text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
mogelijk is zonder verdere chirurgische exploratie Er is één onderzoek van matige kwaliteit (ontbreken van een goede controlegroep) dat toont dat de uitkomst na sfincterletsel mogelijk verbetert wanneer de diagnostiek wordt uitgebreid met endoechoscopie en bij verdenking op een echoscopische sfincterdefect wordt overgegaan tot chirurgische exploratie Essentieel hierbij is te weten wat het ‘number needed to harm’ is Met andere woorden brengen we schade toe door over te gaan op exploratie als de bevinding vervolgens negatief is In het onderzoek van Faltin (###) met een onderzoekspopulatie van ### vrouwen bleken van de ## met endo-echoscopie vastgestelde defecten er vijf vals positief Eén van deze vijf vrouwen gaf aan na drie en twaalf maanden klachten van ernstige fecale incontinentie te hebben De ‘number needed to treat’ in het onderzoek van Faltin is ## om één casus ernstige fecale endo-echoscopie direct postpartum nog onvoldoende zijn vastgesteld is de werkgroep van mening dat er op dit moment in de reguliere praktijk nog geen plaats is voor chirurgische exploratie van Zoals in hoofdstuk # over diagnostiek al is besproken is het zinvol dat er klinieken komen, waar reeds ervaring met de techniek van endo-anale echoscopie bestaat, die gynaecologen gaan opleiden in het verrichten van endo-echoscopie postpartum Op deze wijze zou in de toekomst beter gekwalificeerd onderzoek kunnen worden verricht waardoor de diagnostische en klinische waarde van routine endo-echoscopie postpartum beoordeeld kan worden Vervolgonderzoek zou de bevindingen van Faltin dan moeten bevestigen betreffende de betere uitkomst voor patiënten <PERSOON> R , <PERSOON> hands-on training in repair of obstetric anal sphincter <PERSOON> M , <PERSOON> of anal sphincter tears to prevent fecal <PERSOON> compared with end-to-end repair of third- and fourth-degree obstetric anal sphincter tears a <PERSOON> T F & <PERSOON> compared with end-to-end repair of complete third-degree or fourthdegree obstetric tears three-year follow-up of a randomized controlled trial Obstet Gynecol <PERSOON> R , <PERSOON> of repair for obstetric anal sphincter injury Cochrane Database of <PERSOON-##> M (###) A modified surgical approach to women with obstetric anal sphincter tears by separate suturing of external and internal anal sphincter A modified approach to obstetric anal sphincter injury BMC Pregnancy and <PERSOON-##> or delayed repair of obstetric anal sphincter tears – a randomized controlled trial <PERSOON-##> J M.
480
nvmdl
Thakar R , <PERSOON> hands-on training in repair of obstetric anal sphincter <PERSOON> M , <PERSOON> of anal sphincter tears to prevent fecal <PERSOON> compared with end-to-end repair of third- and fourth-degree obstetric anal sphincter tears a <PERSOON> T F & <PERSOON> compared with end-to-end repair of complete third-degree or fourthdegree obstetric tears three-year follow-up of a randomized controlled trial Obstet Gynecol <PERSOON> R , <PERSOON> of repair for obstetric anal sphincter injury Cochrane Database of <PERSOON> M (###) A modified surgical approach to women with obstetric anal sphincter tears by separate suturing of external and internal anal sphincter A modified approach to obstetric anal sphincter injury BMC Pregnancy and <PERSOON-##> or delayed repair of obstetric anal sphincter tears – a randomized controlled trial <PERSOON-##> overlap technique versus end-to-end approximation technique for primary repair of obstetric anal sphincter rupture a randomized controlled study <PERSOON-##> of an educational workshop on performance of fourth-degree perineal laceration repair Obstetrics & <PERSOON-##> repair of obstetric anal sphincter <PERSOON-##> S A , <PERSOON-##> D H How to repair an anal sphincter injury after vaginal delivery results of a randomised controlled trial BJOG Is er een verschil in prevalentie van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur die postpartum respectievelijk wel en niet behandeld zijn met bekkenfysiotherapie (inclusief Is er bij vrouwen met een totaalruptuur (in de anamnese) die klachten hebben van fecale biofeedback en ballontraining) een verbetering van de fecale incontinentie meetbaar ten opzichte van eenzelfde groep vrouwen die niet met bekkenfysiotherapie behandeld werd? Bij het afwegen van de voor- en nadelen van het verwijzen naar een bekkenfysiotherapeut direct na de bevalling bij vrouwen met een totaalruptuur is kennis nodig over de effectiviteit van de Het tijdstip wanneer dit moet worden besloten ligt meestal kort na de bevalling, ten tijde van het.
395
nvmdl
<PERSOON> overlap technique versus end-to-end approximation technique for primary repair of obstetric anal sphincter rupture a randomized controlled study <PERSOON> of an educational workshop on performance of fourth-degree perineal laceration repair Obstetrics & <PERSOON> repair of obstetric anal sphincter <PERSOON> S A , <PERSOON> D H How to repair an anal sphincter injury after vaginal delivery results of a randomised controlled trial BJOG Is er een verschil in prevalentie van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur die postpartum respectievelijk wel en niet behandeld zijn met bekkenfysiotherapie (inclusief Is er bij vrouwen met een totaalruptuur (in de anamnese) die klachten hebben van fecale biofeedback en ballontraining) een verbetering van de fecale incontinentie meetbaar ten opzichte van eenzelfde groep vrouwen die niet met bekkenfysiotherapie behandeld werd? Bij het afwegen van de voor- en nadelen van het verwijzen naar een bekkenfysiotherapeut direct na de bevalling bij vrouwen met een totaalruptuur is kennis nodig over de effectiviteit van de Het tijdstip wanneer dit moet worden besloten ligt meestal kort na de bevalling, ten tijde van het (Uitgangsvraag <DATUM> Men kan ervoor kiezen om eerst een bepaalde periode af te wachten, bijvoorbeeld zes weken voor wondgenezing, en dan naar gelang van klachten van fecale incontinentie Onafhankelijk hiervan is het van belang dat een vrouw met een totaalruptuur optimaal wordt geïnformeerd over welke complicaties er eventueel kunnen optreden, de leefwijze, dieet, activiteiten Er is geen enkel artikel gevonden dat voldeed aan de opgestelde inclusiecriteria (zie bijlage # voor de zoekverantwoording), zodat de beantwoording van de uitgangsvragen in dit hoofdstuk gebaseerd is Er is geen literatuur beschikbaar die antwoord geeft op beide uitgangsvragen wat het beste beleid is ten aanzien van verwijzing/behandeling van vrouwen met (persisterende) fecale incontinentie na een totaalruptuur Deze overwegingen zijn dan ook gebaseerd op basis van de empirie en expert opinion Er werden wel onderzoeken gevonden die twee behandelmodaliteiten binnen de bekkenfysiotherapie met elkaar vergeleken In deze onderzoeken werd een relatie gezien met verbetering van de kwaliteit van leven voor de fecale incontinentie (FIQLS, fecal incontinence quality of life scores) bij vrouwen die een behandeling ondergingen ongeacht welk soort behandeling, bekkenfysiotherapie inclusief oefentherapie en/of biofeedback en/of elektrostimulatie (Mahony, ### en Naimy, ###) In de literatuur wordt aangegeven dat de behandelopties voor fecale incontinentie in eerste instantie conservatief zijn, zoals dieetaanpassingen, medicatie, advies over leefstijl of toiletgedrag en bekkenfysiotherapie, ongeacht wanneer deze klachten optreden en wat de oorzaak is van de fecale Onderzoek naar de effectiviteit van bekkenfysiotherapie wordt bemoeilijkt door gebrek aan onderzoeken met voldoende methodologische kwaliteit, gebrek aan standaardisatie van de behandeling en een grote variëteit aan uitkomstmaten Er zijn geen gegevens beschikbaar die inzicht.
510
nvmdl
wachten, bijvoorbeeld zes weken voor wondgenezing, en dan naar gelang van klachten van fecale incontinentie Onafhankelijk hiervan is het van belang dat een vrouw met een totaalruptuur optimaal wordt geïnformeerd over welke complicaties er eventueel kunnen optreden, de leefwijze, dieet, activiteiten Er is geen enkel artikel gevonden dat voldeed aan de opgestelde inclusiecriteria (zie bijlage # voor de zoekverantwoording), zodat de beantwoording van de uitgangsvragen in dit hoofdstuk gebaseerd is Er is geen literatuur beschikbaar die antwoord geeft op beide uitgangsvragen wat het beste beleid is ten aanzien van verwijzing/behandeling van vrouwen met (persisterende) fecale incontinentie na een totaalruptuur Deze overwegingen zijn dan ook gebaseerd op basis van de empirie en expert opinion Er werden wel onderzoeken gevonden die twee behandelmodaliteiten binnen de bekkenfysiotherapie met elkaar vergeleken In deze onderzoeken werd een relatie gezien met verbetering van de kwaliteit van leven voor de fecale incontinentie (FIQLS, fecal incontinence quality of life scores) bij vrouwen die een behandeling ondergingen ongeacht welk soort behandeling, bekkenfysiotherapie inclusief oefentherapie en/of biofeedback en/of elektrostimulatie (Mahony, ### en Naimy, ###) In de literatuur wordt aangegeven dat de behandelopties voor fecale incontinentie in eerste instantie conservatief zijn, zoals dieetaanpassingen, medicatie, advies over leefstijl of toiletgedrag en bekkenfysiotherapie, ongeacht wanneer deze klachten optreden en wat de oorzaak is van de fecale Onderzoek naar de effectiviteit van bekkenfysiotherapie wordt bemoeilijkt door gebrek aan onderzoeken met voldoende methodologische kwaliteit, gebrek aan standaardisatie van de behandeling en een grote variëteit aan uitkomstmaten Er zijn geen gegevens beschikbaar die inzicht heeft als de behandeling van vrouwen met fecale inco zonder een totaalruptuur in de Bij falen van de bovengenoemde conservatieve behandeling kan overwogen worden deze vrouwen te verwijzen naar een specialist ter evaluatie van de oorzaak (gynaecoloog, maag-darm-lever arts, chirurg) De evaluatie voor fecale incontinentie vindt daar plaats volgens de gebruikelijke wijze In <LOCATIE> is hier nog geen officiële richtlijn voor ontwikkeld, zoals in <PERSOON>-Brittannië wel het geval is (NICE), waarbij door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek aangevuld met specifiek diagnose wordt gesteld Indien er sprake is van een significant sfincterdefect (≥##% circumferentie) In de literatuur is er geen bewijs dat bekkenfysiotherapie beter is dan niets doen, echter bekkenfysiotherapie is de eerste behandeloptie bij fecale incontinentie, ook zonder een totaalruptuur in de voorgeschiedenis en is een geaccepteerd onderdeel van het postpartum beleid Meestal wordt dit beleid gecoördineerd door huisarts, verloskundige en/of specialist In het kader van de directe toegankelijkheid van de bekkenfysiotherapie, kan de bekkenfysiotherapeut ook rechtstreeks te maken krijgen met vrouwen met deze indicatie, zonder dat zij verwezen zijn Binnen de patiënten focusgroep is aangegeven dat iedere vrouw met een totaalruptuur in de anamnese de mogelijkheid van behandeling door een bekkenfysiotherapeut aangeboden zou moeten worden, onafhankelijk van de kosten die dit met zich meebrengt Bekkenfysiotherapie is veilig, relatief goedkoop en er zijn geen bijwerkingen en/of complicaties bekend of risico’s aan verbonden Het is derhalve te overwegen om vrouwen met een totaalruptuur te verwijzen voor Enkele algemene onderzoeken zonder controlegroepen aangaande bekkenfysiotherapie lieten wel.
580
nvmdl
behandeling van vrouwen met fecale inco zonder een totaalruptuur in de Bij falen van de bovengenoemde conservatieve behandeling kan overwogen worden deze vrouwen te verwijzen naar een specialist ter evaluatie van de oorzaak (gynaecoloog, maag-darm-lever arts, chirurg) De evaluatie voor fecale incontinentie vindt daar plaats volgens de gebruikelijke wijze In <LOCATIE> is hier nog geen officiële richtlijn voor ontwikkeld, zoals in <PERSOON>-Brittannië wel het geval is (NICE), waarbij door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek aangevuld met specifiek diagnose wordt gesteld Indien er sprake is van een significant sfincterdefect (≥##% circumferentie) In de literatuur is er geen bewijs dat bekkenfysiotherapie beter is dan niets doen, echter bekkenfysiotherapie is de eerste behandeloptie bij fecale incontinentie, ook zonder een totaalruptuur in de voorgeschiedenis en is een geaccepteerd onderdeel van het postpartum beleid Meestal wordt dit beleid gecoördineerd door huisarts, verloskundige en/of specialist In het kader van de directe toegankelijkheid van de bekkenfysiotherapie, kan de bekkenfysiotherapeut ook rechtstreeks te maken krijgen met vrouwen met deze indicatie, zonder dat zij verwezen zijn Binnen de patiënten focusgroep is aangegeven dat iedere vrouw met een totaalruptuur in de anamnese de mogelijkheid van behandeling door een bekkenfysiotherapeut aangeboden zou moeten worden, onafhankelijk van de kosten die dit met zich meebrengt Bekkenfysiotherapie is veilig, relatief goedkoop en er zijn geen bijwerkingen en/of complicaties bekend of risico’s aan verbonden Het is derhalve te overwegen om vrouwen met een totaalruptuur te verwijzen voor Enkele algemene onderzoeken zonder controlegroepen aangaande bekkenfysiotherapie lieten wel verbetering van de kwaliteit van leven (<PERSOON>, ###) behandeling zijn relatief laag in vergelijking met de kosten van bijvoorbeeld opvangmateriaal Ook de aandacht en het begrip voor de klachten die de vrouw krijgt van de bekkenfysiotherapeut zouden hierin een rol kunnen spelen In het algemeen gaf de focusgroep aan dat men een gebrek aan informatie had ervaren over de mogelijke complicaties na de bevalling Op grond van de voorafgaande argumenten komt de werkgroep tot de conclusie dat het te overwegen valt om vrouwen met een totaalruptuur te verwijzen voor bekkenfysiotherapie Gezien het gebrek aan goed onderzoek verdient het aanbeveling om een prospectief (gerandomiseerd) onderzoek naar de effectiviteit van bekkenfysiotherapie bij vrouwen met een <PERSOON> of faecal incontinence in adults <PERSOON> M , O'connell P R , O'herlihy <PERSOON> clinical trial biofeedback augmented with electrical stimulation of the anal sphincter in the early treatment of <PERSOON>A T , Bakka A , Faerden A E , Wiik P , Carlsen E , Nesheim B I Biofeedback> vs electrostimulation in the treatment of postdelivery anal incontinence a randomized, clinical trial <PERSOON> R A A systematic review of etiological factors for postpartum fecal incontinence Acta Obstet Gynecol Scand ### Dobben A C.
533
nvmdl
###; Dobben, ###) behandeling zijn relatief laag in vergelijking met de kosten van bijvoorbeeld opvangmateriaal Ook de aandacht en het begrip voor de klachten die de vrouw krijgt van de bekkenfysiotherapeut zouden hierin een rol kunnen spelen In het algemeen gaf de focusgroep aan dat men een gebrek aan informatie had ervaren over de mogelijke complicaties na de bevalling Op grond van de voorafgaande argumenten komt de werkgroep tot de conclusie dat het te overwegen valt om vrouwen met een totaalruptuur te verwijzen voor bekkenfysiotherapie Gezien het gebrek aan goed onderzoek verdient het aanbeveling om een prospectief (gerandomiseerd) onderzoek naar de effectiviteit van bekkenfysiotherapie bij vrouwen met een <PERSOON> of faecal incontinence in adults <PERSOON> M , O'connell P R , O'herlihy <PERSOON> clinical trial biofeedback augmented with electrical stimulation of the anal sphincter in the early treatment of <PERSOON>A T , Bakka A , Faerden A E , Wiik P , Carlsen E , Nesheim B I Biofeedback> vs electrostimulation in the treatment of postdelivery anal incontinence a randomized, clinical trial <PERSOON> R A A systematic review of etiological factors for postpartum fecal incontinence <PERSOON> changes after physiotherapy in fecal incontinence <PERSOON> Dis Wat moet worden geadviseerd aan vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten aanzien van de modus partus van een volgende zwangerschap (vaginale baring of primaire sectio caesarea)? <DATUM> Wat is het risico op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten opzichte van vrouwen zonder een totaalruptuur in de anamnese? <DATUM> Wat is het risico van een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op een recidief totaalruptuur en wat zijn risicofactoren voor een recidief <DATUM> Wat is het risico na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de Onderdeel van de postpartum controle van vrouwen met een totaalruptuur is het vragen naar klachten van incontinentie voor flatus en/of zachte of vaste ontlasting en of deze klachten mogelijk al bestonden voor de bevalling Bij klachten van incontinentie kan aanvullend onderzoek worden verricht ter beoordeling van de wondgenezing, achtergebleven hechtingen, fistelvorming en het In dit hoofdstuk is de literatuur beoordeeld voor de counseling van de vrouw op lange termijn voor (#) het aanhouden of optreden van fecale incontinentie klachten, (#) de risicofactoren voor een recidief totaalruptuur bij een volgende vaginale partus en (#) de modus partus van een volgende In totaal werden er ## onderzoeken geselecteerd voor het beantwoorden van de uitgangsvragen.
486
nvmdl
<PERSOON> changes after physiotherapy in fecal incontinence <PERSOON> Dis Wat moet worden geadviseerd aan vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten aanzien van de modus partus van een volgende zwangerschap (vaginale baring of primaire sectio caesarea)? <DATUM> Wat is het risico op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten opzichte van vrouwen zonder een totaalruptuur in de anamnese? <DATUM> Wat is het risico van een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op een recidief totaalruptuur en wat zijn risicofactoren voor een recidief <DATUM> Wat is het risico na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de Onderdeel van de postpartum controle van vrouwen met een totaalruptuur is het vragen naar klachten van incontinentie voor flatus en/of zachte of vaste ontlasting en of deze klachten mogelijk al bestonden voor de bevalling Bij klachten van incontinentie kan aanvullend onderzoek worden verricht ter beoordeling van de wondgenezing, achtergebleven hechtingen, fistelvorming en het In dit hoofdstuk is de literatuur beoordeeld voor de counseling van de vrouw op lange termijn voor (#) het aanhouden of optreden van fecale incontinentie klachten, (#) de risicofactoren voor een recidief totaalruptuur bij een volgende vaginale partus en (#) de modus partus van een volgende In totaal werden er ## onderzoeken geselecteerd voor het beantwoorden van de uitgangsvragen Uitgangsvraag <DATUM> Wat is het risico op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten opzichte van vrouwen zonder een totaalruptuur in de anamnese? Er zijn in totaal ## onderzoeken geselecteerd voor het beantwoorden van uitgangsvraag <DATUM> (<PERSOON> incontinentie na een vaginale baring zonder totaalruptuur In vier onderzoeken werd de incidentie van het optreden van fecale incontinentie na een vaginale baring zonder totaalruptuur beschreven met een spreiding van <DATUM> tot ##% (Ryhammer, ###; de In het onderzoek van Ryhammer (###) werd een toename van de incidentie van fecale incontinentie gezien bij oplopende pariteit; <DATUM> na een eerste vaginale baring oplopend naar <DATUM> na de derde vaginale baring In de onderzoeken van Samarasekera (###) en Wegnelius (###) werd geen informatie gegeven over mogelijke risicofactoren voor het optreden van fecale incontinentie Het onderzoek van Samarasekera (###) werd uitgevoerd met een gevalideerde vragenlijst met een gemiddelde follow-up tijd van <LEEFTIJD> jaar Er werd onder andere gebruik gemaakt van een (Wexner) incontinentie score variërend van # (totale continentie) tot ## (totale incontinentie) Van de ## vrouwen met een vaginale baring zonder totaalruptuur gaf ##% klachten aan van incontinentie voor flatus, zachte of vaste ontlasting Van deze ## vrouwen had #% al actief hulp gezocht bij de huisarts Het onderzoek van Wegnelius (###) werd uitgevoerd met een niet gevalideerde vragenlijst verzonden <DATUM> jaar na de bevalling.
569
nvmdl
<DATUM> Wat is het risico op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten opzichte van vrouwen zonder een totaalruptuur in de anamnese? Er zijn in totaal ## onderzoeken geselecteerd voor het beantwoorden van uitgangsvraag <DATUM> (<PERSOON> incontinentie na een vaginale baring zonder totaalruptuur In vier onderzoeken werd de incidentie van het optreden van fecale incontinentie na een vaginale baring zonder totaalruptuur beschreven met een spreiding van <DATUM> tot ##% (Ryhammer, ###; de In het onderzoek van Ryhammer (###) werd een toename van de incidentie van fecale incontinentie gezien bij oplopende pariteit; <DATUM> na een eerste vaginale baring oplopend naar <DATUM> na de derde vaginale baring In de onderzoeken van Samarasekera (###) en Wegnelius (###) werd geen informatie gegeven over mogelijke risicofactoren voor het optreden van fecale incontinentie Het onderzoek van Samarasekera (###) werd uitgevoerd met een gevalideerde vragenlijst met een gemiddelde follow-up tijd van <LEEFTIJD> jaar Er werd onder andere gebruik gemaakt van een (Wexner) incontinentie score variërend van # (totale continentie) tot ## (totale incontinentie) Van de ## vrouwen met een vaginale baring zonder totaalruptuur gaf ##% klachten aan van incontinentie voor flatus, zachte of vaste ontlasting Van deze ## vrouwen had #% al actief hulp gezocht bij de huisarts Het onderzoek van Wegnelius (###) werd uitgevoerd met een niet gevalideerde vragenlijst verzonden <DATUM> jaar na de bevalling (nee, ja elke week, ja elke dag, ja meer dan #x/dag) en ontlasting (nee, ja soms, ja elke week, ja elke dag) Van ### vrouwen na een vaginale baring zonder totaalruptuur gaf ##% aan wel eens incontinentie voor flatus, zachte of vaste ontlasting te hebben, waarbij het grootste deel incontinentie Fecale incontinentie na een primaire sectio caesarea voor de eerste bevalling In twee onderzoeken werd de incidentie van fecale incontinentie na een primaire sectio caesarea voor de eerste bevalling beschreven (Samarasekera, ###; Wegnelius, ###) In beide onderzoeken verschilde het aantal vrouwen met fecale incontinentieklachten na een primaire sectio caesarea nauwelijks van het aantal vrouwen met deze klacht, na een vaginale baring zonder totaalruptuur (hierboven beschreven) In het onderzoek van Samarasekera (###) gaf ##% van de ## vrouwen na een primaire sectio caesarea klachten aan van incontinentie voor flatus, zachte of vaste ontlasting Van deze ## vrouwen had #% al actief hulp gezocht voor deze klacht bij huisarts of specialist De incontinentie score van # # (#-#) was in vergelijking met vrouwen na een vaginale baring zonder In het onderzoek van Wegnelius (###) gaf ##% van ### vrouwen na een primaire sectio caesarea aan wel eens incontinentie voor flatus, dunne of vaste ontlasting te hebben Methodologisch zijn beide onderzoeken van lage kwaliteit, waardoor een inschatting van de mediaan niet mogelijk is Fecale incontinentie na een vaginale baring met een totaalruptuur In de elf geïncludeerde onderzoeken werd de incidentie van fecale incontinentie na een vaginale.
632
nvmdl
ja elke dag, ja meer dan #x/dag) en ontlasting (nee, ja soms, ja elke week, ja elke dag) Van ### vrouwen na een vaginale baring zonder totaalruptuur gaf ##% aan wel eens incontinentie voor flatus, zachte of vaste ontlasting te hebben, waarbij het grootste deel incontinentie Fecale incontinentie na een primaire sectio caesarea voor de eerste bevalling In twee onderzoeken werd de incidentie van fecale incontinentie na een primaire sectio caesarea voor de eerste bevalling beschreven (Samarasekera, ###; Wegnelius, ###) In beide onderzoeken verschilde het aantal vrouwen met fecale incontinentieklachten na een primaire sectio caesarea nauwelijks van het aantal vrouwen met deze klacht, na een vaginale baring zonder totaalruptuur (hierboven beschreven) In het onderzoek van Samarasekera (###) gaf ##% van de ## vrouwen na een primaire sectio caesarea klachten aan van incontinentie voor flatus, zachte of vaste ontlasting Van deze ## vrouwen had #% al actief hulp gezocht voor deze klacht bij huisarts of specialist De incontinentie score van # # (#-#) was in vergelijking met vrouwen na een vaginale baring zonder In het onderzoek van Wegnelius (###) gaf ##% van ### vrouwen na een primaire sectio caesarea aan wel eens incontinentie voor flatus, dunne of vaste ontlasting te hebben Methodologisch zijn beide onderzoeken van lage kwaliteit, waardoor een inschatting van de mediaan niet mogelijk is Fecale incontinentie na een vaginale baring met een totaalruptuur In de elf geïncludeerde onderzoeken werd de incidentie van fecale incontinentie na een vaginale ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Door de methodologische heterogeniteit, zoals verschil in studiepopulatie, verschillende definities van de uitkomstmaat, wisselende duur van follow-up en het niet corrigeren voor mogelijke confounders was het niet mogelijk een gemiddelde incidentie te berekenen met een bijbehorend betrouwbaarheidsinterval (zie evidencetabel <DATUM> Er lijkt een scheve verdeling te zijn waardoor de mediaan dichter bij de ##% ligt (Wegnelius, ###) dan bij de #% (<PERSOON>, ###) In de artikelen met de grotere aantallen is de spreiding tussen de ## en ##% (<PERSOON>, ###; Poen, ###; Wegnelius, ###); dit doet vermoeden dat de mediaan ergens binnen deze spreiding ligt Uitgangsvraag <DATUM> Wat is het risico van een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op een recidief totaalruptuur en wat zijn de risicofactoren voor een recidief totaalruptuur? In zes onderzoeken werd de kans op en risicofactoren voor een recidief totaalruptuur onderzocht na een vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese (<PERSOON>, ###) De incidentie van een recidief totaalruptuur na een vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese heeft een spreiding tussen de <DATUM> en <DATUM> , zie tabel <DATUM> (<PERSOON>, ###) De twee onderzoeken met de grootste aantallen zijn die van Baghestan (###) en Jango (###) Zij vonden een recidief percentage.
641
nvmdl
Poen ###; Samarasekera, ###; Tetzschner, ###; Wegnelius, ###) Door de methodologische heterogeniteit, zoals verschil in studiepopulatie, verschillende definities van de uitkomstmaat, wisselende duur van follow-up en het niet corrigeren voor mogelijke confounders was het niet mogelijk een gemiddelde incidentie te berekenen met een bijbehorend betrouwbaarheidsinterval (zie evidencetabel <DATUM> Er lijkt een scheve verdeling te zijn waardoor de mediaan dichter bij de ##% ligt (Wegnelius, ###) dan bij de #% (<PERSOON>, ###) In de artikelen met de grotere aantallen is de spreiding tussen de ## en ##% (<PERSOON>, ###; Poen, ###; Wegnelius, ###); dit doet vermoeden dat de mediaan ergens binnen deze spreiding ligt Uitgangsvraag <DATUM> Wat is het risico van een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op een recidief totaalruptuur en wat zijn de risicofactoren voor een recidief totaalruptuur? In zes onderzoeken werd de kans op en risicofactoren voor een recidief totaalruptuur onderzocht na een vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese (<PERSOON>, ###) De incidentie van een recidief totaalruptuur na een vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese heeft een spreiding tussen de <DATUM> en <DATUM> , zie tabel <DATUM> (<PERSOON>, ###) De twee onderzoeken met de grootste aantallen zijn die van Baghestan (###) en Jango (###) Zij vonden een recidief percentage dit doet vermoeden dat de mediaan ergens binnen deze spreiding ligt In vergelijking het risico op een totaalruptuur voor een gemiddelde multipara zonder totaalruptuur De belangrijkste risicofactor voor een recidief totaalruptuur is een totaalruptuur in de anamnese (OR <DATUM> # ##) Jango (###) vond geen significant lagere of hogere recidiefkans bij vrouwen bij wie een episiotomie werd gezet Er werd wel een significant hogere recidiefkans gevonden bij vrouwen bij wie een vacuümextractie werd verricht (OR # ##; ##% BI <DATUM> # ##) Daarnaast is het te verwachten dat de risicofactoren die een rol spelen bij het optreden van een eerste totaalruptuur (zoals beschreven in Hoofdstuk # Risicofactoren en Preventie) ook een risicofactor zijn voor het optreden Uitgangsvraag <DATUM> Wat is het risico op nieuw optreden of verergering van fecale incontinentie na een volgende vaginale In vier onderzoeken werd het nieuw optreden of verergeren van fecale incontinentie beschreven als vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese opnieuw vaginaal bevallen (<PERSOON>, ###; <PERSOON> (###) deed retrospectief onderzoek bij ## vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese met een volgende vaginale bevalling Van deze ## vrouwen hadden ## vrouwen tijdelijk fecale incontinentie gehad na hun totaalruptuur (er wordt niet beschreven in welke mate) en waren vier vrouwen permanent incontinent geworden voor flatus Na een volgende vaginale bevalling kregen vijf van de ## vrouwen (##%) met eerder tijdelijke fecale incontinentie opnieuw klachten van een tijdelijke fecale incontinentie (een voor flatus, twee voor zachte ontlasting en twee voor vaste.
647
nvmdl
deze spreiding ligt In vergelijking het risico op een totaalruptuur voor een gemiddelde multipara zonder totaalruptuur De belangrijkste risicofactor voor een recidief totaalruptuur is een totaalruptuur in de anamnese (OR <DATUM> # ##) Jango (###) vond geen significant lagere of hogere recidiefkans bij vrouwen bij wie een episiotomie werd gezet Er werd wel een significant hogere recidiefkans gevonden bij vrouwen bij wie een vacuümextractie werd verricht (OR # ##; ##% BI <DATUM> # ##) Daarnaast is het te verwachten dat de risicofactoren die een rol spelen bij het optreden van een eerste totaalruptuur (zoals beschreven in Hoofdstuk # Risicofactoren en Preventie) ook een risicofactor zijn voor het optreden Uitgangsvraag <DATUM> Wat is het risico op nieuw optreden of verergering van fecale incontinentie na een volgende vaginale In vier onderzoeken werd het nieuw optreden of verergeren van fecale incontinentie beschreven als vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese opnieuw vaginaal bevallen (<PERSOON>, ###; <PERSOON> (###) deed retrospectief onderzoek bij ## vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese met een volgende vaginale bevalling Van deze ## vrouwen hadden ## vrouwen tijdelijk fecale incontinentie gehad na hun totaalruptuur (er wordt niet beschreven in welke mate) en waren vier vrouwen permanent incontinent geworden voor flatus Na een volgende vaginale bevalling kregen vijf van de ## vrouwen (##%) met eerder tijdelijke fecale incontinentie opnieuw klachten van een tijdelijke fecale incontinentie (een voor flatus, twee voor zachte ontlasting en twee voor vaste ontlasting) Van de vier vrouwen die al incontinent waren voor flatus bleven bij drie vrouwen de klachten gelijk, terwijl bij één vrouw verergering van de incontinentie optrad Van de ## vrouwen zonder fecale incontinentie klachten na hun eerdere totaalruptuur kregen twee vrouwen (#%) na een volgende vaginale bevalling tijdelijk incontinentie voor flatus Er was in dit onderzoek dus een duidelijk verschil in uitkomst tussen vrouwen die na de eerste totaalruptuur wel of geen (tijdelijke of permanente) fecale incontinentie hadden Er wordt in dit onderzoek niet beschreven of de volgende bevalling een spontane partus was of dat een kunstverlossing werd verricht Ook wordt niet Tetzschner (###) onderzocht prospectief de uitkomsten bij ## vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese na een volgende spontane vaginale baring Er was één recidief totaalruptuur en deze vrouw had geen en kreeg ook geen fecale incontinentie klachten Van de ## vrouwen hadden ## vrouwen geen klachten na hun eerdere totaalruptuur Van deze ## vrouwen bleven ## vrouwen na de volgende bevalling zonder klachten, terwijl bij één vrouw (#%) incontinentie voor flatus ontstond Van de vijf vrouwen met incontinentie voor flatus na hun eerdere totaalruptuur bleven bij drie de klachten onveranderd terwijl bij twee de klachten verergerden (##%) Eén vrouw met een tijdelijke flatus incontinentie na haar eerdere totaalruptuur ontwikkelde na de Nordenstam (###) onderzocht ## vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese na volgende spontane vaginale baring(en) Ernstige fecale incontinentie kwam na volgende vaginale baring(en) bij deze vrouwen niet significant vaker voor (##%) in vergelijking met vrouwen zonder totaalruptuur bij.
632
nvmdl
voor flatus bleven bij drie vrouwen de klachten gelijk, terwijl bij één vrouw verergering van de incontinentie optrad Van de ## vrouwen zonder fecale incontinentie klachten na hun eerdere totaalruptuur kregen twee vrouwen (#%) na een volgende vaginale bevalling tijdelijk incontinentie voor flatus Er was in dit onderzoek dus een duidelijk verschil in uitkomst tussen vrouwen die na de eerste totaalruptuur wel of geen (tijdelijke of permanente) fecale incontinentie hadden Er wordt in dit onderzoek niet beschreven of de volgende bevalling een spontane partus was of dat een kunstverlossing werd verricht Ook wordt niet Tetzschner (###) onderzocht prospectief de uitkomsten bij ## vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese na een volgende spontane vaginale baring Er was één recidief totaalruptuur en deze vrouw had geen en kreeg ook geen fecale incontinentie klachten Van de ## vrouwen hadden ## vrouwen geen klachten na hun eerdere totaalruptuur Van deze ## vrouwen bleven ## vrouwen na de volgende bevalling zonder klachten, terwijl bij één vrouw (#%) incontinentie voor flatus ontstond Van de vijf vrouwen met incontinentie voor flatus na hun eerdere totaalruptuur bleven bij drie de klachten onveranderd terwijl bij twee de klachten verergerden (##%) Eén vrouw met een tijdelijke flatus incontinentie na haar eerdere totaalruptuur ontwikkelde na de Nordenstam (###) onderzocht ## vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese na volgende spontane vaginale baring(en) Ernstige fecale incontinentie kwam na volgende vaginale baring(en) bij deze vrouwen niet significant vaker voor (##%) in vergelijking met vrouwen zonder totaalruptuur bij Er werd wel een verschil gevonden bij de mildere vormen van incontinentie <PERSOON> (###) beschreef prospectief de follow up van ## vrouwen na een eerdere totaal ruptuur De vrouwen die een sectio caesarea ondergingen werden geexcludeerd uit het onderzoek De follow-up betreft daarmee een geselecteerde groep van ## vrouwen die na de totaal ruptuur bij de eerste bevalling geen klachten van een gecompromiteerde sfincterfunctie hadden met een normale echo hadden, of echoscopisch maximaal een sfincterdefect van ## graden met daarbij een normale anale manometrie, of na counceling zelf voor een vaginale baring hadden gekozen Er waren # vrouwen die het advies tot een primaire sectio niet opvolgden en vaginaal bevielen Van de ## vrouwen waren er # vrouwen die een tweede totaal ruptuur kregen tijdens de volgende baring geselcteerde groep van ## vrouwen ontstonden na een volgende vaginale baring na een eerdere totaal ruptuur geen klachten van fecale incontinentie en was er geen achteruitgang in de sfincterfuntie Tabel <DATUM> Fecale incontinentie (%) na een vaginale baring met totaalruptuur, na een vaginale baring Tabel <DATUM> Recidief totaalruptuur (%) bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese De kans op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese (#% - ##%) is hoger dan de kans bij vrouwen zonder een totaalruptuur in de anamnese (#% - ##%) De mediaan ligt dichter <PERSOON>.
600
nvmdl
Er werd wel een verschil gevonden bij de mildere vormen van incontinentie <PERSOON> (###) beschreef prospectief de follow up van ## vrouwen na een eerdere totaal ruptuur De vrouwen die een sectio caesarea ondergingen werden geexcludeerd uit het onderzoek De follow-up betreft daarmee een geselecteerde groep van ## vrouwen die na de totaal ruptuur bij de eerste bevalling geen klachten van een gecompromiteerde sfincterfunctie hadden met een normale echo hadden, of echoscopisch maximaal een sfincterdefect van ## graden met daarbij een normale anale manometrie, of na counceling zelf voor een vaginale baring hadden gekozen Er waren # vrouwen die het advies tot een primaire sectio niet opvolgden en vaginaal bevielen Van de ## vrouwen waren er # vrouwen die een tweede totaal ruptuur kregen tijdens de volgende baring geselcteerde groep van ## vrouwen ontstonden na een volgende vaginale baring na een eerdere totaal ruptuur geen klachten van fecale incontinentie en was er geen achteruitgang in de sfincterfuntie Tabel <DATUM> Fecale incontinentie (%) na een vaginale baring met totaalruptuur, na een vaginale baring Tabel <DATUM> Recidief totaalruptuur (%) bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese De kans op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese (#% - ##%) is hoger dan de kans bij vrouwen zonder een totaalruptuur in de anamnese (#% - ##%) De mediaan ligt dichter <PERSOON> vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ligt tussen de #% en #% <PERSOON> ### De belangrijkste risicofactor voor een recidief totaalruptuur is een totaalruptuur Er is geen bewijs dat een episiotomie een recidief totaalruptuur voorkomt Er is geen bewijs dat een primaire sectio caesarea het nieuw optreden of verergeren van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de Het risico op het optreden van fecale incontinentie na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in anamnese zonder fecale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in anamnese met fecale incontinentie <PERSOON> ###, <PERSOON> ### De beschikbare onderzoeken wijzen uit dat de kans op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese hoog is met de mediaan die dichter bij de ##% ligt dan bij de #% van de opgegeven spreiding De interpretatie van deze onderzoeken is moeilijk door het verschil in gebruikte definities voor fecale incontinentie, het verschil in follow-up tijd en het gebruik van wel of geen gevalideerde vragenlijsten Sommige onderzoeken beschrijven ook ‘dubbele incontinentie’, oftewel de combinatie van fecale en urine incontinentie De recidiefkans van een totaalruptuur bij de volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ligt tussen de #% en #% Er zijn geen goede onderzoeken naar het beschermende effect van een episiotomie op een recidief totaalruptuur In hoofdstuk # Risicofactoren en Preventie wordt aanbevolen om bij een dreigende totaalruptuur een mediolaterale.
568
nvmdl
de anamnese ligt tussen de #% en #% <PERSOON> ### De belangrijkste risicofactor voor een recidief totaalruptuur is een totaalruptuur Er is geen bewijs dat een episiotomie een recidief totaalruptuur voorkomt Er is geen bewijs dat een primaire sectio caesarea het nieuw optreden of verergeren van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de Het risico op het optreden van fecale incontinentie na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in anamnese zonder fecale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in anamnese met fecale incontinentie <PERSOON> ###, <PERSOON> ### De beschikbare onderzoeken wijzen uit dat de kans op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese hoog is met de mediaan die dichter bij de ##% ligt dan bij de #% van de opgegeven spreiding De interpretatie van deze onderzoeken is moeilijk door het verschil in gebruikte definities voor fecale incontinentie, het verschil in follow-up tijd en het gebruik van wel of geen gevalideerde vragenlijsten Sommige onderzoeken beschrijven ook ‘dubbele incontinentie’, oftewel de combinatie van fecale en urine incontinentie De recidiefkans van een totaalruptuur bij de volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ligt tussen de #% en #% Er zijn geen goede onderzoeken naar het beschermende effect van een episiotomie op een recidief totaalruptuur In hoofdstuk # Risicofactoren en Preventie wordt aanbevolen om bij een dreigende totaalruptuur een mediolaterale totaalruptuur te voorkomen De werkgroep is van mening dat conform deze aanbeveling men een mediolaterale episiotomie laagdrempelig toe kan passen bij dreiging van een ruptuur bij iemand met Er is weinig onderzoek naar het optreden van fecale incontinentie na volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese Het onderzoek <PERSOON> geeft alleen informatie over een zeer geselecteerde groep vaginaal barende vrouwen en is daardoor niet te extrapoleren Er worden in drie onderzoeken in totaal slechts ### vrouwen beschreven met een volgende vaginale bevalling na een eerdere totaalruptuur Ondanks de lage kwaliteit van bewijs wijzen de uitkomsten van deze onderzoeken aan dat het risico op het optreden van fecale incontinentie na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in anamnese zonder fecale incontinentie klachten ligt tussen de # en ##% en mét fecale incontinentie klachten tussen de ##% en ##% ligt Aanvullend onderzoek is nodig om te bevestigen dat klinisch onderscheid moet worden gemaakt tussen vrouwen zonder of met klachten van fecale incontinentie en zonder of met persisterend sfincterdefect na een eerdere totaalruptuur Het onderzoek <PERSOON> beschrijft de follow-up van slechts # vrouwen die een sectio caesarea ondergingen Er is geen goed bewijs dat het routinematig uitvoeren van een primaire sectio caesarea het nieuw optreden of verergeren van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese voorkomt In de dagelijkse praktijk is de wijze van bevallen in een zwangerschap volgend op een bevalling met een totaalruptuur echter regelmatig onderwerp van discussie.
554
nvmdl
is van mening dat conform deze aanbeveling men een mediolaterale episiotomie laagdrempelig toe kan passen bij dreiging van een ruptuur bij iemand met Er is weinig onderzoek naar het optreden van fecale incontinentie na volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese Het onderzoek <PERSOON> geeft alleen informatie over een zeer geselecteerde groep vaginaal barende vrouwen en is daardoor niet te extrapoleren Er worden in drie onderzoeken in totaal slechts ### vrouwen beschreven met een volgende vaginale bevalling na een eerdere totaalruptuur Ondanks de lage kwaliteit van bewijs wijzen de uitkomsten van deze onderzoeken aan dat het risico op het optreden van fecale incontinentie na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in anamnese zonder fecale incontinentie klachten ligt tussen de # en ##% en mét fecale incontinentie klachten tussen de ##% en ##% ligt Aanvullend onderzoek is nodig om te bevestigen dat klinisch onderscheid moet worden gemaakt tussen vrouwen zonder of met klachten van fecale incontinentie en zonder of met persisterend sfincterdefect na een eerdere totaalruptuur Het onderzoek <PERSOON> beschrijft de follow-up van slechts # vrouwen die een sectio caesarea ondergingen Er is geen goed bewijs dat het routinematig uitvoeren van een primaire sectio caesarea het nieuw optreden of verergeren van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese voorkomt In de dagelijkse praktijk is de wijze van bevallen in een zwangerschap volgend op een bevalling met een totaalruptuur echter regelmatig onderwerp van discussie een eerdere totaalruptuur (vaginaal versus primaire sectio caesarea) Tot die tijd moet de obstetrisch zorgverlener, zeker bij vrouwen met klachten van fecale incontinentie en/of aangetoond persisterend sfincterdefect na een totaalruptuur, de beschikbare literatuurgegevens bespreken in de counseling Bagade P , <PERSOON> from medium term follow-up of patients with third and fourth degree perineal tears Journal of <PERSOON> of recurrence and subsequent delivery after obstetric anal sphincter injuries <PERSOON> of <PERSOON> of anal incontinence from subsequent vaginal delivery after a complete obstetric anal sphincter tear British Journal of Obstetrics & Gynaecology ### <PERSOON>;##(#) #<DATUM> <PERSOON> sphincter damage after vaginal delivery functional outcome and risk factors for fecal incontinence <PERSOON> of the sphincter ani the recurrence rate in second delivery <PERSOON> of <PERSOON> M R , <PERSOON-##> B , <PERSOON-##> a second delivery increase the risk of anal incontinence? <PERSOON> of <PERSOON-##> C.
480
nvmdl
versus primaire sectio caesarea) Tot die tijd moet de obstetrisch zorgverlener, zeker bij vrouwen met klachten van fecale incontinentie en/of aangetoond persisterend sfincterdefect na een totaalruptuur, de beschikbare literatuurgegevens bespreken in de counseling Bagade P , <PERSOON> from medium term follow-up of patients with third and fourth degree perineal tears Journal of <PERSOON> of recurrence and subsequent delivery after obstetric anal sphincter injuries <PERSOON> of <PERSOON> of anal incontinence from subsequent vaginal delivery after a complete obstetric anal sphincter tear British Journal of Obstetrics & Gynaecology ### <PERSOON>;##(#) #<DATUM> <PERSOON> sphincter damage after vaginal delivery functional outcome and risk factors for fecal incontinence <PERSOON> of the sphincter ani the recurrence rate in second delivery <PERSOON> of <PERSOON> M R , <PERSOON> B , <PERSOON-##> a second delivery increase the risk of anal incontinence? <PERSOON> of <PERSOON-##> C delivery is recurrence predictable? European Journal of Obstetrics & Gynecology and <PERSOON-##> factors of recurrent anal sphincter ruptures <PERSOON-##> incontinence and quality of life following obstetric anal sphincter injury [Erratum appears in <PERSOON-##> Ooi, <PERSOON-##> [added]; Nicoll, <PERSOON-##> [added]] Archives of <PERSOON-##> progression of anal incontinence after <PERSOON-##>-degree obstetric perineal tear long-term clinical and functional results after primary repair <PERSOON-##> vaginal deliveries increase the risk of permanent incontinence of flatus urine in normal premenopausal women Diseases of the <PERSOON-##> R H , <PERSOON-##> K P , <PERSOON-##> J P , et al Longterm anal continence and quality of life following postpartum anal sphincter injury <PERSOON-##> R , <PERSOON-##> of delivery after previous obstetric anal sphincter injuries <PERSOON-##> and urinary incontinence in women with obstetric anal sphincter rupture.
425
nvmdl
is recurrence predictable? European Journal of Obstetrics & Gynecology and <PERSOON> factors of recurrent anal sphincter ruptures <PERSOON> incontinence and quality of life following obstetric anal sphincter injury [Erratum appears in <PERSOON> Ooi, <PERSOON> [added]; Nicoll, <PERSOON> [added]] Archives of <PERSOON> progression of anal incontinence after <PERSOON>-degree obstetric perineal tear long-term clinical and functional results after primary repair <PERSOON> vaginal deliveries increase the risk of permanent incontinence of flatus urine in normal premenopausal women Diseases of the <PERSOON> R H , <PERSOON-##> K P , <PERSOON-##> J P , et al Longterm anal continence and quality of life following postpartum anal sphincter injury <PERSOON-##> R , <PERSOON-##> of delivery after previous obstetric anal sphincter injuries <PERSOON-##> and urinary incontinence in women with obstetric anal sphincter rupture effects and subsequent delivery Acta Obstet Gynecol Scand ###;##(#) ###-## Levert het verwijzen naar een expertisecentrum van vrouwen die werden behandeld voor een totaalruptuur en die <DATUM> maanden postpartum nog klachten van fecale incontinentie hebben verbetering op van de incontinentie klachten ten opzichte van Wat is een expertisecentrum op het gebied van de behandeling van fecale Bij # tot ##% van de vrouwen (zie hoofdstuk #, uitgangsvraag <DATUM> die na een partus met een totaalruptuur gehecht zijn treden in meer of mindere mate klachten van fecale incontinentie op Fecale incontinentie is een sociaal invaliderende en vaak verborgen klacht Het is niet bekend welk deel van de vrouwen met klachten van fecale incontinentie hiervoor hulp zoekt Het staat wel vast dat door schaamte en taboe een aanzienlijk deel hiervoor geen hulp zoekt De patiënten die wel een arts raadplegen met klachten van fecale incontinentie worden vaak in de bekkenfysiotherapie Indien deze behandeling niet afdoende is kan verwijzing naar een <INSTELLING> met expertise op het gebied van fecale incontinentie wellicht zinvol zijn voor invasieve behandelingsmethoden De vraag is waar een dergelijk expertisecentrum aan moet voldoen en in hoeverre verwijzing dan daadwerkelijk verbetering geeft van de fecale incontinentie Er is geen literatuur gevonden die antwoord geeft op de hierboven beschreven uitgangsvragen voor vrouwen met persisterende fecale incontinentie klachten na de behandeling van een totaalruptuur Dit hoofdstuk zal daarom gebaseerd zijn op expertise en op literatuur over de behandeling van.
472
nvmdl
and subsequent delivery Acta Obstet Gynecol Scand ###;##(#) ###-## Levert het verwijzen naar een expertisecentrum van vrouwen die werden behandeld voor een totaalruptuur en die <DATUM> maanden postpartum nog klachten van fecale incontinentie hebben verbetering op van de incontinentie klachten ten opzichte van Wat is een expertisecentrum op het gebied van de behandeling van fecale Bij # tot ##% van de vrouwen (zie hoofdstuk #, uitgangsvraag <DATUM> die na een partus met een totaalruptuur gehecht zijn treden in meer of mindere mate klachten van fecale incontinentie op Fecale incontinentie is een sociaal invaliderende en vaak verborgen klacht Het is niet bekend welk deel van de vrouwen met klachten van fecale incontinentie hiervoor hulp zoekt Het staat wel vast dat door schaamte en taboe een aanzienlijk deel hiervoor geen hulp zoekt De patiënten die wel een arts raadplegen met klachten van fecale incontinentie worden vaak in de bekkenfysiotherapie Indien deze behandeling niet afdoende is kan verwijzing naar een <INSTELLING> met expertise op het gebied van fecale incontinentie wellicht zinvol zijn voor invasieve behandelingsmethoden De vraag is waar een dergelijk expertisecentrum aan moet voldoen en in hoeverre verwijzing dan daadwerkelijk verbetering geeft van de fecale incontinentie Er is geen literatuur gevonden die antwoord geeft op de hierboven beschreven uitgangsvragen voor vrouwen met persisterende fecale incontinentie klachten na de behandeling van een totaalruptuur Dit hoofdstuk zal daarom gebaseerd zijn op expertise en op literatuur over de behandeling van Uitgangsvraag <DATUM> Levert het verwijzen naar een expertisecentrum van vrouwen die werden behandeld voor een totaalruptuur en die <DATUM> maanden postpartum nog fecale incontinentie klachten hebben verbetering op van de Indien na een totaalruptuur nog klachten van fecale incontinentie blijven bestaan of wanneer deze op de langere termijn ontstaan zal als regel in eerste instantie een conservatieve behandeling met behandelmogelijkheden hebben een bewezen gunstig effect op de ernst van de fecale incontinentie klachten (<PERSOON> ###) Het is onduidelijk hoe lang dit beleid moet worden voortgezet alvorens eventueel een verwijzing naar een expertisecentrum te overwegen Het is bekend dat nog langdurig een spontaan herstel of verbetering van de klachten kan optreden en men zal ook de ingezette therapie een kans willen geven om aan te slaan Er is gekozen voor een periode van <DATUM> maanden afhankelijk van de ernst van de klachten en de specifieke hulpvraag van de vrouw Bij onvoldoende verbetering van de fecale incontinentie klachten met conservatieve behandeling kan verwijzing naar een <INSTELLING> met expertise op het gebied van fecale incontinentie, zoals beschreven Hoewel er geen onomstotelijk bewijs is dat dit meerwaarde heeft baseert de werkgroep zich hiervoor echoscopie, kan een betere diagnose en oorzaak voor de fecale incontinentie worden vastgesteld bijvoorbeeld wel of geen significant sfincterdefect Endo-anale MRI heeft geen meerwaarde voor de detectie van sfincterdefecten boven endo-anale echoscopie (Dobben, Er is een aantal therapieën voor fecale incontinentie die een duidelijke verbetering van de fecale incontinentie kunnen bewerkstelligen Denk aan verschillende vormen van.
552
nvmdl
expertisecentrum van vrouwen die werden behandeld voor een totaalruptuur en die <DATUM> maanden postpartum nog fecale incontinentie klachten hebben verbetering op van de Indien na een totaalruptuur nog klachten van fecale incontinentie blijven bestaan of wanneer deze op de langere termijn ontstaan zal als regel in eerste instantie een conservatieve behandeling met behandelmogelijkheden hebben een bewezen gunstig effect op de ernst van de fecale incontinentie klachten (<PERSOON> ###) Het is onduidelijk hoe lang dit beleid moet worden voortgezet alvorens eventueel een verwijzing naar een expertisecentrum te overwegen Het is bekend dat nog langdurig een spontaan herstel of verbetering van de klachten kan optreden en men zal ook de ingezette therapie een kans willen geven om aan te slaan Er is gekozen voor een periode van <DATUM> maanden afhankelijk van de ernst van de klachten en de specifieke hulpvraag van de vrouw Bij onvoldoende verbetering van de fecale incontinentie klachten met conservatieve behandeling kan verwijzing naar een <INSTELLING> met expertise op het gebied van fecale incontinentie, zoals beschreven Hoewel er geen onomstotelijk bewijs is dat dit meerwaarde heeft baseert de werkgroep zich hiervoor echoscopie, kan een betere diagnose en oorzaak voor de fecale incontinentie worden vastgesteld bijvoorbeeld wel of geen significant sfincterdefect Endo-anale MRI heeft geen meerwaarde voor de detectie van sfincterdefecten boven endo-anale echoscopie (Dobben, Er is een aantal therapieën voor fecale incontinentie die een duidelijke verbetering van de fecale incontinentie kunnen bewerkstelligen Denk aan verschillende vormen van kennis vergroot en komen er betere mogelijkheden voor patiëntgebonden wetenschappelijk Dit alles overwegend meent de werkgroep dat het aanbeveling verdient om vrouwen die werden behandeld voor een totaalruptuur en die <DATUM> maanden postpartum nog fecale incontinentie klachten Uitgangsvraag <DATUM> Wat is een expertisecentrum op het gebied van de behandeling van fecale incontinentie? Er is geen literatuur die onomstotelijk vaststelt wat een expertisecentrum moet inhouden Op grond van analogie met andere ziektebeelden en vergelijkbare centra is de werkgroep tot de volgende Aangezien dit geen richtlijn over de behandeling van fecale incontinentie is zijn de voorwaarden Een expertisecentrum op het gebied van fecale incontinentie is een <INSTELLING> met een multidisciplinaire aanpak voor patiënten met fecale incontinentie Hierbij dienen naar oordeel van de werkgroep minimaal een gynaecoloog, colorectaal chirurg, maag-darm-lever voldoende diagnostische middelen voor de analyse van de fecale incontinentie (endoechoscopie, anorectale manometrie etc ); voldoende kennis van of de beschikking hebben over therapeutische mogelijkheden voor de sfincter etc ) dienen naar de mening van de werkgroep alleen in daarvoor gespecialiseerde centra te Dobben A C , <PERSOON> work-up for faecal incontinence in daily clinical practice in the <PERSOON> A C , <PERSOON> anal sphincter defects in patients with fecal incontinence comparison of endoanal MR imaging and endoanal US Radiology ###;##<DATUM> ## In dit hoofdstuk worden de aanbevelingen uit de afzonderlijke hoofdstukken geïntegreerd en worden.
533
nvmdl
Dit alles overwegend meent de werkgroep dat het aanbeveling verdient om vrouwen die werden behandeld voor een totaalruptuur en die <DATUM> maanden postpartum nog fecale incontinentie klachten Uitgangsvraag <DATUM> Wat is een expertisecentrum op het gebied van de behandeling van fecale incontinentie? Er is geen literatuur die onomstotelijk vaststelt wat een expertisecentrum moet inhouden Op grond van analogie met andere ziektebeelden en vergelijkbare centra is de werkgroep tot de volgende Aangezien dit geen richtlijn over de behandeling van fecale incontinentie is zijn de voorwaarden Een expertisecentrum op het gebied van fecale incontinentie is een <INSTELLING> met een multidisciplinaire aanpak voor patiënten met fecale incontinentie Hierbij dienen naar oordeel van de werkgroep minimaal een gynaecoloog, colorectaal chirurg, maag-darm-lever voldoende diagnostische middelen voor de analyse van de fecale incontinentie (endoechoscopie, anorectale manometrie etc ); voldoende kennis van of de beschikking hebben over therapeutische mogelijkheden voor de sfincter etc ) dienen naar de mening van de werkgroep alleen in daarvoor gespecialiseerde centra te Dobben A C , <PERSOON> work-up for faecal incontinence in daily clinical practice in the <PERSOON> A C , <PERSOON> anal sphincter defects in patients with fecal incontinence comparison of endoanal MR imaging and endoanal US Radiology ###;##<DATUM> ## In dit hoofdstuk worden de aanbevelingen uit de afzonderlijke hoofdstukken geïntegreerd en worden De effecten van de aanbevelingen op de zorg voor vrouwen met een totaalruptuur of met een risico daarop worden besproken <DATUM> Preventie van het optreden van een totaalruptuur totaalruptuur en waarvan een aanzienlijk deel niet of nauwelijks te beïnvloeden zijn In deze richtlijn heeft de werkgroep zich voornamelijk geconcentreerd op die factoren die wel beïnvloedbaar zijn waarbij voor de analyse uitsluitend de Europese literatuur gebruikt is De reden voor exclusie van niet Europese literatuur is dat deze grotendeels uit de USA afkomstig is waar de mediane episiotomie gangbaar is De mediane episiotomie heeft een sterk verhogend effect op het optreden van een totaalruptuur waardoor de interpretatie van andere factoren sterk wordt beperkt totaalruptuur Het is alleen niet duidelijk wat de meest succesvolle vorm van training is Adequate scholing van betrokken zorgverleners wordt aanbevolen waarbij niet alleen aan preventie maar ook aan herkenning en behandeling van een totaalruptuur aandacht wordt gegeven Over of de scholing lokaal, regionaal, landelijk of internationaal moet geschieden kan geen uitspraak worden gedaan Het komt de werkgroep voor dat de NVOG als houder van de richtlijn in samenwerking met relevante beroepsorganisaties in deze scholing en bijscholing het initiatief moet nemen Een aantal factoren zoals ras, maternale leeftijd, pariteit, een totaalruptuur in de voorgeschiedenis en het gewicht en hoofdomtrek van het kind zijn van invloed op de kans op het optreden van een totaalruptuur Deze factoren zijn echter niet beïnvloedbaar Het is wel van belang op de hoogte te.
522
nvmdl
de aanbevelingen op de zorg voor vrouwen met een totaalruptuur of met een risico daarop worden besproken <DATUM> Preventie van het optreden van een totaalruptuur totaalruptuur en waarvan een aanzienlijk deel niet of nauwelijks te beïnvloeden zijn In deze richtlijn heeft de werkgroep zich voornamelijk geconcentreerd op die factoren die wel beïnvloedbaar zijn waarbij voor de analyse uitsluitend de Europese literatuur gebruikt is De reden voor exclusie van niet Europese literatuur is dat deze grotendeels uit de USA afkomstig is waar de mediane episiotomie gangbaar is De mediane episiotomie heeft een sterk verhogend effect op het optreden van een totaalruptuur waardoor de interpretatie van andere factoren sterk wordt beperkt totaalruptuur Het is alleen niet duidelijk wat de meest succesvolle vorm van training is Adequate scholing van betrokken zorgverleners wordt aanbevolen waarbij niet alleen aan preventie maar ook aan herkenning en behandeling van een totaalruptuur aandacht wordt gegeven Over of de scholing lokaal, regionaal, landelijk of internationaal moet geschieden kan geen uitspraak worden gedaan Het komt de werkgroep voor dat de NVOG als houder van de richtlijn in samenwerking met relevante beroepsorganisaties in deze scholing en bijscholing het initiatief moet nemen Een aantal factoren zoals ras, maternale leeftijd, pariteit, een totaalruptuur in de voorgeschiedenis en het gewicht en hoofdomtrek van het kind zijn van invloed op de kans op het optreden van een totaalruptuur Deze factoren zijn echter niet beïnvloedbaar Het is wel van belang op de hoogte te Risicofactoren kunnen opstapelen en het te voeren beleid zou hierdoor kunnen worden beïnvloed Er werd specifiek gezocht naar bewijs over prenataal uit te voeren (be)handelingen die claimen het risico op een totaalruptuur te kunnen verkleinen Over antenataal bekkenfysiotherapie ter preventie van het optreden van een totaalruptuur werd geen literatuur gevonden Over verschillende vormen van voorbereiding van het perineum op de aanstaande bevalling zoals de EPI-NO® en andere vormen van perineale massage kon geen preventieve werking op het optreden van een totaalruptuur worden vastgesteld en worden dus hiervoor ook niet aanbevolen Een groot aantal factoren tijdens de bevalling is in kaart gebracht Pijnstilling bij de bevalling, de duur van de bevalling, de houding tijdens de bevalling en het toedienen van oxytocine bleken geen of geen duidelijke invloed te hebben op het risico op een totaalruptuur Er blijkt een aantal beïnvloedbare factoren te bestaan die wel van invloed zijn op het optreden van totaalrupturen Zo verdient bij het uitvoeren van een vaginale kunstverlossing de vacuümextractie de voorkeur boven een forcipale extractie Verder verdient het de aanbeveling om bij een vaginale kunstverlossing een mediolaterale episiotomie te zetten waarbij de hoek van de episiotomie ten opzichte van de mediaanlijn voldoende groot moet zijn Een hoek tijdens het zetten van mediolaterale episiotomie van minstens ## graden ten opzichte van de mediaanlijn wordt aanbevolen Voor het herkennen van een totaalruptuur behoort een rectaal onderzoek met specifieke aandacht voor detectie van sfincterdefecten en eventueel slijmvliesdefect direct postpartum, nog voor het eventueel hechten, uitgevoerd te worden.
533
nvmdl
het te voeren beleid zou hierdoor kunnen worden beïnvloed Er werd specifiek gezocht naar bewijs over prenataal uit te voeren (be)handelingen die claimen het risico op een totaalruptuur te kunnen verkleinen Over antenataal bekkenfysiotherapie ter preventie van het optreden van een totaalruptuur werd geen literatuur gevonden Over verschillende vormen van voorbereiding van het perineum op de aanstaande bevalling zoals de EPI-NO® en andere vormen van perineale massage kon geen preventieve werking op het optreden van een totaalruptuur worden vastgesteld en worden dus hiervoor ook niet aanbevolen Een groot aantal factoren tijdens de bevalling is in kaart gebracht Pijnstilling bij de bevalling, de duur van de bevalling, de houding tijdens de bevalling en het toedienen van oxytocine bleken geen of geen duidelijke invloed te hebben op het risico op een totaalruptuur Er blijkt een aantal beïnvloedbare factoren te bestaan die wel van invloed zijn op het optreden van totaalrupturen Zo verdient bij het uitvoeren van een vaginale kunstverlossing de vacuümextractie de voorkeur boven een forcipale extractie Verder verdient het de aanbeveling om bij een vaginale kunstverlossing een mediolaterale episiotomie te zetten waarbij de hoek van de episiotomie ten opzichte van de mediaanlijn voldoende groot moet zijn Een hoek tijdens het zetten van mediolaterale episiotomie van minstens ## graden ten opzichte van de mediaanlijn wordt aanbevolen Voor het herkennen van een totaalruptuur behoort een rectaal onderzoek met specifieke aandacht voor detectie van sfincterdefecten en eventueel slijmvliesdefect direct postpartum, nog voor het eventueel hechten, uitgevoerd te worden goed beschrijft (schade aan de externe anale sfincter (EAS), de interne anale sfincter (IAS) en het anale slijmvlies) zodat een juiste indeling met correcte gradering kan worden gemaakt (graad #a, #b, #c of # Het blijkt dat ervaren gynaecologen vaker een totaalruptuur herkennen en dat onervaren Hoewel de rol van de endo-anale echoscopie in de herkenning van een totaalruptuur nog niet geheel duidelijk is, beoordeelt de werkgroep deze techniek als potentieel aanvullend op het klinisch onderzoek Het verdient de aanbeveling om hier meer ervaring mee op te doen gecombineerd met een wetenschappelijke evaluatie in een klein aantal klinieken met ervaring in deze onderzoekstechniek, zodat op termijn kan worden beoordeeld of deze techniek standaard moet Het herstel van een totaalruptuur is een complexe ingreep door de vaak moeilijk herkenbare anatomie en de slechte consistentie van de weefsels direct postpartum Het verdient aanbeveling dat deze ingreep onder optimale omstandigheden met goede belichting, anesthesie, instrumentarium en assistentie in de operatiekamer wordt uitgevoerd Indien echter aan alle voorwaarden voldaan is, vooral qua anesthesie (minimaal epiduraal analgesie), kan de ingreep bij een totaalruptuur graad #A Het verdient aanbeveling om het chirurgisch herstel te laten uitvoeren door een operateur die hiertoe specifieke scholing heeft genoten Dit kan dus betekenen dat er in een groep van gynaecologen enkelen zijn die dit voor hun rekening nemen Omdat een totaalruptuur een onvoorziene complicatie is die zich op ongeregelde tijden en dus ook buiten kantooruren kan aandienen, kan men de ingreep.
540
nvmdl
(schade aan de externe anale sfincter (EAS), de interne anale sfincter (IAS) en het anale slijmvlies) zodat een juiste indeling met correcte gradering kan worden gemaakt (graad #a, #b, #c of # Het blijkt dat ervaren gynaecologen vaker een totaalruptuur herkennen en dat onervaren Hoewel de rol van de endo-anale echoscopie in de herkenning van een totaalruptuur nog niet geheel duidelijk is, beoordeelt de werkgroep deze techniek als potentieel aanvullend op het klinisch onderzoek Het verdient de aanbeveling om hier meer ervaring mee op te doen gecombineerd met een wetenschappelijke evaluatie in een klein aantal klinieken met ervaring in deze onderzoekstechniek, zodat op termijn kan worden beoordeeld of deze techniek standaard moet Het herstel van een totaalruptuur is een complexe ingreep door de vaak moeilijk herkenbare anatomie en de slechte consistentie van de weefsels direct postpartum Het verdient aanbeveling dat deze ingreep onder optimale omstandigheden met goede belichting, anesthesie, instrumentarium en assistentie in de operatiekamer wordt uitgevoerd Indien echter aan alle voorwaarden voldaan is, vooral qua anesthesie (minimaal epiduraal analgesie), kan de ingreep bij een totaalruptuur graad #A Het verdient aanbeveling om het chirurgisch herstel te laten uitvoeren door een operateur die hiertoe specifieke scholing heeft genoten Dit kan dus betekenen dat er in een groep van gynaecologen enkelen zijn die dit voor hun rekening nemen Omdat een totaalruptuur een onvoorziene complicatie is die zich op ongeregelde tijden en dus ook buiten kantooruren kan aandienen, kan men de ingreep chirurgisch herstel Overwegingen omtrent kwaliteit van zorg en patientenvoorkeuren en wensen zullen in de organisatie van deze zorg moeten worden betrokken, rekening houdend met mogelijkheden van de groep gynaecologen zoals grootte en samenstelling Ook vanuit dit oogpunt verdient (bij)scholing aandacht Er is al meer jaren een discussie gaande of een totaalruptuur, graad #b of hoger, overlappend of end-to-end moet worden gesloten om de beste resultaten te bereiken Op grond van de huidige literatuur kan geen aanbeveling voor een van twee methoden worden uitgesproken De ervaring en de voorkeur van de operateur moeten hierin leidend zijn Het routinematig apart sluiten van de interne sfincter en externe sfincter wordt niet aanbevolen Er is geen bewijs dat het sluiten van occulte sfincterletsels, die wel met endo-echoscopie zichtbaar zijn, zinnig is Of het chirurgisch herstel van deze occulte sfincterletsels direct na de bevalling leidt tot een verlaging van het aantal vrouwen met fecale incontinentie na de bevalling kan een belangrijke onderzoeksvraag zijn Deze vraag kan gekoppeld worden aan onderzoek naar de waarde van endoanale echoscopie in de herkenning van totaalrupturen zoals paragraaf <DATUM> reeds is geformuleerd Het is gangbaar in <LOCATIE> om peri-operatief antibiotische profylaxe toe te passen bij een totaalruptuur en postoperatief te laxeren voor een duur van minimaal vier weken om fecale bulkvorming met grote spanning op de sfincter te voorkomen Wij zagen geen aanleiding om dit ter Hoewel er dus geen bewijs is voor het nuttig effect van bekkenfysiotherapie bevelen wij aan, mede.
542
nvmdl
wensen zullen in de organisatie van deze zorg moeten worden betrokken, rekening houdend met mogelijkheden van de groep gynaecologen zoals grootte en samenstelling Ook vanuit dit oogpunt verdient (bij)scholing aandacht Er is al meer jaren een discussie gaande of een totaalruptuur, graad #b of hoger, overlappend of end-to-end moet worden gesloten om de beste resultaten te bereiken Op grond van de huidige literatuur kan geen aanbeveling voor een van twee methoden worden uitgesproken De ervaring en de voorkeur van de operateur moeten hierin leidend zijn Het routinematig apart sluiten van de interne sfincter en externe sfincter wordt niet aanbevolen Er is geen bewijs dat het sluiten van occulte sfincterletsels, die wel met endo-echoscopie zichtbaar zijn, zinnig is Of het chirurgisch herstel van deze occulte sfincterletsels direct na de bevalling leidt tot een verlaging van het aantal vrouwen met fecale incontinentie na de bevalling kan een belangrijke onderzoeksvraag zijn Deze vraag kan gekoppeld worden aan onderzoek naar de waarde van endoanale echoscopie in de herkenning van totaalrupturen zoals paragraaf <DATUM> reeds is geformuleerd Het is gangbaar in <LOCATIE> om peri-operatief antibiotische profylaxe toe te passen bij een totaalruptuur en postoperatief te laxeren voor een duur van minimaal vier weken om fecale bulkvorming met grote spanning op de sfincter te voorkomen Wij zagen geen aanleiding om dit ter Hoewel er dus geen bewijs is voor het nuttig effect van bekkenfysiotherapie bevelen wij aan, mede een totaalruptuur te verwijzen naar een geregistreerd bekkenfysiotherapeut De meeste totaalrupturen treden op bij de eerste vaginale bevalling Er zullen vaak nog één of meer zwangerschappen volgen en is het dus van belang om informatie te hebben over het risico op een herhaalde totaalruptuur en of er mogelijkheden zijn een herhaalde totaalruptuur te voorkomen Ook kennis over de invloed van een volgende bevalling op het ontstaan of verslechteren van de fecale incontinentie is belangrijk Het is duidelijk dat een vrouw met een totaalruptuur in de anamnese een verhoogd risico heeft op een recidief totaalruptuur De zeer schaarse literatuur over de rol van een volgende vaginale bevalling laat zien dat alleen in geselecteerde gevallen het risico op permanente klachten of verergering van bestaande klachten optreedt na een vaginale baring Het staat echter niet vast dat het verrichten van een primaire sectio in een volgende zwangerschap de oplossing is om klachten van fecale incontnentie te voorkomen De werkgroep meent dan ook dat het veld terughoudend moet zijn met het verrichten van primaire sectio caesarea na eerdere totaalruptuur indien dit uitsluitend geschiedt op basis van een totaalruptuur in de anamnese Follow-up onderzoek na het optreden van een totaalruptuur met registratie van klachten en een onderzoek over de wijze van bevallen in een volgende zwangerschap is naar het oordeel van de mogelijkheden Het verdient in ieder geval de aanbeveling om laagdrempelig aan de patient de mogelijkheid te bieden voor een extra consult een aantal maanden postpartum, naast de gebruikelijke De werkgroep heeft met deze richtlijn geprobeerd antwoorden te formuleren op een aantal van de.
534
nvmdl
op bij de eerste vaginale bevalling Er zullen vaak nog één of meer zwangerschappen volgen en is het dus van belang om informatie te hebben over het risico op een herhaalde totaalruptuur en of er mogelijkheden zijn een herhaalde totaalruptuur te voorkomen Ook kennis over de invloed van een volgende bevalling op het ontstaan of verslechteren van de fecale incontinentie is belangrijk Het is duidelijk dat een vrouw met een totaalruptuur in de anamnese een verhoogd risico heeft op een recidief totaalruptuur De zeer schaarse literatuur over de rol van een volgende vaginale bevalling laat zien dat alleen in geselecteerde gevallen het risico op permanente klachten of verergering van bestaande klachten optreedt na een vaginale baring Het staat echter niet vast dat het verrichten van een primaire sectio in een volgende zwangerschap de oplossing is om klachten van fecale incontnentie te voorkomen De werkgroep meent dan ook dat het veld terughoudend moet zijn met het verrichten van primaire sectio caesarea na eerdere totaalruptuur indien dit uitsluitend geschiedt op basis van een totaalruptuur in de anamnese Follow-up onderzoek na het optreden van een totaalruptuur met registratie van klachten en een onderzoek over de wijze van bevallen in een volgende zwangerschap is naar het oordeel van de mogelijkheden Het verdient in ieder geval de aanbeveling om laagdrempelig aan de patient de mogelijkheid te bieden voor een extra consult een aantal maanden postpartum, naast de gebruikelijke De werkgroep heeft met deze richtlijn geprobeerd antwoorden te formuleren op een aantal van de Helaas ontbreekt in een aantal belangrijke zaken het doorslaggevende bewijs Het is de wens en de hoop van de werkgroep dat het veld zijn verantwoordelijkheid neemt en zich maximaal zal inspannen om zo snel mogelijk antwoorden te vinden op deze nog openstaande vragen De prevalentie van totaalruptuur varieert in de literatuur van # <DATUM> #% In een Nederlands onderzoek werd een prevalentie van #% gevonden Van alle vrouwen met een totaalruptuur krijgt een- tot tweederde te maken met een al dan niet tijdelijke mate van fecale incontinentie Een totaalruptuur kan optreden in de #e , #e of #e lijnszorg Een totaalruptuur wordt in <LOCATIE> als regel hersteld door een gynaecoloog direct in aansluiting op de bevalling waarbij gebruik wordt gemaakt van een operatiekamer en met inzet van een anesthesioloog Bij overdracht van zorg en terugkoppeling hierover , meestal tussen de #e en de #e lijnszorg, is optimale communicatie een vereiste Dit geldt zowel voor de zorg direct na het optreden van de totaalruptuur alsook na het herstel van de totaalruptuur als het beleid bij eventueel persisterende klachten en de counceling voor een volgende zwangerschap Het verdient aanbeveling dat het herstellen van een totaalruptuur onder optimale omstandigheden met goede belichting, anesthesie, instrumentarium en assistentie en als regel in een operatiekamer wordt uitgevoerd Hiertoe dient een adequate infrastructuur aanwezig te zijn waarbij de totaalruptuur wordt hersteld door een operateur die een praktische training heeft gehad in het hechten van totaalrupturen en.
532
nvmdl
Helaas ontbreekt in een aantal belangrijke zaken het doorslaggevende bewijs Het is de wens en de hoop van de werkgroep dat het veld zijn verantwoordelijkheid neemt en zich maximaal zal inspannen om zo snel mogelijk antwoorden te vinden op deze nog openstaande vragen De prevalentie van totaalruptuur varieert in de literatuur van # <DATUM> #% In een Nederlands onderzoek werd een prevalentie van #% gevonden Van alle vrouwen met een totaalruptuur krijgt een- tot tweederde te maken met een al dan niet tijdelijke mate van fecale incontinentie Een totaalruptuur kan optreden in de #e , #e of #e lijnszorg Een totaalruptuur wordt in <LOCATIE> als regel hersteld door een gynaecoloog direct in aansluiting op de bevalling waarbij gebruik wordt gemaakt van een operatiekamer en met inzet van een anesthesioloog Bij overdracht van zorg en terugkoppeling hierover , meestal tussen de #e en de #e lijnszorg, is optimale communicatie een vereiste Dit geldt zowel voor de zorg direct na het optreden van de totaalruptuur alsook na het herstel van de totaalruptuur als het beleid bij eventueel persisterende klachten en de counceling voor een volgende zwangerschap Het verdient aanbeveling dat het herstellen van een totaalruptuur onder optimale omstandigheden met goede belichting, anesthesie, instrumentarium en assistentie en als regel in een operatiekamer wordt uitgevoerd Hiertoe dient een adequate infrastructuur aanwezig te zijn waarbij de totaalruptuur wordt hersteld door een operateur die een praktische training heeft gehad in het hechten van totaalrupturen en Dit kan eventueel een concentratie van zorg inhouden waarbij enkele operateurs dit voor hun rekening nemen Dit dient per zorginstelling te Na het optreden van een totaalruptuur moet adequate follow-up te zijn waarbij voor de patiënt de mogelijkheid bestaat om ook na de gebruikelijke # weken postpartumcontrole nog op consult te komen Bij, persisterende, klachten , in het bijzonder van fecale incontinentie dient er zonodig een verwijzing te Vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese moeten goed worden gecounceled over een eventuele volgende zwangerschap en worden ingelicht dat zij een verhoogde kans hebben op een totaalruptuur Zowel het herkennen als herstellen van een totaalruptuur kan lastig zijn Het verdient dus aanbeveling dat alle relevante zorgverleners hierin worden getraind Training van zorgverleners kan ook het aantal totaalrupturen verminderen en heeft dus grote waarde uit oogpunt van preventie Het verdient aanbeveling dat er , analoog aan de trainingsprogramma’s die elders succesvol zijn uitgevoerd, ook in <LOCATIE> een vergelijkbaar programma en geënt op de Nederlandse situatie wordt opgezet Hoewel er veel literatuur over de totaalruptuur is verschenen blijken er twee deelonderwerpen waar weinig of geen relevante literatuur over is Beide onderwerpen zijn zeer relevant voor de zorg voor patiënten met een totaalruptuur en op grond daarvan verdient het aanbeveling om hier onderzoek naar te Het betreft in de eerste plaats de rol van de bekkenfysiotherapie in de preventie en de behandeling van een totaalruptuur Ook is wetenschappelijk onderzoek naar de optimale wijze van bevallen voor vrouwen.
538
nvmdl
van zorg inhouden waarbij enkele operateurs dit voor hun rekening nemen Dit dient per zorginstelling te Na het optreden van een totaalruptuur moet adequate follow-up te zijn waarbij voor de patiënt de mogelijkheid bestaat om ook na de gebruikelijke # weken postpartumcontrole nog op consult te komen Bij, persisterende, klachten , in het bijzonder van fecale incontinentie dient er zonodig een verwijzing te Vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese moeten goed worden gecounceled over een eventuele volgende zwangerschap en worden ingelicht dat zij een verhoogde kans hebben op een totaalruptuur Zowel het herkennen als herstellen van een totaalruptuur kan lastig zijn Het verdient dus aanbeveling dat alle relevante zorgverleners hierin worden getraind Training van zorgverleners kan ook het aantal totaalrupturen verminderen en heeft dus grote waarde uit oogpunt van preventie Het verdient aanbeveling dat er , analoog aan de trainingsprogramma’s die elders succesvol zijn uitgevoerd, ook in <LOCATIE> een vergelijkbaar programma en geënt op de Nederlandse situatie wordt opgezet Hoewel er veel literatuur over de totaalruptuur is verschenen blijken er twee deelonderwerpen waar weinig of geen relevante literatuur over is Beide onderwerpen zijn zeer relevant voor de zorg voor patiënten met een totaalruptuur en op grond daarvan verdient het aanbeveling om hier onderzoek naar te Het betreft in de eerste plaats de rol van de bekkenfysiotherapie in de preventie en de behandeling van een totaalruptuur Ook is wetenschappelijk onderzoek naar de optimale wijze van bevallen voor vrouwen De zorg rondom de patiënt met een totaalruptuur is erbij gebaat dat de adviezen uit deze richtlijn goed worden gecommuniceerd naar alle betrokkenen, zowel zorgverleners als patiënten Een communicatie is derhalve van veel belang Verder is er bij deze richtlijn ook een informatiefolder geschreven die waar relevant moet worden gebruikt + Risicofactor, - preventieve factor, = geen significante associatie, grijs niet onderzocht ##<DATUM> or ### or ### or ### (###) <DATUM> # Welke risicofactoren zijn er bekend voor het optreden van een totaalruptuur bij de bevalling? <PERSOON> trial was completed by ### subjects in the kneeling group (E) sitting group (N-E) <PERSOON> trial was discontinued by ## of ### subjects (##%) in the kneeling group and ## of ### subjects (##%) in the Obstetrical sphincter tears did not differ significantly between the two groups but an intact perineum was more common in the Multivariate risk analysis indicated that prolonged duration of second stage of labor and episiotomy were associated with an increased risk respectively) Delivery posture, maternal age, fetal weight, use of oxytocin, and use of epidural analgesia did not increase the risk of obstetrical anal sphincter lacerations in the two upright postures - TNS, acupuncture, nitrouw oxide, morphine, epidural anesthesia, spinal anesthesia, paracervical block, pundendal block, no analgesia, # <PERSOON> occurrence of obstetric anal sphincter injuries in vaginal vertex deliveries increased from # #% in ### to <DATUM> in ### Obstetric anal sphincter injuries were more frequent in forceps and Instrumental vs non instrumental deliveries, with and without.
616
nvmdl
erbij gebaat dat de adviezen uit deze richtlijn goed worden gecommuniceerd naar alle betrokkenen, zowel zorgverleners als patiënten Een communicatie is derhalve van veel belang Verder is er bij deze richtlijn ook een informatiefolder geschreven die waar relevant moet worden gebruikt + Risicofactor, - preventieve factor, = geen significante associatie, grijs niet onderzocht ##<DATUM> or ### or ### or ### (###) <DATUM> # Welke risicofactoren zijn er bekend voor het optreden van een totaalruptuur bij de bevalling? <PERSOON> trial was completed by ### subjects in the kneeling group (E) sitting group (N-E) <PERSOON> trial was discontinued by ## of ### subjects (##%) in the kneeling group and ## of ### subjects (##%) in the Obstetrical sphincter tears did not differ significantly between the two groups but an intact perineum was more common in the Multivariate risk analysis indicated that prolonged duration of second stage of labor and episiotomy were associated with an increased risk respectively) Delivery posture, maternal age, fetal weight, use of oxytocin, and use of epidural analgesia did not increase the risk of obstetrical anal sphincter lacerations in the two upright postures - TNS, acupuncture, nitrouw oxide, morphine, epidural anesthesia, spinal anesthesia, paracervical block, pundendal block, no analgesia, # <PERSOON> occurrence of obstetric anal sphincter injuries in vaginal vertex deliveries increased from # #% in ### to <DATUM> in ### Obstetric anal sphincter injuries were more frequent in forceps and Instrumental vs non instrumental deliveries, with and without associated with anal sphincter lacerations after more than ## min <PERSOON> results of the final model from the stepwise logistic regression analysis revealed that episiotomy, prolonged second stage of labor and large infant head diameter remained independent risk factors for <PERSOON> overall risk of third degree perineal ruptures in the study group Higher parity appeared to be a protecting factor for third degree odds halved for each following delivery, up to a maximum of # (<PERSOON> incidence of third degree AST increased by ##%, from <DATUM> in in instrumental deliveries during the study period <PERSOON> proportion of Episiotomy decreased the likelihood of OASR for the primiparous <PERSOON> strongest risk factors for OASR among the primiparous women Episiotomy was associated with decreased risks for OASR in Risk factors for OASR among the multiparous women included Spontaneous onset n=### ### women (#<DATUM> ) had a spontaneous vaginal birth, ### participants (<DATUM> ) had an instrumental vaginal birth and ## participants (<DATUM> ) had an emergency cesarean section There was no statistically significant difference between the groups women giving instrumentally assisted birth; ## (<DATUM> ) women in the No differences in mean blood loss in ml, Manual removal of <DATUM> # Welke interventies (bekkenfysiotherapie, perineummassage, EPI-NO®, training van de zorgverlener, mediolaterale episiotomie) verlagen het risico op When multiple logistic regression analysis was performed using and birthweight were the only independent risk factors for sphincter Episiotomies that were angled more acutely were associated with a.
660
nvmdl
sphincter lacerations after more than ## min <PERSOON> results of the final model from the stepwise logistic regression analysis revealed that episiotomy, prolonged second stage of labor and large infant head diameter remained independent risk factors for <PERSOON> overall risk of third degree perineal ruptures in the study group Higher parity appeared to be a protecting factor for third degree odds halved for each following delivery, up to a maximum of # (<PERSOON> incidence of third degree AST increased by ##%, from <DATUM> in in instrumental deliveries during the study period <PERSOON> proportion of Episiotomy decreased the likelihood of OASR for the primiparous <PERSOON> strongest risk factors for OASR among the primiparous women Episiotomy was associated with decreased risks for OASR in Risk factors for OASR among the multiparous women included Spontaneous onset n=### ### women (#<DATUM> ) had a spontaneous vaginal birth, ### participants (<DATUM> ) had an instrumental vaginal birth and ## participants (<DATUM> ) had an emergency cesarean section There was no statistically significant difference between the groups women giving instrumentally assisted birth; ## (<DATUM> ) women in the No differences in mean blood loss in ml, Manual removal of <DATUM> # Welke interventies (bekkenfysiotherapie, perineummassage, EPI-NO®, training van de zorgverlener, mediolaterale episiotomie) verlagen het risico op When multiple logistic regression analysis was performed using and birthweight were the only independent risk factors for sphincter Episiotomies that were angled more acutely were associated with a association with the occurrence of vaginal trauma (P=# ##) and labial was a trend towards a reduction of third-degree tears in the perineal massage group, but this reduction did not achieve statistical the intervention and the control group (<PERSOON>, the use of oxytocin (P=# ##), the frequency of epidural analgesia (P=# ##), the duration of the second stage of labor (P=# #) and the Risk factors for anal sphincter injury in vacuum extraction (logistic - Duration of second stage, per ## min increase OR <DATUM> (<DATUM> Risk factors for anal sphincter injury in forceps extraction (logistic (Anal sphincter injury after VE ###/ <DATUM> (# #%) and A logistic regression analysis was performed examining the relative reduction in the risk of third-degree tear was achieved for every <DATUM> larger the angle of episiotomy is from the perineal midline A further analysis added birthweight and mode of delivery into the logisticmodel <PERSOON> relationship of episiotomy anglewith risk of thirddegree tear remained significant (P( # ###) and was not affected by the inclusion of the other two variables, showing that the Women in the control group were more likely to have had an unassisted vaginal delivery than those who had sustained a thirddegree tear (#<DATUM> versus #<DATUM> , <PERSOON> birthweight was higher among women who had sustained a third-degree tear compared with those who had not (### versus <PERSOON> proportion of parturients with anal sphincter tears decreased from #–#% to #–#% during the study period in all four hospitals.
661
nvmdl
##) and labial was a trend towards a reduction of third-degree tears in the perineal massage group, but this reduction did not achieve statistical the intervention and the control group (<PERSOON>, the use of oxytocin (P=# ##), the frequency of epidural analgesia (P=# ##), the duration of the second stage of labor (P=# #) and the Risk factors for anal sphincter injury in vacuum extraction (logistic - Duration of second stage, per ## min increase OR <DATUM> (<DATUM> Risk factors for anal sphincter injury in forceps extraction (logistic (Anal sphincter injury after VE ###/ <DATUM> (# #%) and A logistic regression analysis was performed examining the relative reduction in the risk of third-degree tear was achieved for every <DATUM> larger the angle of episiotomy is from the perineal midline A further analysis added birthweight and mode of delivery into the logisticmodel <PERSOON> relationship of episiotomy anglewith risk of thirddegree tear remained significant (P( # ###) and was not affected by the inclusion of the other two variables, showing that the Women in the control group were more likely to have had an unassisted vaginal delivery than those who had sustained a thirddegree tear (#<DATUM> versus #<DATUM> , <PERSOON> birthweight was higher among women who had sustained a third-degree tear compared with those who had not (### versus <PERSOON> proportion of parturients with anal sphincter tears decreased from #–#% to #–#% during the study period in all four hospitals <PERSOON> number of patients with grades # and # anal sphincter ruptures decreased significantly, and the reduction was most pronounced in grade # tears (-#<DATUM> ) and least in #c tears (#<DATUM> ) (both <PERSOON> number of episiotomies increased in two hospitals but remained unchanged in the other two <PERSOON> lowest proportion of tears at the respectively) was found in the two hospitals with an unchanged A similar decrease was observed for instrumental deliveries (from ruptures from ### through ### was ##, ##, and ## per year, respectively, there was just one fourth-degree anal sphincter rupture the years ###–###, to <DATUM> during the first # months of the #,###) during the last # months of the intervention <PERSOON> OASIS incidence was significantly reduced by ##%, from #% second This reduction could not be explained by changes in population characteristics or OASIS risk factors during the study years <PERSOON> reduction of incidence of OASIS between the two study In spontaneous deliveries the OASIS incidence was reduced from (##/###) Forceps is less used in our department, but a significant OASIS reduction was also observed in forceps deliveries from <DATUM> Overall changes in population characteristics between the two time periods were small, but the prevalence of older women ()## years) was significantly higher in the second period (###–##), and use of ventouse delivery, episiotomy, epidural and induction of labour was more frequent (table #) Primiparous women comprised ##% of the women with OASIS, but represented only ##.
700
nvmdl
<PERSOON> number of patients with grades # and # anal sphincter ruptures decreased significantly, and the reduction was most pronounced in grade # tears (-#<DATUM> ) and least in #c tears (#<DATUM> ) (both <PERSOON> number of episiotomies increased in two hospitals but remained unchanged in the other two <PERSOON> lowest proportion of tears at the respectively) was found in the two hospitals with an unchanged A similar decrease was observed for instrumental deliveries (from ruptures from ### through ### was ##, ##, and ## per year, respectively, there was just one fourth-degree anal sphincter rupture the years ###–###, to <DATUM> during the first # months of the #,###) during the last # months of the intervention <PERSOON> OASIS incidence was significantly reduced by ##%, from #% second This reduction could not be explained by changes in population characteristics or OASIS risk factors during the study years <PERSOON> reduction of incidence of OASIS between the two study In spontaneous deliveries the OASIS incidence was reduced from (##/###) Forceps is less used in our department, but a significant OASIS reduction was also observed in forceps deliveries from <DATUM> Overall changes in population characteristics between the two time periods were small, but the prevalence of older women ()## years) was significantly higher in the second period (###–##), and use of ventouse delivery, episiotomy, epidural and induction of labour was more frequent (table #) Primiparous women comprised ##% of the women with OASIS, but represented only ## Subgroups Episiotomy was not significantly protective of tears involving the anal sphincter at either vacuum delivery (AOR # ##, - Apgar score at # min (≤#) and at # min ((#) October ### to September ### and <PERSOON> ### to <PERSOON> ### units differ in their instrument preference with clinicians in Dundee Episiotomy rates, overall spontaneous tears and intact perineum rates were similar in the study and control groups Women in the massage group had slightly lower rates of first-degree tears (#<DATUM> νs <PERSOON> rates of anterior perineal tears were significantly higher in the rates were slightly lower but without statistical significance (<DATUM> # ##) We found no significant differences between the two groups regarding incidence of perineal tears, duration of second stage of labour, use of pain relief and rate of vaginal infection Comparing the mode of delivery there was no significant difference Regarding our primary objectives we found in the group using EPINO® a significant higher incidence of intact perineum (#<DATUM> vs perineal tears we found no significant differences between study and Analysis of training with the EPI-NO® device showed a mean of ## training days (<DATUM> ± <DATUM> days) and an average of ## # min duration per day (<DATUM> ± # # min) Mean circumference of the device at the correlation between final circumference and incidence of intact Analysis of the duration of first and second stage of labour of spontaneous vaginal deliveries failed to show significant differences.
692
nvmdl
Subgroups Episiotomy was not significantly protective of tears involving the anal sphincter at either vacuum delivery (AOR # ##, - Apgar score at # min (≤#) and at # min ((#) October ### to September ### and <PERSOON> ### to <PERSOON> ### units differ in their instrument preference with clinicians in Dundee Episiotomy rates, overall spontaneous tears and intact perineum rates were similar in the study and control groups Women in the massage group had slightly lower rates of first-degree tears (#<DATUM> νs <PERSOON> rates of anterior perineal tears were significantly higher in the rates were slightly lower but without statistical significance (<DATUM> # ##) We found no significant differences between the two groups regarding incidence of perineal tears, duration of second stage of labour, use of pain relief and rate of vaginal infection Comparing the mode of delivery there was no significant difference Regarding our primary objectives we found in the group using EPINO® a significant higher incidence of intact perineum (#<DATUM> vs perineal tears we found no significant differences between study and Analysis of training with the EPI-NO® device showed a mean of ## training days (<DATUM> ± <DATUM> days) and an average of ## # min duration per day (<DATUM> ± # # min) Mean circumference of the device at the correlation between final circumference and incidence of intact Analysis of the duration of first and second stage of labour of spontaneous vaginal deliveries failed to show significant differences vaginal delivery we observed a statistically significant higher head circumference in the study group (<PERSOON> of head at birth, birthweight, length, APGAR score and pH value of the umbilical artery showed no significant differences between the two groups In the use of peridural anaesthesia (#<DATUM> vs ## #%, Table #) and Regarding pelvic floor function we found no significant differences with regard to anal pressure at rest or during squeezing as well as the Another secondary objective was the incidence of vaginal infection We found no significant differences in rates for group <PERSOON> infection (three cases in the EPI-NO® group versus case in the EPI-NO® group versus two cases in the control group) in the two groups, and in two cases of the study group we diagnosed a vaginal infection while training with the device <DATUM> Welk onderzoek (rectaal toucher, beoordeling door een ervaren zorgverlener, echoscopie) moet worden verricht om sfincterdefecten optimaal vast te occurred in deliveries by midwives who missed ## (##%) and ## following deliveries by doctors who missed # (##%) injuries All clinically apparent OASIS were also identified on endoanal ultrasound In addition, three (<DATUM> ) women had an occult anal sphincter injury Two of these occult sphincter injuries were isolated to the internal anal sphincter (IAS) and would not usually be significantly less than the ##% missed by senior house officers rates in our institution during the same period were ##% and ##%, tear.
640
nvmdl
vaginal delivery we observed a statistically significant higher head circumference in the study group (<PERSOON> of head at birth, birthweight, length, APGAR score and pH value of the umbilical artery showed no significant differences between the two groups In the use of peridural anaesthesia (#<DATUM> vs ## #%, Table #) and Regarding pelvic floor function we found no significant differences with regard to anal pressure at rest or during squeezing as well as the Another secondary objective was the incidence of vaginal infection We found no significant differences in rates for group <PERSOON> infection (three cases in the EPI-NO® group versus case in the EPI-NO® group versus two cases in the control group) in the two groups, and in two cases of the study group we diagnosed a vaginal infection while training with the device <DATUM> Welk onderzoek (rectaal toucher, beoordeling door een ervaren zorgverlener, echoscopie) moet worden verricht om sfincterdefecten optimaal vast te occurred in deliveries by midwives who missed ## (##%) and ## following deliveries by doctors who missed # (##%) injuries All clinically apparent OASIS were also identified on endoanal ultrasound In addition, three (<DATUM> ) women had an occult anal sphincter injury Two of these occult sphincter injuries were isolated to the internal anal sphincter (IAS) and would not usually be significantly less than the ##% missed by senior house officers rates in our institution during the same period were ##% and ##%, tear <DATUM> of women in the intervention group compared with <DATUM> in women to prevent # case of severe fecal incontinence <PERSOON> benefit of the intervention persisted # year after delivery, with <DATUM> severe incontinence in the intervention group compared with - Perineal pain At #-month follow-up severe perineal pain in the had not resumed intercourse in the experimental group compared women had not resumed intercourse in the experimental group compared with ## of ### (<DATUM> ) in the control group (RD -<DATUM> No significant differences between the groups in demographics Clinically undetected tears of the anal sphincter were diagnosed by anal endosonography in ## of ### women (##%) <PERSOON> external anal sphincter alone was involved in ## women (##%), the internal anal sphincter alone in two (<DATUM> ), and both in ten (#%) <PERSOON> postal This study shows a high prevalence of fecal incontinence # months after vaginal delivery, even in women with no clinically diagnosed <DATUM> # Is er een verschil in risico op fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur die gehecht zijn door een ervaren gespecialiseerd zorgverlener Prior to the course, participants performed on average ## OASIS Only ##% were satisfied with their level of experience prior to performing their first unsupervised repair After the course, evidence-based practice Particularly, there was a change in Of the ### who returned the questionnaires ### (##%) were senior house officers, ### (##%) specialist registrars, ## (#%) staff grades Prior to the course, participants had performed a mean of five.
673
nvmdl
intervention group compared with <DATUM> in women to prevent # case of severe fecal incontinence <PERSOON> benefit of the intervention persisted # year after delivery, with <DATUM> severe incontinence in the intervention group compared with - Perineal pain At #-month follow-up severe perineal pain in the had not resumed intercourse in the experimental group compared women had not resumed intercourse in the experimental group compared with ## of ### (<DATUM> ) in the control group (RD -<DATUM> No significant differences between the groups in demographics Clinically undetected tears of the anal sphincter were diagnosed by anal endosonography in ## of ### women (##%) <PERSOON> external anal sphincter alone was involved in ## women (##%), the internal anal sphincter alone in two (<DATUM> ), and both in ten (#%) <PERSOON> postal This study shows a high prevalence of fecal incontinence # months after vaginal delivery, even in women with no clinically diagnosed <DATUM> # Is er een verschil in risico op fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur die gehecht zijn door een ervaren gespecialiseerd zorgverlener Prior to the course, participants performed on average ## OASIS Only ##% were satisfied with their level of experience prior to performing their first unsupervised repair After the course, evidence-based practice Particularly, there was a change in Of the ### who returned the questionnaires ### (##%) were senior house officers, ### (##%) specialist registrars, ## (#%) staff grades Prior to the course, participants had performed a mean of five attending were more experienced having on average performed ten This audit demonstrated that training in the management of OASIS is suboptimal Structured training may be effective in changing versus vrouwen die gehecht zijn door een reguliere zorgverlener? <PERSOON> OSATS demonstrated construct validity as scores on the Reliability indices for the OSATS were high Eighty-one percent of the residents failed the OSATS before intervention because of failure to identify and repair the internal anal sphincter After educational intervention, senior residents improved on all <DATUM> # Verhoogt het uitstellen van de primaire herstelprocedure van een totaalruptuur het risico op fecale incontinentie, infectie, bloedverlies, pijn of kwaliteit There were no significant differences between the study groups when comparing the probability of having increasing symptoms of flatus incontinence, liquid stool incontinence, solid stool incontinence, faecal <PERSOON> increases in symptoms described in Table # remained after this Additionally, the symptom of faecal urgency now increased significantly between baseline and # months (P = # ##) <PERSOON> proved to be a predictor for flatus incontinence (P = # ##), and the inability to discriminate flatus from There were no significant differences in the adjusted Pescatori incontinence <PERSOON> incontinence score increased between baseline and # months and this increase was statistically significant (<PERSOON> increase remained <PERSOON> Pescatori incontinence score was not significantly associated with the When evaluating symptoms of flatus incontinence, inability to discriminate flatus from faeces and faecal urgency with adjustments for the covariates.
642
nvmdl
attending were more experienced having on average performed ten This audit demonstrated that training in the management of OASIS is suboptimal Structured training may be effective in changing versus vrouwen die gehecht zijn door een reguliere zorgverlener? <PERSOON> OSATS demonstrated construct validity as scores on the Reliability indices for the OSATS were high Eighty-one percent of the residents failed the OSATS before intervention because of failure to identify and repair the internal anal sphincter After educational intervention, senior residents improved on all <DATUM> # Verhoogt het uitstellen van de primaire herstelprocedure van een totaalruptuur het risico op fecale incontinentie, infectie, bloedverlies, pijn of kwaliteit There were no significant differences between the study groups when comparing the probability of having increasing symptoms of flatus incontinence, liquid stool incontinence, solid stool incontinence, faecal <PERSOON> increases in symptoms described in Table # remained after this Additionally, the symptom of faecal urgency now increased significantly between baseline and # months (P = # ##) <PERSOON> proved to be a predictor for flatus incontinence (P = # ##), and the inability to discriminate flatus from There were no significant differences in the adjusted Pescatori incontinence <PERSOON> incontinence score increased between baseline and # months and this increase was statistically significant (<PERSOON> increase remained <PERSOON> Pescatori incontinence score was not significantly associated with the When evaluating symptoms of flatus incontinence, inability to discriminate flatus from faeces and faecal urgency with adjustments for the covariates significant difference in the probability of having an increase in any of the No patient, in either group, had a breakdown of the wound or No significant differences in pretrial maternal characteristics, delivery characteristics or severity and distribution of anal sphincter injury between the Selective loss to follow up Yes, but <DATUM> # Is er een associatie tussen de hechttechniek (overlappend versus end-to-end) van de primaire herstelprocedure van een totaalruptuur en het risico op Women who underwent overlapping repair compared with end-to-end repair <DATUM> # #) <PERSOON> rate of fecal incontinence was also higher, ##% compared with #% (OR # ##, CI # ##– <DATUM> but did not attain statistical significance Rates of internal and external anal sphincter defects did not differ significantly between groups and did not correlate with anal incontinence symptoms Fecal incontinence was higher when there was a defect in both sphincter muscles Anal sphincter function as assessed by manometry did not differ significantly They obtained information concerning fecal incontinence from ### (##%) # patient in the end-to-end group and # in the overlap group reported leakage of solid stool once a week or more ## patients in the end-to-end group and ## in the overlap group reported flatus incontinence (p = # ##) Mean Wexner score was similar in both groups, <DATUM> versus <DATUM> One patient in the end-to-end group and # in the overlap group had a Wexner score )## (severe anal incontinence) (NS).
614
nvmdl
an increase in any of the No patient, in either group, had a breakdown of the wound or No significant differences in pretrial maternal characteristics, delivery characteristics or severity and distribution of anal sphincter injury between the Selective loss to follow up Yes, but <DATUM> # Is er een associatie tussen de hechttechniek (overlappend versus end-to-end) van de primaire herstelprocedure van een totaalruptuur en het risico op Women who underwent overlapping repair compared with end-to-end repair <DATUM> # #) <PERSOON> rate of fecal incontinence was also higher, ##% compared with #% (OR # ##, CI # ##– <DATUM> but did not attain statistical significance Rates of internal and external anal sphincter defects did not differ significantly between groups and did not correlate with anal incontinence symptoms Fecal incontinence was higher when there was a defect in both sphincter muscles Anal sphincter function as assessed by manometry did not differ significantly They obtained information concerning fecal incontinence from ### (##%) # patient in the end-to-end group and # in the overlap group reported leakage of solid stool once a week or more ## patients in the end-to-end group and ## in the overlap group reported flatus incontinence (p = # ##) Mean Wexner score was similar in both groups, <DATUM> versus <DATUM> One patient in the end-to-end group and # in the overlap group had a Wexner score )## (severe anal incontinence) (NS) Anal manometry Clinical characteristics were similar in both groups Parity, mode of delivery, episiotomy, duration stage # delivery, degree of anal sphincter injury, birth Fitzpatrick ### and <PERSOON> ### did not report the Only <PERSOON> ### reported the incidence of faecal incontinence separately at six weeks, three, six and ## months whereas months Hence we analysed incidence of faecal incontinence from continence” from the Fitzpatrick ### and <PERSOON> ### studies separately <PERSOON> ### did not report incidences of faecal - Analysis of incidence of faecal incontinence at six weeks (RR # ##, show a statistically significant difference between the two repair - Analysis of alteration in faecal continence, which included Fitzpatrick ### and <PERSOON> ###, also revealed similar results There was no difference in incidence of alteration in faecal continence - All # studies reportedmean anal incontinence scores <PERSOON> ### reported mean anal incontinence score at six weeks, three, sample sizes Only # studies and for six and ##months whereas Fitzpatrick ### reportedmedian anal incontinence score at three months There was no statistically significant three and sixmonths between the two repair techniques However, anal incontinence score in the overlap group suggestive of better result was based on the <PERSOON> ### study where the confidence <PERSOON> of the three included studies only <PERSOON> ### analysed any ## months <PERSOON> meta-analysis showed a statistically significant fewer number of participants in the overlap group who reported deterioration of anal incontinence symptoms over the ## months One hundred and fifty women (<DATUM> of deliveries) were eligible and ### (##%).
688
nvmdl
Parity, mode of delivery, episiotomy, duration stage # delivery, degree of anal sphincter injury, birth Fitzpatrick ### and <PERSOON> ### did not report the Only <PERSOON> ### reported the incidence of faecal incontinence separately at six weeks, three, six and ## months whereas months Hence we analysed incidence of faecal incontinence from continence” from the Fitzpatrick ### and <PERSOON> ### studies separately <PERSOON> ### did not report incidences of faecal - Analysis of incidence of faecal incontinence at six weeks (RR # ##, show a statistically significant difference between the two repair - Analysis of alteration in faecal continence, which included Fitzpatrick ### and <PERSOON> ###, also revealed similar results There was no difference in incidence of alteration in faecal continence - All # studies reportedmean anal incontinence scores <PERSOON> ### reported mean anal incontinence score at six weeks, three, sample sizes Only # studies and for six and ##months whereas Fitzpatrick ### reportedmedian anal incontinence score at three months There was no statistically significant three and sixmonths between the two repair techniques However, anal incontinence score in the overlap group suggestive of better result was based on the <PERSOON> ### study where the confidence <PERSOON> of the three included studies only <PERSOON> ### analysed any ## months <PERSOON> meta-analysis showed a statistically significant fewer number of participants in the overlap group who reported deterioration of anal incontinence symptoms over the ## months One hundred and fifty women (<DATUM> of deliveries) were eligible and ### (##%) One hundred and three (##%) attended follow up visit at # months At six weeks, there was no difference in suture-related morbidity between groups (P = # ##) and ##% patients were completely asymptomatic Incidence of bowel symptoms and quality of life disturbances were low, with Loss to follow up Yes But given the Occasional flatus incontinence was the most common complaint overall, but not bothersome enough to have an impact on quality of life <DATUM> # Is er een associatie tussen de wijze van sluiten van de interne en externe sfincter (wel of niet separaat) tijdens de primaire herstelprocedure van een <PERSOON> chances of having no anal incontinence symptoms were significantly higher in the study group, as compared to the OASI control group (OR # ##; ##% CI In contrast to the study group, the OASI and the vaginal control groups were more likely to indicate that they needed manual aid “at least sometimes” during In comparison to the study group, the OASI control group showed significantly lower dyspareunia (p = # ##), but no difference was found in the vaginal control <DATUM> of women in the intervention group compared with <DATUM> in the NNT Ultrasonography needs to be performed in ## women to prevent not resumed intercourse in the experimental group compared with ## P = ##) One year postpartum, ## of ### (# #%) women had not resumed intercourse in the experimental group compared with ## of <DATUM> #.
687
nvmdl
One hundred and three (##%) attended follow up visit at # months At six weeks, there was no difference in suture-related morbidity between groups (P = # ##) and ##% patients were completely asymptomatic Incidence of bowel symptoms and quality of life disturbances were low, with Loss to follow up Yes But given the Occasional flatus incontinence was the most common complaint overall, but not bothersome enough to have an impact on quality of life <DATUM> # Is er een associatie tussen de wijze van sluiten van de interne en externe sfincter (wel of niet separaat) tijdens de primaire herstelprocedure van een <PERSOON> chances of having no anal incontinence symptoms were significantly higher in the study group, as compared to the OASI control group (OR # ##; ##% CI In contrast to the study group, the OASI and the vaginal control groups were more likely to indicate that they needed manual aid “at least sometimes” during In comparison to the study group, the OASI control group showed significantly lower dyspareunia (p = # ##), but no difference was found in the vaginal control <DATUM> of women in the intervention group compared with <DATUM> in the NNT Ultrasonography needs to be performed in ## women to prevent not resumed intercourse in the experimental group compared with ## P = ##) One year postpartum, ## of ### (# #%) women had not resumed intercourse in the experimental group compared with ## of <DATUM> Geen artikelen geselecteerd Geen evidence tabel <DATUM> # Geen artikelen geselecteerd Geen evidence tabel <DATUM> # Wat is het risico op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten opzichte van vrouwen zonder een In this study of women who underwent an obstetric anal sphincter injury repair, ##% had at least one symptom of anal incontinence At the time of data collection, ## patients had undergone a caesarean delivery in their next pregnancy <DATUM> patients were advised to have LSCS due to multiquadrant defects on endoanal ultrasound and poor # patients had undergone a vaginal birth Among those who had a vaginal birth, a startling <DATUM> (##%) had a repeat third degree perineal <PERSOON> risk of developing anal incontinence or worsening symptoms with subsequent delivery has been shown to vary between ##% and ##% (RCOG ###) A total of ## of the asymptomatic patients were either advised after or opted to undergo caesarean delivery in their next directly after the complete tear and four (#%) had permanent anorectal In the ## women with transient anorectal incontinence directly after the incontincence after the next delivery, and this was permanent in four ### women underwent a primary repair One hundred and forty-seven of which returned the questionnaire (##%), compared with ### of the All forms of fecal incontinence were significantly more common in the group with sphincter damage (Table II).
635
nvmdl
# Geen artikelen geselecteerd Geen evidence tabel <DATUM> # Geen artikelen geselecteerd Geen evidence tabel <DATUM> # Wat is het risico op het optreden van fecale incontinentie bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese ten opzichte van vrouwen zonder een In this study of women who underwent an obstetric anal sphincter injury repair, ##% had at least one symptom of anal incontinence At the time of data collection, ## patients had undergone a caesarean delivery in their next pregnancy <DATUM> patients were advised to have LSCS due to multiquadrant defects on endoanal ultrasound and poor # patients had undergone a vaginal birth Among those who had a vaginal birth, a startling <DATUM> (##%) had a repeat third degree perineal <PERSOON> risk of developing anal incontinence or worsening symptoms with subsequent delivery has been shown to vary between ##% and ##% (RCOG ###) A total of ## of the asymptomatic patients were either advised after or opted to undergo caesarean delivery in their next directly after the complete tear and four (#%) had permanent anorectal In the ## women with transient anorectal incontinence directly after the incontincence after the next delivery, and this was permanent in four ### women underwent a primary repair One hundred and forty-seven of which returned the questionnaire (##%), compared with ### of the All forms of fecal incontinence were significantly more common in the group with sphincter damage (Table II) the case group reported some kind of anorectal problem, compared to odds ratio [OR] for matchedcontrol studies Obstetric risk Among women with anal sphincter damage, the extent of anal sphincter damage was an independent risk factor for fecal incontinence Subsequent vaginal delivery was not associated with the development Separate analysis of women with anorectal complaints showed that in the group of women with sphincter damage these complaints of In ##% of cases complaints started in the first three months after complaints of fecal incontinence were more severe in cases compared to controls (p(# ###) Also the rate of occurrence was significantly Women who had one or more vaginal deliveries following the delivery with anal sphincter damage reported complaints in ##%, compared to ##% of those who did not deliver vaginally after the delivery in which In primiparous women mediolateral episiotomy protected for fecal All episiotomies were of the mediolateral type There were no significant differences between the groups except a higher birthweight in the case group and more mediolateral episiotomies in the control groups was ## years Separate analysis comparing responders and nonresponders within both study groups showed no differences Anal incontinence was reported by ##/## (##%) of women at three At that time, #/## (#%) with no further delivery reported incontinence, compared with #/## (##%) of those who had had another delivery (RR reported incontinence at both # months (RR <DATUM> ##% CI <DATUM> and of anal incontinence at ## months was highest (#/##, ##%) among.
640
nvmdl
anorectal problem, compared to odds ratio [OR] for matchedcontrol studies Obstetric risk Among women with anal sphincter damage, the extent of anal sphincter damage was an independent risk factor for fecal incontinence Subsequent vaginal delivery was not associated with the development Separate analysis of women with anorectal complaints showed that in the group of women with sphincter damage these complaints of In ##% of cases complaints started in the first three months after complaints of fecal incontinence were more severe in cases compared to controls (p(# ###) Also the rate of occurrence was significantly Women who had one or more vaginal deliveries following the delivery with anal sphincter damage reported complaints in ##%, compared to ##% of those who did not deliver vaginally after the delivery in which In primiparous women mediolateral episiotomy protected for fecal All episiotomies were of the mediolateral type There were no significant differences between the groups except a higher birthweight in the case group and more mediolateral episiotomies in the control groups was ## years Separate analysis comparing responders and nonresponders within both study groups showed no differences Anal incontinence was reported by ##/## (##%) of women at three At that time, #/## (#%) with no further delivery reported incontinence, compared with #/## (##%) of those who had had another delivery (RR reported incontinence at both # months (RR <DATUM> ##% CI <DATUM> and of anal incontinence at ## months was highest (#/##, ##%) among after their first delivery and with a second delivery Clinically diagnosed anal sphincter tears were associated with anal Anal incontinence after childbirth is associated with defects of the anal sphincter diagnosed by endosonography Subsequent deliveries increase the risk of incontinence, particularly among women with a sphincter ##/#,### (<DATUM> ) women sustained OASI ##/## (##%) women incontinence #/## (##%) women had to alter their lifestyle due to their symptoms Women who were asymptomatic had a median visual analogue score of # # (range #–#) and women who were symptomatic ##/## women (##%) did not have any further pregnancy following OASI and # of them (##%) had anal incontinence Of the ## women who did have further pregnancies, # women (##%) had anal incontinence ## of them were asymptomatic (p= # ##) # out significant number of women decided against further pregnancy and have further pregnancy opt to deliver by caesarean section Women who sustained a sphincter tear at the first delivery had an increased risk of severe AI (RR <DATUM> ##% CI <DATUM> #) Neither age, nor subsequent deliveries added to the risk Severe AI at baseline and # years after delivery were independently strong predictors of severe AI They found no other predictors of anal incontinence at multivariate <DATUM> % sphincter defects with primary repair in studypopulation Factors related to anal incontinence were the presence of a combined Anal incontinence prevails in ##% of women # years after primary.
670
nvmdl
second delivery Clinically diagnosed anal sphincter tears were associated with anal Anal incontinence after childbirth is associated with defects of the anal sphincter diagnosed by endosonography Subsequent deliveries increase the risk of incontinence, particularly among women with a sphincter ##/#,### (<DATUM> ) women sustained OASI ##/## (##%) women incontinence #/## (##%) women had to alter their lifestyle due to their symptoms Women who were asymptomatic had a median visual analogue score of # # (range #–#) and women who were symptomatic ##/## women (##%) did not have any further pregnancy following OASI and # of them (##%) had anal incontinence Of the ## women who did have further pregnancies, # women (##%) had anal incontinence ## of them were asymptomatic (p= # ##) # out significant number of women decided against further pregnancy and have further pregnancy opt to deliver by caesarean section Women who sustained a sphincter tear at the first delivery had an increased risk of severe AI (RR <DATUM> ##% CI <DATUM> #) Neither age, nor subsequent deliveries added to the risk Severe AI at baseline and # years after delivery were independently strong predictors of severe AI They found no other predictors of anal incontinence at multivariate <DATUM> % sphincter defects with primary repair in studypopulation Factors related to anal incontinence were the presence of a combined Anal incontinence prevails in ##% of women # years after primary <PERSOON> risk was significantly increased after the third delivery compared Permanent urinary incontinence after the first, second and third delivery developed in <DATUM> # #, <DATUM> <PERSOON> risk was significantly increased after the third delivery compared with the first and second (OR <DATUM> None of the participants had a history of division of the anal sphincter in any delivery, none had diabetes or a neurologic disorder, and none reported fecal or urinary incontinence in adult life before their first delivery Mean age of participants at time of delivery that led to After all exclusions a total of ## (##%), ## (##%) and ## (##%) were In the three groups, a total of ##/## (##%), ##/## (##%) and #/## <PERSOON> mean Cleveland Incontinence Score for Group # was <DATUM> (range, #–##) compared to the mean scores of Group # and # which were <DATUM> Comparison of quality of life scores between the groups showed a poorer quality of life in those who suffered a tear (p(# ###) It shows comparable ages and follow-up time for all three groups (P = (##%) had urinary incontinence and ## (##%) had both urinary and anal anal incontinence was associated with pudendal nerve terminal motor latencies of more than # # ms, and the occurrence of urinary incontinence was associated with the degree of rupture, the use of ## women had subsequently undergone a vaginal delivery in relation to which # (##%) had aggravation of anal incontinence, and # (##%) had ##% wanted treatment but only a few had sought medical advice.
729
nvmdl
Permanent urinary incontinence after the first, second and third delivery developed in <DATUM> # #, <DATUM> <PERSOON> risk was significantly increased after the third delivery compared with the first and second (OR <DATUM> None of the participants had a history of division of the anal sphincter in any delivery, none had diabetes or a neurologic disorder, and none reported fecal or urinary incontinence in adult life before their first delivery Mean age of participants at time of delivery that led to After all exclusions a total of ## (##%), ## (##%) and ## (##%) were In the three groups, a total of ##/## (##%), ##/## (##%) and #/## <PERSOON> mean Cleveland Incontinence Score for Group # was <DATUM> (range, #–##) compared to the mean scores of Group # and # which were <DATUM> Comparison of quality of life scores between the groups showed a poorer quality of life in those who suffered a tear (p(# ###) It shows comparable ages and follow-up time for all three groups (P = (##%) had urinary incontinence and ## (##%) had both urinary and anal anal incontinence was associated with pudendal nerve terminal motor latencies of more than # # ms, and the occurrence of urinary incontinence was associated with the degree of rupture, the use of ## women had subsequently undergone a vaginal delivery in relation to which # (##%) had aggravation of anal incontinence, and # (##%) had ##% wanted treatment but only a few had sought medical advice were primiparous and ## were multiparous None of the multiparous women had sustained an anal sphincter rupture previously ## women had a complete rupture of the anal sphincter, ## a partial rupture and In ## patients (##%) vacuum extraction was used No women were Anal incontinence after delivery was reported by ##% in the case the cesarean section and ##% in the normal delivery group (p ( A wish to postpone or abandon further childbirth was significantly more common in the case women (## and ##%) than in the other groups, but about ##% delivered again in all groups In the case group, <DATUM> # Wat is het risico van een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op een recidief totaalruptuur en wat zijn OASIS occurred in <DATUM> and # #% of first, second and third vaginal <PERSOON> data from all #<DATUM> women, without exclusions, is # Recurrence of OASIS in second and third deliveries <PERSOON> occurrence of OASIS in second deliveries subsequent to deliveries delivery added to the model was not significant (P = # #) A history of OASIS in the first or second delivery increased the <PERSOON> ORs relative to women without OASIS in the first and second delivery were highest in women with no OASIS in the first delivery but with OASIS in the second delivery, and women with OASIS in both third deliveries as a result of previous OASIS was ## and ##%,.
697
nvmdl
were primiparous and ## were multiparous None of the multiparous women had sustained an anal sphincter rupture previously ## women had a complete rupture of the anal sphincter, ## a partial rupture and In ## patients (##%) vacuum extraction was used No women were Anal incontinence after delivery was reported by ##% in the case the cesarean section and ##% in the normal delivery group (p ( A wish to postpone or abandon further childbirth was significantly more common in the case women (## and ##%) than in the other groups, but about ##% delivered again in all groups In the case group, <DATUM> # Wat is het risico van een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op een recidief totaalruptuur en wat zijn OASIS occurred in <DATUM> and # #% of first, second and third vaginal <PERSOON> data from all #<DATUM> women, without exclusions, is # Recurrence of OASIS in second and third deliveries <PERSOON> occurrence of OASIS in second deliveries subsequent to deliveries delivery added to the model was not significant (P = # #) A history of OASIS in the first or second delivery increased the <PERSOON> ORs relative to women without OASIS in the first and second delivery were highest in women with no OASIS in the first delivery but with OASIS in the second delivery, and women with OASIS in both third deliveries as a result of previous OASIS was ## and ##%, #% of women had a second delivery compared with #<DATUM> of women with no OASIS in the first Women with OASIS in the first or second delivery had a lower subsequent delivery rate (from the second to the third delivery) than (Table #) However, adjusted hazard ratios revealed small or Women with OASIS in the first delivery more frequently had a planned caesarean in the second delivery than women without OASIS in the first delivery (# # and <DATUM> , respectively; <PERSOON> aOR # #; ##% In women with OASIS in both first and second deliveries, the rate of planned caesarean delivery was ## times higher than in women with no Recurrence risks in second and third deliveries were high A history of OASIS had little or no impact on the rates of subsequent deliveries Women with previous OASIS were delivered more frequently by <PERSOON> incidence of anal sphincter rupture increased sixfold during the study period, from # #% in ### to # #% in ### Women who had sustained a laceration of this type ran a significantly increased risk of a recurrence at a later delivery This effect persisted even after stratification for birthweight, year of birth, parity and maternal age (OR rupture was considered (rupture of both anal sphincter and rectum), the persisted after stratification for birthweight, year of birth, parity and maternal age <PERSOON> OR for giving birth a second time, subsequent to a.
619
nvmdl
#% of women had a second delivery compared with #<DATUM> of women with no OASIS in the first Women with OASIS in the first or second delivery had a lower subsequent delivery rate (from the second to the third delivery) than (Table #) However, adjusted hazard ratios revealed small or Women with OASIS in the first delivery more frequently had a planned caesarean in the second delivery than women without OASIS in the first delivery (# # and <DATUM> , respectively; <PERSOON> aOR # #; ##% In women with OASIS in both first and second deliveries, the rate of planned caesarean delivery was ## times higher than in women with no Recurrence risks in second and third deliveries were high A history of OASIS had little or no impact on the rates of subsequent deliveries Women with previous OASIS were delivered more frequently by <PERSOON> incidence of anal sphincter rupture increased sixfold during the study period, from # #% in ### to # #% in ### Women who had sustained a laceration of this type ran a significantly increased risk of a recurrence at a later delivery This effect persisted even after stratification for birthweight, year of birth, parity and maternal age (OR rupture was considered (rupture of both anal sphincter and rectum), the persisted after stratification for birthweight, year of birth, parity and maternal age <PERSOON> OR for giving birth a second time, subsequent to a #<DATUM> of ## women were delivered by caesarean in next pregnancy #th degree tears recurred in # (<DATUM> ) of ## women at next vaginal delivery <PERSOON> recurrent injuries occurred in asymptomatic women with normal antepartum manometry and following spontaneous deliveries and were first delivery, ### (<DATUM> , ##% CI <DATUM> ) had a recurrent <PERSOON> risk factors of recurrent ASR in the multivariate analysis In patients with recurrent ASR, ##% (### out of ###, ##% CI ##–##%) had one or more risk factors (vacuum extraction, excessive birthweight one or more of the aforementioned risk factors were present, the risk of recurrent ASR was ##% (### out of ###, ##% CI ##–##%) Anal manometry findings did not change significantly following a subsequent vaginal delivery or caesarean section Only one new defect significant change in symptoms or QoL Three (<DATUM> ) sustained repeat <DATUM> # Wat is het risico na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op nieuw optreden of verergering van fecale Zie evidence tabel <DATUM> # voor artikelen van <PERSOON>, ###; Nordenstam, ### en Tetzschner, ### Zie evidence tabel <DATUM> # voor het artikel <PERSOON>, ### <DATUM> Geen artikelen geselecteerd Geen evidence tabel In dit document worden de aandachtspunten uit het focusgroep gesprek van <DATUM> uitgelicht Vanuit patiëntenperspectief inzichtelijk maken hoe de zorg aan vrouwen met een totaalruptuur In samenwerking met de gynaecologen van de werkgroep richtlijn ontwikkeling totaalruptuur werden deelnemers benaderd en geselecteerd.
672
nvmdl
in next pregnancy #th degree tears recurred in # (<DATUM> ) of ## women at next vaginal delivery <PERSOON> recurrent injuries occurred in asymptomatic women with normal antepartum manometry and following spontaneous deliveries and were first delivery, ### (<DATUM> , ##% CI <DATUM> ) had a recurrent <PERSOON> risk factors of recurrent ASR in the multivariate analysis In patients with recurrent ASR, ##% (### out of ###, ##% CI ##–##%) had one or more risk factors (vacuum extraction, excessive birthweight one or more of the aforementioned risk factors were present, the risk of recurrent ASR was ##% (### out of ###, ##% CI ##–##%) Anal manometry findings did not change significantly following a subsequent vaginal delivery or caesarean section Only one new defect significant change in symptoms or QoL Three (<DATUM> ) sustained repeat <DATUM> # Wat is het risico na een volgende vaginale baring bij vrouwen met een totaalruptuur in de anamnese op nieuw optreden of verergering van fecale Zie evidence tabel <DATUM> # voor artikelen van <PERSOON>, ###; Nordenstam, ### en Tetzschner, ### Zie evidence tabel <DATUM> # voor het artikel <PERSOON>, ### <DATUM> Geen artikelen geselecteerd Geen evidence tabel In dit document worden de aandachtspunten uit het focusgroep gesprek van <DATUM> uitgelicht Vanuit patiëntenperspectief inzichtelijk maken hoe de zorg aan vrouwen met een totaalruptuur In samenwerking met de gynaecologen van de werkgroep richtlijn ontwikkeling totaalruptuur werden deelnemers benaderd en geselecteerd Bij twee vrouwen trad de totaalruptuur op bij de eerste bevalling Twee vrouwen zijn thuis bevallen onder begeleiding van een verloskundige Ten tijde van het gesprek was één van de deelnemers (opnieuw) zwanger Het gesprek werd gestructureerd door chronologisch het zorgproces door te spreken het stellen van de diagnose na de bevalling, de begeleiding tot aan de ingreep, de ingreep zelf, de nazorg/follow-up en de counseling voor een eventuele volgende zwangerschap De belangrijkste aandachtspunten worden in dit verslag uitgelicht, gegroepeerd naar bovenstaande zorgmomenten Over het algemeen stelde de dienstdoende gynaecoloog de diagnose Wanneer de artsassistent of verloskundige een (vermoeden op) totaalruptuur vaststelde, werden de vrouwen Dat bij de beoordeling meer mensen de ruptuur moesten inspecteren werd door de vrouwen Dat bij de beoordeling meer zorgverleners de ruptuur moesten inspecteren werd door de patiënten niet als vervelend ervaren Zij waren nog erg in de roes van de bevalling De informatie die de vrouwen kregen op het moment dat de diagnose gesteld werd was dat er sprake was van een ruptuur die gehecht moest worden op de operatiekamer Informatie over de ruptuur, anatomie en wat er precies gescheurd was werd nauwelijks gegeven (niet door verloskundigen en niet door gynaecologen) De vrouwen hebben er ook niet naar gevraagd Zij waren er op dat moment niet mee bezig aangezien ze net bevallen waren De algemene opvatting was dat er op het moment direct na de bevalling ook geen.
625
nvmdl
Bij twee vrouwen trad de totaalruptuur op bij de eerste bevalling Twee vrouwen zijn thuis bevallen onder begeleiding van een verloskundige Ten tijde van het gesprek was één van de deelnemers (opnieuw) zwanger Het gesprek werd gestructureerd door chronologisch het zorgproces door te spreken het stellen van de diagnose na de bevalling, de begeleiding tot aan de ingreep, de ingreep zelf, de nazorg/follow-up en de counseling voor een eventuele volgende zwangerschap De belangrijkste aandachtspunten worden in dit verslag uitgelicht, gegroepeerd naar bovenstaande zorgmomenten Over het algemeen stelde de dienstdoende gynaecoloog de diagnose Wanneer de artsassistent of verloskundige een (vermoeden op) totaalruptuur vaststelde, werden de vrouwen Dat bij de beoordeling meer mensen de ruptuur moesten inspecteren werd door de vrouwen Dat bij de beoordeling meer zorgverleners de ruptuur moesten inspecteren werd door de patiënten niet als vervelend ervaren Zij waren nog erg in de roes van de bevalling De informatie die de vrouwen kregen op het moment dat de diagnose gesteld werd was dat er sprake was van een ruptuur die gehecht moest worden op de operatiekamer Informatie over de ruptuur, anatomie en wat er precies gescheurd was werd nauwelijks gegeven (niet door verloskundigen en niet door gynaecologen) De vrouwen hebben er ook niet naar gevraagd Zij waren er op dat moment niet mee bezig aangezien ze net bevallen waren De algemene opvatting was dat er op het moment direct na de bevalling ook geen Genoemd werd dat ook een schuldvraag kan spelen, waarbij de vrouw zich afvraagt of zij iets fout heeft gedaan waardoor zij de totaalruptuur veroorzaakt zou hebben Het zou fijn zijn als dit geadresseerd wordt en deze eventuele twijfel weggenomen wordt Partners werden betrokken bij de informatieoverdracht De opvang zou nog iets beter kunnen indien iemand thuis is bevallen en met de ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht Partner en kind blijven dan vaak alleen achter De vrouwen waren het er over eens dat het prettig was geweest als er een informatiefolder over totaalruptuur was om beter te begrijpen wat een totaalruptuur is en wat er operatief Er werd duidelijk uitgelegd wat de reden was om de ingreep in de operatiekamer uit te De vrouwen kregen geen informatie over de wachttijd voordat de ingreep zou plaatsvinden Wachttijden varieerden tussen binnen een uur tot # uur na de bevalling Gemiddeld moest men # uur wachten Een aantal vrouwen geeft aan dat zij graag geïnformeerd zouden zijn geweest over de wachttijd, zodat zij zich er op in hadden kunnen stellen De vrouwen die lang hebben moeten wachten geven aan dat zij juist niet vooraf hadden willen weten dat het zo lang zou duren, omdat ze dan erg tegen de wachttijd op zouden zien De onzekerheid over de wachttijd is over het algemeen wel als onprettig ervaren door de deelnemers Niet bij alle vrouwens mocht de baby bij de moeder blijven tot ze naar de operatiekamer moest Dit is als vervelend ervaren.
533
nvmdl
waarbij de vrouw zich afvraagt of zij iets fout heeft gedaan waardoor zij de totaalruptuur veroorzaakt zou hebben Het zou fijn zijn als dit geadresseerd wordt en deze eventuele twijfel weggenomen wordt Partners werden betrokken bij de informatieoverdracht De opvang zou nog iets beter kunnen indien iemand thuis is bevallen en met de ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht Partner en kind blijven dan vaak alleen achter De vrouwen waren het er over eens dat het prettig was geweest als er een informatiefolder over totaalruptuur was om beter te begrijpen wat een totaalruptuur is en wat er operatief Er werd duidelijk uitgelegd wat de reden was om de ingreep in de operatiekamer uit te De vrouwen kregen geen informatie over de wachttijd voordat de ingreep zou plaatsvinden Wachttijden varieerden tussen binnen een uur tot # uur na de bevalling Gemiddeld moest men # uur wachten Een aantal vrouwen geeft aan dat zij graag geïnformeerd zouden zijn geweest over de wachttijd, zodat zij zich er op in hadden kunnen stellen De vrouwen die lang hebben moeten wachten geven aan dat zij juist niet vooraf hadden willen weten dat het zo lang zou duren, omdat ze dan erg tegen de wachttijd op zouden zien De onzekerheid over de wachttijd is over het algemeen wel als onprettig ervaren door de deelnemers Niet bij alle vrouwens mocht de baby bij de moeder blijven tot ze naar de operatiekamer moest Dit is als vervelend ervaren Indien de baby niet bij de moeder blijft is de partner continue aan het heen en weer lopen tussen moeder en kind Er werd aangegeven dat er iemand moet zijn die je kan steunen tot je naar de operatiekamer wordt gebracht Het liefst de partner, maar de verloskundige zou hier eventueel ook een rol in kunnen spelen zoals dat bij een vrouw het geval was Bij de vrouwen die de baby wel bij zich mochten houden is dit als zeer prettig ervaren Dan Informatie over de reden voor het herstellen op de operatiekamer is aan alle vrouwen Er werd geen keus gegeven voor hechten op de verloskamer of op de operatiekamer Alle Bij een vrouw werd gevraagd of zij een ruggenprik wilde of algehele anesthesie Zij koos voor de ruggenprik omdat dit beter zou zijn voor de borstvoeding, echter omdat de ruggenprik niet lukte is zij toch onder narcose gegaan Een vrouw gaf zelf aan geen ruggenprik te willen Aan de andere vrouwen werd niet gevraagd welke anesthesie zij wilden Indien er geen nadelige effecten zijn voor de borstvoeding dan zouden de meeste deelnemers algehele anesthesie hebben gekozen indien zij de keus hadden Er werd geen informatie gegeven over mogelijke consequenties van narcose voor het kind en de borstvoeding Na de ingreep had geen van de vrouwen direct aan de operatie gerelateerde pijn Met paracetamol was de pijn die er was goed te verhelpen De genezing ging snel Er was geen.
516
nvmdl
bij de moeder blijft is de partner continue aan het heen en weer lopen tussen moeder en kind Er werd aangegeven dat er iemand moet zijn die je kan steunen tot je naar de operatiekamer wordt gebracht Het liefst de partner, maar de verloskundige zou hier eventueel ook een rol in kunnen spelen zoals dat bij een vrouw het geval was Bij de vrouwen die de baby wel bij zich mochten houden is dit als zeer prettig ervaren Dan Informatie over de reden voor het herstellen op de operatiekamer is aan alle vrouwen Er werd geen keus gegeven voor hechten op de verloskamer of op de operatiekamer Alle Bij een vrouw werd gevraagd of zij een ruggenprik wilde of algehele anesthesie Zij koos voor de ruggenprik omdat dit beter zou zijn voor de borstvoeding, echter omdat de ruggenprik niet lukte is zij toch onder narcose gegaan Een vrouw gaf zelf aan geen ruggenprik te willen Aan de andere vrouwen werd niet gevraagd welke anesthesie zij wilden Indien er geen nadelige effecten zijn voor de borstvoeding dan zouden de meeste deelnemers algehele anesthesie hebben gekozen indien zij de keus hadden Er werd geen informatie gegeven over mogelijke consequenties van narcose voor het kind en de borstvoeding Na de ingreep had geen van de vrouwen direct aan de operatie gerelateerde pijn Met paracetamol was de pijn die er was goed te verhelpen De genezing ging snel Er was geen # op # kamer goed te doen is De zorg was over het algemeen goed maar de hoeveelheid aandacht had beter gekund Je bent immobiel en afhankelijk van de zorgverlener Indien afspraken worden gemaakt over de borstvoeding en wektijden dient de zorgverlener zich Ontslaggesprek de vrouwen gaven aan dat er geen ontslaginstructies werden gegeven Een aantal vrouwen kreeg lactulose mee naar huis Indien er instructies werden gegeven ging dat over de hygiëne en spoelen met water In de meeste gevallen gaven de kraamverzorgende of Er werd door de vrouwen aangegeven dat er te weinig informatie was verstrekt over wat er te verwachten is van de totaalruptuur op langer termijn; welke klachten en problemen horen bij een totaalruptuur? Het was voor deze vrouwen onduidelijk bij wie zij hun vragen moeten Op een vrouw na heeft iedereen een nacontrole gehad zes weken na de bevalling bij de gynaecoloog of bij de verloskundige Vaak was dit niet bij de eigen gynaecoloog of de In de nacontrole werd weinig aandacht besteed aan informatie over de ruptuur en eventuele De vrouwen gaven aan dat zij het lastig vonden om aan te geven welke klachten zij hebben omdat er gêne is over het onderwerp, zij vaak niet weten wat normaal is en wat niet en omdat zij over het algemeen de neiging hebben de klachten te bagatelliseren Als er dan niet specifiek naar gevraagd wordt, komt het ook niet altijd boven tafel Continuïteit in de begeleiding, ter vermindering van het gevoel van gêne, in het gehele traject.
526
nvmdl
te doen is De zorg was over het algemeen goed maar de hoeveelheid aandacht had beter gekund Je bent immobiel en afhankelijk van de zorgverlener Indien afspraken worden gemaakt over de borstvoeding en wektijden dient de zorgverlener zich Ontslaggesprek de vrouwen gaven aan dat er geen ontslaginstructies werden gegeven Een aantal vrouwen kreeg lactulose mee naar huis Indien er instructies werden gegeven ging dat over de hygiëne en spoelen met water In de meeste gevallen gaven de kraamverzorgende of Er werd door de vrouwen aangegeven dat er te weinig informatie was verstrekt over wat er te verwachten is van de totaalruptuur op langer termijn; welke klachten en problemen horen bij een totaalruptuur? Het was voor deze vrouwen onduidelijk bij wie zij hun vragen moeten Op een vrouw na heeft iedereen een nacontrole gehad zes weken na de bevalling bij de gynaecoloog of bij de verloskundige Vaak was dit niet bij de eigen gynaecoloog of de In de nacontrole werd weinig aandacht besteed aan informatie over de ruptuur en eventuele De vrouwen gaven aan dat zij het lastig vonden om aan te geven welke klachten zij hebben omdat er gêne is over het onderwerp, zij vaak niet weten wat normaal is en wat niet en omdat zij over het algemeen de neiging hebben de klachten te bagatelliseren Als er dan niet specifiek naar gevraagd wordt, komt het ook niet altijd boven tafel Continuïteit in de begeleiding, ter vermindering van het gevoel van gêne, in het gehele traject Op emotioneel en psychosociaal vlak hebben de meeste vrouwen veel gehad aan steun van partner en familie De zorgverlener heeft een informatieve en geruststellende rol (door uitleg Een vrouw is in verband met bekkenklachten doorverwezen naar de fysiotherapeut Zij is zeer enthousiast over de adviezen voor houding, bekkenspieroefeningen en hulp bij de verwerking en het herstelproces Veel onzekerheden kunnen worden weggenomen De fysiotherapeut heeft veel uitgelegd over de musculatuur en de werking van de bekkenbodemspieren Daarnaast heeft de fysiotherapeut laten zien wat er gebeurd is De vrouwen geven aan dat er ergens in het zorgtraject aangeboden moet worden met een spiegel naar de ruptuur te kijken Dit is goed voor het begrip en voor de zekerheid van het herstel Een vrouw gaf aan dat iedereen de mogelijkheid zou moeten krijgen om naar de bekkenfysiotherapeut te gaan Anderen zijn het hiermee eens Persisterende klachten opvallend is dat vrouwen zonder klachten bij nader inzien toch nog wel restklachten blijken te hebben Het herkennen van de klachten in relatie tot de totaalruptuur blijkt lastig en zoals eerder genoemd geven de vrouwen aan dat zij ook de neiging hebben de klachten te bagatelliseren Andere vrouwen hebben nog evidente klachten Er wordt wederom aangegeven dat er ergens in het zorgtraject meer informatie gegeven moet worden over de complicaties en klachten die mogelijk verband kunnen houden met de Geen van de vrouwen heeft klachten van persisterende fecale incontinentie Sexuele problematiek er was begrip van de partner.
524
nvmdl
Op emotioneel en psychosociaal vlak hebben de meeste vrouwen veel gehad aan steun van partner en familie De zorgverlener heeft een informatieve en geruststellende rol (door uitleg Een vrouw is in verband met bekkenklachten doorverwezen naar de fysiotherapeut Zij is zeer enthousiast over de adviezen voor houding, bekkenspieroefeningen en hulp bij de verwerking en het herstelproces Veel onzekerheden kunnen worden weggenomen De fysiotherapeut heeft veel uitgelegd over de musculatuur en de werking van de bekkenbodemspieren Daarnaast heeft de fysiotherapeut laten zien wat er gebeurd is De vrouwen geven aan dat er ergens in het zorgtraject aangeboden moet worden met een spiegel naar de ruptuur te kijken Dit is goed voor het begrip en voor de zekerheid van het herstel Een vrouw gaf aan dat iedereen de mogelijkheid zou moeten krijgen om naar de bekkenfysiotherapeut te gaan Anderen zijn het hiermee eens Persisterende klachten opvallend is dat vrouwen zonder klachten bij nader inzien toch nog wel restklachten blijken te hebben Het herkennen van de klachten in relatie tot de totaalruptuur blijkt lastig en zoals eerder genoemd geven de vrouwen aan dat zij ook de neiging hebben de klachten te bagatelliseren Andere vrouwen hebben nog evidente klachten Er wordt wederom aangegeven dat er ergens in het zorgtraject meer informatie gegeven moet worden over de complicaties en klachten die mogelijk verband kunnen houden met de Geen van de vrouwen heeft klachten van persisterende fecale incontinentie Sexuele problematiek er was begrip van de partner wel onzekerheid is over wat wel en niet mogelijk is op seksueel gebied Er is een vrouw die aangaf dat het een jaar heeft gekost voordat het allemaal weer goed ging op seksueel gebied Dit kwam deels door terughoudendheid van de partner Er lijkt behoefte te zijn aan uitleg over de fysieke mogelijkheden na een ruptuur maar ook Er wordt hier ook aangegeven dat een informatiefolder gemaakt moet worden Graag met Er werd niet standaard een controle <DATUM> maanden na de bevalling afgesproken De deelnemers geven aan dat een extra controle een goede optie is, ook om onduidelijkheid weg Zorgverleners verloskundigen en/of gynaecologen waren afwachtend en onduidelijk met De deelnemers geven aan dat er wel informatie werd gegeven maar eenduidig was die Een counselingsgesprek zou moeten plaatsvinden in het nazorgtraject van de eerdere bevalling of vroeg in het traject van een nieuwe bevalling Aan preconceptioneel advies is Counseling zou inhoudelijk duidelijkheid moeten geven over de modus partus na eerdere totaalruptuur Een behandelplan zou minder onzekerheid en ongerustheid geven voor de bevalling Belangrijk is eenduidigheid, vooral als continuïteit in de zorg niet gewaarborgd kan Er zou informatie gegeven moeten worden over de kans op herhaling van een ruptuur en Nogmaals wordt aangegeven dat een folder hierin kan ondersteunen Op het internet is het op dit moment nog lastig om correcte, volledige informatie te Een vrouw is opnieuw zwanger, de totaalruptuur heeft haar er niet van weerhouden weer zwanger te worden.
516
nvmdl
wel onzekerheid is over wat wel en niet mogelijk is op seksueel gebied Er is een vrouw die aangaf dat het een jaar heeft gekost voordat het allemaal weer goed ging op seksueel gebied Dit kwam deels door terughoudendheid van de partner Er lijkt behoefte te zijn aan uitleg over de fysieke mogelijkheden na een ruptuur maar ook Er wordt hier ook aangegeven dat een informatiefolder gemaakt moet worden Graag met Er werd niet standaard een controle <DATUM> maanden na de bevalling afgesproken De deelnemers geven aan dat een extra controle een goede optie is, ook om onduidelijkheid weg Zorgverleners verloskundigen en/of gynaecologen waren afwachtend en onduidelijk met De deelnemers geven aan dat er wel informatie werd gegeven maar eenduidig was die Een counselingsgesprek zou moeten plaatsvinden in het nazorgtraject van de eerdere bevalling of vroeg in het traject van een nieuwe bevalling Aan preconceptioneel advies is Counseling zou inhoudelijk duidelijkheid moeten geven over de modus partus na eerdere totaalruptuur Een behandelplan zou minder onzekerheid en ongerustheid geven voor de bevalling Belangrijk is eenduidigheid, vooral als continuïteit in de zorg niet gewaarborgd kan Er zou informatie gegeven moeten worden over de kans op herhaling van een ruptuur en Nogmaals wordt aangegeven dat een folder hierin kan ondersteunen Op het internet is het op dit moment nog lastig om correcte, volledige informatie te Een vrouw is opnieuw zwanger, de totaalruptuur heeft haar er niet van weerhouden weer zwanger te worden heeft gehad op lichaam en geest dan het gegeven dat ze ook een totaalruptuur hadden Verklaring omtrent mogelijke belangenverstrengeling en embargo met betrekking tot de richtlijn In verband met uw deelname aan de ontwikkeling van de richtlijn ‘Totaalruptuur’ vragen wij u Mogelijke belangenverstrengeling valt niet steeds te vermijden, maar de Orde van Medisch Specialisten en NVOG vinden het wel van belang dat hierover openheid bestaat U wordt daarom gevraagd op bijgaand formulier te vermelden of u in de laatste vijf jaar een (financieel ondersteunde) betrekking onderhield met commerciële bedrijven, organisaties of instellingen die in verband staan met het onderwerp van de Hetgeen u in uw verklaring vermeldt zal bij het secretariaat van de NVOG opvraagbaar zijn Gedurende de richtlijnontwikkeling rust een embargo op de teksten van de conceptrichtlijn Dit betekent dat het zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever niet is toegestaan om passages uit de conceptrichtlijn, of de gehele conceptrichtlijn inclusief bijlagen zoals evidence-tabellen te Ondergetekende verklaart zich door ondertekening akkoord met het bovenstaande Heeft u naar uw mening in de afgelopen vijf jaar en/of gedurende de looptijd van het project belangen die mogelijk kunnen interfereren met de besluitvorming in de werkgroep ten aanzien van de interpretatie van het wetenschappelijk bewijs en het opstellen van aanbevelingen? Zo ja, wilt u aangeven uit welke activiteiten deze belangen voortvloeien en welke organisaties/bedrijven Bij meer dan deze drie vermeldingen graag een extra blad bijvoegen Ondergetekende verklaart bovenstaande informatie naar waarheid te hebben ingevuld en mutaties t a v bovenstaande te vermelden aan de voorzitter en secretaris van de werkgroep.
537
nvmdl
Module <DATUM> Aanvullende beeldvorming bij aangetoonde metastasen op afstand ## Module <DATUM> Besluitvorming bij ouderen en andere kwetsbare patiëntengroepen ## Module <DATUM> Minimale rapportage in standaard pathologieverslag voor colorectale preparaten met Module <DATUM> # Uitgebreidheid van de resectie voor coloncarcinoom ## Module <DATUM> # Aanvullende lokale excisie of rectumresectie na poliepectomie ### Module <DATUM> Preoperatieve interventies ter preventie LARS ### Module <DATUM> Versneld postoperatief herstel programma (ERAS) rectumcarcinoom ### Module <DATUM> # Locale behandeling kleine tumorrest na neoadjuvante (chemo)radiotherapie ### Module <DATUM> # Watch & wait na preoperatieve therapie met resectie als aanvankelijke intentie ### Module <DATUM> Locale behandeling bij recidief metastase na locale behandeling ### Module <DATUM> Systemische therapie bij niet lokaal behandelbare metastasen ### Module <DATUM> # Inductiebehandeling bij niet lokaal behandelbare metastasen ### Module <DATUM> # Systemische behandeling bij permanent irresectabele metastasen ### Module # #.
564
nvmdl
### Module <DATUM> Versneld postoperatief herstel programma (ERAS) rectumcarcinoom ### Module <DATUM> # Locale behandeling kleine tumorrest na neoadjuvante (chemo)radiotherapie ### Module <DATUM> # Watch & wait na preoperatieve therapie met resectie als aanvankelijke intentie ### Module <DATUM> Locale behandeling bij recidief metastase na locale behandeling ### Module <DATUM> Systemische therapie bij niet lokaal behandelbare metastasen ### Module <DATUM> # Inductiebehandeling bij niet lokaal behandelbare metastasen ### Module <DATUM> # Systemische behandeling bij permanent irresectabele metastasen ### Module <DATUM> ### Module <DATUM> Signalering en behandeling van de gevolgen van colorectaal carcinoom ### Module <DATUM> Delen van data voor kwaliteitsregistraties en wetenschappelijk onderzoek ### Colorectaal carcinoom is een belangrijk gezondheidsprobleem in <LOCATIE> In ### werden ongeveer <DATUM> nieuwe patiënten met colorectaal carcinoom gediagnostiseerd, waarvan ongeveer ### gelokaliseerd in de endeldarm Tot ### werd een stijging in de incidentie gezien, maar sindsdien neemt de incidentie gering af ((WEBLINK)) Dit ondanks het bevolkingsonderzoek darmkanker wat in ### van start is gegaan Colorectaal carcinoom komt iets meer bij mannen voor en wordt veelal boven de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar vastgesteld Er komen steeds meer behandelingsmogelijkheden, en bestaande behandelingen worden steeds verder verfijnd Ook wordt steeds duidelijker dat colorectaal carcinoom eigenlijk uit verschillende vormen bestaat Samen met de verschillen die er tussen patiënten zijn is de zorg voor darmkanker daarom steeds complexer geworden Deze herziene richtlijn darmkanker speelt in op de trend naar geindividualiseerde zorg, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de huidige stand van de wetenschap en De richtlijn colorectaal carcinoom richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met darmkanker In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde.
587
nvmdl
### Module <DATUM> Signalering en behandeling van de gevolgen van colorectaal carcinoom ### Module <DATUM> Delen van data voor kwaliteitsregistraties en wetenschappelijk onderzoek ### Colorectaal carcinoom is een belangrijk gezondheidsprobleem in <LOCATIE> In ### werden ongeveer <DATUM> nieuwe patiënten met colorectaal carcinoom gediagnostiseerd, waarvan ongeveer ### gelokaliseerd in de endeldarm Tot ### werd een stijging in de incidentie gezien, maar sindsdien neemt de incidentie gering af ((WEBLINK)) Dit ondanks het bevolkingsonderzoek darmkanker wat in ### van start is gegaan Colorectaal carcinoom komt iets meer bij mannen voor en wordt veelal boven de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar vastgesteld Er komen steeds meer behandelingsmogelijkheden, en bestaande behandelingen worden steeds verder verfijnd Ook wordt steeds duidelijker dat colorectaal carcinoom eigenlijk uit verschillende vormen bestaat Samen met de verschillen die er tussen patiënten zijn is de zorg voor darmkanker daarom steeds complexer geworden Deze herziene richtlijn darmkanker speelt in op de trend naar geindividualiseerde zorg, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de huidige stand van de wetenschap en De richtlijn colorectaal carcinoom richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met darmkanker In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde Welke onderzoeken patiënten moeten ondergaan bij (verdenking op) darmkanker Alle vormen van behandeling voor patiënten met darmkanker De nacontrole en nazorg van patiënten met darmkanker De organisatie van zorg rond patiënten met darmkanker De werkgroep identificeerde de volgende knelpunten ten aanzien van de richtlijn colorectaal De richtlijn colorectaal carcinoom is een grote multidisciplinaire oncologische richtlijn Het betreft een grote, heterogene patiëntenpopulatie, met snelle ontwikkeling in het behandelarsenaal en geïndividualiseerde behandelstrategieën Het is een breed dynamisch De richtlijn is op te delen in een groot aantal uitgangsvragen/deelvragen, en eventueel hieruit voortvloeiende zoekvragen, die in de oude richtlijn slechts gedeeltelijk waren geformuleerd Het grootste deel van de richtlijn werd in de periode tot ### slechts fragmentarisch Gezien bovenstaande is een richtlijn ontstaan die in hoge mate inflexibel en onhanteerbaar was, achterliep bij de huidige stand van wetenschap en praktijk en geen structuur bevatte die Het erkennen van deze problematiek binnen de commissie viel samen met de meer breed geuite wens tot optimaliseren van het proces van maken en onderhouden van richtlijnen die beter aansluit bij de dagelijkse praktijk Omdat er nog geen duidelijk format was voor dynamisch modulair richtlijnonderhoud, is er in de eerste helft van ### door de richtlijncommissie gewerkt aan een werkwijze om een grote oncologische richtlijn zoals die van het colorectaal carcinoom modulair te Het beschrijven van het beleid bij patiënten met een colorectaal carcinoom gestandaardiseerd en op hun wensen afgestemd in alle fasen van de ziekte.
555
nvmdl
Welke onderzoeken patiënten moeten ondergaan bij (verdenking op) darmkanker Alle vormen van behandeling voor patiënten met darmkanker De nacontrole en nazorg van patiënten met darmkanker De organisatie van zorg rond patiënten met darmkanker De werkgroep identificeerde de volgende knelpunten ten aanzien van de richtlijn colorectaal De richtlijn colorectaal carcinoom is een grote multidisciplinaire oncologische richtlijn Het betreft een grote, heterogene patiëntenpopulatie, met snelle ontwikkeling in het behandelarsenaal en geïndividualiseerde behandelstrategieën Het is een breed dynamisch De richtlijn is op te delen in een groot aantal uitgangsvragen/deelvragen, en eventueel hieruit voortvloeiende zoekvragen, die in de oude richtlijn slechts gedeeltelijk waren geformuleerd Het grootste deel van de richtlijn werd in de periode tot ### slechts fragmentarisch Gezien bovenstaande is een richtlijn ontstaan die in hoge mate inflexibel en onhanteerbaar was, achterliep bij de huidige stand van wetenschap en praktijk en geen structuur bevatte die Het erkennen van deze problematiek binnen de commissie viel samen met de meer breed geuite wens tot optimaliseren van het proces van maken en onderhouden van richtlijnen die beter aansluit bij de dagelijkse praktijk Omdat er nog geen duidelijk format was voor dynamisch modulair richtlijnonderhoud, is er in de eerste helft van ### door de richtlijncommissie gewerkt aan een werkwijze om een grote oncologische richtlijn zoals die van het colorectaal carcinoom modulair te Het beschrijven van het beleid bij patiënten met een colorectaal carcinoom gestandaardiseerd en op hun wensen afgestemd in alle fasen van de ziekte Omdat het coloncarcinoom en rectumcarcinoom eigenlijk beschouwd moeten worden als twee aparte entiteiten, is in de richtlijn zoveel mogelijk onderscheid gemaakt tussen deze hoofdgroepen op basis van lokatie van de tumor Verder onderscheid in type colorectaal carcinoom en stadium wordt per module gemaakt op basis van relevantie voor het te bespreken onderwerp Onderscheid op basis van patientkenmerken wordt voor zover dit beleids- of organisatorische consequenties heeft gemaakt per module Door de richtlijn heen wordt specifiek de oudere fragiele patientgroep beschreven, met aandacht voor begeleiding en behandeling van deze patiënten die darmkanker hebben naast comorbiditeiten en bij Wat zijn de belangrijkste en voor de patiënt relevante uitkomstmaten? Omdat het om een oncologische aandoening gaat, zijn belangrijke uitkomstmaten voor de behandeling van het colorectaal carcinoom het locoregionale recidief, de ziektevrije overleving, de ziekte-specifieke overleving en de totale overleving Niet voor elke uitgangsvraag zijn deze uitkomstmaten echter relevant, en ook de mate waarin specifieke oncologische uitkomstmaten Overleving is lange tijd vrijwel de enige belangrijke uitkomstmaat geweest binnen de oncologie, maar omdat overleving voor veel tumorsoorten sterk is verbeterd, zijn steeds meer de gevolgen van kankerbehandeling en kwaliteit van leven belangrijk geworden in het evalueren van zorg voor kankerpatiënten Daarbij spelen ook de concurrerende doodsoorzaken een belangrijke rol in de Verbetering van overleving van colorectaal carcinoom is nog steeds een belangrijke doelstelling, ook vanuit het patiëntenperspectief Maar zeker voor de vroegere stadia waar deze overleving niet veel meer verbeterd kan worden, is het accent verschoven naar morbiditeit en toxiciteit, zowel op de korte als de lange termijn.
551
nvmdl
moeten worden als twee aparte entiteiten, is in de richtlijn zoveel mogelijk onderscheid gemaakt tussen deze hoofdgroepen op basis van lokatie van de tumor Verder onderscheid in type colorectaal carcinoom en stadium wordt per module gemaakt op basis van relevantie voor het te bespreken onderwerp Onderscheid op basis van patientkenmerken wordt voor zover dit beleids- of organisatorische consequenties heeft gemaakt per module Door de richtlijn heen wordt specifiek de oudere fragiele patientgroep beschreven, met aandacht voor begeleiding en behandeling van deze patiënten die darmkanker hebben naast comorbiditeiten en bij Wat zijn de belangrijkste en voor de patiënt relevante uitkomstmaten? Omdat het om een oncologische aandoening gaat, zijn belangrijke uitkomstmaten voor de behandeling van het colorectaal carcinoom het locoregionale recidief, de ziektevrije overleving, de ziekte-specifieke overleving en de totale overleving Niet voor elke uitgangsvraag zijn deze uitkomstmaten echter relevant, en ook de mate waarin specifieke oncologische uitkomstmaten Overleving is lange tijd vrijwel de enige belangrijke uitkomstmaat geweest binnen de oncologie, maar omdat overleving voor veel tumorsoorten sterk is verbeterd, zijn steeds meer de gevolgen van kankerbehandeling en kwaliteit van leven belangrijk geworden in het evalueren van zorg voor kankerpatiënten Daarbij spelen ook de concurrerende doodsoorzaken een belangrijke rol in de Verbetering van overleving van colorectaal carcinoom is nog steeds een belangrijke doelstelling, ook vanuit het patiëntenperspectief Maar zeker voor de vroegere stadia waar deze overleving niet veel meer verbeterd kan worden, is het accent verschoven naar morbiditeit en toxiciteit, zowel op de korte als de lange termijn na behandeling van colorectaal carcinoom, in het bijzonder rectumcarcinoom Het gaat daarbij om darmfunctiestoornissen, blaasdysfunctie, en sexuele dysfunctie Ook het hebben van een stoma is in het bijzonder bij rectumcarcinoom een belangrijk onderdeel in de evaluatie van de consequenties van behandeling, zowel voor wat betreft een tijdelijk stoma als een permanent stoma In dit kader is orgaansparende behandeling van het rectumcarcinoom een belangrijke ontwikkeling, die ook in deze Complicaties van behandeling en functionele beperkingen kunnen een belangrijke impact hebben op kwaliteit van leven in algemenere zin of binnen specifieke domeinen Ook na ongecompliceerde behandeling zonder aantoonbare functionele beperkingen kan de kwaliteit van leven veranderd zijn Tot slot zijn kosten ook tot op zekere hoogte belangrijk bij sommige uitgangsvragen, met name indien er sprake is van vergelijkbare effectiviteit en morbiditeit van bepaalde behandelingsopties Maar ook voor nieuwe behandelingen met hoge kosten moet soms op een afgewogen manier de Deze richtlijn is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met colorectaal carcinoom in de tweede en derde lijn Wat zijn de belangrijkste definities die in deze richtlijn gebruikt worden? Chemotherapie die na een in opzet genezende operatie gegeven wordt Ingroei (invasie) van de tumor in een bloedvat of lymfevat Abdomino Perineale Resectie, een chirurgische techniek waarbij de anus, het rectum en het S-vormige gedeelte van de dikke darm worden fysieke fitheid van patiënten vóór de operatie in te schatten Een mutatie van de BRCA (BReast CAncer) genen die kan worden doorgegeven aan het nageslacht.
548
nvmdl
carcinoom, in het bijzonder rectumcarcinoom Het gaat daarbij om darmfunctiestoornissen, blaasdysfunctie, en sexuele dysfunctie Ook het hebben van een stoma is in het bijzonder bij rectumcarcinoom een belangrijk onderdeel in de evaluatie van de consequenties van behandeling, zowel voor wat betreft een tijdelijk stoma als een permanent stoma In dit kader is orgaansparende behandeling van het rectumcarcinoom een belangrijke ontwikkeling, die ook in deze Complicaties van behandeling en functionele beperkingen kunnen een belangrijke impact hebben op kwaliteit van leven in algemenere zin of binnen specifieke domeinen Ook na ongecompliceerde behandeling zonder aantoonbare functionele beperkingen kan de kwaliteit van leven veranderd zijn Tot slot zijn kosten ook tot op zekere hoogte belangrijk bij sommige uitgangsvragen, met name indien er sprake is van vergelijkbare effectiviteit en morbiditeit van bepaalde behandelingsopties Maar ook voor nieuwe behandelingen met hoge kosten moet soms op een afgewogen manier de Deze richtlijn is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met colorectaal carcinoom in de tweede en derde lijn Wat zijn de belangrijkste definities die in deze richtlijn gebruikt worden? Chemotherapie die na een in opzet genezende operatie gegeven wordt Ingroei (invasie) van de tumor in een bloedvat of lymfevat Abdomino Perineale Resectie, een chirurgische techniek waarbij de anus, het rectum en het S-vormige gedeelte van de dikke darm worden fysieke fitheid van patiënten vóór de operatie in te schatten Een mutatie van de BRCA (BReast CAncer) genen die kan worden doorgegeven aan het nageslacht Een chemotherapeutische behandeling die bestaat uit de middelen Een zorgverlener die als vast aanspreekpunt fungeert voor de patiënt en het van klinisch detecteerbare tumorresten na een neoadjuvante behandeling niveau van CEA in het bloed kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van Complete Mesocolische Excisie is een chirurgische techniek waarbij het met daarin de lymfklieren in zijn geheel wordt verwijderd Omzetten In de context van laparoscopische chirurgie het omzetten van CytoReductieve chirurgie is een ingreep waarbij alle zichtbare tumoren achterblijven die daarna met HIPEC kunnen worden behandeld (zie HIPEC) Circumferentiële Resectie Marge, de afstand van de tumor tot het Een Japans classificatiesysteem van een aantal niveaus waarin specifieke lymfeklieren worden aangemerkt voor chirurgische verwijdering Een D# lymfeklier dissectie verwijdert minder lymfeklieren dan een D# lymfeklier lymfeklieren worden aangemerkt voor chirurgische verwijdering Een D# lymfeklier dissectie verwijdert meer lymfeklieren dan een D# lymfeklier Een gestructureerde methode om overeenstemming te bereiken in een Een verminderde of geen aanmaak van het dihydropyrimidine ontstaan bij het gebruik van bepaalde middelen tijdens chemotherapie DPYD genotypering Het vaststellen van mutaties in de dihydropyrimidine dehydrogenase (DPYD) Diffusion Weighted Imaging is een methode om met behulp van een MRI (zie MRI) beelden te vormen op basis van de diffusie van watermoleculen Een moleculaire behandeling die zich met antilichamen op de Epidermale Endoscopische Mucosale Resectie, een techniek voor het lokaal verwijderen van een afwijking in het maagdarmstelsel met een endoscoop De Quality of life Questionnaire-## van de European Organisation for.
541
nvmdl
Een chemotherapeutische behandeling die bestaat uit de middelen Een zorgverlener die als vast aanspreekpunt fungeert voor de patiënt en het van klinisch detecteerbare tumorresten na een neoadjuvante behandeling niveau van CEA in het bloed kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van Complete Mesocolische Excisie is een chirurgische techniek waarbij het met daarin de lymfklieren in zijn geheel wordt verwijderd Omzetten In de context van laparoscopische chirurgie het omzetten van CytoReductieve chirurgie is een ingreep waarbij alle zichtbare tumoren achterblijven die daarna met HIPEC kunnen worden behandeld (zie HIPEC) Circumferentiële Resectie Marge, de afstand van de tumor tot het Een Japans classificatiesysteem van een aantal niveaus waarin specifieke lymfeklieren worden aangemerkt voor chirurgische verwijdering Een D# lymfeklier dissectie verwijdert minder lymfeklieren dan een D# lymfeklier lymfeklieren worden aangemerkt voor chirurgische verwijdering Een D# lymfeklier dissectie verwijdert meer lymfeklieren dan een D# lymfeklier Een gestructureerde methode om overeenstemming te bereiken in een Een verminderde of geen aanmaak van het dihydropyrimidine ontstaan bij het gebruik van bepaalde middelen tijdens chemotherapie DPYD genotypering Het vaststellen van mutaties in de dihydropyrimidine dehydrogenase (DPYD) Diffusion Weighted Imaging is een methode om met behulp van een MRI (zie MRI) beelden te vormen op basis van de diffusie van watermoleculen Een moleculaire behandeling die zich met antilichamen op de Epidermale Endoscopische Mucosale Resectie, een techniek voor het lokaal verwijderen van een afwijking in het maagdarmstelsel met een endoscoop De Quality of life Questionnaire-## van de European Organisation for van leven bij mensen met een colorectaalcarcinoom meet (EORTC QLQCR##) Het leveren van zorg vóór, tijdens, en (direct) na de operatie die een versneld herstel van de operatie bevorderen <PERSOON> wordt een dergelijk programma Enhanced Recovery After Surgery (ERAS) genoemd Endoscopische Submucosaal Dissectie is een techniek voor het lokaal verwijderen van een afwijking in het maagdarmstelsel met een endoscoop Het verwijderen van de levator ani spier tijdens een abdomino perineale Extramurale invasie De diepte van de tumor invasie buiten de spierwand (muscularis propria) Gray (Gy) is een eenheid om de dosering van radiotherapie mee weer te Een systeem om de invasiediepte van gesteelde poliepen mee te spijsverteringskanaal beschreven worden Dit wordt in het <PERSOON> ook wel De toestemming van een patiënt voor het uitvoeren van een medische (be)handeling Deze toestemming is gebaseerd op informatie en voorlichting verstrekt door de arts, zodat de patiënt een geïnformeerde en afgewogen Een chirurgische techniek waarbij het rectum laag bij de kringspier in het vlak tussen de interne en externe sfincters wordt verwijderd Een systeem om de invasiediepte van sessiele poliepen mee te classificeren Laag Anterieure Resectie, een chirurgische techniek waarbij het deel van het een verzamelnaam voor verschillende klachten na een laag anterieure In een Multidisciplinair Overleg (MDO) worden multidisciplinaire afspraken over het medische beleid en samenwerking tussen disciplines gewaarborgd Betrokken disciplines in het zorgtraject van de patiënt zijn aanwezig in een Mismatch Repair (MMR) is een lichaamseigen systeem om mutaties bij het eiwitten van de Lynch genen aan te tonen.
555
nvmdl
colorectaalcarcinoom meet (EORTC QLQCR##) Het leveren van zorg vóór, tijdens, en (direct) na de operatie die een versneld herstel van de operatie bevorderen <PERSOON> wordt een dergelijk programma Enhanced Recovery After Surgery (ERAS) genoemd Endoscopische Submucosaal Dissectie is een techniek voor het lokaal verwijderen van een afwijking in het maagdarmstelsel met een endoscoop Het verwijderen van de levator ani spier tijdens een abdomino perineale Extramurale invasie De diepte van de tumor invasie buiten de spierwand (muscularis propria) Gray (Gy) is een eenheid om de dosering van radiotherapie mee weer te Een systeem om de invasiediepte van gesteelde poliepen mee te spijsverteringskanaal beschreven worden Dit wordt in het <PERSOON> ook wel De toestemming van een patiënt voor het uitvoeren van een medische (be)handeling Deze toestemming is gebaseerd op informatie en voorlichting verstrekt door de arts, zodat de patiënt een geïnformeerde en afgewogen Een chirurgische techniek waarbij het rectum laag bij de kringspier in het vlak tussen de interne en externe sfincters wordt verwijderd Een systeem om de invasiediepte van sessiele poliepen mee te classificeren Laag Anterieure Resectie, een chirurgische techniek waarbij het deel van het een verzamelnaam voor verschillende klachten na een laag anterieure In een Multidisciplinair Overleg (MDO) worden multidisciplinaire afspraken over het medische beleid en samenwerking tussen disciplines gewaarborgd Betrokken disciplines in het zorgtraject van de patiënt zijn aanwezig in een Mismatch Repair (MMR) is een lichaamseigen systeem om mutaties bij het eiwitten van de Lynch genen aan te tonen Magnetic resonance Imaging is een beeldvormende techniek op basis van Een mutatie van het MSH# gen die kan worden doorgegeven aan het nageslacht Het MSH# gen is betrokken bij de reparatie van DNA Microsatelliet Instabiel, een tumor type waarbij er een defect is in het herstel van schade aan het DNA, al dan niet in het kader van een Lynch Microsatelliet Stabiel, een tumor type met normale Lynch genen Het chirurgisch samen verwijderen van meerdere organen in één preparaat om weefsels te verhitten en zodoende te vernietigen Een richtlijn van het National Institute for Health Care Excellence (Verenigd De Odds Ratio is een associatiemaat die in de statistiek wordt gebruikt waarin twee ‘odds’ tegenover elkaar worden afgezet in een breuk afwezigheid van tumorcellen bij microscopisch onderzoek van het verwijderde orgaan waarin de tumor zich bevond na een neoadjuvante Een dwarse snede in de buikwand juist boven het schaambeen, die kan worden gebruikt door de chirurg voor verwijdering van een stuk weefsel of wetenschappenlijke literatuur te kunnen zoeken <PERSOON>, Een chirurgische techniek waarbij de poliep in delen wordt verwijderd Measures) zijn uitkomstmaten die door de patiënt zelf worden aangegeven Bijvoorbeeld, wanneer een patiënt zelf een vragenlijst over zijn/haar kwaliteit van leven invult is dit een Patiënt Gerapporteerde Uitkomstmaat Een verwijdering van de tumor waarbij er op het oog van de chirurg en microscopisch geen restmateriaal van de tumor is achtergebleven Een mutatie van de RAS genen welke betrokken zijn bij (ontremde).
558
nvmdl
is een beeldvormende techniek op basis van Een mutatie van het MSH# gen die kan worden doorgegeven aan het nageslacht Het MSH# gen is betrokken bij de reparatie van DNA Microsatelliet Instabiel, een tumor type waarbij er een defect is in het herstel van schade aan het DNA, al dan niet in het kader van een Lynch Microsatelliet Stabiel, een tumor type met normale Lynch genen Het chirurgisch samen verwijderen van meerdere organen in één preparaat om weefsels te verhitten en zodoende te vernietigen Een richtlijn van het National Institute for Health Care Excellence (Verenigd De Odds Ratio is een associatiemaat die in de statistiek wordt gebruikt waarin twee ‘odds’ tegenover elkaar worden afgezet in een breuk afwezigheid van tumorcellen bij microscopisch onderzoek van het verwijderde orgaan waarin de tumor zich bevond na een neoadjuvante Een dwarse snede in de buikwand juist boven het schaambeen, die kan worden gebruikt door de chirurg voor verwijdering van een stuk weefsel of wetenschappenlijke literatuur te kunnen zoeken <PERSOON>, Een chirurgische techniek waarbij de poliep in delen wordt verwijderd Measures) zijn uitkomstmaten die door de patiënt zelf worden aangegeven Bijvoorbeeld, wanneer een patiënt zelf een vragenlijst over zijn/haar kwaliteit van leven invult is dit een Patiënt Gerapporteerde Uitkomstmaat Een verwijdering van de tumor waarbij er op het oog van de chirurg en microscopisch geen restmateriaal van de tumor is achtergebleven Een mutatie van de RAS genen welke betrokken zijn bij (ontremde) onderzoeksopzet waarin over het algemeen wordt aangenomen dat de gebruikt om weefsels te verhitten en zodoende te vernietigen Een richtlijn van het Scottisch Intercollegiate Guidelines Network waarbij de sacrale zenuwen electrisch worden gestimuleerd met als doel om stoornissen van onder andere de blaas en darmen te behandelen De Stichting Oncologische Samenwerking is een multidisciplinair platform Transanale Minimaal Invasieve Chirurgie is een chirurgische laparoscopische techniek waarbij kijkoperaties via de anus kunnen worden uitgevoerd het lokaal verwijderen van een afwijking in de endeldarm endeldarm en het omgevende vetweefsel (mesorectum) in zijn geheel wordt Een systeem om het ziektestadium te classificeren door een uitspraak te doen over de primaire tumor (T), regionale lymfeklieren (N) en metastasen eventuele teruggroei van de tumor zo vroeg mogelijk te ontdekken Inhoud richtlijn colorectaal carcinoom en gepland modulair onderhoud Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijn is de werkgroep in stand gehouden voor een periode van <LEEFTIJD> jaar, met optionele verlenging van <LEEFTIJD> jaar De werkgroep zal halfjaarlijks bijeen komen voor een herbeoordeling van de geldigheid van de modules in deze richtlijn De geldigheid van richtlijnmodules zal bij herbeoordeling komen te vervallen wanneer nieuwe ontwikkelingen aanleiding geven om een herzieningstraject te starten De Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) is regiehouder van deze richtlijn en eindverantwoordelijke op het gebied van de actualiteitsbeoordeling van de richtlijnmodules De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de regiehouder over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied Per module is.
545
nvmdl
dat de gebruikt om weefsels te verhitten en zodoende te vernietigen Een richtlijn van het Scottisch Intercollegiate Guidelines Network waarbij de sacrale zenuwen electrisch worden gestimuleerd met als doel om stoornissen van onder andere de blaas en darmen te behandelen De Stichting Oncologische Samenwerking is een multidisciplinair platform Transanale Minimaal Invasieve Chirurgie is een chirurgische laparoscopische techniek waarbij kijkoperaties via de anus kunnen worden uitgevoerd het lokaal verwijderen van een afwijking in de endeldarm endeldarm en het omgevende vetweefsel (mesorectum) in zijn geheel wordt Een systeem om het ziektestadium te classificeren door een uitspraak te doen over de primaire tumor (T), regionale lymfeklieren (N) en metastasen eventuele teruggroei van de tumor zo vroeg mogelijk te ontdekken Inhoud richtlijn colorectaal carcinoom en gepland modulair onderhoud Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijn is de werkgroep in stand gehouden voor een periode van <LEEFTIJD> jaar, met optionele verlenging van <LEEFTIJD> jaar De werkgroep zal halfjaarlijks bijeen komen voor een herbeoordeling van de geldigheid van de modules in deze richtlijn De geldigheid van richtlijnmodules zal bij herbeoordeling komen te vervallen wanneer nieuwe ontwikkelingen aanleiding geven om een herzieningstraject te starten De Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) is regiehouder van deze richtlijn en eindverantwoordelijke op het gebied van de actualiteitsbeoordeling van de richtlijnmodules De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de regiehouder over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied Per module is actualiteitsbeoordeling (zie de Algemene inleiding Inhoud richtlijn colorectaal carcinoom en gepland De richtlijnontwikkeling werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten ((WEBLINK)) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijn Het tot stand brengen van een modulaire herziening van de richtlijn “Colorectaal Carcinoom”, zodat het beleid bij patiënten met een colorectaal carcinoom gestandaardiseerd en op hun wensen is Patiënten met een colorectaal carcinoom in de tweede en derde lijn Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in ### een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met colorectaal carcinoom te maken hebben (zie hiervoor de samenstelling van de De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn <PERSOON> J (<PERSOON>) <PERSOON>, gastrointestinaal en oncologisch chirurg, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie <INSTELLING>, Prof <PERSOON>) <PERSOON>, gastrointestinaal en oncologisch chirurg, <PERSOON> (<PERSOON>) <PERSOON>, oncologisch chirurg, Erasmus MC, <LOCATIE>, NVvH <PERSOON>, chirurg, <PERSOON-##> J A (<PERSOON>) <PERSOON-##>, internist-oncoloog, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie <INSTELLING>, <LOCATIE>, NIV <PERSOON> J A (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, internist oncoloog, <INSTELLING> <LOCATIE>, NIV/NVMO <PERSOON> (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, MDL-arts, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVMDL Prof <PERSOON-##> G H.
627
nvmdl
Inhoud richtlijn colorectaal carcinoom en gepland De richtlijnontwikkeling werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten ((WEBLINK)) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijn Het tot stand brengen van een modulaire herziening van de richtlijn “Colorectaal Carcinoom”, zodat het beleid bij patiënten met een colorectaal carcinoom gestandaardiseerd en op hun wensen is Patiënten met een colorectaal carcinoom in de tweede en derde lijn Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in ### een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met colorectaal carcinoom te maken hebben (zie hiervoor de samenstelling van de De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn <PERSOON> J (<PERSOON>) <PERSOON>, gastrointestinaal en oncologisch chirurg, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie <INSTELLING>, Prof <PERSOON>) <PERSOON>, gastrointestinaal en oncologisch chirurg, <PERSOON> (<PERSOON>) <PERSOON>, oncologisch chirurg, Erasmus MC, <LOCATIE>, NVvH <PERSOON>, chirurg, <PERSOON-##> J A (<PERSOON>) <PERSOON-##>, internist-oncoloog, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie <INSTELLING>, <LOCATIE>, NIV <PERSOON> J A (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, internist oncoloog, <INSTELLING> <LOCATIE>, NIV/NVMO <PERSOON> (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, MDL-arts, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVMDL Prof <PERSOON-##> G H <PERSOON> P W (<PERSOON-##>) Intven, radiotherapeut, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVRO Prof <PERSOON-##> A M (<PERSOON-##>) Marijnen, radiotherapeut, Leids Universiteit Medisch <INSTELLING>, Leiden, <PERSOON> (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, interventieradioloog, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie VUmc, <LOCATIE>, Prof <PERSOON-##> (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, abdominaal radioloog, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie <INSTELLING>, <LOCATIE>, <PERSOON> (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, abdominaal radioloog, Erasmus MC, <LOCATIE>, NVvR (vanaf Prof <PERSOON-##> D (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, patholoog, <PERSOON-##>) Snaebjornsson, patholoog, Nederlands Kanker Instituut, <LOCATIE>, NVvP <PERSOON> E (<PERSOON-##>) Hamaker, klinisch geriater, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVKG <PERSOON-##>) <PERSOON-##>, nucleair geneeskundige, <PERSOON-##> Ziekenhuis, ’sHertogenbosch, NVNG C M J (<PERSOON-##>) <PERSOON-##> MSc , verpleegkundig specialist, <LOCATIE> <INSTELLING>+, <LOCATIE>, V&VN L L (<PERSOON-##>) <PERSOON-##> MSc , verpleegkundig specialist, <PERSOON-##> Ziekenhuis, <LOCATIE>, De KNMG-code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, kennisvalorisatie) hebben gehad Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van Medisch De werkgroep heeft bij aanvang van het richtlijnontwikkelingstraject geconstateerd dat sommige werkgroepleden betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek dat wordt gefinancierd door unrestricted scientific grants).
809
nvmdl
<PERSOON> P W (<PERSOON>) Intven, radiotherapeut, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVRO Prof <PERSOON> A M (<PERSOON>) Marijnen, radiotherapeut, Leids Universiteit Medisch <INSTELLING>, Leiden, <PERSOON> (<PERSOON>) <PERSOON>, interventieradioloog, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie VUmc, <LOCATIE>, Prof <PERSOON> (<PERSOON>) <PERSOON>, abdominaal radioloog, <LOCATIE> <INSTELLING> locatie <INSTELLING>, <LOCATIE>, <PERSOON> (<PERSOON>) <PERSOON>, abdominaal radioloog, Erasmus MC, <LOCATIE>, NVvR (vanaf Prof <PERSOON> D (<PERSOON-##>) <PERSOON-##>, patholoog, <PERSOON-##>) Snaebjornsson, patholoog, Nederlands Kanker Instituut, <LOCATIE>, NVvP <PERSOON> E (<PERSOON-##>) Hamaker, klinisch geriater, <INSTELLING>, <LOCATIE>, NVKG <PERSOON-##>) <PERSOON-##>, nucleair geneeskundige, <PERSOON-##> Ziekenhuis, ’sHertogenbosch, NVNG C M J (<PERSOON-##>) <PERSOON-##> MSc , verpleegkundig specialist, <LOCATIE> <INSTELLING>+, <LOCATIE>, V&VN L L (<PERSOON-##>) <PERSOON-##> MSc , verpleegkundig specialist, <PERSOON-##> Ziekenhuis, <LOCATIE>, De KNMG-code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, kennisvalorisatie) hebben gehad Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van Medisch De werkgroep heeft bij aanvang van het richtlijnontwikkelingstraject geconstateerd dat sommige werkgroepleden betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek dat wordt gefinancierd door unrestricted scientific grants) kennisvalorisatie) de richtlijnaanbevelingen onbedoeld zouden kunnen beïnvloeden, heeft de werkgroep besloten dat geen van de modules/aanbevelingen worden opgesteld door één werkgroeplid met dergelijke indirecte belangen Tenminste één ander werkgroeplid met hetzelfde specialisme of tenminste één ander werkgroeplid met vergelijkbare inhoudelijke kennis van het De werkgroep zag in de gemelde (on)betaalde nevenfuncties geen aannemelijke reden voor onbedoelde beïnvloeding door belangenverstrengeling ten aanzien van de onderwerpen die in de Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal (SPKS) voor de invitational conference Daarnaast hebben <PERSOON-##> en <PERSOON-##> (Stomavereniging, Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties, NFK) modules meegelezen en de werkgroep van feedback vanuit het patiëntenperspectief voorzien De conceptrichtlijn is tevens ter commentaar voorgelegd aan In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de herziene richtlijnmodules en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren Het implementatieplan is te vinden bij de aanverwante producten De werkgroep heeft geen interne kwaliteitsindicatoren ontwikkeld, omdat interne en externe kwaliteitsindicatoren al ontwikkeld worden binnen de Dutch Colorectal Audit (DCRA), de clinical audit board betreffend colorectaal carcinoom onder de Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA) Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen # # van de adviescommissie <PERSOON-##> Dit rapport is gebaseerd op.
711
nvmdl
heeft de werkgroep besloten dat geen van de modules/aanbevelingen worden opgesteld door één werkgroeplid met dergelijke indirecte belangen Tenminste één ander werkgroeplid met hetzelfde specialisme of tenminste één ander werkgroeplid met vergelijkbare inhoudelijke kennis van het De werkgroep zag in de gemelde (on)betaalde nevenfuncties geen aannemelijke reden voor onbedoelde beïnvloeding door belangenverstrengeling ten aanzien van de onderwerpen die in de Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal (SPKS) voor de invitational conference Daarnaast hebben <PERSOON> en <PERSOON> (Stomavereniging, Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties, NFK) modules meegelezen en de werkgroep van feedback vanuit het patiëntenperspectief voorzien De conceptrichtlijn is tevens ter commentaar voorgelegd aan In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de herziene richtlijnmodules en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren Het implementatieplan is te vinden bij de aanverwante producten De werkgroep heeft geen interne kwaliteitsindicatoren ontwikkeld, omdat interne en externe kwaliteitsindicatoren al ontwikkeld worden binnen de Dutch Colorectal Audit (DCRA), de clinical audit board betreffend colorectaal carcinoom onder de Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA) Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen # # van de adviescommissie <PERSOON> Dit rapport is gebaseerd op Tijdens de voorbereidende fase inventariseerden de voorzitter van de werkgroep en de adviseurs de noodzaak tot revisie De werkgroep stelde vervolgens een long list met knelpunten op en prioriteerde de knelpunten op basis van (#) klinische relevantie, (#) de beschikbaarheid van nieuwe evidence, (#) en de te verwachten impact op de kwaliteit van zorg, patiëntveiligheid en (macro)kosten Tevens zijn er knelpunten aangedragen door verschillende partijen via een invitational conference Een verslag hiervan is opgenomen onder aanverwante producten Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de voorzitter en werkgroepleden concept-uitgangsvragen opgesteld Gedurende het richtlijnherzieningstraject heeft de werkgroep de definitieve uitgangsvragen in een hernieuwd raamwerk (de inhoudsopgave, zie ook de algemene inleiding) van de richtlijn vastgesteld Vervolgens inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken De werkgroep baseerde de keuze voor uitkomstmaten mede op basis van de “core outcome set” gepubliceerd door Zerillo (###) De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden Hiervoor sloot de werkgroep zich, waar mogelijk, aan bij de grenzen voor klinische besluitvorming volgens de PASKWIL criteria uit ### Wanneer er geen grenzen voor klinische besluitvorming conform de PASKWIL criteria geformuleerd konden worden (bijvoorbeeld bij noninferioriteitsvraagstukken) werden de standaard GRADE grenzen gehanteerd, tenzij anders vermeld.
577
nvmdl
van de werkgroep en de adviseurs de noodzaak tot revisie De werkgroep stelde vervolgens een long list met knelpunten op en prioriteerde de knelpunten op basis van (#) klinische relevantie, (#) de beschikbaarheid van nieuwe evidence, (#) en de te verwachten impact op de kwaliteit van zorg, patiëntveiligheid en (macro)kosten Tevens zijn er knelpunten aangedragen door verschillende partijen via een invitational conference Een verslag hiervan is opgenomen onder aanverwante producten Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de voorzitter en werkgroepleden concept-uitgangsvragen opgesteld Gedurende het richtlijnherzieningstraject heeft de werkgroep de definitieve uitgangsvragen in een hernieuwd raamwerk (de inhoudsopgave, zie ook de algemene inleiding) van de richtlijn vastgesteld Vervolgens inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken De werkgroep baseerde de keuze voor uitkomstmaten mede op basis van de “core outcome set” gepubliceerd door Zerillo (###) De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden Hiervoor sloot de werkgroep zich, waar mogelijk, aan bij de grenzen voor klinische besluitvorming volgens de PASKWIL criteria uit ### Wanneer er geen grenzen voor klinische besluitvorming conform de PASKWIL criteria geformuleerd konden worden (bijvoorbeeld bij noninferioriteitsvraagstukken) werden de standaard GRADE grenzen gehanteerd, tenzij anders vermeld reviews (SRs) SRs kwamen in aanmerking indien i) systematisch was gezocht in één of meerdere databases; ii) transparante in- en exclusiecriteria zijn toegepast en iii) idealiter de kwaliteit van de geïncludeerde literatuur was beoordeeld De voor de uitgangsvragen relevante internationale richtlijnen en consensusdocumenten werden eveneens geraadpleegd Overige literatuur, waar niet systematisch naar werd gezocht, is als bewijsvoering in de overwegingen opgenomen Relevante beschikbare populatiegegevens uit <LOCATIE> werden gebruikt voor het bepalen van knelpunten, praktijkvariatie en externe validiteit van internationale richtlijnen en gepubliceerde De (risk of bias) kwaliteitsbeoordelingen van de individuele studies uit de gebruikte SRs werden gebruikt, tenzij deze afwezig waren of onbruikbaar waren voor het beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs Indien afwezig of onbruikbaar werd aangenomen dat er een risico op bias aanwezig zou kunnen zijn In enkele gevallen, wanneer studies informatie verschaften over de cruciale uitkomstma(a)t(en), werd er een nieuwe kwaliteitsbeoordeling van individuele studies De relevante onderzoeksgegevens van de geselecteerde SRs werden weergegeven in ‘Summary of Findings’ tabellen De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden kort beschreven onder “Overwegingen” Bestaande meta-analyses uit de gebruikte systematische reviews werden beschreven Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode GRADE staat GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs hoog, redelijk, laag en zeer laag.
589
nvmdl
kwamen in aanmerking indien i) systematisch was gezocht in één of meerdere databases; ii) transparante in- en exclusiecriteria zijn toegepast en iii) idealiter de kwaliteit van de geïncludeerde literatuur was beoordeeld De voor de uitgangsvragen relevante internationale richtlijnen en consensusdocumenten werden eveneens geraadpleegd Overige literatuur, waar niet systematisch naar werd gezocht, is als bewijsvoering in de overwegingen opgenomen Relevante beschikbare populatiegegevens uit <LOCATIE> werden gebruikt voor het bepalen van knelpunten, praktijkvariatie en externe validiteit van internationale richtlijnen en gepubliceerde De (risk of bias) kwaliteitsbeoordelingen van de individuele studies uit de gebruikte SRs werden gebruikt, tenzij deze afwezig waren of onbruikbaar waren voor het beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs Indien afwezig of onbruikbaar werd aangenomen dat er een risico op bias aanwezig zou kunnen zijn In enkele gevallen, wanneer studies informatie verschaften over de cruciale uitkomstma(a)t(en), werd er een nieuwe kwaliteitsbeoordeling van individuele studies De relevante onderzoeksgegevens van de geselecteerde SRs werden weergegeven in ‘Summary of Findings’ tabellen De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden kort beschreven onder “Overwegingen” Bestaande meta-analyses uit de gebruikte systematische reviews werden beschreven Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode GRADE staat GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs hoog, redelijk, laag en zeer laag literatuurconclusie (Schünemann, ###) Het resultaat van de gradering van het wetenschappelijk er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van *in ### heeft het Dutch GRADE Network bepaalt dat de voorkeursformulering voor de op een na hoogste gradering De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, ###), en een generieke GRADEmethode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in een of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek (te interventie (overall conclusie) Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen De overall bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overall conclusie In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook.
592
nvmdl
is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van *in ### heeft het Dutch GRADE Network bepaalt dat de voorkeursformulering voor de op een na hoogste gradering De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, ###), en een generieke GRADEmethode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in een of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek (te interventie (overall conclusie) Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen De overall bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overall conclusie In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook waarden en voorkeuren van de patiënt (patient values and preferences), kosten, beschikbaarheid van voorzieningen en organisatorische zaken Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje Overwegingen De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald De werkgroep beoordeelde alle aanbevelingen in de richtlijn Colorectaal carcinoom uit ### op geldigheid De werkgroep heeft aanbevelingen gehandhaafd die als nog steeds geldig werden beschouwd De werkgroep heeft deze aanbevelingen tekstueel opgefrist met als doel de implementeerbaarheid te vergroten De aanbevelingen zijn niet inhoudelijk veranderd De werkgroep heeft in het modulair onderhoudsschema vastgesteld wanneer herziening van deze modules gepland is De werkgroep verwacht dat eind ### de gehele richtlijn is herzien In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur) Randvoorwaarden.
572
nvmdl
de patiënt (patient values and preferences), kosten, beschikbaarheid van voorzieningen en organisatorische zaken Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje Overwegingen De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald De werkgroep beoordeelde alle aanbevelingen in de richtlijn Colorectaal carcinoom uit ### op geldigheid De werkgroep heeft aanbevelingen gehandhaafd die als nog steeds geldig werden beschouwd De werkgroep heeft deze aanbevelingen tekstueel opgefrist met als doel de implementeerbaarheid te vergroten De aanbevelingen zijn niet inhoudelijk veranderd De werkgroep heeft in het modulair onderhoudsschema vastgesteld wanneer herziening van deze modules gepland is De werkgroep verwacht dat eind ### de gehele richtlijn is herzien In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur) Randvoorwaarden de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van Zorg Er werden geen interne kwaliteitsindicatoren ontwikkeld om het toepassen van de richtlijn in de praktijk te volgen en te versterken De werkgroep conformeert zich aan de SONCOS normen en de Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling in de bijlage Kennislacunes beschreven De conceptrichtlijn werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en patiëntorganisaties voorgelegd ter commentaar De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep De definitieve richtlijn werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan <PERSOON> II advancing guideline development, reporting and evaluation in health care <PERSOON> stappenplan Kennisinstituut van Medisch.
501
nvmdl
Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van Zorg Er werden geen interne kwaliteitsindicatoren ontwikkeld om het toepassen van de richtlijn in de praktijk te volgen en te versterken De werkgroep conformeert zich aan de SONCOS normen en de Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling in de bijlage Kennislacunes beschreven De conceptrichtlijn werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en patiëntorganisaties voorgelegd ter commentaar De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep De definitieve richtlijn werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan <PERSOON> II advancing guideline development, reporting and evaluation in health care <PERSOON> stappenplan Kennisinstituut van Medisch GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations <PERSOON> from <PERSOON> of Evidence and Strength of Recommendations GRADE Grading quality of evidence and strength of recommendations for diagnostic tests and strategies <PERSOON>, T (###) How to identify existing literature on patients' knowledge, views, and values the development of a validated search filter Journal of the Medical Zerillo JA, <PERSOON> EB, Finlayson SRG, <PERSOON> C, <PERSOON> AC, Mamon HJ, McAllister PK, Minsky BD, Ngeow J, Abu <PERSOON> of the International Consortium for Health Outcomes Measurement (ICHOM) <PERSOON-##> a <PERSOON-##> Set for Colorectal Cancer JAMA Oncol ### <PERSOON-##> #;#(#) ##<DATUM> doi <DATUM> jamaoncol ##<DATUM> De aanbevelingen in deze module zijn eventueel tekstueel aangepast, maar inhoudelijk niet veranderd ten opzichte van de richtlijn uit ###.
429
nvmdl
evidence and strength of recommendations <PERSOON> from <PERSOON> of Evidence and Strength of Recommendations GRADE Grading quality of evidence and strength of recommendations for diagnostic tests and strategies <PERSOON>, T (###) How to identify existing literature on patients' knowledge, views, and values the development of a validated search filter Journal of the Medical Zerillo JA, <PERSOON> EB, Finlayson SRG, <PERSOON> C, <PERSOON> AC, Mamon HJ, McAllister PK, Minsky BD, Ngeow J, Abu <PERSOON> of the International Consortium for Health Outcomes Measurement (ICHOM) <PERSOON> a <PERSOON> Set for Colorectal Cancer JAMA Oncol ### <PERSOON-##> #;#(#) ##<DATUM> doi <DATUM> jamaoncol ##<DATUM> De aanbevelingen in deze module zijn eventueel tekstueel aangepast, maar inhoudelijk niet veranderd ten opzichte van de richtlijn uit ### Tatoeëer routinematig de tumor of verwijderde poliep met verdenking maligniteit tijdens de Coloscopie is de techniek van voorkeur voor de detectie van colorectaal carcinoom (CRC) bij symptomatische patiënten vanwege de hoge accuratesse en mogelijkheid tot biopten en poliepectomie Duidelijkheid is gewenst over de rol van CT-colografie als alternatieve techniek voor de detectie van colorectaal carcinoom bij specifieke groepen patiënten met klachten verdacht voor colorectaal carcinoom Hierbij gaat het om patiënten met (relatieve) contraindicaties voor coloscopie Wat is de plaats van CT-colografie bij de detectie van colorectale neoplasma’s bij symptomatische Sensitiviteit, specificiteit, negatief voorspellende waarde, positief voorspellende waarde voor detectie CRC en voor poliepen (≥ ##mm, # tot #mm), patiënt belasting Verandering chirurgisch <PERSOON-##>, specificiteit, negatief voorspellende waarde, positief voorspellende waarde voor In de ### NICE richtlijn over de diagnostiek en behandeling van colorectaal carcinoom (met partiële updates tot juli ###) wordt aangegeven dat CT-colografie overwogen moet worden als alternatief voor coloscopie en sigmoïdoscopie Bij verdenking op een colorectaal carcinoom bij CT-colografie moet – als er geen contraindicaties zijn – coloscopie met biopsie worden aangeboden voor bevestiging van de bevinding Bij incomplete coloscopie moet de coloscopie herhaald worden of een In de SIGN richtlijn (###, revisie ###) wordt geconcludeerd dat CT-colografie een sensitief en veilig alternatief is voor coloscopie voor de diagnose colorectaal carcinoom en dat de patiëntbelasting lager is dan voor coloscopie In kwetsbare ouderen dient een CT colografie met de minste belasting De European Society of Gastrointestinal Endoscopy en de European Society of Gastrointestinal and.
515
nvmdl
met verdenking maligniteit tijdens de Coloscopie is de techniek van voorkeur voor de detectie van colorectaal carcinoom (CRC) bij symptomatische patiënten vanwege de hoge accuratesse en mogelijkheid tot biopten en poliepectomie Duidelijkheid is gewenst over de rol van CT-colografie als alternatieve techniek voor de detectie van colorectaal carcinoom bij specifieke groepen patiënten met klachten verdacht voor colorectaal carcinoom Hierbij gaat het om patiënten met (relatieve) contraindicaties voor coloscopie Wat is de plaats van CT-colografie bij de detectie van colorectale neoplasma’s bij symptomatische Sensitiviteit, specificiteit, negatief voorspellende waarde, positief voorspellende waarde voor detectie CRC en voor poliepen (≥ ##mm, # tot #mm), patiënt belasting Verandering chirurgisch <PERSOON>, specificiteit, negatief voorspellende waarde, positief voorspellende waarde voor In de ### NICE richtlijn over de diagnostiek en behandeling van colorectaal carcinoom (met partiële updates tot juli ###) wordt aangegeven dat CT-colografie overwogen moet worden als alternatief voor coloscopie en sigmoïdoscopie Bij verdenking op een colorectaal carcinoom bij CT-colografie moet – als er geen contraindicaties zijn – coloscopie met biopsie worden aangeboden voor bevestiging van de bevinding Bij incomplete coloscopie moet de coloscopie herhaald worden of een In de SIGN richtlijn (###, revisie ###) wordt geconcludeerd dat CT-colografie een sensitief en veilig alternatief is voor coloscopie voor de diagnose colorectaal carcinoom en dat de patiëntbelasting lager is dan voor coloscopie In kwetsbare ouderen dient een CT colografie met de minste belasting De European Society of Gastrointestinal Endoscopy en de European Society of Gastrointestinal and coloscopie of waarbij een coloscopie niet kan worden uitgevoerd, CT-colografie een acceptabele en Bij incomplete coloscopie kan deze herhaald worden als de darmvoorbereiding inadequaat was Bij moeilijke anatomie of obstructie als oorzaak van incomplete coloscopie kan CT-Colografie <PERSOON> analyse van diagnostische accuratesse studies laat zien dat CT-colografie net zo accuraat is als coloscopie voor de detectie van colorectaal carcinoom (Pickhardt, ###) In een systematische review was er (in vergelijking met coloscopie) bij CT-colografie binnen # tot <LEEFTIJD> jaar geen toename in post CTcolografie colorectaal carcinoom (Obaro, ###) <PERSOON>-analyses over poliepen laten zien dat voor grote poliepen(≥ ##mm) de accuratesse op patiëntbasis hoog is, voor poliepen # tot #mm ligt dit lager (Halligan, ###; Chaparro, ###) Gebruik CT-colografie bij patiënten met symptomen verdacht voor colorectaal carcinoom en met Verricht bij een incomplete pre-operatieve coloscopie bij voorkeur postoperatief een complementerende coloscopie Een pre-operatieve CT colografie is dan niet geïndiceerd CT-colografie is een accurate techniek voor het vaststellen van een colorectaal carcinoom en grote poliepen bij patiënten met symptomen verdacht voor colorectaal carcinoom, indien de leercurve is doorlopen (Liedenbaum, ### en Atkin, ###) Het onderzoek kan met beperkte darmvoorbereiding worden uitgevoerd wat de belasting beperkt (Liedenbaum, ### en von <PERSOON>, ###) Hoewel CT-colografie een accurate techniek is voor colorectaal carcinoom en grote poliepen en minder patiëntbelasting dan coloscopie, is het niet de techniek van voorkeur bij alle symptomatische patiënten omdat er geen biopten en poliepectomieën mogelijk zijn en er beperkingen zijn bij kleinere poliepen (<PERSOON>, ###) Dat laatste zal minder van belang zijn bij oudere patiënten, terwijl juist bij.
662
nvmdl
CT-colografie een acceptabele en Bij incomplete coloscopie kan deze herhaald worden als de darmvoorbereiding inadequaat was Bij moeilijke anatomie of obstructie als oorzaak van incomplete coloscopie kan CT-Colografie <PERSOON> analyse van diagnostische accuratesse studies laat zien dat CT-colografie net zo accuraat is als coloscopie voor de detectie van colorectaal carcinoom (Pickhardt, ###) In een systematische review was er (in vergelijking met coloscopie) bij CT-colografie binnen # tot <LEEFTIJD> jaar geen toename in post CTcolografie colorectaal carcinoom (Obaro, ###) <PERSOON>-analyses over poliepen laten zien dat voor grote poliepen(≥ ##mm) de accuratesse op patiëntbasis hoog is, voor poliepen # tot #mm ligt dit lager (Halligan, ###; Chaparro, ###) Gebruik CT-colografie bij patiënten met symptomen verdacht voor colorectaal carcinoom en met Verricht bij een incomplete pre-operatieve coloscopie bij voorkeur postoperatief een complementerende coloscopie Een pre-operatieve CT colografie is dan niet geïndiceerd CT-colografie is een accurate techniek voor het vaststellen van een colorectaal carcinoom en grote poliepen bij patiënten met symptomen verdacht voor colorectaal carcinoom, indien de leercurve is doorlopen (Liedenbaum, ### en Atkin, ###) Het onderzoek kan met beperkte darmvoorbereiding worden uitgevoerd wat de belasting beperkt (Liedenbaum, ### en von <PERSOON>, ###) Hoewel CT-colografie een accurate techniek is voor colorectaal carcinoom en grote poliepen en minder patiëntbelasting dan coloscopie, is het niet de techniek van voorkeur bij alle symptomatische patiënten omdat er geen biopten en poliepectomieën mogelijk zijn en er beperkingen zijn bij kleinere poliepen (<PERSOON>, ###) Dat laatste zal minder van belang zijn bij oudere patiënten, terwijl juist bij Dit maakt dat CT-colografie soms een goed alternatief kan zijn bij oudere en kwetsbare patiënten (Keeling, ###) Echter, indien CT-colonografie wordt overwogen omdat patiënt te kwetsbaar lijkt voor colonoscopie, is het belangrijk voorafgaand aan diagnostiek te overwegen wat de eventuele consequenties van de uitkomst van diagnostiek zullen zijn en of dit opweegt tegenover de Hoewel vaak geadviseerd wordt om bij incomplete coloscopie al preoperatief een CT-colografie te doen, lijkt dit op basis van een zeer kleine kans op beleidswijziging in de praktijk niet standaard noodzakelijk Derhalve is geadviseerd om in voorkomende gevallen de coloscopie postoperatief te Er zijn geen Nederlandse studies specifiek naar symptomatische oudere of kwetsbare patiënten of bij incomplete coloscopie Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de internationale gegevens niet op de Nederlandse situatie van toepassing zouden kunnen zijn Wel is er een retrospectieve Nederlandse studie met ### symptomatische patiënten waarbij bij <PERSOON> R, Yao G, <PERSOON> D, <PERSOON> investigators Computed tomographic colonography versus colonoscopy for investigation of patients with symptoms suggestive of colorectal cancer (SIGGAR) a multicentre randomised trial <PERSOON> of computed tomographic colonography for the detection of polyps and colorectal tumors a systematic review and meta-analysis Digestion ###;##(#) #-## doi <DATUM> <PATIENTNUMMER>##.
614
nvmdl
Dit maakt dat CT-colografie soms een goed alternatief kan zijn bij oudere en kwetsbare patiënten (Keeling, ###) Echter, indien CT-colonografie wordt overwogen omdat patiënt te kwetsbaar lijkt voor colonoscopie, is het belangrijk voorafgaand aan diagnostiek te overwegen wat de eventuele consequenties van de uitkomst van diagnostiek zullen zijn en of dit opweegt tegenover de Hoewel vaak geadviseerd wordt om bij incomplete coloscopie al preoperatief een CT-colografie te doen, lijkt dit op basis van een zeer kleine kans op beleidswijziging in de praktijk niet standaard noodzakelijk Derhalve is geadviseerd om in voorkomende gevallen de coloscopie postoperatief te Er zijn geen Nederlandse studies specifiek naar symptomatische oudere of kwetsbare patiënten of bij incomplete coloscopie Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de internationale gegevens niet op de Nederlandse situatie van toepassing zouden kunnen zijn Wel is er een retrospectieve Nederlandse studie met ### symptomatische patiënten waarbij bij <PERSOON> R, Yao G, <PERSOON> D, <PERSOON> investigators Computed tomographic colonography versus colonoscopy for investigation of patients with symptoms suggestive of colorectal cancer (SIGGAR) a multicentre randomised trial <PERSOON> of computed tomographic colonography for the detection of polyps and colorectal tumors a systematic review and meta-analysis Digestion ###;##(#) #-## doi <DATUM> <PATIENTNUMMER>## <PERSOON> DG, <PERSOON> JJ, Bartram CI, Atkin W CT colonography in the detection of colorectal polyps and cancer systematic review, meta-analysis, and proposed minimum data set for study level reporting <PERSOON> M, <PERSOON> MJ, Morrin MM Limited-preparation CT colonography in frail elderly patients a feasibility study <PERSOON> MS, <PERSOON-##> CC, van der <PERSOON-##> of a standardized CT colonography training program for novice readers Radiology ### Feb;###(#) ###-## doi <DATUM> radiol <PATIENTNUMMER># <PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> J CT colonography with minimal bowel preparation evaluation of tagging quality, patient acceptance and diagnostic accuracy in two iodine-based preparation schemes Eur Radiol ### Feb;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-###-# Epub ### Aug ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central Obaro AE, Plumb <INSTELLING>, Fanshawe TR, Torres US, Baldwin-Cleland R, <PERSOON-##>-imaging colorectal cancer or interval cancer rates after CT colonography a systematic review and meta-analysis Lancet Gastroenterol Hepatol ### <PERSOON-##>;#(#) #<DATUM> doi <DATUM> S###<DATUM> ##)###-#.
588
nvmdl
<PERSOON> DG, <PERSOON> JJ, Bartram CI, Atkin W CT colonography in the detection of colorectal polyps and cancer systematic review, meta-analysis, and proposed minimum data set for study level reporting <PERSOON> M, <PERSOON> MJ, Morrin MM Limited-preparation CT colonography in frail elderly patients a feasibility study <PERSOON> MS, <PERSOON> CC, van der <PERSOON> of a standardized CT colonography training program for novice readers Radiology ### Feb;###(#) ###-## doi <DATUM> radiol <PATIENTNUMMER># <PERSOON> AF, <PERSOON> J CT colonography with minimal bowel preparation evaluation of tagging quality, patient acceptance and diagnostic accuracy in two iodine-based preparation schemes Eur Radiol ### Feb;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-###-# Epub ### Aug ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central Obaro AE, Plumb <INSTELLING>, Fanshawe TR, Torres US, Baldwin-Cleland R, <PERSOON-##>-imaging colorectal cancer or interval cancer rates after CT colonography a systematic review and meta-analysis Lancet Gastroenterol Hepatol ### <PERSOON-##>;#(#) #<DATUM> doi <DATUM> <PERSOON-##> in Lancet Gastroenterol Park SH, <PERSOON> JH, <PERSOON> SS, <PERSOON-##> JC, <PERSOON-##> CS, <PERSOON-##> BD, <PERSOON-##> MJ, <PERSOON-##> AY, Ha HK CT colonography for detection and characterisation of synchronous proximal colonic lesions in patients with Pickhardt PJ, <PERSOON-##> cancer CT colonography and colonoscopy for <DATUM> radiol <PATIENTNUMMER># <PERSOON-##> ML Miss rate of colorectal cancer at CT colonography in average-risk symptomatic patients Eur Radiol ### Apr;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> SA, <PERSOON-##> of Gastrointestinal Endoscopy (ESGE) and European Society of Gastrointestinal and Abdominal Radiology (ESGAR) Guideline Endoscopy ### Oct;##(##) ##<DATUM> doi <DATUM> s-#<TELEFOONNUMMER> <PERSOON-##> E CT-colografie in de dagelijkse praktijk (CT colonography in daily practice) <PERSOON-##>.
566
nvmdl
Erratum in Lancet Gastroenterol Park SH, <PERSOON> JH, <PERSOON> SS, <PERSOON> JC, <PERSOON> CS, <PERSOON> BD, <PERSOON> MJ, <PERSOON> AY, Ha HK CT colonography for detection and characterisation of synchronous proximal colonic lesions in patients with Pickhardt PJ, <PERSOON> cancer CT colonography and colonoscopy for <DATUM> radiol <PATIENTNUMMER># <PERSOON> ML Miss rate of colorectal cancer at CT colonography in average-risk symptomatic patients Eur Radiol ### Apr;##(#) ###-## doi <DATUM> s###-###-###<DATUM> <PERSOON> D, <PERSOON> SA, <PERSOON> of Gastrointestinal Endoscopy (ESGE) and European Society of Gastrointestinal and Abdominal Radiology (ESGAR) Guideline Endoscopy ### Oct;##(##) ##<DATUM> doi <DATUM> s-#<TELEFOONNUMMER> <PERSOON-##> E CT-colografie in de dagelijkse praktijk (CT colonography in daily practice) <PERSOON-##> compared with those of colonoscopy results from a multicenter randomized controlled trial of symptomatic patients Radiology ### <PERSOON-##>;###(#) ###-## doi <DATUM> radiol <PATIENTNUMMER># Should CT-colonography be used to diagnose colorectal lesions (polyps or cancer) in patients suspected for Patient or population patients suspected for having colorectal cancer a in ##/## studies the reference standard's result was modified by the CT-colonography results b About ##% of the population was representative for a screening setting, while about ##% of the population was disease enriched (probably due to prior c Specificity was not reported in this SR because most included studies reported the specificity for all lesions (including polyps) and not specifically for cancers Should Colonoscopy be used to diagnose colorectal lesions (polyps or cancer) in patients suspected for having a All ## studies were at risk for repeat colonoscopy Most risk of bias domains were filled out for CT-colography vs histology, instead of coloscopy vs histology b Moderate to considerable statistical heterogeneity (<PERSOON-##>^# p=# ###, I^# #<DATUM> ) c <PERSOON-##> authors state that specificity was not reported in this SR because most included studies reported the specificity for all lesions (including polyps) and MRI is de modaliteit van keuze bij primaire stadiëring van rectumtumoren Endoechografie kan helpen bij stadiering van oppervlakkige tumoren, maar wordt niet standaard in <LOCATIE> toegepast Van belang is een gestandaardiseerde beoordeling van MRI rectum met gestructureerde.
568
nvmdl
those of colonoscopy results from a multicenter randomized controlled trial of symptomatic patients Radiology ### <PERSOON>;###(#) ###-## doi <DATUM> radiol <PATIENTNUMMER># Should CT-colonography be used to diagnose colorectal lesions (polyps or cancer) in patients suspected for Patient or population patients suspected for having colorectal cancer a in ##/## studies the reference standard's result was modified by the CT-colonography results b About ##% of the population was representative for a screening setting, while about ##% of the population was disease enriched (probably due to prior c Specificity was not reported in this SR because most included studies reported the specificity for all lesions (including polyps) and not specifically for cancers Should Colonoscopy be used to diagnose colorectal lesions (polyps or cancer) in patients suspected for having a All ## studies were at risk for repeat colonoscopy Most risk of bias domains were filled out for CT-colography vs histology, instead of coloscopy vs histology b Moderate to considerable statistical heterogeneity (<PERSOON>^# p=# ###, I^# #<DATUM> ) c <PERSOON> authors state that specificity was not reported in this SR because most included studies reported the specificity for all lesions (including polyps) and MRI is de modaliteit van keuze bij primaire stadiëring van rectumtumoren Endoechografie kan helpen bij stadiering van oppervlakkige tumoren, maar wordt niet standaard in <LOCATIE> toegepast Van belang is een gestandaardiseerde beoordeling van MRI rectum met gestructureerde Wat is de beeldvormende modaliteit van voorkeur voor locoregionale stadiëring van een rectumcarcinoom, en volgens welke criteria dient dit te worden beoordeeld en gerapporteerd? Is er naast MRI als standaard modaliteit nog plaats voor endo-echografie voor cT-stadiëring, en Heeft MRI met diffusion wheighted imaging (DWI) een rol bij de primaire stadiëring? Hoe wordt het rectum gedefinieerd op basis van MRI, en op basis van welke criteria wordt een O accuratesse ten opzichte van de gouden standaard (pT stadium), verandering in beleid (lokale In de ESGAR internationale richtlijn is consensus verkregen over de items die in een rapport behoren te staan, en deze zijn in de bijlage MRI Proforma toegevoegd (<PERSOON>, ###) Voor wat betreft definitie van het rectum is er een recente Internationale, Expert-Based Delphi Op CT of MRI wordt het rectum gedefinieerd vanaf de anorectale overgang tot aan de sigmoid takeoff Deze kan worden geïdentificeerd op axiale en sagittale opnamen Axiaal is de ventrale projectie van het sigmoid, daar waar het bovenste mesorectum vasthangt aan het sacrum bij de rectosacrale, prefasciale fascia, de transities naar het mesocolon Sagittaal kan deze projectie worden geidentificeerd als de horizontale knik in de darmlis Er werd uiteindelijk consensus verkregen voor het gebruik van deze op beeldvorming gebaseerde definitie van het rectum MRI en ERUS gaven in een meta-analyse van <PERSOON> et al gelijke overall pooled sensitivity en specificity Echter bij het gebruik van hoge resolutie MRI-techniek en # # T MRI was er een significante verschil met ERUS (P=# ## and #.
624
nvmdl
locoregionale stadiëring van een rectumcarcinoom, en volgens welke criteria dient dit te worden beoordeeld en gerapporteerd? Is er naast MRI als standaard modaliteit nog plaats voor endo-echografie voor cT-stadiëring, en Heeft MRI met diffusion wheighted imaging (DWI) een rol bij de primaire stadiëring? Hoe wordt het rectum gedefinieerd op basis van MRI, en op basis van welke criteria wordt een O accuratesse ten opzichte van de gouden standaard (pT stadium), verandering in beleid (lokale In de ESGAR internationale richtlijn is consensus verkregen over de items die in een rapport behoren te staan, en deze zijn in de bijlage MRI Proforma toegevoegd (<PERSOON>, ###) Voor wat betreft definitie van het rectum is er een recente Internationale, Expert-Based Delphi Op CT of MRI wordt het rectum gedefinieerd vanaf de anorectale overgang tot aan de sigmoid takeoff Deze kan worden geïdentificeerd op axiale en sagittale opnamen Axiaal is de ventrale projectie van het sigmoid, daar waar het bovenste mesorectum vasthangt aan het sacrum bij de rectosacrale, prefasciale fascia, de transities naar het mesocolon Sagittaal kan deze projectie worden geidentificeerd als de horizontale knik in de darmlis Er werd uiteindelijk consensus verkregen voor het gebruik van deze op beeldvorming gebaseerde definitie van het rectum MRI en ERUS gaven in een meta-analyse van <PERSOON> et al gelijke overall pooled sensitivity en specificity Echter bij het gebruik van hoge resolutie MRI-techniek en # # T MRI was er een significante verschil met ERUS (P=# ## and # Gebruik voor primaire locoregionale stadiering van alle tumoren in het rectum MRI met DWI Overweeg een endorectale echografie (ERUS) als toevoeging aan MRI voor differentiatie tussen cT# Noem een mesorectale fascie vrij als op MRI de afstand tussen tumor en mesorectale fascie ) # mm Definieer het rectum op basis van de ‘sigmoid take-off’ en benoem tumoren waarvan de onderrand distaal van dit niveau is gelegen als rectumcarcinoom Hanteer bij zichtbare lymfklieren in het mesorectum op MRI de volgende criteria om deze als Een lymfklier met een korte as diameter van # tot # mm, gecombineerd met minstens # van de Een lymfklier met korte as diameter ( # mm, gecombineerd met alle drie maligne morfologische Hanteer de volgende criteria voor het vaststellen van het N-stadium op basis van MRI Afwezigheid van lymfklieren in het mesorectum en extramesorectaal of klieren ( # mm De aanwezigheid van maximaal # voor metastase verdachte lymfklieren op basis van De aanwezigheid van minstens # voor metastase verdachte lymfklieren op basis van Bij twijfel tussen N# en N# stadium moet het laagste stadium (N#) toegekend worden Men moet zich realiseren dat de resultaten van ERUS studies enigszins beïnvloed zijn door het feit dat er een selectie bias kan zijn opgetreden waarbij voornamelijk hoge en stenoserende, voor ERUS Veel geïncludeerde ERUS-studies zijn verricht in expertcentra Uit de studie van Marusch blijkt dat de ERUS-resultaten afhankelijk zijn van de expertise van het <INSTELLING> (Marusch, ###), waarbij betere resultaten worden verkregen in expertcentra ten opzichte van non-expert centra.
592
nvmdl
alle tumoren in het rectum MRI met DWI Overweeg een endorectale echografie (ERUS) als toevoeging aan MRI voor differentiatie tussen cT# Noem een mesorectale fascie vrij als op MRI de afstand tussen tumor en mesorectale fascie ) # mm Definieer het rectum op basis van de ‘sigmoid take-off’ en benoem tumoren waarvan de onderrand distaal van dit niveau is gelegen als rectumcarcinoom Hanteer bij zichtbare lymfklieren in het mesorectum op MRI de volgende criteria om deze als Een lymfklier met een korte as diameter van # tot # mm, gecombineerd met minstens # van de Een lymfklier met korte as diameter ( # mm, gecombineerd met alle drie maligne morfologische Hanteer de volgende criteria voor het vaststellen van het N-stadium op basis van MRI Afwezigheid van lymfklieren in het mesorectum en extramesorectaal of klieren ( # mm De aanwezigheid van maximaal # voor metastase verdachte lymfklieren op basis van De aanwezigheid van minstens # voor metastase verdachte lymfklieren op basis van Bij twijfel tussen N# en N# stadium moet het laagste stadium (N#) toegekend worden Men moet zich realiseren dat de resultaten van ERUS studies enigszins beïnvloed zijn door het feit dat er een selectie bias kan zijn opgetreden waarbij voornamelijk hoge en stenoserende, voor ERUS Veel geïncludeerde ERUS-studies zijn verricht in expertcentra Uit de studie van Marusch blijkt dat de ERUS-resultaten afhankelijk zijn van de expertise van het <INSTELLING> (Marusch, ###), waarbij betere resultaten worden verkregen in expertcentra ten opzichte van non-expert centra Bij primaire stagering is de grootte van de klieren op beeldvorming minder voorspellend Er bestaat geen betrouwbare cut off diameter voor maligniteit Wel is bekend dat wanneer een klier ≥ # mm in korte as diameter is, de kans op tumorinvasie ##% bedraagt (<PERSOON>, ###) Voor kleinere klieren is dit lastiger, een lymfklier die op de MRI tussen # en # mm groot is, heeft in ##% een tumormetastase in de klier Andere morfologische criteria zoals irregulaire begrenzing, heterogene textuur en ronde vorm van de klier zijn meer voorspellend voor maligniteit, ongeacht de kliergrootte (<PERSOON>, ###) Het is echter zo dat deze morfologische criteria niet altijd goed te beoordelen zijn op MRI, vooral bij kleinere klieren (≤ # mm diameter) De combinatie van grootte en maligne morfologische criteria Het onderscheid tussen N# en N# is niet accuraat te maken met MRI, gezien de lage accuratesse voor Daarnaast zijn er aanwijzingen dat het de patiëntenzorg ten goede komt als naast de radioloog ook de chirurg en de radiotherapeut de MRI beelden kan interpreteren Het ideale forum hiervoor zijn de Voor eenduidigheid in interpretatie van de richtlijn, dagelijkse praktijkvoering, kwaliteitsregistratie en wetenschappelijk onderzoek is het van belang een gestandaardiseerde definitie te hebben van het rectum Vervolgens kan op basis van deze definitie worden bepaald wat beschouwd wordt al een rectumcarcinoom In het verleden werd vaak de afstand van de onderrand tot de anus gehanteerd op basis van endoscopie (tot ## cm), maar dit is onbetrouwbaar en respecteert ook niet de anatomische variatie tussen patiënten.
605
nvmdl
grootte van de klieren op beeldvorming minder voorspellend Er bestaat geen betrouwbare cut off diameter voor maligniteit Wel is bekend dat wanneer een klier ≥ # mm in korte as diameter is, de kans op tumorinvasie ##% bedraagt (<PERSOON>, ###) Voor kleinere klieren is dit lastiger, een lymfklier die op de MRI tussen # en # mm groot is, heeft in ##% een tumormetastase in de klier Andere morfologische criteria zoals irregulaire begrenzing, heterogene textuur en ronde vorm van de klier zijn meer voorspellend voor maligniteit, ongeacht de kliergrootte (<PERSOON>, ###) Het is echter zo dat deze morfologische criteria niet altijd goed te beoordelen zijn op MRI, vooral bij kleinere klieren (≤ # mm diameter) De combinatie van grootte en maligne morfologische criteria Het onderscheid tussen N# en N# is niet accuraat te maken met MRI, gezien de lage accuratesse voor Daarnaast zijn er aanwijzingen dat het de patiëntenzorg ten goede komt als naast de radioloog ook de chirurg en de radiotherapeut de MRI beelden kan interpreteren Het ideale forum hiervoor zijn de Voor eenduidigheid in interpretatie van de richtlijn, dagelijkse praktijkvoering, kwaliteitsregistratie en wetenschappelijk onderzoek is het van belang een gestandaardiseerde definitie te hebben van het rectum Vervolgens kan op basis van deze definitie worden bepaald wat beschouwd wordt al een rectumcarcinoom In het verleden werd vaak de afstand van de onderrand tot de anus gehanteerd op basis van endoscopie (tot ## cm), maar dit is onbetrouwbaar en respecteert ook niet de anatomische variatie tussen patiënten groep van experts consensus dat beeldvorming ook voor de definitie van het rectum de modaliteit Uiteindelijk werd consensus verkregen over de zogenaamde ‘sigmoid take-off’ op MRI of CT om het onderscheid tussen colon en rectum te maken Binnen deze consensus meeting werd geen uitspraak gedaan hoe dit vertaald moet worden naar de definitie van een rectumcarcinoom De werkgroep heeft een rectumcarcinoom gedefinieerd als een tumor waarvan de onderrand distaal van het niveau <PERSOON> DMJ, <PERSOON> C, <PERSOON> J, <PERSOON> SA, Torkzad <PERSOON> resonance imaging for clinical management of rectal cancer Updated recommendations from the ### European Society of Gastrointestinal and Abdominal Radiology (ESGAR) consensus meeting Eur Radiol ### Apr;##(#) ###-### doi <DATUM> s###-###-##<DATUM> Epub ### Oct ## Review Erratum in <PERSOON> Tot <LOCATIE> MPM, d'<PERSOON> R, West <PERSOON-##> RO, Quadros C, <PERSOON-##> KY, Madiba TE, <PERSOON-##> of the <PERSOON-##>-based <PERSOON-##> ### Apr # doi # ###/SLA <TELEFOONNUMMER>### [Epub ahead of.
585
nvmdl
van experts consensus dat beeldvorming ook voor de definitie van het rectum de modaliteit Uiteindelijk werd consensus verkregen over de zogenaamde ‘sigmoid take-off’ op MRI of CT om het onderscheid tussen colon en rectum te maken Binnen deze consensus meeting werd geen uitspraak gedaan hoe dit vertaald moet worden naar de definitie van een rectumcarcinoom De werkgroep heeft een rectumcarcinoom gedefinieerd als een tumor waarvan de onderrand distaal van het niveau <PERSOON> DMJ, <PERSOON> C, <PERSOON> J, <PERSOON> SA, Torkzad <PERSOON> resonance imaging for clinical management of rectal cancer Updated recommendations from the ### European Society of Gastrointestinal and Abdominal Radiology (ESGAR) consensus meeting Eur Radiol ### Apr;##(#) ###-### doi <DATUM> s###-###-##<DATUM> Epub ### Oct ## Review Erratum in <PERSOON> Tot <LOCATIE> MPM, d'<PERSOON> R, West <PERSOON> RO, Quadros C, <PERSOON> KY, Madiba TE, <PERSOON-##> of the <PERSOON-##>-based <PERSOON-##> ### Apr # doi # ###/SLA <TELEFOONNUMMER>### [Epub ahead of High-resolution MR imaging for nodal staging in rectal cancer are there any criteria in addition to the size? <PERSOON-##> ### Oct;##(#) ##-## <PERSOON-##> rectal tumor staging with magnetic resonance <PERSOON-##> use of transrectal ultrasound in rectal carcinoma results of a prospective multicenter study <PERSOON-##> <PATIENTNUMMER># <PERSOON-##> Z, <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> Z, <PERSOON-##> of neoplastic foci and lymph node micrometastasis within the mesorectum <PERSOON-##> MRI versus EUS be used to diagnose the T-stage of rectal carcinomas in patients with cT<DATUM> rectal a Unclear risk of bias in about ##% of all included studies High risk of bias for patient selection in about ##% of all included studies and about ##% unclear b High concerns for patients selection regarding applicability in about##% of all included studies c <PERSOON-##> authors state that the analysis for publication bias resulted in a statistically significant effect (for publication bias), p=# ## EUS studies with smaller In <LOCATIE> wordt voor het aantonen of uitsluiten van metastasen op afstand bij de diagnose van.
556
nvmdl
in rectal cancer are there any criteria in addition to the size? <PERSOON> ### Oct;##(#) ##-## <PERSOON> rectal tumor staging with magnetic resonance <PERSOON> use of transrectal ultrasound in rectal carcinoma results of a prospective multicenter study <PERSOON> <PATIENTNUMMER># <PERSOON> Z, <PERSOON> G, <PERSOON> Y, <PERSOON> Z, <PERSOON> of neoplastic foci and lymph node micrometastasis within the mesorectum <PERSOON-##> MRI versus EUS be used to diagnose the T-stage of rectal carcinomas in patients with cT<DATUM> rectal a Unclear risk of bias in about ##% of all included studies High risk of bias for patient selection in about ##% of all included studies and about ##% unclear b High concerns for patients selection regarding applicability in about##% of all included studies c <PERSOON-##> authors state that the analysis for publication bias resulted in a statistically significant effect (for publication bias), p=# ## EUS studies with smaller In <LOCATIE> wordt voor het aantonen of uitsluiten van metastasen op afstand bij de diagnose van gemaakt Eventueel wordt aanvullend een MRI van de lever of een target echo gemaakt Per <INSTELLING> wisselt echter de inzet van een X-thorax of een CT-thorax als eerste onderzoek van keuze Wat is de plaats van CTabdomen, CT-thorax, X-thorax, echografie lever, en MRI lever ten tijde van Welke modaliteit heeft de voorkeur voor detectie van longmetastasen ten tijde van de Wat te doen bij twijfel over de aard van een leverlaesie op de CT ? P patiënten met een primaire diagnose van colorectaal carcinoom; P patiënten met primaire diagnose CRC en op CT een onduidelijke afwijking in de lever De NICE richtlijn beveelt aan om ter stadiering van alle patiënten met een colorectaal carcinoom een CT-thorax, abdomen en bekken met contrast te verrichten De SIGN richtlijn beveelt ter stadiering voor patiënten met een colorectaal carcinoom aan om een CTthorax/abdomen met contrast te maken Tenzij toediening van intraveneus jodiumhoudend contrast De rol van de CT thorax blijft in de literatuur omstreden vanwege de lage kans op synchrone longmetastasen bij een colorectaal carcinoom Over het algemeen hebben patiënten pas longmetastasen nadat ze eerst levermetastasen hebben gekregen De totale kans op synchrone longmetastasen varieert in de literatuur van # tot # % Echter, de kans op longmetastasen is ## tot ##% bij patiënten met een rectumcarcinoom (zelfs bij afwezigheid van levermetastasen) (NordholmCarstensen, ###; Parnaby, ###) Aanvullende beeldvorming bij twijfel aard lever leasie op de CT? Een MRI lever toont bij meta-analyses en reviews de hoogste sensitiviteit voor de diagnose van.
553
nvmdl
target echo gemaakt Per <INSTELLING> wisselt echter de inzet van een X-thorax of een CT-thorax als eerste onderzoek van keuze Wat is de plaats van CTabdomen, CT-thorax, X-thorax, echografie lever, en MRI lever ten tijde van Welke modaliteit heeft de voorkeur voor detectie van longmetastasen ten tijde van de Wat te doen bij twijfel over de aard van een leverlaesie op de CT ? P patiënten met een primaire diagnose van colorectaal carcinoom; P patiënten met primaire diagnose CRC en op CT een onduidelijke afwijking in de lever De NICE richtlijn beveelt aan om ter stadiering van alle patiënten met een colorectaal carcinoom een CT-thorax, abdomen en bekken met contrast te verrichten De SIGN richtlijn beveelt ter stadiering voor patiënten met een colorectaal carcinoom aan om een CTthorax/abdomen met contrast te maken Tenzij toediening van intraveneus jodiumhoudend contrast De rol van de CT thorax blijft in de literatuur omstreden vanwege de lage kans op synchrone longmetastasen bij een colorectaal carcinoom Over het algemeen hebben patiënten pas longmetastasen nadat ze eerst levermetastasen hebben gekregen De totale kans op synchrone longmetastasen varieert in de literatuur van # tot # % Echter, de kans op longmetastasen is ## tot ##% bij patiënten met een rectumcarcinoom (zelfs bij afwezigheid van levermetastasen) (NordholmCarstensen, ###; Parnaby, ###) Aanvullende beeldvorming bij twijfel aard lever leasie op de CT? Een MRI lever toont bij meta-analyses en reviews de hoogste sensitiviteit voor de diagnose van Beschouw kleine intrapulmonale longnoduli (IPN) vanwege de hoge incidentie als benigne, en boek deze pas uit als longmetastasen bij groei of het ontstaan van nieuwe longleasies Herhaal CT-thorax na # tot # maanden Zorg ervoor dat IPN geen vertraging geven in de work-up Maak bij twijfel over de aard van een leverlaesie op CT een target echo of MRI lever Ondanks de hoogste sensitiviteit van MRI voor detectie van levermetastasen wordt dit niet aanbevolen als primair diagnosticum voor stadiëring van een colorectaal carcinoom, omdat bij CT het hele abdomen in kaart wordt gebracht, de sensitiviteit van MRI gevoeliger is voor kwaliteitsverschillen, en de craniale delen van de lever moeilijker met MRI gevisualiseerd kunnen Ondanks het ontbreken van goede vergelijkende studies is de sensitiviteit voor detectie van longmetastasen van CT-thorax vergeleken een X-thorax vele malen hoger () ## % versus ##%) (<PERSOON>, ###) Het probleem is dat de CT-thorax in # tot ##% van de patiënten kleine intra pulmonale nodulen (IPN) toont, die verder niet goed te karakteriseren zijn (Parnaby, ###) De definitie van IPN wisselt in de literatuur, maar meestal wordt een doorsnede van ( # cm aangehouden De meeste long noduli op een CT-thorax zullen benigne zijn Het is daarom belangrijk om kleine IPN op de CTthorax niet te snel uit te boeken als longmetastasen In een studie van <PERSOON> (###) werd bij initiële stadiering een CT-thorax verricht bij ### patiënten met colorectaal carcinoom zonder levermetastasen Van deze groep hadden ### (##,#%) patiënten een IPN waarvan uiteindelijk bij ##.
628
nvmdl
benigne, en boek deze pas uit als longmetastasen bij groei of het ontstaan van nieuwe longleasies Herhaal CT-thorax na # tot # maanden Zorg ervoor dat IPN geen vertraging geven in de work-up Maak bij twijfel over de aard van een leverlaesie op CT een target echo of MRI lever Ondanks de hoogste sensitiviteit van MRI voor detectie van levermetastasen wordt dit niet aanbevolen als primair diagnosticum voor stadiëring van een colorectaal carcinoom, omdat bij CT het hele abdomen in kaart wordt gebracht, de sensitiviteit van MRI gevoeliger is voor kwaliteitsverschillen, en de craniale delen van de lever moeilijker met MRI gevisualiseerd kunnen Ondanks het ontbreken van goede vergelijkende studies is de sensitiviteit voor detectie van longmetastasen van CT-thorax vergeleken een X-thorax vele malen hoger () ## % versus ##%) (<PERSOON>, ###) Het probleem is dat de CT-thorax in # tot ##% van de patiënten kleine intra pulmonale nodulen (IPN) toont, die verder niet goed te karakteriseren zijn (Parnaby, ###) De definitie van IPN wisselt in de literatuur, maar meestal wordt een doorsnede van ( # cm aangehouden De meeste long noduli op een CT-thorax zullen benigne zijn Het is daarom belangrijk om kleine IPN op de CTthorax niet te snel uit te boeken als longmetastasen In een studie van <PERSOON> (###) werd bij initiële stadiering een CT-thorax verricht bij ### patiënten met colorectaal carcinoom zonder levermetastasen Van deze groep hadden ### (##,#%) patiënten een IPN waarvan uiteindelijk bij ## Dus een IPN mag geen vertraging Samenvattend Patiënten met levermetastasen, T# of T# stadium coloncarcinoom, kliermetastasen, of een rectum carcinoom (<PERSOON>, ###), hebben een verhoogde kans dat gedetecteerde IPN met CTthorax toch metastasen zijn Daarbij zijn meer dan # IPN ook meer verdacht (Quyn, ###) IPN worden meestal pas bij groei of ontstaan van nieuwe longleasies in de literatuur uitgeboekt als zijnde longmetastasen Verkalkte longnoduli zijn benigne Een nadeel is dat er soms een lange follow-up nodig is Een PET-CT heeft gezien hoge fout negatieven in de literatuur weinig meerwaarde voor differentiatie van deze kleine IPN Ook biopsie is vanwege kleine afmeting IPN niet wenselijk Primaire tumor eigenschap zoals ontbreken van het mismatch repair status heeft ook geen relatie Indien target echo van de lever inconclusief, is kan een MRI lever met extracellulair gadolinium contrast worden gemaakt Indien radiologen voorkeur hebben om meteen MRI lever met lever specifieke contrast middelen (Primovist) te maken is dat ook prima Sommige artikelen waarschuwen dat hemangiomen soms lastiger gekarakteriseerd kunnen worden bij primovist door pseudowashout en minder arteriele aankleuring (Goodwin,### en Thian,###) Echter er zijn andere artikelen die zeggen dat je op basis andere MRI kenmerken hier meestal geen last van hebt (Motosugi, ###, Zech; ###) Scan daarom met het contrastmiddel van eigen keuze <PERSOON> J, <PERSOON> indeterminate lung lesions reported on staging CT scans influence the management of patients with colorectal cancer? Colorectal Dis ###.
629
nvmdl
vertraging Samenvattend Patiënten met levermetastasen, T# of T# stadium coloncarcinoom, kliermetastasen, of een rectum carcinoom (<PERSOON>, ###), hebben een verhoogde kans dat gedetecteerde IPN met CTthorax toch metastasen zijn Daarbij zijn meer dan # IPN ook meer verdacht (Quyn, ###) IPN worden meestal pas bij groei of ontstaan van nieuwe longleasies in de literatuur uitgeboekt als zijnde longmetastasen Verkalkte longnoduli zijn benigne Een nadeel is dat er soms een lange follow-up nodig is Een PET-CT heeft gezien hoge fout negatieven in de literatuur weinig meerwaarde voor differentiatie van deze kleine IPN Ook biopsie is vanwege kleine afmeting IPN niet wenselijk Primaire tumor eigenschap zoals ontbreken van het mismatch repair status heeft ook geen relatie Indien target echo van de lever inconclusief, is kan een MRI lever met extracellulair gadolinium contrast worden gemaakt Indien radiologen voorkeur hebben om meteen MRI lever met lever specifieke contrast middelen (Primovist) te maken is dat ook prima Sommige artikelen waarschuwen dat hemangiomen soms lastiger gekarakteriseerd kunnen worden bij primovist door pseudowashout en minder arteriele aankleuring (Goodwin,### en Thian,###) Echter er zijn andere artikelen die zeggen dat je op basis andere MRI kenmerken hier meestal geen last van hebt (Motosugi, ###, Zech; ###) Scan daarom met het contrastmiddel van eigen keuze <PERSOON> J, <PERSOON> indeterminate lung lesions reported on staging CT scans influence the management of patients with colorectal cancer? Colorectal Dis ### Diagnostic performance of CT, gadoxetate disodium-enhanced MRI, and PET/CT for the diagnosis of colorectal liver metastasis Systematic review and meta-analysis <PERSOON> ### <PERSOON>;##(#) ###<DATUM> doi <DATUM> jmri ### <PERSOON> of imaging modalities in diagnosis of liver metastases from colorectal cancer a systematic review and meta-analysis <PERSOON> ### <PERSOON>;##(#) ##-## doi <DATUM> jmri ### Goodwin MD, Dobson JE, <PERSOON> BG, <PERSOON> DL Diagnostic challenges and pitfalls in MR imaging <DATUM> rg <PATIENTNUMMER>## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Kaltenbach TE, <PERSOON-##> of benign focal liver lesions ultrasound investigation of ##,### hospital patients Abdom Radiol <PERSOON> HY, <PERSOON-##> SJ, <PERSOON-##> L, <PERSOON> SA, <PERSOON-##> DK, <LOCATIE> PL, <PERSOON> JJ, <LOCATIE> JC, <PERSOON-##> HK, <PERSOON> YH Should preoperative chest CT be recommended to all colon cancer patients? <PERSOON-##> hepatic metastasis from hemangioma using gadoxetic acid-enhanced magnetic resonance imaging Invest Radiol nodules at colorectal cancer staging a systematic review of predictive parameters for malignancy <PERSOON-##> ### Nov;##(##) ###-## doi <DATUM> s###-###-###-y <PERSOON-##>.
655
nvmdl
and PET/CT for the diagnosis of colorectal liver metastasis Systematic review and meta-analysis <PERSOON> ### <PERSOON>;##(#) ###<DATUM> doi <DATUM> jmri ### <PERSOON> of imaging modalities in diagnosis of liver metastases from colorectal cancer a systematic review and meta-analysis <PERSOON> ### <PERSOON>;##(#) ##-## doi <DATUM> jmri ### Goodwin MD, Dobson JE, <PERSOON> BG, <PERSOON> DL Diagnostic challenges and pitfalls in MR imaging <DATUM> rg <PATIENTNUMMER>## Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Kaltenbach TE, <PERSOON> of benign focal liver lesions ultrasound investigation of ##,### hospital patients Abdom Radiol <PERSOON> HY, <PERSOON> SJ, <PERSOON-##> L, <PERSOON> SA, <PERSOON-##> DK, <LOCATIE> PL, <PERSOON> JJ, <LOCATIE> JC, <PERSOON-##> HK, <PERSOON> YH Should preoperative chest CT be recommended to all colon cancer patients? <PERSOON-##> hepatic metastasis from hemangioma using gadoxetic acid-enhanced magnetic resonance imaging Invest Radiol nodules at colorectal cancer staging a systematic review of predictive parameters for malignancy <PERSOON-##> ### Nov;##(##) ###-## doi <DATUM> s###-###-###-y <PERSOON-##> nodules and metastases in colorectal cancer Dan <PERSOON-##> CN, <PERSOON-##> FA, <PERSOON-##> AJ Pulmonary staging in colorectal cancer a review Colorectal Dis ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> j ###-### ### ### x Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Quyn AJ, Matthews A, <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> clinical significance of radiologically detected indeterminate pulmonary nodules in colorectal cancer Colorectal Dis ### Thian YL, Riddell AM, Koh DM Liver-specific agents for contrast-enhanced MRI role in oncological <PERSOON-##> T, <PERSOON> MJ, Tanomkiat W, <PERSOON-##> study group Randomized multicentre trial of gadoxetic acid-enhanced MRI versus conventional MRI or CT in the staging of colorectal cancer liver metastases <PERSOON-##> ### <PERSOON>;###(#) ###-## doi <DATUM> bjs ### Epub ### Mar ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; Should CT thorax be used to diagnose synchronous metastases in patients with colorectal carcinoma? (Parnaby a Parnaby ### included # studies (Povoski ### and Kronawitter ###) from the same institution that used chest CT after chest x-ray <PERSOON-##> patients in Povoski ### were also included in Kronawitter ### Therefore the results of Kronawitter ### are described c Unclear what reference standard was used.
700
nvmdl
<PERSOON> nodules and metastases in colorectal cancer Dan <PERSOON> CN, <PERSOON> FA, <PERSOON> AJ Pulmonary staging in colorectal cancer a review Colorectal Dis ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> j ###-### ### ### x Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Quyn AJ, Matthews A, <PERSOON> T, <PERSOON> clinical significance of radiologically detected indeterminate pulmonary nodules in colorectal cancer Colorectal Dis ### Thian YL, Riddell AM, Koh DM Liver-specific agents for contrast-enhanced MRI role in oncological <PERSOON> T, <PERSOON> MJ, Tanomkiat W, <PERSOON-##> study group Randomized multicentre trial of gadoxetic acid-enhanced MRI versus conventional MRI or CT in the staging of colorectal cancer liver metastases <PERSOON-##> ### <PERSOON-##>;###(#) ###-## doi <DATUM> bjs ### Epub ### Mar ## PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; Should CT thorax be used to diagnose synchronous metastases in patients with colorectal carcinoma? (Parnaby a Parnaby ### included # studies (Povoski ### and Kronawitter ###) from the same institution that used chest CT after chest x-ray <PERSOON-##> patients in Povoski ### were also included in Kronawitter ### Therefore the results of Kronawitter ### are described c Unclear what reference standard was used which proportion of patients were diagnosed with biopsy and which with follow-up films Follow-up films might not be considered as a golden standard for the d Included patients all had a negative x-thorax This may not be representative for the population seen in practice Should MRI with a hepatocyte-specific contract agent be used to diagnose liver laesions in patients with a Authors appraised all included studies by using the QUADAS-# tool From all included studies, about ##% had an unclear flow and timing, about ##% had a high risk and about ##% had an unclear risk of bias for the reference standard, and about ##% had an unclear risk of bias for their patient selection b Heterogeneity for sensitivity (I^# = ## ##%) and specificity (I^# = ## ##%) was found Confidence intervals of some studies do not overlap when Should CT be used to diagnose liver laesions in patients with colorectal cancer? (<PERSOON-##> ###) CT might possibly detect liver laesions in patients b Heterogeneity for sensitivity (I^# = ## ##%) and specificity (I^# = ## ##%) was found Confidence intervals of some studies do not overlap when Should PET/CT be used to diagnose liver laesions in patients with colorectal cancer? (<PERSOON-##> ###) Patient or population patients with colorectal cancer We are unsure if PET/CT is able to detect liver laesions, however PET/CT might possibly be able to classify patients without liver b Heterogeneity for sensitivity (I^# = ## ##%) and specificity (I^# = ## ##%) was found.
719
nvmdl
films Follow-up films might not be considered as a golden standard for the d Included patients all had a negative x-thorax This may not be representative for the population seen in practice Should MRI with a hepatocyte-specific contract agent be used to diagnose liver laesions in patients with a Authors appraised all included studies by using the QUADAS-# tool From all included studies, about ##% had an unclear flow and timing, about ##% had a high risk and about ##% had an unclear risk of bias for the reference standard, and about ##% had an unclear risk of bias for their patient selection b Heterogeneity for sensitivity (I^# = ## ##%) and specificity (I^# = ## ##%) was found Confidence intervals of some studies do not overlap when Should CT be used to diagnose liver laesions in patients with colorectal cancer? (<PERSOON> ###) CT might possibly detect liver laesions in patients b Heterogeneity for sensitivity (I^# = ## ##%) and specificity (I^# = ## ##%) was found Confidence intervals of some studies do not overlap when Should PET/CT be used to diagnose liver laesions in patients with colorectal cancer? (<PERSOON> ###) Patient or population patients with colorectal cancer We are unsure if PET/CT is able to detect liver laesions, however PET/CT might possibly be able to classify patients without liver b Heterogeneity for sensitivity (I^# = ## ##%) and specificity (I^# = ## ##%) was found c <PERSOON> confidence interval in considered imprecise If the true sensitivity is # ## (i e the lower border of the confidence interval) the sensitivity might be Module <DATUM> Aanvullende beeldvorming bij aangetoonde metastasen op De module is in ontwikkeling en wordt verwacht te worden opgeleverd voor de hierna eerstvolgende De communicatie tussen arts en patiënt is een integraal onderdeel van de zorg voor een patiënt Adequate voorlichting draagt eraan bij dat patiënten een helder beeld vormen van wat de ziekte en behandeling inhouden en maakt het mogelijk dat de patiënt en arts de voor- en nadelen van verschillende behandelopties tegen elkaar afwegen om zo samen te komen tot een passend behandelplan In Module <DATUM> zal uitgebreider ingegaan worden op de besluitvorming bij ouderen en Waaruit dient de informatievoorziening en communicatie bij patiënten met een colorectaal Welke informatie dient minimaal verstrekt te worden aan de patiënt in het besluitvormingsproces Voor deze deelvraag heeft er geen systematische literatuur zoekactie en literatuur selectiefase plaats gevonden De deelvraag leent zich in mindere mate om beantwoord te worden op basis van internationale wetenschappelijke literatuur De werkgroep beantwoordt deze vraag op Wat zijn de voorwaarden om te komen tot gedeelde besluitvorming? Is er meerwaarde van het gebruik van keuzehulpmiddelen in de gedeelde besluitvorming (bij P volwassenen patiënten met colorectaal carcinoom die keuzes moeten maken over behandelopties I keuzehulp (dat wil zeggen interventie specifiek ontworpen om te ondersteunen bij het maken van C gebruikelijke zorg, algemene informatie, klinische richtlijn, placebo, geen interventie; O.
638
nvmdl
considered imprecise If the true sensitivity is # ## (i e the lower border of the confidence interval) the sensitivity might be Module <DATUM> Aanvullende beeldvorming bij aangetoonde metastasen op De module is in ontwikkeling en wordt verwacht te worden opgeleverd voor de hierna eerstvolgende De communicatie tussen arts en patiënt is een integraal onderdeel van de zorg voor een patiënt Adequate voorlichting draagt eraan bij dat patiënten een helder beeld vormen van wat de ziekte en behandeling inhouden en maakt het mogelijk dat de patiënt en arts de voor- en nadelen van verschillende behandelopties tegen elkaar afwegen om zo samen te komen tot een passend behandelplan In Module <DATUM> zal uitgebreider ingegaan worden op de besluitvorming bij ouderen en Waaruit dient de informatievoorziening en communicatie bij patiënten met een colorectaal Welke informatie dient minimaal verstrekt te worden aan de patiënt in het besluitvormingsproces Voor deze deelvraag heeft er geen systematische literatuur zoekactie en literatuur selectiefase plaats gevonden De deelvraag leent zich in mindere mate om beantwoord te worden op basis van internationale wetenschappelijke literatuur De werkgroep beantwoordt deze vraag op Wat zijn de voorwaarden om te komen tot gedeelde besluitvorming? Is er meerwaarde van het gebruik van keuzehulpmiddelen in de gedeelde besluitvorming (bij P volwassenen patiënten met colorectaal carcinoom die keuzes moeten maken over behandelopties I keuzehulp (dat wil zeggen interventie specifiek ontworpen om te ondersteunen bij het maken van C gebruikelijke zorg, algemene informatie, klinische richtlijn, placebo, geen interventie; O eigenschappen van de besluitvorming (zoals het geïnformeerd zijn over de keuzes en de voor- en nadelen, duidelijk zijn over wat voor hen de belangrijkste eigenschappen zijn), proceseigenschappen, gedrag, gezondheidswinst, uitkomstmaten van belang voor de gezondheidszorg in het algemeen De Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst stelt dat de hulpverlener de patiënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk dient in te lichten over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde behandeling en over de ontwikkelingen omtrent het onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt Het gaat daarbij om datgeen wat de patiënt redelijkerwijze de aard en het doel van het onderzoek of de behandeling die noodzakelijk wordt geacht en van andere methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen; de staat van en de vooruitzichten met betrekking tot diens gezondheid voor wat betreft het Indien de patiënt te kennen heeft gegeven geen inlichtingen te willen ontvangen, blijft het verstrekken daarvan achterwege, behoudens voor zover het belang dat de patiënt daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat daaruit voor hemzelf of anderen kan voortvloeien Er werd geen wet- en regelgeving besproken voor deze deelvraag Er werden geen internationale richtlijnen en/of consensusdocumenten geselecteerd voor deze De American Society of Clinical Oncology Consensus Guideline on <PERSOON> het doel van de behandeling voor patiënt duidelijk is, zodat realistische verwachtingen ontstaan van de mogelijke uitkomsten en in hoeverre deze aansluiten bij de prioriteiten van de informatie gegeven moet worden over de potentiele winst en belasting van de verschillende.
552
nvmdl
van de besluitvorming (zoals het geïnformeerd zijn over de keuzes en de voor- en nadelen, duidelijk zijn over wat voor hen de belangrijkste eigenschappen zijn), proceseigenschappen, gedrag, gezondheidswinst, uitkomstmaten van belang voor de gezondheidszorg in het algemeen De Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst stelt dat de hulpverlener de patiënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk dient in te lichten over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde behandeling en over de ontwikkelingen omtrent het onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt Het gaat daarbij om datgeen wat de patiënt redelijkerwijze de aard en het doel van het onderzoek of de behandeling die noodzakelijk wordt geacht en van andere methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen; de staat van en de vooruitzichten met betrekking tot diens gezondheid voor wat betreft het Indien de patiënt te kennen heeft gegeven geen inlichtingen te willen ontvangen, blijft het verstrekken daarvan achterwege, behoudens voor zover het belang dat de patiënt daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat daaruit voor hemzelf of anderen kan voortvloeien Er werd geen wet- en regelgeving besproken voor deze deelvraag Er werden geen internationale richtlijnen en/of consensusdocumenten geselecteerd voor deze De American Society of Clinical Oncology Consensus Guideline on <PERSOON> het doel van de behandeling voor patiënt duidelijk is, zodat realistische verwachtingen ontstaan van de mogelijke uitkomsten en in hoeverre deze aansluiten bij de prioriteiten van de informatie gegeven moet worden over de potentiele winst en belasting van de verschillende alle behandelopties aan bod dienen te komen, inclusief de mogelijkheid van klinische trials als Er werden geen systematische reviews en/of meta-analyses geselecteerd voor deze deelvraag <PERSOON> (###) stellen in hun kwalitatieve review dat, voordat gedeelde besluitvorming kan plaatsvinden, eerst erkend moet worden dat er een keuze gemaakt moet worden; daarnaast moet er zowel bij patiënt als arts bereidheid zijn tot het nemen van een beslissing Dit vraagt om informatieverstrekking ten aanzien van gezondheidswinst, risico’s en onzekerheden van elke behandeloptie Hierna dient de arts de patiënt te ondersteunen bij, en tijd te geven voor het wegen van de behandelopties, uitgaande van hun prioriteiten en doelen Een Cochrane review (<PERSOON>, ###) laat zien dat door het gebruik van keuzehulpmiddelen, patiënten beter op de hoogte zijn van hun mogelijkheden, zich beter geïnformeerd voelen en duidelijker voor ogen hebben wat voor hen de belangrijkste afwegingen zijn in een behandelbeslissing Zij hebben accuratere verwachtingen van de winst en risico’s van behandelopties en zijn waarschijnlijk actiever Een systematisch review over keuzehulpmiddelen bij gedeelde besluitvorming in geval van ernstige ziekte toont aan dat het gebruik hiervan de kennis en het bewustzijn van de patiënt ten aanzien van behandelopties doet toenemen (<PERSOON>, ###) Dit betrof hulpmiddelen voor het bespreken van de behandeldoelen, advance care planning en palliatieve zorg Geen van deze keuzehulpmiddelen was specifiek ontwikkeld voor patiënten met colorectaalcarcinoom en daarom is deze studie niet Currie (###) beschrijft acht gevalideerde instrumenten bedoeld om de patiëntvoorkeuren ten aanzien van een bepaald aspect van de behandeling van colorectaalcarcinoom te verhelderen De.
583
nvmdl
mogelijkheid van klinische trials als Er werden geen systematische reviews en/of meta-analyses geselecteerd voor deze deelvraag <PERSOON> (###) stellen in hun kwalitatieve review dat, voordat gedeelde besluitvorming kan plaatsvinden, eerst erkend moet worden dat er een keuze gemaakt moet worden; daarnaast moet er zowel bij patiënt als arts bereidheid zijn tot het nemen van een beslissing Dit vraagt om informatieverstrekking ten aanzien van gezondheidswinst, risico’s en onzekerheden van elke behandeloptie Hierna dient de arts de patiënt te ondersteunen bij, en tijd te geven voor het wegen van de behandelopties, uitgaande van hun prioriteiten en doelen Een Cochrane review (<PERSOON>, ###) laat zien dat door het gebruik van keuzehulpmiddelen, patiënten beter op de hoogte zijn van hun mogelijkheden, zich beter geïnformeerd voelen en duidelijker voor ogen hebben wat voor hen de belangrijkste afwegingen zijn in een behandelbeslissing Zij hebben accuratere verwachtingen van de winst en risico’s van behandelopties en zijn waarschijnlijk actiever Een systematisch review over keuzehulpmiddelen bij gedeelde besluitvorming in geval van ernstige ziekte toont aan dat het gebruik hiervan de kennis en het bewustzijn van de patiënt ten aanzien van behandelopties doet toenemen (<PERSOON>, ###) Dit betrof hulpmiddelen voor het bespreken van de behandeldoelen, advance care planning en palliatieve zorg Geen van deze keuzehulpmiddelen was specifiek ontwikkeld voor patiënten met colorectaalcarcinoom en daarom is deze studie niet Currie (###) beschrijft acht gevalideerde instrumenten bedoeld om de patiëntvoorkeuren ten aanzien van een bepaald aspect van de behandeling van colorectaalcarcinoom te verhelderen De de meerderheid niet online beschikbaar is maar uitsluitend in de betreffende artikelen uit de review terug te vinden Deze kwalitatieve review is niet uitgewerkt in een summary of findingstabel Engelhardt (###) beschrijft in hun systematische review ## instrumenten - bijvoorbeeld een nomogram - ter ondersteuning van behandelbeslissingen bij gemetastaseerd colorectaalcarcinoom Zij stellen dat er te weinig evidence is ten aanzien van het discriminerend vermogen als ook de kalibratie van deze instrumenten om routinematig gebruik in de klinische praktijk te adviseren Informeer elke patiënt met een colorectaal carcinoom gedurende het hele zorgtraject eerlijk, volledig en op een voor de patiënt begrijpelijke wijze over zijn/haar ziekte en over de aard en het doel van het diagnostische onderzoek of de behandeling; alternatieve methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen, inclusief de te verwachten voor- en nadelen van verschillende behandelingsmogelijkheden op korte en Verduidelijk aan de patiënt gedurende het hele zorgtraject wie op welk moment de hoofdbehandelaar is; bij voorkeur wordt de patiënt hierover zowel mondeling als schriftelijk geïnformeerd Maak daarnaast voor de patiënt duidelijk wie de casemanager is Geef een patient de tijd om over de behandelbeslissing na te denken Draag zorg voor uniformiteit in de patiënten informatie en –voorlichting Zorg ervoor dat informatie van verschillende zorgverleners op elkaar afgestemd is, bij voorkeur gedoseerd wordt <PERSOON> patiënten die behoefte hebben aan aanvullende informatie en ondersteuning in hun besluitvorming naar erkende websites zoals thuisarts nl of naar een patiëntenvereniging Eventueel kan ook gebruik worden gemaakt van een keuzehulpmiddel.
587
nvmdl
maar uitsluitend in de betreffende artikelen uit de review terug te vinden Deze kwalitatieve review is niet uitgewerkt in een summary of findingstabel Engelhardt (###) beschrijft in hun systematische review ## instrumenten - bijvoorbeeld een nomogram - ter ondersteuning van behandelbeslissingen bij gemetastaseerd colorectaalcarcinoom Zij stellen dat er te weinig evidence is ten aanzien van het discriminerend vermogen als ook de kalibratie van deze instrumenten om routinematig gebruik in de klinische praktijk te adviseren Informeer elke patiënt met een colorectaal carcinoom gedurende het hele zorgtraject eerlijk, volledig en op een voor de patiënt begrijpelijke wijze over zijn/haar ziekte en over de aard en het doel van het diagnostische onderzoek of de behandeling; alternatieve methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen, inclusief de te verwachten voor- en nadelen van verschillende behandelingsmogelijkheden op korte en Verduidelijk aan de patiënt gedurende het hele zorgtraject wie op welk moment de hoofdbehandelaar is; bij voorkeur wordt de patiënt hierover zowel mondeling als schriftelijk geïnformeerd Maak daarnaast voor de patiënt duidelijk wie de casemanager is Geef een patient de tijd om over de behandelbeslissing na te denken Draag zorg voor uniformiteit in de patiënten informatie en –voorlichting Zorg ervoor dat informatie van verschillende zorgverleners op elkaar afgestemd is, bij voorkeur gedoseerd wordt <PERSOON> patiënten die behoefte hebben aan aanvullende informatie en ondersteuning in hun besluitvorming naar erkende websites zoals thuisarts nl of naar een patiëntenvereniging Eventueel kan ook gebruik worden gemaakt van een keuzehulpmiddel Er is sprake van gezamenlijke besluitvorming als aan de volgende voorwaarden is voldaan zowel patiënt als arts zijn betrokken bij het besluitvormingsproces; zowel patiënt als arts uiten hun preferenties ten aanzien van de betreffende behandelingen; er wordt een behandelingsbeslissing genomen waarmee zowel patiënt als arts instemmen Voor het verkrijgen van ‘Informed consent’ moet in de eerste plaats de arts de patiënt op een begrijpelijke en zo volledig mogelijke wijze informeren over de voorgestelde behandeling Onder behandeling worden alle medische verrichtingen verstaan die de arts uitvoert, inclusief onderzoek en nazorg Duidelijk moet zijn wat de aard en het doel zijn van de behandeling, wat de diagnose en prognose zijn voor de patiënt, welke risico’s aan de behandeling verbonden zijn en welke Informatieverstrekking aan patiënten moet nauw aansluiten bij de behoeften en problemen van patiënten, waarbij ook de verwerkingsstrategieën dienen te worden betrokken De behoefte aan informatie bij patiënten is groot, zowel voor als na de behandeling en wordt door artsen soms onderschat (Jenkins, ###) De arts wordt door patiënten gezien als de meest belangrijke De hoeveelheid en soort informatie die kankerpatiënten willen hebben varieert en wordt onder andere beïnvloed door de coping-stijl van de patiënt (informatie zoeken of informatie mijden) en de fase van de ziekte (<PERSOON>, ###) Belangrijk is daarbij om na te gaan of de patiënt de aangeboden informatie ook heeft begrepen (Gilligan, ###) Het ondersteunen van mondelinge voorlichting met schriftelijke en audiovisuele hulpmiddelen blijkt effectief bij het onthouden en verwerken van de verstrekte informatie (<PERSOON>, ###).
597
nvmdl
gezamenlijke besluitvorming als aan de volgende voorwaarden is voldaan zowel patiënt als arts zijn betrokken bij het besluitvormingsproces; zowel patiënt als arts uiten hun preferenties ten aanzien van de betreffende behandelingen; er wordt een behandelingsbeslissing genomen waarmee zowel patiënt als arts instemmen Voor het verkrijgen van ‘Informed consent’ moet in de eerste plaats de arts de patiënt op een begrijpelijke en zo volledig mogelijke wijze informeren over de voorgestelde behandeling Onder behandeling worden alle medische verrichtingen verstaan die de arts uitvoert, inclusief onderzoek en nazorg Duidelijk moet zijn wat de aard en het doel zijn van de behandeling, wat de diagnose en prognose zijn voor de patiënt, welke risico’s aan de behandeling verbonden zijn en welke Informatieverstrekking aan patiënten moet nauw aansluiten bij de behoeften en problemen van patiënten, waarbij ook de verwerkingsstrategieën dienen te worden betrokken De behoefte aan informatie bij patiënten is groot, zowel voor als na de behandeling en wordt door artsen soms onderschat (Jenkins, ###) De arts wordt door patiënten gezien als de meest belangrijke De hoeveelheid en soort informatie die kankerpatiënten willen hebben varieert en wordt onder andere beïnvloed door de coping-stijl van de patiënt (informatie zoeken of informatie mijden) en de fase van de ziekte (<PERSOON>, ###) Belangrijk is daarbij om na te gaan of de patiënt de aangeboden informatie ook heeft begrepen (Gilligan, ###) Het ondersteunen van mondelinge voorlichting met schriftelijke en audiovisuele hulpmiddelen blijkt effectief bij het onthouden en verwerken van de verstrekte informatie (<PERSOON>, ###) middelen de communicatie tussen arts en patiënt te verbeteren Het heeft de voorkeur dat er binnen een ziekenhuis duidelijke afspraken zijn gemaakt welke zorgverlener wanneer verantwoordelijk is voor het informeren van de patiënt en dat voor de patiënt steeds duidelijk is wie de hoofdbehandelaar is en (indien betrokken) wie de casemanager Veel aandacht is er in de literatuur voor wat wordt genoemd ‘gezamenlijke besluitvorming' (‘samen beslissen’, of ‘shared decision making', SDM) Gezamenlijke besluitvorming is het meest wenselijk bij ernstige ziekten zoals kanker, in situaties waarin er meer dan één redelijke optie is, waarbij er mogelijk ongewenste effecten bestaan of waarbij de wijze waarop individuele patiënten mogelijke voor- en nadelen waarderen sterk kan variëren (<PERSOON>-Engelman, ###) Het is belangrijk dat de patient voldoende tijd en ruimte ervaart om te een behandelbesluit te komen Bij elke significante verandering in het ziekteproces dienen de prioriteiten en voorkeuren van patiënt opnieuw geëvalueerd te worden en meegewogen worden in het behandelplan De proportionaliteit van de behandeling is hierbij een belangrijke afweging Keuzehulpmiddelen kunnen arts en patiënt hierbij ondersteunen Er is echter nog onvoldoende evidence om een specifiek keuzehulpmiddel te adviseren of ontraden in de gedeelde besluitvorming bij colorectaalcarcinoom Bovendien zijn niet alle in wetenschappelijke literatuur beschreven keuzehulpmiddelen online beschikbaar Voor Eventueel kan een patient ook via de patiëntenverenigingen meer informatie krijgen Een ander aspect dat van belang is bij het proces van besluitvorming, is het anticiperend handelen en informeren Op basis van de diagnose, ziektebeloop, comorbiditeit en prognose dient de arts een.
613
nvmdl
arts en patiënt te verbeteren Het heeft de voorkeur dat er binnen een ziekenhuis duidelijke afspraken zijn gemaakt welke zorgverlener wanneer verantwoordelijk is voor het informeren van de patiënt en dat voor de patiënt steeds duidelijk is wie de hoofdbehandelaar is en (indien betrokken) wie de casemanager Veel aandacht is er in de literatuur voor wat wordt genoemd ‘gezamenlijke besluitvorming' (‘samen beslissen’, of ‘shared decision making', SDM) Gezamenlijke besluitvorming is het meest wenselijk bij ernstige ziekten zoals kanker, in situaties waarin er meer dan één redelijke optie is, waarbij er mogelijk ongewenste effecten bestaan of waarbij de wijze waarop individuele patiënten mogelijke voor- en nadelen waarderen sterk kan variëren (<PERSOON>-Engelman, ###) Het is belangrijk dat de patient voldoende tijd en ruimte ervaart om te een behandelbesluit te komen Bij elke significante verandering in het ziekteproces dienen de prioriteiten en voorkeuren van patiënt opnieuw geëvalueerd te worden en meegewogen worden in het behandelplan De proportionaliteit van de behandeling is hierbij een belangrijke afweging Keuzehulpmiddelen kunnen arts en patiënt hierbij ondersteunen Er is echter nog onvoldoende evidence om een specifiek keuzehulpmiddel te adviseren of ontraden in de gedeelde besluitvorming bij colorectaalcarcinoom Bovendien zijn niet alle in wetenschappelijke literatuur beschreven keuzehulpmiddelen online beschikbaar Voor Eventueel kan een patient ook via de patiëntenverenigingen meer informatie krijgen Een ander aspect dat van belang is bij het proces van besluitvorming, is het anticiperend handelen en informeren Op basis van de diagnose, ziektebeloop, comorbiditeit en prognose dient de arts een Door hierop te anticiperen, wordt het vertrouwen in de behandeling vergroot en wordt de kwaliteit van leven verbeterd Als het gaat om het bespreekbaar maken van ziekte en de naderende dood, dient er speciale aandacht te zijn voor patiënten uit sommige, vooral niet-westerse, culturen De waarden en normen van deze groep over de autonomie van de patiënt en het recht op volledige informatie verschillen van dat wat in de westerse cultuur gebruikelijk is Dit kan gevolgen hebben voor de besluitvorming In sommige, vooral niet-westerse, culturen kan het vertellen van de waarheid als bedreigend en onverantwoord worden ervaren, in plaats van als eerlijk en principieel Voor meer informatie wordt verwezen naar de Handreiking Palliatieve zorg aan mensen met een niet westerse achtergrond en de Arora NK, McHorney CA Patient preferences for medical decision making who really wants to participate? Med Care ### Mar;##(#) ###-## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># <PERSOON> AK, Hanson LC Tools to Promote Shared Decision Making in <PERSOON> Med ### Jul;###(#) ###-## doi <DATUM> jamainternmed ### ### Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central <PERSOON>-making in the physician-patient encounter revisiting the shared treatment decision-making model <PERSOON> N, <PERSOON> R A systematic review of patient.
588
nvmdl
Door hierop te anticiperen, wordt het vertrouwen in de behandeling vergroot en wordt de kwaliteit van leven verbeterd Als het gaat om het bespreekbaar maken van ziekte en de naderende dood, dient er speciale aandacht te zijn voor patiënten uit sommige, vooral niet-westerse, culturen De waarden en normen van deze groep over de autonomie van de patiënt en het recht op volledige informatie verschillen van dat wat in de westerse cultuur gebruikelijk is Dit kan gevolgen hebben voor de besluitvorming In sommige, vooral niet-westerse, culturen kan het vertellen van de waarheid als bedreigend en onverantwoord worden ervaren, in plaats van als eerlijk en principieel Voor meer informatie wordt verwezen naar de Handreiking Palliatieve zorg aan mensen met een niet westerse achtergrond en de Arora NK, McHorney CA Patient preferences for medical decision making who really wants to participate? Med Care ### Mar;##(#) ###-## PubMed PMID <PATIENTNUMMER># <PERSOON> AK, Hanson LC Tools to Promote Shared Decision Making in <PERSOON> Med ### Jul;###(#) ###-## doi <DATUM> jamainternmed ### ### Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER>#; PubMed Central <PERSOON>-making in the physician-patient encounter revisiting the shared treatment decision-making model <PERSOON> N, <PERSOON> R A systematic review of <PERSOON> Dis ### <PERSOON>;##(#) ##-## doi <DATUM> codi ### <PERSOON> HCW, Coupé VMH Clinical Usefulness of Tools to Support Decisionmaking for Palliative Treatment of <PERSOON> ### Mar;##(#) e#-e## doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON-##> RM, <PERSOON-##> RM, Finlay E, <PERSOON-##> of <PERSOON-##> ### Nov #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON-##> L Do patients benefit from participating in medical decision making? Longitudinal follow-up of women with breast cancer <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> needs of patients with cancer results from a large study in UK cancer centres <PERSOON-##> HL, Halpern MT, Squiers LB, Treiman KA, McCormack LA Implementing and evaluating shared decision making in oncology practice <PERSOON-##> ### Nov-Dec;##(#) ###-## doi ## ###/caac ###.
572
nvmdl
Dis ### <PERSOON>;##(#) ##-## doi <DATUM> codi ### <PERSOON> HCW, Coupé VMH Clinical Usefulness of Tools to Support Decisionmaking for Palliative Treatment of <PERSOON> ### Mar;##(#) e#-e## doi <DATUM> j clcc ##<DATUM> ### <PERSOON> RM, <PERSOON> RM, Finlay E, <PERSOON> of <PERSOON> ### Nov #;##(##) ###-### doi <DATUM> <PERSOON> L Do patients benefit from participating in medical decision making? Longitudinal follow-up of women with breast cancer <PERSOON> L, <PERSOON-##> needs of patients with cancer results from a large study in UK cancer centres <PERSOON-##> HL, Halpern MT, Squiers LB, Treiman KA, McCormack LA Implementing and evaluating shared decision making in oncology practice <PERSOON-##> ### Nov-Dec;##(#) ###-## doi ## ###/caac ### Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Kiesler DJ, Auerbach SM Optimal matches of patient preferences for information, decision-making and interpersonal behavior evidence, models and interventions <PERSOON-##> AES Bewaakte overgangen; continuiteit in de zorg voor patiënten met kanker <PERSOON-##> decision making in medicine the influence of situational treatment factors <PERSOON-##> ### Feb;##(#) ###-# doi <DATUM> j pec ##<DATUM> ### <PERSOON-##> <PATIENTNUMMER># <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> MJ, Bennett CL, <PERSOON-##> aids for people facing health treatment or screening decisions Cochrane Database Syst Rev ### Apr ##;# CD### doi <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Stewart MA Effective physician-patient communication and health outcomes a review CMAJ ### <PERSOON-##> (###) vond ## studies die keuzehulpen bij screening voor colorectaal carcinoom beschreven (<PERSOON-##>, ###; <PERSOON-##>, ###) en één naar keuzehulpen bij chemotherapie bij colorectaal carcinoom in.
567
nvmdl
PMID <PATIENTNUMMER># Kiesler DJ, Auerbach SM Optimal matches of patient preferences for information, decision-making and interpersonal behavior evidence, models and interventions <PERSOON> AES Bewaakte overgangen; continuiteit in de zorg voor patiënten met kanker <PERSOON> decision making in medicine the influence of situational treatment factors <PERSOON> ### Feb;##(#) ###-# doi <DATUM> j pec ##<DATUM> ### <PERSOON> <PATIENTNUMMER># <PERSOON> F, <PERSOON> K, <PERSOON> MJ, Bennett CL, <PERSOON> aids for people facing health treatment or screening decisions Cochrane Database Syst Rev ### Apr ##;# CD### doi <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># Review PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Stewart MA Effective physician-patient communication and health outcomes a review CMAJ ### <PERSOON> (###) vond ## studies die keuzehulpen bij screening voor colorectaal carcinoom beschreven (<PERSOON-##>, ###; <PERSOON-##>, ###) en één naar keuzehulpen bij chemotherapie bij colorectaal carcinoom in Miller, ###; Pignone, ###; Ruffin, ###; Steckelberg, ###; Trevena, ###; Leighl, ###) en in # studies aanzienlijk (minder dan ##% van de items positief beoordeeld) (<PERSOON-##>, ###; <PERSOON-##>, ###) Het risico op bias in deze drie studies werd met name veroorzaakt door selectiebias, Decision aids compared standard medical oncology consultation for patients with colorectal cancer who need to make a decision about Patient or population patients with colorectal cancer who need to make a decision about chemotherapy Comparison care as usual, general information, placebo, or other control intervention median <PERSOON-##> median physical assessed with <INSTELLING>-G physical function function emotional <PERSOON-##> median role <PERSOON-##> median role assessed with <INSTELLING>-G emotional was emotional *<PERSOON-##> risk in the intervention group (and its ##% confidence interval) is based on the assumed risk in the comparison group and the relative effect of the High certainty We are very confident that the true effect lies close to that of the estimate of the effect Moderate certainty We are moderately confident in the effect estimate <PERSOON-##> true effect is likely to be close to the estimate of the effect, but there is a Low certainty Our confidence in the effect estimate is limited <PERSOON-##> true effect may be substantially different from the estimate of the effect Very low certainty We have very little confidence in the effect estimate <PERSOON-##> true effect is likely to be substantially different from the estimate of effect a Results from # trial with a limited number of participants Module <DATUM> Besluitvorming bij ouderen en andere kwetsbare.
654
nvmdl
aanzienlijk (minder dan ##% van de items positief beoordeeld) (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Het risico op bias in deze drie studies werd met name veroorzaakt door selectiebias, Decision aids compared standard medical oncology consultation for patients with colorectal cancer who need to make a decision about Patient or population patients with colorectal cancer who need to make a decision about chemotherapy Comparison care as usual, general information, placebo, or other control intervention median <PERSOON> median physical assessed with <INSTELLING>-G physical function function emotional <PERSOON> median role <PERSOON> median role assessed with <INSTELLING>-G emotional was emotional *<PERSOON> risk in the intervention group (and its ##% confidence interval) is based on the assumed risk in the comparison group and the relative effect of the High certainty We are very confident that the true effect lies close to that of the estimate of the effect Moderate certainty We are moderately confident in the effect estimate <PERSOON> true effect is likely to be close to the estimate of the effect, but there is a Low certainty Our confidence in the effect estimate is limited <PERSOON> true effect may be substantially different from the estimate of the effect Very low certainty We have very little confidence in the effect estimate <PERSOON> true effect is likely to be substantially different from the estimate of effect a Results from # trial with a limited number of participants Module <DATUM> Besluitvorming bij ouderen en andere kwetsbare Communiceer het voorgestelde behandelplan op een zorgvuldige, begrijpelijke wijze met patiënt en naasten, met eventueel een tweede gesprek enkele dagen later Houd rekening met patiënten preferenties, behoud van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven bij de afweging tussen effectiviteit en toxiciteit Neem de resterende levensverwachting en Voor een goede interpretatie van aangeleverd weefsel voor pathologisch onderzoek is het belangrijk dat de patholoog beschikking heeft over alle relevante klinische gegevens Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts worden aangeleverd? Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts bij segmentale colorectale Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts bij lokale excisie (TEM, Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts bij metastasectomie (lever, long, peritoneum, etc ) of recidief chirurgie worden aangeleverd? In nationale richtlijnen (<PERSOON> Brittannië, Denemarken, Australië, Canada)(<PERSOON>, ###) waar dit onderwerp besproken wordt, worden de volgende items genoemd (maar niet alle items in elke richtlijn) type operatie (en subtype/omvang, oner andere informatie over markeringen (voor onderscheid proximaal/distaal, plaats van krappe tumorvrije marge, meegereseceerde structuren), in het kader van bevolkingsonderzoek ja/nee, histologisch type (indien bekend), klinisch stadium inclusief aan- of afwezigheid van afstandsmetastasen en hun schema), chirurgische beoordeling van radicaliteit van de procedure, aanwezigheid van IBD, Er zijn geen systematische reviews noch meta-analysen over dit onderwerp De onderstaande aanbevelingen zijn voornamelijk gebaseerd op de Nederlandse CRC richtlijn van Lever bij segmentale colorectale resectie de volgende minimaal vereiste gegevens aan als #.
604
nvmdl
het voorgestelde behandelplan op een zorgvuldige, begrijpelijke wijze met patiënt en naasten, met eventueel een tweede gesprek enkele dagen later Houd rekening met patiënten preferenties, behoud van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven bij de afweging tussen effectiviteit en toxiciteit Neem de resterende levensverwachting en Voor een goede interpretatie van aangeleverd weefsel voor pathologisch onderzoek is het belangrijk dat de patholoog beschikking heeft over alle relevante klinische gegevens Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts worden aangeleverd? Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts bij segmentale colorectale Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts bij lokale excisie (TEM, Welke minimaal vereiste gegevens moeten door de aanvragend arts bij metastasectomie (lever, long, peritoneum, etc ) of recidief chirurgie worden aangeleverd? In nationale richtlijnen (<PERSOON> Brittannië, Denemarken, Australië, Canada)(<PERSOON>, ###) waar dit onderwerp besproken wordt, worden de volgende items genoemd (maar niet alle items in elke richtlijn) type operatie (en subtype/omvang, oner andere informatie over markeringen (voor onderscheid proximaal/distaal, plaats van krappe tumorvrije marge, meegereseceerde structuren), in het kader van bevolkingsonderzoek ja/nee, histologisch type (indien bekend), klinisch stadium inclusief aan- of afwezigheid van afstandsmetastasen en hun schema), chirurgische beoordeling van radicaliteit van de procedure, aanwezigheid van IBD, Er zijn geen systematische reviews noch meta-analysen over dit onderwerp De onderstaande aanbevelingen zijn voornamelijk gebaseerd op de Nederlandse CRC richtlijn van Lever bij segmentale colorectale resectie de volgende minimaal vereiste gegevens aan als <DATUM> hechtmarkeringen De chirurg markeert preparaat en vermeldt betekenis van meegereseceerde structuren indien niet heel duidelijk, bijvoorbeeld peritoneumvlies van laterale buikwand, meerdere darmlissen, fragment prostaat of vesicula seminalis, b lokalisatie van bedreigde marge richting CRM of retroperitoneale klievingsvlak; c distale uiteinde, indien niet direct te herkennen # intactheid van preparaat; relevante iatrogene fragmentatie, scheur, laceratie of perforatie; # erfelijk kankersyndroom of polyposis, indien bekend of vermoeden op; Lever bij locale excisie de volgende minimaal vereiste gegevens aan als aanvragend arts # erfelijk kankersyndroom of polyposis, indien bekend of vermoeden op; Lever bij metastasectomie/recidiefchirurgie de volgende minimaal vereiste gegevens aan als # (Hecht)markeringen De chirurg markeert preparaat en vermeld betekenis van hechting(en) In de Verenigde staten hoort voldoende klinische informatie op een PA-aanvraagformulier tot de groep van pre-analystische kwaliteitsindicatoren (Nakhleh, ###; Nakhleh, ###) Uit zeer beperkt aantal studies is gebleken dat voldoende klinische informatie noodzakelijk voor tijdig pathologieverslag zonder fouten is (Nakhleh, ###) Voorts is achteraf gecommuniceerde informatie een belangrijke oorzaak van wijziging van pathologieverslagen (<PERSOON> van pathologieverslagen komen vaker voor in het kader van resectiepreparaten, bij maligniteiten en bij voorbehandeling (Nakhleh, ###) Onvoldoende klinische informatie kan leiden tot verkeerde verwerking en interpretatie van een PA-preparaat Verkeerde interpretatie kan vervolgens invloed op behandeling hebben Achteraf gekomen vragen kunnen soms niet worden beantwoord omdat Er zijn geen relevante studies beschikbaar voor deze uitgangsvraag <PERSOON> SMH, Kathia UM, Gondal MUM, Zil-E-<PERSOON> H, <PERSOON> of Clinical Information on the.
616
nvmdl
betekenis van meegereseceerde structuren indien niet heel duidelijk, bijvoorbeeld peritoneumvlies van laterale buikwand, meerdere darmlissen, fragment prostaat of vesicula seminalis, b lokalisatie van bedreigde marge richting CRM of retroperitoneale klievingsvlak; c distale uiteinde, indien niet direct te herkennen # intactheid van preparaat; relevante iatrogene fragmentatie, scheur, laceratie of perforatie; # erfelijk kankersyndroom of polyposis, indien bekend of vermoeden op; Lever bij locale excisie de volgende minimaal vereiste gegevens aan als aanvragend arts # erfelijk kankersyndroom of polyposis, indien bekend of vermoeden op; Lever bij metastasectomie/recidiefchirurgie de volgende minimaal vereiste gegevens aan als # (Hecht)markeringen De chirurg markeert preparaat en vermeld betekenis van hechting(en) In de Verenigde staten hoort voldoende klinische informatie op een PA-aanvraagformulier tot de groep van pre-analystische kwaliteitsindicatoren (Nakhleh, ###; Nakhleh, ###) Uit zeer beperkt aantal studies is gebleken dat voldoende klinische informatie noodzakelijk voor tijdig pathologieverslag zonder fouten is (Nakhleh, ###) Voorts is achteraf gecommuniceerde informatie een belangrijke oorzaak van wijziging van pathologieverslagen (<PERSOON> van pathologieverslagen komen vaker voor in het kader van resectiepreparaten, bij maligniteiten en bij voorbehandeling (Nakhleh, ###) Onvoldoende klinische informatie kan leiden tot verkeerde verwerking en interpretatie van een PA-preparaat Verkeerde interpretatie kan vervolgens invloed op behandeling hebben Achteraf gekomen vragen kunnen soms niet worden beantwoord omdat Er zijn geen relevante studies beschikbaar voor deze uitgangsvraag <PERSOON> SMH, Kathia UM, Gondal MUM, Zil-E-<PERSOON> H, <PERSOON> of Clinical Information on the <PERSOON> ### <PERSOON> practice guidelines for the prevention, early detection and management of colorectal cancer <PERSOON> at <DATUM> from from <PERSOON>) DCCG’s Nationale retningsliner for diaknostik og behandling af kolorektal cancer Makroskopisk undersogelse af tarmresektar med adenokarcinoom <PERSOON> NA Standards and datasets for reporting cancers Dataset for <PERSOON-##> RJ Necessity of clinical information in surgical pathology Arch Pathol Lab Med ### Jul;###(#) #<DATUM> PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Nakhleh RE, Zarbo RJ Surgical pathology specimen identification and accessioning <PERSOON-##> of <PERSOON-##> of # #<DATUM> cases from ### institutions Arch Pathol Lab Med ### Mar;###(#) ###-## PubMed PMID <PATIENTNUMMER> Nakhleh RE What is quality in surgical pathology? <PERSOON-##> RB, et al Optimization of surgical and pathological quality performance in radical surgery for colon and rectal cancer margins and lymph nodes <PERSOON-##> J, reviewers Toronto (ON) Cancer Care Ontario; ### Apr (ENDORSED ### Nov ##) Program in Evidence-based Care Evidence-based Module <DATUM> Minimale rapportage in standaard pathologieverslag voor.
600
nvmdl
Cureus ### <PERSOON> practice guidelines for the prevention, early detection and management of colorectal cancer <PERSOON> at <DATUM> from from <PERSOON>) DCCG’s Nationale retningsliner for diaknostik og behandling af kolorektal cancer Makroskopisk undersogelse af tarmresektar med adenokarcinoom <PERSOON> NA Standards and datasets for reporting cancers Dataset for <PERSOON> RJ Necessity of clinical information in surgical pathology Arch Pathol Lab Med ### Jul;###(#) #<DATUM> PubMed PMID <PATIENTNUMMER># Nakhleh RE, Zarbo RJ Surgical pathology specimen identification and accessioning <PERSOON> of <PERSOON> of # #<DATUM> cases from ### institutions Arch Pathol Lab Med ### Mar;###(#) ###-## PubMed PMID <PATIENTNUMMER> Nakhleh RE What is quality in surgical pathology? <PERSOON> RB, et al Optimization of surgical and pathological quality performance in radical surgery for colon and rectal cancer margins and lymph nodes <PERSOON> J, reviewers Toronto (ON) Cancer Care Ontario; ### Apr (ENDORSED ### Nov ##) Program in Evidence-based Care Evidence-based Module <DATUM> Minimale rapportage in standaard pathologieverslag voor patiënt met een colorectaal carcinoom is het essentieel dat alle relevante aspecten bij pathologisch onderzoek worden geëvalueerd Het onderzoek moet vervolgens worden gerapporteerd op basis van Welke informatie dient het standaard pathologieverslag ten minste te bevatten? In de World Health Organization Classification of <PERSOON-##>, ###) wordt het rapporteren van de volgende essentiële factoren geadviseerd, alsmede wenselijke factoren (*) In de Engelse richtlijn (Loughrey, ###) van ### zijn deze factoren verplicht voor segmentale resecties type preparaat, type operatie, lokalisatie van tumor, maximale tumordiameter, afstand tot dichtstbijzijnde resectievlakken, tumor perforatie, relatie tumor tot peritoneale reflectie, gradering van het niveau van de resectie, afstand van de tumor tot de linea dentata, histologisch tumor type, differentiatiegraad, invasiediepte (pT en afstand van de muscularis propria), tumorregressiegraad, lymfklierstatus (aantal onderzocht, aantal positief, status van de hoogste lymfklier), tumor deposities, veneuze invasie, lymfatische invasie, perineurale groei, eventuele metastase op afstand, Niet verplicht in de Engelse richtlijn zijn afmeting van preparaat, precieze tumorlokalisatie in rectum (kwadrant), groeiwijze, tumor budding, peritumorale ontsteking, tumor stroma ratio Voor lokale excisies zijn in de Engelse richtlijn deze factoren verplicht type preparaat, locatie tumor, afmeting van preparaat, tumor type, differentiatiegraad, lokale invasiediepte (Haggitt, Kikuchi), veneuze invasie, lymfatische invasie, perineurale invasie, aanwezigheid van precursor, Deze parameters worden in de College of American Pathologists (CAP) richtlijn van ### (Kakar, Resectie procedure, tumor lokalisatie, tumor grootte, tumor perforatie, gradering van het mesorectum, tumor type, differentiatiegraad, invasiediepte, resectiemarges (proximaal, distaal en circumferentieel), therapie-effect, lymfatische invasie, vasculaire invasie, perineurale groei, tumor budding, precursor laesies, tumor deposities, aantal onderzochte en positieve lymfklieren,.
633
nvmdl