text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
gezien dan roken op zichzelf In tabel # staat een overzicht van de belangrijkste hinderlijke bijwerkingen van nicotinevervangende middelen Hikken, irritatie aan mond en keel, kuchen en droge lippen * Een uitgebreide lijst met bijwerkingen staat in het Farmacotherapeutisch Kompas (farmacotherapeutisch kompas,(WEBLINK)) en op (WEBLINK) voor de IB-tekst In één onderzoek bij personen boven de <LEEFTIJD> jaar met minimaal één gediagnosticeerde hartvaatziekte (HVZ), was er geen verschil waarneembaar in het optreden van bijwerkingen en HVZ-gerelateerde klachten door nicotinepleisters (Stead, ###) NVM lijken veilig bij personen Zonder interventies is de kans op een geslaagde stoppoging bij doorrokende zwangeren laag De werkgroep is daarom van mening dat bij fors rokende vrouwen (meer dan tien sigaretten per dag) NVM moeten worden overwogen bij het falen van andere interventies Dat geldt zeker voor vrouwen die eerder een gestoord zwangerschapsbeloop hebben doorgemaakt waarop roken van invloed is geweest De veiligheid van NVM tijdens zwangerschap is onderzocht in een aantal klinische trials, waarbij gevonden werd dat in termen van maternale en foetale hemodynamiek en nicotine expositie het gebruik van NVM niet slechter was dan ad libitum roken (Oncken, ###; Ogburn, ###; Wright, ###) Een recente trial waarin de adherentie aan NVM in zwangere rokers is onderzocht wijst op de kritische rol van adherentie in de eerste ## uur van de stoppoging, die de belangrijkste voorspeller van succes bleek (Fish, ###) Gezien de te verwachten snellere klaring van nicotine bij zwangeren zullen relatief hogere doses NVM Dit zou een argument kunnen zijn voor hoger doseren of combineren van verschillende NVM Empirische gegevens De effecten van foetale blootstelling aan nicotine door maternaal gebruik van NVM lijken vergelijkbaar met die bij vrijelijk roken door de moeder Adherentie aan NVM in de eerste ## uur bij een stoppoging door zwangeren lijkt Er is beperkt onderzoek naar de veiligheid van NVM bij jongeren Er zijn geen aanwijzingen dat Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat het gelijktijdig gebruik van sigaretten en NVM schadelijk is Mogelijk maakt de combinatie van sigarettengebruik en NVM een stoppoging Er zijn geen gegevens voorhanden dat NVM verslavend zijn Een klein deel van de gebruikers van NVM blijkt ze langdurig te gebruiken, maar het is onbekend of dit als een verslaving te Bij rokers met aangetoonde hart- en vaatziekten geven nicotinevervangende Nicotinevervangende middelen zijn bewezen effectief bij zwangeren en lijken minder schadelijk dan roken Uiteraard moet met risico’s rekening worden Uit de beperkte literatuur over het gebruik van nicotinevervangende middelen bij jongeren van ##-<LEEFTIJD> jaar komen geen aanwijzingen naar voren voor onveiligheid Combinatie van roken en nicotinevervangende middelen lijkt niet schadelijk Er zijn onvoldoende gegevens voorhanden dat nicotinevervangende middelen Registratie van bupropion als antidepressivum vond plaats in de Verenigde Staten in ### onder de merknaam Wellbutrin Sinds ### is het daar verkrijgbaar als hulpmiddel bij het stoppen met roken Bupropion werd in december ### door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen onder de merknaam Zyban in <LOCATIE> geregistreerd voor de indicatie ‘hulpmiddel bij het stoppen met roken’.
592
nvog
of combineren van verschillende NVM Empirische gegevens De effecten van foetale blootstelling aan nicotine door maternaal gebruik van NVM lijken vergelijkbaar met die bij vrijelijk roken door de moeder Adherentie aan NVM in de eerste ## uur bij een stoppoging door zwangeren lijkt Er is beperkt onderzoek naar de veiligheid van NVM bij jongeren Er zijn geen aanwijzingen dat Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat het gelijktijdig gebruik van sigaretten en NVM schadelijk is Mogelijk maakt de combinatie van sigarettengebruik en NVM een stoppoging Er zijn geen gegevens voorhanden dat NVM verslavend zijn Een klein deel van de gebruikers van NVM blijkt ze langdurig te gebruiken, maar het is onbekend of dit als een verslaving te Bij rokers met aangetoonde hart- en vaatziekten geven nicotinevervangende Nicotinevervangende middelen zijn bewezen effectief bij zwangeren en lijken minder schadelijk dan roken Uiteraard moet met risico’s rekening worden Uit de beperkte literatuur over het gebruik van nicotinevervangende middelen bij jongeren van ##-<LEEFTIJD> jaar komen geen aanwijzingen naar voren voor onveiligheid Combinatie van roken en nicotinevervangende middelen lijkt niet schadelijk Er zijn onvoldoende gegevens voorhanden dat nicotinevervangende middelen Registratie van bupropion als antidepressivum vond plaats in de Verenigde Staten in ### onder de merknaam Wellbutrin Sinds ### is het daar verkrijgbaar als hulpmiddel bij het stoppen met roken Bupropion werd in december ### door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen onder de merknaam Zyban in <LOCATIE> geregistreerd voor de indicatie ‘hulpmiddel bij het stoppen met roken’ binnen de Europese Unie Bupropion is alleen op recept verkrijgbaar Het is gecontraïndiceerd bij zwangeren en wordt niet vergoed door de ziektekostenverzekeraars De bewijsvoering is onderzoeken naar het effect van bupropion is gesponsord door de industrie, en de meeste onderzoeken zijn uitgevoerd bij Amerikaanse rokers, vooral geselecteerd via advertenties (uit de open populatie) Dit betrof met name rokers zonder (chronische) ziekte die minimaal tien sigaretten per dag rookten en gemotiveerd waren om te stoppen met roken middel te zijn om gemotiveerde rokers te helpen tijdens een stoppoging Samenvatting van de afzonderlijke resultaten van ## onderzoeken met het merendeel ## maanden abstinentiedata resulteert in een RR t o v placebo van #,## (##%-BI #,#<DATUM> ##) De NNT na ## maanden follow-up is ## In alle geïncludeerde onderzoeken werd de behandeling met bupropion Tot heden zijn er twee gecontroleerde onderzoeken uitgevoerd naar het effect van bupropion SR als hulpmiddel voor stoppen met roken bij patiënten met COPD (Tashkin, ###; Wagena, ###) In beide studies suggereren de resultaten na ## weken dat bupropion SR een effectief hulpmiddel is voor stoppen met roken in deze groep De resultaten na ## maanden laten geen significant verschil meer zien tussen de experimentele en controlegroep Tot op heden is één gecontroleerd onderzoek uitgevoerd naar het effect van bupropion SR (### mg gedurende zeven weken) als hulpmiddel voor stoppen met roken bij patiënten met een cardiovasculaire aandoening (Tonstad, ###) Zowel na # als na ## maanden bleek bupropion.
601
nvog
Bupropion is alleen op recept verkrijgbaar Het is gecontraïndiceerd bij zwangeren en wordt niet vergoed door de ziektekostenverzekeraars De bewijsvoering is onderzoeken naar het effect van bupropion is gesponsord door de industrie, en de meeste onderzoeken zijn uitgevoerd bij Amerikaanse rokers, vooral geselecteerd via advertenties (uit de open populatie) Dit betrof met name rokers zonder (chronische) ziekte die minimaal tien sigaretten per dag rookten en gemotiveerd waren om te stoppen met roken middel te zijn om gemotiveerde rokers te helpen tijdens een stoppoging Samenvatting van de afzonderlijke resultaten van ## onderzoeken met het merendeel ## maanden abstinentiedata resulteert in een RR t o v placebo van #,## (##%-BI #,#<DATUM> ##) De NNT na ## maanden follow-up is ## In alle geïncludeerde onderzoeken werd de behandeling met bupropion Tot heden zijn er twee gecontroleerde onderzoeken uitgevoerd naar het effect van bupropion SR als hulpmiddel voor stoppen met roken bij patiënten met COPD (Tashkin, ###; Wagena, ###) In beide studies suggereren de resultaten na ## weken dat bupropion SR een effectief hulpmiddel is voor stoppen met roken in deze groep De resultaten na ## maanden laten geen significant verschil meer zien tussen de experimentele en controlegroep Tot op heden is één gecontroleerd onderzoek uitgevoerd naar het effect van bupropion SR (### mg gedurende zeven weken) als hulpmiddel voor stoppen met roken bij patiënten met een cardiovasculaire aandoening (Tonstad, ###) Zowel na # als na ## maanden bleek bupropion OR #,#; ##%-BI #,#-#,# versus Bij schizofrenie zijn twee gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken uitgevoerd (<PERSOON>, ###) Eén onderzoek werd uitgevoerd met een voor- en nameting zonder controlegroep (Weiner, ###) In één onderzoek ontvingen de deelnemers in de experimentele groep bupropion SR ### mg gedurende tien weken gecombineerd met groepstherapie (wekelijks gedurende tien weken, ## minuten per sessie) (<PERSOON>, ###) Het gebruik van antipsychotica naast het onderzoekmedicatie werd tijdens het onderzoek en #% (#/##) In één onderzoek ontvingen de deelnemers in de experimentele groep gedurende ## weken bupropion SR ### mg en wekelijkse cognitieve gedragstherapie in groepen gedurende # weken (## minuten per sessie) (Evins, ###) Ook in dit onderzoek werd de experimentele medicatie toegevoegd aan de onderhoudsmedicatie Na zes maanden bleek één deelnemer uit de experimentele groep (##%) en geen deelnemer uit de controlegroep (#%) In de Cochrane review van Hughes zijn # studies opgenomen die bupropion vergelijken met NVT pleister Bupropion blijkt niet significant beter te zijn OR=# ## (# ##, # ##) (Hughes, ###) Er zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar de effectiviteit van bupropion SR gecombineerd met <PERSOON> eerste onderzoek werd bupropion SR ### mg ###) Deze combinatie bleek effectiever dan enkel het gebruik van nicotinepleisters (OR #,#; ##%-BI #,<DATUM> #) In het tweede onderzoek werd bupropion (### mg, zeven weken) eveneens gecombineerd met nicotinepleisters (twee maanden, dosering onbekend) (<PERSOON>, ###) In dit onderzoek vond men geen verschil in effectiviteit (OR #,#; ##%-BI #,<DATUM> #).
735
nvog
Bij schizofrenie zijn twee gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken uitgevoerd (<PERSOON>, ###) Eén onderzoek werd uitgevoerd met een voor- en nameting zonder controlegroep (Weiner, ###) In één onderzoek ontvingen de deelnemers in de experimentele groep bupropion SR ### mg gedurende tien weken gecombineerd met groepstherapie (wekelijks gedurende tien weken, ## minuten per sessie) (<PERSOON>, ###) Het gebruik van antipsychotica naast het onderzoekmedicatie werd tijdens het onderzoek en #% (#/##) In één onderzoek ontvingen de deelnemers in de experimentele groep gedurende ## weken bupropion SR ### mg en wekelijkse cognitieve gedragstherapie in groepen gedurende # weken (## minuten per sessie) (Evins, ###) Ook in dit onderzoek werd de experimentele medicatie toegevoegd aan de onderhoudsmedicatie Na zes maanden bleek één deelnemer uit de experimentele groep (##%) en geen deelnemer uit de controlegroep (#%) In de Cochrane review van Hughes zijn # studies opgenomen die bupropion vergelijken met NVT pleister Bupropion blijkt niet significant beter te zijn OR=# ## (# ##, # ##) (Hughes, ###) Er zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar de effectiviteit van bupropion SR gecombineerd met <PERSOON> eerste onderzoek werd bupropion SR ### mg ###) Deze combinatie bleek effectiever dan enkel het gebruik van nicotinepleisters (OR #,#; ##%-BI #,<DATUM> #) In het tweede onderzoek werd bupropion (### mg, zeven weken) eveneens gecombineerd met nicotinepleisters (twee maanden, dosering onbekend) (<PERSOON>, ###) In dit onderzoek vond men geen verschil in effectiviteit (OR #,#; ##%-BI #,<DATUM> #) onderzoeken heterogeen zijn (onder andere wat betreft de interventie), zijn er geen gepoolde resultaten berekend Volgens de Cochrane review is de combinatie van bupropion + NVT niet In vergelijking met een placebobehandeling blijkt bupropion SR een effectief Het gebruik van bupropion SR voor stoppen met roken door patiënten met COPD Bupropion SR is een effectief hulpmiddel om rokers met een cardiovasculaire Er zijn aanwijzingen dat de combinatie van buproprion en nicotinepleisters niet Er is een aantal overzichtsartikelen verschenen waarin de veiligheid van bupropion is beschreven in vergelijking met placebomedicatie Hieruit komt naar voren dat bupropion SR in algemene zin een veilig hulpmiddel voor stoppen met roken is, mits gelet op mogelijk aanwezige contra-indicaties Grote voorzichtigheid is geboden bij condities die predisponeren voor een verlaagde convulsiedrempel, zoals hoofdletsel in de anamnese, tumor van het centraal zenuwstelsel, alcoholmisbruik, plotselinge onthouding van alcohol of benzodiazepinen, veiligheid is eveneens aangetoond bij stoppen met roken voor COPD-patiënten Er moet rekening worden gehouden met mogelijke interactie met de bestaande medicatie van deze groep rokers voor hun luchtwegklachten (Wagena, ###) Een uitgebreide lijst met bijwerkingen staat in het Farmacotherapeutisch Kompas ((WEBLINK)) en op (WEBLINK) voor de IBtekst Er is één gecontroleerd onderzoek uitgevoerd naar het effect van bupropion SR (### mg gedurende zeven weken) als hulpmiddel voor stoppen met roken bij patiënten met een cardiovasculaire aandoening (Tonstad, ###) De frequentst gerapporteerde bijwerkingen waren bupropiongroep en ## uit de placebogroep cardiovasculaire klachten met name angina pectoris.
686
nvog
zijn (onder andere wat betreft de interventie), zijn er geen gepoolde resultaten berekend Volgens de Cochrane review is de combinatie van bupropion + NVT niet In vergelijking met een placebobehandeling blijkt bupropion SR een effectief Het gebruik van bupropion SR voor stoppen met roken door patiënten met COPD Bupropion SR is een effectief hulpmiddel om rokers met een cardiovasculaire Er zijn aanwijzingen dat de combinatie van buproprion en nicotinepleisters niet Er is een aantal overzichtsartikelen verschenen waarin de veiligheid van bupropion is beschreven in vergelijking met placebomedicatie Hieruit komt naar voren dat bupropion SR in algemene zin een veilig hulpmiddel voor stoppen met roken is, mits gelet op mogelijk aanwezige contra-indicaties Grote voorzichtigheid is geboden bij condities die predisponeren voor een verlaagde convulsiedrempel, zoals hoofdletsel in de anamnese, tumor van het centraal zenuwstelsel, alcoholmisbruik, plotselinge onthouding van alcohol of benzodiazepinen, veiligheid is eveneens aangetoond bij stoppen met roken voor COPD-patiënten Er moet rekening worden gehouden met mogelijke interactie met de bestaande medicatie van deze groep rokers voor hun luchtwegklachten (Wagena, ###) Een uitgebreide lijst met bijwerkingen staat in het Farmacotherapeutisch Kompas ((WEBLINK)) en op (WEBLINK) voor de IBtekst Er is één gecontroleerd onderzoek uitgevoerd naar het effect van bupropion SR (### mg gedurende zeven weken) als hulpmiddel voor stoppen met roken bij patiënten met een cardiovasculaire aandoening (Tonstad, ###) De frequentst gerapporteerde bijwerkingen waren bupropiongroep en ## uit de placebogroep cardiovasculaire klachten met name angina pectoris in de bijsluiter worden gevolgd en met name wordt gelet op mogelijk aanwezige Bupropion SR lijkt een veilig hulpmiddel voor stoppen met roken voor COPDpatiënten Er moet rekening worden gehouden met mogelijke interactie met de bestaande medicatie van deze groep rokers voor hun luchtwegklachten (in Bupropion SR lijkt een relatief veilig hulpmiddel voor stoppen met roken voor Het gebruik van bupropion SR ### mg is in vergelijking tot bupropion SR ###mg effectiever in combinatie met een intensief gedragsmatige behandeling dan het Nortriptyline is een tricyclisch antidepressivum Het is sinds ### internationaal op de markt als een middel tegen depressies Het is niet geregistreerd als hulpmiddel bij het stoppen met roken Uit de Cochrane-review blijkt dat nortriptyline een effectief hulpmiddel is om rokers te helpen tijdens een stoppoging (Hughes, ###) Samenvatting van de afzonderlijke resultaten van zes onderzoeken met minimaal zes maanden abstinentiedata, resulteert in een OR van #,## (##% Twee onderzoeken waarin nortriptyline werd gecombineerd met NVM tonen geen bewijs voor In één onderzoek is de effectiviteit van nortriptyline gecombineerd met nicotinepleisters onderzocht Nortriptyline ## mg/dag werd gedurende ## weken gecombineerd met nicotinepleisters gedurende acht weken (dosering niet bekend) Deze combinatie bleek effectiever dan Uit onderzoek is niet bekend of ondersteuning door zorgverleners nodig is om nortriptyline effectief te laten zijn Gezien de status van het middel (slechts op recept van een arts verkrijgbaar en niet voor SMR geregistreerd) is het in ieder geval noodzakelijk dat een roker minstens één contact heeft met een zorgverlener Dit contact is noodzakelijk om te bepalen of.
590
nvog
mogelijk aanwezige Bupropion SR lijkt een veilig hulpmiddel voor stoppen met roken voor COPDpatiënten Er moet rekening worden gehouden met mogelijke interactie met de bestaande medicatie van deze groep rokers voor hun luchtwegklachten (in Bupropion SR lijkt een relatief veilig hulpmiddel voor stoppen met roken voor Het gebruik van bupropion SR ### mg is in vergelijking tot bupropion SR ###mg effectiever in combinatie met een intensief gedragsmatige behandeling dan het Nortriptyline is een tricyclisch antidepressivum Het is sinds ### internationaal op de markt als een middel tegen depressies Het is niet geregistreerd als hulpmiddel bij het stoppen met roken Uit de Cochrane-review blijkt dat nortriptyline een effectief hulpmiddel is om rokers te helpen tijdens een stoppoging (Hughes, ###) Samenvatting van de afzonderlijke resultaten van zes onderzoeken met minimaal zes maanden abstinentiedata, resulteert in een OR van #,## (##% Twee onderzoeken waarin nortriptyline werd gecombineerd met NVM tonen geen bewijs voor In één onderzoek is de effectiviteit van nortriptyline gecombineerd met nicotinepleisters onderzocht Nortriptyline ## mg/dag werd gedurende ## weken gecombineerd met nicotinepleisters gedurende acht weken (dosering niet bekend) Deze combinatie bleek effectiever dan Uit onderzoek is niet bekend of ondersteuning door zorgverleners nodig is om nortriptyline effectief te laten zijn Gezien de status van het middel (slechts op recept van een arts verkrijgbaar en niet voor SMR geregistreerd) is het in ieder geval noodzakelijk dat een roker minstens één contact heeft met een zorgverlener Dit contact is noodzakelijk om te bepalen of Er zijn twee onderzoeken waarin de effectiviteit van nortriptyline gecombineerd met intensieve gedragsmatige ondersteuning is vergeleken met de combinatie van nortriptyline en minder intensieve ondersteuning In het eerste onderzoek bestond de intensiefste behandeling uit nortriptyline (dosering werd getitreerd; behandelduur ## weken) gecombineerd met tien groepssessies van twee uur, met <DATUM> deelnemers gedurende acht weken (<LOCATIE>, ###) De minder intensieve interventie bestond uit nortriptyline (## weken) gecombineerd met vijf groepssessies van ## minuten, eveneens met <DATUM> deelnemers gedurende acht weken De puntprevalentiecijfers stoppers in week ## en ## waren ##% (##/##) versus ##% (##/##), en na ## weken ##% (##/##) versus ##% (##/##) In het tweede onderzoek werd in de ene groep nortriptyline gecombineerd met vijf individuele sessies van ##-## minuten uitgevoerd door een specialist (in week #, #, #, # en ##) (<LOCATIE> ###) De tweede groep ontving nortriptyline bij vijf individuele sessies en vijf groepssessies van ## minuten uitgevoerd door een getrainde counselor (in dezelfde periode) Na ## weken leek de intensiefste interventie het effectiefst (##% (#/##) versus ##% (#/##)), maar na ## weken is dit verschil verdwenen (##% (#/##) versus ##% (#/##)) De resultaten dienen echter met enige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, aangezien het geen abstinentiecijfers betreft over een bepaalde periode In drie vergelijkende studies met nortriptyline en bupropion gaf bupropion iets betere resultaten te zien, maar de verschillen zijn niet significant (<LOCATIE> ###, Wagena ###, Haggstram ###) Nortriptyline is een effectief hulpmiddel om rokers te ondersteunen tijdens een.
703
nvog
effectiviteit van nortriptyline gecombineerd met intensieve gedragsmatige ondersteuning is vergeleken met de combinatie van nortriptyline en minder intensieve ondersteuning In het eerste onderzoek bestond de intensiefste behandeling uit nortriptyline (dosering werd getitreerd; behandelduur ## weken) gecombineerd met tien groepssessies van twee uur, met <DATUM> deelnemers gedurende acht weken (<LOCATIE>, ###) De minder intensieve interventie bestond uit nortriptyline (## weken) gecombineerd met vijf groepssessies van ## minuten, eveneens met <DATUM> deelnemers gedurende acht weken De puntprevalentiecijfers stoppers in week ## en ## waren ##% (##/##) versus ##% (##/##), en na ## weken ##% (##/##) versus ##% (##/##) In het tweede onderzoek werd in de ene groep nortriptyline gecombineerd met vijf individuele sessies van ##-## minuten uitgevoerd door een specialist (in week #, #, #, # en ##) (<LOCATIE> ###) De tweede groep ontving nortriptyline bij vijf individuele sessies en vijf groepssessies van ## minuten uitgevoerd door een getrainde counselor (in dezelfde periode) Na ## weken leek de intensiefste interventie het effectiefst (##% (#/##) versus ##% (#/##)), maar na ## weken is dit verschil verdwenen (##% (#/##) versus ##% (#/##)) De resultaten dienen echter met enige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, aangezien het geen abstinentiecijfers betreft over een bepaalde periode In drie vergelijkende studies met nortriptyline en bupropion gaf bupropion iets betere resultaten te zien, maar de verschillen zijn niet significant (<LOCATIE> ###, Wagena ###, Haggstram ###) Nortriptyline is een effectief hulpmiddel om rokers te ondersteunen tijdens een Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil in effectiviteit bestaat tussen een meer en minder intensieve gedragsmatige interventie voor stoppen met roken in combinatie Vooralsnog lijkt er geen significant verschil in effectiviteit te bestaan tussen nortriptyline en bupropion als hulpmiddel voor stoppen met roken In de onderzoeken naar de effectiviteit van nortriptyline bleken de gebruikelijke maar hinderlijke bijwerkingen vaker in het onderzoeksgroep voor te komen dan in de placebogroep (tabel #) Ernstige bijwerkingen zijn vooralsnog niet gerapporteerd Een uitgebreide lijst met bijwerkingen Tabel # Hinderlijke bijwerkingen van nortriptylinegebruik en de frequentie ervan (in %) Nortriptyline is een redelijk veilig hulpmiddel voor rokers die gemotiveerd zijn om te Varenicline is recent toegelaten als farmacologisch hulpmiddel voor stoppen met roken Als partiele agonist op de α#β# nicotinerge acetylcholine receptor in het mesolimbisch dopamine systeem heeft het een krachtig agonistisch effect, waarmee het hunkeren naar tabak en onttrekkingslast dempt, maar ook een antagonistische werking als receptorblokker, waarmee reduceert Het is ontwikkeld als hoog-affinitieve afgeleide van het natuurlijk voorkomende Varenicline is een effectief middel om te stoppen met roken De risk ratio voor abstinentie na ≥# maanden was # ## (##% Confidence interval (CI) # #<DATUM> Tevens bleek uit een drietal trials waarin varenicline met buproprion werd vergeleken dat varenicline beter is dan bupropion na # Het is aangetoond dat varenicline een effectief middel is om te stoppen met Het is aangetoond dat het gebruik van varenicline leidt tot een #,# maal grotere Het is aannemelijk dat varenicline een effectiever middel is om te stoppen met.
702
nvog
meer en minder intensieve gedragsmatige interventie voor stoppen met roken in combinatie Vooralsnog lijkt er geen significant verschil in effectiviteit te bestaan tussen nortriptyline en bupropion als hulpmiddel voor stoppen met roken In de onderzoeken naar de effectiviteit van nortriptyline bleken de gebruikelijke maar hinderlijke bijwerkingen vaker in het onderzoeksgroep voor te komen dan in de placebogroep (tabel #) Ernstige bijwerkingen zijn vooralsnog niet gerapporteerd Een uitgebreide lijst met bijwerkingen Tabel # Hinderlijke bijwerkingen van nortriptylinegebruik en de frequentie ervan (in %) Nortriptyline is een redelijk veilig hulpmiddel voor rokers die gemotiveerd zijn om te Varenicline is recent toegelaten als farmacologisch hulpmiddel voor stoppen met roken Als partiele agonist op de α#β# nicotinerge acetylcholine receptor in het mesolimbisch dopamine systeem heeft het een krachtig agonistisch effect, waarmee het hunkeren naar tabak en onttrekkingslast dempt, maar ook een antagonistische werking als receptorblokker, waarmee reduceert Het is ontwikkeld als hoog-affinitieve afgeleide van het natuurlijk voorkomende Varenicline is een effectief middel om te stoppen met roken De risk ratio voor abstinentie na ≥# maanden was # ## (##% Confidence interval (CI) # #<DATUM> Tevens bleek uit een drietal trials waarin varenicline met buproprion werd vergeleken dat varenicline beter is dan bupropion na # Het is aangetoond dat varenicline een effectief middel is om te stoppen met Het is aangetoond dat het gebruik van varenicline leidt tot een #,# maal grotere Het is aannemelijk dat varenicline een effectiever middel is om te stoppen met ##, ##% CI # #<DATUM> p(# ###), over het algemeen mild tot matig van intensiteit, dosis afhankelijk en geassocieerd met een lage verhouding tot stoppen met behandeling (Cahill ###, Niaura ###) Slapeloosheid, abnormale dromen en hoofdpijn worden ook als regelmatig voorkomende Naar aanleiding van post marketing gegevens heeft de FDA in mei ### gerapporteerd dat bij gebruik van varenicline een associatie met een verhoogd risico op gedragsverandering, agitatie, depressieve stemming, suïcidale gedachten en gedrag in toenemende mate aannemelijk lijkt In In een trial met rokers ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een normale nierfunctie zijn bij gebruik van varenicline tov placebo geen verschillen in veiligheid of verdraagbaarheid vastgesteld (Burstein Het is aangetoond dat misselijkheid een veel voorkomende bijwerking van varenicline , over het algemeen mild tot matig van intensiteit, dosis afhankelijk en geassocieerd met een lage verhouding tot stoppen met behandeling Daarnaast zijn slapeloosheid, abnormale dromen en hoofdpijn frequent gerapporteerd Er zijn meldingen gewest van een verhoogd risico op gedragsverandering, Het is aannemelijk dat varenicline ook bij rokers ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een Op dit moment is er nog beperkte informatie over de relatieve effectiviteit van varenicline ten opzichte van reeds langer gebruikte medicamenten Ook is er nog weinig bekend over de lange termijn effecten van varenicline Omdat er veel ervaring is met NVM verdienen deze middelen de voorkeur, tenzij andere argumenten of nieuwe informatie een andere keuze rechtvaardigen Clonidine is niet geregistreerd voor de behandeling van tabaksverslaving In een Cochranereview van zes placebogecontroleerde onderzoeken was zowel orale (drie onderzoeken) als.
591
nvog
###), over het algemeen mild tot matig van intensiteit, dosis afhankelijk en geassocieerd met een lage verhouding tot stoppen met behandeling (Cahill ###, Niaura ###) Slapeloosheid, abnormale dromen en hoofdpijn worden ook als regelmatig voorkomende Naar aanleiding van post marketing gegevens heeft de FDA in mei ### gerapporteerd dat bij gebruik van varenicline een associatie met een verhoogd risico op gedragsverandering, agitatie, depressieve stemming, suïcidale gedachten en gedrag in toenemende mate aannemelijk lijkt In In een trial met rokers ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een normale nierfunctie zijn bij gebruik van varenicline tov placebo geen verschillen in veiligheid of verdraagbaarheid vastgesteld (Burstein Het is aangetoond dat misselijkheid een veel voorkomende bijwerking van varenicline , over het algemeen mild tot matig van intensiteit, dosis afhankelijk en geassocieerd met een lage verhouding tot stoppen met behandeling Daarnaast zijn slapeloosheid, abnormale dromen en hoofdpijn frequent gerapporteerd Er zijn meldingen gewest van een verhoogd risico op gedragsverandering, Het is aannemelijk dat varenicline ook bij rokers ouder dan <LEEFTIJD> jaar en een Op dit moment is er nog beperkte informatie over de relatieve effectiviteit van varenicline ten opzichte van reeds langer gebruikte medicamenten Ook is er nog weinig bekend over de lange termijn effecten van varenicline Omdat er veel ervaring is met NVM verdienen deze middelen de voorkeur, tenzij andere argumenten of nieuwe informatie een andere keuze rechtvaardigen Clonidine is niet geregistreerd voor de behandeling van tabaksverslaving In een Cochranereview van zes placebogecontroleerde onderzoeken was zowel orale (drie onderzoeken) als De gepoolde OR van de zes onderzoeken tezamen was #,## (##%-BI #,<DATUM> ##) Geen van de onderzoeken hanteerde echter # of ## maanden continue abstinentie als succescriterium Clonidine geeft veel dosisafhankelijke bijwerkingen, in het bijzonder een droge mond, en het heeft een sederende werking Het is geen eerste keus, maar kan overwogen worden als NVM In vergelijking met een placebobehandeling is clonidine mogelijk effectiever dan placebo om te stoppen met roken Het middle kent echter een hoge incidentie van De Cochrane Collaboration bekeek vier onderzoeken waarbij hypnose is vergeleken met een placebo-interventie (alleen aandacht) Aangezien de onderzoeken qua opzet te veel van elkaar verschilden, was het niet mogelijk de resultaten samen te voegen Drie onderzoeken lieten geen significant voordeel zien van hypnose vergeleken met aandacht Geen van de onderzoeken hanteerde ## maanden continue abstinentie als succescriterium (Abbot, ###) Voor de Cochrane-review over acupunctuur zijn ## geschikte onderzoeken geïdentificeerd (White, ###) In zes placebogecontroleerde onderzoeken werd het effect van acupunctuur op lange termijns (<DATUM> maanden) abstinentie onderzocht Uit de gepoolde resultaten bleek dat de behandeling niet beter was dan placebo Verder zijn er kruidenpreparaten en homeopathische middelen op de markt Hiervan zijn geen placebogecontroleerde onderzoeken gevonden Er zijn geen aanwijzingen dat alternatieve therapieën beter werken dan placebo De apotheker kan een tweeledige functie vervullen bij het beïnvloeden van het rookgedrag van zijn cliënt Enerzijds heeft de apotheek een voorlichtende rol, zeker bij patiënten die op grond.
593
nvog
OR van de zes onderzoeken tezamen was #,## (##%-BI #,<DATUM> ##) Geen van de onderzoeken hanteerde echter # of ## maanden continue abstinentie als succescriterium Clonidine geeft veel dosisafhankelijke bijwerkingen, in het bijzonder een droge mond, en het heeft een sederende werking Het is geen eerste keus, maar kan overwogen worden als NVM In vergelijking met een placebobehandeling is clonidine mogelijk effectiever dan placebo om te stoppen met roken Het middle kent echter een hoge incidentie van De Cochrane Collaboration bekeek vier onderzoeken waarbij hypnose is vergeleken met een placebo-interventie (alleen aandacht) Aangezien de onderzoeken qua opzet te veel van elkaar verschilden, was het niet mogelijk de resultaten samen te voegen Drie onderzoeken lieten geen significant voordeel zien van hypnose vergeleken met aandacht Geen van de onderzoeken hanteerde ## maanden continue abstinentie als succescriterium (Abbot, ###) Voor de Cochrane-review over acupunctuur zijn ## geschikte onderzoeken geïdentificeerd (White, ###) In zes placebogecontroleerde onderzoeken werd het effect van acupunctuur op lange termijns (<DATUM> maanden) abstinentie onderzocht Uit de gepoolde resultaten bleek dat de behandeling niet beter was dan placebo Verder zijn er kruidenpreparaten en homeopathische middelen op de markt Hiervan zijn geen placebogecontroleerde onderzoeken gevonden Er zijn geen aanwijzingen dat alternatieve therapieën beter werken dan placebo De apotheker kan een tweeledige functie vervullen bij het beïnvloeden van het rookgedrag van zijn cliënt Enerzijds heeft de apotheek een voorlichtende rol, zeker bij patiënten die op grond risk’ zijn <PERSOON>, astma/COPD-middelen, diabetesmiddelen en cardiovasculaire middelen behoren tot de belangrijkste geneesmiddelgroepen die in apotheken worden afgeleverd Bij al deze aandoeningen is het zinvol te stoppen met roken Anderzijds kan de apotheker een rol spelen bij de voorlichting over de keuze, het gebruik en de contra-indicaties van NVM De begeleiding van NVM door een apotheker is in het buitenland uitgeprobeerd in zowel gecontroleerde studies naar het effect van counselling van een apotheker op lange termijn abstinentie (<DATUM> maanden) werd in drie studies significant meer stoppers gezien in de apothekersinterventiegroep in vergelijking tot de controle groep In de twee andere studies werd alleen een trend waargenomen (<PERSOON> het bijwerkingenprofiel en de contraindicaties dient het gebruik van bupropion en nortriptyline, net als varenicline, te worden begeleid door een arts en apotheker Naast de medicatiebegeleiding kan de apotheker een duidelijke rol spelen in het bevorderen van de therapietrouw Het belang hiervan blijkt uit een onderzoek onder Nederlandse bupropiongebruikers, waarin werd gevonden dat de helft van Uit een cliëntperspectief onderzoek onder ‘gezonde’ rokers is gebleken dat men meer voelt voor een groepscursus dan voor bupropion omdat ‘gezonde’ rokers liever geen antidepressivum slikken De voorkeur gaat uit naar NVM waarmee de rokers iets kunnen ‘doen’, zoals een lolly Voor rokers die zich zorgen maken over gewichtstoename, ligt het voor de hand om bupropion of NVM te kiezen, waarvan is aangetoond dat ze gewichtstoename na stoppen uitstellen Beslissingsondersteuning om voorschrijver en roker een geïnformeerde en gedeelde therapiekeuze te maken verhoogt de intrinsieke motivatie en de adherentie #-#.
604
nvog
tot de belangrijkste geneesmiddelgroepen die in apotheken worden afgeleverd Bij al deze aandoeningen is het zinvol te stoppen met roken Anderzijds kan de apotheker een rol spelen bij de voorlichting over de keuze, het gebruik en de contra-indicaties van NVM De begeleiding van NVM door een apotheker is in het buitenland uitgeprobeerd in zowel gecontroleerde studies naar het effect van counselling van een apotheker op lange termijn abstinentie (<DATUM> maanden) werd in drie studies significant meer stoppers gezien in de apothekersinterventiegroep in vergelijking tot de controle groep In de twee andere studies werd alleen een trend waargenomen (<PERSOON> het bijwerkingenprofiel en de contraindicaties dient het gebruik van bupropion en nortriptyline, net als varenicline, te worden begeleid door een arts en apotheker Naast de medicatiebegeleiding kan de apotheker een duidelijke rol spelen in het bevorderen van de therapietrouw Het belang hiervan blijkt uit een onderzoek onder Nederlandse bupropiongebruikers, waarin werd gevonden dat de helft van Uit een cliëntperspectief onderzoek onder ‘gezonde’ rokers is gebleken dat men meer voelt voor een groepscursus dan voor bupropion omdat ‘gezonde’ rokers liever geen antidepressivum slikken De voorkeur gaat uit naar NVM waarmee de rokers iets kunnen ‘doen’, zoals een lolly Voor rokers die zich zorgen maken over gewichtstoename, ligt het voor de hand om bupropion of NVM te kiezen, waarvan is aangetoond dat ze gewichtstoename na stoppen uitstellen Beslissingsondersteuning om voorschrijver en roker een geïnformeerde en gedeelde therapiekeuze te maken verhoogt de intrinsieke motivatie en de adherentie <DATUM> mag worden gesteld dat een integrale programmatische aanpak het meest effectief is en dat farmacologische ondersteuning alleen in combinatie met een gedragsmatige interventie mag worden voorgeschreven (Fiore ###, Platform vitale vaten, ###) Uit een Cochrane-meta-analyse naar de werkzaamheid van NVM bij personen die meer dan ## sigaretten per dag roken, blijkt dat de kans op een geslaagde stoppoging met een factor #,# tot # wordt verhoogd indien aan deze groep rokers een van de NVM wordt gegeven bij een stoppoging Een hogere dosering NVM is effectiever bij personen die veel roken dan een lagere Er is beperkt bewijs dat ook bij personen die meer dan ## sigaretten, maar minder dan ## per dag roken NVM de kans op succes bij een stoppoging verhogen, ook zonder intensieve begeleiding Naar de effectiviteit van bupropion zonder (intensieve) begeleiding is nog geen onderzoek uitgevoerd De bijwerkingen van NVM zijn beperkt en NVM zijn toepasbaar bij personen met hart- en vaatziekten en COPD Er zijn studies verricht naar de effectiviteit van bupropion bij personen die meer dan tien sigaretten per dag roken Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat bupropion in combinatie met een intensieve begeleiding de kans op een geslaagde stoppoging verhoogt Varenicline is een effectief gebleken middel met hogere stopkans tijdens behandeling dan bupropion in een vergelijkende studie Naar de effectiviteit van nortriptyline zijn inmiddels zes ‘randomized clinical trials’ uitgevoerd, waarvan er vijf een positief effect ten opzichte van placebo aantoonden De conclusie is dat nortriptyline, in.
573
nvog
worden gesteld dat een integrale programmatische aanpak het meest effectief is en dat farmacologische ondersteuning alleen in combinatie met een gedragsmatige interventie mag worden voorgeschreven (Fiore ###, Platform vitale vaten, ###) Uit een Cochrane-meta-analyse naar de werkzaamheid van NVM bij personen die meer dan ## sigaretten per dag roken, blijkt dat de kans op een geslaagde stoppoging met een factor #,# tot # wordt verhoogd indien aan deze groep rokers een van de NVM wordt gegeven bij een stoppoging Een hogere dosering NVM is effectiever bij personen die veel roken dan een lagere Er is beperkt bewijs dat ook bij personen die meer dan ## sigaretten, maar minder dan ## per dag roken NVM de kans op succes bij een stoppoging verhogen, ook zonder intensieve begeleiding Naar de effectiviteit van bupropion zonder (intensieve) begeleiding is nog geen onderzoek uitgevoerd De bijwerkingen van NVM zijn beperkt en NVM zijn toepasbaar bij personen met hart- en vaatziekten en COPD Er zijn studies verricht naar de effectiviteit van bupropion bij personen die meer dan tien sigaretten per dag roken Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat bupropion in combinatie met een intensieve begeleiding de kans op een geslaagde stoppoging verhoogt Varenicline is een effectief gebleken middel met hogere stopkans tijdens behandeling dan bupropion in een vergelijkende studie Naar de effectiviteit van nortriptyline zijn inmiddels zes ‘randomized clinical trials’ uitgevoerd, waarvan er vijf een positief effect ten opzichte van placebo aantoonden De conclusie is dat nortriptyline, in tijdens een stoppoging De effectiviteit van nortriptyline en bupropion is vergeleken, waarbij geen verschil in effectiviteit tussen beide middelen werd gevonden Naar de effectiviteit van nortriptyline zonder (intensieve) ondersteuning is geen onderzoek uitgevoerd Aangezien nortriptyline al meer dan <LEEFTIJD> jaar beschikbaar is als antidepressivum, is veel bekend over het bijwerkingenprofiel Voorafgaand aan het voorschrijven van dit middel dient echter de NVM zijn uitgebreid en gedurende langere tijd onderzocht, ook in de eerste lijn en zonder intensieve begeleiding NVM blijken werkzaam bij alle groepen van rokers De effectiviteit blijkt beperkt, maar NVM hebben een beperkt risico op bijwerkingen en zijn vrij verkrijgbaar Hoewel naar nortriptyline minder klinisch onderzoek is uitgevoerd voor de indicatie ‘behandeling van tabaksverslaving’, bestaat vooralsnog geen bewijs voor een verschil in effectiviteit in vergelijking met bupropion Nortriptyline is niet geregistreerd voor de indicatie ‘behandeling van tabaksverslaving’ Het is net zoals bupropion en varenicline alleen op recept verkrijgbaar In verband met indicatie, afweging van effectiviteit en kosten en eventuele bijwerkingen is consultatie van een arts gewenst Bupropion is uitgebreid onderzocht in geselecteerde populaties met intensieve ondersteuning, daarbuiten niet Varenicline studies bij geselecteerde patiëntenpopulaties zijn onderweg Voor het maken van een keuze uit de beschikbare farmacologische middelen kunnen naast de beschikbare evidentie de volgende overwegingen gebruikt worden voorkeuren en ervaringen van patiënten, geschiedenis van de patiënt m b t vergeefse stoppogingen, bijwerkingenprofiel van de verschillende middelen, beschikbaarheid van gegevens t a v lange termijn bijwerkingen, bijkomende ziekten, kosten, etc.
572
nvog
De effectiviteit van nortriptyline en bupropion is vergeleken, waarbij geen verschil in effectiviteit tussen beide middelen werd gevonden Naar de effectiviteit van nortriptyline zonder (intensieve) ondersteuning is geen onderzoek uitgevoerd Aangezien nortriptyline al meer dan <LEEFTIJD> jaar beschikbaar is als antidepressivum, is veel bekend over het bijwerkingenprofiel Voorafgaand aan het voorschrijven van dit middel dient echter de NVM zijn uitgebreid en gedurende langere tijd onderzocht, ook in de eerste lijn en zonder intensieve begeleiding NVM blijken werkzaam bij alle groepen van rokers De effectiviteit blijkt beperkt, maar NVM hebben een beperkt risico op bijwerkingen en zijn vrij verkrijgbaar Hoewel naar nortriptyline minder klinisch onderzoek is uitgevoerd voor de indicatie ‘behandeling van tabaksverslaving’, bestaat vooralsnog geen bewijs voor een verschil in effectiviteit in vergelijking met bupropion Nortriptyline is niet geregistreerd voor de indicatie ‘behandeling van tabaksverslaving’ Het is net zoals bupropion en varenicline alleen op recept verkrijgbaar In verband met indicatie, afweging van effectiviteit en kosten en eventuele bijwerkingen is consultatie van een arts gewenst Bupropion is uitgebreid onderzocht in geselecteerde populaties met intensieve ondersteuning, daarbuiten niet Varenicline studies bij geselecteerde patiëntenpopulaties zijn onderweg Voor het maken van een keuze uit de beschikbare farmacologische middelen kunnen naast de beschikbare evidentie de volgende overwegingen gebruikt worden voorkeuren en ervaringen van patiënten, geschiedenis van de patiënt m b t vergeefse stoppogingen, bijwerkingenprofiel van de verschillende middelen, beschikbaarheid van gegevens t a v lange termijn bijwerkingen, bijkomende ziekten, kosten, etc van de interventie beïnvloedt Het succes hangt eerder samen met de intensiteit van behandeling (<PERSOON> zijn effectief zowel binnen de eerste lijn als in ziekenhuizen Wat betreft de tandartsensetting is in de afgelopen jaren gebleken dat ook de mondhygienist, die in de vorige richtlijn niet expliciet is genoemd, een vergelijkbare rol Ook in de werksituatie werkt stoppen met roken even goed als in andere omgevingen (zie paragraaf <DATUM> interventies in de werkomgeving) Desalniettemin ligt het voor de hand ernstig verslaafde, recidiverende rokers (ook) te behandelen in de verslavingszorg Een recent afgesloten ‘pilot’-onderzoek laat zien dat dit goed uitvoerbaar is en tot redelijke resultaten leidt Interventies door professionals in de gezondheidszorg hebben significant meer effect dan zelfhulp of hulp door een niet-professional Wat de aard van de professionele discipline betreft, blijken dokters niet significant meer effect te hebben dan niet-dokters (OR #,# versus #,#) Deze bevinding heeft betrekking op interventies in het algemeen – waarbij geen onderscheid is gemaakt in intensiteit – en is dus vooral gebaseerd op onderzoek naar niet-intensieve interventies Onduidelijk is in hoeverre dit met name (of juist niet) geldt voor intensieve interventies Advies door artsen (niet gedifferentieerd naar setting) is effectief bij het stoppen met roken (Fiore, ###) Interventies door verpleegkundigen in ziekenhuizen zijn eveneens effectief, waarbij intensievere interventies niet effectiever lijken te zijn dan minder intensieve Interventies waar professionals van verschillende disciplines bij de uitvoering betrokken zijn, hebben niet statistisch significant meer effect dan interventies die worden uitgevoerd door.
580
nvog
beïnvloedt Het succes hangt eerder samen met de intensiteit van behandeling (<PERSOON> zijn effectief zowel binnen de eerste lijn als in ziekenhuizen Wat betreft de tandartsensetting is in de afgelopen jaren gebleken dat ook de mondhygienist, die in de vorige richtlijn niet expliciet is genoemd, een vergelijkbare rol Ook in de werksituatie werkt stoppen met roken even goed als in andere omgevingen (zie paragraaf <DATUM> interventies in de werkomgeving) Desalniettemin ligt het voor de hand ernstig verslaafde, recidiverende rokers (ook) te behandelen in de verslavingszorg Een recent afgesloten ‘pilot’-onderzoek laat zien dat dit goed uitvoerbaar is en tot redelijke resultaten leidt Interventies door professionals in de gezondheidszorg hebben significant meer effect dan zelfhulp of hulp door een niet-professional Wat de aard van de professionele discipline betreft, blijken dokters niet significant meer effect te hebben dan niet-dokters (OR #,# versus #,#) Deze bevinding heeft betrekking op interventies in het algemeen – waarbij geen onderscheid is gemaakt in intensiteit – en is dus vooral gebaseerd op onderzoek naar niet-intensieve interventies Onduidelijk is in hoeverre dit met name (of juist niet) geldt voor intensieve interventies Advies door artsen (niet gedifferentieerd naar setting) is effectief bij het stoppen met roken (Fiore, ###) Interventies door verpleegkundigen in ziekenhuizen zijn eveneens effectief, waarbij intensievere interventies niet effectiever lijken te zijn dan minder intensieve Interventies waar professionals van verschillende disciplines bij de uitvoering betrokken zijn, hebben niet statistisch significant meer effect dan interventies die worden uitgevoerd door #,# versus #,#) (Fiore, ###) Deze uitkomst is vooral gebaseerd op onderzoek naar niet-intensieve interventies Onduidelijk is in hoeverre dit met Interessant is dat in de Amerikaanse richtlijn het niet-significante verschil gevonden bij de aard van de discipline, in de richtlijn niet tot een aanbeveling leidde vooral artsen in te zetten Het eveneens niet-significante verschil tussen betrokkenheid van meerdere verschillende disciplines leidde daarentegen wel tot de aanbeveling om meerdere disciplines in te zetten Gezien hun kernexpertises zijn artsen aangewezen om de eerste stappen van een kortdurende ondersteuning (‘ask’, ‘assess’, ‘advise’), alsmede het voorschrijven van ondersteunende medicatie voor hun rekening nemen, terwijl de gedragsbegeleiding en -training (‘assist’, ‘arrange’) beter kan worden uitgevoerd door de gedragskundige of als zodanig getrainde Minder intensieve ondersteuning bij stoppen met roken kan overal worden Er zijn geen aanwijzingen dat het inzetten van bepaalde professionele disciplines Intensieve interventies voor stoppen met roken dienen te worden verzorgd door Aangezien jaarlijks ##% van de Nederlanders hun huisarts bezoekt, is de huisartspraktijk een uitgelezen plaats om veel rokers te bereiken voor een ‘stoppen met roken’-interventie In ### verscheen de NHG-Standaaard Stoppen met roken (Chavannes, ###); deze geeft richtlijnen voor diagnostiek en beleid om rokers op een effectieve manier te adviseren en te begeleiden bij het stoppen met roken De standaard sluit aan bij de multidisciplinaire richtlijn tabaksverslaving van het CBO uit ### en bouwt voort op de reeds bestaande Minimale De NHG-Standaard adviseert huisartsen de rookstatus in kaart te brengen van patiënten die.
619
nvog
#,# versus #,#) (Fiore, ###) Deze uitkomst is vooral gebaseerd op onderzoek naar niet-intensieve interventies Onduidelijk is in hoeverre dit met Interessant is dat in de Amerikaanse richtlijn het niet-significante verschil gevonden bij de aard van de discipline, in de richtlijn niet tot een aanbeveling leidde vooral artsen in te zetten Het eveneens niet-significante verschil tussen betrokkenheid van meerdere verschillende disciplines leidde daarentegen wel tot de aanbeveling om meerdere disciplines in te zetten Gezien hun kernexpertises zijn artsen aangewezen om de eerste stappen van een kortdurende ondersteuning (‘ask’, ‘assess’, ‘advise’), alsmede het voorschrijven van ondersteunende medicatie voor hun rekening nemen, terwijl de gedragsbegeleiding en -training (‘assist’, ‘arrange’) beter kan worden uitgevoerd door de gedragskundige of als zodanig getrainde Minder intensieve ondersteuning bij stoppen met roken kan overal worden Er zijn geen aanwijzingen dat het inzetten van bepaalde professionele disciplines Intensieve interventies voor stoppen met roken dienen te worden verzorgd door Aangezien jaarlijks ##% van de Nederlanders hun huisarts bezoekt, is de huisartspraktijk een uitgelezen plaats om veel rokers te bereiken voor een ‘stoppen met roken’-interventie In ### verscheen de NHG-Standaaard Stoppen met roken (Chavannes, ###); deze geeft richtlijnen voor diagnostiek en beleid om rokers op een effectieve manier te adviseren en te begeleiden bij het stoppen met roken De standaard sluit aan bij de multidisciplinaire richtlijn tabaksverslaving van het CBO uit ### en bouwt voort op de reeds bestaande Minimale De NHG-Standaard adviseert huisartsen de rookstatus in kaart te brengen van patiënten die met roken extra van belang is, en rokers te adviseren te stoppen met roken Voor een aantal patiëntengroepen is dat belang tevens onderstreept in andere NHG-Standaarden, in ieder geval benauwdheid, aandoeningen zoals een HVZ, COPD of astma of een verhoogd risico op De huisarts kan het in kaart brengen van de rookstatus uitbreiden naar geschikte situaties en naar groepen van patiënten bij wie veel gezondheidswinst te behalen valt In de huisartsenpraktijk is belangrijke gezondheidswinst te behalen door rokers aan te Onderscheid rokers in degenen die gemotiveerd zijn om te stoppen, degenen die stoppen overwegen en degenen die niet gemotiveerd zijn om te stoppen Het is belangrijk ‘het ijzer te smeden als het heet is’, dat wil zeggen rokers die gemotiveerd zijn om te stoppen intensief te ondersteunen bij hun stoppoging Medicamenteuze ondersteuning vindt plaats in overleg met de patiënt Deze rol kan de huisarts deels zelf spelen, deels kan hij deze delegeren aan de praktijkondersteuner, die in ruim ##% van de huisartspraktijken aanwezig is Deels kan de roker worden verwezen naar intensievere vormen van ondersteuning buiten de huisartspraktijk, zoals een groepstraining of telefonische coaching Praktijkondersteuners kunnen zich ontwikkelen tot <DATUM> # Effectiviteit van korte ondersteunende interventies in de huisartspraktijk volgens de De Minimale Interventiestrategie Stoppen met roken voor de Huisartsenpraktijk (H-MIS) is een in ### speciaal voor de Nederlandse huisartsenpraktijk ontwikkelde kortdurende interventie ter ondersteuning van stoppen met roken De H-MIS kan worden toegepast door zowel huisarts als praktijkondersteuner In zes stappen, verdeeld over twee tot drie consulten, worden het aangeboden.
615
nvog
rokers te adviseren te stoppen met roken Voor een aantal patiëntengroepen is dat belang tevens onderstreept in andere NHG-Standaarden, in ieder geval benauwdheid, aandoeningen zoals een HVZ, COPD of astma of een verhoogd risico op De huisarts kan het in kaart brengen van de rookstatus uitbreiden naar geschikte situaties en naar groepen van patiënten bij wie veel gezondheidswinst te behalen valt In de huisartsenpraktijk is belangrijke gezondheidswinst te behalen door rokers aan te Onderscheid rokers in degenen die gemotiveerd zijn om te stoppen, degenen die stoppen overwegen en degenen die niet gemotiveerd zijn om te stoppen Het is belangrijk ‘het ijzer te smeden als het heet is’, dat wil zeggen rokers die gemotiveerd zijn om te stoppen intensief te ondersteunen bij hun stoppoging Medicamenteuze ondersteuning vindt plaats in overleg met de patiënt Deze rol kan de huisarts deels zelf spelen, deels kan hij deze delegeren aan de praktijkondersteuner, die in ruim ##% van de huisartspraktijken aanwezig is Deels kan de roker worden verwezen naar intensievere vormen van ondersteuning buiten de huisartspraktijk, zoals een groepstraining of telefonische coaching Praktijkondersteuners kunnen zich ontwikkelen tot <DATUM> # Effectiviteit van korte ondersteunende interventies in de huisartspraktijk volgens de De Minimale Interventiestrategie Stoppen met roken voor de Huisartsenpraktijk (H-MIS) is een in ### speciaal voor de Nederlandse huisartsenpraktijk ontwikkelde kortdurende interventie ter ondersteuning van stoppen met roken De H-MIS kan worden toegepast door zowel huisarts als praktijkondersteuner In zes stappen, verdeeld over twee tot drie consulten, worden het aangeboden zelfgerapporteerde continue abstinentie na # en ## maanden #,## (##%-BI #,<DATUM> #), met een absoluut verschil van #,#% tussen de interventie- en de controlegroep en een positief effect in de interventiegroep van #,#% In de interventiegroep kreeg #,#% van de rokers NVM naast de De MIS lijkt een effectieve en in de dagelijkse huisartspraktijk toepasbare methode praktijkverpleegkundigen of praktijkassistentes, hier speciaal in te scholen en te laten meewerken aan de uitvoering ervan Het NHG heeft hiervoor speciaal de cursus ‘Starten met stoppen’, het programma voor individuele nascholing (PIN) ‘Stoppen met roken’ en een verdiepingsmodule over stoppen met roken ontwikkeld Naarmate de huisartsenpraktijk beschikt over voldoende speciaal geïnstrueerd personeel kan zij de implementatie op praktijkniveau Als het voor de huisarts niet mogelijk is een stoppen-met-rokeninterventie aan te bieden, Er is een grote variatie in praktijkorganisatie Zo zijn er huisartspraktijken waarin praktijkondersteuners of gespecialiseerde verpleegkundigen werken, maar ook praktijken waarin assistenten werkzaamheden verrichten die in andere praktijken door ondersteuners worden gedaan (bijvoorbeeld controle van patiënten met diabetes, astma/COPD of hypertensie) Ook zijn er praktijken waar nog nauwelijks (medische) werkzaamheden worden gedelegeerd aan grotendeels in opdracht van de huisarts, en bijna altijd betreft dit patiëntgerichte taken Juist deze taken lijken praktijkondersteuners en -assistenten bij uitstek geschikt te maken om persoonlijke begeleiding te bieden Ze kunnen worden ingeschakeld bij een ‘stoppen met kunnen bij het uitvoeren van de NHG-Standaard en/of de MIS ook de praktijkondersteuners en assistenten worden betrokken Er kunnen ook praktijkondersteuners en -assistenten worden.
600
nvog
abstinentie na # en ## maanden #,## (##%-BI #,<DATUM> #), met een absoluut verschil van #,#% tussen de interventie- en de controlegroep en een positief effect in de interventiegroep van #,#% In de interventiegroep kreeg #,#% van de rokers NVM naast de De MIS lijkt een effectieve en in de dagelijkse huisartspraktijk toepasbare methode praktijkverpleegkundigen of praktijkassistentes, hier speciaal in te scholen en te laten meewerken aan de uitvoering ervan Het NHG heeft hiervoor speciaal de cursus ‘Starten met stoppen’, het programma voor individuele nascholing (PIN) ‘Stoppen met roken’ en een verdiepingsmodule over stoppen met roken ontwikkeld Naarmate de huisartsenpraktijk beschikt over voldoende speciaal geïnstrueerd personeel kan zij de implementatie op praktijkniveau Als het voor de huisarts niet mogelijk is een stoppen-met-rokeninterventie aan te bieden, Er is een grote variatie in praktijkorganisatie Zo zijn er huisartspraktijken waarin praktijkondersteuners of gespecialiseerde verpleegkundigen werken, maar ook praktijken waarin assistenten werkzaamheden verrichten die in andere praktijken door ondersteuners worden gedaan (bijvoorbeeld controle van patiënten met diabetes, astma/COPD of hypertensie) Ook zijn er praktijken waar nog nauwelijks (medische) werkzaamheden worden gedelegeerd aan grotendeels in opdracht van de huisarts, en bijna altijd betreft dit patiëntgerichte taken Juist deze taken lijken praktijkondersteuners en -assistenten bij uitstek geschikt te maken om persoonlijke begeleiding te bieden Ze kunnen worden ingeschakeld bij een ‘stoppen met kunnen bij het uitvoeren van de NHG-Standaard en/of de MIS ook de praktijkondersteuners en assistenten worden betrokken Er kunnen ook praktijkondersteuners en -assistenten worden In aanvulling op het algemene hoofdstuk worden de volgende aanbevelingen voor de De fysiotherapeut krijgt in zijn dagelijkse praktijksetting te maken met patiënten die een (dreigend) probleem hebben met bewegen en functioneren in het dagelijks leven De fysiotherapeut werkt daarbij vanuit de eerstelijns praktijk of vanuit een intramurale instelling Het geven van adviezen over leefstijl en begeleiding bij gedragsverandering komt daarbij steeds meer op de voorgrond te staan Stoppen met roken vormt onderdeel van de interventie, vooral bij patiënten met chronische aandoeningen voor wie roken een hoog risico vormt zoals COPD en hart- en vaatziekten In een Europees project is daarvoor een beweegprogramma ontwikkeld om patiënten te ondersteunen bij het stoppen met roken (<PERSOON>, ###) Ook worden er op lokaal niveau initiatieven ontwikkeld, zoals het stoppen met roken onder begeleiding van de hoogrisicogroepen vindt veelal multidisciplinair plaats, waarbij de fysiotherapeut samenwerkt Zijn er bepaalde eigenschappen van rokers te onderscheiden die van prognostische betekenis Hoewel er zowel gedragsmatige als farmacologische interventies beschikbaar zijn om stoppen met roken te bewerkstelligen, hebben deze interventies niet bij iedere roker succes Met het oog op eventuele aanvullende maatregelen is het belangrijk te weten welke kenmerken van rokers voorspellend zijn voor de kans op succes van de stoppoging Er werden # reviews gevonden, waarvan de karakteristieken zijn weergegeven in de evidence tabel De reviews waren van redelijk goede kwaliteit, hoewel bij de meesten onduidelijk was of en hoe de kwaliteit van de studies was beoordeeld In de review van Hughes was wel.
591
nvog
volgende aanbevelingen voor de De fysiotherapeut krijgt in zijn dagelijkse praktijksetting te maken met patiënten die een (dreigend) probleem hebben met bewegen en functioneren in het dagelijks leven De fysiotherapeut werkt daarbij vanuit de eerstelijns praktijk of vanuit een intramurale instelling Het geven van adviezen over leefstijl en begeleiding bij gedragsverandering komt daarbij steeds meer op de voorgrond te staan Stoppen met roken vormt onderdeel van de interventie, vooral bij patiënten met chronische aandoeningen voor wie roken een hoog risico vormt zoals COPD en hart- en vaatziekten In een Europees project is daarvoor een beweegprogramma ontwikkeld om patiënten te ondersteunen bij het stoppen met roken (<PERSOON>, ###) Ook worden er op lokaal niveau initiatieven ontwikkeld, zoals het stoppen met roken onder begeleiding van de hoogrisicogroepen vindt veelal multidisciplinair plaats, waarbij de fysiotherapeut samenwerkt Zijn er bepaalde eigenschappen van rokers te onderscheiden die van prognostische betekenis Hoewel er zowel gedragsmatige als farmacologische interventies beschikbaar zijn om stoppen met roken te bewerkstelligen, hebben deze interventies niet bij iedere roker succes Met het oog op eventuele aanvullende maatregelen is het belangrijk te weten welke kenmerken van rokers voorspellend zijn voor de kans op succes van de stoppoging Er werden # reviews gevonden, waarvan de karakteristieken zijn weergegeven in de evidence tabel De reviews waren van redelijk goede kwaliteit, hoewel bij de meesten onduidelijk was of en hoe de kwaliteit van de studies was beoordeeld In de review van Hughes was wel Over sociale steun lijkt de literatuur verdeeld De aanwezigheid van sociale steun (familie en sociale netwerken) is geassocieerd met een hogere stopkans (Hitsman, ###) Het mobiliseren van (niet aanwezige) sociale steun door bijvoorbeeld buddy’s verbetert echter niet de kans op De sociale status is ook voorspellend voor de stopkans Zo stoppen mensen onder de armoedegrens minder snel Een dergelijk effect is ook waarneembaar in hogere sociale klassen Rokers met een opleiding onder universitair nivo hebben ##% minder kans om te stoppen dan universitair geschoolden <PERSOON> onder de armoedegrens stoppen ook minder snel met roken Daarnaast is de aanwezigheid van sociale steun (familie en sociale netwerken) is geassocieerd met stoppen Voor vrouwen is gehuwd/samenwonend zijn een voorspeller van Er is geen of inconsistent bewijs dat mobiliseren van sociale steun en buddy’s de <PERSOON> onder de armoedegrens stoppen minder snel met roken De aanwezigheid van sociale steun (familie en sociale netwerken) is geassocieerd Voor vrouwen is gehuwd/samenwonend zijn voorspeller van stoppen met roken Het wordt algemeen aangenomen dat rokers die in het verleden een depressie hebben doorgemaakt, minder succesvol zijn in het stoppen met roken Een meta-analyse liet echter zien dat depressie geen prognostische factor is (Hitsman, ###) Deze studie is echter bekritiseerd, omdat niet gestratificeerd werd naar de ontvangen behandeling in de geïncludeerde RCTs (Corvey, ###) In een recente reciew concludeerde Hughes dat de kans op een ‘major depression disorder’ (MDD) na het stoppen met roken groter was bij rokers die eerder een MDD.
576
nvog
De aanwezigheid van sociale steun (familie en sociale netwerken) is geassocieerd met een hogere stopkans (Hitsman, ###) Het mobiliseren van (niet aanwezige) sociale steun door bijvoorbeeld buddy’s verbetert echter niet de kans op De sociale status is ook voorspellend voor de stopkans Zo stoppen mensen onder de armoedegrens minder snel Een dergelijk effect is ook waarneembaar in hogere sociale klassen Rokers met een opleiding onder universitair nivo hebben ##% minder kans om te stoppen dan universitair geschoolden <PERSOON> onder de armoedegrens stoppen ook minder snel met roken Daarnaast is de aanwezigheid van sociale steun (familie en sociale netwerken) is geassocieerd met stoppen Voor vrouwen is gehuwd/samenwonend zijn een voorspeller van Er is geen of inconsistent bewijs dat mobiliseren van sociale steun en buddy’s de <PERSOON> onder de armoedegrens stoppen minder snel met roken De aanwezigheid van sociale steun (familie en sociale netwerken) is geassocieerd Voor vrouwen is gehuwd/samenwonend zijn voorspeller van stoppen met roken Het wordt algemeen aangenomen dat rokers die in het verleden een depressie hebben doorgemaakt, minder succesvol zijn in het stoppen met roken Een meta-analyse liet echter zien dat depressie geen prognostische factor is (Hitsman, ###) Deze studie is echter bekritiseerd, omdat niet gestratificeerd werd naar de ontvangen behandeling in de geïncludeerde RCTs (Corvey, ###) In een recente reciew concludeerde Hughes dat de kans op een ‘major depression disorder’ (MDD) na het stoppen met roken groter was bij rokers die eerder een MDD Er is tegenstrijdig bewijs voor de voorspellende waarde van depressie op de kans Rokers met huidige alcoholverslaving en alcoholafhankelijkheid in verleden hebben meer moeite om te stoppen met roken Rokers die alleen alcoholafhankelijkheid in verleden hadden hebben echter geen verminderde kans om te stoppen Dit zou mogelijk verklaard kunnen worden door aangeleerde vaardigheden bij het stoppen met alcohol (Hughes, ###) Rokers met huidige alcoholverslaving en alcoholafhankelijkheid in het verleden Rokers met alleen alcoholafhankelijkheid in verleden kunnen even goed stoppen Specifiek voor nicotinevervangers is in een review onderzocht of de effectiviteit anders is bij mannen dan vrouwen NVTs bleken effectiever voor mannen (Cepeda Bonito ###) NVM is effectief voor mannen en vrouwen, maar op lange termijn meer effectief Interventies in de werkomgeving (rookrestricties, voorlichtingscampagnes, etc) blijken in het algemeen effectief in het faciliteren van stoppen met roken Hoewel er slechts beperkt bewijs is dat interventies in de werkomgeving tot vergelijkbare resultaten leiden als breder opgezette programma’s, lijkt het aannemelijk dat interventies op meerdere nivo’s tezamen effectiever zijn dan een enkel programma Zo bleek dat omgevingssteun het succes van werkomgevingsinterventies kan verhogen (Dawley, ###) en educatiecampagnes) effectief zijn in het faciliteren van stoppen met roken De kans op succes is vergelijkbaar met die van bredere stoppen met roken Er lijken geen interventies te zijn die specifiek en uitsluitend in de werkomgeving werken Uit de beschikbare literatuur blijkt dat meer breed werkzame interventies ook in de werkomgeving effectief zijn Er is sterk bewijs dat groepstherapie, individuele counseling en farmacologische Ook minimale interventies zijn effectief.
590
nvog
waarde van depressie op de kans Rokers met huidige alcoholverslaving en alcoholafhankelijkheid in verleden hebben meer moeite om te stoppen met roken Rokers die alleen alcoholafhankelijkheid in verleden hadden hebben echter geen verminderde kans om te stoppen Dit zou mogelijk verklaard kunnen worden door aangeleerde vaardigheden bij het stoppen met alcohol (Hughes, ###) Rokers met huidige alcoholverslaving en alcoholafhankelijkheid in het verleden Rokers met alleen alcoholafhankelijkheid in verleden kunnen even goed stoppen Specifiek voor nicotinevervangers is in een review onderzocht of de effectiviteit anders is bij mannen dan vrouwen NVTs bleken effectiever voor mannen (Cepeda Bonito ###) NVM is effectief voor mannen en vrouwen, maar op lange termijn meer effectief Interventies in de werkomgeving (rookrestricties, voorlichtingscampagnes, etc) blijken in het algemeen effectief in het faciliteren van stoppen met roken Hoewel er slechts beperkt bewijs is dat interventies in de werkomgeving tot vergelijkbare resultaten leiden als breder opgezette programma’s, lijkt het aannemelijk dat interventies op meerdere nivo’s tezamen effectiever zijn dan een enkel programma Zo bleek dat omgevingssteun het succes van werkomgevingsinterventies kan verhogen (Dawley, ###) en educatiecampagnes) effectief zijn in het faciliteren van stoppen met roken De kans op succes is vergelijkbaar met die van bredere stoppen met roken Er lijken geen interventies te zijn die specifiek en uitsluitend in de werkomgeving werken Uit de beschikbare literatuur blijkt dat meer breed werkzame interventies ook in de werkomgeving effectief zijn Er is sterk bewijs dat groepstherapie, individuele counseling en farmacologische Ook minimale interventies zijn effectief De meest effectieve interventies voor stoppen met roken in de werkomgeving zijn die interventies die ook bewezen effectief zijn in breder perspectief Dit is behandelingen, die voor vergelijkbare effecten zorgen Zelfhulp is minder effectief te verhogen, maar uit de meeste studies blijkt dat de verhoogde deelname niet leidt tot hogere stoppercentages (Cahill, ###) In een recente grote RCT bleek dat $### voor deelname en $### voor afronding van een stopprogramma en $### voor ≥ # maanden aanhoudend stoppen met roken leidde tot een significant hoger percentage gestopten (<DATUM> vs #% na <DATUM> maanden Geringe financiële prikkels lijken niet te leiden tot betere stopresultaten van roken, maar er zijn aanwijzingen dat ze wel de werving van deelnemers aan Het is aannemelijk dat een voldoende grote financiële beloning ()$###) een groter Aanwezigheid van sociale steun in de vorm van familie en sociale netwerken is geassocieerd met stoppen bij interventies in algemene zin (Hitsman ###) Er is echter geen of inconsistent bewijs dat het mobiliseren van sociale steun de stopkans verhoogt (<PERSOON> van sociale steun of ‘buddy’ support aan stoppen met roken interventies in de werkomgeving werkomgeving lijkt de kans op stoppen niet substantieel te verhogen boven groep Uit een review over prognostische factoren op de werkvloer bleek dat lawaai en zware lichamelijke inspanning de kans op stoppen verlagen, maar controle over het werk bleek de Hoge werkstress verhoogt de stopkans bij rokers, maar is ook voorspellend voor Controle over het werk en ‘resources’ verhogen de stopkans.
593
nvog
meest effectieve interventies voor stoppen met roken in de werkomgeving zijn die interventies die ook bewezen effectief zijn in breder perspectief Dit is behandelingen, die voor vergelijkbare effecten zorgen Zelfhulp is minder effectief te verhogen, maar uit de meeste studies blijkt dat de verhoogde deelname niet leidt tot hogere stoppercentages (Cahill, ###) In een recente grote RCT bleek dat $### voor deelname en $### voor afronding van een stopprogramma en $### voor ≥ # maanden aanhoudend stoppen met roken leidde tot een significant hoger percentage gestopten (<DATUM> vs #% na <DATUM> maanden Geringe financiële prikkels lijken niet te leiden tot betere stopresultaten van roken, maar er zijn aanwijzingen dat ze wel de werving van deelnemers aan Het is aannemelijk dat een voldoende grote financiële beloning ()$###) een groter Aanwezigheid van sociale steun in de vorm van familie en sociale netwerken is geassocieerd met stoppen bij interventies in algemene zin (Hitsman ###) Er is echter geen of inconsistent bewijs dat het mobiliseren van sociale steun de stopkans verhoogt (<PERSOON> van sociale steun of ‘buddy’ support aan stoppen met roken interventies in de werkomgeving werkomgeving lijkt de kans op stoppen niet substantieel te verhogen boven groep Uit een review over prognostische factoren op de werkvloer bleek dat lawaai en zware lichamelijke inspanning de kans op stoppen verlagen, maar controle over het werk bleek de Hoge werkstress verhoogt de stopkans bij rokers, maar is ook voorspellend voor Controle over het werk en ‘resources’ verhogen de stopkans Hoewel ook minimale interventies effectiever zijn dan geen interventie, blijken intensieve interventies effectiever dan minimale interventies bij de bevordering van stoppen met roken Intensieve interventies blijken effectiever dan minimale interventies in het Interventies in de werkomgeving lijken evenveel rokers te bereiken als interventies in een andere context In # RCT werd gerapporteerd dat in de werkomgeving rokers bereikt worden die Er zijn aanwijzingen dat interventies voor stoppen met roken op de werkvloer een hogere deelname bereiken dan in andere settings en dat ook rokers bereikt Er zijn aanwijzingen dat managers succesvoller zijn in stoppen met roken op de langere termijn Dit kan echter samenhangen met verschillen in rookgewoonten HOOFDSTUK # IMPLEMENTATIE VAN DE RICHTLIJN IN DE PRAKTIJK Hoewel veel zorgverleners (bijvoorbeeld huisartsen, tandartsen, mondhygiënisten, onderdeel van hun takenpakket is, is de behandeling van tabaksverslaving nog matig geïntegreerd in de dagelijkse praktijk De discrepantie tussen benodigde en beschikbare tijd wordt door zorgverleners als belangrijkste belemmering genoemd (Ulbricht, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; Gallefoss, ###) Hierbij spelen opvattingen over gebrek aan effectiviteit van behandeling en interventies (<PERSOON>, ###) en een verondersteld gebrek aan motivatie bij de patiënt om te stoppen met roken (Ulbricht, ###), een rol Daarnaast speelt ook het feit mee dat er veelal geen toereikende vergoeding voor de inspanningen bestaat (<PERSOON>, ###) Een andere belemmering wordt gevormd door de ervaring dat spreken over rookgedrag als onplezierig wordt ervaren en als een mogelijke aantasting van de vertrouwensrelatie met de patiënt (<PERSOON>, ###).
624
nvog
interventies effectiever zijn dan geen interventie, blijken intensieve interventies effectiever dan minimale interventies bij de bevordering van stoppen met roken Intensieve interventies blijken effectiever dan minimale interventies in het Interventies in de werkomgeving lijken evenveel rokers te bereiken als interventies in een andere context In # RCT werd gerapporteerd dat in de werkomgeving rokers bereikt worden die Er zijn aanwijzingen dat interventies voor stoppen met roken op de werkvloer een hogere deelname bereiken dan in andere settings en dat ook rokers bereikt Er zijn aanwijzingen dat managers succesvoller zijn in stoppen met roken op de langere termijn Dit kan echter samenhangen met verschillen in rookgewoonten HOOFDSTUK # IMPLEMENTATIE VAN DE RICHTLIJN IN DE PRAKTIJK Hoewel veel zorgverleners (bijvoorbeeld huisartsen, tandartsen, mondhygiënisten, onderdeel van hun takenpakket is, is de behandeling van tabaksverslaving nog matig geïntegreerd in de dagelijkse praktijk De discrepantie tussen benodigde en beschikbare tijd wordt door zorgverleners als belangrijkste belemmering genoemd (Ulbricht, ###; <PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; Gallefoss, ###) Hierbij spelen opvattingen over gebrek aan effectiviteit van behandeling en interventies (<PERSOON>, ###) en een verondersteld gebrek aan motivatie bij de patiënt om te stoppen met roken (Ulbricht, ###), een rol Daarnaast speelt ook het feit mee dat er veelal geen toereikende vergoeding voor de inspanningen bestaat (<PERSOON>, ###) Een andere belemmering wordt gevormd door de ervaring dat spreken over rookgedrag als onplezierig wordt ervaren en als een mogelijke aantasting van de vertrouwensrelatie met de patiënt (<PERSOON>, ###) gerelateerde klachten heeft gemeld, maar er vanuit preventieve overwegingen naar de rookstatus gevraagd wordt (McEwan, ###) Uit onderzoek van TNS-Nipo uitgevoerd in opdracht van het Nederlands Huisartsgenoodschap, blijkt evenwel dat ##% van de Nederlanders vindt dat de huisarts het onderwerp stoppen met roken zelf mag aansnijden Bij aan tabaksgebruik gerelateerde klachten (Coleman,###; Gallefoss, ###) en bij voor stoppen gemotiveerde rokers (McEwan, ###) is er een grotere acceptatie van de zorgverlener Gebrek aan vaardigheden, gebrek aan kennis en gebrek aan voorlichtingsmateriaal kunnen voor de zorgverlener eveneens belemmerend zijn in het bespreken van de tabaksverslaving van hun patiënten (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; Twardella, ###) Tot slot kan de opvatting van de zorgverlener dat het niet tot de professionele verantwoordelijkheid behoort om met een patiënt over roken te spreken, omdat dit een aantasting is van de privacy van de patiënt, een belemmering vormen (<PERSOON>, ###) Uit recent onderzoek blijkt echter dat het merendeel van de zorgverleners (##% van de longartsen en cardiologen en ##% van de huisartsen) het wel als zijn verantwoordelijkheid ziet om rokende patiënten te adviseren over stoppen met roken (TNS In de voorafgaande hoofdstukken staan richtlijnen en aanbevelingen voor de behandeling van tabaksverslaving geformuleerd Deze zijn gebaseerd op de gevonden bewijzen voor de leiden tot meer succesvolle stoppers en daarom zouden de richtlijnen en aanbevelingen in de zorgsettings moeten worden geïmplementeerd De vraag is hoe deze implementatie het beste kan geschieden Zoals bij de stoppen-met-roken-interventies kunnen ook de aanbevelingen hoofdstuk gaat over welke implementatie-strategieën over het algemeen effectief zijn gebleken,.
651
nvog
gevraagd wordt (McEwan, ###) Uit onderzoek van TNS-Nipo uitgevoerd in opdracht van het Nederlands Huisartsgenoodschap, blijkt evenwel dat ##% van de Nederlanders vindt dat de huisarts het onderwerp stoppen met roken zelf mag aansnijden Bij aan tabaksgebruik gerelateerde klachten (Coleman,###; Gallefoss, ###) en bij voor stoppen gemotiveerde rokers (McEwan, ###) is er een grotere acceptatie van de zorgverlener Gebrek aan vaardigheden, gebrek aan kennis en gebrek aan voorlichtingsmateriaal kunnen voor de zorgverlener eveneens belemmerend zijn in het bespreken van de tabaksverslaving van hun patiënten (<PERSOON>, ###; <PERSOON>, ###; Twardella, ###) Tot slot kan de opvatting van de zorgverlener dat het niet tot de professionele verantwoordelijkheid behoort om met een patiënt over roken te spreken, omdat dit een aantasting is van de privacy van de patiënt, een belemmering vormen (<PERSOON>, ###) Uit recent onderzoek blijkt echter dat het merendeel van de zorgverleners (##% van de longartsen en cardiologen en ##% van de huisartsen) het wel als zijn verantwoordelijkheid ziet om rokende patiënten te adviseren over stoppen met roken (TNS In de voorafgaande hoofdstukken staan richtlijnen en aanbevelingen voor de behandeling van tabaksverslaving geformuleerd Deze zijn gebaseerd op de gevonden bewijzen voor de leiden tot meer succesvolle stoppers en daarom zouden de richtlijnen en aanbevelingen in de zorgsettings moeten worden geïmplementeerd De vraag is hoe deze implementatie het beste kan geschieden Zoals bij de stoppen-met-roken-interventies kunnen ook de aanbevelingen hoofdstuk gaat over welke implementatie-strategieën over het algemeen effectief zijn gebleken, behandeling van tabaksverslaving en of er evidentie is voor bepaalde strategieën om specifiek Diverse maatregelen kunnen de implementatie van de richtlijn in de praktijk bevorderen In dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt in maatregelen die ingrijpen op mogelijke barrières op individueel niveau van de hulpverlener (<DATUM> en op organisatieniveau (<DATUM> Zorgverleners en beleidsmakers kunnen aanvullende ondersteuning vinden bij het toepassen van de Richtlijn bij het Kenniscentrum Implementatie Richtlijn ((WEBLINK)) Voor zorgverleners is hier informatie verzameld die kan helpen om de richtlijn in de praktijk te brengen Beleidmakers vinden hier informatie en hulpmiddelen om de richtlijn Behandeling van tabaksverslaving te veranderingen van bewezen waarde met als doel dat deze een structurele plaats krijgen in het (beroepsmatig) handelen, in het functioneren van organisatie(s) of in de structuur van de gezondheidszorg Het verdient aanbeveling om te onderzoeken of een tarief voor ondersteuning bij stoppen met roken in de tandheelkundige sector de implementatie stimuleert Alles tegelijk aanpakken om een verandering in de zorgverlening te realiseren is veelal niet mogelijk Zorgverleners en hun beroepsorganisaties zouden in een diagnostische fase moeten nagaan waar in hun setting de knelpunten en stimuli voor implementatie liggen Bijvoorbeeld zijn hun zorgverleners wel voldoende op de hoogte van stop-roken interventies (kennis), weten ze het wel maar kunnen ze deze niet toepassen (vaardigheden) of lukt het niet ze in te passen in de routine van alledag (organisatie)? De accenten in enkelvoudige of gecombineerde strategieën dienen op de diagnose te worden afgestemd Het verdient ook aanbeveling om te onderzoeken.
610
nvog
om specifiek Diverse maatregelen kunnen de implementatie van de richtlijn in de praktijk bevorderen In dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt in maatregelen die ingrijpen op mogelijke barrières op individueel niveau van de hulpverlener (<DATUM> en op organisatieniveau (<DATUM> Zorgverleners en beleidsmakers kunnen aanvullende ondersteuning vinden bij het toepassen van de Richtlijn bij het Kenniscentrum Implementatie Richtlijn ((WEBLINK)) Voor zorgverleners is hier informatie verzameld die kan helpen om de richtlijn in de praktijk te brengen Beleidmakers vinden hier informatie en hulpmiddelen om de richtlijn Behandeling van tabaksverslaving te veranderingen van bewezen waarde met als doel dat deze een structurele plaats krijgen in het (beroepsmatig) handelen, in het functioneren van organisatie(s) of in de structuur van de gezondheidszorg Het verdient aanbeveling om te onderzoeken of een tarief voor ondersteuning bij stoppen met roken in de tandheelkundige sector de implementatie stimuleert Alles tegelijk aanpakken om een verandering in de zorgverlening te realiseren is veelal niet mogelijk Zorgverleners en hun beroepsorganisaties zouden in een diagnostische fase moeten nagaan waar in hun setting de knelpunten en stimuli voor implementatie liggen Bijvoorbeeld zijn hun zorgverleners wel voldoende op de hoogte van stop-roken interventies (kennis), weten ze het wel maar kunnen ze deze niet toepassen (vaardigheden) of lukt het niet ze in te passen in de routine van alledag (organisatie)? De accenten in enkelvoudige of gecombineerde strategieën dienen op de diagnose te worden afgestemd Het verdient ook aanbeveling om te onderzoeken implementatie stimuleert In de navolgende paragrafen worden op basis van de gevonden evidentie uit een systematische literatuurstudie aanbevelingen gedaan voor de implementatie Wanneer een minimale stopinterventie systematisch wordt aangeboden maakt de attitude van Aan patiënten uitgedeelde vragenlijsten voor en na het consult vergroot het aantal rapportages De introductie van praktijkgerichte systemen, zoals screeningsmiddelen en gecomputeriseerde ondersteuning, leiden tot een toename in screening en stopadvies (Bero ###) Trainingsprogramma’s voor zorgverleners in opleiding bleken effectiever dan programma’s voor gevestigde zorgverleners Ze bleken effectief in een toename van het geven van stopadvies en Educatieve praktijkbezoeken kunnen het gedrag van artsen ten aanzien van rokers beïnvloeden Het effect op de langere termijn en de kosteneffectiviteit van praktijkbezoeken zijn Educatieprogramma’s aangevuld met extra materialen die artsen en andere zorgverleners helpen bij het toepassen van de richtlijn (bijvoorbeeld voorlichtingsmaterialen voor patiënten) Een eenmalige training op locatie zorgde ervoor dat huisartsen vaker de # A’s toepassen (Unrod, ###) Een trainingsprogramma op lokatie voor huisartsen over stoppen met roken, gebaseerd op gedragstherapie verbeterde de kwaliteit van counseling en had invloed op de Programma’s waarin onderwijs en praktijkmethoden worden gecombineerd, bleken effectiever als het gaat om toename in screening dan programma’s die slechts één van deze componenten Groepseducatie aan huisartsen en practice nurses over COPD en (stoppen met) roken, gecombineerd met individuele support in counseling en feedback, en bovendien ondersteunend materiaal (software om COPD-patiënten op te sporen, informatie over COPD en roken, rookstatus, counselingsprotocol en educatieve tools), verdubbelde het aantal stoppers in Een drie uur durende training over de MIS, gecombineerd met materialen voor de patiënt.
585
nvog
van de gevonden evidentie uit een systematische literatuurstudie aanbevelingen gedaan voor de implementatie Wanneer een minimale stopinterventie systematisch wordt aangeboden maakt de attitude van Aan patiënten uitgedeelde vragenlijsten voor en na het consult vergroot het aantal rapportages De introductie van praktijkgerichte systemen, zoals screeningsmiddelen en gecomputeriseerde ondersteuning, leiden tot een toename in screening en stopadvies (Bero ###) Trainingsprogramma’s voor zorgverleners in opleiding bleken effectiever dan programma’s voor gevestigde zorgverleners Ze bleken effectief in een toename van het geven van stopadvies en Educatieve praktijkbezoeken kunnen het gedrag van artsen ten aanzien van rokers beïnvloeden Het effect op de langere termijn en de kosteneffectiviteit van praktijkbezoeken zijn Educatieprogramma’s aangevuld met extra materialen die artsen en andere zorgverleners helpen bij het toepassen van de richtlijn (bijvoorbeeld voorlichtingsmaterialen voor patiënten) Een eenmalige training op locatie zorgde ervoor dat huisartsen vaker de # A’s toepassen (Unrod, ###) Een trainingsprogramma op lokatie voor huisartsen over stoppen met roken, gebaseerd op gedragstherapie verbeterde de kwaliteit van counseling en had invloed op de Programma’s waarin onderwijs en praktijkmethoden worden gecombineerd, bleken effectiever als het gaat om toename in screening dan programma’s die slechts één van deze componenten Groepseducatie aan huisartsen en practice nurses over COPD en (stoppen met) roken, gecombineerd met individuele support in counseling en feedback, en bovendien ondersteunend materiaal (software om COPD-patiënten op te sporen, informatie over COPD en roken, rookstatus, counselingsprotocol en educatieve tools), verdubbelde het aantal stoppers in Een drie uur durende training over de MIS, gecombineerd met materialen voor de patiënt effect dat verloskundigen meer stopadviezen geven, meer stopdata vaststellen met patiënten, Nederlands onderzoek rond de landelijke implementatie van de MIS voor huisartsen in ### (<PERSOON>, ###) heeft laten zien dat ook schriftelijk nascholingsmateriaal voor individueel gebruik, succesvol kan zijn bij het verspreiden en doen gebruiken van een nieuwe stoppen-metroken behandelmethode Het besluit tot implementatie (‘adoptie’) werd mede voorspeld door de invloed van collega-huisartsen en praktijkassistenten uit de huisartsengroep Vergelijkbare resultaten werden waargenomen voor de verloskundepraktijk en de cardiologie-afdeling in een onderzoek rondom de implementatie van de MIS in deze settings (<PERSOON>, ###; ###) Sinds de invoering van de NHG Standaard stoppen met Roken in ### hoort begeleiding van patiënten bij stoppen met roken tot het algemene takenpakket van de huisarts Hierdoor bieden steeds meer huisartsen stoppen met roken begeleiding aan in samenwerking met de praktijkondersteuner De huisartsen zijn middels de standaard op de hoogte van de effectiviteit van de verschillende strategieën en zijn positief over het begeleiden bij stoppen met roken Tot slot trainingen voor het uitvoeren van effectief bewezen gedragsmatige ondersteuning met diverse intensiteit zoals de MIS, groepstraining en intensieve gedragsmatige ondersteuning worden in <LOCATIE> aangeboden door STIVORO Huisartsen en praktijkondersteuners kunnen Nederlandse longverpleegkundigen zijn goed in staat de onderdelen van het L-MIS protocol voor stoppen-met-roken toe te passen Dit is mogelijkerwijs het effect van het implementatietraject van de L-MIS (Kotz, ###) Financiële vergoeding kan het gedrag van zorgverleners ten aanzien van stoppen-met-roken beïnvloeden Een financiële beloning voor steun bij stoppen met roken vergroot het aantal.
620
nvog
stopadviezen geven, meer stopdata vaststellen met patiënten, Nederlands onderzoek rond de landelijke implementatie van de MIS voor huisartsen in ### (<PERSOON>, ###) heeft laten zien dat ook schriftelijk nascholingsmateriaal voor individueel gebruik, succesvol kan zijn bij het verspreiden en doen gebruiken van een nieuwe stoppen-metroken behandelmethode Het besluit tot implementatie (‘adoptie’) werd mede voorspeld door de invloed van collega-huisartsen en praktijkassistenten uit de huisartsengroep Vergelijkbare resultaten werden waargenomen voor de verloskundepraktijk en de cardiologie-afdeling in een onderzoek rondom de implementatie van de MIS in deze settings (<PERSOON>, ###; ###) Sinds de invoering van de NHG Standaard stoppen met Roken in ### hoort begeleiding van patiënten bij stoppen met roken tot het algemene takenpakket van de huisarts Hierdoor bieden steeds meer huisartsen stoppen met roken begeleiding aan in samenwerking met de praktijkondersteuner De huisartsen zijn middels de standaard op de hoogte van de effectiviteit van de verschillende strategieën en zijn positief over het begeleiden bij stoppen met roken Tot slot trainingen voor het uitvoeren van effectief bewezen gedragsmatige ondersteuning met diverse intensiteit zoals de MIS, groepstraining en intensieve gedragsmatige ondersteuning worden in <LOCATIE> aangeboden door STIVORO Huisartsen en praktijkondersteuners kunnen Nederlandse longverpleegkundigen zijn goed in staat de onderdelen van het L-MIS protocol voor stoppen-met-roken toe te passen Dit is mogelijkerwijs het effect van het implementatietraject van de L-MIS (Kotz, ###) Financiële vergoeding kan het gedrag van zorgverleners ten aanzien van stoppen-met-roken beïnvloeden Een financiële beloning voor steun bij stoppen met roken vergroot het aantal Het vergoeden van ondersteuning bij het stoppen met roken via de zorgverzekering zou het gebruik van ondersteuning kunnen stimuleren, zowel bij professionals als bij rokers In een Cochrane review werd geconcludeerd dat er enig bewijs is dat vergoeden tot hogere stopkansen leidt dan gedeeltelijke of geen vergoeding (<PERSOON>, ###a) Uit een Nederlandse trial bleek dat vergoeden via de zorgverzekeraar het aantal stoppogingen vergroot, de kans op stopsucces verhoogt en ertoe bijdraagt dat de stoppogingen in een groter aantal gevallen worden ondersteund door effectieve stopmethoden (<PERSOON> et al , ###b; ###) In ### is een pilot studie uitgevoerd naar de haalbaarheid van het op grote schaal vergoeden van diverse vormen van ondersteuning bij het stoppen met roken Hieruit werd geconcludeerd dat het vergoeden leidt tot een toename in ondersteuning en gebruik, met name van de ondersteuning door POHers en gebruik van nicotinepleisters, bupropion en varenicline (<PERSOON> & Soethout, ###) Tot ### werd ondersteuning bij het stoppen met roken in principe niet vergoed via het basispakket van de zorgverzekeraar Het College van Zorgverzekeringen (CVZ) heeft echter in ### geconcludeerd dat alle rokers die aangeven te willen stoppen met roken, geïndiceerd zijn voor begeleiding (<PERSOON>, ###) Begeleiding bij het stoppen met roken is volgens het CVZ medisch-noodzakelijke zorg Onder de te verzekeren prestaties van de Zorgverzekeringswet vallen geneeskundige zorg (door huisartsen, verloskundige, medisch-specialisten, klinisch psychologen) aan rokers De volgende interventies vallen hier onder eenmalige korte stopadviezen en intensieve vormen van op gedragverandering gerichte behandelingen.
628
nvog
vergoeden van ondersteuning bij het stoppen met roken via de zorgverzekering zou het gebruik van ondersteuning kunnen stimuleren, zowel bij professionals als bij rokers In een Cochrane review werd geconcludeerd dat er enig bewijs is dat vergoeden tot hogere stopkansen leidt dan gedeeltelijke of geen vergoeding (<PERSOON>, ###a) Uit een Nederlandse trial bleek dat vergoeden via de zorgverzekeraar het aantal stoppogingen vergroot, de kans op stopsucces verhoogt en ertoe bijdraagt dat de stoppogingen in een groter aantal gevallen worden ondersteund door effectieve stopmethoden (<PERSOON> et al , ###b; ###) In ### is een pilot studie uitgevoerd naar de haalbaarheid van het op grote schaal vergoeden van diverse vormen van ondersteuning bij het stoppen met roken Hieruit werd geconcludeerd dat het vergoeden leidt tot een toename in ondersteuning en gebruik, met name van de ondersteuning door POHers en gebruik van nicotinepleisters, bupropion en varenicline (<PERSOON> & Soethout, ###) Tot ### werd ondersteuning bij het stoppen met roken in principe niet vergoed via het basispakket van de zorgverzekeraar Het College van Zorgverzekeringen (CVZ) heeft echter in ### geconcludeerd dat alle rokers die aangeven te willen stoppen met roken, geïndiceerd zijn voor begeleiding (<PERSOON>, ###) Begeleiding bij het stoppen met roken is volgens het CVZ medisch-noodzakelijke zorg Onder de te verzekeren prestaties van de Zorgverzekeringswet vallen geneeskundige zorg (door huisartsen, verloskundige, medisch-specialisten, klinisch psychologen) aan rokers De volgende interventies vallen hier onder eenmalige korte stopadviezen en intensieve vormen van op gedragverandering gerichte behandelingen De arts kan het gebruik van nortriptyline overwegen, omdat dit ook vanuit het basispakket vergoed wordt, echter alleen in combinatie met stopadviezen en gesprekken In april ### adviseerde het CVZ om de te nemen in de basisverzekering middels een zogenaamde programmatische aanpak Effectiviteit van huisartsen bij stoppen met roken is onafhankelijk van hun eigen gedrag ten opzichte van roken en eigen rookgedrag Effectiviteit is meer Training van zorgverleners tijdens de opleiding leidt tot een toename van het gebruik van protocollen, het geven van een stopadvies voor roken en Groepseducatie voor stoppen met roken gecombineerd met individuele begeleiding en ondersteunend educatief materiaal kan het aantal stoppers in De introductie van praktijkgerichte systemen voor stoppen met roken, zoals Een trainingsprogramma op lokatie voor huisartsen over stoppen met roken, gebaseerd op gedragstherapie verbetert de kwaliteit van counseling en heeft Een eenmalige training op locatie over stoppen met roken zorgt ervoor dat Aan patiënten uitgedeelde vragenlijsten voor en na het consult vergroot het aantal rapportages van huisartsen van gesprekken over roken Een drie uur durende training gecombineerd met materialen voor de patiënt, kan het aantal stopadviezen gegeven door verloskundigen verhogen, alsmede het aantal met de patient vastgestelde stopdata Tevens kan het bespreken van Schriftelijk nascholingsmateriaal voor individuele toepassing kan effectief zijn bij Een financiële beloning voor steun bij stoppen met roken verhoogt het aantal stopadviezen en wordt in verband gebracht met een vermindering van het aantal implementeren wordt onder meer beïnvloed door de opstelling van koepelorganisaties Er zijn aanwijzingen dat vergoeden van diverse vormen van ondersteuning voor.
587
nvog
het gebruik van nortriptyline overwegen, omdat dit ook vanuit het basispakket vergoed wordt, echter alleen in combinatie met stopadviezen en gesprekken In april ### adviseerde het CVZ om de te nemen in de basisverzekering middels een zogenaamde programmatische aanpak Effectiviteit van huisartsen bij stoppen met roken is onafhankelijk van hun eigen gedrag ten opzichte van roken en eigen rookgedrag Effectiviteit is meer Training van zorgverleners tijdens de opleiding leidt tot een toename van het gebruik van protocollen, het geven van een stopadvies voor roken en Groepseducatie voor stoppen met roken gecombineerd met individuele begeleiding en ondersteunend educatief materiaal kan het aantal stoppers in De introductie van praktijkgerichte systemen voor stoppen met roken, zoals Een trainingsprogramma op lokatie voor huisartsen over stoppen met roken, gebaseerd op gedragstherapie verbetert de kwaliteit van counseling en heeft Een eenmalige training op locatie over stoppen met roken zorgt ervoor dat Aan patiënten uitgedeelde vragenlijsten voor en na het consult vergroot het aantal rapportages van huisartsen van gesprekken over roken Een drie uur durende training gecombineerd met materialen voor de patiënt, kan het aantal stopadviezen gegeven door verloskundigen verhogen, alsmede het aantal met de patient vastgestelde stopdata Tevens kan het bespreken van Schriftelijk nascholingsmateriaal voor individuele toepassing kan effectief zijn bij Een financiële beloning voor steun bij stoppen met roken verhoogt het aantal stopadviezen en wordt in verband gebracht met een vermindering van het aantal implementeren wordt onder meer beïnvloed door de opstelling van koepelorganisaties Er zijn aanwijzingen dat vergoeden van diverse vormen van ondersteuning voor implementatie van de aanbevelingen uit deze richtlijn Deze factoren worden in een breed perspectief van de zorgverlener besproken en niet toegespitst op de verschillende specifieke De inhoud en organisatie van de zorg bij behandeling van tabaksverslaving moet worden geregeld in een zorgstandaard ‘stoppen met roken’ Deze zorgstandaard zal door het Partnership Stop met Roken in samenwerking met een deel van de aan de Richtlijn organisaties worden ontwikkeld De zorgstandaard dient niet alleen als praktische vertaling van de richtlijn, maar kan tevens functioneren als een raamwerk voor de vergoeding van effectieve Sinds de invoer van de NHG Standaard Stoppen met Roken in ### hoort begeleiding van praktijkondersteuner De huisartsen zijn door de standaard op de hoogte van de effectiviteit van de verschillende strategieën en zijn positief over het begeleiden bij stoppen met roken Bij de implementatie van de behandeling van tabaksverslaving in de eigen praktijk worden de beste resultaten behaald met een systeemaanpak Hierbij komt het niet alleen op de zorgverlener aan, maar draait het om de totale praktijk van de zorgverlener Optimaal richt de organisatie van de praktijk van de zorgverlener zich op een strategie van counseling, gebruik van het # A's model en toepassing van gedragsmatige counselingmethoden en motivationele Zorgverleners kunnen na het geven van een stopadvies ervoor kiezen om de patiënt zelf verder te begeleiden bij het stoppen met roken of om de patiënt door te verwijzen Dit kan soms binnen de eigen setting, bijvoorbeeld naar een praktijkondersteuner of een verpleegkundige op een.
541
nvog
implementatie van de aanbevelingen uit deze richtlijn Deze factoren worden in een breed perspectief van de zorgverlener besproken en niet toegespitst op de verschillende specifieke De inhoud en organisatie van de zorg bij behandeling van tabaksverslaving moet worden geregeld in een zorgstandaard ‘stoppen met roken’ Deze zorgstandaard zal door het Partnership Stop met Roken in samenwerking met een deel van de aan de Richtlijn organisaties worden ontwikkeld De zorgstandaard dient niet alleen als praktische vertaling van de richtlijn, maar kan tevens functioneren als een raamwerk voor de vergoeding van effectieve Sinds de invoer van de NHG Standaard Stoppen met Roken in ### hoort begeleiding van praktijkondersteuner De huisartsen zijn door de standaard op de hoogte van de effectiviteit van de verschillende strategieën en zijn positief over het begeleiden bij stoppen met roken Bij de implementatie van de behandeling van tabaksverslaving in de eigen praktijk worden de beste resultaten behaald met een systeemaanpak Hierbij komt het niet alleen op de zorgverlener aan, maar draait het om de totale praktijk van de zorgverlener Optimaal richt de organisatie van de praktijk van de zorgverlener zich op een strategie van counseling, gebruik van het # A's model en toepassing van gedragsmatige counselingmethoden en motivationele Zorgverleners kunnen na het geven van een stopadvies ervoor kiezen om de patiënt zelf verder te begeleiden bij het stoppen met roken of om de patiënt door te verwijzen Dit kan soms binnen de eigen setting, bijvoorbeeld naar een praktijkondersteuner of een verpleegkundige op een Ook verwijzingen tussen disciplines in de eerstelijn zijn denkbaar Zo kan bijvoorbeeld, afhankelijk van de specifieke taakverdeling in een werkregio, de verloskundige doorverwijzen naar de huisarts of vice versa Ook kunnen patiënten worden doorverwezen naar vormen van stopondersteuning die regionaal of landelijk worden aangeboden Regionaal biedt bijvoorbeeld de GGD of Thuiszorg vaak de groepstraining Pakje Kans van STIVORO aan Landelijk biedt STIVORO diverse manieren van stopondersteuning, zoals de laagdrempelige StopSite nl en De effectiviteit van de praktijkorganisatie neemt toe als er duidelijke praktijkprocedures zijn Bij de implementatie van een multidisciplinaire richtlijn, waarin samengewerkt wordt door verschillende disciplines, kan een geïntegreerd zorgmodel worden toegepast Uit gecontroleerd onderzoek onder oudere COPD patiënten, blijkt dat een heldere omschrijving van de werkprocedures met duidelijke taakverdeling tussen de verschillende disciplines (in dit onderzoek huisarts, nurse practitioner, medisch specialist) in een geïntegreerd zorgmodel, leiden tot een beter zorgproces en uitkomstmaten bij de patiënt (Meulepas ###) In ketenzorg staat de patiënt die zorg nodig heeft centraal in plaats van de afzonderlijke zorgaanbieders en hun organisatie van de zorg De verschillende schakels van zorgverlening dienen naadloos op elkaar aan te sluiten Als er binnen de ketenzorg systematisch aandacht is voor tabaksverslaving, wordt de behandeling van tabaksverslaving mogelijk verbeterd Ketenzorgprogramma’s kunnen de kwaliteit van zorg voor chronisch zieken verbeteren Ondanks de heterogeniteit van de programma’s werd er geconstateerd dat er trends waren tot een betere kwaliteit van zorg en compliantie met voorgeschreven medicatie en bijgevolg een.
546
nvog
tussen disciplines in de eerstelijn zijn denkbaar Zo kan bijvoorbeeld, afhankelijk van de specifieke taakverdeling in een werkregio, de verloskundige doorverwijzen naar de huisarts of vice versa Ook kunnen patiënten worden doorverwezen naar vormen van stopondersteuning die regionaal of landelijk worden aangeboden Regionaal biedt bijvoorbeeld de GGD of Thuiszorg vaak de groepstraining Pakje Kans van STIVORO aan Landelijk biedt STIVORO diverse manieren van stopondersteuning, zoals de laagdrempelige StopSite nl en De effectiviteit van de praktijkorganisatie neemt toe als er duidelijke praktijkprocedures zijn Bij de implementatie van een multidisciplinaire richtlijn, waarin samengewerkt wordt door verschillende disciplines, kan een geïntegreerd zorgmodel worden toegepast Uit gecontroleerd onderzoek onder oudere COPD patiënten, blijkt dat een heldere omschrijving van de werkprocedures met duidelijke taakverdeling tussen de verschillende disciplines (in dit onderzoek huisarts, nurse practitioner, medisch specialist) in een geïntegreerd zorgmodel, leiden tot een beter zorgproces en uitkomstmaten bij de patiënt (Meulepas ###) In ketenzorg staat de patiënt die zorg nodig heeft centraal in plaats van de afzonderlijke zorgaanbieders en hun organisatie van de zorg De verschillende schakels van zorgverlening dienen naadloos op elkaar aan te sluiten Als er binnen de ketenzorg systematisch aandacht is voor tabaksverslaving, wordt de behandeling van tabaksverslaving mogelijk verbeterd Ketenzorgprogramma’s kunnen de kwaliteit van zorg voor chronisch zieken verbeteren Ondanks de heterogeniteit van de programma’s werd er geconstateerd dat er trends waren tot een betere kwaliteit van zorg en compliantie met voorgeschreven medicatie en bijgevolg een bovendien, dat de bereidheid van de tabaksverslaafde patiënt om te stoppen en het stoppen Behandeling van tabaksverslaving in de eerstelijn is effectief en kan succesvol worden geïmplementeerd indien gebruik wordt gemaakt van een autonome rol van Gecombineerd zorgaanbod voor stoppen met roken door verscheidene disciplines verbetert zorgprocessen en uitkomsten op het niveau van de patiënt in eerstelijns Het zorgproces en de uitkomstmaten van COPD patiënten, die behandeld worden aan tabaksverslaving is gediend bij de toepassing van een geïntegreerd zorgmodel In het geïntegreerde zorgmodel zijn de werkprocedures en duidelijke taakverdeling tussen de verschillende, betrokken disciplines vastgelegd Voor de implementatie van een richtlijn over stoppen met roken binnen zorginstellingen worden in de literatuur de volgende factoren genoemd Patiënten die behandeld worden voor psychiatrische stoornissen en middelenmisbruik belemmeren de naleving van het rookbeleid van de instelling Zorgverleners die hier werken ervaren weerstand van de patiënten omdat ze bang zijn de vrijheid van patiënten om te roken aan te tasten (<PERSOON>, ###) In diverse onderzoeken (Vaughn, ###; <PERSOON>, ###) wordt de steun van het (hoger) voorziening voor patiënten als belangrijke implementatievoorwaarden gezien In een onderzoek (Hamilton, ###)) naar de toepassing van een multidisciplinaire richtlijn voor de behandeling van beroertes is aangetoond, dat de belofte vanuit het management om gericht te blijven op educatie, een sterk teamklimaat met steun voor innovaties en een volgens de medewerkers positief werkklimaat de toepassing van het gebruik van de richtlijn door ziekenhuismedewerkers In onderzoek naar de implementatie van de MIS op cardiologie-afdelingen bleek het besluit tot.
573
nvog
en het stoppen Behandeling van tabaksverslaving in de eerstelijn is effectief en kan succesvol worden geïmplementeerd indien gebruik wordt gemaakt van een autonome rol van Gecombineerd zorgaanbod voor stoppen met roken door verscheidene disciplines verbetert zorgprocessen en uitkomsten op het niveau van de patiënt in eerstelijns Het zorgproces en de uitkomstmaten van COPD patiënten, die behandeld worden aan tabaksverslaving is gediend bij de toepassing van een geïntegreerd zorgmodel In het geïntegreerde zorgmodel zijn de werkprocedures en duidelijke taakverdeling tussen de verschillende, betrokken disciplines vastgelegd Voor de implementatie van een richtlijn over stoppen met roken binnen zorginstellingen worden in de literatuur de volgende factoren genoemd Patiënten die behandeld worden voor psychiatrische stoornissen en middelenmisbruik belemmeren de naleving van het rookbeleid van de instelling Zorgverleners die hier werken ervaren weerstand van de patiënten omdat ze bang zijn de vrijheid van patiënten om te roken aan te tasten (<PERSOON>, ###) In diverse onderzoeken (Vaughn, ###; <PERSOON>, ###) wordt de steun van het (hoger) voorziening voor patiënten als belangrijke implementatievoorwaarden gezien In een onderzoek (Hamilton, ###)) naar de toepassing van een multidisciplinaire richtlijn voor de behandeling van beroertes is aangetoond, dat de belofte vanuit het management om gericht te blijven op educatie, een sterk teamklimaat met steun voor innovaties en een volgens de medewerkers positief werkklimaat de toepassing van het gebruik van de richtlijn door ziekenhuismedewerkers In onderzoek naar de implementatie van de MIS op cardiologie-afdelingen bleek het besluit tot minder geformaliseerde organisatiewijze Ook was het betrekken van de uitvoerende zorgverleners bij de besluitvorming van positieve invloed op de kwaliteit van toepassing van de De toepassing van een stoppen met roken richtlijn binnen zorginstellingen wordt bevorderd door steun van het hoger management en direct leidinggevenden, een stoppen-met-rokenvoorziening voor patiënten en een sterk teamklimaat met een als positief ervaren werkomgeving gericht op educatie en met steun voor Dosering Vóór aanvang van de therapie dient het roken geheel te worden gestaakt De startdosering individueel bepalen op basis van de nicotineafhankelijkheid Inhalatie Naar behoefte minimaal # eenheden en maximaal ## eenheden per dag Na de maanden met een reductie van ##% per maand Totale behandelingsduur is maximaal # Kauwgum De kauwgum gebruiken indien men de behoefte voelt een sigaret te roken Volwassenen aanvankelijk # mg per keer, maximaal ## mg per dag, gedurende <DATUM> weken Vervolgens afhankelijk van de respons overgaan op # mg per keer gedurende maximaal <LEEFTIJD> jaar Pleister Nicorette # pleister ’s morgens bij het ontwaken aanbrengen en ’s avonds voor het slapen gaan verwijderen; aanvankelijk # pleister met ## mg nicotine (## cm#) per ## uur, na <DATUM> weken niet roken en bij voldoende effect overgaan op pleister ## mg/## uur (## cm#); na <DATUM> weken overgaan op pleister # mg/## uur (## cm#) gedurende <DATUM> weken Nicotinell # pleister met gereguleerde afgifte per ## uur; begindosering per dag # pleister met ## mg nicotine (##.
615
nvog
besluitvorming van positieve invloed op de kwaliteit van toepassing van de De toepassing van een stoppen met roken richtlijn binnen zorginstellingen wordt bevorderd door steun van het hoger management en direct leidinggevenden, een stoppen-met-rokenvoorziening voor patiënten en een sterk teamklimaat met een als positief ervaren werkomgeving gericht op educatie en met steun voor Dosering Vóór aanvang van de therapie dient het roken geheel te worden gestaakt De startdosering individueel bepalen op basis van de nicotineafhankelijkheid Inhalatie Naar behoefte minimaal # eenheden en maximaal ## eenheden per dag Na de maanden met een reductie van ##% per maand Totale behandelingsduur is maximaal # Kauwgum De kauwgum gebruiken indien men de behoefte voelt een sigaret te roken Volwassenen aanvankelijk # mg per keer, maximaal ## mg per dag, gedurende <DATUM> weken Vervolgens afhankelijk van de respons overgaan op # mg per keer gedurende maximaal <LEEFTIJD> jaar Pleister Nicorette # pleister ’s morgens bij het ontwaken aanbrengen en ’s avonds voor het slapen gaan verwijderen; aanvankelijk # pleister met ## mg nicotine (## cm#) per ## uur, na <DATUM> weken niet roken en bij voldoende effect overgaan op pleister ## mg/## uur (## cm#); na <DATUM> weken overgaan op pleister # mg/## uur (## cm#) gedurende <DATUM> weken Nicotinell # pleister met gereguleerde afgifte per ## uur; begindosering per dag # pleister met ## mg nicotine (## ## sigaretten per dag Bij voldoende effect de dosering geleidelijk verminderen, met gebruikmaking van behandelperioden van <DATUM> weken Maximale dosering # pleister van ## cm per dag Maximale behandelingsduur met de pleister is # maanden De pleister aanbrengen op een onbeschadigd huidgedeelte op de romp of de bovenarm of de heup Een nieuwe pleister op een ander deel van de huid aanbrengen en pas na <DATUM> dagen de oude plek weer gebruiken Sublinguaal tablet Het tablet gebruiken indien men de behoefte voelt een sigaret te roken Richtlijn elke <DATUM> uur # tablet, zware rokers # tabletten, onder de tong plaatsen; normale dosering <DATUM> tabletten per dag, zware rokers ##-## tabletten per dag; maximaal ## tabletten per dag Na <DATUM> maanden de dosering geleidelijk verminderen Zuigtablet Het tablet gebruiken indien men de behoefte voelt een sigaret te roken Richtlijn in het begin elke <DATUM> uur een tablet opzuigen; normale dosering <DATUM> tabletten per dag; maximaal ## per dag Na circa # maanden de dosering geleidelijk verminderen Contra-indicaties Recent myocardinfarct Instabiele of verslechterende angina pectoris, Prinzmetalangina Ernstige cardiale aritmieën Recent cerebrovasculair accident Een orale of Huidaandoeningen die transdermale therapie compliceren Overgevoeligheid voor menthol Zwangerschap/lactatie Nicotine beïnvloedt de circulatie en ademhaling van de foetus Het gevaar van blijven roken door een sterk nicotineafhankelijke zwangere vrouw kan echter een groter risico vormen voor de vrucht dan het gebruik van nicotinevervangende producten in een ‘stoppen met roken’-programma onder begeleiding Het gebruik van een nicotinevervanger dient.
630
nvog
<DATUM> weken Maximale dosering # pleister van ## cm per dag Maximale behandelingsduur met de pleister is # maanden De pleister aanbrengen op een onbeschadigd huidgedeelte op de romp of de bovenarm of de heup Een nieuwe pleister op een ander deel van de huid aanbrengen en pas na <DATUM> dagen de oude plek weer gebruiken Sublinguaal tablet Het tablet gebruiken indien men de behoefte voelt een sigaret te roken Richtlijn elke <DATUM> uur # tablet, zware rokers # tabletten, onder de tong plaatsen; normale dosering <DATUM> tabletten per dag, zware rokers ##-## tabletten per dag; maximaal ## tabletten per dag Na <DATUM> maanden de dosering geleidelijk verminderen Zuigtablet Het tablet gebruiken indien men de behoefte voelt een sigaret te roken Richtlijn in het begin elke <DATUM> uur een tablet opzuigen; normale dosering <DATUM> tabletten per dag; maximaal ## per dag Na circa # maanden de dosering geleidelijk verminderen Contra-indicaties Recent myocardinfarct Instabiele of verslechterende angina pectoris, Prinzmetalangina Ernstige cardiale aritmieën Recent cerebrovasculair accident Een orale of Huidaandoeningen die transdermale therapie compliceren Overgevoeligheid voor menthol Zwangerschap/lactatie Nicotine beïnvloedt de circulatie en ademhaling van de foetus Het gevaar van blijven roken door een sterk nicotineafhankelijke zwangere vrouw kan echter een groter risico vormen voor de vrucht dan het gebruik van nicotinevervangende producten in een ‘stoppen met roken’-programma onder begeleiding Het gebruik van een nicotinevervanger dient Nicotine gaat over in de moedermelk Geen borstvoeding geven indien wordt gerookt of een nicotinevervanger wordt Bijwerkingen De bijwerkingen zijn dosisafhankelijk en treden meestal gedurende de eerste weken van behandeling op Een deel van de bijwerkingen kan worden verklaard als zijnde ontwenningsverschijnselen (duizeligheid, hoofdpijn, slapeloosheid) en een deel door de wijze van toedienen (lokale bijwerkingen) Systemische effecten van nicotine kunnen zijn stijging van polsfrequentie en bloeddruk Vaak (<DATUM> ) maag-darmstoornissen, misselijkheid, pijnlijke mond of keel, droge mond, brandend gevoel in de mond, verstopte neus, hoesten, jeuk, hartkloppingen Soms (#,<DATUM> ) nervositeit, prikkelbaarheid, tremor, dysforie, agressiviteit, angst, vermoeidheid, levendige dromen, verhoogde zweetproductie en speekselafscheiding, afteuze ulcera, erytheem Zelden (#,##-#,#%) reversibel atriumfibrilleren, dyspneu, spierkrampen in de benen bij gebruik van de pleister, urticaria, angio-oedeem, infiltratie en huidreacties op andere plaatsen dan de plakplaats Contactallergieën zijn beschreven Bij gebruik van de kauwgum, sublinguale en zuigtablet kan in het begin hik optreden evenals een lichte vorm van dyspepsie Interacties Afhankelijk van de mate van roken geven nicotine en/of andere stoffen in de tabak een verandering van de biologische beschikbaarheid, verdeling of eliminatie van een aantal geneesmiddelen Roken verhoogt de metabolische activiteit van <PERSOON> met roken, al dan niet gevolgd door nicotinesubstitutietherapie, kan daardoor de individuele respons op gelijktijdig toegediende geneesmiddelen zoals theofylline, tacrine, clozapine en ropinirol veranderen en kan aanpassing van de dosering noodzakelijk maken Oplettend dient men vooral te zijn bij een veranderde insulinerespons Aanpassing van de dosering van theofylline en.
615
nvog
Geen borstvoeding geven indien wordt gerookt of een nicotinevervanger wordt Bijwerkingen De bijwerkingen zijn dosisafhankelijk en treden meestal gedurende de eerste weken van behandeling op Een deel van de bijwerkingen kan worden verklaard als zijnde ontwenningsverschijnselen (duizeligheid, hoofdpijn, slapeloosheid) en een deel door de wijze van toedienen (lokale bijwerkingen) Systemische effecten van nicotine kunnen zijn stijging van polsfrequentie en bloeddruk Vaak (<DATUM> ) maag-darmstoornissen, misselijkheid, pijnlijke mond of keel, droge mond, brandend gevoel in de mond, verstopte neus, hoesten, jeuk, hartkloppingen Soms (#,<DATUM> ) nervositeit, prikkelbaarheid, tremor, dysforie, agressiviteit, angst, vermoeidheid, levendige dromen, verhoogde zweetproductie en speekselafscheiding, afteuze ulcera, erytheem Zelden (#,##-#,#%) reversibel atriumfibrilleren, dyspneu, spierkrampen in de benen bij gebruik van de pleister, urticaria, angio-oedeem, infiltratie en huidreacties op andere plaatsen dan de plakplaats Contactallergieën zijn beschreven Bij gebruik van de kauwgum, sublinguale en zuigtablet kan in het begin hik optreden evenals een lichte vorm van dyspepsie Interacties Afhankelijk van de mate van roken geven nicotine en/of andere stoffen in de tabak een verandering van de biologische beschikbaarheid, verdeling of eliminatie van een aantal geneesmiddelen Roken verhoogt de metabolische activiteit van <PERSOON> met roken, al dan niet gevolgd door nicotinesubstitutietherapie, kan daardoor de individuele respons op gelijktijdig toegediende geneesmiddelen zoals theofylline, tacrine, clozapine en ropinirol veranderen en kan aanpassing van de dosering noodzakelijk maken Oplettend dient men vooral te zijn bij een veranderde insulinerespons Aanpassing van de dosering van theofylline en het stoppen met roken nodig zijn Zowel roken als nicotinesubstitutie kan circulerende serumcortisol- en catecholaminenconcentraties doen toenemen, waardoor dosisaanpassing van Waarschuwingen en voorzorgen Voorzichtigheid is geboden bij ernstige hypertensie, feochromocytoom, stabiele angina pectoris, cerebrovasculaire insufficiëntie, occlusieve perifere arteriële aandoeningen, hartinsufficiëntie, hyperthyroïdie, diabetes mellitus, lever- of nierinsufficiëntie, peptische ulcera, chronische keelaandoeningen en astma Bij ernstige of aanhoudende huidreactie de behandeling staken Indien contactallergieën zijn opgetreden bij gebruik van transdermaal nicotine, kan een ernstige reactie ontstaan bij blootstelling aan nicotinebevattende producten of roken Niet toepassen bij een leeftijd beneden <LEEFTIJD> jaar, omdat bij deze leeftijdsgroep geen ervaring bestaat De ervaring met pleisters boven een leeftijd van <LEEFTIJD> jaar is beperkt Voor een optimale behandeling is psychosociale begeleiding noodzakelijk Deze begeleiding dient bij voorkeur nog enige tijd te worden voortgezet na beëindiging van de therapie De therapie staken indien na een maand niet is gestopt met roken Als de gebruiker van de pleister toch doorgaat met roken, kunnen de bijwerkingen frequenter optreden en uitgesprokener zijn Ook bestaat er kans op een myocardinfarct Overdosering Doseringen die door volwassen rokers getolereerd worden, kunnen bij kleine kinderen ernstige vergiftigingsverschijnselen veroorzaken en fataal zijn Symptomen bij kinderen opwinding, maag-darmklachten, bleekheid, zwakte, ontbrekende reflexen, zweten, speekselvloed, maag-darmklachten, hoofdpijn, duizeligheid, tremor, verwardheid, spierzwakte, convulsies, uitputting, ontbrekende reflexen en ademhalingsinsufficiëntie Letale doses veroorzaken convulsies, en de dood treedt in ten gevolge van hartinsufficiëntie of (vaker) als gevolg van perifere of centrale respiratoire paralyse De acute letale orale dosis bij nietrokende volwassenen is ##-## mg.
628
nvog
roken als nicotinesubstitutie kan circulerende serumcortisol- en catecholaminenconcentraties doen toenemen, waardoor dosisaanpassing van Waarschuwingen en voorzorgen Voorzichtigheid is geboden bij ernstige hypertensie, feochromocytoom, stabiele angina pectoris, cerebrovasculaire insufficiëntie, occlusieve perifere arteriële aandoeningen, hartinsufficiëntie, hyperthyroïdie, diabetes mellitus, lever- of nierinsufficiëntie, peptische ulcera, chronische keelaandoeningen en astma Bij ernstige of aanhoudende huidreactie de behandeling staken Indien contactallergieën zijn opgetreden bij gebruik van transdermaal nicotine, kan een ernstige reactie ontstaan bij blootstelling aan nicotinebevattende producten of roken Niet toepassen bij een leeftijd beneden <LEEFTIJD> jaar, omdat bij deze leeftijdsgroep geen ervaring bestaat De ervaring met pleisters boven een leeftijd van <LEEFTIJD> jaar is beperkt Voor een optimale behandeling is psychosociale begeleiding noodzakelijk Deze begeleiding dient bij voorkeur nog enige tijd te worden voortgezet na beëindiging van de therapie De therapie staken indien na een maand niet is gestopt met roken Als de gebruiker van de pleister toch doorgaat met roken, kunnen de bijwerkingen frequenter optreden en uitgesprokener zijn Ook bestaat er kans op een myocardinfarct Overdosering Doseringen die door volwassen rokers getolereerd worden, kunnen bij kleine kinderen ernstige vergiftigingsverschijnselen veroorzaken en fataal zijn Symptomen bij kinderen opwinding, maag-darmklachten, bleekheid, zwakte, ontbrekende reflexen, zweten, speekselvloed, maag-darmklachten, hoofdpijn, duizeligheid, tremor, verwardheid, spierzwakte, convulsies, uitputting, ontbrekende reflexen en ademhalingsinsufficiëntie Letale doses veroorzaken convulsies, en de dood treedt in ten gevolge van hartinsufficiëntie of (vaker) als gevolg van perifere of centrale respiratoire paralyse De acute letale orale dosis bij nietrokende volwassenen is ##-## mg Dosering De behandeling met bupropion starten terwijl de patiënt nog rookt en een streefdatum vaststellen om te stoppen met roken, bij voorkeur in de tweede behandelweek De behandeling kan worden gecombineerd met nicotinepleisters Begindosering ### mg eenmaal per dag gedurende # dagen; oplopend tot ### mg tweemaal per dag Tussen # opvolgende doseringen ten minste een interval van # uur in acht nemen De maximale dosis is ### mg per keer en ### mg per dag Bij verminderde lever- of nierfunctie en bij ouderen is de aanbevolen dosering ### mg eenmaal per dag De behandelduur is <DATUM> weken, in individuele gevallen langer Indien na # weken nog geen effect is waargenomen, de behandeling beëindigen Bij staken van de behandeling de dosering afbouwen De tablet in zijn geheel (zonder kauwen) (voor)geschiedenis van convulsies of bipolaire stoornis Tumor van het centraal zenuwstelsel Anorexia nervosa of boulimia in de anamnese Abrupte onthouding van alcohol of Zwangerschap/lactatie Over het gebruik van deze stof in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven Bupropion niet gebruiken tijdens zwangerschap Bupropion en de actieve metabolieten gaan over in de moedermelk Bijwerkingen Zeer vaak () ##%) slapeloosheid Vaak (<DATUM> ) droge mond, hoofdpijn, duizeligheid, tremor, opwinding, angststoornissen, depressie, concentratiestoornissen, maagdarm-stoornissen (zoals misselijkheid, braken, buikpijn en obstipatie), smaakstoornissen, koorts, transpiratie, acuut exantheem, jeuk, urticaria Soms (#,<DATUM> ) tachycardie, toegenomen.
639
nvog
behandeling met bupropion starten terwijl de patiënt nog rookt en een streefdatum vaststellen om te stoppen met roken, bij voorkeur in de tweede behandelweek De behandeling kan worden gecombineerd met nicotinepleisters Begindosering ### mg eenmaal per dag gedurende # dagen; oplopend tot ### mg tweemaal per dag Tussen # opvolgende doseringen ten minste een interval van # uur in acht nemen De maximale dosis is ### mg per keer en ### mg per dag Bij verminderde lever- of nierfunctie en bij ouderen is de aanbevolen dosering ### mg eenmaal per dag De behandelduur is <DATUM> weken, in individuele gevallen langer Indien na # weken nog geen effect is waargenomen, de behandeling beëindigen Bij staken van de behandeling de dosering afbouwen De tablet in zijn geheel (zonder kauwen) (voor)geschiedenis van convulsies of bipolaire stoornis Tumor van het centraal zenuwstelsel Anorexia nervosa of boulimia in de anamnese Abrupte onthouding van alcohol of Zwangerschap/lactatie Over het gebruik van deze stof in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven Bupropion niet gebruiken tijdens zwangerschap Bupropion en de actieve metabolieten gaan over in de moedermelk Bijwerkingen Zeer vaak () ##%) slapeloosheid Vaak (<DATUM> ) droge mond, hoofdpijn, duizeligheid, tremor, opwinding, angststoornissen, depressie, concentratiestoornissen, maagdarm-stoornissen (zoals misselijkheid, braken, buikpijn en obstipatie), smaakstoornissen, koorts, transpiratie, acuut exantheem, jeuk, urticaria Soms (#,<DATUM> ) tachycardie, toegenomen visusstoornissen Zelden (#,##-#,#%) vasodilatatie, orthostatische hypotensie, syncope anafylactische shock, artralgie, myalgie en koorts bij acuut exantheem; (deze symptomen verergering psoriasis Bloedglucosestoornissen, verhoogde leverenzymen, geelzucht, hepatitis, convulsies (dosisafhankelijk), geïrriteerdheid, vijandigheid, hallucinaties, depersonalisatie, dystonie, ataxie, parkinsonisme, spiertrekkingen De bijwerking slapeloosheid treedt minder vaak op indien er geen dosis bupropion voor het slapen wordt toegediend Interacties Stoppen met roken gaat gepaard met een afname van de CYP#A#-activiteit Dit kan een verminderde eliminatie met klinisch relevante gevolgen veroorzaken van met name theofylline, tacrine en clozapine Bupropion niet combineren met MAO-remmers in verband met belangrijke verhoging van de toxiciteit van bupropion Er dient ten minste een periode van ## dagen te zitten tussen het stoppen met irreversibele MAO-remmers en de start van de behandeling met bupropion Voor reversibele MAO-remmers is een periode van ## uur voldoende Voorts is grote voorzichtigheid geboden bij combinatie met geneesmiddelen die de drempel voor convulsies verlagen, zoals antidepressiva, antipsychotica, sederende antihistaminica, antimalariamiddelen, tramadol, chinolonen, theofylline en systemische corticosteroïden Bij patiënten die zulke middelen krijgen voorgeschreven, moet een maximale dosis van ### mg/dag gedurende de behandeling worden overwogen Bupropion remt het CYP#D#-enzymsysteem Gelijktijdig gebruik van bupropion met geneesmiddelen die in een klinisch relevante mate worden gemetaboliseerd door deze enzymen, kan theoretisch resulteren in een verminderde eliminatie van middelen zoals sommige antidepressiva (desipramine, bij combinatie met geneesmiddelen die een belangrijke invloed uitoefenen op het CYP#B#, het enzymsysteem dat bupropion deels omzet tot hydroxybupropion (zoals orfenadrine, cyclofosfamide en ifosfamide).
648
nvog
Zelden (#,##-#,#%) vasodilatatie, orthostatische hypotensie, syncope anafylactische shock, artralgie, myalgie en koorts bij acuut exantheem; (deze symptomen verergering psoriasis Bloedglucosestoornissen, verhoogde leverenzymen, geelzucht, hepatitis, convulsies (dosisafhankelijk), geïrriteerdheid, vijandigheid, hallucinaties, depersonalisatie, dystonie, ataxie, parkinsonisme, spiertrekkingen De bijwerking slapeloosheid treedt minder vaak op indien er geen dosis bupropion voor het slapen wordt toegediend Interacties Stoppen met roken gaat gepaard met een afname van de CYP#A#-activiteit Dit kan een verminderde eliminatie met klinisch relevante gevolgen veroorzaken van met name theofylline, tacrine en clozapine Bupropion niet combineren met MAO-remmers in verband met belangrijke verhoging van de toxiciteit van bupropion Er dient ten minste een periode van ## dagen te zitten tussen het stoppen met irreversibele MAO-remmers en de start van de behandeling met bupropion Voor reversibele MAO-remmers is een periode van ## uur voldoende Voorts is grote voorzichtigheid geboden bij combinatie met geneesmiddelen die de drempel voor convulsies verlagen, zoals antidepressiva, antipsychotica, sederende antihistaminica, antimalariamiddelen, tramadol, chinolonen, theofylline en systemische corticosteroïden Bij patiënten die zulke middelen krijgen voorgeschreven, moet een maximale dosis van ### mg/dag gedurende de behandeling worden overwogen Bupropion remt het CYP#D#-enzymsysteem Gelijktijdig gebruik van bupropion met geneesmiddelen die in een klinisch relevante mate worden gemetaboliseerd door deze enzymen, kan theoretisch resulteren in een verminderde eliminatie van middelen zoals sommige antidepressiva (desipramine, bij combinatie met geneesmiddelen die een belangrijke invloed uitoefenen op het CYP#B#, het enzymsysteem dat bupropion deels omzet tot hydroxybupropion (zoals orfenadrine, cyclofosfamide en ifosfamide) carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital, valproaat en cimetidine vanwege de beïnvloeding van de kinetiek van bupropion Het uiteindelijk effect van deze interacties is vooralsnog vooraf niet aan te geven Bupropion kan de werking van levodopa en amantadine versterken met als Waarschuwingen en voorzorgen Grote voorzichtigheid is geboden bij condities die predisponeren voor een verlaagde convulsiedrempel, zoals hoofdletsel in de anamnese, tumor van het centraal zenuwstelsel, alcoholmisbruik, plotselinge onthouding van alcohol of benzodiazepinen, behandelde diabetes mellitus, gebruik van stimulerende middelen Neuropsychiatrische bijwerkingen en een afgenomen alcoholtolerantie zijn zelden gemeld bij gelijktijdig gebruik met alcohol Toediening bij bipolaire depressie kan een manische fase induceren gedurende de depressieve fase van de ziekte Bij gevoelige patiënten kunnen psychotische episoden worden opgewekt Depressieve stemming (ook met suïcidale gedachten) kan een symptoom zijn van nicotine-onttrekking Ook gedurende een behandeling met bupropion kan dit optreden Proefdieronderzoeken suggereren een potentieel voor misbruik Onderzoeken over gevoeligheid bij mensen en een uitgebreide klinische ervaring laten zien dat bupropion een laag potentieel voor misbruik heeft Indien tijdens gebruik van bupropion overgevoeligheidsreacties optreden, de toediening staken Een uitgangsbloeddruk dient verkregen te worden en tijdens de behandeling dient de bloeddruk te worden gevolgd Hypertensie (ook ernstige) kan optreden bij gebruik van alleen bupropion maar vaker in combinatie met transdermale nicotinesystemen Bij een klinisch significante toename van de bloeddruk stoppen met bupropiontherapie overwegen Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen Vele dagelijkse bezigheden (bijvoorbeeld autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden Er is geen ervaring van gebruik Dosering.
601
nvog
vanwege de beïnvloeding van de kinetiek van bupropion Het uiteindelijk effect van deze interacties is vooralsnog vooraf niet aan te geven Bupropion kan de werking van levodopa en amantadine versterken met als Waarschuwingen en voorzorgen Grote voorzichtigheid is geboden bij condities die predisponeren voor een verlaagde convulsiedrempel, zoals hoofdletsel in de anamnese, tumor van het centraal zenuwstelsel, alcoholmisbruik, plotselinge onthouding van alcohol of benzodiazepinen, behandelde diabetes mellitus, gebruik van stimulerende middelen Neuropsychiatrische bijwerkingen en een afgenomen alcoholtolerantie zijn zelden gemeld bij gelijktijdig gebruik met alcohol Toediening bij bipolaire depressie kan een manische fase induceren gedurende de depressieve fase van de ziekte Bij gevoelige patiënten kunnen psychotische episoden worden opgewekt Depressieve stemming (ook met suïcidale gedachten) kan een symptoom zijn van nicotine-onttrekking Ook gedurende een behandeling met bupropion kan dit optreden Proefdieronderzoeken suggereren een potentieel voor misbruik Onderzoeken over gevoeligheid bij mensen en een uitgebreide klinische ervaring laten zien dat bupropion een laag potentieel voor misbruik heeft Indien tijdens gebruik van bupropion overgevoeligheidsreacties optreden, de toediening staken Een uitgangsbloeddruk dient verkregen te worden en tijdens de behandeling dient de bloeddruk te worden gevolgd Hypertensie (ook ernstige) kan optreden bij gebruik van alleen bupropion maar vaker in combinatie met transdermale nicotinesystemen Bij een klinisch significante toename van de bloeddruk stoppen met bupropiontherapie overwegen Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen Vele dagelijkse bezigheden (bijvoorbeeld autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden Er is geen ervaring van gebruik Dosering Het verdient aanbeveling te beginnen met een zo laag mogelijke dosering teneinde de ernst van de bijwerkingen te minimaliseren Iedere <DATUM> dagen kan de dosering geleidelijk worden verhoogd Bij ouderen geldt als richtlijn voor de begindosering <DATUM> van de dosering voor volwassenen Begindosering ##-## mg twee- à driemaal per dag of ## mg eenmaal per dag; vervolgens geleidelijk verhogen tot ### mg per dag Ouderen en adolescenten begindosering ## mg per dag en geleidelijk verhogen tot ### mg per dag; daarna geleidelijk verlagen tot onderhoudsdosering ##-## mg per dag Wegens mogelijke slaapstoornissen de laatste dosis niet later dan ’s middags innemen Voor de indicatie tabaksverslaving stelt de werkgroep een iets afwijkend doseringsschema voor # dd ## mg gedurende de eerste # dagen; # dd ## mg voor de # daarop volgende dagen en dan vanaf dag #, # dd ## mg Duur van de behandeling <DATUM> weken Contra-indicaties Herstelfase van een myocardinfarct Terughoudendheid is geboden bij epilepsie, organische hersenbeschadiging, urineretentie, prostaathyperplasie, pylorusstenose, Zwangerschap/lactatie Over het gebruik van deze stof tijdens zwangerschap bij de mens dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven Nortriptyline gaat over in de Bijwerkingen Anticholinerge effecten zoals droge mond, verminderde maag-darmmotiliteit, gewichtstoename; verhoging van leverenzymen Soms tremoren, convulsies; libido en potentiestoornissen; sufheid; cardiovasculaire afwijkingen zoals sinustachycardie en andere aritmieën; transpiratie, allergische huidreacties; verwarring, delirium, slapeloosheid; duizeligheid en hypertensie Zelden trombocytopenie, agranulocytose, cholestatische icterus en dysartrie Interacties.
594
nvog
aanbeveling te beginnen met een zo laag mogelijke dosering teneinde de ernst van de bijwerkingen te minimaliseren Iedere <DATUM> dagen kan de dosering geleidelijk worden verhoogd Bij ouderen geldt als richtlijn voor de begindosering <DATUM> van de dosering voor volwassenen Begindosering ##-## mg twee- à driemaal per dag of ## mg eenmaal per dag; vervolgens geleidelijk verhogen tot ### mg per dag Ouderen en adolescenten begindosering ## mg per dag en geleidelijk verhogen tot ### mg per dag; daarna geleidelijk verlagen tot onderhoudsdosering ##-## mg per dag Wegens mogelijke slaapstoornissen de laatste dosis niet later dan ’s middags innemen Voor de indicatie tabaksverslaving stelt de werkgroep een iets afwijkend doseringsschema voor # dd ## mg gedurende de eerste # dagen; # dd ## mg voor de # daarop volgende dagen en dan vanaf dag #, # dd ## mg Duur van de behandeling <DATUM> weken Contra-indicaties Herstelfase van een myocardinfarct Terughoudendheid is geboden bij epilepsie, organische hersenbeschadiging, urineretentie, prostaathyperplasie, pylorusstenose, Zwangerschap/lactatie Over het gebruik van deze stof tijdens zwangerschap bij de mens dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven Nortriptyline gaat over in de Bijwerkingen Anticholinerge effecten zoals droge mond, verminderde maag-darmmotiliteit, gewichtstoename; verhoging van leverenzymen Soms tremoren, convulsies; libido en potentiestoornissen; sufheid; cardiovasculaire afwijkingen zoals sinustachycardie en andere aritmieën; transpiratie, allergische huidreacties; verwarring, delirium, slapeloosheid; duizeligheid en hypertensie Zelden trombocytopenie, agranulocytose, cholestatische icterus en dysartrie Interacties evenals die van kinidine en andere membraanstabiliserende antiarrhythmica, parasympathicolytica en sympathicomimetica zoals epinefrine en norepinefrine Het bloeddrukverlagend effect van centraal werkende antihypertensiva zoals clonidine kan afnemen Enzyminducerende stoffen zoals barbituraten en carbamazepine kunnen de plasmaspiegels van tricyclische antidepressiva verlagen Cimetidine, antipsychotica en fluoxetine kunnen de plasmaconcentratie van tricyclische antidepressiva doen stijgen De resorptie van verschillende geneesmiddelen wordt verminderd door vertraagde maaglediging en versterkte afbraak In combinatie met MAOremmers zijn ernstige intoxicaties (hyperpyretische en hypertensieve crises, ernstige convulsies en sterfgevallen) voorgekomen Deze reactie kan tot ## dagen na de laatste gift van een MAOremmer optreden Schildklierhormonen versterken de werking Waarschuwingen en voorzorgen Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen Vele dagelijkse bezigheden (bijvoorbeeld autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden Toepassing wordt ontraden bij kinderen jonger dan <LEEFTIJD> jaar Voorzichtigheid is geboden bij ouderen vanwege verhoogde gevoeligheid voor de anticholinerge en cardiovasculaire bijwerkingen Vanwege een grotere kans op cariës is gebitscontrole aangewezen Een onderliggende psychose of manie kan manifest worden of verergeren Het verdient aanbeveling gedurende de behandeling het bloedbeeld te controleren, vooral bij optreden van keelpijn en koorts Regelmatige controle van de bloeddruk is nodig Ter voorkoming van suïcidepogingen is nauwkeurige observatie noodzakelijk, met name in de eerste week van de therapie, en dient de patiënt niet over grote hoeveelheden antidepressiva te kunnen beschikken Een kuur mag niet plotseling worden gestaakt; de dosering moet geleidelijk worden verminderd Dit middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut.
598
nvog
parasympathicolytica en sympathicomimetica zoals epinefrine en norepinefrine Het bloeddrukverlagend effect van centraal werkende antihypertensiva zoals clonidine kan afnemen Enzyminducerende stoffen zoals barbituraten en carbamazepine kunnen de plasmaspiegels van tricyclische antidepressiva verlagen Cimetidine, antipsychotica en fluoxetine kunnen de plasmaconcentratie van tricyclische antidepressiva doen stijgen De resorptie van verschillende geneesmiddelen wordt verminderd door vertraagde maaglediging en versterkte afbraak In combinatie met MAOremmers zijn ernstige intoxicaties (hyperpyretische en hypertensieve crises, ernstige convulsies en sterfgevallen) voorgekomen Deze reactie kan tot ## dagen na de laatste gift van een MAOremmer optreden Schildklierhormonen versterken de werking Waarschuwingen en voorzorgen Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen Vele dagelijkse bezigheden (bijvoorbeeld autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden Toepassing wordt ontraden bij kinderen jonger dan <LEEFTIJD> jaar Voorzichtigheid is geboden bij ouderen vanwege verhoogde gevoeligheid voor de anticholinerge en cardiovasculaire bijwerkingen Vanwege een grotere kans op cariës is gebitscontrole aangewezen Een onderliggende psychose of manie kan manifest worden of verergeren Het verdient aanbeveling gedurende de behandeling het bloedbeeld te controleren, vooral bij optreden van keelpijn en koorts Regelmatige controle van de bloeddruk is nodig Ter voorkoming van suïcidepogingen is nauwkeurige observatie noodzakelijk, met name in de eerste week van de therapie, en dient de patiënt niet over grote hoeveelheden antidepressiva te kunnen beschikken Een kuur mag niet plotseling worden gestaakt; de dosering moet geleidelijk worden verminderd Dit middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut gedurende # dagen Onderhoudsdosering # mg #×/dag De behandelduur is ## weken, in individuele gevallen ## weken Bij een groot risico van terugval naar het roken kan bij patiënten die na ## weken met succes zijn gestopt met roken, de behandeling zonodig nog ## weken worden voortzet De dosering afbouwen bij een groot risico van terugval naar het roken Bij Teratogenese Bij de mens, onvoldoende gegevens Bij dieren aanwijzingen Voorzichtigheid is geboden bij ernstige psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie, bipolaire stoornis en ernstige depressieve stoornis (omdat de veiligheid niet is vastgesteld) Stoppen met roken is in verband gebracht met verergering van onderliggende psychische optreden zonder vooraf bestaande psychiatrische aandoeningen of zonder gestopt te zijn met roken Bij stemmingsveranderingen of suïcidaal gedrag de behandeling onmiddellijk staken Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen Vele dagelijkse geïnformeerd te worden dat het staken van varenicline aan het einde van de behandeling kan leiden tot een toename in geïrriteerdheid, neiging om te roken, depressie en/of slapeloosheid (bij max #%) De veiligheid en werkzaamheid van varenicline in combinatie met andere behandelingen voor het stopen met roken zijn niet onderzocht In combinatie met transdermale nicotinevervangende therapie treden misselijkheid, hoofdpijn, braken, duizeligheid, dyspepsie en vermoeidheid vaker op dan bij nicotinevervangende therapie alleen Meest frequent misselijkheid (##%) Zeer vaak () ##%) abnormale dromen, slapeloosheid en diarree, maagklachten, dyspepsie, flatulentie, droge mond), slaperigheid, moeheid, duizeligheid, dysgeusie Soms (#,<DATUM> ) bovenste luchtweginfecties, keelirritatie, heesheid, mycose,.
593
nvog
# mg #×/dag De behandelduur is ## weken, in individuele gevallen ## weken Bij een groot risico van terugval naar het roken kan bij patiënten die na ## weken met succes zijn gestopt met roken, de behandeling zonodig nog ## weken worden voortzet De dosering afbouwen bij een groot risico van terugval naar het roken Bij Teratogenese Bij de mens, onvoldoende gegevens Bij dieren aanwijzingen Voorzichtigheid is geboden bij ernstige psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie, bipolaire stoornis en ernstige depressieve stoornis (omdat de veiligheid niet is vastgesteld) Stoppen met roken is in verband gebracht met verergering van onderliggende psychische optreden zonder vooraf bestaande psychiatrische aandoeningen of zonder gestopt te zijn met roken Bij stemmingsveranderingen of suïcidaal gedrag de behandeling onmiddellijk staken Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen Vele dagelijkse geïnformeerd te worden dat het staken van varenicline aan het einde van de behandeling kan leiden tot een toename in geïrriteerdheid, neiging om te roken, depressie en/of slapeloosheid (bij max #%) De veiligheid en werkzaamheid van varenicline in combinatie met andere behandelingen voor het stopen met roken zijn niet onderzocht In combinatie met transdermale nicotinevervangende therapie treden misselijkheid, hoofdpijn, braken, duizeligheid, dyspepsie en vermoeidheid vaker op dan bij nicotinevervangende therapie alleen Meest frequent misselijkheid (##%) Zeer vaak () ##%) abnormale dromen, slapeloosheid en diarree, maagklachten, dyspepsie, flatulentie, droge mond), slaperigheid, moeheid, duizeligheid, dysgeusie Soms (#,<DATUM> ) bovenste luchtweginfecties, keelirritatie, heesheid, mycose, stemmingswisselingen, tremor, coördinatiestoornissen, dysartrie, hypertonie, rusteloosheid, hypo-esthesie, hypogeusie, lethargie, asthenie, veranderd libido, menorragie, vaginale afscheiding, seksuele disfunctie, hartritmestoornissen, palpitaties, visusstoornissen, scleraverkleuring, oogpijn, verhoogde traanproductie, fotofobie, aandoeningen van het mondslijmvlies, veranderde darmpassage, buikpijn, gastritis, gastro-oesophageale reflux, oprispingen, huiduitslag, jeuk, acne, toegenomen transpiratie, stijve gewrichten, spierspasmen, costochondritis, snurken, slaapritmestoornissen, malaise, pijn, koorts, verhoogde bloeddruk, tachycardie, gewichtstoename, ecg-afwijkingen, abnormaal sperma, glucosurie, nycturie, polyurie, afwijkende leverfunctietesten, verlaagd trombocytenaantal, verlaagde serumcalciumconcentratie, verhoogd <PERSOON> marketing gemeld myocardinfarct, overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem en zwelling in het gezicht, depressie en suïcidegedachten Roken verhoogt de metabolische activiteit van CYP#A# Het stoppen van roken kan daardoor het individuele effect van gelijktijdig toegediende geneesmiddelen zoals coffeïne, theofylline, imipramine, clomipramine, pentazocine, clozapine en ropinirol veranderen en kan aanpassing van de dosering noodzakelijk maken Oplettend dient men vooral te zijn bij een veranderde insulinerespons Aanpassing van de dosering van theofylline en pentazocine kan, door een afname van het metabolisme in de lever, zelfs maanden na het stoppen met roken nodig zijn Gelijktijdige toediening met cimetidine verhoogt de systemische blootstelling van varenicline met ca ##% Bij ernstige nierfunctiestoornissen het gelijktijdig gebruik van cimetidine en varenicline • Inventariseer de rookstatus van patiënten die ondersteuning vragen bij stoppen met roken en van spreekuurbezoekers bij wie stoppen met roken extra van belang is, zoals o patiënten met aan roken gerelateerde klachten of aandoeningen, diabetes • ouders van kinderen met astma en recidiverende bovensteluchtweginfecties; • Vraag de rokers naar het aantal jaren en het gemiddelde aantal sigaretten per dag (eventueel als ‘pakjaren’.
659
nvog
hypo-esthesie, hypogeusie, lethargie, asthenie, veranderd libido, menorragie, vaginale afscheiding, seksuele disfunctie, hartritmestoornissen, palpitaties, visusstoornissen, scleraverkleuring, oogpijn, verhoogde traanproductie, fotofobie, aandoeningen van het mondslijmvlies, veranderde darmpassage, buikpijn, gastritis, gastro-oesophageale reflux, oprispingen, huiduitslag, jeuk, acne, toegenomen transpiratie, stijve gewrichten, spierspasmen, costochondritis, snurken, slaapritmestoornissen, malaise, pijn, koorts, verhoogde bloeddruk, tachycardie, gewichtstoename, ecg-afwijkingen, abnormaal sperma, glucosurie, nycturie, polyurie, afwijkende leverfunctietesten, verlaagd trombocytenaantal, verlaagde serumcalciumconcentratie, verhoogd <PERSOON> marketing gemeld myocardinfarct, overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem en zwelling in het gezicht, depressie en suïcidegedachten Roken verhoogt de metabolische activiteit van CYP#A# Het stoppen van roken kan daardoor het individuele effect van gelijktijdig toegediende geneesmiddelen zoals coffeïne, theofylline, imipramine, clomipramine, pentazocine, clozapine en ropinirol veranderen en kan aanpassing van de dosering noodzakelijk maken Oplettend dient men vooral te zijn bij een veranderde insulinerespons Aanpassing van de dosering van theofylline en pentazocine kan, door een afname van het metabolisme in de lever, zelfs maanden na het stoppen met roken nodig zijn Gelijktijdige toediening met cimetidine verhoogt de systemische blootstelling van varenicline met ca ##% Bij ernstige nierfunctiestoornissen het gelijktijdig gebruik van cimetidine en varenicline • Inventariseer de rookstatus van patiënten die ondersteuning vragen bij stoppen met roken en van spreekuurbezoekers bij wie stoppen met roken extra van belang is, zoals o patiënten met aan roken gerelateerde klachten of aandoeningen, diabetes • ouders van kinderen met astma en recidiverende bovensteluchtweginfecties; • Vraag de rokers naar het aantal jaren en het gemiddelde aantal sigaretten per dag (eventueel als ‘pakjaren’ • Leg de rookstatus en de motivatie om te stoppen vast in het dossier • Geef een duidelijk en op de persoon afgestemd stopadvies Benadruk het belang voor de toekomstige gezondheid en leg waar mogelijk een relatie met ziekten, risicofactoren • Bespreek de mogelijke ondersteuning vanuit de praktijk en bied zo nodig een • Bij gemotiveerde rokers maak een afspraak voor intensieve ondersteunende interventie • Bij overwegers bied een korte motivatieverhogende interventie aan • Bij ongemotiveerde rokers vraag toestemming om in een volgend consult terug te • Bied voorlichtingsmateriaal aan naar behoefte (zie (WEBLINK) ) Patiëntenvoorlichting o angst om te falen of dalende motivatie Benadruk dat dit een gewone reactie is en raad de patiënt aan zichzelf te belonen Raad tijdelijk tabaksgebruik af; o gewichtstoename benadruk goede eetgewoonten, ontmoedig strikte diëten en o laat de roker steun van anderen regelen, vertel het iedereen, probeer de partner o verwijder tabaksproducten van plaatsen waar de roker komt; o spreek af hoe te anticiperen op moeilijke momenten; o vervang het genot van tabak door andere beloningen • Plan na een week, een maand, enkele maanden en een half jaar telefonische followupcontacten in overleg met de patiënt Terugval kan als een leermoment worden gezien • Vertel waarom het juist voor deze persoon relevant is om te stoppen • Bespreek de risico’s, zoals impotentie, astma, schade bij zwangerschap, HVZ, COPD en • Benadruk de voordelen van stoppen, toegespitst op de persoon.
627
nvog
te stoppen vast in het dossier • Geef een duidelijk en op de persoon afgestemd stopadvies Benadruk het belang voor de toekomstige gezondheid en leg waar mogelijk een relatie met ziekten, risicofactoren • Bespreek de mogelijke ondersteuning vanuit de praktijk en bied zo nodig een • Bij gemotiveerde rokers maak een afspraak voor intensieve ondersteunende interventie • Bij overwegers bied een korte motivatieverhogende interventie aan • Bij ongemotiveerde rokers vraag toestemming om in een volgend consult terug te • Bied voorlichtingsmateriaal aan naar behoefte (zie (WEBLINK) ) Patiëntenvoorlichting o angst om te falen of dalende motivatie Benadruk dat dit een gewone reactie is en raad de patiënt aan zichzelf te belonen Raad tijdelijk tabaksgebruik af; o gewichtstoename benadruk goede eetgewoonten, ontmoedig strikte diëten en o laat de roker steun van anderen regelen, vertel het iedereen, probeer de partner o verwijder tabaksproducten van plaatsen waar de roker komt; o spreek af hoe te anticiperen op moeilijke momenten; o vervang het genot van tabak door andere beloningen • Plan na een week, een maand, enkele maanden en een half jaar telefonische followupcontacten in overleg met de patiënt Terugval kan als een leermoment worden gezien • Vertel waarom het juist voor deze persoon relevant is om te stoppen • Bespreek de risico’s, zoals impotentie, astma, schade bij zwangerschap, HVZ, COPD en • Benadruk de voordelen van stoppen, toegespitst op de persoon • Gebruik medicamenteuze ondersteuning bij meer dan tien sigaretten per dag of als de • Contra-indicaties voor NVM recent myocardinfarct of CVA, instabiele angina pectoris, • Nortriptyline of bupropion desgewenst op verzoek van de patiënt of na eerdere mislukte stoppogingen met NVM; combinatie met NVM is mogelijk • Bespreek dat nortriptyline niet geregistreerd is als middel voor stoppen met roken gebruik zo nodig <DATUM> mg, max ##-## mg per dag gedurende # bouw daarna af volgens bijsluiter, max #,<DATUM> jaar gebruik één pleister van ## mg per ## uur (’s nachts verwijderen) of plak elke dag op een nieuwe plek gedurende <DATUM> weken gebruik zo nodig elke <DATUM> uur # mg, max ## tabletten per dag, gebruik zo nodig elke <DATUM> uur # mg, max ## tabletten per dag, start als de patiënt nog rookt, stopdatum in #e week bij verminderde lever- of nierfunctie en bij ouderen max ### mg per start als de patiënt nog rookt, stopdatum op dag # of # <PERSOON> als het niet mogelijk is een stoppen-met-rokeninterventie in de praktijk aan te Geen effect van depressie op korte of lange leidt tot hogere quit rates bij major depression behandeling ) De meeste studies waren clinicbased met een groep format *Gezien de heterogeniteit en slechte blindering van de individuele studies is gekozen voor gradering op level A# Vr/M )## jr, ≥ ## sigaretten pd minstens # jr, niet zwaarder dan ## kg, binnen ##% gewicht gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, te stoppen met roken In het afgelopen jaar niet langer dan #.
648
nvog
de • Contra-indicaties voor NVM recent myocardinfarct of CVA, instabiele angina pectoris, • Nortriptyline of bupropion desgewenst op verzoek van de patiënt of na eerdere mislukte stoppogingen met NVM; combinatie met NVM is mogelijk • Bespreek dat nortriptyline niet geregistreerd is als middel voor stoppen met roken gebruik zo nodig <DATUM> mg, max ##-## mg per dag gedurende # bouw daarna af volgens bijsluiter, max #,<DATUM> jaar gebruik één pleister van ## mg per ## uur (’s nachts verwijderen) of plak elke dag op een nieuwe plek gedurende <DATUM> weken gebruik zo nodig elke <DATUM> uur # mg, max ## tabletten per dag, gebruik zo nodig elke <DATUM> uur # mg, max ## tabletten per dag, start als de patiënt nog rookt, stopdatum in #e week bij verminderde lever- of nierfunctie en bij ouderen max ### mg per start als de patiënt nog rookt, stopdatum op dag # of # <PERSOON> als het niet mogelijk is een stoppen-met-rokeninterventie in de praktijk aan te Geen effect van depressie op korte of lange leidt tot hogere quit rates bij major depression behandeling ) De meeste studies waren clinicbased met een groep format *Gezien de heterogeniteit en slechte blindering van de individuele studies is gekozen voor gradering op level A# Vr/M )## jr, ≥ ## sigaretten pd minstens # jr, niet zwaarder dan ## kg, binnen ##% gewicht gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, te stoppen met roken In het afgelopen jaar niet langer dan # ontplooid op uitnodiging of met subsidie van de farmaceutische industrie Geen van de werkgroepleden was in dienst van de genoemde firma’s Abbot NC, Stead LF, White AR, Barnes J, <PERSOON> for smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON> B A systematic review of the impact of work environment on smoking cessation, relapse and amount smoked (Review) (## <PERSOON> and long term smoking cessation for three levels of <PERSOON>, LC & <PERSOON> impact of smoking cessation intervention by multiple health Ashelman M Stop smoking naturally <PERSOON> D A systematic review of the effectiveness of promoting lifestyle Aveyard P, <PERSOON> R, <PERSOON> T, et al Cluster randomised controlled trial of expert system based on the transtheoretical (‘stages of change’) model for smoking prevention and cessation in schools <PERSOON-##> A, et al <PERSOON-##> effect of Transtheoretical Model based interventions on smoking cessation Soc Sci Med ###; #<DATUM> ### <PERSOON-##> P <PERSOON> algorithm for tailoring pharmacotherapy for smoking cessation results from a Delphi panel of international experts <PERSOON-##> J.
595
nvog
uitnodiging of met subsidie van de farmaceutische industrie Geen van de werkgroepleden was in dienst van de genoemde firma’s Abbot NC, Stead LF, White AR, Barnes J, <PERSOON> for smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON> B A systematic review of the impact of work environment on smoking cessation, relapse and amount smoked (Review) (## <PERSOON> and long term smoking cessation for three levels of <PERSOON>, LC & <PERSOON> impact of smoking cessation intervention by multiple health Ashelman M Stop smoking naturally <PERSOON> D A systematic review of the effectiveness of promoting lifestyle Aveyard P, <PERSOON> R, <PERSOON> T, et al Cluster randomised controlled trial of expert system based on the transtheoretical (‘stages of change’) model for smoking prevention and cessation in schools <PERSOON> A, et al <PERSOON-##> effect of Transtheoretical Model based interventions on smoking cessation Soc Sci Med ###; #<DATUM> ### <PERSOON-##> P <PERSOON> algorithm for tailoring pharmacotherapy for smoking cessation results from a Delphi panel of international experts <PERSOON-##> J coronary heart disease Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> , & <PERSOON-##> met roken' <PERSOON-##>, J M , <PERSOON-##> the gap between research and practice <PERSOON> overview of systematic reviews of interventions to promote theimplementation of research findings British Medical Journal, ###, ##<DATUM> Bize, R , et al , Biomedical risk assessment as an aid for smoking cessation Cochrane Database Bize, R , et al , Effectiveness of biomedical risk assessment as an aid for smoking cessation a systematic review Tob Control, ### ##(#) p ##<DATUM> <PERSOON-##> minimal contact intervention for cardiac inpatients; longterm effects on smoking cessation <PERSOON-##> ACG Determinants for successful smoking cessation with <PERSOON-##> en stoppen met roken bij jongeren een review over relevante factoren van beginnen en stoppen met roken bij jongeren vanaf <LEEFTIJD> jaar <LOCATIE> NIGZ/<INSTELLING> voor Review & Burnstein AH, Fullerton T, <PERSOON-##> DJ, Faessel HM Pharmacokinetics, safety, and tolerability after single and multiple oral doses of varenicline in elderly smokers <PERSOON-##> T.
528
nvog
heart disease Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> , & <PERSOON> met roken' <PERSOON>, J M , <PERSOON> the gap between research and practice <PERSOON> overview of systematic reviews of interventions to promote theimplementation of research findings British Medical Journal, ###, ##<DATUM> Bize, R , et al , Biomedical risk assessment as an aid for smoking cessation Cochrane Database Bize, R , et al , Effectiveness of biomedical risk assessment as an aid for smoking cessation a systematic review Tob Control, ### ##(#) p ##<DATUM> <PERSOON> minimal contact intervention for cardiac inpatients; longterm effects on smoking cessation <PERSOON> ACG Determinants for successful smoking cessation with <PERSOON> en stoppen met roken bij jongeren een review over relevante factoren van beginnen en stoppen met roken bij jongeren vanaf <LEEFTIJD> jaar <LOCATIE> NIGZ/<INSTELLING> voor Review & Burnstein AH, Fullerton T, <PERSOON> DJ, Faessel HM Pharmacokinetics, safety, and tolerability after single and multiple oral doses of varenicline in elderly smokers <PERSOON-##> Rev of <PERSOON-##> and incentives for smoking cessation <PERSOON-##> receptor partial agonists for smoking cessation Cochrane Cepeda <PERSOON-##> JT, Erath S <PERSOON-##> analysis of the efficacy of nicotine replacement therapy for smoking cessation differences between men and <PERSOON-##> JR van der, <PERSOON-##> PWM, Guerrouj S, et al NHG Cinciripini PM, Lapitsky LP, Wallfisch A, <PERSOON-##> ###;## (I) ## ## <PERSOON-##> reduced smoking effects on smoking abstinence and potential mechanisms of action <PERSOON-##> influencing discussion of smoking between general practitioners and patients who smoke a qualitative study (see Coleman, T, <PERSOON-##> and <PERSOON-##> questionnaires about smoking to patients impact on general practitioners' recording of smoking <PERSOON-##>, H , Pe’coud, <PERSOON-##> of Resident Training in Smoking Cessation.
476
nvog
Cochrane Database Syst Rev of <PERSOON> and incentives for smoking cessation <PERSOON> receptor partial agonists for smoking cessation Cochrane Cepeda <PERSOON> JT, Erath S <PERSOON> analysis of the efficacy of nicotine replacement therapy for smoking cessation differences between men and <PERSOON> JR van der, <PERSOON> PWM, Guerrouj S, et al NHG Cinciripini PM, Lapitsky LP, Wallfisch A, <PERSOON> ###;## (I) ## ## <PERSOON> reduced smoking effects on smoking abstinence and potential mechanisms of action <PERSOON> influencing discussion of smoking between general practitioners and patients who smoke a qualitative study (see Coleman, T, <PERSOON-##> and <PERSOON-##> questionnaires about smoking to patients impact on general practitioners' recording of smoking <PERSOON-##>, H , Pe’coud, <PERSOON-##> of Resident Training in Smoking Cessation Based on Application of Behavioral Theory and Practice with <PERSOON-##> effectiveness of the clinical practice recommendations in the AHCPR Guideline for Smoking Cessation Agency for Health Da Costa CL, <PERSOON-##> RN, Lourenco MT Stopping smoking a prospective, randomized, double blind study comparing nortriptyline to placebo <PERSOON-##> prevention of involuntary smoking by children Academisch proefschrift <PERSOON-##> D, <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> of formal continuing medical education do conferences, workshops, rounds, and other traditional continuing education activities change physician behavior of health care outcomes? <PERSOON-##> smoking control, discouragement, and cessation <PERSOON-##> effects of smoking cessation counseling by midwives on Dutch pregnant women and their partners <PERSOON-##> LA, Harris KJ, Noonan CW Tobacco interventions delivered by pharmacists a summary and <PERSOON-##> clinical research <PERSOON-##> bias in clinical research <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> L, et al Pharmacotherapies for <PERSOON-##>, S K.
432
nvog
Theory and Practice with <PERSOON> effectiveness of the clinical practice recommendations in the AHCPR Guideline for Smoking Cessation Agency for Health Da Costa CL, <PERSOON> RN, Lourenco MT Stopping smoking a prospective, randomized, double blind study comparing nortriptyline to placebo <PERSOON> prevention of involuntary smoking by children Academisch proefschrift <PERSOON> D, <PERSOON> N, <PERSOON> of formal continuing medical education do conferences, workshops, rounds, and other traditional continuing education activities change physician behavior of health care outcomes? <PERSOON> smoking control, discouragement, and cessation <PERSOON> effects of smoking cessation counseling by midwives on Dutch pregnant women and their partners <PERSOON> LA, Harris KJ, Noonan CW Tobacco interventions delivered by pharmacists a summary and <PERSOON-##> clinical research <PERSOON-##> bias in clinical research <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> L, et al Pharmacotherapies for <PERSOON-##>, A D (###) A randomised trial to reduce passive smoking exposure in low-income households with young children <PERSOON-##> bij stoppen met roken Resultaten van een proces-en effectstudie Den Haag, STIVORO Evins AE, Mays VK, Rigotti NA, <PERSOON-##> DC A pilot trial of bupropion added to cognitive behavioral therapy for smoking cessation in schizophrenia Nicotine Tobacco Research Farmacotherapeutisch Kompas <LOCATIE> CVZ Te raadplegen via (WEBLINK) Fiore MC, et al Treating tobacco use and dependence Clinical Practice Guideline ### update Rockville, MD US Department of Health and Human Services Public Health Service, ### Fish LJ, et al Adherence to nicotine replacement therapy among pregnant smokers Fisher KJ, Glasgow RE, <LOCATIE> JR Work site smoking cessation a meta analysis of long term quit rates from controlled studies <PERSOON-##> Med ###;#<DATUM> ### Galea S, <PERSOON-##> social epidemiology of substance use Epidemiol Rev Gallefoss FD Smoking enquiry rate and barriers for tobacco prevention among general practitioners in Vest Agder county Tidsskrift for den Norske Laegeforening ### Nov <PERSOON-##> BJ, et al A placebo controlled trial of Bupropion for smoking cessation in schizophrenia Biol Psychiatry ###;## ## ##.
494
nvog
<PERSOON>, A D (###) A randomised trial to reduce passive smoking exposure in low-income households with young children <PERSOON> bij stoppen met roken Resultaten van een proces-en effectstudie Den Haag, STIVORO Evins AE, Mays VK, Rigotti NA, <PERSOON> DC A pilot trial of bupropion added to cognitive behavioral therapy for smoking cessation in schizophrenia Nicotine Tobacco Research Farmacotherapeutisch Kompas <LOCATIE> CVZ Te raadplegen via (WEBLINK) Fiore MC, et al Treating tobacco use and dependence Clinical Practice Guideline ### update Rockville, MD US Department of Health and Human Services Public Health Service, ### Fish LJ, et al Adherence to nicotine replacement therapy among pregnant smokers Fisher KJ, Glasgow RE, <LOCATIE> JR Work site smoking cessation a meta analysis of long term quit rates from controlled studies <PERSOON> Med ###;#<DATUM> ### Galea S, <PERSOON> social epidemiology of substance use Epidemiol Rev Gallefoss FD Smoking enquiry rate and barriers for tobacco prevention among general practitioners in Vest Agder county Tidsskrift for den Norske Laegeforening ### Nov <PERSOON> BJ, et al A placebo controlled trial of Bupropion for smoking cessation in schizophrenia Biol Psychiatry ###;## ## ## A family physician smoking cessation program an evaluation of the role of follow up visits <PERSOON> Med ###;# #<DATUM> Gourlay SG, Stead LF, Benowitz NL Clonidine for smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON> Cochrane Library Issue # Oxford Update Software, ### Haggstram FM, et al A controlled trial of nortriptyline, sustained-release bupropion and placebo for <PERSOON> VI, Munoz RF, Hartz DT, Maude <PERSOON-##> intervention and antidepressant treatment in smoking cessation <PERSOON-##> DT, et al Nortriptyline and cognitive behavioral therapy in the treatment of cigarette smoking <PERSOON-##> organizational readiness for change use of diagnostic analysis prior to the implementation of a multidisciplinary assessment of acute stroke <PERSOON-##>, Ben <PERSOON-##> cessation in patients with COPD in daily general practice (SMOCC) Six months’ results <PERSOON-##> DE et al History of depression and smoking cessation outcome <PERSOON-##> of smokers to reduce their smoking and its Hughes JR, Hughes JR Depression during tobacco abstinence (Review) (## refs) Nicotine Tob.
535
nvog
smoking cessation program an evaluation of the role of follow up visits <PERSOON> Med ###;# #<DATUM> Gourlay SG, Stead LF, Benowitz NL Clonidine for smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON> Cochrane Library Issue # Oxford Update Software, ### Haggstram FM, et al A controlled trial of nortriptyline, sustained-release bupropion and placebo for <PERSOON> VI, Munoz RF, Hartz DT, Maude <PERSOON> intervention and antidepressant treatment in smoking cessation <PERSOON> DT, et al Nortriptyline and cognitive behavioral therapy in the treatment of cigarette smoking <PERSOON> organizational readiness for change use of diagnostic analysis prior to the implementation of a multidisciplinary assessment of acute stroke <PERSOON>, Ben <PERSOON> cessation in patients with COPD in daily general practice (SMOCC) Six months’ results <PERSOON> DE et al History of depression and smoking cessation outcome <PERSOON-##> of smokers to reduce their smoking and its Hughes JR, Hughes JR Depression during tobacco abstinence (Review) (## refs) Nicotine Tob Antidepressants for smoking cessation <PERSOON-##> feasibility of smoking reduction an update <PERSOON-##> JR, Kalman D Do smokers with alcohol problems have more <PERSOON-##> for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> to implement prevention in primary care (Cochrane review) <PERSOON> Cochrane Library Issue # Oxford Update Software, ### <PERSOON-##> NW, Lowe JC, Warnakulasuriya KA, <PERSOON-##> NW, Lowe JC, Warnakulasuriya KAAS Tobacco cessation activities of UK dentists in primary care signs of improvement <PERSOON-##> DE, Leischow SJ, Nides MA, Rennard SI, Johnston JA, Hughes AR, et al A controlled trial of sustained release bupropion, a nicotine patch, or both for smoking cessation <PERSOON-##> J Med <PERSOON-##> AM, Knapp JM, Nichol KL et al (###) Determinants of complaince with a national smoke free hospital standard Journal of the <PERSOON-##> JL, Schayck CPV Healthcare financing systems for increasing the use of tobacco dependence treatment (Review) Cochrane Database Syst Rev ###a; <PERSOON-##> MC, van Schayck CP A randomized controlled trial to assess the.
555
nvog
smoking cessation <PERSOON> feasibility of smoking reduction an update <PERSOON> JR, Kalman D Do smokers with alcohol problems have more <PERSOON> for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON> ME, <PERSOON> to implement prevention in primary care (Cochrane review) <PERSOON> Cochrane Library Issue # Oxford Update Software, ### <PERSOON> NW, Lowe JC, Warnakulasuriya KA, <PERSOON> NW, Lowe JC, Warnakulasuriya KAAS Tobacco cessation activities of UK dentists in primary care signs of improvement <PERSOON> DE, Leischow SJ, Nides MA, Rennard SI, Johnston JA, Hughes AR, et al A controlled trial of sustained release bupropion, a nicotine patch, or both for smoking cessation <PERSOON-##> J Med <PERSOON-##> AM, Knapp JM, Nichol KL et al (###) Determinants of complaince with a national smoke free hospital standard Journal of the <PERSOON-##> JL, Schayck CPV Healthcare financing systems for increasing the use of tobacco dependence treatment (Review) Cochrane Database Syst Rev ###a; <PERSOON-##> MC, van Schayck CP A randomized controlled trial to assess the <PERSOON-##> MC, van Schayck CP Reimbursement for smoking cessation treatment may double the abstinence rate results of a randomized trial Addiction ###b; <PERSOON-##> EJ Roken en stoppen met roken in de eerste en tweede lijn van de gezondheidszorg Attitudes, gedrag en eigen effectiviteit van longartsen <LOCATIE> MTB, Kotz, D and R West, Explaining the social gradient in smoking cessation It's not in the trying, but in the succeeding Tob Control, ### ### Oct ## (Epub ahead of print) Kozlowski LT, Wilkinson DA, Skinner W, Kent C, <PERSOON-##> tobacco cigarette dependence with other drug dependencies <PERSOON-##> bij stoppen met roken verzekerde zorg? <LOCATIE> College voor Kunze, M <PERSOON-##> reduction; the possible role of nicotine replacement Progress in <PERSOON-##> LF Individual behaviour counseling for smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON-##> LF Individual behavioural counselling for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> LF Self help interventions for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON-##> LA, Djulbegovic B, <PERSOON-##> industry sponsorship and research.
615
nvog
van Schayck CP Reimbursement for smoking cessation treatment may double the abstinence rate results of a randomized trial Addiction ###b; <PERSOON> EJ Roken en stoppen met roken in de eerste en tweede lijn van de gezondheidszorg Attitudes, gedrag en eigen effectiviteit van longartsen <LOCATIE> MTB, Kotz, D and R West, Explaining the social gradient in smoking cessation It's not in the trying, but in the succeeding Tob Control, ### ### Oct ## (Epub ahead of print) Kozlowski LT, Wilkinson DA, Skinner W, Kent C, <PERSOON> tobacco cigarette dependence with other drug dependencies <PERSOON> bij stoppen met roken verzekerde zorg? <LOCATIE> College voor Kunze, M <PERSOON> reduction; the possible role of nicotine replacement Progress in <PERSOON> LF Individual behaviour counseling for smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON> LF Individual behavioural counselling for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> LF Self help interventions for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON> LA, Djulbegovic B, <PERSOON-##> industry sponsorship and research Telephone counseling for smoking cessation rationales and meta analystic review of evidence Health <PERSOON-##> Res ###;<DATUM> Longo <PERSOON-##> RL et al (###) Implementing smoking bans in American hospitals Lumley J, <PERSOON-##> for promoting smoking cessation during pregnancy (Cochrane review) <PERSOON-##> Cochrane Library, Issue # Oxford Update Software, ### <PERSOON-##> E How to quit smoking without gaining weight New York Pocket <PERSOON-##> S, West R, <PERSOON-##> S, West R Do social support interventions ("buddy systems") aid smoking <PERSOON-##> N, West <PERSOON-##> N, West <PERSOON-##>' views on the <PERSOON-##> a comprehensive smoking cessation programme for the general practice team <PERSOON-##> of nicotine replacement therapies (NRT) a critique of <PERSOON-##> b(i)ased medicine selective reporting from studies sponsored by pharmaceutical industry review of studies in new drug <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> I, <PERSOON-##>, R P (###) Effect of an integrated primary care model on the management of middle-aged and old patients with obstructive lung diseases Scandinavian Journal of <PERSOON-##> PM, DeBusk RF, Sobel <PERSOON-##> CB Smoking cessation in hospitalized patients.
609
nvog
Telephone counseling for smoking cessation rationales and meta analystic review of evidence Health <PERSOON> Res ###;<DATUM> Longo <PERSOON> RL et al (###) Implementing smoking bans in American hospitals Lumley J, <PERSOON> for promoting smoking cessation during pregnancy (Cochrane review) <PERSOON> Cochrane Library, Issue # Oxford Update Software, ### <PERSOON> E How to quit smoking without gaining weight New York Pocket <PERSOON> S, West R, <PERSOON> S, West R Do social support interventions ("buddy systems") aid smoking <PERSOON> N, West <PERSOON> N, West <PERSOON>' views on the <PERSOON-##> a comprehensive smoking cessation programme for the general practice team <PERSOON-##> of nicotine replacement therapies (NRT) a critique of <PERSOON-##> b(i)ased medicine selective reporting from studies sponsored by pharmaceutical industry review of studies in new drug <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> I, <PERSOON-##>, R P (###) Effect of an integrated primary care model on the management of middle-aged and old patients with obstructive lung diseases Scandinavian Journal of <PERSOON-##> PM, DeBusk RF, Sobel <PERSOON-##> CB Smoking cessation in hospitalized patients <PERSOON-##> of a pay-for-performance incentive on support for smoking cessation and on smoking prevalence among people with <PERSOON-##> ML, Cadet JL African American teen smokers issues to consider <PERSOON-##> JT, Jorenby DE, <PERSOON-##> FT, Pappas JE, Reeves KR et al <PERSOON> efficacy and safety of varenicline for smoking cessation <PERSOON-##> OD, <PERSOON-##> education meetings and workshops effects on professional practice and health care outcomes <PERSOON> Cochrane Database of <PERSOON-##>, DA, Haynes RB, Freemantle N, <PERSOON-##>, EL (###) Educational outreach visits effects on professional practice and health care outcomes <PERSOON> Cochrane Database Ogburn PL, et al Nicotine patch use in pregnant smokers nicotine and cotinine levels and fetal Oncken CA, et al Effects of transdermal nicotine or smoking on nicotine concentrations and <PERSOON-##> care programmes for chronically ill patients a review of systematic reviews International Journal for Park <PERSOON-##> partner support to improve smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON> Cochrane Library Issue # Oxford.
541
nvog
<PERSOON> of a pay-for-performance incentive on support for smoking cessation and on smoking prevalence among people with <PERSOON> ML, Cadet JL African American teen smokers issues to consider <PERSOON> JT, Jorenby DE, <PERSOON> FT, Pappas JE, Reeves KR et al <PERSOON> efficacy and safety of varenicline for smoking cessation <PERSOON> OD, <PERSOON> education meetings and workshops effects on professional practice and health care outcomes <PERSOON> Cochrane Database of <PERSOON>, DA, Haynes RB, Freemantle N, <PERSOON>, EL (###) Educational outreach visits effects on professional practice and health care outcomes <PERSOON> Cochrane Database Ogburn PL, et al Nicotine patch use in pregnant smokers nicotine and cotinine levels and fetal Oncken CA, et al Effects of transdermal nicotine or smoking on nicotine concentrations and <PERSOON-##> care programmes for chronically ill patients a review of systematic reviews International Journal for Park <PERSOON-##> partner support to improve smoking cessation (Cochrane review) <PERSOON-##> ME, Seydel ER, <PERSOON-##> GJ Effectiveness of a minimal contact smoking cessation program for dutch general practitioners a randomized controlled trial <PERSOON-##>, ME (###) Stoppen met roken met hulp van de huisartsenpraktijk ontwikkeling, toetsing en implementatie van een minimale interventie strategie <LOCATIE> Twente University press <PERSOON-##> NS Is there a health benefit of reduced tobacco consumption? <PERSOON-##> NS and <PERSOON-##> reduction and cessation reduce chronic cough in a general population the Inter## study <PERSOON-##> AGM van der, <PERSOON-##> MH, Breteler MHM Evaluatie van de Millennium Campagne ‘Dat kan ik ook!’ en regionale cursussen stoppen met roken <LOCATIE> NISPA, ### Platform Vitale Vaten Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement, ### Prochaska JO, DiClemente CC, Velicer WF, Rossi JS Standardized, individualized, interactive, and personalized self help programs for smoking cessation Health Psychology ###;<DATUM> ### Rice VH, Stead LF Nursing interventions for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON-##> IS, et al Systematic review of the effectiveness of stage based interventions to promote smoking cessation BMJ ###;#<DATUM> # Rigotti NA, Munafo <PERSOON-##> MF, Stead LF Interventions for smoking cessation in hospitalised patients (Cochrane review).
573
nvog
Seydel ER, <PERSOON> GJ Effectiveness of a minimal contact smoking cessation program for dutch general practitioners a randomized controlled trial <PERSOON>, ME (###) Stoppen met roken met hulp van de huisartsenpraktijk ontwikkeling, toetsing en implementatie van een minimale interventie strategie <LOCATIE> Twente University press <PERSOON> NS Is there a health benefit of reduced tobacco consumption? <PERSOON> NS and <PERSOON> reduction and cessation reduce chronic cough in a general population the Inter## study <PERSOON> AGM van der, <PERSOON> MH, Breteler MHM Evaluatie van de Millennium Campagne ‘Dat kan ik ook!’ en regionale cursussen stoppen met roken <LOCATIE> NISPA, ### Platform Vitale Vaten Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement, ### Prochaska JO, DiClemente CC, Velicer WF, Rossi JS Standardized, individualized, interactive, and personalized self help programs for smoking cessation Health Psychology ###;<DATUM> ### Rice VH, Stead LF Nursing interventions for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON> IS, et al Systematic review of the effectiveness of stage based interventions to promote smoking cessation BMJ ###;#<DATUM> # Rigotti NA, Munafo <PERSOON-##> MF, Stead LF Interventions for smoking cessation in hospitalised patients (Cochrane review) Issue # Oxford Update Software, ### <PERSOON-##> of a pharmacist based smoking cessation program and its impact on quality of life <PERSOON-##> determinants of protocol <PERSOON-##> of adoption of cognitive behavioral interventions in a hospital setting example of a minimal-contact smoking cessation intervention for cardiology wards <PERSOON-##> #<DATUM> ## <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> TP, Hudes ES Bupropion for smoking cessation a randomized trial National Conference on Tobacco or Health, November ## ## San <PERSOON-##> general practitioners’ attitudes and reported practices in relation to their participation and effectiveness in a minimal smoking cessation <PERSOON-##> en claudicatio intermittens patienten ervaringen met een wandelprogramma als nazorg en ontwikkelen van een stoppen met roken interventie <PERSOON-##> advice for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###(a), Issue # <PERSOON-##> behaviour therapy programmes for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> No CD### DOI Stead, L F.
581
nvog
Issue # Oxford Update Software, ### <PERSOON> of a pharmacist based smoking cessation program and its impact on quality of life <PERSOON> determinants of protocol <PERSOON> of adoption of cognitive behavioral interventions in a hospital setting example of a minimal-contact smoking cessation intervention for cardiology wards <PERSOON> #<DATUM> ## <PERSOON> JA, <PERSOON> TP, Hudes ES Bupropion for smoking cessation a randomized trial National Conference on Tobacco or Health, November ## ## San <PERSOON> general practitioners’ attitudes and reported practices in relation to their participation and effectiveness in a minimal smoking cessation <PERSOON> en claudicatio intermittens patienten ervaringen met een wandelprogramma als nazorg en ontwikkelen van een stoppen met roken interventie <PERSOON> advice for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###(a), Issue # <PERSOON-##> behaviour therapy programmes for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> to reduce harm from continued tobacco use <PERSOON-##> replacement therapy for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###(b), Issue # <PERSOON-##> counselling for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> No CD### DOI Stead LF Self help interventions for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> M, et al Smoking cessation in patients with chronic obstructive pulmonary disease a double blind, placebo controlled, randomised trial <PERSOON-##> acute effects of exercise on cigarette cravings, withdrawal symptoms, affect and smoking behaviour a systematic review <PERSOON-##> exercise program for stopping smoking <PERSOON-##> activity/exercise contribution to smoking <PERSOON-##> AD, <PERSOON-##> education meetings and workshops effects on professional practice and health care outcomes (Cochrane review) <PERSOON-##> Cochrane Library Issue # Oxford Update Software, ###.
504
nvog
reduce harm from continued tobacco use <PERSOON> replacement therapy for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###(b), Issue # <PERSOON> counselling for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> No CD### DOI Stead LF Self help interventions for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON> No CD### DOI <DATUM> <PATIENTNUMMER># CD### <INSTELLING># <PERSOON> R, <PERSOON> S, <PERSOON> M, et al Smoking cessation in patients with chronic obstructive pulmonary disease a double blind, placebo controlled, randomised trial <PERSOON> acute effects of exercise on cigarette cravings, withdrawal symptoms, affect and smoking behaviour a systematic review <PERSOON> exercise program for stopping smoking <PERSOON> activity/exercise contribution to smoking <PERSOON-##> AD, <PERSOON-##> education meetings and workshops effects on professional practice and health care outcomes (Cochrane review) <PERSOON-##> Cochrane Library Issue # Oxford Update Software, ### Den Haag STIVORO voor een <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> AP, et al Bupropion SR for smoking cessation in smokers with cardiovascular disease a multicentre, randomised study <PERSOON-##> of training as a central barrier to the promotion of smoking cessation a survey among general practitioners in <PERSOON-##> HJ, Hapke U, <PERSOON-##> U, et al Provision of smoking cessation counseling by general practitioners assisted by training and screening procedure <PERSOON-##>, W, and <PERSOON-##> (###) Randomized Controlled Trial of a Computer-Based, Tailored Intervention to Increase Smoking Cessation Counseling by Primary Care Physicians Society of General Internal Medicine ###;<DATUM> ### Ussher MH, <PERSOON-##> interventions for smoking cessation Cochrane Vaughn TE, <PERSOON-##> MM, Doebbeling BN et al (###) Organizational and provider characteristics fostering smoking cessation practice guideline adherence an empirical look Journal of <PERSOON-##> TM General practitioners' and family physicians' negative beliefs and attitudes towards discussing smoking cessation with patients a Volpp KG, Troxel AB, Pauly MV, et al A randomized controlled trial of financial incentives for <PERSOON-##> effects of smoking cessation.
531
nvog
<PERSOON> G, <PERSOON> AP, et al Bupropion SR for smoking cessation in smokers with cardiovascular disease a multicentre, randomised study <PERSOON> of training as a central barrier to the promotion of smoking cessation a survey among general practitioners in <PERSOON> HJ, Hapke U, <PERSOON> U, et al Provision of smoking cessation counseling by general practitioners assisted by training and screening procedure <PERSOON>, W, and <PERSOON> (###) Randomized Controlled Trial of a Computer-Based, Tailored Intervention to Increase Smoking Cessation Counseling by Primary Care Physicians Society of General Internal Medicine ###;<DATUM> ### Ussher MH, <PERSOON> interventions for smoking cessation Cochrane Vaughn TE, <PERSOON> MM, Doebbeling BN et al (###) Organizational and provider characteristics fostering smoking cessation practice guideline adherence an empirical look Journal of <PERSOON-##> TM General practitioners' and family physicians' negative beliefs and attitudes towards discussing smoking cessation with patients a Volpp KG, Troxel AB, Pauly MV, et al A randomized controlled trial of financial incentives for <PERSOON-##> effects of smoking cessation <PERSOON-##> NH, Grootheest AC van, Schayck CP van <PERSOON-##> over de veiligheid van bupropion als middel om te stoppen met roken onterecht <PERSOON-##> MJH, et al Efficacy of Bupropion and Nortriptyline for Smoking Cessation Among People at Risk for or <PERSOON-##> MPA, Schayck CP van, <PERSOON-##> EFM Benefits and risks of pharmacological smoking cessation therapies in chronic obstructive pulmonary disease Drug Safety ###;<DATUM> aranch HR, Wohlgemuth WK, Hantula DA et al <PERSOON-##> effects of a hospital smoking ban on employee smoking behaviour and participation in different types of smoking cessation <PERSOON-##> EAP Variation of serum and urine cotinine in passive and active smokers and applicability in preconceptional smoking cessation <PERSOON-##> RW Effects of sustained release bupropion and supportive group therapy on cigarette consumption in patients with schizophrenia Am J West <PERSOON-##> pathways to smoking cessation; findings from a national survey <PERSOON-##> and related interventions for smoking cessation Cochrane Database of Systematic Reviews ###, Issue # <PERSOON-##> MC, Görts CA, Soelen P et al Exposure to environmental tobacco smoke (ETS) and determinants of support for complete smoking bans in psychiatric settings <PERSOON-##> MC, Wagena EJ, Schayck CP van.
529
nvog
<DATUM> + aanvulling modules ### + ### + aanpassing ### - Pessarium bij meerlingzwangerschappen ter preventie van vroeggeboorte, d d <DATUM> - ‘Interventies bij meerlingzwangerschappen ter preventie van vroeggeboorte pessarium, progesteron - Onderdeel ‘Tijdsinterval tussen geboorte van beide kinderen’ is verwijderd uit deze richtlijn Dit ging over de beschikbaarheid van het OK-team tijdens de uitdrijving van een gemelligraviditeit binnen ## minuten om een spoedingreep te kunnen starten Dit is vervallen, gehanteerd wordt in dezen de richtlijn van de Nederlandse vereniging van Heelkunde (NVvH,) ‘Beleid bij Spoedoperaties’, uit ### Dit is overeengekomen bestuur Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) en bestuur NVOG Klik hier voor nieuwsbericht Dagtekening van deze aanpassing, <LOCATIE> <DATUM> Bij meerlingzwangerschappen is er een verhoogd risico op maternale complicaties en tevens op morbiditeit en mortaliteit van de kinderen Het risico is afhankelijk van de chorioniciteit en het meerlingenaantal Een groot gedeelte van de problemen kan worden toegeschreven aan een verhoogd risico op pre-eclampsie, vroeggeboorte en groeivertraging Bij monochoriale tweelingen komen daar nog additionele risico' s bovenop ten gevolge van vaatverbindingen tweelingtransfusiesyndroom, selectieve intra-uteriene groeiachterstand, acardiacus, twin anaemia polycythemia syndrome (TAPS) en acute transfusie ten gevolge van het overlijden van een van beide foetussen # Bij monoamniotische tweelingen is er een hoger risico op sterfte ten gevolge Gezien de relatief lage incidentie van drielingen of hogere meerlingen, zal deze richtlijn voornamelijk over De kans op een spontane tweelingzwangerschap is ongeveer #,#% hiervan is ##% monozygoot (waarbij een bevruchte eicel zich gesplitst heeft in twee blastomeren) en ##% dizygoot (waarbij twee bevruchte eicellen zich hebben ingenesteld) Bij ovariële stimulatie en IVF/ICSI is de kans op zowel di- als monozygote tweelingen verhoogd De incidentie van meerlingen in <LOCATIE> bedroeg bij het begin van deze eeuw ##,# tweelingen per ### geboortes # Hiervan waren #,# per ### geboortes monochoriaal en ##,# per duizend geboortes dichoriaal Sinds ### is er een lichte daling in de incidentie van met name dichoriale tweelingen door een restrictiever beleid bij fertiliteitsbehandelingen Het aantal kinderen dat werd geboren uit een tweelingzwangerschap in ### bedroeg #,#% (= ## zwangerschappen per ### geboortes) # In ### werden ### tweelingen, ## drielingen en # vierling geboren # De perinatale sterftekans per kind ) ## weken is bij een ##%# en bij een monochoriale-monoamniotische tweelingzwangerschap ##%# Volgens de WHO definitie van perinatale sterfte ()## wk en ) ### gram) zijn deze getallen respectievelijk #,#%, #,#% en ##% Gezien deze verhoogde risico's dienen de controles vanaf het eerste trimester in de tweede lijn plaats te vinden Als maternale complicaties bij een meerlingzwangerschap worden aangemerkt een verhoogde kans op processen, bloeding door abruptio placentae (RR #,#), placenta praevia, of haemorrhagia post partum en complicaties die samenhangen met een (verhoogde kans op) sectio caesarea # Het relatieve risico op een hysterectomie en/of arteriële embolisatie in verband met een fluxus post partum bedraagt #,# (#,<DATUM> #); het absolute risico is <DATUM> # De laboratoriumdiagnostiek is bij meerlingzwangerschappen niet wezenlijk verschillend van die bij eenlingzwangerschappen.
701
nvog
gesplitst heeft in twee blastomeren) en ##% dizygoot (waarbij twee bevruchte eicellen zich hebben ingenesteld) Bij ovariële stimulatie en IVF/ICSI is de kans op zowel di- als monozygote tweelingen verhoogd De incidentie van meerlingen in <LOCATIE> bedroeg bij het begin van deze eeuw ##,# tweelingen per ### geboortes # Hiervan waren #,# per ### geboortes monochoriaal en ##,# per duizend geboortes dichoriaal Sinds ### is er een lichte daling in de incidentie van met name dichoriale tweelingen door een restrictiever beleid bij fertiliteitsbehandelingen Het aantal kinderen dat werd geboren uit een tweelingzwangerschap in ### bedroeg #,#% (= ## zwangerschappen per ### geboortes) # In ### werden ### tweelingen, ## drielingen en # vierling geboren # De perinatale sterftekans per kind ) ## weken is bij een ##%# en bij een monochoriale-monoamniotische tweelingzwangerschap ##%# Volgens de WHO definitie van perinatale sterfte ()## wk en ) ### gram) zijn deze getallen respectievelijk #,#%, #,#% en ##% Gezien deze verhoogde risico's dienen de controles vanaf het eerste trimester in de tweede lijn plaats te vinden Als maternale complicaties bij een meerlingzwangerschap worden aangemerkt een verhoogde kans op processen, bloeding door abruptio placentae (RR #,#), placenta praevia, of haemorrhagia post partum en complicaties die samenhangen met een (verhoogde kans op) sectio caesarea # Het relatieve risico op een hysterectomie en/of arteriële embolisatie in verband met een fluxus post partum bedraagt #,# (#,<DATUM> #); het absolute risico is <DATUM> # De laboratoriumdiagnostiek is bij meerlingzwangerschappen niet wezenlijk verschillend van die bij eenlingzwangerschappen of ijzerdepletie wordt geadviseerd om ferrofumaraat (# maal daags ### mg) en foliumzuur (# maal daags # De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde heeft in ### geadviseerd niet meer dan # uur per dag betaald te werken vanaf een zwangerschapsduur van ##-## weken en te stoppen met werken De diagnose meerlingzwangerschap wordt meestal echoscopisch gesteld Gezien het prognostisch belang is het zinvol om vroeg in de zwangerschap (bij voorkeur tussen # en ## weken) met behulp van echografie naast het meerlingaantal tevens de chorioniciteit en amnioniciteit vast te stellen, en dit met een foto te Eerste trimester echoscopie Links full lambda sign van een dichoriale tweeling en rechts empty lambda sign De sensitiviteit en de specificiteit van een afwezige (full) lambda sign voor het vaststellen van monochorioniciteit waren in een studie van ### monochoriale placenta's respectievelijk ##,# en ##,#% # <INSTELLING> voor Bevolkingsonderzoek van het <INSTELLING> adviseert ook voor tweelingzwangerschappen een eerste trimester combinatietest te verrichten in plaats van het risico enkel te bepalen op basis van een nekplooimeting (NT) en/of maternale leeftijd Bij dichoriale tweelingen gaat het algoritme uit van genetisch verschillende foetussen met een gelijk aandeel in de PAPP-A en vrije ß-hCG-concentratie en een individuele NT Bij monochoriale tweelingen gaat het algoritme uit van genetisch identieke foetussen met een gelijk aandeel in de PAPP-A en free ß-hCG-concentratie en worden de NT-metingen gemiddeld om tot een identiek risico te komen De chorioniciteit speelt een belangrijke rol in de risicoberekening omdat de gemiddelde MoM.
687
nvog
of ijzerdepletie wordt geadviseerd om ferrofumaraat (# maal daags ### mg) en foliumzuur (# maal daags # De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde heeft in ### geadviseerd niet meer dan # uur per dag betaald te werken vanaf een zwangerschapsduur van ##-## weken en te stoppen met werken De diagnose meerlingzwangerschap wordt meestal echoscopisch gesteld Gezien het prognostisch belang is het zinvol om vroeg in de zwangerschap (bij voorkeur tussen # en ## weken) met behulp van echografie naast het meerlingaantal tevens de chorioniciteit en amnioniciteit vast te stellen, en dit met een foto te Eerste trimester echoscopie Links full lambda sign van een dichoriale tweeling en rechts empty lambda sign De sensitiviteit en de specificiteit van een afwezige (full) lambda sign voor het vaststellen van monochorioniciteit waren in een studie van ### monochoriale placenta's respectievelijk ##,# en ##,#% # <INSTELLING> voor Bevolkingsonderzoek van het <INSTELLING> adviseert ook voor tweelingzwangerschappen een eerste trimester combinatietest te verrichten in plaats van het risico enkel te bepalen op basis van een nekplooimeting (NT) en/of maternale leeftijd Bij dichoriale tweelingen gaat het algoritme uit van genetisch verschillende foetussen met een gelijk aandeel in de PAPP-A en vrije ß-hCG-concentratie en een individuele NT Bij monochoriale tweelingen gaat het algoritme uit van genetisch identieke foetussen met een gelijk aandeel in de PAPP-A en free ß-hCG-concentratie en worden de NT-metingen gemiddeld om tot een identiek risico te komen De chorioniciteit speelt een belangrijke rol in de risicoberekening omdat de gemiddelde MoM ongeveer #,# keer die van eenlingen bij monochoriale tweelingen en ongeveer # keer die van eenlingen bij dichoriale tweelingen ##,## Afhankelijk van zwangerschapsduur en chorioniciteit hebben tweelingzwangerschappen die zijn aangedaan door trisomie ##, hogere spiegels van vrij beta-hCG en lagere spiegels van PAPP-A Door de serumbepalingen mee te nemen in de risico-inschatting op het Syndroom van Down wordt de detectiegraad verhoogd van ## naar ##% (en de fout positieve rate verlaagd van #,# naar #,#%) ## De voorspellende waarde van NT-meting met betrekking tot het ontstaan van TTS bij monochoriale zwangerschappen is vooralsnog onduidelijk ##,## In een Engelse studie bij ### monochoriale tweelingzwangerschappen werd bij een discrepantie in NT van ) ##% een kans op vroege sterfte of ontwikkeling van ernstige TTS gevonden bij ) ##% van de zwangerschappen Indien een discrepantie in NT van ( ##% werd gevonden, was de kans op complicaties ( ##% ## In een recente Belgische studie was NT geen significante predictor van TTS # In deze studie waren discordantie in diepste verticale pocket vruchtwater (( # en ) # cm) en kruin-romp lengte (CRL ) ## mm) in het eerste trimester wel voorspellend voor later optredende complicaties bij monochoriale tweelingen# In andere studies echter was NT wel een significante predictor van TTS ##,## De counseling bij Bij de keuze tussen vlokkentest en amniocentese spelen verscheidene elementen een rol Een enkelvoudige of dubbele vlokkentest/amniocentese bij monochoriale tweelingzwangerschappen Een discordant karyotype bij monochoriale tweelingen is beschreven, zowel voor downsyndroom als voor turnersyndroom.
644
nvog
die van eenlingen bij monochoriale tweelingen en ongeveer # keer die van eenlingen bij dichoriale tweelingen ##,## Afhankelijk van zwangerschapsduur en chorioniciteit hebben tweelingzwangerschappen die zijn aangedaan door trisomie ##, hogere spiegels van vrij beta-hCG en lagere spiegels van PAPP-A Door de serumbepalingen mee te nemen in de risico-inschatting op het Syndroom van Down wordt de detectiegraad verhoogd van ## naar ##% (en de fout positieve rate verlaagd van #,# naar #,#%) ## De voorspellende waarde van NT-meting met betrekking tot het ontstaan van TTS bij monochoriale zwangerschappen is vooralsnog onduidelijk ##,## In een Engelse studie bij ### monochoriale tweelingzwangerschappen werd bij een discrepantie in NT van ) ##% een kans op vroege sterfte of ontwikkeling van ernstige TTS gevonden bij ) ##% van de zwangerschappen Indien een discrepantie in NT van ( ##% werd gevonden, was de kans op complicaties ( ##% ## In een recente Belgische studie was NT geen significante predictor van TTS # In deze studie waren discordantie in diepste verticale pocket vruchtwater (( # en ) # cm) en kruin-romp lengte (CRL ) ## mm) in het eerste trimester wel voorspellend voor later optredende complicaties bij monochoriale tweelingen# In andere studies echter was NT wel een significante predictor van TTS ##,## De counseling bij Bij de keuze tussen vlokkentest en amniocentese spelen verscheidene elementen een rol Een enkelvoudige of dubbele vlokkentest/amniocentese bij monochoriale tweelingzwangerschappen Een discordant karyotype bij monochoriale tweelingen is beschreven, zowel voor downsyndroom als voor turnersyndroom splitsing van het embryo omwille van de discordantie) komen discordante karyotypes waarschijnlijk niet vaak voor In een recente review wordt geadviseerd ook bij monochoriale tweelingzwangerschappen beide Risico op ‘sampling error' (hetzelfde kind twee keer geprikt) Zowel bij dichoriale als bij monochoriale tweelingzwangerschappen is het echoscopisch niet mogelijk de grens tussen beide placenta's te bepalen ## In een studie uit de begintijd van de transabdominale vlokken##,## vond men dat bij ## tweelingen van ongelijk geslacht er # als gelijk geslacht waren afgegeven bij double sampling Dit komt neer op ##% sampling error Een andere studie rapporteerde #,#% mozaïcisme (vermenging van samples) en #,#% sampling error ## In een recentere studie met ### tweelingzwangerschappen wordt gesteld dat ‘no diagnostic errors were reported', maar het percentage unlike sex twin pregnancies en de methode van follow-up wordt niet beschreven ## Ook bij amniocentese is sampling error mogelijk In de beginjaren werd daarom kleurstof ingespoten na sampling van de eerste amnionholte ## Vanwege complicaties is deze methode verlaten Met de huidige echoapparatuur en bij zorgvuldige mapping en visualisatie van het tussenschot tijdens de punctie is Veiligheid van sampling De veiligheid van vlokkentest en amniocentese is veelvuldig onderzocht, vooral bij eenlingen, maar ook bij meerlingen In informatiefolders voor patiënten wordt in <LOCATIE> als vlokkentest aangehouden Deze getallen zijn lager dan de gemiddelde risico' s zoals in de literatuur gerapporteerd In een groot gerandomiseerd onderzoek, weliswaar uit ###, werd een proceduregerelateerd risico van #% gevonden voor amniocentese bij eenlingzwangerschappen ## Een aantal studies vermeldt geen.
650
nvog
de discordantie) komen discordante karyotypes waarschijnlijk niet vaak voor In een recente review wordt geadviseerd ook bij monochoriale tweelingzwangerschappen beide Risico op ‘sampling error' (hetzelfde kind twee keer geprikt) Zowel bij dichoriale als bij monochoriale tweelingzwangerschappen is het echoscopisch niet mogelijk de grens tussen beide placenta's te bepalen ## In een studie uit de begintijd van de transabdominale vlokken##,## vond men dat bij ## tweelingen van ongelijk geslacht er # als gelijk geslacht waren afgegeven bij double sampling Dit komt neer op ##% sampling error Een andere studie rapporteerde #,#% mozaïcisme (vermenging van samples) en #,#% sampling error ## In een recentere studie met ### tweelingzwangerschappen wordt gesteld dat ‘no diagnostic errors were reported', maar het percentage unlike sex twin pregnancies en de methode van follow-up wordt niet beschreven ## Ook bij amniocentese is sampling error mogelijk In de beginjaren werd daarom kleurstof ingespoten na sampling van de eerste amnionholte ## Vanwege complicaties is deze methode verlaten Met de huidige echoapparatuur en bij zorgvuldige mapping en visualisatie van het tussenschot tijdens de punctie is Veiligheid van sampling De veiligheid van vlokkentest en amniocentese is veelvuldig onderzocht, vooral bij eenlingen, maar ook bij meerlingen In informatiefolders voor patiënten wordt in <LOCATIE> als vlokkentest aangehouden Deze getallen zijn lager dan de gemiddelde risico' s zoals in de literatuur gerapporteerd In een groot gerandomiseerd onderzoek, weliswaar uit ###, werd een proceduregerelateerd risico van #% gevonden voor amniocentese bij eenlingzwangerschappen ## Een aantal studies vermeldt geen verdubbeling van het risico De meeste studies maken geen onderscheid tussen mono- en dichoriale tweelingen Tegen deze achtergrond lijkt het opportuun een proceduregerelateerd risico voor tweelingen als Het is plausibel dat bij dichoriale tweelingen één enkele punctie waarbij na sampling van de ene vruchtzak de naald wordt doorgeschoven naar de tweede vruchtzak in principe veiliger is dan twee separate puncties Bij monochoriale tweelingen geldt dit echter niet, integendeel Perforatie van het diamniotische tussenschot bij monochoriale tweelingen leidt frequent tot scheuren van het tussenschot met iatrogene monoamnioniciteit tot Veiligheid van selectieve feticide Bij de vlokkentest of vruchtwaterpunctie dient de lokalisatie van beide vruchtzakken en eventuele andere echoscopische kenmerken nauwkeurig dusdanig vastgelegd te worden, dat ook na enkele weken nog feilloze documentatie mogelijk is, als de uitslagen bekend zijn en er eventueel voor selectieve feticide wordt gekozen Het risico op verlies van de hele zwangerschap na selectieve feticide van # foetus in een tweelingzwangerschap is in het eerste trimester #,#% ## Voor het tweede trimester is dit risico waarschijnlijk hoger <PERSOON> et al vonden in ### een proceduregerelateerd risico van #,#% voor intra-uteriene transfusies bij een zwangerschapsduur van minder dan ## weken ## Dit heeft implicaties voor het tijdstip en dus ook de methode van diagnostiek bij een klein a-prioririsico (bijv #% kans op downsyndroom) zullen de sampling safety en kans op sampling error leidend zijn en zal dus vaker voor amniocentese gekozen worden Bij een groot a-prioririsico (bijv.
601
nvog
van het risico De meeste studies maken geen onderscheid tussen mono- en dichoriale tweelingen Tegen deze achtergrond lijkt het opportuun een proceduregerelateerd risico voor tweelingen als Het is plausibel dat bij dichoriale tweelingen één enkele punctie waarbij na sampling van de ene vruchtzak de naald wordt doorgeschoven naar de tweede vruchtzak in principe veiliger is dan twee separate puncties Bij monochoriale tweelingen geldt dit echter niet, integendeel Perforatie van het diamniotische tussenschot bij monochoriale tweelingen leidt frequent tot scheuren van het tussenschot met iatrogene monoamnioniciteit tot Veiligheid van selectieve feticide Bij de vlokkentest of vruchtwaterpunctie dient de lokalisatie van beide vruchtzakken en eventuele andere echoscopische kenmerken nauwkeurig dusdanig vastgelegd te worden, dat ook na enkele weken nog feilloze documentatie mogelijk is, als de uitslagen bekend zijn en er eventueel voor selectieve feticide wordt gekozen Het risico op verlies van de hele zwangerschap na selectieve feticide van # foetus in een tweelingzwangerschap is in het eerste trimester #,#% ## Voor het tweede trimester is dit risico waarschijnlijk hoger <PERSOON> et al vonden in ### een proceduregerelateerd risico van #,#% voor intra-uteriene transfusies bij een zwangerschapsduur van minder dan ## weken ## Dit heeft implicaties voor het tijdstip en dus ook de methode van diagnostiek bij een klein a-prioririsico (bijv #% kans op downsyndroom) zullen de sampling safety en kans op sampling error leidend zijn en zal dus vaker voor amniocentese gekozen worden Bij een groot a-prioririsico (bijv risico van de feticide leidend zijn en zal dus vaker gekozen worden voor chorionvillusbiopsie Indien bij een reductie de foetus onderdeel is van een monochoriale meerlingzwangerschap, zal dit vrijwel altijd leiden tot het overlijden van de andere foetus indien de ingreep met KCl wordt uitgevoerd ## Indien selectieve reductie toch gewenst is, dient deze te gebeuren door middel van navelstrengcoagulatie Deze ingreep zal meestal na ## weken plaatsvinden, heeft een risico van circa ##% op overlijden van de co-twin, en dient plaats te vinden in een gespecialiseerd <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie Bij monochoriale zwangerschappen dient een geavanceerd ultrageluidsonderzoekonderzoek type I (GUO) verricht te worden in verband met een verhoogde kans op congenitale afwijkingen, zoals hartafwijkingen, Klik hier voor de module Pessarium bij meerlingzwangerschappen ter preventie van vroeggeboorte, d d Klik hier voor de module ‘Interventies bij meerlingzwangerschappen ter preventie van vroeggeboorte De mediane zwangerschapsduur van doorgaande dichoriale tweelingzwangerschappen in een groot Nederlands cohort was voor nullipara ## weken, en voor multipara ##+# weken # Vroeggeboorte is het meest voorkomende probleem bij dichoriale tweelingzwangerschappen Van de dichoriale zwangerschappen eindigde ##% voor ## weken, ##% voor ## weken en #% voor ## weken In ##% van de gevallen werd tocolyse toegepast en in ##% van de zwangerschappen werden corticosteroïden gegeven ter bevordering van de foetale longrijping Uiteindelijk werd ##% van de kinderen op de NICU Een verkorte cervixlengte (( ## mm) in combinatie met een positieve fibronectinetest had in een asymptomatische tweelingpopulatie een voorspellende waarde ten aanzien van vroeggeboorte, ook onder de.
604
nvog
en zal dus vaker gekozen worden voor chorionvillusbiopsie Indien bij een reductie de foetus onderdeel is van een monochoriale meerlingzwangerschap, zal dit vrijwel altijd leiden tot het overlijden van de andere foetus indien de ingreep met KCl wordt uitgevoerd ## Indien selectieve reductie toch gewenst is, dient deze te gebeuren door middel van navelstrengcoagulatie Deze ingreep zal meestal na ## weken plaatsvinden, heeft een risico van circa ##% op overlijden van de co-twin, en dient plaats te vinden in een gespecialiseerd <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie Bij monochoriale zwangerschappen dient een geavanceerd ultrageluidsonderzoekonderzoek type I (GUO) verricht te worden in verband met een verhoogde kans op congenitale afwijkingen, zoals hartafwijkingen, Klik hier voor de module Pessarium bij meerlingzwangerschappen ter preventie van vroeggeboorte, d d Klik hier voor de module ‘Interventies bij meerlingzwangerschappen ter preventie van vroeggeboorte De mediane zwangerschapsduur van doorgaande dichoriale tweelingzwangerschappen in een groot Nederlands cohort was voor nullipara ## weken, en voor multipara ##+# weken # Vroeggeboorte is het meest voorkomende probleem bij dichoriale tweelingzwangerschappen Van de dichoriale zwangerschappen eindigde ##% voor ## weken, ##% voor ## weken en #% voor ## weken In ##% van de gevallen werd tocolyse toegepast en in ##% van de zwangerschappen werden corticosteroïden gegeven ter bevordering van de foetale longrijping Uiteindelijk werd ##% van de kinderen op de NICU Een verkorte cervixlengte (( ## mm) in combinatie met een positieve fibronectinetest had in een asymptomatische tweelingpopulatie een voorspellende waarde ten aanzien van vroeggeboorte, ook onder de # Tevens leidt het toedienen van progesteron ter preventie van vroeggeboorte niet tot verlenging van de zwangerschapsduur of verbetering van de perinatale uitkomst Dat gold zowel voor wekelijkse injecties met ### mg proluton vanaf ##-## weken,## als voor dagelijks ## mg progesteron gel vaginaal vanaf ## weken ## Op dit moment wordt onderzocht of het plaatsen van een pessarium de kans op vroeggeboorte verlaagt (Pro-Twin trial) In een case-controlestudie uit ### werd namelijk een verlenging van de zwangerschapsduur met twee weken gevonden in een groep van ## tweelingzwangerschappen na plaatsing van een zogenaamd De getemporiseerde partus, waarbij de uterus voor enige tijd - al of niet met behulp van weeënremming - tot rust komt na de te vroege geboorte van de eerste foetus, leidt incidenteel tot succes Arabin et al beschrijven een succespercentage van ##% bij tweelingzwangerschappen en ##% bij drielingzwangerschappen met een gemiddelde verlenging van zwangerschapsduur van ## (uitersten <DATUM> dagen ## Gezien de relatief grote kans op chorioamnionitis (##%) of abruptio placentae (#%) is de werkgroep van mening dat het uitstellen van de geboorte van het tweede kind beperkt dient te blijven tot de gemellizwangerschappen die voor ## weken bevallen van het eerste kind en bij wie corticosteroïden voor foetale longrijping nog niet zijn ingewerkt Tevens dienen hierbij de maternale risico's van de uitstelprocedure zorgvuldig te worden afgewogen ## De kans op groeirestrictie door uteroplacentaire factoren is verhoogd in vergelijking met eenlingzwangerschappen ## Een discordantie in CRL kan al in het eerste trimester gevonden worden en geeft.
632
nvog
het toedienen van progesteron ter preventie van vroeggeboorte niet tot verlenging van de zwangerschapsduur of verbetering van de perinatale uitkomst Dat gold zowel voor wekelijkse injecties met ### mg proluton vanaf ##-## weken,## als voor dagelijks ## mg progesteron gel vaginaal vanaf ## weken ## Op dit moment wordt onderzocht of het plaatsen van een pessarium de kans op vroeggeboorte verlaagt (Pro-Twin trial) In een case-controlestudie uit ### werd namelijk een verlenging van de zwangerschapsduur met twee weken gevonden in een groep van ## tweelingzwangerschappen na plaatsing van een zogenaamd De getemporiseerde partus, waarbij de uterus voor enige tijd - al of niet met behulp van weeënremming - tot rust komt na de te vroege geboorte van de eerste foetus, leidt incidenteel tot succes Arabin et al beschrijven een succespercentage van ##% bij tweelingzwangerschappen en ##% bij drielingzwangerschappen met een gemiddelde verlenging van zwangerschapsduur van ## (uitersten <DATUM> dagen ## Gezien de relatief grote kans op chorioamnionitis (##%) of abruptio placentae (#%) is de werkgroep van mening dat het uitstellen van de geboorte van het tweede kind beperkt dient te blijven tot de gemellizwangerschappen die voor ## weken bevallen van het eerste kind en bij wie corticosteroïden voor foetale longrijping nog niet zijn ingewerkt Tevens dienen hierbij de maternale risico's van de uitstelprocedure zorgvuldig te worden afgewogen ## De kans op groeirestrictie door uteroplacentaire factoren is verhoogd in vergelijking met eenlingzwangerschappen ## Een discordantie in CRL kan al in het eerste trimester gevonden worden en geeft ## Mede vanwege de mogelijkheid van discordantie zal men de foetale groei echoscopisch willen volgen Hierbij gebruikt men de gewone eenlingreferentiecurve; men verwacht immers groeivertraging door uteroplacentaire factoren, geen genetisch verminderd groeipotentieel ## In ##% van de gevallen is er een geboortegewichtsverschil van ) ##% # Van deze discordante tweelingen heeft ##% bij ## weken al een groei ( P## ## De perinatale mortaliteit en ernstige neonatale morbiditeit nemen bij het kleinste kind toe met toenemende discordantie, met name als deze groter dan ##% wordt ## De betrouwbaarheid van gewichtsschattingen met behulp van echoscopisch onderzoek blijft echter controversieel, met een relatief lage sensitiviteit (voor Estimated Fetal Weight was dit ##%, voor Fetal Abdominal Circumference ##%) ## Het verdient daarom de voorkeur om seriële metingen te verrichten en door middel van groeicurves een indruk te krijgen van discordantie in groei De werkgroep is dan ook van mening dat bij ongecompliceerde dichoriale tweelingzwangerschappen vanaf ## weken ten minste elke # weken de groei bepaald dient te worden; dit dient elke # weken te gebeuren indien er sprake lijkt te zijn van discordante Tevens is de werkgroep van mening dat bij een discordante groei van meer dan ##% de baring bij ##/## Alhoewel retrospectief onderzoek suggereert dat de kans op intra-uteriene vruchtdood (IUVD) bij tweelingen vanaf ## weken toeneemt,## zijn er onvoldoende data om een beleid van routinematig inleiden bij ## weken in geval van een ongecompliceerde dichoriale tweelingzwangerschap te ondersteunen ## In het cohort van <PERSOON> et al.
636
nvog
van discordantie zal men de foetale groei echoscopisch willen volgen Hierbij gebruikt men de gewone eenlingreferentiecurve; men verwacht immers groeivertraging door uteroplacentaire factoren, geen genetisch verminderd groeipotentieel ## In ##% van de gevallen is er een geboortegewichtsverschil van ) ##% # Van deze discordante tweelingen heeft ##% bij ## weken al een groei ( P## ## De perinatale mortaliteit en ernstige neonatale morbiditeit nemen bij het kleinste kind toe met toenemende discordantie, met name als deze groter dan ##% wordt ## De betrouwbaarheid van gewichtsschattingen met behulp van echoscopisch onderzoek blijft echter controversieel, met een relatief lage sensitiviteit (voor Estimated Fetal Weight was dit ##%, voor Fetal Abdominal Circumference ##%) ## Het verdient daarom de voorkeur om seriële metingen te verrichten en door middel van groeicurves een indruk te krijgen van discordantie in groei De werkgroep is dan ook van mening dat bij ongecompliceerde dichoriale tweelingzwangerschappen vanaf ## weken ten minste elke # weken de groei bepaald dient te worden; dit dient elke # weken te gebeuren indien er sprake lijkt te zijn van discordante Tevens is de werkgroep van mening dat bij een discordante groei van meer dan ##% de baring bij ##/## Alhoewel retrospectief onderzoek suggereert dat de kans op intra-uteriene vruchtdood (IUVD) bij tweelingen vanaf ## weken toeneemt,## zijn er onvoldoende data om een beleid van routinematig inleiden bij ## weken in geval van een ongecompliceerde dichoriale tweelingzwangerschap te ondersteunen ## In het cohort van <PERSOON> et al # In # gevallen betrof het hier een (veel) eerder vastgestelde IUVD op basis van placenta-insufficiëntie In een retrospectieve cohortstudie onder ## ### tweelingzwangerschappen in de VS werden een hogere neonatale sterfte en lagere apgarscores gezien boven de ## weken, maar niet in de weken daarvoor (#,##% ) ## weken versus #,##-#,##% bij ##-## weken) ## De werkgroep is daarom van mening dat bij dichoriale tweelingzwangerschappen het de voorkeur heeft om de vrouw voor ## weken te laten bevallen Liggingsafwijkingen kunnen bij de bevalling een probleem vormen In ongeveer ##% van de gevallen ligt het eerste kind in hoofdligging, in ##% in stuitligging In een systematische review van een RCT en drie cohortstudies konden geen verschillen gevonden worden in perinatale of neonatale mortaliteit en morbiditeit tussen kinderen geboren na een geplande sectio en kinderen geboren na een geplande vaginale baring ## Een retrospectieve studie uit Schotland onder ruim ### tweelingen liet wel een verhoogd risico op sterfte van het tweede kind zien als gevolg van anoxie tijdens een vaginale baring (eerste kind #,#% versus tweede kind #,#%) ## Een verhoogd risico op asfyxiegerelateerde sterfte en trauma van het tweede kind na spoedsectio in aansluiting aan de vaginale geboorte van het eerste kind werd ook gevonden in een grote retrospectieve studie (#<DATUM> tweelingen) in de VS ## In een prospectieve studie in ## universitaire centra in de VS kon dit niet bevestigd worden ## Volgens een retrospectieve studie uit ### onder ##<DATUM> tweelingen in de VS zijn.
656
nvog
vastgestelde IUVD op basis van placenta-insufficiëntie In een retrospectieve cohortstudie onder ## ### tweelingzwangerschappen in de VS werden een hogere neonatale sterfte en lagere apgarscores gezien boven de ## weken, maar niet in de weken daarvoor (#,##% ) ## weken versus #,##-#,##% bij ##-## weken) ## De werkgroep is daarom van mening dat bij dichoriale tweelingzwangerschappen het de voorkeur heeft om de vrouw voor ## weken te laten bevallen Liggingsafwijkingen kunnen bij de bevalling een probleem vormen In ongeveer ##% van de gevallen ligt het eerste kind in hoofdligging, in ##% in stuitligging In een systematische review van een RCT en drie cohortstudies konden geen verschillen gevonden worden in perinatale of neonatale mortaliteit en morbiditeit tussen kinderen geboren na een geplande sectio en kinderen geboren na een geplande vaginale baring ## Een retrospectieve studie uit Schotland onder ruim ### tweelingen liet wel een verhoogd risico op sterfte van het tweede kind zien als gevolg van anoxie tijdens een vaginale baring (eerste kind #,#% versus tweede kind #,#%) ## Een verhoogd risico op asfyxiegerelateerde sterfte en trauma van het tweede kind na spoedsectio in aansluiting aan de vaginale geboorte van het eerste kind werd ook gevonden in een grote retrospectieve studie (#<DATUM> tweelingen) in de VS ## In een prospectieve studie in ## universitaire centra in de VS kon dit niet bevestigd worden ## Volgens een retrospectieve studie uit ### onder ##<DATUM> tweelingen in de VS zijn caesarea indien beide kinderen in hoofdligging liggen Indien het tweede kind in stuitligging ligt, is er een geringe toename van de morbiditeit, zoals lagere apgarscore, ventilatiebehoefte en geboortetrauma, maar niet van convulsies of sterfte ## Het antwoord op de vraag wat de veiligste wijze van geboorte is van het tweede kind in geval het eerste kind zich in schedelligging presenteert, zal gegeven worden door de resultaten van de nog lopende prospectieve Twin Birth Study, waarin tweelingen vanaf ## weken gerandomiseerd worden in een geplande sectio dan wel een geplande vaginale baring ## Als het eerste kind in stuitligging ligt, dient de vrouw gecounseld te worden als bij een eenling in stuitligging Bij #% ligt het eerste kind in stuitligging en het tweede kind in hoofdligging; de kans op verhaking met zeer ernstige problemen tijdens de partus bij deze combinatie is waarschijnlijk klein In het uitzonderlijke geval dat durante partu verhaking optreedt, kan het toedienen van een bolus tocolyticum, gevolgd door het opduwen van het hoofd van het tweede kind en een Ongeveer ##% van alle tweelingzwangerschappen is monochoriaal (dat is ##% van alle monozygote tweelingen, de andere ##% is dichoriaal) De specifieke problemen van monochoriale zwangerschappen worden veroorzaakt door vasculaire anastomoses in de placenta Deze komen bij vrijwel alle monochoriale zwangerschappen voor Deze vaatverbindingen verbinden beide foetale circulaties, waardoor op ieder moment in de zwangerschap of tijdens de bevalling uitwisseling van bloed tussen de beide kinderen kan De mediane zwangerschapsduur van doorgaande meerlingzwangerschappen is voor een monochoriale diamniotische tweeling ##+# weken voor nullipara en ##+# weken voor multipara.
631
nvog
het tweede kind in stuitligging ligt, is er een geringe toename van de morbiditeit, zoals lagere apgarscore, ventilatiebehoefte en geboortetrauma, maar niet van convulsies of sterfte ## Het antwoord op de vraag wat de veiligste wijze van geboorte is van het tweede kind in geval het eerste kind zich in schedelligging presenteert, zal gegeven worden door de resultaten van de nog lopende prospectieve Twin Birth Study, waarin tweelingen vanaf ## weken gerandomiseerd worden in een geplande sectio dan wel een geplande vaginale baring ## Als het eerste kind in stuitligging ligt, dient de vrouw gecounseld te worden als bij een eenling in stuitligging Bij #% ligt het eerste kind in stuitligging en het tweede kind in hoofdligging; de kans op verhaking met zeer ernstige problemen tijdens de partus bij deze combinatie is waarschijnlijk klein In het uitzonderlijke geval dat durante partu verhaking optreedt, kan het toedienen van een bolus tocolyticum, gevolgd door het opduwen van het hoofd van het tweede kind en een Ongeveer ##% van alle tweelingzwangerschappen is monochoriaal (dat is ##% van alle monozygote tweelingen, de andere ##% is dichoriaal) De specifieke problemen van monochoriale zwangerschappen worden veroorzaakt door vasculaire anastomoses in de placenta Deze komen bij vrijwel alle monochoriale zwangerschappen voor Deze vaatverbindingen verbinden beide foetale circulaties, waardoor op ieder moment in de zwangerschap of tijdens de bevalling uitwisseling van bloed tussen de beide kinderen kan De mediane zwangerschapsduur van doorgaande meerlingzwangerschappen is voor een monochoriale diamniotische tweeling ##+# weken voor nullipara en ##+# weken voor multipara monochoriale tweelingen die prospectief werden gevolgd vanaf het eerste trimester wordt een sterfte van ##% beschreven en neurologische schade bij ##% van de levendgeboren kinderen De grootste risicofactoren voor een ongunstige uitkomst waren TTS, vroeggeboorte, geassisteerde voortplanting en selectieve groeirestrictie ## Uit een aantal publicaties is het de laatste jaren steeds duidelijker geworden dat monochoriale tweelingen gedurende de gehele zwangerschap een grotere kans op intra-uteriene sterfte houden, ook indien er geen sprake is van TTS Het prospectieve risico op foetale sterfte vanaf ## weken ligt tussen de #,# en #% ##-## De gerapporteerde sterfte vanaf ##+# weken ligt rond de #,#% in een groot De werkgroep is van mening dat een ongecompliceerde monochoriale zwangerschap electief ingeleid dient te worden bij ##-## weken (eventueel na bepaling van longrijpheid en/of het geven van corticosteroïden) Indien er additionele risicofactoren zoals TTS of groeirestrictie aanwezig zijn, dient dit eerder te gebeuren Het termineren van een ongecompliceerde monochoriale tweelingzwangerschap voor ## weken wordt niet geadviseerd, gezien de relatief nog hoge neonatale morbiditeit en mortaliteit (#,##%, PRN-data ###) Een primaire sectio caesarea leidde in het Nederlandse cohort niet tot een betere perinatale uitkomst onder de monochoriale tweelingen in vergelijking met een vaginale baring Indien er tijdens de zwangerschap geen TTS of selectieve groeirestrictie optreedt, is de neurologische follow-up van monochoriale tweelingen op tweejarige leeftijd over het algemeen goed, en vergelijkbaar met dichoriale tweelingen Hoewel in het cohort van <PERSOON> et al spasticiteit meer voorkwam in de monochoriale.
607
nvog
tweelingen die prospectief werden gevolgd vanaf het eerste trimester wordt een sterfte van ##% beschreven en neurologische schade bij ##% van de levendgeboren kinderen De grootste risicofactoren voor een ongunstige uitkomst waren TTS, vroeggeboorte, geassisteerde voortplanting en selectieve groeirestrictie ## Uit een aantal publicaties is het de laatste jaren steeds duidelijker geworden dat monochoriale tweelingen gedurende de gehele zwangerschap een grotere kans op intra-uteriene sterfte houden, ook indien er geen sprake is van TTS Het prospectieve risico op foetale sterfte vanaf ## weken ligt tussen de #,# en #% ##-## De gerapporteerde sterfte vanaf ##+# weken ligt rond de #,#% in een groot De werkgroep is van mening dat een ongecompliceerde monochoriale zwangerschap electief ingeleid dient te worden bij ##-## weken (eventueel na bepaling van longrijpheid en/of het geven van corticosteroïden) Indien er additionele risicofactoren zoals TTS of groeirestrictie aanwezig zijn, dient dit eerder te gebeuren Het termineren van een ongecompliceerde monochoriale tweelingzwangerschap voor ## weken wordt niet geadviseerd, gezien de relatief nog hoge neonatale morbiditeit en mortaliteit (#,##%, PRN-data ###) Een primaire sectio caesarea leidde in het Nederlandse cohort niet tot een betere perinatale uitkomst onder de monochoriale tweelingen in vergelijking met een vaginale baring Indien er tijdens de zwangerschap geen TTS of selectieve groeirestrictie optreedt, is de neurologische follow-up van monochoriale tweelingen op tweejarige leeftijd over het algemeen goed, en vergelijkbaar met dichoriale tweelingen Hoewel in het cohort van <PERSOON> et al spasticiteit meer voorkwam in de monochoriale ## In ##-##% van de gevallen ontstaat het tweelingtransfusiesyndroom (TTS) wanneer er sprake is van een onevenwichtige interfoetale transfusie In deze placenta's worden vaker unidirectionele arterioveneuze anastomoses gevonden, en minder vaak oppervlakkige bidirectionele arterioarteriële anastomoses Ook de aanwezigheid van een velamenteuze navelstrenginsertie is geassocieerd met een hogere kans op TTS ## De diagnose TTS vereist de combinatie polyhydramnion-oligohydramnion Bij TTS wordt ter beoordeling van de ernst gebruikgemaakt van de indeling volgens Quintero (tabel #) ## De zwangere dient duidelijk geïnstrueerd te worden bij plotse toename van de buikomvang of buikwandspanning dient zij onmiddellijk contact op te nemen met de gynaecoloog, die patiënte moet zien voor consult waarbij echo-onderzoek verricht moet worden Tweewekelijks echoscopisch onderzoek dient plaats te vinden vanaf ## weken om TTS en/of foetale groeiachterstand op te sporen dan wel te volgen Behalve de lokalisatie van het tussenschot en bepaling van de diepste pocket vruchtwater van beide vruchtzakken, dienen tevens de foetale biometrie en de bloedstroomprofielen in de navelstrengarteriën gemeten te worden Bepaling van de bloedstroomsnelheid in de arterie cerebri media (ACM) kan informatie opleveren over de aan- of afwezigheid van foetale anemie in het kader van het twin anemia polycythemia syndrome (TAPS) Indien bij bovenstaande metingen afwijkingen worden gevonden, kunnen tevens bloedstroomprofielen in de intrahepatische navelstrengvene en ductus venosus gemeten worden Het verdient aanbeveling om deze metingen te laten verrichten in een kliniek met expertise op dit gebied Indien de diagnose TTS wordt gesteld, dient te worden doorverwezen naar een <INSTELLING> gespecialiseerd in fetoscopie en laser.
609
nvog
het tweelingtransfusiesyndroom (TTS) wanneer er sprake is van een onevenwichtige interfoetale transfusie In deze placenta's worden vaker unidirectionele arterioveneuze anastomoses gevonden, en minder vaak oppervlakkige bidirectionele arterioarteriële anastomoses Ook de aanwezigheid van een velamenteuze navelstrenginsertie is geassocieerd met een hogere kans op TTS ## De diagnose TTS vereist de combinatie polyhydramnion-oligohydramnion Bij TTS wordt ter beoordeling van de ernst gebruikgemaakt van de indeling volgens Quintero (tabel #) ## De zwangere dient duidelijk geïnstrueerd te worden bij plotse toename van de buikomvang of buikwandspanning dient zij onmiddellijk contact op te nemen met de gynaecoloog, die patiënte moet zien voor consult waarbij echo-onderzoek verricht moet worden Tweewekelijks echoscopisch onderzoek dient plaats te vinden vanaf ## weken om TTS en/of foetale groeiachterstand op te sporen dan wel te volgen Behalve de lokalisatie van het tussenschot en bepaling van de diepste pocket vruchtwater van beide vruchtzakken, dienen tevens de foetale biometrie en de bloedstroomprofielen in de navelstrengarteriën gemeten te worden Bepaling van de bloedstroomsnelheid in de arterie cerebri media (ACM) kan informatie opleveren over de aan- of afwezigheid van foetale anemie in het kader van het twin anemia polycythemia syndrome (TAPS) Indien bij bovenstaande metingen afwijkingen worden gevonden, kunnen tevens bloedstroomprofielen in de intrahepatische navelstrengvene en ductus venosus gemeten worden Het verdient aanbeveling om deze metingen te laten verrichten in een kliniek met expertise op dit gebied Indien de diagnose TTS wordt gesteld, dient te worden doorverwezen naar een <INSTELLING> gespecialiseerd in fetoscopie en laser betere perinatale overleving (RR #,##) zonder neurologische handicap (RR #,##) in vergelijking met seriële amniondrainage of septostomie ##,##,## Ook met behandeling blijft de prognose van TTS matig in grotere series eindigt ##% van de behandelde zwangerschappen in twee levende kinderen, ##% eindigt met één levend kind en in ##% van de gevallen overlijden beide kinderen voor de geboorte Na intra-uteriene laserbehandeling zijn nog frequente echoscopische controles nodig om eventuele complicaties van Neurologische follow-up van TTS-gecompliceerde tweelingen die behandeld waren met laser toonde bij ##% (<DATUM> van de overlevende kinderen afwijkingen bij onderzoek op de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar (# kinderen met spasticiteit, # met geestelijke ontwikkelingsachterstand, ## met psychomotore ontwikkelingsachterstand en # Tabel # Perinatale uitkomst bij monochoriale tweelingen met selectieve intra-uteriene groeibeperking, naar aan- of afwezigheid van intermitterend afwezige of omgekeerde einddiastolische bloedstroom (<PERSOON>) ## Selectieve intra-uteriene groeirestrictie (sIUGR) komt voor in <DATUM> van de gevallen Bloedstroomprofielen in de arteria umbilicalis hebben dan een zekere voorspellende waarde Deze kunnen normaal zijn (type I), afwijkend (type II), of intermitterend einddiastolische nulflow of reversed flow laten zien (type III) In het laatste geval is er altijd sprake van grote arterio-arteriële anastomoses ## Ondanks frequente echoscopische controles trad bij overlijden van het kleinste kind op, waarna bijna de helft van de grotere kinderen eveneens overleed Bij de grotere kinderen trad frequent parenchymale hersenschade op (In # van de ## gevallen, zie tabel #) In ernstige gevallen kan daarom een intra-uteriene ingreep (selectieve foeticide door navelstrengcoagulatie of fetoscopische lasercoagulatie van vasculaire anastomosen) worden overwogen.
633
nvog
neurologische handicap (RR #,##) in vergelijking met seriële amniondrainage of septostomie ##,##,## Ook met behandeling blijft de prognose van TTS matig in grotere series eindigt ##% van de behandelde zwangerschappen in twee levende kinderen, ##% eindigt met één levend kind en in ##% van de gevallen overlijden beide kinderen voor de geboorte Na intra-uteriene laserbehandeling zijn nog frequente echoscopische controles nodig om eventuele complicaties van Neurologische follow-up van TTS-gecompliceerde tweelingen die behandeld waren met laser toonde bij ##% (<DATUM> van de overlevende kinderen afwijkingen bij onderzoek op de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar (# kinderen met spasticiteit, # met geestelijke ontwikkelingsachterstand, ## met psychomotore ontwikkelingsachterstand en # Tabel # Perinatale uitkomst bij monochoriale tweelingen met selectieve intra-uteriene groeibeperking, naar aan- of afwezigheid van intermitterend afwezige of omgekeerde einddiastolische bloedstroom (<PERSOON>) ## Selectieve intra-uteriene groeirestrictie (sIUGR) komt voor in <DATUM> van de gevallen Bloedstroomprofielen in de arteria umbilicalis hebben dan een zekere voorspellende waarde Deze kunnen normaal zijn (type I), afwijkend (type II), of intermitterend einddiastolische nulflow of reversed flow laten zien (type III) In het laatste geval is er altijd sprake van grote arterio-arteriële anastomoses ## Ondanks frequente echoscopische controles trad bij overlijden van het kleinste kind op, waarna bijna de helft van de grotere kinderen eveneens overleed Bij de grotere kinderen trad frequent parenchymale hersenschade op (In # van de ## gevallen, zie tabel #) In ernstige gevallen kan daarom een intra-uteriene ingreep (selectieve foeticide door navelstrengcoagulatie of fetoscopische lasercoagulatie van vasculaire anastomosen) worden overwogen naar het effect van electieve laserablatie van placentaire anastomosen bij type III-sIUGR liet zien dat laserbehandeling de grotere foetus beschermde in geval van overlijden van de kleinere, maar tevens leidde tot Gezien het hoge risico op hersenschade en sterfte bij sIUGR verdient het aanbeveling deze gevallen voor advies te verwijzen naar een <INSTELLING> met perinatologische expertise Na ## weken kan worden overwogen om deze zwangerschappen eerder te termineren Voor ## weken kan worden overwogen om patiënte door te verwijzen naar een <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie Bij een deel van de monochoriale tweelingplacenta's zijn er een grote arterio-arteriële en een grote veno-veneuze anastomose In die gevallen is er, nog meer dan in gewone monochoriale tweelingzwangerschappen, sprake van één circulatie met twee harten Wanneer dan één foetus overlijdt, zal de bloedstroom in de navelstreng van deze overleden foetus omkeren via de arteriae umbilicalis stroomt bloed van de levende naar de overleden foetus en via de vena umbilicalis stroomt bloed van de overleden foetus naar de placenta en de levende foetus Indien de levende foetus deze ‘aderlating' overleeft en de omkering persisteert, treedt disruptie op van de weefsels van de overleden foetus, die vervolgens acardiacus genoemd wordt De levende foetus wordt dan als pump twin aangeduid Het risico op intra-uteriene sterfte (door decompensatio cordis of door navelstrengverstrengeling bij pseudomonoamniotie) van de pump twin bedraagt ##% en het risico op vroeggeboorte ( ## weken bedraagt ##% De TRAP-sequentie komt ongeveer ## maal per jaar in <LOCATIE> voor.
638
nvog
van electieve laserablatie van placentaire anastomosen bij type III-sIUGR liet zien dat laserbehandeling de grotere foetus beschermde in geval van overlijden van de kleinere, maar tevens leidde tot Gezien het hoge risico op hersenschade en sterfte bij sIUGR verdient het aanbeveling deze gevallen voor advies te verwijzen naar een <INSTELLING> met perinatologische expertise Na ## weken kan worden overwogen om deze zwangerschappen eerder te termineren Voor ## weken kan worden overwogen om patiënte door te verwijzen naar een <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie Bij een deel van de monochoriale tweelingplacenta's zijn er een grote arterio-arteriële en een grote veno-veneuze anastomose In die gevallen is er, nog meer dan in gewone monochoriale tweelingzwangerschappen, sprake van één circulatie met twee harten Wanneer dan één foetus overlijdt, zal de bloedstroom in de navelstreng van deze overleden foetus omkeren via de arteriae umbilicalis stroomt bloed van de levende naar de overleden foetus en via de vena umbilicalis stroomt bloed van de overleden foetus naar de placenta en de levende foetus Indien de levende foetus deze ‘aderlating' overleeft en de omkering persisteert, treedt disruptie op van de weefsels van de overleden foetus, die vervolgens acardiacus genoemd wordt De levende foetus wordt dan als pump twin aangeduid Het risico op intra-uteriene sterfte (door decompensatio cordis of door navelstrengverstrengeling bij pseudomonoamniotie) van de pump twin bedraagt ##% en het risico op vroeggeboorte ( ## weken bedraagt ##% De TRAP-sequentie komt ongeveer ## maal per jaar in <LOCATIE> voor worden ingegrepen (bij voorkeur rond ## weken) door de bloedstroom naar de acardiacus via foetale chirurgie te onderbreken Dit kan ook als rescue ingreep plaatsvinden bij een volumineuze acardiacus of bij tekenen van decompensatie van de pump twin, bijvoorbeeld bij polyhydramnion, afwijkende dopplermetingen of hydrops foetalis Er zijn vele verschillende technieken beschreven voor definitieve onderbreking van de bloedstroom ## Uit een review bleek dat intrafoetale technieken in het algemeen de voorkeur genieten boven navelstrengcoagulatie Andere auteurs vinden navelstrengcoagulatie echter superieur, op voorwaarde dat de porte d' entrée in de vruchtzak van de acardicus blijft ## De optimale techniek is uiteindelijk vooral afhankelijk van de individuele klinische presentatie Daarom kan de betreffende counseling het beste plaatsvinden in een Monochoriale tweelingen hebben placentaire anastomosen waardoor bloed van de ene foetus naar de andere stroomt en (meestal) ook omgekeerd Bij één tot enkele kleine unidirectionele anastomosen kan het voorkomen dat bij de ene foetus anemie en bij de andere polycytemie ontstaat, terwijl er geen ernstig verschil optreedt in de hoeveelheden vruchtwater Het gaat dan om de unidirectionele foeto-foetale transfusie van ongeveer #% van het foetale bloedvolume per ## uur Deze combinatie noemt men TAPS Dit is voor het eerst in ### beschreven ## Dit is in tegenstelling met TTS (in dit verband ook wel twin oligo polyhydramnion syndrome of TOPS genoemd) waarbij de anastomosen vaak groter zijn, bidirectioneel, en waarbij een nettotransfusie van ongeveer #% van het foetale bloedvolume per ## uur plaatsvindt van donor naar recipiënt.
586
nvog
## weken) door de bloedstroom naar de acardiacus via foetale chirurgie te onderbreken Dit kan ook als rescue ingreep plaatsvinden bij een volumineuze acardiacus of bij tekenen van decompensatie van de pump twin, bijvoorbeeld bij polyhydramnion, afwijkende dopplermetingen of hydrops foetalis Er zijn vele verschillende technieken beschreven voor definitieve onderbreking van de bloedstroom ## Uit een review bleek dat intrafoetale technieken in het algemeen de voorkeur genieten boven navelstrengcoagulatie Andere auteurs vinden navelstrengcoagulatie echter superieur, op voorwaarde dat de porte d' entrée in de vruchtzak van de acardicus blijft ## De optimale techniek is uiteindelijk vooral afhankelijk van de individuele klinische presentatie Daarom kan de betreffende counseling het beste plaatsvinden in een Monochoriale tweelingen hebben placentaire anastomosen waardoor bloed van de ene foetus naar de andere stroomt en (meestal) ook omgekeerd Bij één tot enkele kleine unidirectionele anastomosen kan het voorkomen dat bij de ene foetus anemie en bij de andere polycytemie ontstaat, terwijl er geen ernstig verschil optreedt in de hoeveelheden vruchtwater Het gaat dan om de unidirectionele foeto-foetale transfusie van ongeveer #% van het foetale bloedvolume per ## uur Deze combinatie noemt men TAPS Dit is voor het eerst in ### beschreven ## Dit is in tegenstelling met TTS (in dit verband ook wel twin oligo polyhydramnion syndrome of TOPS genoemd) waarbij de anastomosen vaak groter zijn, bidirectioneel, en waarbij een nettotransfusie van ongeveer #% van het foetale bloedvolume per ## uur plaatsvindt van donor naar recipiënt Bij TAPS gaat het om een te hoge en te lage bloedconcentratie TAPS kan spontaan optreden (# tot #% van de monochoriale tweelingzwangerschappen) of ten gevolge van rest-anastomosen na laserbehandeling wegens TTS (##% van de laserbehandelingen) Als antenatale diagnostische criteria zijn voorgesteld een middle-cerebral artery peak systolic velocity (<INSTELLING>-PSV) van ≥ #,# MoM bij de donor en een <INSTELLING>-PSV van ≤ #,# MoM bij de recipiënt Als postnatale diagnostische criteria worden gehanteerd een Hb-verschil van ) # mmol/l in combinatie met een inter-twin reticulocytenratio van ) #,# tussen beide neonaten en het aanwezig zijn van minuscule unidirectionele arterioveneuze anastomosen in de placenta De behandeling kan bestaan uit observeren en afwachten, intra-uteriene transfusie, fetoscopie met lasercoagulatie van de verantwoordelijke anastomosen (na laser voor TTS vaak aan de uiterste rand van de placenta) of geïnduceerde vroeggeboorte De indicatiestelling en de behandeling kunnen het best in een gespecialiseerd <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie plaatsvinden De neonatale morbiditeit is grotendeels beperkt tot hematologische problemen waarvoor dan transfusie aan de donor of wisseltransfusie aan de recipiënt gegeven worden ## Intra-uteriene sterfte van een foetus bij een monochoriale tweelingzwangerschap kan ernstige consequenties hebben voor de andere foetus de risico's op overlijden, hersenschade en vroeggeboorte (met opnieuw risico op hersenschade) zijn verhoogd In een meta-analyse van case series, waarbij de sterfte van één foetus werd vastgesteld na een zwangerschapsduur van ## weken, bleek het risico op overlijden van de andere foetus ##% (##%-BI #-##) bij monochoriale tweelingen en #% (##%-BI <DATUM> bij dichoriale tweelingen ## Het risico op.
634
nvog
hoge en te lage bloedconcentratie TAPS kan spontaan optreden (# tot #% van de monochoriale tweelingzwangerschappen) of ten gevolge van rest-anastomosen na laserbehandeling wegens TTS (##% van de laserbehandelingen) Als antenatale diagnostische criteria zijn voorgesteld een middle-cerebral artery peak systolic velocity (<INSTELLING>-PSV) van ≥ #,# MoM bij de donor en een <INSTELLING>-PSV van ≤ #,# MoM bij de recipiënt Als postnatale diagnostische criteria worden gehanteerd een Hb-verschil van ) # mmol/l in combinatie met een inter-twin reticulocytenratio van ) #,# tussen beide neonaten en het aanwezig zijn van minuscule unidirectionele arterioveneuze anastomosen in de placenta De behandeling kan bestaan uit observeren en afwachten, intra-uteriene transfusie, fetoscopie met lasercoagulatie van de verantwoordelijke anastomosen (na laser voor TTS vaak aan de uiterste rand van de placenta) of geïnduceerde vroeggeboorte De indicatiestelling en de behandeling kunnen het best in een gespecialiseerd <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie plaatsvinden De neonatale morbiditeit is grotendeels beperkt tot hematologische problemen waarvoor dan transfusie aan de donor of wisseltransfusie aan de recipiënt gegeven worden ## Intra-uteriene sterfte van een foetus bij een monochoriale tweelingzwangerschap kan ernstige consequenties hebben voor de andere foetus de risico's op overlijden, hersenschade en vroeggeboorte (met opnieuw risico op hersenschade) zijn verhoogd In een meta-analyse van case series, waarbij de sterfte van één foetus werd vastgesteld na een zwangerschapsduur van ## weken, bleek het risico op overlijden van de andere foetus ##% (##%-BI #-##) bij monochoriale tweelingen en #% (##%-BI <DATUM> bij dichoriale tweelingen ## Het risico op #% (##%-BI #-#) bij dichoriale tweelingen Bij een monochoriale tweelingzwangerschap is de hemodynamische dysbalans, die ontstaat in de uren rond het overlijden van de ene foetus, de oorzaak van overlijden of hersenschade bij de andere foetus Via placentaire anastomosen tussen beide circulaties stroomt bloed van de overlevende naar de stervende tweeling Als gevolg hiervan beleeft de co-twin perioden van hypotensie In de uren en dagen volgend op de hypotensie ontstaat dan anemie De mate van anemie correleert waarschijnlijk met de ernst van de voorafgegane hypotensie Dopplermeting van de pieksnelheid in de arteria cerebri media heeft dus mogelijk prognostische waarde Weefselschade ter hoogte van de hersenen kan meestal pas meerdere weken na de periode van hypotensie met echo of MRI gevisualiseerd worden Het verdient aanbeveling bij overlijden van één foetus contact op te nemen met een <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie om het verdere beleid in overleg te bepalen Enkel bij CTG-afwijkingen bij het overlevende kind kan het van voordeel zijn dit snel geboren te laten worden Hypervolemie en polycytemie bij het als tweede geboren kind Discordante hemoglobineconcentraties () # mmol/l) komen voor bij ongeveer een kwart van de monochoriale tweelingen op de dag na de geboorte ## Het gaat hier in feite om een acute placento-foetale transfusie gedurende het interval tussen de geboorte van het eerste en die van het tweede kind Dit leidt tot hypervolemie bij het als tweede geboren kind Normalisatie van het bloedvolume in de eerste ## uur leidt dan.
626
nvog
dichoriale tweelingen Bij een monochoriale tweelingzwangerschap is de hemodynamische dysbalans, die ontstaat in de uren rond het overlijden van de ene foetus, de oorzaak van overlijden of hersenschade bij de andere foetus Via placentaire anastomosen tussen beide circulaties stroomt bloed van de overlevende naar de stervende tweeling Als gevolg hiervan beleeft de co-twin perioden van hypotensie In de uren en dagen volgend op de hypotensie ontstaat dan anemie De mate van anemie correleert waarschijnlijk met de ernst van de voorafgegane hypotensie Dopplermeting van de pieksnelheid in de arteria cerebri media heeft dus mogelijk prognostische waarde Weefselschade ter hoogte van de hersenen kan meestal pas meerdere weken na de periode van hypotensie met echo of MRI gevisualiseerd worden Het verdient aanbeveling bij overlijden van één foetus contact op te nemen met een <INSTELLING> voor invasieve foetale therapie om het verdere beleid in overleg te bepalen Enkel bij CTG-afwijkingen bij het overlevende kind kan het van voordeel zijn dit snel geboren te laten worden Hypervolemie en polycytemie bij het als tweede geboren kind Discordante hemoglobineconcentraties () # mmol/l) komen voor bij ongeveer een kwart van de monochoriale tweelingen op de dag na de geboorte ## Het gaat hier in feite om een acute placento-foetale transfusie gedurende het interval tussen de geboorte van het eerste en die van het tweede kind Dit leidt tot hypervolemie bij het als tweede geboren kind Normalisatie van het bloedvolume in de eerste ## uur leidt dan Ongeveer #% van alle monozygote tweelingen is monoamniotisch Hoewel in oudere studies een mortaliteit van ##-##% is beschreven,## laat een recente grote cohortstudie in <LOCATIE> een perinatale sterfte zien (vanaf ## weken zwangerschapsduur) van ##% # Na exclusie van letale congenitale afwijkingen komt dit percentage uit op ##% Er is vrijwel altijd sprake van arterio-arteriële anastomoses ## De kans op congenitale afwijkingen varieert van #% tot #% #,## De meest voorkomende afwijkingen zijn acardiacus, anencefalie en congenitale hartafwijkingen Er dient daarom geavanceerd ultrageluidonderzoek verricht te worden De kans op TTS is laag bij monoamniotische tweelingzwangerschappen In het cohort van <PERSOON> et al was dit #% # Dit komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van arterio-arteriële anastomoses, maar ook door het moeizaam stellen van de diagnose, aangezien er slechts één vruchtholte is De diagnose dient gesteld te worden door de aanwezigheid van hydramnion en afwezigheid van blaasvulling, afwijkende dopplerbevindingen of hydrops bij één van de foetussen De navelstrenginserties zijn bijna nooit velamenteus, in tegenstelling tot diamniotische tweelingzwangerschappen Bij een monoamniotische tweeling treedt vanaf het eerste trimester vrijwel altijd verstrengeling van de navelstrengen op ## Na ## weken komt sterfte ten gevolge van verstrengeling minder vaak voor, waarschijnlijk door verminderde bewegingsvrijheid van de foetussen en dikkere wand van de navelstrengvaten In het cohort van <PERSOON> et al kwam # maal sterfte voor na ## weken (#%) Bij # zwangerschappen in het Nederlandse cohort werd de monoamnioniciteit pas na de geboorte vastgesteld De.
593
nvog
monozygote tweelingen is monoamniotisch Hoewel in oudere studies een mortaliteit van ##-##% is beschreven,## laat een recente grote cohortstudie in <LOCATIE> een perinatale sterfte zien (vanaf ## weken zwangerschapsduur) van ##% # Na exclusie van letale congenitale afwijkingen komt dit percentage uit op ##% Er is vrijwel altijd sprake van arterio-arteriële anastomoses ## De kans op congenitale afwijkingen varieert van #% tot #% #,## De meest voorkomende afwijkingen zijn acardiacus, anencefalie en congenitale hartafwijkingen Er dient daarom geavanceerd ultrageluidonderzoek verricht te worden De kans op TTS is laag bij monoamniotische tweelingzwangerschappen In het cohort van <PERSOON> et al was dit #% # Dit komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van arterio-arteriële anastomoses, maar ook door het moeizaam stellen van de diagnose, aangezien er slechts één vruchtholte is De diagnose dient gesteld te worden door de aanwezigheid van hydramnion en afwezigheid van blaasvulling, afwijkende dopplerbevindingen of hydrops bij één van de foetussen De navelstrenginserties zijn bijna nooit velamenteus, in tegenstelling tot diamniotische tweelingzwangerschappen Bij een monoamniotische tweeling treedt vanaf het eerste trimester vrijwel altijd verstrengeling van de navelstrengen op ## Na ## weken komt sterfte ten gevolge van verstrengeling minder vaak voor, waarschijnlijk door verminderde bewegingsvrijheid van de foetussen en dikkere wand van de navelstrengvaten In het cohort van <PERSOON> et al kwam # maal sterfte voor na ## weken (#%) Bij # zwangerschappen in het Nederlandse cohort werd de monoamnioniciteit pas na de geboorte vastgesteld De De werkgroep is van mening dat - gezien de complexiteit - monoamniotische tweelingen in een <INSTELLING> met Opname voor foetale bewaking vanaf ## weken wordt geadviseerd in twee retrospectieve studies ##,## Intensieve CTG-bewaking (# tot # keer per dag), doppleronderzoek (<DATUM> keer per week) en zelfs mortaliteit aanzienlijk De auteurs suggereren dat sterfte door navelstrengverstrengeling niet altijd acuut optreedt, maar al eerder kan leiden tot CTG-afwijkingen Wordt een patiënt opgenomen voor foetale bewaking, dan leidt het bewaken met CTG tweemaal daags gedurende een uur mogelijk tot minder sterfte Gezien het retrospectieve <INSTELLING> van deze observationale studies is het voor de werkgroep niet goed mogelijk om tot een advies ten aanzien van foetale bewaking te komen Minimaal wekelijkse evaluatie van de foetale conditie door middel van doppleronderzoek van de navelstrengarteriën en de maximale stroomsnelheid (Vmax) in de arterie cerebri media lijkt in ieder geval aangewezen De meeste auteurs adviseren het electief termineren van de zwangerschap rond ##-## weken, eventueel na bepaling van longrijpheid en het geven van corticosteroïden In <LOCATIE> is de gemiddelde zwangerschapsduur bij geboorte van een monoamniotische tweeling ## weken Gezien de navelstrengproblematiek is er een groot risico op ernstige complicaties voor het tweede kind na geboorte van het eerste en daarom verdient het de voorkeur om middels een sectio te bevallen Werden er in <LOCATIE> in ### nog ### drie- of hogere meerlingen geboren, dit aantal is in ### gedaald tot ## zwangerschappen per jaar, waarschijnlijk door restrictievere fertiliteitsbehandelingen (CBS-data ###) De.
635
nvog
dat - gezien de complexiteit - monoamniotische tweelingen in een <INSTELLING> met Opname voor foetale bewaking vanaf ## weken wordt geadviseerd in twee retrospectieve studies ##,## Intensieve CTG-bewaking (# tot # keer per dag), doppleronderzoek (<DATUM> keer per week) en zelfs mortaliteit aanzienlijk De auteurs suggereren dat sterfte door navelstrengverstrengeling niet altijd acuut optreedt, maar al eerder kan leiden tot CTG-afwijkingen Wordt een patiënt opgenomen voor foetale bewaking, dan leidt het bewaken met CTG tweemaal daags gedurende een uur mogelijk tot minder sterfte Gezien het retrospectieve <INSTELLING> van deze observationale studies is het voor de werkgroep niet goed mogelijk om tot een advies ten aanzien van foetale bewaking te komen Minimaal wekelijkse evaluatie van de foetale conditie door middel van doppleronderzoek van de navelstrengarteriën en de maximale stroomsnelheid (Vmax) in de arterie cerebri media lijkt in ieder geval aangewezen De meeste auteurs adviseren het electief termineren van de zwangerschap rond ##-## weken, eventueel na bepaling van longrijpheid en het geven van corticosteroïden In <LOCATIE> is de gemiddelde zwangerschapsduur bij geboorte van een monoamniotische tweeling ## weken Gezien de navelstrengproblematiek is er een groot risico op ernstige complicaties voor het tweede kind na geboorte van het eerste en daarom verdient het de voorkeur om middels een sectio te bevallen Werden er in <LOCATIE> in ### nog ### drie- of hogere meerlingen geboren, dit aantal is in ### gedaald tot ## zwangerschappen per jaar, waarschijnlijk door restrictievere fertiliteitsbehandelingen (CBS-data ###) De problemen met zich mee; daarom verdient het de voorkeur deze patiënten vanaf het begin van de zwangerschap in een <INSTELLING> met specifieke expertise te volgen Ook bij grote meerlingzwangerschappen is het van belang om al vroeg in de zwangerschap (voor ## weken) de chorioniciteit vast te leggen met behulp van echoscopisch onderzoek De mediane zwangerschapsduur van doorgaande meerlingzwangerschappen is voor een drieling ##,# weken en voor een vierling ##,# weken De geboortegewichten zijn gemiddeld respectievelijk ### en ### g; ##-##% van de kinderen heeft groeiachterstand, en ## tot ###% van de kinderen moet worden opgenomen op een NICU Het percentage ‘major handicaps' ligt in de orde van grootte van ##% # Ook de moeder heeft een aanzienlijk grotere kans op morbiditeit; het risico op pre-eclampsie, premature weeën, prematuur gebroken vliezen, abruptio placentae, pyelonefritis en fluxus post partum is # keer zo groot # Ook bij drielingzwangerschappen heeft behandeling met proluton geen preventieve waarde ten Ten aanzien van de modus partus is er geen consensus in <LOCATIE> Een studie uit ### van <PERSOON> et al waarin twee academische centra werden vergeleken, liet zien dat een geplande sectio caesarea geen betere neonatale uitkomst opleverde dan een geplande vaginale baring ## Reductie van het meerlingaantal tot een tweelingzwangerschap kan in de vroege zwangerschap worden overwogen Hierbij moet het risico van de ingreep - ongeveer # % risico op verlies van de gehele zwangerschap - worden afgewogen tegen het risico van de meerlingzwangerschap zelf, in termen van vroeggeboorte.
633
nvog
de voorkeur deze patiënten vanaf het begin van de zwangerschap in een <INSTELLING> met specifieke expertise te volgen Ook bij grote meerlingzwangerschappen is het van belang om al vroeg in de zwangerschap (voor ## weken) de chorioniciteit vast te leggen met behulp van echoscopisch onderzoek De mediane zwangerschapsduur van doorgaande meerlingzwangerschappen is voor een drieling ##,# weken en voor een vierling ##,# weken De geboortegewichten zijn gemiddeld respectievelijk ### en ### g; ##-##% van de kinderen heeft groeiachterstand, en ## tot ###% van de kinderen moet worden opgenomen op een NICU Het percentage ‘major handicaps' ligt in de orde van grootte van ##% # Ook de moeder heeft een aanzienlijk grotere kans op morbiditeit; het risico op pre-eclampsie, premature weeën, prematuur gebroken vliezen, abruptio placentae, pyelonefritis en fluxus post partum is # keer zo groot # Ook bij drielingzwangerschappen heeft behandeling met proluton geen preventieve waarde ten Ten aanzien van de modus partus is er geen consensus in <LOCATIE> Een studie uit ### van <PERSOON> et al waarin twee academische centra werden vergeleken, liet zien dat een geplande sectio caesarea geen betere neonatale uitkomst opleverde dan een geplande vaginale baring ## Reductie van het meerlingaantal tot een tweelingzwangerschap kan in de vroege zwangerschap worden overwogen Hierbij moet het risico van de ingreep - ongeveer # % risico op verlies van de gehele zwangerschap - worden afgewogen tegen het risico van de meerlingzwangerschap zelf, in termen van vroeggeboorte zwangerschappen een embryoreductie (ER) verricht en bij ### zwangerschappen werd een afwachtend beleid gevoerd In de ER-groep eindigde dit in #,#% van de gevallen in het verlies van de zwangerschap voor ## weken, in de afwachtend behandelde groep in #,#% van de gevallen De kans op vroeggeboorte voor ## weken was respectievelijk ##,#% in de ER-groep en ##,#% in de afwachtend behandelde groep ## Gezien de risico's van een reductie van een drieling naar een tweeling, zullen met name psychosociale argumenten een VIL Zodra bekend is dat het om een meerlingzwangerschap gaat, dient deze in de tweede lijn gecontroleerd # De werkgroep is van mening dat bij meerlingzwangerschappen de chorioniciteit echoscopisch bepaald # De werkgroep is van mening dat een gynaecoloog aanwezig dient te zijn bij de bevalling van een # Discordante dichoriale tweelingzwangerschappen zou men moeten inleiden voor ## weken, en # De werkgroep is van mening dat monochoriale diamniotische zwangerschappen vanaf ## weken minimaal tweewekelijks gecontroleerd moeten worden Meting van groei, diepste verticale umbilicalis dienen standaard verricht te worden [bewijskrachtniveau D] Er zijn aanwijzingen dat meting van de Vmax in de arteria cerebri media toegevoegde waarde oplevert om een twin anemia # De werkgroep is van mening dat de patiënt die zwanger is van een monochoriale tweeling geïnstrueerd dient te worden om plotselinge toename van buikomvang binnen ## uur te melden aan # Bij monochoriale zwangerschappen dient een geavanceerd ultrageluidonderzoek verricht te worden # Bij verdenking op TTS dient de zwangere met spoed verwezen te worden naar een gespecialiseerd.
631
nvog
afwachtend beleid gevoerd In de ER-groep eindigde dit in #,#% van de gevallen in het verlies van de zwangerschap voor ## weken, in de afwachtend behandelde groep in #,#% van de gevallen De kans op vroeggeboorte voor ## weken was respectievelijk ##,#% in de ER-groep en ##,#% in de afwachtend behandelde groep ## Gezien de risico's van een reductie van een drieling naar een tweeling, zullen met name psychosociale argumenten een VIL Zodra bekend is dat het om een meerlingzwangerschap gaat, dient deze in de tweede lijn gecontroleerd # De werkgroep is van mening dat bij meerlingzwangerschappen de chorioniciteit echoscopisch bepaald # De werkgroep is van mening dat een gynaecoloog aanwezig dient te zijn bij de bevalling van een # Discordante dichoriale tweelingzwangerschappen zou men moeten inleiden voor ## weken, en # De werkgroep is van mening dat monochoriale diamniotische zwangerschappen vanaf ## weken minimaal tweewekelijks gecontroleerd moeten worden Meting van groei, diepste verticale umbilicalis dienen standaard verricht te worden [bewijskrachtniveau D] Er zijn aanwijzingen dat meting van de Vmax in de arteria cerebri media toegevoegde waarde oplevert om een twin anemia # De werkgroep is van mening dat de patiënt die zwanger is van een monochoriale tweeling geïnstrueerd dient te worden om plotselinge toename van buikomvang binnen ## uur te melden aan # Bij monochoriale zwangerschappen dient een geavanceerd ultrageluidonderzoek verricht te worden # Bij verdenking op TTS dient de zwangere met spoed verwezen te worden naar een gespecialiseerd # Er zijn aanwijzingen dat het routinematig inleiden van een ongecompliceerde monochoriale # De werkgroep is van mening dat monoamniotische meerlingen begeleid moeten worden in een ## Er zijn aanwijzingen dat monoamniotische tweelingzwangerschappen bij ##-## weken dienen te worden beëindigd middels een electieve sectio, na bepaling van longrijpheid en het zo nodig # <PERSOON> T, <PERSOON> role of ultrasound examination in the first trimester and at ## weeks'gestation to predict fetal complications in monochorionic diamniotic twin pregnancies <PERSOON> JB, <PERSOON> SG, Franx A, <PERSOON> SK, et al Increased perinatal mortality and # <PERSOON> AH, Lopriore E, <PERSOON> SG, Arabin B, et al Perinatal outcome of # ACOG Practice Bulletin; Clinical Management Guidelines for <PERSOON> hysterectomy and arterial embolization for major obstetric hemorrhage a #-year nationwide cohort study in the <PERSOON> lambda sign at ##-## weeks of gestation as a predictor of chorionicity in twin pregnancies Ultrasound Obstet Gynecol ###<DATUM> <PERSOON> HM, Simpson LL Antenatal sonographic prediction of twin ## <PERSOON-##> JM.
547
nvog
zijn aanwijzingen dat het routinematig inleiden van een ongecompliceerde monochoriale # De werkgroep is van mening dat monoamniotische meerlingen begeleid moeten worden in een ## Er zijn aanwijzingen dat monoamniotische tweelingzwangerschappen bij ##-## weken dienen te worden beëindigd middels een electieve sectio, na bepaling van longrijpheid en het zo nodig # <PERSOON> T, <PERSOON> role of ultrasound examination in the first trimester and at ## weeks'gestation to predict fetal complications in monochorionic diamniotic twin pregnancies <PERSOON> JB, <PERSOON> SG, Franx A, <PERSOON> SK, et al Increased perinatal mortality and # <PERSOON> AH, Lopriore E, <PERSOON> SG, Arabin B, et al Perinatal outcome of # ACOG Practice Bulletin; Clinical Management Guidelines for <PERSOON> hysterectomy and arterial embolization for major obstetric hemorrhage a #-year nationwide cohort study in the <PERSOON> lambda sign at ##-## weeks of gestation as a predictor of chorionicity in twin pregnancies Ultrasound Obstet Gynecol ###<DATUM> <PERSOON> HM, Simpson LL Antenatal sonographic prediction of twin ## <PERSOON-##> JM and PAPP-A serum distributions in monochorionic and dichorionic twins <PERSOON-##> JM Discordance in nuchal ## <PERSOON-##> OB, Nicolaides KH, <PERSOON-##> K A reassessment of biochemical marker distributions in trisomy ##-affected and unaffected twin pregnancies in the first ## <PERSOON-##> KR, Qvist I,et al Detection of chromosomal abnormalities, congenital abnormalities and transfusion syndrome in twins Ultrasound Obstet ## Royal College of Obstetricians and Gynaecologists Green-top Guideline No ##, December ### ## <PERSOON-##> KH Discordance in nuchal ## <PERSOON-##> hidden mortality of ## <PERSOON-##> H, et al ‘<PERSOON-##> challenge of prenatal diagnosis in twin pregnancies <PERSOON-##> HH, Vandenbussche FP Timely diagnosis of twin-to-twin transfusion syndrome in monochorionic twin pregnancies by biweekly sonography combined with patient instruction to report onset of symptoms <PERSOON-##>-trimester genetic diagnosis in multiple ## <PERSOON-##> E.
479
nvog
in monochorionic and dichorionic twins <PERSOON> JM Discordance in nuchal ## <PERSOON> OB, Nicolaides KH, <PERSOON> K A reassessment of biochemical marker distributions in trisomy ##-affected and unaffected twin pregnancies in the first ## <PERSOON> KR, Qvist I,et al Detection of chromosomal abnormalities, congenital abnormalities and transfusion syndrome in twins Ultrasound Obstet ## Royal College of Obstetricians and Gynaecologists Green-top Guideline No ##, December ### ## <PERSOON> KH Discordance in nuchal ## <PERSOON> hidden mortality of ## <PERSOON> H, et al ‘<PERSOON> challenge of prenatal diagnosis in twin pregnancies <PERSOON> HH, Vandenbussche FP Timely diagnosis of twin-to-twin transfusion syndrome in monochorionic twin pregnancies by biweekly sonography combined with patient instruction to report onset of symptoms <PERSOON-##>-trimester genetic diagnosis in multiple ## <PERSOON-##> E genetic investigation in multiple pregnancy <PERSOON-##> SH, Ginsberg NA, et al <PERSOON-##> risk and efficacy of chorionic villus sampling in multiple gestations Prenat Diagn ###;##(#) ###-## ## <PERSOON-##> atresia related to the use of methylene blue in genetic amniocentesis in twins <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> M, Bang <PERSOON-##> controlled trial of genetic amniocentesis in ### low-risk women <PERSOON-##> risk of second-trimester amniocentesis in ## <PERSOON-##> E, et al Contemporary outcomes with the latest ### cases of multifetal pregnancy reduction (MPR) <PERSOON-##> IL van, <PERSOON-##> RH, Scherjon SA, Vandenbussche FP, et al ## <PERSOON-##> LJ Multifetal pregnancy reduction of both fetuses of a monochorionic pair by intrathoracic potassium chloride injection of one fetus <PERSOON-##> CV, Saltzman DH Prediction of spontaneous preterm birth in asymptomatic twin pregnancies using the change in cervical length over time Am J ##.
461
nvog
<PERSOON> SH, Ginsberg NA, et al <PERSOON> risk and efficacy of chorionic villus sampling in multiple gestations Prenat Diagn ###;##(#) ###-## ## <PERSOON> atresia related to the use of methylene blue in genetic amniocentesis in twins <PERSOON> A, <PERSOON> M, Bang <PERSOON> controlled trial of genetic amniocentesis in ### low-risk women <PERSOON> risk of second-trimester amniocentesis in ## <PERSOON> E, et al Contemporary outcomes with the latest ### cases of multifetal pregnancy reduction (MPR) <PERSOON> IL van, <PERSOON-##> RH, Scherjon SA, Vandenbussche FP, et al ## <PERSOON-##> LJ Multifetal pregnancy reduction of both fetuses of a monochorionic pair by intrathoracic potassium chloride injection of one fetus <PERSOON-##> CV, Saltzman DH Prediction of spontaneous preterm birth in asymptomatic twin pregnancies using the change in cervical length over time <PERSOON-##> of Child Health and Human Development Maternal-Fetal Medicine Units Network A trial of ## alpha-hydroxyprogesterone caproate to prevent prematurity in twins <PERSOON-##> J Med ## <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> F, <PERSOON-##> S, et al Progesterone for the ## <PERSOON-##> J Is treatment with vaginal pessaries an option in patients with a sonographically detected short cervix? <PERSOON-##>-interval delivery in twin and triplet pregnancies ## years of experience ## <PERSOON-##> M How small is too small in a twin pregnancy? <PERSOON-##> association of crown-rump length discordance in twin gestations with ## <PERSOON-##> NJ, Nicolaides KH Intrauterine growth in multiple pregnancies in relation to fetal number, chorionicity and gestational age Ultrasound Obstet Gynecol ## Blickstein I, <PERSOON-##> LG Neonatal mortality rates among growth-discordant twins, classified according to the birth weight of the smaller twin <PERSOON-##> effect of birth weight discordance on twin neonatal mortality Obstet ## Caravello JW, Chauhan SP, <PERSOON-##> JC, Magann EF, <PERSOON-##> JN Jr, Devoe LD Sonographic examination does not predict twin growth discordance accurately Obstet Gynecol.
510
nvog
; National Institute of Child Health and Human Development Maternal-Fetal Medicine Units Network A trial of ## alpha-hydroxyprogesterone caproate to prevent prematurity in twins <PERSOON> J Med ## <PERSOON> JE, <PERSOON> F, <PERSOON> S, et al Progesterone for the ## <PERSOON> J Is treatment with vaginal pessaries an option in patients with a sonographically detected short cervix? <PERSOON>-interval delivery in twin and triplet pregnancies ## years of experience ## <PERSOON> M How small is too small in a twin pregnancy? <PERSOON> association of crown-rump length discordance in twin gestations with ## <PERSOON> NJ, Nicolaides KH Intrauterine growth in multiple pregnancies in relation to fetal number, chorionicity and gestational age Ultrasound Obstet Gynecol ## Blickstein I, <PERSOON-##> LG Neonatal mortality rates among growth-discordant twins, classified according to the birth weight of the smaller twin <PERSOON-##> effect of birth weight discordance on twin neonatal mortality Obstet ## Caravello JW, Chauhan SP, <PERSOON-##> JC, Magann EF, <PERSOON-##> JN Jr, Devoe LD Sonographic examination does not predict twin growth discordance accurately <PERSOON-##> date of delivery in multifetal pregnancies JAMA ## Dodd JM, Crowther CA Elective delivery of women with a twin pregnancy from ## weeks' gestation ## Soucie JE, <PERSOON-##> Q, <PERSOON-##> mortality and morbidity rates in term twins with advancing gestational age <PERSOON-##> KL, Hutton EK, McBrien KA, Barrett JF, <PERSOON-##> ME Cesarean delivery for twins a systematic ## <PERSOON-##> GC, <PERSOON-##> of delivery and the risk of delivery-related perinatal death among twins at term a retrospective cohort study of ### births BJOG ## <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> morbidity in second twin according to gestational age at birth and mode of delivery <PERSOON-##> ## <PERSOON-##> MB, <PERSOON-##> SA, Spong CY, et al ; <PERSOON-##> of Child Health and Human Development (NICHD) Maternal-Fetal Medicine Units Network (MFMU) Cesarean delivery for the second twin <PERSOON-##> morbidity and mortality associated with vaginal delivery in ## <PERSOON-##> OP, <PERSOON-##> maneuver applied to locked twins.
551
nvog
###-## ## <PERSOON> date of delivery in multifetal pregnancies JAMA ## Dodd JM, Crowther CA Elective delivery of women with a twin pregnancy from ## weeks' gestation ## Soucie JE, <PERSOON> Q, <PERSOON> mortality and morbidity rates in term twins with advancing gestational age <PERSOON> KL, Hutton EK, McBrien KA, Barrett JF, <PERSOON> ME Cesarean delivery for twins a systematic ## <PERSOON> GC, <PERSOON> of delivery and the risk of delivery-related perinatal death among twins at term a retrospective cohort study of ### births BJOG ## <PERSOON> K, <PERSOON> morbidity in second twin according to gestational age at birth and mode of delivery <PERSOON-##> ## <PERSOON-##> MB, <PERSOON-##> SA, Spong CY, et al ; <PERSOON-##> of Child Health and Human Development (NICHD) Maternal-Fetal Medicine Units Network (MFMU) Cesarean delivery for the second twin <PERSOON-##> morbidity and mortality associated with vaginal delivery in ## <PERSOON-##> OP, <PERSOON-##> maneuver applied to locked twins ## <PERSOON-##> FP, <PERSOON-##> FJ, Diemert A, et al <PERSOON-##> pregnancy multicenter prospective cohort study from the first trimester onward <PERSOON-##> NM High risk of unexpected late fetal death in monochorionic twins despite intensive ultrasound surveillance a cohort study <PERSOON-##> E and <PERSOON-##> risk of intrauterine ## <PERSOON-##> YM, Wylie BJ, Simpson LL, D'Alton ME Twin chorionicity and the risk of stillbirth <PERSOON-##> T, et al <PERSOON-##> outcome of monochorionic diamniotic twin gestations in the era of invasive fetal sugery a prospective cohort <PERSOON-##> KEA Monochorionic twin pregnancies (PhD thesis) <PERSOON-##> chorionicity and the risk of adverse perinatal outcome <PERSOON-##> RH, <PERSOON-##> FJ, Vandenbussche FP Term perinatal mortality and morbidity in monochorionic and dichorionic twin pregnancies a retrospective study <PERSOON-##> JB, <PERSOON-##> MJ, Baerts W, et al Long-term neurodevelopmental outcome of monochorionic and matched dichorionic twins PLoS One.
527
nvog
<PERSOON> FP, <PERSOON> FJ, Diemert A, et al <PERSOON> pregnancy multicenter prospective cohort study from the first trimester onward <PERSOON> NM High risk of unexpected late fetal death in monochorionic twins despite intensive ultrasound surveillance a cohort study <PERSOON> E and <PERSOON> risk of intrauterine ## <PERSOON> YM, Wylie BJ, Simpson LL, D'Alton ME Twin chorionicity and the risk of stillbirth <PERSOON> T, et al <PERSOON> outcome of monochorionic diamniotic twin gestations in the era of invasive fetal sugery a prospective cohort <PERSOON> KEA Monochorionic twin pregnancies (PhD thesis) <PERSOON-##> chorionicity and the risk of adverse perinatal outcome <PERSOON-##> RH, <PERSOON> FJ, Vandenbussche FP Term perinatal mortality and morbidity in monochorionic and dichorionic twin pregnancies a retrospective study <PERSOON-##> JB, <PERSOON-##> MJ, Baerts W, et al Long-term neurodevelopmental outcome of monochorionic and matched dichorionic twins <PERSOON-##> JB, <PERSOON-##> MJ, et al Placental characteristics of monochorionic diamniotic twin pregnancies in relation to perinatal outcome ## Quintero RA, Morales WJ, Allen MH, Bornick PW, <PERSOON-##> of twin-twin ## <PERSOON-##> laser surgery versus serial amnioreduction for severe twin-to-twin transfusion syndrome <PERSOON-##> JP Interventions for twin-twin transfusion syndrome a <PERSOON-##> FP, <PERSOON> FJ Incidence, origin, and character of cerebral injury in twin-to-twin transfusion syndrome treated with ## <PERSOON-##> J, et al Prevalence of neurological damage in monochorionic twins with seletive intrauterine growth restriction and intermittent absent or reversed end-diastolic umbilical artery flow <PERSOON-##> R, et al Monochorionic twins with selective intrauterine growth restriction and intermittent absent or reversed end-diastolic flow (Type III) feasibility and perinatal outcome of fetoscopic placental laser coagulation ## Vandenbussche FPHA, Deprest JA, <PERSOON-##> HHH Minimaal invasieve intra-uteriene chirurgische behandeling bij vier monochoriale ## <PERSOON-##> twin.
459
nvog
<PERSOON> JB, <PERSOON> MJ, et al Placental characteristics of monochorionic diamniotic twin pregnancies in relation to perinatal outcome ## Quintero RA, Morales WJ, Allen MH, Bornick PW, <PERSOON> of twin-twin ## <PERSOON> laser surgery versus serial amnioreduction for severe twin-to-twin transfusion syndrome <PERSOON> JP Interventions for twin-twin transfusion syndrome a <PERSOON> FP, <PERSOON> FJ Incidence, origin, and character of cerebral injury in twin-to-twin transfusion syndrome treated with ## <PERSOON> J, et al Prevalence of neurological damage in monochorionic twins with seletive intrauterine growth restriction and intermittent absent or reversed end-diastolic umbilical artery flow <PERSOON> R, et al Monochorionic twins with selective intrauterine growth restriction and intermittent absent or reversed end-diastolic flow (Type III) feasibility and perinatal outcome of fetoscopic placental laser coagulation ## Vandenbussche FPHA, Deprest JA, <PERSOON-##> HHH Minimaal invasieve intra-uteriene chirurgische behandeling bij vier monochoriale ## <PERSOON-##> twin ## Chmait RH, Quintero RA Operative fetoscopy in complicated monochorionic twins current status and ## <PERSOON-##> HH, <PERSOON> FJ, Vandenbussche FP Twin anemia-polycythemia sequence in two monochorionic twin pairs without oligo-polyhydramnios ## <PERSOON-##> JM, Oepkes D, et al Risk factors for neurodevelopment impairment in twin-twin transfusion syndrome treated with fetoscopic laser surgery ## <PERSOON-##> KS, Kilby MD Prognosis for the co-twin following single-twin death a ## <PERSOON-##> JM, Vandenbussche FP, <PERSOON> FJ Haemoglobin differences at birth in monochorionic twins without chronic twin-to-twin transfusion syndrome Prenat Diagn ## Wensinger JA, <PERSOON-##> AJ, <PERSOON-##> SG, et al Placental characteristics of monoamniotic twin pregnancies in relation to perinatal outcome <PERSOON-##> N A study to determine the incidence of structural congenital heart disease in ## <PERSOON-##> entanglement and perinatal outcome in monoamniotic twin pregnancies; <PERSOON-##> perinatal survival of monoamniotic twins with intensive inpatient monitoring <PERSOON-##> ##.
474
nvog
RH, Quintero RA Operative fetoscopy in complicated monochorionic twins current status and ## <PERSOON> HH, <PERSOON> FJ, Vandenbussche FP Twin anemia-polycythemia sequence in two monochorionic twin pairs without oligo-polyhydramnios ## <PERSOON> JM, Oepkes D, et al Risk factors for neurodevelopment impairment in twin-twin transfusion syndrome treated with fetoscopic laser surgery ## <PERSOON> KS, Kilby MD Prognosis for the co-twin following single-twin death a ## <PERSOON> JM, Vandenbussche FP, <PERSOON> FJ Haemoglobin differences at birth in monochorionic twins without chronic twin-to-twin transfusion syndrome Prenat Diagn ## Wensinger JA, <PERSOON> AJ, <PERSOON> SG, et al Placental characteristics of monoamniotic twin pregnancies in relation to perinatal outcome <PERSOON> N A study to determine the incidence of structural congenital heart disease in ## <PERSOON> entanglement and perinatal outcome in monoamniotic twin pregnancies; <PERSOON-##> perinatal survival of monoamniotic twins with intensive inpatient monitoring <PERSOON-##> perinatal survival in monoamniotic twins managed by prophylactic sulindac, intensive ultrasound surveillance, and Cesarean delivery at ## weeks' gestation <PERSOON-##> CY, et al ; <PERSOON-##> of Child Health and Human Development (NICHD), Maternal-Fetal Medicine Units Network (MFMU) Prevention of preterm birth in triplets using ## alpha-hydroxyprogesterone ## <PERSOON-##> J, Van leeuwen <PERSOON-##> outcomes of expectant management versus multifetal ## Multifetal pregnancy reduction, ACOG Committee opinion, Number ###, june ### ## <PERSOON-##> in fetal growth, discordancy, and placental pathology in reduced versus nonreduced twins <PERSOON-##> NJ, Nicolaides KH Risks of miscarriage and early preterm birth in trichorionic triplet pregnancies with embryo reduction versus expectant management Deze richtlijn, ontwikkeld door de Koepel Kwaliteit NVOG onder eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NVOG, is vastgesteld in de ###e ledenvergadering d d <DATUM> <PERSOON-##> De richtlijn is namens de Obstetrische Werkgroep <LOCATIE> samengesteld door <PERSOON-##> en prof <PERSOON-##> van deze aanpassing, <LOCATIE> <DATUM> en/of subjectieve behoeften van een individuele patiënt.
487
nvog
Kunstmatige inseminatie met donorsperma (KID) wordt sinds ### in <LOCATIE> uitgevoerd# KID wordt toegepast bij zeer ernstige mannelijke subfertiliteit, bij dragerschap van een genetische afwijking of bij afwezigheid van een mannelijke partner# In de jaren ## en ## werd wetenschappelijke inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen kwam deze geheimhouding ter discussie te staan Het individuele recht van het donorkind om zijn afkomst te kennen ging prevaleren boven de anonimiteit van de donoren en de wens tot geheimhouding van de wensouder(s) In ### adviseerde de Gezondheidsraad openheid naar het kind toe, dat uiteindelijk leidde tot het aannemen van een wetsvoorstel in ###, de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (WDKB), waarin de anonimiteit van de donoren werd opgeheven# De WDKB voorziet in regels voor de registratie, het beheer en de verstrekking van donorgegevens De regels voor werving en selectie van donoren zijn grotendeels vastgelegd in een CBO-richtlijn uit ###, maar worden ook deels lokaal bepaald Deze lokale verschillen zijn het gevolg van het feit dat de richtlijn uit ### dateert en dus van ver voor de wettelijke opheffing van de anonimiteit De richtlijn is derhalve aan een herziening toe Hiertoe is een werkgroep ingesteld om de huidige praktijk van werving en selectie van donoren in kaart te brengen en te komen tot een nieuw landelijk standpunt Deze werkgroep bestaat uit gynaecologen (verenigd in de Klinische Genetica (VKGN), het College voor de Rechten van de <PERSOON> en de Gezondheidsraad Het uitgangspunt bij het opstellen van dit standpunt is dat het belang van het toekomstig kind prevaleert boven de belangen van de wensouder(s) en/of de spermadonor Daarnaast heeft het College voor de Rechten van de <PERSOON> als standpunt dat de belangen van de wensouder(s) prevaleren boven die van de donor In ### heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg een onderzoek uitgevoerd naar het huidig handelen van de klinieken (VWS) De aanbevelingen uit dit <PERSOON> (counselor, bestuurslid <PERSOON> (medisch ethicus, bijzonder lid), <PERSOON> (secretaris), <PERSOON> (vice-voorzitter), • Afspraken over maximaal aantal kinderen per donor Indicatie stelling en condities voor het gebruik van donorsperma aantal kinderen per donor en het risico op consanguïniteit Bijlage VIII voorbeeld van uniforme voorlichting voor de vrouw de Kamervragen die aanleiding zijn geweest tot het voorleggen <PERSOON> die sperma doneert, waarbij gegarandeerd wordt dat hij niet Stichting voor de bevordering van de kwaliteit van het Een persoon die lichaamseigen weefsel zoals bloed, gameten of een orgaan geeft voor transfusie, inseminatie, implantatie of Spermadonor ten behoeve van een specifieke voor hem bekende wensouder(s) niet zijnde de eigen partner Hij is per definitie Inseminatie met sperma dat niet afkomstig is van de partner van de wensouder(s) maar van een donor Hieronder vallen eigen Heterologe cryopreservatie Cryopreservatie van sperma ten behoeve van één of meerdere wensouder(s) die niet de partner van de donor zijn Hieronder.
569
nvog
het toekomstig kind prevaleert boven de belangen van de wensouder(s) en/of de spermadonor Daarnaast heeft het College voor de Rechten van de <PERSOON> als standpunt dat de belangen van de wensouder(s) prevaleren boven die van de donor In ### heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg een onderzoek uitgevoerd naar het huidig handelen van de klinieken (VWS) De aanbevelingen uit dit <PERSOON> (counselor, bestuurslid <PERSOON> (medisch ethicus, bijzonder lid), <PERSOON> (secretaris), <PERSOON> (vice-voorzitter), • Afspraken over maximaal aantal kinderen per donor Indicatie stelling en condities voor het gebruik van donorsperma aantal kinderen per donor en het risico op consanguïniteit Bijlage VIII voorbeeld van uniforme voorlichting voor de vrouw de Kamervragen die aanleiding zijn geweest tot het voorleggen <PERSOON> die sperma doneert, waarbij gegarandeerd wordt dat hij niet Stichting voor de bevordering van de kwaliteit van het Een persoon die lichaamseigen weefsel zoals bloed, gameten of een orgaan geeft voor transfusie, inseminatie, implantatie of Spermadonor ten behoeve van een specifieke voor hem bekende wensouder(s) niet zijnde de eigen partner Hij is per definitie Inseminatie met sperma dat niet afkomstig is van de partner van de wensouder(s) maar van een donor Hieronder vallen eigen Heterologe cryopreservatie Cryopreservatie van sperma ten behoeve van één of meerdere wensouder(s) die niet de partner van de donor zijn Hieronder baarmoederhals van een wensmoeder wordt ingebracht met als Een persoon die sperma doneert voor cryopreservatie voor inseminatie ter bewerkstelliging van een zwangerschap bij een voor Vrouw met of zonder partner die een medische behandeling sperma met het oog op het doen ontstaan van een zwangerschap <PERSOON> voor de effectiviteit van de sperma bewerking, te weten de VCM na bewerking gedeeld door VCM voor bewerking x ### Het totale ejaculaat met de daarin aanwezige vloeistof <PERSOON> die sperma doneert, waarbij het kind op termijn de persoons Klinieken met een spermabank nemen een centrale positie in bij het werven, selecteren en accepteren van spermadonoren De werving en selectie van de donoren is deels vastgelegd in de CBO-richtlijn uit ###, maar wordt deels ook lokaal bepaald Er is in de loop van de tijd diversiteit in beleid ontstaan aangaande de zeggenschap van de donor over de bestemming van het sperma Dit heeft te maken met het achterblijven van het actualiseren van het advies van het Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing (CBO) uit ### De werkgroep heeft zich ten doel gesteld om te komen tot een gemeenschappelijk standpunt # Een gezamenlijk uniform landelijk beleid betreffende de rechten en plichten van een # Het maximaal aantal kinderen of gezinnen per donor # Een gezamenlijk uniform landelijk beleid over het gebruik van buitenlandse donoren Uitgangspunten hierbij zijn de wettelijke bepalingen zoals de wet Donorgegevens kunstmatige bevruchting (###)#, Modelreglement Embryo Wet (###)#, en de evaluatie van de Embryowet door onderzoeksbureau Pro Facto in opdracht van het ministerie van VWS (###)#, de EU.
579
nvog
sperma doneert voor cryopreservatie voor inseminatie ter bewerkstelliging van een zwangerschap bij een voor Vrouw met of zonder partner die een medische behandeling sperma met het oog op het doen ontstaan van een zwangerschap <PERSOON> voor de effectiviteit van de sperma bewerking, te weten de VCM na bewerking gedeeld door VCM voor bewerking x ### Het totale ejaculaat met de daarin aanwezige vloeistof <PERSOON> die sperma doneert, waarbij het kind op termijn de persoons Klinieken met een spermabank nemen een centrale positie in bij het werven, selecteren en accepteren van spermadonoren De werving en selectie van de donoren is deels vastgelegd in de CBO-richtlijn uit ###, maar wordt deels ook lokaal bepaald Er is in de loop van de tijd diversiteit in beleid ontstaan aangaande de zeggenschap van de donor over de bestemming van het sperma Dit heeft te maken met het achterblijven van het actualiseren van het advies van het Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing (CBO) uit ### De werkgroep heeft zich ten doel gesteld om te komen tot een gemeenschappelijk standpunt # Een gezamenlijk uniform landelijk beleid betreffende de rechten en plichten van een # Het maximaal aantal kinderen of gezinnen per donor # Een gezamenlijk uniform landelijk beleid over het gebruik van buitenlandse donoren Uitgangspunten hierbij zijn de wettelijke bepalingen zoals de wet Donorgegevens kunstmatige bevruchting (###)#, Modelreglement Embryo Wet (###)#, en de evaluatie van de Embryowet door onderzoeksbureau Pro Facto in opdracht van het ministerie van VWS (###)#, de EU kinderen per donor (Gezondheidsraad ###)## en het eindrapport van het inspectieonderzoek naar de ketenzorg in fertiliteitsklinieken bij kunstmatige donorbevruchting (Inspectie voor Volksgezondheid)## Het advies van het College voor de Rechten van de mens## en het advies van de klinisch genetici zijn opgenomen in de tekst Daarnaast is de bestaande nationale en Bij de werving dient direct gewezen te worden op de wet Donorgegevens kunstmatige bevruchting zodat duidelijk is dat anoniem doneren van sperma in <LOCATIE> niet mogelijk is De werving moet uitnodigen tot een daad van menslievendheid en het moet duidelijk zijn dat de donor een levenslange verplichting aangaat met zijn donorkinderen Er staat geen betaling tegenover spermadonatie, maar de donor ontvangt een vergoeding voor de gemaakte onkosten De donor is ten tijde van de donatie tussen de ## en de ## (#) Zijn sperma zal worden ingezet tot een leeftijd van ## voor het # e kind, dat wil zeggen na ## wordt de donor niet meer ingezet voor #e kinderen Deze leeftijdsgrenzen zijn conform de huidige CBO-richtlijn Overwegingen die meespelen betreffende de ondergrens van ## <LEEFTIJD>-jarigen zijn wettelijk gezien volwassen en volledig handelingsbekwaam en bevoegd en derhalve in staat een eigen beslissing te nemen De bovengrens van ## is gekozen om twee redenen, de donor moet een acceptabele leeftijd hebben op het moment dat de kinderen de leeftijd bereiken van ## en er zijn aanwijzingen dat er gezondheidsrisico’s voor het kind zijn naarmate de.
588
nvog
donor (Gezondheidsraad ###)## en het eindrapport van het inspectieonderzoek naar de ketenzorg in fertiliteitsklinieken bij kunstmatige donorbevruchting (Inspectie voor Volksgezondheid)## Het advies van het College voor de Rechten van de mens## en het advies van de klinisch genetici zijn opgenomen in de tekst Daarnaast is de bestaande nationale en Bij de werving dient direct gewezen te worden op de wet Donorgegevens kunstmatige bevruchting zodat duidelijk is dat anoniem doneren van sperma in <LOCATIE> niet mogelijk is De werving moet uitnodigen tot een daad van menslievendheid en het moet duidelijk zijn dat de donor een levenslange verplichting aangaat met zijn donorkinderen Er staat geen betaling tegenover spermadonatie, maar de donor ontvangt een vergoeding voor de gemaakte onkosten De donor is ten tijde van de donatie tussen de ## en de ## (#) Zijn sperma zal worden ingezet tot een leeftijd van ## voor het # e kind, dat wil zeggen na ## wordt de donor niet meer ingezet voor #e kinderen Deze leeftijdsgrenzen zijn conform de huidige CBO-richtlijn Overwegingen die meespelen betreffende de ondergrens van ## <LEEFTIJD>-jarigen zijn wettelijk gezien volwassen en volledig handelingsbekwaam en bevoegd en derhalve in staat een eigen beslissing te nemen De bovengrens van ## is gekozen om twee redenen, de donor moet een acceptabele leeftijd hebben op het moment dat de kinderen de leeftijd bereiken van ## en er zijn aanwijzingen dat er gezondheidsrisico’s voor het kind zijn naarmate de In geval van een dominante overdraagbare ernstige ziekte en/of medicatie gebruik met De donor zal gevraagd worden zich te laten onderzoeken op seksueel overdraagbare infecties conform het standpunt geassisteerde voortplanting en infecties van de NVOG ## Elke afwijkende test die bij de donor gevonden wordt, zal met hem worden gecommuniceerd tenzij hij van tevoren heeft aangegeven dat hij daar bezwaar tegen Alle potentiële donoren krijgen een intake gesprek met een psycholoog, maatschappelijk werker of arts met expertise op het gebied van voortplanting##,## Realiseert de donor zich dat hij met zijn spermadonatie een lange-termijn-verbintenis Realiseert de donor zich dat meerdere kinderen hem mogelijk zouden willen ontmoeten? Voor hoeveel gezinnen, met een maximum van ##, wil de donor doneren? werker/psycholoog/arts wordt ingeschat dat mogelijk de consequenties van het donorschap niet goed worden overzien, extra gesprekken te voeren en zo nodig een bedenktijd in te lassen Ongeveer ##% van de donoren doneert primair om altruïstische redenen, en bij ##% speelt ook een wens tot voortplanting een rol## Een ander motief kan nieuwsgierigheid naar eigen vruchtbaarheid zijn## De werkgroep vindt het acceptabel dat er een bijkomende wens mag zijn De donor kan te allen tijde om begeleiding vragen Hij heeft het recht zijn donaties te laten vernietigen Bij overlijden wordt het sperma vernietigd, tenzij hij een wilsverklaring heeft afgelegd over postuum gebruik Dit geldt niet voor embryo’s, bij embryo’s gaat de zeggenschap over op degene voor wie de embryo’s tot stand zijn gebracht (artikel # en # van de Embryowet).
589
nvog
De donor zal gevraagd worden zich te laten onderzoeken op seksueel overdraagbare infecties conform het standpunt geassisteerde voortplanting en infecties van de NVOG ## Elke afwijkende test die bij de donor gevonden wordt, zal met hem worden gecommuniceerd tenzij hij van tevoren heeft aangegeven dat hij daar bezwaar tegen Alle potentiële donoren krijgen een intake gesprek met een psycholoog, maatschappelijk werker of arts met expertise op het gebied van voortplanting##,## Realiseert de donor zich dat hij met zijn spermadonatie een lange-termijn-verbintenis Realiseert de donor zich dat meerdere kinderen hem mogelijk zouden willen ontmoeten? Voor hoeveel gezinnen, met een maximum van ##, wil de donor doneren? werker/psycholoog/arts wordt ingeschat dat mogelijk de consequenties van het donorschap niet goed worden overzien, extra gesprekken te voeren en zo nodig een bedenktijd in te lassen Ongeveer ##% van de donoren doneert primair om altruïstische redenen, en bij ##% speelt ook een wens tot voortplanting een rol## Een ander motief kan nieuwsgierigheid naar eigen vruchtbaarheid zijn## De werkgroep vindt het acceptabel dat er een bijkomende wens mag zijn De donor kan te allen tijde om begeleiding vragen Hij heeft het recht zijn donaties te laten vernietigen Bij overlijden wordt het sperma vernietigd, tenzij hij een wilsverklaring heeft afgelegd over postuum gebruik Dit geldt niet voor embryo’s, bij embryo’s gaat de zeggenschap over op degene voor wie de embryo’s tot stand zijn gebracht (artikel # en # van de Embryowet) Volgens de voorschriften van de Europese richtlijn van de Europese gemeenschap t a v weefsel en gameetdonaties##, staat in de onderstaande bijlage VII een punt dat spermadonoren op autosomaal recessieve aandoeningen worden getest, waarvan op grond van internationale wetenschappelijke gegevens bekend is, dat zij in de etnische achtergrond van de donor in een Genetisch screenen wordt in <LOCATIE> echter niet los van een hulpvraag aangeboden Hiermee wordt bedoeld dat er een indicatie moet zijn tot screenen, bijvoorbeeld indien men hoort tot een bepaalde subpopulatie Dit betekent dat het preventief screenen op autosomaal recessieve aandoeningen niet standaard door de overheid aangeboden wordt en in lijn met dit standpunt zal ook de donor niet getest worden op dragerschap In <LOCATIE> wordt bij de donor een genetische anamnese afgenomen Bij een positieve anamnese of bij een aangeboren afwijking wordt een consult bij een klinisch geneticus aangevraagd Aan de hand van een van duidelijke gestructureerde genetische anamnese##,## en het opstellen van een #e generatie stamboom wordt een inschatting gemaakt van het risico van overdracht van erfelijke aandoeningen Het al dan niet inzetten van aanvullend genetisch onderzoek wordt bepaald door bevindingen bij de gestructureerde anamnese en het #e generatie stamboomonderzoek Genetisch screenen brengt morele verantwoordelijkheid met zich mee en dient pas plaats te vinden nadat de consequenties goed besproken zijn en toestemming is verkregen## Deze morele verantwoordelijkheid is nog groter voor een spermadonor die op dat moment geen eigen kinderwens heeft Het is dan ook van belang dat de donor goed geïnformeerd wordt over de.
570
nvog
v weefsel en gameetdonaties##, staat in de onderstaande bijlage VII een punt dat spermadonoren op autosomaal recessieve aandoeningen worden getest, waarvan op grond van internationale wetenschappelijke gegevens bekend is, dat zij in de etnische achtergrond van de donor in een Genetisch screenen wordt in <LOCATIE> echter niet los van een hulpvraag aangeboden Hiermee wordt bedoeld dat er een indicatie moet zijn tot screenen, bijvoorbeeld indien men hoort tot een bepaalde subpopulatie Dit betekent dat het preventief screenen op autosomaal recessieve aandoeningen niet standaard door de overheid aangeboden wordt en in lijn met dit standpunt zal ook de donor niet getest worden op dragerschap In <LOCATIE> wordt bij de donor een genetische anamnese afgenomen Bij een positieve anamnese of bij een aangeboren afwijking wordt een consult bij een klinisch geneticus aangevraagd Aan de hand van een van duidelijke gestructureerde genetische anamnese##,## en het opstellen van een #e generatie stamboom wordt een inschatting gemaakt van het risico van overdracht van erfelijke aandoeningen Het al dan niet inzetten van aanvullend genetisch onderzoek wordt bepaald door bevindingen bij de gestructureerde anamnese en het #e generatie stamboomonderzoek Genetisch screenen brengt morele verantwoordelijkheid met zich mee en dient pas plaats te vinden nadat de consequenties goed besproken zijn en toestemming is verkregen## Deze morele verantwoordelijkheid is nog groter voor een spermadonor die op dat moment geen eigen kinderwens heeft Het is dan ook van belang dat de donor goed geïnformeerd wordt over de Bij milde genetische afwijkingen##b zal in multidisciplinair overleg (klinisch genetici, de donor wel of niet geaccepteerd kan worden In de voorlichting naar de vrouwen wordt duidelijk gemaakt dat haar kans op het krijgen van een kind met een aangeboren afwijking ongeveer #% (algemene populatierisico) is en daarmee niet verhoogd ten opzichte van het krijgen van een kind met een aangeboren afwijking van een partner In algemene zin zal in de voorlichting voor de vrouw (zie bijlage VII) genoemd worden dat donoren middels een uitgebreide genetische vragenlijst gescreend worden op genetische afwijkingen en dat donoren met milde genetische afwijkingen worden geaccepteerd als donor De donor zal worden gevraagd om onmiddellijk melding te maken indien er bij hem of in zijn Indien een wensmoeder afkomstig is uit een subpopulatie, wordt óf geen donor uit dezelfde subpopulatie gekozen óf wordt er genetisch getest op dragerschap Indien een wensmoeder afkomstig is uit een subpopulatie en er alleen een donor, na matching op uiterlijke kenmerken, beschikbaar is uit eenzelfde subpopulatie, wordt de wensmoeder doorverwezen naar de klinisch geneticus voor genetische anamnese en screening Zij wordt getest, indien gewenst, op de recessieve aandoening, en bij gebleken dragerschap zal tevens de De wensmoeder zal worden gevraagd onmiddellijk melding te maken indien zij een kind krijgt met een aangeboren afwijking Indien in de zwangerschap of na de geboorte van het kind een vermoeden is op een erfelijke aandoening, of als de donor melding maakt van een erfelijke aandoening bij hem of zijn familieleden zal de uitgifte van het sperma onmiddellijk worden.
546
nvog
genetici, de donor wel of niet geaccepteerd kan worden In de voorlichting naar de vrouwen wordt duidelijk gemaakt dat haar kans op het krijgen van een kind met een aangeboren afwijking ongeveer #% (algemene populatierisico) is en daarmee niet verhoogd ten opzichte van het krijgen van een kind met een aangeboren afwijking van een partner In algemene zin zal in de voorlichting voor de vrouw (zie bijlage VII) genoemd worden dat donoren middels een uitgebreide genetische vragenlijst gescreend worden op genetische afwijkingen en dat donoren met milde genetische afwijkingen worden geaccepteerd als donor De donor zal worden gevraagd om onmiddellijk melding te maken indien er bij hem of in zijn Indien een wensmoeder afkomstig is uit een subpopulatie, wordt óf geen donor uit dezelfde subpopulatie gekozen óf wordt er genetisch getest op dragerschap Indien een wensmoeder afkomstig is uit een subpopulatie en er alleen een donor, na matching op uiterlijke kenmerken, beschikbaar is uit eenzelfde subpopulatie, wordt de wensmoeder doorverwezen naar de klinisch geneticus voor genetische anamnese en screening Zij wordt getest, indien gewenst, op de recessieve aandoening, en bij gebleken dragerschap zal tevens de De wensmoeder zal worden gevraagd onmiddellijk melding te maken indien zij een kind krijgt met een aangeboren afwijking Indien in de zwangerschap of na de geboorte van het kind een vermoeden is op een erfelijke aandoening, of als de donor melding maakt van een erfelijke aandoening bij hem of zijn familieleden zal de uitgifte van het sperma onmiddellijk worden de donor afkomstig is In geval dat het sperma verkregen is via een commerciële buitenlandse spermabank, zal deze op de hoogte worden gebracht en is het de taak van de spermabank, indien geïndiceerd, de donor niet meer in te zetten voor volgende kinderen, tevens is het haar taak om alle klinieken die sperma van deze donor op voorraad hebben te waarschuwen De klinieken die sperma inkopen van commerciële buitenlandse banken hebben hiertoe een contract opgesteld met de commerciële spermabank waarin deze handelwijze wordt geborgd De eisen die vanuit infectiescreening zijn gesteld aan donorsperma zijn vastgelegd in het vigerende standpunt ‘Geassisteerde voortplanting en infecties’## van de NVOG en de De kwaliteit van het sperma dat gebruikt wordt voor inseminatie dient te voldoen aan minimumeisen teneinde een reële kans op zwangerschap te bewerkstelligen De grenzen voor deze kwaliteit zijn op dit moment onvoldoende onderzocht In <LOCATIE> wordt op dit moment landelijk onderzoek verricht naar de te hanteren grenzen voor ICI en IUI met donorsperma Als leidraad voor de criteria van de kwaliteit van het sperma voor verschillende vormen van geassisteerde voortplanting (IUI/IVF) wordt verwezen naar de landelijke richtlijn subfertiliteit## Wel dient er op gewezen te worden dat deze waarden zijn gebaseerd op gegevens van de behandeling van subfertiele paren met ongewenste De donor is bereid tot het ondertekenen van de donorcontracten (Bijlagen III, IV) Alle punten uit de donorovereenkomst worden vóór ondertekening mondeling De donor is bereid zich te identificeren met geldig paspoort De donor is bereid tot landelijke registratie van zijn persoonsidentificerende gegevens bij.
553
nvog
geval dat het sperma verkregen is via een commerciële buitenlandse spermabank, zal deze op de hoogte worden gebracht en is het de taak van de spermabank, indien geïndiceerd, de donor niet meer in te zetten voor volgende kinderen, tevens is het haar taak om alle klinieken die sperma van deze donor op voorraad hebben te waarschuwen De klinieken die sperma inkopen van commerciële buitenlandse banken hebben hiertoe een contract opgesteld met de commerciële spermabank waarin deze handelwijze wordt geborgd De eisen die vanuit infectiescreening zijn gesteld aan donorsperma zijn vastgelegd in het vigerende standpunt ‘Geassisteerde voortplanting en infecties’## van de NVOG en de De kwaliteit van het sperma dat gebruikt wordt voor inseminatie dient te voldoen aan minimumeisen teneinde een reële kans op zwangerschap te bewerkstelligen De grenzen voor deze kwaliteit zijn op dit moment onvoldoende onderzocht In <LOCATIE> wordt op dit moment landelijk onderzoek verricht naar de te hanteren grenzen voor ICI en IUI met donorsperma Als leidraad voor de criteria van de kwaliteit van het sperma voor verschillende vormen van geassisteerde voortplanting (IUI/IVF) wordt verwezen naar de landelijke richtlijn subfertiliteit## Wel dient er op gewezen te worden dat deze waarden zijn gebaseerd op gegevens van de behandeling van subfertiele paren met ongewenste De donor is bereid tot het ondertekenen van de donorcontracten (Bijlagen III, IV) Alle punten uit de donorovereenkomst worden vóór ondertekening mondeling De donor is bereid zich te identificeren met geldig paspoort De donor is bereid tot landelijke registratie van zijn persoonsidentificerende gegevens bij De donor is bereid een donorpaspoort te schrijven, waarin fysieke kenmerken, opleiding, beroep, sociale achtergrond, persoonlijke kenmerken en motivatie kenbaar gemaakt De donor is bereid om gedurende de donatieperiode het risico op het oplopen van een De donor verklaart gezond te zijn en zal medische gegevens die van belang zijn voor zijn donorschap en de gezonde ontwikkeling van de toekomstige kinderen, indien van De donor is bereid te doneren voor meerdere kinderen De donor verklaart zich maar bij één spermabank in te schrijven en zich te onthouden van donorschap langs andere kanalen zoals aanbiedingen via internet De donor is bereid een overeenkomst met de bewaargever te tekenen (Bijlage V) Het maximale aantal kinderen per donor wordt bepaald door verschillende aspecten tegen elkaar af te wegen Deze aspecten zijn de kans op inteelt, de kans op het wijd verspreiden van een genetische aandoening, het belang van het kind, de overwegingen van de donor, en het belang van de wensmoeder en partner In Europees verband ligt er een advies van een internationale gelegenheidswerkgroep over het maximale aantal kinderen per spermadonor, indien internationaal (binnen Europa) gebruikt De aanbeveling van deze groep komt uit op ### gezinnen waarbij men rekent op # kinderen per gezin ## Hiermee worden ouders de kans gegeven meerdere kinderen van eenzelfde donor te krijgen, waar veelal een sterke wens toe is, en wat ook in het belang is van de donornakomelingen##,## Het is voor de wensouder(s) en het.
562
nvog
De donor is bereid een donorpaspoort te schrijven, waarin fysieke kenmerken, opleiding, beroep, sociale achtergrond, persoonlijke kenmerken en motivatie kenbaar gemaakt De donor is bereid om gedurende de donatieperiode het risico op het oplopen van een De donor verklaart gezond te zijn en zal medische gegevens die van belang zijn voor zijn donorschap en de gezonde ontwikkeling van de toekomstige kinderen, indien van De donor is bereid te doneren voor meerdere kinderen De donor verklaart zich maar bij één spermabank in te schrijven en zich te onthouden van donorschap langs andere kanalen zoals aanbiedingen via internet De donor is bereid een overeenkomst met de bewaargever te tekenen (Bijlage V) Het maximale aantal kinderen per donor wordt bepaald door verschillende aspecten tegen elkaar af te wegen Deze aspecten zijn de kans op inteelt, de kans op het wijd verspreiden van een genetische aandoening, het belang van het kind, de overwegingen van de donor, en het belang van de wensmoeder en partner In Europees verband ligt er een advies van een internationale gelegenheidswerkgroep over het maximale aantal kinderen per spermadonor, indien internationaal (binnen Europa) gebruikt De aanbeveling van deze groep komt uit op ### gezinnen waarbij men rekent op # kinderen per gezin ## Hiermee worden ouders de kans gegeven meerdere kinderen van eenzelfde donor te krijgen, waar veelal een sterke wens toe is, en wat ook in het belang is van de donornakomelingen##,## Het is voor de wensouder(s) en het volgende kinderen van dezelfde donor afkomstig zijn Anderzijds is het in het belang van het kind dat er een limiet wordt gesteld aan het aantal kinderen per donor Een donorkind dat later op zoek gaat naar bloedverwanten zou met een groot aantal halfbroertjes of halfzusjes kunnen worden geconfronteerd Op dit moment is niet bekend hoe donorkinderen dit ervaren Er zijn enkele aanwijzingen dat het contact met halfbroertjes of halfzusjes als zeer positief wordt De Gezondheidsraad heeft in ###-### in opdracht van de minister de huidige CBO-richtlijn geëvalueerd en is tot een advies gekomen over het maximale aantal kinderen per spermadonor## De CBO-richtlijn kwam op basis van een berekening uit op een totaal van ## kinderen Uit deze berekening kwam dat geen verhoging van het risico op consanguïniteit plaatsvindt bij ## of minder kinderen per donor Sinds ### zijn er diverse veranderingen opgetreden die de CBO-berekening beïnvloeden De belangrijkste twee veranderingen zijn het verbod op het gebruik van anonieme donoren en de samenstelling van de populatie vrouwen die een KID-behandeling ondergaat Spermadonoren zijn tegenwoordig niet meer anoniem maar worden geregistreerd bij een register Kinderen die ## zijn kunnen daar de persoonidentificerende gegevens opvragen van de spermadonor van wie zij afstammen Het is lastig een schatting te maken van het aantal kinderen dat dat ook daadwerkelijk doet Vroeger werd niet alle kinderen verteld dat ze donorkinderen waren, omdat infertiliteit een taboe was en het echtpaar niet wilde laten merken dat zij een donorkind hadden Tegenwoordig is een derde van.
567
nvog
is het in het belang van het kind dat er een limiet wordt gesteld aan het aantal kinderen per donor Een donorkind dat later op zoek gaat naar bloedverwanten zou met een groot aantal halfbroertjes of halfzusjes kunnen worden geconfronteerd Op dit moment is niet bekend hoe donorkinderen dit ervaren Er zijn enkele aanwijzingen dat het contact met halfbroertjes of halfzusjes als zeer positief wordt De Gezondheidsraad heeft in ###-### in opdracht van de minister de huidige CBO-richtlijn geëvalueerd en is tot een advies gekomen over het maximale aantal kinderen per spermadonor## De CBO-richtlijn kwam op basis van een berekening uit op een totaal van ## kinderen Uit deze berekening kwam dat geen verhoging van het risico op consanguïniteit plaatsvindt bij ## of minder kinderen per donor Sinds ### zijn er diverse veranderingen opgetreden die de CBO-berekening beïnvloeden De belangrijkste twee veranderingen zijn het verbod op het gebruik van anonieme donoren en de samenstelling van de populatie vrouwen die een KID-behandeling ondergaat Spermadonoren zijn tegenwoordig niet meer anoniem maar worden geregistreerd bij een register Kinderen die ## zijn kunnen daar de persoonidentificerende gegevens opvragen van de spermadonor van wie zij afstammen Het is lastig een schatting te maken van het aantal kinderen dat dat ook daadwerkelijk doet Vroeger werd niet alle kinderen verteld dat ze donorkinderen waren, omdat infertiliteit een taboe was en het echtpaar niet wilde laten merken dat zij een donorkind hadden Tegenwoordig is een derde van We kunnen ervan uitgaan dat de eerste twee categorieën hun kinderen zullen vertellen dat ze donorkind zijn De kans op consanguïniteit door het opheffen van de anonimiteit en de veranderde samenstelling van de populatie vrouwen die gebruikmaakt van donorsperma is hierdoor zeer Daarnaast is gekozen voor maximaal ## kinderen per donor omdat, indien een donor drager blijkt te zijn van een genetische aandoening, deze afwijking zich zal kunnen verspreiden naar meerdere kinderen Van belang hierbij is dat het daarbij afhangt van het moment waarop de aandoening zich manifesteert Indien het gaat om een evidente aangeboren afwijking die al bij de geboorte wordt ontdekt, dan zal het niet meer gebruiken van het sperma van de betreffende donor het aantal aangedane kinderen beperken Gaat het echter om een afwijking die zich pas op latere leeftijd manifesteert dan is het aannemelijk, dat het aantal kinderen dat ontstaan is gebruikmakend van het sperma van de betreffende donor, veel groter is Ook in het belang van de donor, die later geconfronteerd zou kunnen worden met alle kinderen die met zijn sperma zijn verwekt, is het wenselijk om het maximaal aantal kinderen niet te groot te kiezen Het staat de spermabank vrij om indien een donor aangeeft slechts een heel beperkt aantal kinderen te willen laten ontstaan, op basis van een kosten-baten-afweging een donor af Het verzoek van de minister om advies over de juistheid, relevantie en wenselijkheid van een maximum van het aantal kinderen per donor komt voort uit een aantal ontwikkelingen.
548
nvog
dat de eerste twee categorieën hun kinderen zullen vertellen dat ze donorkind zijn De kans op consanguïniteit door het opheffen van de anonimiteit en de veranderde samenstelling van de populatie vrouwen die gebruikmaakt van donorsperma is hierdoor zeer Daarnaast is gekozen voor maximaal ## kinderen per donor omdat, indien een donor drager blijkt te zijn van een genetische aandoening, deze afwijking zich zal kunnen verspreiden naar meerdere kinderen Van belang hierbij is dat het daarbij afhangt van het moment waarop de aandoening zich manifesteert Indien het gaat om een evidente aangeboren afwijking die al bij de geboorte wordt ontdekt, dan zal het niet meer gebruiken van het sperma van de betreffende donor het aantal aangedane kinderen beperken Gaat het echter om een afwijking die zich pas op latere leeftijd manifesteert dan is het aannemelijk, dat het aantal kinderen dat ontstaan is gebruikmakend van het sperma van de betreffende donor, veel groter is Ook in het belang van de donor, die later geconfronteerd zou kunnen worden met alle kinderen die met zijn sperma zijn verwekt, is het wenselijk om het maximaal aantal kinderen niet te groot te kiezen Het staat de spermabank vrij om indien een donor aangeeft slechts een heel beperkt aantal kinderen te willen laten ontstaan, op basis van een kosten-baten-afweging een donor af Het verzoek van de minister om advies over de juistheid, relevantie en wenselijkheid van een maximum van het aantal kinderen per donor komt voort uit een aantal ontwikkelingen Dit heeft verschillende oorzaken Ten eerste heeft het te maken met reserveringen van sperma voor #e kinderen Er is een groot draagvlak zowel in de klinieken als bij de wensouder(s) om ervoor te zorgen dat binnen één gezin de kinderen afkomstig zijn van dezelfde donor Maar niet elk gezin wil twee kinderen Ten tweede, sommige vrouwen hebben een IVF-behandeling nodig om zwanger te worden Bij IVF ontstaan er meerdere embryo’s, die kunnen worden gecryopreserveerd Wensouder(s) kennen een emotionele waarde toe aan deze cryo-embryo’s Om te voorkomen dat de grens van ## kinderen per donor niet wordt overschreden, zou elk cryo- embryo moeten meetellen als kind Dit maakt het gebruik van donorsperma inefficiënt De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in haar rapport “Van donor tot donorkind opgemerkt dat er geen eenduidig beleid is wat betreft reserveringen van sperma voor ) #e kinderen en vraagt het veld om hier een gezamenlijk standpunt over in te nemen In navolging van het advies van de internationale werkgroep## stelt de werkgroep dat het tellen van nakomelingen in termen van individuele kinderen beter vervangen zou kunnen worden door telling in aantal gezinnen De werkgroep stelt voor om een donor in te zetten voor maximaal ## gezinnen (of indien de donor dat wenst minder) en de grens van ## individuele kinderen los te Hiermee is het gebruik van hetzelfde donorsperma voor een #e of #e kind gegarandeerd en zijn ook de, uit donorsperma ontstane embryo’s, beschermd tegen voortijdige vernietiging De.
561
nvog
eerste heeft het te maken met reserveringen van sperma voor #e kinderen Er is een groot draagvlak zowel in de klinieken als bij de wensouder(s) om ervoor te zorgen dat binnen één gezin de kinderen afkomstig zijn van dezelfde donor Maar niet elk gezin wil twee kinderen Ten tweede, sommige vrouwen hebben een IVF-behandeling nodig om zwanger te worden Bij IVF ontstaan er meerdere embryo’s, die kunnen worden gecryopreserveerd Wensouder(s) kennen een emotionele waarde toe aan deze cryo-embryo’s Om te voorkomen dat de grens van ## kinderen per donor niet wordt overschreden, zou elk cryo- embryo moeten meetellen als kind Dit maakt het gebruik van donorsperma inefficiënt De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in haar rapport “Van donor tot donorkind opgemerkt dat er geen eenduidig beleid is wat betreft reserveringen van sperma voor ) #e kinderen en vraagt het veld om hier een gezamenlijk standpunt over in te nemen In navolging van het advies van de internationale werkgroep## stelt de werkgroep dat het tellen van nakomelingen in termen van individuele kinderen beter vervangen zou kunnen worden door telling in aantal gezinnen De werkgroep stelt voor om een donor in te zetten voor maximaal ## gezinnen (of indien de donor dat wenst minder) en de grens van ## individuele kinderen los te Hiermee is het gebruik van hetzelfde donorsperma voor een #e of #e kind gegarandeerd en zijn ook de, uit donorsperma ontstane embryo’s, beschermd tegen voortijdige vernietiging De te verkrijgen, zal dan niet kunnen worden nagekomen als het kind jongere broertjes of zusjes heeft Het is van belang dit in de counseling van de donoren mee te nemen De uitvoerend arts stelt de indicatie tot het gebruik van donorsperma De spermabank levert het sperma aan de uitvoerende arts op contractuele basis conform de Wet veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal De spermabank is verantwoordelijk voor selectie van een bijpassende donor op grond van uiterlijke kenmerken De spermabank is De donor levert zijn sperma aan de spermabank en is niet betrokken bij de indicatiestelling Zijn donatie is in principe ongeconditioneerd De donor mag niet aangeven dat zijn donatie niet bestemd mag worden voor bepaalde wensouder(s) De spermabanken zullen dus niet tegemoet komen aan voorwaarden van spermadonoren over seksuele gerichtheid, godsdienst, ras, nationaliteit en burgerlijke staat van de wensouder(s) Naar aanleiding van Kamervragen (bijlage IX) heeft de NVOG advies gevraagd aan de Commissie voor de Rechten van de <PERSOON> De Commissie voor de Rechten van de <PERSOON> heeft in dit kader geoordeeld dat het belang van wensouder(s) om niet te worden gediscrimineerd zwaarder weegt dan het De wensouder(s) kunnen geen aanspraak maken op een donor van hun keuze, met uitzondering voor de keuze voor een eigen donor; zij mogen wel hun voorkeur aangeven De donorselectie wordt verricht door de spermabank of in samenspraak met de wensouder(s) Het is hier van belang dat het kind zich later kan identificeren met de wensouder(s).
566
nvog