text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
more efficient nitrogen sparing in postoperative patiënts requiring parenteral nutrition? A doubleblind, placebo-controlled trial <PERSOON> RR Whole body protein kinetics in severely septic patiënts <PERSOON> ARJ <PERSOON> algorithm for balanced protein/energy provision in critically ill mechanically ventilated patients E-spen <PERSOON> (###), doi <DATUM> j eclnm ##<DATUM> ### <PERSOON> insulin therapy in the critically ill patiënts <PERSOON> RR Is the double-blind randomized trial the most valid experimental approach to evaluating treatment modalities in critical ill patiënts? Curr Opin Clin Nutr Metab Care ### ;<DATUM> ### HOOFDSTUK # HET BEPALEN VAN DE VOEDINGSTOESTAND EN Ziekte-gerelateerde ondervoeding is een veelvoorkomend probleem in de gezondheidszorg terwijl slechts de helft van de ondervoede patiënten als zodanig wordt herkend door de medische en verpleegkundige staf (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De variatie in mate van ondervoeding komt voort uit een combinatie van de patiëntenpopulatie, type instelling en de gehanteerde criteria van ondervoeding (<PERSOON> vergroot de kans op morbiditeit en mortaliteit Daarom is het van belang om patiënten met ondervoeding op te Het screenen op ondervoeding is een voorselectie binnen een grote groep patiënten, om voedingstoestand Of er daadwerkelijk sprake is van ondervoeding wordt vastgesteld aan de hand van zowel subjectieve als objectieve parameters (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###; Campos, ###; Corish, ###) Indien sprake is van ondervoeding moet een adequate In dit hoofdstuk bespreken we meetmethoden voor het screenen van patiënten op ondervoeding en het nader bepalen van de voedingstoestand De voor- en nadelen van de diverse parameters voor het bepalen van de voedingstoestand worden besproken in <DATUM> Voor screening op ondervoeding bestaan diverse methoden die in <DATUM> Parameters voor het bepalen van de voedingstoestand Voor het vaststellen van de voedingstoestand van een patiënt is een uitgebreide beoordeling van metabole, functionele en voedingskundige parameters door een deskundige (ervaren arts/ specialist, diëtist of voedingsverpleegkundige) noodzakelijk (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###) Meestal worden verscheidene methoden naast elkaar gebruikt omdat er geen consensus is over de beste parameter Vele parameters verliezen hun specificiteit bij ziekte (<PERSOON-##> keuze van een methode moeten sensitiviteit, specificiteit, reproduceerbaarheid voor inter- en intra-individuele metingen, belasting voor de patiënt, beschikbaarheid en kosten Voor de diëtist is het bepalen van de voedingstoestand van de patiënt van belang om prioriteiten in het diëtistisch handelen te stellen en om dit handelen te objectiveren en te evalueren Het monitoren van de voedingstoestand is een dynamisch proces en vraagt om In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens een aantal objectieve en subjectieve Onder anthropometrie wordt verstaan het bepalen van de lichaamssamenstelling en.
567
nvmdl
van ondervoeding wordt vastgesteld aan de hand van zowel subjectieve als objectieve parameters (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###; Campos, ###; Corish, ###) Indien sprake is van ondervoeding moet een adequate In dit hoofdstuk bespreken we meetmethoden voor het screenen van patiënten op ondervoeding en het nader bepalen van de voedingstoestand De voor- en nadelen van de diverse parameters voor het bepalen van de voedingstoestand worden besproken in <DATUM> Voor screening op ondervoeding bestaan diverse methoden die in <DATUM> Parameters voor het bepalen van de voedingstoestand Voor het vaststellen van de voedingstoestand van een patiënt is een uitgebreide beoordeling van metabole, functionele en voedingskundige parameters door een deskundige (ervaren arts/ specialist, diëtist of voedingsverpleegkundige) noodzakelijk (Kondrup, ###; Guidelines ASPEN, ###) Meestal worden verscheidene methoden naast elkaar gebruikt omdat er geen consensus is over de beste parameter Vele parameters verliezen hun specificiteit bij ziekte (<PERSOON> keuze van een methode moeten sensitiviteit, specificiteit, reproduceerbaarheid voor inter- en intra-individuele metingen, belasting voor de patiënt, beschikbaarheid en kosten Voor de diëtist is het bepalen van de voedingstoestand van de patiënt van belang om prioriteiten in het diëtistisch handelen te stellen en om dit handelen te objectiveren en te evalueren Het monitoren van de voedingstoestand is een dynamisch proces en vraagt om In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens een aantal objectieve en subjectieve Onder anthropometrie wordt verstaan het bepalen van de lichaamssamenstelling en (knie, enkel, pols, elleboog), omtrekken (arm, pols, heup, taille), dikte van huidplooien en van het lichaamsgewicht De voedingstoestand kan niet worden bepaald door het doen van één enkele anthropometrische bepaling Een combinatie van anthropometrische bepalingen kan echter waardevolle informatie geven (Edington, ###; Jeejeebhoy, ###; WHO, ###) Bij het bepalen van de voedingstoestand worden anthropometrische gegevens tweeledig bij herhaalde metingen als indicator voor verandering in voedingstoestand De huidige beschikbare referentiegegevens zijn afkomstig van gezonde volwassenen In ### is de WHO begonnen met het ontwikkelen van een richtlijn voor het gebruiken van Het meten van veranderingen van het lichaamsgewicht geeft een redelijk betrouwbare maat voor de voedingstoestand, zeker wanneer de tijd waarin de gewichtsverandering heeft plaatsgevonden in beschouwing wordt genomen Het is een goedkope, in de praktijk eenvoudig uit te voeren handeling die weinig belastend is voor de patiënt Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een weegstoel of weegbed Het lichaamsgewicht dient te worden gemeten De door de patiënt gerapporteerde waarden van het gewicht kunnen onbetrouwbaar zijn (<PERSOON>, ###) In een grote cohortstudie naar de validiteit van gerapporteerde waarden van lengte en gewicht, blijkt het gewicht te worden ondergerapporteerd Het verschil tussen het gerapporteerde en gemeten gewicht bij mannen lag in ##% tussen -# # kg - +<DATUM> kg Bij ##% van de Om te komen tot een betrouwbare gewichtsbepaling dient gebruik te worden gemaakt van.
590
nvmdl
dikte van huidplooien en van het lichaamsgewicht De voedingstoestand kan niet worden bepaald door het doen van één enkele anthropometrische bepaling Een combinatie van anthropometrische bepalingen kan echter waardevolle informatie geven (Edington, ###; Jeejeebhoy, ###; WHO, ###) Bij het bepalen van de voedingstoestand worden anthropometrische gegevens tweeledig bij herhaalde metingen als indicator voor verandering in voedingstoestand De huidige beschikbare referentiegegevens zijn afkomstig van gezonde volwassenen In ### is de WHO begonnen met het ontwikkelen van een richtlijn voor het gebruiken van Het meten van veranderingen van het lichaamsgewicht geeft een redelijk betrouwbare maat voor de voedingstoestand, zeker wanneer de tijd waarin de gewichtsverandering heeft plaatsgevonden in beschouwing wordt genomen Het is een goedkope, in de praktijk eenvoudig uit te voeren handeling die weinig belastend is voor de patiënt Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een weegstoel of weegbed Het lichaamsgewicht dient te worden gemeten De door de patiënt gerapporteerde waarden van het gewicht kunnen onbetrouwbaar zijn (<PERSOON>, ###) In een grote cohortstudie naar de validiteit van gerapporteerde waarden van lengte en gewicht, blijkt het gewicht te worden ondergerapporteerd Het verschil tussen het gerapporteerde en gemeten gewicht bij mannen lag in ##% tussen -# # kg - +<DATUM> kg Bij ##% van de Om te komen tot een betrouwbare gewichtsbepaling dient gebruik te worden gemaakt van Voor het bepalen van het percentage gewichtsverlies hanteert men de volgende formule is er sprake van ondervoeding (Kondrup, ###, Guidelines ASPEN, ###; ###; Blackburn, Door het verlies van lichaamsgewicht uit te drukken in procenten worden eveneens obese personen als ondervoed geclassificeerd indien zij onvrijwillig gewicht zijn kwijtgeraakt Indien sprake is van oedeemvorming, ascites, dehydratie of andere verstoring van de vochtbalans kan het percentage gewichtsverlies niet worden gebruikt als marker voor De lichaamslengte wordt bij voorkeur gemeten, in ieder geval bij ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar Met het toenemen van de leeftijd, wordt de lengte door de patiënt vaak overschat Een studie bij patiënten tussen de ## - <LEEFTIJD> jaar laat een gemiddeld verschil zien van de gemeten en gerapporteerde lengte van #,# cm bij mannen en #,# cm bij vrouwen (Gunnell, ###) Een andere studie laat eveneens een overschatting van de lichaamslengte zien met een range van #,## tot #,## cm bij mannen en #,## tot #,## cm bij vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar Wanneer de gerapporteerde lengte ten opzichte van de gemeten lengte dan wordt gebruikt voor het berekenen van de BMI valt de score één punt lager uit (Kuczmarski, ###) Dit kan betekenen dat een patiënt ten onrechte als ondervoed wordt gediagnostiseerd Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan een kniehoogtemeting of de armspanwijdte gebruikt worden (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De armspanwijdte is gedefineerd als de afstand tussen de topjes van de langste vinger van iedere hand met beide armen volledig horizontaal gestrekt De armspanwijdte is ongeveer gelijk aan de lichaamslengte (<PERSOON>)).
639
nvmdl
er sprake van ondervoeding (Kondrup, ###, Guidelines ASPEN, ###; ###; Blackburn, Door het verlies van lichaamsgewicht uit te drukken in procenten worden eveneens obese personen als ondervoed geclassificeerd indien zij onvrijwillig gewicht zijn kwijtgeraakt Indien sprake is van oedeemvorming, ascites, dehydratie of andere verstoring van de vochtbalans kan het percentage gewichtsverlies niet worden gebruikt als marker voor De lichaamslengte wordt bij voorkeur gemeten, in ieder geval bij ouderen boven de <LEEFTIJD> jaar Met het toenemen van de leeftijd, wordt de lengte door de patiënt vaak overschat Een studie bij patiënten tussen de ## - <LEEFTIJD> jaar laat een gemiddeld verschil zien van de gemeten en gerapporteerde lengte van #,# cm bij mannen en #,# cm bij vrouwen (Gunnell, ###) Een andere studie laat eveneens een overschatting van de lichaamslengte zien met een range van #,## tot #,## cm bij mannen en #,## tot #,## cm bij vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar Wanneer de gerapporteerde lengte ten opzichte van de gemeten lengte dan wordt gebruikt voor het berekenen van de BMI valt de score één punt lager uit (Kuczmarski, ###) Dit kan betekenen dat een patiënt ten onrechte als ondervoed wordt gediagnostiseerd Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan een kniehoogtemeting of de armspanwijdte gebruikt worden (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) De armspanwijdte is gedefineerd als de afstand tussen de topjes van de langste vinger van iedere hand met beide armen volledig horizontaal gestrekt De armspanwijdte is ongeveer gelijk aan de lichaamslengte (<PERSOON>)) Aan de hand van de volgende formules kan vanuit de kniehoogte (lower leg length LLL) de Bij de beoordeling van het lichaamsgewicht is bij volwassenen de BMI een veelgebruikte maat De BMI is gedefinieerd als het gewicht (in kg) gedeeld door de lengte (in m) in het De indeling van de BMI bij volwassenen van ##-<LEEFTIJD> jaar is Een BMI (##,# wordt door de werkgroep gehanteerd als een criterium voor ondervoeding De BMI blijkt een goede indicator voor ondervoeding te zijn Hoewel een lage BMI (( ##,#) kan duiden op ondervoeding, sluit een normaal tot hoge BMI ondervoeding niet uit (<PERSOON>, ###) Voor sommige groepen, zoals Aziaten en Hindoestanen, gelden andere grenswaarden Dat heeft te maken met een andere lichaamsbouw Over deze grenswaarden bestaat nog steeds Duidelijk is wel dat bij deze bevolkingsgroepen al bij lagere waarden sprake is van een Duidelijk is dat de grenswaarden voor de BMI zoals die voor volwassenen gelden bij ouderen vanaf <LEEFTIJD> jaar met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd Ouder worden gaat gewoonlijk gepaard met veranderingen in de bouw van het lichaam In verhouding hebben ouderen minder vetvrije massa (‘lean body mass’), met name spiermassa, en daalt de lengte Dit beïnvloedt de BMI-classificatie bij ouderen Mogelijk dat een hogere BMI als grens voor onder- danwel overgewicht moet worden gehanteerd Er zijn momenteel nog geen algemeen geaccepteerde criteria voor de BMI voor ouderen De.
641
nvmdl
Aan de hand van de volgende formules kan vanuit de kniehoogte (lower leg length LLL) de Bij de beoordeling van het lichaamsgewicht is bij volwassenen de BMI een veelgebruikte maat De BMI is gedefinieerd als het gewicht (in kg) gedeeld door de lengte (in m) in het De indeling van de BMI bij volwassenen van ##-<LEEFTIJD> jaar is Een BMI (##,# wordt door de werkgroep gehanteerd als een criterium voor ondervoeding De BMI blijkt een goede indicator voor ondervoeding te zijn Hoewel een lage BMI (( ##,#) kan duiden op ondervoeding, sluit een normaal tot hoge BMI ondervoeding niet uit (<PERSOON>, ###) Voor sommige groepen, zoals Aziaten en Hindoestanen, gelden andere grenswaarden Dat heeft te maken met een andere lichaamsbouw Over deze grenswaarden bestaat nog steeds Duidelijk is wel dat bij deze bevolkingsgroepen al bij lagere waarden sprake is van een Duidelijk is dat de grenswaarden voor de BMI zoals die voor volwassenen gelden bij ouderen vanaf <LEEFTIJD> jaar met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd Ouder worden gaat gewoonlijk gepaard met veranderingen in de bouw van het lichaam In verhouding hebben ouderen minder vetvrije massa (‘lean body mass’), met name spiermassa, en daalt de lengte Dit beïnvloedt de BMI-classificatie bij ouderen Mogelijk dat een hogere BMI als grens voor onder- danwel overgewicht moet worden gehanteerd Er zijn momenteel nog geen algemeen geaccepteerde criteria voor de BMI voor ouderen De een BMI ( ## gehanteerd als één van de criteria van ondervoeding (Halfens, ###) De BMI wordt beïnvloed door verstoringen in de vochtbalans van het lichaam Daarentegen kunnen lengte en gewicht makkelijk en reproduceerbaar worden verkregen en is de meting nauwelijks afhankelijk van de persoon die de meting uitvoert (Stratton, ###; Cook, ###; Het lichaamsgewicht geeft niet altijd voldoende informatie over wat in het lichaam gebeurt tijdens het optreden van ondervoeding De lichaamsmassa kan worden verdeeld in de vetmassa en vetvrije massa De vetvrije massa kan verder worden onderverdeeld in de lichaamscelmassa en de extracellulaire massa Bij chronische patiënten blijkt het algemeen functioneren namelijk sterk samen te hangen met de hoeveelheid spiermassa (Stratton, Er zijn diverse methoden beschikbaar voor het meten van lichaamssamenstelling, zoals dikte triceps huidplooi in combinatie met omtrek van de bovenarm, gelden momenteel als de gouden standaard voor het bepalen van de lichaamssamenstelling Bij dit model worden het lichaamsgewicht en de vet-, water- en mineraalcomponent van het lichaam gemeten Indirect wordt hieruit het eiwitcomponent (lean body De meeste methoden zijn ontwikkeld en gevalideerd bij jonge volwassenen Verder zijn deze methoden in de praktijk veelal niet eenvoudig uit te voeren en/of kostbaar en/of belastend voor de patiënt Deze methoden zijn niet geschikt om te gebruiken, als de patiënt hemodynamisch niet stabiel is en er sprake is van stoornissen in de vochtbalans (<PERSOON>)) Anthropometrische metingen dient men niet te gebruiken bij patiënten met.
581
nvmdl
gehanteerd als één van de criteria van ondervoeding (Halfens, ###) De BMI wordt beïnvloed door verstoringen in de vochtbalans van het lichaam Daarentegen kunnen lengte en gewicht makkelijk en reproduceerbaar worden verkregen en is de meting nauwelijks afhankelijk van de persoon die de meting uitvoert (Stratton, ###; Cook, ###; Het lichaamsgewicht geeft niet altijd voldoende informatie over wat in het lichaam gebeurt tijdens het optreden van ondervoeding De lichaamsmassa kan worden verdeeld in de vetmassa en vetvrije massa De vetvrije massa kan verder worden onderverdeeld in de lichaamscelmassa en de extracellulaire massa Bij chronische patiënten blijkt het algemeen functioneren namelijk sterk samen te hangen met de hoeveelheid spiermassa (Stratton, Er zijn diverse methoden beschikbaar voor het meten van lichaamssamenstelling, zoals dikte triceps huidplooi in combinatie met omtrek van de bovenarm, gelden momenteel als de gouden standaard voor het bepalen van de lichaamssamenstelling Bij dit model worden het lichaamsgewicht en de vet-, water- en mineraalcomponent van het lichaam gemeten Indirect wordt hieruit het eiwitcomponent (lean body De meeste methoden zijn ontwikkeld en gevalideerd bij jonge volwassenen Verder zijn deze methoden in de praktijk veelal niet eenvoudig uit te voeren en/of kostbaar en/of belastend voor de patiënt Deze methoden zijn niet geschikt om te gebruiken, als de patiënt hemodynamisch niet stabiel is en er sprake is van stoornissen in de vochtbalans (<PERSOON>)) Anthropometrische metingen dient men niet te gebruiken bij patiënten met Engstrom ###, Rowland ### , Kuczmarski ###, Gunnell ### Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan als benadering de Campos ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ### een percentage ongewenst gewichtsverlies van ) #% binnen # maand of <PERSOON> ### Zoals besproken in hoofdstuk # heeft ondervoeding en in het bijzonder afname van eiwitmassa een negatieve invloed op het ziektebeloop (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; manieren worden gemeten De meest gebruikte functietest is de handgripdynamometrie De maximale knijpkracht van de hand geeft een goede inschatting van de perifere spierfunctie en is gerelateerd aan de totale hoeveelheid spiermassa in het lichaam (Windsor, ###; Klidjian, ###) Bij een verlies van ##% van de spiereiwitten zal tevens de spierkracht afnemen Deze methode is makkelijk uitvoerbaar, niet-invasief voor de patiënt en goedkoop Tussen personen bestaan grote verschillen, waardoor één meting niet zo zinvol is Herhaalde metingen leveren meer informatie op (Baxter, ###) Bij patiënten met stoornissen in de vochtbalans is het meten van de handknijpkracht een goede objectieve functionele parameter ten behoeve van het beoordelen van de voedingstoestand (<PERSOON>, ###; <PERSOON-##>, ###) Een nadeel is dat de spierkracht wordt beïnvloed door artritis, neuromusculaire ziekten, gebruik van spierverslappende middelen en pijn (<PERSOON>, ###; <PERSOON-##>-daSilva, ###; <PERSOON-##>, ###) Er bestaan aparte referentiewaarden per leeftijdscategorie en per geslacht (Webb, ###) Een knijpkracht (##% van de standaard voor leeftijd en geslacht kan.
682
nvmdl
Indien de lengte niet gemeten kan worden, kan als benadering de Campos ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ### een percentage ongewenst gewichtsverlies van ) #% binnen # maand of <PERSOON> ### Zoals besproken in hoofdstuk # heeft ondervoeding en in het bijzonder afname van eiwitmassa een negatieve invloed op het ziektebeloop (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; manieren worden gemeten De meest gebruikte functietest is de handgripdynamometrie De maximale knijpkracht van de hand geeft een goede inschatting van de perifere spierfunctie en is gerelateerd aan de totale hoeveelheid spiermassa in het lichaam (Windsor, ###; Klidjian, ###) Bij een verlies van ##% van de spiereiwitten zal tevens de spierkracht afnemen Deze methode is makkelijk uitvoerbaar, niet-invasief voor de patiënt en goedkoop Tussen personen bestaan grote verschillen, waardoor één meting niet zo zinvol is Herhaalde metingen leveren meer informatie op (Baxter, ###) Bij patiënten met stoornissen in de vochtbalans is het meten van de handknijpkracht een goede objectieve functionele parameter ten behoeve van het beoordelen van de voedingstoestand (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Een nadeel is dat de spierkracht wordt beïnvloed door artritis, neuromusculaire ziekten, gebruik van spierverslappende middelen en pijn (<PERSOON>, ###; <PERSOON-##>-daSilva, ###; <PERSOON-##>, ###) Er bestaan aparte referentiewaarden per leeftijdscategorie en per geslacht (Webb, ###) Een knijpkracht (##% van de standaard voor leeftijd en geslacht kan De handgripdynamometrie is een objectieve functionele parameter, die <PERSOON> ###, <PERSOON-##> ###, <PERSOON-##> ###, Het grote voordeel van biochemische parameters is dat de concentratie van serumwaarden niet afhankelijk is van de lengte of van het gewicht van een persoon Echter, de meeste parameters worden wel beïnvloed door de ernst van de ziekte en door veranderingen in de vochtbalans, waardoor de parameter minder, of helemaal niet specifiek is Idealiter heeft een biochemische parameter een korte halfwaardetijd, reageert snel op inadequate voedselinname, heeft een snelle synthesesnelheid en een constante afbraaksnelheid (<PERSOON-##> is het meest gebruikte serumeiwit ter bepaling van de voedingstoestand en wordt vaak routinematig bepaald in ziekenhuizen Het is echter een slechte parameter voor het beoordelen van de voedingstoestand, omdat niet alle ondervoede (chirurgische) patiënten De plasma-albumineconcentratie wordt niet alleen geregeld door de voedselinname en -opname, maar ook door de ernst van de ziekte Eveneens bepaalde factoren/ziektebeelden kunnen het albuminegehalte beïnvloeden (<PERSOON-##>, ###) Pre-albumine is een betere (kortere biologische halfwaardetijd ca twee dagen), maar ook een beperkte indicator voor recente voedselinname Het daalt bij een energie- en eiwitondervoeding Het daalt echter ook bij een inflammatoire respons Door een nierfunctiestoornis zal het pre-albuminegehalte in het bloed stijgen en door leverfunctiestoornissen juist De creatinine-lengte-index geeft een maat voor de hoeveelheid actief spierweefsel in het lichaam De hoeveelheid uitgescheiden creatinine in de urine wordt vergeleken met de.
674
nvmdl
De handgripdynamometrie is een objectieve functionele parameter, die <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Het grote voordeel van biochemische parameters is dat de concentratie van serumwaarden niet afhankelijk is van de lengte of van het gewicht van een persoon Echter, de meeste parameters worden wel beïnvloed door de ernst van de ziekte en door veranderingen in de vochtbalans, waardoor de parameter minder, of helemaal niet specifiek is Idealiter heeft een biochemische parameter een korte halfwaardetijd, reageert snel op inadequate voedselinname, heeft een snelle synthesesnelheid en een constante afbraaksnelheid (<PERSOON> is het meest gebruikte serumeiwit ter bepaling van de voedingstoestand en wordt vaak routinematig bepaald in ziekenhuizen Het is echter een slechte parameter voor het beoordelen van de voedingstoestand, omdat niet alle ondervoede (chirurgische) patiënten De plasma-albumineconcentratie wordt niet alleen geregeld door de voedselinname en -opname, maar ook door de ernst van de ziekte Eveneens bepaalde factoren/ziektebeelden kunnen het albuminegehalte beïnvloeden (<PERSOON>, ###) Pre-albumine is een betere (kortere biologische halfwaardetijd ca twee dagen), maar ook een beperkte indicator voor recente voedselinname Het daalt bij een energie- en eiwitondervoeding Het daalt echter ook bij een inflammatoire respons Door een nierfunctiestoornis zal het pre-albuminegehalte in het bloed stijgen en door leverfunctiestoornissen juist De creatinine-lengte-index geeft een maat voor de hoeveelheid actief spierweefsel in het lichaam De hoeveelheid uitgescheiden creatinine in de urine wordt vergeleken met de Deze parameter wordt minder vaak gebruikt, omdat een urine-inzameling van ## uur nodig is Voor de stikstofbalans is naast een zeer nauwkeurige dieetanalyse, eveneens een verzameling nodig van alle excreta waarbij stikstof verloren gaat urine, feces, bloed, pus transpiratievocht Een stikstofbalans geeft echter weinig inzicht in het verloop van de eiwitopname/-afgifte over langere perioden Ook bij deze parameter zorgt het effect van ziekte op de stikstofbalans dat deze niet specifiek is voor de mate van depletie De biochemische parameters, die worden gezien als maat voor de eiwitstatus, zijn zeer beperkt bruikbaar omdat ze worden beïnvloed door Campos ###, Corish ###, McWhirter ###, Barrera ###, De zogenoemde klinische blik kan worden gebruikt door arts en diëtist om ondervoeding te signaleren De klinische blik kan waardevolle informatie opleveren, maar vergt klinische ervaring Het is een subjectieve parameter Met de klinische blik kan bijvoorbeeld oedeem of ascitis worden waargenomen, dit kan een ondergewicht camoufleren Bij de klinische blik wordt met name gekeken naar uiterlijk van patiënt (ingevallen gelaat), reactie (apatisch, moe, passief), handdruk (slap), conditie huid (droog, schilferig, bleek, eventueel blauwe plekken), conditie haar (dof, dun, breekbaar), spiermassa (spierkracht, hypotonie), zieke indruk, geen belangstelling voor de omgeving, slechte aanspreekbaarheid Deficiënties van mineralen, spoorelementen en/of vitamines uiten zich vaak in afwijkingen van haar, gezicht, lippen, tong, nagels en huid Deze vormen van puntvormige ondervoeding Een onderzoek bij ## patiënten toonde aan dat ##% van de met de klinische blik als ondervoed beoordeelde patiënten ook met een objectief screeningsinstrument als.
621
nvmdl
vaak gebruikt, omdat een urine-inzameling van ## uur nodig is Voor de stikstofbalans is naast een zeer nauwkeurige dieetanalyse, eveneens een verzameling nodig van alle excreta waarbij stikstof verloren gaat urine, feces, bloed, pus transpiratievocht Een stikstofbalans geeft echter weinig inzicht in het verloop van de eiwitopname/-afgifte over langere perioden Ook bij deze parameter zorgt het effect van ziekte op de stikstofbalans dat deze niet specifiek is voor de mate van depletie De biochemische parameters, die worden gezien als maat voor de eiwitstatus, zijn zeer beperkt bruikbaar omdat ze worden beïnvloed door Campos ###, Corish ###, McWhirter ###, Barrera ###, De zogenoemde klinische blik kan worden gebruikt door arts en diëtist om ondervoeding te signaleren De klinische blik kan waardevolle informatie opleveren, maar vergt klinische ervaring Het is een subjectieve parameter Met de klinische blik kan bijvoorbeeld oedeem of ascitis worden waargenomen, dit kan een ondergewicht camoufleren Bij de klinische blik wordt met name gekeken naar uiterlijk van patiënt (ingevallen gelaat), reactie (apatisch, moe, passief), handdruk (slap), conditie huid (droog, schilferig, bleek, eventueel blauwe plekken), conditie haar (dof, dun, breekbaar), spiermassa (spierkracht, hypotonie), zieke indruk, geen belangstelling voor de omgeving, slechte aanspreekbaarheid Deficiënties van mineralen, spoorelementen en/of vitamines uiten zich vaak in afwijkingen van haar, gezicht, lippen, tong, nagels en huid Deze vormen van puntvormige ondervoeding Een onderzoek bij ## patiënten toonde aan dat ##% van de met de klinische blik als ondervoed beoordeelde patiënten ook met een objectief screeningsinstrument als <DATUM> Verandering in voedselinname en aan voeding gerelateerde klachten Met behulp van een voedingsanamnese kunnen veranderingen in de voedselinname worden opgespoord Een beperkte inname van energie en voedingsstoffen en/of een éénzijdige voedselinname kan duiden op ondervoeding Hierbij dient te worden opgemerkt dat de (subjectieve) voedingsanamnese een beperkte waarde heeft met betrekking tot het De meest frequent toegepaste mondelinge technieken zijn de ’##-uur recall’ (de consumptie van de voedingsanamnese in engere zin (de dietary history) vraagt de specifieke deskundigheid van een diëtist Verder wordt in de praktijk ook als schriftelijke techniek het voedingsdagboekje gebruikt De ervaren diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit technieken om de voedselconsumptie van een persoon te schatten Alle beschikbare Verder is het belangrijk om na te gaan of er problemen zijn met de inname van voedsel en vocht ten gevolge van bijvoorbeeld het niet rechtop kunnen zitten, vermoeidheid, benauwdheid, aversies, psychosociale omstandigheden en het nuchter moeten zijn voor onderzoeken of operaties Ook gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid, braken en De voedingsanamnese (anamnestisch verkregen informatie over voedselen vochtinname) heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van De diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit instrument Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij een tekort (of disbalans) van energie, eiwit en andere voedingsstoffen t g v ziekte leidt tot meetbare nadelige effecten op lichaamssamenstelling, Als onderdeel van het bepalen van de voedingstoestand, dienen lichaamslengte en.
620
nvmdl
Verandering in voedselinname en aan voeding gerelateerde klachten Met behulp van een voedingsanamnese kunnen veranderingen in de voedselinname worden opgespoord Een beperkte inname van energie en voedingsstoffen en/of een éénzijdige voedselinname kan duiden op ondervoeding Hierbij dient te worden opgemerkt dat de (subjectieve) voedingsanamnese een beperkte waarde heeft met betrekking tot het De meest frequent toegepaste mondelinge technieken zijn de ’##-uur recall’ (de consumptie van de voedingsanamnese in engere zin (de dietary history) vraagt de specifieke deskundigheid van een diëtist Verder wordt in de praktijk ook als schriftelijke techniek het voedingsdagboekje gebruikt De ervaren diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit technieken om de voedselconsumptie van een persoon te schatten Alle beschikbare Verder is het belangrijk om na te gaan of er problemen zijn met de inname van voedsel en vocht ten gevolge van bijvoorbeeld het niet rechtop kunnen zitten, vermoeidheid, benauwdheid, aversies, psychosociale omstandigheden en het nuchter moeten zijn voor onderzoeken of operaties Ook gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid, braken en De voedingsanamnese (anamnestisch verkregen informatie over voedselen vochtinname) heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van De diëtist gebruikt de voedingsanamnese om een directe inschatting te kunnen maken van de voedsel- en vochtinname en gebruikt dit instrument Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij een tekort (of disbalans) van energie, eiwit en andere voedingsstoffen t g v ziekte leidt tot meetbare nadelige effecten op lichaamssamenstelling, Als onderdeel van het bepalen van de voedingstoestand, dienen lichaamslengte en Tijdens opname dient het lichaamsgewicht # keer per week te worden bepaald Bij patiënten bij wie het gewicht niet bruikbaar is voor het berekenen van de BMI, bijvoorbeeld als gevolg van vochtretentie, is de meting van de handknijpkracht de eerste Biochemische parameters kunnen slechts beperkt gebruikt worden voor het bepalen van de Het albumine wordt sterk beïnvloed door de ernst van de ziekte Een albuminewaarde binnen de normale range sluit ondervoeding niet uit De klinische blik dient meegenomen te worden bij het bepalen van de voedingstoestand, Een voedingsanamnese heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van ondervoeding Een voedingsanamnese is het juiste instrument voor de diëtist om de ingezette Om in de praktijk patiënten met (risico op) ondervoeding op een eenvoudige en snelle manier te screenen, zijn nationaal en internationaal diverse (ziektespecifieke) screeningslijsten ontwikkeld Een screeningslijst bestaat veelal uit een combinatie van subjectieve en objectieve parameters Het moet een snel, eenvoudig, valide en reproduceerbaar instrument zijn, dat ingevuld kan worden door diverse hulpverleners (verpleegkundigen, huisartsen e d ) Geadviseerd wordt om te screenen op voedingstoestand gedurende een wachtlijstperiode pre-operatief, binnen ## uur na opname in het ziekenhuis en bij verandering van de conditie Na een eerste grove screening worden risicopatiënten geselecteerd die in aanmerking komen voor het nauwkeurig bepalen van de voedingstoestand Indien de patiënt werkelijk ondervoed is of een verhoogd risico loopt op ondervoeding wordt een adequate voedingsinterventie gestart (<PERSOON>, ###) Een voorbeeld van een snel en eenvoudig De werkgroep hanteert als definitie van ondervoeding.
578
nvmdl
opname dient het lichaamsgewicht # keer per week te worden bepaald Bij patiënten bij wie het gewicht niet bruikbaar is voor het berekenen van de BMI, bijvoorbeeld als gevolg van vochtretentie, is de meting van de handknijpkracht de eerste Biochemische parameters kunnen slechts beperkt gebruikt worden voor het bepalen van de Het albumine wordt sterk beïnvloed door de ernst van de ziekte Een albuminewaarde binnen de normale range sluit ondervoeding niet uit De klinische blik dient meegenomen te worden bij het bepalen van de voedingstoestand, Een voedingsanamnese heeft een beperkte waarde bij de diagnostiek van ondervoeding Een voedingsanamnese is het juiste instrument voor de diëtist om de ingezette Om in de praktijk patiënten met (risico op) ondervoeding op een eenvoudige en snelle manier te screenen, zijn nationaal en internationaal diverse (ziektespecifieke) screeningslijsten ontwikkeld Een screeningslijst bestaat veelal uit een combinatie van subjectieve en objectieve parameters Het moet een snel, eenvoudig, valide en reproduceerbaar instrument zijn, dat ingevuld kan worden door diverse hulpverleners (verpleegkundigen, huisartsen e d ) Geadviseerd wordt om te screenen op voedingstoestand gedurende een wachtlijstperiode pre-operatief, binnen ## uur na opname in het ziekenhuis en bij verandering van de conditie Na een eerste grove screening worden risicopatiënten geselecteerd die in aanmerking komen voor het nauwkeurig bepalen van de voedingstoestand Indien de patiënt werkelijk ondervoed is of een verhoogd risico loopt op ondervoeding wordt een adequate voedingsinterventie gestart (<PERSOON>, ###) Een voorbeeld van een snel en eenvoudig De werkgroep hanteert als definitie van ondervoeding Wanneer we uitgaan van deze definitie kunnen sommige screeningslijsten niet langer worden gezien als een voorspeller van ondervoeding, zoals de SNAQ, maar als diagnostisch instrument Een goed voorbeeld hiervan is de <PERSOON>) De MUST geeft immers informatie over zowel BMI als ongewenst gewichtsverlies en de MNA (Mini Nutritional Assessment) worden respectievelijk voor patiënten in de thuissituatie, gedurende ziekenhuisopname en bij ouderen geadviseerd door ESPEN Op <DATUM> is het project '<PERSOON> herkenning en behandeling van ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen' van start gegaan, en valt onder het <PERSOON> Beter programma van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport De projectgroep beveelt minimaal het gebruik van de SNAQ aan, maar bij voorkeur de MUST De definitie van ondervoeding die wordt gehanteerd door de werkgroep, maakt van de SNAQ een voorspellend en van de MUST een diagnostisch Een screeningslijst voor het bepalen van de voedingstoestand moet een Een positieve screening op ondervoeding moet gevolgd worden door een De werkgroep hecht er belang aan dat screening en diagnostiek van ondervoeding wordt opgenomen in het (electronisch) patiënten dossier Het is wenselijk te screenen preoperatief, binnen ## uur na opname, # keer per # weken tijdens langdurige opname en bij ontslag Het lichaamsgewicht dient # keer per week tijdens opname te worden bepaald om Geadviseerd wordt om te screenen op ondervoeding zodra de patiënt in het perioperatieve traject komt, bij opname in en ontslag uit het ziekenhuis Bij langdurige opnames () #.
566
nvmdl
uitgaan van deze definitie kunnen sommige screeningslijsten niet langer worden gezien als een voorspeller van ondervoeding, zoals de SNAQ, maar als diagnostisch instrument Een goed voorbeeld hiervan is de <PERSOON>) De MUST geeft immers informatie over zowel BMI als ongewenst gewichtsverlies en de MNA (Mini Nutritional Assessment) worden respectievelijk voor patiënten in de thuissituatie, gedurende ziekenhuisopname en bij ouderen geadviseerd door ESPEN Op <DATUM> is het project '<PERSOON> herkenning en behandeling van ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen' van start gegaan, en valt onder het <PERSOON> Beter programma van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport De projectgroep beveelt minimaal het gebruik van de SNAQ aan, maar bij voorkeur de MUST De definitie van ondervoeding die wordt gehanteerd door de werkgroep, maakt van de SNAQ een voorspellend en van de MUST een diagnostisch Een screeningslijst voor het bepalen van de voedingstoestand moet een Een positieve screening op ondervoeding moet gevolgd worden door een De werkgroep hecht er belang aan dat screening en diagnostiek van ondervoeding wordt opgenomen in het (electronisch) patiënten dossier Het is wenselijk te screenen preoperatief, binnen ## uur na opname, # keer per # weken tijdens langdurige opname en bij ontslag Het lichaamsgewicht dient # keer per week tijdens opname te worden bepaald om Geadviseerd wordt om te screenen op ondervoeding zodra de patiënt in het perioperatieve traject komt, bij opname in en ontslag uit het ziekenhuis Bij langdurige opnames () # De werkgroep is van mening dat het screeningsinstrument dient te worden opgenomen in Baxter JP Problems of nutritional assessment in the acute setting <PERSOON> support in cancer patiënts <PERSOON> ### <PERSOON>;##(# <PERSOON> E Het diëtistisch consult tweede druk ed <PERSOON> MF Nutritional and metabolic assessment of the hospitalized patiënt <PERSOON> AC, <PERSOON-##> JE, Coelho JC Nutritional aspects of liver transplantation Curr Opin Clin Nutr Chumlea WC, <PERSOON-##> AF, Steinbaugh ML Estimating stature from knee height for persons ## to ## <PERSOON-##> S Use of BMI in the assessment of undernutrition in older subjects reflecting on practice Proc Nutr Soc ### Aug;##(#) #<DATUM> Corish CA Pre-operative nutritional assessment in the elderly <PERSOON-##> screening pitfalls of nutritional screening in the injured obese patiënt <PERSOON-##> screening and assessment in cancer-associated malnutrition <PERSOON-##> JP Anthropometric reference data for international use recommendations from a <PERSOON-##> ### Oct;##(#) ###-# Dwyer JT Dietary assessment In Shils ME, Olson JA, Shike M, editors Modern Nutrition in health.
561
nvmdl
worden opgenomen in Baxter JP Problems of nutritional assessment in the acute setting <PERSOON> support in cancer patiënts <PERSOON> ### <PERSOON>;##(# <PERSOON> E Het diëtistisch consult tweede druk ed <PERSOON> MF Nutritional and metabolic assessment of the hospitalized patiënt <PERSOON> AC, <PERSOON> JE, Coelho JC Nutritional aspects of liver transplantation Curr Opin Clin Nutr Chumlea WC, <PERSOON> AF, Steinbaugh ML Estimating stature from knee height for persons ## to ## <PERSOON> S Use of BMI in the assessment of undernutrition in older subjects reflecting on practice Proc Nutr Soc ### Aug;##(#) #<DATUM> Corish CA Pre-operative nutritional assessment in the elderly <PERSOON-##> screening pitfalls of nutritional screening in the injured obese patiënt <PERSOON-##> screening and assessment in cancer-associated malnutrition <PERSOON-##> JP Anthropometric reference data for international use recommendations from a <PERSOON-##> ### Oct;##(#) ###-# Dwyer JT Dietary assessment In Shils ME, Olson JA, Shike M, editors Modern Nutrition in health Prevalence of malnutrition on admission to four hospitals in <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> RJ To screen or not to screen for adult malnutrition? <PERSOON-##> KL Accuracy of self-reported height and weight in women an integrative review of the literature <PERSOON-##> screening and assessment tools for use by nurses literature review Guidelines for the use of parenteral and enteral nutrition in adult and pediatric patiënts <PERSOON-##> S, et al How accurately are height, weight and leg length reported by the elderly, and how closely are they related to measurements <PERSOON-##> JQ Hand grip strength an indicator of nutritional state and the mix of postoperative complications in patiënts with oral and maxillofacial cancers <PERSOON-##> TS, <PERSOON-##> ME Lower leg length as an index of stature in adults <PERSOON-##> JM Nutrition assessment and support of organ transplant recipients <PERSOON-##> KN, Detsky AS, Baker JP Assessment of nutritional status <PERSOON-##> M, et al Nutrition support in clinical practice.
508
nvmdl
four hospitals in <PERSOON> ### <PERSOON> RJ To screen or not to screen for adult malnutrition? <PERSOON> KL Accuracy of self-reported height and weight in women an integrative review of the literature <PERSOON> screening and assessment tools for use by nurses literature review Guidelines for the use of parenteral and enteral nutrition in adult and pediatric patiënts <PERSOON> S, et al How accurately are height, weight and leg length reported by the elderly, and how closely are they related to measurements <PERSOON> JQ Hand grip strength an indicator of nutritional state and the mix of postoperative complications in patiënts with oral and maxillofacial cancers <PERSOON> TS, <PERSOON> ME Lower leg length as an index of stature in adults <PERSOON> JM Nutrition assessment and support of organ transplant recipients <PERSOON-##> KN, Detsky AS, Baker JP Assessment of nutritional status <PERSOON-##> M, et al Nutrition support in clinical practice National Institutes of Health, American Society for Parenteral and Enteral Nutrition, and American Society for <PERSOON-##> SJ Relation of anthropometric and dynamometric variables to serious postoperative complications Br Med J ### Oct #;###(###) ### Kondrup J, <PERSOON-##> SP, <PERSOON-##> guidelines for nutrition screening ### <PERSOON-##> GA, Cheriex EC, et al Influence of fluid status on techniques used to assess body composition in peritoneal dialysis patiënts <PERSOON-##> HM, Van Tulder <PERSOON-##> JC, <PERSOON-##>-de van der Schueren MA Effectiveness and cost-effectiveness of early screening and treatment of malnourished patiënts <PERSOON-##>-de van der Schueren MA Development and validation of a hospital screening tool for malnutrition the short nutritional <PERSOON-##> of age on validity of self-reported height, weight, and body mass index findings from the Third National Health and Nutrition Examination Survey, <PERSOON-##> use of armspan in nutritional assessment of the elderly <PERSOON-##> Soc <PERSOON-##> of tools for nutritional assessment and screening at hospital admission a population study Clin Nutr ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## <PERSOON-##> TG, <PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> standardization reference manual.
525
nvmdl
Enteral Nutrition, and American Society for <PERSOON> SJ Relation of anthropometric and dynamometric variables to serious postoperative complications Br Med J ### Oct #;###(###) ### Kondrup J, <PERSOON> SP, <PERSOON> guidelines for nutrition screening ### <PERSOON> GA, Cheriex EC, et al Influence of fluid status on techniques used to assess body composition in peritoneal dialysis patiënts <PERSOON> HM, Van Tulder <PERSOON> JC, <PERSOON>-de van der Schueren MA Effectiveness and cost-effectiveness of early screening and treatment of malnourished patiënts <PERSOON>-de van der Schueren MA Development and validation of a hospital screening tool for malnutrition the short nutritional <PERSOON> of age on validity of self-reported height, weight, and body mass index findings from the Third National Health and Nutrition Examination Survey, <PERSOON-##> use of armspan in nutritional assessment of the elderly <PERSOON-##> Soc <PERSOON-##> of tools for nutritional assessment and screening at hospital admission a population study Clin Nutr ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## <PERSOON-##> TG, <PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> standardization reference manual <PERSOON-##> of clinical judgement in evaluation of the nutritional status of surgical patiënts <PERSOON-##> ### Dec;##(##) ###<DATUM> McClave SA, Snider HL, Spain DA Preoperative issues in clinical nutrition <PERSOON-##> C <PERSOON-##> we justify continued interest in indirect calorimetry? Nutr McWhirter JP, Pennington CR Incidence and recognition of malnutrition in hospital Br Med J ### <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> reliably identifies malnutrition-related muscle dysfunction <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> measurements in the elderly age and Pichard C, <PERSOON-##> UG Body composition measurements during wasting diseases Curr Opin Clin Nutr Reilly HM Screening for nutritional risk Proc Nutr Soc ### Nov;##(#) ###-## Rowland ML Self-reported weight and height <PERSOON-##> ### Dec;##(#) ###-## <PERSOON-##> EA, Appleby PN, <PERSOON-##> GK, Key TJ Validity of self-reported height and weight in ### <PERSOON-##> AW, Dal GE, <PERSOON-##> TK, Chittleborough CR, <PERSOON-##> RJ, et al How valid are selfreported height and weight? A comparison between CATI self-report and clinic measurements using a large cohort study <PERSOON-##> between handgrip strength, subjective global.
615
nvmdl
<PERSOON> of clinical judgement in evaluation of the nutritional status of surgical patiënts <PERSOON> ### Dec;##(##) ###<DATUM> McClave SA, Snider HL, Spain DA Preoperative issues in clinical nutrition <PERSOON> C <PERSOON> we justify continued interest in indirect calorimetry? Nutr McWhirter JP, Pennington CR Incidence and recognition of malnutrition in hospital Br Med J ### <PERSOON> M, <PERSOON> reliably identifies malnutrition-related muscle dysfunction <PERSOON> C, <PERSOON> measurements in the elderly age and Pichard C, <PERSOON> UG Body composition measurements during wasting diseases Curr Opin Clin Nutr Reilly HM Screening for nutritional risk Proc Nutr Soc ### Nov;##(#) ###-## Rowland ML Self-reported weight and height <PERSOON-##> ### Dec;##(#) ###-## <PERSOON-##> EA, Appleby PN, <PERSOON-##> GK, Key TJ Validity of self-reported height and weight in ### <PERSOON-##> AW, Dal GE, <PERSOON-##> TK, Chittleborough CR, <PERSOON-##> RJ, et al How valid are selfreported height and weight? A comparison between CATI self-report and clinic measurements using a large cohort study <PERSOON-##> between handgrip strength, subjective global <PERSOON-##> AY, Sea MM, <PERSOON-##> ZS, Lui SF, <PERSOON-##> of handgrip strength as a nutritional marker and prognostic indicator in peritoneal dialysis patiënts <PERSOON-##> AR, Newman LA, <PERSOON-##> JB Hand grip dynamometry as a predictor of postoperative complications reappraisal using age standardized grip strengths <PERSOON-##> JA, Hill GL Grip strength a measure of the proportion of protein loss in surgical patiënts Br World Health Organization Physical status the use and interpretation of anthropometry Report of a <PERSOON-##> No WHO Technical World Health Organization Expert consultation Appropriate body-mass index for Asian populations and its implications for policy and intervention strategies <PERSOON-##> algemene inleiding en hoofdstuk # zijn de gevaren en de diagnostiek van ondervoeding bij patiënten, die geopereerd moeten worden, besproken In dit hoofdstuk zal de nadruk gelegd worden op de noodzakelijke duur en toegangsweg van preoperatieve voeding bij ondervoeding Voor de samenstelling van preoperatieve voeding zullen de Aangezien er onzekerheid is over de waarde van dieetadviezen aan de patiënt bij ziekte gerelateerde ondervoeding, zullen alleen studies waarbij daadwerkelijk supplementen of (par)enterale voeding zijn toegediend in de overwegingen betrokken worden (Baldwin, ###, Alleen studies met “standaard (par)enterale voeding worden in dit deel van de richtlijn betrokken.
587
nvmdl
Lui SF, <PERSOON> of handgrip strength as a nutritional marker and prognostic indicator in peritoneal dialysis patiënts <PERSOON> AR, Newman LA, <PERSOON> JB Hand grip dynamometry as a predictor of postoperative complications reappraisal using age standardized grip strengths <PERSOON> JA, Hill GL Grip strength a measure of the proportion of protein loss in surgical patiënts Br World Health Organization Physical status the use and interpretation of anthropometry Report of a <PERSOON> No WHO Technical World Health Organization Expert consultation Appropriate body-mass index for Asian populations and its implications for policy and intervention strategies <PERSOON> algemene inleiding en hoofdstuk # zijn de gevaren en de diagnostiek van ondervoeding bij patiënten, die geopereerd moeten worden, besproken In dit hoofdstuk zal de nadruk gelegd worden op de noodzakelijke duur en toegangsweg van preoperatieve voeding bij ondervoeding Voor de samenstelling van preoperatieve voeding zullen de Aangezien er onzekerheid is over de waarde van dieetadviezen aan de patiënt bij ziekte gerelateerde ondervoeding, zullen alleen studies waarbij daadwerkelijk supplementen of (par)enterale voeding zijn toegediend in de overwegingen betrokken worden (Baldwin, ###, Alleen studies met “standaard (par)enterale voeding worden in dit deel van de richtlijn betrokken # en De eerste grote (n=###) gerandomiseerde studie naar het nut van perioperatieve voeding (#-## dagen preoperatief en # dagen postoperatief) toonde alleen een potentieel nuttig effect Een meta-analyse uit ### naar het effect van preoperatieve parenterale voeding op postoperatieve complicaties identificeerde ## prospectieve, gerandomiseerde, gecontroleerde trials (PRCT’s), met in totaal ### patiënten en een grote variatie in geïncludeerde patiënten hadden maagdarmkanker De meerderheid was ondervoed (gedefinieerd als gewichtsverlies ) ##%, dan wel gebaseerd op een nutritionele formule) De parenterale kcal/kg/dg (spreiding ##-## kcal) De duur van preoperatieve toediening was <DATUM> dagen De gepoolde data lieten een vermindering van ##% in de frequentie van postoperatieve complicaties zien Er was geen effect op de mortaliteit In deze meta-analyse was de duur van preoperatieve voeding min of meer constant Er kunnen dus geen uitspraken gedaan worden over het effect van korter of langer voeden De variabiliteit in grootte en samenstelling van de verschillende studies liet geen analyse toe van het effect van de samenstelling van de parenterale voeding Aangezien de hoeveelheid eiwit in de voeding overeenkomt met de aanbevelingen zoals geformuleerd (op heel andere gronden), lijkt het aanbeveling te verdienen hier niet van af te wijken tot nieuwere gegevens In dezelfde meta-analyse werden # PRCT’s naar het effect van enterale voeding geïdentificeerd met in totaal ### patiënten De resultaten spraken elkaar tegen Een latere meta-analyse van ## PRCT’s met in totaal ### patiënten bevestigde de gegevens betreffende het nut van preoperatieve parenterale voeding bij ondervoede patiënten met dien verstande dat de positieve conclusie aangaande de vermindering van.
586
nvmdl
perioperatieve voeding (#-## dagen preoperatief en # dagen postoperatief) toonde alleen een potentieel nuttig effect Een meta-analyse uit ### naar het effect van preoperatieve parenterale voeding op postoperatieve complicaties identificeerde ## prospectieve, gerandomiseerde, gecontroleerde trials (PRCT’s), met in totaal ### patiënten en een grote variatie in geïncludeerde patiënten hadden maagdarmkanker De meerderheid was ondervoed (gedefinieerd als gewichtsverlies ) ##%, dan wel gebaseerd op een nutritionele formule) De parenterale kcal/kg/dg (spreiding ##-## kcal) De duur van preoperatieve toediening was <DATUM> dagen De gepoolde data lieten een vermindering van ##% in de frequentie van postoperatieve complicaties zien Er was geen effect op de mortaliteit In deze meta-analyse was de duur van preoperatieve voeding min of meer constant Er kunnen dus geen uitspraken gedaan worden over het effect van korter of langer voeden De variabiliteit in grootte en samenstelling van de verschillende studies liet geen analyse toe van het effect van de samenstelling van de parenterale voeding Aangezien de hoeveelheid eiwit in de voeding overeenkomt met de aanbevelingen zoals geformuleerd (op heel andere gronden), lijkt het aanbeveling te verdienen hier niet van af te wijken tot nieuwere gegevens In dezelfde meta-analyse werden # PRCT’s naar het effect van enterale voeding geïdentificeerd met in totaal ### patiënten De resultaten spraken elkaar tegen Een latere meta-analyse van ## PRCT’s met in totaal ### patiënten bevestigde de gegevens betreffende het nut van preoperatieve parenterale voeding bij ondervoede patiënten met dien verstande dat de positieve conclusie aangaande de vermindering van teruggebracht werd tot een trend (Heyland, ###a) Een en ander bleek te wijten aan heterogeniteit van de gerapporteerde studies, in die zin dat in de studies voor ### gepubliceerd er wel een significant verschil in complicaties gerapporteerd werd, terwijl dit voor studies na ### gepubliceerd niet het geval was <PERSOON>-analyses gericht op het effect van enterale voeding voor optimalisatie van de preoperatieve voedingstoestand ontbreken (Weimann, ###) Er zijn weinig studies naar het effect van preoperatieve enterale voeding op complicaties bij ondervoede patiënten (<PERSOON>-De van der Schueren, ###; Von Meyenfeldt, ###) Beide studies betroffen kankerpatiënten De duur van preoperatieve voedingsinterventie was ~ ## dagen in beide studies De ene studie (<PERSOON>-de van der Schueren, ###) toonde geen positief effect van enterale voeding; dit was wellicht toe te schrijven aan een te gering verschil in voedselinname tussen de controle arm en de voedingsinterventie arm en een te gering aantal patiënten per studie arm (~ ## patiënten) <PERSOON> studie had ~ ## patiënten per studie arm Er waren # groepen met ondervoede patiënten, die gedurende ## dagen voor de operatie of parenterale of enterale voeding kregen dan wel meteen geopereerd werden De controlegroep was goed gevoed en werd meteen geopereerd In de ondervoede groep zonder voedingsinterventie traden significant meer septische complicaties op vergeleken met de controlegroep In de beide groepen met voedingsinterventie was de incidentie van complicaties gelijk aan de controlegroep De aard van de toegangsweg had geen invloed op de frequentie van complicaties.
649
nvmdl
tot een trend (Heyland, ###a) Een en ander bleek te wijten aan heterogeniteit van de gerapporteerde studies, in die zin dat in de studies voor ### gepubliceerd er wel een significant verschil in complicaties gerapporteerd werd, terwijl dit voor studies na ### gepubliceerd niet het geval was <PERSOON>-analyses gericht op het effect van enterale voeding voor optimalisatie van de preoperatieve voedingstoestand ontbreken (Weimann, ###) Er zijn weinig studies naar het effect van preoperatieve enterale voeding op complicaties bij ondervoede patiënten (<PERSOON>-De van der Schueren, ###; Von Meyenfeldt, ###) Beide studies betroffen kankerpatiënten De duur van preoperatieve voedingsinterventie was ~ ## dagen in beide studies De ene studie (<PERSOON>-de van der Schueren, ###) toonde geen positief effect van enterale voeding; dit was wellicht toe te schrijven aan een te gering verschil in voedselinname tussen de controle arm en de voedingsinterventie arm en een te gering aantal patiënten per studie arm (~ ## patiënten) <PERSOON> studie had ~ ## patiënten per studie arm Er waren # groepen met ondervoede patiënten, die gedurende ## dagen voor de operatie of parenterale of enterale voeding kregen dan wel meteen geopereerd werden De controlegroep was goed gevoed en werd meteen geopereerd In de ondervoede groep zonder voedingsinterventie traden significant meer septische complicaties op vergeleken met de controlegroep In de beide groepen met voedingsinterventie was de incidentie van complicaties gelijk aan de controlegroep De aard van de toegangsweg had geen invloed op de frequentie van complicaties enterale voeding met het geringe aantal patiënten (in totaal ~ ### patiënten verdeeld over meerdere behandelingsarmen) maakt de waarde van preoperatieve enterale voeding Er is geen systematisch onderzoek gedaan naar de optimale duur van preoperatieve (parenterale) voeding In studies naar het effect van preoperatieve voeding kregen de patiënten, die gerandomiseerd werden voor voeding, deze meestal ) # dagen In deze groep werd ook een gunstig effect gezien van deze interventie Dit was reden voor de experts, die deelnamen aan een conferentie, die gesponsord werd door het National Institute of Health, American Society for Parenteral and Enteral Nutrition en de American Society for Clinical De heterogeniteit van de studies zonder duidelijke verantwoording over de samenstelling is wellicht de verklaring voor de afwezigheid van een overtuigend positief effect van preoperatieve voeding bij ondervoede patiënten Dit klemt des te meer, omdat het effect van voedinginterventie op de incidentie van postoperatieve complicaties wellicht niet groter is Experts zijn van mening dat de tijdsduur van optimalisatie van de preoperatieve voedingstoestand tenminste <DATUM> dagen dient te bedragen Gezien de onzekerheid over het effect van dieetadviezen (Baldwin, ###, ###) lijkt bij ernstige ondervoeding het onmiddellijk starten van kunstvoeding enteraal (supplementen of “tube feeding”) of parenteraal gewenst Er zijn geen meta-analyses gepubliceerd, die gekeken hebben naar verschillen in effectiviteit en/of bijwerkingen tussen parenterale en enterale voeding gegeven voor het optimaliseren van de preoperatieve voedingstoestand <PERSOON>-analyses gericht op de verschillen in werking en bijwerkingen, in meer algemene zin, laten geen duidelijk verschil in effectiviteit zien tussen beide behandelingsmodaliteiten.
625
nvmdl
met het geringe aantal patiënten (in totaal ~ ### patiënten verdeeld over meerdere behandelingsarmen) maakt de waarde van preoperatieve enterale voeding Er is geen systematisch onderzoek gedaan naar de optimale duur van preoperatieve (parenterale) voeding In studies naar het effect van preoperatieve voeding kregen de patiënten, die gerandomiseerd werden voor voeding, deze meestal ) # dagen In deze groep werd ook een gunstig effect gezien van deze interventie Dit was reden voor de experts, die deelnamen aan een conferentie, die gesponsord werd door het National Institute of Health, American Society for Parenteral and Enteral Nutrition en de American Society for Clinical De heterogeniteit van de studies zonder duidelijke verantwoording over de samenstelling is wellicht de verklaring voor de afwezigheid van een overtuigend positief effect van preoperatieve voeding bij ondervoede patiënten Dit klemt des te meer, omdat het effect van voedinginterventie op de incidentie van postoperatieve complicaties wellicht niet groter is Experts zijn van mening dat de tijdsduur van optimalisatie van de preoperatieve voedingstoestand tenminste <DATUM> dagen dient te bedragen Gezien de onzekerheid over het effect van dieetadviezen (Baldwin, ###, ###) lijkt bij ernstige ondervoeding het onmiddellijk starten van kunstvoeding enteraal (supplementen of “tube feeding”) of parenteraal gewenst Er zijn geen meta-analyses gepubliceerd, die gekeken hebben naar verschillen in effectiviteit en/of bijwerkingen tussen parenterale en enterale voeding gegeven voor het optimaliseren van de preoperatieve voedingstoestand <PERSOON>-analyses gericht op de verschillen in werking en bijwerkingen, in meer algemene zin, laten geen duidelijk verschil in effectiviteit zien tussen beide behandelingsmodaliteiten Ernstiger bijwerkingen zoals sepsis komen vaker voor bij parenterale voeding (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###), maar dit geldt niet voor pneumonie (<PERSOON> komen vaker voor bij hyperglycemie Parenterale voeding veroorzaakt vaker hyperglycemie Gesuggereerd wordt dat de huidige nadruk op betere glucoseregulatie de verschillen in de incidentie van infecties tussen beide behandelingsmodaliteiten zou kunnen Toediening van enterale voeding geeft vaker problemen dan parenterale voeding, zodat in afwezigheid van een zeer strict protocol, de cumulatieve hoeveelheid voeding, die gegeven wordt bij enterale voeding aanzienlijk kan verschillen van de voorgeschreven hoeveelheid, een mogelijkheid (Braunschweig, ###) die bij parenterale voeding veel minder voorkomt In afwezigheid van een vitale operatie-indicatie bij de diagnose ondervoeding wordt een preoperatieve periode van voedingsinterventie van tenminste <DATUM> dagen in acht genomen Bij het optimaliseren van de preoperatieve voedingstoestand dient uiterste aandacht te bestaan voor het iedere dag toedienen van de volledige hoeveelheid voorgeschreven voeding De enterale route heeft daarbij de voorkeur, maar dient zo nodig gecombineerd te worden met de parenterale route afhankelijk van intestinale tolerantie en de Het nut van voedingsinterventies zoals dieetadviezen en eiwitverrijkte voedingsupplementen bij ziekte gerelateerde ondervoeding is geëvalueerd in een ‘systematic review’ (Baldwin, ###) Studies die werden geïncludeerd omvatten ondervoede patiënten die een van de volgende interventies ondergingen voedingadvies door een diëtiste versus geen voedingadvies of een voedingsupplement versus voedingsupplement in combinatie met een voedingadvies Een voedingadvies had als doel om de voedselinname te verbeteren en een voedingsupplement was een eiwitverrijkte drank.
596
nvmdl
bijwerkingen zoals sepsis komen vaker voor bij parenterale voeding (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###), maar dit geldt niet voor pneumonie (<PERSOON> komen vaker voor bij hyperglycemie Parenterale voeding veroorzaakt vaker hyperglycemie Gesuggereerd wordt dat de huidige nadruk op betere glucoseregulatie de verschillen in de incidentie van infecties tussen beide behandelingsmodaliteiten zou kunnen Toediening van enterale voeding geeft vaker problemen dan parenterale voeding, zodat in afwezigheid van een zeer strict protocol, de cumulatieve hoeveelheid voeding, die gegeven wordt bij enterale voeding aanzienlijk kan verschillen van de voorgeschreven hoeveelheid, een mogelijkheid (Braunschweig, ###) die bij parenterale voeding veel minder voorkomt In afwezigheid van een vitale operatie-indicatie bij de diagnose ondervoeding wordt een preoperatieve periode van voedingsinterventie van tenminste <DATUM> dagen in acht genomen Bij het optimaliseren van de preoperatieve voedingstoestand dient uiterste aandacht te bestaan voor het iedere dag toedienen van de volledige hoeveelheid voorgeschreven voeding De enterale route heeft daarbij de voorkeur, maar dient zo nodig gecombineerd te worden met de parenterale route afhankelijk van intestinale tolerantie en de Het nut van voedingsinterventies zoals dieetadviezen en eiwitverrijkte voedingsupplementen bij ziekte gerelateerde ondervoeding is geëvalueerd in een ‘systematic review’ (Baldwin, ###) Studies die werden geïncludeerd omvatten ondervoede patiënten die een van de volgende interventies ondergingen voedingadvies door een diëtiste versus geen voedingadvies of een voedingsupplement versus voedingsupplement in combinatie met een voedingadvies Een voedingadvies had als doel om de voedselinname te verbeteren en een voedingsupplement was een eiwitverrijkte drank patiënten opgenomen in het ‘systematic review’ Geen van de interventies resulteerde in een verminderde morbiditeit of mortaliteit (Baldwin, ###, ###) De auteurs concluderen dat voedingadviezen geen effect resulteren in ziektegerelateerde ondervoeding en dat lijkt dat het voorschrijven van een voedingsupplement zinvoller is vergeleken met dieetadviezen Het is niet bewezen dat patiënten met een ziekte gerelateerde Bij de diagnose ondervoeding dient gestart te worden met kunstvoeding en niet eerst te worden getracht via dieetadviezen de voedingstoestand te verbeteren Ondervoede patiënten die een grote ingreep moeten ondergaan, hebben een twee tot drie keer grotere kans op ernstige en minder ernstige morbiditeit en mortaliteit (Bozetti, ###; Gallagher-Allred, ###; Nakamura zj ; Von Meyenfeldt, ###) In een vier-armige studie werden ondervoede patiënten die een grote gastro-intestinale ingreep moesten ondergaan, preoperatief geoptimaliseerd met parenterale of enterale voeding en vergeleken met een controlegroep patiënten zonder ondervoeding en een controlegroep bestaande uit ondervoede patiënten zonder voedinginterventie De groep ondervoede patiënten zonder voedinginterventie had het hoogste percentage complicaties (Von Meyenfeldt, ###) De auteurs concluderen dat het zinvol is om ernstig ondervoede patiënten gedurende ## tot ## dagen preoperatief met een voedingsinterventie, enteraal of parenteraal, te optimaliseren ook indien dit betekent dat de operatie uitgesteld moet worden (Von Meyenfeldt, ###) Dit advies is conform de richtlijnen van de European Society of Parenteral and Enteral Nutrition (ESPEN) (Weiman, ###) In een review van een vijftal studies naar het effect van preoperatieve enterale of parenterale voeding werd het aantal complicaties met ##-##% gereduceerd (Bozetti, ###).
629
nvmdl
‘systematic review’ Geen van de interventies resulteerde in een verminderde morbiditeit of mortaliteit (Baldwin, ###, ###) De auteurs concluderen dat voedingadviezen geen effect resulteren in ziektegerelateerde ondervoeding en dat lijkt dat het voorschrijven van een voedingsupplement zinvoller is vergeleken met dieetadviezen Het is niet bewezen dat patiënten met een ziekte gerelateerde Bij de diagnose ondervoeding dient gestart te worden met kunstvoeding en niet eerst te worden getracht via dieetadviezen de voedingstoestand te verbeteren Ondervoede patiënten die een grote ingreep moeten ondergaan, hebben een twee tot drie keer grotere kans op ernstige en minder ernstige morbiditeit en mortaliteit (Bozetti, ###; Gallagher-Allred, ###; Nakamura zj ; Von Meyenfeldt, ###) In een vier-armige studie werden ondervoede patiënten die een grote gastro-intestinale ingreep moesten ondergaan, preoperatief geoptimaliseerd met parenterale of enterale voeding en vergeleken met een controlegroep patiënten zonder ondervoeding en een controlegroep bestaande uit ondervoede patiënten zonder voedinginterventie De groep ondervoede patiënten zonder voedinginterventie had het hoogste percentage complicaties (Von Meyenfeldt, ###) De auteurs concluderen dat het zinvol is om ernstig ondervoede patiënten gedurende ## tot ## dagen preoperatief met een voedingsinterventie, enteraal of parenteraal, te optimaliseren ook indien dit betekent dat de operatie uitgesteld moet worden (Von Meyenfeldt, ###) Dit advies is conform de richtlijnen van de European Society of Parenteral and Enteral Nutrition (ESPEN) (Weiman, ###) In een review van een vijftal studies naar het effect van preoperatieve enterale of parenterale voeding werd het aantal complicaties met ##-##% gereduceerd (Bozetti, ###) vergelijking tot alleen preoperatief, alleen postoperatief of geen voedingsupplement (Smedley, ###; Gianotti, ###) Het gebruik van een perioperatief voedingsupplement moeten ondergaan, hebben baat bij preoperatieve enterale of parenterale voedingsinterventie, ook indien dit uitstel van de operatie met ##-## Het verdient aanbeveling om ondervoede patiënten preoperatief gedurende tenminste <DATUM> dagen in een betere voedingstoestand te brengen, ook indien dit uitstel van de operatie betekent Enterale voedingsinterventie heeft de voorkeur boven parenterale voeding Dat de samenstelling van micro- en macronutriënten van een voedingsupplement het ziektebeloop kan beïnvloeden, is in meerdere, veelal experimentele, studies aangetoond De meest onderzochte nutriënten die een positief effect hebben zijn glutamine, arginine en omega-# meervoudig onverzadigde vetzuren (PUFA’s) In klinische studies zijn veelal combinaties van deze (immuno-)nutriënten gebruikt Ondanks kritiek in de literatuur over het gebruik van de combinatie arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden, lijkt deze keuze voor Ondanks vele experimentele studies is de enige studie met één en niet de combinatie van immunonutriënten gedaan bij ernstig ondervoede patiënten, die grote oncologische hoofdhals chirurgie moesten ondergaan (<PERSOON>-de van der Schueren, ###) De meeste studies naar preoperatieve voedingsinterventies zijn verricht met een nucleotiden In de meeste studies werd het preoperatieve beleid ook in de postoperatieve fase gecontinueerd Dit is het meest effectief gebleken m b t het aantal postoperatieve postoperatieve immunonutritie of geen voedingsinterventie (Braga, ###a) Een ander punt van kritiek is tevens dat het gebruikte preoperatieve verrijkte supplement niet isonitrogeen is met het preoperatieve controle supplement Het is echter technisch niet mogelijk om de twee.
658
nvmdl
geen voedingsupplement (Smedley, ###; Gianotti, ###) Het gebruik van een perioperatief voedingsupplement moeten ondergaan, hebben baat bij preoperatieve enterale of parenterale voedingsinterventie, ook indien dit uitstel van de operatie met ##-## Het verdient aanbeveling om ondervoede patiënten preoperatief gedurende tenminste <DATUM> dagen in een betere voedingstoestand te brengen, ook indien dit uitstel van de operatie betekent Enterale voedingsinterventie heeft de voorkeur boven parenterale voeding Dat de samenstelling van micro- en macronutriënten van een voedingsupplement het ziektebeloop kan beïnvloeden, is in meerdere, veelal experimentele, studies aangetoond De meest onderzochte nutriënten die een positief effect hebben zijn glutamine, arginine en omega-# meervoudig onverzadigde vetzuren (PUFA’s) In klinische studies zijn veelal combinaties van deze (immuno-)nutriënten gebruikt Ondanks kritiek in de literatuur over het gebruik van de combinatie arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden, lijkt deze keuze voor Ondanks vele experimentele studies is de enige studie met één en niet de combinatie van immunonutriënten gedaan bij ernstig ondervoede patiënten, die grote oncologische hoofdhals chirurgie moesten ondergaan (<PERSOON>-de van der Schueren, ###) De meeste studies naar preoperatieve voedingsinterventies zijn verricht met een nucleotiden In de meeste studies werd het preoperatieve beleid ook in de postoperatieve fase gecontinueerd Dit is het meest effectief gebleken m b t het aantal postoperatieve postoperatieve immunonutritie of geen voedingsinterventie (Braga, ###a) Een ander punt van kritiek is tevens dat het gebruikte preoperatieve verrijkte supplement niet isonitrogeen is met het preoperatieve controle supplement Het is echter technisch niet mogelijk om de twee bevat De enige mogelijkheid is extra glycine toevoegen wat echter zelf een immunonutriënt hoeveelheid eiwit in de vorm van melkserum (whey protein) wel hetzelfde evenals de hoeveelheid energie De opzet van de meeste studies is dat de patiënten thuis het voedingsupplement # à #x daags drinken en dit gebruiken als aanvulling op hun normale eten en drinken gedurende # tot ## dagen Postoperatief werd het voedingsbeleid, immunonutritie of controle voeding, gecontinueerd Patiënten met preoperatieve passagestoornissen Een preoperatief oraal voedingsupplement verrijkt met immunonutriënten gedurende # tot ## dagen preoperatief dat eventueel postoperatief gecontinueerd wordt, resulteerde bij electieve oncologische gastro-intestinale chirurgie (Gianotti, ###; Braga, ###a; Braga, ###b; Senkal, ###; Braga, ###), oncologische hoofd-hals chirurgie (Snyderman, ###) en hoog risico cardiochirurgie (Tepaske, ###) in minder postoperatieve complicaties en kortere postoperatieve opnameduur De gevonden positieve effecten zijn onafhankelijk van de preoperatieve voedingstatus van de patiënten hoewel de positieve effecten sterker zijn bij De positieve effecten van immunonutriënten bij electieve chirurgie zijn inmiddels beschreven in een drietal meta-analyses (Beale, ###; Heyland, ###b, Waitzberg ###) In de metaanalyse van Heyland (###) werd bij electieve chirurgie patiënten een halvering van het ###b) Overigens betreft het hierbij een subgroepanalyse binnen de gehele populatie in de meta-analyse Het is niet geheel duidelijk of de in de subgroep geïncludeerde studies homogeen zijn De heterogeniteit van de uitkomsten in deze meta-analyse maakt dat de het In een recentere meta-analyse van Waitzberg (###) ligt de reductie van infecties tussen de.
663
nvmdl
enige mogelijkheid is extra glycine toevoegen wat echter zelf een immunonutriënt hoeveelheid eiwit in de vorm van melkserum (whey protein) wel hetzelfde evenals de hoeveelheid energie De opzet van de meeste studies is dat de patiënten thuis het voedingsupplement # à #x daags drinken en dit gebruiken als aanvulling op hun normale eten en drinken gedurende # tot ## dagen Postoperatief werd het voedingsbeleid, immunonutritie of controle voeding, gecontinueerd Patiënten met preoperatieve passagestoornissen Een preoperatief oraal voedingsupplement verrijkt met immunonutriënten gedurende # tot ## dagen preoperatief dat eventueel postoperatief gecontinueerd wordt, resulteerde bij electieve oncologische gastro-intestinale chirurgie (Gianotti, ###; Braga, ###a; Braga, ###b; Senkal, ###; Braga, ###), oncologische hoofd-hals chirurgie (Snyderman, ###) en hoog risico cardiochirurgie (Tepaske, ###) in minder postoperatieve complicaties en kortere postoperatieve opnameduur De gevonden positieve effecten zijn onafhankelijk van de preoperatieve voedingstatus van de patiënten hoewel de positieve effecten sterker zijn bij De positieve effecten van immunonutriënten bij electieve chirurgie zijn inmiddels beschreven in een drietal meta-analyses (Beale, ###; Heyland, ###b, Waitzberg ###) In de metaanalyse van Heyland (###) werd bij electieve chirurgie patiënten een halvering van het ###b) Overigens betreft het hierbij een subgroepanalyse binnen de gehele populatie in de meta-analyse Het is niet geheel duidelijk of de in de subgroep geïncludeerde studies homogeen zijn De heterogeniteit van de uitkomsten in deze meta-analyse maakt dat de het In een recentere meta-analyse van Waitzberg (###) ligt de reductie van infecties tussen de de kosten ##% lager (Waitzberg, ###) In deze meta-analyse is slechts naar # product gekeken uit het spectrum aan beschikbare immunonutritie producten De meeste winst wordt geboekt bij electieve oncologische gastro-intestinale chirurgie waarbij preoperatief wordt gestart met # # -# L/dag van een voedingsupplement dat verrijkt is met hoge doseringen arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden gedurende # tot # dagen Dit is conform de richtlijnen van ESPEN (Weiman, ###) Andere patiënten die in aanmerking komen voor preoperatieve optimalisatie met een verrijkt voedingsupplement met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden zijn hoog risico cardiochirurgie patiënten, en mogelijk ook Het preoperatief optimaliseren van de voedingstoestand van patiënten die een voedingsupplement (#,# tot # L/dag) verrijkt met arginine, omega-# die electieve chirurgie moeten ondergaan met een voedingsupplement verrijkt met arginine, omega-# PUFAs en nucleotiden reduceert mogelijk het aantal postoperatieve infecties en verkort mogelijk de postoperatieve electieve oncologische hoofd-hals chirurgie moeten ondergaan met een PUFAs en nucleotiden gedurende minimaal # dagen reduceert het aantal Het preoperatief optimaliseren van de voedingstoestand van hoog risico Patiënten, die een levertransplantatie moeten ondergaan, lijken baat te hebben bij het preoperatief starten van een voedingsupplement (#,# - # L/dag) verrijkt met arginine, omega-# PUFAs en nucleotiden Het gebruik van voedingsupplementen verrijkt met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden lijkt op basis van de boven beschreven meta-analyses aan te bevelen Echter, op de studies van Heyland and Waitzberg is naar de mening van de werkgroep nogal wat kritiek te leveren De meta-analyse van Heyland toont alleen voor subgroepen positieve effecten op ligduur en optreden van complicatie en laat geen effect op mortaliteit zien.
685
nvmdl
naar # product gekeken uit het spectrum aan beschikbare immunonutritie producten De meeste winst wordt geboekt bij electieve oncologische gastro-intestinale chirurgie waarbij preoperatief wordt gestart met # # -# L/dag van een voedingsupplement dat verrijkt is met hoge doseringen arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden gedurende # tot # dagen Dit is conform de richtlijnen van ESPEN (Weiman, ###) Andere patiënten die in aanmerking komen voor preoperatieve optimalisatie met een verrijkt voedingsupplement met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden zijn hoog risico cardiochirurgie patiënten, en mogelijk ook Het preoperatief optimaliseren van de voedingstoestand van patiënten die een voedingsupplement (#,# tot # L/dag) verrijkt met arginine, omega-# die electieve chirurgie moeten ondergaan met een voedingsupplement verrijkt met arginine, omega-# PUFAs en nucleotiden reduceert mogelijk het aantal postoperatieve infecties en verkort mogelijk de postoperatieve electieve oncologische hoofd-hals chirurgie moeten ondergaan met een PUFAs en nucleotiden gedurende minimaal # dagen reduceert het aantal Het preoperatief optimaliseren van de voedingstoestand van hoog risico Patiënten, die een levertransplantatie moeten ondergaan, lijken baat te hebben bij het preoperatief starten van een voedingsupplement (#,# - # L/dag) verrijkt met arginine, omega-# PUFAs en nucleotiden Het gebruik van voedingsupplementen verrijkt met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden lijkt op basis van de boven beschreven meta-analyses aan te bevelen Echter, op de studies van Heyland and Waitzberg is naar de mening van de werkgroep nogal wat kritiek te leveren De meta-analyse van Heyland toont alleen voor subgroepen positieve effecten op ligduur en optreden van complicatie en laat geen effect op mortaliteit zien niet helder of de resulaten in deze subgroepen homogeen zijn Ook in de studie van Waitzberg is er sprake van een subgroepanalyse en ontbreken een aantal essentiële gegevens van de onderliggende studies Op de uitkomstmaat mortaliteit worden ook hier geen verschillen gevonden Tenslotte valt niet uit te sluiten dat er bij de studie van Waitzberg sprake is van belangenverstrengeling gezien de betrokkenheid van de producent van de voorgeschreven immunonutritie (er werd in deze meta-analyse slechts naar # product uit het Bij patiënten die grote oncologische gastro-intestinale ingrepen moeten ondergaan, is het starten van een voedingsupplement verrijkt met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden Bij patiënten die grote oncologische hoofd hals chirurgie, hoog risico cardiochirurgie of levertransplantatie moeten ondergaan, kan het starten van een voedingsupplement verrijkt met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden gedurende <DATUM> dagen voor de ingreep <PERSOON> T, <PERSOON> advice for illness-related malnutrition in adults <PERSOON> DJ Immunonutrition in the critically ill a systematic review of clinical <PERSOON> A, <PERSOON> VD Preoperative oral arginine and n-# fatty acid supplementation improves the immunometabolic host response and outcome after colorectal <PERSOON> approach in malnourished surgical <PERSOON> G et al Perioperative immunonutrition in patiënts undergoing cancer surgery results of a randomized double-blind phase # trial Arch Surg ###;##<DATUM> ## Braunschweig CL, <PERSOON> PM, <PERSOON> X.
606
nvmdl
helder of de resulaten in deze subgroepen homogeen zijn Ook in de studie van Waitzberg is er sprake van een subgroepanalyse en ontbreken een aantal essentiële gegevens van de onderliggende studies Op de uitkomstmaat mortaliteit worden ook hier geen verschillen gevonden Tenslotte valt niet uit te sluiten dat er bij de studie van Waitzberg sprake is van belangenverstrengeling gezien de betrokkenheid van de producent van de voorgeschreven immunonutritie (er werd in deze meta-analyse slechts naar # product uit het Bij patiënten die grote oncologische gastro-intestinale ingrepen moeten ondergaan, is het starten van een voedingsupplement verrijkt met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden Bij patiënten die grote oncologische hoofd hals chirurgie, hoog risico cardiochirurgie of levertransplantatie moeten ondergaan, kan het starten van een voedingsupplement verrijkt met arginine, omega-# PUFA’s en nucleotiden gedurende <DATUM> dagen voor de ingreep <PERSOON> T, <PERSOON> advice for illness-related malnutrition in adults <PERSOON> DJ Immunonutrition in the critically ill a systematic review of clinical <PERSOON> A, <PERSOON> VD Preoperative oral arginine and n-# fatty acid supplementation improves the immunometabolic host response and outcome after colorectal <PERSOON> approach in malnourished surgical <PERSOON> G et al Perioperative immunonutrition in patiënts undergoing cancer surgery results of a randomized double-blind phase # trial Arch Surg ###;##<DATUM> ## Braunschweig CL, <PERSOON> PM, <PERSOON> X a <PERSOON-##>, V A randomized controlled trial of preoperative oral supplementation with a specialized diet in patiënts with gastrointestinal cancer <PERSOON-##> care resources consumed to treat <PERSOON-##> L, <PERSOON-##> XY, Drover JW Total parenteral nutrition in the <PERSOON-##> JW, Jain M, <PERSOON-##> immunonutrition become routine in critically ill patiënts? A systematic review of the evidence JAMA ###b;##<DATUM> ## <PERSOON-##> support in clinical practice review of published data and recommendations for future research directions Am J <PERSOON-##> VA, Cornell JE, Smetana GW Strategies to reduce postoperative pulmonary complications after noncardiothoracic surgery systematic review for the American College of Physicians <PERSOON-##> of preoperative administration of [omega]-# fatty acid-enriched supplement on inflammatory and immune responses in patiënts undergoing major surgery for cancer NutritionIn Press, Corrected Proof <PERSOON-##> JV, Moran JL, Phillips-Hughes J A meta analysis of treatment outcomes of early enteral versus early parenteral nutrition in hospitalized patiënts Crit Care Med ###; #<DATUM> ### Plank LD, McCall JL, Gane EJ et al Pre- and postoperative immunonutrition in patiënts undergoing liver transplantation.
564
nvmdl
a <PERSOON>, V A randomized controlled trial of preoperative oral supplementation with a specialized diet in patiënts with gastrointestinal cancer <PERSOON> care resources consumed to treat <PERSOON> L, <PERSOON> XY, Drover JW Total parenteral nutrition in the <PERSOON> JW, Jain M, <PERSOON> immunonutrition become routine in critically ill patiënts? A systematic review of the evidence JAMA ###b;##<DATUM> ## <PERSOON> support in clinical practice review of published data and recommendations for future research directions Am J <PERSOON> VA, Cornell JE, Smetana GW Strategies to reduce postoperative pulmonary complications after noncardiothoracic surgery systematic review for the American College of Physicians <PERSOON> of preoperative administration of [omega]-# fatty acid-enriched supplement on inflammatory and immune responses in patiënts undergoing major surgery for cancer NutritionIn Press, Corrected Proof <PERSOON-##> JV, Moran JL, Phillips-Hughes J A meta analysis of treatment outcomes of early enteral versus early parenteral nutrition in hospitalized patiënts Crit Care Med ###; #<DATUM> ### Plank LD, McCall JL, Gane EJ et al Pre- and postoperative immunonutrition in patiënts undergoing liver transplantation <PERSOON-##> KH et al Outcome and cost-effectiveness of perioperative enteral immunonutrition in patiënts undergoing elective upper gastrointestinal tract surgery a prospective <PERSOON-##> L et al Reduced postoperative infections with an immuneenhancing nutritional supplement <PERSOON-##> HM et al Effect of preoperative oral immuneenhancing nutritional supplement on patiënts at high risk of infection after cardiac surgery a <PERSOON-##> Veterans Affairs Total Parenteral Nutrition Cooperative Study Group (TVATPNCSG) Perioperative Total parenteral nutrition in surgical patiënts <PERSOON-##>-De <PERSOON-##> JJ, von <PERSOON-##> BM et al Effect of perioperative nutrition, with and without arginine supplementation, on nutritional status, immune function, postoperative morbidity, and survival in severely malnourished head and neck cancer <PERSOON-##> L et al ESPEN Guidelines on Enteral Nutrition Surgery including Waitzberg DL, Saito H, Plank LD et al Postsurgical infections are reduced with specialized nutrition Zaloga GP Parenteral nutrition in adult patiënts with functioning gastrointestinal tracts assessment of In dit hoofdstuk over nuchterbeleid en voeding in de direct perioperatieve fase wordt onder het begrip ‘direct perioperatief’ verstaan de periode van ## uur voorafgaand aan een chirurgische ingreep, de periode van de ingreep zelf en het daarop volgende tijdsbestek tot.
517
nvmdl
###-## <PERSOON> KH et al Outcome and cost-effectiveness of perioperative enteral immunonutrition in patiënts undergoing elective upper gastrointestinal tract surgery a prospective <PERSOON> L et al Reduced postoperative infections with an immuneenhancing nutritional supplement <PERSOON> HM et al Effect of preoperative oral immuneenhancing nutritional supplement on patiënts at high risk of infection after cardiac surgery a <PERSOON> Veterans Affairs Total Parenteral Nutrition Cooperative Study Group (TVATPNCSG) Perioperative Total parenteral nutrition in surgical patiënts <PERSOON>-De <PERSOON> JJ, von <PERSOON> BM et al Effect of perioperative nutrition, with and without arginine supplementation, on nutritional status, immune function, postoperative morbidity, and survival in severely malnourished head and neck cancer <PERSOON> L et al ESPEN Guidelines on Enteral Nutrition Surgery including Waitzberg DL, Saito H, Plank LD et al Postsurgical infections are reduced with specialized nutrition Zaloga GP Parenteral nutrition in adult patiënts with functioning gastrointestinal tracts assessment of In dit hoofdstuk over nuchterbeleid en voeding in de direct perioperatieve fase wordt onder het begrip ‘direct perioperatief’ verstaan de periode van ## uur voorafgaand aan een chirurgische ingreep, de periode van de ingreep zelf en het daarop volgende tijdsbestek tot beloop Er is bewust gekozen om de laatste ## uur voor operatie en de operatie zelf bij dit hoofdstuk te behandelen aangezien er een zeer sterke relatie bestaat tussen het beleid onmiddellijk voor en tijdens operatie en de mogelijkheid om postoperatief efficiënt te voeden Om allerlei al dan niet moverende redenen is het in de meeste ziekenhuizen in <LOCATIE> nog steeds routine om patiënten voor allerlei operaties, maar ook voor vele al dan niet invasieve diagnostische of therapeutische ingrepen, nuchter te houden In het navolgende stuk wordt ingegaan op de wetenschappelijke basis voor het nuchter houden van patiënten In een recente Cochrane systematic review van ## gerandomiseerde gecontroleerde trials uitgevoerd bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar werd bestudeerd of patiënten die het standaard ‘niets per os vanaf middernacht’ beleid preoperatief volgden, minder kans hadden op complicaties geassocieerd met terugvloed van maaginhoud (aspiratie, regurgitatie, misselijkheid, etc) dan patiënten aan wie toegestaan werd om tot # uur voor operatie heldere vloeistoffen (maximaal volume ### ml - water, vruchtensap zonder vruchtvlees, koffie en thee zonder melk; geen alcoholische dranken) te drinken (<PERSOON> bleek dat patiënten die langdurig gevast werden een groter volume vloeistof in de maag hadden bij operatie dan patiënten die tot kort voor operatie mochten drinken Complicaties deden zich Een kortere preoperatieve vastperiode leidt niet tot een toegenomen risico op aspiratie, regurgitatie of gerelateerde morbiditeit vergeleken met het Bovengenoemde conclusie geldt voor groepen patiënten die geen speciale risicogroep zijn Voor subgroepen met toegenomen risico op aspiratie (obesen, ouderen, patiënten met.
550
nvmdl
om de laatste ## uur voor operatie en de operatie zelf bij dit hoofdstuk te behandelen aangezien er een zeer sterke relatie bestaat tussen het beleid onmiddellijk voor en tijdens operatie en de mogelijkheid om postoperatief efficiënt te voeden Om allerlei al dan niet moverende redenen is het in de meeste ziekenhuizen in <LOCATIE> nog steeds routine om patiënten voor allerlei operaties, maar ook voor vele al dan niet invasieve diagnostische of therapeutische ingrepen, nuchter te houden In het navolgende stuk wordt ingegaan op de wetenschappelijke basis voor het nuchter houden van patiënten In een recente Cochrane systematic review van ## gerandomiseerde gecontroleerde trials uitgevoerd bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar werd bestudeerd of patiënten die het standaard ‘niets per os vanaf middernacht’ beleid preoperatief volgden, minder kans hadden op complicaties geassocieerd met terugvloed van maaginhoud (aspiratie, regurgitatie, misselijkheid, etc) dan patiënten aan wie toegestaan werd om tot # uur voor operatie heldere vloeistoffen (maximaal volume ### ml - water, vruchtensap zonder vruchtvlees, koffie en thee zonder melk; geen alcoholische dranken) te drinken (<PERSOON> bleek dat patiënten die langdurig gevast werden een groter volume vloeistof in de maag hadden bij operatie dan patiënten die tot kort voor operatie mochten drinken Complicaties deden zich Een kortere preoperatieve vastperiode leidt niet tot een toegenomen risico op aspiratie, regurgitatie of gerelateerde morbiditeit vergeleken met het Bovengenoemde conclusie geldt voor groepen patiënten die geen speciale risicogroep zijn Voor subgroepen met toegenomen risico op aspiratie (obesen, ouderen, patiënten met Pre-operatief vasten vanaf middernacht is heden ten dage nog steeds standaard in veel klinieken, ter voorkoming van pulmonale aspiratie In een recent Cochrane systematic review wordt echter aangegeven dat voor deze routine geen wetenschappelijke onderbouwing bestaat langdurig pre-operatief vasten leidt niet tot een reductie in aspiratie, regurgitatie of daaraan gerelateerde morbiditeit (<PERSOON> waren zelfs minder bij patiënten aan wie werd toegestaan water te drinken pre-operatief tot vlak voor een electieve operatie (<PERSOON> vloeistoffen verlaten de maag binnen # uur, terwijl de meeste vaste voedselcomponenten de maag in <DATUM> uur verlaten (Ljungqvist, ###) Preoperatief vasten leidt tot dorst, stress bij de patiënt en draagt bij aan postoperatieve bevelen momenteel dan ook aan dat de patiënt vast voedsel mag nuttigen tot # uur voor een electieve operatie en heldere dranken tot # uur voor narcose (Eriksson, ###; Soreide, ###; American Society of Anesthesiologist Task Force on Preoperative Fasting, ###) Er is geen wetenschappelijk bewijs dat het routinematig nuchter houden van patiënten vanaf middernacht voorafgaand aan electieve operaties Een recente enquête onder gastro-intestinaal chirurgen in Noord-Europa toont aan dat er Helaas is daarbij duidelijk dat ook, en met name, in <LOCATIE> het beleid niet gebaseerd is op ‘<PERSOON> Evidence’ In dat licht zou er meer aandacht besteed moeten worden aan implementatie van best evidence in de praktijk (Urbach, ###) Patiënten worden preoperatief onnodig (lang) nuchter gehouden In de ogen van de Richtlijncommissie moeten patiënten in gevoede toestand geopereerd worden en niet gevast Om die reden moeten.
615
nvmdl
is heden ten dage nog steeds standaard in veel klinieken, ter voorkoming van pulmonale aspiratie In een recent Cochrane systematic review wordt echter aangegeven dat voor deze routine geen wetenschappelijke onderbouwing bestaat langdurig pre-operatief vasten leidt niet tot een reductie in aspiratie, regurgitatie of daaraan gerelateerde morbiditeit (<PERSOON> waren zelfs minder bij patiënten aan wie werd toegestaan water te drinken pre-operatief tot vlak voor een electieve operatie (<PERSOON> vloeistoffen verlaten de maag binnen # uur, terwijl de meeste vaste voedselcomponenten de maag in <DATUM> uur verlaten (Ljungqvist, ###) Preoperatief vasten leidt tot dorst, stress bij de patiënt en draagt bij aan postoperatieve bevelen momenteel dan ook aan dat de patiënt vast voedsel mag nuttigen tot # uur voor een electieve operatie en heldere dranken tot # uur voor narcose (Eriksson, ###; Soreide, ###; American Society of Anesthesiologist Task Force on Preoperative Fasting, ###) Er is geen wetenschappelijk bewijs dat het routinematig nuchter houden van patiënten vanaf middernacht voorafgaand aan electieve operaties Een recente enquête onder gastro-intestinaal chirurgen in Noord-Europa toont aan dat er Helaas is daarbij duidelijk dat ook, en met name, in <LOCATIE> het beleid niet gebaseerd is op ‘<PERSOON> Evidence’ In dat licht zou er meer aandacht besteed moeten worden aan implementatie van best evidence in de praktijk (Urbach, ###) Patiënten worden preoperatief onnodig (lang) nuchter gehouden In de ogen van de Richtlijncommissie moeten patiënten in gevoede toestand geopereerd worden en niet gevast Om die reden moeten Patiënten dienen preoperatief voor electieve operaties slechts # uur nuchter gehouden te worden voor heldere dranken en # uur voor vast voedsel Insulineresistentie postoperatief is een ongewenste nevenwerking van het operatietrauma en het nuchterbeleid en vormt een potentieel probleem in de dagelijkse praktijk (<PERSOON>, ###) In een placebogecontroleerde, gerandomiseerde trial in ### patiënten, die electieve buikchirurgie ondergingen, werd aangetoond dat het toedienen van een koolhydraatrijke heldere drinkoplossing tot # uur voor de operatie leidt tot minder dorst, honger, onrust, zwakte en concentratiestoornissen preoperatief vergeleken met placebo (Hausel, ###) Een tweetal, weliswaar kleine, placebogecontroleerde, dubbelblinde studies, in ## (Soop, ###) respectievelijk ## (Soop, ###) patiënten, die een heupoperatie ondergingen, toonde aan dat koolhydraatrijke, heldere drinkoplossing tot # uur voor de ###) reduceert In een dubbelblinde placebogecontroleerde trial in ## patiënten, die een grote buikoperatie ondergingen, droeg dit bij aan behoud van spiermassa (Yuill, ###) In # die laparoscopische cholecystectomie ondergingen werd ofwel geen effect aangetoond (Bisgaard, ###), of alleen een vermindering van postoperatieve misselijkheid en braken tot # uur voor operatie vermindert postoperatieve insulineresistentie bij tot # uur voor de operatie leidt tot minder dorst, honger, onrust, zwakte en Ten aanzien van eventuele effecten van toediening van een koolhydraatrijke, heldere drinkoplossing tot # uur voor de operatie bij Onder andere in de gerandomiseerde, gecontroleerde trial van <PERSOON> bij <PERSOON>, ###) is naar voren gekomen dat nauwkeurige regulatie van de glucosespiegels de prognose van bepaalde patiëntengroepen gunstig beïnvloedt Dit mag.
653
nvmdl
voor electieve operaties slechts # uur nuchter gehouden te worden voor heldere dranken en # uur voor vast voedsel Insulineresistentie postoperatief is een ongewenste nevenwerking van het operatietrauma en het nuchterbeleid en vormt een potentieel probleem in de dagelijkse praktijk (<PERSOON>, ###) In een placebogecontroleerde, gerandomiseerde trial in ### patiënten, die electieve buikchirurgie ondergingen, werd aangetoond dat het toedienen van een koolhydraatrijke heldere drinkoplossing tot # uur voor de operatie leidt tot minder dorst, honger, onrust, zwakte en concentratiestoornissen preoperatief vergeleken met placebo (Hausel, ###) Een tweetal, weliswaar kleine, placebogecontroleerde, dubbelblinde studies, in ## (Soop, ###) respectievelijk ## (Soop, ###) patiënten, die een heupoperatie ondergingen, toonde aan dat koolhydraatrijke, heldere drinkoplossing tot # uur voor de ###) reduceert In een dubbelblinde placebogecontroleerde trial in ## patiënten, die een grote buikoperatie ondergingen, droeg dit bij aan behoud van spiermassa (Yuill, ###) In # die laparoscopische cholecystectomie ondergingen werd ofwel geen effect aangetoond (Bisgaard, ###), of alleen een vermindering van postoperatieve misselijkheid en braken tot # uur voor operatie vermindert postoperatieve insulineresistentie bij tot # uur voor de operatie leidt tot minder dorst, honger, onrust, zwakte en Ten aanzien van eventuele effecten van toediening van een koolhydraatrijke, heldere drinkoplossing tot # uur voor de operatie bij Onder andere in de gerandomiseerde, gecontroleerde trial van <PERSOON> bij <PERSOON>, ###) is naar voren gekomen dat nauwkeurige regulatie van de glucosespiegels de prognose van bepaalde patiëntengroepen gunstig beïnvloedt Dit mag insulineresistentie door toedienen van heldere, koolhydraatrijke dranken preoperatief Bij patiënten die een open cholecystectomie ondergingen, kon met een glucose-infuus preoperatief een vergelijkbare reductie in insulineresistentie bereikt worden (Ljungqvist, ###), maar het lijkt logisch om voor de orale route te kiezen waar mogelijk en veilig (Ljungqvist, ###) Dat er in de twee trials in patiënten, die een laparoscopische cholecystectomie ondergingen, geen consistent bewijs is gevonden, kan veroorzaakt zijn doordat dit een relatief gering chirurgisch trauma is Van de andere kant is de commissie van mening, dat het feit, dat vrijwel alle positieve bevindingen aangaande koolhydraatrijke drinkoplossingen uit # onderzoeksgroep komen, het wenselijk maakt dat deze resultaten ook door andere groepen bevestigd worden Er is dus behoefte aan meer bewijs uit grotere, gerandomiseerde, gecontroleerde trials in patiënten met een adequaat chirurgisch trauma, dat er een klinisch belangrijk effect is van preoperatief toedienen van koolhydraatrijke dranken Over het gebruik van koolhydraatverrijkte dranken tijdens de partus zijn de aktes nog niet gesloten (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Informatie over andere specifieke patiëntengroepen is Ter vermindering van postoperatieve insulineresistentie is het mede op fysiologische gronden aan te bevelen patiënten, die electieve open buikchirurgie of heupchirurgie ondergaan, preoperatief heldere, koolhydraatrijke dranken toe te dienen Er zijn hier weinig harde bewijzen voorhanden, maar het lijkt logisch anesthetica toe te dienen die kort werken, zodat sufheid van de patiënt pre- en postoperatief voedselinname niet bemoeilijkt Opiaten veroorzaken bij systemische toediening nogal eens misselijkheid en ook dat is een impediment voor adequate orale inname In dat licht is een reductie van.
650
nvmdl
dranken preoperatief Bij patiënten die een open cholecystectomie ondergingen, kon met een glucose-infuus preoperatief een vergelijkbare reductie in insulineresistentie bereikt worden (Ljungqvist, ###), maar het lijkt logisch om voor de orale route te kiezen waar mogelijk en veilig (Ljungqvist, ###) Dat er in de twee trials in patiënten, die een laparoscopische cholecystectomie ondergingen, geen consistent bewijs is gevonden, kan veroorzaakt zijn doordat dit een relatief gering chirurgisch trauma is Van de andere kant is de commissie van mening, dat het feit, dat vrijwel alle positieve bevindingen aangaande koolhydraatrijke drinkoplossingen uit # onderzoeksgroep komen, het wenselijk maakt dat deze resultaten ook door andere groepen bevestigd worden Er is dus behoefte aan meer bewijs uit grotere, gerandomiseerde, gecontroleerde trials in patiënten met een adequaat chirurgisch trauma, dat er een klinisch belangrijk effect is van preoperatief toedienen van koolhydraatrijke dranken Over het gebruik van koolhydraatverrijkte dranken tijdens de partus zijn de aktes nog niet gesloten (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Informatie over andere specifieke patiëntengroepen is Ter vermindering van postoperatieve insulineresistentie is het mede op fysiologische gronden aan te bevelen patiënten, die electieve open buikchirurgie of heupchirurgie ondergaan, preoperatief heldere, koolhydraatrijke dranken toe te dienen Er zijn hier weinig harde bewijzen voorhanden, maar het lijkt logisch anesthetica toe te dienen die kort werken, zodat sufheid van de patiënt pre- en postoperatief voedselinname niet bemoeilijkt Opiaten veroorzaken bij systemische toediening nogal eens misselijkheid en ook dat is een impediment voor adequate orale inname In dat licht is een reductie van Een thoracale epidurale catheter, geactiveerd voor operatie, blokkeert de stresshormoonrelease en vermindert postoperatieve insulineresistentie (Uchida, ###) Daarnaast verkort een thoracale epidurale catheter de duur van de postoperatieve ileus (Jorgensen, ###), waardoor de patiënt eerder tot een normale voedselinname in staat is Bovenal verschaft epidurale analgesie superieure pijnstilling vergeleken met parenterale opioiden en reduceert epidurale anaesthesie en analgesie de incidentie van Adequate pijnstilling via een thoracale epidurale catheter bij buikoperaties Epidurale pijnstilling draagt bij aan een reductie van postoperatief opiaatgebruik, waardoor minder postoperatieve misselijkheid blijft bestaan Op theoretische gronden lijkt het verdedigbaar om het gebruik van langwerkende opiaten tijdens anesthesie te vermijden (Holte, ###a) Het lijkt geen verschil uit te maken of een epiduraal catheter pre-, per-, of complicaties ten gevolge van het plaatsen of gebruik van een epiduraal catheter is zeer klein (#,##%) Voor een uitgebreidere verhandeling over contra-indicaties en complicaties met betrekking tot epidurale pijnstilling, gelieve de lezer zich te wenden tot de aanbevelingen van Bij electieve abdominale chirurgie dient een thoracale epidurale catheter gebruikt te worden Het traditionele ‘wet is best’ principe, waarbij perioperatief liberaal intraveneus vocht wordt toegediend leidt veelal tot een gewichtstoename rondom de operatie van <DATUM> kg (Brandstrup, ###) Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een restrictief beleid, in termen van het vermijden van overmatige toediening van natrium en vocht, ten aanzien van de hoeveelheid perioperatief toegediende infuusvloeistof leidt tot minder postoperatieve complicaties en een kortere opnameduur bij electieve chirurgie (Holte, ###b; Lobo, ###) Mogelijk dat hierbij.
620
nvmdl
thoracale epidurale catheter, geactiveerd voor operatie, blokkeert de stresshormoonrelease en vermindert postoperatieve insulineresistentie (Uchida, ###) Daarnaast verkort een thoracale epidurale catheter de duur van de postoperatieve ileus (Jorgensen, ###), waardoor de patiënt eerder tot een normale voedselinname in staat is Bovenal verschaft epidurale analgesie superieure pijnstilling vergeleken met parenterale opioiden en reduceert epidurale anaesthesie en analgesie de incidentie van Adequate pijnstilling via een thoracale epidurale catheter bij buikoperaties Epidurale pijnstilling draagt bij aan een reductie van postoperatief opiaatgebruik, waardoor minder postoperatieve misselijkheid blijft bestaan Op theoretische gronden lijkt het verdedigbaar om het gebruik van langwerkende opiaten tijdens anesthesie te vermijden (Holte, ###a) Het lijkt geen verschil uit te maken of een epiduraal catheter pre-, per-, of complicaties ten gevolge van het plaatsen of gebruik van een epiduraal catheter is zeer klein (#,##%) Voor een uitgebreidere verhandeling over contra-indicaties en complicaties met betrekking tot epidurale pijnstilling, gelieve de lezer zich te wenden tot de aanbevelingen van Bij electieve abdominale chirurgie dient een thoracale epidurale catheter gebruikt te worden Het traditionele ‘wet is best’ principe, waarbij perioperatief liberaal intraveneus vocht wordt toegediend leidt veelal tot een gewichtstoename rondom de operatie van <DATUM> kg (Brandstrup, ###) Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een restrictief beleid, in termen van het vermijden van overmatige toediening van natrium en vocht, ten aanzien van de hoeveelheid perioperatief toegediende infuusvloeistof leidt tot minder postoperatieve complicaties en een kortere opnameduur bij electieve chirurgie (Holte, ###b; Lobo, ###) Mogelijk dat hierbij het herstel van de functie van de tractus digestivus ernstig vertraagt ( Holte, ###b) Lobo en collega’s toonden in een kleine serie van ## patiënten in een prospectief gerandomiseerd onderzoek aan dat het vermijden van te veel aan intraveneuze vloeistof en natrium bijdraagt aan een sneller herstel postoperatief na electieve open colonchirurgie (Lobo, ###) In een recente Deense multicenter, gerandomiseerde, observergeblindeerde studie in ### patiënten, die electieve open colonchirurgie ondergingen, kwamen in de ‘fluid restriction’ groep (voor de definitie van ‘fluid restriction’ zij verwezen naar de gerefereerde publicatie) significant minder complicaties voor dan in de groep die liberale vloeistoftoediening kreeg (Brandstrup, ###) De post-randomisatie exclusie van ##% van de patiënten is een punt van kritiek geweest op deze studie (zie discussie op (WEBLINK) naar aanleiding van Lassen’s artikel (Lassen, ###)), maar lijkt op reële gronden te hebben plaatsgevonden Een Israelische single center, gerandomiseerde, observergeblindeerde studie in ### patiënten, die electieve open abdominale chirurgie ondergingen, toonde minder postoperatieve ###) In een kleinere RCT in ## patiënten die een laparoscopische cholecystectomie ondergingen, werd juist een positief effect van liberale intraveneuze vloeistoftoediening Er zijn aanwijzingen, dat het vermijden van te veel intraveneuze vloeistof en natrium tijdens en na electieve open colonchirurgie bijdraagt aan een sneller postoperatief herstel van de functie van de tractus digestivus Bij open abdominale electieve chirurgie lijkt het vermijden van infusievloeistoffen bij te dragen aan een beter postoperatief herstel van de Gan en collega’s volgden een enigszins andere benadering (Gan, ###) Zij bestudeerden ### patiënten, die open electieve urologische, gynaecologische en algemeen chirurgische.
663
nvmdl
digestivus ernstig vertraagt ( Holte, ###b) Lobo en collega’s toonden in een kleine serie van ## patiënten in een prospectief gerandomiseerd onderzoek aan dat het vermijden van te veel aan intraveneuze vloeistof en natrium bijdraagt aan een sneller herstel postoperatief na electieve open colonchirurgie (Lobo, ###) In een recente Deense multicenter, gerandomiseerde, observergeblindeerde studie in ### patiënten, die electieve open colonchirurgie ondergingen, kwamen in de ‘fluid restriction’ groep (voor de definitie van ‘fluid restriction’ zij verwezen naar de gerefereerde publicatie) significant minder complicaties voor dan in de groep die liberale vloeistoftoediening kreeg (Brandstrup, ###) De post-randomisatie exclusie van ##% van de patiënten is een punt van kritiek geweest op deze studie (zie discussie op (WEBLINK) naar aanleiding van Lassen’s artikel (Lassen, ###)), maar lijkt op reële gronden te hebben plaatsgevonden Een Israelische single center, gerandomiseerde, observergeblindeerde studie in ### patiënten, die electieve open abdominale chirurgie ondergingen, toonde minder postoperatieve ###) In een kleinere RCT in ## patiënten die een laparoscopische cholecystectomie ondergingen, werd juist een positief effect van liberale intraveneuze vloeistoftoediening Er zijn aanwijzingen, dat het vermijden van te veel intraveneuze vloeistof en natrium tijdens en na electieve open colonchirurgie bijdraagt aan een sneller postoperatief herstel van de functie van de tractus digestivus Bij open abdominale electieve chirurgie lijkt het vermijden van infusievloeistoffen bij te dragen aan een beter postoperatief herstel van de Gan en collega’s volgden een enigszins andere benadering (Gan, ###) Zij bestudeerden ### patiënten, die open electieve urologische, gynaecologische en algemeen chirurgische In deze RCT werd de cardiac output gemonitord met transoesophageale doppler meting en werd ‘goaldirected’ i v vloeistof o a in de vorm van #% hetastarch naast Ringer lactaat en zonodig bloedtransfusie toegediend Patiënten in de goal-directed therapiegroep hadden een sneller herstel van darmfunctie, minder postoperatieve misselijkheid en braken en kortere ziekenhuisopnameduur Helaas is deze studie niet met de bovengenoemden te vergelijken, aangezien beide groepen peroperatief ongeveer ### ml Ringer lactaat kregen en het enige verschil in infuusbeleid ### ml extra hetastarch toediening was Het zou daarom kunnen zijn dat het positieve effect aan de hetastarch toe te schrijven is Er is behoefte aan meer goede trials van adequate omvang in goed omschreven patiëntengroepen om duidelijkheid te krijgen in de discussie aangaande perioperatieve infuustoediening Het is belangrijk in de overwegingen mee te nemen, dat als een patiënt niet gelaveerd wordt voorafgaand aan een coloningreep en niet onnodig nuchter gehouden wordt, deze patiënt minder gedehydreerd aan de operatie begint en daardoor een restrictie van intraveneuze vloeistoftoediening beter Postoperatief mag de patiënt aangemoedigd worden zelf te drinken, zodat het infuus zo snel Bij electieve abdominale chirurgie is het vermijden van ‘fluid overload’ intra-operatief Bij buikoperaties wordt als onderdeel van de standaard behandeling veelal een decompressieve maagsonde ingebracht, ook bij electieve ingrepen De ratio achter het routinematig gebruik van decompressieve maagsondes is dat hierdoor de maag gedecomprimeerd wordt, misselijkheid en braken voorkomen wordt, distensie verminderd wordt en dat daardoor de kans op aspiratie, pneumonie, wondproblemen en.
630
nvmdl
werd de cardiac output gemonitord met transoesophageale doppler meting en werd ‘goaldirected’ i v vloeistof o a in de vorm van #% hetastarch naast Ringer lactaat en zonodig bloedtransfusie toegediend Patiënten in de goal-directed therapiegroep hadden een sneller herstel van darmfunctie, minder postoperatieve misselijkheid en braken en kortere ziekenhuisopnameduur Helaas is deze studie niet met de bovengenoemden te vergelijken, aangezien beide groepen peroperatief ongeveer ### ml Ringer lactaat kregen en het enige verschil in infuusbeleid ### ml extra hetastarch toediening was Het zou daarom kunnen zijn dat het positieve effect aan de hetastarch toe te schrijven is Er is behoefte aan meer goede trials van adequate omvang in goed omschreven patiëntengroepen om duidelijkheid te krijgen in de discussie aangaande perioperatieve infuustoediening Het is belangrijk in de overwegingen mee te nemen, dat als een patiënt niet gelaveerd wordt voorafgaand aan een coloningreep en niet onnodig nuchter gehouden wordt, deze patiënt minder gedehydreerd aan de operatie begint en daardoor een restrictie van intraveneuze vloeistoftoediening beter Postoperatief mag de patiënt aangemoedigd worden zelf te drinken, zodat het infuus zo snel Bij electieve abdominale chirurgie is het vermijden van ‘fluid overload’ intra-operatief Bij buikoperaties wordt als onderdeel van de standaard behandeling veelal een decompressieve maagsonde ingebracht, ook bij electieve ingrepen De ratio achter het routinematig gebruik van decompressieve maagsondes is dat hierdoor de maag gedecomprimeerd wordt, misselijkheid en braken voorkomen wordt, distensie verminderd wordt en dat daardoor de kans op aspiratie, pneumonie, wondproblemen en ziekenhuisverblijf Een recente systematic review van ## gerandomiseerde gecontroleerde trials in ### patiënten, die allerlei vormen van open (electieve of spoed) abdominale chirurgie ondergingen (<PERSOON>, ###), toont echter aan dat patiënten bij wie geen maagsonde wordt ingebracht een sneller herstel van darmfunctie hadden en een trend tot minder pulmonale complicaties Er was geen verschil in het voorkomen van naadlekkages Patiëntcomfort, misselijkheid en braken en opnameduur leken positief beïnvloed te worden door een beleid zonder maagsonde Er was wel een niet verklaarde trend tot toename van Het routinematig gebruik van decompresssieve maagsondes bij open (electieve of spoed) abdominale chirurgie leidt niet tot een lagere incidentie van aspiratie, pneumonie, naadlekkages, of tot een versneld Een maagsonde in situ is onprettig voor de patiënt, onnodig en mogelijk schadelijk Er is mogelijk wel een iets hogere incidentie van wondinfecties en littekenbreuken na buikchirurgie zonder maagsonde, maar het mechanisme hierachter is onduidelijk Een maagsonde is niet geïndiceerd als decompressiemiddel bij open abdominale chirurgie Recente data suggereren dat dit ook geldt voor bijvoorbeeld partiële of totale gastrectomieën (Carrere, ###; Akbaba, ###) waarbij de chirurg tradioneel veel belang hecht aan het in situ laten van de tube Voor oesofagusresecties met buismaagreconstructies liggen de data iets anders hier lijkt wel een voordeel van maagsondes te bestaan (Shackcloth, ###) Ondanks de ruimschoots voorhanden data, die het vermijden van het gebruik van decompressieve maagsondes steunen, wordt blijkens een enquête in Noord-Europa onder gastro-intestinaal chirurgen met name in <LOCATIE> de maagsonde nog veel te veel gebruikt (Lassen, ###).
602
nvmdl
gerandomiseerde gecontroleerde trials in ### patiënten, die allerlei vormen van open (electieve of spoed) abdominale chirurgie ondergingen (<PERSOON>, ###), toont echter aan dat patiënten bij wie geen maagsonde wordt ingebracht een sneller herstel van darmfunctie hadden en een trend tot minder pulmonale complicaties Er was geen verschil in het voorkomen van naadlekkages Patiëntcomfort, misselijkheid en braken en opnameduur leken positief beïnvloed te worden door een beleid zonder maagsonde Er was wel een niet verklaarde trend tot toename van Het routinematig gebruik van decompresssieve maagsondes bij open (electieve of spoed) abdominale chirurgie leidt niet tot een lagere incidentie van aspiratie, pneumonie, naadlekkages, of tot een versneld Een maagsonde in situ is onprettig voor de patiënt, onnodig en mogelijk schadelijk Er is mogelijk wel een iets hogere incidentie van wondinfecties en littekenbreuken na buikchirurgie zonder maagsonde, maar het mechanisme hierachter is onduidelijk Een maagsonde is niet geïndiceerd als decompressiemiddel bij open abdominale chirurgie Recente data suggereren dat dit ook geldt voor bijvoorbeeld partiële of totale gastrectomieën (Carrere, ###; Akbaba, ###) waarbij de chirurg tradioneel veel belang hecht aan het in situ laten van de tube Voor oesofagusresecties met buismaagreconstructies liggen de data iets anders hier lijkt wel een voordeel van maagsondes te bestaan (Shackcloth, ###) Ondanks de ruimschoots voorhanden data, die het vermijden van het gebruik van decompressieve maagsondes steunen, wordt blijkens een enquête in Noord-Europa onder gastro-intestinaal chirurgen met name in <LOCATIE> de maagsonde nog veel te veel gebruikt (Lassen, ###) Alleen op speciale indicatie (bijv oesofaguschirurgie, pancreaticoduodenectomie, gebruik als voedingssonde bij proximale tractus digestivus chirurgie) kan overwogen worden een maagsonde eventueel in Aangezien er geen bewezen nut is van het gebruik van maagsondes bij allerlei chirurgische procedures aan de maag-darm tractus met of zonder anastomoses, is een gunstig effect van maagsondes bij andere typen chirurgie, buiten of binnen de buik, onwaarschijnlijk (zie verder Bij electieve chirurgie is er geen indicatie voor het routinematig gebruik van maagsondes Maagsondes dienen daarom standaard niet gebruikt te worden, of aan het einde van de Traditioneel ondergaan veel patiënten een of andere vorm van darmvoorbereiding voorafgaand aan een buikoperatie Dit is met name het geval bij colonchirurgie, waar de aanname (dogma) steeds is geweest dat darmvoorbereiding naadlekkages voorkomt Vele ‘regimes’ voor darmvoorbereiding zijn gebruikt, waarbij het orale gebruik van natrium sulfaat is stressvol voor de patiënt en kan resulteren in dehydratie en vocht- en elektroliet-imbalans (vooral in de oudere patiënt) (Holte, ###b) Daarnaast heeft het frequent nuchter houden van patiënten, hetgeen ook bij darmvoorbereiding gebeurt, negatieve consequenties voor de voedingstoestand Een recente meta-analyse van de heden bekende data (Slim, ###) (Guenaga, ###) bevestigt de conclusie van eerdere systematische reviews (WilleJorgensen, ###; Platell, ###) dat er geen voordeel is van darmvoorbereiding bij colonchirurgie Sterker nog, deze recente meta-analyse suggereert dat darmvoorbereiding bij electieve colonchirurgie het risico op anastomose lekkage vergroot Ook de meest recente multicenter, gerandomiseerde trial in patiënten die open colonchirurgie ondergingen, laat geen voordeel van mechanische darmvoorbereiding zien (Fa-<PERSOON>-Oen, ###).
639
nvmdl
oesofaguschirurgie, pancreaticoduodenectomie, gebruik als voedingssonde bij proximale tractus digestivus chirurgie) kan overwogen worden een maagsonde eventueel in Aangezien er geen bewezen nut is van het gebruik van maagsondes bij allerlei chirurgische procedures aan de maag-darm tractus met of zonder anastomoses, is een gunstig effect van maagsondes bij andere typen chirurgie, buiten of binnen de buik, onwaarschijnlijk (zie verder Bij electieve chirurgie is er geen indicatie voor het routinematig gebruik van maagsondes Maagsondes dienen daarom standaard niet gebruikt te worden, of aan het einde van de Traditioneel ondergaan veel patiënten een of andere vorm van darmvoorbereiding voorafgaand aan een buikoperatie Dit is met name het geval bij colonchirurgie, waar de aanname (dogma) steeds is geweest dat darmvoorbereiding naadlekkages voorkomt Vele ‘regimes’ voor darmvoorbereiding zijn gebruikt, waarbij het orale gebruik van natrium sulfaat is stressvol voor de patiënt en kan resulteren in dehydratie en vocht- en elektroliet-imbalans (vooral in de oudere patiënt) (Holte, ###b) Daarnaast heeft het frequent nuchter houden van patiënten, hetgeen ook bij darmvoorbereiding gebeurt, negatieve consequenties voor de voedingstoestand Een recente meta-analyse van de heden bekende data (Slim, ###) (Guenaga, ###) bevestigt de conclusie van eerdere systematische reviews (WilleJorgensen, ###; Platell, ###) dat er geen voordeel is van darmvoorbereiding bij colonchirurgie Sterker nog, deze recente meta-analyse suggereert dat darmvoorbereiding bij electieve colonchirurgie het risico op anastomose lekkage vergroot Ook de meest recente multicenter, gerandomiseerde trial in patiënten die open colonchirurgie ondergingen, laat geen voordeel van mechanische darmvoorbereiding zien (Fa-<PERSOON>-Oen, ###) Er is geen bewezen voordelig effect van darmvoorbereiding bij electieve colonchirurgie Darmvoorbereiding vergroot zelfs de kans op naadlekkage Het is niet geheel duidelijk op grond van literatuurdata in welke mate darmvoorbereiding nog wordt toegepast voor andere groepen operaties dan electieve colonchirurgie (pancreas, oesophagus, maag, urologisch, gynaecologisch) Op theoretische gronden en tegen de achtergrond van bovenstaande literatuur lijkt het gebruik van darmvoorbereiding bij dit soort ingrepen overbodig, onnodig en mogelijk schadelijk Bij lage linkszijdige colonchirurgie kan volstaan worden met een clysma Bij andere ingrepen, niet aan het colon, lijkt op theoretische gronden en tegen de achtergrond van bovenstaande literatuur het gebruik van Patiënten die een electieve dikke darmoperatie ondergaan, dienen geen orale darmvoorbereiding te krijgen Bij lage linkszijdige colonchirurgie kan volstaan worden met een clysma Over het algemeen zullen electieve ingrepen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap niet vaak voorkomen Uiteraard geldt dit niet voor ingrepen vanwege een niet intacte zwangerschap (curettage) of vanwege een extra-uteriene graviditeit Deze patiënten worden over het algemeen niet anders benaderd dan niet-zwangeren In principe is niet aan te nemen dat in het eerste trimester er andere perioperatieve risico’s zijn in vergelijking met niet zwangeren met betrekking tot de voedingstoestand of het nuchterbeleid In de meeste gevallen is er sprake van een gezonde, jonge vrouw Een uitzondering kan de patiënte met hyperemesis gravidarum zijn, waarbij overmatig braken in het eerste trimester kan leiden tot uitdroging met of zonder electrolytstoornissen en/of ondervoeding en een tekort aan vitamines.
596
nvmdl
bij electieve colonchirurgie Darmvoorbereiding vergroot zelfs de kans op naadlekkage Het is niet geheel duidelijk op grond van literatuurdata in welke mate darmvoorbereiding nog wordt toegepast voor andere groepen operaties dan electieve colonchirurgie (pancreas, oesophagus, maag, urologisch, gynaecologisch) Op theoretische gronden en tegen de achtergrond van bovenstaande literatuur lijkt het gebruik van darmvoorbereiding bij dit soort ingrepen overbodig, onnodig en mogelijk schadelijk Bij lage linkszijdige colonchirurgie kan volstaan worden met een clysma Bij andere ingrepen, niet aan het colon, lijkt op theoretische gronden en tegen de achtergrond van bovenstaande literatuur het gebruik van Patiënten die een electieve dikke darmoperatie ondergaan, dienen geen orale darmvoorbereiding te krijgen Bij lage linkszijdige colonchirurgie kan volstaan worden met een clysma Over het algemeen zullen electieve ingrepen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap niet vaak voorkomen Uiteraard geldt dit niet voor ingrepen vanwege een niet intacte zwangerschap (curettage) of vanwege een extra-uteriene graviditeit Deze patiënten worden over het algemeen niet anders benaderd dan niet-zwangeren In principe is niet aan te nemen dat in het eerste trimester er andere perioperatieve risico’s zijn in vergelijking met niet zwangeren met betrekking tot de voedingstoestand of het nuchterbeleid In de meeste gevallen is er sprake van een gezonde, jonge vrouw Een uitzondering kan de patiënte met hyperemesis gravidarum zijn, waarbij overmatig braken in het eerste trimester kan leiden tot uitdroging met of zonder electrolytstoornissen en/of ondervoeding en een tekort aan vitamines te worden, daar dit tot ernstige complicaties met neurologische consequenties kan leiden omdat hyperemesis zelden voorkomt in geval van een niet intacte zwangerschap De behandeling van hyperemesis gaat buiten het bestek van deze richtlijn Er wordt vaak van uitgegaan dat een zwangere een vertraagde maaglediging heeft Er zijn hier in de literatuur nauwelijks aanwijzingen voor Diverse studies laten zien dat in de verschillende trimesters er voor heldere vloeistoffen geen verschil bestaat met controlegroepen (<PERSOON>,###) Er is directe literatuur voorhanden welke het perioperatieve beleid in het #e trimester beschrijft Het is niet aannemelijk dat het risico van aspiratie, regurgitatie of gerelateerde morbiditeit anders is dan bij een niet zwangere In de zwangerschap is de maagontlediging voor heldere vloeistoffen niet <PERSOON> et al beschrijven dat in het eerste trimester de maaglediging wel vertraagd is (<PERSOON>, ###), <PERSOON> et al geven aan dat dit vooral bij hyperemesis gravidarum het geval is (<PERSOON>, ###) Verder is van belang te realiseren dat maagontlediging alleen niet gelijk gesteld kan Met betrekking tot het perioperatieve beleid in de eerste helft van de zwangerschap kan geen duidelijke aanbeveling gedaan worden Waarschijnlijk kan dit beleid hetzelfde zijn als De incidentie van mortaliteit ten gevolge van aspiratie is extreem laag In <LOCATIE> wordt alle maternale sterfte geregistreerd In een periode van <LEEFTIJD> jaar, waarin bijna # miljoen vrouwen bevielen kwam mortaliteit # keer voor (<PERSOON>, ###), waarbij er # maal sprake was van het ontwikkelen van een pneumonie # uur postoperatief na een sectio onder.
577
nvmdl
omdat hyperemesis zelden voorkomt in geval van een niet intacte zwangerschap De behandeling van hyperemesis gaat buiten het bestek van deze richtlijn Er wordt vaak van uitgegaan dat een zwangere een vertraagde maaglediging heeft Er zijn hier in de literatuur nauwelijks aanwijzingen voor Diverse studies laten zien dat in de verschillende trimesters er voor heldere vloeistoffen geen verschil bestaat met controlegroepen (<PERSOON>,###) Er is directe literatuur voorhanden welke het perioperatieve beleid in het #e trimester beschrijft Het is niet aannemelijk dat het risico van aspiratie, regurgitatie of gerelateerde morbiditeit anders is dan bij een niet zwangere In de zwangerschap is de maagontlediging voor heldere vloeistoffen niet <PERSOON> et al beschrijven dat in het eerste trimester de maaglediging wel vertraagd is (<PERSOON>, ###), <PERSOON> et al geven aan dat dit vooral bij hyperemesis gravidarum het geval is (<PERSOON>, ###) Verder is van belang te realiseren dat maagontlediging alleen niet gelijk gesteld kan Met betrekking tot het perioperatieve beleid in de eerste helft van de zwangerschap kan geen duidelijke aanbeveling gedaan worden Waarschijnlijk kan dit beleid hetzelfde zijn als De incidentie van mortaliteit ten gevolge van aspiratie is extreem laag In <LOCATIE> wordt alle maternale sterfte geregistreerd In een periode van <LEEFTIJD> jaar, waarin bijna # miljoen vrouwen bevielen kwam mortaliteit # keer voor (<PERSOON>, ###), waarbij er # maal sprake was van het ontwikkelen van een pneumonie # uur postoperatief na een sectio onder In tegenstelling tot veel andere westerse landen, is het in <LOCATIE> niet gebruikelijk vrouwen tijdens een bevalling nuchter te houden tenzij er een direct risico op operatief ingrijpen bestaat (<PERSOON>, ###) Niettemin is het sterfterisico als gevolg van aspiratie niet hoger dan in landen waar een niets per os beleid wordt gevoerd (<PERSOON>, ###) Tijdens de eerste bevalling eet ongeveer ##% van de vrouwen vast voedsel (<PERSOON>, ###a) Deze groep heeft het grootste risico op operatief ingrijpen, namelijk ongeveer ###% kans op een sectio caesarea en ongeveer <DATUM> kans op een manuele placentaverwijdering Dit laatste vindt bijna altijd onder algehele anesthesie plaats Dit betekent dat er in <LOCATIE> de afgelopen jaren er meer dan ## ### operatieve verrichtingen per jaar hebben plaatsgevonden bij zwangere vrouwen die vast voedsel hebben gegeten tot kort Vanwege het extreme lage incidentiecijfer van mortaliteit ten gevolge van aspiratie tijdens een operatieve ingreep tijdens of net na de bevalling, zou een RCT welke het nuchterbeleid toetst waarschijnlijk geen verschil laten zien Het lijkt echter niet zinvol vrouwen tijdens een In <LOCATIE> is er de laatste decennia sprake van een extreem laag incidentiecijfer van mortaliteit en waarschijnlijk ook morbiditeit ten gevolge van aspiratie tijdens een operatieve ingreep rond een bevalling Dit ondanks het feit dat over het algemeen vrouwen niet routinematig nuchter De Amerikaanse richtlijnen vermelden dat zwangeren tijdens een bevalling wel toegestaan zouden moeten worden heldere dranken te drinken, maar geen voedsel tot zich zouden mogen nemen.
595
nvmdl
tot veel andere westerse landen, is het in <LOCATIE> niet gebruikelijk vrouwen tijdens een bevalling nuchter te houden tenzij er een direct risico op operatief ingrijpen bestaat (<PERSOON>, ###) Niettemin is het sterfterisico als gevolg van aspiratie niet hoger dan in landen waar een niets per os beleid wordt gevoerd (<PERSOON>, ###) Tijdens de eerste bevalling eet ongeveer ##% van de vrouwen vast voedsel (<PERSOON>, ###a) Deze groep heeft het grootste risico op operatief ingrijpen, namelijk ongeveer ###% kans op een sectio caesarea en ongeveer <DATUM> kans op een manuele placentaverwijdering Dit laatste vindt bijna altijd onder algehele anesthesie plaats Dit betekent dat er in <LOCATIE> de afgelopen jaren er meer dan ## ### operatieve verrichtingen per jaar hebben plaatsgevonden bij zwangere vrouwen die vast voedsel hebben gegeten tot kort Vanwege het extreme lage incidentiecijfer van mortaliteit ten gevolge van aspiratie tijdens een operatieve ingreep tijdens of net na de bevalling, zou een RCT welke het nuchterbeleid toetst waarschijnlijk geen verschil laten zien Het lijkt echter niet zinvol vrouwen tijdens een In <LOCATIE> is er de laatste decennia sprake van een extreem laag incidentiecijfer van mortaliteit en waarschijnlijk ook morbiditeit ten gevolge van aspiratie tijdens een operatieve ingreep rond een bevalling Dit ondanks het feit dat over het algemeen vrouwen niet routinematig nuchter De Amerikaanse richtlijnen vermelden dat zwangeren tijdens een bevalling wel toegestaan zouden moeten worden heldere dranken te drinken, maar geen voedsel tot zich zouden mogen nemen (American Society of Anesthesiologists, Offical website, ###; National Guidelines Clearinghouse Op dit moment vindt de LEMMON-studie plaats, welke meer zicht moet krijgen op maternale morbiditeit in het algemeen Aan deze studie neemt de meerderheid van de Nederlandse klinieken deel Wellicht dat deze studie gegevens over morbiditeit als gevolg van aspiratie Vanwege het extreme lage incidentiecijfer van mortaliteit en waarschijnlijk ook morbiditeit ten gevolge van aspiratie tijdens een operatieve ingreep rond een bevalling lijkt het niet zinvol vrouwen tijdens een bevalling routinematig nuchter te houden Over het al dan niet nuchter houden van zwangeren bij een geplande ingreep zijn geen duidelijke literatuurgegevens Vooralsnog worden door de meeste Nederlandse gynaecologen vrouwen wel nuchter gehouden, doch gegevens ontbreken over hoe lang en of dit ook helder vloeibaar betreft Er wordt vaak van uitgegaan dat vrouwen tijdens de zwangerschap een tragere maagontlediging hebben, doch in de literatuur zijn er alleen aanwijzingen dat dit met name de periode van de bevalling zelf betreft, en dan voornamelijk indien opioiden als pijnstilling worden gebruikt (<PERSOON>, ###) De maagontlediging voor heldere vloeistoffen is niet anders dan bij niet zwangeren (Sanhar, ###; Whitehead, ###; Theoretisch zou het risico van aspiratie lager zijn dan in de groep van niet-electieve ingrepen, aangezien zich in een spoedsetting een grotere groep vrouwen onder algehele anesthesie behandeld zal worden Tijdens de zwangerschap bestaat een diabetes-achtige situatie (Helmerhorst, ###) Glucose wordt gereserveerd voor de foetus door middel van een tijdelijke insulineresistentie (Reeze, ###), vrouwen ontwikkelen sneller een ketose in geval van onvoldoende calorische intake en hiermee dient ook in de preoperatieve situatie.
609
nvmdl
Op dit moment vindt de LEMMON-studie plaats, welke meer zicht moet krijgen op maternale morbiditeit in het algemeen Aan deze studie neemt de meerderheid van de Nederlandse klinieken deel Wellicht dat deze studie gegevens over morbiditeit als gevolg van aspiratie Vanwege het extreme lage incidentiecijfer van mortaliteit en waarschijnlijk ook morbiditeit ten gevolge van aspiratie tijdens een operatieve ingreep rond een bevalling lijkt het niet zinvol vrouwen tijdens een bevalling routinematig nuchter te houden Over het al dan niet nuchter houden van zwangeren bij een geplande ingreep zijn geen duidelijke literatuurgegevens Vooralsnog worden door de meeste Nederlandse gynaecologen vrouwen wel nuchter gehouden, doch gegevens ontbreken over hoe lang en of dit ook helder vloeibaar betreft Er wordt vaak van uitgegaan dat vrouwen tijdens de zwangerschap een tragere maagontlediging hebben, doch in de literatuur zijn er alleen aanwijzingen dat dit met name de periode van de bevalling zelf betreft, en dan voornamelijk indien opioiden als pijnstilling worden gebruikt (<PERSOON>, ###) De maagontlediging voor heldere vloeistoffen is niet anders dan bij niet zwangeren (Sanhar, ###; Whitehead, ###; Theoretisch zou het risico van aspiratie lager zijn dan in de groep van niet-electieve ingrepen, aangezien zich in een spoedsetting een grotere groep vrouwen onder algehele anesthesie behandeld zal worden Tijdens de zwangerschap bestaat een diabetes-achtige situatie (Helmerhorst, ###) Glucose wordt gereserveerd voor de foetus door middel van een tijdelijke insulineresistentie (Reeze, ###), vrouwen ontwikkelen sneller een ketose in geval van onvoldoende calorische intake en hiermee dient ook in de preoperatieve situatie sectio anders zou moeten zijn dan bij een niet zwangere De Amerikaanse richtlijnen adviseren een vastenperiode van acht uur voor een electieve ingreep, doch de bewijslast bedraagt die van de expert opinion <PERSOON> (<PERSOON>, ###) beschrijven de effecten van een verandering van beleid in Nottingham Ze laten sinds ### vrouwen met een geplande sectio caesarea tot # uur voor de ingreep drinken (inclusief vruchtensap) en hierna tot aan de ingreep vrij slokjes water drinken In hun cohort van ### Het zou kunnen zijn dat zwangeren een iets hoger risico op aspiratie lopen, doch aangezien de meeste ingrepen onder locoregionale anesthesie plaatsvinden, lijkt het risico uitermate laag Dit dient afgezet te worden tegen het feit dat zwangeren heviger reageren op nuchter Tijdens de zwangerschap wordt de foetus continue voorzien van glucose Ook in situaties van vasten tijdens de bevalling wordt geen afname in deze voorziening gezien De maternale glucosespiegels stijgen tijdens de partus onder invloed van vooral stresshormonen Wel wordt bij een vastensituatie tijdens de bevalling een duidelijke stijging in de ketonenconcentratie gezien, welke duidt op een relatief glucosetekort Deze ketonen kunnen echter door de foetus ook als brandstof worden gebruikt Er zijn wel enkele oudere studies die een afname van maternale glucosespiegels laten zien bij langdurig vasten Meer nadelen worden gezien bij intraveneuze toediening van hoge concentraties glucose In geval van maternale hyperglycemie wordt een sterkere lactaatvorming gezien, waarbij foetale acidose is beschreven.
565
nvmdl
anders zou moeten zijn dan bij een niet zwangere De Amerikaanse richtlijnen adviseren een vastenperiode van acht uur voor een electieve ingreep, doch de bewijslast bedraagt die van de expert opinion <PERSOON> (<PERSOON>, ###) beschrijven de effecten van een verandering van beleid in Nottingham Ze laten sinds ### vrouwen met een geplande sectio caesarea tot # uur voor de ingreep drinken (inclusief vruchtensap) en hierna tot aan de ingreep vrij slokjes water drinken In hun cohort van ### Het zou kunnen zijn dat zwangeren een iets hoger risico op aspiratie lopen, doch aangezien de meeste ingrepen onder locoregionale anesthesie plaatsvinden, lijkt het risico uitermate laag Dit dient afgezet te worden tegen het feit dat zwangeren heviger reageren op nuchter Tijdens de zwangerschap wordt de foetus continue voorzien van glucose Ook in situaties van vasten tijdens de bevalling wordt geen afname in deze voorziening gezien De maternale glucosespiegels stijgen tijdens de partus onder invloed van vooral stresshormonen Wel wordt bij een vastensituatie tijdens de bevalling een duidelijke stijging in de ketonenconcentratie gezien, welke duidt op een relatief glucosetekort Deze ketonen kunnen echter door de foetus ook als brandstof worden gebruikt Er zijn wel enkele oudere studies die een afname van maternale glucosespiegels laten zien bij langdurig vasten Meer nadelen worden gezien bij intraveneuze toediening van hoge concentraties glucose In geval van maternale hyperglycemie wordt een sterkere lactaatvorming gezien, waarbij foetale acidose is beschreven Met betrekking tot het perioperatieve beleid bij geplande ingrepen in het derde trimester zijn er geen aanwijzingen dat dit anders zou moeten zijn dan bij niet zwangeren In ### verscheen een Cochrane review waarbij vroege postoperatieve orale intake, gemiddeld <DATUM> hr na de ingreep werd vergeleken met het traditionele beleid van ## wachten gezien in de incidentie van misselijkheid, braken of het optreden van een ileus bij vroeg drinken, over vast voedsel deden ze nog geen duidelijke uitspraak Later verschenen een aantal RCT’s die de intake van vast voedsel snel postoperatief (<DATUM> uur na de ingreep) vergeleken met afwachten en ook hier werden geen verschillen met betrekking tot de eerder Er is geen verschil in postoperatieve misselijkheid, braken en het optreden van een ileus bij vroeg drinken (<DATUM> uur postoperatief) versus langer van een ileus bij vroeg eten (<DATUM> r postok) versus langer wachten Na een sectio caesarea kunnen vrouwen na <DATUM> uur starten met vast voedsel <PERSOON> P A randomised controlled trial of early initiation of oral feeding after caesarean delivery in Mulago Hospital East Afr Med J ### Jul;##(#) ###-## Akbaba S et al Nasogastric decompression after total gastrectomy Hepatogastroenterology ###; American Society of Anesthesiologists Practice guidelines for obsetrical anestesia Offical website, <PERSOON> clinical trial comparing an oral carbohydrate beverage with placebo before laparoscopic cholecystectomy Br <PERSOON> S, <PERSOON> fasting for adults to prevent perioperative complications.
565
nvmdl
derde trimester zijn er geen aanwijzingen dat dit anders zou moeten zijn dan bij niet zwangeren In ### verscheen een Cochrane review waarbij vroege postoperatieve orale intake, gemiddeld <DATUM> hr na de ingreep werd vergeleken met het traditionele beleid van ## wachten gezien in de incidentie van misselijkheid, braken of het optreden van een ileus bij vroeg drinken, over vast voedsel deden ze nog geen duidelijke uitspraak Later verschenen een aantal RCT’s die de intake van vast voedsel snel postoperatief (<DATUM> uur na de ingreep) vergeleken met afwachten en ook hier werden geen verschillen met betrekking tot de eerder Er is geen verschil in postoperatieve misselijkheid, braken en het optreden van een ileus bij vroeg drinken (<DATUM> uur postoperatief) versus langer van een ileus bij vroeg eten (<DATUM> r postok) versus langer wachten Na een sectio caesarea kunnen vrouwen na <DATUM> uur starten met vast voedsel <PERSOON> P A randomised controlled trial of early initiation of oral feeding after caesarean delivery in Mulago Hospital East Afr Med J ### Jul;##(#) ###-## Akbaba S et al Nasogastric decompression after total gastrectomy Hepatogastroenterology ###; American Society of Anesthesiologists Practice guidelines for obsetrical anestesia Offical website, <PERSOON> clinical trial comparing an oral carbohydrate beverage with placebo before laparoscopic cholecystectomy Br <PERSOON> S, <PERSOON> fasting for adults to prevent perioperative complications Effects of intravenous fluid restriction on postoperative complications comparison of two perioperative fluid prospective randomized trial <PERSOON> guidelines in different countries Acta Anaesthesiol Scand ###;##(# Fa-<PERSOON>J, van de Velde C, van Geldere D, Putter> H, et al Mechanical bowel preparation or not? Outcome of a multicenter, randomized trial in elective open colon surgery <PERSOON> K, <PERSOON> J A comparison of the effects on postoperative pain relief of epidural analgesia started before or after surgery <PERSOON> KM, Moretti E, et al Goal-directed intraoperative fluid administration reduces length of hospital stay after major surgery <PERSOON-##> bowel preparation for <PERSOON-##> post-operative feeding after caesarean delivery J Int Med <PERSOON-##> IJ et al Randomized clinical trial comparing feeding jejunostomy with nasoduodenal tube placement in patiënts undergoing oesophagectomy <PERSOON-##> clinical trial of the effects of oral preoperative carbohydrates on postoperative nausea and vomiting after laparoscopic <PERSOON-##> C, et al A carbohydrate-rich drink reduces preoperative discomfort in elective surgery patiënts Anesth Analg Helmerhorst FM, Keirse MJNC.
524
nvmdl
restriction on postoperative complications comparison of two perioperative fluid prospective randomized trial <PERSOON> guidelines in different countries Acta Anaesthesiol Scand ###;##(# Fa-<PERSOON>J, van de Velde C, van Geldere D, Putter> H, et al Mechanical bowel preparation or not? Outcome of a multicenter, randomized trial in elective open colon surgery <PERSOON> K, <PERSOON> J A comparison of the effects on postoperative pain relief of epidural analgesia started before or after surgery <PERSOON> KM, Moretti E, et al Goal-directed intraoperative fluid administration reduces length of hospital stay after major surgery <PERSOON> bowel preparation for <PERSOON> post-operative feeding after caesarean delivery J Int Med <PERSOON> IJ et al Randomized clinical trial comparing feeding jejunostomy with nasoduodenal tube placement in patiënts undergoing oesophagectomy <PERSOON> clinical trial of the effects of oral preoperative carbohydrates on postoperative nausea and vomiting after laparoscopic <PERSOON-##> C, et al A carbohydrate-rich drink reduces preoperative discomfort in elective surgery patiënts Anesth Analg Helmerhorst FM, Keirse MJNC In <PERSOON-##> PE et al Obstetrie en Gynaecologie De voortplanting van de mens <LOCATIE> Wetenschappelijke uitgeverij <PERSOON-##> KG, Bie P, et al Liberal versus restrictive fluid <PERSOON-##> effects of bowel preparation <PERSOON-##> anaesthesia and analgesia - effects on surgical stress responses and <PERSOON-##> and clinical implications of perioperative fluid <PERSOON-##> JB Epidural local anaesthetics versus opioid-based analgesic regimens on postoperative gastrointestinal paralysis, PONV and pain after abdominal <PERSOON-##> versus delayed oral feeding after cesarean delivery <PERSOON-##> CH, Meyenfeldt MF, et al Patterns in current perioperative practice survey of colorectal surgeons in five northern European countries Bmj <PERSOON-##> DM, Webster VC Unrestricted sips of water before caesarean section <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> OA, Magides AD, Reilly CS Gastric emptying is delayed at <DATUM> weeks gestation <PERSOON-##> resistance and elective surgery <PERSOON-##> infusion instead of preoperative Lobo DN, Bostock KA, <PERSOON-##> KR, Perkins AC, Rowlands BJ, <PERSOON-##> SP Effect of salt and water.
487
nvmdl
<PERSOON> PE et al Obstetrie en Gynaecologie De voortplanting van de mens <LOCATIE> Wetenschappelijke uitgeverij <PERSOON> KG, Bie P, et al Liberal versus restrictive fluid <PERSOON> effects of bowel preparation <PERSOON> anaesthesia and analgesia - effects on surgical stress responses and <PERSOON> and clinical implications of perioperative fluid <PERSOON> JB Epidural local anaesthetics versus opioid-based analgesic regimens on postoperative gastrointestinal paralysis, PONV and pain after abdominal <PERSOON> versus delayed oral feeding after cesarean delivery <PERSOON> CH, Meyenfeldt MF, et al Patterns in current perioperative practice survey of colorectal surgeons in five northern European countries Bmj <PERSOON> DM, Webster VC Unrestricted sips of water before caesarean section <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> OA, Magides AD, Reilly CS Gastric emptying is delayed at <DATUM> weeks gestation <PERSOON-##> resistance and elective surgery <PERSOON-##> infusion instead of preoperative Lobo DN, Bostock KA, <PERSOON-##> KR, Perkins AC, Rowlands BJ, <PERSOON-##> SP Effect of salt and water a randomised Macfie AG, Magides AD, <PERSOON-##> MN, Reilly CS Gastric emptying in pregnancy <PERSOON-##> PJ Gastric emptying in hyperemesis gravidarum and non-dyspeptic pregnancy <PERSOON-##> GH Early compared with delayed oral fluids and food after caesarean section <PERSOON-##> nasogastric decompression after abdominal surgery <PERSOON-##> I Effect of intraoperative fluid <PERSOON-##> stomach--<INSTELLING> and fantasy eating and drinking during labor Int Anesthesiol Clin Park <PERSOON-##> JS, <PERSOON-##> KK Effect of epidural anesthesia and analgesia on perioperative outcome a randomized, controlled Veterans Affairs cooperative study <PERSOON-##> is the role of mechanical bowel preparation in patiënts undergoing colorectal Practice guidelines for preoperative fasting and the use of pharmacologic agents to reduce the risk of pulmonary aspiration application to healthy patiënts undergoing elective procedures a report by the American Society of Anesthesiologist Task Force on <PERSOON-##> changes in diabetic and nondiabetic subjects during analgesia and outcome of major surgery a randomised trial Lancet ###;###(###) ###-## Sanhar BK, <PERSOON-##> DJ Peripartum changes in gastric emptying <PERSOON-##> PA, Essed <PERSOON-##> HH Carbohydrate solution intake during labour just.
527
nvmdl
MN, Reilly CS Gastric emptying in pregnancy <PERSOON> PJ Gastric emptying in hyperemesis gravidarum and non-dyspeptic pregnancy <PERSOON> GH Early compared with delayed oral fluids and food after caesarean section <PERSOON> nasogastric decompression after abdominal surgery <PERSOON> I Effect of intraoperative fluid <PERSOON> stomach--<INSTELLING> and fantasy eating and drinking during labor Int Anesthesiol Clin Park <PERSOON> JS, <PERSOON> KK Effect of epidural anesthesia and analgesia on perioperative outcome a randomized, controlled Veterans Affairs cooperative study <PERSOON> is the role of mechanical bowel preparation in patiënts undergoing colorectal Practice guidelines for preoperative fasting and the use of pharmacologic agents to reduce the risk of pulmonary aspiration application to healthy patiënts undergoing elective procedures a report by the American Society of Anesthesiologist Task Force on <PERSOON> changes in diabetic and nondiabetic subjects during analgesia and outcome of major surgery a randomised trial Lancet ###;###(###) ###-## Sanhar BK, <PERSOON-##> DJ Peripartum changes in gastric emptying <PERSOON-##> PA, Essed <PERSOON-##> HH Carbohydrate solution intake during labour just a double-blind study on metabolic effects and clinical outcome <PERSOON-##> HH A double-blind, randomised, placebo controlled study on the influence of carbohydrate solution intake during labour <PERSOON-##> HH Eating and drinking in labor the influence of caregiver advice on women's behavior Birth ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## <PERSOON-##> HHH Fetal and maternal energy metabolism during labor in relation to the available calorific substrate <PERSOON-##> HC, Essed <PERSOON-##> of food and fluid intake during labour Policies of midwives and obstetricians in <PERSOON-##> mortality after caesarean section in the Netherlands Acta Obstet Gynecol Scand ###; Shackcloth et al Randomized clinical trial to determine the effect of nasogastric drainage on tracheal Slim <PERSOON-##> J <PERSOON-##>-analysis of randomized clinical trials of colorectal surgery <PERSOON-##> F, et al Preoperative oral carbohydrate treatment attenuates endogenous glucose release # days after surgery Clin Nutr attenuates immediate postoperative insulin resistance <PERSOON-##> J New preoperative fasting guidelines in Norway.
499
nvmdl
effects and clinical outcome <PERSOON> HH A double-blind, randomised, placebo controlled study on the influence of carbohydrate solution intake during labour <PERSOON> HH Eating and drinking in labor the influence of caregiver advice on women's behavior Birth ### <PERSOON>;##(#) ###-## <PERSOON> HHH Fetal and maternal energy metabolism during labor in relation to the available calorific substrate <PERSOON> HC, Essed <PERSOON> of food and fluid intake during labour Policies of midwives and obstetricians in <PERSOON> mortality after caesarean section in the Netherlands Acta Obstet Gynecol Scand ###; Shackcloth et al Randomized clinical trial to determine the effect of nasogastric drainage on tracheal Slim <PERSOON> J <PERSOON>-analysis of randomized clinical trials of colorectal surgery <PERSOON> F, et al Preoperative oral carbohydrate treatment attenuates endogenous glucose release # days after surgery Clin Nutr attenuates immediate postoperative insulin resistance <PERSOON-##> J New preoperative fasting guidelines in <PERSOON-##>’s encephalopathy due to hyperemesis gravidarum an underrecognised Toledo TK, DiPalma JA Review article colon cleansing preparation for gastrointestinal procedures <PERSOON-##> H Effect of epidural analgesia on postoperative insulin resistance as evaluated by insulin clamp technique <PERSOON-##> NN Reducing variation in surgical care <PERSOON-##> G How does blood glucose control with insulin <INSTELLING> lives in intensive care? <PERSOON-##> M, et al Intensive insulin therapy in the surgical intensive care unit <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> G <PERSOON-##> evaluation of gastric emptying times in pregnancy <PERSOON-##> value of preoperative mechanical bowel cleansing in elective colorectal surgery a systematic review <PERSOON-##> JM, Zhao J, <PERSOON-##> MJ Gastric emptying of water in term <PERSOON-##> administration of an oral carbohydrate-containing fluid prior to major elective upper-gastrointestinal surgery preserves skeletal muscle mass postoperatively-a randomised clinical trial Clin Nutr ###;##(#) #<DATUM> Het optimaliseren van de postoperatieve voedingstoestand is een belangrijke zaak aangezien een goed gevoede patiënt aannemelijkerwijs beter in staat is postoperatieve problemen het hoofd te bieden.
476
nvmdl
<PERSOON>’s encephalopathy due to hyperemesis gravidarum an underrecognised Toledo TK, DiPalma JA Review article colon cleansing preparation for gastrointestinal procedures <PERSOON> H Effect of epidural analgesia on postoperative insulin resistance as evaluated by insulin clamp technique <PERSOON> NN Reducing variation in surgical care <PERSOON> G How does blood glucose control with insulin <INSTELLING> lives in intensive care? <PERSOON> M, et al Intensive insulin therapy in the surgical intensive care unit <PERSOON> M, <PERSOON> G <PERSOON> evaluation of gastric emptying times in pregnancy <PERSOON> value of preoperative mechanical bowel cleansing in elective colorectal surgery a systematic review <PERSOON-##> JM, Zhao J, <PERSOON-##> MJ Gastric emptying of water in term <PERSOON-##> administration of an oral carbohydrate-containing fluid prior to major elective upper-gastrointestinal surgery preserves skeletal muscle mass postoperatively-a randomised clinical trial Clin Nutr ###;##(#) #<DATUM> Het optimaliseren van de postoperatieve voedingstoestand is een belangrijke zaak aangezien een goed gevoede patiënt aannemelijkerwijs beter in staat is postoperatieve problemen het hoofd te bieden het type en hoeveelheid voeding is van een aantal factoren afhankelijk Zo spelen preexistente co-morbiditeit, leeftijd, zwangerschap en type chirurgie allen een belangrijke rol Een kind heeft andere behoeften dan een zwangere en een patiënt die een complexe buikoperatie heeft ondergaan, zal door het vaker optreden van postoperatieve ileus, mogelijk een ander beleid vereisen ten aanzien van keuze van aard, toedieningsweg en tijdstip van voeding, dan een patiënt die een perifere vaatoperatie onderging Om deze redenen is er in dit hoofdstuk gekozen voor een indeling naar de paragrafen Een uitputtende bespreking van postoperatieve voeding bij specifieke co-morbiditeit valt buiten het bestek van deze richtlijn De geïnteresseerde lezer zij verwezen naar Bijlage #, waar een aantal verwijzingen naar internationale richtlijnen aangaande specifieke patiëntengroepen staat (NB zie Voetnoot bij de tabel, waarin de Werkgroep expliciteert wat In deze paragraaf wordt een aantal algemene factoren besproken die een negatieve invloed kunnen hebben op orale voedselinname Dit zijn achtereenvolgens postoperatieve misselijkheid en braken, pijnstilling, het gebruik van maagsondes en ileus Om vroege orale voedselinname te faciliteren, is het belangrijk om een gerichte strategie te hebben voor het omgaan met postoperatieve misselijkheid en braken In dit hoofdstuk wordt volstaan met een beperkte weergave van de belangrijkste conclusies alsmede de ((WEBLINK) en (WEBLINK); voor meer gedetailleerde Risicofactoren moeten geminimaliseerd worden, inclusief het voorkomen van het gebruik van middelen, die het optreden van braken in de hand werken (neostygmine, opioïden, lachgas, etc ), door substituten die minder leiden tot het optreden van braken Een tweetal.
528
nvmdl
hoeveelheid voeding is van een aantal factoren afhankelijk Zo spelen preexistente co-morbiditeit, leeftijd, zwangerschap en type chirurgie allen een belangrijke rol Een kind heeft andere behoeften dan een zwangere en een patiënt die een complexe buikoperatie heeft ondergaan, zal door het vaker optreden van postoperatieve ileus, mogelijk een ander beleid vereisen ten aanzien van keuze van aard, toedieningsweg en tijdstip van voeding, dan een patiënt die een perifere vaatoperatie onderging Om deze redenen is er in dit hoofdstuk gekozen voor een indeling naar de paragrafen Een uitputtende bespreking van postoperatieve voeding bij specifieke co-morbiditeit valt buiten het bestek van deze richtlijn De geïnteresseerde lezer zij verwezen naar Bijlage #, waar een aantal verwijzingen naar internationale richtlijnen aangaande specifieke patiëntengroepen staat (NB zie Voetnoot bij de tabel, waarin de Werkgroep expliciteert wat In deze paragraaf wordt een aantal algemene factoren besproken die een negatieve invloed kunnen hebben op orale voedselinname Dit zijn achtereenvolgens postoperatieve misselijkheid en braken, pijnstilling, het gebruik van maagsondes en ileus Om vroege orale voedselinname te faciliteren, is het belangrijk om een gerichte strategie te hebben voor het omgaan met postoperatieve misselijkheid en braken In dit hoofdstuk wordt volstaan met een beperkte weergave van de belangrijkste conclusies alsmede de ((WEBLINK) en (WEBLINK); voor meer gedetailleerde Risicofactoren moeten geminimaliseerd worden, inclusief het voorkomen van het gebruik van middelen, die het optreden van braken in de hand werken (neostygmine, opioïden, lachgas, etc ), door substituten die minder leiden tot het optreden van braken Een tweetal ### patiënten, die een laparoscopische cholecystectomie ondergingen en een RCT in ### patiënten, die een sectio caesarea ondergingen, toonden aan dat een enkele dosis van # mg dexamethason preoperatief tot een sterke reductie van postoperatieve misselijkheid en braken leidde, zonder bijwerkingen (Fuji, ###; Feo, ###; Bisgaard, ###) Vergelijkbare gegevens o a ook uit een systematisch review bij kinderen, die tonsillectomie ondergingen, lijken het gebruik van eenmalig preoperatief dexamethason bij een bredere patiëntenpopulatie te steunen (Steward, ###; Henzi, ###) Droperidol, ondansetron (of een andere #HT#-receptorantagonist) en dexamethason lijken even effectief als single drug (Henzi, ###; <PERSOON>, ###) met een reductie in postoperatieve misselijkheid en braken van ongeveer ##% (Apfel, ###) Van metoclopramide lijkt bewezen dat het geen klinisch relevant effect heeft bij de profylaxe van postoperative misselijkheid en braken (Henzi, ###) mg/kg) heeft geen klinisch anti-emetisch effect bij de profylaxe van Droperidol is een effectief middel bij de profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken Bijwerkingen treden frequenter op bij doseringen Voor de profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken zijn #-HT#receptorantagonisten (bijv ondansetron) het meest effectief, doch de toediening hiervan kan postoperatieve misselijkheid en braken niet altijd Profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken met combinaties van anti-emetica die op diverse receptoren werken, zijn effectiever ten Er zijn maar zeer weinig trials waarin de behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken is bekeken (Kazemi-Kjellberg, ###), meestal gaat het om de preventie (Fuji, ###; Feo, ###; Bisgaard, ###; Henzi, ###) Algemeen wordt aangenomen dat het moeilijker is.
657
nvmdl
die een laparoscopische cholecystectomie ondergingen en een RCT in ### patiënten, die een sectio caesarea ondergingen, toonden aan dat een enkele dosis van # mg dexamethason preoperatief tot een sterke reductie van postoperatieve misselijkheid en braken leidde, zonder bijwerkingen (Fuji, ###; Feo, ###; Bisgaard, ###) Vergelijkbare gegevens o a ook uit een systematisch review bij kinderen, die tonsillectomie ondergingen, lijken het gebruik van eenmalig preoperatief dexamethason bij een bredere patiëntenpopulatie te steunen (Steward, ###; Henzi, ###) Droperidol, ondansetron (of een andere #HT#-receptorantagonist) en dexamethason lijken even effectief als single drug (Henzi, ###; <PERSOON>, ###) met een reductie in postoperatieve misselijkheid en braken van ongeveer ##% (Apfel, ###) Van metoclopramide lijkt bewezen dat het geen klinisch relevant effect heeft bij de profylaxe van postoperative misselijkheid en braken (Henzi, ###) mg/kg) heeft geen klinisch anti-emetisch effect bij de profylaxe van Droperidol is een effectief middel bij de profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken Bijwerkingen treden frequenter op bij doseringen Voor de profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken zijn #-HT#receptorantagonisten (bijv ondansetron) het meest effectief, doch de toediening hiervan kan postoperatieve misselijkheid en braken niet altijd Profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken met combinaties van anti-emetica die op diverse receptoren werken, zijn effectiever ten Er zijn maar zeer weinig trials waarin de behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken is bekeken (Kazemi-Kjellberg, ###), meestal gaat het om de preventie (Fuji, ###; Feo, ###; Bisgaard, ###; Henzi, ###) Algemeen wordt aangenomen dat het moeilijker is De voornoemde trial (Kazemi-Kjellberg, ###) laat slechts een matige effectiviteit zien van de behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken, zodat preventie te prefereren is Patiënten met een verhoogd risico (bv niet rokende vrouwen met een evenwichtsstoornis) zouden profylactische anti-emetische behandeling moeten krijgen (bv ondansetron, dexamethason, droperidol) Bij patiënten zonder verhoogd risico is de standaard toediening van anti-emetica sterk aan te bevelen (bv dexamethason plus ondansetron) Het toedienen van meer dan # anti-emeticum is effectiever Als de patiënt misselijk wordt en gaat Voor de therapie van postoperatieve misselijkheid en braken wordt gesteld dat een gebalanceerde therapie succesvoller is dan monotherapie (Tramer, ###) Bij de therapie dient bij het niet succesvol zijn van een medicament snel een ander anti-emeticum te worden toegediend dat werkzaam is op een andere receptor (Kovac, ###; Sun ###) Bij de therapie van postoperatieve misselijkheid en braken worden dezelfde medicamenten Zie voor een meer gedetailleerde verantwoording ook het Aanhangsel ‘Postoperatieve Als de patiënt misselijk wordt en gaat overgeven, is een bredere aanpak noodzakelijk met gebalanceerde medicamenteuze therapie en eventueel insertie maagsonde (met name bij Het hierna volgende stuk is zo goed als mogelijk in overeenstemming gebracht met deze richtlijn Daar waar nieuwe inzichten ontstaan zijn tussen datum publicatie van deze Richtlijn is dat aangegeven De geïnteresseerde lezer zij voor meer informatie verwezen naar bovengenoemde richtlijn In dit hoofdstuk wordt de relevante informatie hieruit gecondenseerd weergegeven met betrekking tot de volwassen patiënt Het lijkt logisch pre- en peroperatief alleen kortwerkende anesthetica toe te dienen (Holte,.
672
nvmdl
een matige effectiviteit zien van de behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken, zodat preventie te prefereren is Patiënten met een verhoogd risico (bv niet rokende vrouwen met een evenwichtsstoornis) zouden profylactische anti-emetische behandeling moeten krijgen (bv ondansetron, dexamethason, droperidol) Bij patiënten zonder verhoogd risico is de standaard toediening van anti-emetica sterk aan te bevelen (bv dexamethason plus ondansetron) Het toedienen van meer dan # anti-emeticum is effectiever Als de patiënt misselijk wordt en gaat Voor de therapie van postoperatieve misselijkheid en braken wordt gesteld dat een gebalanceerde therapie succesvoller is dan monotherapie (Tramer, ###) Bij de therapie dient bij het niet succesvol zijn van een medicament snel een ander anti-emeticum te worden toegediend dat werkzaam is op een andere receptor (Kovac, ###; Sun ###) Bij de therapie van postoperatieve misselijkheid en braken worden dezelfde medicamenten Zie voor een meer gedetailleerde verantwoording ook het Aanhangsel ‘Postoperatieve Als de patiënt misselijk wordt en gaat overgeven, is een bredere aanpak noodzakelijk met gebalanceerde medicamenteuze therapie en eventueel insertie maagsonde (met name bij Het hierna volgende stuk is zo goed als mogelijk in overeenstemming gebracht met deze richtlijn Daar waar nieuwe inzichten ontstaan zijn tussen datum publicatie van deze Richtlijn is dat aangegeven De geïnteresseerde lezer zij voor meer informatie verwezen naar bovengenoemde richtlijn In dit hoofdstuk wordt de relevante informatie hieruit gecondenseerd weergegeven met betrekking tot de volwassen patiënt Het lijkt logisch pre- en peroperatief alleen kortwerkende anesthetica toe te dienen (Holte, Opiaten veroorzaken nogal eens misselijkheid, hetgeen orale intake bemoeilijkt In dat licht is een reductie van opiaatgebruik perioperatief zinvol Een thoracale epidurale catheter, geactiveerd voor operatie, blokkeert de stresshormoonrelease en vermindert postoperatieve insulineresistentie (Uchida, ###), hetgeen mogelijk verklaart waarom er dan minder verlies van lichaamseiwit optreedt (Barratt, ###; Schricker, ###; Lattermann, ###) Daarnaast verkort een thoracale epidurale catheter de duur van de postoperatieve ileus bij patiënten die een laparotomie ondergaan (Jorgensen, ###), waardoor de patiënt eerder tot een normale voedselinname in staat is Epidurale analgesie verschaft superieure pijnstilling vergeleken met parenterale opioiden en daarnaast reduceert epidurale anaesthesie en analgesie de incidentie van pulmonale problemen (Park, ###; Rigg, ###) Kwaliteit van leven en prestatievermogen worden er door verbeterd na onder andere colon chirurgie De incidentie van postoperatieve ileus wordt verminderd door de epidurale toediening van lokaal anesthetica vergeleken met systemische of epidurale toevoeging van opioiden bij patiënten die abdominale chirurgie ondergaan Het effect van toediening van (epidurale) opioiden aan lokaal anesthetica Of een epiduraal pre- of postoperatief geactiveerd wordt, lijkt niet van doorslaggevend belang (Flisberg, ###) Voor contra-indicaties voor het inbrengen van een epiduraal zij ter pijnstilling (gedurende # à # dagen postoperatief) Het lijkt op dit moment niet opportuun een aanbeveling te doen inzake welk lokaal anestheticum of welk opiaat gebruikt dient te worden Omdat epidurale pijnbehandeling grote voordelen biedt bij bepaalde patiënten, is het verstandig opnieuw een epidurale catheter in te brengen als de catheter gebroken of.
610
nvmdl
eens misselijkheid, hetgeen orale intake bemoeilijkt In dat licht is een reductie van opiaatgebruik perioperatief zinvol Een thoracale epidurale catheter, geactiveerd voor operatie, blokkeert de stresshormoonrelease en vermindert postoperatieve insulineresistentie (Uchida, ###), hetgeen mogelijk verklaart waarom er dan minder verlies van lichaamseiwit optreedt (Barratt, ###; Schricker, ###; Lattermann, ###) Daarnaast verkort een thoracale epidurale catheter de duur van de postoperatieve ileus bij patiënten die een laparotomie ondergaan (Jorgensen, ###), waardoor de patiënt eerder tot een normale voedselinname in staat is Epidurale analgesie verschaft superieure pijnstilling vergeleken met parenterale opioiden en daarnaast reduceert epidurale anaesthesie en analgesie de incidentie van pulmonale problemen (Park, ###; Rigg, ###) Kwaliteit van leven en prestatievermogen worden er door verbeterd na onder andere colon chirurgie De incidentie van postoperatieve ileus wordt verminderd door de epidurale toediening van lokaal anesthetica vergeleken met systemische of epidurale toevoeging van opioiden bij patiënten die abdominale chirurgie ondergaan Het effect van toediening van (epidurale) opioiden aan lokaal anesthetica Of een epiduraal pre- of postoperatief geactiveerd wordt, lijkt niet van doorslaggevend belang (Flisberg, ###) Voor contra-indicaties voor het inbrengen van een epiduraal zij ter pijnstilling (gedurende # à # dagen postoperatief) Het lijkt op dit moment niet opportuun een aanbeveling te doen inzake welk lokaal anestheticum of welk opiaat gebruikt dient te worden Omdat epidurale pijnbehandeling grote voordelen biedt bij bepaalde patiënten, is het verstandig opnieuw een epidurale catheter in te brengen als de catheter gebroken of Zoals reeds in Hoofdstuk # onder de aandacht gebracht, toonde een systematic review van gerandomiseerde gecontroleerde trials met in totaal meer dan ### patiënten, die open abdominale chirurgie ondergingen (<PERSOON>, ###), aan dat patiënten bij wie geen door een beleid zonder maagsonde In een gerandomiseerde trial waarbij ### patiënten colorectale resecties voor kanker ondergingen, was er geen toename in morbiditeit in de groep zonder maagsonde, die al op de eerste postoperatieve dag mocht eten, vergeleken met de groep met maagsonde die langdurig gevast werd (Feo, ###) Een meta-analyse van gecontroleerde trials met als focus vroege enterale voeding versus geen voeding na het ondergaan van een gastro-intestinale ingreep concludeert dat er geen aanwijsbaar voordeel is om patiënten nuchter te houden na een electieve gastro-intestinale ingreep (<PERSOON>, ###) Het routinematig gebruik van decompressieve maagsondes na electieve chirurgie leidt niet tot een lagere incidentie van aspiratie, pneumonie, naadlekkages, of tot een versneld herstel en ontslag van de patiënt Er is Het is veilig om patiënten die electieve abdominale chirurgie ondergaan, postoperatief te managen zonder maagsonde, waarbij heldere dranken zeer snel na operatie toegestaan zijn (binnen # uur) en orale voedselinname gestart kan worden op de eerste postoperatieve dag Een maagsonde in situ is onprettig voor de patiënt, onnodig en mogelijk schadelijk Uit <LOCATIE>, ###; Delaney, ###; Raue, ###; Bradshaw, ### <PERSOON>, ###) alsmede een meta-analyse van deze studies blijkt dat het niet inbrengen of vroegtijdig verwijderen van maagsondes niet leidt tot meer morbiditeit (<PERSOON>, ###) Het niet inbrengen of vroegtijdig verwijderen van maagsondes is een belangrijke factor bij het vroeg starten van orale.
669
nvmdl
review van gerandomiseerde gecontroleerde trials met in totaal meer dan ### patiënten, die open abdominale chirurgie ondergingen (<PERSOON>, ###), aan dat patiënten bij wie geen door een beleid zonder maagsonde In een gerandomiseerde trial waarbij ### patiënten colorectale resecties voor kanker ondergingen, was er geen toename in morbiditeit in de groep zonder maagsonde, die al op de eerste postoperatieve dag mocht eten, vergeleken met de groep met maagsonde die langdurig gevast werd (Feo, ###) Een meta-analyse van gecontroleerde trials met als focus vroege enterale voeding versus geen voeding na het ondergaan van een gastro-intestinale ingreep concludeert dat er geen aanwijsbaar voordeel is om patiënten nuchter te houden na een electieve gastro-intestinale ingreep (<PERSOON>, ###) Het routinematig gebruik van decompressieve maagsondes na electieve chirurgie leidt niet tot een lagere incidentie van aspiratie, pneumonie, naadlekkages, of tot een versneld herstel en ontslag van de patiënt Er is Het is veilig om patiënten die electieve abdominale chirurgie ondergaan, postoperatief te managen zonder maagsonde, waarbij heldere dranken zeer snel na operatie toegestaan zijn (binnen # uur) en orale voedselinname gestart kan worden op de eerste postoperatieve dag Een maagsonde in situ is onprettig voor de patiënt, onnodig en mogelijk schadelijk Uit <LOCATIE>, ###; Delaney, ###; Raue, ###; Bradshaw, ### <PERSOON>, ###) alsmede een meta-analyse van deze studies blijkt dat het niet inbrengen of vroegtijdig verwijderen van maagsondes niet leidt tot meer morbiditeit (<PERSOON>, ###) Het niet inbrengen of vroegtijdig verwijderen van maagsondes is een belangrijke factor bij het vroeg starten van orale proximale tractus digestivus (oesophagusresectie, pancreaticoduodenectomie, totale maagresectie), er een traditie in de chirurgie bestaat om alleen de opererend chirurg beslissingen te laten nemen over het verwijderen van de maagsonde Er is volgens de commissie geen literatuur om bij deze ingrepen rigide het eventueel langdurig gebruik van maagsondes te verdedigen Een maagsonde is niet geïndiceerd als decompressiemiddel bij open abdominale chirurgie Recente data suggereren dat dit ook geldt voor bijvoorbeeld partiële of totale gastrectomieën (Carrere, ###; Akbaba, ###) waarbij de chirurg tradioneel veel belang hecht aan het in situ laten van de tube Voor oesofagusresecties met buismaagreconstructies liggen de data iets anders hier lijkt wel een voordeel van maagsondes bij andere typen chirurgie, buiten of binnen de buik, onwaarschijnlijk Bij colorectale ingrepen kan op de eerste postoperatieve dag gestart worden met vast voedsel zonder dat dit nadelige effecten heeft voor genezing van de darmanastomose (Reissman, ###) Echter, de kans op braken is verhoogd bij patiënten die al vroeg voeding krijgen toegediend en in afwezigheid van een multimodale anti-ileus therapie wordt vroege sondevoeding geassocieerd met darmdistensie, en gestoorde mobilisatie en longfunctie Bij electieve chirurgische patiënten die niet specifiek gescreend waren op ondervoeding werd een positief effect waargenomen van vroege orale of sondevoeding (<PERSOON> voeding heeft een positief effect op de algehele eiwithuishouding van patiënten (en dus verminderde afbraak van spierweefsel) <PERSOON> orale voeding is daardoor aan te bevelen in colorectale chirurgie mits adequate postoperatieve antimisselijkheid, -braak en -ileus protocollen aanwezig zijn en uitgevoerd worden.
639
nvmdl
tractus digestivus (oesophagusresectie, pancreaticoduodenectomie, totale maagresectie), er een traditie in de chirurgie bestaat om alleen de opererend chirurg beslissingen te laten nemen over het verwijderen van de maagsonde Er is volgens de commissie geen literatuur om bij deze ingrepen rigide het eventueel langdurig gebruik van maagsondes te verdedigen Een maagsonde is niet geïndiceerd als decompressiemiddel bij open abdominale chirurgie Recente data suggereren dat dit ook geldt voor bijvoorbeeld partiële of totale gastrectomieën (Carrere, ###; Akbaba, ###) waarbij de chirurg tradioneel veel belang hecht aan het in situ laten van de tube Voor oesofagusresecties met buismaagreconstructies liggen de data iets anders hier lijkt wel een voordeel van maagsondes bij andere typen chirurgie, buiten of binnen de buik, onwaarschijnlijk Bij colorectale ingrepen kan op de eerste postoperatieve dag gestart worden met vast voedsel zonder dat dit nadelige effecten heeft voor genezing van de darmanastomose (Reissman, ###) Echter, de kans op braken is verhoogd bij patiënten die al vroeg voeding krijgen toegediend en in afwezigheid van een multimodale anti-ileus therapie wordt vroege sondevoeding geassocieerd met darmdistensie, en gestoorde mobilisatie en longfunctie Bij electieve chirurgische patiënten die niet specifiek gescreend waren op ondervoeding werd een positief effect waargenomen van vroege orale of sondevoeding (<PERSOON> voeding heeft een positief effect op de algehele eiwithuishouding van patiënten (en dus verminderde afbraak van spierweefsel) <PERSOON> orale voeding is daardoor aan te bevelen in colorectale chirurgie mits adequate postoperatieve antimisselijkheid, -braak en -ileus protocollen aanwezig zijn en uitgevoerd worden drinkvoeding van de dag voor de ingreep tot ten minste vier dagen na de ingreep succesvol gebleken (<LOCATIE>, ###; Fearon, ###) Orale drinkvoeding kan worden voorgeschreven als aanvulling op normale voeding Voor ondervoede patiënten is er blijkens een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek een aanwijsbaar voordeel voor aanvullende orale voeding in de periode direct na de ingreep tot acht weken daarna, in termen van het herstel van voedingstoestand en kwaliteit van leven (Beattie, ###) Sommige patiënten geven aan voorkeur te hebben voor vloeibare voedingssupplementen, omdat deze makkelijker in te nemen zijn De combinatie van orale drinkvoeding en normale voeding maakt het voor de patiënt mogelijk om ###-### kCal tot zich te nemen vanaf de eerste postoperatieve dag Van de combinatie van inname van koolhydraatrijke drank, epidurale anesthesie en vroege sondevoeding is uit gerandomiseerd onderzoek gebleken dat dit een gunstig effect heeft op de stikstofbalans zonder gelijktijdige hyperglycaemie (Soop, ###) Dit benadrukt het belang van een multimodale therapie in het onderhouden van de voedingsstatus rond een operatie Maagsondes dienen standaard niet gebruikt te worden, of aan het einde van de operatie verwijderd te worden, onafhankelijk van de soort operatie Alleen op speciale indicatie dient een maagsonde in situ te blijven (oesofaguschirurgie) Patiënten kunnen vrijwel direct postoperatief drinken en mogen starten met orale voedselinname op de eerste Reductie van opiaatgebruik bevordert het herstel van de functie van de tractus digestivus Naast het vermijden van overmatig gebruik van bepaalde medicamenten is van een aantal.
588
nvmdl
voor de ingreep tot ten minste vier dagen na de ingreep succesvol gebleken (<LOCATIE>, ###; Fearon, ###) Orale drinkvoeding kan worden voorgeschreven als aanvulling op normale voeding Voor ondervoede patiënten is er blijkens een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek een aanwijsbaar voordeel voor aanvullende orale voeding in de periode direct na de ingreep tot acht weken daarna, in termen van het herstel van voedingstoestand en kwaliteit van leven (Beattie, ###) Sommige patiënten geven aan voorkeur te hebben voor vloeibare voedingssupplementen, omdat deze makkelijker in te nemen zijn De combinatie van orale drinkvoeding en normale voeding maakt het voor de patiënt mogelijk om ###-### kCal tot zich te nemen vanaf de eerste postoperatieve dag Van de combinatie van inname van koolhydraatrijke drank, epidurale anesthesie en vroege sondevoeding is uit gerandomiseerd onderzoek gebleken dat dit een gunstig effect heeft op de stikstofbalans zonder gelijktijdige hyperglycaemie (Soop, ###) Dit benadrukt het belang van een multimodale therapie in het onderhouden van de voedingsstatus rond een operatie Maagsondes dienen standaard niet gebruikt te worden, of aan het einde van de operatie verwijderd te worden, onafhankelijk van de soort operatie Alleen op speciale indicatie dient een maagsonde in situ te blijven (oesofaguschirurgie) Patiënten kunnen vrijwel direct postoperatief drinken en mogen starten met orale voedselinname op de eerste Reductie van opiaatgebruik bevordert het herstel van de functie van de tractus digestivus Naast het vermijden van overmatig gebruik van bepaalde medicamenten is van een aantal digestivus hebben Zo toonde een kleine trial dat cisapride versus placebo na colorectale chirurgie leidde tot sneller herstel van defecatie, orale intake en eerder ontslag uit het ziekenhuis (<PERSOON>, ###) Cisapride is in <LOCATIE> echter niet (meer) voor deze indicatie geregistreerd Van macroliden is bekend dat zij buiten hun rol als antibiotica een prokinetisch effect (motiline agonisten) op met name de proximale tractus digestivus hebben (Pilot, ###) Zo lijkt met name erythromycine een sterk effect op de maagontlediging te Cisapride na colorectale chirurgie heeft een bewezen positief effect op het functieherstel van de darm na operatie, maar is in <LOCATIE> niet meer Cisapride is in <LOCATIE> echter niet (meer) voor deze indicatie geregistreerd, en dient daarom niet meer hier voor gebruikt te worden Ziekte, in het bijzonder oncologische aandoeningen van hoofd, hals en ingewanden blijkt geassocieerd te zijn met ongewilde gewichtsdaling (<PERSOON>, ###; DeWys, ###; Nixon, ###) Uit onderzoek onder ### patiënten (in ziekenhuis, verpleeghuis en thuiszorg) in <LOCATIE> bleek ##% (### patiënten) ondervoed Van de ### oncologische patiënten (##,#%) in deze groep, vertoont ##% tekenen van ondervoeding Van de ### chirurgische patiënten was ##% ondervoed (<PERSOON>, ###) Ondervoeding wordt gedefinieerd als de lichamelijke toestand voortkomende uit een tekort aan voedingsstoffen waarbij tevens sprake is van een verminderde biologische functie (<PERSOON>, ###) Een slechte preoperatieve voedingstoestand vermindert de spierfunctie, verzwakt het immuunsysteem en is geassocieerd met een sterk verhoogde kans op postoperatieve complicaties, slechtere van der <PERSOON>, ###).
654
nvmdl
versus placebo na colorectale chirurgie leidde tot sneller herstel van defecatie, orale intake en eerder ontslag uit het ziekenhuis (<PERSOON>, ###) Cisapride is in <LOCATIE> echter niet (meer) voor deze indicatie geregistreerd Van macroliden is bekend dat zij buiten hun rol als antibiotica een prokinetisch effect (motiline agonisten) op met name de proximale tractus digestivus hebben (Pilot, ###) Zo lijkt met name erythromycine een sterk effect op de maagontlediging te Cisapride na colorectale chirurgie heeft een bewezen positief effect op het functieherstel van de darm na operatie, maar is in <LOCATIE> niet meer Cisapride is in <LOCATIE> echter niet (meer) voor deze indicatie geregistreerd, en dient daarom niet meer hier voor gebruikt te worden Ziekte, in het bijzonder oncologische aandoeningen van hoofd, hals en ingewanden blijkt geassocieerd te zijn met ongewilde gewichtsdaling (<PERSOON>, ###; DeWys, ###; Nixon, ###) Uit onderzoek onder ### patiënten (in ziekenhuis, verpleeghuis en thuiszorg) in <LOCATIE> bleek ##% (### patiënten) ondervoed Van de ### oncologische patiënten (##,#%) in deze groep, vertoont ##% tekenen van ondervoeding Van de ### chirurgische patiënten was ##% ondervoed (<PERSOON>, ###) Ondervoeding wordt gedefinieerd als de lichamelijke toestand voortkomende uit een tekort aan voedingsstoffen waarbij tevens sprake is van een verminderde biologische functie (<PERSOON>, ###) Een slechte preoperatieve voedingstoestand vermindert de spierfunctie, verzwakt het immuunsysteem en is geassocieerd met een sterk verhoogde kans op postoperatieve complicaties, slechtere van der <PERSOON>, ###) resulteert in aanzienlijke problemen (Braga, ###a) Een preoperatief goed gevoede patiënt, in combinatie met een optimale voeding na operatie en gedurende opname, lijken derhalve belangrijke pijlers van de juiste behandeling van de chirurgische patiënt Als gevolg van een operatieve ingreep ontstaat vanuit de wond een prikkel die een stressrespons tot stand brengt, welke gekarakteriseerd wordt door grote metabole veranderingen Deze stressrespons zet het immuunsysteem aan tot de vorming van cytokinen, die substraat mobiliseren vanuit spier en lever, welke als bouwsteen dient voor de wondgenezing (Clowes, ###) Dit substraat dient tevens als brandstof voor ons immuunsysteem Postoperatief herstel wordt bevorderd indien de patiënt een adequate stressrespons vertoont en beschikt over voldoende spiermassa als reserve Ondervoede patiënten kunnen evenwel niet optimaal reageren op metabole stress en beschikken eveneens niet over voldoende spiermassa Het geven van kunstvoeding aan deze patiënten heeft als voornaamste doel substraat te leveren voor a ) Herstel van de chirurgische wond en b ) Het behoud van de bestaande lean body mass Direct postoperatief enteraal voeden na grote buikoperaties is veilig, wordt goed getolereerd en heeft een gunstig resultaat op het genezingsproces van de anastomose (Braga, ###b; Senkal, ###) Het geeft tevens een verminderd eiwitkatabolisme (Hochwald, ###), blijkt geassocieerd te zijn met minimale postoperatieve insulineresistentie (Soop, ###), geeft minder wondcomplicaties en een betere wondgenezing (Farreras, ###; Schroeder, ###; Daly, ###; <PERSOON>, ###) Ook worden bij het vroeg starten van postoperatieve enterale voeding minder infecties gezien (Farreras, ###; Schroeder, ###; Daly, ###; <PERSOON>, ###;.
706
nvmdl
Een preoperatief goed gevoede patiënt, in combinatie met een optimale voeding na operatie en gedurende opname, lijken derhalve belangrijke pijlers van de juiste behandeling van de chirurgische patiënt Als gevolg van een operatieve ingreep ontstaat vanuit de wond een prikkel die een stressrespons tot stand brengt, welke gekarakteriseerd wordt door grote metabole veranderingen Deze stressrespons zet het immuunsysteem aan tot de vorming van cytokinen, die substraat mobiliseren vanuit spier en lever, welke als bouwsteen dient voor de wondgenezing (Clowes, ###) Dit substraat dient tevens als brandstof voor ons immuunsysteem Postoperatief herstel wordt bevorderd indien de patiënt een adequate stressrespons vertoont en beschikt over voldoende spiermassa als reserve Ondervoede patiënten kunnen evenwel niet optimaal reageren op metabole stress en beschikken eveneens niet over voldoende spiermassa Het geven van kunstvoeding aan deze patiënten heeft als voornaamste doel substraat te leveren voor a ) Herstel van de chirurgische wond en b ) Het behoud van de bestaande lean body mass Direct postoperatief enteraal voeden na grote buikoperaties is veilig, wordt goed getolereerd en heeft een gunstig resultaat op het genezingsproces van de anastomose (Braga, ###b; Senkal, ###) Het geeft tevens een verminderd eiwitkatabolisme (Hochwald, ###), blijkt geassocieerd te zijn met minimale postoperatieve insulineresistentie (Soop, ###), geeft minder wondcomplicaties en een betere wondgenezing (Farreras, ###; Schroeder, ###; Daly, ###; <PERSOON>, ###) Ook worden bij het vroeg starten van postoperatieve enterale voeding minder infecties gezien (Farreras, ###; Schroeder, ###; Daly, ###; <PERSOON>, ###; een vermindering van het gewichtsverlies op (Beattie, ###; Keele, ###; Bisgaard ###), wordt een verbeterde immuunrespons waargenomen, (<PERSOON>, ###) evenals een kortere Het lijkt niet alleen zinvol patiënten met ernstig gewichtsverlies vroeg postoperatief te voeden Ook patiënten met een preoperatief goede voedingstoestand die peri- en postoperatief (enteraal) gevoed werden, bleken minder infectieuze complicaties en een vermindering van het gewichtsverlies te hebben, alsook een kortere ziekenhuisopnameduur Bij vroeg postoperatief voeden is dan enteraal of parenteraal het meest zinvol? Toediening van totale parenterale voeding “TPV” heeft in tegenstelling tot enterale voeding, duidelijk negatieve effecten op de darm hetgeen tot uiting komt in een sterke reductie van de mucosale enzymactiviteit, een reductie van de bloedstroom door het darmstelsel en een snelle afname van het resorberend oppervlak Deze afname ontstaat door een vermindering van de villus-crypt-hoogte en wordt mucosale atrofie genoemd (Nijveldt, ###) Darmmucosa is niet alleen noodzakelijk voor resorptie van nutriënten, maar speelt tevens een belangrijke rol in de barrière tegen micro-organismen en hun endotoxinen Deze barrière kan waarschijnlijk alleen adequaat intact gehouden worden door volwaardige voeding ìn de darm Onderzoek heeft uitgewezen dat bij ondervoede patiënten die electief werden behandeld voor kanker van het maag-darmstelsel, snelle postoperatieve enterale voeding geassocieerd is met een significant kortere opnameduur, in tegenstelling tot TPV (Bozzetti, ###) Tevens is er sprake van een kostenreductie bij het gebruik van enterale voeding (gedefinieerd als geleidelijke herintroductie van een oraal dieet postoperatief, na enkele dagen van inadequate intake van nutriënten aangevuld met intraveneuze toediening van.
659
nvmdl
###; Keele, ###; Bisgaard ###), wordt een verbeterde immuunrespons waargenomen, (<PERSOON>, ###) evenals een kortere Het lijkt niet alleen zinvol patiënten met ernstig gewichtsverlies vroeg postoperatief te voeden Ook patiënten met een preoperatief goede voedingstoestand die peri- en postoperatief (enteraal) gevoed werden, bleken minder infectieuze complicaties en een vermindering van het gewichtsverlies te hebben, alsook een kortere ziekenhuisopnameduur Bij vroeg postoperatief voeden is dan enteraal of parenteraal het meest zinvol? Toediening van totale parenterale voeding “TPV” heeft in tegenstelling tot enterale voeding, duidelijk negatieve effecten op de darm hetgeen tot uiting komt in een sterke reductie van de mucosale enzymactiviteit, een reductie van de bloedstroom door het darmstelsel en een snelle afname van het resorberend oppervlak Deze afname ontstaat door een vermindering van de villus-crypt-hoogte en wordt mucosale atrofie genoemd (Nijveldt, ###) Darmmucosa is niet alleen noodzakelijk voor resorptie van nutriënten, maar speelt tevens een belangrijke rol in de barrière tegen micro-organismen en hun endotoxinen Deze barrière kan waarschijnlijk alleen adequaat intact gehouden worden door volwaardige voeding ìn de darm Onderzoek heeft uitgewezen dat bij ondervoede patiënten die electief werden behandeld voor kanker van het maag-darmstelsel, snelle postoperatieve enterale voeding geassocieerd is met een significant kortere opnameduur, in tegenstelling tot TPV (Bozzetti, ###) Tevens is er sprake van een kostenreductie bij het gebruik van enterale voeding (gedefinieerd als geleidelijke herintroductie van een oraal dieet postoperatief, na enkele dagen van inadequate intake van nutriënten aangevuld met intraveneuze toediening van vergelijking met TPV (Braunschweig, ###) Uit een andere meta-analyse wordt geconcludeerd dat snelle postoperatieve enterale voeding bij chirurgische hoogrisicopatiënten minder septische complicaties geeft in vergelijking met TPV De nadelige effecten van enterale voeding, te weten abdominale kramp, distensie, overgeven en diarree komen significant wèl vaker voor in vergelijking met TPN (Bozzetti, ###; Braunschweig, ###) Echter, alleen wanneer vroeg enteraal voeden niet mogelijk is, kan parenterale voeding worden toegediend om postoperatieve morbiditeit te beperken Intestinale obstructie / perforatie / lekkage / ischaemie Direct postoperatief voeden vermindert de morbiditeit Hierbij is enteraal Indien vroeg postoperatief voeden wordt overwogen en de patiënt is ondervoed is het verstandig zowel enteraal als parenteraal te voeden Indien preoperatief duidelijk is dat de patiënt postoperatief afhankelijk zal zijn van kunstvoeding, is het noodzakelijk om pre/peroperatief na te denken over de toedieningsweg (bijvoorbeeld een zelfmigrerende sonde, Bij de chirurgische patiënt is het aan te bevelen direct postoperatief te voeden opdat de Bij de wijze van toedienen van voeding in de klinische situatie kan een onderverdeling worden gemaakt in drie toegangswegen, oraal (via de mond), enteraal (via het maagdarmstelsel) en parenteraal (via de bloedbaan) Bij de keuze voor een bepaalde manier van toedienen speelt de te verwachten duur van klinisch voeden een belangrijke rol Voor de wetenschappelijk onderbouwing voor de keuze van verschillende enterale toedieningswegen is de website van de Nederlandse Vereniging van Intensive Care (NVIC, ###), (WEBLINK) onder het kopje Richtlijnen, te raadplegen Oraal voeden is mogelijk bij goede functie van mond, slikapparaat, slokdarm, maag en darm.
627
nvmdl
wordt geconcludeerd dat snelle postoperatieve enterale voeding bij chirurgische hoogrisicopatiënten minder septische complicaties geeft in vergelijking met TPV De nadelige effecten van enterale voeding, te weten abdominale kramp, distensie, overgeven en diarree komen significant wèl vaker voor in vergelijking met TPN (Bozzetti, ###; Braunschweig, ###) Echter, alleen wanneer vroeg enteraal voeden niet mogelijk is, kan parenterale voeding worden toegediend om postoperatieve morbiditeit te beperken Intestinale obstructie / perforatie / lekkage / ischaemie Direct postoperatief voeden vermindert de morbiditeit Hierbij is enteraal Indien vroeg postoperatief voeden wordt overwogen en de patiënt is ondervoed is het verstandig zowel enteraal als parenteraal te voeden Indien preoperatief duidelijk is dat de patiënt postoperatief afhankelijk zal zijn van kunstvoeding, is het noodzakelijk om pre/peroperatief na te denken over de toedieningsweg (bijvoorbeeld een zelfmigrerende sonde, Bij de chirurgische patiënt is het aan te bevelen direct postoperatief te voeden opdat de Bij de wijze van toedienen van voeding in de klinische situatie kan een onderverdeling worden gemaakt in drie toegangswegen, oraal (via de mond), enteraal (via het maagdarmstelsel) en parenteraal (via de bloedbaan) Bij de keuze voor een bepaalde manier van toedienen speelt de te verwachten duur van klinisch voeden een belangrijke rol Voor de wetenschappelijk onderbouwing voor de keuze van verschillende enterale toedieningswegen is de website van de Nederlandse Vereniging van Intensive Care (NVIC, ###), (WEBLINK) onder het kopje Richtlijnen, te raadplegen Oraal voeden is mogelijk bij goede functie van mond, slikapparaat, slokdarm, maag en darm Combinaties van oraal/enteraal of enteraal/parenteraal zijn mogelijk bij onvoldoende intake Indien mogelijk Voor de orale toedieningsweg is van het belang de onderstaande situaties in acht te nemen Hieronder worden een aantal situaties genoemd waarbij een patiënt niet via de mond (per os) gevoed kan worden Bijvoorbeeld door # het type chirurgie (na kaakchirurgie waarbij de mond niet goed geopend kan worden, bij tumoren van de nasopharynx, larynx of oesophagus die een obstructie veroorzaken, na oesophagusresectie, een Whipple operatie, of een partiële maagresectie), # intolerantie voor voeding in de maag met het optreden van maagretenties )### ml en een hoge ileus met misselijkheid en braken, # onvoldoende absorberend vermogen van het maagdarmstelsel voor orale/enterale voeding (malabsorptie, sedatie), # hemodynamische instabiliteit met inotropie afhankelijkheid, en # door respiratoir Daarnaast geldt dat na bijna iedere middelgrote tot grote operatie de patiënt in meer of mindere mate een stoornis in de maagontlediging ervaart, die enkele uren tot dagen kan aanhouden Daarbij zal een percentage van de patiënten misselijk zijn en/of braken Deze patiënten zouden oraal gevoed kunnen worden maar krijgen niet de benodigde orale intake van voedingsstoffen en worden hierdoor niet optimaal gevoed Indien dit het geval is, is voeden middels een andere toedieningsweg zoals enteraal of parenteraal geïndiceerd De verschillende vormen van enteraal en parenteraal voeden zijn opgesomd in tabel # Deze toedieningswegen zullen in de genoemde volgorde in dit hoofdstuk beschreven worden In veneus perifeer vat; via v cephalica, v basilica of <DATUM> #.
604
nvmdl
zijn mogelijk bij onvoldoende intake Indien mogelijk Voor de orale toedieningsweg is van het belang de onderstaande situaties in acht te nemen Hieronder worden een aantal situaties genoemd waarbij een patiënt niet via de mond (per os) gevoed kan worden Bijvoorbeeld door # het type chirurgie (na kaakchirurgie waarbij de mond niet goed geopend kan worden, bij tumoren van de nasopharynx, larynx of oesophagus die een obstructie veroorzaken, na oesophagusresectie, een Whipple operatie, of een partiële maagresectie), # intolerantie voor voeding in de maag met het optreden van maagretenties )### ml en een hoge ileus met misselijkheid en braken, # onvoldoende absorberend vermogen van het maagdarmstelsel voor orale/enterale voeding (malabsorptie, sedatie), # hemodynamische instabiliteit met inotropie afhankelijkheid, en # door respiratoir Daarnaast geldt dat na bijna iedere middelgrote tot grote operatie de patiënt in meer of mindere mate een stoornis in de maagontlediging ervaart, die enkele uren tot dagen kan aanhouden Daarbij zal een percentage van de patiënten misselijk zijn en/of braken Deze patiënten zouden oraal gevoed kunnen worden maar krijgen niet de benodigde orale intake van voedingsstoffen en worden hierdoor niet optimaal gevoed Indien dit het geval is, is voeden middels een andere toedieningsweg zoals enteraal of parenteraal geïndiceerd De verschillende vormen van enteraal en parenteraal voeden zijn opgesomd in tabel # Deze toedieningswegen zullen in de genoemde volgorde in dit hoofdstuk beschreven worden In veneus perifeer vat; via v cephalica, v basilica of <DATUM> # Voeden via een maagsonde kan bij iedere patiënt die geen contra-indicaties heeft voor een maagsonde Voor het comfort dienen voedingssondes dun (<DATUM> Ch) en flexibel te zijn en eenvoudig kunnen worden ingebracht De dunne voedingssonde kan niet worden gebruikt om maaginhoud te verwijderen, hiervoor is een sonde met een groter kaliber noodzakelijk Sondes met zowel een lumen voor enteraal voeden als voor maagontlediging zijn verkrijgbaar Hieronder worden de contra-indicaties voor voeden via de maag vermeld Voeden via de maag en darm kan gecontra-indiceerd zijn indien een patiënt een mechanische obstructie of aangezichtsletsel heeft waardoor een maagsonde niet via de mond of neus ingebracht kan worden Daarnaast zijn het hebben van een fistel, perforatie, oesophagusvarices met kans op bloeding, maag/duodenum ulcera of bloeding in het verleden of een ernstige oesophagitis (relatieve) contra-indicaties Andere relatieve contraindicaties zijn stoornissen van de maagontlediging Denk hierbij aan ICU-patiënten met schedeltrauma, cervicale fracturen, diabetes mellitus gerelateerde gastroparese, fulminante Risico’s van intragastrisch of prepylorisch voeden zouden aspiratie en aspiratie pneumonie zijn door forse maagretenties en reflux van sondevoeding Meerdere studies hebben aangetoond dat prepylorisch voeden het risico op ventilatoir geassocieerde pneumonie niet verhoogt, indien vergeleken wordt met postpylorisch voeden op de intensive care (<PERSOON>, ###; Kearns, ###) Echter, bij een afwezige Lower Oesopheal Sfincter (LOS) functie, beschreven bij schedeltrauma en een Glasgow Coma Scale van (##, is het gevaar op aspiratie aanzienlijk (Saxe, ###) Het dient te worden overwogen om een soepele, dunne maagsonde voor voeding te gebruiken aangezien een stugge maagsonde.
606
nvmdl
via een maagsonde kan bij iedere patiënt die geen contra-indicaties heeft voor een maagsonde Voor het comfort dienen voedingssondes dun (<DATUM> Ch) en flexibel te zijn en eenvoudig kunnen worden ingebracht De dunne voedingssonde kan niet worden gebruikt om maaginhoud te verwijderen, hiervoor is een sonde met een groter kaliber noodzakelijk Sondes met zowel een lumen voor enteraal voeden als voor maagontlediging zijn verkrijgbaar Hieronder worden de contra-indicaties voor voeden via de maag vermeld Voeden via de maag en darm kan gecontra-indiceerd zijn indien een patiënt een mechanische obstructie of aangezichtsletsel heeft waardoor een maagsonde niet via de mond of neus ingebracht kan worden Daarnaast zijn het hebben van een fistel, perforatie, oesophagusvarices met kans op bloeding, maag/duodenum ulcera of bloeding in het verleden of een ernstige oesophagitis (relatieve) contra-indicaties Andere relatieve contraindicaties zijn stoornissen van de maagontlediging Denk hierbij aan ICU-patiënten met schedeltrauma, cervicale fracturen, diabetes mellitus gerelateerde gastroparese, fulminante Risico’s van intragastrisch of prepylorisch voeden zouden aspiratie en aspiratie pneumonie zijn door forse maagretenties en reflux van sondevoeding Meerdere studies hebben aangetoond dat prepylorisch voeden het risico op ventilatoir geassocieerde pneumonie niet verhoogt, indien vergeleken wordt met postpylorisch voeden op de intensive care (<PERSOON>, ###; Kearns, ###) Echter, bij een afwezige Lower Oesopheal Sfincter (LOS) functie, beschreven bij schedeltrauma en een Glasgow Coma Scale van (##, is het gevaar op aspiratie aanzienlijk (Saxe, ###) Het dient te worden overwogen om een soepele, dunne maagsonde voor voeding te gebruiken aangezien een stugge maagsonde Het voeden voorbij de maaguitgang (postpylorisch) heeft als voordeel dat ook bij maagontledigingsstoornissen een betere tolerantie van sondevoeding en een hogere eiwit- en calorieintake kan worden bereikt (<PERSOON>, ###) In vergelijking met postpylorisch voeden lijkt intragastrisch voeden op de intensive care niet tot een groter risico op beademing geassocieerde pneumonie te leiden Postpylorisch voeden is geassocieerd met een betere tolerantie voor enterale voeding en een hogere eiwit- en calorieintake Indien er een indicatie bestaat om via de maag te voeden, verdient het aanbeveling om een De PEG is een sonde die een verbinding heeft van buikhuid naar de maag (gastrostomie), veelal geplaatst door middel van endoscopie De JPEG, is een vorm van PEG-sonde, waarbij een sonde postpylorisch en eventueel voorbij Treitz in het jejunum geplaatst kan Patiënten die voor een te verwachten lange duur niet oraal gevoed kunnen worden vanwege een obstructie hoog in de tractus aerodigestivus of met slikklachten in geval van spierziekten en post-CVA, nervus hypoglossus letsel, zou men een gastrostomie kunnen geven Het voordeel is dat met behulp van sondevoeding en eventueel een voedingspomp, de calorische behoefte door continue infusie gewaarborgd kan blijven Bij traumapatiënten met schedelletsel werd onderzocht of een enterale voeding via een PEG of een JPEG de calorische intake kon verbeteren, de laatste bleek superieur (<PERSOON>, ###) Alhoewel er minder ervaring bestaat met het endoscopisch plaatsen van PEJs heeft deze techniek in vergelijking met een JPEG het voordeel dat een sonde met een grotere diameter.
593
nvmdl
Het voeden voorbij de maaguitgang (postpylorisch) heeft als voordeel dat ook bij maagontledigingsstoornissen een betere tolerantie van sondevoeding en een hogere eiwit- en calorieintake kan worden bereikt (<PERSOON>, ###) In vergelijking met postpylorisch voeden lijkt intragastrisch voeden op de intensive care niet tot een groter risico op beademing geassocieerde pneumonie te leiden Postpylorisch voeden is geassocieerd met een betere tolerantie voor enterale voeding en een hogere eiwit- en calorieintake Indien er een indicatie bestaat om via de maag te voeden, verdient het aanbeveling om een De PEG is een sonde die een verbinding heeft van buikhuid naar de maag (gastrostomie), veelal geplaatst door middel van endoscopie De JPEG, is een vorm van PEG-sonde, waarbij een sonde postpylorisch en eventueel voorbij Treitz in het jejunum geplaatst kan Patiënten die voor een te verwachten lange duur niet oraal gevoed kunnen worden vanwege een obstructie hoog in de tractus aerodigestivus of met slikklachten in geval van spierziekten en post-CVA, nervus hypoglossus letsel, zou men een gastrostomie kunnen geven Het voordeel is dat met behulp van sondevoeding en eventueel een voedingspomp, de calorische behoefte door continue infusie gewaarborgd kan blijven Bij traumapatiënten met schedelletsel werd onderzocht of een enterale voeding via een PEG of een JPEG de calorische intake kon verbeteren, de laatste bleek superieur (<PERSOON>, ###) Alhoewel er minder ervaring bestaat met het endoscopisch plaatsen van PEJs heeft deze techniek in vergelijking met een JPEG het voordeel dat een sonde met een grotere diameter Bovendien leidt het plaatsen van een directe endoscopische PEJ tot minder endoscopische Bij patiënten met maligniteiten van het KNO-gebied, oesofagus en maag bestaat bij het endoscopisch plaatsen van een PEG een (zij het kleine) kans op het ontstaan van entmetastasen ter plaatse van de punctieplaats (<PERSOON>, ###) Hiervan zijn circa ## case reports beschreven Het verdient aanbeveling om in deze situatie plaatsing van de In <LOCATIE> worden de meeste postpylorische voedingsondes door de maagdarmleverarts endoscopisch ingebracht Ook bij ICU-patiënten is dit een veilige, snelle manier om enteraal te gaan voeden (<PERSOON>, ###) In een vergelijkbare setting werd geen verschil gezien in plaatsing van een nasojejunale sonde endoscopisch versus fluoroscopisch ingebracht (Foote, ###) Indien tijdens een laparotomie de inschatting wordt gemaakt dat de patiënt in aanmerking komt voor enterale voeding, kan een nasoduodenale sonde met behulp van palpatie postpylorisch worden gepositioneerd Hiermee heeft de patiënt een directe betrouwbare voedingssonde die direct gebruikt kan worden voor voeden Enkele studies hebben laten zien dat zelfmigrerende, spiraalvormige nasojejunale voedingssondes een waardevol alternatief zijn voor een enterale voedingssonde bij patiënten met een normale maagperistaltiek Deze sondes kunnen op de verpleegafdeling worden ingebracht, vergelijkbaar met een maagsonde Patiënten behoeven dan geen endoscopische, fluoroscopische of peroperatieve plaatsing te ondergaan (<PERSOON> ###; <PERSOON> ###) rechte sondes bij patiënten met normale maag ontlediging Indien tijdens grote abdominale chirurgie blijkt dat voeding via de orale toedieningsweg postoperatief niet binnen drie dagen gestart kan worden, dient peroperatief een nasoduodenale sonde met behulp van palpatie gepositioneerd te worden.
599
nvmdl
endoscopische PEJ tot minder endoscopische Bij patiënten met maligniteiten van het KNO-gebied, oesofagus en maag bestaat bij het endoscopisch plaatsen van een PEG een (zij het kleine) kans op het ontstaan van entmetastasen ter plaatse van de punctieplaats (<PERSOON>, ###) Hiervan zijn circa ## case reports beschreven Het verdient aanbeveling om in deze situatie plaatsing van de In <LOCATIE> worden de meeste postpylorische voedingsondes door de maagdarmleverarts endoscopisch ingebracht Ook bij ICU-patiënten is dit een veilige, snelle manier om enteraal te gaan voeden (<PERSOON>, ###) In een vergelijkbare setting werd geen verschil gezien in plaatsing van een nasojejunale sonde endoscopisch versus fluoroscopisch ingebracht (Foote, ###) Indien tijdens een laparotomie de inschatting wordt gemaakt dat de patiënt in aanmerking komt voor enterale voeding, kan een nasoduodenale sonde met behulp van palpatie postpylorisch worden gepositioneerd Hiermee heeft de patiënt een directe betrouwbare voedingssonde die direct gebruikt kan worden voor voeden Enkele studies hebben laten zien dat zelfmigrerende, spiraalvormige nasojejunale voedingssondes een waardevol alternatief zijn voor een enterale voedingssonde bij patiënten met een normale maagperistaltiek Deze sondes kunnen op de verpleegafdeling worden ingebracht, vergelijkbaar met een maagsonde Patiënten behoeven dan geen endoscopische, fluoroscopische of peroperatieve plaatsing te ondergaan (<PERSOON> ###; <PERSOON> ###) rechte sondes bij patiënten met normale maag ontlediging Indien tijdens grote abdominale chirurgie blijkt dat voeding via de orale toedieningsweg postoperatief niet binnen drie dagen gestart kan worden, dient peroperatief een nasoduodenale sonde met behulp van palpatie gepositioneerd te worden genoemd Deze kan op verschillende manieren aangelegd worden en verschaft een De endoscopisch ingebrachte variant van de jejunostomie heeft als voordeel dat deze geen chirurgische interventie behoeft Complicaties van deze directe percutane endoscopische jejunostomie (DPEJ) werden recent beschreven als ##% (van een populatie van n=###) waarvan de meerderheid te maken had met verplaatsing of verwijdering van de jejunostomie en #% ernstig De ernstige complicaties van de DPEJ zijn # darmperforaties, # jejunum De chirurgische jejunostomie is onder andere geïndiceerd voor het verkrijgen van een procedure De chirurgische naald-jejunostomie heeft voordelen boven de Witzel’se fistel, doordat het een minder invasieve procedure vereist en daardoor minder complicaties zou hebben Hier is echter geen wetenschappelijk bewijs voor Van de naald-jejunostomie wordt een postoperatieve morbiditeit beschreven die varieert van <DATUM> tot ##%, waarbij ernstige complicaties voorkomen in <DATUM> % tot <DATUM> % (Date, ###; HanGeurts, ###) De ernstige complicaties behelzen reoperatie door intraperitoneale lekkage, herniatie, dislocatie en torsie gerelateerd aan de jejunostomie Een prospectieve et al (###) heeft een ‘prospectief database onderzoek’ uitgevoerd naar complicaties van de naald-jejunostomie over een periode van ###-###, bij een studiepopulatie van n=###, Uit recent onderzoek is gebleken dat enterale voeding met een nasoduodenale sonde na oesophagus-chirurgie vergelijkbare resultaten verkrijgt als voeden via een jejunostomie, voor langere duur, maar kan gepaard gaan met een hoge morbiditeit en voedingsintake met een naald-jejunostomie, zonder risico op voedingsweg gerelateerde complicaties postoperatief niet binnen drie dagen gestart kan worden, kan peroperatief een jejunostomie.
637
nvmdl
verschillende manieren aangelegd worden en verschaft een De endoscopisch ingebrachte variant van de jejunostomie heeft als voordeel dat deze geen chirurgische interventie behoeft Complicaties van deze directe percutane endoscopische jejunostomie (DPEJ) werden recent beschreven als ##% (van een populatie van n=###) waarvan de meerderheid te maken had met verplaatsing of verwijdering van de jejunostomie en #% ernstig De ernstige complicaties van de DPEJ zijn # darmperforaties, # jejunum De chirurgische jejunostomie is onder andere geïndiceerd voor het verkrijgen van een procedure De chirurgische naald-jejunostomie heeft voordelen boven de Witzel’se fistel, doordat het een minder invasieve procedure vereist en daardoor minder complicaties zou hebben Hier is echter geen wetenschappelijk bewijs voor Van de naald-jejunostomie wordt een postoperatieve morbiditeit beschreven die varieert van <DATUM> tot ##%, waarbij ernstige complicaties voorkomen in <DATUM> % tot <DATUM> % (Date, ###; HanGeurts, ###) De ernstige complicaties behelzen reoperatie door intraperitoneale lekkage, herniatie, dislocatie en torsie gerelateerd aan de jejunostomie Een prospectieve et al (###) heeft een ‘prospectief database onderzoek’ uitgevoerd naar complicaties van de naald-jejunostomie over een periode van ###-###, bij een studiepopulatie van n=###, Uit recent onderzoek is gebleken dat enterale voeding met een nasoduodenale sonde na oesophagus-chirurgie vergelijkbare resultaten verkrijgt als voeden via een jejunostomie, voor langere duur, maar kan gepaard gaan met een hoge morbiditeit en voedingsintake met een naald-jejunostomie, zonder risico op voedingsweg gerelateerde complicaties postoperatief niet binnen drie dagen gestart kan worden, kan peroperatief een jejunostomie voeding aangewezen Parenterale voeding kan centraal worden gegeven in de vena cava superior via de vena jugularis of de vena subclavia of perifeer in de vena cephalica of basilica Perifere parenterale voeding gaat gepaard een hoger risico op thromboflebitis en daardoor eerder verlies van de toedieningsweg (Cowl, ###) Het inbrengen van een centrale lijn heeft risico’s als pneumothorax, bloeding, lijnsepsis of zelfs laceratie van de Perifere parenterale voeding gaat gepaard met een hoger risico op tromboflebitis Grote complicaties zoals na centrale lijnen komen niet in <PERSOON> GF, Guest DP, Ciraulo DL, <PERSOON> PL, Hill RC, Barker DE Maximizing tolerance of enteral nutrition in severely injured trauma patiënts a comparison of enteral feedings by means of <PERSOON> P, <PERSOON> CJ Randomized clinical trial of multimodal optimization and standard perioperative surgical care <PERSOON> CC, Korttila K, <PERSOON> H, <PERSOON> I, et al A factorial trial of six interventions for the prevention of postoperative nausea and vomiting <PERSOON> RC, <PERSOON> AJ, Mather LE, Cousins MJ Multimodal analgesia and intravenous nutrition preserves total body protein following major upper gastrointestinal surgery <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> surgery with accelerated rehabilitation or conventional care Dis Colon Rectum ###;##(#) ##<DATUM> discussion ##<DATUM> <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> H A clinical pathway to accelerate.
623
nvmdl
gegeven in de vena cava superior via de vena jugularis of de vena subclavia of perifeer in de vena cephalica of basilica Perifere parenterale voeding gaat gepaard een hoger risico op thromboflebitis en daardoor eerder verlies van de toedieningsweg (Cowl, ###) Het inbrengen van een centrale lijn heeft risico’s als pneumothorax, bloeding, lijnsepsis of zelfs laceratie van de Perifere parenterale voeding gaat gepaard met een hoger risico op tromboflebitis Grote complicaties zoals na centrale lijnen komen niet in <PERSOON> GF, Guest DP, Ciraulo DL, <PERSOON> PL, Hill RC, Barker DE Maximizing tolerance of enteral nutrition in severely injured trauma patiënts a comparison of enteral feedings by means of <PERSOON> P, <PERSOON> CJ Randomized clinical trial of multimodal optimization and standard perioperative surgical care <PERSOON> CC, Korttila K, <PERSOON> H, <PERSOON> I, et al A factorial trial of six interventions for the prevention of postoperative nausea and vomiting <PERSOON> RC, <PERSOON> AJ, Mather LE, Cousins MJ Multimodal analgesia and intravenous nutrition preserves total body protein following major upper gastrointestinal surgery <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> surgery with accelerated rehabilitation or conventional care Dis Colon Rectum ###;##(#) ##<DATUM> discussion ##<DATUM> <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> H A clinical pathway to accelerate Immunonutrition in the critically ill A systematic review of clinical Beattie AH, Prach AT, Baxter JP, Pennington CR A randomised controlled trial evaluating the use of enteral nutritional supplements postoperatively in malnourished surgical patiënts <PERSOON-##> of postoperative enteral nutrition on postsurgical infections <PERSOON-##> oral feeding after elective abdominal surgery – what are the issues? <PERSOON-##> dexamethasone improves surgical outcome after laparoscopic cholecystectomy a randomized double-blind placebo-controlled trial <PERSOON-##> MAE van - de van der Schueren, Leeuwen PAM van, <PERSOON-##> JJ Assessment of malnutrition parameters in head and neck cancer and their relation to <PERSOON-##> enteral versus parenteral nutrition in malnourished patiënts with gastrointestinal cancer a randomised multicentre trial <PERSOON-##> SS, Thirlby RC Standardized perioperative care protocols and reduced length of <PERSOON-##> postoperative enteral nutrition improves gut oxygenation and reduces costs compared with total parenteral nutrition <PERSOON-##> approach in malnourished surgical <PERSOON-##> the gut early after digestive surgery <PERSOON-##> CP, Mittendorf EA Endoscopic placement of nasojejunal feeding tubes in ICU.
536
nvmdl
the critically ill A systematic review of clinical Beattie AH, Prach AT, Baxter JP, Pennington CR A randomised controlled trial evaluating the use of enteral nutritional supplements postoperatively in malnourished surgical patiënts <PERSOON> of postoperative enteral nutrition on postsurgical infections <PERSOON> oral feeding after elective abdominal surgery – what are the issues? <PERSOON> dexamethasone improves surgical outcome after laparoscopic cholecystectomy a randomized double-blind placebo-controlled trial <PERSOON> MAE van - de van der Schueren, Leeuwen PAM van, <PERSOON> JJ Assessment of malnutrition parameters in head and neck cancer and their relation to <PERSOON> enteral versus parenteral nutrition in malnourished patiënts with gastrointestinal cancer a randomised multicentre trial <PERSOON> SS, Thirlby RC Standardized perioperative care protocols and reduced length of <PERSOON> postoperative enteral nutrition improves gut oxygenation and reduces costs compared with total parenteral nutrition <PERSOON> approach in malnourished surgical <PERSOON-##> the gut early after digestive surgery <PERSOON-##> CP, Mittendorf EA Endoscopic placement of nasojejunal feeding tubes in ICU Enteral compared with parenteral nutrition a metaanalysis <PERSOON-##> W A prospective, randomized, double-blinded, placebo-controlled <PERSOON-##> of malnutrition in surgical patiënts evaluation <PERSOON-##> analgesia enhances functional exercise capacity and health-related quality of life after colonic surgery results of a randomized trial <PERSOON-##> YC, Ou JM, <PERSOON-##> of enteral immunonutrition in patiënts with gastric carcinoma undergoing major surgery <PERSOON-##> GV A prospective cohort study of feeding needle catheter jejunostomy in an upper gastrointestinal surgical unit Clin Nutr ### Aug;##(#) ##<DATUM> <PERSOON-##> transpyloric nasojejunal versus nasogastric tube intubation in severe head injuries a preliminary report <PERSOON-##> GH, <PERSOON-##> CA, Saravis CA Muscle proteolysis induced by a circulating peptide in patiënts with sepsis or trauma <PERSOON-##> J Med ###;###(##) ##<DATUM> Cowl CT, Weinstock JV, Al-<PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> and cost associated with parenteral nutrition delivered to hospitalized patiënts through either subclavian or <PERSOON-##> EF, et al Enteral nutrition with.
488
nvmdl
Enteral compared with parenteral nutrition a metaanalysis <PERSOON> W A prospective, randomized, double-blinded, placebo-controlled <PERSOON> of malnutrition in surgical patiënts evaluation <PERSOON> analgesia enhances functional exercise capacity and health-related quality of life after colonic surgery results of a randomized trial <PERSOON> YC, Ou JM, <PERSOON> of enteral immunonutrition in patiënts with gastric carcinoma undergoing major surgery <PERSOON> GV A prospective cohort study of feeding needle catheter jejunostomy in an upper gastrointestinal surgical unit Clin Nutr ### Aug;##(#) ##<DATUM> <PERSOON> transpyloric nasojejunal versus nasogastric tube intubation in severe head injuries a preliminary report <PERSOON> GH, <PERSOON> CA, Saravis CA Muscle proteolysis induced by a circulating peptide in patiënts with sepsis or trauma <PERSOON-##> J Med ###;###(##) ##<DATUM> Cowl CT, Weinstock JV, Al-<PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> and cost associated with parenteral nutrition delivered to hospitalized patiënts through either subclavian or <PERSOON-##> EF, et al Enteral nutrition with immunologic, <PERSOON-##>-site tumour recurrence of oral squamous carcinoma following percutaneous endoscopic gastrostomy a lesson to be aware of <PERSOON-##> jejunostomy is there enough evidence to justify its <PERSOON-##> AR Randomized comparison of nasojejunal and nasogastric feeding in critically ill patiënts <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> VW Prospective, randomized, controlled trial between a pathway of controlled rehabilitation with early ambulation and diet and traditional postoperative care after laparotomy and intestinal resection <PERSOON-##> and limitations of enteral nutrition in the <PERSOON-##> PR, Bennett JM, Bertino JR, et al Prognostic effect of weight loss prior to chemotherapy in cancer patiënts Eastern Cooperative Oncology Group Am J Med <PERSOON-##> KB, <PERSOON-##> EA, Polissar NL, Posner KL Comparative efficacy and safety of ondansetron, droperidol, and metoclopramide for preventing postoperative nausea and vomiting a meta-analysis <PERSOON-##> JA Effect of early postoperative immunonutrition on wound healing in patiënts undergoing surgery for gastric cancer <PERSOON-##> nutritional management of surgical patiënts enhanced recovery after surgery <PERSOON-##> R, De <PERSOON-##> clinical trial of the effect of preoperative dexamethasone on nausea and vomiting after laparoscopic cholecystectomy <PERSOON-##>.
527
nvmdl
oral squamous carcinoma following percutaneous endoscopic gastrostomy a lesson to be aware of <PERSOON> jejunostomy is there enough evidence to justify its <PERSOON> AR Randomized comparison of nasojejunal and nasogastric feeding in critically ill patiënts <PERSOON> AJ, <PERSOON> VW Prospective, randomized, controlled trial between a pathway of controlled rehabilitation with early ambulation and diet and traditional postoperative care after laparotomy and intestinal resection <PERSOON> and limitations of enteral nutrition in the <PERSOON> PR, Bennett JM, Bertino JR, et al Prognostic effect of weight loss prior to chemotherapy in cancer patiënts Eastern Cooperative Oncology Group Am J Med <PERSOON> KB, <PERSOON> EA, Polissar NL, Posner KL Comparative efficacy and safety of ondansetron, droperidol, and metoclopramide for preventing postoperative nausea and vomiting a meta-analysis <PERSOON> JA Effect of early postoperative immunonutrition on wound healing in patiënts undergoing surgery for gastric cancer <PERSOON-##> nutritional management of surgical patiënts enhanced recovery after surgery <PERSOON-##> R, De <PERSOON-##> clinical trial of the effect of preoperative dexamethasone on nausea and vomiting after laparoscopic cholecystectomy <PERSOON-##> oral feeding after colorectal resection a randomized controlled study <PERSOON-##> JA, Kemmeter PR, Prichard PA, Baker RS etal <PERSOON-##> of Endoscopic and Fluoroscopic Placement of Postpyloric Feeding Tubes in <PERSOON-##>, double-blind comparison of subhypnotic-dose propofol alone and combined with dexamethasone for emesis in parturients undergoing cesarean delivery <PERSOON-##> MM, Gleason JR In ### a correlation between malnutrition and poor outcome in critically ill patiënts still exists Nutrition ###;##(#) ##-## Green CJ Existence, causes and consequences of disease related malnutrition in the hospital and the hospital and community, and clinical and financial benefits of nutritional intervention Clin Nutr <PERSOON-##> KT, Tilanus HW Randomized clinical trial comparing feeding jejunostomy with nasoduodenal tube placement in patiënts undergoing oesophagectomy <PERSOON-##> HW Relaparotomy following complications of feeding jejunostomy in esophageal surgery <PERSOON-##> for the prevention of postoperative nausea and <PERSOON-##> in the prevention of postoperative nausea and vomiting a quantitative systematic review of randomized, placebo-controlled studies <PERSOON-##> in critically ill patiënts? A systematic review of the evidence <PERSOON-##> O.
501
nvmdl
oral feeding after colorectal resection a randomized controlled study <PERSOON> JA, Kemmeter PR, Prichard PA, Baker RS etal <PERSOON> of Endoscopic and Fluoroscopic Placement of Postpyloric Feeding Tubes in <PERSOON>, double-blind comparison of subhypnotic-dose propofol alone and combined with dexamethasone for emesis in parturients undergoing cesarean delivery <PERSOON> MM, Gleason JR In ### a correlation between malnutrition and poor outcome in critically ill patiënts still exists Nutrition ###;##(#) ##-## Green CJ Existence, causes and consequences of disease related malnutrition in the hospital and the hospital and community, and clinical and financial benefits of nutritional intervention Clin Nutr <PERSOON> KT, Tilanus HW Randomized clinical trial comparing feeding jejunostomy with nasoduodenal tube placement in patiënts undergoing oesophagectomy <PERSOON> HW Relaparotomy following complications of feeding jejunostomy in esophageal surgery <PERSOON> for the prevention of postoperative nausea and <PERSOON> in the prevention of postoperative nausea and vomiting a quantitative systematic review of randomized, placebo-controlled studies <PERSOON> in critically ill patiënts? A systematic review of the evidence <PERSOON-##> O patiënts with critical illness and cancer A meta-analysis of randomized controlled clinical trials <PERSOON-##> SN, <PERSOON-##> LE, Heslin MJ, Burt ME, <PERSOON-##> MF Early postoperative enteral feeding improves whole body protein kinetics in upper gastrointestinal cancer patiënts <PERSOON-##> after traction removal of direct percutaneous endoscopic <PERSOON-##> of established postoperative nausea and <PERSOON-##> incidence of ventilatorassociated pneumonia and success in nutrient delivery with gastric versus small intestinal feeding a randomized clinical trial <PERSOON-##> AM, Bray MJ, Emery PW, <PERSOON-##> HD, Silk DB Two phase randomised controlled clinical trial of postoperative oral dietary supplements in surgical patiënts Gut ###;##(#) ##<DATUM> Kovac AL Prevention and treatment of postoperative nausea and vomiting <PERSOON-##> MAE van - de van der <PERSOON-##> HJ, JonkersSchuitema CF, Heijden E van der, et al Screening of nutritional status in <PERSOON-##> epidural blockade prevents the increase in protein breakdown after abdominal surgery Acta Anaesthesiol Scand Leeuwen PAM van Het belang van perioperatieve voeding Ned Tijdschr Heelkd ###;#(#) #<DATUM> <PERSOON-##> DA de, <PERSOON-##> clinical trial with an enteral.
522
nvmdl
cancer A meta-analysis of randomized controlled clinical trials <PERSOON> SN, <PERSOON> LE, Heslin MJ, Burt ME, <PERSOON> MF Early postoperative enteral feeding improves whole body protein kinetics in upper gastrointestinal cancer patiënts <PERSOON> after traction removal of direct percutaneous endoscopic <PERSOON> of established postoperative nausea and <PERSOON> incidence of ventilatorassociated pneumonia and success in nutrient delivery with gastric versus small intestinal feeding a randomized clinical trial <PERSOON> AM, Bray MJ, Emery PW, <PERSOON> HD, Silk DB Two phase randomised controlled clinical trial of postoperative oral dietary supplements in surgical patiënts Gut ###;##(#) ##<DATUM> Kovac AL Prevention and treatment of postoperative nausea and vomiting <PERSOON> MAE van - de van der <PERSOON-##> HJ, JonkersSchuitema CF, Heijden E van der, et al Screening of nutritional status in <PERSOON-##> epidural blockade prevents the increase in protein breakdown after abdominal surgery Acta Anaesthesiol Scand Leeuwen PAM van Het belang van perioperatieve voeding Ned Tijdschr Heelkd ###;#(#) #<DATUM> <PERSOON-##> DA de, <PERSOON-##> clinical trial with an enteral <PERSOON-##> SJ, Egger M, <PERSOON-##> PA, <PERSOON-##> enteral feeding versus "nil by mouth" after gastrointestinal surgery systematic review and meta-analysis of controlled trials <PERSOON-##> GJ Early compared with delayed oral fluids and food after caesarean section <PERSOON-##> LM, Buttar NS Direct percutaneous endoscopic jejunostomy outcomes in ### consecutive attempts <PERSOON-##> RJF Malnutrition Organic and <PERSOON-##> JW, et al Prevalence of malnutrition in nonsurgical hospitalized patiënts and its association with disease complication <PERSOON-##> DA, DeLegge MH Gastric versus small-bowel tube feeding in the intensive care unit a prospective comparison of efficacy <PERSOON-##> SD Early and sufficient feeding reduces length of stay Nijveldt RJ, Leeuwen PAM van Enterale versus parenterale voeding <PERSOON-##> DH, et al Protein-calorie Pilot MA Macrolides in roles beyond antibiotic therapy <PERSOON-##> of ondansetron and droperidol in the prophylaxis of postoperative nausea and vomiting <PERSOON-##> JM, Schwenk W.
494
nvmdl
Egger M, <PERSOON> PA, <PERSOON> enteral feeding versus "nil by mouth" after gastrointestinal surgery systematic review and meta-analysis of controlled trials <PERSOON> GJ Early compared with delayed oral fluids and food after caesarean section <PERSOON> LM, Buttar NS Direct percutaneous endoscopic jejunostomy outcomes in ### consecutive attempts <PERSOON> RJF Malnutrition Organic and <PERSOON> JW, et al Prevalence of malnutrition in nonsurgical hospitalized patiënts and its association with disease complication <PERSOON> DA, DeLegge MH Gastric versus small-bowel tube feeding in the intensive care unit a prospective comparison of efficacy <PERSOON> SD Early and sufficient feeding reduces length of stay Nijveldt RJ, Leeuwen PAM van Enterale versus parenterale voeding <PERSOON> DH, et al Protein-calorie Pilot MA Macrolides in roles beyond antibiotic therapy <PERSOON-##> of ondansetron and droperidol in the prophylaxis of postoperative nausea and vomiting <PERSOON-##> JM, Schwenk W rehabilitation program improves outcome after laparoscopic sigmoidectomy a controlled prospective <PERSOON-##> EG, Nogueras JJ, Wexner SD Is early oral feeding safe after elective colorectal surgery? A prospective randomized trial <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> protein sparing with epidural analgesia and hypocaloric dextrose <PERSOON-##> GL Effects of immediate postoperative enteral nutrition on body composition, muscle function, and wound healing <PERSOON-##> V, et al Early enteral gut feeding with conditionally indispensable pharmaconutrients is metabolically safe and is well tolerated in <PERSOON-##> J, et al Randomized clinical trial of the effects of immediate enteral nutrition on metabolic responses to major colorectal surgery in an Steward DL, Welge JA, Myer CM Steroids for improving recovery following tonsillectomy in children <PERSOON-##> in patiënts with gastroparesis a systematic Sung YF Risks and benefits of drugs used in the management of postoperative nausea and vomiting Tramer <PERSOON-##> RA, Reynolds DJ, McQuay HJ A quantitative systematic review of ondansetron in treatment of established postoperative nausea and vomiting Bmj ###;###(###) ###-## Watters JM, Kirkpatrick SM, Norris SB, Shamji FM, Wells GA Immediate postoperative enteral.
468
nvmdl
improves outcome after laparoscopic sigmoidectomy a controlled prospective <PERSOON> EG, Nogueras JJ, Wexner SD Is early oral feeding safe after elective colorectal surgery? A prospective randomized trial <PERSOON> R, <PERSOON> protein sparing with epidural analgesia and hypocaloric dextrose <PERSOON> GL Effects of immediate postoperative enteral nutrition on body composition, muscle function, and wound healing <PERSOON> V, et al Early enteral gut feeding with conditionally indispensable pharmaconutrients is metabolically safe and is well tolerated in <PERSOON> J, et al Randomized clinical trial of the effects of immediate enteral nutrition on metabolic responses to major colorectal surgery in an Steward DL, Welge JA, Myer CM Steroids for improving recovery following tonsillectomy in children <PERSOON> in patiënts with gastroparesis a systematic Sung YF Risks and benefits of drugs used in the management of postoperative nausea and vomiting Tramer <PERSOON> RA, Reynolds DJ, McQuay HJ A quantitative systematic review of ondansetron in treatment of established postoperative nausea and vomiting Bmj ###;###(###) ###-## Watters JM, Kirkpatrick SM, Norris SB, Shamji FM, Wells GA Immediate postoperative enteral <PERSOON> ###;###(#) ###; discussion ###-## <PERSOON-##> IS, <PERSOON-##> D, et al Comparison of enteral feeding and total parenteral nutrition after liver transplantation <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> Kon <PERSOON-##> DT, Gouma DJ, et al Enhanced Recovery After Surgery ("Fast Track") Programs in Colonic Surgery a Systematic Review and <PERSOON-##> is een essentieel onderdeel van de behandeling van intensivecarepatiënten met effecten op de morbiditeit (Van Haren, ###; Wray, ###) Het doel van voeden op de intensive care is het leveren van adequate hoeveelheden energie en essentiële aminozuren aan de katabole en hypermetabole patiënt met als doel het verminderen van de postoperatieve complicaties en het bespoedigen van het herstel Preoperatieve optimalisatie Postoperatieve voedingstherapie heeft als doel ondervoeding na een operatie te voorkomen of te behandelen Aangezien de duur van de IC-opname zich moeilijk laat voorspellen zal bij een deel van de patiënten met voedingstherapie te laat begonnen worden indien bovenstaande criteria worden gehanteerd Het lijkt veel logischer om bij elke patiënt binnen ## uur na opname op de ICU te beginnen met voedingstherapie dan af te wachten Hiervoor een dag dat patiënt onvoldoende eiwit krijgt, kan niet worden ingehaald en moet als de meeste ICU’s gebruiken een opbouwfase voor enterale voeding van <DATUM> dagen ernstig zieke hypermetabole en katabole chirurgische patiënten zullen snel ondervoed De enterale toedieningweg heeft de voorkeur t o v.
558
nvmdl
<PERSOON> ###;###(#) ###; discussion ###-## <PERSOON> IS, <PERSOON> D, et al Comparison of enteral feeding and total parenteral nutrition after liver transplantation <PERSOON> J, <PERSOON> Kon <PERSOON> DT, Gouma DJ, et al Enhanced Recovery After Surgery ("Fast Track") Programs in Colonic Surgery a Systematic Review and <PERSOON> is een essentieel onderdeel van de behandeling van intensivecarepatiënten met effecten op de morbiditeit (Van Haren, ###; Wray, ###) Het doel van voeden op de intensive care is het leveren van adequate hoeveelheden energie en essentiële aminozuren aan de katabole en hypermetabole patiënt met als doel het verminderen van de postoperatieve complicaties en het bespoedigen van het herstel Preoperatieve optimalisatie Postoperatieve voedingstherapie heeft als doel ondervoeding na een operatie te voorkomen of te behandelen Aangezien de duur van de IC-opname zich moeilijk laat voorspellen zal bij een deel van de patiënten met voedingstherapie te laat begonnen worden indien bovenstaande criteria worden gehanteerd Het lijkt veel logischer om bij elke patiënt binnen ## uur na opname op de ICU te beginnen met voedingstherapie dan af te wachten Hiervoor een dag dat patiënt onvoldoende eiwit krijgt, kan niet worden ingehaald en moet als de meeste ICU’s gebruiken een opbouwfase voor enterale voeding van <DATUM> dagen ernstig zieke hypermetabole en katabole chirurgische patiënten zullen snel ondervoed De enterale toedieningweg heeft de voorkeur t o v geen contra-indicaties voor de enterale route zijn, zoals obstructieve of paralytische ileus, diepe shock, darmischemie, toxisch megacolon of darmperforatie distaal van de voedingssonde (Weimann, ###; Brauschweig, ###; <PERSOON>, ###) Vroeg enterale voeding of voeding per os (start binnen ##-## uur na opname ICU) bij traumapatiënten en bij patiënten na gastro-intestinale chirurgie resulteert inderdaad in betere resultaten in vergelijking tot laat enteraal voeden (Van Haren, ###; Weimann, ###; Heyland, ###a; <PERSOON>, ###) Een grote operatie bij ondervoede patiënten moet bij voorkeur ## tot ## dagen worden uitgesteld Gedurende die preoperatieve periode moet de patiënt enterale of parenterale voeding krijgen waarmee de postoperatieve morbiditeit gereduceerd kan worden (Weimann, ###; Smedley, ###; Von Meyenfeldt, ###; Bozzetti, ###) De enterale route heeft ook Onafhankelijk van de voedingsstatus hebben patiënten die oncologische hoofd-hals chirurgie, oncologische gastro-intestinale chirurgie of hoog risico cardiochirurgie moeten ondergaan, mogelijk baat bij het starten van een oraal voedingssupplement of sondevoeding verrijkt met arginine, Ω# meervoudig onverzadigde vetzuren en nucleotiden gedurende <DATUM> dagen voorafgaande aan de operatie Het wordt geadviseerd om dit beleid in de ongecompliceerde postoperatieve fase na electieve chirurgie, gedurende <DATUM> dagen te Met orale of enterale voeding moet worden begonnen binnen ## uur na Vroeg ten opzichte van laat enteraal voeden resulteert in een lagere De werkgroep is van mening dat bij ondervoede patiënten in de vroege fase, als aanvulling op de enterale voeding, tevens parenterale voeding moet worden gestart indien de voedingsdoelen niet gehaald kunnen worden via de enterale weg.
649
nvmdl
geen contra-indicaties voor de enterale route zijn, zoals obstructieve of paralytische ileus, diepe shock, darmischemie, toxisch megacolon of darmperforatie distaal van de voedingssonde (Weimann, ###; Brauschweig, ###; <PERSOON>, ###) Vroeg enterale voeding of voeding per os (start binnen ##-## uur na opname ICU) bij traumapatiënten en bij patiënten na gastro-intestinale chirurgie resulteert inderdaad in betere resultaten in vergelijking tot laat enteraal voeden (Van Haren, ###; Weimann, ###; Heyland, ###a; <PERSOON>, ###) Een grote operatie bij ondervoede patiënten moet bij voorkeur ## tot ## dagen worden uitgesteld Gedurende die preoperatieve periode moet de patiënt enterale of parenterale voeding krijgen waarmee de postoperatieve morbiditeit gereduceerd kan worden (Weimann, ###; Smedley, ###; Von Meyenfeldt, ###; Bozzetti, ###) De enterale route heeft ook Onafhankelijk van de voedingsstatus hebben patiënten die oncologische hoofd-hals chirurgie, oncologische gastro-intestinale chirurgie of hoog risico cardiochirurgie moeten ondergaan, mogelijk baat bij het starten van een oraal voedingssupplement of sondevoeding verrijkt met arginine, Ω# meervoudig onverzadigde vetzuren en nucleotiden gedurende <DATUM> dagen voorafgaande aan de operatie Het wordt geadviseerd om dit beleid in de ongecompliceerde postoperatieve fase na electieve chirurgie, gedurende <DATUM> dagen te Met orale of enterale voeding moet worden begonnen binnen ## uur na Vroeg ten opzichte van laat enteraal voeden resulteert in een lagere De werkgroep is van mening dat bij ondervoede patiënten in de vroege fase, als aanvulling op de enterale voeding, tevens parenterale voeding moet worden gestart indien de voedingsdoelen niet gehaald kunnen worden via de enterale weg van contra-indicaties voor enterale voeding Indien, bij ondervoede patiënten, de voedingsdoelen niet gehaald kunnen worden via de enterale weg, dient als aanvulling op de Vroeg beginnen met parenterale voeding is beter dan laat gestarte enterale voeding Optimale voedingstherapie wordt veelal gedefinieerd als het bewerkstelligen van een energie- en eiwitbalans die in evenwicht zijn De patiënt zou zoveel energie en eiwit moeten krijgen toegediend als daadwerkelijk wordt verbruikt Bij IC-patiënten is dit door gastrointestinaal falen met maagretentie veelal niet mogelijk direct vanaf het eerste moment van opname op de IC (De Jonghe, ###; Binnekade, ###) Meerdere onderzoeken laten zien dat de eerste dagen van opname op de intensive care voeding vaak suboptimaal verloopt ondanks implementatie van een evidence-based voedingsprotocol en grote inspanningen van voedingteams (Heyland, ###b; Barr, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Hoewel vroeg enteraal voeden na gastro-intestinale chirurgie de postoperatieve morbiditeit reduceert, wordt nog vaak ten onrechte gewacht met het starten van enterale voeding in afwachting van peristaltiek en flatulentie (Heyland, ###b) Bij cardio-chirurgische patiënten wordt in verband met hemodynamische instabiliteit vaak ten Het gebruik van een elektronisch patiënt data management systeem heeft een positieve invloed op standaardisatie van de voedingstherapie Tevens resulteerde de betere registratie van het voedingsproces in een kwalitatief betere uitvoering van de voedingstherapie (<PERSOON>, ###) Voor toediening van te veel energie en eiwit, hyperalimentatie, is geen plaats (Boitano, ###) De negatieve effecten van parenterale voeding worden vaak toegeschreven aan hyperalimentatie Varga, ###) Toediening van te veel voeding verhoogt namelijk het.
694
nvmdl
ondervoede patiënten, de voedingsdoelen niet gehaald kunnen worden via de enterale weg, dient als aanvulling op de Vroeg beginnen met parenterale voeding is beter dan laat gestarte enterale voeding Optimale voedingstherapie wordt veelal gedefinieerd als het bewerkstelligen van een energie- en eiwitbalans die in evenwicht zijn De patiënt zou zoveel energie en eiwit moeten krijgen toegediend als daadwerkelijk wordt verbruikt Bij IC-patiënten is dit door gastrointestinaal falen met maagretentie veelal niet mogelijk direct vanaf het eerste moment van opname op de IC (De Jonghe, ###; Binnekade, ###) Meerdere onderzoeken laten zien dat de eerste dagen van opname op de intensive care voeding vaak suboptimaal verloopt ondanks implementatie van een evidence-based voedingsprotocol en grote inspanningen van voedingteams (Heyland, ###b; Barr, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###) Hoewel vroeg enteraal voeden na gastro-intestinale chirurgie de postoperatieve morbiditeit reduceert, wordt nog vaak ten onrechte gewacht met het starten van enterale voeding in afwachting van peristaltiek en flatulentie (Heyland, ###b) Bij cardio-chirurgische patiënten wordt in verband met hemodynamische instabiliteit vaak ten Het gebruik van een elektronisch patiënt data management systeem heeft een positieve invloed op standaardisatie van de voedingstherapie Tevens resulteerde de betere registratie van het voedingsproces in een kwalitatief betere uitvoering van de voedingstherapie (<PERSOON>, ###) Voor toediening van te veel energie en eiwit, hyperalimentatie, is geen plaats (Boitano, ###) De negatieve effecten van parenterale voeding worden vaak toegeschreven aan hyperalimentatie Varga, ###) Toediening van te veel voeding verhoogt namelijk het Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van een elektronisch patiënt data management systeem kan resulteren in een betere voedingstherapie voor Hyperalimentatie van patiënten op de intensive care kan leiden tot Optimale voeding voor de IC patiënt is gedefinieerd in de aanbevelingen van hoofdstuk # Het bepalen van de energiebehoefte van IC-patiënten is niet eenvoudig De energiebehoefte is van vele factoren afhankelijk en kan het beste worden afgeleid uit de gemeten koolzuurproductie, VCO#, idealiter in combinatie met zuurstofconsumptie, VO#, zoals dit kan worden gemeten met een metabole monitor of alleen een VCO# met een beademingsapparaat in combinatie met capnografie (Van Haren, ###; Singer, ###) Berekening van de energiebehoefte kan met de formule van Harris-<PERSOON> in combinatie met correctiefactoren voor de ernst van ziekte In een retrospectieve studie bij niet vergeleken met een gemeten energiebehoefte Het ging hierbij om niet ernstig zieke vergelijking met een correctiefactor voor de mate van ziekte-activiteit van de patiënt van #,# lijkt redelijk overeen te komen met de gemeten energiebehoefte (<PERSOON>, ###) Het minst nauwkeurig is de eenvoudige formule van ##-## kcal/kg/dag voor mannen en ##-## kcal/kg/dag voor vrouwen Het gewicht dat gebruikt wordt in deze formules moet aangepast worden bij onder- en/of overgewicht van de patiënt (Van Haren, ###; <PERSOON> voeden van IC-patiënten heeft ernstige bijwerkingen (Boitano, ###) Voor de hoeveelheid energie die de IC-patiënt moet worden toegediend, wordt verwezen naar Het heeft de voorkeur om de rustenergiebehoefte te meten i p v te berekenen In stabiele.
661
nvmdl
gebruik van een elektronisch patiënt data management systeem kan resulteren in een betere voedingstherapie voor Hyperalimentatie van patiënten op de intensive care kan leiden tot Optimale voeding voor de IC patiënt is gedefinieerd in de aanbevelingen van hoofdstuk # Het bepalen van de energiebehoefte van IC-patiënten is niet eenvoudig De energiebehoefte is van vele factoren afhankelijk en kan het beste worden afgeleid uit de gemeten koolzuurproductie, VCO#, idealiter in combinatie met zuurstofconsumptie, VO#, zoals dit kan worden gemeten met een metabole monitor of alleen een VCO# met een beademingsapparaat in combinatie met capnografie (Van Haren, ###; Singer, ###) Berekening van de energiebehoefte kan met de formule van Harris-<PERSOON> in combinatie met correctiefactoren voor de ernst van ziekte In een retrospectieve studie bij niet vergeleken met een gemeten energiebehoefte Het ging hierbij om niet ernstig zieke vergelijking met een correctiefactor voor de mate van ziekte-activiteit van de patiënt van #,# lijkt redelijk overeen te komen met de gemeten energiebehoefte (<PERSOON>, ###) Het minst nauwkeurig is de eenvoudige formule van ##-## kcal/kg/dag voor mannen en ##-## kcal/kg/dag voor vrouwen Het gewicht dat gebruikt wordt in deze formules moet aangepast worden bij onder- en/of overgewicht van de patiënt (Van Haren, ###; <PERSOON> voeden van IC-patiënten heeft ernstige bijwerkingen (Boitano, ###) Voor de hoeveelheid energie die de IC-patiënt moet worden toegediend, wordt verwezen naar Het heeft de voorkeur om de rustenergiebehoefte te meten i p v te berekenen In stabiele Er zijn maar weinig klinische studies die het effect van eiwit op klinische eindpunten hebben onderzocht Een metabole studie bij IC-patiënten laat zien dat toediening van #,#±#,# g Eiwit per kg ‘lean body mass (LBM)’ per dag resulteerde in het kleinste netto eiwitverlies Het resulteerde in een toename van het netto eiwitverlies (Ishibashi, ###) Voor meer details Enterale voeding heeft de voorkeur boven parenterale voeding bij een werkende tractus digestivus indien orale intake niet mogelijk is Tussen de enterale en parenterale toedieningweg bestaat geen verschil in mortaliteit De infectieuze morbiditeit in de vroeg enterale groep was significant lager dan in de vroeg parenterale groep evenals de kosten van enterale t o v parenterale voeding (<PERSOON>, ###a; <PERSOON>, ###) In een meta-analyse, waarin vroeg parenterale voeding werd vergeleken met laat enterale voeding werd in de vroeg parenterale groep een lagere mortaliteit gevonden in Contra-indicaties voor enterale voeding zijn; totale obstructie, bewezen darmischemie en toxisch megacolon en perforatie distaal van de tip van de voedingssonde (Van Haren, ###) Vooraf bestond de verwachting dat het plaatsen van postpylorische voedingssondes zou resulteren in minder aspiraties en pneumonieën Een systematic review waarin postpylorisch versus intragastrisch voeden werd vergeleken, liet hierin geen verschillen zien (<PERSOON>, ###) Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor voedingssondes voorbij het ligament Hoewel bolustoediening van sondevoeding meer fysiologisch lijkt, wordt het gestelde voedingsdoel eenvoudiger bereikt met continue toediening zonder een verschil in.
626
nvmdl
die het effect van eiwit op klinische eindpunten hebben onderzocht Een metabole studie bij IC-patiënten laat zien dat toediening van #,#±#,# g Eiwit per kg ‘lean body mass (LBM)’ per dag resulteerde in het kleinste netto eiwitverlies Het resulteerde in een toename van het netto eiwitverlies (Ishibashi, ###) Voor meer details Enterale voeding heeft de voorkeur boven parenterale voeding bij een werkende tractus digestivus indien orale intake niet mogelijk is Tussen de enterale en parenterale toedieningweg bestaat geen verschil in mortaliteit De infectieuze morbiditeit in de vroeg enterale groep was significant lager dan in de vroeg parenterale groep evenals de kosten van enterale t o v parenterale voeding (<PERSOON>, ###a; <PERSOON>, ###) In een meta-analyse, waarin vroeg parenterale voeding werd vergeleken met laat enterale voeding werd in de vroeg parenterale groep een lagere mortaliteit gevonden in Contra-indicaties voor enterale voeding zijn; totale obstructie, bewezen darmischemie en toxisch megacolon en perforatie distaal van de tip van de voedingssonde (Van Haren, ###) Vooraf bestond de verwachting dat het plaatsen van postpylorische voedingssondes zou resulteren in minder aspiraties en pneumonieën Een systematic review waarin postpylorisch versus intragastrisch voeden werd vergeleken, liet hierin geen verschillen zien (<PERSOON>, ###) Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor voedingssondes voorbij het ligament Hoewel bolustoediening van sondevoeding meer fysiologisch lijkt, wordt het gestelde voedingsdoel eenvoudiger bereikt met continue toediening zonder een verschil in ## uur, het voedingsdoel te bereiken, omdat de meeste achterstand in energie en eiwit wordt opgelopen in de eerste dagen na opname op de IC Desondanks wordt meestal voorzichtig gestart met enterale voeding (## mL/uur of ### mL/dag) wat bij ( ### mL maagretentie per # uur met ## mL/uur of ### mL/dag wordt opgehoogd tot de gewenste loopsnelheid wordt bereikt Maagretentie tot ### mL/# uur resulteert niet in toename van het aantal Bij persisterende maagretentie is het belangrijk om eerst motiliteit remmende medicatie zoals morfinomimetica en vasopressoren af te bouwen of te stoppen Alvorens te besluiten een postpylorische voedingssonde te plaatsen, kan begonnen worden met prokinetica Hoewel metoclopramide veel wordt toegepast, is erythromycine effectiever gebleken (<PERSOON>, ###) Het meest effectief is laag gedoseerd erythromycine in de dosering van <DATUM> mg/kg intraveneus (Chapman, ###) Het nadeel is dat het bij snelle infusie een QTverlenging geeft en het een antibioticum betreft, dat relatief kortdurend en laag gedoseerd wordt gegeven met als gevaar kans op bacteriële resistentievorming (Van Haren, ###; De behandeling van gastro-intestinale motiliteitsstoornissen dient bij voorkeur te gebeuren Voor de meeste indicaties voldoet een eiwitverrijkte voeding Bij grote oncologische hoofdhals chirurgie, oncologische gastro-intestinale chirurgie en ernstig trauma heeft de patiënt baat bij enterale voeding verrijkt met arginine, omega-# meervoudig onverzadigde en nucleotiden (Waitzberg, ###; Weimann, ###; Heyland, ###) Bij deze electieve gedurende <DATUM> dagen met een vergelijkbaar verrijkt voedingsupplement in een verdere reductie van het aantal postoperatieve complicaties met een sneller herstel (Waitzberg, ###; Weimann, ###) Voor patiënten die onvoldoende voeding krijgen via de enterale.
655
nvmdl
opgelopen in de eerste dagen na opname op de IC Desondanks wordt meestal voorzichtig gestart met enterale voeding (## mL/uur of ### mL/dag) wat bij ( ### mL maagretentie per # uur met ## mL/uur of ### mL/dag wordt opgehoogd tot de gewenste loopsnelheid wordt bereikt Maagretentie tot ### mL/# uur resulteert niet in toename van het aantal Bij persisterende maagretentie is het belangrijk om eerst motiliteit remmende medicatie zoals morfinomimetica en vasopressoren af te bouwen of te stoppen Alvorens te besluiten een postpylorische voedingssonde te plaatsen, kan begonnen worden met prokinetica Hoewel metoclopramide veel wordt toegepast, is erythromycine effectiever gebleken (<PERSOON>, ###) Het meest effectief is laag gedoseerd erythromycine in de dosering van <DATUM> mg/kg intraveneus (Chapman, ###) Het nadeel is dat het bij snelle infusie een QTverlenging geeft en het een antibioticum betreft, dat relatief kortdurend en laag gedoseerd wordt gegeven met als gevaar kans op bacteriële resistentievorming (Van Haren, ###; De behandeling van gastro-intestinale motiliteitsstoornissen dient bij voorkeur te gebeuren Voor de meeste indicaties voldoet een eiwitverrijkte voeding Bij grote oncologische hoofdhals chirurgie, oncologische gastro-intestinale chirurgie en ernstig trauma heeft de patiënt baat bij enterale voeding verrijkt met arginine, omega-# meervoudig onverzadigde en nucleotiden (Waitzberg, ###; Weimann, ###; Heyland, ###) Bij deze electieve gedurende <DATUM> dagen met een vergelijkbaar verrijkt voedingsupplement in een verdere reductie van het aantal postoperatieve complicaties met een sneller herstel (Waitzberg, ###; Weimann, ###) Voor patiënten die onvoldoende voeding krijgen via de enterale Hoewel er ook een studie is waarbij aanvullende parenterale voeding in de eerste week van opname Het toevoegen van glutamine in de dosering van ) #,# g/kg lichaamsgewicht/dag aan parenterale voeding voor langere duur () # dagen) reduceert de late mortaliteit (# maanden) en het aantal infecties bij IC patiënten (Griffiths, ###; Goeters, ###; Novak, ###) Glutamine toegevoegd aan parenterale voeding resulteert in een reductie Hoewel in de bovengenoemde studies gemengde IC populaties zijn onderzocht, is de werkgroep van mening dat dit effect mogelijk ook geldt voor chirurgische IC patiënten Het kan worden overwogen om glutamine toe te voegen aan parenterale voeding bij <PERSOON> S A study of problems associated with the delivery of enteral feed in critically ill patiënts in five ICUs in the UK [see comments] Intensive Care Medicine ###; ##(#) ##<DATUM> <PERSOON> DT, Ognibene FP Retrospective evaluation of <PERSOON> MK Outcomes in critically ill patiënts before and after the implementation of an evidence-based nutritional management protocol <PERSOON> with enteral nutrition in <PERSOON> MC et al Impact of a computerized information system on quality of nutritional support in the <PERSOON> J et al Erythromycin reduces.
602
nvmdl
waarbij aanvullende parenterale voeding in de eerste week van opname Het toevoegen van glutamine in de dosering van ) #,# g/kg lichaamsgewicht/dag aan parenterale voeding voor langere duur () # dagen) reduceert de late mortaliteit (# maanden) en het aantal infecties bij IC patiënten (Griffiths, ###; Goeters, ###; Novak, ###) Glutamine toegevoegd aan parenterale voeding resulteert in een reductie Hoewel in de bovengenoemde studies gemengde IC populaties zijn onderzocht, is de werkgroep van mening dat dit effect mogelijk ook geldt voor chirurgische IC patiënten Het kan worden overwogen om glutamine toe te voegen aan parenterale voeding bij <PERSOON> S A study of problems associated with the delivery of enteral feed in critically ill patiënts in five ICUs in the UK [see comments] Intensive Care Medicine ###; ##(#) ##<DATUM> <PERSOON> DT, Ognibene FP Retrospective evaluation of <PERSOON> MK Outcomes in critically ill patiënts before and after the implementation of an evidence-based nutritional management protocol <PERSOON> with enteral nutrition in <PERSOON> MC et al Impact of a computerized information system on quality of nutritional support in the <PERSOON> J et al Erythromycin reduces a randomized, controlled trial <PERSOON>JM, Tepaske R, Bruynzeel P, Mathus-Vliegen EMH, de Haan> RJ Daily enteral feeding practice on the ICU attainment of goals and interfering factors <PERSOON> BR, McCowen KC Nutritional and metabolic support in the adult intensive care unit key <PERSOON> of the <PERSOON-##> PW, van der GS, Stobberingh EE et al Risk factors for pneumonia, and colonization of respiratory tract and stomach in mechanically ventilated <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> VD Immune and nutritional effects of early enteral nutrition after major abdominal operations <PERSOON-##> of early postoperative enteral Braunschweig CL, <PERSOON-##> PM, <PERSOON-##> compared with parenteral nutrition a metaanalysis <PERSOON-##> MD, De Nichilo DJ Erythromycin improves gastric emptying in critically ill patiënts intolerant of nasogastric feeding Crit Care Med ###; ##(#) <PATIENTNUMMER># <PERSOON-##> CH, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> BJ, Kan <PERSOON-##> YC Measured versus estimated energy expenditure in mechanically ventilated critically iII patiënts Clinical Nutrition ###; ##(#) ##<DATUM> De <PERSOON-##>-De-<PERSOON-##> J, <PERSOON-##> JC et al.
553
nvmdl
<PERSOON>JM, Tepaske R, Bruynzeel P, Mathus-Vliegen EMH, de Haan> RJ Daily enteral feeding practice on the ICU attainment of goals and interfering factors <PERSOON> BR, McCowen KC Nutritional and metabolic support in the adult intensive care unit key <PERSOON> of the <PERSOON> PW, van der GS, Stobberingh EE et al Risk factors for pneumonia, and colonization of respiratory tract and stomach in mechanically ventilated <PERSOON> M, <PERSOON> VD Immune and nutritional effects of early enteral nutrition after major abdominal operations <PERSOON> of early postoperative enteral Braunschweig CL, <PERSOON> PM, <PERSOON> compared with parenteral nutrition a metaanalysis <PERSOON-##> MD, De Nichilo DJ Erythromycin improves gastric emptying in critically ill patiënts intolerant of nasogastric feeding Crit Care Med ###; ##(#) <PATIENTNUMMER># <PERSOON-##> CH, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> BJ, Kan <PERSOON-##> YC Measured versus estimated energy expenditure in mechanically ventilated critically iII patiënts Clinical Nutrition ###; ##(#) ##<DATUM> De <PERSOON-##>-De-<PERSOON-##> J, <PERSOON-##> JC et al survey of nutritional support practices in intensive care unit patiënts what is prescribed? What is <PERSOON-##> P et al Parenteral L-alanyl-Lglutamine improves #-month outcome in critically ill patiënts <PERSOON-##> TA Six-month outcome of critically ill patiënts given glutaminesupplemented parenteral nutrition <PERSOON-##> clinical practice guidelines for nutrition support in mechanically ventilated, critically ill adult patiënts <PERSOON-##> R et al Nutrition support in the critical care setting current practice in canadian ICUs--opportunities for improvement? <PERSOON-##> of the Canadian clinical practice guidelines for nutrition support in mechanically ventilated, critically ill adult patiënts results of a in critically ill patiënts? A systematic review of the evidence JAMA ###; ###(#) ##<DATUM> Ishibashi N, Plank <PERSOON-##> GL, Nutritional r, Resuscitation et al Optimal protein requirements during the first # weeks after the onset of critical illness Crit Care Med ###; gastrointestinal surgery systematic review and meta-analysis of controlled trials BMJ ###; <PERSOON-##> PE, Zaloga GP Early enteral nutrition in acutely ill patiënts a systematic review Crit Care Med <PERSOON-##> PE, Zaloga GP.
546
nvmdl
survey of nutritional support practices in intensive care unit patiënts what is prescribed? What is <PERSOON> P et al Parenteral L-alanyl-Lglutamine improves #-month outcome in critically ill patiënts <PERSOON> TA Six-month outcome of critically ill patiënts given glutaminesupplemented parenteral nutrition <PERSOON> clinical practice guidelines for nutrition support in mechanically ventilated, critically ill adult patiënts <PERSOON> R et al Nutrition support in the critical care setting current practice in canadian ICUs--opportunities for improvement? <PERSOON> of the Canadian clinical practice guidelines for nutrition support in mechanically ventilated, critically ill adult patiënts results of a in critically ill patiënts? A systematic review of the evidence JAMA ###; ###(#) ##<DATUM> Ishibashi N, Plank <PERSOON> GL, Nutritional r, Resuscitation et al Optimal protein requirements during the first # weeks after the onset of critical illness Crit Care Med ###; gastrointestinal surgery systematic review and meta-analysis of controlled trials BMJ ###; <PERSOON> PE, Zaloga GP Early enteral nutrition in acutely ill patiënts a systematic review Crit Care Med <PERSOON> PE, Zaloga GP a systematic review Crit Care ###; <PERSOON> CM, Doig GS, Heyland DK, <PERSOON> WJ Multicentre, cluster-randomized clinical trial of algorithms for critical-care enteral and parenteral therapy (ACCEPT) <PERSOON-##> NQ, Chapman MJ, Fraser RJ, <PERSOON-##> LK, Holloway RH Erythromycin is more effective than metoclopramide in the treatment of feed intolerance in critical illness <PERSOON-##> JW, <PERSOON-##> supplementation in serious illness a systematic review of the evidence Crit Care Med ###; ##(#) ###-### <PERSOON-##> JV, Moran JL, Phillips-Hughes J A metaanalysis of treatment outcomes of early enteral versus early parenteral nutrition in hospitalized patiënts <PERSOON-##> metabolic and splanchnic responses to enteral nutrition in postoperative cardiac surgery patiënts with circulatory compromise <PERSOON-##> AP Variation in enteral nutrition delivery in mechanically <PERSOON-##> JM, Hurteau JA, Look KY, Moore DH, <PERSOON-##> FB et al A prospective controlled trial of early postoperative oral intake following major abdominal gynecologic surgery <PERSOON-##> GS Parenteral vs enteral nutrition in the critically ill patiënt a meta-analysis of trials using the intention to treat principle.
530
nvmdl
review Crit Care ###; <PERSOON> CM, Doig GS, Heyland DK, <PERSOON> WJ Multicentre, cluster-randomized clinical trial of algorithms for critical-care enteral and parenteral therapy (ACCEPT) <PERSOON> NQ, Chapman MJ, Fraser RJ, <PERSOON> LK, Holloway RH Erythromycin is more effective than metoclopramide in the treatment of feed intolerance in critical illness <PERSOON> JW, <PERSOON> supplementation in serious illness a systematic review of the evidence Crit Care Med ###; ##(#) ###-### <PERSOON> JV, Moran JL, Phillips-Hughes J A metaanalysis of treatment outcomes of early enteral versus early parenteral nutrition in hospitalized patiënts <PERSOON> metabolic and splanchnic responses to enteral nutrition in postoperative cardiac surgery patiënts with circulatory compromise <PERSOON> AP Variation in enteral nutrition delivery in mechanically <PERSOON-##> JM, Hurteau JA, Look KY, Moore DH, <PERSOON-##> FB et al A prospective controlled trial of early postoperative oral intake following major abdominal gynecologic surgery <PERSOON-##> GS Parenteral vs enteral nutrition in the critically ill patiënt a meta-analysis of trials using the intention to treat principle ##-## <PERSOON-##> of metabolic monitors in critically ill, <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> C, O'<PERSOON-##> O et al Randomized clinical trial of the effects of preoperative and postoperative oral nutritional supplements on clinical course and cost Stewart BT, Woods RJ, Collopy BT, Fink RJ, Mackay JR, Keck JO Early feeding after elective open colorectal resections a prospective randomized trial <PERSOON-##> C et al Effect of preoperative oral immune-enhancing nutritional supplement on patiënts at high risk of infection after cardiac surgery a randomised placebo-controlled trial Lancet ###; ###(###) ### van Haren <PERSOON-##> JG [Nutrition and health--enteral nutrition in intensive care patiënts] <PERSOON-##> M et al Is parenteral nutrition Waitzberg DL, Saito H, Plank LD, Jamieson <PERSOON-##> TL et al Postsurgical infections are reduced with specialized nutrition support <PERSOON-##> P et al ESPEN Guidelines on Wray CJ, Mammen JMV, Hasselgren PO Catabolic response to stress and potential benefits of Voeding dient een essentieel onderdeel te zijn van de behandeling van zieke kinderen Bij.
521
nvmdl
<PERSOON> of metabolic monitors in critically ill, <PERSOON> T, <PERSOON> C, O'<PERSOON> O et al Randomized clinical trial of the effects of preoperative and postoperative oral nutritional supplements on clinical course and cost Stewart BT, Woods RJ, Collopy BT, Fink RJ, Mackay JR, Keck JO Early feeding after elective open colorectal resections a prospective randomized trial <PERSOON> C et al Effect of preoperative oral immune-enhancing nutritional supplement on patiënts at high risk of infection after cardiac surgery a randomised placebo-controlled trial Lancet ###; ###(###) ### van Haren <PERSOON> JG [Nutrition and health--enteral nutrition in intensive care patiënts] <PERSOON> M et al Is parenteral nutrition Waitzberg DL, Saito H, Plank LD, Jamieson <PERSOON> TL et al Postsurgical infections are reduced with specialized nutrition support <PERSOON> P et al ESPEN Guidelines on Wray CJ, Mammen JMV, Hasselgren PO Catabolic response to stress and potential benefits of Voeding dient een essentieel onderdeel te zijn van de behandeling van zieke kinderen Bij worden met een aantal specifieke aspecten Kinderen hebben met de leeftijd veranderende behoeften aan energie, vocht en voedingsstoffen De fysiologische reserves zijn gering en er zijn extra energie en voedingsstoffen nodig voor groei en ontwikkeling (Cunningham, ###) Ziekte in combinatie met onvoldoende voedselinname leidt snel tot het ontstaan van tekorten aan alle voedingsstoffen, hetgeen kan leiden tot vertraging of uitblijven van genezing Daarnaast heeft ondervoeding een negatieve invloed op het normaal dagelijks functioneren De prevalentie van ondervoeding bij zieke kinderen is hoog Studies tonen aan dat ##-##% van de kinderen die opgenomen zijn in het ziekenhuis acuut of chronisch ondervoed is (<PERSOON-##> heeft een hoog percentage van de kinderen tijdens ziekenhuisopname gewichtsverlies (<PERSOON-##>, ###) De verslechtering van de voedingstoestand bij kinderen opgenomen op een intensivecareafdeling was gerelateerd aan de onderliggende ziekte, de cumulatieve tekorten aan energie en eiwit, de leeftijd, de opnameduur en het ondergaan van een chirurgische ingreep (<PERSOON-##>, De diversiteit van de ziektebeelden in de verschillende leeftijdsfasen maakt dat het voedingsbeleid aan het individu en aan de fase van ziek zijn moet worden aangepast Het gemiddelde verblijf van een kind in het ziekenhuis is slechts enkele dagen Tijdens dit korte verblijf is de aandacht met name gericht op het primaire medische probleem Een opname kan echter langdurig zijn bij kinderen met een chronische ziekte, een operatieve ingreep bij een kind met een onderliggende ziekte of na een gecompliceerd beloop.
513
nvmdl
specifieke aspecten Kinderen hebben met de leeftijd veranderende behoeften aan energie, vocht en voedingsstoffen De fysiologische reserves zijn gering en er zijn extra energie en voedingsstoffen nodig voor groei en ontwikkeling (Cunningham, ###) Ziekte in combinatie met onvoldoende voedselinname leidt snel tot het ontstaan van tekorten aan alle voedingsstoffen, hetgeen kan leiden tot vertraging of uitblijven van genezing Daarnaast heeft ondervoeding een negatieve invloed op het normaal dagelijks functioneren De prevalentie van ondervoeding bij zieke kinderen is hoog Studies tonen aan dat ##-##% van de kinderen die opgenomen zijn in het ziekenhuis acuut of chronisch ondervoed is (<PERSOON> heeft een hoog percentage van de kinderen tijdens ziekenhuisopname gewichtsverlies (<PERSOON>, ###) De verslechtering van de voedingstoestand bij kinderen opgenomen op een intensivecareafdeling was gerelateerd aan de onderliggende ziekte, de cumulatieve tekorten aan energie en eiwit, de leeftijd, de opnameduur en het ondergaan van een chirurgische ingreep (<PERSOON>, De diversiteit van de ziektebeelden in de verschillende leeftijdsfasen maakt dat het voedingsbeleid aan het individu en aan de fase van ziek zijn moet worden aangepast Het gemiddelde verblijf van een kind in het ziekenhuis is slechts enkele dagen Tijdens dit korte verblijf is de aandacht met name gericht op het primaire medische probleem Een opname kan echter langdurig zijn bij kinderen met een chronische ziekte, een operatieve ingreep bij een kind met een onderliggende ziekte of na een gecompliceerd beloop algemeen (te) weinig aandacht voor de voedingsstatus van het kind Rondom een operatie is het gangbare beleid het kind gedurende enige tijd nuchter te houden Gezien de geringere fysiologische reserves en hogere behoefte van het kind kan een voedselrestrictie van relatief korte duur de voedingstoestand al negatief beïnvloeden In dit hoofdstuk wordt beoogd handvatten te bieden om het voedingsbeleid voor kinderen in de perioperatieve periode te optimaliseren, aan de hand van de beschikbare data in de literatuur of, bij ontbreken hiervan, consensus binnen de werkgroep Voor de algemene aspecten van de fysiologie van het voeden wordt verwezen naar Het doel van voedselinname kent een belangrijk verschil tussen kinderen en volwassenen Volwassenen hebben voedingsstoffen nodig voor het in stand houden van het lichaam en het normale functioneren daarvan Kinderen hebben daarnaast voedingsstoffen nodig voor groei Dit geldt met name in de fasen waarin de groeisnelheid hoog is in de eerste twee jaren en tijdens de puberteit Voor een gezonde pasgeborene is de aanbevolen hoeveelheid energie ### kcal/kg/dag en de aanbevolen hoeveelheid eiwit <DATUM> g/kg/dag (Gezondheidsraad, ###) Dit is twee tot drie maal de aanbevolen hoeveelheid energie voor een gezonde volwassene Niet alleen de totale hoeveelheid eiwit maar ook de aminozuursamenstelling is van belang bij het bepalen van de eiwitbehoefte Deficiëntie van een enkel aminozuur heeft als gevolg dat de eiwitsynthese beperkt is Om eiwitten optimaal te kunnen benutten, is daarnaast een adequate inname van energie, koolhydraten en vitamine B# noodzakelijk.
548
nvmdl
aandacht voor de voedingsstatus van het kind Rondom een operatie is het gangbare beleid het kind gedurende enige tijd nuchter te houden Gezien de geringere fysiologische reserves en hogere behoefte van het kind kan een voedselrestrictie van relatief korte duur de voedingstoestand al negatief beïnvloeden In dit hoofdstuk wordt beoogd handvatten te bieden om het voedingsbeleid voor kinderen in de perioperatieve periode te optimaliseren, aan de hand van de beschikbare data in de literatuur of, bij ontbreken hiervan, consensus binnen de werkgroep Voor de algemene aspecten van de fysiologie van het voeden wordt verwezen naar Het doel van voedselinname kent een belangrijk verschil tussen kinderen en volwassenen Volwassenen hebben voedingsstoffen nodig voor het in stand houden van het lichaam en het normale functioneren daarvan Kinderen hebben daarnaast voedingsstoffen nodig voor groei Dit geldt met name in de fasen waarin de groeisnelheid hoog is in de eerste twee jaren en tijdens de puberteit Voor een gezonde pasgeborene is de aanbevolen hoeveelheid energie ### kcal/kg/dag en de aanbevolen hoeveelheid eiwit <DATUM> g/kg/dag (Gezondheidsraad, ###) Dit is twee tot drie maal de aanbevolen hoeveelheid energie voor een gezonde volwassene Niet alleen de totale hoeveelheid eiwit maar ook de aminozuursamenstelling is van belang bij het bepalen van de eiwitbehoefte Deficiëntie van een enkel aminozuur heeft als gevolg dat de eiwitsynthese beperkt is Om eiwitten optimaal te kunnen benutten, is daarnaast een adequate inname van energie, koolhydraten en vitamine B# noodzakelijk Ondervoeding bij kinderen heeft, naast algemene effecten als een verminderde orgaanfunctie en immunosupressie, ook invloed op de groei Ten gevolge van de hoge basale en anabole behoeften zijn kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in periodes met een hoge groeisnelheid, extra gevoelig voor een restrictie in het aanbod van voedingsstoffen De somatische groei toont een bifasisch patroon met een hoge groeisnelheid in de eerste twee jaren, waarna de groeisnelheid afneemt tot aan de puberteitsgroeispurt Andere organen kunnen een ander patroon in groei en ontwikkeling tonen De hersenen groeien en differentiëren bijvoorbeeld het snelst gedurende het laatste trimester van de zwangerschap en in de eerste twee jaren Ondervoeding en het tekort aan voedingsstoffen op zeer jonge leeftijd kunnen daarom een belangrijke invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen, omdat dit de meest kritische fase is in de hersenontwikkeling In een aantal studies is een associatie gelegd tussen ondervoeding bij de zuigeling en verminderde intelligentie en neurologische functie op latere leeftijd (<PERSOON>, ###; GranthamMcGregor, ###) Ofschoon een kritische periode van ondervoeding niet is vastgesteld, is bij zuigelingen aangetoond dat zelfs een relatief korte periode van voedingsdeprivatie kan leiden tot een verminderd leervermogen (Winick ###) Bij een aantal specifieke diagnostische groepen werd een verband gelegd tussen ondervoeding en (latere) morbiditeit bij ernstig zieke kinderen werd een relatie aangetoond tussen de voedingstoestand bij kinderen met infectieziekten is er een grotere kans op overlijden naarmate de bij kinderen met een solide tumor is het gewichtsverlies voordat de behandeling.
556
nvmdl
algemene effecten als een verminderde orgaanfunctie en immunosupressie, ook invloed op de groei Ten gevolge van de hoge basale en anabole behoeften zijn kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in periodes met een hoge groeisnelheid, extra gevoelig voor een restrictie in het aanbod van voedingsstoffen De somatische groei toont een bifasisch patroon met een hoge groeisnelheid in de eerste twee jaren, waarna de groeisnelheid afneemt tot aan de puberteitsgroeispurt Andere organen kunnen een ander patroon in groei en ontwikkeling tonen De hersenen groeien en differentiëren bijvoorbeeld het snelst gedurende het laatste trimester van de zwangerschap en in de eerste twee jaren Ondervoeding en het tekort aan voedingsstoffen op zeer jonge leeftijd kunnen daarom een belangrijke invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen, omdat dit de meest kritische fase is in de hersenontwikkeling In een aantal studies is een associatie gelegd tussen ondervoeding bij de zuigeling en verminderde intelligentie en neurologische functie op latere leeftijd (<PERSOON>, ###; GranthamMcGregor, ###) Ofschoon een kritische periode van ondervoeding niet is vastgesteld, is bij zuigelingen aangetoond dat zelfs een relatief korte periode van voedingsdeprivatie kan leiden tot een verminderd leervermogen (Winick ###) Bij een aantal specifieke diagnostische groepen werd een verband gelegd tussen ondervoeding en (latere) morbiditeit bij ernstig zieke kinderen werd een relatie aangetoond tussen de voedingstoestand bij kinderen met infectieziekten is er een grotere kans op overlijden naarmate de bij kinderen met een solide tumor is het gewichtsverlies voordat de behandeling bij kinderen met cystic fibrosis is er een associatie tussen de mate van ondervoeding bij kinderen met inflammatoire darmziekten is er een chronische anorexie met een gemiddeld dagelijks tekort van ##-### kcal met als gevolg groeivertraging en verlate Ondervoeding tijdens kritische perioden van groei resulteert in vertraging of stilstand van groei In latere perioden kan inhaalgroei optreden als er weer voldoende voedselaanbod is Er komen echter steeds meer aanwijzingen dat ondervoeding op jonge leeftijd en/of inhaalgroei geassocieerd zijn met ziekten op volwassen leeftijd, zoals obesitas, diabetes Veranderingen in het metabolisme die predisponeren voor deze ziekten kunnen reeds op de kinderleeftijd worden aangetoond (<PERSOON>, ###) Het voedingspatroon wordt gekenmerkt door afwisselende periodes van voeden en vasten Na een voeding is er aanbod van voedingsstoffen en verkeert het lichaam in een anabole fase, waarin synthese van eiwit, vetweefsel en glycogeen overheersen Tijdens vasten maakt het lichaam energie vrij uit opgeslagen bronnen en overheersen de afbraakprocessen Een gezonde volwassene beschikt over een energievoorraad in de vorm van een kleine glycogeenvoorraad en een vrij grote vetvoorraad (Nillson & Hultman ###) Het lichaam heeft geen eiwitvoorraad; al het aanwezige eiwit heeft een functie Eiwitverlies betekent dan ook verlies van orgaanfunctie Langdurig vasten zal uiteindelijk tot de dood leiden Dit wordt toegeschreven aan verlies van orgaanfunctie (met name het cardio-respiratoire systeem) als gevolg van eiwitdepletie, niet zozeer aan energietekort Observaties bij hongerstakers.
544
nvmdl
associatie tussen de mate van ondervoeding bij kinderen met inflammatoire darmziekten is er een chronische anorexie met een gemiddeld dagelijks tekort van ##-### kcal met als gevolg groeivertraging en verlate Ondervoeding tijdens kritische perioden van groei resulteert in vertraging of stilstand van groei In latere perioden kan inhaalgroei optreden als er weer voldoende voedselaanbod is Er komen echter steeds meer aanwijzingen dat ondervoeding op jonge leeftijd en/of inhaalgroei geassocieerd zijn met ziekten op volwassen leeftijd, zoals obesitas, diabetes Veranderingen in het metabolisme die predisponeren voor deze ziekten kunnen reeds op de kinderleeftijd worden aangetoond (<PERSOON>, ###) Het voedingspatroon wordt gekenmerkt door afwisselende periodes van voeden en vasten Na een voeding is er aanbod van voedingsstoffen en verkeert het lichaam in een anabole fase, waarin synthese van eiwit, vetweefsel en glycogeen overheersen Tijdens vasten maakt het lichaam energie vrij uit opgeslagen bronnen en overheersen de afbraakprocessen Een gezonde volwassene beschikt over een energievoorraad in de vorm van een kleine glycogeenvoorraad en een vrij grote vetvoorraad (Nillson & Hultman ###) Het lichaam heeft geen eiwitvoorraad; al het aanwezige eiwit heeft een functie Eiwitverlies betekent dan ook verlies van orgaanfunctie Langdurig vasten zal uiteindelijk tot de dood leiden Dit wordt toegeschreven aan verlies van orgaanfunctie (met name het cardio-respiratoire systeem) als gevolg van eiwitdepletie, niet zozeer aan energietekort Observaties bij hongerstakers is gegaan, waarbij de eiwitmassa ook met ##% is afgenomen (<PERSOON>, ###) Bij kinderen zijn de energievoorraden veel kleiner dan bij volwassenen (Fomon, ###; Haschke, ###; Ziegler, ###) Kinderen kunnen daardoor minder lang vasten Een kleine premature pasgeborene met een gewicht van # kg heeft slechts #% vet en #% eiwit en een non-protein energiereserve van ### kcal De hoeveelheid vet en eiwit nemen geleidelijk toe met de leeftijd De overlevingsduur bij volledig vasten wordt geschat op # dagen voor een kleine prematuur (# kg) en ongeveer # maand voor een a terme pasgeborene (Heird, ###) Uit observaties bij volwassenen (hongerstakers) blijkt de overlevingsduur ongeveer ## Bij ernstige ziekte of trauma treden bij volwassenen veranderingen op in het metabolisme Deze veranderingen werden door Cuthbertson beschreven in een twee-fasenmodel de eben de vloedfase (Cuthbertson, ###) In de ebfase treedt een verlaging op van het metabolisme en is het zuurstofgebruik verminderd ten gevolge van shock Ondersteuning van de vitale functies heeft in deze fase prioriteit, voeding is minder belangrijk De daaropvolgende vloedfase bestaat uit eerst een katabole fase gevolgd door een herstelfase (=anabole fase) In de katabole fase treedt een aanzienlijke verhoging op van het metabolisme en de zuurstofconsumptie (hypermetabolisme) Daarnaast treedt bij ernstig zieke volwassenen metabolisme geleidelijk over een periode van enkele weken Bij kinderen is veel minder duidelijk of en in welke mate sprake is van een eb- en vloedfase Bij ernstig zieke kinderen opgenomen op de kinder IC komt hyperglycemie frequent voor Het betreft zowel kinderen.
590
nvmdl
###; Hill, ###) Bij kinderen zijn de energievoorraden veel kleiner dan bij volwassenen (Fomon, ###; Haschke, ###; Ziegler, ###) Kinderen kunnen daardoor minder lang vasten Een kleine premature pasgeborene met een gewicht van # kg heeft slechts #% vet en #% eiwit en een non-protein energiereserve van ### kcal De hoeveelheid vet en eiwit nemen geleidelijk toe met de leeftijd De overlevingsduur bij volledig vasten wordt geschat op # dagen voor een kleine prematuur (# kg) en ongeveer # maand voor een a terme pasgeborene (Heird, ###) Uit observaties bij volwassenen (hongerstakers) blijkt de overlevingsduur ongeveer ## Bij ernstige ziekte of trauma treden bij volwassenen veranderingen op in het metabolisme Deze veranderingen werden door Cuthbertson beschreven in een twee-fasenmodel de eben de vloedfase (Cuthbertson, ###) In de ebfase treedt een verlaging op van het metabolisme en is het zuurstofgebruik verminderd ten gevolge van shock Ondersteuning van de vitale functies heeft in deze fase prioriteit, voeding is minder belangrijk De daaropvolgende vloedfase bestaat uit eerst een katabole fase gevolgd door een herstelfase (=anabole fase) In de katabole fase treedt een aanzienlijke verhoging op van het metabolisme en de zuurstofconsumptie (hypermetabolisme) Daarnaast treedt bij ernstig zieke volwassenen metabolisme geleidelijk over een periode van enkele weken Bij kinderen is veel minder duidelijk of en in welke mate sprake is van een eb- en vloedfase Bij ernstig zieke kinderen opgenomen op de kinder IC komt hyperglycemie frequent voor Het betreft zowel kinderen Wintergerst, ###; Gore, ###; Cochran, ###; Yates, ###; <PERSOON>, ###) De veranderingen die optreden in het metabolisme tijdens ziekte maken het wenselijk het voedingsbeleid aan te passen aan het ziekteproces Tijdens ernstige ziekte is reële groei (toename van lean body mass) niet mogelijk Het voedingsbeleid is er op gericht de verliezen aan vetvrije massa zo veel mogelijk te beperken Voldoende aanbod van eiwit is hierbij belangrijker dan energie Een te hoog aanbod van energie kan zelfs tot overvoeding leiden met nadelige gevolgen zoals hyperglycemie, verhoogde CO#-productie en leverRichtlijn Perioperatief voedingsbeleid vervetting Voldoende aanbod van eiwit is van belang omdat aminozuren gebruikt worden voor het herstel van wonden, voor de productie van onder meer acute-fase-eiwitten, cytokinen, stollingsfactoren en hormonen, en als substraat voor de gluconeogenese Ook spelen zij een belangrijke rol in het metabolisme van de darmwand en daarmee bij het intact houden ervan In de herstelfase nemen de eetlust en de mobiliteit toe, waardoor er weer toename kan zijn van spiermassa en eiwitsynthese Het voedingsbeleid in deze fase richt zich dan ook op herstel van spier- en eiwitmassa In deze fase kan het lichaam de verliezen in korte tijd herstellen, mits er voldoende aanbod van voedingsstoffen is <DATUM> # Overwegingen voorafgaande aan het opstellen van de richtlijn perioperatieve Alvorens een richtlijn op te stellen voor het perioperatieve voedingsbeleid bij kinderen Voor het beantwoorden van de tweede vraag heeft de werkgroep zich gebaseerd op de recent gepubliceerde richtlijnen voor parenterale voeding voor zieke kinderen (Koletzko, ###).
626
nvmdl
Gore, ###; Cochran, ###; Yates, ###; <PERSOON>, ###) De veranderingen die optreden in het metabolisme tijdens ziekte maken het wenselijk het voedingsbeleid aan te passen aan het ziekteproces Tijdens ernstige ziekte is reële groei (toename van lean body mass) niet mogelijk Het voedingsbeleid is er op gericht de verliezen aan vetvrije massa zo veel mogelijk te beperken Voldoende aanbod van eiwit is hierbij belangrijker dan energie Een te hoog aanbod van energie kan zelfs tot overvoeding leiden met nadelige gevolgen zoals hyperglycemie, verhoogde CO#-productie en leverRichtlijn Perioperatief voedingsbeleid vervetting Voldoende aanbod van eiwit is van belang omdat aminozuren gebruikt worden voor het herstel van wonden, voor de productie van onder meer acute-fase-eiwitten, cytokinen, stollingsfactoren en hormonen, en als substraat voor de gluconeogenese Ook spelen zij een belangrijke rol in het metabolisme van de darmwand en daarmee bij het intact houden ervan In de herstelfase nemen de eetlust en de mobiliteit toe, waardoor er weer toename kan zijn van spiermassa en eiwitsynthese Het voedingsbeleid in deze fase richt zich dan ook op herstel van spier- en eiwitmassa In deze fase kan het lichaam de verliezen in korte tijd herstellen, mits er voldoende aanbod van voedingsstoffen is <DATUM> # Overwegingen voorafgaande aan het opstellen van de richtlijn perioperatieve Alvorens een richtlijn op te stellen voor het perioperatieve voedingsbeleid bij kinderen Voor het beantwoorden van de tweede vraag heeft de werkgroep zich gebaseerd op de recent gepubliceerde richtlijnen voor parenterale voeding voor zieke kinderen (Koletzko, ###) Voor gezonde kinderen Volgens de American Society of Parenteral and Enteral Nutrition is ondervoeding gedefinieerd als een verstoring van de lichaamssamenstelling door deficiënties van macronutriënten of micronutriënten als gevolg van een tekort aan inname van (marasmus) en eiwittekort (kwashiorkor), maar mengbeelden komen veel voor Klinische tekenen van ondervoeding kunnen reeds tijdens de acute of subacute fase van de ziekte ontstaan; dan is er sprake van ondergewicht of gewichtsvermindering (‘wasting’) Op den duur kan ook achterstand in lengtegroei ontstaan (‘stunting’); dit is een teken van chronische ondervoeding Opvallend hierbij is dat het gewicht naar lengte normaal kan zijn Tevens kunnen bij zieke en ondervoede kinderen ook specifieke deficiënties ontstaan van vitamines, De aanbevelingen voor energiebehoefte verschillen niet ten opzichte van die van de European Society of Pediatric Gastroenterology Hepatology and Nutrition (ESPGHAN) Voor de bepaling van de energiebehoefte zal over het algemeen standaard gebruik gemaakt worden van de dagelijks aanbevolen behoefte Indien een nauwkeurige schatting noodzakelijk is, zal aan de hand van standaardformules waarmee het rustenergieverbruik berekend kan worden de totale energiebehoefte berekend worden De meest gehanteerde formules voor het berekenen van het rustenergieverbruik zijn de Schofield formules (tabel #) Indien men exact het rustenergieverbruik wil bepalen, dan wordt aanbevolen om dit met behulp van indirecte calorimetrie te doen Deze methode kan zowel bij beademde en niet beademde kinderen plaatsvinden Deze methode geeft niet alleen inzicht in het exacte Indien een schatting wordt gemaakt van de totale energiebehoefte (inclusief eiwit) bij.
585
nvmdl
Voor gezonde kinderen Volgens de American Society of Parenteral and Enteral Nutrition is ondervoeding gedefinieerd als een verstoring van de lichaamssamenstelling door deficiënties van macronutriënten of micronutriënten als gevolg van een tekort aan inname van (marasmus) en eiwittekort (kwashiorkor), maar mengbeelden komen veel voor Klinische tekenen van ondervoeding kunnen reeds tijdens de acute of subacute fase van de ziekte ontstaan; dan is er sprake van ondergewicht of gewichtsvermindering (‘wasting’) Op den duur kan ook achterstand in lengtegroei ontstaan (‘stunting’); dit is een teken van chronische ondervoeding Opvallend hierbij is dat het gewicht naar lengte normaal kan zijn Tevens kunnen bij zieke en ondervoede kinderen ook specifieke deficiënties ontstaan van vitamines, De aanbevelingen voor energiebehoefte verschillen niet ten opzichte van die van de European Society of Pediatric Gastroenterology Hepatology and Nutrition (ESPGHAN) Voor de bepaling van de energiebehoefte zal over het algemeen standaard gebruik gemaakt worden van de dagelijks aanbevolen behoefte Indien een nauwkeurige schatting noodzakelijk is, zal aan de hand van standaardformules waarmee het rustenergieverbruik berekend kan worden de totale energiebehoefte berekend worden De meest gehanteerde formules voor het berekenen van het rustenergieverbruik zijn de Schofield formules (tabel #) Indien men exact het rustenergieverbruik wil bepalen, dan wordt aanbevolen om dit met behulp van indirecte calorimetrie te doen Deze methode kan zowel bij beademde en niet beademde kinderen plaatsvinden Deze methode geeft niet alleen inzicht in het exacte Indien een schatting wordt gemaakt van de totale energiebehoefte (inclusief eiwit) bij Recent werden door ESPGHAN de richtlijnen gepubliceerd met betrekking tot onder andere energiebehoefte voor kinderen met parenterale voeding (Koletzko, ###) Hierbij werden de redelijkerwijs kan parenterale energiebehoefte worden geschat aan de hand van een berekende waarde voor rustenergieverbruik vermenigvuldigd met een factor lichamelijke activiteit en door het monitoren van het gewicht; om het rustenergieverbruik te berekenen kunnen de Schofield formules gebruikt de energie-inname dient aangepast te worden bij patiënten met een verhoogd de meeste parenteraal gevoede patiënten hebben een energiebehoefte die gelijk of patiënten met ondergewicht die gewicht dienen aan te komen, hebben een energiebehoefte van #<DATUM> ten opzichte van het rustenergieverbruik; er is geen ondersteuning voor een toegenomen energiebehoefte na ongecompliceerde Eiwit in de voeding moet het stikstofverlies via de urine, ontlasting, haar, nagels en transpiratie compenseren Daarnaast moet het bij kinderen voorzien in de extra behoefte voor groei Voor de eiwitbehoefte van gezonde kinderen wordt uitgegaan van de aanbevelingen van de Gezondheidsraad (###) Deze zijn samengevat in tabel # * De aanbevolen hoeveelheden zijn bedoeld voor zuigelingen die flesvoeding krijgen Bij moedermelk is de gemiddelde eiwitinname in deze leeftijdsgroep #,# g/kg/dag, een adequate hoeveelheid voor stikstofbehoefte voor groei is bepaald op basis van het stikstofgehalte van het lichaam #,## is een factor ter omrekening van stikstof naar eiwit (beide in grammen) # / #,## is een factor voor de efficiëntie van de aanmaak van lichaamseiwitten uit aminozuren; uit stikstofbalansstudies is gebleken dat de eiwitbehoefte een factor #,## hoger is dan de hoeveelheid die de inname van het obligate verlies juist compenseert eiwitkwaliteit.
597
nvmdl
gepubliceerd met betrekking tot onder andere energiebehoefte voor kinderen met parenterale voeding (Koletzko, ###) Hierbij werden de redelijkerwijs kan parenterale energiebehoefte worden geschat aan de hand van een berekende waarde voor rustenergieverbruik vermenigvuldigd met een factor lichamelijke activiteit en door het monitoren van het gewicht; om het rustenergieverbruik te berekenen kunnen de Schofield formules gebruikt de energie-inname dient aangepast te worden bij patiënten met een verhoogd de meeste parenteraal gevoede patiënten hebben een energiebehoefte die gelijk of patiënten met ondergewicht die gewicht dienen aan te komen, hebben een energiebehoefte van #<DATUM> ten opzichte van het rustenergieverbruik; er is geen ondersteuning voor een toegenomen energiebehoefte na ongecompliceerde Eiwit in de voeding moet het stikstofverlies via de urine, ontlasting, haar, nagels en transpiratie compenseren Daarnaast moet het bij kinderen voorzien in de extra behoefte voor groei Voor de eiwitbehoefte van gezonde kinderen wordt uitgegaan van de aanbevelingen van de Gezondheidsraad (###) Deze zijn samengevat in tabel # * De aanbevolen hoeveelheden zijn bedoeld voor zuigelingen die flesvoeding krijgen Bij moedermelk is de gemiddelde eiwitinname in deze leeftijdsgroep #,# g/kg/dag, een adequate hoeveelheid voor stikstofbehoefte voor groei is bepaald op basis van het stikstofgehalte van het lichaam #,## is een factor ter omrekening van stikstof naar eiwit (beide in grammen) # / #,## is een factor voor de efficiëntie van de aanmaak van lichaamseiwitten uit aminozuren; uit stikstofbalansstudies is gebleken dat de eiwitbehoefte een factor #,## hoger is dan de hoeveelheid die de inname van het obligate verlies juist compenseert eiwitkwaliteit De aanbevolen hoeveelheden zoals gepubliceerd door de Gezondheidsraad zijn berekend als de gemiddelde behoefte plus tweemaal de standaarddeviatie van de behoefte, waarbij is aangenomen dat de standaarddeviatie voor alle leeftijdsgroepen ##% bedraagt Data met betrekking tot de eiwitbehoefte van zieke kinderen zijn beperkt De meeste studies zijn verricht bij prematuren en ernstig zieke kinderen, waarbij veelal gebruik gemaakt wordt van stikstofbalansstudies of metabole parameters (concentraties van aminozuren, (prealbumine, totaal eiwit, ureum en metabole acidose) Enkele studies maakten gebruik van Het minimale en maximale aminozuuraanbod (zie tabel) worden genoemd in de ESPGHAN guideline waarbij de bovengrens voor ernstig zieke kinderen op # g/kg/dag wordt gesteld Echter bij kinderen met brandwonden of na een ernstig doorgemaakte sepsis met de hoeveelheid nodig ter preventie van een negatieve stikstofbalans; een hogere inname is Bij ernstig zieke kinderen ligt de aminozuurbehoefte waarschijnlijk hoger dan de ‘maximale’ hoeveelheden weergegeven in de tabel Dit wordt ook ondersteund door twee stabiele isotopenstudies bij zieke kinderen met enterale voeding Bij kinderen met cystic fibrosis werd de eiwitsynthese het meest gestimuleerd met een eiwitinname van # g/kg/dag (Geukens, ###) Bij kinderen met brandwonden had een verhoging van de eiwitinname van # ## tot <DATUM> g/kg/dag geen effect op de whole-body eiwitsynthese en -afbraak, maar er was wel een significante toename van de eiwitsynthese in de huid, waardoor de wondgenezing bevorderd De aminozuurbehoefte is lager bij parenterale voeding dan bij enterale voeding omdat de aminozuren de darm niet hoeven te passeren Een neonataal dierexperimenteel model.
601
nvmdl
aanbevolen hoeveelheden zoals gepubliceerd door de Gezondheidsraad zijn berekend als de gemiddelde behoefte plus tweemaal de standaarddeviatie van de behoefte, waarbij is aangenomen dat de standaarddeviatie voor alle leeftijdsgroepen ##% bedraagt Data met betrekking tot de eiwitbehoefte van zieke kinderen zijn beperkt De meeste studies zijn verricht bij prematuren en ernstig zieke kinderen, waarbij veelal gebruik gemaakt wordt van stikstofbalansstudies of metabole parameters (concentraties van aminozuren, (prealbumine, totaal eiwit, ureum en metabole acidose) Enkele studies maakten gebruik van Het minimale en maximale aminozuuraanbod (zie tabel) worden genoemd in de ESPGHAN guideline waarbij de bovengrens voor ernstig zieke kinderen op # g/kg/dag wordt gesteld Echter bij kinderen met brandwonden of na een ernstig doorgemaakte sepsis met de hoeveelheid nodig ter preventie van een negatieve stikstofbalans; een hogere inname is Bij ernstig zieke kinderen ligt de aminozuurbehoefte waarschijnlijk hoger dan de ‘maximale’ hoeveelheden weergegeven in de tabel Dit wordt ook ondersteund door twee stabiele isotopenstudies bij zieke kinderen met enterale voeding Bij kinderen met cystic fibrosis werd de eiwitsynthese het meest gestimuleerd met een eiwitinname van # g/kg/dag (Geukens, ###) Bij kinderen met brandwonden had een verhoging van de eiwitinname van # ## tot <DATUM> g/kg/dag geen effect op de whole-body eiwitsynthese en -afbraak, maar er was wel een significante toename van de eiwitsynthese in de huid, waardoor de wondgenezing bevorderd De aminozuurbehoefte is lager bij parenterale voeding dan bij enterale voeding omdat de aminozuren de darm niet hoeven te passeren Een neonataal dierexperimenteel model <PERSOON>, ###) Er is echter een grote en met de leeftijd veranderende spreiding in de opname en utilisatie van verschillende aminozuren in de darm (<PERSOON>, ###) Naast utilisatie door de darm kunnen aminozuren in de darm ook gemetaboliseerd worden en omgezet in andere aminozuren Ook dit is van invloed op de beschikbaarheid van aminozuren In de praktijk wordt er (nog) geen onderscheid gemaakt in de aanbevolen hoeveelheden voor enterale of parenterale Bij enterale voeding wordt voor zuigelingen tot zes maanden een inname van ## En% vet aanbevolen, en voor oudere zuigelingen ## En% Voor kinderen ouder dan <LEEFTIJD> jaar wordt ### En% vet aanbevolen (Gezondheidsraad, ###) Bij het kind met een langdurig post-operatief beloop kan met ophogen, concentreren en toevoegingen van enterale voeding een calorische inhoud bereikt worden die ###% is van kan het nodig zijn om zo veel energie toe te dienen om groei te bewerkstelligen De algemene aanbeveling van de ESPGHAN met betrekking tot parenterale vettoediening is om ##-##% van de non-protein energie toe te dienen als lipiden (Koletzko, ###) Ter preventie van essentiële vetzuurdeficiëntie dient bij prematuren een minimale hoeveelheid linoleenzuur van # ## g/kg/dag toegediend te worden en bij a terme en oudere kinderen # # g/kg/dag Geadviseerd wordt de parenterale lipideninname bij zuigelingen te beperken tot ## g/kg per dag, idealiter per continu infuus, en bij oudere kinderen tot <DATUM> g/kg per dag Het.
607
nvmdl
Goudoever, ###) Er is echter een grote en met de leeftijd veranderende spreiding in de opname en utilisatie van verschillende aminozuren in de darm (<PERSOON>, ###) Naast utilisatie door de darm kunnen aminozuren in de darm ook gemetaboliseerd worden en omgezet in andere aminozuren Ook dit is van invloed op de beschikbaarheid van aminozuren In de praktijk wordt er (nog) geen onderscheid gemaakt in de aanbevolen hoeveelheden voor enterale of parenterale Bij enterale voeding wordt voor zuigelingen tot zes maanden een inname van ## En% vet aanbevolen, en voor oudere zuigelingen ## En% Voor kinderen ouder dan <LEEFTIJD> jaar wordt ### En% vet aanbevolen (Gezondheidsraad, ###) Bij het kind met een langdurig post-operatief beloop kan met ophogen, concentreren en toevoegingen van enterale voeding een calorische inhoud bereikt worden die ###% is van kan het nodig zijn om zo veel energie toe te dienen om groei te bewerkstelligen De algemene aanbeveling van de ESPGHAN met betrekking tot parenterale vettoediening is om ##-##% van de non-protein energie toe te dienen als lipiden (Koletzko, ###) Ter preventie van essentiële vetzuurdeficiëntie dient bij prematuren een minimale hoeveelheid linoleenzuur van # ## g/kg/dag toegediend te worden en bij a terme en oudere kinderen # # g/kg/dag Geadviseerd wordt de parenterale lipideninname bij zuigelingen te beperken tot ## g/kg per dag, idealiter per continu infuus, en bij oudere kinderen tot <DATUM> g/kg per dag Het #-)# g/kg per dag en tijdens de opbouwfase dagelijks triglyceriden te bepalen Bij kinderen met een verhoogd risico op hyperlipidemieën wordt geadviseerd om de monitorfrequentie te verhogen De ESPGHAN Guideline adviseert om een dosisreductie te overwegen bij triglycerideconcentraties boven de <DATUM> mM bij zuigelingen of boven de <DATUM> mM bij oudere kinderen De bovengrens bij oudere kinderen is gebaseerd op het gegeven dat het enzym lipoproteïnelipase verzadigd is bij deze concentratie Indien de gewenste dosering parenterale vettoediening wordt bereikt, kan het interval van serum lipidenmonitoring worden In de ESPGHAN guideline wordt gesteld dat het parenterale glucose-aanbod in het algemeen ##-##% van de non-protein energie moet bedragen (Koletzko, ###) Hierbij moet rekening gehouden worden met het glucose-aanbod uit andere bronnen, zoals andere medicatie-infusen Bij ernstig zieke kinderen verdient het aanbeveling te starten met een relatief lage dosering glucose en, mede afhankelijk van de conditie van de patiënt, in enkele dagen (totaal # dagen) op te klimmen tot de gewenste hoeveelheid Bij stabiele patiënten Voor ernstig zieke kinderen stelt de ESPGHAN een maximale glucose intake van # mg/kg/min In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen kinderen boven en onder ## kg Bij kinderen die vanwege de onderliggende ziekte een beperking in het volume van de voeding nodig hebben of een beperkt volume aankunnen, zal het toedienen van standaard voedingen leiden tot een tekort aan inname van energie en eiwit Om een voldoende inname te bewerkstelligen kan een aantal stappen overwogen worden Bij een te maken keuze dient.
611
nvmdl
bepalen Bij kinderen met een verhoogd risico op hyperlipidemieën wordt geadviseerd om de monitorfrequentie te verhogen De ESPGHAN Guideline adviseert om een dosisreductie te overwegen bij triglycerideconcentraties boven de <DATUM> mM bij zuigelingen of boven de <DATUM> mM bij oudere kinderen De bovengrens bij oudere kinderen is gebaseerd op het gegeven dat het enzym lipoproteïnelipase verzadigd is bij deze concentratie Indien de gewenste dosering parenterale vettoediening wordt bereikt, kan het interval van serum lipidenmonitoring worden In de ESPGHAN guideline wordt gesteld dat het parenterale glucose-aanbod in het algemeen ##-##% van de non-protein energie moet bedragen (Koletzko, ###) Hierbij moet rekening gehouden worden met het glucose-aanbod uit andere bronnen, zoals andere medicatie-infusen Bij ernstig zieke kinderen verdient het aanbeveling te starten met een relatief lage dosering glucose en, mede afhankelijk van de conditie van de patiënt, in enkele dagen (totaal # dagen) op te klimmen tot de gewenste hoeveelheid Bij stabiele patiënten Voor ernstig zieke kinderen stelt de ESPGHAN een maximale glucose intake van # mg/kg/min In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen kinderen boven en onder ## kg Bij kinderen die vanwege de onderliggende ziekte een beperking in het volume van de voeding nodig hebben of een beperkt volume aankunnen, zal het toedienen van standaard voedingen leiden tot een tekort aan inname van energie en eiwit Om een voldoende inname te bewerkstelligen kan een aantal stappen overwogen worden Bij een te maken keuze dient • de mogelijkheden en onmogelijkheden van het kind; bijvoorbeeld slik en • voorkomen van fouten in bereiding en hygiëne van de voeding voor deze kwetsbare • voorkeur van ouders; bijvoorbeeld borstvoeding bij de zuigeling #e keuze kant en klare sondevoeding Voor de verschillende leeftijdsgroepen, zowel zuigelingen als oudere kinderen, zijn er geschikte gebruiksklare sondevoedingen op de markt Voor zuigelingen is er een energie- eiwitverrijkte sondevoeding ### kcal/###ml en voor oudere kinderen een standaard sondevoeding ### kcal/### ml en een energieeiwitverrijkte vorm ### kcal/### ml #e keuze de standaard “melkvoeding” (dit geldt met name voor de zuigelingenvoeding) kan geconcentreerd worden In de praktijk wordt de concentratie tot ## gram poeder voor ### ml voeding als veilig aangenomen (de osmolariteit van een polymere zuigelingenvoeding wordt hierdoor met circa ##% verhoogd tot ongeveer ### mOsmol/L) Moedermelk heeft echter Additioneel toevoegen van koolhydraat- en vetmodules aan de voeding Als vuistregel voor het toevoegen van deze modules wordt het volgende aangehouden niet meer dan #% De voedingsbehoefte van het perioperatieve kind dient individueel bepaald te worden en is De energiebehoefte dient minimaal de berekende of gemeten waarde voor het De eiwitbehoefte is minimaal # g/kg/dag en max #g/kg/dag afhankelijk van het De glucosebehoefte is afhankelijk van het gewicht van het kind en de ernst van de <PERSOON> KF, Puntis JW, Rigo J, <PERSOON> on Nutrition; European Society for <PERSOON> need for nutrition support teams in pediatric units.
599
nvmdl
slik en • voorkomen van fouten in bereiding en hygiëne van de voeding voor deze kwetsbare • voorkeur van ouders; bijvoorbeeld borstvoeding bij de zuigeling #e keuze kant en klare sondevoeding Voor de verschillende leeftijdsgroepen, zowel zuigelingen als oudere kinderen, zijn er geschikte gebruiksklare sondevoedingen op de markt Voor zuigelingen is er een energie- eiwitverrijkte sondevoeding ### kcal/###ml en voor oudere kinderen een standaard sondevoeding ### kcal/### ml en een energieeiwitverrijkte vorm ### kcal/### ml #e keuze de standaard “melkvoeding” (dit geldt met name voor de zuigelingenvoeding) kan geconcentreerd worden In de praktijk wordt de concentratie tot ## gram poeder voor ### ml voeding als veilig aangenomen (de osmolariteit van een polymere zuigelingenvoeding wordt hierdoor met circa ##% verhoogd tot ongeveer ### mOsmol/L) Moedermelk heeft echter Additioneel toevoegen van koolhydraat- en vetmodules aan de voeding Als vuistregel voor het toevoegen van deze modules wordt het volgende aangehouden niet meer dan #% De voedingsbehoefte van het perioperatieve kind dient individueel bepaald te worden en is De energiebehoefte dient minimaal de berekende of gemeten waarde voor het De eiwitbehoefte is minimaal # g/kg/dag en max #g/kg/dag afhankelijk van het De glucosebehoefte is afhankelijk van het gewicht van het kind en de ernst van de <PERSOON> KF, Puntis JW, Rigo J, <PERSOON> on Nutrition; European Society for <PERSOON> need for nutrition support teams in pediatric units ESPGHAN committee on nutrition <PERSOON> ###;#<DATUM> <PERSOON> uses and limitations of nutritional support Clin Nutr ###;<DATUM> ## <PERSOON> KJ, Hickey PR Halothane-morphine compared with high dose sufentanil for anesthesia and postoperative analgesia in neonatal cardiac surgery <PERSOON> ME Growth in utero, blood pressure in childhood and adult life, and mortality from cardiovascular disease BMJ ###a; ### ##<DATUM> <PERSOON> SJ Weight in infancy and death from Black RE, <PERSOON> SS, <PERSOON-##> and why are ## million children dying every year? Lancet ### <PERSOON-##> RC Glucose level and risk of mortality in pediatric septic shock Pediatr Crit Care Med ###;<DATUM> ### Cochran DC, Scaife ER, <PERSOON-##> KW, Downey EC Hyperglycemia and outcomes from pediatric Cunningham JJ Body composition and nutrition support in pediatrics what to defend and how soon Cuthbertson DP Second annual <PERSOON-##> metabolic response to injury and its nutritional implications retrospect and prospect <PERSOON-##> JC, Auestad N, et al Glutamine metabolism in very low birth weight infants Pediatr Donaldson SS, <PERSOON-##> MN, De Wys WD, Suskind RM, Jaffe N, vanEys J A study of the nutritional Durie PR, Pencharz PB.
605
nvmdl
<PERSOON> ###;#<DATUM> <PERSOON> uses and limitations of nutritional support Clin Nutr ###;<DATUM> ## <PERSOON> KJ, Hickey PR Halothane-morphine compared with high dose sufentanil for anesthesia and postoperative analgesia in neonatal cardiac surgery <PERSOON> ME Growth in utero, blood pressure in childhood and adult life, and mortality from cardiovascular disease BMJ ###a; ### ##<DATUM> <PERSOON> SJ Weight in infancy and death from Black RE, <PERSOON> SS, <PERSOON> and why are ## million children dying every year? Lancet ### <PERSOON> RC Glucose level and risk of mortality in pediatric septic shock Pediatr Crit Care Med ###;<DATUM> ### Cochran DC, Scaife ER, <PERSOON> KW, Downey EC Hyperglycemia and outcomes from pediatric Cunningham JJ Body composition and nutrition support in pediatrics what to defend and how soon Cuthbertson DP Second annual <PERSOON-##> metabolic response to injury and its nutritional implications retrospect and prospect <PERSOON-##> JC, Auestad N, et al Glutamine metabolism in very low birth weight infants Pediatr Donaldson SS, <PERSOON-##> MN, De Wys WD, Suskind RM, Jaffe N, vanEys J A study of the nutritional Durie PR, Pencharz PB J R FAO/WHO/UNU Energy and protein requirements <PERSOON-##> hyperglycemia in critically ill children <PERSOON-##> SJ, <PERSOON-##> SE Body composition of the male and female reference infants <PERSOON-##> JH, Taminiau JA, <PERSOON-##> AF, <PERSOON-##> CF, Heymans HS, Sauerwein HP Short-term protein intake and stimulation of protein synthesis in stunted children with cystic fibrosis <PERSOON-##> energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten <PERSOON-##> DN, <PERSOON-##> of hyperglycemia with increased mortality after severe burn injury <PERSOON-##> WN Longitudinal study of growth and development of young Jamaican children recovering from severe protein-energy malnutrition Dev Van Goudoever JB, Stoll B, <PERSOON-##> JF, et al Adaptive regulation of intestinal lysine metabolism <PERSOON-##> SJ, Ziegler EE Body composition of a nine-year-old reference boy Pediatr Res Heird WC, Driscoll JM, Jr Schullinger JN, et al Intravenous alimentation in pediatric patiënts <PERSOON-##> in a children’s hospital Clinical Nutrition ###;## ##-## Hill GL <PERSOON-##> composition research implications for the practice of clinical nutrition.
570
nvmdl
J R FAO/WHO/UNU Energy and protein requirements <PERSOON> hyperglycemia in critically ill children <PERSOON> SJ, <PERSOON> SE Body composition of the male and female reference infants <PERSOON> JH, Taminiau JA, <PERSOON> AF, <PERSOON> CF, Heymans HS, Sauerwein HP Short-term protein intake and stimulation of protein synthesis in stunted children with cystic fibrosis <PERSOON> energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten <PERSOON> DN, <PERSOON> of hyperglycemia with increased mortality after severe burn injury <PERSOON-##> WN Longitudinal study of growth and development of young Jamaican children recovering from severe protein-energy malnutrition Dev Van Goudoever JB, Stoll B, <PERSOON-##> JF, et al Adaptive regulation of intestinal lysine metabolism <PERSOON-##> SJ, Ziegler EE Body composition of a nine-year-old reference boy Pediatr Res Heird WC, Driscoll JM, Jr Schullinger JN, et al Intravenous alimentation in pediatric patiënts <PERSOON-##> in a children’s hospital Clinical Nutrition ###;## ##-## Hill GL <PERSOON-##> composition research implications for the practice of clinical nutrition ##<DATUM> <PERSOON-##> PL, Regan F, <PERSOON-##> WE, <PERSOON-##> DB, Robinson EM et al Premature birth and later insulin resistance <PERSOON-##> J Med ### November ##;###(##) ###-## <PERSOON-##> in critically ill children from admission to # months after discharge Clin Nutr Kien CL, Horswill CA, Zipf WB, et al Splanchnic uptake of leucine in healthy children and in children <PERSOON-##> PS, Forbes GB, <PERSOON-##> PR Effects of starvation in infancy (pyloric stenosis) on subsequent <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> for Clinical Nutrition and Metabolism; European Society of Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN); European Society of Paediatric Research (ESPR) Guidelines on Paediatric Parenteral Nutrition of the European Society of Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN) and the European Society for Clinical Nutrition and Metabolism (ESPEN), Supported by the European Society of Paediatric Research (ESPR) <PERSOON-##> RJ, Suskind RM Nutritional survey of hospitalized pediatric patiënts <PERSOON-##> MS, Cole TJ, <PERSOON-##> weight, subsequent growth, and cholesterol metabolism in children <DATUM> years old born preterm <PERSOON-##> glycogen in man – the effect of total starvation or a carbohydrate-poor.
568
nvmdl
<PERSOON> PL, Regan F, <PERSOON> WE, <PERSOON> DB, Robinson EM et al Premature birth and later insulin resistance <PERSOON> J Med ### November ##;###(##) ###-## <PERSOON> in critically ill children from admission to # months after discharge Clin Nutr Kien CL, Horswill CA, Zipf WB, et al Splanchnic uptake of leucine in healthy children and in children <PERSOON> PS, Forbes GB, <PERSOON> PR Effects of starvation in infancy (pyloric stenosis) on subsequent <PERSOON> K, <PERSOON> for Clinical Nutrition and Metabolism; European Society of Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN); European Society of Paediatric Research (ESPR) Guidelines on Paediatric Parenteral Nutrition of the European Society of Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN) and the European Society for Clinical Nutrition and Metabolism (ESPEN), Supported by the European Society of Paediatric Research (ESPR) <PERSOON-##> RJ, Suskind RM Nutritional survey of hospitalized pediatric patiënts <PERSOON-##> MS, Cole TJ, <PERSOON-##> weight, subsequent growth, and cholesterol metabolism in children <DATUM> years old born preterm <PERSOON-##> glycogen in man – the effect of total starvation or a carbohydrate-poor <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> DN, Wolfe RR Urea and protein metabolism in burned children effect of dietary protein intake <PERSOON-##> MM, Ruttimann UE, Wiley JS Nutritional depletions in critically ill children associations with physiologic instability and increased quantity of care <PERSOON-##> DJ, Hales CN, Bleker OP Glucose tolerance in adults after prenatal exposure to famine Lancet ### <PERSOON-##> ##;###(###) ##<DATUM> <PERSOON-##> DJ, Ravelli AC, Schroeder-Tanka JM, van <PERSOON-##> RP, Bleker OP Coronary heart disease after prenatal exposure to the <PERSOON-##> SR, Reeds PJ, Stellaard F, et al Lysine kinetics in preterm infants the importance of <PERSOON-##> SR, Reeds PJ, Stoll B, et al <PERSOON-##> high metabolic cost of a functional gut Seidman EG, <PERSOON-##> AM, Morin CL Nutritional therapy of Crohn's disease in childhood Dig Seidman EG Nutritional management of inflammatory bowel disease <PERSOON-##> pediatric nutritional risk score to identify children at risk of malnutrition <PERSOON-##> TJ, <PERSOON-##> A Low nutrient intake and early growth for later insulin.
570
nvmdl
<PERSOON> T, <PERSOON> DN, Wolfe RR Urea and protein metabolism in burned children effect of dietary protein intake <PERSOON> MM, Ruttimann UE, Wiley JS Nutritional depletions in critically ill children associations with physiologic instability and increased quantity of care <PERSOON> DJ, Hales CN, Bleker OP Glucose tolerance in adults after prenatal exposure to famine Lancet ### <PERSOON> ##;###(###) ##<DATUM> <PERSOON> DJ, Ravelli AC, Schroeder-Tanka JM, van <PERSOON> RP, Bleker OP Coronary heart disease after prenatal exposure to the <PERSOON> SR, Reeds PJ, Stellaard F, et al Lysine kinetics in preterm infants the importance of <PERSOON> SR, Reeds PJ, Stoll B, et al <PERSOON-##> high metabolic cost of a functional gut Seidman EG, <PERSOON-##> AM, Morin CL Nutritional therapy of Crohn's disease in childhood Dig Seidman EG Nutritional management of inflammatory bowel disease <PERSOON-##> pediatric nutritional risk score to identify children at risk of malnutrition <PERSOON-##> TJ, <PERSOON-##> A Low nutrient intake and early growth for later insulin <PERSOON-##> TJ, Fewtrell M, <PERSOON-##> of lean body mass a link between birth weight, obesity, and cardiovascular disease? <PERSOON-##> KK, Dunger DB, Mericq MV Insulin sensitivity and secretion are related to catch-up growth in small-for-gestational-age infants at age # <PERSOON-##> of timing, duration, and intensity of hyperglycemia with intensive care unit mortality in critically ill children Pediatr Crit Stoll B, <PERSOON-##> J, Reeds PJ, et al Catabolism dominates the firstpass intestinal metabolism of dietary essential amino acids in milk protein-fed piglets <PERSOON-##> (redactie) Werkboek voeding bij zieke kinderen (concept) Herziene versie van het <PERSOON-##> MA, Van Weissenbruch MM, Delemarre-Van <PERSOON-##> HA Glucose tolerance, insulin sensitivity, and insulin secretion in children born small for gestational age <PERSOON-##> TJ, Metcalf BS, Murphy MJ, Kirkby J, <PERSOON-##> relative contributions of birth weight, weight change, and current weight to insulin resistance in contemporary #-year-olds <PERSOON-##> of hypoglycemia,.
508
nvmdl
### <PERSOON> TJ, Fewtrell M, <PERSOON> of lean body mass a link between birth weight, obesity, and cardiovascular disease? <PERSOON> KK, Dunger DB, Mericq MV Insulin sensitivity and secretion are related to catch-up growth in small-for-gestational-age infants at age # <PERSOON> of timing, duration, and intensity of hyperglycemia with intensive care unit mortality in critically ill children Pediatr Crit Stoll B, <PERSOON> J, Reeds PJ, et al Catabolism dominates the firstpass intestinal metabolism of dietary essential amino acids in milk protein-fed piglets <PERSOON> (redactie) Werkboek voeding bij zieke kinderen (concept) Herziene versie van het <PERSOON> MA, Van Weissenbruch MM, Delemarre-Van <PERSOON> HA Glucose tolerance, insulin sensitivity, and insulin secretion in children born small for gestational age <PERSOON> TJ, Metcalf BS, Murphy MJ, Kirkby J, <PERSOON-##> relative contributions of birth weight, weight change, and current weight to insulin resistance in contemporary #-year-olds <PERSOON-##> of hypoglycemia, <PERSOON-##> TF, <PERSOON-##> LC Hyperglycemia is a marker for poor outcome in the postoperative pediatric cardiac patiënt <PERSOON-##> AM, <PERSOON-##> SE, Fomon SJ Body composition of the reference fetus Growth Bij het beoordelen van de pre-operatieve voedingstoestand kan onderscheid gemaakt worden tussen screenend en uitgebreid onderzoek Eenvoudig screenend onderzoek kan toegepast worden bij grote groepen patiënten met als doel individuen te selecteren die in aanmerking komen voor een uitgebreid onderzoek van de voedingstoestand Bij de screening komen zowel de actuele voedingstoestand als het risico op het ontstaan van ondervoeding (bij een tot dan toe) goede voedingstoestand aan bod Om de voedingstoestand te bepalen, is het nodig een aantal methodes te gebruiken en deze gemeenschappelijk te interpreteren om tot een advies over te kunnen gaan Een uitgebreide medische anamnese en lichamelijk onderzoek dient plaats te vinden Tijdens de medische anamnese dient specifiek gevraagd te worden naar de voeding van het kind met name ook in relatie met een onderliggende of chronische ziekte Er kan alleen een beeld gevormd worden van de voedingsinname als er exact gevraagd wordt wat de inname is geweest de dagen voorafgaande aan de opname Een arts zal in de regel slechts een globale indruk van de inname kunnen krijgen Voor een exacte bepaling is verwijzing naar de diëtist geïndiceerd De inname dient vergeleken te worden met de normale aanbevolen.
492
nvmdl