text
stringlengths
80
6.25k
text_len
int64
32
3.12k
src
stringclasses
7 values
De nog lopende Nederlandse HIRISE studie hoopt in ### antwoord te geven op de vraag of HST na RRSO een verandering geeft van de densiteit van het borstklierweefsel (als surrogaat voor borstkankerrisico) en kwaliteit van leven, bij hoog risico vrouwen met intact borstklierweefsel Vrouwen met een initieel verhoogd risico op mammacarcinoom, die een risicoreducerende Studies die specifiek kijken naar mammacarcinoom risico bij gezonde mutatiedraagsters die kozen voor een profylactische mastectomie en het gebruik van HST zijn niet beschikbaar De kans op een primair mammacarcinoom na profylactische mastectomie is sterk verlaagd met ##-###% afhankelijk van de leeftijd ten tijde van de operatie [<PERSOON> ###], en dus lager dan het populatierisico In de Nederlandse studie wordt bij een follow-up van <DATUM> jaar na preventieve mastectomie geen primair mammacarcinoom gevonden (incidentie # versus ## per ### PYO), met een trend voor een verbeterde overleving [<PERSOON> ###] Rekening houdende met de data over de invloed van HST bij mutatiedraagsters met intact borstklierweefsel en de resultaten over het risico op borstkanker na preventieve mastectomie is er derhalve geen contra-indicatie voor gebruik van HST bij deze groep vrouwen (in principe niet langer dan tot de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar) Verschillende preparaten en toedieningswegen van HST zijn beschikbaar; oraal, transdermaal, een combinatie van orale oestrogenen met lokaal progestagenen (via een IUD), en overige preparaten zoals tibolon Wanneer de uterus nog in situ is, dienen oestrogenen in combinatie met progestagenen, sequentieel of cyclisch, gegeven te worden omdat het risico op endometriumcarcinoom anders Het lijkt erop dat juist de progestagenen verantwoordelijk zijn voor een verhoging van het risico op mammacarcinoom [Chebowski ###, Beral ###, <PERSOON> ###] Een mogelijkheid is om naast orale of transdermale oestrogenen een levonorgestrelhoudend spiraal te gebruiken om het baarmoederslijmvlies te beschermen Het is niet bekend wat het effect is van dit spiraaltje op het risico op mammacarcinoom, maar gezien de lage serumspiegel van progestageen bij gebruik van levonorgestrelhoudend IUD is geen groot effect te verwachten Het steroid tibolon heeft oestrogene, progestagene en androgene activiteit Het stimuleert het endometrium niet en kan daarom zonder progestativum gegeven worden Tibolon <DATUM> mg/dag geeft vooral in het eerste jaar minder doorbraakbloedingen dan sequentieel gecombineerde oestrogenen met progestagenen [Formoso ###, Hammar ###, Al-Azzawi ###] In een review werd gesuggereerd dat tibolon mogelijk minder effectief is in het verlichten van de climacteriële klachten dan de combinatiepreparaten [Formoso ###], terwijl anderen dit niet vonden [Hammar ###, AlAzzawi ###] Tibolon heeft door de androgene component mogelijk een gunstiger effect op het libido [<PERSOON> ###] Een ander voordeel van tibolon is dat het de densiteit van het borstweefsel niet verhoogt, waardoor de beoordeelbaarheid van het mammogram niet verandert [Valdivia ###, Lundstrom ###, Colacurci ###] De actuele beschikbaarheid van preparaten is te Als postmenopauzale vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar na een natuurlijke menopauze HST gebruiken vanwege climacteriële klachten, verhogen zij hun relatief risico op mammacarcinoom en wordt.
620
nvog
Het lijkt erop dat juist de progestagenen verantwoordelijk zijn voor een verhoging van het risico op mammacarcinoom [Chebowski ###, Beral ###, <PERSOON> ###] Een mogelijkheid is om naast orale of transdermale oestrogenen een levonorgestrelhoudend spiraal te gebruiken om het baarmoederslijmvlies te beschermen Het is niet bekend wat het effect is van dit spiraaltje op het risico op mammacarcinoom, maar gezien de lage serumspiegel van progestageen bij gebruik van levonorgestrelhoudend IUD is geen groot effect te verwachten Het steroid tibolon heeft oestrogene, progestagene en androgene activiteit Het stimuleert het endometrium niet en kan daarom zonder progestativum gegeven worden Tibolon <DATUM> mg/dag geeft vooral in het eerste jaar minder doorbraakbloedingen dan sequentieel gecombineerde oestrogenen met progestagenen [Formoso ###, Hammar ###, Al-Azzawi ###] In een review werd gesuggereerd dat tibolon mogelijk minder effectief is in het verlichten van de climacteriële klachten dan de combinatiepreparaten [Formoso ###], terwijl anderen dit niet vonden [Hammar ###, AlAzzawi ###] Tibolon heeft door de androgene component mogelijk een gunstiger effect op het libido [<PERSOON> ###] Een ander voordeel van tibolon is dat het de densiteit van het borstweefsel niet verhoogt, waardoor de beoordeelbaarheid van het mammogram niet verandert [Valdivia ###, Lundstrom ###, Colacurci ###] De actuele beschikbaarheid van preparaten is te Als postmenopauzale vrouwen boven de <LEEFTIJD> jaar na een natuurlijke menopauze HST gebruiken vanwege climacteriële klachten, verhogen zij hun relatief risico op mammacarcinoom en wordt behandeling noodzakelijk is [Sturdee ###, Mijatovic ###] Vrouwen die HST gebruiken omdat zij al op jonge leeftijd in de overgang zijn gekomen (POF, prematuur ovarieel falen), wordt over het algemeen geadviseerd om HST te gebruiken om de oestrogeenderving op te vangen en pas te stoppen rond de leeftijd waarop vrouwen normaliter in de overgang komen (omstreeks <LEEFTIJD> jaar) [NVOG Voor BRCA<DATUM> mutatiedraagsters met een (initieel) verhoogd risico op mammacarcinoom die als gevolg van een RRSO vroegtijdig, acuut in de overgang komen, is er weinig onderzoek gedaan naar de duur van HST-gebruik Indien HST gebruikt wordt in verband met menopauzale klachten en ter preventie van lange termijn effecten, is het rationeel om bij vrouwen na een risicoreducerende mastectomie tot de leeftijd van ##-<LEEFTIJD> jaar door te gaan, hetgeen ook overeenkomt met de literatuurgegevens en de adviezen van andere onderzoeksgroepen Vrouwen die gebruik willen maken van het risicoreducerend effect van de RRSO op de kans op mammacarcinoom, kunnen overwegen het HST-gebruik voor hun <LEEFTIJD> jaar te staken, om zo nog een deel van de risicoreductie ‘mee te pakken’ Waarschijnlijk wegen bij de meeste vrouwen de voordelen van HST op tegen de effecten van een acute, voortijdige overgang, maar precieze data ontbreken Langer doorgaan dan tot de leeftijd van de natuurlijke menopauze wordt afgeraden, in verband met een toename van het relatieve risico op mammacarcinoom ten opzichte van leeftijdsgenoten in een zelfde situatie voor HST met oestrogenen In geval van een voorgeschiedenis met een oestrogeengevoelige maligniteit (endometriumcarcinoom) kan overwogen worden HST in de vorm van progestagenen voor.
621
nvog
zij al op jonge leeftijd in de overgang zijn gekomen (POF, prematuur ovarieel falen), wordt over het algemeen geadviseerd om HST te gebruiken om de oestrogeenderving op te vangen en pas te stoppen rond de leeftijd waarop vrouwen normaliter in de overgang komen (omstreeks <LEEFTIJD> jaar) [NVOG Voor BRCA<DATUM> mutatiedraagsters met een (initieel) verhoogd risico op mammacarcinoom die als gevolg van een RRSO vroegtijdig, acuut in de overgang komen, is er weinig onderzoek gedaan naar de duur van HST-gebruik Indien HST gebruikt wordt in verband met menopauzale klachten en ter preventie van lange termijn effecten, is het rationeel om bij vrouwen na een risicoreducerende mastectomie tot de leeftijd van ##-<LEEFTIJD> jaar door te gaan, hetgeen ook overeenkomt met de literatuurgegevens en de adviezen van andere onderzoeksgroepen Vrouwen die gebruik willen maken van het risicoreducerend effect van de RRSO op de kans op mammacarcinoom, kunnen overwegen het HST-gebruik voor hun <LEEFTIJD> jaar te staken, om zo nog een deel van de risicoreductie ‘mee te pakken’ Waarschijnlijk wegen bij de meeste vrouwen de voordelen van HST op tegen de effecten van een acute, voortijdige overgang, maar precieze data ontbreken Langer doorgaan dan tot de leeftijd van de natuurlijke menopauze wordt afgeraden, in verband met een toename van het relatieve risico op mammacarcinoom ten opzichte van leeftijdsgenoten in een zelfde situatie voor HST met oestrogenen In geval van een voorgeschiedenis met een oestrogeengevoelige maligniteit (endometriumcarcinoom) kan overwogen worden HST in de vorm van progestagenen voor Het gebruik van hormonale substitutietherapie (HST) vermindert de ernst en frequentie van climacteriële klachten, maar neemt niet altijd alle symptomen weg Het is aannemelijk dat verschillende leefstijlfactoren (roken, alcoholgebruik, beweging, verhoogde BMI) een effect hebben op het aantal en de ernst van opvliegers Het is niet duidelijk in hoeverre interventie op de genoemde leefstijl factoren effect heeft <PERSOON> ### HST gebruik na mammacarcinoom wordt ontraden in verband met een verhoogd risico Holmberg ###, Kenemans ###, Richtlijn Mammacarcinoom ### Alternatieve therapieën (acupunctuur, homeopathie, isoflavonen, fyto-oestrogenen) zijn <PERSOON> Het placebo-effect van alle preparaten tegen opvliegers is ongeveer ##% In het algemeen geldt dat niet-hormonale behandelingen (clonidine, gabapentine, venlafaxine) tegen opvliegers matig effectief zijn (reductie van ##-##%), ten opzichte van <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> Het is aangetoond dat Serotonine heropnameremmers (SSRI’s) het aantal en de ernst De werkgroep is van mening dat de veiligheid van isoflavonen en fyto-oestrogenen niet voldoende is onderzocht bij vrouwen met mammacarcinoom in de voorgeschiedenis Het is aangetoond dat HST met gecombineerd oestrogenen en progestagenen ##% effectiever is in de behandeling van opvliegers en nachtelijk zweten dan placebo Er zijn aanwijzingen dat tibolon minder effectief is in het verlichten van de climacteriële HST bij BRCA-mutatiedraagsters na RRSO op premenopauzale leeftijd, doet een deel Het is aannemelijk dat kortdurend HST-gebruik na RRSO het risico op het ontstaan van primair mammacarcinoom bij vrouwen met een BRCA<DATUM> mutatie niet verandert ten.
603
nvog
de ernst en frequentie van climacteriële klachten, maar neemt niet altijd alle symptomen weg Het is aannemelijk dat verschillende leefstijlfactoren (roken, alcoholgebruik, beweging, verhoogde BMI) een effect hebben op het aantal en de ernst van opvliegers Het is niet duidelijk in hoeverre interventie op de genoemde leefstijl factoren effect heeft <PERSOON> ### HST gebruik na mammacarcinoom wordt ontraden in verband met een verhoogd risico Holmberg ###, Kenemans ###, Richtlijn Mammacarcinoom ### Alternatieve therapieën (acupunctuur, homeopathie, isoflavonen, fyto-oestrogenen) zijn <PERSOON> Het placebo-effect van alle preparaten tegen opvliegers is ongeveer ##% In het algemeen geldt dat niet-hormonale behandelingen (clonidine, gabapentine, venlafaxine) tegen opvliegers matig effectief zijn (reductie van ##-##%), ten opzichte van <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> Het is aangetoond dat Serotonine heropnameremmers (SSRI’s) het aantal en de ernst De werkgroep is van mening dat de veiligheid van isoflavonen en fyto-oestrogenen niet voldoende is onderzocht bij vrouwen met mammacarcinoom in de voorgeschiedenis Het is aangetoond dat HST met gecombineerd oestrogenen en progestagenen ##% effectiever is in de behandeling van opvliegers en nachtelijk zweten dan placebo Er zijn aanwijzingen dat tibolon minder effectief is in het verlichten van de climacteriële HST bij BRCA-mutatiedraagsters na RRSO op premenopauzale leeftijd, doet een deel Het is aannemelijk dat kortdurend HST-gebruik na RRSO het risico op het ontstaan van primair mammacarcinoom bij vrouwen met een BRCA<DATUM> mutatie niet verandert ten mammacarcinoom door kortdurend HST niet volledig teniet gedaan wordt De duur van HST-gebruik is een keuze van de patiente en haar arts Korter gebruik dan tot het ## levensjaar leidt tot een lagere kans op mammacarcinoom Gezien de conversie van androgenen naar oestrogenen worden androgenen afgeraden bij de behandeling van seksuele problemen bij vrouwen die eerder voor Mindfulness en cognitieve gedragstherapie kan voor sommige vrouwen verbetering geven van (het Tibolon heeft weinig stimulerend effect op borstklierweefsel en verhoogt de mammografische densiteit niet Tibolon is effectiever op libidoverlies dan combinatiepreparaten [<PERSOON> ###], maar daarentegen In geval van status na mastectomie is een combinatiepreparaat middel van eerste keuze Wat dient te worden besproken tijdens counseling over de effecten van RRSO op het gebied van Geadviseerd wordt vrouwen voorafgaand aan de RRSO te informeren over de bijwerkingen van acute Een grote meerderheid van de vrouwen (##-##%) geeft aan tevreden te zijn na RRSO [Madalinska ###, Hallowell ###, Meiser ###] Ontevredenheid met RRSO was voornamelijk het gevolg van seksuele problemen (vaginale droogheid, verminderd seksueel verlangen, opwinding, orgasme) In een prospectieve observationele studie werden ### vrouwen die een RRSO ondergingen, voorafgaand aan en <LEEFTIJD> jaar na de ingreep, ondervraagd over hun seksueel functioneren Bij de ## vrouwen die premenopauzaal waren voor RRSO (gemiddeld #<DATUM> jaar, range ##–##) gebruikte ##% HST na de RRSO, en werd na een jaar een afname in plezier en frequentie van seks gezien en een toename van lichamelijk ongemak zoals vaginale droogheid en dyspareunie.
621
nvog
kortdurend HST niet volledig teniet gedaan wordt De duur van HST-gebruik is een keuze van de patiente en haar arts Korter gebruik dan tot het ## levensjaar leidt tot een lagere kans op mammacarcinoom Gezien de conversie van androgenen naar oestrogenen worden androgenen afgeraden bij de behandeling van seksuele problemen bij vrouwen die eerder voor Mindfulness en cognitieve gedragstherapie kan voor sommige vrouwen verbetering geven van (het Tibolon heeft weinig stimulerend effect op borstklierweefsel en verhoogt de mammografische densiteit niet Tibolon is effectiever op libidoverlies dan combinatiepreparaten [<PERSOON> ###], maar daarentegen In geval van status na mastectomie is een combinatiepreparaat middel van eerste keuze Wat dient te worden besproken tijdens counseling over de effecten van RRSO op het gebied van Geadviseerd wordt vrouwen voorafgaand aan de RRSO te informeren over de bijwerkingen van acute Een grote meerderheid van de vrouwen (##-##%) geeft aan tevreden te zijn na RRSO [Madalinska ###, Hallowell ###, Meiser ###] Ontevredenheid met RRSO was voornamelijk het gevolg van seksuele problemen (vaginale droogheid, verminderd seksueel verlangen, opwinding, orgasme) In een prospectieve observationele studie werden ### vrouwen die een RRSO ondergingen, voorafgaand aan en <LEEFTIJD> jaar na de ingreep, ondervraagd over hun seksueel functioneren Bij de ## vrouwen die premenopauzaal waren voor RRSO (gemiddeld #<DATUM> jaar, range ##–##) gebruikte ##% HST na de RRSO, en werd na een jaar een afname in plezier en frequentie van seks gezien en een toename van lichamelijk ongemak zoals vaginale droogheid en dyspareunie <LEEFTIJD> jaar, range ##–##) gebruikte ##% HST, en was het verschil in genoemde klachten na RRSO niet statistisch significant [Finch ###] Ook enkele retrospectieve studies laten zien dat premenopauzale vrouwen na RRSO seksueel slechter gaan functioneren [Elit ###, Madalinska ###] In de retrospectieve studie van Madalinska werd het seksueel functioneren van ### vrouwen die RRSO ondergingen vergeleken met dat van ### vrouwen die kozen voor gynaecologische screening Vrouwen die een RRSO ondergingen hadden vaker dan de vrouwen die gescreend werden klachten van opvliegers, vaginale droogheid en dyspareunie (P# ##) De RRSO groepen die wel (##%) of geen HRT gebruikten, verschilden niet in seksueel functioneren In de studie van Elit werden ## vrouwen na RRSO onderzocht met uitgebreide vragenlijsten RRSO werd gedaan op gemiddeld het ##e jaar (range ##-<LEEFTIJD> jaar) Een van de vragenlijsten was de SF-## Health Survey Deze gaf aan dat het emotionele en fysieke welzijn in de onderzochte groep overeenstemde met dat van de algemene bevolking De menopauze-specifieke kwaliteit van leven scores waren lager in vergelijking met vrouwen van dezelfde leeftijd op alle seksuele kwaliteit van leven Tevredenheid met het seksueel functioneren was matig tot ernstig gecompromitteerd bij ##,#-##,#% van de vrouwen [Elit ###] In een derde, kleine retrospectieve studie werd onder andere het seksueel functioneren van ## vrouwen na RRSO vergeleken met dat van ## vrouwen die kozen voor gynaecologische screening [Fry ###] De helft van de RRSO-vrouwen was premenopauzaal ten tijde van de operatie Met behulp van dezelfde vragenlijst (SF-##) werden.
662
nvog
en was het verschil in genoemde klachten na RRSO niet statistisch significant [Finch ###] Ook enkele retrospectieve studies laten zien dat premenopauzale vrouwen na RRSO seksueel slechter gaan functioneren [Elit ###, Madalinska ###] In de retrospectieve studie van Madalinska werd het seksueel functioneren van ### vrouwen die RRSO ondergingen vergeleken met dat van ### vrouwen die kozen voor gynaecologische screening Vrouwen die een RRSO ondergingen hadden vaker dan de vrouwen die gescreend werden klachten van opvliegers, vaginale droogheid en dyspareunie (P# ##) De RRSO groepen die wel (##%) of geen HRT gebruikten, verschilden niet in seksueel functioneren In de studie van Elit werden ## vrouwen na RRSO onderzocht met uitgebreide vragenlijsten RRSO werd gedaan op gemiddeld het ##e jaar (range ##-<LEEFTIJD> jaar) Een van de vragenlijsten was de SF-## Health Survey Deze gaf aan dat het emotionele en fysieke welzijn in de onderzochte groep overeenstemde met dat van de algemene bevolking De menopauze-specifieke kwaliteit van leven scores waren lager in vergelijking met vrouwen van dezelfde leeftijd op alle seksuele kwaliteit van leven Tevredenheid met het seksueel functioneren was matig tot ernstig gecompromitteerd bij ##,#-##,#% van de vrouwen [Elit ###] In een derde, kleine retrospectieve studie werd onder andere het seksueel functioneren van ## vrouwen na RRSO vergeleken met dat van ## vrouwen die kozen voor gynaecologische screening [Fry ###] De helft van de RRSO-vrouwen was premenopauzaal ten tijde van de operatie Met behulp van dezelfde vragenlijst (SF-##) werden de role-emotional’’-schaal (problemen met werk of andere dagelijkse bezigheden ten gevolge van emotionele problemen) en de schaal sociaal functioneren (invloed op de normale sociale activiteiten als gevolg van fysieke of emotionele problemen), In de studie werd daarnaast gebruik gemaakt van de Sexual Activity Questionnaire (SAQ), waarbij ten aanzien van seksueel functioneren geen significant Zowel systemische oestrogenen als tibolon verbeteren de vaginale atrofie bij postmenopauzale seksuele activiteit, maar ervoer na RRSO eenzelfde afname in plezier tijdens seks dan vrouwen die geen HST gebruikten na RRSO [Finch ###] In de twee retrospectieve studies werd geen verschil in seksueel functioneren gevonden tussen de vrouwen die wel of geen HST na RRSO gebruikten [Madalinska ###, Elit ###] Er zijn geen studies naar het gebruik van verschillende HST-preparaten bij mutatiedraagsters en de kans op seksueel (dys)functioneren Een dubbelblinde gerandomiseerde studie onder ### postmenopauzale vrouwen (geen mutatiedraagsters) liet zien dat tibolon het seksueel functioneren significant verbeterde in vergelijking met transdermaal toegediend Bij zowel pre- als postmenopauzale vrouwen daalt de androgeen serumspiegel met ##% na bilaterale salpingo-oöphorectomie [Davison ###, Hughes ###] Er zijn aanwijzingen dat testosteronsubstitutie het seksueel functioneren met betrekking tot verlangen, opwinding, orgasme en seksuele bevrediging bij postmenopauzale vrouwen zou verbeteren [Santen ###, Braunstein ###] Hierbij zou ### mcg daags, transdermaal toegediend voldoende zijn [Santen ###] Gezien de conversie van androgenen naar oestrogenen via tussenkomst van het enzym aromatase worden androgenen in het algemeen afgeraden bij de behandeling van seksuele problemen bij vrouwen die eerder voor mammacarcinoom Welke therapie is het meest geschikt bij klachten van urogenitale atrofie?.
662
nvog
andere dagelijkse bezigheden ten gevolge van emotionele problemen) en de schaal sociaal functioneren (invloed op de normale sociale activiteiten als gevolg van fysieke of emotionele problemen), In de studie werd daarnaast gebruik gemaakt van de Sexual Activity Questionnaire (SAQ), waarbij ten aanzien van seksueel functioneren geen significant Zowel systemische oestrogenen als tibolon verbeteren de vaginale atrofie bij postmenopauzale seksuele activiteit, maar ervoer na RRSO eenzelfde afname in plezier tijdens seks dan vrouwen die geen HST gebruikten na RRSO [Finch ###] In de twee retrospectieve studies werd geen verschil in seksueel functioneren gevonden tussen de vrouwen die wel of geen HST na RRSO gebruikten [Madalinska ###, Elit ###] Er zijn geen studies naar het gebruik van verschillende HST-preparaten bij mutatiedraagsters en de kans op seksueel (dys)functioneren Een dubbelblinde gerandomiseerde studie onder ### postmenopauzale vrouwen (geen mutatiedraagsters) liet zien dat tibolon het seksueel functioneren significant verbeterde in vergelijking met transdermaal toegediend Bij zowel pre- als postmenopauzale vrouwen daalt de androgeen serumspiegel met ##% na bilaterale salpingo-oöphorectomie [Davison ###, Hughes ###] Er zijn aanwijzingen dat testosteronsubstitutie het seksueel functioneren met betrekking tot verlangen, opwinding, orgasme en seksuele bevrediging bij postmenopauzale vrouwen zou verbeteren [Santen ###, Braunstein ###] Hierbij zou ### mcg daags, transdermaal toegediend voldoende zijn [Santen ###] Gezien de conversie van androgenen naar oestrogenen via tussenkomst van het enzym aromatase worden androgenen in het algemeen afgeraden bij de behandeling van seksuele problemen bij vrouwen die eerder voor mammacarcinoom Welke therapie is het meest geschikt bij klachten van urogenitale atrofie? oestriol, zonodig te herhalen Dit kan op indicatie ook overwogen worden na behandeling voor Bij vrouwen die vooral klachten hebben van vaginale atrofie en dyspareunie, kunnen glijmiddelen of bevochtigingsgels worden geadviseerd [<PERSOON> zijn echter minder effectief dan lokaal toegediende oestrogenen of oestriol [<PERSOON> ###] Een lage dosering vaginale oestrogenen normaliseert de vaginale atrofie bij postmenopauzale vrouwen en is daarmee even effectief als systemische HST [Cardozo ###, Santen ###, Suckling ###] Oestriol is het minder potente oestrogeenpreparaat dat lokaal vaginaal toegediend, een grote effectiviteit heeft op het lokale urogenitale epitheel met minder systemische effecten Er zou een minimaal effect van vaginaal toegediend estriol op de serumspiegel van oestrogenen zijn [Biglia ###] Volgens Ponzone [###] zou er geen effect worden gezien op de systemische oestrogeenspiegel bij een onderhoudsdosering, terwijl Suckling rapporteerde dat ook na vaginale applicatie een stijging van de oestradiol serumspiegels wordt gezien, waarbij de waarden echter vallen binnen de normale postmenopauzale range [Suckling ###) De veiligheidseffecten hiervan bij vrouwen met een mammacarcinoom in de voorgeschiedenis zijn niet onderzocht, maar gezien bovenstaande is het aannemelijk dat de dosering van oestriol (vaginale ovules of crème # dd # #mg gedurende <DATUM> weken, daarna afbouwen tot #x per week # #mg tot # weken) veilig is, ook bij vrouwen met vaginale klachten na doorgemaakt mammacarcinoom Deze korte periode van behandeling kan langdurig effect hebben en zonodig een keer worden herhaald RRSO op premenopauzale leeftijd leidt tot verminderd seksueel functioneren.
623
nvog
herhalen Dit kan op indicatie ook overwogen worden na behandeling voor Bij vrouwen die vooral klachten hebben van vaginale atrofie en dyspareunie, kunnen glijmiddelen of bevochtigingsgels worden geadviseerd [<PERSOON> zijn echter minder effectief dan lokaal toegediende oestrogenen of oestriol [<PERSOON> ###] Een lage dosering vaginale oestrogenen normaliseert de vaginale atrofie bij postmenopauzale vrouwen en is daarmee even effectief als systemische HST [Cardozo ###, Santen ###, Suckling ###] Oestriol is het minder potente oestrogeenpreparaat dat lokaal vaginaal toegediend, een grote effectiviteit heeft op het lokale urogenitale epitheel met minder systemische effecten Er zou een minimaal effect van vaginaal toegediend estriol op de serumspiegel van oestrogenen zijn [Biglia ###] Volgens Ponzone [###] zou er geen effect worden gezien op de systemische oestrogeenspiegel bij een onderhoudsdosering, terwijl Suckling rapporteerde dat ook na vaginale applicatie een stijging van de oestradiol serumspiegels wordt gezien, waarbij de waarden echter vallen binnen de normale postmenopauzale range [Suckling ###) De veiligheidseffecten hiervan bij vrouwen met een mammacarcinoom in de voorgeschiedenis zijn niet onderzocht, maar gezien bovenstaande is het aannemelijk dat de dosering van oestriol (vaginale ovules of crème # dd # #mg gedurende <DATUM> weken, daarna afbouwen tot #x per week # #mg tot # weken) veilig is, ook bij vrouwen met vaginale klachten na doorgemaakt mammacarcinoom Deze korte periode van behandeling kan langdurig effect hebben en zonodig een keer worden herhaald RRSO op premenopauzale leeftijd leidt tot verminderd seksueel functioneren hierna HST gebruiken, minder seksuele klachten hebben in vergelijking met vrouwen die geen HST gebruiken, maar HST compenseert niet volledig voor het verlies van de Het is aangetoond dat suppletie middels oestrogenen (systemisch, of lokaal toegediend) en tibolon de vaginale atrofie bij postmenopauzale vrouwen voorkomt of vermindert Het is aangetoond dat lubricantia minder effectief zijn bij vaginale atrofie dan Het effect van vaginaal toegediende oestriol op de systemische oestrogeenspiegel is De werkgroep is van mening dat het niet aannemelijk is dat kortdurend (# weken) vaginaal toegediend lokaal oestriol bij vrouwen met vaginale atrofie na mammacarcinoom, leidt tot een verhoogde kans op recidief mammacrcinoom Ook voor vrouwen met een verhoogd risico op mammacarcinoom, zonder mammacarcinoom in de voorgeschiedenis, die afzien van HST, kan een kuur van # weken met lokale oestrioltoediening Wat dient tijdens counseling te worden besproken over langetermijneffecten van RRSO op het gebied De werkgroep adviseert om tijdens counseling over langetermijneffecten van RRSO op premenopauzale leeftijd, vrouwen voor te lichten over een vermoedelijk licht verhoogd risico op harten vaatziekten Studies naar de effecten van RRSO op cardiovasculair risico bij vrouwen met familiaire belasting op ovariumcarcinoom ontbreken Grote longitudinale studies naar de lange termijn consequenties van prematuur ovarieel falen (POF) tonen overwegend een verhoogd risico aan op het ontstaan van harten vaatziekten (HVZ) [<PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Lapidus ###, Lokkegaard ###] In de NVOG-richtlijn Prematuur Ovarieel Falen [NVOG-richtlijn POF, nieuwe versie wordt verwacht] wordt het cadiovasculair risico van vrouwen met POF beschreven en worden adviezen gegeven.
620
nvog
met vrouwen die geen HST gebruiken, maar HST compenseert niet volledig voor het verlies van de Het is aangetoond dat suppletie middels oestrogenen (systemisch, of lokaal toegediend) en tibolon de vaginale atrofie bij postmenopauzale vrouwen voorkomt of vermindert Het is aangetoond dat lubricantia minder effectief zijn bij vaginale atrofie dan Het effect van vaginaal toegediende oestriol op de systemische oestrogeenspiegel is De werkgroep is van mening dat het niet aannemelijk is dat kortdurend (# weken) vaginaal toegediend lokaal oestriol bij vrouwen met vaginale atrofie na mammacarcinoom, leidt tot een verhoogde kans op recidief mammacrcinoom Ook voor vrouwen met een verhoogd risico op mammacarcinoom, zonder mammacarcinoom in de voorgeschiedenis, die afzien van HST, kan een kuur van # weken met lokale oestrioltoediening Wat dient tijdens counseling te worden besproken over langetermijneffecten van RRSO op het gebied De werkgroep adviseert om tijdens counseling over langetermijneffecten van RRSO op premenopauzale leeftijd, vrouwen voor te lichten over een vermoedelijk licht verhoogd risico op harten vaatziekten Studies naar de effecten van RRSO op cardiovasculair risico bij vrouwen met familiaire belasting op ovariumcarcinoom ontbreken Grote longitudinale studies naar de lange termijn consequenties van prematuur ovarieel falen (POF) tonen overwegend een verhoogd risico aan op het ontstaan van harten vaatziekten (HVZ) [<PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, <PERSOON> ###, Lapidus ###, Lokkegaard ###] In de NVOG-richtlijn Prematuur Ovarieel Falen [NVOG-richtlijn POF, nieuwe versie wordt verwacht] wordt het cadiovasculair risico van vrouwen met POF beschreven en worden adviezen gegeven vroege overgang door riscoreducerende chirurgie wordt in de POF-richtlijn echter naar deze De gegevens die bekend zijn over het lange-termijn risico op HVZ na bilaterale ovariëctomie zijn afkomstig uit cohortonderzoeken waarbij een ovariëctomie werd verricht in het kader van een hysterectomie (##%-###% van de gevallen), waarbij vrouwen met een verhoogd risico op ovariumcarcinoom meestal werden uitgesloten Er zijn twee meta-analyses gepubliceerd over het cardiovasculaire risico na ovariëctomie [<PERSOON> ###, Jacoby ###] In de meta-analyse van <PERSOON>, betreffende zes onderzoeken, was het relatieve risico op HVZ bij vrouwen na een ovariëctomie #,## (##%CI #,<DATUM> ##) en bij vrouwen met een ovariëctomie voor het ## levensjaar zelfs #,## (##%CI # #<DATUM> Jacoby identificeerde zeven onderzoeken, maar kwam niet tot een conclusie vanwege de heterogeniteit van de studies Vermeldenswaardig is wel dat in vier van de zeven onderzoeken ovariëctomie geassocieerd was met een significant verhoogd risico op HVZ In een grote metaanalyse bij ##<DATUM> vrouwen uit Zweden naar het effect van een hysterectomie op HVZ werd gevonden dat het relatief risico verhoogd is bij een interventie onder de <LEEFTIJD> jaar (HR # ##, ##% CI # <DATUM> en dat een enkelvoudige of bilaterale ovariëctomie het risico op HVZ en strokes verder # Nurses’ Health Study (NHS) [Parker ###] In dit onderzoek werden <DATUM> vrouwen, die vanwege benigne aandoeningen een hysterectomie hadden ondergaan, gedurende <LEEFTIJD> jaar vervolgd Vrouwen met ovariëctomie hadden een verhoogd risico op morbiditeit en mortaliteit door coronaire aandoeningen (HR #,##; ##%CI #,<DATUM> ##).
684
nvog
door riscoreducerende chirurgie wordt in de POF-richtlijn echter naar deze De gegevens die bekend zijn over het lange-termijn risico op HVZ na bilaterale ovariëctomie zijn afkomstig uit cohortonderzoeken waarbij een ovariëctomie werd verricht in het kader van een hysterectomie (##%-###% van de gevallen), waarbij vrouwen met een verhoogd risico op ovariumcarcinoom meestal werden uitgesloten Er zijn twee meta-analyses gepubliceerd over het cardiovasculaire risico na ovariëctomie [<PERSOON> ###, Jacoby ###] In de meta-analyse van <PERSOON>, betreffende zes onderzoeken, was het relatieve risico op HVZ bij vrouwen na een ovariëctomie #,## (##%CI #,<DATUM> ##) en bij vrouwen met een ovariëctomie voor het ## levensjaar zelfs #,## (##%CI # #<DATUM> Jacoby identificeerde zeven onderzoeken, maar kwam niet tot een conclusie vanwege de heterogeniteit van de studies Vermeldenswaardig is wel dat in vier van de zeven onderzoeken ovariëctomie geassocieerd was met een significant verhoogd risico op HVZ In een grote metaanalyse bij ##<DATUM> vrouwen uit Zweden naar het effect van een hysterectomie op HVZ werd gevonden dat het relatief risico verhoogd is bij een interventie onder de <LEEFTIJD> jaar (HR # ##, ##% CI # <DATUM> en dat een enkelvoudige of bilaterale ovariëctomie het risico op HVZ en strokes verder # Nurses’ Health Study (NHS) [Parker ###] In dit onderzoek werden <DATUM> vrouwen, die vanwege benigne aandoeningen een hysterectomie hadden ondergaan, gedurende <LEEFTIJD> jaar vervolgd Vrouwen met ovariëctomie hadden een verhoogd risico op morbiditeit en mortaliteit door coronaire aandoeningen (HR #,##; ##%CI #,<DATUM> ##) groep vrouwen die BSO ondergingen voor het <LEEFTIJD> jaar (HR #,##; ##%CI #,##–#,##) # Mayo Clinic Cohort Study [Rivera ###] Deze studie onderzocht de lange termijneffecten van ### vrouwen die een ovariëctomie ondergingen met een referentiegroep van ### vrouwen zonder ovariëctomie met een follow-up van ruim <LEEFTIJD> jaar Vrouwen die een ovariëctomie voor het ##e jaar ondergingen, hadden een significant verhoogd risico op cardiovasculaire mortaliteit (HR #,##; ##%CI # Women’s Health Intiative (WHI) [Jacoby ###] In dit onderzoek vond men geen verhoogd risico op HVZ bij <DATUM> vrouwen die een ovariëctomie ondergingen (in combinatie met hysterectomie) in vergelijking met <DATUM> vrouwen die een hysterectomie ondergingen met behoud van ovariële functie (HR #,##; ##%CI #,#<DATUM> ##) De gemiddelde follow-up was #,# ±#,<LEEFTIJD> jaar Er werd een trend gezien voor een verhoogd risico op coronaire ziekten en cerebrovasculaire accidenten (CVA) bij vrouwen die voor hun ##e jaar een BSO ondergingen en geen HST gebruikten,(respectievelijk HR # ##; ##%CI # #<DATUM> # en HR # ##; ##%CI # #<DATUM-##> Een belangrijk verschil tussen dit onderzoek en de vorige genoemde onderzoeken is de kortere follow-up periode, hetgeen mogelijk een verklaring is voor de Hoewel er (vooralsnog) geen gegevens beschikbaar zijn over het cardiovasculaire risico bij vrouwen die op premenopauzale leeftijd een RRSO ondergingen, toont cohortonderzoek verricht bij vrouwen met een ovariëctomie (in het kader van hysterectomie) na een lange follow-up periode overwegend een ongeveer twee ker verhoogd cardiovasculair risico aan, met name indien de ovariëtectomie wordt.
769
nvog
die BSO ondergingen voor het <LEEFTIJD> jaar (HR #,##; ##%CI #,##–#,##) # Mayo Clinic Cohort Study [Rivera ###] Deze studie onderzocht de lange termijneffecten van ### vrouwen die een ovariëctomie ondergingen met een referentiegroep van ### vrouwen zonder ovariëctomie met een follow-up van ruim <LEEFTIJD> jaar Vrouwen die een ovariëctomie voor het ##e jaar ondergingen, hadden een significant verhoogd risico op cardiovasculaire mortaliteit (HR #,##; ##%CI # Women’s Health Intiative (WHI) [Jacoby ###] In dit onderzoek vond men geen verhoogd risico op HVZ bij <DATUM> vrouwen die een ovariëctomie ondergingen (in combinatie met hysterectomie) in vergelijking met <DATUM> vrouwen die een hysterectomie ondergingen met behoud van ovariële functie (HR #,##; ##%CI #,#<DATUM> ##) De gemiddelde follow-up was #,# ±#,<LEEFTIJD> jaar Er werd een trend gezien voor een verhoogd risico op coronaire ziekten en cerebrovasculaire accidenten (CVA) bij vrouwen die voor hun ##e jaar een BSO ondergingen en geen HST gebruikten,(respectievelijk HR # ##; ##%CI # #<DATUM> # en HR # ##; ##%CI # #<DATUM> Een belangrijk verschil tussen dit onderzoek en de vorige genoemde onderzoeken is de kortere follow-up periode, hetgeen mogelijk een verklaring is voor de Hoewel er (vooralsnog) geen gegevens beschikbaar zijn over het cardiovasculaire risico bij vrouwen die op premenopauzale leeftijd een RRSO ondergingen, toont cohortonderzoek verricht bij vrouwen met een ovariëctomie (in het kader van hysterectomie) na een lange follow-up periode overwegend een ongeveer twee ker verhoogd cardiovasculair risico aan, met name indien de ovariëtectomie wordt verhoogde cardiovasculaire risico ook geldt voor BRCA-mutatiedraagsters die op jonge Op basis van de beschikbare data dient rekening gehouden te worden met een verhoogd risico op HVZ bij vrouwen die op premenopauzale leeftijd een RRSO hebben doorgaan Aandacht hiervoor is aangewezen, en bestaat uit het stimuleren van optimale cardiovasculaire gezondheid (<DATUM> # Leefstijladviezen voor optimale cardiovasculaire gezondheid) en aanpassen van het cardiovasculair <DATUM> # De invloed van HST op hart- en vaatziekten na RRSO Wat dient tijdens counseling te worden besproken over het effect van HST op hart- en vaatziekten? Er wordt geadviseerd om vrouwen na RRSO voor te lichten over een vermoedelijk gunstig effect van HRT op het risico op hart- en vaatziekten, vooral in het geval van RRSO voor het <LEEFTIJD> jaar De werkgroep is van mening dat vrouwen na RRSO direct dienen te starten met HST, vooral in het De werkgroep is van mening dat er onvoldoende gegevens zijn om een advies te geven over de verschillende typen oestrogeen- en progestageenpreparaten met betrekking tot het risico op HVZ Er zijn aanwijzingen dat er een licht verhoogd risico is op CVA bij gebruik van tibolon ten opzichte van Er zijn geen specifieke gegevens bekend over de invloed van HST na RRSO op jonge leeftijd bij BRCA-mutatiedraagsters of in het kader van familiair ovariumcarcinoom op het optreden van HVZ Er zijn verschillende gerandomiseerde, al dan niet placebo-gecontroleerde onderzoeken uitgevoerd naar het effect van HST op de incidentie van HVZ, waarbij de geïncludeerde vrouwen echter al vaak.
668
nvog
verhoogde cardiovasculaire risico ook geldt voor BRCA-mutatiedraagsters die op jonge Op basis van de beschikbare data dient rekening gehouden te worden met een verhoogd risico op HVZ bij vrouwen die op premenopauzale leeftijd een RRSO hebben doorgaan Aandacht hiervoor is aangewezen, en bestaat uit het stimuleren van optimale cardiovasculaire gezondheid (<DATUM> # Leefstijladviezen voor optimale cardiovasculaire gezondheid) en aanpassen van het cardiovasculair <DATUM> # De invloed van HST op hart- en vaatziekten na RRSO Wat dient tijdens counseling te worden besproken over het effect van HST op hart- en vaatziekten? Er wordt geadviseerd om vrouwen na RRSO voor te lichten over een vermoedelijk gunstig effect van HRT op het risico op hart- en vaatziekten, vooral in het geval van RRSO voor het <LEEFTIJD> jaar De werkgroep is van mening dat vrouwen na RRSO direct dienen te starten met HST, vooral in het De werkgroep is van mening dat er onvoldoende gegevens zijn om een advies te geven over de verschillende typen oestrogeen- en progestageenpreparaten met betrekking tot het risico op HVZ Er zijn aanwijzingen dat er een licht verhoogd risico is op CVA bij gebruik van tibolon ten opzichte van Er zijn geen specifieke gegevens bekend over de invloed van HST na RRSO op jonge leeftijd bij BRCA-mutatiedraagsters of in het kader van familiair ovariumcarcinoom op het optreden van HVZ Er zijn verschillende gerandomiseerde, al dan niet placebo-gecontroleerde onderzoeken uitgevoerd naar het effect van HST op de incidentie van HVZ, waarbij de geïncludeerde vrouwen echter al vaak De conclusie van deze studies was dat HST geen significant beschermend effect had op het optreden van <PERSOON>’s Health Initiative onderzoek lieten wel een trend zien voor een verlaagd risico op HVZ bij vrouwen die binnen <LEEFTIJD> jaar na de menopauze startten met HST (HR # ##; ##%CI # #<DATUM> [Rossouw ###] Dit suggereert dat een korte tijdsperiode tussen menopauze en start HST een belangrijke determinant is voor een postief effect van HST op HVZ In een grote Deense RCT onder ruim ### vrouwen van ##-<LEEFTIJD> jaar die langdurig wel of geen HST gebruikten, bleek het cardiovasculaire risico bij de HST-groep gehalveerd na <LEEFTIJD> jaar, overigens zonder toename van de incidentie van maligniteiten [Schierbeck ###] Het effect van HST op HVZ na BSO is voorts onderzocht in meerdere cohortonderzoeken # Het NHS onderzoek liet zien dat de subgroep van vrouwen die een BSO ondergingen voor het ##e jaar en nooit HST hadden gebruikt een verhoogd risico hadden op overlijden ten gevolge van HVZ # In de Mayo Clinic Cohort Study werd een verhoogd risico op cardiovasculaire mortaliteit gezien bij vrouwen die geen HST gebruikten en een BSO voor het ##e jaar ondergingen (HR, # ##; ##%CI <DATUM> , maar niet bij vrouwen die wel HST gebruikten (HR # ##; ##%CI # ##–# ##) [Rivera ###] #.
587
nvog
van deze studies was dat HST geen significant beschermend effect had op het optreden van <PERSOON>’s Health Initiative onderzoek lieten wel een trend zien voor een verlaagd risico op HVZ bij vrouwen die binnen <LEEFTIJD> jaar na de menopauze startten met HST (HR # ##; ##%CI # #<DATUM> [Rossouw ###] Dit suggereert dat een korte tijdsperiode tussen menopauze en start HST een belangrijke determinant is voor een postief effect van HST op HVZ In een grote Deense RCT onder ruim ### vrouwen van ##-<LEEFTIJD> jaar die langdurig wel of geen HST gebruikten, bleek het cardiovasculaire risico bij de HST-groep gehalveerd na <LEEFTIJD> jaar, overigens zonder toename van de incidentie van maligniteiten [Schierbeck ###] Het effect van HST op HVZ na BSO is voorts onderzocht in meerdere cohortonderzoeken # Het NHS onderzoek liet zien dat de subgroep van vrouwen die een BSO ondergingen voor het ##e jaar en nooit HST hadden gebruikt een verhoogd risico hadden op overlijden ten gevolge van HVZ # In de Mayo Clinic Cohort Study werd een verhoogd risico op cardiovasculaire mortaliteit gezien bij vrouwen die geen HST gebruikten en een BSO voor het ##e jaar ondergingen (HR, # ##; ##%CI <DATUM> , maar niet bij vrouwen die wel HST gebruikten (HR # ##; ##%CI # ##–# ##) [Rivera ###] # vrouwen met BSO voor het ##e jaar zonder HST (HR # ##; ##%CI # #<DATUM> #) versus vrouwen die wel # In de Deense Nurses cohort studie werd gezien dat vrouwen die een BSO ondergingen voor het ##e jaar een verhoogd risico op HVZ hadden vergeleken met vrouwen die een BSO kregen boven de <LEEFTIJD> jaar (RR <DATUM> ##%CI # #-#<DATUM> In de totale groep BSO-vrouwen was het risico op HVZ lager bij vrouwen die ooit HST gebruikten in vergelijking met vrouwen die nooit HST hadden gebruikt (RR <DATUM> vs <DATUM> [Lokkegaard ###] Voorts hadden vrouwen die binnen <LEEFTIJD> jaar na BSO startten met HST het Er zijn geen studies uitgevoerd waarbij verschillende oestrogeen en/of progestageen medicijnen/combinaties met elkaar zijn vergeleken Hoewel er zeker verschillen zijn tussen de verschillende middelen is het niet mogelijk om een uitspraak te doen of deze middelen uitwisselbaar zijn Wat betreft de wijze van toediening zijn er aanwijzingen dat transdermale oestrogeenpreparaten mogelijk een lager risico op veneuze trombose geven in vergelijking met orale oestrogenen [Laliberte ###] Het is niet bekend of de toedieningswijze een invloed heeft op het risico op HVZ Ook zijn er geen onderzoeken bekend waarbij het effect van verschillende HST doseringen op de In een prospectief placebo-gecontroleerd gerandomiseerd onderzoek was het gebruik van tibolon bij oudere postmenopauzale vrouwen (##-<LEEFTIJD> jaar) geassocieerd met een verhoogd risico op CVA (relatief risico #,##; ##% CI #,<DATUM> ##; p=# ##) waarbij men een neutraal effect vond wat betreft het risico op Er zijn geen gegevens over het risico op HVZ bij vrouwen die een RRSO ondergingen in.
664
nvog
versus vrouwen die wel # In de Deense Nurses cohort studie werd gezien dat vrouwen die een BSO ondergingen voor het ##e jaar een verhoogd risico op HVZ hadden vergeleken met vrouwen die een BSO kregen boven de <LEEFTIJD> jaar (RR <DATUM> ##%CI # #-#<DATUM> In de totale groep BSO-vrouwen was het risico op HVZ lager bij vrouwen die ooit HST gebruikten in vergelijking met vrouwen die nooit HST hadden gebruikt (RR <DATUM> vs <DATUM> [Lokkegaard ###] Voorts hadden vrouwen die binnen <LEEFTIJD> jaar na BSO startten met HST het Er zijn geen studies uitgevoerd waarbij verschillende oestrogeen en/of progestageen medicijnen/combinaties met elkaar zijn vergeleken Hoewel er zeker verschillen zijn tussen de verschillende middelen is het niet mogelijk om een uitspraak te doen of deze middelen uitwisselbaar zijn Wat betreft de wijze van toediening zijn er aanwijzingen dat transdermale oestrogeenpreparaten mogelijk een lager risico op veneuze trombose geven in vergelijking met orale oestrogenen [Laliberte ###] Het is niet bekend of de toedieningswijze een invloed heeft op het risico op HVZ Ook zijn er geen onderzoeken bekend waarbij het effect van verschillende HST doseringen op de In een prospectief placebo-gecontroleerd gerandomiseerd onderzoek was het gebruik van tibolon bij oudere postmenopauzale vrouwen (##-<LEEFTIJD> jaar) geassocieerd met een verhoogd risico op CVA (relatief risico #,##; ##% CI #,<DATUM> ##; p=# ##) waarbij men een neutraal effect vond wat betreft het risico op Er zijn geen gegevens over het risico op HVZ bij vrouwen die een RRSO ondergingen in Het is aannemelijk dat vrouwen die een BSO ondergingen, met name vóór het ##e jaar (in het kader van een hysterectomie), een verhoogd risico hebben op <PERSOON> ### Er zijn geen gegevens over de invloed van HST op het risico op HVZ bij vrouwen die op premenopauzale leeftijd een RRSO ondergingen in het kader van een BRCA-mutatie of Het is aannemelijk dat HST na RRSO een gunstig effect heeft op het risico op HVZ, vooral in geval van RRSO voor het ##e jaar, en indien kort na de RRSO gestart Parker ###, Rivera ###, Rossouw ###, Jacoby ###, Lokkegaard ### Gegevens over de effecten van verschillende typen oestrogeen en progestageen Er zijn aanwijzingen dat tibolon als HST een verhoogd risico geeft op een CVA ten opzichte van placebo en een neutraal effect wat betreft het risico op coronaire Wat dient tijdens counseling te worden besproken over de invloed van leefstijl in relatie tot hart- en De werkgroep is van mening dat het zinvol is om vrouwen te wijzen op het belang van primaire preventie van hart- en vaatziekten door leefstijladviezen (niet roken, bewegen, gevarieerde gezonde Een nieuw concept in de preventie van cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is “cardiovasculaire gezondheid” [<PERSOON> ###] Het idee is dat door cardiovasculaire gezondheid na te streven het optreden van risicofactoren en uiteindelijk de gevolgen hiervan zoals HVZ kunnen worden voorkomen Dit concept is niet getoetst bij vrouwen die een RRSO ondergaan op jonge leeftijd, maar gezien hun.
622
nvog
Het is aannemelijk dat vrouwen die een BSO ondergingen, met name vóór het ##e jaar (in het kader van een hysterectomie), een verhoogd risico hebben op <PERSOON> ### Er zijn geen gegevens over de invloed van HST op het risico op HVZ bij vrouwen die op premenopauzale leeftijd een RRSO ondergingen in het kader van een BRCA-mutatie of Het is aannemelijk dat HST na RRSO een gunstig effect heeft op het risico op HVZ, vooral in geval van RRSO voor het ##e jaar, en indien kort na de RRSO gestart Parker ###, Rivera ###, Rossouw ###, Jacoby ###, Lokkegaard ### Gegevens over de effecten van verschillende typen oestrogeen en progestageen Er zijn aanwijzingen dat tibolon als HST een verhoogd risico geeft op een CVA ten opzichte van placebo en een neutraal effect wat betreft het risico op coronaire Wat dient tijdens counseling te worden besproken over de invloed van leefstijl in relatie tot hart- en De werkgroep is van mening dat het zinvol is om vrouwen te wijzen op het belang van primaire preventie van hart- en vaatziekten door leefstijladviezen (niet roken, bewegen, gevarieerde gezonde Een nieuw concept in de preventie van cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is “cardiovasculaire gezondheid” [<PERSOON> ###] Het idee is dat door cardiovasculaire gezondheid na te streven het optreden van risicofactoren en uiteindelijk de gevolgen hiervan zoals HVZ kunnen worden voorkomen Dit concept is niet getoetst bij vrouwen die een RRSO ondergaan op jonge leeftijd, maar gezien hun De leefstijlcomponenten voor een optimale cardiovasculaire gezondheid bestaan uit [<PERSOON> - Voldoende bewegen (≥### min/week matig intensieve inspanning, ## min/week intensieve o Niet meer dan # gram zout per dag (in de praktijk betekent dit geen zout toevoegen) o per dag ###-### gram groente (# opscheplepels) en ### gram fruit (# eenheden) o minimaal ## gram volkoren producten per dag (in de praktijk circa # bruine Drink minder dan ### Kcal aan suikergezoete dranken per week (in de praktijk minder dan # blikjes frisdrank (met uitzondering van de light variant) of # glazen limonade) Wat dient tijdens counseling te worden besproken over screening op cardiovasculair risico? Met betrekking tot het verhoogd risico op hart- en vaatziekten geldt dat na een vervroegde menopauze er <LEEFTIJD> jaar moet worden opgeteld bij de huidige leeftijd, om het risicoprofiel van een patiënte te bepalen Van die ‘leeftijd’ wordt vervolgens uitgegaan in de screeningsadviezen in de HVZ is de belangrijkste doodsoorzaak voor vrouwen in de algemene Nederlandse populatie ((WEBLINK)) Momenteel is er in toenemende mate draagvlak om bij vrouwen uit te gaan van het “lifetime” risico op CVZ in plaats van te blijven focussen op het <LEEFTIJD>-jaars risico op ischemische hartziekten alleen Het risico op CVA en hartfalen is bij vrouwen op middelbare en oudere leeftijd groter dan het risico op myocardinfarct De in ### gepubliceerde ESC richtlijnen “CV preventie in de praktijk” benadrukken eveneens het belang van een goede preventie bij vrouwen, omdat de gemiddeld <LEEFTIJD> jaar.
626
nvog
De leefstijlcomponenten voor een optimale cardiovasculaire gezondheid bestaan uit [<PERSOON> - Voldoende bewegen (≥### min/week matig intensieve inspanning, ## min/week intensieve o Niet meer dan # gram zout per dag (in de praktijk betekent dit geen zout toevoegen) o per dag ###-### gram groente (# opscheplepels) en ### gram fruit (# eenheden) o minimaal ## gram volkoren producten per dag (in de praktijk circa # bruine Drink minder dan ### Kcal aan suikergezoete dranken per week (in de praktijk minder dan # blikjes frisdrank (met uitzondering van de light variant) of # glazen limonade) Wat dient tijdens counseling te worden besproken over screening op cardiovasculair risico? Met betrekking tot het verhoogd risico op hart- en vaatziekten geldt dat na een vervroegde menopauze er <LEEFTIJD> jaar moet worden opgeteld bij de huidige leeftijd, om het risicoprofiel van een patiënte te bepalen Van die ‘leeftijd’ wordt vervolgens uitgegaan in de screeningsadviezen in de HVZ is de belangrijkste doodsoorzaak voor vrouwen in de algemene Nederlandse populatie ((WEBLINK)) Momenteel is er in toenemende mate draagvlak om bij vrouwen uit te gaan van het “lifetime” risico op CVZ in plaats van te blijven focussen op het <LEEFTIJD>-jaars risico op ischemische hartziekten alleen Het risico op CVA en hartfalen is bij vrouwen op middelbare en oudere leeftijd groter dan het risico op myocardinfarct De in ### gepubliceerde ESC richtlijnen “CV preventie in de praktijk” benadrukken eveneens het belang van een goede preventie bij vrouwen, omdat de gemiddeld <LEEFTIJD> jaar Cardiovasculaire screening in een gezonde populatie vrouwen is zinvol rond de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar, omdat het aantal aanwezige risicofactoren op die leeftijd een belangrijke voorspeller is voor het latere risico op HVZ [<PERSOON> standaard Cardiovasculair Risico Management wordt aanbevolen om bij patiënten met doorgemaakte HVZ, diabetes mellitus (DM), reumatoïde artritis (RA) of chronische nierschade een risicoprofiel op te stellen In de richtlijn wordt het risico bij patiënten met DM of RA geschat door bij de actuele leeftijd <LEEFTIJD> jaar op te tellen De werkgroep meent dat ditzelfde zou moeten gelden voor vrouwen die vóór de natuurlijke menopause een RRSO ondergaan, ongeacht het gebruik van HST, ook al zijn er geen studies naar RRSO en het effect van screening, of preventie Door de RRSO-geinduceerde hormonale veranderingen worden de waarden van lipiden hoger en kan de bloeddruk eerder stijgen dan normaal het geval is Hoge bloeddruk kan een scala aan klachten geven, sterk overeenkomend met symptomen geassocieerd met de menopauze, en behandeling van Vrouwen die in de late postmenopauze persisterende klachten hebben van opvliegers en nachtzweten blijken een hoger cardiovasculair risicopofiel te hebben dan vrouwen zonder deze klachten [Szmuilowicz ###] In hoeverre dit ook geldt voor vrouwen na een RRSO is echter onbekend Vrouwen met HVZ vallen buiten deze richtlijn en dienen conform richtlijnen secundaire preventie te Vrouwen die een RRSO voor de natuurlijke menopauze ondergaan wordt geadviseerd om conform de NHG standaard te screenen, een half jaar na de RRSO Bij de risico bepaling wordt <LEEFTIJD> jaar bij de.
615
nvog
is zinvol rond de leeftijd van <LEEFTIJD> jaar, omdat het aantal aanwezige risicofactoren op die leeftijd een belangrijke voorspeller is voor het latere risico op HVZ [<PERSOON> standaard Cardiovasculair Risico Management wordt aanbevolen om bij patiënten met doorgemaakte HVZ, diabetes mellitus (DM), reumatoïde artritis (RA) of chronische nierschade een risicoprofiel op te stellen In de richtlijn wordt het risico bij patiënten met DM of RA geschat door bij de actuele leeftijd <LEEFTIJD> jaar op te tellen De werkgroep meent dat ditzelfde zou moeten gelden voor vrouwen die vóór de natuurlijke menopause een RRSO ondergaan, ongeacht het gebruik van HST, ook al zijn er geen studies naar RRSO en het effect van screening, of preventie Door de RRSO-geinduceerde hormonale veranderingen worden de waarden van lipiden hoger en kan de bloeddruk eerder stijgen dan normaal het geval is Hoge bloeddruk kan een scala aan klachten geven, sterk overeenkomend met symptomen geassocieerd met de menopauze, en behandeling van Vrouwen die in de late postmenopauze persisterende klachten hebben van opvliegers en nachtzweten blijken een hoger cardiovasculair risicopofiel te hebben dan vrouwen zonder deze klachten [Szmuilowicz ###] In hoeverre dit ook geldt voor vrouwen na een RRSO is echter onbekend Vrouwen met HVZ vallen buiten deze richtlijn en dienen conform richtlijnen secundaire preventie te Vrouwen die een RRSO voor de natuurlijke menopauze ondergaan wordt geadviseerd om conform de NHG standaard te screenen, een half jaar na de RRSO Bij de risico bepaling wordt <LEEFTIJD> jaar bij de Een DEXA-scan wordt geadviseerd aan vrouwen die voor hun <LEEFTIJD> jaar een RRSO ondergaan en die geen HST gebruiken; de eerste een jaar na RRSO, met een herhaalfrequentie van eens in de <LEEFTIJD> jaar Er zijn vooralsnog geen data uit prospectieve studies naar het beloop van de botmineraaldichtheid (BMD) en het optreden van fracturen bij vrouwen na een RRSO op premenopauzale leeftijd in verband met een verhoogd risico op ovariumcarcinoom Enkele retrospectieve en cross-sectionele studies uitgevoerd bij vrouwen die een RRSO hebben ondergaan, suggereren dat deze vrouwen vaak een lage BMD hebben [<PERSOON> retrospectieve observationele studie van Michelsen onder ### vrouwen die RRSO ondergingen (slechts ##% mutatiedraagsters, ##% onduidelijke mutatiestatus) bleken ## van de ### RRSO vrouwen osteoporose te hebben (#%), tegenover ## van de ### controle vrouwen (#%), bij een gemiddelde leeftijd van ##,<LEEFTIJD> jaar op het moment van het invullen van de vragenlijst en een gemiddelde leeftijd RRSO van ##,<LEEFTIJD> jaar [Michelsen ###] Vrouwen die de RRSO beneden de <LEEFTIJD> jaar ondergingen hadden niet vaker osteoporose (#%) dan diegenen die het boven het ##e jaar ondergingen (##%) In de retrospectieve studie van <PERSOON> werden follow-up data verzameld (deels uit dossiers, deels van vragenlijsten) bij ### BRCA-mutatiedraagsters (##% BRCA#, ##% BRCA#, ##% eerder mammacarcinoom) en was informatie over de DEXA-meting beschikbaar van ### vrouwen Bij ### van de ### vrouwen (##%) bleek er op de DEXA-scan sprake van een verlaagde BMD (T-score ( -# SD) en bij ##% van osteoporose.
651
nvog
DEXA-scan wordt geadviseerd aan vrouwen die voor hun <LEEFTIJD> jaar een RRSO ondergaan en die geen HST gebruiken; de eerste een jaar na RRSO, met een herhaalfrequentie van eens in de <LEEFTIJD> jaar Er zijn vooralsnog geen data uit prospectieve studies naar het beloop van de botmineraaldichtheid (BMD) en het optreden van fracturen bij vrouwen na een RRSO op premenopauzale leeftijd in verband met een verhoogd risico op ovariumcarcinoom Enkele retrospectieve en cross-sectionele studies uitgevoerd bij vrouwen die een RRSO hebben ondergaan, suggereren dat deze vrouwen vaak een lage BMD hebben [<PERSOON> retrospectieve observationele studie van Michelsen onder ### vrouwen die RRSO ondergingen (slechts ##% mutatiedraagsters, ##% onduidelijke mutatiestatus) bleken ## van de ### RRSO vrouwen osteoporose te hebben (#%), tegenover ## van de ### controle vrouwen (#%), bij een gemiddelde leeftijd van ##,<LEEFTIJD> jaar op het moment van het invullen van de vragenlijst en een gemiddelde leeftijd RRSO van ##,<LEEFTIJD> jaar [Michelsen ###] Vrouwen die de RRSO beneden de <LEEFTIJD> jaar ondergingen hadden niet vaker osteoporose (#%) dan diegenen die het boven het ##e jaar ondergingen (##%) In de retrospectieve studie van <PERSOON> werden follow-up data verzameld (deels uit dossiers, deels van vragenlijsten) bij ### BRCA-mutatiedraagsters (##% BRCA#, ##% BRCA#, ##% eerder mammacarcinoom) en was informatie over de DEXA-meting beschikbaar van ### vrouwen Bij ### van de ### vrouwen (##%) bleek er op de DEXA-scan sprake van een verlaagde BMD (T-score ( -# SD) en bij ##% van osteoporose hadden vaker een verlaagde BMD dan vrouwen bij wie dit na het ##e jaar was verricht De vrouwen die een DEXA hadden gehad waren significant jonger dan de vrouwen bij wie geen meting was gedaan (##,# versus ##,<LEEFTIJD> jaar) Mogelijk is het effect voor de jonge groep op latere leeftijd nog meer uitgesproken [<PERSOON> ###] In de derde retrospectieve studie (ook middels vragenlijsten) bij vrouwen n=##; vertraagd gebruik n=##; nooit HST n=##) werd vaker een verlaagde T-score gevonden bij vrouwen die meer dan ## maanden oestrogeendeficiënt waren geweest voor het ##e levensjaar (Tscore ( -# SD ##%, ( -<DATUM> SD ##%) dan diegenen die tot hun ##e jaar geen oestrogeendeficiëntie Oestrogenen zijn belangrijke remmers van de botafbraak en over het algemeen wordt een vroege menopauze beschouwd als een risicofactor voor het optreden van osteoporose en fracturen later in het leven [<PERSOON> of Health and <PERSOON> ###] In een publicatie van de Million Women Study bleek dat leeftijd van natuurlijke menopauze geen duidelijk effect had op de incidentie van heupfracturen [Banks ###] Onder postmenopauzale vrouwen van een bepaalde leeftijd was er geen significant verschil in incidentie van heupfracturen tussen vrouwen bij wie de menopauze werd veroorzaakt door BSO in vergelijking met een natuurlijke menopauze [Banks ###] Er is uit de beperkte literatuur geen bewijs dat BSO leidt tot meer toename van botverlies of fracturen in vergelijking met een natuurlijke vroege menopause maar meer.
687
nvog
dan vrouwen bij wie dit na het ##e jaar was verricht De vrouwen die een DEXA hadden gehad waren significant jonger dan de vrouwen bij wie geen meting was gedaan (##,# versus ##,<LEEFTIJD> jaar) Mogelijk is het effect voor de jonge groep op latere leeftijd nog meer uitgesproken [<PERSOON> ###] In de derde retrospectieve studie (ook middels vragenlijsten) bij vrouwen n=##; vertraagd gebruik n=##; nooit HST n=##) werd vaker een verlaagde T-score gevonden bij vrouwen die meer dan ## maanden oestrogeendeficiënt waren geweest voor het ##e levensjaar (Tscore ( -# SD ##%, ( -<DATUM> SD ##%) dan diegenen die tot hun ##e jaar geen oestrogeendeficiëntie Oestrogenen zijn belangrijke remmers van de botafbraak en over het algemeen wordt een vroege menopauze beschouwd als een risicofactor voor het optreden van osteoporose en fracturen later in het leven [<PERSOON> of Health and <PERSOON> ###] In een publicatie van de Million Women Study bleek dat leeftijd van natuurlijke menopauze geen duidelijk effect had op de incidentie van heupfracturen [Banks ###] Onder postmenopauzale vrouwen van een bepaalde leeftijd was er geen significant verschil in incidentie van heupfracturen tussen vrouwen bij wie de menopauze werd veroorzaakt door BSO in vergelijking met een natuurlijke menopauze [Banks ###] Er is uit de beperkte literatuur geen bewijs dat BSO leidt tot meer toename van botverlies of fracturen in vergelijking met een natuurlijke vroege menopause maar meer goedaardige aandoening, niet geassocieerd was met een verhoogde kans op een heupfractuur in vergelijking met het behoud van de ovaria bij hysterectomie [Parker ###] Ook in de prospectieve Women's Health Initiative observationele cohort studie van <DATUM> postmenopauzale vrouwen tussen de ##-<LEEFTIJD> jaar was een BSO tijdens hysterectomie niet geassocieerd met een verhoogd risico op heupfracturen in vergelijking met vrouwen die geen BSO Er zijn geen studies van goede kwaliteit die hebben onderzocht of RRSO op premenopauzale leeftijd gepaard gaat met een verhoogde kans op osteoporose Er zijn geen gegevens over een mogelijk verhoogde kans op fracturen bij vrouwen die Er zijn aanwijzingen dat vrouwen die op vroege leeftijd RRSO ondergingen waarschijnlijk een grotere kans lopen op een verlaagde BMD op latere leeftijd en dat deze kans groter is wanneer zij meer dan twee jaar oestrogeendeficiënt zijn geweest voor de leeftijd van Er zijn geen aanwijzingen dat een vroege menopauze leidt tot een verhoogde kans op Er zijn geen aanwijzingen dat BSO verricht tijdens een hysterectomie voor benigne aandoeningen geassocieerd is met een grotere kans op heupfracturen in vergelijking met behouden van de ovaria tijdens de hysterectomie Gegevens over een verband met Voor de preventie van osteoporose zijn leefstijlmaatregelen van belang Hieronder valt een gevarieerd dieet met voldoende calcium en vitamine D, voldoende expositie aan zonlicht en lichaamsbeweging met axiale belasting (lopen, rennen, fietsen), het staken van roken en vermijden van overmatig Vitamine D wordt met de voeding ingenomen en is vooral aanwezig in vette vis en is toegevoegd aan margarine.
589
nvog
heupfractuur in vergelijking met het behoud van de ovaria bij hysterectomie [Parker ###] Ook in de prospectieve Women's Health Initiative observationele cohort studie van <DATUM> postmenopauzale vrouwen tussen de ##-<LEEFTIJD> jaar was een BSO tijdens hysterectomie niet geassocieerd met een verhoogd risico op heupfracturen in vergelijking met vrouwen die geen BSO Er zijn geen studies van goede kwaliteit die hebben onderzocht of RRSO op premenopauzale leeftijd gepaard gaat met een verhoogde kans op osteoporose Er zijn geen gegevens over een mogelijk verhoogde kans op fracturen bij vrouwen die Er zijn aanwijzingen dat vrouwen die op vroege leeftijd RRSO ondergingen waarschijnlijk een grotere kans lopen op een verlaagde BMD op latere leeftijd en dat deze kans groter is wanneer zij meer dan twee jaar oestrogeendeficiënt zijn geweest voor de leeftijd van Er zijn geen aanwijzingen dat een vroege menopauze leidt tot een verhoogde kans op Er zijn geen aanwijzingen dat BSO verricht tijdens een hysterectomie voor benigne aandoeningen geassocieerd is met een grotere kans op heupfracturen in vergelijking met behouden van de ovaria tijdens de hysterectomie Gegevens over een verband met Voor de preventie van osteoporose zijn leefstijlmaatregelen van belang Hieronder valt een gevarieerd dieet met voldoende calcium en vitamine D, voldoende expositie aan zonlicht en lichaamsbeweging met axiale belasting (lopen, rennen, fietsen), het staken van roken en vermijden van overmatig Vitamine D wordt met de voeding ingenomen en is vooral aanwezig in vette vis en is toegevoegd aan margarine Voor <LOCATIE> De gezondheidsraad adviseert om ### IE (## microgram) extra vitamine D per dag te laten gebruiken - vrouwen tot <LEEFTIJD> jaar die een donkere huidskleur hebben, onvoldoende buiten komen, of - vrouwen vanaf <LEEFTIJD> jaar die een lichte huidskleur hebben en voldoende buiten komen De gezondheidsraad adviseert om ### IE (## microgram) extra vitamine D per dag te laten gebruiken - vrouwen vanaf <LEEFTIJD> jaar die een donkere huidskleur hebben, onvoldoende buiten komen, en/of Ten aanzien van calcium wordt aan mensen met (risico op) osteoporose geadviseerd om middels voeding voldoende calcium (###-### mg daags) te gebruiken, dat wil zeggen naast een gezonde gevarieerde basisvoeding, vier zuivelconsumpties per dag Een calciumsupplement (### mg per dag) wordt geadviseerd aan personen met osteoporose die met de voeding minder dan ###-### mg per dag innemen Wanneer in het geheel geen zuivelproducten worden genuttigd, wordt een calciumsupplement van ### mg per dag geadviseerd [Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie, Voor lichaamsbeweging geldt dat (trap)lopen en touwtje springen beter zijn dan fietsen of zwemmen vanwege hogere belasting van de botten, maar elke vorm van bewegen is beter dan niet bewegen Het advies is om tenminste ## tot ## minuten per dag lichamelijk actief te zijn Bij de aanwezigheid van osteoporose zijn deze leefstijlmaatregelen echter niet voldoende en zal Botdichtheidsmeting (BMD) middels DEXA-scan, met een herhaalfrequentie van eens in de vijf jaar - vrouwen na een premature menopauze (voor het ##e jaar) die geen HST gebruiken en bij In geval van afwijkende bevindingen dient een adequaat advies te worden gegeven, dan wel.
604
nvog
vitamine D per dag te laten gebruiken - vrouwen tot <LEEFTIJD> jaar die een donkere huidskleur hebben, onvoldoende buiten komen, of - vrouwen vanaf <LEEFTIJD> jaar die een lichte huidskleur hebben en voldoende buiten komen De gezondheidsraad adviseert om ### IE (## microgram) extra vitamine D per dag te laten gebruiken - vrouwen vanaf <LEEFTIJD> jaar die een donkere huidskleur hebben, onvoldoende buiten komen, en/of Ten aanzien van calcium wordt aan mensen met (risico op) osteoporose geadviseerd om middels voeding voldoende calcium (###-### mg daags) te gebruiken, dat wil zeggen naast een gezonde gevarieerde basisvoeding, vier zuivelconsumpties per dag Een calciumsupplement (### mg per dag) wordt geadviseerd aan personen met osteoporose die met de voeding minder dan ###-### mg per dag innemen Wanneer in het geheel geen zuivelproducten worden genuttigd, wordt een calciumsupplement van ### mg per dag geadviseerd [Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie, Voor lichaamsbeweging geldt dat (trap)lopen en touwtje springen beter zijn dan fietsen of zwemmen vanwege hogere belasting van de botten, maar elke vorm van bewegen is beter dan niet bewegen Het advies is om tenminste ## tot ## minuten per dag lichamelijk actief te zijn Bij de aanwezigheid van osteoporose zijn deze leefstijlmaatregelen echter niet voldoende en zal Botdichtheidsmeting (BMD) middels DEXA-scan, met een herhaalfrequentie van eens in de vijf jaar - vrouwen na een premature menopauze (voor het ##e jaar) die geen HST gebruiken en bij In geval van afwijkende bevindingen dient een adequaat advies te worden gegeven, dan wel vrouwen die geconfronteerd zijn geweest met (mamma)carcinomen en daar behandeling voor hebben gehad of ondergaan Een landelijk, prospectief onderzoek met aandacht voor alle aspecten is nodig om de kans op kanker te verminderen, zonder verlies van kwaliteit van leven en zonder toename van Het is voor alle zorgverleners van belang om routinematig de familieanamnese uit te vragen met het Primaire counseling over verhoogd risico op ovariumcarcinoom dient te gebeuren door een klinisch Er wordt aanbevolen om de consequenties van het verhoogd risico op ovariumcarcinoom te bespreken bij een polikliniek familiaire tumoren of met een gynaecoloog met aandachtsgebied erfelijke Er wordt aanbevolen om patiënten tijdens de gehele periode van counseling en preventieve chirurgie en ook in de nazorg, regelmatig te informeren over sociale steungroepen en lotgenotencontact Wat is de rol van verwijzers (huisartsen en andere specialisten) in opsporing en signalering? Er is weinig literatuur over de organisatie van zorg Het is voor alle zorgverleners (huisartsen en andere specialisten) van belang om routinematig de coloncarcinoom; niet alleen wat betreft aanwezigheid van kanker in de familie en op welke leeftijd, maar ook het aantal familieleden dat geen kanker heeft gekregen is informatief Sommige families hebben, doordat er veel mannelijke familieleden zijn, ‘weinig kans’ gekregen om gynaecologische kanker te ontwikkelen Idealiter is er in het elektronisch patiënten dossier (EPD) van ziekenhuizen voor de familieanamnese een aparte module, die bruikbaar is voor alle specialismen Huisartsen en andere specialisten kunnen te allen tijde contact opnemen met een afdeling klinische genetica om te overleggen of de familieanamnese aanleiding is voor een verwijzing.
604
nvog
en daar behandeling voor hebben gehad of ondergaan Een landelijk, prospectief onderzoek met aandacht voor alle aspecten is nodig om de kans op kanker te verminderen, zonder verlies van kwaliteit van leven en zonder toename van Het is voor alle zorgverleners van belang om routinematig de familieanamnese uit te vragen met het Primaire counseling over verhoogd risico op ovariumcarcinoom dient te gebeuren door een klinisch Er wordt aanbevolen om de consequenties van het verhoogd risico op ovariumcarcinoom te bespreken bij een polikliniek familiaire tumoren of met een gynaecoloog met aandachtsgebied erfelijke Er wordt aanbevolen om patiënten tijdens de gehele periode van counseling en preventieve chirurgie en ook in de nazorg, regelmatig te informeren over sociale steungroepen en lotgenotencontact Wat is de rol van verwijzers (huisartsen en andere specialisten) in opsporing en signalering? Er is weinig literatuur over de organisatie van zorg Het is voor alle zorgverleners (huisartsen en andere specialisten) van belang om routinematig de coloncarcinoom; niet alleen wat betreft aanwezigheid van kanker in de familie en op welke leeftijd, maar ook het aantal familieleden dat geen kanker heeft gekregen is informatief Sommige families hebben, doordat er veel mannelijke familieleden zijn, ‘weinig kans’ gekregen om gynaecologische kanker te ontwikkelen Idealiter is er in het elektronisch patiënten dossier (EPD) van ziekenhuizen voor de familieanamnese een aparte module, die bruikbaar is voor alle specialismen Huisartsen en andere specialisten kunnen te allen tijde contact opnemen met een afdeling klinische genetica om te overleggen of de familieanamnese aanleiding is voor een verwijzing Om te bepalen of er bij een patiënte of in haar familie een (sterk) verhoogd risico is op erfelijke borst/eierstokkanker of erfelijke darmkanker, zijn er online tools beschikbaar op de websites van klinisch genetische centra van de universitair medische centra; zie hoofdstuk <DATUM> Risico op ovariumcarcinoom Omdat het vóórkomen van ovariumcarcinoom een belangrijke rol kan spelen in BRCA- en Lynch families kan het gebruik van deze tools aanvullende informatie geven Nadat er in een klinisch genetisch <INSTELLING> mutatieanalyse is gedaan, wordt de uitslag besproken met de patiënte en haar familie/naasten Aan een klinisch genetisch <INSTELLING> zijn maatschappelijk werkenden of pychologen verbonden met aandachtsgebied familiaire kanker die betrokken kunnen zijn in geval van een aangetoonde mutatie (en zo nodig ook al in het voortraject bij de besluitvorming tot het laten verrichten van DNA onderzoek) [<PERSOON> ###] BRCA- en Lynch syndroom-mutatiedraagsters dienen daarna te worden verwezen naar een polikliniek familiaire tumoren Zij zullen daar voor wat betreft de counseling met betrekking tot ovariumcarcinoom (en in geval van Lynch syndroom ook voor endometriumcarcinoom) gezien worden door een gynaecoloog met aandachtsgebied familiaire tumoren Idealiter is er de mogelijkheid om het consult bij de gynaecoloog te combineren met een consult bij de arts die patiënte counselt en screent in geval van verhoogd risico op mammacarcinoom Het bezoek aan een polikliniek voor familiaire tumoren - Expertise op gebied van counseling over risico’s en risicocommunicatie - Expertise op het gebied van procedure en consequenties preventieve chirurgie.
558
nvog
bepalen of er bij een patiënte of in haar familie een (sterk) verhoogd risico is op erfelijke borst/eierstokkanker of erfelijke darmkanker, zijn er online tools beschikbaar op de websites van klinisch genetische centra van de universitair medische centra; zie hoofdstuk <DATUM> Risico op ovariumcarcinoom Omdat het vóórkomen van ovariumcarcinoom een belangrijke rol kan spelen in BRCA- en Lynch families kan het gebruik van deze tools aanvullende informatie geven Nadat er in een klinisch genetisch <INSTELLING> mutatieanalyse is gedaan, wordt de uitslag besproken met de patiënte en haar familie/naasten Aan een klinisch genetisch <INSTELLING> zijn maatschappelijk werkenden of pychologen verbonden met aandachtsgebied familiaire kanker die betrokken kunnen zijn in geval van een aangetoonde mutatie (en zo nodig ook al in het voortraject bij de besluitvorming tot het laten verrichten van DNA onderzoek) [<PERSOON> ###] BRCA- en Lynch syndroom-mutatiedraagsters dienen daarna te worden verwezen naar een polikliniek familiaire tumoren Zij zullen daar voor wat betreft de counseling met betrekking tot ovariumcarcinoom (en in geval van Lynch syndroom ook voor endometriumcarcinoom) gezien worden door een gynaecoloog met aandachtsgebied familiaire tumoren Idealiter is er de mogelijkheid om het consult bij de gynaecoloog te combineren met een consult bij de arts die patiënte counselt en screent in geval van verhoogd risico op mammacarcinoom Het bezoek aan een polikliniek voor familiaire tumoren - Expertise op gebied van counseling over risico’s en risicocommunicatie - Expertise op het gebied van procedure en consequenties preventieve chirurgie - Expertise op het gebied van mogelijkheden PGD, PND en andere opties ter preventie van - Participatie in gereguleerde multidisciplinaire patiëntenbesprekingen binnen de polikliniek familiaire Indien patiënte reeds bekend is bij een gynaecoloog buiten een polikliniek voor familiaire tumoren, wordt in geval van besluit tot preventieve chirurgie, door patiënte gekozen voor de locatie van de eventuele preventieve chirurgie Medisch technisch gesproken kan een RRSO in elk ziekenhuis plaatsvinden, mits uitgevoerd conform deze richtlijn, zie hoofdstuk Preventieve chirurgie Het voordeel van een operatie in de eigen regio is de beperkte reisafstand Een voordeel van een operatie in het <INSTELLING> van de polikliniek familiaire tumoren is de mogelijke participatie in wetenschappelijk onderzoek ,de mogelijkheid voor opslag van het weefsel in de weefselbank en histopathologische beoordeling volgens protocol Uit een studie van Domchek [###] blijkt dat histopathologisch onderzoek van weefsel verwijderd tijdens een RRSO in een centrumziekenhuis vaker compleet en conform de richtlijn is verricht dan in een perifeer ziekenhuis (##% vs ##%) Soms hebben mensen gedurende het proces van besluitvorming over reproductieve opties behoefte aan contact met lotgenoten Op de websites van patiëntenverenigingen, zoals (WEBLINK), (WEBLINK), (WEBLINK), (WEBLINK), (WEBLINK) worden mogelijkheden geboden om met lotgenoten in contact te komen, bijvoorbeeld door middel van bijeenkomsten of via een forum Borstkankervereniging <LOCATIE> (BVN) heeft een werkgroep <PERSOON> Deze werkgroep programmacommissie richt zich onder meer op informatievoorziening en lotgenotencontact voor mensen uit families met erfelijke of familiaire aanleg voor borstkanker en eierstokkanker via.
579
nvog
gebied van mogelijkheden PGD, PND en andere opties ter preventie van - Participatie in gereguleerde multidisciplinaire patiëntenbesprekingen binnen de polikliniek familiaire Indien patiënte reeds bekend is bij een gynaecoloog buiten een polikliniek voor familiaire tumoren, wordt in geval van besluit tot preventieve chirurgie, door patiënte gekozen voor de locatie van de eventuele preventieve chirurgie Medisch technisch gesproken kan een RRSO in elk ziekenhuis plaatsvinden, mits uitgevoerd conform deze richtlijn, zie hoofdstuk Preventieve chirurgie Het voordeel van een operatie in de eigen regio is de beperkte reisafstand Een voordeel van een operatie in het <INSTELLING> van de polikliniek familiaire tumoren is de mogelijke participatie in wetenschappelijk onderzoek ,de mogelijkheid voor opslag van het weefsel in de weefselbank en histopathologische beoordeling volgens protocol Uit een studie van Domchek [###] blijkt dat histopathologisch onderzoek van weefsel verwijderd tijdens een RRSO in een centrumziekenhuis vaker compleet en conform de richtlijn is verricht dan in een perifeer ziekenhuis (##% vs ##%) Soms hebben mensen gedurende het proces van besluitvorming over reproductieve opties behoefte aan contact met lotgenoten Op de websites van patiëntenverenigingen, zoals (WEBLINK), (WEBLINK), (WEBLINK), (WEBLINK), (WEBLINK) worden mogelijkheden geboden om met lotgenoten in contact te komen, bijvoorbeeld door middel van bijeenkomsten of via een forum Borstkankervereniging <LOCATIE> (BVN) heeft een werkgroep <PERSOON> Deze werkgroep programmacommissie richt zich onder meer op informatievoorziening en lotgenotencontact voor mensen uit families met erfelijke of familiaire aanleg voor borstkanker en eierstokkanker via De Hebon studie is een landelijk onderzoek onder families waar borst- en eierstokkanker veel voorkomt Hebon staat voor HEreditair (=erfelijk) <PERSOON>- en eierstokkanker Onderzoek <LOCATIE> De studie is een multidisciplinaire samenwerking van alle afdelingen Klinische Genetica/Familiaire Tumoren in <LOCATIE> Alle Universitair Medische Centra en het Nederlandse Kanker Instituut zijn bij de uitvoering van het onderzoek betrokken Informatie is verkrijgbaar via (WEBLINK) Indien er sprake is van ovariumcarcinoom kunnen patiënten voor informatievoorziening en lotgenotencontact terecht bij Olijf, Netwerk van vrouwen met gynaecologische kanker en hun naasten, Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng (zie bijlage #) Bij de samenstelling van de werkgroep is getracht rekening te houden met landelijke spreiding, inbreng van betrokkenen uit zowel academische als disciplines De patiëntenvereniging is eveneens vertegenwoordigd door middel van afvaardiging van De volgende disciplines zijn in de werkgroep vertegenwoordigd chirurgie, dermatologie, internegeneeskunde, pathologie, verpleegkunde en radiotherapie <PERSOON>, gynaecoloog, Rijnstate, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON>, klinisch geneticus <INSTELLING>, Leiden, namens VKGN prof <PERSOON>, epidemioloog, <PERSOON>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, <PERSOON>, namens NVOG <PERSOON>, gynaecoloog-oncoloog, Erasmus MC, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON> J Duk, gynaecoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, Leiden, namens NVOG <PERSOON-##>, psycholoog, <INSTELLING>, Leiden, namens NVPO prof <PERSOON-##>, patholoog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVVP <PERSOON>.
626
nvog
borst- en eierstokkanker veel voorkomt Hebon staat voor HEreditair (=erfelijk) <PERSOON>- en eierstokkanker Onderzoek <LOCATIE> De studie is een multidisciplinaire samenwerking van alle afdelingen Klinische Genetica/Familiaire Tumoren in <LOCATIE> Alle Universitair Medische Centra en het Nederlandse Kanker Instituut zijn bij de uitvoering van het onderzoek betrokken Informatie is verkrijgbaar via (WEBLINK) Indien er sprake is van ovariumcarcinoom kunnen patiënten voor informatievoorziening en lotgenotencontact terecht bij Olijf, Netwerk van vrouwen met gynaecologische kanker en hun naasten, Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng (zie bijlage #) Bij de samenstelling van de werkgroep is getracht rekening te houden met landelijke spreiding, inbreng van betrokkenen uit zowel academische als disciplines De patiëntenvereniging is eveneens vertegenwoordigd door middel van afvaardiging van De volgende disciplines zijn in de werkgroep vertegenwoordigd chirurgie, dermatologie, internegeneeskunde, pathologie, verpleegkunde en radiotherapie <PERSOON>, gynaecoloog, Rijnstate, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON>, klinisch geneticus <INSTELLING>, Leiden, namens VKGN prof <PERSOON>, epidemioloog, <PERSOON>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, <PERSOON>, namens NVOG <PERSOON>, gynaecoloog-oncoloog, Erasmus MC, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON> J Duk, gynaecoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, Leiden, namens NVOG <PERSOON-##>, psycholoog, <INSTELLING>, Leiden, namens NVPO prof <PERSOON-##>, patholoog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVVP <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, <PERSOON-##> <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON-##>, klinisch geneticus, <PERSOON-##> <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens <PERSOON-##>, gynaecoloog, Sint <PERSOON-##> Ziekenhuis, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON-##>, psycholoog, <INSTELLING>, Leiden, namens NVPO prof <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, voorzitter, namens NVOG <PERSOON-##>, arts assistent gynaecologie, <PERSOON-##>, internist, Erasmus MC, <LOCATIE>, namens <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, St Streekziekenhuis Midden Twente, <LOCATIE>, namens <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, MUMC, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON-##>, procesbegeleider, <PERSOON-##>, adviseur richtlijnen, IKNL, <LOCATIE> <PERSOON-##>, patholoog, <PERSOON-##> <INSTELLING>, <LOCATIE> prof <PERSOON-##>, perinatoloog, MUMC, <LOCATIE> prof <PERSOON-##>, gynaecoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE> prof <PERSOON-##>, internist, <PERSOON-##> <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##> H <PERSOON-##>, klinisch geneticus, VUmc, <LOCATIE-##> <PERSOON-##>, klinisch geneticus, <PERSOON-##>, epidemioloog, NKI, <LOCATIE-##> Alle leden van de richtlijnwerkgroep hebben verklaard onafhankelijk gehandeld te hebben bij het Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) / Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie Verenigingen die zijn benaderd voor commentaar (en instemming met de inhoud) #.
721
nvog
<PERSOON>, gynaecoloog-oncoloog, <PERSOON> <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON>, klinisch geneticus, <PERSOON> <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens <PERSOON>, gynaecoloog, Sint <PERSOON> Ziekenhuis, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON>, psycholoog, <INSTELLING>, Leiden, namens NVPO prof <PERSOON>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, voorzitter, namens NVOG <PERSOON>, arts assistent gynaecologie, <PERSOON>, internist, Erasmus MC, <LOCATIE>, namens <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, St Streekziekenhuis Midden Twente, <LOCATIE>, namens <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, MUMC, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON-##>, gynaecoloog-oncoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE>, namens NVOG <PERSOON-##>, procesbegeleider, <PERSOON-##>, adviseur richtlijnen, IKNL, <LOCATIE> <PERSOON-##>, patholoog, <PERSOON> <INSTELLING>, <LOCATIE> prof <PERSOON-##>, perinatoloog, MUMC, <LOCATIE> prof <PERSOON-##>, gynaecoloog, <INSTELLING>, <LOCATIE> prof <PERSOON-##>, internist, <PERSOON> <INSTELLING>, <LOCATIE> <PERSOON-##> H <PERSOON-##>, klinisch geneticus, VUmc, <LOCATIE> <PERSOON-##>, klinisch geneticus, <PERSOON-##>, epidemioloog, NKI, <LOCATIE> Alle leden van de richtlijnwerkgroep hebben verklaard onafhankelijk gehandeld te hebben bij het Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) / Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie Verenigingen die zijn benaderd voor commentaar (en instemming met de inhoud) <DATUM> Wat is het risico op ovarium- en tubacarcinoom bij MMRRisico op ovariumcarcinoom - Lynch # Wat is het risico op ovarium- en tubacarcinoom bij Hereditaire Risico op ovariumcarcinoom (<PERSOON-##>) Ovarium Carcinoom families zonder mutatie of waarbij <PERSOON-##> en) Ovarium # Wat is het leeftijdspecifieke risico voor een vrouw op Risico op ovariumcarcinoom ovariumcarcinoom als zij draagster is van een BRCA#- of # Welke counseling en advisering is wenselijk ten aanzien van Reproductieve vraagstukken overdragen bij een erfelijke aanleg met een verhoogde kans # Wanneer worden orale anticonceptiva wel en niet Reproductieve vraagstukken voorgeschreven, en vanaf en tot welke leeftijd worden zij # Hoe strikt wordt counseling over pre-implantatie genetische Reproductieve vraagstukken diagnostiek aangeboden en door wie wordt de counseling # Wat is de plek van preventieve chirurgie (risico-reducerende Preventieve chirurgie – Indicatie # Wanneer en tot welke leeftijd wordt hormonale substitutie wel Korte en lange termijn effecten na ## Wat dient te worden besproken tijdens counseling over langetermijneffecten van RRSO? Denk aan cardiovasculaire, RRSO ## Wat is de taakverdeling tussen de algemene ziekenhuizen en Organisatie van zorg gespecialiseerde centra in de behandeling van erfelijk Elk hoofdstuk van de richtlijn is volgens een vast stramien opgebouwd, namelijk aanbevelingen, literatuurbespreking, conclusies, Overwegingen De antwoorden op de uitgangsvragen (zie Bijlage #) (derhalve de aanbevelingen in deze richtlijn) zijn voor zover mogelijk gebaseerd op gepubliceerd Aanbevelingen werden gebaseerd op ‘beste evidence' en daarom werd naast selectie op relevantie tevens geselecteerd op bewijskracht Hiervoor werd gebruik gemaakt van de volgende hiërarchische.
671
nvog
op ovarium- en tubacarcinoom bij MMRRisico op ovariumcarcinoom - Lynch # Wat is het risico op ovarium- en tubacarcinoom bij Hereditaire Risico op ovariumcarcinoom (<PERSOON>) Ovarium Carcinoom families zonder mutatie of waarbij <PERSOON> en) Ovarium # Wat is het leeftijdspecifieke risico voor een vrouw op Risico op ovariumcarcinoom ovariumcarcinoom als zij draagster is van een BRCA#- of # Welke counseling en advisering is wenselijk ten aanzien van Reproductieve vraagstukken overdragen bij een erfelijke aanleg met een verhoogde kans # Wanneer worden orale anticonceptiva wel en niet Reproductieve vraagstukken voorgeschreven, en vanaf en tot welke leeftijd worden zij # Hoe strikt wordt counseling over pre-implantatie genetische Reproductieve vraagstukken diagnostiek aangeboden en door wie wordt de counseling # Wat is de plek van preventieve chirurgie (risico-reducerende Preventieve chirurgie – Indicatie # Wanneer en tot welke leeftijd wordt hormonale substitutie wel Korte en lange termijn effecten na ## Wat dient te worden besproken tijdens counseling over langetermijneffecten van RRSO? Denk aan cardiovasculaire, RRSO ## Wat is de taakverdeling tussen de algemene ziekenhuizen en Organisatie van zorg gespecialiseerde centra in de behandeling van erfelijk Elk hoofdstuk van de richtlijn is volgens een vast stramien opgebouwd, namelijk aanbevelingen, literatuurbespreking, conclusies, Overwegingen De antwoorden op de uitgangsvragen (zie Bijlage #) (derhalve de aanbevelingen in deze richtlijn) zijn voor zover mogelijk gebaseerd op gepubliceerd Aanbevelingen werden gebaseerd op ‘beste evidence' en daarom werd naast selectie op relevantie tevens geselecteerd op bewijskracht Hiervoor werd gebruik gemaakt van de volgende hiërarchische Voorwaarden voor revisie en beoordelingsfrequentie zijn vastgelegd in de richtlijn De geldigheidstermijn voor de richtlijn (maximaal vijf jaar na vaststelling) wordt vanuit het IKNL bewaakt Om verscheidene redenen kan actualisatie eerder dan beoogd nodig zijn Zo nodig zal de richtlijn De houder van de richtlijn moet kunnen aantonen dat de richtlijn zorgvuldig en met de vereiste deskundigheid tot stand is gekomen Onder houder wordt verstaan de verenigingen van Het Integraal Kankercentrum <LOCATIE> draagt zorg voor het beheer en de ontsluiting van de richtlijn De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënt van de richtlijn wordt afgeweken Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd gedocumenteerd te worden De toepasbaarheid en de toepassing van de richtlijnen in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de Integraal Kankercentrum <LOCATIE> bevordert dat mensen met kanker en hun naasten zo dicht mogelijk bij huis toegang hebben tot een samenhangend en kwalitatief verantwoord zorgaanbod Integraal Kankercentrum <LOCATIE> is opgericht om behandeling, zorg en klinisch onderzoek binnen de oncologie te verbeteren Daarnaast heeft het een taak in het opzetten en ondersteunen van Integraal Kankercentrum <LOCATIE> werkt aan multidisciplinaire richtlijnontwikkeling voor de oncologische en palliatieve zorg Naast deze ontwikkeling van richtlijnen faciliteert het Integraal Kankercentrum <LOCATIE> ook het onderhoud, het beheer, de implementatie en de evaluatie van deze.
570
nvog
revisie en beoordelingsfrequentie zijn vastgelegd in de richtlijn De geldigheidstermijn voor de richtlijn (maximaal vijf jaar na vaststelling) wordt vanuit het IKNL bewaakt Om verscheidene redenen kan actualisatie eerder dan beoogd nodig zijn Zo nodig zal de richtlijn De houder van de richtlijn moet kunnen aantonen dat de richtlijn zorgvuldig en met de vereiste deskundigheid tot stand is gekomen Onder houder wordt verstaan de verenigingen van Het Integraal Kankercentrum <LOCATIE> draagt zorg voor het beheer en de ontsluiting van de richtlijn De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënt van de richtlijn wordt afgeweken Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd gedocumenteerd te worden De toepasbaarheid en de toepassing van de richtlijnen in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de Integraal Kankercentrum <LOCATIE> bevordert dat mensen met kanker en hun naasten zo dicht mogelijk bij huis toegang hebben tot een samenhangend en kwalitatief verantwoord zorgaanbod Integraal Kankercentrum <LOCATIE> is opgericht om behandeling, zorg en klinisch onderzoek binnen de oncologie te verbeteren Daarnaast heeft het een taak in het opzetten en ondersteunen van Integraal Kankercentrum <LOCATIE> werkt aan multidisciplinaire richtlijnontwikkeling voor de oncologische en palliatieve zorg Naast deze ontwikkeling van richtlijnen faciliteert het Integraal Kankercentrum <LOCATIE> ook het onderhoud, het beheer, de implementatie en de evaluatie van deze AGREE instrument Dit instrument is gemaakt voor de beoordeling van bestaande, nieuwe en Het AGREE Instrument beoordeelt zowel de kwaliteit van de verslaglegging als de kwaliteit van bepaalde aspecten van de aanbevelingen Het beoordeelt de kans dat een richtlijn zijn gewenste doel zal behalen, maar niet de daadwerkelijke impact op patiëntuitkomsten Het AGREE Instrument is opgebouwd uit ## items verdeeld over zes domeinen Elk domein beslaat Onderwerp en doel betreffen het doel van de richtlijn de specifieke klinische vragen waarop de richtlijn een antwoord geeft en de patiëntenpopulatie waarop de richtlijn van toepassing is Betrokkenheid van belanghebbenden richt zich op de mate waarin de richtlijn de opvattingen van de Methodologie hangt samen met het proces waarin bewijsmateriaal is verzameld en samengesteld en met de gebruikte methoden om aanbevelingen op te stellen en te herzien Helderheid en presentatie gaat over het taalgebruik en de vorm van de richtlijn Toepassing houdt verband met de mogelijke organisatorische, gedragsmatige en financiële Onafhankelijkheid van de opstellers betreft de onafhankelijkheid van de aanbevelingen en erkenning van mogelijke conflicterende belangen van leden van de werkgroep Bij het ontwikkelen van de richtlijnen wordt rekening gehouden met de uitvoerbaarheid van de richtlijn Daarbij wordt gelet op bevorderende of belemmerende factoren Om het gebruik in de dagelijkse praktijk te bevorderen wordt in principe een samenvattingskaart gemaakt Daarnaast wordt de richtlijn gepubliceerd op Oncoline en/of Pallialine (de richtlijnwebsites van het IKNL) Tevens wordt de richtlijn verspreid onder de professionals via de (wetenschappelijke) verenigingen en de werkgroepen van het.
543
nvog
instrument is gemaakt voor de beoordeling van bestaande, nieuwe en Het AGREE Instrument beoordeelt zowel de kwaliteit van de verslaglegging als de kwaliteit van bepaalde aspecten van de aanbevelingen Het beoordeelt de kans dat een richtlijn zijn gewenste doel zal behalen, maar niet de daadwerkelijke impact op patiëntuitkomsten Het AGREE Instrument is opgebouwd uit ## items verdeeld over zes domeinen Elk domein beslaat Onderwerp en doel betreffen het doel van de richtlijn de specifieke klinische vragen waarop de richtlijn een antwoord geeft en de patiëntenpopulatie waarop de richtlijn van toepassing is Betrokkenheid van belanghebbenden richt zich op de mate waarin de richtlijn de opvattingen van de Methodologie hangt samen met het proces waarin bewijsmateriaal is verzameld en samengesteld en met de gebruikte methoden om aanbevelingen op te stellen en te herzien Helderheid en presentatie gaat over het taalgebruik en de vorm van de richtlijn Toepassing houdt verband met de mogelijke organisatorische, gedragsmatige en financiële Onafhankelijkheid van de opstellers betreft de onafhankelijkheid van de aanbevelingen en erkenning van mogelijke conflicterende belangen van leden van de werkgroep Bij het ontwikkelen van de richtlijnen wordt rekening gehouden met de uitvoerbaarheid van de richtlijn Daarbij wordt gelet op bevorderende of belemmerende factoren Om het gebruik in de dagelijkse praktijk te bevorderen wordt in principe een samenvattingskaart gemaakt Daarnaast wordt de richtlijn gepubliceerd op Oncoline en/of Pallialine (de richtlijnwebsites van het IKNL) Tevens wordt de richtlijn verspreid onder de professionals via de (wetenschappelijke) verenigingen en de werkgroepen van het <PERSOON> risk in mutation carriers of DNA-mistmatch-repair genes <PERSOON> ###; ## Al-<PERSOON> M, <PERSOON> A, <PERSOON> combined hormone replacement <PERSOON> C, et al BRCA Mutation Frequency and Patterns of Treatment Response in <PERSOON> the <PERSOON> ### Jul ##;##(##) ###-## Epub ### <PERSOON> ## <PERSOON-##> AR, et al Effects of conjugated equine estrogen in postmenopausal women with hysterectomy the Women's Health Initiative randomized controlled trial <PERSOON-##> PD, Narod S, et al Average risks of breast and ovarian cancer associated with BRCA# or BRCA# mutations detected in case Series unselected for family history a combined <PERSOON-##> N, et al Reproductive and hormonal factors, and ovarian cancer risk for BRCA# and BRCA# mutation carriers results from the International BRCA<DATUM> Carrier Cohort Study Cancer Ep[idemiol <PERSOON-##> JS, <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> replacement therapy and life expectancy after prophylactic oophorectomy in women with BRCA<DATUM> mutations a decision analysis <PERSOON-##> ML, Grobbee DE, van der <PERSOON-##> YT Postmenopausal status and early menopause as independent risk factors for cardiovascular disease a meta-analysis Menopause.
567
nvog
<PERSOON> risk in mutation carriers of DNA-mistmatch-repair genes <PERSOON> ###; ## Al-<PERSOON> M, <PERSOON> A, <PERSOON> combined hormone replacement <PERSOON> C, et al BRCA Mutation Frequency and Patterns of Treatment Response in <PERSOON> the <PERSOON> ### Jul ##;##(##) ###-## Epub ### <PERSOON> ## <PERSOON-##> AR, et al Effects of conjugated equine estrogen in postmenopausal women with hysterectomy the Women's Health Initiative randomized controlled trial <PERSOON-##> PD, Narod S, et al Average risks of breast and ovarian cancer associated with BRCA# or BRCA# mutations detected in case Series unselected for family history a combined <PERSOON-##> N, et al Reproductive and hormonal factors, and ovarian cancer risk for BRCA# and BRCA# mutation carriers results from the International BRCA<DATUM> Carrier Cohort Study Cancer Ep[idemiol <PERSOON-##> JS, <PERSOON-##> T, <PERSOON-##> replacement therapy and life expectancy after prophylactic oophorectomy in women with BRCA<DATUM> mutations a decision analysis <PERSOON-##> ML, Grobbee DE, van der <PERSOON-##> YT Postmenopausal status and early menopause as independent risk factors for cardiovascular disease a meta-analysis <PERSOON-##> carrier clinic an evaluation of a novel clinic dedicated to the follow-up of BRCA# and BRCA# carriers--implications for oncogenetics practice <PERSOON-##>A; Million Women Study Collaborators> Hip fracture incidence in relation to age, menopausal status, and age at menopause prospective analysis Barrett-<PERSOON-##> A, <PERSOON-##> KD; MORE Investigators (Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation) Raloxifene and cardiovascular events in osteoporotic postmenopausal women four-year results from the MORE (Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation) randomized trial JAMA ### Feb ##;###(#) ###-## Barrett-<PERSOON-##> MA, Wenger NK; Raloxifene Use for <PERSOON-##> Heart (RUTH) Trial Investigators Effects of raloxifene on cardiovascular events and breast cancer in postmenopausal women <PERSOON-##> DG Cumulative lifetime incidence of extracolonic cancers in Lynch syndrome a report of ### families with proven mutations <PERSOON-##> cancer and hormonereplacement therapy in the <PERSOON-##> DM, Cobleigh MA Ovarian function in premenopausal women treated with adjuvant chemotherapy for breast cancer <PERSOON-##> KL, Chenevix-Trench G, Goh C, et al Association between BRCA# and BRCA# mutations and survival in women with invasive epithelial ovarian cancer.
581
nvog
an evaluation of a novel clinic dedicated to the follow-up of BRCA# and BRCA# carriers--implications for oncogenetics practice <PERSOON>A; Million Women Study Collaborators> Hip fracture incidence in relation to age, menopausal status, and age at menopause prospective analysis Barrett-<PERSOON> A, <PERSOON> KD; MORE Investigators (Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation) Raloxifene and cardiovascular events in osteoporotic postmenopausal women four-year results from the MORE (Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation) randomized trial JAMA ### Feb ##;###(#) ###-## Barrett-<PERSOON> MA, Wenger NK; Raloxifene Use for <PERSOON> Heart (RUTH) Trial Investigators Effects of raloxifene on cardiovascular events and breast cancer in postmenopausal women <PERSOON> DG Cumulative lifetime incidence of extracolonic cancers in Lynch syndrome a report of ### families with proven mutations <PERSOON> cancer and hormonereplacement therapy in the <PERSOON> DM, Cobleigh MA Ovarian function in premenopausal women treated with adjuvant chemotherapy for breast cancer <PERSOON> KL, Chenevix-Trench G, Goh C, et al Association between BRCA# and BRCA# mutations and survival in women with invasive epithelial ovarian cancer ###-## <PERSOON-##> S, et al Cancer risks associated with germline mutations in MLH#, MSH#, and MSH# genes in Lynch syndrome <PERSOON-##> L, et al Diabetes and breast cancer among women with BRCA# and BRCA# mutations Borrelli F, <PERSOON-##> and complementary therapies for the menopause Maturitas ### Borrelli F, <PERSOON-##> cohosh (Cimicifuga racemosa) a systematic review of adverse events <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> and Professional Policy Committee (PPPC) of the European Society of Human Genetics (ESHG) Genetic testing in asymptomatic minors background considerations towards ESHG Recommendations Eur J Hum <PERSOON-##> CL, <PERSOON-##> JP, Poynor EA, Hoskins WJ Clinicopathologic features of BRCA-linked and sporadic ovarian cancer JAMA ### <PERSOON-##> #;###(##) ###-# <PERSOON-##> AC, Tschirgi ML, Ready KJ et al Knowledge, attitudes and clinical experience of physicians regarding preimplantation genetic diagnosis for hereditary cancer predisposition syndromes <PERSOON-##> JL, Buster JE, <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> OA, <PERSOON-##> NB Safety and efficacy of a testosterone patch for the treatment of hypoactive sexual desire disorder in surgically menopausal women a randomized, placebo-controlled trial Arch Intern Med ### Jul ##;###(##) ###-#.
586
nvog
###-## <PERSOON> S, et al Cancer risks associated with germline mutations in MLH#, MSH#, and MSH# genes in Lynch syndrome <PERSOON> L, et al Diabetes and breast cancer among women with BRCA# and BRCA# mutations Borrelli F, <PERSOON> and complementary therapies for the menopause Maturitas ### Borrelli F, <PERSOON> cohosh (Cimicifuga racemosa) a systematic review of adverse events <PERSOON> G, <PERSOON> and Professional Policy Committee (PPPC) of the European Society of Human Genetics (ESHG) Genetic testing in asymptomatic minors background considerations towards ESHG Recommendations Eur J Hum <PERSOON> CL, <PERSOON> JP, Poynor EA, Hoskins WJ Clinicopathologic features of BRCA-linked and sporadic ovarian cancer JAMA ### <PERSOON> #;###(##) ###-# <PERSOON-##> AC, Tschirgi ML, Ready KJ et al Knowledge, attitudes and clinical experience of physicians regarding preimplantation genetic diagnosis for hereditary cancer predisposition syndromes <PERSOON-##> JL, Buster JE, <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> OA, <PERSOON-##> NB Safety and efficacy of a testosterone patch for the treatment of hypoactive sexual desire disorder in surgically menopausal women a randomized, placebo-controlled trial Arch Intern Med ### Jul ##;###(##) ###<DATUM> Oral contraceptives and breast cancer risk in the international BRCA<DATUM> carrier cohort study a report from EMBRACE, GENEPSO, GEO-HEBON, and the <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> #;##(##) ##<DATUM> <PERSOON-##> GJ, <PERSOON-##> risk in young women at risk of hereditary nonpolyposis colorectal cancer implications for gynecologic surveillance <PERSOON-##> JN, Wright BR Use of gabapentin in patients experiencing hot flashes <PERSOON-##> MJ Venlafaxine versus clonidine for the treatment of hot flashes in breast cancer patients a double-blind, randomized cross-over study <PERSOON-##> A, <PERSOON-##> DJ, et al; PLCO Project Team Effect of screening on ovarian cancer mortality the Prostate, Lung, Colorectal and Ovarian (PLCO) <PERSOON-##> CP et al Primary fallopian tube malignancies in BRCA-positive women undergoing surgery for ovarian cancer risk reduction <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> #;##(##) ###-## <PERSOON-##> IT, Rogers PA, <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> DL, Leeton JF Oocyte donation a review <PERSOON-##> ET What I wish I'd known before surgery BRCA carriers' Cancer Genome Atlas Research Network.
619
nvog
contraceptives and breast cancer risk in the international BRCA<DATUM> carrier cohort study a report from EMBRACE, GENEPSO, GEO-HEBON, and the <PERSOON> ### <PERSOON> #;##(##) ##<DATUM> <PERSOON> GJ, <PERSOON> risk in young women at risk of hereditary nonpolyposis colorectal cancer implications for gynecologic surveillance <PERSOON> JN, Wright BR Use of gabapentin in patients experiencing hot flashes <PERSOON> MJ Venlafaxine versus clonidine for the treatment of hot flashes in breast cancer patients a double-blind, randomized cross-over study <PERSOON> A, <PERSOON> DJ, et al; PLCO Project Team Effect of screening on ovarian cancer mortality the Prostate, Lung, Colorectal and Ovarian (PLCO) <PERSOON> CP et al Primary fallopian tube malignancies in BRCA-positive women undergoing surgery for ovarian cancer risk reduction <PERSOON-##> ### <PERSOON> #;##(##) ###-## <PERSOON-##> IT, Rogers PA, <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> DL, Leeton JF Oocyte donation a review <PERSOON-##> ET What I wish I'd known before surgery BRCA carriers' Cancer Genome Atlas Research Network Nature Carlson JW, <PERSOON-##> EA et al Serous tubal intraepithelial carcinoma its potential role in primary peritoneal serous carcinoma and serous cancer prevention <PERSOON-##> JW, Jarboe EA, Kindelberger D et al Serous tubal intraepithelial carcinoma diagnostic reproducibility and its implications <PERSOON-##> E, et al Hot flashes in postmenopausal women treated for breast carcinoma prevalence, severity, correlates, management, and relation to quality of life Carpenter JS, <PERSOON-##> L, et al Hot flashes and related outcomes in breast cancer survivors and matched comparison women <PERSOON-##> JS, Storniolo AM, Johns S, et al Randomized, double-blind, placebo-controlled crossover trials of venlafaxine for hot flashes after breast cancer <PERSOON-##> B, <PERSOON-##> DG Menopausal symptoms and bone health in women undertaking risk reducing bilateral salpingooophorectomy significant bone health issues in those not taking <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> ES, Friebel T, et al Characterization of BRCA# and BRCA# mutations in a large <PERSOON-##> G <PERSOON-##>-analysis of BRCA# and BRCA# penetrance <PERSOON-##> SL, Langer RD, et al Influence of estrogen plus progestin on breast Cho SH, Whang WW.
559
nvog
Nature Carlson JW, <PERSOON> EA et al Serous tubal intraepithelial carcinoma its potential role in primary peritoneal serous carcinoma and serous cancer prevention <PERSOON> JW, Jarboe EA, Kindelberger D et al Serous tubal intraepithelial carcinoma diagnostic reproducibility and its implications <PERSOON> E, et al Hot flashes in postmenopausal women treated for breast carcinoma prevalence, severity, correlates, management, and relation to quality of life Carpenter JS, <PERSOON> L, et al Hot flashes and related outcomes in breast cancer survivors and matched comparison women <PERSOON> JS, Storniolo AM, Johns S, et al Randomized, double-blind, placebo-controlled crossover trials of venlafaxine for hot flashes after breast cancer <PERSOON> B, <PERSOON> DG Menopausal symptoms and bone health in women undertaking risk reducing bilateral salpingooophorectomy significant bone health issues in those not taking <PERSOON> ### <PERSOON> ES, Friebel T, et al Characterization of BRCA# and BRCA# mutations in a large <PERSOON-##> G <PERSOON-##>-analysis of BRCA# and BRCA# penetrance <PERSOON-##> SL, Langer RD, et al Influence of estrogen plus progestin on breast Cho SH, Whang WW a systematic review <PERSOON-##> SL, Langer RD, Stefanick ML et al Influence of estrogen plus progestin on breast cancer and mammography in healthy postmenopausal women <PERSOON-##> Women’s <PERSOON-##> contraceptives and risk of ovarian and breast cancers in BRCA mutation carriers a meta-analysis Expert Rev Anticancer Ther ### Aug;##(#) ###<DATUM> Clancy T A clinical perspective on ethical arguments around prenatal diagnosis and preimplantation genetic diagnosis for later onset inherited cancer predispositions Fam Cancer ### Mar;#(#) #-## Clarkson TB Estrogen effects on arteries vary with stage of reproductive life and extent of subclinical <PERSOON-##> JV, <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> F, De <PERSOON-##> of different types of hormone replacement therapy on mammographic density Maturitas ### Nov ##;##(#) ###-## Colau JC, <PERSOON-##> FA Efficacy of a non-hormonal treatment, BRN-##, on menopausal hot flashes a multicenter, randomized, double-blind, placebo-controlled trial <PERSOON-##> et al menopause and the risk of coronary heart disease in women NEJM ###;### ###-## Couzi RJ, Helzlsouer KJ, Fetting JH Prevalence of menopausal symptoms among women with a history of breast cancer and attitudes toward estrogen replacement therapy <PERSOON-##>.
581
nvog
review <PERSOON> SL, Langer RD, Stefanick ML et al Influence of estrogen plus progestin on breast cancer and mammography in healthy postmenopausal women <PERSOON> Women’s <PERSOON> contraceptives and risk of ovarian and breast cancers in BRCA mutation carriers a meta-analysis Expert Rev Anticancer Ther ### Aug;##(#) ###<DATUM> Clancy T A clinical perspective on ethical arguments around prenatal diagnosis and preimplantation genetic diagnosis for later onset inherited cancer predispositions Fam Cancer ### Mar;#(#) #-## Clarkson TB Estrogen effects on arteries vary with stage of reproductive life and extent of subclinical <PERSOON> JV, <PERSOON> JE, <PERSOON> F, De <PERSOON> of different types of hormone replacement therapy on mammographic density Maturitas ### Nov ##;##(#) ###-## Colau JC, <PERSOON> FA Efficacy of a non-hormonal treatment, BRN-##, on menopausal hot flashes a multicenter, randomized, double-blind, placebo-controlled trial <PERSOON> et al menopause and the risk of coronary heart disease in women NEJM ###;### ###-## Couzi RJ, Helzlsouer KJ, Fetting JH Prevalence of menopausal symptoms among women with a history of breast cancer and attitudes toward estrogen replacement therapy <PERSOON-##>-analyses of therapies for postmenopausal osteoporosis <PERSOON-##> of Tibolone in <PERSOON-##> LH, Rodabough RJ, et al Estrogen plus progestin and risk of venous <PERSOON-##> for vasomotor menopausal symptoms Cochrane Database Syst Rev ### Oct ##;(#) CD### Update in <PERSOON-##> S, et al Androgen levels in adult females changes with age, menopause, <PERSOON-##> MJ Model of care for women at increased risk of breast and ovarian cancer Maturitas ### <PERSOON-##>;##(#) <DATUM> doi <DATUM> j maturitas ##<DATUM> ### Epub ### Nov # De Hullu JA, <PERSOON-##> history of ovarian carcinoma policy <PERSOON-##> PD, Ensrud KE, Adachi JD, et al, Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation Investigators Efficacy of raloxifene on vertebral fracture risk reduction in postmenopausal women with osteoporosis four-year results from a randomized clinical trial <PERSOON-##> post-reproductive Fallopian tube better removed? <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> TD Levonorgestrel-releasing and copper intrauterine devices and the.
563
nvog
Group <PERSOON>-analyses of therapies for postmenopausal osteoporosis <PERSOON> of Tibolone in <PERSOON> LH, Rodabough RJ, et al Estrogen plus progestin and risk of venous <PERSOON> for vasomotor menopausal symptoms Cochrane Database Syst Rev ### Oct ##;(#) CD### Update in <PERSOON> S, et al Androgen levels in adult females changes with age, menopause, <PERSOON> MJ Model of care for women at increased risk of breast and ovarian cancer Maturitas ### <PERSOON>;##(#) <DATUM> doi <DATUM> j maturitas ##<DATUM> ### Epub ### Nov # De Hullu JA, <PERSOON> history of ovarian carcinoma policy <PERSOON> PD, Ensrud KE, Adachi JD, et al, Multiple Outcomes of Raloxifene Evaluation Investigators Efficacy of raloxifene on vertebral fracture risk reduction in postmenopausal women with osteoporosis four-year results from a randomized clinical trial <PERSOON-##> post-reproductive Fallopian tube better removed? <PERSOON-##> K, <PERSOON-##> TD Levonorgestrel-releasing and copper intrauterine devices and the Domchek SM, Friebel TM, Neuhausen SL, et al Mortality after bilateral salpingo-oophorectomy in BRCA# and BRCA# mutation carriers a prospective cohort study <PERSOON-##> LJ, Sandvei R, et al Prospectively detected cancer in familial breast/ovarian cancer screening <PERSOON-##> HS, et al Efficacy of cognitive behavioral therapy and physical exercise in alleviating treatment-induced menopausal symptoms in patients with breast cancer results of a randomized, controlled, multicenter trial <PERSOON-##> DT (###) Breast and ovarian cancer incidence in BRCA#-mutation Eisen A et al, <PERSOON-##> cancer risk following bilateral oophorectomy in BRCA# and BRCA# mutation carriers an international case-control study <PERSOON-##> J, et al Hormone therapy and the risk of breast cancer in <PERSOON-##> MJ, Butler K et al Quality of life and psychosexual adjustment after prophylactic oophorectomy for a family history of ovarian cancer <PERSOON-##> E, et al Management of postmenopausal hot flushes with venlafaxine Evans JP, Green RC Direct to Consumer Genetic Testing; Avoiding a Culture War Genetics in <PERSOON-##> L, et al Breast Cancer Incidence After Risk-Reducing SalpingoOophorectomy in BRCA# and BRCA# Mutation Carriers.
511
nvog
TM, Neuhausen SL, et al Mortality after bilateral salpingo-oophorectomy in BRCA# and BRCA# mutation carriers a prospective cohort study <PERSOON> LJ, Sandvei R, et al Prospectively detected cancer in familial breast/ovarian cancer screening <PERSOON> HS, et al Efficacy of cognitive behavioral therapy and physical exercise in alleviating treatment-induced menopausal symptoms in patients with breast cancer results of a randomized, controlled, multicenter trial <PERSOON> DT (###) Breast and ovarian cancer incidence in BRCA#-mutation Eisen A et al, <PERSOON> cancer risk following bilateral oophorectomy in BRCA# and BRCA# mutation carriers an international case-control study <PERSOON> J, et al Hormone therapy and the risk of breast cancer in <PERSOON> MJ, Butler K et al Quality of life and psychosexual adjustment after prophylactic oophorectomy for a family history of ovarian cancer <PERSOON> E, et al Management of postmenopausal hot flushes with venlafaxine Evans JP, Green RC Direct to Consumer Genetic Testing; Avoiding a Culture War Genetics in <PERSOON> L, et al Breast Cancer Incidence After Risk-Reducing SalpingoOophorectomy in BRCA# and <PERSOON> JA, <PERSOON-##> Q Long term hormone therapy for perimenopausal and postmenopausal women <PERSOON-##> J, et al Salpingo-oophorectomy and the risk of ovarian, fallopian tube, and peritoneal cancers in women with a BRCA# or BRCA# mutation <PERSOON-##> KA, Chiang JK, et al <PERSOON-##> impact of prophylactic salpingo-oophorectomy on menopausal symptoms and sexual function in women who carry a BRCA mutation <PERSOON-##> P, et al Impact of Oophorectomy on Cancer Incidence and Mortality in Women With a BRCA# or BRCA# Mutation Journal of Clinical oncology, ### <PERSOON-##> A, De <PERSOON-##> and clinical outcome of ### cycles of <PERSOON-##> heterogeneity and penetrance analysis of the BRCA# and BRCA# genes in breast cancer families <PERSOON-##> S, et al Short and long term effects of tibolone in postmenopausal <PERSOON-##> B, et al Opinion about reproductive decision making among individuals undergoing BRCA<DATUM> genetic testing in a multicentre Spanish cohort Hum Reprod ### Fries MH, <PERSOON-##> BJ, Flanagan J, et al.
490
nvog
<PERSOON> JA, <PERSOON> Q Long term hormone therapy for perimenopausal and postmenopausal women <PERSOON> J, et al Salpingo-oophorectomy and the risk of ovarian, fallopian tube, and peritoneal cancers in women with a BRCA# or BRCA# mutation <PERSOON> KA, Chiang JK, et al <PERSOON> impact of prophylactic salpingo-oophorectomy on menopausal symptoms and sexual function in women who carry a BRCA mutation <PERSOON> P, et al Impact of Oophorectomy on Cancer Incidence and Mortality in Women With a BRCA# or BRCA# Mutation Journal of Clinical oncology, ### <PERSOON> A, De <PERSOON> and clinical outcome of ### cycles of <PERSOON> heterogeneity and penetrance analysis of the BRCA# and BRCA# genes in breast cancer families <PERSOON-##> S, et al Short and long term effects of tibolone in postmenopausal <PERSOON-##> B, et al Opinion about reproductive decision making among individuals undergoing BRCA<DATUM> genetic testing in a multicentre Spanish cohort Hum Reprod ### Fries MH, <PERSOON-##> BJ, Flanagan J, et al patients at high risk for inherited breast/ovarian cancer report of a phase II trial <PERSOON-##> oophorectomy versus screening psychosocial outcomes in women at increased risk of ovarian cancer Psychooncology ### <PERSOON-##> KN, van der <PERSOON-##> CJ, et al Efficacy of screening women at high risk of hereditary ovarian cancer results of an ##-year cohort <PERSOON-##>, et al Efficacy of screening women at high risk of hereditary ovarian cancer results of an ##-year cohort study <PERSOON-##> JC Effect of early menopause on bone mineral density and fractures <PERSOON-##> SV <PERSOON-##>-related cancer spectrum in families with hereditary non-polyposis colorectal cancer (HNPCC) Familial Cancer Giardiello FM, Brensinger JD, Tersmette AC, et al Very high risk of cancer in familial <PERSOON-##> H, et al Survival in women with MMR mutations and ovarian cancer a multicentre study in Lynch syndrome kindreds J Med Genet ### Feb;##(#) ### Epub ### Jul ## Goldberg RM, Loprinzi CL, O'<PERSOON-##> JR, et al Transdermal clonidine for ameliorating tamoxifeninduced hot flashes <PERSOON-##> ###; <DATUM> ###.
526
nvog
report of a phase II trial <PERSOON> oophorectomy versus screening psychosocial outcomes in women at increased risk of ovarian cancer Psychooncology ### <PERSOON> KN, van der <PERSOON> CJ, et al Efficacy of screening women at high risk of hereditary ovarian cancer results of an ##-year cohort <PERSOON>, et al Efficacy of screening women at high risk of hereditary ovarian cancer results of an ##-year cohort study <PERSOON> JC Effect of early menopause on bone mineral density and fractures <PERSOON> SV <PERSOON>-related cancer spectrum in families with hereditary non-polyposis colorectal cancer (HNPCC) Familial Cancer Giardiello FM, Brensinger JD, Tersmette AC, et al Very high risk of cancer in familial <PERSOON> H, et al Survival in women with MMR mutations and ovarian cancer a multicentre study in Lynch syndrome kindreds J Med Genet ### Feb;##(#) ### Epub ### Jul ## Goldberg RM, Loprinzi CL, O'<PERSOON> JR, et al Transdermal clonidine for ameliorating tamoxifeninduced hot flashes <PERSOON-##> and low-dose continuous combined hormone treatment vaginal bleeding pattern, efficacy and tolerability <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> LA, Mecklin JP, de la <PERSOON-##> risk in hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome later age of onset <PERSOON-##> and ethical issues in cancer-genetics clinics <PERSOON-##> A et al Substantial breast cancer risk reduction and potential survival benefit after bilateral mastectomy when compared with surveillance in healthy BRCA# and BRCA# mutation carriers a prospective analysis <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> of the ovary FIGO ##th Annual Report on the Results of Treatment in <PERSOON-##> and breast cancer à complex story <PERSOON-##> invasive and borderline ovarian tumors by proband status, age <PERSOON-##> H, et al Cancer risk in hereditary nonolyposis colrectal cancer due to MSH# mutations impact on counseling and surveillance <PERSOON-##> BB, <PERSOON-##> JA de, Massuger LF, et al No efficacy of annual gynaecological screening in BRCA<DATUM> mutation carriers; an observational follow-up study Br J.
487
nvog
treatment vaginal bleeding pattern, efficacy and tolerability <PERSOON> JA, <PERSOON> LA, Mecklin JP, de la <PERSOON> risk in hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome later age of onset <PERSOON> and ethical issues in cancer-genetics clinics <PERSOON> A et al Substantial breast cancer risk reduction and potential survival benefit after bilateral mastectomy when compared with surveillance in healthy BRCA# and BRCA# mutation carriers a prospective analysis <PERSOON> P, <PERSOON> of the ovary FIGO ##th Annual Report on the Results of Treatment in <PERSOON> and breast cancer à complex story <PERSOON> invasive and borderline ovarian tumors by proband status, age <PERSOON-##> H, et al Cancer risk in hereditary nonolyposis colrectal cancer due to MSH# mutations impact on counseling and surveillance <PERSOON-##> BB, <PERSOON-##> JA de, Massuger LF, et al No efficacy of annual gynaecological screening in BRCA<DATUM> mutation carriers; an observational follow-up study <PERSOON-##> decisionmaking process of genetically at-risk couples considering preimplantation genetic diagnosis Initial findings from a grounded theory study <PERSOON-##> et al Practical clinical guidelines for assessing and managing <PERSOON-##> risk of osteoporotic fracture in men and women in England and Wales prospective derivation and validation of QFractureScores BMJ ###;<DATUM> Holmberg L, <PERSOON-##> steering and data monitoring committees HABITS (hormonal replacement therapy after breast cancer--is it safe?), a randomised comparison trial stopped Lancet Hughes CL, Wall, LL, Creasman WT Reproductive hormone levels in gynecologic oncology patients undergoing surgical castration after spontaneous menopause <PERSOON-##> trial of estrogen plus progestin for secondary prevention of coronary heart disease in postmenopausal women Heart and Estrogen/progestin Replacement Study (HERS) <PERSOON-##> AN Hormone replacement therapy in gynecologic cancer survivors Why not? Gynecol Oncol ### Aug;###(#) ###-## Ikeda H, et al Effects of candesartan for middle-aged and elderly women with hypertension and Ingelsson E et al Hysterectomy and risk of cardiovascular disease a population-based cohort study <PERSOON-##> P, <PERSOON-##> S.
475
nvog
genetically at-risk couples considering preimplantation genetic diagnosis Initial findings from a grounded theory study <PERSOON> et al Practical clinical guidelines for assessing and managing <PERSOON> risk of osteoporotic fracture in men and women in England and Wales prospective derivation and validation of QFractureScores BMJ ###;<DATUM> Holmberg L, <PERSOON> steering and data monitoring committees HABITS (hormonal replacement therapy after breast cancer--is it safe?), a randomised comparison trial stopped Lancet Hughes CL, Wall, LL, Creasman WT Reproductive hormone levels in gynecologic oncology patients undergoing surgical castration after spontaneous menopause <PERSOON> trial of estrogen plus progestin for secondary prevention of coronary heart disease in postmenopausal women Heart and Estrogen/progestin Replacement Study (HERS) <PERSOON> AN Hormone replacement therapy in gynecologic cancer survivors Why not? Gynecol Oncol ### Aug;###(#) ###-## Ikeda H, et al Effects of candesartan for middle-aged and elderly women with hypertension and Ingelsson E et al Hysterectomy and risk of cardiovascular disease a population-based cohort study <PERSOON> P, <PERSOON> S a meta-analysis <PERSOON> ### Aug;##(##) ###-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### Epub ### <PERSOON> ## <PERSOON-##> I, <PERSOON-##> A, et al Prevalence screening for ovarian cancer in postmenopausal women by CA ### measurement and ultrasonography <PERSOON-##> AP, et al Screening for ovarian <PERSOON-##> GF Oohorectomy as a risk factor for coronary heart disease <PERSOON-##> J, et al Oophorectomy vs ovarian conservation with hysterectomy cardiovascular disease, hip fracture, and cancer in the <PERSOON-##> and the <PERSOON-##> of Women’s Health Across the <PERSOON-##> of menopause on serum lipids and lipoproteins Maturitas <PERSOON-##> V, et al CYP#D# genotype, antidepressant use, and tamoxifen metabolism during adjuvant breast cancer treatment <PERSOON-##> ###; ## ##-## <PERSOON-##> BD, et al <PERSOON-##> relationship of menopausal status and rapid menopausal transition with carotid intime-media thickness progression in women a report from the <PERSOON-##> Angeles atherosclerosis study <PERSOON-##> D.
529
nvog
<PERSOON> ### Aug;##(##) ###-## doi <DATUM> j ejca ##<DATUM> ### Epub ### <PERSOON> ## <PERSOON> I, <PERSOON> A, et al Prevalence screening for ovarian cancer in postmenopausal women by CA ### measurement and ultrasonography <PERSOON> AP, et al Screening for ovarian <PERSOON> GF Oohorectomy as a risk factor for coronary heart disease <PERSOON> J, et al Oophorectomy vs ovarian conservation with hysterectomy cardiovascular disease, hip fracture, and cancer in the <PERSOON> and the <PERSOON> of Women’s Health Across the <PERSOON-##> of menopause on serum lipids and lipoproteins Maturitas <PERSOON-##> V, et al CYP#D# genotype, antidepressant use, and tamoxifen metabolism during adjuvant breast cancer treatment <PERSOON-##> ###; ## ##-## <PERSOON-##> BD, et al <PERSOON-##> relationship of menopausal status and rapid menopausal transition with carotid intime-media thickness progression in women a report from the <PERSOON-##> Angeles atherosclerosis study <PERSOON-##> D managing inherited predisposition to cancer <PERSOON-##> SN,et al Premature ovarian failure, endothelial dysfunction and estrogen-progestogen Kauff ND, Domcheck SM, Friebel TM et al Risk-reducing salpingo-oophorectomy for the prevention of BRCA#- and BRCA#-associated breast and gynecologic cancer A multicenter, prospective stud <PERSOON-##> ND, <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> E, <PERSOON-##> of ovarian cancer in BRCA# and BRCA# mutationnegative hereditary breast cancer families <PERSOON-##> NL, McAfee KM, <PERSOON-##> CL Mechanisms and treatments of SSRI-induced sexual dysfunction <PERSOON-##> CW, et al Risk of colorectal and endometrial cancers in EPCAM deletion-positive Lynch syndrome a cohort study <PERSOON-##> R, <PERSOON-##>-Arts <PERSOON-##> and efficacy of tibolone in breast-cancer patients with vasomotor symptoms a double-blind, <PERSOON-##> P, Arts <PERSOON-##> MJ Short-term surgical outcome and safety of risk reducing salpingo-oophorectomy in BRCA<DATUM> mutation carriers Maturitas ###, Jul;##(#) #<DATUM> doi <DATUM> j maturitas ##<DATUM> ### Epub ### Apr ##.
549
nvog
to cancer <PERSOON> SN,et al Premature ovarian failure, endothelial dysfunction and estrogen-progestogen Kauff ND, Domcheck SM, Friebel TM et al Risk-reducing salpingo-oophorectomy for the prevention of BRCA#- and BRCA#-associated breast and gynecologic cancer A multicenter, prospective stud <PERSOON> ND, <PERSOON> ME, <PERSOON> E, <PERSOON> of ovarian cancer in BRCA# and BRCA# mutationnegative hereditary breast cancer families <PERSOON> NL, McAfee KM, <PERSOON> CL Mechanisms and treatments of SSRI-induced sexual dysfunction <PERSOON> CW, et al Risk of colorectal and endometrial cancers in EPCAM deletion-positive Lynch syndrome a cohort study <PERSOON> R, <PERSOON-##>-Arts <PERSOON-##> and efficacy of tibolone in breast-cancer patients with vasomotor symptoms a double-blind, <PERSOON-##> P, Arts <PERSOON-##> MJ Short-term surgical outcome and safety of risk reducing salpingo-oophorectomy in BRCA<DATUM> mutation carriers Maturitas ###, Jul;##(#) #<DATUM> doi <DATUM> j maturitas ##<DATUM> ### Epub ### Apr ## Ovarian cancer linked to Lynch syndrome typically presents as early-onset, non-serous epithelial tumors <PERSOON-##> JH, Mandell JB Breast and ovarian cancer risks due to inherited mutations in BRCA# Knauff EA, et al Lipid profile of women with premature ovarian failure <PERSOON-##> SE, <PERSOON-##> N, et al Ovarian carcinoma subtypes are different diseases implications <PERSOON-##> J L et al Prophylactic oophorectomy reduces breast cancer penetrance during prospective, long-term follow-up of BRCA# mutation carriers <PERSOON-##> RJ, Shih IeM Molecular pathogenesis and extraovarian origin of epithelial ovarian cancer-shifting the paradigm <PERSOON-##> G,et al Prophylactic salpingectomy and delayed oophorectomy as an alternative for BRCA mutation carriers <PERSOON-##> J, et al Use of CA-### and ultrasound in high-risk women <PERSOON-##> F, Dea K, Duh MS, et al <PERSOON-##> the route of administration for estrogen hormone therapy impact the risk of venous thromboembolism? Estradiol transdermal system versus oral estrogen-only <PERSOON-##> JS, <PERSOON-##> EM, McGuire V, et al Breast and ovarian cancer in relatives of cancer patients, with and <PERSOON-##> AJ, Cunningham AP, Kuchenbaecker, KB , et al <PERSOON-##> Consortium of Investigators of Modifiers of BRCA#/## and <PERSOON-##> Breast Cancer Association Consortium BOADICEA breast cancer risk prediction model updates to cancer incidences, tumour pathology and web interface.
580
nvog
as early-onset, non-serous epithelial tumors <PERSOON> JH, Mandell JB Breast and ovarian cancer risks due to inherited mutations in BRCA# Knauff EA, et al Lipid profile of women with premature ovarian failure <PERSOON> SE, <PERSOON> N, et al Ovarian carcinoma subtypes are different diseases implications <PERSOON> J L et al Prophylactic oophorectomy reduces breast cancer penetrance during prospective, long-term follow-up of BRCA# mutation carriers <PERSOON> RJ, Shih IeM Molecular pathogenesis and extraovarian origin of epithelial ovarian cancer-shifting the paradigm <PERSOON> G,et al Prophylactic salpingectomy and delayed oophorectomy as an alternative for BRCA mutation carriers <PERSOON> J, et al Use of CA-### and ultrasound in high-risk women <PERSOON> F, Dea K, Duh MS, et al <PERSOON> the route of administration for estrogen hormone therapy impact the risk of venous thromboembolism? Estradiol transdermal system versus oral estrogen-only <PERSOON-##> JS, <PERSOON-##> EM, McGuire V, et al Breast and ovarian cancer in relatives of cancer patients, with and <PERSOON-##> AJ, Cunningham AP, Kuchenbaecker, KB , et al <PERSOON-##> Consortium of Investigators of Modifiers of BRCA#/## and <PERSOON-##> Breast Cancer Association Consortium BOADICEA breast cancer risk prediction model updates to cancer incidences, tumour pathology and web interface <PERSOON-##> washing cytology in patients with BRCA# reappraisal of its clinical utility <PERSOON-##> HL Effect of clonidine on hot flashes in postmenopausal <PERSOON-##> PN, <PERSOON-##> RM Preimplantation genetic diagnosis patients' experiences and attitudes <PERSOON-##> BY, Baldwin RL, et al Cancer incidence in a population of Jewish women at risk of Litton JK, Ready K, <PERSOON-##> H, et al Earlier age of onset of BRCA mutation-related cancers in subsequent generations Cancer ### <PERSOON-##> ## doi <DATUM> cncr ### <PERSOON-##> DM, <PERSOON-##> D, et al Defining and setting national goals for cardiovascular health promotion and disease reduction the American Heart Association's strategic Impact Goal through ### and beyond Circulation ### Feb #;###(#) ##<DATUM> <PERSOON-##> DM, Leip EP, Larson MG, D'Agostino RB, Beiser A, <PERSOON-##> PW, et al Prediction of lifetime risk for cardiovascular disease by risk factor burden at ## years of age <PERSOON-##> KM, Kaufmann M Venlafaxine is superior to clonidine as treatment of hot flashes in breast cancer patients--a double-blind, randomized <PERSOON-##> association.
596
nvog
<PERSOON> washing cytology in patients with BRCA# reappraisal of its clinical utility <PERSOON> HL Effect of clonidine on hot flashes in postmenopausal <PERSOON> PN, <PERSOON> RM Preimplantation genetic diagnosis patients' experiences and attitudes <PERSOON> BY, Baldwin RL, et al Cancer incidence in a population of Jewish women at risk of Litton JK, Ready K, <PERSOON> H, et al Earlier age of onset of BRCA mutation-related cancers in subsequent generations Cancer ### <PERSOON> ## doi <DATUM> cncr ### <PERSOON> DM, <PERSOON> D, et al Defining and setting national goals for cardiovascular health promotion and disease reduction the American Heart Association's strategic Impact Goal through ### and beyond Circulation ### Feb #;###(#) ##<DATUM> <PERSOON> DM, Leip EP, Larson MG, D'Agostino RB, Beiser A, <PERSOON-##> PW, et al Prediction of lifetime risk for cardiovascular disease by risk factor burden at ## years of age <PERSOON-##> KM, Kaufmann M Venlafaxine is superior to clonidine as treatment of hot flashes in breast cancer patients--a double-blind, randomized <PERSOON-##> association influence of <PERSOON-##> of hot flashes in breast-cancer survivors Lancet Loprinzi CL, Kugler JW, Sloan JA, et al Venlafaxine in management of hot flashes in survivors of Loprinzi CL, Michalak JC, Quella SK, O'<PERSOON-##> T, <PERSOON-##> NE, et al Megestrol acetate for the prevention of hot flashes <PERSOON-##> and ovarian cancer in women with Lynch syndrome update in <PERSOON-##> of histopathological evaluation in epithelial ovarian <PERSOON-##> E, et al Effects of tibolone and continuous combined hormone replacement therapy on mammographic breast density <PERSOON-##> T, et al Genetic counseling in hereditary nonpolyposis colorectal cancer an extended family with MSH# mutation <PERSOON-##> AH, Broadbent JL, <PERSOON-##> oestrogen and combined oestrogen/progestogen therapy versus placebo for hot flushes <PERSOON-##> E, et al Quality-of-life effects of prophylactic salpingooophorectomy versus gynecologic screening among women at increased risk of hereditary ovarian <PERSOON-##> LF, et al <PERSOON-##> impact of hormone replacement therapy on menopausal symptoms in younger high-risk women Mainini G, et al Premature ovarian failure Clinical evaluation of ## cases.
535
nvog
<PERSOON> of hot flashes in breast-cancer survivors Lancet Loprinzi CL, Kugler JW, Sloan JA, et al Venlafaxine in management of hot flashes in survivors of Loprinzi CL, Michalak JC, Quella SK, O'<PERSOON> T, <PERSOON> NE, et al Megestrol acetate for the prevention of hot flashes <PERSOON> and ovarian cancer in women with Lynch syndrome update in <PERSOON> of histopathological evaluation in epithelial ovarian <PERSOON> E, et al Effects of tibolone and continuous combined hormone replacement therapy on mammographic breast density <PERSOON> T, et al Genetic counseling in hereditary nonpolyposis colorectal cancer an extended family with MSH# mutation <PERSOON> AH, Broadbent JL, <PERSOON> oestrogen and combined oestrogen/progestogen therapy versus placebo for hot flushes <PERSOON-##> E, et al Quality-of-life effects of prophylactic salpingooophorectomy versus gynecologic screening among women at increased risk of hereditary ovarian <PERSOON-##> LF, et al <PERSOON-##> impact of hormone replacement therapy on menopausal symptoms in younger high-risk women Mainini G, et al Premature ovarian failure Clinical evaluation of ## cases Maki PM New data on mindfulness-based stress reduction for hot flashes how do alternative therapies compare with selective serotonin reuptake inhibitors? <PERSOON-##> U, et al <PERSOON-##> contribution of the hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome to the development of ovarian cancer <PERSOON-##> absorption of two estriol preparations A comparative study in <PERSOON-##> IL, et al Pathology of Breast and Ovarian Cancers among BRCA# and BRCA# Mutation Carriers Results from the Consortium of Investigators of Modifiers of <PERSOON-##> MG, <PERSOON-##> Y, <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> tubal fimbria is a preferred site for early adenocarcinoma in women with familial ovarian cancer <PERSOON-##> CT, et al Outcome of surveillance and prophylactic salpingo-oophorectomy in asymptomatic women at high risk for ovarian cancer <PERSOON-##> FD, <PERSOON-##> CP STICS, SCOUTs and p## signatures; a new language for pelvic serous carcinogenesis Front Biosci (Elite <PERSOON-##>) ### <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> CP A pathologist's road map to benign, precancerous, and malignant intraepithelial proliferations in the fallopian tube <PERSOON-##> KM.
515
nvog
Maki PM New data on mindfulness-based stress reduction for hot flashes how do alternative therapies compare with selective serotonin reuptake inhibitors? <PERSOON> U, et al <PERSOON> contribution of the hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome to the development of ovarian cancer <PERSOON> absorption of two estriol preparations A comparative study in <PERSOON> IL, et al Pathology of Breast and Ovarian Cancers among BRCA# and BRCA# Mutation Carriers Results from the Consortium of Investigators of Modifiers of <PERSOON> MG, <PERSOON> Y, <PERSOON> JA, <PERSOON> JE, <PERSOON> tubal fimbria is a preferred site for early adenocarcinoma in women with familial ovarian cancer <PERSOON-##> CT, et al Outcome of surveillance and prophylactic salpingo-oophorectomy in asymptomatic women at high risk for ovarian cancer <PERSOON-##> FD, <PERSOON-##> CP STICS, SCOUTs and p## signatures; a new language for pelvic serous carcinogenesis Front Biosci (Elite <PERSOON-##>) ### <PERSOON-##> G, <PERSOON-##> CP A pathologist's road map to benign, precancerous, and malignant intraepithelial proliferations in the fallopian tube <PERSOON-##> KM prophylactic oophorectomy in women at increased risk for ovarian cancer <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> A, et al Sensitivity and specificity of multimodal and ultrasound screening for ovarian cancer, and stage distribution of detected cancers results of the prevalence screen of the UK Collaborative Trial of <PERSOON-##> <INSTELLING> A controlled study of mental distress and somatic complaints after risk-reducing salpingo-oophorectomy in women at risk for hereditary breast ovarian cancer <PERSOON-##> JW van der Overgangsklachten evidence-based behandelopties anno ### Tijd voor nuancering Ned T voor <PERSOON-##> EG Hot flushes in breast cancer patients <PERSOON-##> AL, <PERSOON-##> JA, et al SSRI-induced sexual dysfunction fluoxetine, paroxetine, sertraline, and fluvoxamine in a prospective, multicenter, and descriptive clinical study of ### patients J Sex Marital Ther <DATUM> ###, ### Mosca L, <PERSOON-##> EJ, <PERSOON-##> K, et al Effectiveness-based guidelines for the prevention of cardiovascular disease in women—### Update A guideline from the <PERSOON-##> GH Exogenous steroids for menopausal symptoms and breast/endometrial cancer risk <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> and outcomes of PGD of familial adenomatous <PERSOON-##> training for coping with hot flashes.
556
nvog
women at increased risk for ovarian cancer <PERSOON> R, <PERSOON> A, et al Sensitivity and specificity of multimodal and ultrasound screening for ovarian cancer, and stage distribution of detected cancers results of the prevalence screen of the UK Collaborative Trial of <PERSOON> <INSTELLING> A controlled study of mental distress and somatic complaints after risk-reducing salpingo-oophorectomy in women at risk for hereditary breast ovarian cancer <PERSOON> JW van der Overgangsklachten evidence-based behandelopties anno ### Tijd voor nuancering Ned T voor <PERSOON> EG Hot flushes in breast cancer patients <PERSOON> AL, <PERSOON> JA, et al SSRI-induced sexual dysfunction fluoxetine, paroxetine, sertraline, and fluvoxamine in a prospective, multicenter, and descriptive clinical study of ### patients J Sex Marital Ther <DATUM> ###, ### Mosca L, <PERSOON> EJ, <PERSOON> K, et al Effectiveness-based guidelines for the prevention of cardiovascular disease in women—### Update A guideline from the <PERSOON-##> GH Exogenous steroids for menopausal symptoms and breast/endometrial cancer risk <PERSOON-##> ### <PERSOON-##> and outcomes of PGD of familial adenomatous <PERSOON-##> training for coping with hot flashes <PERSOON-##> HA; Hereditary Ovarian Cancer Clinical Study Group Ovarian cancer, oral contraceptives, and BRCA mutations <PERSOON-##> J Med ### Dec #;###(##) ##<DATUM> <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> therapies for menopausal hot flashes systematic review and meta-analysis <PERSOON-##> VM, Birkhaeuser MH, von <PERSOON-##> WC; LISA study investigators group Improved bleeding profile and tolerability of tibolone versus transdermal <PERSOON-##> treatment in postmenopausal women with <PERSOON-##> AL, <PERSOON-##> J, et al Surveillance of women at high risk for hereditary ovarian cancer <PERSOON-##> AL, <PERSOON-##> JA Surveillance of women at high risk for hereditary ovarian cancer is inefficient <PERSOON-##> JG Cancer genetic testing and assisted reproduction <PERSOON-##> ###;## ###-## <PERSOON-##> M CA### and transvaginal ultrasound monitoring in high-risk women cannot prevent the diagnosis of advanced ovarian cancer Gynecol <PERSOON-##> TM, van de Vijver MJ, et al Clinical.
541
nvog
<PERSOON> HA; Hereditary Ovarian Cancer Clinical Study Group Ovarian cancer, oral contraceptives, and BRCA mutations <PERSOON> J Med ### Dec #;###(##) ##<DATUM> <PERSOON> M, <PERSOON> therapies for menopausal hot flashes systematic review and meta-analysis <PERSOON> VM, Birkhaeuser MH, von <PERSOON> WC; LISA study investigators group Improved bleeding profile and tolerability of tibolone versus transdermal <PERSOON> treatment in postmenopausal women with <PERSOON> AL, <PERSOON> J, et al Surveillance of women at high risk for hereditary ovarian cancer <PERSOON> AL, <PERSOON-##> JA Surveillance of women at high risk for hereditary ovarian cancer is inefficient <PERSOON-##> JG Cancer genetic testing and assisted reproduction <PERSOON-##> ###;## ###-## <PERSOON-##> M CA### and transvaginal ultrasound monitoring in high-risk women cannot prevent the diagnosis of advanced ovarian cancer Gynecol <PERSOON-##> TM, van de Vijver MJ, et al <PERSOON-##> to reproductive genetic testing in women who had a positive BRCA test before having children a qualitative analysis <PERSOON-##> C, <PERSOON-##> ris in ### French MSH# or MLH# gene <PERSOON-##> JE Ovarian conservation at the time of hysterectomy and long-term health outcomes in the <PERSOON-##> U et al It’s now or never fertility-related knowledge, decision making preferences, and treatment intentions in young women with breast cancer - an Australian Fertility Decision aid collaborative Group study <PERSOON-##> H, <PERSOON-##> WMM, et al European guidelines on <PERSOON-##> GM Genetic testing and counselling in familial adenomatous polyposis <PERSOON-##> R, <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> one-stop multidisciplinary follow-up clinic significantly improves cancer risk management in BRCA<DATUM> carriers <PERSOON-##> RJ, <PERSOON-##> RH.
451
nvog
<PERSOON> to reproductive genetic testing in women who had a positive BRCA test before having children a qualitative analysis <PERSOON> C, <PERSOON> ris in ### French MSH# or MLH# gene <PERSOON> JE Ovarian conservation at the time of hysterectomy and long-term health outcomes in the <PERSOON> U et al It’s now or never fertility-related knowledge, decision making preferences, and treatment intentions in young women with breast cancer - an Australian Fertility Decision aid collaborative Group study <PERSOON> H, <PERSOON> WMM, et al European guidelines on <PERSOON> GM Genetic testing and counselling in familial adenomatous polyposis <PERSOON> R, <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> one-stop multidisciplinary follow-up clinic significantly improves cancer risk management in BRCA<DATUM> carriers <PERSOON-##> RJ, <PERSOON-##> RH tubes of women predisposed to developing ovarian cancer <PERSOON-##> ### Nov;###(#) ##<DATUM> Pirimoglu ZM, <PERSOON-##> EE, <PERSOON-##> YK, <PERSOON-##> O, and <PERSOON-##> MC Glucose tolerance of premenopausal women after menopause due to surgical removal of ovaries <PERSOON-##> ME, <PERSOON-##> oestrogen therapy after breast cancer is it safe? <PERSOON-##> ### Nov;##(##) ###-## Powell CB, <PERSOON-##> JT, Moore DH, Ziegler J consecutive series of ### patients using a standardized surgical-pathological protocol Powell CB, Risk reducing salpingo-oophorectomy for BRCA mutation carriers Twenty years later <PERSOON-##> GP, Vadaparampil ST, Miree CA, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> risk men's perceptions of pre-implantation genetic diagnosis for hereditary breast and ovarian cancer <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> LM, <PERSOON-##> C Non-hormonal interventions for hot flushes in women with a history of breast cancer <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> BL; Prevention and Observation of Surgical End Points Study Group Prophylactic oophorectomy in carriers of BRCA# or BRCA# mutations <PERSOON-##> T, et al Effect of short-term hormone replacement therapy on breast.
512
nvog
to developing ovarian cancer <PERSOON> ### Nov;###(#) ##<DATUM> Pirimoglu ZM, <PERSOON> EE, <PERSOON> YK, <PERSOON> O, and <PERSOON> MC Glucose tolerance of premenopausal women after menopause due to surgical removal of ovaries <PERSOON> ME, <PERSOON> oestrogen therapy after breast cancer is it safe? <PERSOON> ### Nov;##(##) ###-## Powell CB, <PERSOON> JT, Moore DH, Ziegler J consecutive series of ### patients using a standardized surgical-pathological protocol Powell CB, Risk reducing salpingo-oophorectomy for BRCA mutation carriers Twenty years later <PERSOON-##> GP, Vadaparampil ST, Miree CA, <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> risk men's perceptions of pre-implantation genetic diagnosis for hereditary breast and ovarian cancer <PERSOON-##> J, <PERSOON-##> LM, <PERSOON-##> C Non-hormonal interventions for hot flushes in women with a history of breast cancer <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> BL; Prevention and Observation of Surgical End Points Study Group Prophylactic oophorectomy in carriers of BRCA# or BRCA# mutations <PERSOON-##> T, et al Effect of short-term hormone replacement therapy on breast <PERSOON-##> JE, et al Prevention and Observation of Surgical End Points Study Group Prophylactic oophorectomy in carriers of BRCA# or <PERSOON-##> JC, <PERSOON-##> MJ Support of the 'fallopian tube hypothesis' in a prospective series of risk-reducing salpingo-oophorectomy specimens <PERSOON-##> RD Jr, <PERSOON-##> VL, Melton LJ #rd, Rocca WA Increased cardiovascular mortality after early bilateral oophorectomy Menopause ### <PERSOON-##>-Feb;##(#) ##-## Rivera CM, Grossardt BR, Rhodes DJ, Rocca WA Increased mortality for neurological and mental <PERSOON-##> pathogenesis and extraovarian origin of epithelial ovarian cancer— Rocca WA, Grossardt BR, de <PERSOON-##> GD, Melton LJ #rd Survival Rocca WA, Shuster LT, Grossardt BR, Maraganore DM, Gostout BS, Geda YE, Melton LJ #rd Longterm effects of bilateral oophorectomy on brain aging unanswered questions from the Mayo Clinic Cohort Study of Oophorectomy and Aging Womens Health (Lond Engl) ### <PERSOON-##>;#(#) ##-## <PERSOON-##> JA, <PERSOON-##> LF Concurrent Endometrial Intraepithelial Carcinoma (EIC) and Serous Ovarian Cancer <PERSOON-##> EIC Be Seen as the <PERSOON-##> FE Re Oral contraceptives and the risk of breast cancer in BRCA# and BRCA# mutation carriers <PERSOON-##> ### Jul #;##(##) ###.
637
nvog
<PERSOON> JE, et al Prevention and Observation of Surgical End Points Study Group Prophylactic oophorectomy in carriers of BRCA# or <PERSOON> JC, <PERSOON> MJ Support of the 'fallopian tube hypothesis' in a prospective series of risk-reducing salpingo-oophorectomy specimens <PERSOON> RD Jr, <PERSOON> VL, Melton LJ #rd, Rocca WA Increased cardiovascular mortality after early bilateral oophorectomy Menopause ### <PERSOON>-Feb;##(#) ##-## Rivera CM, Grossardt BR, Rhodes DJ, Rocca WA Increased mortality for neurological and mental <PERSOON> pathogenesis and extraovarian origin of epithelial ovarian cancer— Rocca WA, Grossardt BR, de <PERSOON> GD, Melton LJ #rd Survival Rocca WA, Shuster LT, Grossardt BR, Maraganore DM, Gostout BS, Geda YE, Melton LJ #rd Longterm effects of bilateral oophorectomy on brain aging unanswered questions from the Mayo Clinic Cohort Study of Oophorectomy and Aging Womens Health (Lond Engl) ### <PERSOON>;#(#) ##-## <PERSOON> JA, <PERSOON-##> LF Concurrent Endometrial Intraepithelial Carcinoma (EIC) and Serous Ovarian Cancer <PERSOON> EIC Be Seen as the <PERSOON-##> FE Re Oral contraceptives and the risk of breast cancer in BRCA# and BRCA# mutation carriers <PERSOON-##> ### Jul #;##(##) ### <PERSOON-##> IJ Results of annual screening in phase I of the United Kingdom familial ovarian cancer screening study highlight the need for strict adherence to screening schedule <PERSOON-##> JE, <PERSOON-##> GL, Prentice RL, et al Risks and benefits of estrogen plus progestin in healthy postmenopausal women principal results From the Women's Health Initiative randomized controlled Rossouw JE, Prentice RL, Manson JE et al Postmenopausal hormone therapy and risk of cardiovascular disease by age and year since menopause <PERSOON-##>-reducing strategies for women carrying BRCA<DATUM> mutations with a focus on prophylactic surgery <PERSOON-##> SP, et al Executive summary postmenopausal hormone therapy an endocrine society scientific statement <PERSOON-##> M, <PERSOON-##> J, et al Outcome of preventive surgery and screening for breast and ovarian cancer in BRCA mutation carriers <PERSOON-##> CL, et al Effect of hormone replacement therapy on cardiovascular events in recently postmenopausal women randomised trial <PERSOON-##> M, et al Outcome of preventive surgery and screening for breast and ovarian cancer in BRCA mutation carriers.
549
nvog
<PERSOON> IJ Results of annual screening in phase I of the United Kingdom familial ovarian cancer screening study highlight the need for strict adherence to screening schedule <PERSOON> JE, <PERSOON> GL, Prentice RL, et al Risks and benefits of estrogen plus progestin in healthy postmenopausal women principal results From the Women's Health Initiative randomized controlled Rossouw JE, Prentice RL, Manson JE et al Postmenopausal hormone therapy and risk of cardiovascular disease by age and year since menopause <PERSOON>-reducing strategies for women carrying BRCA<DATUM> mutations with a focus on prophylactic surgery <PERSOON> SP, et al Executive summary postmenopausal hormone therapy an endocrine society scientific statement <PERSOON> M, <PERSOON> J, et al Outcome of preventive surgery and screening for breast and ovarian cancer in BRCA mutation carriers <PERSOON> CL, et al Effect of hormone replacement therapy on cardiovascular events in recently postmenopausal women randomised trial <PERSOON> M, et al Outcome of preventive surgery and screening for breast and ovarian cancer in BRCA mutation carriers ###–### <PERSOON-##> JA Current alcohol use, hormone levels, and hot flashes in midlife women <PERSOON-##> KM, Lynch HT, <PERSOON-##> LM et al Prophylactic surgery to reduce the risk of gynecologic cancers in the Lynch syndrome <PERSOON-##> SGO White Paper on Ovarian Cancer Etiology, Screening and Surveillance Gynecologic Oncology Volume ###, Issue #, October ###, Shaw PA, McLaughlin JR, Zweemer RP, et al Histopathologic features of genetically determined Shuster LT, Gostout BS, Grossardt BR, et al Prophylactic oophorectomy in premenopausal women Simchoni, Friedman, Kaufman, et al Familial clustering of site-specific cancer risks associated with BRCA# and BRCA# mutations in the Ashkenazi Jewish population PNAS, ###, vol ###, no ##, ###– <PERSOON-##> genetic diagnosis (PGD) for heritable neoplasia Skates SJ, <PERSOON-##> NK et al Large prospective study of ovarian cancer screening in high risk women CA### cut-point defined by menopausal status <PERSOON-##> ovarian tumors in Sweden ###-### trends in incidence and age at diagnosis compared to ovarian cancer <PERSOON-##> AM.
494
nvog
<PERSOON> JA Current alcohol use, hormone levels, and hot flashes in midlife women <PERSOON> KM, Lynch HT, <PERSOON> LM et al Prophylactic surgery to reduce the risk of gynecologic cancers in the Lynch syndrome <PERSOON> SGO White Paper on Ovarian Cancer Etiology, Screening and Surveillance Gynecologic Oncology Volume ###, Issue #, October ###, Shaw PA, McLaughlin JR, Zweemer RP, et al Histopathologic features of genetically determined Shuster LT, Gostout BS, Grossardt BR, et al Prophylactic oophorectomy in premenopausal women Simchoni, Friedman, Kaufman, et al Familial clustering of site-specific cancer risks associated with BRCA# and BRCA# mutations in the Ashkenazi Jewish population PNAS, ###, vol ###, no ##, ###– <PERSOON> genetic diagnosis (PGD) for heritable neoplasia Skates SJ, <PERSOON> NK et al Large prospective study of ovarian cancer screening in high risk women CA### cut-point defined by menopausal status <PERSOON> ovarian tumors in Sweden ###-### trends in incidence and age at diagnosis compared to ovarian cancer <PERSOON> cancer and genetic susceptibility in relation to the BRCA # and BRCA # genes Occurrence, clinical importance and intervention <PERSOON> MA, Ford JM Cancer risk reduction and reproductive concerns <PERSOON-##> E Paroxetine controlled release in the treatment of menopausal hot flashes a randomized controlled trial JAMA ###;### ###-### <PERSOON-##> of hot flashes on quality of life among postmenopausal women being treated for breast cancer <PERSOON-##> EN, et al Screening for familial ovarian cancer failure of current protocols to detect ovarian cancer at an early stage according to the international <PERSOON-##> BA A systemic review and meta-analysis of familiy history and risk of ovarian cancer <PERSOON-##> S, et al <PERSOON-##> risk of cancer associated with specific mutations of BRCA# and BRCA# among <PERSOON-##>, et al Updated IMS recommendations on postmenopausal hormone therapy and preventive strategies for midlife health <PERSOON-##> R.
468
nvog
<PERSOON> cancer and genetic susceptibility in relation to the BRCA # and BRCA # genes Occurrence, clinical importance and intervention <PERSOON> MA, Ford JM Cancer risk reduction and reproductive concerns <PERSOON> E Paroxetine controlled release in the treatment of menopausal hot flashes a randomized controlled trial JAMA ###;### ###-### <PERSOON> of hot flashes on quality of life among postmenopausal women being treated for breast cancer <PERSOON> EN, et al Screening for familial ovarian cancer failure of current protocols to detect ovarian cancer at an early stage according to the international <PERSOON> BA A systemic review and meta-analysis of familiy history and risk of ovarian cancer <PERSOON> S, et al <PERSOON> risk of cancer associated with specific mutations of BRCA# and BRCA# among <PERSOON>, et al Updated IMS recommendations on postmenopausal hormone therapy and preventive strategies for midlife health <PERSOON-##> PD, Easton DF, Ponder BA Ovarian and breast cancer risks to women in families with two or more cases of ovarian cancer <PERSOON-##> ED, et al Vasomotor symptoms and cardiovascular events in postmenopausal women <PERSOON-##> of vulvovaginal atrophy-related sexual dysfunction <PERSOON-##> role of soy isoflavones in menopausal health report of <PERSOON-##> in <PERSOON-##> a measure of women's sexual <PERSOON-##> R, et al <PERSOON-##> of perimenopausal fractures--a prospective population-based study <PERSOON-##> of tibolone and continuous combined hormone therapy on mammographic breast density and breast histochemical <PERSOON-##> GH, Leegte BK, et al Penetrance of breast cancer, ovarian cancer and contralateral breast cancer in BRCA# and BRCA# families high cancer incidence at older age <PERSOON-##> MJ, Arts <PERSOON-##> GH Time to stop ovarian cancer screening in BRCA<DATUM> mutation carries <PERSOON-##> menopause increased fracture risk at older.
426
nvog
DF, Ponder BA Ovarian and breast cancer risks to women in families with two or more cases of ovarian cancer <PERSOON> ED, et al Vasomotor symptoms and cardiovascular events in postmenopausal women <PERSOON> of vulvovaginal atrophy-related sexual dysfunction <PERSOON> role of soy isoflavones in menopausal health report of <PERSOON> in <PERSOON> a measure of women's sexual <PERSOON> R, et al <PERSOON> of perimenopausal fractures--a prospective population-based study <PERSOON> of tibolone and continuous combined hormone therapy on mammographic breast density and breast histochemical <PERSOON> GH, Leegte BK, et al Penetrance of breast cancer, ovarian cancer and contralateral breast cancer in BRCA# and BRCA# families high cancer incidence at older age <PERSOON-##> MJ, Arts <PERSOON-##> GH Time to stop ovarian cancer screening in BRCA<DATUM> mutation carries <PERSOON-##> menopause increased fracture risk at older High cancer risk and increased mortality in patients <PERSOON-##> WAJ Decision analysis of prophylactic surgery or screening for BRCA# mutation carriers a more prominent role for Vasen HF, Stormorken A, <PERSOON-##> FH, et al MSH# mutation carriers are at higher risk of cancer than MLH# mutation carriers a study of hereditary nonpolyposis colorectal cancer families <PERSOON-##> H, et al Early detection of breast and ovarian cancer in families with <PERSOON-##> R, et al Early detection of breast and ovarian cancer in families with BRCA mutations <PERSOON-##> N, <PERSOON-##> and menopausal transition <PERSOON-##> D, et al Chemosensitivity and outcome of BRCA#- and BRCA#associated ovarian cancer patients after first-line chemotherapy compared with sporadic ovarian cancer patients <PERSOON-##> ### <PERSOON-##>;##(#) ###-## doi <DATUM> annonc/mdq### <PERSOON-##> GH, de Hullu JA, <PERSOON-##> of BRCA#- compared with BRCA#-associated ovarian cancer a nationwide study in the <PERSOON-##> ### Aug;##(#) ###-## doi.
474
nvog
risk and increased mortality in patients <PERSOON> WAJ Decision analysis of prophylactic surgery or screening for BRCA# mutation carriers a more prominent role for Vasen HF, Stormorken A, <PERSOON> FH, et al MSH# mutation carriers are at higher risk of cancer than MLH# mutation carriers a study of hereditary nonpolyposis colorectal cancer families <PERSOON> H, et al Early detection of breast and ovarian cancer in families with <PERSOON> R, et al Early detection of breast and ovarian cancer in families with BRCA mutations <PERSOON> N, <PERSOON> and menopausal transition <PERSOON> D, et al Chemosensitivity and outcome of BRCA#- and BRCA#associated ovarian cancer patients after first-line chemotherapy compared with sporadic ovarian cancer patients <PERSOON> ### <PERSOON>;##(#) ###-## doi <DATUM> annonc/mdq### <PERSOON-##> GH, de Hullu JA, <PERSOON-##> of BRCA#- compared with BRCA#-associated ovarian cancer a nationwide study in the <PERSOON-##> ### Aug;##(#) ###-## doi Prevalence of BRCA# and BRCA# germ line mutations among women with carcinoma of the fallopian tube <PERSOON-##> S, <PERSOON-##> MK, et al Mutations in ## genes for inherited ovarian, fallopian tube, and peritoneal carcinoma identified by massively parallel sequencing <PERSOON-##> risk of extra-colonic, extra-endometrial cancer in the Lynch syndrome <PERSOON-##> SM, Newlin AC Genetic testing by cancer site ovary <PERSOON-##> SL, Park KJ, Soslow RA et al Clinical outcome of isolated serous tubal intraepithelial Writing Group for the Women’s Health Initiative Investigators Risks and benefits of estrogen plus progestin in healthy postmenopausal women principal results from the Women’s <PERSOON-##> MH, Pan HA, <PERSOON-##> KE Quality of life and sexuality changes in <PERSOON-##> of surgical menopause on lipid and <PERSOON-##> effects of conventional hormone replacement therapy and tibolone on climacteric symptoms and sexual dysfunction in postmenopausal women <PERSOON-##> JA Factors that may influence the experience of hot flushes by healthy middle-aged <PERSOON-##> RH, <PERSOON-##> IJ, <PERSOON> FH,.
506
nvog
In <LOCATIE> bestaan veel goed lopende verloskundige samenwerkingsverbanden tussen de eerstelijns verloskundigen en de gynaecologen Hierin liggen duidelijke afspraken vast over het te voeren beleid en ieders verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van dit beleid De verloskundige zorg is gebaat met een goede overdracht van eerste naar tweede lijn met een heldere afbakening van verantwoordelijkheden In sommige samenwerkingsverbanden is de afbakening van deze verantwoordelijk echter minder duidelijk Dit geldt bijvoorbeeld voor afspraken over de zogenaamde verlengde arm constructie Deze verouderde Zowel de KNOV als de NVOG hebben hierover een duidelijk standpunt en willen dit standpunt hiermee Officieel, volgens de wet BIG, bestaat een verlengde arm constructie niet meer Wel wordt er gesproken over delegatie van taken Dit kunnen ook voorbehouden handelingen zijn De mogelijkheid om een voorbehouden handeling te delegeren is vastgelegd in artikel ## van de wet BIG en is geformuleerd met als uitgangspunt een verbod Het mag niet tenzij voldaan wordt aan bepaalde criteria In het veld wordt algemeen onder de zogenaamde verlengde arm constructie het volgende verstaan De ‘verlengde arm' constructie is de situatie waarbij de eerstelijns verloskundige de bevalling begeleidt bij een zwangere met een medische indicatie voor een klinische partus, zoals beschreven in de Verloskundige Indicatie Lijst (VIL) De medische indicatie kan reeds in de zwangerschap aanwezig zijn (sectio caesarea in de anamnese) of tijdens de baring ontstaan (bijvoorbeeld meconiumhoudend vruchtwater, secundaire weeënzwakte, noodzaak tot pijnstilling) De verloskundige verwijst de zwangere naar de tweede lijn en gaat vervolgens zelf door met het verlenen van verloskundige zorg (onder een "soort van" eindverantwoordelijkheid van de gynaecoloog) Indien deze situatie structureel voorkomt of er zijn afspraken over gemaakt, dan spreekt In sommige regio's en ziekenhuizen is dit een geaccepteerde manier werken De argumenten vóór deze constructie zijn dat het vooral cliënt/patiënt vriendelijk zou zijn Er is immers geen wisseling van zorgverlener De eerstelijns verloskundige hulpverlener is bekend en vertrouwd voor de patiënt De continuïteit van zorg is gewaarborgd Voorts is een argument dat in veel van deze situaties de kans op complicaties klein zou zijn en dat bij tijdig waarschuwen de specialist op tijd aanwezig kan zijn • de redelijke aanname dat degene aan wie de opdracht wordt gegeven bekwaam is In tegenstelling tot de tweede lijns verloskundige is de eerste lijns verloskundige hulpverlener niet specifiek opgeleid en/of heeft onvoldoende ervaring om bevallingen met een medische indicatie te begeleiden Zij is dus anders dan bij de fysiologische situaties, niet bekwaam Hierdoor kan niet worden voldaan aan het tweede Er is tijdens de bevalling geen directe supervisie van de gynaecoloog of een andere tweede lijns verantwoordelijke professional Hierdoor wordt het geven van aanwijzingen of het houden van toezicht bemoeilijkt of op zijn minst kan het voor verwarring zorgen Dit ligt gecompliceerd gezien de derde en vierde Bovendien ontstaat bij deze zogenoemde verlengde arm constructie een situatie waarbij de verloskundige feitelijk ‘naar zichzelf verwijst', terwijl de ‘cliënt' intussen ‘patiënt' is geworden.
552
nvog
Deze richtlijn is tot stand gekomen door financiering van Voorschrijven antibiotica op basis van risicofactoren en symptomen ## BIJLAGE # Overzicht van alle door werkgroepleden aangedragen knelpunten ## BIJLAGE #a Evidence tabel uitgangsvraag maternale koorts bij epidurale Het doel van deze richtlijn is een evidence-based onderbouwing van de preventie, herkenning, optimalisering van diagnostiek en behandeling van early-onset neonatale infecties bij Deze samenvatting is bedoeld voor kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen en huisartsen Het betreffen zorgleners die allen potentieel betrokken zijn bij de kraamperiode De doelgroep omvat zwangeren en pasgeborenen ongeacht zwangerschapsduur die risicofactoren hebben op een early-onset infectie of op basis van klinische symptomen van een Een (verdenking) early-onset neonatale infectie wordt gedefinieerd als een (mogelijke) infectie die binnen ## uur na de geboorte ontstaat Bij de samenvatting van de aanbevelingen dient te worden opgemerkt dat symptomen bij pasgeborenen aspecifiek zijn voor een infectie De differentiaal diagnose bij de pasgeborenen vertoont raakvlakken met specifieke ziektebeelden, welke in deze algemene richtlijn niet Deze richtlijn is een bewerking voor de Nederlandse situatie van de NICE richtlijn "Antibiotics for early-onset neonatal infection antibiotics for the prevention and treatment of early-onset neonatal infection" die in augustus ### door de National Collaborating Centre for Woman's Early-onset neonatale bacteriële infecties zijn een belangrijke oorzaak van mortaliteit en morbiditeit bij neonaten De incidentie van bewezen en waarschijnlijke early-onset neonatale infectie in <LOCATIE> bedraagt ongeveer # per ### levendgeborenen Het aantal verdenkingen op een infectie wordt geschat op ##-## x hoger hetgeen overeenkomt met ten minste # ### jonge zuigelingen per jaar in <LOCATIE> Er zijn maternale risicofactoren die de kans op deze infecties vergroten zoals dreigende vroeggeboorte, voortijdig en lang gebroken vliezen en koorts durante partu Er zijn ook klinische symptomen bij de neonaat die de waarschijnlijkheid op een daadwerkelijke infectie vergroten zoals respiratoire problemen postpartum B streptokokken (GBS, Streptococcus agalactiae) en Escherichia coli Volgens een surveillance in Engeland zouden deze verwekkers verantwoordelijk zijn voor ##-##% van alle bewezen early-onset neonatale sepsis Er is sprake van maternale GBS-kolonisatie als er een GBS-positieve urine en/of rectovaginale kweek wordt vastgesteld Een verhoogd risico op een infectie wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van één of meerdere risicofactoren zonder klinische symptomen of de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die kunnen passen bij de normale neonatale transitie postpartum Een sterke verdenking infectie wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die niet passen bij de normale neonatale transitie Uitgangsvraag # informatie en ondersteuning - Welke informatie en ondersteuning dienen ouders en/of zorgverleners te krijgen bij een verhoogd risico op of (de verdenking op) een Indien er een verhoogd risico is op een early-onset neonatale infectie danwel een verdenking op of een bewezen early-onset neonatale infectie dient voorlichting aan ouders/ verzorgers en zorgverleners te bestaan uit de volgende informatie.
577
nvog
# per ### levendgeborenen Het aantal verdenkingen op een infectie wordt geschat op ##-## x hoger hetgeen overeenkomt met ten minste # ### jonge zuigelingen per jaar in <LOCATIE> Er zijn maternale risicofactoren die de kans op deze infecties vergroten zoals dreigende vroeggeboorte, voortijdig en lang gebroken vliezen en koorts durante partu Er zijn ook klinische symptomen bij de neonaat die de waarschijnlijkheid op een daadwerkelijke infectie vergroten zoals respiratoire problemen postpartum B streptokokken (GBS, Streptococcus agalactiae) en Escherichia coli Volgens een surveillance in Engeland zouden deze verwekkers verantwoordelijk zijn voor ##-##% van alle bewezen early-onset neonatale sepsis Er is sprake van maternale GBS-kolonisatie als er een GBS-positieve urine en/of rectovaginale kweek wordt vastgesteld Een verhoogd risico op een infectie wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van één of meerdere risicofactoren zonder klinische symptomen of de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die kunnen passen bij de normale neonatale transitie postpartum Een sterke verdenking infectie wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die niet passen bij de normale neonatale transitie Uitgangsvraag # informatie en ondersteuning - Welke informatie en ondersteuning dienen ouders en/of zorgverleners te krijgen bij een verhoogd risico op of (de verdenking op) een Indien er een verhoogd risico is op een early-onset neonatale infectie danwel een verdenking op of een bewezen early-onset neonatale infectie dient voorlichting aan ouders/ verzorgers en zorgverleners te bestaan uit de volgende informatie # Uitgangsvraag #], of klinische symptomen, zie tabel #b • leg uit waarom er reden tot ongerustheid is en geef informatie over de aard van de • bespreek het beleid (klinische observatie dan wel diagnostiek en behandeling met Als er een verdenking op een early-onset neonatale infectie is geweest, worden de ouders/verzorgers voorafgaande aan het ontslag mondeling en schriftelijk geïnformeerd omtrent het zoeken van medisch hulp (bijvoorbeeld verloskundige, huisarts of spoedeisende hulp) als er bij het kind sprake is van ondertemperatuur of koorts die niet door omgevingsfactoren kan worden verklaard Informeer de ouders/verzorgers en de verloskundige of de huisarts mondeling en schriftelijk als een kind met risicofactoren op een infectie uit het ziekenhuis wordt ontslagen Wanneer het een thuisbevalling betreft informeert de verloskundige de ouders/verzorgers en de kraamverzorgenden Indien er sprake is van GBS kolonisatie in de huidige zwangerschap dient een GBS screening in een volgende zwangerschap te worden besproken en overwogen Als een neonaat na een doorgemaakte groep B streptokokken infectie ontslagen wordt • informeer de moeder dat als zij weer zwanger wordt o zij haar verloskundig team dient te informeren dat zij een eerder kind met een o antibiotica bij de bevalling (GBS-profylaxe) van een volgende zwangerschap • informeer de huisarts, de verloskundige en gynaecoloog van de moeder schriftelijk o terugkeer van een groep B streptokokken infectie bij het kind, en; o groep B streptokokken infectie bij een volgend kind Een essentieel onderdeel van het geven van goede instructie is de controle of ouders de instructies begrepen hebben en in staat zijn adviezen op te volgen Uitgangsvraag #.
585
nvog
er reden tot ongerustheid is en geef informatie over de aard van de • bespreek het beleid (klinische observatie dan wel diagnostiek en behandeling met Als er een verdenking op een early-onset neonatale infectie is geweest, worden de ouders/verzorgers voorafgaande aan het ontslag mondeling en schriftelijk geïnformeerd omtrent het zoeken van medisch hulp (bijvoorbeeld verloskundige, huisarts of spoedeisende hulp) als er bij het kind sprake is van ondertemperatuur of koorts die niet door omgevingsfactoren kan worden verklaard Informeer de ouders/verzorgers en de verloskundige of de huisarts mondeling en schriftelijk als een kind met risicofactoren op een infectie uit het ziekenhuis wordt ontslagen Wanneer het een thuisbevalling betreft informeert de verloskundige de ouders/verzorgers en de kraamverzorgenden Indien er sprake is van GBS kolonisatie in de huidige zwangerschap dient een GBS screening in een volgende zwangerschap te worden besproken en overwogen Als een neonaat na een doorgemaakte groep B streptokokken infectie ontslagen wordt • informeer de moeder dat als zij weer zwanger wordt o zij haar verloskundig team dient te informeren dat zij een eerder kind met een o antibiotica bij de bevalling (GBS-profylaxe) van een volgende zwangerschap • informeer de huisarts, de verloskundige en gynaecoloog van de moeder schriftelijk o terugkeer van een groep B streptokokken infectie bij het kind, en; o groep B streptokokken infectie bij een volgend kind Een essentieel onderdeel van het geven van goede instructie is de controle of ouders de instructies begrepen hebben en in staat zijn adviezen op te volgen Uitgangsvraag # intrapartum profylactische behandeling met antibiotica ter preventie van early-onset neonatale infecties? een early-onset neonatale infectie te voorkomen is geïndiceerd indien er sprake is van - een eerder kind met een invasieve GBS infectie - maternale bacteriurie of urineweginfectie door GBS in de huidige zwangerschap - maternale GBS-kolonisatie (rectovaginale kweek) zonder andere risicofactoren in de huidige zwangerschap waarbij de voor- en nadelen met de zwangere worden besproken; of - vroeggeboorte en tevens het voortijdig breken van de vliezen (ongeacht duur) en een GBS-status Het vaststellen van de GBS-status is geïndiceerd indien er sprake is van - gebroken vliezen zonder weeënactiviteit (PROM) Het vaststellen van de GBS-status bij een zwangerschapsduur )## weken en PROM gebeurt na ## uur Overweeg in overleg met de zwangere het vaststellen van de GBS-status bij een zwangerschapsduur van ##-## weken indien - er sprake is van GBS-kolonisatie tijdens een voorgaande zwangerschap; of - een eerder kind is behandeld met een klinisch beeld van early-onset neonatale sepsis/ meningitis zonder bekende verwekker waarbij sprake was van noodzaak tot kunstmatige Schema # Flowchart obstetrisch beleid rondom het voorkomen van een early-onset - Eerder kind met earlyonset sepsis met onbekende verwekkerc Premature weeënactiviteit en/of “prelabour rupture of the membranes” (PROM) PROM is gedefinieerd als het breken van de vliezen voor de aanvang van weeënactiviteit Indien GBS-kolonisatie in een voorgaande zwangerschap is vastgesteld, wordt overwogen om in de huidige zwangerschap bij een amenorrhoeduur van ##-## weken GBS-diagnostiek in te zetten.
587
nvog
met antibiotica ter preventie van early-onset neonatale infecties? een early-onset neonatale infectie te voorkomen is geïndiceerd indien er sprake is van - een eerder kind met een invasieve GBS infectie - maternale bacteriurie of urineweginfectie door GBS in de huidige zwangerschap - maternale GBS-kolonisatie (rectovaginale kweek) zonder andere risicofactoren in de huidige zwangerschap waarbij de voor- en nadelen met de zwangere worden besproken; of - vroeggeboorte en tevens het voortijdig breken van de vliezen (ongeacht duur) en een GBS-status Het vaststellen van de GBS-status is geïndiceerd indien er sprake is van - gebroken vliezen zonder weeënactiviteit (PROM) Het vaststellen van de GBS-status bij een zwangerschapsduur )## weken en PROM gebeurt na ## uur Overweeg in overleg met de zwangere het vaststellen van de GBS-status bij een zwangerschapsduur van ##-## weken indien - er sprake is van GBS-kolonisatie tijdens een voorgaande zwangerschap; of - een eerder kind is behandeld met een klinisch beeld van early-onset neonatale sepsis/ meningitis zonder bekende verwekker waarbij sprake was van noodzaak tot kunstmatige Schema # Flowchart obstetrisch beleid rondom het voorkomen van een early-onset - Eerder kind met earlyonset sepsis met onbekende verwekkerc Premature weeënactiviteit en/of “prelabour rupture of the membranes” (PROM) PROM is gedefinieerd als het breken van de vliezen voor de aanvang van weeënactiviteit Indien GBS-kolonisatie in een voorgaande zwangerschap is vastgesteld, wordt overwogen om in de huidige zwangerschap bij een amenorrhoeduur van ##-## weken GBS-diagnostiek in te zetten In aanwezigheid van risicofactoren wordt gescreend op GBS-kolonisatie door middel van Intrapartum GBS-profylaxe overwegen bij een vroeggeboorte als er tevens sprake is van het voortijdig breken van de vliezen (ongeacht duur) en een onbekende GBS-status Uitgangsvraag # maternale koorts bij epidurale analgesie - Is maternale koorts bij epidurale Epidurale analgesie is geassocieerd met maternale koorts Maternale koorts is nog steeds een risicofactor voor een early-onset neonatale infectie Echter zonder bijkomende risicofactor of klinische symptoom is er geen indicatie voor een antibiotische behandeling van de Uitgangsvraag # sneltest bij moeder - Wat is de indicatie voor het uitvoeren van een GBSsneltest bij de moeder? Indien men de beschikking heeft over een gevalideerde GBS-sneltest wordt voorgesteld om deze test te overwegen indien er maternale risicofactoren zijn Er kan dan tijdig GBSprofylaxe worden toegediend Uitgangsvraag # risicofactoren en klinische symptomen voor infecties - Wat zijn maternale en foetale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie? Welke neonatale symptomen Tabel #b en #b worden gebruikt voor het vaststellen van "red flags" en "non-red flags" bij maternale risicofactoren en klinische neonatale symptomen Het vaststellen van de "flags" wordt gebruikt bij de besluitvorming tot antibiotische behandeling bij de neonaat (schema #) • Voer bij neonaten met één “red flag” of met twee of meer “non-red flags” laboratoriumonderzoek uit (zie uitgangsvraag #) en start met antibiotica Wacht niet met het starten van antibiotica tot de laboratoriumuitslagen beschikbaar zijn (zie uitgangsvraag #) • Overweeg bij neonaten zonder “red flags” met slechts één risicofactor of klinische symptoom (“non-red flag”).
632
nvog
middel van Intrapartum GBS-profylaxe overwegen bij een vroeggeboorte als er tevens sprake is van het voortijdig breken van de vliezen (ongeacht duur) en een onbekende GBS-status Uitgangsvraag # maternale koorts bij epidurale analgesie - Is maternale koorts bij epidurale Epidurale analgesie is geassocieerd met maternale koorts Maternale koorts is nog steeds een risicofactor voor een early-onset neonatale infectie Echter zonder bijkomende risicofactor of klinische symptoom is er geen indicatie voor een antibiotische behandeling van de Uitgangsvraag # sneltest bij moeder - Wat is de indicatie voor het uitvoeren van een GBSsneltest bij de moeder? Indien men de beschikking heeft over een gevalideerde GBS-sneltest wordt voorgesteld om deze test te overwegen indien er maternale risicofactoren zijn Er kan dan tijdig GBSprofylaxe worden toegediend Uitgangsvraag # risicofactoren en klinische symptomen voor infecties - Wat zijn maternale en foetale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie? Welke neonatale symptomen Tabel #b en #b worden gebruikt voor het vaststellen van "red flags" en "non-red flags" bij maternale risicofactoren en klinische neonatale symptomen Het vaststellen van de "flags" wordt gebruikt bij de besluitvorming tot antibiotische behandeling bij de neonaat (schema #) • Voer bij neonaten met één “red flag” of met twee of meer “non-red flags” laboratoriumonderzoek uit (zie uitgangsvraag #) en start met antibiotica Wacht niet met het starten van antibiotica tot de laboratoriumuitslagen beschikbaar zijn (zie uitgangsvraag #) • Overweeg bij neonaten zonder “red flags” met slechts één risicofactor of klinische symptoom (“non-red flag”) Als observatie of verhoogde waakzaamheid vereist is, ga er dan ten minste ## uur mee door (#, #, #, # en ## uur) Er is geen indicatie Parenterale antibiotische behandeling van de moeder bij een klinisch beeld van sepsis tijdens de bevalling of binnen ## uur voor of na de Verdenking of bewezen infectie bij een ander kind in het geval van een Invasieve groep B streptokokken infectie bij een voorgaand kind Maternale groep B streptokokken kolonisatie, bacteriurie of urineweginfectie ) ## uur spontaan gebroken vliezen zonder weeënactiviteit bij een à terme )## uur gebroken vliezen (verdenking op of bevestigd) bij een prematuur Deze risicofactoren (“non-red flags”) blijven ook bestaan na GBS-profylaxe, maar maken zonder bijkomende risicofactor geen antibiotische behandeling van de pasgeborene nodig Meestal voorkomt deze profylaxe GBS-kolonisatie van pasgeborenen Desalniettemin is deze profylaxe geen toereikende behandeling voor een reeds aanwezige infectie Tabel #b Klinische symptomen bij een mogelijke early-onset neonatale infectie Respiratoire distress die meer dan vier uur postpartum begint Noodzaak tot kunstmatige beademing bij een à terme geboren kind Tekenen van respiratoire distress (bv tachypnoe, kreunen, intrekkingen en Noodzaak tot kunstmatige beademing bij een prematuur geboren kinderen Koorts ()##°C) of ondertemperatuur ((##°C) die niet door de omgevingsfactoren kunnen worden verklaard Indien neonatale epileptische aanvallen een duidelijke oorzaak hebben zoals een aanlegstoornis, asfyxie of een geboortetrauma hoeft dit symptoom niet als een indicator voor Deze klinische indicator kan worden genegeerd als er een goede verklaring is voor de respiratoire insufficiëntie zoals een antenataal vastgestelde congenitale hypotonie (b v.
631
nvog
of verhoogde waakzaamheid vereist is, ga er dan ten minste ## uur mee door (#, #, #, # en ## uur) Er is geen indicatie Parenterale antibiotische behandeling van de moeder bij een klinisch beeld van sepsis tijdens de bevalling of binnen ## uur voor of na de Verdenking of bewezen infectie bij een ander kind in het geval van een Invasieve groep B streptokokken infectie bij een voorgaand kind Maternale groep B streptokokken kolonisatie, bacteriurie of urineweginfectie ) ## uur spontaan gebroken vliezen zonder weeënactiviteit bij een à terme )## uur gebroken vliezen (verdenking op of bevestigd) bij een prematuur Deze risicofactoren (“non-red flags”) blijven ook bestaan na GBS-profylaxe, maar maken zonder bijkomende risicofactor geen antibiotische behandeling van de pasgeborene nodig Meestal voorkomt deze profylaxe GBS-kolonisatie van pasgeborenen Desalniettemin is deze profylaxe geen toereikende behandeling voor een reeds aanwezige infectie Tabel #b Klinische symptomen bij een mogelijke early-onset neonatale infectie Respiratoire distress die meer dan vier uur postpartum begint Noodzaak tot kunstmatige beademing bij een à terme geboren kind Tekenen van respiratoire distress (bv tachypnoe, kreunen, intrekkingen en Noodzaak tot kunstmatige beademing bij een prematuur geboren kinderen Koorts ()##°C) of ondertemperatuur ((##°C) die niet door de omgevingsfactoren kunnen worden verklaard Indien neonatale epileptische aanvallen een duidelijke oorzaak hebben zoals een aanlegstoornis, asfyxie of een geboortetrauma hoeft dit symptoom niet als een indicator voor Deze klinische indicator kan worden genegeerd als er een goede verklaring is voor de respiratoire insufficiëntie zoals een antenataal vastgestelde congenitale hypotonie (b v Deze klinische indicator wordt pas een non-red flag als deze niet past bij de mate van Indien er sprake is van een partus middels een sectio caesarea zonder gebroken vliezen en koorts hoeft deze klinische indicator niet als een risico te worden beschouwd Hier kan bijvoorbeeld sprake zijn van een strikt maternale indicatie danwel foetale nood bij een Schema # Flowchart neonataal beleid ter preventie of behandeling van een earlyonset neonatale infectie Gebruik tabel #b en #b voor het vaststellen van de risicofactoren en de klinische symptomen voor een early-onset neonatale infectie Indien in tabel #b of #b een “red flag” wordt vastgesteld is een onmiddellijke behandeling Voer onverwijld een klinische beoordeling uit als er risicofactoren of klinische symptomen voor een early-onset infectie aanwezig zijn Overweeg observatie kind gedurende ten minste ## uur (temperatuur en ademhaling op #, #, #, # en Uitgangsvraag # routinematige antibiotica – Is routinematige antibiotische profylaxe bij neonaten met maternale risicofactoren geïndiceerd om een early-onset infectie voorkomen? Behandel neonaten zonder risicofactoren, klinische symptomen of laboratoriumuitslagen die wijzen op een mogelijke early-onset neonatale infectie niet routinematig met antibiotica Uitgangsvraag #a onderzoek voordat kind wordt behandeld met antibiotica - Welk laboratoriumonderzoek kan beleidsbepalend zijn of een asymptomatische neonaat met risicofactoren of een neonaat met klinische symptomen met antibiotica moet worden behandeld? Er is op dit moment nog geen laboratoriumonderzoek dat beleidsbepalend kan zijn of een neonaat met risicofactoren of klinische symptomen met antibiotica moet worden behandeld Voorafgaande aan de behandeling met antibiotica wordt een bloedkweek afgenomen.
605
nvog
klinische indicator wordt pas een non-red flag als deze niet past bij de mate van Indien er sprake is van een partus middels een sectio caesarea zonder gebroken vliezen en koorts hoeft deze klinische indicator niet als een risico te worden beschouwd Hier kan bijvoorbeeld sprake zijn van een strikt maternale indicatie danwel foetale nood bij een Schema # Flowchart neonataal beleid ter preventie of behandeling van een earlyonset neonatale infectie Gebruik tabel #b en #b voor het vaststellen van de risicofactoren en de klinische symptomen voor een early-onset neonatale infectie Indien in tabel #b of #b een “red flag” wordt vastgesteld is een onmiddellijke behandeling Voer onverwijld een klinische beoordeling uit als er risicofactoren of klinische symptomen voor een early-onset infectie aanwezig zijn Overweeg observatie kind gedurende ten minste ## uur (temperatuur en ademhaling op #, #, #, # en Uitgangsvraag # routinematige antibiotica – Is routinematige antibiotische profylaxe bij neonaten met maternale risicofactoren geïndiceerd om een early-onset infectie voorkomen? Behandel neonaten zonder risicofactoren, klinische symptomen of laboratoriumuitslagen die wijzen op een mogelijke early-onset neonatale infectie niet routinematig met antibiotica Uitgangsvraag #a onderzoek voordat kind wordt behandeld met antibiotica - Welk laboratoriumonderzoek kan beleidsbepalend zijn of een asymptomatische neonaat met risicofactoren of een neonaat met klinische symptomen met antibiotica moet worden behandeld? Er is op dit moment nog geen laboratoriumonderzoek dat beleidsbepalend kan zijn of een neonaat met risicofactoren of klinische symptomen met antibiotica moet worden behandeld Voorafgaande aan de behandeling met antibiotica wordt een bloedkweek afgenomen bepalen van een CRP bij presentatie kan worden overwogen Op indicatie wordt een LP Routinematig microscopisch onderzoek van de urine of urineweek bij een (verdenking op een) early-onset neonatale infectie is niet zinvol en wordt derhalve niet geadviseerd Oppervlaktekweken worden niet aanbevolen als onderdeel van het onderzoek naar earlyonset neonatale infectie, als er geen tekenen zijn van een lokale infectie (huid, ogen) Uitgangsvraag #b lumbaalpunctie - Dient een lumbaalpunctie (LP) te worden gedaan voorafgaand aan de behandeling van neonaten met symptomen en neonaten met significante risicofactoren zonder symptomen? En wanneer dient een LP te worden gedaan bij neonaten • er symptomen of tekenen zijn die op een meningitis kunnen wijzen zoals nekstijfheid, Een diagnostische LP wordt niet geadviseerd indien een patiënt op basis van risicofactoren zonder klinische symptomen en/of laboratoriumuitslagen voor een infectie met antibiotica Uitgangsvraag # keuze empirische therapie - Wat is de meest effectieve en veilige behandeling met antibiotica bij een (verdenking op) early-onset neonatale infectie? De empirische antibiotische therapie bij een verdenking early-onset neonatale infectie bestaat uit intraveneus benzylpenicilline en een aminoglycoside Als een neonaat van een meningitis wordt verdacht, maar de verwekker nog onbekend is, wordt een behandeling met intraveneuze amoxicilline en cefotaxim geadviseerd Hiervan kan worden afgeweken op basis van lokale resistentiegegevens tegen oorzakelijke micro-organismen Ten aanzien van de dosering van antibiotica wordt verwezen naar het Kinderformularium Overweeg het aanpassen van de antibiotica op basis van de klinische conditie van het kind.
564
nvog
bepalen van een CRP bij presentatie kan worden overwogen Op indicatie wordt een LP Routinematig microscopisch onderzoek van de urine of urineweek bij een (verdenking op een) early-onset neonatale infectie is niet zinvol en wordt derhalve niet geadviseerd Oppervlaktekweken worden niet aanbevolen als onderdeel van het onderzoek naar earlyonset neonatale infectie, als er geen tekenen zijn van een lokale infectie (huid, ogen) Uitgangsvraag #b lumbaalpunctie - Dient een lumbaalpunctie (LP) te worden gedaan voorafgaand aan de behandeling van neonaten met symptomen en neonaten met significante risicofactoren zonder symptomen? En wanneer dient een LP te worden gedaan bij neonaten • er symptomen of tekenen zijn die op een meningitis kunnen wijzen zoals nekstijfheid, Een diagnostische LP wordt niet geadviseerd indien een patiënt op basis van risicofactoren zonder klinische symptomen en/of laboratoriumuitslagen voor een infectie met antibiotica Uitgangsvraag # keuze empirische therapie - Wat is de meest effectieve en veilige behandeling met antibiotica bij een (verdenking op) early-onset neonatale infectie? De empirische antibiotische therapie bij een verdenking early-onset neonatale infectie bestaat uit intraveneus benzylpenicilline en een aminoglycoside Als een neonaat van een meningitis wordt verdacht, maar de verwekker nog onbekend is, wordt een behandeling met intraveneuze amoxicilline en cefotaxim geadviseerd Hiervan kan worden afgeweken op basis van lokale resistentiegegevens tegen oorzakelijke micro-organismen Ten aanzien van de dosering van antibiotica wordt verwezen naar het Kinderformularium Overweeg het aanpassen van de antibiotica op basis van de klinische conditie van het kind Uitgangsvraag # duur van de behandeling met antibiotica - Wat is de optimale behandelingsduur met antibiotica bij neonaten? • Het advies is om bij neonaten die vanwege risicofactoren of klinische symptomen met antibiotica worden behandeld ##-## uur na presentatie een CRP te bepalen • Overweeg een lumbaalpunctie bij een neonaat die deze bij presentatie niet heeft gehad • een positieve bloedkweek voor een pathogeen is gevonden, of; Besluit ##-## uur na het starten van de behandeling met antibiotica • Overweeg bij neonaten die antibiotica krijgen vanwege risicofactoren of klinische symptomen na ##-## uur met antibiotica te stoppen als • de conditie van de neonaat (geen klinische symptomen van een mogelijke infectie) en het beloop van het CRP geruststellend zijn • De behandelingsduur met antibiotica bij neonaten met een positieve bloedkweek en bij neonaten met een sterke verdenking sepsis maar een negatieve bloedkweek is ten minste # dagen Overweeg de behandeling met antibiotica na # dagen voort te zetten • Bij een verhoogd risico op een infectie/verdenking infectie maar een negatieve bloedkweek is het nadrukkelijk het streven om na ##-## uur te besluiten tot het staken of continueren van de antibiotische behandeling (veelal # dagen) Hierbij wordt rekening gehouden met o de mate van verdenking op een infectie ten tijde van presentatie, en; o de klinische vooruitgang en huidige toestand van de neonaat, en; In uitzonderingsgevallen kan op een later moment (tussen ## uur – # dagen) tot het staken van de antibiotica worden besloten Indien de behandeling toch na ##-## uur wordt voortgezet, kan het aminoglycoside worden gestaakt.
604
nvog
Wat is de optimale behandelingsduur met antibiotica bij neonaten? • Het advies is om bij neonaten die vanwege risicofactoren of klinische symptomen met antibiotica worden behandeld ##-## uur na presentatie een CRP te bepalen • Overweeg een lumbaalpunctie bij een neonaat die deze bij presentatie niet heeft gehad • een positieve bloedkweek voor een pathogeen is gevonden, of; Besluit ##-## uur na het starten van de behandeling met antibiotica • Overweeg bij neonaten die antibiotica krijgen vanwege risicofactoren of klinische symptomen na ##-## uur met antibiotica te stoppen als • de conditie van de neonaat (geen klinische symptomen van een mogelijke infectie) en het beloop van het CRP geruststellend zijn • De behandelingsduur met antibiotica bij neonaten met een positieve bloedkweek en bij neonaten met een sterke verdenking sepsis maar een negatieve bloedkweek is ten minste # dagen Overweeg de behandeling met antibiotica na # dagen voort te zetten • Bij een verhoogd risico op een infectie/verdenking infectie maar een negatieve bloedkweek is het nadrukkelijk het streven om na ##-## uur te besluiten tot het staken of continueren van de antibiotische behandeling (veelal # dagen) Hierbij wordt rekening gehouden met o de mate van verdenking op een infectie ten tijde van presentatie, en; o de klinische vooruitgang en huidige toestand van de neonaat, en; In uitzonderingsgevallen kan op een later moment (tussen ## uur – # dagen) tot het staken van de antibiotica worden besloten Indien de behandeling toch na ##-## uur wordt voortgezet, kan het aminoglycoside worden gestaakt • Als een neonaat van een meningitis wordt verdacht, maar de verwekker nog onbekend is, wordt een behandeling met intraveneuze amoxicilline en cefotaxim geadviseerd • Als het resultaat van de kweek bekend is geworden, zal de antibiotische behandeling op basis van de verwekker en het antibiogram worden aangepast Uitgangsvraag ## therapeutic drug monitoring (TDM) van aminoglycosiden - Wat is de beste monitoringsstrategie om de effectiviteit en veiligheid van aminoglycosideconcentraties in het Dalspiegels Bepalingen van de dalspiegel van zowel gentamicine als tobramycine worden in principe verricht voor de derde gift Dit zal niet altijd nodig zijn omdat de gentamicine of tobramycine dan al is gestaakt Dalspiegels worden na de eerste gift wel verricht bij patiënten met nierinsufficiëntie, bij patiënten met neonatale asfyxie en na toediening van indomethacine of ibuprofen Er wordt gestreefd naar een dalspiegel ( #,# mg/<PERSOON> ## behandeling kind bij antepartum antibiotica – Hoe dient een neonaat met een verdenking op early-onset infectie behandeld te worden indien antepartum antibiotica is Antepartum of durante partu kunnen antibiotica bij de aanstaande moeder worden toegediend op basis van maternale risicofactoren Postpartum kunnen er indicaties zijn om de antibiotische behandeling bij de neonaat te continueren vanwege maternale risicofactoren of klinische symptomen Het advies is om ##-## uur na presentatie een CRP te bepalen Als de bloedkweek negatief en de infectieparameters laag blijven kunnen de antibiotica na ### uur worden gestaakt Het een en ander is conform uitgangsvraag # Mw <PERSOON> K.
611
nvog
• Als een neonaat van een meningitis wordt verdacht, maar de verwekker nog onbekend is, wordt een behandeling met intraveneuze amoxicilline en cefotaxim geadviseerd • Als het resultaat van de kweek bekend is geworden, zal de antibiotische behandeling op basis van de verwekker en het antibiogram worden aangepast Uitgangsvraag ## therapeutic drug monitoring (TDM) van aminoglycosiden - Wat is de beste monitoringsstrategie om de effectiviteit en veiligheid van aminoglycosideconcentraties in het Dalspiegels Bepalingen van de dalspiegel van zowel gentamicine als tobramycine worden in principe verricht voor de derde gift Dit zal niet altijd nodig zijn omdat de gentamicine of tobramycine dan al is gestaakt Dalspiegels worden na de eerste gift wel verricht bij patiënten met nierinsufficiëntie, bij patiënten met neonatale asfyxie en na toediening van indomethacine of ibuprofen Er wordt gestreefd naar een dalspiegel ( #,# mg/<PERSOON> ## behandeling kind bij antepartum antibiotica – Hoe dient een neonaat met een verdenking op early-onset infectie behandeld te worden indien antepartum antibiotica is Antepartum of durante partu kunnen antibiotica bij de aanstaande moeder worden toegediend op basis van maternale risicofactoren Postpartum kunnen er indicaties zijn om de antibiotische behandeling bij de neonaat te continueren vanwege maternale risicofactoren of klinische symptomen Het advies is om ##-## uur na presentatie een CRP te bepalen Als de bloedkweek negatief en de infectieparameters laag blijven kunnen de antibiotica na ### uur worden gestaakt Het een en ander is conform uitgangsvraag # Mw <PERSOON> K Mw <PERSOON>, NVK sectie neonatologie, kinderarts-neonatoloog, <PERSOON>, klinisch chemicus <PERSOON> Dhr <PERSOON>, ziekenhuisapotheker, <PERSOON> Dhr <PERSOON>, NVMM, medisch microbioloog, <INSTELLING>, Mw <PERSOON>, verloskundige-onderzoeker, coördinator richtlijnontwikkeling KNOV, <LOCATIE> tot <DATUM> Mw <PERSOON-##>, psycholoog en beleidsmedewerker richtlijnontwikkeling Dhr <PERSOON> Njo, OGBS, oudervertegenwoordiger, arts klinische chemie, <INSTELLING>, <LOCATIE> Dhr <PERSOON-##>, gynaecoloog, Erasmus MC, <LOCATIE> Mw <PERSOON-##>, NVK sectie infectieziekten en immunologie, kinderartsinfectioloog, <PERSOON-##> Ziekenhuis, <PERSOON-##> morbiditeit bij neonaten Onnodige vertragingen in het herkennen en behandelen van deze infecties spelen hierbij een rol De globale incidentie van bewezen en waarschijnlijke earlyonset neonatale infectie in <LOCATIE> bedraagt ongeveer # per ### levendgeborenen (#) Het aantal geschatte verdenkingen op een infectie ligt ##-## x hoger hetgeen overeenkomt met ten minste # ### jonge zuigelingen per jaar in <LOCATIE> B streptokokken (GBS, Streptococcus agalactiae) en Escherichia coli Volgens een surveillance in Engeland zouden deze verwekkers samen verantwoordelijk zijn voor ##-##% van Na implementatie in <LOCATIE> van de GBS-preventiestrategie in ### toonden de gegevens.
580
nvog
Mw <PERSOON>, NVK sectie neonatologie, kinderarts-neonatoloog, <PERSOON>, klinisch chemicus <PERSOON> Dhr <PERSOON>, ziekenhuisapotheker, <PERSOON> Dhr <PERSOON>, NVMM, medisch microbioloog, <INSTELLING>, Mw <PERSOON>, verloskundige-onderzoeker, coördinator richtlijnontwikkeling KNOV, <LOCATIE> tot <DATUM> Mw <PERSOON>, psycholoog en beleidsmedewerker richtlijnontwikkeling Dhr <PERSOON> Njo, OGBS, oudervertegenwoordiger, arts klinische chemie, <INSTELLING>, <LOCATIE> Dhr <PERSOON-##>, gynaecoloog, Erasmus MC, <LOCATIE> Mw <PERSOON-##>, NVK sectie infectieziekten en immunologie, kinderartsinfectioloog, <PERSOON-##> Ziekenhuis, <PERSOON-##> morbiditeit bij neonaten Onnodige vertragingen in het herkennen en behandelen van deze infecties spelen hierbij een rol De globale incidentie van bewezen en waarschijnlijke earlyonset neonatale infectie in <LOCATIE> bedraagt ongeveer # per ### levendgeborenen (#) Het aantal geschatte verdenkingen op een infectie ligt ##-## x hoger hetgeen overeenkomt met ten minste # ### jonge zuigelingen per jaar in <LOCATIE> B streptokokken (GBS, Streptococcus agalactiae) en Escherichia coli Volgens een surveillance in Engeland zouden deze verwekkers samen verantwoordelijk zijn voor ##-##% van Na implementatie in <LOCATIE> van de GBS-preventiestrategie in ### toonden de gegevens et al echter een toename van de incidentie van de early-onset GBS-ziekte (#) Deze data suggereren de noodzaak van een revisie van de maatregelen ter preventie van GBS-ziekte die door de NVK en NVOG is geaccordeerd, geeft regelmatig aanleiding tot discussies (#) Daarnaast worden de adviezen van dit protocol niet altijd gevolgd c q aangepast aan de klinische praktijk Hierdoor is een variatie in het klinisch beleid bij de aanwezigheid van vergelijkbare risicofactoren op een early-onset neonatale infectie bij neonaten ontstaan Bij de opzet van deze richtlijn wordt onder andere gebruik gemaakt van de in ### verschenen richtlijn* van het National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE) en de richtlijn GBS-ziekte (#, #) Deze nieuwe richtlijn zal bijdragen aan een uniform beleid in <LOCATIE> voor kinderen die een verhoogd risico hebben op of van een early-onset neonatale infectie worden verdacht Het doel van deze richtlijn is uniforme, evidence-based, diagnostiek en behandeling van early-onset neonatale infecties Daartoe behoort ook het zorgvuldig inzetten van antibiotica waarbij rekening wordt gehouden met resistentieontwikkeling Om hierover gefundeerde aanbevelingen te kunnen doen, wordt een samenvatting gegeven van de wetenschappelijke stand van zaken betreffende early-onset sepsis volgens de methode van evidence-based Het uiteindelijke doel is dat dit leidt tot gezondheidswinst voor de patiënt (reductie mortaliteit en morbiditeit) maar ook tot besparingen in zorgkosten door het vermijden van onnodige diagnostiek en behandelingen, en mogelijk ook het verminderen van complicaties De richtlijn is bedoeld voor alle zorgverleners, maar met name kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen en huisartsen die betrokken zijn bij de zorg voor neonaten gedurende de.
595
nvog
noodzaak van een revisie van de maatregelen ter preventie van GBS-ziekte die door de NVK en NVOG is geaccordeerd, geeft regelmatig aanleiding tot discussies (#) Daarnaast worden de adviezen van dit protocol niet altijd gevolgd c q aangepast aan de klinische praktijk Hierdoor is een variatie in het klinisch beleid bij de aanwezigheid van vergelijkbare risicofactoren op een early-onset neonatale infectie bij neonaten ontstaan Bij de opzet van deze richtlijn wordt onder andere gebruik gemaakt van de in ### verschenen richtlijn* van het National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE) en de richtlijn GBS-ziekte (#, #) Deze nieuwe richtlijn zal bijdragen aan een uniform beleid in <LOCATIE> voor kinderen die een verhoogd risico hebben op of van een early-onset neonatale infectie worden verdacht Het doel van deze richtlijn is uniforme, evidence-based, diagnostiek en behandeling van early-onset neonatale infecties Daartoe behoort ook het zorgvuldig inzetten van antibiotica waarbij rekening wordt gehouden met resistentieontwikkeling Om hierover gefundeerde aanbevelingen te kunnen doen, wordt een samenvatting gegeven van de wetenschappelijke stand van zaken betreffende early-onset sepsis volgens de methode van evidence-based Het uiteindelijke doel is dat dit leidt tot gezondheidswinst voor de patiënt (reductie mortaliteit en morbiditeit) maar ook tot besparingen in zorgkosten door het vermijden van onnodige diagnostiek en behandelingen, en mogelijk ook het verminderen van complicaties De richtlijn is bedoeld voor alle zorgverleners, maar met name kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen en huisartsen die betrokken zijn bij de zorg voor neonaten gedurende de • Een infectie wordt veroorzaakt door micro-organismen zoals bacteriën De ernstigste uitingsvorm van een bacteriële infectie bij neonaten is sepsis of meningitis In deze richtlijn dient er in dat geval sprake te zijn van een positieve bloed- en/of liquorkweek • Sepsis is een ernstig klinisch beeld dat kan optreden tijdens een infectie Er wordt gesproken van een sepsis wanneer er sprake is van een “systemic inflammatory respons syndrome (SIRS)” ten tijde van een verdenking of bewezen infectie Een SIRS wordt gedefinieerd als # van de # volgende criteria aanwezig zijn, te weten koorts of ondertemperatuur, tachycardie, tachypnoe, leukocytose of leukopenie Een SIRS kan overigens ook optreden zonder dat er sprake is van een infectie Wanneer een neonaat tekenen van een infectie vertoont, kan dit op verschillende manieren richtlijn wordt consequent ‘verdenking op infectie’ gebruikt omdat neonaten die behandeld dienen te worden in verband met een mogelijke infectie niet altijd de klinische kenmerken In de literatuur worden verschillende definities gebruikt van early-onset neonatale infectie, variërend van een infectie die binnen ## uur tot één week na de geboorte ontstaat In deze meerdere risicofactoren zonder klinische symptomen of de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die kunnen passen bij de normale neonatale transitie postpartum Een sterke verdenking infectie wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die niet passen bij de normale neonatale transitie De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd door Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) Gedurende de periode van februari ### tot juni ### is aan de.
592
nvog
micro-organismen zoals bacteriën De ernstigste uitingsvorm van een bacteriële infectie bij neonaten is sepsis of meningitis In deze richtlijn dient er in dat geval sprake te zijn van een positieve bloed- en/of liquorkweek • Sepsis is een ernstig klinisch beeld dat kan optreden tijdens een infectie Er wordt gesproken van een sepsis wanneer er sprake is van een “systemic inflammatory respons syndrome (SIRS)” ten tijde van een verdenking of bewezen infectie Een SIRS wordt gedefinieerd als # van de # volgende criteria aanwezig zijn, te weten koorts of ondertemperatuur, tachycardie, tachypnoe, leukocytose of leukopenie Een SIRS kan overigens ook optreden zonder dat er sprake is van een infectie Wanneer een neonaat tekenen van een infectie vertoont, kan dit op verschillende manieren richtlijn wordt consequent ‘verdenking op infectie’ gebruikt omdat neonaten die behandeld dienen te worden in verband met een mogelijke infectie niet altijd de klinische kenmerken In de literatuur worden verschillende definities gebruikt van early-onset neonatale infectie, variërend van een infectie die binnen ## uur tot één week na de geboorte ontstaat In deze meerdere risicofactoren zonder klinische symptomen of de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die kunnen passen bij de normale neonatale transitie postpartum Een sterke verdenking infectie wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van één of meerdere symptomen die niet passen bij de normale neonatale transitie De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd door Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) Gedurende de periode van februari ### tot juni ### is aan de De uiteindelijke tekst van de richtlijn is in juli ### ter commentaar voorgelegd aan de leden van de sectie neonatologie, sectie infectieziekten en immunologie, overige leden van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en aan andere wetenschappelijke verenigingen (NVOG, KNOV, NHG, NVMM, NVKC, NVZA) en de stichting Ouders groep <PERSOON>)-patiënten/Patiëntenfederatie Het commentaar is in de richtlijn verwerkt De definitieve richtlijn is op <DATUM> door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde geautoriseerd In eerste instantie werd gezocht naar evidence-based richtlijnen gericht op de preventie en behandeling van early-onset infecties Hierbij werd gebruik gemaakt van de volgende databases Medline, SUMSEARCH, Clinical evidence van BMJ, Scottish Intercollegiate Guidelines Network en de TRIP DATABASE De gevonden richtlijnen werden op kwaliteit beoordeeld met behulp van AGREE II (#) Bij de beoordeling van de gevonden richtlijnen, kwam de in ### verschenen internationale richtlijn van NICE “Antibiotics for early-onset neonatal infection antibiotics for the prevention and treatment of early-onset neonatal infection” als beste naar voren (#) Vanwege de goede kwaliteit van deze richtlijn, is deze nieuwe richtlijn hierop grotendeels gebaseerd, zonodig geactualiseerd (evidence) en aangepast (van bewijs naar aanbeveling) aan de Nederlandse situatie Tevens is ervoor gezorgd dat deze richtlijn Er werd door de leden van de werkgroep een knelpuntenanalyse uitgevoerd om de huidige werkwijze ten aanzien van de diagnostiek en behandeling bij neonatale sepsis in <LOCATIE> in kaart te brengen Hiertoe werden de werkgroepleden gevraagd om een top # van knelpunten aan te leveren.
601
nvog
uiteindelijke tekst van de richtlijn is in juli ### ter commentaar voorgelegd aan de leden van de sectie neonatologie, sectie infectieziekten en immunologie, overige leden van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en aan andere wetenschappelijke verenigingen (NVOG, KNOV, NHG, NVMM, NVKC, NVZA) en de stichting Ouders groep <PERSOON>)-patiënten/Patiëntenfederatie Het commentaar is in de richtlijn verwerkt De definitieve richtlijn is op <DATUM> door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde geautoriseerd In eerste instantie werd gezocht naar evidence-based richtlijnen gericht op de preventie en behandeling van early-onset infecties Hierbij werd gebruik gemaakt van de volgende databases Medline, SUMSEARCH, Clinical evidence van BMJ, Scottish Intercollegiate Guidelines Network en de TRIP DATABASE De gevonden richtlijnen werden op kwaliteit beoordeeld met behulp van AGREE II (#) Bij de beoordeling van de gevonden richtlijnen, kwam de in ### verschenen internationale richtlijn van NICE “Antibiotics for early-onset neonatal infection antibiotics for the prevention and treatment of early-onset neonatal infection” als beste naar voren (#) Vanwege de goede kwaliteit van deze richtlijn, is deze nieuwe richtlijn hierop grotendeels gebaseerd, zonodig geactualiseerd (evidence) en aangepast (van bewijs naar aanbeveling) aan de Nederlandse situatie Tevens is ervoor gezorgd dat deze richtlijn Er werd door de leden van de werkgroep een knelpuntenanalyse uitgevoerd om de huidige werkwijze ten aanzien van de diagnostiek en behandeling bij neonatale sepsis in <LOCATIE> in kaart te brengen Hiertoe werden de werkgroepleden gevraagd om een top # van knelpunten aan te leveren bijlage # De resultaten werden besproken tijdens een werkgroepvergadering Op basis hiervan werden de uitgangsvragen opgesteld Vervolgens werd per vraag bekeken of gebruik gemaakt kon worden van informatie uit de NICE richtlijn en werd zonodig een (aanvullend) literatuuronderzoek uitgevoerd Er zijn een aantal aanvullende searches gedaan op de NICE richtlijn Het betreft searches naar maternale koorts bij epidurale analgesie als risicofactor voor neonatale sepsis (vraag #), de inzet van een lumbaalpunctie (vraag #b) en de optimale empirische behandeling met antibiotica waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van antibiotica resistentie (zie vraag #) Ten opzichte van de NICE richtlijn zijn twee aanvullende vragen geformuleerd die niet in de NICE richtlijn terugkomen De eerste vraag gaat over het gebruik van een GBS-sneltest bij maternale risicofactoren ten aanzien van een early-onset neonatale GBS infectie (vraag #) De tweede vraag heeft betrekking op het beleid bij de pasgeborene indien de zwangere Nadat de evidence was samengevat en gegradeerd, werden door de werkgroep aanbevelingen geformuleerd Naast de evidence werden hierbij overwegingen uit de praktijk, die expliciet genoemd werden, meegenomen Voorbeelden hiervan zijn patiëntenvoorkeuren, beschikbaarheid van speciale technieken of expertise, organisatorische aspecten, maatschappelijke consequenties, veiligheid en kostenoverwegingen Bij de vragen waarvoor een search werd gedaan wordt beschreven welke databases en zoektermen zijn gebruikt en welke zoekperiode is aangehouden Bij de literatuurselectie zijn alle relevante studies meegenomen, ongeacht de definitie van infectie, sepsis en early-onset Eerst werd gezocht naar de hoogste mate van bewijs systematische reviews en gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek.
589
nvog
werden besproken tijdens een werkgroepvergadering Op basis hiervan werden de uitgangsvragen opgesteld Vervolgens werd per vraag bekeken of gebruik gemaakt kon worden van informatie uit de NICE richtlijn en werd zonodig een (aanvullend) literatuuronderzoek uitgevoerd Er zijn een aantal aanvullende searches gedaan op de NICE richtlijn Het betreft searches naar maternale koorts bij epidurale analgesie als risicofactor voor neonatale sepsis (vraag #), de inzet van een lumbaalpunctie (vraag #b) en de optimale empirische behandeling met antibiotica waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van antibiotica resistentie (zie vraag #) Ten opzichte van de NICE richtlijn zijn twee aanvullende vragen geformuleerd die niet in de NICE richtlijn terugkomen De eerste vraag gaat over het gebruik van een GBS-sneltest bij maternale risicofactoren ten aanzien van een early-onset neonatale GBS infectie (vraag #) De tweede vraag heeft betrekking op het beleid bij de pasgeborene indien de zwangere Nadat de evidence was samengevat en gegradeerd, werden door de werkgroep aanbevelingen geformuleerd Naast de evidence werden hierbij overwegingen uit de praktijk, die expliciet genoemd werden, meegenomen Voorbeelden hiervan zijn patiëntenvoorkeuren, beschikbaarheid van speciale technieken of expertise, organisatorische aspecten, maatschappelijke consequenties, veiligheid en kostenoverwegingen Bij de vragen waarvoor een search werd gedaan wordt beschreven welke databases en zoektermen zijn gebruikt en welke zoekperiode is aangehouden Bij de literatuurselectie zijn alle relevante studies meegenomen, ongeacht de definitie van infectie, sepsis en early-onset Eerst werd gezocht naar de hoogste mate van bewijs systematische reviews en gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek Er werd niet gezocht naar onderzoek van een nog lager niveau van bewijs, zoals case studies en dierexperimenteel onderzoek De gebruikte literatuur is samengevat in evidence tabellen in bijlage # Alleen literatuur die voldoende valide en toepasbaar was, werd meegenomen in de richtlijn (zie bijlagen # en #) De searches bij interventievragen werden met behulp van de GRADE methodiek uitgewerkt Hierbij werd uitgegaan van de uitkomstmaten die in de NICE richtlijn werden beschreven Resultaten werden per uitkomstmaat samengevat, waarbij tevens de ‘overall’ kwaliteit van de onderliggende bewijslast (evidence) werd aangegeven Bij de beoordeling werd gebruik gemaakt van de software “GRADE-pro” Met behulp van dit programma werd bij elke uitgangsvraag een tabel met bevindingen (“summary of findings”) en een tabel met de beoordeling van het bewijs (“GRADE evidence profile”) gemaakt (zie bijlagen bij deze richtlijn) GRADE kent vier niveaus ‘high’, ‘moderate’, ‘low’ en ‘very low’ Per uitkomst werd een GRADE niveau toegekend Wanneer een uitkomst als ‘high’ geclassificeerd werd, wil dit zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat toekomstig onderzoek de schatting van de uitkomst zal veranderen Met andere woorden, er is veel vertrouwen in de juistheid van de schatting van de uitkomst Een ‘very low’ classificatie wil zeggen dat er veel onzekerheid is over de juistheid van de uitkomst Voor een uitgebreidere beschrijving van GRADE verwijzen we naar De uitgangsvragen en aanbevelingen in de huidige richtlijn zijn gebaseerd op de NICE richtlijn† In deze nieuwe richtlijn is de indeling enigszins aangepast.
602
nvog
niet gezocht naar onderzoek van een nog lager niveau van bewijs, zoals case studies en dierexperimenteel onderzoek De gebruikte literatuur is samengevat in evidence tabellen in bijlage # Alleen literatuur die voldoende valide en toepasbaar was, werd meegenomen in de richtlijn (zie bijlagen # en #) De searches bij interventievragen werden met behulp van de GRADE methodiek uitgewerkt Hierbij werd uitgegaan van de uitkomstmaten die in de NICE richtlijn werden beschreven Resultaten werden per uitkomstmaat samengevat, waarbij tevens de ‘overall’ kwaliteit van de onderliggende bewijslast (evidence) werd aangegeven Bij de beoordeling werd gebruik gemaakt van de software “GRADE-pro” Met behulp van dit programma werd bij elke uitgangsvraag een tabel met bevindingen (“summary of findings”) en een tabel met de beoordeling van het bewijs (“GRADE evidence profile”) gemaakt (zie bijlagen bij deze richtlijn) GRADE kent vier niveaus ‘high’, ‘moderate’, ‘low’ en ‘very low’ Per uitkomst werd een GRADE niveau toegekend Wanneer een uitkomst als ‘high’ geclassificeerd werd, wil dit zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat toekomstig onderzoek de schatting van de uitkomst zal veranderen Met andere woorden, er is veel vertrouwen in de juistheid van de schatting van de uitkomst Een ‘very low’ classificatie wil zeggen dat er veel onzekerheid is over de juistheid van de uitkomst Voor een uitgebreidere beschrijving van GRADE verwijzen we naar De uitgangsvragen en aanbevelingen in de huidige richtlijn zijn gebaseerd op de NICE richtlijn† In deze nieuwe richtlijn is de indeling enigszins aangepast Uiteindelijk zijn de volgende uitgangsvragen uitgewerkt # Welke informatie en ondersteuning dienen ouders en/of zorgverleners te krijgen bij (de # Wat zijn indicaties voor intrapartum profylactische behandeling met antibiotica ter preventie van early-onset neonatale infecties? # Is maternale koorts bij epidurale analgesie een risicofactor voor early-onset neonatale # Wat is de indicatie voor het uitvoeren van een GBS-sneltest bij de moeder? # Wat zijn de maternale en foetale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie? Welke neonatale symptomen geven een verhoogd risico op een daadwerkelijke earlyonset infectie? # Is routinematige antibiotische profylaxe geïndiceerd bij neonaten met maternale risicofactoren om een early-onset infectie te voorkomen? #a Welk laboratoriumonderzoek kan beleidsbepalend zijn of een asymptomatische neonaat met risicofactoren of een neonaat met klinische symptomen met antibiotica moet worden #b Dient een lumbaalpunctie (LP) te worden gedaan voorafgaand aan de behandeling van neonaten met symptomen en neonaten met significante risicofactoren zonder symptomen? En wanneer dient een LP te worden gedaan bij neonaten die behandeld worden? # Wat is de meest effectieve en veilige behandeling met antibiotica bij een (verdenking op) # Wat is de optimale behandelingsduur met antibiotica bij neonaten • met een verdenking op early-onset infectie op basis van klinische symptomen zonder • die antibiotische profylaxe op basis van maternale risicofactoren krijgen maar asymptomatisch zijn? ## Hoe dient een neonaat met een verdenking op early-onset infectie behandeld te worden Het perspectief van patiënten/ouders is gewaarborgd doordat in de werkgroep de stichting.
610
nvog
de volgende uitgangsvragen uitgewerkt # Welke informatie en ondersteuning dienen ouders en/of zorgverleners te krijgen bij (de # Wat zijn indicaties voor intrapartum profylactische behandeling met antibiotica ter preventie van early-onset neonatale infecties? # Is maternale koorts bij epidurale analgesie een risicofactor voor early-onset neonatale # Wat is de indicatie voor het uitvoeren van een GBS-sneltest bij de moeder? # Wat zijn de maternale en foetale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie? Welke neonatale symptomen geven een verhoogd risico op een daadwerkelijke earlyonset infectie? # Is routinematige antibiotische profylaxe geïndiceerd bij neonaten met maternale risicofactoren om een early-onset infectie te voorkomen? #a Welk laboratoriumonderzoek kan beleidsbepalend zijn of een asymptomatische neonaat met risicofactoren of een neonaat met klinische symptomen met antibiotica moet worden #b Dient een lumbaalpunctie (LP) te worden gedaan voorafgaand aan de behandeling van neonaten met symptomen en neonaten met significante risicofactoren zonder symptomen? En wanneer dient een LP te worden gedaan bij neonaten die behandeld worden? # Wat is de meest effectieve en veilige behandeling met antibiotica bij een (verdenking op) # Wat is de optimale behandelingsduur met antibiotica bij neonaten • met een verdenking op early-onset infectie op basis van klinische symptomen zonder • die antibiotische profylaxe op basis van maternale risicofactoren krijgen maar asymptomatisch zijn? ## Hoe dient een neonaat met een verdenking op early-onset infectie behandeld te worden Het perspectief van patiënten/ouders is gewaarborgd doordat in de werkgroep de stichting richtlijnen die doelmatig handelen bevorderen toe In deze richtlijn is geen analyse gemaakt In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het concept van de richtlijn is zoveel mogelijk rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van de aanbevelingen De definitieve richtlijn is onder de verenigingen verspreid en via de website van de NVK ((WEBLINK)) elektronisch beschikbaar gesteld Verder is er ter ondersteuning van de richtlijn een samenvatting voor ouders/verzorgers van patiënten gemaakt worden behandeld in hoofdstuk # van deze richtlijn aanbevelingen waaraan zorgverleners moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de ‘gemiddelde patient’, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zonodig afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden Deze richtlijn dient door de sectie Neonatologie van de NVK elke <LEEFTIJD> jaar herzien te worden Hiervan kan worden afgeweken als nieuwe belangrijke inzichten naar voren komen Indien herziening noodzakelijk wordt geacht, spant de sectie zich, met de commissie <PERSOON> werkgroepleden hebben een belangenverklaring ingevuld De verklaringen liggen ter inzage bij de NVK Er zijn geen werkgroepleden uitgesloten van deelname aan discussies Welke informatie en ondersteuning dienen ouders en/of zorgverleners te krijgen bij een verhoogd risico op of (de verdenking op) een early-onset neonatale infectie? Het doel van deze uitgangsvraag is het beantwoorden welke informatie en ondersteuning.
576
nvog
In deze richtlijn is geen analyse gemaakt In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het concept van de richtlijn is zoveel mogelijk rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van de aanbevelingen De definitieve richtlijn is onder de verenigingen verspreid en via de website van de NVK ((WEBLINK)) elektronisch beschikbaar gesteld Verder is er ter ondersteuning van de richtlijn een samenvatting voor ouders/verzorgers van patiënten gemaakt worden behandeld in hoofdstuk # van deze richtlijn aanbevelingen waaraan zorgverleners moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de ‘gemiddelde patient’, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zonodig afwijken van de richtlijn Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden Deze richtlijn dient door de sectie Neonatologie van de NVK elke <LEEFTIJD> jaar herzien te worden Hiervan kan worden afgeweken als nieuwe belangrijke inzichten naar voren komen Indien herziening noodzakelijk wordt geacht, spant de sectie zich, met de commissie <PERSOON> werkgroepleden hebben een belangenverklaring ingevuld De verklaringen liggen ter inzage bij de NVK Er zijn geen werkgroepleden uitgesloten van deelname aan discussies Welke informatie en ondersteuning dienen ouders en/of zorgverleners te krijgen bij een verhoogd risico op of (de verdenking op) een early-onset neonatale infectie? Het doel van deze uitgangsvraag is het beantwoorden welke informatie en ondersteuning Daarnaast is het de bedoeling om helder te krijgen welke informatie en ondersteuning ouders en/of verzorgers van neonaten met een verdenking op of bewezen De NICE richtlijn‡ is als uitgangspunt gebruikt zodanig dat deze aansluit bij de NVK richtlijn Ten aanzien van de informatievoorziening en ondersteuning van ouders en zorgverleners Als er een risico is op een early-onset neonatale infectie door aanwezigheid van maternale risicofactoren en/of klinische symptomen (tabel #a en #a) gedurende de zwangerschap, partus of in de eerste ## uur na de geboorte wordt aanbevolen om de ouders hieromtrent te informeren en uitleg te geven waarom er reden is tot ongerustheid Tevens wordt informatie over de aard van de infectie gegeven Het beleid dat zal worden gevolgd dient met de ouders te worden besproken De opties zijn klinische observatie dan wel diagnostiek en behandeling Indien een behandeling met antibiotica wordt overwogen, is het advies het volgende met de • de benodigde diagnostiek om het medisch handelen te sturen (bijvoorbeeld wanneer een • welke antibiotica de voorkeur hebben en de duur van de behandeling Zorgprofessionals dienen (barende) vrouwen met een kind dat een verhoogd risico heeft op een infectie bij elke overdracht in de zorg te betrekken Dit geldt zowel bij het consulteren van andere deskundigen in verband met het risico op een infectie als bij personeelswijzigingen In de overdracht dient een update over de eventuele aanwezigheid van een infectie Verzeker ouders of verzorgers dat zij hun kind kunnen vasthouden en verzorgen tenzij het kind te ziek is.
556
nvog
is het de bedoeling om helder te krijgen welke informatie en ondersteuning ouders en/of verzorgers van neonaten met een verdenking op of bewezen De NICE richtlijn‡ is als uitgangspunt gebruikt zodanig dat deze aansluit bij de NVK richtlijn Ten aanzien van de informatievoorziening en ondersteuning van ouders en zorgverleners Als er een risico is op een early-onset neonatale infectie door aanwezigheid van maternale risicofactoren en/of klinische symptomen (tabel #a en #a) gedurende de zwangerschap, partus of in de eerste ## uur na de geboorte wordt aanbevolen om de ouders hieromtrent te informeren en uitleg te geven waarom er reden is tot ongerustheid Tevens wordt informatie over de aard van de infectie gegeven Het beleid dat zal worden gevolgd dient met de ouders te worden besproken De opties zijn klinische observatie dan wel diagnostiek en behandeling Indien een behandeling met antibiotica wordt overwogen, is het advies het volgende met de • de benodigde diagnostiek om het medisch handelen te sturen (bijvoorbeeld wanneer een • welke antibiotica de voorkeur hebben en de duur van de behandeling Zorgprofessionals dienen (barende) vrouwen met een kind dat een verhoogd risico heeft op een infectie bij elke overdracht in de zorg te betrekken Dit geldt zowel bij het consulteren van andere deskundigen in verband met het risico op een infectie als bij personeelswijzigingen In de overdracht dient een update over de eventuele aanwezigheid van een infectie Verzeker ouders of verzorgers dat zij hun kind kunnen vasthouden en verzorgen tenzij het kind te ziek is dit met hen te worden besproken <PERSOON> ouders of verzorgers gerust dat het kind met (een verhoogd risico op) een neonatale infectie normaal gesproken borstvoeding kan krijgen en dat elke inspanning kan worden gedaan om dit te laten slagen Als borstvoeding (tijdelijk) niet lukt, ondersteun dan de moeder indien gewenst Als de moeder in een eerdere zwangerschap een groep B streptokokken kolonisatie zonder infectie bij het kind heeft gehad, heeft dit geen invloed op het beleid bij de geboorte van haar Als er een verdenking op een early-onset neonatale infectie is geweest, worden de ouders/verzorgers voorafgaande aan het ontslag mondeling en schriftelijk geïnformeerd omtrent het zoeken van medisch hulp (bijvoorbeeld verloskundige, huisarts of spoedeisende • ondertemperatuur of koorts die niet door omgevingsfactoren kan worden verklaard (lager als een kind met risicofactoren op een infectie uit het ziekenhuis wordt ontslagen Wanneer Als een neonaat behandeld is voor een (verdenking op een) early-onset neonatale infectie wordt aanbevolen de ouders/verzorgers te informeren over de mogelijke lange termijn gevolgen van de ziekte en mogelijkheden tot herstel Het is ook belangrijk hen gerust te stellen als geen problemen worden verwacht Het is van belang rekening te houden met zorgen van ouders/verzorgers als informatie wordt gegeven en bij het plannen van de follow-up Als een neonaat met een groep B streptokokken infectie uit het ziekenhuis wordt ontslagen o zij haar verloskundig team dient te informeren dat zij een eerder kind met een groep o antibiotica bij de bevalling (GBS-profylaxe) van een volgende zwangerschap wordt.
558
nvog
hen te worden besproken <PERSOON> ouders of verzorgers gerust dat het kind met (een verhoogd risico op) een neonatale infectie normaal gesproken borstvoeding kan krijgen en dat elke inspanning kan worden gedaan om dit te laten slagen Als borstvoeding (tijdelijk) niet lukt, ondersteun dan de moeder indien gewenst Als de moeder in een eerdere zwangerschap een groep B streptokokken kolonisatie zonder infectie bij het kind heeft gehad, heeft dit geen invloed op het beleid bij de geboorte van haar Als er een verdenking op een early-onset neonatale infectie is geweest, worden de ouders/verzorgers voorafgaande aan het ontslag mondeling en schriftelijk geïnformeerd omtrent het zoeken van medisch hulp (bijvoorbeeld verloskundige, huisarts of spoedeisende • ondertemperatuur of koorts die niet door omgevingsfactoren kan worden verklaard (lager als een kind met risicofactoren op een infectie uit het ziekenhuis wordt ontslagen Wanneer Als een neonaat behandeld is voor een (verdenking op een) early-onset neonatale infectie wordt aanbevolen de ouders/verzorgers te informeren over de mogelijke lange termijn gevolgen van de ziekte en mogelijkheden tot herstel Het is ook belangrijk hen gerust te stellen als geen problemen worden verwacht Het is van belang rekening te houden met zorgen van ouders/verzorgers als informatie wordt gegeven en bij het plannen van de follow-up Als een neonaat met een groep B streptokokken infectie uit het ziekenhuis wordt ontslagen o zij haar verloskundig team dient te informeren dat zij een eerder kind met een groep o antibiotica bij de bevalling (GBS-profylaxe) van een volgende zwangerschap wordt <PERSOON> voor elk kind waarbij een verdenking is op early-onset neonatale infectie, een beleidsplan na ontslag op, waarin rekening wordt gehouden met factoren zoals De werkgroepleden onderschrijven bijna alle voorgenoemde aanbevelingen van de NICE richtlijn De NICE richtlijn stelt dat een groep B streptokokken kolonisatie in een eerdere zwangerschap zonder infectie bij het kind geen invloed heeft op het beleid bij de geboorte van een volgend kind Aangezien er een sterk vergrote kans is op GBS-kolonisatie in de volgende zwangerschap wordt aanbevolen een screening op GBS-kolonisatie bij een volgende Wanneer er een verhoogd risico op een early-onset infectie bestaat waarbij er de keuze is tussen observatie of diagnostiek en behandeling, is een duidelijke uitleg aan de ouders/verzorgers nodig Indien de kans op het ontstaan van een infectie relatief klein is, wegen de eventuele voordelen van behandeling niet op tegen de nadelen zoals een opname, het aanleggen van een infuus voor de toediening van antibiotica en de scheiding van moeder en kind Als het risico op een early-onset infectie relatief hoog is, of bij aanwezigheid van klinische tekenen van een infectie, zal altijd voor behandeling worden gekozen instructies begrepen hebben en of zij in staat zijn adviezen op te volgen Tevens dienen zij goed te zijn geïnformeerd over symptomen die op een infectie kunnen duiden Deze aanbevelingen sluiten aan bij de NVK richtlijn koorts instructies begrepen hebben en in staat zijn adviezen op te volgen Wat zijn indicaties voor intrapartum profylactische behandeling met antibiotica ter preventie.
554
nvog
voor elk kind waarbij een verdenking is op early-onset neonatale infectie, een beleidsplan na ontslag op, waarin rekening wordt gehouden met factoren zoals De werkgroepleden onderschrijven bijna alle voorgenoemde aanbevelingen van de NICE richtlijn De NICE richtlijn stelt dat een groep B streptokokken kolonisatie in een eerdere zwangerschap zonder infectie bij het kind geen invloed heeft op het beleid bij de geboorte van een volgend kind Aangezien er een sterk vergrote kans is op GBS-kolonisatie in de volgende zwangerschap wordt aanbevolen een screening op GBS-kolonisatie bij een volgende Wanneer er een verhoogd risico op een early-onset infectie bestaat waarbij er de keuze is tussen observatie of diagnostiek en behandeling, is een duidelijke uitleg aan de ouders/verzorgers nodig Indien de kans op het ontstaan van een infectie relatief klein is, wegen de eventuele voordelen van behandeling niet op tegen de nadelen zoals een opname, het aanleggen van een infuus voor de toediening van antibiotica en de scheiding van moeder en kind Als het risico op een early-onset infectie relatief hoog is, of bij aanwezigheid van klinische tekenen van een infectie, zal altijd voor behandeling worden gekozen instructies begrepen hebben en of zij in staat zijn adviezen op te volgen Tevens dienen zij goed te zijn geïnformeerd over symptomen die op een infectie kunnen duiden Deze aanbevelingen sluiten aan bij de NVK richtlijn koorts instructies begrepen hebben en in staat zijn adviezen op te volgen Wat zijn indicaties voor intrapartum profylactische behandeling met antibiotica ter preventie De uitgangsvraag omvat ook de effectiviteit van antibiotica kort voordat de bevalling begint, bijvoorbeeld bij vrouwen met gebroken vliezen zonder weeënactiviteit Aandachtspunten bij deze vraag zijn de effectiviteit van profylactische antibiotische behandeling in vergelijking met geen behandeling, welke soort antibioticum als profylaxe te gebruiken (smal of breed) en de timing, wijze van toediening, frequentie en dosering • Biedt intrapartum profylactische behandeling met intraveneuze benzylpenicilline aan om • een eerder kind met invasieve groep B streptokokken infectie; • groep B streptokokken kolonisatie, bacteriurie of urineweginfectie in de huidige zwangerschap • Als de moeder besluit om intrapartum profylactische behandeling met antibiotica te nemen, geef dan de eerste dosis zo spoedig mogelijk en blijf profylactische behandeling • Overweeg bij moeders met een preterme bevalling en voortijdig gebroken vliezen, ongeacht de duur daarvan, een intrapartum profylactische behandeling met intraveneuze • Overweeg bij moeders met een preterme bevalling waarbij de vliezen (mogelijk) langer dan ## uur zijn gebroken een intrapartum profylactische behandeling met intraveneuze • De eerste keus voor intrapartum antibiotische profylaxe is benzylpenicilline Indien er sprake is van penicilline allergie, wordt clindamycine aanbevolen tenzij groep B streptokokken sensitiviteitsgegevens of lokale microbiologische gegevens aangeven dat een alternatief beter is groep-B-streptokokken (GBS-) ziekte” (NVK/NVOG) doet alleen een aanbeveling tot GBSprofylaxe wanneer er bij de zwangere sprake is van ernstige GBS-kolonisatie, zoals bacteriurie of urineweginfectie door GBS Dit in tegenstelling tot de NICE richtlijn, American Academy of Pediatrics (AAP)/Center for Disease Control and Prevention (CDC) waarbij profylaxe.
567
nvog
uitgangsvraag omvat ook de effectiviteit van antibiotica kort voordat de bevalling begint, bijvoorbeeld bij vrouwen met gebroken vliezen zonder weeënactiviteit Aandachtspunten bij deze vraag zijn de effectiviteit van profylactische antibiotische behandeling in vergelijking met geen behandeling, welke soort antibioticum als profylaxe te gebruiken (smal of breed) en de timing, wijze van toediening, frequentie en dosering • Biedt intrapartum profylactische behandeling met intraveneuze benzylpenicilline aan om • een eerder kind met invasieve groep B streptokokken infectie; • groep B streptokokken kolonisatie, bacteriurie of urineweginfectie in de huidige zwangerschap • Als de moeder besluit om intrapartum profylactische behandeling met antibiotica te nemen, geef dan de eerste dosis zo spoedig mogelijk en blijf profylactische behandeling • Overweeg bij moeders met een preterme bevalling en voortijdig gebroken vliezen, ongeacht de duur daarvan, een intrapartum profylactische behandeling met intraveneuze • Overweeg bij moeders met een preterme bevalling waarbij de vliezen (mogelijk) langer dan ## uur zijn gebroken een intrapartum profylactische behandeling met intraveneuze • De eerste keus voor intrapartum antibiotische profylaxe is benzylpenicilline Indien er sprake is van penicilline allergie, wordt clindamycine aanbevolen tenzij groep B streptokokken sensitiviteitsgegevens of lokale microbiologische gegevens aangeven dat een alternatief beter is groep-B-streptokokken (GBS-) ziekte” (NVK/NVOG) doet alleen een aanbeveling tot GBSprofylaxe wanneer er bij de zwangere sprake is van ernstige GBS-kolonisatie, zoals bacteriurie of urineweginfectie door GBS Dit in tegenstelling tot de NICE richtlijn, American Academy of Pediatrics (AAP)/Center for Disease Control and Prevention (CDC) waarbij profylaxe GBS-kolonisatie In hoeverre een toevallig gevonden GBS-positieve rectovaginale kweek bij een zwangere zonder risicofactoren het geven van profylaxe rechtvaardigt was een discussiepunt In een dergelijke situatie bedraagt de geschatte kans op een kind met bewezen of waarschijnlijke early-onset neonatale GBS-infectie ten hoogste # op ### à ### pasgeborenen Deze schatting is afgeleid uit het artikel van Trijbels et al (#) De consensus tussen de betrokken beroepsgroepen van deze richtlijn is dat de keuze tot GBS-profylaxe door de zwangere kan worden genomen nadat de voor- en nadelen met haar zijn besproken Het belangrijke voordeel van profylaxe is dat de kans op een kind met GBS-ziekte wordt gereduceerd Nadelig wordt gevonden dat de partus van deze voorgenoemde zwangeren vanwege de IV-toediening van antibiotica in het ziekenhuis moet plaatsvinden waarbij relatief veel zwangeren moeten worden behandeld om één kind met een ernstig verlopende GBS-ziekte te voorkomen (zie addendum #) Daarnaast is er een kleine kans op ernstige overgevoeligheidsreactie op antibiotica bij de zwangere Een keuzehulp of consultkaart zal nog worden Screening op GBS-kolonisatie is geïndiceerd (schema #), wanneer er risicofactoren op een early-onset neonatale infectie bestaan zoals dreigende vroeggeboorte en spontaan gebroken vliezen zonder weeënactiviteit (PROM) zoals aangegeven in de NICE richtlijn Het vaststellen van de GBS-status bij een zwangerschapsduur )## weken en PROM gebeurt na ## uur Screening op GBS-kolonisatie is ook zinvol en te overwegen als een vrouw in een voorgaande zwangerschap met GBS was gekoloniseerd Onderzoek toont een sterk vergrote kans op.
592
nvog
bij een zwangere zonder risicofactoren het geven van profylaxe rechtvaardigt was een discussiepunt In een dergelijke situatie bedraagt de geschatte kans op een kind met bewezen of waarschijnlijke early-onset neonatale GBS-infectie ten hoogste # op ### à ### pasgeborenen Deze schatting is afgeleid uit het artikel van Trijbels et al (#) De consensus tussen de betrokken beroepsgroepen van deze richtlijn is dat de keuze tot GBS-profylaxe door de zwangere kan worden genomen nadat de voor- en nadelen met haar zijn besproken Het belangrijke voordeel van profylaxe is dat de kans op een kind met GBS-ziekte wordt gereduceerd Nadelig wordt gevonden dat de partus van deze voorgenoemde zwangeren vanwege de IV-toediening van antibiotica in het ziekenhuis moet plaatsvinden waarbij relatief veel zwangeren moeten worden behandeld om één kind met een ernstig verlopende GBS-ziekte te voorkomen (zie addendum #) Daarnaast is er een kleine kans op ernstige overgevoeligheidsreactie op antibiotica bij de zwangere Een keuzehulp of consultkaart zal nog worden Screening op GBS-kolonisatie is geïndiceerd (schema #), wanneer er risicofactoren op een early-onset neonatale infectie bestaan zoals dreigende vroeggeboorte en spontaan gebroken vliezen zonder weeënactiviteit (PROM) zoals aangegeven in de NICE richtlijn Het vaststellen van de GBS-status bij een zwangerschapsduur )## weken en PROM gebeurt na ## uur Screening op GBS-kolonisatie is ook zinvol en te overwegen als een vrouw in een voorgaande zwangerschap met GBS was gekoloniseerd Onderzoek toont een sterk vergrote kans op De werkgroep stelt tevens voor een screening op GBSkolonisatie te overwegen bij zwangeren waarbij een voorgaand kind een early-onset neonatale sepsis/meningitis (noodzaak tot beademing en/of circulatoire ondersteuning) zonder gedocumenteerde verwekker heeft doorgemaakt Het is belangrijk om de twee voorgenoemde overwegingen tot screening op GBS-kolonisatie met de zwangere vrouwen te bespreken Dit voorstel betreft een consensus binnen de werkgroep en wordt mede gedaan naar aanleiding Sinds het einde van de jaren tachtig is in meerdere studies aangetoond dat maternale intraveneuze antibiotische behandeling (benzylpenicilline, amoxicilline of ampicilline) tijdens de partus het aantal neonatale infecties reduceert Dit geldt thans als meest effectieve methode Profylaxe wordt als adequaat verondersteld indien het antibioticum intraveneus in de juiste dosering minstens # uur vóór de geboorte (d w z twee doseringen) wordt gestart (tabel #) Recente observationele studies tonen echter dat de effectiviteit van intrapartum antibiotica bij neonaten geboren uit GBS-positieve vrouwen zonder risicofactoren slechts ##-##% bedraagt (##, ##) Kortom, de gegeven profylaxe is zeker niet altijd toereikend en mogelijkerwijs nog minder effectief in aanwezigheid van andere maternale risicofactoren Tabel # Antibiotische profylaxe bij de partus ter preventie van neonatale early-onset GBSsepsis* profylaxe starten tijdens ontsluiting (minstens # uur voor de geboorte) tot de geboorte Indien GBS-kolonisatie in een voorgaande zwangerschap is vastgesteld, wordt overwogen in de huidige zwangerschap bij een amenorrhoeduur van ##-## weken GBS-diagnostiek in te zetten Is maternale koorts bij epidurale analgesie een risicofactor voor early-onset neonatale infectie? Het aantal partus met epidurale analgesie is de afgelopen jaren geleidelijk toegenomen Dit.
590
nvog
zwangeren waarbij een voorgaand kind een early-onset neonatale sepsis/meningitis (noodzaak tot beademing en/of circulatoire ondersteuning) zonder gedocumenteerde verwekker heeft doorgemaakt Het is belangrijk om de twee voorgenoemde overwegingen tot screening op GBS-kolonisatie met de zwangere vrouwen te bespreken Dit voorstel betreft een consensus binnen de werkgroep en wordt mede gedaan naar aanleiding Sinds het einde van de jaren tachtig is in meerdere studies aangetoond dat maternale intraveneuze antibiotische behandeling (benzylpenicilline, amoxicilline of ampicilline) tijdens de partus het aantal neonatale infecties reduceert Dit geldt thans als meest effectieve methode Profylaxe wordt als adequaat verondersteld indien het antibioticum intraveneus in de juiste dosering minstens # uur vóór de geboorte (d w z twee doseringen) wordt gestart (tabel #) Recente observationele studies tonen echter dat de effectiviteit van intrapartum antibiotica bij neonaten geboren uit GBS-positieve vrouwen zonder risicofactoren slechts ##-##% bedraagt (##, ##) Kortom, de gegeven profylaxe is zeker niet altijd toereikend en mogelijkerwijs nog minder effectief in aanwezigheid van andere maternale risicofactoren Tabel # Antibiotische profylaxe bij de partus ter preventie van neonatale early-onset GBSsepsis* profylaxe starten tijdens ontsluiting (minstens # uur voor de geboorte) tot de geboorte Indien GBS-kolonisatie in een voorgaande zwangerschap is vastgesteld, wordt overwogen in de huidige zwangerschap bij een amenorrhoeduur van ##-## weken GBS-diagnostiek in te zetten Is maternale koorts bij epidurale analgesie een risicofactor voor early-onset neonatale infectie? Het aantal partus met epidurale analgesie is de afgelopen jaren geleidelijk toegenomen Dit van een restrictief beleid rondom pijnstilling naar een liberaler gebruik Bij nulliparae nam het verzoek voor epidurale analgesie tijdens de bevalling toe van #,#% in ### tot ##,#% in ### Het gebruik van epidurale analgesie bij multiparae steeg in diezelfde periode van #,# naar #,#% (##) Koorts wordt gezien bij ongeveer ##% van de vrouwen met deze vorm van pijnstilling Omdat het aantal partus waarbij epidurale analgesie wordt gebruikt geleidelijk toeneemt, komt maternale koorts door epidurale analgesie steeds vaker voor Er bestaat mogelijk grote variatie in het beleid rondom dit onderwerp en waarschijnlijk wordt een groot deel van de moeders, en daarbij automatisch ook de kinderen, onterecht met antibiotica behandeld Duidelijkheid omtrent het risico op early-onset neonatale infectie bij maternale koorts en epidurale analgesie is daarom gewenst In de NICE richtlijn zijn maternale koorts en epidurale analgesie meegenomen als zoektermen bij een grote search naar risicofactoren voor early-onset neonatale infectie Om er zeker van te zijn dat er geen relevante literatuur gemist werd, hebben we voor de huidige richtlijn op <DATUM> een beperkte literatuursearch gedaan vanaf ### in Medline De aanvullende literatuursearch ten aanzien van de periode na de NICE richtlijn resulteerde in ## artikelen Vier potentieel relevante artikelen werden ook geïncludeerd in een systematische review die bij andere searches reeds naar voren was gekomen (<PERSOON>, ###)(##) Verder werd een dubbelblinde placebogecontroleerde studie van <PERSOON> uit ### geïncludeerd(##) Er werden ## records geëxcludeerd op basis van het abstract De redenen hiervoor waren.
618
nvog
gebruik Bij nulliparae nam het verzoek voor epidurale analgesie tijdens de bevalling toe van #,#% in ### tot ##,#% in ### Het gebruik van epidurale analgesie bij multiparae steeg in diezelfde periode van #,# naar #,#% (##) Koorts wordt gezien bij ongeveer ##% van de vrouwen met deze vorm van pijnstilling Omdat het aantal partus waarbij epidurale analgesie wordt gebruikt geleidelijk toeneemt, komt maternale koorts door epidurale analgesie steeds vaker voor Er bestaat mogelijk grote variatie in het beleid rondom dit onderwerp en waarschijnlijk wordt een groot deel van de moeders, en daarbij automatisch ook de kinderen, onterecht met antibiotica behandeld Duidelijkheid omtrent het risico op early-onset neonatale infectie bij maternale koorts en epidurale analgesie is daarom gewenst In de NICE richtlijn zijn maternale koorts en epidurale analgesie meegenomen als zoektermen bij een grote search naar risicofactoren voor early-onset neonatale infectie Om er zeker van te zijn dat er geen relevante literatuur gemist werd, hebben we voor de huidige richtlijn op <DATUM> een beperkte literatuursearch gedaan vanaf ### in Medline De aanvullende literatuursearch ten aanzien van de periode na de NICE richtlijn resulteerde in ## artikelen Vier potentieel relevante artikelen werden ook geïncludeerd in een systematische review die bij andere searches reeds naar voren was gekomen (<PERSOON>, ###)(##) Verder werd een dubbelblinde placebogecontroleerde studie van <PERSOON> uit ### geïncludeerd(##) Er werden ## records geëxcludeerd op basis van het abstract De redenen hiervoor waren review) (n=#) Op basis van de fulltekst werden # records geëxcludeerd De redenen waren In de NICE richtlijn (pagina ##) wordt maternale koorts bij epidurale analgesie kort beschreven Er wordt verwezen naar de NICE guideline intrapartum care uit ###, waarin een search is gedaan tot april ### <PERSOON> et al (###) onderzocht de relatie tussen epidurale analgesie en maternale koorts durante partu ()##°C) (##) In de groep vrouwen gerandomiseerd voor epidurale (n=###) of intraveneuze analgesie (n=###) kreeg resp ##% en #% koorts De vergelijking van de groep vrouwen met (n=##) en zonder koorts durante partu (n=###) toont dat koorts niet alleen verhoudingsgewijs frequenter wordt waargenomen bij epidurale analgesie Een logistisch regressieanalyse toonde dat epidurale analgesie, nullipariteit en een langdurige partus onafhankelijk met maternale koorts durante partu waren geassocieerd De odds ratios (##% betrouwbaarheidsintervallen [BI]) waren respectievelijk #,# (#,#-#,#), #,# (#,##,#) en #,# (#,<DATUM> #) Ongeacht de gegeven analgesie kregen bij maternale koorts vrijwel alle neonaten een sepsis work-up (##%) en antibiotica (##%) Een sepsis met een positieve In de systematische review van <PERSOON> werd nagegaan of maternale koorts bij epidurale analgesie geassocieerd is met een diagnostische work-up van sepsis en behandeling met antibiotica van de pasgeboren neonaten(##) Er werden vijf studies geïncludeerd (<PERSOON> vijf studies werden ### patiënten geïncludeerd Drie studies waren observationeel en twee studies waren gerandomiseerd en gecontroleerd In drie studies werd koorts gedefinieerd als )##ºC,.
694
nvog
werden # records geëxcludeerd De redenen waren In de NICE richtlijn (pagina ##) wordt maternale koorts bij epidurale analgesie kort beschreven Er wordt verwezen naar de NICE guideline intrapartum care uit ###, waarin een search is gedaan tot april ### <PERSOON> et al (###) onderzocht de relatie tussen epidurale analgesie en maternale koorts durante partu ()##°C) (##) In de groep vrouwen gerandomiseerd voor epidurale (n=###) of intraveneuze analgesie (n=###) kreeg resp ##% en #% koorts De vergelijking van de groep vrouwen met (n=##) en zonder koorts durante partu (n=###) toont dat koorts niet alleen verhoudingsgewijs frequenter wordt waargenomen bij epidurale analgesie Een logistisch regressieanalyse toonde dat epidurale analgesie, nullipariteit en een langdurige partus onafhankelijk met maternale koorts durante partu waren geassocieerd De odds ratios (##% betrouwbaarheidsintervallen [BI]) waren respectievelijk #,# (#,#-#,#), #,# (#,##,#) en #,# (#,<DATUM> #) Ongeacht de gegeven analgesie kregen bij maternale koorts vrijwel alle neonaten een sepsis work-up (##%) en antibiotica (##%) Een sepsis met een positieve In de systematische review van <PERSOON> werd nagegaan of maternale koorts bij epidurale analgesie geassocieerd is met een diagnostische work-up van sepsis en behandeling met antibiotica van de pasgeboren neonaten(##) Er werden vijf studies geïncludeerd (<PERSOON> vijf studies werden ### patiënten geïncludeerd Drie studies waren observationeel en twee studies waren gerandomiseerd en gecontroleerd In drie studies werd koorts gedefinieerd als )##ºC, De pasgeborenen van vrouwen met epidurale analgesie durante partu bleken beduidend vaker een sepsis work-up te krijgen <PERSOON> et al onderzochten in een dubbelblind placebogecontroleerde studie ### gezonde vrouwen die epidurale analgesie kregen(##) De vrouwen kregen random # gram cefoxitine of placebo vlak voor de epidurale analgesie De tympanische temperatuur werd elk uur gemeten en intrapartum koorts werd gedefinieerd als een temperatuur van ≥##ºC Er werd nagegaan of neonaten van moeders met koorts een infectie hadden hetgeen werd gedefinieerd als een positieve bloedkweek De placenta’s werden onderzocht op neutrofiele inflammatie De primaire uitkomst was maternale koorts tijdens epidurale analgesie Ongeveer ##% van de vrouwen in beide groepen kregen koorts (RD=-#,#%, ##% BI=-##,##,#) Cefoxitine bleek geen significant effect te hebben op neutrofiele inflammatie van de placenta Neutrofiele inflammatie kwam vaker voor bij vrouwen met koorts in vergelijking met Deze bevindingen suggereren dat maternale koorts bij epidurale analgesie niet op een infectie berust Er waren geen significante verschillen in neonatale uitkomsten tussen de groepen Een neonatale sepsis werd in beide groepen niet gevonden Kwaliteit van het bewijs De studies geïncludeerd in de systematische review van <PERSOON> kwamen uit de periode ### tot ### en zijn dus meer dan <LEEFTIJD> jaar oud Het is de vraag of het huidige beleid nog overeenkomt Verder werd in vier van de vijf geïncludeerde studies niet duidelijk beschreven waarop de diagnose sepsis was gebaseerd In de studie van <PERSOON> werd gekeken naar de kans op een diagnostische work-up voor sepsis en antibiotische.
685
nvog
beduidend vaker een sepsis work-up te krijgen <PERSOON> et al onderzochten in een dubbelblind placebogecontroleerde studie ### gezonde vrouwen die epidurale analgesie kregen(##) De vrouwen kregen random # gram cefoxitine of placebo vlak voor de epidurale analgesie De tympanische temperatuur werd elk uur gemeten en intrapartum koorts werd gedefinieerd als een temperatuur van ≥##ºC Er werd nagegaan of neonaten van moeders met koorts een infectie hadden hetgeen werd gedefinieerd als een positieve bloedkweek De placenta’s werden onderzocht op neutrofiele inflammatie De primaire uitkomst was maternale koorts tijdens epidurale analgesie Ongeveer ##% van de vrouwen in beide groepen kregen koorts (RD=-#,#%, ##% BI=-##,##,#) Cefoxitine bleek geen significant effect te hebben op neutrofiele inflammatie van de placenta Neutrofiele inflammatie kwam vaker voor bij vrouwen met koorts in vergelijking met Deze bevindingen suggereren dat maternale koorts bij epidurale analgesie niet op een infectie berust Er waren geen significante verschillen in neonatale uitkomsten tussen de groepen Een neonatale sepsis werd in beide groepen niet gevonden Kwaliteit van het bewijs De studies geïncludeerd in de systematische review van <PERSOON> kwamen uit de periode ### tot ### en zijn dus meer dan <LEEFTIJD> jaar oud Het is de vraag of het huidige beleid nog overeenkomt Verder werd in vier van de vijf geïncludeerde studies niet duidelijk beschreven waarop de diagnose sepsis was gebaseerd In de studie van <PERSOON> werd gekeken naar de kans op een diagnostische work-up voor sepsis en antibiotische Er werd niet nagegaan of de koorts een infectieuze oorzaak had Een beperking van de studie van <PERSOON> et al is dat de incidentie van koorts hoger was dan die in eerdere studies Verder zou het gebruik van infrarode tympanische temperatuurmeting een beperking kunnen zijn vanwege mogelijke variabiliteit tussen metingen De systematische review van <PERSOON> (###) laat zien dat epidurale analgesie en koorts bij de moeder tot een verhoogde kans op een analgesie en koorts bij de moeder tot een verhoogde kans op behandeling met antibiotica leidt Op basis van het onderzoek van <PERSOON> (###) kan geconcludeerd worden dat het niet waarschijnlijk is dat een infectie de oorzaak is van *De algehele kwaliteit van het bewijs wordt bepaald door de cruciale uitkomstmaat met de laagste kwaliteit van bewijs Het is reeds bekend dat epidurale analgesie is geassocieerd met maternale koorts durante partu Meerdere studies hebben reeds laten zien dat ook maternale koorts bij epidurale analgesie tot een sepsis workup bij de neonaat aanleiding geeft Een duidelijk verhoogde incidentie van een bewezen early-onset neonatale sepsis wordt echter niet gerapporteerd Een recente aanvullende Nederlandse studie, die na de literatuursearch is gepubliceerd, hebben juist de relatie tussen epidurale analgesie en neonatale sepsis bestudeerd (##) Het betrof een retrospectieve case-control studie waarbij de partus van ### vrouwen met epidurale analgesie (EA groep) werden gematched met ### vrouwen zonder epidurale analgesie (nonEA groep).
583
nvog
of de koorts een infectieuze oorzaak had Een beperking van de studie van <PERSOON> et al is dat de incidentie van koorts hoger was dan die in eerdere studies Verder zou het gebruik van infrarode tympanische temperatuurmeting een beperking kunnen zijn vanwege mogelijke variabiliteit tussen metingen De systematische review van <PERSOON> (###) laat zien dat epidurale analgesie en koorts bij de moeder tot een verhoogde kans op een analgesie en koorts bij de moeder tot een verhoogde kans op behandeling met antibiotica leidt Op basis van het onderzoek van <PERSOON> (###) kan geconcludeerd worden dat het niet waarschijnlijk is dat een infectie de oorzaak is van *De algehele kwaliteit van het bewijs wordt bepaald door de cruciale uitkomstmaat met de laagste kwaliteit van bewijs Het is reeds bekend dat epidurale analgesie is geassocieerd met maternale koorts durante partu Meerdere studies hebben reeds laten zien dat ook maternale koorts bij epidurale analgesie tot een sepsis workup bij de neonaat aanleiding geeft Een duidelijk verhoogde incidentie van een bewezen early-onset neonatale sepsis wordt echter niet gerapporteerd Een recente aanvullende Nederlandse studie, die na de literatuursearch is gepubliceerd, hebben juist de relatie tussen epidurale analgesie en neonatale sepsis bestudeerd (##) Het betrof een retrospectieve case-control studie waarbij de partus van ### vrouwen met epidurale analgesie (EA groep) werden gematched met ### vrouwen zonder epidurale analgesie (nonEA groep) bekend verwekker van een early-onset sepsis bij een negatieve bloedkweek anderzijds (waarschijnlijk sepsis) Significant meer neonaten in de EA groep hadden koorts in vergelijking met de non-EA groep (##,#% vs #,#%, p( ###) De overall incidentie van neonatale sepsis was significant hoger in de EA-groep (# #% vs <DATUM> , p= ###) hetgeen niet werd waargenomen bij bewezen sepsis (#,#% vs #%, p= ##) Uiteindelijk is het optreden van een bewezen early-onset neonatale sepsis het meest relevant Er zijn bij deze studie enkele kanttekeningen te plaatsen Allereerst betrof het een retrospectieve studie terwijl de richtlijn GBS-ziekte in <LOCATIE> was geïmplementeerd Er is niet beschreven welke klinische symptomen daadwerkelijk werden waargenomen Een aantal symptomen zouden goed bij de neonatale transitie postpartum kunnen passen Het klinische symptoom koorts bij de neonaat zal veelal het gevolg van de maternale koorts zijn geweest De voorgenoemde richtlijn stelt dat maternale koorts durante partu al voldoende reden is om bij de neonaat antibiotische therapie te starten Deze aanbeveling kan zeker aanleiding geven tot een bias ten aanzien van het beoordeling van de klinische presentatie van de neonaat Toch kan bij maternale koorts durante partu en epidurale analgesie niet worden gezegd dat er geen risico is op een bewezen neonatale sepsis Anderzijds is ook niet aangetoond dat het risico op een bewezen neonatale sepsis bij maternale koorts met of zonder epidurale for Disease Control and Prevention (CDC) wordt maternale koorts durante partu als een indicatie beschouwd om een pasgeborene met antibiotica te behandelen vanwege de verhoogde kans op een early-onset infectie.
593
nvog
koorts in vergelijking met de non-EA groep (##,#% vs #,#%, p( ###) De overall incidentie van neonatale sepsis was significant hoger in de EA-groep (# #% vs <DATUM> , p= ###) hetgeen niet werd waargenomen bij bewezen sepsis (#,#% vs #%, p= ##) Uiteindelijk is het optreden van een bewezen early-onset neonatale sepsis het meest relevant Er zijn bij deze studie enkele kanttekeningen te plaatsen Allereerst betrof het een retrospectieve studie terwijl de richtlijn GBS-ziekte in <LOCATIE> was geïmplementeerd Er is niet beschreven welke klinische symptomen daadwerkelijk werden waargenomen Een aantal symptomen zouden goed bij de neonatale transitie postpartum kunnen passen Het klinische symptoom koorts bij de neonaat zal veelal het gevolg van de maternale koorts zijn geweest De voorgenoemde richtlijn stelt dat maternale koorts durante partu al voldoende reden is om bij de neonaat antibiotische therapie te starten Deze aanbeveling kan zeker aanleiding geven tot een bias ten aanzien van het beoordeling van de klinische presentatie van de neonaat Toch kan bij maternale koorts durante partu en epidurale analgesie niet worden gezegd dat er geen risico is op een bewezen neonatale sepsis Anderzijds is ook niet aangetoond dat het risico op een bewezen neonatale sepsis bij maternale koorts met of zonder epidurale for Disease Control and Prevention (CDC) wordt maternale koorts durante partu als een indicatie beschouwd om een pasgeborene met antibiotica te behandelen vanwege de verhoogde kans op een early-onset infectie analgesie durante partu zonder bijkomende risicofactoren zoals vroegtijdig of lang gebroken vliezen gebroken geen antibiotische behandeling van de pasgeborene noodzakelijk maakt Dit temeer daar een toenemend aantal vrouwen tijdens de baring epidurale analgesie krijgt dat met koorts gepaard kan gaan Onnodige behandelingen met antibiotica en een verhoogd risico op resistentieontwikkeling worden hiermee voorkomen De werkgroep sluit zich aan bij een risicofactor voor een early-onset neonatale infectie Echter zonder bijkomende risicofactor of klinisch symptoom is er geen indicatie voor een antibiotische behandeling van de pasgeborene Wat is de indicatie voor het uitvoeren van een GBS-sneltest bij de moeder? Screening van alle vrouwen is op dit moment in <LOCATIE> niet aan de orde Momenteel lopen er diverse onderzoeken naar de inzet en validiteit van de sneltest De vraag is bij welke vrouwen een GBS-sneltest het beste kan worden ingezet De health technology assessment van <PERSOON> (###)(##), die ook wordt aangehaald in de Welke strategie ook wordt gekozen om tijdig een GBS-positieve zwangere profylaxe te geven, zullen er altijd gevallen blijven waarbij deze strategie te laat of niet toereikend is Zo vinden ongeveer ##% van alle partus bijvoorbeeld al preterm plaats, te vroeg voordat bij een screeningsstrategie de routinekweek bekend is Uit Amerikaanse studies blijkt dat bij toepassen van die strategie uiteindelijk maar ##% van alle à terme zwangeren ten tijde van de bevalling gekweekt is De uitslag van die kweek is in ##% van de gevallen tijdens de bevalling Welke strategie dus ook wordt toegepast het zal altijd veel fout-positieve en fout-negatieve resultaten opleveren (##).
600
nvog
lang gebroken vliezen gebroken geen antibiotische behandeling van de pasgeborene noodzakelijk maakt Dit temeer daar een toenemend aantal vrouwen tijdens de baring epidurale analgesie krijgt dat met koorts gepaard kan gaan Onnodige behandelingen met antibiotica en een verhoogd risico op resistentieontwikkeling worden hiermee voorkomen De werkgroep sluit zich aan bij een risicofactor voor een early-onset neonatale infectie Echter zonder bijkomende risicofactor of klinisch symptoom is er geen indicatie voor een antibiotische behandeling van de pasgeborene Wat is de indicatie voor het uitvoeren van een GBS-sneltest bij de moeder? Screening van alle vrouwen is op dit moment in <LOCATIE> niet aan de orde Momenteel lopen er diverse onderzoeken naar de inzet en validiteit van de sneltest De vraag is bij welke vrouwen een GBS-sneltest het beste kan worden ingezet De health technology assessment van <PERSOON> (###)(##), die ook wordt aangehaald in de Welke strategie ook wordt gekozen om tijdig een GBS-positieve zwangere profylaxe te geven, zullen er altijd gevallen blijven waarbij deze strategie te laat of niet toereikend is Zo vinden ongeveer ##% van alle partus bijvoorbeeld al preterm plaats, te vroeg voordat bij een screeningsstrategie de routinekweek bekend is Uit Amerikaanse studies blijkt dat bij toepassen van die strategie uiteindelijk maar ##% van alle à terme zwangeren ten tijde van de bevalling gekweekt is De uitslag van die kweek is in ##% van de gevallen tijdens de bevalling Welke strategie dus ook wordt toegepast het zal altijd veel fout-positieve en fout-negatieve resultaten opleveren (##) zodat vrouwen en kinderen die echt ‘at risk’ zijn tijdens de bevalling kunnen worden behandeld Voorwaarden waaraan een dergelijke test zou moeten voldoen (##) • Sensitiviteit en specificiteit niet lager dan respectievelijk ##% en ##% • Automatisch proces met interne controle en minimaal onderhoud Sinds enige jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van dergelijke sneltesten en met inmiddels goede resultaten Inmiddels zijn diverse testmethodes ontwikkeld die hieraan voldoen Snelle polymerase chain reaction (PCR) assays hebben inmiddels de sensitiviteit van de banale Vergelijkende studies tussen de klassieke methode en sneltesten laten een halvering zien van het aantal à terme kinderen met een early-onset GBS ziekte na introductie van een PCR test in vergelijking met bacteriologische screening bij ## weken (##) De sneltest was daarmee zelfs kosteneffectiever bij een screeningsstrategie Een Engelse studie uit ### concludeerde nog dat op basis van de specificiteit, sensitiviteit en kosten een screeningsstrategie middels banale kweken de voorkeur had Hierbij was echter wel aangenomen dat alle preterme bevallingen worden behandeld met antibiotica (##) Dit kan verlaten worden bij invoering van sneltesten bij preterme bevallingen Dit zal op haar beurt weer leiden tot minder antibiotica gebruik durante partu in deze kwetsbare groep neonaten Concluderend lijkt routinematig toegepaste intrapartum GBS diagnostiek kosteneffectief, nauwkeurig en vermindert het aantal neonaten met early-onset GBS ziekte Dragerschap van GBS zou door de zgn GBS-sneltest in vergelijking met een routinekweek sneller kunnen worden vastgesteld Indien dragerschap wordt aangetoond, kan GBSprofylaxe gericht worden gegeven.
586
nvog
vrouwen en kinderen die echt ‘at risk’ zijn tijdens de bevalling kunnen worden behandeld Voorwaarden waaraan een dergelijke test zou moeten voldoen (##) • Sensitiviteit en specificiteit niet lager dan respectievelijk ##% en ##% • Automatisch proces met interne controle en minimaal onderhoud Sinds enige jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van dergelijke sneltesten en met inmiddels goede resultaten Inmiddels zijn diverse testmethodes ontwikkeld die hieraan voldoen Snelle polymerase chain reaction (PCR) assays hebben inmiddels de sensitiviteit van de banale Vergelijkende studies tussen de klassieke methode en sneltesten laten een halvering zien van het aantal à terme kinderen met een early-onset GBS ziekte na introductie van een PCR test in vergelijking met bacteriologische screening bij ## weken (##) De sneltest was daarmee zelfs kosteneffectiever bij een screeningsstrategie Een Engelse studie uit ### concludeerde nog dat op basis van de specificiteit, sensitiviteit en kosten een screeningsstrategie middels banale kweken de voorkeur had Hierbij was echter wel aangenomen dat alle preterme bevallingen worden behandeld met antibiotica (##) Dit kan verlaten worden bij invoering van sneltesten bij preterme bevallingen Dit zal op haar beurt weer leiden tot minder antibiotica gebruik durante partu in deze kwetsbare groep neonaten Concluderend lijkt routinematig toegepaste intrapartum GBS diagnostiek kosteneffectief, nauwkeurig en vermindert het aantal neonaten met early-onset GBS ziekte Dragerschap van GBS zou door de zgn GBS-sneltest in vergelijking met een routinekweek sneller kunnen worden vastgesteld Indien dragerschap wordt aangetoond, kan GBSprofylaxe gericht worden gegeven Onnodig gebruik van antibiotica bij de moeder wordt hiermee immers voorkomen Thans is een GBS-sneltest nog niet breed beschikbaar maar wordt er in <LOCATIE> wel onderzoek naar de inzetbaarheid en validiteit verricht Lokale beschikbaarheid zal moeten worden gefaciliteerd alvorens de sneltest te kunnen gebruiken (zie addendum #) deze test te overwegen indien er maternale risicofactoren zijn zoals een dreigende vroeggeboorte en het breken van de vliezen zonder weeënactiviteit Er kan dan tijdig GBSprofylaxe worden toegediend Uitgangsvraag # risicofactoren en klinische symptomen voor een earlyonset neonatale infectie (#) Wat zijn belangrijke maternale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie? (#) Welke klinische neonatale symptomen geven een verhoogd risico op een daadwerkelijke Het doel van de eerste uitgangsvraag is het vaststellen van maternale risicofactoren voor een early-onset neonatale infectie Maternale risicofactoren zijn factoren bij de moeder die een verhoogd risico op een early-onset infectie bij het kind geven Deze factoren kunnen betrekking hebben op een eerdere zwangerschap (eerder kind met een early-onset GBS infectie) of factoren tijdens de intrapartum of postnatale periode van de huidige zwangerschap Het doel van de tweede uitgangsvraag is om vast te stellen welke klinische symptomen en/of laboratoriumgegevens bij het kind de beste voorspellers zijn voor een early-onset Er zijn enkele factoren die een duidelijk verhoogd risico op een early-onset infectie geven waardoor er al een indicatie bestaat om een behandeling met antibiotica te starten (“red flags”) Anderzijds kan dit ook gelden voor een combinatie van risicofactoren, symptomen en De NICE richtlijn‡‡ is als uitgangspunt gebruikt.
586
nvog
bij de moeder wordt hiermee immers voorkomen Thans is een GBS-sneltest nog niet breed beschikbaar maar wordt er in <LOCATIE> wel onderzoek naar de inzetbaarheid en validiteit verricht Lokale beschikbaarheid zal moeten worden gefaciliteerd alvorens de sneltest te kunnen gebruiken (zie addendum #) deze test te overwegen indien er maternale risicofactoren zijn zoals een dreigende vroeggeboorte en het breken van de vliezen zonder weeënactiviteit Er kan dan tijdig GBSprofylaxe worden toegediend Uitgangsvraag # risicofactoren en klinische symptomen voor een earlyonset neonatale infectie (#) Wat zijn belangrijke maternale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie? (#) Welke klinische neonatale symptomen geven een verhoogd risico op een daadwerkelijke Het doel van de eerste uitgangsvraag is het vaststellen van maternale risicofactoren voor een early-onset neonatale infectie Maternale risicofactoren zijn factoren bij de moeder die een verhoogd risico op een early-onset infectie bij het kind geven Deze factoren kunnen betrekking hebben op een eerdere zwangerschap (eerder kind met een early-onset GBS infectie) of factoren tijdens de intrapartum of postnatale periode van de huidige zwangerschap Het doel van de tweede uitgangsvraag is om vast te stellen welke klinische symptomen en/of laboratoriumgegevens bij het kind de beste voorspellers zijn voor een early-onset Er zijn enkele factoren die een duidelijk verhoogd risico op een early-onset infectie geven waardoor er al een indicatie bestaat om een behandeling met antibiotica te starten (“red flags”) Anderzijds kan dit ook gelden voor een combinatie van risicofactoren, symptomen en De NICE richtlijn‡‡ is als uitgangspunt gebruikt klinische neonatale indicatoren, zoals beschreven in de NICE richtlijn, op hun bewijsvoering • Tabel #a wordt gebruikt om maternale risicofactoren voor early-onset neonatale infectie en tabel #a om klinische indicatoren voor early-onset neonatale infectie te identificeren • Tabellen #a en #a worden gebruikt om “non-red flags” te identificeren Dit zijn risicofactoren en klinische indicatoren waarbij waakzaamheid ten aanzien van early-onset neonatale infectie gewenst is Maternale groep B streptokokken kolonisatie, bacteriëmie of infectie in de Het spontaan breken van de vliezen zonder weeënactiviteit Parenterale behandeling met antibiotica van de moeder bij verdenking op of Ja een bewezen invasieve bacteriële infectie (zoals sepsis) tijdens de bevalling Tabel #a Klinische indicatoren bij een mogelijke early-onset neonatale infectie Noodzaak tot kunstmatige beademing bij een prematuur geboren kind • Breng risicofactoren voor early-onset neonatale infectie bij barende vrouwen in kaart (tabel #a) Monitor het optreden van nieuwe risicofactoren zoals intrapartum koorts )## • Houd de aanbevelingen uit de NICE richtlijn “Intrapartum care”§§ aan voor het breken • Voer een snelle zorgvuldige klinische beoordeling uit als er sprake is van risicofactoren (tabel #a) of klinische indicatoren (tabel #a) voor early-onset neonatale infectie Bekijk de maternale en neonatale geschiedenis en verricht een lichamelijk onderzoek bij de • Gebruik tabel #a en #a, gebaseerd op risicofactoren en klinische indicatoren, inclusief • Verricht bij neonaten met één “red flag” of met twee of meer “non-red flags” (zie tabel #a en #a) laboratoriumonderzoek (zie uitgangsvraag #a en #b) en start met antibiotica.
617
nvog
zoals beschreven in de NICE richtlijn, op hun bewijsvoering • Tabel #a wordt gebruikt om maternale risicofactoren voor early-onset neonatale infectie en tabel #a om klinische indicatoren voor early-onset neonatale infectie te identificeren • Tabellen #a en #a worden gebruikt om “non-red flags” te identificeren Dit zijn risicofactoren en klinische indicatoren waarbij waakzaamheid ten aanzien van early-onset neonatale infectie gewenst is Maternale groep B streptokokken kolonisatie, bacteriëmie of infectie in de Het spontaan breken van de vliezen zonder weeënactiviteit Parenterale behandeling met antibiotica van de moeder bij verdenking op of Ja een bewezen invasieve bacteriële infectie (zoals sepsis) tijdens de bevalling Tabel #a Klinische indicatoren bij een mogelijke early-onset neonatale infectie Noodzaak tot kunstmatige beademing bij een prematuur geboren kind • Breng risicofactoren voor early-onset neonatale infectie bij barende vrouwen in kaart (tabel #a) Monitor het optreden van nieuwe risicofactoren zoals intrapartum koorts )## • Houd de aanbevelingen uit de NICE richtlijn “Intrapartum care”§§ aan voor het breken • Voer een snelle zorgvuldige klinische beoordeling uit als er sprake is van risicofactoren (tabel #a) of klinische indicatoren (tabel #a) voor early-onset neonatale infectie Bekijk de maternale en neonatale geschiedenis en verricht een lichamelijk onderzoek bij de • Gebruik tabel #a en #a, gebaseerd op risicofactoren en klinische indicatoren, inclusief • Verricht bij neonaten met één “red flag” of met twee of meer “non-red flags” (zie tabel #a en #a) laboratoriumonderzoek (zie uitgangsvraag #a en #b) en start met antibiotica • Overweeg bij neonaten zonder “red flags” met slechts één risicofactor of klinische indicator o of het noodzakelijk is om te vitale kenmerken en de klinische conditie te bewaken Als bewaking vereist is, ga er dan ten minste ## uur mee door (bij #, # en # • In het geval van neonaten die gemonitord worden in verband met een mogelijke infectie • Overweeg diagnostiek (zie uitgangsvraag #a en #b) en het starten van een behandeling met antibiotica (zie uitgangsvraag #) als er redenen tot ongerustheid zijn • Als er geen verdere bijzonderheden zijn tijdens de observatieperiode, stel dan de familie gerust en geef advies aan ouders en zorgverleners als het kind wordt ontslagen • Als een neonaat antibiotica nodig heeft, dient dit zo spoedig mogelijk te worden gegeven, maar altijd binnen één uur na het besluit om te behandelen • Behandel een verdenking op bacteriële meningitis in overeenstemming met de aanbevelingen in de NICE richtlijn “Bacterial meningitis and meningococcal septicaemia”*** tenzij • Behandel een verdenking op een urineweginfectie in overeenstemming met de aanbevelingen in de NICE richtlijn “Urinary tract infection in children”††† • Ga door met routinematige postnatale zorg (zie NICE richtlijn “Postnatal care”‡‡‡) bij neonaten zonder risicofactoren (zie tabel #a) en zonder klinische indicatoren voor een Maternale kolonisatie met groep B streptokokken wordt soms pas postpartum bekend Er wordt dan geadviseerd om de direct bij de zorg betrokken persoon (bijvoorbeeld een ouder, verzorg(st)er of zorgverlener) te informeren De risicofactoren en klinische indicatoren voor een infectie dienen dan opnieuw te worden beschouwd Deze evaluatie wordt.
670
nvog
of klinische indicator o of het noodzakelijk is om te vitale kenmerken en de klinische conditie te bewaken Als bewaking vereist is, ga er dan ten minste ## uur mee door (bij #, # en # • In het geval van neonaten die gemonitord worden in verband met een mogelijke infectie • Overweeg diagnostiek (zie uitgangsvraag #a en #b) en het starten van een behandeling met antibiotica (zie uitgangsvraag #) als er redenen tot ongerustheid zijn • Als er geen verdere bijzonderheden zijn tijdens de observatieperiode, stel dan de familie gerust en geef advies aan ouders en zorgverleners als het kind wordt ontslagen • Als een neonaat antibiotica nodig heeft, dient dit zo spoedig mogelijk te worden gegeven, maar altijd binnen één uur na het besluit om te behandelen • Behandel een verdenking op bacteriële meningitis in overeenstemming met de aanbevelingen in de NICE richtlijn “Bacterial meningitis and meningococcal septicaemia”*** tenzij • Behandel een verdenking op een urineweginfectie in overeenstemming met de aanbevelingen in de NICE richtlijn “Urinary tract infection in children”††† • Ga door met routinematige postnatale zorg (zie NICE richtlijn “Postnatal care”‡‡‡) bij neonaten zonder risicofactoren (zie tabel #a) en zonder klinische indicatoren voor een Maternale kolonisatie met groep B streptokokken wordt soms pas postpartum bekend Er wordt dan geadviseerd om de direct bij de zorg betrokken persoon (bijvoorbeeld een ouder, verzorg(st)er of zorgverlener) te informeren De risicofactoren en klinische indicatoren voor een infectie dienen dan opnieuw te worden beschouwd Deze evaluatie wordt De risicofactoren en klinische indicatoren voor een early-onset neonatale infectie zijn in diverse publicaties, aanbevelingen en richtlijnen beschreven Hoewel de aanbevelingen en richtlijnen nuances laten zien, zijn de geraadpleegde publicaties veelal afkomstig uit de periode voorafgaande aan de zgn GBS-profylaxe De bewijsvoering van een aantal items is relatief laag en een aantal zijn gebaseerd op een expert opinion In de NICE richtlijn was het een consensus van de werkgroep om het afkappunt voor een dusdanig verhoogd risico op infectie dat antibiotica gestart moeten worden bij # of meer risicofactoren en/of klinische symptomen te leggen De werkgroep van deze richtlijn heeft dit besluit overgenomen Desalniettemin is de tabel ten aanzien van de klinische indicatoren Ten aanzien van de maternale risicofactoren voor een early-onset neonatale infectie zijn er een aantal belangrijke verschillen wanneer de aanbevelingen van de NICE richtlijn, American Academy of Pediatrics (AAP)/Center for Disease Control and Prevention (CDC) en de huidige richtlijn “Perinatale groep-B-streptokokken (GBS-) ziekte” (NVK/NVOG) met elkaar worden vergeleken Het spontaan breken van de vliezen voor de aanwezigheid van weeënactiviteit is reeds een risicofactor in de NICE richtlijn Hiervoor wordt in de NICE richtlijn enige bewijsvoering getoond Langdurig gebroken vliezen wordt in alle richtlijnen als een risicofactor beschouwd Volgens de in december ### gereviseerde NICE richtlijn “Intrapartum Care (No ###)”§§§ wordt bij à terme neonaten geboren na langdurig gebroken vliezen ()## uur) een verhoogde waakzaamheid en observatie van vitale parameter aanbevolen Dit sluit goed aan bij de hedendaagse afspraken binnen de verloskundige praktijk.
632
nvog
risicofactoren en klinische indicatoren voor een early-onset neonatale infectie zijn in diverse publicaties, aanbevelingen en richtlijnen beschreven Hoewel de aanbevelingen en richtlijnen nuances laten zien, zijn de geraadpleegde publicaties veelal afkomstig uit de periode voorafgaande aan de zgn GBS-profylaxe De bewijsvoering van een aantal items is relatief laag en een aantal zijn gebaseerd op een expert opinion In de NICE richtlijn was het een consensus van de werkgroep om het afkappunt voor een dusdanig verhoogd risico op infectie dat antibiotica gestart moeten worden bij # of meer risicofactoren en/of klinische symptomen te leggen De werkgroep van deze richtlijn heeft dit besluit overgenomen Desalniettemin is de tabel ten aanzien van de klinische indicatoren Ten aanzien van de maternale risicofactoren voor een early-onset neonatale infectie zijn er een aantal belangrijke verschillen wanneer de aanbevelingen van de NICE richtlijn, American Academy of Pediatrics (AAP)/Center for Disease Control and Prevention (CDC) en de huidige richtlijn “Perinatale groep-B-streptokokken (GBS-) ziekte” (NVK/NVOG) met elkaar worden vergeleken Het spontaan breken van de vliezen voor de aanwezigheid van weeënactiviteit is reeds een risicofactor in de NICE richtlijn Hiervoor wordt in de NICE richtlijn enige bewijsvoering getoond Langdurig gebroken vliezen wordt in alle richtlijnen als een risicofactor beschouwd Volgens de in december ### gereviseerde NICE richtlijn “Intrapartum Care (No ###)”§§§ wordt bij à terme neonaten geboren na langdurig gebroken vliezen ()## uur) een verhoogde waakzaamheid en observatie van vitale parameter aanbevolen Dit sluit goed aan bij de hedendaagse afspraken binnen de verloskundige praktijk langdurig gebroken vliezen ()## uur) worden zwangeren naar de #de lijn verwezen Zowel in de NICE richtlijn als in de huidige richtlijn GBS-ziekte is een spontane premature geboorte bij zwangerschapsduur (## weken een risicofactor De NICE richtlijn adviseert dan tevens bij deze termijn een antibiotische behandeling van de neonaat als er sprake is van een bijkomende risicofactor of klinisch symptoom De huidige richtlijn GBS-ziekte doet de aanbeveling tot een antibiotische behandeling van de neonaat pas bij een zwangerschapsduur (## weken bij aangetoonde GBS-dragerschap of bij een onbekende GBS-dragerschap Maternale koorts is in de NICE richtlijn slechts een risicofactor terwijl in de richtlijn GBSziekte, AAP/CDC onverwijld antibiotica bij de pasgeborene wordt geadviseerd Verschillende richtlijnen rondom GBS-profylaxe hanteren bij maternale koorts een cutoff van ##ºC waarboven men besluit om de neonaat postpartum te behandelen Dit geldt ook voor de huidige richtlijn GBS-ziekte maar hier wordt regelmatig van afgeweken Aangezien koorts in de NICE richtlijn thans slechts een risicofactor (een "non-red flag") is betekent dat dit aansluit bij de huidige klinische praktijk <PERSOON>, koorts treedt ook regelmatig op bij epidurale analgesie (zie uitgangsvraag #) Zonder bijkomende risicofactor en/of klinisch symptoom is er nu geen indicatie meer om een neonaat met antibiotica te behandelen De risicofactoren en klinische symptomen voor een verhoogd risico op of een verdenking early-onset neonatale infectie zoals weergegeven in de NICE richtlijn zijn enigszins aangepast Een aantal symptomen in Tabel #b zijn op basis van de expert opinion van de werkgroep samengevoegd.
592
nvog
gebroken vliezen ()## uur) worden zwangeren naar de #de lijn verwezen Zowel in de NICE richtlijn als in de huidige richtlijn GBS-ziekte is een spontane premature geboorte bij zwangerschapsduur (## weken een risicofactor De NICE richtlijn adviseert dan tevens bij deze termijn een antibiotische behandeling van de neonaat als er sprake is van een bijkomende risicofactor of klinisch symptoom De huidige richtlijn GBS-ziekte doet de aanbeveling tot een antibiotische behandeling van de neonaat pas bij een zwangerschapsduur (## weken bij aangetoonde GBS-dragerschap of bij een onbekende GBS-dragerschap Maternale koorts is in de NICE richtlijn slechts een risicofactor terwijl in de richtlijn GBSziekte, AAP/CDC onverwijld antibiotica bij de pasgeborene wordt geadviseerd Verschillende richtlijnen rondom GBS-profylaxe hanteren bij maternale koorts een cutoff van ##ºC waarboven men besluit om de neonaat postpartum te behandelen Dit geldt ook voor de huidige richtlijn GBS-ziekte maar hier wordt regelmatig van afgeweken Aangezien koorts in de NICE richtlijn thans slechts een risicofactor (een "non-red flag") is betekent dat dit aansluit bij de huidige klinische praktijk <PERSOON>, koorts treedt ook regelmatig op bij epidurale analgesie (zie uitgangsvraag #) Zonder bijkomende risicofactor en/of klinisch symptoom is er nu geen indicatie meer om een neonaat met antibiotica te behandelen De risicofactoren en klinische symptomen voor een verhoogd risico op of een verdenking early-onset neonatale infectie zoals weergegeven in de NICE richtlijn zijn enigszins aangepast Een aantal symptomen in Tabel #b zijn op basis van de expert opinion van de werkgroep samengevoegd Icterus binnen ## uur na de geboorte is niet meegenomen als risicofactor voor een early-onset infectie Daarnaast worden een aantal symptomen in Tabel #b pas risicofactoren als deze in het geheel niet passen bij de mate van prematuriteit zoals tijdens de commentaarronde is voorgesteld Anders komen waarschijnlijk wel heel veel prematuren voor behandeling in aanmerking De laboratoriumgegevens die als klinische indicator voor een mogelijke early-onset neonatale infectie in de NICE richtlijn worden genoemd, zijn door de werkgroep niet meegenomen in de adaptatie van de NICE richtlijn Uiteindelijke zijn alleen de klinische symptomen van belang geworden Het predictieve model**** van Puopolo et al waarmee een inschatting wordt gemaakt ten aanzien van het risico op een early-onset neonatale sepsis heeft duidelijke overeenkomsten met de maternale risicofactoren en klinische symptomen zoals weergegeven in de NICE richtlijn (##, ##) De risicoschatting wordt op basis van verschillende risicofactoren gemaakt (zwangerschapsduur, GBS-status van de zwangere, maternale koorts, duur gebroken vliezen) De kans op een daadwerkelijke infectie wordt daarnaast in belangrijke mate bepaald door de Indien er risicofactoren of klinische symptomen (non-red flags) aanwezig zijn wordt in de NICE richtlijn voorgesteld om een observatie gedurende ## uur te overwegen Deze periode van observatie wordt in ieder geval door de werkgroep geadviseerd bij langdurig gebroken vliezen ()## uur) en maternale koorts durante partu ()## #°C) De duur van observatie is aanmerkelijk korter dan in de huidige richtlijn Dit is gebaseerd op de studies van Escobar et al en <PERSOON> et al.
588
nvog
na de geboorte is niet meegenomen als risicofactor voor een early-onset infectie Daarnaast worden een aantal symptomen in Tabel #b pas risicofactoren als deze in het geheel niet passen bij de mate van prematuriteit zoals tijdens de commentaarronde is voorgesteld Anders komen waarschijnlijk wel heel veel prematuren voor behandeling in aanmerking De laboratoriumgegevens die als klinische indicator voor een mogelijke early-onset neonatale infectie in de NICE richtlijn worden genoemd, zijn door de werkgroep niet meegenomen in de adaptatie van de NICE richtlijn Uiteindelijke zijn alleen de klinische symptomen van belang geworden Het predictieve model**** van Puopolo et al waarmee een inschatting wordt gemaakt ten aanzien van het risico op een early-onset neonatale sepsis heeft duidelijke overeenkomsten met de maternale risicofactoren en klinische symptomen zoals weergegeven in de NICE richtlijn (##, ##) De risicoschatting wordt op basis van verschillende risicofactoren gemaakt (zwangerschapsduur, GBS-status van de zwangere, maternale koorts, duur gebroken vliezen) De kans op een daadwerkelijke infectie wordt daarnaast in belangrijke mate bepaald door de Indien er risicofactoren of klinische symptomen (non-red flags) aanwezig zijn wordt in de NICE richtlijn voorgesteld om een observatie gedurende ## uur te overwegen Deze periode van observatie wordt in ieder geval door de werkgroep geadviseerd bij langdurig gebroken vliezen ()## uur) en maternale koorts durante partu ()## #°C) De duur van observatie is aanmerkelijk korter dan in de huidige richtlijn Dit is gebaseerd op de studies van Escobar et al en <PERSOON> et al binnen ## uur na de geboorte Observaties worden globaal aanbevolen rondom de voedingsmomenten, te weten #,#,#,#, # en ## uur postpartum (##, ##) De afgelopen jaren is er een sterk toenemende interesse voor het microbioom De vaginale microbiota speelt ook een belangrijke rol in het ontstaan en de ontwikkeling van het microbioom van de pasgeborene Het microbioom wordt beïnvloed door de antenatale en postnatale behandeling met antibiotica van respectievelijk de moeder en het kind en de wijze van partus Er zijn associaties aangetoond tussen dit gebruik van antibiotica van respectievelijk de moeder en kind Er is een verhoogde kans op het ontstaan van astma en adipositas (##, ##) Daarnaast wordt bij prematuren een verband gezien tussen prenatale en direct postnatale blootstelling aan antibiotica en het optreden van de necrotiserende entercolitis en late-onset Het belangrijkste doel betreffende dit hoofdstuk van de richtlijn neonatale early-onset sepsis is het bereiken van overeenstemming binnen alle beroepsgroepen Daarnaast dient deze richtlijn aan te sluiten bij de Nederlandse richtlijnen Koorts in de tweede lijn bij kinderen van # Rondom deze richtlijn heeft ieder besluit zijn voor- en nadelen Enerzijds willen wij geen kinderen ten onrechte met antibiotica behandelen en anderzijds willen wij geen kinderen met een early-onset neonatale infectie missen Het is van het grootste belang dat deze richtlijn op In de groep à terme kinderen zullen mogelijk minder kinderen met antibiotica worden behandeld aangezien bij maternale koorts als enige risicofactor daar geen reden meer toe is In de.
583
nvog
geboorte Observaties worden globaal aanbevolen rondom de voedingsmomenten, te weten #,#,#,#, # en ## uur postpartum (##, ##) De afgelopen jaren is er een sterk toenemende interesse voor het microbioom De vaginale microbiota speelt ook een belangrijke rol in het ontstaan en de ontwikkeling van het microbioom van de pasgeborene Het microbioom wordt beïnvloed door de antenatale en postnatale behandeling met antibiotica van respectievelijk de moeder en het kind en de wijze van partus Er zijn associaties aangetoond tussen dit gebruik van antibiotica van respectievelijk de moeder en kind Er is een verhoogde kans op het ontstaan van astma en adipositas (##, ##) Daarnaast wordt bij prematuren een verband gezien tussen prenatale en direct postnatale blootstelling aan antibiotica en het optreden van de necrotiserende entercolitis en late-onset Het belangrijkste doel betreffende dit hoofdstuk van de richtlijn neonatale early-onset sepsis is het bereiken van overeenstemming binnen alle beroepsgroepen Daarnaast dient deze richtlijn aan te sluiten bij de Nederlandse richtlijnen Koorts in de tweede lijn bij kinderen van # Rondom deze richtlijn heeft ieder besluit zijn voor- en nadelen Enerzijds willen wij geen kinderen ten onrechte met antibiotica behandelen en anderzijds willen wij geen kinderen met een early-onset neonatale infectie missen Het is van het grootste belang dat deze richtlijn op In de groep à terme kinderen zullen mogelijk minder kinderen met antibiotica worden behandeld aangezien bij maternale koorts als enige risicofactor daar geen reden meer toe is In de komen Daartegenover staat dat de duur van observatie bij een gering verhoogd risico op een early-onset neonatale infectie (één risicofactor of klinisch symptoom) wordt verkort naar Parenterale antibiotische behandeling van de moeder bij een klinisch beeld van sepsis tijdens de bevalling of binnen ## uur voor of na de geboorte Is een routinematige profylactische antibiotische behandeling bij neonaten met maternale Het doel van deze uitgangsvraag is het evalueren van het effect van routinematige antibiotische profylaxe bij de neonaat ter preventie van een early-onset neonatale infectie Hierbij gaat het om neonaten waarbij maternale of foetale risicofactoren voor early-onset infectie zijn vastgesteld Een aandachtspunt bij de uitwerking in de NICE richtlijn was de invloed van intrapartum antibiotica vanwege maternale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie Voorts werd gekeken naar het soort antibioticum, het moment van toediening, dosering, doseringsinterval, toedieningsweg en de invloed van prematuriteit op het klinisch beleid De NICE richtlijn werd als uitgangspunt gebruikt Op <DATUM> werd een aanvullende literatuursearch in Medline, Embase en Cochrane gedaan vanaf ### In de NICE richtlijn werd bij deze uitgangsvraag een eerdere richtlijn van de NICE over “intrapartum care” uit ### in beschouwing genomen Verder heeft de NICE richtlijn zes aanvullende gerandomiseerde en gecontroleerde onderzoeken meegenomen (Auriti ###; Hammerberg; ###; Hammerschlag ###; Patel ###; Pyati ###; Siegel ###)(##-##) De uitkomsten die werden bestudeerd waren mortaliteit, opnameduur, bijwerkingen, lange termijn De aanvullende search leverde na ontdubbeling ### records op ## potentiële artikelen in.
601
nvog
van observatie bij een gering verhoogd risico op een early-onset neonatale infectie (één risicofactor of klinisch symptoom) wordt verkort naar Parenterale antibiotische behandeling van de moeder bij een klinisch beeld van sepsis tijdens de bevalling of binnen ## uur voor of na de geboorte Is een routinematige profylactische antibiotische behandeling bij neonaten met maternale Het doel van deze uitgangsvraag is het evalueren van het effect van routinematige antibiotische profylaxe bij de neonaat ter preventie van een early-onset neonatale infectie Hierbij gaat het om neonaten waarbij maternale of foetale risicofactoren voor early-onset infectie zijn vastgesteld Een aandachtspunt bij de uitwerking in de NICE richtlijn was de invloed van intrapartum antibiotica vanwege maternale risicofactoren op een early-onset neonatale infectie Voorts werd gekeken naar het soort antibioticum, het moment van toediening, dosering, doseringsinterval, toedieningsweg en de invloed van prematuriteit op het klinisch beleid De NICE richtlijn werd als uitgangspunt gebruikt Op <DATUM> werd een aanvullende literatuursearch in Medline, Embase en Cochrane gedaan vanaf ### In de NICE richtlijn werd bij deze uitgangsvraag een eerdere richtlijn van de NICE over “intrapartum care” uit ### in beschouwing genomen Verder heeft de NICE richtlijn zes aanvullende gerandomiseerde en gecontroleerde onderzoeken meegenomen (Auriti ###; Hammerberg; ###; Hammerschlag ###; Patel ###; Pyati ###; Siegel ###)(##-##) De uitkomsten die werden bestudeerd waren mortaliteit, opnameduur, bijwerkingen, lange termijn De aanvullende search leverde na ontdubbeling ### records op ## potentiële artikelen in na ontdubbeling) Er werden ### artikelen geëxcludeerd op basis van het abstract De redenen hiervoor waren buiten scope (n=###), design (narrative review, studieprotocol, n=#) Op basis van de fulltekst werden # artikelen geëxcludeerd De redenen waren buiten scope (n=#), design (narrative review, geen RCT n=#) Eén gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek werd geïncludeerd bij uitgangsvraag # Eén systematische review werd geïncludeerd bij de huidige uitgangsvraag Na de NICE richtlijn is er één systematische review verschenen (Heath ###)(##) Het effect van profylactische behandeling van asymptomatische neonaten jonger dan # dagen met een verhoogd risico op early-onset groep B streptokokken infectie werd onderzocht Hiertoe werd gezocht naar systematische reviews en gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek tot november ### Geïncludeerd werden alleen studies in de Engelse taal en een groepsgrootte van ten minste ## neonaten per studiearm De review van Heath omvat een tweetal systematische reviews (Ungerer ### en Woodgate ###)(##, ##) De review van Ungerer et al beschrijft twee gerandomiseerde en gecontroleerde studies (<PERSOON> ### [n=##] en <PERSOON> ### [n=##])(##, ##) De moeders hadden één of meer risicofactoren voor een neonatale infectie en waren intrapartum niet met antibiotica behandeld Postpartum werden asymptomatische neonaten geïncludeerd waarbij één groep antibiotische profylaxe kreeg terwijl de andere groep werd geobserveerd en op klinische indicatie geen duidelijk bewijs dat profylaxe met penicilline effectiever was dan selectieve behandeling met antibiotica om early-onset (GBS) infectie te voorkomen De incidentie van een infectie of sepsis was bij <PERSOON> et al in beide groepen #% en bij <PERSOON> et al.
690
nvog
De redenen hiervoor waren buiten scope (n=###), design (narrative review, studieprotocol, n=#) Op basis van de fulltekst werden # artikelen geëxcludeerd De redenen waren buiten scope (n=#), design (narrative review, geen RCT n=#) Eén gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek werd geïncludeerd bij uitgangsvraag # Eén systematische review werd geïncludeerd bij de huidige uitgangsvraag Na de NICE richtlijn is er één systematische review verschenen (Heath ###)(##) Het effect van profylactische behandeling van asymptomatische neonaten jonger dan # dagen met een verhoogd risico op early-onset groep B streptokokken infectie werd onderzocht Hiertoe werd gezocht naar systematische reviews en gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek tot november ### Geïncludeerd werden alleen studies in de Engelse taal en een groepsgrootte van ten minste ## neonaten per studiearm De review van Heath omvat een tweetal systematische reviews (Ungerer ### en Woodgate ###)(##, ##) De review van Ungerer et al beschrijft twee gerandomiseerde en gecontroleerde studies (<PERSOON> ### [n=##] en <PERSOON> ### [n=##])(##, ##) De moeders hadden één of meer risicofactoren voor een neonatale infectie en waren intrapartum niet met antibiotica behandeld Postpartum werden asymptomatische neonaten geïncludeerd waarbij één groep antibiotische profylaxe kreeg terwijl de andere groep werd geobserveerd en op klinische indicatie geen duidelijk bewijs dat profylaxe met penicilline effectiever was dan selectieve behandeling met antibiotica om early-onset (GBS) infectie te voorkomen De incidentie van een infectie of sepsis was bij <PERSOON> et al in beide groepen #% en bij <PERSOON> et al ##% BI=#,##–#,##) Daarnaast werd in beide groepen geen mortaliteit waargenomen Het bewijs van beide uitkomstmaten was echter van zeer lage kwaliteit De andere systematische review (Woodgate ###) onderzocht het effect van profylactische penicilline intramusculair binnen # uur postpartum in vergelijking met placebo of geen behandeling bij neonaten met een laag geboortegewicht (###-### gram)(##) In deze review werd één niet-geblindeerde gerandomiseerde en gecontroleerde studie (Pyati ###) gevonden die routinematige vroege profylactische behandeling (n=###) vergeleek met een behandeling op klinische indicatie (n=###) d w z monitoring van tekenen van infectie (temperatuur, ademhalingsfrequentie en andere markers van sepsis)(##) Indien er een verdenking sepsis ontstond kregen de kinderen in beide groepen dezelfde behandeling bestaande uit penicilline Woodgate et al toonde dat de incidentie van een GBS-infectie bij de neonaten die een profylactisch behandeling kregen dan wel op klinische indicatie werden behandeld niet verschillend was (#,#% versus #,#%, RR=#,##; ##% BI=#,##–#,##) De mortaliteit was ook vergelijkbaar en bedroeg #,#% versus ##,#% (RR = #,##; ##% BI=#,##–#,##) De mortaliteit ten gevolge van een early-onset GBS infectie was ##% versus ##,#% (p= ##) Er werden geen systematische reviews of gerandomiseerde en gecontroleerde studies gevonden die verschillende antibiotica met elkaar vergeleken Kwaliteit van het bewijs Er werden slechts enkele gerandomiseerde en gecontroleerde studies door de NICE geïncludeerd en de kwaliteit van het bewijs was overwegend laag tot zeer laag Er werd geen bewijs gevonden ten aanzien van de duur van de ziekenhuisopname,.
747
nvog
Daarnaast werd in beide groepen geen mortaliteit waargenomen Het bewijs van beide uitkomstmaten was echter van zeer lage kwaliteit De andere systematische review (Woodgate ###) onderzocht het effect van profylactische penicilline intramusculair binnen # uur postpartum in vergelijking met placebo of geen behandeling bij neonaten met een laag geboortegewicht (###-### gram)(##) In deze review werd één niet-geblindeerde gerandomiseerde en gecontroleerde studie (Pyati ###) gevonden die routinematige vroege profylactische behandeling (n=###) vergeleek met een behandeling op klinische indicatie (n=###) d w z monitoring van tekenen van infectie (temperatuur, ademhalingsfrequentie en andere markers van sepsis)(##) Indien er een verdenking sepsis ontstond kregen de kinderen in beide groepen dezelfde behandeling bestaande uit penicilline Woodgate et al toonde dat de incidentie van een GBS-infectie bij de neonaten die een profylactisch behandeling kregen dan wel op klinische indicatie werden behandeld niet verschillend was (#,#% versus #,#%, RR=#,##; ##% BI=#,##–#,##) De mortaliteit was ook vergelijkbaar en bedroeg #,#% versus ##,#% (RR = #,##; ##% BI=#,##–#,##) De mortaliteit ten gevolge van een early-onset GBS infectie was ##% versus ##,#% (p= ##) Er werden geen systematische reviews of gerandomiseerde en gecontroleerde studies gevonden die verschillende antibiotica met elkaar vergeleken Kwaliteit van het bewijs Er werden slechts enkele gerandomiseerde en gecontroleerde studies door de NICE geïncludeerd en de kwaliteit van het bewijs was overwegend laag tot zeer laag Er werd geen bewijs gevonden ten aanzien van de duur van de ziekenhuisopname, beoordeling uit die is weergegeven in de bijlage van de betreffende studie (##) Samenvattend kan worden gesteld dat de geïncludeerde studies gedateerd waren en mede daardoor de extrapoleerbaarheid van de resultaten naar de huidige situatie waarschijnlijk zeer beperkt Bij zowel de studie van <PERSOON> (###) als <PERSOON> (###) waren er kleine aantallen patiënten Bij <PERSOON> (###) werden neonaten geïncludeerd die symptomatisch werden binnen het eerste uur postpartum(##, ##) De GBS infectie was bij deze patiënten mogelijk al intra-uterien opgetreden Er is dan eigenlijk geen sprake meer van een profylactische behandeling aangezien deze het doel heeft om infecties te voorkomen Volgens de GRADE-beoordeling wordt de kwaliteit van bewijs voor de uitkomsten incidentie en mortaliteit allebei met zeer laag beoordeeld In de studie van Pyati (###) ging het alleen om neonaten met een laag geboortegewicht(##) Dit betrof een niet-geblindeerd onderzoek Neonaten met verdenking sepsis kregen penicilline of ampicilline plus gentamicine, ongeacht de groepsindeling Deze studie werd ook in de NICE richtlijn geïncludeerd De kwaliteit van bewijs voor de uitkomsten mortaliteit en incidentie infectie was matig Een routinematig behandeling van neonaten met antibiotica wordt niet geadviseerd zonder risicofactoren, klinische symptomen of laboratoriumuitslagen die wijzen in de richting van een Profylaxe met penicilline vergeleken met selectieve behandeling met antibiotica bij asymptomatische neonaten met maternale risicofactoren Er was geen significant verschil in de incidentie van een infectie of * De algehele kwaliteit van het bewijs wordt bepaald door de cruciale uitkomstmaat met de laagste Profylactische behandeling met antibiotica versus monitoring bij pre-terme neonaten met.
683
nvog
Samenvattend kan worden gesteld dat de geïncludeerde studies gedateerd waren en mede daardoor de extrapoleerbaarheid van de resultaten naar de huidige situatie waarschijnlijk zeer beperkt Bij zowel de studie van <PERSOON> (###) als <PERSOON> (###) waren er kleine aantallen patiënten Bij <PERSOON> (###) werden neonaten geïncludeerd die symptomatisch werden binnen het eerste uur postpartum(##, ##) De GBS infectie was bij deze patiënten mogelijk al intra-uterien opgetreden Er is dan eigenlijk geen sprake meer van een profylactische behandeling aangezien deze het doel heeft om infecties te voorkomen Volgens de GRADE-beoordeling wordt de kwaliteit van bewijs voor de uitkomsten incidentie en mortaliteit allebei met zeer laag beoordeeld In de studie van Pyati (###) ging het alleen om neonaten met een laag geboortegewicht(##) Dit betrof een niet-geblindeerd onderzoek Neonaten met verdenking sepsis kregen penicilline of ampicilline plus gentamicine, ongeacht de groepsindeling Deze studie werd ook in de NICE richtlijn geïncludeerd De kwaliteit van bewijs voor de uitkomsten mortaliteit en incidentie infectie was matig Een routinematig behandeling van neonaten met antibiotica wordt niet geadviseerd zonder risicofactoren, klinische symptomen of laboratoriumuitslagen die wijzen in de richting van een Profylaxe met penicilline vergeleken met selectieve behandeling met antibiotica bij asymptomatische neonaten met maternale risicofactoren Er was geen significant verschil in de incidentie van een infectie of * De algehele kwaliteit van het bewijs wordt bepaald door de cruciale uitkomstmaat met de laagste Profylactische behandeling met antibiotica versus monitoring bij pre-terme neonaten met Welk laboratoriumonderzoek kan beleidsbepalend zijn of een asymptomatische neonaat met risicofactoren of een neonaat met klinische symptomen met antibiotica moet worden behandeld? Diagnostisch laboratoriumonderzoek kan op twee manieren bijdragen aan de behandeling van neonaten met een verhoogd risico op early-onset infectie Allereerst kan onderzoek uitwijzen of antibiotica nodig c q gewenst is Op de tweede plaats kan onderzoek uitwijzen wanneer met antibiotica gestopt kunnen worden Bij deze uitgangsvraag komt alleen het eerst punt aan de orde, het tweede punt wordt uitgewerkt bij uitgangsvraag # Bij de huidige uitgangsvraag gaat het allereerst over laboratoriumonderzoek bij neonaten die geen tekenen van een infectie vertonen maar wel risicofactoren voor early-onset infectie hebben die een behandeling met antibiotica niet direct noodzakelijk maken In de NICE richtlijn zijn een aantal factoren op hun bruikbaarheid onderzocht waaronder het CRP en andere acute fase eiwitten, interleukinen, procalcitonine, urineonderzoek en een thoraxfoto Hierbij gaat het om het vaststellen van de waarde van verschillende testen om infecties aan te tonen of uit te sluiten Het doel van dit laboratoriumonderzoek is om onderscheid te maken tussen neonaten die wel of geen antibioticakuur nodig hebben omdat een infectie zeer waarschijnlijk lijkt c q onwaarschijnlijk is Ook voor deze vraag zijn in de NICE richtlijn een reeks van factoren op hun bruikbaarheid onderzocht zoals CRP en andere acute fase eiwitten, procalcitonine, leukocyten inclusief totaal aantal neutrofielen en I T ratio, liquoronderzoek, Er werd uitgegaan van de NICE richtlijn In de NICE richtlijn zijn diverse eerdere NICE richtlijnen in beschouwing genomen bij deze uitgangvraag.
571
nvog