text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
Na <DATUM> weken was er bij de meeste patiënten een volledige remissie van dysfagie gedurende enkele maanden Bij alle vrouwen was er terugval en is de ingreep meerdere malen herhaald, de intervallen van re-evaluatie zijn verschillend De gemiddelde tijd tussen # procedures was #,# maanden, het tijdsinterval nam toe na meerdere ingrepen In totaal zijn er in de follow up-duur van ## maanden ## ingrepen verricht Eén van de ## ingrepen werd gecompliceerd door een pneumomediastinum, de overige verliepen ongecompliceerd Bij niemand was er exacerbatie van orale laesies na behandeling Vanwege het niet-vergelijkende <INSTELLING> van de studie kan geen uitspraak worden gedaan over de effectiviteit van de behandeling In de studie worden patiëntkarakteristieken, interventie en follow up uitvoerig beschreven, hetgeen bijdraagt aan de kwaliteit van de studie Patiënten met chronische of recidiverende oesofageale LP dienen initieel naar analogie met behandeling van OLP behandeld te worden met topicale therapie Bij onvoldoende respons op initiële bovenstaande therapie is er niet veel meer te bieden dan kortdurende behandeling met intralesionaal corticosteroïden of cyclosporine per os, al of niet in combinatie met ballondilatatie en/of intralesionale injectie met Patiënten met chronische of recidiverende oesofagale LP worden bij voorkeur behandeld met protonpompremmer Bij onvoldoende respons is een sterk werkend corticosteroïd, per os (systemisch), dan wel intralesionaal, al of niet in combinatie met ballondilatatie aan te bevelen Dit hoofdstuk is beperkt tot de gewone vorm van cutane LP Alle bijzondere vormen, zoals lichen Er zijn geen RCT’s verricht met topicale corticosteroïden bij cutane LP Dat bleek al uit een review uit ### (Cribier B, <PERSOON> of lichen planus <PERSOON> evidence-based medicine analysis of efficacy Arch Dermatol ###;### ###) en dat is thans, <LEEFTIJD> jaar later niet anders Vrijwel alle studies met topicale corticosteroïden zijn observationeel en retrospectief In vrijwel alle overzichtsartikelen die al of niet het <INSTELLING> hebben van een richtlijn, wordt aanbevolen om LP te behandelen met sterk werkende topicale steroïden in de vorm van crème of zalf tweemaal daags aangebracht Zo nodig onder occlusie Het effect hiervan wordt gewoonlijk na <DATUM> weken gecontroleerd, waarna de dosering afhankelijk van de reactie intermitterend dan wel anderszins wordt voortgezet Bij een gegeneraliseerde cutane LP worden ook wel kortdurend glucocorticosteroïden per os gegeven Ook deze behandeling is niet gebaseerd op vergelijkende onderzoeksresultaten, maar op klinische ervaring Men kiest gewoonlijk voor ##-## mg prednison per dag gedurende <DATUM> weken (of korter), waarna dit in een even lange periode wordt afgebouwd naar nul De standaardbehandeling van cutane LP bestaat uit applicatie van sterk werkende (klasse III/IV), topicale steroïden in de vorm van crème of zalf tweemaal daags aangebracht Zo nodig onder occlusie Een stootkuur met glucocorticosteroïden per os komt alleen in aanmerking bij uitgebreide cutane LP, Bij ernstige, therapieresistente gevallen kan men lichtbehandeling, retinoïden (acitretine), hydrochloroquine, calcineurineremmers (tacrolimus), methotrexaat of ciclosporine overwegen Het gebruik van acitretine en systemische immuunsuppressiva bij een benigne afwijking die veelal vanzelf.
605
nvmdl
bij cutane LP Dat bleek al uit een review uit ### (Cribier B, <PERSOON> of lichen planus <PERSOON> evidence-based medicine analysis of efficacy Arch Dermatol ###;### ###) en dat is thans, <LEEFTIJD> jaar later niet anders Vrijwel alle studies met topicale corticosteroïden zijn observationeel en retrospectief In vrijwel alle overzichtsartikelen die al of niet het <INSTELLING> hebben van een richtlijn, wordt aanbevolen om LP te behandelen met sterk werkende topicale steroïden in de vorm van crème of zalf tweemaal daags aangebracht Zo nodig onder occlusie Het effect hiervan wordt gewoonlijk na <DATUM> weken gecontroleerd, waarna de dosering afhankelijk van de reactie intermitterend dan wel anderszins wordt voortgezet Bij een gegeneraliseerde cutane LP worden ook wel kortdurend glucocorticosteroïden per os gegeven Ook deze behandeling is niet gebaseerd op vergelijkende onderzoeksresultaten, maar op klinische ervaring Men kiest gewoonlijk voor ##-## mg prednison per dag gedurende <DATUM> weken (of korter), waarna dit in een even lange periode wordt afgebouwd naar nul De standaardbehandeling van cutane LP bestaat uit applicatie van sterk werkende (klasse III/IV), topicale steroïden in de vorm van crème of zalf tweemaal daags aangebracht Zo nodig onder occlusie Een stootkuur met glucocorticosteroïden per os komt alleen in aanmerking bij uitgebreide cutane LP, Bij ernstige, therapieresistente gevallen kan men lichtbehandeling, retinoïden (acitretine), hydrochloroquine, calcineurineremmers (tacrolimus), methotrexaat of ciclosporine overwegen Het gebruik van acitretine en systemische immuunsuppressiva bij een benigne afwijking die veelal vanzelf Daarnaast zijn er nog enkele behandelingen in de literatuur beschreven, zoals vitamine D# analogen, De behandeling met PUVA werd onderzocht in een studie bij patiënten met gegeneraliseerde <PERSOON>, ###) Zij werden behandeld op een helft van het lichaam in een frequentie van #/week gedurende ##-## weken Bij # patiënten trad complete remissie op van de laesies met een remissieduur tot <LEEFTIJD> jaar (onbekend hoeveel patiënten deze remissie duur hadden) # patiënten verbeterden tenminste ##% Bij # patiënten vond een exacerbatie plaats tijdens de therapie; zij moesten de therapie staken Er is geen vergelijking gemaakt tussen beide lichaamshelften en er is veel loss to follow up In een andere studie is de behandeling met UVB onderzocht bij ## patiënten met gegeneraliseerde LP (Pavlotsky, ###) # patiënten werden met breedband UVB behandeld, ## patiënten met smalspectrum UVB (TL##) en # patiënten met UVB en corticosteroïden Er trad een complete respons op (CR) bij ##% van de patiënten die behandeld zijn met smalband UVB, bij ##% van patiënten die behandeld zijn met breedband UVB en bij ##% van de patiënten behandeld met UVB en corticosteroïden De gevonden verschillen in behandelingsrespons waren niet significant ## patiënten hadden een remissieduur van gemiddeld ##,# maanden Van # patiënten waren geen langdurige follow up-data beschikbaar De verschillen tussen beide behandelingen waren niet significant De bijwerkingen bestonden met name uit In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzingen dat lichttherapie effectief kan zijn De studie van <PERSOON> et al is zeer oud.
650
nvmdl
de literatuur beschreven, zoals vitamine D# analogen, De behandeling met PUVA werd onderzocht in een studie bij patiënten met gegeneraliseerde <PERSOON>, ###) Zij werden behandeld op een helft van het lichaam in een frequentie van #/week gedurende ##-## weken Bij # patiënten trad complete remissie op van de laesies met een remissieduur tot <LEEFTIJD> jaar (onbekend hoeveel patiënten deze remissie duur hadden) # patiënten verbeterden tenminste ##% Bij # patiënten vond een exacerbatie plaats tijdens de therapie; zij moesten de therapie staken Er is geen vergelijking gemaakt tussen beide lichaamshelften en er is veel loss to follow up In een andere studie is de behandeling met UVB onderzocht bij ## patiënten met gegeneraliseerde LP (Pavlotsky, ###) # patiënten werden met breedband UVB behandeld, ## patiënten met smalspectrum UVB (TL##) en # patiënten met UVB en corticosteroïden Er trad een complete respons op (CR) bij ##% van de patiënten die behandeld zijn met smalband UVB, bij ##% van patiënten die behandeld zijn met breedband UVB en bij ##% van de patiënten behandeld met UVB en corticosteroïden De gevonden verschillen in behandelingsrespons waren niet significant ## patiënten hadden een remissieduur van gemiddeld ##,# maanden Van # patiënten waren geen langdurige follow up-data beschikbaar De verschillen tussen beide behandelingen waren niet significant De bijwerkingen bestonden met name uit In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzingen dat lichttherapie effectief kan zijn De studie van <PERSOON> et al is zeer oud met de huidige behandeling Daarnaast waren er weinig patiënten geïncludeerd en er is veel loss to follow up De vergelijking tussen beide lichaamshelften wordt slecht beschreven, waardoor het vergelijkend <INSTELLING> van de studie vervalt Pavlotsky (Pavlotsky ###) is een methodologisch matig beschreven studie Er is tevens sprake van veel loss to follow up (van de ## patiënten met CR waren er van slechts ## patiënten langdurige follow up data beschikbaar), wat bij een retrospectieve studie kan Lichttherapie behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane LP maar is een goed alternatief als De behandeling met acitretine werd onderzocht in een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studie door Laurberg et al (###) Na # weken behandeling met acitretine # dd ## mg (n=##) had ##% een goede respons of remissie van de laesies (p(# ##) In de placebogroep (n=##) was dit ## % (p(# ##) Vervolgens werden beide groepen behandeld met acitretine ##-## mg/dag, waarbij de placebogroep in ##% van de gevallen een goede respons toonde en in de eerder behandelde groep was dit ##% Bijwerkingen als cheilitis (## patiënten), droge huid en slijmvliezen (#-## patiënten#), schilferende huid (## patiënten) of broze nagels (# patiënt), kwamen het meest voor Matig beschreven studie met beperkt aantal patiënten Het is een relatief oude studie, het is onduidelijk of de behandeling met acitretine dezelfde is als de behandeling die in de studie beschreven wordt In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzigingen dat acitretine effectief kan zijn.
685
nvmdl
Daarnaast waren er weinig patiënten geïncludeerd en er is veel loss to follow up De vergelijking tussen beide lichaamshelften wordt slecht beschreven, waardoor het vergelijkend <INSTELLING> van de studie vervalt Pavlotsky (Pavlotsky ###) is een methodologisch matig beschreven studie Er is tevens sprake van veel loss to follow up (van de ## patiënten met CR waren er van slechts ## patiënten langdurige follow up data beschikbaar), wat bij een retrospectieve studie kan Lichttherapie behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane LP maar is een goed alternatief als De behandeling met acitretine werd onderzocht in een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studie door Laurberg et al (###) Na # weken behandeling met acitretine # dd ## mg (n=##) had ##% een goede respons of remissie van de laesies (p(# ##) In de placebogroep (n=##) was dit ## % (p(# ##) Vervolgens werden beide groepen behandeld met acitretine ##-## mg/dag, waarbij de placebogroep in ##% van de gevallen een goede respons toonde en in de eerder behandelde groep was dit ##% Bijwerkingen als cheilitis (## patiënten), droge huid en slijmvliezen (#-## patiënten#), schilferende huid (## patiënten) of broze nagels (# patiënt), kwamen het meest voor Matig beschreven studie met beperkt aantal patiënten Het is een relatief oude studie, het is onduidelijk of de behandeling met acitretine dezelfde is als de behandeling die in de studie beschreven wordt In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzigingen dat acitretine effectief kan zijn In een vergelijkend onderzoek van Bhuiyan et al (###) werd hydrochloroquine vergeleken met griseofulvine, een antimycoticum Er werden ## patiënten met cutane LP (van wie ## patiënten ook orale LP hadden) onderzocht, verdeeld over twee groepen Na # maanden behandeling met dagelijks ### mg hydrochloroquine en dagelijks ### mg griseofulvine had ##% van de hydrochloroquinegroep een complete respons en ##,#% van de griseofulvinegroep Een matige verbetering trad op bij ##,#% in de hydrochloroquinegroep en bij ##,#% in de griseofulvinegroep De studie wordt beschreven als een randomized controlled trial, maar er wordt niet omschreven hoe er gerandomiseerd en geblindeerd is In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzigingen dat hydroxychlorquine effectiever is dan griseofulvine, maar griseofulvine is geen standaard behandeling voor In de medische literatuur is er onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van hydroxychloroquine in de Hydroxychloroquine behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane LP In een niet-vergelijkende studie van Al-Mutairi (###) werden ## patiënten met lichen planopilaris (LPP) in Koeweit behandeld met tweemaal daags tacrolimus #,##% totdat complete remissie optrad of een maximum therapieduur van ## weken bereikt werd Van de in totaal ## geïncludeerde patiënten werden ## patiënten geëxcludeerd vanwege de diagnose hepatitis C bij routine serologische testen Van de ## behandelde patiënten hadden vier van de zeven patiënten bij analyse van de huidbiopten een uitstekende respons (##%) en drie een goede respons (##,#%) na een gemiddelde therapie duur van ## weken (tenminste # weken) Matig beschreven studie (met name de behandeling is slecht beschreven), met een beperkt aantal patiënten.
701
nvmdl
(###) werd hydrochloroquine vergeleken met griseofulvine, een antimycoticum Er werden ## patiënten met cutane LP (van wie ## patiënten ook orale LP hadden) onderzocht, verdeeld over twee groepen Na # maanden behandeling met dagelijks ### mg hydrochloroquine en dagelijks ### mg griseofulvine had ##% van de hydrochloroquinegroep een complete respons en ##,#% van de griseofulvinegroep Een matige verbetering trad op bij ##,#% in de hydrochloroquinegroep en bij ##,#% in de griseofulvinegroep De studie wordt beschreven als een randomized controlled trial, maar er wordt niet omschreven hoe er gerandomiseerd en geblindeerd is In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzigingen dat hydroxychlorquine effectiever is dan griseofulvine, maar griseofulvine is geen standaard behandeling voor In de medische literatuur is er onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van hydroxychloroquine in de Hydroxychloroquine behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane LP In een niet-vergelijkende studie van Al-Mutairi (###) werden ## patiënten met lichen planopilaris (LPP) in Koeweit behandeld met tweemaal daags tacrolimus #,##% totdat complete remissie optrad of een maximum therapieduur van ## weken bereikt werd Van de in totaal ## geïncludeerde patiënten werden ## patiënten geëxcludeerd vanwege de diagnose hepatitis C bij routine serologische testen Van de ## behandelde patiënten hadden vier van de zeven patiënten bij analyse van de huidbiopten een uitstekende respons (##%) en drie een goede respons (##,#%) na een gemiddelde therapie duur van ## weken (tenminste # weken) Matig beschreven studie (met name de behandeling is slecht beschreven), met een beperkt aantal patiënten In de beperkt aanwezige en kwalitatief matige literatuur zijn er aanwijzigingen dat In de medische literatuur is er onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van tacrolimus bij de behandeling Tacrolimus behoort niet tot de standaardbehandeling van cutaneLP Methotrexaat is een relatief goedkoop en veilig medicijn, maar wordt zelden voorgeschreven voor cutane LP Er zijn slechts twee niet-vergelijkende studies die de effectiviteit en veiligheid van de orale toediening van methotrexaat in de behandeling van cutane LP hebben onderzocht <PERSOON> et al beschrijven in ### in een retrospectief statusonderzoek behandeling met methotrexaat bij ## volwassen patiënten met cutane LP, die niet reageerden op behandeling met corticosteroïden (topicaal of systemisch) De patiënten werden gemiddeld #,# weken (#-## weken) behandeld met methotrexaat p o in een startdosering van ## of ## mg per week, met afbouwen van de dosering bij complete remissie Na # maand was er bij ## van de ## patiënten sprake van een complete remissie van de laesies en pruritus Eén patiënt is na # weken met behandeling gestopt vanwege onoverkomelijke misselijkheid en vermoeidheid De overige patiënten hadden geen fysieke bijwerkingen of verstoringen in de laboratoriumwaarden Gedurende # maanden follow up van deze ## patiënten kwamen bij # patiënt na #,# maand de klachten terug De kwaliteit van deze studie is laag vanwege het retrospectieve, nietvergelijkende <INSTELLING> en het lage patiëntenaantal, maar geeft wel een eerste aanwijzing dat methotrexaat mogelijk ook veilig en effectief zou kunnen worden ingezet bij cutane LP In ### publiceerden Kanwar et al.
658
nvmdl
en kwalitatief matige literatuur zijn er aanwijzigingen dat In de medische literatuur is er onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van tacrolimus bij de behandeling Tacrolimus behoort niet tot de standaardbehandeling van cutaneLP Methotrexaat is een relatief goedkoop en veilig medicijn, maar wordt zelden voorgeschreven voor cutane LP Er zijn slechts twee niet-vergelijkende studies die de effectiviteit en veiligheid van de orale toediening van methotrexaat in de behandeling van cutane LP hebben onderzocht <PERSOON> et al beschrijven in ### in een retrospectief statusonderzoek behandeling met methotrexaat bij ## volwassen patiënten met cutane LP, die niet reageerden op behandeling met corticosteroïden (topicaal of systemisch) De patiënten werden gemiddeld #,# weken (#-## weken) behandeld met methotrexaat p o in een startdosering van ## of ## mg per week, met afbouwen van de dosering bij complete remissie Na # maand was er bij ## van de ## patiënten sprake van een complete remissie van de laesies en pruritus Eén patiënt is na # weken met behandeling gestopt vanwege onoverkomelijke misselijkheid en vermoeidheid De overige patiënten hadden geen fysieke bijwerkingen of verstoringen in de laboratoriumwaarden Gedurende # maanden follow up van deze ## patiënten kwamen bij # patiënt na #,# maand de klachten terug De kwaliteit van deze studie is laag vanwege het retrospectieve, nietvergelijkende <INSTELLING> en het lage patiëntenaantal, maar geeft wel een eerste aanwijzing dat methotrexaat mogelijk ook veilig en effectief zou kunnen worden ingezet bij cutane LP In ### publiceerden Kanwar et al papels en/of plaques over tenminste #% van het lichaamsoppervlak, maximaal # maanden werden behandeld met methotrexaat p o Onder de patiënten bevonden zich twee kinderen Patiënten kregen wekelijks een dosis methotrexaat p o, volwassenen ##mg en kinderen #,## mg per kg lichaamsgewicht Als co-medicatie werden orale antihistaminica en emmoliëns toegestaan Het effect van de behandeling moesten patiënten zelf schatten in percentage verbetering, met als belangrijkste parameters het aantal (nieuwe) laesies en pruritus De veiligheid werd gecontroleerd door controles van het haemogram en nier- en leverfuncties Na # weken merkten # patiënten (##%) al meer dan ##% verbetering, na ## weken was over alle patiënten de gemiddelde verbetering ##% Na de volledige behandelduur van ## weken was er bij ## patiënten (##%) complete remissie van de laesies en de klachten Drie maanden na stoppen van de behandeling was de LP bij allen nog steeds in remissie De helft van de patiënten had milde bijwerkingen, waarvan bij één patiënt de behandeling is gestaakt vanwege ernstige leverfunctiestoornissen Een pluspunt van deze studie is de prospectieve opzet, een minpunt is dat de resultaten zeer summier zijn beschreven zoals bijvoorbeeld de behandelduur en bij wie er al dan niet van cutane LP, als standaardtherapie faalt, maar de effectiviteit is niet door goede trials Orale toediening van methotrexaat is geen behandeling van eerste keus bij cutaneLP Het is te Indien behandeling met methotrexaat wordt gestart, dient er reguliere monitoring van.
611
nvmdl
van het lichaamsoppervlak, maximaal # maanden werden behandeld met methotrexaat p o Onder de patiënten bevonden zich twee kinderen Patiënten kregen wekelijks een dosis methotrexaat p o, volwassenen ##mg en kinderen #,## mg per kg lichaamsgewicht Als co-medicatie werden orale antihistaminica en emmoliëns toegestaan Het effect van de behandeling moesten patiënten zelf schatten in percentage verbetering, met als belangrijkste parameters het aantal (nieuwe) laesies en pruritus De veiligheid werd gecontroleerd door controles van het haemogram en nier- en leverfuncties Na # weken merkten # patiënten (##%) al meer dan ##% verbetering, na ## weken was over alle patiënten de gemiddelde verbetering ##% Na de volledige behandelduur van ## weken was er bij ## patiënten (##%) complete remissie van de laesies en de klachten Drie maanden na stoppen van de behandeling was de LP bij allen nog steeds in remissie De helft van de patiënten had milde bijwerkingen, waarvan bij één patiënt de behandeling is gestaakt vanwege ernstige leverfunctiestoornissen Een pluspunt van deze studie is de prospectieve opzet, een minpunt is dat de resultaten zeer summier zijn beschreven zoals bijvoorbeeld de behandelduur en bij wie er al dan niet van cutane LP, als standaardtherapie faalt, maar de effectiviteit is niet door goede trials Orale toediening van methotrexaat is geen behandeling van eerste keus bij cutaneLP Het is te Indien behandeling met methotrexaat wordt gestart, dient er reguliere monitoring van De (langdurige) behandeling met ciclosporine wordt echter beperkt door de bijwerkingen, zoals een verhoogde triglyceriden, verhoogd creatinine en arteriële hypertensie [<PERSOON> Er zijn aanwijzingen dat ciclosporine effectief is bij de behandeling ban cutane LP, maar de riskharm-ratio is ongunstig In een dubbelblind gerandomiseerde studie van Glade et al (###) werden ## patiënten met dezelfde vitamine D# analoog behandeld (KH ###); de vergelijkende groep kreeg alleen het vehicel Bij evaluatie van klinische verschijnselen werd geen verschil gezien, echter de biopten (afgenomen voor en na behandeling) lieten wel verschil zien Een significant remmend effect werd gezien op het aantal S- en G#M fase cellen (p≤ # ##) en een remmend effect op het percentage vimentine positieve cellen (p(# ##) Geconcludeerd kan worden dat tweemaal per dag aanbrengen van KH ### de epidermale groei kan Het effect van calcipotriol werd vergeleken met dat van betamethason in het gerandomiseerde, nietgeblindeerde onderzoek van Theng et al (###) ## patiënten werden behandeld met ## μg/g calcipotriol tweemaal daags en ## patiënten met betamethason zalf #,#% tweemaal daags, beide groepen gedurende ## weken In beide groepen werden de laesies dunner bij ongeveer ##% van de patiënten Andere waarden als pigmentatie, vermindering van de laesies en jeuk lieten geen significant effect zien Geconcludeerd kan worden dat calcipotriol niet effectiever is dan betamethason in de behandeling van In de beperkt aanwezige en kwalitatief matige literatuur zijn er geen overtuigende aanwijzigingen dat vitamine D effectiever is dan vehicel, en zeker niet effectiever dan In beide studies (Glade ###, Theng ###) werd geen klinisch effect gezien.
644
nvmdl
creatinine en arteriële hypertensie [<PERSOON> Er zijn aanwijzingen dat ciclosporine effectief is bij de behandeling ban cutane LP, maar de riskharm-ratio is ongunstig In een dubbelblind gerandomiseerde studie van Glade et al (###) werden ## patiënten met dezelfde vitamine D# analoog behandeld (KH ###); de vergelijkende groep kreeg alleen het vehicel Bij evaluatie van klinische verschijnselen werd geen verschil gezien, echter de biopten (afgenomen voor en na behandeling) lieten wel verschil zien Een significant remmend effect werd gezien op het aantal S- en G#M fase cellen (p≤ # ##) en een remmend effect op het percentage vimentine positieve cellen (p(# ##) Geconcludeerd kan worden dat tweemaal per dag aanbrengen van KH ### de epidermale groei kan Het effect van calcipotriol werd vergeleken met dat van betamethason in het gerandomiseerde, nietgeblindeerde onderzoek van Theng et al (###) ## patiënten werden behandeld met ## μg/g calcipotriol tweemaal daags en ## patiënten met betamethason zalf #,#% tweemaal daags, beide groepen gedurende ## weken In beide groepen werden de laesies dunner bij ongeveer ##% van de patiënten Andere waarden als pigmentatie, vermindering van de laesies en jeuk lieten geen significant effect zien Geconcludeerd kan worden dat calcipotriol niet effectiever is dan betamethason in de behandeling van In de beperkt aanwezige en kwalitatief matige literatuur zijn er geen overtuigende aanwijzigingen dat vitamine D effectiever is dan vehicel, en zeker niet effectiever dan In beide studies (Glade ###, Theng ###) werd geen klinisch effect gezien beschreven als een RCT, maar hiervan werd niets beschreven in de studie Waarschijnlijk betreft het toch geen systematisch onderzoek Omdat hier niet wordt vergeleken met placebo, kan niet worden gecontroleerd of complete remissie komt door het natuurlijk beloop van de ziekte of het effect is van tacrolimus De twee behandelgroepen in de studie vanTheng et al (Theng ###) zijn niet goed beschreven, daarom is het verschil in effect van beide behandelingen niet meetbaar Ook in de studie van Vitamine D heeft geen plaats in de behandeling van cutaneLP In de case-serie van Büyük en Kavala (###) werden ## patiënten behandeld met metronidazol ### mg tweemaal daags gedurende ##-## dagen Dertien patiënten hadden een complete remissie van ##-###% verbetering (#na ## dagen, # na ## dagen en # na ## dagen) Twee patiënten hadden een partiële respons (##-##% verbetering) en vier patiënten hadden geen respons ((##%) Bij een patiënt moest de behandeling worden afgebroken omdat de LP verergerde In totaal had ##,#% ) ##% respons op de behandeling Al met al een matige studie, met een beperkt aantal patiënten en een laag niveau van In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzigingen dat metronidazol effectief kan Metronidazol behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane LP In de case-serie van <PERSOON> et al uit ### werden ## patiënten behandeld met laag moleculair gewicht heparine (enoxaparine) in een wekelijkse dosering van # mg s c Na # weken trad remissie op van de.
668
nvmdl
beschreven als een RCT, maar hiervan werd niets beschreven in de studie Waarschijnlijk betreft het toch geen systematisch onderzoek Omdat hier niet wordt vergeleken met placebo, kan niet worden gecontroleerd of complete remissie komt door het natuurlijk beloop van de ziekte of het effect is van tacrolimus De twee behandelgroepen in de studie vanTheng et al (Theng ###) zijn niet goed beschreven, daarom is het verschil in effect van beide behandelingen niet meetbaar Ook in de studie van Vitamine D heeft geen plaats in de behandeling van cutaneLP In de case-serie van Büyük en Kavala (###) werden ## patiënten behandeld met metronidazol ### mg tweemaal daags gedurende ##-## dagen Dertien patiënten hadden een complete remissie van ##-###% verbetering (#na ## dagen, # na ## dagen en # na ## dagen) Twee patiënten hadden een partiële respons (##-##% verbetering) en vier patiënten hadden geen respons ((##%) Bij een patiënt moest de behandeling worden afgebroken omdat de LP verergerde In totaal had ##,#% ) ##% respons op de behandeling Al met al een matige studie, met een beperkt aantal patiënten en een laag niveau van In de beperkt aanwezige literatuur zijn er aanwijzigingen dat metronidazol effectief kan Metronidazol behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane LP In de case-serie van <PERSOON> et al uit ### werden ## patiënten behandeld met laag moleculair gewicht heparine (enoxaparine) in een wekelijkse dosering van # mg s c Na # weken trad remissie op van de ## weken) trad complete remissie (CR) van de huidlaesies op bij ##% van de patiënten Hiervan hadden # patiënten naast uitgebreide cutane laesies ook orale laesies Van de overige ##% hadden # van de # patiënten een chronische hypertrofische LP Tot een jaar na behandeling trad geen re-activatie van de ziekte op De studie rapporteert geen bijwerkingen van deze behandeling, mogelijk omdat deze niet systematisch onderzocht zijn Het betreft een slecht beschreven studie, met een beperkt aantal patiënten Omdat hier niet wordt vergeleken met placebo, kan niet worden gecontroleerd of complete remissie samenhangt met het natuurlijk beloop van de ziekte of het effect is Hodak et al (###) onderzochten ## patiënten met cutane (waarvan # ook orale) LP en hevige jeuk Zij werden behandeld met wekelijks # mg enoxiparine s c gedurende # (n=#) of # (n=#) weken Bij # patiënten trad een complete remissie op van jeuk en huidlaesies na de behandeling # patiënt liet een duidelijke verbetering zien en # patiënt liet geen verbetering zien Bij # patiënten werd een huidbiopt verricht, # van de # patiënten lieten regressie van de LP zien en # patiënt had postinflammatoire hyperpigmentatie De onderzochte patiënten bleven in # van de ## gevallen #-## maanden in remissie, de overige patiënten hadden een kortere remissieduur Er werden geen bijwerkingen gerapporteerd, mogelijk omdat deze niet systematisch onderzocht zijn Het betreft een slecht beschreven studie, met een beperkt aantal patiënten.
663
nvmdl
complete remissie (CR) van de huidlaesies op bij ##% van de patiënten Hiervan hadden # patiënten naast uitgebreide cutane laesies ook orale laesies Van de overige ##% hadden # van de # patiënten een chronische hypertrofische LP Tot een jaar na behandeling trad geen re-activatie van de ziekte op De studie rapporteert geen bijwerkingen van deze behandeling, mogelijk omdat deze niet systematisch onderzocht zijn Het betreft een slecht beschreven studie, met een beperkt aantal patiënten Omdat hier niet wordt vergeleken met placebo, kan niet worden gecontroleerd of complete remissie samenhangt met het natuurlijk beloop van de ziekte of het effect is Hodak et al (###) onderzochten ## patiënten met cutane (waarvan # ook orale) LP en hevige jeuk Zij werden behandeld met wekelijks # mg enoxiparine s c gedurende # (n=#) of # (n=#) weken Bij # patiënten trad een complete remissie op van jeuk en huidlaesies na de behandeling # patiënt liet een duidelijke verbetering zien en # patiënt liet geen verbetering zien Bij # patiënten werd een huidbiopt verricht, # van de # patiënten lieten regressie van de LP zien en # patiënt had postinflammatoire hyperpigmentatie De onderzochte patiënten bleven in # van de ## gevallen #-## maanden in remissie, de overige patiënten hadden een kortere remissieduur Er werden geen bijwerkingen gerapporteerd, mogelijk omdat deze niet systematisch onderzocht zijn Het betreft een slecht beschreven studie, met een beperkt aantal patiënten of complete remissie samenhangt met het natuurlijk beloop van de ziekte of het effect is van enoxaparine Stafanidou et al (###) behandelden ## patiënten met cutane LP met enoxiparine # mg eenmaal per week Na maximaal ## weken bereikte ##% complete remissie en ##% goede verbetering, ##% merkte geen verbetering De beste respons was zichtbaar bij cutane betrokkenheid en gereticuleerde OLP Bij lichen planopilaris werd een slechte respons gezien Tijdens de behandeling werden er geen bijwerkingen gerapporteerd, mogelijk omdat deze niet systematisch onderzocht zijn Het betreft een slecht beschreven studie met een beperkt aantal patiënten Omdat hier niet wordt vergeleken met placebo, kan niet worden gecontroleerd of complete remissie samenhangt met het natuurlijk beloop van de ziekte of het effect is van enoxaparine Al met al zijn dit matige studies met een beperkt aantal In de beperkt aanwezige en kwalitatief matige literatuur zijn er aanwijzigingen dat laag In de medische literatuur is onvoldoende bewijs voor de effectiviteit Laag moleculaire heparine behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane <PERSOON> S, <PERSOON> management of lichen planus with low-molecularweight heparin (enoxaparin) <PERSOON> ###; ##(##) ###-## - Al-<PERSOON> characteristics of lichen planus pigmentosus and its response to tacrolimus ointment an open label, non-randomized, prospective study <PERSOON> MA, <PERSOON> RU, Hawlader AR, Monamie SN Comparative Efficacy of hydroxychlorquine and griseofulvin in the treatment of lichen planus.
617
nvmdl
de ziekte of het effect is van enoxaparine Stafanidou et al (###) behandelden ## patiënten met cutane LP met enoxiparine # mg eenmaal per week Na maximaal ## weken bereikte ##% complete remissie en ##% goede verbetering, ##% merkte geen verbetering De beste respons was zichtbaar bij cutane betrokkenheid en gereticuleerde OLP Bij lichen planopilaris werd een slechte respons gezien Tijdens de behandeling werden er geen bijwerkingen gerapporteerd, mogelijk omdat deze niet systematisch onderzocht zijn Het betreft een slecht beschreven studie met een beperkt aantal patiënten Omdat hier niet wordt vergeleken met placebo, kan niet worden gecontroleerd of complete remissie samenhangt met het natuurlijk beloop van de ziekte of het effect is van enoxaparine Al met al zijn dit matige studies met een beperkt aantal In de beperkt aanwezige en kwalitatief matige literatuur zijn er aanwijzigingen dat laag In de medische literatuur is onvoldoende bewijs voor de effectiviteit Laag moleculaire heparine behoort niet tot de standaardbehandeling van cutane <PERSOON> S, <PERSOON> management of lichen planus with low-molecularweight heparin (enoxaparin) <PERSOON> ###; ##(##) ###-## - Al-<PERSOON> characteristics of lichen planus pigmentosus and its response to tacrolimus ointment an open label, non-randomized, prospective study <PERSOON> MA, <PERSOON> RU, Hawlader AR, Monamie SN Comparative Efficacy of hydroxychlorquine and griseofulvin in the treatment of lichen planus - <PERSOON> P KH ### for the treatment of lichen planus a multicenter, randomized, double-blind, vehicle-controlled study <PERSOON> metronidazole treatment of lichen planus <PERSOON> versus corticosteroids in lichen planus <PERSOON-##>PC The> epidermis of chronic idiopathic lichen planus during topical treatment with the vitamin D# analogue <PERSOON-##> comparison of generalized lichen planus treated with - <PERSOON-##> efficacy of tetracycline antibiotics for treatment of lichen planus an - <PERSOON-##> JM Cyclosporin A in the treatment of lichen planus - <PERSOON-##> VC, Gupta AK, <PERSOON-##> CN, Nicoloff BJ, Voorhees JJ Treatment of severe lichen planus with - <PERSOON-##> G, <PERSOON-##>-dose lowmolecular-weight heparin (enoxaparin) is beneficial in lichen planus a preliminary report <PERSOON-##> RH Long-term follow-up of lichen planus <PERSOON-##> is ineffective in the treatment of - Kanwar AJ, De D.
518
nvmdl
<PERSOON> P KH ### for the treatment of lichen planus a multicenter, randomized, double-blind, vehicle-controlled study <PERSOON> metronidazole treatment of lichen planus <PERSOON> versus corticosteroids in lichen planus <PERSOON>PC The> epidermis of chronic idiopathic lichen planus during topical treatment with the vitamin D# analogue <PERSOON> comparison of generalized lichen planus treated with - <PERSOON> efficacy of tetracycline antibiotics for treatment of lichen planus an - <PERSOON> JM Cyclosporin A in the treatment of lichen planus - <PERSOON> VC, Gupta AK, <PERSOON> CN, Nicoloff BJ, Voorhees JJ Treatment of severe lichen planus with - <PERSOON-##> G, <PERSOON-##>-dose lowmolecular-weight heparin (enoxaparin) is beneficial in lichen planus a preliminary report <PERSOON-##> RH Long-term follow-up of lichen planus <PERSOON-##> is ineffective in the treatment of - Kanwar AJ, De D old drug, new indication <PERSOON-##> A, et al Treatment of lichen planus with acitretin A double-blind, placebocontrolled study in ## patients <PERSOON-##> JM Severe lichen planus clears with very low-dose cyclosporine <PERSOON-##> AK, Moure ER, <PERSOON-##> of cutaneous lichen planus with thalidomide <PERSOON-##>-B treatment for cutaneous lichen planus our experience with ## patients <PERSOON-##> AF Cyclosporin A for treatment of severe - <PERSOON-##> licen planus treated by Sandimmun (ciclosporin) Dermatology ###; - Stefanidou MP, Ioannidou DJ, Panayiotides JG, <PERSOON-##> AD Low molecular weight heparin; a novel alternative therapeutic approach for lichen planus <PERSOON-##> ###; ###(#) ###-#; ###; ##(# - <PERSOON-##> for the treatment of generalized - Welke symptomen zorgen bij lichen planus voor de meeste ziektelast? - Wat is de impact van lichen planus op kwaliteit van leven en op seksualiteit? Kwaliteit van leven is een zogenaamde patiëntgerelateerde uitkomst Patiëntgerelateerde uitkomsten.
470
nvmdl
old drug, new indication <PERSOON> A, et al Treatment of lichen planus with acitretin A double-blind, placebocontrolled study in ## patients <PERSOON> JM Severe lichen planus clears with very low-dose cyclosporine <PERSOON> AK, Moure ER, <PERSOON> of cutaneous lichen planus with thalidomide <PERSOON>-B treatment for cutaneous lichen planus our experience with ## patients <PERSOON> AF Cyclosporin A for treatment of severe - <PERSOON> licen planus treated by Sandimmun (ciclosporin) Dermatology ###; - Stefanidou MP, Ioannidou DJ, Panayiotides JG, <PERSOON> AD Low molecular weight heparin; a novel alternative therapeutic approach for lichen planus <PERSOON> ###; ###(#) ###-#; ###; ##(# - <PERSOON-##> for the treatment of generalized - Welke symptomen zorgen bij lichen planus voor de meeste ziektelast? - Wat is de impact van lichen planus op kwaliteit van leven en op seksualiteit? Kwaliteit van leven is een zogenaamde patiëntgerelateerde uitkomst Patiëntgerelateerde uitkomsten verbeteren en inzicht te verschaffen in de leefwereld van een patiënt Patiënten met LP hebben een klachtenpatroon dat zeer ernstig kan zijn en op allerlei manieren invloed kan hebben op het dagelijks leven van een patiënt Om de consequenties van LP op het dagelijks leven in kaart te brengen is er gezocht op studies die aandacht besteden aan de kwaliteit van leven Tevens is er een landelijk vragenlijstonderzoek uitgevoerd naar de behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP In het hoofdstuk ‘Patiëntenperspectief’ worden de uitgangsvragen en Voor bovenstaande uitgangsvragen is gezocht in de databases MEDLINE en PsychInfo door middel van de zoekacties beschreven in bijlage # Artikelen zijn geselecteerd op basis van abstract en titel volgens de algemene in- en exclusiecriteria zoals beschreven in de algemene introductie Een aanvullend inclusiecriterium was dat er sprake moest zijn van een trial over patiëntgerelateerde uitkomsten bij LP of over mucosale aandoeningen in het algemeen Bij twijfel werd het betreffende artikel meegenomen in de full-text selectie Alle artikelen die voldeden aan de criteria werden samengevat in een evidencetabel te <DATUM> Kwaliteit van leven van patiënten met lichen planus Akay et al verrichtten in ### een studie onder ## psoriasispatiënten, ## LP-patiënten en ## gezonde vrijwilligers De ## LP-patiënten werden gerecruteerd op een dermatologische polikliniek en waren voorafgaand aan de studie minstens # weken niet systemisch behandeld Patiënten met erosieve of ernstige OLP werden geëxcludeerd omdat ze waarschijnlijk al een verhoogde score zouden hebben op de <PERSOON-##> Depression Inventory.
535
nvmdl
een patiënt Patiënten met LP hebben een klachtenpatroon dat zeer ernstig kan zijn en op allerlei manieren invloed kan hebben op het dagelijks leven van een patiënt Om de consequenties van LP op het dagelijks leven in kaart te brengen is er gezocht op studies die aandacht besteden aan de kwaliteit van leven Tevens is er een landelijk vragenlijstonderzoek uitgevoerd naar de behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP In het hoofdstuk ‘Patiëntenperspectief’ worden de uitgangsvragen en Voor bovenstaande uitgangsvragen is gezocht in de databases MEDLINE en PsychInfo door middel van de zoekacties beschreven in bijlage # Artikelen zijn geselecteerd op basis van abstract en titel volgens de algemene in- en exclusiecriteria zoals beschreven in de algemene introductie Een aanvullend inclusiecriterium was dat er sprake moest zijn van een trial over patiëntgerelateerde uitkomsten bij LP of over mucosale aandoeningen in het algemeen Bij twijfel werd het betreffende artikel meegenomen in de full-text selectie Alle artikelen die voldeden aan de criteria werden samengevat in een evidencetabel te <DATUM> Kwaliteit van leven van patiënten met lichen planus Akay et al verrichtten in ### een studie onder ## psoriasispatiënten, ## LP-patiënten en ## gezonde vrijwilligers De ## LP-patiënten werden gerecruteerd op een dermatologische polikliniek en waren voorafgaand aan de studie minstens # weken niet systemisch behandeld Patiënten met erosieve of ernstige OLP werden geëxcludeerd omdat ze waarschijnlijk al een verhoogde score zouden hebben op de <PERSOON> Depression Inventory gevalideerde <PERSOON> depressievragenlijst in te vullen De scores in de LP-groep bedroegen gemiddeld ##,## (+/- ##,##) Een score boven de ## wijst op een middelmatige depressie (aanwezig bij ##/##); een score boven de ## op ernstige depressie (#/## LP patiënten) De ## gezonde controlepatiënten hadden een gemiddelde score van #,## (+/- #,##); in de psoriasisgroep was dit ## ## (± # ##) In de studie van Jornet et al uit ### werden ### patiënten met OLP vergeleken met ## patiënten met burning mouth syndrom, ## patiënten met afteuze stomatitis en ## patiënten met overige mondslijmvlies aandoeningen De Oral Health Impact Profile (OHIP-##) score (#-###; ### is het slechtst) bedroeg De score van de groep met burning mouth syndrom verschilt significant van de rest; de vraag is of dit verschil ook klinisch relevant is Datzelfde geldt ook voor bepaalde subscores als de algehele, sociale en Een studie uit ### van Jornet et al werd ook de Oral Health Impact Profile (OHIP-##) gebruikt om de kwaliteit van leven te meten onder ## OLP patiënten versus ## gezonde vrijwilligers, gematcht als controlegroep De OHIP-## (alle items) score bedroeg respectievelijk ## ## (+/- ## ##) en ## ## (+/## ##), zonder een statistisch significant verschil Echter de separate scores voor psychologic discomfort Tabolli et al (###) onderzochten ### patiënten met een aandoening van de orale mucosa met behulp van de ##-item Oral Health Impact Profile, de ##-item Short Form of Medical Outcome Study en de ##item General Health Questionnaire.
706
nvmdl
De scores in de LP-groep bedroegen gemiddeld ##,## (+/- ##,##) Een score boven de ## wijst op een middelmatige depressie (aanwezig bij ##/##); een score boven de ## op ernstige depressie (#/## LP patiënten) De ## gezonde controlepatiënten hadden een gemiddelde score van #,## (+/- #,##); in de psoriasisgroep was dit ## ## (± # ##) In de studie van Jornet et al uit ### werden ### patiënten met OLP vergeleken met ## patiënten met burning mouth syndrom, ## patiënten met afteuze stomatitis en ## patiënten met overige mondslijmvlies aandoeningen De Oral Health Impact Profile (OHIP-##) score (#-###; ### is het slechtst) bedroeg De score van de groep met burning mouth syndrom verschilt significant van de rest; de vraag is of dit verschil ook klinisch relevant is Datzelfde geldt ook voor bepaalde subscores als de algehele, sociale en Een studie uit ### van Jornet et al werd ook de Oral Health Impact Profile (OHIP-##) gebruikt om de kwaliteit van leven te meten onder ## OLP patiënten versus ## gezonde vrijwilligers, gematcht als controlegroep De OHIP-## (alle items) score bedroeg respectievelijk ## ## (+/- ## ##) en ## ## (+/## ##), zonder een statistisch significant verschil Echter de separate scores voor psychologic discomfort Tabolli et al (###) onderzochten ### patiënten met een aandoening van de orale mucosa met behulp van de ##-item Oral Health Impact Profile, de ##-item Short Form of Medical Outcome Study en de ##item General Health Questionnaire en mentale schaal (SF-##) Patiënten die een lage ernstscore (schaal #-#) toebedeeld kregen bleken de slechtste kwaliteit van leven en psychologische status te hebben Lundqvist et al onderzochten de psychologische gezondheid van ## patiënten met genitale en orale LP Ze vonden dat bij ##% van de patiënten de aandoening veel invloed had op het dagelijks leven Depressie, angst en stress komen vaker voor bij patiënten met LP (Lundqvist, ###) Er zijn aanwijzingen dat LP-patiënten meer depressieve klachten hebben dan gezonde De kwaliteit van leven zoals gemeten met vragenlijsten als de Oral Health Impact Profile (OHIP-## en ##) geeft een wisselend beeld wat betreft OLP De kwaliteit van leven is verlaagd en vergelijkbaar met die bij andere orale aandoeningen De enige patiëntgerelateerde uitkomststudie is die van Jensen et al uit ###, waarin de patiënttevredenheid na een behandeling met topicaal clobetasol en tacrolimus (schaal #-###%) wordt onderzocht Tien patiënten (van de ##), die beide behandelingen gebruikt hadden (niet geblindeerd onderzoek), waren significant meer tevreden over tacrolimus therapie (## vs ##%; P= ##) dan over Op basis van de spaarzame literatuur is er geen conclusie mogelijk wat betreft In ### verscheen het onderzoek van Kaliakatsou et al naar de effectiviteit van een topicale behandeling met tacrolimus # #% in de behandeling van (therapieresistente) erosieve of ulceratieve OLP (Kaliakatsou, ###) Gedurende # weken werden ## patiënten # maal daags behandeld met tacrolimus zalf # #% De score op de Orale Health Impact Profile (een maat voor de kwaliteit van leven) verminderde met #<DATUM> .
770
nvmdl
een lage ernstscore (schaal #-#) toebedeeld kregen bleken de slechtste kwaliteit van leven en psychologische status te hebben Lundqvist et al onderzochten de psychologische gezondheid van ## patiënten met genitale en orale LP Ze vonden dat bij ##% van de patiënten de aandoening veel invloed had op het dagelijks leven Depressie, angst en stress komen vaker voor bij patiënten met LP (Lundqvist, ###) Er zijn aanwijzingen dat LP-patiënten meer depressieve klachten hebben dan gezonde De kwaliteit van leven zoals gemeten met vragenlijsten als de Oral Health Impact Profile (OHIP-## en ##) geeft een wisselend beeld wat betreft OLP De kwaliteit van leven is verlaagd en vergelijkbaar met die bij andere orale aandoeningen De enige patiëntgerelateerde uitkomststudie is die van Jensen et al uit ###, waarin de patiënttevredenheid na een behandeling met topicaal clobetasol en tacrolimus (schaal #-###%) wordt onderzocht Tien patiënten (van de ##), die beide behandelingen gebruikt hadden (niet geblindeerd onderzoek), waren significant meer tevreden over tacrolimus therapie (## vs ##%; P= ##) dan over Op basis van de spaarzame literatuur is er geen conclusie mogelijk wat betreft In ### verscheen het onderzoek van Kaliakatsou et al naar de effectiviteit van een topicale behandeling met tacrolimus # #% in de behandeling van (therapieresistente) erosieve of ulceratieve OLP (Kaliakatsou, ###) Gedurende # weken werden ## patiënten # maal daags behandeld met tacrolimus zalf # #% De score op de Orale Health Impact Profile (een maat voor de kwaliteit van leven) verminderde met #<DATUM> Gorouhi e a behandelden in een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek ## patiënten gedurende # maanden, #dd met pimecrolimuscrème #% en ## patiënten # dd met triamcinolonacetonide #,#% zalf Na het beëindigen van de studie bleek geen significant verschil te bestaan in de Oral Health Impact Profile McGrath et al (###) rapporteerden over de kwaliteit van leven na een behandeling met betamethason bij patiënten met erosieve of ulceratieve LP (McGrath, ###) Na een topicale behandeling met betamethason (# ## mg/ml # maal daags gedurende # weken) verbeterde de gemiddelde waarde van de UK Oral Health Related Quality of Life (OHQOL) significant met ## ##% en de waarde van de Oral Health Hegarty et al (###) vergeleken in een gerandomiseerde crossoverstudie de effectiviteit van een topicale behandeling met fluticasonpropionaat aerosol met een behandeling met betamethason natriumfosfaat mondspoeling bij patiënten met erosieve of ulceratieve OLP (Hegarty, ###) De klinische respons werd geëvalueerd aan de hand van de Oral Health Impact Profile (een maat voor de kwaliteit van leven) en de Oral Health Quality of Life (OHQoL) Na een behandelingsduur van # weken trad bij beide Verschillende topicale therapieën lijken de kwaliteit van leven zoals gemeten met vragenlijsten als de Oral Health Impact Profile (OHIP-##) te verbeteren bij patiënten met Bij therapiestudies is het aan te bevelen om ook patiënttevredenheid mee te nemen als uitkomstmaat Bij patiënten met LP moet men bedacht zijn op depressieve klachten Verwijzing naar psycholoog.
662
nvmdl
Gorouhi e a behandelden in een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek ## patiënten gedurende # maanden, #dd met pimecrolimuscrème #% en ## patiënten # dd met triamcinolonacetonide #,#% zalf Na het beëindigen van de studie bleek geen significant verschil te bestaan in de Oral Health Impact Profile McGrath et al (###) rapporteerden over de kwaliteit van leven na een behandeling met betamethason bij patiënten met erosieve of ulceratieve LP (McGrath, ###) Na een topicale behandeling met betamethason (# ## mg/ml # maal daags gedurende # weken) verbeterde de gemiddelde waarde van de UK Oral Health Related Quality of Life (OHQOL) significant met ## ##% en de waarde van de Oral Health Hegarty et al (###) vergeleken in een gerandomiseerde crossoverstudie de effectiviteit van een topicale behandeling met fluticasonpropionaat aerosol met een behandeling met betamethason natriumfosfaat mondspoeling bij patiënten met erosieve of ulceratieve OLP (Hegarty, ###) De klinische respons werd geëvalueerd aan de hand van de Oral Health Impact Profile (een maat voor de kwaliteit van leven) en de Oral Health Quality of Life (OHQoL) Na een behandelingsduur van # weken trad bij beide Verschillende topicale therapieën lijken de kwaliteit van leven zoals gemeten met vragenlijsten als de Oral Health Impact Profile (OHIP-##) te verbeteren bij patiënten met Bij therapiestudies is het aan te bevelen om ook patiënttevredenheid mee te nemen als uitkomstmaat Bij patiënten met LP moet men bedacht zijn op depressieve klachten Verwijzing naar psycholoog kwaliteit van leven van een patiënt Dit kan informatie verschaffen die nuttig kan zijn in de klinische praktijk en bij de follow up Bij analyse van de scores op vragenlijsten moet niet alleen gekeken worden naar de totaalscore maar ook naar de scores op onderdelen van de kwaliteit van leven, omdat die soms specifiek in het geding zijn bij een specifieke aandoening - <PERSOON> of depression in subjects with psoriasis vulgaris and lichen planus Journal of the European Academy of Dermatology & planus with topical clobetasol and tacrolimus a survey study American Journal of <PERSOON> BM Measuring the impact of oral mucosa disease on - <PERSOON> of life in patients with oral lichen planus Journal of - <PERSOON> M, et al Psychological Health in Patients with Genital and <PERSOON> of life and psychological problems of patients with oral mucosal disease in dermatological practice Dermatology ###; De grootste ziektelast bij orale LP bestaat uit pijn bij eten en drinken Aanwezige klachten kunnen de motivatie voor goede mondhygiëne nadelig beïnvloeden Dit kan op de lange termijn uiteraard gevolgen hebben voor de kwaliteit van de dentitie Bij bemoeilijkte mondhygiëne wordt patiënten geadviseerd regelmatig, bijvoorbeeld vier maal per jaar, de mondhygiënist of tandarts te bezoeken voor professionele.
560
nvmdl
kan zijn in de klinische praktijk en bij de follow up Bij analyse van de scores op vragenlijsten moet niet alleen gekeken worden naar de totaalscore maar ook naar de scores op onderdelen van de kwaliteit van leven, omdat die soms specifiek in het geding zijn bij een specifieke aandoening - <PERSOON> of depression in subjects with psoriasis vulgaris and lichen planus Journal of the European Academy of Dermatology & planus with topical clobetasol and tacrolimus a survey study American Journal of <PERSOON> BM Measuring the impact of oral mucosa disease on - <PERSOON> of life in patients with oral lichen planus Journal of - <PERSOON> M, et al Psychological Health in Patients with Genital and <PERSOON> of life and psychological problems of patients with oral mucosal disease in dermatological practice Dermatology ###; De grootste ziektelast bij orale LP bestaat uit pijn bij eten en drinken Aanwezige klachten kunnen de motivatie voor goede mondhygiëne nadelig beïnvloeden Dit kan op de lange termijn uiteraard gevolgen hebben voor de kwaliteit van de dentitie Bij bemoeilijkte mondhygiëne wordt patiënten geadviseerd regelmatig, bijvoorbeeld vier maal per jaar, de mondhygiënist of tandarts te bezoeken voor professionele een maligniteit in de mondholte; het risico op maligne ontaarding is overigens minder dan #,#% per jaar Alhoewel de kans op maligne ontaarding beperkt is, lijkt het toch verstandig de patiënt over dit aspect te informeren en te instrueren De effectiviteit van regelmatige controles is nooit bewezen Toch lijkt het verstandig conform de huidige tendens in de literatuur patiënten zekerheidshalve jaarlijks te controleren Deze controles kunnen verantwoord in de tandheelkundige praktijk plaatsvinden Bij kleine veranderingen in het klinisch beeld, bij klachten en/of twijfel, moet het voor de patiënt mogelijk zijn om op korte termijn Genitale LP is een aandoening die consequenties kan hebben voor de kwaliteit van leven, en meer specifiek voor de kwaliteit van de seksualiteit en de (seksuele) relatie Het is van belang dat de behandelaar hier aandacht aan besteedt Het is van belang gericht hiernaar te vragen, en de patiënt (en partner) te wijzen op de mogelijkheid van begeleiding/behandeling door psycholoog, seksuoloog en/of HHet is evident dat vrouwen met genitale LP last kunnen hebben van pijn bij coïtus (dyspareunie), en wellicht wordt coïtus helemaal onmogelijk (apareunie) Indien coïtus plaatsvindt, en dit doet pijn, kan dat leiden tot aanspannen van de bekkenbodemmusculatuur Hierdoor kan reflectoir niet alleen in de vagina een reactie (vaginistische reactie) optreden, maar ook meer gegeneraliseerd in de gehele bekkenbodemmusculatuur en in de buik Secundair kan genoemde reactie een negatief effect op de ademhaling hebben waardoor de contractie van de bekkenbodemmusculatuur juist gestimuleerd wordt Door de pijn kan reflectoir behalve een vaginistische reactie ook eventueel de seksuele opwinding.
530
nvmdl
is overigens minder dan #,#% per jaar Alhoewel de kans op maligne ontaarding beperkt is, lijkt het toch verstandig de patiënt over dit aspect te informeren en te instrueren De effectiviteit van regelmatige controles is nooit bewezen Toch lijkt het verstandig conform de huidige tendens in de literatuur patiënten zekerheidshalve jaarlijks te controleren Deze controles kunnen verantwoord in de tandheelkundige praktijk plaatsvinden Bij kleine veranderingen in het klinisch beeld, bij klachten en/of twijfel, moet het voor de patiënt mogelijk zijn om op korte termijn Genitale LP is een aandoening die consequenties kan hebben voor de kwaliteit van leven, en meer specifiek voor de kwaliteit van de seksualiteit en de (seksuele) relatie Het is van belang dat de behandelaar hier aandacht aan besteedt Het is van belang gericht hiernaar te vragen, en de patiënt (en partner) te wijzen op de mogelijkheid van begeleiding/behandeling door psycholoog, seksuoloog en/of HHet is evident dat vrouwen met genitale LP last kunnen hebben van pijn bij coïtus (dyspareunie), en wellicht wordt coïtus helemaal onmogelijk (apareunie) Indien coïtus plaatsvindt, en dit doet pijn, kan dat leiden tot aanspannen van de bekkenbodemmusculatuur Hierdoor kan reflectoir niet alleen in de vagina een reactie (vaginistische reactie) optreden, maar ook meer gegeneraliseerd in de gehele bekkenbodemmusculatuur en in de buik Secundair kan genoemde reactie een negatief effect op de ademhaling hebben waardoor de contractie van de bekkenbodemmusculatuur juist gestimuleerd wordt Door de pijn kan reflectoir behalve een vaginistische reactie ook eventueel de seksuele opwinding Soms ontstaan er triggerpoints in de bekkenbodemmusculatuur, die uitstralende pijn kunnen veroorzaken Indien herhaaldelijk coïtus optreedt opwinding/lubricatie is, kan er een vicieuze cirkel ontstaan met als gevolg een vulvair vestibulitis syndroom pijn tijdens penetratie(pogingen) bij coïtus, terwijl er in de introïtus vaginae geen somatische Het is belangrijk na te gaan wat precies de reden is van de dyspareunie Vaginale laesies en vaginale adhesies kunnen leiden tot pijn en onmogelijkheid van coïtus Strakzittende kleding kan de genitale irritatie of pijn verergeren Patiënte kan zelf thuis deze laesies insmeren met topicale medicatie; eventueel met pelotes, waarop medicatie wordt aangebracht Patiënte kan proberen met behulp van een pelote de vagina weer toegankelijk te maken en pelotes kunnen ook gebruikt worden voor het openhouden van de introïtus na operatie Het is van belang patiënte goed te instrueren dat zij dit voorzichtig doet en het van belang is dat zij de bekkenbodemmusculatuur ontspant, zodat er geen irritatie van de introïtus ontstaat Een bekkenfysiotherapeut kan patiënte leren de bekkenbodemmusculatuur te ontspannen en te instrueren hoe de peltotes ingebracht kunnen worden ter preventie van irritatie van de <DATUM> # Vaginistische reactie speciefiek vaginale overactiviteit van de bekkenbodem Uit de anamnese en/of uit het gynaecologisch onderzoek kan duidelijk worden dat de vrouw vaginistisch reageert op penetratie(poging) Als dit secundair is aan de LP, dat wil zeggen dat de vrouw eerder in staat is geweest tot coïtus, maar dat nu niet meer kan omdat er een reflectoire vaginistische reactie.
569
nvmdl
ontstaan er triggerpoints in de bekkenbodemmusculatuur, die uitstralende pijn kunnen veroorzaken Indien herhaaldelijk coïtus optreedt opwinding/lubricatie is, kan er een vicieuze cirkel ontstaan met als gevolg een vulvair vestibulitis syndroom pijn tijdens penetratie(pogingen) bij coïtus, terwijl er in de introïtus vaginae geen somatische Het is belangrijk na te gaan wat precies de reden is van de dyspareunie Vaginale laesies en vaginale adhesies kunnen leiden tot pijn en onmogelijkheid van coïtus Strakzittende kleding kan de genitale irritatie of pijn verergeren Patiënte kan zelf thuis deze laesies insmeren met topicale medicatie; eventueel met pelotes, waarop medicatie wordt aangebracht Patiënte kan proberen met behulp van een pelote de vagina weer toegankelijk te maken en pelotes kunnen ook gebruikt worden voor het openhouden van de introïtus na operatie Het is van belang patiënte goed te instrueren dat zij dit voorzichtig doet en het van belang is dat zij de bekkenbodemmusculatuur ontspant, zodat er geen irritatie van de introïtus ontstaat Een bekkenfysiotherapeut kan patiënte leren de bekkenbodemmusculatuur te ontspannen en te instrueren hoe de peltotes ingebracht kunnen worden ter preventie van irritatie van de <DATUM> # Vaginistische reactie speciefiek vaginale overactiviteit van de bekkenbodem Uit de anamnese en/of uit het gynaecologisch onderzoek kan duidelijk worden dat de vrouw vaginistisch reageert op penetratie(poging) Als dit secundair is aan de LP, dat wil zeggen dat de vrouw eerder in staat is geweest tot coïtus, maar dat nu niet meer kan omdat er een reflectoire vaginistische reactie Patiënte kan thuis gaan oefenen met het vaginaal inbrengen van haar eigen vinger(s) of van pelotes (kunsstaafjes) met oplopende omvang met behulp van ontspanningsinstructies Belangrijk bij deze oefeningen is dat de vrouw de vagina niet ‘oprekt’ met vinger/ pelote, omdat daardoor irritatie van het vagina-epitheel ontstaat, wat nu juist voorkomen moet worden Indien er behoefte is aan intensievere begeleiding kan zij verwezen worden naar een seksuoloog (omgaan met beperking en/of behandelen vaginisme met zogenaamde exposure behandeling) en/of bekkenfysiotherapeut (patiënte bewust maken van de ademhaling en het gebruik van buik- en bekkenbodemmusculatuur tijdens pijnbeleving, het aanleren van een correcte perstechniek en van diverse ontspanningstechnieken, het bespreken van diverse coïtushoudingen) Door reflectoire overactiviteit van de bekkenbodemmusculatuur - als reactie op genitale pijn - kunnen er obstructieve symptomen ontstaan in de passage van de bekkenbodem Er kan een zogenaamd overactief bekkenbodemsyndroom (OBBS) ontstaan met obstructieve symptomen in mictie, defaecatie en coïtus (<PERSOON>, ###) Wanneer er op basis van de anamnese aanwijzingen zijn voor meer algemene bekkenbodem overactiviteit, zich uitend in obstructieve mictie- en defaecatie problematiek, en tijdens het onderzoek overmatige spanning van de vaginale bekkenbodem of een paradoxale bekkenbodemreactie wordt vastgesteld, kan de vrouw verwezen worden naar een geregistreerd bekkenfysiotherapeut, die met behulp van oefentherapie de patiënte kan leren de bekkenbodemmusculatuur te relaxeren; eventueel kan dit met triggerpointmassage en /of myofeedback Wanneer uit de anamnese is gebleken dat de vrouw reageert op (dreigende) penetratie met verminderde zin en opwinding en (elke vorm van) penetratie vermijdt als gevolg van angst voor pijn, kan verwijzing.
586
nvmdl
met het vaginaal inbrengen van haar eigen vinger(s) of van pelotes (kunsstaafjes) met oplopende omvang met behulp van ontspanningsinstructies Belangrijk bij deze oefeningen is dat de vrouw de vagina niet ‘oprekt’ met vinger/ pelote, omdat daardoor irritatie van het vagina-epitheel ontstaat, wat nu juist voorkomen moet worden Indien er behoefte is aan intensievere begeleiding kan zij verwezen worden naar een seksuoloog (omgaan met beperking en/of behandelen vaginisme met zogenaamde exposure behandeling) en/of bekkenfysiotherapeut (patiënte bewust maken van de ademhaling en het gebruik van buik- en bekkenbodemmusculatuur tijdens pijnbeleving, het aanleren van een correcte perstechniek en van diverse ontspanningstechnieken, het bespreken van diverse coïtushoudingen) Door reflectoire overactiviteit van de bekkenbodemmusculatuur - als reactie op genitale pijn - kunnen er obstructieve symptomen ontstaan in de passage van de bekkenbodem Er kan een zogenaamd overactief bekkenbodemsyndroom (OBBS) ontstaan met obstructieve symptomen in mictie, defaecatie en coïtus (<PERSOON>, ###) Wanneer er op basis van de anamnese aanwijzingen zijn voor meer algemene bekkenbodem overactiviteit, zich uitend in obstructieve mictie- en defaecatie problematiek, en tijdens het onderzoek overmatige spanning van de vaginale bekkenbodem of een paradoxale bekkenbodemreactie wordt vastgesteld, kan de vrouw verwezen worden naar een geregistreerd bekkenfysiotherapeut, die met behulp van oefentherapie de patiënte kan leren de bekkenbodemmusculatuur te relaxeren; eventueel kan dit met triggerpointmassage en /of myofeedback Wanneer uit de anamnese is gebleken dat de vrouw reageert op (dreigende) penetratie met verminderde zin en opwinding en (elke vorm van) penetratie vermijdt als gevolg van angst voor pijn, kan verwijzing De seksuoloog zal met patiënte (en partner) de mogelijkheid van seks zonder penetratie voor herstel van subjectieve en genitale opwinding bespreken Om behalve pijnvrij (en dus voorlopig zonder coïtus), ook (weer) plezierig en lustvol te (leren) vrijen, wordt met vrouw en partner besproken wat voor elk van beiden daarvoor nodig is Daarbij zijn belangrijke aspecten veiligheid, vertrouwen en intimiteit Soms volstaat het coïtusverbod, en is het paar in staat tot plezierige, bevredigende seks zonder penetratie, soms vraagt het coïtusverbod juist extra begeleiding Vanuit de gedachte dat seksueel verlangen kan ontstaan of toenemen op belonende (dus niet pijnlijke) ervaringen met seksuele opwinding, kunnen bijvoorbeeld naast het coïtusverbod streeloefeningen met de partner worden geadviseerd Met name voor vrouwen met primaire dyspareunie, die nauwelijks enige positieve ervaring hebben opgedaan met seksualiteit, zal het belangrijkste advies zijn om vooral explorerend op Indien een patiënte gedurende lange tijd regelmatig coïtus(pogingen) heeft, terwijl dit pijn doet, kan er een zogenaamd vulvair vestibulitis syndroom ontstaan Dat wil zeggen dat de introïtus pijnlijk is, terwijl er geen evidente somatische afwijking zichtbaar is Bij vrouwen met vaginale LP kan in de introïtus vulvae naast de LP een VVS bestaan Het is van belang dan niet alleen de LP te behandelen, maar ook de VVS Bij de cognitief gedragstherapeutische seksuologische behandeling van <PERSOON>, ###) ligt de nadruk meer op de onderhoudende factoren dan op de oorzakelijke factoren van de pijn In - Vermindering van angst voor de pijn door een pijn- en coïtusverbod.
601
nvmdl
met patiënte (en partner) de mogelijkheid van seks zonder penetratie voor herstel van subjectieve en genitale opwinding bespreken Om behalve pijnvrij (en dus voorlopig zonder coïtus), ook (weer) plezierig en lustvol te (leren) vrijen, wordt met vrouw en partner besproken wat voor elk van beiden daarvoor nodig is Daarbij zijn belangrijke aspecten veiligheid, vertrouwen en intimiteit Soms volstaat het coïtusverbod, en is het paar in staat tot plezierige, bevredigende seks zonder penetratie, soms vraagt het coïtusverbod juist extra begeleiding Vanuit de gedachte dat seksueel verlangen kan ontstaan of toenemen op belonende (dus niet pijnlijke) ervaringen met seksuele opwinding, kunnen bijvoorbeeld naast het coïtusverbod streeloefeningen met de partner worden geadviseerd Met name voor vrouwen met primaire dyspareunie, die nauwelijks enige positieve ervaring hebben opgedaan met seksualiteit, zal het belangrijkste advies zijn om vooral explorerend op Indien een patiënte gedurende lange tijd regelmatig coïtus(pogingen) heeft, terwijl dit pijn doet, kan er een zogenaamd vulvair vestibulitis syndroom ontstaan Dat wil zeggen dat de introïtus pijnlijk is, terwijl er geen evidente somatische afwijking zichtbaar is Bij vrouwen met vaginale LP kan in de introïtus vulvae naast de LP een VVS bestaan Het is van belang dan niet alleen de LP te behandelen, maar ook de VVS Bij de cognitief gedragstherapeutische seksuologische behandeling van <PERSOON>, ###) ligt de nadruk meer op de onderhoudende factoren dan op de oorzakelijke factoren van de pijn In - Vermindering van angst voor de pijn door een pijn- en coïtusverbod Tijdens penetratieoefeningen met behulp van eigen vingers of pelotes dient voldoende glijmiddel gebruikt te - Vermindering van de angst voor seksueel contact door stapsgewijze exposure aan seksuele stimuli - Het (her)introduceren van seksuele opwinding tijdens penetratie Eventueel kan een vibrator - Verminderen van angst voor pijn /seks middels cognitieve herstructurering De patiënte met LP (en haar partner) dient de volgende informatie en adviezen te krijgen - Bespreek met patiënte mictie, defecatie en seksualiteit en vraag naar symptomen die (kunnen) wijzen - Bespreek belang van voldoende bekkenbodemrelaxatie bij coïtus - Bespreek belang van voldoende seksuele opwinding/lubricatie bij coïtus Eventueel kan een glijmiddel geadviseerd worden Hypoallergene lubricatiemiddelen hebben de voorkeur - Bied begeleiding door een bekkenfysiotherapeut aan, indien de bekkenbodemmusculatuur overactief is en/of pijnlijke triggerpoints bevat en tot (obstructieve) symptomen leidt - Bied begeleiding door seksuoloog aan, indien er pijnlijke genitale laesies bestaan en/of er een vulvair vestibulitis syndroom is ontstaan en/of indien er problemen zijn in de (seksuele) relatie - De patiënte leren bewust te worden van de bekkenbodem - De patiënte bewust maken van een ontspannen buik en buikademhaling - De patiënte leren de bekkenbodemspieren te ontspannen en de coördinatie te verbeteren - De patiënte instrueren hoe de bekkenbodemmusculatuur in conditie wordt gehouden om mictie en - Met behulp van perineummassage kan de relaxatie van spieren en de soepelheid van de huid - Met behulp van triggerpoint massage (drukpunt massage van pijnlijke plekken in de - Rectale ballontherapie kan gebruikt worden voor het leren ontspannen van de.
594
nvmdl
Tijdens penetratieoefeningen met behulp van eigen vingers of pelotes dient voldoende glijmiddel gebruikt te - Vermindering van de angst voor seksueel contact door stapsgewijze exposure aan seksuele stimuli - Het (her)introduceren van seksuele opwinding tijdens penetratie Eventueel kan een vibrator - Verminderen van angst voor pijn /seks middels cognitieve herstructurering De patiënte met LP (en haar partner) dient de volgende informatie en adviezen te krijgen - Bespreek met patiënte mictie, defecatie en seksualiteit en vraag naar symptomen die (kunnen) wijzen - Bespreek belang van voldoende bekkenbodemrelaxatie bij coïtus - Bespreek belang van voldoende seksuele opwinding/lubricatie bij coïtus Eventueel kan een glijmiddel geadviseerd worden Hypoallergene lubricatiemiddelen hebben de voorkeur - Bied begeleiding door een bekkenfysiotherapeut aan, indien de bekkenbodemmusculatuur overactief is en/of pijnlijke triggerpoints bevat en tot (obstructieve) symptomen leidt - Bied begeleiding door seksuoloog aan, indien er pijnlijke genitale laesies bestaan en/of er een vulvair vestibulitis syndroom is ontstaan en/of indien er problemen zijn in de (seksuele) relatie - De patiënte leren bewust te worden van de bekkenbodem - De patiënte bewust maken van een ontspannen buik en buikademhaling - De patiënte leren de bekkenbodemspieren te ontspannen en de coördinatie te verbeteren - De patiënte instrueren hoe de bekkenbodemmusculatuur in conditie wordt gehouden om mictie en - Met behulp van perineummassage kan de relaxatie van spieren en de soepelheid van de huid - Met behulp van triggerpoint massage (drukpunt massage van pijnlijke plekken in de - Rectale ballontherapie kan gebruikt worden voor het leren ontspannen van de - De patiënte kan begeleid worden in het gebruik van pelotes - Myofeedback kan ingezet worden om (visueel/auditief) inzicht te geven in zowel de aanspanning als Patiënten wijzen op de mogelijkheid van begeleiding door een geregistreerd bekkenfysiotherapeut Patiënten wijzen op de mogelijkheid van begeleiding door seksuoloog NVVS Patiënten wijzen op de mogelijkheid om introïtus open te houden met pelotes en/of eigen vingers op geleide van pijn Hierbij dient er voldoende glijmiddel gebruikt te worden om pijn en weefselschade te Mannelijke patiënten wijzen op de mogelijkheid om de voorhuid voorzichtig terug te schuiven, op Patiënt informeren over (beperkt) risico van maligne ontaarding en eventuele symptomen, zoals - Lunsen van <PERSOON> hyperactive pelvic floor syndrome (HPFS) Psychosomatic and psychosexual aspects of hyperactive pelvic floor disorders with co-morbidity of uro-gynaecological, - <PERSOON> dyspareunie bij vrouwen In Seksuele disfuncties, diagnostiek en behandeling, <PERSOON> , <PERSOON> (red ), Bohn Lichen planus is een inflammatoire aandoening waarbij zowel huid als slijmvliezen (vooral de orale en genitale) kunnen zijn aangedaan LP komt voor ter plaatse van de huid, scalp, nagels en mucosae De mucosale vorm komt vooral voor in de mondholte en op de geslachtsdelen Soms wordt LP o a in de slokdarm, perianaal, de conjunctiva en op het slijmvlies van de neus gezien Orale lichen planus (OLP) komt meer voor dan cutane of genitale LP en vaker bij vrouwen dan bij mannen, meestal op latere (middelbare) leeftijd.
589
nvmdl
patiënte kan begeleid worden in het gebruik van pelotes - Myofeedback kan ingezet worden om (visueel/auditief) inzicht te geven in zowel de aanspanning als Patiënten wijzen op de mogelijkheid van begeleiding door een geregistreerd bekkenfysiotherapeut Patiënten wijzen op de mogelijkheid van begeleiding door seksuoloog NVVS Patiënten wijzen op de mogelijkheid om introïtus open te houden met pelotes en/of eigen vingers op geleide van pijn Hierbij dient er voldoende glijmiddel gebruikt te worden om pijn en weefselschade te Mannelijke patiënten wijzen op de mogelijkheid om de voorhuid voorzichtig terug te schuiven, op Patiënt informeren over (beperkt) risico van maligne ontaarding en eventuele symptomen, zoals - Lunsen van <PERSOON> hyperactive pelvic floor syndrome (HPFS) Psychosomatic and psychosexual aspects of hyperactive pelvic floor disorders with co-morbidity of uro-gynaecological, - <PERSOON> dyspareunie bij vrouwen In Seksuele disfuncties, diagnostiek en behandeling, <PERSOON> , <PERSOON> (red ), Bohn Lichen planus is een inflammatoire aandoening waarbij zowel huid als slijmvliezen (vooral de orale en genitale) kunnen zijn aangedaan LP komt voor ter plaatse van de huid, scalp, nagels en mucosae De mucosale vorm komt vooral voor in de mondholte en op de geslachtsdelen Soms wordt LP o a in de slokdarm, perianaal, de conjunctiva en op het slijmvlies van de neus gezien Orale lichen planus (OLP) komt meer voor dan cutane of genitale LP en vaker bij vrouwen dan bij mannen, meestal op latere (middelbare) leeftijd branderig gevoel de overheersende klachten zijn bij LP op de slijmvliezen Het klachtenpatroon verloopt overigens meestal met remissies en exacerbaties, maar OLP en genitale LP is veel chronischer van aard dan cutane LP en is meestal jarenlang en niet zelden levenslang aanwezig Clinici zijn zich er onvoldoende van bewust dat LP behalve in de mond ook in de slokdarm kan voorkomen Bij klachten van dysfagie en/of odynofagie (door stenose in de slokdarm) moet daar dan ook onderzoek naar worden Bij orale LP lijken bij een minderheid van patiënten uitlokkende factoren aanwezig zoals tandheelkundig (hepatitis C in mediterrane landen) Het is nuttig hiernaar te vragen Aangezien bij LP meerdere locaties van zowel huid als slijmvliezen kunnen zijn aangedaan, is het ook belangrijk bij de anamnese naar manifestaties van LP elders op het lichaam te vragen Bij lichamelijk onderzoek dient een grondige inspectie te worden verricht van de locaties waar de patiënt klachten aangeeft, en als men genitale LP vermoedt, moet men ook het mondslijmvlies bekijken en andersom De orgaanspecialist (dermatoloog, kaakchirurg, gynaecoloog, uroloog) dient dan ook alert te zijn op afwijkingen elders Op o a de site van de Lichen Planus Vereniging <LOCATIE> zijn series foto’s met uitingen van lichen In veel gevallen kan de diagnose LP op grond van het klinische beeld worden gesteld De door de WHO in ### opgestelde set histopathologische criteria voor OLP wordt vooralsnog beschouwd als de ‘gouden standaard’; deze criteria zijn echter nooit gevalideerd.
566
nvmdl
gevoel de overheersende klachten zijn bij LP op de slijmvliezen Het klachtenpatroon verloopt overigens meestal met remissies en exacerbaties, maar OLP en genitale LP is veel chronischer van aard dan cutane LP en is meestal jarenlang en niet zelden levenslang aanwezig Clinici zijn zich er onvoldoende van bewust dat LP behalve in de mond ook in de slokdarm kan voorkomen Bij klachten van dysfagie en/of odynofagie (door stenose in de slokdarm) moet daar dan ook onderzoek naar worden Bij orale LP lijken bij een minderheid van patiënten uitlokkende factoren aanwezig zoals tandheelkundig (hepatitis C in mediterrane landen) Het is nuttig hiernaar te vragen Aangezien bij LP meerdere locaties van zowel huid als slijmvliezen kunnen zijn aangedaan, is het ook belangrijk bij de anamnese naar manifestaties van LP elders op het lichaam te vragen Bij lichamelijk onderzoek dient een grondige inspectie te worden verricht van de locaties waar de patiënt klachten aangeeft, en als men genitale LP vermoedt, moet men ook het mondslijmvlies bekijken en andersom De orgaanspecialist (dermatoloog, kaakchirurg, gynaecoloog, uroloog) dient dan ook alert te zijn op afwijkingen elders Op o a de site van de Lichen Planus Vereniging <LOCATIE> zijn series foto’s met uitingen van lichen In veel gevallen kan de diagnose LP op grond van het klinische beeld worden gesteld De door de WHO in ### opgestelde set histopathologische criteria voor OLP wordt vooralsnog beschouwd als de ‘gouden standaard’; deze criteria zijn echter nooit gevalideerd dysplasie/neoplasie kan een stansbiopt worden verricht Directe immunofluorescentie wordt slechts verricht indien differentiaal diagnostisch wordt gedacht aan een vesiculobulleuze afwijking of LE Er bestaan overigens overlapsyndromen van lichen planus met lupus erythematosus (het lupuserythematodes-lichen-planusoverlapsyndroom; LE-LP), en met bulleus pemphigoid (LP pemphigoides; LPP) Als er klinisch geen aanwijzingen zijn voor een overlapsyndroom of een autogeen is er geen plaats voor indirect immunofluorescentie bij de diagnostiek van LP Bij de diagnostiek van tandheelkundig restauratiemateriaal-geassocieerde OLL is de toegevoegde waarde van allergologisch onderzoek controversieel, en wordt daarom afgeraden Allergologisch onderzoek bij anogenitale LP wordt verricht De indicatiestelling voor behandeling van OLP en OLL’s wordt bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van klachten Bij OLL’s zal in eerste instantie getracht worden de mogelijke oorzaak te elimineren Gedacht kan worden aan het vervangen van een amalgaamrestauratie door composiet bij verdenking op een orale lichenoïde contactlaesie of het stopzetten van medicatie in het geval van een mogelijke geneesmiddelen gerelateerde OLL Asymptomatische OLP en OLL’s behoeven geen behandeling Wel dient door de tandarts aandacht te worden besteed aan factoren die het mondslijmvlies gemakkelijk kunnen irriteren zoals ruwe tandheelkundige restauraties en slecht zittende gebitsprothesen Daarnaast is het optimaliseren van een goede mondhygiëne belangrijk, voornamelijk bij patiënten met gingiva Ter palliatie van de klachten bij OLP en OLL’s is het eerste middel van keuze een corticosteroïd Vanwege de beperkte bijwerkingen zal meestal gestart worden met een middel dat lokaal kan worden toegediend in de vorm van een mondzalf of spoeldrank Bij beperkte laesies kan gekozen worden voor een mondzalf.
568
nvmdl
immunofluorescentie wordt slechts verricht indien differentiaal diagnostisch wordt gedacht aan een vesiculobulleuze afwijking of LE Er bestaan overigens overlapsyndromen van lichen planus met lupus erythematosus (het lupuserythematodes-lichen-planusoverlapsyndroom; LE-LP), en met bulleus pemphigoid (LP pemphigoides; LPP) Als er klinisch geen aanwijzingen zijn voor een overlapsyndroom of een autogeen is er geen plaats voor indirect immunofluorescentie bij de diagnostiek van LP Bij de diagnostiek van tandheelkundig restauratiemateriaal-geassocieerde OLL is de toegevoegde waarde van allergologisch onderzoek controversieel, en wordt daarom afgeraden Allergologisch onderzoek bij anogenitale LP wordt verricht De indicatiestelling voor behandeling van OLP en OLL’s wordt bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van klachten Bij OLL’s zal in eerste instantie getracht worden de mogelijke oorzaak te elimineren Gedacht kan worden aan het vervangen van een amalgaamrestauratie door composiet bij verdenking op een orale lichenoïde contactlaesie of het stopzetten van medicatie in het geval van een mogelijke geneesmiddelen gerelateerde OLL Asymptomatische OLP en OLL’s behoeven geen behandeling Wel dient door de tandarts aandacht te worden besteed aan factoren die het mondslijmvlies gemakkelijk kunnen irriteren zoals ruwe tandheelkundige restauraties en slecht zittende gebitsprothesen Daarnaast is het optimaliseren van een goede mondhygiëne belangrijk, voornamelijk bij patiënten met gingiva Ter palliatie van de klachten bij OLP en OLL’s is het eerste middel van keuze een corticosteroïd Vanwege de beperkte bijwerkingen zal meestal gestart worden met een middel dat lokaal kan worden toegediend in de vorm van een mondzalf of spoeldrank Bij beperkte laesies kan gekozen worden voor een mondzalf hebben met het lokaal appliceren van een mondzalf Alle lokale corticosteroïden dienen kortdurend, meestal enkele weken, meerdere malen per dag gebruikt te worden Bij langduriger gebruik bestaat een grote kans op het ontwikkelen van een secundaire, meestal pseudo-membraneuze, Candida-infectie Bij therapie-resistente OLP en OLL’s of in situaties waarbij naast de mondholte ook de huid, de genitaliën en de oesofagus zijn aangedaan, kan gekozen worden voor systemische behandeling met een corticosteroïd Na een stootkuur (#mg/kg/dag gedurende # dagen) kan de behandeling worden voortgezet met lokale corticosteroïden De potentere immunosuppressiva en immunomodulerende middelen ciclosporine, tacrolimus en pimecrolimus, alsmede aloë vera, worden beschouwd als middelen van tweede keuze bij de lokale symptomatische behandeling van OLP en OLL’s Deze middelen kunnen worden voorgeschreven indien met de lokale en/of systemische corticosteroïden niet het gewenste Voor overige in de literatuur beschreven behandelingsmethoden is bij de behandeling van OLP vanwege Lokaal toegediende corticosteroïden, bij voorkeur in de vorm van een potente tot zeer potente corticosteroidzalf, zijn de eerstekeusbehandeling van genitale LP Het effect is wisselend Gezien de potentiële systemische bijwerkingen worden zij alleen onder strikte controle toegepast Wat betreft het doseringsschema van de corticosteroïdzalf bestaat er geen eenduidend advies Het is van belang een schema te kiezen dat voor de patiënt hanteerbaar is Een mogelijk schema is # dd gedurende # week, gevolgd door # dd gedurende week # en # Hierna wordt een intermitterende onderhoudsdosering Bij pijnklachten kan lidocaïne worden toegevoegd In hardnekkige gevallen valt een combinatie van.
580
nvmdl
hebben met het lokaal appliceren van een mondzalf Alle lokale corticosteroïden dienen kortdurend, meestal enkele weken, meerdere malen per dag gebruikt te worden Bij langduriger gebruik bestaat een grote kans op het ontwikkelen van een secundaire, meestal pseudo-membraneuze, Candida-infectie Bij therapie-resistente OLP en OLL’s of in situaties waarbij naast de mondholte ook de huid, de genitaliën en de oesofagus zijn aangedaan, kan gekozen worden voor systemische behandeling met een corticosteroïd Na een stootkuur (#mg/kg/dag gedurende # dagen) kan de behandeling worden voortgezet met lokale corticosteroïden De potentere immunosuppressiva en immunomodulerende middelen ciclosporine, tacrolimus en pimecrolimus, alsmede aloë vera, worden beschouwd als middelen van tweede keuze bij de lokale symptomatische behandeling van OLP en OLL’s Deze middelen kunnen worden voorgeschreven indien met de lokale en/of systemische corticosteroïden niet het gewenste Voor overige in de literatuur beschreven behandelingsmethoden is bij de behandeling van OLP vanwege Lokaal toegediende corticosteroïden, bij voorkeur in de vorm van een potente tot zeer potente corticosteroidzalf, zijn de eerstekeusbehandeling van genitale LP Het effect is wisselend Gezien de potentiële systemische bijwerkingen worden zij alleen onder strikte controle toegepast Wat betreft het doseringsschema van de corticosteroïdzalf bestaat er geen eenduidend advies Het is van belang een schema te kiezen dat voor de patiënt hanteerbaar is Een mogelijk schema is # dd gedurende # week, gevolgd door # dd gedurende week # en # Hierna wordt een intermitterende onderhoudsdosering Bij pijnklachten kan lidocaïne worden toegevoegd In hardnekkige gevallen valt een combinatie van Vanwege het gebrek aan goede studies over de behandeling van genitale LP is geen enkele beschreven behandelingsmethode van genitale LP door wetenschappelijke onderzoeken gesteund Geen enkele therapie of combinatie van Patiënten met chronische of recidiverende oesofagale LP worden bij voorkeur behandeld met topicale onvoldoende respons is een sterk werkend corticosteroïd, per os (systemisch), dan wel intralesionaal, al of niet in combinatie met ballondilatatie aan te bevelen De standaardbehandeling van cutane LP bestaat uit applicatie van sterk werkende topicale steroïden in de vorm van crème of zalf tweemaal daags aangebracht, zo nodig onder occlusie Een stootkuur met glucocorticosteroïden per os komt alleen in aanmerking bij uitgebreide cutane LP die onvoldoende reageert op locale behandeling Er bestaat aanwijzing dat lichtbehandeling (PUVA) en retinoïden (acitretine) effectief zijn Er zijn tevens aanwijzingen dat ciclosporine effectief is, maar de risk-harm-ratio is ongunstig Daarnaast zijn er nog enkele behandelingen in de literatuur beschreven, zoals hydrochloroquine, lokale calcineurineremmers, vitamine D# analogen, metronidzaol en LMW-heparine Deze therapieën behoren niet tot de standaardbehandeling van cutane LP In de literatuur is hier weinig over bekend, een vragenlijstonderzoek onder patiënten met LP toonde dat slechts de helft van de patiënten tevreden is met de huidige behandeling Hierbij waren de patiënten het meest tevreden over de arts-patiëntrelatie, en het minst over de effectiviteit van de behandeling Aanbevolen wordt om in de dermatologische praktijk aandacht te besteden aan behandeltevredenheid, door patiënten waar mogelijk hiernaar te vragen en door de behandeling en zorg indien nodig en mogelijk.
588
nvmdl
Vanwege het gebrek aan goede studies over de behandeling van genitale LP is geen enkele beschreven behandelingsmethode van genitale LP door wetenschappelijke onderzoeken gesteund Geen enkele therapie of combinatie van Patiënten met chronische of recidiverende oesofagale LP worden bij voorkeur behandeld met topicale onvoldoende respons is een sterk werkend corticosteroïd, per os (systemisch), dan wel intralesionaal, al of niet in combinatie met ballondilatatie aan te bevelen De standaardbehandeling van cutane LP bestaat uit applicatie van sterk werkende topicale steroïden in de vorm van crème of zalf tweemaal daags aangebracht, zo nodig onder occlusie Een stootkuur met glucocorticosteroïden per os komt alleen in aanmerking bij uitgebreide cutane LP die onvoldoende reageert op locale behandeling Er bestaat aanwijzing dat lichtbehandeling (PUVA) en retinoïden (acitretine) effectief zijn Er zijn tevens aanwijzingen dat ciclosporine effectief is, maar de risk-harm-ratio is ongunstig Daarnaast zijn er nog enkele behandelingen in de literatuur beschreven, zoals hydrochloroquine, lokale calcineurineremmers, vitamine D# analogen, metronidzaol en LMW-heparine Deze therapieën behoren niet tot de standaardbehandeling van cutane LP In de literatuur is hier weinig over bekend, een vragenlijstonderzoek onder patiënten met LP toonde dat slechts de helft van de patiënten tevreden is met de huidige behandeling Hierbij waren de patiënten het meest tevreden over de arts-patiëntrelatie, en het minst over de effectiviteit van de behandeling Aanbevolen wordt om in de dermatologische praktijk aandacht te besteden aan behandeltevredenheid, door patiënten waar mogelijk hiernaar te vragen en door de behandeling en zorg indien nodig en mogelijk mucosale (orale, genitale, oesofagale) vormen Het risico op maligne ontaarding van orale LP is (#,#% per jaar, bij genitale LP is dit risico mogelijk nog eens aanmerkelijk kleiner en bij de overige vormen is niet goed bekend maar lijkt het een nog grotere zeldzaamheid Toch dienen patiënten over het risico op maligne ontaarding te worden geïnformeerd, en geïnstrueerd in zelfonderzoek met heldere instructies over wat te doen als ze veranderingen bemerken De effectiviteit van regelmatige controles is nooit bewezen, maar het is in het belang van de patiënt (geruststelling) aan te bevelen patiënten met orale en/of genitale LP ten minste jaarlijks te controleren Het klachtenpatroon en het klinisch beeld bepalen de noodzaak en frequentie van controles De controle wordt verricht door een deskundig specialist (voor OLP kan dit in een tandartspraktijk), zo nodig door een multidisciplinair team Bij kleine veranderingen in het klinisch beeld, bij klachten en/of twijfel moet het voor de patiënt mogelijk zijn op korte termijn door de Patiënten met LP hebben een klachtenpatroon dat zeer ernstig kan zijn, en er zijn aanwijzingen dat bij LP-patiënten vaker depressieve klachten, angst en stress voorkomen dan bij gezonde vrijwilligers De controlerend specialist dient daarom ook aandacht te besteden aan psychologische aspecten, en waar nodig doorverwijzen naar een psycholoog Bij genitale LP dient er tevens speciale aandacht te zijn voor seksuologische aspecten, en de mogelijkheid tot doorverwijzen naar een seksuoloog en/of bekkenfysiotherapeut Bij LP dient er aandacht te zijn voor de vaak bemoeilijkte mondhygiëne, waarbij Bijlage #.
582
nvmdl
oesofagale) vormen Het risico op maligne ontaarding van orale LP is (#,#% per jaar, bij genitale LP is dit risico mogelijk nog eens aanmerkelijk kleiner en bij de overige vormen is niet goed bekend maar lijkt het een nog grotere zeldzaamheid Toch dienen patiënten over het risico op maligne ontaarding te worden geïnformeerd, en geïnstrueerd in zelfonderzoek met heldere instructies over wat te doen als ze veranderingen bemerken De effectiviteit van regelmatige controles is nooit bewezen, maar het is in het belang van de patiënt (geruststelling) aan te bevelen patiënten met orale en/of genitale LP ten minste jaarlijks te controleren Het klachtenpatroon en het klinisch beeld bepalen de noodzaak en frequentie van controles De controle wordt verricht door een deskundig specialist (voor OLP kan dit in een tandartspraktijk), zo nodig door een multidisciplinair team Bij kleine veranderingen in het klinisch beeld, bij klachten en/of twijfel moet het voor de patiënt mogelijk zijn op korte termijn door de Patiënten met LP hebben een klachtenpatroon dat zeer ernstig kan zijn, en er zijn aanwijzingen dat bij LP-patiënten vaker depressieve klachten, angst en stress voorkomen dan bij gezonde vrijwilligers De controlerend specialist dient daarom ook aandacht te besteden aan psychologische aspecten, en waar nodig doorverwijzen naar een psycholoog Bij genitale LP dient er tevens speciale aandacht te zijn voor seksuologische aspecten, en de mogelijkheid tot doorverwijzen naar een seksuoloog en/of bekkenfysiotherapeut Bij LP dient er aandacht te zijn voor de vaak bemoeilijkte mondhygiëne, waarbij Bijlage # Studies naar de mogelijke maligne ontaarding van <PERSOON> planus as an oral ulcerative disease <PERSOON> development in oral lichen planus A follow-up of ### patients <PERSOON>-up studies in oral lichen planus <PERSOON> F A prospective follow-up study of ### patients with oral lichen planus persistence, remission, and malignant # Murti PR, Daftary DK, Bhonsle RB, Gupta PC, Mehta FS, Pindborg JJ Malignant potential of oral lichen planus observations in ### patients from <PERSOON> JJ Malignant development of oral lichen planus-affected oral mucosa <PERSOON> ###; <DATUM> <PERSOON> lichen planus among #,### patients from <PERSOON> F A prospective study of findings and management in ### patients with oral lichen planus <PERSOON> planus and malignancy <PERSOON-##> epidemiologic study of ### patients and a review of the literature Arch dermatol ###; ## <PERSOON-##>.
506
nvmdl
maligne ontaarding van <PERSOON> planus as an oral ulcerative disease <PERSOON> development in oral lichen planus A follow-up of ### patients <PERSOON>-up studies in oral lichen planus <PERSOON> F A prospective follow-up study of ### patients with oral lichen planus persistence, remission, and malignant # Murti PR, Daftary DK, Bhonsle RB, Gupta PC, Mehta FS, Pindborg JJ Malignant potential of oral lichen planus observations in ### patients from <PERSOON> JJ Malignant development of oral lichen planus-affected oral mucosa <PERSOON> ###; <DATUM> <PERSOON> lichen planus among #,### patients from <PERSOON> F A prospective study of findings and management in ### patients with oral lichen planus <PERSOON> planus and malignancy <PERSOON-##> epidemiologic study of ### patients and a review of the literature Arch dermatol ###; ## <PERSOON-##> NA, <PERSOON-##> SA Oral cancer development in patients with oral lichen planus <PERSOON-##> planus exploring its malignant potential <PERSOON-##> characteristics and treatment of patients with oral lichen planus in <PERSOON-##> potential of oral lichen planus a follow-up study of ### patients <PERSOON-##> lichen planus update clinical characteristics, treatment responses, and malignant transformation <PERSOON-##> possible association between oral lichen planus and oral squamous cell carcinoma a clinical evaluation on ## cases and a review of the literature <PERSOON-##> NR, <PERSOON-##> CG, Reed MF, <PERSOON-##> transformation of oral lichen planus <PERSOON-##> guidelines in early detection of oral squamous cell carcinoma arising in oral ## <PERSOON-##> JJ Oral lichen planus.
405
nvmdl
<PERSOON> SA Oral cancer development in patients with oral lichen planus <PERSOON> planus exploring its malignant potential <PERSOON> characteristics and treatment of patients with oral lichen planus in <PERSOON> potential of oral lichen planus a follow-up study of ### patients <PERSOON> lichen planus update clinical characteristics, treatment responses, and malignant transformation <PERSOON> possible association between oral lichen planus and oral squamous cell carcinoma a clinical evaluation on ## cases and a review of the literature <PERSOON> NR, <PERSOON> CG, Reed MF, <PERSOON> transformation of oral lichen planus <PERSOON-##> guidelines in early detection of oral squamous cell carcinoma arising in oral ## <PERSOON-##> JJ Oral lichen planus <PERSOON-##> clinical features, malignant potential, and systemic associations of oral lichen planus a study of ### patients <PERSOON-##> Dermatol ###; ## Lanfranchi HE, Aguas SC, Sano SM Malignant transformation of atypical oral lichen planus a review of ## cases <PERSOON-##> possible premalignant character of oral lichen planus and oral lichenoid lesions; a prospective study <PERSOON-##> and oral lichen planus in a Swedish population Oral Oncol ###; ## #<DATUM> ## <PERSOON-##> JL, Fan <PERSOON-##> SZ, <PERSOON-##> XM, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> L A clinical study of ### patients with oral lichen planus in <PERSOON-##> HA Premalignant nature of oral lichen planus <PERSOON-##> lichen planus and malignant transformation a retrospective follow-up study of clinical ## <PERSOON-##> lichen planus a retrospective study of ### British patients Oral Dis ###; <DATUM> ### ##.
418
nvmdl
<PERSOON> clinical features, malignant potential, and systemic associations of oral lichen planus a study of ### patients <PERSOON> Dermatol ###; ## Lanfranchi HE, Aguas SC, Sano SM Malignant transformation of atypical oral lichen planus a review of ## cases <PERSOON> possible premalignant character of oral lichen planus and oral lichenoid lesions; a prospective study <PERSOON> and oral lichen planus in a Swedish population Oral Oncol ###; ## #<DATUM> ## <PERSOON> JL, Fan <PERSOON> SZ, <PERSOON> XM, <PERSOON> Y, <PERSOON> L A clinical study of ### patients with oral lichen planus in <PERSOON-##> HA Premalignant nature of oral lichen planus <PERSOON-##> lichen planus and malignant transformation a retrospective follow-up study of clinical ## <PERSOON-##> lichen planus a retrospective study of ### British patients <PERSOON-##> possible premalignant character of oral lichen planus and oral lichenoid lesions a prospective five-year followup study of ### patients Oral Oncol ###; #<DATUM> ### ## Hsue SS, <PERSOON> WC, <PERSOON> CH, <PERSOON> CC, <PERSOON> YK, <PERSOON> LM Malignant transformation in ### patients with potentially malignant oral mucosal disorders a follow-up study based in a Taiwanese hospital <PERSOON-##> W, <PERSOON-##> transformation of oral lichen planus a retrospective study of ## cases <PERSOON-##> of oral lichen planus a retrospective study of ### northern Italian patients <PERSOON-##> N A retrospective clinicopathological study of ### patients with oral lichen planus in south-eastern <PERSOON-##> Med ###; #<DATUM> # <PERSOON-##> Bij chronische (huid)ziekten wordt toenemende waarde gehecht aan de ervaringen en meningen van patiënten ten aanzien van hun gezondheidstoestand en de behandeling van hun huidziekte Dit patiëntenperspectief wordt meestal vastgesteld door middel van vragenlijstonderzoek naar specifieke aspecten van gezondheidstoestand en behandeling Voorbeelden van deze aspecten, die in de internationale vakliteratuur ook wel “patient reported outcomes” (PROs) worden genoemd, zijn.
491
nvmdl
oral lichen planus and oral lichenoid lesions a prospective five-year followup study of ### patients Oral Oncol ###; #<DATUM> ### ## Hsue SS, <PERSOON> WC, <PERSOON> CH, <PERSOON> CC, <PERSOON> YK, <PERSOON> LM Malignant transformation in ### patients with potentially malignant oral mucosal disorders a follow-up study based in a Taiwanese hospital <PERSOON> W, <PERSOON> transformation of oral lichen planus a retrospective study of ## cases <PERSOON> of oral lichen planus a retrospective study of ### northern Italian patients <PERSOON> N A retrospective clinicopathological study of ### patients with oral lichen planus in south-eastern <PERSOON> Med ###; #<DATUM> # <PERSOON> Bij chronische (huid)ziekten wordt toenemende waarde gehecht aan de ervaringen en meningen van patiënten ten aanzien van hun gezondheidstoestand en de behandeling van hun huidziekte Dit patiëntenperspectief wordt meestal vastgesteld door middel van vragenlijstonderzoek naar specifieke aspecten van gezondheidstoestand en behandeling Voorbeelden van deze aspecten, die in de internationale vakliteratuur ook wel “patient reported outcomes” (PROs) worden genoemd, zijn Speciaal voor deze richtlijn werd op verzoek van de Lichen Planus Vereniging <LOCATIE> een landelijk vragenlijstonderzoek uitgevoerd naar behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP Hierover wordt onderstaand verslag - Hoe tevreden zijn patiënten met lichen planus met hun voorgaande dermatologische behandeling? - Hoe tevreden zijn patiënten met hun huidige behandeling a) over het geheel genomen (generieke tevredenheid), en b) met betrekking tot effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, informatieverschaffing, - Hoe belangrijk vinden patiënten effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, informatieverschaffing, artspatiëntrelatie en organisatie van de behandeling? - Wat is de kwaliteit van leven van patiënten met lichen planus? Om inzicht te verkrijgen in behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP heeft de werkgroep een vragenlijstonderzoek onder patiënten van de Lichen Planus Vereniging <LOCATIE> (LPVN) uitgevoerd Dit vragenlijstonderzoek werd mede aan de hand van een literatuuronderzoek en een focusgroepbijeenkomst met patiënten ontwikkeld Het volledige onderzoek is beschreven in een onderzoeksrapport [#], waarvan onderstaand een korte samenvatting wordt gegeven Er is vooralsnog nauwelijks wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP De enkele studies die zijn verricht, zijn heterogeen wat betreft opzet, de patiëntenpopulatie, de uitkomstparameters en de behandelingen De auteurs van het hoofdstuk “Patiëntenperspectief” hebben dan ook moeten besluiten de resultaten van dit onderzoek niet in de Behandeltevredenheid wordt over het algemeen gemeten nadat een behandeling is uitgevoerd Dit meten gebeurt overwegend door middel van een vragenlijst <PERSOON-##> voorbeelden van vragenlijsten zijn de weten Effectiviteit, Bijwerkingen, Gemak en Globale tevredenheid.
564
nvmdl
voor deze richtlijn werd op verzoek van de Lichen Planus Vereniging <LOCATIE> een landelijk vragenlijstonderzoek uitgevoerd naar behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP Hierover wordt onderstaand verslag - Hoe tevreden zijn patiënten met lichen planus met hun voorgaande dermatologische behandeling? - Hoe tevreden zijn patiënten met hun huidige behandeling a) over het geheel genomen (generieke tevredenheid), en b) met betrekking tot effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, informatieverschaffing, - Hoe belangrijk vinden patiënten effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, informatieverschaffing, artspatiëntrelatie en organisatie van de behandeling? - Wat is de kwaliteit van leven van patiënten met lichen planus? Om inzicht te verkrijgen in behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP heeft de werkgroep een vragenlijstonderzoek onder patiënten van de Lichen Planus Vereniging <LOCATIE> (LPVN) uitgevoerd Dit vragenlijstonderzoek werd mede aan de hand van een literatuuronderzoek en een focusgroepbijeenkomst met patiënten ontwikkeld Het volledige onderzoek is beschreven in een onderzoeksrapport [#], waarvan onderstaand een korte samenvatting wordt gegeven Er is vooralsnog nauwelijks wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP De enkele studies die zijn verricht, zijn heterogeen wat betreft opzet, de patiëntenpopulatie, de uitkomstparameters en de behandelingen De auteurs van het hoofdstuk “Patiëntenperspectief” hebben dan ook moeten besluiten de resultaten van dit onderzoek niet in de Behandeltevredenheid wordt over het algemeen gemeten nadat een behandeling is uitgevoerd Dit meten gebeurt overwegend door middel van een vragenlijst <PERSOON> voorbeelden van vragenlijsten zijn de weten Effectiviteit, Bijwerkingen, Gemak en Globale tevredenheid behandeltevredenheid Effectiviteit, Gemak, Impact op dagelijkse activiteiten, Medische zorg, Globale tevredenheid en Ongewenste bijwerkingen Op basis van deze generieke, dat wil zeggen voor uiteenlopende ziekten geschikte vragenlijsten naar behandeltevredenheid, werd besloten een studiespecifieke vragenlijst naar behandeltevredenheid bij LP te ontwikkelen Op basis van literatuuronderzoek naar vragenlijsten kwaliteit van leven werd tevens besloten om ten behoeve van LP gebruik te maken van de gestandaardiseerde, dermatologie-specifieke Skindex-## [###] Naast het bovengenoemde literatuuronderzoek werd een focusgroep georganiseerd met tien patiënten met LP Er werd geïnventariseerd welke aspecten van de behandeling bepaalden of patiënten tevreden waren, in welke domeinen deze aspecten ingedeeld konden worden en hoe belangrijk patiënten elk domein vonden Voor een uitgebreide rapportage van de focusgroep verwijzen wij naar het onderzoeksrapport [#] De domeinen waarin de genoemde aspecten ingedeeld konden worden, zijn effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, arts-patiëntrelatie, informatieverschaffing en organisatie van de beschikbaar bleek, werd voor het onderhavige onderzoek gekozen voor het ontwikkelen van een studiespecifieke vragenlijst Deze vragenlijst werd ontwikkeld op basis van - een review van de beschikbare, gestandaardiseerde vragenlijsten behandeltevredenheid <DATUM> # Doelen vragenlijstonderzoek behandeltevredenheid en kwaliteit van leven - Het vaststellen van de mate van generieke tevredenheid van patiënten met lichen planus over hun - Het vaststellen van de generieke en domein-specifieke tevredenheid van patiënten met lichen planus - Het vaststellen van het relatieve belang of de relatieve waarde die patiënten met lichen planus - Het vaststellen van de dermatologie-specifieke kwaliteit van leven van patiënten met lichen planus.
607
nvmdl
Effectiviteit, Gemak, Impact op dagelijkse activiteiten, Medische zorg, Globale tevredenheid en Ongewenste bijwerkingen Op basis van deze generieke, dat wil zeggen voor uiteenlopende ziekten geschikte vragenlijsten naar behandeltevredenheid, werd besloten een studiespecifieke vragenlijst naar behandeltevredenheid bij LP te ontwikkelen Op basis van literatuuronderzoek naar vragenlijsten kwaliteit van leven werd tevens besloten om ten behoeve van LP gebruik te maken van de gestandaardiseerde, dermatologie-specifieke Skindex-## [###] Naast het bovengenoemde literatuuronderzoek werd een focusgroep georganiseerd met tien patiënten met LP Er werd geïnventariseerd welke aspecten van de behandeling bepaalden of patiënten tevreden waren, in welke domeinen deze aspecten ingedeeld konden worden en hoe belangrijk patiënten elk domein vonden Voor een uitgebreide rapportage van de focusgroep verwijzen wij naar het onderzoeksrapport [#] De domeinen waarin de genoemde aspecten ingedeeld konden worden, zijn effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, arts-patiëntrelatie, informatieverschaffing en organisatie van de beschikbaar bleek, werd voor het onderhavige onderzoek gekozen voor het ontwikkelen van een studiespecifieke vragenlijst Deze vragenlijst werd ontwikkeld op basis van - een review van de beschikbare, gestandaardiseerde vragenlijsten behandeltevredenheid <DATUM> # Doelen vragenlijstonderzoek behandeltevredenheid en kwaliteit van leven - Het vaststellen van de mate van generieke tevredenheid van patiënten met lichen planus over hun - Het vaststellen van de generieke en domein-specifieke tevredenheid van patiënten met lichen planus - Het vaststellen van het relatieve belang of de relatieve waarde die patiënten met lichen planus - Het vaststellen van de dermatologie-specifieke kwaliteit van leven van patiënten met lichen planus Voor deelname aan het jaar of ouder; #) beheersing van de Nederlandse taal; #) ervaring met de behandeling van lichen planus Patiënten werden uitgenodigd voor deelname aan het vragenlijstonderzoek door de LPVN Patiënten konden hiertoe een aanmeldingsformulier invullen waarna zij per e-mail de link naar de elektronische vragenlijst op de site van de NVDV ontvingen, inclusief een persoonlijke inlogcode De vragenlijst werd ontwikkeld op basis van beschikbare wetenschappelijke literatuur naar behandeltevredenheid en kwaliteit van leven en de door de focusgroepen vastgestelde specifieke domeinen van behandeltevredenheid Hierbij werd rekening gehouden met de opzet en inhoud van de in - behandelingen in het verleden, incl een vraag over generieke behandeltevredenheid - huidige behandelingen, incl vragen over generieke en domein-specifieke behandeltevredenheid - relatief belang van de domeinen van behandeltevredenheid De vragen met betrekking tot tevredenheid werden beantwoord op een vijfpuntsschaal, met de volgende labels #= helemaal niet tevreden, #= niet tevreden, #= neutraal, #= tevreden en #= zeer tevreden Ook werd, na toelichting over de specifieke domeinen van behandeltevredenheid (effectiviteit, veiligheid, gevraagd aan te geven hoe belangrijk deze domeinen werden gevonden door een totaal aantal van ## Data werden automatisch opgeslagen in een Excel-bestand Dit bestand werd geïmporteerd in SPSS versie ## # Na controle op inclusiecriteria en na eventuele correctie voor dubbele afnamen werden Gezien de doelstelling van het onderzoek werd de data-analyse van tevredenheid-scores gericht op patiënten die tevreden of ontevreden waren Op basis van in de literatuur beschikbare gegevens en.
595
nvmdl
jaar of ouder; #) beheersing van de Nederlandse taal; #) ervaring met de behandeling van lichen planus Patiënten werden uitgenodigd voor deelname aan het vragenlijstonderzoek door de LPVN Patiënten konden hiertoe een aanmeldingsformulier invullen waarna zij per e-mail de link naar de elektronische vragenlijst op de site van de NVDV ontvingen, inclusief een persoonlijke inlogcode De vragenlijst werd ontwikkeld op basis van beschikbare wetenschappelijke literatuur naar behandeltevredenheid en kwaliteit van leven en de door de focusgroepen vastgestelde specifieke domeinen van behandeltevredenheid Hierbij werd rekening gehouden met de opzet en inhoud van de in - behandelingen in het verleden, incl een vraag over generieke behandeltevredenheid - huidige behandelingen, incl vragen over generieke en domein-specifieke behandeltevredenheid - relatief belang van de domeinen van behandeltevredenheid De vragen met betrekking tot tevredenheid werden beantwoord op een vijfpuntsschaal, met de volgende labels #= helemaal niet tevreden, #= niet tevreden, #= neutraal, #= tevreden en #= zeer tevreden Ook werd, na toelichting over de specifieke domeinen van behandeltevredenheid (effectiviteit, veiligheid, gevraagd aan te geven hoe belangrijk deze domeinen werden gevonden door een totaal aantal van ## Data werden automatisch opgeslagen in een Excel-bestand Dit bestand werd geïmporteerd in SPSS versie ## # Na controle op inclusiecriteria en na eventuele correctie voor dubbele afnamen werden Gezien de doelstelling van het onderzoek werd de data-analyse van tevredenheid-scores gericht op patiënten die tevreden of ontevreden waren Op basis van in de literatuur beschikbare gegevens en “Tevreden” gedefinieerd als de groep van patiënten met de scores # en # (tevreden en zeer tevreden) en werd de groep “Ontevreden” gedefinieerd als de groep van patiënten met score # (helemaal niet tevreden) Zodoende werden de scores # en # niet betrokken in deze analyse Om de leesbaarheid van de resultaten van het onderzoek te vergemakkelijken, werd besloten de gegevens van de groepen Om deze percentages te interpreteren werd vervolgens een norm gesteld Bij afwezigheid van een algemeen aanvaarde norm voor LP en een reeds eerder gehanteerde norm bij een andere doelgroep, te weten psoriasis, werden voorlopige, tentatieve normscores vastgesteld Deze zijn deels afgeleid van beschikbare literatuur, en deels vastgesteld op basis van redelijkheid en haalbaarheid [##] en advisering vanuit de afdeling Medische Psychologie van het <INSTELLING> De hantering van deze normering werd tevens De tentatieve normscores werden gesteld op ##% voor de groep “Tevreden” en op #% voor de groep “Ontevreden” Dat wil zeggen het percentage patiënten dat “Tevreden” scoort, dient minimaal ##% te zijn; het percentage patiënten dat “Ontevreden” scoort, dient maximaal #% te zijn Anders gezegd betekent dit dat minimaal # op de # patiënten tevreden dient te zijn en dat maximaal één op de ## Van het totaal aantal aangeschreven patiënten door de LPVN (N=###), meldden zich ### patiënten aan voor deelname aan het vragenlijstonderzoek (response rate ##,#%) Aan deze patiënten werd de elektronische vragenlijst via e-mail toegezonden Hiervan voldeden ## patiënten niet aan de inclusiecriteria Van # patiënten werd de vragenlijst niet retour ontvangen.
649
nvmdl
scores # en # (tevreden en zeer tevreden) en werd de groep “Ontevreden” gedefinieerd als de groep van patiënten met score # (helemaal niet tevreden) Zodoende werden de scores # en # niet betrokken in deze analyse Om de leesbaarheid van de resultaten van het onderzoek te vergemakkelijken, werd besloten de gegevens van de groepen Om deze percentages te interpreteren werd vervolgens een norm gesteld Bij afwezigheid van een algemeen aanvaarde norm voor LP en een reeds eerder gehanteerde norm bij een andere doelgroep, te weten psoriasis, werden voorlopige, tentatieve normscores vastgesteld Deze zijn deels afgeleid van beschikbare literatuur, en deels vastgesteld op basis van redelijkheid en haalbaarheid [##] en advisering vanuit de afdeling Medische Psychologie van het <INSTELLING> De hantering van deze normering werd tevens De tentatieve normscores werden gesteld op ##% voor de groep “Tevreden” en op #% voor de groep “Ontevreden” Dat wil zeggen het percentage patiënten dat “Tevreden” scoort, dient minimaal ##% te zijn; het percentage patiënten dat “Ontevreden” scoort, dient maximaal #% te zijn Anders gezegd betekent dit dat minimaal # op de # patiënten tevreden dient te zijn en dat maximaal één op de ## Van het totaal aantal aangeschreven patiënten door de LPVN (N=###), meldden zich ### patiënten aan voor deelname aan het vragenlijstonderzoek (response rate ##,#%) Aan deze patiënten werd de elektronische vragenlijst via e-mail toegezonden Hiervan voldeden ## patiënten niet aan de inclusiecriteria Van # patiënten werd de vragenlijst niet retour ontvangen In Grafiek # toont de mate van generieke ontevredenheid (rood; ##,#%) en de mate van generieke tevredenheid (groen; ##,#%) met voorgaande dermatologische behandelingen De mate van generieke ontevredenheid valt buiten de normscore van #%; de mate van generieke tevredenheid bereikt de Grafiek # toont de mate van generieke ontevredenheid (#,#%) over de huidige behandeling welke binnen de norm valt De mate van generieke tevredenheid (##,#%) over de huidige behandeling bereikt de Grafiek # toont per domein de mate van specifieke tevredenheid en specifieke ontevredenheid met de De domeinspecifieke ontevredenheid over de huidige behandeling is bij de domeinen effectiviteit (#,#%), De mate van domeinspecifieke tevredenheid bereikt bij alle domeinen (effectiviteit (##,#%), veiligheid Cirkeldiagram # laat de waardering van patiënten zien van specifieke domeinen van tevredenheid Patiënten kenden het grootste belang toe aan effectiviteit, gevolgd door arts-patiëntrelatie en veiligheid Relatief het minste belang werd toegekend aan gebruiksgemak en organisatie Door middel van het gebruik van de Skindex-## werd voor de domeinen Symptomen, Emoties en Functioneren een score berekend Deze scores duiden op een lichte, middelmatige of ernstige Grafiek <DATUM> laat zien dat patiënten met LP een middelmatige vermindering van kwaliteit van leven op het <DATUM> en Functioneren (Grafiek <DATUM> ervaren patiënten een lichte vermindering van kwaliteit van leven (score respectievelijk ##,# (sd ##,#; range #-##,#) en ##,# (sd ##,#; range #-##,#)) Een gemiddelde totaalscore van ##,# punten (sd ##,#; range #,#-##,#) laat zien dat patiënten met LP een lichte <DATUM> Conclusies behandeltevredenheid en kwaliteit van leven per doelstelling #.
730
nvmdl
toont de mate van generieke ontevredenheid (rood; ##,#%) en de mate van generieke tevredenheid (groen; ##,#%) met voorgaande dermatologische behandelingen De mate van generieke ontevredenheid valt buiten de normscore van #%; de mate van generieke tevredenheid bereikt de Grafiek # toont de mate van generieke ontevredenheid (#,#%) over de huidige behandeling welke binnen de norm valt De mate van generieke tevredenheid (##,#%) over de huidige behandeling bereikt de Grafiek # toont per domein de mate van specifieke tevredenheid en specifieke ontevredenheid met de De domeinspecifieke ontevredenheid over de huidige behandeling is bij de domeinen effectiviteit (#,#%), De mate van domeinspecifieke tevredenheid bereikt bij alle domeinen (effectiviteit (##,#%), veiligheid Cirkeldiagram # laat de waardering van patiënten zien van specifieke domeinen van tevredenheid Patiënten kenden het grootste belang toe aan effectiviteit, gevolgd door arts-patiëntrelatie en veiligheid Relatief het minste belang werd toegekend aan gebruiksgemak en organisatie Door middel van het gebruik van de Skindex-## werd voor de domeinen Symptomen, Emoties en Functioneren een score berekend Deze scores duiden op een lichte, middelmatige of ernstige Grafiek <DATUM> laat zien dat patiënten met LP een middelmatige vermindering van kwaliteit van leven op het <DATUM> en Functioneren (Grafiek <DATUM> ervaren patiënten een lichte vermindering van kwaliteit van leven (score respectievelijk ##,# (sd ##,#; range #-##,#) en ##,# (sd ##,#; range #-##,#)) Een gemiddelde totaalscore van ##,# punten (sd ##,#; range #,#-##,#) laat zien dat patiënten met LP een lichte <DATUM> Conclusies behandeltevredenheid en kwaliteit van leven per doelstelling # verleden hebben gehad Ongeveer # op de # patiënten (##,#%) is hierover ontevreden #a) Ongeveer # op de # patiënten (##,#%) is tevreden over de huidige behandeling #b) Bij geen van de zes domeinen werd de normscore van ##% voor tevredenheid De normscore van #% voor ontevredenheid werd overschreden bij effectiviteit, # Patiënten kenden het meeste belang toe aan effectiviteit van een behandeling, gevolgd door arts-patiëntrelatie en veiligheid Het minste belang werd gehecht aan de # Patiënten met lichen planus ervaren een middelmatige vermindering van kwaliteit van leven op het domein Symptomen en een lichte vermindering van kwaliteit van leven op # Aanbevolen wordt om in de dermatologische praktijk expliciet aandacht te besteden aan a door patiënten, waar mogelijk en relevant, te vragen naar behandeltevredenheid (generiek en specifiek effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, arts-patiëntrelatie, informatieverschaffing en b door de behandeling en zorg, indien nodig en mogelijk, op basis van beschikbare gegevens # Aanbevolen wordt om de gestelde normen voor de interpretatie van (on)tevredenheidsscores van # Aanbevolen wordt om in de dermatologische praktijk expliciet aandacht te besteden aan de invloed a door patiënten, waar mogelijk en relevant, te vragen naar hun kwaliteit van leven, hetzij mondeling, hetzij met een gestandaardiseerde vragenlijst zoals, bij voorkeur, de <PERSOON> SL et al Validation of a general measure of treatment satisfaction, the Treatment Satisfaction Questionnaire for Medication (TSQM), using a national panel study of chronic - <PERSOON> T.
698
nvmdl
hebben gehad Ongeveer # op de # patiënten (##,#%) is hierover ontevreden #a) Ongeveer # op de # patiënten (##,#%) is tevreden over de huidige behandeling #b) Bij geen van de zes domeinen werd de normscore van ##% voor tevredenheid De normscore van #% voor ontevredenheid werd overschreden bij effectiviteit, # Patiënten kenden het meeste belang toe aan effectiviteit van een behandeling, gevolgd door arts-patiëntrelatie en veiligheid Het minste belang werd gehecht aan de # Patiënten met lichen planus ervaren een middelmatige vermindering van kwaliteit van leven op het domein Symptomen en een lichte vermindering van kwaliteit van leven op # Aanbevolen wordt om in de dermatologische praktijk expliciet aandacht te besteden aan a door patiënten, waar mogelijk en relevant, te vragen naar behandeltevredenheid (generiek en specifiek effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak, arts-patiëntrelatie, informatieverschaffing en b door de behandeling en zorg, indien nodig en mogelijk, op basis van beschikbare gegevens # Aanbevolen wordt om de gestelde normen voor de interpretatie van (on)tevredenheidsscores van # Aanbevolen wordt om in de dermatologische praktijk expliciet aandacht te besteden aan de invloed a door patiënten, waar mogelijk en relevant, te vragen naar hun kwaliteit van leven, hetzij mondeling, hetzij met een gestandaardiseerde vragenlijst zoals, bij voorkeur, de <PERSOON> SL et al Validation of a general measure of treatment satisfaction, the Treatment Satisfaction Questionnaire for Medication (TSQM), using a national panel study of chronic - <PERSOON> MM, Lasek RJ, Flocke SA, Zysanski SJ Improved discriminative and evaluative capability of a refined version of Skindex a quality of life instrument for patients with skin diseases Arch Dermatol - Chren MM, Lasek RJ, <PERSOON> LM, Covinsky KE Convergent and discriminant validity of a generic and a disease-specific instrument to measure quality of life in patients with skin disease <PERSOON> AM, Hodgson TA, Lewsey JD, Porter RD Fluticasone propionate spray and betamethasone sodium phosphate mouthrinse A randomized crossover study for the treatment of symptomatic oral - Jensen JT, Bord <PERSOON> CM Patient satisfaction after the treatment of vulvovaginal erosive lichen planus with topical clobetasol and tacrolimus A survey study <PERSOON> - Korte <PERSOON> suitability of quality-of-life questionnaires for - <PERSOON> JD, Spuls PhI Patient preferences regarding systemic and - <PERSOON> of life in patients with oral lichen planus Journal of - <PERSOON-##> M Effect of oral care gel on the quality of life for oral lichen planus in patients with - <PERSOON-##> CAC, De Korte <PERSOON-##> bij <PERSOON-##> of Skindex-## scores cutoffs for mild, moderate and severe impairment of health-related quality of life.
573
nvmdl
Chren MM, Lasek RJ, Flocke SA, Zysanski SJ Improved discriminative and evaluative capability of a refined version of Skindex a quality of life instrument for patients with skin diseases Arch Dermatol - Chren MM, Lasek RJ, <PERSOON> LM, Covinsky KE Convergent and discriminant validity of a generic and a disease-specific instrument to measure quality of life in patients with skin disease <PERSOON> AM, Hodgson TA, Lewsey JD, Porter RD Fluticasone propionate spray and betamethasone sodium phosphate mouthrinse A randomized crossover study for the treatment of symptomatic oral - Jensen JT, Bord <PERSOON> CM Patient satisfaction after the treatment of vulvovaginal erosive lichen planus with topical clobetasol and tacrolimus A survey study <PERSOON> - Korte <PERSOON> suitability of quality-of-life questionnaires for - <PERSOON> JD, Spuls PhI Patient preferences regarding systemic and - <PERSOON> of life in patients with oral lichen planus Journal of - <PERSOON> M Effect of oral care gel on the quality of life for oral lichen planus in patients with - <PERSOON> CAC, De Korte <PERSOON-##> bij <PERSOON-##> of Skindex-## scores cutoffs for mild, moderate and severe impairment of health-related quality of life ###<DATUM> - <PERSOON-##> CM, de Korte <PERSOON-##> related quality of life - <PERSOON-##> J et al Development and Validation of the "Treatment Satisfaction with vera in patients with oral lichen planus a randomized double-blind study <PERSOON-##> Med - Yoke PC, <PERSOON-##> GB, <PERSOON-##> MJ, Rajaseharan A, <PERSOON-##> A randomized controlled trial to compare steroid with cyclosporine for the topical treatment of oral lichen planus Oral Surf Oral Med Bijlage # Patiëntenperspectief; lijst met aandachtspunten voor de zorgverlener De LPVN acht het van groot belang dat patiënten een bijdrage hebben kunnen leveren aan de totstandkoming van de richtlijn lichen planus De LPVN waardeert het zeer dat ze bij alle werkgroepvergaderingen aanwezig konden zijn en de discussies op nauwe voet konden volgen De richtlijn is een belangrijke stap om voor lichen planus meer bekendheid te genereren bij de medische en paramedische beroepsgroepen Veel van de aandachtspunten van de LPVN hebben in de richtlijn een plek gekregen Toch is een aantal aandachtspunten in de richtlijn nog enigszins onderbelicht gebleven Hopelijk draagt onderstaande lijst ertoe bij dat de volgende punten bij een volgende herziening (over De zorgverlener wijst de patiënt op de realiteit ten aanzien van het beloop van de aandoening Patiënten hebben in het begin veel vragen.
529
nvmdl
- <PERSOON> CM, de Korte <PERSOON> related quality of life - <PERSOON> J et al Development and Validation of the "Treatment Satisfaction with vera in patients with oral lichen planus a randomized double-blind study <PERSOON> Med - Yoke PC, <PERSOON> GB, <PERSOON> MJ, Rajaseharan A, <PERSOON> A randomized controlled trial to compare steroid with cyclosporine for the topical treatment of oral lichen planus Oral Surf Oral Med Bijlage # Patiëntenperspectief; lijst met aandachtspunten voor de zorgverlener De LPVN acht het van groot belang dat patiënten een bijdrage hebben kunnen leveren aan de totstandkoming van de richtlijn lichen planus De LPVN waardeert het zeer dat ze bij alle werkgroepvergaderingen aanwezig konden zijn en de discussies op nauwe voet konden volgen De richtlijn is een belangrijke stap om voor lichen planus meer bekendheid te genereren bij de medische en paramedische beroepsgroepen Veel van de aandachtspunten van de LPVN hebben in de richtlijn een plek gekregen Toch is een aantal aandachtspunten in de richtlijn nog enigszins onderbelicht gebleven Hopelijk draagt onderstaande lijst ertoe bij dat de volgende punten bij een volgende herziening (over De zorgverlener wijst de patiënt op de realiteit ten aanzien van het beloop van de aandoening Patiënten hebben in het begin veel vragen planus chronisch De zorgverlener wijst op de (licht) verhoogde kans op maligne ontaarding van lichen planus en geeft instructie aan de patiënt waar op te letten Het onderscheid tussen lichen planus en lichen sclerosus is niet altijd even gemakkelijk te maken De LPVN benadrukt dat ook als een van de twee diagnoses al is gesteld, het goed is om in het achterhoofd te houden dat het ook om de andere vorm van lichen zou kunnen gaan Bij de anamnese is het van belang ook te vragen naar overige klachten, bijvoorbeeld van de nagels en hoofdhuid (kale plekken, jeuk e d ) De zorgverlener stuurt bij twijfel over de diagnose en/of bij onvoldoende effect van de behandeling de patiënt door naar een zorgverlener met meer kennis van lichen planus De zorgverlener verwijst bij genitale lichen planus zo nodig door naar een vulvapoli Na het stellen van de diagnose bespreekt de zorgverlener het behandelplan met de patiënt, en benoemt daarbij de voor- en nadelen Hieraan kunnen de LP-folder van NVDV en patiëntenvereniging een bijdrage leveren Daarbij kan ook worden gewezen op het bestaan van de patiëntenvereniging (LPVN) De patiënt heeft tijd nodig om informatie te verwerken Geef de patiënt voldoende tijd om besluiten te Bij het stellen van de diagnose wordt duidelijk gemaakt dat de klachten met goede behandeling zeker sterk kunnen verminderen De patiënt is niet gebaat bij langdurig experimenteren met verschillende Patiënten vinden het belangrijk om meer inzage te hebben in hun eigen dossier, en met zorgverleners te kunnen communiceren (via email/website).
538
nvmdl
verhoogde kans op maligne ontaarding van lichen planus en geeft instructie aan de patiënt waar op te letten Het onderscheid tussen lichen planus en lichen sclerosus is niet altijd even gemakkelijk te maken De LPVN benadrukt dat ook als een van de twee diagnoses al is gesteld, het goed is om in het achterhoofd te houden dat het ook om de andere vorm van lichen zou kunnen gaan Bij de anamnese is het van belang ook te vragen naar overige klachten, bijvoorbeeld van de nagels en hoofdhuid (kale plekken, jeuk e d ) De zorgverlener stuurt bij twijfel over de diagnose en/of bij onvoldoende effect van de behandeling de patiënt door naar een zorgverlener met meer kennis van lichen planus De zorgverlener verwijst bij genitale lichen planus zo nodig door naar een vulvapoli Na het stellen van de diagnose bespreekt de zorgverlener het behandelplan met de patiënt, en benoemt daarbij de voor- en nadelen Hieraan kunnen de LP-folder van NVDV en patiëntenvereniging een bijdrage leveren Daarbij kan ook worden gewezen op het bestaan van de patiëntenvereniging (LPVN) De patiënt heeft tijd nodig om informatie te verwerken Geef de patiënt voldoende tijd om besluiten te Bij het stellen van de diagnose wordt duidelijk gemaakt dat de klachten met goede behandeling zeker sterk kunnen verminderen De patiënt is niet gebaat bij langdurig experimenteren met verschillende Patiënten vinden het belangrijk om meer inzage te hebben in hun eigen dossier, en met zorgverleners te kunnen communiceren (via email/website) nodig en moet duidelijk zijn bij welke zorgverlener de regie ligt De zorgverlener evalueert regelmatig het effect van de behandeling De zorgverlener heeft aandacht voor niet-medicamenteuze adviezen die zinvol kunnen zijn Het is van belang uitlokkende factoren te onderkennen en te vermijden, zoals voeding, cosmetica en contact met chemische stoffen Ook voorlichting over toepassing van zalven en zeepvervangers en hygiëne is van De zorgverlener begint met de standaardbehandeling volgens de richtlijn, met aandacht voor de haalbaarheid hiervan voor patiënt , bijv ivm werk, activiteiten en psychische belasting Als therapie niet aanslaat, kan worden afgeweken van standaardbehandeling De zorgverlener ziet toe op de gevolgen van co-morbiditeit invloed van medicijnen voor andere aandoeningen, gevolgen van LP voor andere Therapietrouw is belangrijk, en zelfmanagement kan bij deze aandoening een belangrijke rol spelen De patiënt constateert zelf of de aandoening vermindert of verergert Bij een exacerbatie van LP moet patiënt op korte termijn door specialist gezien kunnen worden De zorgverlener besteedt voldoende aandacht aan belasting van bijwerkingen van behandelingen, zoals osteoporose, misselijkheid, vlekken op kleding De zorgverlener heeft aandacht voor symptomen die voor de meeste ziektelast zorgen Hoewel uitzonderlijk, zijn er toch jonge mensen met een chronische vorm van LP Voor hen is specifieke - vooral ook psychische – aandacht nodig acceptatie en hinder van aandoening, sociaal functioneren, toekomstperspectief De zorgverlener heeft aandacht voor de gevolgen van de aandoening voor het dagelijks functioneren voeding, werk, sociale contacten, seksueel functioneren, sportbeoefening, privacy,.
564
nvmdl
en moet duidelijk zijn bij welke zorgverlener de regie ligt De zorgverlener evalueert regelmatig het effect van de behandeling De zorgverlener heeft aandacht voor niet-medicamenteuze adviezen die zinvol kunnen zijn Het is van belang uitlokkende factoren te onderkennen en te vermijden, zoals voeding, cosmetica en contact met chemische stoffen Ook voorlichting over toepassing van zalven en zeepvervangers en hygiëne is van De zorgverlener begint met de standaardbehandeling volgens de richtlijn, met aandacht voor de haalbaarheid hiervan voor patiënt , bijv ivm werk, activiteiten en psychische belasting Als therapie niet aanslaat, kan worden afgeweken van standaardbehandeling De zorgverlener ziet toe op de gevolgen van co-morbiditeit invloed van medicijnen voor andere aandoeningen, gevolgen van LP voor andere Therapietrouw is belangrijk, en zelfmanagement kan bij deze aandoening een belangrijke rol spelen De patiënt constateert zelf of de aandoening vermindert of verergert Bij een exacerbatie van LP moet patiënt op korte termijn door specialist gezien kunnen worden De zorgverlener besteedt voldoende aandacht aan belasting van bijwerkingen van behandelingen, zoals osteoporose, misselijkheid, vlekken op kleding De zorgverlener heeft aandacht voor symptomen die voor de meeste ziektelast zorgen Hoewel uitzonderlijk, zijn er toch jonge mensen met een chronische vorm van LP Voor hen is specifieke - vooral ook psychische – aandacht nodig acceptatie en hinder van aandoening, sociaal functioneren, toekomstperspectief De zorgverlener heeft aandacht voor de gevolgen van de aandoening voor het dagelijks functioneren voeding, werk, sociale contacten, seksueel functioneren, sportbeoefening, privacy, Bij controles moet er voldoende tijd en aandacht zijn, zeker waar het intieme lichaamsdelen en De zorgverlener bespreekt/overweegt een multidisciplinaire aanpak en consulteert waar nodig deskundigen met andere disciplines (o a dermatoloog, gynaecoloog, MDL-arts, kaakchirurg, mondhygiënist) De zorgverlener verwijst zo nodig voor aanvullende begeleiding/behandeling bij een De zorgverlener zorgt voor duidelijke informatieverstrekking naar de patiënt De LPVN pleit voor het De zorgverlener luistert naar de ervaringen van de patiënt LP kan zich in zeer veel verschillende vormen en gradaties manifesteren, elk individu kan een andere uiting hebben Begrip voor onzekerheden en de klachten van de patiënt is bij LP van groot belang, zeker bij chronische LP Er bestaat bij genitale aandoeningen grote gêne bij patiënten, zowel in de spreekkamer als in de slaapkamer Het succes van de behandeling hangt mede af van de interactie tussen arts en patiënt Genitale LP heeft grote invloed op het functioneren en kan verstrekkende gevolgen hebben voor intimiteit, seksbeleving, zelfvertrouwen en het sociale leven Ook andere vormen van LP geven sociale beperkingen, zoals de orale LP, waarmee bijvoorbeeld niet meer buiten de deur gegeten kan worden De patiënt moet soms behoorlijk inleveren aan kwaliteit van leven, kan onbegrip voor deze vrij onbekende De LPVN adviseert gedocumenteerde patiëntenervaringen te onderzoeken De resultaten kunnen door de zorgverleners in samenwerking met LPVN worden verspreid De LPVN adviseert om ook in <LOCATIE> meer onderzoek te doen naar LP en meer te publiceren over onderzoek en ervaringen Bij herziening van.
566
nvmdl
moet er voldoende tijd en aandacht zijn, zeker waar het intieme lichaamsdelen en De zorgverlener bespreekt/overweegt een multidisciplinaire aanpak en consulteert waar nodig deskundigen met andere disciplines (o a dermatoloog, gynaecoloog, MDL-arts, kaakchirurg, mondhygiënist) De zorgverlener verwijst zo nodig voor aanvullende begeleiding/behandeling bij een De zorgverlener zorgt voor duidelijke informatieverstrekking naar de patiënt De LPVN pleit voor het De zorgverlener luistert naar de ervaringen van de patiënt LP kan zich in zeer veel verschillende vormen en gradaties manifesteren, elk individu kan een andere uiting hebben Begrip voor onzekerheden en de klachten van de patiënt is bij LP van groot belang, zeker bij chronische LP Er bestaat bij genitale aandoeningen grote gêne bij patiënten, zowel in de spreekkamer als in de slaapkamer Het succes van de behandeling hangt mede af van de interactie tussen arts en patiënt Genitale LP heeft grote invloed op het functioneren en kan verstrekkende gevolgen hebben voor intimiteit, seksbeleving, zelfvertrouwen en het sociale leven Ook andere vormen van LP geven sociale beperkingen, zoals de orale LP, waarmee bijvoorbeeld niet meer buiten de deur gegeten kan worden De patiënt moet soms behoorlijk inleveren aan kwaliteit van leven, kan onbegrip voor deze vrij onbekende De LPVN adviseert gedocumenteerde patiëntenervaringen te onderzoeken De resultaten kunnen door de zorgverleners in samenwerking met LPVN worden verspreid De LPVN adviseert om ook in <LOCATIE> meer onderzoek te doen naar LP en meer te publiceren over onderzoek en ervaringen Bij herziening van -------------------------------------------------------------------------------# meta analysis/exp or cochrane ab or embase ab or psychlit ab or cinahl ab or (systematic and random* ti or single blind ab or single blind ti or randomised controlled trial ab or randomised # limit # to (human and (dutch or english or french or german)) (###) Een full-text artikel werd al dan niet geïncludeerd volgens de volgende vooraf opgestelde in- en - alle originele artikelen (zonder onderscheid naar studietype, dus inclusief RCT’s, cohort studies, pilot studies, case reports, retrospectief onderzoek etc ) worden meegenomen - er worden geen restricties toegepast op de datum van publicatie, het tijdschrift en de taal van het artikel; ook niet op leeftijd, geslacht en aantal patiënten in een studie en design van de studie - artikelen zonder informatie over effectiviteit (bij therapeutische trials) - de in- en exclusiecriteria werden zo gestandaardiseerd mogelijk gehanteerd, relevantie stond voorop - artikelen die op (mogelijke) relevantie van de titel en het abstract werden geselecteerd werden allen - reviews of systematic reviews (SR) dienden als controle voor de eigen zoekstrategie De artikelen die in een relevante SR geïncludeerd zijn, zijn mogelijk ook goede artikelen voor de eigen systematische review Indien die artikelen in een search ontbreken, is de vraag waarom dat zo is Reviews werden in principe niet meegenomen in de uiteindelijke selectie, maar dienden als achtergrondinformatie SR’s werden (indien beschikbaar) wel meegenomen indien er een meta-analyse werd gedaan.
663
nvmdl
Het project is gefinancierd door de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (ZonMw), binnen het programma Kennisbeleid Kwaliteit Curatieve Zorg (KKCZ) mechanisch door fotokopieën of enige andere manier, echter uitsluitend na voorafgaande toestemming Toestemming voor gebruik van tekst(gedeelten) kunt u schriftelijk of per e-mail en uitsluitend bij de Kosteneffectiviteit van screening op coeliakie bij patiënten met PDS <DATUM> Effectiviteit van verschillende leefstijlinterventies bij behandeling van PDS #<DATUM> # Psychologische interventies bij de behandeling van PDS #<DATUM> Samenwerkingsafspraak over taakafbakening en afstemming van zorg #<DATUM> Wat is de invloed van PDS op de kwaliteit van leven van patiënten (in termen <DATUM> # Welke effecten heeft PDS op het functioneren op het werk en wat zijn <DATUM> # Welke functionele beperkingen in het werk kunnen het gevolg zijn van PDS en <DATUM> # Welke interventies kunnen bijdragen tot (gedeeltelijk) functioneringsherstel en <PERSOON> van screenen op coeliakie bij patiënten met PDS ### Het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) is de meest voorkomende functionele darmaandoening in zowel de eerste als de tweede lijn Het ontstaansmechanisme van PDS is nog niet opgehelderd PDS lijkt multifactorieel bepaald, waarbij verhoogde sensitiviteit en abnormale motiliteit van de darmen, psychosociale factoren en voorafgaande infecties een rol spelen Bij de diagnostiek en behandeling van patiënten met PDS doet zich een aantal knelpunten voor # De inzichten en verwachtingen van patiënten komen niet overeen met die van de behandelend # Er is geen overeenstemming over het te voeren diagnostisch beleid # Er wordt onvoldoende gebruikgemaakt van bewezen effectieve behandelingen # De taakverdeling tussen de eerste en tweede lijn is onduidelijk # PDS is een aanzienlijk sociaal-maatschappelijk en -economisch probleem dat leidt tot een verminderde kwaliteit van leven en een verhoogde kans op ziekteverzuim, wat kan leiden tot Vanwege bovenstaande redenen is besloten een nieuwe landelijke multidisciplinaire richtlijn op te stellen, die rekening houdt met deze gesignaleerde knelpunten In de richtlijn staan aanbevelingen voor diagnostiek en behandeling van volwassen patiënten met PDS in de eerste en tweede lijn Daar waar nodig gaat de richtlijn in op de behandeling door andere zorgverleners zoals psychologen en diëtisten Ook een aantal sociaal-economische aspecten van PDS Prof <PERSOON>, huisarts, hoogleraar huisartsgeneeskunde VUMC <LOCATIE> <PERSOON>, huisarts, senior wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> <PERSOON>, arts, wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> Prof <PERSOON>, huisarts, hoogleraar Huisartsgeneeskunde <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON> J.
564
nvmdl
zowel de eerste als de tweede lijn Het ontstaansmechanisme van PDS is nog niet opgehelderd PDS lijkt multifactorieel bepaald, waarbij verhoogde sensitiviteit en abnormale motiliteit van de darmen, psychosociale factoren en voorafgaande infecties een rol spelen Bij de diagnostiek en behandeling van patiënten met PDS doet zich een aantal knelpunten voor # De inzichten en verwachtingen van patiënten komen niet overeen met die van de behandelend # Er is geen overeenstemming over het te voeren diagnostisch beleid # Er wordt onvoldoende gebruikgemaakt van bewezen effectieve behandelingen # De taakverdeling tussen de eerste en tweede lijn is onduidelijk # PDS is een aanzienlijk sociaal-maatschappelijk en -economisch probleem dat leidt tot een verminderde kwaliteit van leven en een verhoogde kans op ziekteverzuim, wat kan leiden tot Vanwege bovenstaande redenen is besloten een nieuwe landelijke multidisciplinaire richtlijn op te stellen, die rekening houdt met deze gesignaleerde knelpunten In de richtlijn staan aanbevelingen voor diagnostiek en behandeling van volwassen patiënten met PDS in de eerste en tweede lijn Daar waar nodig gaat de richtlijn in op de behandeling door andere zorgverleners zoals psychologen en diëtisten Ook een aantal sociaal-economische aspecten van PDS Prof <PERSOON>, huisarts, hoogleraar huisartsgeneeskunde VUMC <LOCATIE> <PERSOON>, huisarts, senior wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> <PERSOON>, arts, wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> Prof <PERSOON>, huisarts, hoogleraar Huisartsgeneeskunde <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON> J <PERSOON> (tot juli ###), huisarts, wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> <PERSOON>, internist, VUMC, <LOCATIE> <PERSOON>, psycholoog, afd Psychiatrie en <PERSOON>, diëtist, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, <LOCATIE> <PERSOON-##>, bedrijfsarts, coördinator richtlijnen, kwaliteitsbureau NVAB, <LOCATIE> Prof <PERSOON>, huisarts, hoogleraar huisartsgeneeskunde VUMC <LOCATIE>, voorzitter <PERSOON-##>, huisarts, senior onderzoeker vakgroep Huisartsgeneeskunde, Universiteit <PERSOON-##>, huisarts, <INSTELLING> voor Gezondheidswetenschappen en <PERSOON-##>, diëtist, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, <LOCATIE> <PERSOON-##>, huisarts, hoogleraar Huisartsgeneeskunde, <INSTELLING> voor <PERSOON> (vanaf juli ###), arts, wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> <PERSOON-##>, gezondheidseconoom, Universitair docent <PERSOON-##> MSc, Epidemiologie, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, hoogleraar HTA, Epidemiologie, <INSTELLING>, <LOCATIE> Het project is gefinancierd door ZonMw in het kader van het programma Kennisbeleid Kwaliteit Curatieve Zorg (KKCZ) Gedurende anderhalf jaar (van juni ### tot november ###, met negen vergaderingen) hebben leden van de werkgroep en kernwerkgroep aan de ontwikkeling van de richtlijn gewerkt Allereerst hebben de werkgroepleden uitgangsvragen opgesteld, die gebaseerd zijn op knelpunten die in de zorg worden ervaren Uit oogpunt van efficiëntie werd bij het beantwoorden van de uitgangsvragen in eerste instantie uitgegaan van de evidence uit een aantal recente internationale.
604
nvmdl
<PERSOON> (tot juli ###), huisarts, wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> <PERSOON>, internist, VUMC, <LOCATIE> <PERSOON>, psycholoog, afd Psychiatrie en <PERSOON>, diëtist, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, <LOCATIE> <PERSOON>, bedrijfsarts, coördinator richtlijnen, kwaliteitsbureau NVAB, <LOCATIE> Prof <PERSOON>, huisarts, hoogleraar huisartsgeneeskunde VUMC <LOCATIE>, voorzitter <PERSOON>, huisarts, senior onderzoeker vakgroep Huisartsgeneeskunde, Universiteit <PERSOON>, huisarts, <INSTELLING> voor Gezondheidswetenschappen en <PERSOON>, diëtist, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, <LOCATIE> <PERSOON-##>, huisarts, hoogleraar Huisartsgeneeskunde, <INSTELLING> voor <PERSOON-##> (vanaf juli ###), arts, wetenschappelijk medewerker NHG, <LOCATIE> <PERSOON-##>, gezondheidseconoom, Universitair docent <PERSOON-##> MSc, Epidemiologie, <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##>, hoogleraar HTA, Epidemiologie, <INSTELLING>, <LOCATIE> Het project is gefinancierd door ZonMw in het kader van het programma Kennisbeleid Kwaliteit Curatieve Zorg (KKCZ) Gedurende anderhalf jaar (van juni ### tot november ###, met negen vergaderingen) hebben leden van de werkgroep en kernwerkgroep aan de ontwikkeling van de richtlijn gewerkt Allereerst hebben de werkgroepleden uitgangsvragen opgesteld, die gebaseerd zijn op knelpunten die in de zorg worden ervaren Uit oogpunt van efficiëntie werd bij het beantwoorden van de uitgangsvragen in eerste instantie uitgegaan van de evidence uit een aantal recente internationale Samen met de medisch informatiespecialist van het NHG werd voor sommige vragen aanvullend literatuuronderzoek verricht In subwerkgroepen vatten werkgroepleden vervolgens het gevonden bewijs op deelonderwerpen samen in hoofdstukken Tijdens de vergaderingen discussieerden de werkgroepleden over deze teksten en formuleerden ze gezamenlijk de definitieve aanbevelingen Hierbij zijn naast het wetenschappelijk bewijs ook andere aspecten meegenomen, zoals het patiëntenperspectief, kosten, beschikbaarheid en overige overwegingen vanuit de praktijk De subwerkgroep Budgetimpactanalyse heeft een kosteneffectiviteitsanalyse verricht met betrekking tot screening op coeliakie bij patiënten met PDS (hoofdstuk <DATUM> #) Een wetenschappelijk artikel hierover is in voorbereiding Een redactiecommissie redigeerde de teksten uiteindelijk tot een samenhangend geheel met gebruikmaking van het format hoofdtekst met aanbevelingen, gevolgd door een samenvatting van de beoordeling van de wetenschappelijke literatuur onder de kop Wetenschappelijke onderbouwing Het wetenschappelijk bewijs is vervolgens samengevat in een conclusie De andere van belang zijnde aspecten staan Het perspectief van patiënten op de zorg voor mensen met PDS vormt een waardevolle aanvulling bij het opstellen van de richtlijn Om het patiëntenperspectief te borgen heeft de PDS Belangenvereniging een werkgroeplid afgevaardigd om mee te werken aan de totstandkoming van de richtlijn Verder heeft de PDS Belangenvereniging een enquête gehouden onder ### van haar leden De werkgroep heeft ook een focusgroep georganiseerd met patiënten die juist geen lid waren van de PDS Belangenvereniging Om het belang van het patiëntenperspectief te onderstrepen, is hier in de hoofdtekst van elk hoofdstuk een paragraaf over opgenomen.
586
nvmdl
Samen met de medisch informatiespecialist van het NHG werd voor sommige vragen aanvullend literatuuronderzoek verricht In subwerkgroepen vatten werkgroepleden vervolgens het gevonden bewijs op deelonderwerpen samen in hoofdstukken Tijdens de vergaderingen discussieerden de werkgroepleden over deze teksten en formuleerden ze gezamenlijk de definitieve aanbevelingen Hierbij zijn naast het wetenschappelijk bewijs ook andere aspecten meegenomen, zoals het patiëntenperspectief, kosten, beschikbaarheid en overige overwegingen vanuit de praktijk De subwerkgroep Budgetimpactanalyse heeft een kosteneffectiviteitsanalyse verricht met betrekking tot screening op coeliakie bij patiënten met PDS (hoofdstuk <DATUM> #) Een wetenschappelijk artikel hierover is in voorbereiding Een redactiecommissie redigeerde de teksten uiteindelijk tot een samenhangend geheel met gebruikmaking van het format hoofdtekst met aanbevelingen, gevolgd door een samenvatting van de beoordeling van de wetenschappelijke literatuur onder de kop Wetenschappelijke onderbouwing Het wetenschappelijk bewijs is vervolgens samengevat in een conclusie De andere van belang zijnde aspecten staan Het perspectief van patiënten op de zorg voor mensen met PDS vormt een waardevolle aanvulling bij het opstellen van de richtlijn Om het patiëntenperspectief te borgen heeft de PDS Belangenvereniging een werkgroeplid afgevaardigd om mee te werken aan de totstandkoming van de richtlijn Verder heeft de PDS Belangenvereniging een enquête gehouden onder ### van haar leden De werkgroep heeft ook een focusgroep georganiseerd met patiënten die juist geen lid waren van de PDS Belangenvereniging Om het belang van het patiëntenperspectief te onderstrepen, is hier in de hoofdtekst van elk hoofdstuk een paragraaf over opgenomen teksten meegewerkt De paragraaf Patiëntenperspectief bestaat steeds uit drie onderdelen wat is bekend uit de literatuur, wat komt uit de enquête naar voren en wat is nog aanvullend naar voren In september ### werd de conceptrichtlijn voor commentaar voorgelegd aan alle betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en beroepsverenigingen Commentaar werd ontvangen van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde, de Nederlandse Internisten Vereniging, de Landelijke Vereniging van commentaarfase heeft eveneens een praktijktest plaatsgevonden Hierbij werd de conceptrichtlijn door een multidisciplinair team (bestaande uit een huisarts, een diëtist, een afgevaardigde van de patiëntenvereniging, een MDL-arts en een psycholoog) getoetst aan de hand van een praktijkcasus Een patiënte met PDS was bereid om als ‘levende casus’ op te treden, en zodoende haar ervaringen met betrekking tot PDS voor te leggen aan dit team De deelnemers aan de praktijktest waren niet Het verkregen commentaar werd verwerkt en de conceptrichtlijn is vervolgens eind ### opnieuw voorgelegd aan de betrokken verenigingen, ditmaal ter autorisatie In de maanden januari tot april ### hebben alle betrokken organisaties (Nederlands Instituut van Psychologen, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen, Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, Prikkelbare Darm Syndroom Belangenvereniging, <DATUM> # Verspreiding, implementatie, indicatoren en evaluatie De definitieve richtlijn wordt onder de verenigingen verspreid en via de websites van de verenigingen digitaal beschikbaar gesteld Verder is er patiëntenvoorlichtingsmateriaal gemaakt, in de vorm van een patiëntenversie van de richtlijn en patiëntenbrieven Ook is er ter ondersteuning van de richtlijn een cursus voor docenten ontwikkeld als implementatiemateriaal.
582
nvmdl
bestaat steeds uit drie onderdelen wat is bekend uit de literatuur, wat komt uit de enquête naar voren en wat is nog aanvullend naar voren In september ### werd de conceptrichtlijn voor commentaar voorgelegd aan alle betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en beroepsverenigingen Commentaar werd ontvangen van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde, de Nederlandse Internisten Vereniging, de Landelijke Vereniging van commentaarfase heeft eveneens een praktijktest plaatsgevonden Hierbij werd de conceptrichtlijn door een multidisciplinair team (bestaande uit een huisarts, een diëtist, een afgevaardigde van de patiëntenvereniging, een MDL-arts en een psycholoog) getoetst aan de hand van een praktijkcasus Een patiënte met PDS was bereid om als ‘levende casus’ op te treden, en zodoende haar ervaringen met betrekking tot PDS voor te leggen aan dit team De deelnemers aan de praktijktest waren niet Het verkregen commentaar werd verwerkt en de conceptrichtlijn is vervolgens eind ### opnieuw voorgelegd aan de betrokken verenigingen, ditmaal ter autorisatie In de maanden januari tot april ### hebben alle betrokken organisaties (Nederlands Instituut van Psychologen, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen, Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, Prikkelbare Darm Syndroom Belangenvereniging, <DATUM> # Verspreiding, implementatie, indicatoren en evaluatie De definitieve richtlijn wordt onder de verenigingen verspreid en via de websites van de verenigingen digitaal beschikbaar gesteld Verder is er patiëntenvoorlichtingsmateriaal gemaakt, in de vorm van een patiëntenversie van de richtlijn en patiëntenbrieven Ook is er ter ondersteuning van de richtlijn een cursus voor docenten ontwikkeld als implementatiemateriaal ontwikkeld om de mate van implementatie van de richtlijn te kunnen meten Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar bevatten expliciete, zo veel mogelijk op evidence gebaseerde aanbevelingen en inzichten waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief optimale zorg te verlenen Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gericht zijn op de ‘gemiddelde patiënt’, kunnen zorgverleners op basis van individuele patiëntkenmerken zo nodig afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de individuele patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk Een richtlijn kan worden gezien als een papieren weergave van een best practice Als van de richtlijn wordt afgeweken, is het raadzaam dit gedocumenteerd en Uiterlijk in ### bepaalt de opdrachtgever/verantwoordelijke instantie of de richtlijn nog actueel is Zo nodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien Als nieuwe ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, wordt er eerder met een herzieningstraject gestart <PERSOON> LJ, Chey WD, Foxx-Orenstein AE, Schiller LR, Schoenfeld PS, Spiegel BM et al <PERSOON> evidence-based position statement on the management of irritable bowel syndrome <PERSOON> bowel syndrome in adults diagnosis and management of irritable bowel syndrome in primary internationale literatuur wordt gesproken over Irritable Bowel Syndrome (IBS) De regelmatig gebruikte benamingen spastisch colon of spastische darm zijn minder geschikt omdat daarmee ten onrechte een specifieke oorzaak voor de aandoening wordt gesuggereerd Het syndroom wordt gekarakteriseerd door terugkerende episodes van buikpijn en veranderingen in het stoelgangpatroon.
582
nvmdl
om de mate van implementatie van de richtlijn te kunnen meten Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar bevatten expliciete, zo veel mogelijk op evidence gebaseerde aanbevelingen en inzichten waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief optimale zorg te verlenen Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gericht zijn op de ‘gemiddelde patiënt’, kunnen zorgverleners op basis van individuele patiëntkenmerken zo nodig afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de individuele patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk Een richtlijn kan worden gezien als een papieren weergave van een best practice Als van de richtlijn wordt afgeweken, is het raadzaam dit gedocumenteerd en Uiterlijk in ### bepaalt de opdrachtgever/verantwoordelijke instantie of de richtlijn nog actueel is Zo nodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien Als nieuwe ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, wordt er eerder met een herzieningstraject gestart <PERSOON> LJ, Chey WD, Foxx-Orenstein AE, Schiller LR, Schoenfeld PS, Spiegel BM et al <PERSOON> evidence-based position statement on the management of irritable bowel syndrome <PERSOON> bowel syndrome in adults diagnosis and management of irritable bowel syndrome in primary internationale literatuur wordt gesproken over Irritable Bowel Syndrome (IBS) De regelmatig gebruikte benamingen spastisch colon of spastische darm zijn minder geschikt omdat daarmee ten onrechte een specifieke oorzaak voor de aandoening wordt gesuggereerd Het syndroom wordt gekarakteriseerd door terugkerende episodes van buikpijn en veranderingen in het stoelgangpatroon Voorwaarde voor het stellen van de diagnose is dat andere aandoeningen redelijkerwijs uitgesloten zijn Bij vermoeden van coeliakie, een inflammatoire darmziekte of colorectale maligniteit is aanvullend onderzoek daarnaar dus aangewezen Ook bij oudere patiënten die voor het eerst klachten hebben zal aanvullend onderzoek nodig zijn In de specialistische praktijk wordt de diagnose vaak gesteld aan de hand van expert-based diagnostische criteria, zoals de <PERSOON> moeten recidiverende buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik* hebben gedurende minstens # dagen per maand in de afgelopen drie maanden, terwijl de klachten ten # Deze klachten moeten gepaard gaan met ten minste twee van de volgende criteria b De klachten zijn geassocieerd met een verandering in de frequentie van defecatie c De klachten zijn geassocieerd met een verandering in de consistentie van de ontlasting In de internationale literatuur maken veel auteurs een onderscheid in subtypen van PDS PDS met vooral obstipatie (PDS-C), PDS met vooral diarree (PDS-D) en mengvormen (PDS-Mixed type, In de huisartsenpraktijk worden soms minder stringente tijdscriteria gebruikt en spelen vooral de predominante klachten een rol bij het stellen van de diagnose Dat kan alleen als er geen reden is om aan andere aandoeningen te denken (coeliakie, inflammatoire darmziekte, colorectale maligniteit) en Patiënten met PDS hebben vaak ook klachten die niet van de darmen afkomstig zijn, zoals misselijkheid, dyspepsie, moeheid en dysurie Spreekuurbezoekers met PDS hebben in vergelijking tot niet-spreekuurbezoekers vaker last van angst, depressie en stress In psychologisch opzicht.
559
nvmdl
de diagnose is dat andere aandoeningen redelijkerwijs uitgesloten zijn Bij vermoeden van coeliakie, een inflammatoire darmziekte of colorectale maligniteit is aanvullend onderzoek daarnaar dus aangewezen Ook bij oudere patiënten die voor het eerst klachten hebben zal aanvullend onderzoek nodig zijn In de specialistische praktijk wordt de diagnose vaak gesteld aan de hand van expert-based diagnostische criteria, zoals de <PERSOON> moeten recidiverende buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik* hebben gedurende minstens # dagen per maand in de afgelopen drie maanden, terwijl de klachten ten # Deze klachten moeten gepaard gaan met ten minste twee van de volgende criteria b De klachten zijn geassocieerd met een verandering in de frequentie van defecatie c De klachten zijn geassocieerd met een verandering in de consistentie van de ontlasting In de internationale literatuur maken veel auteurs een onderscheid in subtypen van PDS PDS met vooral obstipatie (PDS-C), PDS met vooral diarree (PDS-D) en mengvormen (PDS-Mixed type, In de huisartsenpraktijk worden soms minder stringente tijdscriteria gebruikt en spelen vooral de predominante klachten een rol bij het stellen van de diagnose Dat kan alleen als er geen reden is om aan andere aandoeningen te denken (coeliakie, inflammatoire darmziekte, colorectale maligniteit) en Patiënten met PDS hebben vaak ook klachten die niet van de darmen afkomstig zijn, zoals misselijkheid, dyspepsie, moeheid en dysurie Spreekuurbezoekers met PDS hebben in vergelijking tot niet-spreekuurbezoekers vaker last van angst, depressie en stress In psychologisch opzicht darmaandoeningen Naarmate de patiënt angstiger is dat de klachten veroorzaakt worden door een lichamelijke afwijking, zal hij vaker het spreekuur bezoeken [NHG ###] PDS komt in de algemene Nederlandse bevolking voor bij ## tot ##% van de vrouwen en # tot ##% van de mannen Van alle mensen met klachten die passen bij PDS, zoekt ## tot ##% hulp Internationaal gezien heeft PDS een geschatte prevalentie van ## tot ##% bij vrouwen en # tot ##% bij mannen [Webb ###] Nederlandse morbiditeitsregistraties in de huisartsenpraktijk laten grote verschillen zien; de CMR cijfers voor de periode ### tot ### zijn als volgt incidentie voor mannen # tot # per ### per jaar en voor vrouwen # tot # per ### per jaar; prevalentie voor mannen # per ###, voor vrouwen ## per ### Het syndroom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, voornamelijk vanaf het ##e tot het ##e In <LOCATIE> wordt naar schatting ##% van de patiënten in de eerste lijn behandeld, in Engeland ligt dit percentage op ##% Ongeveer de helft van de patiënten die in de eerste lijn voor darmklachten worden gezien, hebben een somatisch onvoldoende verklaarde maagdarmstoornis, de meesten PDS PDS leidt regelmatig tot ernstig invaliderende klachten voor de patiënt, met bijvoorbeeld een hoger De symptomen van PDS lijken een fysiologische basis te hebben Een pathofysiologisch mechanisme is nooit aangetoond, hoewel een groot aantal hypothesen is onderzocht zoals perceptie, inductie door gastroenteritis, voedselallergie en psychogene oorzaken Momenteel wordt.
618
nvmdl
patiënt angstiger is dat de klachten veroorzaakt worden door een lichamelijke afwijking, zal hij vaker het spreekuur bezoeken [NHG ###] PDS komt in de algemene Nederlandse bevolking voor bij ## tot ##% van de vrouwen en # tot ##% van de mannen Van alle mensen met klachten die passen bij PDS, zoekt ## tot ##% hulp Internationaal gezien heeft PDS een geschatte prevalentie van ## tot ##% bij vrouwen en # tot ##% bij mannen [Webb ###] Nederlandse morbiditeitsregistraties in de huisartsenpraktijk laten grote verschillen zien; de CMR cijfers voor de periode ### tot ### zijn als volgt incidentie voor mannen # tot # per ### per jaar en voor vrouwen # tot # per ### per jaar; prevalentie voor mannen # per ###, voor vrouwen ## per ### Het syndroom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, voornamelijk vanaf het ##e tot het ##e In <LOCATIE> wordt naar schatting ##% van de patiënten in de eerste lijn behandeld, in Engeland ligt dit percentage op ##% Ongeveer de helft van de patiënten die in de eerste lijn voor darmklachten worden gezien, hebben een somatisch onvoldoende verklaarde maagdarmstoornis, de meesten PDS PDS leidt regelmatig tot ernstig invaliderende klachten voor de patiënt, met bijvoorbeeld een hoger De symptomen van PDS lijken een fysiologische basis te hebben Een pathofysiologisch mechanisme is nooit aangetoond, hoewel een groot aantal hypothesen is onderzocht zoals perceptie, inductie door gastroenteritis, voedselallergie en psychogene oorzaken Momenteel wordt De viscerale hypersensitiviteit kan bijvoorbeeld ontstaan na een heftige darminfectie <PERSOON> AJ Functional bowel symptoms in a general Dutch population and associations with common stimulants <PERSOON> pain and functional gastrointestinal disorders <PERSOON> ALM, Schers HJ Ziekten in de huisartspraktijk # ed <PERSOON> AG, Sawyer SM Hypnotherapy for treatment of irritable bowel syndrome Bij het diagnosticeren van een onvoldoende verklaarde aandoening zoals het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) houdt de huisarts rekening met de (kleine) kans op een specifieke risicofactoren), de aanwezigheid van comorbiditeit en psychosociale factoren Tot slot houdt de huisarts rekening met de behoefte van de patiënt aan diagnostische zekerheid, maar ook met zijn Een snel herkende diagnose en het uitspreken daarvan is een belangrijke eerste stap in de aanpak van PDS Omdat er geen biochemische markers zijn die PDS kunnen aantonen, hebben onderzoekers de afgelopen decennia geprobeerd om PDS te definiëren op basis van symptomen onttrokken aan epidemiologisch onderzoek Bij de anamnese bij patiënten met buikklachten uitgaande van het maagdarmkanaal, besteedt de huisarts in dat kader aandacht aan symptomen die passen bij PDS - aanvullende symptomen zoals obstipatie, diarree, winderigheid of dyspepsie; - ondersteunende symptomen zoals een onregelmatig ontlastingspatroon, meer klachten na eten en slijm bij de ontlasting, ondersteunen de diagnose PDS; - overige symptomen zoals moeheid, misselijkheid, rugpijn en blaasproblemen komen frequent.
596
nvmdl
heftige darminfectie <PERSOON> AJ Functional bowel symptoms in a general Dutch population and associations with common stimulants <PERSOON> pain and functional gastrointestinal disorders <PERSOON> ALM, Schers HJ Ziekten in de huisartspraktijk # ed <PERSOON> AG, Sawyer SM Hypnotherapy for treatment of irritable bowel syndrome Bij het diagnosticeren van een onvoldoende verklaarde aandoening zoals het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) houdt de huisarts rekening met de (kleine) kans op een specifieke risicofactoren), de aanwezigheid van comorbiditeit en psychosociale factoren Tot slot houdt de huisarts rekening met de behoefte van de patiënt aan diagnostische zekerheid, maar ook met zijn Een snel herkende diagnose en het uitspreken daarvan is een belangrijke eerste stap in de aanpak van PDS Omdat er geen biochemische markers zijn die PDS kunnen aantonen, hebben onderzoekers de afgelopen decennia geprobeerd om PDS te definiëren op basis van symptomen onttrokken aan epidemiologisch onderzoek Bij de anamnese bij patiënten met buikklachten uitgaande van het maagdarmkanaal, besteedt de huisarts in dat kader aandacht aan symptomen die passen bij PDS - aanvullende symptomen zoals obstipatie, diarree, winderigheid of dyspepsie; - ondersteunende symptomen zoals een onregelmatig ontlastingspatroon, meer klachten na eten en slijm bij de ontlasting, ondersteunen de diagnose PDS; - overige symptomen zoals moeheid, misselijkheid, rugpijn en blaasproblemen komen frequent PDS komt voornamelijk voor tussen het ##e en ##e levensjaar Vrouwen hebben vaker PDS en er zijn familiepatronen van PDS door generaties heen te herkennen Een frequent consultatiepatroon, een recent ingrijpende gebeurtenis in het leven van de patiënt, een verhoogde prevalentie van somatische en psychiatrische comorbiditeit en een voorgeschiedenis met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) maken de diagnose PDS waarschijnlijker De huisarts besteedt in de anamnese bij patiënten met buikklachten die kunnen passen bij PDS aandacht aan niet-pluissymptomen en risicofactoren die de kans op aanwezigheid van een organische rectaal bloedverlies (bloed vermengd met ontlasting en/of niet te verklaren door bijvoorbeeld hemorroïden/fissuren of medicatiegebruik (vooral de combinatie van verschillende bloedverdunners of een bloedverdunner met een NSAID)) een verandering in de stoelgang naar een dunnere consistentie en/of meer frequente ontlasting (# maal of vaker per dag) onbedoeld en onverklaard gewichtsverlies (meer dan #% in # maand, of meer dan ##% in # maanden) afwijkingen bij lichamelijk onderzoek peri-anale afwijkingen; abnormale weerstand in abdomen, rectum of bekken (begin van de klachten bij een) leeftijd ) <LEEFTIJD> jaar een eerstegraadsfamilielid met een inflammatoire darmziekte (inflammatory bowel disease (IBD)), coeliakie, Bij een eerste presentatie van de klachten verricht de huisarts altijd lichamelijk onderzoek De huisarts inspecteert, ausculteert en palpeert de buik Bij de aanwezigheid van een niet-pluissymptoom of een risicofactor verricht de huisarts ook een rectaal toucher en/of vaginaal toucher Bevindingen bij lichamelijk onderzoek maken geen onderdeel uit van de diagnostische PDS-criteria.
549
nvmdl
PDS komt voornamelijk voor tussen het ##e en ##e levensjaar Vrouwen hebben vaker PDS en er zijn familiepatronen van PDS door generaties heen te herkennen Een frequent consultatiepatroon, een recent ingrijpende gebeurtenis in het leven van de patiënt, een verhoogde prevalentie van somatische en psychiatrische comorbiditeit en een voorgeschiedenis met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) maken de diagnose PDS waarschijnlijker De huisarts besteedt in de anamnese bij patiënten met buikklachten die kunnen passen bij PDS aandacht aan niet-pluissymptomen en risicofactoren die de kans op aanwezigheid van een organische rectaal bloedverlies (bloed vermengd met ontlasting en/of niet te verklaren door bijvoorbeeld hemorroïden/fissuren of medicatiegebruik (vooral de combinatie van verschillende bloedverdunners of een bloedverdunner met een NSAID)) een verandering in de stoelgang naar een dunnere consistentie en/of meer frequente ontlasting (# maal of vaker per dag) onbedoeld en onverklaard gewichtsverlies (meer dan #% in # maand, of meer dan ##% in # maanden) afwijkingen bij lichamelijk onderzoek peri-anale afwijkingen; abnormale weerstand in abdomen, rectum of bekken (begin van de klachten bij een) leeftijd ) <LEEFTIJD> jaar een eerstegraadsfamilielid met een inflammatoire darmziekte (inflammatory bowel disease (IBD)), coeliakie, Bij een eerste presentatie van de klachten verricht de huisarts altijd lichamelijk onderzoek De huisarts inspecteert, ausculteert en palpeert de buik Bij de aanwezigheid van een niet-pluissymptoom of een risicofactor verricht de huisarts ook een rectaal toucher en/of vaginaal toucher Bevindingen bij lichamelijk onderzoek maken geen onderdeel uit van de diagnostische PDS-criteria De sensitiviteit en specificiteit van de aanwezigheid van de afzonderlijke niet-pluissymptomen en risicofactoren als ‘test’ voor de aanwezigheid van een organische oorzaak, is echter laag De huisarts schat met behulp van een drietal oriënterende vragen het risico op een onevenwichtig eetpatroon ten gevolge van het vermijden van voedingsmiddelen in - Hebben de PDS-klachten in de beleving van de patiënt een relatie met bepaalde - Vermijdt de patiënt om die reden bepaalde voedingsmiddelen? - Volgt de patiënt een bepaald ‘dieet’ en welke voedingsmiddelen worden bij dat dieet uit de De huisarts overweegt de diagnose PDS bij patiënten met buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik en een veranderde stoelgang met vermindering van pijnklachten na de ontlasting of associatie van klachten met een veranderde ontlastingsfrequentie/-consistentie De diagnose PDS mag gesteld worden als voldaan wordt aan de <PERSOON> III-criteria c De klachten zijn geassocieerd met een verandering in de consistentie van deontlasting predominante klachten een rol bij het stellen van de diagnose Dit kan alleen als er geen reden is om aan andere aandoeningen te denken (coeliakie, inflammatoire darmziekte, colorectale maligniteit) en als de patient jonger is dan <LEEFTIJD> jaar In de eerste lijn is immers ook bij korter bestaande klachten de voorafkans op niet-organische aandoeningen (zoals PDS) veel groter dan op een organische aandoening De huisarts overweegt een organische aandoening bij de aanwezigheid van een of meer De meeste huisartsen gaan ervan uit dat de diagnose PDS op positieve gronden gesteld kan worden Alleen bij niet-pluissymptomen of risicofactoren vragen zij daarom zelf aanvullend onderzoek aan of.
598
nvmdl
niet-pluissymptomen en risicofactoren als ‘test’ voor de aanwezigheid van een organische oorzaak, is echter laag De huisarts schat met behulp van een drietal oriënterende vragen het risico op een onevenwichtig eetpatroon ten gevolge van het vermijden van voedingsmiddelen in - Hebben de PDS-klachten in de beleving van de patiënt een relatie met bepaalde - Vermijdt de patiënt om die reden bepaalde voedingsmiddelen? - Volgt de patiënt een bepaald ‘dieet’ en welke voedingsmiddelen worden bij dat dieet uit de De huisarts overweegt de diagnose PDS bij patiënten met buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik en een veranderde stoelgang met vermindering van pijnklachten na de ontlasting of associatie van klachten met een veranderde ontlastingsfrequentie/-consistentie De diagnose PDS mag gesteld worden als voldaan wordt aan de <PERSOON> III-criteria c De klachten zijn geassocieerd met een verandering in de consistentie van deontlasting predominante klachten een rol bij het stellen van de diagnose Dit kan alleen als er geen reden is om aan andere aandoeningen te denken (coeliakie, inflammatoire darmziekte, colorectale maligniteit) en als de patient jonger is dan <LEEFTIJD> jaar In de eerste lijn is immers ook bij korter bestaande klachten de voorafkans op niet-organische aandoeningen (zoals PDS) veel groter dan op een organische aandoening De huisarts overweegt een organische aandoening bij de aanwezigheid van een of meer De meeste huisartsen gaan ervan uit dat de diagnose PDS op positieve gronden gesteld kan worden Alleen bij niet-pluissymptomen of risicofactoren vragen zij daarom zelf aanvullend onderzoek aan of Van de patiënten verwacht ##% aanvullend onderzoek of een verwijzing naar de specialist In de dagelijkse praktijk wordt bij ##% van de patiënten met PDS Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS zonder niet-pluissymptomen of risicofactoren is Aanvullend onderzoek naar coeliakie dient, vanwege de verhoogde prevalentie van coeliakie onder patiënten met PDS, plaats te vinden bij alle patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS-D (PDS met diarree op de voorgrond) of <PERSOON> type PDS met diarree afgewisseld door obstipatie), alsmede bij patiënten met een eerstegraadsfamilielid met coeliakie Conform de NHG-Standaard Acute diarree dient ook onderzoek op parasieten plaats te vinden bij patiënten met langer dan ## dagen Als de huisarts op grond van de aanwezigheid van één of meer niet-pluissymptomen of risicofactoren (zie tabel #) de kans op een andere belangrijke somatische aandoening (IBD, coeliakie, maligniteiten) redelijk hoog inschat, is dat een reden om te verwijzen naar de tweede lijn voor aanvullende Eventueel kan het resultaat van laboratoriumdiagnostiek (bloedbeeld inclusief MCV, CRP of BSE) de Echografie, schildklierfunctietests, tests op fecaal occult bloed en tests voor het aantonen van lactoseintolerantie hebben in de eerste lijn geen diagnostische meerwaarde bij het differentiëren tussen PDS Verschillen tussen de verwachtingen van de patiënt en de aanpak van de huisarts kunnen een optimale behandeling in de weg staan Het is daarvoor van belang dat de arts vraagt wat de patiënt verwacht en dat de patiënt zijn vragen en zorgen uitspreekt Duidelijk zijn over de diagnose, een open.
590
nvmdl
Van de patiënten verwacht ##% aanvullend onderzoek of een verwijzing naar de specialist In de dagelijkse praktijk wordt bij ##% van de patiënten met PDS Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS zonder niet-pluissymptomen of risicofactoren is Aanvullend onderzoek naar coeliakie dient, vanwege de verhoogde prevalentie van coeliakie onder patiënten met PDS, plaats te vinden bij alle patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS-D (PDS met diarree op de voorgrond) of <PERSOON> type PDS met diarree afgewisseld door obstipatie), alsmede bij patiënten met een eerstegraadsfamilielid met coeliakie Conform de NHG-Standaard Acute diarree dient ook onderzoek op parasieten plaats te vinden bij patiënten met langer dan ## dagen Als de huisarts op grond van de aanwezigheid van één of meer niet-pluissymptomen of risicofactoren (zie tabel #) de kans op een andere belangrijke somatische aandoening (IBD, coeliakie, maligniteiten) redelijk hoog inschat, is dat een reden om te verwijzen naar de tweede lijn voor aanvullende Eventueel kan het resultaat van laboratoriumdiagnostiek (bloedbeeld inclusief MCV, CRP of BSE) de Echografie, schildklierfunctietests, tests op fecaal occult bloed en tests voor het aantonen van lactoseintolerantie hebben in de eerste lijn geen diagnostische meerwaarde bij het differentiëren tussen PDS Verschillen tussen de verwachtingen van de patiënt en de aanpak van de huisarts kunnen een optimale behandeling in de weg staan Het is daarvoor van belang dat de arts vraagt wat de patiënt verwacht en dat de patiënt zijn vragen en zorgen uitspreekt Duidelijk zijn over de diagnose, een open Aandacht voor culturele en etnische achtergronden en aandacht voor communicatie met patiënten die beperkt Nederlands spreken (bijvoorbeeld door het geven van voorlichting met hulp van een zorgconsulent die de taal van de patiënt spreekt) of patiënten die cognitieve beperkingen of gedragsproblemen hebben, is van belang Deze factoren kunnen een effectieve gespreksvoering tijdens Ten aanzien van de diagnostiek is uit de literatuur gebleken dat het voor patiënten vaak onduidelijk is op welke diagnostiek behandelend artsen de diagnose PDS uiteindelijk baseren Patiënten focussen bij het beschrijven van het verloop van het diagnostisch traject vaak op het al dan niet hebben plaatsgevonden van aanvullend onderzoek (met name endoscopie) [Casiday ###] De wens tot nadere diagnostiek blijkt ook uit een Nederlands onderzoek, waarbij ##% van de deelnemers aangaf nadere diagnostiek te wensen [<PERSOON> ###] In een Amerikaans onderzoek vond ##% van de patiënten dat een coloscopie nuttig bij het stellen van de diagnose PDS [Lacy ###] Uit een in het kader van deze richtlijn gehouden enquête onder Nederlandse patiënten die lid zijn van de PDS Belangenvereniging bleek dat slechts eenderde van de respondenten tevreden is met het diagnostisch traject [<PERSOON> ###] Van de patiënten is ##% niet tevreden met het aantal onderzoeken dat zij ondergingen, ##% van de patiënten voelt zich tijdens het diagnostisch traject niet serieus genomen en nog eens ##% had vaker met de behandelend arts willen overleggen Een in aanvulling op de enquête gehouden focusgroep met patiënten bevestigt dit beeld Hier bleek.
605
nvmdl
etnische achtergronden en aandacht voor communicatie met patiënten die beperkt Nederlands spreken (bijvoorbeeld door het geven van voorlichting met hulp van een zorgconsulent die de taal van de patiënt spreekt) of patiënten die cognitieve beperkingen of gedragsproblemen hebben, is van belang Deze factoren kunnen een effectieve gespreksvoering tijdens Ten aanzien van de diagnostiek is uit de literatuur gebleken dat het voor patiënten vaak onduidelijk is op welke diagnostiek behandelend artsen de diagnose PDS uiteindelijk baseren Patiënten focussen bij het beschrijven van het verloop van het diagnostisch traject vaak op het al dan niet hebben plaatsgevonden van aanvullend onderzoek (met name endoscopie) [Casiday ###] De wens tot nadere diagnostiek blijkt ook uit een Nederlands onderzoek, waarbij ##% van de deelnemers aangaf nadere diagnostiek te wensen [<PERSOON> ###] In een Amerikaans onderzoek vond ##% van de patiënten dat een coloscopie nuttig bij het stellen van de diagnose PDS [Lacy ###] Uit een in het kader van deze richtlijn gehouden enquête onder Nederlandse patiënten die lid zijn van de PDS Belangenvereniging bleek dat slechts eenderde van de respondenten tevreden is met het diagnostisch traject [<PERSOON> ###] Van de patiënten is ##% niet tevreden met het aantal onderzoeken dat zij ondergingen, ##% van de patiënten voelt zich tijdens het diagnostisch traject niet serieus genomen en nog eens ##% had vaker met de behandelend arts willen overleggen Een in aanvulling op de enquête gehouden focusgroep met patiënten bevestigt dit beeld Hier bleek gemakkelijk gesteld wordt De diagnose werd ervaren als een ‘restcategorie’ en gaf een soort Kennelijk stelt een aanzienlijk deel van de patiënten prijs op een uitgebreider diagnostisch traject Deze wens lijkt haaks te staan op het streven van artsen om bij de diagnostiek van PDS af te gaan op symptomen en eenvoudig lichamelijk onderzoek en het aanvullend onderzoek te beperken tot die patiënten die niet-pluissymptomen of risicofactoren hebben In het licht van deze discrepantie is het van belang de te volgen diagnostische procedure en de mogelijke risico’s van eventueel endoscopisch onderzoek met de patiënt te bespreken Ook is het van belang aan de patiënt uit te leggen waarom er bij het ontbreken van niet-pluissymptomen of risicofactoren geen meerwaarde van uitgebreid De huisarts overweegt de diagnose PDS bij patiënten met buikpijn/ongemak en een veranderde stoelgang met vermindering van pijnklachten na de ontlasting of associatie met een veranderde De huisarts inspecteert, ausculteert en palpeert de buik en verricht op indicatie rectaal en/of vaginaal De huisarts vraagt aanvullend onderzoek naar coeliakie aan bij alle patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS-D (PDS met diarree op de voorgrond) of <PERSOON> type; PDS met diarree afgewisseld door obstipatie), alsmede bij patiënten met een eerstegraadsfamilielid met coeliakie De huisarts vraagt onderzoek van de feces op parasieten aan bij patiënten met langer dan ## dagen Als de huisarts op grond van de aanwezigheid van één of meerdere niet-pluissymptomen of risicofactoren de kans op een belangrijke somatische aandoening redelijk hoog inschat, is dat een reden om te verwijzen naar de tweede lijn voor aanvullende diagnostiek.
599
nvmdl
en gaf een soort Kennelijk stelt een aanzienlijk deel van de patiënten prijs op een uitgebreider diagnostisch traject Deze wens lijkt haaks te staan op het streven van artsen om bij de diagnostiek van PDS af te gaan op symptomen en eenvoudig lichamelijk onderzoek en het aanvullend onderzoek te beperken tot die patiënten die niet-pluissymptomen of risicofactoren hebben In het licht van deze discrepantie is het van belang de te volgen diagnostische procedure en de mogelijke risico’s van eventueel endoscopisch onderzoek met de patiënt te bespreken Ook is het van belang aan de patiënt uit te leggen waarom er bij het ontbreken van niet-pluissymptomen of risicofactoren geen meerwaarde van uitgebreid De huisarts overweegt de diagnose PDS bij patiënten met buikpijn/ongemak en een veranderde stoelgang met vermindering van pijnklachten na de ontlasting of associatie met een veranderde De huisarts inspecteert, ausculteert en palpeert de buik en verricht op indicatie rectaal en/of vaginaal De huisarts vraagt aanvullend onderzoek naar coeliakie aan bij alle patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS-D (PDS met diarree op de voorgrond) of <PERSOON> type; PDS met diarree afgewisseld door obstipatie), alsmede bij patiënten met een eerstegraadsfamilielid met coeliakie De huisarts vraagt onderzoek van de feces op parasieten aan bij patiënten met langer dan ## dagen Als de huisarts op grond van de aanwezigheid van één of meerdere niet-pluissymptomen of risicofactoren de kans op een belangrijke somatische aandoening redelijk hoog inschat, is dat een reden om te verwijzen naar de tweede lijn voor aanvullende diagnostiek tabel #) aanvullend laboratoriumonderzoek te doen, bestaat dit uit het bloedbeeld (ten minste Hb en Bespreek de te volgen diagnostische procedure en mogelijke risico’s daarvan duidelijk met de patiënt en bespreek waarom er bij het ontbreken van niet-pluissymptomen en risicofactoren geen meerwaarde De huisarts stelt aan de hand van een drietal oriënterende vragen vast of er sprake is van een verhoogd risico op een onevenwichtig eetpatroon en verwijst in dat geval, of bij behoefte aan een individueel advies op maat voor de patiënt, door naar de diëtist # Welke criteria voor PDS moeten worden gehanteerd in de eerste lijn? # Welk lichamelijk onderzoek is zinvol voor patiënten met een vermoeden van PDS? # Welk aanvullend onderzoek is zinvol bij patiënten met een vermoeden van PDS? a Wat is de voorafkans op gastro-intestinale aandoeningen van patiënten die voldoen aan de b Wat zijn de aanbevelingen voor aanvullend onderzoek in verwante richtlijnen? c Wat zijn de niet-pluissymptomen en risicofactoren die bij de diagnostiek van PDS moeten d Wat is de kosteneffectiviteit en de budgetimpact van screenen op coeliakie bij patiënten met De Manning-criteria uit ### gaan uit van buikpijn, afwijkend ontlastingspatroon met slijm in de ontlasting en opgeblazen gevoel als de belangrijkste symptomen van PDS [Manning ###] Een internationale werkgroep van gastro-enterologen, psychiaters en andere deskundigen heeft diagnostische criteria voor PDS en andere functionele gastro-enterologische aandoeningen ontwikkeld Deze zogenaamde <PERSOON>-criteria werden voor het eerst opgesteld in ### (<PERSOON> I) en gereviseerd in.
583
nvmdl
aanvullend laboratoriumonderzoek te doen, bestaat dit uit het bloedbeeld (ten minste Hb en Bespreek de te volgen diagnostische procedure en mogelijke risico’s daarvan duidelijk met de patiënt en bespreek waarom er bij het ontbreken van niet-pluissymptomen en risicofactoren geen meerwaarde De huisarts stelt aan de hand van een drietal oriënterende vragen vast of er sprake is van een verhoogd risico op een onevenwichtig eetpatroon en verwijst in dat geval, of bij behoefte aan een individueel advies op maat voor de patiënt, door naar de diëtist # Welke criteria voor PDS moeten worden gehanteerd in de eerste lijn? # Welk lichamelijk onderzoek is zinvol voor patiënten met een vermoeden van PDS? # Welk aanvullend onderzoek is zinvol bij patiënten met een vermoeden van PDS? a Wat is de voorafkans op gastro-intestinale aandoeningen van patiënten die voldoen aan de b Wat zijn de aanbevelingen voor aanvullend onderzoek in verwante richtlijnen? c Wat zijn de niet-pluissymptomen en risicofactoren die bij de diagnostiek van PDS moeten d Wat is de kosteneffectiviteit en de budgetimpact van screenen op coeliakie bij patiënten met De Manning-criteria uit ### gaan uit van buikpijn, afwijkend ontlastingspatroon met slijm in de ontlasting en opgeblazen gevoel als de belangrijkste symptomen van PDS [Manning ###] Een internationale werkgroep van gastro-enterologen, psychiaters en andere deskundigen heeft diagnostische criteria voor PDS en andere functionele gastro-enterologische aandoeningen ontwikkeld Deze zogenaamde <PERSOON>-criteria werden voor het eerst opgesteld in ### (<PERSOON> I) en gereviseerd in minste zes maanden vóór de diagnose zijn begonnen Een nadeel van deze criteria is dat ze ontworpen zijn voor tweedelijnsonderzoek De meeste huisartsen Prikkelbaredarmsyndroom uit ###, waarbij PDS wordt gedefinieerd als een chronische gastrointestinale aandoening die zich kenmerkt door intermitterende of continue buikpijn met daarbij één of meer van de volgende klachten of bevindingen een opgeblazen gevoel in de buik, een wisselend ontlastingspatroon, slijm zonder bloedbijmenging in de ontlasting, flatulentie en/of bij palpatie een drukpijnlijk colon [NHG ###] PDS heeft een sterk wisselend beloop in de tijd Sommige mensen met PDS hebben langdurige (vrijwel) klachtenvrije periodes, terwijl anderen voortdurend hinder van de PDS-klachten ervaren Ook wisselt de intensiteit van de klachten sterk van persoon tot persoon De criteria van PDS in de NHG-Standaard hebben een sterke overeenkomst met de Manning-criteria en lijken eveneens sterk op de <PERSOON> III-criteria Het diagnostisch onderscheidend vermogen van diverse scoringssystemen voor PDS waarin anamnestische vragen zijn opgenomen, is onderzocht Voor de Manning-criteria, die bestaan uit anamnestische vragen, blijkt dat onderscheidend vermogen niet erg groot De kans op een onderliggende organische aandoening (colitis, kanker) in geval van een positieve test (passend bij PDS) varieert in onderzoek van #,## tot #,##, de kans op een onderliggende organische aandoening bij een negatieve test (dus geen PDS) varieert van #,## tot #,## Voor het <PERSOON>-scoringssysteem, dat ook elementen van lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek bevat, is een vergelijkbare spreiding vastgesteld De kans op een onderliggende organische aandoening bij.
605
nvmdl
Een nadeel van deze criteria is dat ze ontworpen zijn voor tweedelijnsonderzoek De meeste huisartsen Prikkelbaredarmsyndroom uit ###, waarbij PDS wordt gedefinieerd als een chronische gastrointestinale aandoening die zich kenmerkt door intermitterende of continue buikpijn met daarbij één of meer van de volgende klachten of bevindingen een opgeblazen gevoel in de buik, een wisselend ontlastingspatroon, slijm zonder bloedbijmenging in de ontlasting, flatulentie en/of bij palpatie een drukpijnlijk colon [NHG ###] PDS heeft een sterk wisselend beloop in de tijd Sommige mensen met PDS hebben langdurige (vrijwel) klachtenvrije periodes, terwijl anderen voortdurend hinder van de PDS-klachten ervaren Ook wisselt de intensiteit van de klachten sterk van persoon tot persoon De criteria van PDS in de NHG-Standaard hebben een sterke overeenkomst met de Manning-criteria en lijken eveneens sterk op de <PERSOON> III-criteria Het diagnostisch onderscheidend vermogen van diverse scoringssystemen voor PDS waarin anamnestische vragen zijn opgenomen, is onderzocht Voor de Manning-criteria, die bestaan uit anamnestische vragen, blijkt dat onderscheidend vermogen niet erg groot De kans op een onderliggende organische aandoening (colitis, kanker) in geval van een positieve test (passend bij PDS) varieert in onderzoek van #,## tot #,##, de kans op een onderliggende organische aandoening bij een negatieve test (dus geen PDS) varieert van #,## tot #,## Voor het <PERSOON>-scoringssysteem, dat ook elementen van lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek bevat, is een vergelijkbare spreiding vastgesteld De kans op een onderliggende organische aandoening bij onderliggende organische aandoening bij een negatieve test (dus geen PDS) varieert van #,## tot #,## Ook voor de <PERSOON> I- en II-criteria is een dergelijke exercitie uitgevoerd, waarbij de cijfers op vergelijkbare wijze uiteen lopen Ook de diagnostische waarde van een aantal individuele anamnestische items (ontlastingsfrequentie, onvolledige ontlediging, slijm, uitgezette buik, etc ) is onderzocht in twee onderzoeken De sensitiviteit en specificiteit zijn echter laag [<PERSOON> ###] Het gegeven dat huisartsen geen strikte tijdslijn gebruiken, lijkt één van de belangrijkste verschillen tussen het diagnostische proces in de praktijk en zoals dat is gesuggereerd door de <PERSOON>-groep Waar de <PERSOON> III-criteria vereisen dat de klachten ten minste zes maanden vóór de diagnose zijn begonnen diagnosticeren huisartsen PDS bij patiënten met een veel kortere ziektegeschiedenis In de eerste lijn is immers ook bij korter bestaande klachten de voorafkans op een niet-organische aandoening (zoals PDS) veel groter dan op een wel-organische aandoening Recentelijk verschenen richtlijnen gaan uit van een in de huisartsenpraktijk toepasbare definitie van PDS inclusief buikpijn of ongemak, opgeblazen gevoel en verandering in het ontlastingpatroon gedurende minimaal vier weken [<PERSOON> ###] De <PERSOON>-criteria zijn tot op heden echter het meest uitgebreid onderzocht Om pragmatische redenen heeft de werkgroep daarom in deze richtlijn de <PERSOON> III-criteria overgenomen In de huisartsenpraktijk worden soms minder stringente tijdscriteria gebruikt en spelen vooral de predominante klachten een rol bij het stellen van de diagnose Verder onderzoek is nodig om de nieuwe <PERSOON> III-criteria in de eerste lijn te valideren Er is matig sterk bewijs dat huisartsen op basis van symptoom-gebaseerde PDS-criteria alléén, niet.
634
nvmdl
tot #,## Ook voor de <PERSOON> I- en II-criteria is een dergelijke exercitie uitgevoerd, waarbij de cijfers op vergelijkbare wijze uiteen lopen Ook de diagnostische waarde van een aantal individuele anamnestische items (ontlastingsfrequentie, onvolledige ontlediging, slijm, uitgezette buik, etc ) is onderzocht in twee onderzoeken De sensitiviteit en specificiteit zijn echter laag [<PERSOON> ###] Het gegeven dat huisartsen geen strikte tijdslijn gebruiken, lijkt één van de belangrijkste verschillen tussen het diagnostische proces in de praktijk en zoals dat is gesuggereerd door de <PERSOON>-groep Waar de <PERSOON> III-criteria vereisen dat de klachten ten minste zes maanden vóór de diagnose zijn begonnen diagnosticeren huisartsen PDS bij patiënten met een veel kortere ziektegeschiedenis In de eerste lijn is immers ook bij korter bestaande klachten de voorafkans op een niet-organische aandoening (zoals PDS) veel groter dan op een wel-organische aandoening Recentelijk verschenen richtlijnen gaan uit van een in de huisartsenpraktijk toepasbare definitie van PDS inclusief buikpijn of ongemak, opgeblazen gevoel en verandering in het ontlastingpatroon gedurende minimaal vier weken [<PERSOON> ###] De <PERSOON>-criteria zijn tot op heden echter het meest uitgebreid onderzocht Om pragmatische redenen heeft de werkgroep daarom in deze richtlijn de <PERSOON> III-criteria overgenomen In de huisartsenpraktijk worden soms minder stringente tijdscriteria gebruikt en spelen vooral de predominante klachten een rol bij het stellen van de diagnose Verder onderzoek is nodig om de nieuwe <PERSOON> III-criteria in de eerste lijn te valideren Er is matig sterk bewijs dat huisartsen op basis van symptoom-gebaseerde PDS-criteria alléén, niet Vanwege de lage voorafkans op een onderliggende organische aandoening bij patiënten met PDS-klachten in de eerste lijn, kan de diagnose PDS op basis van de besproken symptomen desondanks redelijkerwijs gesteld worden bij # Welk lichamelijk onderzoek is zinvol bij patiënten met vermoeden van PDS? De NICE-richtlijn vermeldt dat een palpabele zwelling in de buik of in het rectum reden is voor een verwijzing Daaruit valt af te leiden dat palpatie van buik en rectaal toucher onderdeel zouden moeten uitmaken van de diagnostiek, maar het is niet duidelijk of dat bij elke patiënt – ongeacht leeftijd, systematische review van de accuratesse van diagnostische PDS-criteria is hierover ook geen bruikbaar onderzoek gevonden [<PERSOON>-Standaard van ### staat dat inspectie, auscultatie en palpatie van de buik bij iedereen zou moeten plaatsvinden, en dat rectaal en vaginaal toucher alleen aangewezen zijn als de anamnese of de leeftijd van de patiënt daar aanleiding toe geeft Inspectie, auscultatie en palpatie van de buik zou bij iedereen met bij PDS passende klachten moeten plaatsvinden, om (zeldzame) afwijkingen van de interne organen of aorta op te sporen Rectaal en vaginaal toucher zijn alleen aangewezen als de anamnese of de leeftijd van de patiënt daar aanleiding Er is geen onderzoek bekend naar de diagnostische waarde van lichamelijk onderzoek voor het stellen # Welk aanvullend onderzoek is zinvol bij patiënten met vermoeden van PDS? Aanvullende diagnostiek wordt verricht om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten bij patiënten met symptomen van PDS.
595
nvmdl
Vanwege de lage voorafkans op een onderliggende organische aandoening bij patiënten met PDS-klachten in de eerste lijn, kan de diagnose PDS op basis van de besproken symptomen desondanks redelijkerwijs gesteld worden bij # Welk lichamelijk onderzoek is zinvol bij patiënten met vermoeden van PDS? De NICE-richtlijn vermeldt dat een palpabele zwelling in de buik of in het rectum reden is voor een verwijzing Daaruit valt af te leiden dat palpatie van buik en rectaal toucher onderdeel zouden moeten uitmaken van de diagnostiek, maar het is niet duidelijk of dat bij elke patiënt – ongeacht leeftijd, systematische review van de accuratesse van diagnostische PDS-criteria is hierover ook geen bruikbaar onderzoek gevonden [<PERSOON>-Standaard van ### staat dat inspectie, auscultatie en palpatie van de buik bij iedereen zou moeten plaatsvinden, en dat rectaal en vaginaal toucher alleen aangewezen zijn als de anamnese of de leeftijd van de patiënt daar aanleiding toe geeft Inspectie, auscultatie en palpatie van de buik zou bij iedereen met bij PDS passende klachten moeten plaatsvinden, om (zeldzame) afwijkingen van de interne organen of aorta op te sporen Rectaal en vaginaal toucher zijn alleen aangewezen als de anamnese of de leeftijd van de patiënt daar aanleiding Er is geen onderzoek bekend naar de diagnostische waarde van lichamelijk onderzoek voor het stellen # Welk aanvullend onderzoek is zinvol bij patiënten met vermoeden van PDS? Aanvullende diagnostiek wordt verricht om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten bij patiënten met symptomen van PDS aanvullend onderzoek is er bewijs nodig dat a) een aandoening vaker voorkomt bij mensen met klachten van PDS dan bij mensen zonder klachten en b) dat een test de aandoening voldoende accuraat kan aantonen Daarbij is het van belang om te weten of c) de aanwezigheid van niet-pluissymptomen of risicofactoren de kans op een andere aandoening verhoogt In de aanbevelingen voor aanvullende diagnostiek is het zinvol om aan te sluiten op bestaande richtlijnen voor diagnostiek bij alternatieve diagnoses In deze richtlijnen is gekeken welke niet-pluissymptomen en risicofactoren de kans op andere aandoeningen verhogen en is gezocht naar bewijs voor de accuraatheid van de testen #a Wat is de voorafkans op gastro-intestinale aandoeningen van patiënten die voldoen aan de In de NICE-richtlijn wordt de vraag gesteld wat onderzoek bij patiënten met een recente diagnose PDS opbrengt aan onderliggende pathologie Er werd één systematische review gevonden van zes diagnostische onderzoeken [Cash ###] en twee onderzoeken gepubliceerd na deze review [<PERSOON> ###, Pimentel ###] Een aanvullende zoekopdracht tot september ### leverde geen nieuw onderzoek op Elk van de acht geïncludeerde onderzoeken gebruikte verschillende inclusiecriteria In de acht onderzoeken is gekeken welke testen zijn uitgevoerd en wat de opbrengst van die testen was Een positieve testuitslag moest gerelateerd zijn aan een duidelijke diagnose die als de oorzaak van de klacht kon worden beschouwd Voor lactose-intolerantie, coeliakie en parasieten aangetoond in feces, werd toegevoegd dat de diagnose moest worden bevestigd door een verbetering van de klachten na behandeling.
569
nvmdl
bewijs nodig dat a) een aandoening vaker voorkomt bij mensen met klachten van PDS dan bij mensen zonder klachten en b) dat een test de aandoening voldoende accuraat kan aantonen Daarbij is het van belang om te weten of c) de aanwezigheid van niet-pluissymptomen of risicofactoren de kans op een andere aandoening verhoogt In de aanbevelingen voor aanvullende diagnostiek is het zinvol om aan te sluiten op bestaande richtlijnen voor diagnostiek bij alternatieve diagnoses In deze richtlijnen is gekeken welke niet-pluissymptomen en risicofactoren de kans op andere aandoeningen verhogen en is gezocht naar bewijs voor de accuraatheid van de testen #a Wat is de voorafkans op gastro-intestinale aandoeningen van patiënten die voldoen aan de In de NICE-richtlijn wordt de vraag gesteld wat onderzoek bij patiënten met een recente diagnose PDS opbrengt aan onderliggende pathologie Er werd één systematische review gevonden van zes diagnostische onderzoeken [Cash ###] en twee onderzoeken gepubliceerd na deze review [<PERSOON> ###, Pimentel ###] Een aanvullende zoekopdracht tot september ### leverde geen nieuw onderzoek op Elk van de acht geïncludeerde onderzoeken gebruikte verschillende inclusiecriteria In de acht onderzoeken is gekeken welke testen zijn uitgevoerd en wat de opbrengst van die testen was Een positieve testuitslag moest gerelateerd zijn aan een duidelijke diagnose die als de oorzaak van de klacht kon worden beschouwd Voor lactose-intolerantie, coeliakie en parasieten aangetoond in feces, werd toegevoegd dat de diagnose moest worden bevestigd door een verbetering van de klachten na behandeling werd gekeken naar de opbrengst van coloscopie Van de ### patiënten met PDS werd bij vier (#,#%) patiënten IBD gediagnostiseerd, en bij één patiënt (#,#%) een colorectaal carcinoom In twee onderzoeken werd de opbrengst van testen op lactose-intolerantie onderzocht [Hamm ###, Tolliver ###] Bij ### van de ### (##%) [Hamm ###] en ## van de ### (##,#%) [Tolliver ###] patiënten met PDS werd de diagnose lactose-intolerantie gesteld In één onderzoek kon naar de opbrengst van onderzoek naar de schildklierfunctie worden gekeken [Hamm ###] Bij ### patiënten met IBS werd TSH en T# bepaald Bij #% werd een hypothyreoïdie gevonden en bij #% een hyperthyreoïdie In twee onderzoeken werd gekeken naar de opbrengst van faecaal onderzoek naar parasieten [Hamm ###, Tolliver ###] Van de ### geteste patiënten werd bij ## (#,#%) een parasiet gevonden Geen van deze parasieten waren pathogeen In # onderzoeken werd gescreend op coeliakie (IgA/IgG antigliadine en EMA) [<PERSOON> ###, <PERSOON> ###] Bij ## van de ### geteste patiënten met PDS was de test positief en ## (#,#%) van deze patiënten hadden een door biopsie bevestigde coeliakie [<PERSOON> ###] In het tweede onderzoek [<PERSOON> ###] hadden # van de ### patiënten met PDS (#,#%) een door biopsie bevestigde coeliakie (in dit onderzoek was het aantal positieve serologische testen onbekend) Eén onderzoek bekeek de opbrengst van abdominale echografie [<PERSOON> ###] Bij ### patiënten met PDS werden ## afwijkingen gevonden, geen hiervan kon worden teruggeleid tot een diagnose die de.
720
nvmdl
coloscopie Van de ### patiënten met PDS werd bij vier (#,#%) patiënten IBD gediagnostiseerd, en bij één patiënt (#,#%) een colorectaal carcinoom In twee onderzoeken werd de opbrengst van testen op lactose-intolerantie onderzocht [Hamm ###, Tolliver ###] Bij ### van de ### (##%) [Hamm ###] en ## van de ### (##,#%) [Tolliver ###] patiënten met PDS werd de diagnose lactose-intolerantie gesteld In één onderzoek kon naar de opbrengst van onderzoek naar de schildklierfunctie worden gekeken [Hamm ###] Bij ### patiënten met IBS werd TSH en T# bepaald Bij #% werd een hypothyreoïdie gevonden en bij #% een hyperthyreoïdie In twee onderzoeken werd gekeken naar de opbrengst van faecaal onderzoek naar parasieten [Hamm ###, Tolliver ###] Van de ### geteste patiënten werd bij ## (#,#%) een parasiet gevonden Geen van deze parasieten waren pathogeen In # onderzoeken werd gescreend op coeliakie (IgA/IgG antigliadine en EMA) [<PERSOON> ###, <PERSOON> ###] Bij ## van de ### geteste patiënten met PDS was de test positief en ## (#,#%) van deze patiënten hadden een door biopsie bevestigde coeliakie [<PERSOON> ###] In het tweede onderzoek [<PERSOON> ###] hadden # van de ### patiënten met PDS (#,#%) een door biopsie bevestigde coeliakie (in dit onderzoek was het aantal positieve serologische testen onbekend) Eén onderzoek bekeek de opbrengst van abdominale echografie [<PERSOON> ###] Bij ### patiënten met PDS werden ## afwijkingen gevonden, geen hiervan kon worden teruggeleid tot een diagnose die de door Cash [Cash ###] gepresenteerde prevalenties in de algemene bevolking Alleen coeliakie bleek duidelijk vaker voor te komen bij mensen met PDS Tabel #Prevalentie van (gastro-intestinale) aandoeningen, bij mensen die voldoen aan PDS-criteria Coeliakie komt vaker voor bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS dan in de algemene bevolking Patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS hebben een vergelijkbare kans op andere #b Wat zijn de aanbevelingen voor aanvullend onderzoek in verwante richtlijnen? Bij patiënten met rectaal bloedverlies én aanwezigheid van één van de andere risicofactoren voor Bij een vermoeden van IBD, bijvoorbeeld vanwege chronische diarree en aanwezigheid van ten minste één ander niet-pluissymptoom, dient altijd nader onderzoek in de tweede lijn te volgen Bij twijfel tussen de diagnoses PDS en IBD (bijvoorbeeld alleen chronische diarree, of alleen aanwezigheid van extra-intestinale verschijnselen) is aanvullend laboratoriumonderzoek zinvol Bij chronische diarree wordt aanbevolen de feces te testen op parasieten Een afwijkend bloedbeeld, verhoogd CRP, BSE, en/of verlaagd Hb, verhogen de kans op IBD Negatieve laboratoriumbevindingen sluiten een diagnose IBD echter niet uit Bij sterk vermoeden beveelt men Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS zonder niet-pluissymptomen en risicofactoren is Er is veelbelovend onderzoek gedaan, bij volwassenen en kinderen, dat erop wijst dat faecale markers voor mucosale ontsteking (bijvoorbeeld fecescalprotectine) in staat zijn onderscheid te maken tussen functionele klachten en IBD Er is echter nog weinig onderzoek gedaan bij eerstelijnspatiënten en de Nederlandse huisartsenlaboratoria voeren deze testen nog niet uit Hierdoor wordt testen op faecale.
727
nvmdl
algemene bevolking Alleen coeliakie bleek duidelijk vaker voor te komen bij mensen met PDS Tabel #Prevalentie van (gastro-intestinale) aandoeningen, bij mensen die voldoen aan PDS-criteria Coeliakie komt vaker voor bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS dan in de algemene bevolking Patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS hebben een vergelijkbare kans op andere #b Wat zijn de aanbevelingen voor aanvullend onderzoek in verwante richtlijnen? Bij patiënten met rectaal bloedverlies én aanwezigheid van één van de andere risicofactoren voor Bij een vermoeden van IBD, bijvoorbeeld vanwege chronische diarree en aanwezigheid van ten minste één ander niet-pluissymptoom, dient altijd nader onderzoek in de tweede lijn te volgen Bij twijfel tussen de diagnoses PDS en IBD (bijvoorbeeld alleen chronische diarree, of alleen aanwezigheid van extra-intestinale verschijnselen) is aanvullend laboratoriumonderzoek zinvol Bij chronische diarree wordt aanbevolen de feces te testen op parasieten Een afwijkend bloedbeeld, verhoogd CRP, BSE, en/of verlaagd Hb, verhogen de kans op IBD Negatieve laboratoriumbevindingen sluiten een diagnose IBD echter niet uit Bij sterk vermoeden beveelt men Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS zonder niet-pluissymptomen en risicofactoren is Er is veelbelovend onderzoek gedaan, bij volwassenen en kinderen, dat erop wijst dat faecale markers voor mucosale ontsteking (bijvoorbeeld fecescalprotectine) in staat zijn onderscheid te maken tussen functionele klachten en IBD Er is echter nog weinig onderzoek gedaan bij eerstelijnspatiënten en de Nederlandse huisartsenlaboratoria voeren deze testen nog niet uit Hierdoor wordt testen op faecale Bij patiënten met symptomen die kunnen wijzen op coeliakie, zoals chronische diarree, malabsorptie, buikpijn, opgezette buik en remsporen in de toiletpot dient de diagnose coeliakie overwogen te worden Een aantal van deze symptomen overlappen met symptomen van PDS In de richtlijn worden geen duidelijke niet-pluissymptomen genoemd waarbij verder onderzoek geïndiceerd is Wel stelt de richtlijn dat de kans op coeliakie toeneemt bij ongewild gewichtsverlies, ijzergebreksanemie en/of coeliakie beveelt men aan serologisch onderzoek te doen naar de antistoffen IgA tTGA en IgA EMA Daarbij moet opgemerkt worden dat de kans op fout-positieve resultaten groot is De richtlijn gaat niet in op de differentiaaldiagnostiek met PDS [Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO ###] Bij patiënten met symptomen van PDS zonder niet-pluissymptomen en risicofactoren leveren onderzoek naar lactose-intolerantie, schildklierfunctie, parasieten in de feces of coloscopie en abdominale echografie niet vaker klachtenverklarende aandoeningen op dan het testen van een open IgA tTGA/EMA levert bij patiënten met PDS-klachten zonder niet-pluissymptomen en risicofactoren vaker een diagnose coeliakie op dan wanneer men zou testen in een open populatie aanvullend laboratoriumdiagnostiek zinvol Bij chronische diarree is fecaal onderzoek naar parasieten aangewezen Een afwijkend bloedbeeld (verlaagd Hb en MCV), verhoogd CRP of BSE vergroten de kans op IBD Negatieve laboratoriumbevindingen sluiten een diagnose IBD niet uit Bij sterk #c Wat zijn de niet-pluissymptomen en risicofactoren die bij de diagnostiek van PDS moeten In het algemeen heeft iemand met een eerstegraadsfamilielid met een bepaalde vorm van kanker zoals colorectaal-, ovarium- of endometriumcarcinoom een tweemaal zo groot risico op het ontwikkelen van.
581
nvmdl
wijzen op coeliakie, zoals chronische diarree, malabsorptie, buikpijn, opgezette buik en remsporen in de toiletpot dient de diagnose coeliakie overwogen te worden Een aantal van deze symptomen overlappen met symptomen van PDS In de richtlijn worden geen duidelijke niet-pluissymptomen genoemd waarbij verder onderzoek geïndiceerd is Wel stelt de richtlijn dat de kans op coeliakie toeneemt bij ongewild gewichtsverlies, ijzergebreksanemie en/of coeliakie beveelt men aan serologisch onderzoek te doen naar de antistoffen IgA tTGA en IgA EMA Daarbij moet opgemerkt worden dat de kans op fout-positieve resultaten groot is De richtlijn gaat niet in op de differentiaaldiagnostiek met PDS [Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO ###] Bij patiënten met symptomen van PDS zonder niet-pluissymptomen en risicofactoren leveren onderzoek naar lactose-intolerantie, schildklierfunctie, parasieten in de feces of coloscopie en abdominale echografie niet vaker klachtenverklarende aandoeningen op dan het testen van een open IgA tTGA/EMA levert bij patiënten met PDS-klachten zonder niet-pluissymptomen en risicofactoren vaker een diagnose coeliakie op dan wanneer men zou testen in een open populatie aanvullend laboratoriumdiagnostiek zinvol Bij chronische diarree is fecaal onderzoek naar parasieten aangewezen Een afwijkend bloedbeeld (verlaagd Hb en MCV), verhoogd CRP of BSE vergroten de kans op IBD Negatieve laboratoriumbevindingen sluiten een diagnose IBD niet uit Bij sterk #c Wat zijn de niet-pluissymptomen en risicofactoren die bij de diagnostiek van PDS moeten In het algemeen heeft iemand met een eerstegraadsfamilielid met een bepaalde vorm van kanker zoals colorectaal-, ovarium- of endometriumcarcinoom een tweemaal zo groot risico op het ontwikkelen van De gerapporteerde jaarprevalentie van rectaal bloedverlies bij volwassenen van <LEEFTIJD> jaar en ouder varieert van ##,#% [Talley ###] tot ##% [Fijten ###] De prevalentie daalt met de leeftijd [Crosland ###, Talley ###] Van degenen die rectaal bloedverlies hadden in het voorafgaande jaar, bezocht ##,#% een arts [Talley ###] In een observationeel onderzoek in de huisartsenpraktijk bedroeg de incidentie van rectaal bloedverlies # per ### volwassen patiënten per jaar [Fijten ###] De incidentie In verschillende onderzoeken werden bij ## tot ##% van de mensen met rectaal bloedverlies afwijkingen gevonden bij endoscopie, te weten inflammatoire afwijkingen, poliepen en colorectaal Bij naar schatting # tot #% van de volwassen patiënten met rectaal bloedverlies in de huisartsenpraktijk wordt een colorectaal carcinoom aangetoond [<PERSOON> ###] In onderzoek in de eerste lijn stijgt de incidentie van coloncarcinoom met de leeftijd met OR’s variërend van #,# voor patiënten ) <LEEFTIJD> jaar versus ( <LEEFTIJD> jaar tot #,# (##%-BI #,## tot ##,##) voor patiënten van ) <LEEFTIJD> jaar versus ( <LEEFTIJD> jaar [<PERSOON> met rectaal bloedverlies en een veranderd defecatiepatroon hebben een verhoogde kans op een coloncarcinoom; RR #,# (##%-BI #,# tot #,#) [<PERSOON> ###] In één observationeel onderzoek bij patiënten ) <LEEFTIJD> jaar met rectaal bloedverlies nam de kans op coloncarcinoom niet toe bij een veranderd defecatiepatroon [Robertson ###].
652
nvmdl
De gerapporteerde jaarprevalentie van rectaal bloedverlies bij volwassenen van <LEEFTIJD> jaar en ouder varieert van ##,#% [Talley ###] tot ##% [Fijten ###] De prevalentie daalt met de leeftijd [Crosland ###, Talley ###] Van degenen die rectaal bloedverlies hadden in het voorafgaande jaar, bezocht ##,#% een arts [Talley ###] In een observationeel onderzoek in de huisartsenpraktijk bedroeg de incidentie van rectaal bloedverlies # per ### volwassen patiënten per jaar [Fijten ###] De incidentie In verschillende onderzoeken werden bij ## tot ##% van de mensen met rectaal bloedverlies afwijkingen gevonden bij endoscopie, te weten inflammatoire afwijkingen, poliepen en colorectaal Bij naar schatting # tot #% van de volwassen patiënten met rectaal bloedverlies in de huisartsenpraktijk wordt een colorectaal carcinoom aangetoond [<PERSOON> ###] In onderzoek in de eerste lijn stijgt de incidentie van coloncarcinoom met de leeftijd met OR’s variërend van #,# voor patiënten ) <LEEFTIJD> jaar versus ( <LEEFTIJD> jaar tot #,# (##%-BI #,## tot ##,##) voor patiënten van ) <LEEFTIJD> jaar versus ( <LEEFTIJD> jaar [<PERSOON> met rectaal bloedverlies en een veranderd defecatiepatroon hebben een verhoogde kans op een coloncarcinoom; RR #,# (##%-BI #,# tot #,#) [<PERSOON> ###] In één observationeel onderzoek bij patiënten ) <LEEFTIJD> jaar met rectaal bloedverlies nam de kans op coloncarcinoom niet toe bij een veranderd defecatiepatroon [Robertson ###] onderzoeken; OR #,# (##%-BI #,# tot ##,#) [Fijten ###, Robertson ###] In een ander onderzoek bleek deze factor geen voorspellende waarde te hebben [<PERSOON> ###] In twee onderzoeken bij patiënten met rectaal bloedverlies verhoogde de afwezigheid van perianale afwijkingen jeuk, ongemak, prolaps, pijn, schraalheid en zwellingen de kans op coloncarcinoom In twee onderzoeken blijken leeftijd, veranderd defecatiepatroon en bloed door de ontlasting onafhankelijke voorspellers van coloncarcinoom De aanwezigheid van de beide laatstgenoemde symptomen deed de kans op coloncarcinoom van een zeventigjarige toenemen van ## naar ##% en Gewichtsverlies, loze aandrang, een eerste episode van rectaal bloedverlies of recidiverend rectaal bloedverlies zijn onvoldoende onderzocht om een uitspraak te kunnen doen over de voorspellende Bij #% van de volwassen patiënten met rectaal bloedverlies in de huisartsenpraktijk vindt men een inflammatoire darmziekte als oorzaak van het bloedverlies [<PERSOON> diarree () # weken) verhoogt de kans op IBD [Sands ###] De aanwezigheid van een familielid met een inflammatoire darmziekte is de sterkste risicofactor voor het ontstaan van een inflammatoire darmziekte Het lifetime risk op een inflammatoire darmziekte voor een eerstegraadsfamilielid van een patiënt met inflammatoire darmziekte is ongeveer ##% [Hamilton ###] De voorspellende waarde van een positieve familieanamnese bij een patiënt met de criteria van PDS is echter niet groot [Sands ###] Doordat PDS veel frequenter voorkomt dan IBD heeft de meerderheid van de mensen met een positieve familieanamnese voor IBD en buikklachten Tenesmi zijn een aanwijzing voor proctitis en versterken het vermoeden van IBD [Sands ###] Bij.
697
nvmdl
[Fijten ###, Robertson ###] In een ander onderzoek bleek deze factor geen voorspellende waarde te hebben [<PERSOON> ###] In twee onderzoeken bij patiënten met rectaal bloedverlies verhoogde de afwezigheid van perianale afwijkingen jeuk, ongemak, prolaps, pijn, schraalheid en zwellingen de kans op coloncarcinoom In twee onderzoeken blijken leeftijd, veranderd defecatiepatroon en bloed door de ontlasting onafhankelijke voorspellers van coloncarcinoom De aanwezigheid van de beide laatstgenoemde symptomen deed de kans op coloncarcinoom van een zeventigjarige toenemen van ## naar ##% en Gewichtsverlies, loze aandrang, een eerste episode van rectaal bloedverlies of recidiverend rectaal bloedverlies zijn onvoldoende onderzocht om een uitspraak te kunnen doen over de voorspellende Bij #% van de volwassen patiënten met rectaal bloedverlies in de huisartsenpraktijk vindt men een inflammatoire darmziekte als oorzaak van het bloedverlies [<PERSOON> diarree () # weken) verhoogt de kans op IBD [Sands ###] De aanwezigheid van een familielid met een inflammatoire darmziekte is de sterkste risicofactor voor het ontstaan van een inflammatoire darmziekte Het lifetime risk op een inflammatoire darmziekte voor een eerstegraadsfamilielid van een patiënt met inflammatoire darmziekte is ongeveer ##% [Hamilton ###] De voorspellende waarde van een positieve familieanamnese bij een patiënt met de criteria van PDS is echter niet groot [Sands ###] Doordat PDS veel frequenter voorkomt dan IBD heeft de meerderheid van de mensen met een positieve familieanamnese voor IBD en buikklachten Tenesmi zijn een aanwijzing voor proctitis en versterken het vermoeden van IBD [Sands ###] Bij fissura ani of een peri-anaal abces aanwijzingen voor de ziekte van Crohn [Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO ###] Deze (niet verder onderbouwde) aanbeveling is in tegenspraak met de bevindingen uit een eerstelijnsonderzoek bij patiënten met rectaal bloedverlies, waarbij werd gevonden dat juist de afwezigheid van peri-anale symptomen (jeuk, ongemak, prolaps, pijn, <PERSOON>-intestinale verschijnselen zoals artralgie, artritis, erythema nodosum, orale aften en inflammatoire oogafwijkingen kunnen het vermoeden van IBD versterken [Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO ###] Een voelbare weerstand (meestal) in de rechter onderbuik verhoogt de Rectaal bloedverlies verhoogt het risico op gastro-intestinale afwijkingen het risico op colorectaal carcinoom bij rectaal bloedverlies stijgt van #,#% naar # tot #% en op IBD van #,# tot #% naar #% Symptomen die kunnen wijzen op colorectaal carcinoom bij patiënten met rectaal bloedverlies zijn een hogere leeftijd (arbitrair ) <LEEFTIJD> jaar), een eerstegraadsfamilielid met colorectaal carcinoom ( <LEEFTIJD> jaar, veranderd defecatiepatroon (bijvoorbeeld chronische diarree), bloed vermengd met de ontlasting en Symptomen van PDS en IBD vertonen overlap Chronische diarree () # weken) verhoogt de kans op IBD Andere symptomen die kunnen wijzen op IBD zijn rectaal bloedverlies, aanwezigheid van perianale afwijkingen, ongewild gewichtsverlies en een positieve familie-anamnese voor IBD <DATUM> # Kosteneffectiviteit van screening op coeliakie bij patiënten met PDS In het kader van de ontwikkeling van de MDR PDS heeft een subwerkgroep een budgetimpactanalyse verricht van screening op coeliakie bij patiënten met PDS Een wetenschappelijk artikel hierover is in Twee onderzoeken rapporteren over de kosteneffectiviteit van screenen op coeliakie bij personen met.
638
nvmdl
of een peri-anaal abces aanwijzingen voor de ziekte van Crohn [Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO ###] Deze (niet verder onderbouwde) aanbeveling is in tegenspraak met de bevindingen uit een eerstelijnsonderzoek bij patiënten met rectaal bloedverlies, waarbij werd gevonden dat juist de afwezigheid van peri-anale symptomen (jeuk, ongemak, prolaps, pijn, <PERSOON>-intestinale verschijnselen zoals artralgie, artritis, erythema nodosum, orale aften en inflammatoire oogafwijkingen kunnen het vermoeden van IBD versterken [Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO ###] Een voelbare weerstand (meestal) in de rechter onderbuik verhoogt de Rectaal bloedverlies verhoogt het risico op gastro-intestinale afwijkingen het risico op colorectaal carcinoom bij rectaal bloedverlies stijgt van #,#% naar # tot #% en op IBD van #,# tot #% naar #% Symptomen die kunnen wijzen op colorectaal carcinoom bij patiënten met rectaal bloedverlies zijn een hogere leeftijd (arbitrair ) <LEEFTIJD> jaar), een eerstegraadsfamilielid met colorectaal carcinoom ( <LEEFTIJD> jaar, veranderd defecatiepatroon (bijvoorbeeld chronische diarree), bloed vermengd met de ontlasting en Symptomen van PDS en IBD vertonen overlap Chronische diarree () # weken) verhoogt de kans op IBD Andere symptomen die kunnen wijzen op IBD zijn rectaal bloedverlies, aanwezigheid van perianale afwijkingen, ongewild gewichtsverlies en een positieve familie-anamnese voor IBD <DATUM> # Kosteneffectiviteit van screening op coeliakie bij patiënten met PDS In het kader van de ontwikkeling van de MDR PDS heeft een subwerkgroep een budgetimpactanalyse verricht van screening op coeliakie bij patiënten met PDS Een wetenschappelijk artikel hierover is in Twee onderzoeken rapporteren over de kosteneffectiviteit van screenen op coeliakie bij personen met Het eerste onderzoek van Mein et al is uitgevoerd in de Verenigde Staten [Mein ###] Drie verschillende screeningstrategieën zijn vergeleken met niet screenen De drie strategieën waren tissue transglutaminase test (tTG) gevolgd door endoscopie, antibody panel-test gevolgd door endoscopie en directe endoscopie Mein veronderstelt dat personen met een gediagnosticeerde coeliakie een iets hogere kwaliteit van leven hebben dan personen met ongediagnosticeerde coeliakie Een tweede veronderstelling is dat er geen afname van voortijdige sterfte optreedt door de correcte diagnose van coeliakie tTG gevolgd door endoscopie bleek de meest doelmatige strategie De kosten waren <DATUM> dollar per gewonnen QALY ten opzichte van niet screenen (prijsniveau ###) Het tweede onderzoek is uitgevoerd voor de NICE-richtlijn en betreft de Britse situatie [NICE ###] In tegenstelling tot Mein et al is in deze analyses wel een verschil verondersteld in overleving tussen personen waarbij de coeliakie is gediagnosticeerd en degenen met ongediagnosticeerd coeliakie, maar geen verschil in kwaliteit van leven De gevolgde strategie was een endomyosine antilichaam(EMA)test gevolgd door endoscopie De kosten per QALY waren <DATUM> pond (prijsniveau ###) Geen van beide onderzoeken heeft een budgetimpactanalyse uitgevoerd om de consequenties van Alle overige onderzoeken met informatie over de kosten per QALY of gewonnen levensjaar betreffen screenen op coeliakie in de algemene bevolking en zijn daarom minder relevant Een vertaling naar de Nederlandse situatie is niet zonder meer mogelijk, omdat de voorgestelde.
603
nvmdl
Het eerste onderzoek van Mein et al is uitgevoerd in de Verenigde Staten [Mein ###] Drie verschillende screeningstrategieën zijn vergeleken met niet screenen De drie strategieën waren tissue transglutaminase test (tTG) gevolgd door endoscopie, antibody panel-test gevolgd door endoscopie en directe endoscopie Mein veronderstelt dat personen met een gediagnosticeerde coeliakie een iets hogere kwaliteit van leven hebben dan personen met ongediagnosticeerde coeliakie Een tweede veronderstelling is dat er geen afname van voortijdige sterfte optreedt door de correcte diagnose van coeliakie tTG gevolgd door endoscopie bleek de meest doelmatige strategie De kosten waren <DATUM> dollar per gewonnen QALY ten opzichte van niet screenen (prijsniveau ###) Het tweede onderzoek is uitgevoerd voor de NICE-richtlijn en betreft de Britse situatie [NICE ###] In tegenstelling tot Mein et al is in deze analyses wel een verschil verondersteld in overleving tussen personen waarbij de coeliakie is gediagnosticeerd en degenen met ongediagnosticeerd coeliakie, maar geen verschil in kwaliteit van leven De gevolgde strategie was een endomyosine antilichaam(EMA)test gevolgd door endoscopie De kosten per QALY waren <DATUM> pond (prijsniveau ###) Geen van beide onderzoeken heeft een budgetimpactanalyse uitgevoerd om de consequenties van Alle overige onderzoeken met informatie over de kosten per QALY of gewonnen levensjaar betreffen screenen op coeliakie in de algemene bevolking en zijn daarom minder relevant Een vertaling naar de Nederlandse situatie is niet zonder meer mogelijk, omdat de voorgestelde verschillen kunnen zijn in de relatieve kosten van verschillende typen zorg [Welte ###] In aanvulling op de onderzoeken van Mein en NICE is daarom een eigen Nederlandse kosteneffectiviteitsanalyse uitgevoerd Deze staat uitvoeriger beschreven in bijlage C en wordt hier <PERSOON>-screening voor PDS, screenen van alle personen van wie bij de huisarts bekend is dat ze <PERSOON>-screening voor PDS-D en PDS-M, idem screenen van alleen personen met een diagnose In beide gevallen wordt een positief resultaat op de serologische test gevolgd door een endoscopie Bij een te laag IgA-gehalte wordt altijd verwezen naar endoscopie Een te laag IgA-gehalte komt relatief vaak voor bij coeliakiepatiënten, maar toch zal dit een kleine groep zijn De kosten van het opzetten en organiseren van een screeningsprogramma zijn buiten beschouwing gelaten Aangenomen is dat screening plaatsvindt aansluitend aan een consult voor PDS en dat deze Gericht screenen bij alleen patiënten met PDS-D of PDS-M is doelmatiger dan screenen van alle patiënten met PDS De kosten bedragen bij gericht screenen ongeveer ### euro per gewonnen QALY De extra kosten per extra gewonnen voor kwaliteit van leven gecorrigeerd levensjaar (QALY) van het uitbreiden van de screening naar alle patiënten met PDS komen uit rond de ## ### euro In onzekerheidsanalyses blijft de kosteneffectiviteit voor gericht screenen beneden de ## ### euro per QALY met bijna ###% zekerheid Ook variatie in enkele belangrijke modelaannames zou de kosteneffectiviteitsratio niet boven de ## ### euro per QALY brengen Ten behoeve van de budgetimpactanalyse is aangenomen dat alleen personen die bekend zijn bij de.
588
nvmdl
In aanvulling op de onderzoeken van Mein en NICE is daarom een eigen Nederlandse kosteneffectiviteitsanalyse uitgevoerd Deze staat uitvoeriger beschreven in bijlage C en wordt hier <PERSOON>-screening voor PDS, screenen van alle personen van wie bij de huisarts bekend is dat ze <PERSOON>-screening voor PDS-D en PDS-M, idem screenen van alleen personen met een diagnose In beide gevallen wordt een positief resultaat op de serologische test gevolgd door een endoscopie Bij een te laag IgA-gehalte wordt altijd verwezen naar endoscopie Een te laag IgA-gehalte komt relatief vaak voor bij coeliakiepatiënten, maar toch zal dit een kleine groep zijn De kosten van het opzetten en organiseren van een screeningsprogramma zijn buiten beschouwing gelaten Aangenomen is dat screening plaatsvindt aansluitend aan een consult voor PDS en dat deze Gericht screenen bij alleen patiënten met PDS-D of PDS-M is doelmatiger dan screenen van alle patiënten met PDS De kosten bedragen bij gericht screenen ongeveer ### euro per gewonnen QALY De extra kosten per extra gewonnen voor kwaliteit van leven gecorrigeerd levensjaar (QALY) van het uitbreiden van de screening naar alle patiënten met PDS komen uit rond de ## ### euro In onzekerheidsanalyses blijft de kosteneffectiviteit voor gericht screenen beneden de ## ### euro per QALY met bijna ###% zekerheid Ook variatie in enkele belangrijke modelaannames zou de kosteneffectiviteitsratio niet boven de ## ### euro per QALY brengen Ten behoeve van de budgetimpactanalyse is aangenomen dat alleen personen die bekend zijn bij de Uitgaande van een prevalentie van personen met een huisartsdiagnose van PDS van ##,# per ### [<PERSOON> ###] waren er in ### naar schatting bijna ### ### patiënten met PDS in de leeftijd van ## tot <LEEFTIJD> jaar Naar schatting ##% van de patiënten heeft <PERSOON> ###] en hoeft dus niet te worden gescreend Bij eenmalig gericht screenen van alle personen bekend bij de huisarts met PDS-D of PDS-M bedraagt de netto contante waarde van de extra kosten over een periode van <LEEFTIJD> jaar ongeveer ## miljoen euro Er zijn in totaal bijna ## ### testen nodig en ### endoscopieën De kosten van het testen en de endoscopieën samen bedragen bijna #,# miljoen euro De overige extra kosten (netto contante waarde van ##,# miljoen euro) komen doordat behandeling van coeliakie duurder is dan behandeling van PDS De screening levert een gezondheidswinst op van ### QALY’s (voor kwaliteit van leven Bij een hogere prevalentie loopt de budgetimpact uiteraard navenant op De meeste parameterwaardes in de analyses zijn geschat uit populaties die een diagnose PDS op basis van de <PERSOON> II-criteria hadden De doelmatigheid van screenen geldt dan ook voor deze populatie In de populatie patiënten met PDS zoals bij de huisarts bekend, is de prevalentie van coeliakie mogelijk anders, zeker wanneer niet alleen patiënten met een symptoomdiagnose PDS, maar ook patiënten met buikklachten en diarree worden gescreend De extra kosten van zorg zullen in deze populatie wat lager.
619
nvmdl
van een prevalentie van personen met een huisartsdiagnose van PDS van ##,# per ### [<PERSOON> ###] waren er in ### naar schatting bijna ### ### patiënten met PDS in de leeftijd van ## tot <LEEFTIJD> jaar Naar schatting ##% van de patiënten heeft <PERSOON> ###] en hoeft dus niet te worden gescreend Bij eenmalig gericht screenen van alle personen bekend bij de huisarts met PDS-D of PDS-M bedraagt de netto contante waarde van de extra kosten over een periode van <LEEFTIJD> jaar ongeveer ## miljoen euro Er zijn in totaal bijna ## ### testen nodig en ### endoscopieën De kosten van het testen en de endoscopieën samen bedragen bijna #,# miljoen euro De overige extra kosten (netto contante waarde van ##,# miljoen euro) komen doordat behandeling van coeliakie duurder is dan behandeling van PDS De screening levert een gezondheidswinst op van ### QALY’s (voor kwaliteit van leven Bij een hogere prevalentie loopt de budgetimpact uiteraard navenant op De meeste parameterwaardes in de analyses zijn geschat uit populaties die een diagnose PDS op basis van de <PERSOON> II-criteria hadden De doelmatigheid van screenen geldt dan ook voor deze populatie In de populatie patiënten met PDS zoals bij de huisarts bekend, is de prevalentie van coeliakie mogelijk anders, zeker wanneer niet alleen patiënten met een symptoomdiagnose PDS, maar ook patiënten met buikklachten en diarree worden gescreend De extra kosten van zorg zullen in deze populatie wat lager Dat betekent dat de kosteneffectiviteit van Echter, zelfs bij ongunstige keuzes van de parameterwaardes blijft de doelmatigheid beneden de ## ### euro per QALY, een vaak gebruikte grenswaarde voor doelmatigheid van preventieve De in deze richtlijn opgenomen aanbevelingen met betrekking tot aanvullend onderzoek naar coeliakie laboratoriumonderzoek aan bij álle patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS Deze aanbeveling is niet gebaseerd op het bewijs voor aanvullende diagnostische waarde, maar op de overweging dat een negatieve uitslag van deze goedkope testen de diagnose PDS bevestigt Echter, het testen van patiënten met PDS-C is niet kosteneffectief en zal leiden tot overbodige endoscopieën De doelmatigheid van screenen op coeliakie bij bekende en nieuwe patiënten met PDS-D en PDS-M valt binnen acceptabele grenzen voor kosteneffectiviteit, ook als voorzichtigheidshalve wordt aangenomen dat ook zonder screening patiënten na vier jaar een correcte diagnose krijgen Screenen van patiënten met PDS-D en PDS-M is doelmatiger dan het screenen van alle patiënten met De budgetimpact van screenen is sterk afhankelijk van de opzet van een eventueel screeningsprogramma, bijvoorbeeld of in één keer alle bekende patiënten met PDS worden gescreend of alleen nieuw gediagnosticeerde patiënten Gericht screenen van personen met PDS-D en PDS-M bespaart ongeveer een kwart van de kosten ten opzichte van screenen van alle patiënten met PDS, en Testen op coeliakie bij patiënten met klachten van PDS-D of PDS-M is kosteneffectief wanneer men ervan uitgaat dat behandeling van coeliakie effectief is in deze groep patiënten <PERSOON> WA, Knottnerus JA, <PERSOON> JW.
618
nvmdl
van Echter, zelfs bij ongunstige keuzes van de parameterwaardes blijft de doelmatigheid beneden de ## ### euro per QALY, een vaak gebruikte grenswaarde voor doelmatigheid van preventieve De in deze richtlijn opgenomen aanbevelingen met betrekking tot aanvullend onderzoek naar coeliakie laboratoriumonderzoek aan bij álle patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS Deze aanbeveling is niet gebaseerd op het bewijs voor aanvullende diagnostische waarde, maar op de overweging dat een negatieve uitslag van deze goedkope testen de diagnose PDS bevestigt Echter, het testen van patiënten met PDS-C is niet kosteneffectief en zal leiden tot overbodige endoscopieën De doelmatigheid van screenen op coeliakie bij bekende en nieuwe patiënten met PDS-D en PDS-M valt binnen acceptabele grenzen voor kosteneffectiviteit, ook als voorzichtigheidshalve wordt aangenomen dat ook zonder screening patiënten na vier jaar een correcte diagnose krijgen Screenen van patiënten met PDS-D en PDS-M is doelmatiger dan het screenen van alle patiënten met De budgetimpact van screenen is sterk afhankelijk van de opzet van een eventueel screeningsprogramma, bijvoorbeeld of in één keer alle bekende patiënten met PDS worden gescreend of alleen nieuw gediagnosticeerde patiënten Gericht screenen van personen met PDS-D en PDS-M bespaart ongeveer een kwart van de kosten ten opzichte van screenen van alle patiënten met PDS, en Testen op coeliakie bij patiënten met klachten van PDS-D of PDS-M is kosteneffectief wanneer men ervan uitgaat dat behandeling van coeliakie effectief is in deze groep patiënten <PERSOON> WA, Knottnerus JA, <PERSOON> JW the patients' and doctors' views on symptoms, etiology and management <PERSOON> BD, Chey WD Diagnosis of irritable bowel syndrome Gastroenterol Clin North Am ###;#<DATUM> ##, vi <PERSOON> utility of diagnostic tests in irritable bowel syndrome patients a systematic review <PERSOON> NJ, Blell MT Patients' explanatory models for irritable bowel syndrome symptoms and treatment more important than explaining aetiology <PERSOON> bleeding prevalence and consultation behaviour BMJ ###;#<DATUM> # <PERSOON> identifying higher risk rectal bleeding in general practice <PERSOON> WS et al Predictive value of rectal bleeding for distal colonic neoplastic lesions in a screened population <PERSOON> GH, <LOCATIE> GH, Knottnerus JA Occurrence and clinical significance of overt blood loss per rectum in the general <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> incidence and outcome of rectal bleeding in <PERSOON-##> HJ, <LOCATIE> GH, Knottnerus JA Predictive value of signs and symptoms for colorectal cancer in patients with rectal bleeding in general practice Fam Pract ###;<DATUM> ## <PERSOON-##> CY, Duffy JN, Whorwell PJ, <PERSOON-##> DF.
550
nvmdl
doctors' views on symptoms, etiology and management <PERSOON> BD, Chey WD Diagnosis of irritable bowel syndrome Gastroenterol Clin North Am ###;#<DATUM> ##, vi <PERSOON> utility of diagnostic tests in irritable bowel syndrome patients a systematic review <PERSOON> NJ, Blell MT Patients' explanatory models for irritable bowel syndrome symptoms and treatment more important than explaining aetiology <PERSOON> bleeding prevalence and consultation behaviour BMJ ###;#<DATUM> # <PERSOON> identifying higher risk rectal bleeding in general practice <PERSOON> WS et al Predictive value of rectal bleeding for distal colonic neoplastic lesions in a screened population <PERSOON> GH, <LOCATIE> GH, Knottnerus JA Occurrence and clinical significance of overt blood loss per rectum in the general <PERSOON> JA, <PERSOON> incidence and outcome of rectal bleeding in <PERSOON-##> HJ, <LOCATIE> GH, Knottnerus JA Predictive value of signs and symptoms for colorectal cancer in patients with rectal bleeding in general practice Fam Pract ###;<DATUM> ## <PERSOON-##> CY, Duffy JN, Whorwell PJ, <PERSOON-##> of colorectal cancer in primary care the evidence base for guidelines Fam Pract Hamm LR, Sorrells SC, Harding JP, Northcutt AR, Heath AT, Kapke GF et al Additional investigations fail to alter the diagnosis of irritable bowel syndrome in subjects fulfilling the <PERSOON-##> criteria <PERSOON-##> KI, Zimmer-Gembeck MJ, Sox HC, Jr History of visible rectal bleeding in a primary care population <PERSOON-##> HE Systematic review accuracy of symptom-based criteria for diagnosis of irritable bowel syndrome in primary care Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ### Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO Richtlijn coeliakie en dermatitis herpetiformis (###b) Kwaliteitsinstituut Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO Richtlijn diagnostiek en behandeling van inflammatoire darmziekten bij <PERSOON-##> DJ, Crowell MD, Parratt-Engstrom C et al Irritable bowel syndrome patients' attitudes, concerns and level of knowledge <PERSOON-##> of colorectal cancer in general practice patients presenting with rectal bleeding, change in bowel habit or anaemia <PERSOON-##>) ###;<DATUM> ## <PERSOON-##> RC Functional bowel disorders <PERSOON-##> M Is rectal biopsy necessary in irritable bowel syndrome? <PERSOON-##> WG, Heaton KW, <PERSOON-##> AF.
532
nvmdl
colorectal cancer in primary care the evidence base for guidelines Fam Pract Hamm LR, Sorrells SC, Harding JP, Northcutt AR, Heath AT, Kapke GF et al Additional investigations fail to alter the diagnosis of irritable bowel syndrome in subjects fulfilling the <PERSOON> criteria <PERSOON> KI, Zimmer-Gembeck MJ, Sox HC, Jr History of visible rectal bleeding in a primary care population <PERSOON> HE Systematic review accuracy of symptom-based criteria for diagnosis of irritable bowel syndrome in primary care Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ### Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO Richtlijn coeliakie en dermatitis herpetiformis (###b) Kwaliteitsinstituut Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO Richtlijn diagnostiek en behandeling van inflammatoire darmziekten bij <PERSOON> DJ, Crowell MD, Parratt-Engstrom C et al Irritable bowel syndrome patients' attitudes, concerns and level of knowledge <PERSOON> of colorectal cancer in general practice patients presenting with rectal bleeding, change in bowel habit or anaemia <PERSOON>) ###;<DATUM> ## <PERSOON> RC Functional bowel disorders <PERSOON> M Is rectal biopsy necessary in irritable bowel syndrome? <PERSOON> WG, Heaton KW, <PERSOON-##> AF <PERSOON-##> testing for coeliac disease in patients with symptoms of irritable bowel syndrome a <PERSOON-##> CO Incidence and causes of rectal bleeding in general practice as detected by NHG Standaard Rectaal bloedverlies (###) nhg artsennet nl/upload/cd#f#dfb-##f#-##f#-a###-b###f#ec###_M##_std pdf NICE Irritable bowel syndrome in adults diagnosis and management of irritable bowel syndrome in primary care (###) <PERSOON-##> cancer and polyps in patients aged ## years and over who consult a GP with rectal <PERSOON-##> EJ, <PERSOON-##> HC Normalization of lactulose breath testing correlates with symptom improvement in irritable bowel syndrome a double-blind, randomized, placebo-controlled study <PERSOON-##> DP, <PERSOON-##> J et al Predicting colorectal cancer risk in patients with <PERSOON-##> diagnosis of IBS in primary care consensus <PERSOON-##> A et al <PERSOON-##> value of colonoscopy to assess rectal bleeding in patients referred from <PERSOON-##> MJ, Hurlstone DP, Pearce A, <PERSOON-##> AM, McAlindon ME et al Association of adult coeliac disease with irritable bowel syndrome a case-control study in patients fulfilling ROME II criteria referred to secondary care Lancet.
547
nvmdl
<PERSOON> testing for coeliac disease in patients with symptoms of irritable bowel syndrome a <PERSOON> CO Incidence and causes of rectal bleeding in general practice as detected by NHG Standaard Rectaal bloedverlies (###) nhg artsennet nl/upload/cd#f#dfb-##f#-##f#-a###-b###f#ec###_M##_std pdf NICE Irritable bowel syndrome in adults diagnosis and management of irritable bowel syndrome in primary care (###) <PERSOON> cancer and polyps in patients aged ## years and over who consult a GP with rectal <PERSOON> EJ, <PERSOON> HC Normalization of lactulose breath testing correlates with symptom improvement in irritable bowel syndrome a double-blind, randomized, placebo-controlled study <PERSOON> DP, <PERSOON> J et al Predicting colorectal cancer risk in patients with <PERSOON> diagnosis of IBS in primary care consensus <PERSOON> A et al <PERSOON-##> value of colonoscopy to assess rectal bleeding in patients referred from <PERSOON-##> MJ, Hurlstone DP, Pearce A, <PERSOON-##> AM, McAlindon ME et al Association of adult coeliac disease with irritable bowel syndrome a case-control study in patients fulfilling ROME II criteria referred to secondary care Lancet A primary care cross-sectional study of undiagnosed adult coeliac disease <PERSOON-##> BE From symptom to diagnosis clinical distinctions among various forms of intestinal inflammation Simoons ML, Casparie AF Behandeling en preventie van coronaire hartziekten door verlaging van de <PERSOON-##>-reported rectal bleeding in a United States community prevalence, risk factors, and health care <PERSOON-##> value of common symptom combinations in diagnosing colorectal <PERSOON-##> SA Functional bowel disorders and functional abdominal pain Gut ###;## Suppl # II##-II## Tolliver BA, Herrera JL, DiPalma JA Evaluation of patients who meet clinical criteria for irritable bowel syndrome <PERSOON-##> FG Tweede Nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk Klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk <LOCATIE> NIVEL, ### Vereniging Klinische Genetica <LOCATIE>, Stichting Opsporing erfelijke tumoren Erfelijke tumoren Richtlijnen voor <PERSOON-##>, een onderzoek naar de ervaringen met Prikkelbare Darm Syndroom onder patiënten/ leden van de PDSB Belangenvereniging als input voor een nieuwe multidisciplinaire behandelrichtlijn <LOCATIE> Bij patiënten in de eerste lijn die voldoen aan de <PERSOON-##> III-criteria voor PDS, met of zonder de aanwezigheid van het tijdscriterium van drie maanden, moet (zie A hieronder) of kan (zie B en C.
553
nvmdl
of undiagnosed adult coeliac disease <PERSOON> BE From symptom to diagnosis clinical distinctions among various forms of intestinal inflammation Simoons ML, Casparie AF Behandeling en preventie van coronaire hartziekten door verlaging van de <PERSOON>-reported rectal bleeding in a United States community prevalence, risk factors, and health care <PERSOON> value of common symptom combinations in diagnosing colorectal <PERSOON> SA Functional bowel disorders and functional abdominal pain Gut ###;## Suppl # II##-II## Tolliver BA, Herrera JL, DiPalma JA Evaluation of patients who meet clinical criteria for irritable bowel syndrome <PERSOON> FG Tweede Nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk Klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk <LOCATIE> NIVEL, ### Vereniging Klinische Genetica <LOCATIE>, Stichting Opsporing erfelijke tumoren Erfelijke tumoren Richtlijnen voor <PERSOON>, een onderzoek naar de ervaringen met Prikkelbare Darm Syndroom onder patiënten/ leden van de PDSB Belangenvereniging als input voor een nieuwe multidisciplinaire behandelrichtlijn <LOCATIE> Bij patiënten in de eerste lijn die voldoen aan de <PERSOON> III-criteria voor PDS, met of zonder de aanwezigheid van het tijdscriterium van drie maanden, moet (zie A hieronder) of kan (zie B en C B onzekerheid bij de huisarts over de juistheid van de diagnose PDS; C onzekerheid bij de patiënt over de juistheid van de diagnose PDS Aangezien de therapeutische mogelijkheden in de tweede lijn niet anders zijn dan in de eerste lijn, vormt een onvoldoende respons van de PDS-symptomen op de in de eerste lijn ingestelde behandeling Ook in de tweede lijn is er nog geen test beschikbaar waarmee de diagnose PDS met voldoende hoge sensitiviteit en specificiteit kan worden gesteld Gezien de heterogeniteit van de pathogenese en belangrijkste symptomen bij PDS is het onwaarschijnlijk dat een dergelijke test er spoedig zal komen In de tweede lijn zal aanvullende diagnostiek vaker worden toegepast dan in de eerste lijn Deze aanvullende diagnostiek zal gericht zijn op het uitsluiten van andere potentiële oorzaken van de klachten van de patiënt Indien een patiënt met PDS-klachten zich in de tweede lijn presenteert, zal de specialist immers geneigd zijn om met absolute zekerheid te willen vast te stellen of er sprake is van PDS of van een organische aandoening Momenteel wordt daarom door medisch-specialisten in de tweede lijn vaak een coloscopie aangevraagd Hierbij speelt in toenemende mate angst voor juridische vervolging bij een gemiste afwijking een rol Ook wordt vaak het argument gehoord dat aanvullende diagnostiek kan helpen bij het geruststellen van de patiënt Om deze redenen wordt niet zelden onderzoek aangevraagd waarvan de specialist de negatieve opbrengst van tevoren al had kunnen.
520
nvmdl
onzekerheid bij de huisarts over de juistheid van de diagnose PDS; C onzekerheid bij de patiënt over de juistheid van de diagnose PDS Aangezien de therapeutische mogelijkheden in de tweede lijn niet anders zijn dan in de eerste lijn, vormt een onvoldoende respons van de PDS-symptomen op de in de eerste lijn ingestelde behandeling Ook in de tweede lijn is er nog geen test beschikbaar waarmee de diagnose PDS met voldoende hoge sensitiviteit en specificiteit kan worden gesteld Gezien de heterogeniteit van de pathogenese en belangrijkste symptomen bij PDS is het onwaarschijnlijk dat een dergelijke test er spoedig zal komen In de tweede lijn zal aanvullende diagnostiek vaker worden toegepast dan in de eerste lijn Deze aanvullende diagnostiek zal gericht zijn op het uitsluiten van andere potentiële oorzaken van de klachten van de patiënt Indien een patiënt met PDS-klachten zich in de tweede lijn presenteert, zal de specialist immers geneigd zijn om met absolute zekerheid te willen vast te stellen of er sprake is van PDS of van een organische aandoening Momenteel wordt daarom door medisch-specialisten in de tweede lijn vaak een coloscopie aangevraagd Hierbij speelt in toenemende mate angst voor juridische vervolging bij een gemiste afwijking een rol Ook wordt vaak het argument gehoord dat aanvullende diagnostiek kan helpen bij het geruststellen van de patiënt Om deze redenen wordt niet zelden onderzoek aangevraagd waarvan de specialist de negatieve opbrengst van tevoren al had kunnen aanvullende diagnostiek Endoscopie en ander beeldvormend onderzoek is kostbaar en levert bij patiënten met typische PDS-klachten zelden afwijkingen op Daarnaast is coloscopie geassocieerd met een kans op ernstige complicaties Bovendien bestaat landelijk schaarste aan plaatsen voor coloscopie Ten slotte ontbreekt bewijs dat een ter geruststelling uitgevoerde coloscopie kosteneffectief is op Bij naar de tweede lijn verwezen patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS en bij wie de specialist op grond van de beschikbare gegevens geen verdenking heeft op andere pathologie, kan van aanvullende diagnostiek worden afgezien De rol van de specialist bestaat hierbij uit het bevestigen van de eerder gestelde diagnose en het – opnieuw – verschaffen van uitleg en adviezen ten aanzien van Bij patiënten die met een vermoeden van PDS naar de tweede lijn worden verwezen, dient aanvullende - onderzoeksbevindingen die niet passen bij de diagnose PDS en leiden tot een gerede verdenking Wanneer aanvullende diagnostiek om deze redenen noodzakelijk wordt geacht, moet deze gericht zijn op de differentiaaldiagnose die voor de betreffende patiënt van toepassing is en die gebaseerd is op de De belangrijkste aandoeningen waar PDS in de tweede lijn van gedifferentieerd zou kunnen worden, Klachten en verschijnselen passend bij colorectaal carcinoom (CRC) zijn een recent opgetreden verandering in het defecatiepatroon, bloedverlies met de ontlasting, een palpabele weerstand in de buik of in het rectum, ijzergebrekanemie of gewichtsverlies Daarnaast zal het voorkomen van CRC in de familie meegewogen worden De beste diagnostische test voor het aantonen van colorectaal carcinomen bij patiënten met meerdere niet-pluissymptomen is de coloscopie CT-colografie kan een.
542
nvmdl
bij patiënten met typische PDS-klachten zelden afwijkingen op Daarnaast is coloscopie geassocieerd met een kans op ernstige complicaties Bovendien bestaat landelijk schaarste aan plaatsen voor coloscopie Ten slotte ontbreekt bewijs dat een ter geruststelling uitgevoerde coloscopie kosteneffectief is op Bij naar de tweede lijn verwezen patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS en bij wie de specialist op grond van de beschikbare gegevens geen verdenking heeft op andere pathologie, kan van aanvullende diagnostiek worden afgezien De rol van de specialist bestaat hierbij uit het bevestigen van de eerder gestelde diagnose en het – opnieuw – verschaffen van uitleg en adviezen ten aanzien van Bij patiënten die met een vermoeden van PDS naar de tweede lijn worden verwezen, dient aanvullende - onderzoeksbevindingen die niet passen bij de diagnose PDS en leiden tot een gerede verdenking Wanneer aanvullende diagnostiek om deze redenen noodzakelijk wordt geacht, moet deze gericht zijn op de differentiaaldiagnose die voor de betreffende patiënt van toepassing is en die gebaseerd is op de De belangrijkste aandoeningen waar PDS in de tweede lijn van gedifferentieerd zou kunnen worden, Klachten en verschijnselen passend bij colorectaal carcinoom (CRC) zijn een recent opgetreden verandering in het defecatiepatroon, bloedverlies met de ontlasting, een palpabele weerstand in de buik of in het rectum, ijzergebrekanemie of gewichtsverlies Daarnaast zal het voorkomen van CRC in de familie meegewogen worden De beste diagnostische test voor het aantonen van colorectaal carcinomen bij patiënten met meerdere niet-pluissymptomen is de coloscopie CT-colografie kan een Bij patiënten met een bekende diagnose PDS en alleen rood rectaal bloedverlies met de ontlasting als niet-pluissymptoom of risicofactor, kan in eerste instantie een sigmoïdoscopie volstaan Bij nieuwe patiënten met mogelijk PDS en met rectaal Tot de inflammatory bowel diseases (IBD) rekent men colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn Colitis ulcerosa is altijd beperkt tot het colon Bij de ziekte van Crohn kan de ontsteking ook in meer proximale delen van het maagdarmkanaal gelokaliseerd zijn en is het terminale ileum een Klachten en verschijnselen passend bij IBD zijn tenesmi, bloed- en slijmverlies met de feces, pijn in afwijkingen, chronische diarree () # weken), koorts, gewichtsverlies Daarnaast is de familieanamnese van belang Aanvullend bloedonderzoek (CRP, BSE en hematologisch onderzoek) heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van IBD in de tweede lijn Als dit onderzoek al in de eerste lijn is verricht, is herhalen in de tweede lijn weinig zinvol Bovendien hebben normale testwaarden door de hogere voorafkans op IBD in de tweede lijn weinig invloed op het verdere diagnostische beleid Het laboratoriumonderzoek is in de tweede lijn wel nuttig bij de evaluatie van het ziektebeloop [Silberer ###, Vermeire ###, Bij vermoeden van IBD dient ook een infectieuze oorzaak te worden uitgesloten Omdat het hierbij om chronische diarree () # weken) gaat is uitsluiten van een parasitaire oorzaak belangrijker dan zoeken naar een bacteriële verwekker Parasitaire infecties (bijvoorbeeld met Giardia lamblia en Dientamoeba fragilis) dienen te worden uitgesloten middels fecesonderzoek Wanneer de diarree is.
569
nvmdl
bekende diagnose PDS en alleen rood rectaal bloedverlies met de ontlasting als niet-pluissymptoom of risicofactor, kan in eerste instantie een sigmoïdoscopie volstaan Bij nieuwe patiënten met mogelijk PDS en met rectaal Tot de inflammatory bowel diseases (IBD) rekent men colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn Colitis ulcerosa is altijd beperkt tot het colon Bij de ziekte van Crohn kan de ontsteking ook in meer proximale delen van het maagdarmkanaal gelokaliseerd zijn en is het terminale ileum een Klachten en verschijnselen passend bij IBD zijn tenesmi, bloed- en slijmverlies met de feces, pijn in afwijkingen, chronische diarree () # weken), koorts, gewichtsverlies Daarnaast is de familieanamnese van belang Aanvullend bloedonderzoek (CRP, BSE en hematologisch onderzoek) heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van IBD in de tweede lijn Als dit onderzoek al in de eerste lijn is verricht, is herhalen in de tweede lijn weinig zinvol Bovendien hebben normale testwaarden door de hogere voorafkans op IBD in de tweede lijn weinig invloed op het verdere diagnostische beleid Het laboratoriumonderzoek is in de tweede lijn wel nuttig bij de evaluatie van het ziektebeloop [Silberer ###, Vermeire ###, Bij vermoeden van IBD dient ook een infectieuze oorzaak te worden uitgesloten Omdat het hierbij om chronische diarree () # weken) gaat is uitsluiten van een parasitaire oorzaak belangrijker dan zoeken naar een bacteriële verwekker Parasitaire infecties (bijvoorbeeld met Giardia lamblia en Dientamoeba fragilis) dienen te worden uitgesloten middels fecesonderzoek Wanneer de diarree is Bepaling van het calprotectinegehalte in de feces heeft een goed onderscheidend vermogen bij de differentiatie tussen IBD en PDS Bij een negatieve calprotectinetest is IBD zeer onwaarschijnlijk en kan endoscopie achterwege blijven Onderscheid tussen andere inflammatoire colitiden en IBD is niet Bij tenesmi of bloed en slijm bij de ontlasting bestaat er in ieder geval een indicatie voor sigmoïdoscopie, daar de klachten kunnen passen bij proctitis of distale colitis Volgens de CBOrichtlijn IBD moet bij aangetoonde IBD of sterk vermoeden van proximale IBD altijd een ileocoloscopie worden uitgevoerd Bij pijn in de rechter onderbuik in combinatie met weerstand en/of laboratoriumonderzoek aangewezen Voor de waarde en plaatsbepaling van aanvullend onderzoek met X-DDP/Sellink, MRI en scintigrafie wordt verwezen naar de richtlijn inflammatoire darmziekten bij Klachten en verschijnselen passend bij coeliakie zijn diarree, gewichtsverlies, opgezette buik, al of Er zijn aanwijzingen dat coeliakie vaker voorkomt bij patiënten bij wie PDS vermoed wordt dan bij gezonden Op grond van prevalentieonderzoeken en buitenlandse kosteneffectiviteitsonderzoeken lijkt serologisch onderzoek op coeliakie zinvol voor zover dit nog niet in de eerste lijn is gebeurd, zo nodig - bij patiënten bij wie de diagnose PDS-D (PDS met diarree op de voorgrond) of <PERSOON> type PDS met diarree afgewisseld door obstipatie) wordt overwogen; - bij patiënten met PDS-klachten in combinatie met ijzergebrek en/of tekenen van malabsorptie; - bij patiënten met PDS-klachten en een eerstegraadsfamilielid met coeliakie collageneuze colitis, parasitaire infecties, galzoutmalabsorptie, bacteriële overgroei in de dunne darm en schildklierfunctiestoornissen) worden vanwege hun beperkte frequentie van voorkomen niet.
578
nvmdl
in de feces heeft een goed onderscheidend vermogen bij de differentiatie tussen IBD en PDS Bij een negatieve calprotectinetest is IBD zeer onwaarschijnlijk en kan endoscopie achterwege blijven Onderscheid tussen andere inflammatoire colitiden en IBD is niet Bij tenesmi of bloed en slijm bij de ontlasting bestaat er in ieder geval een indicatie voor sigmoïdoscopie, daar de klachten kunnen passen bij proctitis of distale colitis Volgens de CBOrichtlijn IBD moet bij aangetoonde IBD of sterk vermoeden van proximale IBD altijd een ileocoloscopie worden uitgevoerd Bij pijn in de rechter onderbuik in combinatie met weerstand en/of laboratoriumonderzoek aangewezen Voor de waarde en plaatsbepaling van aanvullend onderzoek met X-DDP/Sellink, MRI en scintigrafie wordt verwezen naar de richtlijn inflammatoire darmziekten bij Klachten en verschijnselen passend bij coeliakie zijn diarree, gewichtsverlies, opgezette buik, al of Er zijn aanwijzingen dat coeliakie vaker voorkomt bij patiënten bij wie PDS vermoed wordt dan bij gezonden Op grond van prevalentieonderzoeken en buitenlandse kosteneffectiviteitsonderzoeken lijkt serologisch onderzoek op coeliakie zinvol voor zover dit nog niet in de eerste lijn is gebeurd, zo nodig - bij patiënten bij wie de diagnose PDS-D (PDS met diarree op de voorgrond) of <PERSOON> type PDS met diarree afgewisseld door obstipatie) wordt overwogen; - bij patiënten met PDS-klachten in combinatie met ijzergebrek en/of tekenen van malabsorptie; - bij patiënten met PDS-klachten en een eerstegraadsfamilielid met coeliakie collageneuze colitis, parasitaire infecties, galzoutmalabsorptie, bacteriële overgroei in de dunne darm en schildklierfunctiestoornissen) worden vanwege hun beperkte frequentie van voorkomen niet naar de tweede lijn [<PERSOON> ###] Uit de enquête onder patiënten met PDS blijkt dat ##% van mening is dat het te lang duurde voordat zij werden verwezen naar de tweede lijn Dit is een percentage van de patiënten die ook daadwerkelijk verwezen zijn en impliceert derhalve een verwijsverwachting bij een grotere groep Deze wens kan ook samenhangen met de wens tot aanvullend onderzoek, meestal coloscopie, die leeft bij patiënten met PDS In de focusgroep kwam naar voren dat áls patiënten verwezen werden, het traject in het ziekenhuis na de diagnose PDS abrupt ophield en dat patiënten het gevoel hebben dat ze het na de diagnose vaak ‘maar moeten uitzoeken’ Het is in dit kader aan te bevelen dat huisartsen het doel en de verwachtingen van de verwijzing met de patiënt voorbespreken en als onderdeel daarvan uitleggen dat in de tweede lijn niet altijd een scopie zal plaatsvinden Medisch-specialisten bespreken vervolgens het te volgen traject in de tweede lijn met de patiënt Zij sluiten het tweedelijnstraject duidelijk met de patiënt af en verwijzen de patiënt terug naar de huisarts De huisarts bespreekt hierna met de patiënt het vervolgtraject Vanuit het patiëntenperspectief bezien dienen huisartsen het doel en de verwachtingen van de verwijzing naar de tweede lijn met de patiënt te bespreken Vanuit het patiëntenperspectief bezien dienen medisch-specialisten het te volgen traject in de tweede lijn vervolgens met de patiënt te bespreken en ervoor te zorgen dat het tweedelijnstraject duidelijk wordt afgesloten wanneer de patiënt wordt terugverwezen naar de huisarts.
580
nvmdl
[<PERSOON> ###] Uit de enquête onder patiënten met PDS blijkt dat ##% van mening is dat het te lang duurde voordat zij werden verwezen naar de tweede lijn Dit is een percentage van de patiënten die ook daadwerkelijk verwezen zijn en impliceert derhalve een verwijsverwachting bij een grotere groep Deze wens kan ook samenhangen met de wens tot aanvullend onderzoek, meestal coloscopie, die leeft bij patiënten met PDS In de focusgroep kwam naar voren dat áls patiënten verwezen werden, het traject in het ziekenhuis na de diagnose PDS abrupt ophield en dat patiënten het gevoel hebben dat ze het na de diagnose vaak ‘maar moeten uitzoeken’ Het is in dit kader aan te bevelen dat huisartsen het doel en de verwachtingen van de verwijzing met de patiënt voorbespreken en als onderdeel daarvan uitleggen dat in de tweede lijn niet altijd een scopie zal plaatsvinden Medisch-specialisten bespreken vervolgens het te volgen traject in de tweede lijn met de patiënt Zij sluiten het tweedelijnstraject duidelijk met de patiënt af en verwijzen de patiënt terug naar de huisarts De huisarts bespreekt hierna met de patiënt het vervolgtraject Vanuit het patiëntenperspectief bezien dienen huisartsen het doel en de verwachtingen van de verwijzing naar de tweede lijn met de patiënt te bespreken Vanuit het patiëntenperspectief bezien dienen medisch-specialisten het te volgen traject in de tweede lijn vervolgens met de patiënt te bespreken en ervoor te zorgen dat het tweedelijnstraject duidelijk wordt afgesloten wanneer de patiënt wordt terugverwezen naar de huisarts verschijnselen passend bij andere aandoeningen dan PDS) kan ook in de tweede lijn van aanvullende Bij patiënten met PDS-klachten bij wie op basis van één of meer niet-pluissymptomen of risicofactoren het vermoeden van een coloncarcinoom bestaat, is beeldvorming van het colon geïndiceerd Bij patiënten met PDS-klachten met rectaal bloedverlies zonder andere niet-pluissymptomen of Bij patiënten met PDS-klachten met rectaal bloedverlies in combinatie met andere nietpluissymptomen of risicofactoren gaat de voorkeur uit naar colonoscopie Bij patiënten met diarree (PDS-D en PDS-M) dient, voor zover dit in de eerste lijn nog niet is ingezet, diagnostiek naar coeliakie plaats te vinden middels IgA-tTGA met totaal IgA (bij negatieve IgA-tTGA) Bij patiënten met langer dan twee weken diarree (PDS-D of PDS-M) dient, voor zover dit in de eerste lijn nog niet is ingezet, parasitologisch onderzoek plaats te vinden middels een triple feces test (TFT) Bij patiënten met PDS-klachten en ernstige diarree dient onderzoek naar microscopische colitis, collageneuze colitis en galzoutmalabsorptie te worden verricht, vooral wanneer pijn niet op de Er is geen plaats voor onderzoek naar bacteriële overgroei in de dunne darm Routinematig onderzoek naar de schildklierfunctie is bij patiënten met PDS niet geïndiceerd # Welke differentiële diagnostiek dienen in de tweede lijn overwogen te worden? # Welke (aanvullende) diagnostiek is zinvol in de tweede lijn bij deze differentiaaldiagnoses? # en # Welke differentiële diagnostiek dienen in de tweede lijn overwogen te worden en welke aanvullende diagnostiek is zinvol in de tweede lijn bij deze differentiaaldiagnoses?.
595
nvmdl
verschijnselen passend bij andere aandoeningen dan PDS) kan ook in de tweede lijn van aanvullende Bij patiënten met PDS-klachten bij wie op basis van één of meer niet-pluissymptomen of risicofactoren het vermoeden van een coloncarcinoom bestaat, is beeldvorming van het colon geïndiceerd Bij patiënten met PDS-klachten met rectaal bloedverlies zonder andere niet-pluissymptomen of Bij patiënten met PDS-klachten met rectaal bloedverlies in combinatie met andere nietpluissymptomen of risicofactoren gaat de voorkeur uit naar colonoscopie Bij patiënten met diarree (PDS-D en PDS-M) dient, voor zover dit in de eerste lijn nog niet is ingezet, diagnostiek naar coeliakie plaats te vinden middels IgA-tTGA met totaal IgA (bij negatieve IgA-tTGA) Bij patiënten met langer dan twee weken diarree (PDS-D of PDS-M) dient, voor zover dit in de eerste lijn nog niet is ingezet, parasitologisch onderzoek plaats te vinden middels een triple feces test (TFT) Bij patiënten met PDS-klachten en ernstige diarree dient onderzoek naar microscopische colitis, collageneuze colitis en galzoutmalabsorptie te worden verricht, vooral wanneer pijn niet op de Er is geen plaats voor onderzoek naar bacteriële overgroei in de dunne darm Routinematig onderzoek naar de schildklierfunctie is bij patiënten met PDS niet geïndiceerd # Welke differentiële diagnostiek dienen in de tweede lijn overwogen te worden? # Welke (aanvullende) diagnostiek is zinvol in de tweede lijn bij deze differentiaaldiagnoses? # en # Welke differentiële diagnostiek dienen in de tweede lijn overwogen te worden en welke aanvullende diagnostiek is zinvol in de tweede lijn bij deze differentiaaldiagnoses? Een alternatief is CT-colografie Hierbij worden echter poliepen van ( # mm niet vermeld in het radiologisch verslag, kunnen vlakke adenomen gemist worden [<PERSOON> ###] en moet bij grotere poliepen of een tumor Bij patiënten met PDS zonder niet-pluissymptomen of risicofactoren lijkt coloscopie geen hogere opbrengst te hebben dan in de gezonde bevolking In een systematische review van # onderzoeken met ### patiënten bij wie het colon werd onderzocht middels coloscopie of X-colon (met/zonder sigmoïdoscopie) werd onderliggend lijden gevonden in #,#% van de onderzoeken [Bellentani ###, Tolliver ###, Ameen ###] Een prospectief gecontroleerd onderzoek in de Verenigde Staten vergeleek de opbrengst van coloscopie bij ### patiënten met vermoedelijk PDS-D of PDS-M met die bij ### gezonde vrijwilligers die op coloncarcinoom werden gescreend Er was geen verschil in het voorkomen van colonkanker (# versus #,#% bij gezonden) of IBD (#,## versus #% bij gezonden) In een prospectief observationeel onderzoek bij <DATUM> patiënten die verwezen werden met symptomen die mogelijk op CRC konden berusten, werd de opbrengst van flexibele sigmoïdoscopie vergeleken met die van beeldvorming van het gehele colon [<PERSOON> ###] Bij patiënten met darmklachten én ijzergebreksanemie (vrouwen postmenopauzaal, mannen alle leeftijden) en/of een palpabele massa bleek de kans op het vinden van een colonmaligniteit hoog (distaal coloncarcinoom in ##,#%, proximaal coloncarcinoom in ##,#% van de ### gevallen) Beeldvormend onderzoek van het colon is bij deze categorie patiënten derhalve zeker geïndiceerd Bij patiënten met alleen dunnere ontlasting en/of hogere defecatiefrequentie, zonder bloedverlies,.
656
nvmdl
Hierbij worden echter poliepen van ( # mm niet vermeld in het radiologisch verslag, kunnen vlakke adenomen gemist worden [<PERSOON> ###] en moet bij grotere poliepen of een tumor Bij patiënten met PDS zonder niet-pluissymptomen of risicofactoren lijkt coloscopie geen hogere opbrengst te hebben dan in de gezonde bevolking In een systematische review van # onderzoeken met ### patiënten bij wie het colon werd onderzocht middels coloscopie of X-colon (met/zonder sigmoïdoscopie) werd onderliggend lijden gevonden in #,#% van de onderzoeken [Bellentani ###, Tolliver ###, Ameen ###] Een prospectief gecontroleerd onderzoek in de Verenigde Staten vergeleek de opbrengst van coloscopie bij ### patiënten met vermoedelijk PDS-D of PDS-M met die bij ### gezonde vrijwilligers die op coloncarcinoom werden gescreend Er was geen verschil in het voorkomen van colonkanker (# versus #,#% bij gezonden) of IBD (#,## versus #% bij gezonden) In een prospectief observationeel onderzoek bij <DATUM> patiënten die verwezen werden met symptomen die mogelijk op CRC konden berusten, werd de opbrengst van flexibele sigmoïdoscopie vergeleken met die van beeldvorming van het gehele colon [<PERSOON> ###] Bij patiënten met darmklachten én ijzergebreksanemie (vrouwen postmenopauzaal, mannen alle leeftijden) en/of een palpabele massa bleek de kans op het vinden van een colonmaligniteit hoog (distaal coloncarcinoom in ##,#%, proximaal coloncarcinoom in ##,#% van de ### gevallen) Beeldvormend onderzoek van het colon is bij deze categorie patiënten derhalve zeker geïndiceerd Bij patiënten met alleen dunnere ontlasting en/of hogere defecatiefrequentie, zonder bloedverlies, #,#% van de patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar De kans op het vinden van een distaal coloncarcinoom was #,# tot #,#% Dit zou een argument voor sigmoidoscopie kunnen zijn, maar vanwege de hoge kans op het vinden van poliepen in het proximale colon op hogere leeftijd, lijkt coloscopie toch de voorkeur te Bij patiënten met alleen rectaal bloedverlies had sigmoidoscopie een diagnostische opbrengst voor linkszijdig coloncarcinoom van #,#% Indien rectaal bloedverlies in combinatie met een veranderd ontlastingspatroon aanwezig was, was de incidentie van een linkszijdige tumor ##,#% en van een rechtzijdig proces slechts #,#% Volgens de auteurs volstaat daarom sigmoidoscopie bij deze indicatie Uitvoeren van totale coloscopie bij deze groep zou in wezen neerkomen op screening (zie Bij de combinatie van pijnklachten met rectaal bloedverlies werd in #,#% een coloncarcinoom Onzekerheid over de kans op het bestaan van een proximaal coloncarcinoom na sigmoidoscopie kan aanleiding zijn tot oneigenlijk en kostbaar gebruik van volledige coloscopie, CT-colografie of Xcolon Naar schatting wordt in <PERSOON>-Brittannië een kwart van het jaarlijks budget voor colonkanker besteed aan diagnostiek, waarvan ##% aan patiënten zonder de diagnose colonkanker In de Verenigde Staten is het advies om bij elke patiënt met PDS boven de <LEEFTIJD> jaar coloscopie te verrichten [<PERSOON> ###] Dit advies moet worden gezien in het licht van de strategie van screening op adenomateuze poliepen die in de VS wordt voorgestaan In <LOCATIE> is gekozen voor een screeningsstrategie met een immunologische test op occult bloed in de feces (<PERSOON>) Bij het adopteren van de VS-aanpak zou dit programma worden doorkruist.
675
nvmdl
kans op het vinden van een distaal coloncarcinoom was #,# tot #,#% Dit zou een argument voor sigmoidoscopie kunnen zijn, maar vanwege de hoge kans op het vinden van poliepen in het proximale colon op hogere leeftijd, lijkt coloscopie toch de voorkeur te Bij patiënten met alleen rectaal bloedverlies had sigmoidoscopie een diagnostische opbrengst voor linkszijdig coloncarcinoom van #,#% Indien rectaal bloedverlies in combinatie met een veranderd ontlastingspatroon aanwezig was, was de incidentie van een linkszijdige tumor ##,#% en van een rechtzijdig proces slechts #,#% Volgens de auteurs volstaat daarom sigmoidoscopie bij deze indicatie Uitvoeren van totale coloscopie bij deze groep zou in wezen neerkomen op screening (zie Bij de combinatie van pijnklachten met rectaal bloedverlies werd in #,#% een coloncarcinoom Onzekerheid over de kans op het bestaan van een proximaal coloncarcinoom na sigmoidoscopie kan aanleiding zijn tot oneigenlijk en kostbaar gebruik van volledige coloscopie, CT-colografie of Xcolon Naar schatting wordt in <PERSOON>-Brittannië een kwart van het jaarlijks budget voor colonkanker besteed aan diagnostiek, waarvan ##% aan patiënten zonder de diagnose colonkanker In de Verenigde Staten is het advies om bij elke patiënt met PDS boven de <LEEFTIJD> jaar coloscopie te verrichten [<PERSOON> ###] Dit advies moet worden gezien in het licht van de strategie van screening op adenomateuze poliepen die in de VS wordt voorgestaan In <LOCATIE> is gekozen voor een screeningsstrategie met een immunologische test op occult bloed in de feces (<PERSOON>) Bij het adopteren van de VS-aanpak zou dit programma worden doorkruist te realiseren dat de patiënt met PDS is verwezen voor de diagnostiek en behandeling van zijn PDS; de verwijzing wordt oneigenlijk gebruikt wanneer er en passant gescreend wordt op asymptomatische Uit verschillende observationele onderzoeken blijkt het risico op colorectaal carcinoom bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS, maar geen niet-pluissymptomen of risicofactoren hebben, niet Bij patiënten met alleen rood rectaal bloedverlies wordt zelden een maligniteit buiten het bereik van de Bij patiënten met PDS-klachten bij wie op basis van niet-pluissymptomen of risicofactoren het vermoeden van een coloncarcinoom bestaat, is een coloscopie geïndiceerd Bij patiënten die alleen rood rectaal bloedverlies met de ontlasting hebben, en geen andere nietpluissymptomen of risicofactoren, volstaat een sigmoïdoscopie Veel van de aandoeningen die moeten worden onderscheiden van PDS gaan gepaard met ontsteking of beschadiging van de mucosa van dunne darm of colon Dit veroorzaakt translocatie van granulocyten Calprotectine is een calciumbindend eiwit dat voornamelijk van neutrofiele granulocyten afkomstig is De aanwezigheid van calprotectine in de ontlasting is dan ook evenredig met de mate van neutrofiele migratie richting de tractus digestivus [Poullis ###, Lundberg ###] Calprotectine is bij kamertemperatuur gedurende een week stabiel Niet meer dan # gram ontlasting is nodig om met een ELISA-techniek betrouwbaar een kwantitatieve bepaling te doen Dit maakt het mogelijk de test uit te voeren op een per post naar het ziekenhuis opgestuurd ontlastingsmonster Het gebruik van NSAID’s leidt, waarschijnlijk door NSAID-geïnduceerde enteropathie, tot een verhoogd risico op een vals-positieve uitslag NSAID-gebruik dient derhalve te worden gestaakt.
605
nvmdl
dat de patiënt met PDS is verwezen voor de diagnostiek en behandeling van zijn PDS; de verwijzing wordt oneigenlijk gebruikt wanneer er en passant gescreend wordt op asymptomatische Uit verschillende observationele onderzoeken blijkt het risico op colorectaal carcinoom bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS, maar geen niet-pluissymptomen of risicofactoren hebben, niet Bij patiënten met alleen rood rectaal bloedverlies wordt zelden een maligniteit buiten het bereik van de Bij patiënten met PDS-klachten bij wie op basis van niet-pluissymptomen of risicofactoren het vermoeden van een coloncarcinoom bestaat, is een coloscopie geïndiceerd Bij patiënten die alleen rood rectaal bloedverlies met de ontlasting hebben, en geen andere nietpluissymptomen of risicofactoren, volstaat een sigmoïdoscopie Veel van de aandoeningen die moeten worden onderscheiden van PDS gaan gepaard met ontsteking of beschadiging van de mucosa van dunne darm of colon Dit veroorzaakt translocatie van granulocyten Calprotectine is een calciumbindend eiwit dat voornamelijk van neutrofiele granulocyten afkomstig is De aanwezigheid van calprotectine in de ontlasting is dan ook evenredig met de mate van neutrofiele migratie richting de tractus digestivus [Poullis ###, Lundberg ###] Calprotectine is bij kamertemperatuur gedurende een week stabiel Niet meer dan # gram ontlasting is nodig om met een ELISA-techniek betrouwbaar een kwantitatieve bepaling te doen Dit maakt het mogelijk de test uit te voeren op een per post naar het ziekenhuis opgestuurd ontlastingsmonster Het gebruik van NSAID’s leidt, waarschijnlijk door NSAID-geïnduceerde enteropathie, tot een verhoogd risico op een vals-positieve uitslag NSAID-gebruik dient derhalve te worden gestaakt Bloedverlies van meer dan ### ml per dag kan eveneens een vals-positieve uitslag geven Daarom wordt geadviseerd om de test niet uit te voeren tijdens de menstruatie [Roseth ###] Bij patiënten met PDS-klachten in de tweede lijn heeft een negatieve test een zeer hoge voorspellende waarde voor de afwezigheid van IBD of infectieuze colitis Bij een positieve test is er echter alleen een aanwijzing voor mucosale schade met neutrofiele migratie; de aard van deze schade dient vervolgens Bij toepassing van de calprotectinetest als filter voor verder aanvullend onderzoek (bijvoorbeeld coloscopie) is een lage drempelwaarde van een positieve test uiteraard veiliger dan een hoge [<PERSOON> ###] Ook bij patiënten met diverticulitis worden vaker positieve uitslagen voor calprotectine gevonden dan bij patiënten met PDS Bij collageneuze colitis blijkt de calprotectineconcentratie in de feces vaak niet verhoogd Deze aandoening gaat echter gepaard met heftige, waterige diarree en zal praktisch altijd direct aanleiding geven tot het verrichten van coloscopie met biopten [Wildt ###] Een negatieve calprotectinetest sluit ook coeliakie, parasitaire infecties en lactosemalabsorptie niet uit Bij tenesmi of bloed en slijm bij de ontlasting bestaat in ieder geval een indicatie voor een sigmoidoscopie, aangezien de klachten kunnen passen bij proctitis of distale colitis Volgens de richtlijn IBD moet bij aangetoonde IBD of sterk vermoeden van proximale IBD altijd een ileocoloscopie worden uitgevoerd Bij pijn in de rechteronderbuik in combinatie met weerstand en/of laboratoriumonderzoek.
563
nvmdl
Bloedverlies van meer dan ### ml per dag kan eveneens een vals-positieve uitslag geven Daarom wordt geadviseerd om de test niet uit te voeren tijdens de menstruatie [Roseth ###] Bij patiënten met PDS-klachten in de tweede lijn heeft een negatieve test een zeer hoge voorspellende waarde voor de afwezigheid van IBD of infectieuze colitis Bij een positieve test is er echter alleen een aanwijzing voor mucosale schade met neutrofiele migratie; de aard van deze schade dient vervolgens Bij toepassing van de calprotectinetest als filter voor verder aanvullend onderzoek (bijvoorbeeld coloscopie) is een lage drempelwaarde van een positieve test uiteraard veiliger dan een hoge [<PERSOON> ###] Ook bij patiënten met diverticulitis worden vaker positieve uitslagen voor calprotectine gevonden dan bij patiënten met PDS Bij collageneuze colitis blijkt de calprotectineconcentratie in de feces vaak niet verhoogd Deze aandoening gaat echter gepaard met heftige, waterige diarree en zal praktisch altijd direct aanleiding geven tot het verrichten van coloscopie met biopten [Wildt ###] Een negatieve calprotectinetest sluit ook coeliakie, parasitaire infecties en lactosemalabsorptie niet uit Bij tenesmi of bloed en slijm bij de ontlasting bestaat in ieder geval een indicatie voor een sigmoidoscopie, aangezien de klachten kunnen passen bij proctitis of distale colitis Volgens de richtlijn IBD moet bij aangetoonde IBD of sterk vermoeden van proximale IBD altijd een ileocoloscopie worden uitgevoerd Bij pijn in de rechteronderbuik in combinatie met weerstand en/of laboratoriumonderzoek Op grond van de gegevens tot nu toe lijkt het verantwoord om de calprotectinetest in de tweede lijn te gebruiken om met grotere zekerheid te kunnen afzien van, of juist over te gaan tot, aanvullend invasief diagnostisch onderzoek bij patiënten verwezen met PDS-klachten [Gisbert ###] De thans beschikbare gegevens wijzen erop dat met behulp van de calprotectinebepaling bij patiënten zonder niet-pluissymptomen of risicofactoren, veel aandoeningen in de differentiaaldiagnose veilig kunnen worden uitgesloten en dat daarmee veel onnodig, kostbaar en belastend onderzoek kan worden Het risico op IBD is bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS maar geen niet-pluissymptomen of risicofactoren hebben niet hoger dan in de algemene bevolking Op grond van de gegevens tot nu toe lijkt het, enkele uitzonderingen daargelaten, verantwoord om de calprotectinetest in de tweede lijn te gebruiken om met grotere zekerheid te kunnen afzien van, of juist over te gaan tot, aanvullend invasief diagnostisch onderzoek bij patiënten verwezen met PDS-klachten Zie het hoofdstuk Diagnostiek in de eerste lijn voor de wetenschappelijke onderbouwing van het nut van het screenen van patiënten met PDS-D en PDS-M op de aanwezigheid van coeliakie Bij een positieve testuitslag dient de diagnose coeliakie in de tweede lijn bevestigd te worden middels Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS wordt vaker dan verwacht coeliakie aangetroffen Als in de eerste lijn nog geen coeliakiediagnostiek heeft plaatsgevonden, terwijl daar wel een indicatie voor bestaat, kan de medisch-specialist dit bij verwezen patiënten alsnog doen Lactosemalabsorptie (LM) berust meestal op een genetisch bepaalde onvoldoende activiteit van het.
562
nvmdl
verantwoord om de calprotectinetest in de tweede lijn te gebruiken om met grotere zekerheid te kunnen afzien van, of juist over te gaan tot, aanvullend invasief diagnostisch onderzoek bij patiënten verwezen met PDS-klachten [Gisbert ###] De thans beschikbare gegevens wijzen erop dat met behulp van de calprotectinebepaling bij patiënten zonder niet-pluissymptomen of risicofactoren, veel aandoeningen in de differentiaaldiagnose veilig kunnen worden uitgesloten en dat daarmee veel onnodig, kostbaar en belastend onderzoek kan worden Het risico op IBD is bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS maar geen niet-pluissymptomen of risicofactoren hebben niet hoger dan in de algemene bevolking Op grond van de gegevens tot nu toe lijkt het, enkele uitzonderingen daargelaten, verantwoord om de calprotectinetest in de tweede lijn te gebruiken om met grotere zekerheid te kunnen afzien van, of juist over te gaan tot, aanvullend invasief diagnostisch onderzoek bij patiënten verwezen met PDS-klachten Zie het hoofdstuk Diagnostiek in de eerste lijn voor de wetenschappelijke onderbouwing van het nut van het screenen van patiënten met PDS-D en PDS-M op de aanwezigheid van coeliakie Bij een positieve testuitslag dient de diagnose coeliakie in de tweede lijn bevestigd te worden middels Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS wordt vaker dan verwacht coeliakie aangetroffen Als in de eerste lijn nog geen coeliakiediagnostiek heeft plaatsgevonden, terwijl daar wel een indicatie voor bestaat, kan de medisch-specialist dit bij verwezen patiënten alsnog doen Lactosemalabsorptie (LM) berust meestal op een genetisch bepaalde onvoldoende activiteit van het In grote delen van de wereld is deze aandoening eerder regel dan uitzondering Meestal is de patiënt zich zelf al bewust van zijn verminderde tolerantie voor melkproducten In Scandinavische landen, waar de prevalentie van LM laag is, is de prevalentie van PDS hetzelfde als in landen met een hoge prevalentie van LM Dit suggereert dat er weinig LMpatiënten ten onrechte als patiënten met PDS worden beschouwd In de NICE-richtlijn worden # onderzoeken besproken bij patiënten die voldoen aan de <PERSOON>-criteria voor PDS (Hamm ### [Hamm ###], n = ### en Tolliver ### [Tolliver ###], n = ###, verwezen naar de tweede lijn) De prevalentie van LM bij deze patiënten (## tot ##%) verschilde niet van die in Het is waarschijnlijk dat een deel van de patiënten met PDS ook LM heeft In deze gevallen zal de LM de PDS-klachten beïnvloeden, maar veroorzaakt LM deze niet Bij deze patiënten zullen de PDSsymptomen verminderen, maar niet verdwijnen bij de behandeling van de LM Melkgerelateerde klachten blijken onvoldoende te discrimineren tussen patiënten met PDS met en zonder LM Wel discriminerend lijkt de reactie op lactosetoediening tijdens een lactosetolerantietest (LTT) De combinatie van borborygmi en vroegtijdig optredende en aanhoudende symptomen na lactoseconsumptie had een sensitiviteit van ##%, een specificiteit van ##%, een positiefvoorspellende waarde van ##% en een negatiefvoorspellende waarde van ##% [Farup ###] Meer prospectief In reviews wordt voorgesteld dat testen op LM selectief moeten worden ingezet, bijvoorbeeld na een De prevalentiecijfers van LM in de open populatie verschillen aanzienlijk (# tot ##%).
627
nvmdl
is deze aandoening eerder regel dan uitzondering Meestal is de patiënt zich zelf al bewust van zijn verminderde tolerantie voor melkproducten In Scandinavische landen, waar de prevalentie van LM laag is, is de prevalentie van PDS hetzelfde als in landen met een hoge prevalentie van LM Dit suggereert dat er weinig LMpatiënten ten onrechte als patiënten met PDS worden beschouwd In de NICE-richtlijn worden # onderzoeken besproken bij patiënten die voldoen aan de <PERSOON>-criteria voor PDS (Hamm ### [Hamm ###], n = ### en Tolliver ### [Tolliver ###], n = ###, verwezen naar de tweede lijn) De prevalentie van LM bij deze patiënten (## tot ##%) verschilde niet van die in Het is waarschijnlijk dat een deel van de patiënten met PDS ook LM heeft In deze gevallen zal de LM de PDS-klachten beïnvloeden, maar veroorzaakt LM deze niet Bij deze patiënten zullen de PDSsymptomen verminderen, maar niet verdwijnen bij de behandeling van de LM Melkgerelateerde klachten blijken onvoldoende te discrimineren tussen patiënten met PDS met en zonder LM Wel discriminerend lijkt de reactie op lactosetoediening tijdens een lactosetolerantietest (LTT) De combinatie van borborygmi en vroegtijdig optredende en aanhoudende symptomen na lactoseconsumptie had een sensitiviteit van ##%, een specificiteit van ##%, een positiefvoorspellende waarde van ##% en een negatiefvoorspellende waarde van ##% [Farup ###] Meer prospectief In reviews wordt voorgesteld dat testen op LM selectief moeten worden ingezet, bijvoorbeeld na een De prevalentiecijfers van LM in de open populatie verschillen aanzienlijk (# tot ##%) verschil tussen de prevalentie van LM bij patiënten met PDS in het algemeen en die in de open populatie, maar wel tussen de prevalentie van LM bij patiënten met PDS-D en die in de open populatie Er is beperkt bewijs voor verbetering van symptomen bij behandeling van LM bij patiënten Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS wordt vaker dan verwacht lactosemalabsorptie Het voorstel van de werkgroep is om de screening naar LM bij de Nederlandse populatie te beperken tot patiënten verwezen naar de tweede lijn met vermoedelijk PDS-D, met negatieve fecescalprotectine en/of anamnestische aanwijzingen voor LM De screening kan worden uitgevoerd met een LTT of een H#-ademtest Bij patiënten met een afstamming van buiten West-Europa kan laagdrempeliger tot Deze aandoening is een bekende, maar zeldzame oorzaak van chronische diarree Hierbij kan de diagnose op geen enkele andere wijze worden gesteld dan door microscopisch onderzoek van endoscopisch afgenomen biopten uit colonslijmvlies In het algemeen hebben patiënten met deze Het is derhalve raadzaam om bij patiënten met (vermoedelijk) PDS-D, met ernstige diarree, bij wie pijn niet op de voorgrond staat, ileocolonoscopie te verrichten en daarbij willekeurig biopten te nemen uit het colon ter uitsluiting van microscopische en collageneuze colitis [Leighton ###, Limsui ###, Het is raadzaam om bij patiënten met (vermoedelijk) PDS-D, met ernstige diarree, bij wie pijn niet op de voorgrond staat, ileocolonoscopie te verrichten en daarbij willekeurig biopten te nemen uit het colon Sommige chronische parasitaire infecties kunnen PDS-achtige klachten geven waarbij diarree op de voorgrond staat.
635
nvmdl
tussen de prevalentie van LM bij patiënten met PDS in het algemeen en die in de open populatie, maar wel tussen de prevalentie van LM bij patiënten met PDS-D en die in de open populatie Er is beperkt bewijs voor verbetering van symptomen bij behandeling van LM bij patiënten Bij patiënten die voldoen aan de criteria voor PDS wordt vaker dan verwacht lactosemalabsorptie Het voorstel van de werkgroep is om de screening naar LM bij de Nederlandse populatie te beperken tot patiënten verwezen naar de tweede lijn met vermoedelijk PDS-D, met negatieve fecescalprotectine en/of anamnestische aanwijzingen voor LM De screening kan worden uitgevoerd met een LTT of een H#-ademtest Bij patiënten met een afstamming van buiten West-Europa kan laagdrempeliger tot Deze aandoening is een bekende, maar zeldzame oorzaak van chronische diarree Hierbij kan de diagnose op geen enkele andere wijze worden gesteld dan door microscopisch onderzoek van endoscopisch afgenomen biopten uit colonslijmvlies In het algemeen hebben patiënten met deze Het is derhalve raadzaam om bij patiënten met (vermoedelijk) PDS-D, met ernstige diarree, bij wie pijn niet op de voorgrond staat, ileocolonoscopie te verrichten en daarbij willekeurig biopten te nemen uit het colon ter uitsluiting van microscopische en collageneuze colitis [Leighton ###, Limsui ###, Het is raadzaam om bij patiënten met (vermoedelijk) PDS-D, met ernstige diarree, bij wie pijn niet op de voorgrond staat, ileocolonoscopie te verrichten en daarbij willekeurig biopten te nemen uit het colon Sommige chronische parasitaire infecties kunnen PDS-achtige klachten geven waarbij diarree op de voorgrond staat chronische infectie klachten kunnen geven die passen bij PDS-D Beide parasieten komen wereldwijd voor Blijkens een recente review zijn er voldoende onderzoeken onder patiënten met PDS-D, die aantonen dat behandeling van deze parasitaire aandoeningen een gunstig effect heeft op de klachten Het lijkt derhalve verantwoord om PDS-D-patiënten op bovenstaande parasieten te testen, bij voorkeur middels onderzoek van drie fecesmonsters, en te behandelen bij aanwezigheid van een van bovengenoemde infecties Er is onvoldoende bewijs voor pathogeniciteit van Blastocystis hominis en Patiënten met PDS-D met diarree waarbij in de differentiële diagnostiek aan parasitaire infecties wordt gedacht, dienen te worden getest op Dientamoeba fragilis en Giardia lamblia, bij voorkeur middels onderzoek van drie fecesmonsters, en zonodig behandeld te worden Idiopathische malabsorptie van galzouten in het terminale ileum wordt door sommigen beschouwd als een potentiële oorzaak van chronische diarree In een systematische review van achttien onderzoeken bij ### patiënten met chronische diarree, werden met behulp van SeHCAT-scanning bij ## tot ##% van de patiënten aanwijzingen voor galzoutmalabsorptie gevonden Van de patiënten met een gestoorde SeHCAT-scan reageerde ## tot ##% positief op behandeling met colestyramine [Wedlake ###] Behalve de SeHCAT-scan kan ook kwantitatieve bepaling van galzouten in ##-uurs feces Bij het overwegen van bovenstaande evidence dient te worden bedacht dat de meeste patiënten die in deze onderzoeken werden geïncludeerd niet voldeden aan de criteria voor PDS de meesten hadden pijnloze diarree Het is niet bekend welk percentage van de patiënten die aan de <PERSOON> III-criteria voor.
597
nvmdl
klachten kunnen geven die passen bij PDS-D Beide parasieten komen wereldwijd voor Blijkens een recente review zijn er voldoende onderzoeken onder patiënten met PDS-D, die aantonen dat behandeling van deze parasitaire aandoeningen een gunstig effect heeft op de klachten Het lijkt derhalve verantwoord om PDS-D-patiënten op bovenstaande parasieten te testen, bij voorkeur middels onderzoek van drie fecesmonsters, en te behandelen bij aanwezigheid van een van bovengenoemde infecties Er is onvoldoende bewijs voor pathogeniciteit van Blastocystis hominis en Patiënten met PDS-D met diarree waarbij in de differentiële diagnostiek aan parasitaire infecties wordt gedacht, dienen te worden getest op Dientamoeba fragilis en Giardia lamblia, bij voorkeur middels onderzoek van drie fecesmonsters, en zonodig behandeld te worden Idiopathische malabsorptie van galzouten in het terminale ileum wordt door sommigen beschouwd als een potentiële oorzaak van chronische diarree In een systematische review van achttien onderzoeken bij ### patiënten met chronische diarree, werden met behulp van SeHCAT-scanning bij ## tot ##% van de patiënten aanwijzingen voor galzoutmalabsorptie gevonden Van de patiënten met een gestoorde SeHCAT-scan reageerde ## tot ##% positief op behandeling met colestyramine [Wedlake ###] Behalve de SeHCAT-scan kan ook kwantitatieve bepaling van galzouten in ##-uurs feces Bij het overwegen van bovenstaande evidence dient te worden bedacht dat de meeste patiënten die in deze onderzoeken werden geïncludeerd niet voldeden aan de criteria voor PDS de meesten hadden pijnloze diarree Het is niet bekend welk percentage van de patiënten die aan de <PERSOON> III-criteria voor galzoutmalabsorptie wordt gedacht, kunnen hierop worden getest middels een SeHCAT scan of De laatste jaren is er veel geschreven over de mogelijkheid dat bacteriële overgroei in de dunne darm zou kunnen bijdragen aan de verschijnselen van PDS(-D) De waarde van de glucose- of lactulose-H#ademtest voor het vaststellen van bacteriële overgroei is echter discutabel Er is maar één onderzoek, bij patiënten met (vermoedelijk) PDS uitgevoerd, waarin voor het meten van bacteriële overgroei de beide ademtesten werden gecombineerd met het opzuigen van materiaal uit het jejunum In dit onderzoek kwam de concentratie van colonbacteriën in de dunne darm van patiënten met PDS niet boven de normaal gehanteerde diagnostische grenswaarde uit Bij patiënten met PDS werden echter wel hogere concentraties van dunnedarmbacteriën gevonden De ademtesten gaven echter even vaak positieve uitslagen bij patiënten met PDS als bij de gezonde vrijwilligers en ademtesten waren niet diagnostisch voor met door middel van kweek aangetoonde bacteriële overgroei [Posserud ###] Alhoewel bij een deel van de patiënten met PDS de microflora van dunne en dikke darm een rol kan spelen in de pathogenese, is er onvoldoende reden om ademtesten voor bacteriële overgroei uit te De associatie tussen PDS en bacteriële overgroei in de dunne darm is controversieel Alhoewel bij een deel van de patiënten de microflora van dunne en dikke darm een rol kan spelen in de pathogenese, is er onvoldoende reden om ademtesten voor bacteriële overgroei uit te voeren bij alle De prevalentie van schildklierfunctiestoornissen is bij patiënten met PDS niet verschillend van die in de algemene populatie.
596
nvmdl
middels een SeHCAT scan of De laatste jaren is er veel geschreven over de mogelijkheid dat bacteriële overgroei in de dunne darm zou kunnen bijdragen aan de verschijnselen van PDS(-D) De waarde van de glucose- of lactulose-H#ademtest voor het vaststellen van bacteriële overgroei is echter discutabel Er is maar één onderzoek, bij patiënten met (vermoedelijk) PDS uitgevoerd, waarin voor het meten van bacteriële overgroei de beide ademtesten werden gecombineerd met het opzuigen van materiaal uit het jejunum In dit onderzoek kwam de concentratie van colonbacteriën in de dunne darm van patiënten met PDS niet boven de normaal gehanteerde diagnostische grenswaarde uit Bij patiënten met PDS werden echter wel hogere concentraties van dunnedarmbacteriën gevonden De ademtesten gaven echter even vaak positieve uitslagen bij patiënten met PDS als bij de gezonde vrijwilligers en ademtesten waren niet diagnostisch voor met door middel van kweek aangetoonde bacteriële overgroei [Posserud ###] Alhoewel bij een deel van de patiënten met PDS de microflora van dunne en dikke darm een rol kan spelen in de pathogenese, is er onvoldoende reden om ademtesten voor bacteriële overgroei uit te De associatie tussen PDS en bacteriële overgroei in de dunne darm is controversieel Alhoewel bij een deel van de patiënten de microflora van dunne en dikke darm een rol kan spelen in de pathogenese, is er onvoldoende reden om ademtesten voor bacteriële overgroei uit te voeren bij alle De prevalentie van schildklierfunctiestoornissen is bij patiënten met PDS niet verschillend van die in de algemene populatie hyper- of hypothyreoidie aanwezig zijn, is het verrichten van een schildklierfunctietest derhalve niet Er bestaat geen bewijs voor het nut van het verrichten van een schildklierfunctietest specifiek bij Ameen VZ, Patterson MH, Colopy MW, et al Confirmation of presumptive diagnosis of irritable bowel syndrome utilizing <PERSOON> II criteria and simple laboratory screening tests with diagnostic GI evaluation <PERSOON> P et al A simple score for the identification of patients at high risk of organic diseases of the colon in the family doctor consulting room <PERSOON> Local IBS <PERSOON> LJ, Chey WD, Foxx-Orenstein AE, Schiller LR, Schoenfeld PS, Spiegel BM et al <PERSOON> evidence-based position statement on the management of irritable bowel syndrome <PERSOON> EM, Cryan JF, Dinan TG Irritable bowel syndrome towards biomarker identification <PERSOON> Med Farup PG, Monsbakken KW, Vandvik PO Lactose malabsorption in a population with irritable bowel syndrome prevalence and symptoms A case-control study <PERSOON> and answers on the role of fecal lactoferrin as a biological marker in <PERSOON> CD, <PERSOON-##> MH, Toledano AY, Heiken JP, Dachman A, Kuo MD et al Accuracy of CT colonography for detection of large adenomas and cancers <PERSOON-##> J Med ###;##<DATUM> ##.
555
nvmdl
zijn, is het verrichten van een schildklierfunctietest derhalve niet Er bestaat geen bewijs voor het nut van het verrichten van een schildklierfunctietest specifiek bij Ameen VZ, Patterson MH, Colopy MW, et al Confirmation of presumptive diagnosis of irritable bowel syndrome utilizing <PERSOON> II criteria and simple laboratory screening tests with diagnostic GI evaluation <PERSOON> P et al A simple score for the identification of patients at high risk of organic diseases of the colon in the family doctor consulting room <PERSOON> Local IBS <PERSOON> LJ, Chey WD, Foxx-Orenstein AE, Schiller LR, Schoenfeld PS, Spiegel BM et al <PERSOON> evidence-based position statement on the management of irritable bowel syndrome <PERSOON> EM, Cryan JF, Dinan TG Irritable bowel syndrome towards biomarker identification <PERSOON> Med Farup PG, Monsbakken KW, Vandvik PO Lactose malabsorption in a population with irritable bowel syndrome prevalence and symptoms A case-control study <PERSOON> and answers on the role of fecal lactoferrin as a biological marker in <PERSOON> CD, <PERSOON-##> MH, Toledano AY, Heiken JP, Dachman A, Kuo MD et al Accuracy of CT colonography for detection of large adenomas and cancers <PERSOON-##> J Med ###;##<DATUM> ## Noninvasive markers in the assessment of intestinal inflammation in inflammatory bowel diseases performance of fecal lactoferrin, calprotectin, and PMNelastase, CRP, and clinical indices <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> JV et al ASGE guideline endoscopy in the diagnosis and <PERSOON-##> S, Pan H Use of serum biomarkers in a diagnostic test for irritable bowel <PERSOON-##> PP, Tremaine WJ et al Symptomatic overlap between irritable bowel syndrome and microscopic colitis Inflamm Bowel Dis ###;<DATUM> ## Lomer MC, Parkes GC, Sanderson JD Review article lactose intolerance in clinical practice--myths and realities <PERSOON-##> AG Technology insight calprotectin, lactoferrin and nitric oxide as novel markers of inflammatory bowel disease Nat <PERSOON-##> calprotectin shedding after short-term treatment with non-steroidal antiinflammatory drugs <PERSOON-##> JH, Cash BD, et al <PERSOON> yield of colonoscopy in patients with non-constipated irritable bowel syndrome (IBS) results from a prospective, controlled US trial <PERSOON-##> KG et al Diagnostic performance of rapid tests for detection of fecal calprotectin and lactoferrin and their ability to discriminate inflammatory from irritable bowel.
517
nvmdl
inflammatory bowel diseases performance of fecal lactoferrin, calprotectin, and PMNelastase, CRP, and clinical indices <PERSOON> JA, <PERSOON> JV et al ASGE guideline endoscopy in the diagnosis and <PERSOON> S, Pan H Use of serum biomarkers in a diagnostic test for irritable bowel <PERSOON> PP, Tremaine WJ et al Symptomatic overlap between irritable bowel syndrome and microscopic colitis Inflamm Bowel Dis ###;<DATUM> ## Lomer MC, Parkes GC, Sanderson JD Review article lactose intolerance in clinical practice--myths and realities <PERSOON> AG Technology insight calprotectin, lactoferrin and nitric oxide as novel markers of inflammatory bowel disease Nat <PERSOON> calprotectin shedding after short-term treatment with non-steroidal antiinflammatory drugs <PERSOON> JH, Cash BD, et al <PERSOON> yield of colonoscopy in patients with non-constipated irritable bowel syndrome (IBS) results from a prospective, controlled US trial <PERSOON> KG et al Diagnostic performance of rapid tests for detection of fecal calprotectin and lactoferrin and their ability to discriminate inflammatory from irritable bowel Small intestinal bacterial overgrowth in patients with <PERSOON-##> TC, Mendall MA Review article faecal markers in the assessment of activity in <PERSOON-##> of CT colonography for colorectal cancer screening <PERSOON-##> K et al Faecal calprotectin a novel test for the <PERSOON-##> of four fecal assays in the diagnosis of colitis <PERSOON-##> IBD from IBS comparison of the test performance of fecal markers, blood leukocytes, CRP, and IBD antibodies <PERSOON-##> L et al Fecal leukocyte proteins in inflammatory bowel disease and irritable bowel syndrome <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> bowel syndrome a review on the role of intestinal protozoa and the importance of their detection and diagnosis <PERSOON-##> DP et al Flexible sigmoidoscopy and whole colonic imaging in the diagnosis of cancer in patients with colorectal symptoms <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> I Use of surrogate markers of inflammation and <PERSOON-##> criteria to.
441
nvmdl
with <PERSOON> TC, Mendall MA Review article faecal markers in the assessment of activity in <PERSOON> of CT colonography for colorectal cancer screening <PERSOON> K et al Faecal calprotectin a novel test for the <PERSOON> of four fecal assays in the diagnosis of colitis <PERSOON> IBD from IBS comparison of the test performance of fecal markers, blood leukocytes, CRP, and IBD antibodies <PERSOON> L et al Fecal leukocyte proteins in inflammatory bowel disease and irritable bowel syndrome <PERSOON> D, <PERSOON> bowel syndrome a review on the role of intestinal protozoa and the importance of their detection and diagnosis <PERSOON> DP et al Flexible sigmoidoscopy and whole colonic imaging in the diagnosis of cancer in patients with colorectal symptoms <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> I Use of surrogate markers of inflammation and <PERSOON-##> criteria to <PERSOON-##> calprotectin in colonic diverticular disease <PERSOON-##> P C-reactive protein as a marker for inflammatory bowel disease <PERSOON-##> markers in IBD useful, magic, or unnecessary toys? <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> JR, Andreyev HJ Systematic review the prevalence of idiopathic bile acid malabsorption as diagnosed by SeHCAT scanning in patients with diarrhoea-predominant irritable bowel <PERSOON-##> JJ Metabolic and inflammatory faecal markers in collagenous colitis Het beleid bij patiënten met PDS(-klachten) valt uiteen in een deel beleid voor alle patiënten en een deel zorg op maat In tabel # staat aangegeven welke acties bij welke patiënten ondernomen moeten worden In de rest van dit hoofdstuk en in andere hoofdstukken van deze richtlijn wordt vervolgens uitgebreider ingegaan op deze aspecten van het beleid Er bestaat een groot gebrek aan informatie bij patiënten met PDS betreffende hun aandoening, wat tot veel misvattingen over mogelijke oorzaken, aard en prognose leidt Patiënten willen graag een goede samenwerking met de arts, waarin ze zelf een actieve rol hebben in het omgaan met hun aandoening Artsen dienen patiënten met PDS in een zo vroeg mogelijk stadium van de aandoening zo goed mogelijk te informeren over mogelijke oorzaken, aard en prognose van.
453
nvmdl
###;#<DATUM> ## <PERSOON> calprotectin in colonic diverticular disease <PERSOON> P C-reactive protein as a marker for inflammatory bowel disease <PERSOON> markers in IBD useful, magic, or unnecessary toys? <PERSOON> R, <PERSOON> D, <PERSOON> JR, Andreyev HJ Systematic review the prevalence of idiopathic bile acid malabsorption as diagnosed by SeHCAT scanning in patients with diarrhoea-predominant irritable bowel <PERSOON> JJ Metabolic and inflammatory faecal markers in collagenous colitis Het beleid bij patiënten met PDS(-klachten) valt uiteen in een deel beleid voor alle patiënten en een deel zorg op maat In tabel # staat aangegeven welke acties bij welke patiënten ondernomen moeten worden In de rest van dit hoofdstuk en in andere hoofdstukken van deze richtlijn wordt vervolgens uitgebreider ingegaan op deze aspecten van het beleid Er bestaat een groot gebrek aan informatie bij patiënten met PDS betreffende hun aandoening, wat tot veel misvattingen over mogelijke oorzaken, aard en prognose leidt Patiënten willen graag een goede samenwerking met de arts, waarin ze zelf een actieve rol hebben in het omgaan met hun aandoening Artsen dienen patiënten met PDS in een zo vroeg mogelijk stadium van de aandoening zo goed mogelijk te informeren over mogelijke oorzaken, aard en prognose van Schriftelijk voorlichtingsmateriaal kan hierbij behulpzaam zijn De arts legt uit dat een goede verklaring voor de klachten van PDS nog niet is gevonden Er is geen verhoogd risico op het ontstaan van ernstige darmziektes Soms lijken de klachten te ontstaan na een heftige darminfectie of bij een periode van grote spanning De klachten zijn vaak langdurig, komen bij sommige mensen voor in periodes en zijn doorgaans wisselend van aard Het valt niet te voorspellen hoe het beloop van de klachten bij iemand zal zijn Een aantal – theoretische – verklaringen voor het - mensen met PDS zijn gevoeliger voor pijn in en werking van de darmen dan mensen zonder PDS; - de beweging van de darmen is bij mensen met PDS verstoord; - veel mensen maken zich ongerust over hun PDS-klachten, wat de klachten weer kan verergeren; - de darmklachten kunnen een signaal zijn dat men (langdurig) in een stressvolle situatie zit De arts geeft informatie over de mogelijkheden van zelfzorg en sluit daarbij aan op de gegevens uit de anamnese Afhankelijk daarvan worden een of meer van onderstaande adviezen verstrekt en worden in Ongerustheid kan een belangrijke rol spelen bij het in stand houden van de klachten Er kan een vicieuze cirkel ontstaan van klachten, ongerustheid, verergering klachten, ongerustheid, enz Het bespreken van de ongerustheid reduceert de klachten De huisarts exploreert de ongerustheid, gaat na welke vragen leven bij de patiënt en of de verstrekte informatie voldoet.
529
nvmdl
kan hierbij behulpzaam zijn De arts legt uit dat een goede verklaring voor de klachten van PDS nog niet is gevonden Er is geen verhoogd risico op het ontstaan van ernstige darmziektes Soms lijken de klachten te ontstaan na een heftige darminfectie of bij een periode van grote spanning De klachten zijn vaak langdurig, komen bij sommige mensen voor in periodes en zijn doorgaans wisselend van aard Het valt niet te voorspellen hoe het beloop van de klachten bij iemand zal zijn Een aantal – theoretische – verklaringen voor het - mensen met PDS zijn gevoeliger voor pijn in en werking van de darmen dan mensen zonder PDS; - de beweging van de darmen is bij mensen met PDS verstoord; - veel mensen maken zich ongerust over hun PDS-klachten, wat de klachten weer kan verergeren; - de darmklachten kunnen een signaal zijn dat men (langdurig) in een stressvolle situatie zit De arts geeft informatie over de mogelijkheden van zelfzorg en sluit daarbij aan op de gegevens uit de anamnese Afhankelijk daarvan worden een of meer van onderstaande adviezen verstrekt en worden in Ongerustheid kan een belangrijke rol spelen bij het in stand houden van de klachten Er kan een vicieuze cirkel ontstaan van klachten, ongerustheid, verergering klachten, ongerustheid, enz Het bespreken van de ongerustheid reduceert de klachten De huisarts exploreert de ongerustheid, gaat na welke vragen leven bij de patiënt en of de verstrekte informatie voldoet dat daar medisch gezien een noodzaak toe bestaat Als er vermijdingsgedrag bestaat, zou daar de prognose ongunstiger door kunnen zijn De huisarts bespreekt de ongewenstheid hiervan en moedigt de patiënt aan de normale activiteiten zo veel mogelijk te blijven verrichten Streef naar een gunstige beïnvloeding van bijkomende, stresserende factoren en een optimale rol Patiënten met PDS die veel stress ervaren zijn eerder geneigd hulp te zoeken Zoals bij alle ziekten kunnen spanningen en klachten elkaar negatief beïnvloeden De huisarts gaat na welke factoren mogelijk een rol spelen bij het in stand houden van de klachten Hij bespreekt met de patiënt of deze Besteed aandacht aan het eetpatroon, de voeding en lichaamsbeweging Veel patiënten ervaren een verband tussen hun voedingspatroon en het optreden van PDS-klachten Deze relatie komt echter vooral naar voren uit beschrijvend wetenschappelijk onderzoek en blijkt Het is daarom niet mogelijk om specifieke voedingsrichtlijnen op te stellen die bij een groot deel van de patiënten PDS-klachten zouden verminderen Voor iedereen, ook voor patiënten met PDS, gelden de algemene richtlijnen gezonde voeding met uitzondering van het advies om ten minste ## tot ## gram vezels per dag te gebruiken In de vezelrichtlijn van de Gezondheidsraad ### wordt niet ingegaan op het effect van de vezelconsumptie bij patiënten met darmproblemen, zoals PDS Daarnaast kunnen patiënten individueel hun voedingspatroon aanpassen, als ze een duidelijke relatie met PDS-klachten ervaren Daarbij moet uiteraard een volwaardig voedingspatroon worden bewaakt Bij weinig lichamelijke activiteit en vooral bij obstipatie beveelt de huisarts extra lichaamsbeweging.
558
nvmdl
Als er vermijdingsgedrag bestaat, zou daar de prognose ongunstiger door kunnen zijn De huisarts bespreekt de ongewenstheid hiervan en moedigt de patiënt aan de normale activiteiten zo veel mogelijk te blijven verrichten Streef naar een gunstige beïnvloeding van bijkomende, stresserende factoren en een optimale rol Patiënten met PDS die veel stress ervaren zijn eerder geneigd hulp te zoeken Zoals bij alle ziekten kunnen spanningen en klachten elkaar negatief beïnvloeden De huisarts gaat na welke factoren mogelijk een rol spelen bij het in stand houden van de klachten Hij bespreekt met de patiënt of deze Besteed aandacht aan het eetpatroon, de voeding en lichaamsbeweging Veel patiënten ervaren een verband tussen hun voedingspatroon en het optreden van PDS-klachten Deze relatie komt echter vooral naar voren uit beschrijvend wetenschappelijk onderzoek en blijkt Het is daarom niet mogelijk om specifieke voedingsrichtlijnen op te stellen die bij een groot deel van de patiënten PDS-klachten zouden verminderen Voor iedereen, ook voor patiënten met PDS, gelden de algemene richtlijnen gezonde voeding met uitzondering van het advies om ten minste ## tot ## gram vezels per dag te gebruiken In de vezelrichtlijn van de Gezondheidsraad ### wordt niet ingegaan op het effect van de vezelconsumptie bij patiënten met darmproblemen, zoals PDS Daarnaast kunnen patiënten individueel hun voedingspatroon aanpassen, als ze een duidelijke relatie met PDS-klachten ervaren Daarbij moet uiteraard een volwaardig voedingspatroon worden bewaakt Bij weinig lichamelijke activiteit en vooral bij obstipatie beveelt de huisarts extra lichaamsbeweging De zelfzorg kan ondersteund worden met - Wat is er bekend over de perceptie, kennis en wensen van patiënten met PDS? - Wat is het effect van behandelingen met zelfhulpmethodes? - Wat zijn zinvolle interventies van huisartsen om de zelfzorg te bevorderen? # Wat is er bekend over de perceptie, kennis en wensen van patiënten met PDS? Halpert et al [Halpert ###] deden een kwantitatief onderzoek waarbij patiënten een vragenlijst kregen voorgelegd, met de vraag welke items voor hen relevant waren Negenentwintig patiënten uit de derde lijn gaven aan, dat ze meer wilden leren over de volgende van de behandelend arts zouden ze graag persoonlijk informatie ontvangen en voldoende tijd Halpert et al [Halpert ###] hielden eerst focusgroepen (n = ##) en ontwikkelden daarna een enquête die ze online en via meerdere kanalen verspreidden (n = ###; eerste, tweede en derde lijn) Ook werd Er bleken veel misvattingen over PDS te bestaan zoals - het is een vorm van colitis, die erger wordt in de tijd en zich kan ontwikkelen tot kanker De patiënten wilden meer weten over welk voedsel te vermijden, oorzaken van PDS, Kennedy et al [Kennedy ###] deden een exploratief onderzoek met focusgroepen (n = ##) Het doel was om te onderzoeken wat de kennis van patiënten was en over welke onderwerpen men meer wilde weten, om op basis daarvan een zelfzorggids te ontwikkelen Op grond van de gesprekken bleek het belangrijk om uitleg te geven over PDS, de werking van het spijsverteringskanaal en gezonde voeding.
597
nvmdl
worden met - Wat is er bekend over de perceptie, kennis en wensen van patiënten met PDS? - Wat is het effect van behandelingen met zelfhulpmethodes? - Wat zijn zinvolle interventies van huisartsen om de zelfzorg te bevorderen? # Wat is er bekend over de perceptie, kennis en wensen van patiënten met PDS? Halpert et al [Halpert ###] deden een kwantitatief onderzoek waarbij patiënten een vragenlijst kregen voorgelegd, met de vraag welke items voor hen relevant waren Negenentwintig patiënten uit de derde lijn gaven aan, dat ze meer wilden leren over de volgende van de behandelend arts zouden ze graag persoonlijk informatie ontvangen en voldoende tijd Halpert et al [Halpert ###] hielden eerst focusgroepen (n = ##) en ontwikkelden daarna een enquête die ze online en via meerdere kanalen verspreidden (n = ###; eerste, tweede en derde lijn) Ook werd Er bleken veel misvattingen over PDS te bestaan zoals - het is een vorm van colitis, die erger wordt in de tijd en zich kan ontwikkelen tot kanker De patiënten wilden meer weten over welk voedsel te vermijden, oorzaken van PDS, Kennedy et al [Kennedy ###] deden een exploratief onderzoek met focusgroepen (n = ##) Het doel was om te onderzoeken wat de kennis van patiënten was en over welke onderwerpen men meer wilde weten, om op basis daarvan een zelfzorggids te ontwikkelen Op grond van de gesprekken bleek het belangrijk om uitleg te geven over PDS, de werking van het spijsverteringskanaal en gezonde voeding Lacy et al [Lacy ###] concluderen op grond van ### vragenlijsten in de eerste lijn, dat er bij patiënten met PDS veel misvattingen bestaan over aard en prognose van de ziekte PDS zou veroorzaakt worden door angst, depressie en voedsel en er bestaat veel angst omtrent het zich ontwikkelen van de ziekte naar erger, zoals colitis of kanker Men wil het liefste door een gastroenteroloog behandeld worden en verwacht dan vooral een coloscopie Meadows et al [Meadows ###] ondervroegen veertien patiënten en twaalf familie- of andere systeemleden, vooral in de eerste lijn Hieruit kwam naar voren dat patiënten dachten dat PDS veroorzaakt werd door stressvolle gebeurtenissen, dat patiënten zich niet serieus genomen voelden door artsen en dat er veel medicijnen werden voorgeschreven met weinig resultaat Patiënten zoeken het vooral in dieetmanagement en willen hierbij actief gesteund worden door hun Er is veel behoefte aan informatie en aan een goede samenwerking met de arts, waarbij men zelf graag actief wil zijn in het omgaan met de symptomen Ook is er veel behoefte aan begrip van anderen <PERSOON> et al [<PERSOON> ###] deden een exploratief onderzoek in de tweede lijn, waarbij patiënten met PDS werden vergeleken met patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Hieruit bleek dat patiënten met PDS zich slechter geïnformeerd voelden en dat ze hier zeer ongelukkig mee waren Hoe langer men PDS had, hoe minder kennis men had.
599
nvmdl
Lacy et al [Lacy ###] concluderen op grond van ### vragenlijsten in de eerste lijn, dat er bij patiënten met PDS veel misvattingen bestaan over aard en prognose van de ziekte PDS zou veroorzaakt worden door angst, depressie en voedsel en er bestaat veel angst omtrent het zich ontwikkelen van de ziekte naar erger, zoals colitis of kanker Men wil het liefste door een gastroenteroloog behandeld worden en verwacht dan vooral een coloscopie Meadows et al [Meadows ###] ondervroegen veertien patiënten en twaalf familie- of andere systeemleden, vooral in de eerste lijn Hieruit kwam naar voren dat patiënten dachten dat PDS veroorzaakt werd door stressvolle gebeurtenissen, dat patiënten zich niet serieus genomen voelden door artsen en dat er veel medicijnen werden voorgeschreven met weinig resultaat Patiënten zoeken het vooral in dieetmanagement en willen hierbij actief gesteund worden door hun Er is veel behoefte aan informatie en aan een goede samenwerking met de arts, waarbij men zelf graag actief wil zijn in het omgaan met de symptomen Ook is er veel behoefte aan begrip van anderen <PERSOON> et al [<PERSOON> ###] deden een exploratief onderzoek in de tweede lijn, waarbij patiënten met PDS werden vergeleken met patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Hieruit bleek dat patiënten met PDS zich slechter geïnformeerd voelden en dat ze hier zeer ongelukkig mee waren Hoe langer men PDS had, hoe minder kennis men had betreffende hun aandoening, wat leidt tot veel misvattingen over de mogelijke oorzaken, aard en Patiënten zouden graag een goede samenwerking met de arts hebben, waarbij men zelf een actieve rol wil spelen in het management van de aandoening Bengtsson et al [Bengtsson ###] onderzochten bij patiënten met PDS (n = ##, geen controlegroep) op een universiteitspolikliniek het effect van een multidisciplinair voorlichtingsprogramma, bestaande uit # lessen van # uur, gegeven door een arts, verpleegkundige, diëtist en maatschappelijk werker Het betrof een interactieve benadering met groepsoefeningen, schriftelijke informatie en ademhalings- en ontspanningstechnieken Na ## maanden was er sprake van een significante verbetering van pijn (p = #,###) en vitaliteit (p = #,###) en een verminderd bezoek aan artsen (p ( #,###) en diëtist (p ( #,###) Er was geen verandering in medicatiegebruik, ziekenhuisopnames en werkverzuim Colwell et al [Colwell ###] onderzochten (n = ##, geen controlegroep) het effect van een multidisciplinair voorlichtingsprogramma in de derde lijn met een les van # uur, gegeven door een verpleegkundige, diëtist, fysiotherapeut en psycholoog Er werd voorlichting gegeven en er werden oefeningen gedaan (ademhaling en ontspanning) Na # maanden was er een significante verbetering in pijn, stoelgang, winderigheid, misselijkheid en stressmanagement Ook het artsenbezoek was Ringstrom et al [Ringstrom ###] deden een onderzoek (n = ##, geen controlegroep) naar een multidisciplinair voorlichtingsprogramma in de derde lijn van # wekelijkse sessies van # uur, gegeven door een verpleegkundige, gastro-enteroloog, diëtist, fysiotherapeut en een psycholoog De follow-up was #, # en ## maanden.
653
nvmdl