text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
resultaten van gepubliceerd onderzoek en waar nodig aangevuld met de kennis en ervaring Bij iedere patiënt met maagklachten dient in eerste instantie te worden nagegaan of er een reden is voor het direct aanvragen van endoscopisch onderzoek (directe endoscopie, hoofdstuk #) Daartoe zijn vooral symptomen die wijzen op acuut bloedverlies (te weten haematemesis en melaena) van belang Hoewel de diagnostische waarde van klassieke alarmsymptomen, zoals passageklachten, gewichtsverlies en anemie (in combinatie met maagklachten), voor het opsporen dan wel uitsluiten van een maligniteit beperkt blijkt, vormen ze naar het oordeel van de werkgroep toch reden om direct endoscopisch onderzoek aan te vragen Een maligniteit van maag of slokdarm doet zich vooral voor bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar Toch is er geen reden om met het oog op het opsporen ervan een strikte leeftijdsgrens te hanteren bij het aanvragen van endoscopie Praktisch alle patiënten met een maligniteit in het bovenste deel van de tractus digestivus presenteren zich met alarmsymptomen, en ongericht screenend refluxziekte weliswaar meer of minder waarschijnlijk te kunnen maken, het blijkt niet mogelijk om hiermee met voldoende zekerheid een diagnose te stellen Daarvoor zou nadere diagnostiek nodig zijn, maar aangezien het merendeel van de klachten spontaan verdwijnt, is dat meestal niet nodig Bestaat er geen indicatie voor het direct aanvragen van endoscopie, dan hoeft vooralsnog geen verder onderzoek plaats te vinden en valt de patiënt in de groep ‘niet-naderonderzochte maagklachten’ (hoofdstuk #) Naar schatting is er bij een kwart tot een derde van De meeste van de overige patiënten hebben functionele klachten; bij velen van hen spelen psychische factoren een rol Bij een eerste presentatie van maagklachten krijgt de patiënt uitleg, adviezen met betrekking tot leefstijl en – indien gewenst – medicamenteuze behandeling Aangezien de meerwaarde van protonpompremmers voor deze heterogene groep patiënten niet is aangetoond, adviseert de werkgroep een kortdurende behandeling met een antacidum (voor zover de patiënt deze Minder dan een derde van de patiënten komt na een eerste bezoek terug, omdat het initiële beleid onvoldoende effect heeft gehad of omdat de klachten recidiveren Bij deze patiënten kan op grond van presentatie en achtergrond besloten worden tot continueren van het expectatieve beleid, een alternatieve medicamenteuze behandeling (de patiënt blijft dan ‘niet-nader-onderzocht’) of nadere diagnostiek Er is met het oog op de prognose en de mogelijke oorzaak van de maagklachten ook in dit geval nog geen reden voor een snelle diagnostische interventie Hoe langer echter de klachten bestaan of hoe frequenter ze recidiveren, des te groter wordt de noodzaak en vaak ook de wens van de patiënt om een aandoening aan te tonen dan wel uit te sluiten De keuze voor één van de opties dient te worden gemaakt aan de hand van het profiel van de individuele patiënt Op grond van de beschikbare onderzoeksresultaten kunnen geen scherpe indicaties voor de verschillende opties worden aangegeven; er kunnen wel patiëntengroepen worden afgebakend die naar verwachting meer of minder van elk van de genoemde interventies zullen profiteren.
569
nvmdl
de overige patiënten hebben functionele klachten; bij velen van hen spelen psychische factoren een rol Bij een eerste presentatie van maagklachten krijgt de patiënt uitleg, adviezen met betrekking tot leefstijl en – indien gewenst – medicamenteuze behandeling Aangezien de meerwaarde van protonpompremmers voor deze heterogene groep patiënten niet is aangetoond, adviseert de werkgroep een kortdurende behandeling met een antacidum (voor zover de patiënt deze Minder dan een derde van de patiënten komt na een eerste bezoek terug, omdat het initiële beleid onvoldoende effect heeft gehad of omdat de klachten recidiveren Bij deze patiënten kan op grond van presentatie en achtergrond besloten worden tot continueren van het expectatieve beleid, een alternatieve medicamenteuze behandeling (de patiënt blijft dan ‘niet-nader-onderzocht’) of nadere diagnostiek Er is met het oog op de prognose en de mogelijke oorzaak van de maagklachten ook in dit geval nog geen reden voor een snelle diagnostische interventie Hoe langer echter de klachten bestaan of hoe frequenter ze recidiveren, des te groter wordt de noodzaak en vaak ook de wens van de patiënt om een aandoening aan te tonen dan wel uit te sluiten De keuze voor één van de opties dient te worden gemaakt aan de hand van het profiel van de individuele patiënt Op grond van de beschikbare onderzoeksresultaten kunnen geen scherpe indicaties voor de verschillende opties worden aangegeven; er kunnen wel patiëntengroepen worden afgebakend die naar verwachting meer of minder van elk van de genoemde interventies zullen profiteren Diagnostiek naar H pylori kan in de eerste lijn het best plaatsvinden door middel van een serologische ELISA-test, een ##C-ureumademtest dan wel een – in het laboratorium uitgevoerde – fecestest Het gebruik van zowel de ademtest als de fecestest stuit echter op veel plaatsen nog op logistieke bezwaren De in de spreekkamer uit te voeren vingerprik-sneltests zijn onvoldoende betrouwbaar Een negatieve test sluit een ulcus duodeni nagenoeg uit en verkleint de kans op een ulcus ventriculi aanzienlijk Een positief testresultaat geeft geen zekerheid over de exacte aard van de aandoening (anders dan dat de patiënt besmet is met H pylori), en eradicatie leidt niet steeds tot klachtenreductie Toch blijkt eradicatie bij met H pylori geïnfecteerde patiënten effectiever dan behandeling met een protonpompremmer De behandeling bestaat uit twee antibiotica gecombineerd met een protonpompremmer, gedurende een week (de zogenoemde triple-therapie) Gezien het resistentiepatroon in <LOCATIE> is de combinatie van amoxicilline en claritromycine daarbij eerste keuze Hoewel het aanbeveling zou verdienen dat eradicatie ook wordt bevestigd, is dat op dit moment niet overal uitvoerbaar, omdat hiervoor alleen de beperkt beschikbare ademtest in aanmerking komt H pylori-diagnostiek, gevolgd door eradicatiebehandeling van patiënten met een positieve testuitslag is vooral effectief bij (ten minste twee maanden) persisterende of frequent recidiverende maagklachten, anders dan typische refluxklachten, en eveneens bij patiënten met in de voorgeschiedenis een peptisch ulcus H.
548
nvmdl
lijn het best plaatsvinden door middel van een serologische ELISA-test, een ##C-ureumademtest dan wel een – in het laboratorium uitgevoerde – fecestest Het gebruik van zowel de ademtest als de fecestest stuit echter op veel plaatsen nog op logistieke bezwaren De in de spreekkamer uit te voeren vingerprik-sneltests zijn onvoldoende betrouwbaar Een negatieve test sluit een ulcus duodeni nagenoeg uit en verkleint de kans op een ulcus ventriculi aanzienlijk Een positief testresultaat geeft geen zekerheid over de exacte aard van de aandoening (anders dan dat de patiënt besmet is met H pylori), en eradicatie leidt niet steeds tot klachtenreductie Toch blijkt eradicatie bij met H pylori geïnfecteerde patiënten effectiever dan behandeling met een protonpompremmer De behandeling bestaat uit twee antibiotica gecombineerd met een protonpompremmer, gedurende een week (de zogenoemde triple-therapie) Gezien het resistentiepatroon in <LOCATIE> is de combinatie van amoxicilline en claritromycine daarbij eerste keuze Hoewel het aanbeveling zou verdienen dat eradicatie ook wordt bevestigd, is dat op dit moment niet overal uitvoerbaar, omdat hiervoor alleen de beperkt beschikbare ademtest in aanmerking komt H pylori-diagnostiek, gevolgd door eradicatiebehandeling van patiënten met een positieve testuitslag is vooral effectief bij (ten minste twee maanden) persisterende of frequent recidiverende maagklachten, anders dan typische refluxklachten, en eveneens bij patiënten met in de voorgeschiedenis een peptisch ulcus <PERSOON> de huisarts bij een patiënt met recidiverende of persisterende maagklachten tot vervolgbeleid, dan zijn hiervoor naar de huidige inzichten drie opties (hoofdstuk #) De proefbehandeling bestaat uit een protonpompremmer in een standaarddosering, gedurende twee tot vier weken Hierbij wordt nadrukkelijk aangetekend dat dit een therapeutische en geen diagnostische interventie is Een succesvolle behandeling maakt refluxziekte weliswaar Voor de vervolgbehandeling zijn protonpompremmers effectiever dan zowel antacida als H#receptorantagonisten Bij een recidief van de klachten kan de behandeling worden herhaald, waarbij de dosering en duur bepaald worden door die van de eerste succesvolle behandeling Er zijn geen overtuigende argumenten om bij adequate klachtenreductie met protonpompremmers endoscopisch onderzoek aan te bevelen Een proefbehandeling met een protonpompremmer is vooral aangewezen bij patiënten met langer (ten minste twee maanden) persisterende dan wel frequent recidiverende Het geven van een proefbehandeling kan in tweede instantie ook bij H pylori-negatieve patiënten en patiënten met een normale endoscopische uitslag worden overwogen Indien een normaal endoscopisch beeld wordt gezien, is er per definitie sprake van functionele maagklachten, tenzij er sprake is van refluxziekte zonder mucosale afwijkingen (oesofagitis) In de etiologie van functionele maagklachten spelen motiliteitsstoornissen, psychische factoren De resultaten van medicamenteuze behandeling zijn vaak teleurstellend en worden vooral bepaald door het placebo-effect Wat betreft de zuurremming is de superioriteit van protonpompremmers boven H#-receptorantagonist bij functionele klachten (zonder aanwijzingen voor refluxziekte) niet aangetoond en hebben de laatste (op grond van andere overwegingen) de voorkeur Van antidepressiva en H pylori-eradicatie kan soms enig additioneel effect worden verwacht De effectiviteit van psychologische interventies alsmede van andere niet-medicamenteuze interventies is vooralsnog onduidelijk Indien bij endoscopie een ulcus ventriculi wordt aangetroffen (bevestigd met PA om een.
575
nvmdl
in een standaarddosering, gedurende twee tot vier weken Hierbij wordt nadrukkelijk aangetekend dat dit een therapeutische en geen diagnostische interventie is Een succesvolle behandeling maakt refluxziekte weliswaar Voor de vervolgbehandeling zijn protonpompremmers effectiever dan zowel antacida als H#receptorantagonisten Bij een recidief van de klachten kan de behandeling worden herhaald, waarbij de dosering en duur bepaald worden door die van de eerste succesvolle behandeling Er zijn geen overtuigende argumenten om bij adequate klachtenreductie met protonpompremmers endoscopisch onderzoek aan te bevelen Een proefbehandeling met een protonpompremmer is vooral aangewezen bij patiënten met langer (ten minste twee maanden) persisterende dan wel frequent recidiverende Het geven van een proefbehandeling kan in tweede instantie ook bij H pylori-negatieve patiënten en patiënten met een normale endoscopische uitslag worden overwogen Indien een normaal endoscopisch beeld wordt gezien, is er per definitie sprake van functionele maagklachten, tenzij er sprake is van refluxziekte zonder mucosale afwijkingen (oesofagitis) In de etiologie van functionele maagklachten spelen motiliteitsstoornissen, psychische factoren De resultaten van medicamenteuze behandeling zijn vaak teleurstellend en worden vooral bepaald door het placebo-effect Wat betreft de zuurremming is de superioriteit van protonpompremmers boven H#-receptorantagonist bij functionele klachten (zonder aanwijzingen voor refluxziekte) niet aangetoond en hebben de laatste (op grond van andere overwegingen) de voorkeur Van antidepressiva en H pylori-eradicatie kan soms enig additioneel effect worden verwacht De effectiviteit van psychologische interventies alsmede van andere niet-medicamenteuze interventies is vooralsnog onduidelijk Indien bij endoscopie een ulcus ventriculi wordt aangetroffen (bevestigd met PA om een pylori plaats te vinden In geval van een ulcus duodeni wordt deze test alleen aanbevolen bij NSAID-gebruik of wanneer de prevalentie van H pylori-negatieve ulcera (in de toekomst) tot boven ##% zou stijgen Alle H pylorigeïnfecteerde ulcera duodeni worden behandeld met eradicatietherapie zonder vervolgbehandeling; bij H pylori-geïnfecteerde ulcera ventriculi wordt na eradicatie drie weken doorbehandeld met een protonpompremmer Bij het ulcus ventriculi dient tevens genezing na zes weken endoscopisch te worden gecontroleerd; het niet-gecompliceerde ulcus duodeni behoeft geen endoscopische controle Bij H pylori-negatieve ulcera heeft een behandeling met een protonpompremmer gedurende vier tot zes weken de voorkeur Wordt oesofagitis vastgesteld, dan is behandeling met een protonpompremmer geïndiceerd, in eerste instantie in een standaarddosering gedurende minimaal acht weken Wordt hiermee onvoldoende klachtenreductie bereikt, dan is vervolgbehandeling met dubbele dosering Alleen bij patiënten met ernstige vormen van oesofagitis (Savary-Miller-classificatie graad III-IV, globaal overeenkomend met <PERSOON> Angeles-classificatie graad C-D) is in verband met de hoge kans op recidief na het verdwijnen van de klachten onderhoudsbehandeling geïndiceerd In alle andere gevallen kan worden volstaan met initiële behandeling In geval van frequent of snel recidiveren kan worden overgegaan tot intermitterend gebruik dan wel ‘gebruik naar behoefte’ van een protonpompremmer in een standaarddosering Het verdient aanbeveling chronisch continu gebruik regelmatig te heroverwegen Chronisch gebruik van protonpompremmers bij een H pylori-infectie leidt weliswaar tot slijmvliesverandering in de maagwand, maar een overgang naar maligne ontaarding is onvoldoende gedocumenteerd Er zijn valide.
568
nvmdl
pylori plaats te vinden In geval van een ulcus duodeni wordt deze test alleen aanbevolen bij NSAID-gebruik of wanneer de prevalentie van H pylori-negatieve ulcera (in de toekomst) tot boven ##% zou stijgen Alle H pylorigeïnfecteerde ulcera duodeni worden behandeld met eradicatietherapie zonder vervolgbehandeling; bij H pylori-geïnfecteerde ulcera ventriculi wordt na eradicatie drie weken doorbehandeld met een protonpompremmer Bij het ulcus ventriculi dient tevens genezing na zes weken endoscopisch te worden gecontroleerd; het niet-gecompliceerde ulcus duodeni behoeft geen endoscopische controle Bij H pylori-negatieve ulcera heeft een behandeling met een protonpompremmer gedurende vier tot zes weken de voorkeur Wordt oesofagitis vastgesteld, dan is behandeling met een protonpompremmer geïndiceerd, in eerste instantie in een standaarddosering gedurende minimaal acht weken Wordt hiermee onvoldoende klachtenreductie bereikt, dan is vervolgbehandeling met dubbele dosering Alleen bij patiënten met ernstige vormen van oesofagitis (Savary-Miller-classificatie graad III-IV, globaal overeenkomend met <PERSOON> Angeles-classificatie graad C-D) is in verband met de hoge kans op recidief na het verdwijnen van de klachten onderhoudsbehandeling geïndiceerd In alle andere gevallen kan worden volstaan met initiële behandeling In geval van frequent of snel recidiveren kan worden overgegaan tot intermitterend gebruik dan wel ‘gebruik naar behoefte’ van een protonpompremmer in een standaarddosering Het verdient aanbeveling chronisch continu gebruik regelmatig te heroverwegen Chronisch gebruik van protonpompremmers bij een H pylori-infectie leidt weliswaar tot slijmvliesverandering in de maagwand, maar een overgang naar maligne ontaarding is onvoldoende gedocumenteerd Er zijn valide De wetenschappelijke onderbouwing van niet-medicamenteuze adviezen bij refluxziekte (stoppen met roken, afvallen, dieetaanpassing, aanpassen slaaphouding) is in het algemeen matig Niettemin lijken houdingsadviezen gerechtvaardigd Overigens zijn deze adviezen Oesofagogastroduodenoscopie is primair aangewezen wanneer er een sterke behoefte aan diagnostische zekerheid bij arts of patiënt bestaat, maar kan ook worden overwogen na falen van eerder genoemde opties of als vermoeden van misclassificatie Ten slotte heeft de werkgroep gekeken naar factoren die de implementatie van richtlijnen op het gebied van maagklachten beïnvloeden Er zijn aanwijzingen dat ondersteuning van de introductie door middel van nascholing of begeleiding de compliantie bevordert De werkgroep wijst op een aantal knelpunten die de naleving van de richtlijn zouden kunnen bemoeilijken • beïnvloeding van de behandelend arts om van het in de richtlijn voorgestelde beleid af te wijken, bijvoorbeeld door de patiënt of door afwijkende regionale richtlijnen Optimale implementatie vraagt het wegnemen van deze factoren, een brede introductie met Er zijn op het gebied van maagklachten de laatste jaren veel richtlijnen verschenen, zowel nationaal als internationaal Dat is enerzijds tekenend voor het belang dat aan het proces van richtlijnontwikkeling wordt toegekend, anderzijds is het ook een uiting van het maatschappelijk, medisch en wetenschappelijk belang dat aan maagklachten wordt toegekend Genoemde richtlijnen kennen vaak een ander uitgangspunt of bestrijken een verschillend domein Zo zijn er specifieke richtlijnen voor de behandeling van maagklachten in de eerste lijn, voor de behandeling van H pylori-infectie en refluxziekte en richtlijnen met betrekking tot de plaats van protonpompremmers in het beleid bij maagklachten.
568
nvmdl
bij refluxziekte (stoppen met roken, afvallen, dieetaanpassing, aanpassen slaaphouding) is in het algemeen matig Niettemin lijken houdingsadviezen gerechtvaardigd Overigens zijn deze adviezen Oesofagogastroduodenoscopie is primair aangewezen wanneer er een sterke behoefte aan diagnostische zekerheid bij arts of patiënt bestaat, maar kan ook worden overwogen na falen van eerder genoemde opties of als vermoeden van misclassificatie Ten slotte heeft de werkgroep gekeken naar factoren die de implementatie van richtlijnen op het gebied van maagklachten beïnvloeden Er zijn aanwijzingen dat ondersteuning van de introductie door middel van nascholing of begeleiding de compliantie bevordert De werkgroep wijst op een aantal knelpunten die de naleving van de richtlijn zouden kunnen bemoeilijken • beïnvloeding van de behandelend arts om van het in de richtlijn voorgestelde beleid af te wijken, bijvoorbeeld door de patiënt of door afwijkende regionale richtlijnen Optimale implementatie vraagt het wegnemen van deze factoren, een brede introductie met Er zijn op het gebied van maagklachten de laatste jaren veel richtlijnen verschenen, zowel nationaal als internationaal Dat is enerzijds tekenend voor het belang dat aan het proces van richtlijnontwikkeling wordt toegekend, anderzijds is het ook een uiting van het maatschappelijk, medisch en wetenschappelijk belang dat aan maagklachten wordt toegekend Genoemde richtlijnen kennen vaak een ander uitgangspunt of bestrijken een verschillend domein Zo zijn er specifieke richtlijnen voor de behandeling van maagklachten in de eerste lijn, voor de behandeling van H pylori-infectie en refluxziekte en richtlijnen met betrekking tot de plaats van protonpompremmers in het beleid bij maagklachten pylori is er de laatste tien jaar een scala van richtlijnen verschenen De meest prestigieuze zijn die van de Amerikaanse National Institutes of Health en die van de Europese Helicobacter Study Group Deze laatste zijn weergegeven in de in ### geactualiseerde <LOCATIE>-richtlijnen, waar in een consensusbijeenkomst het beleid bij H pylori-infectie is vastgelegd Kernpunten in die richtlijn zijn de keuze voor een ‘test and treat’-beleid (het verrichten van een diagnostische H pylori-test, indien positief gevolgd door eradicatiebehandeling) bij jonge patiënten met maagklachten zonder alarmsignalen, een keuze voor behandeling bij zowel peptisch ulcuslijden als functionele maagklachten en, vanuit het oogpunt van preventie van resistentieontwikkeling, de noodzaak tot het controleren van eradicatiesucces Hoewel de bewijsvoering voor de noodzaak tot eradicatie bij chronisch gebruik van protonpompremmers niet eensluidend is, adviseert de richtlijn – mede gezien de mogelijke rol van H pylori als carcinogeen – altijd te eradiceren De specifiek op de eerste lijn gerichte richtlijn van de European Primary Care Society for Gastroenterology onderschrijft het belang van H pylori-eradicatie bij ulcusziekte, maar beperkt de indicatie voor een ‘test and treat’-beleid tot patiënten met recidiverende maagklachten # Voor de eerste lijn wordt geen noodzaak tot controle op eradicatie gezien In veel internationale richtlijnen op het gebied van maagklachten hebben H pylori-gerelateerde beleidsstappen een centrale plaats gekregen naast of zelfs in plaats van empirische behandelopties of primaire endoscopische diagnostiek De achtergrond daarvan is de kosteneffectiviteit in het licht van de doelgroep (hoge H pylori- en ulcusprevalentie) of het gezondheidssysteem.
572
nvmdl
is er de laatste tien jaar een scala van richtlijnen verschenen De meest prestigieuze zijn die van de Amerikaanse National Institutes of Health en die van de Europese Helicobacter Study Group Deze laatste zijn weergegeven in de in ### geactualiseerde <LOCATIE>-richtlijnen, waar in een consensusbijeenkomst het beleid bij H pylori-infectie is vastgelegd Kernpunten in die richtlijn zijn de keuze voor een ‘test and treat’-beleid (het verrichten van een diagnostische H pylori-test, indien positief gevolgd door eradicatiebehandeling) bij jonge patiënten met maagklachten zonder alarmsignalen, een keuze voor behandeling bij zowel peptisch ulcuslijden als functionele maagklachten en, vanuit het oogpunt van preventie van resistentieontwikkeling, de noodzaak tot het controleren van eradicatiesucces Hoewel de bewijsvoering voor de noodzaak tot eradicatie bij chronisch gebruik van protonpompremmers niet eensluidend is, adviseert de richtlijn – mede gezien de mogelijke rol van H pylori als carcinogeen – altijd te eradiceren De specifiek op de eerste lijn gerichte richtlijn van de European Primary Care Society for Gastroenterology onderschrijft het belang van H pylori-eradicatie bij ulcusziekte, maar beperkt de indicatie voor een ‘test and treat’-beleid tot patiënten met recidiverende maagklachten # Voor de eerste lijn wordt geen noodzaak tot controle op eradicatie gezien In veel internationale richtlijnen op het gebied van maagklachten hebben H pylori-gerelateerde beleidsstappen een centrale plaats gekregen naast of zelfs in plaats van empirische behandelopties of primaire endoscopische diagnostiek De achtergrond daarvan is de kosteneffectiviteit in het licht van de doelgroep (hoge H pylori- en ulcusprevalentie) of het gezondheidssysteem Zo bepleiten veel Angelsaksische de Canadese richtlijn) primair een ‘test and treat’-benadering van maagklachten bij patiënten In een ‘technical review’ van de American Gastroenterology Association wordt het belang van een geïndividualiseerd beleid bij maagklachten benadrukt, waarbij er zowel voor endoscopie, H pylori-diagnostiek als voor empirische behandeling aparte patiëntengroepen worden aan# gegeven waarbij een van deze opties de voorkeur verdient De richtlijnen van de British Society for Gastroenterology alsmede de officiële richtlijn van de American Gastroenterology Association pleit voor primaire endoscopie bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een beleid dat is gecentreerd rond H pylori-diagnostiek bij jongere patiënten #,# De richtlijnen van de Canadian Medical Association bepleiten primaire endoscopie bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, stoppen van NSAID’s bij patiënten met maagklachten, empirische behandeling van patiënten met mogelijk refluxziekte en een H pylori-gericht beleid bij de overige patiënten met maagklachten # Het National Institute of Clinical Excellence heeft een richtlijn toegespitst op het gebruik van protonpompremmers uitgegeven In deze richtlijn wordt gepleit voor selectief gebruik van deze middelen Bij lichte vormen van refluxziekte, alsmede bij functionele maagklachten kan met antacida of H#-receptorantagonisten worden volstaan Chronisch gebruik van protonpompremmers zou zo veel mogelijk beperkt dienen te worden tot patiënten met matige of ernstige refluxziekte Daarbij dient naar een laagste effectieve dosis te worden gestreefd Het optimale beleid bij refluxziekte werd recentelijk geformuleerd door een speciale werkgroep van de American Gastroenterology Association # Daarbij werd allereerst gewezen op.
586
nvmdl
Zo bepleiten veel Angelsaksische de Canadese richtlijn) primair een ‘test and treat’-benadering van maagklachten bij patiënten In een ‘technical review’ van de American Gastroenterology Association wordt het belang van een geïndividualiseerd beleid bij maagklachten benadrukt, waarbij er zowel voor endoscopie, H pylori-diagnostiek als voor empirische behandeling aparte patiëntengroepen worden aan# gegeven waarbij een van deze opties de voorkeur verdient De richtlijnen van de British Society for Gastroenterology alsmede de officiële richtlijn van de American Gastroenterology Association pleit voor primaire endoscopie bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een beleid dat is gecentreerd rond H pylori-diagnostiek bij jongere patiënten #,# De richtlijnen van de Canadian Medical Association bepleiten primaire endoscopie bij patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, stoppen van NSAID’s bij patiënten met maagklachten, empirische behandeling van patiënten met mogelijk refluxziekte en een H pylori-gericht beleid bij de overige patiënten met maagklachten # Het National Institute of Clinical Excellence heeft een richtlijn toegespitst op het gebruik van protonpompremmers uitgegeven In deze richtlijn wordt gepleit voor selectief gebruik van deze middelen Bij lichte vormen van refluxziekte, alsmede bij functionele maagklachten kan met antacida of H#-receptorantagonisten worden volstaan Chronisch gebruik van protonpompremmers zou zo veel mogelijk beperkt dienen te worden tot patiënten met matige of ernstige refluxziekte Daarbij dient naar een laagste effectieve dosis te worden gestreefd Het optimale beleid bij refluxziekte werd recentelijk geformuleerd door een speciale werkgroep van de American Gastroenterology Association # Daarbij werd allereerst gewezen op kortdurende klachtenepisoden, symptoomvrij wordt met eenvoudige ‘over the counter’-medicatie In geval van persisterende symptomen zijn protonpompremmers het effectiefst Directe endoscopie wordt gereserveerd voor patiënten met alarmerende symptomen en voor patiënten die onvoldoende reageren op protonpompremmers in standaard- of hoge dosering Er wordt tevens op gewezen dat het risico op adenocarcinoom bij Barrett-oesofagitis laag is en dat tot dusverre van geen follow-upstrategie bij deze aandoening is aangetoond dat het de overleving In <LOCATIE> is een aantal belangrijke documenten op het gebied van maagklachten verschenen In een advies van de Gezondheidsraad wordt een onderscheid gemaakt in drie groepen patiënten met maagklachten die met alarmsignalen, met refluxklachten en de overige groep ## Bij recidiverende of niet-reagerende klachten wordt nader endoscopisch onderzoek geadviseerd, waarbij wordt aangetekend dat een ‘test and scope’-benadering (alleen scopiëren commissie een ‘step-up’-beleid voor, ook bij refluxklachten Ze wijst op de beperkte effectiviteit van medicatie bij functionele klachten en pleit voor heroverweging van de indicatie voor chronisch gebruik van maagmiddelen Bij onduidelijke achtergrond kan dit worden gestopt en bij een De NHG-Standaard ‘Maagklachten’ richt zich op het beleid bij maagklachten in de eerste lijn ## Uitgangspunten zijn vooral het belang van prognostische factoren, de beperkte plaats van endoscopie en het belang van controle en vervolgen van de patiënt Kernpunten uit die richtlijn (in ### herzien) zijn het belang van anamnese en risico-inschatting, diagnostische en therapeutische terughoudendheid bij kortbestaande klachten, gerichte keuze uit drie Ten slotte geeft het Wetenschappelijk Instituut Nederlandse apothekers (WINAp) richtlijnen voor het leveren van farmaceutische zorg aan maagpatiënten voorlichting over het juiste.
606
nvmdl
In geval van persisterende symptomen zijn protonpompremmers het effectiefst Directe endoscopie wordt gereserveerd voor patiënten met alarmerende symptomen en voor patiënten die onvoldoende reageren op protonpompremmers in standaard- of hoge dosering Er wordt tevens op gewezen dat het risico op adenocarcinoom bij Barrett-oesofagitis laag is en dat tot dusverre van geen follow-upstrategie bij deze aandoening is aangetoond dat het de overleving In <LOCATIE> is een aantal belangrijke documenten op het gebied van maagklachten verschenen In een advies van de Gezondheidsraad wordt een onderscheid gemaakt in drie groepen patiënten met maagklachten die met alarmsignalen, met refluxklachten en de overige groep ## Bij recidiverende of niet-reagerende klachten wordt nader endoscopisch onderzoek geadviseerd, waarbij wordt aangetekend dat een ‘test and scope’-benadering (alleen scopiëren commissie een ‘step-up’-beleid voor, ook bij refluxklachten Ze wijst op de beperkte effectiviteit van medicatie bij functionele klachten en pleit voor heroverweging van de indicatie voor chronisch gebruik van maagmiddelen Bij onduidelijke achtergrond kan dit worden gestopt en bij een De NHG-Standaard ‘Maagklachten’ richt zich op het beleid bij maagklachten in de eerste lijn ## Uitgangspunten zijn vooral het belang van prognostische factoren, de beperkte plaats van endoscopie en het belang van controle en vervolgen van de patiënt Kernpunten uit die richtlijn (in ### herzien) zijn het belang van anamnese en risico-inschatting, diagnostische en therapeutische terughoudendheid bij kortbestaande klachten, gerichte keuze uit drie Ten slotte geeft het Wetenschappelijk Instituut Nederlandse apothekers (WINAp) richtlijnen voor het leveren van farmaceutische zorg aan maagpatiënten voorlichting over het juiste NIH Consensus Conference Helicobacter pylori in peptic ulcer disease NIH Consensus Development Panel on Helicobacter pylori in peptic ulcer disease <PERSOON> A, et al Current concepts in the management of Helicobacter pylori infection – the <LOCATIE> #-### Consensus Report Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ## European Society for <PERSOON> management of H pylori in primary care Family Practice Scottish Intercollegiate Guidelines Network (SIGN) Helicobacter pylori eradication therapy in dyspeptic disease British Society of Gastroenterology (BSG) Dyspepsia Management Guidelines Londen BSG; ### Canadian Medical Association <PERSOON> evidence based approach to the management of uninvestigated dyspepsia in the American Gastroenterology Association medical position statement and technical review Evaluation of dyspepsia Guidance on the use of protonpump inhibitors in the treatment of dyspepsia London National Institute for clinical <PERSOON> WL (ed) Improving the management of GERD; evidence based strategies <PERSOON> ME, <PERSOON> JAM ## Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAp) Standaard Maagklachten Den Haag WINAp; ### # Wat is de verwachting van de patiënt met maagklachten ten aanzien van het diagnostisch.
550
nvmdl
Conference Helicobacter pylori in peptic ulcer disease NIH Consensus Development Panel on Helicobacter pylori in peptic ulcer disease <PERSOON> A, et al Current concepts in the management of Helicobacter pylori infection – the <LOCATIE> #-### Consensus Report Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ## European Society for <PERSOON> management of H pylori in primary care Family Practice Scottish Intercollegiate Guidelines Network (SIGN) Helicobacter pylori eradication therapy in dyspeptic disease British Society of Gastroenterology (BSG) Dyspepsia Management Guidelines Londen BSG; ### Canadian Medical Association <PERSOON> evidence based approach to the management of uninvestigated dyspepsia in the American Gastroenterology Association medical position statement and technical review Evaluation of dyspepsia Guidance on the use of protonpump inhibitors in the treatment of dyspepsia London National Institute for clinical <PERSOON> WL (ed) Improving the management of GERD; evidence based strategies <PERSOON> ME, <PERSOON> JAM ## Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAp) Standaard Maagklachten Den Haag WINAp; ### # Wat is de verwachting van de patiënt met maagklachten ten aanzien van het diagnostisch # Wat is de voorspellende waarde van alarmsymptomen voor maligniteiten in de slokdarm # Kan een duidelijk afkappunt worden gekozen voor leeftijd in relatie tot alarmsignalen voor het beleid met betrekking tot het direct aanvragen van endoscopie? Selectie van specifieke aandoeningen onder patiënten met maagklachten # Wat is de prevalentie van ulcus duodeni, ulcus ventriculi en gastro-oesofageale refluxziekte in <LOCATIE>? # Wat is de voorspellende waarde van patiëntkenmerken en klachtenpresentatie voor de # Wat is de prognose van patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten wat betreft # Wat is de waarde van aanvullende diagnostiek bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten in termen van (a) het vinden van een verklaring voor de klacht, (b) verbetering # Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de therapeutische effectiviteit ## Bij welke patiëntengroepen met persisterende of recidiverende maagklachten is elk van de volgende strategieën het effectiefst H pylori-diagnostiek, proefbehandeling met protonpompremmers, oesofagogastroduodenoscopie? ## Wat is de efficiëntste diagnostische methode om H pylori-infectie vast te stellen? ## Welk behandelingsschema voor de eradicatie van H pylori verdient de voorkeur? ## Is na geslaagde eradicatie van H pylori bij een actief ulcus nabehandeling met zuurremming ## Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met (a) een positieve uitslag, (b) een negatieve ## Wat is de validiteit van een proefbehandeling met sterke zuurremming voor de diagnose ## Wat is de effectiefste initiële medicamenteuze benadering voor gastro-oesofageale refluxziekte? ## Ten aanzien van de langetermijnbehandeling van patiënten met refluxziekte (a) welke.
576
nvmdl
alarmsymptomen voor maligniteiten in de slokdarm # Kan een duidelijk afkappunt worden gekozen voor leeftijd in relatie tot alarmsignalen voor het beleid met betrekking tot het direct aanvragen van endoscopie? Selectie van specifieke aandoeningen onder patiënten met maagklachten # Wat is de prevalentie van ulcus duodeni, ulcus ventriculi en gastro-oesofageale refluxziekte in <LOCATIE>? # Wat is de voorspellende waarde van patiëntkenmerken en klachtenpresentatie voor de # Wat is de prognose van patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten wat betreft # Wat is de waarde van aanvullende diagnostiek bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten in termen van (a) het vinden van een verklaring voor de klacht, (b) verbetering # Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de therapeutische effectiviteit ## Bij welke patiëntengroepen met persisterende of recidiverende maagklachten is elk van de volgende strategieën het effectiefst H pylori-diagnostiek, proefbehandeling met protonpompremmers, oesofagogastroduodenoscopie? ## Wat is de efficiëntste diagnostische methode om H pylori-infectie vast te stellen? ## Welk behandelingsschema voor de eradicatie van H pylori verdient de voorkeur? ## Is na geslaagde eradicatie van H pylori bij een actief ulcus nabehandeling met zuurremming ## Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met (a) een positieve uitslag, (b) een negatieve ## Wat is de validiteit van een proefbehandeling met sterke zuurremming voor de diagnose ## Wat is de effectiefste initiële medicamenteuze benadering voor gastro-oesofageale refluxziekte? ## Ten aanzien van de langetermijnbehandeling van patiënten met refluxziekte (a) welke en in welke dosering, (c) is er indicatie voor H pylori-behandeling in geval van onderhoudsbehandeling met protonpompremmers? ## Wat zijn efficiënte interventies om langdurig continu gebruik van zuurremmende medicatie ## Wat is het vervolgbeleid bij onvoldoende respons op een proefbehandeling met protonpompremmers? ## Wat is het beleid bij endoscopisch vastgestelde aandoening (a) ulcusziekte en (b) oesofagitis? ## Wat is het vervolgbeleid bij functionele maagklachten (a) welke etiologische factoren spelen een rol; (b) wat is de prognose, (c) wat is de klinische effectiviteit van farmacotherapie ## Wat is de effectiviteit van niet-medicamenteuze interventies bij (a) ulcusziekte en (b) ## Welke aanbevelingen kunnen er worden gedaan om de implementatie van deze richtlijn ## Wat zijn de knelpunten tussen eerste en tweede echelon bij de zorg aan patiënten met Vraag # Wat is de verwachting van de patiënt met maagklachten ten aanzien van het diagnostisch en/of therapeutisch beleid van de huisarts en De mate waarin de arts op de hoogte is van, en dus rekening kan houden met de verwachtingen van de patiënt met maagklachten ten aanzien van het diagnostisch en therapeutisch beleid van de arts, is in belangrijke mate van invloed op de tevredenheid van de patiënt met het Gericht zoeken naar literatuur leverde nauwelijks resultaten op Soms komt het onderwerp zijdelings ter sprake in artikelen over verwante onderwerpen Wel zijn er twee studies over In ### is een enquête uitgevoerd onder ### patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, van ## verschillende.
633
nvmdl
welke dosering, (c) is er indicatie voor H pylori-behandeling in geval van onderhoudsbehandeling met protonpompremmers? ## Wat zijn efficiënte interventies om langdurig continu gebruik van zuurremmende medicatie ## Wat is het vervolgbeleid bij onvoldoende respons op een proefbehandeling met protonpompremmers? ## Wat is het beleid bij endoscopisch vastgestelde aandoening (a) ulcusziekte en (b) oesofagitis? ## Wat is het vervolgbeleid bij functionele maagklachten (a) welke etiologische factoren spelen een rol; (b) wat is de prognose, (c) wat is de klinische effectiviteit van farmacotherapie ## Wat is de effectiviteit van niet-medicamenteuze interventies bij (a) ulcusziekte en (b) ## Welke aanbevelingen kunnen er worden gedaan om de implementatie van deze richtlijn ## Wat zijn de knelpunten tussen eerste en tweede echelon bij de zorg aan patiënten met Vraag # Wat is de verwachting van de patiënt met maagklachten ten aanzien van het diagnostisch en/of therapeutisch beleid van de huisarts en De mate waarin de arts op de hoogte is van, en dus rekening kan houden met de verwachtingen van de patiënt met maagklachten ten aanzien van het diagnostisch en therapeutisch beleid van de arts, is in belangrijke mate van invloed op de tevredenheid van de patiënt met het Gericht zoeken naar literatuur leverde nauwelijks resultaten op Soms komt het onderwerp zijdelings ter sprake in artikelen over verwante onderwerpen Wel zijn er twee studies over In ### is een enquête uitgevoerd onder ### patiënten ouder dan <LEEFTIJD> jaar, van ## verschillende # Er waren ### respondenten ##% van hen gebruikte meer dan een jaar maagmiddelen Aan de patiënten die maximaal een jaar geleden de huisarts hadden bezocht (n = ###), werd een zevental vragen gesteld over de verwachtingen voorafgaand aan het laatste bezoek aan de huisarts ##% van hen had in het verleden een gastroscopie gehad De volgende verwachtingen bleken een belangrijke rol te spelen (a) de patiënt hoopt nieuwe, betere of sterkere geneesmiddelen voorgeschreven te krijgen die de klachten laten verdwijnen; (b) de patiënt wil dat er onderzoek gedaan wordt om de oorzaak van de klachten aan te tonen; (c) de patiënt wil weten wat er aan de hand is zodat hij of zij er zelf iets aan kan doen; (d) de patiënt wil gerustgesteld worden omdat hij of zij bang is dat er iets ernstigs aan de hand is In een focusgroepverslag wordt beschreven wat de percepties, kennis en angsten zijn van patiënten met vage maagklachten en wat hun verwachtingen zijn ten aanzien van de geboden zorg # Hieruit komen de volgende punten aan de orde wat betreft de verwachtingen van de patiënt richting huisarts De huisarts moet op zoek gaan naar de oorzaak van de klachten en niet alleen medicijnen voorschrijven; hij moet aandacht hebben voor de patiënt als individu, voldoende tijd nemen voor het consult, uitleg en informatie geven over de klachten, medicijnen en onderzoeken Daarnaast moet de arts de angsten van de patiënt serieus nemen en het tijdig.
605
nvmdl
##% van hen gebruikte meer dan een jaar maagmiddelen Aan de patiënten die maximaal een jaar geleden de huisarts hadden bezocht (n = ###), werd een zevental vragen gesteld over de verwachtingen voorafgaand aan het laatste bezoek aan de huisarts ##% van hen had in het verleden een gastroscopie gehad De volgende verwachtingen bleken een belangrijke rol te spelen (a) de patiënt hoopt nieuwe, betere of sterkere geneesmiddelen voorgeschreven te krijgen die de klachten laten verdwijnen; (b) de patiënt wil dat er onderzoek gedaan wordt om de oorzaak van de klachten aan te tonen; (c) de patiënt wil weten wat er aan de hand is zodat hij of zij er zelf iets aan kan doen; (d) de patiënt wil gerustgesteld worden omdat hij of zij bang is dat er iets ernstigs aan de hand is In een focusgroepverslag wordt beschreven wat de percepties, kennis en angsten zijn van patiënten met vage maagklachten en wat hun verwachtingen zijn ten aanzien van de geboden zorg # Hieruit komen de volgende punten aan de orde wat betreft de verwachtingen van de patiënt richting huisarts De huisarts moet op zoek gaan naar de oorzaak van de klachten en niet alleen medicijnen voorschrijven; hij moet aandacht hebben voor de patiënt als individu, voldoende tijd nemen voor het consult, uitleg en informatie geven over de klachten, medicijnen en onderzoeken Daarnaast moet de arts de angsten van de patiënt serieus nemen en het tijdig een specialist Hierbij is aandacht voor de psychische component van maagklachten voor de patiënt belangrijk, zonder dat de patiënt de indruk krijgt dat het ‘tussen de oren zit’ Recentelijk werd een onderzoek gepubliceerd over de tevredenheid van chronische gebruikers van maagzuurremmers # De reden voor het gebruik was meestal zuurbranden De gebruikers hebben veel vertrouwen in de medicatie en ervaren die als effectief De therapietrouw blijkt De arts moet een belangrijke rol spelen bij het informeren en het vergroten van de kennis van de patiënt De arts dient de behandeling af te stemmen op de individuele patiënt In dat kader is ook aandacht voor niet-medicamenteuze therapie noodzakelijk Eventuele te hoog gespannen verwachtingen ten aanzien van de therapie moeten door de arts worden bijgesteld om ontevredenheid over de behandeling zo veel De patiënt verwacht van de arts dat deze op zoek gaat naar de oorzaak van de klachten en niet alleen medicijnen voorschrijft om de symptomen te bestrijden Belangrijk hierbij zijn aandacht en voldoende tijd voor de patiënt als individu met zijn eigen karakteristieke klachten en factoren die daar invloed op kunnen hebben, waarbij ook psychische aspecten betrokken <PERSOON> M Use of prescribed and non-prescribed drugs for dyspepsia <PERSOON> maagklachten, een onderzoek naar percepties, kennis en angsten van patiënten en hun verwachtingen <PERSOON> of stoppen Maagzuurremmers tussen vraag en aanbod ten aanzien van de geboden zorg <LOCATIE> Universiteit <LOCATIE>/Faculteit Gezondheidswetenschappen; ###.
564
nvmdl
voor de patiënt belangrijk, zonder dat de patiënt de indruk krijgt dat het ‘tussen de oren zit’ Recentelijk werd een onderzoek gepubliceerd over de tevredenheid van chronische gebruikers van maagzuurremmers # De reden voor het gebruik was meestal zuurbranden De gebruikers hebben veel vertrouwen in de medicatie en ervaren die als effectief De therapietrouw blijkt De arts moet een belangrijke rol spelen bij het informeren en het vergroten van de kennis van de patiënt De arts dient de behandeling af te stemmen op de individuele patiënt In dat kader is ook aandacht voor niet-medicamenteuze therapie noodzakelijk Eventuele te hoog gespannen verwachtingen ten aanzien van de therapie moeten door de arts worden bijgesteld om ontevredenheid over de behandeling zo veel De patiënt verwacht van de arts dat deze op zoek gaat naar de oorzaak van de klachten en niet alleen medicijnen voorschrijft om de symptomen te bestrijden Belangrijk hierbij zijn aandacht en voldoende tijd voor de patiënt als individu met zijn eigen karakteristieke klachten en factoren die daar invloed op kunnen hebben, waarbij ook psychische aspecten betrokken <PERSOON> M Use of prescribed and non-prescribed drugs for dyspepsia <PERSOON> maagklachten, een onderzoek naar percepties, kennis en angsten van patiënten en hun verwachtingen <PERSOON> of stoppen Maagzuurremmers tussen vraag en aanbod ten aanzien van de geboden zorg <LOCATIE> Universiteit <LOCATIE>/Faculteit Gezondheidswetenschappen; ### arts over alle aspecten van de behandeling De arts dient zich hierbij drempelverlagend op te stellen Chronische gebruikers van maagzuurremmers zijn tevreden over het effect Beide onderzoeken geven een beperkte kijk op de verwachtingen van de patiënt Hoewel er meer en grootschaliger onderzoek nodig is, zijn er aanwijzingen dat de conclusies uit de genoemde onderzoeken ten aanzien van de verwachtingen van de patiënt te rechtvaardigen zijn Duidelijk is echter, dat de gerapporteerde studies een selecte groep patiënten met maagklachten betreft; zo werd bij het eerste onderzoek bij de helft van de patiënten reeds aanvullende diagnostiek verricht Zij hadden al langdurig klachten Het is waarschijnlijk dat er bij patiënten met kortdurende klachten minder behoefte bestaat aan een duidelijke verklaring voor de Vraag # Wat is de voorspellende waarde van alarmsymptomen voor maligniteiten Alarmsymptomen zijn klachten die reden zijn voor het op korte termijn (laten) verrichten van oesofagogastroduodenoscopie (directe endoscopie), omdat er een gerede kans is dat een ernstige afwijking aan de klachten ten grondslag ligt Ernstige afwijkingen zijn slokdarm- en maagmaligniteiten, maar ook gecompliceerd ulcuslijden en refluxoesofagitis met stenosevorming Haematemesis en/of melaena zijn altijd een reden voor het doen van een endoscopie Beide kunnen voorkomen zonder (voorafgaande) klachten van reflux of dyspepsie Als specifieke alarmsymptomen worden beschouwd passagestoornissen, vermagering en heftig braken Ook kort bestaande refluxklachten of dyspeptische klachten kunnen in de totale presentatie van de patiënt worden geduid als alarmsymptomen (bijvoorbeeld pijn in epigastrio en een vol gevoel bij iemand die nooit klachten heeft gehad).
550
nvmdl
aspecten van de behandeling De arts dient zich hierbij drempelverlagend op te stellen Chronische gebruikers van maagzuurremmers zijn tevreden over het effect Beide onderzoeken geven een beperkte kijk op de verwachtingen van de patiënt Hoewel er meer en grootschaliger onderzoek nodig is, zijn er aanwijzingen dat de conclusies uit de genoemde onderzoeken ten aanzien van de verwachtingen van de patiënt te rechtvaardigen zijn Duidelijk is echter, dat de gerapporteerde studies een selecte groep patiënten met maagklachten betreft; zo werd bij het eerste onderzoek bij de helft van de patiënten reeds aanvullende diagnostiek verricht Zij hadden al langdurig klachten Het is waarschijnlijk dat er bij patiënten met kortdurende klachten minder behoefte bestaat aan een duidelijke verklaring voor de Vraag # Wat is de voorspellende waarde van alarmsymptomen voor maligniteiten Alarmsymptomen zijn klachten die reden zijn voor het op korte termijn (laten) verrichten van oesofagogastroduodenoscopie (directe endoscopie), omdat er een gerede kans is dat een ernstige afwijking aan de klachten ten grondslag ligt Ernstige afwijkingen zijn slokdarm- en maagmaligniteiten, maar ook gecompliceerd ulcuslijden en refluxoesofagitis met stenosevorming Haematemesis en/of melaena zijn altijd een reden voor het doen van een endoscopie Beide kunnen voorkomen zonder (voorafgaande) klachten van reflux of dyspepsie Als specifieke alarmsymptomen worden beschouwd passagestoornissen, vermagering en heftig braken Ook kort bestaande refluxklachten of dyspeptische klachten kunnen in de totale presentatie van de patiënt worden geduid als alarmsymptomen (bijvoorbeeld pijn in epigastrio en een vol gevoel bij iemand die nooit klachten heeft gehad) Thoracale of retrosternale pijn en typische koliekpijnen worden niet gerekend tot de alarmsymptomen die leiden tot Er is een groot aantal onderzoekingen gedaan naar de waarde van de alarmsymptomen #-## Hierin wordt alleen gerapporteerd over de aanwezigheid van alarmsymptomen met betrekking tot een maligniteit In de in tabel # opgenomen cohortonderzoeken is het aantal patiënten met kanker laag (lage voorafkans) De overige studies betreffen patiëntseries, onder patiënten met reeds vastgestelde maag- of oesophaguscarcinomen Van deze onderzoeken kan alleen De gemiddelde sensitiviteit voor een alarmsymptoom met betrekking tot de aanwezigheid van kanker is circa ##% met een gemiddelde specificiteit van circa ##% De gemiddelde positief voorspellende waarde is circa #% en de negatief voorspellende waarde is circa ##% In onderzoeken naar zowel sensitiviteit als specificiteit én combinaties van symptomen had een combinatie van alarmsymptomen geen hoge diagnostische waarde met betrekking tot het voorspellen van een maligniteit #,#,#,## Dit komt omdat de voorafkans op een maliginiteit alarmsymptomen verlaagt de kans op maligniteit iets meer, maar onvoldoende ter uitsluiting Uit onderzoek naar de sensitiviteit, de specificiteit en de diagnostische waarde van gewichtsverlies, dysfagie en anemie afzonderlijk kan, gezien de lage (meestal niet-statistisch significante) positieve en negatieve likelihoodratio’s, worden geconcludeerd dat deze afzonderlijke symptomen de kans op aanwezigheid of afwezigheid van kanker nauwelijks beïnvloeden #,#,#,##,## <PERSOON> GI malignancy, uncomplicated dyspepsia, and the age threshold for early endoscopy Am Melleney EM, Willoughby CP Audit of a nurse endoscopist based one stop dyspepsia clinic Postgrad Med J.
590
nvmdl
Thoracale of retrosternale pijn en typische koliekpijnen worden niet gerekend tot de alarmsymptomen die leiden tot Er is een groot aantal onderzoekingen gedaan naar de waarde van de alarmsymptomen #-## Hierin wordt alleen gerapporteerd over de aanwezigheid van alarmsymptomen met betrekking tot een maligniteit In de in tabel # opgenomen cohortonderzoeken is het aantal patiënten met kanker laag (lage voorafkans) De overige studies betreffen patiëntseries, onder patiënten met reeds vastgestelde maag- of oesophaguscarcinomen Van deze onderzoeken kan alleen De gemiddelde sensitiviteit voor een alarmsymptoom met betrekking tot de aanwezigheid van kanker is circa ##% met een gemiddelde specificiteit van circa ##% De gemiddelde positief voorspellende waarde is circa #% en de negatief voorspellende waarde is circa ##% In onderzoeken naar zowel sensitiviteit als specificiteit én combinaties van symptomen had een combinatie van alarmsymptomen geen hoge diagnostische waarde met betrekking tot het voorspellen van een maligniteit #,#,#,## Dit komt omdat de voorafkans op een maliginiteit alarmsymptomen verlaagt de kans op maligniteit iets meer, maar onvoldoende ter uitsluiting Uit onderzoek naar de sensitiviteit, de specificiteit en de diagnostische waarde van gewichtsverlies, dysfagie en anemie afzonderlijk kan, gezien de lage (meestal niet-statistisch significante) positieve en negatieve likelihoodratio’s, worden geconcludeerd dat deze afzonderlijke symptomen de kans op aanwezigheid of afwezigheid van kanker nauwelijks beïnvloeden #,#,#,##,## <PERSOON> GI malignancy, uncomplicated dyspepsia, and the age threshold for early endoscopy Am Melleney EM, Willoughby CP Audit of a nurse endoscopist based one stop dyspepsia clinic <PERSOON> and diagnostic yield of upper gastroin- testinal endoscopy in an open-access endoscopy system a prospective observational study based on the Op basis van de uitkomsten van cohortstudies voldoen de zogenoemde alarmsymptomen niet aan de criteria voor een goede diagnostische test, voor het aantonen noch uitsluiten van een maag- of slokdarmmaligniteit dyspepsia in <PERSOON> implications of screening strategies <PERSOON>##, <PERSOON>##, <PERSOON>##, <PERSOON> PG, Mannings SI, Daly MJ, Heatley RV Dyspepsia workload in urban general practice and implications of the British Society of <PERSOON> AW, Stockbrugger RW Appropriateness of indications for diagnostic upper gastrointestinal endoscopy association with relevant endoscopic disease Gastrointestinal Er kunnen op grond van de literatuur geen uitspraken worden gedaan over de voorspellende waarde van symptomen voor gecompliceerde ulcera of Numans ME, <PERSOON> NJ de, Melker RA de How useful is selection based on alarm symptoms in Sung JJY, Lao WC, <PERSOON-##> MS, <PERSOON-##> JC, et al Incidence of gastroesphageal malignancy in patients with <PERSOON-##> NA, Codling BW, Valori RM Gastric cancer below the age of ## implications for screening <PERSOON-##> concern about missing malignancy justify endoscopy in uncomplicated dyspepsia in ##.
568
nvmdl
Appropriateness and diagnostic yield of upper gastroin- testinal endoscopy in an open-access endoscopy system a prospective observational study based on the Op basis van de uitkomsten van cohortstudies voldoen de zogenoemde alarmsymptomen niet aan de criteria voor een goede diagnostische test, voor het aantonen noch uitsluiten van een maag- of slokdarmmaligniteit dyspepsia in <PERSOON> implications of screening strategies <PERSOON>##, <PERSOON>##, <PERSOON>##, <PERSOON> PG, Mannings SI, Daly MJ, Heatley RV Dyspepsia workload in urban general practice and implications of the British Society of <PERSOON> AW, Stockbrugger RW Appropriateness of indications for diagnostic upper gastrointestinal endoscopy association with relevant endoscopic disease Gastrointestinal Er kunnen op grond van de literatuur geen uitspraken worden gedaan over de voorspellende waarde van symptomen voor gecompliceerde ulcera of Numans ME, <PERSOON> NJ de, Melker RA de How useful is selection based on alarm symptoms in Sung JJY, Lao WC, <PERSOON> MS, <PERSOON> JC, et al Incidence of gastroesphageal malignancy in patients with <PERSOON-##> NA, Codling BW, Valori RM Gastric cancer below the age of ## implications for screening <PERSOON-##> concern about missing malignancy justify endoscopy in uncomplicated dyspepsia in ## <PERSOON-##> and alarm symptoms do not predict endoscopic findings among patients with dyspepsia a multicentre database study Gut ###;## ##-## ## <PERSOON> HM, <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> MF, et al Early gastric cancer ## cases treated in one ## <PERSOON-##> W, <PERSOON-##> and morphological characteristics of early De aanwezigheid van de (combinatie van) genoemde symptomen wordt in de praktijk gezien als indicatie voor het direct aanvragen van endoscopie Dit hangt samen met het gevoel (zowel bij de arts als de patiënt) dat een ernstige aandoening (zoals kanker) niet gemist mag worden Daarom wordt ook een beperkte diagnostische bijdrage als nuttig beschouwd Bovendien kunnen de klachten bij de patiënt tot grote onrust leiden en kan er behoefte ## Houghton PWJ, Mortensen NJMcC, <PERSOON-##> JD Early gastric cancer the case for long term ## Carter KJ, Schaffer HA, <PERSOON-##> WP Early gastric cancer <PERSOON-##> KC, <PERSOON-##> JA, Gregson RH, Hardcastle JD Accuracy of identification of early gastric cancer ## <PERSOON-##> gastric cancer <PERSOON-##> gastric cancer A ##-year surgical experience <PERSOON-##> ###;#<DATUM> ## ##.
566
nvmdl
alarm symptoms do not predict endoscopic findings among patients with dyspepsia a multicentre database study Gut ###;## ##-## ## <PERSOON> HM, <PERSOON> J, <PERSOON> MF, et al Early gastric cancer ## cases treated in one ## <PERSOON> W, <PERSOON> and morphological characteristics of early De aanwezigheid van de (combinatie van) genoemde symptomen wordt in de praktijk gezien als indicatie voor het direct aanvragen van endoscopie Dit hangt samen met het gevoel (zowel bij de arts als de patiënt) dat een ernstige aandoening (zoals kanker) niet gemist mag worden Daarom wordt ook een beperkte diagnostische bijdrage als nuttig beschouwd Bovendien kunnen de klachten bij de patiënt tot grote onrust leiden en kan er behoefte ## Houghton PWJ, Mortensen NJMcC, <PERSOON> JD Early gastric cancer the case for long term ## Carter KJ, Schaffer HA, <PERSOON> WP Early gastric cancer <PERSOON> KC, <PERSOON> JA, Gregson RH, Hardcastle JD Accuracy of identification of early gastric cancer ## <PERSOON-##> gastric cancer <PERSOON-##> gastric cancer A ##-year surgical experience <PERSOON-##> therapy in ‘early gastric cancer’ Italian Ondanks de beperkte diagnostische waarde van de symptomen gewichtsverlies, dysfagie en anemie in combinatie met maagklachten, zijn ze reden om direct endoscopisch ## <PERSOON-##> PM, Dybdahl JH, Sandvik AK, <PERSOON-##> E, et al <PERSOON-##> predictive value of history ## <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> gastric cancer report on ### patients observed over ## years Jpn Diagnostische waarde van het symptoom anemie voor de aanwezigheid van slokdarm- of maagkanker bij patiënten met maagklachten Diagnostische waarde van het symptoom dysfagie voor de aanwezigheid van slokdarm- of maagkanker bij patiënten met maagklachten Diagnostische waarde van het symptoom gewichtsverlies voor de aanwezigheid van slokdarm- of maagkanker bij patiënten met maagklachten Vraag # Kan een duidelijke leeftijdsgrens worden gekozen in relatie tot alarmsignalen voor het beleid met betrekking tot het direct aanvragen van De huisarts moet op grond van de aard van de klacht en van patiëntkenmerken besluiten tot directe endoscopie of een empirische behandeling Hiervoor is een inschatting nodig van de kans op aanwezigheid van relevante ziekte, met name maligniteit Leeftijd lijkt een bruikbaar criterium te kunnen zijn Daarom wordt nagegaan wat in <LOCATIE> de leeftijdsverdeling van slokdarm- en maagcarcinomen is en of leeftijd in combinatie met symptomen een duidelijk criterium vormt voor het aanvragen van een endoscopie Ook volgens Nederlandse gegevens komt kanker voor bij patiënten onder de <LEEFTIJD> jaar Er zijn echter geen Nederlandse gegevens over het voorkomen van klachten of alarmsymptomen bij.
574
nvmdl
diagnostische waarde van de symptomen gewichtsverlies, dysfagie en anemie in combinatie met maagklachten, zijn ze reden om direct endoscopisch ## <PERSOON> PM, Dybdahl JH, Sandvik AK, <PERSOON> E, et al <PERSOON> predictive value of history ## <PERSOON> F, <PERSOON> gastric cancer report on ### patients observed over ## years Jpn Diagnostische waarde van het symptoom anemie voor de aanwezigheid van slokdarm- of maagkanker bij patiënten met maagklachten Diagnostische waarde van het symptoom dysfagie voor de aanwezigheid van slokdarm- of maagkanker bij patiënten met maagklachten Diagnostische waarde van het symptoom gewichtsverlies voor de aanwezigheid van slokdarm- of maagkanker bij patiënten met maagklachten Vraag # Kan een duidelijke leeftijdsgrens worden gekozen in relatie tot alarmsignalen voor het beleid met betrekking tot het direct aanvragen van De huisarts moet op grond van de aard van de klacht en van patiëntkenmerken besluiten tot directe endoscopie of een empirische behandeling Hiervoor is een inschatting nodig van de kans op aanwezigheid van relevante ziekte, met name maligniteit Leeftijd lijkt een bruikbaar criterium te kunnen zijn Daarom wordt nagegaan wat in <LOCATIE> de leeftijdsverdeling van slokdarm- en maagcarcinomen is en of leeftijd in combinatie met symptomen een duidelijk criterium vormt voor het aanvragen van een endoscopie Ook volgens Nederlandse gegevens komt kanker voor bij patiënten onder de <LEEFTIJD> jaar Er zijn echter geen Nederlandse gegevens over het voorkomen van klachten of alarmsymptomen bij te maken tussen patiënten met kanker van het bovenste deel van de tractus digestivus en andere aandoeningen # De grootste risicofactoren voor kanker waren leeftijd boven <LEEFTIJD> jaar, braken, mannelijk geslacht, roken en voorafgaand ulcus of hiatus hernia Anorexie en gewichtsverlies leken in dit model geen voorspellende waarde te hebben ondanks hun frequente voorkomen bij patiënten met ernstige aandoeningen De auteurs geven aan dat de risicofactor In drie studies waarin de effecten van een ‘open access’-endoscopie werden geëvalueerd, werden ook de symptomen van de populatie gerapporteerd Er waren geen patiënten met kanker die In een retrospectief onderzoek werden alle patiënten met een diagnose ‘kanker’ tussen ### en ### en jonger dan <LEEFTIJD> jaar bestudeerd # Kanker werd gevonden bij vijf patiënten die endoscopie ondergingen, terwijl er geen alarmsymptomen aanwezig waren De incidentie van een onderliggende maligniteit bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met ongecompliceerde dyspepsie De incidentie van maag- en slokdarmmaligniteiten neemt toe met de leeftijd <PERSOON>#, Een maligniteit gaat zowel bij jongere als bij oudere personen meestal Incidentie (per ### ###) van maagkanker in <LOCATIE> in vijfjaars leeftijdsklasse Bij afwezigheid van alarmsymptomen zijn er onvoldoende argumenten om alleen op grond van een hogere leeftijd direct endoscopie aan te vragen In een onderzoek bij ### patiënten met een maligniteit waren ## patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar; ## van hen hadden alarmsymptomen # Dit gold voor ##% van de patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar # In een ander onderzoek waren alle patiënten met kanker ouder dan <LEEFTIJD> jaar, en.
608
nvmdl
het bovenste deel van de tractus digestivus en andere aandoeningen # De grootste risicofactoren voor kanker waren leeftijd boven <LEEFTIJD> jaar, braken, mannelijk geslacht, roken en voorafgaand ulcus of hiatus hernia Anorexie en gewichtsverlies leken in dit model geen voorspellende waarde te hebben ondanks hun frequente voorkomen bij patiënten met ernstige aandoeningen De auteurs geven aan dat de risicofactor In drie studies waarin de effecten van een ‘open access’-endoscopie werden geëvalueerd, werden ook de symptomen van de populatie gerapporteerd Er waren geen patiënten met kanker die In een retrospectief onderzoek werden alle patiënten met een diagnose ‘kanker’ tussen ### en ### en jonger dan <LEEFTIJD> jaar bestudeerd # Kanker werd gevonden bij vijf patiënten die endoscopie ondergingen, terwijl er geen alarmsymptomen aanwezig waren De incidentie van een onderliggende maligniteit bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar met ongecompliceerde dyspepsie De incidentie van maag- en slokdarmmaligniteiten neemt toe met de leeftijd <PERSOON>#, Een maligniteit gaat zowel bij jongere als bij oudere personen meestal Incidentie (per ### ###) van maagkanker in <LOCATIE> in vijfjaars leeftijdsklasse Bij afwezigheid van alarmsymptomen zijn er onvoldoende argumenten om alleen op grond van een hogere leeftijd direct endoscopie aan te vragen In een onderzoek bij ### patiënten met een maligniteit waren ## patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar; ## van hen hadden alarmsymptomen # Dit gold voor ##% van de patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar # In een ander onderzoek waren alle patiënten met kanker ouder dan <LEEFTIJD> jaar, en # Daartegenover staat dat drie patiënten met maagkanker jonger dan <LEEFTIJD> jaar geen alarmsymptomen hadden # Alarmsymptomen werden beschreven bij de meerderheid van patiënten jonger dan ##-<LEEFTIJD> jaar <PERSOON> GI malignancy, uncomplicated dyspepsia, and the age threshold for early endoscopy <PERSOON> and diagnostic yield of upper gastrointestinal endoscopy in an open-access endoscopy system a prospective observational study based on the <LOCATIE> guidelines Breslin NP, Thomson AB, <PERSOON> E, et al Gastric cancer and other endoscopic <PERSOON> concern about missing malignancy justify endoscopy in uncomplicated dyspepsia in <PERSOON> value of alarm features in identifying organic causes of dyspepsia <PERSOON> NA, Codling BW, Valori RM Gastric cancer below the age of ## implications for screening <PERSOON> G, <PERSOON> CA Scoring system to improve cost effectiveness of open <PERSOON-##> diagnostic outcome of upper gastrointestinal endoscopy are referral source and patient age determining factors? <PERSOON-##> Vraag # Wat is de prevalentie van ulcus duodeni, ulcus ventriculi en gastrooesofageale refluxziekte in <PERSOON-##> G Open access endoscopy a large scale analysis of its use ## Schroeder P.
567
nvmdl
staat dat drie patiënten met maagkanker jonger dan <LEEFTIJD> jaar geen alarmsymptomen hadden # Alarmsymptomen werden beschreven bij de meerderheid van patiënten jonger dan ##-<LEEFTIJD> jaar <PERSOON> GI malignancy, uncomplicated dyspepsia, and the age threshold for early endoscopy <PERSOON> and diagnostic yield of upper gastrointestinal endoscopy in an open-access endoscopy system a prospective observational study based on the <LOCATIE> guidelines Breslin NP, Thomson AB, <PERSOON> E, et al Gastric cancer and other endoscopic <PERSOON> concern about missing malignancy justify endoscopy in uncomplicated dyspepsia in <PERSOON> value of alarm features in identifying organic causes of dyspepsia <PERSOON> NA, Codling BW, Valori RM Gastric cancer below the age of ## implications for screening <PERSOON> G, <PERSOON> CA Scoring system to improve cost effectiveness of open <PERSOON> diagnostic outcome of upper gastrointestinal endoscopy are referral source and patient age determining factors? <PERSOON-##> Vraag # Wat is de prevalentie van ulcus duodeni, ulcus ventriculi en gastrooesofageale refluxziekte in <PERSOON-##> G Open access endoscopy a large scale analysis of its use ## <PERSOON-##> een recente Nederlandse studie is de prevalentie van maagklachten in de eerste lijn #,#% # In een normpraktijk van <DATUM> patiënten heeft een huisarts vier tot vijf keer per week te maken met een patiënt met maagklachten # Van alle patiënten die zich hiermee voor het eerst bij de huisarts melden, is na een jaar driekwart klachtenvrij, onafhankelijk van de interventie # Een minderheid ontwikkelt derhalve een chronisch recidiverend klachtenpatroon,# waarvoor uiteindelijk ook aanvullend onderzoek plaatsvindt Onder de ‘nieuwe’ patiënten bevinden zich ook patiënten met een peptisch ulcus en degenen die het typische hardnekkige De balans tussen tijdige en adequate interventie enerzijds en diagnostisch defaitisme anderzijds behoeft een zo helder mogelijke ondersteuning en dient gestoeld te zijn op epidemiologische gegevens Uitgangspunt hierbij is dat patiënten binnen een redelijke tijdsspanne optimaal worden behandeld Naast patiëntkenmerken en klachtenpresentatie is daarvoor basiskennis nodig over de relatieve frequentie van voorkomen van relevante afwijkingen onder patiënten Ulcus duodeni en ulcus ventriculi Internationaal is de prevalentie van peptisch ulcuslijden in de algemene bevolking gemiddeld #% en in eerste- of tweedelijns populaties met dyspeptische klachten meer dan ##% #-## De prevalentie in <LOCATIE> lijkt lager In een recente studie had #% van de patiënten die ten minste twee weken maagklachten hadden, een peptisch ulcus ## Huisartsenregistratieprojecten laten veel lagere prevalentiecijfers zien, omdat de ‘noemer’ van de epidemiologische breuk hier alle patiënten op het spreekuur betreft en niet alleen de patiënten met maagklachten.
535
nvmdl
<PERSOON> een recente Nederlandse studie is de prevalentie van maagklachten in de eerste lijn #,#% # In een normpraktijk van <DATUM> patiënten heeft een huisarts vier tot vijf keer per week te maken met een patiënt met maagklachten # Van alle patiënten die zich hiermee voor het eerst bij de huisarts melden, is na een jaar driekwart klachtenvrij, onafhankelijk van de interventie # Een minderheid ontwikkelt derhalve een chronisch recidiverend klachtenpatroon,# waarvoor uiteindelijk ook aanvullend onderzoek plaatsvindt Onder de ‘nieuwe’ patiënten bevinden zich ook patiënten met een peptisch ulcus en degenen die het typische hardnekkige De balans tussen tijdige en adequate interventie enerzijds en diagnostisch defaitisme anderzijds behoeft een zo helder mogelijke ondersteuning en dient gestoeld te zijn op epidemiologische gegevens Uitgangspunt hierbij is dat patiënten binnen een redelijke tijdsspanne optimaal worden behandeld Naast patiëntkenmerken en klachtenpresentatie is daarvoor basiskennis nodig over de relatieve frequentie van voorkomen van relevante afwijkingen onder patiënten Ulcus duodeni en ulcus ventriculi Internationaal is de prevalentie van peptisch ulcuslijden in de algemene bevolking gemiddeld #% en in eerste- of tweedelijns populaties met dyspeptische klachten meer dan ##% #-## De prevalentie in <LOCATIE> lijkt lager In een recente studie had #% van de patiënten die ten minste twee weken maagklachten hadden, een peptisch ulcus ## Huisartsenregistratieprojecten laten veel lagere prevalentiecijfers zien, omdat de ‘noemer’ van de epidemiologische breuk hier alle patiënten op het spreekuur betreft en niet alleen de patiënten met maagklachten voor dan het ulcus duodeni, afhankelijk van de onderzochte populatie Beide komen vaker voor bij mannen en op hogere leeftijd, waarbij de prevalentie van het ulcus duodeni bij mannen reeds vanaf de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar belangrijk toeneemt, terwijl dit bij vrouwen en bij het ulcus Gastro-oesofageale refluxziekte De prevalentie van refluxziekte hangt sterk samen met de gehanteerde referentietest, waarbij de prevalentie afneemt naarmate de referentietest specifieker is Klachten passend bij reflux, zoals zuurbranden en regurgitatie, komen jaarlijks voor bij meer dan ##% van de algemene bevolking; wekelijks komen dergelijke klachten voor bij minder dan ##% en dagelijks bij circa ##% #,##-## Oesofagitis (slijmvliesbeschadiging in de oesophagus door refluxziekte) komt minder vaak voor bij ongeveer ##% van de algemene bevolking en bij personen met ‘maagklachten’ in de eerste en de tweede lijn niet veel meer #,#,# De prevalentie van refluxziekte bij ongeselecteerde patiënten met dyspepsie was ##% in de enige studie waarin een combinatie van endoscopie en ##-uurs-pH-meting als Bommel MJ van, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> WA Consultations and referrals for dyspepsia in general practicea one year database survey <PERSOON> H Van klacht naar diagnose Episodegegevens uit de huisartspraktijk <LOCATIE> Quartero AO, Numans ME, <PERSOON> NJ de One-year prognosis of primary care dyspepsia predictive value of symptom pattern, Helicobacter pylori and GP management <PERSOON> JW, Stace NH, Talley NJ, Green R.
602
nvmdl
de onderzochte populatie Beide komen vaker voor bij mannen en op hogere leeftijd, waarbij de prevalentie van het ulcus duodeni bij mannen reeds vanaf de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar belangrijk toeneemt, terwijl dit bij vrouwen en bij het ulcus Gastro-oesofageale refluxziekte De prevalentie van refluxziekte hangt sterk samen met de gehanteerde referentietest, waarbij de prevalentie afneemt naarmate de referentietest specifieker is Klachten passend bij reflux, zoals zuurbranden en regurgitatie, komen jaarlijks voor bij meer dan ##% van de algemene bevolking; wekelijks komen dergelijke klachten voor bij minder dan ##% en dagelijks bij circa ##% #,##-## Oesofagitis (slijmvliesbeschadiging in de oesophagus door refluxziekte) komt minder vaak voor bij ongeveer ##% van de algemene bevolking en bij personen met ‘maagklachten’ in de eerste en de tweede lijn niet veel meer #,#,# De prevalentie van refluxziekte bij ongeselecteerde patiënten met dyspepsie was ##% in de enige studie waarin een combinatie van endoscopie en ##-uurs-pH-meting als Bommel MJ van, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> WA Consultations and referrals for dyspepsia in general practicea one year database survey <PERSOON> H Van klacht naar diagnose Episodegegevens uit de huisartspraktijk <LOCATIE> Quartero AO, Numans ME, <PERSOON> NJ de One-year prognosis of primary care dyspepsia predictive value of symptom pattern, Helicobacter pylori and GP management <PERSOON> PG Prevalences of endoscopic and histological reflux and dyspepsia a population based study N Z Med J ###;#<DATUM> ## findings in subjects with and without dyspepsia BMJ ###;#<DATUM> ## In de Nederlandse huisartspraktijk bedraagt de prevalentie van peptische <PERSOON> the unaided clinical diagnosis and of dyspepsia subgrouping <PERSOON> R GPs’ ability to diagnose dyspepsia based only on physical Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> RA de How much ulcer is ulcer-like? Diagnostic Een vijfde tot een kwart van de patiënten met maagklachten heeft gastrooesofageale refluxziekte <PERSOON-##> De Muckadell OB Management of dyspeptic patients in primary care Value of examination and patient history <PERSOON-##> ###;## #<DATUM> determinants of peptic ulcer in open access gastroscopy Fam Pract ###;<DATUM> # ## Weijnen CF, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON-##> TJ, et al Testing for Helicobacter pylori in dyspeptic patients suspected of peptic ulcer disease in primary care cross sectional study <PERSOON-##> JM, <PERSOON-##> A, et al Scoring system has better discriminative value.
555
nvmdl
<PERSOON> PG Prevalences of endoscopic and histological reflux and dyspepsia a population based study N Z Med J ###;#<DATUM> ## findings in subjects with and without dyspepsia BMJ ###;#<DATUM> ## In de Nederlandse huisartspraktijk bedraagt de prevalentie van peptische <PERSOON> the unaided clinical diagnosis and of dyspepsia subgrouping <PERSOON> R GPs’ ability to diagnose dyspepsia based only on physical Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> RA de How much ulcer is ulcer-like? Diagnostic Een vijfde tot een kwart van de patiënten met maagklachten heeft gastrooesofageale refluxziekte <PERSOON> De Muckadell OB Management of dyspeptic patients in primary care Value of examination and patient history <PERSOON> ###;## #<DATUM> determinants of peptic ulcer in open access gastroscopy Fam Pract ###;<DATUM> # ## Weijnen CF, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> TJ, et al Testing for Helicobacter pylori in dyspeptic patients suspected of peptic ulcer disease in primary care cross sectional study <PERSOON-##> JM, <PERSOON-##> A, et al Scoring system has better discriminative value Eur J De prevalentie van met name het ulcus duodeni is in <LOCATIE> het laatste decennium duidelijk afgenomen ## Parallel aan de daling van de infectiegraad van H pylori valt te verwachten dat het relatieve aandeel van H pylori-negatieve peptische ulcera zal toenemen De definitie van refluxziekte heeft betrekking op zowel klachten (zoals zuurbranden) als weefselschade (oesofagitis) door gastro-oesofageale reflux Zuurbranden komt vrijwel niet voor bij personen zonder refluxziekte (het is een specifieke klacht), maar ontbreekt ook nogal eens bij personen met refluxziekte (de sensitiviteit is laag, zie ook vraag #) De testeigenschappen van klachten waarop de diagnose wordt gesteld, zijn onderzocht in populaties met een grote voorafkans op refluxziekte ## Ongeveer de helft van alle patiënten met een afwijkende ##-uurspH-meting heeft bij endoscopie tekenen van oesofagitis Er is derhalve om verschillende redenen in de huisartspraktijk geen goed inzicht in het voorkomen van klinisch relevante ## <PERSOON-##> RP, Beattie AD, <PERSOON-##> WB, Marjoribanks FM, et al A database on dyspepsia <PERSOON-##> pylori and smoking two additive risk factors for organic dyspepsia <PERSOON-##> TE, <PERSOON-##> periodicity of peptic ulcer disease A prospective ## <PERSOON-##> aspects of peptic ulcer disease in northern <PERSOON-##> JJ, Lao WC, <PERSOON-##> MS, <PERSOON-##> JC, et al Incidence of gastroesophageal malignancy in patients with dyspepsia in <PERSOON-##>.
573
nvmdl
laatste decennium duidelijk afgenomen ## Parallel aan de daling van de infectiegraad van H pylori valt te verwachten dat het relatieve aandeel van H pylori-negatieve peptische ulcera zal toenemen De definitie van refluxziekte heeft betrekking op zowel klachten (zoals zuurbranden) als weefselschade (oesofagitis) door gastro-oesofageale reflux Zuurbranden komt vrijwel niet voor bij personen zonder refluxziekte (het is een specifieke klacht), maar ontbreekt ook nogal eens bij personen met refluxziekte (de sensitiviteit is laag, zie ook vraag #) De testeigenschappen van klachten waarop de diagnose wordt gesteld, zijn onderzocht in populaties met een grote voorafkans op refluxziekte ## Ongeveer de helft van alle patiënten met een afwijkende ##-uurspH-meting heeft bij endoscopie tekenen van oesofagitis Er is derhalve om verschillende redenen in de huisartspraktijk geen goed inzicht in het voorkomen van klinisch relevante ## <PERSOON> RP, Beattie AD, <PERSOON> WB, Marjoribanks FM, et al A database on dyspepsia <PERSOON> pylori and smoking two additive risk factors for organic dyspepsia <PERSOON> TE, <PERSOON> periodicity of peptic ulcer disease A prospective ## <PERSOON> aspects of peptic ulcer disease in northern <PERSOON> JJ, Lao WC, <PERSOON> MS, <PERSOON> JC, et al Incidence of gastroesophageal malignancy in patients with dyspepsia in <PERSOON-##> E van de (red) Ziekten in de huisartspraktijk #e druk <PERSOON-##> bowel syndrome and dyspepsia in the general population overlap and lack of stability over time <PERSOON-##> of symptoms suggestive of gastro-oesophageal reflux disease in an adult population In de huisartspraktijk moet rekening worden gehouden met het feit dat bij ##-##% van de personen die zich presenteren met maagklachten, een ulcus- of refluxziekte ## Locke GR #rd, Talley NJ, Fett SL, Zinsmeister AR, Melton LJ #rd Prevalence and clinical spectrum of gastroesophageal reflux a population-based study in Olmsted county, Minnesota Gastroenterology ###;### ###-## ## <PERSOON-##> prevalence of symptoms suggestive of esophageal disorders <PERSOON-##> NJ, Zinsmeister AR, Schleck CD, Melton LJ #rd Dyspepsia and dyspepsia subgroups a population-based ## Talley NJ, Weaver AL, Tesmer DL, Zinsmeister AR Lack of discriminant value of dyspepsia subgroups in patients ## <PERSOON-##> SA Symptoms in gastro-oesophageal reflux disease Lancet ###;##<DATUM> # PUD = peptisch ulcuslijden; UV = ulcus ventriculi; UD = ulcus duodeni; Hp = H pylori; M = mannen; V = vrouwen Vraag # Wat is de voorspellende waarde van patiëntkenmerken en klachtenpresentatie voor de specifieke aandoeningen ‘ulcuslijden’, ‘refluxziekte’.
585
nvmdl
##<DATUM> Lisdonk E van de (red) Ziekten in de huisartspraktijk #e druk <PERSOON> bowel syndrome and dyspepsia in the general population overlap and lack of stability over time <PERSOON> of symptoms suggestive of gastro-oesophageal reflux disease in an adult population In de huisartspraktijk moet rekening worden gehouden met het feit dat bij ##-##% van de personen die zich presenteren met maagklachten, een ulcus- of refluxziekte ## Locke GR #rd, Talley NJ, Fett SL, Zinsmeister AR, Melton LJ #rd Prevalence and clinical spectrum of gastroesophageal reflux a population-based study in Olmsted county, Minnesota Gastroenterology ###;### ###-## ## <PERSOON> prevalence of symptoms suggestive of esophageal disorders <PERSOON> NJ, Zinsmeister AR, Schleck CD, Melton LJ #rd Dyspepsia and dyspepsia subgroups a population-based ## Talley NJ, Weaver AL, Tesmer DL, Zinsmeister AR Lack of discriminant value of dyspepsia subgroups in patients ## <PERSOON> SA Symptoms in gastro-oesophageal reflux disease Lancet ###;##<DATUM> # PUD = peptisch ulcuslijden; UV = ulcus ventriculi; UD = ulcus duodeni; Hp = H pylori; M = mannen; V = vrouwen Vraag # Wat is de voorspellende waarde van patiëntkenmerken en klachtenpresentatie voor de specifieke aandoeningen ‘ulcuslijden’, ‘refluxziekte’ relevant onderliggend lijden onderscheiden van die met functionele klachten Naast het algemene uitgangspunt kritisch met het gebruik van beschikbare middelen om te gaan, gelden hierbij • de grootste categorie patiënten, namelijk die met functionele klachten, heeft onvoldoende baat bij krachtige zuurremming en evenmin bij H pylori-eradicatie, maar mogelijk wel Veel onderzoek is gedaan bij geselecteerde groepen patiënten, veelal verwezen voor nadere diagnostiek, bij wie verwacht mag worden dat de klachten gemiddeld langer bestaan en de kans op het bestaan van een objectiveerbare afwijking hoger is Uitkomstmaten variëren tussen de studies, hetgeen het vergelijken bemoeilijkt De voorspellende waarde van ‘typische’ klachten met betrekking tot de genoemde aandoeningen is in het algemeen beperkt Patiëntkenmerken zoals leeftijd, geslacht en voorgeschiedenis lijken een belangrijkere voorspellende Ulcuslijden #-## In twee recente Scandinavische studies was de positief voorspellende waarde van het oordeel van de huisarts met betrekking tot peptisch ulcuslijden ##%, waarbij de auteurs constateerden dat huisartsen zich met name door het klachtenpatroon lieten leiden #,# Met scoremodellen op basis van objectieve patiëntkenmerken worden hogere voorspellende waarden behaald #,##-## De kans een peptisch ulcus aan te treffen bij een populatie die daarvoor door de huisarts ‘at risk’ wordt beoordeeld op basis van een adequate anamnese, wordt in al het onderzoek minimaal verdubbeld ten opzichte van de voorafkans De negatief voorspellende waarde van het oordeel van de huisartsen was overigens veel hoger (soms ##%), maar de kans dat geen ulcus aanwezig is, is in de huisartspraktijk dan ook veel hoger dan de.
609
nvmdl
onderliggend lijden onderscheiden van die met functionele klachten Naast het algemene uitgangspunt kritisch met het gebruik van beschikbare middelen om te gaan, gelden hierbij • de grootste categorie patiënten, namelijk die met functionele klachten, heeft onvoldoende baat bij krachtige zuurremming en evenmin bij H pylori-eradicatie, maar mogelijk wel Veel onderzoek is gedaan bij geselecteerde groepen patiënten, veelal verwezen voor nadere diagnostiek, bij wie verwacht mag worden dat de klachten gemiddeld langer bestaan en de kans op het bestaan van een objectiveerbare afwijking hoger is Uitkomstmaten variëren tussen de studies, hetgeen het vergelijken bemoeilijkt De voorspellende waarde van ‘typische’ klachten met betrekking tot de genoemde aandoeningen is in het algemeen beperkt Patiëntkenmerken zoals leeftijd, geslacht en voorgeschiedenis lijken een belangrijkere voorspellende Ulcuslijden #-## In twee recente Scandinavische studies was de positief voorspellende waarde van het oordeel van de huisarts met betrekking tot peptisch ulcuslijden ##%, waarbij de auteurs constateerden dat huisartsen zich met name door het klachtenpatroon lieten leiden #,# Met scoremodellen op basis van objectieve patiëntkenmerken worden hogere voorspellende waarden behaald #,##-## De kans een peptisch ulcus aan te treffen bij een populatie die daarvoor door de huisarts ‘at risk’ wordt beoordeeld op basis van een adequate anamnese, wordt in al het onderzoek minimaal verdubbeld ten opzichte van de voorafkans De negatief voorspellende waarde van het oordeel van de huisartsen was overigens veel hoger (soms ##%), maar de kans dat geen ulcus aanwezig is, is in de huisartspraktijk dan ook veel hoger dan de De belangrijkste in de literatuur beschreven voorspellers voor het bestaan van peptisch ulcuslijden zijn hogere leeftijd, mannelijk geslacht, roken, hongerpijn en een eerder doorgemaakt ulcus Veel studies naar de voorspellende waarde van klachten bij refluxziekte gebruiken endoscopisch aangetoonde oesofagitis als referentietest Afgezien van de kernsymptomen ‘pyrosis’ en ‘regurgitatie’ en het bestaan van een hiatus hernia, lijken er geen duidelijke voorspellers te zijn De positief voorspellende waarde van zuurbranden is, wanneer dit de dominante klacht is (bij patiënten verwezen voor #-uurs-pH-meting bij wie in circa ##% van de gevallen de uitslag daarvan afwijkend is), met rond ##% redelijk hoog ## De positief voorspellende waarde van het oordeel van de huisarts voor oesofagitis in de genoemde twee Scandinavische studies is ##% #,# Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat de prevalentie van refluxziekte hoger is dan die van peptisch ulcuslijden In de heterogene refluxklachten voor refluxziekte van hetzelfde (lage) niveau als die van typisch bij ulcuslijden passende klachten Omdat refluxziekte, mede door het dalen van de ulcusprevalentie, relatief veel vaker voorkomt, zijn refluxklachten klinisch beter bruikbaar In alle gevallen zijn de marges echter klein en is er een grote kans op misclassificatie als het beleid volledig op klachtenpatronen wordt gebaseerd gesteld wordt Maligniteiten, peptisch ulcuslijden en refluxziekte dienen te zijn uitgesloten Met name dit laatste gebeurde in de meeste studies niet In de meeste van de in tabel # beschreven studies werd gezocht naar indicatoren om ‘organische dyspepsie’ (te weten maligniteit, ulcuslijden of oesofagitis) mee op te sporen.
608
nvmdl
beschreven voorspellers voor het bestaan van peptisch ulcuslijden zijn hogere leeftijd, mannelijk geslacht, roken, hongerpijn en een eerder doorgemaakt ulcus Veel studies naar de voorspellende waarde van klachten bij refluxziekte gebruiken endoscopisch aangetoonde oesofagitis als referentietest Afgezien van de kernsymptomen ‘pyrosis’ en ‘regurgitatie’ en het bestaan van een hiatus hernia, lijken er geen duidelijke voorspellers te zijn De positief voorspellende waarde van zuurbranden is, wanneer dit de dominante klacht is (bij patiënten verwezen voor #-uurs-pH-meting bij wie in circa ##% van de gevallen de uitslag daarvan afwijkend is), met rond ##% redelijk hoog ## De positief voorspellende waarde van het oordeel van de huisarts voor oesofagitis in de genoemde twee Scandinavische studies is ##% #,# Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat de prevalentie van refluxziekte hoger is dan die van peptisch ulcuslijden In de heterogene refluxklachten voor refluxziekte van hetzelfde (lage) niveau als die van typisch bij ulcuslijden passende klachten Omdat refluxziekte, mede door het dalen van de ulcusprevalentie, relatief veel vaker voorkomt, zijn refluxklachten klinisch beter bruikbaar In alle gevallen zijn de marges echter klein en is er een grote kans op misclassificatie als het beleid volledig op klachtenpatronen wordt gebaseerd gesteld wordt Maligniteiten, peptisch ulcuslijden en refluxziekte dienen te zijn uitgesloten Met name dit laatste gebeurde in de meeste studies niet In de meeste van de in tabel # beschreven studies werd gezocht naar indicatoren om ‘organische dyspepsie’ (te weten maligniteit, ulcuslijden of oesofagitis) mee op te sporen overeen met de voorspellers voor ulcuslijden en refluxziekte, als hierboven genoemd De enige negatieve voorspellers die werden gevonden waren het vrouwelijk geslacht en het bestaan van prikkelbaredarmsyndroom #,## In de enige studie waarin refluxziekte werd uitgesloten, was de positief voorspellende waarde van het oordeel van huisartsen voor het stellen van de diagnose ‘functionele dyspepsie’ overigens met bijna ##% hoger dan die voor ulcuslijden en refluxziekte, terwijl de negatief voorspellende waarde met ruim ##% duidelijk lager was # Alweer moet hierbij de relatieve prevalentie van de diagnose, in dit geval functionele maagklachten, worden meegewogen de meerderheid van de patiënten viel in deze categorie Een hogere leeftijd, het mannelijk geslacht, roken, hongerpijn en een ulcus in de voorgeschiedenis maken alle het bestaan van een peptisch ulcus aannemelijker (LR+ #,<DATUM> #) klacht zijn, het bestaan van refluxziekte aannemelijker (<PERSOON> hand van patiëntkenmerken en de anamnese is het niet mogelijk om peptische ulcera en refluxziekte met zekerheid aan te tonen ## <PERSOON> N, <PERSOON> JR Discriminant value of dyspeptic symptoms in peptic ulcer and endoscopie, gesteld kan worden en niet aan de hand van klachten of ## Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> RA de How much ulcer is ulcer-like? Diagnostic determinants of peptic ulcer in open access gastroscopy Fam Practice ###;<DATUM> # ##.
589
nvmdl
ulcuslijden en refluxziekte, als hierboven genoemd De enige negatieve voorspellers die werden gevonden waren het vrouwelijk geslacht en het bestaan van prikkelbaredarmsyndroom #,## In de enige studie waarin refluxziekte werd uitgesloten, was de positief voorspellende waarde van het oordeel van huisartsen voor het stellen van de diagnose ‘functionele dyspepsie’ overigens met bijna ##% hoger dan die voor ulcuslijden en refluxziekte, terwijl de negatief voorspellende waarde met ruim ##% duidelijk lager was # Alweer moet hierbij de relatieve prevalentie van de diagnose, in dit geval functionele maagklachten, worden meegewogen de meerderheid van de patiënten viel in deze categorie Een hogere leeftijd, het mannelijk geslacht, roken, hongerpijn en een ulcus in de voorgeschiedenis maken alle het bestaan van een peptisch ulcus aannemelijker (LR+ #,<DATUM> #) klacht zijn, het bestaan van refluxziekte aannemelijker (<PERSOON> hand van patiëntkenmerken en de anamnese is het niet mogelijk om peptische ulcera en refluxziekte met zekerheid aan te tonen ## <PERSOON> N, <PERSOON> JR Discriminant value of dyspeptic symptoms in peptic ulcer and endoscopie, gesteld kan worden en niet aan de hand van klachten of ## Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> RA de How much ulcer is ulcer-like? Diagnostic determinants of peptic ulcer in open access gastroscopy Fam Practice ###;<DATUM> # ## Testing for Helicobacter pylori in <PERSOON> and endoscopic findings in the diagnosis of gastroesophageal reflux disease <PERSOON> huisartspraktijk is het diagnostisch arsenaal beperkt; in eerste aanleg zijn geen andere gegevens te verkrijgen dan de achtergrondkenmerken van de patiënt en de antwoorden op ## <PERSOON> SA Symptoms in gastro-oesophageal reflux disease <PERSOON> G, <PERSOON-##> CA Scoring system to improve cost effectiveness of access ## Talley NJ, Weaver AL, Tesmer DL, Zinsmeister AR Lack of discriminant value of dyspepsia subgroups in patients Klachtenpresentatie en bepaalde patiëntkenmerken kunnen het bestaan van peptisch ulcuslijden en refluxziekte meer of minder waarschijnlijk maken Voor het met voldoende zekerheid diagnosticeren van deze aandoeningen zijn patiëntkenmerken ongeschikt <PERSOON-##> happens to patients with non-ulcer dyspepsia after endoscopy <PERSOON-##> discriminative value of patient characteristics and dyspeptic symptoms for upper gastrointestinal endoscopic findings a study on the clinical <PERSOON-##> JM, <PERSOON-##> A, et al Scoring system has better discriminative value <PERSOON-##> JM, Schaffalitzky de <PERSOON-##> endoscopic diagnosis in the Davenport PM, <PERSOON-##> FT de <PERSOON-##> preliminary screening of dyspeptic patients allow.
539
nvmdl
<PERSOON> and endoscopic findings in the diagnosis of gastroesophageal reflux disease <PERSOON> huisartspraktijk is het diagnostisch arsenaal beperkt; in eerste aanleg zijn geen andere gegevens te verkrijgen dan de achtergrondkenmerken van de patiënt en de antwoorden op ## <PERSOON> SA Symptoms in gastro-oesophageal reflux disease <PERSOON> G, <PERSOON> CA Scoring system to improve cost effectiveness of access ## Talley NJ, Weaver AL, Tesmer DL, Zinsmeister AR Lack of discriminant value of dyspepsia subgroups in patients Klachtenpresentatie en bepaalde patiëntkenmerken kunnen het bestaan van peptisch ulcuslijden en refluxziekte meer of minder waarschijnlijk maken Voor het met voldoende zekerheid diagnosticeren van deze aandoeningen zijn patiëntkenmerken ongeschikt <PERSOON> happens to patients with non-ulcer dyspepsia after endoscopy <PERSOON> discriminative value of patient characteristics and dyspeptic symptoms for upper gastrointestinal endoscopic findings a study on the clinical <PERSOON> JM, <PERSOON> A, et al Scoring system has better discriminative value <PERSOON-##> JM, Schaffalitzky de <PERSOON-##> endoscopic diagnosis in the Davenport PM, <PERSOON-##> FT de <PERSOON-##> preliminary screening of dyspeptic patients allow <PERSOON-##> clinical benefit of routine upper gastrointestinal dyspeptic <PERSOON-##> value of predictive score models <PERSOON-##> ###;#<DATUM> ## unaided clinical diagnosis and of dyspepsia subgrouping <PERSOON-##> PM, Dybdahl JH, Sandvik AK, <PERSOON-##> E, et al <PERSOON-##> predictive value of history * De sterkste voorspellers zijn onderstreept; AUC = ‘area under curve’; PUD = peptisch ulcuslijden; UV = ulcus ventriculi; UD = ulcus duodeni; VW+ = positief voorspellende waarde; of oesofagitis (##) pijn door eten van bessen wanneer toegepast op eerstelijns patiënten, lage voorspellende waarde * De sterkste voorspellers zijn onderstreept; AUC = ‘area under curve’; VW+ = positief voorspellende waarde; VW- = negatief voorspellende waarde; Hp = H pylori * De sterkste voorspellers zijn onderstreept; AUC = ‘area under curve’; PUD = peptisch ulcuslijden; VW+ = positief voorspellende waarde; VW- = negatief voorspellende waarde; Hp = H pylori Bij ##-##% van de patiënten die maagklachten aan hun huisarts presenteren, wordt (in een eerste of een vervolgconsult) aanvullende diagnostiek verricht #,# Wetenschappelijke publicaties richten zich merendeels op dyspeptische patiënten bij wie na aanvullend onderzoek geen afwijkingen zijn aangetoond; zij hebben zogenoemde functionele maagklachten Voor het beleid in de huisartspraktijk is het belangrijk wetenschappelijke ondersteuning te vinden met betrekking tot de patiënten bij wie aanvullend onderzoek (nog) niet heeft plaatsgevonden Voor de begripsvorming is verder van belang dat patiënten in publicaties aangaande nietnader-onderzochte maagklachten doorgaans een selectie vormen Aanvullende diagnostiek.
591
nvmdl
<PERSOON> clinical benefit of routine upper gastrointestinal dyspeptic <PERSOON> value of predictive score models <PERSOON> ###;#<DATUM> ## unaided clinical diagnosis and of dyspepsia subgrouping <PERSOON> PM, Dybdahl JH, Sandvik AK, <PERSOON> E, et al <PERSOON> predictive value of history * De sterkste voorspellers zijn onderstreept; AUC = ‘area under curve’; PUD = peptisch ulcuslijden; UV = ulcus ventriculi; UD = ulcus duodeni; VW+ = positief voorspellende waarde; of oesofagitis (##) pijn door eten van bessen wanneer toegepast op eerstelijns patiënten, lage voorspellende waarde * De sterkste voorspellers zijn onderstreept; AUC = ‘area under curve’; VW+ = positief voorspellende waarde; VW- = negatief voorspellende waarde; Hp = H pylori * De sterkste voorspellers zijn onderstreept; AUC = ‘area under curve’; PUD = peptisch ulcuslijden; VW+ = positief voorspellende waarde; VW- = negatief voorspellende waarde; Hp = H pylori Bij ##-##% van de patiënten die maagklachten aan hun huisarts presenteren, wordt (in een eerste of een vervolgconsult) aanvullende diagnostiek verricht #,# Wetenschappelijke publicaties richten zich merendeels op dyspeptische patiënten bij wie na aanvullend onderzoek geen afwijkingen zijn aangetoond; zij hebben zogenoemde functionele maagklachten Voor het beleid in de huisartspraktijk is het belangrijk wetenschappelijke ondersteuning te vinden met betrekking tot de patiënten bij wie aanvullend onderzoek (nog) niet heeft plaatsgevonden Voor de begripsvorming is verder van belang dat patiënten in publicaties aangaande nietnader-onderzochte maagklachten doorgaans een selectie vormen Aanvullende diagnostiek dyspeptische patiënten;# veel patiënten zien tegen de als onaangenaam ervaren endoscopie op Het gevolg is dat genoemde studies betrekking hebben op het domein ‘niet-nader-onderzochte maagklachten, waarbij endoscopie is geïndiceerd’ Men dient zich te realiseren dat de groep patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten weliswaar voor een groot deel overlap vertoont met die met functionele maagklachten, maar dat er vermenging is met patiënten Teneinde een goed beleid te kunnen instellen bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten, dient men een goed inzicht te hebben in de ontstaanswijze van de klacht NSAID’s In alle studies bij niet-nader-onderzochte maagklachten is er een samenhang met NSAID-gebruik <DATUM> Een recente meta-analyse onderstreept de gevonden samenhangen ## Het risico op maagklachten wordt door NSAID-gebruik #,# tot #,# maal verhoogd, afhankelijk van de definities Alleen incidenteel is de bijdrage van NSAID-gebruik onderzocht bij patiënten die zich presenteren met maagklachten In één studie is dit in de huisartspraktijk onder# zocht; hierbij bleek ##% van de patiënten NSAID’s te gebruiken Psychische factoren De etiologische relatie tussen psychische factoren en het optreden van maagklachten is nooit degelijk onderzocht Het meeste betreft dwarsdoorsnedeonderzoek, waarbij vrijwel steeds een samenhang werd gevonden ##-## In twee studies werd bovendien de patiënt gevraagd of deze dacht dat de klachten met psychische factoren te maken had; dit was Andere mogelijk relevante risicofactoren en comorbiditeit coeliakie, alcohol, roken, galstenen, voeding Coeliakie is zelden onderzocht als oorzaak van maagklachten In één artikel is melding gemaakt van een prevalentie van #,#%, hetgeen niet hoger is dan in de algemene populatie.
667
nvmdl
patiënten zien tegen de als onaangenaam ervaren endoscopie op Het gevolg is dat genoemde studies betrekking hebben op het domein ‘niet-nader-onderzochte maagklachten, waarbij endoscopie is geïndiceerd’ Men dient zich te realiseren dat de groep patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten weliswaar voor een groot deel overlap vertoont met die met functionele maagklachten, maar dat er vermenging is met patiënten Teneinde een goed beleid te kunnen instellen bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten, dient men een goed inzicht te hebben in de ontstaanswijze van de klacht NSAID’s In alle studies bij niet-nader-onderzochte maagklachten is er een samenhang met NSAID-gebruik <DATUM> Een recente meta-analyse onderstreept de gevonden samenhangen ## Het risico op maagklachten wordt door NSAID-gebruik #,# tot #,# maal verhoogd, afhankelijk van de definities Alleen incidenteel is de bijdrage van NSAID-gebruik onderzocht bij patiënten die zich presenteren met maagklachten In één studie is dit in de huisartspraktijk onder# zocht; hierbij bleek ##% van de patiënten NSAID’s te gebruiken Psychische factoren De etiologische relatie tussen psychische factoren en het optreden van maagklachten is nooit degelijk onderzocht Het meeste betreft dwarsdoorsnedeonderzoek, waarbij vrijwel steeds een samenhang werd gevonden ##-## In twee studies werd bovendien de patiënt gevraagd of deze dacht dat de klachten met psychische factoren te maken had; dit was Andere mogelijk relevante risicofactoren en comorbiditeit coeliakie, alcohol, roken, galstenen, voeding Coeliakie is zelden onderzocht als oorzaak van maagklachten In één artikel is melding gemaakt van een prevalentie van #,#%, hetgeen niet hoger is dan in de algemene populatie In één niet-vergelijkende studie naar de samenhang met alcoholgebruik werd dit vermeld als oorzaak van maagklachten bij #% van de onderzochte patiënten ## In de overige vijf studies was er geen statistisch significante samenhang tussen alcoholgebruik en maagklachten #,##,##,##,## Roken werd in vijf van de zeven gevonden studies gerelateerd aan maagklachten (odds ratio’s Galstenen werden als oorzaak van dyspepsie aangemerkt bij <DATUM> van de patiënten ##,## In een meta-analyse was er een tweemaal verhoogd risico op maagklachten wanneer galstenen aanwezig waren; de data impliceren dat bij ten minste de helft van patiënten met galstenen en maagklachten deze laatste niet door galstenen worden veroorzaakt ## De relatie tussen maagklachten en voedingsmiddelen zoals koffie en specerijen wordt vaak genoemd, maar is nauwelijks door onderzoeksgegevens ondersteund In twee studies was er geen samenhang met het drinken van koffie ##,## en in één studie was er geen samenhang met Er bestaat waarschijnlijk een etiologische samenhang tussen roken en Galstenen geven een verhoogd risico op maagklachten Echter, bij ten minste de helft van de dyspepsiepatiënten bij wie galstenen worden gevonden, zijn Er is geen bewijs voor een relatie tussen gebruik van bepaalde voedingsmiddelen en maagklachten <PERSOON> factoren worden door zowel patiënt als dokter vaak in verband gebracht met maagklachten, maar een duidelijke etiologische relatie is niet Maag- of slokdarmkanker is een aandoening die artsen niet willen missen Ook bij een lage In alle genoemde studies was er waarschijnlijk selectie van de patiënten die nadere diagnostiek.
625
nvmdl
In één niet-vergelijkende studie naar de samenhang met alcoholgebruik werd dit vermeld als oorzaak van maagklachten bij #% van de onderzochte patiënten ## In de overige vijf studies was er geen statistisch significante samenhang tussen alcoholgebruik en maagklachten #,##,##,##,## Roken werd in vijf van de zeven gevonden studies gerelateerd aan maagklachten (odds ratio’s Galstenen werden als oorzaak van dyspepsie aangemerkt bij <DATUM> van de patiënten ##,## In een meta-analyse was er een tweemaal verhoogd risico op maagklachten wanneer galstenen aanwezig waren; de data impliceren dat bij ten minste de helft van patiënten met galstenen en maagklachten deze laatste niet door galstenen worden veroorzaakt ## De relatie tussen maagklachten en voedingsmiddelen zoals koffie en specerijen wordt vaak genoemd, maar is nauwelijks door onderzoeksgegevens ondersteund In twee studies was er geen samenhang met het drinken van koffie ##,## en in één studie was er geen samenhang met Er bestaat waarschijnlijk een etiologische samenhang tussen roken en Galstenen geven een verhoogd risico op maagklachten Echter, bij ten minste de helft van de dyspepsiepatiënten bij wie galstenen worden gevonden, zijn Er is geen bewijs voor een relatie tussen gebruik van bepaalde voedingsmiddelen en maagklachten <PERSOON> factoren worden door zowel patiënt als dokter vaak in verband gebracht met maagklachten, maar een duidelijke etiologische relatie is niet Maag- of slokdarmkanker is een aandoening die artsen niet willen missen Ook bij een lage In alle genoemde studies was er waarschijnlijk selectie van de patiënten die nadere diagnostiek ##-##% van de personen die zich in de eerste lijn presenteren met maagklachten, een De arts dient zich te realiseren dat NSAID-gebruik een belangrijke oorzaak van maagklachten is De arts dient zich te realiseren dat galstenen soms (bij <DATUM> van de patiënten) en Bernersen##, Stanghellini##, Andersson##, Sihvo##, Kurata## Coeliakie komt bij patiënten met maagklachten niet vaker voor dan in de De arts dient zich te realiseren dat er een etiologische relatie bestaat tussen roken en Quartero AO, Numans ME, <PERSOON> NJ de One-year prognosis of primary care dyspepsia predictive value of symptom pattern, Helicobacter pylori and GP management <PERSOON> of dyspepsia four hundred unselected consecutive patients in general practice <PERSOON> EA, et al Do NSAIDs cause dyspepsia? A meta-analysis ## <PERSOON> pylori and smoking two additive risk factors for organic dyspepsia <PERSOON> Med ## Kraag N, <PERSOON> – how noisy are gallstones? A meta-analysis of epidemiologic studies of biliary pain, dyspeptic symptoms, and food intolerance <PERSOON> ###;<DATUM> ## ## <PERSOON> SS, Bhatia SJ, Mistry FP Epidemiology of dyspepsia in the general population in <PERSOON-##> G.
572
nvmdl
die zich in de eerste lijn presenteren met maagklachten, een De arts dient zich te realiseren dat NSAID-gebruik een belangrijke oorzaak van maagklachten is De arts dient zich te realiseren dat galstenen soms (bij <DATUM> van de patiënten) en Bernersen##, Stanghellini##, Andersson##, Sihvo##, Kurata## Coeliakie komt bij patiënten met maagklachten niet vaker voor dan in de De arts dient zich te realiseren dat er een etiologische relatie bestaat tussen roken en Quartero AO, Numans ME, <PERSOON> NJ de One-year prognosis of primary care dyspepsia predictive value of symptom pattern, Helicobacter pylori and GP management <PERSOON> of dyspepsia four hundred unselected consecutive patients in general practice <PERSOON> EA, et al Do NSAIDs cause dyspepsia? A meta-analysis ## <PERSOON> pylori and smoking two additive risk factors for organic dyspepsia <PERSOON> Med ## Kraag N, <PERSOON> – how noisy are gallstones? A meta-analysis of epidemiologic studies of biliary pain, dyspeptic symptoms, and food intolerance <PERSOON> ###;<DATUM> ## ## <PERSOON> SS, Bhatia SJ, Mistry FP Epidemiology of dyspepsia in the general population in <PERSOON> RH, Tait CL Gastrointestinal side-effects of NSAIDs in the community <PERSOON-##> WS, Zinsmeister AR, Melton LJ III Nonsteroidal antiinflammatory drugs <PERSOON-##> PG, Manning SI, Daly MJ, Heatley RV Dyspepsia workload in urban general practice and and dyspepsia in the elderly Dig Dis Sci ###;## ###-## implications of the British Society of Gastroenterology Dyspepsia guidelines (###) <PERSOON-##> JF, <PERSOON-##>, endoscopic and histologic findings in Larkai EN, <PERSOON-##> JL, Lidsky MD, Sessoms SL, <PERSOON-##> DY Dyspepsia in NSAID users the size of the problem #,### patients of whom ### were colonized by Campylobacter pylori <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> M, et al Dyspepsia in rural residents of Estonia Lifestyle factors, psychoemotional disorders, and familial history of gastrointestinal diseases <PERSOON-##> B Non-ulcer dyspepsia and peptic ulcer the distribution in a population and ## <PERSOON-##> between upper gastrointestinal symptoms and lifestyle, psychosocial factors and comorbidity in the general population results from the <PERSOON-##> in general practice psychological findings in relation ## <PERSOON-##> E.
543
nvmdl
RH, Tait CL Gastrointestinal side-effects of NSAIDs in the community <PERSOON> WS, Zinsmeister AR, Melton LJ III Nonsteroidal antiinflammatory drugs <PERSOON> PG, Manning SI, Daly MJ, Heatley RV Dyspepsia workload in urban general practice and and dyspepsia in the elderly Dig Dis Sci ###;## ###-## implications of the British Society of Gastroenterology Dyspepsia guidelines (###) <PERSOON> JF, <PERSOON>, endoscopic and histologic findings in Larkai EN, <PERSOON> JL, Lidsky MD, Sessoms SL, <PERSOON> DY Dyspepsia in NSAID users the size of the problem #,### patients of whom ### were colonized by Campylobacter pylori <PERSOON> N, <PERSOON> M, et al Dyspepsia in rural residents of Estonia Lifestyle factors, psychoemotional disorders, and familial history of gastrointestinal diseases <PERSOON> B Non-ulcer dyspepsia and peptic ulcer the distribution in a population and ## <PERSOON-##> between upper gastrointestinal symptoms and lifestyle, psychosocial factors and comorbidity in the general population results from the <PERSOON-##> in general practice psychological findings in relation ## <PERSOON-##> JH, Nogawa AN, <PERSOON-##> YK, Parker CE Dyspepsia in primary care perceived causes, reasons for improvement, ## <PERSOON-##> of dyspepsia four hundred unselected consecutive patients in general practice <PERSOON-##> RP, Beattie AD, <PERSOON-##> WB, Marjoribanks FM, et al A database on dyspepsia Gut ## Talley NJ, Zinsmeister AR, Schleck CD, Melton LJ III Smoking, alcohol, and analgesics in dyspepsia and among dyspepsia subgroups lack of an association in a community <PERSOON-##> EF van, <PERSOON-##> AJ Functional bowel symptoms in a general Dutch population and associations with common stimulants <PERSOON-##>, severity and associated features of gastro-oesophageal tweede lijn; ### RA-patiënten met reumatoïde artritis en chronisch NSAID-gebruik eerste lijn; ##<DATUM> chronisch NSAIDgebruikers (negen maanden van voorafgaande jaar) en ##<DATUM> op leeftijd en Etiologische rol van psychische factoren bij niet-onderzochte patiënten met maagklachten OR = odds ratio; RR = relatief risico; RA = reumatoïde artritis; H#RA = H#-receptorantagonist; NSAID = niet-steroïde anti-inflammatoir geneesmiddel Etiologische rol van NSAID’s bij niet-onderzochte patiënten met maagklachten Etiologie van niet-nader-onderzochte dyspepsie rol van coeliakie, alcohol, galstenen, voeding en roken OR = odds ratio; RR = relatief risico; IBS = prikkelbaredarmsyndroom.
562
nvmdl
AN, <PERSOON> YK, Parker CE Dyspepsia in primary care perceived causes, reasons for improvement, ## <PERSOON> of dyspepsia four hundred unselected consecutive patients in general practice <PERSOON> RP, Beattie AD, <PERSOON> WB, Marjoribanks FM, et al A database on dyspepsia Gut ## Talley NJ, Zinsmeister AR, Schleck CD, Melton LJ III Smoking, alcohol, and analgesics in dyspepsia and among dyspepsia subgroups lack of an association in a community <PERSOON> EF van, <PERSOON> AJ Functional bowel symptoms in a general Dutch population and associations with common stimulants <PERSOON>, severity and associated features of gastro-oesophageal tweede lijn; ### RA-patiënten met reumatoïde artritis en chronisch NSAID-gebruik eerste lijn; ##<DATUM> chronisch NSAIDgebruikers (negen maanden van voorafgaande jaar) en ##<DATUM> op leeftijd en Etiologische rol van psychische factoren bij niet-onderzochte patiënten met maagklachten OR = odds ratio; RR = relatief risico; RA = reumatoïde artritis; H#RA = H#-receptorantagonist; NSAID = niet-steroïde anti-inflammatoir geneesmiddel Etiologische rol van NSAID’s bij niet-onderzochte patiënten met maagklachten Etiologie van niet-nader-onderzochte dyspepsie rol van coeliakie, alcohol, galstenen, voeding en roken OR = odds ratio; RR = relatief risico; IBS = prikkelbaredarmsyndroom Dit heeft te maken met de onderzoekspopulatie consulteerders bij de huisarts versus algemene bevolking, dan wel Nederlandse situatie versus buitenland In een oude studie uit de jaren zestig van de vorige eeuw, verricht in Schotland, waar een hoge ulcusprevalentie was en is, had ##% drie jaar na een eerste inventarisatie nog klachten # Een soortgelijk beeld was er op het platteland van Minnesota, Verenigde Staten # Deze resultaten werden niet bevestigd door ander Amerikaans onderzoek # Twee onderzoeken in de Nederlandse situatie in de eerste lijn laten een veel gunstiger beeld zien de klachten waren bij ##-##% van de patiënten na een jaar verbeterd of verdwenen #,# De gunstige prognose was niet gerelateerd aan het soort medische interventies # Omdat het hier observationeel onderzoek betreft, mogen geen conclusies worden getrokken Over de specifieke prognose van maagklachten bij niet-westerse allochtonen ontbreekt literatuur De aandacht gaat bij patiënten met maagklachten vaak naar medicamenteuze behandeling en de kortetermijnresultaten daarvan Het belang van een therapeutische interventie dient echter te worden afgewogen tegen het natuurlijke beloop van de aandoening Dit is des te meer het geval bij klachten waarbij het nut van farmacotherapie twijfelachtig is Gelet op de invloed van maagklachten op de kwaliteit van leven is dat laatste een belangrijke uitkomst# Vraag # Wat is de prognose van patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten wat betreft klachten en kwaliteit van leven? In <LOCATIE> is de prognose bij ##-##% van de patiënten met maagklachten in de huisartspraktijk gunstig Dit geldt voor zowel de intensiteit van klachten.
580
nvmdl
onderzoekspopulatie consulteerders bij de huisarts versus algemene bevolking, dan wel Nederlandse situatie versus buitenland In een oude studie uit de jaren zestig van de vorige eeuw, verricht in Schotland, waar een hoge ulcusprevalentie was en is, had ##% drie jaar na een eerste inventarisatie nog klachten # Een soortgelijk beeld was er op het platteland van Minnesota, Verenigde Staten # Deze resultaten werden niet bevestigd door ander Amerikaans onderzoek # Twee onderzoeken in de Nederlandse situatie in de eerste lijn laten een veel gunstiger beeld zien de klachten waren bij ##-##% van de patiënten na een jaar verbeterd of verdwenen #,# De gunstige prognose was niet gerelateerd aan het soort medische interventies # Omdat het hier observationeel onderzoek betreft, mogen geen conclusies worden getrokken Over de specifieke prognose van maagklachten bij niet-westerse allochtonen ontbreekt literatuur De aandacht gaat bij patiënten met maagklachten vaak naar medicamenteuze behandeling en de kortetermijnresultaten daarvan Het belang van een therapeutische interventie dient echter te worden afgewogen tegen het natuurlijke beloop van de aandoening Dit is des te meer het geval bij klachten waarbij het nut van farmacotherapie twijfelachtig is Gelet op de invloed van maagklachten op de kwaliteit van leven is dat laatste een belangrijke uitkomst# Vraag # Wat is de prognose van patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten wat betreft klachten en kwaliteit van leven? In <LOCATIE> is de prognose bij ##-##% van de patiënten met maagklachten in de huisartspraktijk gunstig Dit geldt voor zowel de intensiteit van klachten met het gunstige beloop van de klachten bij het merendeel van de patiënten <PERSOON> JR Placebo in functional dyspepsia symptomatic, gastrointestinal motor, and gastric sensorial responses <PERSOON> RD, Backett EM Studies of the epidemiology of peptic ulcer in a rural community prevalence and natural ##% nog klachten; ontstaan medicatiegebruik hangt samen met Talley NJ, Weaver AL, Zinsmeister AR, Melton LJ Onset and disappearance of gastrointestinal symptoms and functional <PERSOON> AM, Scheiman JM Outcomes of initial noninvasive Helicobacter pylori testing in US primary care <PERSOON> GH, Knottnerus JA One-year prognosis of abdominal complaints in general practice a prospective study of patients in whom no organic cause is found Br J Gen Pract ###;#<DATUM> # Vraag # Wat is de waarde van aanvullende diagnostiek bij patiënten met nietnader-onderzochte maagklachten in termen van (a) het vinden van een verklaring voor de klacht, (b) verbetering van kwaliteit van leven, Gepresenteerde symptomen van pijn of ongemak in de bovenbuik leiden tot een werkhypothese of symptoomdiagnose ‘maagklachten’ Gezien de gebrekkige specificiteit van deze symptomen ontstaat bij persisteren of recidiveren van de klachten bij patiënt en arts de behoefte aan nadere diagnostiek Eén of meer van de genoemde vragen kunnen ten grondslag liggen aan deze behoefte Bij de beantwoording hiervan moet onderscheid worden gemaakt tussen patiënten.
566
nvmdl
van de klachten bij het merendeel van de patiënten <PERSOON> JR Placebo in functional dyspepsia symptomatic, gastrointestinal motor, and gastric sensorial responses <PERSOON> RD, Backett EM Studies of the epidemiology of peptic ulcer in a rural community prevalence and natural ##% nog klachten; ontstaan medicatiegebruik hangt samen met Talley NJ, Weaver AL, Zinsmeister AR, Melton LJ Onset and disappearance of gastrointestinal symptoms and functional <PERSOON> AM, Scheiman JM Outcomes of initial noninvasive Helicobacter pylori testing in US primary care <PERSOON> GH, Knottnerus JA One-year prognosis of abdominal complaints in general practice a prospective study of patients in whom no organic cause is found Br J Gen Pract ###;#<DATUM> # Vraag # Wat is de waarde van aanvullende diagnostiek bij patiënten met nietnader-onderzochte maagklachten in termen van (a) het vinden van een verklaring voor de klacht, (b) verbetering van kwaliteit van leven, Gepresenteerde symptomen van pijn of ongemak in de bovenbuik leiden tot een werkhypothese of symptoomdiagnose ‘maagklachten’ Gezien de gebrekkige specificiteit van deze symptomen ontstaat bij persisteren of recidiveren van de klachten bij patiënt en arts de behoefte aan nadere diagnostiek Eén of meer van de genoemde vragen kunnen ten grondslag liggen aan deze behoefte Bij de beantwoording hiervan moet onderscheid worden gemaakt tussen patiënten diagnostiek Iedere arts bepaalt aan de hand van een aantal factoren – waaronder extreme bezorgdheid van de patiënt en ernst van de klachten – of er (aanvullend) onderzoek wordt gedaan De diagnostische superioriteit van endoscopie ten opzichte van röntgenonderzoek Verklaring voor de klacht In ongeveer ##-##% van de gevallen wordt bij endoscopische diagnostiek van maagklachten een pathofysiologisch substraat aangetroffen, waarvan een relatie met de Kwaliteit van leven, geruststelling Twee studies suggereren een verbetering van kwaliteit van leven na endoscopie vanwege minder consultatie en minder gebruik van geneesmiddelen #,# Hoewel endoscopie bij patiënten met langer bestaande klachten dus een positieve invloed heeft op kwaliteit van leven en medicatiegebruik, is de invloed ervan niet onderzocht bij patiënten met kort bestaande klachten Gezien de etiologie en gunstige prognose van maagklachten (zie hoofdstuk #, vraag # en #) is naar het oordeel van de werkgroep, bij kort bestaande maagklachten, een terughoudend beleid ten aanzien van het aanvragen van endoscopie gewenst Ook andere aspecten die kwaliteit van leven beïnvloeden, zoals ongerustheid van de patiënt, moeten worden meegenomen in de beslissing al of niet endoscopie aan te vragen Uiteindelijk kunnen ook overwegingen als gebruik van gezondheidsvoorzieningen (consultatie, GE-medicatie van #,#-#,#; één patiënt na acht maanden bloedend ##% reductie in aantal consulten bij geen afwijkingen, ##% bij grote en ##% bij kleine; ##% zonder afwijkingen stopt of vermindert medicatie na endo versus barium röntgenfoto kosten van consultatie, medicatie en diagnostiek in zes maanden na medische kosten van ##,# voor endoscopie naar ##,# na endoscopie refereert studies van <PERSOON>; stelt dat onbekend.
606
nvmdl
extreme bezorgdheid van de patiënt en ernst van de klachten – of er (aanvullend) onderzoek wordt gedaan De diagnostische superioriteit van endoscopie ten opzichte van röntgenonderzoek Verklaring voor de klacht In ongeveer ##-##% van de gevallen wordt bij endoscopische diagnostiek van maagklachten een pathofysiologisch substraat aangetroffen, waarvan een relatie met de Kwaliteit van leven, geruststelling Twee studies suggereren een verbetering van kwaliteit van leven na endoscopie vanwege minder consultatie en minder gebruik van geneesmiddelen #,# Hoewel endoscopie bij patiënten met langer bestaande klachten dus een positieve invloed heeft op kwaliteit van leven en medicatiegebruik, is de invloed ervan niet onderzocht bij patiënten met kort bestaande klachten Gezien de etiologie en gunstige prognose van maagklachten (zie hoofdstuk #, vraag # en #) is naar het oordeel van de werkgroep, bij kort bestaande maagklachten, een terughoudend beleid ten aanzien van het aanvragen van endoscopie gewenst Ook andere aspecten die kwaliteit van leven beïnvloeden, zoals ongerustheid van de patiënt, moeten worden meegenomen in de beslissing al of niet endoscopie aan te vragen Uiteindelijk kunnen ook overwegingen als gebruik van gezondheidsvoorzieningen (consultatie, GE-medicatie van #,#-#,#; één patiënt na acht maanden bloedend ##% reductie in aantal consulten bij geen afwijkingen, ##% bij grote en ##% bij kleine; ##% zonder afwijkingen stopt of vermindert medicatie na endo versus barium röntgenfoto kosten van consultatie, medicatie en diagnostiek in zes maanden na medische kosten van ##,# voor endoscopie naar ##,# na endoscopie refereert studies van <PERSOON>; stelt dat onbekend minder consulten en recepten voor maagklachten en psychische klachten in het jaar na endoscopie dan het jaar ervoor endoscopie; controle ## patiënten meer lichamelijke klachten, grotere ontevredenheid, minder verbetering; Er zijn duidelijke aanwijzingen dat endoscopische diagnostiek tot een verminderd gebruik van consultatie en medicatiegebruik leidt Er zijn duidelijke aanwijzingen dat een normale uitslag van endoscopie bijdraagt aan de geruststelling en verbetering van kwaliteit van leven Bij endoscopische diagnostiek wordt bij ongeveer ##-##% van de patiënten <LOCATIE> van aanvullende diagnostiek bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten Een andere studie laat weinig twijfel kort na een normale uitslag van een scopie is de kwaliteit van leven vergelijkbaar met die in de algemene bevolking, terwijl die vóór de scopie duidelijk minder was ## Een studie waarin röntgenonderzoek werd vergeleken met empirische therapie, toonde geen verschil in kwaliteit van leven ## Vermindering consultatie en medicatiegebruik In de twee studies uit de eerste lijn blijkt dat na endoscopie er een aanzienlijke vermindering in consulten, GE-consulten en gebruik van medicatie is;# dit is vooral het geval wanneer de endoscopie geen afwijkingen vertoont, maar in mindere mate ook wanneer er wel een afwijking was gevonden # Een studie in de Verenigde Staten waarin endoscopie werd vergeleken met röntgenonderzoek, bevestigt de verminderde kosten van medicatie na endoscopie In een systematische review worden de resultaten van genoemde studies bevestigd, maar hierbij wordt wel aangetekend dat in de beide studies uit de huisartspraktijk niet gecorrigeerd was voor het natuurlijk beloop # Bij kort bestaande maagklachten zonder alarmsymptomen is, gezien de gunstige prognose, een terughoudend diagnostisch beleid aangewezen.
622
nvmdl
psychische klachten in het jaar na endoscopie dan het jaar ervoor endoscopie; controle ## patiënten meer lichamelijke klachten, grotere ontevredenheid, minder verbetering; Er zijn duidelijke aanwijzingen dat endoscopische diagnostiek tot een verminderd gebruik van consultatie en medicatiegebruik leidt Er zijn duidelijke aanwijzingen dat een normale uitslag van endoscopie bijdraagt aan de geruststelling en verbetering van kwaliteit van leven Bij endoscopische diagnostiek wordt bij ongeveer ##-##% van de patiënten <LOCATIE> van aanvullende diagnostiek bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten Een andere studie laat weinig twijfel kort na een normale uitslag van een scopie is de kwaliteit van leven vergelijkbaar met die in de algemene bevolking, terwijl die vóór de scopie duidelijk minder was ## Een studie waarin röntgenonderzoek werd vergeleken met empirische therapie, toonde geen verschil in kwaliteit van leven ## Vermindering consultatie en medicatiegebruik In de twee studies uit de eerste lijn blijkt dat na endoscopie er een aanzienlijke vermindering in consulten, GE-consulten en gebruik van medicatie is;# dit is vooral het geval wanneer de endoscopie geen afwijkingen vertoont, maar in mindere mate ook wanneer er wel een afwijking was gevonden # Een studie in de Verenigde Staten waarin endoscopie werd vergeleken met röntgenonderzoek, bevestigt de verminderde kosten van medicatie na endoscopie In een systematische review worden de resultaten van genoemde studies bevestigd, maar hierbij wordt wel aangetekend dat in de beide studies uit de huisartspraktijk niet gecorrigeerd was voor het natuurlijk beloop # Bij kort bestaande maagklachten zonder alarmsymptomen is, gezien de gunstige prognose, een terughoudend diagnostisch beleid aangewezen persisteren ondanks empirische behandeling, is aanvullend onderzoek gewenst, Vraag # Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de Vraag #a Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de Barnes RJ, Gear MWL, <PERSOON> A, Dew AB Study of dyspepsia in a general practice as assessed by endoscopy and <PERSOON> of the accuracy of double contrast gastroduodenal radiology <PERSOON> of dyspepsia four hundred unselected Ulcusziekte en refluxziekte worden bij ##-##% van de mensen met niet-nader-onderzochte maagklachten aangetroffen Bij deze patiënten is zuurremmende behandeling rationeel Bij degenen met functionele maagklachten is geen ratio aan te geven voor een specifieke medicamenteuze behandeling en bij hen is deze behandeling nauwelijks effectiever dan placebo (zie hoofdstuk ##, vraag ##) Empirisch onderzoek in de groep niet-nader-onderzochte maagklachten moet antwoord geven op de vraag of, en zo ja welke, medicamenteuze behandeling het effectiefst prokinetica in aanmerking, gezien de hoge prevalentie van motiliteitsstoornissen bij functionele maakt de vraag naar het effect van psychotrope medicatie (antidepressiva, anxiolytica) relevant; Quartero AO, Numans ME, <PERSOON> NJ de Gastroscopie is vaker afwijkend dan de huisarts verwacht <PERSOON> effectiveness of endoscopy in the management of dyspepsia a qualitative systematic Hungin APS, <PERSOON> BR, et al What happens to patients following open access gastroscopy? <PERSOON> outcome study from general practice Br J Gen Pract ###;#<DATUM> ##.
585
nvmdl
ondanks empirische behandeling, is aanvullend onderzoek gewenst, Vraag # Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de Vraag #a Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de Barnes RJ, Gear MWL, <PERSOON> A, Dew AB Study of dyspepsia in a general practice as assessed by endoscopy and <PERSOON> of the accuracy of double contrast gastroduodenal radiology <PERSOON> of dyspepsia four hundred unselected Ulcusziekte en refluxziekte worden bij ##-##% van de mensen met niet-nader-onderzochte maagklachten aangetroffen Bij deze patiënten is zuurremmende behandeling rationeel Bij degenen met functionele maagklachten is geen ratio aan te geven voor een specifieke medicamenteuze behandeling en bij hen is deze behandeling nauwelijks effectiever dan placebo (zie hoofdstuk ##, vraag ##) Empirisch onderzoek in de groep niet-nader-onderzochte maagklachten moet antwoord geven op de vraag of, en zo ja welke, medicamenteuze behandeling het effectiefst prokinetica in aanmerking, gezien de hoge prevalentie van motiliteitsstoornissen bij functionele maakt de vraag naar het effect van psychotrope medicatie (antidepressiva, anxiolytica) relevant; Quartero AO, Numans ME, <PERSOON> NJ de Gastroscopie is vaker afwijkend dan de huisarts verwacht <PERSOON> effectiveness of endoscopy in the management of dyspepsia a qualitative systematic Hungin APS, <PERSOON> BR, et al What happens to patients following open access gastroscopy? <PERSOON> outcome study from general practice <PERSOON> happens to patients with non-ulcer dyspepsia after endoscopy? Practitioner ###;### #<DATUM> <PERSOON> outcome of unexplained dyspepsia, a questionnaire follow-up study of ## <PERSOON-##> endoscopy have a positive impact on quality of life in dyspepsia? ## <PERSOON-##> GA Is upper gastrointestinal radiography necessary in the initial management of uncomplicated dyspepsia? A randomized controlled trial comparing empiric antacid therapy plus patient reassurance with traditional care J Gen Intern Med ###;<DATUM> ## ## Longstreth GF Long-term costs after gastroenterology consultation with endoscopy versus radiography in dyspepsia Antacida Op basis van een studie mag worden geconcludeerd dat er op zijn minst enig effect op klachten is van antacida ##% van de patiënten ondervond verlichting van het prominentste symptoom # De selectie in deze studie was gericht op patiënten met zuurgerelateerde aandoeningen Een andere studie, onder weinig patiënten, draagt weinig bij het spasmolyticum dicyclomine wordt in <LOCATIE> niet gebruikt voor de indicatie ‘maagklachten’ # H#-receptorantagonisten, protonpompremmers Een systematische review naar de effectiviteit van protonpompremmers, H#-receptorantagonisten en antacida bij dyspepsie laat zien dat protonpompremmers effectiever zijn dan zowel H#-receptorantagonisten als antacida bij de behandeling van dyspepsie # Over de effectiviteit van H#-receptorantagonisten vergeleken met die van antacida en placebo kon in deze review geen uitspraak gedaan worden bij gebrek aan goed uitgevoerde studies.
570
nvmdl
<PERSOON> happens to patients with non-ulcer dyspepsia after endoscopy? Practitioner ###;### #<DATUM> <PERSOON> outcome of unexplained dyspepsia, a questionnaire follow-up study of ## <PERSOON> endoscopy have a positive impact on quality of life in dyspepsia? ## <PERSOON> GA Is upper gastrointestinal radiography necessary in the initial management of uncomplicated dyspepsia? A randomized controlled trial comparing empiric antacid therapy plus patient reassurance with traditional care J Gen Intern Med ###;<DATUM> ## ## Longstreth GF Long-term costs after gastroenterology consultation with endoscopy versus radiography in dyspepsia Antacida Op basis van een studie mag worden geconcludeerd dat er op zijn minst enig effect op klachten is van antacida ##% van de patiënten ondervond verlichting van het prominentste symptoom # De selectie in deze studie was gericht op patiënten met zuurgerelateerde aandoeningen Een andere studie, onder weinig patiënten, draagt weinig bij het spasmolyticum dicyclomine wordt in <LOCATIE> niet gebruikt voor de indicatie ‘maagklachten’ # H#-receptorantagonisten, protonpompremmers Een systematische review naar de effectiviteit van protonpompremmers, H#-receptorantagonisten en antacida bij dyspepsie laat zien dat protonpompremmers effectiever zijn dan zowel H#-receptorantagonisten als antacida bij de behandeling van dyspepsie # Over de effectiviteit van H#-receptorantagonisten vergeleken met die van antacida en placebo kon in deze review geen uitspraak gedaan worden bij gebrek aan goed uitgevoerde studies waarschijnlijk een selectie vormen en relatief veel patiënten met refluxziekte betreffen In twee goed uitgevoerde Nederlandse studies was er geen verschil in effect tussen de verschillende maagmiddelen In de ene studie werd bij ### personen een protonpompremmer vergeleken met cisapride; protonpompremmers leken effectiever bij refluxklachten, een prokineticum leek effectiever bij aspecifieke klachten In de andere studie met ### personen werd ranitidine met cisapride vergeleken # Beide studies lieten geen statistisch significant verschil zien in effect van de behandeling op de symptoomscore Antacida geven bij ongeveer ##% van de patiënten met niet-nader-onderzochte <PERSOON> NT, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> AJ A randomised controlled trial of four management strategies for dyspepsia relationships between symptom subgroups and strategy outcome Quartero AO, Numans ME, Melker RA de, <PERSOON> NJ de Dyspepsia in primary care acid suppression as (Cochrane Review) In <PERSOON> Cochrane Library, Issue #, ### Oxford Update Software Delaney <PERSOON-##> MA, Deeks J, <PERSOON-##> P, et al Initial management strategies for dyspepsia <PERSOON-##> of dicyclomine with antacid and without antacid in dyspepsia multicentre study in general practice Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ## effective and superior alternative strategy in the management of dyspepsia compared to antacid/alginate liquid a <PERSOON-##> RG, Roffe EJ, Powell JA, et al First line treatment with omeprazole provides an.
595
nvmdl
vormen en relatief veel patiënten met refluxziekte betreffen In twee goed uitgevoerde Nederlandse studies was er geen verschil in effect tussen de verschillende maagmiddelen In de ene studie werd bij ### personen een protonpompremmer vergeleken met cisapride; protonpompremmers leken effectiever bij refluxklachten, een prokineticum leek effectiever bij aspecifieke klachten In de andere studie met ### personen werd ranitidine met cisapride vergeleken # Beide studies lieten geen statistisch significant verschil zien in effect van de behandeling op de symptoomscore Antacida geven bij ongeveer ##% van de patiënten met niet-nader-onderzochte <PERSOON> NT, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> AJ A randomised controlled trial of four management strategies for dyspepsia relationships between symptom subgroups and strategy outcome Quartero AO, Numans ME, Melker RA de, <PERSOON> NJ de Dyspepsia in primary care acid suppression as (Cochrane Review) In <PERSOON> Cochrane Library, Issue #, ### Oxford Update Software Delaney <PERSOON> MA, Deeks J, <PERSOON> P, et al Initial management strategies for dyspepsia <PERSOON> of dicyclomine with antacid and without antacid in dyspepsia multicentre study in general practice Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ## effective and superior alternative strategy in the management of dyspepsia compared to antacid/alginate liquid a <PERSOON> RG, Roffe EJ, Powell JA, et al First line treatment with omeprazole provides an Met name bij geringe of incidentele klachten kunnen antacida, vanwege hun directe klachtenverlichting, een effectieve behandeling zijn Er zijn vraagtekens geplaatst bij de effectiviteit van protonpompremmers ten opzichte van divers, waarbij refluxziekte oververtegenwoordigd lijkt te zijn Ofschoon een deel van de nietnader-onderzochte maagklachten refluxziekte zal betreffen, is het nut van zuurremming bij het grote aandeel functionele maagklachten in deze groep op zijn minst twijfelachtig Voor de totale groep patiënten met niet-nader- onderzochte maagklachten ontbreekt bewijs voor de Tabel <DATUM> Effectiviteit van zuurremmende middelen bij niet-nader-onderzochte maagklachten effective as prokinetic therapy A randomized clinical trial <PERSOON-##> ###;#<DATUM> # Vraag #b Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de therapeutische effectiviteit van prokinetica? Voor prokinetica is geen plaats bij de behandeling van niet-nader-onderzochte maagklachten De toepassing van cisapride is sinds het uitvoeren van genoemde studies aanzienlijk ingeperkt door de ernstige bijwerkingen die zijn geconstateerd Ofschoon er geen aanwijzingen zijn voor soortgelijke bijwerkingen bij de overige prokinetica, is er onvoldoende bewijs voor de Gezien het gunstige beloop bij het merendeel van de patiënten en het voorhanden zijn van alternatieven, is er naar de mening van de werkgroep geen reden tot het gebruik van prokinetica Bij patiënten met maagklachten, maar zonder aanwijzingen voor zuurgerelateerde oorzaken zoals reflux- of ulcusziekte (zure oprispingen, zuurbranden, hongerpijn, voorgeschiedenis van ulcus- of refluxziekte) zou cisapride Bij niet-nader-onderzochte maagklachten is cisapride ten minste zo effectief Prokinetica zijn onderzocht in een systematische Cochrane-review over initieel beleid bij.
586
nvmdl
bij geringe of incidentele klachten kunnen antacida, vanwege hun directe klachtenverlichting, een effectieve behandeling zijn Er zijn vraagtekens geplaatst bij de effectiviteit van protonpompremmers ten opzichte van divers, waarbij refluxziekte oververtegenwoordigd lijkt te zijn Ofschoon een deel van de nietnader-onderzochte maagklachten refluxziekte zal betreffen, is het nut van zuurremming bij het grote aandeel functionele maagklachten in deze groep op zijn minst twijfelachtig Voor de totale groep patiënten met niet-nader- onderzochte maagklachten ontbreekt bewijs voor de Tabel <DATUM> Effectiviteit van zuurremmende middelen bij niet-nader-onderzochte maagklachten effective as prokinetic therapy A randomized clinical trial <PERSOON> ###;#<DATUM> # Vraag #b Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de therapeutische effectiviteit van prokinetica? Voor prokinetica is geen plaats bij de behandeling van niet-nader-onderzochte maagklachten De toepassing van cisapride is sinds het uitvoeren van genoemde studies aanzienlijk ingeperkt door de ernstige bijwerkingen die zijn geconstateerd Ofschoon er geen aanwijzingen zijn voor soortgelijke bijwerkingen bij de overige prokinetica, is er onvoldoende bewijs voor de Gezien het gunstige beloop bij het merendeel van de patiënten en het voorhanden zijn van alternatieven, is er naar de mening van de werkgroep geen reden tot het gebruik van prokinetica Bij patiënten met maagklachten, maar zonder aanwijzingen voor zuurgerelateerde oorzaken zoals reflux- of ulcusziekte (zure oprispingen, zuurbranden, hongerpijn, voorgeschiedenis van ulcus- of refluxziekte) zou cisapride Bij niet-nader-onderzochte maagklachten is cisapride ten minste zo effectief Prokinetica zijn onderzocht in een systematische Cochrane-review over initieel beleid bij Nederlandse huisartspraktijk In de ene studie is cisapride vergeleken met een protonpompremmer, waarbij geen voordeel van een van beide medicamenten werd gezien # Ofschoon een gebrekkige ‘power’ harde uitspraken verhindert, waren er aanwijzingen dat de subgroep met aspecifieke klachten voordeel had van het prokineticum In de andere studie werd geen voordeel van cisapride gezien boven ranitidine Na vier maanden had in beide groepen ##% van de Omdat een deel van de patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten refluxziekte heeft, is het zinvol aan hen dezelfde niet-medicamenteuze adviezen te geven als bij De arts kan overwegen aan te sluiten bij de persoonlijke voedingsintoleranties en leefstijlfactoren van de patiënt Vraag #c Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de Patiënten met maagklachten leggen vaak een relatie tussen bepaalde voedingsmiddelen en hun klachten Het is echter de vraag in hoeverre niet-medicamenteuze adviezen rationeel Er is geen goed uitgevoerd onderzoek gevonden naar het vermijden van bepaalde voedingsmiddelen en staken met roken als interventie bij niet-nader-onderzochte maagklachten Er is geen wetenschappelijke onderbouwing mogelijk van niet-medicamenteuze adviezen (met name voedingsadviezen en het stoppen met Anders dan bij medicamenteuze adviezen zijn er aan niet-medicamenteuze adviezen geen hoge kosten verbonden Er zijn geen bijwerkingen en niet-medicamenteuze adviezen kunnen de patiënt handvatten geven zélf wat aan de klachten te doen In focusgroepverslagen en een vragenlijstonderzoek naar verwachtingen bij patiënten stelden patiënten ook niet-medicamenteuze adviezen op prijs (zie hoofdstuk #) Bovendien is op basis van beperkt onderzoek een etiologische relatie tussen roken en niet-naderonderzochte maagklachten aannemelijk (zie hoofdstuk #) Vraag ##.
592
nvmdl
vergeleken met een protonpompremmer, waarbij geen voordeel van een van beide medicamenten werd gezien # Ofschoon een gebrekkige ‘power’ harde uitspraken verhindert, waren er aanwijzingen dat de subgroep met aspecifieke klachten voordeel had van het prokineticum In de andere studie werd geen voordeel van cisapride gezien boven ranitidine Na vier maanden had in beide groepen ##% van de Omdat een deel van de patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten refluxziekte heeft, is het zinvol aan hen dezelfde niet-medicamenteuze adviezen te geven als bij De arts kan overwegen aan te sluiten bij de persoonlijke voedingsintoleranties en leefstijlfactoren van de patiënt Vraag #c Wat is bij patiënten met niet-nader-onderzochte maagklachten de Patiënten met maagklachten leggen vaak een relatie tussen bepaalde voedingsmiddelen en hun klachten Het is echter de vraag in hoeverre niet-medicamenteuze adviezen rationeel Er is geen goed uitgevoerd onderzoek gevonden naar het vermijden van bepaalde voedingsmiddelen en staken met roken als interventie bij niet-nader-onderzochte maagklachten Er is geen wetenschappelijke onderbouwing mogelijk van niet-medicamenteuze adviezen (met name voedingsadviezen en het stoppen met Anders dan bij medicamenteuze adviezen zijn er aan niet-medicamenteuze adviezen geen hoge kosten verbonden Er zijn geen bijwerkingen en niet-medicamenteuze adviezen kunnen de patiënt handvatten geven zélf wat aan de klachten te doen In focusgroepverslagen en een vragenlijstonderzoek naar verwachtingen bij patiënten stelden patiënten ook niet-medicamenteuze adviezen op prijs (zie hoofdstuk #) Bovendien is op basis van beperkt onderzoek een etiologische relatie tussen roken en niet-naderonderzochte maagklachten aannemelijk (zie hoofdstuk #) Vraag ## H pylori-test, Een in de eerste lijn gesignaleerd probleem is dat bewijs voor de effectiviteit van bepaalde behandelingen niet zonder meer generaliseerbaar is naar iedere patiënt die zich met (in dit geval) maagklachten op het spreekuur meldt <DATUM> De effectiviteit van verschillende strategieën vastgesteld in populaties die door enige vorm van selectie tot stand zijn gekomen De kenmerken van die populaties bepalen de overeenkomst met de individuele patiënt die de huisarts consulteert en daarmee de toepasbaarheid van de desbetreffende strategie bij die patiënt De huisarts heeft in zijn spreekkamer kennis van leeftijd en geslacht van de patiënt, hij of zij verzamelt gegevens over de aard, de ernst en de duur van de klachten die worden gepresenteerd en is op de hoogte van achtergrondkenmerken van de praktijkpopulatie (zoals H pylori- en ulcusprevalentie) # In het dossier van de patiënt zijn eventueel eerdere bij de desbetreffende patiënt vastgestelde aandoeningen en daarnaast het resultaat van eventuele eerdere behandelingen vermeld Dit zijn de gegevens waarmee de beslissing voor een bepaalde behandeling of strategie wordt genomen Het selecteren van een populatie met een hoge prevalentie van relevante aandoeningen raakt aan de kern van huisartsgeneeskundig handelen Zoals eerder werd vermeld (hoofdstuk #), is het onvoldoende mogelijk om uitsluitend op basis van patiëntkenmerken en klachtenpatroon tot een zekere diagnose te komen Wanneer klachten langere tijd bestaan en empirisch zijn behandeld met eenvoudige medicamenten (zoals antacida en H#-receptorantagonisten) zonder afdoende resultaat, ontstaat een nieuw beslismoment Huisartsen maken.
573
nvmdl
in de eerste lijn gesignaleerd probleem is dat bewijs voor de effectiviteit van bepaalde behandelingen niet zonder meer generaliseerbaar is naar iedere patiënt die zich met (in dit geval) maagklachten op het spreekuur meldt <DATUM> De effectiviteit van verschillende strategieën vastgesteld in populaties die door enige vorm van selectie tot stand zijn gekomen De kenmerken van die populaties bepalen de overeenkomst met de individuele patiënt die de huisarts consulteert en daarmee de toepasbaarheid van de desbetreffende strategie bij die patiënt De huisarts heeft in zijn spreekkamer kennis van leeftijd en geslacht van de patiënt, hij of zij verzamelt gegevens over de aard, de ernst en de duur van de klachten die worden gepresenteerd en is op de hoogte van achtergrondkenmerken van de praktijkpopulatie (zoals H pylori- en ulcusprevalentie) # In het dossier van de patiënt zijn eventueel eerdere bij de desbetreffende patiënt vastgestelde aandoeningen en daarnaast het resultaat van eventuele eerdere behandelingen vermeld Dit zijn de gegevens waarmee de beslissing voor een bepaalde behandeling of strategie wordt genomen Het selecteren van een populatie met een hoge prevalentie van relevante aandoeningen raakt aan de kern van huisartsgeneeskundig handelen Zoals eerder werd vermeld (hoofdstuk #), is het onvoldoende mogelijk om uitsluitend op basis van patiëntkenmerken en klachtenpatroon tot een zekere diagnose te komen Wanneer klachten langere tijd bestaan en empirisch zijn behandeld met eenvoudige medicamenten (zoals antacida en H#-receptorantagonisten) zonder afdoende resultaat, ontstaat een nieuw beslismoment Huisartsen maken De werkgroep heeft na weging van de wetenschappelijke gegevens besloten dat de keuze tussen de verschillende opties bij een individuele patiënt moet worden gemaakt op basis van individuele kenmerken Aan de hand van aan- of afwezigheid van die kenmerken kan worden uitgemaakt of een patiënt relatief meer kans heeft op refluxziekte, peptisch ulcuslijden of maligniteit In het verleden werd bij de keuze voor aanvullende diagnostiek ook veelvuldig gebruikgemaakt tachtig maakte vergelijkend onderzoek aannemelijk dat endoscopie wanneer werkelijk een diagnose moet worden gesteld, de voorkeur verdient # In <LOCATIE> heeft radiologisch onderzoek, met name door de aanvragen vanuit de eerste lijn, nog lang standgehouden #,# Gezien het feit dat endoscopie superieur is in diagnostische eigenschappen, vooral ook ten aanzien van diagnostiek van slijmvliesaandoeningen, bovendien de mogelijkheid biedt tot weefseldiagnostiek en ten slotte tegenwoordig alom beschikbaar en direct toegankelijk is – ook voor huisartsen – is oesofagogastroduodenoscopie het diagnostisch middel van keuze bij maagklachten In dit hoofdstuk wordt de effectiviteit van drie ‘strategische’ interventies bij patiënten met maagklachten gerelateerd aan de aldus vastgestelde kenmerken van de populatie waarin die effectiviteit is vastgesteld Dit heeft tot doel na te gaan of er wellicht subgroepen van patiënten met maagklachten moeten worden benoemd met een hoge voorafkans op (a) H pyloribesmetting of peptisch ulcus, (b) refluxziekte of (c) een anderszins ernstige organische afwijking zoals een maag- of oesophagusmaligniteit, waardoor de patiënt in aanmerking komt voor de passende strategie Dat is van belang omdat theoretisch deze subgroepen van patiënten wellicht bij uitstek de patiënten zijn bij wie een van de genoemde strategieën het zinvolst is in termen.
578
nvmdl
keuze tussen de verschillende opties bij een individuele patiënt moet worden gemaakt op basis van individuele kenmerken Aan de hand van aan- of afwezigheid van die kenmerken kan worden uitgemaakt of een patiënt relatief meer kans heeft op refluxziekte, peptisch ulcuslijden of maligniteit In het verleden werd bij de keuze voor aanvullende diagnostiek ook veelvuldig gebruikgemaakt tachtig maakte vergelijkend onderzoek aannemelijk dat endoscopie wanneer werkelijk een diagnose moet worden gesteld, de voorkeur verdient # In <LOCATIE> heeft radiologisch onderzoek, met name door de aanvragen vanuit de eerste lijn, nog lang standgehouden #,# Gezien het feit dat endoscopie superieur is in diagnostische eigenschappen, vooral ook ten aanzien van diagnostiek van slijmvliesaandoeningen, bovendien de mogelijkheid biedt tot weefseldiagnostiek en ten slotte tegenwoordig alom beschikbaar en direct toegankelijk is – ook voor huisartsen – is oesofagogastroduodenoscopie het diagnostisch middel van keuze bij maagklachten In dit hoofdstuk wordt de effectiviteit van drie ‘strategische’ interventies bij patiënten met maagklachten gerelateerd aan de aldus vastgestelde kenmerken van de populatie waarin die effectiviteit is vastgesteld Dit heeft tot doel na te gaan of er wellicht subgroepen van patiënten met maagklachten moeten worden benoemd met een hoge voorafkans op (a) H pyloribesmetting of peptisch ulcus, (b) refluxziekte of (c) een anderszins ernstige organische afwijking zoals een maag- of oesophagusmaligniteit, waardoor de patiënt in aanmerking komt voor de passende strategie Dat is van belang omdat theoretisch deze subgroepen van patiënten wellicht bij uitstek de patiënten zijn bij wie een van de genoemde strategieën het zinvolst is in termen ##-## In deze onderzoeken werden patiënten met andere aandoeningen die tot misclassificatie zouden kunnen leiden (patiënten bij wie de kans groot was dat bij hen ten onrechte de diagnose ‘refluxziekte’ werd gesteld), vaak niet geïncludeerd ##,## De behandeling met protonpompremmers is bij deze subgroepen van patiënten met refluxklachten het effectiefst,## maar zoals in hoofdstuk ## wordt beschreven, is succes van de behandeling ook in deze optimale situatie beperkt bewijzend voor de diagnose ‘refluxziekte’ (sensitiviteit circa ##%; specificiteit circa ##%; positieve likelihoodratio circa #,#) Bij patiënten uit minder geselecteerde populaties, met een lagere prevalentie van ‘refluxziekte’, zijn de testeigenschappen van proefbehandeling met protonpompremmers Primaire endoscopie is in enkele onderzoeken vergeleken met andere strategieën (empirische behandeling of H pylori-’test and treat’) <DATUM> #-## Ook in deze onderzoeken werden patiënten geïncludeerd met relatief langdurige en ernstige klachten In recentere onderzoeken was endoscopie zinvoller dan empirische behandeling met zuurremmers bij vooral oudere patiënten () <LEEFTIJD> jaar) met langer bestaande klachten en in populaties met een bekende hoge voorafkans op afwijkingen die gericht moeten worden behandeld (bijvoorbeeld peptische ulcera of maligniteit) ## Een H pylori-’test and treat’-strategie (het verrichten van een diagnostische H pylori-test, indien positief gevolgd door eradicatiebehandeling) blijkt klinisch even effectief als een empirische proefbehandeling bij jonge patiënten met een H pylori-infectie# of als primaire endoscopie in eveneens jonge populaties met een relatief hogere kans op een peptisch ulcus () ##%) <DATUM> In hoofdstuk # is vastgesteld dat de voorafkans op een peptisch ulcus wordt bepaald door de.
648
nvmdl
In deze onderzoeken werden patiënten met andere aandoeningen die tot misclassificatie zouden kunnen leiden (patiënten bij wie de kans groot was dat bij hen ten onrechte de diagnose ‘refluxziekte’ werd gesteld), vaak niet geïncludeerd ##,## De behandeling met protonpompremmers is bij deze subgroepen van patiënten met refluxklachten het effectiefst,## maar zoals in hoofdstuk ## wordt beschreven, is succes van de behandeling ook in deze optimale situatie beperkt bewijzend voor de diagnose ‘refluxziekte’ (sensitiviteit circa ##%; specificiteit circa ##%; positieve likelihoodratio circa #,#) Bij patiënten uit minder geselecteerde populaties, met een lagere prevalentie van ‘refluxziekte’, zijn de testeigenschappen van proefbehandeling met protonpompremmers Primaire endoscopie is in enkele onderzoeken vergeleken met andere strategieën (empirische behandeling of H pylori-’test and treat’) <DATUM> #-## Ook in deze onderzoeken werden patiënten geïncludeerd met relatief langdurige en ernstige klachten In recentere onderzoeken was endoscopie zinvoller dan empirische behandeling met zuurremmers bij vooral oudere patiënten () <LEEFTIJD> jaar) met langer bestaande klachten en in populaties met een bekende hoge voorafkans op afwijkingen die gericht moeten worden behandeld (bijvoorbeeld peptische ulcera of maligniteit) ## Een H pylori-’test and treat’-strategie (het verrichten van een diagnostische H pylori-test, indien positief gevolgd door eradicatiebehandeling) blijkt klinisch even effectief als een empirische proefbehandeling bij jonge patiënten met een H pylori-infectie# of als primaire endoscopie in eveneens jonge populaties met een relatief hogere kans op een peptisch ulcus () ##%) <DATUM> In hoofdstuk # is vastgesteld dat de voorafkans op een peptisch ulcus wordt bepaald door de klachten (met vooral pijn op de voorgrond), juist een hogere leeftijd (vanaf ##-<LEEFTIJD> jaar) en wellicht nog andere populatiekenmerken waarvan het relatieve belang nog niet afdoende is vastgesteld (bijvoorbeeld bepaalde groepen van mediterrane, Aziatische, Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse Maagklachten komen veel voor bij migranten uit het gebied rond de <PERSOON> Veel allochtonen in <LOCATIE> komen uit landen waar H pylori endemisch voorkomt De prevalentie van H pylori-infectie bij allochtonen met maagklachten is hoog; daarnaast laat een recente studie zien dat deze bij allochtonen van Turkse komaf met een ulcus duodeni hoger is dan bij autochtonen met een dergelijk ulcus ## Vooralsnog lijkt echter, ondanks de hogere prevalentie van H pylori, de relatie tussen gepresenteerde klachten en aandoeningen aan slokdarm en maag niet anders te zijn bij allochtonen dan bij autochtonen Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of de prevalentieverschillen moeten leiden tot een ander initieel beleid van maagklachten bij De diagnostische testeigenschappen van een proefbehandeling met protonpompremmers voor de diagnose ‘refluxziekte’ zijn onderzocht en vastgesteld bij patiënten met gemiddeld twee De aard, de ernst en de duur van de klachten, alsmede de prevalentie van H pylori en ulcuslijden in de desbetreffende patiëntenpopulatie zijn van belang voor de klinische effectiviteit van de gekozen behandelstrategie bij De H pylori-’test and treat’-strategie is vooral effectief bij patiënten met chronisch klachten (vijf tot acht jaar), tijdens een (recidief)episode die ten minste twee maanden heeft geduurd op het moment van de interventie diagnose ‘refluxziekte’ een derde tot de helft van de succesvol behandelde.
653
nvmdl
op de voorgrond), juist een hogere leeftijd (vanaf ##-<LEEFTIJD> jaar) en wellicht nog andere populatiekenmerken waarvan het relatieve belang nog niet afdoende is vastgesteld (bijvoorbeeld bepaalde groepen van mediterrane, Aziatische, Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse Maagklachten komen veel voor bij migranten uit het gebied rond de <PERSOON> Veel allochtonen in <LOCATIE> komen uit landen waar H pylori endemisch voorkomt De prevalentie van H pylori-infectie bij allochtonen met maagklachten is hoog; daarnaast laat een recente studie zien dat deze bij allochtonen van Turkse komaf met een ulcus duodeni hoger is dan bij autochtonen met een dergelijk ulcus ## Vooralsnog lijkt echter, ondanks de hogere prevalentie van H pylori, de relatie tussen gepresenteerde klachten en aandoeningen aan slokdarm en maag niet anders te zijn bij allochtonen dan bij autochtonen Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of de prevalentieverschillen moeten leiden tot een ander initieel beleid van maagklachten bij De diagnostische testeigenschappen van een proefbehandeling met protonpompremmers voor de diagnose ‘refluxziekte’ zijn onderzocht en vastgesteld bij patiënten met gemiddeld twee De aard, de ernst en de duur van de klachten, alsmede de prevalentie van H pylori en ulcuslijden in de desbetreffende patiëntenpopulatie zijn van belang voor de klinische effectiviteit van de gekozen behandelstrategie bij De H pylori-’test and treat’-strategie is vooral effectief bij patiënten met chronisch klachten (vijf tot acht jaar), tijdens een (recidief)episode die ten minste twee maanden heeft geduurd op het moment van de interventie diagnose ‘refluxziekte’ een derde tot de helft van de succesvol behandelde Dit is aangetoond bij patiënten met gemiddeld minimaal twee maanden typische en relatief hinderlijke refluxklachten <PERSOON>##, <PERSOON>##, typische refluxklachten (overheersend zuurbranden, oprispen) die na langdurige (ten minste twee maanden) symptomatische behandeling met lichtere medicatie persisteren, of het dagelijks leven dusdanig hinderen dat eerder met protonpompremmers De methoden die kunnen worden gebruikt voor de inschatting van de kans op bepaalde aandoeningen die relevant zijn voor het inzetten van de in deze paragraaf besproken strategische beleidskeuzen, worden gedetailleerder toegelicht in hoofdstuk # over voorspellende waarden De keuze voor niet-invasief testen op H pylori bij patiënten met maagklachten die aan bepaalde criteria voldoen, impliceert dat aan het testresultaat consequenties moeten worden verbonden De keuze tussen H pylori-’test and treat’ en H pylori-’test and investigate’, waarbij in het laatste geval alleen de H pylori-geïnfecteerden worden gepresenteerd voor endoscopie, is niet van invloed op de keuze bij wie op welk moment op H pylori getest moeten worden Een belangrijk punt van discussie is of de groep allochtonen in <LOCATIE>, gezien het duidelijk hogere risico op H pylori-infectie, als separate groep moet worden gezien waarvoor een ander beleid moet worden aanbevolen H pylori komt vaker voor bij personen van oorspronkelijk Nederlanders Factoren van sociaal-economische aard zijn echter evenzeer op de H pyloriprevalentie van invloed Daarnaast zijn psychosociale factoren van invloed op de presentatie van klachten Er is op basis van het huidige onderzoek geen eenduidig advies te geven voor.
592
nvmdl
aangetoond bij patiënten met gemiddeld minimaal twee maanden typische en relatief hinderlijke refluxklachten <PERSOON>##, <PERSOON>##, typische refluxklachten (overheersend zuurbranden, oprispen) die na langdurige (ten minste twee maanden) symptomatische behandeling met lichtere medicatie persisteren, of het dagelijks leven dusdanig hinderen dat eerder met protonpompremmers De methoden die kunnen worden gebruikt voor de inschatting van de kans op bepaalde aandoeningen die relevant zijn voor het inzetten van de in deze paragraaf besproken strategische beleidskeuzen, worden gedetailleerder toegelicht in hoofdstuk # over voorspellende waarden De keuze voor niet-invasief testen op H pylori bij patiënten met maagklachten die aan bepaalde criteria voldoen, impliceert dat aan het testresultaat consequenties moeten worden verbonden De keuze tussen H pylori-’test and treat’ en H pylori-’test and investigate’, waarbij in het laatste geval alleen de H pylori-geïnfecteerden worden gepresenteerd voor endoscopie, is niet van invloed op de keuze bij wie op welk moment op H pylori getest moeten worden Een belangrijk punt van discussie is of de groep allochtonen in <LOCATIE>, gezien het duidelijk hogere risico op H pylori-infectie, als separate groep moet worden gezien waarvoor een ander beleid moet worden aanbevolen H pylori komt vaker voor bij personen van oorspronkelijk Nederlanders Factoren van sociaal-economische aard zijn echter evenzeer op de H pyloriprevalentie van invloed Daarnaast zijn psychosociale factoren van invloed op de presentatie van klachten Er is op basis van het huidige onderzoek geen eenduidig advies te geven voor Ook bij deze groep moeten, naast de relatief hoge prevalentie van H pylori, de persistentie en ernst van de klachten worden meegewogen voordat strategische keuzen voor behandeling van de H pylori-infectie of voor een proefbehandeling met een protonpompremmer in aanmerking komen Een bijkomende overweging ten aanzien van de beleidskeuze kan zijn dat een deel van de patiënten een endoscopie Ten slotte moet er in de eerste lijn voor worden gewaakt dat strategische behandelingskeuzen te vroeg worden gemaakt Door te vroege interventie of diagnostiek wordt er geen gebruik gemaakt van de relatief gunstige prognose bij maagklachten (natuurlijk beloop ##% is klachtenvrij na het eerste jaar) # Een test op H pylori wordt toegepast bij maagklachten anders dan typische refluxklachten, die ondanks symptomatische behandeling langdurig (ten minste twee maanden) persisteren of in het verleden bestaan hebben en herhaaldelijk () #x) terugkeren, het dagelijks leven hinderen of voorkomen in populaties met een bekend Primaire endoscopie is bij patiënten vanaf ##-<LEEFTIJD> jaar met langdurige H pylori-’test and treat’ ten aanzien van de snelheid van klachtenreductie Endoscopie is een aan H pylori-’test and treat’ en kortdurende proefbehandeling met een protonpompremmer ten minste gelijkwaardige beleidskeuze, met name bij oudere patiënten en in geval van een sterke behoefte aan diagnostische zekerheid <PERSOON> WA de Costs and benefits of a test-and-treat strategy in Helicobacter pylori-infected subjects a prospective intervention study in general practice <PERSOON>.
572
nvmdl
moeten, naast de relatief hoge prevalentie van H pylori, de persistentie en ernst van de klachten worden meegewogen voordat strategische keuzen voor behandeling van de H pylori-infectie of voor een proefbehandeling met een protonpompremmer in aanmerking komen Een bijkomende overweging ten aanzien van de beleidskeuze kan zijn dat een deel van de patiënten een endoscopie Ten slotte moet er in de eerste lijn voor worden gewaakt dat strategische behandelingskeuzen te vroeg worden gemaakt Door te vroege interventie of diagnostiek wordt er geen gebruik gemaakt van de relatief gunstige prognose bij maagklachten (natuurlijk beloop ##% is klachtenvrij na het eerste jaar) # Een test op H pylori wordt toegepast bij maagklachten anders dan typische refluxklachten, die ondanks symptomatische behandeling langdurig (ten minste twee maanden) persisteren of in het verleden bestaan hebben en herhaaldelijk () #x) terugkeren, het dagelijks leven hinderen of voorkomen in populaties met een bekend Primaire endoscopie is bij patiënten vanaf ##-<LEEFTIJD> jaar met langdurige H pylori-’test and treat’ ten aanzien van de snelheid van klachtenreductie Endoscopie is een aan H pylori-’test and treat’ en kortdurende proefbehandeling met een protonpompremmer ten minste gelijkwaardige beleidskeuze, met name bij oudere patiënten en in geval van een sterke behoefte aan diagnostische zekerheid <PERSOON> WA de Costs and benefits of a test-and-treat strategy in Helicobacter pylori-infected subjects a prospective intervention study in general practice <PERSOON> in general practice of patients with Numans ME, <PERSOON> JW Maagklachten bij de huisarts, is er wel nieuws? <PERSOON> RP Geographical differences in the prevalence of dyspepsia <PERSOON>) ##-## Dooley CP, Larson AW, Stace NH, Renner IG, Valenzuela JE, Eliasoph J, et al Double contrast barium meal and upper gastrointestinal endoscopy a comparative study <PERSOON> ulcer and carcinoma diagnosis with biphasic radiography compared with fiberoptic endoscopy <PERSOON> RW Commentaar op de NHG-standaard <PERSOON> SJ van, <PERSOON> RA, Escobedo S, <PERSOON-##> pylori infection in primary care patients with uninvestigated dyspepsia the Canadian adult dyspepsia empiric treatment – H pylori positive ## <PERSOON-##> J, et al Randomised trial of endoscopy with testing for De keuze voor de behandelstrategie bij de individuele patiënt met persisterende of recidiverende maagklachten dient gemaakt te worden op basis van risico-inschatting van het bestaan van peptische ulcera, refluxziekte of maligniteit Hierbij kunnen alleen relatieve voorkeuren voor elk van de drie opties worden aangegeven Helicobacter pylori compared with non-invasive H pylori testing alone in the management of dyspepsia <PERSOON-##> OB Helicobacter pylori test-and-eradicate versus prompt endoscopy for management of dyspeptic patients a randomised trial Lancet ###;##<DATUM> ## ##.
561
nvmdl
<PERSOON> JW Maagklachten bij de huisarts, is er wel nieuws? <PERSOON> RP Geographical differences in the prevalence of dyspepsia <PERSOON>) ##-## Dooley CP, Larson AW, Stace NH, Renner IG, Valenzuela JE, Eliasoph J, et al Double contrast barium meal and upper gastrointestinal endoscopy a comparative study <PERSOON> ulcer and carcinoma diagnosis with biphasic radiography compared with fiberoptic endoscopy <PERSOON> RW Commentaar op de NHG-standaard <PERSOON> SJ van, <PERSOON> RA, Escobedo S, <PERSOON> pylori infection in primary care patients with uninvestigated dyspepsia the Canadian adult dyspepsia empiric treatment – H pylori positive ## <PERSOON> J, et al Randomised trial of endoscopy with testing for De keuze voor de behandelstrategie bij de individuele patiënt met persisterende of recidiverende maagklachten dient gemaakt te worden op basis van risico-inschatting van het bestaan van peptische ulcera, refluxziekte of maligniteit Hierbij kunnen alleen relatieve voorkeuren voor elk van de drie opties worden aangegeven Helicobacter pylori compared with non-invasive H pylori testing alone in the management of dyspepsia <PERSOON-##> OB Helicobacter pylori test-and-eradicate versus prompt endoscopy for management of dyspeptic patients a randomised trial Lancet ###;##<DATUM> ## ## Randomised controlled trial of Helicobacter pylori testing and endoscopy for dyspepsia in primary care BMJ ###;#<DATUM> ### oesophageal pH monitoring in diagnosing gastro-oesophageal reflux disease in symptomatic patients with erosive ## <PERSOON-##> JJ, Sampliner RE, Camargo L, <PERSOON-##> omeprazole test is as sensitive as ##-h the omeprazole test in patients with symptoms suggestive of gastroesophageal reflux disease Arch Int Med an international study of different treatment strategies with omeprazole <PERSOON-##> JJ, Gralnek IM, <PERSOON-##> RE, et al Clinical and economic assessment of test for gastro-oesophageal reflux disease <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> J, et al Gastro-oesophageal reflux disease in primary care in the same region a cross-sectional endoscopicak study in consecutive patients Neth J Med ###;#<DATUM> ## ## Bate CM, <PERSOON-##> SA, Chapman RW, Durnin AT, <PERSOON-##> MD Evaluation of omeprazole as a cost-effective diagnostic ## Loffeld RJLF, <LOCATIE> ABMM van der <PERSOON-##> occurrence of duodenal or gastric ulcer in two different populations living dyspepsia in patients over age ## years a randomised controlled trial in primary care Lancet ###;### ###<DATUM> Delaney <PERSOON-##> A, et al Cost effectiveness of initial endoscopy for ##.
586
nvmdl
Randomised controlled trial of Helicobacter pylori testing and endoscopy for dyspepsia in primary care BMJ ###;#<DATUM> ### oesophageal pH monitoring in diagnosing gastro-oesophageal reflux disease in symptomatic patients with erosive ## <PERSOON> JJ, Sampliner RE, Camargo L, <PERSOON> omeprazole test is as sensitive as ##-h the omeprazole test in patients with symptoms suggestive of gastroesophageal reflux disease Arch Int Med an international study of different treatment strategies with omeprazole <PERSOON> JJ, Gralnek IM, <PERSOON> RE, et al Clinical and economic assessment of test for gastro-oesophageal reflux disease <PERSOON> R, <PERSOON> J, et al Gastro-oesophageal reflux disease in primary care in the same region a cross-sectional endoscopicak study in consecutive patients Neth J Med ###;#<DATUM> ## ## Bate CM, <PERSOON> SA, Chapman RW, Durnin AT, <PERSOON> MD Evaluation of omeprazole as a cost-effective diagnostic ## Loffeld RJLF, <LOCATIE> ABMM van der <PERSOON> occurrence of duodenal or gastric ulcer in two different populations living dyspepsia in patients over age ## years a randomised controlled trial in primary care Lancet ###;### ###<DATUM> Delaney <PERSOON-##> A, et al Cost effectiveness of initial endoscopy for ## Empirical H#-blocker therapy or prompt endoscopy in management disease (Cochrane Review) In <PERSOON-##> NT, Numans ME, <PERSOON-##> NJ de, <PERSOON-##> AJ A randomised controlled trial antagonists and prokinetics for gastro-oesophageal reflux disease-like symptoms and endoscopy negative reflux randomised, double blind study for # weeks <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##>-term treatment with proton pump inhibitors, H#-receptor ## <PERSOON-##> P, et al Heartburn treatment in primary care of gastro-oesophageal reflux disease in general practice <PERSOON-##> ###;#<DATUM> ## ## milligrams once daily, or ranitidine ### milligrams twice daily, evaluated as initial therapy for the relief of symptoms ## <PERSOON-##> ML Omeprazole ## milligrams once daily, omeprazole Patiëntkenmerken in onderzoek naar beleidsstrategieën bij maagklachten en reflux ## <PERSOON-##> EH, Tuynman HA, et al Omeprazole as a diagnostic gastro-oesophageal reflux disease in endoscopy-negative patients <PERSOON-##> L One-week omeprazole treatment in the diagnosis comparison of omeprazole and cisapride Alim Pharm Ther ###;<DATUM> ## ## <PERSOON-##> T.
573
nvmdl
prompt endoscopy in management disease (Cochrane Review) In <PERSOON> NT, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> AJ A randomised controlled trial antagonists and prokinetics for gastro-oesophageal reflux disease-like symptoms and endoscopy negative reflux randomised, double blind study for # weeks <PERSOON> ME, <PERSOON>-term treatment with proton pump inhibitors, H#-receptor ## <PERSOON> P, et al Heartburn treatment in primary care of gastro-oesophageal reflux disease in general practice <PERSOON> ###;#<DATUM> ## ## milligrams once daily, or ranitidine ### milligrams twice daily, evaluated as initial therapy for the relief of symptoms ## <PERSOON> ML Omeprazole ## milligrams once daily, omeprazole Patiëntkenmerken in onderzoek naar beleidsstrategieën bij maagklachten en reflux ## <PERSOON> EH, Tuynman HA, et al Omeprazole as a diagnostic gastro-oesophageal reflux disease in endoscopy-negative patients <PERSOON-##> L One-week omeprazole treatment in the diagnosis comparison of omeprazole and cisapride Alim Pharm Ther ###;<DATUM> ## ## <PERSOON-##> the symptoms of gastro-oesophageal reflux disease a double-blind Voor het testen op H pylori-infectie kan gebruik worden gemaakt van invasieve (endoscopische) en niet-invasieve tests De eerste worden gebruikt als er om klinische redenen tot een scopie is besloten Als alleen de vraag moet worden beantwoord of een patiënt geïnfecteerd is, dan Indien onbehandeld, kunnen geïnfecteerde patiënten relatief gemakkelijk worden onderscheiden van niet-geïnfecteerde patiënten Na mislukte behandeling is dat moeilijker wegens de vaak lage bacterie-aantallen Niet alle tests hebben voor controle na behandeling goede testkarakteristieken Er worden apart adviezen gegeven voor primaire diagnostiek en voor controle op eradicatie, waarbij primair is uitgegaan van in <LOCATIE> uitgevoerd onderzoek De bij endoscopie uit de maagwand genomen biopten kunnen histologisch worden onderzocht, gekweekt of getest op de aanwezigheid van het bacteriespecifieke enzym urease (in <LOCATIE> wordt vaak de CLO-test gebruikt) Het verdient aanbeveling naast antrumbiopten ook corpusbiopten te nemen # Invasieve H pylori-diagnostiek heeft een hoge betrouwbaarheid als er twee of meer methoden worden gecombineerd # Deze tests kunnen fout-negatieve uitslagen geven als de patiënt ten tijde van de scopie een protonpompremmer gebruikt Ureumademtests Bij deze test slikt de patiënt met C of C gelabeld ureum Als H pyloribacteriën aanwezig zijn, splitst het bacteriële enzym urease het ureum Hierbij komt gelabeld CO# vrij, dat in de uitademingslucht worden teruggevonden # De testresultaten van de ureumademtest zijn zowel voor als na antibiotische therapie betrouwbaar, met een gemiddelde als de gouden standaard.
538
nvmdl
<PERSOON> the symptoms of gastro-oesophageal reflux disease a double-blind Voor het testen op H pylori-infectie kan gebruik worden gemaakt van invasieve (endoscopische) en niet-invasieve tests De eerste worden gebruikt als er om klinische redenen tot een scopie is besloten Als alleen de vraag moet worden beantwoord of een patiënt geïnfecteerd is, dan Indien onbehandeld, kunnen geïnfecteerde patiënten relatief gemakkelijk worden onderscheiden van niet-geïnfecteerde patiënten Na mislukte behandeling is dat moeilijker wegens de vaak lage bacterie-aantallen Niet alle tests hebben voor controle na behandeling goede testkarakteristieken Er worden apart adviezen gegeven voor primaire diagnostiek en voor controle op eradicatie, waarbij primair is uitgegaan van in <LOCATIE> uitgevoerd onderzoek De bij endoscopie uit de maagwand genomen biopten kunnen histologisch worden onderzocht, gekweekt of getest op de aanwezigheid van het bacteriespecifieke enzym urease (in <LOCATIE> wordt vaak de CLO-test gebruikt) Het verdient aanbeveling naast antrumbiopten ook corpusbiopten te nemen # Invasieve H pylori-diagnostiek heeft een hoge betrouwbaarheid als er twee of meer methoden worden gecombineerd # Deze tests kunnen fout-negatieve uitslagen geven als de patiënt ten tijde van de scopie een protonpompremmer gebruikt Ureumademtests Bij deze test slikt de patiënt met C of C gelabeld ureum Als H pyloribacteriën aanwezig zijn, splitst het bacteriële enzym urease het ureum Hierbij komt gelabeld CO# vrij, dat in de uitademingslucht worden teruggevonden # De testresultaten van de ureumademtest zijn zowel voor als na antibiotische therapie betrouwbaar, met een gemiddelde als de gouden standaard die een protonpompremmer gebruiken,##,## of antibiotica Een ademtest moet daarom pas worden verricht als een patiënt minstens twee weken geen protonpompremmer of antibiotica Fecestests Diagnostische tests kunnen in de ontlasting H pylori-antigeen aantonen Deze tests zijn vooral onderzocht bij onbehandelde patiënten en hadden dan goede resultaten In een gepoolde analyse van de gegevens van <DATUM> patiënten werd een sensitiviteit van ##,#% en een specificiteit van ##,#% gemeld Verder zijn ook bij kinderen goede resultaten gemeld De polyklonale HpSA-test en de nieuwe monoklonale Hp-stAR waren in een vergelijkende studie even goed ## Na een eradicatiekuur zijn de resultaten van een fecestest ter controle op genezing (bij lage bacterie-aantallen) duidelijk minder goed #,##,##,## Fecestests dienen in het laboratorium te worden uitgevoerd Ze geven, net als de ureumademtests, foutnegatieve uitslagen bij patiënten die een protonpompremmer of antibiotica gebruiken ## Serologische tests Bij infectie met H pylori reageert de gastheer met een immuunreactie waarbij er in het bloed IgA-, IgM- en IgG-antistoffen tegen H pylori-antigeen kunnen worden aangetroffen Voor diagnostiek is het al dan niet aantonen van IgG-antistoffen voldoende In het algemeen zijn de serologische ELISA-bepalingen in <LOCATIE> goed gevalideerd, zowel de commerciële als de door laboratoria zelf ontwikkelde tests ##,##-## In een Nederlands onderzoek in de huisartspraktijk waren de serologische Pyloriset III-test en de ##C-ureumademtest even betrouwbaar # Een identiek resultaat werd gerapporteerd uit Finland ## Gepoolde resultaten van de ELISA-serologische bepaling laten niet altijd even goede resultaten zien.
614
nvmdl
protonpompremmer gebruiken,##,## of antibiotica Een ademtest moet daarom pas worden verricht als een patiënt minstens twee weken geen protonpompremmer of antibiotica Fecestests Diagnostische tests kunnen in de ontlasting H pylori-antigeen aantonen Deze tests zijn vooral onderzocht bij onbehandelde patiënten en hadden dan goede resultaten In een gepoolde analyse van de gegevens van <DATUM> patiënten werd een sensitiviteit van ##,#% en een specificiteit van ##,#% gemeld Verder zijn ook bij kinderen goede resultaten gemeld De polyklonale HpSA-test en de nieuwe monoklonale Hp-stAR waren in een vergelijkende studie even goed ## Na een eradicatiekuur zijn de resultaten van een fecestest ter controle op genezing (bij lage bacterie-aantallen) duidelijk minder goed #,##,##,## Fecestests dienen in het laboratorium te worden uitgevoerd Ze geven, net als de ureumademtests, foutnegatieve uitslagen bij patiënten die een protonpompremmer of antibiotica gebruiken ## Serologische tests Bij infectie met H pylori reageert de gastheer met een immuunreactie waarbij er in het bloed IgA-, IgM- en IgG-antistoffen tegen H pylori-antigeen kunnen worden aangetroffen Voor diagnostiek is het al dan niet aantonen van IgG-antistoffen voldoende In het algemeen zijn de serologische ELISA-bepalingen in <LOCATIE> goed gevalideerd, zowel de commerciële als de door laboratoria zelf ontwikkelde tests ##,##-## In een Nederlands onderzoek in de huisartspraktijk waren de serologische Pyloriset III-test en de ##C-ureumademtest even betrouwbaar # Een identiek resultaat werd gerapporteerd uit Finland ## Gepoolde resultaten van de ELISA-serologische bepaling laten niet altijd even goede resultaten zien is gevalideerd en die dus rekening houdt met de lokale antigene variatie van de bacteriën en de populatie De resultaten van de serologische tests zijn minder betrouwbaar bij niet-westerse allochtonen Sneltests, waarbij in het kantoor van de arts een druppel bloed op een testkit Voor primaire diagnostiek van H pylori kan een ureumademtest, een gebruikt Serologie is iets minder betrouwbaar bij niet-westerse allochtone <PERSOON>#, <PERSOON>##, Voor controle op eradicatie geeft de ureumademtest de betrouwbaarste <PERSOON>#, <PERSOON> zijn vaak fout-negatief als de patiënt op het moment van Op grond van testkarakteristieken kunnen de ureumademtest, de fecestest en een in <LOCATIE> gevalideerde IgG-ELISA alledrie worden gebruikt Het gebruik van de sneltests wordt ontraden In <LOCATIE> zijn met de Pyloriset, de HmCap en de Meddens biotech-test adequate en op meer dan één plaats in <LOCATIE> gevalideerde en betrouwbare ELISA-tests voorhanden Er worden in <LOCATIE> op diverse plaatsen ##C-ureumademtests verricht Er zijn twee geregistreerde ##C-ureumtests beschikbaar Ademmonsters kunnen lokaal worden afgenomen en lokaal worden geanalyseerd of worden verstuurd naar een centraal laboratorium Er zijn in <LOCATIE> twee commerciële fecestests in de handel, maar die zijn, in tegenstelling tot de ademtest en de ELISA, nog niet in Nederlands onderzoek in de eerste lijn gevalideerd In <LOCATIE> zijn de ureumademtest en de fecestest, in tegenstelling tot de ELISA-test, nog niet.
599
nvmdl
de lokale antigene variatie van de bacteriën en de populatie De resultaten van de serologische tests zijn minder betrouwbaar bij niet-westerse allochtonen Sneltests, waarbij in het kantoor van de arts een druppel bloed op een testkit Voor primaire diagnostiek van H pylori kan een ureumademtest, een gebruikt Serologie is iets minder betrouwbaar bij niet-westerse allochtone <PERSOON>#, <PERSOON>##, Voor controle op eradicatie geeft de ureumademtest de betrouwbaarste <PERSOON>#, <PERSOON> zijn vaak fout-negatief als de patiënt op het moment van Op grond van testkarakteristieken kunnen de ureumademtest, de fecestest en een in <LOCATIE> gevalideerde IgG-ELISA alledrie worden gebruikt Het gebruik van de sneltests wordt ontraden In <LOCATIE> zijn met de Pyloriset, de HmCap en de Meddens biotech-test adequate en op meer dan één plaats in <LOCATIE> gevalideerde en betrouwbare ELISA-tests voorhanden Er worden in <LOCATIE> op diverse plaatsen ##C-ureumademtests verricht Er zijn twee geregistreerde ##C-ureumtests beschikbaar Ademmonsters kunnen lokaal worden afgenomen en lokaal worden geanalyseerd of worden verstuurd naar een centraal laboratorium Er zijn in <LOCATIE> twee commerciële fecestests in de handel, maar die zijn, in tegenstelling tot de ademtest en de ELISA, nog niet in Nederlands onderzoek in de eerste lijn gevalideerd In <LOCATIE> zijn de ureumademtest en de fecestest, in tegenstelling tot de ELISA-test, nog niet Ten aanzien van de betrouwbaarheid van serologisch onderzoek wordt gewezen op de dalende betrouwbaarheid bij lage infectiegraad Omdat met name bij jonge patiënten (( <LEEFTIJD> jaar) de H pylori-prevalentie laag is, hebben de serologische bepalingen een hoge negatief voorspellende waarde #,## Fout-positieve uitslagen worden procentueel weliswaar vaker gezien, maar omdat er maar weinig H pylori-positieve patiënten zijn, is het absolute aantal patiënten met een foutpositieve uitslag gering In het ergste geval betekent het dat een klein aantal patiënten ten onrechte met antibiotica wordt behandeld Dit bezwaar weegt echter op tegen het (bij veel patiënten overbodig) opnieuw testen met een andere diagnostische methode van alle patiënten Hoewel de ademtest en de fecestest voor primaire diagnostiek op basis van testkarakteristieken een lichte voorkeur genieten, wordt er op basis van praktische argumenten (zoals beschikbaarheid) veelal voor serologisch onderzoek gekozen Wat betreft de controle op succesvolle eradicatietherapie is de afweging nog gecompliceerder In diverse studies waarin de fecestest na eradicatietherapie werd vergeleken met de ureumademtest, presteerde de fecestest slechter #,# Serologische follow-up is ook mogelijk; er dienen in dat geval twee sera beschikbaar zijn één afgenomen voor het starten van antibiotische therapie en één zes maanden erna Als de antistoftiter in het tweede bloedmonster duidelijk is gedaald, is dat een betrouwbaar bewijs voor eradicatie Voor de Pyloriset is in twee Nederlandse studies aangetoond dat eradicatie vrijwel zeker is bij een daling van de titer met meer dan ##% ##,## De ademtest heeft dus ter controle op eradicatiesucces op grond van testeigenschappen de voorkeur, maar is niet overal beschikbaar.
583
nvmdl
de dalende betrouwbaarheid bij lage infectiegraad Omdat met name bij jonge patiënten (( <LEEFTIJD> jaar) de H pylori-prevalentie laag is, hebben de serologische bepalingen een hoge negatief voorspellende waarde #,## Fout-positieve uitslagen worden procentueel weliswaar vaker gezien, maar omdat er maar weinig H pylori-positieve patiënten zijn, is het absolute aantal patiënten met een foutpositieve uitslag gering In het ergste geval betekent het dat een klein aantal patiënten ten onrechte met antibiotica wordt behandeld Dit bezwaar weegt echter op tegen het (bij veel patiënten overbodig) opnieuw testen met een andere diagnostische methode van alle patiënten Hoewel de ademtest en de fecestest voor primaire diagnostiek op basis van testkarakteristieken een lichte voorkeur genieten, wordt er op basis van praktische argumenten (zoals beschikbaarheid) veelal voor serologisch onderzoek gekozen Wat betreft de controle op succesvolle eradicatietherapie is de afweging nog gecompliceerder In diverse studies waarin de fecestest na eradicatietherapie werd vergeleken met de ureumademtest, presteerde de fecestest slechter #,# Serologische follow-up is ook mogelijk; er dienen in dat geval twee sera beschikbaar zijn één afgenomen voor het starten van antibiotische therapie en één zes maanden erna Als de antistoftiter in het tweede bloedmonster duidelijk is gedaald, is dat een betrouwbaar bewijs voor eradicatie Voor de Pyloriset is in twee Nederlandse studies aangetoond dat eradicatie vrijwel zeker is bij een daling van de titer met meer dan ##% ##,## De ademtest heeft dus ter controle op eradicatiesucces op grond van testeigenschappen de voorkeur, maar is niet overal beschikbaar Voor primaire diagnostiek van H pylori-infectie kan een ureumademtest, een fecestest of een in <LOCATIE> gevalideerde ELISA-serologische test worden gebruikt De laatste is als enige algemeen beschikbaar en heeft vooralsnog de voorkeur zo lang de ## <PERSOON> A, et al Stool test for Helicobacter pylori <PERSOON> OJ van, <PERSOON> BW van ‘t, Taminiau JA, <PERSOON> pylori stool antigen test a reliable non-invasive test for the diagnosis of Helicobacter pylori infection in children <PERSOON> of two enzyme immunoassays for the Voor controle op eradicatie is zowel de ureumademtest (betrouwbaar minstens vier weken na therapie) effectief, maar de ureumademtest heeft op praktische gronden de voorkeur assessment of Helicobacter pylori status in stool specimens after eradication therapy <PERSOON> NL, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON> accuracy of the Helicobacter pylori stool antigen test in diagnosing H pylori in treated and untreated patients <PERSOON> therapie dient ## dagen te worden gestopt alvorens een patiënt betrouwbaar kan worden getest met biopten, ademtest of fecestest ## <PERSOON> test with polyclonal antibodies for monitoring Helicobacter pylori ##.
529
nvmdl
van H pylori-infectie kan een ureumademtest, een fecestest of een in <LOCATIE> gevalideerde ELISA-serologische test worden gebruikt De laatste is als enige algemeen beschikbaar en heeft vooralsnog de voorkeur zo lang de ## <PERSOON> A, et al Stool test for Helicobacter pylori <PERSOON> OJ van, <PERSOON> BW van ‘t, Taminiau JA, <PERSOON> pylori stool antigen test a reliable non-invasive test for the diagnosis of Helicobacter pylori infection in children <PERSOON> of two enzyme immunoassays for the Voor controle op eradicatie is zowel de ureumademtest (betrouwbaar minstens vier weken na therapie) effectief, maar de ureumademtest heeft op praktische gronden de voorkeur assessment of Helicobacter pylori status in stool specimens after eradication therapy <PERSOON> NL, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON> accuracy of the Helicobacter pylori stool antigen test in diagnosing H pylori in treated and untreated patients <PERSOON> therapie dient ## dagen te worden gestopt alvorens een patiënt betrouwbaar kan worden getest met biopten, ademtest of fecestest ## <PERSOON> test with polyclonal antibodies for monitoring Helicobacter pylori ## Performance of three commercially available Routinematige diagnostiek naar H pylori tijdens endoscopie wordt niet aanbevolen ELISA’s in detecting Helicobacter pylori infection when compared to biopsy-dependent diagnosis <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> NK CLO(r) versus histology optimal numbers and site of gastric biopsies to diagnose <PERSOON-##> WA de, <PERSOON-##> HJJ van, <PERSOON-##> ALM Diagnostic performance of biopsybased methods for determination of Helicobacter pylori infection without a reference standard <PERSOON-##> pylori breath tests How does it work? <PERSOON-##> ##C-urea breath test for non-invasive diagnosis of Helicobacter pylori infection which procedure and which measuring equipment? <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> RJ Using breath tests wisely in a gastroenterology practice an evidence-based review of indications and pitfalls in interpretation <PERSOON-##>, urine, stool, breath, money and Helicobacter pylori <PERSOON-##> MR, et al Stool antigen assay (HpSA) is less reliable than urea breath test for post-treatment diagnosis of Helicobacter pylori infection <PERSOON-##> pylori antigen stool test and ##C-urea breath test in <PERSOON-##> NJ de.
489
nvmdl
commercially available Routinematige diagnostiek naar H pylori tijdens endoscopie wordt niet aanbevolen ELISA’s in detecting Helicobacter pylori infection when compared to biopsy-dependent diagnosis <PERSOON> J, <PERSOON> NK CLO(r) versus histology optimal numbers and site of gastric biopsies to diagnose <PERSOON> WA de, <PERSOON> HJJ van, <PERSOON> ALM Diagnostic performance of biopsybased methods for determination of Helicobacter pylori infection without a reference standard <PERSOON> pylori breath tests How does it work? <PERSOON> ##C-urea breath test for non-invasive diagnosis of Helicobacter pylori infection which procedure and which measuring equipment? <PERSOON> D, <PERSOON> RJ Using breath tests wisely in a gastroenterology practice an evidence-based review of indications and pitfalls in interpretation <PERSOON-##>, urine, stool, breath, money and Helicobacter pylori <PERSOON-##> MR, et al Stool antigen assay (HpSA) is less reliable than urea breath test for post-treatment diagnosis of Helicobacter pylori infection <PERSOON-##> pylori antigen stool test and ##C-urea breath test in <PERSOON-##> NJ de Helicobacter pylori infection compared with urease test, ##C-breath test and histology validation in the primary care ## <PERSOON-##> JC, Kleibeuker JH, Zwet <INSTELLING> van, Berrelkamp RJP Evaluation of eight enzyme immunoassays for detection of immunoglobulin G against Helicobacter pylori <PERSOON-##> RWM van der, <PERSOON-##> of three commercial serological tests with different methodologies to assess Helicobacter pylori infection <PERSOON-##> NT, Numans ME, <PERSOON-##> NJ de, <PERSOON-##> AJPM, Verhey TJM Validation and value of an enzyme-linked Immunosorbent assay for Helicobacter pylori in primary care <PERSOON-##> diagnosis of Helicobacter pylori infection in outpatients aged ## years or less <PERSOON-##> ALM Evaluation of commercially available Helicobacter pylori serology ## <PERSOON-##> NLA, <PERSOON-##> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON-##> JM, Werf GT van de, et al <PERSOON-##> approach of dyspepsia in primary care A randomised trial comparing ‘test-and-treat’ with prompt endoscopy Arch Intern Med (geaccepteerd ## <PERSOON-##> AP, Childs SM, <PERSOON-##> NJ de Tests for Helicobacter pylori infection a critical appraisal from primary ## <PERSOON-##> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON-##> RJP.
540
nvmdl
infection compared with urease test, ##C-breath test and histology validation in the primary care ## <PERSOON> JC, Kleibeuker JH, Zwet <INSTELLING> van, Berrelkamp RJP Evaluation of eight enzyme immunoassays for detection of immunoglobulin G against Helicobacter pylori <PERSOON> RWM van der, <PERSOON> of three commercial serological tests with different methodologies to assess Helicobacter pylori infection <PERSOON> NT, Numans ME, <PERSOON> NJ de, <PERSOON> AJPM, Verhey TJM Validation and value of an enzyme-linked Immunosorbent assay for Helicobacter pylori in primary care <PERSOON> diagnosis of Helicobacter pylori infection in outpatients aged ## years or less <PERSOON> ALM Evaluation of commercially available Helicobacter pylori serology ## <PERSOON> NLA, <PERSOON-##> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON-##> JM, Werf GT van de, et al <PERSOON-##> approach of dyspepsia in primary care A randomised trial comparing ‘test-and-treat’ with prompt endoscopy Arch Intern Med (geaccepteerd ## <PERSOON-##> AP, Childs SM, <PERSOON-##> NJ de Tests for Helicobacter pylori infection a critical appraisal from primary ## <PERSOON-##> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON-##> RJP ## <LOCATIE> BAM van de, <PERSOON-##> WA de IgG serology at # months is a reliable predictor for ## <PERSOON-##> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON-##> F, et al Diagnostic tests for Helicobacter pylori a prospective evaluation of their accuracy, without selecting a single test as the gold standard <PERSOON-##> Vraag ## Welk behandelingsschema voor de eradicatie van H pylori verdient de ## <PERSOON-##> MM, Giardullo N, et al Accuracy of the stool antigen test in the diagnosis of Helicobacter pylori infection before treatment and in patients on omeprazole therapy <PERSOON-##> interference with the [##C] carbon urea breath test for the detection Patiënten met H pylori-infectie worden behandeld met een combinatie van middelen, bestaande uit een protonpompremmer met twee antibiotica en soms ook bismutsubcitraat Amoxicilline, claritromycine en metronidazol (of tinidazol) zijn de antibiotica die op grond De literatuur bevat informatie over allerlei therapieën met verschillende combinaties van Zoals bij alle infectieziekten geldt ook bij H pylori-infecties dat de kans van slagen van een gekozen behandeling afhangt van de duur van de behandeling, de therapietrouw en de gevoeligheid van de bacteriestam voor de voorgeschreven antibiotica Aangenomen kan worden dat de therapietrouw afneemt naarmate de behandelingsduur en de complexiteit van het behandelschema toenemen.
559
nvmdl
<LOCATIE> BAM van de, <PERSOON> WA de IgG serology at # months is a reliable predictor for ## <PERSOON> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON> F, et al Diagnostic tests for Helicobacter pylori a prospective evaluation of their accuracy, without selecting a single test as the gold standard <PERSOON> Vraag ## Welk behandelingsschema voor de eradicatie van H pylori verdient de ## <PERSOON> MM, Giardullo N, et al Accuracy of the stool antigen test in the diagnosis of Helicobacter pylori infection before treatment and in patients on omeprazole therapy <PERSOON> interference with the [##C] carbon urea breath test for the detection Patiënten met H pylori-infectie worden behandeld met een combinatie van middelen, bestaande uit een protonpompremmer met twee antibiotica en soms ook bismutsubcitraat Amoxicilline, claritromycine en metronidazol (of tinidazol) zijn de antibiotica die op grond De literatuur bevat informatie over allerlei therapieën met verschillende combinaties van Zoals bij alle infectieziekten geldt ook bij H pylori-infecties dat de kans van slagen van een gekozen behandeling afhangt van de duur van de behandeling, de therapietrouw en de gevoeligheid van de bacteriestam voor de voorgeschreven antibiotica Aangenomen kan worden dat de therapietrouw afneemt naarmate de behandelingsduur en de complexiteit van het behandelschema toenemen bepalen, komt men vaak uit op een optimale duur van zeven dagen De gevoeligheid van H pylori voor de voorgeschreven antibiotica verschilt regionaal Amoxicillineresistentie komt wereldwijd nauwelijks voor # Voor claritromycine en metronidazol ligt dit anders Uit meta-analysen blijkt dat wanneer wordt gekozen voor een behandeling bestaande uit een combinatie van een protonpompremmer en twee antibiotica gedurende zeven dagen, de effectiviteit van therapieën met claritromycine ruim ##% is # Bij claritromycineresistentie neemt de effectiviteit met meer dan ##% af # De effectiviteit van zevendaagse metronidazolhoudende kuren is meer dan ##%, tenzij de patiënt geïnfecteerd is met een metronidazolresistente stam In dat geval neemt de effectiviteit af tot circa ##% # Bij de behandeling met de zogenoemde heeft de resistentie minder invloed, al is dit bij een therapieduur van zeven dagen niet volgens alle auteurs het geval #,# Het nadeel van de quadruple-therapie is de ingewikkeldheid van de kuur, waardoor de therapietrouw afneemt en daarmee de kans van slagen van de therapie In eerste instantie wordt dan ook de voorkeur gegeven aan een zevendaagse kuur met een protonpompremmer, amoxicilline, en claritromycine of metronidazol In <LOCATIE> is meer dan waar ook ter wereld onderzoek gedaan naar de prevalentie van resistentie <DATUM> Volgens die gegevens is de prevalentie van metronidazolresistentie in ons land afhankelijk van de regio en van de onderzochte populatie De resistentie ligt tussen ## en ##% De resistentie voor claritromycine komt niet uit boven de #% en neemt de laatste jaren -resistentiebepaling en de patiënt blijkt geïnfecteerd met een metronidazolgevoelige stam, is triple-therapie met een protonpompremmer, amoxicilline.
572
nvmdl
De gevoeligheid van H pylori voor de voorgeschreven antibiotica verschilt regionaal Amoxicillineresistentie komt wereldwijd nauwelijks voor # Voor claritromycine en metronidazol ligt dit anders Uit meta-analysen blijkt dat wanneer wordt gekozen voor een behandeling bestaande uit een combinatie van een protonpompremmer en twee antibiotica gedurende zeven dagen, de effectiviteit van therapieën met claritromycine ruim ##% is # Bij claritromycineresistentie neemt de effectiviteit met meer dan ##% af # De effectiviteit van zevendaagse metronidazolhoudende kuren is meer dan ##%, tenzij de patiënt geïnfecteerd is met een metronidazolresistente stam In dat geval neemt de effectiviteit af tot circa ##% # Bij de behandeling met de zogenoemde heeft de resistentie minder invloed, al is dit bij een therapieduur van zeven dagen niet volgens alle auteurs het geval #,# Het nadeel van de quadruple-therapie is de ingewikkeldheid van de kuur, waardoor de therapietrouw afneemt en daarmee de kans van slagen van de therapie In eerste instantie wordt dan ook de voorkeur gegeven aan een zevendaagse kuur met een protonpompremmer, amoxicilline, en claritromycine of metronidazol In <LOCATIE> is meer dan waar ook ter wereld onderzoek gedaan naar de prevalentie van resistentie <DATUM> Volgens die gegevens is de prevalentie van metronidazolresistentie in ons land afhankelijk van de regio en van de onderzochte populatie De resistentie ligt tussen ## en ##% De resistentie voor claritromycine komt niet uit boven de #% en neemt de laatste jaren -resistentiebepaling en de patiënt blijkt geïnfecteerd met een metronidazolgevoelige stam, is triple-therapie met een protonpompremmer, amoxicilline Bij een metronidazolresistente stam is triple-therapie met een protonpompremmer, claritromycine en amoxicilline gedurende zeven dagen effectiever dan triple-therapie met een protonpompremmer, metronidazol en claritromycine of amoxicilline gedurende zeven dagen Niet alleen primaire resistentie speelt een rol bij therapiefalen Na falen van de eerste behandeling kan ook secundaire resistentie zijn ontstaan Bij herhalen van dezelfde behandeling is de genezingskans veel lager dan bij de Als amoxicilline niet in aanmerking komt vanwege penicilline-overgevoeligheid, is triple-therapie met een protonpompremmer, metronidazol en claritromycine gedurende zeven dagen een effectief alternatief voor behandeling van H pylori-infectie In toenemende mate worden H pylori-infecties zonder endoscopische diagnose in de eerste lijn behandeld In die gevallen is uiteraard geen resistentiepatroon beschikbaar Hoewel behandelingen met metronidazolhoudende schema’s het effectiefst zijn, wordt in <LOCATIE> de kans van slagen van therapie beïnvloed door de hoge prevalentie van metronidazolresistentie (##-##%) # Op grond daarvan verdient in het geval dat de infectie niet op geleide van het resistentiespectrum wordt behandeld, claritromycine de voorkeur Voor initiële behandeling van H pylori-infecties in <LOCATIE> heeft, als het resistentiepatroon niet bekend is, triple-therapie met een protonpompremmer (standaarddosering # dd), amoxicilline (# ### mg # dd) en claritromycine (### mg # dd) Als ook voor de tweede behandeling geen resistentiepatroon bekend is, heeft quadrupletherapie met een protonpompremmer (standaarddosering # dd), bismutsubcitraat Als ook die kuur faalt, moet de patiënt worden doorverwezen voor endoscopie met Aan patiënten met penicilline-overgevoeligheid kan het best triple-therapie met een <PERSOON> C.
612
nvmdl
een metronidazolresistente stam is triple-therapie met een protonpompremmer, claritromycine en amoxicilline gedurende zeven dagen effectiever dan triple-therapie met een protonpompremmer, metronidazol en claritromycine of amoxicilline gedurende zeven dagen Niet alleen primaire resistentie speelt een rol bij therapiefalen Na falen van de eerste behandeling kan ook secundaire resistentie zijn ontstaan Bij herhalen van dezelfde behandeling is de genezingskans veel lager dan bij de Als amoxicilline niet in aanmerking komt vanwege penicilline-overgevoeligheid, is triple-therapie met een protonpompremmer, metronidazol en claritromycine gedurende zeven dagen een effectief alternatief voor behandeling van H pylori-infectie In toenemende mate worden H pylori-infecties zonder endoscopische diagnose in de eerste lijn behandeld In die gevallen is uiteraard geen resistentiepatroon beschikbaar Hoewel behandelingen met metronidazolhoudende schema’s het effectiefst zijn, wordt in <LOCATIE> de kans van slagen van therapie beïnvloed door de hoge prevalentie van metronidazolresistentie (##-##%) # Op grond daarvan verdient in het geval dat de infectie niet op geleide van het resistentiespectrum wordt behandeld, claritromycine de voorkeur Voor initiële behandeling van H pylori-infecties in <LOCATIE> heeft, als het resistentiepatroon niet bekend is, triple-therapie met een protonpompremmer (standaarddosering # dd), amoxicilline (# ### mg # dd) en claritromycine (### mg # dd) Als ook voor de tweede behandeling geen resistentiepatroon bekend is, heeft quadrupletherapie met een protonpompremmer (standaarddosering # dd), bismutsubcitraat Als ook die kuur faalt, moet de patiënt worden doorverwezen voor endoscopie met Aan patiënten met penicilline-overgevoeligheid kan het best triple-therapie met een <PERSOON> JP, <PERSOON> M A meta-analysis of short versus long therapy with a proton pump inhibitor, clarithromycin and either metronidazole or amoxycillin for treating Helicobacter pylori infection Bij alle infectieziekten moet na toediening van antibiotica worden beoordeeld of de infectie is genezen Bij veel infectieziekten kan dit op basis van symptomen, maar bij H pylori-infectie is er geen goede samenhang van persisterende klachten met persisterende infectie De arts heeft een keuze tussen testen van alle patiënten (ook als zij geen symptomen hebben) en Bij de afweging of er een nieuwe test wordt gedaan na de eradicatietherapie, moet de kans op behandelsucces worden meegewogen De momenteel gangbare therapieën hebben in studies een genezingspercentage van rond ##% De in de praktijk gehaalde genezingspercentages liggen echter aanzienlijk lager ## tot ##% Dit is het gevolg van slechtere therapietrouw, maar ook van het significant lagere genezingspercentage bij patiënten zonder ulcera Zwet <INSTELLING> van, VandenBroucke Grauls CMJE, <PERSOON> JC Stable amoxicillin resistance in Helicobacter pylori <PERSOON> EF, Craen AJ de, Rauws EA, Tytgat GN A systematic review of Helicobacter pylori eradication therapy – the impact of antimicrobial resistance on eradication rates Aliment Pharmacol Ther Wouden EJ van der, <PERSOON> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON> influence of in vitro nitroimidazole <PERSOON> AR, <PERSOON> SY, Kwon DH, et al Metronidazole containing quadruple.
589
nvmdl
<PERSOON> JP, <PERSOON> M A meta-analysis of short versus long therapy with a proton pump inhibitor, clarithromycin and either metronidazole or amoxycillin for treating Helicobacter pylori infection Bij alle infectieziekten moet na toediening van antibiotica worden beoordeeld of de infectie is genezen Bij veel infectieziekten kan dit op basis van symptomen, maar bij H pylori-infectie is er geen goede samenhang van persisterende klachten met persisterende infectie De arts heeft een keuze tussen testen van alle patiënten (ook als zij geen symptomen hebben) en Bij de afweging of er een nieuwe test wordt gedaan na de eradicatietherapie, moet de kans op behandelsucces worden meegewogen De momenteel gangbare therapieën hebben in studies een genezingspercentage van rond ##% De in de praktijk gehaalde genezingspercentages liggen echter aanzienlijk lager ## tot ##% Dit is het gevolg van slechtere therapietrouw, maar ook van het significant lagere genezingspercentage bij patiënten zonder ulcera Zwet <INSTELLING> van, VandenBroucke Grauls CMJE, <PERSOON> JC Stable amoxicillin resistance in Helicobacter pylori <PERSOON> EF, Craen AJ de, Rauws EA, Tytgat GN A systematic review of Helicobacter pylori eradication therapy – the impact of antimicrobial resistance on eradication rates Aliment Pharmacol Ther Wouden EJ van der, <PERSOON> JC, Zwet <INSTELLING> van, <PERSOON> influence of in vitro nitroimidazole <PERSOON> AR, <PERSOON> SY, Kwon DH, et al Metronidazole containing quadruple a prospective study <PERSOON> GN Influence of metronidazole resistance on efficacy of quadruple therapy for Helicobacter pylori infection <PERSOON> JG, Vandenbroucke-Grauls CM Prevalence of Helicobacter pylori resistance to metronidazole, clarithromycin, amoxicillin, tetracycline and trovafloxacin in <PERSOON-##> WA de, <PERSOON-##> AR, <PERSOON> JC Prevalence of primary Helicobacter pylori resistance to metronidazole and clarithromycin in <PERSOON-##> <INSTELLING> van, Vosmaer GD, Oom JA, <PERSOON-##> JH Rapid increase in the prevalence of metronidazole-resistant Helicobacter pylori in the <PERSOON-##> WA de, Tytgat GN Regular review treatment of Helicobacter pylori infection BMJ ###;### <DATUM> De voorliggende vraag kan vanwege het ontbreken van prospectieve studies niet op basis van wetenschappelijk onderzoek worden beantwoord In studies wordt eigenlijk altijd iedereen In een (Amerikaanse) besliskundige analyse is onderzocht wat de beste strategie is voor patiënten met persisterende klachten na behandeling van een aangetoond peptisch ulcus # Bij patiënten zonder klachten geeft de ureumademtest na één jaar een driemaal zo lage kans op een nieuw symptomatisch ulcus, maar de ademteststrategie is in de kosteneffectiviteitanalyse $ ### duurder dan follow-up zonder diagnostische test De auteurs concluderen dat aan patiënten.
544
nvmdl
<PERSOON> GN Influence of metronidazole resistance on efficacy of quadruple therapy for Helicobacter pylori infection <PERSOON> JG, Vandenbroucke-Grauls CM Prevalence of Helicobacter pylori resistance to metronidazole, clarithromycin, amoxicillin, tetracycline and trovafloxacin in <PERSOON> WA de, <PERSOON> AR, <PERSOON> JC Prevalence of primary Helicobacter pylori resistance to metronidazole and clarithromycin in <PERSOON> <INSTELLING> van, Vosmaer GD, Oom JA, <PERSOON> JH Rapid increase in the prevalence of metronidazole-resistant Helicobacter pylori in the <PERSOON> WA de, Tytgat GN Regular review treatment of Helicobacter pylori infection BMJ ###;### <DATUM> De voorliggende vraag kan vanwege het ontbreken van prospectieve studies niet op basis van wetenschappelijk onderzoek worden beantwoord In studies wordt eigenlijk altijd iedereen In een (Amerikaanse) besliskundige analyse is onderzocht wat de beste strategie is voor patiënten met persisterende klachten na behandeling van een aangetoond peptisch ulcus # Bij patiënten zonder klachten geeft de ureumademtest na één jaar een driemaal zo lage kans op een nieuw symptomatisch ulcus, maar de ademteststrategie is in de kosteneffectiviteitanalyse $ ### duurder dan follow-up zonder diagnostische test De auteurs concluderen dat aan patiënten Voor patiënten die geen klachten meer hebben, adviseren zij een ureumademtest De definitie van persisteren van klachten is echter niet scherp; in prospectieve studies hielden veel ulcuspatiënten ook na genezing aanvankelijk nog klachten #,# In een tweede studie werd de wens van maagzweerpatiënten geïnventariseerd met een enquête ##% van de patiënten prefereerde, indien zij asymptomatisch zouden zijn geworden, een controletest op eradicatie boven het uitsluitend testen bij recidiefklachten # Er zijn geen onderzoeksgegevens om de effectiviteit van het routinematig dan wel alleen bij persisterende klachten controleren van succesvolle H pylorieradicatie te onderbouwen Bij de afweging of het succes van H pylori-eradicatie moet worden geobjectiveerd en, zo ja, bij elke behandelde patiënt, of alleen bij degenen bij wie de klachten persisteren, acht de Een belangrijk argument voor de behandeling van patiënten met H pylori is het risico op het ontwikkelen van een ulcus, een ‘lifetime’-risico van circa ##% Een additionele overweging is voor velen het feit dat H pylori-infectie door de WHO is gemarkeerd als een klasse I-carcinogeen (met een zes- tot achtmaal grotere kans op het ontstaan van maagkanker) Heeft men besloten dat de infectie niet onbehandeld kan blijven, dan ligt het voor de hand dat men zeker wil zijn dat de behandeling gelukt is Klachten zijn daarvoor een onvoldoende richtpunt; objectiveren met een diagnostische test is de enige efficiënte methode Maagklachten recidiveren vaak Testen op succesvolle eradicatie is zinvol omdat reïnfectie in <LOCATIE> bij volwassenen zeer zeldzaam is.
536
nvmdl
Voor patiënten die geen klachten meer hebben, adviseren zij een ureumademtest De definitie van persisteren van klachten is echter niet scherp; in prospectieve studies hielden veel ulcuspatiënten ook na genezing aanvankelijk nog klachten #,# In een tweede studie werd de wens van maagzweerpatiënten geïnventariseerd met een enquête ##% van de patiënten prefereerde, indien zij asymptomatisch zouden zijn geworden, een controletest op eradicatie boven het uitsluitend testen bij recidiefklachten # Er zijn geen onderzoeksgegevens om de effectiviteit van het routinematig dan wel alleen bij persisterende klachten controleren van succesvolle H pylorieradicatie te onderbouwen Bij de afweging of het succes van H pylori-eradicatie moet worden geobjectiveerd en, zo ja, bij elke behandelde patiënt, of alleen bij degenen bij wie de klachten persisteren, acht de Een belangrijk argument voor de behandeling van patiënten met H pylori is het risico op het ontwikkelen van een ulcus, een ‘lifetime’-risico van circa ##% Een additionele overweging is voor velen het feit dat H pylori-infectie door de WHO is gemarkeerd als een klasse I-carcinogeen (met een zes- tot achtmaal grotere kans op het ontstaan van maagkanker) Heeft men besloten dat de infectie niet onbehandeld kan blijven, dan ligt het voor de hand dat men zeker wil zijn dat de behandeling gelukt is Klachten zijn daarvoor een onvoldoende richtpunt; objectiveren met een diagnostische test is de enige efficiënte methode Maagklachten recidiveren vaak Testen op succesvolle eradicatie is zinvol omdat reïnfectie in <LOCATIE> bij volwassenen zeer zeldzaam is bewezen met H pylori-samenhangende ulcusziekte, betekent het persisteren van de infectie dat de patiënt opnieuw ulcera kan ontwikkelen, met of zonder complicaties Een negatieve Resistentievorming is een belangrijk probleem in de behandeling van patiënten met H pylori Op dit moment is er in <LOCATIE> een relatief lage resistente voor de verschillende antibiotica Om dat ook in de toekomst te kunnen handhaven, is een accuraat behandelingsbeleid van Als een H pylori-infectie wordt behandeld bij een patiënt zonder ulcusziekte, zullen de meeste patiënten klachten houden na behandeling <PERSOON>, in de meeste gevallen geeft de infectie geen klachten Als de patiënt na behandeling wel klachtenvrij is, zijn er geen grote gezondheidsrisico’s door het persisteren van de infectie en zou een test mogelijk achterwege kunnen blijven Het vervolgbeleid bij de patiënt die wel klachten houdt, hangt direct samen Een belangrijk pragmatisch punt van overweging is het feit dat de enige adequate methode voor het testen van eradicatiesucces, de ureumademtest, niet overal beschikbaar is Zoals bij vraag ## werd geconcludeerd, is de validiteit van de fecestest voor dit doel niet duidelijk, en kan met een (tweede) ELISA-bepaling de eradicatie pas na zes maanden betrouwbaar worden aangetoond Het empirisch voorschrijven van een tweedelijns antibiotische therapie bij een patiënt met persisterende symptomen, zonder dat met een diagnostische test is vastgelegd dat de infectie persisteert, lijkt op theoretische gronden in de meeste gevallen niet efficiënt Klachten hebben immers meestal geen relatie met infectie Het gebruik van een invasieve H.
584
nvmdl
ulcusziekte, betekent het persisteren van de infectie dat de patiënt opnieuw ulcera kan ontwikkelen, met of zonder complicaties Een negatieve Resistentievorming is een belangrijk probleem in de behandeling van patiënten met H pylori Op dit moment is er in <LOCATIE> een relatief lage resistente voor de verschillende antibiotica Om dat ook in de toekomst te kunnen handhaven, is een accuraat behandelingsbeleid van Als een H pylori-infectie wordt behandeld bij een patiënt zonder ulcusziekte, zullen de meeste patiënten klachten houden na behandeling <PERSOON>, in de meeste gevallen geeft de infectie geen klachten Als de patiënt na behandeling wel klachtenvrij is, zijn er geen grote gezondheidsrisico’s door het persisteren van de infectie en zou een test mogelijk achterwege kunnen blijven Het vervolgbeleid bij de patiënt die wel klachten houdt, hangt direct samen Een belangrijk pragmatisch punt van overweging is het feit dat de enige adequate methode voor het testen van eradicatiesucces, de ureumademtest, niet overal beschikbaar is Zoals bij vraag ## werd geconcludeerd, is de validiteit van de fecestest voor dit doel niet duidelijk, en kan met een (tweede) ELISA-bepaling de eradicatie pas na zes maanden betrouwbaar worden aangetoond Het empirisch voorschrijven van een tweedelijns antibiotische therapie bij een patiënt met persisterende symptomen, zonder dat met een diagnostische test is vastgelegd dat de infectie persisteert, lijkt op theoretische gronden in de meeste gevallen niet efficiënt Klachten hebben immers meestal geen relatie met infectie Het gebruik van een invasieve H dat er andere klinische redenen zijn om een scopie te verrichten, leidt tot een inefficiënt gebruik van diagnostische voorzieningen en wordt door de werkgroep ontraden Objectivering van het succes van een H pylori-behandeling is in principe gewenst, maar kan in de huidige situatie meestal niet efficiënt worden uitgevoerd Alleen als de arts beschikt over een ureumademtest, dient hiermee bij elke patiënt eradicatie van de infectie te worden bevestigd, ten minste ## dagen na het beëindigen Als de arts niet beschikt over een ureumademtest, is betrouwbare controle op korte termijn niet mogelijk Een alternatief is dan serologische controle door middel van een ELISA-test na zes maanden, waarbij in geval van een succesvolle eradictie een duidelijke De werkgroep ontraadt het gebruik van endoscopische testmethoden ter controle van H pylori-eradicatie bij patiënten zonder aangetoond peptisch ulcus, alsmede het voorschrijven van een tweedelijns eradicatieschema zonder voorafgaande objectivering Della <PERSOON> of Helicobacter pylori eradication treatments in a primary care setting in <PERSOON> W, <PERSOON> J, et al <PERSOON> effectiveness of omeprazole, clarithromycin and tinidazole in eradicating Helicobacter pylori in a community screen and treat programme <PERSOON> WA de, Tytgat GNJ Should anti-Helicobacter therapy be different in patients with dyspepsia compared with patients with peptic ulcer diathesis? <PERSOON> DM, Strauss MJ, Robinson JW, et al.
539
nvmdl
een scopie te verrichten, leidt tot een inefficiënt gebruik van diagnostische voorzieningen en wordt door de werkgroep ontraden Objectivering van het succes van een H pylori-behandeling is in principe gewenst, maar kan in de huidige situatie meestal niet efficiënt worden uitgevoerd Alleen als de arts beschikt over een ureumademtest, dient hiermee bij elke patiënt eradicatie van de infectie te worden bevestigd, ten minste ## dagen na het beëindigen Als de arts niet beschikt over een ureumademtest, is betrouwbare controle op korte termijn niet mogelijk Een alternatief is dan serologische controle door middel van een ELISA-test na zes maanden, waarbij in geval van een succesvolle eradictie een duidelijke De werkgroep ontraadt het gebruik van endoscopische testmethoden ter controle van H pylori-eradicatie bij patiënten zonder aangetoond peptisch ulcus, alsmede het voorschrijven van een tweedelijns eradicatieschema zonder voorafgaande objectivering Della <PERSOON> of Helicobacter pylori eradication treatments in a primary care setting in <PERSOON> W, <PERSOON> J, et al <PERSOON> effectiveness of omeprazole, clarithromycin and tinidazole in eradicating Helicobacter pylori in a community screen and treat programme <PERSOON> WA de, Tytgat GNJ Should anti-Helicobacter therapy be different in patients with dyspepsia compared with patients with peptic ulcer diathesis? <PERSOON> DM, Strauss MJ, Robinson JW, et al pylori infected ulcer patients after initial therapy <PERSOON> AB, Jacyna <PERSOON> of dyspeptic symptoms as a test for Helicobacter pylori eradication <PERSOON> LS, <PERSOON-##> EM Assessment of symptomatic response as a predictor of Helicobacter status following eradication therapy in patients with ulcer <PERSOON-##> MB Symptom status and the desire for Helicobacter pylori confirmatory testing after eradication therapy in patients with peptic ulcer disease <PERSOON-##> RWM van der, <PERSOON-##> JJ, <PERSOON-##> FJW ten, Dankert J, et al Helicobacter pylori reinfection is Wouden EJ van der, <PERSOON-##> JC, Zwet <INSTELLING> van, Kleibeuker JH Six-year follow-up after successful triple therapy for Helicobacter pylori infection in patients with peptic ulcer disease <PERSOON-##> ###;<DATUM> # ## <PERSOON-##> WA de, <PERSOON-##> WMM, Geuskens LM Long-term follow-up after cure of Helicobacter pylori infection with # days of quadruple therapy Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ## Vraag ## Is na een eradicatiekuur voor H pylori bij een actief ulcus nabehandeling met zuurremming geïndiceerd? Zo ja, hoe lang? Indien een ulcus is vastgesteld door middel van een endoscopie, en de door de endoscopist afgenomen biopten de aanwezigheid van H pylori hebben aangetoond, is dit een indicatie voor een op H pylori gerichte antibiotische therapie van zeven dagen.
559
nvmdl
infected ulcer patients after initial therapy <PERSOON> AB, Jacyna <PERSOON> of dyspeptic symptoms as a test for Helicobacter pylori eradication <PERSOON> LS, <PERSOON> EM Assessment of symptomatic response as a predictor of Helicobacter status following eradication therapy in patients with ulcer <PERSOON> MB Symptom status and the desire for Helicobacter pylori confirmatory testing after eradication therapy in patients with peptic ulcer disease <PERSOON> RWM van der, <PERSOON> JJ, <PERSOON> FJW ten, Dankert J, et al Helicobacter pylori reinfection is Wouden EJ van der, <PERSOON> JC, Zwet <INSTELLING> van, Kleibeuker JH Six-year follow-up after successful triple therapy for Helicobacter pylori infection in patients with peptic ulcer disease <PERSOON-##> ###;<DATUM> # ## <PERSOON-##> WA de, <PERSOON-##> WMM, Geuskens LM Long-term follow-up after cure of Helicobacter pylori infection with # days of quadruple therapy Aliment Pharmacol Ther ###;<DATUM> ## Vraag ## Is na een eradicatiekuur voor H pylori bij een actief ulcus nabehandeling met zuurremming geïndiceerd? Zo ja, hoe lang? Indien een ulcus is vastgesteld door middel van een endoscopie, en de door de endoscopist afgenomen biopten de aanwezigheid van H pylori hebben aangetoond, is dit een indicatie voor een op H pylori gerichte antibiotische therapie van zeven dagen aandient is of, en voor hoe lang er nog een aanvullende behandeling moet worden gegeven met zuurremmende medicijnen Deze vraag moet apart worden beantwoord voor ulcera duodeni, Ulcera duodeni In zes studies is het effect onderzocht van het al dan niet voorschrijven van zuurremmers na eradicatiebehandeling op de genezing van ulcera duodeni <DATUM> Deze studies laten zien dat de alleen eradicatietherapie voldoende is en het continueren van zuurremmers (protonpompremmer, ranitidine-bismutsubcitraat of H#-receptorantagonist) na de eradicatiebehandeling geen hoger genezingspercentage geeft na vier tot acht weken <DATUM> Ook was er geen verschil in klachten tussen patiënten die wel of geen additionele zuurremmende therapie gebruikten #,# In twee andere studies leverde het verlengen van een zuurremmende behandeling Ulcera ventriculi Voor ulcera ventriculi zijn geen studies naar de toegevoegde waarde van wijzen op een mogelijk lagere effectiviteit van H pylori-eradicatie alleen, bij de behandeling van (H pylori-positieve) ulcera ventriculi In een Japanse studie was eradicatietherapie zonder vervolgbehandeling (H pylori-genezing bij ##%) alleen succesvol bij ulcera ventriculi ( #,# cm # Een continue behandeling met een protonpompremmer (zonder eradicatie) was in deze studie beter voor ulcusgenezing # In een studie met patiënten die een bloeding hadden doorgemaakt, gaf een tweeweekse eradicatietherapie zonder vervolgbehandeling met zuurremmers bij ulcera ventriculi een duidelijk lager genezingpercentage dan bij ulcera duodeni (##/##; ##,#% versus Bloedende ulcera Ook bij bloedende ulcera blijkt eradicatietherapie beter dan langdurige onderhoudstherapie met een protonpompremmer of H#-receptorantagonist, zowel in genezingspercentages als in kosteneffectiviteit ## Weliswaar hoeft nadat genezing is gedocumenteerd.
598
nvmdl
en voor hoe lang er nog een aanvullende behandeling moet worden gegeven met zuurremmende medicijnen Deze vraag moet apart worden beantwoord voor ulcera duodeni, Ulcera duodeni In zes studies is het effect onderzocht van het al dan niet voorschrijven van zuurremmers na eradicatiebehandeling op de genezing van ulcera duodeni <DATUM> Deze studies laten zien dat de alleen eradicatietherapie voldoende is en het continueren van zuurremmers (protonpompremmer, ranitidine-bismutsubcitraat of H#-receptorantagonist) na de eradicatiebehandeling geen hoger genezingspercentage geeft na vier tot acht weken <DATUM> Ook was er geen verschil in klachten tussen patiënten die wel of geen additionele zuurremmende therapie gebruikten #,# In twee andere studies leverde het verlengen van een zuurremmende behandeling Ulcera ventriculi Voor ulcera ventriculi zijn geen studies naar de toegevoegde waarde van wijzen op een mogelijk lagere effectiviteit van H pylori-eradicatie alleen, bij de behandeling van (H pylori-positieve) ulcera ventriculi In een Japanse studie was eradicatietherapie zonder vervolgbehandeling (H pylori-genezing bij ##%) alleen succesvol bij ulcera ventriculi ( #,# cm # Een continue behandeling met een protonpompremmer (zonder eradicatie) was in deze studie beter voor ulcusgenezing # In een studie met patiënten die een bloeding hadden doorgemaakt, gaf een tweeweekse eradicatietherapie zonder vervolgbehandeling met zuurremmers bij ulcera ventriculi een duidelijk lager genezingpercentage dan bij ulcera duodeni (##/##; ##,#% versus Bloedende ulcera Ook bij bloedende ulcera blijkt eradicatietherapie beter dan langdurige onderhoudstherapie met een protonpompremmer of H#-receptorantagonist, zowel in genezingspercentages als in kosteneffectiviteit ## Weliswaar hoeft nadat genezing is gedocumenteerd In één gerandomiseerde studie werden patiënten met een bloedend ulcus duodeni (n = ###) behandeld met al dan niet continueren van de behandeling met protonpompremmers (gedurende drie weken) na een eradicatiebehandeling Er was geen verschil tussen beide groepen in percentages nieuwe bloedingen, ulcusgenezing of sterfte ## Ook een hierboven reeds beschreven studie laat zien dat voor bloedende ulcera duodeni eradicatietherapie alleen voldoende is ## Bij een endoscopisch bewezen H pylori-geïnfecteerd ulcus duodeni, met of zonder bloeding, is één week triple-therapie afdoende Aanvullend doorbehandelen met zuurremmende medicatie leidt niet tot hogere ulcus<DATUM> #-## Bij een endoscopisch bewezen H pylori-positief ulcus ventriculi zijn de Er is geen goed onderzoek waaruit blijkt dat aansluitend doorbehandelen met zuurremmende Er kan slechts worden vastgesteld dat in tegenstelling tot bij het ulcus duodeni, H pylorieradicatie bij het ulcus ventriculi niet bij alle patiënten (mogelijk één op de tien) een afdoende behandeling is Voor een optimaal behandelingsresultaat adviseert de werkgroep op basis van consensus aanvullende behandeling met een protonpompremmer te geven Op basis van literatuurgegevens is er geen uitspraak mogelijk hoe lang zuurremming moet worden doorgegeven Geadviseerd wordt om na het beëindigen van de eradicatiebehandeling nog drie weken door Bij ulcera ventriculi moet na behandeling een controle-endoscopie plaatsvinden om te kijken of het ulcus is genezen Daarbij moet door biopten uit het ulcus(litteken) een maligniteit ter plaatse definitief worden uitgesloten Het lijkt voor de hand te liggen om dan tevens in de genomen biopten het succes van de anti-H pylori-behandeling te verifiëren Echter, eerder werd.
609
nvmdl
met een bloedend ulcus duodeni (n = ###) behandeld met al dan niet continueren van de behandeling met protonpompremmers (gedurende drie weken) na een eradicatiebehandeling Er was geen verschil tussen beide groepen in percentages nieuwe bloedingen, ulcusgenezing of sterfte ## Ook een hierboven reeds beschreven studie laat zien dat voor bloedende ulcera duodeni eradicatietherapie alleen voldoende is ## Bij een endoscopisch bewezen H pylori-geïnfecteerd ulcus duodeni, met of zonder bloeding, is één week triple-therapie afdoende Aanvullend doorbehandelen met zuurremmende medicatie leidt niet tot hogere ulcus<DATUM> #-## Bij een endoscopisch bewezen H pylori-positief ulcus ventriculi zijn de Er is geen goed onderzoek waaruit blijkt dat aansluitend doorbehandelen met zuurremmende Er kan slechts worden vastgesteld dat in tegenstelling tot bij het ulcus duodeni, H pylorieradicatie bij het ulcus ventriculi niet bij alle patiënten (mogelijk één op de tien) een afdoende behandeling is Voor een optimaal behandelingsresultaat adviseert de werkgroep op basis van consensus aanvullende behandeling met een protonpompremmer te geven Op basis van literatuurgegevens is er geen uitspraak mogelijk hoe lang zuurremming moet worden doorgegeven Geadviseerd wordt om na het beëindigen van de eradicatiebehandeling nog drie weken door Bij ulcera ventriculi moet na behandeling een controle-endoscopie plaatsvinden om te kijken of het ulcus is genezen Daarbij moet door biopten uit het ulcus(litteken) een maligniteit ter plaatse definitief worden uitgesloten Het lijkt voor de hand te liggen om dan tevens in de genomen biopten het succes van de anti-H pylori-behandeling te verifiëren Echter, eerder werd Als een patiënt na de eradicatiebehandeling dus nog enige tijd wordt doorbehandeld met een protonpompremmer, dient de controle op eradicatie pas plaats te vinden nadat de patiënt Bij een endoscopisch bewezen H pylori-positief ulcus duodeni, met of zonder bloeding, is één week triple-therapie voldoende voor ulcusgenezing en klachtenreductie en is Bij een endoscopisch bewezen H pylori-positief ulcus ventriculi is triple-therapie van één week onvoldoende voor ulcusgenezing en klachtenreductie Het verdient aanbeveling de patiënt aanvullend nog drie weken een protonpompremmer voor te schrijven Controle-endoscopie moet dan minimaal twee weken na het stoppen van de <PERSOON> , <PERSOON> suppression therapy is not required after one-week anti-Helicobacter Genezing van ongecompliceerd ulcus duodeni na eradicatietherapie en vervolgens wel of pylori triple therapy for duodenal ulcer healing <PERSOON> I Is a one-week course of triple anti-Helicobacter pylori therapy sufficient to control active duodenal ulcer? <PERSOON> Z, et al One week of treatment with esomeprazolebased triple therapy eradicates Helicobacter pylori and heals patients with duodenal ulcer disease <PERSOON> R for the HEPYLOG investigator study group Duodenal ulcer healing with #-week eradication triple therapy followed, or not, by antisecretory treatment a multicentre double-blind placebo-controlled trial.
534
nvmdl
patiënt na de eradicatiebehandeling dus nog enige tijd wordt doorbehandeld met een protonpompremmer, dient de controle op eradicatie pas plaats te vinden nadat de patiënt Bij een endoscopisch bewezen H pylori-positief ulcus duodeni, met of zonder bloeding, is één week triple-therapie voldoende voor ulcusgenezing en klachtenreductie en is Bij een endoscopisch bewezen H pylori-positief ulcus ventriculi is triple-therapie van één week onvoldoende voor ulcusgenezing en klachtenreductie Het verdient aanbeveling de patiënt aanvullend nog drie weken een protonpompremmer voor te schrijven Controle-endoscopie moet dan minimaal twee weken na het stoppen van de <PERSOON> , <PERSOON> suppression therapy is not required after one-week anti-Helicobacter Genezing van ongecompliceerd ulcus duodeni na eradicatietherapie en vervolgens wel of pylori triple therapy for duodenal ulcer healing <PERSOON> I Is a one-week course of triple anti-Helicobacter pylori therapy sufficient to control active duodenal ulcer? <PERSOON> Z, et al One week of treatment with esomeprazolebased triple therapy eradicates Helicobacter pylori and heals patients with duodenal ulcer disease <PERSOON> R for the HEPYLOG investigator study group Duodenal ulcer healing with #-week eradication triple therapy followed, or not, by antisecretory treatment a multicentre double-blind placebo-controlled trial <PERSOON> RJ, Borsch G One week low-dose triple therapy for <PERSOON> MG, Tornar A, et al Ranitidine bismuth citrate-based triple therapy pylori is sufficient for relief of symptoms and healing of duodenal ulcers Aliment Pharmacol Ther ###;## ##-## for seven days, with or without further anti-secretory therapy, is highly effective in patients with duodenal ulcer and <PERSOON> G, et al Randomized study to investigate if prolongation of omeprazole treatment adds to the healing rate of duodenal ulcers <PERSOON> E, et al Comparison of #-week vs #- or #- week therapy regimens with ranitidine bismuth citrate plus two antibiotics for Helicobacter pylori eradication <PERSOON-##> S, et al Is eradication sufficient to heal gastric ulcers in patients infected with Helicobacter pylori? A randomised, controlled, prospective trial Aliment Pharmacol ## <PERSOON-##> KC, <PERSOON-##> SK Ulcer-healing drugs are required after eradication of Helicobacter pylori in patients with gastric ulcer but not duodenal ulcer haemorrhage <PERSOON-##> VK, Sahai AV, Corder FA, Howden CW Helicobacter pylori eradication is superior to ulcer healing with or without maintenance therapy to prevent further ulcer haemorrhage Aliment Pharmacol Ther ###;##.
503
nvmdl
<PERSOON> RJ, Borsch G One week low-dose triple therapy for <PERSOON> MG, Tornar A, et al Ranitidine bismuth citrate-based triple therapy pylori is sufficient for relief of symptoms and healing of duodenal ulcers Aliment Pharmacol Ther ###;## ##-## for seven days, with or without further anti-secretory therapy, is highly effective in patients with duodenal ulcer and <PERSOON> G, et al Randomized study to investigate if prolongation of omeprazole treatment adds to the healing rate of duodenal ulcers <PERSOON> E, et al Comparison of #-week vs #- or #- week therapy regimens with ranitidine bismuth citrate plus two antibiotics for Helicobacter pylori eradication <PERSOON> S, et al Is eradication sufficient to heal gastric ulcers in patients infected with Helicobacter pylori? A randomised, controlled, prospective trial Aliment Pharmacol ## <PERSOON> KC, <PERSOON> SK Ulcer-healing drugs are required after eradication of Helicobacter pylori in patients with gastric ulcer but not duodenal ulcer haemorrhage <PERSOON> VK, Sahai AV, Corder FA, Howden CW Helicobacter pylori eradication is superior to ulcer healing with or without maintenance therapy to prevent further ulcer haemorrhage Aliment Pharmacol Ther ###;## Vraag ## Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met (a) een positieve uitslag en (b) een negatieve uitslag? ## <PERSOON> S, <PERSOON-##> R, et al <PERSOON-##> effect of the eradication of Helicobacter pylori ## Tai WT, Luk YW, <PERSOON-##> CH, Lao WC, et al Ulcer healing drug is not necessary after eradication Vraag ##a Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met een positieve uitslag? of Helicobacter pylori in bleeding duodenal ulcer <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> E, et al Cure of Helicobacter pylori-positive active duodenal ulcer patients a double-blind, multicentre, ## month study comparing a two-week dual vs a one-week triple Indien bij de analyse van maagklachten primair wordt gekozen voor een H pylori-test en de test positief is, betekent dat alleen dat de patiënt besmet is met H pylori De uitslag geeft geen zekerheid over de klinische diagnose De patiënt kan dan maagzweerziekte hebben, maar net zo goed refluxziekte, functionele dyspepsie of een andere diagnose In de literatuur is gezocht naar de vraag wat de effectiefste strategie is voor met H pylori besmette patiënten Er zijn enkele studies waarin H pylori-positieve dyspeptische patiënten na randomisatie werden behandeld met eradicatie of symptomatisch met een protonpompremmer <DATUM> Eradicatietherapie gaf betere resultaten dan behandeling met een protonpompremmer.
554
nvmdl
Vraag ## Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met (a) een positieve uitslag en (b) een negatieve uitslag? ## <PERSOON> S, <PERSOON> R, et al <PERSOON> effect of the eradication of Helicobacter pylori ## Tai WT, Luk YW, <PERSOON> CH, Lao WC, et al Ulcer healing drug is not necessary after eradication Vraag ##a Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met een positieve uitslag? of Helicobacter pylori in bleeding duodenal ulcer <PERSOON> N, <PERSOON> E, et al Cure of Helicobacter pylori-positive active duodenal ulcer patients a double-blind, multicentre, ## month study comparing a two-week dual vs a one-week triple Indien bij de analyse van maagklachten primair wordt gekozen voor een H pylori-test en de test positief is, betekent dat alleen dat de patiënt besmet is met H pylori De uitslag geeft geen zekerheid over de klinische diagnose De patiënt kan dan maagzweerziekte hebben, maar net zo goed refluxziekte, functionele dyspepsie of een andere diagnose In de literatuur is gezocht naar de vraag wat de effectiefste strategie is voor met H pylori besmette patiënten Er zijn enkele studies waarin H pylori-positieve dyspeptische patiënten na randomisatie werden behandeld met eradicatie of symptomatisch met een protonpompremmer <DATUM> Eradicatietherapie gaf betere resultaten dan behandeling met een protonpompremmer traden minder ulcera op, waren er minder klachten, waren de patiënten tevredener, hadden ze een betere levenskwaliteit en werd er minder gezondheidszorg geconsumeerd <DATUM> Behandeling van een H pylori-positieve dyspeptische patiënt met eradicatie is dus effectiever en goedkoper dan behandeling met een protonpompremmer # De keuze van de antibiotica is daarbij niet essentieel; de uitkomst hangt samen met genezing van de infectie Patiënten bij wie de infectie is genezen, voelen zich beter dan patiënten bij wie de eradicatiebehandeling <PERSOON> RA, Escobedo S, <PERSOON> pylori infection in primary care patients with uninvestigated dyspepsia the Canadian adult dyspepsia empiric treatment – Helicobacter pylori positives (CADET-Hp) randomised controlled trial <PERSOON> of Helicobacter pylori eradication in the treatment of ulcer-like dyspepsia in primary <PERSOON-##> M, et al Helicobacter pylori infection and the development of gastric cancer <PERSOON-##> J Med ###;##<DATUM> ## Resultaten van behandeling van H pylori-positieve patiënten met H pylori-eradicatie of een Bij patiënten met maagklachten die geïnfecteerd zijn met H pylori, is eradicatiebehandeling effectiever dan behandeling met zuurremming in termen van De WHO heeft H pylori-infectie omschreven als een klasse I-carcinogeen Aanwezigheid van de infectie geeft een zes- tot achtmaal grotere kans op maagkanker Voorts is er een cumulatief risico van circa ##% op het ontwikkelen van een peptisch ulcus ooit in het leven.
568
nvmdl
minder ulcera op, waren er minder klachten, waren de patiënten tevredener, hadden ze een betere levenskwaliteit en werd er minder gezondheidszorg geconsumeerd <DATUM> Behandeling van een H pylori-positieve dyspeptische patiënt met eradicatie is dus effectiever en goedkoper dan behandeling met een protonpompremmer # De keuze van de antibiotica is daarbij niet essentieel; de uitkomst hangt samen met genezing van de infectie Patiënten bij wie de infectie is genezen, voelen zich beter dan patiënten bij wie de eradicatiebehandeling <PERSOON> RA, Escobedo S, <PERSOON> pylori infection in primary care patients with uninvestigated dyspepsia the Canadian adult dyspepsia empiric treatment – Helicobacter pylori positives (CADET-Hp) randomised controlled trial <PERSOON> of Helicobacter pylori eradication in the treatment of ulcer-like dyspepsia in primary <PERSOON> M, et al Helicobacter pylori infection and the development of gastric cancer <PERSOON> J Med ###;##<DATUM> ## Resultaten van behandeling van H pylori-positieve patiënten met H pylori-eradicatie of een Bij patiënten met maagklachten die geïnfecteerd zijn met H pylori, is eradicatiebehandeling effectiever dan behandeling met zuurremming in termen van De WHO heeft H pylori-infectie omschreven als een klasse I-carcinogeen Aanwezigheid van de infectie geeft een zes- tot achtmaal grotere kans op maagkanker Voorts is er een cumulatief risico van circa ##% op het ontwikkelen van een peptisch ulcus ooit in het leven gediagnosticeerde infectie kan om deze reden niet onbehandeld blijven Na eradicatie dalen de kans op het ontwikkelen van een ulcus en de kans op het ontwikkelen van maagkanker # Als na behandeling de patiënt klachten houdt, dient eerst vastgesteld te worden of deze patiënt nog steeds besmet is met H pylori Is dit het geval, dan dient een tweedelijns therapie te worden voorgeschreven Indien de patiënt niet meer besmet is, wordt de patiënt behandeld zoals iedere patiënt na een H pylori-test met een negatieve uitslag (zie vraag ##b) Als de (huis)arts geen toegang heeft tot een niet-invasieve test waarmee gekeken kan worden of de patiënt nog steeds besmet is, kan worden doorbehandeld zoals bij een negatieve H pyloritest Indien besloten is te testen, moet aan iedere patiënt met een positieve H pylori-test een antibiotische therapie voorgeschreven worden Daarbij maakt het niet uit of het een initiële test betreft of een controletest na eradicatie Na een initiële positieve test <PERSOON> P ‘Test & treat’-strategy for management of uninvestigated dyspepsia Vraag ##b Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met een negatieve uitslag? Indien de H pylori-test negatief uitvalt, betekent dat alleen dat de patiënt niet besmet is met de bacterie Hiermee is – zeker als de patiënt geen NSAID’s gebruikt – peptisch ulcuslijden als oorzaak van de klachten nagenoeg uitgesloten Wel moet rekening worden gehouden met.
569
nvmdl
gediagnosticeerde infectie kan om deze reden niet onbehandeld blijven Na eradicatie dalen de kans op het ontwikkelen van een ulcus en de kans op het ontwikkelen van maagkanker # Als na behandeling de patiënt klachten houdt, dient eerst vastgesteld te worden of deze patiënt nog steeds besmet is met H pylori Is dit het geval, dan dient een tweedelijns therapie te worden voorgeschreven Indien de patiënt niet meer besmet is, wordt de patiënt behandeld zoals iedere patiënt na een H pylori-test met een negatieve uitslag (zie vraag ##b) Als de (huis)arts geen toegang heeft tot een niet-invasieve test waarmee gekeken kan worden of de patiënt nog steeds besmet is, kan worden doorbehandeld zoals bij een negatieve H pyloritest Indien besloten is te testen, moet aan iedere patiënt met een positieve H pylori-test een antibiotische therapie voorgeschreven worden Daarbij maakt het niet uit of het een initiële test betreft of een controletest na eradicatie Na een initiële positieve test <PERSOON> P ‘Test & treat’-strategy for management of uninvestigated dyspepsia Vraag ##b Wat is het vervolgbeleid na een H pylori-test met een negatieve uitslag? Indien de H pylori-test negatief uitvalt, betekent dat alleen dat de patiënt niet besmet is met de bacterie Hiermee is – zeker als de patiënt geen NSAID’s gebruikt – peptisch ulcuslijden als oorzaak van de klachten nagenoeg uitgesloten Wel moet rekening worden gehouden met Hetzelfde geldt voor een patiënt die na eradicatietherapie een negatieve H pylori-test heeft Als de patiënt echter zonder endoscopische diagnose op grond van een positieve niet invasieve H pylori-test is behandeld, zullen veel patiënten klachten houden, ook na geslaagde eradicatie In de literatuur is gezocht naar de vraag wat de effectiefste strategie is voor de patiënt met een Er zijn geen vergelijkende studies beschikbaar die een voorkeur voor endoscopie boven behandeling met protonpompremmers kunnen onderbouwen patiënten zijn wisselend; recidiefklachten komen voor bij ##-##% van de In één gerandomiseerde studie werden H pylori-negatieve patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar behandeld met endoscopisch onderzoek of empirisch vervolgbeleid Er was geen verschil tussen de groepen wat betreft de klachten, de levenskwaliteit, het aantal huisartsbezoeken en het ziekteverzuim # Daarnaast zijn er veel studies, retrospectief en prospectief, waarin aangetoond is dat bij H pylori-negatieve maagpatiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar een endoscopie veilig achterwege kan worden gelaten <DATUM> Het merendeel van deze patiënten heeft een normaal endoscopisch beeld <DATUM> #,# Maligniteiten zijn bij het ontbreken van alarmsymptomen in deze leeftijdsgroep uiterst zeldzaam #,#,#,#,# Als er endoscopisch wel afwijkingen worden vastgesteld, zijn dat meestal Als de patiënt ouder is dan <LEEFTIJD> jaar, moet ook een maligniteit in de differentiaaldiagnose worden opgenomen Er zijn, behoudens epidemiologische data over de stijgende prevalentie van maligniteiten in de hogere leeftijdscohorten, geen studies die een differentiatie in beleid tussen In een aantal niet-gerandomiseerde studies is gekeken naar het effect van een behandeling met protonpompremmers bij H pylori-negatieve patiënten Deze studies zijn divers van.
611
nvmdl
na eradicatietherapie een negatieve H pylori-test heeft Als de patiënt echter zonder endoscopische diagnose op grond van een positieve niet invasieve H pylori-test is behandeld, zullen veel patiënten klachten houden, ook na geslaagde eradicatie In de literatuur is gezocht naar de vraag wat de effectiefste strategie is voor de patiënt met een Er zijn geen vergelijkende studies beschikbaar die een voorkeur voor endoscopie boven behandeling met protonpompremmers kunnen onderbouwen patiënten zijn wisselend; recidiefklachten komen voor bij ##-##% van de In één gerandomiseerde studie werden H pylori-negatieve patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar behandeld met endoscopisch onderzoek of empirisch vervolgbeleid Er was geen verschil tussen de groepen wat betreft de klachten, de levenskwaliteit, het aantal huisartsbezoeken en het ziekteverzuim # Daarnaast zijn er veel studies, retrospectief en prospectief, waarin aangetoond is dat bij H pylori-negatieve maagpatiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar een endoscopie veilig achterwege kan worden gelaten <DATUM> Het merendeel van deze patiënten heeft een normaal endoscopisch beeld <DATUM> #,# Maligniteiten zijn bij het ontbreken van alarmsymptomen in deze leeftijdsgroep uiterst zeldzaam #,#,#,#,# Als er endoscopisch wel afwijkingen worden vastgesteld, zijn dat meestal Als de patiënt ouder is dan <LEEFTIJD> jaar, moet ook een maligniteit in de differentiaaldiagnose worden opgenomen Er zijn, behoudens epidemiologische data over de stijgende prevalentie van maligniteiten in de hogere leeftijdscohorten, geen studies die een differentiatie in beleid tussen In een aantal niet-gerandomiseerde studies is gekeken naar het effect van een behandeling met protonpompremmers bij H pylori-negatieve patiënten Deze studies zijn divers van In een eerstelijns populatie van maagpatiënten in Engeland (n = ###; ##-<LEEFTIJD> jaar) was ##% H pylori-negatief Deze groep werd behandeld met protonpompremmers; ##% reageerde hier niet op of kreeg binnen een jaar recidiefklachten ## In een andere gecombineerde Engelse en Noorse studie bij eerstelijns patiënten werden ### H pylori-negatieve patiënten ook met protonpompremmers behandeld Van hen kreeg ##,#% binnen een jaar recidiefklachten ## In een Italiaanse studie met tweedelijns patiënten kregen ## H pylori-negatieve patiënten een protonpompremmer Er moesten er ## (##%) direct worden gescopieerd omdat de protonpompremmer niet hielp Nog eens ## (##%) werden binnen een jaar alsnog gescopieerd omdat de klachten recidiveerden ## In een eerstelijns dyspeptische populatie in Finland ( <LEEFTIJD> jaar werden H pylori-negatieve patiënten (n = ###) behandeld met protonpompremmers Na twee jaar was ##% tevreden, had #% een ulcus gekregen tijdens de <PERSOON> meeste studies wordt <LEEFTIJD> jaar als leeftijdsgrens gebruikt De argumentatie daarvoor is dat daaronder, op epidemiologische gronden, de kans op het optreden van een maligniteit aan de maag of de slokdarm klein is De vraag naar de ratio van een leeftijdsgrens voor endoscopie met het oog op het vaststellen van een maligniteit werd in hoofdstuk # negatief beantwoord Ongeacht de leeftijd presenteren de patiënten zich vrijwel altijd met alarmsymptomen ##-## Patiënten met alarmsymptomen worden ongeacht de leeftijd altijd endoscopisch onderzocht.
635
nvmdl
een eerstelijns populatie van maagpatiënten in Engeland (n = ###; ##-<LEEFTIJD> jaar) was ##% H pylori-negatief Deze groep werd behandeld met protonpompremmers; ##% reageerde hier niet op of kreeg binnen een jaar recidiefklachten ## In een andere gecombineerde Engelse en Noorse studie bij eerstelijns patiënten werden ### H pylori-negatieve patiënten ook met protonpompremmers behandeld Van hen kreeg ##,#% binnen een jaar recidiefklachten ## In een Italiaanse studie met tweedelijns patiënten kregen ## H pylori-negatieve patiënten een protonpompremmer Er moesten er ## (##%) direct worden gescopieerd omdat de protonpompremmer niet hielp Nog eens ## (##%) werden binnen een jaar alsnog gescopieerd omdat de klachten recidiveerden ## In een eerstelijns dyspeptische populatie in Finland ( <LEEFTIJD> jaar werden H pylori-negatieve patiënten (n = ###) behandeld met protonpompremmers Na twee jaar was ##% tevreden, had #% een ulcus gekregen tijdens de <PERSOON> meeste studies wordt <LEEFTIJD> jaar als leeftijdsgrens gebruikt De argumentatie daarvoor is dat daaronder, op epidemiologische gronden, de kans op het optreden van een maligniteit aan de maag of de slokdarm klein is De vraag naar de ratio van een leeftijdsgrens voor endoscopie met het oog op het vaststellen van een maligniteit werd in hoofdstuk # negatief beantwoord Ongeacht de leeftijd presenteren de patiënten zich vrijwel altijd met alarmsymptomen ##-## Patiënten met alarmsymptomen worden ongeacht de leeftijd altijd endoscopisch onderzocht met protonpompremmers na een negatieve H pylori-test, mits naar alarmsignalen wordt geïnformeerd Zoals hierboven beschreven, zijn refluxziekte en functionele maagklachten de meest voorkomende uiteindelijke aandoeningen bij H pylori-negatieve patiënten Als aan hen een protonpompremmer wordt voorgeschreven, heeft dit bij reflux een gunstig effect op de klachten Als een protonpompremmer geen effect heeft op de klachten, is refluxziekte onwaarschijnlijk en kan (zeker bij jonge patiënten) zonder aanvullende diagnostiek de (waarschijnlijkheids)diagnose ‘functionele dyspepsie’ worden gesteld De teleurstellende resultaten van farmacotherapie bij functionele klachten verklaren waarschijnlijk de hoge recidiefpercentages in de studies naar het effect van therapie met protonpompremmers bij H pylori-negatieve Ten slotte wijst de werkgroep nogmaals op het feit dat bij het langdurig persisteren van de klachten de behoefte aan diagnostische zekerheid steeds groter kan worden, bij de patiënt, maar ook bij de arts Om daaraan tegemoet te komen, kan na een negatieve H pylori-test worden Bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar zonder H pylori-infectie is een vervolgbehandeling met protonpompremmers even effectief als endoscopie in termen Asante#, Werdmuller#, Heaney#, Collins#, Mendall#, Patel#, Vyas#, Slade , Sobala , Asante , Moayyedi , Shaw , McColl Aan H pylori-negatieve patiënten wordt een proefbehandeling met een protonpompremmer voorgeschreven Als dit goed helpt, kan deze therapie op geleide van de klachten, Indien een jongere H pylori-negatieve patiënt niet op een proefbehandeling met een protonpompremmer reageert, is er waarschijnlijk sprake van functionele maagklachten en zal een endoscopie geen meerwaarde hebben voor een verklaring van de klachten ##.
632
nvmdl
mits naar alarmsignalen wordt geïnformeerd Zoals hierboven beschreven, zijn refluxziekte en functionele maagklachten de meest voorkomende uiteindelijke aandoeningen bij H pylori-negatieve patiënten Als aan hen een protonpompremmer wordt voorgeschreven, heeft dit bij reflux een gunstig effect op de klachten Als een protonpompremmer geen effect heeft op de klachten, is refluxziekte onwaarschijnlijk en kan (zeker bij jonge patiënten) zonder aanvullende diagnostiek de (waarschijnlijkheids)diagnose ‘functionele dyspepsie’ worden gesteld De teleurstellende resultaten van farmacotherapie bij functionele klachten verklaren waarschijnlijk de hoge recidiefpercentages in de studies naar het effect van therapie met protonpompremmers bij H pylori-negatieve Ten slotte wijst de werkgroep nogmaals op het feit dat bij het langdurig persisteren van de klachten de behoefte aan diagnostische zekerheid steeds groter kan worden, bij de patiënt, maar ook bij de arts Om daaraan tegemoet te komen, kan na een negatieve H pylori-test worden Bij patiënten jonger dan <LEEFTIJD> jaar zonder H pylori-infectie is een vervolgbehandeling met protonpompremmers even effectief als endoscopie in termen Asante#, Werdmuller#, Heaney#, Collins#, Mendall#, Patel#, Vyas#, Slade , Sobala , Asante , Moayyedi , Shaw , McColl Aan H pylori-negatieve patiënten wordt een proefbehandeling met een protonpompremmer voorgeschreven Als dit goed helpt, kan deze therapie op geleide van de klachten, Indien een jongere H pylori-negatieve patiënt niet op een proefbehandeling met een protonpompremmer reageert, is er waarschijnlijk sprake van functionele maagklachten en zal een endoscopie geen meerwaarde hebben voor een verklaring van de klachten ## Randomised trial of endoscopy with testing for ## <PERSOON> concern about missing malignancy justify endoscopy in uncomplicated dyspepsia in Bij alarmsignalen moet en bij een sterke behoefte aan diagnostische zekerheid kan de patiënt met een negatieve H pylori-test worden verwezen voor endoscopie ## <PERSOON> NA, Codling BW, Valori RM Gastric cancer below the age of ## implications for screening ## <PERSOON> SJO <PERSOON> the age limit for endoscopy be increased in dyspepsia patients who do not have <PERSOON> TC A randomized trial of endoscopy vs no endoscopy in the management of seronegative Helicobacter pylori dyspepsia <PERSOON> screening for IgG antibodies against Helicobacter pylori be used in clinical practice? Omit endoscopy in seropositive or seronegative patients? <PERSOON> PR, McFarland JR, Bamford KB A prospective study of the management of the young Helicobacter pylori negative dyspeptic patient – can gastroscopies be saved in clinical practice? <PERSOON> AH Screening for Helicobacter pylori antibody could reduce endoscopy workload in young dyspeptic patients <PERSOON> MA, Goggin PM, Marrero JM, et al Role of Helicobacter pylori serology in screening prior to endoscopy.
533
nvmdl
<PERSOON> concern about missing malignancy justify endoscopy in uncomplicated dyspepsia in Bij alarmsignalen moet en bij een sterke behoefte aan diagnostische zekerheid kan de patiënt met een negatieve H pylori-test worden verwezen voor endoscopie ## <PERSOON> NA, Codling BW, Valori RM Gastric cancer below the age of ## implications for screening ## <PERSOON> SJO <PERSOON> the age limit for endoscopy be increased in dyspepsia patients who do not have <PERSOON> TC A randomized trial of endoscopy vs no endoscopy in the management of seronegative Helicobacter pylori dyspepsia <PERSOON> screening for IgG antibodies against Helicobacter pylori be used in clinical practice? Omit endoscopy in seropositive or seronegative patients? <PERSOON> PR, McFarland JR, Bamford KB A prospective study of the management of the young Helicobacter pylori negative dyspeptic patient – can gastroscopies be saved in clinical practice? <PERSOON> AH Screening for Helicobacter pylori antibody could reduce endoscopy workload in young dyspeptic patients <PERSOON> MA, Goggin PM, Marrero JM, et al Role of Helicobacter pylori serology in screening prior to endoscopy Prospective screening of dyspeptic patients by <PERSOON-##> PR Pre-endoscopy screening using serodiagnosis of <PERSOON-##> RA, Blackburn PA Reducing the endoscopic workload does serological testing Sobala GM, Crabtree JE, Pentith JA, Rathbone BJ, Shallcross TM, Wyatt JI, et al Screening dyspepsia by serology to ## <PERSOON-##> TC Endoscopy for Helicobacter pylori sero-negative young dyspeptic patients an economic evaluation based on a randomised trial <PERSOON-##> JR, Cann PA Primary care dyspepsia management in the Helicobacter pylori era Gut ###;##(suppl #) <PERSOON-##> of Helicobacter pylori eradication in the treatment of ulcer-like dyspepsia in primary ## <PERSOON-##> approach to dyspepsia test and treat strategy vs PPI treatment ## <PERSOON-##> P ‘Test & treat’-strategy for management of uninvestigated dyspepsia ## <PERSOON-##> effectiveness of screening and treating Helicobacter pylori in the management of dyspepsia <PERSOON-##> IS, Valori RM, McNulty CAM A randomised study to determine whether using Helicobacter pylori serology Vraag ## Wat is de validiteit van een proefbehandeling met sterke zuurremming In toenemende mate wordt door artsen in eerste en tweede lijn een positieve reactie op een.
497
nvmdl
<PERSOON> PR Pre-endoscopy screening using serodiagnosis of <PERSOON> RA, Blackburn PA Reducing the endoscopic workload does serological testing Sobala GM, Crabtree JE, Pentith JA, Rathbone BJ, Shallcross TM, Wyatt JI, et al Screening dyspepsia by serology to ## <PERSOON> TC Endoscopy for Helicobacter pylori sero-negative young dyspeptic patients an economic evaluation based on a randomised trial <PERSOON> JR, Cann PA Primary care dyspepsia management in the Helicobacter pylori era Gut ###;##(suppl #) <PERSOON> of Helicobacter pylori eradication in the treatment of ulcer-like dyspepsia in primary ## <PERSOON> approach to dyspepsia test and treat strategy vs PPI treatment ## <PERSOON> P ‘Test & treat’-strategy for management of uninvestigated dyspepsia ## <PERSOON> effectiveness of screening and treating Helicobacter pylori in the management of dyspepsia <PERSOON> IS, Valori RM, McNulty CAM A randomised study to determine whether using Helicobacter pylori serology Vraag ## Wat is de validiteit van een proefbehandeling met sterke zuurremming In toenemende mate wordt door artsen in eerste en tweede lijn een positieve reactie op een gastro-oesofageale refluxziekte # De bewijsvoering daarvoor is echter niet volledig Er zijn verschillende gouden standaarden voor de diagnose,<DATUM> er is variatie in de voor de proefbehandeling gebruikte dosering,<DATUM> en de test is in verschillende basispopulaties uitgevoerd, maar Er werden tien publicaties gevonden waarin bij patiënten met klachten van refluxziekte de testeigenschappen werden bepaald van proefbehandeling met protonpompremmers, waarbij als gouden standaard de uitslag van ##-uurs-pH-meting gold of de aanwezigheid van erosieve afwijkingen bij endoscopie <DATUM> De testeigenschappen van de PPI-test voor de diagnose refluxziekte gesteld met ##-uurs-pH-meting ontlopen die voor de diagnose erosieve refluxziekte niet de sensitiviteit bedraagt circa ##-##%, de specificiteit ##-##% De voorspellende waarden hangen sterk samen met de prevalentie van de gouden standaard in de onderzochte De werkgroep is uitgegaan van de testeigenschappen die zijn bepaald bij gebruik van ##uurs-pH-meting als gouden standaard omdat dat de meest gebruikte standaard is bevindingen bij ##-uurs-pH-meting, een acceptabele sensitiviteit en een matige specificiteit Als op basis van een succesvolle proefbehandeling de bijna tweemaal zo groot als de kans dat de diagnose onterecht is (LR+ = #,##) Het gevonden onderzoek is in alle gevallen gesponsord door de farmaceutische industrie, in de overgrote meerderheid door de producent van omeprazol Duur en dosis van de gebruikte medicatie hadden geen doorslaggevend invloed op de testeigenschappen van de proefbehandeling Met andere woorden de onderzoeken die werden uitgevoerd met een geprotocolleerde testbehandeling omeprazol ##-## mg gedurende een week (of equivalent gedoseerde andere.
550
nvmdl
gastro-oesofageale refluxziekte # De bewijsvoering daarvoor is echter niet volledig Er zijn verschillende gouden standaarden voor de diagnose,<DATUM> er is variatie in de voor de proefbehandeling gebruikte dosering,<DATUM> en de test is in verschillende basispopulaties uitgevoerd, maar Er werden tien publicaties gevonden waarin bij patiënten met klachten van refluxziekte de testeigenschappen werden bepaald van proefbehandeling met protonpompremmers, waarbij als gouden standaard de uitslag van ##-uurs-pH-meting gold of de aanwezigheid van erosieve afwijkingen bij endoscopie <DATUM> De testeigenschappen van de PPI-test voor de diagnose refluxziekte gesteld met ##-uurs-pH-meting ontlopen die voor de diagnose erosieve refluxziekte niet de sensitiviteit bedraagt circa ##-##%, de specificiteit ##-##% De voorspellende waarden hangen sterk samen met de prevalentie van de gouden standaard in de onderzochte De werkgroep is uitgegaan van de testeigenschappen die zijn bepaald bij gebruik van ##uurs-pH-meting als gouden standaard omdat dat de meest gebruikte standaard is bevindingen bij ##-uurs-pH-meting, een acceptabele sensitiviteit en een matige specificiteit Als op basis van een succesvolle proefbehandeling de bijna tweemaal zo groot als de kans dat de diagnose onterecht is (LR+ = #,##) Het gevonden onderzoek is in alle gevallen gesponsord door de farmaceutische industrie, in de overgrote meerderheid door de producent van omeprazol Duur en dosis van de gebruikte medicatie hadden geen doorslaggevend invloed op de testeigenschappen van de proefbehandeling Met andere woorden de onderzoeken die werden uitgevoerd met een geprotocolleerde testbehandeling omeprazol ##-## mg gedurende een week (of equivalent gedoseerde andere met omeprazol ## mg gedurende één tot vier weken (of andere ‘normaal gedoseerde’ proton#,#,# pompremmers) De onderzochte patiënten hadden in alle gevallen een voorgeschiedenis van meer dan drie maanden typische refluxklachten Het gebruik van een adequate proefbehandeling met een protonpompremmer (minimaal het equivalent van omeprazol ## mg gedurende twee weken) met tot doel het vergroten van de aannemelijkheid van refluxziekte, berust derhalve alleen op bewijsvoering in populaties met een relatief langdurig klachtenbeloop, en de testeigenschappen (met name de specificiteit) laten te wensen over De vraag of klachten ‘zuurgerelateerd’ zijn, is een andere dan die of klachten berusten op refluxziekte De vraag of klachten al dan niet zuurgerelateerd zijn, is vooral relevant als wordt gedacht aan refluxziekte, omdat andere zuurgerelateerde aandoeningen, zoals peptische ulcera, op een andere manier moeten worden behandeld De matige testeigenschappen van proefbehandeling met protonpompremmers voor de diagnose ‘refluxziekte’ berusten in de gerefereerde onderzoeken met geselecteerde patiënten voornamelijk op misclassificatie ## Veel patiënten met andere aandoeningen reageren ook goed op behandeling met protonpompremmers Bovendien is er is een aanzienlijk placebo-effect, waarvoor in enkele van de genoemde onderzoeken is gecorrigeerd door ze dubbelblind uit te voeren #,#,# <PERSOON> R, <PERSOON> J, et al Gastro-oesophageal reflux disease in primary care <PERSOON> JJ, Sampliner RE, Camargo L, <PERSOON> omeprazole test is as sensitive as ##-h <PERSOON> L One-week omeprazole treatment in the diagnosis <PERSOON> B.
612
nvmdl
‘normaal gedoseerde’ proton#,#,# pompremmers) De onderzochte patiënten hadden in alle gevallen een voorgeschiedenis van meer dan drie maanden typische refluxklachten Het gebruik van een adequate proefbehandeling met een protonpompremmer (minimaal het equivalent van omeprazol ## mg gedurende twee weken) met tot doel het vergroten van de aannemelijkheid van refluxziekte, berust derhalve alleen op bewijsvoering in populaties met een relatief langdurig klachtenbeloop, en de testeigenschappen (met name de specificiteit) laten te wensen over De vraag of klachten ‘zuurgerelateerd’ zijn, is een andere dan die of klachten berusten op refluxziekte De vraag of klachten al dan niet zuurgerelateerd zijn, is vooral relevant als wordt gedacht aan refluxziekte, omdat andere zuurgerelateerde aandoeningen, zoals peptische ulcera, op een andere manier moeten worden behandeld De matige testeigenschappen van proefbehandeling met protonpompremmers voor de diagnose ‘refluxziekte’ berusten in de gerefereerde onderzoeken met geselecteerde patiënten voornamelijk op misclassificatie ## Veel patiënten met andere aandoeningen reageren ook goed op behandeling met protonpompremmers Bovendien is er is een aanzienlijk placebo-effect, waarvoor in enkele van de genoemde onderzoeken is gecorrigeerd door ze dubbelblind uit te voeren #,#,# <PERSOON> R, <PERSOON> J, et al Gastro-oesophageal reflux disease in primary care <PERSOON> JJ, Sampliner RE, Camargo L, <PERSOON> omeprazole test is as sensitive as ##-h <PERSOON> L One-week omeprazole treatment in the diagnosis <PERSOON> B a double-blind <PERSOON> treatment in primary care randomised, double blind study for # weeks <PERSOON> ML Omeprazole ## milligrams once daily, omeprazole ## <PERSOON> JM, Schaffalitzky de <PERSOON-##> endoscopic diagnosis in the Een succesvolle proefbehandeling met een protonpompremmer dient niet te worden beschouwd als bewijzend voor het bestaan van refluxziekte Behandeling met protonpompremmers moet als een therapeutische interventie worden beschouwd, niet als <PERSOON-##> EH, Tuynman HA, et al Omeprazole as a diagnostic <PERSOON-##>-dose proton-pump inhibitors as a diagnostic test of <PERSOON> JJ, Gralnek IM, <PERSOON-##> RE, et al Clinical and economic assessment of Bate CM, <PERSOON-##> SA, Chapman RW, Durnin AT, <PERSOON-##> MD Evaluation of omeprazole as a cost-effective diagnostic Vraag ## Wat is de effectiefste initiële medicamenteuze benadering voor Patiënten met klachten die passen bij gastro-oesofageale refluxziekte, presenteren zich meestal primair in de eerste lijn In de huisartspraktijk wordt bij het ontbreken van alarmsymptomen empirisch behandeld De eerste behandeltermijn is, conform het beleid beschreven bij niet-nader-onderzochte maagklachten, meestal twee tot acht weken De verschillende medicamenten voor behandeling kunnen worden ondergebracht in twee categorieën, te De superioriteit van protonpompremmers voor kortetermijnbehandeling is in de systematisch.
559
nvmdl
<PERSOON> treatment in primary care randomised, double blind study for # weeks <PERSOON> ML Omeprazole ## milligrams once daily, omeprazole ## <PERSOON> JM, Schaffalitzky de <PERSOON> endoscopic diagnosis in the Een succesvolle proefbehandeling met een protonpompremmer dient niet te worden beschouwd als bewijzend voor het bestaan van refluxziekte Behandeling met protonpompremmers moet als een therapeutische interventie worden beschouwd, niet als <PERSOON> EH, Tuynman HA, et al Omeprazole as a diagnostic <PERSOON>-dose proton-pump inhibitors as a diagnostic test of <PERSOON> JJ, Gralnek IM, <PERSOON> RE, et al Clinical and economic assessment of Bate CM, <PERSOON> SA, Chapman RW, Durnin AT, <PERSOON-##> MD Evaluation of omeprazole as a cost-effective diagnostic Vraag ## Wat is de effectiefste initiële medicamenteuze benadering voor Patiënten met klachten die passen bij gastro-oesofageale refluxziekte, presenteren zich meestal primair in de eerste lijn In de huisartspraktijk wordt bij het ontbreken van alarmsymptomen empirisch behandeld De eerste behandeltermijn is, conform het beleid beschreven bij niet-nader-onderzochte maagklachten, meestal twee tot acht weken De verschillende medicamenten voor behandeling kunnen worden ondergebracht in twee categorieën, te De superioriteit van protonpompremmers voor kortetermijnbehandeling is in de systematisch zonder dat die diagnose met nader aanvullend diagnostisch onderzoek is bevestigd # Bij patiënten met hetzelfde klachtenpatroon bij wie endoscopie geen andere afwijkingen aantoonde, is het verschil tussen het effect van protonpompremmers en H#-receptorantagonisten kleiner # De toepassing van cisapride is aanzienlijk ingeperkt wegens ernstige bijwerkingen die zijn geconstateerd Overigens zijn er vooralsnog geen, in <LOCATIE> uitgevoerde, kosteneffectiviteitstudies beschikbaar op anamnestische gronden wordt gesteld, is voor behandeling een protonpompremmer in een standaarddosering het middel van eerste keuze In een systematische review werd de effectiviteit van protonpompremmers, H#-receptorantagonisten en prokinetica voor de empirische, kortetermijnbehandeling van refluxziekte bestudeerd # Primaire uitkomstmaat was het verdwijnen van zuurbranden Hoewel in de meeste geïncludeerde RCT’s een endoscopie werd verricht, vond toewijzing van patiënten aan de interventie- of controlegroep onafhankelijk van de resultaten hiervan plaats Wel werden in enkele studies patiënten met een ernstige oesofagitis geëxcludeerd Het grootste deel van de patiënten had een chronisch recidiverend klachtenpatroon Protonpompremmers en H#receptorantagonisten bleken duidelijk effectiever dan placebo In de enige placebogecontroleerde RCT met een prokineticum (cisapride) werd geen statistisch significant gunstig effect aangetoond In vergelijkende studies bleken protonpompremmers effectiever dan zowel H#-receptorantagonisten als prokinetica Er werden geen RCT’s gevonden waarin het gebruik van H#-receptorantagonisten direct met prokinetica werd vergeleken <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##>-term treatment with proton pump inhibitors, H#-receptor Voor empirische kortetermijnbehandeling van refluxziekte zijn protonpompremmers effectiever dan H#-receptorantagonisten en prokinetica Vraag ## Ten aanzien van de langetermijnbehandeling van patiënten met refluxziekte.
553
nvmdl
dat die diagnose met nader aanvullend diagnostisch onderzoek is bevestigd # Bij patiënten met hetzelfde klachtenpatroon bij wie endoscopie geen andere afwijkingen aantoonde, is het verschil tussen het effect van protonpompremmers en H#-receptorantagonisten kleiner # De toepassing van cisapride is aanzienlijk ingeperkt wegens ernstige bijwerkingen die zijn geconstateerd Overigens zijn er vooralsnog geen, in <LOCATIE> uitgevoerde, kosteneffectiviteitstudies beschikbaar op anamnestische gronden wordt gesteld, is voor behandeling een protonpompremmer in een standaarddosering het middel van eerste keuze In een systematische review werd de effectiviteit van protonpompremmers, H#-receptorantagonisten en prokinetica voor de empirische, kortetermijnbehandeling van refluxziekte bestudeerd # Primaire uitkomstmaat was het verdwijnen van zuurbranden Hoewel in de meeste geïncludeerde RCT’s een endoscopie werd verricht, vond toewijzing van patiënten aan de interventie- of controlegroep onafhankelijk van de resultaten hiervan plaats Wel werden in enkele studies patiënten met een ernstige oesofagitis geëxcludeerd Het grootste deel van de patiënten had een chronisch recidiverend klachtenpatroon Protonpompremmers en H#receptorantagonisten bleken duidelijk effectiever dan placebo In de enige placebogecontroleerde RCT met een prokineticum (cisapride) werd geen statistisch significant gunstig effect aangetoond In vergelijkende studies bleken protonpompremmers effectiever dan zowel H#-receptorantagonisten als prokinetica Er werden geen RCT’s gevonden waarin het gebruik van H#-receptorantagonisten direct met prokinetica werd vergeleken <PERSOON> ME, <PERSOON>-term treatment with proton pump inhibitors, H#-receptor Voor empirische kortetermijnbehandeling van refluxziekte zijn protonpompremmers effectiever dan H#-receptorantagonisten en prokinetica Vraag ## Ten aanzien van de langetermijnbehandeling van patiënten met refluxziekte De meeste patiënten met een oesofagitis kunnen, onafhankelijk van de initiële ernst, in remissie blijven met het gebruik van een protonpompremmer in Vraag ##a en ##b Ten aanzien van de langetermijnbehandeling van patiënten met refluxziekte (a) welke patiënten komen in aanmerking voor onderhoudsbehandeling? (b) met welk medicament en in welke dosering? Bij patiënten met een ernstige, graad III-IV (≈ C-D) oesofagitis is na initiële genezing de kans op een remissie van aanvaardbare duur klein Patiënten met niet-erosieve refluxziekte en lichte, graad I-II (≈ A-B) vormen van oesofagitis kunnen effectief worden behandeld met medicatie op basis Het chronisch recidiverende <INSTELLING> van zowel klachten (zuurbranden) als weefselschade (oesofagitis) bij refluxziekte maakt dat na initiële behandeling voor een aanzienlijk deel van de patiënten voortzetting of opnieuw inzetten van therapie nodig is Het primaire behandeldoel is steeds dat de patiënt klachtenvrij wordt Klachten kunnen, ook in geval van oesofagitis, als leidraad dienen voor het te voeren beleid bij de individuele patiënt # Staken van medicamenteuze therapie is acceptabel indien men zonder behandeling een aanvaardbare periode van remissie kan verwachten Als dit niet voorzien wordt, lijkt het meer voor de hand te liggen te kiezen voor continue onderhoudsbehandeling Een alternatief hiervoor is ‘gebruik naar behoefte’ (naar Onafhankelijk van de initiële graad van oesofagitis kunnen de meeste patiënten klachtenvrij worden gehouden met een protonpompremmer in de aanbevolen genezingsdosis;# in een lagere dosering (hetgeen in de praktijk wel wordt aanbevolen) is het therapeutische effect minder.
599
nvmdl
met een oesofagitis kunnen, onafhankelijk van de initiële ernst, in remissie blijven met het gebruik van een protonpompremmer in Vraag ##a en ##b Ten aanzien van de langetermijnbehandeling van patiënten met refluxziekte (a) welke patiënten komen in aanmerking voor onderhoudsbehandeling? (b) met welk medicament en in welke dosering? Bij patiënten met een ernstige, graad III-IV (≈ C-D) oesofagitis is na initiële genezing de kans op een remissie van aanvaardbare duur klein Patiënten met niet-erosieve refluxziekte en lichte, graad I-II (≈ A-B) vormen van oesofagitis kunnen effectief worden behandeld met medicatie op basis Het chronisch recidiverende <INSTELLING> van zowel klachten (zuurbranden) als weefselschade (oesofagitis) bij refluxziekte maakt dat na initiële behandeling voor een aanzienlijk deel van de patiënten voortzetting of opnieuw inzetten van therapie nodig is Het primaire behandeldoel is steeds dat de patiënt klachtenvrij wordt Klachten kunnen, ook in geval van oesofagitis, als leidraad dienen voor het te voeren beleid bij de individuele patiënt # Staken van medicamenteuze therapie is acceptabel indien men zonder behandeling een aanvaardbare periode van remissie kan verwachten Als dit niet voorzien wordt, lijkt het meer voor de hand te liggen te kiezen voor continue onderhoudsbehandeling Een alternatief hiervoor is ‘gebruik naar behoefte’ (naar Onafhankelijk van de initiële graad van oesofagitis kunnen de meeste patiënten klachtenvrij worden gehouden met een protonpompremmer in de aanbevolen genezingsdosis;# in een lagere dosering (hetgeen in de praktijk wel wordt aanbevolen) is het therapeutische effect minder respectievelijk ##% van de patiënten in remissie In vergelijking hiermee is ranitidine (### mg # dd) met een remissiepercentage van ## minder effectief # Het lijkt niet noodzakelijk om elke patiënt na genezing een onderhoudsdosering voor te schrijven Het aantal patiënten dat # tot ## maanden na het stoppen van de medicatie nog in remissie is, wisselt in de verschillende studies #,# Waarschijnlijk blijven voldoende patiënten in remissie om stoppen van de behandeling te rechtvaardigen bij alle patiënten, behalve degenen die een ernstige oesofagitis van Savary Miller-graad III-IV (globaal overeenkomend met LA-graad C-D) hadden Bij hen is na initiële genezing de kans op een remissie van aanvaardbare duur klein Patiënten met niet-erosieve refluxziekte of een lichte vorm (graad I-II, globaal overeenkomend met graad A-B) van oesofagitis die ‘naar behoefte’ een protonpompremmer (standaarddosis) nemen, gebruiken ##% minder medicijnen dan bij een onderhoudsbehandeling met een standaarddosis ranitidine, uit de Verenigde Staten en kunnen niet zonder meer worden geëxtrapoleerd naar de Nederlandse situatie De kosten van langetermijnbehandeling zijn bij vergelijking van ranitidine met protonpompremmers na zes maanden ongeveer gelijk Patiënten die de duurdere protonpompremmers gebruiken, hebben minder klachten en maken daardoor minder kosten aan nietmedicamenteuze factoren, zoals ziekteverzuim <DATUM> Langetermijnbehandeling met een Antirefluxchirurgie heeft geen duidelijke voordelen boven medicamenteuze behandeling wat betreft genezingseffectiviteit, voorkomen van complicaties, veiligheid, bijwerkingen en kosten ##,## Een aanzienlijke groep patiënten gebruikt langdurig continu zuurremmers, hetgeen zich vaak aan het directe zicht van de behandelend arts onttrekt ## Het verdient aanbeveling dit gebruik te heroverwegen aan de hand van de oorspronkelijke indicatie en de wijze waarop.
633
nvmdl
mg # dd) met een remissiepercentage van ## minder effectief # Het lijkt niet noodzakelijk om elke patiënt na genezing een onderhoudsdosering voor te schrijven Het aantal patiënten dat # tot ## maanden na het stoppen van de medicatie nog in remissie is, wisselt in de verschillende studies #,# Waarschijnlijk blijven voldoende patiënten in remissie om stoppen van de behandeling te rechtvaardigen bij alle patiënten, behalve degenen die een ernstige oesofagitis van Savary Miller-graad III-IV (globaal overeenkomend met LA-graad C-D) hadden Bij hen is na initiële genezing de kans op een remissie van aanvaardbare duur klein Patiënten met niet-erosieve refluxziekte of een lichte vorm (graad I-II, globaal overeenkomend met graad A-B) van oesofagitis die ‘naar behoefte’ een protonpompremmer (standaarddosis) nemen, gebruiken ##% minder medicijnen dan bij een onderhoudsbehandeling met een standaarddosis ranitidine, uit de Verenigde Staten en kunnen niet zonder meer worden geëxtrapoleerd naar de Nederlandse situatie De kosten van langetermijnbehandeling zijn bij vergelijking van ranitidine met protonpompremmers na zes maanden ongeveer gelijk Patiënten die de duurdere protonpompremmers gebruiken, hebben minder klachten en maken daardoor minder kosten aan nietmedicamenteuze factoren, zoals ziekteverzuim <DATUM> Langetermijnbehandeling met een Antirefluxchirurgie heeft geen duidelijke voordelen boven medicamenteuze behandeling wat betreft genezingseffectiviteit, voorkomen van complicaties, veiligheid, bijwerkingen en kosten ##,## Een aanzienlijke groep patiënten gebruikt langdurig continu zuurremmers, hetgeen zich vaak aan het directe zicht van de behandelend arts onttrekt ## Het verdient aanbeveling dit gebruik te heroverwegen aan de hand van de oorspronkelijke indicatie en de wijze waarop (≈ C-D), worden na genezing primair met onderhoudstherapie behandeld Hierbij wordt een protonpompremmer voorgeschreven in de dosering waarmee in eerste Patiënten met niet-erosieve refluxziekte en lichtere vormen van oesofagitis, graad I-II (≈A-B), worden, evenals patiënten met refluxziekte bij wie geen scopie is verricht, behandeld op basis van ‘gebruik naar behoefte’ of met intermitterend gebruik, steeds met een protonpompremmer in de dosering die aanvankelijk effectief was ## Spechler SJ Medical or invasive therapy for GERD <PERSOON> acidulous analysis <PERSOON> PJE, et al A population based inventarisation of long term acid suppressant use in ## genral practices in the <PERSOON> ###;## A# Bij goede respons op ingestelde therapie en in de afwezigheid van alarmsymptomen bestaat er geen reden tot het routinematig verrichten van endoscopie (de zogenoemde Bij langdurig gebruik van een protonpompremmer in verband met niet-nadergeobjectiveerde refluxziekte verdient het aanbeveling om regelmatig (bijvoorbeeld om endoscopie versus H#RA on demand kostenstep-up versus PPI stepeffectief Bytzer P On-demand therapy for gastro-oesophageal reflux disease <PERSOON> ###;##(suppl #) S##-## <PERSOON> DA, <PERSOON> J, et al Esomeprazole once daily for # months is effective therapy for maintaining healed erosive esophagitis and for controlling gastroesophageal reflux disease symptoms a randomized, double-blind, placebo-controlled study of efficacy and safety <PERSOON> pump inhibitors in acute healing and maintenance of erosive or worse esophagitis a systemic.
618
nvmdl
onderhoudstherapie behandeld Hierbij wordt een protonpompremmer voorgeschreven in de dosering waarmee in eerste Patiënten met niet-erosieve refluxziekte en lichtere vormen van oesofagitis, graad I-II (≈A-B), worden, evenals patiënten met refluxziekte bij wie geen scopie is verricht, behandeld op basis van ‘gebruik naar behoefte’ of met intermitterend gebruik, steeds met een protonpompremmer in de dosering die aanvankelijk effectief was ## Spechler SJ Medical or invasive therapy for GERD <PERSOON> acidulous analysis <PERSOON> PJE, et al A population based inventarisation of long term acid suppressant use in ## genral practices in the <PERSOON> ###;## A# Bij goede respons op ingestelde therapie en in de afwezigheid van alarmsymptomen bestaat er geen reden tot het routinematig verrichten van endoscopie (de zogenoemde Bij langdurig gebruik van een protonpompremmer in verband met niet-nadergeobjectiveerde refluxziekte verdient het aanbeveling om regelmatig (bijvoorbeeld om endoscopie versus H#RA on demand kostenstep-up versus PPI stepeffectief Bytzer P On-demand therapy for gastro-oesophageal reflux disease <PERSOON> ###;##(suppl #) S##-## <PERSOON> DA, <PERSOON> J, et al Esomeprazole once daily for # months is effective therapy for maintaining healed erosive esophagitis and for controlling gastroesophageal reflux disease symptoms a randomized, double-blind, placebo-controlled study of efficacy and safety <PERSOON> pump inhibitors in acute healing and maintenance of erosive or worse esophagitis a systemic <PERSOON> Scandinavian Clinics for <PERSOON> B, et al <PERSOON> SOLO Investigator Group Omeprazole or ranitidine in long-term treatment of reflux esophagitis Gastroenterology ###;### ##<DATUM> Group Omeprazol ## mg or ## mg once daily in the prevention of recurrence of reflux oesophagitis <PERSOON-##> J, et al Symptomatic gastro-oesophageal disease double blind controlled study of intermittend treatment with omeprazole or ranitidine <PERSOON-##> SA, et al On demand therapy with omeprazol for long-term management of patients with heartburn without oesphagitis – a placebo-controlled randomized trial PPI = protonpompremmer; H#RA = H#-receptorantagonist; ) = effectiever dan; ‘=’ = even effectief als <PERSOON-##> JE Proton pump inhibitors or histamine-# receptor antagonists for the prevention of recurrence of erosive reflux esophagitis a cost-effectiveness analysis <PERSOON-##> ## <PERSOON-##> G A cost-effectiveness analysis of prescribing strategies in the management of gastroesophageal reflux disease <PERSOON-##> ###;#<DATUM> ### Vraag ##c Is er indicatie voor H pylori-behandeling in geval van onderhoudsbehandeling met protonpompremmers? ## <PERSOON-##> article cost-effectiveness of different GERD management strategies Aliment Pharmacol Ther ##.
591
nvmdl
<PERSOON> Scandinavian Clinics for <PERSOON> B, et al <PERSOON> SOLO Investigator Group Omeprazole or ranitidine in long-term treatment of reflux esophagitis Gastroenterology ###;### ##<DATUM> Group Omeprazol ## mg or ## mg once daily in the prevention of recurrence of reflux oesophagitis <PERSOON> J, et al Symptomatic gastro-oesophageal disease double blind controlled study of intermittend treatment with omeprazole or ranitidine <PERSOON> SA, et al On demand therapy with omeprazol for long-term management of patients with heartburn without oesphagitis – a placebo-controlled randomized trial PPI = protonpompremmer; H#RA = H#-receptorantagonist; ) = effectiever dan; ‘=’ = even effectief als <PERSOON> JE Proton pump inhibitors or histamine-# receptor antagonists for the prevention of recurrence of erosive reflux esophagitis a cost-effectiveness analysis <PERSOON> ## <PERSOON> G A cost-effectiveness analysis of prescribing strategies in the management of gastroesophageal reflux disease <PERSOON> ###;#<DATUM> ### Vraag ##c Is er indicatie voor H pylori-behandeling in geval van onderhoudsbehandeling met protonpompremmers? ## <PERSOON> article cost-effectiveness of different GERD management strategies Aliment Pharmacol Ther ## Continued (#-year) followup of a randomized clinical study comparing antireflux surgery and omeprazole in gastroesophageal reflux disease <PERSOON> laatste jaren is er bezorgdheid ontstaan betreffende de effecten van langdurige farmacologische maagzuursuppressie bij patiënten met een H pylori-infectie <PERSOON-##> et al concludeerden dat patiënten met refluxoesofagitis en H pylori-infectie die behandeld werden met langdurige zuurremming, een verhoogd risico hebben op atrofische gastritis # Omdat deze term associaties oproept met een verhoogd risico op maagcarcinoom, werd vervolgens de mogelijkheid geopperd dat antisecretoire onderhoudstherapie het risico op kanker zou kunnen verhogen bij H pylori-positieve patiënten Er is indirect bewijs gevonden voor het bestaan van een mogelijke relatie tussen een H pylori-gerelateerde gastritis en een verhoogde kans op het ontwikkelen van een maagcarcinoom # Een tweede rapport concludeerde echter dat langdurige zuurremmende behandeling, gedurende gemiddeld drie jaar, niet verschilde van de behandeling met fundoplicatie betreffende de ontwikkeling van maagatrofie # Tevens werd er geen ontwikkeling van intestinale metaplasie gezien, terwijl juist atrofische gastritis in relatie met intestinale metaplasie beschouwd wordt als een voorloper van maagcarcinoom # Vervolgens zijn er studies vóór# en tégen de conclusies <PERSOON-##> HPM, Liedman B, et al Atrophic gastritis and Hp infection <PERSOON-##> HE, Pedersen SA, <PERSOON-##> A, et al Lack of effect of acid suppression therapy <PERSOON-##> ATR, et al Changing patterns of Hp gastritis in long- <PERSOON-##> S.
568
nvmdl
antireflux surgery and omeprazole in gastroesophageal reflux disease <PERSOON> laatste jaren is er bezorgdheid ontstaan betreffende de effecten van langdurige farmacologische maagzuursuppressie bij patiënten met een H pylori-infectie <PERSOON> et al concludeerden dat patiënten met refluxoesofagitis en H pylori-infectie die behandeld werden met langdurige zuurremming, een verhoogd risico hebben op atrofische gastritis # Omdat deze term associaties oproept met een verhoogd risico op maagcarcinoom, werd vervolgens de mogelijkheid geopperd dat antisecretoire onderhoudstherapie het risico op kanker zou kunnen verhogen bij H pylori-positieve patiënten Er is indirect bewijs gevonden voor het bestaan van een mogelijke relatie tussen een H pylori-gerelateerde gastritis en een verhoogde kans op het ontwikkelen van een maagcarcinoom # Een tweede rapport concludeerde echter dat langdurige zuurremmende behandeling, gedurende gemiddeld drie jaar, niet verschilde van de behandeling met fundoplicatie betreffende de ontwikkeling van maagatrofie # Tevens werd er geen ontwikkeling van intestinale metaplasie gezien, terwijl juist atrofische gastritis in relatie met intestinale metaplasie beschouwd wordt als een voorloper van maagcarcinoom # Vervolgens zijn er studies vóór# en tégen de conclusies <PERSOON> HPM, Liedman B, et al Atrophic gastritis and Hp infection <PERSOON> HE, Pedersen SA, <PERSOON> A, et al Lack of effect of acid suppression therapy <PERSOON> ATR, et al Changing patterns of Hp gastritis in long- <PERSOON> S followup in gastrin levels, ECL cell hyperplasia and neoplasia <PERSOON> H, et al Changes in Helicobacter pyloriinduced gastritis in the antrum and corpus during long-term acid-suppressive treatment in <PERSOON> EJ, <PERSOON-##> GF, Bloemena E, <PERSOON-##> P, et al Effect of Helicobacter pylori eradication on chronic <PERSOON-##> Y, et al Improvement in atrophic gastritis and intestinal metaplasia in patients in whom Helicobacter pylori was eradicated <PERSOON-##> Med ###;##<DATUM> # Er is onvoldoende direct en bovendien soms tegenstrijdig bewijs voor de het risico op het ontwikkelen van een maagcarcinoom verhoogt Een andere vraag is wat het effect is van H pylori-eradicatie op het natuurlijke beloop van atrofische gastritis In verschillende studies toonde zelfs gevorderde atrofische gastritis (en Een tweede overweging betreft het probleem van de misclassificatie de aandoening van patiënten met ulcuslijden die reageren op een behandeling met een protonpompremmer, wordt ten De werkgroep is zich bewust van de complexiteit van de relatie tussen H pylori en de deze relatie te objectiveren Gezien het feit echter dat het wetenschappelijk bewijs niet volledig en niet consistent is en dat een dwingend advies tot H pylori-eradicatie verregaande (juridische) consequenties heeft, kiest de werkgroep op dit moment voor een optioneel advies in patients with reflux esophagitis treated with omeprazole or fundoplication.
534
nvmdl
followup in gastrin levels, ECL cell hyperplasia and neoplasia <PERSOON> H, et al Changes in Helicobacter pyloriinduced gastritis in the antrum and corpus during long-term acid-suppressive treatment in <PERSOON> EJ, <PERSOON> GF, Bloemena E, <PERSOON> P, et al Effect of Helicobacter pylori eradication on chronic <PERSOON> Y, et al Improvement in atrophic gastritis and intestinal metaplasia in patients in whom Helicobacter pylori was eradicated <PERSOON> Med ###;##<DATUM> # Er is onvoldoende direct en bovendien soms tegenstrijdig bewijs voor de het risico op het ontwikkelen van een maagcarcinoom verhoogt Een andere vraag is wat het effect is van H pylori-eradicatie op het natuurlijke beloop van atrofische gastritis In verschillende studies toonde zelfs gevorderde atrofische gastritis (en Een tweede overweging betreft het probleem van de misclassificatie de aandoening van patiënten met ulcuslijden die reageren op een behandeling met een protonpompremmer, wordt ten De werkgroep is zich bewust van de complexiteit van de relatie tussen H pylori en de deze relatie te objectiveren Gezien het feit echter dat het wetenschappelijk bewijs niet volledig en niet consistent is en dat een dwingend advies tot H pylori-eradicatie verregaande (juridische) consequenties heeft, kiest de werkgroep op dit moment voor een optioneel advies in patients with reflux esophagitis treated with omeprazole or fundoplication ###-## <PERSOON> M, et al Helicobacter pylori infection and the Effect van langdurige zuurremming op veranderingen in het maagslijmvlies Vraag ## Wat zijn efficiënte interventies om langdurig continu gebruik van Starten met langdurig continu gebruik van zuurremmende medicatie Zuurremmende medicatie speelt een belangrijke rol bij de behandeling van ulcus- en refluxziekte Zoals op diverse plaatsen in deze richtlijn wordt geconcludeerd, is echter de plaats voor langdurige, continue behandeling met deze middelen zeer beperkt • Bij niet-nader-onderzochte maagklachten zal het recidiveren van de klachten na initiële behandeling leiden tot een volgende diagnostische stap of een proefbehandeling en niet • Bij ulcusziekte is er na adequate behandeling van het ulcus geen reden tot onderhoudsbehandeling (vraag ##) • Bij de behandeling van refluxziekte is in het overgrote deel van de gevallen ofwel een klachtgestuurde intermitterende behandeling met korte kuren van twee tot vier weken, ofwel behandeling in de vorm van gebruik naar behoefte, ten minste even effectief als continu gebruik (vraag ##) Dit geldt voor zowel de niet endoscopisch geobjectiveerde, als de endoscopie-negatieve vorm, alsmede voor oppervlakkige oesofagitis, graad I-II (≈ A-B) De enige indicatie voor continue onderhoudsbehandeling is ernstige oesofagitis, graad III-IV (≈ C-D), waarbij voor blijvende genezing op de lange termijn continue zuurremming • Bij functionele klachten ten slotte is onderhoudsbehandeling met zuurremmende medicatie Stoppen van bestaand chronisch gebruik van zuurremmende medicatie Naast de groep van ‘startende’ patiënten is er ook een groep patiënten die reeds langdurig zuurremmende medicatie gebruikt.
567
nvmdl
<PERSOON> M, et al Helicobacter pylori infection and the Effect van langdurige zuurremming op veranderingen in het maagslijmvlies Vraag ## Wat zijn efficiënte interventies om langdurig continu gebruik van Starten met langdurig continu gebruik van zuurremmende medicatie Zuurremmende medicatie speelt een belangrijke rol bij de behandeling van ulcus- en refluxziekte Zoals op diverse plaatsen in deze richtlijn wordt geconcludeerd, is echter de plaats voor langdurige, continue behandeling met deze middelen zeer beperkt • Bij niet-nader-onderzochte maagklachten zal het recidiveren van de klachten na initiële behandeling leiden tot een volgende diagnostische stap of een proefbehandeling en niet • Bij ulcusziekte is er na adequate behandeling van het ulcus geen reden tot onderhoudsbehandeling (vraag ##) • Bij de behandeling van refluxziekte is in het overgrote deel van de gevallen ofwel een klachtgestuurde intermitterende behandeling met korte kuren van twee tot vier weken, ofwel behandeling in de vorm van gebruik naar behoefte, ten minste even effectief als continu gebruik (vraag ##) Dit geldt voor zowel de niet endoscopisch geobjectiveerde, als de endoscopie-negatieve vorm, alsmede voor oppervlakkige oesofagitis, graad I-II (≈ A-B) De enige indicatie voor continue onderhoudsbehandeling is ernstige oesofagitis, graad III-IV (≈ C-D), waarbij voor blijvende genezing op de lange termijn continue zuurremming • Bij functionele klachten ten slotte is onderhoudsbehandeling met zuurremmende medicatie Stoppen van bestaand chronisch gebruik van zuurremmende medicatie Naast de groep van ‘startende’ patiënten is er ook een groep patiënten die reeds langdurig zuurremmende medicatie gebruikt bevolking #,#,#,# De achtergrond van dit ‘historisch’ gebruik kan zeer divers zijn Het verdient aanbeveling dit gebruik regelmatig te heroverwegen aan de hand van de oorspronkelijke • Mocht daarbij blijken dat aan de oorsprong van dit chronisch medicatiegebruik een duidelijke endoscopische diagnose heeft gestaan, dan kan aan de hand van de hierboven samengevatte aanbevelingen in theorie het gebruik vaak worden gestopt of kan worden overgegaan op een andere vorm van gebruik Zo kan een patiënt met een in het verleden endoscopisch vastgesteld ulcus duodeni, aan wie nog nooit eradicatietherapie voor H pylori werd voor# geschreven, blind worden behandeld met een eradicatieschema Als ooit een ulcus ventriculi werd vastgesteld, wordt eerst H pylori-diagnostiek geadviseerd Bij oesofagitis graad I-II (≈ A-B) kan worden volstaan met klachtengestuurd intermitterend gebruik Aan patiënten die chronisch zuurremmende medicatie gebruiken zonder dat ooit door middel van endoscopie (dan wel röntgenonderzoek van de maag) een diagnose werd gesteld die dit gebruik rechtvaardigt, kan geadviseerd worden het gebruik van zuurremmers te staken of geleidelijk af te bouwen, eventueel ondersteund door het gebruik van antacida Indien de klachten vervolgens recidiveren, is in principe endoscopisch onderzoek geïndiceerd om een eventueel achterliggende oorzaak te objectiveren Alleen bij sterke verdenking op refluxziekte (overwegend zuurbranden en adequate reactie op zuurremming) zou kunnen worden overgegaan op intermitterend gebruik (met korte kuren) dan wel gebruik naar behoefte De gepubliceerde onderzoeken naar de achtergrond en de prevalentie van het chronisch gebruik van zuurremmende medicatie betreffen, behoudens één studie in de open populatie,.
598
nvmdl
De achtergrond van dit ‘historisch’ gebruik kan zeer divers zijn Het verdient aanbeveling dit gebruik regelmatig te heroverwegen aan de hand van de oorspronkelijke • Mocht daarbij blijken dat aan de oorsprong van dit chronisch medicatiegebruik een duidelijke endoscopische diagnose heeft gestaan, dan kan aan de hand van de hierboven samengevatte aanbevelingen in theorie het gebruik vaak worden gestopt of kan worden overgegaan op een andere vorm van gebruik Zo kan een patiënt met een in het verleden endoscopisch vastgesteld ulcus duodeni, aan wie nog nooit eradicatietherapie voor H pylori werd voor# geschreven, blind worden behandeld met een eradicatieschema Als ooit een ulcus ventriculi werd vastgesteld, wordt eerst H pylori-diagnostiek geadviseerd Bij oesofagitis graad I-II (≈ A-B) kan worden volstaan met klachtengestuurd intermitterend gebruik Aan patiënten die chronisch zuurremmende medicatie gebruiken zonder dat ooit door middel van endoscopie (dan wel röntgenonderzoek van de maag) een diagnose werd gesteld die dit gebruik rechtvaardigt, kan geadviseerd worden het gebruik van zuurremmers te staken of geleidelijk af te bouwen, eventueel ondersteund door het gebruik van antacida Indien de klachten vervolgens recidiveren, is in principe endoscopisch onderzoek geïndiceerd om een eventueel achterliggende oorzaak te objectiveren Alleen bij sterke verdenking op refluxziekte (overwegend zuurbranden en adequate reactie op zuurremming) zou kunnen worden overgegaan op intermitterend gebruik (met korte kuren) dan wel gebruik naar behoefte De gepubliceerde onderzoeken naar de achtergrond en de prevalentie van het chronisch gebruik van zuurremmende medicatie betreffen, behoudens één studie in de open populatie, <DATUM> #,##,##,## De prevalentie in de huisartspraktijk varieert tussen #,# en #,#% In de Nederlandse rapportages ligt de prevalentie tussen #,# en #,#% van de praktijkpopulatie, en blijkt de achtergrond van het gebruik bij ##-##% van de patiënten geobjectiveerd door middel van diagnostisch onderzoek #,#,#,## In dat Nederlandse onderzoek bleek bij ##-##% van de chronische gebruikers sprake van geobjectiveerde peptische ulcusziekte en bleek bij ##-##% sprake van refluxziekte te zijn Bij een enquête onder een groep van ### chronische gebruikers van zuurremmende medicatie (PPI’s en H#RA’s) bleek het merendeel zeer tevreden over het effect ervan Twee derde van alle patiënten was niet meer bereid maagklachten te accepteren De helft had wel eens een stoppoging ondernomen # In een ander onderzoek bleek, uit interviews met patiënten die chronisch zuurremmende medicatie gebruikten, dat patiënten bereid waren medicatiegebruik te veranderen, mits ze daarbij door hun behandelend arts werden gesteund ## Structurele samenwerking tussen huisarts en apotheker, alsmede gericht nalopen van de indicatie voor gebruik door de huisarts, bleek het chronisch medicatiegebruik (onder andere Studies naar het beëindigen van chronisch gebruik van zuurremmende medicatie betreffen twee ‘surveys’, twee implementatiestudies naar het beïnvloeden van chronisch medicatiegebruik de effectiviteit van een H pylori-’test and treat’-strategie bij chronische gebruikers De meeste slechts één studie rapporteerde het effect bij alle patiënten die chronisch zuurremmende medicatie gebuiken # Het aanbieden van H pylori-eradicatie en -behandeling aan deze patiënten resulteerde in een redelijke tot hoge compliantie tussen ## en ##% van de patiënten bleek.
644
nvmdl
in de huisartspraktijk varieert tussen #,# en #,#% In de Nederlandse rapportages ligt de prevalentie tussen #,# en #,#% van de praktijkpopulatie, en blijkt de achtergrond van het gebruik bij ##-##% van de patiënten geobjectiveerd door middel van diagnostisch onderzoek #,#,#,## In dat Nederlandse onderzoek bleek bij ##-##% van de chronische gebruikers sprake van geobjectiveerde peptische ulcusziekte en bleek bij ##-##% sprake van refluxziekte te zijn Bij een enquête onder een groep van ### chronische gebruikers van zuurremmende medicatie (PPI’s en H#RA’s) bleek het merendeel zeer tevreden over het effect ervan Twee derde van alle patiënten was niet meer bereid maagklachten te accepteren De helft had wel eens een stoppoging ondernomen # In een ander onderzoek bleek, uit interviews met patiënten die chronisch zuurremmende medicatie gebruikten, dat patiënten bereid waren medicatiegebruik te veranderen, mits ze daarbij door hun behandelend arts werden gesteund ## Structurele samenwerking tussen huisarts en apotheker, alsmede gericht nalopen van de indicatie voor gebruik door de huisarts, bleek het chronisch medicatiegebruik (onder andere Studies naar het beëindigen van chronisch gebruik van zuurremmende medicatie betreffen twee ‘surveys’, twee implementatiestudies naar het beïnvloeden van chronisch medicatiegebruik de effectiviteit van een H pylori-’test and treat’-strategie bij chronische gebruikers De meeste slechts één studie rapporteerde het effect bij alle patiënten die chronisch zuurremmende medicatie gebuiken # Het aanbieden van H pylori-eradicatie en -behandeling aan deze patiënten resulteerde in een redelijke tot hoge compliantie tussen ## en ##% van de patiënten bleek medicatie, variëren tussen ## en ##% van alle gebruikers en tussen ## en ##% van de patiënten met aangetoond ulcuslijden #,#,#,##,##-## Ook een ‘test and treat’-benadering bij alle patiënten op onderhoudsbehandeling bleek na zes maanden een significante reductie van medicatiegebruik Naar schatting gebruikt tussen #,# en #,#% van de Nederlandse bevolking reden voor het chronische gebruik, bij ##-##% is refluxziekte de achtergrond Aangezien bij de meeste patiënten die langdurig zuurremmende medicatie gebruiken, een ‘evidence-based’ indicatie voor continu gebruik ontbreekt, dienen bij elke patiënt de reden en de vorm van dit gebruik te worden heroverwogen aan de hand van de oorspronkelijke indicatie Bij patiënten met refluxziekte, zowel endoscopie-negatieve refluxziekte als oesofagitis graad I-II (≈ A-B), dient ernaar gestreefd te worden dit medicatieregime om te zetten Revisie en herziening van chronisch medicatiegebruik, door middel van een gestructureerde interventie, blijkt het medicatiegebruik te kunnen Alleen bij patiënten met een endoscopisch aangetoonde ernstige oesofagitis graad III-IV (≈ C-D) bestaat een indicatie voor het continu gebruiken van zuurremmende medicatie zuurremmende middelen blijken vooral bij patiënten met een aangetoond peptisch ulcus in de voorgeschiedenis effectief om zowel het totale medicatiegebruik als het aantal chronisch gebruikers te reduceren samen met het ‘rebound’-fenomeen; bij abrupt staken is er vaak sprake van kortdurend krachtig recidiveren van zuurgerelateerde klachten Voorlichting hierover, en eventueel kortdurende ondersteuning van de stoppoging door middel van antacida, zal een kortdurend recidief van zuurgebonden klachten draaglijk maken en de succeskans van de stoppoging groter Ondanks het feit dat patiënten die chronisch zuurremmende medicatie.
678
nvmdl
gebruikers en tussen ## en ##% van de patiënten met aangetoond ulcuslijden #,#,#,##,##-## Ook een ‘test and treat’-benadering bij alle patiënten op onderhoudsbehandeling bleek na zes maanden een significante reductie van medicatiegebruik Naar schatting gebruikt tussen #,# en #,#% van de Nederlandse bevolking reden voor het chronische gebruik, bij ##-##% is refluxziekte de achtergrond Aangezien bij de meeste patiënten die langdurig zuurremmende medicatie gebruiken, een ‘evidence-based’ indicatie voor continu gebruik ontbreekt, dienen bij elke patiënt de reden en de vorm van dit gebruik te worden heroverwogen aan de hand van de oorspronkelijke indicatie Bij patiënten met refluxziekte, zowel endoscopie-negatieve refluxziekte als oesofagitis graad I-II (≈ A-B), dient ernaar gestreefd te worden dit medicatieregime om te zetten Revisie en herziening van chronisch medicatiegebruik, door middel van een gestructureerde interventie, blijkt het medicatiegebruik te kunnen Alleen bij patiënten met een endoscopisch aangetoonde ernstige oesofagitis graad III-IV (≈ C-D) bestaat een indicatie voor het continu gebruiken van zuurremmende medicatie zuurremmende middelen blijken vooral bij patiënten met een aangetoond peptisch ulcus in de voorgeschiedenis effectief om zowel het totale medicatiegebruik als het aantal chronisch gebruikers te reduceren samen met het ‘rebound’-fenomeen; bij abrupt staken is er vaak sprake van kortdurend krachtig recidiveren van zuurgerelateerde klachten Voorlichting hierover, en eventueel kortdurende ondersteuning van de stoppoging door middel van antacida, zal een kortdurend recidief van zuurgebonden klachten draaglijk maken en de succeskans van de stoppoging groter Ondanks het feit dat patiënten die chronisch zuurremmende medicatie Bij patiënten met een aangetoond ulcus in de voorgeschiedenis dient H pyloridiagnostiek, zo nodig gevolgd door eradicatie, plaats te vinden en dient het chronisch Bij alle overige patiënten kan het chronisch gebruik, na voorlichting en kortdurende De meeste studies hebben het effect van een H pylori-’test and treat’-strategie onderzocht bij patiënten met aangetoond ulcuslijden, zowel een ulcus duodeni als ulcus ventriculi Omdat niet alle ulcera ventriculi geïnfecteerd zijn, verdient het aanbeveling in deze gevallen eerst een H pylori-test te doen en niet primair eradicatietherapie voor te schrijven Interventieonderzoek naar stoppen of veranderen van het medicatieregime bij patiëntengroepen anders dan die met aangetoonde ulcusziekte, ontbreekt Het beëindigen van chronisch gebruik bij functionele maagklachten of het overschakelen bij refluxziekte op gebruik naar behoefte is weliswaar op theoretische gronden juist, of in studieverband aangetoond effectief, maar de effectiviteit van de stoppoging is niet met implementatieonderzoek onderbouwd Desondanks is dit vanuit het oogpunt van rationele farmacotherapie gerechtvaardigd In de praktijk stuiten pogingen om het continue chronische gebruik te beëindigen bij veel patiënten op weerstand Daar zijn verschillende redenen voor Allereerst betreft het zeer effectieve medicatie, vooral bij refluxklachten, met nauwelijks bijwerkingen Bij patiënten met functionele maagklachten speelt ook een rol dat het placebo-effect in die groep erg hoog is, namelijk tussen ## en ##% Dat bij veel patiënten een eerdere stoppoging is mislukt, hangt mogelijk ook <PERSOON> SO, Miller RJ, <PERSOON> AJ Long term acid suppressing treatment in general practice.
615
nvmdl
pyloridiagnostiek, zo nodig gevolgd door eradicatie, plaats te vinden en dient het chronisch Bij alle overige patiënten kan het chronisch gebruik, na voorlichting en kortdurende De meeste studies hebben het effect van een H pylori-’test and treat’-strategie onderzocht bij patiënten met aangetoond ulcuslijden, zowel een ulcus duodeni als ulcus ventriculi Omdat niet alle ulcera ventriculi geïnfecteerd zijn, verdient het aanbeveling in deze gevallen eerst een H pylori-test te doen en niet primair eradicatietherapie voor te schrijven Interventieonderzoek naar stoppen of veranderen van het medicatieregime bij patiëntengroepen anders dan die met aangetoonde ulcusziekte, ontbreekt Het beëindigen van chronisch gebruik bij functionele maagklachten of het overschakelen bij refluxziekte op gebruik naar behoefte is weliswaar op theoretische gronden juist, of in studieverband aangetoond effectief, maar de effectiviteit van de stoppoging is niet met implementatieonderzoek onderbouwd Desondanks is dit vanuit het oogpunt van rationele farmacotherapie gerechtvaardigd In de praktijk stuiten pogingen om het continue chronische gebruik te beëindigen bij veel patiënten op weerstand Daar zijn verschillende redenen voor Allereerst betreft het zeer effectieve medicatie, vooral bij refluxklachten, met nauwelijks bijwerkingen Bij patiënten met functionele maagklachten speelt ook een rol dat het placebo-effect in die groep erg hoog is, namelijk tussen ## en ##% Dat bij veel patiënten een eerdere stoppoging is mislukt, hangt mogelijk ook <PERSOON> SO, Miller RJ, <PERSOON> AJ Long term acid suppressing treatment in general practice How do primary care physicians use long- <PERSOON> NJ de, Quartero OA, Numans ME H pylori treatment instead of maintenance therapy for peptic ulcer disease; <PERSOON> WA de, Tytgat GNJ Search and treat strategy to eliminate Helicobacter pylori associazted ulcer disease GUT term acid suppressant drugs? A population-based analysis of Dutch general practices J Fam Pract ###;#<DATUM> # the effectiveness of a case-finding strategy in general practice <PERSOON> of stoppen; maagzuursecretieremmers tussen vraag en aanbod <PERSOON> WA de Costs and benefits of a test-and-treat strategy in Helicobacter pylori infectd subjects a prospective interventieon study in general practice <PERSOON> prevalence of Helicobacter pylori infection in patients receiving long term H-#RA in general practice; clinical and financial consequences of eradication <PERSOON> MH Helicobacter eradication ameliorates symptoms and improves quality of life in patients on long term acid suppression <PERSOON> M, <PERSOON-##> on repeat prescribing for acid suppression drugs in primary care in Cronwall ans the Isle of <PERSOON-##> role of screening for Helicobacter pylori in patients with duodenal ulcer ation in the primary ## <PERSOON-##> G.
524
nvmdl
Quartero OA, Numans ME H pylori treatment instead of maintenance therapy for peptic ulcer disease; <PERSOON> WA de, Tytgat GNJ Search and treat strategy to eliminate Helicobacter pylori associazted ulcer disease GUT term acid suppressant drugs? A population-based analysis of Dutch general practices J Fam Pract ###;#<DATUM> # the effectiveness of a case-finding strategy in general practice <PERSOON> of stoppen; maagzuursecretieremmers tussen vraag en aanbod <PERSOON> WA de Costs and benefits of a test-and-treat strategy in Helicobacter pylori infectd subjects a prospective interventieon study in general practice <PERSOON> prevalence of Helicobacter pylori infection in patients receiving long term H-#RA in general practice; clinical and financial consequences of eradication <PERSOON> MH Helicobacter eradication ameliorates symptoms and improves quality of life in patients on long term acid suppression <PERSOON> M, <PERSOON> on repeat prescribing for acid suppression drugs in primary care in Cronwall ans the Isle of <PERSOON> role of screening for Helicobacter pylori in patients with duodenal ulcer ation in the primary ## <PERSOON> pylori have accesss to effective care? <PERSOON-##> pylori eradication reduce the long term requirements for acid suppressants in patients with a history op peptic ulcer disease in general practice? Results from a four year longitudinal study <PERSOON-##> M A pilot study of a randomised controlled trial of pragmatic readication of <PERSOON-##> RW van der Arrest of chronic acid suppressant drug use after successful Helicobacter pylori eradication in patients with peptic ulcer disease a ## Forrest EH, <PERSOON-##> JF, <PERSOON-##> RC, <PERSOON-##> AJ Helicobacter pylori eradication for peptic ulceration an observational ## <PERSOON-##> for reducing the prescribing of proton pump inhibitors (PPI) patients self regulation of treatment may be an under exploited resource <PERSOON-##> G Do all patients in primary care who may benefit fromeradication of Helicobacter pylori have access to effective care? <PERSOON-##> C De huisartspraktijk als afwijking van de standaard; kwantitatieve aspecten van chronisch gebruik van zuurremmers <PERSOON-##> EJE Verminderde consumptie te <LOCATIE>.
454
nvmdl
effective care? <PERSOON> pylori eradication reduce the long term requirements for acid suppressants in patients with a history op peptic ulcer disease in general practice? Results from a four year longitudinal study <PERSOON> M A pilot study of a randomised controlled trial of pragmatic readication of <PERSOON> RW van der Arrest of chronic acid suppressant drug use after successful Helicobacter pylori eradication in patients with peptic ulcer disease a ## Forrest EH, <PERSOON> JF, <PERSOON> RC, <PERSOON> AJ Helicobacter pylori eradication for peptic ulceration an observational ## <PERSOON> for reducing the prescribing of proton pump inhibitors (PPI) patients self regulation of treatment may be an under exploited resource <PERSOON> G Do all patients in primary care who may benefit fromeradication of Helicobacter pylori have access to effective care? <PERSOON> C De huisartspraktijk als afwijking van de standaard; kwantitatieve aspecten van chronisch gebruik van zuurremmers <PERSOON-##> EJE Verminderde consumptie te <PERSOON-##> B Effect of systematic review of medication by general practitioner on drug consumption among Mogelijk heeft het eten van uien een ongunstig effect op refluxklachten Bij patiënten met refluxklachten worden geregeld, naast medicamenteuze, niet-medicamenteuze adviezen gegeven Patiënten zelf leggen vaak een relatie tussen roken, overgewicht, houding en bepaalde voedingsmiddelen en hun klachten Het is echter de vraag in hoeverre het rationeel is ingrijpende niet-medicamenteuze adviezen te geven zoals afvallen, stoppen met roken en Veel onderzoek naar het effect van niet-medicamenteuze adviezen bij refluxpatiënten is uitgevoerd bij gezonde proefpersonen Er is zelden gekeken naar de intensiteit van het klachtenpatroon Meestal is de druk over de oesofageale sfincter of de zuurgraad in de oesophagus als uitkomstmaat genomen Onderzoek van goede kwaliteit werd nauwelijks gevonden meestal betrof het vergelijkend onderzoek bij kleine aantallen patiënten Voeding Er werd één onderzoek naar het effect van voeding op het klachtenpatroon bij refluxpatiënten gevonden # Geconcludeerd wordt dat het eten van ui zuurbranden in stand kan houden In onderzoeken bij gezonde proefpersonen naar de druk over de onderste oesofageale sfincter en/of de zuurgraad in de oesophagus worden verder als mogelijke oorzaken van refluxklachten genoemd koffie, alcohol, voedselinname, vetrijke maaltijden, frisdranken, Houding De resultaten van onderzoek naar het effect van de houding bij refluxpatiënten zijn wisselend Er zijn drie onderzoeken waarin gekeken is naar het effect van houding bij refluxpatiënten op de klachten.
470
nvmdl
<PERSOON> B Effect of systematic review of medication by general practitioner on drug consumption among Mogelijk heeft het eten van uien een ongunstig effect op refluxklachten Bij patiënten met refluxklachten worden geregeld, naast medicamenteuze, niet-medicamenteuze adviezen gegeven Patiënten zelf leggen vaak een relatie tussen roken, overgewicht, houding en bepaalde voedingsmiddelen en hun klachten Het is echter de vraag in hoeverre het rationeel is ingrijpende niet-medicamenteuze adviezen te geven zoals afvallen, stoppen met roken en Veel onderzoek naar het effect van niet-medicamenteuze adviezen bij refluxpatiënten is uitgevoerd bij gezonde proefpersonen Er is zelden gekeken naar de intensiteit van het klachtenpatroon Meestal is de druk over de oesofageale sfincter of de zuurgraad in de oesophagus als uitkomstmaat genomen Onderzoek van goede kwaliteit werd nauwelijks gevonden meestal betrof het vergelijkend onderzoek bij kleine aantallen patiënten Voeding Er werd één onderzoek naar het effect van voeding op het klachtenpatroon bij refluxpatiënten gevonden # Geconcludeerd wordt dat het eten van ui zuurbranden in stand kan houden In onderzoeken bij gezonde proefpersonen naar de druk over de onderste oesofageale sfincter en/of de zuurgraad in de oesophagus worden verder als mogelijke oorzaken van refluxklachten genoemd koffie, alcohol, voedselinname, vetrijke maaltijden, frisdranken, Houding De resultaten van onderzoek naar het effect van de houding bij refluxpatiënten zijn wisselend Er zijn drie onderzoeken waarin gekeken is naar het effect van houding bij refluxpatiënten op de klachten werd geen verschil in de klachten gezien ## In de andere twee onderzoeken werden wel minder klachten aangegeven bij respectievelijk liggen op de linkerzij dan op de rechter zij,## en bij zitten met steun in de rug of met het bedeinde omhoog (## cm) dan bij liggen ## Ook onderzoek bij refluxpatiënten en gezonden met pH-meting en zuurklaringstest laten wisselende resultaten zien in één onderzoek werd geen effect van houding gezien;## in een ander onderzoek werd een ongunstig effect gezien van slapen op de rechterzij (pH-meting en zuurklaringstijd) ## Roken Er werd één onderzoek gevonden naar het effect van roken op de klachten refluxpatiënten die meer dan ## sigaretten per dag rookten, hadden statistisch significant meer episoden met Overgewicht Drie onderzoeken laten wisselend resultaat zien in één onderzoek bij obesitaspatiënten met refluxklachten had gewichtsverlies geen effect op de klachten;## in twee onderzoeken was er wel effect Het eerste onderzoek betreft een vergelijkend onderzoek bij refluxpatiënten ## Het tweede is een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek bij gezonde Kanttekening bij dit laatste onderzoek is dat alleen effect gezien werd bij patiënten met een Er is onvoldoende bewijs van een effect op refluxklachten van koffie, alcohol, vetrijke maaltijden, frisdranken, zure dranken en pepermunt Mogelijk hebben het verhogen van het bedeinde en het slapen op de linkerzij Mogelijk heeft stoppen met roken een gunstig effect op refluxklachten Pehl#, Penagini#, Pehl#, Nebel#, Pehl#, Vitale#, Wright#, Murhy#, Price##, Vooralsnog is er onvoldoende bewijs voor een gunstig effect op refluxklachten van vermindering van overmatig lichaamsgewicht Anders dan bij medicamenteuze adviezen zijn er aan niet-medicamenteuze adviezen geen.
598
nvmdl