###] en <PERSOON> [<PERSOON> C, ###] vonden met hun meta-analyses geen significant effect op overleving, maar drukten het effect uit in een odds ratio, terwijl een hazard ratio te verkiezen valt voor overlevingscijfers Eén observationele studie vond eveneens geen significant effect op de totale overleving wanneer adjuvante capecitabine en concurrente radiotherapie vergeleken werd met adjuvante fluoropyrimidinegebaseerde chemotherapie (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Tham, ###] Twee andere.
748
nvmdl
studies werden in Azië uitgevoerd [<PERSOON> S, ###, <PERSOON>, ###] De zes reviews zijn van matige tot goede kwaliteit Deze reviews deden een uitgebreide search naar studies, met expliciete rapportering van de gebruikte methodologie en resultaten De twee RCT’s hebben een hoog risico op bias door het ontbreken van een beschrijving van de Ook de twaalf observationele studies hebben een hoog risico op bias Eén Aziatische studie was prospectief, maar corrigeerde niet voor gekende risicofactoren [<PERSOON> S, ###] Geen enkele studie was geblindeerd Vijf studies betroffen populatie-onderzoek [<PERSOON>, ###], allen uitgevoerd in de Verenigde Staten Soon combineerde de resultaten van zes RCT’s in een meta-analyse [Soon, ###], en vond een significant effect van adjuvante chemoradiatie op de totale overleving in vergelijking met adjuvante chemotherapie (N=###; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Wanneer de vier Aziatische studies echter buiten beschouwing gelaten worden, is er geen significant verschil meer (N=###; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Soon, ###] Dai [Dai Q, ###] en <PERSOON> [<PERSOON> C, ###] vonden met hun meta-analyses geen significant effect op overleving, maar drukten het effect uit in een odds ratio, terwijl een hazard ratio te verkiezen valt voor overlevingscijfers Eén observationele studie vond eveneens geen significant effect op de totale overleving wanneer adjuvante capecitabine en concurrente radiotherapie vergeleken werd met adjuvante fluoropyrimidinegebaseerde chemotherapie (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Tham, ###] Twee andere <PERSOON> vond een hogere drie-jaars overleving met adjuvante S-# in vergelijking met adjuvante chemoradiatie met #FU en leucovorin (##,#% versus ##,#%), maar rapporteerde geen p-waarde [<PERSOON> daarentegen vond een hogere drie-jaars overleving met adjuvante chemoradiatie in vergelijking met adjuvante chemotherapie (##,#% versus ##,#%), maar ook hij rapporteerde geen p-waarde [<PERSOON> vijf-jaars overleving waren de verschillen kleiner (##,#% versus ##,#%), maar ook hier werd geen p-waarde voor gerapporteerd [<PERSOON> rapporteerde ook het effect op de totale overleving per stadium, en vond telkens een significant betere overleving met adjuvante chemoradiatie (hazard ratio; stadium I #,##; stadium II #,##; stadium III; #,##; stadium <PERSOON> combineerde de resultaten van drie Aziatische RCT’s in een meta-analyse [<PERSOON-##>, ###], en vond een significant effect van adjuvante chemoradiatie op de locoregionale recidiefvrije overleving in vergelijking met geen adjuvante behandeling (N=###; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Ook Dai vond een significant effect op de proportie locoregionale recidieven (vijf studies, N=###; odds ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Dai Q, ###] Wanneer de vier Aziatische studies buiten beschouwing gelaten worden, is er echter geen significant verschil meer (N=###; odds ratio = #,##; Twee Aziatische observationele studies vonden geen significant effect op de recidiefvrije overleving <PERSOON> vond geen significant verschil tussen adjuvante S-# en adjuvante chemoradiatie met #FU en leucovorin (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [<PERSOON-##> vond geen significant.
819
nvmdl
<PERSOON> vond een hogere drie-jaars overleving met adjuvante S-# in vergelijking met adjuvante chemoradiatie met #FU en leucovorin (##,#% versus ##,#%), maar rapporteerde geen p-waarde [<PERSOON> daarentegen vond een hogere drie-jaars overleving met adjuvante chemoradiatie in vergelijking met adjuvante chemotherapie (##,#% versus ##,#%), maar ook hij rapporteerde geen p-waarde [<PERSOON> vijf-jaars overleving waren de verschillen kleiner (##,#% versus ##,#%), maar ook hier werd geen p-waarde voor gerapporteerd [<PERSOON> rapporteerde ook het effect op de totale overleving per stadium, en vond telkens een significant betere overleving met adjuvante chemoradiatie (hazard ratio; stadium I #,##; stadium II #,##; stadium III; #,##; stadium <PERSOON> combineerde de resultaten van drie Aziatische RCT’s in een meta-analyse [<PERSOON>, ###], en vond een significant effect van adjuvante chemoradiatie op de locoregionale recidiefvrije overleving in vergelijking met geen adjuvante behandeling (N=###; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Ook Dai vond een significant effect op de proportie locoregionale recidieven (vijf studies, N=###; odds ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Dai Q, ###] Wanneer de vier Aziatische studies buiten beschouwing gelaten worden, is er echter geen significant verschil meer (N=###; odds ratio = #,##; Twee Aziatische observationele studies vonden geen significant effect op de recidiefvrije overleving <PERSOON> vond geen significant verschil tussen adjuvante S-# en adjuvante chemoradiatie met #FU en leucovorin (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [<PERSOON> vond geen significant geen van beide studies werden aparte resultaten gerapporteerd voor de locoregionale recidiefvrije <PERSOON> vergeleek in een indirecte meta-analyse adjuvante chemoradiatie met geen adjuvante behandeling door drie studies die adjuvante chemoradiatie vergeleken met adjuvante chemotherapie te combineren met vier studies die adjuvante chemotherapie vergeleken met geen adjuvante behandeling [<PERSOON> Q, ###] Een significant effect op overleving werd gevonden ten voordele van adjuvante chemoradiatie (hazard ratio voor sterfte = #,##; ##%BI #,## tot #,##) In de geüpdatete resultaten van de SWOG-directed Intergroup Study ### werd eveneens een significant effect op overleving gevonden (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Zes observationele studies (N=###) konden gecombineerd worden in een meta-analyse (Review Manager versie #,#) (zie figuur #) [Enestvedt, ###, Jacome A A A, ###, <PERSOON>, ###] Een significant effect werd gevonden ten voordele van adjuvante chemoradiatie (random effects, hazard ratio voor sterfte = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Twee andere observationele studies rapporteerden de hazard ratio voor overleving en vonden geen significant effect (<PERSOON-##> hazard ratio = #,##; <PERSOON-##> hazard ratio = #,##) [<PERSOON-##>, ###, <PERSOON-##>, ###] Eén observationele studie tenslotte vond geen significant effect op de totale overleving uitgedrukt in odds Vijf observationele studies rapporteerden de mediane overleving [<PERSOON-##>, ###, <PERSOON-##> J, ###], die varieerde tussen ## en ##,# maanden voor adjuvante chemoradiatie en tussen ## en ##,# maanden voor geen adjuvante therapie Vier studies rapporteerden de drie-jaars overleving [Jacome A.
849
nvmdl
van beide studies werden aparte resultaten gerapporteerd voor de locoregionale recidiefvrije <PERSOON> vergeleek in een indirecte meta-analyse adjuvante chemoradiatie met geen adjuvante behandeling door drie studies die adjuvante chemoradiatie vergeleken met adjuvante chemotherapie te combineren met vier studies die adjuvante chemotherapie vergeleken met geen adjuvante behandeling [<PERSOON> Q, ###] Een significant effect op overleving werd gevonden ten voordele van adjuvante chemoradiatie (hazard ratio voor sterfte = #,##; ##%BI #,## tot #,##) In de geüpdatete resultaten van de SWOG-directed Intergroup Study ### werd eveneens een significant effect op overleving gevonden (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Zes observationele studies (N=###) konden gecombineerd worden in een meta-analyse (Review Manager versie #,#) (zie figuur #) [Enestvedt, ###, Jacome A A A, ###, <PERSOON>, ###] Een significant effect werd gevonden ten voordele van adjuvante chemoradiatie (random effects, hazard ratio voor sterfte = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Twee andere observationele studies rapporteerden de hazard ratio voor overleving en vonden geen significant effect (<PERSOON> hazard ratio = #,##; <PERSOON> hazard ratio = #,##) [<PERSOON>, ###, <PERSOON>, ###] Eén observationele studie tenslotte vond geen significant effect op de totale overleving uitgedrukt in odds Vijf observationele studies rapporteerden de mediane overleving [<PERSOON>, ###, <PERSOON> J, ###], die varieerde tussen ## en ##,# maanden voor adjuvante chemoradiatie en tussen ## en ##,# maanden voor geen adjuvante therapie Vier studies rapporteerden de drie-jaars overleving [<PERSOON> J, ###], die varieerde tussen ##% en ##,#% voor adjuvante chemoradiatie en tussen ##% en ##,#% voor geen adjuvante therapie Twee studies rapporteerden de vijf-jaars overleving [<PERSOON> S, ###] <PERSOON> vond een significant hogere overleving met adjuvante chemoradiatie (##,#% vs ##,#%; p=#,###), terwijl Seyedin een lagere overleving vond met adjuvante Vier observationele studies rapporteerden de totale overleving per stadium Jacome vond enkel een significant voordeel voor adjuvante chemoradiatie bij stadium IV (M#) patiënten (hazard ratio voor sterfte = #,##; ##%BI #,## tot #,##) en niet voor stadium II (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) en stadium III patiënten (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [<PERSOON-##> vond een significant betere overleving met adjuvante chemoradiatie voor stadium II (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##), stadium III (hazard ratio = #,##) en stadium IV (M#) (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Seyedin S, ###] Voor patiënten met stadium I was er echter een significant voordeel voor chirurgie alleen (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Ook Snyder vond een significant betere overleving met adjuvante chemoradiatie voor alle stadia, behalve stadium IA (mediane overleving ## vs ### maanden, p=#,##) [Snyder ###] Strauss tenslotte vond een significant betere drie-jaars overleving na adjuvante chemoradiatie voor patiënten met stadium III (##,#% vs ##,#%) en IV (##,#% vs.
882
nvmdl
<PERSOON> J, ###], die varieerde tussen ##% en ##,#% voor adjuvante chemoradiatie en tussen ##% en ##,#% voor geen adjuvante therapie Twee studies rapporteerden de vijf-jaars overleving [<PERSOON> S, ###] <PERSOON> vond een significant hogere overleving met adjuvante chemoradiatie (##,#% vs ##,#%; p=#,###), terwijl Seyedin een lagere overleving vond met adjuvante Vier observationele studies rapporteerden de totale overleving per stadium Jacome vond enkel een significant voordeel voor adjuvante chemoradiatie bij stadium IV (M#) patiënten (hazard ratio voor sterfte = #,##; ##%BI #,## tot #,##) en niet voor stadium II (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) en stadium III patiënten (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [<PERSOON> vond een significant betere overleving met adjuvante chemoradiatie voor stadium II (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##), stadium III (hazard ratio = #,##) en stadium IV (M#) (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Seyedin S, ###] Voor patiënten met stadium I was er echter een significant voordeel voor chirurgie alleen (hazard ratio voor overleving = #,##; ##%BI #,## tot #,##) Ook Snyder vond een significant betere overleving met adjuvante chemoradiatie voor alle stadia, behalve stadium IA (mediane overleving ## vs ### maanden, p=#,##) [Snyder ###] Strauss tenslotte vond een significant betere drie-jaars overleving na adjuvante chemoradiatie voor patiënten met stadium III (##,#% vs ##,#%) en IV (##,#% vs Smalley vond een significant effect op de recidiefvrije overleving ten voordele van adjuvante <PERSOON> vond eveneens een significant effect op de recidiefvrije overleving ten voordele van adjuvante chemoradiatie (hazard ratio voor recidief = #,##; p=#,###) [<PERSOON> recidief trad op bij ##,#% versus ##,#% (p=#,###) De vijf-jaars recidiefvrije overleving bedroeg ##,#% versus ##,#% Twee observationele studies rapporteerden de proportie locoregionale recidieven Jacome vond geen significant verschil na een mediane follow-up van ##,# en ##,# maanden (#,#% vs #,#%; p=#,##) [<PERSOON> rapporteerde significant minder locoregionale recidieven met adjuvante Van de onder het kopje chemoradiatie na maagresectie beschreven studies die de effectiviteit van adjuvante chemoradiatie evalueerden bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom, zijn er drie die een vergelijking toelaten voor de specifieke subpopulatie van patiënten met een R#-resectie In twee studies werd adjuvante chemoradiatie vergeleken met geen adjuvante behandeling [<PERSOON>, ###, <PERSOON> J, ###], één studie vergeleek adjuvante Tham includeerde retrospectief ### patiënten met een maagcarcinoom die adjuvante behandeling ondergingen ## patiënten kregen capecitabine met concurrente radiotherapie, ## patiënten #-FU en In totaal hadden ## patiënten positieve snijvlakken Patiënten die adjuvante chemoradiatie (capecitabine- en #-FU-groepen samen) kregen hadden geen significant betere totale overleving (gecorrigeerd voor leeftijd) dan zij die adjuvante fluoropyrimidine-gebaseerde chemotherapie kregen Tham vond geen significant verschil in recidiefvrije overleving (gecorrigeerd voor leeftijd) tussen adjuvante chemoradiatie (capecitabine- en #-FU-groepen samen) en adjuvante fluoropyrimidinegebaseerde chemotherapie (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot ##,##) Er werden geen aparte.
869
nvmdl
op de recidiefvrije overleving ten voordele van adjuvante <PERSOON> vond eveneens een significant effect op de recidiefvrije overleving ten voordele van adjuvante chemoradiatie (hazard ratio voor recidief = #,##; p=#,###) [<PERSOON> recidief trad op bij ##,#% versus ##,#% (p=#,###) De vijf-jaars recidiefvrije overleving bedroeg ##,#% versus ##,#% Twee observationele studies rapporteerden de proportie locoregionale recidieven Jacome vond geen significant verschil na een mediane follow-up van ##,# en ##,# maanden (#,#% vs #,#%; p=#,##) [<PERSOON> rapporteerde significant minder locoregionale recidieven met adjuvante Van de onder het kopje chemoradiatie na maagresectie beschreven studies die de effectiviteit van adjuvante chemoradiatie evalueerden bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom, zijn er drie die een vergelijking toelaten voor de specifieke subpopulatie van patiënten met een R#-resectie In twee studies werd adjuvante chemoradiatie vergeleken met geen adjuvante behandeling [<PERSOON>, ###, <PERSOON> J, ###], één studie vergeleek adjuvante Tham includeerde retrospectief ### patiënten met een maagcarcinoom die adjuvante behandeling ondergingen ## patiënten kregen capecitabine met concurrente radiotherapie, ## patiënten #-FU en In totaal hadden ## patiënten positieve snijvlakken Patiënten die adjuvante chemoradiatie (capecitabine- en #-FU-groepen samen) kregen hadden geen significant betere totale overleving (gecorrigeerd voor leeftijd) dan zij die adjuvante fluoropyrimidine-gebaseerde chemotherapie kregen Tham vond geen significant verschil in recidiefvrije overleving (gecorrigeerd voor leeftijd) tussen adjuvante chemoradiatie (capecitabine- en #-FU-groepen samen) en adjuvante fluoropyrimidinegebaseerde chemotherapie (hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot ##,##) Er werden geen aparte ondergingen voor een stadium IB-IV maagcarcinoom met chirurgie alleen bij ### patiënten die geïncludeerd waren in de DGCT trial [<PERSOON>, ###] Respectievelijk ## en ## patiënten ondergingen een R#-resectie De totale overleving, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, tumorlocatie, histologisch subtype, T-stadium, N-stadium, type maagresectie, pancreatectomie, splenectomie en type dissectie (D#, D#, D#), was significant beter in de groep die adjuvante chemoradiatie onderging (twee-jaars overleving ##% vs ##%; hazard ratio = #,##; p=#,###) Een belangrijke tekortkoming van deze studie is dat de behandelgroepen uit verschillende bronpopulaties geselecteerd werden <PERSOON> includeerde ## patiënten die een R#-resectie ondergingen en behandeld werden met adjuvante chemoradiatie, en vergeleek de uitkomsten met die van ### patiënten die geïdentificeerd werden in het nationale kankerregister en geen adjuvante chemoradiatie ondergingen na een R#resectie [<PERSOON> J, ###] Van deze laatste groep ondergingen ## patiënten (##%) adjuvante chemotherapie De totale overleving, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, tumorlocatie, uitgebreidheid van de chirurgie, aantal onderzochte lymfeklieren, histologisch subtype, pT, pN en neoadjuvante chemotherapie, was significant beter in de groep die adjuvante chemoradiatie onderging (drie-jaars overleving ##% vs ##%; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##; p=#,###) Ook in deze studie was een belangrijke tekortkoming dat de behandelgroepen uit verschillende bronpopulaties geselecteerd <PERSOON> rapporteerde een significant lager aantal lokale recidieven na twee jaar in de groep die Er is conflicterend bewijs van zeer lage kwaliteit over het effect van adjuvante chemoradiatie op de totale overleving in vergelijking met adjuvante chemotherapie bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom.
789
nvmdl
chirurgie alleen bij ### patiënten die geïncludeerd waren in de DGCT trial [<PERSOON>, ###] Respectievelijk ## en ## patiënten ondergingen een R#-resectie De totale overleving, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, tumorlocatie, histologisch subtype, T-stadium, N-stadium, type maagresectie, pancreatectomie, splenectomie en type dissectie (D#, D#, D#), was significant beter in de groep die adjuvante chemoradiatie onderging (twee-jaars overleving ##% vs ##%; hazard ratio = #,##; p=#,###) Een belangrijke tekortkoming van deze studie is dat de behandelgroepen uit verschillende bronpopulaties geselecteerd werden <PERSOON> includeerde ## patiënten die een R#-resectie ondergingen en behandeld werden met adjuvante chemoradiatie, en vergeleek de uitkomsten met die van ### patiënten die geïdentificeerd werden in het nationale kankerregister en geen adjuvante chemoradiatie ondergingen na een R#resectie [<PERSOON> J, ###] Van deze laatste groep ondergingen ## patiënten (##%) adjuvante chemotherapie De totale overleving, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, tumorlocatie, uitgebreidheid van de chirurgie, aantal onderzochte lymfeklieren, histologisch subtype, pT, pN en neoadjuvante chemotherapie, was significant beter in de groep die adjuvante chemoradiatie onderging (drie-jaars overleving ##% vs ##%; hazard ratio = #,##; ##%BI #,## tot #,##; p=#,###) Ook in deze studie was een belangrijke tekortkoming dat de behandelgroepen uit verschillende bronpopulaties geselecteerd <PERSOON> rapporteerde een significant lager aantal lokale recidieven na twee jaar in de groep die Er is conflicterend bewijs van zeer lage kwaliteit over het effect van adjuvante chemoradiatie op de totale overleving in vergelijking met adjuvante chemotherapie bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom een significant effect [Soon, ###], terwijl de enige Westerse gerandomiseerde studie geen effect toonde Eén grote Amerikaanse observationele studie vond daarentegen wel een effect [Seyedin S, Er is conflicterend bewijs van lage tot zeer lage kwaliteit over het effect van adjuvante chemoradiatie op de lokale controle in vergelijking met adjuvante chemotherapie bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom Twee meta-analyses van hoofdzakelijk Aziatische studies toonden een significant effect [<PERSOON>, ###], terwijl de enige Westerse gerandomiseerde studie en twee Aziatische observationele studies [<PERSOON>, ###] geen effect toonden Er is bewijs van matige kwaliteit dat adjuvante chemoradiatie leidt tot een betere totale overleving dan geen adjuvante behandeling bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom [Smalley, ###], en deze bevindingen worden bevestigd door een indirecte metaanalyse [<PERSOON> Q, ###] en observationele studies [Enestvedt, ###, Jacome A A A, ###, <PERSOON> bij stadium IV M#[TNM# T#N+ of T##N#, hoog risico patiënten dus] patiënten komt dit effect in deze studies het meest naar voren Er is bewijs van matige kwaliteit dat adjuvante chemoradiatie leidt tot minder locoregionaal recidief dan geen adjuvante behandeling bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom [Smalley, ###], maar observationele studies bevestigen deze bevindingen niet eensluidend [<PERSOON>, ###, Jacome A A A, ###, <PERSOON> S, ###] Op basis van het beschikbare bewijs van zeer lage kwaliteit kan geen uitspraak gedaan worden over het effect van adjuvante chemoradiatie versus adjuvante chemotherapie op overleving en lokale.
730
nvmdl
enige Westerse gerandomiseerde studie geen effect toonde Eén grote Amerikaanse observationele studie vond daarentegen wel een effect [Seyedin S, Er is conflicterend bewijs van lage tot zeer lage kwaliteit over het effect van adjuvante chemoradiatie op de lokale controle in vergelijking met adjuvante chemotherapie bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom Twee meta-analyses van hoofdzakelijk Aziatische studies toonden een significant effect [<PERSOON>, ###], terwijl de enige Westerse gerandomiseerde studie en twee Aziatische observationele studies [<PERSOON>, ###] geen effect toonden Er is bewijs van matige kwaliteit dat adjuvante chemoradiatie leidt tot een betere totale overleving dan geen adjuvante behandeling bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom [Smalley, ###], en deze bevindingen worden bevestigd door een indirecte metaanalyse [<PERSOON> Q, ###] en observationele studies [Enestvedt, ###, Jacome A A A, ###, <PERSOON> bij stadium IV M#[TNM# T#N+ of T##N#, hoog risico patiënten dus] patiënten komt dit effect in deze studies het meest naar voren Er is bewijs van matige kwaliteit dat adjuvante chemoradiatie leidt tot minder locoregionaal recidief dan geen adjuvante behandeling bij patiënten die een maagresectie ondergingen voor een maagcarcinoom [Smalley, ###], maar observationele studies bevestigen deze bevindingen niet eensluidend [<PERSOON>, ###, Jacome A A A, ###, <PERSOON> S, ###] Op basis van het beschikbare bewijs van zeer lage kwaliteit kan geen uitspraak gedaan worden over het effect van adjuvante chemoradiatie versus adjuvante chemotherapie op overleving en lokale dan geen adjuvante behandeling bij patiënten die een R# maagresectie ondergingen [<PERSOON>, ###, Er is bewijs van zeer lage kwaliteit dat adjuvante chemoradiatie tot minder lokaal recidief leidt dan geen adjuvante behandeling bij patiënten die een R# maagresectie ondergingen [<PERSOON>, ###] Het standaard beleid bij patiënten met maagkanker bestaat in <LOCATIE> sinds de publicatie van de MAGIC-studie [Cunningham, ###] uit het geven van perioperatieve chemotherapie Deze aanbeveling staat ook genoemd in de vorige versie van de richtlijn In principe wordt bij patiënten met een resectabel maagcarcinoom dan ook gestart met het geven van neoadjuvante chemotherapie Over het adjuvante deel van deze behandeling bestaat echter veel discussie Dit wordt ingegeven door het feit dat in de MAGIC-studie een aanzienlijk deel van de patiënten de adjuvante behandeling niet (volledig) heeft gekregen Met name in situaties waarin er in het resectiepreparaat geen tot weinig respons wordt gezien op de neoadjuvant gegeven chemotherapie of waarin de patiënt veel toxiciteit van de behandeling heeft ondervonden ontstaan discussies over het vervangen van de adjuvante chemotherapie door postoperatieve chemoradiatie De respons op de neoadjuvante therapie bevat tevens prognostische informatie welke ook in de behandeloverwegingen meegenomen kan worden Een histologische uitslag met ongunstige kenmerken na neoadjuvante chemotherapie (zoals een matige pathologische respons op de chemotherapie en veel aangedane lymfklieren) is prognostisch gezien een slechtere situatie dan dezelfde uitslag zonder vooraf gegeven chemotherapie [Lowy, ###] Of dit een meer terughoudend beleid rechtvaardigt of juist een agressievere locoregionale aanpak is niet met zekerheid te zeggen.
628
nvmdl
geen adjuvante behandeling bij patiënten die een R# maagresectie ondergingen [<PERSOON>, ###, Er is bewijs van zeer lage kwaliteit dat adjuvante chemoradiatie tot minder lokaal recidief leidt dan geen adjuvante behandeling bij patiënten die een R# maagresectie ondergingen [<PERSOON>, ###] Het standaard beleid bij patiënten met maagkanker bestaat in <LOCATIE> sinds de publicatie van de MAGIC-studie [Cunningham, ###] uit het geven van perioperatieve chemotherapie Deze aanbeveling staat ook genoemd in de vorige versie van de richtlijn In principe wordt bij patiënten met een resectabel maagcarcinoom dan ook gestart met het geven van neoadjuvante chemotherapie Over het adjuvante deel van deze behandeling bestaat echter veel discussie Dit wordt ingegeven door het feit dat in de MAGIC-studie een aanzienlijk deel van de patiënten de adjuvante behandeling niet (volledig) heeft gekregen Met name in situaties waarin er in het resectiepreparaat geen tot weinig respons wordt gezien op de neoadjuvant gegeven chemotherapie of waarin de patiënt veel toxiciteit van de behandeling heeft ondervonden ontstaan discussies over het vervangen van de adjuvante chemotherapie door postoperatieve chemoradiatie De respons op de neoadjuvante therapie bevat tevens prognostische informatie welke ook in de behandeloverwegingen meegenomen kan worden Een histologische uitslag met ongunstige kenmerken na neoadjuvante chemotherapie (zoals een matige pathologische respons op de chemotherapie en veel aangedane lymfklieren) is prognostisch gezien een slechtere situatie dan dezelfde uitslag zonder vooraf gegeven chemotherapie [Lowy, ###] Of dit een meer terughoudend beleid rechtvaardigt of juist een agressievere locoregionale aanpak is niet met zekerheid te zeggen Het ontbreken van goede data over chemoradiatie in een adjuvante setting bij reeds gegeven neoadjuvante chemotherapie en de balans tussen de toxiciteit en het verwachtte effect van de behandeling maakt de besluitvorming lastig Hopelijk gaat de recent voor accrual gesloten CRITICSstudie hier duidelijkheid over geven De discussies over het adjuvante beleid na neoadjuvante chemotherapie en een resectie zijn extra sterk indien het een R#-resectie betreft Theoretisch gezien kan hiervoor een re-excisie worden uitgevoerd Dit is in <LOCATIE> niet gebruikelijk maar wordt in observationele studies [<PERSOON>, ###] wel beschreven Vanwege de complicatiekans en de grote kans op peritoneale of afstandsmetastasen bij locally advanced disease (waarbij de kans op een R#-resectie het grootst is) is men hier Het toevoegen van een lokale behandelmodaliteit zoals postoperatieve chemoradiatie kan voordelen hebben en lijkt logisch In de studie van <PERSOON> [<PERSOON> J, ###] naar de waarde van adjuvante chemoradiatie na een R#-resectie had ##% van de patiënten neoadjuvante chemotherapie gekregen De patiëntenaantallen waren echter te klein voor een subanalyse Vanwege de grote kans op een lokaal recidief in deze situatie kan overwogen worden adjuvante chemoradiatie te geven waarbij de kans op het tevens ontstaan van afstandsmetastasen, de toxiciteit van adjuvante chemoradiatie, de postoperatieve conditie van patiënt en de co-morbiditeit van patiënt mede in de overweging betrokken Het komt echter ook voor dat om wat voor reden dan ook geen neoadjuvante chemotherapie gegeven is De discussie over het te voeren adjuvante beleid is dan wezenlijk anders omdat de.
590
nvmdl
van goede data over chemoradiatie in een adjuvante setting bij reeds gegeven neoadjuvante chemotherapie en de balans tussen de toxiciteit en het verwachtte effect van de behandeling maakt de besluitvorming lastig Hopelijk gaat de recent voor accrual gesloten CRITICSstudie hier duidelijkheid over geven De discussies over het adjuvante beleid na neoadjuvante chemotherapie en een resectie zijn extra sterk indien het een R#-resectie betreft Theoretisch gezien kan hiervoor een re-excisie worden uitgevoerd Dit is in <LOCATIE> niet gebruikelijk maar wordt in observationele studies [<PERSOON>, ###] wel beschreven Vanwege de complicatiekans en de grote kans op peritoneale of afstandsmetastasen bij locally advanced disease (waarbij de kans op een R#-resectie het grootst is) is men hier Het toevoegen van een lokale behandelmodaliteit zoals postoperatieve chemoradiatie kan voordelen hebben en lijkt logisch In de studie van <PERSOON> [<PERSOON> J, ###] naar de waarde van adjuvante chemoradiatie na een R#-resectie had ##% van de patiënten neoadjuvante chemotherapie gekregen De patiëntenaantallen waren echter te klein voor een subanalyse Vanwege de grote kans op een lokaal recidief in deze situatie kan overwogen worden adjuvante chemoradiatie te geven waarbij de kans op het tevens ontstaan van afstandsmetastasen, de toxiciteit van adjuvante chemoradiatie, de postoperatieve conditie van patiënt en de co-morbiditeit van patiënt mede in de overweging betrokken Het komt echter ook voor dat om wat voor reden dan ook geen neoadjuvante chemotherapie gegeven is De discussie over het te voeren adjuvante beleid is dan wezenlijk anders omdat de deze situatie groter is Adjuvante chemotherapie in deze situatie is op basis van de beschikbare literatuur niet aan te bevelen [<PERSOON> over adjuvante chemoradiatie na een primaire resectie zijn eerder in deze module uitgebreid beschreven De grootste en meest bekende studie is de SWOG studie Hoewel de bekende bezwaren aangaande de uitgebreidheid van de lymfklierdissectie en de patiëntenselectie in de SWOG studie van kracht blijven is het verschil in overleving en lokale controle dermate groot dat bij een goede postoperatieve conditie en hogere ziekte stadia postoperatieve chemoradiatie zeker overwogen moet worden De beschreven observationele studies naar de waarde van adjuvante chemoradiatie beschrijven deels ook ziektestadium specifieke resultaten Hierbij lijkt het positieve effect van chemoradiatie afwezig bij stadium I ziekte maar aanwezig bij meer dan st II ziekte, ook bij st <PERSOON> moet worden dat het aantal patiënten met een N# status (TNM#, )## aangedane lymfklieren) hierin beperkt was Het is aangetoond dat het aantal aangedane lymfklieren een sterk prognostische waarde heeft N# ziekte met meer dan ## aangedane lymfklieren duidt op een slechte prognose met minder dan ##% kans op <LEEFTIJD> jaarsoverleving [<PERSOON> patronen worden in studies niet vaak stadium-specifiek uitgesplitst maar het lijkt aannemelijk dat in deze patiëntengroep een geïsoleerd lokaal recidief zonder metastasen op afstand zelden voorkomt Indien op basis van het aantal aangedane lymfklieren de prognose meer bepaald lijkt te worden door de kans op In de beschreven gerandomiseerde studies zijn alleen patiënten geïncludeerd na een radicale resectie.
571
nvmdl
in deze situatie is op basis van de beschikbare literatuur niet aan te bevelen [<PERSOON> over adjuvante chemoradiatie na een primaire resectie zijn eerder in deze module uitgebreid beschreven De grootste en meest bekende studie is de SWOG studie Hoewel de bekende bezwaren aangaande de uitgebreidheid van de lymfklierdissectie en de patiëntenselectie in de SWOG studie van kracht blijven is het verschil in overleving en lokale controle dermate groot dat bij een goede postoperatieve conditie en hogere ziekte stadia postoperatieve chemoradiatie zeker overwogen moet worden De beschreven observationele studies naar de waarde van adjuvante chemoradiatie beschrijven deels ook ziektestadium specifieke resultaten Hierbij lijkt het positieve effect van chemoradiatie afwezig bij stadium I ziekte maar aanwezig bij meer dan st II ziekte, ook bij st <PERSOON> moet worden dat het aantal patiënten met een N# status (TNM#, )## aangedane lymfklieren) hierin beperkt was Het is aangetoond dat het aantal aangedane lymfklieren een sterk prognostische waarde heeft N# ziekte met meer dan ## aangedane lymfklieren duidt op een slechte prognose met minder dan ##% kans op <LEEFTIJD> jaarsoverleving [<PERSOON> patronen worden in studies niet vaak stadium-specifiek uitgesplitst maar het lijkt aannemelijk dat in deze patiëntengroep een geïsoleerd lokaal recidief zonder metastasen op afstand zelden voorkomt Indien op basis van het aantal aangedane lymfklieren de prognose meer bepaald lijkt te worden door de kans op In de beschreven gerandomiseerde studies zijn alleen patiënten geïncludeerd na een radicale resectie Bij een R#-uitslag na een primaire resectie kan theoretisch een re-excisie uitgevoerd worden Zoals hierboven al genoemd is dit in <LOCATIE> niet gebruikelijk maar wordt in observationele studies [<PERSOON>, ###] wel beschreven Vanwege de complicatiekans en de grote kans op peritoneale of afstandsmetastasen bij locally advanced disease (waarbij de kans op een R#-resectie het grootst is) is men hier terughoudend in De in deze module beschreven literatuur suggereert een meerwaarde van adjuvante chemoradiatie in vergelijking met chirurgie monotherapie in deze situatie, zowel voor lokale controle als voor de overleving Een wetenschappelijk antwoord uit een prospectief gerandomiseerde studie waarbij na een R#-resectie observatie vergeleken wordt met chemoradiatie zal niet beschikbaar komen omdat randomiseren hiervoor als onethisch beschouwd wordt Een categorie apart zijn de patiënten met een diffuus type adenocarcinoom In de literatuur zijn grote verschillen beschreven in prognose tussen intestinaal type adenocarcinoom en het diffuse type, zich uitend in onder andere een grotere kans op een irradicale resectie maar ook in een hoger stadium bij presentatie voor het diffuse type De recidief patronen tussen deze typen maagkanker verschilt ook met een hoger percentage lokaal recidieven [<PERSOON>, ###] Een agressievere locoregionale aanpak lijkt hier op zijn plaats, al onderbreekt hiervoor gedetailleerde literatuur Bij de interpretatie van de literatuur dient overigens bij het genoemde stadium van ziekte de introductie van TNM# in ### goed in gedachten te worden gehouden Met name de N-stadiering is fors veranderd tussen TNM# en #.
562
nvmdl
Bij een R#-uitslag na een primaire resectie kan theoretisch een re-excisie uitgevoerd worden Zoals hierboven al genoemd is dit in <LOCATIE> niet gebruikelijk maar wordt in observationele studies [<PERSOON>, ###] wel beschreven Vanwege de complicatiekans en de grote kans op peritoneale of afstandsmetastasen bij locally advanced disease (waarbij de kans op een R#-resectie het grootst is) is men hier terughoudend in De in deze module beschreven literatuur suggereert een meerwaarde van adjuvante chemoradiatie in vergelijking met chirurgie monotherapie in deze situatie, zowel voor lokale controle als voor de overleving Een wetenschappelijk antwoord uit een prospectief gerandomiseerde studie waarbij na een R#-resectie observatie vergeleken wordt met chemoradiatie zal niet beschikbaar komen omdat randomiseren hiervoor als onethisch beschouwd wordt Een categorie apart zijn de patiënten met een diffuus type adenocarcinoom In de literatuur zijn grote verschillen beschreven in prognose tussen intestinaal type adenocarcinoom en het diffuse type, zich uitend in onder andere een grotere kans op een irradicale resectie maar ook in een hoger stadium bij presentatie voor het diffuse type De recidief patronen tussen deze typen maagkanker verschilt ook met een hoger percentage lokaal recidieven [<PERSOON>, ###] Een agressievere locoregionale aanpak lijkt hier op zijn plaats, al onderbreekt hiervoor gedetailleerde literatuur Bij de interpretatie van de literatuur dient overigens bij het genoemde stadium van ziekte de introductie van TNM# in ### goed in gedachten te worden gehouden Met name de N-stadiering is fors veranderd tussen TNM# en # nadien uit <DATUM> positieve lymfklieren N#-ziekte was # tot ## aangedane lymfklieren, in de TNM# is dit N#-ziekte geworden Ook de stadium groepering is veranderd Stadium IV in de TNM# bevat ook T# Wat is de plaats van adjuvante chemo-immunotherapie bij de (curatieve) behandeling van Een meta-analyse ###, een systematische review ## en # RCT´s ### ### onderzochten de effecten van adjuvante chemo-immunotherapie Het merendeel van de studies vond plaats in Aziatische landen In een meta-analyse van Sakamoto werden alleen # Japanse RCT´s geanalyseerd ### Deze resultaten worden daarom buiten beschouwing gelaten In de systematische review van Earle werden drie Westerse studies ingesloten; twee Europese studies vonden geen verschil tussen de effecten van alleen operatie en chemo-immunotherapie terwijl een derde Poolse studie wel een In een recente Poolse RCT van matige kwaliteit werd bij ### patiënten de effecten van adjuvante chemo-immunotherapie vergeleken met die van adjuvante chemotherapie en alleen curatieve chirurgie # ## De chemo-immunotherapie verhoogde de kans op overleving in vergelijking met de chemotherapie groep (p=#,###) en de controle groep (p(#,###) In deze studie waren de drie groepen niet op alle kenmerken vergelijkbaar, bovendien dient te worden opgemerkt dat de overleving in de chirurgie alleen groep erg slecht was o a in vergelijkingen met vele andere studies Uit de literatuur is geen duidelijke conclusie te trekken over de effectiviteit van adjuvante immunochemotherapie <PERSOON> J, <PERSOON> C, He Y et al A new pN staging system based on both the number and anatomic location of metastatic lymph nodes in gastric cancer.
623
nvmdl
tot ## aangedane lymfklieren, in de TNM# is dit N#-ziekte geworden Ook de stadium groepering is veranderd Stadium IV in de TNM# bevat ook T# Wat is de plaats van adjuvante chemo-immunotherapie bij de (curatieve) behandeling van Een meta-analyse ###, een systematische review ## en # RCT´s ### ### onderzochten de effecten van adjuvante chemo-immunotherapie Het merendeel van de studies vond plaats in Aziatische landen In een meta-analyse van Sakamoto werden alleen # Japanse RCT´s geanalyseerd ### Deze resultaten worden daarom buiten beschouwing gelaten In de systematische review van Earle werden drie Westerse studies ingesloten; twee Europese studies vonden geen verschil tussen de effecten van alleen operatie en chemo-immunotherapie terwijl een derde Poolse studie wel een In een recente Poolse RCT van matige kwaliteit werd bij ### patiënten de effecten van adjuvante chemo-immunotherapie vergeleken met die van adjuvante chemotherapie en alleen curatieve chirurgie # ## De chemo-immunotherapie verhoogde de kans op overleving in vergelijking met de chemotherapie groep (p=#,###) en de controle groep (p(#,###) In deze studie waren de drie groepen niet op alle kenmerken vergelijkbaar, bovendien dient te worden opgemerkt dat de overleving in de chirurgie alleen groep erg slecht was o a in vergelijkingen met vele andere studies Uit de literatuur is geen duidelijke conclusie te trekken over de effectiviteit van adjuvante immunochemotherapie <PERSOON> J, <PERSOON> C, He Y et al A new pN staging system based on both the number and anatomic location of metastatic lymph nodes in gastric cancer ###;##(##) ###-# <PERSOON> JD, <PERSOON> XP, Shen JG et al Prognostic improvement of reexcision for positive resection margins in patients with advanced gastric cancer European Journal of <PERSOON> WH, Stenning SP et al Perioperative chemotherapy versus surgery alone for resectable gastroesophageal cancer <PERSOON> New England journal of medicine ###;###(#) ##-## <PERSOON> L, <PERSOON> R -J et al Adjuvant chemoradiotherapy versus chemotherapy for gastric cancer A metaanalysis of randomized controlled trials <PERSOON> A et al Impact of the extent of surgery and postoperative chemoradiotherapy on recurrence patterns in gastric cancer Journal of Clinical Oncology ###;##(##) ##<DATUM> Earle CC, Maroun JA Adjuvant chemotherapy after curative resection for gastric cancer in non-Asian patients Enestvedt CK, Diggs BS, Shipley DK et al A population-based analysis of surgical and adjuvant therapy for resected gastric cancer are patients receiving appropriate treatment following publication of the intergroup ### results? Gastrointestinal Cancer Research ###;#(#) ##<DATUM> #(WEBLINK) <PERSOON> KE, <PERSOON> BA, Mamon HJ et al Adjuvant therapy for elderly patients with resected gastric <PERSOON-##> YY, <PERSOON-##> SW et al Postoperative chemoradiotherapy versus postoperative chemotherapy for <PERSOON-##> C et al Effect of adjuvant chemoradiotherapy on overall survival of gastric cancer patients submitted to D# lymphadenectomy Gastric Cancer ###;##(#) ##<DATUM> <PERSOON-##> D.
675
nvmdl
###;##(##) ###-# <PERSOON> JD, <PERSOON> XP, Shen JG et al Prognostic improvement of reexcision for positive resection margins in patients with advanced gastric cancer European Journal of <PERSOON> WH, Stenning SP et al Perioperative chemotherapy versus surgery alone for resectable gastroesophageal cancer <PERSOON> New England journal of medicine ###;###(#) ##-## <PERSOON> L, <PERSOON> R -J et al Adjuvant chemoradiotherapy versus chemotherapy for gastric cancer A metaanalysis of randomized controlled trials <PERSOON> A et al Impact of the extent of surgery and postoperative chemoradiotherapy on recurrence patterns in gastric cancer Journal of Clinical Oncology ###;##(##) ##<DATUM> Earle CC, Maroun JA Adjuvant chemotherapy after curative resection for gastric cancer in non-Asian patients Enestvedt CK, Diggs BS, Shipley DK et al A population-based analysis of surgical and adjuvant therapy for resected gastric cancer are patients receiving appropriate treatment following publication of the intergroup ### results? Gastrointestinal Cancer Research ###;#(#) ##<DATUM> #(WEBLINK) <PERSOON> KE, <PERSOON> BA, Mamon HJ et al Adjuvant therapy for elderly patients with resected gastric <PERSOON-##> YY, <PERSOON-##> SW et al Postoperative chemoradiotherapy versus postoperative chemotherapy for <PERSOON-##> C et al Effect of adjuvant chemoradiotherapy on overall survival of gastric cancer patients submitted to D# lymphadenectomy Gastric Cancer ###;##(#) ##<DATUM> <PERSOON-##> D <PERSOON-##> observational study suggesting clinical benefit for adjuvant postoperative chemoradiation in a population of over ### cases after gastric resection with D# nodal dissection for adenocarcinoma of the stomach International Journal of Radiation Oncology Biology Physics ###;##(#) ### #(WEBLINK)&from=export&id=<PERSOON-##> R et al Neoadjuvant or adjuvant therapy for resectable gastric cancer A systematic review and practice guideline for <PERSOON-##> L et al Survival after adjuvant chemoradiotherapy or surgery alone in resectable adenocarcinoma at the gastro-esophageal junction <PERSOON-##> ###;###(#) ##-## <PERSOON-##> T S, <PERSOON-##> J et al Adjuvant chemoradiation with #-fluorouracil/leucovorin versus S-# in gastric cancer patients following D# lymph node dissection surgery A feasibility study Anticancer Res Lowy AM, Mansfield PF, Leach SD et al Response to neoadjuvant chemotherapy best predicts survival after curative resection of gastric cancer Annals of Surgery ###;###(#) #<DATUM> <PERSOON-##> A et al Efficacy of adjuvant chemotherapy after curative resection for gastric cancer a meta-analysis of published randomised trials A study of the GISCAD (Gruppo Italiano per lo Studio dei Carcinomi <PERSOON-##> S et al Chemoradiation therapy versus chemotherapy alone for gastric cancer after Seyedin S, <PERSOON-##> Q et al Benefit of adjuvant chemoradiotherapy for gastric adenocarcinoma <PERSOON-##> SR, Benedetti JK, Haller DG et al.
687
nvmdl
suggesting clinical benefit for adjuvant postoperative chemoradiation in a population of over ### cases after gastric resection with D# nodal dissection for adenocarcinoma of the stomach International Journal of Radiation Oncology Biology Physics ###;##(#) ### #(WEBLINK)&from=export&id=<PERSOON> R et al Neoadjuvant or adjuvant therapy for resectable gastric cancer A systematic review and practice guideline for <PERSOON> L et al Survival after adjuvant chemoradiotherapy or surgery alone in resectable adenocarcinoma at the gastro-esophageal junction <PERSOON> ###;###(#) ##-## <PERSOON> T S, <PERSOON> J et al Adjuvant chemoradiation with #-fluorouracil/leucovorin versus S-# in gastric cancer patients following D# lymph node dissection surgery A feasibility study Anticancer Res Lowy AM, Mansfield PF, Leach SD et al Response to neoadjuvant chemotherapy best predicts survival after curative resection of gastric cancer Annals of Surgery ###;###(#) #<DATUM> <PERSOON> A et al Efficacy of adjuvant chemotherapy after curative resection for gastric cancer a meta-analysis of published randomised trials A study of the GISCAD (Gruppo Italiano per lo Studio dei Carcinomi <PERSOON> S et al Chemoradiation therapy versus chemotherapy alone for gastric cancer after Seyedin S, <PERSOON> Q et al Benefit of adjuvant chemoradiotherapy for gastric adenocarcinoma <PERSOON> SR, Benedetti JK, Haller DG et al a phase III trial of adjuvant radiochemotherapy versus observation after curative gastric cancer resection Journal of Snyder RA, Castaldo ET, <PERSOON-##> CE et al Survival Benefit of Adjuvant Radiation Therapy for Gastric Cancer following Gastrectomy and Extended Lymphadenectomy International journal of surgical oncology Soon YY, Leong CN, Tey JC et al Postoperative chemo-radiotherapy versus chemotherapy for resected gastric cancer a systematic review and meta-analysis Journal of <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> Y et al Prognostic Performance of Different Lymph Node Staging Systems After Curative Intent Resection for Gastric Adenocarcinoma Annals of <PERSOON-##> E P M et al <PERSOON-##> Adjuvant Chemoradiotherapy Improve the Prognosis of Gastric Cancer After an <PERSOON-##> from a <PERSOON-##> A et al Surgical treatment results of intestinal and diffuse type gastric cancer Implications for a differentiated therapeutic approach? European Journal of <PERSOON-##> DL, Buono D et al Use of adjuvant #-fluorouracil and radiation therapy after gastric cancer resection among the elderly and impact on survival International Journal of Radiation Oncology, Biology, Physics Tham CK, Choo SP, Poon DY et al Capecitabine with radiation is an effective adjuvant therapy in gastric <PERSOON-##> Q, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> Y -X et al Indirect comparison showed survival benefit from adjuvant chemoradiotherapy in completely resected gastric cancer with D# lymphadenectomy.
599
nvmdl
adjuvant radiochemotherapy versus observation after curative gastric cancer resection Journal of Snyder RA, Castaldo ET, <PERSOON> CE et al Survival Benefit of Adjuvant Radiation Therapy for Gastric Cancer following Gastrectomy and Extended Lymphadenectomy International journal of surgical oncology Soon YY, Leong CN, Tey JC et al Postoperative chemo-radiotherapy versus chemotherapy for resected gastric cancer a systematic review and meta-analysis Journal of <PERSOON> A, <PERSOON> Y et al Prognostic Performance of Different Lymph Node Staging Systems After Curative Intent Resection for Gastric Adenocarcinoma Annals of <PERSOON> E P M et al <PERSOON> Adjuvant Chemoradiotherapy Improve the Prognosis of Gastric Cancer After an <PERSOON> from a <PERSOON> A et al Surgical treatment results of intestinal and diffuse type gastric cancer Implications for a differentiated therapeutic approach? European Journal of <PERSOON> DL, Buono D et al Use of adjuvant #-fluorouracil and radiation therapy after gastric cancer resection among the elderly and impact on survival International Journal of Radiation Oncology, Biology, Physics Tham CK, Choo SP, Poon DY et al Capecitabine with radiation is an effective adjuvant therapy in gastric <PERSOON> Q, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> Y -X et al Indirect comparison showed survival benefit from adjuvant chemoradiotherapy in completely resected gastric cancer with D# lymphadenectomy ###;### Chirurgie is de belangrijkste behandelingsmethode om maagcarcinoom curatief te behandelen Bij de behandeling van maagcarcinoom moeten verschillende keuzes worden gemaakt met betrekking tot de uitgebreidheid van de resectie zoals totale versus subtotale resectie, behoud of verwijderen van milt en pancreas, en de mate waarin de lymfklieren rondom de maag moeten worden verwijderd Daarnaast is er de vraag of maagresecties in gespecialiseerde centra plaats zouden Klik hier voor het bekijken van de evidencetabel Welke operatie verdient met de huidige stand van zaken de voorkeur bij in opzet curatief te behandelen maagcarcinoom, met name wat betreft uitgebreidheid t a v maag en belendende Het wordt aanbevolen om, indien mogelijk, een subtotale maagresectie te verrichten in plaats De werkgroep stelt voor een proximale en distale resectiemarge van # cm na te streven, om de Als de afstand tot het proximale of distale snijvlak minder van # cm is en indien een meer uitgebreide resectie mogelijk is bij een positief snijvlak, wordt een vriescoupe geadviseerd Indien een Helicobacter Pylori infectie wordt vastgesteld bij een partiële maagresectie, dient De omvang van de maagresectie is sterk afhankelijk van de lokatie en de grootte van de tumor Tumoren gelegen in het antrum behoeven wellicht niet altijd een totale maagresectie, een subtotale resectie zou hier mogelijk ook kunnen voldoen Voor het proximale en middendeel van de maag is een totale resectie vaak noodzakelijk voor een goede verwijdering van de tumor.
527
nvmdl
###;### Chirurgie is de belangrijkste behandelingsmethode om maagcarcinoom curatief te behandelen Bij de behandeling van maagcarcinoom moeten verschillende keuzes worden gemaakt met betrekking tot de uitgebreidheid van de resectie zoals totale versus subtotale resectie, behoud of verwijderen van milt en pancreas, en de mate waarin de lymfklieren rondom de maag moeten worden verwijderd Daarnaast is er de vraag of maagresecties in gespecialiseerde centra plaats zouden Klik hier voor het bekijken van de evidencetabel Welke operatie verdient met de huidige stand van zaken de voorkeur bij in opzet curatief te behandelen maagcarcinoom, met name wat betreft uitgebreidheid t a v maag en belendende Het wordt aanbevolen om, indien mogelijk, een subtotale maagresectie te verrichten in plaats De werkgroep stelt voor een proximale en distale resectiemarge van # cm na te streven, om de Als de afstand tot het proximale of distale snijvlak minder van # cm is en indien een meer uitgebreide resectie mogelijk is bij een positief snijvlak, wordt een vriescoupe geadviseerd Indien een Helicobacter Pylori infectie wordt vastgesteld bij een partiële maagresectie, dient De omvang van de maagresectie is sterk afhankelijk van de lokatie en de grootte van de tumor Tumoren gelegen in het antrum behoeven wellicht niet altijd een totale maagresectie, een subtotale resectie zou hier mogelijk ook kunnen voldoen Voor het proximale en middendeel van de maag is een totale resectie vaak noodzakelijk voor een goede verwijdering van de tumor behandelen De RCT van Bozzetti liet zien dat bij tumoren in het distale deel van de maag er geen verschil is in de <LEEFTIJD>-jaars overleving bij een totale (##,#%) of subtotale (##,#%) maagresectie (Hazard Deze RCT was echter niet optimaal uitgevoerd (bv geen intention-to-treat) Uit deze zelfde studie bleek dat er geen significant verschil was tussen postoperatieve complicaties en ziekenhuissterfte tussen de groep die een totale en een subtotale resectie onderging (OR #,## ##% BI #,#<DATUM> ##) ## Gouzi rapporteert soortgelijke resultaten in een RCT <DATUM> Het aandeel patiënten met postoperatieve complicaties verschilde niet tussen de twee groepen patiënten Bij totale resectie had ##% ##% (p-waarde niet gerapporteerd) Tenslotte is er een klinische, maar niet gerandomiseerde studie van recenter datum Deze is echter van matige kwaliteit; de patiënten die een totale maagresectie ondergingen hadden bijvoorbeeld meer ‘positieve lymfklieren' dan de patiënten die subtotale resectie ondergingen Er werd een hogere <LEEFTIJD>-jaars overleving gevonden in de groep die subtotale resectie onderging (logrank test p=#,###) Het aandeel patiënten met complicaties na de operatie verschilde niet tussen patiënten die een totale (##,#%) of subtotale (##,#%) resectie ondergingen (p=#,##) <DATUM> Het is aannemelijk dat er geen verschil is in het voorkomen van complicaties na een totale Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in overleving na een totale of een subtotale maagresectie Bozzetti adviseert een subtotale resectie omdat de voedingsstatus van patiënten met een subtotale resectie na de operatie beter is dan bij patiënten met een totale resectie ## Een slechtere.
621
nvmdl
van de maag er geen verschil is in de <LEEFTIJD>-jaars overleving bij een totale (##,#%) of subtotale (##,#%) maagresectie (Hazard Deze RCT was echter niet optimaal uitgevoerd (bv geen intention-to-treat) Uit deze zelfde studie bleek dat er geen significant verschil was tussen postoperatieve complicaties en ziekenhuissterfte tussen de groep die een totale en een subtotale resectie onderging (OR #,## ##% BI #,#<DATUM> ##) ## Gouzi rapporteert soortgelijke resultaten in een RCT <DATUM> Het aandeel patiënten met postoperatieve complicaties verschilde niet tussen de twee groepen patiënten Bij totale resectie had ##% ##% (p-waarde niet gerapporteerd) Tenslotte is er een klinische, maar niet gerandomiseerde studie van recenter datum Deze is echter van matige kwaliteit; de patiënten die een totale maagresectie ondergingen hadden bijvoorbeeld meer ‘positieve lymfklieren' dan de patiënten die subtotale resectie ondergingen Er werd een hogere <LEEFTIJD>-jaars overleving gevonden in de groep die subtotale resectie onderging (logrank test p=#,###) Het aandeel patiënten met complicaties na de operatie verschilde niet tussen patiënten die een totale (##,#%) of subtotale (##,#%) resectie ondergingen (p=#,##) <DATUM> Het is aannemelijk dat er geen verschil is in het voorkomen van complicaties na een totale Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in overleving na een totale of een subtotale maagresectie Bozzetti adviseert een subtotale resectie omdat de voedingsstatus van patiënten met een subtotale resectie na de operatie beter is dan bij patiënten met een totale resectie ## Een slechtere Een positief resectievlak leidt tot een slechte prognose #<DATUM> In de Nederlandse D#-D# maagstudie hadden ## van de ### patiënten (#,#%) een positief resectievlak De <LEEFTIJD>-jaars overleving van deze groep was ##%, terwijl die ##% was voor de groep met een negatief resectievlak De kans op een positief resectievlak is significant geassocieerd met T# en <PERSOON> studie van <PERSOON> werd aangetoond dat een microscopisch positief resectievlak vooral van invloed was op de overleving van patiënten met minder dan # lymfkliermetastasen ###) Directe (peroperatieve) reexcisie op basis van vriescoupe onderzoek resulteerde in een significante verbetering van de overleving bij patiënten met minder dan # lymfkliermetastasen, maar niet bij de Bozzetti onderzocht in een retrospectieve studie het proximale snijvlak bij T# enT# tumoren en vond dat het microscopisch resectievlak bij alle patiënten pas vrij was als een marge van # cm was aangehouden ## Bij een marge van # tot # cm was #,#% positief, en bij een marge van # tot # cm had #,#% van de patiënten een microscopisch positief resectievlak Module <DATUM> Routinematige verwijdering milt en pancreas behandelen maagcarcinoom, met name wat betreft behoud of verwijderen van milt en pancreas? Resectie van pancreas en milt moet alleen overwogen worden als er sprake is van directe ingroei in Er kan gekozen worden om de milt preventief te verwijderen bij een maagresectie met resectie van lymfklieren als er nog geen tekenen zijn van invasie Het is echter ook mogelijk om de lymfklieren rond de maag goed te verwijderen zonder de milt daarvoor te moeten opofferen ###.
680
nvmdl
In de Nederlandse D#-D# maagstudie hadden ## van de ### patiënten (#,#%) een positief resectievlak De <LEEFTIJD>-jaars overleving van deze groep was ##%, terwijl die ##% was voor de groep met een negatief resectievlak De kans op een positief resectievlak is significant geassocieerd met T# en <PERSOON> studie van <PERSOON> werd aangetoond dat een microscopisch positief resectievlak vooral van invloed was op de overleving van patiënten met minder dan # lymfkliermetastasen ###) Directe (peroperatieve) reexcisie op basis van vriescoupe onderzoek resulteerde in een significante verbetering van de overleving bij patiënten met minder dan # lymfkliermetastasen, maar niet bij de Bozzetti onderzocht in een retrospectieve studie het proximale snijvlak bij T# enT# tumoren en vond dat het microscopisch resectievlak bij alle patiënten pas vrij was als een marge van # cm was aangehouden ## Bij een marge van # tot # cm was #,#% positief, en bij een marge van # tot # cm had #,#% van de patiënten een microscopisch positief resectievlak Module <DATUM> Routinematige verwijdering milt en pancreas behandelen maagcarcinoom, met name wat betreft behoud of verwijderen van milt en pancreas? Resectie van pancreas en milt moet alleen overwogen worden als er sprake is van directe ingroei in Er kan gekozen worden om de milt preventief te verwijderen bij een maagresectie met resectie van lymfklieren als er nog geen tekenen zijn van invasie Het is echter ook mogelijk om de lymfklieren rond de maag goed te verwijderen zonder de milt daarvoor te moeten opofferen ### systematische review gevonden die de risico's van een splenectomie beschrijft Twee RCT's van matige methodologische kwaliteit vergeleken het wel en niet preventief verwijderen van de milt bij een maagresectie #<DATUM> Csendes vindt geen verschil in overleving tussen patiënten met (##%) en zonder (##%) (p)# ##) splenectomie en adviseert daarom om splenectomie alleen uit te voeren bij patiënten met macroscopische verdenking van metastasering in de lymfklieren langs de arteria lienalis, bij directe invasie van de hilus van de milt en in patiënten met stadium IIIB kanker ## In de studie van <PERSOON> was er eveneens geen verschil in overleving ### De <LEEFTIJD>-jaars overleving was ##,#% in patiënten zonder en ##,#% in patiënten met splenectomie (logrank test p=#,#) In een aantal prospectieve cohortstudies wordt een hoger risico op postoperatieve morbiditeit gevonden bij patiënten die een splenectomie ondergingen ### ## ## ## <PERSOON> vond een verhoogd risico op chirurgische complicaties bij een splenectomie (RR #,## ##% BI #,##-##,##) ### Hartgrink rapporteert een relatief risico voor morbiditeit van #,## (##% BI #,<DATUM> ##) en een relatief risico voor mortaliteit van #,## (##% BI #,#<DATUM> ##) ## Bozetti vond een verhoogd risico op postoperatieve events (#,## ##%BI #,<DATUM> ##) en een slechtere prognose bij patiënten die een splenectomie hadden ondergaan (HR #,## ##%BI #,<DATUM> ##) ## ## Een vierde prospectieve studie wijst in dezelfde richting met een relatief risico van #,## (##% BI #,#<DATUM> ##), hoewel het betrouwbaarheid interval breed is ###.
743
nvmdl
systematische review gevonden die de risico's van een splenectomie beschrijft Twee RCT's van matige methodologische kwaliteit vergeleken het wel en niet preventief verwijderen van de milt bij een maagresectie #<DATUM> Csendes vindt geen verschil in overleving tussen patiënten met (##%) en zonder (##%) (p)# ##) splenectomie en adviseert daarom om splenectomie alleen uit te voeren bij patiënten met macroscopische verdenking van metastasering in de lymfklieren langs de arteria lienalis, bij directe invasie van de hilus van de milt en in patiënten met stadium IIIB kanker ## In de studie van <PERSOON> was er eveneens geen verschil in overleving ### De <LEEFTIJD>-jaars overleving was ##,#% in patiënten zonder en ##,#% in patiënten met splenectomie (logrank test p=#,#) In een aantal prospectieve cohortstudies wordt een hoger risico op postoperatieve morbiditeit gevonden bij patiënten die een splenectomie ondergingen ### ## ## ## <PERSOON> vond een verhoogd risico op chirurgische complicaties bij een splenectomie (RR #,## ##% BI #,##-##,##) ### Hartgrink rapporteert een relatief risico voor morbiditeit van #,## (##% BI #,<DATUM> ##) en een relatief risico voor mortaliteit van #,## (##% BI #,#<DATUM> ##) ## Bozetti vond een verhoogd risico op postoperatieve events (#,## ##%BI #,<DATUM> ##) en een slechtere prognose bij patiënten die een splenectomie hadden ondergaan (HR #,## ##%BI #,<DATUM> ##) ## ## Een vierde prospectieve studie wijst in dezelfde richting met een relatief risico van #,## (##% BI #,#<DATUM> ##), hoewel het betrouwbaarheid interval breed is ### ##,#% van de patiënten met splenectomie ### Dit wijst eveneens in de richting van meer postoperatieve morbiditeit na splenectomie, maar ook in deze studie was het verschil niet statistisch Er is geen systematische review bekend die de gevolgen van een pancreatectomie behandelt Hartgrink rapporteert, net als bij resectie van milt, ook een hoger risico op morbiditeit (RR #,## ##% BI #,## - #,##) en een hogere mortaliteit (RR #,## ##% BI #,## - #,##) na resectie van het pancreas ## In de studie van Kodera was pancreatecomie de belangrijkste risicofactor voor complicaties na een maagresectie ### Het relatieve risico om na een maagresectie met verwijdering van het pancreas complicaties te krijgen was #,## maal groter (##% BI #,##-##,##) dan bij een maagresectie met behoud van het pancreas Het pancreas zou alleen verwijderd moeten worden bij patiënten bij wie het duidelijk is dat het pancreas door de kanker is aangetast <PERSOON> rapporteert een verhoogde postoperatieve morbiditeit (RR #,## ##% BI #,## ##,##) bij patiënten bij wie zowel de milt als het pancreas werd verwijderd #<DATUM> Opgemerkt moet worden dat slechts # en #% van het cohort een pancreatectomie heeft ondergaan Het is aannemelijk dat het routinematig verwijderen van de milt geen overlevingsvoordeel Het is aannemelijk dat het verwijderen van de milt het risico op complicaties <PERSOON> is aannemelijk dat het verwijderen van het pancreas het risico op complicaties Er zijn aanwijzingen dat het verwijderen van het pancreas het risico op overlijden.
774
nvmdl
richting van meer postoperatieve morbiditeit na splenectomie, maar ook in deze studie was het verschil niet statistisch Er is geen systematische review bekend die de gevolgen van een pancreatectomie behandelt Hartgrink rapporteert, net als bij resectie van milt, ook een hoger risico op morbiditeit (RR #,## ##% BI #,## - #,##) en een hogere mortaliteit (RR #,## ##% BI #,## - #,##) na resectie van het pancreas ## In de studie van Kodera was pancreatecomie de belangrijkste risicofactor voor complicaties na een maagresectie ### Het relatieve risico om na een maagresectie met verwijdering van het pancreas complicaties te krijgen was #,## maal groter (##% BI #,##-##,##) dan bij een maagresectie met behoud van het pancreas Het pancreas zou alleen verwijderd moeten worden bij patiënten bij wie het duidelijk is dat het pancreas door de kanker is aangetast <PERSOON> rapporteert een verhoogde postoperatieve morbiditeit (RR #,## ##% BI #,## ##,##) bij patiënten bij wie zowel de milt als het pancreas werd verwijderd #<DATUM> Opgemerkt moet worden dat slechts # en #% van het cohort een pancreatectomie heeft ondergaan Het is aannemelijk dat het routinematig verwijderen van de milt geen overlevingsvoordeel Het is aannemelijk dat het verwijderen van de milt het risico op complicaties <PERSOON> is aannemelijk dat het verwijderen van het pancreas het risico op complicaties Er zijn aanwijzingen dat het verwijderen van het pancreas het risico op overlijden Een lymfklierdissectie dient te worden verricht volgens de in bijlage # vermeldde operatietechniek (zie bijlage #), waarbij ten minste ## lymfklieren worden verwijderd en De dissectie van lymfklieren wordt aangeduid volgens de richtlijnen van de ‘Japanese Research Society for the Study of Gastric Cancer' en wordt ingedeeld in D# waarbij zeer weinig lymfklieren worden verwijderd tot D# waarbij een maximaal aantal klieren rond de maag wordt verwijderd (zie figuur # in bijlage #) Bij een maagresectie zonder bewijs van uitzaaiingen in de lymfklieren wordt vaak een beperkte (D#) lymfklierdissectie uitgevoerd Al vele jaren is echter een discussie gaande over de mogelijke voordelen van een uitgebreide (D#) lymfklierdissectie ten opzichte van een beperkte (D#) lymfklierdissectie De hoeveelheid lymfklieren die bij een maagresectie wordt verwijderd is een belangrijke voorspellende factor bij het maagcarcinoom Theoretisch zou het verwijderen van meer lymfklieren de kans op overleving moeten vergroten Een dergelijke resectie is echter niet relevant als er geen lymfklieruitzaaiingen zijn, als de ziekte al uitgebreid is tot een systemische ziekte, of als de uitgebreide procedure de kans op directe postoperatieve complicaties en sterfte zodanig vergroot dat het voordeel teniet wordt gedaan ## In de systematische review van McCulloch worden D# en D# lymfklierdissecties met elkaar vergeleken ### Alhoewel er twee RCT´s van goede methodologische kwaliteit werden ingesloten beschouwd McCulloch het als onbewezen dat er grote verschillen zijn tussen een D# en D# vanwege problemen met de uitvoering van de operatie in beide studies, bijvoorbeeld het feit dat er.
619
nvmdl
de in bijlage # vermeldde operatietechniek (zie bijlage #), waarbij ten minste ## lymfklieren worden verwijderd en De dissectie van lymfklieren wordt aangeduid volgens de richtlijnen van de ‘Japanese Research Society for the Study of Gastric Cancer' en wordt ingedeeld in D# waarbij zeer weinig lymfklieren worden verwijderd tot D# waarbij een maximaal aantal klieren rond de maag wordt verwijderd (zie figuur # in bijlage #) Bij een maagresectie zonder bewijs van uitzaaiingen in de lymfklieren wordt vaak een beperkte (D#) lymfklierdissectie uitgevoerd Al vele jaren is echter een discussie gaande over de mogelijke voordelen van een uitgebreide (D#) lymfklierdissectie ten opzichte van een beperkte (D#) lymfklierdissectie De hoeveelheid lymfklieren die bij een maagresectie wordt verwijderd is een belangrijke voorspellende factor bij het maagcarcinoom Theoretisch zou het verwijderen van meer lymfklieren de kans op overleving moeten vergroten Een dergelijke resectie is echter niet relevant als er geen lymfklieruitzaaiingen zijn, als de ziekte al uitgebreid is tot een systemische ziekte, of als de uitgebreide procedure de kans op directe postoperatieve complicaties en sterfte zodanig vergroot dat het voordeel teniet wordt gedaan ## In de systematische review van McCulloch worden D# en D# lymfklierdissecties met elkaar vergeleken ### Alhoewel er twee RCT´s van goede methodologische kwaliteit werden ingesloten beschouwd McCulloch het als onbewezen dat er grote verschillen zijn tussen een D# en D# vanwege problemen met de uitvoering van de operatie in beide studies, bijvoorbeeld het feit dat er De gerandomiseerde trials in de review vonden geen verschil in <LEEFTIJD>-jaars overleving tussen patiënten met een D# of D# resectie (RR #,## ##% BI #,## - #,##) De twee grote trials in deze review waren de Nederlandse maagcarcinoom trial en de Britse ‘MRC Gastric Cancer Surgical Trial' In de Nederlandse maagcarcinoom trial ondergingen ### patiënten een beperkte (D#) of uitgebreide (D#) lymfklierdissectie Onder de patiënten die een D# dissectie hadden ondergaan, kwam postoperatieve mortaliteit meer voor dan bij de D# patiënten (##% versus #%, p=#,###) In de groep met D# patiënten kwamen ook meer complicaties voor dan onder de D# patiënten (##% versus ##%, p(#,###) In de Britse ‘MRC Gastric Cancer Surgical Trial' werden in totaal ### patiënten behandeld met een D# of D# dissectie Het percentage patiënten dat na de operatie overleed na een D# dissectie was groter dan na een D# dissectie (##% versus #,#%, p=#,##) en ook de postoperatieve complicaties kwamen meer voor onder D# patiënten dan onder D# patiënten (##% versus ##%, p(#,###) In een niet gerandomiseerde studie in Engeland werd een voordeel gevonden van een uitgebreide (D#) lymfklierdissectie ## De mortaliteit na de operatie was niet significant verschillend tussen D# (#,#%) en D# (#,#%), maar de <LEEFTIJD>-jaars overlevingskans na een D# operatie was ##% versus ##% bij de D# groep (p=#,###) De uitgebreidheid van de lymfklierdissectie was Kullig vergeleek de resultaten van een uitgebreide D# resectie met die van een standaard D# resectie in een grote RCT in Polen ### Er werd geen verschil gevonden aangaande algehele.
712
nvmdl
overleving tussen patiënten met een D# of D# resectie (RR #,## ##% BI #,## - #,##) De twee grote trials in deze review waren de Nederlandse maagcarcinoom trial en de Britse ‘MRC Gastric Cancer Surgical Trial' In de Nederlandse maagcarcinoom trial ondergingen ### patiënten een beperkte (D#) of uitgebreide (D#) lymfklierdissectie Onder de patiënten die een D# dissectie hadden ondergaan, kwam postoperatieve mortaliteit meer voor dan bij de D# patiënten (##% versus #%, p=#,###) In de groep met D# patiënten kwamen ook meer complicaties voor dan onder de D# patiënten (##% versus ##%, p(#,###) In de Britse ‘MRC Gastric Cancer Surgical Trial' werden in totaal ### patiënten behandeld met een D# of D# dissectie Het percentage patiënten dat na de operatie overleed na een D# dissectie was groter dan na een D# dissectie (##% versus #,#%, p=#,##) en ook de postoperatieve complicaties kwamen meer voor onder D# patiënten dan onder D# patiënten (##% versus ##%, p(#,###) In een niet gerandomiseerde studie in Engeland werd een voordeel gevonden van een uitgebreide (D#) lymfklierdissectie ## De mortaliteit na de operatie was niet significant verschillend tussen D# (#,#%) en D# (#,#%), maar de <LEEFTIJD>-jaars overlevingskans na een D# operatie was ##% versus ##% bij de D# groep (p=#,###) De uitgebreidheid van de lymfklierdissectie was Kullig vergeleek de resultaten van een uitgebreide D# resectie met die van een standaard D# resectie in een grote RCT in Polen ### Er werd geen verschil gevonden aangaande algehele Een Italiaans cohortstudie ### vond dat het risico op ‘long term death for all causes' verminderde met een toenemend aantal lymfklieren dat werd weggehaald Het risico verminderde tot het aantal van ## klieren en bleef daarna min of meer stabiel Op basis hiervan concluderen de auteurs dat minimaal ## lymfklieren moeten worden weggehaald, tenminste bij die patiënten die dat aan kunnen Er zijn ook een aantal Aziatische studies waarin de verschillende dissecties worden vergeleken De uitkomsten van o a Japanse studies zijn echter moeilijk te vergelijken met de Nederlandse situatie De prevalentie van maagcarcinoom is in <LOCATIE> lager dan in Japan Daarnaast zorgen de intensieve screening programma's in Japan ervoor dat maagcarcinoom eerder wordt opgespoord en daardoor beter te behandelen is Door de hoge prevalentie van maagcarcinoom hebben de behandelende artsen meer ervaring De mortaliteit- en morbiditeitcijfers in Japanse studies liggen daarom ook vaak lager dan in Nederlandse of andere Westerse studies In Japan wordt tenminste Kasakura vergeleek in Japan retrospectief de effecten van D# en D# op morbiditeit en mortaliteit en vond geen verschil tussen beide groepen ### Omdat er wel een positief effect werd gevonden bij de subgroepen T#,N# en T#,N# kanker adviseert hij D# resectie bij deze mensen, vooral bij jonge Sano vergeleek het risico op complicaties na een uitgebreide (D#, inclusief verwijdering van de paraaorta lymfklieren) en een standaard D# resectie met behulp van een RCT in Japan # ## Het.
699
nvmdl
vond dat het risico op ‘long term death for all causes' verminderde met een toenemend aantal lymfklieren dat werd weggehaald Het risico verminderde tot het aantal van ## klieren en bleef daarna min of meer stabiel Op basis hiervan concluderen de auteurs dat minimaal ## lymfklieren moeten worden weggehaald, tenminste bij die patiënten die dat aan kunnen Er zijn ook een aantal Aziatische studies waarin de verschillende dissecties worden vergeleken De uitkomsten van o a Japanse studies zijn echter moeilijk te vergelijken met de Nederlandse situatie De prevalentie van maagcarcinoom is in <LOCATIE> lager dan in Japan Daarnaast zorgen de intensieve screening programma's in Japan ervoor dat maagcarcinoom eerder wordt opgespoord en daardoor beter te behandelen is Door de hoge prevalentie van maagcarcinoom hebben de behandelende artsen meer ervaring De mortaliteit- en morbiditeitcijfers in Japanse studies liggen daarom ook vaak lager dan in Nederlandse of andere Westerse studies In Japan wordt tenminste Kasakura vergeleek in Japan retrospectief de effecten van D# en D# op morbiditeit en mortaliteit en vond geen verschil tussen beide groepen ### Omdat er wel een positief effect werd gevonden bij de subgroepen T#,N# en T#,N# kanker adviseert hij D# resectie bij deze mensen, vooral bij jonge Sano vergeleek het risico op complicaties na een uitgebreide (D#, inclusief verwijdering van de paraaorta lymfklieren) en een standaard D# resectie met behulp van een RCT in Japan # ## Het (p=#,###), maar er was geen significant verschil in het voorkomen van de vier meest voorkomende complicaties Ziekenhuismortaliteit was gelijk in beide groepen (#,#%) Ook de overleving van beide studie groepen is niet significant verschillend (##,#% versus ##,#% respectievelijk na <LEEFTIJD> jaar) ### Aziatische studies naar D# resectie laten zien dat D# resectie een voordeel kan bieden boven D# of D# resectie De studie van <PERSOON> waarin D# met D# werd vergeleken liet zien dat de kans op complicaties wordt vergroot bij een D# resectie (##,#% vs #,#%, p=#,###) maar dat de mortaliteit niet toeneemt # ## Hoewel niet significant, kwamen recidieven van kanker vaker voor in de D# groep (##,#%) dan in de D# groep (##,#%) <PERSOON> rapporteert tevens een betere kans op overleving in de D# overleving gecorrigeerde <PERSOON> benadrukt het belang van ervaren Kunisaki vond minder postoperatieve morbiditeit voor patiënten met gevorderde kanker met een tumor grootte van ## tot ### mm, en bij patiënten met een pN# stadium als ze D# resectie ondergingen in plaats van een D# resectie ### Er werd geen verschil gevonden ten aanzien van overleving en recidieven D# is echter wel adequaat voor patiënten met een relatief vroegere vorm Maeta vergeleek een D# met een D# resectie in een niet gerandomiseerde studie # ## Er werden geen verschillen gevonden wat betreft de operatieve morbiditeit en mortaliteit en de overleving Het is bewezen dat er geen verschil is in overleving na een D# en een D# operatie in de westerse.
642
nvmdl
voorkomende complicaties Ziekenhuismortaliteit was gelijk in beide groepen (#,#%) Ook de overleving van beide studie groepen is niet significant verschillend (##,#% versus ##,#% respectievelijk na <LEEFTIJD> jaar) ### Aziatische studies naar D# resectie laten zien dat D# resectie een voordeel kan bieden boven D# of D# resectie De studie van <PERSOON> waarin D# met D# werd vergeleken liet zien dat de kans op complicaties wordt vergroot bij een D# resectie (##,#% vs #,#%, p=#,###) maar dat de mortaliteit niet toeneemt # ## Hoewel niet significant, kwamen recidieven van kanker vaker voor in de D# groep (##,#%) dan in de D# groep (##,#%) <PERSOON> rapporteert tevens een betere kans op overleving in de D# overleving gecorrigeerde <PERSOON> benadrukt het belang van ervaren Kunisaki vond minder postoperatieve morbiditeit voor patiënten met gevorderde kanker met een tumor grootte van ## tot ### mm, en bij patiënten met een pN# stadium als ze D# resectie ondergingen in plaats van een D# resectie ### Er werd geen verschil gevonden ten aanzien van overleving en recidieven D# is echter wel adequaat voor patiënten met een relatief vroegere vorm Maeta vergeleek een D# met een D# resectie in een niet gerandomiseerde studie # ## Er werden geen verschillen gevonden wat betreft de operatieve morbiditeit en mortaliteit en de overleving Het is bewezen dat er geen verschil is in overleving na een D# en een D# operatie in de westerse een D# dissectie ten opzichte van een D# dissectie, andere niet Er zijn aanwijzingen in Westerse studies dat het risico op ziekte gerelateerd overlijden vermindert bij het verwijderen van een toenemend aantal lymfklieren Deze daling vlakt af met de verwijdering Op basis van Aziatische studies is het aannemelijk dat er geen verschil is in de kans op complicaties Op basis van Aziatische studies is het aannemelijk dat er geen overlevingsvoordeel is van een Op basis van Aziatische studies is het aannemelijk dat de kans op overleving hoger is na een D# Er zijn aanwijzingen dat de morbiditeit na een D# operatie hoger is dan na een D# operatie in een Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is wat betreft overleving en recidief bij het vergelijken van Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in post-operatieve mortaliteit, totale morbiditeit en Het eventuele voordeel in overleving van een D# dissectie wordt in de Nederlandse en Engelse RCT teniet gedaan door de hogere mortaliteit in deze groep De bij de D# dissectie aanbevolen resectie van pancreasstaart en milt, om klierstation ## en ## te verwijderen, speelt daarin een grote rol Als klierstation ## of ## is aangedaan is de prognose slecht ## De meerwaarde van het verwijderen van deze klieren moet derhalve worden betwijfeld In de studie van <PERSOON> werd in een veel kleiner percentage een pancreatico-splenectomie uitgevoerd # ## Er was in die studie een lagere mortaliteit en er werd wel een overlevingsvoordeel gezien van een uitgebreide lymfklierdissectie Ook in de.
630
nvmdl
van een D# dissectie, andere niet Er zijn aanwijzingen in Westerse studies dat het risico op ziekte gerelateerd overlijden vermindert bij het verwijderen van een toenemend aantal lymfklieren Deze daling vlakt af met de verwijdering Op basis van Aziatische studies is het aannemelijk dat er geen verschil is in de kans op complicaties Op basis van Aziatische studies is het aannemelijk dat er geen overlevingsvoordeel is van een Op basis van Aziatische studies is het aannemelijk dat de kans op overleving hoger is na een D# Er zijn aanwijzingen dat de morbiditeit na een D# operatie hoger is dan na een D# operatie in een Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is wat betreft overleving en recidief bij het vergelijken van Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in post-operatieve mortaliteit, totale morbiditeit en Het eventuele voordeel in overleving van een D# dissectie wordt in de Nederlandse en Engelse RCT teniet gedaan door de hogere mortaliteit in deze groep De bij de D# dissectie aanbevolen resectie van pancreasstaart en milt, om klierstation ## en ## te verwijderen, speelt daarin een grote rol Als klierstation ## of ## is aangedaan is de prognose slecht ## De meerwaarde van het verwijderen van deze klieren moet derhalve worden betwijfeld In de studie van <PERSOON> werd in een veel kleiner percentage een pancreatico-splenectomie uitgevoerd # ## Er was in die studie een lagere mortaliteit en er werd wel een overlevingsvoordeel gezien van een uitgebreide lymfklierdissectie Ook in de De techniek van een maagresectie met adequate lymfklierdissectie staat beschreven in bijlage Module <DATUM> Invloed van volume op uitkomst maagresecties Kan chirurgie overal plaatsvinden of zou chirurgie moeten worden geconcentreerd in gespecialiseerde De werkgroep is van mening dat centralisatie van de behandeling van maagcarcinoom kan bijdragen aan een verbetering van de uitkomst van deze zorg Er lijkt voor bepaalde ingrepen een relatie te bestaan tussen het volume van een ziekenhuis en de postoperatieve mortaliteit Twee systematische reviews hebben dit onderzocht voor een scala van aandoeningen ## ## In een systematische review van <PERSOON> ##werd de kwaliteit van zorg voor ## operaties in verband gebracht met het volume per ziekenhuis en voor ## operaties het volume per chirurg Wat betreft oncologische ingrepen aan de maag waren er, drie studies op het niveau van de arts en zeven op het niveau van het ziekenhuis Twee van de drie de studies op het niveau van de arts vonden dat een hoger volume in vergelijking tot een lager volume geassocieerd is met een lagere mortaliteit ## ## De derde studie rapporteerde een daling van de postoperatieve mortaliteit met ##% voor iedere toename van ## patiënten in chirurgen-volume per jaar (OR #,## ##%BI #,#<DATUM> ##), maar dit verschil was niet significant ## Vijf van de zeven studies op het niveau van het ziekenhuis vonden dat een hoog volume ziekenhuis geassocieerd is met een daling in de mortaliteit <DATUM> ### ## ## ##.
583
nvmdl
van een maagresectie met adequate lymfklierdissectie staat beschreven in bijlage Module <DATUM> Invloed van volume op uitkomst maagresecties Kan chirurgie overal plaatsvinden of zou chirurgie moeten worden geconcentreerd in gespecialiseerde De werkgroep is van mening dat centralisatie van de behandeling van maagcarcinoom kan bijdragen aan een verbetering van de uitkomst van deze zorg Er lijkt voor bepaalde ingrepen een relatie te bestaan tussen het volume van een ziekenhuis en de postoperatieve mortaliteit Twee systematische reviews hebben dit onderzocht voor een scala van aandoeningen ## ## In een systematische review van <PERSOON> ##werd de kwaliteit van zorg voor ## operaties in verband gebracht met het volume per ziekenhuis en voor ## operaties het volume per chirurg Wat betreft oncologische ingrepen aan de maag waren er, drie studies op het niveau van de arts en zeven op het niveau van het ziekenhuis Twee van de drie de studies op het niveau van de arts vonden dat een hoger volume in vergelijking tot een lager volume geassocieerd is met een lagere mortaliteit ## ## De derde studie rapporteerde een daling van de postoperatieve mortaliteit met ##% voor iedere toename van ## patiënten in chirurgen-volume per jaar (OR #,## ##%BI #,#<DATUM> ##), maar dit verschil was niet significant ## Vijf van de zeven studies op het niveau van het ziekenhuis vonden dat een hoog volume ziekenhuis geassocieerd is met een daling in de mortaliteit <DATUM> ### ## ## ## resultaten geeft, maar laten wel een trend in dezelfde richting zien In een review <PERSOON> worden ### artikelen vergeleken die over de relatie tussen het volume van het ziekenhuis en de klinische uitkomsten gaan ## Volgens Halm worden grotere ziekenhuizen geassocieerd met betere uitkomsten In deze review hebben slechts # artikelen betrekking op de behandeling van maagcarcinoom, waarvan # studie een significante relatie vond tussen volume en klinische uitkomsten ## In de studie van <PERSOON> ## was de postoperatieve mortaliteit verhoudingsgewijs het De enige Nederlandse studie is gedaan door <PERSOON> ##, welke ook is opgenomen in de systematische review van <PERSOON> ## <PERSOON> evalueerde de prognostische impact van ziekenhuisvolume op postoperatieve mortaliteit bij ### patiënten die een maagoperatie ondergingen De postoperatieve mortaliteit varieerde tussen de ziekenhuizen van #,#% tot ##,#% Prognostische factoren voor mortaliteit waren leeftijd, geslacht en stadium van de ziekte Het ziekenhuisvolume was in deze studie niet geassocieerd met postoperatieve mortaliteit onderwerp volume De werkgroep verwijst hiervoor naar de zogeheten SONCOS normen, een overzicht van zowel algemene voorwaarden voor oncologische zorg als voorwaarden voor op het moment van verschijnen van deze update van de richtlijn meest actuele (vierde) versie van het SONCOS normeringsrapport dateert van <DATUM> (zie (WEBLINK)) Aan deze versie hebben - met uitzondering van NVD, NVZA - alle overige organisaties van ook bij deze richtlijn betrokken professionals (NVCO/NVGIC, NVMDL, NVMO, NVNG, NVRO, NVVP, NVvR, Het is aannemelijk dat het risico op overlijden na een maagresectie lager is als de operatie.
618
nvmdl
In een review <PERSOON> worden ### artikelen vergeleken die over de relatie tussen het volume van het ziekenhuis en de klinische uitkomsten gaan ## Volgens Halm worden grotere ziekenhuizen geassocieerd met betere uitkomsten In deze review hebben slechts # artikelen betrekking op de behandeling van maagcarcinoom, waarvan # studie een significante relatie vond tussen volume en klinische uitkomsten ## In de studie van <PERSOON> ## was de postoperatieve mortaliteit verhoudingsgewijs het De enige Nederlandse studie is gedaan door <PERSOON> ##, welke ook is opgenomen in de systematische review van <PERSOON> ## <PERSOON> evalueerde de prognostische impact van ziekenhuisvolume op postoperatieve mortaliteit bij ### patiënten die een maagoperatie ondergingen De postoperatieve mortaliteit varieerde tussen de ziekenhuizen van #,#% tot ##,#% Prognostische factoren voor mortaliteit waren leeftijd, geslacht en stadium van de ziekte Het ziekenhuisvolume was in deze studie niet geassocieerd met postoperatieve mortaliteit onderwerp volume De werkgroep verwijst hiervoor naar de zogeheten SONCOS normen, een overzicht van zowel algemene voorwaarden voor oncologische zorg als voorwaarden voor op het moment van verschijnen van deze update van de richtlijn meest actuele (vierde) versie van het SONCOS normeringsrapport dateert van <DATUM> (zie (WEBLINK)) Aan deze versie hebben - met uitzondering van NVD, NVZA - alle overige organisaties van ook bij deze richtlijn betrokken professionals (NVCO/NVGIC, NVMDL, NVMO, NVNG, NVRO, NVVP, NVvR, Het is aannemelijk dat het risico op overlijden na een maagresectie lager is als de operatie wordt uitgevoerd in een ziekenhuis waar veel van dit soort operaties worden uitgevoerd <PERSOON> ### In ### werden bij de IKC's ### gevallen van maagcarcinoom geregistreerd (en ### oesofaguscarcinomen) waarvan ongeveer eenderde wordt gereserceerd ter curatie en palliatie Gezien deze incidentie zou het maagcarcinoom ook tot de ‘laag volume chirurgie' moeten horen Uit vele studies is naar voren gekomen dat centralisatie van laagvolume chirurgie tot betere uitkomsten leidt Uit deze studies kan geen exact minimum getal voor kliniek en chirurg worden afgeleid Bij het vroeg stadium maagcarcinoom is vastgesteld dat eradicatie van de Helicobacter Pylori bacterie de kans op een metachrone tumor verkleint <DATUM> Het is aannemelijk dat dit ook voor verdere curatief te behandelen stadia van het maagcarcinoom geldt Derhalve is het zinvol om bij een partiële maagresectie vast te stellen of er sprake is van een Helicobacter Pylori infectie Dit zou door de patholoog kunnen worden vastgesteld op het resectie preparaat Waaruit zou palliatieve chirurgie moeten bestaan en welke patiënten komen hiervoor in Het verdient aanbeveling om bij een geselecteerde groep patiënten, bij wie een curatief beleid niet mogelijk is, zo mogelijk een partiële palliatieve maagresectie te verrichten omdat er aanwijzingen zijn dat dit de overleving en de kwaliteit van leven van deze patiënten verbetert Als leidraad hierbij zou men kunnen aanhouden patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met slechts # parameter van incurabiliteit metastasen, levermetastasen, lymfkliermetastasen op afstand of een T#-tumor).
590
nvmdl
soort operaties worden uitgevoerd <PERSOON> ### In ### werden bij de IKC's ### gevallen van maagcarcinoom geregistreerd (en ### oesofaguscarcinomen) waarvan ongeveer eenderde wordt gereserceerd ter curatie en palliatie Gezien deze incidentie zou het maagcarcinoom ook tot de ‘laag volume chirurgie' moeten horen Uit vele studies is naar voren gekomen dat centralisatie van laagvolume chirurgie tot betere uitkomsten leidt Uit deze studies kan geen exact minimum getal voor kliniek en chirurg worden afgeleid Bij het vroeg stadium maagcarcinoom is vastgesteld dat eradicatie van de Helicobacter Pylori bacterie de kans op een metachrone tumor verkleint <DATUM> Het is aannemelijk dat dit ook voor verdere curatief te behandelen stadia van het maagcarcinoom geldt Derhalve is het zinvol om bij een partiële maagresectie vast te stellen of er sprake is van een Helicobacter Pylori infectie Dit zou door de patholoog kunnen worden vastgesteld op het resectie preparaat Waaruit zou palliatieve chirurgie moeten bestaan en welke patiënten komen hiervoor in Het verdient aanbeveling om bij een geselecteerde groep patiënten, bij wie een curatief beleid niet mogelijk is, zo mogelijk een partiële palliatieve maagresectie te verrichten omdat er aanwijzingen zijn dat dit de overleving en de kwaliteit van leven van deze patiënten verbetert Als leidraad hierbij zou men kunnen aanhouden patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met slechts # parameter van incurabiliteit metastasen, levermetastasen, lymfkliermetastasen op afstand of een T#-tumor) aangewezen is, heeft het de voorkeur een stent te plaatsen bij een verwachte korte overleving (# weken of korter) en een gastrojejunostomie (GJJ) te verrichten bij patiënten met een langere Ter palliatie van bloedingen van een niet resectabele tumor kan radiotherapie overwogen worden Voor patiënten bij wie een curatief beleid niet meer mogelijk is, kan besloten worden om een resectie te doen met palliatieve doeleinden Een palliatieve resectie zou de overleving doen toenemen Daartegenover staat een risico van postoperatieve morbiditeit, langere opnameduur in het ziekenhuis Verschillende studies vergeleken de resultaten van een palliatieve resectie met die van geen resectie, waarbij de patiënten in de laatste groep verschillende behandelingen ondergingen zoals gastroenterotomie of exploratieve laparatomie Sommige studies vergeleken de resultaten van Probleem bij deze studies is dat ze niet kunnen worden gerandomiseerd en dat de chirurg de behandeling koos die het beste was voor de individuele patiënt Dit leidde in alle studies tot groepen die niet vergelijkbaar waren; de patiënten met een betere gezondheidstoestand ondergingen een resectie en de patiënten met een slechtere gezondheidstoestand niet De eerste groep heeft bij aanvang al een betere kans om langer te overleven en dit kan de resultaten vertekenen ### patiënten die een laparatomie ondergingen in het kader van een nationale Nederlandse trial hadden een niet-curabele tumor ## ## Deze patiënten ondergingen een palliatief beleid en de uitkomsten van patiënten die wel of geen palliatieve maagresectie kregen werden prospectief met elkaar vergeleken De overleving was hoger in de groep met de palliatieve resectie (#,# vs #,#.
570
nvmdl
de voorkeur een stent te plaatsen bij een verwachte korte overleving (# weken of korter) en een gastrojejunostomie (GJJ) te verrichten bij patiënten met een langere Ter palliatie van bloedingen van een niet resectabele tumor kan radiotherapie overwogen worden Voor patiënten bij wie een curatief beleid niet meer mogelijk is, kan besloten worden om een resectie te doen met palliatieve doeleinden Een palliatieve resectie zou de overleving doen toenemen Daartegenover staat een risico van postoperatieve morbiditeit, langere opnameduur in het ziekenhuis Verschillende studies vergeleken de resultaten van een palliatieve resectie met die van geen resectie, waarbij de patiënten in de laatste groep verschillende behandelingen ondergingen zoals gastroenterotomie of exploratieve laparatomie Sommige studies vergeleken de resultaten van Probleem bij deze studies is dat ze niet kunnen worden gerandomiseerd en dat de chirurg de behandeling koos die het beste was voor de individuele patiënt Dit leidde in alle studies tot groepen die niet vergelijkbaar waren; de patiënten met een betere gezondheidstoestand ondergingen een resectie en de patiënten met een slechtere gezondheidstoestand niet De eerste groep heeft bij aanvang al een betere kans om langer te overleven en dit kan de resultaten vertekenen ### patiënten die een laparatomie ondergingen in het kader van een nationale Nederlandse trial hadden een niet-curabele tumor ## ## Deze patiënten ondergingen een palliatief beleid en de uitkomsten van patiënten die wel of geen palliatieve maagresectie kregen werden prospectief met elkaar vergeleken De overleving was hoger in de groep met de palliatieve resectie (#,# vs #,# Echter de morbiditeit was hoger (## vs ##%, p(#,###) en de ziekenhuis opnameduur langer (## vs ## dagen, p(#,###) Hoewel ook de post-operatieve mortaliteit hoger was in de groep met de resectie (## vs ##%) was dit verschil niet significant De morbiditeit, de duur van ziekenhuis opname en mortaliteit bij patiënten ouder dan ## jaren waren hoger dan die van jongere patiënten De overlevingswinst door de gastrectomie bleek samen te hangen met het aantal parameters voor incurabiliteit (peritoneale metastasen, levermetastasen, lymfkliermetastasen op afstand of een T# tumor) Patiënten met # parameter voor incurabiliteit hadden wel een overlevingswinst (##,# vs #,# maanden, p=#,##) terwijl er bij patiënten met twee of meer parameters voor incurabiliteit geen overlevingswinst meer was (#,# vs #,# maanden, p=#,##) Er werd geen verschil in mortaliteit gevonden tussen een partiele of totale palliatieve maagresectie bij patiënten onder de <LEEFTIJD> jaar Er werd geconcludeerd dat zowel de leeftijd als het aantal parameters voor incurabiliteit in acht moeten worden genomen als een palliatieve resectie wordt overwogen Een palliatieve resectie is met name van voordeel bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met slechts # In een Italiaanse retrospectieve studie werden ### patiënten met maagcarcinoom, die palliatief werden behandeld, gevolgd gedurende een periode van <LEEFTIJD> jaar ## Hiervan ondergingen ## ## een by-pass procedure, ## een exploratieve laparotomie en ## ondergingen geen operatie De mediane overleving in de vier groepen was respectievelijk <DATUM> en <DATUM> maanden De.
646
nvmdl
Echter de morbiditeit was hoger (## vs ##%, p(#,###) en de ziekenhuis opnameduur langer (## vs ## dagen, p(#,###) Hoewel ook de post-operatieve mortaliteit hoger was in de groep met de resectie (## vs ##%) was dit verschil niet significant De morbiditeit, de duur van ziekenhuis opname en mortaliteit bij patiënten ouder dan ## jaren waren hoger dan die van jongere patiënten De overlevingswinst door de gastrectomie bleek samen te hangen met het aantal parameters voor incurabiliteit (peritoneale metastasen, levermetastasen, lymfkliermetastasen op afstand of een T# tumor) Patiënten met # parameter voor incurabiliteit hadden wel een overlevingswinst (##,# vs #,# maanden, p=#,##) terwijl er bij patiënten met twee of meer parameters voor incurabiliteit geen overlevingswinst meer was (#,# vs #,# maanden, p=#,##) Er werd geen verschil in mortaliteit gevonden tussen een partiele of totale palliatieve maagresectie bij patiënten onder de <LEEFTIJD> jaar Er werd geconcludeerd dat zowel de leeftijd als het aantal parameters voor incurabiliteit in acht moeten worden genomen als een palliatieve resectie wordt overwogen Een palliatieve resectie is met name van voordeel bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met slechts # In een Italiaanse retrospectieve studie werden ### patiënten met maagcarcinoom, die palliatief werden behandeld, gevolgd gedurende een periode van <LEEFTIJD> jaar ## Hiervan ondergingen ## ## een by-pass procedure, ## een exploratieve laparotomie en ## ondergingen geen operatie De mediane overleving in de vier groepen was respectievelijk <DATUM> en <DATUM> maanden De ondergaan (morbiditeit ##% en mortaliteit <DATUM> ) en het laagst in de groep zonder operatie werd echter niet statistisch getoetst Het uitvoeren van een resectie en een tumor met beperkte lokale doorgroei was geassocieerd met een betere overleving Een kleine prospectieve cohort studie uit Mexico vergeleek de resultaten van ## patiënten met maagcarcinoom in stadium IV die een operatie ondergingen # ## Hiervan ondergingen ## een resectie, ## een bypass en ## een andere operatie (jejunostomie of gastrostomie) Zesentwintig groep had post-operatieve complicaties en de operatieve mortaliteit (overlijden binnen ## dagen) was #,#% De overleving was het hoogst in de groep met de resectie (mediaan ## maanden) vergeleken met # maanden in de bypass groep en # maanden in de groep met overige operaties (p=#,###) De auteurs concluderen dat palliatieve chirurgie kan worden uitgevoerd met een laag risico op morbiditeit en mortaliteit en dat de resectie overlevingswinst oplevert Drie retrospectieve Japanse studies vergeleken de resultaten van een palliatieve resectie met die van geen resectie ### #<DATUM> In alle drie studies werd bevestigd dat de overleving in de groep patiënten die een resectie onderging hoger was dan in de groep zonder resectie Ouchi rapporteerde ook een verbeterde kwaliteit van leven (gedefinieerd als ‘hospital-free survival for at least # months') in de resectiegroep ### Hanazaki beschreef dat de overlevingswinst bij patiënten met een resectie ook werd gevonden bij de subgroep van patiënten met maagcarcinoom in stadium IVb, maar niet in de subgroep van patiënten met levermetastasen ##.
679
nvmdl
en mortaliteit <DATUM> ) en het laagst in de groep zonder operatie werd echter niet statistisch getoetst Het uitvoeren van een resectie en een tumor met beperkte lokale doorgroei was geassocieerd met een betere overleving Een kleine prospectieve cohort studie uit Mexico vergeleek de resultaten van ## patiënten met maagcarcinoom in stadium IV die een operatie ondergingen # ## Hiervan ondergingen ## een resectie, ## een bypass en ## een andere operatie (jejunostomie of gastrostomie) Zesentwintig groep had post-operatieve complicaties en de operatieve mortaliteit (overlijden binnen ## dagen) was #,#% De overleving was het hoogst in de groep met de resectie (mediaan ## maanden) vergeleken met # maanden in de bypass groep en # maanden in de groep met overige operaties (p=#,###) De auteurs concluderen dat palliatieve chirurgie kan worden uitgevoerd met een laag risico op morbiditeit en mortaliteit en dat de resectie overlevingswinst oplevert Drie retrospectieve Japanse studies vergeleken de resultaten van een palliatieve resectie met die van geen resectie ### #<DATUM> In alle drie studies werd bevestigd dat de overleving in de groep patiënten die een resectie onderging hoger was dan in de groep zonder resectie Ouchi rapporteerde ook een verbeterde kwaliteit van leven (gedefinieerd als ‘hospital-free survival for at least # months') in de resectiegroep ### Hanazaki beschreef dat de overlevingswinst bij patiënten met een resectie ook werd gevonden bij de subgroep van patiënten met maagcarcinoom in stadium IVb, maar niet in de subgroep van patiënten met levermetastasen ## maagresectie als een tumor diameter van minder dan ### mm geassocieerd was met een langere overleving (geen resectie vs wel #,## ##% b h i #,##, ##,##; diameter )### mm vs kleiner HR #,## ##% b h i #,##, #,##) ### Een kleine studie vergeleek de resultaten van een palliatieve gastrectomie met een beperkte lymfklierdissectie (D# en D#) met die met een uitgebreide dissectie (<PERSOON> de overleving in het eerste jaar hoger was in de groep met de uitgebreide dissectie was er Bij patiënten met een carcinoom in het distale deel van de maag kan de maaguitgang geblokkeerd worden (Gastric Outlet Obstruction GOO) Dit gaat samen met klachten als overgeven, benauwdheid, malnutritie en dehydratie en heeft een grote impact of de kwaliteit van leven indien dit gastroenterostomie Hierover verschenen drie systematische reviews grotendeels gebaseerd op meta-analyse heeft uitgevoerd Opgemerkt wordt dat de meeste studies een gemengde patiëntenpopulatie insloten waarbij het aantal patiënten met obstructie door maagcarcinoom veelal De meest uitgebreide review was van Jeurnink ### In deze review werden de effecten van gastrojejunostomie (GJJ) en het plaatsen van een stent met elkaar vergeleken Er werden # RCT´s, # vergelijkende studies en ## patiënt series ingesloten ORs werden berekend gebaseerd op resultaten van de vergelijkende en gerandomiseerde trials Deze studies waren klein met minder dan ## patiënten per studie Uit de resultaten bleek geen verschil in technisch succes (OR #,## ##% b h i #,## - #,#).
660
nvmdl
tumor diameter van minder dan ### mm geassocieerd was met een langere overleving (geen resectie vs wel #,## ##% b h i #,##, ##,##; diameter )### mm vs kleiner HR #,## ##% b h i #,##, #,##) ### Een kleine studie vergeleek de resultaten van een palliatieve gastrectomie met een beperkte lymfklierdissectie (D# en D#) met die met een uitgebreide dissectie (<PERSOON> de overleving in het eerste jaar hoger was in de groep met de uitgebreide dissectie was er Bij patiënten met een carcinoom in het distale deel van de maag kan de maaguitgang geblokkeerd worden (Gastric Outlet Obstruction GOO) Dit gaat samen met klachten als overgeven, benauwdheid, malnutritie en dehydratie en heeft een grote impact of de kwaliteit van leven indien dit gastroenterostomie Hierover verschenen drie systematische reviews grotendeels gebaseerd op meta-analyse heeft uitgevoerd Opgemerkt wordt dat de meeste studies een gemengde patiëntenpopulatie insloten waarbij het aantal patiënten met obstructie door maagcarcinoom veelal De meest uitgebreide review was van Jeurnink ### In deze review werden de effecten van gastrojejunostomie (GJJ) en het plaatsen van een stent met elkaar vergeleken Er werden # RCT´s, # vergelijkende studies en ## patiënt series ingesloten ORs werden berekend gebaseerd op resultaten van de vergelijkende en gerandomiseerde trials Deze studies waren klein met minder dan ## patiënten per studie Uit de resultaten bleek geen verschil in technisch succes (OR #,## ##% b h i #,## - #,#) was breed (OR #,## ##% b h i #,# - ##,#) Er werden geen verschillen gevonden voor vroege en studies samen werden weergegeven als gemiddelden en geven de mogelijke verschillen tussen stentplaatsing en GJJ weer Het initiële succes na een stent leek hoger (##% vs ##%, p=#,#), maar ook terugkerende obstructieve klachten leken vaker voor te komen na een stent (##% vs #%) De gemiddelde duur van de ziekenhuisopname leek korter na een stent (# vs ## dagen) en ook de gemiddelde overleving leek korter na een stent (### vs ### dagen) Door het gebrek aan primaire gegevens konden deze gemiddelden niet met elkaar worden vergeleken Desondanks geeft dit review een goed overzicht van de mogelijke verschillen tussen stentplaatsing en GJJ Een retrospectieve studie vergeleek de resultaten van een open GJJ met die van een laparascopische GJJ en met die van een stent # ## Zestien patiënten kregen een open GJJ, ## een laparoscopische GJJ en ## een stent Tien patiënten van de totale groep hadden maagcarcinoom Herstel (gedefinieerd als tijd tot vrije hoeveelheid orale vloeistof inname, tijd tot licht oraal dieet, opnameduur na de ingreep) na een stent was het snelst gevolgd door een laparascopische GJJ en was het langzaamste na een open GJJ (p(#,### voor alle drie uitkomstmaten) Patiënten in de GJJ groepen leefden langer dan patiënten in de stent groep (### vs ## dagen, p=#,###) Hosono heeft de resultaten samengevat met behulp van een meta-analyse gebaseerd op # RCT en # gecontroleerde studies ##.
695
nvmdl
i #,# - ##,#) Er werden geen verschillen gevonden voor vroege en studies samen werden weergegeven als gemiddelden en geven de mogelijke verschillen tussen stentplaatsing en GJJ weer Het initiële succes na een stent leek hoger (##% vs ##%, p=#,#), maar ook terugkerende obstructieve klachten leken vaker voor te komen na een stent (##% vs #%) De gemiddelde duur van de ziekenhuisopname leek korter na een stent (# vs ## dagen) en ook de gemiddelde overleving leek korter na een stent (### vs ### dagen) Door het gebrek aan primaire gegevens konden deze gemiddelden niet met elkaar worden vergeleken Desondanks geeft dit review een goed overzicht van de mogelijke verschillen tussen stentplaatsing en GJJ Een retrospectieve studie vergeleek de resultaten van een open GJJ met die van een laparascopische GJJ en met die van een stent # ## Zestien patiënten kregen een open GJJ, ## een laparoscopische GJJ en ## een stent Tien patiënten van de totale groep hadden maagcarcinoom Herstel (gedefinieerd als tijd tot vrije hoeveelheid orale vloeistof inname, tijd tot licht oraal dieet, opnameduur na de ingreep) na een stent was het snelst gevolgd door een laparascopische GJJ en was het langzaamste na een open GJJ (p(#,### voor alle drie uitkomstmaten) Patiënten in de GJJ groepen leefden langer dan patiënten in de stent groep (### vs ## dagen, p=#,###) Hosono heeft de resultaten samengevat met behulp van een meta-analyse gebaseerd op # RCT en # gecontroleerde studies ## De OR voor klinisch succes is #,## (##% b h i #,## - #,##) in het voordeel van de stent ten opzichte van een chirurgische gastrojejunostomie Patiënten met een stent konden sneller weer oraal voedsel innemen (WMD -#,## dagen ##% b h i -#,## - -#,##) Het risico op complicaties was kleiner na #,## - #,##) en de duur van de ziekenhuisopname was korter (WMD -#,## dagen ##% b h i -##,## - #,##) Er was geen verschil in mortaliteit binnen ## dagen (OR #,## ##% b h i #,## - #,##) De conclusie van de review van Dorman is vergelijkbaar met die van de bovenstaande reviews; zij concluderen dat het plaatsen van een stent veilig en effectief is ## Het is aannemelijk dat patiënten die een palliatieve maagresectie ondergaan een betere overleving hebben in vergelijking met patiënten die geen resectie ondergaan <PERSOON> ###<DATUM> <PERSOON> <PATIENTNUMMER> Er zijn aanwijzingen dat patiënten met een palliatieve maagresectie een hogere morbiditeit hebben en een langere opnameduur in het ziekenhuis in vergelijking met patiënten die geen resectie Er zijn aanwijzingen dat patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met slechts # parameter voor incurabiliteit (peritoneale metastasen, levermetastasen, lymfkliermetastasen op afstand of een T# tumor) Er zijn aanwijzingen dat patiënten met een tumordiameter van (### mm een voordeel Er zijn aanwijzingen dat het plaatsen van een stent betere resultaten geeft op de korte termijn.
703
nvmdl
klinisch succes is #,## (##% b h i #,## - #,##) in het voordeel van de stent ten opzichte van een chirurgische gastrojejunostomie Patiënten met een stent konden sneller weer oraal voedsel innemen (WMD -#,## dagen ##% b h i -#,## - -#,##) Het risico op complicaties was kleiner na #,## - #,##) en de duur van de ziekenhuisopname was korter (WMD -#,## dagen ##% b h i -##,## - #,##) Er was geen verschil in mortaliteit binnen ## dagen (OR #,## ##% b h i #,## - #,##) De conclusie van de review van Dorman is vergelijkbaar met die van de bovenstaande reviews; zij concluderen dat het plaatsen van een stent veilig en effectief is ## Het is aannemelijk dat patiënten die een palliatieve maagresectie ondergaan een betere overleving hebben in vergelijking met patiënten die geen resectie ondergaan <PERSOON> ###<DATUM> <PERSOON> <PATIENTNUMMER> Er zijn aanwijzingen dat patiënten met een palliatieve maagresectie een hogere morbiditeit hebben en een langere opnameduur in het ziekenhuis in vergelijking met patiënten die geen resectie Er zijn aanwijzingen dat patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met slechts # parameter voor incurabiliteit (peritoneale metastasen, levermetastasen, lymfkliermetastasen op afstand of een T# tumor) Er zijn aanwijzingen dat patiënten met een tumordiameter van (### mm een voordeel Er zijn aanwijzingen dat het plaatsen van een stent betere resultaten geeft op de korte termijn dat het plaatsen van een gastrojejunostomie (GJJ) betere langere termijn resultaten geeft bij Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in overleving tussen stentplaatsing en GJJ bij patiënten Er zijn aanwijzingen dat patiënten na een laparoscopische GJJ in vergelijking met een open GJJ Uit de literatuur is geen eenduidige conclusie te trekken aangaande morbiditeit en De klinische ervaring is dat patiënten met een tumor die niet resectabel is en die bloedverlies hebben uit de tumor, behandeld kunnen worden met radiotherapie Er zijn hierover echter geen studies verschenen Alhoewel er een overlevingsvoordeel lijkt te zijn na een palliatieve resectie is het de vraag of het verstandig is om een totale maagresectie als palliatieve ingreep uit te voeren Gezien de complexiteit van de operatie, de kans op complicaties en de impact op de kwaliteit van leven na een dergelijke ingreep is de werkgroep van mening dat een totale maagresectie ter palliatie waarschijnlijk Het pathologieonderzoek van het resectiepreparaat is van cruciale betekenis voor de prognose en voor het bepalen van het beleid Ten behoeve van het pathologieverslag dient de patholoog adequate informatie te ontvangen omtrent de verrichte ingreep en de eventuele neoadjuvante therapie Het verslag van de patholoog vermeldt ten minste alle bevindingen, die nodig zijn voor het vaststellen van het TNM-stadium (TNM classificatie) Daarnaast zijn er andere parameters die de prognose en het beleid mede bepalen In de subhoofdstukken wordt besproken aan welke eisen het pathologieverslag dient te voldoen en wat de (aanvullende) waarde is van een aantal pathologische kenmerken.
629
nvmdl
bij Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in overleving tussen stentplaatsing en GJJ bij patiënten Er zijn aanwijzingen dat patiënten na een laparoscopische GJJ in vergelijking met een open GJJ Uit de literatuur is geen eenduidige conclusie te trekken aangaande morbiditeit en De klinische ervaring is dat patiënten met een tumor die niet resectabel is en die bloedverlies hebben uit de tumor, behandeld kunnen worden met radiotherapie Er zijn hierover echter geen studies verschenen Alhoewel er een overlevingsvoordeel lijkt te zijn na een palliatieve resectie is het de vraag of het verstandig is om een totale maagresectie als palliatieve ingreep uit te voeren Gezien de complexiteit van de operatie, de kans op complicaties en de impact op de kwaliteit van leven na een dergelijke ingreep is de werkgroep van mening dat een totale maagresectie ter palliatie waarschijnlijk Het pathologieonderzoek van het resectiepreparaat is van cruciale betekenis voor de prognose en voor het bepalen van het beleid Ten behoeve van het pathologieverslag dient de patholoog adequate informatie te ontvangen omtrent de verrichte ingreep en de eventuele neoadjuvante therapie Het verslag van de patholoog vermeldt ten minste alle bevindingen, die nodig zijn voor het vaststellen van het TNM-stadium (TNM classificatie) Daarnaast zijn er andere parameters die de prognose en het beleid mede bepalen In de subhoofdstukken wordt besproken aan welke eisen het pathologieverslag dient te voldoen en wat de (aanvullende) waarde is van een aantal pathologische kenmerken Wat zijn de minimaal vereiste klinische gegevens die door de chirurg vermeld moeten worden op het Voor een optimale beoordeling van een resectiepreparaat is het noodzakelijk dat de patholoog beschikt over de volgende klinische informatie lokalisatie van de tumor, eventuele neoadjuvante Voor een optimale pathologiebeoordeling van een resectiepreparaat is goede klinische In het algemeen is de tumor in het preparaat eenvoudig zichtbaar of palpabel, echter er zijn een aantal omstandigheden waarin dit moeilijker is, zeker gezien de recente ontwikkelingen op gebied van neoadjuvante therapie Histologisch complete en partiële remissies zijn beschreven <DATUM> Voor optimale en snelle beoordeling en verslaglegging is het daarom van belang om tumor lokalisatie (endoscopisch beoordeeld) en eventuele neoadjuvante therapie te vermelden op het aanvraagformulier Het geniet de voorkeur om, wanneer neoadjuvante therapie een reële behandeloptie is, de tumor lokalisatie tijdens de voorafgaande endoscopie te markeren met oost Bij patiënten met een familiaire vorm van maagcarcinoom kunnen zeer kleine en/of multipele laesies aanwezig zijn, die niet altijd eenvoudig gedetecteerd kunnen worden ## Om een optimale behandeling van het resectiepreparaat in deze gevallen te garanderen, is klinische informatie belangrijk Daarnaast is het voor de patholoog van belang om te weten wat voor type operatie is uitgevoerd (met betrekking tot het potentiële aantal verwijderde lymfklieren) en met welk doel een Module <DATUM> Minimale dataset voor conclusie pathologie verslag Wat is de minimale dataset die vermeld moet worden in de conclusie van een pathologisch verslag? - histologische typering van de tumor (zie bijlage # gebruikte definities) - afstand van de tumor tot de dichtstbijzijnde resectierand en volledigheid van resectie.
550
nvmdl
moeten worden op het Voor een optimale beoordeling van een resectiepreparaat is het noodzakelijk dat de patholoog beschikt over de volgende klinische informatie lokalisatie van de tumor, eventuele neoadjuvante Voor een optimale pathologiebeoordeling van een resectiepreparaat is goede klinische In het algemeen is de tumor in het preparaat eenvoudig zichtbaar of palpabel, echter er zijn een aantal omstandigheden waarin dit moeilijker is, zeker gezien de recente ontwikkelingen op gebied van neoadjuvante therapie Histologisch complete en partiële remissies zijn beschreven <DATUM> Voor optimale en snelle beoordeling en verslaglegging is het daarom van belang om tumor lokalisatie (endoscopisch beoordeeld) en eventuele neoadjuvante therapie te vermelden op het aanvraagformulier Het geniet de voorkeur om, wanneer neoadjuvante therapie een reële behandeloptie is, de tumor lokalisatie tijdens de voorafgaande endoscopie te markeren met oost Bij patiënten met een familiaire vorm van maagcarcinoom kunnen zeer kleine en/of multipele laesies aanwezig zijn, die niet altijd eenvoudig gedetecteerd kunnen worden ## Om een optimale behandeling van het resectiepreparaat in deze gevallen te garanderen, is klinische informatie belangrijk Daarnaast is het voor de patholoog van belang om te weten wat voor type operatie is uitgevoerd (met betrekking tot het potentiële aantal verwijderde lymfklieren) en met welk doel een Module <DATUM> Minimale dataset voor conclusie pathologie verslag Wat is de minimale dataset die vermeld moet worden in de conclusie van een pathologisch verslag? - histologische typering van de tumor (zie bijlage # gebruikte definities) - afstand van de tumor tot de dichtstbijzijnde resectierand en volledigheid van resectie Voor resectiepreparaten van patiënten die neoadjuvante therapie hebben ondergaan gelden andere kenmerken, zie hiervoor subhoofdstuk Uit diverse studies is gebleken dat een standaardformulier de verslaglegging van de pathologie verbetert ### Hierbij wordt gebruik gemaakt van een minimale dataset, die nodig is voor bovengenoemde # punten Hiervoor zijn ook in <LOCATIE> standaard-sjablonen in ontwikkeling, maar deze zijn voor het maagcarcinoom momenteel nog niet beschikbaar Factoren die in de diverse Module <DATUM> Minimale aantal lymfklieren vaststellen van het Nstadium Wat is het minimale aantal lymfklieren dat onderzocht moet worden voor het vaststellen van het N Voor het vaststellen van de lymfklierstatus van een patiënt moeten de lymfklieren worden waarbij gestreefd moet worden naar zoveel mogelijk lymfklieren Het is mogelijk dat in geval van neoadjuvante behandeling minder lymfklieren gevonden zullen worden Zowel het aantal positieve klieren als het aantal onderzochte klieren dienen vermeld te Lymfklierstatus is herhaaldelijk beschreven als een van de sterkste prognostische variabelen bij patiënten met maagcarcinoom In meerdere prospectieve en retrospectieve studies is gekeken naar het minimale aantal te onderzoeken lymfklieren Daarbij bleek dat patiënten met een gelijk stadium van ziekte een slechtere <LEEFTIJD>-jaars overleving hadden, indien minder dan ##-## lymfklieren waren verwijderd (zie tabel #) Gedurende het laatste decennium is ook gekeken naar de N-ratio als onafhankelijke prognostische factor (zie tabel #) De N-ratio is de verhouding van de positieve klieren ten opzichte van het totaal aantal verwijderde klieren Tabel # Correlatie tussen aantal onderzochte lymfklieren en overleving.
567
nvmdl
Voor resectiepreparaten van patiënten die neoadjuvante therapie hebben ondergaan gelden andere kenmerken, zie hiervoor subhoofdstuk Uit diverse studies is gebleken dat een standaardformulier de verslaglegging van de pathologie verbetert ### Hierbij wordt gebruik gemaakt van een minimale dataset, die nodig is voor bovengenoemde # punten Hiervoor zijn ook in <LOCATIE> standaard-sjablonen in ontwikkeling, maar deze zijn voor het maagcarcinoom momenteel nog niet beschikbaar Factoren die in de diverse Module <DATUM> Minimale aantal lymfklieren vaststellen van het Nstadium Wat is het minimale aantal lymfklieren dat onderzocht moet worden voor het vaststellen van het N Voor het vaststellen van de lymfklierstatus van een patiënt moeten de lymfklieren worden waarbij gestreefd moet worden naar zoveel mogelijk lymfklieren Het is mogelijk dat in geval van neoadjuvante behandeling minder lymfklieren gevonden zullen worden Zowel het aantal positieve klieren als het aantal onderzochte klieren dienen vermeld te Lymfklierstatus is herhaaldelijk beschreven als een van de sterkste prognostische variabelen bij patiënten met maagcarcinoom In meerdere prospectieve en retrospectieve studies is gekeken naar het minimale aantal te onderzoeken lymfklieren Daarbij bleek dat patiënten met een gelijk stadium van ziekte een slechtere <LEEFTIJD>-jaars overleving hadden, indien minder dan ##-## lymfklieren waren verwijderd (zie tabel #) Gedurende het laatste decennium is ook gekeken naar de N-ratio als onafhankelijke prognostische factor (zie tabel #) De N-ratio is de verhouding van de positieve klieren ten opzichte van het totaal aantal verwijderde klieren Tabel # Correlatie tussen aantal onderzochte lymfklieren en overleving Er zijn aanwijzingen dat naarmate het aantal onderzochte lymfklieren hoger is, er een betere schatting kan worden gemaakt van het stadium en de prognose <PERSOON> <PATIENTNUMMER> Het aantal lymfklieren dat op basis van de verschillende studies moet worden onderzocht, lopen uiteen <PERSOON> <PATIENTNUMMER> De N-ratio (aantal positieve lymfklieren ten opzichte van het aantal onderzochte lymfklieren) is een <PERSOON> literatuur zijn geen harde criteria te vinden over het minimale aantal te onderzoeken lymfklieren Voor adequate lymfklierstagering zijn volgens TNM echter ## lymfklieren nodig De stadiëring zoals die op dit moment gehanteerd wordt voor maagcarcinomen is gebaseerd op Haematoxyline-Eosine (HE) onderzoek zonder speciale voorbehandeling Derhalve wordt het gebruik van immunohistochemische kleuringen voor het aantonen van metastasen en het voorbehandelen van het preparaat met azijnzuur en dergelijke niet geadviseerd Sentinel node procedures hebben vooralsnog geen plaats in de diagnostiek van het maagcarcinoom Het is aannemelijk dat de toediening van neoadjuvante therapie invloed heeft op het aantal lymfklieren dat onderzocht wordt, echter hiervan zijn op dit moment nog geen gegevens Module <DATUM> Invloed van neoadjuvante therapie op de histologie Wat is er bekend over de invloed van neoadjuvante therapie op de histologie van het Na neoadjuvante therapie is een uitspraak over de mate van tumorregressie gewenst (geen, partieel of compleet) De waarde van een aantal andere parameters, zoals onder andere het te.
538
nvmdl
het aantal onderzochte lymfklieren hoger is, er een betere schatting kan worden gemaakt van het stadium en de prognose <PERSOON> <PATIENTNUMMER> Het aantal lymfklieren dat op basis van de verschillende studies moet worden onderzocht, lopen uiteen <PERSOON> <PATIENTNUMMER> De N-ratio (aantal positieve lymfklieren ten opzichte van het aantal onderzochte lymfklieren) is een <PERSOON> literatuur zijn geen harde criteria te vinden over het minimale aantal te onderzoeken lymfklieren Voor adequate lymfklierstagering zijn volgens TNM echter ## lymfklieren nodig De stadiëring zoals die op dit moment gehanteerd wordt voor maagcarcinomen is gebaseerd op Haematoxyline-Eosine (HE) onderzoek zonder speciale voorbehandeling Derhalve wordt het gebruik van immunohistochemische kleuringen voor het aantonen van metastasen en het voorbehandelen van het preparaat met azijnzuur en dergelijke niet geadviseerd Sentinel node procedures hebben vooralsnog geen plaats in de diagnostiek van het maagcarcinoom Het is aannemelijk dat de toediening van neoadjuvante therapie invloed heeft op het aantal lymfklieren dat onderzocht wordt, echter hiervan zijn op dit moment nog geen gegevens Module <DATUM> Invloed van neoadjuvante therapie op de histologie Wat is er bekend over de invloed van neoadjuvante therapie op de histologie van het Na neoadjuvante therapie is een uitspraak over de mate van tumorregressie gewenst (geen, partieel of compleet) De waarde van een aantal andere parameters, zoals onder andere het te Aangeraden wordt om zoveel mogelijk Wanneer patiënten behandeld zijn met neoadjuvante therapie, is de pathologiebeoordeling anders dan wanneer er geen voorbehandeling is gegeven Naast de beoordeling van de tumorrespons (ook wel regressie genoemd), veranderen waarschijnlijk een aantal traditionele parameters Dit wordt besproken in de overwegingen Er zijn een beperkt aantal studies verschenen, die tumorregressie bestuderen (zie tabel #) In alle studies werd de relatie tussen tumorregressie en overleving onderzocht Er was een significante relatie in alle drie de studies, maar wanneer een multifactoriële analyse werd toegepast, bleek de tumorregressie niet langer van belang Met de invoering van neoadjuvante therapie moeten resectiepreparaten ook op een nieuwe manier beoordeeld worden Er bestaan verschillende tumorregressie systemen, die uit # categorieën bestaan Deze systemen worden door diverse auteurs op verschillende manieren samengevoegd tot een systeem met # of # categorieën, welke een relatie met prognose geven Er is geen uniforme manier van het bepalen van tumorregressie; bovendien is de reproduceerbaarheid van de systemen op zijn hoogst matig Wel lijkt het aan te bevelen om een uitspraak te doen over het al dan niet aanwezig zijn van enige regressie, met name ook vanwege eventuele vervolgtherapie Uit praktische voorgesteld met # classificaties geen regressie, regressie en complete respons Voor het bepalen van een complete respons (geen vitale tumor meer aanwezig) is internationaal een afspraak gemaakt omdat het belangrijk is dit te standaardiseren initieel worden minimaal # coupes genomen uit het gebied van de tumor.
528
nvmdl
Aangeraden wordt om zoveel mogelijk Wanneer patiënten behandeld zijn met neoadjuvante therapie, is de pathologiebeoordeling anders dan wanneer er geen voorbehandeling is gegeven Naast de beoordeling van de tumorrespons (ook wel regressie genoemd), veranderen waarschijnlijk een aantal traditionele parameters Dit wordt besproken in de overwegingen Er zijn een beperkt aantal studies verschenen, die tumorregressie bestuderen (zie tabel #) In alle studies werd de relatie tussen tumorregressie en overleving onderzocht Er was een significante relatie in alle drie de studies, maar wanneer een multifactoriële analyse werd toegepast, bleek de tumorregressie niet langer van belang Met de invoering van neoadjuvante therapie moeten resectiepreparaten ook op een nieuwe manier beoordeeld worden Er bestaan verschillende tumorregressie systemen, die uit # categorieën bestaan Deze systemen worden door diverse auteurs op verschillende manieren samengevoegd tot een systeem met # of # categorieën, welke een relatie met prognose geven Er is geen uniforme manier van het bepalen van tumorregressie; bovendien is de reproduceerbaarheid van de systemen op zijn hoogst matig Wel lijkt het aan te bevelen om een uitspraak te doen over het al dan niet aanwezig zijn van enige regressie, met name ook vanwege eventuele vervolgtherapie Uit praktische voorgesteld met # classificaties geen regressie, regressie en complete respons Voor het bepalen van een complete respons (geen vitale tumor meer aanwezig) is internationaal een afspraak gemaakt omdat het belangrijk is dit te standaardiseren initieel worden minimaal # coupes genomen uit het gebied van de tumor het gehele tumor gebied ingeblokt Wanneer hier geen vitale tumor wordt aangetroffen dan worden de blokken op # niveau's aangesneden Als er dan geen vitale tumor wordt aangetroffen is er sprake van een complete respons Wanneer slijmmeren worden aangetroffen zonder vitale tumorcellen wordt dit beschouwd als tumor negatief Dit geldt ook voor slijmmeren in lymfklieren Het lijkt wel zinvol om dit apart te beschrijven, omdat de kans op het ontwikkelen van metastasen op afstand van deze patiënten verhoogd is Er is geen rol voor het gebruik van immunohistochemie (cytokeratinen) in het beoordelen van preparaten na langdurige neoadjuvante therapie Het beoordelen van traditionele parameters zoals tumor type en differentiatiegraad lijkt vooralsnog niet zinvol Het bepalen van Module <DATUM> Gestelde aanvullende eisen aan de patholoog Wat zijn de aanvullende eisen die aan de patholoog worden gesteld in het kader van de behandeling Het pathologieverslag van een endoscopische resectie dient informatie te bevatten over ten - histologische gradering van de tumor (zie bijlage #) - invasiediepte (T stadium, waarbij T# onderverdeeld wordt in sm# t/m#) - afstand van de tumor tot laterale en diepe resectieranden ongeacht de aanwezigheid van lymfkliermetastasen <DATUM> Deze definitie heeft onmiskenbare op positieve lymfklieren kan echter adequaat worden ingeschat door histologische beoordeling van Endoscopische mucosale resectie (EMR) en endoscopisch submucosale dissectie (ESD) preparaten dienen direct na de procedure worden vastgepind en gefixeerd, om de beoordeling van de laterale en diepe resectieranden te vergemakkelijken Na documentatie van het macroscopisch aspect en.
559
nvmdl
gebied ingeblokt Wanneer hier geen vitale tumor wordt aangetroffen dan worden de blokken op # niveau's aangesneden Als er dan geen vitale tumor wordt aangetroffen is er sprake van een complete respons Wanneer slijmmeren worden aangetroffen zonder vitale tumorcellen wordt dit beschouwd als tumor negatief Dit geldt ook voor slijmmeren in lymfklieren Het lijkt wel zinvol om dit apart te beschrijven, omdat de kans op het ontwikkelen van metastasen op afstand van deze patiënten verhoogd is Er is geen rol voor het gebruik van immunohistochemie (cytokeratinen) in het beoordelen van preparaten na langdurige neoadjuvante therapie Het beoordelen van traditionele parameters zoals tumor type en differentiatiegraad lijkt vooralsnog niet zinvol Het bepalen van Module <DATUM> Gestelde aanvullende eisen aan de patholoog Wat zijn de aanvullende eisen die aan de patholoog worden gesteld in het kader van de behandeling Het pathologieverslag van een endoscopische resectie dient informatie te bevatten over ten - histologische gradering van de tumor (zie bijlage #) - invasiediepte (T stadium, waarbij T# onderverdeeld wordt in sm# t/m#) - afstand van de tumor tot laterale en diepe resectieranden ongeacht de aanwezigheid van lymfkliermetastasen <DATUM> Deze definitie heeft onmiskenbare op positieve lymfklieren kan echter adequaat worden ingeschat door histologische beoordeling van Endoscopische mucosale resectie (EMR) en endoscopisch submucosale dissectie (ESD) preparaten dienen direct na de procedure worden vastgepind en gefixeerd, om de beoordeling van de laterale en diepe resectieranden te vergemakkelijken Na documentatie van het macroscopisch aspect en De histologische beoordeling omvat de volgende aspecten histologisch type (WHO/Laurén betrokkenheid van (lymf)vaten en de status van de diepe en laterale resectievlakken (<PERSOON> Het pathologieverslag is cruciaal om te beoordelen of de endoscopische resectie afdoende Voor goed tot matig gedifferentieerde adenocarcinomen kleiner dan # cm, beperkt tot de mucosa en zonder (lymf)angioinvasieve groei is de kans op lymfkliermetastasen nihil en een lokale excisie Voor slecht gedifferentieerd mucosaal adenocarcinoom met een diameter kleiner dan # cm, en voor goed tot matig gedifferentieerde tumoren kleiner dan # cm met minimale submucosale ingroei (sm#) is, in afwezigheid van (lymf)angioinvasieve groei, de kans op lymfkliermetastasen kleiner dan Voor het bepalen van de radicaliteit en van de kans op lymfkliermetastasen is het van belang Met betrekking tot de relevantie van positieve resectieranden in endoscopische resecties is nog weinig bewijs Indien er sprake is van positieve diepe resectieranden dient de endoscopische resectie gevolgd te worden door chirurgie Als laterale resectieranden positief zijn en endoscopisch is de resectie eveneens irradicaal (R# resectie) kan een keuze gemaakt worden tussen uitgebreidere endoscopische resectie of chirurgie Als de laterale resectieranden microscopisch positief zijn (R# resectie) en de resectieranden endoscopisch vrij zijn, wordt endoscopische follow-up geadviseerd Omdat de bewijslast voor dit beleid nog niet voldoende is, dienen de resectiemarges en de vrije afstanden tot de tumor zorgvuldig geregistreerd te worden Module <DATUM> Overwegingen uit hoofdstuk chirurgie voor het bacterie de kans op een metachrone tumor verkleint ## Het is aannemelijk dat dit ook voor verdere door de patholoog kunnen worden vastgesteld op het resectie preparaat.
574
nvmdl
aspecten histologisch type (WHO/Laurén betrokkenheid van (lymf)vaten en de status van de diepe en laterale resectievlakken (<PERSOON> Het pathologieverslag is cruciaal om te beoordelen of de endoscopische resectie afdoende Voor goed tot matig gedifferentieerde adenocarcinomen kleiner dan # cm, beperkt tot de mucosa en zonder (lymf)angioinvasieve groei is de kans op lymfkliermetastasen nihil en een lokale excisie Voor slecht gedifferentieerd mucosaal adenocarcinoom met een diameter kleiner dan # cm, en voor goed tot matig gedifferentieerde tumoren kleiner dan # cm met minimale submucosale ingroei (sm#) is, in afwezigheid van (lymf)angioinvasieve groei, de kans op lymfkliermetastasen kleiner dan Voor het bepalen van de radicaliteit en van de kans op lymfkliermetastasen is het van belang Met betrekking tot de relevantie van positieve resectieranden in endoscopische resecties is nog weinig bewijs Indien er sprake is van positieve diepe resectieranden dient de endoscopische resectie gevolgd te worden door chirurgie Als laterale resectieranden positief zijn en endoscopisch is de resectie eveneens irradicaal (R# resectie) kan een keuze gemaakt worden tussen uitgebreidere endoscopische resectie of chirurgie Als de laterale resectieranden microscopisch positief zijn (R# resectie) en de resectieranden endoscopisch vrij zijn, wordt endoscopische follow-up geadviseerd Omdat de bewijslast voor dit beleid nog niet voldoende is, dienen de resectiemarges en de vrije afstanden tot de tumor zorgvuldig geregistreerd te worden Module <DATUM> Overwegingen uit hoofdstuk chirurgie voor het bacterie de kans op een metachrone tumor verkleint ## Het is aannemelijk dat dit ook voor verdere door de patholoog kunnen worden vastgesteld op het resectie preparaat proximale of distale snijvlak minder van # cm is en indien een meer uitgebreide resectie mogelijk is bij een positief snijvlak, wordt een vriescoupe geadviseerd Alleen bij klachten van de patiënt is gericht beeldvormend onderzoek (endoscopie en/of CT-scan) Het bepalen van tumormarkers bij de follow-up van patiënten geopereerd aan een maagcarcinoom Met betrekking tot de duur en frequentie stelt de werkgroep het volgende schema voor na <DATUM> weken, na # weken, na # maanden, na # maanden, na ## maanden en daarna jaarlijks tot een Per ziekenhuis en per patiënt moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor de follow-up Dit Na een operatieve behandeling van een patiënt met een maagcarcinoom is het gebruikelijk om langdurig follow-up te verrichten Er zijn drie belangrijke redenen voor deze follow-up De follow-up kan variëren van gerichte onderzoeken op basis van klinische verdenking van recidief tot intensieve screening om recidieven zo vroeg mogelijk te kunnen opsporen, waarbij men aanneemt dat dit de kans op overleving en kwaliteit van leven verbetert ### Patiënten behandeld voor een maagcarcinoom hebben een hoog risico op een recidief; de kans wordt geschat op ###% Verder gevorderde ziekte, niet-gedifferentieerde tumoren en proximale tumoren zijn geassocieerd met een hogere kans op recidief Tweederde van de recidieven treden op in de eerste drie jaren ### In een Koreaanse studie werden ### patiënten na een D#-gastrectomie met adjuvant chemotherapie gevolgd gedurende ## jaren ### De prevalentie van optreden van een.
591
nvmdl
proximale of distale snijvlak minder van # cm is en indien een meer uitgebreide resectie mogelijk is bij een positief snijvlak, wordt een vriescoupe geadviseerd Alleen bij klachten van de patiënt is gericht beeldvormend onderzoek (endoscopie en/of CT-scan) Het bepalen van tumormarkers bij de follow-up van patiënten geopereerd aan een maagcarcinoom Met betrekking tot de duur en frequentie stelt de werkgroep het volgende schema voor na <DATUM> weken, na # weken, na # maanden, na # maanden, na ## maanden en daarna jaarlijks tot een Per ziekenhuis en per patiënt moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor de follow-up Dit Na een operatieve behandeling van een patiënt met een maagcarcinoom is het gebruikelijk om langdurig follow-up te verrichten Er zijn drie belangrijke redenen voor deze follow-up De follow-up kan variëren van gerichte onderzoeken op basis van klinische verdenking van recidief tot intensieve screening om recidieven zo vroeg mogelijk te kunnen opsporen, waarbij men aanneemt dat dit de kans op overleving en kwaliteit van leven verbetert ### Patiënten behandeld voor een maagcarcinoom hebben een hoog risico op een recidief; de kans wordt geschat op ###% Verder gevorderde ziekte, niet-gedifferentieerde tumoren en proximale tumoren zijn geassocieerd met een hogere kans op recidief Tweederde van de recidieven treden op in de eerste drie jaren ### In een Koreaanse studie werden ### patiënten na een D#-gastrectomie met adjuvant chemotherapie gevolgd gedurende ## jaren ### De prevalentie van optreden van een jaar #,#% In de eerste vijf jaren trad het recidief het meest frequent op als peritonitis carcinomatosa, in de periode daarna kwamen andere afstandmetastasen het meest voor Er bestaan geen algemene richtlijnen aangaande de optimale strategie van follow-up van patiënten met een maagcarcinoom In ### heeft <PERSOON> ### de gangbare follow-up zorg voor kanker van het maagdarmstelstel in <LOCATIE> in kaart gebracht Van de patiënten met maagcarcinoom werd ##% vervolgd in hetzelfde ziekenhuis Het was gangbaar om in het eerste jaar na de operatie # tot # consulten te hebben (##%) en daarna ten minste # per jaar (##%) Tijdens die consulten werd veelvuldig lichamelijk onderzoek gedaan en relatief weinig bloedtesten, echografieën en CT-scans In ##% van de ziekenhuizen werd de arts geconfronteerd met psychosociale problemen De ESMO (European Society for Medical Oncology) richtlijnen beschrijven dat er geen bewijs is dat regelmatige intensieve follow-up na een initiële therapie de uitkomsten verbetert en dat ‘symptomdriven' bezoeken daarom in de meeste gevallen aan te bevelen zijn Aanbevolen wordt om anamnese, lichamelijk onderzoek en bloedtesten uit te voeren indien er symptomen optreden van recidief ## De SIGN ### richtlijn beveelt aan om bij patiënten na behandeling voor een maagcarcinoom algemene symptomen te monitoren en de voedingsstatus, maar vonden geen bewijs om dit te onderbouwen De richtlijn van het Belgische Federaal Kenniscentrum ### beveelt een meer intensieve follow-up aan gebaseerd op literatuur over met name het oesofaguscarcinoom Tevens zouden patiënten die een subtotale resectie hebben ondergaan levenslang endoscopische controles moeten krijgen vanwege het risico op maagstompcarcinoom # ##.
631
nvmdl
recidief het meest frequent op als peritonitis carcinomatosa, in de periode daarna kwamen andere afstandmetastasen het meest voor Er bestaan geen algemene richtlijnen aangaande de optimale strategie van follow-up van patiënten met een maagcarcinoom In ### heeft <PERSOON> ### de gangbare follow-up zorg voor kanker van het maagdarmstelstel in <LOCATIE> in kaart gebracht Van de patiënten met maagcarcinoom werd ##% vervolgd in hetzelfde ziekenhuis Het was gangbaar om in het eerste jaar na de operatie # tot # consulten te hebben (##%) en daarna ten minste # per jaar (##%) Tijdens die consulten werd veelvuldig lichamelijk onderzoek gedaan en relatief weinig bloedtesten, echografieën en CT-scans In ##% van de ziekenhuizen werd de arts geconfronteerd met psychosociale problemen De ESMO (European Society for Medical Oncology) richtlijnen beschrijven dat er geen bewijs is dat regelmatige intensieve follow-up na een initiële therapie de uitkomsten verbetert en dat ‘symptomdriven' bezoeken daarom in de meeste gevallen aan te bevelen zijn Aanbevolen wordt om anamnese, lichamelijk onderzoek en bloedtesten uit te voeren indien er symptomen optreden van recidief ## De SIGN ### richtlijn beveelt aan om bij patiënten na behandeling voor een maagcarcinoom algemene symptomen te monitoren en de voedingsstatus, maar vonden geen bewijs om dit te onderbouwen De richtlijn van het Belgische Federaal Kenniscentrum ### beveelt een meer intensieve follow-up aan gebaseerd op literatuur over met name het oesofaguscarcinoom Tevens zouden patiënten die een subtotale resectie hebben ondergaan levenslang endoscopische controles moeten krijgen vanwege het risico op maagstompcarcinoom # ## Veelal is het doel van follow-up het opsporen van recidieven en hiervoor kunnen endoscopie, beeldvormende technieken en bloedtesten worden gebruikt Het gebruik van tumormarkers wordt steeds vaker toegepast Ondanks intensieve follow-up zijn de mogelijkheden om asymptomatische recidieven te vinden laag Het aantal recidieven dat wordt gevonden varieert van ## tot ##% ### Op basis van een niet-systematische review concludeert Whiting dat er geen bewijs bestaat voor duur, frequentie en type van follow-up ### Belangrijke pijlers van de conclusie zijn de beperkte mogelijkheden om recidieven vroeg op te sporen, de hoge kosten, de hoge kans op vals positieve of vals negatieve uitslagen met grote impact op het psychologisch welbevinden van de patiënten en het feit dat er geen bewijs is dat een intensieve follow-up de overlevingsduur verbetert Deze paragraaf betreft de follow-up van patiënten met een maagcarcinoom Voor early gastric cancer (EGC) wordt een specifiek beleid aanbevolen ### (zie hoofdstuk Early Gastric Cancer) Er bestaan geen algemene richtlijnen aangaande de frequentie van follow-up, maar Miyata beveelt aan om iedere # maanden gedurende een periode van # jaren een endoscopie te doen ###, terwijl Kondo het eerste jaar iedere <DATUM> maanden en na een jaar jaarlijks een endoscopie zou De centrale uitkomstmaat in deze paragraaf is de overleving of de kwaliteit van leven van de patiënt Vier studies rapporteerden resultaten van follow-up Een Duitse studie onderzocht, in een groep van ### patiënten die een in opzet curatieve maagresectie hadden ondergaan, of vroegtijdige detectie.
617
nvmdl
Veelal is het doel van follow-up het opsporen van recidieven en hiervoor kunnen endoscopie, beeldvormende technieken en bloedtesten worden gebruikt Het gebruik van tumormarkers wordt steeds vaker toegepast Ondanks intensieve follow-up zijn de mogelijkheden om asymptomatische recidieven te vinden laag Het aantal recidieven dat wordt gevonden varieert van ## tot ##% ### Op basis van een niet-systematische review concludeert Whiting dat er geen bewijs bestaat voor duur, frequentie en type van follow-up ### Belangrijke pijlers van de conclusie zijn de beperkte mogelijkheden om recidieven vroeg op te sporen, de hoge kosten, de hoge kans op vals positieve of vals negatieve uitslagen met grote impact op het psychologisch welbevinden van de patiënten en het feit dat er geen bewijs is dat een intensieve follow-up de overlevingsduur verbetert Deze paragraaf betreft de follow-up van patiënten met een maagcarcinoom Voor early gastric cancer (EGC) wordt een specifiek beleid aanbevolen ### (zie hoofdstuk Early Gastric Cancer) Er bestaan geen algemene richtlijnen aangaande de frequentie van follow-up, maar Miyata beveelt aan om iedere # maanden gedurende een periode van # jaren een endoscopie te doen ###, terwijl Kondo het eerste jaar iedere <DATUM> maanden en na een jaar jaarlijks een endoscopie zou De centrale uitkomstmaat in deze paragraaf is de overleving of de kwaliteit van leven van de patiënt Vier studies rapporteerden resultaten van follow-up Een Duitse studie onderzocht, in een groep van ### patiënten die een in opzet curatieve maagresectie hadden ondergaan, of vroegtijdige detectie Van deze patiënten kreeg ##,#% een recidief Van deze groep was slechts ##,#% asymptomatisch Er was geen verschil in tijd tot het recidief tussen patiënten met een symptomatisch of een asymptomatisch recidief (##,# en ## maanden) De auteurs concluderen dat routine follow-up na een resectie voor een maagcarcinoom niet bijdraagt tot een eerdere opsporing van recidieven en dat het geen voordeel oplevert voor de Bennett analyseerde gegevens van patiënten die in de periode ### tot ### een curatieve maagresectie hadden ondergaan en vergeleek uitkomsten tussen patiënten met een symptomatisch versus een asymptomatisch recidief ## Van alle patiënten (n=###) had ##% een recidief Na een ##,# maanden trad het recidief op; hierbij was er geen verschil tussen beide groepen patiënten Patiënten met een asymptomatisch recidief hadden een langere post-recidief overleving (p(#,##) en een langere ziekte-specifieke overleving (vanaf resectie) (p(#,##) De auteurs concluderen dat de aanwezigheid van symptomen bij een recidief indicatief is voor de agressiviteit van de tumor <PERSOON> vergeleek retrospectief de resultaten van intensieve en standaard follow-up, waarbij de intensieve follow-up gekenmerkt werd door het gebruik van CT scans vaker dan #x per jaar ### Recidieven werden eerder gediagnosticeerd in de intensieve follow-up groep (##,# versus ##,# maanden, p=#,##), maar er was geen verschil in duur van totale overleving Een Japanse studie beschreef de resultaten van een intensieve follow-up strategie bestaande uit anamnese, lichamelijk onderzoek, bloedtesten en op regelmatige basis, beeldvormende onderzoeken # ## De studiepopulatie betrof ### patiënten met een recidief die ten tijde van de operatie geen.
666
nvmdl
##,#% een recidief Van deze groep was slechts ##,#% asymptomatisch Er was geen verschil in tijd tot het recidief tussen patiënten met een symptomatisch of een asymptomatisch recidief (##,# en ## maanden) De auteurs concluderen dat routine follow-up na een resectie voor een maagcarcinoom niet bijdraagt tot een eerdere opsporing van recidieven en dat het geen voordeel oplevert voor de Bennett analyseerde gegevens van patiënten die in de periode ### tot ### een curatieve maagresectie hadden ondergaan en vergeleek uitkomsten tussen patiënten met een symptomatisch versus een asymptomatisch recidief ## Van alle patiënten (n=###) had ##% een recidief Na een ##,# maanden trad het recidief op; hierbij was er geen verschil tussen beide groepen patiënten Patiënten met een asymptomatisch recidief hadden een langere post-recidief overleving (p(#,##) en een langere ziekte-specifieke overleving (vanaf resectie) (p(#,##) De auteurs concluderen dat de aanwezigheid van symptomen bij een recidief indicatief is voor de agressiviteit van de tumor <PERSOON> vergeleek retrospectief de resultaten van intensieve en standaard follow-up, waarbij de intensieve follow-up gekenmerkt werd door het gebruik van CT scans vaker dan #x per jaar ### Recidieven werden eerder gediagnosticeerd in de intensieve follow-up groep (##,# versus ##,# maanden, p=#,##), maar er was geen verschil in duur van totale overleving Een Japanse studie beschreef de resultaten van een intensieve follow-up strategie bestaande uit anamnese, lichamelijk onderzoek, bloedtesten en op regelmatige basis, beeldvormende onderzoeken # ## De studiepopulatie betrof ### patiënten met een recidief die ten tijde van de operatie geen Van de recidieven werd ##% gediagnosticeerd binnen # jaren na de operatie Van de recidieven was ##% asymptomatisch ten tijde van de diagnose Bij het vergelijken van patiënten die wel en patiënten die geen symptomen hadden ten tijde van de diagnose bleek geen Het gebruik van beeldvormend onderzoek bij follow-up maagcarcinoom Er zijn weinig studies verricht naar de effectiviteit van CT-scan bij de follow-up van maagcarcinoom en geen van de gevonden studies evalueerde het effect ervan op de overleving Twee studies onderzochten retrospectief het gebruik van de CT-scan bij de follow-up van patiënten die een resectie van de maag hadden ondergaan ##<DATUM> Quarticelli concludeert dat de CT-scan met #D reconstructie mogelijk accuraat zou kunnen zijn maar dat dit endoscopie nog niet kan vervangen, omdat endoscopie nauwkeuriger is in het opsporen van vroege veranderingen in de mucosa # ## Yoo benadrukt het belang van de deskundigheid van de radioloog en zijn bekendheid met de gebruikelijke patronen waarin recidief voorkomt als voorwaarde voor de effectiviteit van de CT-scan ### Eén studie was gedaan over de waarde van fluorine-## fluorodeoxyglucose positron emission tomography (FDG-PET) bij de diagnose van recidief bij maagcarcinoom <DATUM> De nauwkeurigheid bleek Tumor markers worden bij verschillende soorten kanker gebruikt voor het stellen van een vroege diagnose, om het stadium van de ziekte vast te stellen, om de effectiviteit van een behandeling te bepalen en om te screenen op recidieven na een ogenschijnlijk succesvolle behandeling Tumor.
646
nvmdl
Van de recidieven werd ##% gediagnosticeerd binnen # jaren na de operatie Van de recidieven was ##% asymptomatisch ten tijde van de diagnose Bij het vergelijken van patiënten die wel en patiënten die geen symptomen hadden ten tijde van de diagnose bleek geen Het gebruik van beeldvormend onderzoek bij follow-up maagcarcinoom Er zijn weinig studies verricht naar de effectiviteit van CT-scan bij de follow-up van maagcarcinoom en geen van de gevonden studies evalueerde het effect ervan op de overleving Twee studies onderzochten retrospectief het gebruik van de CT-scan bij de follow-up van patiënten die een resectie van de maag hadden ondergaan ##<DATUM> Quarticelli concludeert dat de CT-scan met #D reconstructie mogelijk accuraat zou kunnen zijn maar dat dit endoscopie nog niet kan vervangen, omdat endoscopie nauwkeuriger is in het opsporen van vroege veranderingen in de mucosa # ## Yoo benadrukt het belang van de deskundigheid van de radioloog en zijn bekendheid met de gebruikelijke patronen waarin recidief voorkomt als voorwaarde voor de effectiviteit van de CT-scan ### Eén studie was gedaan over de waarde van fluorine-## fluorodeoxyglucose positron emission tomography (FDG-PET) bij de diagnose van recidief bij maagcarcinoom <DATUM> De nauwkeurigheid bleek Tumor markers worden bij verschillende soorten kanker gebruikt voor het stellen van een vroege diagnose, om het stadium van de ziekte vast te stellen, om de effectiviteit van een behandeling te bepalen en om te screenen op recidieven na een ogenschijnlijk succesvolle behandeling Tumor Zes Aziatische studies en een Europese studie rapporteren over het gebruik van tumor markers bij de follow-up van maagcarcinoom patiënten De enige Europese studie, van matige methodologische kwaliteit, evalueerde de effectiviteit van serum tumor markers CEA, CA <DATUM> and CA #<DATUM> om vroegtijdig een recidief van het maagcarcinoom te kunnen vaststellen ### Er werden ### patiënten die een curatieve resectie van een primair maagcarcinoom hadden gehad onderzocht Hiervan hadden ## een recidief De sensitiviteit van de markers om een recidief op te sporen was ##% voor CEA, ##% voor CA <DATUM> en ##% voor CA #<DATUM> De sensitiviteit nam toe tot ##% bij gecombineerd In de Aziatische gecontroleerde studies werden de volgende markers onderzocht CEA ### ##, CA <DATUM> ### ##, AFP ##, Big endothelin-<DATUM> CK-## AFP ###, circulating free-cell mRNA ###, HGM, MUC#, MUC#, CD<DATUM> en de moleculaire marker CK## mRNA ### De uitkomsten van alle studies laten zien dat markers bijdragen tot het opsporen van recidieven na een curatief bedoelde operatie, echter Er zijn geen kwalitatief goede onderzoeken die de waarde van beeldvormend onderzoek of van tumor markers bij de follow-up van patiënten met een maagcarcinoom op overleving hebben aangetoond <PERSOON> ### De meeste recidieven bij een patiënt met een maagresectie voor een carcinoom komen voor in de Recidieven na chirurgie voor maagcarcinoom komen veel voor Asymptomatische recidieven worden ook bij zeer intensieve follow-up schema's in minder dan ##% van de gevallen vastgesteld, en hebben vrijwel nooit therapeutische of prognostische consequenties.
640
nvmdl
rapporteren over het gebruik van tumor markers bij de follow-up van maagcarcinoom patiënten De enige Europese studie, van matige methodologische kwaliteit, evalueerde de effectiviteit van serum tumor markers CEA, CA <DATUM> and CA #<DATUM> om vroegtijdig een recidief van het maagcarcinoom te kunnen vaststellen ### Er werden ### patiënten die een curatieve resectie van een primair maagcarcinoom hadden gehad onderzocht Hiervan hadden ## een recidief De sensitiviteit van de markers om een recidief op te sporen was ##% voor CEA, ##% voor CA <DATUM> en ##% voor CA #<DATUM> De sensitiviteit nam toe tot ##% bij gecombineerd In de Aziatische gecontroleerde studies werden de volgende markers onderzocht CEA ### ##, CA <DATUM> ### ##, AFP ##, Big endothelin-<DATUM> CK-## AFP ###, circulating free-cell mRNA ###, HGM, MUC#, MUC#, CD<DATUM> en de moleculaire marker CK## mRNA ### De uitkomsten van alle studies laten zien dat markers bijdragen tot het opsporen van recidieven na een curatief bedoelde operatie, echter Er zijn geen kwalitatief goede onderzoeken die de waarde van beeldvormend onderzoek of van tumor markers bij de follow-up van patiënten met een maagcarcinoom op overleving hebben aangetoond <PERSOON> ### De meeste recidieven bij een patiënt met een maagresectie voor een carcinoom komen voor in de Recidieven na chirurgie voor maagcarcinoom komen veel voor Asymptomatische recidieven worden ook bij zeer intensieve follow-up schema's in minder dan ##% van de gevallen vastgesteld, en hebben vrijwel nooit therapeutische of prognostische consequenties symptomatische recidieven hebben vrijwel dezelfde resultaten als behandeling van asymptomatische Het vroeg opsporen van recidieven na een maagresectie heeft geen effect op de overleving, vergeleken met diagnostiek en eventuele therapie bij symptomatische recidieven Er zijn echter ook andere redenen om patiënten met een maagcarcinoom te controleren, zoals het verstrekken van informatie over de ziekte aan de patiënt, het bespreken van de kwaliteit van leven en ter geruststelling Vooral kort na de behandeling hebben patiënten veel vragen Andere redenen zijn ter detectie/controle van het optreden van dumpingklachten, het vaststellen van de vitamine B## status en de algehele voedingsstatus (zie hoofdstuk voeding) Ook geeft follow-up de mogelijkheid voor de behandelaar om het eigen handelen te controleren en voor deelname aan wetenschappelijk onderzoek of onderwijs Bovenal stellen patiënten regelmatige controle vaak op prijs Argumenten die tegen regelmatige controle pleiten zijn medicalisering, de telkens terugkerende stress, onnodig vervolgonderzoek door fout-positieve bevindingen en de hogere kosten In Westerse landen wordt ongeveer ##% van de patiënten met een maagcarcinoom pas in een vergevorderd stadium gediagnosticeerd Wanneer bijvoorbeeld metastasen aanwezig zijn is een curatief beleid niet meer mogelijk, en wordt een palliatief beleid gevolgd Van de patiënten die geopereerd worden met aan aanvankelijk curatief doel, ontwikkelt ## tot ##% een recidief Ook bij een recidief is voor de meeste patiënten een palliatief beleid aangewezen Patiënten met niet resectabele tumoren, recidief of metastasen hebben een slechte prognose met een mediane overleving van # tot # maanden wanneer geen chemotherapie wordt gegeven.
636
nvmdl
symptomatische recidieven hebben vrijwel dezelfde resultaten als behandeling van asymptomatische Het vroeg opsporen van recidieven na een maagresectie heeft geen effect op de overleving, vergeleken met diagnostiek en eventuele therapie bij symptomatische recidieven Er zijn echter ook andere redenen om patiënten met een maagcarcinoom te controleren, zoals het verstrekken van informatie over de ziekte aan de patiënt, het bespreken van de kwaliteit van leven en ter geruststelling Vooral kort na de behandeling hebben patiënten veel vragen Andere redenen zijn ter detectie/controle van het optreden van dumpingklachten, het vaststellen van de vitamine B## status en de algehele voedingsstatus (zie hoofdstuk voeding) Ook geeft follow-up de mogelijkheid voor de behandelaar om het eigen handelen te controleren en voor deelname aan wetenschappelijk onderzoek of onderwijs Bovenal stellen patiënten regelmatige controle vaak op prijs Argumenten die tegen regelmatige controle pleiten zijn medicalisering, de telkens terugkerende stress, onnodig vervolgonderzoek door fout-positieve bevindingen en de hogere kosten In Westerse landen wordt ongeveer ##% van de patiënten met een maagcarcinoom pas in een vergevorderd stadium gediagnosticeerd Wanneer bijvoorbeeld metastasen aanwezig zijn is een curatief beleid niet meer mogelijk, en wordt een palliatief beleid gevolgd Van de patiënten die geopereerd worden met aan aanvankelijk curatief doel, ontwikkelt ## tot ##% een recidief Ook bij een recidief is voor de meeste patiënten een palliatief beleid aangewezen Patiënten met niet resectabele tumoren, recidief of metastasen hebben een slechte prognose met een mediane overleving van # tot # maanden wanneer geen chemotherapie wordt gegeven niet resectabel maagcarcinoom is er geen bewijs voor een curatieve neoadjuvante chemotherapeutische behandeling In deze module wordt alleen de palliatieve systemische behandeling besproken Palliatieve chemotherapie kan bijdragen om de overleving te verlengen en Bij de revisie van ### is het onderdeel over palliatieve systemische behandeling geheel (samenvatting literatuur, conclusies, overwegingen, aanbevelingen) vernieuwd Daarbij wordt Daarnaast is bij deze revisie een geheel nieuwe module over HIPEC toegevoegd Welke eerstelijnsbehandeling - systeemtherapie (chemo- en/of targeted therapie) of standaard chemotherapie - zorgt voor de beste uitkomst bij patiënten met een gemetastaseerd of voortgeschreden irresectabel of een recidief carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang, in termen van kwaliteit van leven, progressievrije en algehele overleving? Bij patiënten met lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom in goede conditie die in aanmerking willen komen voor palliatieve systeemtherapie dient een behandeling met chemotherapie Bij patiënten met lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom bij wie behandeling met chemotherapie wordt overwogen, dient overexpressie van HER# te worden bepaald Bij HER# overexpressie en het ontbreken van contra-indicaties dient trastuzumab aan de behandeling # Eerstelijns S-# gebaseerde therapie versus S-# monotherapie Een systematische review evalueerde op S-# gebaseerde therapie vs S-# monotherapie bij patiënten met een voortgeschreden maagcarcinoom [<PERSOON>, ###] Er werd tot maart ### gezocht in databases; vier trials met ### patiënten werden geïncludeerd; alle trials waren uit Azië afkomstig; verdere patiëntkarakteristieken werden niet beschreven S-# gebaseerde therapie bestond uit S-# in Naast deze systematische review werden twee nieuwere gerandomiseerde trials geselecteerd De.
600
nvmdl
maagcarcinoom is er geen bewijs voor een curatieve neoadjuvante chemotherapeutische behandeling In deze module wordt alleen de palliatieve systemische behandeling besproken Palliatieve chemotherapie kan bijdragen om de overleving te verlengen en Bij de revisie van ### is het onderdeel over palliatieve systemische behandeling geheel (samenvatting literatuur, conclusies, overwegingen, aanbevelingen) vernieuwd Daarbij wordt Daarnaast is bij deze revisie een geheel nieuwe module over HIPEC toegevoegd Welke eerstelijnsbehandeling - systeemtherapie (chemo- en/of targeted therapie) of standaard chemotherapie - zorgt voor de beste uitkomst bij patiënten met een gemetastaseerd of voortgeschreden irresectabel of een recidief carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang, in termen van kwaliteit van leven, progressievrije en algehele overleving? Bij patiënten met lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom in goede conditie die in aanmerking willen komen voor palliatieve systeemtherapie dient een behandeling met chemotherapie Bij patiënten met lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom bij wie behandeling met chemotherapie wordt overwogen, dient overexpressie van HER# te worden bepaald Bij HER# overexpressie en het ontbreken van contra-indicaties dient trastuzumab aan de behandeling # Eerstelijns S-# gebaseerde therapie versus S-# monotherapie Een systematische review evalueerde op S-# gebaseerde therapie vs S-# monotherapie bij patiënten met een voortgeschreden maagcarcinoom [<PERSOON>, ###] Er werd tot maart ### gezocht in databases; vier trials met ### patiënten werden geïncludeerd; alle trials waren uit Azië afkomstig; verdere patiëntkarakteristieken werden niet beschreven S-# gebaseerde therapie bestond uit S-# in Naast deze systematische review werden twee nieuwere gerandomiseerde trials geselecteerd De Chinese patiënten met een voortgeschreden irresectabel of gemetastaseerd maagcarcinoom [Lu, ###] De mediane leeftijd van de patiënten was ##-<LEEFTIJD> jaar en ##-##% was man De tweede van deze trials, een fase III trial, vergeleek S-# + docetaxel vs S-# bij ### Japanse of Koreaanse patiënten met een voortgeschreden irresectabel of recidief maagcarcinoom of carcinoom van de gastrooesophageale overgang De mediane leeftijd was <LEEFTIJD> jaar; ##% vs ##% was man; en het % patiënten met een primair carcinoom van de gastro-oesophageale overgang was niet gegeven Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode vanwege een hoog risico op bias voor de uitkomst progressievrije overleving (geen van de geïncludeerde studies waren dubbelblind of het was onduidelijk of de studie dubbelblind was opgezet hoog risico op detectie bias) De progressievrije overleving was hoger na S-# combinatietherapie, in vergelijking met S-# monotherapie in een meta-analyse van twee studies (HR progressie of sterfte #,##; ##%BI #,## tot Na een onbekende mediane follow-up was de kans op progressie of sterfte lager in de S-# + oxaliplatin groep, in vergelijking met de S-# groep (HR #,##, ##%BI #,## tot #,##; mediane Na een mediane follow-up van ##,# maanden was de kans op progressie of sterfte lager in de S-# + docetaxel groep, in vergelijking met de S-# groep (HR #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns chemotherapie met een S-# De overleving was hoger na S-# combinatietherapie, in vergelijking met S-# monotherapie in een meta-analyse van drie studies (HR sterfte #,##; ##%BI.
710
nvmdl
maagcarcinoom [Lu, ###] De mediane leeftijd van de patiënten was ##-<LEEFTIJD> jaar en ##-##% was man De tweede van deze trials, een fase III trial, vergeleek S-# + docetaxel vs S-# bij ### Japanse of Koreaanse patiënten met een voortgeschreden irresectabel of recidief maagcarcinoom of carcinoom van de gastrooesophageale overgang De mediane leeftijd was <LEEFTIJD> jaar; ##% vs ##% was man; en het % patiënten met een primair carcinoom van de gastro-oesophageale overgang was niet gegeven Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode vanwege een hoog risico op bias voor de uitkomst progressievrije overleving (geen van de geïncludeerde studies waren dubbelblind of het was onduidelijk of de studie dubbelblind was opgezet hoog risico op detectie bias) De progressievrije overleving was hoger na S-# combinatietherapie, in vergelijking met S-# monotherapie in een meta-analyse van twee studies (HR progressie of sterfte #,##; ##%BI #,## tot Na een onbekende mediane follow-up was de kans op progressie of sterfte lager in de S-# + oxaliplatin groep, in vergelijking met de S-# groep (HR #,##, ##%BI #,## tot #,##; mediane Na een mediane follow-up van ##,# maanden was de kans op progressie of sterfte lager in de S-# + docetaxel groep, in vergelijking met de S-# groep (HR #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns chemotherapie met een S-# De overleving was hoger na S-# combinatietherapie, in vergelijking met S-# monotherapie in een meta-analyse van drie studies (HR sterfte #,##; ##%BI Er werden geen Na een onbekende mediane follow-up was de kans op sterfte lager in de S-# + oxaliplatin groep, in vergelijking met de S-# groep (HR #,##, ##%BI #,## tot #,##; mediane overleving ##,# vs ##,# Na een mediane follow-up van ##,# maanden was het sterfterisico lager in de S-# + docetaxel groep, in vergelijking met de S-# groep (HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane overleving ##,#; ##%BI ##,# tot ##,# vs ##,#; ##%BI #,# tot ##,# maanden) [Koizumi, ###] In deze studie zaten Tabel # Overleving in studies die eerstelijns chemotherapie met een S-# combinatietherapie # Eerstelijns targeted therapie vs standaard chemotherapie bevacizumab Eén internationale studie (de AVAGAST-studie, een fase III trial) includeerde ### patiënten met een voortgeschreden, irresectabel of gemetastaseerd carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang en een Eastern Cooperative Oncology Group (ECOG) status van # tot # [<PERSOON> hadden een mediane leeftijd van ##-<LEEFTIJD> jaar; ongeveer twee derde was man; ##% van de patiënten kwam uit Europa en ##% van de patiënten uit Azië; ##-##% van de primaire tumoren zat in de gastro-oesophageale overgang Patiënten werden gerandomiseerd tussen bevacizumab + fluoropyrimidine + cisplatine (n=###) en placebo + fluoropyrimidine + cisplatine (n=###) Een Chinese fase III studie (AVATAR) evalueerde bevacizumab + capecitabine + cisplatine vs placebo + capecitabine + cisplatine bij ### patiënten met een irresectabel voortgeschreden of gemetastaseerd carcinoom van de maag of van de gastro-oesophageale overgang [Shen, ###].
822
nvmdl
werden geen Na een onbekende mediane follow-up was de kans op sterfte lager in de S-# + oxaliplatin groep, in vergelijking met de S-# groep (HR #,##, ##%BI #,## tot #,##; mediane overleving ##,# vs ##,# Na een mediane follow-up van ##,# maanden was het sterfterisico lager in de S-# + docetaxel groep, in vergelijking met de S-# groep (HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane overleving ##,#; ##%BI ##,# tot ##,# vs ##,#; ##%BI #,# tot ##,# maanden) [Koizumi, ###] In deze studie zaten Tabel # Overleving in studies die eerstelijns chemotherapie met een S-# combinatietherapie # Eerstelijns targeted therapie vs standaard chemotherapie bevacizumab Eén internationale studie (de AVAGAST-studie, een fase III trial) includeerde ### patiënten met een voortgeschreden, irresectabel of gemetastaseerd carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang en een Eastern Cooperative Oncology Group (ECOG) status van # tot # [<PERSOON> hadden een mediane leeftijd van ##-<LEEFTIJD> jaar; ongeveer twee derde was man; ##% van de patiënten kwam uit Europa en ##% van de patiënten uit Azië; ##-##% van de primaire tumoren zat in de gastro-oesophageale overgang Patiënten werden gerandomiseerd tussen bevacizumab + fluoropyrimidine + cisplatine (n=###) en placebo + fluoropyrimidine + cisplatine (n=###) Een Chinese fase III studie (AVATAR) evalueerde bevacizumab + capecitabine + cisplatine vs placebo + capecitabine + cisplatine bij ### patiënten met een irresectabel voortgeschreden of gemetastaseerd carcinoom van de maag of van de gastro-oesophageale overgang [Shen, ###] <LEEFTIJD> jaar oud; ##% vs ##% was man; #% was van westerse afkomst; en ##% vs ##% van de primaire tumoren was een tumor van de gastro-oesophageale overgang Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode omdat er sprake was van imprecisie (het hoogste c q het laagste ##%BI zouden in een andere aanbeveling resulteren); en omdat de resultaten van de twee verschillende trials in verschillende richtingen wezen voor wat betreft de uitkomstmaat Na een mediane follow-up van #,<DATUM> # maanden was het risico op sterfte of progressie kleiner in de overleving was #,# maanden (##%BI #,# tot #,#) vs #,# maanden (##%BI #,# tot #,#) In Europese patiënten was het risico op progressievrije overleving vergelijkbaar (HR #,##; ##%BI #,## tot #,##) Na een mediane follow-up van <DATUM> maanden was het risico op progressie of sterfte lager in de bevacizumab groep, in vergelijking met placebo (HR #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane In deze studie waren geen westerse patiënten geïncludeerd Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns bevacizumab + standaard chemotherapie Op de European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC) C## en Stomach ## kwaliteit van leven vragenlijsten werd geen verschil gezien tussen behandelgroepen (data niet Na een mediane follow-up van #,<DATUM> # maanden was het sterfterisico kleiner in de bevacizumab ##,# tot ##,#) vs ##,# (##%BI #,# tot ##,#) maanden Het sterfterisico onder patiënten uit Europa was Daarentegen was het sterfterisico hoger in de bevacizumab groep in de andere trial (HR sterfte #,##; ##%BI.
846
nvmdl
##% vs ##% was man; #% was van westerse afkomst; en ##% vs ##% van de primaire tumoren was een tumor van de gastro-oesophageale overgang Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode omdat er sprake was van imprecisie (het hoogste c q het laagste ##%BI zouden in een andere aanbeveling resulteren); en omdat de resultaten van de twee verschillende trials in verschillende richtingen wezen voor wat betreft de uitkomstmaat Na een mediane follow-up van #,<DATUM> # maanden was het risico op sterfte of progressie kleiner in de overleving was #,# maanden (##%BI #,# tot #,#) vs #,# maanden (##%BI #,# tot #,#) In Europese patiënten was het risico op progressievrije overleving vergelijkbaar (HR #,##; ##%BI #,## tot #,##) Na een mediane follow-up van <DATUM> maanden was het risico op progressie of sterfte lager in de bevacizumab groep, in vergelijking met placebo (HR #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane In deze studie waren geen westerse patiënten geïncludeerd Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns bevacizumab + standaard chemotherapie Op de European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC) C## en Stomach ## kwaliteit van leven vragenlijsten werd geen verschil gezien tussen behandelgroepen (data niet Na een mediane follow-up van #,<DATUM> # maanden was het sterfterisico kleiner in de bevacizumab ##,# tot ##,#) vs ##,# (##%BI #,# tot ##,#) maanden Het sterfterisico onder patiënten uit Europa was Daarentegen was het sterfterisico hoger in de bevacizumab groep in de andere trial (HR sterfte #,##; ##%BI #,# tot ##,# vs ##,#; ##%BI #,# tot ##,# maanden) [Shen, ###] In deze trial waren geen westerse patiënten geïncludeerd Tabel # Overleving in studies die eerstelijns bevacizumab + standaard chemotherapie # Eerstelijns targeted therapie vs standaard chemotherapie cetuximab en panitumumab Eén fase III studie randomiseerde patiënten met een voortgeschreden irresectabel maagcarcinoom tussen cetuximab + capecitabine + cisplatine (n=###) en capecitabine + cisplatine (n=###) [Lordick, ###] Patiënten waren gemiddeld ongeveer <LEEFTIJD> jaar; driekwart was man; ##%-##% was blank; en ##% had een primaire tumor van de gastro-oesophageale overgang Een tweede studie waarvan niet werd gerapporteerd of het een fase II of III studie betrof, randomiseerde ## Chinese patiënten met een irresectabel of recidief maagcarcinoom tussen cetuximab + S-# + oxaliplatin en S-# + oxaliplatin [<PERSOON> waren gemiddeld <LEEFTIJD> jaar oud en ##% had een resectie van de primaire tumor ondergaan Eén fase III studie uit het Verenigd Koninkrijk evalueerde de toevoeging van panitumumab aan epirubicine, oxaliplatin en capecitabine [Waddell, ###] Patiënten (n=###) hadden irresectabel voortgeschreden (##%) of gemetastaseerd (##%) carcinoom van de oesophagus, gastrooesophageale overgang of maag Patiënten waren ##-<LEEFTIJD> jaar oud; ##-##% was man; en na een geplande interim analyse werd de trial stopgezet omdat de toevoeging van panitumumab de Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode vanwege een hoog risico op bias (het was onduidelijk of er sprake was van selectiebias in één studie); en vanwege imprecisie (het hoogste c q.
795
nvmdl
#,# tot ##,# vs ##,#; ##%BI #,# tot ##,# maanden) [Shen, ###] In deze trial waren geen westerse patiënten geïncludeerd Tabel # Overleving in studies die eerstelijns bevacizumab + standaard chemotherapie # Eerstelijns targeted therapie vs standaard chemotherapie cetuximab en panitumumab Eén fase III studie randomiseerde patiënten met een voortgeschreden irresectabel maagcarcinoom tussen cetuximab + capecitabine + cisplatine (n=###) en capecitabine + cisplatine (n=###) [Lordick, ###] Patiënten waren gemiddeld ongeveer <LEEFTIJD> jaar; driekwart was man; ##%-##% was blank; en ##% had een primaire tumor van de gastro-oesophageale overgang Een tweede studie waarvan niet werd gerapporteerd of het een fase II of III studie betrof, randomiseerde ## Chinese patiënten met een irresectabel of recidief maagcarcinoom tussen cetuximab + S-# + oxaliplatin en S-# + oxaliplatin [<PERSOON> waren gemiddeld <LEEFTIJD> jaar oud en ##% had een resectie van de primaire tumor ondergaan Eén fase III studie uit het Verenigd Koninkrijk evalueerde de toevoeging van panitumumab aan epirubicine, oxaliplatin en capecitabine [Waddell, ###] Patiënten (n=###) hadden irresectabel voortgeschreden (##%) of gemetastaseerd (##%) carcinoom van de oesophagus, gastrooesophageale overgang of maag Patiënten waren ##-<LEEFTIJD> jaar oud; ##-##% was man; en na een geplande interim analyse werd de trial stopgezet omdat de toevoeging van panitumumab de Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode vanwege een hoog risico op bias (het was onduidelijk of er sprake was van selectiebias in één studie); en vanwege imprecisie (het hoogste c q Na een mediane follow-up van bijna twee jaar was de mediane progressievrije overleving in de cetuximab + capecitabine + cisplatine groep #,# maanden (##%BI #,# tot #,#), vs #,# maanden (##%BI #,# tot #,#) in de capecitabine + cisplatine groep (HR progressievrije overleving #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Lordick, ###] In de subgroep blanke patiënten werd een gelijkaardig resultaat Na een onbekende lengte van follow-up was de mediane progressievrije overleving langer in de maanden; p=#,###) [<PERSOON> Z -D, ###] HR niet gegeven Deze studie betrof alleen Chinese Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns cetuximab + standaard Er was geen verschil in overleving tussen beide behandelgroepen (HR #,#; ##%BI #,## tot #,##; de subgroep blanke patiënten werd een gelijkaardig resultaat gevonden Na een onbekende lengte van follow-up was de mediane overleving langer in de cetuximab + <PERSOON> Z -D, ###] HR niet gegeven Deze studie betrof alleen Chinese patiënten In de groep patiënten met een maagcarcinoom leidde de toevoeging van panitumumab na een mediane follow-up van #,<DATUM> # maanden tot een slechtere overleving (HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##), alsook in de groep patiënten met een carcinoom van de gastro-oesophageale overgang (HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Waddell, ###] Alle patiënten in deze studie waren van westerse Tabel # Overleving in studies die eerstelijns cetuximab of panitumumab + standaard # Eerstelijns targeted therapie versus standaard chemotherapie orantinib.
797
nvmdl
bijna twee jaar was de mediane progressievrije overleving in de cetuximab + capecitabine + cisplatine groep #,# maanden (##%BI #,# tot #,#), vs #,# maanden (##%BI #,# tot #,#) in de capecitabine + cisplatine groep (HR progressievrije overleving #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Lordick, ###] In de subgroep blanke patiënten werd een gelijkaardig resultaat Na een onbekende lengte van follow-up was de mediane progressievrije overleving langer in de maanden; p=#,###) [<PERSOON> Z -D, ###] HR niet gegeven Deze studie betrof alleen Chinese Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns cetuximab + standaard Er was geen verschil in overleving tussen beide behandelgroepen (HR #,#; ##%BI #,## tot #,##; de subgroep blanke patiënten werd een gelijkaardig resultaat gevonden Na een onbekende lengte van follow-up was de mediane overleving langer in de cetuximab + <PERSOON> Z -D, ###] HR niet gegeven Deze studie betrof alleen Chinese patiënten In de groep patiënten met een maagcarcinoom leidde de toevoeging van panitumumab na een mediane follow-up van #,<DATUM> # maanden tot een slechtere overleving (HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##), alsook in de groep patiënten met een carcinoom van de gastro-oesophageale overgang (HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Waddell, ###] Alle patiënten in deze studie waren van westerse Tabel # Overleving in studies die eerstelijns cetuximab of panitumumab + standaard # Eerstelijns targeted therapie versus standaard chemotherapie orantinib cisplatine [Koizumi, ###] Patiënten hadden een inoperabel voortgeschreden of recidief onduidelijk hoe de toewijzing van behandelarm verborgen werd gehouden); vanwege imprecisie (het hoogste c q het laagste ##%BI zouden in een andere aanbeveling resulteren); en omdat er slechts De mediane progressievrije overleving was korter in de orantinib groep (### dagen; ##%BI ### tot ###) vs ### dagen; ##%BI ### tot ###; HR progressie of sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Koizumi, ###] Er waren geen westerse patiënten geïncludeerd in deze studie Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns orantinib + standaard De mediane overleving was langer in de orantinib groep (### dagen; ##%BI ### tot ### vs ###; ##%BI ### tot ###; HR voor sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Koizumi, ###] Er waren geen Tabel # Overleving in studies die eerstelijns orantinib + standaard chemotherapie vergelijken # Eerstelijns targeted therapie versus standaard chemotherapie rilotumumab Eén fase II studie randomiseerde ### patiënten met een irresectabel voortgeschreden of gemetastaseerd carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang tussen rilotumumab #,# of ## mg/kg + cisplatine + capecitabine + epirubicin (n=##) vs placebo + cisplatine + capecitabine + epirubicin (n=##) [<PERSOON> met een carcinoom van de distale oesophagus (tot # cm Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode omdat er of een hoog risico was op bias (voor de progressievrije overleving werd alleen het ##%BI gerapporteerd); en/of vanwege imprecisie (het Na een mediane follow-up van ##, # maanden was de progressievrije overleving in de rilotumumab.
835
nvmdl
de toewijzing van behandelarm verborgen werd gehouden); vanwege imprecisie (het hoogste c q het laagste ##%BI zouden in een andere aanbeveling resulteren); en omdat er slechts De mediane progressievrije overleving was korter in de orantinib groep (### dagen; ##%BI ### tot ###) vs ### dagen; ##%BI ### tot ###; HR progressie of sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Koizumi, ###] Er waren geen westerse patiënten geïncludeerd in deze studie Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns orantinib + standaard De mediane overleving was langer in de orantinib groep (### dagen; ##%BI ### tot ### vs ###; ##%BI ### tot ###; HR voor sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Koizumi, ###] Er waren geen Tabel # Overleving in studies die eerstelijns orantinib + standaard chemotherapie vergelijken # Eerstelijns targeted therapie versus standaard chemotherapie rilotumumab Eén fase II studie randomiseerde ### patiënten met een irresectabel voortgeschreden of gemetastaseerd carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang tussen rilotumumab #,# of ## mg/kg + cisplatine + capecitabine + epirubicin (n=##) vs placebo + cisplatine + capecitabine + epirubicin (n=##) [<PERSOON> met een carcinoom van de distale oesophagus (tot # cm Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode omdat er of een hoog risico was op bias (voor de progressievrije overleving werd alleen het ##%BI gerapporteerd); en/of vanwege imprecisie (het Na een mediane follow-up van ##, # maanden was de progressievrije overleving in de rilotumumab #,# tot #,# vs #,# ; ##%BI Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns rilotumumab + standaard De mediane overleving was iets langer na rilotumumab, in vergelijking met placebo, na een mediane follow-up van ##, # maanden (mediaan ##,#; ##%BI #,# tot ##,# vs #,#; ##%BI #,# tot ##,#; HR Tabel ## Overleving in studies die eerstelijns rilotumumab + standaard chemotherapie # Eerstelijns targeted therapie versus standaard chemotherapie trastuzumab Eén fase III studie includeerde ### patiënten met een voortgeschreden irresectabel, recidief of overgang [Bang <PERSOON> T, ###] Bij alle tumoren was er sprake van HER# overexpressie ### Patiënten kregen trastuzumab toegevoegd aan chemotherapie (capecitabine + cisplatine of fluorouracil + cisplatin), en ### patiënten kregen alleen chemotherapie Patiënten hadden een Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode omdat er sprake was van slechts één trial met Na een mediane follow-up van ##-## maanden was de mediane progressievrije overleving langer in de groep patiënten die trastuzumab + chemotherapie kreeg (#,# maanden; ##%BI # tot # vs #,#; progressievrije overleving werd niet apart voor de subgroep westerse patiënten gerapporteerd Tabel ## Progressievrije overleving in studies die eerstelijns trastuzumab + standaard In de trastuzumab + chemotherapie groep duurde het langer voordat er een ##% verslechtering van Na een mediane follow-up van ##-## maanden was de mediane overleving langer in de groep ## tot ##; HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Bang Y -J, ###] Het sterfterisico in Europa was.
817
nvmdl
##%BI Tabel # Progressievrije overleving in studies die eerstelijns rilotumumab + standaard De mediane overleving was iets langer na rilotumumab, in vergelijking met placebo, na een mediane follow-up van ##, # maanden (mediaan ##,#; ##%BI #,# tot ##,# vs #,#; ##%BI #,# tot ##,#; HR Tabel ## Overleving in studies die eerstelijns rilotumumab + standaard chemotherapie # Eerstelijns targeted therapie versus standaard chemotherapie trastuzumab Eén fase III studie includeerde ### patiënten met een voortgeschreden irresectabel, recidief of overgang [Bang <PERSOON> T, ###] Bij alle tumoren was er sprake van HER# overexpressie ### Patiënten kregen trastuzumab toegevoegd aan chemotherapie (capecitabine + cisplatine of fluorouracil + cisplatin), en ### patiënten kregen alleen chemotherapie Patiënten hadden een Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode omdat er sprake was van slechts één trial met Na een mediane follow-up van ##-## maanden was de mediane progressievrije overleving langer in de groep patiënten die trastuzumab + chemotherapie kreeg (#,# maanden; ##%BI # tot # vs #,#; progressievrije overleving werd niet apart voor de subgroep westerse patiënten gerapporteerd Tabel ## Progressievrije overleving in studies die eerstelijns trastuzumab + standaard In de trastuzumab + chemotherapie groep duurde het langer voordat er een ##% verslechtering van Na een mediane follow-up van ##-## maanden was de mediane overleving langer in de groep ## tot ##; HR sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##) [Bang Y -J, ###] Het sterfterisico in Europa was # Eerstelijns targeted therapie versus standaard chemotherapie trebanabib Eén fase II studie randomiseerde ### patiënten met een ECOG status ≤# en een gemetastaseerd carcinoom van de distale oesophagus (##%) tussen trebanabib + cisplatine + capecitabine (n=###) vs placebo + cisplatine + capecitabine (n=##) [Eatock, ###] Patiënten in de trebanabib groep hadden vaker drie of meer metastasen, en een langere duur tussen de diagnose van metastasen en start van de therapie Patiënten waren ##-<LEEFTIJD> jaar oud; ##-##% was man; en #<DATUM> was blank Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode vanwege imprecisie (het hoogste c q het Na een mediane follow-up van ## maanden verschilde de progressievrije overleving niet tussen de beide behandelgroepen (HR progressie of sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane progressievrije Tabel ## Progressievrije overleving in studies die eerstelijns trebanabib + standaard Overleving was geen uitkomstmaat en werd niet als HR gerapporteerd [Eatock, ###] Er is bewijs van matige kwaliteit dat S-# combinatietherapie een betere progressievrije overleving geeft, en bewijs van hoge kwaliteit dat S-# combinatie therapie een betere overleving geeft dan S-# alleen, bij patiënten met een voortgeschreden irresectabel maagcarcinoom [<PERSOON>, ###, Er is bewijs van matige kwaliteit dat bevacizumab + fluoropyrimidine + cisplatine leidt tot een langere progressievrije overleving bij patiënten met een irresectabel voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom, in vergelijking met fluoropyrimidine + cisplatine, terwijl er geen verschil is in kwaliteit van leven, en tegengesteld bewijs van lage kwaliteit voor wat betreft de overleving [Ohtsu A, ###,.
756
nvmdl
Eén fase II studie randomiseerde ### patiënten met een ECOG status ≤# en een gemetastaseerd carcinoom van de distale oesophagus (##%) tussen trebanabib + cisplatine + capecitabine (n=###) vs placebo + cisplatine + capecitabine (n=##) [Eatock, ###] Patiënten in de trebanabib groep hadden vaker drie of meer metastasen, en een langere duur tussen de diagnose van metastasen en start van de therapie Patiënten waren ##-<LEEFTIJD> jaar oud; ##-##% was man; en #<DATUM> was blank Er werd afgewaardeerd volgens de GRADE-methode vanwege imprecisie (het hoogste c q het Na een mediane follow-up van ## maanden verschilde de progressievrije overleving niet tussen de beide behandelgroepen (HR progressie of sterfte #,##; ##%BI #,## tot #,##; mediane progressievrije Tabel ## Progressievrije overleving in studies die eerstelijns trebanabib + standaard Overleving was geen uitkomstmaat en werd niet als HR gerapporteerd [Eatock, ###] Er is bewijs van matige kwaliteit dat S-# combinatietherapie een betere progressievrije overleving geeft, en bewijs van hoge kwaliteit dat S-# combinatie therapie een betere overleving geeft dan S-# alleen, bij patiënten met een voortgeschreden irresectabel maagcarcinoom [<PERSOON>, ###, Er is bewijs van matige kwaliteit dat bevacizumab + fluoropyrimidine + cisplatine leidt tot een langere progressievrije overleving bij patiënten met een irresectabel voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom, in vergelijking met fluoropyrimidine + cisplatine, terwijl er geen verschil is in kwaliteit van leven, en tegengesteld bewijs van lage kwaliteit voor wat betreft de overleving [Ohtsu A, ###, progressievrije overleving verbetert, en bewijs van matige kwaliteit dat de overleving niet verbetert, bij patiënten met een voortgeschreden irresectabel of een gemetastaseerd carcinoom van de maag of van de gastro-oesophageale overgang [<PERSOON> Z -D, ###] Er is bewijs van lage kwaliteit dat orantinib de progressievrije overleving verslechtert, en bewijs van zeer lage kwaliteit dat orantinib de overleving verbetert, bij patiënten met een voortgeschreden Er is bewijs van lage kwaliteit dat rilotumumab + cisplatine + capecitabine + epirubicin de progressievrije en algehele overleving verbetert, bij patiënten met een irresectabel voortgeschreden of Bij patiënten met een voortgeschreden irresectabel, recidief of gemetastaseerd carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang en HER# overexpressie is er bewijs van matige kwaliteit dat de toevoeging van trastuzumab aan standaard chemotherapie de progressievrije en algehele overleving en de kwaliteit van leven verbetert, ten opzichte van alleen standaard chemotherapie [Bang Er is bewijs van matige kwaliteit dat de toevoeging van trebanabib aan cisplatine + capecitabine geen verandering van de progressievrije overleving geeft, bij patiënten met een gemetastaseerd carcinoom Uit het literatuuroverzicht blijkt dat de kwaliteit van de bewijsvoering voor de behandeling van lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom over het algemeen laag tot zeer laag is Bij de bespreking van de studies en het maken van de aanbevelingen wordt enkel gebruik gemaakt van de Het standaardbeleid bij lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom bij patiënten in een goede conditie die in aanmerking willen komen voor een behandeling met systeemtherapie, bestaat uit chemotherapie, eventueel gecombineerd met doelgerichte therapie Op grond van het.
644
nvmdl
patiënten met een voortgeschreden irresectabel of een gemetastaseerd carcinoom van de maag of van de gastro-oesophageale overgang [<PERSOON> Z -D, ###] Er is bewijs van lage kwaliteit dat orantinib de progressievrije overleving verslechtert, en bewijs van zeer lage kwaliteit dat orantinib de overleving verbetert, bij patiënten met een voortgeschreden Er is bewijs van lage kwaliteit dat rilotumumab + cisplatine + capecitabine + epirubicin de progressievrije en algehele overleving verbetert, bij patiënten met een irresectabel voortgeschreden of Bij patiënten met een voortgeschreden irresectabel, recidief of gemetastaseerd carcinoom van de maag of gastro-oesophageale overgang en HER# overexpressie is er bewijs van matige kwaliteit dat de toevoeging van trastuzumab aan standaard chemotherapie de progressievrije en algehele overleving en de kwaliteit van leven verbetert, ten opzichte van alleen standaard chemotherapie [Bang Er is bewijs van matige kwaliteit dat de toevoeging van trebanabib aan cisplatine + capecitabine geen verandering van de progressievrije overleving geeft, bij patiënten met een gemetastaseerd carcinoom Uit het literatuuroverzicht blijkt dat de kwaliteit van de bewijsvoering voor de behandeling van lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom over het algemeen laag tot zeer laag is Bij de bespreking van de studies en het maken van de aanbevelingen wordt enkel gebruik gemaakt van de Het standaardbeleid bij lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom bij patiënten in een goede conditie die in aanmerking willen komen voor een behandeling met systeemtherapie, bestaat uit chemotherapie, eventueel gecombineerd met doelgerichte therapie Op grond van het best supportive care (<PERSOON>, ###] Bij patiënten met lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom gaat response op therapie meestal gepaard met een verbetering in kwaliteit van leven [Al-Batran, ###] De fluoropyrimidine #-fluorouracil (#-FU) is het meest gebruikte en meest onderzochte cytostaticum bij deze ziekte en vormt de basis van de meeste combinatie chemotherapie regimes Naast intraveneus #-FU zin de fluoropyrimidines capecitabine en S# beschikbaar, die qua effectiviteit vergelijkbaar zijn, met een net iets ander bijwerkingenprofiel Combinatie chemotherapie verbetert de overleving ten opzichte van fluoropyrimidine monotherapie, maar gaat gepaard met toegenomen toxiciteit [<PERSOON>, ###] In termen van overleving is een combinatie van drie middelen (‘triplet’) superieur ten opzichte van een combinatie met twee middelen (‘doublet’), maar met een triplet neemt de toxiciteit verder toe De relatieve winst moet dan ook afgewogen worden tegen de grotere kans op toxiciteit Voor lokaal voortgeschreden of gemetastaseerd maagcarcinoom is onbekend of met sequentiële therapie eenzelfde resultaat bereikt kan worden als met combinatietherapie, zoals beschreven voor colorectaal carcinoom [<PERSOON>, Gebruikelijk is om bij combinatietherapie in ieder geval een fluoropyrimidine en een platinum te gebruiken, waarbij de voorkeur uitgaat naar oxaliplatin boven cisplatin gezien het gunstiger daarnaast bewijs van matige kwaliteit dat een fluoropyrimidine gecombineerd met paclitaxel tot betere uitkomsten leidt dan een fluoropyrimidine gecombineerd met cisplatin [Mochiki, ###] Er zijn op dit moment nog geen direct vergelijkende studies van matige of hoge kwaliteit beschikbaar op grond waarvan een voorkeur kan worden uitgesproken voor de toevoeging van een specifiek derde middel aan triplet therapie Aangetekend moet worden dat juist voor de vaak gebruikte triplet waarin.
599
nvmdl